Raadsvoorstel invoeren drempelbijdrage leerlingenvervoer m.i.v. 1 ...

drimmelen.shared.1eeurope.nl

Raadsvoorstel invoeren drempelbijdrage leerlingenvervoer m.i.v. 1 ...

Raadsvergadering

Agendapunt

Aan de Raad

Made, 25 maart 2003

Onderwerp invoeren drempelbijdrage leerlingenvervoer m.i.v. 1 augustus 2003.

Voorstel herinvoeren van de drempelbijdrage door vaststelling van de

“Verordening leerlingenvervoer gemeente Drimmelen, 2003.”

Financiële gevolgen Momenteel worden door 203 leerlingen uit onze gemeente gebruik

gemaakt van voorzieningen vanuit de verordening leerlingenvervoer.

Door het invoeren van de drempelbijdrage is wettelijk bepaald dat voor

105 leerlingen (52%) waarvan 12 fietsvergoedingen, 25 openbaar

vervoer en 68 schoolbusgebruikers deze drempelbijdrage van

toepassing is. Voor 2003 is deze bijdrage maximaal vastgesteld op

€ 330,50. (Indien de kosten van openbaar vervoer en fietsvergoeding

lager zijn, geldt het lagere bedrag.) Op jaarbasis betekent dit een

inkomstenbedrag van € 31.000,-. Voor 2003 5/12 deel hiervan hetgeen

betekent een bedrag van € 12.900,-. Bij de nulmeting is rekening

gehouden met een te verwachten bijdrage op jaarbasis van € 15.700,-.

In het meerjarenperspectief zal met een bedrag van € 31.000,- rekening

worden gehouden.

Toelichting Binnen de kaders van de resultaten van de nulmeting hebben wij uw

raad in uw vergadering van 5 september 2002 voorgesteld de eertijds

beperkt afgeschafte drempelbijdrage wederom in te voeren voor die

groep die daarvan eerder was vrijgesteld. De centrale overheid biedt uw

raad hiervoor de wettelijke grondslag. Door herinvoering van deze

ouderbijdrage zouden de netto uitgaven van het leerlingenvervoer

worden verlaagd waardoor een positieve bijdrage wordt geleverd aan

de gemeentelijke financiële positie zoals die destijds door ons werd

gepresenteerd.

Bij de behandeling van de begroting 2003 heeft het college toegezegd

te onderzoeken of door efficiëncymaatregelen de kosten van het totale

vervoer teruggebracht zouden kunnen worden waardoor mogelijkerwijze

het besluit tot invoering van de drempelbijdrage ongedaan

gemaakt zou kunnen worden.


De basis voor de gemeentelijke leerlingenvervoerstaken vindt zijn

oorsprong bij de centrale overheid die de gemeenten de wettelijke taak

heeft toebedeeld om voorzieningen te treffen in de vorm feitelijk

vervoer dan wel een tegemoetkoming in kosten van vervoer.

Binnen de kaders van het leerlingenvervoer heeft de centrale overheid

ons de mogelijkheid geboden om bij een bepaalde categorie (zie bijlage

1) om een eigen bijdrage te heffen. Het staat de gemeenten echter vrij

deze heffing in te voeren. Bij invoering geldt echter een bovengrens van

6 km (afstand woning – schoollokatie) waarbij deze bijdrage gelijk is

aan de kosten van openbaar vervoer, gebaseerd op het zonestelsel.

Voor het schooljaar 2001 / 2002 (peildatum 1 september 2002) is deze

vastgesteld op € 316,50.

Ten aanzien van een grote groep leerlingen, die met name speciaal

onderwijs volgen, gelden aanspraken die de verzorging van het feitelijk

vervoer betreffen waarvoor met een aantal vervoerders

overeenkomsten worden aangegaan. Dit vervoer kenmerkt zich door

een collectief karakter, gebaseerd op nadere vervoerseisen en een

beschreven bestek en voorwaarden, inzet materieel, maximum aantal

zitplaatsen per voertuig enz. ( (zie bijlage 2)

Dit is het meest omvangrijke deel van de gemeentelijke vervoerszorg

waarvoor wij een meerjarenovereenkomst hebben met connexxion uit

Ijsselmuiden. De feitelijke uitvoering van deze vervoerszorg geschiedt

door Dutax uit Hooge Zwaluwe. Daarnaast worden een beperkt aantal

leerlingen vervoerd in de vorm van combinatievervoer, d.w.z. vervoer

van leerlingen afkomstig uit meerdere gemeenten, door één vervoerder,

Stadhouders B.V. uit Oudenbosch, in opdracht van meerdere

gemeenten waaronder Drimmelen.

Het totaal van voorzieningen ten aanzien van het schooljaar 2002 /

2003 ziet er als volgt uit.

feitelijk vervoer

uitgevoerd door aantal operationeel aantal

leerlingen voertuigen

connexxion N.V. 160 22

Stadhouders B.V. 6 4

individuele vergoedingen 37

totaal 203

Voor nadere specificaties en uitgebreide logistiek wordt verwezen naar

bijlage 3.

2


De vervoersdiensten van Stadhouders B.V. zijn niet betrokken bij het

efficiëncy-onderzoek onderzoek. Dit om reden dat dit bedrijf het

zogenaamde gecombineerde vervoer verzorgt voor meerdere

gemeenten waardoor de gemeenten minder invloed heeft op logistiek

en kosten.

Het bijgaande efficiëncy-onderzoek ( bijlage 4) betreft het dagelijks

structureel vervoer dat wordt verzorgd door connexxion. Het omvat het

vervoer van 160 leerlingen, afkomstig uit alle kernen van de gemeente,

naar 21 scholen, voornamelijk voor speciaal onderwijs, gevestigd in

Klundert, Breda, Oosterhout, Made en Rijsbergen. Dit vervoer is voor

meerdere jaren contractueel vervat in een vervoersovereenkomst met

connexxion N.V. en eindigt per 1 augustus 2006. Het feitelijk vervoer

wordt conform deze overeenkomst uitgevoerd door Dutax uit Hooge

Zwaluwe.

Daarnaast zijn binnen de kaders van het onderzoek eveneens de

individuele vergoedingen betrokken.

Op basis van het primaire bestek en het ontstane meerwerk

vertegenwoordigt de overeenkomst met connexxion, inclusief B.T.W.,

voor het schooljaar 2002 / 2003 een waarde van € 403.190,86 ( zie

bijlage 5 ) waarin eveneens de totaal uitgaven van het leerlingenvervoer

worden weergegeven.

Binnen de kaders van het efficiëncy-onderzoek is een aantal aspecten

van het vervoer nader onder de loep genomen. Dit aan de hand van de

logistieke gegevens over de schooljaren 2001 / 2002 en 2002 / 2003.

Het betreft onder andere de inzet van materieel ( voertuigtype en

beschikbare capaciteit) gerealiseerde bezettingsgraad, routing en

zitplaatsenverdeling. Met name dit laatste onderdeel is sterk bepalend

voor een zo hoog mogelijke efficiëncy waarbij rekening dient te worden

gehouden met de diverse aan te rijden scholen, onderlinge afstanden

tussen de scholen, de aanvangs- en eindtijden van de lessen en de

woonplaatsen van de jongeren. Primair was het onderzoek gericht op

mogelijke maatregelen – in de logistieke sfeer – die uiteindelijk zouden

moeten resulteren in een financiële bezuiniging door inkrimping van het

huidige materieel , danwel de inzet van ander materieel met een hogere

zitplaatsencapaciteit. De wijziging van route’s danwel herziening van

combinaties van scholen die worden aangereden zijn eveneens

onderzocht op haalbaarheid.

Verder is onderzocht in welke mate leerlingen, die tot nu toe gebruik

maken van het gemeentelijk georganiseerde busvervoer, een alternatief

kan worden aangeboden in de vorm van een fietsvergoeding dan wel

vergoeding van de kosten van openbaar vervoer.

3


Uit het onderzoek is gebleken dat de samenstelling van de zitplaatsenverdeling,

gelet op het aantal leerlingen (de daarbij horende woonkernen)

en de situering van de specifieke scholen, optimaal is. Ook is

gebleken dat de bezettingsgraad van met name de 8 persoons bussen

verreweg maximaal is. Binnen de huidige systematiek van vervoer is

derhalve geen hogere efficiëncy te bereiken die uiteindelijk zou moeten

resulteren in een substantiële reductie van kosten. Gelet op de

onderlinge afstanden van de scholen en het feit dat de aanvangstijden

van de scholen nagenoeg gelijk zijn aan elkaar, is het combineren van

vervoerslijnen tot één lijn niet haalbaar. Een eventuele invoering van

deze maatregel, d.w.z. meerdere scholen èn meer leerlingen in één

voertuig, zou zelfs leiden tot een ongewenste verlenging van de

maximale reisduur. Besparing op inzetbaar materieel is op die wijze

derhalve niet haalbaar gebleken.

Leerlingen worden zo veel mogelijk per school en per woonkern

geclusterd vervoerd. De uitvoering van dit systeem wordt evenwel sterk

beïnvloed door geografische bepaaldheden en andere factoren die niet

of nauwelijks beïnvloedbaar zijn, zoals aantal leerlingen en de vervoers-

capaciteit per voertuig. Zowel connexxion als wel de feitelijk vervoerder

zijn met ons van mening dat onder gelijkblijvende omstandigheden het

huidige routesysteem niet vatbaar is voor verbeteringen die zouden

kunnen leiden tot reductie van kosten van enig betekenis is ( zie bijlage

6 ).

In overleg met de daarvoor in aanmerking komende schooldirecties is

bezien welke leerlingen – en in aantal – mogelijk in aanmerking komen

om niet met de gemeentelijke vervoersvoorziening zoals tot nu toe,

maar met de fiets of het openbaar vervoer naar school kunnen.

Daardoor zou mogelijk het aantal operationele voertuigen kunnen

worden verminderd en een kostenreductie kunnen worden bereikt.

De gemeente zou deze maatregel dan kunnen compenseren door een

fietsvergoeding dan wel vergoeding van openbaar vervoer.

Uit rapportage van deze directies is gebleken dat het voor het nieuwe

schooljaar 2003 / 2004 om een slechts beperkt aantal leerlingen gaat

(zie bijlage 7). De gevolgen van deze vermindering hebben daardoor

geen invloed op de benodigde vervoerscapaciteit en routing.

Samenvattend komen wij tot de conclusie dat op geen der onderdelen,

waarop onderzoek is gedaan, mogelijkheden zijn tot het treffen van

efficiëncymaatregelen. De geraamde kosten en ons voorgenomen

besluit bij de nulmeting laten het dan ook niet toe ons voorstel tot

invoering van de drempelbijdrage in te trekken.

4


Tot slot zij vermeld dat wij, na daarover contact te hebben gehad met

de respectievelijke scholen, niet de verwachting hebben dat de huidige

vervoerscapaciteit voor het komende schooljaar niet toereikend zal zijn.

Overeenkomstig ons voorstel hebben wij de verordening

leerlingenvervoer aangepast alsmede de laatste inhoudelijke en

technische aanpassingen zoals die door de Vereniging van

Nederlandse Gemeenten recent zijn aangeboden.

In haar vergadering van de commissie inwonerszaken adviseerde deze

commissie

5

More magazines by this user
Similar magazines