07.08.2013 Views

'Ook meldkamer kan levens redden • Forse investering ... - Brandweer

'Ook meldkamer kan levens redden • Forse investering ... - Brandweer

'Ook meldkamer kan levens redden • Forse investering ... - Brandweer

SHOW MORE
SHOW LESS

Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!

Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.

‘Ook <strong>meldkamer</strong> <strong>kan</strong> <strong>levens</strong> <strong>redden</strong> G<br />

<strong>Forse</strong> <strong>investering</strong> in nieuw materieel<br />

Zuid-Limburgse verbeterslag oogst landelijk bijval Organisatie verbeteren<br />

én 3,5 miljoen bezuinigen Extra slagkracht Defensie achter de hand’<br />

juni 2012<br />

Focus<br />

Magazine van de <strong>Brandweer</strong> Zuid-Limburg


Conclusie van een ‘behoorlijk heftige melding’:<br />

Ook de <strong>meldkamer</strong> <strong>kan</strong> <strong>levens</strong> <strong>redden</strong><br />

2 Focus<br />

Het loopt tegen half zes in de ochtend<br />

van 15 maart en de nachtdienst van<br />

<strong>meldkamer</strong>centraliste Desirée<br />

Nievergeld zit er bijna op. ‘Je begint<br />

om die tijd echt wel moe te worden.’<br />

Dan komt er een vreemde melding<br />

binnen. Een vrouw belt en roept “Ik<br />

sta in brand, ik sta in brand!”. De<br />

centraliste probeert meer informatie te<br />

krijgen door dóór te vragen. Dat gaat<br />

moeizaam, maar het lijkt er op dat de<br />

vrouw in de keuken iets op het fornuis<br />

heeft opgewarmd waarbij haar kleding<br />

vlam heeft gevat. ‘Dan moet je nog<br />

achterhalen waar ze woont, want bij<br />

mobiele nummers kunnen wij dat<br />

helaas niet op ons beeldscherm zien.<br />

Eerst noemt ze Geleen als woonplaats,<br />

maar later Buchten...’<br />

De vrouw raakt, hoorbaar voor Desirée Nievergeld,<br />

steeds meer in shock. Ze begint in zichzelf te praten<br />

en loopt kennelijk verdwaasd door de woning.<br />

Nievergeld vraagt om haar telefoonnummer. ‘Dat<br />

moest ze toen gaan opzoeken, wat natuurlijk<br />

helemaal niet mijn bedoeling was. Uiteindelijk heb ik<br />

toen een adres uit haar kunnen krijgen.’ Precies op<br />

dat moment komt in dezelfde <strong>meldkamer</strong> bij de<br />

politie de melding binnen van een andere vrouw uit<br />

Buchten dat ze haar buurvrouw heeft horen<br />

schreeuwen. Langs deze weg <strong>kan</strong> door snel contact<br />

binnen de <strong>meldkamer</strong> het adres van de onfortuinlijke<br />

alleenwonende vrouw worden bevestigd. De politie is<br />

al aan het rijden, terwijl Desirée Nievergeld het<br />

slachtoffer nog aan de lijn heeft en haar vraagt de<br />

voordeur te openen. Dat levert straks veel tijdwinst<br />

op voor de hulpdiensten. De vrouw roept opnieuw<br />

dat ze in brand staat en dat haar buik is verbrand.<br />

Verder lijkt er in haar huis niets te branden. Dat<br />

maakt het voor Nievergeld verantwoord om het<br />

slachtoffer te adviseren snel onder de douche te gaan<br />

staan. Dat doet ze. De verbinding wordt verbroken...<br />

Eén minuut<br />

Intussen is ook de brandweer uitgerukt, evenals de<br />

ambulance. ‘Tussen de melding en het alarmeren<br />

voor de uitruk zat één minuut. Dat lijkt heel lang,<br />

maar het ging gewoon niet sneller, omdat ik geen<br />

adres had en eerst zelfs onzeker was over de<br />

woonplaats.’ De politie, die als eerste ter plaatse is,<br />

vindt de vrouw onder de douche. Ze is er slecht aan<br />

toe en wordt door het intussen ook gearriveerde<br />

ambulancepersoneel opgevangen en met spoed naar<br />

het ziekenhuis van Sittard-Geleen gebracht. Later<br />

gaat ze van daaruit per traumaheli naar het<br />

Brandwondencentrum in Beverwijk. ‘Hoe het nu met<br />

haar gaat, weet ik niet. Vanwege de privacyregels<br />

komen wij daar ook niet achter. Dat vind ik echt<br />

jammer, maar daar is niets aan te doen.’<br />

Hart in de keel<br />

Naast centraliste is Desirée Nievergeld ook al 15 jaar<br />

vrijwilliger in Sittard. Als brandwacht heeft ze al vaker<br />

ervaren dat mensen in paniek de meest rare dingen<br />

doen. ‘Ze rennen bij een binnenbrand terug het huis<br />

in, bellen niet de brandweer maar wel de buren, noem<br />

maar op. Het is nog knap dat deze, naar later blijkt 46jarige,<br />

vrouw zelf belde. Intussen heb je zelf ook het<br />

hart in de keel. Je voelt dat dit heel fout <strong>kan</strong> aflopen.<br />

Toen ik het bericht kreeg dat ze in de ambulance lag,<br />

viel er een grote zorg van me af. Je weet dan dat ze in<br />

goede handen is en dat het voor mij klaar is.’<br />

Slachtoffers geruststellen<br />

De brand stelde niet veel voor – er hoefde niet eens<br />

geblust te worden –, maar toch was dit incident heel<br />

ingrijpend. Nievergeld: ‘Het was behoorlijk heftig.<br />

Als er mensen bij betrokken zijn, zit je altijd al op het<br />

puntje van je stoel. In dit geval kon ik niet zien hoe<br />

Meldkamercentraliste<br />

Desirée Nievergeld:<br />

‘Ik weet niet hoe ik het slachtoffer<br />

anders had moeten helpen’<br />

ver de tankautospuit nog van het adres verwijderd<br />

was. Van maar een tiental TS-en kunnen we zien<br />

waar ze zitten. Soms kun je slachtoffers daarmee<br />

geruststellen. Je krijgt ook wel eens mensen aan de<br />

lijn die bekneld zitten en niet meer uit hun benarde<br />

positie weg kunnen. Zoiets hakt er wel in. Dan moet<br />

je na afloop echt wel even aan de frisse lucht...’<br />

Goed gedaan<br />

Er zijn wel meer momenten geweest in de zes jaar<br />

dat Desirée Nievergeld centralist is, dat ze een grote<br />

rol heeft gespeeld in de redding van slachtoffers.<br />

‘Maar daar ben ik me pas van bewust als anderen me<br />

dat zeggen. Je doet je werk gewoon zo goed<br />

mogelijk en ieder doet het een beetje op zijn eigen<br />

manier. Op dit incident kijk ik met tevredenheid terug.<br />

Ik heb het voor mijn gevoel goed gedaan, omdat ik<br />

niet weet hoe ik het slachtoffer anders had moeten<br />

helpen. Pas toen ik wist dat er verder niets in huis<br />

brandde, kon ik haar veilig onder de douche sturen.<br />

‘Mensen die bekneld zitten;<br />

dat hakt er in’<br />

De organisatie heeft me nog nazorg aangeboden,<br />

maar daar had ik geen behoefte aan. Ik heb de film<br />

voor mezelf heus nog wel eens teruggedraaid en <strong>kan</strong><br />

er nu goed mee leven. Voor mij is het klaar.’<br />

Focus 3


4 Focus<br />

Moderner materieel om efficiënter te kunnen werken<br />

Korps investeert fors<br />

in nieuwe voertuigen<br />

en apparatuur<br />

‘Vanwege de naderende fusie is er vanaf<br />

2006 door de verschillende korpsen en<br />

gemeenten zichtbaar minder<br />

geïnvesteerd in materieel. Ook na de<br />

regionalisering is er op dit gebied nog<br />

amper iets gebeurd. Deze achterstand in<br />

vervanging van voertuigen en middelen<br />

moet dringend worden aangepakt.<br />

Daarom wordt er dit jaar voor bijna<br />

9 miljoen geïnvesteerd. We kiezen<br />

daarbij voor nieuw materieel waarmee<br />

we efficiënter kunnen werken. De<br />

beschikbare technische mogelijkheden<br />

zullen we optimaal benutten. Zo komt<br />

er ook een proef met piepers waarop<br />

vrijwilligers een terugmelding kunnen<br />

geven. Daarmee weten de <strong>meldkamer</strong><br />

en de bevelvoerder bij een melding heel<br />

snel hoeveel brandweermensen zullen<br />

uitrukken. Wanneer het er te weinig<br />

zijn, kun je gelijk extra maatregelen<br />

nemen.’<br />

Als portefeuillehouder Repressie is Jac Salemans blij<br />

dat er sinds kort duidelijkheid is over de koers naar de<br />

toekomst. Sinds 13 april ligt er een door het bestuur<br />

goedgekeurd beleidsplan “Eenheid in<br />

Verscheidenheid”. Repressie is daarvan uiteraard een<br />

belangrijk onderdeel. Op basis van een inventarisatie<br />

van de risico’s in Zuid-Limburg inclusief eventuele<br />

domino-effecten, is de werkwijze bepaald om te<br />

komen tot optimale en efficiënte brandweerzorg.<br />

Salemans: ‘Voor de nieuwe aanpak is deels ander<br />

materieel nodig dan we nu hebben. We gaan anders<br />

werken, met ander materieel dat we bovendien<br />

efficiënter gaan inzetten. Door het op een innovatieve<br />

manier te organiseren en anders op te schalen,<br />

hebben we in de toekomst niet langer de huidige 40<br />

tankautospuiten nodig, maar nog maar 34.’<br />

Objectief vastgesteld<br />

De behoefte aan blusvoertuigen en ander materieel is<br />

objectief vastgesteld, legt Salemans uit. ‘We hebben op<br />

de kaart van Zuid-Limburg de grenzen van de werk -<br />

gebieden van kazernes en posten even uitgegumd.<br />

Toen hebben we bepaald wat er in totaal nodig is aan<br />

uitrukvoertuigen. Vervolgens zijn deze in het plan<br />

verdeeld over bestaande en nieuwe kazernes. Welke<br />

kazerne welk materieel krijgt, hangt uiteindelijk mede<br />

af van de personele mogelijkheden van een kazerne. In<br />

de nieuwe aanpak moet een beroepspost in elk geval<br />

zes mensen kunnen leveren om twee voertuigen te<br />

bezetten: 4 op de tankautospuit en 2 op een red- of<br />

hulpverleningsvoertuig. Vrijwillige posten kunnen òf<br />

met zes man uitrukken òf met vier in combinatie met<br />

twee collega’s van een SIE, een snel inzetbare eenheid.<br />

Deze mogelijkheid <strong>kan</strong> het voortbestaan van krap<br />

bezette vrijwillige posten helpen verzekeren. Variabele<br />

voertuigbezetting is dus absoluut de toekomst.’<br />

Innovatie<br />

Ook bij een meer vraaggerichte voertuigbezetting staat<br />

de veiligheid nog steeds voorop, verzekert Salemans.<br />

‘Bij een maatgevend incident, zoals een binnenbrand,<br />

rukken straks nog steeds zes mensen uit, maar mogelijk<br />

wel met twee voertuigen. Bij de geringste twijfel wordt<br />

er opgeschaald. Wanneer een tweede blusvoertuig<br />

wordt opgeroepen, zitten daar gegarandeerd zes<br />

mensen in. Waar het nu vooral om gaat is de<br />

technische mogelijkheden van het moderne materieel<br />

optimaal te benutten. Een voorbeeld van zo’n innovatie<br />

is de volautomatische pomp op een tankautospuit.<br />

Daarbij heb je in veel gevallen geen pompbediener<br />

meer nodig. Door schuim op alle blusvoertuigen is er<br />

straks meer bluskracht beschikbaar. En tenslotte wordt,<br />

wegens het grote succes van onze eerste SIE, het aantal<br />

snel inzetbare eenheden uitgebreid.’<br />

Onderhoud strak plannen<br />

Minder blusvoertuigen betekent wel dat de<br />

beschikbaarheid van deze voertuigen groter moet<br />

worden, door het onderhoud ervan strak te plannen.<br />

‘De zeven beroepskazernes die Zuid-Limburg straks<br />

heeft, krijgen elk een eigen onderhoudstaak voor de<br />

hele regio. Ze kunnen zich dus specialiseren in het<br />

onderhoud en beheer van voertuigen, apparatuur en<br />

middelen. Door planmatig werken moeten de<br />

doorlooptijden voor onderhoud van materieel korter<br />

kunnen worden.’<br />

Flexpool<br />

Niet alleen aan de materieel<strong>kan</strong>t gaat repressie een<br />

verbeterslag maken. Ook de mensen worden efficiënter<br />

en flexibeler ingezet. Medewerkers krijgen meer<br />

verantwoordelijkheid, bijvoorbeeld om via internet hun<br />

eigen dienstrooster samen te stellen. Uiteindelijk zal<br />

voor de hele regio dan nog maar één roosteraar nodig<br />

zijn die de laatste gaatjes invult. Overbezetting of<br />

onderbezetting met de noodzaak om over te werken,<br />

Veiligheid nog steeds voorop<br />

mogen in de toekomst niet meer voorkomen. Er komt<br />

bovenop de basissterkte een flexpool van zes<br />

beroepsbrandweermensen die in de regio kunnen<br />

worden ingezet waar ze nodig zijn. Om iedereen goed<br />

op de nieuwe werkwijze voor te bereiden, komen er<br />

trainingen voor het werken met afwijkende<br />

voertuigbezettingen. Vanaf 1 juli volgend jaar gaan de<br />

nieuwe uitruk- en werkprocedures in werking.<br />

Geen standaardverhaal<br />

Naast de 7 beroepskazernes zijn er 17 posten die<br />

voornamelijk op vrijwilligers draaien. Die moeten ook<br />

efficiënt gaan werken, maar daarbij moeten de lokale<br />

omstandigheden bepalend blijven, vindt Salemans.<br />

‘Het is geen standaardverhaal dat wij ze gaan<br />

opleggen. Zolang het goed werkt, laten we het zo.<br />

Het beleidsplan heet niet voor niets “Eenheid in<br />

Verscheidenheid”. Ik ben lang genoeg vrijwilliger<br />

geweest om te weten dat de lokale omstandigheden<br />

van grote invloed zijn op het functioneren van een<br />

post. Je bent bijvoorbeeld sterk afhankelijk van de<br />

dienstroosters die je mensen bij hun eerste werkgever<br />

hebben. Binnen bepaalde kaders zullen we de<br />

inrichting en organisatie van een post dus aan de<br />

mensen zelf overlaten.’<br />

De stip aan de horizon is voor Salemans nu helder.<br />

‘Nou gaat het erom hoe we die gaan bereiken. Ik<br />

ben bij dit traject onder de indruk geraakt van de<br />

kwaliteit van de medewerkers die we in Zuid-<br />

Limburg hebben. Ze gaan ook echt voor de regio en<br />

niet meer voor de eigen post of kazerne. De uitdaging<br />

is nu om al deze kwaliteit zo goed mogelijk te<br />

bundelen.’<br />

Focus 5


6 Focus<br />

Zuid-Limburgse procedure oogst landelijk bijval<br />

Grote verbeterslag bij<br />

Ongevallen Gevaarlijke Stoffen<br />

Het komt niet wekelijks voor, maar toch<br />

moet je er als brandweer grondig op<br />

voorbereid zijn: ongevallen met<br />

gevaarlijke stoffen. Een vat dat van een<br />

vrachtwagen rolt, een jerrycan die lekt,<br />

een fles die omvalt in een laboratorium<br />

of een slordigheid met chloor in een<br />

zwem bad. ‘Afhankelijk van de stof kun<br />

je zelfs bij de geringste hoeveelheid<br />

weggelekte stof al een groot risico<br />

hebben. Daarom is het zaak zo snel<br />

mogelijk de stofnaam te achterhalen.<br />

Als die bekend is <strong>kan</strong> de procedure<br />

worden opgestart. En die procedure is in<br />

Zuid-Limburg de afgelopen tijd sterk<br />

verbeterd. Dat alles ten gunste van de<br />

veiligheid van slachtoffers, hulpverleners<br />

en mensen in een wijde omgeving.<br />

Vanuit het hele land komen er positieve<br />

reacties binnen op onze nieuwe aanpak.’<br />

Els de Jongh, ploegchef in Simpelveld en<br />

bevelvoerder van de snel inzetbare eenheid SIE, en<br />

Dennis Damen, bevelvoerder in Maastricht, verzorgen<br />

binnen het korps het opleidingsdeel Ongevallen<br />

Gevaarlijke Stoffen. Ze praten enthousiast over de<br />

verbeterslag die ze daarin de afgelopen tijd hebben<br />

kunnen aanbrengen. Eigenlijk vooral door logisch<br />

nadenken en tijdens oefeningen goed observeren.<br />

Els de Jongh: ‘De procedures voor dit soort<br />

incidenten zijn heel uitgebreid. Kort gezegd kennen<br />

we drie niveaus van maatregelen, afhankelijk van de<br />

aard en het risico van de vrijgekomen stof. Incidenten<br />

met de minst gevaarlijke stoffen kunnen door<br />

brandweermensen in bluskleding worden bestreden,<br />

voor het volgende niveau zijn chemiepakken vereist,<br />

waarvan elke tankautospuit er twee aan boord heeft.<br />

Bij de meest risicovolle incidenten moet worden<br />

opgetreden in gasdichte pakken. Dan moet een<br />

gaspakkentrein uit Born en Maastricht komen, met<br />

speciaal hiervoor opgeleide mensen.’<br />

Toch behoorlijke risico’s<br />

‘Toen we kritisch zijn gaan kijken naar de manier<br />

waarop we dit soort incidenten in Nederland<br />

aanpakken, ontdekten we dat er toch nog<br />

behoorlijke risico’s worden genomen,’ vertelt Dennis<br />

Damen. ´Met een beperkte aanpassing van de<br />

procedure kun je die voorkomen. Het gaat daarbij om<br />

de grens tussen veilig en onveilig gebied. Wanneer<br />

er een gevaarlijke stof is vrijgekomen, trekken we<br />

bovenwinds en op veilige afstand een opstellijn.<br />

Daarachter mogen alleen mensen met beschermende<br />

kleding werken. De andere hulpverleners en het<br />

ambulancepersoneel blijven vóór die lijn en wachten<br />

tot eventuele slachtoffers daar worden afgeleverd.<br />

Wat echter blijkt is dat de chemiepakdragers mogelijk<br />

ook zelf besmet zijn geraakt met de gevaarlijke stof<br />

en die besmetting kunnen overdragen op collega´s en<br />

ambulancemensen die geen beschermende kleding of<br />

adembescherming dragen. De scheidslijn tussen veilig<br />

Els de Jongh en Dennis Damen:<br />

‘Onze nieuwe procedure lijkt een<br />

landelijke trend te worden. Daar zijn we<br />

best een beetje trots op’<br />

en onveilig gebied <strong>kan</strong> dus vervagen. Bij een<br />

noodontsmetting houd je nog altijd een risico op<br />

restbesmetting. Dat <strong>kan</strong> zelfs betekenen dat<br />

ambulancepersoneel het gevaar mee de ambulance in<br />

neemt en vervolgens bij de spoedeisende hulp van<br />

het ziekenhuis aflevert. En daar dragen de<br />

medewerkers evenmin beschermende kleding. De<br />

veiligheidsgrenzen lagen al hoog, maar zullen op dit<br />

onderdeel dus verder omhoog moeten.’<br />

Extra veiligheidsmarge<br />

Om een extra veiligheidsmarge in te bouwen, werd een<br />

zone bedacht, tussen het veilige en het onveilige<br />

gebied in. Els de Jongh: ‘Dat doen we door een extra<br />

hulplijn te trekken waarmee we voortaan bij dit soort<br />

incidenten drie gebieden onderscheiden: een hot,<br />

warm en cold-zone. Dit biedt overzicht en een heldere<br />

structuur voor de decontaminatie. Pas als de ontsmet -<br />

ting heel zorgvuldig is uitgevoerd, kunnen slachtoffers<br />

naar het veilige ‘cold’ gebied worden overgebracht.’<br />

‘In feite is dit hetzelfde als wat ik in mijn<br />

hoofdberoep op de spoedeisende hulp van het<br />

ziekenhuis van Heerlen doe,’ vindt Els de Jongh.<br />

‘Ook daar maken we een onderscheid tussen steriel<br />

‘Nieuwe werkwijze<br />

oogstte al veel lof’<br />

en niet-steriel gebied. De nieuwe werkwijze die de<br />

zojuist opgeleide manschappen zich nu hebben<br />

eigengemaakt, oogstte al veel lof van landelijke<br />

examinatoren. Nu gaat het erom ook zittende<br />

brandwachten op dit onderdeel goed bij te scholen.’<br />

Met dat doel is een instructiefilm gemaakt, die De<br />

Jongh en Damen op alle posten in de regio gaan<br />

afdraaien en toelichten.<br />

Best trots<br />

‘Heel belangrijk is dat alle collega’s, oud en jong, op<br />

dezelfde manier het ontsmettingsveld opbouwen en<br />

volgens dezelfde procedure te werk gaan,’ legt Damen<br />

uit. ‘En die procedure moet voor iedereen duidelijk zijn.<br />

Zeker omdat dit soort incidenten niet zo heel vaak<br />

voorkomt, moeten we daar goed op hameren.’<br />

‘Inmiddels worden in Brabant en in Groningen de<br />

opleidingen op dit vlak ook al volgens onze aanpak<br />

gegeven. En veel andere korpsen uit het hele land<br />

hebben al naar onze nieuwe werkwijze geïnformeerd.<br />

De reacties zijn allemaal positief. Het lijkt erop dat dit<br />

een landelijke trend zal worden. Daar zijn we best<br />

een beetje trots op.’<br />

Focus 7


8 Focus<br />

‘Dit leidt absoluut tot een betere<br />

kwaliteit van hulpverlening. Door elkaars<br />

systemen en manieren van werken te<br />

kennen, weten we wat we van elkaar<br />

kunnen verwachten. En dat is meer dan<br />

ik tevoren dacht. Een dag meelopen met<br />

de brandweer heeft mij echt de ogen<br />

geopend voor de mogelijkheden om<br />

slachtoffers nog sneller en beter te<br />

helpen.’ Ambulancechauffeur Raymond<br />

Pleune vertelt er enthousiast over. Hij<br />

was, net als een vijftiental collega’s van<br />

de ambulancedienst, een dag te gast bij<br />

de brandweer in Geleen. ‘Ik werd gelijk<br />

in brandweerkleding gehesen en later<br />

ook in het uitrukpak, compleet met<br />

ademlucht. Ook was er een<br />

demonstratie van het openknippen van<br />

een auto en kreeg ik zelf die zware<br />

hydraulische gereedschappen in mijn<br />

handen geduwd. Ik vond het heel nuttig<br />

om de mogelijkheden en onmogelijk -<br />

heden te leren kennen. Ik zou het zó<br />

weer doen.’<br />

‘Contact is nu anders,<br />

de samenwerking beter’<br />

Een dag als stagiair mee met de andere hulpdienst<br />

Uitwisselingsproject<br />

ambulance en brandweer<br />

blijkt heel zinvol<br />

In het kader van het oefenprogramma Levens<strong>redden</strong>d<br />

Handelen, krijgen brandwachten in opleiding<br />

instructie van mensen van de ambulancedienst, legt<br />

ploegchef Roy Schmitz van de brandweereenheid<br />

Geleen uit. ‘Bij trainen en oefenen wordt ook wel<br />

samengewerkt, maar daar blijft het dan verder bij.<br />

Terwijl we op straat toch vaak met elkaar te maken<br />

hebben. Als er slachtoffers zijn, kunnen wij wel iets<br />

aan eerste opvang doen, maar zijn we toch altijd heel<br />

blij als die gele wagen de hoek om komt. Bovendien<br />

moeten wij intussen ook het incident bestrijden en<br />

uitbreiding voorkomen.’<br />

Als stagiair mee<br />

Schmitz: ‘Wij hebben als brandweer bepaalde<br />

systemen en werkwijzen, bijvoorbeeld bij ongevallen<br />

met beknelling. De ambulancedienst heeft haar eigen<br />

aanpak. We kwamen hier in Geleen tot de conclusie<br />

dat het nuttig zou zijn om de raakvlakken eens goed<br />

te verkennen. Daarop is besloten tot een<br />

uitwisselingsprogramma. Over en weer gaan<br />

medewerkers een hele dag als stagiair mee met de<br />

andere hulpdienst. Behalve dat je daarmee heel veel<br />

informatie en ervaring uitwisselt, is het ook zinvol om<br />

elkaar nader te leren kennen. Op straat en bij<br />

tilassistenties werkt het namelijk heel prettig als je<br />

elkaars namen kent.’<br />

Hectische situaties<br />

Tussen de uitrukken door werd de uitrusting en<br />

apparatuur bekeken en over en weer uitgeprobeerd,<br />

vertelt unithoofd Joop Deriks van de ambulancedienst:<br />

‘Iedereen was heel benieuwd naar het andere<br />

vakgebied, naar de overeenkomsten en de<br />

verschillen.’ Schmitz: ‘Wij als brandweer komen vaak<br />

in heel hectische situaties terecht. Steeds opnieuw<br />

valt ons dan op hoe kalm de ambulancemensen hun<br />

werk doen. Ze komen full speed aangereden,<br />

stappen uit en stralen gelijk rust uit. Ook het rijden is<br />

anders. De brandweer rijdt, met 15 ton gewicht en<br />

zes mensen aan boord, een stuk defensiever dan de<br />

ambulance.’<br />

Meer respect<br />

‘Ik heb meer respect gekregen voor het werk van de<br />

brandweer,’ moet ambulanceverpleegkundige Frank<br />

Smeets toegeven. ‘Dat werken met die zware<br />

hydraulische apparatuur voelde ik twee dagen later<br />

nog in mijn rug. Wat me ook opviel is dat een<br />

bevelvoerder razendsnel beslissingen moet nemen,<br />

die cruciaal kunnen zijn voor de bestrijding van een<br />

incident.’<br />

Levensgevaarlijk<br />

Tips en adviezen van de brandweer hebben bij de<br />

ambulancedienst al tot verbetervoorstellen geleid.<br />

Raymond Pleune. ‘Bij een auto-ongeval zijn wij er<br />

vaak eerder dan de brandweer. Wij buigen ons dan<br />

soms over de bestuurder. De brandweer heeft ons nu<br />

gewezen op het gevaar dat de airbag alsnog òf voor<br />

een tweede keer ploft. Dat <strong>kan</strong> <strong>levens</strong>gevaarlijk voor<br />

ons zijn. De brandweer heeft airbaghoezen bij zich<br />

om over het stuur te trekken en dit gevaar tegen te<br />

gaan. Nu onderzoeken we of die ook nog ergens in<br />

onze overvolle ambulances passen. Ik dacht zelf dat<br />

er met een airbag niets meer kon gebeuren wanneer<br />

de accu losgekoppeld is. Maar de brandweer heeft<br />

me uitgelegd dat de huidige airbags eigen<br />

stroomvoorziening hebben en bovendien tweemaal<br />

geactiveerd worden. Dat is echt iets om rekening mee<br />

te houden.’<br />

Derde deur<br />

Wat voor Pleune en zijn collega’s een echte<br />

eye-opener was, is de mogelijkheid van de brandweer<br />

om heel snel een zogenaamde derde deur te maken<br />

aan de zij<strong>kan</strong>t van een tweedeurs auto. ‘Dat biedt<br />

ons de <strong>kan</strong>s om slachtoffers desgewenst horizontaal<br />

van de achterbank te halen. Verder kwam ik er achter<br />

dat de brandweer blikjes frisdrank bij zich heeft,<br />

omdat brandweermensen in bluskleding enorm veel<br />

vocht verliezen. Wij hebben soms patiënten in de<br />

ambulance die snakken naar drinken. Maar zelf<br />

hebben wij niets bij ons. Dus sindsdien gaan we wel<br />

eens een blikje bij de brandweer halen. We weten nu<br />

zelf waar het koelkastje zit.’<br />

‘Het contact is nu anders, de samenwerking beter,’<br />

concludeert Joop Deriks. ‘We moeten kijken of we<br />

deze uitwisseling structureel kunnen maken. Het<br />

verhoogt beslist de kwaliteit van het gezamenlijk<br />

optreden.’<br />

Focus 9


Jong slachtoffer van brand Elsloo onmogelijk te <strong>redden</strong><br />

Hoogspanningskabels boven brand haard maken bluswerk ris<strong>kan</strong>t<br />

10 Focus<br />

Op maandag 19 maart om 13.35 uur komt de<br />

melding binnen van een brand in een<br />

timmerfabriek in Elsloo. Extra verontrustend is de<br />

toevoeging dat er vermoedelijk nog een persoon<br />

binnen is. De <strong>meldkamer</strong> alarmeert de kazerne<br />

Stein en de beroeps-tankautospuit van Geleen. Die<br />

laatste wordt bemand door medewerkers van het<br />

service center die binnen één minuut kunnen<br />

uitrukken. Maar zelfs bij deze korte reactietijd komt<br />

voor een 17-jarige stagiair in de timmerfabriek alle<br />

hulp te laat. Als gevolg van een stofexplosie in het<br />

bedrijf moet hij vrijwel op slag dood zijn geweest.<br />

INCIDENT UITGELICHT<br />

‘B<br />

evelvoerder Bert Dullens van de<br />

beroeps-TS Geleen ziet tijdens<br />

het aanrijden al van grote<br />

afstand de enorme rookpluim en zelfs de<br />

vlammen boven de timmerfabriek<br />

uitkomen. Mede vanwege de vermiste<br />

persoon besluit hij onderweg al op te<br />

schalen van middelbrand naar grote<br />

brand. Hij herinnert zich dat op die plek<br />

een aantal jaren geleden een grote brand<br />

heeft gewoed in een palletfabriek. Daarbij<br />

is een hoogspanningsmast omgevallen die<br />

tot overmaat van ramp op een<br />

ondergrondse brandstofpijpleiding<br />

terechtkwam. Het <strong>kan</strong> dus een<br />

spannende middag worden...<br />

Bij aankomst van de eerste tankauto en de<br />

hoogwerker treft Dullens een pand aan<br />

waar aan de voor<strong>kan</strong>t de pui uitgeslagen is.<br />

Dat duidt erop dat er een ontploffing is<br />

geweest, waarschijnlijk een stofexplosie.<br />

Het voorste deel van het gebouw is ontzet,<br />

maar staat niet in brand. Hier is een<br />

dansschool in gevestigd. Het achterste deel<br />

is de timmerfabriek, die brandt als een<br />

fakkel. Precies over het brandende deel<br />

lopen hoogspanningsleidingen. Dat is een<br />

extra complicerende en ris<strong>kan</strong>te factor,<br />

zoals een aantal jaren geleden is gebleken.<br />

Bevelvoerder Dullens kijkt van verschillende<br />

<strong>kan</strong>ten snel even in het pand naar binnen<br />

en zet voor zichzelf alles op een rijtje.<br />

‘Niemand naar binnen,’ beslist hij, ‘de<br />

veiligheid van onze mensen komt anders<br />

serieus in gevaar’. Dat er mogelijk nog<br />

iemand binnen is, realiseert Dullens zich<br />

terdege. ‘Maar je weet gewoon dat zo’n<br />

slachtoffer niet te <strong>redden</strong> is. De hoop dat<br />

we hier iemand levend uit kunnen halen,<br />

had ik al opgegeven.’<br />

Intussen is de TS van Geleen begonnen met<br />

blussen en houdt de hoogwerker het<br />

voorste gedeelte nat. Enkele minuten later<br />

– maar voor Dullens leken het wel uren –<br />

komt de TS van Stein en blusvoertuigen uit<br />

Beek en Maastricht ter plaatse. De<br />

waterwinning is dan het volgende<br />

probleem. De eerste brandkraan ligt op<br />

zo’n 100 meter afstand. Een blusvoertuig<br />

heeft 2500 liter water aan boord. Met<br />

twee hogedrukstralen ben je daar in<br />

10 minuten doorheen. De TS van Geleen<br />

heeft ook schuim ter beschikking, maar in<br />

deze vuurbelasting heeft ook dat maar<br />

beperkt effect. Dullens en de inmiddels<br />

gearriveerde officier van dienst besluiten<br />

daarom het groot watertransport op te<br />

roepen, al weten zij beiden dat het wel<br />

even duurt voordat dit in werking is.<br />

Bovendien loopt langs deze weg de<br />

spoorlijn Sittard-Maastricht, waar je niet<br />

zomaar slangen overheen kunt leggen.<br />

Daarom wordt het treinverkeer uit voorzorg<br />

stilgelegd en wordt er verder gezocht naar<br />

snelle oplossingen voor wateraanvoer.<br />

Van beide uiteinden van de straat <strong>kan</strong> via<br />

verschillende leidingen bluswater worden<br />

betrokken. Ook is er contact met Chemelot<br />

dat op haar terrein hydranten en<br />

bluswaterleidingen met een extra grote<br />

capaciteit heeft. Maar het Chemelotcomplex<br />

is niet om de hoek.<br />

Met het beschikbare water blussen de<br />

ploegen intussen de brand en schermen zij<br />

de belendende bedrijfspanden af. De ploeg<br />

van Maastricht blust eerst vanaf de<br />

achterzijde en zodra de omstandigheden<br />

het toelaten, trekken ze aan de zij<strong>kan</strong>t een<br />

paar gevelplaten weg. Daardoor kunnen ze<br />

naar binnen kijken en zien ze zo’n 8 meter<br />

verderop het slachtoffer liggen. Ze kunnen<br />

helaas niets meer voor de jongen doen.<br />

De <strong>meldkamer</strong> neemt contact op met<br />

netbeheerder Tennet voor het eventueel<br />

afschakelen van de stroom op de<br />

hoogspanningsleidingen boven de brand.<br />

Dat gebeurt pas later, als Tennet een ploeg<br />

stuurt om de kwaliteit van de kabels te<br />

controleren.<br />

Om omstreeks kwart voor drie is de brand<br />

zover onder controle dat er geen extra<br />

waterwinning meer nodig is. De vuur is<br />

deels geblust, deels gecontroleerd<br />

uitgebrand. Nadat het sein “brand<br />

meester” is gegeven, begint de<br />

brandweer zich ploeg voor ploeg terug te<br />

trekken. De blusploegen van Stein en<br />

Beek bergen het slachtoffer.<br />

Voor Dullens is het zijn eerste grote brand in<br />

de rol van bevelvoerder. In zijn twaalf jaar<br />

bij de brandweer heeft hij één keer eerder<br />

een dodelijk slachtoffer van brand<br />

meegemaakt, bij ongevallen wel<br />

meerdere. ‘Het is natuurlijk heel jammer<br />

dat we dit jonge slachtoffer niet hebben<br />

kunnen <strong>redden</strong>. Maar ik weet<br />

100 procent zeker dat ik geen keus had.<br />

Door de vuur- en rookbelasting en de<br />

hoogspanningskabels boven ons hoofd,<br />

konden we onmogelijk naar binnen. De<br />

inzet op zich is goed en gedisciplineerd<br />

verlopen. Daar heb ik dus geen slecht<br />

gevoel over. Verder hebben wij natuurlijk<br />

allemaal maar een klein hartje, maar ik<br />

heb er na afloop gelukkig geen last van<br />

gehad. Ook van de manschappen heb ik<br />

geen signalen in die richting gekregen.<br />

We hebben het incident als groep goed<br />

kunnen afsluiten.’<br />

Focus 11


12 Focus<br />

<strong>Brandweer</strong>zorg moet slimmer en goedkoper<br />

Projecten moeten<br />

organisatie verbeteren<br />

én 3,5 miljoen bezuinigen<br />

‘We zijn het huis aan het verbouwen.<br />

Binnenkort kunnen de bewoners er<br />

weer in en die maken onderling<br />

afspraken over hoe ze met elkaar<br />

omgaan.’ Dat is volgens projectadviseur<br />

Robert Dackus in feite waar het om<br />

draait bij twee projecten die van de<br />

<strong>Brandweer</strong> Zuid-Limburg een betere<br />

organisatie moeten maken. ‘Er gebeurt<br />

heel veel en er zit grote spanning op.<br />

Maar omdat er weinig over<br />

gecommuniceerd is, is het geduld van<br />

veel mensen wel erg op de proef<br />

gesteld. Dus is het hoogste tijd om het<br />

eens uit te leggen.’<br />

Het eerste project waar Dackus leiding aan geeft,<br />

leidt tot een nieuwe structuur voor de organisatie.<br />

Deze “verbouwing” moet ervoor zorgen dat de<br />

brandweerzorg slimmer en goedkoper <strong>kan</strong>. Dackus:<br />

‘Het was altijd al de bedoeling om de<br />

organisatiestructuur te gaan evalueren en waar nodig<br />

aan te passen. Dat was ook met de OR zo<br />

afgesproken. Maar bij de doelstelling om de<br />

organisatie te verbeteren, kwam vorig jaar ook nog<br />

eens de opdracht om 3,5 miljoen te bezuinigen.<br />

Zonder bezuiniging hadden we de organisatie dus<br />

ook moeten doorontwikkelen, maar nu dat voor een<br />

andere prijs moet, wordt het wel iets pijnlijker. En<br />

ook in de toekomst gaan we nooit meer stilstand<br />

meemaken. We zullen ons constant moeten<br />

aanpassen aan wat de buitenwereld van ons<br />

verwacht.’<br />

Minder managers<br />

Een extern advies op basis van een groot aantal<br />

interviews in het korps heeft een hele lijst opgeleverd<br />

van zaken die anders of beter kunnen, legt Dackus<br />

uit. ‘Zo moet de besluitvorming sneller en krachtiger.<br />

Daarom komt er een kleiner management dat met<br />

meer slagkracht <strong>kan</strong> beslissen. Er is straks dus minder<br />

behoefte aan managers en ondersteunende krachten.<br />

Ook werd de kritiek gehoord dat de districten tot<br />

verkokering leiden. Resultaat: geen districten meer.<br />

Verder heeft het fuseren en bezuinigen heel veel<br />

energie gekost. Dat is deels ten koste gegaan van het<br />

brandweervak. Als één van de antwoorden daarop<br />

zullen incidenten voortaan beter geëvalueerd worden.<br />

Wat doen we? Doen we de goede dingen? En doen<br />

we die goed? De leermomenten moeten de<br />

vakbekwaamheid verder vergroten. Onze mensen<br />

moeten echt de ruimte krijgen om brandweervakman<br />

te blijven. En tenslotte hebben we ooit groot<br />

ingezet op het boeien en binden van de vrijwilligers.<br />

Maar de plannen daarvoor zijn nog maar ten dele<br />

uitgevoerd en het resultaat is daarom nog niet<br />

optimaal.’<br />

Enorme vooruitgang<br />

Is de <strong>Brandweer</strong> Zuid-Limburg sinds de regionalisering<br />

dus weinig efficiënt bezig geweest?<br />

Dackus: ‘Nee, absoluut niet. Ons korps loopt op veel<br />

terreinen 2 à 3 jaar vóór op de rest van het land. En<br />

iedereen heeft daar een enorme bijdrage aan geleverd.<br />

Projectadviseur Robert Dackus:<br />

‘Zonder bezuiniging hadden we de<br />

organisatie ook moeten doorontwikkelen,<br />

maar nu dat voor een andere prijs moet,<br />

wordt het wel iets pijnlijker’<br />

Met de snel inzetbare eenheid SIE waren we de<br />

eerste in Nederland. Dat bracht flinke veranderingen<br />

met zich mee. We denken ook als eerste korps in het<br />

land na over flexibele voertuigbezetting en hebben<br />

daar intussen een perfect instrument voor<br />

ontwikkeld. Vanuit het hele land worden we<br />

platgebeld over deze en andere ontwikkelingen. We<br />

hebben dus enorme vooruitgang geboekt. Daar<br />

mogen we best trots op zijn en veel waardering voor<br />

uitspreken, want die vooruitgang komt voort uit het<br />

vakmanschap van onze mensen. En vakmanschap en<br />

inzet zullen we nog hard nodig hebben bij de<br />

overgang naar de nieuwe structuur.<br />

Zachte <strong>kan</strong>t<br />

‘Het tweede project betreft de spelregels voor hoe<br />

medewerkers in het nieuwe organisatiemodel met<br />

elkaar omgaan. Dit gaat dus over gedrag, over de<br />

zachte <strong>kan</strong>t van de organisatie. Onze mensen hebben<br />

wel hetzelfde vak, maar ze komen door de fusie uit<br />

verschillende achtergronden en werkwijzen en<br />

brengen ook uiteenlopende ervaringen en<br />

opvattingen mee. Dat leidt automatisch tot<br />

verschillende standpunten en gedragingen. Op basis<br />

van een duidelijke visie en missie voor deze<br />

organisatie hebben we één set leefregels afgeleid die<br />

het werken en samenwerken leuker en makkelijker<br />

moeten maken. Uit een pakket van honderd<br />

voorbeelden van gedrag is door de directie en het<br />

dagelijks bestuur van de OR een selectie gemaakt<br />

van vijf regels voor het meest gewenste gedrag.<br />

Daar gaan we nog met iedereen over praten, dus<br />

die selectie <strong>kan</strong> nog wijzigen. Dit project “mens en<br />

organisatie” is behoorlijk ingewikkeld, omdat je<br />

mensen wilt trainen in veranderen. Wat wordt de<br />

structuur van de organisatie en welke rol moet de<br />

factor mens hierin gaan spelen? Hiervoor is een<br />

‘Vanuit hele land worden<br />

we platgebeld over deze<br />

ontwikkelingen’<br />

traject van drie jaar uitgestippeld. Want we willen<br />

voldoende energie kunnen steken in alle<br />

medewerkers, uiteraard inclusief de vrijwilligers.’<br />

Focus 13


Bart Coppens en Hans Godding:<br />

‘Civiel-militaire samenwerking is<br />

win-win-verhaal’<br />

‘In crisissituaties extra slagkracht achter de hand’<br />

Veiligheidsregio en Defensie<br />

werken steeds intensiever samen<br />

‘Nationale operaties zaten altijd al in het<br />

takenpakket van Defensie. Maar ze<br />

hebben de laatste jaren steeds meer<br />

prioriteit gekregen. Hier in Zuid-Limburg<br />

hebben we in ’93 en ’95 ondersteuning<br />

geboden bij het hoogwater van de Maas.<br />

Dat is over en weer goed bevallen.<br />

Geleidelijk zijn het contact en de<br />

samenwerking dan ook steeds verder<br />

geïntensiveerd. Dat is ook logisch, want<br />

bij civiel-militaire samenwerking snijdt<br />

het mes aan meerdere <strong>kan</strong>ten.<br />

In het Meld- en Coördinatiecentrum MCC in<br />

Maastricht heeft Defensie inmiddels een vaste plek,<br />

in de persoon van de Officier Veiligheidsregio Zuid-<br />

Limburg, majoor Bart Coppens. Bij grotere incidenten<br />

waarbij een regionaal operationeel team in stelling<br />

wordt gebracht, draait hij namens Defensie mee.<br />

‘In eerste instantie heb ik dan niet meer dan een<br />

adviserende rol,’ legt Coppens uit. ‘Want de<br />

landelijke afspraak is dat Veiligheidsregio’s eerst de<br />

eigen middelen moeten uitputten, zowel wat betreft<br />

materieel als qua personele mogelijkheden. Pas dan<br />

kunnen ze Defensie vragen om bij te springen.<br />

Onze responstijd is ook relatief lang, mede omdat<br />

manschappen en materieel van elders in Nederland<br />

moeten komen. Niettemin <strong>kan</strong> Defensie garanderen<br />

dat we ingeval van nood binnen acht uur 1200 man<br />

beschikbaar hebben. Met specifieke middelen kunnen<br />

we, afhankelijk van de behoefte, natuurlijk veel<br />

sneller optreden. Bij een natuurbrand zetten we<br />

bijvoorbeeld onmiddellijk blushelikopters in, wanneer<br />

de Veiligheidsregio daar om vraagt.’<br />

Maximale veiligheid en hulp<br />

Door samenwerking van de hulpdiensten met<br />

Defensie <strong>kan</strong> optimaal gebruikgemaakt worden van<br />

alle middelen die in ons land voorhanden zijn om<br />

burgers maximale veiligheid en hulp te bieden. Dat is<br />

de filosofie achter civiel-militaire samenwerking. Het<br />

aanbod aan mogelijkheden voor specialistische<br />

ondersteuning vanuit de krijgsmacht is zo groot en<br />

divers dat Defensie er een heuse catalogus voor heeft<br />

samengesteld. Van noodhospitalen en extra<br />

ambulances tot onbemande verkenningsvliegtuigjes,<br />

communicatievoorzieningen en pontonbruggen. En<br />

natuurlijk manschappen en alle mogelijke materieel<br />

om te helpen bij het evacueren en opvangen van<br />

‘Binnen acht uur<br />

1200 man beschikbaar’<br />

burgers en het afzetten, bewaken en beveiligen van<br />

hun have en goed. Er zijn al voorbeelden te over van<br />

ondersteuning van Defensie bij calamiteiten die de<br />

hulpdiensten om welke reden dan ook boven het<br />

hoofd dreigen te groeien. Zo schoot de Luchtmacht<br />

bij de grote chemiebrand in januari 2011 in Moerdijk<br />

te hulp met drie crashtenders.<br />

Geruststellend<br />

‘Als <strong>Brandweer</strong> Zuid-Limburg kunnen wij het bij een<br />

grote calamiteit of crisis zo’n acht uur volhouden,’<br />

zegt hoofd crisisbeheersing en rampenbestrijding<br />

Hans Godding. ‘Daarna zullen we mogelijk een<br />

beroep moeten doen op manschappen en middelen<br />

van Defensie. Daar hebben ze ook specialisten,<br />

apparatuur en voorzieningen in huis die wij als<br />

Veiligheidsregio niet hebben. Zoals complete<br />

ontsmettingsstraten ingeval van een chemische of<br />

biologische besmetting, alle soorten zwaar materieel<br />

en extra ziekenwagens en helikopters voor vervoer<br />

van slachtoffers. Deze ondersteuning hoop je nooit<br />

nodig te hebben. Maar het is wel geruststellend dat<br />

je in crisissituaties deze extra slagkracht achter de<br />

hand hebt. Ons bevalt de samenwerking dan ook<br />

prima.’ >><br />

14 Focus Focus 15


Realistisch oefenen<br />

Voor Defensie is het ook een win-win-verhaal, vindt<br />

Coppens. Wij kunnen onze mensen bij calamiteiten<br />

realistisch laten oefenen en het levert ons<br />

tegelijkertijd een groter maatschappelijk draagvlak op.<br />

Dat we onze militairen op deze wijze in contact<br />

brengen met de burgerbevolking, beschouwen wij<br />

eveneens als een pluspunt. Want ook bij<br />

vredesmissies in het buitenland zullen ze goed met<br />

burgers moeten kunnen omgaan. Bij civiel-militaire<br />

samenwerking snijdt het mes dus ook voor Defensie<br />

aan verschillende <strong>kan</strong>ten.’<br />

Grote meerwaarde<br />

De fysieke aanwezigheid van de Defensie-liaison in het<br />

MCC heeft een grote meerwaarde, heeft Godding al<br />

gemerkt. ‘De lijnen zijn korter, de samenwerking wordt<br />

intensiever en beter. Bart komt vanuit zijn Defensieachtergrond<br />

ook zelf met suggesties over hoe je<br />

bepaalde calamiteiten gericht zou kunnen aanpakken.<br />

Scholieren van Itteren enthousiast<br />

Op 7 maart draaide Defensie mee met een oefening<br />

waarbij hoogwater van de Maas in scène was gezet.<br />

Met de bekende viertonners moesten de inwoners van<br />

Itteren worden geëvacueerd, waarna het dorp<br />

hermetisch werd afgesloten en beveiligd. Zo zouden<br />

plunderaars geen <strong>kan</strong>s krijgen om in het verlaten<br />

Itteren hun slag te slaan. Tot een echte evacuatie kwam<br />

het bij deze oefening uiteraard niet, al werden wel alle<br />

Het gaat immers om het effect dat je wilt bereiken.<br />

De mogelijkheden die Defensie biedt zijn nu beter<br />

bekend en kunnen daardoor beter worden benut. Je<br />

weet wat je in crisissituaties aan elkaar kunt hebben.<br />

Bij de preparatie op alle mogelijke rampen en grote<br />

calamiteiten is dat van onschatbare waarde. Zo werken<br />

‘Je weet wat je in crisissituaties<br />

aan elkaar kunt hebben’<br />

we bijvoorbeeld aan het verbeteren van de<br />

natuurbrandbestrijding. Bart heeft zelf al geregeld dat<br />

Defensie momenteel de mogelijke waterinname -<br />

plaatsen voor de blusheli’s in onze regio in kaart<br />

brengt. Dit is maar één van de voorbeelden van hoe<br />

we ons steeds beter voorbereiden op alle mogelijke en<br />

onmogelijke crises en rampen.’<br />

leerlingen en leerkrachten van de plaatselijke<br />

basisschool met militaire vrachtwagens “in veiligheid<br />

gebracht”. De kinderen wisten de rit in de legertrucks<br />

zeer te waarderen. En ook de militairen waren<br />

enthousiast. ‘Wij vertrekken met ons onderdeel<br />

volgende week naar Curacao om ook daar de autoritei -<br />

ten te gaan ondersteunen. Zo’n oefening in Zuid-<br />

Limburg is een leuk onderdeel van onze voorbereiding.’<br />

Leerlingen en leerkrachten van de plaatselijke basisschool zijn met militaire vrachtwagens<br />

“in veiligheid gebracht”<br />

Veel regels in de praktijk onduidelijk en verwarrend<br />

Veiligheidsregio Zuid-Limburg<br />

wil helderheid creëren<br />

die landelijk ontbreekt<br />

‘Veel regels en wetten zijn niet helder<br />

of op zijn minst op meerdere manieren<br />

uit te leggen. Neem het nieuwe<br />

Bouwbesluit dat op 1 april van kracht is<br />

geworden. Het is kennelijk geschreven<br />

door juristen en in elk geval verwarrend<br />

voor mensen uit de praktijk. Bovendien<br />

bevat het voor een deel weer andere<br />

terminologie dan gebruikelijk was, wat<br />

‘t er ook niet helderder op maakt. Een<br />

deel van de onduidelijkheid komt<br />

overigens door deregulering. Daarbij<br />

wordt meer verantwoordelijkheid<br />

gelegd bij burgers en bedrijven. Maar<br />

intussen hebben gemeenten en<br />

provincie als vergunningverleners en de<br />

brandweer als adviseur over veiligheid,<br />

daar wel last van. Het gevaar zit er<br />

bovendien in dat eenzelfde regel in één<br />

gemeente totaal anders wordt<br />

uitgelegd dan in de buurgemeente.<br />

Daar zullen burgers en bedrijven niet<br />

blij mee zijn. Daarom hebben we als<br />

brandweer het voortouw genomen.<br />

We gaan in de Veiligheidsregio<br />

Zuid-Limburg zorgen voor zoveel<br />

mogelijk duidelijkheid in de uitleg van<br />

regels en voorschriften.’<br />

Uitleg en invulling geven aan de vele regels die in<br />

Den Haag worden geproduceerd op het gebied van<br />

veilig bouwen en gebruiken. Dat is kort gezegd waar<br />

Elise Sluijsmans en Maarten Ponjé, adviseurs preventie<br />

respectievelijk proactie, zich samen met nog vier<br />

collega’s voor inzetten. ‘Als brandweer adviseren we<br />

19 opdrachtgevers over veiligheid,’ legt Sluijsmans uit,<br />

‘namelijk alle 18 gemeenten in Zuid-Limburg en de<br />

provincie. We willen voor de hele regio één beleid en<br />

één visie op veiligheid in woningen, bedrijven en<br />

instellingen. Maar met zoveel vage regels valt dat niet<br />

mee. Daarom hebben we op 18 april een<br />

werkconferentie georganiseerd met alle 19 betrokken<br />

partners. Daar hebben we alvast voor tien verwarrende<br />

regels afspraken gemaakt en oplossingen gevonden<br />

over hoe we daar voortaan mee omgaan.’<br />

Voor eenduidigheid zorgen<br />

Om iedereen te overtuigen en op één lijn te krijgen,<br />

moest de brandweerdelegatie haar argumenten goed<br />

met kennis, kunde en ervaring onderbouwen, weet<br />

Ponjé. ‘Wij zijn natuurlijk specialisten in veiligheid en<br />

vooral brandveiligheid, terwijl dit voor mensen van<br />

gemeenten en provincie slechts één aspect is in een<br />

vergunningtraject. De vraag is ook of de steeds weer<br />

nieuwe eisen en voorschriften voor niet-specialisten<br />

überhaupt nog wel bij te benen zijn. Wij hebben er<br />

zelf al moeite genoeg mee. Het nieuwe Bouwbesluit<br />

dat regels stelt waar bouwvergunningen aan moeten<br />

voldoen, geeft heel wat ruimte aan lagere >><br />

16 Focus Focus 17


18 Focus<br />

overheden om de regels naar eigen inzicht uit te<br />

leggen. Om daar niet steeds opnieuw over te hoeven<br />

discussiëren, willen we over zoveel mogelijk regels<br />

afspraken maken die in onze regio voor helderheid<br />

en eenduidigheid gaan zorgen.’<br />

Moeilijke gesprekken<br />

De werkconferentie heeft nog lang niet alle<br />

onduidelijkheden kunnen wegnemen, maar was<br />

niettemin een succes. ‘Ik vond het een goed initiatief,<br />

dat voor herhaling vatbaar is,’ zegt bouwplantoetser<br />

Manuel Allertz van de gemeente Stein. ‘Naast de<br />

punten waar iedereen het over eens was, bleven er<br />

discussiepunten over die misschien altijd wel<br />

Maarten Ponjé en Elise Sluijsmans:<br />

‘Over de uitleg van tien verwarrende<br />

regels alvast afspraken gemaakt’<br />

discussiepunt zullen blijven, óók landelijk. Als daar<br />

geen betere uitleg of richtsnoer voor komt, zullen we<br />

nog heel wat moeilijke gesprekken met aanvragers<br />

en opdrachtgevers krijgen, ben ik bang.’<br />

Beleidsvrijheid best goed<br />

‘Eigenlijk is regelgeving die ons wat beleidsvrijheid en<br />

ruimte voor eigen interpretatie laat, best goed,’ vindt<br />

beleidsmedewerker Gerrit Kerckhoffs van de gemeente<br />

Heerlen. ‘Anders zouden de regels erg strak en<br />

gigantisch uitgebreid worden. Zolang maar helder is<br />

wat met een voorschrift wordt beoogd. Vaak mag de<br />

aanvrager ook met een gelijkwaardige oplossing<br />

komen die tot hetzelfde resultaat leidt. Ik zie daardoor<br />

vanuit het bedrijfsleven regelmatig innovaties en<br />

nieuwe ontwikkelingen komen, die je anders op<br />

voorhand zou blokkeren. Alleen is het essentieel dat<br />

alle gemeenten die beleidsvrijheid op dezelfde manier<br />

gebruiken en dezelfde interpretaties hanteren. Wat<br />

gemeente A als gelijkwaardige oplossing accepteert,<br />

zou gemeente B ook moeten goedkeuren.’<br />

Onvoldoende afgestemd<br />

Tijdens de werkconferentie bleek dat alle<br />

betrokkenen vinden dat de informatie over de regels<br />

vaak ontoereikend is, dat het woordgebruik<br />

verwarrend is en dat er nogal wat bepalingen zijn die<br />

je op meerdere manieren kunt uitleggen.<br />

Afgesproken is daarom dat er een werkgroep komt<br />

van brandweer, gemeenten en provincie die moet<br />

werken aan één heldere visie op de punten waar de<br />

landelijke regels vragen oproepen. Sluijsmans: ‘Je<br />

merkt dat iedereen regel-moe aan het worden is.<br />

Iedereen ziet dat bijvoorbeeld het Bouwbesluit<br />

onvoldoende is afgestemd op de praktijk. Er zijn<br />

bovendien zóveel regels dat we erin dreigen te<br />

verdrinken. En waar in het kader van de deregulering<br />

regels worden geschrapt, komt er een heel algemeen<br />

wetsartikel voor in de plaats dat vaak voor nog meer<br />

verwarring zorgt. De nieuwe werkgroep wil daar op<br />

de schaal van Zuid-Limburg iets aan doen. We zijn blij<br />

dat we daartoe deze eerste stap hebben kunnen<br />

zetten. Dat wordt door onze opdrachtgevers zeer<br />

gewaardeerd en was ook voor onszelf een verrijking.’<br />

Veiligheid op papier gewaarborgd<br />

‘Het is jammer dat de wetgever op een aantal punten<br />

te veel ruimte laat,’ verzucht Sluijsmans. ‘Hierdoor en<br />

door allerlei snelle ontwikkelingen in de samenleving,<br />

lijkt de veiligheid op papier wel gewaarborgd, maar<br />

pakt het in de praktijk soms veel slechter uit. Neem<br />

de zorgsector. Daar is in theorie alles gedaan aan<br />

veiligheid. Maar er is wel steeds minder personeel.<br />

Bij een nachtelijke calamiteit zijn er dan veel te<br />

weinig medewerkers voor een snelle en veilige<br />

ontruiming en klopt het theoretische plaatje<br />

plotseling totaal niet meer.’<br />

Deels zelf ingevulde regels<br />

Ponjé: ‘Als brandweer willen we maximale veiligheid<br />

garanderen. En daarin past ook duidelijkheid over<br />

wat te doen met bepaalde nieuwe verplichtingen en<br />

eisen die sinds 1 april van kracht zijn. Want burgers<br />

en bedrijven willen beslist geen verschillen tussen<br />

gemeenten gaan zien over wat wel en niet<br />

toegestaan is of zelfs verplicht wordt gesteld. We<br />

hebben nu regionaal een aanzet kunnen geven tot<br />

standaardisering, op basis van deels zelf ingevulde<br />

regels. Dat doen we vanuit onze brandweer-visie op<br />

‘Eén visie, één aanpak;<br />

dat is het doel’<br />

veiligheid. Centraal staat daarin dat mensen bij een<br />

calamiteit veilig moeten kunnen vluchten en dat de<br />

brandweer veilig moet kunnen optreden. Alleen als er<br />

één eenduidige visie is op veiligheid en op de<br />

voorschriften die daarvoor moeten zorgen, zijn de<br />

regels goed uit te voeren. De uitdaging is nu om in<br />

Zuid-Limburg gezamenlijk tot die ene visie te komen.<br />

Eén visie, één beleid, één aanpak; dat is het doel.’<br />

Focus 19


De timmerfabriek in Elsloo is deels geblust, deels gecontroleerd uitgebrand<br />

<strong>Brandweer</strong> Zuid-Limburg<br />

www.brandweer.nl/zuid-limburg<br />

Magazine van de <strong>Brandweer</strong> Zuid-Limburg. Tekst en realisatie: Vanhaalenpartners.nl, Bunde. Foto’s: Johannes Timmermans, Foto- en Videoteam <strong>Brandweer</strong> Zuid-Limburg en anderen

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!