a v ^f^-N' &in

bibliotheek.eyefilm.nl

a v ^f^-N' &in

#

i

»

*H&6' VQSSErOP &in

t

^.,

a v

^f^-N'

C%, l./'H


,!

De oude tijd en zijn

pociie spreken tot U

uit Grossmlth's Old

Cottage Lavender

Water.

Het komt tot U in

de typische groene

Sacons als een ver-

frtsschende adem-

tocht uit een Engel-

schen tuin, als de

geest van charme en

romantiek.

Een oud parfum

geliefd door

de moderne

vrouw«

Cottage Lavender

// Water

^ Toiletzeep

Badzeep

Badcristallen

Reuk sachets

Talcum

Brillantines

Creams

Poeder, etc., etc.

Importeur a:

RICHARD

WERNEKINCK 6 Co.

AMSTERDAM-C.

Hmddtatrut 9

€mO$$MITH $

(Dïd (totfagc Caiicntkr

TOILET ARTIKELEIN

Groottle pryi

in het gcluk-

klgit» »val

1120.000.—

■;,:>»! *.!s^; ;•;•),,_ xj.^

Trekking

17 Mel a.s.

•^ '.■./.,•.•'■.

UltbeUlIng

In contanten

zonder aftrek.

INSCHRIJVING OPENGESTELD:

„ORANJE KRUIS- OBLIGATIE N"

5% rentende en voor geheel Nederland wettig geoorloofde

mr STAATS-ENPREMIELOTEN

ZONDER NIETEN. -:- ELK.LOT EEN PRIJS.

JaarlUks 10 groole winstkansen, waarin uitgeloot worden:

1.113.400 GULDEN

met HOOFDPRIJZEN van:

120000

72.000

48.000 60.000

36.000

30.000 22.500 PRIJZEN.

EN DUIZENDEN GEMIDDELDE EN KLEINERE

Maandelijksche storting voor deze

Geheele Loten slechts ff 3.-

TREKKIN08LIJSTEN FRANCO 0RATI9.

BESTELBRIEF. Qelleve duidelijk In te vullen en te adresseeren aan de

Hollandsohe Credlet- en Obligatiebank N.V.

Amsterdam, Postbox 677

Onderget. bestelt hiermede op. Cinema & Theater

„Uitvoerig Prospectus „A", gratis franco"

en schrijft in op de wettig geoorloofde geheele

■W Staats- en Premie loten, slechts f 3.—

raaandelijksehe aflossing — en verzoekt omgaande toeiending van

het koopbewijs, recht gevende vanaf de a.s. trekking op den vollen

prijs, die er op valt sonder affrek.

EEN ZOO 0UNST10B OELEOENHEID, OM ZOO SPOEDIG EEN

VERMOGEN TE BEREIKEN, MAG VOORAL IN DEZEN TIJD

NIEMAND VERZUIMEN.

Naam

Woonplaats

Sttaat

- 2

hartstochtelijke ^

Hartstochtelijke rookers moeten

hun keel beschermen tegen het

gevaar van ontsteking en hoest,

Wriglev's kauwen werkt anti-

septisch, bevordert de speeksel-

afscheiding, zoodat de keel niet

droog wordt. Wrigley's houdt

de tanden en mond schoon, zui-

vert de adem en is goed voor

maag en spijsvertering. Boven-

dien „na een stukje Wrigley's

smaakt de volgende sigaar of

sigaret des te beter."

Twee soorten: P.K. (zuivere pepermuntsmaak).

Spearmint (pittige kruizemuntsmaak),

5 cent per pakje.

HM-13

WRIGLEY

Schriffelijke danslessen

Omvattende de standaard steps met

variatiën van QUICKSTEP, SLOW

FOX, TANGO, WALTZ en RUMBA.

Uitvoerig beschreven en toegelicht door

C. KLINKERT. Uitvoering en teeJee-

ningen door FRITS VAN ALPHEN.

Deze belangrffke Nederlandsche uit f ave op dit gebied wordt U toegezonden

na ontvangst van f. 1.— door den uitgever

C. KUNKBRT, STADHOUDERSKADE 752, TEL. 24233, AMSTERDAM

DOOR 'T GEBRUIK VAN

NIVA TANDPASTA

STEUNT GIJ

5 Nederlandsche Industrieën,

daar de voorn, grond-

stoffen en de ver

pakking ook

Pharm.

KA*!

zijn.

Helpt dus

mede, de ma-

laise in EIGEN LAND

bestrijden.

Groote Tuben ...;.. 75 ets.

Kleine Tuben 25 ets.

MANNING'S

Chem. Fabr. N.V.. Den Haag.

He£ W Joan Crawford heel wa£ éijd om de denden brieven, die haar wekelijks van filmenthousiasfen bereiken, allemaal £e lezen

Het grootste gedeelte van de brie-

ven, die het postkantoor van

Hollywood te verwerken krijgt,

is afkomstig van bewonderaars vanfilm-

artisten uit alle 'dealen der wereld.

Eehigen tijd geleden is vastgesteld, dat

de acteurs meer brieven van vrouwen

dan van mannen krijgen, terwijl de

actrices het grootste gedeelte van hun

correspondentie van het sterke geslacht

ontvangen. In veel brieven wordt ge-

vraagd om een engagement bij de film.

Deze worden alle doorgegeven naar het

Casting Department. Als regel, worden

brieven aan artisten geschreven naar

aankiding van een rol, waarin de be-

wonderaar hen gezien heeft. Wallace

Beery b.v. krijgt duizenden brieven van

mannen, die hem vragen hoe zij gezond

en sterk kunnen blijven.

Joan Crawford, Anita Page en

Dorothy Jordan, die altijd de rollen

van vroolijke jonge meisjes spelen, ont-

vangen stapels brieven van studenten.

De meeste post ontvangt Ramon

Novarro. Onder zijn brieven is een

even groot aantal van beide seksen.

Gewoonlijk schrijft men hem over zijn

nieuw uitgekomen films en prijst of

becritiseerd zijn werk, waarbij dan vaak

zeer rake opmerkingen worden gemaakt.

Zoo kreeg hij, toen zijn film „The

Son of India" (De. zoon van den

Radjah) uitgebracht was, een schrijven

van een heer uit Indië, die de film

nog niet gezien had, maar een foto

van hem in zijn rol gevonden had in

een Indisch tijdschrift en hem attent

maakte op een kleine fout in zijn cos-

tuum. Het is eigenaardig, dat veel van

Novarro's brieven nog geadresseerd

worden aan „Mr. Ben Hur", de rol,

die hem als filmacteur beroemd ge-

maakt heeft èn die niemand ooit kan

vergeten.

Onlangs ontving Novarro een prach-

tig horloge van een bewonderaar uit

Zwitserland, die hem ook een reis-

- 3 -

klokje in leeren étui zond. De gever

verklaarde in een begeleidend schrijven,

dat hij dit ' stuurde uit dankbaarheid

voor het genoegen, dat Ramon No-

varro's vertolking in de film hem ge-

geven had. Onder de andere cadeaux,

die hij in den laatsten tijd ontvangen

heeft, bevond zich o.a. ook een gouden

doos met lakwerk uit China.

Norma Shearer, die een voorbeeld

is van het meisje, dat door hard wer-

ken haar doel bereikt heeft, ontvangt

van alle filmartisten de meeste brieven

van allerlei jonge menschen, die haar

vragen of zij kans hebben om bij de

film carrière te maken. In hun eigen

belang adviseert zij hen steeds, hun

plannen op te geven.

Ook Joan Crawford ontvangt groote

stapels brieven van bewonderaars,

meestal van studenten en jonge meis-

jes. Ook krijgt zij een groot aantal in-

vitaties voor studentenfeestjes en bals.

Eens heeft zij een uitnoodiging van


1 -S^ ■'

ïfc:^

•-;

m

.

r ■//

..


-, , - ,,';i ',': "»w . ^^ummmm

HET MYSTERIE YAM

SUMBI^LL GRUNGE

EEN COMPLEET VERHAAL DOOR

D'ÄLVÄREZ

De man, die tegenover me zat in

den eerste klas-coupé . van de

Great Western express, die met

een onmetelijke snelheid over dë rails

vloog, was Gerald Bedford, een van

de bekendste en beroemdste detectives

van Scotland Yard. Ik was er trotsch

op zijn vriend te mogen zijn; trotsch en

tegelijkertijd ook blij, omdat ik erdoor

in de gelegenheid was, een vriendinnetje

van me uit moeilijkheden te helpen,

waar ze, volgens een dien morgen pas

ontvangen brief, tot „over de ooren

in zat."

Ik haalde den brief uit mijn zak.

Waar stond het ook weer? Ik las vluch-

tig de eerste zinnen van het korte

briefje — daar was het: „Waarschijn-

lijk wist je nog niet, dat ik sinds

eenigen tijd verloofd ben met Bob

Seymour en we zitten tot over onze

ooren in de ellende. Dick. Je hebt me

vroeger eens verteld, dat je een vriend

had, die detective was bij Scotland

Yard. Zou je geen kans zien, met hem

bij ons te komen week-enden? Ik ben

ten einde raad! Ik hoop zoo, dat je

het doet. Met liefs van Ank."

Ik legde den brief op mijn knie en

staarde peinzend naar buiten. Vroeger,

voordat ik naar Brazilië gegaan was,

was Ank Kingston het vroolijkste en

onbezorgdste meisje geweest, dat ik

kende, dus moest het wel iets heel ergs

zijn, wat haar. ten einde raad bracht,

ik verwonderde me eigenlijk, dat Bed-

ford meteen had toegezegd om mee

te gaan, toen ik hem des morgens in

zijn club had opgebeld, hoewel hij toch

van plan was geweest voor een week-

end naar buiten te gaan om te

cricketten.

„Dat vriendinnetje van jou woont

op Myrtle Hall," zei Gerald, terwijl

hij den brief van mijn knie pakte. „Dat

ligt ongeveer drie mijl van Sundial

Grange..."

„Wat heeft Sundial Grange nu met

Anks moeilijkheden te maken?" .zei ik

verbaasd.

„Alles," verklaarde Bedford glim-

lachend. „Je bent een tijd weg geweest,

en daarom ben je niet heelemaal met

de kwestie op de hoogte, maar dacht je

werkelijk, dat ik alleen voor die Ank

van jou mijn kostelijke week-end op-

gegeven had? Nee, mijn jongen, ik ben

meegegaan, omdat ze verloofd is met

Bob Seymour."

„Nooit van gehoord," zei ik. „Ken

jij hem ? Wie en wat is hij ?"

„Hij is de jongste en eenig overge-

bleven zoon van wijlen Joseph Sey-

mour," antwoordde Gerald nadenkend.

„Zes maanden geleden is zijn vader plot-

seling gestorven en een maand later

zijn oudere broer Tim en hun dood

vond in beide gevallen — op zijn zachtst

uitgedrukt — onder zeer bijzondere om-

standigheden plaats."

„Groote goden I" riep ik ontsteld

uit. „Daar wist ik niets van!"

„De oude Seymour en zijn beide

zoons hadden het grootste gedeelte van

hun leven in Australië doorgebracht,"

vertelde Bedford verder, „maar een paar

jaar na den oorlog besloten ze naar

Engeland terug te keeren. De oude

Seymour was als een arm man naar

Australië gegaan en kwam terug

als een millionnair. Hij kocht Sundial

Grange en negen maanden, nadat hij

het huis betrokken had, werd hij door

zijn butler op een morgen dood in bed

ALS LAUREL EN HARDY BUITEN ACTEERBN

hebben ze al evenmin over gebrek aan belangstelling te klagen als wanneer zij in den

bioscoop „optreden . Een aardige scène te Los Angeles tijdens een opname voor imn

nieuwste film.

-6 -

iiiiiiiiiiiiiiiiiiin i iiiiiinniiiiiiiiiimiiiiiiiiiiiiiniiiiriiiiiiiiiiiiiiiiiiii

Seyraour liep naar de deur. „Bedford, dat 13

vreemdl De draad 13 niet iebroken en Ik weet

zeker, dat de waaier noä niet älnä. toen Ik de

kamer verliet." QeraJd Bedford keek opäewekt.

„Dal 13 zeker vreemd," äaf hy toe. „AI3 Ik Ie

was, é'nj Ik nu naar bed, 3eymour, maar haal

eerstden draadvan de,deur. Je bent nu vellti.,,"

lllllllllllllllllll llirullllllUllllUIIIIIIIIIIIHIIIIIIIIIIIIIIIIIIUIIIUIIIIIIIIIIII

gevonden. Hij zat overeind tegen zijn kus-

sens gesteund en staarde als gefascineerd

naar een hoek van de kamer bij een der

ramen. In zijn hand hield hij een spreek-

buis, die in verbinding stond met de

kamer van den butler. Een lijkschou-

wing bracht niets aan het licht en de

doodsoorzaak werd toegeschreven aan

hartverlamming."

Hij zweeg even, terwijl hij een sigaret

aanstak. Toen vervolgde hij:

„Dat is nu ongeveer zes maanden ge-

leden. Eert maand of twee later vond

een van de bedienden Tim dwars aan

het voeteneinde van zijn bed liggen

— morsdood. Hij had de kamer van zijn

vader in gebruik genomen en was den

vorigen avond in den blakendsten wel-

stand naar bed gegaan. Weer was er

een lijkschouwing en weer kon men niets

ontdekken. Doodsoorzaak opnieuw:

hartverlamming. Hetgeen ik je nu vertel,

heeft ook in de couranten gestaan en

meer weet ik er ook niet van; maar

deze samenloop van omstandigheden trof

me, Dick, en daarom stemds ik meteen

toe om met je mee te gaan. Uit den

brief van je vriendinnetje is duidelijk

te lezen, dat de zaak nog niet uit is."

„Merkwaardig," was het eenige, wat

ik uitbrengen kon. „Wat voor menschen

waren het, Gerald?"

„Volgens de couranten," antwoordde

mijn vriend, „waren het een paar kern-

gezonde menschen met nobele karakters

— vooral Tim."

We naderden Exeter, de plaats van

onze bestemming, en begonnen onze

suit-cases en jassen vast bij elkaar te

zoeken. Ik leunde uit het raampje, toen

we het perron binnenrolden en ontdekte

al spoedig Ank, vergezeld van een

grooten, gladgeschoren jongeman. Dat

moest natuurlijk haar verloofde zijn,

stelde ik bij mezelf vast. Twee minuten

later wandelden we het station uit naar

den auto, die op het plein stond te

wachten.

Bij den uitgang bemerkte ik, dat

twee mannen, die er als gegoede hee-

renboeren uitzagen, veelbeteekenend

stonden te fluisteren, toen Seymour

voorbij kwam. Ze keken hem met een

uitdrukking van nauw verholen ach-

terdocht in hun oogen na en ik trok

hier de conclusie uit, dat Bedford het

met zijn opmerking, „dat de zaak nog

Een koninklijke kunst

oud als onze beschaving zelve en reeds be-

oefend door de vorstinnen van Egypte, is de

gelaatsmassage. Zij hergeeft het gelaat de

soepelheid en elasticiteit, die de charme van het

gezicht van meisje en jonge vrouw.uitmaken.

Volg dezen koninklijken weg en masseer

van ttjd tot tijd Uw gelaat met Purol, dat

alle vetten bevat, welke Uw huid voor haar

gezondheid en schoonheid behoeft.

niet uit was," weer eens bij het rechte

eind had gehad.

In den auto had ik gelegenheid, ter-

wrjl ik met Ank zat te praten, hem

eens goed op te nemen. Hij had een

open, eerlijk gezicht, een van die man-

nen, waar je altijd op kan vertrou-

wen, maar het leek me, dat zijn con-

versatie met Gerald eenigszins gedwon-

gen was. Hij zag er uit, of bij zich

niet heelemaal op zijn gemak voelde en

ergens een doodelijke vrees voor koes-

terde en hij beschouwde mijn vriend

met een uitdrukking op zijn gezicht

of hij op Bedford zijn laatste hoop ge-

steld had' en de detective hem gruwe-

lijk tegenviel. En ook Ank was teleur-

gesteld. Bedford ziet er dan ook inder-

daad uit als iemand, die geen vlieg

kwaad zou kunnen doen en zijn lang-

zame, sl'oome manier van zich te be-

wegen, bracht iedereen, die hem niet

kende, op een dwaalspoor.

„Is hij heusch zoo knap, als je me

indertijd verteld hebt?" vroeg Ank ge-

haast fluisterend, toen we samen van

den auto naar het huis liepen. „Hij...

hij valt me wel wat tegen, geloof ik.

Het is allemaal zóó verschrikkelijk.

Dick...!"

„Ik geef je mijn woord van eer.

Ank, dat Gerald Bedford op het oogen-

blik de knapste detective van geheel

Scotland Yard is. Maar je moet niet

vergeten, dat hij bijna niets afweet'van

wat er hier is voorgevallen en... je

moet geen wonderen van hem ver-

wachten ..."

We liepen het bordes op en voegden

ons bij Seymour en Gerald, die ons in

de hall al op stonden te wachten.

„U wilt misschien eerst naar uw

kamer om u op te frisschen," begon

Ank, maar Gerald viel haar kort in de

rede.

„Ik geloof, dat het het beste is,

wanneer u me eerst alles eens uitlegt,"

zei hij en het meisje beloonde hem met

een dankbaar glimlachje.

„We kunnen in de biljartkamer. gaan

zitten," zei ze. „Vader is in den tuin

bezig; ik zal u straks aan hem voor-

stellen."

Toen we allemaal in een makkelijken

stoel gezeten waren, zei Gerald, ter-

wijl hij een leege pijp tusschen zijn

tanden stopte: „Ik wilde graag, dat u

me ailles van het begin af aan ver-

telde, mijnheer Seymour. De redenen,

waarom uw vader Sundial Grange

kocht enzoovoort."

„Weet u dan al iets van ons af?"

vroeg Seymour verschrikt.

„Heel weinig," zei Bedford kort,

„maar ik zou graag klles willen weten."

Bob Seymour knikte begrijpend.

„Toen we twee jaar geleden uit Austra-

lië terugkwamen," begon hij, „wilde

wmmm*-

BEZOEKT HEX

LUXOR

PALAST

TE ROTTE 1 ' 'AM H

mijn vader met alle geweld in

Devonshire gaan wonen, omdat hij hier

als kleine jongen gewoond heeft en alles

na een afwezigheid van dertig jaar

graag weer terug wilde zien. Dus zoch-

ten we naar een huis; mijn vader was

zeer vermogend, en hij wilde een aar-

dige, gezellige woning hebben. Nadat

we ongeveer zes maanden naar iets ge-

schikts uitgekeken hadden, kwam Sun-

dial Grange opeens leeg, onder eenigs-

zins bijzondere omstandigheden. Drie

jaar lang had er e v en zekere familie

Robinson in'gewoond. Ze hadden kapi-

talen besteed aan het aanbrengen van

alle denkbare moderne gemakken, ter-

wijl ze toch zooveel mogelijk het oude

aanzien van het huis bewaard hadden.

En plotseling gingen ze er uit en wilden

het zoo spoedig mogelijk verkoopen.

Het was juist het huis, dat we graag

wilden hebben en daarom namen we

het. De butler Scawi en zijn vrouw,

die ook bij de Robinsons in dienst

waren geweest, kwamen bij ons in be-

trekking en hoewel we probeerden te

weten te komen, waarom de familie

Robinson zoo hals over kop weg was

gegaan, slaagden we er niet in, iets

uit hen te krijgen. Pas nadat we het

huis gekocht hadden, hoorden we de

ware reden. Op een nacht was mevrouw

Robinson vreeselijk nerveus en opge-

wonden wakker geworden en beweerde

bij hoog en bij laag, dat er een vreese-

lijk angstaanjagend iets in de kamer

was geweest. Ze kon niet zeggen, wat

het precies was; alleen wist ze, dat een

doorschijnende, beenigc hand, haar had

aangeraakt. Toen verschillende bedien-

den en haar echtgenoot op het lawaai

toe kwamen snellen, was er in de heele

kamer niets te vinden. De oude dame

had kreeft gegeten bij het diner en

wc dachten, dat ze daar een nachtmerrie

van gekregen had. Tenminste... dat

dachten we vroeger."

Hij zweeg even om een sigaret aan te

steken.

„Scawl werd een beetje mededeel-

zamer, toen we het huis hadden be-

trokken en vertelde ons, dat de oude

dame, ondanks het profest en de smeek-

beden van haar man, geweigerd had

om bok nog maar één nacht in dat

huis door te brengen. Ze pakte haar

koffers en ging den volgenden dag met

haar kamenier naar een hotel en niets

kon haar bewegen om nog een voet

in het huis te zetten."

Bedford lachte grimmig.

„De slaapkamer van de oude

mevrouw Robinson was de beste van

het heele huis," vervolgde Seymour,

„en mijn vader besloot, dat dit zijn

kamer worden zou. Toen wisten we nog

niets van de vreemde dingen, die zich

daar hadden afgespeeld, maar al had-

den we het wèl geweten, dan was mijn

vader daar toch gaan slapen. Hij lachte

om wat hij een „nachtmerrie van een

oude vrouw" noemde, net zoo goed

als mijn broer en ik.

Maar op een morgen kwam de oude

Scawl met een doodsbleek gezicht onze

kamer binnenrennen en zijn stem beef-

de zóó, dat we nauwelijks konden hoo-

ren, wat hij zei. Ik herinner me, dat

ik net bezig was me te scheren en ik

rende hem voorbij naar mijn vaders

kamer met de zeep nog op mijn gezicht.

De oude man zat rechtop tegen zijn

kussens; zijn eene arm hield bij beschut-

tend voor zijn gezicht, alsof hij iets

wilde afweren, in zijn rechterhand hield

hij de spreekbuis. Zijn oogen stonden

wijd open en hij keek doodelijk be-

angst."

Seymour wachtte even alsof hij een

vraas van Bedfords kant verwachtte.

ONS pyZZILE-HOiKJi

Nieuwe opgave No. 432.

1. deel van een kerk. — 2. geneesmiddel. —

3. een alcoholische drank. — 4. opgeld

boven den parikoers. — 5. hoogland in

Voor-Azië. — 6. Ned. volksdichter. — 7.

kaartspel. — 8. meisjesnaam. — 9. vorm,

fatsoen. — 10. delfstof. — 11. rap, vlug

(Zuid-Ned.). — 12. stad in Zeeland. —

13. jongensnaam. — 14. begin. — 15.

erfenis (verouderd). — 16. grondsoort.

Onder de goede oplossers verloten wij

een prijs van f2 50 en drie troostprijzen.

I Oplossingen gelieve men in te zenden

vóór 12 Mei (abonné's in overzeesche

gewesten vóór 12 Juli) aan ons adres:

Redactie ,Het Weekblad", Galgewater 22,

Leiden, en op enveloppe of briefkaart

a.u.b. duidelijk vermelden: „Ons Puzzler-

hoekje No. 432".

Deze puzzle kan desgewenscht tegelijk

ingezonden worden met onze Wekelijk-

sche Vraag, doch men gelieve dan beide

oplossingen op aparte velletjes papier te

schrijven, die ieder duidelijk van ro//e-

dipen naam en adres zijn voorzien.

De oplossing

van „Ons Puzzle-hoekje No. 429".

G E V A M G E M P O O R T

O T L T 1 t X J R 7 P y R

N \J > M iPf AF \f 1

D M B E T n O

E E U ß E i M

U M 5 T R [E. F

De hoer G. J. Doves te 's-Gravenhage

vérwierf na loting den hoofdprijs. Mevr.

J. Bos-Vorst te Amsterdam^ de heer Joh.

Wilson te Hoorn en de heer A. de Rover Jr.

te Schiedam verwierven do troostprijzen.


!

IM15'(b


V). "•

Een geheel apart karakter bieden

ons de schilders van de zg. Ber-

gensche school, waarvan wij nog

slechts in de gelegenheid waren één

voorbeeld te geven in den vorm van

het artikel over den kunstschilder

A. Colnot.

Thans willen wij u opnieuw een en

ander vertellen over een dezer kunste-

naars, en wel den schilder D. W. H.

Filarski, die onder zijn collega's een

bijzondere plaats inneemt.

Filarski, die zich in 1907 te Bergen

vestigde, werd, hoewel hij schilder wilde

worden, door zijn vader gedwongen op

jeugdigen leeftijd de Polytechnische

school te bezoeken. Hij weigerde dit en

hierdoor ontstond een breuk, die het

gevolg had, dat hij, teneinde in zijn

onderhoud te voorzien, een betrekking

moest zoeken als winkelbediende. Den

ernst van den jongeman ziende, gaf

de vader tenslotte toe, voelende, dat

hier sprake was van een zekeren drang,

die tè sterk was, om tegen te werken.

Filarski kwam dan ook op de Quel-

liniusschool, waar hij grondig en ernstig

studeerde, om vervolgens de school voor

Kunstnijverheid, eveneens te Amster-

dam, te bezoeken.

Aanvankelijk behoorde Filarski tot

de luministen. Na zijn vestiging te

Bergen, leerde hij den thans overleden

Aug. Maschmeijer kennen, die zich sterk

voor zijn werk interesseerde en den

jongen kunstenaar op alle mogelijke

manieren aanmoedigde, o.a. door z'n

doeken aan te koopen. Aan hem heeft

Filarski dan ook veel te danken.

Hoewel deze schilder dus thans reeds

een kwart-eeuw te Bergen woont, is het

wel zeer eigenaardig, dat zijn werken

nagenoeg alle uit het buitenland stam-

men. Hoezeer hij ook de schoonheid van

^.«»■* ie " ed -

EEN SCHILDER VAN DE

BERGENSCHÉ SCHOOL

oor^ Guus L) ETLEM Jr-

het Bergensche landschap waardeert en

aanvoelt, het is hem een absolute be-

hoefte geworden, z'n jaarlijksche reizen

te maken naar Italië, Zuid-Frankrijk of

Zeker, ook te Bergen maakte Filarski

schilderijen, ook däar legde hij vast, de

schoonheid van het duinlandschap, maar

tóch... Bergen inspireert hem met.

geeft hem niet dien drang tot werken,

die vereischt is voor den waren

kunstenaar. Daartoe heeft hij noodig z'n

reizen... het opdoen van vreemde,

nieuwe indrukken. Want rusteloos is

zijn geheele wezen.

Filarski schildert, behoudens enkele

stillevens en bloemen, bijna uitsluitend

landschappen, waarbij er zich bevinden

van den meest uiteenloopenden aard.

Hoewel hij, zooals gezegd, aanvanke-

lijk luminist was, voelde hij spoedig den

drang in zich naar het diepere. Zijn

werk verandert hierdoor zichtbaar en

hij zoekt dit vooral in de diepere, zwaar-

dere kleuren. Dit merken wij aan vele

werken uit dien tijd, zooals bijvoorbeeld

een Hollandsch stuk: „Giethoorn"',

waar Filarski eveneens geruimen tijd

heeft gewerkt. Hoewel het aanvankelijk

z'n werk eenigszins versombert, geeft

het er een apart cachet aan, een inniger

beteekenis. Hetzelfde vinden we terug

in zijn oeuvre „Seine, Parijs", en vooral

in het stuk „Lago di Garda", een der

vele werken uit Italië. Straf wordt hier

weergegeven het effect tusschen licht

en donker, hetgeen ook in het eerste

stuk („Giethoorn") zoo sprekend tot

uiting komt.

Bijzonder goed is ook het werk

„Tunis", waaruit blijkt, dat Filarski op

zijn reken de meest uiteenloopende

streken bezocht, en dat hij thuis is

zoowel in de stilte der gletschergebieden

(zie z'n Zwitsersche werken), als in de

woelige dAikte der wereldstad (Place

Blanche, Parijs). Mooi van compositie

is het stuk „Estaing", dat ons een

typisch beeld geeft van deze plaats

en de bijna tegen elkaar „opgestapelde

huizen. Zijn stillevens zijn kleurig en

karakteristiek; geestig van samenstel-

ling is het stuk „'t Lekkers uit mijn

jeugd".

Filarski is niet de schilder van het

vlakke Hollandsche landschap; het zijn

voornamelijk de bergachtige gebieden,

die zijn belangstelling hebben en het

is dan ook geen wonder, dat hij zich

voor z'n arbeid het meest voelt aan-

getrokken tot den vreemde, waaruit hij

na'iedere reis met een groot a


[Ueivolé van pagina 3]

Op het zware tapijt, waar men tot

aan (1(> enkels inzakte, stonden een

paar gemakkelijke fauteuils, terwijl' de

kamer eleetriseli verlieht werd. De heele

kamer was met een verfijnde luxe. ingc-

rieht en het was haast niet aan te

nemen, dal hier zoo kort na elkaar

Iwee moorden gepleegd waren.

1'Iotseling verbrak Redbford de stilte.

.,Zou je me even voor willen doen.

in welke houding je je vader gevonden

hebt, Seymour?" vroeg hij.

Mei weerzin. maar zonder een

«dord te zeegen, gehoorzaamde Sey-

mour. ..Kr waren lakens en dekens en

kussc ns, natuurlijk, die Seawl nu weg-

gehaald heeft, maar waar tegen de

oude man gewend was te zitten. Zijn

knieën waren opgetrokken en de spreek-

buis hield hij in zijn hand. terwijl hij

naar hel raam staarde."

..juist." zei mijn vriend. „Dat raam

reehls, bedoel je. En nu hoe je broer

lag, Seymour. Lag hij over den rand

van lui bed heen. en aan welken kant 5

Rerhts of links?'

..Keehts." zei Seymour zonder

aarzelen.

Bedford zweeg weer en keek naden-

kend de kamer rond. De ondergaande

zon s('leen door de ruiten en plotseling

slaakte hij een uitroep van verbazing.

We keken hem beiden aan, zooals hij

daar met een gespannen uitdrukking

op zijn gezicht naar de zoldering stond

te staren, liet volgende oogenblik stond

hij op het bed en onderzocht de twee

draden, waarmee de hemel van het bed

aan de zoldering bevestigd was. Hij be-

tastte ze en floot zachtjes, liet was voor

mij een teeken, dat hij iets ontdekt had.

maar ik kende hem lang genoeg om

geen vragen te stellen.

,.\ reeind. zeer vreemd." merkte hij

tenslotte op, terwijl hij van het bed af-

sprong en een sigaret opstak.

,.\Val ?" vrueg Seymour haastig.

..liet is een aanwijzing." mompelde

hij met een raadselachtigen glimlach en

als sprak hij tegen zichzelf. „Met kan

de sleutel tot alles zijn." Hij wendde

zii h lot Seymour. ..Luister eens." zei

hij. ,.lk heb iets gevonden, maar het

spoor is te /wak om er verder op door

te gaan. We moeien dien geest van jou

opnieuw aan het wandelen brengen,

Seymour, en ik heb zoo'n idee, dat hij

dat niei durft, zoolang, er vreemden in

bni^ zijn. Nu moei je. goed luisteren.

Seymour! Als we straks naar beneden

gaan, zal ik je hardop den raad geven

om deze kamer af te sluiten en er

nooit weer een voet in te zetten. Dan

moet je. me uitlachen en te kennen

geven, dat je er vannacht slapen wilt

om het raadsel zelf op te lossen. Dick

en ik zullen weggaan, maar komen van-

avond terug en verbergen ons in den

tuin tegenover dit raam. Je moet naar

bed gaan. het licht uitdoen en een

kwarlierlje wachten; daarna klim je uit

bel raam en komt bij ons. We zullen

een> zien of er dan iets gebeurt."

..Hoe kunnen we dal nu. terwijl we

builen zijn?" riep Seymour.

Hedlord glimlachte. ,.lk weet niets

zeker, maar als ik het bij het rechte

eind heb," zei hij, ..dan zal de geest

een spoor nalaten en ik ben benieuwd

naar dal spoor - - en niet naar het

spook. Vooruit - en vergeet niet wat

je te doen hebt.

„Maar mijn hemel, Bedford —

kan je me niet iets meer vertellen ?"

„Neen," zei Gerald ernstig. „Alleen

dit als je. waarde aan je leven hecht,

val dan vanavond niet in slaap! En

vertel niemand iets van hetgeen we

afgesproken hebben."

Tien minuten later waren we weer

op weg naar Myrtle Hall. Seymour had

zijn rol goed gespeeld, toeil wc in de

hall stonden te praten en Bedford en

ik verklaarden, dat we terug gingen.

Hij gaf ons te kfimen, dat hij het er

niet bij liet zitten, dat hij ons heel

dankbaar voor de moeite was, maar dat

hij hel wel zonder onze hulp zou stellen

en zelf zou probeeren het mysterie

op te lossen. Hij had zich tot een bediende

gewend en dezen instructies gegeven,

dat het bed opgemaakt moest

worden, omdat hij in de kamer wilde

gaan slapen, terwijl Gerald zijn schouders

opgehaald en njn hoofd had geschud.

,.lk kan het me indenken, mijnheer

Seymour," had hij gezegd, „maar hel

is niet verstandig, Volgt u mijn raad

op en sluit de kamer af."

Kn de butler had met ons ingestemd.

„Net zoo koppig als zijn vader, mijnheer,"

fluisterde hij. ,,Raad u hem toch

af. die kamer in gebruik te nemen.

Ik ben er zoo bang voor."

..Denk je. dat er vannacht iets gebeuren

zal?" vroeg ik Gerald Bedford

toen we op weg naar Myrtle Hall waren.

„Misschien." was het korte antwoord.

„Als de zon niet geschenen had, zou

ik niets geweten hebben." Kn dat was

alles, wal ik uit hem kon krijgen. Bij

het diner praatte hij met Anks vader

over cricket en speelde na tafel biljart

met hem. I'as tegen elf uur gaf hij me

een wenk en we begaven ons naar onze

slaapkamers.

..Niemand hoeft te weten, wat we

van plan zijn. Dick," zei hij. „We kunnen

heel makkelijk uit het raam klimmen

en naar Sundical Grange loopen."

MARGRIETEN

Naast zijn bekende

Viooltjes brengt

Ringers thans een

lichtere chocolade

in den vorm van

Margrieten. Een

nieuwe specioliteit

RINGERS

e/jbt op ckn- ■naams!

De kerkklok van het kleine dorpje

sloeg middernaeht, toen we onder de

struiken in den tuin van Sundial Grange

wegkropen. Het was een donkere avond,

zoodat we bijna niets konden zien en

zelf ook moeilijk gezien konden worden.

We zagen licht uit de geheimzinnige

kamer komen en twee of driemaal

namen wc Seymours schaduw waar, ter-

wijl hij zich uitkleedde. Toen ging het

licht uit en het huis was heelemaal

donker. De nachtwake was begonnen!

Twintig minuten gingen voorbij en

Gerald bewoog zich onrustig.

„Ik hoop niet, dat hij in slaap ge-

vallen is," fluisterde hij en slaakte op

hetzelfde moment een zucht van ver-

lichting, toen hij een donkere schaduw

uit het raam zag klimmen, die zich

op een zacht gefluit van Bedford bij

ons onder de struiken voegde.

„Alles is in orde," fluisterde Sey-

mour. ,,Ik ging naar bed — zooals je

gezegd hebt; ik heb de deur afgesloten,

zoodat we kunnen merken of de geest

langs dien weg komt."

„Mooi," zei Bedford, „en nu zullen

we maar afwachten. Het is jammer, dat

wc niet kunnen rooken."

Langzaam kropen de uren voorbij;

om de beurt observeerden we de ramen

door een verrekijker, maar er gebeurde

niets. Om zes uur besloot Bedford te

gaan kijken. Ik keek hem onderzoekend

aan, maar er stond niets te lezen op

zijn gezicht en ik kon niet opmaken of

hij nu teleurgesteld was of niet, doch

St'ymour stak zijn gevoelens niet onder

stoelen of banken en vond het heele

experiment een tijdsverspilling.

We klommen door het raam naar

binnen. „Precies zooals ik er uit ge-

gaan ben," zei Bob Seymour rond-

kijkend.

„Houd je mond toch of zeg het

zachtjes, als je wat te zeggen hebt,"

snauwde Bedford geïrriteerd, terwijl hij

op het bed klom en den draad van

den baldakijn weer aan een grondig

onderzoek onderwierp. Plotseling slaakte

hij een kreet, maar Seymour lette niet

op hem en staarde met groote oogen

naar den electrischen waaier. „Wie

heeft dat ding aangezet, voor den dui-

vel," prevelde hij zachtjes. „Ik heb

hem niet meer zien draaien sinds Tim

stierf."

Hij liep naar de deur. „Bedford, dat

is vreemd! De deur is nog gesloten

en ik weet zeker, dat de waaier nog niet

ging, toen ik de kamer verliet!"

Gerald Bedford keek opgewekt. „Dat

is zeker vreemd," gaf hij toe. ,,AIs ik

je was, ging ik nu naar bed, Seymour,

je bent nu veilig. Dat garandeer ik je!"

„Veilig?" herhaalde Seymour. „Ik be-

grijp je niet. Bedford! Hoc..."

„Ik begrijp het ook niet," zei Gerald,

„Ik weet alleen, dat noch je vader noch je

broer door een hartverlamming gesto'rven

zijn, al zag de eerste dan ook iets vrec-

selijks! Ze zijn vermoord en jij zou het

waarschijnlijk ook geweest zijn, als je

hier geslapen had vannacht."

„Maar wie heeft hen dan vermoord

en waarom ?" vroeg Seymour als ver-

dwaasd.

„Dat moet ik nog uitvinden," ant-

woordde (herald grimmig om zich heen

ziend.

fVeruolé op pagina 211

Voor haar, die spoedig met

vacantie gaan, geven wij hier

eenige practische en flatteuze

modelletjes, die in een koffer

niet teveel plaats innemen.

682 Reismantel van grove wollen, blauwgrijze stof, met raglan-

mouwen. Twee kleine puntige zakken worden aan beide

zijden opgestikt, terwijl de breede ceintuur en de ronde

knoopen van leder in dezelfde kleur gemaakt worden.

Ben.: 3 m. 50 van 1 m. 40.

683 Een elegant manteltje, dat U 's avonds wel te pas zal komen en gedragen wordt

op een wit piqué of zijden japonnetje. De omgeslagen kraag en de puntige revers

geven er een origineelen toets aan. In vorm geknipte hoeken op heupen en mouwen.

5 Ben.: 2 m. 50 van 1 m. 30.

684 Om uitstapjes te maken is dit ensemble zeer practisch. Het bestaat uit een jurkje

met holle plooien in den rok en een gekruist corsage zonder mouwen, diep uitgeknipt

rond den hals. Een wit bloesje van linon, met pofmouwtjes en omgeslagen kraag,

voltooit het geheel. Ben.: tweed 2 m. 50 van 1 m. 40; linon 1 m. 30 van 1 m.

685 Avondjapon van roze mousseline, bedrukt met groote purperen tulpen

De rok is klokkend, het corsage gedrapeerd in een purperen lus en de mouwen

van een klokkenden strook voorzien. De garneering rond den hals — bestaande

uit twee om elkaar gedraaide slippen — roze en purper — is heel nieuw

Ben.: 4 m. 50 van 1 m.

686 De pyjama, die slechts door de slanke vrouw gedragen kan worden, is een Parijsch

modesnufje, dat veel succes heeft. Op deze afbeelding is de broek gedacht van

marineblauw tricot en het bloesje van wit piqué met marineblauwe opgestikte bandjes.

Ben.: tricot 2 m. 10 van 1 m. 40; piqué 0 m. 75 van 1 m. 40.


mm.

Gen onderhoud roeï ILIASvPßAAG

Zelfs de grootste optimist zal op het

oojfenblik niet kunnen beweren, dat de

tooneeltoestand in Nederland en speciaal

in Amsterdam gunstig genoemd mag wor-

den. En daar onze lezeressen en lezers zich

zeker voor het tooneel zullen interesseeren,

zijn wij eens een praatje gaan maken met

de bekende tooneelfiguur Elias v. Praag,

„den man, die het weten kan".

Toen wij zijn kantoor in Theater Carré

te Amsterdam binnentraden, noodde hij ons

met zijn linkerhand tot plaats nemen uit,

daar hij in zijn rechterhand den telefoon-

hoorn hield. Hij was in heftig dispuut met

wethouder Boekman, naar aanleiding van

een in de dagbladen gepubliceerd bericht,

dat het gezelschap van v. Praag naar den

stadsschouwburg zou hebben gesolliciteerd.

Wij maakten uit het gesprek op, dat bij

v. Praag geen moment de gedachte was op-

gekomen om dit te doen en dat het hem

dubbel onaangenaam getroffen had, dat in

datzelfde bericht zijn financieele toestand

als onzeker werd gekwalificeerd. Toen hij

eindelijk met een zucht den hoorn neer-

legde, kwamen wij aan de beurt.

„Vertelt U ons eens iets over Uw toe-

komstplannen!"

„Er bestaat momenteel een vijfhoofdig

accoord tusschen Magda Janssens, Oscar

Tourniaire, Jules Verstraete, John Gobau

en mijn persoon om voor het komende sei-

zoen gedurende minstens acht maanden als

tooneelspelers met elkaar samen te blijven

werken. De eigenaardige en onzekere con-

stellatie van het tooneel, zooals het op het

oogenblik is, maakt een definitieve beslis-

sing omtrent de uiteindelijke plannen van

onze combinatie nog niet mogelijk. Het klinkt

wellicht wat overdreven; maar wij bevinden

ons in 'n eenigszins moeilijke positie, omdat

wij te véél keuze hebben. Het is misschien

teleurstellend voor Uw nieuwsgierige lezers

en. ook voor de geheele pers, die gaarne

alles wil weten, doch momenteel is het niet

ir het belang van deze tooneel-combinatie,

mij hieromtrent uit te laten. Het tempo van

alle onderhandelingen wordt nogal ver-

Elias van Praag als Vosmaer de Spie

tiaagd, door de werkzaamheden welke

noodzakelijk zijn voor de première van

Victorien Sardou's „Flora Tosca" in Theater

Carré. Wij hopen echter, dat binnenkort

onze perspectieven duidelijker omlijnd zul-

len zijn. In welke richting onze beslissing

echter ook moge vallen, wij blijven in Am-

sterdam comedie spelen in de vaste over-

tuiging het juiste en goede pad van de

echte en ware tooneelspeelkunst niet te

hoeven verlaten. Eén ding is echter zeker:

wij zullen ons thans groote financieele of-

fers moeten getroosten en met geconcen-

treerde energie hebben te werken om het

ELIAS VAN PRAAG

Nederlandsche publiek weer naar de

schouwburgen te doen gaan, zoodat ook in

ons land het tooneel, zoowel een cultuur-

als vermaaksfactor zal zijn. Deze laatste

beschouwing is de grondslag geweest voor

het ontstaan van onze combinatie, daar wij

allen, betreffende deie kwestie, met de-

zelfde gevoelens bezield waren, en ik voor

mij twijfel er niet aan of onze collega Louis

Saalborn, die dezelfde meening is toege-

daan, zal bij den aanvang van het komende

seizoen toch weer naast ons, of wij nadst

hem, staan. Ten slotte zijn wij toch, tooneél-

historisch gesproken, „Een eenheid"."


mfmnm

1*

1

MIJN NEEF JANSSEN

sprak toevallig een revue-artist, die zich

hevig beroemde op de originaliteit van

zijn moppen. .

„Wij maken nooit gebruik van in druk

verschenen grappen," betoogde hij.

„Neen," antwoordde mijn neef, „jullie

gebruiken liever moppen, die zijn gemaakt

vóór de boekdrukkunst werd uitgevonden!

„Mammie, ik wil naar den Dierentuin

om de apen te zien I"

„Maar jongen, wat een idee ! Waarom

zou je nu opeens naar de apen gaan kijken,

terwijl je vader thuis is ?"

„Ik zit zoo vreeselijk te piekeren,

Arthur."

„Waarover dan, lieve ?"

„Ik vraag mij af, of ik werkelijk het

eenige meisje ben, op wier geld je verliefd

bent geworden."

„Kan ik Zaterdag vrij krijgen om mijn

vrouw te helpen met de schoonmaak,

mijnheer ?" It

„Het spijt me, maar ik vrees ....

„Dank u wel, mijnheer. Ik wist wel,

dat ik op uw hulp kon rekenen."

„Heb je je geamuseerd op je huwelijks-

reis, lieveling ?"

„O ja, moeder! Ik heb in Florence zoo n

snoes van een man ontmoet 1"

Vrouw : „Ik ben vandaag mijzelf niet."

Man (afwezig): „Gelukkig \'

Een van mijnheer Koopmans klanten

was een bijzonder slechte betaler. Een

nieuwe leverantie had hij reeds maanden

geleden ontvangen en nog steeds stuurde

hij de kwitanties onbetaald terug. Einde-

lijk schreef mijnheer Koopman hem een

hartigen brief, die als volgt luidde:

„Mijnheer — wie heeft een zending

artikelen van mij gekocht en niet betaald ?

U. Wie beloofde mij, binnen dertig dagen

te betalen ? U. Wie betaalde er heele-

maal niet? U. Wie is er een oplichter,

een chicaneur en een leugenaar ? Uw dw.

dr. W. Koopman."

ONZE WEKELIJKSCHK

PRIJSVRAAG

Vraag honderd zeventig.

Wie was Galilei en waarom was hij

bekend ?

Er zal onder de goede oplossers een pnjs

van /2.50 verloot worden, benevens vijf

troostprijzen. Antwoorden gelieve men

in te zenden vóór 18 Mei (abonné's in

overzeesche gewesten vóór 18 Juli) op een

briefkaart, waarop duidelijk vermeld is :

Vraag 170, en die geadresseerd is aan:

Redactie „Het Weekblad", Galgewater 22,

Leiden.

„Wat zeg je ? Je wilt toch niet beweren,

dat je man je heeft geslagen, toen je om

twaalf uur 's nacht thuis kwam ? !'

„Jfi, met twintig minuten !"

„Wat 1 Alweer een nieuwe japon ?

Waar denk je, dat ik het geld vandaan

moet halen, om dat allemaal te betalen ?"

,,0 liefste, ik ben heelemaal niet nieuws-

gierig."

Bezoekster (tot klein meisje, dat in den

leunstoel van haar vader ligt en met haar

hand een enormen geeuw probeert te mas-

keeren) : „Ben je zoo moe, liefje ?"

Het meisje: „Neen, ik doe net of ik

getrouwd ben !"

Het knappe jonge meisje dronk thee bij

een pasgetrouwde, zeer rijke vriendin.

„Ja," vertelde deze, ,,op den tweeden

dag van onze huwelijksreis had Fred het

geluk om een fortuin te winnen uit de

loterij." . .

Waarop het knappe meisje hardop

dacht : „Goeie genade ! Twee dagen te

laat !"

„Kellner !" schreeuwde een gast, „kom

eens even hier ! Die biefstuk is absoluut

zwart gebrand !"

„Teeken van rouw, mijnheer," antwoord-

de'de kellner. „Gisteren is de chef gestor-

ven.

„Kijk eens naar den ouden Philip

Die schijnt ziph best te amuseeren. En ik

heb altijd gedacht, dat hij een vrouwen-

hater was 1"

„Dat is hij ook. Maar ze is vanavond

niet bij hem 1"

„Mijn vrouw voelde zich ziek en vroeg

mij' om den dokter te laten komen. Maar

toen ik haar er aan herinnerde, dat de

uitverkoopen aan den gang waren, voelde

zij zich plotseling beter."

„Zou het niet goedkooper zijn geweest

om den dokter te laten komen ?"

jÊP&fa

%**%

Verwacht

MATA-HARI

met

ORETA

$m k OARBO

en RAMON

§ NOVARRO

«^^

- 15 -

f

De waarheidlievende jonge vrouw had

de eigenschap om steeds en overal pijnlijk

eerlijk te zijn. Jammer genoeg echter

trouwde zij met een zeer sentimenteelen

jongeman.

„Mijn heveling," zei hij, „ik ben je met

waardig!" , ,,

„Neen, natuurlijk niet, antwoordde

zij oprecht. „Maar als een meisje al zes

jaar lang drie en twintig is geweest, zou

ze toch wel oliedom zijn, als ze nog eischen

stelde, nietwaar ?"

„Waarom kom je bij mij om een getuig-

schrift ?" vroeg de directeur van de gevan-

genis.

„Wel, hierom, mijnheer, antwoordde

de" roodneuzige vrager, „u kunt naar

waarheid getuigen, dat u mij vijf jaren

hebt gekend, en mij nooit onder den invloed

van alcohol hebt gezien !"

„Ik heb altijd gedacht, dat hninet een

van die tweelingen zou trouwen."

Ja, maar toen hij haar zuster zag,

besloot hij, als hij geen exclusief mode!

kon krijgen, heelemaal niet te trouwen.

Een jong meisje ging met haar verloofde

kijken, hoe een bokser zich trainde. Toen

zij in zijn appartementen waren aange:

komen, was de bokser juist bezig met zijn

eigen schaduw te vechten. Nadat het

meisje dit een poosje zwijgend had aange-

zien, keerde zij zich af en fluisterde tegen

haar verloofde: „Arme man! Hoe lang is

hij al zoo ?"

„Ja," zegt juffrouw Praatgraag tot

haar buurvrouw, „die juffrouw Dekkers

is zóó'n dieren vriendin, dat ze zelfs de

kachel niet zal aanmaken met hout,

waar de houtworm in zit."

Rechter: „Was u alleen, toen u den

diefstal beging ?"

Verdachte : „Ja Edelachtbare. Ziet u,

als je een maat bij je hebt, weet je nooit

of hij eerlijk is of niet !"

DE OPLOSSING

Vraag honderd zes en zestig-

In de geschiedenis zijn twee Drievoudige

Verbonden bekend. Het eerste werd in

1668 gesloten tusschen Nederland, Enge-

land en Zweden, om de veroveringsplan-

nen van Lodewijk XIV tegen te gaan.

Het tweede kwam in 1883 tot stand en

was een defensief verdrag tusschen Italië,

Duitschland en Oostenrijk-Honganje.

Met de juiste beantwoording van deze

vraag verwierf de heer J. A. M. Peters te

Deventer den hoofdprijs.

De heer J. L. J. Kronenburg te Groes-

beek, mej. H. W. van As te Dordrecht, de

heer H. Ketting te Groningen, de heer

M. W. Hoeks te Leiden en de heer E. W.

Pfrommer te Amsterdam verwierven de

troostprijzen.


Mè .'i', ^.^^ m

'/' ■

1. Jeanette MacDonald en Maurice Chevalier. 2.

Jeanette MacDonald en Geneviève Tobin. 5. Een

moeilijk oogrenblik voor Maurice. 4. Van links naar

rechts^ Maurice Chevalier, Jeanette MacDonald,

Geneviève Tobin en Roland Young. 5. »Een uur

met jou . . ,"

-.

> ^?ï

Regie van Ernst Lubitsch.

Naar het manuscript van Lothar Schmidt.

Muziek van Oscar Strauss.

N.V. Paramount-Film.

Personen:

Maurice Chevalier. . Dr. Andre Bertier.

Jeanette MacDonald Colette Bertier.

Geneviève Tobin Mitzi Olivier.

Charlie Ruggles Adolphe.

Roland Young Prof. Olivier.

George Barbier, Commissaris van Politie.

Josephine Dunn Mile. Martel.

Richard Carle Detective.

Charles Judeis Politieagent.

Barbara Leonard .... Mitzi's kamenier.

Zonder twijfel heeft Dr. Andre Bertier

zijn vrouw Colette lief. Maar de

mooie jonge vrouw, Mitzi Olivier,

die hij bij toeval in een taxi ontmoet, blijkt

Colette's beste vriendin te zijn, en zij neemt

zich voor om de beste vriendin te worden

van den man van haar beste vriendin.

Als Mitzi heeft uitgevonden, dat André

een rijke jonge dokter is, en zeer ontvanke-

lijk voor vrouwelijk schoon, besluit zij ziek

te worden, en telefoneert den dokter om

dadelijk te komen. Colette dringt er op aan

dat hij zich onmiddellijk naar de patiënte

spoedt, en André besluit al bij voorbaat dat

wät er ook gebeuren zal, alles Mitzi's

schuld is.

Misschien is alles ook wel de schuld van

Mitzi's echtgenoot. Professor Olivier, die

zich van zijn vrouwtje wil laten scheiden.

Al geruimen tijd heeft hij haar door een

detective laten volgen, doch geen reden tot

echtscheiding kunnen ontdekken. Dit zal

anders worden nu zij André gevonden heeft.

Maar deze besluit een model echtgenoot

te wezen. Colette geeft een dineetje en

plaatst haar echtgenoot naast haar vriendin.

André ontdekt echter de plaatsing van de

kaartjes, en verruilt Mitzi's kaart met die

— 16 —

■ • . - .

w*

> ,f i

van de jongejuffrouw Martel. Colette|

treurig, want zij denkt dat haar

oogje op het jonge meisje heeft. Mil]

André in den tuin, en trekt zijn

André vraagt juffrouw Martel dan 1

das weer te strikken, juist als Colet|

buiten komt.

Colette is boos en verdrietig, en

het toonbeeld van de beleedigde or

Colette's onrechtmatige verdenking 1

hem woedend, en hij begeeft ziel

Mitzi's appartement — en dit kei

ambtshalve. Toevallig echter komt d|

vriend Adolphe binnen, die verliefd

Colette. Deze denkt aan andere dinjj

biedt geen tegenstand als Adolphe haa

Later is zij kwaad op hem.

André en Colette besluiten hun rl

vergeten, en Mitzi neemt zich eindelija

haar man te verlaten. Professor 01i|

blij dat zij tenslotte weggaat, en

André dat hij hem zal dagvaarden a\\

getuige in zijn echtscheidingsproces,

hoort dat haar vriendin gaat scheid

vraagt zich af wie de andere man zo|

André krijgt het op zijn zenuwen

als hij denkt dat zijn vrouw achter de|

heid zal komen.

Eindelijk bekent hij, dat hij de andej

is. Colette is eerst diep bedroefd, en

woedend. Zij besluit zich te wreken

taseert een vreeselijk verhaal overl

affaire met Adolphe, doch André

er niets van.

Op dit moment komt Adolph|

Colette een visite te brengen, en hij

erg van André's aanwezigheid. Colettfj

de gelegenheid aan, en betuigt den

Adolphe haar vurige liefde.

Plotseling verandert zij haar hol

Met een kort woord stuurt zij Adolph]

en stelt André voor om nu verder een |

kig huiselijk leven te leiden, nu zij

hun „avontuur" gehad hebben. Mi

zucht van verlichting en verwachting)

André toe.

.-. ' ' i

GAR1 COOPER


■■■■■■ . ■

HET LEVEN EEN TRIOMF WC

BENJAMIN DISRAELI. - EEN BEROEMD STAATSMAN. - ZIJN HUWELIJK OM GELD.

Benjamin Disraeli, Earl of Beaconsfield,

was stellig de zonderlingste staatsman,

dien het Britsche Rijk ooit heeft voortge-

bracht. Gedurende vijftig jaar wist hij

iedereen te boeien en van zich te doen

spreken door zijn even bizarre als grillige

genialiteit; deed hij ieder, die hem kende,

zich verbaasd afvragen, wat voor een per-

soonlijkheid zich nu eigenlijk verschool

achter het fantastische, ironische masker,

dat hij steeds droeg. Hij zelf lichtte dat

masker nimmer op — vergat nimmer de

rol, die hij zich van het begin af aan had

voorgenomen te spelen. Zelfs voor de

geschiedenis blijft hij dezelfde onnaspeur-

lijke figuur als hij was voor zijn tijdgenoo-

ten.

Na eenigen tijd rechten te hebben gestu-

deerd, kwam hij tot de overtuiging, dat

hij nooit een goed advocaat zou zijn ;

daarom probeerde hij het als makelaar

in effecten, maar hiermee verloor hij zeven-

duizend pond, waardoor hij verscheidene

jaren in financieele moeilijkheden verkeer-

de. Op twee en twintigjarigen leeftijd

publiceerde hij zijn „Vivian Grey", en

nam hij zich voor romanschrijver te wor-

den. Vijf jaar later bezocht hij Jeruzalem,

de woonplaats van zijn voorouders, en

teruggekeerd in zijn vaderland, vond hij

dit in heftigen pohtieken strijd gewikkeld

om de Reform Bill, de wet, die de bur-

gerij het kiesrecht moest geven. Hij stelde

zich candidaat voor het Parlement, maar

werd drie keer verslagen. Eindelijk, in

1837, bad hij succes en werd gekozen.

Zijn eerste redevoering in het Lagerhuis

werd met een daverend gelach ontvangen

en terwijl Disraeli woedend op zijn bank

neerviel, riep hij boven het rumoer uit:

„Ik ben nu weer gaan zitten, maar de tijd

zal komen, waarop jullie naar mij zullen

moeten luisteren. Zijn voorspelling zou

bewaarheid worden; hij had jaren te

wachten en een zeer moeilijken tijd door

te maken, hij moest strijden tegen vooroor-

deelen en intriges, maar hij hield vol tot

hij volledig had overwonnen en het Lager-

huis inderdaad gedwongen was naar zijn

woorden te luisteren, er zelfs door betoo-

verd werd.

Na zijn historischen woesten aanval op

Sir Robert Peel in 1846 werd hij de werke-

lijke leider der Tory Squires, de partij,

die bleef vasthouden aan het goddelijk

recht van den koning en alle inbreuk daarop

afkeurde. In 1868 werd hij eerste minister

en ving toen zijn levenslangen titanen-

strijd aan met E. W. Gladstone, den leider

der liberalen, die zijn tegenstander be-

schreef als de interessantste figuur der

parlementaire geschiedenis.

In het Lagerhuis moet Disraeli niets

minder dan een soort bezienswaardigheid

zijn geweest. Hij droeg een lange, zwarte

fluweelen jas, een fantasie-vest, grijze

pantalon en een donkergroene das. Zijn

levensbeschrijver zegt van hem : „Zij, die

Disraeli nooit hebben gezien, zooals hij in

het Lagerhuis verscheen, kunnen nimmer

begrijpen, wat voor een zonderlinge figuur

hij daar was. Thans ziet men nooit meer

zooiets, en men zal stellig ook in de toe-

komst nooit meer zooiets zien. Hij zat

altijd ostentatief alleen. Om hem heen

was een niet te doordringen kring, waar-

binnen zich nimmer een van zijn mede-

afgevaardigden het zien. Hij kon zoo

onbeweeglijk stil zitten, dat men gemak-

kelijk zou hebben kunnen denken, dat hij

bevroren was. Een zonderlinge, in zichzelf

gekeerde, schilderachtige, vreemde figuur

leek hij .... een man van buitengewone

intellectueele gaven, brilliant, woest, ver-

ziend, moedig, gevleid en gehaat, de

afgod van zijn koningin, de schrik van zijn

vijanden . .. ."

Disraeli was vijf en dertig jaar en een

zeer knappe verschijning, toen hij in het

huwelijk trad met mrs. Wyndham Lewis,

geboren Mary Anne Evans, een weduwe

van acht en veertig jaar, die zoowel wat

Icarakter, aanleg en uiterlijk betrof, pre-

cies het tegengestelde van hem was, zoo-

dat allen, die haar kenden, een huwelijk

voor onmogelijk hielden, Toch trouwde

Disraeli haar — omdat zij rijk was!

Inderdaad was hun huwelijk dan ook —

althans van zijn kant — un mariage de

raison, hetgeen echter niet belette, dat

twee menschen samen zelden gelukkiger

zijn geworden !

Gedurende haar leven was DisraeU's

echtgenoote, over wier afkomst allerlei

zonderlinge geruchten de ronde deden,

zooiets als een legende. Men raakte nim-

mer over haar uitgepraat, voor een groot

deel, omdat zij zelf telkens stof voor nieuwe

praatjes gaf door de weinig tactvolle wijze,

waarop zij zich in gezelschappen gedroeg.

Zelfs de meest onschuldige dingen zei ze

op een manier, die iedereen in haar omge-

ving deed blozen 1

Haar persoonlijkheid is waarschijnlijk

even belangwekkend als die van haar echt-

genoot, maar het verschil er tusschen is

zoo groot als tusschen den dag en den

nacht. In een eigenaardig document, dat

ons bewaard is gebleven, gaf -zij een beeld

van de groote tegenstelling, die er tusschen

hen bestond. Haar man was „zeer kalm",

maar zij „zeer opvliegend", hij „in heel

zijn doen en laten ernstig en bijna treurig",

zij „vroolijk en opgewekt", hij „slecht

gehumeurd", zij „goed gehumeurd", hij

„geduldig", zij „ongeduldig", hij „zeer

vlijtig", zy „zeer lui", hij „een genie",

zij „een domkop", hij „met gansch zijn

wezen verknocht aan politiek en eerzucht",

zij „zonder eenige eerzucht en vervuld

van afkeer voor de politiek" En tóch

- leidde het samengaan van deze contrasten

tot een bijzonder gelukkig huwelijk. Later,

toen zij reeds jaren getrouwd waren, zei

Disraeli vaak tegen haar: „Je weet,

dat ikjeom je geld heb getrouwd ?", waar-

op zij stereotiep antwoordde : „O ja, maar

als je weer met me trouwen zou, zou je

mij uit liefde trouwen, nietwaar ?" En zijn

antwoord luidde dan steeds : „Ja, stellig I"

Het kon Disraeli niets schelen, dat men

in de kringen, waarin hij verkeerde, om

zijn vrouw lachte, dat men grapjes maakte

op haar spreekwoordelijke onhandigheid in

den omgang en dat de dames uit de society

haar ontweken. Hij bleef haar er even lief

om hebben ; voor hem was zij „de vol-

maakte vrouw" ; aan haar schreef hij

meer liefdesbrieven dan waarschijnlijk

ooit één echtgenoote zal hebben gekregen;

— 18 -

voor zijn „Mary Anne" bleef hij een bijna

jongensachtige, romantische vereering

koesteren.

Wat het geheim was, waarmee zijn

vrouw hem wist te boeien ? Het antwoord

op deze vraag luidt, dat er in het geheel

geen sprake was van een „geheim . De

oplossing is veel eenvoudiger: Disraeli

was voor de wereld een poseur, die zich

nooit in zijn ware gedaante toonde. Tóch

wilde hij ergens en tegenover iemand zich-

zelf zijn en die gelegenheid schonk hem

Mary Anne, de „opgewekte, dartele,

kleine lady", die hem vereerde, „zijn huis-

houden bestuurde, zijn haar kamde en zijn

beroemde krul maakte, zijn kleeren schuier-

de en' zorgde, dat er, wanneer hij ook thuis

kwam, een goed maal op hem stond te

wachten."

Haar huishoudelijken, zuinigen aard,

die zoo geheel in tegenspraak was met zijn

eigen aanleg, was hetgeen hij bovenal m

haar waardeerde. Hij eischte niet, dat

zij zijn inzichten zou deelen of intellec-

tueel zijns gelijke was; hij vond het vol-

doende, dat zij van hem hield en hem haar

toewijding toonde. Dat zij nauwelijks lezen

of schrijven kon, deerde hem niet. Terwijl

zij voor hem het geld met handenvol

uitgaf, beknibbelde zij tot het uiterste

haar leveranciers ; zij leefde voor „Dizzy",

aanbad hem en was daardoor in zijn oogen

„een model echtgenoote".

„Wij zijn drie en dertig jaar getrouwd,"

zei hij, toen zij op sterven lag, „en zij heeft

mij in al dien tijd geen oogenblik verveeld."

En zij ... ? Na haar dood vond men

den volgenden brief:

„Mijn eigen lieve man,— indien ik voor

jou uit dit leven moest scheiden, verlang

dan, dat wij samen in hetzelfde graf begra-

ven worden, hoever je ook van Engeland

verwijderd mocht zijn. En nu ... . de

hemel zegene je, mijn beste, liefste I

Je bent een volmaakte man voor mij

geweest. Dat je naast mij te rusten worde

gelegd in hetzelfde graf! En nu, vaarwel,

mijn beste Dizzy. Blijf niet alleen, beste.

Ik hoop ernstig, dat je iemand moo§t

vinden, die even aanhankelijk voor je

zal zijn als je eigen, je vereerende Mary

Anne."

De brief van een ongeletterde, ja, maar

óók van eene, wier liefde zelden overtroffen

zal worden.

Disraeli, die in 1804 werd geboren, over-

leed in 1881, een jaar nadat hij door de

oppositie van Gladstone ten val was

gebracht. Gedurende zijn lange, politieke

loopbaan wist hij talrijke hervormingen

door te zetten, waaronder er obk vele

waren, die aan de Engelsche arbeidende

klasse ten goede kwamen.

Op een zeer kouden dag waren een

Engelschman en een Schot aan het wan-

delen. De Engelschman bood den Schot

een sigaret aan.

„Neen, dank u," antwoordde de Schot,

met een gebaar van zijn gehandschoeide

hand. ,,Ik rook geen sigaretten met zulk

koud weer, want ik vind de lucht van

brandend leer verschrikkelijk!"

Bad Kissing«!

|«oor hart. maag. darm, lever. gal.

Irheumatlek. ontvettingskuren.

IProspecli en Inlichtingen

I Kurverein.

R.kociy-Drinkkuur

Natuuri. Koolzh. zoutwatef-,

bron- an modderbaden.

Venending van bronwaler I

door de BadMlirwallung. [

Het Alpenbad.

Catarrhe. Asthma. Emphyseem, Bronchitis.

Hals-. Neus-, Stroltenhooldziekten

Proapactl door da Kurverem. ^^ .

Wernaizei 1

Het bad ter genezing van

nier-, urine- en blaasziekten.

Propaganda-malenaal ,.., door da Direclie.

RTTnir^tk?. alsmede door de N.V. Kudolt Mosse. Kiitettj

■"■gy^f^P^T^^Tdoor «lie rci.burt.u. tn door de bclrelttndt JW- en

het siaai- en modderbad ■

frankenwald voorharLrenuwan. '

vrouwenziekien. bloedarmotdr

|icht, rheumaliek. i»eh'a»-

rrw % r ä

aHaEaBsmanaa

EEN WAARDEVOL BEZIT

H. HEYENBROCK

H. HEYENBROCK

DE SCHILDER VAN LICHT EN .ARBEID

Een album bevattende 13 groote

gekleurde platen naar het werk

van dezen beroemden schilder.

POTTENBAKKERSBEDRIJF

Elke plaat kan als fraaie wand-

versiering dienen. Het is een ge-

not zoo'n prachtwerk te bezitten

NA ONTVANGST VAN fl. 2.50 WORDT U EEN EX. TOEGEZONDEN - ZEND POSTW1SSEL VAN fl. 2.50 AAN DE ADM

ÏAN ^ ^N THEATER OF G.REER HET.BEDRAG OP No. 41880 EN TOEZEND.NG .VOLGT

19


:...•- . ■■ ■.,■ ■ ^w

EEN SCHAT VAN LECTUÜR..,.

0Ü00 ^ ^

FERöUS

I HUhE

'lï

r i lüi ;

i

1 i|

- ■ ■ .

: ■■ ■ '

iJÜife

f wéék

im*W/v JFK'Y fci

^BBL^ r^f ^mB^m

oor oimze

ooor deiß

ƒ

ƒ i

BIJNA VOOR NIETS

lezers slellem mij

romdies lüxQrhrljg*

220 pagina s,

agen prijs OM

e/fee

ein

Zendt postwissel aan de Administratie van Het Weekblad

Cinema & Theater, Galgewater 22, Leiden of stort op

postrekening 41.880.

No.

1. De Dubbelganger

2. Het Aas van den Duivel

3. De Witte Muizen

4. Het Huisje in het Ravijn

5. Het Huis der Verspieders

6. Het Geheim der Zee

7. Om de Vrijheid

8. Koning Spar

9. Een Vriendendienst

10. De Beer van Tobolsk

11. Blauw Bloed

12. Bucky o'Conor

— 2ü

MOLH^N

oooq „ —

HAPQLD BlNaD55

DE BEER

TOBOLSK

DOOR

pCHYeXCNrOR

iTOOD

(Uervolé van pa&lna 12]

Drie uur later stond Bedford van

de ontbijttafel op

Ik ga den tuin in om alleä eens

uit"tc denken," zei hij. ,,Ik kan het ver-

band niet zien tusschen dien oenen

draad van den baldakijn, die met in de

zon wilde glinsteren zooals die andere,

en den waaier, die opeens zoo geheim-

zinnig draaide. Ik ga daar onder dien

appelboom zitten, Diek.^Misschien dat

ik daar den geest krijg."

Ilij slenterde .weg en Ank kwam naar

me toe. Ze zag er bedroefd en bezorgd

uit, terwijl ze haar hand door mijn arm

stak. Heeft hij al iets gevonden, Dirk!'

vroeg ze. „Hij was zoo stil aan het

ontbijt."

„Hij heeft iets gevonden. Ank, ant-

woordde ik voorzi.htig, ,.niaar hel is

nog niet veel. Voor zoover ik het be-

kijken kan, is het van niet veel waarde.

Maar hij is nu eenmaal een buitenge-

wone kerel," besloot ik wijsgecrig.

Ze huiverde en nam haar hand weg.

, Ik wou, dat ik je eerder gewAar-

schuwd had. Dick. Nu is het te laat. Ik

had nooit kunnen denken, dat Bob ver-

dacht werd; hij belde me zoo juist op

Die vreeselijkc inspecteur van Scotland

Yard, Mackosty is bij hem. Het is

alleen maar een kwestie van tijd, tot

ze hem arresteeren... dat weet ik...

maar ik trouw hem toch, wat er ook

gebeurt. Dick . . . Misschien weet je,

dat hij niet zoo heel goed met zijn

vader op kon schieten ?"

„Neen," zei ik. „Ik had nooit tevoren

van hem of van zijn familie gehoord.

„En hij had geldgebrek; hij had een

paar vrienden geld voorgeschoten, dat

hij nooit meer terug heeft gekregen,

waar zijn vader woedend om was. Na

tuurlijk zit daar niets achter, maar de

politie zal het wel zM uitleggen, dat

Uob van moord beschuldigd zal

worden."

Ank, ik weet zeker, dat Bedford

hein voor onschuldig houdt," troostte ik.

Dat dr.e ik 6


Daarom vond ik het zonde van mijn tijd

om ook no^ eens grondig te zoeken."

„Weet jij dan iets beters ?" vroeg ik

kregelig. „Hoe kan die waaier zijn gaan

draaien, als er géén geheime deur is ?"

„Dat kan heel goed — buiten de

kamer gebeuren," meende Gerald vrien-

delijk. „En degene, die den waaier in

werking heeft gesteld, is de moordenaar

van den ouden Seymour en zijn zoon."

Ik staarde hem hoogst verbaasd aan.

„Dan hoef je alleen maar uit te vin-

den, waar de schakelaar van dien waaier

zich bevindt en je hebt den moordenaar.

Het kan natuurlijk best in de kamer van

een der bedienden zijn ..."

„Juist, oude jongen! Maar als de

schakelaar op de gang is, weten we

nóg niets! Doch daar komt Mackostey

zelf. Ik zou wel eens willen weten, hoe

hij weet, dat ik hier ben."

Ik zag een korten, dikken man over

het grasveld naar ons toekomen

„Vanmorgen was hij op Sundial

Grange," zei ik. „Seymour heeft Ank

opgebeld."

De twee detectives begroetten elkaar

hartelijk.

„Dit is mijn beste vriend — Langden

— Mac," zei Gerald, mij aan den ins-

specteur voorstellend. „Hij is de schuld,

dat ik een week-end cricket opgegeven

heb om hier te komen. Hij is een groot

vriend van Ank Kingston, weet je."

Mackostey keek me doordringend aan.

„En daardoor natuurlijk ook van Bob

Seymour," zei hij.

„Integendeel. Ik heb Seymour gis-

teren voor het eerst ontmoet," — merkte

ik op.

„Vanmorgen was ik op Sundial

Grange en Seymour vertelde me, dat

jullie het grootste gedeelte van den

iiiicht in den tuin doorgebracht had,"

ging Mackostey verder.

Ik zag, dat Bedford een oogenblik

zijn wenkbrauwen fronste.

„Ik hoop, dat hij je dat onder vier

oogen vertelde ?"

„Ja. — Waarom ?"

„Omdat ik wil, dat iedereen denkt,

dat hij in de bewuste kamer geslapen

heeft," zei Gerald kort. „We tasten nog

tamelijk in het duister, Mac, en één

onvoorzichtige uitlating kan alles, wat

we weten en wat we van plan zijn te

doen, weer vernietigen."

„Hoezoo ?" gromde Mackostey.

„Het zou den moordenaar bang kun-

nen maken," verklaarde Bedford, „en

als dat zoo zou zijn, geloof ik nooit,

dat we hem te pakken zullen krijgen.

En in dat geval zullen er altijd men-

schen zijn, die zullen zeggen, dat Sey-

mour voordeel had bij den dood van

zijn vader en broer."

„Dus je bent er van overtuigd, dat

OPEOM

ËLKCTIHC

FILM SUCCES-NUMMEHS

AMERICAN JAZZ-BAND

NBW RYTHM STYLE

AROBNTUNSCHB TANOO S

DAJOS BELA'S BAND

Catalogi op aanvrage.

Imp. N.V. M. STUBE A Co.

AMSTEBDAM - AMSTEL 222>

INN OOGWENK

15 DE JEUK

VERDWENEN!

Misschien komt het U overdreven voor,

tóch is het waar, dat ge de ondrage-

lijke Jeuk, die door huidaandoeningen

veroorzaakt wordt, direct kunt bedaren.

De eerste druppels D.D.D. —een be-

roemd geneeskrachtig middel tegen

huidaandoeningen — brengen dadelijk

veilichting. O.D.D. diingt diep in de

poriën der huid en doodt daar de zieke-

klemen. D.D.D. is geen vettige zalf,

maar een heldere vloeistof. Het wordt met

succes aangewend tegen ekzeem, uit-

slag, brand en andere aandoeningen

der huid. Koop nog heden een flacon van

f 0.75 of f 2.50 bij Uw Apoth. of Drog. B-O

DDD. GENEESMIDDEL

TEGIN HUIDAANDOENINGEN

het moord was?" vroeg Mackostey, Bed-

ford van onder zijn borstelige wenk-

brauwen scherp aankijkend.

Gerald grinnikte. „Op dat punt ben

ik het volkomen met je eens, Mac,"

zei hij.

„Ik heb je toch niet gezegd, wat ik

dacht!" zei de ander.

„Dat is waar — maar je kunt me

niet wijsmaken, dat je hier twee maan-'

den zou blijven, wanneer er sprake was

van twee doodgewone sterfgevallen. Je

zou binnen twee dagen alweer in Lan-

den zitten, Mac!"

Mackostey lachte kort. „Juist, Bed-

ford, ik ben er van overtuigd, dat we

hier met moord te doen hebben. Maar

in mijn heele leven heb ik nog nooit zoo

iets duisters en geheimzinnigs mee-

gemaakt. Heb je vannacht nog iets ge-

vonden?"

Bedford stak op zijn gemak een

Sigaret aan.

„Twee zeer belangrijke dingen, Mac,

en wel deze: één van de redenen,

waarom men olie gebruikt, is om

wrijving te verminderen, en een van

de redenen waarom men een elec-

trischen waaier aanzet, is om tocht en

wind te veroorzaken, en deze twee

feiten gecombineerd leiden tot...,"

Hij zweeg plotseling en keek de

OM HET DANSKAMPIOENSCHAP

VAN NEDERLAND.

MeJ. A. M. v. Rosendaal en de heer J. Hofman, die

bij da wedstrijden om het danskampioenschap van

Nederland het kampioenschap van Amsterdam 1932

behaalden.

I

laan af. „Daar komt onze vriend

Seymour in zijn auto," zei hij toen.

We zagen allemaal, hoe Seymour uit

den wagen stapte en bij de deur met

zijn verloofde bleef staan praten. Toen

keerde Mackostey zich weer tot Bedford.

„Wel, Bedford, ga verder. Die twee

feiten gecombineerd leiden tot

wat ?"

Maar Gerald gaf geen antwoord. Hij

staarde naar Seymour, die langzaam

met Ank Kingston naar ons toekwam.

Toen hij dichterbij kwam, zag ik, waar

Gerald zoo geïnteresseerd naar keek:

om Seymours mond was een groote,

donkere kring en zoo nu en dan hield

hij zijn hand er tegen, alsof het pijn

deed.

„Hoe kom je daaraan ?" vroeg Gerald,

toen Seymour ons genaderd was, en

zonder hem eerst behoorlijk goeden

morgen te zeggen.

„Dat weet ik niet. Ongeveer een uur

geleden begon het te branden en .te

steken en werd het donkerrood." Het

Miks kan me zoo obstinaat maken

huichelarij.

Zeg maar gerust, al ben je tienma;

getrouwd, dat je graag een aardige vrouw ziel

Wat steekt d'r nou achter?

Liever dan dat je erg „braaf" doet en. ..

het katje in den donker knijpt of op minde

hardhandige wijze behandelt.

Schaam je je om ronduit te vertellen, dat j

graag een mooi schilderij ziet?

Nou! En is d'er tegenwoordig nou zoo'i

groot verschil tusschen een knappe vrouw en eei

knap schilderij? Bü de een gebruiken ze lippc

stift en poederkwastje, bij het ander olieverf'ei

een verfkwast.

Nou zijn d'r van die huichelaars die beweren

dat ze 't afschuwelijk vinden als een dame zid

poeiert of een beetje rood op d'r lippen zet

Ik zou met zoo'n vrouw niet in aanraking

willen komen, beweerde de lange Teunissen toei

die onlangs bij ons op visite was.

M'n vrouw kijkt me aan, alsof ze zeggen

wou: nou, da's pas een fatsoendelijke man

Neem daar een voorbeeld aan.

Ergerlijke ideeën. Ik hoef geen voorbeeld te

nemen. Ik kan 't wel zonder voorbeeld.

M'n vrouw kijkt mij dus aan.

Maar ik kijk Teunissen aan, dien langen boo

nenstaak (sla-dood had ik haast gezegd, als ik

me niet zoo ergerde aan ongepaste uitdrukkin

gen).

^ En wat zie ik — vlak bij z'n kin, even boven

z'n boord, twee keurige rooje vlekjes, precies bij

elkaar passend, twee halve maantjes.

In eens herinner ik mij, dat ik dien ergerlij

ken femelaar onlangs heb zien loopen met 'n

vrouwspersoon die heelemaal niet op de per

soon van z'n vrouw leek.

Een klant van hem, zei d'ie, toen ik hem

zoo langs m'n neus weg d'r naar vroeg.

't Gesprek liep over wat anders.

Maar plotseling fixeer ik hem. En zeg:

Vriend Teunissen, ik geloof dat je last van

uitslag krijgt.

Ik? vraagt ie?

Ja d'r zitten rooie vlekjes onder aan je kin.

Moet u iets tegen doen, zei m'n vrouw.

Vind ik ook, zeg ik. Maar ik weet d'r een

middeltje op. Zorg d'r verder voor dat je

„klanten" lippenstift gebruiken die niet af-

geeft !

Of die Teunissen zich geërgerd heeft?

Of ik m'n slinger er in had?

Die ergerlijke huichelaars ook!

PETRUS PRUTTELAAR.

was werkelijk een roode striem, die

om zijn mohd liep, van zijn km tot

aan zijn neusvleugels. Het scheen hem

hevige pijn te doen.

.Het is een gevoel of ik door duizen-

den wespen gestoken ben. U heeft toch

niet het een of andere heische vergif

in den hoorn van de telefoon achterge-

laten inspecteur ?" lachte Seymour, zich

tot Mackostey wendend.

„Neen," zei deze stijfjes

en keek

doodelijk verbaasd naar zijn collega, cue

een kreet van triomf slaakte.

' „Ik heb het," riep hij. „Dit is het

derde punt, Mac. Ben je gaan slapen,

toen wij weggingen, Seymour ?'

Neen," zei Seymour verbaasd, „IK

heb op het bed gezeten en zeker een

paar uur zitten denken, hoe het toch

mogelijk was, dat die waaier draaide.

Omdat ik toch niet slapen kon, besloot

ik op te staan en me te scheren. Maar

er was geen warm water en daarom

„Daarom blies je in de spreekbuis,

om iemand te zeggen, water te bren-

gen," viel Bedford hem bedaard in

de rede.

„Ja," zei Seymour, „maar hoe weet

je dat ?" ., , v •, *

„Omdat een spreekbuis gebruikt

wordt om door te spreken, mijn bestfe

iongen! Vreemd, dat ik daar met eerder

aah gedacht heb! Ik heb je immers

zoo dikwijls gezegd, Mac, dat juist diè

dingen, waar het op aankomt, iemand

het makkelijkst ontgaan."

„Buitengewoon' interessant," zei Mac-

kostey sarcastisch, „wil je daarmee zeg-

gen, dat je dit raadsel opgelost hebt?

„Ja, natuurlijk," zei Gerald en

Seymour slaakte een kreet van verbazing.

„Olie vermindert wrijving, een elec-

trische waaier brengt tocht en een

spreekbuis is om door te spreken

én — het is een buis! Dit zijn de dnei

punten, waar het op aan komt, Mac!

Ik geloof, dat mevrouw Robinson het

bij het rechte eind had, en dat het geen

nachtmerrie van haar geweest is."

„Ik wou, dat je ophield met gra^p-

penmaken," zei Mackostey bruusk.

,Wat bedoel je met dit alles?

Ik bedoel, dat we met een buiten-

gewoon verstandigen en vernuftigen

moordenaar te doen hebben," ant-

woordde Bedford ernstig. „Wie hij is

en waarom hij het doet — dät weet ik nog

niet. Ik weet alleen, dat hij een gevaarlijk

misdadiger is en dat we hem, willen

we hem vangen, het vrije veld moeten

laten. Daarom zal ik weggaan, Mackostey

zal eenigen tijd na mij weggaan en

Seymour moet vannacht weer ui die

kamer slapen, maar we zullen ons nu

bij u in de kamer voegen inplaats van

in den tuin."

Ta " zei Seymour opgewonden, „en

we'zullen hem te pakken krijgen, terwijl

hij bezig is."

■,^; j

'Vv i

.*■£"'

^ tS litt

f MMMjir *>

Het heele *JZ^^^ ^-^ ^fsÄcÄT-^

o. de baby. ^e^.^o' H£^\frZ heel veel moeite.

„Misschien," zei Bedford. Het kan -nareken ^^.^^s dfouS

ook zijn, dat we nog een week of wat ^'^^f^ vUeg kwaad zou

geduld moeten hebben, maar knjgen Scawl er,


de lieftallige Pa

fluistcrcir hij. „Kom nice en dt-nk er

aan... zoo zachtjes mogelijk!"

\'lug liepen we over het grasveld en

klommen langs dm ouden muur naar

iet raam op de eerste verdieping, [k

hoorde Gerald fluisterend Seymour, die

m zijn py.ima hij het venster stond,

goedenavond wenschen. Mackostey

volgde het laatst, licht hijgend; kings

muren klimmen was nu niet bepaald

dagwc ik voor hem.

,.l)cnk er aan," waarschuwde Bedford

nog eens. „Niets zoggen, zelfs niet

fluisteren. Ga zitten en wacht!"

Hij liep naar het tafeltje hij het bed.

«aar de (dec irische waaier stund — in

rust. I lij flitste een kleine zaklantaarn

aan en uc sloegen hem gespannen gade,

terwijl hij de spreekbuis in zijn hand'

nam. Uit zijn zak haalde hij een holle

bms, die ongeveer acht centimeter lanwas,

terwijl aan het eenc eind een stuk

^"■d zat. Hij stopte de buis in de

spreekbuis, terwijl hij den lap goed zóó

wond, dat deze een verbinding vormde

tusschen de spreekbuis en de holle buis

die hij uit zijn zak gehaald had. Kn ten'

slotte plaatste hij losjes een kurk aan

hel andere eind van de metalen buis.

naarna knipte hij het li. lit uit en ging

"P ll( LSTOINI,

ramount-actrice.

bazing zag ik uit de buis een blauwe

vlam komen. Ik zag, dat Geralds gezicht

doodelijk ,vit was; toen nam hij

het gordijn van het bed en drapeerde

hot om hot tafeltje. Daarna was de

kamer weer opnieuw geheel donker.

Naast me hoorde ik Mackoslev zwaar

•ademhalen. Tien minuten bleven'we zoo

doodstil zitten, toen kraakte er boven

ons een plank en werd er een kleine

opening in de zoldering zichtbaar.

„Nu komt het," fluisterde Gerald

vlug. „Denk er aan — wat ik ook doe

maak geen leven en vooral niet

spreken!"

Mijn hart bonsde in mijn keel; de

stilte in de kamer begon op mijn

zenuwen te werken en ik geloof, dat

Mackostey naast mij er niet veel beter

aan toe was. tenminste, een week lateihad

ik nog de sporen van zijn vingers

m mijn arm staan.

i l'i-d zitten. Kr was nu niets

anders te doen dan te wachten.

F let sloeg één uur van den kerktoren,

lialt iwee en er gebeurde niets. Maar

plolseling klonk naast hel bed een

zuak,'knallend geluid. Ik hooide Bedford

zwaar ademhalen, (bj stak zijn

sigai ellen-aansteker aan en bij het

llauwe li. lu, kon ik zien wat hij deed,

"'J '"'-I'l lid vlammetje bij de holle

l'ins, waar de kurk niel meer inzat . d



' ■;

*

C ^fei

...., ,,,--> ,

&*

"•' "-'■'■' f n!^^ ' -'-P : < ... "

i verliefd op Don José.

edurende een twist in de sigaret-

Regie: CEClh LEWIS. ibriek, waar zij werkzaam is, wordt

Muziek van GEORGES _ iooV José gearresteerd, die haar

wel tijdens het transport laat ont-

The New Symphony Orche;

hten, waarvoor hij cachot krijgt,

Dirigent: Dr. Malcolm Sarg nen wordt voor luitenant Zuniga

Een B. I.P.-film,

Elstree bij Londen

PERSONEN:

Thomas Burke

Marguerite Namara

1. Carmen en Don José 2 R» J-

rainey. 5. De hulde aan den toread

opgenomei rächt, -acht die op zijn beurt door haar

iscineerd wordt en haar vrij wü

i op voorwaarde, dat zij met hem

ert... _ ■

osé verlaat zijn post, om Carmen

)ezoeken, maar wordt door den lui-

Lance Fairfax

Lester Matthews.

mt ontdekt. Er volgt een duel,

Winifred

Dennys Wyndham

rin Zuniga gedood wordt,

Virginia

Mary Clare . .

armen en José vluchten samen naar

Charlton M

D. Hay Petrie .

schuilplaats in de bergen. Eemgen

Esme Bei

Victor Fairly

later begeven zij zich naar een

. Madam

Lewin Mannering

, waar de licht ontvlambare Car-

Brune die José beu is geworden, op

Alleenvertooningsrecht voor N toreador verliefd raakt. De

land: N.V. Ufa Film Maatsd pador . noodlgt haar uit om een stiete

Amsterdam. gevecht bij te wonen, wat zij acceprt

Op het hoofd van José is een

Carmen, lid van een smokk s gezet, maar hij riskeert zijn leven.

bende in het zonnige S Carmen te volgen. Als Carmen

heeft tot taak, de soldatei het punt staat de tribune van de

net garnizoen van Sevilla te be! ;na te betreden, wordt zij doar José

om van hen gegevens te verki 'engehouden. Een heftige woordendie

voor haar bendeleden van i

.seling ontstaat en op het oogenblik,

waarde kunnen zijn. Zoo pr de toreador den stier onder luid

zij ook den soldaat Don José juich van de toeschouwers velt,doorzich

te winnen, maar Amor haal

ekt José, die door jaloezie verteerd

schelmschen streek uit, want Ca

irdt, zijn boven alles geliefde Carmen.

wordt, tegen haar bedoeling in

)on Joté smeekt Carmen om haar liefde. »-Lester

thews als luitenant Zuniga. 9. Don Jose heelt

ei men gedood. 10. Carmen wordt gearresteerd.

M, Carmen en Zuniga.

«'^

%>


l\ {*

1

I

-¥-»^

rt

^■^s^mM

s - hin

^-If-s'-'-^

mr-

* ^/


Wel Qécm^ks

Maar hij drong dat grevoel terug en

zei, na enkele oogenblikken gezwegen te

hebben:

„Ten slotte zijn dat dingen, die mij niet

aangaan. Maar wanneer u 'n intieme vriend

van mijnheer Beiersdorf was, weet u waar-

schijnlijk, welke bekenden hij nog meer in

Berlijn had en wie zonder plichtplegingen

bij hem in- en uitgingen."

Erich Roggen bachs hart klopte sneller

toen hij dit vroeg; hij had het gevoel, dat

zijn vraag een beleediging voor Traute

1'alkenhayn was. En hij huiverde bij de ge-

dachte, hèèr naam uit den mond van dezen

man ie zullen hooren.

Heynitz stak langzaam een sigaret op

keek naar de eerste rookwolkjes, die hij

uitblies en zei toen bedachtzaam:

„Ik geloof niet, dat Beiersdorf geheimen

voor mij had en juist daarom moet ik er

bezwaar tegen maken, uw vraag te beant-

woorden, zoolang ik niet weet, wat u daar-

mede precies bedoelt."

De privaat-docent probeerde het langs

een anderen weg.

„Uw vriend leefde, voor zoover ik het kon

beoordeelen, op uiterst bescheiden voet.

Uelooft u, dat hij niettegenstaande dèt, met

menschen uit beter gesitueerde kringen

omging?"

„Het hang er van af, wat u daaronder

verstaat. Ik weet, dat hij begonnen was voor

verschillende uitgevers te werken. Hij

schreef ook in tijdschriften en op die ma-

nier kwam hij ongetwijfeld met allerlei

menschen in aanraking."

Een oogenblik verkeerde Erich in twijfel

H{/ riep een taxi aan en stapte

.

of hij den naam van den bankdirecteur

noemen zou, maar een blik op het onsym-

pathieke gezicht tegenover hem, gevoegd

bij de voorzichtige, ontwijkende manier,

waarop de ander zijn antwoorden inkleed-

de, deed hem besluiten van dit voornemen

af te zien. En hij bepaalde zich er toe te

zeggen:

„Ik dacht speciaal aan vrouwen uit ge-

goede kringen. Is u er iets van bekend, dat

hij daarmee verkeerde?"

De kleine, stekende oogjes keken den

spreker doordringend aan.

„Waarom wilt u dat weten?" klonk het

scherp.

„Omdat ik reden heb aan te nemen, dat

Beiersdorf nog den laatsten nacht van zijn

leven bezoek van een dame had."

„U zegt, dat u reden hebt, dat aan te

nemen, dus u weet het niet absoluut zeker?

U vertelde mij toen, dat u hem op straat

uw hulp had aangeboden, omdat hij onwel

werd en hem naar huis hebt begeleid. Bent

u dan daarna niet bij hem in de kamer ire-

bleven?"

„Neen, kort nadat u was heengegaan

werd mijnheer Beiersdorf kalmer en ik ging'

in de kleine kamer naast de zijne op een

divan wat rusten. En ik heb den zeer ster-

ken indruk, dat er in dien tijd iemand bij

hem was."

„Iemand, die u voor een dame hield?"

„Ja."

„Dat is me niet duidelijk. U moet toch

iets bepaalds gezien of gehoord hebben."

„In een toestand tusschen slapen en wa-

ken zag ik, van de aangrenzende kamer uit.

'" re e L d de^7e a ie7en rdinff *** '^^-^e nederJaag

- 28 —

Dezoe<

vaag een vrouwengestalte, die zich over

het bed van mijnheer Beiersdorf boog. Toen

ik een oogenblik later in zijn slaapkamer

kwam, was de gedaante verdwenen."

„Buitengewoon merkwaardig. Waaruit

leidt u af, dat het een dame uit den gegoe-

den stand moet zijn geweest?"

„Uit hetgeen ik van haar kleeren en sie-

raden zag."

„En haar gezicht? Was ze jong of oud?

Mooi of leelijk? Ik zou graag willen, mijn-

heer Roggenbach, dat u mij deze dame

nauwkeuriger kon beschrijven."

„Dat is mij onmogelijk. Ik heb haar ge-

zicht niet gezien."

„Zoo, u hebt haar gezicht niet gezien,"

herhaalde Heynitz op peinzenden toon. „En

toen u in Beiersdorfs kamer kwam, was ze

spoorloos verdwenen. Hoe?"

„Door de deur, die van het portaal naar

de trap voert, veronderstel ik. Een andere

weg was er niet."

„Dat wil dus zeggen, dat ze ook door die

deur moet zijn binnengekomen," conclu-

deerde de ander. „Maar ik heb toch duide-

lijk gehoord, dat u de deur achter mij

sloot."

„Dat heb ik inderdaad," bevestigde Erich,

„en er is geen andere verklaring mogelijk^

dan dat de dame in het bezit van een sleu-

tel was."

„Hebt u niets tegen Beiersdorf gezegd,

van wat u opgemerkt hadt?"

„Daar had ik geen gelegenheid meer

voor, omdat hij bij mijn binnenkomen al

o\ erleden was."

Georg Heynitz blies snel achter elkaar

een paar rookwolken uit en staarde naar

het plafond. Er gingen eenige seconden

voorbij, vóór hij weer het woord nam.

„Neen, over die spookachtige dame met

den huissleutel kan ik u geen inlichtingen

geven. Waarschijnlijk kwam ze ergens uit

de vierde dimensie. Maar nu we het toch

over geheimzinnigheden hebben, kan ik u

nog iets eigenaardigs vertellen, dat met den

dood van mijn vriend Beiersdorf samen-

hangt. U hebt daarnet terecht gezegd, dat

hij op bescheiden voet leefde. Maar dat

neemt niet weg, dat hij in het bezit was

van aanzienlijke geldmiddelen. Zooiets komt

bij een zonderling wel meer voor, niet-

waar?"

„Ongetwijfeld. Mijn oordeel berustte ook

alleen op wat ik van zijn uiterlijk en zijn

omgeving heb waargenomen."

„Dus zijn dankbaarheid heeft hem niet

zóó mededeelzaam gemaakt, dat hij u aan-

wijzingen heeft gegeven omtrent de plaats,

waar hij zijn vermogen verstopt had?"

Erich keek verbluft op bij deze mede-

deeling van zijn tafelgenoot. Dit was wel

het laatste, wat hij verwacht had!

„Neen, daar heeft hij het heelemaal niet

over gehad," verklaarde hij hoofdschud-

dend.

„Laat ik u dan zeggen, dat er een groote

sojn geld bij hem verborgen was, een ka-

pitaal — ja, u kunt het gerust een ver-

mogen noemenl"

.


" Is 1I dat ,^ et "»«^waardigre, dat u mij wilde

vertellen?

„Neen. Het merkwaardigre zit hierin,- dat

het g-eld blijkbaar even spoorloos en raad-

selachtig verdwenen is, als uw mysterieuze

dame. Voor zoover ik te weten ben kunnen

komen, is er in de nalatenschap van Beiers-

dorf maar een belachelijk klein bedrag- bes

e

vonden. '

Erichs gedachten waren natuurlijk al lang

bij het pakje, dat zich in den rooden boekomslag

had bevonden en dat Franz Beiersdorf

hem verzocht had in bewaring te

nemen. Vergeefs had hij het, na den dood

van den eenzamen man, gezocht op de

plaats, waar hij het had neergelegd. Opnieuw

woelden de zonderlingste gevolgtrekkingen

en de avontuurlijkste veronderstellingen

in zijn geest dooreen. Het eene

oogenblik leek de samenhang hem zóó

klaar en doorzichtig, dat de waarheid zich,

om zoo te zeggen, met beide handen liet

grijpen, en het volgende moment wierp de

herinnering aan het mooie, edele gelaat van

Traute Falkenhayn het stevige gebouw

zijner logische theorieën weer omver en

scheen de werkelijke toedracht in een ondoordringbaar

duister gehuld.

Traute een dievegge? Van alle koortsige

fantasieën, van alle ziekelijke hallucinaties,

die m een verbijsterd brein konden opduiken,

was dit wel de krankzinnigstel De gedachte

was te absurd om er ook maar een

halve seconde aan te verspillen; het zou

onvergeeflijk zijn, misdadig zelfs, om naar

het bewijs voor een dergelijke veronderstelling

té zoeken. Maar vergeefs spande

hij al zijn geestkracht in, om zijn opwinding

en verwarring meester te worden: de

uitdrukking van zijn gezicht en het nerveuze

bewegen van zijn vingers, verrieden

zijn innerlijke emotie.

De priemende oogjes van den vreemde-

ling namen hem doordringend op.

„Zeg ik te veel, als ik dat merkwaardig

noem, mijnheer Roggenbach?" vroeg hij.

En toen, na een kort oogenblik van stilte:

„Of moet ik uit uw gespannen blik opma-

ken, dat u een oplossing voor het raadsel

meent gevonden te hebben?"

„Hoe komt u daarbij? Ik wist niet, dat

mijnheer Beiersdorf geld in huis had en

weet evenmin, waar het zich op het oogen-

blik bevindt."

Hij had snel, tè haastig eigenlijk, geant-

woord en hij voelde, dat het bloed naar zijn

gezicht vloog, als bij een kind, dat zich

van een leugen bewust is. Hij was boos op

zichzelf; hij persoonlijk had geen enkele

reden om de waarheid over het pakje te

verzwijgen. Maar als hij dat deed, bleef dan

de mogelijkheid open, om het andere stil te

houden? Kon hij vertellen van het spoor-

oos verdwenen pakketje, zonder zich uit te

laten over zijn vermqedens ten opzichte

van de identiteit der^achtel^jke iezoekster?

Zou dat niet een nóg grootere onwaar-

achtigheid zijn, dan waaraan hij zich nü

schuldig maakte? En toch zat-er niets an-

ders voor hem op, dan zijn toevlucht te

nemen tot een noodleugen, hoe zijn.eerlijk-

heid zich dsar ook tegen verzette, want

onder geen beding mocht hij den naam van

traute Falkenhayn in gevaar brengen, door

dien^ prijs te geven aan een sinister sujet

als daar tegenover hem zat.

„Het is heel jammer, dat u er niets van

weet, hernam de ander, „want als de zaak

vroeg of laat ter sprake komt, zal men zich

natuurlijk in de eerste plaats tot ü om in-

lichtingen wenden."

„In dat geval zal men zich tevreden

moeten stellen met hetgeen ik vertellen

kan.'

Georg Heynitz negeerde dit korte, af-

doende antwoord volkomen.

„Er zijn ten slotte maar twee mogelijk-

heden," ging hij voort. „Beiersdorf heeft

kort voor zijn dood het geld aan een ander

toevertrouwd, of het is na zijn overlijden

gestolen. Als ik met het onderzoek belast

was, zou ik, het karakter van Beiersdorf

kennende, de laatste mogelijkheid als uit-

gangspunt nemen."

Erich Roggenbach wist zelf niet hoe het

kwam, maar hij beschouwde de op beleef-

den, rüstigen toon uitgesproken woorden

en de onafgebroken op hem gerichten, ste-

kenden blik opeens als een weergalooze

onbeschaamdheid. En zonder er zich reken-

schap van te geven, dat zijn-eigen slecht

geweten hem parten speelde, antwoordde

hij heftig:

„Waarom zegt u dat eigenlijk tegen mij,

mijnheer? Wat heb ik er mee te maken en

waarom veronderstelt u, dat het mij inte-

resseert? Als u een of andere verdenking

koestert, waarom gaat u dan niet naar de

politie of naar den officier van justitie? Dat

lijkt mij de beste weg om de zaak tot klaar-

heid te brengen."

„Het is inderdaad niet onmogelijk dat ik

binnenkort besluit dat te doen. Maar ik

houd er van, zelfstandig te handelen en ver-

beeld mij over meer scherpzinnigheid en

speurzin te beschikken dan de gemiddelde

rechercheur. Voorloopig heb ik nog goede

hoop om ook zonder hulp van de autori-

teiten achter de waarheid te komen."

Erich tikte tegen zijn glas om den kellner

tf waarschuwen.

„Ik wensch u goed succes bij uw pogin-

gen, zei hij kortaf, „en overigens begeer

ik persoonlijk niet verder over deze aange-

legenheid lastig te worden gevallen. In elk

geval niet," voegde hij er scherp aan toe

„door personen, die in gebreke blijven zich

behoorlijk te legitimeeren, wanneer ze vra-

gen stellen."

Georg Heynitz kreeg geen gelegenheid te

antwoorden want de kellner was inmiddels

bij de tafel gekomen. En onmiddellijk na-

FrLo ^T* betaald had ' st ond

tnch Roggenbach op en verwijderde zich

zwijgend, met een koele, stijve buiging.

HOOFDSTUK VIL

In een vriendelijk briefje had Ludwig

Falkenhayn den jongen privaat-docent me-

degedeeld, dat hij steeds des Zaterdags,

van vijf uur af, voor zijn intieme vrienden

tehuis was. Maar Erich Roggenbach had

zich voorgenomen van deze uitnoodigino-

voorloopig geen gebruik te maken. Het

zou eerst inwendig rustiger moeten wor-

den, meende hij, voor hij in staat was

traute Falkenhayn weer te ontmoeten.

Des Zaterdagochtends nog was hij over-

tuigd, dat zijn besluit, om het huis vqn den

bankier eenigen tijd te mijden, onwrikbaar

vaststond. Zooals gewoonlijk gaf hij 's mor-

gens college, wel is waar. zonder opgewekt-

heid en zonder innerlijk meeleven, om daar-

na m een rustig, voornaam wijn-restaurant

„Unter den Linden", waar hij een geregeld

bezoeker was, omdat het niet ver van de

universiteit lag, het middagmaal te gebrui-

ken. Hij was van plan 's middags naar een

lezing, te gaan van een bekend econoom

over een onderwerp, dat in het brandpunt

der algemeene belangstelling stond, en hij

ging tijdig weg, om aan dat plan gevolg

te geven. Hij was echter nog niet halver-

wege het doel van zijn wandeling gekomen,

toen hij een taxi aanriep, en er met de ge-

waarwording, een beschamende nederlaag

te hebben geleden, in stapte.

Hij gaf den chauffeur het nummer van

het huis in de Hardenbergstrasse, dat door

een toeval zoo'n groote rol in zijn leven

van de laatste weken was gaan spelen. Het

gezelschap, dat hij in Falkenhayns smaak-

volle salons aantrof, was wel in staat, hem

een hoogen dunk te geven, van de achting

die zijn gastheer voor den zoon van iim

ouden vriend koesterde; het mocht inder-

daad een onderscheiding heeten in dezen

kring te worden opgenomen. Er waren on-

geveer vijftien bezoekers: heeren op gevor-

derden leeftijd, vrienden van den bankdirec-

teur uit de financieele wereld, en enkele

kunstenaars of geleerden, waarmee de veel-

zijdig ontwikkelde man gaarne voeling

hield. Het waren op hun speciaal gebied

allen mannen van naam en beteekénis, de

„fine fleur der intellectueele en zaken-

wereld van de Duitsche hoofdstad.

(Wordt vervolgd)

WOORDEN VAN GUUS BETLEM Jr.

ALS öC mm. "WAS,,.

MUZIEK VAN MIEP ALGRA

Mr ik rijk WA3 «^ Ik daA^'lijkswetw'« a-u-.to er op uu t, Eu M»V

fiet* ik Inden re-geMweteeM ko^.-deMH.it.tan *mut. Ab ik rijkwAägi^lk Wo^m in een pm^.tig moo\ p*.

lei«, Mwtchr-fkY*-^ 0 .

Als ik rijk was ging ik 's zomers

Naar de zee en naar het strand;

Nü bezoek ik deze streken

Op de plaatjes, in de krant!

Als ik rijk was at ik enkel

Wat bijzonder lekker was,

En nü geeft m'n hospita me

Groente, met den naam van . .gras!

en wn voe-ten zijH a-b ij«. 'Néé.Öod.-.dankdat Ik niet

Refrein:

Néé, Goddank, dat ik niet rijk ben,

Want dan hield ze, g'loof me vrij.

Misschien enkel van m'n rijkdom.

En nü houdt z'alléén van... mij!

Als ik rijk was, wel, dan eischte

De belasting 't grootste deel.

Maar ... dat doet ze nü toch ook al,

Dus dat geeft niet eens zoo veel!

Als ik rijk was, kocht ik alles,

Kocht ik alles wat ik wou.

En ... wanneer ik dan wou trouwen,

Wel., dan kocht ik ook. .eenvrouw!

MAISON ODIOT 7 PLACE DE LA MADELEINE, PARIJS

Fabriek van

Artistiek

Zilverwerk

Gevestigd

in

1690

IN n\

«irsr

'Ft

.■■r<

Specialiteit

voor

geschenken

in zilvei

en verzilverd

metaal

GROOTE KEUZE IN KUNSTVOORWERPEN UITGBVOBRD NAAR ONTWERPEN UIT ELKE STIJLPERIODE



UW ragfijne draadjes bestaat

Uw 1 iimeng'oed

De grove, met de hand geweven stoffen,

zooals onze grootmoeders die nog droegen,

zijn er bijna niet meer.

Daarom dient men tegenwoordig, voor die

fijne weefsels, een waschmethode toe te

passen waarbij het goed volkomen gespaard

blijft. Vóór alles moet hard wrijven en

boenen vermeden worden.

Met Pcrsil, het cenige zelfwerkende wasch-

middel, krijgt U - met eenmaal kort koken -

zónder wrijven en boenen een hagelwitte

en heerlijk frisch ruikende wasch.

Gebruikt Persil echter steeds alléén, zonder

eenige toevoeging van zeep of zeeppoeder. En

zooals de gebruiksaanwijzing het aangeeft:

een pak Persil op

3 emmers water

(Eerst oplossen in een beetje koud

water tot een papje, zonder klonten).

^ mri W* 1 I • 1 I I I I I .** ■

Red. en Adm. Galgewater 22 Lelden. Tel. 760 i'ostrekeninc] 418Ö0

,,.; ■.,^-.,,,r.,vr,j

Verschynt wekelUks - Prys per kwartaal f. 1^5.

More magazines by this user
Similar magazines