De ondertoezichtstelling. Een beschrijving van het wettelijk kader

vanmontfoort.nl

De ondertoezichtstelling. Een beschrijving van het wettelijk kader

I N H O u DSOpGaV E

5.4.1 Juridische positie gezinsvoogd t.o.v. BJZ. .......................................................................24

5.4.2 Aanwijzen gezinsvoogd en informeren ouders (artikel 44 Ub Wjz). ................................24

5.5 Uitvoering oTS via een plan van aanpak en evaluatie. ...............................................................24

5.5.1 Opstellen van een plan van aanpak (artikel 43 Ub Wjz)..................................................25

5.5.2 Bijstelling plan van aanpak en evaluatierapportage. .......................................................25

5.5.3 Afsluitrapportage bij einde OTS. .....................................................................................25

5.6 Samenloop oTS en jeugdreclasseringsmaatregel. .....................................................................25

5.7 Controlerende taak van de raad voor de Kinderbescherming. ..................................................25

5.8 Vervanging door een ander BJZ. .................................................................................................26

5.9 Uitvoering oTS door een landelijk werkende instelling. ..............................................................26

6 Uitvoering van de OTs. .....................................................................................................................27

6.1 BJZ is belast met openbaar gezag. .............................................................................................27

6.2 Betrekken van belanghebbenden. ...............................................................................................27

6.3 Algemene beginselen van behoorlijk bestuur. .............................................................................27

6.3.1 Normen voor verkeer tussen BJZ en belanghebbenden. ................................................28

6.3.2 Zorgvuldige voorbereiding van besluiten (o.a. hoorplicht belanghebbenden). ...............28

6.3.3 De besluitvorming en de inhoud van de beslissing. ........................................................28

6.3.4 Bekendmaking van beschikkingen. .................................................................................29

6.4 Bezwaar en beroep tegen besluiten (negatieve lijst). ..................................................................29

6.5 Schriftelijke aanwijzing (artikel 258-260). ....................................................................................31

6.5.1 Wat is een aanwijzing (artikel 258)?. ...............................................................................31

6.5.2 Inhoud van de aanwijzing. ...............................................................................................31

6.5.3 Aan wie kan een aanwijzing worden gegeven?. ..............................................................32

6.5.4 Sancties op het niet opvolgen van de schriftelijke aanwijzing (artikel 269). ...................32

6.6 Vaststellen van een omgangsregeling. ........................................................................................32

6.6.1 Vaststellen omgangsregeling tijdens een uithuisplaatsing (artikel 263a). .......................33

6.6.2 Verzoek tot wijziging van een bestaande omgangsregeling (artikel 263b). ....................33

6.7 Wat als ouders het niet eens zijn met de aanwijzing of omgangsregeling?. ...............................33

6.7.1 Verzoek aan rechter tot vervallenverklaring van aanwijzing (artikel 259). ......................33

6.7.2 Verzoek aan BJZ tot (gedeeltelijke) intrekking van aanwijzing (artikel 260). ..................34

7 Vaststellen welke zorg nodig is (indicatiebesluit). ........................................................................35

7.1 om welke vormen van zorg gaat het?. ........................................................................................35

7.1.1 Indicaties voor jeugdzorg (waaronder gesloten jeugdzorg). ............................................35

7.1.2 Indicaties voor jeugd-GGZ. .............................................................................................36

7.1.3 Voor een uithuisplaatsing is alleen het indicatiebesluit onvoldoende. ............................36

7.2 Hoe komt het indicatiebesluit tot stand?. .....................................................................................36

7.3 Wanneer heeft de cliënt recht op een second opinion?...............................................................36

7.4 Wat moet er in een indicatiebesluit staan?. .................................................................................37

7.5 Hoe lang kan het indicatiebesluit lopen (geldigheidstermijn)?. ....................................................37

7.6 Spoedeisende situaties. ...............................................................................................................38

7.7 Wat als de ouders/jeugdige het niet eens zijn met het indicatiebesluit?. ....................................38

7.8 Uitvoering van de in het indicatiebesluit aangewezen zorg. ........................................................38

7.8.1 Aanspraak (recht) op zorg en de opnameplicht zorgaanbieder.......................................38

7.8.2 Informatieplicht zorgaanbieders. .....................................................................................38

8 Uithuisplaatsing in een open accommodatie. ................................................................................39

8.1 onderscheid vrijwillige plaatsing en plaatsing met machtiging. ..................................................39

8.2 Het verzoek tot machtiging uithuisplaatsing. ...............................................................................39

8.2.1 Wanneer kan om de machtiging worden verzocht en door wie (artikel 261)?. ................39

8.2.2 Wanneer moet een indicatiebesluit worden bijgevoegd?. ...............................................40

8.2.3 Beoordeling van het verzoek door de kinderrechter. .......................................................40

8.3 Hoe lang loopt de machtiging tot uithuisplaatsing?. ....................................................................40

8.4 Gebruik van de machtiging tot uithuisplaatsing. ..........................................................................41

D E O N D ERTO E ZICHTSTELLI N G

6

Similar magazines