e stoffen ebruik ? - Zoek direct in de EYE-bibliotheek

bibliotheek.eyefilm.nl

e stoffen ebruik ? - Zoek direct in de EYE-bibliotheek

No. 456 - 22 Oct. 1932

ELFRIEDE JERRA,

de nieuwe Ufa-ster.


^ # waardoor

de jeuk bedaart

endepijnverdvijn

Ekzeem en andere huidaandoeningen behooren

tot het verleden, zoodra h*t D.D.D. Genees-

middel wordt aangewend. D.D.D. tast de ziekte

onder de huid aan en doodt de kiemen, die

haar voortbrengen. Na een paar aanwendingen

zijn reeds de ondragelijke jeuk en de folterende

pi|n tot bedaren gebracht. Ekzeem, Dauwworm,

Open Beenen en Zweren wijken spoedig voor

de geneeskrachtige werking van deze vloeistof.

In één nacht zijn puistjes en ieelijke plekken

verdwenen. Bij Zonnebrand en Insectenbeten

onmiddelli|k verlichting I U kunt D.D.D. kosteloos

g r S b ^ e !^ n - ,nc,ien U no 9 hede n schrijft aan de

.D.D. Company, Afd. A - T7, Amsterdam-C

ontvangt U gratis en Tranco een proèfflacon.

Een briefkaart is voldoende. Q 8

^e nd JLJ.MJ.MJ. overtreft

GENEESMIDDEL

TEGEN AllE HUIDAANDOENINGEN

(A*

acö

a^fUV-

weer«*

Dr. E. Richter's Thee

Easy Cream vermydt ieder

pyniyk gevoel en Is dus ge"

schikt voor een delicate huid

en in 't byzonder ook aan

te bevelen voor dames met

kort haar

In potten van 1 K.O.

ä f 3.—

T. LEVISSON

Zeepfabriek 's-Qravenhage

wees frisch, wees opgewekt

wees geen sleurmensch, 's mor-

gens niet, 's middags niet en ook

's avonds niet. / Stelt Uw werk-

kring aan üw zenuwen zware

eischen, blijf ze de baas door

geregeld Wrigley's te gebrui-

ken. Wrigley's na elke maaltijd

reinigt het gebit, maakt de

mond frisch en bevordert de spijs-

vertering. Wrigley's geeft rust

en kalmte, houdt U fit en monter.

Twee soorten: P.K. (zuivere (zuivere p pepermuntsmaak).

Spearmint (pittige ki ruizemuntsmaak),

5 cent per pakje.

^ *

,0 • --»»n^ 0 .cW-

(a\e

Dr. *L NANNINO's

Zetpillen tegen Aambeien

werken pijnstillend en genezen

• tn korten töd de ontstoken slflm-

vliexen. De

vT&md&vG'vn^

maakt het inbrengren zeerg-emak-

kelflk. Verkriügbaar b« alle Apo-

thekers en Drogisten è 11.73 per

doosje van 12 stuks.

HM-U

Lusteloos en terneergeslagen zat Sir

John Colston, hoofd van een der

grootste banken in Londen, in het

vuur te staren. Diepe, zorgelijke rim-

pels zaten er in zijn voorhoofd en om

zijn mond lag een bittere trek. Ge-

ruimen tijd zat hij zoo, zonder zich te

verroeren. Eindelijk maakte hij zich

met een zucht uit zijn overpeinzingen

los en greep naar de Daily Monitor,

die naast hem op een tafeltje lag.

Zonder eenige belangstelling liet hij

zijn blikken over de pagina's glijden,

tot zijn aandacht opeens werd getrokken

door een in het oog vallende advertentie,

waar hij als gefascineerd naar bleef

kijken.

Hier was misschien een oplossing

voor zijn moeilijkheden... de „Vereffe-

naars" ... waren die er niet net in

geslaagd, het juweelen halssnoer van

hertogin Hardington op te sporen... ?

Weer keek hij naar de advertentie:

Als de poütie u niet meer kan helpen

kunnen de

VEREFFENAARS

het wel.

179, Conduit Street, W.

De oude man staarde een oogenblik

peinzend, voor zich uit. Toen trok er

een droefgeestige glimlach over zijn

gezicht. Hij kon het in elk geval pro-

beeren ... Wacht eens — hij herinner-

de zich opeens iets — er had een

poosje geleden een interview met het

eenige bekende lid van de Vereffenaars,

miss Daphne Wrayne, in de courant

gestaan — de anderen wilden onbekend

blijven...

Sir John Colston haalde zijn schou-

ders op. Dat waren per slot van reke-

ning zaken, waar hij niets mee te maken

had. Het eenige waar het hier op aan

kwam, was dat zij hem konden helpen.

Een uur later stond hij voor de deur

van 179 Conduit Street en werd even

daarna in de zitkamer van miss Daphne

Wrayne gelaten.

Zijn eerste gevoelens waren die van

een lichte ergernis.' Te denken dat hij,

sir John Colston, hoofd van een der

grootste en bekendste banken van Lon-

den, zijn moeilijkheden zou moeten

blootleggen aan een meisje — een

jong, slank meisje, met groote grijze

oogen, dat hem laconiek een stoel aan-

wees en een sigaret opstak — het was

haast niet té geloovenl

„Wel, sir John, wat kunnen we voor

u doen?"

Ze behandelt mij net, alsof ik en

de zaak, waarvoor ik kom, van geen

beteekenis zijn, dacht de oude man

verbijsterd.

„Ik zag uw advertentie en..." be-

gon hij koel, maar Daphne viel hem in

de rede, terwijl haar oogen zich ver-

nauwden tot kleine spleetjes. '

„U bent verbaasd, dat ik nog zoo

^


EEN COMPLEET, BOEIEND IZERHAAL

DOOR D'ÄLVÄBEZ

jong ben," zei ze, terwijl ze plotseling

in haar stoel vooroverleunde. „U moet

me niet kwalijk nemen, dat ik het u zeg,

maar u bent een beetje ouderwetsch.

Waarschijnlijk zit u in moeüijkheden,

anders zoudt u niet hier zijn. Als ik

u van dienst kan zijn, dan ben ik tot

uw beschikking, maar in dat geval zou

het beter zijn, zoowel voor u als voor

mij, als u kon vergeten, dat ik een

meisje en pas even twintig "ben. U

neemt me niet kwalijk, dat ik zoo rond-

uit tegen u spreekj is het wel, m^ar

"——

ik raadde uw gedachten." Ze glimlachte,

maar haar oogen keken hem strak aan.

„U bent de eerste niet, sir John,"

ging ze verder, toen haar bezoeker

bleef zwijgen. „Soms is het heel lastig

om een meisje te zijnl"

Haar vriendelijkheid ontwapende hem

en zijn ergernis verdween als bij toover-

slag.

^ „Het spijt me, miss Wrayne," zei

hij, „maar ik ben een oude man en

een beetje ouderwetsch, vrees ik. U.—

en deze omgeving —" hij maakte een

Vttrlangeini of horlmneriing ... wie xai ih®ft xeggon?


m^ymmmmmmmw®

vage beweging met zijn hand „verrasten

mij eenigszins."

„Natuurlijk," antwoordde Daphne

vriendelijk, „maar. laten we tot het

zakelijke gedeelte overgaan. U bent het

hoofd van de Universal Banking Corporation

in Lombard Street?"

„Ja. Ik kwam eigenlijk om u te

spreken over een cliënt van mij —

over Richard Henry Gorleston."

„De beroepswedder ?"

Sir John Colston keek verbaasd op.

^Dat is kras," zei hij. „Ik begin hoe

langer hoe meer in u te gelooven."

Ondanks zichzelf kwam hij onder den,

indruk.

„Ik kan goed namen onthouden,"

antwoordde Daphne eenvoudig.

„Ongeveer drie jaar lang is hij een

cliënt van me geweest. Zijn vader liet

hem een vermogen na van vijftigduizend

pond. De zoon heeft altijd zaken met

ons gedaan en tot de vorige week

is hij steeds een van onze beste cliënten

geweest."

Miss Wrayne knikte.

„Ik moet u vertellen," ging sir John

Colston verder, „dat het zijn gewoonte

geweest is, vanaf het begin dat hij

een rekening bij ons opende, om telkens

groote bedragen op te' nemen

en het geld na een paar dagen weer

terug te brengen. Van het begin af aan

vertelde hij me, dat hij leefde van hetgeen

hij met spelen verdiende. Bij verschillende

gelegenheden gaf hij cheques

af voor bedragen van vijf- of tienduizend

pond. Hij nam ^iet geld op

in contanten en bracht een paar dagen

later soms meer, soms ook minder

geld terug. Tien dagen geleden kwam

hij weer — in mijn privékantoor. Daar

ontvang ik hem dikwijls. Hij kwam

binnen en ik zag onmiddellijk, dat hij

een bril droeg met een schildpadden

garnituur — iets wat hij nooit tevoren

gedaan had. Ik vroeg hem naar de

reden en hij antwoordde, dat hij last

van zijn oogen had en daarom een oog-

specialist geraadpleegd had."

„Noemde hij den naam van den

dokter ?"

„Ja. James Adwinter, Queen Anne

Street."

Daphne Wrayne noteerde den naam.

„Ik vroeg hem, of hij weer geld op

wilde nemen en hij zei, dat hij daar

inderdaad voor gekomen was, en ot ik

hem wilde zeggen, hoe zijn rekening

stond. Ik liet het nazien. Zijn saldo

bedroeg dertigduizend pond. In mijn

tegenwoordigheid schreef hij daarna een

cheque van vijf en twintigduizend pond.

Ik liet een van mijn kassiers roepen en

wij betaalden hem in biljetten van dui-

zend pond. Tot zoover is alles gewoon,

maar nu komt het verbijsterende slot

'van de geschiedenis. Twee dagen ge-

leden komt hij op de bank en presen-

teert een cheque ten bedrage van vijf-

tienduizend pond. De kassier vertelde

hem natuurlijk, dat zijn saldo minder

was dan dit bedrag en bracht hem de

cheque van vijf en twintigduizend pond

in herinnering. Verontwaardigd ver-

klaarde hij geen cheque van vijf en

twintigduizend pond te hebben geïnd —

hij was veertien dagen lang uit de stad

geweest — dat .kon hij bewijzen. Hij

beweerde, dat iemand zich voor hem

uitgegeven moest hebben. En vanmor-

gen kregen we een brief van zün zaak-

Om IP1LJZZILIE-IH€IEIKJ1E

Nieuwe opgave No. 456.

—F"!—r—hl pn—Fl M '

Gevraag-d wordt met de letters a-a-a-

b-b-b-c-d-e-e-e-e-e-e-e-e-e-g-h-i-i-i-i-1-1-

n-n-o-o-o-o- p- r- r- r-s-s-s-s-s-1- u-w-x-x-

y-y woorden te vormen van onderrtaande

beteekenis:

Horizontaal: 1. gedeelte van de Sahara.

Verticaal: 1. kolonie van Italië in Noord-

Afrika. 2. stad in Noord-Brabant. 3. rivier

in Duitschland. 4. plaats in N.-Holland.

5. rivier in Rusland. 6. graafschap in

Z.-Engeland. 7. staat in de U.S.A. 8.

landschap in Oost-Afrika.

Voor de goede oplossingen op deze

puzzle stellen wij een hoofdprijs van f2.50

en drie troostprijzen beschikbaar. Ant-

woorden inzenden aan ons adres: Red.

„Het Weekblad", Galgewater 22, Lelden,

vóór 27 October. Abonné's uit over-

zeesche grewesten vóór 27 December. Op

briefkaart of enveloppe vermelde men

duidelijk: „Ons Puzzle-hoekje No. 456".

Wij verzoeken dengenen, die deze puzzle

en onze Wekelijksche Vraag tegelijk in

wenschen te zenden, deze op twee aparte,

duidelijk van volledigen naam en adres

voorziene velletjes papier te schrijven.

Oplossing van „Ons Puzzle-hoekje

No. 453".

HBBHHSiraBHHHHnglglDH

n

De hoofdprijs voor deze puzzle werd

verworven door mejuffrouw M. Nieuw-

burg te Moordrecht.

De troostprijzen zonden wij aan den

heer C. G. de Back • te 's-Gravenhage,

den heer P. Happel te Rotterdam en

mevrouw G. Flieger te Eindhoven.

waarnemers, waarin zij ons met een aan-

klacht bij de justitie bedreigden."

„Maar de handteekening dan, sir

John ? Als het de gewone handteekening

was van Richard Henri Gorleston,

zónder eenige afwijking ..."

„Daar zit hem de moeilijkheid juist,

miss Wrayne. Dit" — hij overhandigde

haar een cheque — „is zijn gewone

handteekening. En dit" — hij gaf haar

een andere — „is de betwiste cheque."

Daphne trok haar wenkbrauwen op

toen ze de twee handteekeningen nauw-

keurig vergeleek.

„Maar hoe kwam u er toe, om deze

cheque zonder meer te accepteeren ?"

riep ze uit. „Ik geef toe, dat het ver-

schil niet erg groot is, maar toch..."

„Miss Wrayne, denkt u zich eens in

mijn plaats! U heeft een ouden, ver-

trouwden cliënt, dien u goed kent. Hij

komt binnen, praat met u, gaat zitten

en schrijft een cheque uit. U zendt

om uw kassier, die hem ook van ouds

kent. U heeft gezien, dat hij de cheque

schrijft en u bent tevreden. ,Heusch, u

zoudt net zoo goed als ik de cheque

zonder meer hebben laten verzilveren."

„Ik begrijp het volkomen. Maar zou

de wet op uw hand zijn ?"

„Ik vrees van niet," was het trieste

antwoord.

. „Vertel me eens, sir John," ging het

meisje na een korte pauze verder,

„twijfelde u absoluut niet, of de man

voor u, Richard Henry Gorleston wel

eens niét kon zijn?"

„In het minst niet, miss Wrayne."

„Droeg hij ook een bril, toen hij

twee dagen geleden bij u kwam?"

„Neen. Hij zei, dat hij er nooit een

gedragen had en nooit in zijn leven

van Adwinter gehoord had."

„Hoe was hij ?"

„Hij was hevig opgewonden, natuur-

lijk, maar kon zich onzen toestand ge-

heel indenken, hoepel hij zei, dat we

het verschil in handteekening hadden

moeten opmerken. Hij zei ook nog, dat

hij sinds eenigen tijd te weten was

gekomen, dat hij een dubbelganger had,

maar dat het hem nog niet gelukt was,

hem te ontdekken."

Het meisje fronste nadenkend het

voorhoofd.

„Hij heeft u, geloof ik, gezegd, dat

hij Londen verlaten had? Heeft hij u

ook gezegd, waar hij Uetn was ?"

„Ja. Hij gaf me zijn adres. „The

Golden Crown, Portv/orth, Tavistock"

waar hij forellen vischte. Door een van

onze plaatselijke afdeelingen heb ik na-

vraag laten doen en ik weet hierdoor

zeker, dat hij daar den geheelen tijd

geweest is."

„Wel, sir John, over een week zult

u van mij hooren. Spreek onderwijl

met niemand over deze kwestie."

BEZOEKT HET

Asm-

TE DEN HAAG


„Ja, maar wat moet ik intusschen

tegen zijn zaakwaarnemers zeggen?"

vroeg de oude man angstig.

Het meisje lachte vroolijk.

„Och kom, sir John, laat den moed

met zakken! Zeg hun, dat u alle aan-

sprakelijkheid in deze kwestie ten eenen-

male ontkent. Als het later noodig

mocht blijken om een toontje lager te

zingen, kunnen we wel weer zien —

maar laten we hopen, dat dit niet noodig

zal zijn."

In een gezellig gemeubileerde kamer

zaten rond de tafel vier mannen in

druk gesprek gewikkeld.

Het was een kamer zooals er hon-

derden andere kamers in honderden

andere flats te vinden zijn, maar de

mannen waren zeer zeker niet gewoon.

In elk geval kwamen hun portretten

dikwijls voor op -de fotopagina's der

verschillende dag- en weekbladen.

De groote, gebruinde reus met de

vroolijke blauwe oogen en het blonde

krullende haar, die naast den lagen stoel

aan het hoofd van de tafel zat, was

niemand minder dan James Ffolliott

Plantagenet Trevitter, de eenige zoon

van den graaf van Winstanworth. —

Hij had in Eton en Oxford gestudeerd,

en had een heele reeks records op

athlethiekgebied op zijn naam. Naast

hem, achterover in zijn stoel geleund,

zat mager en gebruind, met een trek

van verveling op zijn gezicht en een

goud-omrande monocle in zijn eene oog,

sir Hugh Williamson, de stoutmoedigste

ontdekkingsreiziger van heel Europa.

Tegenover dezen zat een oudere man

met grijze haren, de meest geliefde

acteur van Engeland — Allan Sylves-

ter. En ten slotte was er Martin Everest,

een van de beste advocaten, die met

een glimlach op zijn knap, gladge-

schoren gezicht, geanimeerd zat te

praten. Dit waren de vier „Vereffe-

naars", die geheel belangeloos miss

Daphne bij haar pogingen om de ge-

rechtigheid te dienen, Melpen.

■ De klok op den schoorsteenmantel

begon te slaan toen de deur werd ge-

opend en Daphne Wrayne binnenkwam,

terwijl de vier mannen bijna tegelijk

opstonden.

„Zoo, Peter Pan," zei Sylvester

vroolijk.

„Goeden avond, mijn ridders," was

het antwoord.

Zij groette allen met eenzelfde vrien-

delijk gebaar, maar het scheen van-

zelfsprekend, dat lord Trevitter haar

uit haar mantel hielp en naar haar

stoel bracht. En het was even natuur-

lijk, dat zij haar handje in de zijne stak

en het daar liet rusten. De drie anderen

glimlachten toegevend, hoewel hun

glimlach boekdeelen sprak. Ze hadden

haar van haar prilste jeugd af ge-

kend en hoewel ze Trevitter boven de

anderen uitverkoren scheen te hebben,

hield ze van de anderen evenveel als

vóór dien tijd.

„Het is prettig om weer hier te zijn,"

zei ze stralend. „Ik kan het haast niet

gelooven."

„Het was een bravourstukje," pre-

velde Martin Everest nadenkend.

„We hebben geluk gehad, Martin,"

antwoordde het meisje. „Dat is alles.

Als we de juweelen van hertogin Har-

dington niet gevonden hadden ..."

„Het interview, dat je een paar weken

geleden aan de Daily Monitor gegeven

hebt," viel lord Trevitter in, „dat was

een knap stukje van je. Daphne."

„We hadden toen net de juweelen van

de hertogin ontdekt, Jim, en daarom

was het het juiste oogenblik om een

beetje reclame voor ons streven te

maken."

De drie anderen knikten instemmend.

DIE ZIRKUSPRINZESSIN

OPERETTE VAN EMMERICH KALMAN, OPGEVOERD DOOR DE WIENER-OPERETTE

Norbert Fels en Kate Schnitzer.

Hoe meer de prinsessen en andere adel-

lijke personen in het leven in discrediet

raken, hoe meer hun „aandeelen" rijzen in

de operettewereld. En gelukkig maarl Ik

vraag- U: Waar zou het heen moeten met

de operette, als er daar geen beeldschoone

maar recalcitrante vorstendochters meer

waren, die verlieven op de door haar

„milieu" als meest ong-eschikt aangemerkte

individuen, zooals deze vorstin Fedora Pa-

linski, die bovendien nog een onrustbarend

penchant voor het circus heef tl Een circus

en het hof — gij begrijpt, dat er aanlei-

ding- te over is voor aandoenlijke en ko-

mische tafereelen, waarover wij hier niet

in den breede zullen uitweiden. Wij zullen

daarom volstaan met de vermelding, dat

de muziek goed is en tal van bekende,

meesleepende melodieën brengt; dat de

mooie, aangenaam aandoende stem van

Emmy Sturm, die de titelrol vervulde, als

steeds veel welverdiend succes oogstte en

dat Willy Vos Mendes als de mysterieuze

Mister X nog altijd zijn zang met veel hin-

derlijke gebaren onderstreept, hetgeen met

de vele goede kwaliteiten, die zijn stem

bezit, in 't geheel niet noodig is. Fritz

Eckhardt als de malle prins Sergius Wla-

dimir is een kostelijke figmir.

Een pluimpje apart verdienen Norbert

Fels en zijn gracieuze Partnerin Kate

Schnitzer als de circusrijdster.

Het ballet was keurig verzorgd, met al-

leraardigste vondsten; de decors, vooral

van het circus, en ook de figuratie waren

goed in stijl gehouden.

EEN VOULE CIGARETTE

Prijs (r/Tct)

„De hertogin heeft ons een cheque

voor vijfhonderd pond gezonden,"

merkte het meisje op.

„Aardig van haar," zei lord Trevitter.

„Ik hoop, dat..."

„O, natuurlijk Jim. Natuurlijk weet

zij niet, wie jullie zijn."

„Prachtig." ^

„En wat heb je nu voor ons?"

vroeg Everest.

„Hoe weet je, dat ik iets heb?"

lachte Daphne.

„Hoor "haar," riep Williamson. „Dat

komt al om twaalf uur van een geani-.

meerden dansavond thuis en houdt ons

uit onzen slaap, en dan vraagt ze nog,

hoe we weten..."

„Maar dit is een zeer raadselachtig

geval, Hugh," viel ze hem in de rede,

„en we zullen al ons vernuft moeten

gebruiken, om dezen keer het raadsel

weer op te lossen."

„Zooveel te beter 1 Laat eens hooren,

bestel"

Voorover in haar stoel geleund en

de smalle handen in elkaar geklemd,

vertelde Daphne de geheele geschiede-

nis. Maar toen ze aan het eind kwam,

voegde ze er aan toe:

„Ik kan er nog iets bij vertellen.

Reeds vanaf het begin scheen het me

toe, dat er absoluut geen sprake van

een dubbelganger was -— het is een

listig, zorgvuldig in elkaar gezet plan."

„Maar waaróm denk je dat?" vroeg

lord TrevitteV.

„Door de handteekening alleen al,

Jim! Een vervalscher zal er wel voor

oppassen, een handteekening te zetten,

die zoo'n duidelijke afwijking vertoont.

Dat is immers veel te riskant. Maar nu

het Gorleston zélf was, maakte het niets

uit — als de afwijking in de hand-

teekening ontdekt werd, konden ze

hem niets maken. Dan was het een-

voudig een „slip of the pen". Maar als

het over het hoofd gezien werd, was

dè bank aansprakelijk wegens zorge-

loosheid."

„Je bent een echte vrouw. Daphne,"

glimlachte Everest. „Eerst trek je' je

conclusie en later kom je met de be-

wijzen."

Daphne zuchtte komisch.

„Ik kan je niet uitstaan, Martin,"

zei ze. „En toch had ik gelijk."

„Ben je er zeker van?" vroeg

Williamson.

„Absoluut! Maar zooals onze rechts-

geleerde vriend ons vertellen zal," —

7

ze legde haar hand op Everests mouw

— „zal het moeilijk zijn om het te be-

wijzen 1 Doch laat ik jullie eerst alle

feiten, • die ik weet, voorleggen."

Ze zweeg een oogenblik om een

sigaret aan te steken, terwijl de anderen

in spanning wachtten.

„Ik stuurde mijn factotum Raytenaar

Adwinter," ging ze verder, „en kwam

zoodoende te weten, dat een man met

een bril en verder beantwoordend aan

het signalement van Gorleston van tijd

tot tijd den dokter een bezoek brengt

onder den naam van John Elwes, 124

Ulwin Street, Bloomsbury, waar hij

sinds een jaar een zit- en een slaap-

kamer bewoont. Volgens zijn hospita

is het iemand, die niets om handen

heeft en die gewoon is een of twee

keer per week daar den nacht door

te brengen. Op den dag, dat de verval-

sching plaats had, kwam hij om 2.15

's middags bij haar, — let op den tijd!

— bleef een paar minuten en vertelde

in der haast zijn hospita, dat hij naar

de bank moest. Hij nam een taxi en

zei, dat hij binnen een paar dagen nog

eens zou komen kijken. Sindsdien is

hij er echter niet meer geweest."

Ze zweeg even om haar sigaret, die

uitgegaan was, weer aan te steken en

vervolgde toen:

„Wat Gorleston betreft... deze heeft

verklaard te logeeren in The Golden

Crown te Porthworth, ongeveer twee

mijl van Tavistock. lederen morgen

ontbeet hij om acht uur en ging dan

uit tot tien uur 's avonds, terwijl hij

zijn lunch meenam. Op den dag, dat

de vervalsching plaats heeft gehad,

zweert Gorleston den geheelen dag ge-

gevischt te hebben. Maar het is een

feit, dat de man, die de kaartjes knipt

op het station te Tavistock — hij is zelf

ook een hartstochtelijk visscher en heeft

zoodoende Gorleston zeker wel eens bezig

gezien — beweert Gorleston op dien-

zelfden dag met -den trein van 9.11

naar Londen te hebben zien gaan. En

het is wel zonderling, dat Gorleston

dien dag niets gevangen heeft."

„Hoe weet je dat, dat hij juist dien

dag niets ving, Daph?"

„Het was stralend mooi weer, Martin,

en de menschen »in het hotelletje her-

inneren het zich, oiridat ze het vreemd

vonden, daar twee anderen, die ook

waren gaan visschen, met een grooten

buit thuis waren gekomen."

„En de treinen? Hoe kloppen die?"

„De trein van 9.11 komt om 1.56

in Londen aan. Een taxi zou Gorleston

om 2.15 te Bloomsbury kunnen bren-

gen en om 2.30 op de bank — en

dat is de tijd, waarop hij daar was,

terwijl hij met een andere taxi weer

net op tijd kon zijn om den trein van

3.16 te halen, waarmee hij om 8.41

in Tavistock terug kon zijn."

„Als je den taxichauffeur zou kunnen

vinden, die hem..." begon Sylvester,

maar het meisje viel hem in de rede.

. „Dien hèb ik al, Allan! Hij her-

innert het zich nog goed. Hij beschrijft

zijn vrachtje als 'groot en slank, met

een schildpadden bril op. Hij bracht

hem naar Ulwin Street en heeft daar

een paar minuten op hem gewacht.

Toen heeft hij hem naar de bank ge-

bracht, waar hij een tien shillingstuk

kreeg en weg kon gaan."

en maakt de teint verblindend

Scherk Face Lotion dringt diep

poriën van de huid. All« onn

lossen op, meeëters verdwijn<

nadat U het gezicht met S^|

Lotion gereinigd hebt voell^V

weefsel der huid opleeft gÊÊ Itnk

trekt. Wrijf daarom Uv^B

malen per dag, maar VMBI T t

en 's avonds met Sche^B tofion «f.

H.tr..ullaa,op.Am*^.Wl.

Probeert U het eens! Zendt deie «d-

vertent ie met Uw adres en 15 et. porto

aan de fa. S. Blindeman & Co., v. Boerle-

sir. 89, Amsterdam. U ontvangt dan een

gratis proef-fleschje.

Scheric Face Lotion is slechts echt in oei-

gineele flacons met het opschrift Scherfc.

Mystikum poeder, de beroemd«

Scherk poeder.

%

SCHERF

„Het lijkt mij," zei lord Trevitter, „dat

je je conclusie voldoende bewezen hebt."

Maar Everest schudde zijn hoofd.

„Het zit uitstekend in elkaar, Jim,"

zei hij, „maar het is niet genoeg om

een jury te overtuigen! Laat mij voor

Gorleston pleiten, en ik vind honderd

leemten om hem vrij te doen spreken."

„Ik was al bang, dat je dat zou zeg-

gen, Martin," zei Daphne, een beetje

teleurgesteld.

.„Ik zou graag iets anders zeggen,

maar ik kan niet," zei de ander be-

leefd. „Ikzelf ben er van overtuigd,

na alles wat je. verteld hebt, dat die

John Elwes nooit bestaan heeft, maar

ik ben er even zeker van, dat het,

zelfs met de bewijzen die je hebt,

heel moeilijk zal zijn om dit vast

te stellen. Om te beginnen, wie zal

kunnen bewijzen, dat de passagier van

dien taxichauffeur Gorleston uit Tavi-

stock was en niet John Elwes uit —

wel laten we maar iets zeggen — uit

Bloomsbury! Gorleston heeft overtui-

gende bewijzen, dat hij in Tavistock was

en wij kunnen alleen maar aanvoeren,

dat de man die daar kaartjes knipt,

hem weg heeft zien gaan. En dan

komt er nog bij, dat Gorleston genoeg

intieme vrienden zal hebben, (jie onder

eede kunnen verklaren, dat hij nooit

een bril draagt, en dat hij bovendien

honderden cheques heeft met zijn juiste,

goede handteekening. Neen, het gaat

niet!"

„Natuurlijk is er nog een andere

manier om hem tot een bekentenis

te dwingen," zei Daphne peinzend.

„Maar de vraag is of jullie er in toe

zullen stemmen ?"

De vier mannen keken elkaar aan.

„Peter Pan's ideeën zijn altijd uit-

stekend," zei Sylvester hoffelijk.

„Allan, spot niet met me," zei het

meisje lachend. „Ik zal jullie mijn plan-

netje vertellen. Later kun je me uit-

lachen."

Maar geen van de vier mannen voel-

de neiging tot lachen, terwijl zij sprak.

„Daphne, je bent gewoon een won-

der!" verklaarde lord Trevitter opge-

-7-

wonden, toen ze alles verteld had. „Hoe

is het mogelijk, dat je aan dergelijke

dingen dénkt?"

„Is het goed, Jim?"

„Goed?" herhaalde Everest. „Het is

in een woord geweldig! Natuurlijk kan

het zijn, dat hij er niet inloopt, maar

als hij werkelijk schuldig is, valt hij

wel door de mand. En als hij on-

schuldig is — dan zijn we er niet

slechter aan toe dan nu."

„Ik ben het met je eens," riep

Williamson.

„Dus we stemmen er alle vier in

toe?" riep lord Trevitter jongensachtig.

„Hoera!... Wéér een succes voor de

Vereffenaars!"

„Ik ben blij, dat mijn idee in den

smaak valt," zei het meisje vroolijk.

„Laten, we het dan maar probeeren."

Richard Henry Gorleston was buiten-

gewoon met zichzelf ingenomen. En

terwijl hij in een groot restaurant zat

te dineeren, glimlachte hij zelfvoldaan.

Zoo'n knap stukje werk had hij nog

nooit ■ klaargespeeld — in één dag vijf

en twintigduizend pond te verdienen en

er niets voor hoeven te doen! Zijn

zaakwaarnemers hadden hem gezegd,

dat de bank, liever dan er bekendheid

aan te geven, de zaak met hem zou wil-

len regelen. Hij wenkte den kellner en

bestelde een flesch champagne.

„Heeft u er iets op tegen, wanneer

ik aan uw tafeltje kom zitten?"

Een vriendelijk glimlachende man van

middelbaren leeftijd met grijs haar en

een goud-omrande pince-nez stond aar-

zelend bij zijn tafeltje, maar Gorleston

beantwoordde zijn glimlach vriendelijk.

„Integendeel. Komt u maar gerust

hier zitten. Het is hier vol vanavond."

„Ja. Ik ken Londen niet zoo heel

goed. Ik kom uit North Wales. Eens

in het jaar kom ik naar Londen en

dan" — hij glimlachte verlegen — „dan

heb ik gelegenheid om mijn hart op

te halen aan een liefhebberij van me

— biljarten."

Gorleston luisterde belangstellend.

(Vervolg op pagina 21)


~^^" ■■^■^

WAT HET TOONEEL BRENGT TILLY EN COR RUYS

.VOOR ZONSONDERGANG".

„MASKER EN MENSCH"

I d dSSChOUWb rg teAlnSt dam af

dt d^ nr^ ^ I fi: ? ""et Schouwtooneel'

de prenuère van „Masker en Mensch^, een satiriek spel van

Luigi Chiarelli. Van links naar rechts;. Ezerman, Jaap v.d. PoÜ

en Dogi Rugani.

„DE DOOFPOT'.

r^ofrf a


L I

1. Ik kan de Rumba

dansen . . .

2. Ik zing als een nach-

tegaal.. en op commandoI

3. De figuranten wachten op de

kans, die nu misschien komen zal.

4. Iemand die een baantje zoekt door

middel van een film. die hij van zijn

„nummer" heeft laten maken.

5. Ben Ik geen reuze-acrobaat? vraagt Fido.

o. Bij den administrateur van de beurs.

meni SetÄging^: alS 'f VerWaChte enSaae -

..T

^

'J\

MP

E opvolgers van den

„artist" uit vroeger

dagen, die met een

koffertje, waarin de hoogstnoodzakelijke requisiten

voor zijn beroep zaten, de kermissen afreisde om er het

publiek te amuseeren, hebben carrière gemaakt. Zij zijn

thans internationaal georganiseerd. Acteurs, acrobaten,

cabarettiers en alle anderen, die iets uitstaande hebben

met de wereld voor het voetlicht, maar daarin niet

zoo'n hoogen staat voeren, dat zij er een privé-impre-

sario op na kunnen houden, hebben de handen inéén

geslagen en artisten-beurzen gesticht. En het is hier,

op deze beurzen, dat zij zich de zekerheid kunnen ver-

schaffen voor den dag van morgen. Want terwijl zij

reizen en trekken van Parijs naar^ Berlijn, en van Am-

sterdam naar Bern, weten zij immers gewoonlijk niet,

waar zij over, eenige weken zullen optreden, en . . .óf

zij wel zullen optreden! Want waar is de directie, die

hun „nummer" op zijn programma wil zetten, en waar

kunnen zij zonder een al te groot risico voor hun naam

en reputatie optreden? Oo deze vragen, die voor den

Tsss

trekkenden artist van buitengewoon groot beian

krijgt hij antwoord op de artistenbeurzen. Däär

van alle vacatures op de hoogte, däär weet men j

wat er in de wereld van het amusement ge 1

wordt. Voor den artist beteekenen deze beurzen d.

niets minder dan de veilige havens op zijn zwerftc

waar hij telkens weer terechtkomt om er nieuw e

te zoeken.

Wat er op zoo'n beurs al zoo te beleven

inen op de foto's, die wij hierbij reproducjïeren

op de beurs te Berlijn zijn genomen.

11

:>?

VI

\.

«Mn

, r


T. Welgunda (Anny Ondra) is een

tip top huismoedertje. 2. Fritz

Rasp als professor Boch. 3. Anny

Undra, de lieftalligre vertolkster

van de hoofdrol. 4. Jim Bock en

Welgrunda. 5. Welgunda voelt zich

'" het groote hotel nogal zenuw-


PERSONEN:

Welgunda .... Anny Ondra

. . Fritz Rasp

. Lina Wowoide

Werner Fütterer

. Olga Limburg

. ., Karl Götz

. Prof. Ernst Arndt

Een, schoolopziener . . Karl Forest

Een hoteldirecteur . Gustl Werner

Zang van . . . Dorothy Poole

Professor Bock en professor Bier-

brot zijn leeraren aan een meisjes-

lyceum, en in hun vrijen tijd

enthousiaste amateur-astronomen. Over

de nieuwe kometen, door hen samen

ontdekt, hebben zij ernstig verschil van

meening. Bierbrot, die de bezitter van

den verrekijker is, dien de beide beeren

bij hun waarnemingen gebruiken, is van

oordeel, dat de baan, die de komeet

beschrijft, een botsing met de aarde

ten gevolge zal hebben. Bock is echter'

. i «li«p'-

/

^^B |^ ^ ■

^v *

NM*

Wf

■-

ƒ «n

A.

tó:,

de tegenovergestelde meenmg toe^,

daan. Wanneer Bock in het vuur va

't gesprek Bierbrot uitscheldt, won

deze boos en verbiedt Bock den ve

5or Bock afgelegd, maar deze, geloovenderen

toegang tot de sterrenwacht.

de, dat mevrouw Bock om hulp bij hem I

Van iemand, die onbekend wenscaanklopt,

wijst haar onbeleefd de deur. |

te blijven, heeft de stad geld ontvange

Maar dan moet hij van zijn schoontot

stichting van een museum, bij well

zuster vernemen, dat zij de onbekende!

opening professor Bock een rede houd

tichtster van het museum is en dat I

Gedurende de plechtigheid maakt W

ij er voor gezorgd heeft, dat Bock del

gunda, de oudste dochter van profess

openingsrede zou houden, opdat zij ten

Bock, kennis met een jongeman, d

minste eenmaal iets goeds uit zijn|

achteraf blijkt haar neef te zijn. Hij

nond over haar zou hooren.

nl. de zoon van professor Bocks broc

's Avonds is Welgunda stilletjes van]

die 25 jaar geleden een circusmeis]

Imis gegaan, om aan een uitnoodiging

trouwde en naar Amerika gegaan wa

an haar tante en neef gevolg te geven.

omdat de professor van dat huwelij

Voor het eerst van haar leven komt

niets wilde weten. De jonge Bock vc

;ij in een groot hotel, in een chique

telt, hoe zijn vader in den loop d«

l>ar. Geen wonder, dat zij al heel gauw i

jaren eigenaar is geworden van ee

opgewonden is. Opeens hooren ze lawaai 1

groot circus, waarmee hij veel ge

in de hal; prof. Bierbrot en prof. [

verdiend heeft. En nu is Jim met zi,

3ock, die pas in het hotel geïntermoeder

hierheen gekomen om de sta(

viewd zijn over hun kometen, raken I

waar zijn inmiddels gestorven vade

opnieuw in een twistgesprek. Welgunda |

geboren is, te bezoeken.

is met haar tante en neef daar toe-

Mevrouw Bock heeft na de openin

vallig getuige .van. Terwijl Jim Wel-1

van het museum een bezoek bij profe

gunda met zich meeneemt, maakt Bock

zijn schoonzuster heftige verwijten, dat

zij zijn dochter buiten zijn medeweten

:

'heeft uitgenobdigd. Hij zou haar dien

] omgang met „circusmenschen" wel af-

keren. Mevrouw Bock blijft het ant-

woord niet schuldig en zegt, dat de

jongelui elkaar graag mogen, maar dat

zij haar zoon helaas moet verbieden een

vrouw te huwen, die niet bij het circus

behoort. Want anders zou haar zoon

onder geen beding de vier millioen

dollar ontvangen, die hij anders op

zijn trouwdag zou krijgen. Welgunda

heeft van haar vader de voorwaarde

vernomen en wil direct dolgraag bij

Ihet circus gaan. Hiervan wil prof. Bock

| niets weten, hoewel hij met het geld

van zijn schoonzoon een sterrenwacht

zou kunnen inrichten en met behulp

daarvan over Bierbrot zou triompheeren

in hun strijd over de kometen.

Toevallig is juist het circus „Bellini"

in de stad gekomen. Welgunda weet

achter baars vaders rug om gedaan te

krijgen, dat zij hierbij mag optreden.

En hoewel op den gala-avond haar te

vlug ingestudeerde acrobatische oefe

ningen niet volgens de regelen der

kunst worden uitgevoerd, weet Wel-

gunda toch haar vader en haar neef

| Jim door haar moedig optreden te

veroveren.

1- 13 -

. achtig'. 6. Verdekt opgestel

1 7. Ernst Arndt als professor I

^ brot. 8. Welgunda in een net

positie. 9. Anny Ondra als

gunda. 10. „wat moet il

"s hemels naam beginnen?" vr

Welgunda zich af.


ALS HET LEVEN LIEFDE WORDT

SAPPHO VAN LESBOS.

HAAR TRAGISCHE LIEFDE EN ONGELUKKIG EINDE.

Terwijl Boeddha in Indië onder den

Bodhi-boom zijn gepeinzen spon

over het lijden in dit leven; Nebu-

chadnezar met verdoemelijke praal in het

Twee-Stroomenland heerschte, en in Israël

Jeremia en Ezechiël hun dreigende profe-

tieën over het Joodsche volk slingerden,

schreef Sappho, de Tiende Muze der oud-

heid, op het eiland Lesbos gedichten, waarin

zij slechts de liefde en de schoonheid te ver-

heerlijken wist. . . .

Geboren in ongeveer 612, groeide deze

Grieksche dichteres op tot een jonge vrouw

in een tijd, waarin de vrouwen even vrij

waren als de mannen, en deze laatsten als

het ware getypeerd werden door Sappho's

eersten bewonderaar, den dichter Alkaios,

wiens hart steeds brandend was van liefde,

. die méér dronk dan goed voor hem was en

ten strijde trok terwijl hij liefdesliederen zong.

Waarschijnlijk was het door den invloed

van zijn liefde voor haar, dat Sappho, die

een der merkwaardigste verschijningen was

uit het Griekenland der zevende eeuw v.

Chr., zich eveneens, aan de dichtkunst is

gaan wijden.

Daar Lesbos in een oorlog met Athene

het onderspit had gedolven, werd het in de

dagen van Sappho geregeerd door tyran-

nieke dictators. Aangevuurd door het voor-

beeld van Alkaios, sloot de jonge vrouw

zich bij de rebellen van het eiland aan en

begaf zich in allerlei gewaagde avonturen

om haar geboortegrond van de vreemde

overheersching te bevrijden. Het gevolg was

echter, dat zij gevangen genomen en naar

Sicilië verbannen werd.

In haar ballingschap voelde zij behoefte

aan bescherming en huwde daarom met den

rijken koopman Kerkolas. Uit hun huwelijk

werd haar dochtertje Kleïs geboren, „de

gouden bloem, die zij voor heel Lydië of

het liefelijke Lesbos niet zou willen ruilen".

In Sicilië's hoofdstad volmaakte zij haar

talent, dat haar snel beroemd deed zijn toen

zij eenige jaren later naar Lesbos terug-

keerde.

Sappho was niet mooi in den gewonen

zin van het woord. Haar oogen en haren

waren zwarter en haar huid donkerder, dan

het schoonheidsideaal der Grieken van dien

tijd eischte, en zij was zoo klein en tenger,

dat zij, ofschoon reeds een volwassen

vrouw, nog een kind leek. Zij had echter

een betooverenden glimlach en soms, als het

licht gunstig viel, leek beur haar dien pur-

per-blauwen glans te hebben, dien de Grie-

ken vergeleken met het fluweelig donker-

blauw van viooltjes. Eveneens bezat zij een

aangeboren gratie om zich te bewegen en

kleedde ze zich met een smaak en charme, die

m

"■ - -■■■^■-■-■-

niet naliet indruk op haar tallooze vereer-

ders te maken.

In den grond van haar hart verafschuwde

zij het gewone, mannelijke temperament met

zijn aangeboren zin om over de vrouw te

heerschen, maar de jeugd en schoonheid van

haar eigen sekse bewonderde zy heel sterk.

Een omstandigheid, waaruit men wel eens

verkeerde conclusies heeft getrokken met be-

trekking tot de moraal, die zij aanhing.

Latere ontdekkingen hebben de onjuistheid

hiervan echter afdoende aangetoond.

Sappho leefde in een tijd, welke een aan-

eenschakeling was van heidensche feesten

ter eere van de goden Apollo, Artemis,

Aphrodite en Dionysos, en zij voelde zich

gelukkig in dien roes, waarin het oude

Griekenland de liefde en de schoonheid

vierde. Over heel haar jonge leven viel dan

ook slechts één schaduw: het huwelijk van

haar broer met Dorichta-Rhodopis, een

courtisane, die zij verachtte en waarop zij

■satirische gedichten heeft gemaakt, die ech-

ter verloren zijn gegaan. Dat zij deze vrouw

niet ten onrechte geen geschikte levensge-

zellin vond voor haar broer, werd al ras

bewezen.

Op zekeren dag toch baadde Rhodopis

zich in een rivier, toen een arend een van

haar sandalen uit de hand van haar slavin

rukte en er mee naar Memphis vloog, de

hoofdstad van Egypte, waar hij het schoen-

tje in den schoot van den Pharao liet vallen,

die juist in de open lucht rechtsprak. De

vorst geraakte hiervan zóó onder den in-

druk, dat hij direct boden uitzond, die in

het geheele land naar de eigenares van het

muiltje moesten zoeken.

Eindelijk vond men haar te Naukratis, en

Rhodopis liet zich gewillig naar het paleis

van den Pharao voeren, die onmiddellijk op

haar verliefde....

Omtrent de middaghoogte van Sappho's

leven is ons slechts weinig bekend. Maar op

vijf en vijftig-jarigen leeftijd, toen zij als

dichteres haar grootste triomfen vierde en

zij een aantrekkelijke vrouw was, die de

gedachte aan den ouderdom met geweld van

zich afzette, werd zij krankzinnig verliefd

op Phaon, een knappen, jongen zeeman. Zij

slaagde er in, een aannemelijke reden te vin^

den om zijn boot te huren, en terwijl zij

naast hem zat in de warme zomernachten,

de sterren schitterend aan het firmament of

de maan zilveren weerkaatsingen werpend

op het donkerblauwe water, ontspon zich

een idylle, die hen beiden even gelukkig

maakte, ondanks het groote verschil in leef-

tijd. Toen zij van eikaars genegenheid over

en weer eenmaal zeker waren, ontmoetten

zij elkander des avonds in een spelonk, waär

- 14 -

de nachtegalen zongen in de boomen, welke

voor den ingang stonden. . . .

Hun romance was echter slechts van kor-

ten duur. Waarom, is niet bekefid. Misschien .

is Sappho er niet steeds in geslaagd haar

leeftijd te verbergen, misschien ook hebben

haar vrienden een einde gemaakt aan deze

dwaze liefde van een oude vrouw voor een

jongeman. Hoe dan ook: op zekeren dag

zeilde Phaon weg naar Sicilië, zonder af-

scheid van haar te hebben genomen.

Toen Sappho van zijn vertrek hoorde,

brak zij in een onbedaarlijk snikken uit. Zy

rukte de haren uit haar hoofd en sloeg zich

waanzinnig van smart op de borst. ..."

Gekweld door hevig-jaloersche gedachten,

begaf zij zich des avonds, als het donker

geworden was, in het geheim naar de spe-

lonk, waar zij de gelukkigste uren van haar

leven had gekend, kuste daar den grond

waarop hij had gerust en besproeide het mos

met haar tranen. Maar het gezang der nach-

tegalen klonk haar nu als een doodenmarsch

in de ooren en zelfs de boomen schenen met

haar te treuren. . . ."

Verscheurd door verdriet, besloot zij

Phaon op Sicilië te gaan zoeken. Onder-

weg deed haar schip het eiland Leucas aan,

en de ongelukkige Sappho ging van boord

om geheel alleen den top van het Leucadi-

sche voorjgebergte te beklimmen, misschien

wel om er een kleinen tempel te bezoeken,

die daar opgericht was ter eere van Apollo.

Wellicht wilde zij aan dezen god der mu-

ziek, dien zij steeds bijzonder had vereerd,

een offer brengen....

Herinnerde zij zich echter, terwijl zij daar

boven op den top stond, en uitkeek over de

blauwe wateren beneden haar, het gedicht

dat Stesichoros, dien zij op Sicilië had ont- .

moet, geschreven had op een jonge vrouw,

die zich van denzelfden berg gestort had,

omdat zij door haar man was verlaten? Of

vertelde haar vrouwelijke intuïtie haar, dat

het verleden, zelfs al vond zij den geliefde

op Sicilië terug, toch voor altyd dood zou

zijn?.... Wij weten het niet. . . . Maar

terwijl zij daar stond, werd zij opeens aan-

gegrepen door een wilden angst. In een aan-

val van woede en wanhoop besloot zij zich-

zelf te dooden en als een dol geworden

hinde oter het gras snellend, wierp zij zich

van de' steile hoogte....

Haar gebroken lichaam werd uit zee op-

gevischt en verbrand, terwijl de asch werd

teruggebracht naar Mithylene, waar het in

de door haar zoo geliefde aarde van het

eiland Lesbos werd begraven.

Naar men beweert, werd Phaon op den

zelfden dag tijdens een twist om een Sici-

liaansch meisje doodgestoken. . . .

^ä»^

^v

\ \ %

cvr%^ ^-e !

y-

& a»1

V

^»^ &* ^of^ 0^ v r,ótt> e '

^^VÄe*^

^ Sß'

cAW*. S« 't o-, ,trt ^

C»?TG^

■5Le^ e -^af'

Sxe^a^et*

iÖ^wde C^L^ AtÄ**,

tfci et


^^l>t> ^VÄ

.^ e ^t***-.; ^ :\>*^M

**>?'^

t) e ^Tl&< nre^

:v\ e v?

J W

W

to 1 »


;■ /

Captain Tony Clyde en Steve Hand.

Het is ;en nacht van dronken

feestvreugde in het door den

oorlog tot een woesten roes op-

gezweepte Parijs. Het gerucht gaat,

dat den volgenden dag het langver-

wachte monster-offensief beginnen gaat,

en alle verloven worden ingetrokken.

Manschappen en officieren moeten zich

den volgenden morgen bij hun regi-

menten melden.

De Engelsche verpleegster Sylvia en

Captain Tony Clyde gevoelen een

groote liefde voor elkander. In dezen

laatsten nacht grijpt hen de vrees aan,

dat zij elkaar nooit weer zullen zien.

Nog slechts weinige uren scheiden hen

van het oogenblik, waarop de trein

hem weg zal voeren — een kerk opent

haar veilige deuren, en temidden van

een helsch tumult van barstende bom-

men, loeiende sirenen en algemeenc

paniek, treden Tony en Sylvia in het

huwelijk. Eenige oogenblikken zijn zij

volkomen gelukkig — dan komt het

hartbrekende moment van de scheiding.

De groote titanenstrijd aan het Wes-

telijk front duurt voort. Tony en Sylvia

hebben ieder contact verloren. Zij is

verpleegster in een veldlazaret,


Regie: Karl Haiti.

Remaco-film.

ROL VERDEELING:

De Prins van Arcadië Willi Forst

Mary Mirana, een actrice Liane Haid

De ex-vorstin-tante Hedwig Bleibtreu

De Infante . . Ingeborg Grahn

Adj. Mölke zu Mölke Albert Paulig

Een Zuid-europeesche badplaats.

Langzaam rolt een gï-oote luxe

auto door een stille zijstraat. De

bestuurder, de prins van Arcadië, leunt

behaaglijk achterover. — Zeker, hij heeft

afstand moeten doen van den troon,

maar is het niet veel aangenamer als

particulier aan de Riviera te leven, dan

zich aan politiek en staatszaken te

moeten ergeren?

De prins laat zijn wagen stilhouden.

Zou de reserve-hoorn, dien hij op last

van een al te ij verigen verkeersagent

heeft moeten aanbrengen, wel in orde

zijn? Driemaal drukt hij op den gummi-

bal en driemaal schalt het hoornsignaal

door den stillen nacht.

Nauwelijks is echter de laatste toon

uitgestorven, of voor de voeten van

den verbluften prins valt 'een bos

sleutels. •

De prins kijkt vlug naar boven.

Een jonge vrouw sluit het venster en

doet de gordijnen dicht.

De sleutels zijn zeker bestemd voor

dengeen, waarmede de mooie onbekende

het signaal afgesproken heeft.

Maar aangezien die sleutels eigenlijk

zoo'n beetje uit den hemel zijn komen

vallen, wil hij aan dezen wenk van

het toeval gevolg geven.

Lachend maakt hij de huisdeur open.

Wanneer hij weer vertrekt, moet hij de

charmante onbekende beloven, dat hij

nooit zal onderzoeken, wie zij is. Als

ze elkaar ooit mochten ontmoeten, moet

hij net doen of hij haar nooit gezien

heeft.

Reeds den volgenden avond ziet de

prins de jonge vrouw terug bij het

thee-uurtje, dat zijn tante, de ex-vorstin,

geeft om hem voor te stellen.

Hij verneemt, dat de mooie, onbe-

kende de actrice Mary Mirana is, die

wegens het zingen van een spotlied

op den troonopvolger, haar engagement

in het Hof-theater verloren heeft en

uit Arcadië werd verbannen..

De prins had destijds wel van het

voorgevallene gehoord, doch de actrice

nimmer gezien.

De pnns doet bij de ontmoeting

wat hij beloofd heeft. Hij geeft voor

haar niet' te kennen en haar nooit te

hebben gezien.

Mirana, die aan de heele belofte niet

meer denkt, is van meening, dat de

prins zoo handelt, omdat hij nu weet

wie zij is.

Boos draait ze zich om en laat den

verbluften prins alleen staan.

De tante van den prins wil hem

met de infante laten trouwen. De prins

kan Mirana echter niet vergeten. En er

is nog wat, dat hem geen rust laat.

Wie was de man, waarop Mirana

, destijds wachtte?

Als de prins dit raadsel heeft opge-

lost, zijn er tenslotte geen twee, doch

drie gelukkige mensenen, zoodat ook

aan deze aardige en spannende film het

happy-end niet ontbreekt.

y

mmm

''*i%mm


I

EEN NIEUWE SERIE ROMANS

DIE

DOO^ v/|LLy

iDmATENSCfUK

SIIASDENNINÖTCN

Zoolang de voorraad strekt, stellen wij

voor onze lezers deze romans verkrijgbaar,

elk groot 220 pag. voor den lagen prijs van

f 0.75 per . , . 5 deden

f 1.50 per . . . 10 deelen

FRANCO PER POST

Zendt postwissel aan de Administratie van Het Weekblad

Cinema & Theater, Galgewater 22, Leiden of stort op

postrekening 47.880.

No.

1 De vrouw die liegt

2 Het rad der fortuin

3 Niet bewezen

4 De nalatenschap van Silas Dennington

5 De man zonder geheugen

6 Klatergoud

7 Gestrande levens

8 De eer van het huis

9 De blanke inlander

10 De weg naar het hart.

— 20 -

•^MART

1

TVervolé van pa&na 7)

een schildpadden garnituur op zijn neus

„Dat is eigenaardig," zeli hij. zetten I

houd er zelf ook zoo veel van en „Geweldig I" fluisterde de professor,

De vriendschap was geslo en en vjijf terwijl hij naar den bewusteloozen man

minuten later waren ze in een driik keek. „John Elwes — absoluut!" ,

gesprek gewikkeld. Eindelijk, toen ae „We zullen het hopen," antwoordden

vreemdeling, die zich voorgesteld had de anderen. „We zullen zijn hospita

als professor Lucas, om zij

wakker maken en als ze hem als zooriep,

vroeg Gorleston hem ojE hij geen danig herkent, zijn we op het goede

zin had mee te gaan en een spelletje padl"

biljart te spelen.

„Wanneer zal hij wakker worden?"

Ze speelden verschillende partijen. „Morgenochtend om elf uur onge-

De professor was in zijn schik mét veer," antwoordde de ander. „Ik kreeg

zijn nieuwen vriend en noodagde hem het drankje, dat ik in zijn champagne

uit den volgenden avond met hem te gedaan heb, van de inboorlingen op

dineeren en Gorleston ging gretig ob de West-kust van Afrika en ik ken

zijn voorstel in.

het verloop op mijn duimpje. Morgen-

Den volgenden avond dineerden zp ochtend om tien uur gaan we weer

samen, maar nauwelijks waren ze gé- naar hem toe."

zeten of de professor werd door drie Een uur later liet de hospita van

vrienden van hem aangeklampt. Hi| John Elwes de vier heereih uit, terwijl

scheen uitermate verrast hen in Lon|- ze hen overdadig bedankte voor het

den te ontmoeten, stelde hen aan Gor- thuisbrengen van haar huurder. In e^n

leston voor en noodigde hen uit mee tè rustige straat verwijderden ze hun baardineeren.

den, snorren en pruiken en de professor

Het was een vroolijk diner en d^ werd weer Allan Sylvester en 'zijn drie

wijn werd duchtig aangesproken. OoH vrienden Martin Everest, \ sir Hugh

na het diner bleef het vijftal Uiji elkaaif Williamson en lord Trevitterl

en even later gingen ze naar en lieve^ „Het is een pracht-idee van

lingscafé van den professor, waar z4 Daphne," lachte Everest, terwijl hij een

een kamer voor zich alleen rese rveerden^ sigaret opstak. „Wij weten dat hij Gor-

Gorleston versloeg den profsssor ge* leston is, hij weet het zelf ook, maar

regeld bij het biljart. Hij were vroohjk zijn hospita en Adwinter zullen bereid

en loslippig en bestelde royail cham^ zijn om onder eede te verklaren, dat hij

pagne.

John Elwes heet. Bovendien ligt hij

Op het laatst was hij zóó vroolijk in Elwes' kamer, in Elwes' bed, zijn

en tegelijk zóó hopeloos drorken, dat kleeren zijn gemerkt met Elwes' naam en

hij zich languit op de sofa wierp, waar zijn kaartjes dragen ook den naarn John

hij weldra in een diepen slaaa viel. Elwes. Als ik rechter was," voegae hij

De professor keek zijn vriei iden eenS er peinzend aan toe, „zou ik absoluut

aan en wenkte den kellner om een taxi gelooven, dat hij werkelijk John Elwes

te roepen.

was."

Toen de wagen voor was, hielpen ze „Dat is het juist, wat ik zoo ver-

Gorleston in den auto en de professor makelijk vind," zei Williamson. „Wij

gaf den chauffeur het adres: i 54 Ulwhi hebben hem er zoo leelijk tusschen, dat

Street, Bloomsbury ...

hij, al is • hij in staat te bewijzen, dat

De taxi reed met een flinke vaarti hij Gorleston heet, tóch in een moeilijk

terwijl de vier mannen zorgvuldig deij parket zit. Want wij weten nu atfsoluut

inhoud van de zakken van den dronker^ zeker, dat hij twee verschillende levens

man nazochten. Ze gingen zelfs zooverj geleid heeft om de bank op te lichten."

dat ze hem voorzichtig een bril met „Zijn houding zal morgen de beslis-

Jack Holt, Ulla Lee en Ralph Èraves, die weldra te zien zullen zijn in de film „War-

Correspondent", die de jonaste burgeroorlogen in China tot onderwerp heeft.

(Poto Columbia)

'sing brengen. Als hij weigert toe te

geven, trekken we misschien nog aan

het kortste eind. Maar hij zal het niet

doen... Je zult zien, dat hij het niet

doen zal."

Toen Richard Henry Gorleston den

volgenden morgen wakker werd, staarde

hij verbijsterd om zich heen. Toen

sprong hij met een verschrikten kreet

uit bed.

Het volgende oogenblik stond hij als

aan den grond genageld, want twee

mannen — voor hem volkomen vreemdelingen

— kwamen de kamer binnen

en draaiden den sleutel om.

^„Zoo, John Elwes — het spel is uit!"

!

„W-wat bedoelt u?... Ik... Ik...

m tïin naam is niet John Elwes."

f„0 neen? Mag ik u dan vragen,

wat

u in John Elwes' kamer doet en waarom

u (in zijn bed slaapt ?" Een der beeren

stapte vlug naar voren en nam een

jas op, die op bed lag. „En hoe

komt het dan, dat u John Elwes' kleeren

We hebben buren. Een verschijnsel, dat

op zichzelf genomen, heelemaal niets

bijzonders is. Duizenden menschen,,

die heelemaal niet tot de aloude familie Prutte-

laar behooren hebben ook buren.

Doch wij hebben heel bijzondere buren.

Ze zijn pas getrouwd. Ze zijn rrret niets

begonnen. Ze zijn principieele tegenstanders

van elk afbetalingssysteetti.

Maar niet van het leen-systeem.

Sinds ze naast ons wonen heb ik m'n vader-

landsche geschiedenis beter leeren begrijpen.

Nou weet ik, wat leenheeren en leenvrouwen

zijn.

't Begon njet een hamer. Wie weigert een

jong getrouwd vrouwtje een hamer, als ze met

een snoezig verlegen gezichtje d'r om vraagt?

Zeker niet Petrus Pruttelaar, jullie ijverige

medewerker.

De hamer scheen in te slaan.

Gilette-mesjes volgden.

Met een glad gezicht vroeg m'n buurman

toen om een gaskomfoor.

Z'n vrouwtje (de huichelaar) hield zoo veel

van spiegel-eieren. Een spiegel volgde.

Daarna een stofzuiger.

En zoo verder crescendo.

Ze waren leenmeesters geworden.

En 't moet gezegd worden, ze waren niet

liebt-vaatdig, veranderlijk. Neen, bet tegendeel,

vrij vasthoudend. Wat ze badden, dat hiel-

den ze.

Vorige week zijn we d'r ereis een visite

wezen maken.

't Vrouwtje was snoezig, ze presenteerde

ons thee en gebruikte daarbij bet stelletje, dat

ze van ons geleend hadden.

De man was alleraardigst. Hij schonk een

borrel in de glaasjes, die ons ook hadden toe-

behoord.

M'n vrouw ergerde zich woest.

En... . ik kon het begrijpen. Met spanning

verwachtte ik wat er gebeuren ging. Ik ken

ook m'n vrouw....

Op een zeker oogenblik zei het jonge vrouw-

tje alleraanminnigst: En mevrouw Pruttelaar,

hoe bevalf het- u bij ons? Voelt u zich hier

nog al thuis?

Toen werd m'n vrouw groen van ergernis

en antwoordde:

Natuurlijk voel ik me hier thuis, hoe zou

het anders kunnen. D'r is hier niet heel veel

vreemds. Alles is toch van ons geleend'.

Die zat!

PETRUS PRUTTELAAR


De ander staarde hem verbijsterd

aan.

„John Elwes' — kleeren ?"

„Kijkt u zélf maarl De naam staat

in de jas — op het shirt — op den

kraag — er staat een doosje kaartjes

op de toilettafel" — hij deed een stap

in de richting en nam de kaartjes op

—- „het zijn de kaartjes van John

Elwes 1 Als u John*Elwes niét bent,

kunt u ons misschien wel vertellen, hoe

ü aan al zijn bezittingen komt — en

wie u dan wel bent en hoe u hier

komt."

Een seconde lang keek Gorleston

den spreker aan met een uitdrukking op

zijn gezicht, die aan een "rat in een val

deed denken.

„Mijh naam is Gorleston," zei hij

eindelijk wanhopig, „Richard Henry

Gorleston. Hoe ik hier kom, weet ik

niet."

Degene van de twee mannen, die het

woord voerde, glimlachte medelijdend.

„Vooruit, jongetje," zei hij half onge-

duldig. „We handelen ten behoeve van

70-JARIGE ROTTERDAMMER STIJF

VAN RHEUMATIEK.

Nu weer lenigr als toen hij 40 was.

Men schrijft ons uit Rotterdam:

„De had veel last van kramp pn stijfheid

in mijn beenen. Daar ik 70 jaar ben en

ik eiken avond 2 uur moet loopen om

kranten te bezorg-en, graf mijn vrouw mij

den raad om ook eens Kruschen Salts in

te nemen. Ik ben daar zes weken g-eleden

mede begonnen en ik heb nu geen pijn

meer. Mijn beenen zijn nu weer net zoo

lenig als toen ik 40 jaar was. Dus ben ik

vast besloten om er mee door te gaan

zoolang ik leef. Als U het noodig acht,

kunt U mijn schrijven bekend maken."

P. J. P. te Rotterdam.

7ü jaar. — Dan functionneert alles zoo

vlot niet meer; inwendige stoornissen bren-

gen kwalen mee, en kunnen aanleiding

zijn tot rheumatiek en hevige pijnen. Nu|

worjlt Kruschen onmisbaar. Kruschen Salts

tast direct de oorzaak van het kwaad aan;

de scherpkantige urinezuurkristallen, die

de ondraaglijke pijnen veroorzaken, wor-

den opgelost en met de andere afvalpro-

ducten volkomen verwijderd. Door de

ideale combinatie van zes verschillende

zouten is Kruschen tevens een zachte aan-

sporing voor alle organen, dus zal het on-

mogelijk zijn, dat dergelijke zuren zich

weder kunnen ophoopen en zich in uw ge-

wrichten nestelen. Dat is de reden, waar-

om een trouw Kruschen-gebruiker geen

last van rheumatiek kan hebben.

Kruschen Salts is uitsluitend verkrijgbaar

bij alle apothekers en drogisten è ƒ0.90

en ƒ 1.60 per flacon.

Nu is het de meest geschikte tijd, dit alles

eens zelf te ondervinden — op het oogen-

bhk kunt U Kruschen Salts probeeren op

onze kosten. Want door heel Holland zijn

onder de apothekers en drogisten duizen-

den flacons Kruschen verdeeld, die ver-

pakt zijn met een gratis proefflacon. U

kunt dezen gratis proefflacon gebruiken

zonder den gewonen flacon Kruschen te

openen. En als U na deze proef niet vol-

komen tevreden bent, kunt U den grooten

flacon terugbrengen bij den winkelier waar

U hem kocht en hij zal U Uw ƒ1.60 (Uw

geheele uitgave) zonder omwegen terug-

betalen. Maar vergeet niet, dat de gratis

proefflacon alleen verpakt is bij degroote

maat van ƒ1.60 en dan nog slechts voor

beperkten tijd.

Gaat dus naar Uw apotheker of drogist,

voordat hij deze groote proefpakken uit-

verkocht heeft.

de Universal Banking Corporation, die

er buitengewoon veel belang bij heeft,

om John Elwes te arresteeren wegens

een vervalsching van Gorleston's hand-

teekemng. Het gaat om een bedrag

van vijf en twintigduizend pond. Adwin-

ter, de oogspecialist uit de Queen Anne

Mreet, wü onder eede verklaren, dat

u Elwes bent en uw hospita eveneens "

Gorleston maakte zijn droge lippen

vochtig.

„Het is moeilijk voor u te bewijzen,

dat ik Elwes ben," zei hij eindelijk.

„Het is moeilijk voor u om te be-

wijzen dat u Elwes niét bent," lachte

de ander luchtig. „We hebben je vier

vrienden van gisterenavond ondervraagd

en zij verklaren dat u, terwijl u dronken

was, de geheele geschiedenis verteld

nebt.

„Dat is gelogenI" protesteerde Gor-

leston. „Het is niet waarl Dat weet

u zelf, dat het niet waar isl"

„Zeg dat maar voor de rechtbank,"

glimlachte zijn tegenstander. „We zullen

eens kijken, wat de rechter er van

zal ze^ggenl"

„Mijn beste Allan," viel zijn vriend

sarcastisch in, „denk toch aan wat hij

ons verteld heeft: dat hij Gorleston zelf

isl En als hij dat kan bewijzen, moge

de hemel hem bijstaan, omdat wij ge-

makkelijk kunnen getuigen, dat hij tege-

lijkertijd John Elwes is. De bank kan

hem dan laten arresteeren wegens op-

lichterij van vijf en twintigduizend

pond!

„Ga eens kijken of je nergens een

politie-agent ziet," zei zijn vriend weer.

„Ik heb nu genoeg van dit heele l

zaakje.

Maar toen de ander zich op zijn

gemak naar de deur begaf, sprong '

uorleston ontsteld op hem af.

„Kunnen ... kunnen we dit niet onder

elka^ regelen?" vroeg hij wanhopig:

De man bij de deur glimlachte.

„Hoor eens, John Elwes," zei hij

langzaam en sarrend, „dat zouden we

eerst met Gorleston moeten overleggen."

'/k ^g u toch, dat ik Gorleston

zeit benl' was het wanhopige antwoord.

De man bij de deur liep langzaam

terug, met gebalde vuisten.

„Ja," snauwde hij en zijn woorden

striemden als een zweepslag, „ja, en

tegelijkertijd John Elwes I Waag het

niet, me in de rede te vallen!" viel

hij uit, toen Gorleston zijn mond opende

om iets in het midden te brengen. „Wat

kun je zeggen over den trein, die om

9-ii uit Tavistock naar Londen ver-

trok op den dag, dat de vervalsching

plaats had ? En wat over den chauffeur,

die je hier heen bracht, zoodat je

hospita kon bewijzen, dat John Elwes

dien dag in de stad was ? En wat over

het sprookje, dat je haar vertelde, dat

je in vliegende haast naar de Universal

Bank toe moest, om een cheque te ver-

zilveren ? Dat was een buitengewoon

sterk bewijs, hè, dat John Elwes wer-

kelijk bestond? Je reed als John Elwes

naar de bank, gaf den chauffeur een

tien shilling-stuk en ging naar binnen

als Richard Henry Gorleston. — Daarna

heb je den trein van 3.16 naar Tavistock

teruggenomen en liep het hotel binnen,

terwijl je beweerde, -.dat de forellen

niet bij je hadden willen bijten. Wil

je misschien nog iets weten, geraïli-

-22 —

„GRAAF X".

BJf het Vereenigd Rotterdamsch-Hofstad-Tooneel

ES£ * den K °?" nkl «ken Schouwburg te'sÄ".

hage de premiere van Molnar's „Graaf X" in dJ

onzi fo^^" 1,01 ^u^ 6 ^ 6 tevens de regie. Op

ome foto ziet men hem in een scène mit Mien

Duymaer van Twist.

[ NIEUWS UIT DE STUDIOS

K

a » i ? Htt** die in de toonfilm „8

dels in einem Boot" debuteerde,

is door Gustav Althoff voor zijn

toonfilm ..Vader gaat op reis" geëngageerd.

In de Aafa-film „Das Blaue vom Him-

mel zullen o.a. medewerken Martha Eg-

gerth, Hermann Thimig, Fritz Kampers,

f r u, St y e ï e , beS ' Jacob Tied tke, Margarethe

bchlegel Margarethe Kupfer, Hugo Fischer-

Koppe, Margarethe Sachse en Franz Richter.

Paul Hörbiger speelt de rol van minister

van oorlog in de Phoebus-toonfilm

,. I renck .

Rolf Raffé engageerde voor de film „De

bedelares van Parijs": Bernard Goetzke,

Zoya Valeskaja, Lili Durra, Hilde Wolff,

Carl Auen, Gerhard Dammann en Josef

ireterhans.

Ralph Erwin componeert voor de Para-

mount de muziek bij de film „Une femme

faible .

Otto Stransky componeerde de muziek

voor de Avanti-toonfilm „Tausend für eine .

Nacht In deze film speien Harald Paulsen.

Claire Rommer, Johanna Terwin en Jacob

Tiedtke de hoofdrollen. ,

Albert Prejean zal te Parijs met zijn film-

partner Annabella in 't huwelijk treden.

Hans von Wolzogen is als productieleider

voor de Hermann Löns-film „Grün ist die

lieide geëngageerd.

Franz Doelle componeerde twee schlagers

voor de toonfilm „Ein ganz verflixter :

Jverl . |

De opnamen voor de Ufa-toonfilm „Es

leuchtet die Puszta" zijn te Boedapest be-

gonnen. Onder regie van Heinz Hille speelt

Kose Barsony de vrouwelijke hoofdrol.

A *, £ H iIb ,f rt en Jean Harlow zullen in

de M.G.M.-film „Roode stof", de hodfd-

rollen spelen. Jacques Feyder voert regie.

neèrde oplichter die je bent?"

Maar Gorleston voelde er absoluut

geen behoefte toe. Hij viel achterover'

in zijn stoel — een toonbeeld van ver-

slagenheid, schrik en wanhoop.

„Ik ... ik ... begrijp niet... wie ...

er wereld... u zijn kan ..." |

„Dat zul je ook nooit te weten!

komen," beet de ander hem toe. „Nu,]

hoe denk je er over — wat zal hetj

zijn... een agent of een absolute be-

kentenis ?"

„Een be ... bekentenis," stamelde

Richard Henry Gorleston.

Weer zat sir John Colston tegen-

over Daphne Wrayne in haar gezellig

ingerichte zitkamer.

„Ik hoop, dat u het met me eens

zult zijn, sir John," begon ze, „en

dat u tevreden zult zijn, wanneer Gor-

leston u een schriftelijke verklaring

geeft, dat hij fraude heeft gepleegd

en u verzekert, dat hij het verlies zal

accepteeren, en dat hij u niet zal laten

vervolgen. Met andere woorden: u

kunt de geheele zaak beter laten

rusten — uitgaand van het standpunt,

dat uw bank geen verlies heeft ge-

leden — dan Gorleston op zijn minst

een gevangenisstraf van zeven jaar te

bezorgen, waardoor het publiek natuur-

lijk te weten komt, dat u, hoewel u!

opgelicht bent, toch vrij zorgeloos

geweest bent."

HLM-ENTHOUSIASTEN

T. v. A. te BERLIJN. He£ adre» van

mevrouw Willy Corsari 1* C. van Nassau-

straat 13, 's-Gravenhage.

T. B. ée ALKMAAR. Melde ons welke

foto's U wensché te ontvangen. Het adres

van Fox in Nederland is Rokin 38, Am»

sterdam.

M. A. te AMSTERDAM. We gelooven

niet, dat er van deze film nog foto's te

verkrijgen zijn. Wendt U tot „Verlag Ross"

Bromsilber-Vertriebs-Gesellschaft m.b.H.,

Berlijn SW 68, Alexandrinenstrasse 110,

Berlijn.

G. d. N. te ROTTERDAM. U mag ons

zoo vaak schrijven als U wilt. De ge-

vraagde foto's zijn gezonden. Het adres

van Renate Müller is Bachstelzen weg 11,

Berlijn. Lilian Harvey woont Ahornallee 16,

Berlijn. U moet beiden dames in het

Duitsch schrijven en niet vergeten een

antwoord-coupon in te sluiten I

E. H. v. D. te ROTTERDAM. De ge.

vraagde foto's zijn gezonden. De Corn-

median Harmonists hebben in de film

„Bommen op Monte Carlo" medegewerkt.

R. ST. te 's-GRAVENHAGE. U kunt

het exposé zenden aan Universum rilm

A.G., Krausenstrasse 38, Berlijn. Het adres

van Lien Deijers is Haus Alsenbrück,

Wannsee bij Berlijn.

BEZOEKT HET

LUXOR

PALAST

TE ROTTERDAM


's

JUSHNY'S BLAUE VOGEL

Van de vele trekvogels, die wij in dit jaargetijde ons land zien passeeren, is „Der blaue Vogel"

een der meest geliefde en het publiek laat dan uok niet na, daarvan bij de schaarsche bezoeken

van dit gezelschap uitbundig blijk te geven. En terecht. „Der blaue Vogel'' leeft zijn drie principes:

kleur, muziek en plastiek op zulk een onnavolgbaar artistieke wijze na, dat het resultaat een

buitengewoon boeiende, bekoorlijke reeks van muzikale schilderijtjes is, die Jushny, de ziel van

het gezelschap, met het hem eigen geestige flair op waarlijk meesteilijke wijze aan elkaar „zwamt".

Wij hopen van harte, dat „Der blaue Vogel" weer spoedig in ons land komtl

. CL

^ Bf -PS

■ •; ml «^v 1 i-O 'iWi f,' ^'* K i

W^ Ä »AM*

-—Sjft^f

TWEEDE RHAPSODIE LISZT-JUSHNY.

„Wel, natuurlijk, ^mijn beste miss

Wrayne. Publiciteit is iets, waar de

meeste banken doodsbenauwd voor zijn.

Maar u wilt toch niet zeggen, dat Gor-

leston tot zooiets bereid is ?"

Daphne Wrayne trok een lade in

-haar schrijftafel ópen en haalde er

een stuk papier uit.

„Luister u eens even, sir John," zei ze.

„Ik, Richard Henry Gorleston,

wonend 849 The Albany, Londen W.,

volkomen bij mijn verstand zijnde, ver-

klaar als volgt: dat de cheque voor

vijf en twintigduizend pond, die onder

mijn handteekening is verzilverd bij de

Universal Banking Corporation in

Lombard Street 99 te Londen op 15

Juli 1927, door mij geschreven was

en dat de afwijking in de handteekening

expres door mij gemaakt was met de be-

doeling fraude te plegen. Verder beken

ik hierbij, dat de naam John Elwes door

mij bedacht was en dat John Elwes

en ik één en dezelfde persoon zijn..."

„Genadige hemel! Mag ik... mag

ik het even zien?"

„Sir Johnl" Daphnë leunde in haar

stoel terug en haar oogen waren met

een ernstige uitdrukking op het gelaat

voor haar gevestigd. „U heeft misschien

het recht om dit papier te zien, maar

ik vraag u, van dit recht geen gebruik

te willen maken.. Op dit papier staan

als getuigen de handteekeningen van

twee mannen, die door geheel Engeland

bekend zijn door hun rechtschapenheid

en oprechtheid — twee van mijt

collega's — de Vereffenaars — en zij

willen onbekend blijven."

Een oogenblik was het stil in de

kleine kamer, terwijl sir John het meisje

doordringend aankeek. Toen ging ze

verder:

„Ik weet, dat ik u hierdoor een gunst

vraag. Maar om u niet geheel en al

in onrust te laten, zal ik u een brief

geven, die u wel volkomen voldoen

zal, denk ik."

Ze kreeg een verzegelde enveloppe

-23 —

1

Pi

-

uit haar schrijftafel en overhandigde

dië aan sir John. Hij scheurde haastig

het couvert open.

„Weet u, wat er in dezen brief staat,

miss Wrayne ?"

„Ik denk haast van wel," zei het

meisje met een glimlach.

„Hij is van Gorlestons zaakwaar-

nemers. Ze zeggen, dat hun cliënt zijn

aanklacht tegen ons ingetrokken heeft

en dat hij ons van alle aansprakelijkheid

ontslaat! Hij zal deze zaak geheel laten

rusten!"

„En u kunt gerust verder gaan met

zijn cheques te verzilveren," zei het

meisje vriendelijk. „Ik verzeker u, dat

hij een van de meest gewetensvolle en

eerlijke cliënten zal zijn, die u ooit zult

kunnen hebben. Om de eenvoudige

reden, dat, wanneer hij nog eens iets

dergelijks wil probeeren, wij dit papier

zullen publiceeren!"

Sir John staarde haar aan, te ver-

bijsterd om iets te zeggen.

„Miss Wrayne," zei hij eindelijk, „ik

kan heusch niet in woorden uitdrukken,

wat ik voel. Hoe ter wereld heeft u

dit voor elkaar kunnen krijgen?"

Daphne Wrayne leunde achterover

in haar stoel, terwijl haar oogen on-

deugend glansden.

„Heeft u wel eens poker gespeeld,

sir John ?"

„Zeker, miss Wrayne," was het

eenigszins verraste antwoord.

„En heeft u daarbij wel eens gewaagd

spel gespeeld en geprobeerd de kaarten

bij elkaar te brengen?"

„Ik ben bang, dat ik dit wel eens

een paar keer heb gedaan," gaf de

ander toe, „en ik geloof, dat ik er

naderhand half gek van was."

„O sir John," lachte het meisje, „als

Richard Henry Gorleston er eens in

zijn leven achter zal komen, met wat

voor bluf wij hem overtroefd hebben,

dan zal hij duizend keer meer gek

van woede zijn dan u ooit geweest

bent!"


MIJN NEEF JANSSEN

was met mijn nicht bij den fotograaf

geweest, waar ze twee portretten van

zich had laten maken. Den volgen-

den dag zouden de foto's klaar zijn.

Mijn neef ging ze halen, maar hij

ontving er slechts een.

„Hé," zei hij, „ik meende, dat mijn

vrouw er twee had laten maken.?"

„Ja, dat is ook zoo," antwoordde

de fotograaf, „maar op de andere steekt

zij het uiteinde van haar tong tusschen

haar lippen door, en ..."

„Wat!" riep mijn neef uit. „Laat

eens gauw zien! Ik wist niet, dat er

een eind aan was!"

De twee oude vrienden hadden

copieus gedineerd en den wijn flink

aangesproken, zoodat zij in een buitengewoon

goed humeur waren, toen zij

huiswaarts keerden.

,,Nou zal je zien," vertelde de een

verheugd, „het eerste woord, dat mijn

vrouw tegen mij zegt, is „Lieve" —"

„Nou, ik geloof er niet veel van,"

meende de ander met kennis van zaken,

„maar we zullen zien."

Aangekomen voor zijn woning, belde

de man, die zoo overtuigd was van

een hartelijke ontvangst aan en wachtte.

Onmiddellijk werd er boven een raam

opengeschoven en verscheen een lang

niet vriendelijk gelaat.

„Lieve" — begon de man.

Doch de vrouw, wier geduld was

uitgeput, viel hem in de rede: „Lieve,

kun je wel voor je houden, begrepen?

Wacht maar eens eerst, tot je binnen '

bent, mannetje I"

Zij was pas twintig en hij was vijftig.

Maar hij was niet onknap voor zijn

leeftijd en tamelijk rijk.

Hij keek haar diep in de dogen en

zij het bedeesd haar hoofdje hangen.

„Ik ben een eenzame man," zei hij

met trillende steni. „Het wordt tijd,

dat er iemand voor mij gaat zorgen.

Iemand, die mijn eten kookt, mijn huis

gezellig maakt en mijn pantoffels

warmt."

„Ja?" fluisterde het meisje vol ver-

wachting.

„Misschien kan je moeder mij een

goede huishoudster aanbevelen ?"

ONZE WEKELIJKSCHE

PRIJSVRAAG

Vraag honderd vier en negentig.

Waaruit bestaat diamant en waar

wordt het gevonden ?

Voor de goede antwoorden op deze

vragg stellen wij een prijs van f2.50

en vijf aardige troostprijzen beschik-

baar. Oplossingen inzenden vóór 2 Nov.

(Indische abonné's vóór 2 Jan.) aan

ons adres: Redactie „Het Weekblad",

Galgewater 22, Leiden. Op briefkaart

of enveloppe a.u.b. duidelijk vermel-

den Vraag 194.

Rechter: „Waarom heb je vannacht

in dat huis ingebroken?"

Verdachte: „Ik dacht, dat het mijn'

eigen huis was."

Rechter: „Maar toen de vrouw des

huizes te voorschijn kwam, sprong je

uit het raam. Waarom deed je dat?"

Verdachte: „Ik dacht, dat het mijn

eigen vrouw was."

De rechter was een weinig ver-

strooid. Hij keek den getuige streng

aan en- zei: „Jongeman, ik geef u in

overweging de waarheid te spreken;

anders moet ik u vervolgen wegens

meineed. Een half uur geleden hebt

u de rechtbank verteld, dat u slechts

één broer hadt, doch uw zuster heeft

gezworen, dat zij twee broers heeft.

Nu wensch ik de waarheid te hooren

en niets dan de waarheidI"

Erna: „Dick is zóó'n origineele jon-

gen; hij zegt dingen tegen me, waar

niemand anders ooit aan zou denken I"

May: „WatI Heeft hij je ten huwe-

lijk gevraagd?"

Vader: .„Bobby, je beloofde me, dat

je vandaag niet zou vechten op school,

. en ik zei, dät ik je een geducht pak

slaag zou geven, als je het toch deed."

Bobby: „Wel, vader, nu ik mijn

woord niet gehouden heb, kunt u uw

belofte ook wel breken."

„U bent de eenige heer hier in de

kamer," zei een vreemdeling.

„Hoe dat zoo ?" vroeg de gast.

„Toen ik zooeven de japon scheurde

van de dame, waar ik mee danste, was

u de eenige, die niet lachte."

„Dat kan; die dame was mijn vrouw,

en ik heb gisteren honderd gulden be-

taald voor die japon."

„... en toen gingen ze er samen

vandoor "en trouwden."

„En haar moeder, heeft die hun ver-

geven!"

„Ik denk het niet, want ze is bij

hen in gaan wonen."

Het was op een zeer warmen dag

in een groot warenhuis. Een dame liet

haar dorstige hondje aan een fonteintje

drinken. Een rayon-chef schoot ijlings

op haar af en zei verbolgen: „Mevrouw,

dit fonteintje is voor de klanten!"

Waarop de dame stamelde: „O, neem

me met kwalijk, ik dacht, dat het voor

de employe's was." 1

„Toen die ontdekkingsreiziger terug-

kwam, kuste hij den grond van zijn

geboorteland."

„Zoo ontroerd ?"

„Neen, er lag een bananeschil."

-24-

Tom: „Zon hij zijn charme van zijn

vader hebben ?"

Peggy: „Ja, hij heeft al zijn geld

van zijn ouden heer."

„Ik heb gehoord, dat je antiek ver-

zamelt."

„Ja, dat is zoo. Ik heb een heel

zeldzame schrijfmachine, die nog door

Napoleon gebruikt is."

„Dat kan niet. In Napoleons tijd

waren de schrijfmachines nog niet uitge-

vonden!"

„Daarom is zij juist zoo zeldzaam."

„Ik zou graag een radiotoestel wil-

len koopen op afbetaling."

„Goed mevrouw," antwoordde de win-

kelier, „kunt u ons eenige referenties

geven ?"

„O zeker! De laatste installateur, bij

wien we een radio kochten, zal u kun-

nen vertellen, dat er geen krasje op

de kast was, toen hij haar weg kwam

halen."

„Wanneer kan ' dit huis zoowat

klaar zijn?" vroeg de toekomstige

eigenaar ongeduldig aan den aanne-

mer. „Ik zou gaan trouwen zoodra

het huis klaar is."

„Ik begrijp het, mijnheer," zei de

aannemer knipoogend, „maak u maar

met ongerust. Ik zal zoo lang de lijn

trekken als ik kan."

Auteur': „Je bent laat. Ze zijn reeds

een half uur geleden begonnen mijn

stuk te spelen. Ga op je teenen naar

binnen."

Vriend: „Wat! Slaapt iedereen

nu al?"

''y adert J e '" zei het kleine meisje, „wij

hebben nu een schat van een juffrouw

op school. Ze leert ons meisjes hoe

we geld uit moeten geven."

„Wat een mensch," zei de vader,

„leert ze soms ook aan het gras, hoe

het groeien moet?"

De pasgetrouwde: „Mijn vrouw kookt

vandaag haar eerste diner. Kom je

bij ons eten ?"

_ Vriend: „Natuurlijk. Ik heb immersi "

in al je moeilijkheden gedoeld."

DE OPLOSSING

Vraag honderd negentig.

De zetmachirie werd in 1822 door

den Engelschman Church uitgevonden.

Met de juiste beantwoording van deze

vraag verwierf de heer G. Rijsingh te

's-Gravenhage den hoofdprijs.

De troostprijzen vielen ten deel aan:

den heer N. C. Nauman te Rotterdam,

den heer C. van Wijk te Delft, mevr.

H. Kramer te Rotterdam, den heer

H. Ruys te Sommelsdijk en den heer

J. Kronenburg te Groesbeek.

,1'

n Spanje is dansen veel meer dan

slechts een amusement. Het is een

3) ***- stukje van het plechtige ritueel,

dat men overal in het leven van een volk

aantreft en dat zijn innerlijke gevoelens en

zijn .ziel' weergeeft" ....

Aldus schrijft Havelock Ellis in zijn boek

„De Ziel van Spanje". Hij is de eerste

niet geweest, die getroffen werd door die

eigenaardige overeenkomst tusschen de danskunst

en het innerlijk wezen van een volk,

en het zou dan ook een bedenkelijk verschijnsel

zijn, als de Spaansche volksdanskunst

zou moeten wijken voor de overal

doordringende Amerikaansche dansmode.

Maar. . . . wij hebben La Argentina nog!

Niemand ter wereld heeft meer gedaan om

het prestige van den Spaanschen dans te

vestigen en te handhaven dan La Argentina

en overal beschouwt men haar tegenwoor-»

dig als de incarnatie van het beste, wat in

Spanje's ziel smeult: zij vertolkt niet alleen

haar eigen kunstgevoel, maar tevens dat van

ontelbare andere Spaansche kunstenaars. Zij

leerde ons musici kennen als Albéniz,, als

Granados, als de Falla.... Zij intro'duceerde

bij ons....

Och, La Argentina heeft 't niet noodig

als de ambassadrice van ändere kunstenaars

aanbevolen te worden. Zij introduceert immers

zichzelf. En dat is genoeg.

* Over de geheele wereld wordt zij beschreven

als de Spaansche Pavlova. Vergelijkingen

zijn natuurlijk aMjd dwaas, maar toch wordt

men getroffen door tal van gelijkenissen tusschen

de beroemde Russische en de niet

minder bekende Spaansche danseres. Nog

talrijker zijn echter de verschillen: Pavlova

danste veel met een partner samen, soms zelfs

met een compleet ballet: haar dansen steunden

op het muzikale rhythme en de,,fougue"

van een speciaal orkest. La Argentina daarentegen

geeft de voorkeur aan alléén-dansen.

Zij versmaadt de luxueuse omgeving van

satellieten, zelfs van decors. Meestal treedt

ze te voorschijn tegen den effen achtergrond

van een donker doek, met geen andere

begeleiding dan die van een piano en van

haar eigen castagnettes.

Maar laten we erkennen: Bij La Argentina

hebben we geen decor noodig, want ze

dwingt er ons toe, het te fantaseeren: om

haar heen zien we den feilen achtergrond

van het SeviHaansche landschap of de sfeer

van Cordova. En haar castagnetten, wel, die

zijn meer waard dan een compleet orkest!

La Argentina heeft de Spaansche volksdansen

gestyleerd. Niet door die dansen te

veranderen, maar door ze te doen analyseeren

door degenen, die tot hiertoe zich te

veel blind staarden op de ruwheid van dansende

Zigeuners en op de schreeuwerigheid

van veelkleurige sjawls en bonte schouderdoeken.

Van dit alles heeft de bekende

kunstenares niet een iota opgeofferd, doch

zij behoudt die geringe hulpmiddelen, die

onafscheidelijk blijken te zijn van haar

nationale danskunst.

Waarop komt dit styleeren dan eigenlijk

neer? Men vrage het aan den eersten den

besten Andalousischen „aficionado" en deze

zal u herhalen, wat hij tamelijk on-elegant

maar welgemeend aan zijn favoriet-danseres

toeroept: „Tienesmassal que un salero. ..."

Er zit meer zout in dan in een zoutvat!

In La Argentina's dansen zit meer geest,

meer geestdrift, meer gevoel van nationalen

LA ARGENTINA

trots en nationale eigenwaarde dan in een

willekeurigen Spaanschen dans. Mogelijk

heeft zij die eigenschappen in het kwadraat

overgeërfd van haar vader, die eveneens een

danser was en die haar in baar jeugd plaatste

bij het ballet van de Opera te Madrid. Hier

leerde ze de techniek, waarmee ze later -haar

eigen dansweg zou effenen: de weg van La

Argentina is een geheel eigen weg en wat we

van haar bewonderen, heeft ze zeker niet

elders geleerd: Het is een eigen creatie, hoe-

wel we er ongetwijfeld dezelfde grilligheid

en onregelmatige indeelingen in terug vin-

den, die eigen zijn aan alle „gipsy's dan-

sen". Ook haar danslach is een Spaansche

danslach. Doch hij provoceert niet vulgair,

maar deelt slechts een stemming mede. Toch

zou het wellicht gevaarlijk zijn wat al te

diep in haar groote oogen te kijken....

tenzij men er plotseling die wondere uiting

van onschuld of humor in leest, die La

Argentina zoo aantrekkelijk maken....

En dan haar uitbceldingsvermogen!

WERriER KRAUSS

SPEELT DE HOOFDROL in

M DE MAM

^ZOM DER HAAM

-25 -

Om La Argentina te waardeeren, moet

men haar gezien hebben in haar ,,La Cor-

rida", het danskrachtstukje waarmee ze

reeds enkele jaren geleden aandacht trok en

waarin zij een compleet stierengevecht in

beeld brengt, met alle bijkomstigheden: den

optocht door de str/ten van de matadors, de

samendringende menigte, die toestroomt

naar de bevoorrechte plaatsen in „sol" of

„sombra" De intrede van den stier

de opwindende actie van den banderillero,

die zijn wapens op de officieel voorgeschre-

ven wijze in het dier prikt tot en met

het spannende moment, waarop de espada

den doodelijken stoot toebrengt

Achter dergelijke dansprestatics voelt men

iets meer dan louter techniek. Men begrijpt

dan, dat dansen een taal is, volkomen ge-

noeg om er een geschiedenis in te vertellen,

die zelfs on-ingewijden begrijpen

Begrijpelijk inderdaad mits het La

Argentina is, die ons de geschiedenis in haar

dans-taal vertelt! Wij begrijpen haar, ook

als zij ons verrast met haar beroemde Cor-

doba Albéniz-dansen of b.v. een der Danza

Espanola van Granada

Nu is er één goede reden om het blijvend

succes van La Argentina te waardeeren:

Wanneer iemand in de koffiehuizen van

Sevilla of een andere stad van Spanje de

castagnettes laat weerklinken, dan geschiedt

dit in een eigen milieu, waar elkeen het

dansrbythme kan mee-voelen. Doch by

ons we zitten aardig vastgeschroefd in de

eenzijdigheid van jazz-muziek en kunst-

matigheid. Het is een heel kunststukje, als

iemand ons zoo maar uit onze eenzijdigheid

kan weglekken om ons onmiddellijk te

verplaatsen in een Zigeuner-sfeer. En voor

haar zelf geldt andersom, dat ze wel dege-

lijk één-en-al rhythme moet kunnen zijn,

om aldus te kunnen dansen zonder dat om

haar heen het „Anda! Anda hija!" en de

„Olé! Que gracia!" haar laten voelen, dat

er contact is met haar publiek! Zelfs durven

we het niet aan om, zooals de Spanjaard

beslist zou doen, rhythmisch met de handen

mee te klappen om aldus aan die fraaie

dansen een achtergrond van werkelijkheid

te geven!

En toch

En toch schreef een verslaggever van „Die

Dame", na destijds een dansavond van La

Argentina bijgewoond te hebben:

„Ik zag deftige Engelsche dames die, toen

ze de zaal binnentraden om er hun plaatsen

in te nemen, zoo stijfdeftig liepen als aan-

gekleede poppen. Maar zoodra La Argentina

bezig was veranderde de zaal: de stijve

poppenkrulletjes, de houterige gelaten ver-

dwenen de stijve dames klapten in de

handen en het scheelde niet veel, of ze waren

op hun stoelen geklauterd. En zeker zouden

de aanwezige gentlemen dit niet opgemerkt

hebben, want ook hun waren de deftige

monocles van de oogen gevallen De vloer

dreunde van hun enthousiast getrappel "

Wilt U La Argentina leeren waardeeren?

Kijk dan niet alleen naar het tooneel, niet

alleen naar La Argentina, want dan geniet

gij slechts gedeeltelijk. Om haar danskunst

te kunnen waardeeren, moet gij kijken naar

de zaal en naar de aanwezige menschen!

Daar ontstaat waarachtig lévenL

Misschien is het. daarom, dat we zoo

gaarne naar. La Argentina kijken! Quien

saben?


S DE LIEFDE STERFT.,,

MAURICE CHEVALIER.

Wij moderne menschen • zijn al

lang gewoon geraakt aan aller-

lei teekenen des tijds, die onze

grootvaders met verbazing, ja met schrik

en ontzetting zouden hebben vervuld.

Met den vooruitgang van onze technische

beschaving hebben begrippen burger-

recht gekregen, waarvan het dikwijls

de vraag moet blijven, of zij de wereld

wel zooveel vooruit geholpen hebben,

maar die nu eenmaal als vanzelfspre-

kend worden geaccepteerd. De echt-

scheiding, op zoo groote schaal en

op zoo vlotte wijze als zij in onze dagen

tot stand wordt gebracht, is er één van.

Niemand haast verbaast zich meer

over vrienden of kennissen die de knel-

lende huwelijksbanden gaan verbreken

— maar brengt de krant zoo'n klein

berichtje van vier, vijf regels als:

Maurice Chevalier is voornemens zich

te laten scheiden van zijn echtgenoote,

Yvonne Vallée, dan concentreert zich

voor eenige oogenblikken de aandacht

van heel de wereld op "een bladzijde

uit het privéleven van dezen enkeling.

Omdat de wereld zich nu eenmaal meer

interesseert voor het wel en wee van

haar helden en heldinnen, dan voor het

levenslot van de naamlooze millioenen,

hetgeen misschien niet erg juist, maar

in ieder geval zuiver menschelijk is.

Maurice gaat scheiden — een heele

wereld schreeuwt om nieuws. Omdat

deze liedjeszanger-revuester-filmacteur

zich nu eenmaal een plaats in het „Be-

langrijke Nieuws" van de kranten en ...

in de harten van millioenen bemachtigd

heeft.

Als men in 1922 tot Maurice

Chevalier en Yvonne Vallée gezegd had:

„Uw geluk zal precies tien jaar duren,"

dan zouden zij daarom gelachen hebben.

In de eerste maanden van een op-

bloeiende liefde schijnt de toekqpxs*

^

nimmer te lang. Deze jongen van drie

en twintig en dit meisje, dat nog niet

eens twintig was, hadden wel andere

dingen om zich mee bezig te houden

dan toekomst-voorspellingen.

Er is een klein boekje van Suzanna

Chantal, dat de Editions Nilsson heb-

ben uitgegeven in de serie „Leur Vie-

Romanesque". Daarin verhaalt de schrijf-

ster op charmante, gevoelige wijze van

de liefde van Maurice en Yvonne, die

geboren werd op de planken van de

Bouffes-Pansiens, waar zij „Dédé" speel-

den. Yvonne was geen groot artiste —

en misschien maakte dat juist hun

liefde zooveel mooier. Zij was van

» w eenvoudi ge familie, juist zoo-

alß Maurice. Hij had slechts te kiezen

tusschen dames uit de groote wereld, die

bereid waren voor een flirt met den

populairen jongen chansonnier. Maar

Maurice was voorzichtig, en gebruikte

zijn oogen. In „Dédé" was Yvonne

nauwelijks meer dan een figurante. Op

een avond maakte Maurice een praatje

met haar. Het bleek, dat zij hem Hef

had. Samen zijn zij weggegaan. Wat

doet het er toe, waar zij over spraken?

De woorden, die ongezegd blijven, wor-

den het best begrepen — de woorden

van 't liefdeslied, dat in hun harten

zong...

In het begin plaagde men Yvonne.

Natuurlijk haar vriendinnen in de eerste

plaats. „Maurice liefhebben? Dat duurt

veertien dagen," spotten zij. „Kijk maar

eens hoe hij gevierd wordt, die jongen."

Yvonne glimlachte. Wellicht had zij

liever gehuild. Maar zij voelde zich

zeker van „haar" Maurice. Het mooiste

was, dat zij zich niet vergiste. Maurice

hield van haar. Meer: hij liet haar enga-

geeren voor de nieuwe operette van

Maurice Yvain, „La-Haut". En Yvonne

werkte hard om zich een naam te

maken. Op den avond van de generale

repetitie „ontdekten" de critici haar.

„Wie is die kleine Marguerite? Yvonne

ValléeI? En wie is Yvonne Vallée?"

De heele theaterwereld sprak erover.

Heel Parijs sprak er over. En heel

Parijs zou er over spreken toen Maurice

eenige maanden later plotseling verdwe-

nen was, en Yvonne met hem. Waar-

heen waren de vogels gevlogen?

Toen kwam het bericht, dat Maurice

rust noodig had, een lange, lange rust.

De wonden, die hij in den oorlog opge-

loopen had, ondermijnden zijn weer-

standsvermogen. Yvonne was dadelijk

bereid geweest als ziekenverpleegster

mee te gaan. „Dat loopt nog op een

huwelijk uit," zei Parijs...

Bruin en gezond kwam Maurice weer

in de lichtstad terug. De revues wachtten

hem en weldra vierde hij triomfen in

de Palace. Op het tooneel ontmoette

hij een zusterpaar, dat in Parijs en

New York geen onbekende meer was,

twee zusjes, die sprekend op elkaar

leken: de Dolly Sisters. Een van de

twee werd verliefd op Maurice. In die

dagen zal Yvonne wel een beetje gehuild

hebben, want al is men een ster, die

twintigduizend francs per week in de

wacht sleept, men is toch ook maar een

— 26-

YVONNE VALLÉE.

mensch, en Maurice hield van flirten.

Maar alles kwam in orde. Maurice bleef

"jn Yvonne trouw, en^hij had gelijk,

lenslotte was zij het, die hem lief had.

Samen bleven zij een onvergetelijk num-

mer vormen, dat in het Casino de

Pans, in de Empire en de Palace

het publiek betooverde door hun char-

mante, kleine liedjes, hun dansen, hun

geest en liefde. Yvonne had ongeloofe-

lijke vorderingen gemaakt. Van onbe-

kend figurantje was zij een artiste van

beteekems geworden — een waardig

partner van den man, dien zij beminde.

Toen kwam het derde hoofdstuk.

_ Op een avond liet een Amerikaan

zich aandienen in de loge van Maurice,

m het Casino de Paris.

„Ik ben Jesse Lasky," zei hij, „ik

kom u engageeren voor de Paramount."

Twee uur later was het contract ge-

teekend. Maurice ging naar Amerika.

Zou Yvonne er zich dien avond

bewust van zijn geweest, dat haar geluk

de inzet was van djt spel om fortuin?

En dat zij verloren had?

In Amerika verdeelt Maurice zijn

tijd tusschen Hollywood, waar hij filmt,

en New York, waar hij in persoon

optreedt. Yvonne vergezelt hem over-

al. Men zocht een Fransche actrice

voor de vrouwelijke hoofdrol in de

Fransche verfilming van „Het Cafétje".

Yvonne wordt geëngageerd. Zij voldoet

uitstekend. Maar zal zij zich kunnen

handhaven? De tijd 'is voorbij, toen

Maurice en Yvonne in het Casino de

Paris konden zingen:

„On a mis toutes nos affaires en commun,

Si bien que toi et moi

Nous ne faisons plus qu'un..."

Samen gingen zij naar Frankrijk.

Samen gingen zij terug naar de States.

Na een jaar kwam Yvonne naar Parijs

— alleen. Haar eerste gang was naar

haar advocaat. Een week later kwam

Maurice aan. Ook hij ging naar een

advocaat. Maar Yvonne bezocht hij niet.

„Wij kunnen niet zoo goed meer

met elkaar opschieten," vertelde Maurice

een verslaggever. „Wij scheiden, maar

wij zullen goede vrienden blijven."

Is dit nu het einde van een mooie

liefde? Misschien, misschien niet.

Maurice neemt vacantie in Cannes.

De scheiding is achter den rug. Zijn

viUatje, „La Boca", vond hij als ge-

woonlijk: keurig in orde en gezellig

ingericht. Want Yvonne Vallée, die nog

voor eenige dagen zijn vrouw was, heeft

zich het plezier niet laten ontnemen,

het huisje weer behaaglijk in te rich-

ten voor haar Maurice. Het slot was,

dat zij er den afgeloopen zomer beiden

in bleven wonen.

Wat zit er nu eigenlijk achter die

scheiding? Of liever, wiè zit er achter?

Sinds dien regenachtigen dag in Parijs,

waarop Maurice en Yvonne hun advo-

caat hebben bezocht, hebben zijn bewon-

deraars niet stilgezeten, en hebben hun

fantasie en hun speurderstalenten aan

het werk gezet. Wie zal de volgende zijn ?

Zoo vraagt men zich af, alsof Maurice,

een modernen Blauwbaard gelijk, zulk

een haast zou maken. Het geeft niets,

dat hij protesteert en verklaart, dat hij

er niet aan denkt het mislukte experi-

ment te herhalen. Het publiek gelooft

nu eenmaal in een roman-uit-het-artis-

tenleven en laat zich dat geloof niet

ontnemen.

E

"

WOE ZAL HIET ZDJINl ?

vraagt men zich af: Geneviève Tobin (rechts) of Jeanette MacDonald .. ? Intusschen weet

niemand — Chevalier zelf misschien ook niet eens — of het niet Yvonne zal wezen...

In Amerika beweert men thans, dat

de Fransche acteice Geneviève Tobin

de gelukkige zal zijn. Miss Tobin ver-

klaart echter openlijk:

„Ik ben goede vrienden met Yvonne

en Maurice en ik speel graag voor de

film met hem. Dat is alles."

Al een jaar lang heeft men den naam

van Jeanette MacDonald gemompeld. In

alle films was een huwelijk hun deel.

Zouden de gevierde stars coquetteeren

met het idee hun filmliefde buiteh het

atelier voort te zetten ?

Niemand weet het. Het raadsel

Maurice en Yvonne is nog niet opge-

lost. Wie zal het zijn: Jeanette, Gene-

. vieve, of misschien weer Yvonne ?

BE BEIDE, MUZE

KUNST OF TIJD VERDRIJF ï

r zijn nog, helaas, te veel vereenigin-

gen, die hun werk op het gebied

van het amateur-tooneel louter als

tijdverdrijf opvatten, en (waarschijnlijk daar-

door) het niet voldoende au serieux nemen.

Wat erg jammer is.

Wij, als boven de partijen staande, en

heilig overtuigd, dat het amateur-tooneel

meer moet zijn dan, enkel tijdverdrijf, kunnen 1

helaas niet meer doen dan hierop wijzen,

blijven wijzen en verschillende wenken i

geven, die mede zullen helpen een ander

inzicht te verkrijgen.

Ook zónder „sterren", zónder opvallend-

uitstekend spel, met andere woorden dus:

met middelmatige krachten, is er een uitvoe-

ring te brengen, die er wezen mag. Op één

voorwaarde echter: Indien aan alle details

maar de noodige aandacht besteed wordt!

En dat, waarde lezer, mag als minimum

eisch toch wel gesteld worden. Dit is nu

eens geen kwestie van kunnen alleen, van

beschikbare krachten, van intellectueele op-

voeding, dit is enkel een kwestie van ambitie

en van willen!

De regisseur, die hart voor zijn „roeping"

heeft, die ernstig wil, zal — al weken voor

de uitvoering — piekeren over de belichting

van het tooneel en der verschillende scènes,

hij zal over de kleeding spreken met de ver-

schillende spelers, voor de ingrediënten en

requisieten zorgen die noodig zijn, enzoo-

voort.

^ Doet fiij dit niet — dan kan hij in negen,

van de tien gevallen er zeker van zijn, dat

er iets op den avond der uitvoering mis-

loopt.

Het niet van meet-af-aan repeteeren met

de verschillende requisieten beteekent een

onnoodig risico loopen. Iemand moet bij-

voorbeeld met jas en hoed binnenkomen. Op

de repetities is dit nooit gedaan, op den

avond zelf gaat het bijna zeker onbeholpen

en het tooneel „staat" dan dikwijls gedu-

rende den tijd die noodig is voor het uit-

trekken van de jas. Een ander voorbeeld:

Er komen veel telefoongesprekken voor. Let

u nu eens op het verschil van houding, ge-

baar en tijdverdeeling bij hen, die op de

repetities steeds een toestel gebruikt hebben

en hen, die dit niet gedaan hebben. En toch

is een oud toestelletje overal voor geen of

weinig geld te krijgen.

Nog een ander voorbeeld is het volgende:

Op een tooneel komt een trap voor naar een

hoogere verdieping en wij nemen aan, dat

er nog al eens op die trap gespeeld en ge-

sproken moet worden. Indien men dit niet

geregeld zóó repeteert (en men het dus steeds

zónder trap heeft moeten stellen) zal men

op de uitvoering • in vele gevallen merken,

dat de scènes op de trap (het op- en afgaan

zelfs) gedwongen geschiedt. En toch had

dit voorkomen kunnen worden! Men neemt

eenvoudig twee losse, maar stevige huistrap-

jes, zet deze 1 of 2 meter van elkaar, legt er

eenige planken overheen, en men is klaar.

Men heeft dan een trap (en eventueel bordes)

waar men dan alles op repeteeren kan zooals

het ook op de uitvoering zélf geschieden zal.

„U zult bemerken, hoeveel gemakkelijker,

losser en vlotter dan die scènes op de uit-

voering gespeeld zullen worden.

Zoo zijn er bij elk stuk een groot aantal

—27 -

kleinigheden, die dikwijls verwaarloosd wor-

dden, en die maken dat de uitvoering niet

„af" is. Toch had dit zonder geld of kosten

(alleen maar door een beetje moeite) voor-

komen kunnen worden.

Mijn op de practijk gebaseerd advies is

dan ook, dat alle repetities, zoo spoedig en

zoo veel mogelijk, een copie moeten zijn van

de uitvoering zélf! Repeteert dus steeds met

alle requisieten en met bovenkleeding aan,

waar dit noodig is, en laat niets, maar dan

ook niets, aan het toeval over.

De belichting van het tooneel is op zich-

zelf zóó belangrijk, dat wij dit in een afzon-

derlijk artikel behandelen zullen. Het spreekt

bovendien vanzelf, dat men hier niet alleen

van eigen kunnen of willen afhankelijk is,

maar voor een groot gedeelte van de meer

of minder volmaakte electro-technische in-

richting van het tooneel, waar men op

speelt. C. J. PIETERS.

DE KLEINE LORD.

Naar den roman van Frances Hodgson

Burnett, bewerkt door C. v. Kerckhoven Jr.

8 beeren, 4 dames.

3 bedrijven, 2 intérieurs, 1 verwisseling.

N.V. Vink's Uitgevers Mij., Alkmaar.

De roman is overbekend en ook de too-

neelbewerking heeft reeds haar diensten

bewezen. Zeker, het doet wat oud aan, maar

het is en blijft menschelijk en vooral voor

een kinder-publiek zal het wel steeds een

succes bUjken. De titelrol is moeilijk te bren-

gen — de eenige uitweg lijkt deze in han-

den te geven van een jong meisje, dat even-

wel toch over de noodige tooneelroutine en

talent moet beschikken.


;

& ■

¥ ■

r.

Voor zij den stap deed, kwam hij in aan-

raking- met haar lichaam op het oo^en-

blik, dat zij zich bukte om haar rok boven

haar knie te trekken. Zij deed dit om het

geruisch te vermijden, dat het schuren van

de stof teg-en den wand of haar eigen

ledematen zou kunnen veroorzaken.

De man had zich omgekeerd, hij kwam

op hen toe en ging- zóó dicht lang-s hen

heen, dat Darden den indruk kreeg, alsof

er een golf van zwarte duisternis langs

zijn oogen rolde. Het was onmogelijk hem

te zien, tot de donkere omtrek van zijn

gestalte scherp afgeteekend stond in de

grauwe schemering, die door het venster

viel.

Wat de bezorgdheid van den indringer

ook mocht hebben gaande gemaakt, zij was

van korten duur. Hij keerde om, schoof

weer langs hen heen en verdween. De de-

tective keek vooriichtig om den hoek van

de nis en zag een oogenblik een lichtpun-

tje, dat zich in een lange, dunne lijn voort-

zette. De man'had een zaklantaarn, waar-

van de opening niet grooter was dan een

speldeknop. Hoewel hij licht noodig had,

om nergens tegen aan te stooten, maakte'

hij er toch zoo weinig mogelijk gebruik

van.

Hij toonde geen bijzondere haast. Blijk-

baar ging hij van de overtuiging uit, dat

hij het heele huis en den ganschen nacht

tot zijn beschikking had. Alles wét hij

deed, geschiedde buitengewoon voorzich-

tig en zonder het geringste geruisch. De

gedachte aan de mogelijkheid, dat hij

achtervolgd zou kunnen worden, scheen

hij na zijn terugkeer naar het venster, te

hebben laten var?n. Hij maakte den in-

druk van een zonderling spook, dat aan

een draad van licht hing en deze met on-

regelmatige, bijna totaal onhoorbare

schreden volgde; nu eens snel, dan weer

langzaam en met lange rustpoozen tus-

schen het verdergaan.

Voor Darden werden deze tusschen-

poozen bijna onverdraaglijk. Hij was zoo

koud, dat hij zijn voeten haast niet meer

voelde! Hij verkeerde in de voortdurende

vrees, dat de gummizolen van zijn schoe-

nen in plaats van zijn stap onhoorbaar te

maken, plotseling als cavalerielaarzen op

den steenen vloer van het souterrain zou-

den gaan stampen!

De vrouw maakte geen enkel geluid.

Hij zou niets van haar aanwezigheid heb-

ben gemerkt, als haar hand niet aldoor

met zachten druk op zijn mouw gelegen

had. Dat de koude haar voetstap niet

stram en stijf had doen worden, dat zij

net als in het begin, voortsloop als een'

iVu 1 ^ 4 en lenig ' Bai hem moed - Haar

zeifbeheersching was ongeloofelijk; zij was

een onwaardeerbare helpster! Had zij hem,

door haar wonderlijk behoedzaam gefluis-

ter niet voor ontdekking behoed?

Buiten was de storm gaan liggen en al-

leen zoo nu en dan deed een windstoot

IN HET BANOOETENKAMIP.

Een scène uit de B.I.P.-film Maid of the Mountains", waarvan wij reeds eerder

afbeeldingen in ons blad brachten.

~ 28 —

DAMES* HAY

een deur klapperen of een boomtak tegen

een der ramei slaan. Het was nu absoluut

noodzakelijk ook maar het geringste ge-

! ■ te vermeden. Darden, die half door

haar hand geleid werd, wist

deze, geluidlooze leiding naar waarde te

schalten en was geen enkele maal verder

dan tien passm van den indringer verwijderd.

Zoo kwamer zij halverwege het soutern

|n bij de trap, die naar de eerste verdieping

van Edward Revis' huis voerde,

Ze gihgen die op en volgden langzaam de

kleine pasjes van den spion vóór zich. Het

ophouden van den wind had hun toestand

oneindig veel slechter gemaakt. De nacht

was een zee v


wonderde, hoezeer zijn geest ook met an-

dere problemen bezig was, de kalmte,

waartoe zij zichzelf dwong.

Zou zij een vermoeden hebben van het

eind van dit avontuur, dat vrijwel zeker

een gewelddadige ontknooping zou hebben?

Hij zag dat dit het geval zou zijn! De man

daar vóór hem was tot moord besloten —

er waren redenen, waarom Revis' dood

meer dan één mensch voldoening zou

geven.

Deze man was geen gewone inbreker,

dat stond vast. Het interesseerde hem ab-

soluut niet, of zich op de eerste verdie-

ping wellicht iets van waarde bevond; zon-

der zich om iets van dien aard te bekom-

meren was hij naar de tweede étage door-

geloopen. Hij had dit huis betreden met

het eenige, alles overheerschende voor-

nemen, om zwijgend en onbemerkt de

kamer binnen te sluipen, waar Edward

Revis, zonder vermoeden van gevaar, latr

te slapen.

Darden stelde een plan de campagne op.

Hij wilde het drama zich laten ontwikke-

len tot het zijn hoogtepunt — den moord

— onmiddellijk genaderd zou zijn. Hij wil-

de, als het kon, de hand van den man

grijpen, op het oogenblik, dat deze zou

uitschieten om toe te stooten of de revol-

ver opheffen. Dat zou een onweerlegbaar

bewijs zijn van zijn voornemen om te

dooden! Als hij nu reeds ingreep, kon hij

hem slechts insluiping ten laste leggen.

En hij wilde méér dan datl

Darden moest zichzelf bekennen, dat hij

met alles begreep. Hij was naar dit huis

gekomen met de gedachte misschien

iemand te zullen vinden die heimelijk, op

verdachte wijze, kwam of ging, waar-

door hij Revis met grootere zekerheid met

den diefstal, of het doorgeven van het ge-

stolen document in verband zou kunnen

brengen. Maar ditl Wie was het, die op

deze afdoende manier met Revis wilde af-

rekenen? Nu, hij zou het weldra zien, hij

en deze vrouw.

Hij hoorde den man met zijn nagels

over hout krabben en wist daardoor, dat

hij met zijn hand den vloer van het boven-

portaal aangeraakt had. Even later merk-

te hij, dat de indringer in sneller tempo,

dan waarin hij de trap had bestegen, het

portaal overliep; zijn schreden waren nu

iets duidelijker hoorbaar.

De aanraking van de vrouw dreef Dar-

den tot grooter spoed. Ze hadden hem

weldra weer ingehaald en volgden hem op

de hielen. Als aan den grond genageld, met

mgehouden adem, bleven zij staan in de

benauwende duisternis, toen de hand van

den indringer, zenuwtergend langzaam,

nHor een deurknop tastte, en dezen naar

beneden begon te duwen.

Darden hoorde een licht schurend ge-

Ja, Piepa, nu ik er

eens ernstig over

heb nagedacht....

luid, alsof een mouw langs den rand van

een jas streek. Zijn onder" hoogen druk

werkend brein tooverde hem dadelijk het

beeld voor oogen van een man, die een

revolver uit een zijzak haalt.

Nu was het nog maar een kwestie van

seconden. Eén beweging van Revis, die

aan de andere zijde van de deur sliep,

een ontijdige trilling van d«sn nerveuzen

wijsvinger van den man vóór hem T- als

deze onverwacht mocht schrikken door 'n

geluid achter zijn rug — een dergelijke

kleinigheid kon den moord verhaasten.

De detective hief langzaam de hand op

en bracht die naar voren om met uitge-

strekte vingers den hals van den indringer

te omvatten. Maar. hij voltooide de bewe-

ging niet. Een plotselinge, driftige minach-

ting maakte zich van hem meester. Waar-

om zou hij dezen misdadiger sparen?

Waarom liet hij hem niet verder gaan?

Waarom wilde hij tusschenbeide komen,

nog voor hij den allerlaatsten stap had ge-

daan, om den beraamden moord te ple-

gen? Er was, luidde de conclusie van Dar-

dens snelle overweging, niet het minste

gevaar bij, de zaak op de spits te drijven.

Met zorgvuldige behoedzaamheid open-

de de man de deur. Zacht en langzaam

gmg zij een weinig open. Een lange, grau-

we streep, niet dikker dan het lemmet van

een scheermes, werd zichtbaar tusschen

den post en de deur. Darden voelde den

warmen adem van de vrouw- in zijn nek.

Ue dunne, grauwe streep werd een vin-

ger breeder. De deur was nu juist ver ge-

noeg open om den indringer door te laten.

Diep voorover gebogen kroop hij ge^

ruischloos op de ballen van zijn voeten

door de opening.

In de slaapkamer heerschte een grijze

schemer — een mat licht viel tusschen de

takken van den ceder door naar binnen.

Darden, wiens gezichtsvermogen door het

voortdurend ingespannen in het donker

turen abnormaal verscherpt was, had de

gewaarwording, dat de ruimte tamelijk

goed verlicht was. Hij kon in den versten

hoek het bed zien staan en daarop kg,

als een donkere massa, het roerlooze'

lichaam van Revis.

De indringer bewoog zich voetje voor

voetje naar voren; halverwege het ver-

trek strekte Darden zijn beide armen voor-

uit, gereed om hem te grijpen. De man

was geen twee stappen meer van het bed

verwij detd

Op dat oogenblik kwam het einde.

Darden hoorde de tanden van de vrouw

plotseling met een scherpen klik op el-

kaar slaan. De onbekende boog voorover

strekte de hand uit, tot dicht bij Revis'

hoofd. Darden richtte zich in zijn volle

lengte op, reikte met zijn opgeheven arm

naar de kroon, die midden in het vertrek

TJI i^J be n 'k absoluut

^kSt ^ voor het vrtfe

handelsverkeer.

-30-

"■■

hing en pakte het afhangende snoer, dat

hij dadelijk bij zijn binnenkomen gezien

had. Een druk op het knopje en een dozijn

electrische lampjes gloeiden aan.

Een moment van hulpeloosheid volgde.,

alle drie waren ze verblind.

Darden, die het eerst weer kon zien,

merkte dat de vrouw ijlings achteruit

deinsde. Zij viel bijna, haar knieën konden

haar haast met meer dragen, zwaar sleep-

ten haar voeten over den grond, totdat een

stoel haar beweging stuitte en zij zich

daarop liet neervallen;

Het maakte echter slechts een vluchtigen

indruk op den detective. Zijn geheele ener-

gie was gericht op den anderen man, die

zich, de beide handen uitgestrekt, op hem

geworpen had, niet in een aanvallende

houding, maar in een poging tot afweer.

Uarden greep zijn rechterhand en draaide

deze zoo, dat de palm naar boven werd

gekeerd; daarbij bleek, dat de hand geen

revolver, maar een zakdoek vasthield.

Na deze ontdekking liet Darden onmid-

dellijk los en hij zou iets hebben gezegd als

de vrouw niet tusschenbeide gekomen was

Zij was dadelijk weer opgesprongen en zij

stond daar, tevergeefs beproevend haar

bevenden arm, waarmee zij op den In-

dringer wees, in rust te houden. Haar

droge lippen openden en sloten zich, in

vertwijfelde pogingen om te spreken.

Moeizaam deed zij nog een stap voor-

uit — haar oogen waren wijdopen gesperd

— en eindelijk klonk het, schril en smarte-

lijk:

„Tom Malloyl — Jij?"

Darden, die haar met een uitdrukking

van de grootste verbazing, maar tevens

van medelijdende belangstelling had gade-

geslagen, liep snel op haar toe en greep

haar arm, om haar voor vallen te be-

hoeden.

„En u?" zei hij, zonder dat er uit zijn

woorden meer dan beleefde verwondering

sprak. „U bent toch miss Mary Haskell

nietwaar?"

Maar zij nam geen notitie van zijn vraag-

haar gezicht was vaalbleek van ontzetting

en zij staarde als gefascineerd naar den

man op het bed. Toen schudde zij de hand

van den detective af en wees met een tril-

lenden vinger.

„Kijk toch eens," hijgde zij. „Ziet u dan

met — wat — wat er gebeurd is?"

(Wordt vervolgd).

HET WEERZIEN,

Woorden van Annie de Hoog-Nooy. Muziek van Charlenry.

Ä


^ IS

i

mp

i'/f f

ê * i m m ï

# «M J)i)> Ä

ppÜji

laéèèÉ ÉteiÉ

-g *' g' g' *- 0f f

Ik heb je na en-ke-lc ja-ren Vandaag voor het eerst weer gc-zien Had

j'ook aan een paar jaar ge-lc-den Toen jij mijn ver-loof-de nog was In

——K m m

P

f m

s i

i *—i

É

^

^3E

alleen

Ie couplet

'iU'b\b^^hi-\ ÉÉ 1 J^MIj. j É

jij toen, als ik, op dat oogenblik De - zelf-de gedachten misschien ? Toen'k zag jouw ge-poeder-de wan-gen Met

wier zoo onschuldi - ge oo - gen Ik zooveel be-lof ten steeds las? Tot-datikjevond.waareenvriendmij. Voor

ï t: }

2S

i ^

?=5 * 9

ÉÉÜ*

^

'iii

4—# ^^ *±> É

^

r

»

i=^

w é

Ä m ^ijiW ^ i ¥ \ m i p i Mi pa

blosjes van 't kunstigste rood Je mond tot een schijnlach verwrongen Die mond die j'eens kussend mij bood Dacht zijn.

jou waarschuwend, had gebracht. In'nbarwaar je dronk, waar je lachte En dan-stetot 't holst in den nacht. Toen

Toen heb je met tranen in d'oogen

Mij veel voor de toekomst beloofd

Misschien deed 'k er tóén wel verkeerd aan

Dat 'kniet meer in jou heb geloofd.

Maar jij had mijn leven gebroken

Ook brak er misschien iets in jou

Als ik je dat toen had vergeven

Was jij nu wellicht niet zoo'n vrouw.

éy é

4. Je loopt nu in heel dure klecren

Ik heb jou zoo anders gekend

Ik weet toch, al heb je wat geld nu

Zoo heel goed, hoe arm je bent

Hoe graag je zelf zou willen breken

Met 't leven van valschheid en schijn

Om eens weer voor mij en je moeder

Het meisje van vroeger te zijn.

I^IAISON ODIOT 7 PLACE DE LA MADELEINE. PARIJS

Fabriek van

Artistiek /

Zilverwerk

Gevestigd

in

1690

Specialiteit

voor

geschenken

in zilver

en verzilverd

metaal

GROOTE KEUZE IN KUNSTVOORWERPEN UITGEVOERD NAAR ONTWERPEN UIT BLKB STIJLPERIODE

. ■


■ ■ ■ . . ■ -;':■■

r Maihaaksels

Red. en Adm. Oalgewater 22 Lelden. Tel. 780 Postrekening 41880

''.

>

fj

Wanneer een artikel nagemaakt

wordt, is zulks het beste bewfjs voor

de buitengewone eigenschappen van

dat artikel I Ho^ dfkw]jls heeft men niet

geprobeerd, P^rsil na te maken. Steeds

weer bleek he^ een mislukking fe zijn.

Wanneer Persil niet iets bizonders was,

dan had het niét zod dikwijls als voor-

beeldgediendyoordovelenamaaksels.

-

»Precies zoo g^eè ah Persil« en »beter

dan Persil« zijn redeneeringen, die

niets bewijzen. Wanneer er werkelijk

iets beters w^s dan Persil, zouden

zoovele millioenen hulsvrouwen geen

Persil gebruiken

Namaak blij« Namaak!

//

«Ch«nt wekelUks - Pp«, p«, kwartaal f, 1.95.

More magazines by this user
Similar magazines