Opm. Drents landschap 11 - Stichting Het Drentse Landschap

drentslandschap.nl

Opm. Drents landschap 11 - Stichting Het Drentse Landschap

Kwartaalblad

11

sept. 1996

no. 11

De Vossenberg


2

Kwartaalblad van de

Stichting Het Drentse Landschap

3

4

11

12

14

18

20

27

Inhoud

Van bestuurstafel tot stoel

— bestuursberichten

De Vossenberg

— terreinbeschrijving

Eef Arnolds & Bernhard de Vries

Week van het Landschap

Struikhei

— flora en fauna

Joan D.D. Hofman

Vogelman Dick Haanstra

— interview

Jan Wierenga

Dagvlinders

— jeugdrubriek

Geert de Vries

Kortweg

— berichten

Agenda

Redactie E.W.G. van der Bilt, J.N.H. Elerie, B.R.W. Grevink,

J.D.D. Hofman J.G. Schenkenberg van Mierop, R. H. van der Sleen

Vormgeving Albert Rademaker BNO, Annen

Pre-Press Von Hebel bv, Groningen

Lithografie Repro Groningen, Groningen

Druk en afwerking Boom Pers Drukkerijen BV, Meppel

Omslag De Vossenberg (foto: Harry Cock)

De lithografie en het drukken van het omslag is mogelijk gemaakt

door Sijbring Schilderwerken BV te Borger.

ISSN 1380-3263

Overname van artikelen met bronvermelding is toegestaan.

De inhoud van de bijdragen van gastschrijvers weerspiegelt niet noodzakelijk

de opvattingen van de StichtingHet Drentse Landschap’.

Het Drentse Landschap is een uitgave van de StichtingHet Drentse

Landschap’. Het geeft informatie over de terreinbezittingen en

activiteiten van de Stichting. Het blad verschijnt viermaal per jaar,

bij het wisselen der seizoenen en wordt gratis toegezonden aan de

Beschermers van het Landschap. Beschermer kan men worden door

bijgevoegde kaart in te vullen en te verzenden. Minimale bijdrage

ƒ. 30,– per jaar.

Als u ‘Het Drentse Landschap’ extra wilt steunen dan kan dat op de

volgende wijze:

Lijfrente Dit betreft een vaste periodieke uitkering (minimaal 5 jaar)

en moet worden geregeld door een notaris.

Giften Voor minimaal 1% en maximaal 10% van uw onzuiver

inkomen zijn giften aftrekbaar voor de inkomstenbelasting.

Legaten of erfstellingen Tot een bedrag van ƒ. 15.647,– (1996) is

Het Drentse Landschap’ geen successierechten verschuldigd.

Daarboven geldt voor ‘Het Drentse Landschap’ een tarief van 11%.


Mijn afscheid als voorzitter van

Het Drentse Landschap’ was

een verrassende ervaring. Zoveel

mensen, zoveel vriendelijke

woorden, zoveel erkenning!

Ik had mij niet erg verheugd

op dit afscheid, maar ik kijk

nu in dankbaarheid terug.

Allen die er aan mee hebben

gewerkt om mij dit gevoel te

geven zeg ik hartelijk dank.

In 15 jaar voel ik mij vergroeid

met ‘Het Drentse Landschap’.

Alle belangstelling bij het

aftreden als voorzitter gold

niet alleen mij, maar ook

Het Landschap’. In die zin

heb ik ervan genoten

en ik blijf mij erbij

betrokken voelen.

Het Drentse Landschap

– dicht bij de mensen

– dicht bij de natuur

– dicht bij mij.

M.H.Hollema-Eikenberg.

Bestuursberichten

Van bestuurstafel tot

stoel...

‘Van de bestuurstafel’ heette de rubriek

die u op deze plaats placht aan te

treffen. Een titel die de inhoud zeker

dekte. Talloze onderwerpen die in en

door het bestuur behandeld waren,

werden er zeer correct en goed

beargumenteerd weergegeven door

medewerkers en bestuursleden.

Maar vaak was het een wat afstandelijk

stukje. Alsof niet mensen, maar een

tafel uit de bestuursschool klapte.

Vandaar een paar kleine wijzigingen.

Een andere naam, een andere vorm.

Voortaan wil ik u graag persoonlijk op

de hoogte houden van al hetgeen zich

afspeelt in en rond ons Drentse

Landschap. Althans van de bestuurlijke

aspecten daarvan. Ik wil proberen

daarbij de afstand tussen u en het

bestuur zoveel mogelijk te verkleinen.

U, lezers, begunstigers en genieters van

het Drentse landschap sterk te betrekken

bij al hetgeen er de komende periode

zal gaan veranderen. Ik ben er namelijk

van overtuigd, dat dit voor de

Landschappen ingrijpend zal zijn.

Niet zozeer door wijzigingen in de

organisaties zelf, die hebben we

gelukkig al gehad, maar veeleer door

de grote maatschappelijke veranderingen

die hun weerslag zullen hebben op het

3

natuur- en landschapsbeheer. Daarin

zullen vooral grootschalige

verschuivingen gaan optreden. De

wens is duidelijk aanwezig de natuur in

Nederland in oppervlakte te laten toenemen.

Daarnaast zullen er ook schaalvergrotingen

plaatsvinden in de samenwerkingsverbanden

tussen een steeds

grotere groep natuurbeschermingsorganisaties

enerzijds en direct, indirect

en slechts zeer zijdelings betrokkenen

anderzijds. Natuurontwikkeling zal

daardoor – vrees ik – een steeds

complexere materie worden.

Het zal niet eenvoudig zijn in die

natuur-jungle onze eigen identiteit te

behouden. Juist de flexibiliteit en de

kleinschaligheid waren en zijn de

kracht en de charme van ‘Het Drentse

Landschap’. We zullen er alles aan

moeten doen die kleinschaligheid

binnen dat grootschalige vast te

houden. Zonder onze aandacht te gaan

versnipperen. Juist aandacht voor

details biedt vaak een beter inzicht in

het totaal. Maar dat vergt een visie en

vooral betrokkenheid. Dat vergt een

hechte band tussen allen die ‘Het

Drentse Landschap’ na aan het hart ligt.

En daar wil ik op deze plaats een paar

keer per jaar graag even met u ‘voor

gaan zitten’.

Aleid Rensen

Voorzitter Stichting Het Drentse Landschap


4 Terreinbeschrijving

De Vossenberg

De Vossenberg is een landgoed gelegen op het Drentse

plateau nabij Wijster. Het kerngebied van 150 ha ten oosten

van Wijster werd in 1974 verworven door ‘Het Drentse

Landschap’. Later werd het gebied uitgebreid tot de huidige

360 ha, waarbij ook de smalle strook bos aan weerszijden

van de Kampsweg tussen Wijster en Spier tot de Vossenberg

gerekend wordt. Het terrein omvat voornamelijk heidebebossingen,

aangeplant in de eerste helft van deze eeuw,

destijds overwegend bestemd als productiebos met veel

exoten als Douglasspar, Japanse larix, Fijnspar en Amerikaanse

eik. Het huidige beheer is erop gericht deze opstanden

geleidelijk om te vormen tot bossen met een meer natuurlijke

structuur en een hoger aandeel van inheemse boomsoorten

als de Zomereik. Het landgoedkarakter wordt benadrukt

door enige lanen van Beuk, Zomereik en Amerikaanse eik,

die het gebied doorsnijden.

Van de oorspronkelijke heidevelden zijn nog slechts enkele

snippers over. Wel liggen er verspreid in het gebied vennetjes

en veentjes, ten dele sterk verrijkt onder invloed van de

omringende landbouwpercelen. Verder omvat het landgoed

flinke oppervlakten cultuurland die alle tot voor kort intensief

voor de landbouw werden gebruikt, dat wil zeggen sterk

bemest en ontwaterd.

De laatste jaren worden pogingen ondernomen om de natuur-

Eef Arnolds & Bernhard de Vries*

Paddestoelen in

Landgoed

Vossenberg

waarden in een deel van het gebied te vergroten door middel

van extensieve begrazing en het verwijderen van de voedselrijke

bovengrond. In dit tijdschrift is vorig jaar aandacht

besteed aan de geschiedenis van het landschap en in het bijzonder

aan de recente initiatieven voor natuurontwikkeling

(Van der Bilt, 1995).

Het Biologisch Station te Wijster

De Vossenberg is wat paddestoelen betreft één van de best

bekende terreinen in Drenthe. Dit hangt niet zozeer samen

met het voorhanden zijn van bijzondere milieukwaliteiten,

maar meer met de nabijheid van het Biologisch Station van

de Landbouwuniversiteit Wageningen, gesitueerd even ten

westen van Wijster. Dit is één van de weinige instellingen in

Nederland waar, naast andere activiteiten, beroepsmatig

onderzoek aan paddestoelen wordt verricht, onder meer de

studie van paddestoelengemeenschappen en het registreren

van veranderingen daarin. Ook wordt vanuit het Biologisch

Station de landelijke paddestoelenkartering gecoördineerd,

uitgevoerd door tientallen leden van de Nederlandse

Mycologische Vereniging. Jaarlijks wordt er een veldcursus

gehouden om studenten van de Landbouwuniversiteit te

Wageningen iets over paddestoelen te leren. Al deze

activiteiten brengen met zich mee dat er in de direkte omgeving

van Wijster heel wat gegevens over de paddestoelenflora

ofwel mycoflora zijn verzameld. Op verzoek van ‘Het

Drentse Landschap’ is in 1995 speciale aandacht geschonken

aan de paddestoelen van de Vossenberg, onder meer door

middel van een excursie voor belangstellenden die op

29 oktober werd gehouden. In totaal werden sinds 1974

gedurende 38 kortere of langere bezoeken één of meer

soorten geregistreerd.

Biodiversiteit

In de Vossenberg werden in de loop van twintig jaar

406 soorten paddestoelen aangetroffen. Volgens een recent

overzicht zijn in ons land bijna 3500 soorten paddestoelen

aangetroffen (Arnolds e.a., 1995). De soortenlijst van de

Vossenberg is zeker niet compleet, want diverse terreingedeelten

zijn nog nauwelijks onderzocht en aan kleine,

onopvallende soorten is nog onvoldoende aandacht besteed.

Het werkelijke aantal soorten zal zeker 600 en misschien wel

meer dan 800 bedragen. Dit lijkt op het eerste gezicht een

buitengewoon hoge schatting, maar in feite zijn dat normale

aantallen voor een terrein van dergelijke omvang en variatie.

In een vergelijkbaar bosgebied op zandgrond nabij Helmond

werden bij intensief onderzoek zelfs meer dan 1000 soorten

gevonden.

foto: Harry Cock


Paddestoelen horen bij het najaar als verkleurende bladeren en nevelige ochtenden.

Ze zijn niet alleen sieraden van het herfstbos, maar vervullen daar ook belangrijke

biologische functies. In het Landgoed Vossenberg bij Wijster zijn nu al meer dan

400 soorten waargenomen.

Links: Oorlepelzwam, een bedreigd

paddestoeltje, groeiend op

dennenkegels.

Rechtsboven: Inktviszwam, een

zeldzame, exotische inktzwam.

Rechtsonder: Gewone zwavelkop,

zeer algemeen op stronken in het

herfstbos (foto’s: Eef Arnolds).


6 De Vossenberg

foto: Harry Cock

Om een volledig beeld van de paddestoelenflora te krijgen,

is meerjarig en gedetailleerd onderzoek noodzakelijk. Dit

heeft verschillende oorzaken. Op de eerste plaats zijn de

meeste soorten alleen gedurende een korte periode van het

jaar te vinden met, zoals bekend, een concentratie in het

najaar. Maar ook in dat seizoen zijn er soorten met een

voorkeur voor de nazomer en vroege herfst, zoals

Eekhoorntjesbrood (Boletus edulis) en Hanekam (Cantharellus

cibarius), terwijl andere pas in koele novemberdagen tevoorschijn

komen, bijvoorbeeld Gewoon fluweelpootje

(Flammulina velutipes) en Winterhoutzwam (Polyporus

brumalis). Sommige tegendraadse soorten verschijnen juist in

het voorjaar, zoals de Vroege leemhoed (Agrocybe praecox), in

de Vossenberg te vinden langs wegen en paden, vooral op

plaatsen waar houtsnippers zijn gedeponeerd. Daarnaast is de

vorming van vruchtlichamen (paddestoelen) sterk afhankelijk

van de weersomstandigheden. In een droog najaar, zoals in

1995, laten veel soorten geheel verstek gaan.

Een derde factor is dat veel paddestoelen moeilijk te vinden

zijn. Lang niet allemaal zijn ze zo groot en opvallend

gekleurd als de Vliegenzwam (Amanita muscaria) of het

Elfenbankje (Trametes versicolor). Veel soorten vormen schijfjes

van slechts een millimeter doorsnede of vliesdunne korstjes

die met het blote oog nauwelijks zichtbaar zijn. Bovendien

groeien veel soorten op verborgen plaatsen, zoals aan de

onderkant van takken en stammen.

Tenslotte is de herkenning van paddestoelen vaak een

probleem. Sommige soorten zijn onmiskenbaar, andere lastig

te onderscheiden of zelfs alleen na microscopisch onderzoek

te determineren. Werk voor specialisten! Helaas is er ook

geen gemakkelijk paddestoelenboek waarin alle Nederlandse

soorten overzichtelijk worden beschreven en afgebeeld.

Kruipend door het bos

Een nauwgezette inventarisatie van een beperkte oppervlakte

kan de echte rijkdom aan paddestoelen aan het licht brengen.

In de Vossenberg is een strook bos van 100 bij 10 meter

vanaf 1985 jaarlijks in de tweede helft van september onderzocht

in het kader van een studentencursus. Daarbij werd

het hele oppervlak op handen en voeten afgezocht. Het

proefvlak omvat een stukje van een half omgewaaide

douglasopstand, waar de schots en scheef over elkaar gevallen

stammen de indruk van een oerwoud wekken, een strookje

eikenbos met kwijnende dennen en langs een ven vochtig

berkenbos. In dit minuscule, maar afwisselende stukje bos

werden in tien jaar maar liefst 202 soorten paddestoelen

gevonden, maximaal 88 soorten per keer. Geen enkele soort

werd elk jaar aangetroffen en slechts vijf soorten waren

gedurende 9 jaren present.

Werkers in de duisternis

Paddestoelen worden in het volksgeloof vaak in verband

gebracht met duistere krachten. De naam padde-stoel duidt

hier al op, maar er is tevens sprake van heksenkringen,

Satansboleten, Duivelseieren en Elfenbankjes. Een bijzondere

band lijkt er ook te bestaan tussen de Vliegenzwam – rood

met witte stippen – en kabouters. Recent is over de betekenis

van de Vliegenzwam in de folklore een heel boek verschenen

(Lemaire, 1995). De auteur veronderstelt daarin dat de

associatie tussen de Vliegenzwam en de kabouter, ook terug

te vinden in de klassieke tuinkabouters, terug te voeren is op

gebruik van die paddestoel als hallucinogene rituele drug in

prehistorische tijden.

Er kan ook een andere parallel worden getrokken tussen

kabouters en paddestoelen. Volgens de overlevering zouden

kabouters in het duister allerlei nuttige werkzaamheden

verrichten, zoals het opruimen van afval en het verzorgen

van planten (vandaar de tuinkabouters?). En dat zijn juist

functies die paddestoelen in de natuur bij uitstek vervullen,

eveneens in het duister, onttrokken aan direkte waarneming.

In feite zijn het niet de paddestoelen zelf die aktief zijn, maar

hun mycelium of zwamvlok, een stelsel van vertakte, meestal

voor het blote oog onzichtbare schimmeldraden, dat in de

bodem of andere substraten groeit. De omvang van deze

mycelia is heel verschillend. Sommige soorten nemen

genoegen met één konijnenkeutel of één afgevallen eikel;

andere vormen in de bosbodem uitgestrekte netwerken van

vele vierkante meters. Een heksenkring van paddestoelen

geeft in feite de omtrek aan van de cirkel waarbinnen de

zwamvlok haar werkzaamheden verricht.

Voor vele honderden soorten bestaat die arbeid uit de


afbraak van dood blad en wat zich daartussen nog meer

bevindt: afgevallen knopschubben, twijgjes, vruchten, bloemen,

keutels van dieren en dergelijke. Deze saprotrofe paddestoelen,

levend van dood organisch materiaal, zijn essentieel

om de koolstof, stikstof, fosfor en mineralen die in het

strooisel aanwezig zijn, in de stofkringlopen terug te brengen

en zo opnieuw als voedsel voor planten – en daarmee ook

dieren en mensen – te dienen. Als we ergens in een beukenof

eikenbos voorzichtig in het strooisel gaan graven, zien we

deze vertering gedemonstreerd. Bovenin zijn de bladeren

van vorig jaar nog intact, wat dieper zijn ze in stukjes uiteengevallen

en vaak voor een belangrijk deel gebleekt, een

aanwijzing voor schimmelactiviteit in de bladeren. Nog

dieper zijn bladrestjes niet meer herkenbaar, maar komen we

in een donkere, fijn kruimelige substantie, de humus, van

groot belang voor de plantengroei vanwege het grote vochtabsorberende

vermogen. De meeste voedingsstoffen zijn in

dat stadium al vrijgekomen. Bij dit proces spelen overigens

niet alleen paddestoelen een rol, maar ook microscopisch

kleine schimmels, bacteriën en bodemdieren.

foto: Harry Cock

Terreinbeschrijving

Tot de zeer talrijke strooiselafbrekers in de Vossenberg

behoren de Tweekleurige trechterzwam (Clitocybe metachroa)

en diverse verwante soorten, de Gewone botercollybia

(Collybia butyracea), de Valse hanekam (Hygrophoropsis

aurantiaca) en verschillende soorten Mycena’s, zoals de

Melksteelmycena (Mycena galopus), zo genoemd omdat de

steel bij doorbreken een wit, melkachtig vocht uitscheidt.

De even talrijke Kleine bloedsteelmycena (Mycena

sanguinolenta) produceert bij beschadiging een donkerrood

sap.

Stinkers in het bos

Eén van de meest opvallende strooiselpaddestoelen is de

Grote stinkzwam (Phallus impudicus), die in enkele uren uit

haar witte eivormige omhulsel, het duivelsei, omhoog schiet

en haar wetenschappelijke naam – vrij vertaald

“onbeschaamde penis” – eer aandoet. Het is één van de

weinige paddestoelen waarvan de sporen niet door de wind

verspreid worden, maar door insecten als bromvliegen en

aaskevers. Deze dieren worden aangetrokken door de stank

van de slijmige, donkergroene sporenmassa. De Grote stinkzwam

is ook één van de weinige paddestoelen, waarvan delen

van de zwamvlok goed te zien zijn als dikke witte koorden

die vanuit het vruchtlichaam de bosbodem doorgroeien.

Een spectaculaire en zeldzame verwant van de Stinkzwam

groeit jaarlijks op enkele plaatsen in de berm van de weg

Wijster-Mantinge, die de Vossenberg doorsnijdt, vooral op

plekjes waar houtsnippers zijn gedeponeerd. Het betreft de

Inktviszwam (Clathrus archeri), die eveneens begint als een

soort duivelsei, waaruit bij rijpheid vier tot zes gekromde,

felrode “tentakels” tevoorschijn komen. Ook deze tentakels

zijn eerst voorzien van een sterk riekende sporenmassa om

insecten uit de wijde omgeving aan te lokken. De Inktviszwam

is in het begin van deze eeuw bij toeval in Europa

ingevoerd uit Australië en heeft zich sedertdien geleidelijk

uitgebreid. Sinds 1973 wordt deze exotische zwam ook in

ons land gevonden.

Kegel- en keutelbewoners

Veel strooiselafbrekers zijn niet kieskeurig en groeien op

materiaal van allerlei plantensoorten, maar andere zijn

7


8 De Vossenberg

foto: Harry Cock

specialisten. Zo groeit de Sparrestinktaailing (Micromphale

perforans), die bij kneuzen ruikt naar rotte kool, uitsluitend

op naaldenstrooisel van de Fijnspar. De Muizenstaartzwam

(Baeospora mycosura) en de Sparrenkegelzwam (Strobilurus

esculentus) zijn in de Vossenberg wijd verbreid op afgevallen

kegels van Fijnspar en Douglasspar. Vaak is de verbinding

tussen paddestoel en substraat niet direkt zichtbaar omdat de

kegel in het naaldenstrooisel begraven ligt.

Een veel zeldzamer, zeer karakteristiek paddestoeltje op

dennenkegels is de Oorlepelzwam (Auriscalpium vulgare) met

een ruig behaard hoedje, zijdelings aangehecht aan een stijve,

eveneens behaarde steel. De onderzijde van de hoed is voorzien

van fijne stekeltjes. Deze soort kwam vroeger overal in

dennenbossen voor, maar is thans alleen geregeld te vinden

in bossen op kalkhoudende bodems in de duinstreek en de

Flevopolders. In Drenthe vinden we de Oorlepelzwam zeer

locaal op met mineralen verrijkte plekjes, bijvoorbeeld langs

schelpenpaden. Verzuring is voor deze paddestoel de grote

boosdoener. Volgens de Voorlopige Rode Lijst van bedreigde

paddestoelen in Nederland is deze soort dan ook sterk

bedreigd (Arnolds, 1989). In de Vossenberg is de Oorlepelzwam

geregeld waargenomen nabij het IJsbaanven van Wijster.

Een vrij grote groep paddestoelen is gespecialiseerd op mest.

Hoewel men dat niet direkt zou verwachten, zijn sommige

soorten goede indicatoren voor natuurbeheer. In de

Vossenberg zijn ondermeer het Mestplooirokje (Coprinus

nudiceps), de Geringde vlekplaat (Panaeolus fimiputris) en het

Donzig breeksteeltje (Conocybe pubescens) aangetroffen op de

stevige bolussen van de Schotse Hooglanders. Op de slappe

koeienvlaaien in zwaar bemeste graslanden zal men tevergeefs

naar deze soorten zoeken. Ze zijn kenmerkend voor extensief

begraasde, schrale natuurterreinen en de Geringde vlekplaat

en het Donzig breeksteeltje staan zelfs als bedreigd op de

Voorlopige Rode Lijst van paddestoelen.

Dood hout in alle soorten en maten

Hout staat op het menu van tal van paddestoelen. Sommige

soorten nemen genoegen met kleine takjes, zoals de sierlijke

Papilmycena (Mycena vitilis) en het Gewoon meniezwammetje

(Nectria cinnabarina) dat kleine, menierode pukkeltjes op vers

gevallen twijgen produceert. Andere soorten groeien op

grotere takken of stronken van gekapte bomen, bijvoorbeeld

het Gewoon elfenbankje (Trametes versicolor) en de Gewone

zwavelkop (Psilocybe fascicularis). Sommige houtzwammen

leven op dode stammen, zoals de Berkenzwam (Piptoporus

betulinus) en de Echte tonderzwam (Fomes fomentarius), die

beide in de Vossenberg op staande of liggende, recent afgestorven

Berken te vinden zijn. Weer andere soorten groeien

op begraven hout en dode boomwortels, zoals de Breedplaatstreephoed

(Megacollybia platyphylla) en de spectaculaire

Grote sponszwam (Sparassis crispa), die in de Vossenberg nu

en dan in een naaldhoutperceel opduikt.

Sommige paddestoelen zijn in staat om levende bomen aan

te tasten. In de bosbouw zijn wat dat betreft onder meer

de Sombere honingzwam (Armillaria ostoyae) en de

Dennenmoorder (Heterobasidion annosum) berucht. Beide

komen in de Vossenberg veel voor, overigens zonder

desastreuze gevolgen voor het bos. Integendeel, ook zulke

parasitaire paddestoelen horen thuis in de natuur en kunnen

bijdragen tot een meer gevarieerde leeftijdsopbouw en

structuur van het bos, zodat het een meer natuurlijk aanzien

krijgt.

Boomhulpjes

Behalve de genoemde afvalopruimers zijn er ook tal van

paddestoelen die bomen helpen om te overleven. Ze leven

in symbiose – een samenwerkingsverband tot wederzijds

voordeel – met levende boomwortels, waarvan de topjes

helemaal omgeven worden met een mantel van schimmeldraden.

Deze schimmels voorzien de bomen op efficiënte

wijze van water en mineralen en ze beschermen de wortels

tegen het binnendringen van sommige ziekteverwekkers. In

ruil staat de boom suikers af aan de schimmel. Deze vorm

van samenleving wordt mycorrhiza genoemd, hetgeen

letterlijk “schimmelwortel” betekent.

Tot de mycorrhizavormende schimmels behoren veel

bekende paddestoelen, bijvoorbeeld de Vliegenzwam,

Eekhoorntjesbrood en Hanekam. In de Vossenberg zijn

58 soorten uit deze categorie gevonden, voor een gebied

van een dergelijke grootte in feite een klein aantal. Tot de


foto: Geert de Vries

Van links naar rechts:

– Grote stinkzwam.

– Paddestoelen excursie onder

leiding van Eef Arnolds.

– Een paddestoel die z’n naam eer

aan doet: Zwartgroene melkzwam

met Gewone pad.

talrijkste soorten in het landgoed behoren de Geelwitte

russula (Russula ochroleuca), Kastanjeboleet (Boletus badius),

Krulzoom (Paxillus involutus), Gewone fopzwam (Laccaria

laccata), Kaneelkleurige melkzwam (Lactarius quietus) en

Parelamaniet (Amanita rubescens). Vroeger zullen er

vermoedelijk veel meer mycorrhizapaddestoelen gestaan

hebben, maar oude gegevens zijn helaas niet beschikbaar.

Mycorrhizapaddestoelen zijn in Nederland bijzonder sterk

achteruitgegaan, vooral tengevolge van de stikstofverrijking

van de bosbodem via zure regen. De belangrijkste bijdrage

aan deze onvrijwillige bosbemesting wordt geleverd door

ammoniak afkomstig uit dierlijke mest in de landbouw.

Het meest bekende voorbeeld van een afgenomen soort is

de Hanekam, die tot in de zestiger jaren met emmers vol in

sommige Drentse bossen werd verzameld voor de consumptie.

Nu is de Hanekam nog slechts locaal te vinden in kleine

aantallen en staat de soort als bedreigd op de Voorlopige

Rode Lijst van paddestoelen. In de Vossenberg is één

groeiplaats bekend op een oude eikenwal. Ze wordt daar

vergezeld door een andere, nog veel zeldzamer geworden

mycorrhizapaddestoel, de Witte duifridderzwam (Tricholoma

columbetta), die zelfs als sterk bedreigd in de Rode Lijst is

opgenomen.

Paddestoelen en beheer

Een terreinbeheerder kan speciale aandacht besteden aan

plaatsen waar bijzondere en bedreigde soorten groeien en hij

kan door verschillende maatregelen de paddestoelenrijkdom

bevorderen. Over de relaties tussen beheersvormen en

paddestoelen is recent een informatief boekje verschenen

(Kuyper, 1994).

Terreinbeschrijving

Gewenste maatregelen zijn niet voor alle groepen paddestoelen

eensluidend en soms zelfs tegenstrijdig. De meeste

houtpaddestoelen en strooiselafbrekers zijn gediend met een

zo natuurlijk mogelijk bosbeheer, dat wil zeggen: niet ingrijpen.

Oude, op natuurlijke wijze aftakelende bomen en

dode stammen in alle stadia van vertering zijn in de Drentse

bossen nog steeds zeldzaam. In de Vossenberg zijn gelukkig

hier en daar stukjes waar de natuur wat dat betreft haar eigen

gang kan gaan. Daarbij zijn ook vele insecten en vogels

gebaat, alsmede de wandelaar die kan genieten van geheimzinnige

hoekjes, waar in de herfst spectaculaire paddestoelen

op de dode stammen prijken. Het is misschien even wennen,

zo’n onopgeruimd, “rommelig” bos, maar het loont de

moeite.

De mycorrhizapaddestoelen die zo in de verdrukking zijn,

kunnen geholpen worden door het herstellen van voedselarme

omstandigheden in het bos. Hiervoor is het locaal

verwijderen van de strooisellaag een mogelijkheid, zoals dat

op de heidevelden tegen vergrassing gebeurt. Dit plaggen

kan uiteraard niet samengaan met het bevorderen van een

natuurlijke bosontwikkeling. In de Vossenberg ligt het

verwijderen van strooisel uit bossen niet erg voor de hand,

omdat de perspectieven voor herstel van mycorrhizapaddestoelen

gezien de bodemopbouw niet gunstig zijn.

Wel kan speciale aandacht worden geschonken aan het

behoud van thans waardevolle elementen, zoals de groeiplaats

van Hanekammen.

In de natuurontwikkelingsgebieden zullen we vermoedelijk

nog geruime tijd op bijzondere paddestoelen moeten wach-

foto: Eef Arnolds

9


10 De Vossenberg

ten. Er zijn weinig soorten die gedijen in pas gestoorde

situaties. De meeste paddestoelen prefereren wat oudere

milieus waar een zekere bodemvorming heeft plaatsgevonden.

Het creëren van nieuwe, schrale omstandigheden

in de voormalige paddestoelenwoestijnen van het overbemeste

cultuurland zal op den duur echter zeker leiden tot

de vestiging van allerlei bijzondere soorten.

* Dr. E.J.M. Arnolds en Ing. B.W.L. de Vries zijn

verbonden aan het Biologisch Station van de Landbouwuniversiteit

te Wijster. Dit artikel is Mededeling nr. 581

van het Biologisch Station Wijster.

foto: Harry Cock

Literatuur

Arnolds, E. 1989. A preliminary Red

Data List of macrofungi in the

Netherlands. Persoonia 14: 77-125.

Arnolds, E., Th.W. Kuyper & M.E.

Noordeloos (red.). 1995. Overzicht

van de paddestoelen in Nederland. 872

pp. Nederlandse Mycologische

Vereniging.

Bilt, E. van der. 1995. Nieuwe natuur op

het Landgoed De Vossenberg. Het

Drentse Landschap 8: 5-12.

Kuyper, Th. (red.). 1994. Paddestoelen

en natuurbeheer. Wetensch. Meded.

Kon. Ned. Natuurhist. Ver. 212.

Utrecht.

Lemaire, T. 1995. Godenspijs of duivelsbrood

– Op het spoor van de

Vliegenzwam. Ambo, Baarn.

Evenals in de voorgaande

jaren organiseren de

provinciale Landschappen

weer de “Week van het

Landschap”. Dit jaarlijks

terugkerende evenement is

bedoeld om de natuur dichter

bij de mensen te brengen.

Deze keer is gekozen voor het

thema “Natuur in uitvoering”.

Dagelijks wordt er door vele

mensen hard gewerkt om

onze natuur te behouden.

In vele gebieden wordt

gesproken over ‘Nieuwe

Natuur’ of ‘natuurontwikkeling’.

Daar wordt

mee bedoeld dat stukken

grond die een andere

bestemming hebben gehad,

een veel natuurlijker aanzien

wordt gegeven. Daarvoor

wordt een uitgangspositie

gemaakt die veel lijkt op de

oorspronkelijke toestand,

Week van het

Zaterdag 21 t/m

voordat de mens het

veranderde. Als die uitgangspositie

is gerealiseerd, mag

en kan de natuur haar gang

gaan. Door een goed beheer

kunnen dier- en plantensoorten

terugkomen in hun

oorspronkelijke leefomgeving.

Wanneer u in een andere

provincie de “Week van het

Landschap” wilt bezoeken

dan kunt u bij de Unie van

Provinciale Landschappen de

speciale folder aanvragen.

(Telefoon: 0411-623225).



Pieperij

Bloemberg

De “Week van het Landschap” in Drenthe

Startpunt

Meeuwenveen

Wildenberg

Reest

Takkenhoogte

Nieuwe Dijk

Ommen


Landschap 1996

zondag 29 september

Ommerweg

foto: Das

& Boom

– K.

Zuidwolde ➔

Het Drentse Landschap:

– dicht bij de mensen...

– dicht bij de natuur.

Hoogeveen ➔

N 48

Waar

Natuurreservaat Takkenhoogte-Meeuwenveen.

De start is vanuit het atelier van de familie Van Hagen, Nieuwe Dijk 26 te Zuidwolde,

vlakbij De Wildenberg (zie kaartje).

Het startpunt zal herkenbaar zijn door middel van vlaggen en spandoeken.

Na een voorbereiding van bijna drie jaar ging begin dit jaar het natuurontwikkelingsproject

Takkenhoogte-Meeuwenveen van start. De uitvoering vindt plaats op een ca.

30 ha grote voormalige landbouwkavel naast het Meeuwenveen. De Reestvervangende

leiding zal over een lengte van één kilometer een veel afwisselender structuur krijgen

door dit tracé te voorzien van zo natuurlijk mogelijke oevers. Verder zal voor een

groot deel de bouwvoor worden verwijderd van het voormalige cultuurland en zullen

twee voormalige veentjes, die in de zestiger jaren gedempt werden, weer open

gegraven worden. Dit gebied waar de natuur weer zijn gang kan gaan, sluit aan

op de bestaande natuurterreinen Takkenhoogte en Meeuwenveen.

Openingstijden

11

Zaterdagen: van 13.00 tot 17.00 uur

Zondagen: van 10.00 tot 17.00 uur

Ma. t/m vrij.: van 13.00 tot 16.00 uur

Wat

• Op de zaterdagen en zondagen

wandelexcursies om 14.00 uur en op de

zondagen bovendien ook om 10.00 uur

• Wandel- en fietsroute met beschrijving

• Fotopresentatie van Joop van de Merbel

• Woensdagmiddag – kindermiddag.

Uitnodiging

De officiële opening van de Week van het Landschap zal zijn op zaterdag 21 september

om 14.00 uur. Graag nodigen wij iedereen uit hierbij aanwezig te zijn. In ieder geval

hopen wij u tijdens de week te mogen verwelkomen.

Verder hebben wij speciaal voor de kinderen een kindermiddag georganiseerd op

woensdag 25 september van 13.00 tot 16.00 uur.

Voor hen worden diverse activiteiten georganiseerd waarbij een natuurspeurdersdiploma

behaald kan worden. De activiteiten bestaan uit ± 15 opdrachten o.a. het

herkennen van vogels, sporen zoeken, het maken van vetballen, geluiden herkennen

van kikkers en padden, een boomvrucht bij het juiste blad leggen, maken van een

gedicht etc., etc.

Ook als ouder bent u natuurlijk van harte welkom op deze middag.


12

Zijn grootste passie is de vogeltrek, met

name die van het najaar. De plaats waar hij

deze het liefst gadeslaat, is de Waddenkust.

Hier is hij vaak te vinden, zwervend ergens

tussen Den Helder en Duitsland, soms zelfs

ver over de grens. En elk jaar blijft hij zich

maar verbazen over het feit dat al die vogels

uit het Hoge Noorden hem daar zomaar over

de pet vliegen. Hij raakt er nimmer over

uitgepraat en op uitgekeken. Die eeuwige,

ontwapenende verwondering maakt dat

Dirk Haanstra uit Smilde, beheerder van de

vogelkijkhut bij Diependal, ondanks z’n

50 jaren nog altijd wat weg heeft van de

schooljongen die hij eens was. Die dagelijks

zijn neus tegen die etalageruit in Assen

drukte, omdat daarachter een verrekijker

lag. Een kijker! Dat was voor de jonge Dirk

het meest begerenswaardige object dat

er bestond. Rusteloos zwoegde hij in

z’n vrije tijd bij de boeren op het land

het bedrag bij elkaar dat dit Japanse

wondertje moest kosten. Honderd gulden

was het: een excellent bedrag in die tijd.

Maar die kijker kwam er.

Jan Wierenga – interview

foto: Harry Cock

Vogelman Dirk


Interview

In het dagelijks leven is Dirk Haanstra

werkzaam bij de Radiosterrenwacht

van Westerbork. Hij zit bij de bewaking

en dat houdt in, dat hij ook daar een

groot deel van z’n tijd in de vrije

natuur doorbrengt, al surveillerend

over de uitgestrekte terreinen van de

sterrenwacht. Het beheerdersschap van

de kijkhut is een bijbaantje, maar in de

beleving van Dirk zelf toevallig wel het

mooiste dat de StichtingHet Drentse

Landschap’ heeft te vergeven. Praktisch

al z’n vrije tijd gaat erin zitten. Is hij

niet in de hut zelf, dan zwerft hij wel

ergens in het terrein.

Twee jaar geleden werd de hut

geopend. ’t Was een gouden greep van

de Stichting, zegt Dirk met overtuiging.

Iedereen die er wel eens is geweest, zal

dat trouwens beamen. De vogelkijkhut

bij Diependal is een juweeltje. Je komt

er, door bij de voormalige aardappelmeelfabriek

van het dorpje Oranje,

waarin tegenwoordig Speelstad Oranje

is gevestigd, de Zwarte weg op te

rijden. Halverwege is een parkeerplaats

waar je geacht wordt de auto te laten

staan. De rest van het traject gaat te

voet; dwars door het boerenland van

Oranje. Dan doemt de hut op, uittorenend

boven het landschap. Het

Haanstra blijft zich verbazen

13


14 Interview

bouwwerk, donker van de carbolineum,

doet wel enigszins denken aan zo’n

middeleeuwse houten verdedigingstoren,

waarvan je in de geschiedenisboekjes

wel eens een afbeelding aantreft.

Een 162 m lange tunnel,

verborgen in een aarden dijk brengt je

Diependal in. Aan het eind voert een

wenteltrap naar de eigenlijke kijkhut.

En daar zit je dan, midden tussen de

waterpartijen en de vogels. In alle zijden

van de hut zijn smalle, langwerpige

kijkvensters aangebracht. Het uitzicht

uit ieder venster is weer totaal anders,

niet alleen op de voorgrond, maar ook

op de achtergrond. Zo zie je Diependal

en het omringende land waartoe ook

het aangrenzende Hijkerveld behoort,

als het ware uitgestald in vijf reusachtige,

onderling verschillende kijkkasten. Die

gewaarwording is voor heel veel

bezoekers om te beginnen al een grote

verrassing, zegt Haanstra.

De hut is elk weekeinde open. Vorig

jaar werd begonnen met de inzet van

vrijwilligers, die bij toerbeurt de hut

–‘de vogeltoren’, zegt Haanstra –

bemannen. “Maar in feite is hij elke

dag open. Alleen moet je je door de

week dan eerst wel even melden.

Tijdens kantooruren bij de Stichting,

daarbuiten bij mij. En het is niet beslist

nodig dat er iemand van ons mee gaat.

Komt er bijvoorbeeld een vogelwerkgroep,

die haar eigen deskundigen

meebrengt: prima !” Soms verzorgt

Haanstra excursies door Diependal, dat

normaliter gesloten is voor het publiek.

Het terrein Diependal is één der meest

opmerkelijke bezittingen van de

StichtingHet Drentse Landschap’.

Opmerkelijk, omdat het om het oude

vloeiveldencomplex van de voormalige

aardappelmeelfabriek Oranje gaat en

omdat de morsige, kwalijk geurende

waterpartijen van weleer zijn herschapen

in een fraai natuurgebied met helder

water, wuivende rietkragen en allerlei

gewemel van levende wezens, vooral

vogels. Nog altijd zijn de contouren

van het oude complex te herkennen.

Diependal bestaat nog steeds uit een

aantal ‘watervlakken’, waarvan er één,

het oude vloeimeer, beduidend groter

is dan de rest. Het vloeimeer bevat de

buffervoorraad water van Diependal,

met behulp waarvan de waterpeilen in

het vloeiveldencomplex kunstmatig

geregeld worden. Enkele van de vloeivelden

zijn speciaal ingericht voor

steltlopers; in het broedseizoen en

tijdens de voor- en najaarstrek verlaagt

Dirk Haanstra het waterpeil hier zodanig,

dat er slikranden ontstaan.

Inderdaad waan je je in hartje Drenthe

dan ergens aan de Waddenkust:

Oeverlopers, Goudplevieren, Kieviten,

Grutto’s, Tureluurs, Kemphanen,

Groenpootruiters, Zwarte ruiters,

eenden in allerlei soorten en maten,

wilde ganzen: het is op het water en

langs de oevers een bedrijvigheid van

belang. Alles wat Dirk Haanstra langs

zijn geliefde Waddenkust aantreft, dat

ziet hij hier in het klein terug. Dat

maakt voor hem de job zo boeiend.

Zijn liefde voor de natuur heeft hij

geërfd van zijn vader. Deze overleed

toen Dirk nog maar een jongen was.

Zijn jeugd bracht hij door in Smilde,

op hemelsbreed maar een paar kilometer

afstand van de vloeivelden van

Diependal. Als kwajongen ondernam

hij uitgebreide zwerftochten door dit

gebied, dat hij kent als z’n broekzak.

“Als ik weer eens bij de vloeivelden

was geweest en thuis kwam, haalde

m’n moeder haar neus op: ze kon

ruiken waar ik vandaan kwam....” De

vloeivelden waren in die tijd natuurlijk

nog volop in gebruik. In eerste instantie

was er alleen het grote vloeimeer,

herinnert Haanstra zich. Dat is van

origine een komvormige laagte in de

heide, waarin het afvalwater werd

gepompt. Later werd de rest van het

complex aangelegd. Haanstra ziet nog

voor zich, hoe het water dat in het

vloeimeer werd gepompt, paars van

kleur was. Als het weer werd afgestroomd,

op de Drentse Hoofdvaart,

was de kleur verschoten naar groen.

Dat was de tijd waarin er in de vaart

regelmatig flauwe vis boven kwam

drijven.

Als opgeschoten jongen al schafte Dirk

Haanstra zijn eerste vogelboekje aan.

En z’n eerste kijker. Hij wilde alles

over vogels weten. Later ontdekte hij

de Wadden en de imponerende uitzichten

die je daar hebt op de vogeltrek.

Vanaf de tijd dat hij een auto

heeft, gaat hij er regelmatig naar toe,

ook buiten de vogeltrek om. Haanstra,

getrouwd en vader van twee kinderen,

geeft niet veel om vakantie. “Ik hoef

niet zonodig op zoek naar verre streken

en wonderlijke zaken. Het spul wat ik

graag wil zien, komt vanzelf wel bij

mij langs.” Dirk heeft speciaal voor z’n

Wadden-expedities een stoeltje en zo’n

grote vissersparaplu aangeschaft. Deze

attributen plant hij ergens op een

strategisch punt neer en dan is het uren


en uren kijken geblazen, alleen maar

kijken. Met het blote oog, met z’n

kijker en met de telescoop natuurlijk,

een precisie-instrument van het merk

Svarovski dat zo’n 2500 gulden kostte.

Heel wat meer dan dat eerste Japanse

kijkertje van vroeger dus. “Ik heb ‘m

al jaren maar soms denk ik wel eens:

had hem maar eerder aangeschaft.

Want door een telescoop zie je de

dingen nog weer heel anders. Scherper,

en tot in de allerkleinste details.” Als

de eerste ganzen overkomen in het

najaar, dan komt het voor dat Haanstra

daar wakker van wordt. Op zo’n

moment begint voor hem midden in

de nacht het seizoen. “Man, al die

wolken vogels die je daar dan boven in

Friesland en Groningen weer zult zien.

Zit daar maar es tussen te neuzen met

je telescoop. Je treft van alles en nog

wat aan. Dat is voor mij elk jaar weer

de grootste verrassing. En waar ik na al

die jaren nog altijd met verbazing

kennis van neem, dat is dat al die

vogels uit het Hoge Noorden hier in

ons kleine rotlandje zomaar van

dichtbij zijn te zien.”

Diependal biedt de vogelliefhebber

méér dan alleen maar steltlopers en

eenden. In het riet huist een keur

aan kleine zangers. Karekieten,

Blauwborstjes, Rietzangers: in toenemende

mate komen ze naar

Diependal. Dat komt omdat het riet

groeit en uitdijt. Haanstra verwacht

voor de komende tijd een verdere

groei van het aantal rietbewoners.

Futen, Meerkoeten, Waterhoentjes,

Waterrallen en Porseleinhoenen.

Jagend boven het riet de Bruine

kiekendief. Vanuit de kijkhut lijkt het

of je deze vogel met de majestueuze

vlucht zó aan kunt raken, zo dicht

scheert hij soms langs de kijkvensters.

Nijlganzen zijn er inmiddels ook neergestreken

in Diependal. Roerdompen

ook. Heel zeldzaam is de Roodhalsfuut.

In totaal zijn in het gebied al

129 verschillende vogelsoorten waargenomen.

Een flink aantal daarvan

broedt er ook. De meest opzienbarende

verschijning is tot op heden wel een

Visarend geweest. Ademloos van

bewondering heeft Haanstra het

prachtige dier talloze keren gadegeslagen.

Hoe het uit het voormalige

vloeimeer z’n prooien greep, Baarzen

meestal, en daarmee naar een boom

een eind verderop vloog. “En dan had

ie die vissen zo mooi in z’n klauwen

vast, weet je wel ?” Trouwens: vis in

het voormalige vloeiveldencomplex ?

In dat vroeger zo troebele stelsel van

fabriekswater ? Inderdaad, er zitten nu

allerlei soorten vis in: Baarzen,

Snoekbaarzen, polsdikke Palingen.

Via een georganiseerd vogelaarsleven

kwam Haanstra destijds in contact met

mensen van de StichtingHet Drentse

Landschap’. “Toen de vogelkijkhut er

aan stond te komen, heb ik een balletje

opgeworpen: hebben jullie nog een

beheerder nodig ? Inderdaad, die

hadden ze nodig. En zo is ’t gekomen.”

Steeds meer liefhebbers weten de weg

naar de hut te vinden. In het lopende

seizoen zit Haanstra al op 600 bezoekers

en dat vindt hij een mooi resultaat.

Mensen uit de buurt komen ook. Dirk

Haanstra ziet vooral dat met genoegen.

“Want ja: er zijn hier rond Diependal

Interview

15

natuurlijk wel allerlei bordjes gekomen

dat je er niet meer vrij in mag rondlopen.

Daar hadden de mensen hier in

het begin moeite mee. Er werd hier en

daar stevig gekankerd; op ‘die groene

clubs’, zoals dan werd gezegd, die

lekker alles voor zichzelf willen houden.

Daarom vind ik het heel belangrijk dat

er nu ook mensen uit de buurt op de

toren komen. Dat we kunnen uitleggen

wat we hier aan het doen zijn. En dat

er nu een vogeltoren is van waaruit je

toch alles in het gebied kunt overzien.

Wat je nu ontdekt is, dat er begrip

ontstaat. En de mensen vinden het

prettig, dat er in de kijkhut deskundigen

zijn die ook nog wat over de vogels te

vertellen hebben.”


16

Geert de Vries*

Natuurlijk

Dagvlinders

Op dit moment vallen er duizenden

lijkjes van wespen, hommels en vlinders

op de grond. Een natuurramp ? Neen, de

natuur maakt zich klaar voor de winter.

Wie zich niet goed in kan pakken of een

reis naar het warme zuiden heeft gepland,

gaat dood.

De Koolwitjes die je nu ziet vliegen,

gaan de komende weken allemaal dood.

Toch zie je volgend jaar weer nieuwe

Koolwitjes.

Elke diersoort heeft z’n eigen

manier om de winter door te

komen. Aan de hand van enkele

vlindersoorten wordt verteld

hoe zij de winter

doorbrengen.

* De heer Geert de Vries,

consulent voor natuur- en

milieu-educatie in het

onderwijs, is lid van

het Algemeen Bestuur van

Het Drentse Landschap’.

Kleine vos

Dagpauwoog

Koolwitjes


De Kleine vos en

Dagpauwoog

De meeste dagvlinders worden

niet ouder dan een paar

weken.

De Kleine vossen en Dagpauwogen

die nu vliegen hebben

geluk. Zij blijven wel een

half jaar leven. Het merendeel

van hun leven brengen ze

slapend door. ’t Is maar wat je

geluk noemt. Ze zoeken

binnenkort een zolderkamertje

of een schuurtje op. Een

stapel brandhout is

ook goed. Dan

krijgen de vlinders

veel anti-vries in hun

lijf en gaan ’s winters

niet dood. Wanneer het

februari of maart even boven

de 15 ˚C wordt, zie je ze weer

vliegen.

• Koolwitjes

De Koolwitjes hebben de afgelopen

tijd eitjes op kool

afgezet. Daarna fladderen ze

nog wat rond en gaan binnenkort

allemaal dood. Uit de

eitjes zijn rupsen gekomen en

die vreten zich nu vol met kool:

rode kool, witte kool, bloemkool,

boerenkool. In september

hebben de rupsen genoeg

gegeten en gaan zich verpoppen.

Dat doen ze onder bijvoorbeeld

een vensterbank of

een afdakje. De poppen

hebben een heleboel anti-vries


in hun lijf zodat ze zelfs de

strengste winter kunnen overleven.

Pas in mei of juni kruipen

ze uit hun pop, zoeken de kool

op, leggen eitjes enz. enz.


De Atalanta

Geen enkele Atalanta kan hier

de winter doorbrengen. Niet als

pop, maar ook niet als vlinder.

Alle Atalanta’s die je nu ziet,

vertrekken de komende tijd

richting Spanje. Hun brandstofverbruik:

een paar druppels

nectar of peresap. De meeste

zullen onderweg sterven.

Er verblijven echter zoveel

Atalanta’s in Spanje en Noord-

Afrika dat er elk voorjaar vele

duizenden nieuwe Atalanta’s

naar Nederland vliegen. Dan

leggen ze hier eitjes op

Brandnetels. De vlinders die

daar uitkomen gaan in de

herfst weer richting zuiden.

Zo heeft elk dier zijn eigen

oplossing gevonden om de

winter door te komen.

Atalanta

1

2

Jeugdrubriek

17

Waarnemingen opsturen

In elk kwartaalblad doen we met de lezers een

klein onderzoekje zodat we samen iets meer

ontdekken over de natuur in Drenthe.

In het volgende nummer worden de

gegevens vermeld.

Wie is ’s ochtends het eerst wakker ?

Is dat het Koolwitje, de Kleine vos

of de Dagpauwoog

Welke groep vlinders blijven het langst

rondvliegen: de Koolwitjes of de

Kleine vossen en Dagpauwogen.

Toelichting

Noteer vanaf 1 oktober elke dag wanneer je nog

Koolwitjes, Kleine vossen, of Dagpauwogen ziet.

Houdt dit vol tot 1 november. Stuur dan een lijstje

met data waarop je het laatste Koolwitje,

de Kleine vos en de Dagpauwoog hebt gezien.

Vraag ook je familie en buren om mee te doen.

Alle gegevens moeten in Drenthe vermeld zijn.

In het volgende kwartaalblad staat dan wat we

samen hebben ontdekt.

De gegevens opsturen aan:

StichtingHet Drentse Landschap

T.a.v. dhr. G. de Vries

Kloosterstraat 5

9401 KD Assen


18 Flora en fauna

Struikhei

Joan D.D. Hofman*

“De heide heeft voor mij iets van een zee, zo groot, zo ruim; even golvend, maar met veel

meer afwisseling. De hemel is er zo ruim, en de horizon zo ver; de borst ademt er vrijer

en dieper en het denken is er gemakkelijker dan ergens anders”.

Wie zou deze heilzame werking niet willen ondergaan, zoals die door Heimans en zijn maatje

Thijsse in het begin van deze eeuw werd weergegeven in hun boek ‘Hei en Dennen’.

Vindt ze maar eens vandaag-de-dag,

zulke wijdse heidevelden. In Heimans’

tijd besloeg heide 60% van het Drentse

grondgebied, nu is dat nog maar 6%.

Restjes dus van een landschapstype dat

sinds de Middeleeuwen een essentieel

element in het landbouwsysteem op de

hogere zandgronden was. Wel was het

letterlijk leven van de armoe. Als er

nadat het oorspronkelijke bos was

geruimd, akkerbouw werd bedreven,

was de grond na verloop van tijd zo

uitgemergeld dat er niets meer te

verbouwen viel. Een uitgelezen

mogelijkheid voor specialisten die met

minimale hoeveelheden voedingsstoffen

en water kunnen rondkomen.

Voor het groeien op zulke verarmde,

zure grond is Struikhei de specialist bij

uitstek.

Onze slimme voorvaderen lieten zich

hierdoor evenwel niet uit het veld slaan.

Schapen, maar ook runderen, bleken

zich te kunnen voeden met de spruittoppen

van de struikheiplant, die daarin

de kleine beetjes mineralen die hij nog

uit de bodem weet te peuren, opslaat.

De schapen brachten de mineralen in

hun mest naar de stal waar ze ’s nachts

verbleven (potstal) en dat mestpakket

ging vervolgens vermengd met heideplaggen

naar de akkers, waar vooral de

weinig eisende rogge werd geteeld. De

heidevelden kregen zo dus een funktie

in het landbouwsysteem, totdat de

arme gronden na de uitvinding van

kunstmest eind vorige eeuw tot hogere

productie konden worden gebracht en

de heidevelden op grote schaal werden

ontgonnen.

Archief HDL

Waarin schuilt nou het geheim van die

bijzondere specialisatie van Struikhei?

De hele plant is er op ingericht van de

schaarste zoveel mogelijk te bemachtigen

en zo weinig mogelijk te verliezen. De

houtige stengels en takken verdampen

praktisch niets. Het risico van verdroging

zit in de blaadjes, maar die zijn heel

klein en leerachtig en beschermen

elkaar doordat ze als dakpannetjes over

elkaar liggen. Zo’n klein bladoppervlak

betekent natuurlijk wel dat de productie

van bouwstoffen, die in de groene

delen plaatsvindt, zijn beperkingen

kent en dat de energiebron

– zonlicht – optimaal moet worden

benut. Het is dus verklaarbaar, dat

Struikhei alleen maar in open, lichte

situaties kan groeien. Bovendien blijft

de plant ’s winters groen, zodat er ook

met het mindere lichtaanbod doorgewerkt

kan worden.

Een andere overlevingsstrategie van

zo'n plant die het van extreme situaties

moet hebben, is dat Struikhei heel veel

zaad produceert en dat het zaad tientallen

jaren kiemkrachtig blijft. Deze

eigenschap geeft ons de hoop dat als

we van landbouwgrond weer heide

willen maken door de verrijkte bouwvoor

af te schuiven (natuur-


ontwikkeling), het in de ‘zaadbank’ in

de bodem sluimerende heidezaad weer

tot een heideveld zal leiden.

Een doorslaggevende rol in het leven

van Struikhei spelen bodemschimmels.

Het samenleven van Struikhei en

schimmel is zo hecht, dat de schimmeldraden

tot in de wortelcellen reiken.

Zo’n afhankelijkheidsrelatie (symbiose)

tussen een hogere plant en een

schimmel heet mycorrhiza. De

schimmel verteert het op de bodem

liggende strooisel en geeft de daarbij

vrijkomende stikstof door aan de

Struikhei, die daar net genoeg aan

heeft. Zo'n hulpje om op zulke

voedselarme bodems aan de kost te

komen, hebben andere planten niet.

Komt er echter stikstof uit een andere

bron – en dat is tegenwoordig de

verontreinigde lucht – dan zien allerlei

grassen, kruiden en bomen een kans en

overvleugelen zij de Struikhei. Met

intensievere begrazing, afplaggen,

maaien en afbranden proberen we de

voedselverrijking te bestrijden om de

heidevelden als specifieke half-natuurlijke

systemen te behouden.

Uiteraard moeten we het nog even

over de bloei hebben. Iedereen ziet

immers bij het woord ‘heide’ een paarse

vlakte voor zich, al duurt die toestand

maar enkele weken in de nazomer.

Elk jaar maakt Struikhei nieuwe twijgen

met korte zijtakjes; steeds naar buiten

groeiend. In het midden van de lange

twijg zit de bloeizone; in feite heel

korte takjes met elk een lila-achtig

bloempje aan de top. Met z’n allen

Archief HDL

Flora en fauna

vormen ze een soort tros, waardoor

met al die planten bij elkaar een

fantastisch kleureffect ontstaat. Heel

zelden zit er een echte albino tussen; u

mag dan een wens doen die u aan

niemand moet vertellen.

In de volgende winter verschrompelen

de bloempjes tot zilverachtige bolletjes,

wat een heel ander landschapsbeeld

geeft. In het voorjaar vallen de bloemresten

af, net als de blaadjes die drie

jaar dienst gedaan hebben, en begint

het verhaal opnieuw. Totdat de plant

zo’n 20 jaar is; dan begint de aftakeling,

als die al niet eerder door

het beruchte Heidekevertje met

zijn moordende larfjes is ingezet.

Tenslotte de bloem zelf. Klein. Paars.

Maar bekijk hem eens beter. Een loupje

is wel nodig. Kelk- en kroonblaadjes

zijn beide paars gekleurd. En dan staan

daar acht meeldraadjes, elk met 2 helmhokjes

aan de top. Op het uiterste

puntje van het helmhokje zit een gaatje

en aan de voet een uitsteekseltje. Komt

er nou een bijtje op zoek naar nectar,

waarvan Struikhei een megaproducent

is, dan stoot hij onvermijdelijk tegen

dat uitsteekseltje waardoor de helmknop

kiept en stuifmeel op de rug van

de bij uitstort. Bij een bezoek aan een

volgende plant gebeurt dit weer, maar

zullen de stempels eerst het stuifmeel

van de buurman dat op het bijenruggetje

ligt, opvegen.

Vindt u Struikhei nog steeds zo’n

‘gewone’ plant?

19

* Drs. J.D.D. Hofman, bioloog,

is bestuurslid en redacteur van

Het Drentse Landschap’.


20

Aanbieding voor Beschermers

Vlees van het Landschap

Bestellen vóór

30 september a.s.

Voor het beheer van haar natuurgebieden maakt

Het Drentse Landschap’ gebruik van heideschapen,

Limousins en Schotse Hooglanders. Ieder najaar

wordt, na selectie, een aantal dieren verkocht.

De kwaliteit van het vee is van dien aard dat het

geproduceerde vlees tot het minst belaste en

meest smakelijke behoort dat er te vinden is.

Verkoop vindt dan ook hoofdzakelijk plaats

aan de slager/groothandel die zijn dieren

betrekt van biologische bedrijven.

Voor de Stichting moet het produceren van dit

kwalitatief hoogwaardig vlees gezien worden als een

bijkomend beheerseffect.

U, als begunstiger van ‘Het Drentse Landschap’, wordt de mogelijkheid geboden

van dit vlees te genieten, door één of meer vleespakketten te bestellen voor uw

diepvries.

De prijs voor een Limousinpakket of Hooglanderpakket van 30 kg bedraagt ƒ 420,–.

Dit jaar worden als proef porties rundvlees aangeboden van 15 kg, voor ƒ 250,–.

De slager tracht een redelijk assortiment te realiseren met o.a. gesneden vlees,

gehakt en enkele soepbeenderen.

Ook kan Hooglandergehakt (5 kg per portie) besteld worden voor ƒ 50,– per portie.

Een Drents heidelam kost ƒ 140,–, een Schoonebeker lam kost ƒ 175,–.

U dient zelf het vlees af te halen in Anloo tussen 16.00 en 17.00 uur op een

nader te bepalen woensdag tussen begin oktober en medio december.

Wellicht kent u anderen die ook in een kwalitatief hoogwaardig vleespakket geïnteresseerd

zijn. Voorwaarde is wel dat men begunstiger van ‘Het Drentse Landschap’ moet worden

(minimaal bedrag ƒ 30,– per jaar).

Hooglandervlees is beperkt beschikbaar. Indien dit niet meer voorradig is komt u in aanmerking

voor Limousinvlees. Alle aanvragen worden behandeld in volgorde van binnenkomst

en zolang de voorraad strekt.

De uiterste inzenddatum is 30 september 1996. Na binnenkomst van uw aanmeldingsformulier

ontvangt u een nota die u tijdig, vóór het afhalen van het vleespakket, dient te

voldoen. Op de nota staat de definitieve afhaaldatum. Indien dit problemen geeft wordt

u verzocht direct na ontvangst van de nota contact op te nemen met het kantoor.

Op de ingehechte bon kunt u uw bestelling kenbaar maken.

Deze zenden aan StichtingHet Drentse Landschap’, Kloosterstraat 5, 9401 KD Assen.

Voor nadere informatie kunt u tussen 10.00 en 12.00 uur naar het kantoor bellen.

Aaltje Stroetinga begeleidt één en ander, tel. 0592-313552.



Kortweg

Reestdal 7

Begin jaren negentig heeft

de Stichting samen met anderen

hydrologisch onderzoek in het

Reestdal laten verrichten. Een

groot aantal aanbevelingen

werden gedaan om de grondwatersituatie

te verbeteren. Het

Waterschap Meppelerdiep heeft

inmiddels de nodige maatregelen

getroffen, zoals de recent aangelegde

voorden. In de percelen

zelf dienen echter ook maatregelen

te worden uitgevoerd.

Zoals het aanbrengen van

begreppeling om het zure

regenwater af te voeren of het

plaggen van sommige schraallandpercelen.

IWACO heeft in

opdracht van zowel het

Drentse als het Overijssels

Landschap een projectopzet

gemaakt om één en ander

besteksgereed te maken. Het

Ministerie van Landbouw,

Natuurbeheer en Visserij heeft

in het kader van de OBNregeling

(Overlevingsplan Bos

en Natuur) het onderzoek

gefinancierd.

In april werden nabij De

Wildenberg drie jonge Steenmarters

uitgezet.

Een week lang waren de dieren

actief rond de kisten waarin ze

door de stichting ‘Das en

Boom’ werden gebracht. Het

cultuurlandschap van de Reest

lijkt een geschikt biotoop voor

deze martersoort. De akkers

rond De Wildenberg waren in

juli blauw van de Korenbloemen,

een prachtig gezicht.

De Roggelelies groeien nog

maar zwakjes. In juni werden

drie Boomkikkers gehoord.

Om de populatie te versterken

werd met hulp van Landschapsbeheer

Drenthe een aantal

poelen gegraven. Ook elders in

het Reestdal konden op deze

wijze een groot aantal poelen

worden aangelegd.

In het vorige kwartaalblad

werd uitvoerig ingegaan op de

voorgenomen bouw van een

dressuurhal in De Stapel langs

het Reestdal. Op 17 juni vond

een kort geding plaats in Assen.

De Stichting en de

Milieufederatie Drenthe

verzochten de rechtbank om in

het kader van de ter visie

liggende bouwvergunning het

eerdergenoemde besluit van de

Gemeente De Wijk te schorsen.

Een week later besloot de

rechtbank tot een voorlopige

schorsing. Verder werd besloten

om nader onderzoek naar de

zaak in te stellen. Dit onderzoek

wordt in handen gegeven

van een nieuwe Stichting

‘Advisering Bestuursrechtspraak’.

Het is de eerste keer

dat een rechter van de diensten

van deze nieuwe Stichting

gebruik maakt.

Begin juli ontving de Stichting

bericht van de Europese Unie

dat zij, na een eerdere toezegging

van het Ministerie van

Landbouw, Natuurbeheer en

Visserij, ook subsidie verleent

voor de herinrichting van twee

monumentale beheersboerderijen

in het Reestdal.

Het ligt in de bedoeling om

potstallen naast de beheersboerderijen

van De Pieperij en

De Wildenberg te bouwen. De

Stichting is dankbaar voor de

steun van medewerkers van

Landbouw, Natuurbeheer en

Visserij en de Provincie

Drenthe, waardoor dit project

nu uiteindelijk in uitvoering

kan worden genomen.

Voorde in de Reest

HOOGEVEEN

MEPPEL

7

ASSEN

7

Berichten

21

EMMEN

Archief HDL


22 Berichten

Adder


De Palmen 3

Ondanks de afspraken met

de Boermarke en de Gemeente

Zweeloo bleek het voor het

verkeer afsluiten van de zandweg

in de De Palmen nogal

wat bezwaren op te roepen. In

goed overleg werd besloten de

zandweg van een kostbaar

wegwildrooster te voorzien.

Boermarke, Gemeente en Het

Drentse Landschap namen elk

een deel van de extra kosten

voor hun rekening.


foto: Joop van de Merbel


Doldersummerveld 22

Een nieuwe graansilo werd

bij de beheersboerderij langs de

Huenderweg geplaatst. Het

biologisch geteelde graan op de

akkers rondom Doldersum kan

zodoende beter gedroogd en

bewaard worden om het

rantsoen van de Limousins te

completeren. De Stichting is

zeer gelukkig met de toezegging

van het Overlegorgaan

van het Nationaal Park het

Drents-Friese Woud om 75%

van de kosten voor de bouw

van een kapschuur en mestkelder

bij de beheersboerderij

Landgoed Rheebruggen 25

Samen met Landschapsbeheer

Drenthe werden

3 poelen op nieuw verworven

gronden van het landgoed aangebracht.

Ondanks de droge

zomer hielden deze goed

water. De overvloed aan

Korenbloemen op de bouwlandkampen

kleurden de

percelen blauw. Het rieten dak

van de boerderij Anserweg 8 is

grotendeels vernieuwd.

bij te dragen. Als deze bouwwerken

gereed zijn, is de biologische

beheersboerderij de

Sofiahoeve optimaal toegerust

voor haar beheerstaak. Door de

drie jaar geleden aangelegde

erfbeplanting is het complex

inmiddels goed ingepast in de

omgeving.

In juni werden door onze

rayonbeheerder dhr.Winters

vier Adders waargenomen. Een

bewijs dat dit zeldzame reptiel

nog in redelijke aantallen in het

veld voorkomt.

Archief HDL



Hunzedal 34

Eind juni werd de inzending

van de Stichting en de

Vereniging BOKD (Brede

Overleggroep Kleine Dorpen

Drenthe) voor de door de

provincie uitgeschreven prijsvraag

Landinrichting verzonden.

In een aansprekend boekwerkje

werd de door beide organisaties

nagestreefde koppeling tussen

leefbaarheid en natuurontwikkeling

als landinrichtingsproject

vormgegeven. De inzet

bij het project van Bügel/

Hajema, Grontmij, Heidemij/

LB&P en Waterleidingmaatschappij

Drenthe was groot.

De titel van de inzending was

“Groen over Rood”, waarbij

groen voor natuur en landschap

staat en rood voor bebouwing

en leefbaarheid. Deze koppeling

van zaken en het streven om

nieuwe natuur mede mogelijk

te maken via woonlokatieontwikkeling

spreekt velen aan.

Dhr. Elerie van de BOKD

heeft één en ander in een nota

“Dorpslandschappen” toegelicht.

Hoezeer deze insteek

aanspreekt, bleek ook tijdens

een tweetal workshops die op

29 mei en 26 juni door de

RPD (Rijks Planologische

Dienst) werden georganiseerd.

Opvallend daarbij was de grote

eenheid van denken vanuit het

Drentse werkveld. Provincie,

gemeenten en sectorale

belangenorganisaties hebben

eenduidig gekozen voor het

afremmen van de verstedelijking

op de Hondsrug en het

ontwikkelen van mogelijkheden

in de randveendorpen en het

veenkoloniale gebied.

Hoezeer deze ontwikkelingen

een politieke dimensie bezitten

blijkt uit de talloze keren dat

het Hunzedal onderwerp van

de politieke agenda uitmaakt.

Verheugend was het feit dat de

CDA-fractie van Provinciale

Staten diverse groeperingen,

waaronder de Stichting, op

8 mei de kans bood hun visie

op de ontwikkelingen weer te

geven. Eenzelfde mogelijkheid

werd de Stichting geboden

door op 18 juni tijdens de door

de landbouw voor

Gedeputeerde Staten van

Drenthe georganiseerde

excursie in het Hunzedal een

toelichting te geven over het

project Annermoeras. Het

Waterschap Hunze en Aa heeft

ten aanzien van dit

hermeanderingsproject tussen

Spijkerboor en Eexterveen een

bijdrage van ƒ 47.000,– aan het

onderzoek toegezegd.

De Stichting is het Waterschap

buitengewoon erkentelijk dat

zij op deze wijze haar

verantwoordelijkheid in het

kader van integraal water

beheer gestalte geeft.


Berichten

Dalerpeel 15

Om het veen van het

Scheersche Veld zo nat mogelijk

te houden werd een plaats

waar water weglekte met een

forse zanddam gedicht.

Bijzonder leuk was het verzoek

van een bruidspaar uit Elim dat

graag met de Hooglanders

bruidsfoto’s wilden laten

maken. Een wens waaraan de

Stichting gaarne voldeed.

23


24 Berichten

Ronde zonnedauw


Scharreveld 2

Direct nadat het gras medio

juni gemaaid was, werd een

begin gemaakt met het natuurontwikkelingsproject.

Via een

persbericht werden onze

bedoelingen toegelicht, terwijl

ook de buurt van de start op de

hoogte werd gesteld. De firma’s

Haverkort en Den Dekker,

leden van de ondernemerscombinatie

die de zwarte

grond afneemt, startten begin

juli met het frezen en afvoeren

van de zode. Het landschap zal

door de voorgenomen ingrepen

snel veranderen.

In het ven in het Holtherzand

werd een broedgeval van een

Canadese gans waargenomen.

Weliswaar een exoot, maar wel

een prachtige.

Archief HDL


Takkenhoogte 5

De zwarte grond die bij het

natuurontwikkelingsproject in

depot is gezet, vertoonde bij

het afvoeren een steile wand.

Vrijwel direct werd deze

gekoloniseerd door een tiental

paartjes Oeverzwaluwen.

Frappant is het iedere keer

weer hoe snel vogels op

buitenkansjes reageren. Het

natuurontwikkelingsproject is

in de directe omgeving van de

Reestvervangende leiding vrijwel

klaar. Ter plaatse zal met

leem en lemig zand een

blijvende steilrand voor de

Oeverzwaluw worden

gemaakt. En maar hopen dat

ook deze plek bezet wordt.

Vrijwilligers hebben de knapzakroute

in de singel aan de

westzijde van het reservaat in

orde gemaakt. In het

Meeuwenveen werd voor het

eerst sinds lang Witte snavelbies,

Ronde zonnedauw,

Blauwe zegge maar ook

Moeraswolfsklauw gevonden.

Een grote zeldzaamheid.


De Kleibosch 9

Op 27 april vond er een

goed bezochte excursie plaats

van de WARD (Werkgroep

Amfibieën en Reptielen

Drenthe) in De Kleibosch. Er

zijn goede contacten met het

IVN-Peize gelegd. Een

enthousiaste groep mensen die

samen met de Stichting meer

activiteiten in de regio wil

ontplooien. Tijdens een

inventarisatiebezoek vond onze

medewerker dhr.Zoer groeiplaatsen

van Heelkruid, Bosaardbei

en Grote keverorchis.

foto: Saxifraga Foundation


Grote keverorchis


Hijkerveld 10

Inmiddels is er in het kader

van het EGM-project

(Effectgerichte Maatregelen)

een prachtige kapschuur bij de

schaapskooi verrezen. De

omgeving werd vlak voor de

hooiperiode bestraat waardoor

er meteen een grote hoeveelheid

ruwvoer voor de winter

in opslag kan worden genomen.

Ook de composteerplaat kwam

gereed. Verder werden de

vangkooien in het grote veld

en in het Blauwboersbos aangepast

en verplaatst. Eind 1996

zal het project opgeleverd worden.

Het Hijkerveld mag zich in een

warme belangstelling van de

media verheugen. Op

28 juni verscheen er in de

zaterdagbijlage van NRC-

Handelsblad een uitgebreid

artikel van de bekende journalist

Koos van Zomeren over het

veld. Op 7 juli vormde het

gebied het decor voor een uitzending

van Vara’s Vroege

Vogels, op zondagmorgen life.

Zo’n 120 mensen bezochten

naar aanleiding van de uit-

zending de vogelkijkhut

Diependal. Beide initiatieven

stonden in het teken van een

rondje langs alle provinciale

Landschappen, geïnitieerd door

de Unie van Landschappen.

Tenslotte wordt deze zomer

met enige regelmaat een fietstocht

naar het Hijkerveld

gehouden. Dit is door Het

Drentse Landschap in samenwerking

met de VVV Assen

opgezet en wordt door IVNgidsen

uitgevoerd.

De extreem droge zomer heeft

op Diependal tot het op grote

schaal droogvallen van de

vloeivelden en het meer geleid.

De Stichting is het Waterschap

Meppelerdiep zeer erkentelijk

dat zij bereid bleek mee te

werken aan extra-wateraanvoer

om de ergste nood te lenigen.

In juli werden weer veel bijzondere

waarnemingen gedaan:

Lepelaars, Bonte strandlopers,

Zwarte ooievaar, Boomvalk,

Zwarte stern, Witwangstern,

Bontbekplevier en vele andere

soorten.

Zwarte stern

Landgoed Vossenberg 18

Het natuurontwikkelingsproject

Hamveld trekt veel

van Struikhei werden gevonden.

Blijkbaar is er nog voldoende

aandacht.

zaad onder de bouwvoor aan-

Via excursies tracht de

wezig. Ook de Boomleeuwerik

Stichting collega’s, betrokkenen werd voor het eerst gehoord.

en belangstellenden te laten Net als in het Holtherzand

zien dat er best nieuwe natuur kwam ook hier in een ven

kan ontstaan. Verheugend was voor het eerst de Canadese gans

het feit dat er al kiemplantjes succesvol tot broeden.


Berichten

Hondstongen 6

De percelen langs de beek

zijn reeds ontgrond. De voormalige

akker heeft zich tot een

zee van Kamille ontwikkeld.

Na een lange vergunningsprocedure

kon het Waterschap

Noorderzijlvest toestemming

verlenen om de onderduikering

van de waterschapsleiding uit te

voeren. De fa. Hulzebosch uit

Beilen hoopt dit GeBeVeproject

(Gebiedsgerichte

Bestrijding Verdroging) nog dit

najaar af te ronden.

foto: Geert de Vries

25


26 Berichten

Diversen

• Watertekort

Door de zeer droge zomer

traden in een heleboel natuurterreinen

watertekorten op.

Poelen en vennen vielen droog

waardoor er voor de heideschapen

en Schotse Hooglanders

geen drinkmogelijkheden

overbleven. Door het verder

uitdiepen van de drinkplaatsen

of het graven van nieuwe poelen

werd dit tot nu toe onbekende

probleem opgelost. De

verdroging van de natuur nam

door de recente ontwikkelingen

alleen maar verder toe.


Visies, commissies, organen.

Door haar kennis van en

betrokkenheid met zaken die

natuur en landschap betreffen,

wordt de Stichting veel

gevraagd zitting te nemen in

allerlei commissies etc. Zij doet

dat veelal graag, alhoewel er

soms van een zekere wildgroei

sprake lijkt. Vooral de kreten

bottum-up en draagvlak lijken

een veelheid aan overlegstructuren

te rechtvaardigen,

waarbij niet altijd naar het

rendement gekeken wordt.

Een activiteit waar veel energie

in gestoken is, betrof de vervaardiging

van de zogenaamde

NBL-gebiedsvisies. Rijk en

Provincie hebben zich als uitvloeisel

van het Natuurbeleidsplan

de verplichting opgelegd

zogenaamde natuur-, bos- en

landschapsvisies op te stellen.

Voor Drenthe zijn dat er tien,

provinciedekkend. In goede

harmonie met belanghebbenden

uit de beheerswereld zijn deze

sectorale visies voortvarend

aangepakt. De Stichting nam

zitting in de projectgroepen

voor De Reest, Middenveld,

Noordenveld, Hondsrug-

Hunzedal en Veenkoloniën,

Vledder- en Wapserveense Aa

en Mars-, Wester- en Geeserstroom.

In deze visies wordt

een lange-termijn perspectief

geconfronteerd met het voor

de korte termijn geformuleerde

beleid. Het Drentse Landschap

heeft hier veel tijd in gestoken

omdat hierdoor beter en meer

toekomstgericht de realisatie

van natuurdoelen in onze

prachtige provincie kan worden

vormgegeven.


Oude Diep

Het zogenaamde IGOD-project

Oude Diep (Integrale Gebiedsontwikkeling

Oude Diep) ligt

nu volop op stoom. Naast een

bestuurlijk platform en een

projectgroep zijn inmiddels vijf

werkgroepen (Landbouw, VAM,

stadsrandzone Hoogeveen,

NBL-visie Middenveld,

Recreatie en leefbaarheid) en

een klankbordgroep Water en

Ecologie ingesteld. Het is soms

wel wat verwarrend om ons

belang in al deze gremia te

behartigen. De eerste concrete

projecten doemen inmiddels

op, te weten een inrichtingsproject

Oude Diep aan de voet

van de VAM en de voorgenomen

verbetering van de

afvoer van water vanaf de stort

naar het Linthorst-Homankanaal.

Op 21 mei heeft de

Stichting de statenfractie van

D’66 en de leden van deze

partij uit de lokale politiek

voorgelicht over de stand van

zaken in het Oude Diep. De

hoop bestaat dat zo snel mogelijk

de stap van visie naar realisatie

in het kader van het IGOD kan

worden vormgegeven.

• Giften

De familie Roosen uit Zuidwolde

schonk de Stichting een

veertiental mooie Schoonebeker

schapen. Deze dieren

zijn toegevoegd aan de grote

kudde van het Hijkerveld waar

zij hopelijk nog vele jaren

beheerswerk zullen verrichten.


Nationaal Park Drents-

Friese Woud

In grote getale waren genodigden

van diverse pluimage op 23 mei

naar Zorgvlied gekomen om

getuige te zijn van de voorlopige

instelling van het

Nationaal Park ‘Drents-Friese

Woud’. Als park geldt dan het

complex van bossen en natuurterreinen

tussen Appelscha,

Hoogersmilde, Diever en

Doldersum; een dikke 6000 ha,

waarvan 2/3 van Staatsbosbeheer

en de rest van Natuurmonumenten,

Het Drentse

Landschap (Doldersummerveld),

‘Boschoord’ en particuliere

eigenaren.

De instelling is voorlopig, want

het certificaat van erkenning

wordt pas verkregen als het op

die dag benoemde Overlegorgaan

erin is geslaagd een

Beheers- en Inrichtingsplan op

te stellen. Dit overlegorgaan

wordt gevormd door de

betrokken bestuurders en

beheerders; al met al een club

van 16 personen.

Nou mag je verwachten dat er

zich bij dat beheers- en inrichtingsplan

geen verrassingen

zullen voordoen, want alle

betrokkenen hebben al jaren

met elkaar aan tafel gezeten

over de vraag of alle neuzen

wel in dezelfde richting wezen.

Het primaire doel is duidelijk

en simpel: het in stand houden

en verder ontwikkelen van de

bijzondere landschappelijke en

natuurlijke waarden. Op het

eerste gezicht weinig omstreden,

maar steeds weer blijkt dat men

hier verschillende beelden bij

heeft en dus ook verschillende

belangen hecht aan allerlei

ontwikkelingen. Dat geldt ook

voor de subdoelstelling ‘het

bieden van mogelijkheden tot

het genieten en kennisnemen

van die natuur’. Elders in het

land wordt dit door sommigen

al gauw vertaald in recreatieontwikkeling,

waarbij de

natuur als een consumptief

product wordt gezien. En dat

staat natuurlijk op gespannen

voet met de hoofddoelstelling.

In dat licht kan de subdoelstelling

om natuureducatie en

voorlichting te bevorderen een

rol spelen.

Een andere belangrijke taak

van het overlegorgaan is de

besteding van de extra gelden

die het rijk beschikbaar stelt.

Kortom, het overlegorgaan

gaat best een spannende tijd

tegemoet. Onze Stichting zal

met de collega’s van Staatsbosbeheer

en Natuurmonumenten

moeten bevorderen, dat ook de

andere overlegpartners de

prioriteit bij de natuurdoelstelling

blijven leggen.


Algemeen Schaapskudde Hijkerveld.

De schapen vertrekken met de

herder om 9.30 uur naar de heide

en komen om 16.30 uur terug bij

de kooi.

De schaapskooi is te bereiken vanaf

het dorp Hijken via de Leemdijk.

Vogelkijkhut Diependal.

Vanaf het weekend 13/14 april tot

en met het weekend van 28/29

september is de hut van 08.00 tot

18.00 uur vrij toegankelijk. De hut

is te bereiken via de Zwarte weg,

vlakbij de “Speelstad Oranje”.

Orvelte

Agenda

za. 14 sept.

14.00 uur.

Orvelterzand

Oranjekanaal

Wandeling door de bossen van

Hollandsche Veld, geleid door gidsen

van het IVN.

De excursie gaat door de vroegere

hakhoutbossen en langs de

karakteristieke wijken van dit voormalige

veengebied.

Het vertrekpunt is de parkeerplaats

van het recreatiegebied

Schoonhoven. Deze is te bereiken

door vanaf het dorp

Hollandscheveld richting

Nieuwlande te gaan en na

ongeveer 2 km. rechtsaf te slaan

richting Elim.

Picknickplaats

za. 21 t/m

zo. 29 sept

zo. 13 okt.

10.30 uur.

za. 19 okt.

14.00 uur.

zo. 20 okt.

14.00 uur.

zo. 27 okt.

14.30 uur.

do. 26 dec.

10.00 uur

27

Week van het Landschap met als

thema: “Natuur in uitvoering”.

(zie elders in dit blad).

Paddestoelenexcursie over het

Drouwenerzand onder begeleiding van

het IVN.

Start vanaf het infopaneel tegenover

café-restaurant “Het

Drouwenerzand”, gelegen aan de

Gasselterstraat tussen Gasselte en

Drouwen.

Wandeling op het landgoed Vledderhof

met gidsen van het IVN.

Een herfstwandeling in het teken

van onder andere paddestoelen.

Start vanaf de picknickplaats/dagcamping

op de hoek van de Solweg

en de Storklaan, halverwege

Doldersum en Vledder.

Herfstwandeling op Kampsheide onder

begeleiding van het IVN.

Vertrekpunt bij het infobord aan

het G.A.M. van den Muyzenbergpad,

ten westen van Balloo.

Paddestoelenexcursie op het Orvelterzand

onder leiding van Eef Arnolds

van het Biologisch Station Wijster.

Dit natuurterrein is gelegen ten

noordoosten van Orvelte en ten

noorden van het Oranjekanaal.

Het startpunt is de picknickplaats

van het Staatsbosbeheer (zie kaartje).

Kerstwandeling op het Hijkerveld met

gidsen van het IVN.

Startpunt is de schaapskooi, te

bereiken vanaf Hijken via de

Leemdijk. Vanaf het dorp is de

route aangegeven met bordjes.

Voor alle activiteiten geldt dat honden niet mee

mogen; ook niet aangelijnd!


28

Uitgave

StichtingHet Drentse Landschap

Kloosterstraat 5 / 9401 KD Assen

Tel. (0592) 31 35 52 / Fax (0592) 31 80 89,

Bankrek. nr. 43.97.50.962 / Postbanknr. 19 45 729

Deze uitgave werd mede mogelijk gemaakt dankzij een financiële bijdrage van:

• Koninklijke BOOM PERS

Meppel (0522) 26 61 11

• Aannemingsbedrijf VEDDER BV

Eext (0592) 26 26 20

Grond-, weg- en waterbouw

• Bouwbedrijf H. POORTMAN

Veeningen (Zuidwolde Dr.) (0528) 39 14 82

Restauratie-nieuwbouw-onderhoud-verbouw

• IWACO B.V.

Groningen (050) 521 42 14

Adviesbureau voor water en milieu

• GRONTMIJ DRENTHE

Assen (0592) 34 29 71

Advies- en ingenieursbureau

• ORANJEWOUD BV - HEERENVEEN

Heerenveen (0513) 63 45 67

Ingenieursbureau

• ABN AMRO BANK N.V.

Assen (0592) 33 33 00

District Drenthe

• NV EDON Groep

Zwolle (038) 455 41 34

Onderneming voor energie, milieu en telecommunicatie

• NAM B.V.

Assen (0592) 36 20 74

Aardoliemaatschappij

• Havesathe ‘DE HAVIXHORST’

De Wijk (0522) 44 14 87

Hotel - Restaurant

• NV Waterleidingmaatschappij ‘DRENTHE’

Assen (0592) 39 55 55

Water, het wonder uit de kraan

• Buro HOLLEMA

Rolde (0592) 24 13 13

Tuin- en landschapsarchitekten BNT

• VAM Wijster

Wijster (0593) 56 39 24

Hergebruik en (eind)verwerking van afvalstoffen

• HOLLAND CASINO Groningen

Groningen (050) 312 34 00

Prominent in uitgaan

• HEIDEMIJ ADVIES BV

Assen (0592) 39 21 11

Advies- en ingenieursbureau (inrichting, infrastructuur,

milieu en ecologie)

• DENGERINK Vleeswaren

Meppel (0522) 25 25 14

Uitsluitend topkwaliteit

• ERICSSON Radio Systems B.V.

Emmen (0591) 63 77 77

Produkten voor mobiele communicatie

• HULZEBOSCH Grondwerken C.V.

Beilen (0593) 52 21 39

Natuurbouw, grond-, straat- en rioleringswerk,

leverantie van zand en grind

• RABOBANK

Groningen (050) 520 89 11

Regio Noord-Nederland

• KADASTER DRENTHE

Assen (0592) 31 10 66

Bevordert de rechtszekerheid bij het maatschappelijk

verkeer in vastgoed

• CHRISTIAAN DEN DEKKER B.V.

Lisse (0252) 41 86 50

De ecologische aanpak in water- en bodemsanering

• QUERCUS Boomverzorging en Advisering

Emmen (0591) 51 27 07

Uw bomen, onze zorg

• Veenbedrijf HAVERKORT VROOMSHOOP B.V.

Vroomshoop (0546) 64 38 02

Veenafgraving, verkoop veengrond en tuinaarde

• N.V. Waterleidingmaatschappij

voor de provincie Groningen

Groningen (050) 318 23 11

Wees wijs met water

More magazines by this user
Similar magazines