Views
4 years ago

MANCP van België (2009-2011) - Favv

MANCP van België (2009-2011) - Favv

BEVOEGDE AUTORITEITEN EN

BEVOEGDE AUTORITEITEN EN GEDELEGEERDE CONTROLETAKEN beschermen als oorsprongsbenaming, geografische aanduiding of gegarandeerde traditionele specialiteit kunnen een aanvraagdossier indienen bij het Departement Landbouw en Visserij. Deze zorgt vervolgens voor de opvolging van de aanvraagdossiers t.e.m. de erkenning van de bescherming door de Europese Commissie. De controle op de bescherming van oorsprongsbenamingen, geografische aanduidingen en gegarandeerde traditionele specialiteiten in het Vlaams Gewest is geregeld via het besluit van de Vlaamse Regering van 19 oktober 2007 en het akkoord van 17 juli 2006 tussen de FOD EKME, het Vlaams Gewest en het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (cfr. paragraaf 3.2.11.15). De Algemene Directie Controle en Bemiddeling (ADCB) van de FOD EKME is verantwoordelijk voor alle controles in het kader van de verordeningen (EG) nr. 509/2006 en nr. 510/2006. De controles gebeuren zowel voor producten van de binnenlandse markt als voor buitenlandse producten. Op vraag van de aanvragende groepering zal de ADCB optreden als controleorgaan voor dossiers die bij het Departement Landbouw en Visserij werden ingediend. 3.2.10.1.3 Beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie Het Ministerie voor Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE) wordt gevormd door het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie, het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB), het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) en het Vlaamse Energieagentschap (VEA). De instanties die in het kader van dierlijke bijproducten (DBP) een rol spelen zijn het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie dat ressorteert onder het Ministerie voor Leefmilieu, Natuur en Energie, de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM), en de Vlaamse Landmaatschappij (VLM). De milieuhygiëneregelgeving omvat op het Vlaamse niveau onder meer het milieuvergunningendecreet en het afvalstoffendecreet en hun uitvoeringsbesluiten. De verordening (EG) nr. 1774/2002 betreffende dierlijke bijproducten die niet voor menselijke consumptie zijn bestemd, sluit heel dicht aan bij beide regelgevingen. Enerzijds zijn bedrijven die erkenningsplichtig zijn in het kader van de verordening ook milieuvergunningsplichtig en sluiten de exploitatievoorwaarden, bij verordening opgelegd aan deze bedrijven, nauw aan bij de exploitatievoorwaarden opgelegd door de milieuhygiëneregelgeving. Anderzijds worden de meest omvangrijke stromen dierlijke bijproducten die niet bestemd zijn voor menselijke consumptie, met uitzondering van mest, in België beschouwd als afvalstoffen. Hun inzameling, opslag, overbrenging, verwerking en gebruik zijn bijgevolg ook onderworpen aan de Vlaamse afvalstoffenregelgeving. Departement Leefmilieu, Natuur en Energie Het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie stelt zicht de realisatie van een kwaliteitsvol leefmilieu als doel, waarin op een duurzame wijze gebruikt wordt gemaakt van diverse voorraden. Binnen het departement zijn de afdelingen Milieuvergunningen en Milieu-inspectie betrokken bij respectievelijk de milieuvergunningverlening en het toezicht op de naleving en de handhaving van de milieuhygiëneregelgeving. De afdeling Milieu-inspectie speelt een hoofdrol bij het toezicht voor alle milieuhygiëneregelgeving. Zij is immers belast met het eerstelijnstoezicht over de vergunningsplichtige inrichtingen die volgens de milieuregelgeving het hoogste risico inhouden, met name de klasse 1-inrichtingen (waartoe alle verordening (EG) nr. 1774-erkenningsplichtige verwerkers van dierlijke bijproducten behoren). Bovendien houdt zij ook toezicht op de meeste bepalingen van het afvalstoffendecreet. Lokale besturen spelen eveneens een rol bij het toezicht op kleinere, minder hinderlijk geachte inrichtingen en op het beheer van afvalstoffen in strijd met de bepalingen van het afvalstoffendecreet. De in artikel 26 van de verordening bedoelde bevoegde toezichthoudende overheid voor de erkenningsplichtige opslagbedrijven, intermediaire bedrijven, verwerkingsbedrijven, verbrandingsinstallaties en composterings- en biogasinstallaties is de Vlaamse Milieu-inspectie, voor zover deze bedrijven gelegen zijn in het Vlaamse Gewest. 43

BEVOEGDE AUTORITEITEN EN GEDELEGEERDE CONTROLETAKEN Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij De OVAM is het aanspreekpunt in Vlaanderen voor afvalstoffenproblematiek, milieugericht gebruik en verbruik van materialen, en bodemsanering. Vooral de Dienst Biologische Afvalstoffen van de Afdeling Afvalstoffenbeheer komt in aanraking met de problematiek rond dierlijke bijproducten. Voor wat betreft dierlijke bijproducten is de OVAM enkel bevoegd voor de DBP die ook afvalstoffen zijn. Binnen deze grote groep DBP-afvalstoffen hanteert de OVAM nog een opsplitsing in dierlijk afval en organisch-biologische afvalstoffen. Het organischbiologisch afval komt neer op keukenafval, etensresten, voormalige voedingsmiddelen, rauwe melk, eierschalen en bijproducten van gebarsten eieren, honing, schalen van schaaldieren, de inhoud van maagdarmkanaal (inzoverre deze gescheiden is van het maagdarmkanaal), uitwerpselen (uitgezonderd mest), eicellen, embryo’s en sperma. Het dierlijk afval zijn de andere DBP-afvalstoffen. Diermeel en dierlijk vet worden, indien het verwerkt werd volgens één van de methoden 1 tot en met 7 van verordening (EG) nr. 1774/2002, enkel nog als dierlijk afval beschouwd wanneer ze voldoen aan de definitie van afval uit het afvalstoffendecreet. Met andere woorden: indien ze bestemd zijn voor compostering, biogasproductie of verwijdering. Verwerkte dierlijke eiwitten en vetten die één van volgende bestemmingen hebben, worden niet als dierlijk afval beschouwd en vallen dus niet onder de bevoegdheid van de OVAM: technisch gebruik, oleochemie, petfood, veevoederproductie, diagnose, onderwijs of onderzoek, meststoffenindustrie en productie van bodemverbeterende middelen indien het desbetreffende diermeel aan de voorwaarden gesteld in hoofdstuk IV van het Vlaams Reglement voor Afvalvoorkoming en –beheer' voldoet. In het laatste geval spreekt men van een secundaire grondstof. Een erkenning voor de productie van meststoffen is in het kader van verordening 1774/2002 niet nodig. Wel is de eventuele opslag van diermelen in functie van meststoffenproductie en de verhandeling van diermelen als of in meststoffen een verantwoordelijkheid van de OVAM. Dit komt doordat de ‘uitspreiding op het land’ van een bepaalde (secundaire) grondstof als een afvalverwijderingshandeling wordt gezien. Conform de afspraken in de Overeenkomst van oktober 2005 is opslag en TRACES-opvolging van in- en uitgaande zendingen van diermelen als meststoffen dan ook een taak van de OVAM. De OVAM zorgt voor het verlenen van de verschillende erkenningen voor dierlijk afval (intermediaire bedrijven, opslagbedrijven, verwerkingsbedrijven van categorie 1- , 2- en 3-materiaal, ophalers van categorie 1-, 2- en 3-materiaal) en de erkenningen met betrekking tot organisch-biologisch afval (intermediaire bedrijven, verwerkingsbedrijven, composterings- en vergistingsbedrijven, verlenen van advies voor mestverwerkingsbedrijven die ook organisch-biologische afvalstoffen verwerken). De gewestelijke regelgeving met betrekking tot dierlijk afval wordt bijkomend vastgelegd door het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2006 betreffende de ophaling en verwerking van dierlijk afval (besluit dierlijk afval). Vlaamse Landmaatschappij De VLM is als Extern Verzelfstandigd Agentschap werkzaam in het beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie van de Vlaamse overheid. Landelijke inrichting, Mestbank en Platteland zijn de kernafdelingen van de VLM. Naast een hoofdkantoor in Brussel, heeft de VLM voor de uitvoering van haar projecten in elk van de vijf provincies een provinciale afdeling. Binnen de VLM is de afdeling Mestbank de bevoegde autoriteit in Vlaanderen voor mest als dierlijk bijproduct. Voornaamste taak hierbij is het afleveren van erkenningen in het kader van de verordening aan installaties waarin mest verwerkt wordt. Wanneer het gaat om verwerkende bedrijven waar naast dierlijke mest geen andere dierlijke bijproducten worden verwerkt, gebeurt de dossierafhandeling en het afleveren van de erkenningen uitsluitend door de VLM. Indien naast mest eveneens andere dierlijke bijproducten worden verwerkt, wordt bindend advies gevraagd aan OVAM. Daarnaast is de VLM bevoegd voor de opvolging van de mesttransporten van dierlijke mest, andere meststoffen en verwerkte eindproducten binnen Vlaanderen en bij in- en export. 44

van de inspecteur en controleur - Favv
Businessplan 2005-2008 - Favv
Beknopte versie - Favv
Voedselveiligheid: tot welke prijs - Favv
Businessplan 2012-2014 - Favv
Ga naar Overzichtslijst Technische Controles in België - Vinçotte
MANCP van België (2012-2014) - Favv
Businessplan 2009-2011 - Favv
Activiteitenverslag 2009 - Favv
Nieuwsbrief Nr.6 - Favv
Persvoorstelling van het activiteitenverslag 2010 12/07/2011 - Favv
Activiteitenverslag 2003 - Favv
FAQ retributies - Favv
ACTIVITEITENVERSLAG 2002 - Favv
INVOERCONTROLES IN DE GRENSINSPECTIEPOSTEN ... - Favv
ADVIES 09-2005 van het Wetenschappelijk comité van het FAVV
Procedure 2009/75/PCCB - Favv
ADVIES 10-2009 Samenvatting - Favv
Verslag van de vergadering nr. 2011-5 van het raadgevend ... - Favv
Erkende inspectieplaatsen in België (richtlijn 2004/103/EG ... - Favv
10.09.1981 - Favv
Labinfo Nr.7 - Favv