02.08.2013 Views

invloed van geboortemaand.pdf - Het Baken Veenendaal

invloed van geboortemaand.pdf - Het Baken Veenendaal

invloed van geboortemaand.pdf - Het Baken Veenendaal

SHOW MORE
SHOW LESS

Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!

Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.

Geboortemaand telt<br />

Ad Dudink<br />

Geboortemaand speelt een belangrijke rol bij de beoordeling <strong>van</strong> schoolprestaties, bij de<br />

selectie <strong>van</strong> jeugdige topsporters en bij de kansen op politiek leiderschap. De samenhang<br />

tussen <strong>geboortemaand</strong> en succes op school, in sport en op bestuurlijk niveau kan worden<br />

toegeschreven aan de relatieve leeftijdspositie. Op school en in de sport worden kinderen op<br />

basis <strong>van</strong> een willekeurige peildatum ingedeeld in jaargroepen en deze indeling heeft<br />

langdurige gevolgen. De <strong>geboortemaand</strong> schept ongelijke kansen op succes. Groepsindelingen<br />

op jonge leeftijd drukken een stempel op de ontwikkeling <strong>van</strong> prestaties. Soms zijn de<br />

gevolgen positief, vaak zijn ze negatief. Hoewel deze gevolgen in tal <strong>van</strong><br />

onderzoekspublicaties zijn aangetoond, ontbreken nog steeds de maatregelen om dit te<br />

voorkomen. In dit artikel een overzicht <strong>van</strong> recente bevindingen en een pleidooi voor meer<br />

aandacht en aanvullend onderzoek. De negatieve psychosociale effecten <strong>van</strong> een peildatum<br />

voor groepsindeling mogen niet voortduren.<br />

Invloed op schoolprestaties<br />

<strong>Het</strong> is al weer enige tijd geleden dat Klaas Doornbos (1971) overtuigend aantoonde dat<br />

<strong>geboortemaand</strong> <strong>van</strong> grote <strong>invloed</strong> is op schoolprestaties. Jongere leerlingen in een klas<br />

presteren gemiddeld minder goed dan de oudere leerlingen. Ze blijven vaker zitten en worden<br />

vaker doorverwezen naar vormen <strong>van</strong> speciaal onderwijs. Leermoeilijkheden en<br />

gedragsproblemen laten een duidelijke samenhang zien met de leeftijdspositie <strong>van</strong> de<br />

leerlingen in de schoolklas. Doornbos (1997) concludeert in zijn afscheidscollege somber dat<br />

zijn voortdurende stemverheffing tegen de negatieve gevolgen <strong>van</strong> <strong>geboortemaand</strong> geen<br />

gehoor heeft gekregen in de onderwijspolitiek. Ruim tien jaar later ontbreken de maatregelen<br />

nog steeds (Dudink, 2009). Hier een kort overzicht <strong>van</strong> oorzaken en gevolgen.<br />

In groep drie <strong>van</strong> de basisschool is een verschil <strong>van</strong> twaalf maanden groot. Deze<br />

leeftijdsverschillen uiten zich in schoolprestaties. Oudere leerlingen hebben meestal een<br />

voorsprong in ontwikkeling. Voor jonge leerlingen die moeite hebben met de leerstof is in het<br />

verleden zelfs een verklarend begrip bedacht: schoolrijpheid. Deze verklaring suggereert dat<br />

het lesprogramma in groep drie <strong>van</strong> te voren vaststaat. Als kinderen minder goed presteren is<br />

het makkelijker om dit toe te schrijven aan tekortkomingen <strong>van</strong> de leerling dan aan de manier<br />

<strong>van</strong> lesgeven. Aangepast onderwijs behoort rekening te houden met leeftijdsverschillen en dit


geldt voor elke groep. Op vierjarige leeftijd vraagt geen enkele ouder zich af: is mijn kind wel<br />

schoolrijp of kan ik het beter nog een jaartje thuis laten?<br />

De peildatum voor de doorstroming naar groep 3 is in Nederland heel lang 1 oktober<br />

geweest. <strong>Het</strong> aantal weken dat een kind in groep 1 en groep 2 doorbrengt, wordt sterk bepaald<br />

door de leeftijdsdrempel voor groep drie. De septemberleerling zit meestal minder lang in de<br />

onderbouw dan de oktoberleerling. De huidige voorkeur <strong>van</strong> de inspectie is om de peildatum<br />

<strong>van</strong> 1 oktober te verschuiven naar 1 januari. Veel ouders en leerkrachten wensen echter de<br />

vroegere peildatum in stand te houden. Op de meeste scholen laat men de ‘herfstkinderen’ dus<br />

liever ‘doorkleuteren’, met als negatief gevolg dat de leeftijdsverschillen in groep drie groter<br />

zijn geworden.<br />

Landen om ons heen verschillen in de wijze waarop jaargroepen in het primaire<br />

onderwijs worden ingedeeld (Crawford et al 2007). In België is de peildatum sinds vele jaren<br />

1 januari. In ons buurland zijn dus niet de zomerkinderen maar de herfstkinderen de jongste<br />

leerlingen <strong>van</strong> de klas (Verachtert et al, 2009). Deze jaarindeling in België zorgt er voor dat<br />

de begaafde leerlingen die een klas overslaan bijna uitsluitend in de beginmaanden <strong>van</strong> het<br />

jaar geboren zijn. De zittenblijvers zijn vooral geboren in de laatste maanden. Leerlingen die<br />

naar het Vlaams buitengewoon onderwijs verwezen worden omdat ze een lichte mentale<br />

handicap hebben zijn bovenmatig aanwezig als ze geboren zijn in november en december. De<br />

cijfers <strong>van</strong> doorverwijzing <strong>van</strong> kinderen met ernstige leerstoornissen laten zien hoe sterk de<br />

<strong>invloed</strong> is <strong>van</strong> de leeftijdspositie. Bij de elfjarigen zijn er ongeveer 70% meer jongens en 70%<br />

meer meisjes jarig in november en december dan in januari en februari. Dat de <strong>invloed</strong> <strong>van</strong> de<br />

peildatum in het vervolgonderwijs niet verdwijnt, blijkt bijvoorbeeld uit de verdeling <strong>van</strong><br />

<strong>geboortemaand</strong>en <strong>van</strong> Vlaamse studenten die zich aanmelden voor een universitaire studie. In<br />

de periode 2003-2004 melden zich 15% meer januari-studenten aan dan december-studenten.<br />

Veel informatie over deze scheve verdeling is te vinden op de site <strong>van</strong> de Vlaamse<br />

belangenbehartigers <strong>van</strong> hoogbegaafde leerlingen (www.eduratio.be).<br />

De Vlaamse minister <strong>van</strong> onderwijs moet deze berichtgeving toch weten? Deze zucht<br />

<strong>van</strong> vele ouders in België is herkenbaar. Natuurlijk kan een beleidswijziging niet bestaan in de<br />

keuze <strong>van</strong> een andere peildatum. Dit verschuift de problemen en is geen oplossing. Er zijn<br />

maatregelen nodig waarbij de beoordeling <strong>van</strong> schoolprestaties is afgestemd op de precieze<br />

leeftijd <strong>van</strong> de leerling. Schoolcijfers die gebaseerd zijn op de prestaties <strong>van</strong> klasgenoten<br />

geven een vertekend beeld.<br />

Mijn stelling is dat de Nederlandse situatie vergelijkbaar is met Vlaanderen. De<br />

‘zittenblijvers’ zijn vooral geboren in de zomermaanden. Begaafde leerlingen die een klas


overslaan treft men bijna uitsluitend in de laatste maanden <strong>van</strong> het jaar. Een illustratie <strong>van</strong><br />

deze bewering vertelt Tabel 1. De cijfers zijn ontleend aan de leeftijden <strong>van</strong> leerlingen die<br />

meededen aan de Cito-eindtoets in 2009. Op grond <strong>van</strong> de <strong>geboortemaand</strong>en <strong>van</strong> jongens en<br />

meisjes die een jaar vertraagd of een jaar versneld zijn, kan men vaststellen dat deze verdeling<br />

berust op de gangbare peildatum <strong>van</strong> 1 oktober.<br />

Tabel 1 laat zien dat bijna de helft <strong>van</strong> de versnelde leerlingen geboren is in oktober.<br />

Dit beeld toont een sterke gelijkenis met de doorstroming <strong>van</strong> hoogbegaafde kinderen in<br />

België. Daar is 50% <strong>van</strong> de versnelde leerlingen in januari jarig, in die maand ben je immers<br />

de oudste. Vergelijken we de jongens en meisjes met elkaar dan valt op dat de <strong>invloed</strong> <strong>van</strong><br />

<strong>geboortemaand</strong> op versnellen of vertragen het zelfde patroon heeft. Wel blijkt dat meisjes<br />

beter presteren. Ze blijven minder vaak zitten en worden meer versneld.<br />

Tabel 1 toont ook dat basisscholen in Nederland meer kinderen vertragen dan<br />

versnellen. Oud onderwijsinspecteur Wim <strong>van</strong> de Grift heeft dit verschijnsel onderzocht in het<br />

kader <strong>van</strong> verlenging <strong>van</strong> de kleuterperiode (2005). In zijn conclusie wijst hij op de<br />

normaalverdeling <strong>van</strong> intelligentie. De vraag die zich dan voordoet luidt: waarom is het<br />

aantal leerlingen dat een verlenging krijgt ruim drie keer zo groot als het aantal leerlingen dat<br />

een verkorting <strong>van</strong> de kleuterperiode krijgt?<br />

Een mogelijke oplossing om de leeftijdspositie te doorbreken lijkt een combinatieklas.<br />

In deze organisatievorm met meerdere groepen in een lokaal ben je als leerling niet<br />

voortdurend de jongste, maar wissel je elk schooljaar <strong>van</strong> positie. <strong>Het</strong> Montessori-onderwijs<br />

heeft doelbewust voor deze verticale groepering gekozen. Toch blijkt uit onderzoeksgegevens<br />

( Huisman et al, 1995) dat deze organisatievorm de <strong>geboortemaand</strong> problemen niet oplost.<br />

Montessori-leerkrachten blijven de leerlingen indelen in afzonderlijke jaargroepen. De<br />

beoordelingen <strong>van</strong> prestaties worden gebaseerd op de specifieke jaargroep <strong>van</strong> de leerling. Dit<br />

impliceert dat het relatieve leeftijdseffect op Montessori-scholen aanwezig blijft. Uit het<br />

onderzoek kwam als belangrijke verklaring naar voren dat augustus en september leerlingen<br />

gemiddeld lager scoren op prestatiemotivatie. En evenals in het reguliere onderwijs<br />

onderschatten Montessori leerkrachten het intelligentieniveau <strong>van</strong> de jonge leerlingen terwijl<br />

het niveau <strong>van</strong> de oudere leerlingen vaker wordt overschat.<br />

De intelligentie test is een beoordelingsmaat waarbij wel gecorrigeerd wordt voor de<br />

leeftijd op het moment <strong>van</strong> afname. Schooltoetsen corrigeren niet voor de precieze leeftijd<br />

<strong>van</strong> de leerling. Eerlijker zou het zijn om verschillende leeftijdposities in een groep op


verschillende momenten in een schooljaar te toetsen: eerst de oudere leerlingen, later de<br />

jongere leerlingen.<br />

De sterke samenhang tussen <strong>geboortemaand</strong> en schoolprestatie mag niet leiden tot de<br />

conclusie dat herfstkinderen altijd bevoordeeld worden en dat zomerkinderen altijd de dupe<br />

zijn. Schoolsucces wordt bepaald door vele determinanten. Toch blijkt dat bij correcties voor<br />

sekse, intelligentie, en sociaal milieu de effectgrootte <strong>van</strong> <strong>geboortemaand</strong> niet verdwijnt maar<br />

significant aanwezig blijft.<br />

Jeugdselectie in topsport<br />

Roger Barnsley was als toeschouwer totaal verrast toen zijn vrouw hem wees op de folder met<br />

de geboortedata <strong>van</strong> de jonge ijshockey spelers. Ze liet hem zien dat bijna iedere speler was<br />

geboren in het eerste kwartaal. ‘In al mijn jaren als psychologisch onderzoeker ben ik niet<br />

zo’n groot effect tegengekomen’, bekende de psycholoog onlangs aan een journalist<br />

(Gladwell, 2008). Ik herken deze ervaring. Tijdens mijn onderzoek daar de determinanten <strong>van</strong><br />

tennistalent werd ik eveneens verrast door de samenhang met <strong>geboortemaand</strong> (Dudink 1994).<br />

Barnsley ontdekte al gauw dat de scheve verdeling in de jeugdperiode blijft voortbestaan. Dus<br />

ook senioren in belangrijke topsporten laten een zelfde verdeling zien in <strong>geboortemaand</strong>en.<br />

Dit scheve patroon geldt vooral voor de professionele sporten in een land. De gangbare<br />

aanduiding voor dit effect is de afkorting RAE, Relative Age Effect.<br />

Een individuele sport als tennis en een teamsport als voetbal zijn in veel landen<br />

populair. Al op zeer jeugdige leeftijd is er bij topclubs sprake <strong>van</strong> selectie. De gekozen<br />

sporttalenten besteden niet alleen meer tijd aan hun sport, maar ze krijgen eveneens betere<br />

coaches en betere medespelers. Zelfs ons onderwijssysteem helpt de uitverkorenen in de vorm<br />

<strong>van</strong> aparte voorzieningen.<br />

Evenals in het onderwijs is de peildatum verantwoordelijk voor de indeling <strong>van</strong> de<br />

jeugdsporters. De gevolgen <strong>van</strong> vroegtijdige selectie laten zich illustreren met de<br />

geboortekwartalen <strong>van</strong> het Nederlandse topvoetballers. In het verleden was de peildatum 1<br />

augustus. Augustus, september en oktober zijn dan de <strong>geboortemaand</strong>en met de meeste<br />

profvoetballers (Dudink, 1994). Eind vorige eeuw heeft de KNVB besloten om de peildatum<br />

te verschuiven naar 1 januari. <strong>Het</strong> gevolg laat zich gemakkelijk in kaart te brengen. Wie in het<br />

begin <strong>van</strong> het jaar geboren is, wordt eerder benoemd als voetbaltalent. Anders dan in de tijd<br />

<strong>van</strong> Marco <strong>van</strong> Basten zijn er tegenwoordig slechts enkele jeugdspelers aan het eind <strong>van</strong> het<br />

jaar jarig. In een land als Brazilië geldt de peildatum <strong>van</strong> 1 januari al heel lang en de<br />

<strong>geboortemaand</strong>en <strong>van</strong> de meeste Braziliaanse topvoetballers laten zich raden. De meeste


Europese landen hebben tegenwoordig eenzelfde jeugdindeling met dezelfde selectiegevolgen<br />

(Helsen et al, 2005).<br />

Tabel 2 laat zien dat een bekende Nederlandse topclub uit de eredivisie vooral<br />

jeugdspelers kiest die een oudere leeftijdspositie hebben. PSV is een bekende toonaangevende<br />

club en beschikt zeker over voldoende financiële middelen voor een perfecte jeugdopleiding.<br />

De conclusie moet zijn dat de scouts <strong>van</strong> PSV door de nieuwe peildatum een andere<br />

selectiebril hebben opgezet. Tabel 2 toont een recent overzicht <strong>van</strong> ongeveer 150<br />

jeugdvoetballers in A1 tot F. De uitleg voor de verdeling is bekend.<br />

- hier ongeveer Tabel 2 –<br />

Op de site <strong>van</strong> de club wordt trots gemeld: De PSV Jeugdopleiding, die een vier<br />

sterrenstatus heeft (hoogst mogelijke aantal dat de KNVB toekent), bestaat uit elf jeugdteams.<br />

In de herfstmaanden leest een trouwe bezoeker voortdurend aan de linkerkant <strong>van</strong> de<br />

jeugdberichten: Er zijn geen jarigen op deze dag.<br />

De scheve verdeling <strong>van</strong> de voetbaljeugd aan de top beperkt zich niet tot de clubs met<br />

beroepsvoetballers. Holsheimer (2005) vergeleek de jeugdindeling bij Ajax en AZ met de<br />

grote amateurclubs in Amsterdam en Alkmaar en vond hetzelfde selectiepatroon. De huidige<br />

keuze die de topclubs maken, demonstreert het grote gewicht <strong>van</strong> een willekeurige peildatum.<br />

Correctie voor leeftijd is nodig om bij topsporten meer gelijke kansen te scheppen. Als een<br />

club als Ajax jeugdvoetballers uitnodigt voor selectie laat ze dan bijvoorbeeld spelen in<br />

kleuren die verwijzen naar hun leeftijdspositie.<br />

Geboren politieke leiders<br />

Obama is in Augustus geboren, Bill Clinton eveneens. Is het toeval dat hun beide ministers<br />

<strong>van</strong> financiën ook in augustus jarig zijn? Deze persoonlijke vraag kwam niet uit de lucht<br />

vallen. Mijn zoektocht naar de <strong>geboortemaand</strong>en <strong>van</strong> topbestuurders in de politiek werd<br />

gestimuleerd door de resultaten <strong>van</strong> drie Canadese onderzoekers (Du et al, 2008). In de<br />

periode <strong>van</strong> kredietcrisis publiceerden zij een opmerkelijk researchrapport. Twee belangrijke<br />

bevindingen waren dat summer born CEO’s door hun leeftijdpositie ondervertegenwoordigd<br />

zijn in de Amerikaanse S&P bedrijven; en dat summer born CEO’s beter presteerden dan<br />

hun collega’s op de financiële markt. In de verklaring wordt benadrukt dat de oudere<br />

leeftijdspositie in het vervolgonderwijs een grotere kans biedt op leiderschapservaringen.<br />

Voor de jongere leerlingen geldt dat ze meer in hun mars moeten hebben om aan de top te


komen. Ze moeten door hun ongunstige leeftijdspositie begaafder zijn om moeilijkheden te<br />

overwinnen en een hogere positie te bereiken. De Canadese onderzoekers wijzen in dit<br />

verband op de successen <strong>van</strong> vrouwelijke leidinggevenden: ook zij zijn<br />

ondervertegenwoordigd op topniveau, maar als ze de positie <strong>van</strong> topbestuurder bereiken doen<br />

ze het vaak beter dan hun mannelijke collega’s.<br />

Om na te gaan of leeftijdspositie in de schooltijd een langdurig effect heeft, hebben we<br />

in ons onderzoek gekozen voor de <strong>geboortemaand</strong>verdeling <strong>van</strong> politieke leiders. Daartoe zijn<br />

gegevens verzameld <strong>van</strong> politieke topbestuurders in Nederland, in de Verenigde Staten en in<br />

verschillende Europese landen. We beperken ons hier tot de Nederlandse situatie. De<br />

kernvraag is geweest of onze politieke leiders vaker geboren zijn in de zomermaanden, juli,<br />

augustus en september. Tabel 3 geeft een overzicht <strong>van</strong> de geboorte kwartalen <strong>van</strong> onze<br />

premiers en ministers <strong>van</strong> onderwijs en ministers <strong>van</strong> financiën sinds 1946. De verdeling laat<br />

zien dat er sprake is <strong>van</strong> een significante <strong>invloed</strong> <strong>van</strong> geboorteseizoen.<br />

- hier ongeveer Tabel 3 –<br />

Een soortgelijke verdeling treft men aan bij onze kamerleden. De <strong>geboortemaand</strong>en<br />

<strong>van</strong> de burgemeesters <strong>van</strong> grote steden tonen eveneens dezelfde effecten. De vier voorgangers<br />

<strong>van</strong> de huidige Amsterdamse burgemeester zijn: Patijn, Van Thijn, Polak en Samkalden. Drie<br />

<strong>van</strong> hen zijn in augustus jarig, Polak in september.<br />

Er zijn zeker twee verklaringen voor de impact <strong>van</strong> het geboortekwartaal bij<br />

topbestuurders. Wie op de basisschool een jonge leeftijdspositie inneemt en de top wil<br />

bereiken, moet intelligent en ambitieus zijn. De begaafde september leerling wordt wellicht<br />

meer uitgedaagd dan de begaafde oktober leerling. Tabel 3 laat zien dat er slechts twee<br />

ministers zijn geboren in het laatste kwartaal <strong>van</strong> het jaar. Een <strong>van</strong> hen is eigenlijk de jongste<br />

geweest omdat hij al op jeugdige leeftijd een klas heeft overgeslagen. De begaafde versnelde<br />

oktober leerling is in feite vergelijkbaar met de begaafde september leerling. Beiden krijgen<br />

de kans om te klimmen en succeservaringen te beleven.<br />

Een geheel andere verklaring voor de kwartaalverdeling <strong>van</strong> topbestuurders hangt<br />

samen met ons onderwijssysteem waarbij intelligente leerlingen kunnen stapelen. Na de mavo<br />

volgt havo, atheneum en universiteit. De september leerling die de havo vervolgt met het<br />

atheneum neemt een andere positie in. Hij is voortaan niet meer de jongste maar eerder de<br />

oudste <strong>van</strong> de groep. Dit onderwijstraject biedt niet alleen succesbelevingen maar deze<br />

stapelloopbaan verhoogt volgens onderzoekers eveneens de kans op leiderschap (Dhuey &


Lipscomp, 2008). De samenhang tussen <strong>geboortemaand</strong> en onvoldoende presteren in het vwo<br />

is duidelijk aanwezig. Er zijn dan veelal twee gevolgen: zittenblijven of verwijzing naar een<br />

lagere opleiding. Bij deze keuze speelt de sociaal-economische achtergrond <strong>van</strong> de ouders<br />

ongetwijfeld een belangrijke rol. ‘Laat mijn zoon nog maar een jaartje overdoen’, zeggen<br />

hoogopgeleide ouders eerder dan ouders die minder geschoold zijn. Of zittenblijven in het<br />

voortgezet onderwijs gunstige effecten heeft op een latere universitaire loopbaan is<br />

gemakkelijk na te gaan.<br />

Oplossingen<br />

Talent naar de top, is de recente slogan om meer vrouwen in een toppositie te krijgen.<br />

Eenzelfde geluid is soms hoorbaar om allochtonen meer kansen te geven op een succesvolle<br />

loopbaan. Voor de ongelijke kansen door <strong>geboortemaand</strong> ontbreken politieke maatregelen.<br />

Toch is het niet zo moeilijk om een aantal maatregelen te noemen die effectief zijn.<br />

Zichtbaarheid <strong>van</strong> de gevolgen <strong>van</strong> leeftijdspositie is een noodzakelijke voorwaarde om de<br />

scheve verdelingen weg te werken. <strong>Het</strong> moet niet moeilijk zijn om met cijfers te laten zien of<br />

de <strong>geboortemaand</strong>en <strong>van</strong> leerlingen in de verschillende brugklassen een rol <strong>van</strong> betekenis<br />

spelen. Een eenvoudige manier om de aandacht te richten op de gevolgen <strong>van</strong> <strong>geboortemaand</strong><br />

is een lijst waarbij de namen <strong>van</strong> klasgenoten niet in alfabetische volgorde staan maar in<br />

chronologische volgorde. Rapportcijfers op een dergelijke lijst laten de leerkracht direct zien<br />

of er een samenhang is met de precieze leeftijd <strong>van</strong> de leerling. Zeker in het vervolgonderwijs<br />

is deze precieze leeftijd niet zichtbaar aan de uiterlijke lichamelijke kenmerken.<br />

Toetsuitslagen in de volgorde <strong>van</strong> <strong>geboortemaand</strong> verhogen de kans dat de effecten <strong>van</strong><br />

leeftijd zichtbaar worden.<br />

Voortijdig schoolverlaten, gedragsmoeilijkheden, gepest worden, hyperactief zijn,<br />

depressieve klachten en vele andere psychische problemen worden in onderzoeksliteratuur in<br />

verband gebracht met de peildatum voor de groepsindeling (Thompson et al, 1999). Dat deze<br />

toevallige datum duizenden kinderen kwetsbaar maakt, demonstreerde een vergelijking tussen<br />

kinderen in Schotland en Engeland (Goodman et al, 2003). Schotse kinderen geboren in<br />

december, januari en februari behoren tot de risicogroep. Ze zijn de jongste leerlingen <strong>van</strong> de<br />

klas omdat de Schotse peildatum 1 maart is. In Engeland en Wales gelden andere peildata,<br />

maar ook daar treft men bij de jongste kinderen relatief meer psychische aandoeningen. En in<br />

Nederland? Mijn vooroordeel is dat de effecten <strong>van</strong> <strong>geboortemaand</strong> in de gangbare<br />

hulpverlening te weinig aandacht krijgt. Leermoeilijkheden en gedragsmoeilijkheden tonen<br />

nog steeds een samenhang met <strong>geboortemaand</strong>. De Nederlandse piek in de zomermaanden


kan niet worden verklaard door het klimaat. In ons buurland ligt de piek immers in de<br />

herfstmaanden!<br />

Aanvullend onderzoek is nodig om na te gaan welke maatregelen het meest effectief<br />

zijn om de huidige ongelijkheid door leeftijdspositie ongedaan te maken. <strong>Het</strong> doorbreken <strong>van</strong><br />

het klassikale beoordelingssysteem is een noodzakelijke voorwaarde en kan op verschillende<br />

manieren bereikt worden (Dudink, 2009). Als er in Nederland straks een loket komt voor de<br />

hele jeugdzorg is het niet moeilijk om voor elke groep <strong>van</strong> probleemkinderen de<br />

leeftijdspositie vast te leggen. Veel schoolpsychologen, klinisch psychologen en A&O<br />

psychologen beseffen helaas niet hoe groot de impact is <strong>van</strong> een variabele die eenvoudig<br />

meetbaar is: de geboortedatum. Ik hoop echt dat psychologen het voortouw nemen om er voor<br />

te zorgen dat de <strong>geboortemaand</strong> over tien jaar niet meer telt.<br />

Literatuurverwijzing<br />

Crawford, C., Dearden, L. & Meghir, C. (2007). When You Are Born Matters: The Impact of<br />

Date of Birth on Child Cognitive Outcomes in England. London: The Institute of Fiscal<br />

Studies.<br />

Dhuey, E. & Lipscomb, S. (2008). What makes a leader? Relative age and high school<br />

leadership. Economics of Educational Review, 27 (2), 173-183.<br />

Doornbos, K. (1971). Geboortemaand en schoolsucces. Groningen: Wolters-Noordhoff.<br />

Doornbos, K. (1997). Weg <strong>van</strong> onderwijs, afscheidscollege. Groningen: Wolters-Noordhoff.<br />

Du, Q., Gao, H. & Levi, M.D. (2008). Born Leaders: The Relative-Age Effect and Managerial<br />

Success. Vancouver: Sauder School of Bussiness.<br />

Dudink, A. (1994). Birth date and sporting success. Nature, 368, 592.<br />

Dudink, A. (2009). Herfstkinderen, <strong>geboortemaand</strong> telt langdurig. Onderzoeksrapport:<br />

Universiteit <strong>van</strong> Amsterdam.<br />

Gladwell, M. (2008). Outliers, the story of success. London: Penguin Books.<br />

Goodman, R., Gledhill, J., Ford, T. (2003). Child psychiatric disorder and relative age within<br />

school year: cross sectional survey of large population sample. British Medical Journal,<br />

327, 472.<br />

Grift, W. v.d. (2005). Verlenging en verkorting <strong>van</strong> de kleuterperiode in het basisonderwijs.<br />

Basisschoolmanagement, 18, (5), 1-10.<br />

Helsen, W.H., Winckel, J. <strong>van</strong> & Williams, A.M. (2005). The relative age effect in youth<br />

soccer across Europe. Journal of Sports Sciences, 23, (6), 629-636.


Holsheimer, J. (2005). Geboortemaand en selectie bij jeugdvoetbal. Sportpsychologie<br />

Bulletin, 16, (1), 7-9.<br />

Huisman, D., Moonen, S. & Pas, M. (1995). De <strong>invloed</strong> <strong>van</strong> <strong>geboortemaand</strong> op<br />

schoolprestaties. Werkstuk: Universiteit <strong>van</strong> Amsterdam.<br />

Martin, A.J. (2009). Age Appropriateness and Motivation, Engagement, and Performance in<br />

High School: Effects of Age within Cohort, Grade Retention, and Delayed School Entry.<br />

Journal of Educational Psychology, 101, 101-114.<br />

Verachtert, P., de Fraine, B. & Onghena, O. (in press) Season of Birth and School Success in<br />

the Early Years of Primary Education. Oxford Review of Education.<br />

Thompson, A., Barnsley, R. & Dyck, R. (1999). A new factor in youth suicide. The relative<br />

age effect. Canadian Journal of Psychiatry, 44, 82-84.<br />

English Summary<br />

Birth date matters<br />

This article shows that the time of the year of a person’s birth is an important factor in three<br />

domains of development: School success, Sport talent and Political leadership. Research<br />

findings are presented of acceleration and retention in Dutch primary schools. A new cut-off<br />

date in soccer resulted in different birth cohorts during selection in all professional teams.<br />

Most Dutch prime ministers, ministers of education and ministers of finance are summer-<br />

born. Explanations are given for the disproportionately high number of political leaders born<br />

in this age cohort. Relative age effects during school years do not fade away.


Tabel 1. Eindtoets Cito 2009: vertraagde en versnelde leerlingen<br />

1 jaar vertraging 1 jaar versneld<br />

jongen meisje jongen meisje<br />

september 2541 1978 oktober 1286 1880<br />

augustus 2088 1653 november 518 707<br />

juli 1727 1330 december 289 430<br />

december 602 488<br />

november 462 343<br />

oktober 363 306


Tabel 2: Verdeling PSV jeugdspelers 2008-2009<br />

Geb. kwartaal percentage spelers<br />

januari - maart 45%<br />

april - juni 31%<br />

juli - september 13%<br />

oktober - december 11%<br />

Tabel 3. Geboortekwartalen Nederlandse Ministers (1946-2009)<br />

okt-dec jan-mrt apr-juni juli-sept<br />

Premier Minister 0 2 4 6<br />

Minister <strong>van</strong> Financiën 0 1 6 8<br />

Minister <strong>van</strong> Onderwijs` 2 1 5 6<br />

Totaal 2 4 15 20

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!