P. Donatus Dunselman Kana Sera of Zang der Zwangerschap; Een ...

booksandjournals.brillonline.com

P. Donatus Dunselman Kana Sera of Zang der Zwangerschap; Een ...

P. Donatus Dunselman

Kana Sera of Zang der Zwangerschap; Een sacrale hymne der Mualang-Dajaks

In: Bijdragen tot de Taal-, Land- en Volkenkunde 110 (1954), no: 1, Leiden, 52-63

This PDF-file was downloaded from http://www.kitlv-journals.nl


KANA SERA

OF

ZANG DER ZWANGERSCHAP

Een sacrale hymne der Mualang-Dajaks.

T I n het opstel over de huwelijks-adat der Mualang-Dajaks (Bijdr.

JL Deel 106, p. 11) wordt onder de huwelijksgebruiken vermeld het

reciteren van een. oud verhaal, berkana genoemd.

De Mualang kennen verschillende vormen van berkana of bakana

en het gezang of kana, dat bij een huwelijksfeest wordt gezongen heet

Kana Sera, d.i. Zang der zwangerschap.

Wij hebben de volledige tekst — ruim 3000 versregels — van deze

Kana Sera uitgetypt in Mwo/angr-dialect en Nederlandse vertaling. Het

origineel is op schrift gesteld door Martinus Sinji, een ongeschoolde

maar zeer schrandere Mualanger, van kampong Merbang-M'padjak,

met wiens hulp wij dit uitgebreide gezang hebben vertaald en gecom-

.mentarieerd.

Wij zijn sterk getroffen door de letterkundige schoonheid van dit

gezang en door de schildering van vrijwel het gehele Dajakse leven

van iedere dag. En om de litteraire schoonheid èn wegens het inzicht,

dat dit gezang ons geeft in het vroegere en hedendaagse Dajakse leven,

voelen en denken, achten wij volledige publicatie van dit gezang met

inleiding en commentaar alleszins gerechtvaardigd. Ter opwekking van

de belangstelling voor dit cultuurproduct van Dajaks geestesleven

moge echter dit korte opstel voorafgaan.

De overlevering der Mualang begint met Balai Gamang en diens


KANA SERA OF ZANG DER ZWANGERSCHAP. 53

vrouw Tikal Bidang, die woonden te Tampun Djuah, waar de Mualang

hun oorsprong plaatsen 1 ).

Toen Tikal Bidang zwanger was, vertelde zij haar man, hoe zij in

haar dromen een tuin had gezien met allerlei soort vruchten, waar zij

intens naar verlangde. Die tuin lag op Djawa en de weg erheen werd

door Tikal Bidang uit haar droom aan haar man medegedeeld. De

man ging op weg en kwam bij Manang Kedung, de eigenaar van de

tuin. De vruchten daar verkregen bracht hij naar zijn vrouw, die er

geheel door opleefde en voorspoedig een zoon baarde, Keling genaamd,

een van de grootste helden uit de sagen der Mualang-Dajaks en de

vele met hen verwante stammen, in het bizonder de Iban- of. Batang-

Lupar-groep. Deze Keling, omtrent wien talrijke verhalen bestaan 2 ),

verdwijnt als hij volwassen is naar een plaats waar waterhymfen

wonen. Hij wordt opgevoed door een beroemde nymf, en zwerft tenslotte

overal rond tot in de hoge hemelregionen.. Zijn vrouw Kumang —

de Venus uit de sagen van deze Dajaks — gaat hem zoeken en vindt

hem in de hemelse regionen. Zij brengt hem terug naar het land der

Buah Kana, waarvan Panggau het middelpunt vormt.

Buah Kana. is de vaste aanduiding voor de helden, bezongen in de

verschillende kana. Oorspronkelijk woonden deze helden tezamen met

de Dajaks, Mualangers en aanverwante stammen. Deze stammen raakten

hen evenwel kwijt nog vóór men van Tampun Djuah was vertrokken.

Zij verdwenen, raib, naar een andere plaats, 'alam, maar' altijd

nog kunnen zij weer een zichtbare gedaante aannemen en de mensen

helpen. Men houdt uitdrukkelijk staande, dat zij tot deze wereld, dunia,

behoren en niet tot de langit of hemelregionen, noch tot de sebajan of

*) Vgl. Bijdr. Deel 106, p. 1.

2 ) Vgl. de publicatie van J. Perham hieromtrent in Journ. Straits Br.R.As.Soc.

No. 16, Dec. 1885, „Klieng's War-raid to the Skies", welke is opgenomen in het

grote compilatiewerk" van H: Lirig Roth: The natives of Serawak and British

North Borneo, London 1896, Vol. 1, p. 311-325; alsook de aangehaalde fragmenten

uit Mr. Brooke Low's Notes l.c. p. 326-338. A. J. N. Richards, M.A. zegt:

„The foremost figure in the legends is always Kling Aji" („The Migrations of

the Ibans and their Poetry" in "The Sarawak Museum Journal Vol. V, May

1949, p. 77.


54 KANA SERA OF ZANG DER ZWANGERSCHAP;

schimmenwereld 3 ). Zij zullen eens terugkeren onder de Dajaks en dan

de oude, gouden tijden doen herleven. Intussen zijn zij geworden tot

buah kana, personen, die men bezingt, buah kerinduan, personen naar

wier terugkomst men verlangend uitziet.

De inhoud van deze Kana Sera moet volgens mijn zegsman Sinji

worden verstaan als een bedekte toespeling, sindiran, op het ideale

huwelijk van Kumang en Keling. Daaruit verklaart Sinji ook de merkwaardigheid,

dat erin wordt verhaald, hoe een meisje op stap gaat om

een man te zoeken, een ongewoon feit waarop ook een paar maal in

het verhaal zelf spottend wordt gereflecteerd.

Het gezang wordt genoemd Kana Sera, omdat het begint met een

gesprek tussen vrouw en man, waarin de vrouw mededeelt, dat zij

zwanger is {sera = begin van zwangerschap). Het meisje, dat geboren

wordt, is de hoofdpersoon van dit gezang; het verhaalt haar opgroeien,

haar opvoeding door de beroemde nimf Pupu' Perua, haar tocht naar

de hemelregionen onder allerlei avonturen, waar zij tenslotte de haar

passende bruidegom vindt en mee terugneemt naar de aarde, naar

Panggau, waar tot slot uitbundig wordt gefeest door al de Buah Kana.

Deze Kana Sera mag alleen gezongen worden op een huwelijksfeest,

in tegenstelling met andere Kana, welke men uit gezelligheid bij iedere

voorkomende gelegenheid zingt. Het is oorspronkelijk niet slechts bedoeld

als een aangename verpozing, maar als een zang welke ook

„zegen" brengt. Inplaats van zelf de wondere vruchten uit Djawa

te halen is het voldoende deze kana te zingen: „untuk mengambil

tuahnja", zoals mijn zegsman het uitdrukte, d.i. „om de wonderbare

zegen ervan te verkrijgen". Dat wordt bedoeld met de ondertitel: een

sacrale hymne. Wat de vorm betreft komt dit gezang sterk overeen

met het in Anthropos (Jrg. 1912 e.v.) gepubliceerde Iban-gezang

„Mengap Bungai Taun"; de inhoud echter is geheel verschillend. De

3 ) J. Perham verklaart omtrent Kling: „He is supposed to belong to this

world of ours, but is not now visible to human eyes as in the good time of yore

to which Dyaks look back as the golden age" (H. Ling Roth l.c. p. 311).:

Mr. Brooke Low spreekt van: the demigods of Panggau Libau (Ling Roth l.c.

p. 331). Hij noemt Kling „an inhabitant of the spirit world". Deze Kana Sera

plaatst echter het verblijf der „Buah Kana" op deze wereld tegen over de Jangit"

of hemel (vers 2615 e.v.). Leo Njuak noemt Kling, Bungai Nuing (titel voor

Idjau, aangenomen broer van Kling), Ladja Pungga en vele andere „Buah Kana"

onder de mannelijke „antu's", wat we wel onjuist mogen noemen (Anthropos

Jrg. 1906, p. 19).


KANA SERA OF ZANG DER ZWANGERSCHAP. 55

hoog waarderende woorden van Pater W. Schmidt, die spreekt van

„the wonderful art of rhyming, which, without doubt, rivals the most

artificial specimens of Italian and other Roman people's poetry"

(Anthropos, Jrg. 1912, p. 135) mogen o.i. ook gelden voor deze

Kana Sera.

De Mualangers zelf duidden voor mij de vorm van deze kana steeds

aan als ëén sja'ir> doch dan moeten wij dit een vrijere vorm noemen

van de „klassieke" sja'ir, zoals die wordt besproken door Dr. C. Hooykaas

4 ). De karakteristiek, welke door hem wordt gegeven van de

Maleise sja'ir, gaat ook in veel punten voor dit gezang op.

Het vierregelig rijmschema is echter geheel verbroken. Er komen

serie's voor van twee tot twintig regels en meer, met gelijk eindrijm.

Enkele regels rijmen in het geheel niet. Daarbij is de lengte der versregels

wel zeer ongelijk: het aantal woorden per regel varieert van drie

tot over de dertig. Deze verschillende lengte der regels heeft o.i. meermalen

een sterk plastische werking. De rijkdom aan binnenrijm en

assonantie geven dit gezang een grote klankschoonheid en deze, gepaard

met meermalen prachtige beelden en lang uitgewerkte „Homerische"

vergelijkingen, geeft aan deze volkspoëzie een hoge bekoring en o.i.

ware, letterkundige schoonheid.

In de hier geboden vorm is deze Kana Sera nog van vrij jonge datum,

(nog geen eeuw oud) wat ook blijkt uit de vele toevoegingen, duidend

op nog tamelijk recente gebeurtenissen, waar de heer Sinji zelf mij

meermalen op attendeerde. Hoewel het verhaal bij de gehele Mualangstam

algemeen bekend is, heeft de vorm hier geboden zich meer ontwikkeld

onder de Mualangers van de Beneden-Belitang en van het

S. Ajak-gebied.

Wij hopen in een uitgebreidere inleiding bij publicatie van het volledige

dichtwerk nog op een en ander in'verband met deze Kana terug

te komen.

Wij moeten nog wijzen op enkele spellingsmoeilijkheden, welke het

Mualang-dialect meebrengt en die hun weerslag vinden in het originele

handschrift door verschillende spelling van dezelfde woorden; moeilijkheden,

welke wij als leek niet kunnen oplossen, doch die wij slechts

naar ons beste vermogen willen trachten aan te geven.

4 ) Dr. C. Hooykaas, Over Maleise literatuur, 1947, p. 68 e.v.


56 KANA SERA OF ZANG DER ZWANGERSCHAP.

1. Uit de originele tekst blijkt, dat de schrijver de pëpët en de a

dikwijls verwisselt, evenals de è (ongeveer als in het Nederlandse

woord pet) en de » (ongeveer als in pit), als ook de u (als in loens)

en de o (als-in long). Het wil mij voorkomen, dat dit hetzelfde verschijnsel

is als in de oudere Maleise spelling. Wij hebben deze verschillen

in spelling aanvankelijk willen wegwerken in onze tekst, maar

tenslotte het beter gevonden ze te laten staan.

2. Van meer betekenis is de ongelijkheid in spelling van woorden

als: ma' of mba' = titel voor mannen; nu' of ndu' = titel voor vrouwen

; ngau of nggau = gebruiken, omdat hiernaast ook bestaat: maf

= dragen; nu' = bezit aanduidend; ngau = voelen, beetpakken. Dit

rijtje woordparen is gemakkelijk tot een tien- of twintigtal uit te

breiden, waaruit zou blijken, dat het hier een foneem-verschil betreft.

De onzekerheid van de opschriftsteller wat betreft de spelling van dit

soort woorden, komt o.i. wel voort uit het feit, dat van de b in mb,

de d in nd, en de tweede g in ngg bij de uitspraak (bijna) niets te horen

is. Volgens veler zeggen, n.m. Mualangers, zou het verschil voornamelijk

bestaan in hetniet-nasale van de volgende klinker bij woorden als

ganta' of gamba' = in de war zijn, pinggai of pingai = schotel, nai

of ndai = moeder, tegenover een nasale klinker in de corresponderende

vormen: gama' = tastend zoeken, pingai — naam van een steen en

nai = het fijne van iets.

Bij alle woorden van dergelijke structuur zou moeten worden nagevorst

of de volgende klinker nasaal is of niet, of men mb of tn, nd of n,

ngg of ng moet schrijven. Toen wij dit trachtten te doen, bleek men —

hoewel in vele gevallen onmiddellijk in staat een beslissing te geven

— toch ook meermalen te weifelen. Wij zijn hieromtrent nog niet tot

klaarheid gekomen en weten ons bovendien volkomen leek in deze.

Waar dus woorden als mbèh, ndon en djenggi ook worden gespeld als

mèht non en djengi in dezelfde betekenis, is duidelijk wat wordt bedoeld.

Komen echter woorden alleen voor in de laatste spelling, dan

is het niet uitgesloten, dat sommige van hen ook (en mogelijk beter)

op de eerste manier kunnen worden gespeld.

3. De schrijver is nauwgezet in het aangeven van de stembandklapper

.tegenover een open of door k afgesloten eindklinker. Komt

echter meermalen een woord voor met en zonder stembandklapper (b.v.

baru' en baru) dan is dit een dichterlijke vrijheid in die zin, dat men

het overeenkomstige Maleise woord zonder stembandklapper gebruikt

in verband met het rijm.


KANA SERA OF ZANG DER ZWANGERSCHAP. 57

Het komt ons voor, dat in de vrij talrijke Engelse publicaties over

het nauw verwante Iban-dialect deze stembandklapper over het hoofd

is gezien. Ook al zou men met Perham het verschil tussen een open

en een door een stembandklapper afgesloten klinker opvatten als een

lengte ver schil der vocalen, dan zou men dit toch op een of andere

manier tot uiting moeten brengen, daar het om een fonematisch verschil

gaat, zoals Perham zelf aanduidt 5 ).

Om een indruk te geven van dit gezang laten wij thans de aanhef

van dit gezang met vertaling volgen.

5 ) In H. Ling Roth l.c. Vol. 2, p. 270 zegt Perham: „But further, in words

„ending with vowels there is a difference in the pronunciation.of the final vowel

„which cannot be referred simply to a transposition of the accent. These final

..vowels have two sounds which I can only call a long and a short vowel sound,

„so that words spelt with exactly the same letters are ohly distinguished by the

„quantity given to the final vowel. Thus ngantl means to exchange, but ngantï

„to wait for; petl a box, but petl a pig-trap; malü to be ashamed, but matü to

„strike; agü a privy, but agü foolish; tebü sugar-cane, but tebü a kind of wart

„or corn on the f eet; mangka is a man's name, but mangka to knock against.

The difference between these vowel sounds is not much; but slight as it is

the natives detect its non-observance in a moment."

„Some years ago I asked an intelligent native to write down a list of Dyak

words. From reading. Missionbooks he had been accustomed to the' use of the

short mark; and without any' suggestion from me he put the mark over every

vowel that required the shortened sound."

De heer Sinji, die zich zelf lezen en schrijven heeft geleerd, gebruikte voor de

vereiste klinkers het teken voor de hamzah. Het is de vraag of de persoon

door Perham bedoeld, indien hij het teken voor de hamzah had gekend, dat niet

zou gebruikt hebben.

Bij de woordparen door Perham opgegeven, waaronder wij er meerdere herkennen

met dezelfde betekenisverschillen in het Mualang-dialect, mogen we uit

dat dialect nog een paar voorbeelden voegen: teka nevenschikkende conjuctie,

teka' een soort neet, tekak adamsappel; isa voelen, isa' laat maar, isak drukkend

warm; kudi goud en edelstenen, kudi' storm, kudik vrouwennaam; mangku een

titel, mangku' in de schoot houden, mangkuk kom.


58 KANA SERA OF ZANG DER ZWANGERSCHAP.

KANA SERA

Ari diganti Kaloi udah belaki bukai malam;

Randang dabilang Ruai Lalang udah betunang bukai bulan;

Taun dapun Ajun Dundun udah betunang be-ikun setaun padi dimakan

Djerita seleka Punai Ara aba' Tunang Gara njau limpang lilai;

5 Sigi' djaku' Ndu' Telingu' Mendu' aba' Tunang Dangku' njau

[pandjang anjai;

Tjakap Talap Djelawat aba' Tunang Padat njau seberang sungai.

„Kati kini kakiku mèh laki serandang ini, asa darunti ka ui sega' seluai;

„Ngapa dalamku Tunang Padan sekong randang bulan, asa darendam

[ka asam tuai;

„Kati tulangku mèh tunang, asa datentjang ka kabang bait rangkai;

10 „Ngapa pala'ku Tunang Djangka', asa datempenga' ka isau andai ;

„Ngapa mataku mèh Tunang Gara, asa mpeleman leka buah melai;

„Tubuhku asa dapansuh nanjak seluai".

Seleka djerita djara' sedua njau mah besaut-saut;

Sigi' djaku' njau betuntut-tuntut.

15 Kenandi laki Ruai Peridi njau djampat njambut.

„Nti' di' ka' mati lenjau, tada' berau kita sebuah tadjau ngau beras

[penjemuran;

„Tada' manuk kita sebuah biduk nggau pampas penselan;

„Tada' babi kita serehti ngau belian njaman;

„Tada' pulut kita sekambut ngau tungkat njemajan".

20 Betimbal semiku' lagi betingka'-tingka', besaut-besesinga'.

„Mimpi makai sibau ku, mèh Tunang Kerakau, da Laut Ambau

[tumbuh da takau buluh laki;


KANA SERA OF ZANG DER ZWANGERSCHAP. 59

ZANG DER ZWANGERSCHAP

De^dagen zijn elkaar opgevolgd sinds Kaloi is gehuwd en zo ook

[de nachten;

Men heeft de manen geteld sinds de Argusfazant is verloofd reeds

[meerdere maanden;

Een jaar is verlopen sedert Ajun Dundun is getrouwd en een

[oogstjaar verbruikt;

Dan spreekt de Vruchtduif tot haar geliefde man met veel omslag

[van woorden;

5 Een woord van de Wiegende Vogel aan haar beminde bruidegom

[lang en breed;

Een gesprek van de Happende Vis met haar wederga als het over-

[steken van een rivier.

„Wat is het toch met mijn benen mijn man, alsof- men met rotan er

[omheen schuurt;

„Hoe voel ik mij van binnen, beminde echtgenoot, al een maand

[lang als vol zure vruchten;

„Hoe voel ik mijn beenderen, gij mijn bruidegom, dor en droog

[als geslagen met een klopper voor boomschors;

10 „Waarom voel ik mijn hoofd, geliefde man, als hakte men er op

[met een sierparang;

„Waarom voel ik mijn ogen, gij mijn beminde, als ontstoken geraakt

[door een zeggekorrel ;

„Mijn lichaam als een bambu-koker met kleine visjes geroosterd

[boven vuur".

Aldus loopt het gesprek der getweeën in woord en wederwoord;

Een samenspraak over en weer.

15 Zacht spreekt de man van de Argusfazant haar vlug antwoordend;

„Indien gij u voelt als te zullen sterven, wij hebben veel rijst, een

[tempajan vol, om u mee te bestrooien;

„Talrijk zijn onze kippen, een prauw vol, om u mee te bestrijken

[(met bloed);

„Talrijk onze varkentjes ter betaling van de medicijnman;

„Overvloedig onze kleef rijst, een zak vol, voor een ofïerbambu".

20 Zo praten zij over en weer in woord en wederwoord.

„Ik droomde dat ik sibau-vruchten at, mijn geliefde man, van Laut

[Ambau groeiend aan rijkvertakte bambu;


60 KANA SERA OF ZANG DER ZWANGERSCHAP.

„Mimpi meda' tjekala' ku, mbèh Tunang Kedeka', da Djawa Landa'

[tumbuh da tangga' Bua' Bui;

„Mimpi meda' tingkas berambai da Laut Lawai bedjuntai langgai

[aba' pauh djenggi; .. .

„Mimpi meda' asam munung da Laut Mentung tumbuh da pajung

[mata-ari;

25 „Mimpi meda' selang asam mbawang tai beketupang ka mas mansi;

„Mimpi meda' asam kemantan da Djawa Djingan tumbuh da djamban

[Pangiran Adji"

Seleka djerita nadai ia medjah;

Sigi' djaku' ntung Tunang Angku' nadai ia njalah.

Atjukah badju rentaga benang;

30 Ngelatja Serbaja dj era dabunga muduh da tampang;

Ngatji bati' Betawi tai betisi ka bati' Tjemarang;

Ngambi' tengkelai langki' dua uti' ngempulur senggang;

Ngatju gantung alu seribu numpu ka bulik kedang.

Sikap genap, mis tjawis;

35 Babam dasimpan lengis-lengis.

Angkat nadai bula' balang;

Ambau nadai mang-mang.

Atju ramu birang senata;

Apis tjawis tjukup semua;

40 Sikap genap birang pengkira.

Djapai sapai badju benang;

Bawa' tumpa' lebang tulang;

Kampil kedildjaung rirang;

Tangkin tilin ulu tulang;

45 Katung sentupung bulu kengalang;

Tanggung paung sumpit tapang;

San tunam bangku senapang.

Da-ajak-ajak bau nandam;

De-ntak-ntak betis ngentam.

50 Ngembing dinding rirang sengkadjang;

Suruk pituk padung pantang;

Tidjak tangga' anak kementjiak munsang muang;

Genti' alau munti' bisi' ai' tempangan punggang;


KANA SERA OF ZANG DER ZWANGERSCHAP. 61

„Ik droomde dat ik asam-vruchten zag, mijn beminde, van Djawa

[Landa' groeiend aan de trap van Bua' Bui;

„Ik droomde dat ik een tros zure rotan-vruchten zag van Laut Lawai,

[afhangend met pauh djenggi;

„Ik droomde dat ik zure munung-vruchten zag bij Laut Mentung

[groeiend onder de zonneschijf;

25 „Ik droomde dat ik zag schillen rinse mbawang-vruchten met

[gouden kelk;

„Ik droomde dat ik zure kemantan-vruchten zag te Djawa Djingan

[groeiend op het vlot van Pangiran Adji"

Geen enkel woord wijst hij af;

Niet èèn woord van de geliefde bruid acht hij verkeerd.

Hij doet aan zijn jasje met rode band;

30 Hij windt om zijn hoofddoek met rode bloemen en purperen rand;

Hij schikt zijn Betawi batik-doek met rand van Tjemarahg-batik;

Hij neemt zijn twee armbanden wit als het merg van de senggang-

[stengel;

Hij doet om de hangende rijststampers duizend (agaatstenen),

[gepaard met de stenen van bulik kedang;

Dan*is hij klaar, geheel gereed;

35 Al zijn benodigdheden volledig gepakt.

Hij vertrekt en keert niet leugenachtig terug;

Hij gaat op weg en treuzelt niet.

Hij ordent zijn benodigdheden van allerlei;

Gans volledig, van alles genoeg;

40 Geheel compleet, velerlei zaken.

Hij pakt zijn zelf geweven jasje met rood koord ;

Neemt de pagaai van leban-hout, hard als been;

De draagmand fijn gevlochten van gespleten bladnerf;

De fraaie parang met benen handvat;

45 Hij zet op zijn hoofdbedekking met veren van neushoornvogel;

Legt over de schouder het blaasroer van tapang-hout;

Hij neemt op de schouder de kolf van zijn geweer.

Hij stapt voort met heen en weer gaande schouders;

En met trillende kuitspieren.

50 Hij loopt langs de wand van gespleten sengkadjang-hout;

Onderdoor de balkverbinding van de pantang-zolder;

Hij stapt op het bovenstuk van de trap, dat krakend piept als een

[springende munsang;

Hij grijpt de bambu-leuning met water in het kapgat;


62 KANA SERA OF ZANG DER ZWANGERSCHAP.

Tudjai sempana landai baik penantai pinggai lajang;

55 Tegu' tangga' indu' munji teraku' babi belang;

Tengah menala luah miah buah djelumpang benang,

Sigung durung penanggung djelapang;

Tengah pasah betungkah tiang;

Ngili' ai' birang rendjang;

60 Ngeliut djulut sambang tembawang;

Nidjak latak surung unggak papung batang;

Nengah ai' luah dapulah batang penjeberang;

Niki' bukit tinggi' dapulah igi' tangga' buang;

Ngusung pengkal balai kesiban;

65 Ngusung bandung serungkung kadjang;

Guang perau timbau mang;

Atji kemudi pengidung munsang;

Kena' ketumpa' leban tulang;

Katung dajang betungkah belakang;

70 Surung kait ngait dan mpana lintang;

Surung tumbuk ngkerangan kerang.

Udjung pandjai sekali' ngerumpak;

Ual narik sekali' nandjak;

Batang melintang sekali' bêtetak;

75 Kapar njegang sekali' beradak.

Ngusung apu pulang ka ulu;

Datai ka Kapuas upa ladang kapas;

Datai ka segara' tai lena'-lena'.....


KANA SERA OF ZANG DER ZWANGERSCHAP. 63

Hij stapt op de steunbalk fraai (gebogen) als (de armen van)

[iemand, die een lajang-schotel ophoudt;

55 Hij daalt af de vaste trap onder het geluid van de smakkende,

[gestreepte varkens;

Hij stapt over het wijde erf, opzij drukkend de vruchten van de

[rode malva;

Loopt vlak langs de rijstschuurtjes met houten schijven;

Langs de schuurtjes met kruisbalken tussen de palen;

Hij loopt stroomaf met veel geruisel van water;

60 Hij gaat in eèn bocht langs de bosreserve, langs de rand van de

[vruchtboomaanplant;

Hij stapt door de modder over opwippende stukken hout;

Hij kruist het wijde water, waar een brug is gemaakt van een

[boomstam;

Hij beklimt een hoge heuvel, waartegen een trap is gemaakt van

[stukken hout;

Hij gaat naar de aanlegplaats der prauwen;

65 Naar zijn vaartuig met palmbladeren dak;

Naar zijn prauw met opgebouwde boord van mang-hout;

Hij ordent de achtersteven (slank) als de snuit van een civet-kat;

Hij grijpt zijn pagaai van leban-hout hard als been ;

Pakt de roeiriem achterwaarts zittend;

70 Hij slaat zijn trekhaak in de dwarstakken der mpana-bomen;

Hij duwt zijn vaarboom tussen de stenen der grintbank.

Over de hele lengte ineens vooruit schietend;

In èèn keer snijdend door het schuimende water;

In èèn keer schietend over dwarsliggende boomstammen;

75 In èèn keer schurend door versperrende houtophoping.

Hij nadert open water, het water gaat stroomop;

Hij komt uit op de Kapuas als een plak (witte) watten;

Hij bereikt de oceaan, onmetelijk uitgestrekt....

P. DONATUS DUNSELMAN

More magazines by this user
Similar magazines