Views
4 years ago

MANCP van België (2009-2011) - Favv

MANCP van België (2009-2011) - Favv

NATIONALE

NATIONALE CONTROLESYSTEMEN Voor het bepalen van het gemiddeld profiel van een operator in een bepaalde (sub)sector wordt gebruik gemaakt van volgende risicocriteria: - aanwezigheid van een autocontrolesysteem dat gecertificeerd is door een certificeringsinstelling (OCI) of gevalideerd door het FAVV: o niet gecertificeerd/gevalideerd of afwezig: 0 punten; o gecertificeerd/gevalideerd: 40 punten; - inspectieresultaten gedurende een bepaalde referentieperiode; o klasse I: 20 punten; o klasse II: 14 punten; o klasse III: 8 punten; o klasse IV: 0 punten. Inspecties worden uitgevoerd m.b.v. checklists (CL's) die verbonden zijn aan bepaalde toepassingsgebieden, de 'scopes'. Elke CL bestaat uit hoofdstukken en secties waarvan het relatieve belang wordt aangegeven met wegingsfactoren. Tijdens eenzelfde missie kunnen verschillende CL's worden gebruikt. Aan deze verschillende (scopes van) CL's zijn eveneens verschillende wegingsfactoren gegeven. De onderverdeling in verschillende klassen (I-IV) is gebaseerd op de eindscore, die de drie verschillende wegingsfactoren in rekening brengt (sectie, hoofdstuk en scope van de CL). - sancties (waarschuwing, pro justitia, schorsing/intrekking erkenning) opgelopen in een referentieperiode: o geen sancties: 20 punten; o n sancties: 20 – (n x s) punten; met n = aantal sancties en s = 2 (waarschuwing), 6 (pro-justitia) of 10 (schorsing, intrekking erkenning). Op dezelfde manier kan voor een specifieke operator het profiel worden berekend. Momenteel wordt enkel gewerkt met een basis- en verminderde inspectiefrequentie. Om van een verminderde inspectiefrequentie te kunnen genieten, moet de operator beschikken over een gecertificeerd/gevalideerd autocontrolesysteem. 5.2.3 Planning 5.2.3.1 Analyses Nadat het analyseprogramma door de hiërarchie is goedgekeurd wordt het doorgestuurd (via Alpha) naar het bestuur Laboratoria van het FAVV. Dit directoraat-generaal vertaalt het analyseprogramma in een bemonsteringsprogramma via de rationalisatie i.e. het hergroeperen van de analyses en de matrices en verdelen ervan over de labo's. Dit leidt tot een vermindering van het aantal monsternemingen en tot een maximalisatie van het aantal uitgevoerde analyses per monsterneming in eenzelfde labo. Na rationalisering door DG Laboratoria wordt het bemonsteringsprogramma doorgestuurd naar DG Controle (via Alpha) van het FAVV voor de uiteindelijke planning van de bemonsteringen. Dit gebeurt door de controles van het controleprogramma te verdelen over de 11 verschillende PCE's en door ze te spreiden in de tijd. Hierbij wordt rekening gehouden met een aantal parameters zoals de seizoensgebondenheid van bepaalde controles, de geografische aanwezigheid van operatoren die de te controleren activiteit uitoefenen en dergelijke meer. Voor een aantal specifieke controles wordt enkel vastgelegd hoeveel er per jaar moeten worden uitgevoerd en wordt niet gespecificeerd in welke PCE ze moeten gebeuren. Voor andere specifieke controles krijgen de PCE's dan weer een jaar-target, zonder dat opgelegd wordt op welk moment ze uitgevoerd moeten worden. Bij de vertaling van het controleprogramma naar controleplan koppelt het hoofdbestuur Controle terug naar het bestuur Controlebeleid wanneer ze stuiten op elementen die technisch/operationeel niet uitvoerbaar zijn, hetgeen dan weer leidt tot een bijsturing van het controleprogramma. Ook de PCE's krijgen nog de tijd om te reageren waarna het plan desgevallend wordt aangepast. 82

NATIONALE CONTROLESYSTEMEN Bij de spreiding over de verschillende PCE’s wordt rekening gehouden met schaaleffecten. Grote PCE’s kunnen dankzij hun schaalgrootte relatief gezien meer controles uitvoeren dan kleine PCE’s. Onverwachte maar tijdelijke afwezigheden van controleurs laten zich immers veel minder sterk voelen als de PCE voldoende groot is. De verdeling van de monsters gebeurt eerst over de PCE's en vervolgens over de controleurs en dit via de softwaretoepassing FoodNet. Het bemonsteringsplan is eveneens beschikbaar via het intranet van het FAVV. 5.2.3.2 Inspecties Het inspectieprogramma wordt omgezet in een Access-/Excell-databestand, bestaande uit inspectielijnen. Per inspectielijn wordt vermeld: - plaats, activiteiten, product (BOOD-gegevens); - sector; - scope van de chekclist; - contactpersoon; - inspectiefrequentie; - % scope: in feite de frequentie waarmee een checklist van een bepaalde scope moet worden toegepast bij de missies; - checklist. In de toekomst worden in Alpha eveneens de inspecties opgenomen. Het inspectieprogramma en de jaarlijkse doelstellingen inclusief prioriteiten worden gepubliceerd op het intranet van het FAVV. De planning van de controleurs op het terrein gebeurt in de PCE's onder verantwoordelijkheid van het betreffende sectorhoofd. 5.2.4 Uitvoering en rapportering 5.2.4.1 NICE De Nationale Implementatie- en Coördinatie-eenheid (NICE) van het FAVV is verantwoordelijk voor de coördinatie van de controles en audits die ter plaatse worden uitgevoerd door de controleurs/inspecteurs van de 11 Provinciale Controle-eenheden (PCE's). De NICE telt twee directeurs: één voor het Vlaams Gewest en één voor het Waals Gewest; ze hebben een gedeelde verantwoordelijkheid voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De taken van de NICE zijn: - de coördinatie van de PCE's; - de implementatie van de instructies en de harmonisering ervan; - de evaluatie van de werking van de PCE's en van de controleresultaten via de begeleiding van de dienst Interne Audit van het FAVV; de NICE evalueert de kwaliteit van de controles die door de PCE's over het gehele grondgebied worden uitgevoerd en ziet ondermeer toe op de uniforme toepassing van de reglementering en de instructies; - de uitvoering van gecoördineerde inspecties in de slachthuizen en de verzamelplaatsen voor vee. De inspecties in de slachthuizen worden driejaarlijks uitgevoerd met vier gespecialiseerde teams afhankelijk van het type slachthuis (runderen, varkens, pluimvee en wild). Elk team bestaat uit drie permanente leden en een lid aangewezen per slachthuis. Deze inspecties worden uitgevoerd in het kader van het controleplan; - toezicht op de validatie van autocontrolesystemen. Wanneer een bedrijf zijn autocontrolesysteem wenst te laten valideren door het FAVV kan het zich wenden tot zijn PCE. In sommige gevallen wordt de NICE belast met de coördinatie ervan. Deze maakt een kostenramming op, deelt deze mee aan het bedrijf en stelt een auditteam samen. - het beheer van het centraal bestand van de dierenartsen met opdracht. In 2010 werd het volledige beheer m.b.t. de DMO's ISO 9001-gecertificeerd. Naast een 83

van de inspecteur en controleur - Favv
Businessplan 2005-2008 - Favv
Beknopte versie - Favv
Businessplan 2012-2014 - Favv
Voedselveiligheid: tot welke prijs - Favv
MANCP van België (2012-2014) - Favv
Businessplan 2009-2011 - Favv
Activiteitenverslag 2009 - Favv
FAQ's - Favv
2010 - Favv
Nieuwsbrief Nr.6 - Favv
Activiteitenverslag 2011 - FAVV
Vergadering van 08/11/2011 - Favv
FAQ retributies - Favv
ACTIVITEITENVERSLAG 2002 - Favv
Activiteitenverslag 2003 - Favv
ADVIES 10-2009 Samenvatting - Favv
Verslag - Favv
1.2.5. - Favv
DIEREN / SPERMA / EMBRYO'S - Favv
Labinfo Nr.7 - Favv
Procedure 2009/75/PCCB - Favv
Activiteitenverslag 2004 - Favv