Views
5 years ago

Activiteitenverslag 2005 - Favv

Activiteitenverslag 2005 - Favv

1.3.2.4.2. Opsporen van

1.3.2.4.2. Opsporen van residuen en contaminanten in het kader van het bewakingsprogramma In het kader van het bewakingsprogramma voor residuen en contaminanten, werden monsters genomen van karkassen van slachtdieren. Die monsters worden getest om de aanwezigheid van de verschillende sto en aan te tonen (sto en met hormonale werking, betaagonisten, verboden sto en, corticosteroïden, niet-steroïde ontstekingsremmers, antibiotica, antiparasitica, PCB,…) Tabel 3.10 : residuen en contaminanten bij slachtdieren Diersoort Gerichte monsters Verdachte monsters Aantal monsters Aantal niet conform Aantal monsters Aantal niet conform Runderen 2.119 23 178 35 Kalveren 985 2 3 1 Varkens 5.926 8 144 2 Schapen 171 1 0 0 Paarden 101 0 1 10 Totaal 9.302 34 (0,4 %) 326 48 (14,7 %) De gerichte monsters werden genomen in het kader van het nationaal controleplan op residuen. De verdachte monsters werden genomen op basis van een verdenking (gebruik van diergeneesmiddelen, injectieplekken, dieren met een R- of H-statuut. De niet-conforme resultaten bij gerichte bemonstering waren vooral te wijten aan de aanwezigheid van antibiotica, corticosteroïden, procaïne of een te hoog gehalte aan cadmium en lood. Wat het onderzoek van verdachte monsters betreft, werden vooral antibiotica, niet-steroide ontstekingsremmers, corticosteroïden en wormdodende middelen aangetro en. Controleactiviteiten 77

Activiteitenverslag 78 1.3.2.5. Trichinose In 2005 werden 10.549.454 varkens en 11.267 éénhoevigen onderzocht op aanwezigheid van trichinen. Geen enkel monster werd positief bevonden voor trichinose. 1.3.2.6. Cysticercose Cysticercen zijn larvale tussenstadia van lintwormen die bij consumptie door de mens kunnen aanleiding geven tot het ontstaan van een volwassen lintworm. Bij een gelokaliseerde infestatie met cysticercen wordt een koudebehandeling (ten minste 10 dagen aan –18°C) toegepast waarna het vlees geschikt is voor humane consumptie. Bij een veralgemeende infestatie met cysticercen worden de karkassen volledig afgekeurd. Bij 15 runderen en 1 kalf werd een veralgemeende infestatie met cysticercen vastgesteld, terwijl een lokale cysticercose bij 2.374 runderen en 2 kalveren werd opgemerkt. In 2004, 2003 en 2002 bedroeg het aantal runderen met veralgemeende cysticercose respectievelijk 21, 25 en 18. 1.3.3. Handel en verwerking van pluimvee, konijnen en wild 1.3.3.1. Pluimvee In 2005, is het aantal geslacht pluimvee gelijk aan dat in 2004. Het gaat vooral om braadkippen (88%), en soepkippen (11%). Het afkeuringspercentage voor braadkippen en soepkippen bedraagt zoals de vorige jaren respectievelijk 1,3% en 2,5%.

Businessplan 2005-2008 - Favv
Beknopte versie - Favv
Activiteitenverslag 2012 PDF - Cel voor Financiële ...
Gewasbeschermingsmiddelen - Vade-mecum voor de ... - Favv
Toepassing van risico-evaluatie in de voedselketen - Favv
van de inspecteur en controleur - Favv
Voedselveiligheid: tot welke prijs - Favv
BEDERF JE KAMP NIET ! - Favv
Activiteitenverslag Adoptie 2012 (1MB) - Kind en Gezin
Deel LNE-MI - Favv
Activiteitenverslag AHOVOS editie 2011, werkingsjaar 2010 (pdf,10
Activiteitenverslag 2004 - Favv
Activiteitenverslag 2012 - Favv
Activiteitenverslag 2003 - Favv
ACTIVITEITENVERSLAG 2002 - Favv
Activiteitenverslag 2009 - Favv
Persvoorstelling van het activiteitenverslag 2010 12/07/2011 - Favv
ADVIES 09-2005 van het Wetenschappelijk comité van het FAVV
KONINKLIJK BESLUIT van 10 NOVEMBER 2005 betreffende ... - Favv
ADVIES 06-2005 van het Wetenschappelijk comité van het FAVV
ADVIES 06-2005 van het Wetenschappelijk comité van het FAVV
Advies 12-2005 : Wetenschappelijke evaluatie van de ”gids ... - Favv