Views
4 years ago

Activiteitenverslag 2003 - Favv

Activiteitenverslag 2003 - Favv

3 controleactiviteiten

3 controleactiviteiten deel 82 1.2.2. Epidemiologische bewaking dierenziektes 1.2.2.1. Herkauwers 1.2.2.1.1. BSE bij rundvee De ingrijpende maatregelen voor een doorgedreven bescherming van de consument tegen de menselijke variant van BSE of Boviene Spongioforme Encephalopathie bestaan enerzijds uit een uitgebreid nationaal testprogramma en anderzijds uit een totaal verbod op het voederen van dierlijke eiwitten aan alle landbouwhuisdieren (sinds 1 januari 2001). Het testprogramma bestaat uit onderzoek van hersenmateriaal van alle risicodieren met de zogenaamde “snelle BSE-tests” . In het slachthuis worden alle runderen ouder dan 30 maand getest. Zowel voor in nood geslachte runderen als voor in het vilbeluik aangevoerde dieren gebeurt deze test vanaf de leeftijd van 24 maanden. De praktische uitvoering van deze snelle tests bestaat uit twee fasen: de monsterneming en het eigenlijke onderzoek. De monsterneming gebeurt in het slachthuis voor de geslachte dieren of na aanvoer op het destructiebedrijf voor de dode dieren. Wanneer het onderzoek van het monster door een erkend laboratorium een gunstig resultaat oplevert, wordt het karkas vrijgegeven. Is het resultaat daarentegen ongunstig, dan wordt het karkas in beslag genomen en vernietigd. Al het bij het dier horende afval wordt eveneens vernietigd. Als directe maatregel wordt ook dadelijk het bedrijf van herkomst (= laatste bedrijf) en van oorsprong (= geboortebedrijf) opgespoord, evenals de andere bedrijven waar het dier heeft verbleven. In afwachting van de defi nitieve resultaten worden deze bedrijven geblokkeerd. Eveneens worden nakomelingen van de vrouwelijke aangetaste runderen alsook de dieren van de geboortecohorte opgezocht en in hun huidige beslagen geblokkeerd. Het epidemiologisch onderzoek wordt opgestart. Het erkende laboratorium geeft monsters met ongunstig testresultaat door aan het referentielaboratorium voor verder BSE-onderzoek. Dit referentielaboratorium voert de noodzakelijke “klassieke testen” (referentietesten) uit ter bevestiging of ontkrachting van de snelle test . Naast deze bewaking met snelle tests, verzekert een epidemiologische bewaking de opsporing van BSE bij levende dieren door de erkende dierenarts op de rundveebedrijven, door een erkende dierenarts op de veemarkten en bij aankomst in de slachthuizen door de dierenarts-keurders. Elk rund dat zenuwstoornissen vertoont waaruit de ziekte zou kunnen blijken of waarvan de oorzaak onbekend is, wordt beschouwd als verdacht van BSE en wordt aan de diagnosetests onderworpen. Om de overdracht van BSE naar de voedselketen maximaal te verhinderen worden niet alleen de afgekeurde dieren met bijhorend risicomateriaal volledig uit de voedselketen verwijderd, maar ook alle gespecifi ceerde risicomaterialen (GRM) van goedgekeurde (niet met BSE besmette) dieren.

Vanaf 1 oktober 2003 werden de opruimingen van beslagen getroff en door de BSE beperkt tot de leeftijdscohorten en tot de afstammelingen van positieve dieren. Deze beslissing werd genomen op basis van het advies van de wetenschappelijke stuurgroep van de Europese Commissie en het wetenschappelijk comité van het FAVV. Enkel de dieren die gevoederd werden in dezelfde omstandigheden als het positief bevonden dier, hebben een verhoogde kans drager van de ziekte te zijn. De evolutie van de wetenschappelijke kennis maakte, vanuit het oogpunt van de bescherming van de volksgezondheid, de volledige opruimingen overbodig. De overstap van totale opruimingen naar gedeeltelijke opruimingen zal het aantal vernietigde dieren herleiden tot 11 of 12 % van het aantal voorheen vernietigde dieren. Deze getallen moeten met een zekere terughoudendheid worden geïnterpreteerd daar het type rundveebedrijf een invloed kan hebben op dit verschil. Tabel 3.11 : Resultaten van de onderzoeken op BSE bij runderen Doelgroep Aantal stalen Positief Negatief Vilbeluik 33.6915 33.686 Noodslachtingen 1.214 0 1.214 Verdenking bij rund met klinische symptomen bij ante-mortem keuring + rund gestorven tijdens het transport naar het slachthuis 79 BE 3 LUX 1 ESP 0 83 Slachthuis : normale slachtrunderen 356.184 10 356.174 Dieren gedood en onderzocht bij uitroeing BSE-haard Klinische verdenking op landbouwbedrijf of veemarkt 1.125 BE 1 FR 0 1.126 167 0 167 Totaal 392.465 15 392.450 In 2003 werden in totaal 15 gevallen van BSE vastgesteld: 10 aangetaste dieren werden teruggevonden via de snelle test in het slachthuis en 5 gevallen werden gevonden tijdens onderzoek in het destructiebedrijf. Het aantal positief bevonden dieren zit de laatste jaren duidelijk in dalende lijn : in 2002 en 2001 werden nog 38, respectievelijk 46 BSE-gevallen geregistreerd. 83

Businessplan 2005-2008 - Favv
Beknopte versie - Favv
van de inspecteur en controleur - Favv
Activiteitenverslag Adoptie 2012 (1MB) - Kind en Gezin
Gewasbeschermingsmiddelen - Vade-mecum voor de ... - Favv
Voedselveiligheid: tot welke prijs - Favv
Deel LNE-MI - Favv
Activiteitenverslag Adoptie 2007 - Kind en Gezin
Toepassing van risico-evaluatie in de voedselketen - Favv
Activiteitenverslag 2012 PDF - Cel voor Financiële ...
BEDERF JE KAMP NIET ! - Favv
IWT jaarverslag 2003
Activiteitenverslag AHOVOS editie 2011, werkingsjaar 2010 (pdf,10
ACTIVITEITENVERSLAG 2002 - Favv
Activiteitenverslag 2004 - Favv
Activiteitenverslag 2005 - Favv
Activiteitenverslag 2012 - Favv
Activiteitenverslag 2009 - Favv
Persvoorstelling van het activiteitenverslag 2010 12/07/2011 - Favv
ADVIES 09-2005 van het Wetenschappelijk comité van het FAVV
INVOERCONTROLES IN DE GRENSINSPECTIEPOSTEN ... - Favv