Herbestemming van historische stadshavens - FONV

fonv.nl

Herbestemming van historische stadshavens - FONV

Herbestemming van

historische stadshavens

Handreiking voor gemeenten

Martine van Lier, Reinhilde van der Kroef, Anne Visser

FONV – Federatie Oud-Nederlandse Vaartuigen

Juni 2010


Herbestemming van

historische stadshavens

Handreiking voor gemeenten

Martine van Lier

Reinhilde van der Kroef

Anne Visser

Een uitgave van BMC en FONV – Federatie Oud-Nederlandse Vaartuigen

Juni 2010


4

| Herbestemming van historische stadshavens

MuseuMHAVen Leiden

Inhoud

1. Inleiding 7

2. Aanleiding 11

Historische stadshavens kenmerken ons Waterland 11

Knelpunten 12

3. Tien goede redenen om stadshavens te herontwikkelen 15

4. Wat leert de praktijk? Zeven voorbeelden 21

1. Leiden - De remmende voorsprong? 22

2. Zierikzee - Laveren met nautisch erfgoed 29

3. Den Helder - Een schat aan maritiem verleden 33

4. Spakenburg - Hoe het ook kan 39

5. Leeuwarden - Varend erfgoed nooit weggeweest 43

6. De haven van Rotterdam - Terecht een wereldhaven 47

7. Parkhaven in Utrecht - Oud voor nieuw 51

8. Conclusie: leerpunten uit de praktijk 54

5. Overheden zetten de lijnen uit 57

6. Aanbevelingen 61

Colofon 71

5

| Herbestemming van historische stadshavens


6

| Herbestemming van historische stadshavens

MuseuMHAVen den HeLdeR

1. Inleiding

Als iemand zegt: ‘Denkend aan Holland ...’, denk je direct:

“zie ik brede rivieren, traag door oneindig laagland stromen...” 1)

Nederland is hét waterland bij

uit stek; ons land is vormgegeven door

water. Dat geldt voor natuur en

cultuur landschappen, maar ook voor

de gebouwde omgeving. Steden en

dorpen zijn door water verbonden,

bijna elke stad en elk dorp heeft een

haven. Soms zijn ze in onbruik

geraakt en vervallen, soms zelfs

gedempt. Maar soms ook zijn ze

opnieuw tot leven gewekt en zijn ze

weer de dynamische trekpleisters die

ze vroeger waren, alleen nu met

hedendaagse functies.

Steeds meer gemeenten onderkennen

de mogelijkheden van het benutten

van hun historische havens.

Dynamische historische stadshavens

zijn een belangrijke meerwaarde voor

aantrekkelijke dorpen en steden. De

cultuurhistorische waarde van varend

erfgoed in oude stadshavens geeft

Nederland als Waterland een uniek

imago. Stadshavens geven dorpen en

steden een herkenbaar gezicht als

vissersdorp, vesting- of havenstad.

Bovendien zorgen levendige stadshavens

voor een aantrekkelijke woon-

en werkomgeving en zorgen ze voor

1) Herinnering aan Holland, gedicht van Hendrik Marsman, 1936.

nieuwe werkgelegenheid en stijging

van de vastgoedwaarde. Ze trekken

publiek, vertellen over de historie van

de gemeente en zorgen voor toeristische

omzet.

Toch blijkt het in de praktijk niet

altijd eenvoudig om stadshavens, die

hun oorspronkelijke functie als

over slaghaven verliezen, te herbestemmen

en er nieuwe functies voor te

realiseren. Ondanks de knelpunten

zijn er belangrijke redenen om

stadshavens opnieuw te ontwikkelen.

Bovendien zijn er urgente redenen

om dat juist nú ter hand te nemen.

Dit boekje wil een handreiking zijn

aan gemeenten en provincies voor het

herontwikkelen van stadshavens. Aan

de hand van zeven praktijkvoorbeelden

laten we zien hoe enkele gemeenten

hun historische stadshavens

hebben herontwikkeld en welke

meer waarde zij hier nu van hebben.

We voegen daar aanbevelingen aan

toe en laten zien met behulp van welk

instrumentarium en welke organisaties

ook úw gemeente een historische

stadshaven kan herontwikkelen.

7

| Herbestemming van historische stadshavens


8

| Herbestemming van historische stadshavens

Dit boekje is een coproductie van

BMC, advies- en managementbureau

voor de publieke sector en de Federatie

Oud-Nederlandse Vaar tuigen

(FONV) en is gerealiseerd met steun

van het Prins Bernhard Cultuur fonds.

BMC is een betrouwbare partner voor

de lokale overheid, ook voor herbestemming

van erfgoed en ruimtelijke

kwaliteit van steden en dorpen.

Omdat BMC goed thuis is in de

publieke sector kan BMC goede en

effectieve ontwikkelmogelijkheden

onder gemeenten en provincies

verspreiden.

De FONV ontwikkelt, steunt en

coördi neert initiatieven op het gebied

van het behoud van historische

Nederlandse vaartuigen. De FONV

participeert in de Mobiele Collectie

Nederland (MCN), een samen werkings

verband van koepelorganisaties

van historische schepen, auto’s, vliegtuigen

en treinen. De MCN beheert

het Nationaal Register Mobiel Erfgoed,

waar het varend erfgoed deel

van uitmaakt.

In dit boekje zetten BMC en de FONV

hun ideeën voor het herbestemmen

en herontwikkelen van historische

stadshavens uiteen. Laat u inspireren!

PARKHAVen utRecHt

9

| Herbestemming van historische stadshavens


10

| Herbestemming van historische stadshavens

MuseuMHAVen LeeuwARden

2. Aanleiding

Historische stadshavens

kenmerken ons waterland

Nederland is rijk aan monumentaal

maritiem erfgoed. Overal in ons

geculti veerde deltaland zijn sporen te

zien van ons maritieme verleden.

Deze tastbare bewijzen van een rijk en

dynamisch verleden verdienen het om

bewaard te blijven. Zij geven betekenis

aan ons leven.

In ons waterrijke land werden dorpen

en steden bij voorkeur aan het water

gebouwd, want het vervoer van etenswaren,

goederen en mensen ging

eeuwenlang per schip. De vele stadshavens

getuigen van dit verleden. Ook

nu zijn dit de plekken waar we ons

maritiem erfgoed het beste zichtbaar

en beleefbaar kunnen maken. Bovendien

zijn deze stads havens bij uitstek

geschikt als aantrekkelijke locatie om

te wonen, werken en recreëren in een

cultuurhistorische en maritieme

omgeving. Verschillende steden hebben

inmiddels de mogelijkheden en

meerwaarde van het herontwikkelen

van stads havens met succes opgepakt.

In deze steden dragen de stads havens

bij aan een aantrekkelijk cultureel,

recreatief en economisch klimaat.

Nederland telt echter tientallen stadshavens

die nog op herbestemming

wachten. Veel havens zijn door de

schaalvergroting in de binnenvaart of

door afsluiting van vaarwegen geïsoleerd

en buiten functie geraakt. Dat

komt de leefbaarheid van een havengebied

en de waarde van het vastgoed

niet ten goede. Leegstand en verpaupering

dreigen.

Recente ontwikkelingen maken het

aantrekkelijk om te investeren in de

herontwikkeling van stadshavens. De

aandacht voor het behouden en herbestemmen

van erfgoed groeit.

Wonen, werken en recreëren op en

aan het water is populair. De bijdrage

van creatieve en ambachtelijke bedrijven

aan het leefklimaat en de stedelijke

economie blijkt aanzienlijk. De

Modernisering van de Monumentenzorg

(MoMo) van het Ministerie van

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

maakt het binnenkort mogelijk om

maritiem erfgoed in havengebieden

beter te beschermen en benutten.

Gemeenten kunnen deze ontwikkelingen

aangrijpen door de herontwikkeling

van hun stadshavens op te

nemen in hun erfgoed- en ruimtelijke

ordeningbeleid.

11

| Herbestemming van historische stadshavens


12

| Herbestemming van historische stadshavens

Knelpunten bij de herontwikkeling

van historische stadshavens

Ondanks de voordelen van dynamische

stadshavens is het soms niet eenvoudig

om stadshavens opnieuw te

ontwikkelen. Knelpunten kunnen

zijn:

• Stadshavens zonder functie raken in

verval en trekken de omgeving in een

neerwaartse spiraal mee. Per locatie

moeten de cultuurhistorische waarden

en economische mogelijkheden

in beeld gebracht worden om tot

passende nieuwe functies voor de

herbestemming en herontwikkeling

van een stadshaven te komen. Dit is

maatwerk.

• Een dynamische stadshaven vraagt

om vaarbewegingen van schepen die

kunnen komen en gaan. Daarvoor is

het nodig dat de haven bereikbaar is

en dat bruggen en sluizen werken en

worden bediend.

• Er is onduidelijkheid bij bestuurders

en ambtenaren over mogelijkheden

voor gemeentelijk of provinciaal

beleid om maritiem erfgoed te

behouden en gebruiken. De Monumentenwet

beschermt alleen onroerend

goed. Daardoor wordt varend

erfgoed vaak niet meegenomen in

beleid voor herontwikkeling van

histo rische havens en oude dorps- en

stadskernen.

• In veel dorpen en steden is een

mengel moes ontstaan van historische

schepen, tot woning verbouwde

historische casco’s en woonarken.

Daardoor liggen historische schepen

vaak op weinig zichtbare en herkenbare

plekken. Als ze niet herkend

worden, krijgen ze ook niet de erkenning

die hen als varend erfgoed toekomt.

Zichtbaarheid leidt tot

bewust wording van de cultuurhistorische

waarde en tot draagvlak

voor behoud en gebruik.

• Er is een gebrek aan lig- en aanlegplaatsen

voor historische schepen.

Daardoor is het vooral voor de

grotere historische schepen die

veelal gebruikt worden als woon- of

charterschip steeds moeilijker om te

varen en ergens aan te meren.

Gemeenten en provincies lijken zich

niet bewust te zijn van de cruciale rol

die zij hebben bij het behoud van het

varend erfgoed.

MuseuMHAVen RotteRdAM

13

| Herbestemming van historische stadshavens


14

| Herbestemming van historische stadshavens

MuseuMHAVen LeeuwARden

3. Tien goede redenen om

historische stadshavens

te herontwikkelen

1. Nederland – Waterland

Water is onderscheidend

Van oudsher wordt Nederland gekenmerkt

door water. Niet alleen door

brede rivieren, maar ook door oneindig

veel beken en rivieren, sloten en

singels, begrensd door de Waddenzee

en de Noordzee. Nederland bestaat

voor bijna een vijfde deel uit water 2) ;

de waterrijkste provincies zelfs voor

bijna de helft. Het land was vooral

moerassig, kleiig of zanderig en

vormde geen geschikte ondergrond

voor vervoer over land. Geen wonder

dat het vervoer van goederen, mensen

en dieren eeuwenlang voornamelijk

via deze waterwegen ging.

Nederlanders voelen zich thuis op en

aan het water, onze bondgenoot en

onze bron van welvaart. Nederland is

groot geworden door onze handelsgeest

en vindingrijkheid.

Onze vaardigheden op het gebied van

scheepsbouw, waterbouw en watermanagement

vertegenwoordigen een

groot maatschappelijk kapitaal, dat

wereldwijd bekend en vermaard is.

2. Water bepaalt ons

cultuur landschap

Netwerk van waterwegen

De polders en dijken, de kanalen en

grachten, de pakhuizen en historische

schepen, de vissersdorpen en havensteden

- het zijn de elementen die

horen bij Nederland als Waterland.

Dorpen en steden werden met elkaar

verbonden via een fijn vertakt netwerk

van natuurlijke en gegraven

waterwegen, kanalen en trekvaarten,

terwijl het achterland ontsloten werd

door wijken en sloten. De historische

ruimtelijke structuur van Nederland

is dus bepaald door het water. Dit

maakt Nederland niet alleen wereldwijd

befaamd om zijn hoogstaande

technische beheersing van watersystemen,

het maakt ons land tegelijk

zeer aantrekkelijk voor allerlei soorten

van waterrecreatie en -toerisme.

Nederland - Waterland is een unieke

trekpleister.

2) Totale oppervlakte: 41.528 km 2 , waarvan land: 33.881 km 2 , en water: 7.645 km 2 .

15

| Herbestemming van historische stadshavens


16

| Herbestemming van historische stadshavens

3. Handelsland en transportland

Handel en transport over water

Water was eeuwenlang onze belangrijkste

transportroute. Het was de

levensader voor de aan- en afvoer van

goederen en de bron van handel en

economische groei. Nog steeds is

Nederland een belangrijk knooppunt

van overslag van goederen. In de loop

van de twintigste eeuw vond er een

forse schaalvergroting plaats van het

vervoer over water, waardoor kleinere

havens, waterwegen en schepen in

onbruik raakten. Bovendien werd het

vervoer over water teruggedrongen

door de opkomst van de trein, de

(vracht-)auto en het vliegtuig.

Vandaag de dag wordt echter nog

steeds een aanzienlijk deel van alle

goederen vervoerd over water en

groeit het aandeel van de binnenvaart

als gevolg van de congestie op de weg.

Ook nu nog is Nederland een drukbevaren

land. Niet alleen meer door

de zee- en binnenvaart, maar ook door

de pleziervaart, de historische

schepen en de chartervloot.

4. Stadshavens kenmerken

vissersdorpen en havensteden

Haven is identiteit

De ligging aan waterwegen brengt

vanouds grote economische voordelen.

Daarom zijn onze steden en

dorpen veelal aan het water ontstaan,

op een gunstige plek op een kruising

van vaarwegen. Stadshavens en marktpleinen

markeren de oudste kern van

steden en dorpen. Het water maakte

de groei en bloei van zee havens als

Amsterdam, Rotterdam, Groningen

en Terneuzen mogelijk, maar ook van

visserssteden als Bunschoten,

Vlaardingen, Yerseke en IJmuiden.

Havens, kades, grachten, pakhuizen

en schepen horen onlosmakelijk bij

de identiteit van ‘Nederland -

Waterland’. Zij vertellen het verhaal

hoe Nederland het water met succes

inzette als bondgenoot en daarmee

één van de grootste transport- en handelslanden

ter wereld werd. Stadshavens

en waterwegen kenmerken de

stedenbouwkundige structuur van

vissersdorpen, vesting- en havensteden

en maken vaak deel uit van

beschermde stads- en dorps gezichten.

En wat is daar sfeervoller dan een

levendige stadshaven met pakhuizen,

winkelpandjes, werkplaatsen en historisch

schepen aan de kade?

5. Stadshavens zijn economische

motor

Dynamische stadshaven is

aantrekkelijk

Een levendige stadshaven draagt bij

aan een bruisende stad en is een

vlieg wiel voor de lokale economie.

Een dynamische haven vormt een

aantrekkelijke pleisterplaats voor

omwonenden en recreanten. De

gebieden rondom stadshavens zijn

gewilde vestigingslocaties voor

horeca, winkels en creatieve, ambachtelijke

en dienstverlenende bedrijven.

Een doelgerichte ontwikkeling van

stadshavens zorgt voor waardestijging

van het omringende vastgoed

en voor nieuwe werkgelegenheid. Dat

bewijzen steden die hun stadshavens

herontwikkelden, bijvoorbeeld als

charterhavens, zoals Zierikzee,

Lelystad, Enkhuizen en Harlingen, of

als jachthavens, zoals Aalsmeer,

Kerkdriel, Goes en Sneek, of vooral

ook als dynamische historische

havens, zoals wederom Rotterdam,

maar ook Spakenburg, Leiden, Gouda

en Den Helder.

6. Nederland is scheeps bouwland

Elke waterweg zijn eigen

scheepstype

Nederland heeft door zijn fijnmazige

waterwegennet een veelzijdige vloot

ontwikkeld. Voor elk vaarwater en elk

type vervoer ontwikkelden scheepsbouwers

een eigen scheepstype. Er zijn

tientallen scheeps typen met vele

onder soorten ontstaan. Ook als

scheeps bouwland heeft Nederland

een mondiale reputatie opgebouwd.

De grote en diverse vloot van zee- en

binnenvaartschepen heeft economische

groei, de industrialisatie en de

hoge welvaartsgraad van Nederland

mogelijk gemaakt.

Vóór 1900 werden de meeste schepen

van hout gebouwd, daarna van ijzer

en staal. Van de houten schepen is niet

veel bewaard gebleven; van de ijzeren

en stalen schepen is nog een klein

gedeelte over. Deze schepen worden

vooral door particulieren behouden

als charterschip, woon- en recreatieschip.

Zo kreeg Nederland in de loop

van de twintigste eeuw een unieke

vloot van varend erfgoed, die er in de

eenentwintigste eeuw aanspraak op

maakt (een van) de grootste ter wereld

te zijn. Deze historische vloot is in

potentie een ‘unique selling point’ en

biedt mogelijkheden voor maatschappelijke,

ruimtelijke, econo mische,

culturele en toe ris tisch-recreatieve

benutting.

17

| Herbestemming van historische stadshavens


18

| Herbestemming van historische stadshavens

7. Havens en schepen zijn

beeldbepalend

Maritiem erfgoed vertelt ‘het

verhaal’ van Nederland

In de Nederlandse havens in dorpen

en steden wemelde het vroeger van de

schepen en de bedrijvigheid. Ook nu

zijn herontwikkelde stadshavens

interessante plekken waar altijd wat

te zien, te doen en te beleven valt.

Deze maritieme ensembles van water,

havens, pakhuizen en historische

schepen vertellen ‘het verhaal’ van de

groei en bloei van onze dorpen, steden

en cultuurlandschappen. Het maritiem

erfgoed in levende stadshavens

maakt ‘het verhaal’ van Nederland

afleesbaar en beleefbaar.

8. Recente waterontwikkelingen

Water is herontdekt

In de twintigste eeuw werden door de

schaalvergroting in de binnenvaart de

kleinere waterwegen en binnenhavens

steeds minder gebruikt. Vele

raakten uiteindelijk buiten functie en

verloederden. Water werd van een

kans een probleem. Aan het eind van

de twintigste eeuw begon het tij te

keren. De aandacht voor water berging

en ecologisch beheer van watersystemen

neemt toe. Waterlopen in het

landschap worden weer hersteld. We

zien steeds meer combinaties van

waterberging en waterrecreatie in

nieuwe woonwijken. Wonen aan het

water is gewild. Waterrecreatie is al

jaren een groeimarkt.

9. De tijd is rijp

Herwaardering voor water in de

stad

De belangstelling voor erfgoed groeit.

Gemeenten onderkennen dat erfgoed

bijdraagt aan een aantrekkelijk woon-

en vestigingsklimaat en aan een positief

imago. De laatste jaren laat een

aantal gemeenten zien dat ook

opnieuw tot leven gewekte stadshavens

bijdragen aan het eigen en

onderscheidend karakter. De tijd van

het dempen en afdammen van havens,

grachten en waterwegen is echt voorbij.

Stadshavens verbeteren de beeldkwaliteit

en dragen bij aan een aantrekkelijk

gebied om te wonen,

werken en recreëren. Water in de stad

is een belangrijke meerwaarde voor de

kwaliteit van de leefomgeving.

10. Het maritieme erfgoed is er

klaar voor

Havens en schepen matchen

In de meeste dorpen en steden in

Nederland herinneren havens,

grachten en kades en zelfs bruggen,

dammen en sluizen ons aan de band

met het water. Uniek in Nederland is

ook het respectabele aantal historische

schepen, dat nog bewaard is

gebleven. De kunst is nu om de goede

match te maken: combineer historische

havens en kades met historische

schepen en het beeld van een historische

stadshaven is compleet. Waar het

gebouwde en varende maritiem erfgoed

elkaar vinden en versterken ontstaan

aantrekkelijke, levendige stadshavens.

De publieke waardering voor

stadshavens en maritieme evenementen

geeft aan dat de samenleving het

varend erfgoed als beschermwaardig

cultuurbezit beschouwt.

19

| Herbestemming van historische stadshavens


20

| Herbestemming van historische stadshavens

oude HAVen ZieRiKZee

4. Wat leert de praktijk?

Zeven voorbeelden

In het voorafgaande is naar voren

gekomen dat er beleidsmatig weinig

kader voor de bescherming van het

varend erfgoed was. Toch is men in

een aantal gemeenten aan de slag

gegaan om de cultuurhistorische

mogelijkheden van het varend erfgoed

in samenhang met havens en

werven voor historische schepen te

benutten. Er zijn zeven voorbeelden

van historische stadshavens geselecteerd

om te laten zien welke problemen

bij de bescherming van maritiem

erfgoed in de praktijk tegengekomen

kunnen worden en hoe deze opgelost

of voorkomen (hadden) kunnen

worden. Gekozen is voor een divers

beeld: kleine en grote havensteden,

jonge en oudere stadshavens, elk met

een andere ontwikkelingsgeschiedenis.

Centraal in onze benadering staat

de vraag welke rol het vernieuwde

monumentenbeleid - met voor het

eerst op beleidsmatig niveau aandacht

voor cultuurhistorische waarden

in de ruimtelijke ordening - voor

het maritiem erfgoed kan spelen.

In het verleden is een 400-tal

beschermde dorps- en stadsgezichten

aangewezen. De beschermde gezichten

richtten zich als gevolg van de

Monumentenwet van 1988 echter

vooral op onroerende monumenten.

Daardoor is het varend erfgoed

jaren lang buiten de boot gevallen.

Het vernieuwde monumentenbeleid

richt zich op cultuurhistorische waarden

in het ruimtelijk beleid (bestemmingsplannen),

op ensembles (waarvan

roerend goed deel kan uitmaken)

en op hergebruik van erfgoed. Daardoor

ontstaan er kansen voor het

maritiem erfgoed om als nieuw toe te

voegen onderdeel van het maritiem

‘ensemble’ te profiteren van de

beschermingsmogelijkheden.

De nieuwe mogelijkheden voor het

behoud van maritiem erfgoed worden

in zeven voorbeelden geschetst. In

relatie tot het nieuwe beleid wordt

onderzocht wat gemeenten hebben

gedaan, en wat ze hadden kunnen

doen, ware het beleid eerder opgesteld.

Laten we kijken wat we ervan

kunnen leren!

21

| Herbestemming van historische stadshavens


22

| Herbestemming van historische stadshavens

1. Leiden

De remmende voorsprong?

De haven voor historische schepen 3)

bij de stadstimmerwerf in het Leidse

Kort Galgewater is één van de oudste

van Nederland. In 1982 organiseerden

leden van de Landelijke Vereniging

tot Behoud van het Historisch

Bedrijfs vaartuig (LVBHB) tijdens de

Leidse 3 oktoberfeesten een vlootschouw.

De betrokken schippers

woonden en werkten aan hun schepen

tijdens de feesten en zij lanceerden na

deze eerste succesvolle vlootschouw

het idee om enkele historische

MuseuMHAVen Leiden

schepen permanent in Leiden te tonen

en te bewonen in een nog in te richten

historische haven. 4)

1982 is eveneens het jaar waarin de

binnenstad van Leiden aangewezen is

als beschermd stadsgezicht, wat

moge lijkheden opleverde om het

maritiem erfgoed te beschermen. 5)

De gemeente heeft het voorstel uit

1982 voor het oprichten van de historische

haven van de Vereniging overgenomen

en opgenomen in de toerismenota

‘Leiden de moeite waard’ uit

1984. De Stichting Historische Haven

3) De aanduiding ‘museumhaven’ wordt in die gevallen gebruikt waar men ook zelf deze term als

aanduiding gebruikt. Voor het overige wordt de meer algemene term ‘haven voor historische

schepen’ gebruikt.

4) Bewoning door particulieren is in de wereld van het varend erfgoed een belangrijke vorm van

hergebruik.

5) Nautisch erfgoed is tot op heden echter niet expliciet benoemd in de beschermende bestemmingsplannen.

Leiden is in juli 1984 opgericht en de

Leidse historische haven in het Kort

Galgewater is nog datzelfde jaar experimenteel

geopend, met een vergunning

van de gemeente voor een jaar.

Bezwaren tegen het plan van

om wonen den en bedrijven in de

buurt werden ongegrond verklaard.

Na evaluatie volgde een positief

advies voor het afgeven van een

permanente vergunning voor 16 schepen

- inclusief vergunning tot bewoning.

Tegelijkertijd werd bepaald dat

het bestemmingsplan herzien moest

worden. De gemeente stelt in 1985:

‘Aangezien authentieke bedrijfsvaartuigen

van historisch belang zijn,

is beschikbaarstelling van havenfaciliteiten

een wezenlijke bijdrage aan het

behoud van dat cultuurgoed.’

Ondanks deze positieve intentie, is de

aanpassing aan het bestemmingsplan

pas in 1990 afgerond.

Hoewel de gemeente het plan voor de

historische haven in Leiden ondersteunde,

is de totstandkoming ervan

niet probleemloos verlopen. Zowel

juridisch als praktisch schoot het

gemeentebeleid ter bescherming van

de historische haven tekort.

Enkele voorbeelden ter illustratie:

Aan de overzijde van de historische

haven vormde gedurende enige tijd

een schip, een wad- en sontvaarder,

een mooi ensemble met de schepen in

de historische haven. Toen dit schip

verdween, gaf de gemeente toestemming

voor een ligplaats voor een

brasserieboot en enkele schepen, die

detoneerden in het historische beeld.

Een ander obstakel vormde de eis van

de gemeente dat alle boten op het

riool werden aangesloten. Deze eis

vormde een belemmering voor de

aan- en afvoer van schepen vanwege

de toenmalige technische uitvoering

van de aansluiting. Aanvankelijk

beschikte de haven over zestien

ligplaatsen, maar door vertrek van

sommige schepen en door de aanleg

van steigers zijn er negen schepen

overgebleven. De verloren gegane

ruimte is niet gecompenseerd. Het

huidige aantal is te weinig om de

haven goed te kunnen exploiteren en

de stichting te kunnen bemensen.

Daardoor blijven de activiteiten van

de schippers, naast restauratie- en

onderhoudswerkzaamheden aan hun

schepen beperkt. Het gebrek aan

menskracht betekent ook dat de

haven zich niet verder ontplooit. Tot

slot heeft de Stichting Historische

Haven Leiden geen instrumenten om

liggers te dwingen hun restauratieverplichtingen

na te komen. De

Stichting voelt zich in dit proces niet

gesteund door de gemeente.

23

| Herbestemming van historische stadshavens


24

| Herbestemming van historische stadshavens

Vanuit de gemeente

De gemeente Leiden geeft in diverse

notities blijk van de zorg die ze heeft

voor het water en het erfgoed in de

stad. Zowel in het verleden als naar de

toekomst toe speelt water een belangrijke

rol. Opvallend is wel dat het

maritiem erfgoed zelden expliciet

genoemd wordt in beleidsnota’s.

Het water centraal

Water is beeldbepalend voor het

gezicht en de sfeer van Leiden. Het

water beleefbaar maken voor inwoners

en toeristen is voor de gemeente

een continu proces, waarin steeds

bijsturing nodig is. Daarom zijn er

beleidsnota’s opgesteld waarin het

water centraal staat, bijvoorbeeld het

Waterplan Leiden 2005-2015. Een van

de speerpunten in de nota is het water

beter zichtbaar en bereikbaar te

maken. ‘Op sommige plaatsen is het

water vanaf de kant niet of nauwelijks

zichtbaar en slecht openbaar toegankelijk,

terwijl dit ongewenst is. Hierdoor

beleef je het water vanaf de kant

nauwelijks meer.’ 6)

Natuurlijk is het water niet alleen te

beleven vanaf de kant, water beleef je

ook op het water. En gezien vanaf het

water krijgen de stad en de monumenten

een heel nieuw perspectief.

Ook hier heeft de gemeente oog voor,

zo blijkt uit de toekomstvisie: ‘De

binnenstad deels vrij maken van autoverkeer

en het vervolmaken van de

Singelparkroute, zodat wandelaars

alle ruimte krijgen. Dit versterkt het

historische karakter van de stad,

maakt het aantrekkelijker voor bezoekers

en maakt de monumenten van de

stad beter zichtbaar, ondermeer vanaf

het water.’ 7)

De gemeente loopt voorop door in

2003 de Beleidsvisie Watertoerisme

2000-2020 te presenteren, waarin het

gemeentelijk stimuleringsbeleid

watertoerisme is opgenomen. 8) Steden

als Utrecht en Dordrecht zijn geïnteresseerd

in de Leidense aanpak. In de

nota wordt het Galgewater expliciet

genoemd als eerste museumhaven

voor historische bedrijfsvaartuigen en

ingezet in het aantrekken van ‘watertoeristen’.

De haven wordt bijvoorbeeld

ingezet als publiekstrekker bij

de herdenking van het 350-jarig

bestaan van de trekvaartroute tussen

Leiden en Haarlem.

6) Waterplan Leiden 2005-2015, gemeente Leiden, 2005.

7) Leiden Stad van Ontdekkingen. Profiel Leiden 2030, gemeente Leiden, 2004 (herzien in 2007).

8) Beleidsvisie Watertoerisme Leiden 2000-2020, Een stad zonder water heeft geen vroeger of later,

gemeente Leiden, 2003.

Water en ruimte

Ruimtelijke ordening wordt vastgelegd

in bestemmingsplannen. Het

Bestemmingplan Binnenstad II van

de gemeente Leiden gaat over het

gebied waarin zich ook de historische

haven bevindt. 9) In het bestemmingsplan

wordt blijk gegeven van het besef

dat het behoud van historie van

waarde is voor de stad: ‘Het beleid is

hier gericht op het behouden en versterken

van het historische karakter

[van de Leidse historische binnenstad].

De aanwijzing van de binnenstad

tot beschermd stadsgezicht 10)

ondersteunt dit beleid.’ De bescherming

richt zich volgens het bestemmingsplan

onder meer op het

‘patroon van straten en waterlopen’.

Over het gebied rond de haven is

opgenomen dat ‘belangrijke historische

elementen in de wijk [als] de nog

aanwezige Morspoort aan het eind

van de Morsstraat en het gebouwencomplex

van de Stadstimmerwerf met

zijn typische trapgevel tegenover het

Galgewater [het behouden waard

zijn].’ De haven zelf wordt niet expliciet

genoemd in het bestemmingsplan.

Water en erfgoed

Het water in Leiden is belangrijk in

het totaal van erfgoed in de stad. In

2005 is de Erfgoednota opgesteld,

waarin expliciet de cultuurhistorische

betekenis van het watererfgoed is

benoemd: ‘De cultuurhistorische

identiteit van Leiden wordt mede

bepaald door de ligging van de stad

aan de rivier de Rijn, de open en

inmiddels gedempte grachten, de

stadswallen en parken en ook de

watergebieden en landgoederen in de

omgeving. De bescherming tegen het

water staat hoog op de nationale

agenda (…) Door de interesse voor het

water staat ook het watererfgoed

tegen woordig volop in de belangstelling.

Het herstel van oude gedempte

grachten of het weer aanbrengen van

de oude meandering in gekanaliseerde

beken blijkt in modern waterbeheer

meer en meer een reëel alternatief

te worden.’

9) Bestemmingsplan Binnenstad II (2007, herzien in 2009), gemeente Leiden, 2007.

10) Sinds 1991.

25

| Herbestemming van historische stadshavens


26

| Herbestemming van historische stadshavens

Deze beeldende beschrijving van de

waarde van water voor de identiteit

van Leiden is vastgelegd in vier hoofddoelstellingen:

• het optimaal benutten en beschermen

van het cultureel kapitaal van

Leiden;

• het bevorderen van een optimale

cultuurdeelname en cultuurbeleving;

• het ontwikkelen van een leefbare en

duurzame stad in een dynamische

randstedelijke omgeving rekeninghoudend

met de unieke historische

waarde;

• de (door)ontwikkeling van de (o.a.

historische) identiteit van Leiden ten

behoeve van het cultuurtoerisme.

De doelstellingen raken maatschappelijke

thema’s als participatie, leefbaarheid

en aantrekkingskracht van

de stad op bewoners en toeristen.

Door in te zetten op beleefbaar erfgoed

wordt bijgedragen aan deze

thema’s. En de historische haven is

toegankelijk en een belevenis voor

jong en oud!

Daarom schetst het enige verbazing

dat in de nota de haven bewust níet

wordt aangewend om de doelstellingen

te realiseren: ‘Leiden kent sinds

1984 de historische haven aan het

Galgewater en daarnaast de historische

haven aan de Oude Vest / Oude

Singel. De schepen in deze havens zijn

een waardevol onderdeel van het historische

stadsgezicht. Net als tijdens

het opstellen van de Monumentennota

1991 zijn wij echter van mening

dat bescherming van roerende monumenten

niet tot de taken en de mogelijkheden

van de gemeente behoort.

Schepen, trams, auto’s en dergelijke

zijn uit de aard der zaak roerend,

waardoor bescherming en handhaving

moeilijk is. Plaatsing op de

gemeentelijke monumentenlijst

vinden wij een voor deze categorie erfgoed

onpraktisch en te arbeidsintensief

instrument. Net als bij roerende

zaken als schilderijen en meubels

vormt alleen het eventueel verwerven

van het betreffende object een uitvoerbare

vorm van bescherming door

de gemeente.’

Concluderend

De gemeente Leiden is in een vroeg

stadium en voortvarend begonnen

met de opzet van een haven voor

histo rische schepen: zij verklaarde de

bescherming van authentieke

bedrijfsvaartuigen van historisch

belang en erkende dat havenfaciliteiten

van wezenlijk belang zijn voor het

behoud van dat cultuurgoed. Op basis

van de gemeentelijke nota’s en de

gehoorde schippers ontstaat echter de

indruk dat de aandacht voor de historische

haven verflauwd is en dat het

tot bloei brengen van de haven gestagneerd

is, mede doordat de gemeente

niet goed raad weet met de vraag op

welke manier men roerende monumenten

zoals varend erfgoed beleidsmatig

zou kunnen beschermen.

Als de historische haven van Leiden

wil uitgroeien tot een dynamische

historische stadshaven, dan zou de

gemeente Leiden in samenspraak met

de Stichting Historische Haven

Leiden een reactiveringsplan kunnen

opstellen. Hiervan kunnen een inrichtingsplan,

beheerplan en activiteitenplan

deel uitmaken. De meerwaarde

van de historische haven en de afspraken

uit deze plannen kunnen dan

consequent in het gemeentelijk beleid

op het gebied van ruimtelijke ordening,

stadsontwikkeling, cultuur,

recreatie en toerisme opgenomen

worden.

Bestemmen

Het is jammer dat de mogelijkheden

voor het opnemen van maritiem

erf goed in het bestemmingsplan

onbenut zijn gelaten. 11) Het is goed

mogelijk de historische haven via het

ruimtelijk beleid als een verbinding

tussen het water en het cultuurhistorisch

erfgoed in te zetten. Daarmee

kan de gemeente sturen op de

noodzakelijke voorwaarden voor een

succesvolle en dynamische historische

haven. Door het inkrimpen van de

zestien ligplaatsen in de haven tot de

uiteindelijke negen is de massa die

nodig is om de haven tot bloei te

brengen verdwenen. Door strakke

eisen te stellen aan de kwaliteit van de

schepen die aanspraak maken op een

ligplaats kan de gemeente het historische

aanzicht van het Galgewater

versterken. En met deze eisen hadden

de Stichting Historische Haven

Leiden en de gemeente bovendien de

handen ineen kunnen slaan om

schippers te sommeren hun restauratieverplichtingen

na te komen. De

bewoners en bezoekers van Leiden, de

beherende stichting in Leiden en de

gemeente kunnen vanzelfsprekend

alsnog veel baat hebben bij de opname

van het maritieme ensemble van de

historische haven met varend erfgoed

in de cultuurhistorische paragraaf

van het bestemmingsplan.

Verbinden

De gemeente spreekt in diverse nota’s

van het verbinden van waterbeleid

met het cultuurhistorisch erfgoedbeleid.

Door het maritiem erfgoed in

het ruimtelijk-, water-, cultureel en

toeristisch beleid te integreren kan

deze ambitie worden waargemaakt.

De gemeente Leiden krijgt met de

11) De vaste procedure voor inspraak en klachtenafhandeling bij de totstandkoming van bestemmingplannen

biedt eveneens houvast aan de beleidsmakers over de afhandeling van klachten.

27

| Herbestemming van historische stadshavens


28

| Herbestemming van historische stadshavens

beschrijving van de cultuurhistorische

waarde van het maritiem erfgoed

in het bestemmingsplan een instrument

aangereikt waarmee zij beter

gebruik kan maken van de inhoudelijke

mogelijkheden van het aanwezige

nautische erfgoed. Daarmee

wordt de stagnatie die nu op het

gebied van de historische haven en het

varend erfgoed geconstateerd is

verholpen.

Verruiming mogelijkheden

voor gemeente Leiden

De toevoeging van de cultuurhistorische

paragraaf aan bestemmingsplannen,

zoals door de minister van OCW

is voorgesteld in de Beleidsbrief

Modernisering Monumentenzorg,

geeft ook de gemeente Leiden de

mogelijkheid om het maritieme erfgoed

als ensemble op te nemen in het

bestemmingsplan. De gemeente kan

vervolgens de bescherming, handhaving

en verdere ontwikkeling en

benutting van de historische haven

inclusief het varend erfgoed prima

opnemen in het gemeentelijk beleid.

2. Zierikzee

Laveren met nautisch erfgoed

In 1989 verkeerde de Oude Haven van

Zierikzee in een weinig florissante

toestand. De Oude Haven, die eigendom

is van de gemeente werd in

1989-1990 aangepakt en opgeknapt.

De haven ligt in het stadscentrum, dat

sinds 1991 aangewezen is als

beschermd stadsgezicht. 12) In de periode

waarin het groot onderhoud werd

gepleegd, zijn plannen ontstaan om

de Oude Haven in te richten als

museumhaven. Daarvoor bracht de

gemeen te in 1991 enkele voorzieningen

aan. De inrichting met

historische schepen werd een taak van

de Stichting Museumhaven Zierikzee

samen met de daaraan verbonden

vrienden vereniging die in 1990 is

opgericht. 13) In 1992 werd de museumhaven

geopend.

Er moesten in de museumhaven

natuur lijk historische schepen

komen. Daar was een taak voor de

stichting en de vereniging gezamenlijk

weggelegd. De belangrijkste vraag

bij het verwerven van schepen was:

hoe aan schepen te komen en hoe de

schepen te beheren. Pogingen van de

stichting om schepen van andere

behoudorganisaties in de haven een

ligplaats te geven liepen op niets uit.

Vervolgens werd gekozen voor de

oplossing om zelf schepen in eigendom

te nemen, ze te restaureren en ze

in de haven neer te gaan leggen. 14)

Deze manier van behoud is uitermate

kostbaar, en anders dan particuliere

eigenaren die met hun schip kunnen

varen en daarmee kosten terugverdienen,

werd in Zierikzee nauwelijks

met de schepen gevaren. Intussen

vormden de schepen die vanaf het

12) In de aanwijzing van het centrum van Zierikzee tot beschermd stadsgezicht wordt het monumentale

belang van het historisch centrum benadrukt: ‘[...] Ter bescherming van het bovengenoemde

historisch en ruimtelijk karakter van het beschermd stadsgezicht is voor dit gebied een dubbelbestemming

opgenomen.’ En hoewel hier sprake is van het ruimtelijk element wordt de Oude

Haven niet benoemd. Hoewel de haven zich in het gezicht bevindt, gaat de aandacht in de

beschrijving hoofdzakelijk naar de bebouwde omgeving. Dit hangt samen met de toenmalige

wettelijke focus van de beschermde dorps- en stadsgezichten op de gebouwde omgeving en de

daarin voorkomende (Rijks-)monumenten.

13) Doel van de Stichting was (en is) het inrichten en beheren van de historische haven in Zierikzee als

museumhaven en het behoud van authentieke scheepstypes in het algemeen, met het accent op

vaartuigen die traditioneel in het Deltagebied van de provincie Zeeland voorkwamen. De stichting

tracht haar doel te verwezenlijken door de aankoop en restauratie van schepen; het bieden

van ligplaatsaccommodatie in de museumhaven; het verzamelen van kennis en documentatie, het

geven van voorlichting en het bieden van de mogelijkheid tot het bezichtigen van de schepen.

14) Het Openluchtmuseum in Enkhuizen is in dezelfde tijd vanwege te hoge onderhoudskosten van

deze methode afgestapt.

29

| Herbestemming van historische stadshavens


30

| Herbestemming van historische stadshavens

midden van de jaren negentig een

ligplaats in de museumhaven van

Zierikzee vonden een toeristische

trekpleister, maar daar stonden voor

de Stichting Museumhaven geen

inkomsten tegenover. Ook werden de

schepen niet bewoond.

Zowel de provincie Zeeland als de

gemeente Zierikzee promootten

begin jaren ’90 cultuurhistorie als

belangrijk aspect van het toeristischrecreatief

beleid. De Stichting

Museum haven liet in dat verband in

1995 een haalbaarheidsanalyse uitvoeren

naar de ontwikkeling van een

Zeeuws kustvisserij-, binnen- en

beurtvaartmuseum annex een

scheeps reparatie- en restauratiewerkplaats,

later aangevuld met

horeca en een nautische souvenirshop.

De plannen voor de museumhaven

hadden een integrale opzet:

oude HAVen ZieRiKZee

men wilde economische, maatschappelijke,

educatieve en culturele

opbrengsten behalen door een toeristische

trekpleister te zijn met openluchtevenementen

en exposities, waar

vrijwilligers en werkloze jongeren

scheepsonderhoud konden leren. De

gemeenteraad van de nieuwe

gemeente Schouwen-Duiveland wees

de plannen in 1998 echter af vanwege

de vrees dat de exploitatie niet rond

zou komen door de hoge restauratie-

en onderhoudskosten van de schepen.

De museumhaven kwam na dit

besluit in zwaar weer. De noodzaak

voor een eigen reparatie- en restauratiewerf

werd nog groter: hiermee

konden de onderhoudskosten van de

schepen ingeperkt worden. In 2002

werd door de Stichting Renesse een

oude houtloods verkregen, waarin de

Stads- en Commerciewerf werd

gere ali seerd. De werf opende in 2004.

Vrijwilligers restaureren nu de

schepen en kijkers op de werf brengen

middels giften geld in het laatje. De

exploitatie is daarmee aanzienlijk

verbeterd. Toch bleven de cijfers in

het rood en pas nadat de stichting in

2004 gedreigd had alle schepen uit de

museumhaven weg te halen, haalde

de gemeente bakzeil en kwam er een

structurele subsidie voor de exploitatiekosten

van de museumhaven.

Vanuit de gemeente

De relatie tussen de gemeentelijke

overheid en de Stichting Museumhaven

valt uiteen in twee periodes: tot

1998 trokken stichting en gemeente

samen op bij het tot stand brengen

van de museumhaven. Maar na de

gemeentelijke herindeling in 1997

kwamen de nieuwe gemeente

Schouwen- Duiveland en de stichting

tegenover elkaar te staan.

Water en ontwikkeling

Ondanks de voorzichtigheid van de

gemeente ten aanzien de exploitatie

van de stichting onderkent zij het

belang van historisch erfgoed voor de

stad Zierikzee. In het Meerjaren

Ontwikkelingsplan stedelijke

vernieuwing 2005-2009 ligt de

nadruk op de cultuurhistorische

waarden van de stad: ‘Het beleid is

erop gericht om het historisch-

stedelijk karakter van de stad te

versterken. […] Zierikzee is een plaats

met geweldig cultuurhistorisch

potentieel dat op dit moment

onvol doende wordt benut. […] Ook

door structurele ingrepen in de

verblijfskwaliteit en in de ruimtelijke

omgeving kan een culturele kwaliteitsslag

worden gemaakt. Centraal in

deze kwaliteitsslag dient te staan de

versterking van de samenhang (door

verbindingszones) tussen de gebieden:

Nieuwe Kerk, Nieuwe Haven,

Havenplein, Oude Haven. Door deze

kwaliteitsslag en door het benutten

van de cultuurhistorie, wordt

Zierikzee zowel aantrekkelijker voor

de eigen bewoners om te wonen als

voor de toeristen als verblijfplaats.’

Water en ruimte

Ook uit de ruimtelijke nota blijkt dat

de gemeente oog heeft voor het

belang van het cultuurhistorische erfgoed

voor de gemeente. In het

bestem mingsplan ‘Bebouwde kom

Zierikzee’ dat in 2009 in werking is

getreden, wordt gesteld dat ‘het

historische karakter van de binnenstad

voor een hoeveelheid van

functies van essentieel belang is en

dan ook nadrukkelijk beschermd en

waar mogelijk uitgebouwd en versterkt

dient te worden.’ De Oude

Haven krijgt in het bestemmingsplan

de bestemming van museumhaven

toegekend. Dit biedt goede kansen

om instrumenten te ontwikkelen

31

| Herbestemming van historische stadshavens


32

| Herbestemming van historische stadshavens

waarmee de museumhaven ondersteund

wordt.

Ook in het Beleidsplan musea 2007-

2010 wordt de museumhaven besproken

als een van de musea die de

gemeente rijk is. 15) In de werkgroep die

dit beleidsplan heeft opgesteld had

een van de bestuursleden van de

Stichting Museumhaven zitting.

Concluderend

Hoewel de toenmalige gemeente

Zierikzee positief is begonnen met

het project museumhaven, is de inzet

op de haven na de gemeentelijke

her indeling niet doorgezet. De oorzaak

hiervan lag in de kanttekeningen

die de gemeenteraad plaatste bij de

werkwijze van het stichtingsbestuur.

Dit heeft een verwijdering tussen

gemeente en stichting teweeggebracht.

Inmiddels zijn de contacten

verbeterd en kunnen de stichting en

gemeente nu in eendracht gaan

werken aan de verdere opbouw van de

museumhaven.

Dat de gemeente het belang van de

museumhaven onderkent, blijkt

inmiddels zowel uit de toegekende

subsidie, als uit de nota’s waarin de

haven niet expliciet, maar als onderdeel

van het historisch karakter van de

stad wel een grote rol speelt.

Bestemmen

De museumhaven is met de functie

‘openluchtmuseum’ opgenomen in

het bestemmingsplan. Toch bood dit

te weinig duidelijkheid omtrent de

gewenste functie en meerwaarde van

de museumhaven voor Zierikzee. Een

beschrijving van de cultuurhistorische

waarden van deze haven (als

onder deel van de historische binnenstad

van Zierikzee) in een cultuurhistorische

paragraaf van het bestemmingsplan

zou de bescherming van

het Zierikzeese maritieme erfgoed

een meer structurele plaats in het

gemeentebeleid en daarmee een

grotere beleidsmatige continuïteit

hebben gegeven. Als de gemeente

Zierikzee de museumhaven opneemt

in de cultuurhistorische paragraaf

van het bestemmingsplan, kan zij

alsnog de integrale opzet met een

cultuurhistorische, maar ook een

economische, sociaal-maatschappelijke,

educatieve en culturele meerwaarde

verder proberen te ontwikkelen.

Dit zal leiden tot een dynamische

museumhaven die meer doet dan

fungeren als ‘stoffering voor de stad’.

15) Beleidsplan musea 2007-2010 Eenheid in diversiteit, gemeente Schouwen-Duiveland 2007.

3. Den Helder

Een schat aan maritiem verleden

Het voormalige werfcomplex van de

Oude Rijkswerf Willemsoord in Den

Helder beslaat naast de grachten en

het overige water 40 hectare,

bestaan de uit monumentale bebouwing

en dokken. Van 1827 tot 1993 was

het de belangrijkste reparatie-inrichting

van de marinevloot. Op beperkte

schaal werd er ook nieuw gebouwd. In

1995 droeg de Koninklijke Marine de

helft van het complex over aan de

gemeente Den Helder, later volgde de

rest. De gemeente saneerde het

terrein, sloopte een deel van de

gebouwen en restaureerde wat overbleef.

Sinds 1997 heeft het complex de

status van Rijksmonument. In december

2007 werd de Stelling Den Helder,

waar de Rijkswerf onderdeel van uitmaakt

aangewezen als beschermd

MuseuMHAVen den HeLdeR

stadsgezicht. In 2004 opende de

Stichting Nautische Monumenten

Den Helder officieel haar museumhaven

op het Rijkswerfcomplex.

Tegelijkertijd opende naast de

museum haven het reddingsmuseum

Dorus Rijkers de poorten. Voorts is in

de directe omgeving het Marinemuseum

gevestigd.

De Stichting Nautische Monumenten

Den Helder is op 21 juni 1991 opgericht

door inwoners van de stad. De

stichting zocht schepen om te restaureren

en vervolgens in de museumhaven

te kunnen neerleggen. Het aantal

schepen is in de loop der jaren

uit ge groeid tot zo’n 30. Een deel van

deze schepen wordt beheerd door

zelf standige stichtingen, die weer zijn

aangesloten bij de Stichting Nautische

Monumenten, andere schepen

zijn eigendom van particulieren.

33

| Herbestemming van historische stadshavens


34

| Herbestemming van historische stadshavens

De Stichting Nautische Monumenten

huurt sinds 2002 Gebouw 73, ten

behoeve van het uitvoeren van restauratiewerk.

Historische schepen kunnen

in de museumhaven Willemsoord

een ligplaats krijgen als ze niet jonger

zijn dan 50 jaar, als de eigenaren lid

zijn van een behoudorganisatie en het

schip hebben ingeschreven in het

Nationaal Register Varende Monumen

ten en als het vaartuig een relatie

met de Kop van Noord-Holland heeft.

Ook moet de eigenaar bereid zijn zich

aan te sluiten bij de Stichting

Nautische Monumenten Den Helder

en een restauratieplan kunnen overleggen.

16)

De concurrentie tussen de verschillende

havens voor historische schepen

bij het aantrekken van schepen wordt

sterker. Maar ondanks een jarenlange

lobby van de Stichting Nautische

Monumenten heeft het tot 2006

geduurd voordat de gemeenteraad

van Den Helder toestemde in een

aanpassing van de havenverordening

waardoor historische schepen een

gratis ligplaats in de museumhaven

kregen.

Vanuit de gemeente

Het heeft lang geduurd voordat Den

Helder een echte museumhaven

kreeg. Hoewel de Stichting Nautische

Monumenten in 1991 is opgericht

duurde het tot 2004 voordat er werkelijk

een museumhaven werd geopend.

Dit kwam voor een belangrijk deel

doordat de Rijkswerf in 1995 eerst

door de gemeente gerestaureerd en

deels gesaneerd moest worden; het

laatste gerestaureerde gebouw werd

in 2004 opgeleverd.

De gemeente is al een aantal jaren op

zoek naar de beste manier om het

complex een zinvolle functie voor de

stad Den Helder te geven. Dit blijkt

onder andere uit het grote aantal

nota’s en beleidsstukken dat de laatste

jaren het licht heeft gezien en waarin

het Rijkswerfcomplex een rol speelt.

In tegenstelling tot in andere gemeenten

benoemt de gemeente Den Helder

het complex met grote regelmaat in

beleidsstukken.

16) Veel van de schepen die in de museumhaven van Den Helder hun ligplaats hebben gekozen,

maken dagtochten met betalende passagiers en nemen elders in Nederland deel aan evenementen

en wedstrijden voor varende monumenten.

oude RijKsweRf wiLLeMsooRd, den HeLdeR

A

B

C

1

2

3

4

5

Willemsoord Zuid

Buitenveld

Bassin

Ligplaats passanten

Kade Bruine vloot

Kade Witte vloot

Boerenverdriet

Museumhaven

2

5

1

5

A

3

C

5

In het Uitwerkingsplan wordt het

plan Zeestad Den Helder verder

ingevuld.

Uitsnede van het zuidelijke gedeelte van

het uitwerkingsplan Haven volgens de

gebiedsvisie van Zeestad BV met daarop de

museumhaven (5) en omgeving.

4

2

B

35

| Herbestemming van historische stadshavens


36

| Herbestemming van historische stadshavens

Nautisch erfgoed als katalysator

In 2002 heeft de gemeente de ‘Nota

Cultuurhistorische waarden’ uitgebracht.

Doel van de nota is om het

Rijkswerfcomplex in ruimtelijke zin

bij de stad te betrekken. De nota bevat

een aparte paragraaf ‘bescherming

nautische monumenten’. Hierin

wordt gewag gemaakt van het beleidsvoornemen

de nautische monumenten

met een binding met de stad te

beschermen, gezien de historische

band van Den Helder met het water en

de scheepvaart. De bescherming wil

de gemeente realiseren door:

• het creëren van ligplaatsen en goede

afmeermogelijkheden en het hanteren

van aantrekkelijke haventarieven;

• het bieden van restauratiefaciliteiten

(tegen betaling) op een passende plek

in het stadsbeeld;

• het creëren van een museumhaven

speciaal voor de historische schepen;

• het opnemen van een praktische

regeling in de monumentenverordening

ter ondersteuning van

de bescherming.

In 2007 presenteert de gemeente een

‘Strategische visie 2020’. Op diverse

plaatsen is hierin sprake van het

nautisch erfgoed: ‘Ook op het gebied

van maritiem historisch erfgoed heeft

Den Helder veel te bieden, zoals de

Bonaire, het Lichtschip Texel en de

Schorpioen. De gerestaureerde Oude

Rijkswerf Willemsoord wordt verder

ontwikkeld tot een aantrekkelijk,

open, levendig stadsdeel grenzend

aan het Stadshart.’ Het vierde doel van

de visie zet in op recreatief gebruik

van het erfgoed: ‘Toerisme en recreatie

worden geprofessionaliseerd,

gebaseerd op enerzijds de rust, ruimte

en natuur in Den Helder en anderzijds

op het in de gemeente aanwezige

(maritiem) cultuurhistorisch erfgoed.

De kwaliteitsslag beoogt hogere

bestedingen in deze economische

pijler.’

Uit de visie blijkt dat Den Helder veel

maritiem erfgoed heeft, waaronder de

museumhaven, dat actief wordt ingezet

bij de gebiedsontwikkeling van de

stad. Het erfgoed als geheel wordt

aangemerkt als een economische

pijler waar geld voor dient te worden

uitgetrokken. Hiervan profiteert ook

de museumhaven.

Zeestad Den Helder

Met de ‘Gebiedsvisie Zeestad Den

Helder’ uit 2008 in de hand is de

nieuwe Zeestad BV bezig met de realisatie

van een grootschalig gebiedsontwikkelingsplan.

Den Helder moet

weer een aantrekkelijke woon- en

recreatiestad worden. Ook hier

ver vult de haven met onder meer het

daarin liggend varend erfgoed een

decoratieve functie: ‘Ook is de

ont wikkeling van een maritiem

programma en woonmilieus met

zicht op de haven en de zee bepalend

voor de identiteit.

Daarnaast wordt het havenfront bij de

stad betrokken door de ontwikkeling

van Willemsoord [de Rijkswerf] tot

een volwaardig en compleet stadsdeel

met een menging van functies, zoals

wonen, werken, uitgaan, kunst en

cultuur.’

Het uitwerkingsplan is gekoppeld

aan de gebiedsvisie. De herinrichting

van de havenbuurt is een cruciaal

onderdeel van het plan. Daarvoor is

het maritieme programma Het Natte

Dok bedacht: ‘In Het Natte Dok

liggen zeiljachten en langs de kades

liggen kotters, oude vissersboten en

boten van de sportvisserij. De dokken

worden ook voor maritieme doeleinden

gebruikt, bijvoorbeeld als

tentoonstelling van historische

schepen, opstapplaats voor charterschepen

of museale werffunctie. […]

Het Werfkanaal en de Maritieme

Binnenhaven blijven in gebruik als

museumhaven voor historische

schepen. Het nautische, historische

karakter van Willemsoord wordt

hierdoor versterkt. Dit geldt ook voor

de kleinschalige museale werfactiviteiten

van de Stichting Nautische

Monumenten op de helling, gelegen

aan de kade van de Maritieme Binnenhaven.’

Concluderend

In 2008 sprak de wethouder zijn

waardering uit over het vele werk dat

door de talloze vrijwilligers in de

museumhaven wordt verricht om het

nautisch erfgoed in een goede conditie

te brengen en te houden. Toch zijn

de museumhaven en -werf en het

daarin liggende varend erfgoed niet

coherent en consistent in de beleidsplannen

en -nota’s terug te vinden. De

gemeente ondersteunt de Stichting

Nautische Monumenten wel financieel

en geeft hiermee blijk van de

aandacht die er is voor het behoud van

dit specifieke erfgoed. De indruk ontstaat

dat het nautisch erfgoed in Den

Helder te lijden heeft onder de grootschaligheid

van de overige plannen op

het gebied van ruimtelijke ordening,

stedelijke herinrichting, cultuurbeleid,

recreatie en toerisme.

Door specifiek beleid op te stellen

voor het nautisch erfgoed waar Den

Helder zo rijk aan is, ontstaan kansen

voor de toekomst die op alle bovengenoemde

terreinen een positief

effect hebben. De zee, de haven, de

werf en de schepen zijn allemaal

elementen die bij de maritieme

identiteit van de stad horen. Door

sterker in te zetten op de samenhang

tussen deze elementen kan de museumhaven

verder tot bloei komen.

37

| Herbestemming van historische stadshavens


38

| Herbestemming van historische stadshavens

Bestemmen

Op dit moment is het varend erfgoed

nog niet opgenomen in de bestemmingsplannen.

De gemeente Den

Helder kan in de toekomst nog meer

profiteren van de aanwezigheid van

een erfgoedvloot in een sterk ensemble

met de oude Rijkswerf. Als het

stadshaven-ensemble ‘museumhaven

- museumwerf - varend erfgoed’ in

Den Helder opgenomen wordt in een

cultuurhistorische paragraaf van het

bestemmingsplan, krijgt het een

duidelijker plaats en functie in alle

beleidsterreinen (economisch, ruimtelijk,

toeristisch en sociaal-cultureel).

Het cultuurhistorisch waardevolle

ensemble zou op die manier het decoratieve

niveau, waarop het momenteel

in de nota’s figureert, overstijgen.

MuseuMHAVen den HeLdeR

4. Spakenburg

Hoe het ook kan

De museumhaven ‘Oude Haven van

Spakenburg’ is opgebouwd uit drie

componenten: de haven zelf, de aan

de haven liggende botterwerf 17) en de

actieve belangenvereniging van

botter eigenaren ‘Bruine vloot van

Spakenburg’. De Oude Haven bestaat

al zo’n 600 jaar, net zo lang als het

plaatsje Spakenburg zelf. De museumhaven

wordt beheerd door de

gemeente. De gemeente voert een

voor de botters gunstig ligplaatsenbeleid:

met name traditionele (vissers-)vaartuigen

zijn welkom in deze

haven. Zij krijgen in de haven subsidie

op hun ligplaatsgelden. Hiervoor

hanteert de gemeente sinds 1988 een

speciale subsidieverordening.

Na het verdwijnen van de traditionele

visserij door onder meer de aanleg van

de Afsluitdijk, werd de Oude Haven in

de jaren zestig van de twintigste eeuw

jachthaven. Sinds 1975 hebben steeds

meer particulieren oude vissersschepen

gekocht. Schepen zijn

opnieuw in de vaart gebracht, nu als

recreatievaartuig. Toch werd het

voort bestaan van de werf economisch

steeds moeizamer, totdat de gemeente

de gebouwen van de werf overnam en

aan een stichting in beheer gaf. De

stichting heeft de werf weer tot bloei

gebracht. De werf is nu voor publiek

toegankelijk en in één van de loodsen

is een bezoekerscentrum ingericht.

17) ‘Botters’ zijn houten vissersschepen die visten op de voormalige Zuiderzee.

MuseuMHAVen sPAKenbuRg

39

| Herbestemming van historische stadshavens


40

| Herbestemming van historische stadshavens

Vanuit de gemeente

De gemeente Bunschoten heeft vanaf

het begin een positieve en ondersteunende

houding jegens het varend

erfgoed aangenomen. Zij nam samen

met de bottereigenaren het initiatief

tot de visserijdagen, zij steunde de

opzet van de museumhaven, zij hielp

met de redding en restauratie van de

botterwerf, zij voert een voor de

botter vloot gunstig ligplaatsenbeleid

en zij gaf de Vereniging Bruine Vloot de

Visafslag in gebruik. Intussen heeft zij

via haar erfgoedbeleid en de visie op de

cultuurhistorie een verdere uitbreiding

en verankering van de rol van het nautische

erfgoed in de gemeente vastgelegd.

Inzet op de schepen en de haven

De gemeentelijke steun voor het

varend erfgoed is al vroeg begonnen

en heeft ook vruchten afgeworpen. In

de provinciale beschrijving in het

kader van het Monumenten Inventari

satie Project (MIP) uit 1992 wordt

het havengebied in Spakenburg als

een gebied met bijzondere cultuurhistorische

waarde aangemerkt: ‘Zeer

karakteristiek voor Spakenburg is de

aan de Oude Haven en de Oude Schans

gelegen scheepswerf.’ Wat er als

gevolg van de focus op het onroerend

goed in de beschrijvingen niet is

opge nomen, is het varend erfgoed dat

bij de helling een ligplaats heeft,

terwijl de schepen de haven tot een

echte haven maken.

Weliswaar neemt het nautische

erf goed in allerlei gemeentelijke

beleidsstukken geen overmatig grote

plaats in, het komt wel telkens terug.

Zo wordt in de toekomstvisie van de

gemeente Bunschoten van 2001

expli ciet gerefereerd aan het nautisch

erfgoed, en dit keer draait dat om het

ensemble van haven en werf: ‘ [...]

vanuit een toeristisch perspectief

wordt rond de historische scheepstimmerwerf

ruimte voor een museumhaven

gecreëerd.’ Het hierop

gerichte beleid is volop in uitvoering:

de museumhaven is er en wordt steeds

verder uitgebreid en de Oude Haven

wordt inderdaad gereconstrueerd.

Dit is een goed voorbeeld van de

integratie van het nautisch erfgoed

van Spakenburg in het geheel van het

(ruimtelijk) beleid. De reden voor

deze herinrichting is een economische

(het aanwezige winkelgebied een

nieuwe impuls geven, waardoor het

voor bewoners en toeristen aantrekkelijker

wordt).

In 2005 is het proces in werking gezet

om het centrum van Spakenburg aan

te wijzen als beschermd dorpsgezicht.

Opvallend is dat in het Bestemmingplan

van 2008, vooruitlopend op de

aanwijzing tot beschermd gezicht de

gemeente de betekenis van het varend

erfgoed noemt als onderdeel van het

nautisch ensemble museumhaven -

botterwerf - varend erfgoed. Dit

ondanks dat er op dat moment in de

bestemmingsplannen bij beschermde

dorpsgezichten geen voorziening was

om het varend erfgoed te benoemen

en te waarderen.

De beschrijving in het bestemmingsplan

van het voor Spakenburg zo

belangrijke toerisme ruimt een prominente

plaats in voor het nautische

erfgoed: ‘Ongetwijfeld is het meest

karakteristieke element de Oude

Haven met de daarin liggende historische

vissersschepen in combinatie

met de gerestaureerde scheepstimmerwerf.

Via het enkele jaren geleden

vastgestelde ligplaatsenbeleid is de

haven omgevormd tot een zogenaamde

museumhaven. [...] Evene menten,

zoals de Spakenburgse dagen, de visserijdagen

en de monumentendag en

de recreatieschepen die dan

Spakenburg aandoen genereren een

redelijke toeristenstroom.’ 18) Het nautisch

erfgoedensemble komt in dit bestemmingsplan

structureel aan bod.

Deze passages kunnen beschouwd

worden als aanknopingspunten voor

een manier waarop in de toekomst in

de cultuurhistorische paragrafen van

bestemmingsplannen met het nautisch

erfgoed kan worden omgegaan.

Ook uit andere beleidsnota’s blijkt

18) Bestemmingsplan, gemeente Bunschoten 2008.

19) Erfgoednota, gemeente Bunschoten 2008.

hoe belangrijk het varend erfgoed is

voor Spakenburg. In de Erfgoednota

zijn varende monumenten als specifieke

categorie opgenomen in het erfgoedbeleid.

19) En de haven wordt

genoemd als bepalend element voor

de aantrekkelijkheid van Spakenburg,

zowel voor toeristen als voor inwoners.

Specifiek worden botters en de

botterwerf genoemd. 20) Juist het

mobiele, varend erfgoed wordt in

deze gemeente opvallend gewaardeerd.

Concluderend

Het varend erfgoed neemt in de

gemeente Bunschoten reeds vele jaren

een vooraanstaande plaats in. Deze

plaats krijgt het onder andere door de

duidelijke visie van de gemeente op

het nautisch erfgoed, waardoor dit

erfgoed geïntegreerd is in het

gemeen te lijk erfgoedbeleid én in het

ruimtelijke ordeningsbeleid.

Nautisch erfgoed speelt op toeristisch,

economisch, planologisch en

cultureel niveau integraal een rol.

Niet voor niets prees de Rijksdienst

voor Archeologie, Cultuurlandschap

en Monumenten (RACM) 21) ter gelegenheid

van de inspraakronde voor de

totstandkoming van de erfgoednota

20) Visie en Actieplan voor een samenhangend cultuurbeleid, gemeente Bunschoten 2008.

21) Nu Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).

41

| Herbestemming van historische stadshavens


42

| Herbestemming van historische stadshavens

de integrale aanpak die de gemeente

op het erfgoedbeleid toepast.

Doordat de gemeente duidelijk is in

haar visie en consistent in haar beleid

ten aanzien van het nautisch erfgoed

is er in de gemeente Bunschoten een

soepele samenwerking tussen particulieren

en overheid ontstaan, en daar

hebben beide partijen voordeel van.

De conclusie lijkt daarom gerechtvaardigd

dat het varend erfgoed wel

vaart bij de gemeentelijke ondersteuning

op basis van een duidelijke visie

en een daaruit voortkomend geïntegreerd

beleid op alle beleidsterreinen

waarmee het raakvlakken heeft.

Was de Spakenburger bottervloot

rond het midden van de jaren tachtig

vrijwel geheel in handen van niet-

Spakenburgers, in 2009 is de interesse

van de Spakenburger bevolking voor

het eigen erfgoed aanzienlijk toegenomen,

getuige het feit dat intussen

zeker de helft van de botters in de

museumhaven eigendom is van

Spakenburgers. Met enige voorzichtigheid

zou men hieruit kunnen

concluderen dat een door de

gemeente en particulier initiatief

gezamenlijk gedragen erfgoedbeleid

het bewustzijn binnen de bevolking

van de waarde van het eigen erfgoed

ten goede komt. Opvallend is dat de

verschillende elementen rond het

Spakenburgs nautisch erfgoed zowel

door de gemeente als door verschillende

particuliere organisaties in

goede harmonie gedragen worden.

MuseuMHAVen sPAKenbuRg

5. Leeuwarden

Varend erfgoed nooit

weggeweest

De museumhaven Leeuwarden is nog

jong: zij is in 2004 gerealiseerd en in

2005 geopend. Een reden dat de

opening van een museumhaven in

Leeuwarden, een waterstad bij

uitstek, zo lang op zich heeft laten

wachten, is dat het varend erfgoed er

eigenlijk nooit weg is geweest.

Het beleid dat de gemeente al jaren in

de praktijk voerde is in de nota ‘Ligplaatsenbeleid

op de helling’ uit 2000

schriftelijk vastgelegd. Uitgangspunten

van dit beleid zijn onder

andere: ‘Uit het oogpunt van volkshuisvesting

is het gewenst dat

Leeuwarden een ruime keuze biedt

aan woningtypen en woonmilieus;

het in voldoende mate kunnen (blijven)

aanbieden van ligplaatsen voor

MuseuMHAVen LeeuwARden

verschillende typen woonschepen

past in dat beeld.’ Waar elders in het

land het bewonen van schepen vaak

een probleem vormt, is in Leeuwarden

bewoning juist uitgangspunt. Wat

hier de aandacht vroeg was welke

schepen waar het beste zouden

kunnen liggen. Hierbij is als leidraad

genomen dat historische schepen het

beste tot hun recht komen in de historische

binnenstad. In de museumhaven

aan de Willemskade NZ zijn

zestien ligplaatsen voor historische

schepen beschikbaar, die zijn opgenomen

in de A- of B-categorie van het

Nationaal Register Varende

Monumenten van de FONV.

Had de gemeente Leeuwarden dus al

langere tijd ruimte geschapen voor

varend erfgoed, pas met de nota

‘Ligplaatsenbeleid op de helling’ is

het voorstel tot inrichting van een

43

| Herbestemming van historische stadshavens


44

| Herbestemming van historische stadshavens

speciale museumhaven voor

Leeuwarden gepresenteerd. Het idee

voor een museumhaven stamt uit de

nota ‘Binnenstad Nieuwe Stad’. Via

deze weg kreeg het plan voor een

museumhaven ook een plaats in

‘Leeuwarden stad van water en

cultuur’. Daarin werd uiteindelijk de

ambitie om voor Leeuwarden ook een

museumhaven te realiseren

gecon cre tiseerd. De Stichting

Museumhaven Leeuwarden heeft in

2005 het beheer van de haven overgenomen

van de gemeente, met dien

verstande dat het fysieke beheer bij de

gemeente blijft en de stichting zich

bezighoudt met het selecteren van

schepen en organiseren van activiteiten.

Afgezien van de toelating van

schepen wil de stichting in en rond de

museumhaven meer doen. Zij krijgt

daartoe op incidentele basis subsidie

van de gemeente, waarbij de

gemeente vooral graag ziet dat de

stichting grote publieksactiviteiten

en -evenementen organiseert. De

museumhaven Leeuwarden ambieert

naast het bieden van ligplaatsen aan

het varend erfgoed ook een actieve

sociaal-culturele rol in het

Leeuwarder leven.

Vanuit de gemeente

De gemeente Leeuwarden heeft oog

voor de beschikbaarheid van ligplaatsen

en voor de kwaliteit van de schepen.

In de nota ‘Ligplaatsenbeleid op

de helling‘ staat dat ‘de Leeuwarder

grachten jarenlang zijn gebruikt voor

het vervoer van goederen. De aanblik

van al die schepen maakte integraal

onderdeel uit van het - fraaie - stadsbeeld.

Schepen van toen maken nu

vaak deel uit van het zogenaamde

industriële erfgoed. In Leeuwarden

leeft, zowel aan gemeentelijke als aan

particuliere zijde, het idee van het

realiseren van een museumhaven,

waar de schepen van vroeger een

plaats kunnen vinden. […] Als de realisatie

van een museumhaven een verlies

aan huidige ligplaatsen tot gevolg

zou hebben dan zouden die ligplaatsen

elders gecompenseerd moeten

worden.’ 22)

In een beleidsregel wordt het verband

tussen het beschermd stadsgezicht in

Leeuwarden en de kwaliteit van de

daarbinnen liggende schepen nader

uitgewerkt: ‘Juist het feit, dat de delen

van de grachten zich binnen het

beschermd stadsgezicht bevinden,

dan wel in historisch waardevolle

gebieden liggen, maakt het nood-

zakelijk dat er een toetsing van de

woonschepen en de omgeving plaatsvindt.

De kwaliteit van die omgeving

is dus medebepalend voor de strengheid

van de eisen. Binnen het

beschermd stadsgezicht gelden

strengere eisen dan daar buiten en in

historisch waardevolle gebieden van

de stad zijn de eisen weer strenger dan

daar buiten. Voor voormalige binnenvaartschepen

en voormalige zeeschepen

geldt primair de eis van

historiciteit en originaliteit.’ 23) Het

Leeuwarder ligplaatsenbeleid richt

zich op ensembles van ruimtelijke

omgeving en (historische) vaartuigen.

Sinds het einde van de jaren negentig

is Leeuwarden actief bezig om de

binnen stad te verbeteren inclusief het

overal volop aanwezige water. De

museumhaven is vanaf het begin

integraal verbonden aan de herinrichting

van de binnenstad. Daarnaast is

als samenwerkingsplan tussen de

gemeente, de provincie en de waterschappen

24) in het jaar 2000 het

pro ject ‘Leeuwarden stad van water en

cultuur’ gepresenteerd. Dit plan heeft

een integrale opzet met zowel een

ruimtelijke als een cultuurhistorische

component. En dat is precies het

snij vlak van beleidsterreinen waarin

22) Nota Ligplaatsenbeleid op de helling, gemeente Leeuwarden 2000. 23) Beleidsregel welstand ligplaatsen, gemeente Leeuwarden 2005.

een museumhaven en het daarin liggende

varend erfgoed met eventuele

andere daaraan gekoppelde zaken het

best lijken te gedijen. In Leeuwarden

maakt de museumhaven met het

varende erfgoed stevig deel uit van het

gemeentelijk ruimtelijk beleid.

In de Stadsvisie 2020 (2008) neemt de

cultuurhistorie als één van de zeven

pijlers voor de toekomstvisie voor de

stad een belangrijke plek in:

‘Versterking van de cultuurhistorische

potenties van de stad. Accent ligt

op de binnenstad. Invulling onder

andere door (binnen)stedelijke

gebieds ontwikkeling, het vergroten

van de ruimtelijke kwaliteit en meer

evenementen.’ De museumhaven en

het varend erfgoed komen niet expliciet

aan bod in de visie 2020. Het lijkt

er op dat nautisch erfgoed nu de

museumhaven eenmaal gerealiseerd

is beleidsmatig wat in de belangstelling

afneemt in vergelijking met de

periode 2000-2010.

Concluderend

Lang voordat Leeuwarden een

museum haven kreeg, gaf de gemeen te

al ruimte aan het bewonen van varend

erfgoed in de monumentale omgeving

van de binnenstad. Daarbij speelde de

24) Het latere Wetterskip Fryslân is het fusieproduct van zes Friese waterschappen.

45

| Herbestemming van historische stadshavens


46

| Herbestemming van historische stadshavens

authenticiteit van de schepen een

beslissende rol bij de toekenning van

ligplaatsen in het beschermd stadsgezicht

van de binnenstad.

De museumhaven in Leeuwarden

kwam voort uit een plan waarin

water beleid en het binnenstadsbeleid

al met elkaar verbonden waren.

Vastgesteld kan worden dat de

museum haven en het varend erfgoed

goed geïntegreerd zijn in het ruimtelijke

beleid van de gemeente. Dat is

een mogelijke reden dat de museumhaven

er, op instigatie van de gemeente,

betrekkelijk probleemloos is gekomen.

Een andere reden kan zijn dat

Leeuwarden al een lange traditie had

in de omgang met varend erfgoed.

Wel loopt de Stichting Museumhaven

tegen grenzen aan waar het de organisatie

van culturele activiteiten rond de

haven betreft. Hiervoor kan zij inci-

denteel subsidie krijgen, wat het organiseren

van jaarlijks weerkerende

activiteiten rond de museumhaven

lastig maakt. De Stads visie 2020 verbindt

het cultuur historisch beleid

met het ruimtelijk beleid op de lange

termijn: dit biedt als zodanig kansen

voor de verdere ontwikkeling van de

museumhaven.

Alles overziend kan worden vastgesteld

dat de werkelijke integratie

van de mogelijkheden van de museumhaven,

bijvoorbeeld als broedplaats

voor evenementen en exposities,

met name in het culturele en

recreatieve beleid van de gemeente,

nog niet volledig tot stand is gekomen.

Ter versterking van het integratieproces

kunnen de vernieuwingen

in het monumentenbeleid worden

aangegrepen.

MuseuMHAVen LeeuwARden

6. De haven van Rotterdam

Terecht een wereldhaven

De haven van Rotterdam is in zijn

eerste vorm ontstaan in de 12 e eeuw. De

eerste Oude Haven maakt onderdeel

uit van Waterstad als een van de waterbekkens,

naast de Leuvehaven,

Wijnhaven, Scheepmakershaven en

Haringvliet die in de 16 e en 17 e eeuw

zijn gegraven. Door schaalvergroting

in de 20e eeuw en het opschuiven van

de havens naar de Europoort en de

Maasvlakte verloren de binnen stedelijke

havens hun positie en hun

commer cieel belang. In het Basisplan

voor Wederopbouw dat na WOII werd

gepresenteerd waren plannen opgenomen

om de Oude Haven te dempen

ten behoeve van de aanleg van een

groot verkeersplein. De Leuvehaven

werd bestemd voor de binnenvaart en

er werden twee insteekhavens toegevoegd:

de Bierhaven en de Rederij-

MuseuMHAVen RotteRdAM

haven. Toch verdween in de jaren ’70

de bedrijvigheid steeds meer uit de

havens omdat de capaciteit vanwege

de schaal ontoereikend bleek.

Als gevolg van felle protesten in de

jaren ’70 tegen het dempen van de

Oude Haven en een collegewisseling

werden de plannen voor het havengebied

ingrijpend gewijzigd. In de

Oude Haven vestigde zich de Stichting

Openlucht Binnenvaart museum en

langs de Leuvehaven kwam het Maritiem

Buitenmuseum. Op initiatief van

de Stichting Open lucht Binnenvaartmuseum

werden de havens begin

jaren ’80 aangewezen als museumhaven.

Het binnenstadsplan uit 1985

presenteerde Waterstad vervolgens als

maritiem toeristische trekker. In 2002

zijn beide musea gefuseerd tot het

Haven museum. Met de fusie ontstond

het grootste cultuur historisch

museum van Nederland.

47

| Herbestemming van historische stadshavens


48

| Herbestemming van historische stadshavens

Met de huisvesting van beide musea

in Waterstad konden de havens zich

in samenhang presenteren. In de

Oude Haven lagen historische

schepen van particulieren en in de

Leuvehaven was ruimte voor historische

binnenvaartschepen, kranen en

andere maritieme realia. Door het verdwijnen

van commerciële activiteiten

uit de havens kwam er ruimte voor de

presentatie van de ontwikkeling van

Waterstad en het overdragen van

kennis over onderhoud en restauratie

van historische schepen. De combinatie

met de dwarshelling/scheepswerf

Koningspoort, werk- en ligplaatsen

bracht theorie en praktijk samen en

bracht ook de levendigheid terug in

de haven.

De collectie van het Havenmuseum is

omvangrijk en bevat zeilende

bedrijfs vaartuigen, kleine werkboten,

stoomschepen en motorschepen.

Naast het varend erfgoed zijn in de

collectie kranen, bokken, scheepsbouwmachines,

stoommachines, verbrandingsmotoren

en een vuurtoren

opgenomen, alles in werkende staat.

Vanuit de gemeente

De gemeente heeft in de jaren ’70

goed geluisterd naar de protesten van

inwoners tegen het dempen van

Waterstad en haar beleid ook aangepast

met het Binnenstadsplan (1985).

Al vroeg werden de havens aangewezen

als museumhaven. Rotterdam

profileert zich hiermee als vooruitstrevende

stad door het belang van

maritiem erfgoed in te zien als factor

om de binnenstad aantrekkelijk en

leefbaar te maken.

Niet alleen in het verleden, ook met de

blik op de toekomst gericht onderzoekt

Rotterdam op welke manier de

binnenstadshavens kunnen worden

ingezet. De gemeentelijke dienst

Kunst en Cultuur (dKC) van de

gemeente Rotterdam heeft in 2006 de

Nota Mobiel Cultureel Erfgoed opgesteld.

In de nota wordt aangegeven

dat er een belangrijke taak wordt

gezien voor het Havenmuseum in

combinatie met het Maritiem

Museum ten aanzien van het selecteren,

documenteren, registreren en

beheren van mobiel maritiem erfgoed.

De functie van havenbeheerder

van Het Havenmuseum wordt steeds

zwaarder. Er is overleg met de

gemeen te en het Havenbedrijf gaande

om ook de Wijnhaven, Scheepmakershaven,

Bier- en Rederijhaven onder

beheer te krijgen. Omdat de gemeente

inzet op de meerwaarde van de havens

voor de stad is een Ontwikkelingsvisie

Waterstadhavens 2020 uitgebracht,

waarin de toekomstige ontwikkeling

van de havens wordt geschetst. Doel is

Waterstad te ontwikkelen tot het kloppend

Maritiem Hart van Rotterdam.

Onderdeel van de ontwikkeling is het

leerwerkbedrijf dat sinds enkele jaren

door het Havenmuseum wordt

gerund. Kansarme jongeren krijgen

praktijkonderwijs en leren een

ambacht of richten zich op de toeristisch-recreatieve

aspecten van de

haven. Om nieuwe bezoekers te

trekken worden passende museale

concepten bedacht die financiële

ondersteuning voor de exploitatie van

het museum moeten bieden. En naast

leerwerkplekken biedt Het Havenmuseum

een breed educatief palet

aan voor het onderwijs. De drieslag

binden - boeien - behouden is hiermee

compleet.

In de brede ontwikkeling van de binnenstadshavens

speelt het ontwikkelbedrijf

van de gemeente Rotterdam

een belangrijke rol. Door het ontwikkelbedrijf

is het project Waterfront

ingezet, dat gestaag vordert. 25) De

binnen stadshavens (1600 ha.) worden

nu herontwikkeld en steeds meer

ondernemers durven er te investeren.

Naast duizenden woningen en

nieuwe kantoren, zijn aan het

water front veel commerciële en nietcommerciële

vrijetijdsvoorzieningen

gerealiseerd, zoals grote en kleine

musea, een theater, promenades,

attracties, discotheken, cafés en

restaurants.

Het programma is ingestoken vanuit

de gedachte dat de havens en rivier de

Nieuwe Maas in grote mate bepalend

zijn voor de sfeer van de Rotterdamse

binnenstad. Wonen, werken en uitgaan

aan het water worden steeds

belangrijker. De vrijetijdssector heeft

zich ontwikkeld tot een snelgroeiende

banenmotor en belangrijke

vestigings-voorwaarde voor nieuwe

bedrijven en bewoners. De binnenstadshavens

spelen hierin een belangrijke

rol.

25) 2006 was het eerste jaar van uitvoering van het programma Waterfront. Ook nu nog heeft

schaalvergroting in de scheepvaart tot gevolg dat de binnenstadshavens te weinig capaciteit

hebben en de professionele scheepvaart opschuift naar de buitenring om de stad.

49

| Herbestemming van historische stadshavens


50

| Herbestemming van historische stadshavens

Concluderend

De dynamiek die de Stichting Openlucht

Binnenvaartmuseum en het

Maritiem Buitenmuseum sinds de

jaren ‘80 hebben teruggebracht in de

havens is steeds leidend in het

ontwikkel perspectief. De musea zijn

actief betrokken bij de verdere

ontwikke ling van het gebied waar de

havens aan grenzen en hebben daarmee

een veel bredere taak dan conserveren

alleen. Het Havenmuseum

richt zich niet alleen op de eigen core

business, maar zet in op leefbaarheid

en is actief betrokken bij ruimtelijke

binnenstadsvernieuwing. Het brede

maat schappelijk perspectief dat het

Havenmuseum steeds voor ogen

houdt is heel bijzonder en prijzenswaardig.

Rotterdam is uniek door de

schepen niet slechts in te zetten als

decor voor de stad, maar op zoek te

gaan naar behoud van levendigheid

en leefbaarheid door schepen te

restaureren, wonen en recreëren

mogelijk te maken en daar passende

faciliteiten voor te bieden.

MuseuMHAVen RotteRdAM

7. Parkhaven in Utrecht

Oud voor nieuw

De historie van Parkhaven voert terug

naar de beginjaren twintig. Bij het

Merwedekanaal in Dichterswijk-West

wordt in 1920 de loshaven gegraven,

waarlangs zich in rap tempo tal van

handelaren in bouwmaterialen

vestigen. Kort daarna wordt, in

samen hang met de bouw van de grote

hal voor de groenten- en fruitveiling,

de Veilinghaven aangelegd. De

Veiling hal- en haven blijken een groot

succes, ook omdat de markten van het

Paardenveld en Vredenburg daarheen

worden overgebracht. In 1948 komt er

een tweede en in 1960 nog een derde

veilinghal bij. Langs de haven waren

diverse spoorlijnen aanwezig voor het

transport ten behoeve van de veiling.

In de jaren zestig gaat de aanvoer van

groenten en fruit steeds meer over de

PARKHAVen utRecHt

weg en als de veiling naar Nieuwegein

verhuist, komt er definitief een einde

aan de oorspronkelijke functie van de

haven en de Veilinghal. De Veilinghaven

wordt gedeeltelijk gedempt. In

1968 vestigt de Stadstimmerwerf van

de gemeente Utrecht zich op een deel

van de gedempte Veilinghaven en in

1969 krijgt het monumentale veilinggebouw

een sportieve bestemming.

Anno 2002 worden de Veilinghal en

de Veilinghaven met respect voor het

industriële verleden gerenoveerd.

Als herinnering aan de oude

bedrijvig heid rondom de voormalige

Veilinghaven zijn langs de Van Zijstweg

vier zand- en grindtrechters en de

historische kraan terug geplaatst. Dit

is gebeurd op voorstel van de Initiatief

groep Historische Havens. De

zand- en grindtrechters zijn ingericht

als atelierruimten.

51

| Herbestemming van historische stadshavens


52

| Herbestemming van historische stadshavens

Vanuit de gemeente

Vanaf 2000 heeft de gemeente van het

Rijk gelden ontvangen in het kader

van het Investeringsbudget Stedelijke

Vernieuwing. De gemeente Utrecht

heeft de eerste en de tweede periode

(2000-2004 en 2005-2009) ingezet om

zwakke wijken te versterken en door

verdichting meer kwalitatieve woningen

in de stad te brengen. Onder

andere voor het gebied Dichterswijk-

West, dat vroeger aan de rand van de

stad lag, aan de achterkant van het

centraal station. Met de bouw van de

nieuwe wijk Leidsche Rijn is het

Merwedekanaal in het centrum van

Utrecht komen te liggen. Na het uitplaatsen

van veilingactiviteiten bleef

een leeg en verouderd terrein over.

In 1999 heeft de Utrechtse gemeenteraad

het stedenbouwkundig plan

voor het gebied vastgesteld en in 2001

het bestemmingsplan Dichterswijk-

West. De herontwikkeling van het

18 ha grote gebied zoals vastgelegd in

het Inrichtingsplan is gebaseerd op

deze besluiten van de gemeente. In

het inrichtingsplan is een specifiek

hoofdstuk gewijd aan de historische

haven en het belang ervan voor de

identiteit van de wijk: ‘De Historische

Haven Utrecht zal een markant en

26) Inrichtingsplan Parkhaven, gemeente Utrecht 2002.

karakteristiek stukje Utrecht worden.

[...] De ontwikkeling van diverse

gedifferentieerde bouwblokken rond

de oude veilinghaven levert het beeld

van een havenkom, waarbinnen een

groot aantal historische (woon)schepen

en een variëteit aan andere

havenelementen een plaats krijgen.

[...] Toekomstige voorbijgangers [...]

zullen de kom van de historische

haven aan zich voorbij zien gaan als

ware het een ‘droomvlucht in de

Efteling.’ 26)

De gemeente Utrecht heeft samen met

bewoners en projectontwikkelaars de

planvorming opgezet. Onder andere

het Stedelijk Utrechts Woonboten

Overleg (SUWO) en de Initiatiefgroep

Historische Haven waren actief

betrokken bij de planontwikkeling.

Door betrokkenen wordt aangegeven

dat de betrokkenheid van particulieren

van grote waarde is omdat deze

mensen vaak veel kennis van zaken

hebben, doorzettingsvermogen en

een lange adem. In Utrecht wordt

daarnaast opgemerkt dat de particuliere

groepen het vermogen hebben

gehad om mee te bewegen met veranderende

planontwikkeling. 27)

27) Geschiedenis als grondlegger, Projectbureau Belvedere/NEPROM, juli 2007.

De aanpak

Opvallend is dat de haven niet tot

sluitpost is geworden, maar dat de

uitvoering is gestart met de restauratie

van de haven en het aanleggen van

voorzieningen. Gedachte achter deze

volgorde is dat potentiële kopers

sterker aangetrokken worden door

een aantrekkelijk gebied waarin ook

gewoond kan worden dan andersom.

28) De gemeente Utrecht heeft

voorfinanciering voor het restaureren

van de haven en de Veilinghal op zich

genomen en daarmee de uitvoering

een impuls gegeven.

De havenkom is vergroot, waardoor

het Merwedekanaal een stuk de wijk

binnenkomt in de vorm van open

water. De openheid van het water

wordt doorgetrokken in de architectuur

van het middengebied (Timmerwerf),

waar de appartementen staan.

De Timmerwerf wordt aan weerszijden

omsloten door appartementengebouwen

die zelf ook een groen

binnengebied omsluiten. Langs het

Merwedekanaal is een parkzone

gecreëerd, met onder meer een ecologische

tuin, halfverharde wandelpaden

en zitplekken.

28) Inrichtingsplan Parkhaven, gemeente Utrecht 2002.

Parkhaven heeft 14 ligplaatsen voor

historische schepen in de A-Categorie

van het Nationaal Register Varende

Monumenten. De ligplaatsen worden

verkocht aan de eigenaar inclusief een

berging en faciliteiten in de havenloods.

29) De schippers vormen gezamenlijk

een VVE 30) die de faciliteiten

beheert. De dienst Stadswerken van

de gemeente Utrecht is verantwoordelijk

voor onderhoud aan de kade,

baggerwerk en dergelijke. Naast de

schepen in particulier bezit ligt het

Utrechtse Statenjacht in de haven en

een Groninger tjalk (1889) met twee

originele houten sloepen. 31)

Concluderend

De gemeente Utrecht heeft in samenwerking

met projectontwikkelaars en

burgers een verloren en verloederd

binnenstedelijk gebied de afgelopen

10 jaar ontwikkeld tot een aantrekkelijke

wijk om te wonen en te werken.

De aanwezigheid van cultuurhistorie

heeft in de ontwikkeling een fundamentele

rol gespeeld. In plaats van de

haven te dempen en cultuurhistorie

in te ruilen voor een hogere woningdichtheid,

heeft de gemeente Utrecht

29) Schippers kunnen hun ligplaats doorverkopen aan een eigenaar met een schip in de A- of B-

Categorie i.v.m. de breedte van de markt.

30) Vereniging van Eigenaren.

31) Het Utrechtse Statenjacht is in de Veilinghaven gebouwd naar een ontwerp uit 1732.

53

| Herbestemming van historische stadshavens


54

| Herbestemming van historische stadshavens

er voor gekozen de identiteit van het

gebied te behouden. Oude elementen

als de haven en de Veilinghal zijn

gerestaureerd en verdwenen elementen,

de trechters en de schepen, zijn

teruggebracht.

Het proces van vervlechting tussen

behoud van oud en ontwikkeling van

nieuw is in Utrecht goed verlopen. Er

is ingezet op kwaliteit en men heeft de

tijd genomen om te studeren op de

beste planontwikkeling. De haven en

de historische schepen zijn cruciaal

voor het gebied en de gemeente heeft

hier sterk op ingezet, ook door faciliteiten

voor de schippers te realiseren.

De Dichterswijk-West is in 2009

groten deels opgeleverd. Hoe de wijk

zich de komende jaren gaat ontwikkelen

en wat de bewoners, op het water

en op het land er samen van gaan

maken is afwachten. De gemeente

Utrecht heeft in ieder geval de noodzakelijke

randvoorwaarden geschapen

om dit bijzondere gebied blijvend

nieuw leven in te blazen.

8 Conclusie:

leerpunten uit de praktijk

Er gaat veel goed in het proces van

beheer en behoud van varend erfgoed

en van havens voor historische schepen.

Toch kan er ook veel verbeterd

worden. Gelukkig krijgen gemeenten

met de nieuwe wetgeving als gevolg

van de Modernisering van de

Monumentenzorg (MoMo) in de hand

betere mogelijkheden om in te zetten

op het behoud van maritiem erfgoed.

Belangrijke leerpunten die uit de zeven

voorbeelden naar voren komen zijn:

• een consistente gemeentelijke visie

en beleid zijn van groot belang voor

het behoud van nautisch erfgoed;

• particulier initiatief speelt een

belangrijke rol. Als de gemeente

particulieren faciliteert, levert dat

veel op en nemen particulieren de

gemeente veel werk uit handen;

• ontwikkel specifieke expertise bij

ambtenaren, alleen of in samenwerking

met andere gemeenten;

• neem nautisch erfgoed op in bestemmingsplannen

en ontwikkel van

daaruit instrumenten voor behoud

(beleid, subsidies etc.);

• zorg voor structurele financiering

van faciliteiten of een stichting;

• betrek economische, toeristische,

culturele en maatschappelijke

spin-off van de ontwikkeling van de

museumhaven in de beleidsontwikkeling.

PARKHAVen utRecHt

55

| Herbestemming van historische stadshavens


56

| Herbestemming van historische stadshavens

MuseuMHAVen den HeLdeR

5. Overheden zetten de lijnen uit

Overheid bepalend voor ruimtelijke

kwaliteit

Beleidsinstrumenten ondersteunen

herontwikkeling stadshavens

Om de potentie van stadshavens

optimaal te benutten moet hiervoor

ruimte gemaakt worden in het overheidsbeleid.

De rijksoverheid maakt

het mogelijk dat cultuurhistorische

waarden worden beschermd via de

ruimtelijke ordening. Provincies

leggen de waarde van erfgoed en

historische structuren vast in structuurvisies.

En gemeenten kunnen

maritiem erfgoed en stadshavens

beschermen door ze als maritiem

cultuurhistorisch ensemble op te

nemen in de cultuurhistorische paragraaf

van hun bestemmingsplannen.

De ontwikkeling van hun stadshavens

kunnen zij bovendien bevorderen via

erfgoednota’s en gebiedsvisies.

Waarom de overheid aan zet is

Er zijn vijf redenen waarom de overheid

varend erfgoed als onderdeel van

het maritiem erfgoedensemble zou

moeten beschermen:

• Varend erfgoed ligt en vaart als

collectief goed in de openbare ruimte

in havens en waterwegen, waar

iedereen ervan kan genieten. In

Parkhaven Utrecht heeft de

gemeente een nieuwbouwwijk om

de historische haven heen aangelegd,

zodat de haven de ziel is van de wijk.

• Varend erfgoed heeft als extern effect

een positieve uitstraling op gebieden

met havens en kades, draagt bij aan

de identiteit van Nederland -

Waterland, en historische havens en

nautische evenementen hebben een

grote aantrekkingskracht op toeristen

en recreanten. In Rotterdam

draagt de museumhaven expliciet bij

aan de stadsontwikkeling van het

centrum.

• Varend erfgoed is als merit good 32) een

onderdeel van ons nationale erfgoed,

waarbij het nuttig is dat mensen de

belangrijke rol kunnen ervaren van

Nederland als varende natie. Het

imago van een marinestad als Den

Helder is ondenkbaar zonder

behoud van het maritiem erfgoed.

32) Merit good: goederen waarvan de overheid vindt dat de consumptie ervan moet worden gestimuleerd.

Zie ook nota ‘De kunst van leven; hoofdlijnen cultuurbeleid’, Ministerie van OCW, 2007.

57

| Herbestemming van historische stadshavens


58

| Herbestemming van historische stadshavens

• Het is van belang varend erfgoed te

conserveren voor huidige en toekomstige

generaties, vanwege de wereldwijd

unieke cultuurhistorische

verscheidenheid van onze vloot

historische schepen. In Spakenburg

zorgt het behoud van de historische

houten vissersvloot dat de bevolking

zich actief inzet voor erfgoedbehoud

en ruimtelijke kwaliteit.

• De veelal particuliere eigenaren van

deze vloot zorgen uit eigen middelen

voor het onderhoud en de restauratie

van deze historische schepen.

Zij kunnen echter niet zelf zorgdragen

voor wettelijke bescherming

en collectieve faciliteiten in de publieke

ruimte als lig- en aanlegplaatsen en

vaarwegen. Zij zijn daarvoor afhankelijk

van de overheid.

Drie redenen om juist nú in actie te

komen

Juist nu is het belangrijk dat overheden

investeren in de herontwikkeling

van historische stadshavens en

behoud en herbestemming van

mari tiem erfgoed. Het juridisch

instrumentarium zal binnenkort de

perfecte basis creëren om stadshavens

te herontwikkelen. En het varend

erfgoed wordt van diverse kanten

bedreigd, en heeft nu die extra

bescherming nodig.

• Als gemeenten niet alle bestemmingsplannen

binnen nu en 10 jaar

actualiseren, worden zij ingevolge de

nieuwe Wet ruimtelijke ordening

gesanctioneerd.

• Als gevolg van MoMo regelt de

her ziening van het Besluit ruimtelijke

ordening naar verwachting op

zeer korte termijn dat aan bestemmingsplannen

een cultuurhistorische

paragraaf moet worden toegevoegd.

• Dagelijks gaan historische schepen

voor Nederland verloren door sloop,

verkoop naar het buitenland of

verbouwing tot woonark.

MuseuMHAVen LeeuwARden

59

| Herbestemming van historische stadshavens


60

| Herbestemming van historische stadshavens

MuseuMHAVen Leiden

6. Aanbevelingen

6. 1 Instrumentarium

Maritiem erfgoed verankeren in

ruimtelijke ontwikkeling

De oude Monumentenwet 1988

voldoet niet goed om stadshavens en

maritiem erfgoed te beschermen,

enerzijds omdat havengebieden die

niet binnen een beschermd dorps- of

stadsgezicht vallen niet beschermd

kunnen worden en anderzijds omdat

roerende zaken als varend erfgoed

niet onder de Monumentenwet

vallen.

MoMo biedt nu wél de ruimte voor

bescherming van maritiem erfgoed.

Erfgoedensembles kunnen binnenkort

gebiedsgericht beschermd

worden. Stadshavens en varend

erfgoed kunnen dan 32) beschermd

worden via het bestemmingsplan. Zo

wordt de cultuurhistorische waarde

van een object of ensemble in zijn

omgeving beschermd. Alleen

wanneer maritiem erfgoed expliciet

deel uitmaakt van de plannen, kan het

optimaal bijdragen aan de ruimtelijke

kwaliteit. Daarmee komt het Rijk

tegemoet aan de publieke roep om

bescherming van het maritiem erfgoed.

Dit komt zowel de herbestemming

van stadshavens als van historische

schepen ten goede.

De volgende beleidsinstrumenten

kunnen ingezet worden om historische

stadshavens te behouden en te

herontwikkelen:

• Pas maritiem erfgoed in ruimtelijke

ordeningsprocessen in, maar ook in

het integrale erfgoedbeleid. Gebruik

de provinciale en de gemeentelijke

structuurvisie voor integrale beleidsvorming

op het gebied van cultureel

erfgoed. Gebruik als gemeente ook

de structuurvisie en het bestemmingsplan

om sturing te geven aan

gemeenschappelijke afspraken.

Aan elk bestemmingsplan wordt een ‘cultuurhistorische paragraaf’

toegevoegd:

• een beschrijving van de wijze waarop met de in dit gebied aanwezige of

te verwachten cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. 33)

32) Er komt een aanpassing van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), behorend bij de Wet ruimtelijke

ordening (Wro), die verplicht stelt dat de omgang met cultuurhistorische waarden wordt

toegevoegd aan ieder bestemmingsplan.

33) Beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg, Minister van OCW, 2009.

61

| Herbestemming van historische stadshavens


62

| Herbestemming van historische stadshavens

Provincies kunnen het gemeentelijk

belang overstijgen door erfgoed op

te nemen in een inpassingsplan.

• Neem varend erfgoed als onderdeel

van maritieme ensembles op in

ruimtelijke en bestemmingsplannen.

• Stel vooraf een waardestelling op van

maritieme ensembles, die de essentiele

kwaliteiten benoemt, en die

wordt onderschreven door betrokkenen

en professionele disciplines.

• Voeg aan de redengevende

beschrijving van de ruim 400 rijksbeschermde

dorps- en stadsgezichten

een beschrijving van de historische

rol van het water, de havens en

kades en de scheepvaart toe.

• Onderzoek de mogelijkheden van

varend erfgoed in relatie tot

mari tieme ensembles, zoals havens,

kades en pakhuizen, maar ook tot

musea en archieven. Denk aan de

mogelijkheid tot het ontwikkelen

van een havenkwartier, een

museum kwartier of een cultureel

kwartier.

• Neem maritiem erfgoed op in

(digitale) cultuurhistorische

waardenkaarten.

• Inventariseer als gemeente welke

maritieme waarden, zoals (in

onbruik geraakte) havens, kades en

industriële gebouwen aanwezig zijn

en denk na over de mogelijkheden

van herontwikkeling. Geef daarbij

de voorkeur aan duurzame maatschappelijke

optimalisatie in plaats

van kortdurende financiële maximalisatie

en ad hoc oplossingen.

• Neem maritiem erfgoed(ensembles)

consistent en consequent integraal

mee in elk relevant gemeentelijk

beleidsterrein, zoals:

- erfgoedbeleid

- cultuurbeleid

- museumbeleid

- recreatie- en toerismebeleid

- citymarketing

- economisch beleid

- krachtwijkenbeleid

- welstandsbeleid

- ligplaatsenbeleid

• Zijn er meer havens in een gemeente

en maken verschillende groepen

gebruik van het openbaar vaarwater,

stel dan een integrale havenvisie op,

die de belangen, wensen, waarden en

mogelijkheden in beeld brengt.

6.2 Partners, participatie en

coördinatie

Uitdaging: kansen benutten

Overheden kunnen samenwerken met

kennisinstellingen zoals mari tieme en

historische musea en met erfgoedinstellingen

zoals Provinciale Erfgoed

huizen en behoudorganisaties als

de Federatie Oud-Nederlandse Vaartuigen

en de stichting Mobiele

Collectie Nederland, die de veelal

particuliere erfgoedeigenaren

vertegen woor digen. Hun doelen bij

de heront wikkeling van stadshavens

en maritiem erfgoed lopen gelijk op,

maar hun rollen en mogelijkheden

verschillen en kunnen complementair

zijn.

• De rol van de overheid is om sturing

te geven door het stellen van wettelijke,

ruimtelijke en financiële

kaders. Overheden formuleren voor

de instandhouding van hun cultureel

erfgoed inhoudelijk beleid,

bestaande uit:

- Toekomstvisie - waar willen we

heen?

- Missie - welke rol willen we daarin

spelen?

- Strategie - welke middelen zetten

we daarbij in?

• De rol van kennisinstellingen zoals

musea is om erfgoed te verzamelen,

te bewaren en te conserveren. Zij

zorgen voor kennisoverdracht en

betekenisgeving.

• De rol van erfgoedinstellingen en

behoudorganisaties is om behoud,

presentatie en bekendheid van

erfgoed te bevorderen. Daarvoor

hebben zij twee instrumenten

ontwikkeld:

- Nationaal Register Varende

Monumenten (onderdeel van het

Nationaal Register Mobiel Erfgoed)

- Waardestellend Kader Mobiel

Erfgoed

De uitdaging voor deze drie lagen is

om in onderlinge samenwerking te

komen tot herontwikkeling van

stadshavens via de lijn ‘behoud door

ontwikkeling’, herbestemming en

economische functie. Voor alledrie

geldt: benut kansen!

De overheid beschermt stadshavens

en maritiem erfgoed in bestemmingsplannen

en stelt beleid op voor het

behoud en gebruik van de ensemblewaarde

van havens, havengebieden en

schepen.

De musea doen aan kennisoverdracht

en betekenisgeving over het maritiem

erfgoed en de cultuurhistorische

waarde daarvan voor een gemeente of

regio.

De behoudorganisaties zorgen ervoor

dat hun historische schepen beschreven

zijn volgens het waardestellend

kader en vindbaar zijn via het

Nationaal Register Varende

Monumenten. Verder dragen zij bij

aan het ontwikkelen van culturele en

63

| Herbestemming van historische stadshavens


64

| Herbestemming van historische stadshavens

economische functies voor de te

revitaliseren stadshavens.

• Kennis over maritiem erfgoed

bestaat bij gemeentelijke overheden,

kenniscentra, professionele erfgoedorganisaties

en behoudorganisaties.

Bundel en benut die kennis. Benut

naast de professionele erfgoedorganisaties

ook de kennis en capaciteit

van behoudorganisaties en erfgoedverenigingen

van liefhebbers.

• Faciliteer samenwerking tussen

erfgoedorganisaties, bewonersorganisaties,ondernemersverenigingen

en onderwijsinstellingen.

Faciliteer binnen uw gemeente een

breed platform maritiem erfgoed,

zodat mensen elkaar kennen en hun

kennis en ambities kunnen bundelen.

Het platform kent een regeling

voor conflicthantering en waarborgt

de belangen van iedereen.

6.3 Voorwaarden voor succesvolle

ontwikkeling van stadshavens

Als gemeenten overwegen om hun

stadshavens opnieuw te ontwikkelen

en hergebruiken is het goed om

rekening te houden met de voorwaarden

voor een succesvolle ontwikkeling

van stadshavens, zoals:

• Zoek naar een genuanceerde oplossing

voor een in onbruik geraakte

stadshaven. Wees daarbij zuinig op

de cultuurhistorische waarden van

het maritiem erfgoed. Toon het

ken merkende karakter en de eigen

identiteit van de gemeente als havenstad.

Denk daarbij aan de gewenste

gebruikswaarde, de belevingswaarde

en de toekomstwaarde van de te

revitaliseren stadshaven en de meerwaarde

daarvan voor de gemeente.

• Regel in een vroeg stadium de ruimtelijke

en cultuurhistorische

bescherming in de cultuurhistorische

paragraaf van het bestemmingsplan.

Multifunctionaliteit heeft

daarbij een meerwaarde, denk

bijvoor beeld aan de mogelijkheid

van opslag, horeca, wonen, recreatie,

reparatie, werkplaatsen, industrie en

kantoren en natuurlijk lig- en

aan leg plaatsen voor historische

schepen.

• Ontwikkel een plaatsgebonden en

passende visie en strategie op de

gebiedsontwikkeling van de stadshaven.

• Zorg voor constructieve samenwerking

tussen overheden, burgers

en erfgoedorganisaties en bevorder

inbreng in het planproces en draagvlak

voor het herontwikkelingsplan.

• Bevorder in overleg met het bedrijfsleven

en de omwonenden nieuwe

bedrijvigheid en economische,

culturele en ruimtelijke functies,

zodat de stadshaven zichzelf kan

onderhouden.

• Zorg voor dynamiek in de haven

door een goede aansluiting op het

netwerk van waterwegen in de

omgeving en stimuleer vaarbewegingen,

bijvoorbeeld door

evenementen en wedstrijden. Zorg

dat het varend erfgoed in levende

lijve ‘het verhaal’ kan vertellen van

de maritieme geschiedenis en

ontwikkeling van Nederland -

Waterland.

• Een beleid dat consequent uitgaat

van een dynamische erfgoedpresentatie

en een kwalitatieve bijdrage aan

een aantrekkelijke woon-, werk-,

leer- en leefomgeving is een recept

voor succes, zeker in de koppeling

met een museale organisatie.

• Niet alleen in beschermde stadsgezichten,

maar ook in voormalige

industriële havengebieden biedt het

maritiem erfgoed mogelijkheden

om de markante, unieke en aantrekkelijke

eigenschappen en de eigen

identiteit van een gebied te versterken.

Dit wordt niet alleen door

bewoners en overheden gewaardeerd,

maar ook door projectontwikkelaars.

Een prachtig citaat van Antoine de Saint-Exupery:

“ Als je een schip wil bouwen, beveel de mensen dan niet om hout te

verzamelen, verdeel het werk niet voor hen, geef geen orders. Nee, leer

hen te verlangen naar de onmetelijke uitgestrektheid van de zee.”

65

| Herbestemming van historische stadshavens


66

| Herbestemming van historische stadshavens

6.4 Bondgenoten

Er zijn verschillende kenniscentra,

behoudorganisaties en adviesbureaus

die gemeenten en provincies kunnen

assisteren bij het ontwerpen van

beleid en het herontwikkelen van

stadshavens, zoals:

• Mobiele Collectie Nederland

www.mobiel-erfgoed.nl

Eigenaar van het Nationaal Register

Mobiel Erfgoed en brancheorganisatie

voor het werkveld.

• Federatie Oud-Nederlandse

Vaartuigen

www.fonv.nl

Eigenaar van het Nationaal Register

Varende Monumenten en partner

van het Nationaal Register Mobiel

Erfgoed, alsmede de koepelorganisatie

voor de Nederlandse behoudorganisaties

voor varend erfgoed.

• Behoudorganisaties voor varend

erfgoed

Vindbaar via www.fonv.nl

en lokale netwerken van eigenaren

van historische schepen, vindbaar via

www.havensenligplaatsen.nl

• Rijksdienst voor het Cultureel

Erfgoed

www.cultureelerfgoed.nl

Specialist industrieel erfgoed en

waterbouw.

• Instituut Collectie Nederland

www.icn.nl

Stelde in samen werking met de

stichting Mobiele Collectie

Nederland het ‘waarde stellend

kader voor het mobiele erfgoed’ op

in de publicatie: ‘Erfgoed dat

beweegt! Waardering van de

Mobiele Collectie Nederland’.

• Erfgoed Nederland

www.erfgoednederland.nl

Sectorinstituut voor het cultureel

erfgoed.

• Provinciale erfgoedhuizen

Vindbaar via www.openerfgoed.nl

• BMC: advies- en managementbureau

voor de publieke sector

www.bmc.nl

• Maritieme musea in Nederland

13 zijn vindbaar via

www.maritiemdigitaal.nl

het Havenmuseum Rotterdam is

vindbaar via

www.havenmuseum.nl

6.5 Feiten en cijfers

• Nederland bestaat voor bijna een

vijfde deel uit water. De waterrijkste

provincies bestaan voor bijna de

helft uit water.

• Zeven van de acht Nederlandse erfgoedsites

op de UNESCO Lijst van

het Werelderfgoed vallen onder het

thema ‘Nederland - Waterland’. 34)

Nederland heeft als Waterland een

unieke positie in de wereld.

• Sail Amsterdam is met 2,5 miljoen

bezoekers (2005) het meest populaire

evenement van Nederland.

• Het Nationaal Historisch Museum

kiest voor zijn Canon vijf thema’s,

waaronder ‘land en water’.

• In de totale waterrecreatie gaat

landelijk bijna vier miljard euro om

(bron: Geert Dijks, Hiswa Vereniging).

Dat is meer dan in de akkerbouw,

betaald voetbal of visserij.

• De chartervloot met 548 schepen had

in 2007 een gezamenlijke jaaromzet

van 76,6 miljoen euro. 35)

• Huizen die aan levende waterwegen

liggen zijn 20% meer waard dan

huizen aan een weg. 36)

• Nederland kent 413 gemeenten,

waarbinnen op 31 december 2009

418 rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten

zijn aangewezen. Naar

schatting omvat 80% tevens cultuurhistorisch

waardevolle stadshavens,

wat uitkomt op 334.

• Het Nationaal Register Varende

Monumenten telt nu bijna 3.000

historische schepen. Daarvan liggen

er nu naar schatting zo’n 300 in een

historische stadshaven.

• Er zijn nu 20 historische stadshavens

herontwikkeld. Dat betekent dat er

nog 314 potentiële stadshavens

wachten op herontwikkeling.

34) Op het Rietveld Schröderhuis na zijn dat het Molencomplex Kinderdijk-Elshout, het eiland

Schokland, het ir. D.F. Woudagemaal, de Stelling van Amsterdam, de droogmakerij Beemster,

Willemstad op Curacao en de Waddenzee. Als het Werelderfgoedcomité in de zomer van 2010 ook

de Grachtengordel van Amsterdam aanwijst als Werelderfgoed, is dat de achtste erfgoedsite

binnen het thema ‘Nederland - Waterland’.

35) Jaap Baalbergen, BBZ Vereniging voor Beroeps Chartervaart.

36) Stichting Recreatietoervaart Nederland.

67

| Herbestemming van historische stadshavens


68

| Herbestemming van historische stadshavens

MuseuMHAVen RotteRdAM

69

| Herbestemming van historische stadshavens


70

| Herbestemming van historische stadshavens


Colofon

Realisatie

FONV en BMC

Tekst

Martine van Lier, BMC en FONV

Reinhilde van der Kroef, Histodata

Anne Visser, BMC

Redactie

BMC

Met dank aan

Prins Bernhard Cultuurfonds

Foto’s

Helmuth Vonk

Arie ter Beek (foto’s Spakenburg)

Veronica Frenks (foto’s Zierikzee)

Vormgeving en opmaak

Mooijekind ontwerpers, Loenen (Veluwe)

Druk

BMC Logistiek

Deze publicatie wordt u aangeboden door:

® BMC en FONV, juni 2010

Deze publicatie is te bestellen via www.bmc.nl/publicaties

71

| Herbestemming van historische stadshavens


Federatie

Oud-Nederlandse

Vaartuigen

Postadres

Postbus 15443

1001 MK Amsterdam

telefoon

020 - 523 23 87

internet

www.fonv.nl

Smallepad 34

3811 MG Amersfoort

Postadres

Postbus 490

3800 AL Amersfoort

telefoon

033 - 496 52 00

internet

www.bmc.nl

More magazines by this user
Similar magazines