Views
4 years ago

Activiteitenverslag 2012 - Favv

Activiteitenverslag 2012 - Favv

104 Rundertuberculose

104 Rundertuberculose Rundertuberculose werd deze ziekte de laatste jaren nog sporadisch vastgesteld. Het statuut vrij van rundertuberculose laat toe dat op jaarbasis in maximum 0,1 % van alle rundveebedrijven nog één of meerdere runderen door tuberculose zijn aangetast. Opvolging van abortussen In 2012 werden 11.324 verwerpingen onderzocht bij runderen. Dit betekent een sterke stijging ten opzichte van 2011 (8.164) en 2010 (6.650). Deze evolutie is te wijten aan het opduiken van het Schmallenbergvirus in 2012 en aan de financiering door het FAVV van enerzijds de onderzoeken uitgevoerd in het kader van het abortusprotocol en anderzijds het ophalen van de materialen voor onderzoek. In 2011 en 2012 werd de lijst van de te onderzoeken dierziekten bijgestuurd en werden de onderzoeksmethoden geoptimaliseerd. 3.4. Vogelgriep Voor het negende jaar op rij heeft het FAVV in 2012 een monitoring voor vogelgriepvirussen georganiseerd. Naast de gebruikelijke serologische onderzoeken bij pluimvee en virologische onderzoeken bij wilde vogels die er beide vooral op gericht zijn om laagpathogene, voor pluimvee belangrijke virussen op te sporen, heeft het programma dit jaar beduidend meer aandacht besteed aan verdachte sterfte bij wilde vogels. Dergelijke sterfte kan een indicatie zijn voor de introductie van het H5N1-virus dat voor mensen risicovoller is dan andere vogelgriepvirussen. In december 2012 werd één enkele haard van rundertuberculose vastgesteld. Alle runderen werden afgeslacht. Een uitgebreide opvolging van 148 contactbeslagen werd opgestart eind 2012. Geïdentificeerde ziekteverwekkers in geval van verwerpingen bij runderen : • Moederdier: neosporose (17 %), leptospirose (0,6 %), • Foetus en placenta: neosporose (47,9 %), E. coli (10,1 %), Arcanobacterium pyogenes (8,8 %), BVD (3,1 %), Q-koorts (1,1 %), gisten en schimmels (0,4 %), Listeria monocytogenes (0,4 %), Salmonella (0,2 %), brucellose (0,01 %). Voor de monitoring bij wilde vogels werd opnieuw samengewerkt met het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBINW), het “Réseau de surveillance sanitaire de la faune sauvage” van de Université de Liège en de natuurdiensten van de Gewesten. De monsternemingen bij het pluimvee werden uitgevoerd door het Agentschap zelf, DGZ en ARSIA. Verspreid over het ganse jaar werden 3.220 levende wilde vogels, 355 kadavers van wilde vogels (tegenover 87 in 2011) en 7.485 stuks pluimvee onderzocht. In 2012 werden 446 verwerpingen onderzocht bij schapen en geiten (serologisch onderzoek bij het moederdier en virologisch en bacteriologisch onderzoek van foetus en placenta). Dit betekent een sterke stijging ten opzichte van 2011 (187). Deze stijging werd mede veroorzaakt door het opduiken van het Schmallenbergvirus. Geïdentificeerde ziekteverwekkers in geval van verwerpingen bij schapen en geiten : • Moederdier: Toxoplasma (IgG 97,5 % - IgM 82,4 %), neosporose (14,5 %), Q-koorts (3,7 %), Chlamydia (2,8 %), • Foetus en placenta: Schmallenbergvirus (62,3 %), E. coli (13,5 %), Toxoplasma (9,1 %), Listeria monocytogenes (6,5 %), Q-koorts (1,3 %), Campylobacter (0,6 %). De analyses werden uitgevoerd door het referentielaboratorium CODA en liggen in de lijn van de voorgaande jaren. Er werden opnieuw enkele laagpathogene virussen geïsoleerd van de types H1, H2, H3, H4, H6, H7, H9 en H10, en dit enkel bij wilde vogels, waar deze virussen van nature voorkomen en van geen betekenis zijn.

3.5. West Nile virus In 2012 is voor het derde jaar een monitoring georganiseerd voor het West Nile virus. Het West Nile virus kan bij mensen de West-Nijlkoorts veroorzaken, een ziekte die door muggen wordt overgedragen met soms dodelijke afloop. Vogels zijn het reservoir van het virus; andere diersoorten zoals paarden kunnen eveneens besmet worden. Hoewel de ziekte in ons land nog niet werd vastgesteld, organiseert het FAVV sinds enkele jaren uit voorzorg een 3.6. Schmallenbergvirus Het Schmallenbergvirus treft enkel herkauwers en wordt net zoals blauwtong door kriebelmuggen verspreid. Wanneer een drachtig dier door dit virus besmet wordt, bestaat het risico dat het virus doorheen de placenta de foetus besmet. 3.7. Cysticercose Cysticercen zijn larvale tussenstadia van lintwormen die bij consumptie door de mens kunnen aanleiding geven tot het ontstaan van een volwassen lintworm. Bij een gelokaliseerde infestatie met cysticercen wordt een koudebehandeling toegepast: het vlees wordt ten minste 10 dagen aan -18°C bewaard, waarna het geschikt is voor humane consumptie. Bij een veralgemeende infestatie met cysticercen worden de karkassen afgekeurd. monitoring. Het virus heeft zich immers in de afgelopen jaren in Zuid- en Zuidoost- Europa genesteld en kan van daaruit snel ons land bereiken. Sinds de eerste diagnose in ons land in december 2011 werd het Schmallenbergvirus aangetoond in honderden schapen- en rundveehouderijen verspreid over het hele land en het is duidelijk geworden dat kriebelmuggen het virus in 2011 en 2012 over gans Noordwest-Europa verspreid hebben. Een verhoging van het aantal abortussen, vroeggeboorten en doodgeboren dieren met misvormingen aan de hersenen, beenderen en gewrichten waren de voornaamste symptomen die begin 2012 werden vastgesteld. In 2012 werden in de slachthuizen bij runderen 1.205 gevallen van gelokaliseerde cysticercose en 9 gevallen van veralgemeende cysticercose aangetroffen. INSPECTIES EN ZIEKTES 5 Het virus kan door vogels overgedragen worden. De monsternemingen werden dus op dezelfde wijze uitgevoerd als vogelgriep bij 1.600 stuks pluimvee gehouden in open lucht en 2.257 wilde vogels, vooral kraaiachtigen en roofvogels. Alle resultaten waren negatief. De ziekte is geen wettelijke aangifteplichtige ziekte (kennisgeving van de gevallen aan het OIE is eveneens niet langer verplicht sinds mei 2012), maar werd door het FAVV – gezien de impact voor de veeteelt – aan de lijst toegevoegd met de ziekten die in het kader van abortussen worden opgevolgd voor gevallen waarbij foetale misvormingen worden vastgesteld. Meer dan 90 % van de runderen en schapen hebben een immuniteit verworven die deze populaties tegen nieuwe symptomen beschermen. Er werden in België zeer weinig gevallen vastgesteld sinds het najaar van 2012. . 105

Beknopte versie - Favv
Deel LNE-MI - Favv
Businessplan 2012-2014 - Favv
Leidraad - FAVV
Businessplan 2005-2008 - Favv
BEDERF JE KAMP NIET ! - Favv
van de inspecteur en controleur - Favv
Milieu-inspectieplan 2012 - Lne.be
Activiteitenverslag 2009 - Favv
Activiteitenverslag 2004 - Favv
Activiteitenverslag 2005 - Favv
ACTIVITEITENVERSLAG 2002 - Favv
Volledige versie - FAVV
Activiteitenverslag 2003 - Favv