Views
5 years ago

Tankmelk, een bijkomende matrix voor de opsporing en ... - Favv

Tankmelk, een bijkomende matrix voor de opsporing en ... - Favv

IBR serologische status

IBR serologische status en de gebruikte opsporingstests In een geïnfecteerd bedrijf kan vaccinatie de virus circulatie doen verminderen en dus ook de besmetting van geïnfecteerde dieren. De gebruikte vaccins worden geproduceerd op basis van een IBR virusstam waarbij het gen dat codeert voor de glycoproteïne gE gedeleteerd is. Door gebruik te maken van dit gE-gedeleteerd vaccin is het mogelijk om een onderscheid te maken tussen dieren geïnfecteerd met het wildtype virus, die antistoffen tegen de gE glycoproteïne bezitten en gevaccineerde dieren. die geen antistoffen tegen de gE (gE-) hebben. Maar gevaccineerde dieren bezitten wel antistoffen tegen andere glycoproteïnes van het BoHV1 zoals antistoffen tegen de glycoproteïne gB (gB+). Daarentegen bezitten gezonde naïve dieren geen antistoffen tegen het virus. Gebaseerd of de verschillen in immunologische reacties van naïve, gevaccineerde en geïnfecteerde dieren, kunnen ELISA kits gebaseerd op de opsporing van gE of gB antistoffen de status van het dier bepalen Naast de gE en gB ELISA-tests zijn er ook nog indirecte ELISAs beschikbaar die al de antistoffen tegen BoHV-1 detecteren. Op basis van de resultaten in de verschillende tests wordt het IBR-statuut bepaald overeenkomend met de hierna vermelde overzichtstabel : Status Dier gE ELISA gB ELISA Indirecte ELISA IBR besmet + + + IBR gevaccineerd, niet besmet - + + Niet besmet, niet geïnfecteerd - - - Evaluatie van ELISA-tests voor de opsporing van IBR in melk met het oog op het gebruik ervan in België. In de loop van 2011 heeft het CODA-CERVA tijdens een studie een eerste evaluatie uitgevoerd van verschillende ELISA-testen die beschikbaar zijn op de Europese markt voor de opsporing van IBR antistoffen in melk. Deze evaluatie had als doel de kenmerken van die tests op individuele melkstalen en op tankmelk te bepalen (gevoeligheid, specificiteit, opspoorbaarheid). Verschillende partners hebben tot de realisatie van deze studie bijgedragen, waaronder 92 rundveehouders uit heel België, de regionale diergeneeskundige labo’s (ARSIA en DGZ) en de organismen voor de controle van melk (Comité du Lait en het Melk Controlecentrum MCC) en 5 fabrikanten van ELISA-kits. Zo werden zeven ELISA-kits geëvalueerd (2 gE Elisa-kits, 1 gB ELISA en 4 indirecte ELISA-kits). De studie resulteerde in aanbevelingen voor een toekomstige procedure voor officiële certificering van ELISA IBR-kits voor melk die kunnen gebruikt worden in het IBR-bestrijdingprogramma in België. 17

Bijzonderheden van de opsporing in tankmelk Tankmelk is samengesteld uit de productie van een of meerdere melkbeurten van alle melkproducerende koeien in een melkveebeslag. De analyse van een tankmelkmonster door onderzoek naar antilichamen maakt het dus in principe mogelijk om de aanwezigheid van volwassen geïnfecteerde dieren in het beslag op te sporen, met uitzondering van koeien die geen melk meer geven of waarvan de melk niet in de tank werd gemengd (bijvoorbeeld door een uierontsteking). Het is dus van belang om de analyses van tankmelk meerdere keren per jaar te herhalen zodat het hele beslag wordt getest. De concentratie van antistoffen of immunoglobulines in de melk is ongeveer 10 keer lager dan in bloedserum. De concentratie varieert eveneens in de loop van de lactatieperiode, en is ook lager tijdens de piek van de melkproductie door het verdunningseffect. Bovendien wanneer de prevalentie van IBR laag is in een beslag worden de antistoffen in de melk van geïnfecteerde dieren verdund door de melk van gezonde koeien. Het is dus belangrijk om over voldoende gevoelige ELISA-tests te beschikken waarbij lage hoeveelheden antistoffen kunnen worden opgespoord. In vergelijking met de individuele serologische tests kunnen o.a. volgende voordelen voor het gebruik van tankmelk in het IBR opsporingsprogramma worden opgenoemd : - de monsters kunnen worden genomen via melkcontrole-organismen; - de lage kostprijs door het kleiner aantal te analyseren monsters; - de vroegtijdige opsporing van een eventuele besmetting van een beslag met vrije status door regelmatig herhaalde tests in de loop van het jaar (in tegenstelling tot de jaarlijkse serologische bilan). Het voornaamste nadeel is de slechte stabiliteit van de verse melkmonsters waardoor aangepaste logistieke middelen nodig zijn om deze snel naar het laboratorium te voeren. Een bewaarmiddel toevoegen aan het monster kan eventueel de bewaartermijn verlengen. Bovendien kunnen de monsters zonder probleem ingevroren bewaard worden als de melk afgeroomd is. 18

Het transport van levende dieren Uw blik op de weg is ... - Favv
Bijkomende proef m Voor het Federaal Agentscha mende ... - Favv
Advies 06-2007 - Favv
Instructie - Favv
15.02.1995 - Favv
13.04.1972 - Favv
09.12.1992 - Favv
1 1. Referentietermen 2. Raadgeving - Favv
Bijsluiter Coxevac - Favv
Nieuwsbrief Nr.6 - Favv
Omzendbrief met betrekking tot de invoermachtigingen voor ... - Favv
BESLUIT VAN DE REGENT BETREFFENDE HET SCHURFT ... - Favv
Melamine in levensmiddelen: van de crisis tot de accreditatie - Favv
Vademecum voor propere dieren in het slachthuis - Favv
goede vachtcondities dragen bij tot veiligvlees - Favv
ADVIES 15-2011 van het Wetenschappelijk comité van het FAVV
Wet betreffende de bescherming en het welzijn der dieren - Favv
20/10/2011 Omwille van steeds terugkerende problemen - Favv
Bijlage 2: door de houder van schapen en geiten minimaal te ... - Favv