ve l\atholieke * Journalist

webstore.iisg.nl

ve l\atholieke * Journalist

m MA J~l 19

4e Jaari

OVEMBER 1949

ve l\atholieke

* Journalist

INZENDINGEN AAN HET SECRETARIAAT!

KONINGSSTRAAT22B.TEL.6S29

HILVERSUM

REDACTIE]

J. W. L. VAN MASTR1GT

A. L. G. M. VAN OORSCHOT

S. H. A. M. ZOETMULDER

Jaargang - Maandblad 4

ORGAAN VAN DE KATHOLIEKE

NEDERLANDSE JOURNALISTENKRING

HET KATHOLIEKE BOEK

EN ZIJN AANBEVELINGEN IN DE PERS

OIJ gelegenheid van het zilveren

" bestaansfeest van de Vereniging

van Katholieke Boekhandelaren en

Uitgevers hebben zowel de voorzitter

Paul Brand, als de Deken van Amsterdam

en in meer intieme kring

(aan tafel) Anton van Duinkerken

gesproken over het katholieke boek

en zijn aanbeveling in de Pers.

Wanneer wij de belangstelling bij

de katholieken voor het katholieke

boek vergelijken met die van 25 jaar

terug, dan is ontegenzeggelijk deze

belangstelling aanmerkelijk verbeterd.

Maar vergeet niet, heeft de heer

Brand gezegd, dat deze belangstelling

toen ook, behoudens bij enkelingen,

buitengewoon gering was. De

katholieke uitgevers durven nu uitgaven

te brengen, die vóór 25 jaar

geen kans van slagen zouden hebben

gehad. Het katholieke boek mist

heden ten dage nochtans de goodwill,

welke de katholieke dagbladpers, de

K.R.O., de katholieke film (deze 'lijst

is met nog een groot aantal uitingen

van katholiek leven te vermeerderen)

wel bezitten.

HEBT U ooit vanaf de kansel een

goed woord gehoord ter aanbeveling

van het lezen van een goed

katholiek boek? vroeg Paul Brand.

>,Waarom van die plaats niet eens

gewezen op de heiligenlevens van

onze moderne hagiografen, die tevens

meesterstukjes zijn van literatuur."

„Wat een groot aantal voorname

boeken op mystiek en geestelijk gebied,

zijn in die 25 jaar verschenen.

Wat een propaganda voor het goede

boek zou het zijn, en dus voor het

binnendragen van de katholieke gedachte,

van de census catholicus in

de katholieke gezinnen, wanneer

vanaf de preekstoel nu eens een keer

n

iet tegen het lezen van slechte boeken

werd gefulmineerdj maar opgedekt

tot het lezen van een bijzonder

mooi geestelijk werk, door daarvan

een korte beschrijving te geven en

een enkel mooi gedeelte daaruit voor

te lezen of bij het behandelen van

één of ander onderwerp eens te wijzen

op een boek, dat dezelfde stof

op meesterlijke wijze behandelt. Wat

esn nuttig effect zou dat niet kunnen

hebben."

Het geschreven woord, zoals wij

weten, heeft meer een blijvend effect

dan het gesproken woord.

E* EJNT krachtig middel om de katho-

*-* lieken tot meer lezen van goede

boeken te brengen, is een behoorlijke

bespreking van de katholieke uitgaven

door Pers en Radio. Het bestuur

van St. Jan heeft zich meermalen tot

de redacties van diverse bladen gewend,

met vriendelijk verzoek, daaraan

meer aandacht te wijden.

,,Laat ik het maar eens eerlijk

mogen zeggen," aldus de heer Brand,

,,het is hoge uitzondering wanneer

een katholiek boek in de niet-katholieke

Pers en door de niet-katholieke

Radio besproken wordt en hoe is de

houding in het algemeen van de

katholieke Pers, van de K.R.O. en

van IDIL? Op dit punt neemt men

daar zulk een ruim standpunt in, dat

het katholieke boek in de verdrukking

komt. Het schijnt wel, of voor

het katholieke boek bijna geen plaatsruimte

overblijft."

Ter feestvergadering is de vraag

gesteld, of het geen aanbeveling zou

verdienen om op het goede, belangrijke

katholieke boek meer de aandacht

van de lezers en toehoorders

te vestigen, door een uitvoerige, goea

gedocumenteerde bespreking, dan

kolommen aan een boek te offeren,

dat volgens de criticus voor katholieken

ongeschikt is.

De ondervinding immers heeft geleerd,

zo zei men, dat een ongunstige

beoordeling, wat betreft de ethische

zijde van het boek, ook dikwijls dooide

wijze waarop de bespreking geschiedt,

de beste reclame voor het

boek is.

Natuurlijk heeft de heer Brand niet

bedoeld te zeggen, dat nimmer een

niet-katholieke uitgave, welke voor

katholieken ongeschikt is, zal worden

besproken en dat uitsluitend

katholieke boeken onder de aandacht

van de katholieke lezers worden gebracht.

Hij wilde er uitsluitend op

wijzen, dat terwijl en juist omdat de

niet-katholieke Pers en Radio van

het katholieke boek vrijwel geen

notitie neemt, het goede katholieke

boek recht heeft op de volle belangstelling

van de katholieke Pers en

Radio. Immers, aldus de conclusie:

katholieke Pers en Radio hebben ten

slotte dezelfde taak als de katholieke

uitgeverij en boekhandel: de verspreiding

van de katholieke gedachle

en katholieke cultuur door woord en

geschrift.

AAR aanleiding van de kwestie,

N zoals Paul Brand die opwierp,

heeft Anton van Duinkerken in een

Tijd-artikel onder het opschrift „Beginselkwestie

of reclame" van antwoord

gediend. Hij deed het op eèn

wijze, die onzerzijds geen aanvulling

of verbetering behoeft.

Men heeft het laten voorkomen : —

schrijft Van Duinkerken — nadat hij

een knappe polemische verhandeling

heeft gegeven, alsof een soort algemene

zedelijke controle op alle verschenen

en te verschijnen boeken

hoognodig zou zijn, omdat de krant

in dit opzicht haar taak zo schromelijk

verwaarloost, waarbij dan met

Alles voor het Kantoor

Lorjé's Goedkoopste

Kantoorboekhandel

Hartenstraat 10, telefoon 44500,

Utrecihtsestraiat 30, telefoon, 441589,

Amsterdam.

Grote Houtstraat 101, Haarlem.

1


eigenaardige welwillendheid werd

toegegeven dat de krant die zwaar

verantwoordelijke zedelijke taak om

tal van redenen toch niet zou kunnen

volbrengen.

Van uitgeverszijde is door Paul

Brand ter vergadering van Sint Jan

al op het grote gevaar van I.D.I.L.

gewezen, voordat het van de zijde

der schrijvers beklemtoond werd. Afgezien

van dit gevaar echter (een

der grootste gevaren, waardoor het

katholieke bevolkingsdeel wordt bedreigd,

is de drang, om door middci

van organisatie tot algemeen gelden

de verbodsbepalingen te komen)

moet men blijven inzien, dat de krant

geen orgaan ter opstelling van geestelijke

verkeersregels is, maar een

orgaan ter verspreiding en beoordeling

van nieuwsberichten.

ET verschijnen van een belang­

H wekkend boek is nieuws, evenals

het uitbreken van een brand, het

aftreden van een minister of de uitslag

van een wedstrijd. Zulk nieuws

te toetsen op zijn waarde, dient te

geschieden uit een cultureel normbesef,

dat zich uiteraard zedelijk

moet' kunnen verantwoorden.

Cultureel normbesef is echter niet

hetzelfde als de uitstekende toepassing

van voorzichtigheidsmaatregelen

of hetgeen hier soms zeer ten

onrechte op lijkt. Het vraagt bij gerechtvaardigde

voorzichtigheid ook

noodzakelijke vrijmoedigheid.

Men kan zijn gedragingen mee

geheel laten voorschrijven door angst

voor werkelijke of denkbeeldige gevaren

Men moet zich minstens evenzeer

laten leiden door verworven

inzicht redelijke verwachting en

gegronde hoop. Cultureel normbesef

af te scheiden van alle historische

kennis zou even onmogelijk zijn als

het te vereenzelvigen met behoudzucht

jegens elk vooroordeel.

Het is niet waarschijnlijk, dat in

de eerstkomende kwarteeuw de woordencombinatie

,,goed katholiek" toegepast

op mens of boek geheel anders

van betekenis zal worden dan

ze was in de vijf en twintig jaren,

op de feestvergadering van Sint Jan

herdacht. Toch zijn er tekenen, dat

een lichte semantische wijziging aan

deze uitdrukking blijft voorbehouden.

NS katholieke publiek — aldus

O Van Duinkerken — hecht gelukkig

een grote gemoedswaarde aan

het antwoord op de vraag, of mens

of boek „goed katholiek" zijn, maar

wat het hier precies mee bedoelt,

weet het zelf niet altijd onder passende

woorden te brengen. De toetsing

vertrouwt het blijkbaar toe aan

bevoegden, maar de bevoegden voor

de kansel en de bevoegden voor de

tribune hebben wederzijds te waken,

dat hun opvatting over de begripsinhoud

van de woorden „goed katholiek"

niet verder uiteenloopt dan hun

verschillende functies gedogen.

De fluctuaties der betekenis te

laten bepalen door een naamloze

groep van „geschikte onbekwamen",

is niet raadzaam. Haar dictatoriaal

te beheersen is goddank niet lang

2

Bij groot dagblad in het Zuiden des lands is plaats voor een katholiek

JOURNALIST

met ervaring 1 en degelijke vooropleidïinig.

Van sollicitanten wordt verwacht, dat zij prima verölaggeverstalienten

hebben, eigen initiatief ontplooien, in het redectieigeheel een

stuwend element mede zijn en de mentaliteit van de Zuidelijke bevolking,

vooral ook die ten pliattélande, volledig aanvoelen.

Brieven met uitvoerige inlciittagen onder Z. K. 3353, Adv. Bur.

De la Mar, Amsterdam.

^. J

Hearst is geen Pauselijk Graaf

Een dementi, dat niet

kon uitblijven

E vermelding van onderscheidin­

D gen geeft ons menigmaal een

klein schokje, zij het ook niet zo

hevig als waarover collega Elias na

de jongste lintjesregen in Elsevier

zulk een geestige boutade heeft geschreven.

Het gebeurt namelijk wel

eens, dat onze eerste reactie daarop

— en ik bezweer u, dat „jeuk in het

knoopsgat" er vreemd aan is — zich

formuleert in: „Wat? Die vent!"

Laten wij er aan toevoegen, dat ons

dit niet alleen bij het lezen van

koninklijke — en van buitenlandse!

— decoraties ontsnapt, maar evenzeer

als we eens de pauselijke

knoopsgatvullinkjes nagaan, die we

in de loop der jaren hebben moeten

opnemen.

We hebben iets nog ergers gezegd,

toen we onder „Wist u dat"... in „De

Journalist" moesten lezen, dat de befaamde

William Randolph Hearst

niets minder dan pauselijk graaf zou

geworden zijn. Deze titel is in onze

contreien zeldzaam; een enkele warenhuiseigenaar

voert ze en vroeger

in West-Brabant een bankier, alles

vanwege hun verdiensten voor de

Kerk. Voorts waren diverse leden

van ons Hoogwaardig Episcopaat

pauselijk graaf. Opgemerkt zij, dat

onze wet deze titel niet erkent, al

belet ze niemand een kroon met negen

parels boven zijn naamcijfer op

zijn autoportier te schilderen. Maar

dat nu Citizen Kane ook al in de

pauselijk adel moest worden ingelijfd

het was ons, 's mans verleden

kennende (net als dat van zo-

vele andere geridderden) al te bar.

Aan de titel krantenkoning had deze

beheerder van de Yellow Press toch

wel genoeg, dacht ons.

mogelijk. Haar door voorzichtige,

maar toch niet kruidenierlijke weging

en overweging met aandacht

beurtelings te volgen en te leiden, is

een voorwaarde der verantwoordelijkheid.

Dit betekent: een voorwaarde der

vrijheid.

">>

AT is er intussen gebeurd? Zo

W goed als hier te lande bepaalde

grote gebaren aan de gemeenschap

beloond worden — voor het schenken

van een museum of van een mooi

dorpsraadhuis krijgt u de Nederlandse

Leeuw in uw knoopsgat gesprongen

— zo is dat bij kerkelijke

onderscheidingen ook.

De bisschop van Monterey-Fresno

in Californië blijkt niet de gewetenloze

speler met wereldbelangen, niet

de promotor van de Spaans-Amerikaanse

oorlog (The Brass Cheque)

doch de bevorderaar van de restauratie

van oude missiekerken in zijn

gebied voor een decoratie vanwege

de Heilige Stoel te hebben voorgedragen.

U kunt dit lezen in een telegram

van Ass. Press in de New York

Herald Tribune van 12 October IX

De vertegenwoordiger van de bisschop,

rev. George Yahn, heeft verklaard,

dat voor Hearst de orde van

St. Sylvester was aangevraagd en

dat op 10 November in de St. Janskathedraal

van Fresno dit ereteken

zou worden uitgereikt.

Toen we dit lazen, hebben we geconcludeerd,

dat het in ons land toch

maar simpeltjes toegaat, waar de

orde van St. Gregorius de Grote (Si-

Sylvester staat een streepje lager

genoteerd) gemeenlijk met een

speechje van de deken op de pas t0 ^

rie of ten huize van de feesteli«o

wordt opgespeld. De in Rome verschijnende

Daily American wist zeli"

bijzonderheden te melden.

Toen was het blijkbaar genoe-,-

Er kwam een officiële, mede doo

Radio Vaticana verspreide mededeling

van de pauselijke staatssecret**

rie, die een volledig dementi bevat- •

Volgens Vaticaanse kringen — a a '

gehaald door Associated Press — l

de voordracht van rngr. Willing

afgewezen. Het enige, waarmee W 1

liam Randolph Hearst nu is g el "?f g

gemaakt, is het dusgenaamde K-ru

van Lateranen, een decoratie, die

kanunniken van St. Jan van L.a L

ranen kunnen verlenen. K

Voor de hier en elders de za


Katholiek Perscongres

op 16-18 Februari te Rome

PHN internationale Katholieke

persbijeenkomst te Luzern heef;

de laatste voorbereidingen getroffen

voor'het grote pers-congres, dat op

16, 17 en 18 Februari 1950 te Rome

zal worden gehouden. Dit pers-congres,

dat een der belangrijkste gebeurtenissen

van het Heilig Jaar

belooft te worden, zal als algemeen

thema hebben: „De Katholieke pers

in dienst van de waarheid, de gerechtigheid

en de vrede", dat door

tal van vooraanstaande sprekers zal

worden behandeld in de algemene

secties, terwijl de bijzondere secties

de arbeid van de Permanente Commissie

en van het Bureau zullen behandelen.

^

Aan het congres kunnen deelnemen

als daadwerkelijke leden (dus met

recht van spreken en stemmen) alle

katholieke journalisten, terwijl de

katholieke publicisten in elk geval

aan de besprekingen mogen deelnemen.

De Heilige Vader heeft zich persoonlijk

met de voorbereidingen van

dit Perscongres bezig gehouden, omdat

Hij deze grandioze samenkomst

te Rome van katholieke journalisten

uit alle delen van de wereld als eeii

der belangrijkste feiten van het

komende Heilig Jaar beschouwt.

Voor inlichtingen en mededelingen

kunnen katholieke journalisten zich

wenden tot het Algemeen Congressecretariaat,

of tot ons eigen secretariaat

KNJK, dat zakelijke mededelingen

uit Rome zal ontvangen. .

De Gelderlander 75 jaar

dagblad

Zaterdag 1 October vierde De Gelderlander

als dagblad zijn 75-jarig

jubilé.

Zoals wij in het begin van dit jaar,

toen De Gelderlander zijn eeuwfeest

vierde, hebben beschreven, dateert de

stichting van dat blad al van vroeger

datum, van 1848. Maar het boorüngske,

dat Simon Petrus Langendam

toen ter wereld bracht, was

een weekblaadje, een onaanzienlijk

dingske met een paar honderd abonne's

en anderhalve advertentie. Dit

Weekblaadje groeide geleidelijk uit,

gang na enkele jaren tweemaal per

Week verschijnen, totdat op 1 October

1874, de toenmalige eigenaar Simon !

Petrus Langendam de gewichtige

stap dorst wagen en in zijn drukker

ij.tje De Gelderlander als dagblad

ging uitgeven. Het was een curieus

klein blaadje, bestaande uit vier

Pagina's; de bladspiegel der pagina's

Was 34 cm hoog en 23 cm breed.

Op elke pagina stonden maar drie

kolommetjes.

LEKEN IN DE KERK

E eeuwige Herder en Bestuur­

D der onzer zielen heeft, met de

bedoeling om het heilbrengend werk

der verlossing te bestendigen, de

Heilige Kerk willen stichten, waarin,

als in het huis van den levenden God,

alle gelovigen door de band van één

geloof en één liefde zouden worden

samengehouden."

Aldus luidt de plechtige uitspraak

van het hoogste kerkelijk leergezag,

de Bisschoppen van heel de wereld

samen met de Opperherder, de Bisschop

van Rome.

Als we dit lezen en gelovend aanvaarden

staan we midden in het

Mysterie der Kerk, waarin de Menswording

van Gods Zoon zich voortzet.

Het heilbrengend werk der verlossing

bestendigen, dat is in diepste

werkelijkheid het wezen der Kerk en

het eigenlijke doel, dat Jezus Christus

haar stichter, beoogde.

Hoe heilzaam de inwerking en de

invloed der Kerk ook moge geweest

zijn en nu nog zijn op wetenschappelijk,

cultureel en maatschappelijk gebied,

toch is dit alles Volkomen ondergeschikt

aan dit éne ontzagwekkende:

de Kerk is de voortzetster

van Christus' verlossingswerk. Door

haar moeten de kostbare vruchten

van het levensoffer des Heren, toen

door de dood van de Godmens het

Leven overwon, aan alle mensen

worden meegedeeld.

IT is de verheven taak der Kerk.

D Dus van allen, die in de Kerk,

Gods huis, door de band van één geloof

en één liefde worden samengehouden.

Maar is dit medewerken

aan het verlossingswerk niet juist de

eigen functie van die uitverkoren

leden der Kerk, die gezonden zijn om

„te dopen, te prediken en te onderrichten"?

Worden niet juist daarom

enkelen ;,uitgenomen uit het volk en

ten bate'der mensen aangesteld voor

hun betrekkingen tot God?" (Hebr.

5, 1). Zij worden gewijd om als priester

in de kracht van de Heilige Geest

het eucharistisch offer te vieren en

in de naam van God zonder te vergeven,

om middelaar te zijn tussen

God en de mensen. Zijn zij dan niet

de weg, waarlangs de mensen kunnen

gaan tot God en waarlangs God

wil afdalen onder de mensen?

Inderdaad, de wijdingsmacht en de

leermacht werd door Christus geschonken

aan de twaalf mannen, die

Hij uitkoos en aan de Bisschoppen

en priesters, die dit heilbrengend

werk zouden voortzetten.

OCH in de Kerk zijn vele en ve

D scheiden ledematen: ,,er is verscheidenheid

van genadegaven, maar

er is slechts één Geest en verscheidenheid

van bediening, maar slechts

één Heer en verscheidenheid van

werkingen, maar slechts één God,

die allen in allen werkt (1 Cor. 12,

46). Deze éne Heer riep allen, priesters

en leken, tot zijn Kerk en wanneer

geheel de Kerk, zoals het Con­

cilie leert, het werk der verlossing

moet voortzetten en duurzaam maken,

dan hebben ook de leken, op

hun eigen wijze, deel aan deze taak.

De verlossingsmacht van Christus

leeft ook voort in de ledematen der

Kerk, die wel niet door het karakter

der priesterwijding, maar toch wel

door dat van het Doopsel en Vormsel

getekend zijn. Een heerlijke macht,

waaruit een dure plicht volgt.

„Wij verlangen, dat allen, die de

Kerk als hun Moeder beschouwen,

ernstig overdenken, dat he* de plicht

\£ niet slechts van de priesters en

van hen, die zich in het religieuze

leven aan God hebben gewijd, maar

ook van de overige leden van het

Mystieke Lichaam van Jezus Christus,

ingespannen en naarstig, overeenkomstig

ieders rang, mede te

werken aan de opbouw en uitbreiding

van dit Lichaam". Aldus spreekt

Paus Pius XII in zijn Encycliek over

het Mystieke Lichaam.

ET is een verheugend verschijn­

H sel, dat in de naoorlogse jaren de

leken meer dan vroeger doordrongen

zijn van deze uitverkiezing en ook

van deze verplichting. In dit opzicht

mogen we de katholieke journalist

zeker bevoorrecht noemen. Want

naast persoonlijk geestelijk leven en

andere activiteit biedt juist zijn eigen

taak, publiciteit in katholieke geest,

een unieke gelegenheid tot medewerking

aan de opbouw van het Rijk

Gods.

P. HEYMEIJER S.J.

Geestelijk Raadsman.


December,

maand der verrassingen,

nadert I

Keet langer

denken...

* geschenken I


Drie zilveren jubilarissen

Niek de Rooij

E vlag uit het zolderraam en de

D harmonie vrolijk een serenade blazend

voor de deur Den Bosch

heeft het zich niet willen laten ontnemen

om nu eens op zijn beurt de

trouwe en nauwgezette en talentrijke

croniqueur des hertogstedelijken levens,

Niek de Rooy, te laten merken,

hoezeer in brede kring zijn journalistieke

èn zijn revue-arbeid waardering

gevonden heeft. Op 1 October

heeft onze 25 jaren-de-pen-voerendecollega

met mevrouw De Rooy en

hun vele welgeschapen dochteren en

zonen een menigte handen moeten

schudden tijdens een uren durende en

Brabants rijkelijk besproeide receptie^

die zich voltrok temidden van een

geurende uitstalling van bloemstukken

en geschenken, waaraan de voorzitter

van de afd. Brabant-Zeeland

van de K.N.J.K., collega J. Bruna —

met de beide overige leden van het

dagelijks bestuur ter receptie verschenen

— voor dit feestend medebestuurslid

een boekwerk toevoegde.

Ook redactie en directie van het

Huisgezin, waar collega De Rooy de

dagelijkse leiding van de redactie

heeft, lieten zich niet onbetuigd.

W. van der Velden

E man, die gedurende 25 jaar wie

D weet hoeveel zilveren jubilarissen

naar de zetterij heeft gestuurd,

stond één November zélf in het

zilver: collega Wim van der Velden,

provincieredacteur aan het Dagblad

De Stem te Breda.

Met enkele kleine onderbrekingen

heeft hij deze taak met nooit aflatende

zorg vervuld. Collega Van der

Velden lééft voor zijn werk, nooit is

hem iets te veel om te zorgen, dat

zijn rubriek tot in de perfectie verzorgd

is. Aan een provinciale krant

is de provincie-rubriek wel de belangrijkste.

Het feit, dat hem 25 jaar

lang de verantwoordelijkheid voor

deze rubriek is toevertrouwd geweest,

stempelt hem tot een man van vakkennis

en tact.

'Collega Van der Velden is een

prettig collega bovendien. Vele vrienden

onder collega's en krantenrelaties

heeft hij zich metterjaren verworven.

Zijn zilveren feest werd door

velen van hen aangegrepen om te

getuigen van de sympathie, die men

hem allerwegen toedraagt.

Lou Leussink

LS dit nummer verschijnt zijn de

A glazen, die wij heffen zullen ter

gelegenheid van het zilveren ambtsjubileum

van Lou Leussink nauwelijks

leeg. 29 October was ,,Lou de

Leus", lijk hij in de wandel genoemd

wordt, vijf en twintig jaar in de journalistiek

en vijf en twintig jaar bij

De Gelderlander. Aanvankelijk in

Nijmegen werkzaam, verplaatste hij

een vijftiental jaren geleden zijn tenten

naar Doetinchem, waar hij de

Achterhoek mobiliseerde voor de

Katholieke pers. Toen de felste strijd

daar achter de IJssel gestreden was,

kwam Leussink naar Arnhem. Daar

zit hij nog en daar zal, zo de voortekenen

niet bedriegen, Lou zijn gouden

feest vieren.

Deze Lou Leussink, sous-chef van

de redactie van het Arnhems Dagblad

(Gelderlander Pers), bestuurslid

•van de Kath. Oostelijke Pers, en

voorzitter van de Ver. Arnh. Pers,

is in Gelderland bekend ais een eerlijk,

hartelijk en bekwaam collega,

een man van zijn woord, altijd tot

helpen bereid. Hij kent Arnhem van

binnen en van buiten en de Arhemmers

kennen hem. Zij kennen zijn

goede hart en wellicht is dat de oorzaak

dat Lou Leussink in het maatschappelijk

leven meer functies heeft

dan hem misschien wel lief is.

Zoals gezegd: als deze regelen gedrukt

staan, zijn de glazen leeg. Maar

onze wens voor vriend Leussink moge

herhaald worden: in dezelfde joviale

collegialiteit naar het goud!

H. K.

Wat ons

25 JAAR GELEDEN

bezig hield

9 De Raad van State heeft ongegrond

verklaard een beroep van

J. Buma, hoofd van de openbare

lagere school te Ambt-Hardenberg,

tegen een besluit van Ged. Staten

van Overijsel, waarbij hem de gevraagde

vrijstelling is geweigerd van

de verbodsbepaling, bedoeld in avt.

45 Lager Onderwijswet 1920, ter zake

van het bekleden van de neven-betrekking

van redacteur. Dat besluit

was gegrond op de overweging, dat

het bekleden van genoemde betrekking

aanleiding kon geven tot het

in het openbaar behandelen van politieke

en maatschappelijke strijdvragen,

waarvan, naar hun oordeel, een

onderwijzer zich dient te onthouden,

aangezien dit een minder gewenste

verhouding kan doen ontstaan tussen

hem en de ouders van zijn leerlingen,

zodat het vervullen van die betrekking

geacht .moet worden strijdig te

zijn met de belangen van het onderwijs.

Voor de journalist van 1949

heeft deze uitspraak ook deze betekenis,

dat beunhazen van zijn terrein

kunnen verdwijnen, om door beroepsmensen

te worden vervangen.

# Een raad van journalisten geleek

de vroedschap van Leiden,

waar liefst drie collegae tot het

raadslidmaatschap waren geroepen:

K. Sijtsma (Leidsch Dagblad), Th.

Wilmer (De Leidsche Courant) en

R. Zuidema (Nieuwe Leidsche Courant).

*üit record is sindsdien niet

verbeterd, wél in het Parlement.

# Op wens van het Franse Episcopaat

is aan de katholieke hogeschool

van Rijssel een leerschool voor journalistiek

geopend, een driejarige

cursus, waarvan het eerste leerjaar

bestemd was ter voltooiing van algemene

ontwikkeling, en de beide volgende

jaren een afwisseling van

practische inleiding in de vaktechniek

en grondige studie in die hoger

onderwijsvakken, bijzonder nodig

voor de vorming van de katholieke

journalistiek. Van Rijssel hebben wij

sindsdien weinig gehoord, -maar in

ons land is de vakopleiding in katholiek

verband straf ter hand genomen:

Nijmegen en Culemborg.

# Onze ledenlijst telde in October

1924 slechts 101 namen; in Ooctober

1949 is het 380ste lid geboekt. Maar

toch zit het niet uitsluitend in de

macht van het getal. Wij moeten ook

innerlijk sterk zijn.

LOFZANGH AEN DE JOURNALYSTEN

v. O.

Die 't^wonderbaerlyck Prosa scïiryven, waarmee de

Maendaghcrant gevult wordt. —

Taels Onkunde hield tot noch veel Crantenleezers buyten,

Die in het Heylighdom der Sportluy wilden gaen,

Die 's Zondaghs zweetend voor de Toerniquetten staen

Om 't Voetbalspel te zien met bleeck vertrocken Snuyten

En 't Elleftal van Buyten smaelent uyt te fluyten,

Wanneer de linksche Baeck de Bal poogt weg te slaën

En yder gilt: Kyck uyt, ge koomt ofsydt te staen,

Terwijl de Stopperspil de Ramp probeert te stuyten.

Godlof, de stoere Tael, waerin de Journalysten

't Zondaeglyckx Tumult verslaen in 't Maendaghbladt,

Werckt op het Nederduytsch als een verfrisschent Badt.

En Woorden die de taelgheleerden noch niet wisten

— Daer sjast de Spil voorbij een Paesje! Ay, de Lat! —

Verbaezen hem niet meer, die ooyt een sportbladt vrat.

JOOST

(De Kleine Krant van „De Groene Amsterdammer")


POLITIEK IN DE I.O.J.

Federatiebestuur adviseert tot uittreden

E gang van zaken in de I.O.J. is

D weinig bevredigend. Steeds duidelijker

komt het streven van een aantal

„Oostelijke" leden tot uiting om de

internationale organisatie tot het

instrument van een bepaalde politiek

te maken; zij ondervinden daarbij

krachtige steun van het secretariaat

te Praag. Deze ontwikkeling is voor

de Buitenlandse Commissie der Federatie

en het Federatiebestuur aanleiding

geweest om in op Zaterdag,

22 October j.1., gehouden vergaderingen

het door de I.O.J. gevoerde

beleid nader te beschouwen en zich

te beraden over de vraag of een

voortzetting van het lidmaatschap

van deze organisatie voor de Federatie

verantwoord is.

Konden de bestaande tegenstellingen

in de vergadering van de Executieve

te Brussel in Februari 1948

nog overbrugd worden, in de bijeenkomst

van deze instantie, die in

November 1948 te Praag werd gehouden,

was de sfeer van die aard, dat

door gedelegeerden van verscheidene

„Westelijke" landen scherp geprotesteerd

moest worden tegen het misbruiken

van de I.O.J. als een platform

voor politieke propaganda. Zoals

men zich zal herinneren, verliet

de Amerikaanse gedelegeerde, coll.

Harry Martin, de vergadering en

verklaarden de gedelegeerden van

vijf „Westelijke" organisaties — die

tegenover de vertegenwoordigers van

de Oost-Europese landen in de

minderheid waren — niet meer

aan de discussies te zullen deelnemen,

toen bleek dat de meerderheid een

resolutie tegen „oorlogsophitsing",

die uitsluitend tegen de Westelijke

landen en een aantal hunner journalisten

gericht was, wilde doordrijven.

(Voor bijzonderheden zij verwezen

naar het verslag van de Nederlandse

gedelegeerde, coll. Wijffels, in het

Januari-nummer 1949 van „De Journalist"

en „De Katholieke Journalist").

Politieke tendenz

De sinds de laatstgenoemde bijeenkomst

door het Secretariaat te Praag

geredigeerde „Bulletins" vertonen

een duidelijke politieke tendenz. De

secretaris-generaal van de I.O.J.,

Jiri Hronek, gebruikt het orgaan

van de internationale organisatie herhaaldelijk

om tegen bepaalde leden

daarvan, in het bijzonder de Amerikaanse

en Engelse organisaties, te

polemiseren.

Deze gang van zaken was voor de

National Union of Journalists, de

Engelse organisatie, aanleiding om

te besluiten uit de I.O.J. te treden

na bijwoning van het tweejaarlijkse

congres van de I.O.J., dat volgens

de aanvankelijke plannen in

September 1949 te Brussel zou worden

gehouden. Andere organisaties,

waaronder de Federatie, oordeelden

het raadzaam nog geen besluit omtrent

uittreding te nemen, doch eerst

het congres te Brussel af te wachten.

In Augusus j.1. riep het secretariaat

van de I.O.J. een vergadering

van de Executieve bijeen tegen 15

van het congres te Brussel), hoewel

de voorzitter van de I.O.J., coll.

Archibald Kenyon, dit onjuist achtte

en zich -evenmin met de door de

secretaris gevolgde procedure t.a.v.

de wijze van bijeenroeping kon verenigen.

Voor zover bekend is deze

vergadering door geen der vertegenwoordigers

van „Westelijke" organisaties

bijgewoond; ook coll. Kenyon

was niet aanwezig.

De Executieve, die in Praag vergaderde,

besloot het congres te Brussel

uit te stellen tot 5 December 1949.

Hoewel over de genomen beslissingen

nog geen bericht van het secretariaat

werd ontvangen, is bekend dat de

Executieve verder o.m. besloten

heeft de Wereldbeweging voor Vrede

en andere niet-aangesloten „progressieve

organisaties" tot bijwoning van

het congres uit te nodigen en een

voorstel in te dienen de vereniging

van Joegoslavische journalisten uit

de I.O.J. te stoten wegens de door

deze aan Tito verleende steun.

Aangezien coll. Kenyon de verantwoordelijkheid

voor de genomen beslissingen

niet kon aanvaarden, heeft

hij thans het voorzitterschap neergelegd.

Zijn aftreden heeft hij gemotiveerd

in een brief aan Jiri Hronek.

Naar aanleiding van het feit, dat de

Wereldbeweging voor Vrede en andere

niet aangesloten organisaties

zijn uitgenodigd om aan het Brusselse

congres van de I.O.J. deel te

nemen, schrijft coll. Kenyon:

„De z.g. Wereldbeweging voor

Vrede is algemeen bekend als te zijn

geïnspireerd en georganiseerd door

de Kominform en haar aanhang in

verschillende vermommingen

Dit in de I.O.J. te brengen betekent

het vernietigen van de enig

mogelijke basis voor samenwerking

van journalisten, die in democratische

landen een Pers vertegenwoordigen,

waarin alle soorten van politieke opvattingen

vrij kunnen worden uitgedrukt

en in de landen waar een

partij-dictatuur heerst, een pers,

welke slechts een gedwongen eenstemmigheid

van politieke mening

weergeeft.

Filiaal van de Kominform

Sinds de bijeenkomst van de Executieve

in Boedapest verleden jaar is

het hoofdbureau in Praag in wezen

een „filiaal van de Kominform" geworden

en het I.O.J.-bulletin een

Kominform-propagandablad. U zult

U herinneren dat Uzelf, niettegenstaande

Uw persoonlijke kennis van

kranten en journalisten in Engeland,

onlangs een hoofdartikel in het Bulletin

schreef, waarin U een groot

deel van de Britse pers van oorlogsophitsing

en aanzetting tot haat en

bloedvergieten beschuldigde."

Verwijzend naar de Hongaarse

motie om de Joegoslaven uit te stoten,

schrijft coll. Kenyon: „De redenering

achter deze motie is duidelijk

deze, dat, nu de I.O.J. verbonden

wordt aan de Kominform, de uitstoting

der Joegoslavische communisten

gevolgd moet worden door een uitstoten

van de journalisten van Joegoslavië

uit de I.O.J."

De National Union of Journalists,

de Engelse organisatie, heefi hierop

besloten het congres te Brussel niet

af te wachten, doch terstond te bedanken

voor het lidmaatschap.

De Algemene Belgische Persbond

heeft aan het secretariaat van de

I.O.J. te Praag medegedeeld, niet te

kunnen medewerken aan het houden

'van een congres van de I.O.J. te

Brussel, daar de door de Executieve

te Praag genomen beslissingen in

strijd zijn met het algemeen karakter

van de I.O.J.

Deze ontwikkeling heeft het Federatiebestuur

geleid tot het doen van

een voorstel aan de Federatieraad

om uit de I.O.J. te treden. Het Federatiebestuur

heeft hierbij overwogen,

dat het I.O.J.-secretariaat te Praag

steeds meer de organisatie tracht te

gebruiken voor propaganda ten dienste

van een bepaalde politieke overtuiging,

waardoor aan een vruchtbare

internationale samenwerking

der journalisten-organisaties in de

verschillende landen de basis wordt

ontnomen. Bovendien heeft men in de

organisaties der Oost-Europese landen,

die dit streven van het I.O.J.secretariaat

te Praag steunen, te

weinig respect voor de mening van

andersdenkenden.

Aanvankelijk was het bestuur der

Federatie van Nederlandse Journalisten

van mening, dat het te Brussel

te houden I.O.J.-congres klaarheid

zou kunnen brengen ten aanzien

van de betrekkingen tussen de leden

der I.O.J. Nu echter dit congres éénen

andermaal is uitgesteld en na hetgeen

er sinds de Executieve-vergadering

te Boedapest heeft plaats gehad,

acht het Federatiebestuur het

niet verantwoord om het lidmaatschap

van de Federatie van de I.O.J.

te bestendigen. Vandaar zijn voorstel

aan de Federatieraad.

SPEED - TYPE - OFFICE

NAAST VOLKSKRANT

347 N.Z. VOORBURGWAL


CERTIFICATEN VAN GEEN CITAAT

BEZWAAR

De Minister van Onderwijs, Kunsten

en Wetenschappen deelt ons

mede, dat sedert enige tijd een verscherpte

controle wordt gehouden op

het bezit van de certificaten van geen

bezwaar, zonder welke het verboden

is een journalistieke functie te vervullen.

Reeds z"ijn ter zake enige

processen-verbaal opgemaakt.

We menen daarom goed te doen de

aandacht der leden te vestigen op de

volgende bepalingen van de Wet

Nood voorziening Perswezen:

Artikel 14.

Het is verboden iemand, die door

de Commissie of door de Raad van

Beroep is ontzet, of door de Commissie

voorlopig onzet van het recht,

bedoeld in artikel 2, respectievelijk

artikel 2 van het Tijdelijk Persbesluit

1945, dan wel iemand die niet in het

bezit is van een door de Commissie

uitgereikt certificaat of voorlopig

certificaat van geen bezwaar als bedoeld

in artikel 15, een journalistieke

of leidende niet-journalistieke functie

te laten vervullen.

Artikel 15.

1. Het certificaat van geen bezwaar,

bedoeld in artikel 14, wordt

op aanvrage verleend door de Commissie,

tenzij is of wordt overgegaan

|ot ontzetting of voorlopige ontzetting

van recht of op grond van de

fiouding van de aanvrager in verband

met de bezetting moet worden

6

yerwacht, dat zijn optreden in een

journalistieke of leidende niet-journalistieke

functie in het perswezen/de

goede naam van de Nederlandse pers

zal schaden.

2. In afwachting van een definitieve

beslissing verleent de Commissie

binnen 30 dagen, nadat de aanvraag

is ontvangen, aan de persoon,

bedoeld in lid 1, een voorlopig certificaat,

tenzij is of wordt overgegaan

tot voorlopige ontzetting van recht

of de Commissie beslist, dat op grond

van het slot van het vorige lid een

certificaat voorlopig niet kan worden

verleend.

Het voorlopig certificaat vervalt

door een definitieve beslissing.

3. Tot een weigering van het

certificaat op grond van het slot van

het eerste lid gaat de Commissie niet

over, dan nadat de betrokkene is gehoord

of bij aangetekend schrijven is

opgeroepen. Een weigering wordt in

met redenen omklede uitspraak bij

aangetekend schrijven ter kennis van

betrokkene gebracht.

Artikel 38.

Hij, die in strijd handelt met een

der bepalingen van artikel 14, wordt

gestraft met hechtenis van ten hoogste

drie maanden of geldboete van

ten hoogste vijfduizend gulden.

Het adres der Commissie voor de

Perszuivering is Princessegracht 21,

te 's-Gravenhage.

Commissariaat voor Surinaamse Zaken

Ambtenaar bij de Afdeling Voorlichting, Inlichting

en Propaganda van het Departement van Onderwijs

en Volksontwikkeling in Suriname.

Ter vervuillimg van opgemeiïde functie wordt gevraagd een persoon

met ervaring op redactioneel gebied met stylistisohe gaven,

bij voorkeur beschikkende over — ook in het buitenland verkregen

— praktijk alÖ journalist. Grondige kennis van Engels

en Spaans strekt tot aanbeveling.

UITZENDING: voorshands in tijdelijke dienst en voorlopig" voor

de duur van 3 jaren.

SALARIS: Sur. crt. ƒ 6000.— tot ƒ 7500.r

verhogingen Man ƒ 300.—).

's jaars (5 eenjaar!.

DULRTERIJ SLAGEN:

ƒ 1306.—.

variërend van Sur. crt. ƒ 11201.- tot

UITRUSTINGSKOSTEN: maximaal Sur. crt. ƒ 1500.—.

OVERTOCHT: voor liandsrekeniinig, c.q. ook voor Ihet wettig

gezin.

Gezegelde sollicitaties, met 'beschrijving levensloop en afschrift

diploma's en getuigschriften, alsmede opgave referenties, binnen

10 dagen na verschijnen dezer advertentie te zenden aan: Conir

missariaat voor Surinaamse Zaken (p/a Departement van Overzeese

Gebiedsdelen), Plein 1, Den Haag.

van de maand

Journalistiek is tegenwoordig soms

ook een vorm van kleinkunst: al

het nieuws ie goochelen in een

kleïn^\krant, te jongleren met koppen

en rubrieken, nog afgezien

van de plicht, die de hedendaagse

journalist heeft om bij tijd en wijlen

zijn publiek, naast al de naargeestigheid

van het wereldgebeuren,

ook iets te bieden dat amuseert

of opvrolijkt. Applaus krijgt

hij echter niet, hij weet nooit of

het inslaat, hoogstens komt er

eens een briefje: We are not

amused.

(Fred Thomas in

's Lands Kroniek)

Nieuws uit de N.J.K.

Nieuwe Leden

Per 1 October 1949 zijn aangenomen

als

Gewone leden K.N.J.K.:

H. F. W. Aukes, Ministerpark 1,

Hilversum. (Radio Nederland Wereldomroep).

C. A. M. Middelhoff, Koninginneweg

341, Hilversum. (Radio Nederland

Wereldomroep).

W. M. A. Peters, Vreeswijkstraat 205,

Den Haag. (De Volkskrant).

G. P. Wijers, Berg en Dalseweg 80,

Nijmegen. (Free-lance).

J. J. E. van Baarsel, Hapelingerweg

107, Santpoort. (Algemeen Handelsblad).

Als Adspirant lid K.N.J.K.:

P. W. G. Mom, Jonathanstraat 22,

Den Haag. (Weekblad „Het Kompas").

Jubileum Johan Kuypers

Op 1 October herdacht de heer

Johan Kuypers, sedert 1940 directeur

van De Maasbode, de dag, waarop hij

vóór dertig jaar zijn loopbaan aan

de krant begon.

In een feestelijke bijeenkomst

werd de jubilaris gehuldigd door de

president-commissaris, de heer Margry,

de hoofdredacteur prof. dr. S-

Tesser O.P., de adj.-directeur, de heer

H. Conijn, namens alle afdelingen

door collega W. Pedroli, namens de

buitenlandse correspondenten door

collega Th. Bogaerts uit Brussel. OOK

voerde het woord de oud-directeur,

de heer H. Kuypers, broer van de

jubilaris. ,

Een zeer drukke receptie volgce

op deze hartelijke huldiging. Ons

hoofdbestuur was vertegenwoordigd

door zijn voorzitter.


„Reclame in de redactiékoiommen van de dagbladen"

Antwoord op een uitdaging

N het eerste nummer van de tweede

I jaargang van ons orgaan heeft onze

federatievoorzitter behartigenswaardige

dingen gezegd over „De pers en

het maatschappelijke leven". (Dingen

die met name ook bestemd waren om

buiten onize kringen te worden gehoord,

roden waarom overdrukken

van dat artikel indertijd op ruime

schaal zijn verspreid' onder allerlei

vertegenwoordigers van het maatschappelijk

leven.

Coll. Rooy schreef toen o.a.:

„Het verschil tussen de commerciële

advertentie en het nieuwsbericht

ligt dus vooral hierin, dat met de

eerste een direct belang van de betrokken

onderneming wordt gediend,

hetwelk deze, binnen de grenzen van

openbare orde en goede zeden, kan

aankondigen op de wijze, in de vorm

en met de bijzonderheden, welke haar

goeddunken, terwijl met het laatste

alleen die feiten ter kennis van het

lezende pulbliek worden gebracht,

welke los van het daarbij wellicht

betrokken commerciële belang van

algemene betekenis zijh. Omtrent dit

laatste heeft de voor de inhoud van

het blad' verantwoordelijke journalist

uitsluitend naar de ingeving van zijn

journalistieke geweten te beslissen,

en wel hij alleen en niemand anders."

Verderop deelde coll. Rooy mee dat

de juiste bepaling en handhaving- van

de grens tussen advertentie en nieuws

een punt van bespreking uitmaakte

in de contactcommissie van Federatie

en NJP.D., en hij voegde daar nog

enige opmerkingen aan toe over het

contact tussen particuliere ondernemingen

en pers en over de misverstanden

die zich daarbij nog wel eens

voordoen. Hij besloot:

„•Uit het vorenstaande vloeit voort,

dat voor de normale commerciële

activiteit van ondernemingen geen

toegang tot de redactionele kolommen

moet worden gezocht. Het is echter

mogelijk, dat zich bijzondere omstandigheden

in het leven van een onderneming

voordoen, waaraan door de

pers bekendheid kan worden gegeven,

zonder dat daarmede het rechtstreekse

materiële belang van de onderneming

wordt bevorderd. We doelen op die

feiten, welke in ruimere kring belangstelling

vinden en dikwijls voor de

plaatselijke gemeenschap van betekenis

zijn. Zo bijv. jubilea van ondernemingen

(50-tJarig, 100-jarig bestaan)

, vestiging van nieuwe bedrijven,

welke voor de uitbreiding van de

arbeidsgelegenheid ter plaatse van

wezenlijke betekenis zijp. De beoordeling

van de journalistieke aard van

het nieuws daaromtrent moet echter

ten volle aan de redacties voorbehouden

blijven."

Dit is duidelijke taal. En sindsdien

is er in onze organen herhaaldelijk in

dezelfde zin over deze zaak geschreven.

Opvatting van de industrie

Het is belangwekkend, te zien wat

de duidelijke taal van coll. Rooy ten

slotte heeft uitgewerkt. Dat zij enige

indruk heeft gemaakt, lijkt niet onwaarschijnlijk

; het artikel van de heer

A. iS. Attasio (blijkbaar een .reclamevakman)

over „Reclame ini de redactiékoiommen

van dagbladen" in het

Octobernummer van het maandblad

Nederlands Fabrikaat wekt tenminste

de indruk, dat de schrijver de beschouwingen

van coll. Rooy met aandacht

heeft gevolgd. Hij zegt:

„De Nederlandse pers wenst haar

redactiékoiommen niet open te stellen

voor artikelen, die een meer of minder

verkapte vorm van reclame betekenen

en neemt soortgelijke artikelen

alleen dan op, wanneer het

nieuws-element prevaleert."

We zien echter meteen, dat hiermee

de zaak, zoals coll. Rooy ze heeft gesteld,

op haar kop wordt gezet.

Coll. Rooy betoogde — en dit is

het enige juiste standpunt voor een

krantenman, of hij nu in de redactievertrekken

of in de directiekamer

zetelt —: Reclame hoort niet in de

redactiekolomimen thuis. Vermelding

van of mededelingen over zaken en

bedrijven zijn daarom alleen op hun

plaats wanneer zij nieuws zijn (niet:

wanneer het nieuwselement er in prevaleert!).

Dat de vermelding op zichzelf

de betrokkene uit reclame-oogpunt

welkom is, is voor ons een toevallige

bijkomstigheid.

De heer Attasio draait de zaak om.

„Het behoeft geen nader betoog," zo

begint hij zijn artikel, „dat de vermelding

van uw firmanaam in de

redactiekolommen van dagbladen buitengewoon

belangrijk voor uw goodwill

is: een gratis publiciteit, die

vooral bij herhaling goodwill-verhoging

kan betekenen." En zijn hele

artikel komt eigenlijk 'neer op een

poging om zijn lezers te leren, van die

gratis publiciteit zo veel mogelijk te

profiteren door tussen de mazen door

te glippen van het eet dat de mensen

van de krant tot wering van kosteloze

reclame hebben opgehangen.

Nu is het duidelijk dat wij alleen uit

zakelijke overwegingen al ons teweer

moeten stellen tegen het streven dat

zich hier openbaart. Het zou al te

dwaas zijn als wij' in onze eigen

redactiekolommen de handelswaar

„publiciteit", die onze advertentieafdelingen

met zoveel inspanning

trachten te verkopen, om ndet zouden

leveren.

Belangrijker is echter de principiële

overweging, dat handels- en andere

reclame in onze redactiekolommen

ndet thuis hoort, ook niet en juist niet

wanneer zij zich met een vroom gezicht

aandient als „nieuws".

„Gratis publiciteit"

De heer Attasio geeft ten behoeve

van zijn lezers een opsomming van

wat in het bedrijfs- en zakenleven als

nieuws zou kunnen worden beschouwd.

Hij igaat daarbij natuurlijk zo ver

mogelijk, onder het motto: Geen kans

voorbij laten gaan om in de krant te

komen! Wil de krant alleen maar

nieuws — goed: wij, zakenlieden, zullen

zorgen dat ze nieuws krijgt....

ons nieuws, bij voorkeur met naam

en adres er bij.

Onder het hoofd „Wat is nieuws?"

somt de schrijver in Nederlands Faibrikaat

op waarover men zo al met

kans op succes 'berichten ter plaatsing

kan aanbieden:

„Aanstelling van belangrijke directeuren,

chefs of empiloyé's. Promotie

van een in dienst zijnde werknemer.

Jubilea. Speciale ondierscheidingen

van u en uw personeel, evenals de

verkiezing m één of andere functie.

Hobby's van u>w personeelsleden;

speeches ent redevoeringen van uw

personeelsleden, met uw bedrijf verband

houdend, evenals vele voorzieningen

op het terrein van de personal

relations. Ondememingsnieuws (b.v.

de uitslag van een prijsvraag)...."

Dit is slechts een uittreksel uit de

lijst. En daarop volgt nog eens, voer

wie het vergeten 'mocht zijn:

„Een publiciteitsafdeling, die de gebeurtenissen

weet tie signaleren kan

dus vopr een zeer belangrijke, bijna

gratis, publiciteit zorg dragen. Het

belang van' deze reclame kan niet genoeg

worden onderstreept. Er zal

echter angstvallig voor moeten worden

gewaakt, dat steeds het nieuwselement

prevaleert".. . .

«... niet o>m enigerlei principiële

reden, want die is blijkens het voorafgaande

niet aanwezig, maar eenvoudig

omdat anders de redacties er niet

WED. Wm HOLST

AMSTERDAM (C.)

HARINGPAKKERSSTEEG 10-18

TELEFOON 45062 en 49627

FOTO-

ARTIKELEN

voor vak-,

industrieel- en

amateurgebruik

GEVESTIGD SINDS 1881


in trappen en dan blijft de bijna gratis

reclame achterwege. Hetgeen natuurlijk

zonde zou zijn.

Nieuwswaarde is relatief

Hoe dienen wij hier nu tegenover

te staan?

'Overeenkomstig de maatstaven die

coll. 'Rooy in zijn bovenaangehaalde

artikel heeft gesteld. Of een bericht

van algemene betekenis is, is een zaak

waaromtrent „de voor de inhoud van

het blad verantwoordelijke journalist

uitsluitend naar de ingeving van zijn

journalistieke geweten (heeft) te beslissen,

en wel hij alleen en niemand

anders." En: „De beoordeling van de

journalistieke aard van het nieuws

daaromtrent (d.w.z. omtrent jubilea,

vestigingen enz.) moet.... ten volle

aan de redactie voorbehouden blijven."

Dit ibetekent dat het onmogelijk is

voor deze dingen vaste regels op te

stellen, zoals dat in het artikel in

Nederlands Fabrikaat min of meer

wordt geprobeerd: dit is geschikt en

dat niet. Alles hangt hier van plaats

en omstandigheden af.

Bedrijfspersonalia en interne: gebeurtenissen

hebben 1 een heel andere

betekenis en nieuwswaarde in een

kleine plaats waar iedereen iedereen

kent, dan in een grote stad. Een mutatie

in het personeel, de opening van

een 'bedrijfscantine zullen nieuws zijn

voor een klein plaatselijk blad, waarin

bovendien de waarde van zo'n bericht

uit reclame-oogpunt voor het

betrokken bedrijf zo goed als nihil is.

In een groter blad zou hetzelfde bericht

geen nieuwswaarde hebben, de

reclamewaarde van de vermelding van

het Ibedrijf daarentegen veel groter

zijn.

Jubilea (vooral wanneer ze een

zekere zeldzaamheid hebben) en onderscheidingen

zijn natuurlijk nieuws.

Of echter een min of meer uitvoerige

vermelding van. de zaak of het bedrijf

waarbij de gehuldigde werkzaam is,

een essentieel element van dat nieuws

uitmaakt, is een vraag die van geval

tot geval onder het oog dient te worsen

gezien. Vooral tegenover „een

publiciteitsafdeling, die de gebeurtenissen

weet te signaleren" met het

oog op „een zeer (belangrijke, vrijwel

gratis, publiciteit" kan: het wel eens

dienstig zijn een bericht in dier voege

te wijzigen, dat (mededeling wordt gedaan

van de onderscheiddnig ten deel

gevallen aan de heer N.N., industrieel

te X.

Geen „juristerij"!

Over „speeches en redevoeringen

van personeelsleden, met het bedrijf

verband houdend", 'behoeven we natuurlijk

geen woord te verliezen —

tenzij, alweer, het algemeen belang

overweegt. Dit zal b.v. het geval kunnen

zijn 'wanneer dr Plesman het

woord richt tot de hele K.L.M. —

maar hetzelfde kan ook gelden voor

een toespraak van de directeur van

een sigarenfabriek met vijftig man

personeel, wanneer dit bedrijf de industrie

is waar de welvaart van het

dorp mee staat of valt. In het laatste

8

Mijnheer de Redacteur....

PERS IN HET SLOT

Gaarne zou ik op het stukje „Pers

in het slot" van de heer S. Zoetmulder

in „De Katholieke Journalist"

van October een kort antwoord en een

toelichting geven. Ik krijg de indruk,

dat de heer Zoetmulder mijn opmerking

aan het adres van de autoriteiten

heeft opgevat als een verwijt

aan hem zelf. Dit is zeer zeker niet

de bedoeling geweest. Ik gun de heer

Zoetmulder gaarne de exclusieve

gelegenheid, die hem werd geboden

om het slot van Catharinadal te

bezoeken en het is verre van mij te

veronderstellen, dat hij in collegialiteit

tekort zou zijn geschoten.,Wanneer

ik heb geschreven, dat de gehele

landelijke katholieke pers van het

bezoek aan St. Catharinadal was uitgesloten,

dan bedoel ik precies wat

daar staat, n'.l. dat terwijl de regionale

pers de gelegenheid kreeg in

het klooster binnen te gaan en getuige

te zijn van de ontvangst door

de proost, zij het dan slechts van

een aangrenzend vertrek uit, de vertegenwoordigers

van de drie landelijke

katholieke bladen, n.1. De Maasbode,

De Volkskrant en De Tijd, bij

de toegangspoort werden tegengehouden

en op straat het einde van de

plechtigheid konden afwachten. Behalve

van de hier bedoelde plechtigheid

werden deze trouwens ook uitgesloten

bij de ontvangst door de

gilden op het voorplein van het Gouvernementshuis

in Den Bosch en

van de toegang tot de boerenschuur

in Middelbeers. Daar de belangen

van deze bladen in het katholieke

Zuiden zeker niet onderdoen voor die

van verscheidene regionale bladen,

meende ik, dat onze lezers het rechi

geval geldt het uiteraard alleen voor

het streekfolaadje.

Aan de andere kant moeten wij de

moed en de onafhankelijkheid hebben,

dingen bijt hun gangbare naam te

noemen ook wanneer de vermelding

van die naam formeel genomen als

reclame zou kunnen worden opgevat,

en ons dus de toorn op de hals zou

Ikunnen halen van een concurrent aan

wie even tevoren gratis publiciteit is

geweigerd.

Bij de: Omroep toestaat een absoluut

reclameverbod, dat dan ook naar de

letter wordt gehandhaafd. Het gevolg

is, dat er eens de grootste moeilijkheden

zijn ontstaan toen een spreker

in alle onschuld zo iets gezegd had

als: „Dan neeimt u maar een aspirientje."

Imimers, dat was een rechtstreekse

aanbeveling van een merkartikel!

Hij had 'moeten zeggen: „Dan

neemt u maar een ta'blet acidum

aceto-salicylicum."

Tot zulke dwaasheden vervalt men

wanneer men zich vastklampt aan

formele voorschriften in plaats van

aan de werkelijkheid van het taalgebruik.

hadden te weten, waarom hun blad

geen ooggetuigeverslag van deze

plechtigheid kon geven.

Mijn bezwaar geldt dus niet een

tekort schieten in enig opzicht van

de heer Zoetmulder, wel echter het

feit, dat tijdens het koninklijk bezoek

aan Noord-Brabant de belangen van

de landelijke katholieke pers werden

achtergesteld, zowel bij de belangen

der regionale bladen, als bij die van

radio en film.

H. DE PONT

Naschrift.

(Allerminst heb ik de opmerking

in De Tijd aan het adres van de

autoriteiten opgevat als gericht tegen

onderget. Ik weet ook heel goed, dat

collega De Pont de bedoeling daartoe

geenszins heeft gehad. Het ging er

mij alleen om, in het geval, dat ik

een bevoorrechte positie gekregen

had, te verduidelijken, dat de autoriteiten

bij de bestaande kloosterbepalingen

bezwaarlijk anders konden

handelen. Dat de vertegenwoordigers

van drie grote katholieke bladen bij

de poort zijn tegengehouden, was mij

onbekend. Ik vermoed echter, dat hun

kaart de toelating niet vermeldde,

hetgeen me vreemd voorkomt, want

in de hall van de prostdij was voldoende

ruimte om meer profanen

te laten kijken en, toehoren dan de

paar collegae, die met mij de vertegenwoordiger

van de R.V.D. waren

gevolgd naar de proostenkamer. Voor

het overige is het inderdaad waar,

dat de dusgenaamde landelijke bladen

bij dit bezoek niet die faciliteiten

genoten als voor de organen van het

eigen gewest waren gereserveerd.

Ook ik heb dat jammer gevonden.

S. Z.)

Als moeder in de keuken water,

suiker, cacao en vanille kookt en het

afgekoelde eindproduct in glazen aanlengt

met melk of spuitwater, roepen

de kinderen: „Ha fosco!" Voor

de firma Korff is dit misschien een

ongewenst gevolg van de populariteit

van haar product, maar over zulke

dingen beslist de spraakmakende gemeente

en niet een of ander voorschrift.

Met theoretische opvattingen

kunnen .wij in de krant weinig beginnen.

Aan een lijst van wat mag en wat

niet mag, hebben wij minder dan

niets. Zo'n lijst vormt namelijk een

net, voor welks mazen gladde alen

zich zullen verdringen — en dan

rechten zullen Willen laten gelden als

zij er door weten te kruipen.

Slechts de ingeving van ons journalistieke

geweten, en de zelfstandigheid:

die het gevolg is van het besef,

dat geweten en niets dan dat geweten

te hebben gevolgd, kunnen en moeten

ons leiden bij het weren van reclame

uit de redaetiekolommen van dagbladen.

YGE FOPPEMA


Zijn de dagen van de linotype geteld?

„Binnen zes maanden kunnen we

de Linotypes definitief aan de kant

zetten," zei de man die de revolutie

in de zetterij duidelijk maakte.

Nu wees het feit dat de batterij

van honderd zetmachines in dit Chicagose

krantenbedrijf zo zorgvuldig

klaar werd gehouden voor het gebruik

duidelijk op een niet geringe

„overdrijving" van zijn kant.

Maar niettemin staan een driehonderd

zetmachines werkloos onder de

hoezen in alle Chicagose krantendrukkerijen

zonder dat de kiosken in

de „Loop" — het zwartberoete centrum

van deze metropolis — het

zonder de Tribune, de Daily News,

Herald-American of Sun-Times behoeven

te stellen. En als men drie

dagen niet anders dan déze kranten

in handen heeft gehad, weet men bijna

niet meer dat er uiterlijk iets vreemds

is aan de bladen in Chicago: ze

worden niet gezet met Linotypes

maar getikt op Veritypes, de schrijf-

•machine-met-regel-uityuller.

De Veritype, in omvang niet veel

groter dan een normale schrijfmachine,

is echter niet alléén verantwoordelijk

voor het doorverschijnen

van de Chicagose kranten ondanks

de bijna twee jaar durende zettersstaking.

Het Amerikaanse vakverenigingswezen

is een wonderlijke beweging.

De zetters in het krantenbedrijf staken

nu wel, maar dat wil niet zeggen

dat de drukkers of andere technici

óók staken. Het wil zelfs niet zeggen

dat de zetters in de loondrukkerijen,

waar negentig procent van de dagbladadvertenties

worden gemaakt,

meestaken. Het zou een kleine kunst

zijn geweest met medewerking van

(Chicago Tribune Press Service)

Washington, kuly kk—Prot ets

against the moover commission,s

proposals to reorganize the government

are rolling in on congress

ernment are rolling in on congress

from agencies that stand to lose

power and payrollers under the

mmmmm

tthis resistance by entrenched

burocratic units comes as no surprise,

even to members of the

moover commission, tthe commission

in its final report summarizing

kkk proposals for improving

federal service and saving money

warned that there would be cries

of anguish from affected agencies,

it urgec ongress to take these proit

urged congress to take these

protests with a grain of sat and

it urged congress to take these

protests

Eerste proef. Tikfouten komen er

hier niet erg op aan, so lang niet

meer ruimte wordt gebruikt dan

noodzakelijk is.

PROTEST ,monday July 25

(Chicago Tribune Press Service)

Washington, July 24-Protests

against the Hoover commission's

proposals to reorganize the government

are f

ernment are rolling in on congress

from agencies that stand to lose

power and payrollers under the

plan.

This resistance by entrenched

burocratic units comes as no surprise,

even to members of the

Hoover commission. The commission

in its final report summarizing

277 proposals for improving

federal service and saving money

warned that there would be cries

of anguish from affected agencies.

It urged congress to take these pro-

It urged congress to take these

profc ets with a grain of salt and

It urged Congress to take these

„Vuile proef." Sommige krantenlezers

vinden de Veritype-letter duidelijker

dan de zetmachinel&tter.

een van deze groepen, elk in een

afzonderlijke vakbond georganiseerd,

McCormick of Marshall Fields,'

Hearst en Scripps-Howard in een

moeilijke positie te brengen.

Wat nu gebeurt, is: „They are

striking themselves out of a job",

alweder met de woorden van de man

met de Veritype.

Want dit is nu juist de kans waarop

Veritype wachtte. Een kleine machine

die in zijn eentje het werk van

twee Linotypes doet en maar $ 2700

kost. Die daarbij door een eenvoudige

typist van zestig dollar in de week

(tegen honderd en meer voor een

Linotyper) kan worden bediend.

In de plaats van 115 Linotypes in

het bedrijf waar ik nu over spreek,

kwamen 68 Veritypes. Een zwerm

van halfwas meisjes streek neer achter

de machines. Alle kopij moet

tweemaal getikt worden: eerst een

proefdruk, die de lengte van het stuk

bepaalt, daarna een „vuile proef",

waarin, dank zij het patent van de

Veritype, dat zo zwaar beschermd is

dat het technische geheim er van

JONGEMAN,

kennis van moderne talen (enk.

jaren H.B.S.) en graf. techn., interesse

in en kennis van publiciteit,

mom. werkzaam als ass.-opmaker-journalist,

wil zijn positie

verbeteren. Liefst bij middelgroot

dagblad, waar hij zich verder kan

bekwamen.

Brieven onder No. 150/48, „De

Katholieke Journalist", Koningsstraat

22b, Hilversum.

niet mag worden onthuld, de regels

worden „uitgevuld". De „vuile proef"

moet dan nog worden gecorrigeerd

volgens een systeem dat behoorlijk

voor verbetering vatbaar is. Alle

fouten moeten worden uitgeknipt en

overgeplakt met de goede woorden.

Wordt dus een fout door de tikker

zelf opgemerkt, dan zal hij de regel

in zijn geheel overmaken. De corrector,

in de vorm van wederom een

lieftallige „glamor girl" — het moet

gezegd dat uit aesthetisch oogpunt

de zetterij en correctiekamer er niet

op achteruit gaan! — knipt de kopij

los en schuift het geheel een regel

op. Een kind kan de was doen.

Alles geschiedt ongeveer in dezelfde

tijd als op de conventionele

wijze met de Linotype. Het is een

aanzienlijk stuk goedkoper zo lang

de Veritypers nog niet georganiseerd

zijn, wat niet zal gebeuren, zolang

iedereen in twee weken kan leren

typen.

Dan komt echter de tweede fase,

die tot nog toe het grootste struikelblok

vormt.

De kopij, die netjes op grote vellen

ingeplakt is met open plaatsen

voor koppen (deels ge-Verityped,

deels niet de hand gezet door een

andere zwerm jongedames) en advertenties,

moet worden geclicheerd. Voor

een normale weekdag moeten dus,

behalve voor foto's en advertenties,

een zestig pagina-grote cliché's worden

gemaakt, die dan worden gerond

voor de rotatiepersen.

Dit clichémaken neemt zóveel tijd,

dat met man en macht aan een verbeterd

systeem wordt gewerkt. Het

tijdrovende clicheren is er nu nog

oorzaak van dat de ochtendbladen in

TWO GUNMEN STEAL

AUTO, ROB OWNER AND

HOLD UP S. SIDE BAR

Two gunmen eariy yesterday'

stole an automobile from Irving

C. Law. 23, of 9036 Wallace st..

a combustion engineer employed

by theCamegle-Illinois Steel company.

He said the gunmen entered

his car while It was parked at

82d st. and Yates av., and robbed

him of $8, and took $6 from Miss

Gloria Krezmer, 21, of 8049 Manistee

av. The gunmen forced the

couple to get out and rode away

in Law's car. A few minutes later

the same gunmen robbed Cyril

O'Brien, 9220 Manistee av., and

two customers In O'Brien's tavern

at 2719 E. 92d St., of $232.

1 ' -" -•-•'•pi' i 'i • i'. i

Bericht in de Chicago Tribune, die

een verbeterde Verityper gebruikt,

waarin de letters niet groter zijn

dan normale krantenletters, zodat er

geen ruimte verloren gaat. Deze koppen

worden ook op de Verityper

„gezet".

9


]

,, ioouer aitd ex-convict.

Aid reaches

victims ©I

Turkish giaake

Istanbul, Turkey (AP)--Rescue

patties brought aid Sunday to

victim» of a violent earthquake

which smashed ancient villages

and panicked thousands along

the shores of the Aegean Sea

late Saturday near Izmir,Turkey's

second largest port. Unofficial

reports said scores were killed.

(The quake also hit the Greek

island of Khios,'12 miles off the

Turkish Coast, injuring at least

20, Athens officials reported.)

The Aegean seacoast town

of Karaburun, at the entrance

to the estuary leading to Izmir,

was reported hardest hit. First

reports said more than 100 houses

Were demolished in Karaburun,

w1.r.v v —'ation of 7,000.

Andere Chicagose bladen dan de

Tribune hebben de oorspronkelijke

Veritype, waarmee iets meer ruimte

wordt verspeeld. Deze kop is met de

hand gezet.

Chicago avondbladen zijn geworden

en de avondbladen pas de volgende

ochtend kunnen uitkomen.

Zo lang de Linotypes nog klaar

worden gehouden, zit er elke dag

een flink verlies in de staking. Zou

men echter inderdaad binnen zes

maanden het struikelblok van de

cliché-tijd hebben opgeruimd, dan is

het niet uitgesloten dat de zetterij

voor goed wordt afgesloten.

Chicago. PAUL, VAN 'T VEER.

10

JOURNALISTIEK JOURNAAL

% Voor een betrekkelijk kleine

kring van collegae heb ik onlangs

in Amsterdam in een korte inleiding

tot een gedachtenwisseling een paar

stellingen geponeerd, die ik op deze

plaats wil „doorgeven", omdat mij

gebleken is dat er belangstelling voor

bestond, die zich óók uitte in veel

anti-critiek ter vermelde bijeenkomst.

• Mijn eerste stelling was dat,

na de oorlog, vele „kleine" dagbladen,

zowel in sommige grote steden

als in de provincie, redactioneel zulk

een vlucht hebben genomen dat daardoor

wellicht een wijziging zal ontstaan

in het pers-beeld dat wij van

ouds in Nederland kennen. Een wijziging

die ten gevolge zal hebben

a) dat de landelijke, de grote dagbladen

aan debiet zullen verliezen aan

de „kleine pers", b) dat de grote

weekbladen dan eveneens een deel

van het tegenwoordige debiet deilandelijke

bladen zullen overnemen.

• Ik stelde in dit verband, dat

steeds meer provinciale dagbladen zó

perfect worden in hun zakelijke berichtgeving

en in hun (groepsgewijs

betrokken) buitenlandse correspondenties,

dat lezers van die kranten

aan hun plaatselijk dagblad genoeg

hebben en dat zij dan, desgewenst,

voor hun „diepere" informatie, één

maal per week een groot weekblad

kunnen lezen.

• Ik stelde tevens dat juist het

plaatselijk dagblad naast zijn „grotere"

berichtgeving het plaatselijke

en provinciale element in zo ruime

mate geeft, dat daarin voor een groot

deel een „escape"- of, zo ge wilt

„knusheids"-element naar voren

komt, waaraan een groot gedeelte

van het grote publiek (zogenaamde

intellectuelen zeker niet uitgezonderd)

steeds meer behoefte gevoelt

naarmate het wereldtafereel schrikbarender

wordt.

• Zo krijgt de provinciale pers,

naast zijn, steeds vollediger geworden,

„grote" berichtgeving, die —

dank zij persbureaux, telex en gezamenlijk

aangestelde buitenlandse

correspondenten — in veler behoeften

volledig gaat voorzien, het voordeel

van het eigene en daardoor gezellige,

dat de landelijke niet kan

geven, althans niet in de mate waarin

de kleinere bladen dat kunnen

doen.

% Men begrijpe dat het bovenstaande

een objectieve constatering

:s van een feit dat mijns inziens nu

reeds evident gaat worden en dat,

naar mijn inzien, steeds meer aan

duidelijkheid zal gaan winnen.

0 Ik meen bovendien dat plaatselijke

edities van landelijke bladen

nooit deze ontwikkeling zullen kunnen

tegenhouden, omdat die nooit

zó plaatselijk kunnen zijn als het

geheel-plaatselijk blad.

# Bovendien heb ik gesteld dat

een steeds-verminderd-gezag te vermoeden

(ik kon uiteraard niet zeggen:

te constateren) valt van a)

hoofdartikelen b) subjectieve copy

zoals: Kameroverzichten en kunstcritieken.

Een steeds verminderd gezag

zowel bij de overheid als bij het

lezerscorps, zij het dat deze vermindering

bij de overheid'naar mijn gevoel

niet in die grote mate heeft

VULPENHOUDERS

ZORG DAT UW GEREEDSCHAP GOED IN ORDE IS

PRIMA REPARATIES - GROTE KEUZE DIV. MERKEN

SPECIAAL MAIL-ORDERS

VULPENHUIS

ADIA GOUD

SPUISTRAAT 179, hoek Paleisstraat, AMSTERDAM, Telef. 31293


De pers in

N Wenen zijn méér dan genoeg

I kranten en nergens weerspiegelt

zich de onmogelijke en onverkwikkelijke

toestand, waarin dit land zich

nu al meer dan vier jaar bevindt,

duidelijker, dan in de pers.

Dat de kwaliteit van de dagbladen

erop vooruit gaat door deze toestand,

kunnen we niet beweren, aldus een

redacteur van de Gelderlander-pers;

ze voeren vaak een kleinzielige en

heftige „koude" oorlog tegen elkaar,

waarin de geallieerde bladen overigens

het (minder) goede voorbeeld

geven. Maar de kwantiteit is in ieder

geval overweldigend.

Vooreerst geven de bezetters natuurlijk

hun eigen kranten uit. Het

beste blad is de „Wiener Kurier",

van de Amerikanen. Deze krant is

pro Oostenrijks, en beslist fèl anti-

Russisch, zo onomwonden anti, als

slechts een Amerikaans blad zich

hier in Wenen kan veroorloven.

Daaraan dankt het blad dan ook zijn

plaats gehad en nog steeds plaats

heeft als bij de algemene lezerskring.

0 Wèl wordt gezag gegeven aan

hoofdartikelen welker schrijvers uit

hoofde van hun functie of beroep

ex-origine gezaghebbend zijn. Waarmede

ik dus wil stellen dat het anonieme

hoofdartikel in gezaghebbendheid

is achteruit gegaan. Hierbij

komt dat de grote „issues" voor

steeds grotere lezersgroepen steeds

onbegrijpelijker worden. (He+ zou de

moeite van een publiek opinie-onderzoek

lonen wanneer zulk een onderzoek

zich eens richten zou op de

vragen: „hoeveel leest ge en hebt ge

gelezen van alles wat uw dagblad u

heeft medegedeeld over de Indonesische

kwestie; de Ronde Tafel Conferentie;

de Benelux?")

• Met deze te korte en te directgestelde

(doch stellig door mij geloofde)

opmerkingen heb ik willen

aantonen dat er mijns inziens, van

hun standpunt gezien, een gevaar

moet bestaan dat de landelijke dagbladen

steeds meer aan oplaag en

invloed zullen gaan verliezen aan de

provinciale (en wellicht ook aan de

wekelijkse) pers. Ik wilde deze stelling

ter overdenking geven, doch

bovenal ter discussie stellen. Het

onderwerp is, in het kader van ons

beroep en deszelfs belangen, dunkt

mij, van groot en actueel belang..

E.

R.K. jongeman, 24 jaar, in het

bezit diploma 6 jaar gymn B,

zoekt plaatsing als

VERSLAGGEVER

bij R.K. dagblad. Reeds twee ; aar

ervaring als zodanig.

Brieven onder No. 152/48, ,De

Katholieke Journalist", Koningsstraat

22b, Hilversum.

Oostenrijk

grootste oplage van alle Weense

kranten, n.1. meer dan 300.000.

Het Britse element geeft de „Weltpresse"

uit, die als „labour party"

krant, pro-socialistisch is. Het blad

heeft een oplage van 120.000.

De oplage van de Russische krant,

de „Oesterreichische Zeitung" is onbekend;

typografisch ziet de krant er

beslist miserabel uit en voor zover

we konden nagaan, wordt ze dan ook

door niemand gelezen.

In de Russische zone van Oostenrijk

heeft die krant een zekere oplaag,

dank zij de gedwongen abonnementen.

Zelf hebben we van dorpsbewoners

uit „'t Oosten" gehoord,

hoe een colporteur van die krant bij

hen kwam, om een abonnement te

verkopen". Bij een weigering wordt

dan de naam opgeschreven en wordt

terloops de bemerking gemaakt, dat

zo'n houding wel eens ernstige, ja

zelfs „verdwijnende" gevolgen kan

hebben. Het resultaat is dan weer

een nieuwe abonné.

De Fransen hadden hier ook een

krant, maar die is, bij gebrek aan

lezers, ten minste eerlijk opgeheven.

„Onafhankelijken"

Tot de tweede categorie dagbladen

behoren de „onafhankelijke" bladen,

zoals „Neues Oesterreich". Dit blad

was het eerste, dat na 1945 verscheen;

werd oorspronkelijk geredigeerd

door alle drie partijen en stond

toen onder leiding van de communist

Ernst Fischer. Maar sinds de communisten

uit de regering zijn uitgesloten,

ging ook Fischer heen en is

't blad gewoon „democratisch". Het

heeft een oplage van bijna 300.000.

-Sinds enkele maanden bestaat ook

„Die Presse" weer als dagblad, al is

het dan ook met een bedroevend kleine

oplage. Op economisch gebied is

deze krant liberaal, maar wat haar

wereldbeschouwing betreft, christelijk

humanistisch. Haar hoofdredacteur

dr. Ernest Molder, is goed katholiek

en diens echtgenote, Paula

Preradovinz, de kleindochter van de

nationale dichter der Kroaten, de bekendste

katholieke schrijfster van

Oostenrijk.

En dan natuurlijk, hebben ook de

drie grote politieke partijen hun

eigen dagbladpers. Zo geeft de Volkspartij

de „Tageszeitung" uit, een

zeer goede en prettig geredigeerde

krant, die echter niet meer dan 24.000

lezers heeft. Daarnaast verschijnt het

„Kleine Volksblatt", een krantje met

een onooglijk klein formaat, maar

HET lijfblad van de kleine man in

Wenen. Het heeft dan ook een oplage

van 250- tot 300.000 per dag.

De „Arbeiter Zeitung" die tot de

beste kranten van Wenen behoort,

wordt uitgegeven door de socialistische

partij. Haar toon jegens de

communisten en jegens de Russen is

opmerkelijk scherp. Waarschijnlijk

kan zij zich dit veroorloven, omdat

de drukkerij onder Britse bescher­

ming staat. Want ook de Weens

Britse „Morning Post" wordt daar

gedrukt.

De communisten hebben twee dagbladen,

die geen van beide worden

gelezen. De „Volksstimme" is het officiële

partijblad en „Der Abend" een

communistisch boulevardblad, dat

wemelt van de bloedigste moord- en

doodslagverhalen. Dit laatste is

merkwaardig, omdat de hoofdredacteur

van „Der Abend", dr. Bruno

Frei, beslist tot de meest intelligente

en bekwame journalisten van Wenen

behoort.

Over de verkoop van „Der Abend"

hebben we eens ons licht opgestoken

bij de grootste kranten-„stand" van

Wenen op de hoek van de Opernring

en de Karntnerstrasse. Daar vertelde

men ons, dat „Der Abend" weliswaar

verreweg de grootste provisie geeft

bij de verkoop, maar dat ze de krant

maar niet kwijt kunnen raken. Ze

hadden in een week 150 nummers van

„Der Abend" verkocht, tegen 300 of

400 nummers van de „Wiener Kurier"

per dag.

Provinciale pers

De provinciale pers heeft over het

algemeen weinig invloed. Want Wenen

is per slot van rekening een soort

Waterhoofd, waar alles in Oostenrijk

zich concentreert. Een uitzondering

hierop maken „Das Steier Blatt", dat

in Grasz verschijnt en tot de Volkspartij

behoort en de „Kleine Zeitung"

de enige eigenlijke katholieke krant

van Oostenrijk.

Ook de „Salszburger Nachrichten"

worden in Wenen veel gelezen. Het

blad, dat in het betrekkelijk kleine

stadje Salzburg verschijnt, heeft dan

ook een oplage van 150.000. De reden

van deze grote verspreiding ligt in

het feit, dat dit blad tot geen enkele

partij behoort en van alles durft te

schrijven, wat men in Wenen nooit

zou kunnen drukken, maar wel heel

erg graag leest.

Tot de weekbladen die toonaangevend

zijn, behoort in de eerste

plaats de onafhankelijke en katholieke

„Furche". Dit is een blad, dat

met aandacht dient gelezen te worden,

het is bijzonder goed geïnformeerd

over de gebeurtenissen achter

het ijzeren scherm, is sociaal vooruitstrevend

en is niet alleen verreweg

het beste weekblad van Oostenrijk,

maar — volgens het oordeel van velen

— ook een van de allerbeste

weekbladen in de wereld. Het blad

heeft een oplage van 40.000 exemplaren.

Het Minahassa-vraagstuk

Het Ministerie van Voorlichting

van de Regering van Oost-Indonesië

heeft ons een aantal exemplaren toegezonden

van de brochure „Wensdroom

of Werkelijkheid", waarin de

heer P. A. Wansink verschillende

aspecten van het Minahassa-vraagstuk

behandelt. Leden, die voor

deze brochure belangstelling mochten

hebben, kunnen deze aanvragen bij

het Federatie-Bureau.

11


FOEI! FOEI! FOEI!

Film en beeldroman hebben bij het

publiek wel de indruk gewekt, dat

journalisten onbescheiden wezens

zijn, meent de Nieuwe Rotterdamse

Courant. Hun onbescheidenheid hebben

zij nodig om achter allerlei geheimen

te komen en in spionnentrucjes

zijn zij doorkneed; zo althans

kan die indruk zijn. Als journalist

zijn wij inderdaad soms erg nieuwsgierig,

maar toch komt het beeld, dat

het publiek hier en daar van de journalist

heeft, niet steeds met de werkelijkheid

overeen. Er zijn grenzen

van fatsoen. En het merkwaardige is,

dat een fatsoenlijke journalist niet

eens erg onbescheiden hoeft te zijn

om kennis te krijgen van geheimen;

want omdat hij fatsoenlijk is weet

men, dat hij van zijn kennis alleen

op een fatsoenlijke manier gebruik

zal maken.

Des te erger is het, wanneer in

werkelijkheid eens een journalist op

onfatsoen wordt betrapt. Want dan

kan men verder van alles van hem

verwachten; in het bijzonder kan men

dan verwachten, dat hij op een onfatsoenlijke

manier van zijn onfatsoenlijk

verworven kennis gebruik zal

maken.

Wij zijn niet zo maar bij gebrek

aan een onderwerp aan het moraliseren

geslagen. Een directe aanleiding

konden wij vinden in een bericht

van het A.N.P.: in een plenaire

vergadering van de financieel-economische

commissie der Ronde Tafelconferentie

werd tussen de menigte

deskundigen en adviseurs plotseling

een onbekend gezicht ontdekt. Het

was het gezicht v^an een journalist.

De man werd natuurlijk verwijderd.

Hij had zich buiten de grenzen van

het fatsoen begeven om achter geheimen

te komen.

GOEIE OUWE TIJD...

Natuurlijk vermenigvuldigen zich

de gedachten in de Ridderzaal bij een

12

Het SPECIAAL ADRES voor:

STEMPELS

in

Rubber - Koper - Staal

NAAMPLATEN

Alle graveerwerken etc.

JAC. W. v. PUIJFELIK Jr.

GRAVEUR

Spuistraat 189 - Telefoon 33638

AMSTERDAM

VAN ALLERLEI KAf

internationale gebeurtenis als die der

Ronde Tafel Conferentie. Een van

de conferenties, waarbij de oude zaal

van Floris den' Vijfde een spectaculaire

rol speelde voor de Pers, was

de economische conferentie van het

voorjaar 1922 van de geallieerde leiders

na de vorige wereldoorlog, die

zich voor de moeilijke taak geplaatst

zagen, het economische leven in de

wereld, maar in het bijzonder in

Europa, weer op gang té brengen.

En „Baron Hop" vertelt daarover in

de Haagsche Post:

Die conferentie onderscheidde zich

van haar voorgangsters (Spa, Rappallo,

San Remo, Nice, altemaal

lieflijke badplaatsen), omdat in Den

Haag voor het eerst de Russen in het

overleg zouden worden betrokken.

Het was speciaal aan die Russen te

danken, dat de toevloed van internationale

journalisten naar Den

Haag en Scheveningen (waar het

Oranje Hotel als home aan de Russen

onder leiding van Tsjltsjerin was

toegewezen) bijzonder groot was, in

onderscheid tot op heden met de

RTC, waarin de internationale Pers

niet zoveel belang schijnt te stellen,

doch de aanvoer van Indonesische

journalisten weer bijzonder groot is.

Het optreden van de Russen was

op buitenlands politiek en economisch

gebied toen evenmin een groot succes

als tegenwoordig. Uit een oogpunt

van vooruitgang althans. Anderzijds

leverden de pers-conferenties

bij de Russen in het Oranje Hotel

onvergetelijke tonelen op. Dat waren

nog eens persconferenties! In een

atmosfeer, waar men de sigarettenrook

kon snijden, was er een wild

kruisvuur van vragen in het Frans,

Duits en Engels en de woordvoerder

van de Russen vertoonde verbluffende

staaltjes van vaardigheid in het

debat. Want deze vragen hadden voor

het merendeel, althans tegen het einde

ener conferentie, weinig of niets

te maken met de economische vraagstukken

van het ogenblik; zij betroffen

de heilstaat, waarvan men zo

weinig wist en zij probeerden nieuwsgierigheid

te bevredigen van de vragers

over heel die „terra incognita",

welke "de Sovjet-Republieken van

Rusland voor de wereld vertegenwoordigen.

Welk een verandering, dat Perscentrum

van toen en dit van thans!

Toen stond de regeringsvoorlichting

nog in haar eerste babyschoenen.

Het was alles geïmproviseerd en

bleef opgedragen aan de Nederlandse

Journalisten Kring en de Haagse

Journalisten Vereniging. Als wij ons

niet vergissen, was het Mr. Bolhuis

van de N.R.Ct, die de leiding had

namens de Kring en H.J.V., bijgestaan

door Emmy Belinfante. En onze in­

ternationale journalist bij uitstek, Mr.

Van Blankenstein, was een van onze

corypheeën, die met de gehele grote

buitenlandse pers bekend was. Een

andere figuur die in de internationale

wereld een vooraanstaande

plaats innam, was Herman Salomonson,

toentertijd de redacteur van de

Gazette de Hollande, het Haagse internationale

blad, dat een weekblad

was, doch dat tijdens de conferentie

drie of vier malen per week verscheen

met in het Frans, Engels en

Duits vertaalde korte uittreksels uit

de internationale en Nederlandse

pers van artikelen en commentaren

op de conferentie. Hoe zwol onze

nog jonge borst, toen wij vertalingen

in het Frans, Duits en Engels lazen

van onze eigen visie in die dagen op

de politiek, want er werd uit die

vertalingen trouw overgenomen in de

grote wereldpers.

EEN AARDIGE FIGUUR

Onlangs \vierde „Meester Jansen,

een Apeldoornse collega van ons zijn

tachtigste verjaardag. Zulke aardige

en goede figuren in ons vaJk zijn ons

altijd dierbaar. iZij mogen dan al geen

wereldfoeroemdheden zijn, hun aanwezigheid'

in onze stiel is een goed ding

en wij hebben grote achting voor hen.

Daarom 1 nemen wij wat over van wat

de Nieuwe Apeldoornse Courant, over

meester Jansen vertelde: Het was op

6 Juli vijf en zestig jaar geleden, dat

meester — zoals hij in de wandeling

genoemd wordt — Willem Jansen,

destijds nog een knaap van vijftien

jaar, in de Beemte begon als verslaggever

van ons blad, toen nog Oude

Apeldoornse Courant. Op die dag, de

eerste Zondag in Juli 1884, verdronk

een 'kind van de landbouwer H. Huisman

uit Vaassensebroek in 't kanaal

en met zijn vader, die in Beemte hoofd

van de school was, maakte de heer

Jansen de droeve gebeurtenis mee.

Hij schreef er nog dezelfde dag een

verslag over en nadien is hij berichtgever

van ons blad gebleven. Aanvankelijk

voor de Beemte, doch naderhand

ook voor andere dingen. Zo is

meester Jansen o.m. bekend geworden

als dé verslaggever voor alles wat

met de landbouw te maken had en

zal hij in Januari a.s. vijf en twintig

jaar achtereen de zittingen van de

Kantonrechter hebben verslagen. Vermoedelijk

is de heer Jansen wel de

oudste verslaggaver en izal hij de

meeste „dienstjaren" hebben van alle

verslaggevers in Nederland'.

Het is een genot de thans bij


voor de rechtbank in discussie is,

vinden we het vonnis tegen Lunshof

triest. Het brengt de goede samenwerking

tussen Justitie en Pers,

waarbij' de gemeenschap slechts wèl

kan varen, ernstig in het geding. Niet

de bron is in deze (zaak van belang —

ooik al erkent de justitie met deze

vervolging de waarde er van — maar

de juistheid of de valsheid van de

gepubliceerde zaken. Of de documenten

zijn niet juist en dan dienen de

makers er van openlijk ter verantwoording

geroepen te worden, omdat

zij als ambtenaren van de staat valse

verzinsels gefabriceerd hebben, en de

heer Lunshof dient dan wegens smaad

vervolgd te worden; öf de documenten

zijn wèl waar — echt zijn ze

blijkbaar al — en dan mag men afvragen

welke eisen gesteld mogen

worden aan publieke figuren in ons

land, en of het apparaat van de justitie

er toe dient om doofpotten te 'beschermen

en de pers te smoren.

fEr is ons inziens geen andere keus.

Ergens tussen smaad en doofpot ligt

de waarheid; maar niet tussen bron

en geheimhouding.

HAROLD J. LASKI

INLEIDING TOT DE

WETENSCHAP DER POLITIEK

Vertaaid 1 door Prof.

Dr. J. Barents.

Mr.

110 blz. Gebonden ƒ 3.90.

Wat is het karakter van de staat ?

Wat is de rol van de staat in de

gehele samenleving? Hoe is de

staat georganiseerd ? Wat ïs de

verhouding tussen de staat en de

gemeenschap der volken ? Dit zijn

de vragen, die Prof. Laski achtereenvolgens

kernachtig beantwoord.

Hij behandelt in dit buitengewoon

helder gestelde betoog

dug de kernproblemen van del politiek,

maar hoedt zich er overal

voor om zijn werk met technische

bijzonderheden te 'bezwaren en

blijft zich richten tot niet specialistische

lezers. Daardoor heeft

zijcn boek een directheid en een

vaart gekregen, die de inhoud

zeer ten goede komen. Voor iedereen,

die door werk of beiangsteli&ng

met de politiek te maken

heeft, is dit instructieve geschrift

volkomen onmisbaar.

Alom in de boekhandel

verkrijgbaar

N.V. DE ARBEIDERSPERS

Afdeling Uitgeverij - Amsterdam

Holland Typing Office

typt en vermenigvuldigt

snel en accuraat

Vertalen in en uit alle tater*.

Uitzenden van (steno-) typisten

Damrak 44. Tel. 44026—44025.

14

Herziening Statuten Federatie

Toetreding P.C.J.V. maakt wijziging

noodzakelijk

Wij publiceren hieronder de tekst van de Statuten der Federatie, waarin

de door de Federatieraad goedgekeurde wijzigingen zijn verwerkt. Volgens

artikel 18 der thans geldende statuten behoeft deze herziening de goedkeuring

van de algemene vergadering van de N.J.K. en de K.N.J.K.

Met het oog op de voorbereiding dezer vergaderingen, die begin 1950

gehouden zullen worden, verzoeken wij de leden, en in het bijzonder de

afdelingsbestuurders, hiervan kennis te willen nemen.

STATUTEN

voor de Federatie van Nederlandse Journalisten.

NAAM.

Art. 1. De vereniging draagt de naam: Federatie van Nederlandse Journalisten

en is te Amsterdam gevestigd. Zij is aangegaan voor de tijd van

29 jaren en 11 maanden.

DOEL.

Art. 2. De Federatie, zich plaatsende op de grondslag van de door de

Grondwet erkende persvrijheid enerzijds en van de üit de gemeenschapstaak

voortvloeiende verantwoordelijkheid van de journalist anderzijds, heeft ten

doel de behartiging van de belangen van de Nederlandse pers in het algemeen

en die van de Nederlandse journalisten in het bijzonder.

MIDDELEN.

Art. 3. De Federatie tracht haar doel te bereiken langs wettige weg en

wel in het algemeen door de van de aangesloten verenigingen deel uitmakende

journalisten gezamenlijk te vertegenwoordigen in alle gemeenschappelijke

aangelegenheden, met uitzondering van die, waarvan de behartiging

krachtens haar aard aan de afzonderlijke verenigingen is voorbehouden;

de door haar gebezigde bijzondere middelen zijn die, welke aan

de aangesloten verenigingen gemeenschappelijk zijn, te weten:

a. het verlenen van medewerking zowel bij het totstandkomen als bij het

ten uitvoer brengen van al die maatregelen, die het geordend en onafhankelijk

functionneren der pers in verband met haar maatschappelijke taak

kunnen bevorderen;

b. het bevorderen van gezonde toestanden en goede verhoudingen binnen de

Nederlandse pers, met name door het tot stand brengen van blijvende

samenwerking op voet van gelijkheid met de representatieve verenigingen

van dag-, nieuwsblad- en tijdschriften-uitgevers;

c. het bevorderen van een goede opleiding van journalisten;

d. het streven naar regeling van het beroep van journalist en het bevorderen

van het aanzien van de stand der journalisten, met name door het instellen

van een tuchtregeling;

e. arbitrage tussen journalisten en derden, tussen journalisten onderling en

tussen journalisten en uitgevers;

f. het vertegenwoordigend, regelend en bemiddelend optreden bij officiële

en andere gelegenheden, waarbij de belangen der pers zijn betrokken,

alsmede het vergemakkelijken van beroepsbezigheden;

g. het bevorderen van zodanige arbeidsvoorwaarden voor journalisten als

in overeenstemming zijn met hun maatschappelijke positie, waaronder het

bevorderen van pensioenverzekering i'an journalisten, hun weduwen en

wezen, een en ander door het sluiten van een collectieve arbeidsovereenkomst

door de aangesloten verenigingen;

h. het samenwerken inzake de uitgave van de organen der aangesloten verenigingen,

benevens het bevorderen van het onderling verkeer;

i. het samenwerken met de Buitenlandse Persvereniging in Nederland, met

de representatieve organisatie van persfotografen en met verenigingen

van vakgenoten in het buitenland;

j. andere wettige middelen, die aan het doel bevorderlijk kunnen zijn.

JOURNALISTEN.

Art. 4. De Federatie beschouwt als journalist:

a. degene, die er zijn hoofdberoep van maakt:

hetzij mede te werken aan de redactionele leiding of aan de redactionele

samenstelling van de inhoud van een dagblad, nieuwsblad of tijdschrift

voor zover deze inhoud bestaat uit nieuwstijdingen, verslagen of artikelen;

hetzij nieuwstijdingen, verslagen of artikelen welke voor een dagblad,

nieuwsblad of tijdschrift zijn bestemd, dan wel door een persbureau

worden verspreid, op te stellen of redactioneel te verzorgen;


hetzij nieuwstijdingen of verslagen welke door de radio worden verspreid

op te stellen of redactioneel te verzorgen;

b. degene, die optreedt als hoofdredacteur van een dagblad zonder dat hij

daarvan zijn hoofdberoep maakt.

Eigenaren-hoofdredacteuren, eigenaren-redacteuren, of, indien de uitgever

een rechtspersoon is, directeuren-hoofdredacteuren en directeuren-redacteuren

van dag- of nieuwsbladen worden niet als journalist in de zin van dit

artikel beschouwd.

Als persbureaux in de zin van dit artikel worden beschouwd de in het

Koninkrijk gevestigde of vertegenwoordigde instellingen tot het verstrekken

van nieuwstijdingen, verslagen of artikelen aan dagbladen, nieuwsbladen of

tijdschriften, dan wel aan de radio-omroep, met uitzondering van de overheidsorganen,

waaraan een voorlichtingstaak is opgedragen en van die

instellingen welker werkzaamheid uitsluitend of mede pleegt te bestaan in

het verspreiden van nieuwstijdingen, verslagen of artikelen die op een of

meer bepaalde privaatrechterlijke ondernemingen betrekking hebben.

LEDEN.

Art. 5. Leden-oprichters van de Federatie zijn de Nederlandse Journalisten-Kring

(N.J.K.) en de Katholieke Nederlandse Journalisten-Kring

(K.N.J.K.).

Andere verenigingen kunnen als lid tot de Federatie worden toegelaten,

mits hun stemhebbende leden journalist zijn in de zin van art. 4 en de ledenjournalisten

dezer verenigingen statutair verplicht zijn zich te onthouden van

alle handelingen en gedragingen, welke de waardigheid van de stand der

Nederlandse journalisten schaden, overeenkomstig het bepaalde in art. 13

van de statuten van de N.J.K. en K.N.J.K. De toelating geschiedt bij een

besluit van de Federatieraad, die voor het nemen daarvan echter de machtiging

behoeft van de statutaire organen van de aangesloten verenigingen.

In zulk een besluit wordt tevens geregeld de vertegenwoordiging van de

toetredende vereniging • in de Federatieraad en het Federatiebestuur.

Indien wijziging van het aantal leden van een aangesloten vereniging

daartoe aanleiding geeft, kan de vertegenwoordiging van die vereniging in

de organen van de Federatie worden herzien bij een besluit van de Federatieraad,

dat moet voldoen aan de voorwaarden, gesteld aan een besluit tot

statutenwijziging.

FEDERATIERAAD.

Art. 6. De Federatieraad wordt gevormd door de voltallige besturen van

de N.J.K. en de K.N.J.K., alsmede de vertegenwoordigingen der overige verenigingen,

met dien verstande, dat de N.J.K. wordt vertegenwoordigd door

ten hoogste elf, de K.N.J.K. door ten hoogste tien leden, de andere aangesloten

verenigingen ieder door ten hoogste drie. Hij vergadert ten minste

tweemaal per jaar onder leiding van de voorzitter van de Federatie. De

secretaris van de Federatie heeft een adviserende stem.

Behalve de bevoegdheden uitdrukkelijk 'bij deze statuten aan de Federatieraad

opgedragen, behandelt en beslist hij alle aangelegenheden, welke de

statutaire organen van de aangesloten verenigingen als van gemeenschappelijk

belang aan de Federatieraad ter behandeling en beslissing overlaten.

De Federatieraad kan van geval tot geval het Federatiebestuur machtigen

bepaalde hem toekomende bevoegdheden uit te oefenen.

De Federatieraad beslist bij meerderheid van stemmen; een besluit wordt

geacht niet te zijn aangenomen indien de stem-men staken, dan wel indien

de meerderheid van oordeel is, dat het een zaak van beginsel is en alle

aanwezige leden behorende tot één der aangesloten verenigingen hun stem

tegen een voorstel uitbrengen.

FEDERATIEBESTUUR.

Art. 7. Het bestuur van de Federatie bestaat uit ten minste zeven leden

t.w. de voorzitters en secretarissen van de N.J.K. en van de K.N.J.K., benevens

en minste drie door de Federatieraad uit zijn midden aan te wijzen

leden; tot deze drie leden behoort ten minste één lid van een der overige aangesloten

verenigingen. Deze aanwijzing geschiedt telkens voor een jaar, aanvangende

op 1 Mei, in geval van tussentijdse vervanging van een zittende

vertegenwoordiger, geldt de aanwijzing voor het overige deel van het

lopende jaar.

Als voorzitter van de Federatie treedt het eerste jaar op de voorzitter van

de N.J.K., het daarop volgende jaar die van de K.N.J.K. en zo vervolgens bij

toerbeurt. Op soortgelijke wijze wordt voorzien in het vice-voorzitterschap,

welke functie in het eerste jaar wordt vervuld door de voorzitter van de

K.N.J.K. Bij besluit van de Federatieraad kan, doch telkenmale niet langer

dan voor een jaar, van deze rooster worden afgeweken, ook in deze zin, dat

een lid van het Federatiebestuur, behorende tot een der andere aangesloten

verenigingen, voor een der beide functies 'kan worden aangewezen.

Het Federatiebestuur behandelt en beslist alle aangelegenheden, welke niet

krachtens het bepaalde in art. 6 aan de Federatieraad zijn voorbehouden,

tenzij ten minste drie bestuursleden van oordeel zijn, dat een aangelegenheid

van zodanig belang is, dat deze aan de Federatieraad dient te worden

voorgelegd. Het Federatiebestuur is voor het door hem gevolgde beleid verantwoording

schuldig aan de Federatieraad.

achierde ronde Lolh kerk

Een bezoek voor Uw

Nederlandse- en buitenlandse

relaties is altijd

gezellig

OVERHEID EN PERS

In de laatste raadsvergadering van

Zwolle, zo schrijft Nieuw Overijsels

Dagblad, stelde het lid Jalving de

vraag of de wethouder verantwoordelijk

is voor mededelingen van hoofden

van takken van dienst aan de

pers. Wethouder Alf erink antwoordde,

dat hij bereid was die verantwoordelijkheid

te dragen, voor zover die publicaties

zich beperken tot officiële

mededelingen. Niet echter voor door

hoofdambtenaren verstrekte insideinformation,

die de dagbladschrijiver

behoeft voor een goede volksvoorlichting.

Aanleiding tot deze vraag was

kennelijk een weekblad-artikel, waarin

'klachten over woningtoestanden

werden besproken. Door de dienst

van Openbare Werken waren blijkbaar

inlichtingen verstrekt, waardoor

de journalist in staat- werd gesteld

zidh een gefundeerde mening te vormen.

Evenwel 1 drukte (hij de informatorische

mededeling in de vorm van

officieel commentaar in de krant af.

Niet ten onrechte maakte dit een

onaangename indruk op de raadsleden,

die al geruime tijd vergeefs hadden

aangedrongen op een omstandig rapport

over de ingekomen klachten en

de normen door de woningcommissie

aangehouden bij de verdeling van de

beschikbare woonruimte. Genoemd

raadslid had derhalve volkomen gelijk

met zijn vraag en de vrijmoedige

journalist ging met die ,publicatievorm

zijn boekje te buiten.

Het voorgevallene kan tot gevolg

hebben dat hoofdambtenaren voorzichtiger

worden met het verstrekken

van inlichtingen aan de pers. Dit nu

izou zeer te betreuren zijn en schadelijk

voor een goede volksvoorlichting.

Want een journalist moet te allen

tijde bij' een officiële instantie kunnen

aankloppen om inlichtingen, welke

een goede voorlichting van het publiek

bevorderen. Anderzijds moet men er

van overiheidszijde op kunnen vertrouwen,

dat van de verstrekte infor-

15


Het mannetje met de rijksdaalder

klopt bij U aan

N.V. De Nederlandsche Spaarkas

Gebouw „De Rijnstroom", aan

het Rokin 92—96, Amsterdam.

maties 'n gepast gebruik wordt gemaakt.

Sedert de bevrijding is de verhouding

tussen plaatselijke overheid

(thans met inbegrip van de politie)

en pers uitstekend. Niet alleen was

de plaatselijke pers beter dan voorheen

in staat haar voorlichtende taaJk

naar toehoren te vertvullen', maar ook

de overheid heeft meer dan eens blijk

gegeven erkentelijk te zijn voor de

wijze waarop de pers deze taak ver-

. vult. Hiervan getuigde nog zeer onlangs

oud-wettiouder Lansink bij gelegenheid

van zijn afscheid als stadstoestuurder.

Laat de wijze waarop een collega

van inside-information gebruik heeft

gemaakt, een les zijn, maar geen aanleiding

om de goede verhouding tussen

overheid en pers te schaden. Te

grote belangen staan hierbij op het

spel om aan het voorgevallene achteloos

voorbij te gaan.

GEEN PERSVRIJHEID

üDe „Osservatore Romano" publiceerde

dezer dagen een beschouwing

uit Washington omtrent een recente

uitgave van de Bibliotheek van het

Congres te Washington, getiteld:

„Hedendaagse Europese Pers". Detze

publicatie is verzorgd door Harry J.

Krould, chef van de afdeling Europese

Zaken van genoemde Bibliotheek.

(De heer Krould maakte een langdudige

reis door Europa, ten einde zich

zo volledig mogelijk op de hoogte te

stellen van de huidige pers alhier.

(Vervolg pag. 11)

16

Het Federatiebestuur beslist bij meerderheid van stemmen. Bij staking van

stemmen wordt een voorstel geacht te zijn verworpen, evenals wanneer de

meerderheid van oordeel is, dat het een zaak van beginsel is en alle aanwezige

leden behorende tot één der aangesloten verenigingen zich tegen het

voorstel verklaren. De secretaris van de Federatie heeft een adviserende

stem.

VERTEGENWOORDIGING.

Art. 8. Het Federatiebestuur vertegenwoordigt de Federatie in en buiten

rechte. Het is behoudens het bepaalde in de artikelen 7 en 12 bevoegd zelfstandig

op te treden ter behartiging van de belangen der pers in het algemeen

en der Nederlandse journalisten in het bijzonder. Het Federatiebestuur

zorgt voor representatie der vereniging bij officiële gelegenheden daar en

wanneer dit naar zijn oordeel nodig is, of de Federatieraad dit aan het

Federatiebestuur opdraagt.

Zowel bij afzonderlijke gelegenheden als in toüijvende representatieve

organen zal de Federatie zodanig zijn vertegenwoordigd, dat met de samenstellende

delen van de Federatie zoveel mogelijk op voet van gelijkheid' wordt

rekening gehouden.

DAGELIJKS BESTUUR.

Art. 9. De voorzitter, de vice-voorzitter, een door de Federatieraad aangewezen

lid van het Federatiebestuur, niet behorend tot een der reeds in het

dagelijks bestuur vertegenwoordigde verenigingen en de secretaris van de

Federatie vormen het dagelijks bestuur. Dit kan in, bij Huishoudelijk Reglement

te regelen gevallen, voor het Federatiebestuur optreden.

Bij Huishoudelijk Reglement kan bepaald worden, dat de vergaderingen

van het Dagelijks Bestuur door andere leden van het Federatiebestuur

bijgewoond kunnen worden.

SECRETARIAAT.

Art. 10. De Federatieraad benoemt een bezoldigd secretaris, die belast is

met de leiding van het voor de dagelijkse behandeling van zaken te vormen

bureau. De secretaris is bevoegd zelfstandig te handelen, binnen de grenzen

van zijn instructie, welke door de Federatieraad wordt vastgesteld. Zijn

bezoldiging en rechtspositie worden eveneens door deze raad geregeld. In

geval van ontstentenis van de secretaris neemt het lid van het Federatiebestuur,

dat daartoe bij bestuursbesluit wordt aangewezen, het secretariaat

waar.

GELDMIDDELEN.

Art. 11. De secretaris van de Federatie is, met inachtneming van het

hieromtrent in zijn instructie bepaalde, belast met het beheer van de geldmiddelen

van de Federatie. Deze worden gevormd door de in de leden 3 en 4

bedoelde bijdragen of voorschotten der leden en uit van derden ontvangen ,

vergoedingen van onkosten, gemaakt voor door het secretariaat te hunnen

behoeve verrichte werkzaamheden.

De secretaris is ter zake van zijn beheer verantwoording verschuldigd aan

de Federatieraad, die bevoegd is, zich van deskundige hulp voor de uitoefening

van deze controle te voorzien. Op bij reglement te bepalen tijdstippen,

doch minstens eens per jaar, wordt de rekening over het afgelopen tijdvak

aan de Federatieraad ter vaststelling voorgelegd.

De kosten van het bureau en de andere onkosten der Federatie komen,

volgens de vastgestelde rekening ten laste van de aangesloten verenigingen.

Deze dragen een telkenmale door de Federatieraad vast te stellen, voor elk

gelijk bedrag in de kosten bij; het resterende deel der kosten wordt omgeslagen

naar verhouding tot de aantallen leden van elk der verenigingen.

Voor dekking van de lopende uitgaven worden door de verenigingen ter

nadere verrekening de nodige voorschotten verstrekt.

SECTIES.

Art. 12. De secties als bedoeld in de statuten van de aangesloten verenigingen,

die een zelfde journalistiek belang vertegenwoordigen, zullen haar

taak in het verband van de Federatie gezamenlijk vervullen. Daartoe wordt

een gemeenschappelijk bestuur gekozen, waarvan de samenstelling wordt

geregeld in een door de Federatieraad vast te stellen reglement en waarvan

de leden in bij dit reglement vastgestelde verhouding worden aangewezen

door de secties van de aangesloten verenigingen.

Het bepaalde in de vorige alinea geldt eveneens de samenwerking tussen

de secties hoofdredacteuren van de aangesloten verenigingen, die gezamenlijk,

zowel naar buiten als tussen de leden onderling die algemene belangen

van de Nederlandse pers zullen behartigen, waarbij de redactionele leiding

der dagbladen of persbureaux rechtstreeks is betrokken. De door de Federatieraad

vast te stellen reglementen zullen zoveel mogelijk aansluiten bij '

de reglementen welke de aangesloten verenigingen voor hun afzonderlijke

secties hebben vastgesteld.

Indien de aangesloten verenigingen van oordeel zijn, dat voor de vertegenwoordiging

van journalistieke belangen, als bedoeld in het eerste lid van dit


artikel, geen afzonderlijke secties door deze verenigingen behoeven te worden

ingesteld, kunnen de daarbij betrokken journalisten verenigd worden in

secties der Federatie. De instelling van deze secties geschiedt door de Federatieraad.

Het te behartigen persbelang en de bevoegdheden der secties

worden in het besluit tot instelling omschreven. De bijzondere reglementen

der secties, die geen bepalingen mogen bevatten strijdig met de statuten en

het huishoudelijk reglement van de Federatie of van de aangesloten verenigingen,

of met de besluiten van de Federatieraad, behoeven de goedkeuring

van de Federatieraad.

AFDELINGEN EN FEDERATIECOMMISSIES.

Art. 13. De afdelingen van de aangesloten verenigingen, die eenzelfde, of

nagenoeg hetzelfde gebied bestrijken, zullen in het verband der Federatie

voor gemeenschappelijke aangelegenheden zoveel mogelijk samenwerken.

Daartoe kunnen in die plaatsen waar daaraan behoefte blijkt te bestaan,

Federatiecommissies worden ingesteld, waarvan de samenstelling, gehoord de

besturen van de betrokken afdelingen, wordt geregeld in een door de Federatieraad

vast te stellen reglement en waarvan de deden in een bij dit reglement

bepaalde verhouding worden aangewezen door deze afdelingen.

De Federatiecommissies zijn bevoegd met de vertegenwoordigers van

andere organisaties op persgebied samen te werken ter behartiging van

gemeenschappelijke plaatselijke belangen.

COMMISSIE VOOR INTERNATIONAAL VERKEER.

Art. 14. De Federatie stelt in een commissie voor internationaal verkeer,

bestaande uit de voorzitter van de Federatie en ten minste vier door de

Federatieraad aan te wijzen leden; als secretaris treedt de secretaris van de

Federatie op.

Deze commissie heeft tot taak het onderhouden van het contact met de

internationale organisatie van journalisten, waarbij de Federatie is aangesloten,

alsmede het voorbereiden van de bijwoning der door deze internationale

organisaties te houden vergaderingen en congressen en van de

door de Federatie in te dienen voorstellen.

Zij brengt ten minste eenmaal per jaar verslag van haar werkzaamheden

aan de Federatieraad uit.

De aanwijzing van een lid in de executieve van de internationale organisatie

van journalisten geschiedt door de Federatieraad.

ORGANEN.

Art. 15. De door de aangesloten verenigingen uit te geven organen zullen

zowel redactioneel als technisch zoveel mogelijk in onderling overleg worden

samengesteld. Met volledig voorbehoud van de onafhankelijkheid der redacties,

zijn deze bevoegd aan de inhoud van elkanders organen al die artikelen,

verslagen en berichten te ontlenen, die zij voor opneming in hun eigen

orgaan geschikt achten. Ter bevordering van de redactionele samenwerking

wordt een commissie ingesteld, waarvan de samenstelling bij reglement wordt

geregeld; de secretaris van de Federatie maakt deel uit van deze commissie.

Elke vereniging draagt de kosten van haar eigen orgaan, met dien verstande,

dat de zetkosten van het gemeenschappelijk deel van de inhoud der organen

over de betrokken verenigingen wordt verdeeld in verhouding tot de oplage

der organen.

TUCHTRECHTSPRAAK.

Art. 16. Het toezicht op de naleving van de in art. 13 van de statuten van

de N.J.K. en van de K.N.J.K. of in overeenkomstige artikelen van de statuten

van andere aangesloten verenigingen omschreven verplichting wordt opgedragen

aan een Raad van Tucht, bestaande uit twee journalisten beiden

lid van een aangesloten vereniging, en drie onafhankelijke leden onder wie

een voorzitter-jurist.

De leden van de Raad van Tucht, en de secretaris, die jurist moet zijn,

alsmede hun plaatsvervangers, worden voor de tijd van drie jaar benoemd

door de Federatieraad.

Art. 17. Op een journalist, lid van een aangesloten vereniging, die zich

schuldig maakt aan een handeling of een gedraging, welke de waardigheid

van de stand der Nederlandse journalisten schaadt, kan de Raad van Tucht

een der volgende maatregelen toepassen:

Ie. waarschuwing;

2e. berisping;

3e. schorsing voor ten hoogste zes maanden als lid der vereniging, waarvan

de betrokkene lid is;

4e. schrapping van de ledenlijst van de vereniging, waarvan de 'betrokkene

lid is.

De Raad van Tucht kan besluiten, dat zijn beslissing in dier voege bekend

wordt gemaakt als hij in het belang van de journalistiek wenselijk oordeelt.

Bij een door de Federatieraad vast te stellen tuchtreglement worden geregeld

de wijze van indiening van klachten, procesorde en al wat verder aan

(Vervolg van pag. 16t kolom 1)

In totaal worden 848 couranten en

tijdschriften genoemd en behandeld,

uit 25 verschillende Europese landen.

Italië 46

Albanië 10

Oostenrijk ... 94

België 34

Bulgarije 2il

Tsjecho-

Slow&kije ... 24

Denemarken 25

Finland 25

Frankrijk 53

Duitsland 65

Engeland 75

Griekenland ... 19

Ierland 18

IJsland 11

Joegoslavië ... 47

Nederland ...32

Noorwegen ... 17

Polen 3-2

Portugal 17

Roemenië 21

iSpanje 24

Zweden 33

'Zwitserland ... 36

'Sovjet-Unie ... 69

Hongarije : 26

De samensteller van dit overzicht

laat voor elk land apart een algemene

(beschouwing voorafgaan. Zijn beschouwingen

krijgen een ontstellend

ikarakter,, wanneer zij op landen

slaan waar de pers gecontroleerd

wordt door de staat, en de persvrijheid

beknot of volledig onderdrukt is.

Uit de verkorte bloemlezing halen

wij hier enkele uittreksels aan:

Albanië: „Alle productie- en verspreidings-middelen

van de pers zijn

in regerings-handen; alle drukkers

zijn staats-beambten, en het enige

nieuwsagentschap, dat berichten mag

verspreiden is een regerings-orgaan."

Bulgarije: „Privé-publicaties zijn

verboden en alle publicaties worden

zonder onderscheid gecontroleerd ofwel

door de communistische partij

ofwel door het Patriottisch Front. Er

bestaan strenge sancties op iedere

critiek op de regering of haar politiek:

het laatste orgaan der oppositie

werd in 1947 opgeheven."

Tsjecho^SIowakije: „Na de communistische

staatsgreep van 1948 werd

de pers volledig aan controle onderworpen.

Men bemerkt tussen de verscheidene

d'ag- en weekbladen slechts

geringe verschillen in de wijze waarop

de hoofdartikelen geschreven worden

en de berichten medegedeeld. Het

KLEDINGMAGAZIJN

't CENTRUM

PALEISSTR.16-TEL. 47760

17


Ministerie jyan 'Propaganda controleert

het verlenen van vergunningen,

de toewijzing van het papier en de

ideologische inhoud van de pers."

Duitsland (Sovjet-Zone): „In de

Sovjet-zone en -sector van. Berlijn

worden alle kranten en weekbladen

gecontroleerd 1 , en zij volgen met

enkele puur-locale veranderingen de

leiddraad der Sovjet-propaganda wat

de interne kwesties betreft en de 'internationale

problemen. Dit is ook

het geval met de énkele communistische

publicaties', die in de Westelijke

zone uitkomen.

In de Engels-Amerikaanse-Franse

bezettings-zones zijn geen vergunningen

meer nodig om bladen te publiceren,

of wordt deze vereiste binnenkort

opgeheven."

Joegoslavië: „Er bestaat geen vrije

of onafhankelijke pers in Joego-Slavië.

Alle dag- en weekbladen worden

gepubliceerd door de Communistische

Partij, door het Volksfront, of een der

organisaties hiervan. Binnen het

kader van dit Volksfront hebben nog

drie kranten de bedriegelijke schijn

bewaard, van politieke partijorganen

te zijn: Republica, Slobodni Dom, Selo

— maar de inhoud verschilt in wezen

slechts in acaent, en in het geven van

berichten van regionaal karakter; een

strenge censuur regelt alles, en het

officiële persagentschap TANJiUG

heeft op zich genomen om de volmaakte

gelijkvormigheid der ganse

pers te bewerkstelligen."

Polen: „In Polen bestaat geen vrije

of onafhankelijke of oppositiepers.

Er zijn: nog wel enkele dag- en weekbladen,

die niet met de partij verbonden

zijn, doen deze worden gecontroleerd

door de censuur en door

middel van het concentreren in coöperatieve

lichamen (welke weer door

de staat gecontroleerd worden) van

elke uitgevers-activiteit, en door nog

andere systemen van coördinatie van

de pers."

Portugal: „Het efficiënte coördineren

van de pers met de politiek

van de regering van Salazar laat

slechts beperkte variaties toe in de

toon van de hoofdartikelen. De Portugese

Regering neemt deel aan het

ERP en is uitgesproken anti-Sovjet:

de kranten volgen deze gedragslijn

met slechts geringe verschillen."

Roemenië: „Er toestaat geen vrije

pers in Roemenië. Een zeer strenge

censuur en een absolute controle, uitgeoefend

door het Ministerie van

Kunsten en Voorlichting, waken niet

slechts over de inhoud van alle dagbladen

en periodieken, maar dwingen

ook tot het publiceren van artikelen

welke geïnspireerd zijn op de voortdurende

deliberaties van het Politburo

der „Partij van Roemeense arbeiders".

iSpanje: „Gegeven de structuur en

de politiek van de Spaanse regering,

en de controle op de pers welke zij

uitoefent in overeenstemming met

deze politiek, overschrijden de variaties

der meningen, uitgedrukt door

de pers, nauwelijks een uiterst beperkt

kader."

Sovjet-Unie: „De sovjet pers is

18

het toezicht op de naleving van de in art. 13 van de statuten van de N.J.K.

en de K.N.J.K. of in overeenkomstige artikelen van de statuten van andere

aangesloten verenigingen omschreven verplichting door de Raad van Tucht

bevorderlijk is.

Art. 18. Aan het oordeel van de Raad van Tucht kunnen geschillen, waarbij

journalisten, die lid zijn van een aangesloten vereniging, ter zake van de

uitoefening van hun beroep zijn betrokken, worden onderworpen, indien

partijen daartoe hun toestemming geven. Worden die geschillen niet in der

minne bijgelegd, dan beslist de Raad. Onder de hierbedoelde geschillen zijn

begrepen die tussen journalisten en uitgevers van dagbladen, nieuwsbladen

en tijdschriften of ondernemers van persbureaux, met uitzondering echter

van geschillen welke de arbeidsvoorwaarden betreffen. Bij de beslissing kan

de Raad van Tucht aan de betrokken journalist een van de maatregelen,

genoemd in toet vorige artikel opleggen.

WIJZIGING EN ONTBINDING.

Art. 19. Tot wijziging van de Statuten is een besluit nodig van de

Federatieraad, dat genomen moet zijn ten minste tweederde van de uitgebrachte

stemmen. Dit besluit is alleen rechtsgeldig, indien de statutaire

organen van de meerderheid der aangesloten verenigingen de Federatieraad

machtiging tot de betrokken statutenwijziging hebben verleend, of het desbetreffende

besluit nadien hebben bekrachtigd.

Voor opzegging van het lidmaatschap der Federatie is nodig een besluit

van de betrokken aangesloten vereniging, welk besluit moet voldoen aan de

statutaire vereisten voor ontbinding van de eigen vereniging.

De Federatie wordt ontbonden:

a. door besluiten van alle aangesloten verenigingen, welke besluiten moeten

voldoen aan de statutaire vereisten voor ontbinding van de eigen

verenigingen;

b. indien ten gevolge van opzegging van het lidmaatschap door één of meer

der aangesloten verenigingen, slechts één vereniging als lid zou overblijven.

Wijzigingen der statuten treden niet in werking, alvorens daarop

Koninklijke goedkeuring is verkregen.

NA ONTBINDING.

Art. 20. In geval van ontbinding geschiedt de vereffening met inachtneming

van het bepaalde in art. 1702 van het Burgerlijk Wetboek, terwijl na

kwijting van alle schulden, het overblijvende vermogen wordt verdeeld onder

de aangesloten verenigingen. Deze verdeling geschiedt naar verhouding van

de getallen, verkregen door de aantallen leden van elk der verenigingen,

zoals die laatstelijk op grond van art. 11 van deze statuten zijn vastgesteld,

te vermenigvuldigen met het aantal volle jaren, dat de betrokken vereniging

lid van de Federatie is geweest.

REGLEMENT.

Art. 21. Het Huishoudelijk Reglement van de Federatie en eventuele

andere reglementen worden vastgesteld, gewijzigd en afgeschaft door de

Federatieraad.

NIET GEREGELDE ONDERWERPEN.

Art. 22. In die onderwerpen, waarin deze statuten niet voorzien, kan bij

besluit van de Federatieraad worden beslist. Zulk een besluit wordt geacht

niet te zijn aangenomen, indien alle in de vergadering aanwezige leden,

behorende tot een der aangesloten verenigingen, hun stem tegen een desbetreffend

voorstel uitbrengen.

niet alleen onderworpen aan de allerstrengste

censuur en controle, maar

is tevens volledig uniform. Het door

de radio uitzenden op dicteer-snelheid

van hoofdartikelen en berichten,

welke integraal gepubliceerd moeten

worden, sluit zelfs de geringste

accent-verschillen en de geringste

onderscheidien in de voorstëllingswiijee

uit. De enige elementen van

verschil worden gegeven door puurlocale

nieuwsberichten 1 , of professionele

berichten, die uitsluitend bepaalde

categorieën van lezers interesseren.

Dag- en weekbladen, die

bekend zijn, doch slechts een beperkte

oplage hebben, worden dikwijls

door de regering of de partij

gebruikt om experimenten van poli­

tiek karakter te lanceren, hetgeen

dan tijdelijk aan zulk een blad de

schijn verleent van onafhankelijk orgaan

te zijn."

Hongarije: „In lijnrechte tegenstelling

met Artikel 2 van het Vredesverdrag,

op grond waarvan de

Hongaarse regering zich verplichtte

om. de vrijheid van pers te garanderen,

zijin alle dagbladen, en tijdschriften

gedwongen om te gehoorzamen

aan de communistische richtlijnen

hetzij voor (buitenlandse, hetzij

voor binnenlandsohe zaken.... ^ e

verordeningen, afgekondigd in Sep'

temtoer en December 1947 hebben. d e

allerlaatste toestaande resten van

pers-vrijhéid weggevaagd."

(De Linie)


FEDERA TIENIEUWS

Internationale Federatie

van Hoofdredacteuren

Van de Service Frangaise d'Information

werd bericht ontvangen betreffende

een op 24, 25 en 26 October

te houden congres van de Federation

Internationale des rédacteurs en

chef. Dit congres is georganiseerd

door de Franse Vereniging van

Hoofdredacteuren die het initiatief

heeft genomen om de in 1939 opgerichte

Internationale Federatie te

doen herleven. Aangezien de betrokken

mededeling slechts enkele dagen

vóór het houden van het congres

werd ontvangen, heeft de Federatie

moeten volstaan met een telex-bericht

aan de hoofdredacties. In dit telexbericht

is de aandacht er op gevestigd,

dat het Federatie-bestuur geen

gelegenheid heeft gehad zich uit te

spreken over de wenselijkheid van

de heroprichting der Internationale

Federatie van Hoofdredacteuren, en

dat leden die het congres wensten

bij te wonen, dit dus op eigen verantwoordelijkheid

deden.

Collectieve

Arbeidsovereenkomsten

De journalisten-delegatie, die met

de Raad van Beheer van het A.N.P.

zal onderhandelen over het afsluiten

van een CA.O. voor de bij het A.N.P.

werkzame journalisten, is als volgt

samengesteld: coll. Metzemaekers,

Nelissen, Mr. M. Rooy en H. N.

Smits. De besprekingen met de

N.N.P. over een C.A.O. voor nieuwsbladjournalisten

zullen op 12 November

a.s. worden hervat. De delegatie

der journalisten bestaat uit coll.

W. P. N. Goosens, T. Lodewijk, L. S.

J. Hanekroot en Mr. Mr. Rooy.

De samenstelling van de delegatie,

die met de N.D.P. zal onderhandelen

over de herziening van de C.A.O.

voor dagbladjournalisten is als volgt:

coll. Mr. M. Rooy, L. S. J. Hanekroot,

Mr. Dr. A. Veerman, Drs. A. Wijffels

en H N. Smits.

Conflict te Zaandam

De Burgemeester van Zaandam

heeft een tweetal collega's van De

Zaanlander in een gemeenteraadszitting

van onfatsoenlijke journalistiek

beschuldigd, naar aanleiding

JONG JOURNALIST,

reeds meerdere jaren als zodanig

werkzaam, gaat zich voor enkele

jaren in het wetenschappelijk centrum

van Vlaanderen-Leuven

vestigen.

Gaarne zou hij enkele correspondentschappen

van landelijke bladen

op zich nemen.

Brieven onder No. 151/48, „De"

Katholieke Journalist", Koningsstraat

22b, Hilversum.

van in dit blad gepubliceerde mededelingen

over tekortkomingen van

het Huisvestingsbureau te Zaandam.

Na gevoerde besprekingen heeft de

Burgemeester zich bereid verklaard

het geschil te onderwerpen aan de

uitspraak van een neutrale commissie.

Aangezien het Federatiebestuur

het onnodig achtte tot instelling van

een afzonderlijke commissie over te

gaan, nu de Raad van Tucht de aangewezen

instantie is om dergelijke

aangelegenheden te onderzoeken, is

aan de Burgemeester in overweging

gegeven het geschil door indiening

van een klacht voor de Raad van

Tucht te brengen. De Burgemeester

heeft zich bereid verklaard de kwestie

bij dit College aanhangig te

maken.

Automatische girering van

contributie

Tot voor kort was het alleen aan

die rekeninghouders bij de Postchèque-

en Girodienst, die reeds

voor de oorlog van deze faciliteit

gebruik maakten, toegestaan

periodieke betalingen „automatisch"

te doen geschieden, door de

verschuldigde bedragen door de

Giro-dienst van hun rekening te

laten afschrijven. Thans kan weer

iedere rekeninghouder aan de

Girodienst machtiging verlenen

tot het doen verrichten van periodieke

betalingen aan andere rekeninghouders.

Wij vestigen hierop de aandacht

niet alleen van. de leden, die hun

contributie plegen te gireren, doch

ook van de leden-rekeninghouders,

bij wie tot dusverre per kwitantie

werd gedisponeerd. Een dergelijke

wijze van voldoening der contributie

bespaart zowel de betrokken

leden als het Federatie-secretariaat

moeite en kostten!

Wie van deze mogelijkheid gebruik

wenst te maken, vrage bij

het giro-loket van het postkantoor

een formulier voor machtiging tot

periodieke overschrijving aan. In

de desbetreffende kolommen van

het formulier dient achtereenvolgens

te worden ingevuld: 1. Naam

en woonplaats begunstigde: secretaris

Federatie van Nederlandse

Journalisten, Prinsengracht 876,

Amsterdam-C.; 2. Postrekening

no.: 418318; 3. bedrag: de maandelijkse

verschuldigde contributie

(bij twijfel omtrent het netto-bedrag

wende men zich tot het

Federatie Bureau); 4. Datum,

waarop de overschrijving dient te

geschieden: bijv. de 8ste van

iedere maand (bij voorkeur niet

de 1ste, om overbelasting van de

Postchèque- en Girodienst te

voorkomen); 5. Toelichting op de

betaling: contributie N.J.K., K.N.

J.K., P.C.J.V. lopende maand.

Utrechtse journalisten

over de erecode

Een oude maar in deze verwarde

tijd zeker actuele kwestie werd besproken

in een drukbezochte gecombineerde

vergadering te Utrecht van

de U.J.V. en de Kath. U. J. V., namelijk

die van de journalistieke „Erecode".

Er was voldoende aanleiding

om de Utrechtse collegae nog eens

onder de aandacht te brengen wat

onder die code wordt verstaan en

hierover van gedachten te wisselen.

Collega G. J. Brinkman, bestuurslid

U. J. V., heeft de besprekingen geopend

met een inleiding, waarin hij

opmerkte dat zich de laatste tijd te

Utrecht verschijnselen hebben voorgedaan

die sterk wezen op een bewuste

afwijking van de ere-code. Spr.

was er van overtuigd dat de bladen,

die van de code zijn afgeweken, niet

zullen willen bestrijden, dat die code

bestaat! De zin der afwijkingen besprekende,

wilde collega Brinkman

er nadrukkelijk op wijzen, dat hier

niet bepaalde couranten maar slechts

„overtredingen" gesignaleerd werden.

Na enkele sprekende voorbeelden

te hebben aangehaald (niet nakomen

van gemaakte afspraken over publicaties)

zeide de inleider, dat elke

verontschuldiging voor een overtreding

niet kan worden gecontroleerd.

In vele gevallen klopte er iets niet

in de verontschuldigingen. Geen enkele

courant zal zich natuurlijk controle

door een Journalisten Vereniging

laten welgevallen, maar de

journalisten dienen te weten wat

onder ere-code wordt verstaan en

deze correct na te komen. Het onderhavige

terrein, daar was men zich

bij deze bespreking ook wel terdege

van bewust, wordt bovendien doorkruist

door hoofdredactionele bevoegdheden.

Na een zeer geanimeerde en leerzame

discussie, waaraan ook werd

deelgenomen door de" Perschefs van

Spoorwegen en Jaarbeurs en welke

door de altijd opofferingsvaardige

niet-reformatorische collega J. Wilbrink,

voorzitter van de Kath. Journ.

Ver., geleid werd, verklaarde de

vergadering zich accoord met het

standpunt der besturen, dat in het

kort neerkomt op het volgende:

Ie. Tegen publicatie van uitnodigingen

kan geen bezwaar zijn, mits men

zich hierbij beperkt tot een concrete

mededeling met nieuws-element. 2e.

Het verzoek tot plaatsing van een

toegezonden bericht op. bepaalde

datum, wordt niet gelukkig genoemd,

maar eenmaal gedaan, dan kan het

verzoek eerst dan in de wind worden

geslagen, als de vragende partij

hiervan op de hoogte is gesteld. 3e.

Niet dan bij uiterste noodzaak kan

een afspraak op een persconferentie

worden gemaakt. Niet vergeten mag

worden dat de conferentie-organiserende

partij uit een oogmerk van

algemeen belang een bepaalde datum

van publicatie noodzakelijk kan achten.

Een courant die ter conferentie

aan dit verzoek toch geen gevolg

19


BOEKEN ~ JOURNALISTEN

The British Press, door Robert

Sinclair; uitgave Horne & Van

Thai te Londen. Geb. 8s,6 d.;

271 blz.

De schrijver van deze actuele uitgave

houdt zich intrinsiek bezig met

de lectuur, die de Royal Commission

heeft verspreid in verband met de

pers en haar vrijheid in Engeland.

Met journalistiek flair bespreekt hij

verschillende onderwerpen en backgrounds,

waardoor ook de vakman

buiten het Britse rijk zich kan oriënteren.

Maar de kern van dit welkome

boek ligt besloten in de analyse van

wat Sinclair zelf heeft genoemd „the

permanent ethics of the press". Dit

hoofdstuk eindigt hij met deze fascinerende

zinnen: „Men have always

had hands: but their hands must wait

till their eyes can see. Let the journalist

always remember that he is

on the side of the light more and

more light." Er is veel in dit geschrift

van Sinclair, dat kan gelden

als richtsnoer voor de practisch werkende

journalisten van onze dagen.

Achterin staan enkele nieuwe uitgaven

genoteerd, die eveneens de persvrijheid

behandelen.

De strijd voor het katholieke

boek, door W. van de Pas;

uitgave „Sint Jan", Amsterdam.

Geb. ƒ 7.50; 180 blz.

Dit zeer fraai verzorgde boek is

bedoeld als kostbare feestgave bij

gelegenheid van het 25-jarig bestaan

van de R.K. Ned. boekhandelarenen

uitgeversvereniging „Sint Jan".

Een deel van de beschreven geschiedenis

loopt parallel met die van de

katholieke journalistiek; in beiden

hebben figuren als Le Sage ten Broek

en later Bonaventura Kruitwagen

een rol van betekenis gespeeld. Voor

het niet-Sint-Jans-lid is vooral het

eerste deel van het boek interessant;

wenst te geven, dient dat duidelijk

kenbaar te maken. Wenst een bepaalde

courant na -de persconferentie

bij nader inzien zich niet aan de

afspraak te houden, dan behoren de

andere bladen van dit standpunt op

de hoogte te worden gesteld.

Lang niet alle facetten aan de

glinsterende diamant van de ere-code,

konden op één avond onder de loupe

worden genomen, maar de ruim twintig

leden die acte de presence gaven,

bleken zo voldaan over het verloop

en de teneur van de bespreking, dat

zij te kennen gaven, binnen korte

tijd nogmaals te willen vergaderen!

Te betreuren is weer, dat de hoofdredacteuren

uit het Sticht deze avond

grandioos verstek lieten gaan. Slechts

één hunner was zo beleefd, bericht

van verhindering te zenden. Ook dit

laatste noemt de journalist: ere-code!

Utrecht, October 1949.

20

KAREL H. M. VAN DEN BERG

Secretaris U.J.V.

dat beantwoordt het meest aan de

verwachtingen die door de titel worden

gewekt. Dat deel geeft interessante

wetenswaardigheden over het

boek in reformatie- en contra-reformatietijd,

en over twee boekverkopers

van betekenis in de 18de eeuw. In

het voorwoord van dit' boek breek*

pastoor W. Nolet een lans voor vakopleiding.

Wij hoorden, dat men er

ginds mee bezig is.

Katholisches Leben und. publisistische

Verantwortung ; uitgave

F. H. Kerle te Heidelberg.

200 blz.

Men heeft deze titel gekozen bij de

verzameling van voordrachten, verleden

jaar gehouden te Walberberg,

waar talrijke katholieke journalisten

en publicisten uit West-Europa hebben

getracht tot internationale samenwerking

te komen. Nu wij de

teksten rustig konden nalezen, is ons

vooral opgevallen het bedachtzame

en instructieve woord, dat de Berlijnse

hoogleraar in de journalistieke

wetenschap, prof. dr. Emil Dovifat

en na hem prof. dr. Walter Hagemann

uit Munster spraken. Zij hebben

dankbaar gereageerd op de geste

der buitenlanders, de hand ter verzoening

te reiken. In deze bundel van

veertien voordrachten is ook opgenomen

het exposé, dat onze collega

Louis Fréquin in Walberberg heeft

gegeven over de betekenis van de

pers in Nederland. Achterin dit boek

is een nota afgedrukt, waarin een

schema wordt gegeven van een mogelijke

organisatie van katholieke

journalisten en publicisten in de landen

van West-Europa. Onlangs, in

Bonn, heeft men er nadeï over gesproken.

Gedenkschrift, door Wt. J.

Bastiaan; uitgave Staatsdrukkerij

te 's Gravenhage. 87 blz.

Het honderdjarig bestaan der stenografische

inrichting van de beide

Kamers der Staten-Generaal is niet

zonder feestelijkheid herdacht. Wat

hierbij ook de journalisten kan interesseren,

is de uitgave van een gedenkschrift,

waarin de directeur van

deze Stenografische inrichting interessante

bijzonderheden heeft opgehaald.

Hij heeft de vakgeschiedenis

van 'n eeuw nagegaan, met ernst, in

leesbare vorm. Vooral belangrijk is

het tweede deel van dit boek, waar-

Drukkerij N.V.vi Joh. Jesse

N.Z. Voorburgwal 160

Telefoon: 42596

AMSTERDAM-C.

LOSBLADIGE ZAKBOEKJES

in de schrijver zich losmaakt van de

historie en in eigen stijl de betekenis

van zijn vak bezingt: „de stenografie

is een graadmeter van de openbaarheid

in het staatsieven, en de stenografen

zijn de zwaluwen van de

volkslente." En ook al werd de stenografie

steeds verder uit de practijk

van de journalist verdrongen, toch

handhaaft zij zich (en zij moet dat

doen) daar, waar men naar de letter

pleegt te werken. Zo kunnen wij

aanvaarden de stelling, waarmee de

heer Bastiaan zijn door minister

Drees hartelijk ingeleide gedenkschrift

besluit, namelijk, dat de stenografie

een dubbele taak heeft: „zij

heeft niet alleen het gesproken woord

getrouw weer te geven, maar ook te

waarschuwen tegen het spreken van

woorden, die niet gesproken en niet

gelezen behoeven te worden." Ons

respect, ten slotte, voor de stenograaf,

die menigmaal beter weergeeft

dan gesproken werd.

Writers on writing, door Walter

Allen; uitgave Phoenix

House, London. Geb. 15 s.;

258 blz.

Het schrijven van boeken is een

merkwaardig bedrijf. Wij herinneren

ons een voordracht van Gerard Walschap

over de auteur, waarin geestig

de vele moeilijkheden van de schrijver

bij het tot stand komen van een

boek werden geschetst, maar ook

werd herinnerd aan het gemak, waarmee

sommigen hun boeken weten te

scheppen. Walschap concludeerde in

beide gevallen: schiet niet op de

auteur; hij doet z'n best! Tot dit inzicht

brengt ons thans ook Walter

Allen, die, na een verklarende inleiding,

een keur van wereldbefaamde

schrijvers uit alle eeuwen de revue

laat passeren met korte verklaringen

en fragmenten, die het beste proza

en de schoonste poëzie behandelen.

Wij ontmoeten Goethe en Shelley,

Tolstoi en Dickens, Rilke en Mauriac,

om ons tot deze enkele auteurs te

bepalen. In deze bundel vindt Allen

ruimschoots gelegenheid, de betekenis

van de poëzie te verklaren en de

karakteristiek van het proza. In kort

bestek werd hier veel schoons bijeengebracht.

Succes-agenda 1950; uitgave

Maandblad „Succes", Den

Haag.

Een journalist, die zich 1001 dingen

moet herinneren, dient 'n hoofd

als een ijzeren pot te bezitten, tenzij

hij zijn verheugen verstrooit over

allerlei notities. Wij kennen collegae,

die hun afspraken hebben staan op

allerlei papiertjes en die ze — verspreid

over allerlei zakken — met

zich ronddragen. Van de practische

agenda's die de laatste tijd zijn verschenen

en die welkome hulpmiddelen

zijn om het menselijk geheugen te

assisteren, is de Succes-agenda wel de

opvallendste en misschien wel de

meest practische. De uitgever zond

ons de complete verzameling paperen

en formulieren, die de portefeuille

(in twee formaten en ver-


DE „GOEDE

Ed. de Nève heeft in het vorige

nummer spijtig geconstateerd, dat de

grote namen uit de journalistiek zijn

verdwenen, en dat is een klacht,

welke men tegenwoordig ook dikwijls

onder het publiek hoort: de

pers is niet meer, wat zij enkele

decennia geleden was. Het is menselijk,

dus begrijpelijk vooral in onze

gezellige tijd, een loflied te zingen

of te neuriën op wat voorbij is; of

het in dit geval zonder meer gerechtvaardigd

is, betwijfel ik.

Ligt het niveau, dat de besten onder

de tijdgenoten op hün manier

bereikt hebben werkelijk zo ver beneden

het peil, waarop Boissevain,

Kuyper, De Koo, Plemp van Duiveland,

Brusse e.a. zich bewogen?

Ernie Pyle en zijn collegae, die

tijdens en na de oorlog beroemd geworden

zijn, kan men niet bepaald

krullenjongens noemen, en is de

reportage over het verpulverde

Hiroshima, waarvoor de New Yorker

een geheel nummer beschikbaar

stelde, geen buitengewoon staal van

journalistiek? Kunnen wij heus niet

vakgenoten aanwijzen, die, mutatis

mutandes, naast Boissevain en Laudy

mogen staan? Zij hadden natuurlijk

een andere stijl, hun methode van

werken was niet de onze, doch dat

is slechts een voordeel. Justus van

Effen schreef in zijn Spectator anders

dan Brusse, en indien De Koo

nu leefde, zou hij zijn werk ook

streng moeten herzien.

Het terrein betredend, waarop ik

mij het liefst beweeg, moge ik er op

schillende leersoorten verkrijgbaar)

kunnen bevatten. Men kan die formulieren

rangschikken en combinaties

vormen, zoals men wil. Derhalve

is het mogelijk, dat voor journalisten

ten dienste van hun dagelijkse arbeid,

een verzameling wordt bereikt, die

men zich niet beter zou kunnen wensen.

Natuurlijk is er vooreerst een

ruime agenda, verder een alfabet,

formulieren voor onkosten-nota's,

interlocale telefoongesprekken en

auto-onkosten, gedrukte mededelingen

van allerlei practische aard, tot

velletjes carbon-papier toe, briefkaarten

en boekuitleen-formulieren.

Ondanks dit alles biedt het ring-mechaniek

van de portefeuille voldoende

mogelijkheid tot het bergen van

voldoende copy-notitiepapier, zo nodig

in vier verschillende kleuren. Dit

alles vormt de inhoud voor 'n geheel

jaar. Wat afgewerkt is, kan worden

uitgelicht en eventueel bewaard en

gerangschikt in een bakelieten cassette.

De uitgever zal stellig willen

tekenen met bepaalde wensen, mits

hij portefeuille met inhoud in voldoende

aantal kan leveren.

ANDERE UITGAVEN

Ook voor 1950 hebben J. J. Romen

& Zonen te Roermond in opdracht

van het liturgisch apostolaat in

de Norbertijnen in Heeswijk een litur-

OUDE TIJD"

wijzen, dat men zo dikwijls hoort:

vroeger aha! tóén hadden wij

toneelcritici! Weet je 't nog, toen

Rössing, Berckenhof en Schuil naar

de comedie gingen? En herinner je

je de spitse critieken van Schroder

?

Het heeft mij altijd gefrappeerd,

dat deze lofliederen vóór de oorlog

ook gehoord werden, in de tijd dus,

toen bijvoorbeeld Willem Nieuwenhuis

zijn heldere, knap en liefdevol

geschreven, steeds goed gefundeerde

en gemotiveerde, overtuigend geformuleerde

artikelen naar aanleiding

van een of andere voorstelling in

De Maasbode liet verschijnen. In de

tijd dus, toen o.a. Werumeus Buning

toneelcriticus was Werumeus

Buning, die toch wel enig inzicht

heeft in wat des theaters is, en het

aardig zeggen kan ook.

Stond dat werk naar inhoud en

vorm zo ver beneden de critieken

van Rössing c.s. ?

Men begrijpe mij goed: ik heb

respect voor inzicht, eruditie en

geestdrift van J. B. Schuil, en ik ben

van mening, dat Rössing in de Beknopte

Geschiedenis van onze Letterkunde

moet worden opgenomen,

omdat hij ontzaglijk veel voor he*-

Nederlandse toneel: heeft gedaan.

Maar ik zal niet de enige zijn, die

soms lichtelijk wordt teleurgesteld,

wanneer hij thans iets van Rössing

leest, hetgeen ndet de schuld van

deze toneelkenner is, doch van hen,

die hem voor en na zo hoog geheven

hebben. Schroder kon ongetwijfeld

gische kalender uitgegeven. En ook

nu zijn de foto's van Martien Coppens

verrassend. Aan de achterzijden

zijn toepasselijke beschouwingen in

verband met het kerkelijk jaar afgedrukt.

Wederom twee interessante G.G.G.uitgaven:

over het leven en werken

van de twaalf apostelen, door prof.

R. A. Jansen O.P., en het lezenswaardig

verhaal van een monnik te

Calci over het onderwerp „De Kartuizers

terug naar Nederland" —

Het verslagboek van de Sociale Studieweek

te Rolduc in 1948 bevat afdrukken

van alle gehouden voordrachten

over „Het katholicisme en

de moderne wereld" — In een door de

uitgever Ad. Donker te Rotterdam

goed verzorgd boekje haalt Herman

Heyermans Sr, oud-redacteur van de

N.R.C., herinneringen op uit zijn

journalistieke loopbaan — Een bundel

actueel gestelde en fris verzorgde

brochuren geeft richtlijnen over de

jeugd van Nederland — Het Katholiek

Genootschap voor geestelijke

vernieuwing liet een catechismus in

de Duitse taal drukken ter verspreiding

in de diocesen van West-Duitsland

— Coll. Theo Droog schreef voor

het Katholiek Verbond voor Kinderbescherming

een boekje „De greep

naar het kind", ten behoeve van

katholieke gezinsvoogden.

zijn mening over stuk en spel origineel"

en puntig onder woorden brengen,

doch ik zal wederom de enige

niet zijn, die soms de indruk kreeg,

dat hij zijn scherpe, wel eens zure

opmerkingen nu en dan om het plezier

over zijn eigen inval naar de

zetterij stuurde, terwijl hij hetzelfde

even duidelijk, even raak en even

sterk, .maar iets zachtmoediger had

kunnen zeggen.

Herinnering is de enige realiteit,

heeft een Fransman gezegd; dat is

waar, doch daarom moeten wij de

realiteit van het ogenblik nog niet

door een gekleurde bril gaan bekijken.

Te veel „gossip"

Oök op de bladen van 1949 zal de

Franse uitspraak nog wel van toepassing

zijn, dat de krant één man

is. Een dagblad volgt over het algemeen

een bepaalde lijn, een beschouwing

over de politieke constellatie

wordt ten slotte echter gegeven door

de schrijver van het hoofdartikel, en

de bespreking van de laattse Hamlet

is uiteraard de weergeving van de

indruk, die de criticus heeft ontvangen,

hoe eerlijk >hij ook zal pogen,

objectief te blijven.

Op deze subjectieve factor doel ik

dus niet, wanneer ik bescheiden de

vraag stel, of soms het zuiver persoonlijke

element in de journalistiek

tegenwoordig niet te veel boven

komt? Is het nodig, dat in een weekblad

mededeling wordt gedaan, dat

het op de redactie zo'n gezellige

reünie was geweest? redacteur

Jan was juist terug uit Afrika, Klaas

uit Iran, Gerrit uit de Balkan en

Willem uit Zweden. De lezers leren

wel uit de reportages, waar de heren

geweest zijn.

In een Amsterdams periodiek las

ik een stukje van iemand, die in de

hall van een hotel kopij had gezocht.

Hij keek er eens rond, en warempel,

daar zag hij Elias, die zich ging

voorbereiden op (of verpozen na) de

compositie van zijn Praetvaria. En

even later zag hij Bakker en Spier

naar de eetzaal gaan, waar zij hun

thuiskomst uit de West met een gezellig

etentje gingen vieren.

In een reportage over, laten we

zeggen, een jubileum, kunnen persoonlijke

herinneringen van de journalist

opgehaald worden, doch dan

moeten het herinneringen aan de jubilaris

zijn, geen uitweidingen over

jeugd, schooljaren, jongensstreken

van de schrijver. De collegae zullen

hem wel in het zonnetje zetten,

wanneer hij zelf gaat jubileren, of

de schrijfmachine definitief onder

de hoes heeft gezet.

Een andere keer lees ik dat, toen

het toneelseizoen in Amsterdam begon,

de critici op vacantie togen;

Carmiggelt kronkelde naar Zuid-

Frankrijk, Blijstra wandelde in Downing

Street, Stroman ging met een

schare dichters naar Venetië.

In gemoede, zoals dat heet: is dat

nu wel nodig? Elias, Spier en de

anderen zullen het, denk ik, met mij

eens zijn, dat deze imitatie van de

gossip-column in Hollywoodse film-

21


SPORTJOURNALISTIEK EN EEN •• "-"•*** *»

SCHANDELIJKE PROFANATIE

f_fET karakter van de sportjourna-

* •"• listiek is de laatste vijftien jaar

op revolutionnaire wijze veranderd.

Van de Jantje-trapt-naar-Pietje-verslagen

en de van-minuut-tot-minuutreportages

is de zichzelf respecterende

sportjournalist van onze dagen

allang afgestapt. Hij heeft zijn heil

gezocht bij het dramatisch effect,

het psychologisch moment en het

vlammend epos. Het gebeurt wel dat

hij in niets ontziende ijver het rechte

spoor van de noodzakelijke zakelijkheid

zó volkomen uitwist, dat de met

beelden en adjectieven murw gebombardeerde

lezer zich na het ondergaan

van zo'n verslag of reportage

afvraagt, wie de wedstrijd nu eigenlijk

heeft gewonnen.

Maar zoiets gebeurt niet alleen en

ook niet op de eerste plaats in Nederland.

Onze gewaardeerde Belgische

collega's die door 'n felle concurrentiestrijd

zoals we die hier niet kennen,

overigens meer op kwantiteit

dan op kwaliteit zijn gespitst, kunnen,

wanneer ze eenmaal te paard

zitten, met verbazingwekkende charges

uit de hoek komen. Maar ook de

z.g. „groten" van het internationaal

sportschrijversgilde weten bij tijd en

wijlen van wanten. Zo bezondigde de

heer Jacques Goddet, hoofdredacteur

van het uitstekend aangeschreven

Franse sportdagblad ,,1'Equipe", zich

onlangs aan een woordspeling om

van te rillen. Hij deed dat in de aanhef

van zijn artikel over de wielrenner

Jacques Moujica, ook wel Jésus

Moujica genoemd. Moujica werd,

zoals bekend, winnaar van de monsterwedstrijd

Bordeaux-Parijs, een rit

b'aden ongewenst is. Gaat het niet

een beetje op reclame lijken ?

Ons eigen .orgaan doet er overigens

ook aan mee. Benoemingen en mutaties

in de journalistiek vormen

nieuws, dat wij in ons blad verwachten,

doch het lijkt mij niet nodig om,

wanneer Tijdspiegelaar; de parlementaire

redacteur van De Tijd, of Pasquino

geciteerd worden, eventjes te

vermelden, dat dit respectievelijk mr

Derks, Hanekroot en Luger zijn. Dat

v/eten wij trouwens toch wel, en de

rest heeft er niets mee te maken.

Op het menu in het restaurant

wordt niet vermeld, wie van de koksmaatjes

de soepgroente heeft gehakt,

en of de maïtre de cuisine deze keer

zelf de saus heeft aangemaakt. Zo

is het ook met de krant; de lezer

verlangt nieuws... een revolutie, het

resultaat(?) van de R.T.C., een boekbespreking

hij verwacht gerechten;

toegang tot de keuken kan hij

voor zijn paar centen niet verlangen.

De kok blijve (de beeldspraak is vrij

raar) achter het gordijn van de pluralis

majestatis; hij zelf is niet belangrijk,

wat hij maakt, wél.

22

Hk. ASSMANN

van een dag en een nacht over maar

even 586 K.M. En Goddet profaneerde

zonder blikken of blozen: „In

deze Kerstnacht van de wielersport,

werd Jésus Moujica geboren in de

kribbe van de grootste glorie."

Daar zijn, menen wij, zelfs de

meest onverschrokken dramaturgen

van de Nederlandse sportjournalis

tiek toch maar onmondige boorlingskes

bij.

EZE vrij vriendelijk gestelde cri-

D tiek door Jan Cottaar werd in

het „Vrijmoedig Commentaar" van

De Tijd terecht aangevuld met de

volgende afkeuring:

Hebben de dramaturgen van de

Nederlandse sportjournalistiek de

potentie in zich tot aberraties te

komen als die, waaraan de hoofdredacteur

van ,,1'Equipe" zich thans

heeft bezondigd ? Als men dit meent,

denkt men over zo'n profanatie, hoe

verontwaardigd men er ook over

mag zijn, altijd nog te licht, lijkt ons.

Of denken wij misschien nog altijd

te licht over het bedrijf dier Nederlandse

sportdramaturgen ? Wij zijn

geneigd, de overdrijving, waarin zij

hun kracht zoeken, te beschouwen

als een nogal onschuldig en ja, niet

zelden voor de lezers wel amusant

verschijnsel. Maar het zou inderdaad

wel eens niet zo onschuldig kunnen

zijn.

Tot hoever rijkt het vermogen des

onderscheids bij de lezers van al die

waanzin? Als velen van hen eens

niet in de gaten hebben, dat het

waanzin is? Als zij het allemaal eens

hoogst ernstig zouden nemen?

Dan zouden die sportdramaturgen

een hoogst gevaarlijke verwarring in

de hand werken. Dan zouden zij

danig bijdragen tot een herwaardering

der waarden, die er welhaast

geen van in haar waarde laat.

En als nu eens die sportdramaturgen

zelf ook niet in de gaten zouden

hebben, dat zij waanzin schrijven?

Als zij zelf er eens evenzeer in zouden

geloven als zulk een publiek, dat

niet tot critisch lezen in staat is?

Dan schrijft misschien ook een Nederlandse

sportdramaturg plotseling

zo'n afschuwelijke profanatie neer.

Wanneer zij zelf in hun waanzin geloven,

kan deze niet anders dan afstompend

werken bij hen. Dan moet

hun waanzin hen steeds meer in zijn

greep krijgen. Wat zij vandaag nog

vermogen te onderscheiden, dat onderscheiden

zij dan morgen niet

meer.

IJ achten het mogelijk, dat

W sportdramaturgen, die beginnen

met waanzin te schrijven, terwijl

zij zich dit welbewust zijn, door het

succes, dat zij er mee hebben bij een

publiek, dat hen hoogst ernstig

De heer R. J. Vogels, Hoofd van de

Persdienst van de K.L.M., schreef het

volgende aan de Federatie:

„Het medeleven van de Nederlandse

pers in al haar geledingen met het

30-jarig bestaan van de K.L.M, was

zo overweldigend, dat het volkomen

onmogelijk is om alle bladen en hun

redacteuren met een persoonlijk

schrijven te bedanken.

Ik geef U de verzekering, dat de

Directie en het personeel van onze

maatschappij zeer onder de indruk

zijn van de betoonde sympathie en

de grootse hulde. Er is geen land ter

wereld, waar de nationale burgerluchtvaart

zulk een oprechte belangstelling

van de zijde van de pers ten

deel valt als in Nederland en dit moge

een bewijs zijn van een juist inzicht

ten aanzien van datgene, waarmede

Nederland in de nabije en verre toekomst

de goede naam buiten de grenzen

kan handhaven en verstevigen.

Het is mij een voorrecht om namens

de K.L.M, via Uw organisatie

de gehele Nederlandse Pers van harte

dank te zeggen voor de unieke

samenwerking."

Uit de „Amsterdamse Pers"

De Contact-middagen van de leden

van het Genootschap voor Openbaar

Contact en de leden van „De A.P."

en de Kringen Noord-Holland der

K.N.J.K. en P.C.J.V. in de „American

Bussiness Club" aan de Warmoesstraat

te Amsterdam zijn Dinsdag

18 October hervat.

Die middag heeft coll. Eduard

Elias, „Elsevier's Praetvaer", een interessante

causerie gehouden, waarin

hij de gevaren der bedreiging van de

grote landelijke dagbladen door de

provinciale pers op onderhoudende

wijze — en toch met de ernst, die

bij dit onderwerp past — belichtte.

Zijn causerie had bovendien de verdienste,

dat zij aanleiding gaf tot een

geanimeerde discussie.

De opkomst was bevredigend, doch

kan nog beter worden. Voortaan is

er dus Dinsdag om de 14 dagen in

de A.B.C, weer gelegenheid elkaar

te ontmoeten. 1 Nov., 15 Nov., 29 Nov.

enz., kan men daar zo 's middags

tussen kwart over 4 en half 7 perschefs

en collega's treffen. Het ligt

in de bedoeling om contact-middagen

met en zonder „causerie" elkaar te

doen afwisselen.

neemt, zichzelf na enige tijd ook

hoogst ernstig nemen en dan van

kwaad tot erger vervallen.

Onze sportdramaturgen mogen

zich spiegelen aan de hoofdredacteur

van ,,1'Equipe". Er blijve of

kome systeem in hun waanzin.

Systeem, dat de vrucht is van gezond

verstand en verantwoordelijkheidsgevoel.

(Door omstandigheden is plaatsing

van deze beschouwing vertraagd.

Red. K. J.)


WIST UDAT....

= L. Swenney, voormalig correspondent

van de Maasbode te Wenen,

secretaris van de Kamer van Koophandel

in die blijde stad geworden is ?

= wij van die (gewaardeerde) collega

nieuwtjes voor deze rubriek

ontvangen hebben, alle betreffende

„een boek van mijn hand" dat binnenkort

zal verschijnen?

-_= wij zulke nieuwtjes ijskoud en

domweg niet plaatsen?

= u mag raden waarom niet?

= ons vak toch maar altijd tot alles

blijft leiden?

= u dat weer zien kunt aan collega

D. Waalwijk van het Rotterdams

Nieuwsblad die beroeps-officier gaat

worden? En dat wel: majoor bij de

Luchtmachtstaf ?

— collega Enklaar (uit Enschede)

verbonden werd aan de Amersfoortse

Courant ?

= daarentegen collega G, H. ter

Stege uit Hengelo (O.) redacteur van

de Emmer Courant is geworden?

= hoofd-collega D. J. von Balluseck

van Algemeen Handelsblads naam

en faam, na 31 dienstjaren aan de

N.Z. Voorburgwal, diplomaat is geworden

bij de Nederlandse delegatie

bij de Verenigde Volken?

= wij nu zenuwachtig onze nagels

bebijten met de vraag: wie, o wie

zal hem opvolgen?

=: wij cns afvragen: komen die Groningse

hoogleraar of die Rotterdamse

collega (van een vorige gelegenheid)

thans wederom en nog in

aanmerking ?

= collega doctor Ernst van Raalte

alwéér in de Verenigde Staten is?

= de motorkampioen (van de A.N.

W.B.) wederom verschenen is? Met

J. Koolhaas Revers als hoofdredacteur

en J. W. Ankersmit (ex-Arnhemse

Courant) en Ido Izaaks als

redacteuren ?

= H.M. de Koningin, bij haar bezoek

aan Hellendoorn, door deszelfs burgemeester

een boekje (over Hellendoorn

en Nijverdal) werd aangeboden,

geschreven door ons aller Gerhard

Werkman?

= de n.v. Deli Courant over 1948

10 percent dividend uitkeert ?

= te Wilhelmshaven de „Wilhelmshavener

Zeitung" is herverschenen ?

Uitgever en hoofdredacteur de voormalige

admiraal der Duitse oorlogsmarine

Förster is? Gekleed in een

bescheiden colbertje, de gewezen zeeheld

over het perron van het station

loopt en zelf de kranten verkoopt?

— mr. M. C. M. Voorbeytel bij zijn

afscheid als pers-attaché aan de Nederlandse

Ambassade te Parijs hartelijk

gehuldigd is?

— wij, op deze plaats, deze beminnelijke

en hulpvaardige oud-collega

hartelijk willen dank zeggen voor de

wijze waarop hij zijn taak heeft vervuld

?

— wij hopen en verwachten dat

Voorbeytels opvolger, Sadi de.Gorter,

met vreugde en voldoening diens

werk zal voortzetten?

= twee Praagse Perschefs, Klinger

en Kosta, zijn gearresteerd ?

= Praag maar zeshonderd kilometer

van Nederland ligt?

= Het Vrije Volk (Groningen) aan

B. en W. heeft gevraagd twee krantenstands

te mogen opstellen aan de

openbare weg ?

= het Haagse gemeentepersoneel een

eigen tijdschrift krijgt?

— collega M. Reckman niet meer bij

de redactie van De Telegraaf werkzaam

is?

= in 1938 in België 92 dagbladen

verschenen, in 1947 waren het er 61.

Weekbladen: in 1938 3063, in 1947

nog 1478 ?

= aan twaalf kinderen van bij de

ramp met de ,,Praneker" omgekomen

Amerikaanse journalisten op initiatief

van officiële Nederlandse instanties

in de Ver. Staten een studiebeurs

voor vier of vijf jaar studie aan een

Amerikaanse universiteit is aangeboden

?

= de Franse Renault-fabrieken aan

vijf journalisten die de vergadering

van de V.N. verslaan vijf auto's heeft

aangeboden ?

= ook N.R.C.'s Vas' Dias en Parool's

Sanders volgens de Nieuwe Haagse

zo'n auto kregen ?

= het niettemin naar ons inzien leuker

zou zijn wanneer journalisten (of

hun directies voor hen) zélf hun

auto's zouden betalen?

— ir. A. van Emmenes zijn zilveren

jubileum als sportjournalist heeft gevierd?

En wij onze gelukwensen (alsnog)

bij de vele voegen?

~ collega Jaap Kalff uit Den Haag

daarentegen dertig jaar werkzaam

was ? En dat wij hem hierbij op papier

hartelijk de hand drukken ?

= wij hem toewensen dat hij nog

vele, vele Zaterdagse uren in de collegiale

kring in de Bodega moge

paraisseren ? Om maar te zwijgen van

de ontelbare belegde broodjes op de

Stationsweg, die wij hem nog gunnen?

= de zaak Lunshof is uitgedraaid

op een vonnis van ƒ 100.— boete,

subs. 10 dagen hechtenis en een

voorwaardelijke gevangenisstraf van

1 maand met een proeftijd van 3 jaar ?

= en de affaire Schoonenberg op

een vonnis van ƒ 150.— boete, subs.

15 dagen hechtenis en een gevangenisstraf

van 6 weken met een proeftijd

van 3 jaar?

= tegen de hoofdredacteur van De

Waarheid (ditmaal wegens belediging

van de heer Beel) driehonderd

gul-den boete subsidiair dertig dagen

hechtenis geëist is?

= R. Zuidema, hoofdredacteur, van

het Zeeuws Dagblad te Goes op 31

October 70 jaar geworden is ?

= Bertus Aafjes in vaste dienst is

getreden van de Volkskrant als „lyrische

medewerker" ?

= de parlementaire redacteur van

de Radio Nieuwsdienst, C. D. Th.

Sikkink, verbonden is als redacteur

Binnenland aan de Volkskrant?

= P. O. van Kempen, die als redacteur

was verbonden aan het weekblad

van de Kath. Nederl. Boeren-

en Tuindersbond, sinds 15 October

als landbouwredacteur aan de Volkskrant

werkt?

= Th. Nolens te Helmond, sportredacteur

van „Oost-Brabant", binnenkort

verbonden wordt aan de sportredactie

van de Volkskrant?

= Astra, het maandblad, na een zeer

korte na-oorlogse wederverschijning,

alweer is verdwenen ?

= de laatste dag van September de

Ned. Ver van Persbureaux het levenslicht

zag?

= dit een moeilijke bevalling is geweest,

wanneer wij het aantal van

de voorafgegane consulten als maatstaf

mogen nemen ?

= wij de boreling verwelkomen wegens

haar doelstelling: het bevorderen

van een in economisch, cultureel

en sociaal opzicht gezond persbureauwezen,

het medewerken aan een zo

hoog mogelijk journalistiek peil dei-

Nederlandse persbureaux en het behartigen

van de vakbelangen der

leden ?

= in de Verenigde Staten minder

papier wordt gefabriceerd omdat de -

voorraden te groot zijn?

= S. J. van der M. te Leeuwarden,

die tot 5 Mei 1950 door de Perszuivering

is uitgesloten, niettemin tóch

schreef en derhalve door de Leeuwarder

politierechter, tot ƒ 200 boete

of 1 maand voorwaardelijk met 1

jaar'proeftijd is veroordeeld?

= B. C. F. van den Berkhof van

Kockengen, de pers-man aan onze

ambassade te Brussel, benoemd is

tot ambassade-raad ?

= de landelijke voetbalkampioen

S.V.V. de enige club in ons land is,

die perskaarten uitreikt voor een

plaats „met dame" ?

= Yge Foppema (onze eigen Yge

mogen we wel zeggen) benoemd is

tot docent in Journalistiek Taalgebruik

aan het Instituut voor Perswetenschappen

van de Amsterdamse

Universiteit ?

= hij derhalve van Discipulus Charivarii

nu Magister Diurnalium is

geworden ?

= wij de hoofdredacties van De Telegraaf

en het Nieuws van den Dag

gevraagd hadden om opgave van bij

deze dagbladen werkzame collegae?

= deze hoofdredacties geweigerd

hebben aan dit (vriendelijk) verzoek

van (ook) hun vakblad gevolg te

geven ?

= wij de tanden op elkaar hebben

gezet om deze (collegiale) slag op

het hoofd te boven te komen?

= wij overigens slechts één verklaring

hebben voor deze weigering?

= u moogt raden welke deze is?

= de R. v. B. voor de Perszuivering

een uitspraak vernietigde van de

comm. v. d. Perszuivering, waarbij

een naamsverbod was ingesteld voor

het „Nieuwsblad v. Friesland" of

„Hepkema's Crt."?

= de landreohter te Makassar redacteur

Radja Loa wegens belediging

van de negara-politie veroordeeld

heeft tot een jaar gevangenis?

= u dan toch maar weer aardig wat

lachjes en traantjes, snikjes en grimlachjes

van ons hebt opgediend gekregen

deze maand?

23


IN AMERIKA IS HET BETER

Een land heeft niet alleen de regering,

maar ook de "kranten die het

verdient.

Klachten over de Nederlandse pers

en haar dienaren kunnen vaak worden

herleid tot twee grondfouten die

nu eenmaal eigen zijn aan het krantenbedrijf

hier te lande:

1. de redacties zijn onvoldoende bezet,

en

2. de redacteuren worden onvoldoende

betaald.

'Dit. zijn conclusies waartoe men

onvermijdelijk moet komen na kennisneming

van de wenken, die Elliseva

Sayers >(nu al weer enige tijd geleden,

maar ze hebben niets van hun actualiteit

verloren) aan haar 'Engelse collega's

gegeven heeft in World's Press

Niews.

Collega Sayers is een Engelse die

de laatste jaren in New York heeft

gewenkt. Ze weet waarover ze schrijft

— zoals de meeste Amerikaanse journalisten.

Een gulden per woord ....

Ja, er worden hier in Amerika

enorme honoraria betaald, zegt collega

Sayers. Ik heb wel eens twee

shilling per woord gekregen (dat was

Mijnheer de Redacteur

. TER AANMOEDIGING

In Januari bracht ik een bezoek

aan de hoofdredacteur van een gewestelijk

dagblad. (Ter voorkoming

van vergissingen wegens de plaatsnaam

hieronder genoemd: het blad

was niet De Gelderlander). De hoofdredacteur

zeide mij dat hij prijs stelde

op korte verhalen. Ik schreef een

kort verhaal en stuurde het in. Lange

tijd hoorde ik er niets meer over,

totdat ik langs een omweg vernam

dat op 8 April mijn bijdrage geplaatst

was. Van toen af wachtte ik hoopvol

op een honorarium. Ik wacht nog

steeds.

In Mei waagde ik er op te zinspelen

in een brief aan de hoofdredacteur,

doch ik ontving geen

antwoord. In Augustus schreef ik

rechtstreeks naar de directeur over

dit geval. En wederom bleef een

antwoord uit.

Een en ander stemt een student in

de journalistiek niet zeer hoopvol.

Maar ik vertrouw dat een dergelijk

gebaar in de perswereld toch wel

geen gewoonte zal zijn. Gaarne zou

ik uw mening hierover vernemen.

STUDENT TE NIJMEGEN

Het zijn slechts uitzonderingen,

die de regel van journalistiek fatsoen

bevestigen. — Red.

24

(Tenminste in sommige opzichten)

lang vóór de devaluatie van het pond).

Maar vergeet niet wat er voor gevraagd

wordt. „Het aantal woorden

dat niet in druk verschijnt, is vaak

een toetere maatstaf om er zo'n schijnbaar

fabelachtige betaling naar te

beoordelen."

Het is niets 'bizonders, wanneer een

Amerikaanse journalist wekenlang

bezig; is materiaal te verzamelen voor

een enkel artikel. Hij onderzoekt, ondervraagt,

snuffelt in bibliotheken,

leest boeken, (brochures en artikelen,

gaat op reis. Hij schuwt niet de

moeite (en de tijd!) met twintig mensen

te gaan praten om één bruikbare

anecdote te krijgen ter verlevendiging

van zijn verhaal.

Het is evenmin iets bizonders wanneer

hij dan nog eens een week besteedt

aan het schrijven en herschrijven

van zijn artikel, alvorens hij het

naar de een of andere redactie zendt.

Die hem misschien zal vragen, het

nóg eens te herzien.

Voor zo'n artikel, van 2500 tot 5000

woorden, krijgt onze Amerikaanse

collega dan ook, als het erg mooi is,

misschien 60Ö dollar.

Goed werk kost tijd

Wanneer Amerikaanse reportages

zo vol zitten met interessante Ibizon.

derheden, dan komt dat eenvoudig

omdat de schrijvers zich de tijd hetoben

gegund, en konden gunnen, om die

bizonderheden op te sporen.

Collega Sayers haalt als voorbeeld

aan, hoe van een bekende Engelsman

een „portretje", korte levensbeschrijving

en karakterschets, werd geschreven

voor de New Yorker. Die journalist

heeft drie weken ongeveer ibij me

gelogeerd, zei het slachtoffer, en vervolgens

heeft hij al mijn vrienden en

vijanden ondervraagd.

Met dezelfde zong wordt vervolgens

zo'n stuk geschreven en herschreven.

Maar dan komt er ook een „Profile"

in de New Yorker voor de dag!

Wat voor de reportage geldt, geldt

evenzeer voor de bewerking van de

copie op de krant. De kunst van het

herschrijven, ihier overhaast wel toegepast

als het erg! nodig isi, heeft men

in Amerika tot grote Moei geibraeht.

Geen sprake van, dat telexcopie na

onderstreping van de hoofdletters en

enkele vluchtige bekortingen zo maar

wordt doorgegooid'! Het persbureau

is daar slechts de leverancier van

Tuwe grondstof, die niet in de krant

komt voordat ze is bewerkt en gepolijst.

'Bij ons ontbreken voor een dergelijke

werkwijze de tijd en de mensen.

De Nederlandse journalist wordt er

niet naar betaald, om zoveel zorg aan

zijn werk te besteden. Bijgevolg doet

hij het vlugger — maar het werk is

er dan ook naar.

In de ogien van een Amerikaan is

een groot deel van wat wij doen

eigenlijk niet veel meer dan: flodderjournalistiek.

De aard van deze soort van journalistiek

drukt een stempel op degenen

die er in werken. Zij vergeten

— zo zij het ooit hebben vermoed —

dat een journalist ook iets dient te

hebben van een wetenschappelijke

speurwerker. Indien zij al eens in het

vooruitzicht zouden worden gesteld

van duizend gulden voor een artikel,

zouden zij proberen het in anderhalve

dagi te schrijven — eenvoudig omdat

zij niet meer weten dat het ook

anders kan.

Gevaar van navolging

In het (bovenstaande heb ik een

aantal gegevens van Elliseva Sayers

„naar 's lands gelegenheid verduitst".

Natuurlijk heeft de Amerikaanse

journalistiek ook andere kanten. Ze

kan ons niet zo maar ten voorbeeld

worden gesteld.

Het gevaar 'bestaat echter, dat

vooral jonge collega's onder de bekoring

van haar goede kanten komen

en dan gaan proberen „het ook zo te

doen". D.w.z. enkele uiterlijkheden

van de Amerikaanse journalistiek na

te bootsen, zonder te beseffen wat

daar achter zit aan tijd, inspanning

en vakkennis.

Wij moeten nu eenmaal een krant

in elkaar zetten met een fractie van

het. aantal' mensen dat in Amerika

eenzelfde krant zou maken. Van ons

wordt verwacht dat wij per uur een

veelvoud produceren van het aantal

regels copie dat er in dezelfde tijd uit

de schrijfmachines van onze collega's

aan de overkant komt. Onder die omstandigheden

moeten wij niet gaan

proberen, hetzelfde soort werk te

leveren. Daarmede schaden we onszelf

en onze krant.

Wiji moeten blijven wat we zijn:

arme jongens. Voor die armoede

hoeven we ons niet te schamen, zo

lang we onze degelijkheid behouden.

(Dat is niet hetzelfde als zwaarwichtigheid,

die er wel eens voor moet

doorgaan.

Maar intussen moeten we blijven

streven naar verbetering van onze

materiële positie. Omdat dat een van

de grondvoorwaarden is voor de verheffing

van,het peil van de Nederlandse

journalistiek:

meer mensen,

beter betaalde mensen,

minder regels per man (of vrouw).

dus meer tijd,

meer zorg,

meer en beter herschrijven —

en betere kranten.

Toekomstmuziek? Natuurlijk! Maar

elke stap in die richting is winst. En

elke vermijding van misverstanden,

waarbij de schijn voor het wezen

wordt genomen, is óók winst. Y.F.

More magazines by this user
Similar magazines