07.08.2013 Views

Altiplano (pdf) - Mooov

Altiplano (pdf) - Mooov

Altiplano (pdf) - Mooov

SHOW MORE
SHOW LESS

Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!

Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.

altIPlano


InleIdIng<br />

Regelmatig duiken er wonderlijke filmpareltjes op die we graag willen<br />

voorstellen aan een jong publiek. Toch durven we sommige films niet zomaar<br />

op het reguliere schoolprogramma zetten, bijvoorbeeld omdat ze net dat<br />

tikkeltje méér vragen van de kijker. ALTIPLANO is zo’n film: een bijzonder<br />

mooie film die bovendien een prangende wereldthematiek belicht… Ideaal<br />

om aan de slag te gaan in een groep jongeren met al een zekere filmbagage<br />

– maar niet zonder een grondige voorbereiding. Daarom zet Open Doek een<br />

nieuwe reeks lesmappen op, in eerste instantie gericht tot leerlingen uit de<br />

hoogste jaren ASO. Idealiter kunnen de leerlingen via de lesmap al uitgebreid<br />

kennismaken met de behandelde thematiek en de visie van de filmmakers,<br />

nog vóór ze de film bekijken. Op die manier kunnen ze na de voorstelling met<br />

een degelijke bagage zelf in gesprek gaan met de regisseur(s).<br />

Wij wensen iedereen alvast veel kijk- en graafplezier!<br />

Peter Brosens: “Als antropoloog weet ik: een mythe verklaren is<br />

een mythe doden. Maar het is wel belangrijk om films in een context<br />

te plaatsen. Je moet niet alles begrijpen, maar je moet wel de juiste<br />

context kennen.”<br />

Inhoudstafel<br />

Synopsis ...............................................................................5<br />

Technische kaart ..................................................................5<br />

Wie heeft de film gemaakt? ................................................7<br />

- De regisseurs<br />

- Enkele andere medewerkers<br />

- De acteurs<br />

Productie ..............................................................................12<br />

- Een grondige voorbereiding<br />

- De opnames<br />

- De locaties<br />

Sterke personages ...............................................................17<br />

- Saturnina & Ignacio<br />

- Max & Grace<br />

- Grace & Saturnina<br />

Inhoudelijke thema’s ...........................................................20<br />

- Vooruitgangsoptimisme versus terughoudendheid<br />

- Geloof en traditie<br />

- Theater<br />

Ervaringscinema ..................................................................26<br />

- Een bijzondere beeldtaal<br />

- Mysterie en magie<br />

- Een bezield landschap<br />

- Een boodschap – fictie of documentaire?<br />

Het Belang van het Beeld ...................................................34<br />

Het leven van de film ..........................................................36<br />

- Positie in de filmwereld<br />

- De film tot in de zalen<br />

Achtergrond – Mijnbouw in Latijns-Amerika ...................38<br />

- Een grensoverschrijdende sector<br />

- De grondstoffenvloek<br />

- Tweede kolonisering?<br />

- Impact en verzet<br />

- Het prijskaartje van een gouden ring<br />

- Pachamama en het Kapitaal<br />

- “No a la minería”<br />

- Een toekomst zonder mijnbouw?<br />

Geraadpleegde bronnen .....................................................53<br />

P 2 P 3


SynopSiS<br />

fIlmfIche<br />

Grace heeft haar idealen als oorlogsfotografe opgegeven na een<br />

gruwelijke ervaring in Irak. Net tijdens die periode van rouw, vertrekt haar<br />

echtgenoot Max voor een tijdje naar de Peruaanse hoogvlaktes, waar hij als<br />

arts zal werken in een oogkliniek. In het nabijgelegen Andesdorpje Turubamba<br />

leeft Saturnina, een jong meisje vol verwachtingen over een mooie toekomst<br />

met haar verloofde Ignacio. Haar wereld stort in wanneer Ignacio sterft aan<br />

een mysterieuze kwaal die zich in het dorp verspreidt. Wanneer Max het<br />

slachtoffer wordt van de woede van de dorpelingen, gaat ook Grace door<br />

een diep dal. Hoewel Grace en Saturnina elkaar nooit lijfelijk ontmoeten,<br />

begint hun leven steeds meer parallel te lopen. Alle culturele en geografische<br />

barrières verdwijnen dankzij hun gedeelde emoties.<br />

TechniSche kaarT<br />

ALTIPLANO | 109 min. | 2009 | België, Duitsland en Nederland<br />

Regie & scenario: Peter Brosens en Jessica Woodworth<br />

Camera: Francisco Gózon<br />

Geluid: Michel Schöpping<br />

Montage: Nico Leunen<br />

Distributie: Imagine<br />

Met o.a. Jasmin Tabatabai (Grace)<br />

Magaly Solier (Saturnina)<br />

Olivier Gourmet (Max)<br />

Originele versie (Engels, Spaans, Farsi, Frans & Quechua gesproken),<br />

Nederlands ondertiteld<br />

Neem zeker een kijkje op www.altiplano.info.<br />

P 5


De regiSSeurS<br />

WIe heeft de<br />

fIlm gemaakt?<br />

ALTIPLANO is een speelfilm van het regisseursduo Peter Brosens & Jessica<br />

Woodworth. In 2006 maakten ze samen al het gelauwerde KHADAK.<br />

* Peter Brosens (° 1962), een Belgisch antropoloog, deed bijna toevallig zijn<br />

intrede in het filmwereldje. Als jonge urban geographer bestudeerde hij migratie<br />

en stedelijke ontwikkeling in Ecuador en Peru, waar hij ook een tijdje woonde.<br />

Hij vond zijn weg binnen de filmwereld als onafhankelijk documentairemaker.<br />

Vooral zijn Mongolië-trilogie (CITY OF THE STEPPES, STATE OF DOGS en POETS<br />

OF MONGOLIA) kreeg internationale aandacht en waardering: drie boeiende<br />

documentaires die getuigen van een eigen visie op hedendaagse cinema.<br />

Na een jarenlange werkperiode in Mongolië keerde hij terug naar zijn<br />

‘oude liefde’ de Andes, om er samen met zijn partner Jessica Woodworth hun<br />

tweede langspeelfilm ALTIPLANO op te nemen. De film raakt thema’s aan die<br />

Peter ook vroeger al nauw aan het hart lagen: het afbrokkelen van de lokale<br />

identiteit, vervuiling en de wanverhouding tussen de rijke industriële wereld en<br />

de geïsoleerde dorpjes in de Andes.<br />

* Jessica Woodworth (° 1971) is de dochter van Amerikaanse diplomaten en<br />

woonde met haar ouders in heel wat verschillende landen – tot het gezin in de<br />

jaren ’90 neerstreek in China. Daar groeide haar interesse voor Mongolië. Als<br />

jonge documentairemaakster leerde ze Peter Brosens kennen. Sindsdien leven<br />

en werken ze samen. “Ik werd filmmaker vanuit een zekere noodzaak. Ik begon<br />

met het maken van reportages en draaide daarna enkele documentaires. Tot ik<br />

Peter ontmoette, met wie ik samen m’n eerste fictiefilm opnam.”<br />

Regisseren als duo is vrij ongebruikelijk. “Het werkt fantastisch. We delen<br />

dezelfde smaak en worden geraakt door dezelfde dingen. We weten tijdens het<br />

schrijven allebei op hetzelfde moment of iets zal werken of niet. Het gebeurt<br />

dat één van ons op de set een beslissing alleen moet nemen, maar we zijn<br />

altijd zeker dat de ander ermee akkoord zal gaan. Er is een zekere intimiteit, een<br />

intensiteit in onze manier van samenwerken en er zijn nooit spanningen.”<br />

Brosens & Woodworth hebben een prachtige Bed & Breakfast in het dorpje<br />

Falaën, nabij Dinant. Terwijl het duo werkt aan een filmproject, ontvangen ze<br />

geen gasten. Hun B & B houden ze achter de hand voor als de zaken in de<br />

filmsector minder goed zouden gaan. Meer info op www.casabo.be.<br />

P 7


KHADAK, de eerste speelfilm van Brosens & Woodworth, speelt zich af op de<br />

bevroren steppe van Mongolië en vertelt het epische verhaal van Bagi, een jonge<br />

schaapherder die zijn lot om sjamaan te worden niet kan ontlopen. Wanneer de<br />

kuddes op de steppe geteisterd worden door een epidemie, zijn de nomaden<br />

gedwongen om te verhuizen naar de grauwe mijnsteden. Bagi ontmoet het<br />

meisje Zolzaya en samen ontdekken ze dat de epidemie een leugen was, een<br />

voorwendsel om het nomadische leven een halt toe te roepen. Verstedelijking,<br />

industrialisatie en politieke corruptie eisen een zware tol van de herders.<br />

Een verblindend mooie filmmeditatie over de clash tussen traditie en<br />

moderniteit, tussen sjamanisme en kapitalisme. Een visueel adembenemende<br />

treurzang over de levenswijze van de Mongoolse steppebewoners, die gedoemd<br />

lijkt om te verdwijnen.<br />

KHADAK was een groot succes op de internationale filmfestivals en won de<br />

Gouden Leeuw op het prestigieuze Filmfestival van Venetië.<br />

enkele anDere meDewerkerS<br />

Montage: Nico Leunen<br />

Een film monteren = alle opnames in een goede volgorde zetten zodat ze<br />

een samenhangend geheel vormen.<br />

De manier waarop een film gemonteerd wordt, bepaalt ook de manier<br />

waarop het verhaal in de film wordt verteld. De montage zorgt er niet enkel voor<br />

dat je het verhaal kan begrijpen, maar drukt ook haar stempel op het tempo en<br />

de sfeer van de film. Vergelijk het met een mop die door verschillende mensen<br />

verteld wordt. De manier waarop je de grap vertelt, de woorden die je kiest en<br />

het tempo van de verteller, bepalen of en hoe hard er gelachen wordt!<br />

Nico Leunen is één van Belgiës meest gerenommeerde monteurs (= editor),<br />

met een voorkeur voor artistieke cinema. Hij werkte voor een heleboel Vlaamse<br />

topregisseurs: Fien Troch, Felix Van Groeningen, Pieter Van Hees,... Ook verzorgde<br />

hij de montage van KHADAK, de vorige film van Brosens & Woodworth. In 2008<br />

maakte Nico Leunen met AFTERDAY z’n eerste eigen (kort)film.<br />

Still photographer: Carl De Keyzer<br />

Op een filmset is vaak een setfotograaf aanwezig. Hij neemt ‘stills’ op de<br />

set, legt bepaalde momenten op foto vast en toont op die manier hoe de film<br />

tot stand kwam – een ‘making of’ reportage in foto’s.<br />

Op de set van ALTIPLANO – een fotogenieke buitenkans – was een geweldige<br />

still photographer aan het werk. De fotoreportages van Carl De Keyzer zijn<br />

wereldwijd bekend. Hij werkt o.a. voor het toonaangevende fotoagentschap<br />

Magnum en won enkele van de meest prestigieuze internationale<br />

fotografieprijzen. Een vaak terugkerend thema in zijn werk is de overbevolking<br />

die de ondergang van onze planeet veroorzaakt. In zijn reportages berichtte<br />

hij over o.a. het hedendaagse India, de val van de Sovjet-Unie en religieus<br />

fanatisme in de V.S. “Onze setfotograaf heeft fantastisch materiaal gemaakt. Ik<br />

hoop dat we ooit een selectie kunnen tentoonstellen uit de bijna 14.000 foto’s<br />

die Carl heeft getrokken.”<br />

Zie ook www.carldekeyzer.com.<br />

De acTeurS<br />

Brosens & Woodworth: “We casten liefst acteurs die dicht aanleunen bij het<br />

fysieke beeld dat wij van hun personage hebben.”<br />

Jasmin Tabatabai (Grace)<br />

Jasmin Tabatabai is een Iraanse actrice en muzikante die in Berlijn woont.<br />

“De zoektocht naar een actrice duurde meer dan een jaar. We zochten een<br />

vrouw die complexiteit uitstraalde in haar gelaat en gravitas in haar ziel. Dat<br />

had Jasmin. Haar seksuele ambiguïteit en Iraanse achtergrond passen mooi bij<br />

haar personage. Bovendien paste ze uitstekend naast Olivier Gourmet (Max);<br />

als koppel ogen ze heel geloofwaardig. Sommige mensen zien zelfs een fysieke<br />

gelijkenis tussen Grace en Saturnina. Dat is mooi, omdat beide personages op<br />

het einde van de film met elkaar verstrengeld raken.”<br />

Zie ook www.jasmin-tabatabai.com.<br />

P 8<br />

P 9


Magaly Solier (Saturnina)<br />

De carrière van Magaly Solier zit in een stroomversnelling. Ze komt uit een<br />

klein dorpje in de Andes, waar ze door regisseur Claudia Llosa werd opgepikt<br />

voor de film MADEINUSA. De volgende film van Claudia Llosa’s LA TETA<br />

ASUSTADA (THE MILK OF SORROW), opnieuw met Solier in de hoofdrol, won<br />

de Gouden Beer op het Festival van Berlijn 2009. Ook Brosens & Woodworth<br />

noemen haar een fantastische actrice. “De moeilijkste scène van de film draaiden<br />

we op 5.000 meter bij zonsondergang en -6 °C. Het was een heel complexe<br />

opname; we moesten steeds opnieuw proberen tot we één goede take hadden.<br />

Al die tijd stond Magaly daar zonder verpinken in haar korte mouwtjes.”<br />

Magaly Solier is ook zangeres; in 2009 bracht ze haar eerste cd uit.<br />

Zie ook www.myspace.com/magalysolier.<br />

Olivier Gourmet (Max)<br />

Olivier Gourmet is één van meest gerespecteerde Belgische acteurs,<br />

die bekendheid verwierf dankzij de films van de gebroeders Dardenne: LA<br />

PROMESSE, ROSETTA en vooral LE FILS, waarvoor hij in 2002 in Cannes de prijs<br />

kreeg van Beste Acteur. Nadat Brosens & Woodworth hem aan het werk zagen in<br />

LA PETITE CHARTREUSE (van Jean-Pierre Denis) waren ze ervan overtuigd dat<br />

niemand beter in staat was om gestalte te geven aan het complexe personage<br />

Max. “Hij is zo’n acteur die gewoon voor de camera kan staan, zonder veel te doen,<br />

maar toch heel overtuigend overkomt. Hij heeft zo’n emotionele eerlijkheid.”<br />

P 10<br />

Het gevolg van deze uiteenlopende groep acteurs is een bonte<br />

mix van talen in ALTIPLANO: Frans, Engels, Nederlands, Spaans,<br />

Farsi (Perzisch), Arabisch en Quechua, de taal van de dorpelingen.<br />

“Zo is de wereld vandaag nu eenmaal. Die mix was geen streefdoel,<br />

maar we hadden er ook geen probleem mee.”<br />

De acteur die de enige zin in het Vlaams moet uitspreken was geen<br />

Belg maar een Duitser. “Hij moest één zin in ‘t Nederlands zeggen –<br />

‘Hoe is ‘t?’ – maar het lukte hem niet. Alle Belgen stonden rond hem:<br />

‘Nee, dat klinkt niet Vlaams genoeg. Doe het nog een keer…’.”


ProductIe<br />

een gronDige voorbereiDing<br />

De verhalen die Brosens & Woodworth vertellen, komen niet uit de lucht<br />

gevallen. Ze zijn gebaseerd op bestaande situaties en gevoelens. ALTIPLANO<br />

wil een authentiek document zijn. De film wil het leven in de Andes niet tonen<br />

door westers gekleurde ogen. Daarom wordt veel belang gehecht aan het<br />

correct schetsen en respecteren van de lokale tradities.<br />

De regisseurs proberen gedurende een lange tijd ter plaatse te verblijven om<br />

de cultuur van een land grondig op te slorpen en de mensen te leren kennen.<br />

“We luisteren naar hun verhalen, bestuderen hun geloof en leren hun taal. Enkel<br />

wanneer je hebt bewezen dat je bedoelingen oprecht zijn, zijn mensen bereid om<br />

het ruwe materiaal te leveren voor onze verhalen. Wij geloven in een heel grondige<br />

voorbereiding. Het eerste wat we doen wanneer we ter plaatse aankomen,<br />

is alle boekhandels bezoeken en alles kopen wat we kunnen vinden: boeken,<br />

dvd’s met locale producties, soaps,... Zo ontdek je ontzettend veel informatie.”<br />

P 12<br />

Veel inspiratie werd geput uit een project van de universiteit van<br />

Lima. Die deelden jaren geleden camera’s uit aan bergbewoners met<br />

de vraag om zichzelf op foto te portretteren, om een idee te krijgen<br />

van hun zelfbeeld. Op basis van duizenden archieffoto’s konden<br />

de filmmakers controleren of de details in ALTIPLANO (kledij e.d.)<br />

waarheidsgetrouw waren.<br />

De filmmakers stellen dat ALTIPLANO niet gedraaid werd IN Peru<br />

maar MET Peru: het resultaat van een lange zoektocht naar de ziel<br />

van een land en zijn bewoners. “De betrokkenheid van de indianen in<br />

de Andes was groot. We namen de tijd om een relatie met hen op te<br />

bouwen. Dat doe je door eerlijk te zijn en te zeggen waar je voor staat.<br />

We schreven alle scènes in overleg met de acteurs.”<br />

Toch verliep de samenwerking niet altijd vlekkeloos. Op een<br />

bepaald moment keerden de dorpelingen zich tegen de filmcrew<br />

vanwege financiële meningsverschillen. Nochtans streefden Brosens<br />

en Woodworth altijd naar een eerlijke samenwerking. “We schakelden<br />

zoveel mogelijk Peruanen in bij het werk aan onze film. We zijn altijd<br />

heel oplettend dat de lokale bevolking correct wordt behandeld. We<br />

wilden ook iets teruggeven aan het dorp, in ruil voor het verstoren van


hun dagelijkse leven.” Daarom organiseerden Brosens en Woodworth<br />

opleidingen voor lokale medewerkers, gaven ze een dotatie aan de<br />

kerkgemeenschap en schonken ze al hun kostuums en attributen aan<br />

het dorp.<br />

Bij hun vorige film KHADAK gingen de regisseurs op een<br />

gelijkaardige manier te werk. Ze leefden en werkten in Mongolië en<br />

probeerden door te dringen tot de ziel van hun materie. “De première<br />

in Ulaanbaatar was beangstigend: de rij voor ons was gevuld met 25<br />

belangrijke sjamanen uit het land. Dan ben je doodsbang om door<br />

de mand te vallen.” Maar de sjamanen waren vol lof over KHADAK.<br />

Plechtig bedankten ze de filmmakers voor hun waarachtige visie op<br />

sjamanisme en hun accuraat en integer portret. Inmiddels maakt de<br />

film deel uit van het leerplan voor sjamanen in Mongolië. “Het bewijs<br />

dat we ons werk goed gedaan hebben.”<br />

De opnameS<br />

Hoewel Brosens en Woodworth niet bewust op zoek gaan naar extreme<br />

werkomstandigheden (“We zoeken enkel de juiste context om ons verhaal<br />

te vertellen.”), zorgden de grote hoogte, het barre klimaat en de primitieve<br />

infrastructuur tijdens de opnames wel eens voor moeilijkheden. Een kleine<br />

schets…<br />

* De opnames gebeurden van juni tot september 2008, tot op 5.000<br />

meter hoogte in de Colca Vallei in Zuid-Peru. Vanwege de grote hoogte was<br />

er voortdurend medisch personeel aanwezig op de set en er stonden altijd<br />

zuurstoftanks klaar. Crewleden moesten veel vocht innemen vanwege het<br />

uitdrogingsgevaar. “Het hotel lag op 3.800 meter hoogte en de sets lagen nog<br />

hoger. We werkten 6 dagen per week, 15 uur per dag. Dagelijks hadden we 3 à<br />

4 gevallen van hoogteziekte. ’s Nachts zakte de temperatuur tot -15 °C. De enige<br />

verwarming in het hotel waren elektrische kacheltjes die meer licht dan warmte<br />

gaven. Warm water was er nauwelijks. ’s Avonds kroop iedereen vroeg in bed<br />

om de kou te ontvluchten en bij het ontwaken lag er sneeuw.”<br />

* “Een van de mooiste locaties in de film is de oranje brug over de kloof,<br />

een imitatie van de Golden Gate Bridge, midden in de bergen. Het gebeurt wel<br />

vaker dat overheidsgeld door locale bestuurders in nutteloze prestigeprojecten<br />

wordt geïnvesteerd. Er leidt nauwelijks een weg naar die brug. Na uren rijden<br />

vanuit het hotel werden we er weggejaagd door een oud vrouwtje. Volgens de<br />

crewleden had ze een geweer in haar handen. Ze verbood ons te filmen; de<br />

grond onder de brug was van haar dus wou ze betaald worden. Later bleek het<br />

te gaan om € 25, maar het incident deed ons een hele dag verliezen.”<br />

* “In het dorp waren er twee priesters. Eén van hen zette op een zondag<br />

van op de preekstoel het hele dorp tegen ons op. Hij was niet op de hoogte van<br />

onze afspraken en hij was boos omdat hij geen rol kreeg in de film. Uit jaloezie<br />

verzon hij allerlei verhalen over corruptie en bedrog.”<br />

* De eerste scène die werd gedraaid was het (verbijsterend mooie) beeld<br />

met de bloemblaadjes wanneer Saturnina’s moeder de sjamaan bezoekt.<br />

Daarvoor werd een ‘bloemencasting’ gedaan: de meest passende bloem<br />

moest worden gekozen. Maar die bloemen groeien buiten het seizoen niet in<br />

de bergen. Daarom moesten ze massaal met een vrachtwagen vanuit de stad<br />

worden aangevoerd.<br />

De locaTieS<br />

Het Peruaanse bergdorp waar Saturnina woont, wordt in de film Turubamba<br />

genoemd. De opnames vonden plaats in een dorp dat in werkelijkheid Sibayo<br />

heet. Hoewel Brosens en Woodworth niet veeleisend waren qua locatie – ze<br />

hadden alleen een dorpje met een kerk en een pleintje nodig – was het toch niet<br />

eenvoudig om een geschikte plek te vinden: “Ex-president Fujimori heeft de hele<br />

Andes vol beton gegoten; er is haast geen pleintje meer over. Ook in Sibayo lag<br />

er beton op het dorpsplein. Maar naast de kerk was er een grasveldje gespaard<br />

gebleven. Daar bouwde het art department enkele gevels omheen. Er stond<br />

een internetcafé vol schotelantennes, dus daar zetten we noodgedwongen een<br />

huisje met een verdiep voor. Dat kon absoluut niét volgens de dorpelingen.<br />

Daar is heel wat over gepalaverd.”<br />

De <strong>Altiplano</strong> strekt zich uit over Bolivia, Colombia en Peru. Met<br />

haar ligging in de Andes op meer dan 3000 meter boven de zeespiegel,<br />

is het de tweede hoogste hoogvlakte ter wereld – na het Tibetaans<br />

plateau. Een adembenemend filmdecor…<br />

Niet alleen in Peru, maar ook in België vonden de regisseurs een<br />

bijzondere en weinig bekende locatie: de prachtige cisterciënzerabdij<br />

in Aulne bij Charleroi. “We vonden in de abdij van Aulne een mooi<br />

contrast: de dode kerkruïnes tegenover de levende kerkgemeenschap<br />

in Peru.”<br />

www.valdesambre-thudinie.be<br />

www.promperu.gob.pe<br />

P 14 P 15


sterke<br />

Personages<br />

Brosens & Woodworth houden van sterke personages, maar niet ‘sterk’<br />

op de gebruikelijke Hollywood-manier: “De psychologische ontwikkeling van<br />

onze personages blijft grotendeels onzichtbaar en de dialogen blijven tot een<br />

minimum beperkt.”<br />

Hun personages dwingen het publiek om vragen te stellen en op zoek te<br />

gaan naar antwoorden. Een heleboel informatie over de hoofdpersonages<br />

mag de kijker zelf invullen, op basis van verwondering en verbeelding. En de<br />

personages in ALTIPLANO doen iets wat ze in Hollywood zelden doen: sommige<br />

van hen sterven in de loop van het verhaal.<br />

SaTurnina & ignacio<br />

Saturnina is de belichaming van de Andes-bewoners, een tragische heldin.<br />

Zij is een diepgelovig meisje en de beschermster van het Mariabeeld. Het<br />

verhaal toont heel wat gelijkenissen tussen Saturnina en de madonna. Ignacio<br />

draagt de maagdelijke Saturnina op zijn armen, zoals hij ook de madonna droeg<br />

tijdens de processie. Doorheen de film ontwikkelt Saturnina zich van een speels,<br />

kinderlijk en plagerig meisje tot een opstandige, zelfbewuste vrouw die bereid<br />

is om haar leven te geven voor haar rechten en die van haar dorpsgenoten.<br />

Saturnina dankt haar naam aan… een barmeid die Brosens &<br />

Woodworth ontmoetten in een Peruaans café. “We hielden van de<br />

klank van die naam. Saturnina is een Franse heilige en martelares.<br />

Dat past bij ons personage. En de link met de planeet Saturnus past<br />

bij het Engelse woord voor kwik: mercury.”<br />

max & grace<br />

Min of meer parallel met de geschiedenis van Saturnina en Ignacio verloopt<br />

het verhaal van Max en Grace, een Belgische oogarts die voor vrijwilligerswerk<br />

naar Peru komt en zijn Iraanse partner, een fotografe die na een traumatische<br />

gebeurtenis haar geloof in de fotografie is verloren.<br />

P 17


Max werkt als oogarts in een dispensarium, gespecialiseerd in cataract.<br />

De werkdruk is enorm. “In de Andes zorgen de hoogte, het stof en het karige<br />

dieet voor een groot aantal oogziekten. De dokters zijn vaak vrijwilligers,<br />

Europese oogartsen die enkele maanden per jaar aan medische hulpverlening<br />

komen doen. We ontmoetten een Belgische oogarts, die model stond voor het<br />

personage Max.”<br />

Zijn partner Grace staat op een keerpunt in haar leven. “De verandering<br />

die Grace ondergaat, is de essentie van dit verhaal. (De film zou aanvankelijk<br />

FRAGMENTS OF GRACE heten.) Ons personage moest een vrouw zijn met een<br />

eigen blik op de wereld. Een oorlogsfotografe dus. Zoals veel fotografen lijdt<br />

Grace aan een post traumatic war syndrome.” Ze heeft de fotografie afgezworen<br />

(“een foto kon nog nooit een oorlog doen ophouden”), hoewel Max haar<br />

stimuleert om het geloof in haar beroep en roeping niet op te geven.<br />

“We namen ook een (niet gebruikte) scène op waarin Grace, op het einde<br />

van het verhaal, weer naar haar camera grijpt en gaat fotograferen. Eigenlijk<br />

hebben we zelfs ‘haar foto’s’ in ons bezit. Onze setfotograaf Carl De Keyzer heeft<br />

een thematische reeks foto’s gemaakt vanuit het oogpunt van Grace. Dat waren<br />

de foto’s die zij geschoten zou hebben als ze weer ging fotograferen.”<br />

grace & SaTurnina<br />

Wanneer Grace in Turubamba aankomt, vervuld van een groot verdriet,<br />

groeien de twee vrouwelijke hoofdpersonages van de film onvermijdelijk naar<br />

elkaar toe. Getroffen door eenzelfde pijn lijken ze met elkaar te versmelten. De<br />

restaurateur van het beeld verwoordt de parallellen tussen beide personages:<br />

“een vrouw, gebroken door smart om een verloren geliefde, en verstikt door<br />

woede...” Dat kan zowel over Grace als over Saturnina gaan.<br />

Als Grace de laatste beelden van Saturnina op de videocamera bekijkt, is het<br />

alsof ze de geest van Saturnina ontmoet. In een moment van bevrijding stort ze<br />

zich in de rivier, die de beelden van de doden met zich meedraagt, alsook het<br />

bruidskleed van de dode bruid. Over de dood heen versmelten beide vrouwen<br />

met elkaar. Het is Grace (een moslimvrouw) die uiteindelijk het beeld van de<br />

madonna (Saturnina?) de berg opdraagt. Een krachtig statement.<br />

Brosens & Woodworth: “De structuur van ALTIPLANO wordt bepaald door<br />

de evolutie van de twee vrouwelijke hoofdpersonages. Grace en Saturnina<br />

verschilllen van elkaar op haast alle vlakken: afkomst, sociaal-culturele<br />

achtergrond, geloof (de ene een moslimvrouw die haar geloof afzweert, de<br />

ander een diepgelovige christen),... De verschillen zijn zo groot dat meer dan<br />

een oppervlakkig contact tussen beiden haast onmogelijk lijkt. Maar door de<br />

ingrijpende gebeurtenissen in hun leven ontstaat er een nabijheid die heel<br />

ingrijpend is.”<br />

P 18


InhoudelIjke thema’s<br />

Brosens en Woodworth laten zich in hun films leiden door de werkelijkheid.<br />

Ook ALTIPLANO is gebaseerd op een realistisch gegeven, namelijk de conflicten<br />

tussen industriële grootmachten en de indiaanse bevolking in de Andes (waaraan<br />

de reguliere media weinig aandacht besteden). ALTIPLANO is geen rechtlijnige<br />

aanklacht; de film toont verschillende visies, tradities en denkpatronen. Via dit<br />

conflict komen verschillende thema’s aan bod.<br />

vooruiTgangSopTimiSme verSuS<br />

TerughouDenDheiD<br />

De komst van grootschalige industrieën in Peru zorgt voor heftige<br />

controverses onder de inwoners. In ALTIPLANO blijkt dat niet alle Peruanen<br />

dezelfde visie hebben op de mijnbouw.<br />

We horen twee dorpelingen (verkleed als ‘zon’ en ‘maan’ uit de processie)<br />

discussiëren over de situatie. De ene omschrijft het kwik als ‘vloeibaar zilver’<br />

en gelooft dat alles wat uit de mijnen komt, kostbaar en waardevol is. Voor<br />

hem staat de komst van de industrie gelijk aan vooruitgang. De ander is eerder<br />

terughoudend en wantrouwig. Hij zegt vol afschuw: “Waar er mijnen zijn,<br />

leeft de duivel.” Hij heeft gisteren wel 47 passerende vrachtwagens geteld…<br />

De goudmijnen hebben het leven en het ritme in het dorp grondig veranderd.<br />

Tijdens de openingsscène wordt al duidelijk welke tweedeling de hele film zal<br />

tekenen: Je kan de processie zien als ‘de traditie’ en het kwik als ‘de vernieuwing’.<br />

Het is het kwik dat de madonna ten valt brengt; de vernieuwing is de ondergang<br />

van de traditionele cultuur.<br />

Brosens & Woodworth: “Dat vooruitgangsoptimisme is veeleer een gevolg<br />

van je opvoeding en je positie in de lokale machtstructuur. Maar doorgaans<br />

leidt de komst van de mijnindustrie tot grote onvrede bij de plaatselijke<br />

bevolking. Het afgelopen jaar trok president Alan Garcia het land rond om te<br />

onderhandelen in bijna 200 conflicten – gijzelingen, rellen, enz. – die in Peru aan<br />

de gang waren. Maar de meeste schandalen blijven netjes toegedekt.”<br />

De exploitatie van de mijnen is veelal in handen van buitenlandse bedrijven;<br />

vele ingenieurs zijn buitenlanders. In de film ontmoeten we vluchtig een Belg<br />

die als chauffeur werkt voor het mijnbouwbedrijf. “Zo’n chauffeur voert slechts<br />

zijn taak uit. Maar de indianen maken geen onderscheid; ze zien één grote<br />

blanke samenzwering waarbij de multinationals de plaats hebben ingenomen<br />

van de conquistadores.” Ook Max is voor hen zo’n ‘duivelse westerling’. Hoewel<br />

hij naar Peru is gekomen om nuttig werk te verrichten in een dispensarium,<br />

keren de indianen zich ook tegen hem. Max is verbaasd…<br />

Max: “Waarom zouden ze ons niet vertrouwen?”<br />

Dokteres: “Jij moet je geschiedenis beter leren, Max.”<br />

Die tegenstelling tussen wantrouwen en vertrouwen zie je wel vaker in<br />

de film. Saturnina hoopt dat haar moeder in de kliniek door westerse dokters<br />

genezen zal worden. Haar broer Nilo heeft geen greintje vertrouwen in de<br />

blanke artsen (“Wat hebben zij ooit voor ons gedaan?”).<br />

Meer achtergrondinformatie over die spanningen vind je in de tekst<br />

‘Mijnbouw in Latijns-Amerika’.<br />

Pishtaco’s<br />

Tot twee maal toe worden de westerlingen door een boze<br />

menigte uitgescholden voor ‘pishtaco’s’. Brosens & Woodworth:<br />

“Pishtaco’s maken deel uit van de Peruaanse verhalencultuur. Het zijn<br />

zogenaamde boemannen die ronddwalen in de bergen; buitenlanders,<br />

verkleed als priester of dokter. Zij vermoorden mensen omwille van<br />

het menselijk vet. Indianenvet is naar verluidt het beste en meest<br />

gegeerde ter wereld. Pishtaco’s bevoorraden de illegale menselijke<br />

vetindustrie. ‘Tegenwoordig zie je weinig pishtaco’s in de streek, maar<br />

bij een vriend van een neef van mij…’ De indianen geloven zulke<br />

wijdverspreide stadslegendes (o.a. over ogenstelers die de ogen van<br />

kinderen verkopen aan de medische industrie) en gebruiken ze om<br />

een onverwacht sterfgeval te verklaren.”<br />

Water<br />

Water speelt in ALTIPLANO een belangrijke, maar ook<br />

dubbelzinnige rol. Ignacio offert heilig water; water is een sacraal<br />

element en in de droge Andes een kostbaar goed. Overal in de Andes<br />

zie je sporen van irrigatie. Het hele gebergte is ondergraven door<br />

een netwerk van tunnels. De hoeveelheid watertransport is er enorm.<br />

Zoals de bewoners van de Andes zeggen: ‘Water in het landschap is<br />

zoals bloed in de aderen van de mens.’ Maar het water is ook drager<br />

van het vergif en daarmee van de dood. Dat wordt duidelijk via het<br />

filmbeeld van een bus kwik in een irrigatiekanaal. De gevolgen van<br />

kwikverontreiniging in het water zijn niet te overzien.<br />

In de film draagt het water nog veel meer met zich mee: de geesten<br />

van de doden (de foto’s van de overledenen drijven op de rivier, het<br />

bruidskleed,...), de pijn van Grace (ze legt een steen in het water die<br />

haar droefenis meedraagt), enz.<br />

P 20 P 21


geloof en TraDiTie<br />

Brosens & Woodworth hebben veel aandacht voor de gewoonten, het<br />

geloof en de tradities die het leven van de bevolking in grote mate bepalen. Uit<br />

ALTIPLANO spreekt een groot respect voor de religieuze tradities in de Andes.<br />

Dat blijkt al uit de openingsscène, de processie met het Mariabeeld. Daaruit<br />

spreekt een erg krachtige devotie: het hele dorp is betrokken bij de gebeurtenis<br />

en het verdriet vanwege de ‘gevallen madonna’ is overweldigend. Hun grote<br />

emoties worden begrijpelijk als we weten dat Andesvolkeren geloven in een<br />

pantheïsme, een goddelijke kracht die alles doordringt en overal in de schepping<br />

aanwezig is: in het omringende landschap, in het leven van de mensen, in het<br />

voedsel… en zeker ook in het Mariabeeld. Zoals de restaurateur van het beeld<br />

aanhaalt: “Pas wanneer de madonna hersteld is, zal er weer hoop zijn voor<br />

het dorp.” Hun ‘cosmovision’ gaat terug tot 3 000 voor Chr. en is gebaseerd<br />

op het geloof/inzicht: “alles hangt met alles samen”, en “wat er met de aarde<br />

gebeurt, gebeurt spoedig ook met de kinderen van de aarde”. In de Andesvisie<br />

heeft alles een ziel – ook de stenen en de bergen. Alles zijn “huacas” of heilige<br />

plekken. Het ‘leven’ is niet alleen het privilege van de mens.<br />

Centraal in die natuurgodsdienst staat Pachamama, Moeder Aarde, als bron<br />

van alle leven. Eeuwen geleden veroverden de Spanjaarden Peru en drongen<br />

ze het christendom onder dwang op aan de bevolking. Daaruit is uiteindelijk<br />

een vermenging ontstaan van dit traditionele volksgeloof en de christelijke<br />

godsdienst. Zoiets heet ‘syncretisme’. Tijdens de openingsscène zien we hoe<br />

in dezelfde processie naast de zon en de maan (belangrijke symbolen uit de<br />

precolumbiaanse godsdienst) ook een Mariabeeld wordt meegedragen. Die<br />

Mariafiguur staat in de hele film centraal en is uiteraard een verwijzing naar<br />

de kerstening. Maar dat is niet het hele verhaal. In die figuur wordt het heel<br />

duidelijk hoe er werkelijk een verregaande vermenging heeft plaatsgehad<br />

tussen Andesgeloof en christelijk geloof. In feite staat de madonna voor de<br />

indianen gelijk aan Pachamama. Als de Andesvolkeren bijvoorbeeld regen<br />

en vruchtbaarheid willen afsmeken, richten ze zich steevast tot Pachamama,<br />

Moeder Aarde. Concreet houden ze daarvoor een processie met Mariabeeld.<br />

Die Maria staat hier eigenlijk voor Pachamama.<br />

Voor ons Europeanen is dit syncretisme vaak moeilijk te vatten.<br />

De indianen hebben daar niet de minste moeite mee. Zo lopen de<br />

pantheïstische iconen ‘zon’ en ‘maan’ mee in de Mariaprocessie. Een<br />

erg mooi picturaal voorbeeld van syncretisme is het schilderij ‘Het<br />

Laatste Avondmaal’ in de kathedraal van Cusco, waar op tafel een<br />

Guinees biggetje (een lokale lekkernij) staat afgebeeld.<br />

“Die processie zorgde voor problemen. De scène waarin het beeld<br />

van de madonna aan scherven valt, is in de realiteit ondenkbaar.<br />

Voor de film lieten we een beeld maken met een neutraal, anoniem<br />

uiterlijk, zodat geen enkel dorp zich aangesproken zou voelen door<br />

een eventuele gelijkenis. Want dat zou vreselijk veel ongeluk en<br />

ellende aantrekken.”<br />

Ook de scène waarin Saturnina moet kiezen uit twee maïskolven die Ignacio<br />

haar aanbiedt, is gebaserd op een oud ritueel.<br />

Ze kan kiezen tussen een witte en een paarse. Dat is een geritualiseerde<br />

manier om hem (en de rest van het dorp) te vertellen dat ze nog maagd is.<br />

Maagdelijkheid is in deze cultuur zeker geen voorwaarde voor een huwelijk,<br />

maar het is een fijn gebaar dat haar liefde en toewijding onderstreept.<br />

Peruanen hebben niet de gewoonte om de tradities uit het<br />

verleden te koesteren of te onderhouden. “Tradities verdwijnen snel.<br />

De maskers die worden gedragen in het bijzijn van de Heilige Maagd,<br />

de kledij, de rol van de zon en maan,… Het zijn rituelen uit een recent<br />

verleden, maar zelfs de indianen zijn ze bijna vergeten. Wij proberen<br />

bij te dragen tot het conserveren van dat pijlsnel verdwijnende<br />

erfgoed. Zo maken we in de begrafenisscène gebruik van hun<br />

werkelijke rituelen: het verbranden van kleren, de engelen en duivels<br />

die met teerlingen beslissen of de overledene naar de hemel of de hel<br />

gaat,… Zulke rituelen delen ze zelden met buitenstaanders. Maar we<br />

wilden van hen leren. Daarom spelen heel wat mensen ‘zichzelf’ in<br />

de film; de sjamaan in de film is bijvoorbeeld de echte sjamaan van<br />

het dorp.”<br />

P 22 P 23


TheaTer<br />

ALTIPLANO lijkt erg beïnvloed door het theatrale: optochten, maskers, de<br />

zon en de maan die optreden als een koor uit het Griekse theater, de manier<br />

waarop de mensen bewegen, enz. “De Andes heeft een heel theatrale cultuur.<br />

Door die eeuwen van onderdrukking heeft er zich een visuele taal ontwikkeld<br />

vol dansen en rituelen. Dat is een vaak voorkomend proces: het ondraaglijke<br />

draaglijk maken door spot en humor is een vorm van zelfbehoud.”<br />

Op cruciale momenten in de film ontmoeten we gemaskerde figuren in<br />

verschillende gedaantes. Ook zij lijken uit het Griekse theater afkomstig. Ze<br />

slaan Ignacio gade bij zijn terugkeer van de gletsjer en verwelkomen Grace in<br />

het dorp. Ze blijven echter niet passief toekijken, maar dragen ook Saturnina’s<br />

lichaam de berg op. Misschien zijn ze verpersoonlijkingen van berggeesten.<br />

De regisseurs geven meer toelichting: “Elke gemeenschap heeft z’n ‘apu’, de<br />

beschermberg waar de berggeesten wonen, de geesten van de overledenen.<br />

Nog steeds trekken mensen naar de gletsjer – de woonplaats van de geesten<br />

– hoewel die door de opwarming van de aarde in een ijltempo wegsmelt.<br />

Daarom krijgen jaarlijks slechts enkelen de toestemming om ijs uit de gletsjer te<br />

kappen en mee naar het dorp te nemen. Bij die gevaarlijke tocht vallen er soms<br />

slachtoffers. Dat hoort zo; het is passend wanneer de berg jaarlijks een aantal<br />

levens neemt. ‘Moge de berggeesten u belonen,’ is een vaak gehoorde groet,<br />

die ook een oude man in de film uitspreekt.” Ignacio heeft weinig geluk tijdens<br />

zijn tocht naar het ‘heilig water’ van de gletsjer.<br />

P 24


ervarIngscInema<br />

Peter Brosens: “Wij maken ervaringscinema, veeleer dan verhalencinema.<br />

Voor boodschappen moet je in het grootwarenhuis zijn.”<br />

De meeste (commerciële) films willen de toeschouwer vooral behagen.<br />

Duidelijke aanwijzingen en uitleg moeten ervoor zorgen dat de kijker het verhaal<br />

makkelijk kan volgen. Heldhaftige personages moeten sympathie opwekken en<br />

zorgen dat hij meeleeft. Snelle, flitsende beelden moeten ervoor zorgen dat zijn<br />

aandacht op geen enkel moment verslapt. Een duidelijk einde, vaak met een<br />

zekere morele boodschap, moet hem met een voldaan gevoel naar huis sturen.<br />

Niets van dat alles in ALTIPLANO. Het doel is immers niet dat de kijker<br />

geamuseerd wordt: “Mooie beelden draaien in de Andes is niet aan ons besteed.<br />

Het gaat ons om essentiële beelden, beelden die het onzichtbare zichtbaar<br />

maken, beelden die een uitnodiging zijn tot een potentieel overweldigende<br />

esthetische ervaring.”<br />

Citaten die de regisseurs inspireerden:<br />

Robert Bresson: “As far as I can I eliminate anything which may<br />

distract from the interior drama. For me, cinema is an exploration<br />

within. Within the mind, the camera can do anything.”<br />

een bijzonDere beelDTaal<br />

Als je praat over een film, beperkt het gesprek zich vaak tot personages en<br />

gebeurtenissen – tot het verhaal dus. Maar voor de makers van ALTIPLANO,<br />

Peter Brosens en Jessica Woodworth, vormt dat verhaal slechts een vertrekpunt.<br />

Hun film maakt vooral indruk door de bijzondere manier waarop de plot<br />

gepresenteerd wordt.<br />

De regisseurs noemen het scenario “een platform waarop het eigenlijke<br />

universum van de film gebouwd wordt”. Als kijker merk je meteen dat ALTIPLANO<br />

een ongewone beeldtaal hanteert, maar het is moeilijk precies te omschrijven<br />

hoe ‘anders’ hun beelden dan wel functioneren. Misschien kun je je voorstellen<br />

hoe hetzelfde verhaal eruit zou zien in een klassieke Hollywoodfilm…<br />

Het ritme is bijvoorbeeld anders. De shots (ononderbroken stukjes film) duren<br />

aanzienlijk langer dan we gewend zijn. In plaats van korte beeldfragmenten aan<br />

elkaar te plakken, legt de camera vaak een langzaam traject af door de ruimte,<br />

bijvoorbeeld in een draaiende beweging. Jessica Woodworth: “De camera wordt<br />

bijna zelf een personage. De bewegingen creëren een spanning.” De kijker krijgt<br />

daardoor rustig de tijd om de omgeving te verkennen en wordt niet van het ene<br />

standpunt naar het andere geslingerd. Zo wordt de tijd bijna voelbaar gemaakt<br />

en krijg je de kans om goed rond te kijken, om details op te merken of om nog<br />

even na te denken over de vorige scène. Tegen de hedendaagse filmtrend in,<br />

willen Brosens en Woodworth niet ‘snijden’ in hun scènes. Montage is voor hen:<br />

scènes na elkaar plaatsen; niet: scènes verknippen en door elkaar monteren. Een<br />

strakke en weloverwogen compositie dient als kader waartegen gebeurtenissen<br />

zich afspelen. Het ritme wordt niet bepaald door de montage, maar door de tijd<br />

en het levensritme van de geportretteerde cultuur.<br />

De film duurt bijna twee uur en bevat slechts 250 shots. Dat<br />

betekent dat een gemiddeld shot meer dan 26 seconden duurt. In een<br />

doorsnee Hollywoodfilm is dat slechts enkele seconden. Een wereld<br />

van verschil…<br />

“Het tijdsbegrip en de tijdsbeleving van de volkeren in de Andes<br />

is heel anders dan het onze. In onze perceptie is tijd een lange rechte<br />

lijn; voor hen is tijd een cyclisch gegeven. Wij consumeren de tijd, zij<br />

ondergaan de tijd. Daarin verschilt onze Westerse arrogantie van hun<br />

nederigheid.”<br />

Tonen / Suggereren<br />

Om een verhaal te vertellen, moet een filmmaker een selectie maken van<br />

enkele ‘momentopnames’ om een veel langer tijdsverloop te schetsen. Vaak<br />

moet er heel veel filmmateriaal weggeknipt worden. Net zoals schrijven<br />

schrappen is, is filmen knippen.<br />

De makers van ALTIPLANO hebben daarbij vaak onverwachte keuzes<br />

gemaakt. Ze besteden bijvoorbeeld een halve minuut van hun kostbare tijd aan<br />

in de wind ruisende boomkruinen, maar nemen bewust pas heel laat de tijd om<br />

de kijker uit te leggen waar de film precies over gaat. Daarmee maken ze het<br />

voor de toeschouwer niet altijd even makkelijk. Brosens: “In het originele script<br />

stond een verklarende scène waarin een vrachtwagen een lading kwik verliest.<br />

Maar we hielden ons aan het standpunt van de indianen: alles wat zij zien, zijn<br />

mooie blinkende plasjes kwik. Verder weten ze niet wat er aan de hand is. Er is<br />

wel een scène waarin we een bus kwik in het waterkanaal tonen. Ook over die<br />

scène hebben we lang getwijfeld of we ze al dan niet in de film zouden laten.”<br />

Het eerste deel van ALTIPLANO volgt twee vrij duidelijke narratieve lijnen<br />

die elkaar soms kruisen: de gebeurtenissen in Peru en in België. Het tweede<br />

gedeelte – nadat Grace in Turubamba gearriveerd is – draait vooral om een spel<br />

tussen het zichtbare en het onzichtbare. De film vertelt daar niet in de eerste<br />

P 26 P 27


plaats een verhaal, maar is eerder een visueel gedicht, een droom of een<br />

visioen. Net zoals bij iconen of haiku’s, die het transcendente evoceren en het<br />

mysterie van het bestaan naar boven brengen.<br />

Onzichtbare begrippen (pijn, dood, verlossing,...) worden zichtbaar gemaakt<br />

door een spel van beelden. Daarmee sluit ALTIPLANO min of meer aan bij het<br />

magisch-realisme dat zo typisch is voor de Latijns-Amerikaanse cinema en<br />

literatuur, waarin denkbeelden, dromen en verbeelding ook werkelijk zichtbaar<br />

worden voor de mensen. (Het bekendste voorbeeld is het boek ‘Honderd jaar<br />

eenzaamheid’ van Gabriel García Márquez.) Geleidelijk aan leert de rationele<br />

fotografe Grace open te staan voor die spirituele werkelijkheid en op die manier<br />

groeit ze dichter naar Saturnina toe.<br />

Muziek & geluid<br />

Niet alleen visueel, ook auditief roept ALTIPLANO contemplatie<br />

op. Al een jaar voor het draaien werd er samengewerkt met de<br />

sound designer aan verschillende aspecten van de klank. Die<br />

job is zo belangrijk dat er voor Michel Shöpping zelfs een nieuwe<br />

taakomschrijving werd uitgevonden: director of sound. Soms<br />

worden heel extreme keuzes gemaakt qua muziek, bijvoorbeeld de<br />

ijzingwekkende klaagzang bij het begin van de film of de grootse,<br />

bijna opera-achtige gezangen na Saturnina’s finale scène.<br />

Brosens & Woodworth: “Geluid en muziek dienen in onze<br />

benadering niet om de emoties te versterken (zoals dat in cinema<br />

meestal gebeurt). Integendeel, de soundtrack kan net andere emoties<br />

en percepties evoceren of suggereren dan diegene die al in het beeld<br />

en het verhaal aanwezig zijn. Het oor is immers veel creatiever dan<br />

het oog. Het oog neemt het uiterlijke waar; het oor het innerlijke.”<br />

Citaten die de regisseurs inspireerden:<br />

Ben Okri: “Now, now that all around us certainties are collapsing<br />

and there is no more faith, now more than ever we need the poets, the<br />

visionaries. More than ever we need their magic, their courage, their<br />

love and their fire. Precisely now in this splintered, broken time we<br />

need mystery and a sense of wonder. We must be reminded of primal<br />

fear. We must be humbled. We have to go down to the bottom, to the<br />

depth of our heart and start living like we’ve never lived before.”<br />

P 29


mySTerie en magie<br />

Brosens & Woodworth: “We proberen magie toe te voegen aan de wereld.<br />

Auteur Ben Okri noemt de wereld vandaag onttoverd. In onze menselijke<br />

arrogantie denken we dat we alles weten, beheersen en begrijpen. Maar wij<br />

proberen met onze films het publiek op een zinvolle manier naar een andere<br />

geestestoestand te voeren.”<br />

Het doel van ALTIPLANO is dus niet een verhaal vertellen van a tot z, wel<br />

een gevoel van verwondering opwekken. Veel beelden in de film hebben dan<br />

ook niet meteen een narratief belang – ze helpen het verhaal niet vooruit –<br />

maar nodigen uit tot een soort meditatie. Een mooi voorbeeld is het draaiende<br />

traject dat de camera aflegt rond een pilaar in de abdij waar Max ‘herdacht’<br />

wordt. Door mysterie toe te voegen aan hun beelden, ondergraven Brosens en<br />

Woodworth op hun manier de standaardisering van het beeld. De kijker hoeft<br />

niet alles te begrijpen…<br />

Brosens & Woodworth: “Vaak wil het publiek een verklaring voor dingen die<br />

het al begrijpt. Onlangs was ik bij een schoolvertoning van KHADAK. Achteraf<br />

bestookten de leerlingen me met vragen: ‘Wat bedoelde je daarmee?’ Ik kaatste<br />

hun vragen terug: ‘Wat denk je zelf?’ Dan gaven ze me een verbazend correcte<br />

verklaring. Ze kenden het antwoord, maar toch wilden ze mijn bevestiging.”<br />

Brosens & Woodworth: “Toen iemand ons vroeg waarover we hoopten<br />

dat het publiek zou praten terwijl ze de bioscoopzaal verlaten, antwoordden<br />

we allebei meteen dat we vooral stilte wilden veroorzaken. Ons eerste doel<br />

is een innerlijke dialoog op gang brengen. ALTIPLANO bekijken zou een erg<br />

persoonlijke ervaring moeten zijn.”<br />

Citaten die de regisseurs inspireerden:<br />

Amedee Ayfre: “If everything is explained by understandable<br />

causal necessities or by objective determinism, then nothing is<br />

sacred.”<br />

een bezielD lanDSchap<br />

Vooral het landschap in ALTIPLANO is een bron van magie en mysterie. Dat<br />

is niet alleen een keuze van de filmmakers, maar ook een weerspiegeling van de<br />

wereldvisie van de Andesvolkeren. Voor hen zijn immers niet alleen de mensen,<br />

maar ook de dingen en het hele landschap bezield. “Het landschap in Peru is<br />

veel meer een bron van inspiratie dan het Belgische landschap. Het verschil<br />

is dat ‘ruimte’ voor de bewoners van de Hoge Andes veel meer een intrinsiek<br />

en betekenisvol onderdeel is van hun cultuur en hun levensvisie. Je kan niet<br />

anders dan je deze culturen voorstellen in een landschap dat heel levend is,<br />

maar tegelijk ook gedeeltelijk onzichtbaar, terwijl het westerse landschap vaak<br />

is gereduceerd in termen van ‘benutten van bruikbare ruimte’. Onze films willen<br />

een betekenisvolle relatie weergeven tussen tijd en ruimte, mens en natuur.”<br />

Denk aan Saturnina die in het weidse landschap uitschreeuwt of aan Ignacio’s<br />

tocht naar de gletsjer voor ‘heilig water’.<br />

In ALTIPLANO wordt het landschap als metafoor gebruikt: de geografie<br />

weerspiegelt de maatschappelijke hiërarchie. Helemaal bovenaan op de berg<br />

zijn de mijnen (uitgebaat door blanke buitenlanders), halverwege ligt het<br />

hospitaal en onderaan woont het valleivolk. Peter Brosens: “We hebben nog<br />

zo’n scène waarin we vertrekken vanuit de hoogte en de camera helemaal naar<br />

beneden laten zakken, tot aan de voet van het altaar, waar Nilo zit. We schetsen<br />

hem helemaal onderaan de ladder, op z’n knieën schrobbend voor het altaar.”<br />

Wanneer Grace terugkeert naar de plaats waar haar man stierf, blijkt meteen<br />

hoe sterk de relatie is tussen plaatsen, mensen en gebeurtenissen. Tegen<br />

haar zus zegt ze dat ze alleen op die plek kan rouwen om haar man. Ze MOET<br />

teruggaan. Het Peruaanse landschap draagt als het ware haar herinneringen en<br />

zijn geest in zich.<br />

“Whoever wishes to remember must not stay in one place,<br />

waiting for the memories to come of their own accord! Memories are<br />

scattered all over the immense world, and it takes voyaging to find<br />

them and make them leave their refuge!” Milan Kundera – The Book<br />

of Laughter and Forgetting<br />

P 30 P 31


een booDSchap?<br />

Hoewel ALTIPLANO heel wat informatie bevat over het leven in de Andes<br />

en de impact van de mijnbouw op de inwoners, wil de film geen documentaire<br />

zijn. Het doel is niet het publiek veel informatie te geven of een aanklacht te<br />

formuleren tegen de mijnbouwbedrijven. “Als je de feiten en cijfers wil kennen<br />

over de rampen die de mijnbouw in Zuid-Amerika veroorzaakt, vind je tonnen<br />

informatie op het internet.”<br />

ALTIPLANO is een speelfilm die vertrekt van een reële situatie en daar een<br />

eigen visie op geeft. Maar de film gaat niet over Peru of over mijnbouw, wel<br />

over fundamentele menselijkheid. Het concrete verhaal wordt overstegen door<br />

een universele ervaring, die iedere kijker persoonlijk kan beleven. De film toont<br />

twee botsende wereldbeelden – enerzijds het westerse vooruitgangsdenken,<br />

anderzijds het holistische denken van de Andesbewoners: de mens is inherent<br />

deel van het geheel van de schepping en kan zich daar niet boven stellen.<br />

Uiteindelijk blijkt hoe heel verschillende personen / culturen toch heel dicht<br />

bij elkaar kunnen komen via gedeelde, diepmenselijke ervaringen en emoties:<br />

dood, verlies, rouw en verzet. Grace beseft haar westerse rationalisme en vindt<br />

diepere zingeving in de Andes, in Saturnina.<br />

Brosens & Woodworth: “Wij verzetten ons tegen exotisme, dat focust op de<br />

verschillen tussen mensen en gestoeld is op clichés en vooroordelen. Exotisme<br />

is per definitie ‘de charme van het ongewone’ en het reduceren van de ene<br />

cultuur om door de andere cultuur geconsumeerd te worden. Wij geloven in<br />

een respectvolle dialoog tussen culturen, gekoppeld aan een introspectieve<br />

dialoog met ons eigen verleden.”<br />

Niet alleen emotioneel / spiritueel, maar ook heel concreet is de<br />

mensheid over de hele wereld verbonden. ALTIPLANO toont geen<br />

problemen die ver van ons bed liggen. Alles is immers verbonden<br />

in onze geglobaliseerde samenleving. Via onze consumptie spelen<br />

we bijvoorbeeld allemaal een rol in de metaalontginning in Latijns-<br />

Amerika. Ook via de moderne communicatiemedia en via reizen (twee<br />

thema’s die hier ook aan bod komen) zijn we één wereldgemeenschap<br />

geworden.<br />

P 32 P 33


het Belang<br />

van het Beeld<br />

In ALTIPLANO speelt beeldproductie een cruciale rol: wat dragen beelden<br />

met zich mee en wat kunnen ze betekenen? Er is niet alleen de gruwelijke<br />

oorlogsfoto van Grace, maar ook de videoboodschappen van haar echtgenoot<br />

Max, de portretten van de overleden dorpsgenoten in de Andes en de opname<br />

van Saturnina’s ultieme daad van protest.<br />

Al vroeg in de film komt expliciet een fundamentele vraag in verband met<br />

oorlogsfotografie aan bod. Grace heeft haar geloof in de impact van fotografie<br />

volledig verloren: “Een foto heeft nog nooit een einde gemaakt aan een oorlog.”<br />

Haar echtgenoot Max heeft daar zijn eigen mening over: “Onafhankelijke<br />

fotografen zijn onze enige hoop in de strijd tegen de standaardisering van het<br />

beeld.” Maar Grace heeft met eigen ogen gezien hoe haar fotocamera misbruikt<br />

werd als moordwapen: Omar sterft eigenlijk omdat er een camera op hem<br />

gericht is. Ze stelt zich essentiële vragen over de maatschappelijke impact van<br />

het beeld.<br />

Heel fundamenteel is de uitspraak van Saturnina: “Zonder beeld is er geen<br />

verhaal.” Daarom filmt ze haar verzetsdaad. En inderdaad: pas door het zien van<br />

deze beelden vindt Grace verlossing.<br />

Maar die ene zin heeft een nog veel bredere, politieke reikwijdte. Saturnina<br />

vat daarmee samen hoe onze internationale media werken: waar geen tvcamera’s<br />

staan, die werkelijkheid bestaat in onze ogen niet. De wereld van<br />

vandaag is een wereld van beeldcommunicatie. Het is geen toeval dat Grace als<br />

fotografe in Irak werkt. “Dat is de meest zichtbare oorlog ter wereld en daarom<br />

wezenlijk verschillend van de onzichtbare oorlogen die in Zuid-Amerika worden<br />

uitgevochten.”<br />

Een afgrijselijke illustratie daarvan is het bloedige treffen dat in juni<br />

2009 plaatsvond in Bagua, in het noordelijke Amazonegebied van Peru. De<br />

ordediensten openden er het vuur op tientallen indianen die actie voerden omdat<br />

ze geen exploitatie meer wilden van hun natuurlijke rijkdommen. En wat blijkt:<br />

we zouden daar in België niets van gehoord hebben, indien er geen beelden<br />

waren. Maar er waren enkele mensen van de vrijwilligersorganisatie Catapa ter<br />

plaatse. Zij konden foto’s nemen van de repressie en stuurden die de wereld in.<br />

Daarop zond onze toenmalige minister van Buitenlandse Zaken De Gucht een<br />

vermanende boodschap naar de Peruaanse regering. Onder internationale druk<br />

heeft de Peruaanse president de decreten toen laten herzien. Het Beeld heeft<br />

dus wel degelijk macht. De openingszin van Grace in de film – “Een foto heeft<br />

nog nooit een einde gemaakt aan een oorlog.” – moet gerelativeerd worden.<br />

Ook de emotionele waarde van foto’s van overledenen blijkt sterk in<br />

ALTIPLANO. Misschien heb je het zelf al ervaren bij de foto van een dierbaar<br />

iemand die overleed: portretten dragen als het ware de geest van de<br />

geportretteerde in zich. De betogers in de Andes houden de foto’s van de<br />

slachtoffers stevig in hun vuisten geklemd. Wanneer de foto van Ignacio door<br />

een boze soldaat in de ravijn wordt gegooid, snijdt Saturnina’s pijn heel diep.<br />

Het is alsof Ignacio, via zijn foto, opnieuw vermoord wordt.<br />

In ALTIPLANO komt een grote variatie aan beeldvormen aan<br />

bod: videoboodschappen, foto’s, droombeelden of visioenen,<br />

herinneringen in zwart-wit, enz.<br />

P 34 P 35


het leven<br />

van de fIlm<br />

poSiTie in De filminDuSTrie<br />

Films draaien is een dure bezigheid; je hebt er veel mensen en materiaal<br />

voor nodig. Als een regisseur een idee heeft voor een nieuwe film, moet hij zijn<br />

plannen zo gedetailleerd mogelijk op papier zetten om potentiële investeerders<br />

(overheden of bedrijven) te overtuigen van de kwaliteit en slaagkansen van<br />

het project. Meestal bevat het dossier ook al een uitgewerkt scenario. Voor<br />

ALTIPLANO was dat echter niet zo eenvoudig. “De investeerders willen een<br />

verhaal. De financieringsprocedure staat of valt bij het verhaal. Maar cinema<br />

is zoveel meer dan een verhaal! Hoe kunnen we nu spreken over het geluid<br />

dat we willen, over de beoogde stiltes… voor zo’n dingen is gewoon geen<br />

plaats in een scenario. En onze sequentieshots van vier minuten worden op<br />

papier gereduceerd tot één zinnetje. Alles staat bij ons op papier, maar het<br />

scenario is pas af als de film af is.” Zonder een gedetailleerd script is het bijna<br />

onmogelijk om investeerders te overtuigen: “De markt is conservatief en verzet<br />

zich agressief tegen elk soort cinema dat afwijkt van de beproefde methodes.”<br />

De film ToT in De zalen<br />

Eens een film gedraaid, gemonteerd en afgewerkt is, moet hij nog zijn weg<br />

vinden tot bij het publiek.<br />

Een distributeur koopt de vertoningsrechten voor een film binnen een bepaald<br />

grondgebied. Maar voor films die afwijken van de doorsnee verwachtingen, is<br />

het niet makkelijk om een distributeur te vinden. Die willen vaak geen risicovolle<br />

investeringen doen. De ontvangst op internationale filmfestivals bepaalt mee<br />

hoe groot de interesse is voor een bepaalde film bij distributeurs. Voor Peter<br />

Brosens en Jessica Woodworth was de ontvangst van ALTIPLANO in Cannes een<br />

ontgoocheling: “Cannes heeft veel verknoeid. We hebben het erg moeilijk met<br />

de reacties van de Franse critici. Ze omschreven ALTIPLANO als een ‘arrogante<br />

eurocentrische fantasie’. Dat is precies wat we niet willen zijn.”<br />

“Hoewel wij onze films draaien in extreme omstandigheden (de koude in<br />

Mongolië, de hoogte in Peru,...) en met heel veel inspanningen, blijft de distributie<br />

voor ons het moeilijkste onderdeel van het hele proces.” En dat is bijzonder<br />

frustrerend: “Als onze films niet vertoond worden, moeten we ons afvragen of<br />

ons werk nog te rechtvaardigen is. Wij maken geen films voor onszelf; wij willen<br />

dat ons werk gezien wordt. En liefst door zoveel mogelijk mensen. Eigenlijk<br />

hebben we een geavanceerde technologie nodig die ons toelaat een publiek te<br />

bereiken zonder de bemiddeling van al die tussenpersonen.”<br />

P 36 P 37


achtergrond – mIjnBouW<br />

In latIjns-amerIka<br />

Een zilveren horloge. De gouden trouwringen van ma en pa. Coltan<br />

als geleider in je laptop, koper in de magnetronoven en ijzer in fietsen.<br />

Tweeënveertig soorten mineralen in je telefoon. Hoewel we er niet bij stilstaan,<br />

zijn metalen alomtegenwoordig in ons dagelijkse leven. Waar deze metalen<br />

vandaan komen en in welke omstandigheden ze uit de grond gehaald worden,<br />

daar liggen we niet van wakker. Bij mijnbouw denken we aan de generatie<br />

van onze grootouders, aan steenkool en pikhouwelen, ondergrondse tunnels,<br />

historische sites in Limburg en Luik.<br />

Mijnbouw is vandaag aan een wereldwijde heropleving toe, vooral in<br />

het Zuiden – de “ontwikkelingslanden”. We hebben het dan niet langer over<br />

pikhouwelen en schachten, maar over grootschalige dagbouw (open pit mining):<br />

gigantische kraters in openlucht waarin met toxische stoffen mineralen worden<br />

onttrokken aan de aarde, om vervolgens verwerkt te worden met technologisch<br />

geavanceerde installaties en vervoerd in zware vrachtwagens.<br />

Er vallen heel wat vragen te stellen bij de gevolgen van dit soort mijnbouw<br />

voor de plaatselijke bevolking. Verbeteren de levensomstandigheden van de<br />

mensen in de omgeving van de mijnen? Kiezen dorpen en gemeenschappen<br />

in het Zuiden zelf voor die mijnbouw in hun streek? Draagt mijnbouw bij tot de<br />

werkgelegenheid en de algemene welvaart? En hoe zit het met het milieu?<br />

In Latijns-Amerika is de impact van mijnbouw anno 2009 sterk voelbaar.<br />

Van Mexico over Centraal-Amerika tot de <strong>Altiplano</strong> van de Andeslanden gaan<br />

mijnbouwbedrijven er op zoek naar alles wat blinkt.<br />

een grenSoverSchrijDenDe SecTor<br />

Een Canadees bedrijf in Guatemala, een onderneming uit de VS in Peru,…<br />

De metalen die we vandaag in het “rijke Noorden” gebruiken, worden voor<br />

het overgrote deel in Azië, Afrika en Latijns-Amerika ontgonnen. Nooit eerder<br />

in de geschiedenis was het voor bedrijven zo makkelijk om zich te vestigen<br />

waar ze maar willen. Mijnbouw is een grensoverschrijdende sector, een<br />

typisch voorbeeld van de neoliberale globalisering. Om te begrijpen waarom<br />

mijnbouwbedrijven precies kiezen voor landen in het Zuiden, is dan ook een<br />

beetje economische context nodig.<br />

In het Noorden zijn er zo goed als geen actieve mijnen meer; ze sloten de<br />

voorbije decennia de deuren omdat ze niet meer rendabel waren. “Ongerepte”<br />

landen, waar nog grote hoeveelheden bodemrijkdommen voor het grijpen liggen,<br />

maar vooral waar het investeringsklimaat interessant is, kwamen in het vizier<br />

van de moderne goudzoekers. Investeringen in ontwikkelingslanden zijn vooral<br />

gunstig omwille van de beperkte reglementering inzake werkomstandigheden<br />

en milieu. Bovendien zien regeringen in het Zuiden buitenlandse investeringen<br />

graag komen: ze brengen geld in de staatskas en krikken de positie van het land<br />

op de internationale markten wat op.<br />

Je kan mijnbouw nog in een ander opzicht “grensoverschrijdend” noemen:<br />

hedendaagse grootschalige mijnbouw speelt risicovolle spelletjes met de<br />

ecologische grenzen van onze aarde. Grondstoffen (fossiele brandstoffen,<br />

metalen, mineralen) worden alsmaar schaarser. Maar des te kleiner het aanbod<br />

en groter de vraag, des te hoger de winsten, luidt een belangrijke wet van de<br />

vrije markt. Ofwel: schaarste betekent cash. Zo verdrievoudigde tussen 1999 en<br />

2006 de gemiddelde grondstoffenprijs van metalen. De mijnbouwsector weet<br />

maar al te goed dat het vandaag hét moment is om de resterende voorraden<br />

metalen te ontginnen. Mijnbouw is big business: de nettowinsten van de<br />

mijnbouwindustrie groeiden exponentieel van 5 miljard $ (2002) naar 45 miljard<br />

$ (2006). Vandaag horen we in het nieuws dat de goudprijs nooit eerder in de<br />

geschiedenis zo hoog stond.<br />

Kortom, de wetten van vraag en aanbod zijn cruciaal in dit verhaal.<br />

De mensheid blijft metalen nodig hebben om het huidige overheersende<br />

welvaartsmodel in stand te houden. Vanuit het standpunt van bedrijven en<br />

aandeelhouders is mijnbouw een veilige en zekere belegging, zélfs in tijden<br />

van economische crisis. Want terwijl grondstoffen schaarser worden, blijft<br />

wereldwijd de bevolking toenemen en dus ook de vraag naar energie en<br />

grondstoffen stijgen.<br />

P 38 P 39


De gronDSToffenvloek<br />

Als de huidige wereldmarkt de mijnbouw voor bedrijven vandaag zo<br />

interessant maakt, hoe zat het dan vroeger? In verschillende regio’s van Latijns-<br />

Amerika is mijnbouw immers niets nieuws. De Inca’s dolven al goud uit de<br />

Andes, dat ze tot sieraden smolten ter ere van hun goden; bepaalde streken in<br />

de Andes kennen een lange traditie van artisanale en coöperatieve mijnbouw.<br />

Een historisch keerpunt was de verovering van Amerika. Toen in de 16de<br />

eeuw de Europese kolonisten het overvloedige goud en zilver van de Nieuwe<br />

Wereld ontdekten, veranderde voorgoed de aard van de ontginning van deze<br />

rijkdommen en vooral: de verdeling ervan. Want met de kolonisatie van Amerika<br />

kwam ook de internationale handel in metalen op gang.<br />

Het verhaal van Potosí<br />

Een goed voorbeeld van de koloniale lust naar de edelmetalen uit<br />

de Andes is het verhaal van Potosí. Potosí groeide rond de helft van de<br />

16de eeuw uit van een klein plaatsje op de <strong>Altiplano</strong> van Bolivia, tot<br />

een van de belangrijkste en rijkste steden van de Spaanse kolonies.<br />

De mijnbouwgeschiedenis begint er echter niet met de komst van<br />

de Spanjaarden. De Inca-keizer Huayna Cápac had - volgens de<br />

overlevering - al lang vóór de verovering van het rijk horen praten<br />

over de heuvel die, naar men vermoedde, boordevol edelstenen<br />

en kostbare metalen zat. Huayna Cápac wilde met al dit moois<br />

versieringen aanbrengen in de zonnetempel van Cuzco, de hoofdstad<br />

van het Inca-rijk. Toen de mijnwerkers in opdracht van de keizer de<br />

heuvel onder handen namen, zou echter een diepe stem weerklonken<br />

hebben vanuit de aarde: “Dit is niet voor u; God reserveert deze<br />

rijkdommen voor hen die van ginds komen!” De keizer en zijn volk<br />

verlieten verschrikt de heuvel, die voortaan de naam Potosí zou krijgen<br />

– wat zoveel betekent als “hij dondert, hij barst open, hij explodeert”.<br />

Toen de Spanjaarden dit deel van het Inca-rijk hadden ingepalmd,<br />

stichtten ze er in 1545 de stad Potosí, in de schaduw van de zilverberg<br />

die ze omdoopten tot Cerro Rico (Rijke Heuvel). “Zij die van ginds<br />

kwamen” begonnen het zilver van Potosí te ontginnen en de stad werd<br />

een pronkstuk van het koloniale Zuid-Amerika. De oorspronkelijke<br />

bevolking van Potosí merkte echter weinig van deze rijkdom: de<br />

Spanjaarden verscheepten zo goed als al het zilver, dat een van de<br />

fundamenten van de economische ontwikkeling van Europa zou<br />

worden. In de loop van de 16de en 17de eeuw begon de mijnbouw<br />

volop te bloeien in Latijns-Amerika. Rond het midden van de 17de<br />

eeuw was zilver goed voor bijna 100% van de mineraalexport uit<br />

Spaans-Amerika.<br />

Rijkdom die armoede genereert: dat is de paradox van mijnbouw in Latijns-<br />

Amerika. Deze scheve situatie wordt ook wel “de grondstoffenvloek” genoemd:<br />

landen met een rijke bodem blijven arm, omdat de inkomsten niet geïnvesteerd<br />

worden in lokale ontwikkeling. Van Peru wordt gezegd dat het land “een bedelaar<br />

op een troon van goud” is. De lokale bevolking, vaak traditionele landbouwers,<br />

wordt in vele Latijns-Amerikaanse landen gewoon opzij gezet. Een kleine elite<br />

binnen het land zelf, de bedrijven en de consumenten in het Noorden zijn de<br />

schakels in de keten. En niet alleen van het koloniale Potosí kan dit verhaal<br />

verteld worden: ook elders, ook vandaag blijven mijnbouwactiviteiten in het<br />

Zuiden in vele gevallen fundamenteel onrechtvaardig. Men spreekt soms zelfs<br />

van een “tweede kolonisering”.<br />

TweeDe koloniSering?<br />

We maken een tijdssprong van de koloniale periode naar de 21 ste eeuw.<br />

Je zou kunnen zeggen dat landen in Latijns-Amerika nog steeds afhankelijk<br />

zijn van het Noorden – maar vandaag gaat het over (voornamelijk Noord-<br />

Amerikaanse) multinationals in plaats van Europese kolonistenlegers.<br />

Mijnbouwbedrijven vinden in ontwikkelingslanden een ideaal economisch<br />

klimaat voor hun projecten. Het zijn vaak gigantische ondernemingen die<br />

kapitaal vergaren dankzij talrijke aandeelhouders. Dit kapitaal, in combinatie<br />

met de globale grondstoffenschaarste en de zwakke staatsstructuur van<br />

ontwikkelingslanden, maakt multinationale bedrijven zeer machtig. De<br />

marktwaarde van de grootste mijnbouwmultinational ter wereld, BHP Billiton,<br />

wordt bijvoorbeeld op meer dan 100 miljard $ geschat.<br />

Hoewel ongeveer de helft van de hoeveelheid metalen en mineralen<br />

wereldwijd afkomstig is van kleinschalige of middelgrote mijnbouw, rukt de<br />

grootschalige variant, open pit mining, gestaag op. Dat vraagt om enorme<br />

investeringen met slechts één doel: het bezit van land. Een onderneming<br />

koopt gronden van de nationale overheid. Deze grond krijgt ze in de vorm van<br />

concessies, afgebakende stukken land waarop een bedrijf haar gang kan gaan,<br />

ongeacht of de grond bewoond is of niet. Vanwege de grote potentiële winsten<br />

is er tussen de bedrijven een heuse “concessierace” aan de gang, om zo snel<br />

mogelijk de meest interessante (= mineraalrijke) bodems te veroveren.<br />

Na het verkrijgen van een concessie, beginnen de verschillende fases<br />

van het project. Eerst en vooral moet het bedrijf de toestemming krijgen<br />

voor de exploratiefase. In deze fase voert de onderneming onderzoek uit op<br />

het terrein en begint ze vaak al met de infrastructuurwerken (wegen, hekken,<br />

verwerkingsinstallaties, enz.). Vaak probeert het bedrijf in deze fase ook gronden<br />

van lokale bewoners op te kopen via speciale onderhandelaars, zonder de<br />

bevolking te informeren over wat er aan de hand is.<br />

P 40 P 41


Daarna kan overgegaan worden tot de echte mijnbouwactiviteiten: de<br />

exploitatiefase. Daarvoor moet het bedrijf een milieu-impactstudie voorleggen<br />

aan de regering: een rapport waarin de effecten op het leefmilieu worden<br />

besproken. Zulke studies gaan vaak gepaard met corruptie en partijdigheid.<br />

Tot slot is er de sluitingsfase, waarbij het project afgesloten moet worden<br />

op een verantwoorde manier, met een minimum aan schade aan de omgeving<br />

en lokale bevolking. Dit hele proces lijkt sterk op “kolonisering”: bedrijven<br />

veroveren gronden, zetten de lokale bevolking buitenspel en exporteren de<br />

winsten. Wanneer ze vertrekken, is er niet meteen een toekomstperspectief voor<br />

de ontwikkeling van de streek.<br />

impacT en verzeT<br />

De bewoners van de Andes in ALTIPLANO zijn aanvankelijk verrast en<br />

verwonderd door de plasjes kwik die ze overal aantreffen. Later komen de<br />

Quechua-indianen pas te weten dat het over een uiterst giftige stof gaat,<br />

afkomstig van een mijnbouwproject. We zien in de film hoe de positie van de<br />

bevolking evolueert van onwetendheid en verwondering naar woede en verzet.<br />

Deze evolutie zien we in de Latijns-Amerikaanse realiteit op vele plaatsen<br />

terugkomen. In Peru, maar ook Bolivia, Chili, Colombia, Guatemala, Honduras,<br />

enzovoort, leidt mijnbouw tot conflicten. Om te begrijpen hoe deze conflicten<br />

ontstaan, moeten we even stilstaan bij de impact van mijnbouwactiviteiten op<br />

de bevolking.<br />

Sinds Al Gore’s AN INCONVENIENT TRUTH is het algemeen geweten dat<br />

de mensheid voor een enorme uitdaging staat: onszelf op deze aarde in leven<br />

houden. Samenhangend met de klimaatproblematiek zijn er de problemen<br />

van mondiale energie- en grondstoffenschaarste. De wereld bevindt zich met<br />

andere woorden in een diepe ecologische crisis.<br />

Deze schaarste vinden bedrijven ironisch genoeg een belangrijke reden<br />

om te investeren in extractie-industrieën – “vóór alles op is”. Want terwijl<br />

grondstoffen schaarser worden, blijft wereldwijd de bevolking toenemen. Wat<br />

als miljarden mensen in India en China, net als wij in het Noorden, elektriciteit<br />

en verwarming willen? En daarna misschien een laptop of een magnetronoven?<br />

Als de hele wereldbevolking evenveel zou consumeren als de gemiddelde<br />

inwoner van de Verenigde Staten, zouden we drie à vijf planeten Aarde nodig<br />

hebben om aan onze grondstoffenbehoefte te voldoen.<br />

P 42


heT prijSkaarTje van een gouDen ring<br />

Mijnbouw heeft een duizelingwekkend ecologisch prijskaartje. De oude<br />

mijnsites van de Romeinen zorgen in Europa nog steeds voor dode rivieren<br />

omwille van blijvende zure drainage. Aangezien we vandaag in het Zuiden<br />

met mijnbouw te maken hebben die qua schaal nog duizenden keren groter is,<br />

kan je je voorstellen dat de vervuiling enorm is, en niet te verantwoorden valt<br />

binnen de ecologische crisis waarin we ons bevinden. Om je een idee te geven:<br />

het is momenteel voor een mijnbouwbedrijf economisch interessant om aan<br />

goudwinning te doen vanaf het moment dat er per ton erts 0,2 gram goud te<br />

vinden is. Dit betekent dat 99,8% van de ertsen die men ontgint, omgezet wordt<br />

in hoogtoxisch afval. De productie van één gouden ring is bijvoorbeeld goed<br />

voor 20 à 60 ton mijnafval en het verbruik van 40 000 tot 120 000 liter water.<br />

Onder dit afval bevinden zich zeer giftige, onafbreekbare chemische stoffen<br />

(zoals cyanide en kwik) die gebruikt worden om de metalen aan de ertsen te<br />

onttrekken. Dit afval komt vaak in het grond- en oppervlaktewater terecht.<br />

Behalve de enorme hoeveelheid afval en de watervervuiling is ook het grote<br />

verbruik van water een ecologisch probleem van mijnbouw. Goudextractie is de<br />

meest waterverslindende vorm van mijnbouw. Maar ook koper- en zilvermijnen<br />

zijn verantwoordelijk voor een gigantische waterconsumptie. Wanneer een<br />

grootschalige kopermijn per jaar gemiddeld 100 000 ton koper oplevert, staat<br />

daar een jaarlijks waterverbruik tegenover dat gelijk is aan dat van een Belgische<br />

stad van 35 000 inwoners. Op vele plaatsen slinkt de voorraad drinkwater<br />

nabij een mijnbouwsite en raakt uitgeput. Hierdoor schendt mijnbouw in vele<br />

gevallen het basisrecht van elke mens op drinkbaar water. In sommige regio’s<br />

gaan mijnbouwbedrijven zelfs over tot een privatisering van de watervoorraad.<br />

Door zelf te beslissen wie er water krijgt en wie niet, worden de bedrijven nog<br />

machtiger.<br />

Door de enorme vervuiling veroorzaakt door grootschalige mijnbouw,<br />

worden ecosystemen grondig gewijzigd of vernield en gaat de biodiversiteit<br />

verloren. Het milieu blijft niet langer leefbaar.<br />

Zoals ALTIPLANO toont, heeft mijnbouw ook ernstige gevolgen voor<br />

de menselijke gezondheid – die van de mijnwerkers, maar ook die van de<br />

omwonenden. In vele steden en dorpen veroorzaakt de mijnbouw ziektes:<br />

ademhalingsproblemen, huidkwalen, mentale ziekten veroorzaakt door<br />

vergiftiging met zware metalen, enz. In La Oroya, Peru, een van de tien meest<br />

vervuilde steden ter wereld, heeft 99% van de bevolking te hoge concentraties<br />

zware metalen (vooral lood) in het bloed vanwege de nabijgelegen mijn.<br />

Wat gebeurde er in Choropampa?<br />

In juni 2000 verloor een vrachtwagen van de mijn in Cajamarca,<br />

Noord-Peru, een lading van 150 kilogram kwik. Dit gebeurde over<br />

een traject van 43 kilometer, doorheen de dorpen Choropampa,<br />

Magdalena en San Juan. Kwik is een enorm giftige stof en zeer<br />

schadelijk voor de gezondheid en het leefmilieu. Meer dan 1 000<br />

inwoners stelden dat ze slachtoffer waren van het incident en bleven<br />

de volgende jaren kampen met ernstige gezondheidsklachten,<br />

waaronder oogproblemen. Lokale bewegingen kwamen op voor<br />

compensaties en gezondheidszorg. Meer dan 1 000 landbouwers<br />

legden klachten neer tegen het mijnbedrijf. De zaak is nog steeds<br />

lopende bij een rechtbank in Denver.<br />

(vrij naar www.nodirtygold.org)<br />

In 2002 maakten Stephanie Boyd en Ernesto Cabellos een<br />

documentaire over dit schandaal, CHOROPAMPA, THE PRICE OF<br />

GOLD. Meer informatie op: www.guarango.org/choropampa/en/.<br />

pachamama en heT kapiTaal<br />

Niet enkel vanwege het massale waterverbruik en de vervuiling van land<br />

en lucht, maar ook omwille van socio-culturele aspecten is mijnbouw een<br />

rechtstreekse concurrent voor landbouw. In vele streken in het Zuiden waar<br />

mijnbouwbedrijven neerstrijken, leeft de bevolking traditioneel van kleinschalige<br />

landbouw. Bedrijven bieden de bevolking nauwelijks werkgelegenheid, houden<br />

geen rekening met de culturele eigenheden van de regio en schrikken er niet<br />

voor terug mensen van hun gronden te verjagen of hele dorpen te verplaatsen<br />

omwille van een mijnbouwproject. Deze situatie leidt uiteraard tot conflicten.<br />

In het wereldbeeld van inheemse volkeren is Pachamama, Moeder Aarde, het<br />

centrum van alles. ALTIPLANO toont hoe spiritualiteit en religie een belangrijk<br />

onderdeel vormen van het dagelijkse leven. Omwille van de hechte band tussen<br />

mens en grond heeft ook landbouw een sterke spirituele betekenis: het respect<br />

voor de natuur en wat ze de mens geeft. Landbouw is de centrale activiteit<br />

waaraan het wereldbeeld van de bevolking is opgehangen. “Welvaart” betekent<br />

in hun ogen “een goed leven” in een brede betekenis: evenwicht tussen<br />

spiritualiteit, gezondheid, sociale cohesie en economie.<br />

Mijnbouwmultinationals die naar Latijns-Amerika trekken, hanteren een heel<br />

ander wereldbeeld: een neoliberaal ontwikkelingsidee dat volledig tegengesteld<br />

is aan dat van de boerenbevolking. Centraal staat hier immers: het kapitaal.<br />

De grond van het Zuiden dient om de materiële welvaart van het Noorden te<br />

P 44 P 45


voeden. De natuurlijke rijkdommen van de aarde zijn in de ogen van bedrijven<br />

onuitputtelijke hulpmiddelen om economische welvaart te garanderen. In deze<br />

commerciële visie op het universum verandert alles wat ons omringt in een<br />

verhandelbaar en exploiteerbaar object. Exploitatie van de aarde betekent voor<br />

de mijnbouwsector grote winst; voor de lokale bevolking betekent het verlies<br />

van bossen, water, bergen en meren, van de eenheid tussen alles wat leeft.<br />

Ook op sociaal vlak doorkruist mijnbouw “de eenheid tussen alles wat leeft”.<br />

Aangezien de lokale bevolking bestaat uit traditionele landbouwers, laten de<br />

bedrijven mijnarbeiders en hun families uit andere regio’s toestromen, terwijl<br />

de boerenbevolking noodgedwongen moet emigreren: naar de stad of naar<br />

andere (noordelijke) landen. Mijnbouw laat immers – letterlijk – geen plaats<br />

meer voor landbouw. Andere boeren “verkopen zich” (hun gronden) aan<br />

mijnbouwbedrijven. De lokale spanningen tussen mijnwerkers en landbouwers<br />

nemen toe en leiden tot sociale verdeeldheid.<br />

Boerenfamilies in de Andes bezitten meestal kleine lapjes grond, vaak van<br />

generatie op generatie doorgegeven. Soms bestaat er ook collectief grondbezit:<br />

gemeenschappen of dorpen die samen een hoeveelheid grond bezitten.<br />

Dikwijls staat er echter weinig op papier over dit voorouderlijk grondbezit.<br />

Nationale regeringen hebben nooit veel rekening gehouden met de gewoonten<br />

qua grondbezit, spiritualiteit en levensbehoeften van de inheemse bevolking.<br />

In Bolivia probeert de huidige inheemse president Evo Morales, na jarenlange<br />

onderdrukking van de arme meerderheid door een rijke minderheid, een grote<br />

hervorming van het land door te voeren. Hij wil een staatsstructuur opbouwen<br />

die wél rekening houdt met de eeuwenlang onderdrukten. Morales werkt aan<br />

strengere wetten inzake de mijnbouw.<br />

In vele andere landen wordt mijnbouw echter nog steeds met open<br />

armen ontvangen. Regeringen zoals die in het huidige Peru maken het voor<br />

buitenlandse investeerders zo makkelijk mogelijk om het land binnen te komen.<br />

Latijns-Amerika is een werelddeel van tegenstellingen: stad-platteland, rijkarm,<br />

mesties-inheems. Deze tegenstellingen worden door de hedendaagse<br />

mijnbouw nogmaals bevestigd. Er is dus sprake van een politiek-economisch,<br />

maar ook van een socio-cultureel conflict.<br />

Brosens & Woodworth: “Er heerst een enorme kloof tussen de<br />

Peruviaanse stedelingen en de indianen in de Andes. “Peru kent<br />

een heel geïnstitutionaliseerde vorm van racisme en onderdrukking.<br />

Onze crew kwam uit de hoofdstad Lima en zij wisten of begrepen niks<br />

van die Andescultuur. Indianen staan helemaal onderaan de sociale<br />

ladder; daar praat je niet mee. Letterlijk, want behalve de indianen<br />

beheerst bijna niemand het Quechua, de dominante taal in de Andes.”<br />

P 46 P 47


“no a la minería”<br />

Het verzet van de lokale bevolking tegen de mijnbouw behoort, zoals in<br />

ALTIPLANO wordt getoond, tot de dagelijkse realiteit in de Andeslanden. De<br />

lokale bevolking organiseert zich in sociale bewegingen die opkomen voor<br />

rechtvaardigheid, politieke participatie en duurzame ontwikkeling. Dit verzet<br />

kan verschillende vormen aannemen.<br />

De lokale plattelandsbevolking heeft eerst en vooral het internationaal recht<br />

aan haar kant. Volgens een verdrag van de Internationale Arbeidsorganisatie<br />

zijn staten verplicht om lokale gemeenschappen te raadplegen alvorens ze<br />

bedrijven toestemming geven voor exploitatieactiviteiten zoals mijnbouw. Het<br />

is bij vele inheemse volkeren immers een eeuwenoude gewoonte om de hele<br />

gemeenschap te betrekken bij het nemen van belangrijke beslissingen. Het<br />

Interamerikaans Verdrag over de Mensenrechten bevestigt dat gemeenschappen<br />

zelf collectief over het gebruik van de natuurlijke rijkdommen mogen<br />

beslissen. Een belangrijk wapen in het protest tegen mijnbouw zijn dan ook<br />

de volksraadplegingen: in grote vergaderingen met vele vertegenwoordigers<br />

spreekt het volk zich voor of tegen mijnbouw uit, meestal met een overduidelijk<br />

“nee” als resultaat. Regeringen schenken echter weinig aandacht aan zulke<br />

referenda en ontkennen dat ze wettelijk zijn. Een belangrijk deel van het verzet<br />

van de bevolking is dan ook de strijd om hun rechten te laten gelden, de strijd<br />

om mee te tellen in de politieke besluitvorming.<br />

Ook “directe actie” is nog steeds een belangrijke vorm van protest.<br />

Wegblokkades, betogingen, stakingen,… zijn manieren om de boodschap “no<br />

a la minería” (“mijnbouw: nee!”) kracht bij te zetten. Tegenover het verzet van<br />

de bevolking hebben bedrijven echter machtige wapens in handen: de media,<br />

het leger, geld. Sociale bewegingen en hun leiders worden gecriminaliseerd,<br />

gechanteerd, gewelddadig aangepakt. Bedrijven zijn bezorgd om hun imago en<br />

zeer gevoelig voor protest tegen hun praktijken. Hoewel mijnbouwconflicten<br />

zeer actueel zijn in Latijns-Amerika, ligt het thema om redenen van politiek en<br />

veiligheid nog steeds erg gevoelig bij buitenlandse NGO’s en de internationale<br />

gemeenschap.<br />

P 48<br />

Boerenfamilies spreken zich<br />

uit tegen de mijnbouw in een<br />

volksraadpleging in Huehuetenango,<br />

Guatemala (bron: James Rodríguez,<br />

www.mimundo.org)


een ToekomST zonDer mijnbouw?<br />

Is mijnbouw in Latijns-Amerika dan steeds fundamenteel onrechtvaardig<br />

en onverantwoord? Deze vraag gaat vooral over het medezeggenschap<br />

van de inheemse bevolking in de politieke structuur en het respect voor<br />

mensenrechten. Nog steeds worden er te gemakkelijk concessies gegeven aan<br />

mijnbouwbedrijven, zonder raadpleging van de lokale bevolking of strenge<br />

milieuwetgeving. Rapporten zijn niet altijd betrouwbaar: vaak betaalt een<br />

bedrijf een studiebureau om een rapport te schrijven in haar voordeel. Dit alles<br />

gebeurt ten koste van de traditionele landbouw, de enige bron van inkomsten<br />

voor een groot deel van de bevolking. Deze bevolking blijft anno 2009 lijden<br />

onder discriminatie en armoede en wordt door buitenlandse investeringen<br />

in het nauw gedreven, met mensenrechten-schendingen op grote schaal tot<br />

gevolg. Het huidige politiek-juridische klimaat in veel Latijns-Amerikaanse<br />

landen lijkt dus geen garanties te bieden voor een mijnbouw die mens en milieu<br />

respecteert.<br />

Daaruit volgt een tweede vraag: bestaat er tout court een mijnbouw die<br />

op duurzame wijze omgaat met grondstoffen en inkomsten eerlijk verdeelt?<br />

Kunnen ecologie en economie met elkaar verzoend worden? Wat is het<br />

alternatief als de wereld toch altijd metalen zal nodig hebben? De overgrote<br />

meerderheid van de inheemse boeren zegt “nee” tegen de mijnbouw. Op<br />

sociaal vlak lijkt het dus onmogelijk om land- en mijnbouw met elkaar te<br />

verzoenen. En op ecologisch vlak? Recyclage van metalen, “fair trade”-labels<br />

en geavanceerde milieutechnologieën bestaan, maar worden zelden toegepast<br />

in de mijnbouwsector.<br />

Imago is de achillespees van een bedrijf. Misschien ligt daar wel een van de<br />

sleutels tot een oplossing. Veel mensen die zich verzetten tegen de mijnbouw<br />

doen aan naming and shaming: de praktijken van bedrijven aan het licht<br />

brengen voor de ogen van consumenten in het Noorden, door middel van<br />

documentaires, campagnes, enz. Door druk uit te oefenen hoopt de naming and<br />

shaming-methode bedrijven en consumenten aan te zetten tot verandering.<br />

Maar veel bedrijven weten hun ware aard handig te verbergen: ze doen zich<br />

voor alsof ze verantwoord en duurzaam werken, maar investeren in de praktijk<br />

weinig in structurele veranderingen. Brosens & Woodworth: “De mijnindustrie<br />

investeert in public relations. Ze poetsen hun blazoen op via prestigieuze<br />

projecten die hun goede intenties moeten bewijzen.”<br />

Bedrijven veranderen is één uitdaging, de plattelandsbevolking in Latijns-<br />

Amerika een toekomst en inspraak geven een andere. Er is immers heel wat<br />

geschiedenis goed te maken, van de zilverstroom uit Potosí tot de goldrush van<br />

vandaag.<br />

Mogelijke input voor klasdiscussie:<br />

Botsing tussen twee ontwikkelingsmodellen: wat denken de<br />

leerlingen over duurzaamheid, ethisch ondernemen,...? (mogelijk<br />

verwijzen naar ervaring met Oxfam Wereldwinkels e.d.)<br />

Is een wereld zonder mijnbouw mogelijk of moeten we streven<br />

naar duurzame mijnbouw?<br />

Wat kunnen wij hier doen aan deze problematiek, als consumenten?<br />

Meer weten over mijnbouw in Latijns-Amerika?<br />

Eén adres: www.catapa.be! CATAPA is een jonge<br />

vrijwilligersbeweging die iets concreets wil doen aan de<br />

mijnbouwproblematiek in Latijns-Amerika. Door sensibilisering,<br />

vorming, studie en lobbywerk in het Noorden, en concrete<br />

actiestrategieën in samenwerking met partners in het Zuiden<br />

(Peru, Bolivia, Guatemala, Honduras) komt CATAPA op voor<br />

rechtvaardigheid en duurzame ontwikkeling voor lokale (boeren)<br />

gemeenschappen in Latijns-Amerika. CATAPA wil aantonen dat<br />

mijnbouw een internationale problematiek is met vele aspecten.<br />

Geïnteresseerd om mee te werken, mee te denken? Surf dan naar<br />

www.catapa.be.<br />

De Yanacocha-goudmijn in Peru, één van de grootste ter wereld (bron: Wikipedia)<br />

P 50 P 51


geraadPleegde Bronnen<br />

• www.altiplano.info<br />

• Gert Hermans, Interview met Peter Brosens & Jessica Woodworth, 7<br />

augustus 2009<br />

• Alex Masson, Interview met Peter Brosens & Jessica Woodworth<br />

• Anne Feuillère (Cinergie), Interview met Jessica Woodworth<br />

• Geoffrey MacNab, “Sacrifice and redemption in the Andes”<br />

• Tobias Grey (Variety), “Interview with the Directors Brosens &<br />

Woodworth”<br />

• Aanvraagdossier productie “Fragments of Grace” – VAF, 02/07/2007<br />

• Persdossier KHADAK<br />

• Voor de bijdrage over mijnbouw in Latijns-Amerika:<br />

- MO*-paper: “Blinkt alle goud? Mijnbouw, ecologie en<br />

mensenrechten.” (i.s.m. CATAPA), 2008.<br />

- Eduardo Galeano, “De aderlating van een continent. Vijf eeuwen<br />

economische exploitatie van Latijns-Amerika.”, 1973 (vertaling<br />

1983).<br />

P 53

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!