F o rtis B a nk n v - Ja a rve rsla g 2 0 0 9 Fortis Bank ... - BNP Paribas

media.cms.bnpparibas.com

F o rtis B a nk n v - Ja a rve rsla g 2 0 0 9 Fortis Bank ... - BNP Paribas

Fortis Bank nv

Jaarverslag 2009


Inleiding

Het Jaarverslag 2009 van Fortis Bank omvat zowel de Geconsolideerde

als de Niet-geconsolideerde Jaarrekeningen, voorafgegaan door het

verslag van de Raad van Bestuur, het Bericht van de Raad van Bestuur en

een hoofdstuk Corporate Governance, inclusief de samenstelling van de

Raad van Bestuur. De geauditeerde Geconsolideerde Jaarrekening 2009

van Fortis Bank, met de vergelijkende cijfers over 2008, en opgesteld in

overeenstemming met de International Financial Reporting Standards

(IFRS) zoals die zijn aanvaard binnen de Europese Unie, worden

gevolgd door de geauditeerde Niet-geconsolideerde jaarrekening 2009

van Fortis Bank NV, opgesteld in overeenstemming met het (Belgisch)

Koninklijk Besluit van 23 september 1992 op de jaarrekeningen van

kredietinstellingen.

Fortis Bank wordt als geïntegreerd geheel bestuurd. In het verslag van de

Raad van Bestuur worden de belangrijkste ontwikkelingen en gebeurtenissen

bij Fortis Bank dan ook op geconsolideerd niveau beschreven. Het

jaarverslag omvat een overzicht van de gebeurtenissen van 2009, waarna

de kernactiviteiten van Fortis Bank kort in herinnering worden gebracht.

Vervolgens wordt een nadere toelichting gegeven op de winst- en verlies-

en op de balansevolutie (‘Toelichting bij de geconsolideerde financiële

resultaten en financiële positie van Fortis Bank in 2009’).

Alle bedragen in de tabellen van deze jaarrekening luiden in miljoenen euro, tenzij

anders aangegeven. Omdat de cijfers afgerond zijn, kunnen er geringe verschillen

optreden met al eerder gepubliceerde cijfers. Voor een betere vergelijking met

de jaarrekeningen van het voorgaande jaar zijn er bepaalde herrubriceringen

doorgevoerd.

Fortis Bank NV is de juridische benaming van de onderneming. De commerciële

activiteiten gebeuren onder de merknaam BNP Paribas Fortis.

In de Geconsolideerde Jaarrekening verwijst Fortis Bank naar de geconsolideerde

situatie van Fortis Bank NV, tenzij anders aangegeven. In de Niet-geconsolideerde

Jaarrekening verwijst Fortis Bank naar de niet-geconsolideerde situatie van Fortis Bank

NV, tenzij anders aangegeven.

Alle informatie in het Jaarverslag 2009 van Fortis Bank heeft betrekking op de statutaire

geconsolideerde en Niet-geconsolideerde Jaarrekening en bevat niet de contributie van

Fortis Bank aan de BNP Paribas Groep geconsolideerde resultaten, die te vinden zijn op

de BNP Parisbas website: www.bnppparibas.com.

Het Jaarverslag 2009 van Fortis Bank is ook beschikbaar op de website:

www.bnpparisbasfortis.com

3


4

Inhoudsopgave

Inleiding 3

Fortis Bank Geconsolideerd Jaarverslag 2009 11

Verslag van de Raad van Bestuur 12

Inleiding door de Voorzitter en de CEO 12

BNP Paribas Fortis herpakt zich 13

Kernactiviteiten van Fortis Bank 15

Toelichtingen bij de geconsolideerde financiële resultaten en de financiële positie van

Fortis Bank 2009 22

Toelichtingen bij de evolutie van de resultatenrekening 24

Toelichtingen bij de evolutie van de balans 26

Bericht van de Raad van Bestuur 30

Corporate Governance 31

Raad van Bestuur 31

Commissies van de Raad 36

Executive Committee 39

College van geaccrediteerde statutaire auditeurs 39

Fortis Bank Geconsolideerde Jaarrekening 2009 41

Geconsolideerde balans 42

Geconsolideerde resultatenrekening 43

Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten 44

Geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen 45

Geconsolideerd kasstroomoverzicht 46

Algemene toelichtingen 47

1. Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving 48

1.1. Grondslagen voor financiële verslaggeving: Algemeen 48

1.2. Schattingen en beoordelingen 49

1.3. Wijzigingen in grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingen en

classificaties 50

1.4. Gesegmenteerde informatie 55

1.5. Consolidatiegrondslagen 55

1.6. Vreemde valuta 57

1.7. Transactie- en afwikkelingsdatum 58

1.8. Saldering 58

1.9. Verantwoording en waardering van financiële activa en verplichtingen 58

1.10. Reële waarde van financiële instrumenten 60


1.11. Waardering van activa met bijzondere waardeverminderingen 61

1.12. Geldmiddelen en kasequivalenten 62

1.13. Vorderingen op banken en vorderingen op klanten 63

1.14. Verkoop- en terugkoopovereenkomsten en uitlenen/lenen van effecten 64

1.15. Activa en verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden 65

1.16. Beleggingen 65

1.17. Lease-overeenkomsten 67

1.18. Overige vorderingen 68

1.19. Materiële vaste activa 68

1.20. Goodwill en overige immateriële vaste activa 69

1.21. Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten 71

1.22. Derivaten en afdekking 72

1.23. Effectiseringen 74

1.24. Schuldbewijzen, achtergestelde schulden en overige financieringen 74

1.25. Personeelsvoordelen 75

1.26. Voorzieningen, voorwaardelijke gebeurtenissen, verbintenissen en financiële

garanties 77

1.27. Eigen vermogen 79

1.28. Rentebaten en -lasten 79

1.29. Gerealiseerde en ongerealiseerde winsten en verliezen 80

1.30. Commissiebaten 81

1.31. Transactiekosten 81

1.32. Financieringskosten 82

1.33. Winstbelastingen 82

1.34. Specifieke grondslagen voor financiële verslaggeving voor de verzekeringsactiviteit 83

2. Wijziging in consolidatiemethode voor joint ventures 85

3. Overnames en desinvesteringen 88

3.1. Overname van AG Insurance 88

3.2. Overige overnames 88

3.3. Desinvesteringen 89

3.4. Activa en verplichtingen van acquisities en desinvesteringen 90

4. Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten 91

4.1. Beëindigde bedrijfsactiviteiten 91

4.2. Belangrijkste categorieën van activa en verplichtingen aangehouden voor verkoop 95

4.3. Nettoresultaat van beëindigde bedrijfsactiviteiten 98

4.4. Kasstroomoverzicht 102

5. Eigen vermogen 103

5.1. Aandelenkapitaal en agioreserve 103

5.2. Overige reserves 103

5.3. Koersverschillenreserve 104

5.4. Ongerealiseerde winsten en verliezen begrepen in het eigen vermogen

toewijsbaar aan de aandeelhouders 104

6. Minderheidsbelangen 106

7. Risicomanagement 107

5


6

7.1. Inleiding 107

7.2. Organisatie van risicomanagement 108

7.3. Risicometing 111

7.4. Financiële risico’s 111

7.5. Liquiditeitsrisico 141

7.6. Operationeel risico 146

8. Toezicht en solvabiliteit 152

8.1. Beoordeling solvabiliteit 152

8.2. Doelstellingen kapitaalbeheer 154

9. Vergoedingen na uitdiensttreding en andere lange-termijn

personeelsvoordelen en ontslagvergoedingen 155

9.1. Vergoedingen na uitdiensttreding 155

9.2. Andere lange-termijn personeelsvoordelen 164

9.3. Ontslagvergoedingen 165

10. Bezoldiging van de Raad van Bestuur en het Executive Committee 166

11. Auditkosten 168

12. Verbonden partijen 169

13. Segmentinformatie 173

13.1. Algemene informatie 173

13.2. Operationele segmenten 174

13.3. Balans per operationeel segment 175

13.4. Resultatenrekeningen per operationeel segment 177

13.5. Geografische segmentatie 179

Toelichting op de balans 181

Geconsolideerde balans 182

14. Geldmiddelen en kasequivalenten 183

15. Activa en verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden 184

15.1. Activa aangehouden voor handelsdoeleinden 184

15.2. Verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden 185

16. Vorderingen op banken 186

17. Vorderingen op klanten 187

18. Beleggingen 190

18.1. Beleggingen aangehouden tot einde looptijd 190

18.2. Voor verkoop beschikbare beleggingen 191

18.3. Beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de

resultatenrekening 196


18.4. Gestructureerde kredietinstrumenten 197

18.5. Beleggingen geherclassificeerd als leningen en vorderingen 200

18.6. Vastgoed 202

18.7. Beleggingen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures 204

19. Handelsvorderingen en overige vorderingen 206

20. Materiële vaste activa 207

21. Goodwill en overige immateriële vaste activa 209

22. Overlopende rente en overige activa 213

23. Activa en verplichtingen geclassificeerd als aangehouden voor verkoop 214

24. Schulden aan banken 215

25. Schulden aan klanten 216

26. Schuldbewijzen 218

27. Achtergestelde schulden 219

27.1. Hybride niet-innovatieve Tier 1-leningen 220

27.2. Hybride innovatieve Tier 1-leningen rechtstreeks door Fortis Bank uitgegeven 222

27.3. Overige achtergestelde schulden 222

27.4. Overige achtergestelde verplichtingen tegen reële waarde met

waardeveranderingen in de resultatenrekening 223

28. Overige financieringen 224

29. Voorzieningen 225

30. Actuele en uitgestelde belastingen vorderingen en verplichtingen 226

31. Overlopende rente en overige verplichtingen 228

32. Derivaten 229

32.1. Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden 231

32.2. Derivaten aangehouden voor afdekking (‘hedging’) 233

33. Reële waarde van financiële activa en financiële verplichtingen 235

33.1. Reële waarde van activa gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs 235

33.2. Waarderingstechnieken toegepast voor de bepaling van de reële waarde 235

33.3. Waarderingsmethodes van financiële instrumenten die gewaardeerd worden

tegen reële waarde 236

Toelichting op de resultatenrekening 241

Geconsolideerde resultatenrekening 242

7


8

34. Rentebaten 243

35. Rentelasten 244

36. Commissiebaten 245

37. Commissielasten 246

38. Dividenden, aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen en joint

ventures 247

39. Gerealiseerde winsten en verliezen op beleggingen 248

40. Overige gerealiseerde en ongerealiseerde winsten en verliezen 249

41. Overige baten 250

42. Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen 251

43. Personeelskosten 252

44. Afschrijving van materiële en immateriële vaste activa 253

45. Overige lasten 254

46. Winstbelastingen 255

47. Nettoresultaat van beëindigde bedrijfsactiviteiten 256

Toelichting op transacties buiten de balans 257

48. Verbintenissen en garanties 258

49. Voorwaardelijke activa en verplichtingen 260

50. Lease-overeenkomsten 262

51. Vermogen onder beheer 263

Overige informatie met betrekking tot de geconsolideerde cijfers 265

Gebeurtenissen na de verslagperiode 266

Consolidatiekring 267

Aanvullende informatie over Bass en Esmée securitisatie- transacties 279


Verslag van het college van erkende commissarissen 283

Fortis Bank jaarverslag 2009 (niet-geconsolideerd) 287

Verslag van de Raad van Bestuur 288

Bericht van de Raad van Bestuur 298

Corporate Governance 299

Voorstel tot bestemming van het resultaat van het boekjaar 308

Bedrijfsrevisoren: speciale opdrachten 310

Informatie met betrekking tot Artikel 523 van het wetboek van vennootschappen 311

Informatie met betrekking tot Artikel 524 van het wetboek van vennootschappen 317

Fortis Bank Jaarrekening 2009 (niet-geconsolideerde) 355

Balans na resultaatbestemming 356

Schema van de Resultatenrekening 359

Toelichtingen 362

Samenvatting van de grondslagen voor financiële verslaggeving voor de nietgeconsolideerde

jaarrekening 397

Verslag van het college van erkende commissarissen 401

Overige informatie 405

1. Aandeelhouderschap 406

2. Uiterste koersen per maand van het aandeel Fortis Bank op de wekelijkse

veilingen in 2009 407

3. Externe functies uitgeoefend door de bestuurders en effectieve leiders,

waarvan de openbaarmaking wettelijk verplicht is 408

Begrippenlijst en afkortingen 413

9


Fortis Bank

Geconsolideerd

Jaarverslag 2009

11


12

Verslag van de Raad van Bestuur

Verslag van de Raad van Bestuur

Inleiding door de Voorzitter en de CEO

Het afgelopen jaar was er één van grote veranderingen voor Fortis Bank. De eerste maanden

was er voortdurend onzekerheid over wie de eigenaar van de bank zou worden, die toen nog

steeds opereerde onder de merknaam Fortis Bank, en dit tijdens moeilijke markt- en economische

omstandigheden.

Sinds 12 mei maakt de bank, met de nieuwe merknaam BNP Paribas Fortis, deel uit van de BNP

Paribas Groep. BNP Paribas Fortis is volop bezig met het uitrollen van zijn nieuwe strategie

en ambities om de belangrijkste bankpartner van zijn klanten, een aantrekkelijke werkgever

en een maatschappelijk verantwoorde ondernemer te worden. Er werden meer dan 1.000

integratieprojecten op stapel gezet en nieuwe bestuursprocedures ingevoerd.

Tijdens de tweede helft van 2009 werd BNP Paribas Fortis gereorganiseerd rond vier

kernactiviteiten: Retail & Private Banking, Corporate & Public Banking Belgium, Corporate &

Investment Banking en Investment Solutions.

Daarnaast zullen vier competence centers een reeks wereldwijde bankdiensten aanbieden, die een

belangrijke rol spelen bij het ondersteunen van de uitgebreide BNP Paribas Groep. Deze diensten

zullen Corporate & Transaction Banking Europe (CTBE), Global Cash Management, Trade Services

en Global Factoring bestrijken, en zullen middelgrote en grote, internationaal actieve bedrijven

bedienen met hun bankactiviteiten. Op het gebied van Investment Solutions zal Fortis Investments

sterker uit dit verhaal komen door de krachten te bundelen met BNP Paribas Investment Partners.

Het volledige jaar 2009 stond in het teken van goede commerciële prestaties en sterke resultaten

op de kapitaalmarkt, hoewel deze ongunstig werden beïnvloed door een hoog niveau van

waardeverminderingen, die de gevolgen van de economische crisis weerspiegelden. Daardoor

is het onderliggende resultaat, met EUR 56 miljoen, lichtjes positief. Zoals verderop zal worden

toegelicht hadden uitzonderlijke gebeurtenissen die geen verband hielden met de dagelijkse

bankwerkzaamheden en –verrichtingen uitgevoerd in 2008 en 2009, ook een negatieve invloed op

de winst van 2009.

In 2010 is onze eerste prioriteit het volledig implementeren van de nieuwe businessmodellen en

ons nieuwe aanbod tot bij de klanten brengen. De bank concentreert zich op haar kernactiviteiten,

het verzekeren van haar huidige marktpositie en het vergroten van de klantentevredenheid. Retail

Banking zal een tandje bijsteken, door te investeren in werknemers, distributiekanalen en locaties.

De ‘multichannel’ distributiestrategie blijft de hoeksteen van de klantenbenadering.

Wij danken de 34.000 werknemers van BNP Paribas Fortis die in 2009 hard hebben gewerkt

om de bank om te vormen en ze tot een onderdeel van een internationale groep te maken. Wij

grijpen deze gelegenheid ook aan om onze klanten te danken voor hun vertrouwen en loyaliteit

tijdens het hele afgelopen jaar. Wij kijken de toekomst tegemoet met vertrouwen in wat wij

doen en trots op wat wij verwezenlijkt hebben. Naar onze aandeelhouders toe willen wij ons

engagement benadrukken om BNP Paribas Fortis te vestigen als de grootste Belgische bank met

een internationale dimensie. Dat zal ze worden door aan de behoeften van haar klanten tegemoet

te komen.

Jean-Laurent Bonnafé Herman Daems

Chief Executive Officer (CEO) Voorzitter van de Raad van Bestuur


BNP Paribas Fortis herpakt zich

In 2009 werd de Belgische economie getroffen door de sterkste daling van de economische

activiteit sinds de Tweede Wereldoorlog. Het hoogtepunt van de recessie kwam er in het begin

van het jaar, toen de financiële crisis nog volop woedde. Een uitgebreide overheidstussenkomst

stabiliseerde de situatie en tijdens de tweede helft van het jaar groeide de Belgische economie aan

ongeveer hetzelfde tempo als in de rest van de wereld. De crisis heeft de Belgische bedrijven en

consumenten echter zware klappen toegebracht, en dat heeft geleid tot een forse toename van

het aantal faillissementen van bedrijven en van de werkloosheidscijfers. Verwacht wordt dat de

gevolgen daarvan nog lang voelbaar zullen zijn.

De resultaten in de Belgische banksector weerspiegelden deze economische trends. De winst was

voornamelijk te danken aan een steilere rentecurve en aan het algemene herstel van de financiële

markten. De voorzieningen voor leningverliezen en andere risico’s bleven hoog.

Het afgelopen jaar was er ook één van grote veranderingen voor BNP Paribas Fortis. De eerste

maanden was er voortdurend onzekerheid over wie de eigenaar van de bank zou worden, die

toen nog steeds actief was onder de merknaam Fortis Bank, en dit tijdens moeilijke markt- en

economische omstandigheden. In dezelfde periode werd de afscheiding van de Nederlandse Fortis

activiteiten, Fortis Holding en AG Insurance, voltrokken na het uiteenvallen van de Fortis Groep in

oktober 2008. Ondanks alles is de bank erin geslaagd haar miljoenen klanten een onberispelijke

service te blijven aanbieden gedurende deze hele periode.

BNP Paribas nam op 12 mei 2009 de controle over Fortis Bank over en trok op 13 mei 2009

zijn aandeel in Fortis Bank op naar 74,93%. De Belgische staat is nu, via zijn participatie- en

investeringsarm, FPIM (de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij), voor 25% eigenaar

van Fortis Bank, terwijl de resterende aandelen in handen zijn van de bevolking.

Onder de nieuwe eigenaar hebben Fortis Bank, die verder werkt onder de merknaam BNP

Paribas Fortis, en haar werknemers allemaal het beste van zichzelf gegeven om van de bank de

grootste financiële dienstverlener in de Eurozone te maken. Onder leiding van een Integration

Team werden meer dan 1.000 geslaagde integratieprojecten uitgevoerd, en werden er nieuwe

bestuursprocedures uitgewerkt en maatregelen genomen. Dat alles heeft nieuw vertrouwen in

BNP Paribas Fortis ingeboezemd en ook de performance in alle businesses verbeterd. Een greep

uit de genomen maatregelen:

• totstandbrenging van nieuw bestuur, met de benoeming van enkele nieuwe bestuurders en

leidinggevenden, verfijning van de businesses-segmentatie en integratie van risicobeheer

• verbetering van het risicoprofiel met verminderde blootstelling aan risico’s (controle van naar

risico gewogen activa – krediet- en marktrisico) en liquiditeitsrisico, waarbij de financiering

volledig naar de normale toestand terugkeert

• heropbouw van de handelsfranchise met een herstel van de netto-instroom van activa van

klanten naar retailnetwerken, de stabilisatie van activa in beheer, geslaagde rebranding- en

commerciële campagnes

• versterking van maatregelen voor operationele efficiëntie

Verslag van de Raad van Bestuur 13


14

Verslag van de Raad van Bestuur

Al deze maatregelen samen leiden tot synergieën waarvan wordt verwacht dat ze tegen 2012

jaarlijks EUR 900 miljoen zullen opbrengen. EUR 850 miljoen daarvan heeft betrekking op

kostensynergieën als gevolg van maatregelen op het vlak van organisatie, IT, facility en inkoop,

en human resources. De personeelsinkrimping zal voornamelijk het gevolg zijn van natuurlijke

afvloeiing en vrijwillig ontslag.

Tijdens de tweede helft van 2009 werd een begin gemaakt met de reorganisatie van BNP

Paribas Fortis, rond vier kernactiviteiten: Retail & Private Banking, Corporate & Public Bank

Belgium, Corporate & Investment Banking en Investment Solutions. Ook de rebranding van

aanzienlijke delen van de business in België, Polen en andere landen waar BNP Paribas Fortis een

aanwezigheid heeft, ging in de tweede helft van 2009 van start.

In het verzekeringswezen ging BNP Paribas Fortis een strategisch partnerschap aan met de

Belgische marktleider AG Insurance, waarin het een aandeel van 25% heeft. De overeenkomst

die bepaalt dat de AG Insurance-producten uitsluitend worden verdeeld door de filialen van BNP

Paribas Fortis en Fintro-tussenpersonen zal ten vroegste in 2020 verstrijken.

BNP Paribas Fortis biedt nu een allesomvattend pakket van financiële diensten aan aan retail-,

professionele en vermogende klanten in België, en ook in Polen en Turkije. De bank verstrekt ook

oplossingen op maat aan bedrijven en aan overheids- en financiële instellingen. Daarvoor kan

ze een beroep doen op de know-how en het internationale netwerk van BNP Paribas. Vanaf 2010

zullen de activiteiten van BNP Paribas Fortis CIB en Investment Solutions worden samengevoegd

met die van BNP Paribas CIB en Investment Solutions. De Retail Banking-activiteiten, inclusief

Retail & Private Banking en Corporate & Public Banking België zullen dan weer een specifieke

operationele entiteit vormen.

De Raad van Bestuur van Fortis Bank SA/NV zal aan de Jaarlijkse Algemene Vergadering in april

2010 voorstellen geen dividend uit te keren voor het jaar 2009.

De rest van dit gedeelte “Kernactiviteiten van Fortis bank” bevat een beschrijving van de

activiteiten van elke business line van BNP Paribas Fortis. De volgende hoofdstukken zullen dit

aanvullen door de geconsolideerde financiële resultaten van 2009 te beschrijven.


Kernactiviteiten van Fortis Bank

Retail & Private Banking Belgium

De afdeling Retail & Private Banking van BNP Paribas Fortis bekleedt een leidinggevende

positie in België, met 9.700 personeelsleden die 3,6 miljoen klanten bedienen (een derde van

de Belgische bevolking). De 1.023 filialen die opereren onder de merknaam BNP Paribas Fortis

worden aangevuld met 322 franchises onder de merknaam Fintro en met 650 verkooppunten

van de 50/50-joint venture met de Bank van de Post. Een netwerk van 2.297 ATM’s (afhalingen

en stortingen van contant geld) plus 1.217 non-cashtoestellen (bankoverschrijvingen) en

646 toestellen voor het afdrukken van bankafschriften, voorzieningen voor onlinebankieren

(1,3 miljoen gebruikers) en telefonisch bankieren zijn verbonden met het client relationship

management (CRM) –platform van BNP Paribas Fortis. Op die manier kunnen alle systemen langs

alle kanalen worden ontplooid. Het langetermijnpartnerschap met AG Insurance optimaliseert de

distributiekracht van het retailnetwerk en bouwt verder op de ervaring die doorheen de jaren is

opgebouwd op het gebied van bankverzekering.

De economische omgeving waarin Retail Banking actief is, is sinds het begin van de crisis sterk

veranderd. Tegelijkertijd blijft de concurrentie in het Belgische banklandschap bikkelhard, met

lage rentevoeten, een agressieve prijszetting op spaarproducten, veranderde verwachtingen van

de klant en een overvloed aan nichebanken. De zaken in Retail Banking gingen in 2009 opnieuw

beter na de zeer moeilijke tweede helft van 2008. De uitstroom van fondsen werd in april 2009

omgekeerd en de verbetering van de netto-opname (+ EUR 3,17 miljard) bracht de netto-opname

voor het volledige jaar op EUR 1,47 miljard. Dat was voornamelijk te danken aan het aanbod van

BNP Paribas Fortis op spaarrekeningen en terugwinacties.

Retail Banking komt zijn klanten tegemoet door middel van een ‘multichannel’ distributiestrategie

waarvan het Focus Project, dat in 2007 werd gelanceerd, de hoeksteen blijft. Focus combineert

een gesegmenteerde benadering van de markt met een prestatiegerichte verkooporganisatie.

Het filialennetwerk is opgesplitst in 82 markten, die elk gemiddeld 12 filialen omvatten. Filialen

die actief zijn op dezelfde markt werken nauw samen. De noden van de klant moeten daarbij de

doorslaggevende factor zijn: als het nodig is worden er specialisten bijgeroepen, ongeacht de

grootte van het filiaal. Alle bekwaamheden zijn beschikbaar voor klanten overal in het netwerk en

aan alle retailklanten wordt dezelfde service aangeboden, ongeacht het kanaal waarlangs zij met

de bank communiceren.

Verder bouwend op de sterkte en steun van BNP Paribas Group streeft Retail Banking ernaar

marktaandeel terug te winnen dat het tijdens de crisis is kwijtgespeeld, en de klantentevredenheid

te verhogen door te investeren in werknemers, distributiekanalen en locaties. De prioriteiten op

lange termijn omvatten:

• verbetering van het filialennetwerk (investering van EUR 150 miljoen tot 2012), waarbij het

filiaal dienst doet als het enige plaatselijke toegangspunt voor alle diensten, en dat nabijheid

en deskundigheid combineert

• betere kennis van de klant en betere informatiedeling via CRM, wat leidt tot de volledige

toepassing van het ‘multichannel’ model

• tijd vrijmaken voor de adviserende rol en maximalisatie van persoonlijke contacten om het

vertrouwen en een duurzame rendabiliteit te onderbouwen

Verslag van de Raad van Bestuur 15


Met EUR 44 miljard aan beheerde activa, is de nieuwe

Private Bank de grootste aanbieder van private

bankdiensten op de Belgische markt. De huidige

reorganisatie van de Private Bank leidt tot een verbeterde

dienstverlening aan de klant dankzij de ingebedde

samenwerking tussen Retail Banking en Private Banking, en

brengt een nieuwe segmentatie met zich mee. Individuele

klanten met activa van meer dan EUR 250.000 komen nu in

aanmerking voor Private Banking-diensten, waardoor een

bredere klantenbasis ontstaat. Een uitgebreid netwerk van

35 Private Banking-centra die in 2010 en 2011 de deuren

zullen openen, zullen de 65.000 klanten in dit segment

gemakkelijke toegang geven tot gepersonaliseerde diensten.

Wealth Management bedient zo’n 1.000 klanten met

potentiële activa van meer dan EUR 4 miljoen. Deze klanten

maken gebruik van een servicemodel dat speciaal voor

hen in het leven werd geroepen en hebben toegang tot

het internationale netwerk van BNP Paribas Groep. Ze

worden voornamelijk bediend via twee Wealth Management

Centers, één in Antwerpen en één in Brussel.

De belangrijkste commerciële hoogtepunten van

Retail & Private Banking voor 2009 zijn:

• ‘James—Direct Personal Banking’, een dienst die klanten

buiten de normale kantooruren toegang geeft tot een

personal banker via telefoon, e-mail en webcam.

James’ is gericht op rijke klanten die op zoek zijn naar

flexibiliteit in wanneer —en hoe—zij met de bank

communiceren. De personal bankers die het James-team

vormen, bieden met name deskundigheid op gebieden als

belastingen en verzekeringen, realtime marktinformatie

en proactief portefeuillebeheer.

BNP Paribas Fortis is de grootste bank voor het

jeugdsegment in België (marktaandeel van 32%), een

markt waar de concurrentie op het scherp van de snee

wordt gevoerd. Om de concurrentie voor te blijven heeft

de bank in september 2009 “Mine Pack” gelanceerd. Dat

is een rekeningpakket voor jonge mensen waarin een

elektronische nieuwsbrief en een magazine zitten. De

website Mine.be kreeg ook een opknapbeurt, met nieuwe

interactieve eigenschappen zoals een ‘Money Coach’, die

jonge mensen helpt hun geld te beheren.

• De grootschalige reclamecampagne ‘Een miljard euro’

werd op 1 juni 2009 in België gelanceerd. Ze was

gericht op zelfstandigen, professionals en bedrijven.

In plaats van te kiezen voor een campagne rond het

bedrijfsimago werd in de advertenties en in de tv- en

radiospots de nadruk gelegd op een concreet voorstel,

werd het engagement en de toegewijdheid van BNP

16

Verslag van de Raad van Bestuur

Paribas Fortis bij zijn klanten en zijn betrokkenheid bij

het financieren van de reële economie in de verf gezet en

werd meegedeeld dat er één miljard euro ter beschikking

was om deze doelgroep te helpen hun activiteiten te

ontwikkelen.

BNP Paribas Fortis heeft zijn sponsoring van de Belgische

eersteklasser RSC Anderlecht verlengd tot het seizoen

2013/2014. De bank is al sponsor van de club sinds 1981.

• Lancering van de nieuwe BNP Paribas Private Banking op

10 december 2009, vergezeld van een groots opgezette

mediacampagne met een nieuwe website, brochures en

evenementen.

Corporate & Public Bank Belgium

BNPP Fortis Corporate & Public Bank Belgium biedt een

allesomvattend gamma plaatselijke en internationale

financiële diensten aan aan Belgische ondernemingen,

overheidsinstellingen en plaatselijke overheden. Met 457

bedrijfsklanten en 34.100 ‘midcap’-klanten is de bank de

marktleider in deze categorieën, en is ze ook een belangrijke

speler in Public Banking (1.300 klanten). Het aanbod

omvat binnenlandse bankproducten, gespecialiseerde

financiële vaardigheden, en effecten-, verzekerings- en

vastgoeddiensten. Vaardigheden omvatten gespecialiseerde

vaardigheden zoals handelsdiensten, cash management,

factoring en leasing, en ook M&A- en kapitaalmarkten.

Een centraal team van meer dan 60 bedrijfsbankiers, 200

relatiebeheerders in 24 business centers, en kaderleden

die zich bezighouden met vaardigheden, zorgen ervoor

dat BNP Paribas Fortis dicht bij de markt blijft. Dit team,

gecombineerd met het Europese netwerk van business

centers dat beheerd wordt binnen Corporate & Investment

Banking, stelt BNP Paribas Fortis in staat zijn Belgische

klanten, plaatselijk en in het buitenland, een ééngemaakt

commercieel beheer te bieden.

Het competence center Global Factoring zal Retail,

Commercial Banking en Corporate-klanten bedienen door

hen binnenlandse en multi-domestic factoringoplossingen

aan te bieden in heel Europa, inclusief financiering, incasso

van schuldvorderingen en debiteurenbeheer.


Corporate & Investment Banking

BNP Paribas Fortis Corporate & Investment Banking biedt

zijn klanten (in België en in Europa) een volledige toegang

tot de productportefeuille van CIB van BNP Paribas.

BNP Paribas Fortis CIB bestaat uit zes business lines: Global

Markets, Structured Finance, Corporate Finance & Equity

Capital Markets, Private Equity, Institutional Banking Group

Europe, en Corporate & Transaction Banking Europe.

Global Markets, een duurzaam Capital Markets-platform

dat gericht is op klantgedreven activiteiten, is gevestigd in

Brussel, met de doelstelling een uitgebreid productgamma

aan te bieden via toegang tot BNP Paribas-platforms.

In het onderdeel Fixed Income bedient Global Markets

voornamelijk Belgische klanten, waarbij Fixed Income

Trading-desks ook stromen van Europese Midcaps noteren

(klanten van Corporate & Transaction Banking Europe). Bij

Equity Derivatives ligt de nadruk op het bedienen van de

Belgische klanten, terwijl er enige handelsactiviteit wordt

behouden.

Structured Finance groepeert de activiteiten van Corporate

Acquisition Finance, Leveraged Finance, Export Finance en

Project Finance. Een nieuw regionaal platform voor CIB

wordt opgezet in België, om klanten in de Beneluxlanden,

Noord- en Midden-Europa (met inbegrip van Griekenland)

en Turkije (BNCET-platform) te bedienen. Het team in

Brussel beheert ook de financiering van publiek-private

partnerschappen voor heel Europa, waarbij het de

deskundigheid van BNP Paribas Fortis op dit gebied ten

volle benut.

Corporate Finance is actief in Merger & Acquisition

Advisory en in Equity Capital Markets. Corporate Finance is

toegespitst op Belgische klanten.

Private Equity blijft de Belgische economie steunen door

aan kapitaal- en mezzaninefinanciering te doen, waardoor

BNP Paribas Fortis zijn klanten kan helpen bij hun externe

ontwikkeling.

Institutional Banking Group Europe is verantwoordelijk

voor het beheer van de relaties met financiële instellingen.

Deze afdeling promoot bank- en plain vanilla-producten.

Corporate & Transaction Banking Europe is een

geïntegreerd banknetwerk dat gericht is op het bedienen

van grote midcaps en internationale klanten, en met name

dochterondernemingen van CIB-klanten over heel Europa.

CTBE levert dagelijkse bankproducten en –diensten (plain

vanilla-leningen, Cash Management, Trade-diensten, Flowhedging-producten

en, wanneer beschikbaar, Leasing-,

Factoring- en Investment Solutions- products) aan bekende

bedrijfsklanten en financiële instellingen op 16 markten

buiten de vier thuismarkten in Europa, via een netwerk van

meer dan 30 business centers voor nabijheid met klanten.

Corporate & Transaction Banking Europe zal opereren

in nauwe samenwerking met twee in België gevestigde

competence centers en actief zijn voor de hele BNP Paribasgroep:

Cash Management en Global Trade Solutions. Cash

Management verleent diensten inzake liquiditeitsbeheer

aan bedrijven. Die zijn immers steeds meer op zoek

naar globale en homogene oplossingen op Europees

niveau (bijv., SEPA-oplossingen, cash pooling, payment

factories). Ondertussen blijven deze bedrijven behoefte

hebben aan een allesomvattend plaatselijk aanbod. Global

Trade Solutions helpt bedrijven bij hun internationale

handelsactiviteiten, en verstrekken bijvoorbeeld

internationale garanties voor commerciële overeenkomsten

tussen partijen in verschillende landen

Belangrijke deals die in 2009 door Corporate &

Investment Banking en Corporate & Public Bank

Belgium werden gesloten:

BNP Paribas Fortis trad op als Joint Mandated Lead

Arranger met een club van banken, om met succes

de 690 miljoen EUR aan senior secured facilities te

onderschrijven die vereist zijn om de aankoop door

CVC van de Midden- en Oost-Europese activiteiten

van StarBev, Anheuser-Busch InBev (ABInBev) te

ondersteunen. De transactie staat voor één van de

grootste buyouts in Europa in 2009.

• In België tekende BNP Paribas Fortis voor de grootste

leveraged buyouttransactie die in de loop van 2009

werd uitgevoerd; de bank trad op als mandated lead

arranger voor de senior club deal van EUR 73 miljoen,

om de overname van de ADB Group door Montagu

Private Equity en management te financieren. ADB

Group is de belangrijkste wereldwijde fabrikant van

grondverlichtingssystemen voor luchthavens.

BNP Paribas Fortis was één van slechts drie

deelnemende banken en de enige niet-Britse bank

in het bemiddeld leningschema van de Europese

Investeringsbank (EIB) voor windenergie langs de

kust, die streeft naar het lenen van een bedrag tot

1 miljard GBP voor windmolenparken langs de kust

de komende drie jaar. Dit is een programma dat door

de Britse regering wordt gesponsord om windenergie

Verslag van de Raad van Bestuur 17


te ontwikkelen. Het feit dat BNP Paribas Fortis werd

geselecteerd, toont aan dat wij consequent de leider

van het topsegment zijn voor de Britse en internationale

markten voor hernieuwbare energie.

BNP Paribas Fortis werd door Aquafin uitgekozen als

de enige bookrunner voor de uitgifte van een Belgische

retailobligatie van EUR 150 miljoen, rechtstreeks

gericht op de investeerdersbasis van Retail en Private

Banking. Door te kiezen voor de uitgifte van zo’n

retailobligatie heeft Aquafin een aanzienlijk voordeel

gerealiseerd op het gebied van de diversifiëring en

de kost van de financieringsbasis. Aquafin ontwerpt,

financiert, bouwt en exploiteert de supragemeentelijke

infrastructuur die nodig is om huishoudelijk afvalwater

te behandelen en optimaliseert belangrijke riolen en

afvalwaterbehandelingsinstallaties in Vlaanderen.

• Fluxys, de onafhankelijke exploitant van zowel

het aardgasvervoer, het doorvoernet en de

opslaginfrastructuur in België, heeft BNP Paribas Fortis

aangesteld als enige bookrunner en co-leidende bank

voor zijn uitgifte van een retailobligatie. Het mandaat

van enige bookrunner werd toegewezen aan BNP Paris

Fortis, omwille van zijn deskundigheid en duidelijke

marktleiderschap inzake de uitgifte van retailobligaties.

Deze deal benadrukt het langetermijnengagement voor

Fluxys en onze positie als kernbank voor Fluxys – die

Fluxys al sinds 1971 bijstaat.

BNP Paribas Fortis trad op als co-bookrunner bij de

obligatie-emissie met dubbele tranche van Elia voor EUR

1 miljard. Elia, de monopoliehouder met vaste tarieven

die het Belgische hoogspanningsnet exploiteert, besliste

EUR 1 miljard in te zamelen door zijn pijlen te richten

op de markt van de institutionele benchmarkobligaties

om korte termijnleningen te herfinancieren en

langetermijnleningen te voltooien en te anticiperen op de

verwachte tarieftekorten. Na een uitgebreide roadshow

was de emissie met dubbele tranche een overdonderend

succes.

BNP Paribas Fortis is een cruciale partner geweest

van het vooraanstaande biofarmaceutische bedrijf

UCB dat zijn kredietfaciliteit, aangegaan om Schwarz

Pharma in 2006 over te nemen, wilde herschikken. BNP

Paribas Fortis trad in het vierde kwartaal van 2009

voor UCB op als joint bookrunner van een in aandelen

omzetbare obligatielening van EUR 500 miljoen en

van een obligatielening voor het publiek van EUR 750

miljoen, en als co-manager van een institutionele

obligatie van EUR 500 miljoen. Het succes van deze

drie kapitaalmarkttransacties voor een totaal bedrag

van EUR 1,75 miljard met verschillende looptijden

18

Verslag van de Raad van Bestuur

laat UCB toe zijn kredietverstrekkers te diversifiëren

en de terugbetalingstermijn te verlengen. De rest

van de schuld werd geherfinancierd met een nieuwe

gesyndiceerde wentelfaciliteit (revolving facility) van

EUR 1,5 miljard waarvoor BNP Paribas Fortis optrad als

joint coordinator en bookrunner.

Investment Solutions

Fortis Investments, de afdeling van BNP Paribas Fortis die

zich met activabeheer bezighoudt, heeft activa in beheer ter

waarde van EUR 161 miljard. 65% van de opbrengst daarvan

wordt gegenereerd door externe klanten. Fortis Investments

heeft een wereldwijde aanwezigheid, met verkoopkantoren

en 40 gespecialiseerde beleggingscentra in Europa, de VS en

Azië. Als klantgedreven organisatie biedt het internationale

beleggingsoplossingen, terwijl het voldoet aan de vereisten

en behoeften van plaatselijke beleggers, zowel institutionele

als wholesale-/retailbeleggers. Als gediversifieerde activabeheerder

geeft zijn oplossingsgerichte benadering zijn teams

de vrijheid en middelen om ideeën en kansen te onderzoeken

op elke markt en in elke activaklasse. Fortis Investments is

één van de meest gediversifieerde activabeheersbedrijven ter

wereld als het gaat om de soorten oplossingen die het kan

aanbieden, met een wereldwijde voetafdruk. Het is de op vier

na grootste activabeheerder voor Europese gedomicilieerde

fondsen, met uitzondering van de geldmarkt (bron: Feri).

Enkele belangrijke ontwikkelingen in 2009:

• De uitstroom van activa en de daling in activa in de

eerste helft van het jaar werd omgekeerd tijdens de

tweede helft van het jaar.

• Synergieën van de consolidatie van ABN AMRO Asset

Management leidden tot lagere kosten.

• De overgang van alle 256 voormalige ABN AMRO-fondsen

en -mandaten (die EUR 55 miljard waard zijn) naar het

Fortis Investments platform werd werd voltooid.

• Nieuwe oplossingen voor klanten – Fortis Investments

lanceerde 93 nieuwe fondsen en mandaten.

• De start van de integratie met BNP Paribas Investment

Partners, die klanten zo’n 60 gespecialiseerde

beleggingsmogelijkheden zal bieden en het mogelijk zal

maken plaatselijke diensten te verlenen aan klanten in

45 landen.

• Fortis Investments en BNP Paribas Investment Partners

heeft zijn eerste fonds met twee merknamen gelanceerd,

specifiek voor klanten in Nederland. Het BNP Paribas

Convertible Bond Fund bracht tijdens de intekentermijn

EUR 82,9 miljoen bij elkaar.


Fortis Investments zal in 2010 zijn naam veranderen in

BNP Paribas Investment Partners, na de juridische fusie

met deze entiteit, die naar verwachting zal plaatsvinden

tijdens de eerste helft van 2010. De nieuwe, gecombineerde

organisatie zal zich blijven ontwikkelen, met de nadruk op

de volgende gebieden:

• een breed gamma aan beleggingsproducten en -diensten,

die worden aangeboden via een reeks beleggingscentra

met deskundigheid op vele gebieden, gespecialiseerde

partners en aanbieders van plaatselijke oplossingen

• gespecialiseerde global business lines die toegespitst

zijn op specifieke klantensegmenten, ondersteund door

wereldwijde en plaatselijke marketingfuncties

• vier regionale afdelingen in de belangrijkste zakelijke

gebieden ter wereld, om stuwkracht, coördinatie en

oplossingen te bieden

• gedeelde ondersteuningsfuncties in alle onderdelen

van BNP Paribas Investment Partners, om onze klanten

hoogwaardige en samenhangende diensten te verlenen

BNP Paribas Fortis in Polen

In Polen is BNP Paribas Fortis een universele bank die

spaar- en beleggingsproducten en leningen verstrekt

aan individuele klanten, en geïntegreerde oplossingen

aan ondernemingen om hun bedrijf op de plaatselijke

en internationale markten te financieren. De bank heeft

meer dan 400.000 klanten, die bediend worden door 2.600

bedienden in 250 filialen en 8 business centers. De bank

staat op de 11de plaats van de banken in Polen.

De Poolse economie presteerde relatief goed in 2009, en

heeft de status van Europese groeileider verworven. De

groei vertraagde echter naar 1,6%, tegenover 5% een jaar

eerder – het zwakste resultaat in tien jaar. De verslechtering

van de bedrijfsomstandigheden beïnvloedde de banksector:

het netto financieel resultaat van de sector voor de eerste

drie kwartalen van 2009 lag 44,6% lager dan in 2008,

voornamelijk door afschrijvingen in verband met leningen

van lagere kwaliteit en portefeuilles van FX derivaten.

Voor BNP Paribas Fortis werd het jaar gedomineerd door de

gelijktijdige juridische en operationele fusie met Dominet

Bank, die eind juli met succes werd afgerond. Alle filialen

kunnen nu de klanten van beide banken verwelkomen en

de gezamenlijke systemen voor elektronisch bankieren

zijn volledig operationeel. De klanten van de nieuwe bank

kunnen basisbanktransacties uitvoeren in elk van de 258

filialen. 39 daarvan bieden ook persoonlijke bankproducten

(bijv. spaar- en beleggingsproducten) en oplossingen

voor kleine en middelgrote ondernemingen aan. De

bedrijfsklanten worden bediend door acht business centers.

BNP Paribas Fortis heeft ook zijn benadering tot

rekeningpakketten voor retail- en KMO-klanten herzien.

Voor retailklanten werden er nieuwe, eenvoudige pakketten

met de naam S, M, L en XL op de markt gebracht.

Naast standaarddiensten biedt elk pakket aanvullende

oplossingen, bijv. een spaarrekening met dagelijkse

rentekapitalisatie.

Fortis Bank Turkije

BNP Paribas Fortis is in Turkije actief via Fortis Bank Turkije,

waarvan het met 94,11% van de aandelen de grootste

aandeelhouder is. Het aanbod van Retail Banking bestaat

uit debet- en kredietkaarten, persoonlijke leningen en

beleggings- en verzekeringsproducten die verspreid worden

via 297 filialen en via internet- en telefoonbankieren.

Bankdiensten aan ondernemingen omvatten internationale

handelsfinanciën, activa- en kasbeheer, kredietdiensten,

factoring en leasing. Via zijn afdelingen commercieel

bankieren en bankieren voor kleine bedrijven biedt de

bank verscheidene beleggingsdiensten aan aan kleine en

middelgrote ondernemingen.

In een moeilijke economische omgeving is Fortis Bank

Turkije erin geslaagd zijn franchise in goede vorm te

houden, heel het jaar 2009 lang. De Turkse banksector werd

over het algemeen minder getroffen door de internationale

financiële crisis, omdat hij niet was blootgesteld aan slechte

activa en degelijke criteria hanteerde bij het toekennen

van leningen. Fortis Bank Turkije bleef krediet verstrekken,

zowel aan individuele personen als aan bedrijven, aan een

langzamer tempo – overeenkomstig de stijgende vraag

– terwijl ze het risico nauwlettend in de gaten hield. De

leningverliezen namen weliswaar toe, maar bleven binnen

aanvaardbare niveaus.

De marktactiviteiten profiteerden van dalende rentevoeten.

De verzameling van klantendeposito’s was een voortdurend

aandachtspunt, dat bijvoorbeeld leidde tot de verwerving

van 100.000 nieuwe klanten van wie het loon wordt betaald

op rekeningen van Fortis Bank Turkije. Er werd een nieuwe

segmentatie voor kredietkaarten gelanceerd, met specifieke

nadruk op rijke klanten.

Verslag van de Raad van Bestuur 19


De bankverzekeringsactiviteiten van Fortis Bank Turkije

bleven aan sneltempo groeien, dankzij het partnerschap

van de bank met verscheidene aanbieders, waaronder Fortis

Insurance en Cardiff.

Er werden efficiëntere en klantvriendelijker maatregelen

ingevoerd, zoals de toename van het aantal cash-in ATM’s

en de mogelijkheid om kredietkaartapplicaties te verwerken

via BlackBerry.

In 2010 zal Fortis Bank Turkije naar verwachting de

vruchten plukken van de geleidelijk verbeterende economie

en vooral van hogere groeipercentages die vergelijkbaar

zijn met de percentages die Turkije liet zien in de periode

2002-2007.

BGL BNP Paribas

De bank, die in 1919 werd opgericht en nu bekend staat als

BGL BNP Paribas, heeft actief bijgedragen tot de opkomst

van Luxemburg als internationaal financieel centrum.

De bank, die een internationale aanbieder van financiële

diensten is, is één van de grootste werkgevers van het land

en bekleedt een leidinggevende positie op haar thuismarkt,

waar ze op de eerste plaats staat voor professionele

klanten en KMO’s en op de tweede voor particuliere

klanten. Ondertussen breidt ze haar actieradius uit naar

de omliggende regio, die de grensgebieden van Luxemburg

omvat. In 2009 werd de bank georganiseerd op basis van

drie business lines, die onderverdeeld zijn in activiteiten

sectoren en/of segmenten.

Retail Banking

Via zijn netwerk van 37 filialen biedt Retail Banking

financiële diensten aan aan retailklanten, waaronder

privépersonen, zelfstandigen, beoefenaars van vrije

beroepen en kleine ondernemingen. Retail Banking past

een gedifferentieerde benadering toe op klanten om zijn

gamma van diensten en advies te optimaliseren op alle

gebieden van dagelijks beheer, sparen, investeren, krediet

en verzekeringen.

20

Verslag van de Raad van Bestuur

Private Banking & Asset Management

De business line Private Banking levert geïntegreerde

oplossingen voor het beheer van activa en passiva voor

rijke privépersonen, zowel ingezetenen als niet-ingezetenen,

hun bedrijven en adviseurs. Om deze klanten met hoog

potentieel zo goed mogelijk te bedienen omvat het gamma

een ruim assortiment aan gepaste bankdiensten, waaronder

het beheer van structuren, investeringen, trust- en

bedrijfsdiensten, vastgoedbeheer en verzekeringen.

Merchant Banking

Merchant Banking biedt een allesomvattend gamma

bankproducten en financiële diensten aan bedoeld voor

grote, multinationale bedrijven en institutionele klanten,

inclusief beleggingsfondsen in Luxemburg. De financiële

periode 2009 stond in het teken van het proces van

integratie met BNP Paribas en de goedkeuring van de Raad

van Bestuur, op 25 november 2009, van het Luxemburgse

gedeelte van het industrieel plan. Dat verzekerde de bank

een ambitieuze ontwikkelings- en groeistrategie voor zowel

de nationale als de regionale markten en voor wat bepaalde

internationale activiteiten betreft.

De bank, die wordt gesteund door de kwaliteit van haar

aandeelhouders, de Luxemburgse overheid (34%) en

BNP Paribas (rechtstreeks en onrechtstreeks 65,96%)

streeft ernaar marktaandeel terug te winnen door haar

commerciële dynamisme en voorbeeldige kwaliteit van de

dienstverlening ter beschikking te stellen van haar klanten.


Toekomstgerichte uitspraken

Het dient opgemerkt dat elke uitspraak over toekomstverwachtingen en andere toekomstgerichte

elementen gebaseerd is op de huidige standpunten en veronderstellingen van het bedrijf en een

zekere mate van risico en onzekerheid inhouden, vooral gezien de huidige algemene economische

en marktomstandigheden.

Kredietrating van Fortis Bank S.A./N.V. per 12.02.2010

Lange termijn Vooruitzichten Korte termijn

Standard & Poor’s AA Negatief A-1+

Moody’s A1 Stabiel P-1

Fitch Ratings AA- Negatief F1+

Deze ratings vertegenwoordigen een inschatting van het niet naleven van een verplichting met

betrekking tot schuldpapier, uitgevoerd door de belangrijkste ratingagentschappen: Standard

& Poor’s, Moody’s en Fitch Ratings. De rating die is toegekend aan een emittent heeft een

rechtstreekse impact op de leenkosten van de lener.

Aanpassingen aan kredietratings op lange termijn

• Standard & Poor’s heeft op 29 januari 2010 de rating van Fortis Bank SA/NV verhoogd van ‘AA-‘

naar ‘AA’, waardoor het de rating van Fortis Bank SA/NV op gelijke hoogte heeft gebracht met

de rating van zijn moederbedrijf BNP Paribas SA, nadat het op 18 mei 2009 de rating van Fortis

Bank SA/NV reeds had opgetrokken van ‘A‘ naar ‘AA-‘.

• Fitch Ratings heeft op 15 mei 2009 de rating van Fortis Bank SA/NV verhoogd van ‘A+’ naar ‘AA-‘.

Dit weerspiegelde de voltooiing van de overname door BNP Paribas SA, die ertoe leidde dat BNP

Paribas 75% van Fortis Bank in handen kreeg.

Kredietratings vormen een graadmeter voor de kredietwaardigheid van Fortis Bank en worden

berekend door onafhankelijke ratingbureaus.

Langlopende ratings weerspiegelen de inschatting van het relatieve kredietrisico van vastrentende

verplichtingen met een oorspronkelijke looptijd van één jaar of langer. Van instellingen met de

rating A/A1/A+ wordt het kredietrisico als laag aangemerkt. Op de keper beschouwd betekent

dat dat Fortis Bank zelfs binnen de categorie ‘investment grade’ nog tot de veiligere uitgevende

instellingen behoort.

Op dezelfde manier weerspiegelen kortlopende ratings de inschatting van de kredietwaardigheid

van vastrentende verplichtingen met een looptijd van minder dan een jaar. De notering ‘A-1+ /

P-1 / F1+’ houdt in dat de kans dat Fortis Bank aan deze verplichtingen kan voldoen als zeer

sterk wordt ingeschat. Met andere woorden, voor deposito’s, spaarrekeningen, uitgiften van

handelspapier en andere kortlopende verplichtingen behoort het tegenpartijrisico op Fortis Bank

tot de laagste die er te vinden is.

Diverse financiële activiteiten zijn direct verbonden met sterke korte en lange ratings. De kwaliteit

van de ratings van Fortis Bank draagt derhalve bij aan het potentiële bereik van de activiteiten.

Verslag van de Raad van Bestuur 21


22

Verslag van de Raad van Bestuur

Toelichtingen bij de geconsolideerde financiële

resultaten en de financiële positie van Fortis

Bank 2009

De resultaten van Fortis Bank in 2009 werden beïnvloed door verscheidene eenmalige

evenementen in verband met de economische situatie en de transacties die in de loop van 2009

werden gesloten. Toch stond het jaar in het teken van het herstel van de commerciële stabiliteit

en de financiële stabiliteit, zoals ook blijkt uit de verbeterde liquiditeits- en solvabiliteitspositie

van de bank.

Verderop in dit hoofdstuk staat een beschrijving van het resultaat, de balans, liquiditeit/

solvabiliteit en de belangrijkste risico’s/onzekerheden.

Het gebruik en de impact van financiële instrumenten op de balans en de resultatenrekening

wordt getoond in de toelichting op de balans en de resultatenrekening.

Toelichtingen bij de geconsolideerde resultatenrekening van 2009

Voor het jaar 2009 realiseerde Fortis Bank een aan de aandeelhouders toe te kennen nettoverlies

van EUR 665 miljoen. Zoals beschreven in de volgende paragrafen wordt dit resultaat negatief

beïnvloed door eenmalige elementen. Als we deze uitzonderlijke elementen van naderbij bekijken,

zien we dat het onderliggende resultaat lichtjes positief is (EUR 56 miljoen), wat twee verschillende

dynamieken weerspiegelt. De goede commerciële prestaties en sterke handelsresultaten als zodanig

worden gecompenseerd door een hoog niveau van waardeverminderingen, die de gevolgen van de

economische crisis weerspiegelen.

De resultaten voor 2009 werden getroffen door uitzonderlijke elementen, die kunnen worden

gegroepeerd rond twee assen:

• het effect van transacties die in 2009 en in 2008 werden gesloten en die de nettowinst met

EUR 29 miljoen negatief beïnvloeden. Dit effect bestaat uit twee compenserende elementen:

de verkoop aan Royal Park Investments van een portefeuille van gestructureerde kredieten

(een positief effect van EUR 487 miljoen), die teniet wordt gedaan door negatieve resultaten

van de verkoop van niet-kernactiviteiten en de waardering van beëindigde bedrijfsactiviteiten

(EUR -516 miljoen). BNP Paribas Fortis en BNP Paribas hebben overeenkomsten bereikt

om activiteiten over te dragen en hoewel de totale netto-impact op het resultaat van BNP

Paribas Fortis van alle overdrachten beperkt is, vereist IFRS 5, Vaste Activa Aangehouden voor

handelsdoeleinden en Beëindigde Bedrijfsactiviteiten, dat verliezen op toekomstige verkopen in

de rekeningen van 2009 reeds worden weerspiegeld, terwijl winsten op toekomstige verkopen

nog niet kunnen worden erkend.

• Het effect van uitzonderlijke elementen die geen verband houden met gewone verrichtingen

voor EUR 692 miljoen. Naast typische niet-terugkerende elementen omvat dit ook de eenmalige

uitlijning, binnen het IFRS-kader, van de boekhoudkundige praktijken, schattingen, classificaties,

methodologieën en parameters die worden gebruikt bij de waardering en meting van activa en

passiva, met de praktijken toegepast door BNP Paribas. De bedoeling hiervan is te komen tot

een consequente en samenhangende financiële verslaglegging om operationele inefficiënties te

vermijden.


Netto verlies

toewijsbaar aan

de aandeelhouders

Transacties

gerelateerde

impact

(665) (29)

Uitzonderlijke

elementen

(692)

All gures in EUR million

Onderliggende

Nettowinst

Fortis Bank

56

Verslag van de Raad van Bestuur 23


24

Verslag van de Raad van Bestuur

Toelichtingen bij de evolutie van de

resultatenrekening

De Jaarrekening toont de resultaten van 2009 in overeenstemming met het door IFRS vereiste

formaat, dit betekent dat het resultaat van de beëindigde bedrijfsactiviteiten als een afzonderlijk

bedrag getoond wordt in de resultatenrekening. Echter, om de bedrijfsevoluties te beschrijven

zoals die tijdens 2009 plaatsvonden, zijn de commentaren hieronder gebaseerd op de resultaten

inclusief de beëindigde bedrijfsactiviteiten. De presentatie van de resultatenrekening in een

dergelijk formaat is te vinden op pagina 242.

Om enig misverstand te vermijden herhalen we dat alle commentaren enkel betrekking hebben

op de Fortis Bank geconsolideerde resultaten en ze geen betrekking hebben op de bijdrage van

Fortis Bank aan BNP Parisbas Groep, dewelke te vinden zijn op de BNP Parisbas website: www.

bnppparibas.com.

De netto-rente-inkomsten bedroegen EUR 4.675 miljoen in 2009, een stijging met 18% vergeleken

bij 2008, dankzij een sterke stijging van de rente-opbrengst in de activiteit Global Markets, als

gevolg van gunstige financieringsvoorwaarden. Dit werd gedeeltelijk ongedaan gemaakt door

lagere gemiddelde volumes van commerciële opbrengsten, na terugtrekkingen in de tweede helft

van 2008, evenals lagere marges op deposito’s. De commerciële resultaten gaan vanaf het tweede

kwartaal van 2009 de goede kant uit, dankzij een herstel van de deposito’s, voornamelijk in België.

In 2009 stegen de klantendeposito’s in Retail & Private Banking Belgium met EUR 8 miljard, of 14%

vergeleken bij het eind van 2008.

De netto-inkomsten uit honoraria en commissielonen bedroegen EUR 1.986 miljoen in 2009,

een daling met EUR 222 miljoen of 10% vergeleken bij 2008, voornamelijk als gevolg van lagere

honoraria op beursmakelaardij en op beheerde activa. De positieve impact van de marktprestaties

op balansen van activa in beheer werd teniet gedaan door verdere netto-uitstromen in zowel

Private Banking als Asset Management. De financiële opschudding die eind 2008 ontstond, bleef

wegen op de activiteiten en de transacties van klanten tijdens de eerste maanden van 2009. De

inkomsten uit commissielonen en honoraria kwamen vanaf het tweede kwartaal echter weer op

peil, dankzij de gunstiger ontwikkeling van de financiële markten.

De dividenden, het aandeel in het resultaat van vennoten en joint ventures, en andere

inkomsten uit investeringen, waren goed voor EUR 171 miljoen in 2009, een daling met EUR 110

miljoen ten opzichte van 2008. Als gevolg van de verkoop van bijna de hele aandelenportefeuille

eind 2008 waren de dividendinkomsten uit beleggingen in aandelen lager in 2009. Dit negatieve

effect werd deels gecompenseerd door de bijdrage van EUR 25 miljoen van AG Insurance na de

overname van een participatie van 25% op 12 mei 2009.

De gerealiseerde kapitaalwinsten (-verliezen) op beleggingen bedroegen EUR 61 miljoen in

2009, voornamelijk gesteund door winsten op de private equity-portefeuille en op de verkoop van

overheidsobligaties en van participaties, die gedeeltelijk werden geneutraliseerd door verliezen op

bedrijfsobligaties.

De verliezen van EUR 278 miljoen die in 2008 werden gemaakt op beleggingen hielden

voornamelijk verband met de verkoop van het grootste deel van de portefeuille van beleggingen in

aandelen aan het eind van het derde kwartaal van 2008, en werden gedeeltelijk geneutraliseerd

door winsten geboekt op de verkoop van overheidsobligaties en vastgoed.


De overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde verliezen en winsten waren sterk: EUR 167

miljoen in 2009, geschraagd door stevige resultaten op de kapitaalmarkt, daar de vastrentende

activiteit profiteerde van een gunstiger opbrengstcurve. Dit werd gedeeltelijk gematigd door

de negatieve resultaten op posities van kredietderivaten na krapper wordende kredietspreads.

Het gerapporteerde resultaat kreeg ook de impact te verwerken van veranderingen in

waarderingsmethoden en de verkoop van een gedeelte van de portefeuille van gestructureerde

kredieten. Het resultaat van 2008 was uitzonderlijk laag, met een verlies van EUR 1,5 miljard,

dat negatief werd beïnvloed door verliezen op de positie van de renteopties, de portefeuille van

gestructureerde kredieten en de waarderingsaanpassingen op derivaten, die gedeeltelijk werden

gecompenseerd door positieve winsten op kredietderivaten.

De andere inkomsten bedroegen EUR 383 miljoen, een stijging met EUR 62 miljoen in 2009 ten

opzichte van 2008, voornamelijk gedreven door hogere inkomsten bij Fortis Investments, de

terugbetaling van bijdragen aan het depositobeschermingsfonds in Luxemburg en inkomsten uit de

onderhoudsovereenkomst met FBN Holding.

De wijziging in voorzieningen voor waardeverminderingen bedroeg EUR 4,2 miljard. Dit hoge

niveau van voorzieningen is onder meer veroorzaakt door voorzieningen op goodwill en overige

immateriële activa, terugnames van voorzieningen op de portefeuille van gestuctureerde kredieten

als gevolg van de verkoop aan RPI en de eenmalige uitliijning van de boekhoudkundige praktijken

en schattingen met de praktijken toegepast door BNP Paribas. Specifieke voorzieningen voor

leningsverliezen bleven hoog op EUR 2,0 miljard na de moeilijke economische omgeving, wat

leidde tot een verslechtering van de leningenportefeuille, vooral in businesses Real Estate,

Commercial Banking, Leasing en Institutional Banking.

Het hoge niveau van waardeverminderingen in 2008, namelijk EUR 10,1 miljard, had voornamelijk

te maken met de financiële crisis die leidde tot waardeverminderingen op gestructureerde

kredietinstrumenten, met obligatie-emittenten die in gebreke blijven en met waardevermindering

van goodwill en andere immateriële activa.

De totale uitgaven bedroegen EUR 5.725 miljoen, een aanzienlijke daling in 2009 (EUR 467

miljoen), na de inkrimping van het activiteitengamma en een strenge kostenbeheersing.

De personeelsuitgaven bedroegen EUR 3.064 miljoen in 2009, 9% lager dan in 2008. Deze

daling weerspiegelt de lagere gemiddelde personeelsbezetting (-5,5%) en een beperkte loondrift

onder de moeilijke economische situatie. Met uitsluiting van deze elementen, daalden de

personeelsuitgaven met 4,5% in 2009.

De overige bedrijfskosten (inclusief kosten voor waardevermindering en afschrijving) kwamen uit

op EUR 2.661 miljoen in 2009, een daling met EUR 158 miljoen of 6% ten opzichte van 2008.

De inkomstenbelastingen in 2009 werden aanzienlijk beïnvloed door de erkenning van actieve

belastinglatenties op voorwaarts gecompenseerde belastingverliezen in het moederbedrijf

Fortis Bank SA/NV (in België) met een positieve impact van EUR 1,3 miljard. De uitgaven

op inkomstenbelastingen voor 2008 werden getroffen door niet-aftrekbare verliezen

(goodwillafschrijvingen, verkoopverliezen op investeringen in aandelen …) en door afwaarderingen

van actieve belastinglatenties in verscheidene entiteiten.

De resultaten op beëindigde bedrijfsactiviteiten bedroegen EUR (9.127) miljoen in 2008 in

verband met het verlies op de verkoop van Fortis Bank Nederland (Holding), met inbegrip van de

activiteiten van ABN AMRO.

Verslag van de Raad van Bestuur 25


26

Verslag van de Raad van Bestuur

Toelichtingen bij de evolutie van de balans

Het balanstotaal bedroeg EUR 435 miljard eind 2009, een daling met EUR 152 miljard of 26% ten

opzichte van eind 2008.

Over het algemeen is dit het resultaat van de verdere afbouw van het risico van de balans en de

aanzienlijke schommelingen in de interbancaire activiteiten.

De evoluties in de titels van de balans verschaffen diepere inzichten. Te beginnen bij de actiefzijde

was de daling voornamelijk te vinden in de titels vorderingen van banken, transacties met

wederinkoop en effectenleningsactiviteiten en beleggingen.

De daling in activa en passiva die aangehouden worden voor handelsdoeleinden was het gevolg

van lagere volumes.

Deze dalingen aan de actiefzijde werden vervolledigd door een continue uitstroom van

termijnleningen van klanten op niet-thuismarkten, wat leidde tot een sterke daling van

de vorderingen op klanten. Hogere hypotheekleningen en leningen verstrekt aan Royal

Park Investments (EUR 7,3 miljard), in verband met de financiering van de portefeuille van

gestructureerde kredieten, konden de daling slechts gedeeltelijk ongedaan maken.

Deze aanzienlijke daling van de verschillende uitstaande bedragen wordt bevestigd door de daling

in de overlopende rente en overige activa.

De passiefzijde laat vergelijkbare evoluties zien, te beginnen bij een sterke daling in de passiva

die worden aangehouden voor handelsdoeleinden, voornamelijk als gevolg van – zoals aan

de actiefzijde – lagere volumes, opnieuw gevolgd door een sterke daling van de schulden

aan banken. Die is voornamelijk het gevolg van lagere termijndeposito’s en, zoals ook aan de

actiefzijde, minder wederinkopen en effectenleningen. De variatie in Schulden aan klanten wordt

toegeschreven aan de uitstroom van wholesaledeposito’s, maar de deposito’s bij Retail en Private

Banking bleven groeien. De schuldcertificaten stegen dankzij de uitgifte van handelspapier (op

korte, middellange en lange termijn), en de groei in spaarcertificaten. De inkrimping van de balans

aan passiefzijde wordt ook weerspiegeld in de daling van overlopende rente overige passiva.

De dalingen in de verschillende titels van de activa en passiva wordt ook getroffen door de

presentatie van alle activa en passiva in verband met beëindigde bedrijfsactiviteiten in twee

afzonderlijke titels op de balans: vaste activa en verplichtingen met betrekking tot vaste activa

aangehouden voor verkoop.


Activa

De geldmiddelen en kasequivalenten bleven stabiel op

EUR 22 miljard, na een herclassificatie van EUR 5 miljard

naar vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde

bedrijfsactiviteiten.

De activa aangehouden voor handelsdoeleinden daalden

met EUR 36 miljard, onder impuls van Global Markets

en gekoppeld aan de daling van de reële waarde van

derivaten (EUR -26 miljard) en aan het lagere volume van

handelseffecten (EUR -7 miljard). Een vergelijkbare daling

(EUR 35 miljard) deed zich voor op het niveau van de

passiva aangehouden voor handelsdoeleinden.

De vorderingen op banken daalden aanzienlijk met EUR

29 miljard of 62%, voornamelijk als gevolg van lagere

interbancaire activiteiten bij Global Markets. Dit leidde

tot een daling van de rentedragende deposito’s (EUR -16

miljard), leningen en voorschotten bij kredietinstellingen

(EUR -4 miljard) en transacties met wederinkoop en

vorderingen op effectenleningen (EUR -8 miljard ).

De vorderingen op klanten daalden met EUR 72 miljard

of 34% uitstaand, op EUR 143 miljard tegen eind 2009.

EUR 35 miljard daarvan houdt verband met beëindigde

bedrijfsactiviteiten en wordt geherclassificeerd als

vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde

bedrijfsactiviteiten. Voor de herclassificatie daalden

de transacties met wederinkoop en de vorderingen uit

effectenleningen met EUR 18 miljard, vooral bij Global

Markets en na een vermindering van de activiteiten.

De leningen aan klanten daalden met EUR 19 miljard,

voornamelijk door Merchant Banking (EUR -15 miljard)

en als gevolg van de vermindering van de activiteiten op

de gebieden die geen thuismarkt zijn. De balansen van

Institutional Banking namen toe met EUR 5 miljard en

werden beïnvloed door de leningen (EUR 7,3 miljard) die

werden toegekend aan Royal Park Investments. De daling

van de leningsbalansen omvatte ook een daling (EUR 5

miljard), als gevolg van de vroegtijdige stopzetting van

leningen aan Fortis Holding. De leningsbalansen in de

Retail-businesses stegen met EUR 2,5 miljard (waarvan EUR

1,9 miljard in België). De oorzaak daarvan was voornamelijk

een hogere waarde van de hypotheekleningen. De Private

Banking-portefeuille bleef dalen met EUR 1,2 miljard.

De investeringen daalden met EUR 15 miljard naar EUR 94

miljard, als gevolg van de verkoop van een gedeelte van

de portefeuille van gestructureerde kredieten aan Royal

Park Investments (EUR -10 miljard) en de vermindering

van de beleggingsportefeuille bij ALM (EUR -8 miljard),

na de verkoop en aflossingen in de portefeuille van

overheidsobligaties. De investering in AG Insurance

(participatie van 25%) ten bedrage van EUR 1,4 miljard,

deed de investeringen lichtjes toenemen.

De handels- en overige vorderingen daalden met

EUR 3 miljard als gevolg van de vermindering van de

prolongatierekeningen van Global Markets-klanten.

Goodwill en overige immateriële activa toonden, voor

de herclassificatie naar vaste activa aangehouden voor

verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten, een daling van

EUR 0,2 miljard als gevolg van de waardevermindering

en afschrijving van immateriële activa (EUR -260

miljoen). EUR 1,5 miljard werd geherclassificeerd naar

vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde

bedrijfsactiviteiten en hield voornamelijk verband met

activiteiten inzake activabeheer.

De actuele en uitgestelde belastingen stegen met EUR

1,2 miljard, als gevolg van de erkenning van uitgestelde

belastingen voor overgedragen verliezen.

De overlopende en overige activa daalden met EUR 45

miljard, voornamelijk als gevolg van lagere balansen op

verschillen tussen de handels- en de vereffeningsdatum

(EUR -12 miljard) en lagere overlopende inkomsten

(EUR -30 miljard). De verschillen in de handels- en de

vereffeningsdatum waren te wijten aan het feit dat, op de

handelsdatum, de uitstaande bedragen van leningen en

deposito’s op de balans werden erkend, waardoor andere

activa en andere passiva negatief werden beïnvloed tot de

cash vereffening.

Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde

bedrijfsactiviteiten (EUR 52 miljard) houdt in 2009

voornamelijk verband met de integratietransacties

tussen Fortis Bank en BNP Paribas en de non-core Asset

Management-entiteiten, die in 2008 werden overgenomen

van ABN AMRO Asset Management. Deze operaties

worden verder becommentarieerd in Noot 4 en 23 van het

Jaarverslag van Fortis Bank.

Verslag van de Raad van Bestuur 27


Passiva en eigen vermogen

De passiva aangehouden voor handelsdoeleinden daalden

met EUR 35 miljard (of 37%) dankzij Global Markets,

voornamelijk door lagere balansen als gevolg van de daling

in de reële waarde van derivaten (EUR -28 miljard) en

een lager volume aan baisseverkopen van effecten (EUR

-4 miljard). Een vergelijkbare daling deed zich voor op het

niveau van de activa aangehouden voor handelsdoeleinden.

De schulden aan banken krompen met EUR 79 miljard (of

59%) in 2009. Dat was voornamelijk te danken aan Global

Markets en omvatte een daling met EUR 8 miljard dankzij

de herclassificatie van beëindigde bedrijfsactiviteiten als

verplichtingen met betrekking tot vaste activa aangehouden

voor verkoop. De daling in Global Markets was het resultaat

van lagere termijndeposito’s bij kredietinstellingen (EUR

-17 miljard), bij centrale banken (EUR -9 miljard) en

lagere zichtdeposito’s (EUR -3 miljard). De transacties met

wederinkoop en de transacties inzake effectenleningen bij

banken bedroegen EUR 26 miljard en weerspiegelden de

neerwaartse trend in interbancaire activiteiten.

De schulden aan klanten daalden met EUR 47 miljard

naar EUR 171 miljard. De daling met EUR 20 miljard houdt

verband met beëindigde bedrijfsactiviteiten en wordt

geherclassificeerd als verplichtingen met betrekking

tot vaste activa aangehouden voor verkoop. Voor de

herclassificatie daalden de transacties met wederinkoop

en de transacties inzake effectenleningen met EUR 24

miljard, vooral bij Global Markets en na een vermindering

van de activiteiten. Voor de resterende daling tekenden

Merchant Banking en Asset Management, met een daling

van respectievelijk EUR -11,5 miljard en EUR -1,8 miljard.

Merchant Banking werd geconfronteerd met een uitstroom

van wholesaledeposito’s, terwijl de daling binnen Asset

Management te danken is aan volatiele deposito’s die het

gevolg zijn van het beleid inzake fondsbeleggingen. De

deposito’s bij Retail Banking bleven toenemen met EUR

6,8 miljard, voornamelijk binnen Retail Belgium (EUR +5,9

miljard). Private Banking ondersteunde de groei met EUR

2,4 miljard.

De schuldcertificaten stegen eind 2009 met EUR 1 miljard,

na de herclassificatie van EUR 9 miljard naar verplichtingen

met betrekking tot vaste activa aangehouden voor verkoop.

De evolutie voor herclassificatie was te wijten aan nieuwe

uitgiften van kortlopend handelspapier (EUR +10 miljard)

28

Verslag van de Raad van Bestuur

en ook van lang- en middellang handelspapier (EUR +1

miljard), gedeeltelijk gecompenseerd door een lagere schuld

tegen reële waarde van EUR -1,4 miljard. Spaarcertificaten

waren goed voor een groei van EUR 1,1 miljard.

De achtergestelde schulden daalden met EUR 6 miljard als

gevolg van de aflossing van de schulden aan Fortis Holding

(-EUR 5,7 miljard).

De overlopende interest & overige passiva daalden met

EUR 31 miljard (of 52%). Ze waren getroffen door een lagere

overlopende interest en overlopende overige uitgaven

(EUR -29 miljard), die de daling van de totale passiva

weerspiegelden.

Verplichtingen met betrekking tot vaste activa

aangehouden voor verkoop (EUR 42 miljard) houdt in

2009 voornamelijk verband met de integratietransacties

tussen Fortis Bank en BNP Paribas en de non-core Asset

Management-entiteiten, die in 2008 werden overgenomen

van ABN AMRO Asset Management. Deze operaties

worden verder becommentarieerd in Noot 4 en 23 van het

Jaarverslag van Fortis Bank.

Het eigen vermogen steeg met EUR 3,1 miljard naar EUR

15,5 miljard, dankzij een stijging van EUR 3,8 miljard van

de niet-gerealiseerde winsten en verliezen, geneutraliseerd

door het verlies van het jaar (EUR 665 miljoen) en de daling

in de reserve voor omrekening van valuta (EUR 60 miljoen).

De minderheidsbelangen stegen met EUR 0,2 miljard, voornamelijk

door de stijging van de niet-gerealiseerde winsten

en verliezen, naar EUR 3 miljard per 31 december 2009.

Liquiditeit en solvabiliteit

De liquiditeitspositie van Fortis Bank bleef in de loop van

2009 verbeteren dankzij het vertrouwen dat geleidelijk

aan terugkeerde op de markten en dankzij het feit dat BNP

Paribas een meerderheidsbelang verwierf en de onzekerheid

over de toekomst van de bank wegnam.

Fortis Bank bleef profiteren van gunstiger

marktomstandigheden, die tot uitdrukking kwamen in:

• een grotere toegang tot wholesalefinanciering, waardoor

de afhankelijkheid van de financiering door de centrale

bank verminderde


• de deposito’s van Retail en Private Banking, die vanaf het tweede kwartaal van 2009 opnieuw

een positieve trend lieten zien.

De verhouding naakte deposito’s/leningen (met uitzondering van de door zekerheid gedekte leningen

en deposito’s) is verbeterd van 88% eind 2008 naar 98% per 31 december 2009.

De solvabiliteit bleef sterk. Per 31 december 2009 bedroeg de Tier 1-kapitaalratio van Fortis Bank

12,3% ten opzichte van 10,7% op 31 december 2008. Per 31 december 2009 bedroeg de totale

kapitaalratio 19%. Dat is een stuk hoger dan het door de regelgever vereiste minimum van 8%.

De positieve evolutie van de Tier 1-kapitaalratio kan worden verklaard door de materiële

vermindering in naar risico gewogen activa (EUR -55 miljard of 27%), die de daling van Tier

1-kapitaal (EUR 3,4 miljard) compenseert. De daling van naar risico gewogen activa is voornamelijk

te wijten aan de verkoop van een gedeelte van de portefeuille van gestructureerde kredieten van

Fortis Bank aan Royal Park Investments, de gecontroleerde bedrijfsafslanking in selecte Merchant

Banking-segmenten en de vermindering van de handelsposities.

De daling in Tier 1-kapitaal is voornamelijk het gevolg van de aftrek van 50% van de participatie

verworven in AG Insurance, het nettoverlies van de periode en andere technische elementen.

Voornaamste risico’s en onzekerheden

De activiteiten van Fortis Bank zijn blootgesteld aan een aantal risico’s zoals kredietrisico,

marktrisico, liquiditeitsrisico en operationeel risico. Om ervoor te zorgen dat deze risico’s

geïdentificeerd en naar behoren beheerst en beheerd worden, past de bank een aantal interne

controleprocedures toe en verwijst ze naar een hele reeks risico-indicatoren, die nader worden

beschreven in Noot 7 Risicomanagement van de Geconsolideerde Jaarrekening van Fortis Bank 2009.

Fortis Bank is als verweerder betrokken bij verscheidene claims, geschillen en rechtszaken

in België en in enkele rechtsgebieden in het buitenland, die zijn ontstaan tijdens de gewone

bedrijfsvoering van de bank en na de herstructurering van Fortis Bank en Fortis Groep eind

september en begin oktober 2008. Dit wordt nader beschreven in Noot 49 van de Geconsolideerde

Jaarrekening van Fortis Bank 2009.

De gebeurtenissen na de verslagperiode worden nader beschreven in het hoofdstuk “Overige

informatie over de Geconsolideerde Jaarrekening”.

Brussel, 23 maart 2010

Verslag van de Raad van Bestuur 29


30

Bericht van de Raad van Bestuur

Bericht van de Raad van Bestuur

De Raad van Bestuur van Fortis Bank is verantwoordelijk voor het opstellen van de

Geconsolideerde Jaarrekening van Fortis Bank per 31 december 2009 in overeenstemming

met de International Financial Reporting Standards zoals aanvaard binnen de Europese Unie

en de Jaarrekening van Fortis Bank per 31 december 2009 in overeenstemming met de regels

vastgelegd in het (Belgisch) Koninklijk Besluit van 23 september 1992 op de jaarrekening van de

kredietinstellingen.

De Raad van Bestuur heeft op 23 maart 2010 de Geconsolideerde en Niet-Geconsolideerde

Jaarrekening van Fortis Bank beoordeeld en goedgekeurd voor publicatie.

De Raad van Bestuur van Fortis Bank verklaart dat, naar zijn beste weten, de Geconsolideerde

Jaarrekening van Fortis Bank en de Jaarrekening van Fortis Bank een getrouw en juist beeld geven

van de activa, verplichtingen, financiële positie en de resultatenrekening van Fortis Bank en de

in de consolidatie opgenomen verbintenissen, en dat de informatie die in deze jaarrekening is

opgenomen geen tekortkomingen bevat die het noodzakelijk maken om significant de reikwijdte

van enige berichtgeving aan te passen.

De Raad van Bestuur van Fortis Bank verklaart tevens dat, naar zijn beste weten, het jaaroverzicht

een juist beeld geeft van de ontwikkeling, resultaten en positie van Fortis Bank en van de

verbintenissen die in de consolidatie zijn opgenomen, samen met een beschrijving van de

belangrijkste risico’s en onzekerheden waarmee zij worden geconfronteerd.

De Geconsolideerde Jaarrekening van Fortis Bank en de Jaarrekening van Fortis Bank per 31

december 2009 zullen ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Algemene Vergadering van

Aandeelhouders op 22 april 2010.

Brussel, 23 maart 2010

De Raad van Bestuur van Fortis Bank SA/NV


Corporate Governance

Raad van Bestuur

Rol en verantwoordelijkheden

Overeenkomstig de wet- en regelgeving in verband met kredietinstellingen die in België van kracht

is, is de Raad van Bestuur verantwoordelijk voor het definiëren van het algemene beleid van de

Bank (‘beleidsfunctie’), toezicht te houden op de activiteiten van het Directiecomité, de leden

van het Directiecomité aan te stellen en te revoceren en toezicht te houden op de Onafhankelijke

Controlefuncties (‘toezichtsfunctie’).

Overeenkomstig artikel 26 van de Bankwet en artikel 22 van de statuten van Fortis Bank

(‘Statuten’) hebben de leden van de Raad van Bestuur uit hun midden een Directiecomité

verkozen, waarvan de leden “Uitvoerend Bestuurder” worden genoemd. Het Directiecomité

heeft een algemene delegatie van bevoegdheden gekregen om alle handelingen te stellen die

noodzakelijk of relevant zijn om de bankactiviteiten te beheren binnen het algemene beleidskader

dat door de Raad van Bestuur is uiteengezet (‘managementfunctie’).

Omvang en lidmaatschapscriteria

De Raad van Bestuur zal samengesteld zijn uit niet minder dan vijf en niet meer dan vijfendertig

Bestuurders.

Leden van de Raad van Bestuur kunnen al dan niet aandeelhouders zijn, en worden benoemd voor

een termijn van maximaal vier jaar.

De leden van de Raad beschikken over de kwaliteiten die noodzakelijk zijn om hun functie op

objectieve en onafhankelijke wijze uit te oefenen, teneinde de belangen van Fortis Bank ten allen

tijde te behartigen.

Het beleid van Fortis Bank bepaalt dat de samenstelling van de Raad van Bestuur bestaat uit een

gepaste en evenwichtige mix tussen de Uitvoerend Bestuurders en de niet-Uitvoerend Bestuurders,

die al dan niet onafhankelijk zijn.

Uitvoerend Bestuurders mogen niet de meerderheid van de Raad uitmaken.

Fortis Bank streeft er voorts naar een gepast evenwicht van vaardigheden en bekwaamheden in

stand te houden binnen de Raad van Bestuur, overeenkomstig de bepalingen van de Bankwet.

Corporate Governance 31


Samenstelling

De Raad van Bestuur is nu als volgt samengesteld:

DAEMS Herman Voorzitter van de Raad van Bestuur. Niet-Uitvoerend Bestuurder. Lid van de Raad

van Bestuur sinds 14.05.2009.

Het mandaat van het lid van de Raad verstrijkt tijdens de Gewone Jaarlijkse

Vergadering van Aandeelhouders van 2012.

CHODRON de COURCEL Georges Vicevoorzitter van de Raad van Bestuur. Niet-Uitvoerend Bestuurder. Lid van de

Raad van Bestuur sinds 14.05.2009.

Het mandaat van het lid van de Raad verstrijkt tijdens de Gewone Jaarlijkse

Vergadering van Aandeelhouders van 2012.

BONNAFÉ Jean-Laurent Uitvoerend Bestuurder. Voorzitter van het Directiecomité. Lid van de Raad van

Bestuur sinds 14.05.2009.

Het mandaat van het lid van de Raad verstrijkt tijdens de Gewone Jaarlijkse

Vergadering van Aandeelhouders van 2012.

DIERCKX Filip Uitvoerend Bestuurder. Vicevoorzitter van het Directiecomité. Lid van de Raad

van Bestuur sinds 28.10.1998.

Het mandaat van het lid van de Raad verstrijkt op 26.04.2010.

FOHL Camille Uitvoerend Bestuurder, lid van de Raad van Bestuur en van het Directiecomité

sinds 01.01.2008.

Het mandaat van het lid van de Raad verstrijkt op 23.04.2011.

MENNICKEN Thomas Uitvoerend Bestuurder. Lid van de Raad van Bestuur en van het Directiecomité

sinds 14.05.2009.

Het mandaat van het lid van de Raad verstrijkt tijdens de Gewone Jaarlijkse

Vergadering van Aandeelhouders van 2012.

RAYNAUD Eric Uitvoerend Bestuurder. Lid van de Raad van Bestuur en van het Directiecomité

sinds 14.05.2009.

Het mandaat van het lid van de Raad verstrijkt tijdens de Gewone Jaarlijkse

Vergadering van Aandeelhouders van 2012.

BOOGMANS Dirk Onafhankelijk Niet-Uitvoerend Bestuurder. Lid van de Raad van Bestuur sinds

1.10.2009.

Het mandaat van het lid van de Raad verstrijkt tijdens de Gewone Jaarlijkse

Vergadering van Aandeelhouders van 2012.

COUMANS Wim Niet-Uitvoerend Bestuurder. Lid van de Raad van Bestuur sinds 27.01.2009.

Het mandaat van het lid van de Raad verstrijkt tijdens de Gewone Jaarlijkse

Vergadering van Aandeelhouders van 2012.

32

Corporate Governance


LAMARCHE Gérard Onafhankelijk Niet-Uitvoerend Bestuurder. Lid van de Raad van Bestuur sinds

14.05.2009.

Het mandaat van het lid van de Raad verstrijkt tijdens de Gewone Jaarlijkse

Vergadering van Aandeelhouders van 2012.

LAVENIR Frédéric Niet-Uitvoerend Bestuurder. Lid van de Raad van Bestuur van 14.05.2009 tot

01.10.2009 en opnieuw sinds 10.12.2009.

Het mandaat van het lid van de Raad verstrijkt tijdens de Gewone Jaarlijkse

Vergadering van Aandeelhouders van 2012.

PAPIASSE Alain Niet-Uitvoerend Bestuurder. Lid van de Raad van Bestuur sinds 14.05.2009.

Het mandaat van het lid van de Raad verstrijkt tijdens de Gewone Jaarlijkse

Vergadering van Aandeelhouders van 2012.

PRUVOT Jean-Paul Niet-Uitvoerend Bestuurder. Lid van de Raad van Bestuur sinds 27.01.2009.

Het mandaat van het lid van de Raad verstrijkt tijdens de Gewone Jaarlijkse

Vergadering van Aandeelhouders van 2012.

STÉPHENNE Jean Onafhankelijk Niet-Uitvoerend Bestuurder. Lid van de Raad van Bestuur sinds

26.04.2001.

Het mandaat van het lid van de Raad verstrijkt op 26.04.2010.

VANSTEENKISTE Luc Onafhankelijk Niet-Uitvoerend Bestuurder. Lid van de Raad van Bestuur sinds

26.04.2001.

Het mandaat van het lid van de Raad verstrijkt op 26.04.2010.

VARÈNE Thierry Niet-Uitvoerend Bestuurder. Lid van de Raad van Bestuur sinds 14.05.2009.

Het mandaat van het lid van de Raad verstrijkt tijdens de Gewone Jaarlijkse

Vergadering van Aandeelhouders van 2012.

WIBAUT Serge Niet-Uitvoerend Bestuurder. Lid van de Raad van Bestuur sinds 27.01.2009.

Het mandaat van het lid van de Raad verstrijkt tijdens de Gewone Jaarlijkse

Vergadering van Aandeelhouders van 2012.

Corporate Governance 33


De samenstelling van de Raad van Bestuur is in 2009 als volgt gewijzigd:

DAEMS Herman Voorzitter van de Raad van Bestuur (sinds 14.05.2009)

VAN BROEKHOVEN Emiel Voorzitter van de Raad van Bestuur (van 27.01.2009 tot 14.05.2009)

VERWILST Herman Voorzitter van de Raad van Bestuur (tot 27.01.2009)

CHODRON de COURCEL Georges Vicevoorzitter van de Raad van Bestuur (sinds 14.05.2009)

BONNAFÉ Jean-Laurent Voorzitter van de Raad van Bestuur (sinds 14.05.2009)

DIERCKX Filip Voorzitter van het Directiecomité (tot 14.05.2009)

Vicevoorzitter van het Directiecomité (sinds 14.05.2009)

BOONE Brigitte Uitvoerend Bestuurder, lid van de Raad van Bestuur (tot 14.05.2009)

DEBOECK Michel Uitvoerend Bestuurder, lid van de Raad van Bestuur (tot 14.05.2009)

FOHL Camille Uitvoerend Bestuurder, lid van de Raad van Bestuur

MACHENIL Lars Uitvoerend Bestuurder, lid van de Raad van Bestuur (tot 14.05.2009)

MENNICKEN Thomas Uitvoerend Bestuurder, lid van de Raad van Bestuur (sinds 14.05.2009)

MOSTREY Lieve Uitvoerend Bestuurder, lid van de Raad van Bestuur (tot 14.05.2009)

RAYNAUD Eric Uitvoerend Bestuurder, lid van de Raad van Bestuur (sinds 14.05.2009)

VANDEKERCKHOVE Peter Uitvoerend Bestuurder, lid van de Raad van Bestuur (tot 14.05.2009)

BECKERS Lode Bestuurder (tot 14.05.2009)

BOOGMANS Dirk Bestuurder (sinds 01.10.2009)

CLIJSTERS Jos Bestuurder (tot 27.01.2009)

COUMANS Wim Bestuurder (sinds 27.01.2009)

DE MEY Jozef Bestuurder (tot 27.01.2009)

DESCHÊNES Alain Bestuurder (tot 27.01.2009)

FEILZER Joop Bestuurder (tot 14.05.2009)

LAMARCHE Gérard Bestuurder (sinds 14.05.2009)

LAVENIR Frédéric Bestuurder (van 14.05.2009 tot 01.10.2009 en opnieuw sinds 10.12.2009)

MEYER Jean Bestuurder (tot 27.01.2009)

PAPIASSE Alain Bestuurder (sinds 14.05.2009)

PRUVOT Jean-Paul Bestuurder (van 27.01.2009 tot 14.05.2009 en opnieuw sinds 14.05.2009)

STÉPHENNE Jean Bestuurder

VAN HARTEN Peer Bestuurder (tot 27.01.2009)

VAN OORDT Robert Bestuurder (tot 14.05.2009)

VANSTEENKISTE Luc Bestuurder

VARÈNE Thierry Bestuurder (sinds 14.05.2009)

WIBAUT Serge Bestuurder (sinds 27.01.2009)

34

Corporate Governance


De Raad van Bestuur van Fortis Bank heeft zijn

samenstelling veranderd op 27 januari 2009, teneinde

de nieuwe eigendomsstructuur te weerspiegelen en zijn

bestuur te versterken.

Op die dag nam de Raad van Bestuur kennis van het ontslag

van de volgende bestuurders die werden benoemd door de

vorige aandeelhouders: Herman Verwilst, Jos Clijsters, Jozef

De Mey, Alain Deschênes, Jean Meyer en Peer van Harten.

Nog op die dag werden de volgende bestuurders die de

Belgische Staat vertegenwoordigden benoemd bij coöptatie:

Emiel Van Broekhoven (Voorzitter van de Raad van Bestuur),

Wim Coumans, Jean-Paul Pruvot en Serge Wibaut.

Na de overname door BNP Paribas op 14 mei 2009

veranderde de Raad van Bestuur van Fortis Bank

zijn samenstelling opnieuw, teneinde zijn nieuwe

eigendomsstructuur te weerspiegelen.

Op die dag nam de Raad van Bestuur kennis van het

ontslag van de volgende bestuurders die werden benoemd

door de vorige aandeelhouders: Emiel Van Broekhoven,

Jean-Paul Pruvot, Lode Beckers, Joop Feilzer, Robert van

Oordt, Lars Machenil, Lieve Mostrey, Brigitte Boone, Peter

Vandekerckhove en Michel Deboeck.

Nog op die dag werden de volgende bestuurders benoemd

bij coöptatie: Herman Daems, Georges Chodron de Courcel,

Jean-Laurent Bonnafé, Thomas Mennicken, Eric Raynaud,

Gérard Lamarche, Frédéric Lavenir, Alain Papiasse, Jean-

Paul Pruvot en Thierry Varène. Hun benoeming werd

nadien goedgekeurd door de Algemene Vergadering van

aandeelhouders. De heer G. Lamarche werd benoemd tot

Onafhankelijk Bestuurder, terwijl alle andere benoemde

Bestuurders, behalve de heer J.P. Pruvot, de belangrijkste

aandeelhouder van Fortis Bank vertegenwoordigen of

Uitvoerend Bestuurders zijn.

De samenstelling van de Raad van Bestuur veranderde een

derde keer op 1 oktober 2009. Op die dag werd de heer Dirk

Boogmans als Onafhankelijk Bestuurder benoemd om de

heer Frédéric Lavenir te vervangen, die op die dag ontslag

nam, en om het aantal onafhankelijke bestuurders op vier

te brengen.

De heer Frédéric Lavenir werd op 10 december 2009

opnieuw tot Bestuurder benoemd door de Buitengewone

Algemene Vergadering van Aandeelhouders. Tijdens

diezelfde Buitengewone Algemene Vergadering van

Aandeelhouders werd de heer Dirk Boogmans bevestigd als

onafhankelijk Niet-Uitvoerend Bestuurder.

De Raad van Bestuur van Fortis Bank, die verantwoordelijk

is voor het uitstippelen van het algemene beleid en voor het

houden van toezicht op de activiteiten van de Uitvoerend

Bestuurder, is nu samengesteld uit 17 Bestuurders, onder

wie 12 Niet-Uitvoerend Bestuurders (van wie er 4 zijn

benoemd tot Onafhankelijk Bestuurder overeenkomstig de

criteria vastgelegd in artikel 526ter van het Wetboek van

Vennootschappen) en 5 Uitvoerend Bestuurders.

Informatie betreffende de totale bezoldiging voor 2009,

inclusief de voordelen in natura en pensioenkosten, van

uitvoerende en niet-uitvoerende leden van de Raad van

Bestuur, betaald en betaalbaar door Fortis Bank, is te

vinden in Noot 10 “Bezoldiging van de Raad van Bestuur en

Executive Committee” van de Geconsolideerde Jaarrekening

van Fortis Bank.

De Raad van Bestuur hield 41 vergaderingen in 2009,

waarvan 12 sinds 12 mei 2009

Corporate Governance 35


36

Corporate Governance

Commissies van de Raad

Teneinde op doeltreffende wijze zijn rol te vervullen en aan zijn verplichtingen te voldoen

heeft de Raad van Bestuur een Audit and Risk Committee en een Governance, Nomination and

Remuneration Committee opgericht. Het bestaan van deze commissies heeft geen invloed op

de mogelijkheid van de Raad om nog meer ad-hoc-commissies op te richten om specifieke

aangelegenheden aan te pakken als daartoe behoefte ontstaat. Elke commissie van de Raad heeft

een adviesfunctie met betrekking tot de Raad.

De benoeming van commissieleden is gebaseerd op (i) hun specifieke bekwaamheid en ervaring,

naast de algemene vereisten voor leden van de Raad, en (ii) de vereiste dat elke commissie, als

groep, over de bekwaamheden en ervaring beschikt die nodig zijn om zijn taken uit te voeren.

Audit and Risk Committee (“ARC”)

De rol van het ARC is de Raad bij te staan bij het nakomen van zijn toezichtsverplichtingen met

betrekking tot interne controle in de ruimste zin binnen Fortis Bank, inclusief interne controle over

financiële verslaggeving en risico.

Rol en verantwoordelijkheden

Het ARC zal toezicht houden, doorlichten en aanbevelingen doen aan de Raad van Bestuur betreffende:

Audit

• de integriteit van jaarrekeningen en van elke schriftelijke, officiële, externe communicatie in

verband met de financiële prestaties van Fortis Bank. Dit omvat de consequente toepassing van

boekhoudkundige principes (en veranderingen daaraan) en de kwaliteit van de interne controle

over financiële verslaggeving;

• de prestaties van het externe auditproces: het ARC houdt toezicht op het werk dat wordt

uitgevoerd door de externe auditeurs, licht hun auditplan door, evalueert hun prestaties

minstens één maal om de drie jaar aan de hand van criteria, en doet aanbevelingen aan de Raad

betreffende hun benoeming of herbenoeming, verlenging van mandaat en bezoldiging. Het ARC

geeft gevolg aan vragen of aanbevelingen van de externe auditeurs. Het ARC houdt ook toezicht

op de onafhankelijkheid van externe auditkantoren, inclusief de doorlichting en goedkeuring van

niet-auditdiensten verleend aan Fortis Bank;

• de prestaties van het interne auditproces: het ARC houdt toezicht op het werk dat is

uitgevoerd door de interne auditafdeling en bekrachtigt het jaarlijkse auditplan, inclusief

belangrijke auditopdrachten, draagwijdte en auditbudget. Het houdt toezicht op het gevolg

dat het management geeft aan de aanbevelingen van de interne audit en neemt deel aan de

externe kwaliteitsbeoordeling van de interne auditafdeling die minstens om de vijf jaar wordt

georganiseerd en samenvalt met de benoeming of het ontslag van de Algemeen Auditeur.


Risico

• de belangrijkste blootstelling aan risico van de Bank

en de werking van het interne risicobeheer en de

controlesystemen, inclusief toezicht op de naleving van

de desbetreffende wet- en regelgeving. Dit impliceert dat

het ARC belangrijke risicogebieden identificeert en erkent,

zoals beleggingsrisico, marktrisico, liquiditeitsrisico en

operationeel risico;

• de doeltreffendheid van de Onafhankelijke

Controlefuncties. Dit omvat toezicht op de uitvoering en

het regelmatig herzien van de regels die van toepassing

zijn op de oprichting, samenstelling en werking van

de Onafhankelijke Controlefuncties op het niveau van

Fortis Bank en zijn operationele dochterondernemingen,

rekening houdende met specifieke wetten en reglementen

die van toepassing zijn op de betrokken entiteiten en hun

relaties met het ARC. Het ARC stemt in met de benoeming

of het ontslag van de Compliance Officer.

Samenstelling

Het ARC is samengesteld uit minstens drie Niet-Uitvoerend

Bestuurders. Minstens de helft van de leden ervan

moeten onafhankelijk bestuurders zijn. In geval van een

staking der stemmen heeft de Voorzitter van het ARC een

doorslaggevende stem.

Leden van het ARC moeten over de noodzakelijke

vaardigheden en bekwaamheden beschikken op het gebied

van boekhouding, audit en financiële bedrijfsvoering.

De aanwezigheid van de noodzakelijke vaardigheden en

bekwaamheden wordt ook beoordeeld op het niveau van het

ARC, niet alleen op individuele basis.

Overeenkomstig artikel 526bis, §2 van het Wetboek van

Vennootschappen is minstens één lid van het ARC een

onafhankelijk bestuurder die ook beschikt over de vereiste

deskundigheid en competenties op het vlak van accounting,

audit en financiële activiteiten. Alle onafhankelijke bestuurders

in het ARC van Fortis Bank voldoen aan deze regelgeving.

Present composition

De leden van het ARC zijn:

VANSTEENKISTE Luc, Voorzitter

BOOGMANS Dirk

COUMANS Wim

DAEMS Herman

STEPHENNE Jean

Het ARC vergaderde 15 keer in 2009, waarvan 5 keer sinds

12 mei 2009.

Governance, Nomination and Remuneration

Committee (“GNRC”)

De rol van het GNRC is de Raad bij te staan bij

aangelegenheden in verband met:

• de benoeming van leden van de Raad en de leden van

het Directiecomité (de “Uitvoerend Bestuurders”);

• de bezoldiging van Bestuurders, Uitvoerend Bestuurder

en kaderleden;

• het bestuur van de Bank waarover de Raad of de

Voorzitter van de Raad het advies van de commissie

wenst te ontvangen

Rol en verantwoordelijkheden

Het GNRC zal toezicht houden, doorlichten en

aanbevelingen doen aan de Raad van Bestuur betreffende:

Benoemingen

• regelmatig doorlichten van het beleid en de criteria

(onafhankelijkheidsvereisten, bekwaamheden en

kwalificaties,) die de selectie en benoeming van leden

van de Raad, leden van commissies van de Raad en van

het Directiecomité regelen, en waar nodig wijzigingen

aan de Raad aanbevelen;

• ervoor zorgen dat het benoemings- en

herverkiezingsproces objectief en professioneel wordt

georganiseerd;

• toezicht houden, doorlichten en aanbevelingen doen aan

de Raad met betrekking tot de omvang van de Raad, de

benoeming of herverkiezing van leden van de Raad en

met betrekking tot de benoeming of het ontslag van de

Uitvoerend Bestuurder.

Bezoldiging

• regelmatig doorlichten van het beleid dat van toepassing

is op de bezoldiging van Niet-Uitvoerend Bestuurders

enerzijds en van de Uitvoerend Bestuurders anderzijds, met

het oog op het aanbevelen van veranderingen waar nodig.

• elk jaar doorlichten van de bezoldiging van de

Uitvoerend Bestuurders en het bezoldigingsbeleid en

de bezoldigingsprincipes die van toepassing zijn op het

kader, en aanbevelingen doen aan de Raad.

• elk jaar de doelstellingen voor de Voorzitter van de

Raad bespreken en vastleggen, en, op basis van een

voorstel van de Voorzitter van de Bank, voor de andere

Uitvoerend Bestuurders. Voor het kader licht het GNRC

de belangrijkste principes door die worden toegepast

en die vervolgens zal dienen als benchmarks in hun

prestatiebeoordelingen;

• evalueren van de prestaties van leden van de Raad en de

Uitvoerend Bestuurders.

Corporate Governance 37


38

Corporate Governance

Bestuur

• doorlichten en beoordelen van de geschiktheid van de praktijken en regels inzake

bedrijfsbestuur van het Bedrijf en evalueren van de naleving door het Bedrijf van zijn regels

inzake bedrijfsbestuur;

• problemen die zich voordoen met het bedrijfsbestuur of belangrijke ontwikkelingen in de

toepasselijke wetten en/of praktijken van bedrijfsbestuur identificeren en de Raad erover

adviseren;

• aanbevelingen doen aan de Raad over alle aangelegenheden van bedrijfsbestuur en over alle te

nemen corrigerende maatregelen, inclusief advies geven over de organisatie van de Raad en de

commissies van de Raad, lidmaatschappen, functies, plichten en verantwoordelijkheden;

• aanverwante insider-transacties en transacties van verwante partijen en/of zaken van

belangenconflicten waarbij leden van de Raad en leden van het Directiecomité betrokken zijn,

doorlichten en de Raad erover adviseren;

• aan de Raad de (her)verkiezing van de Compliance Officer aanbevelen, op voorstel van de

Voorzitter van de Bank;

• doorlichten van de onthullingen in het Jaarverslag over de bezoldiging van de leden van de

Raad en Uitvoerend Bestuurders, over de processen die hun benoeming en bezoldiging regelen,

en over de activiteiten van het GNRC.

Samenstelling

Het GNRC is samengesteld uit minstens drie Niet-Uitvoerend Bestuurders. Minstens de helft van

de leden ervan moeten Onafhankelijk bestuurders zijn.

Huidige samenstelling

De leden van het GNRC zijn:

DAEMS Herman, Voorzitter

STÉPHENNE Jean

VANSTEENKISTE Luc

WIBAUT Serge

Het GNRC vergaderde 8 keer in 2009, waarvan 5 keer sinds 12 mei 2009.


Executive Committee

Het Executive Committee heeft een adviesrol ten overstaan van het Directiecomité en faciliteert de

uitvoering van de strategie en het operationele beheer van de Bank.

Sinds 14 mei 2009 telt het Executive Committee 11 leden, samengesteld uit de 5 Uitvoerende

Bestuurders (die samen het Directiecomité vormen) en de volgende verantwoordelijken van de

Businesses en Ondersteunende functies:

DEBOECK Michel, Chief Human Resources Officer

JADOT Maxime, Head of Corporate & Public Banking

MACHENIL Lars, Chief Financial Officer

MOSTREY Lieve, Head of TOPS (Technology, Operations & Property Services)

VAN DE KERCKHOVE Peter, Head of Retail & Private Banking

VAN GHELUWE Frédéric, Head of Capital Markets

College van geaccrediteerde statutaire auditeurs

• PricewaterhouseCoopers Reviseurs d’Entreprises BV CVBA; vertegenwoordigd door de heren Josy

STEENWINCKEL en Roland JEANQUART.

• Deloitte Bedrijfsrevisoren / Reviseurs d’Entreprises BV CVBA; vertegenwoordigd door de heren

Philip MAEYAERT en Frank VERHAEGEN.

Corporate Governance 39


Fortis Bank

Geconsolideerde

Jaarrekening 2009

41


Geconsolideerde balans

(voor winstbestemming)

42

Geconsolideerde balans

Noot

31 december 2009 31 december 2008

Activa

Geldmiddelen en kasequivalenten 14 22.605 22.644

Activa aangehouden voor handelsdoeleinden 15 51.955 88.432

Vorderingen op banken 16 17.648 47.043

Vorderingen op klanten 17 143.335 215.630

Beleggingen: 18

- Tot einde looptijd aangehouden 3.439 3.851

- Voor verkoop beschikbaar 62.536 101.194

- Tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening 1.991 2.828

- Geherclassificeerd als leningen en vorderingen 23.220

- Vastgoedbeleggingen 681 672

- Geassocieerde deelnemingen en joint ventures 1.771 436

93.638 108.981

Overige vorderingen 19 2.247 5.680

Materiële vaste activa 20 2.003 2.281

Goodwill en overige immateriële vaste activa 21 349 1.992

Actuele en uitgestelde belastingen 30 3.693 2.454

Overlopende rente en overige activa 22 45.740 90.902

Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten 4, 23 51.825 738

Totaal activa 435.038 586.777

Verplichtingen

Verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden 15 51.246 86.309

Schulden aan banken 24 55.179 133.917

Schulden aan klanten 25 170.779 217.815

Schuldbewijzen 26 50.577 49.617

Achtergestelde schulden 27 15.961 21.932

Overige financieringen 28 556 565

Voorzieningen 29 1.034 1.331

Actuele en uitgestelde belastingen 30 354 525

Overlopende rente en overige verplichtingen 31 28.595 59.518

Verplichtingen met betrekking tot vaste activa aangehouden voor verkoop 4, 23 42.304 105

Totaal verplichtingen 416.585 571.634

Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 5 15.459 12.363

Minderheidsbelangen 6 2.994 2.780

Eigen vermogen 18.453 15.143

Totaal verplichtingen en eigen vermogen 435.038 586.777

De toelichtingen op pagina’s 181 tot 240 maken integraal deel uit van de geconsolideerde balans.


Geconsolideerde resultatenrekening

Noot

2009 2008

Baten

Rentebaten 34 52.574 96.045

Rentelasten 35 ( 48.814 ) ( 93.021 )

Rentemarge 3.760 3.024

Commissiebaten 36 1.347 1.640

Commissielasten 37 ( 464 ) ( 588 )

Commissiebaten, netto 883 1.052

Dividenden, aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen enjoint

ventures en overige beleggingsbaten 38 152 267

Gerealiseerde winsten (verliezen) op beleggingen 39 25 ( 260 )

Overige gerealiseerde en ongerealiseerde winsten en verliezen 40 223 ( 1.591 )

Overige baten 41 298 231

Totale baten na aftrek van interestlasten 5.341 2.723

Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen 42 ( 2.744 ) ( 7.164 )

Nettobaten 2.597 ( 4.441 )

Lasten

Personeelskosten 43 ( 2.357 ) ( 2.569 )

Afschrijving van materiële en immateriële vaste activa 44 ( 334 ) ( 348 )

Overige lasten 45 ( 1.695 ) ( 1.800 )

Totale lasten ( 4.386 ) ( 4.717 )

Winst (verlies) voor belastingen ( 1.789 ) ( 9.158 )

Winstbelastingen 46 1.640 812

Nettowinst (verlies) over de periode ( 149 ) ( 8.346 )

Nettowinst op beëindigde bedrijfsactiviteiten 47 ( 561 ) ( 12.197 )

Nettowinst (verlies) over de periode ( 710 ) ( 20.543 )

Nettowinst (verlies) toewijsbaar aan de minderheidsbelangen op -

beëindigde bedrijfsactiviteiten ( 39 ) 4

Nettowinst (verlies) toewijsbaar aan de minderheidsbelangen ( 6 ) 9

Nettowinst (verlies) toewijsbaar aan de aandeelhouders ( 665 ) ( 20.556 )

De toelichtingen op pagina’s 241 tot 256 maken integraal deel uit van de geconsolideerde

resultatenrekening.

Geconsolideerde resultatenrekening 43


Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en

niet-gerealiseerde resultaten

44

Noot 2009 2008

Nettowinst (verlies) over de periode Geconsolideerde ( 710 ) ( 20.543 )

resultatenrekening

Valutakoersverschillen door de omrekening van transacties in vreemde valuta en afdekkingen van Geconsolideerde

netto-investeringen opgenomen in het eigen vermogen (bruto) overzicht van ( 58 ) ( 304 )

Gerelateerde belasting wijzigingen in het ( 3 ) 10

eigen vermogen

Niet-gerealiseerde winsten of verliezen voorvloeiend uit voor verkoop beschikbare beleggingen 5.4, 6, 18.2

opgenomen in het eigen vermogen Geconsolideerde

Veranderingen in de reële waarde tijdens het boekjaar (bruto) overzicht van 4.048 ( 3.420 )

Gerelateerde belasting wijzigingen in het 92 267

Herclassificatie-aanpassingen voor gerealiseerde winsten en verliezen opgenomen in- eigen vermogen

het netto-inkomen (bruto) 2.472 ( 1.448 )

Gerelateerde belasting ( 947 ) 89

Niet-gerealiseerde winsten of verliezen voortvloeiend uit voor verkoop beschikbare beleggingen 5.4, 6, 18.2

geherclassificeerd als leningen en vorderingen Geconsolideerde

Veranderingen in de reële waarde tijdens het boekjaar (bruto) overzicht van ( 2.600 )

Gerelateerde belasting wijzigingen in het 720

Afschrijving van niet-gerealiseerde winsten of verliezen opgenomen in het netto-inkomen (bruto) eigen vermogen 95

Gerelateerde belasting ( 4 )

Kasstroom afdekkingen 5.4, 6

Niet-gerealiseerde winsten of verliezen voortvloeiend uit afdekkingen opgenomen in- Geconsolideerde

het eigen vermogen (bruto) overzicht van 1 4

Gerelateerde belasting wijzigingen in het ( 1 )

Bedragen geherclassificeerd naar het netto-inkomen (bruto) eigen vermogen ( 14 ) ( 1 )

Gerelateerde belasting 5

Participatie in geassocieerde deelnemingen en joint ventures verantwoord op basis van- 5.4, 6 124 ( 7 )

de 'equity'-methode Geconsolideerde

overzicht van

wijzigingen in het

eigen vermogen

Totaal van de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten 3.930 ( 4.810 )

Totaal van de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten toegekend aan: 3.220 ( 25.353 )

aandeelhouders

Geconsolideerde

overzicht van 3.131 ( 25.175 )

minderheidsbelangen wijzigingen in het

eigen vermogen

90 ( 178 )

Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten


Geconsolideerd overzicht van wijzigingen

in het eigen vermogen

On- Eigen

Koers- Nettowinst gerealiseerde vermogen Minder- Totaal

Aandelen- Agio Overige verschillen toewijsbaar aan winsten en toewijsbaar aan heids- eigen

kapitaal reserve reserves reserve aandeelhouders verliezen aandeelhouders belangen vermogen

Balans per 1 januari 2008 4.694 20.257 7.533 ( 132 ) 1.781 ( 697 ) 33.436 430 33.866

Nettowinst over de periode ( 20.556 ) ( 20.556 ) 13 ( 20.543 )

Herwaardering van investeringen ( 4.291 ) ( 4.291 ) ( 165 ) ( 4.456 )

Herwaardering van geassocieerde deelnemingen ( 7 ) ( 7 ) ( 7 )

Omrekeningsverschillen ( 268 ) ( 53 ) ( 321 ) ( 26 ) ( 347 )

Overige

Subtotaal ( 268 ) ( 20.556 ) ( 4.351 ) ( 25.175 ) ( 178 ) ( 25.353 )

Overdracht 1.781 ( 1.781 )

Dividend ( 10 ) ( 10 )

Toename kapitaal

Eigen aandelen

4.681 19 4.700 4.700

Overige ( 598 ) ( 598 ) 2.538 1.940

Balans per 31 december 2008 9.375 20.276 8.716 ( 400 ) ( 20.556 ) ( 5.048 ) 12.363 2.780 15.143

Nettowinst over de periode ( 665 ) ( 665 ) ( 45 ) ( 710 )

Herwaardering van investeringen 3.717 3.717 136 3.853

Herwaardering van geassocieerde deelnemingen 124 124 124

Omrekeningsverschillen

Overige

( 60 ) 14 ( 46 ) ( 1 ) ( 47 )

Subtotaal ( 60 ) ( 665 ) 3.855 3.130 90 3.220

Overdracht

Dividend

Toename kapitaal

Eigen aandelen

( 20.556 ) 20.556

Overige ( 34 ) ( 34 ) 124 90

Balans per 31 december 2009 9.375 20.276 ( 11.874 ) ( 460 ) ( 665 ) ( 1.193 ) 15.459 2.994 18.453

Een nadere toelichting van de wijzigingen in het Eigen vermogen is opgenomen in noot 5 ‘Eigen vermogen’ en 6

‘Minderheidsbelangen’.

Geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen 45


Geconsolideerd kasstroomoverzicht

46

2009 2008

Winst (verlies) voor belastingen ( 1.789 ) ( 11.232 )

Nettowinst (verlies) op beëindigde bedrijfsactiviteiten ( 561 ) ( 9.127 )

Winstbelastingen op beëindigde bedrijfsactiviteiten ( 182 ) 63

Winst voor belastingen ( 2.532 ) ( 20.296 )

Aanpassingen om winst te laten aansluiten op de kasstroom uit bedrijfsactiviteiten:

(On)gerealiseerde (winsten) verliezen ( 228 ) 11.173

Afschrijvingen en oprenting 423 602

Voorzieningen en bijzondere waardeverminderingen 4.418 10.286

Baten van geassocieerde deelnemingen en joint ventures ( 70 ) ( 353 )

Op aandelen gebaseerde beloningen 2 7

Wijzigingen in operationele activa en verplichtingen:

Activa en verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden 1.301 2.519

Vorderingen op banken 27.375 45.627

Vorderingen op klanten 34.162 ( 35.124 )

Overige vorderingen 2.902 ( 2.005 )

Schulden aan banken ( 71.313 ) ( 48.107 )

Schulden aan klanten ( 27.371 ) ( 175 )

Netto wijzigingen in alle overige operationele activa en verplichtingen

Overige wijzigingen

12.230 55.137

Dividend ontvangen van geassocieerde deelnemingen 24 56

Betaalde winstbelastingen ( 220 ) ( 717 )

Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten ( 18.897 ) 18.630

Aankoop van beleggingen ( 21.735 ) ( 64.023 )

Opbrengsten uit verkoop en aflossingen beleggingen 45.313 57.523

Aankoop van vastgoedbeleggingen ( 43 ) ( 83 )

Opbrengsten uit verkoop van vastgoedbeleggingen 60 45

Aankopen van materiële vaste activa ( 276 ) ( 455 )

Opbrengsten uit verkoop van materiële vaste activa

Aankoop van dochterondernemingen, geassocieerde deelnemingen en joint ventures -

64 189

onder aftrek van overgenomen kasmiddelen (Noot 3)

Verkoop van dochterondernemingen, geassocieerde deelnemingen en joint ventures -

( 1.399 ) ( 3.634 )

na aftrek van verkochte kasmiddelen (Noot 3) ( 823 ) 2.973

Aankoop van immateriële vaste activa ( 52 ) ( 277 )

Opbrengsten uit verkoop van immateriële vaste activa 28 1

Wijziging in consolidatiekring 87 ( 29 )

Kasstroom uit investeringsactiviteiten 21.224 ( 7.770 )

Opbrengsten uit de uitgifte van schuldbewijzen 47.680 51.950

Terugbetaling van schuldbewijzen ( 38.406 ) ( 78.227 )

Opbrengsten uit de uitgifte van achtergestelde schulden 317 4.986

Terugbetaling van achtergestelde schulden ( 6.898 ) ( 827 )

Opbrengsten uit de uitgifte van overige financieringen 171

Terugbetaling van overige financieringen ( 144 ) ( 51 )

Opbrengsten uit de uitgifte van aandelen (minderheidsbelangen inbegrepen)

Dividenden uitgekeerd aan aandeelhouders

7.091

Uitgekeerd dividend aan minderheidsbelangen ( 10 )

Terugbetaling kapitaal ( 3 )

Kasstroom uit financieringsactiviteiten 2.720 ( 15.091 )

Impact van omrekeningsverschillen van geldmiddelen en kasequivalenten ( 18 ) ( 128 )

Netto toename (afname) van geldmiddelen en kasequivalenten 5.029 ( 4.359 )

Geldmiddelen en kasequivalenten per 31 december

Bijkomende toelichting inzake kasstromen uit bedrijfsactiviteiten

27.673 22.644

Ontvangen rente 84.845 97.696

Ontvangen dividenden 32 168

Betaalde rente ( 80.070 ) ( 91.222 )

Het geconsolideerd kasstroomoverzicht omvat de financiële gegevens van de beëindigde bedrijfsactiviteiten, zoals de

integratietransacties met BNP Paribas.

Geconsolideerd kasstroomoverzicht


Algemene

toelichtingen

47


48

1. Belangrijke grondslagen voor

financiële verslaggeving

1.1. Grondslagen voor financiële verslaggeving:

Algemeen

De Geconsolideerde Jaarrekening voor het boekjaar eindigend op 31 december 2009 van

Fortis Bank, inclusief de vergelijkende cijfers voor 2008, is opgesteld in overeenstemming met

International Financial Reporting Standards (IFRS) – met inbegrip van de International Accounting

Standards (IAS) en Interpretaties – per 31 december 2009 en zoals aanvaard binnen de Europese

Unie. Met betrekking tot IAS 39, Financiële instrumenten: opname en waardering, wordt rekening

gehouden met het feit dat enkele passages op het gebied van hedge accounting op 19 november

2004 door de Europese Unie werden verwijderd (zogenaamde ‘carved out’ versie).

Grondslagen voor financiële verslaggeving die verder niet specifiek worden vermeld, stemmen

overeen met de IFRS-standaarden zoals aanvaard binnen de Europese Unie.

De Raad van Bestuur heeft op 23 maart de Fortis Bank Geconsolideerde Jaarrekening per 31

december 2009 en de Fortis Bank (niet-geconsolideerde) Jaarrekening per 31 december 2009

beoordeeld en goedgekeurd voor publicatie.

De Fortis Bank Geconsolideerde Jaarrekening zal ter goedkeuring worden voorgelegd aan de

Jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 22 april 2010.

Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving


1.2. Schattingen en beoordelingen

De opstelling van jaarrekeningen op basis van IFRS vereist een aantal schattingen. Bovendien

wordt van het management gevraagd om zijn oordeel te geven tijdens de toepassing van deze

verslaggevingsgrondslagen. Werkelijke resultaten kunnen afwijken van deze schattingen en

beoordelingen.

1.2.1. Belangrijkste bronnen van schattingsonzekerheden

Schattingen en beoordelingen worden vooral in de volgende gebieden gemaakt:

• schatting van de realiseerbare waarde van activa die onderhevig zijn aan bijzondere

waardeverminderingen

• bepaling van de toekomstige belastbare winsten voor de waardering van uitgestelde

belastingvorderingen

• bepaling van de verwachte gebruiksduur en restwaarde van materiële vaste activa,

vastgoedbeleggingen en immateriële vast activa

• actuariële veronderstellingen betreffende de waardering van pensioenverplichtingen en –activa

• schatting van de bestaande verplichtingen die voortvloeien uit gebeurtenissen in het verleden

bij de opname van voorzieningen

• modelaanpassingen bij de waardering van financiële instrumenten, inclusief derivaten, als

gevolg van wijzigende omstandigheden in financiële markten

• toepassing van waarderingstechnieken op financiële instrumenten, met inbegrip van

gestructureerde kredietinstrumenten en uitgegeven leningen, als gevolg van illiquide financiële

markten.

1.2.2. Kritische boekhoudkundige beoordelingen

De kritische boekhoudkundige beoordelingen gemaakt bij de toepassing van de grondslagen voor

financiële verslaggeving van Fortis Bank omvatten:

• de waardering van financiële instrumenten en de toepassing van de waarderingsmethode (zie

toelichting 1.10 Reële waarde van financiële instrumenten)

• de classificatie van financiële activa en verplichtingen (zie toelichting 1.9 Verantwoording en

waardering van financiële activa en verplichtingen)

• het in aanmerking komen voor afdekkingsrelaties (zie toelichting 1.22 Derivaten en afdekking)

• het bepalen van het niveau van zeggenschap in dochterondernemingen en het niveau

van invloed van betekenis in geassocieerde ondernemingen (zie toelichting 1.5

Consolidatiegrondslagen)

• het niveau van transfer van risico’s en opbrengsten in effectiseringstransacties (zie toelichting

1.23 Effectiseringen)

• de classificatie als financiële of operationele lease-overeenkomsten (zie toelichting 1.17

Lease-overeenkomsten)

• het bepalen van voorzieningen voor wettelijke claims

Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving 49


50

1.3. Wijzigingen in grondslagen voor financiële

verslaggeving, schattingen en classificaties

De grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingen en classificaties gebruikt bij de

opstelling van deze Geconsolideerde Jaarrekening 2009 zijn consistent met de grondslagen

die werden toegepast per 31 december 2008, met uitzondering van de hieronder vermelde

wijzigingen:

De wijzigingen in de grondslagen voor financiële verslaggeving zijn het gevolg van wijzigingen in

de IFRS-standaarden of omdat ze voor meer betrouwbare en relevante informatie zorgen over de

gevolgen van transacties, andere gebeurtenissen en omstandigheden over de financiële positie,

financiële prestaties en de cashflows van de onderneming.

Schattingen werden bijgestuurd als gevolg van wijzigingen in de omstandigheden waarop de

schattingen gebaseerd zijn of bij nieuwe informatie of meer ervaring.

Wijzigingen in classificatie zijn doorgevoerd zoals toegelaten door IFRS en als deze veranderingen

leiden tot een voorstelling in lijn met het bedrijfsdoel van Fortis Bank.

Op 12 mei 2009 heeft BNP Paribas zeggenschap verkregen over Fortis Bank SA/NV door de

acquisitie van 75% van het aandelenkapitaal. Vanaf die datum worden alle activa, verplichtingen

en het resultaat van Fortis Bank (rekening houdend met de minderheidsbelangen) gerapporteerd

in de geconsolideerde balans en de geconsolideerde resultatenrekening van BNP Paribas.

Fortis Bank SA/NV blijft haar eigen geconsolideerde jaarrekening opstellen in overeenstemming

met de IFRS-standaarden die zijn goedgekeurd door de Raad van Bestuur van Fortis Bank SA/NV.

Alhoewel de grondslagen voor financiële verslaggeving van zowel BNP Paribas als Fortis Bank

gebaseerd zijn op de IFRS-standaarden, bestaan er enkele verschillen omwille van het feit dat

BNP Paribas alle activa en verplichtingen heeft moeten herwaarderen tegen reële waarde onder

de purchase accounting in overeenstemming met IFRS 3 Bedrijfscombinaties, die verschillend zijn

van de waarderingsprincipes normaal toegepast door Fortis Bank.

Indien mogelijk en verantwoord binnen het IFRS-kader, zal Fortis Bank SA/NV zijn grondslagen

voor financiële verslaggeving, inschattingen, classificaties, methodologieën en parameters

gebruikt bij de inschatting en de waardering van activa en verplichtingen in overeenstemming

brengen met de grondslagen, schattingen, classificaties, methodologieën en parameters gebruikt

door BNP Paribas. Het doel van deze harmonisering is het bereiken van een consistente en

transparante financiële verslaggeving en het vermijden van operationele inefficiënties.

Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving


1.3.1. Wijzigingen in grondslagen voor financiële

verslaggeving

Zoals toegelaten door IAS 31, Belangen in joint ventures, wordt de proportionele methode

toegepast in plaats van de ‘equity’-methode voor de boekhoudkundige verwerking van belangen

in joint ventures. Voor meer details, zie toelichting 2, Wijziging in de consolidatiemethode van

belangen in joint ventures.

1.3.2. Wijzigingen in schattingen

Als gevolg van de onzekerheden eigen aan de bedrijfsactiviteiten kunnen verschillende elementen

in de jaarrekening niet precies gemeten worden, maar enkel geschat. Schattingen gaan gepaard

met beoordelingen op basis van de laatst beschikbare en betrouwbare informatie. Het gebruik

van aanvaardbare schattingen is een belangrijk onderdeel bij het opmaken van de jaarrekening.

Wijzigingen in schattingen zijn het gevolg van nieuwe informatie of nieuwe ontwikkelingen en van

veranderende omstandigheden waarop de schattingen gebaseerd zijn. De recente fundamentele

wijzigingen in alle financiële markten en in de globale economische omgeving hebben geleid tot

een diepgaande herwaardering van de toegepaste boekhoudkundige schattingen.

1.3.3. Wijzigingen in classificatie

Op 13 oktober 2008 heeft de IASB wijzigingen uitgebracht aan IAS 39, Financiële instrumenten:

opname en waardering (goedgekeurd door de Europese Unie op 15 oktober 2008). De wijzigingen

aan IAS 39 laten herclassificaties toe van de categorieën ‘aangehouden voor handelsdoeleinden’

en ‘voor verkoop beschikbaar’ naar ‘leningen en vorderingen’ indien de entiteit de intentie en de

mogelijkheid heeft om de financiële activa aan te houden gedurende een voorzienbare periode in

de toekomst en indien ze voldoen aan de definitie van leningen en vorderingen. De wijzigingen

laten ook toe om financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden en die geen derivaten zijn

bij bijzondere omstandigheden te herklasseren. (De IASB beschouwt de recente financiële crisis als

een bijzondere omstandigheid.)

Fortis Bank heeft voornamelijk de volgende herclassificaties uitgevoerd in 2009:

• herclassificatie van het grootste deel van de gestructureerde kredietinstrumenten (behouden

na de splitsing van de Fortis Holding) van de ‘aangehouden voor handelsdoeleinden’ of ‘voor

verkoop beschikbaar’ categorieën naar de categorie ‘leningen en vorderingen’.

• herclassificatie van de Nederlandse residentiële hypotheekleningen, Dolphin en Beluga, van de

categorie ‘voor verkoop beschikbaar’ naar de categorie ‘leningen en vorderingen‘.

Voor meer details, zie sectie 18.5 Beleggingen geherclassificeert naar leningen en vorderingen.

Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving 51


1.3.4. Wijzigingen aan IFRSstandaarden

en

IFRIC-interpretaties

Wijzigingen aan IFRS-standaarden kunnen veranderingen

vereisen in de grondslagen voor financiële verslaggeving

toegepast door Fortis Bank SA/NV.

De wijzigingen aan IFRS-standaarden en IFRIC-interpretaties

die van kracht werden tijdens 2009 zijn hieronder

beschreven, evenals de mogelijke impact op de grondslagen

voor financiële verslaggeving van Fortis Bank:

• IFRS 8 Operationele segmenten (publicatiedatum: 20

november 2006, goedgekeurd door de Europese Unie op 21

november 2007). Deze standaard voert de ‘management

approach’ in, waarbij de informatieverschaffing over

segmenten gebaseerd is op de onderdelen van een

entiteit die door het management opgevolgd worden bij

het nemen van operationele beslissingen. Dit heeft nog

niet geleid tot een wijziging van de segmentrapportering

van Fortis Bank. De segmentrapportering zal

in overeenstemming gebracht worden met het

bestuursmodel van toepassing vanaf 2010 en zal de

organisatieprincipes ingevoerd met het nieuwe industrieel

plan van Fortis Bank weergeven.

• Op 29 maart 2007 heeft de IASB een herziening

uitgebracht van IAS 23 Financieringskosten (goedgekeurd

door de Europese Unie op 10 december 2008). Deze

herziening schrapt de mogelijkheid om financieringskosten

onmiddellijk op te nemen in de resultatenrekening. Deze

herziening heeft geen impact op Fortis Bank omdat zij alle

financieringskosten reeds activeerde.

• Op 6 september 2007 heeft de IASB een herziening

uitgebracht van IAS 1 Presentatie van de jaarrekening

(goedgekeurd door de Europese Unie op 17 december

2008), die enkele wijzingen invoert met betrekking

tot het verslaggevingsformaat. Overeenkomstig IAS

1, heeft Fortis Bank gekozen voor de publicatie van

één overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde

resultaten (inclusief resultatenrekening en componenten

van niet-gerealiseerde resultaten), gescheiden van een

mutatieoverzicht van het eigen vermogen.

52

Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving

• Op 17 januari 2008 heeft de IASB een herziening van

IFRS 2 Op aandelen gebaseerde betalingen gepubliceerd

(goedgekeurd door de Europese Unie op 16 december

2008). Deze aanpassing verduidelijkt dat voorwaarden

voor onvoorwaardelijke toezeggingen enkel dienstperiode-

en prestatiegerelateerd zijn en zij introduceert

voorwaarden aan toezeggingen die niet gerelateerd zijn

aan dienstperiodes en prestaties. Deze wijziging heeft

geen materieel effect op Fortis Bank.

• Op 14 februari 2008 heeft de IASB wijzigingen uitgebracht

ter verbetering van de verslaggeving over bijzondere

types van financiële instrumenten met eigenschappen

die lijken op gewone aandelen maar die op dit ogenblik

geclassificeerd worden als financiële verplichtingen

(goedgekeurd door de Europese Unie op 21 januari 2009).

Fortis Bank heeft momenteel geen financiële instrumenten

waarop deze wijziging van toepassing is.

• Op 22 mei 2008 heeft de IASB ‘Verbeteringen aan de

IFRS’s’ uitgebracht, een verzameling van kleinere

wijzigingen aan een aantal IFRS-standaarden

(goedgekeurd door de Europese Unie op 23 januari 2009).

Deze wijzigingen hebben geen materieel effect op Fortis

Bank.

• Op 22 mei 2008 heeft de IASB een wijziging uitgebracht

aan IFRS 1, Eerste toepassing van International Financial

Reporting Standards en IAS 27, De geconsolideerde

jaarrekening en enkelvoudige jaarrekening (goedgekeurd

door de Europese Unie op 23 januari 2009). Deze wijziging

heeft geen impact op Fortis Bank omdat de wijzigingen

aan IFRS 1 enkel van toepassing zijn voor ondernemingen

die IFRS voor de eerste keer toepassen en de wijzigingen

aan IAS 27 enkel van toepassing zijn voor ondernemingen

die een enkelvoudige jaarrekening publiceren in

overeenstemming met de IFRS-standaarden (Fortis

Bank publiceert enkel een enkelvoudige jaarrekening in

overeenstemming met BGAAP)

• Op 5 maart 2009 heeft de IASB een wijziging gepubliceerd

op IFRS 7 Verbetering van informatieverschaffing rond

financiële instrumenten (goedgekeurd door de Europese

Unie op 27 november 2009). Deze wijziging heeft enkel

een impact op de informatieverschaffing van Fortis Bank

en niet op de verantwoording en waardering.


• Op 28 juni 2007 heeft het IFRIC (International Financial

Reporting Interpretation Committee), de interpretatie IFRIC

13, Loyaliteitsprogramma’s gepubliceerd (goedgekeurd

door de Europese Unie op 16 december 2008). Deze

interpretatie behandelt de verantwoording door entiteiten

die klantenloyaliteit belonen en heeft geen materieel

effect op Fortis Bank.

• Op 3 juli 2008 heeft het IFRIC de interpretatie IFRIC 16,

Afdekkingen van een netto-investering in een buitenlandse

entiteit uitgebracht (goedgekeurd door de Europese Unie

op 4 juni 2009). IFRIC 16 verduidelijkt de vereisten voor

de afdekking van een netto-investering en waar het

afdekkingsinstrument kan worden aangehouden. IFRIC 16

heeft geen materieel effect op Fortis Bank.

• Op 3 juli 2008 heeft het IFRIC de interpretatie IFRIC 15

Verwerking van contracten inzake de bouw van onroerend

goed uitgebracht (goedgekeurd door de Europese Unie op 23

juli 2009.) Deze IFRIC is specifiek voor de vastgoedindustrie

en heeft geen materieel effect op Fortis Bank.

• Op 29 januari 2009 heeft het IFRIC de interpretatie IFRIC

18 Overdracht van activa van klanten gepubliceerd

(goedgekeurd door de Europese Unie op 27 november

2009). Deze interpretatie bevat de IFRS-vereisten

voor overeenkomsten waarbij een onderneming een

materieel vast actief verkrijgt van een klant en dat de

onderneming moet gebruiken om enerzijds de klant

toegang te verschaffen tot een netwerk of om de klant

een doorlopende toegang te geven tot de levering van

goederen of diensten. Deze interpretatie heeft geen

materieel effect op Fortis Bank.

• Op 12 maart 2009 heeft het IFRIC een interpretatie

IFRC 9 / IAS 39 Besloten derivaten uitgebracht

(goedgekeurd door de Europese Unie op 27 november

2009). Deze wijziging verklaart dat wanneer een

financieel actief geherclassificeerd wordt uit de categorie

‘gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van

waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening’, alle

besloten derivaten opnieuw geëvalueerd moeten worden.

Dit heeft geen materieel effect op Fortis Bank.

De IASB heeft ook de volgende IFRS-standaarden,

wijzigingen en interpretaties, van toepassing na 2009,

gepubliceerd waarvoor Fortis Bank niet geopteerd heeft

voor de vervroegde toepassing in 2009:

• Op 10 januari 2008 heeft de IASB een herziening

gepubliceerd van IFRS 3/ IAS 27 Bedrijfscombinaties

(goedgekeurd door de Europese Unie op 3 juni 2009).

Deze herziene IFRS over bedrijfscombinaties voert

de toepassing van de overnamemethode in en is

van toepassing op bedrijfscombinaties waarvoor de

overnamedatum valt op of na 1 januari 2010. Deze

herziene standaard zou een impact kunnen hebben op

mogelijk toekomstige bedrijfscombinaties van Fortis Bank.

• Op 31 juli 2008 heeft de IASB een wijziging aan IAS

39 In aanmerking komende afdekkingsinstrumenten

gepubliceerd (goedgekeurd door de Europese Unie op

15 september 2009). Deze wijziging verduidelijkt enkele

afdekkingsvraagstukken en is van toepassing vanaf 1

januari 2010. Er wordt geen materiële impact op Fortis

Bank verwacht.

• Op 18 juni 2009 heeft de IASB een wijziging aan IFRS 2

In geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde

betalingstransacties op groepsniveau uitgebracht (nog

niet goedgekeurd door de Europese Unie). Deze wijziging

verduidelijkt hoe een afzonderlijke dochteronderneming

in een groep bepaalde contracten van op aandelen

gebaseerde vergoedingen verwerkt in haar eigen

jaarrekening en is van toepassing vanaf 1 januari 2010.

Er wordt geen materiële impact op Fortis Bank verwacht.

• Op 4 november 2009 heeft de IASB een herziening

uitgebracht van IAS 24 Informatieverschaffing over

verbonden partijen (nog niet goedgekeurd door de

Europese Unie). Deze herziene standaard voorziet een

uitzondering in de publicatievereisten voor transacties

tussen ondernemingen die onder gezamenlijk gezag

staan van dezelfde overheid of waarop dezelfde overheid

een invloed van betekenis heeft (ondernemingen onder

zeggenschap van de overheid). Deze wijzigingen zijn van

toepassing vanaf 1 januari 2011 en kunnen een mogelijke

impact hebben op de informatieverschaffing van Fortis

Bank.

• Op 12 november 2009 heeft de IASB de nieuwe standaard

IFRS 9 Financiële instrumenten gepubliceerd (nog niet

goedgekeurd door de Europese Unie). Deze nieuwe

standaard vervangt IAS 39 Financiële instrumenten:

opname en waardering en is de eerste fase van het

project van de IASB om IAS 39 volledig te vervangen.

De andere twee fases gaan over de methodologie voor

bijzondere waardeverminderingen en hedge accounting

waarvan de publicatie verwacht wordt in 2010.

Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving 53


• IFRS 9 verklaart dat de classificatie en de

daaropvolgende waardering tegen ‘geamortiseerde

kostprijs’ of tegen ‘reële waarde’ gebaseerd is op::

- het bedrijfsmodel van de onderneming voor het

beheer van financiële activa;

- de kenmerken van de contractuele kasstromen van

financiële activa.

54

Financiële activa worden gewaardeerd tegen

‘geamortiseerde kostprijs’ als:

- het doel van het bedrijfsmodel, het houden van

financiële activa is met oog op het verwerven van

contractuele kasstromen; en

- de contractuele voorwaarden van het financieel actief

aanleiding geven tot kasstromen op gespecificeerde

datums, die betalingen zijn van het bedrag en interest

op het totaal uitstaande bedrag.

Financiële activa die niet voldoen aan de bovenstaande

criteria worden gewaardeerd tegen ‘reële waarde met

verwerking van waardeveranderingen in de winst- en

verliesrekening’.

Voor financiële activa die aan de voorwaarden voldoen

om gewaardeerd te worden tegen ‘geamortiseerde

kostprijs’, kan beslist worden om deze activa te

waarderen tegen ‘reële waarde met verwerking van

waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening’

in geval het een waarderingsinconsistentie

(rapporteringsmismatch) oplost (= mogelijkheid om te

waarderen tegen reële waarde).

Op de opnamedatum kan de onderneming er

onherroepelijk voor kiezen om de veranderingen in de

reële waarde van een belegging in aandelen, die niet

verworven zijn voor handelsdoeleinden, op te nemen

in het eigen vermogen (niet-gerealiseerde resultaten).

Dividenden van deze beleggingen worden opgenomen

in resultaat wanneer het recht tot ontvangst van een

dividend vastgelegd wordt.

Herclassificaties zijn verplicht wanneer er een

verandering wordt doorgevoerd in het bedrijfsmodel van

de onderneming.

Gestructureerde kredietinstrumenten (Contractueel

verbonden instrumenten) worden gewaardeerd tegen

‘geamortiseerde kostprijs’ indien:

Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving

- de tranche zelf eenvoudige kredietkenmerken heeft

(zonder ‘look through’);

- de onderliggende groep van instrumenten eenvoudige

kredietkenmerken heeft;

- de tranche hetzelfde of een beter kredietrisico heeft

dan het gemiddeld kredietrisico van de onderliggende

groep van instrumenten

IFRS 9 wordt van toepassing vanaf 1 januari 2013.

Toepassing voor die datum is toegelaten. Fortis Bank is

momenteel bezig met het bepalen van de impact maar

heeft niet de bedoeling om IFRS 9 vroeger toe te passen.

• Op 27 november 2008 heeft het IFRIC de interpretatie

IFRIC 17 Uitkeringen in natura aan aandeelhouders

gepubliceerd (goedgekeurd door de Europese Unie op 26

november 2009). IFRIC 17 verduidelijkt dat:

- een te betalen dividend opgenomen moeten

worden op het moment dat het besluit tot uitkering

geautoriseerd is en de activa niet langer ter

beschikking staan van de onderneming.

- een onderneming het te betalen dividend moet

waarderen tegen de reële waarde van het uit te keren

netto actief

- een onderneming het verschil tussen het betaalde

dividend en de boekwaarde van het uitgekeerde netto

actief moet opnemen in de resultatenrekening.

• Deze interpretatie is van toepassing vanaf 1 januari

2010 en er wordt geen materiële impact op Fortis Bank

verwacht.

• Op 26 november 2009 heeft het IFRIC, een wijziging

aan IFRIC 14 Voorafbetalingen met betrekking tot de

vereisten inzake minimale financiering gepubliceerd.

Deze wijziging verbetert een ongewild gevolg van IFRIC

14 en is van toepassing vanaf 1 januari 2011. Er wordt

geen materiële impact op Fortis Bank verwacht.

• Op 26 november 2009 heeft het IFRIC de interpretatie

IFRIC 19 Het uitdoven van financiële verplichtingen met

eigen vermogensinstrumenten gepubliceerd (nog niet

goedgekeurd door de Europese Unie). IFRIC 19 gaat over

de boekhoudkundige verwerking van een onderneming die

de voorwaarden van een financiële verplichting heronderhandelt

en dit leidt tot het uitgeven van eigenvermogensinstrumenten

aan de schuldeiser waardoor een deel

van of de gehele financiële verplichting opgeheven wordt.

Deze interpretatie is van toepassing vanaf 1 januari 2011

en zou mogelijk een impact kunnen hebben op Fortis Bank.


1.4. Gesegmenteerde informatie

Operationele segmenten zijn onderdelen van Fortis Bank:

• die bedrijfsactiviteiten uitoefenen waaruit opbrengsten kunnen worden verdiend en waarbij

kosten kunnen worden gemaakt

• waarvan de bedrijfsresultaten regelmatig worden beoordeeld door het Executive Committee

van Fortis Bank teneinde beslissingen over de aan het segment toe te kennen middelen te

kunnen nemen en de financiële prestaties van het segment te evalueren

• waarover afzonderlijke financiële informatie beschikbaar is.

De gerapporteerde operationele segmenten van Fortis Bank zijn:

• Retail Banking

• Asset Management

• Private Banking

• Merchant Banking

Andere activiteiten en eliminatieverschillen worden afzonderlijk gerapporteerd.

Transacties of transfers tussen de bedrijfssegmenten gebeuren op basis van de gebruikelijke

commerciële voorwaarden die ook voor niet-verbonden partijen gelden.

1.5. Consolidatiegrondslagen

Dochterondernemingen

De Geconsolideerde Jaarrekening omvat de jaarrekeningen van Fortis Bank en haar

dochterondernemingen. Dochterondernemingen zijn die ondernemingen waarin Fortis Bank,

direct of indirect, het financiële en operationele beleid kan sturen teneinde voordelen uit deze

activiteiten te verwerven (‘zeggenschap’). Dochterondernemingen worden geconsolideerd vanaf

de datum waarop de effectieve zeggenschap aan Fortis Bank wordt overgedragen en worden

van consolidatie uitgesloten vanaf de datum waarop een einde komt aan die zeggenschap.

Dochterondernemingen, die uitsluitend zijn overgenomen met de bedoeling te worden

doorverkocht, worden als ‘vaste activa aangehouden voor verkoop’ verantwoord (zie toelichting

1.21 Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten).

Fortis Bank sponsort de oprichting van voor een bijzonder doel opgerichte entiteiten (‘Special

Purpose Entities’ of ‘SPE’s’), voornamelijk voor effectiseringstransacties, uitgifte van structured

debt of andere welomlijnde doelstellingen. Sommige van deze SPE’s zijn beschermd tegen

faillissement (‘bankruptcy-remote’) waardoor de activa niet door Fortis Bank gebruikt kunnen

worden voor het verrekenen van claims van Fortis Bank. SPE’s worden geconsolideerd indien, de

economische werkelijkheid van de relatie aangeeft dat, Fortis Bank zeggenschap heeft over de

SPE’s. Fortis Bank heeft zeggenschap over de SPE als aan volgende criteria voldaan wordt:

• De activiteiten van de SPE worden uitsluitend uitgevoerd in naam van Fortis Bank zodat Fortis

Bank de winsten uit deze activiteiten verwerft; of

• Fortis Bank heeft het beslissingsrecht om het grootste deel van de winsten uit de normale

activiteiten van de SPE te verwerven; of

• Fortis Bank is in wezen gerechtigd om de meerderheid van de voordelen van de SPE te verkrijgen,

en kan bijgevolg blootgesteld zijn aan de risico’s die voortvloeien uit de activiteiten van de SPE; of

• Fortis Bank behoudt in wezen de meerderheid van de resterende risico’s of eigendomsrisico’s met

betrekking tot de SPE of haar activa om voordelen te verkrijgen uit de activiteiten van de SPE.

Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving 55


56

Intercompany transacties, saldi en winsten en verliezen uit transacties tussen ondernemingen

van Fortis Bank worden geëlimineerd. Minderheidsbelangen in de nettoactiva en nettoresultaten

van geconsolideerde dochterondernemingen worden in de balans en de resultatenrekening

afzonderlijk weergegeven. Minderheidsbelangen worden gewaardeerd tegen de reële

waarde van de nettoactiva op de datum van verwerving. Na de datum van verwerving

omvatten minderheidsbelangen het op de datum van verwerving berekende bedrag en het

minderheidsaandeel in de eigenvermogensmutaties sinds de datum van verwerving.

Bij het beoordelen of Fortis Bank zeggenschap heeft over een andere onderneming wordt het

bestaan en effect van potentiële stemrechten die thans uitoefenbaar of converteerbaar zijn in

aanmerking genomen.

Joint ventures

Belangen in joint ventures worden verantwoord op basis van de proportionele methode. Joint

ventures zijn contractuele afspraken waarbij Fortis Bank en andere partijen een economische

activiteit aangaan waarover zij gezamenlijk en evenredig zeggenschap hebben.

Geassocieerde deelnemingen

Beleggingen in geassocieerde deelnemingen worden verantwoord op basis van de ‘equity’methode.

Dit zijn beleggingen waarin Fortis Bank invloed van betekenis heeft zonder overwegende

zeggenschap. Een invloed van betekenis is de bevoegdheid om deel te nemen in het financieel en

het operationeel beslissingsproces van de onderneming zonder zeggenschap uit te oefenen. Een

invloed van betekenis wordt verondersteld te bestaan wanneer Fortis Bank, direct of indirect, 20%

of meer van de stemrechten van de onderneming uitoefent. De belegging wordt verantwoord op

basis van het aandeel van Fortis Bank in het nettoactief van de geassocieerde deelneming. Het

aandeel van Fortis Bank in het netto-inkomen van het jaar wordt verantwoord als beleggingsbaten

en het aandeel van Fortis Bank in de rechtstreekse eigenvermogensschommelingen na acquisitie

worden verantwoord in het eigen vermogen.

Winsten op transacties tussen Fortis Bank en beleggingen gewaardeerd volgens de ‘equity’methode,

worden geëlimineerd naar rato van het aandeel van Fortis Bank. Verliezen worden

ook geëlimineerd, tenzij uit de transactie blijkt dat het overgedragen actief een bijzondere

waardevermindering heeft ondergaan.

De jaarrekening van de geassocieerde deelnemingen wordt indien nodig aangepast om

consistentie te verzekeren met de Fortis Bank-grondslagen voor financiële verslaggeving.

Verliezen worden verantwoord totdat de boekwaarde van de belegging nihil bedraagt. Verdere

verliezen worden alleen verantwoord als Fortis Bank een in rechte afdwingbare of een feitelijke

verplichting heeft of betalingen heeft verricht betreffende deze geassocieerde deelneming.

Minderheidsbelangen

Minderheidsbelangen worden afzonderlijk gepresenteerd in de geconsolideerde resultatenrekening

en balans.

Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving


1.6. Vreemde valuta

De Geconsolideerde Jaarrekening is opgesteld in euro, de voor presentatie gehanteerde munt van

Fortis Bank.

Transacties luidende in vreemde valuta

Transacties in vreemde valuta door individuele maatschappijen van Fortis Bank worden

verantwoord tegen de valutakoers op de datum van de transactie.

Op balansdatum worden uitstaande saldi luidend in vreemde valuta verantwoord tegen de

slotkoers voor monetaire posten.

De omrekening van niet-monetaire posten hangt af van het feit of deze worden verantwoord

tegen historische kostprijs of reële waarde. Niet-monetaire posten, welke tegen historische

kostprijs worden verantwoord, worden omgerekend op basis van de historische wisselkoers op

transactiedatum. Niet-monetaire posten, welke tegen reële waarde worden verantwoord, worden

omgerekend op basis van de wisselkoers op de datum waarop de reële waarde werd bepaald.

Wanneer een winst of een verlies op een niet-monetaire post in niet-gerealiseerde resultaten

wordt opgenomen, moet een eventuele wisselkoerscomponent van die winst of dat verlies in nietgerealiseerde

resultaten worden opgenomen.

Omrekening van vreemde valuta

Bij consolidatie worden de resultatenrekening en het kasstroomoverzicht van entiteiten,

waarvan de functionele munt niet in euro is uitgedrukt, omgerekend in de voor presentatie

gehanteerde munt van Fortis Bank, namelijk de euro, tegen gemiddelde dagwisselkoersen voor

het lopende jaar (of uitzonderlijk tegen de wisselkoers op de dag van de transactie indien de

wisselkoersen significant schommelen) en worden hun balansen omgerekend tegen de slotkoers

op balansdatum. Wisselkoersverschillen uit omrekening worden verantwoord in het eigen

vermogen (rubriek ‘Koersverschillenreserve’). Bij afstoting van een buitenlandse entiteit worden

die wisselkoersverschillen in de resultatenrekening verantwoord als onderdeel van de winsten of

verliezen uit verkoop.

Wisselkoersverschillen, ontstaan bij de omrekening van monetaire posten, aangemerkt als

afdekking van een netto-investering in een buitenlandse entiteit, worden in de Geconsolideerde

Jaarrekening verantwoord in het eigen vermogen, in de mate dat de afdekking effectief is, (rubriek

‘Koersverschillenreserve’) tot de netto-investering wordt vervreemd of indien er een bijzondere

waardevermindering wordt geboekt op de netto-investering, behalve in het geval van een afdekking

die niet effectief is, deze wordt onmiddellijk in de resultatenrekening verantwoord.

Goodwill die voortvloeit uit de acquisitie van een buitenlandse activiteit en aanpassingen van de

reële waarde van activa en verplichtingen die voortvloeien uit de acquisitie van die buitenlandse

activiteit, worden behandeld als activa en verplichtingen van de buitenlandse entiteit en worden

tegen de slotkoers op balansdatum omgerekend. Alle verschillen die hieruit voortvloeien worden

in het eigen vermogen (rubriek ‘Koersverschillenreserve’) verantwoord. Bij verkoop van de

buitenlandse entiteit vindt er een overdracht naar de resultatenrekening plaats.

Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving 57


58

1.7. Transactie- en afwikkelingsdatum

Alle aan- en verkopen van financiële activa en verplichtingen, die moeten worden

afgewikkeld binnen het tijdsbestek dat door regelgeving of een marktconventie is vastgesteld

(standaardmarktconventies), worden verantwoord op basis van de transactiedatum, de datum

waarop Fortis Bank als partij betrokken wordt bij de contractuele bepalingen van het instrument.

Termijnaankopen en -verkopen anders dan deze die moeten worden afgewikkeld binnen het

tijdsbestek dat door regelgeving of een marktconventie is vastgesteld, worden tot het moment van

afwikkeling verantwoord als afgeleide termijntransacties

1.8. Saldering

Financiële activa en verplichtingen worden gesaldeerd en het nettobedrag wordt in de balans

gerapporteerd wanneer er een wettelijk afdwingbaar recht is om de verantwoorde bedragen te

salderen en er de intentie is om tot een afwikkeling op nettobasis te komen of tegelijkertijd het

actief te realiseren en de verplichting af te wikkelen.

1.9. Verantwoording en waardering van

financiële activa en verplichtingen

Fortis Bank verantwoordt financiële activa en verplichtingen op basis van het doel van het

aangaan van die transacties.

Financiële activa

Bijgevolg worden financiële activa verantwoord als activa aangehouden voor handelsdoeleinden,

beleggingen, vorderingen op banken en vorderingen op klanten.

De waardering en de verantwoording van de resultaten hangen af van de IFRS-indeling van

de financiële activa, namelijk: (a) leningen en vorderingen; (b) tot einde looptijd aangehouden

beleggingen; (c) financiële activa tegen reële waarde met waardeveranderingen in de

resultatenrekening en (d) voor verkoop beschikbare financiële activa. Deze IFRS-indeling bepaalt

de waardering en de verantwoording van de resultaten als volgt::

• Leningen en vorderingen zijn niet-afgeleide financiële activa met vaste of bepaalbare

betalingen die niet op een actieve markt zijn genoteerd. Leningen en vorderingen worden

eerst gewaardeerd tegen reële waarde (inclusief transactiekosten) en vervolgens tegen

geamortiseerde kostprijs met behulp van de effectieve rentemethode, waarbij de periodieke

amortisatie in de resultatenrekening wordt verantwoord.

• Tot einde looptijd aangehouden beleggingen zijn instrumenten met vaste of bepaalbare

betalingen en een vaste looptijd waarvan Fortis Bank stellig voornemens is en in staat is deze

aan te houden tot het einde van de looptijd. Deze instrumenten worden eerst gewaardeerd

tegen reële waarde (inclusief transactiekosten) en vervolgens tegen geamortiseerde

kostprijs met behulp van de effectieve rentemethode, waarbij de periodieke amortisatie in de

resultatenrekening wordt verantwoord.

Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving


• Financiële activa tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening

omvatten:

(i) financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden, inclusief derivaten die niet voor

‘hedge accounting’ in aanmerking komen, en

(ii) financiële activa die Fortis Bank onherroepelijk bij eerste opname of eerste toepassing van

IFRS heeft aangemerkt als aangehouden tegen reële waarde met waardeveranderingen in

de resultatenrekening, omdat:

- het basiscontract een in het contract besloten derivaat bevat dat anders zou moeten

worden afgezonderd;

- het een waarderingsinconsistentie opheft of aanzienlijk vermindert

(‘rapporteringsmismatch’); of

- het een portefeuille betreft van activa en verplichtingen die beheerd en gewaardeerd

worden op basis van de reële waarde.

• Voor verkoop beschikbare financiële activa zijn financiële activa die niet worden verantwoord

als leningen en vorderingen, tot einde looptijd aangehouden beleggingen, of financiële activa

gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening. Voor

verkoop beschikbare financiële activa worden eerst tegen reële waarde gewaardeerd (inclusief

transactiekosten) en worden vervolgens gewaardeerd tegen reële waarde met opname

van niet-gerealiseerde winsten of verliezen uit wijzigingen in de reële waarde in het eigen

vermogen.

Financiële verplichtingen

Financiële verplichtingen worden verantwoord als verplichtingen aangehouden voor

handelsdoeleinden, schulden aan banken, schulden aan klanten, schuldbewijzen, achtergestelde

schulden en overige financieringen.

De waardering en de verantwoording van de resultaten hangen af van de IFRS-indeling van

de financiële verplichtingen, namelijk: (a) financiële verplichtingen tegen reële waarde met

waardeveranderingen in de resultatenrekening en (b) overige financiële verplichtingen. Deze IFRSindeling

bepaalt de waardering en verantwoording van de resultaten als volgt:

• Financiële verplichtingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de

resultatenrekening omvatten:

(i) financiële verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden, inclusief derivaten die

niet voor ‘hedge accounting’ in aanmerking komen, en

(ii) financiële verplichtingen die Fortis Bank onherroepelijk bij eerste opname of eerste

toepassing van IFRS heeft aangemerkt als aangehouden tegen reële waarde met

waardeveranderingen in de resultatenrekening, omdat

- het basiscontract een in het contract besloten derivaat bevat dat anders zou moeten

worden afgezonderd;

- het een waarderingsinconsistentie opheft of aanzienlijk vermindert

(‘rapporteringsmismatch’); of

- het een portefeuille betreft van activa en verplichtingen die beheerd en gewaardeerd

worden op basis van de reële waarde.

• Overige financiële verplichtingen worden eerst tegen reële waarde gewaardeerd (inclusief

transactiekosten) en vervolgens tegen geamortiseerde kostprijs met behulp van de effectieve

rentemethode, waarbij de periodieke amortisatie in de resultatenrekening wordt verantwoord.

Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving 59


60

1.10. Reële waarde van financiële instrumenten

De reële waarde kan gedefinieerd worden als het bedrag waarvoor een actief kan worden

verhandeld of een verplichting kan worden afgewikkeld in een zakelijke, objectieve

transactie tussen ter zake goed geïnformeerde, tot een transactie bereid zijnde partijen, die

onafhankelijk zijn. De reële waarde van een financieel instrument wordt bepaald op basis van

gepubliceerde prijsnoteringen in een actieve markt. Indien er geen actieve markt is voor het

financiële instrument, wordt de reële waarde bepaald met behulp van waarderingsmethoden.

Waarderingsmethoden maken zoveel mogelijk gebruik van marktinformatie, maar worden

beïnvloed door de gehanteerde veronderstellingen, zoals disconteringsvoeten en inschattingen

van toekomstige kasstromen, en houden indien nodig rekening met de aanpassingen aan de

opzet van het model. Dergelijke methoden bevatten marktprijzen van vergelijkbare beleggingen,

contante-waardeberekeningen, optiewaarderingsmodellen en waarderingsmethoden voor markt-

’multiples’. In het zeldzame geval dat het niet mogelijk is de reële waarde van een financieel

instrument te bepalen, wordt het tegen kostprijs verantwoord.

Bij eerste opname is de reële waarde van een financieel instrument de transactieprijs, tenzij de

reële waarde blijkt uit waarneembare recente markttransacties van hetzelfde instrument, of wordt

ze gebaseerd op een waarderingsmethode waarvan de variabelen alleen uit gegevens bestaan

afkomstig uit waarneembare markten.

Fortis Bank maakt een onderscheid tussen 3 groepen van waardering tegen reële waarde,

gebaseerd op de manier waarop de reële waarde bepaald wordt:

• Groep 1: financiële instrumenten genoteerd op een actieve markt;

• Groep 2: financiële instrumenten gewaardeerd door een waarderingsmodel enkel op basis van

observeerbare parameters;

• Groep 3: financiële instrumenten gewaardeerd door een waarderingsmodel op basis van nietobserveerbare

parameters.

De belangrijkste methoden en veronderstellingen die Fortis Bank hanteert bij het bepalen van de

reële waarde van financiële instrumenten zijn:

• De reële waarde van voor verkoop beschikbare effecten en van effecten tegen reële waarde met

waardeveranderingen in de resultatenrekening wordt bepaald met behulp van marktprijzen van

actieve markten. Indien geen genoteerde prijzen in een actieve markt beschikbaar zijn, wordt

de reële waarde bepaald met behulp van contante-waardeberekeningen. Disconteringsfactoren

worden hierbij gebaseerd op de ‘swap curve’ plus een spread ter weerspiegeling van de

kredietrisicokenmerken van het instrument. De reële waarde van tot de vervaldag aangehouden

effecten (enkel nodig voor de toelichting) wordt op dezelfde wijze bepaald.

• De reële waarde van derivaten wordt verkregen uit actieve markten of wordt,

indien van toepassing, bepaald met behulp van contante-waardeberekeningen en

optie-waarderingsmodellen.

• De reële waarde voor niet-beursgenoteerde ‘private equity’-beleggingen wordt geschat met

behulp van de toepasselijke markt-‘multiples’ (bijvoorbeeld koers-winstverhoudingen of koerskasstroomverhoudingen)

die verfijnd worden om de specifieke omstandigheden van de emittent

te weerspiegelen.

Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving


• De reële waarde van leningen wordt bepaald met behulp van contante-waardeberekeningen

op basis van de huidige marginale rentevoeten die Fortis Bank hanteert voor leningen van

hetzelfde type. Voor leningen met een variabele rente, die frequent van prijs wijzigen en geen

aanwijsbare wijziging van het kredietrisico vertonen, wordt de reële waarde benaderd door

de boekwaarde. Voor het waarderen van rentevoetplafonds en vooruitbetalingsopties, die in

leningen zijn opgenomen en die in overeenstemming met IFRS separaat worden verantwoord,

worden optiewaarderingsmodellen gebruikt.

• Voor kortlopende schulden en vorderingen wordt verondersteld dat de boekwaarde de reële

waarde benadert.

1.11. Waardering van activa met bijzondere

waardeverminderingen

Een actief heeft een bijzondere waardevermindering ondergaan wanneer zijn boekwaarde hoger

is dan zijn realiseerbare waarde. Fortis Bank onderzoekt zijn activa op elke balansdatum op

objectieve aanwijzingen die aanleiding kunnen geven tot een bijzondere waardevermindering.

De boekwaarde van activa met een bijzondere waardevermindering wordt verlaagd tot de

geschatte realiseerbare waarde en het bedrag van de bijzondere waardevermindering in de

lopende verslagperiode wordt verantwoord in de resultatenrekening. Herstellingen, afboekingen

en terugnamen van bijzondere waardeverminderingen worden in de resultatenrekening

verantwoord als onderdeel van de wijziging in bijzondere waardevermindering.

Indien in een volgende periode het bedrag van de bijzondere waardeverminderingen op activa,

anders dan goodwill of voor verkoop beschikbare eigenvermogensinstrumenten, als gevolg

van een gebeurtenis die zich voordoet na de waardevermindering daalt, dan wordt het bedrag

teruggeboekt via de resultatenrekening.

Financiële activa

Een financieel actief (of een groep van financiële activa) heeft een bijzondere waardevermindering

ondergaan als er objectieve aanwijzingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen als gevolg

van een of meer gebeurtenissen na de eerste opname van het actief. Deze tot verlies leidende

gebeurtenis(sen) heeft (hebben) een effect op de geschatte toekomstige kasstromen uit het

financiële actief (of groep van financiële activa) dat betrouwbaar kan worden geschat.

Voor aandelen omvatten de indicatoren die objectieve aanwijzingen kunnen geven tot bijzondere

waardeverminderingen onder meer het feit of de reële waarde significant beneden kostprijs is

op balansdatum of gedurende een langere periode beneden kostprijs is op balansdatum. Voor

gestructureerde kredietinstrumenten werden specifieke indicatoren vastgelegd. Zie toelichting

18.4 Gestructureerde kredietinstrumenten.

Afhankelijk van de categorie waarin het financieel actief geclassificeerd is, wordt de realiseerbare

waarde als volgt geschat:

• de reële waarde door middel van een waarneembare marktprijs (voor verkoop beschikbare activa);

• de contante waarde van verwachte toekomstige kasstromen verdisconteerd tegen de

oorspronkelijke effectieve rentevoet van het financieel actief (voor financiële activa tegen

geamortiseerde kostprijs).

Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving 61


62

Bijzondere waardeverminderingen die worden toegerekend aan voor verkoop beschikbare

eigenvermogensinstrumenten kunnen in latere periodes niet worden teruggeboekt via de

resultatenrekening.

Zie toelichting 1.13 Vorderingen op banken en vorderingen op klanten en toelichting 1.16

Beleggingen

Goodwill en overige immateriële vaste activa

Zie toelichting 1.20 Goodwill en overige immateriële vaste activa.

Overige activa

Voor niet-financiële activa wordt de realiseerbare waarde bepaald als de hoogste van enerzijds de

reële waarde verminderd met verkoopkosten en anderzijds de waarde in gebruik. De reële waarde

verminderd met verkoopkosten is het bedrag dat kan worden verkregen door de verkoop van een

actief in een marktconforme (‘arm’s length’) transactie tussen bewuste, bereidwillige partijen, na

aftrek van verkoopkosten. De waarde in gebruik is de contante waarde van geschatte toekomstige

kasstromen waarvan verwacht wordt dat ze zal voortvloeien uit het voortgezette gebruik van een

actief en uit zijn vervreemding aan het einde van zijn gebruiksduur.

1.12. Geldmiddelen en kasequivalenten

Inhoud

Geldmiddelen en kasequivalenten omvatten liquide middelen, vrij beschikbare tegoeden

bij centrale banken en andere kortlopende uiterst liquide financiële instrumenten met een

vervaldatum korter dan drie maanden vanaf de datum van verwerving, die onmiddellijk kunnen

worden omgezet in geldmiddelen waarvan het bedrag bekend is en die geen materieel risico van

waardeverandering in zich dragen.

Kasstroomoverzicht

Fortis Bank presenteert de kasstromen uit bedrijfsactiviteiten op basis van de indirecte methode,

waarbij het nettoresultaat wordt aangepast met de gevolgen van transacties van niet-geldelijke

aard, eventuele overlopende posten voor al ontvangen of toekomstige kasontvangsten of

kasbetalingen uit exploitatie en posten van baten of lasten in verband met investerings- of

financieringskasstromen.

Ontvangen en betaalde rente worden in het kasstroomoverzicht verantwoord als kasstromen

uit bedrijfsactiviteiten. Ontvangen dividenden worden in het kasstroomoverzicht verantwoord

als kasstromen uit bedrijfsactiviteiten. Betaalde dividenden worden verantwoord als een

financieringsactiviteit.

Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving


1.13. Vorderingen op banken en vorderingen op

klanten

Classificatie

Vorderingen op banken en klanten omvatten leningen die Fortis Bank heeft geïnitieerd door

rechtstreeks geld te verschaffen aan de lener of tussenpersoon, evenals bij derden aangekochte

leningen die tegen geamortiseerde kostprijs worden verantwoord. Leningen, die worden geïnitieerd

of aangekocht met het voornemen ze op korte termijn te verkopen of effectiseren, worden

verantwoord als activa aangehouden voor handelsdoeleinden. Leningen, die worden aangemerkt

als aangehouden tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening of als

voor verkoop beschikbaar, worden als zodanig verantwoord bij eerste opname.

Verplichtingen uit hoofde van leningen waarbij een lening kan opgenomen worden binnen een

tijdsbestek bepaald door een reglementering of marktconventies worden niet verantwoord in de

balans.

Deze categorie bevat ook de activa die geherclassificeerd zijn uit de ‘voor verkoop beschikbare’ en

de ‘aangehouden voor handelsdoeleinden’ categorieën.

Waardering

Extra kosten en ontvangen vergoedingen voor het initiëren van leningen, die niet worden

aangehouden tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening, worden

uitgesteld en geamortiseerd over de looptijd van de lening als een aanpassing van de rentebaten.

Bijzondere waardeverminderingen

Een individueel bijzonder waardeverminderingsverlies op een lening staat vast wanneer er

objectieve aanwijzingen zijn dat Fortis Bank niet alle verschuldigde bedragen, in overeenstemming

met contractuele voorwaarden, zal kunnen innen. Het bedrag van de waardevermindering

is het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde, hetzij de contante waarde

van de verwachte kasstromen door het toepassen van de oorspronkelijke effectieve rente of,

als alternatief, de waarde van de zekerheden, indien de lening door een zekerheid is gedekt,

verminderd met de kosten om deze zekerheden te realiseren.

Voor leningen die niet individueel onderhevig zijn aan een bijzondere waardevermindering

wordt het risico gewaardeerd op basis van een portefeuille leningen met gelijkaardige

kredietrisicokenmerken.

Een collectieve bijzondere waardevermindering wordt verantwoord voor groepen van

tegenpartijen, als gevolg van gebeurtenissen na aanvang van de lening, die collectief een

waarschijnlijkheid van wanbetaling op de vervaldag met zich meebrengen dat als objectief bewijs

van bijzondere waardevermindering kan worden beschouwd voor de groep van tegenpartijen,

maar waarvan het nog niet mogelijk is om de bijzondere waardevermindering toe te kennen

aan een individuele tegenpartij. Deze beoordeling werkt op basis van een intern ratingsysteem

gebaseerd op historische gegevens en waar nodig aangepast om de juiste omstandigheden

op balansdatum weer te geven. Deze beoordeling schat ook het bedrag van verlies op de

desbetreffende portefeuille, waarbij rekening wordt gehouden met de trend in de economische

cyclus tijdens de beoordelingsperiode.

Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving 63


64

Gebaseerd op ervaring kan Fortis Bank aanvullende collectieve bijzondere waardeverminderingen

verantwoorden met betrekking tot de gegeven economische sector en het geografisch gebied die

onderhevig zijn aan uitzonderlijke economische omstandigheden. Dit kan het geval zijn wanneer

de gevolgen van deze omstandigheden niet voldoende accuraat gemeten kunnen worden om

de parameters aan te passen die gebruikt worden om de collectieve waardeverminderingen te

bepalen voor de desbetreffende portefeuille van leningen met gelijkaardige kenmerken.

Bijzondere waardeverminderingen worden verantwoord als een daling van de boekwaarde van

‘Vorderingen op banken’ en ‘Vorderingen op klanten’.

Indien het bedrag van de bijzondere waardeverminderingen in een volgende periode afneemt

en de daling objectief in verband kan worden gebracht met een gebeurtenis die na de afboeking

plaatsvond, moet het voorheen opgenomen bijzondere waardeverminderingsverlies worden

teruggenomen.

Wanneer een specifieke lening wordt geïdentificeerd als oninbaar, en alle wettelijke en

procedurele middelen uitgeput zijn, wordt de lening in mindering gebracht op de daarmee

verband houdende lasten van bijzondere waardevermindering; latere realisaties worden onder

wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen in de resultatenrekening verantwoord.

1.14. Verkoop- en terugkoopovereenkomsten en

uitlenen/lenen van effecten

Effecten die onder een terugkoopovereenkomst (‘repo’) vallen, blijven in de balans verantwoord.

De schuld die voortvloeit uit de verplichting tot terugkoop van de activa is begrepen in

‘Schulden aan banken’ of ‘Schulden aan klanten’, afhankelijk van de tegenpartij. Wanneer een

terugkoopovereenkomst is aangegaan voor handelsdoeleinden wordt de schuld verantwoord

in de categorie ‘verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van

waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening’.

Effecten, die zijn aangekocht als gevolg van een overeenkomst tot terugverkoop (‘reverse

repo’) worden niet verantwoord in de balans. Het recht op de geldmiddelen van de tegenpartij

wordt verantwoord als ‘Vorderingen op banken’ of ‘Vorderingen op klanten’, afhankelijk van

de tegenpartij. Wanneer de overeenkomst is aangegaan voor handelsdoeleinden wordt de

vordering verantwoord in de categorie ‘activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking

van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening’. Het verschil tussen de verkoopprijs

en de terugkoopprijs wordt verantwoord als rente en toegerekend over de looptijd van de

overeenkomsten met behulp van de effectieve-rentemethode.

Effecten die geleend zijn aan tegenpartijen blijven in de balans verantwoord. Naar analogie

worden geleende effecten niet in de balans verantwoord. Indien geleende effecten aan derden

worden verkocht, worden de opbrengsten uit de verkoop en de schuld uit de verplichting tot

teruggave van de zekerheid verantwoord. De verplichting tot teruggave van de zekerheid wordt

gewaardeerd tegen reële waarde en verantwoord als een verplichting aangehouden voor

handelsdoeleinden, met waardeveranderingen in de resultatenrekening. Geldmiddelen geleend of

ontvangen bij het lenen of uitlenen van effecten worden verantwoord als ‘Vorderingen op banken/

klanten’ of ‘Schulden aan banken/klanten’.

Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving


1.15. Activa en verplichtingen aangehouden

voor handelsdoeleinden

Een financieel actief of een financiële verplichting wordt verantwoord als aangehouden voor

handelsdoeleinden indien het:

• verworven of aangegaan is hoofdzakelijk met het doel dit actief of deze verplichting op korte

termijn te verkopen of terug te kopen;

• deel uitmaakt van geïdentificeerde financiële instrumenten die gezamenlijk worden beheerd en

waarvoor aanwijzingen bestaan van een recent, feitelijk patroon van winstnemingen op korte termijn; of

• een derivaat is (behalve een derivaat dat wordt aangewezen als een afdekkingsinstrument en

het een effectieve dekking betreft).

Activa en verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden worden zowel bij de eerste opname

als nadien gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening.

De (gerealiseerde en ongerealiseerde) resultaten worden verantwoord als ‘Overige gerealiseerde

en ongerealiseerde winsten en verliezen’. Rente ontvangen (betaald) op activa die wordt

aangehouden voor handelsdoeleinden wordt verantwoord als rentebaten (rentelasten). Ontvangen

dividenden worden verantwoord als ‘Dividenden en overige beleggingsbaten’.

1.16. Beleggingen

Beleggingen in effecten

Het management bepaalt de geschikte verantwoording van de beleggingen in effecten op het

tijdstip van de aankoop. Beleggingen in effecten met vaste of bepaalbare betalingen en een vaste

vervaldag, met uitzondering van deze die voldoen aan de definitie van leningen en vorderingen,

waarbij het management zowel van plan is als in de mogelijkheid verkeert om deze tot einde

looptijd aan te houden, worden verantwoord als financiële activa aan te houden tot einde looptijd.

Voor onbepaalde duur aan te houden beleggingen in effecten, die kunnen worden verkocht

om te voorzien in liquiditeitsbehoeften of bij wijzigingen in de rentevoeten, wisselkoersen of

aandelenprijzen, worden verantwoord als financiële activa beschikbaar voor verkoop. Beleggingen

in effecten die worden verworven om korte termijn winsten te genereren worden beschouwd als

financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden. Elke andere belegging,

dan beleggingen in eigenvermogensinstrumenten zonder een genoteerde marktprijs op een

actieve markt en waarvan de reële waarde niet betrouwbaar kan worden vastgesteld, mag

bij eerste opname worden aangemerkt als financieel instrument tegen reële waarde met

waardeveranderingen in de resultatenrekening als voldaan wordt aan een van de volgende drie

voorwaarden:

• het basiscontract een besloten derivaat bevat dat anders zou moeten worden afgezonderd;

• het een waarderingsinconsistentie opheft of aanzienlijk vermindert (‘rapporteringsmismatch’);

of

• het een portefeuille betreft van activa en verplichtingen die beheerd en gewaardeerd worden

op basis van de reële waarde.

Wanneer een actief is aangemerkt als aangehouden tegen reële waarde met waardeveranderingen

in de resultatenrekening, kan het niet meer worden overgedragen naar een andere categorie.

Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving 65


66

Beleggingen aangehouden tot vervaldatum worden verantwoord tegen geamortiseerde kostprijs

onder aftrek van, indien van toepassing, bijzondere waardeverminderingen. Elk verschil tussen

het bedrag van de eerste opname dat voortvloeit uit transactiekosten, eerste premies of kortingen,

wordt geamortiseerd over de looptijd van de belegging met behulp van de oorspronkelijke

effectieve rente. Een bijzondere waardevermindering wordt opgenomen wanneer er objectieve

aanwijzingen zijn dat Fortis Bank niet alle verschuldigde bedragen, in overeenstemming met

de contractuele voorwaarden, zal kunnen innen. Deze bijzondere waardevermindering wordt

verantwoord in de resultatenrekening.

Beleggingen in effecten aangehouden voor verkoop worden verantwoord tegen reële waarde.

Veranderingen in de reële waarde worden rechtstreeks verantwoord in het eigen vermogen tot het

actief wordt verkocht, uitgezonderd voor het effectieve deel van de reële waarde afdekking indien

het actief door een derivaat is afgedekt. Indien wordt vastgesteld dat een belegging een bijzondere

waardevermindering heeft ondergaan, dan wordt de bijzondere waardevermindering verantwoord

in de resultatenrekening. De ongerealiseerde verliezen die eerder werden verantwoord in het

eigen vermogen worden bij beleggingen in effecten aangehouden voor verkoop, die een bijzondere

waardevermindering hebben ondergaan, overgeboekt naar de resultatenrekening wanneer de

bijzondere waardevermindering zich voordoet.

Indien in een volgende periode de reële waarde van een voor verkoop beschikbaar schuldinstrument

stijgt en de stijging objectief in verband kan worden gebracht met een gebeurtenis die na de

verwerking in de resultatenrekening plaatsvond, wordt de bijzondere waardevermindering

teruggenomen via de resultatenrekening. Bijzondere waardeverminderingen die worden toegerekend

aan voor verkoop beschikbare eigenvermogensinstrumenten kunnen in latere periodes niet worden

teruggenomen via de resultatenrekening. Indien een verdere daling in de reële waarde na het

boeken van een bijzondere waardevermindering zich voordoet, wordt deze daling in de reële waarde

beschouwd als een bijzondere waardevermindering en opgenomen in de resultatenrekening.

Beleggingen in effecten aangehouden voor verkoop die afgedekt worden door een derivaat

worden verantwoord tegen reële waarde met verantwoording van de waardeveranderingen

in de resultatenrekening voor het effectieve deel van de reële-waardeafdekking en met

waardeveranderingen in eigen vermogen voor het resterende deel.

Voor handelsdoeleinden aangehouden activa en activa die zijn aangemerkt als aangehouden tegen

reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening, worden verantwoord tegen

reële waarde. Veranderingen in de reële waarde worden verantwoord in de resultatenrekening.

Vastgoedbeleggingen

Een vastgoedbelegging is vastgoed dat wordt aangehouden om huuropbrengsten of een

waardestijging of beide te realiseren. Fortis Bank kan bepaalde vastgoedbeleggingen ook voor

eigen gebruik aanwenden. Indien de delen aangewend voor eigen gebruik afzonderlijk kunnen

worden verkocht of geleased via een financiële lease worden die delen verantwoord als materiële

vaste activa. Indien de delen aangewend voor eigen gebruik niet afzonderlijk kunnen worden

verkocht dan worden de respectievelijke onroerende goederen alleen als vastgoedbeleggingen

behandeld indien Fortis Bank een onbelangrijk deel voor eigen gebruik aanhoudt.

Vastgoedbeleggingen in aanbouw worden ook geclassificeerd als vastgoedbeleggingen.

Vastgoedbeleggingen worden gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met gecumuleerde

afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De afschrijving wordt berekend met

behulp van de lineaire methode om de kosten van de betreffende activa over hun geschatte

Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving


gebruiksduur te verlagen tot hun restwaarde. De restwaarde en de geschatte gebruiksduur van

vastgoedbeleggingen worden afzonderlijk bepaald voor elk belangrijk onderdeel (‘component

approach’) en worden op elke balansdatum opnieuw bekeken.

Fortis Bank verhuurt zijn vastgoedbeleggingen door middel van diverse niet-opzegbare huurcontracten.

Bepaalde contracten bevatten hernieuwingsopties voor diverse periodes. Als de lease-overeenkomst

geclassificeerd is als een operationele lease-overeenkomst worden de huuropbrengsten als

beleggingsopbrengsten lineair verantwoord over de periode waarop ze betrekking hebben.

Overboekingen naar of van vastgoedbeleggingen vinden alleen plaats als, en alleen als, er een

wijziging is van het gebruik:

• in vastgoedbeleggingen aan het einde van het eigen gebruik of bij aanvang van een

operationele lease aan een andere partij; en

• uit vastgoedbeleggingen bij aanvang van het eigen gebruik of bij aanvang van ontwikkeling met

het oog op verkoop.

Wanneer het resultaat van een bouwcontract op betrouwbare wijze kan worden geschat, worden

de contractopbrengsten en -kosten in verband met het bouwcontract verantwoord als baten

respectievelijk lasten met verwijzing naar het stadium van uitvoering van de contractactiviteit op

balansdatum. Wanneer het waarschijnlijk is dat de totale contractkosten hoger zullen zijn dan de

totale contractopbrengsten wordt het verwachte verlies onmiddellijk verantwoord onder de lasten.

1.17. Lease-overeenkomsten

Een financiële lease is een lease-overeenkomst die vrijwel alle aan het eigendom van een actief

verbonden risico’s en voordelen overdraagt. Het eigendom kan uiteindelijk wel of niet worden

overgedragen. Een operationele lease is elke lease-overeenkomst die geen financiële lease is.

Fortis Bank als leasinggever

Activa die als gevolg van operationele lease-overeenkomsten worden geleased, worden

verantwoord in de geconsolideerde balans (a) onder vastgoedbeleggingen (gebouwen) en (b)

onder materiële vaste activa (materieel en motorvoertuigen). Ze worden verantwoord tegen

kostprijs, verminderd met geaccumuleerde afschrijvingen en geaccumuleerde bijzondere

waardeverminderingsverliezen. Leasingbaten, na aftrek van eventuele aan leasingnemers gegeven

voordelen, worden lineair geamortiseerd over de leaseperiode. De directe aanvangskosten die

Fortis Bank heeft gemaakt, worden toegevoegd aan de boekwaarde van het geleasede actief en

over de leaseperiode verantwoord onder lasten op dezelfde basis als de leaseopbrengsten.

Wanneer aangehouden activa onder een financiële leaseovereenkomst vallen dan wordt de

contante waarde van de leasebetalingen en eventuele ongegarandeerde restwaarde verantwoord

als vordering. Het verschil tussen de bruto-investering en de netto-investering in de lease

wordt verantwoord als onverdiende financiële baten. Rentebaten uit lease-overeenkomsten

worden verantwoord over de looptijd van de leaseovereenkomst op basis van een patroon dat

een constante periodieke rendementsvoet weerspiegeld op de netto-investering die uitstaat

ten aanzien van financiële lease-overeenkomsten. De directe aanvangskosten die Fortis Bank

heeft gemaakt, worden verantwoord in de vordering van de financiële leaseovereenkomst en

over de leaseperiode toegerekend tegenover rentebaten uit lease-overeenkomsten. De geschatte

ongegarandeerde restwaarden die worden gebruikt voor de berekening van de bruto-investering

Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving 67


68

van de lessor in de lease-overeenkomst, worden regelmatig getoetst. Indien de geschatte

ongegarandeerde restwaarde verminderd is, wordt de toerekening van de baten over de

leaseperiode herzien en wordt elke vermindering met betrekking tot de reeds verstreken looptijd

onmiddellijk opgenomen.

Fortis Bank als leasingnemer

Fortis Bank sluit hoofdzakelijk operationele lease-overeenkomsten af voor de huur van materieel

en terreinen en gebouwen. Betalingen als gevolg van dergelijke leasetransacties worden lineair

over de looptijd van de leaseovereenkomst geamortiseerd in de resultatenrekening. Wanneer

een operationele lease wordt beëindigd voordat de leaseperiode is afgelopen dan worden de

vergoedingen die bij wijze van boete aan de leasinggever dienen te worden betaald, verantwoord

onder lasten in de verslagperiode waarin de beëindiging plaatsvindt.

Eventuele voordelen die van de leasinggever in verband met operationele leasetransacties

zijn ontvangen, worden lineair over de leaseperiode verantwoord als een vermindering van

leasinglasten.

Indien de leaseovereenkomst vrijwel alle risico’s en beloningen overdraagt die aan het bezit

van het actief vasthangen, dan wordt de lease als financiële lease verantwoord en wordt het

betreffende actief geactiveerd. Bij aanvang van de leaseperiode wordt het actief verantwoord

tegen de reële waarde van het geleasede actief of, indien ze lager zijn, tegen de contante waarde

van de minimale leasebetalingen. Het geleasede actief wordt afgeschreven over de verwachte

gebruiksduur van het actief, ofwel over de leaseperiode indien deze laatste korter is, indien het

niet redelijk zeker is dat de lessee aan het eind van de leaseperiode de eigendom zal verkrijgen.

De overeenkomstige leaseverplichting, na aftrek van financiële kosten, wordt verantwoord onder

leningen. Het rente-element van de financiële kosten wordt in de resultatenrekening over de

leaseperiode ten laste genomen zodat er een constante periodieke rentevoet tot stand wordt

gebracht op het resterende verplichtingsaldo voor elke verslagperiode.

1.18. Overige vorderingen

Overige vorderingen, die voortvloeien uit de normale bedrijfsvoering en door toedoen van Fortis

Bank ontstaan, worden eerst tegen hun reële waarde verantwoord en daarna gewaardeerd tegen

‘geamortiseerde kostprijs’ op basis van de effectieve-rentemethode en onder aftrek van bijzondere

waardeverminderingen.

1.19. Materiële vaste activa

Alle voor eigen gebruik aangehouden vastgoed en alle vaste activa worden verantwoord tegen

kostprijs, verminderd met geaccumuleerde afschrijvingen (behalve voor terreinen die niet

worden afgeschreven) en eventuele geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen.

De kostprijs is het equivalent van de contante prijs die is betaald, ofwel de reële waarde van de

vergoeding die is gegeven om het actief te verwerven op het moment van de verwerving of de

bouw van het actief.

Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving


De afschrijvingen op gebouwen worden berekend volgens de lineaire methode teneinde de kosten

van die activa af te schrijven over de geschatte levensduur tot de restwaarde. De levensduur van

de gebouwen is afzonderlijk bepaald voor elk belangrijk deel (componentenbenadering) en wordt

elk jaareinde herzien. De vastgoedbeleggingen worden gesplitst in de volgende componenten:

ruwbouw, ramen en deuren, technische uitrusting, ruwe afwerking en detailafwerking.

De maximale levensduur van de componenten is als volgt:

Ruwbouw 50 jaar voor kantoren en winkelpanden; 70 jaar voor woningen

Ramen en deuren 30 jaar voor kantoren en winkelpanden; 40 jaar voor woningen

Technische uitrusting 20 jaar voor kantoren; 25 jaar voor winkelpanden en 40 jaar voor woningen

Ruwe afwerking 20 jaar voor kantoren; 25 jaar voor winkelpanden en 40 jaar voor woningen

Detailafwerking 10 jaar voor kantoren, winkelpanden en woningen

Terreinen hebben een ongelimiteerde levensduur en worden daarom niet afgeschreven.

Informatica, kantoor- en andere apparatuur en motorrijtuigen worden afgeschreven over hun

respectievelijke levensduur die individueel is vastgesteld.

Als algemene regel worden de restwaarden nihil verondersteld.

Uitgaven voor reparaties en onderhoud worden in de resultatenrekening als last verantwoord in

de periode waarin de uitgaven worden gedaan. Uitgaven die de voordelen van vastgoed of vaste

activa zodanig verbeteren of uitbreiden dat hun oorspronkelijke gebruik wordt overstegen, worden

geactiveerd en vervolgens afgeschreven.

Financieringskosten voor de financiering van de bouw van materiële vaste activa: zie sectie 1.32

Financieringskosten.

1.20. Goodwill en overige immateriële vaste activa

Immateriële vaste activa

Een immaterieel vast actief is een identificeerbaar niet-monetair actief. Het immaterieel vast actief

wordt verantwoord tegen kostprijs als het toekomstige economische voordelen zal opleveren en

de kostprijs van het actief betrouwbaar kan worden bepaald.

Immateriële vaste activa van onbepaalde gebruiksduur worden niet afgeschreven maar

minstens eenmaal per jaar getoetst op bijzondere waardevermindering. Geïdentificeerde

eventuele bijzondere waardeverminderingsverliezen worden in de resultatenrekening

verantwoord. Immateriële vaste activa worden op de balans verantwoord tegen kostprijs,

verminderd met eventuele geaccumuleerde afschrijving en eventuele geaccumuleerde bijzondere

waardeverminderingsverliezen. De restwaarde en de geschatte gebruiksduur van immateriële

vaste activa worden op elke balansdatum opnieuw bekeken. Afgezien van goodwill, heeft Fortis

Bank geen immateriële vaste activa met een onbepaalde economische levensduur.

Immateriële vaste activa met bepaalde gebruiksduur worden geamortiseerd over de geschatte

gebruiksduur.

Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving 69


70

Goodwill

Acquisities van ondernemingen worden verantwoord op basis van de overnamemethode. Goodwill

vertegenwoordigt het positieve verschil tussen enerzijds de kostprijs van de bedrijfscombinatie

(inclusief direct toerekenbare kosten) en anderzijds het belang van Fortis Bank in de reële waarde

van de activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen. Goodwill uit de acquisitie van

een dochteronderneming wordt in de balans weergegeven. Goodwill die bij bedrijfscombinaties

van vóór 1 januari 2004 is ontstaan, is in mindering gebracht op het eigen vermogen en wordt in

het kader van IFRS niet geherwaardeerd. Op acquisitiedatum wordt de goodwill toegewezen aan

de kasstroomgenererende eenheden die naar verwachting voordeel zullen halen uit de synergie

in de bedrijfscombinatie. Goodwill wordt niet afgeschreven, maar wel getoetst op bijzondere

waardevermindering op het niveau van kasstroomgenererende eenheden die de operationele

segmenten van Fortis Bank niet overschrijden. Goodwill uit de acquisitie van een geassocieerde

deelneming wordt verantwoord als een onderdeel van de geassocieerde deelneming.

Het positieve verschil tussen enerzijds het verworven belang in de netto reële waarde van de

activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen van de overgenomen partij en anderzijds

de acquisitiekosten, wordt onmiddellijk in de resultatenrekening verantwoord.

Fortis Bank waardeert goodwill jaarlijks, of frequenter indien gebeurtenissen of wijzigingen in

omstandigheden aangeven dat de boekwaarde mogelijk niet realiseerbaar is. In dat geval wordt

de realiseerbare waarde bepaald voor de kasstroomgenererende eenheid waaraan goodwill is

toegerekend. Indien de realiseerbare waarde van de eenheid lager is dan de boekwaarde van de

eenheid dan wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies onmiddellijk verantwoord in de

resultatenrekening.

In het geval van een bijzonder waardeverminderingsverlies, verlaagt Fortis Bank eerst de

boekwaarde van de aan de kasstroomgenererende eenheid toegerekende goodwill en vervolgens

de andere activa van de eenheid naar rato van de boekwaarde van elk actief in de eenheid. Eerder

verantwoorde bijzondere waardeverminderingverliezen met betrekking tot goodwill worden niet

teruggeboekt.

Fortis Bank kan de zeggenschap over een dochteronderneming in verschillende stappen verkrijgen.

In dat geval wordt elke ruiltransactie door Fortis Bank afzonderlijk behandeld. De kosten van

elke transactie worden vergeleken met de reële waarde van elke transactie om het bedrag van

goodwill te bepalen dat aan die individuele transactie verbonden is. Voor Fortis Bank zeggenschap

over de entiteit krijgt, kan de transactie worden beschouwd als belegging in een geassocieerde

deelneming en verantwoord op basis van de ‘equity’-methode. In voorkomend geval wordt de

reële waarde van de identificeerbare nettoactiva van de partij waarin wordt deelgenomen op de

datum van elke eerste transactie bepaald door de ‘equity’-methode op de belegging toe te passen.

Overige immateriële vaste activa

Intern gegenereerde immateriële vaste activa

Intern gegenereerde immateriële vaste activa worden geactiveerd wanneer Fortis Bank alle

navolgende punten kan aantonen:

• de technische uitvoerbaarheid om het immaterieel vast actief te voltooien, zodat het

beschikbaar zal zijn voor gebruik of verkoop;

• de intentie het immaterieel vast actief te voltooien en te gebruiken of te verkopen;

• het vermogen om het immaterieel vast actief te gebruiken of te verkopen;

• hoe het immaterieel vast actief waarschijnlijke toekomstige economische voordelen zal

genereren;

Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving


• de beschikbaarheid van adequate technische, financiële en andere middelen om de

ontwikkeling te voltooien en het immaterieel vast actief te gebruiken of te verkopen; en

• het vermogen om de uitgaven die aan het immaterieel vast actief kunnen worden toegerekend

tijdens zijn ontwikkeling betrouwbaar te waarderen.

Immateriële vaste activa die ontstaan uit onderzoek en intern gegenereerde goodwill worden niet

geactiveerd.

Software

Software voor computerhardware die zonder die specifieke software niet werkt, zoals het

besturingssysteem, vormt een integraal onderdeel van de betreffende hardware en wordt

behandeld als materiële vaste activa. Wanneer de software geen integraal onderdeel

van de betreffende hardware uitmaakt, dan worden de kosten die zijn gemaakt tijdens de

ontwikkelingsfase, waarvoor Fortis Bank kan aantonen dat aan alle hierboven vermelde criteria

voldaan is, geactiveerd als immaterieel vast actief en lineair afgeschreven over de geschatte

gebruiksduur. Over het algemeen wordt dergelijke software afgeschreven over maximaal 5 jaar.

Overige immateriële vaste activa met bepaalde gebruiksduur

Overige immateriële vaste activa omvatten immateriële vaste activa met bepaalde gebruiksduur,

zoals handelsmerken en licenties, worden doorgaans lineair over hun gebruiksduur afgeschreven.

Immateriële vaste activa met bepaalde gebruiksduur worden op elke verslaggevingsdatum

getoetst op bijzondere waardeverminderingen. Over het algemeen hebben immateriële vaste

activa een verwachte economische levensduur van maximaal 10 jaar.

1.21. Vaste activa aangehouden voor verkoop en

beëindigde bedrijfsactiviteiten

Vaste activa of een groep van activa en verplichtingen die door Fortis Bank worden verantwoord

als aangehouden voor verkoop zijn deze waarvan de boekwaarde hoofdzakelijk zal worden

gerealiseerd in een verkooptransactie die naar verwachting binnen het jaar zal plaatsvinden en

niet door het voortgezette gebruik ervan.

Een beëindigde bedrijfsactiviteit is een onderdeel van Fortis Bank dat is afgestoten of is

verantwoord als aangehouden voor verkoop en dat aan de volgende criteria voldoet:

• het vertegenwoordigt een afzonderlijke belangrijke bedrijfstak of geografisch bedrijfsgebied; of

• het is een onderdeel van een specifiek gecoördineerd plan om een afzonderlijke belangrijke

bedrijfstak of geografisch bedrijfsgebied af te stoten; of

• het is een dochteronderneming die uitsluitend is overgenomen met de bedoeling om te worden

doorverkocht.

Op activa (of groepen van activa) die als aangehouden voor verkoop worden verantwoord, wordt

niet afgeschreven. Deze worden gewaardeerd tegen de laagste van de boekwaarde en reële

waarde min verkoopkosten en worden afzonderlijk verantwoord op de balans.

Resultaten op beëindigde bedrijfsactiviteiten worden afzonderlijk verantwoord in de

resultatenrekening.

Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving 71


72

1.22. Derivaten en afdekking

Opname en verantwoording

Derivaten zijn financiële instrumenten zoals swaps, termijncontracten, futures en (geschreven

en gekochte) opties. De waarde van dergelijke financiële instrumenten wijzigt als gevolg

van veranderingen in onderliggende variabelen en derivaten vergen weinig of geen

nettoaanvangsinvestering en worden op een tijdstip in de toekomst afgewikkeld.

Alle derivaten worden eerst op de balans verantwoord tegen reële waarde op de transactiedatum:

• derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden in ‘Activa aangehouden voor

handelsdoeleinden’ en ‘Verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden’

• hedgingderivaten in ‘Overlopende rente en overige activa’ en ‘Overlopende rente en overige

verplichtingen’.

Latere wijzigingen van de reële waarde exclusief overlopende rente (‘clean fair value’) van

derivaten worden in de resultatenrekening onder ‘Overige gerealiseerde en ongerealiseerde

winsten en verliezen’ verantwoord.

Financiële activa of verplichtingen kunnen in een contract besloten derivaten omvatten. Dergelijke

financiële instrumenten worden dikwijls ‘hybride financiële instrumenten’ genoemd. Onder andere

zijn hybride financiële instrumenten omgekeerde converteerbare obligaties (obligaties waarvoor

de terugbetaling de vorm van aandelen kan aannemen) en/of obligaties met geïndexeerde

interestbetalingen begrepen. Indien het basiscontract niet wordt verantwoord tegen reële waarde

met waardeveranderingen in de resultatenrekening en de kenmerken en risico’s van het in een

contract besloten derivaat niet nauw aansluiten bij die van het basiscontract dan dient het in een

contract besloten derivaat te worden afgezonderd van het basiscontract en gewaardeerd tegen

reële waarde als een op zichzelf staand derivaat. Reële-waardeveranderingen van het besloten

derivaat worden in de resultatenrekening verantwoord. Het basiscontract wordt verantwoord

en gewaardeerd door toepassing van de regels van de betreffende categorie van het financiële

instrument.

Indien het basiscontract echter wordt verantwoord tegen reële waarde met waardeveranderingen

in de resultatenrekening of indien de kenmerken en risico’s van het in een contract besloten

derivaat nauw aansluiten bij die van het basiscontract dan wordt het in een contract besloten

derivaat niet afgezonderd en wordt het hybride financieel instrument gewaardeerd als een enkel

instrument.

De af te scheiden derivaten worden naargelang het geval verantwoord als hedgingderivaten of

derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden.

Afdekking

Op de datum waarop een derivaat wordt afgesloten kan Fortis Bank dat contract aanmerken als

ofwel (1) een afdekking van de reële waarde van een verantwoord actief of verplichting (reële

waardeafdekking), (2) een afdekking van een netto-investering in een buitenlandse entiteit of

(3) een afdekking van toekomstige kasstromen toerekenbaar aan een verantwoord actief of

verplichting of een verwachte transactie (kasstroomafdekking). Afdekkingen van vaststaande

toezeggingen zijn afdekkingen tegen reële waarde, uitgezonderd afdekkingen van valutarisico’s die

verantwoord worden als kasstroomafdekkingen.

Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving


Bij het begin van de transactie documenteert Fortis Bank de relatie tussen afdekkingsinstrumenten

en afgedekte posten, evenals de doelstelling en strategie op het vlak van risicobeheer met

betrekking tot afdekkingtransacties.

Fortis Bank documenteert ook de beoordeling, zowel bij aanvang van de afdekking als doorlopend,

in hoeverre het afdekkingsinstrument effectief is bij het compenseren van veranderingen in de

reële waarde of in kasstromen van de afgedekte positie. Sinds 30 april 2009 heeft Fortis Bank de

methodologie en procedures, die gebruikt worden bij het testen van de doeltreffendheid van de

afdekking, in overeenstemming gebracht met BNP Paribas.

De harmonisatie van de methodologie en procedures die gebruikt worden bij het testen van

de doeltreffendheid van de afdekking met BNP Paribas, heeft als gevolg dat Fortis Bank de

bestaande portefeuille – en individuele afdekkingen op 30 april 2009 heeft stopgezet en nieuwe

afdekkingen heeft opgestart. Het gecombineerde effect van de afschrijving (1) van de reëlewaardeaanpassingen

van de afgedekte instrumenten, die deel uitmaakten van de stopgezette

afdekkingen, en het (2) nieuw initieel verschil tussen de reële waarde en de boekwaarde van

de afgedekte instrumenten van de nieuwe afdekkingen, wordt gespreid over de termijn van de

afdekking in de rubriek ‘Ongerealiseerde winsten en verliezen’.

Alleen activa, verplichtingen, vaststaande toezeggingen of heel waarschijnlijke verwachte

transacties waarbij een partij van buiten Fortis Bank betrokken is, worden als afgedekte posities

aangemerkt.

De reële-waardeverandering van een afgedekte positie, die aan het afgedekte risico toerekenbaar is

en de reële-waardeverandering van het afdekkingsinstrument in een reële-waardeafdekkingstransactie,

worden verantwoord in de resultatenrekening. De reële-waardeverandering van rentedragende

derivaten wordt afzonderlijk van de overlopende rente verantwoord.

Indien de reële-waardeafdekking niet langer voldoet aan de hedgingcriteria of beëindigd

wordt, dan wordt de aanpassing van de boekwaarde van een afgedekt rentedragend financieel

instrument die uit de hedge accounting voortvloeit, afgeschreven op basis van een herberekende

effectieve rentevoet op de datum waarop de afdekking wordt beëindigd.

Hedge accounting op reële-waardeafdekkingen wordt toegepast met ingang van 1 januari 2005

voor portefeuilleafdekkingen van renterisico’s (‘macro hedging’). In dat geval wordt een groep

van financiële activa of verplichtingen bekeken in combinatie met, en in zijn geheel aangemerkt

als, de afgedekte positie. Hoewel de portefeuille voor doeleinden van risicobeheer mogelijk activa

en verplichtingen bevat, is het aangemerkte bedrag een bedrag van activa of een bedrag van

verplichtingen.

Voor macro hedges past Fortis Bank de ‘carved out’ versie toe van IAS 39 zoals aanvaard binnen

de Europese Unie, die een aantal beperkingen en strikte voorwaarden inzake effectiviteit van

zulke afdekkingen verwijdert. In deze versie wordt geen ineffectiviteit verantwoord op vervroegde

terugbetalingen bij afdekking beneden het oorspronkelijk afgedekte bedrag (de terugbetaling valt

binnen de verwachte grenzen).

Reële-waardeveranderingen van derivaten die zijn aangewezen en in aanmerking komen als

kasstroomafdekkingen, worden in het eigen vermogen (rubriek ‘Ongerealiseerde winsten en

verliezen’) verantwoord. Niet-effectieve afdekkingen worden onmiddellijk verantwoord in de

resultatenrekening.

Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving 73


74

Indien de afdekking van een verwachte transactie of vaststaande toezegging tot de opname

van een niet-financieel actief of een niet-financiële verplichting leidt, dan worden de winsten

en verliezen die eerder in het eigen vermogen waren uitgesteld, overgeboekt van het eigen

vermogen en verantwoord in de eerste waardering van dat niet-financiële actief of die nietfinanciële

verplichting. Daarnaast worden in het eigen vermogen verantwoorde bedragen naar

de resultatenrekening overgeboekt en als baten of lasten verantwoord in de periodes waarin de

afgedekte vaststaande toezegging of verwachte transactie de resultatenrekening beïnvloedt.

Dit is ook het geval indien de afdekking niet langer voldoet aan de criteria voor hedge accounting

of op een andere wijze stopgezet wordt, maar de verwachte transacties of vaststaande

toezeggingen wel naar verwachting zullen plaatsvinden. Indien de verwachte transacties of

vaststaande toezeggingen naar verwachting niet meer zullen plaatsvinden, worden de in het eigen

vermogen uitgestelde bedragen overgebracht naar de resultatenrekening.

Voor afdekkingen van netto-investeringen, zie sectie 1.6 Vreemde valuta.

1.23. Effectiseringen

Fortis Bank effectiseert verscheidene consument- en handelsgerelateerde financiële activa.

Die effectiseringen kunnen de vorm aannemen van een verkoop van de betrokken activa

(klassieke effectisering) of een overdracht van het kredietrisico door middel van gefinancierde

kredietderivaten naar speciaal voor dat doel opgerichte ondernemingen (synthetische

effectisering) of ‘SPE’s’). Deze ‘special purpose entities’ (SPE’s) geven dan verscheidene

effectentranches uit ten behoeve van investeerders. De in een effectisering begrepen financiële

activa worden (volledig of gedeeltelijk) niet langer verantwoord uitsluitend wanneer Fortis Bank

nagenoeg alle risico’s en opbrengsten van de activa (of delen ervan) overdraagt, of wanneer

Fortis Bank nagenoeg alle risico’s en opbrengsten noch overdraagt noch behoudt maar geen

zeggenschap over de overgedragen activa behoudt.

1.24. Schuldbewijzen, achtergestelde schulden

en overige financieringen

Schuldbewijzen, achtergestelde schulden en overige financieringen worden eerst verantwoord

tegen reële waarde onder aftrek van de directe transactiekosten. Vervolgens worden ze

gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs en in voorkomende gevallen wordt het verschil

tussen de netto-opbrengst en de aflossingsprijs verantwoord in de resultatenrekening over de

periode van de lening op basis van de effectieve-rentemethode.

Schulden die in een vast aantal eigen aandelen van Fortis Bank kunnen worden omgezet, worden

bij de eerste opname gescheiden in twee componenten: (a) een schuldinstrument en (b) een

eigenvermogensinstrument. De schuldcomponent wordt eerst berekend door de reële waarde

te bepalen van een soortgelijke schuld (inclusief kenmerken van in een contract besloten nieteigenvermogensgerelateerde

derivaten, indien van toepassing) zonder eigenvermogenscomponent.

Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving


De boekwaarde van het eigenvermogensinstrument, vertegenwoordigd door de conversieoptie

in gewone aandelen, wordt dan bepaald door de boekwaarde van de financiële verplichting af te

trekken van het bedrag van het samengestelde instrument als geheel.

Preferente aandelen die verplicht op een bepaalde datum of naar keuze van de aandeelhouder

aflosbaar zijn, worden verantwoord als leningen. Daarbij horen ook de preferente aandelen

die een dergelijke contractuele verplichting indirect door hun voorwaarden tot stand brengen.

De dividenden op die preferente aandelen worden verantwoord in de resultatenrekening als

rentelasten op basis van de geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode.

Bij het bepalen of preferente aandelen worden verantwoord als een financiële verplichting of als

een eigenvermogensinstrument, evalueert Fortis Bank de specifieke rechten die aan de aandelen

verbonden zijn om te bepalen of ze het basiskenmerk van een financiële verplichting vertonen.

Een financiële verplichting wordt niet langer in de balans opgenomen als de financiële

verplichting tenietgaat, dat wil zeggen wanneer de in het contract vastgelegde verplichting

nagekomen of ontbonden wordt, dan wel afloopt. Deze voorwaarde is voldaan wanneer de

debiteur zich van de verplichting ontdoet door de schuldeiser te betalen of wanneer de debiteur

wettelijk ontheven wordt van de primaire verantwoordelijkheid van de verplichting door de wet of

de schuldeiser. Het verschil tussen de boekwaarde van de financiële verplichting die is vervallen

en de betaalde vergoeding, met inbegrip van eventueel overgedragen activa wordt in de winst-enverliesrekening

opgenomen.

Indien Fortis Bank eigen schulden koopt, worden die schulden uit de balans verwijderd en

wordt het verschil tussen de boekwaarde van de verplichting en de betaalde vergoeding in de

resultatenrekening verantwoord.

1.25. Personeelsvoordelen

Pensioenverplichtingen

Fortis Bank heeft wereldwijd een aantal pensioenregelingen op basis van vaste toezeggingen en

pensioenregelingen op basis van toegezegde bijdragen lopen, in overeenstemming met lokale

voorwaarden of sectorgebonden praktijken. De pensioenregelingen worden over het algemeen

gefinancierd via betalingen aan verzekeringsondernemingen of aan door een trustee beheerde

regelingen. De betalingen worden vastgesteld door middel van periodieke actuariële berekeningen.

Een pensioenregeling op basis van vaste toezeggingen is een regeling waarin een vaste toezegging

aan een werknemer op pensioenleeftijd wordt vastgelegd, doorgaans afhankelijk van een aantal

factoren zoals leeftijd of dienstjaren. Een pensioenregeling op basis van toegezegde bijdragen is

een regeling waarbij Fortis Bank vaste bedragen afdraagt aan een aparte entiteit. Minstens een

keer per jaar berekenen actuarissen de pensioenactiva en -verplichtingen.

Voor pensioenregelingen op basis van vaste toezeggingen worden de pensioenkosten en het

daarmee verband houdend pensioenactief of -verplichting geschat op basis van de projected

unit credit methode. Die methode rekent vergoedingen toe aan elke periode van diensttijd en

waardeert elke periode afzonderlijk om de uiteindelijke verplichting op te bouwen. Volgens deze

methode worden de kosten van het verstrekken van die voordelen in de resultatenrekening

Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving 75


76

als last verantwoord om de pensioenkosten te spreiden over de diensttijd van werknemers.

De pensioenverplichting wordt gewaardeerd tegen de contante waarde van de geschatte

toekomstige uitstromen van geldmiddelen, verdisconteerd tegen rentevoeten die gebaseerd

zijn op de marktrendementen van kwalitatief hoogstaande bedrijfsobligaties waarvan de

looptijd consistent is met de resterende looptijd van de betreffende verplichting, indien er

geen diepe markt voor dergelijke obligaties bestaat, dan moet het marktrendement van

overheidsobligaties gebruikt worden. Netto cumulatieve niet-opgenomen actuariële winsten en

verliezen voor pensioenregelingen op basis van vaste toezeggingen die een bepaalde bandbreedte

(‘corridor’) overschrijden (meer dan 10% van de contante waarde van de verplichting inzake

toegezegd pensioen of 10% van de reële waarde van eventuele fondsbeleggingen) worden in de

resultatenrekening verantwoord over de gemiddelde resterende diensttijd van de werknemers.

Pensioenkosten van verstreken diensttijd worden onmiddellijk in de resultatenrekening

verantwoord, behalve indien de wijzigingen aan een pensioenplan afhankelijk zijn van het aantal

werknemers dat in dienst blijft gedurende een bepaalde periode (wachtperiode of ‘vesting period’).

In dat geval worden de pensioenkosten van verstreken diensttijd lineair geamortiseerd over de

wachtperiode.

De fondsbeleggingen die bij de pensioenverplichtingen van een entiteit behoren moeten

aan bepaalde criteria voldoen om te worden verantwoord als ‘in aanmerking komende

fondsbeleggingen van pensioenregelingen’. Die criteria hebben betrekking op het feit dat de

fondsbeleggingen juridisch dienen los te staan van Fortis Bank of de crediteuren van Fortis Bank.

Indien niet aan die criteria is voldaan, worden de fondsbeleggingen in de relevante rubriek in de

balans verantwoord (beleggingen, materiële vaste activa, etc.). Indien de fondsbeleggingen aan de

criteria voldoen, worden ze met de pensioenverplichting verrekend.

Verrekening van de reële waarde van fondsbeleggingen met de contante waarde van de

verplichtingen uit pensioenregelingen op basis van vaste toezeggingen kan tot een negatief bedrag

leiden (een actief). In dat geval mag het verantwoorde actief niet groter zijn dan het totaal van

de cumulatieve niet-verantwoorde actuariële nettoverliezen en de pensioenkosten van verstreken

diensttijd, en de contante waarde van economische voordelen die beschikbaar zijn in de vorm van

terugbetalingen uit de regeling of verlagingen van toekomstige bijdragen aan de regeling.

Voorzorgsregelingen die voordelen voor langdurige diensttijd voorzien maar geen

pensioenregelingen zijn, worden gewaardeerd tegen contante waarde op basis van de projected

unit credit methode.

De bijdragen van Fortis Bank aan pensioenregelingen op basis van toegezegde bijdragen worden in

de resultatenrekening als last verantwoord in het jaar waarop ze betrekking hebben.

Andere verplichtingen na uitdiensttreding

Sommige ondernemingen van Fortis Bank bieden vergoedingen na uitdiensttreding, zoals leningen

tegen voordelige rentevoeten en ziekteverzekering. Om het recht op die beloningen te genieten, is

het gewoonlijk verplicht dat de werknemer in dienst blijft tot en met de pensioenleeftijd en een

minimumperiode in dienstverband presteert. De verwachte kosten van die beloningen worden

toegerekend over de periode van tewerkstelling, op basis van een methodologie die lijkt op die

voor pensioenregelingen op basis van vaste toezeggingen. De verplichtingen worden bepaald aan

de hand van actuariële berekeningen.

Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving


Aandelenopties en regelingen voor deelneming in aandelenkapitaal

Aandelenopties en aandelen onder voorwaarden (‘restricted shares’) worden aan bestuurders

en werknemers toegekend als tegenprestatie voor ontvangen diensten. De reële waarde van

de ontvangen diensten wordt bepaald met verwijzing naar de reële waarde van de toegekende

aandelenopties en aandelen onder voorwaarden. De vergoedingskosten worden gewaardeerd op

toekenningsdatum op basis van de reële waarde van de opties en aandelen onder voorwaarden en

worden verantwoord, hetzij onmiddellijk indien er geen wachtperiode (‘vesting period’) is, hetzij

over de wachtperiode van de opties en aandelen onder voorwaarden.

De reële waarde van de aandelenopties wordt bepaald op basis van een optiewaardering die

rekening houdt met de aandelenkoers op toekenningsdatum, de uitoefenprijs, de verwachte

looptijd van de optie, de verwachte volatiliteit van de onderliggende aandelen en de verwachte

dividenden erop, evenals de risicovrije rentevoet over de verwachte looptijd van de optie.

Leningen toegestaan tegen voorkeurtarieven

Soms worden leningen aan werknemers toegestaan tegen een rentevoet die lager is dan de

marktrentevoet. De contractvoorwaarden bepalen doorgaans dat dit voordeel vervalt op de

pensioenleeftijd waarna overgeschakeld wordt naar de marktrentevoet. In een aantal entiteiten

van Fortis Bank wordt de voorkeurrentevoet ook toegekend na de pensioenleeftijd.

Voor de eerste reeks leningen wordt het verschil tussen de netto contante waarde van de leningen

op basis van de voorkeurrentevoet en de netto contante waarde van de leningen op basis van de

huidige marktrente op de balans verantwoord als overlopende rekening en verantwoord onder

exploitatie- en administratieve kosten over de periode dat de werknemer het voordeel geniet.

Wanneer de leningen doorlopen na de pensioenleeftijd en (ex-)werknemers blijven genieten van

voorkeurtarieven als gevolg van hun voorbije diensttijd bij Fortis Bank dan wordt met dat voordeel

rekening gehouden bij de bepaling van de verplichtingen na uitdiensttreding andere dan pensioenen.

Personeelsrechten

Personeelsrechten inzake jaarlijkse toegezegde vakantiedagen en uit hoofde van langdurige

diensttijd verdiende vakantiedagen worden verantwoord wanneer ze voor de werknemers

opneembaar worden. Indien werknemers de hun rechtens toekomende vakantiedagen per periode

einde niet hebben opgenomen, wordt hiervoor een verplichting gevormd.

1.26. Voorzieningen, voorwaardelijke

gebeurtenissen, verbintenissen en

financiële garanties

Voorzieningen

Voorzieningen zijn verplichtingen met onzekerheden qua bedrag of tijdstip van betaling.

Voorzieningen worden verantwoord op de balans indien er een bestaande verplichting is tot

overdracht van economische voordelen, zoals kasstromen, als gevolg van gebeurtenissen in het

verleden en indien op de balansdatum een betrouwbare schatting mogelijk is. Voorzieningen

worden geschat op basis van alle relevante factoren en informatie die op balansdatum bestaan en

worden verdisconteerd indien de tijdswaarde van geld materieel is.

Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving 77


78

Er zijn twee bijkomende voorwaarden voor het opnemen van een voorziening voor reorganisaties:

• Een feitelijke verplichting: Fortis Bank moet beschikken over een gedetailleerd formeel plan

dat de betreffende activiteit of het betreffende deel ervan, de belangrijkste betrokken locaties,

de locatie en functie, het geschatte aantal werknemers dat zal worden schadeloosgesteld voor

de beëindiging van het dienstverband, de uitgaven die hieraan zijn verbonden en het tijdstip

waarop het plan zal worden uitgevoerd, beschrijft.

• Een geldige verwachting: Een geldige verwachting betekent dat de betrokkenen veronderstellen

dat het plan zal worden uitgevoerd. Dit betekent dat er een bewijs moet worden geleverd dat

een onderneming begonnen is met het uitvoeren van de reorganisatie of dat de belangrijkste

kenmerken van het plan werden meegedeeld aan de betrokkenen (bv: werknemers of

werknemersvertegenwoordigers).

Een reorganisatievoorziening mag uitsluitend de directe uitgaven omvatten die uit de

reorganisatie voortvloeien en die geen verband houden met de toekomstige bedrijfsactiviteit

van Fortis Bank.

Voorwaardelijke gebeurtenissen

Voorwaardelijke gebeurtenissen zijn onzekerheden waarvan het bedrag niet met voldoende

betrouwbaarheid kan worden geschat of wanneer het niet waarschijnlijk is dat betaling vereist zal

zijn om de verplichting af te wikkelen. Fortis Bank verantwoordt voorwaardelijke gebeurtenissen

niet in de balans maar in de toelichting, tenzij de mogelijkheid van een uitstroom van middelen

die economische voordelen in zich bergen, zeer onwaarschijnlijk is.

Verbintenissen

Kredietverbintenissen waarbij een lening kan worden opgenomen binnen het tijdskader dat

algemeen door regelgeving of een marktconventie is vastgesteld, worden niet verantwoord.

Een kredietverbintenis die aangemerkt wordt als aangehouden tegen reële waarde met

waardeveranderingen in de resultatenrekening of waarbij Fortis Bank in het verleden meestal

de tegoeden heeft verkocht die uit de kredietverbintenissen voortvloeien, worden in de balans

verantwoord tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening. Acceptaties

omvatten verbintenissen van Fortis Bank om op klanten getrokken wissels te betalen. Fortis Bank

verwacht dat de meeste acceptaties zullen worden afgewikkeld op hetzelfde ogenblik als de

terugbetaling door de klanten. Acceptaties worden niet in de balans verantwoord en worden als

verbintenissen in de toelichting verantwoord.

Financiële garanties

Een financiële garantie is een contract op grond waarvan de emittent verplicht is bepaalde

betalingen te verrichten om de houder te compenseren voor een door hem geleden verlies omdat

een bepaalde debiteur zijn betalingsverplichting uit hoofde van de oorspronkelijke of herziene

voorwaarden van een schuldbewijs niet nakomt. Deze contracten worden verantwoord als een

financiële verplichting en worden gewaardeerd tegen de hoogste waarde van ofwel de contante

waarde of het initieel bedrag verminderd met de afschrijvingen.

Indien deze garanties betalingen voorzien als gevolg van veranderingen in een bepaalde rentevoet,

effectenkoers, grondstoffenprijs, valutakoers, index van prijzen of rentevoeten, kredietrating of

kredietindex, of andere variabele, en waarbij in geval van een niet-financiële variabele deze niet

specifiek is voor een van de partijen in het contract, worden die verantwoord als derivaten.

Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving


1.27. Eigen vermogen

Aandelenkapitaal en eigen aandelen

Kosten van aandelenuitgifte

Kosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de uitgifte van nieuwe aandelen of aandelenopties

met uitzondering van die bij een bedrijfscombinatie, worden in mindering gebracht van het eigen

vermogen na aftrek van eventuele daarmee verband houdende winstbelastingen.

Andere eigen vermogenscomponenten

Andere elementen die in niet-gerealiseerde resultaten worden verantwoord hebben betrekking op:

• rechtstreekse verantwoording in eigen vermogen van geassocieerde deelnemingen (zie sectie

1.5 Consolidatiegrondslagen)

• vreemde valuta (zie sectie 1.6 Vreemde valuta)

• voor verkoop beschikbare beleggingen (zie sectie 1.16 Beleggingen)

• kasstroomafdekkingen (zie sectie 1.22 Derivaten en afdekking)

• winstbelastingen en uitgestelde belastingen verbonden aan bovenstaande elementen

1.28. Rentebaten en -lasten

Rentebaten en -lasten worden verantwoord in de resultatenrekening voor alle rentedragende

instrumenten (of ze nu zijn verantwoord als tot einde looptijd aangehouden, voor verkoop

beschikbaar, tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening, of als

derivaten) op basis van het toerekeningsbeginsel (‘accrual basis’) met behulp van de effectieverentemethode

op basis van de werkelijke aankoopprijs inclusief directe transactiekosten.

Rentebaten omvatten coupons die op instrumenten tegen vaste of vlottende rente verdiend zijn en

de aangroei of amortisatie van agio of disagio.

Wanneer de waarde van een financieel actief, met uitzondering van deze die gewaardeerd

worden tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening, is verminderd

tot de geschatte realiseerbare waarde, dan worden de rentebaten verantwoord op basis van de

effectieve rentevoet die werd gebruikt voor het disconteren van de toekomstige kasstromen bij de

bepaling van de realiseerbare waarde.

Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving 79


80

1.29. Gerealiseerde en ongerealiseerde winsten

en verliezen

Voor financiële instrumenten die als voor verkoop beschikbaar worden verantwoord,

vertegenwoordigen gerealiseerde winsten of verliezen uit verkopen en desinvesteringen het

verschil tussen de ontvangen opbrengst en de initiële boekwaarde van het verkochte actief

of verplichting onder aftrek van eventuele bijzondere waardeverminderingen die zouden zijn

verantwoord in de resultatenrekening nadat rekening is gehouden met de impact van eventuele

aanpassingen uit hoofde van hedge accounting en na de aanpassing van de overlopende intresten

gebaseerd op de effectieve-rentemethode. Gerealiseerde winsten en verliezen uit verkopen

worden verantwoord in de resultatenrekening in de rubriek ‘Gerealiseerde winsten (verliezen) op

beleggingen’.

Voor financiële instrumenten die tegen reële waarde met waardeveranderingen in de

resultatenrekening zijn verantwoord, wordt het verschil tussen de boekwaarde aan het einde van

de lopende verslagperiode en de vorige verslagperiode verantwoord onder ‘Overige gerealiseerde

en ongerealiseerde winsten en verliezen’.

Voor derivaten wordt het verschil tussen de reële waarde exclusief overlopende rente (‘clean fair

value’) aan het einde van de huidige verslagperiode en de vorige verslagperiode verantwoord

onder ‘Overige gerealiseerde en ongerealiseerde winsten en verliezen’.

Voorheen nog niet in het resultaat verantwoorde ongerealiseerde winsten en verliezen die

rechtstreeks in het vermogen werden verantwoord, worden verantwoord in de resultatenrekening

bij verwijdering of bijzondere waardeverminderingen.

Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving


1.30. Commissiebaten

Commissies als vast onderdeel van effectieve rentevoet

Commissies die een vast onderdeel zijn van de effectieve rentevoet van een financieel instrument,

worden over het algemeen behandeld als een aanpassing aan de effectieve rentevoet. Dat is het

geval voor de commissies bij het afsluiten van een krediet, die worden ontvangen als vergoeding

voor activiteiten zoals het evalueren van de financiële toestand van de kredietnemer, het

evalueren en boeken van garanties, etc. en voor commissies bij het afsluiten van een krediet die

worden ontvangen bij de uitgifte van tegen geamortiseerde kostprijs gewaardeerde financiële

verplichtingen. Beide types van commissies worden uitgesteld en verantwoord als aanpassing

van de effectieve rentevoet. Wanneer het financieel instrument wordt gewaardeerd tegen reële

waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening, dan worden de commissies echter

verantwoord in de resultatenrekening wanneer het instrument voor de eerste maal wordt

verantwoord.

Commissies verantwoord wanneer de dienst wordt verricht

Commissies op verrichte diensten worden over het algemeen verantwoord als opbrengsten

wanneer de dienst wordt verricht. Indien het onwaarschijnlijk is dat een bepaalde lening zal

worden toegestaan en de kredietverbintenis niet wordt beschouwd als een derivaat, dan wordt de

verbinteniscommissie, proportioneel over de duur van de verbintenis gespreid, onder opbrengsten

verantwoord.

Commissies verantwoord wanneer de onderliggende transactie wordt voltooid

Commissies die voortvloeien uit (het deelnemen aan) het onderhandelen over een transactie

voor een derde, worden verantwoord wanneer de onderliggende transactie wordt voltooid.

Commissieopbrengsten worden verantwoord wanneer de prestatieverplichting uitgevoerd is.

Commissies op kredietsyndicaties worden verantwoord als opbrengsten wanneer de

syndicaatvorming afgerond is.

1.31. Transactiekosten

Transactiekosten worden verantwoord in de eerste waardering van financiële activa en

verplichtingen, met uitzondering van die financiële activa en verplichtingen die worden

gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening.

Transactiekosten verwijzen naar extra kosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving

of vervreemding van een financieel actief of een financiële verplichting. Daarin zijn commissies

die worden betaald aan agenten, adviseurs, makelaars en effectenhandelaars begrepen, evenals

heffingen door de regelgevende/ toezichthoudende instanties en beurzen en diverse soorten van

overdrachtsbelasting.

Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving 81


82

1.32. Financieringskosten

Financieringskosten worden over het algemeen als last verantwoord in de periode waarin ze zijn

gemaakt. Financieringskosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de verwerving of bouw van

een actief worden, terwijl het actief in opbouw is, geactiveerd als onderdeel van de kosten van dat

actief. De activering van financieringskosten dient in te gaan wanneer:

• uitgaven voor het actief en financieringskosten worden gedaan; en

• werkzaamheden die nodig zijn om het actief klaar te maken voor het bedoelde gebruik of de

verkoop ervan in gang zijn gezet.

De activering wordt beëindigd wanneer het actief vrijwel klaar is voor het beoogde gebruik of

verkoop. Indien de actieve ontwikkeling voor een lange periode wordt onderbroken, dan wordt de

activering opgeschort. Als de bouw in verschillende delen wordt voltooid en elk deel afzonderlijk

kan worden gebruikt terwijl de bouw van andere delen wordt voortgezet, wordt de activering

beëindigd voor elk deel wanneer dat deel vrijwel voltooid is.

Voor een lening die met een bepaald actief samenhangt wordt de effectieve rentevoet op

die lening gebruikt. In andere gevallen wordt een gewogen gemiddelde betaalde rentevoet

gehanteerd.

1.33. Winstbelastingen

Over de verslagperiode verschuldigde en verrekenbare belasting is het bedrag van verschuldigde

(terug te vorderen) winstbelastingen met betrekking tot de fiscale winst (het fiscale verlies) over

een periode.

Uitgestelde belastingverplichtingen zijn de bedragen van toekomstige perioden te betalen

winstbelastingen met betrekking tot belastbare tijdelijke verschillen.

Uitgestelde belastingvorderingen zijn de bedragen van toekomstige perioden terug te vorderen

winstbelastingen met betrekking tot verrekenbare tijdelijke verschillen, voorwaartse compensatie

van niet-gecompenseerde fiscale verliezen en voorwaartse compensatie van ongebruikte fiscaal

verrekenbare tegoeden.

Winstbelasting die op winsten moet worden betaald, wordt als last verantwoord op basis van

de belastingwetgeving die in elk rechtsgebied geldt in de periode waarin de winsten ontstaan.

De belastingeffecten van verrekenbare winstbelastingverliezen worden verantwoord als een

uitgestelde belastingvordering indien het waarschijnlijk is dat toekomstige belastbare winst

aanwezig zal zijn waartegen die verliezen kunnen worden benut.

Uitgestelde belastingen worden verantwoord op basis van de balansmethode op alle tijdelijke

verschillen tussen de boekwaarde van de activa en verplichtingen in de Geconsolideerde

Jaarrekening en hun fiscale boekwaarde uitgezonderd enkele beperkingen voor uitgestelde

belastingsvorderingen zoals hieronder vermeldt.

De tarieven waarvan het wetgevingsproces is afgesloten of grotendeels is afgesloten op de

balansdatum worden gebruikt om de uitgestelde belastingen te bepalen.

Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving


Uitgestelde belastingvorderingen worden verantwoord voor zover het waarschijnlijk is dat er

voldoende toekomstige belastbare winst voorhanden zal zijn waartegen de tijdelijke verschillen

kunnen worden benut.

Een uitgestelde belastingverplichting wordt verantwoord voor belastbare tijdelijke verschillen

die verband houden met beleggingen in dochterondernemingen, geassocieerde deelnemingen en

belangen in joint ventures, tenzij het tijdstip waarop het tijdelijke verschil wordt afgewikkeld kan

worden bepaald en het waarschijnlijk is dat het tijdelijke verschil in de nabije toekomst niet zal

worden afgewikkeld.

Winstbelastingen en uitgestelde belastingen die betrekking hebben op herwaardering tegen reële

waarde van voor verkoop beschikbare geassocieerde deelnemingen en kasstroomafdekkingen die

rechtstreeks als lasten of baten in eigen vermogen worden verwerkt, worden ook rechtstreeks

als baten of lasten in het eigen vermogen verantwoord en worden vervolgens samen met de

uitgestelde winst of het uitgestelde verlies verantwoord in de resultatenrekening.

1.34. Specifieke grondslagen voor

financiële verslaggeving voor de

verzekeringsactiviteit

Specifieke grondslagen voor financiële verslaggeving voor activa en verplichtingen die voortvloeien

uit verzekeringscontracten en beleggingscontracten met een discretionair winstdelingselement uitgegeven

door een verzekeringsmaatschappij worden gebruikt bij de opmaak van de Geconsolideerde

Jaarrekening van Fortis Bank. Deze grondslagen zijn overeenkomstig IFRS 4 Verzekeringscontracten.

Activa

Unit-linked contracten

Financiële activa die technische voorzieningen, verbonden met een unit-linked contracten vertegenwoordigen,

worden tegen de reële waarde van de onderliggende activa verantwoord in de balans.

Overlopende aquisitiekosten

De kosten van nieuwe en hernieuwde verzekeringscontracten die hoofdzakelijk bestaan uit commissies,

inschrijvingskosten, makelaarskosten en andere poliskosten, die variëren met en verbonden zijn

aan nieuwe contracten, worden geactiveerd en afgeschreven. Overlopende acquisitiekosten worden

elke periode herzien om te garanderen dat ze gerecupereerd kunnen worden op basis van een schatting

van de toekomstige opbrengsten van de onderliggende contracten.

Verplichtingen

Levensverzekeringen

Technische voorzieningen, die de verplichtingen tegenover polishouders en begunstigden

vertegenwoordigen, bevatten de verplichtingen die verbonden zijn aan verzekeringscontracten

met een significant verzekeringsrisico (vb. overlijden of invaliditeit) en aan beleggingscontracten

Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving 83


84

met een discretionair winstdelingselement. Een discretionair winstdelingselement geeft de

levensverzekeringpolishouder recht op een deel van de actuele winsten als supplement op

het gegarandeerde verzekerde bedrag. Fortis Bank heeft er voor gekozen de discretionaire

winstdelingselementen te verantwoorden in het eigen vermogen. Verplichtingen verbonden aan

beleggingscontracten zonder een discretionair winstdelingselement worden opgenomen als

een depositoverplichting en verantwoord tegen geamortiseerde kostprijs. Unit-linked contract

verplichtingen worden in de balans gewaardeerd tegen de reële waarde van het onderliggende actief.

Technische voorzieningen die de verplichtingen verbonden aan verzekeringscontracten met een

significant verzekeringsrisico vertegenwoordigen, bestaan hoofdzakelijk uit wiskundige reserves

die in het algemeen overeenkomen met de afkoopwaarde van het contract. De toekomstige

verplichting wordt berekend door een ‘nettopremiemethode’ (contante waarde van de netto

toekomstige kasstromen) op basis van actuariële veronderstellingen zoals bepaald op basis

van ervaring uit het verleden en industriestandaarden. Deelnemingscontracten bevatten alle

bijkomende verplichtingen verbonden aan contractuele dividenden of deelnemingsvoorwaarden.

Toereikendheidstoets voor de verplichtingen

Deze test, uitgevoerd op elke balansdatum, stelt vast of de opgenomen verplichtingen voldoende

zijn door op basis van de huidige portefeuillerendementen de toekomstige kasstromen in te

schatten. De toereikendheid van de verplichtingen wordt getest op het niveau van homogene

productgroepen. Indien de opgenomen verplichtingen niet voldoende zijn om tegemoet te

komen aan de toekomstige kasstromen inclusief de kasstromen zoals beheerskosten, besloten

opties, garanties en afschrijvingen van de overlopende acquisitiekosten, zullen de overlopende

acquisitiekosten afgeschreven worden en/of bijkomende verplichtingen zullen opgenomen worden

gebaseerd op basis van zo goed mogelijke schattingen. Elk tekort wordt onmiddellijk verantwoord

in de resultatenrekening.

Shadow accounting

Gerealiseerde winsten en verliezen op activa kunnen een effect hebben op een deel van

of de gehele waardering van de verzekeringsverplichtingen en de verbonden overlopende

acquisitiekosten.

Shadow accounting is toegepast voor wijzigingen in de reële waarde van ‘voor verkoop

beschikbare’ beleggingen en voor activa en verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden

en die samenhangen met, en daardoor ook een impact hebben op de waardering van

verzekeringsverplichtingen. Deze wijzigingen in de reële waarde zullen daardoor geen deel

uitmaken van het eigen vermogen of het nettoresultaat.

Niet-levensverzekeringen

Technische voorzieningen voor niet-levensverzekeringen bevatten onverdiende premiereserves

(die overeenkomen met een deel van de uitgegeven premies voor toekomstige periodes) en

voorzieningen voor uitstaande claims, inclusief behandelingskosten van claims.

Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving


2. Wijziging in consolidatiemethode

voor joint ventures

Fortis Bank heeft besloten de grondslag voor de consolidatie van joint ventures met ingang

van het tweede kwartaal van 2009 te wijzigen van de ‘equity’-methode in de proportionele

consolidatiemethode. De belangrijkste joint venture van Fortis Bank is Bank van De Post, een

gezamenlijke dochteronderneming van Fortis Bank en De Post. Fortis Bank heeft een belang van

50% in deze joint venture.

Onder de vorige grondslagen voor financiële verslaggeving werden beleggingen in joint ventures

verantwoord met gebruik van de ‘equity’-methode. Na de overname van Fortis Bank door BNP

Paribas op 12 mei 2009 zijn de consolidatiemethodes van Fortis Bank geharmoniseerd met die

van BNP Paribas, BNP Paribas verantwoordt haar joint ventures met gebruik van de proportionele

consolidatiemethode. De proportionele consolidatiemethode geeft een beter beeld van de inhoud

en de economische betekenis van het belang van Fortis Bank in Bank van De Post.

Volgens de proportionele consolidatiemethode wordt het belang van Fortis Bank in Bank van De

Post nu in de hele geconsolideerde balans post voor post opgevoerd; vóór het tweede kwartaal

van 2009 werd dit belang slechts onder een enkele balanspost opgevoerd, te weten ‘Beleggingen

in geassocieerde deelnemingen en joint ventures’.

Hetzelfde principe geldt voor de geconsolideerde resultatenrekening, het aandeel van Fortis Bank

in de winst of het verlies wordt nu in de hele geconsolideerde resultatenrekening post voor post

opgevoerd; vóór het tweede kwartaal van 2009 werd dit aandeel slechts onder een enkele post

opgevoerd, te weten ‘Dividenden, aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen en

joint ventures en overige beleggingsbaten’.

De wijziging in consolidatiemethode is niet retroactief toegepast in 2008.

Wijziging in consolidatiemethode voor joint ventures 85


86

Onderstaande tabel geeft de bijdrage weer van Bank van De Post aan de geconsolideerde balans van

Fortis Bank.

Wijziging in consolidatiemethode voor joint ventures

Proportionele Proportionele Equity

Consolidatie Consolidatie Consolidatie

methode methode methode

31 december 2009 31 december 2008 31 december 2008

Activa

Geldmiddelen en kasequivalenten

Activa aangehouden voor handelsdoeleinden

145 61

Vorderingen op banken 50

Vorderingen op klanten

Beleggingen:

- Tot einde looptijd aangehouden

35 34

- Voor verkoop beschikbaar

- Tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening

- Geclassificeerd als leningen en vorderingen

- Vastgoedbeleggingen

3.319 3.008

- Geassocieerde deelnemingen en joint ventures 84

3.319 3.008 84

Overige vorderingen 5 6

Materiële vaste activa 7 9

Goodwill en overige immateriële vaste activa

Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten

10 6

Actuele en uitgestelde belastingen 9

Overlopende rente en overige activa ( 2 ) ( 4 ) ( 75 )

Totaal activa 3.519 3.179 9

Verplichtingen

Verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden

Schulden aan banken 1 1

Schulden aan klanten 3.144 2.799

Schuldbewijzen

Achtergestelde schulden

309 421

Overige financieringen

Voorzieningen

56 70

Actuele en uitgestelde belastingen 34

Overlopende rente en overige verplichtingen

Verplichtingen met betrekking tot vaste activa aangehouden voor verkoop

( 121 ) ( 121 )

Totaal verplichtingen 3.423 3.170

Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders

Minderheidsbelangen

96 9 9

Eigen vermogen 96 9 9

Totaal verplichtingen en eigen vermogen 3.519 3.179 9


Onderstaande tabel geeft de bijdrage weer van Bank van De Post aan de geconsolideerde

resultatenrekening van Fortis Bank.

Proportionele Proportionele Equity

Consolidatie Consolidatie Consolidatie

methode methode methode

31 december 2009 31 december 2008 31 december 2008

Baten

Rentebaten 126 116

Rentelasten ( 73 ) ( 73 )

Rentemarge 53 43

Commissiebaten 17 16

Commissielasten ( 30 ) ( 25 )

Commissiebaten, netto ( 13 ) ( 9 )

Dividenden, aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingenen

joint ventures en overige beleggingsbaten 2

Gerealiseerde winsten (verliezen) op beleggingen

Overige gerealiseerde en ongerealiseerde winsten en verliezen

( 8 )

Overige baten 3 3

Totale baten na aftrek van interestlasten 35 37 2

Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen 2 ( 5 )

Nettobaten 37 32 2

Lasten

Personeelskosten ( 7 ) ( 7 )

Afschrijving van materiële en immateriële vaste activa ( 5 ) ( 6 )

Overige lasten ( 20 ) ( 18 )

Totale lasten ( 32 ) ( 31 )

Winst voor belastingen 5 1 2

Winstbelastingen 1

Nettowinst over de periode 5 2 2

Nettowinst (verlies) op beëindigde bedrijfsactiviteiten

Nettowinst (verlies) over de periode 5 2 2

Nettowinst toewijsbaar aan de minderheidsbelangen

Nettowinst (verlies) toewijsbaar aan de aandeelhouders 5 2 2

Wijziging in consolidatiemethode voor joint ventures 87


88

Overnames en desinvesteringen

3. Overnames en desinvesteringen

De volgende belangrijke overnames en desinvesteringen hebben plaatsgevonden in 2009 en 2008.

3.1. Overname van AG Insurance

Op 12 maart 2009 gingen Fortis, Fortis Bank, de Belgische staat, de FPIM (Federale Participatie- en

Investeringsmaatschappij) en BNP Paribas een overeenkomst (Avenant Nr. 3 van het Protocole

d’Accord) aan. Volgens deze overeenkomst heeft Fortis Insurance N.V. 157.822 gewone aandelen van

Fortis Insurance Belgium, goed voor 25% plus één aandeel, overgedragen aan Fortis Bank voor een

totaalbedrag van EUR 1.375 miljoen.

De overname werd op 12 mei 2009 afgerond en de naam Fortis Insurance Belgium werd op 22 juni

2009 gewijzigd in AG Insurance.

Naast deze overdracht van aandelen voorziet de overeenkomst ook in een strategisch

samenwerkingsverband tussen Fortis Bank en de verzekeringsactiviteiten van de groep Fortis.

AG Insurance wordt door Fortis Bank beschouwd als een geassocieerde deelneming en zal daarom

worden verantwoord volgens de ‘equity’-methode. De reële waarde van de netto-activa in AG

Insurance bedroeg EUR 990 miljoen en de verantwoorde goodwill bedroeg EUR 385 miljoen.

3.2. Overige overnames

In 2009 zijn er geen andere belangrijke overnames gedaan. De overnames die in 2008

plaatsvonden waren:

Kwartaal Verwervings- Percentage

Geactiveerde

immateriele

Naam aangekocht bedrijf overname bedrag verkregen activa Goodwill Segment

ABN Amro Asset Management Holding (AAAMH) Q2 2008 4.105 100 514

3.358 Asset Management

De bedragen inzake de geactiveerde immateriële vaste activa en de goodwill zijn de

oorspronkelijke bedragen geconverteerd in euro, rekening houdend met noodzakelijke wijzigingen

in de waardebepaling van een overgenomen onderneming indien deze voorlopig was bepaald

aan het eind van de periode waarin de overname heeft plaatsgevonden. Latere wijzigingen ten

gevolge van koers- en andere verschillen zijn niet inbegrepen. De overnames hadden geen

noemenswaardig effect op de financiële positie en prestaties van Fortis Bank.


3.3. Desinvesteringen

In augustus 2009 verkocht Fortis Bank NV het belang in Fortis Clearing Americas LLC (Segment:

Merchant Banking) aan Fortis Bank Global Clearing N.V. (een dochteronderneming van Fortis Bank

Nederland NV) voor een totaalbedrag van USD 120 miljoen. Dit resulteerde in een nettoverlies van

EUR 17 miljoen.

In oktober 2009 verkocht Fortis Bank NV het belang in Fondo Nazca Fund II, F.C.R., FCM Private

Equity II S.L. (Segment: Merchant Banking) aan Alpinvest Partners voor een totaalbedrag van EUR

53 miljoen. Daarnaast verkocht Fortis Bank NV het belang in Nazca Capital CGECR aan leden van

het managementteam voor een bedrag van EUR 0,2 miljoen. Deze verkopen resulteerden in een

nettowinst van EUR 12 miljoen.

In december 2009 verkocht Banque Générale du Luxembourg SA, een dochteronderneming van

Fortis Bank NV, haar belang van 25,04% in Fortis Intertrust Group Holding SA (Segment: Merchant

Banking) aan WPEF IV Holding Coöperatief W.A. voor een bedrag van EUR 122 miljoen. Dit

resulteerde in een nettowinst van EUR 30 miljoen.

De belangrijke desinvestering in 2008 was de verkoop van Fortis Bank Nederland (Holding) –

FBN(H)- en haar dochterondernemingen en deelnemingen. Deze desinvestering omvatte ook de

deelneming in RFS Holdings B.V., de entiteit waarin de overname van de activiteiten van ABN

AMRO werd uitgevoerd.

Overnames en desinvesteringen 89


3.4. Activa en verplichtingen van acquisities en

desinvesteringen

In de onderstaande tabel zijn de activa en verplichtingen als gevolg van acquisities en desinvesteringen van

dochterondernemingen, geassocieerde deelnemingen en joint ventures per datum van de acquisitie of desinvestering

weergegeven.

90

2009 2008

Acquisities Desinvesteringen Acquisities Desinvesteringen

Activa en verplichtingen van acquisities en verkopen

Geldmiddelen en kasequivalenten 10 ( 1.378 ) 501 ( 10.398 )

Activa aangehouden voor handelsdoeleinden ( 29.994 )

Vorderingen op banken 5 ( 5 ) 1 ( 25.539 )

Vorderingen op klanten 37 ( 531 ) 31 ( 142.295 )

Beleggingen 1.454 ( 98 ) 411 ( 31.131 )

Overige vorderingen 1 ( 130 ) 66 ( 2.899 )

Materiële vaste activa ( 4 ) 3 ( 388 )

Goodwill en overige immateriële vaste activa 4 ( 6 ) 2.670 ( 161 )

Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten ( 15 ) 1.685 ( 258 )

Overlopende rente en overige activa 2 ( 3 ) 162 ( 7.361 )

Totaal activa 1.513 ( 2.170 ) 5.530 ( 250.424 )

Verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden 23 ( 51.142 )

Schulden aan banken 67 ( 28 ) 888 ( 11.371 )

Schulden aan klanten 29 ( 1.927 ) 1 ( 46.519 )

Schuldbewijzen ( 19.204 )

Achtergestelde schulden ( 3.333 )

Overige financieringen 1 ( 286 )

Voorzieningen ( 1 ) 83 ( 56 )

Actuele en uitgestelde belastingen ( 2 ) 241 ( 659 )

Vaste passiva aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten ( 4 )

Overlopende rente en overige verplichtingen 8 245 150 ( 95.178 )

Totaal verplichtingen 104 ( 1.717 ) 1.387 ( 227.748 )

Minderheidsbelangen 56 8 ( 213 )

Netto verworven activa / Netto vervreemde activa 1.409 ( 509 ) 4.135 ( 22.463 )

Negatieve goodwill

Totaal winst (verlies) bij beëindiging bedrijfsactiviteiten (bruto)

Belasting op resultaat beëindigde bedrijfsactiviteiten

46 ( 9.092 )

Total winst (verlies) op beëindigde bedrijfsactiviteiten, na belasting 46 ( 9.092 )

Geldmiddelen aangewend voor acquisities/ ontvangen bij verkopen:

Totaal aankoopprijs /verkoopopbrengst ( 1.409 ) 555 ( 4.135 ) 13.371

Minus: verworven/vervreemde geldmiddelen en kasequivalenten

Minus: vergoeding in natura

10 ( 1.378 ) 501 ( 10.398 )

Geldmiddelen aangewend voor acquisities/ ontvangen bij verkopen ( 1.399 ) ( 823 ) ( 3.634 ) 2.973

Overnames en desinvesteringen


4. Vaste activa aangehouden voor verkoop

en beëindigde bedrijfsactiviteiten

4.1. Beëindigde

bedrijfsactiviteiten

Op 12 en 13 mei 2009 verwierf BNP Paribas de zeggenschap

over Fortis Bank NV door de overname van 74,93% van

de aandelen van Fortis Bank NV en 16% van de aandelen

van BGL BNP Paribas S.A. (‘BGL’). Onmiddellijk nadat BNP

Paribas de zeggenschap over Fortis Bank NV had verworven,

werd een mondiaal integratieproject opgestart voor de

integratie van Fortis Bank NV en de BNP Paribas Groep. De

hoofddoelen van het mondiaal integratieproject zijn beide

groepen te consolideren en te integreren, de groepsstructuur

te stroomlijnen en te vereenvoudigen, synergie te

bereiken tussen de diverse activiteiten van elke groep en

mogelijkheden voor waardecreatie te identificeren. Een

aantal transacties tussen verschillende dochters van BNP

Paribas S.A. (‘BNPP’) en Fortis Bank NV worden uitgevoerd in

de context van integratie van bepaalde activiteiten van Fortis

Bank NV binnen bepaalde activiteiten van of BNP Paribas.

De economische overdrachtsdatum voor de bovenvermelde

transacties is vastgesteld op 1 januari 2010. Afhankelijk

van goedkeuring van de toezichthouders en andere

organisatorische beperkingen in de diverse betrokken

rechtsgebieden zullen deze integratietransacties naar

verwachting uiterlijk 31 december 2010 worden afgerond.

Bijkomende informatie over de transacties met BNP Paribas

is terug te vinden in de sectie ‘Fortis Bank jaarverslag 2009

(niet-geconsolideerd), Informatie met betrekking tot Artikel

524 van het wetboek van Vennootschappen.’

Naast deze integratietransacties met BNP Paribas hield Fortis

Bank per 31 december 2009 enkele andere posities aan die ze

eerder wil verkopen dan aan te houden voor continu gebruik.

Het gaat voornamelijk over entiteiten van vermogensbeheer

die niet tot de kern business behoren en enkele kleinere

entiteiten.

Deze transacties kwalificeren als vaste activa aangehouden

voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten onder IFRS

5, Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde

bedrijfsactiviteiten.

De activa en verplichtingen van deze entiteiten werden

in de geconsolideerde balans per 31 december 2009

respectievelijk geherclassificeerd en verantwoord onder

afzonderlijke lijnen ‘Activa aangehouden voor verkoop’ en

‘Verplichtingen met betrekking tot activa aangehouden voor

verkoop’, vergelijkende informatie werd niet aangepast in

overeenstemming met IFRS 5.

De baten en lasten van deze entiteiten warden

geherclassificeerd en verantwoord onder een

afzonderlijke lijn ‘Nettowinst (verlies) op de beëindigde

bedrijfsactiviteiten’, vergelijkende informatie werd niet

aangepast in overeenstemming met IFRS 5.

4.1.1. Verrichtingen met BNP Paribas

De verrichtingen tussen BNP Paribas S.A. (‘BNPP’) en

Fortis Bank NV worden hieronder per business line en

geografische aanwezigheid beschreven.

Fortis Bank Azië

Fortis Bank Azië bestaat uit een aantal bijkantoren en

dochterondernemingen, met inbegrip van een ‘wealth

management’-dochter in Hong Kong. Het is voornamelijk

een verkoop- en tradingverrichting, met ‘corporate

banking’- en ‘structured lending’-activiteiten. Ze situeert

zich in verschillende sectoren, zoals grondstoffen, transport

en energie (waar ze een van de marktleiders is) en ‘global

markets’-transacties met institutionele en retailklanten.

Het doel van de transactie bestaat erin om Fortis Bank

NV uit geografische regio’s te laten stappen die niet tot

de kern business behoren. De verrichtingen beogen een

maximalisatie van de rentabiliteit van de geïntegreerde

groep door de uitbouw van een sterkere speler in Azië en

synergieën, het aanbieden van een grotere productenscala

aan de klanten en het bekomen van schaalvoordelen.

De transactie bestaat uit vijf subtransacties in de vorm van

activatransacties en twee subtransacties in de vorm van

aandelentransacties. Deze subtransacties zijn nodig omdat

de diverse activa van Fortis Asia Merchant Banking zich

in verschillende rechtsgebieden bevinden (China, Taiwan,

Singapore, Hong Kong en Japan).

Fortis Bank Noord-Amerika

Fortis Bank Noord-Amerika is een full-service

merchant bank wiens activiteiten in transitie zijn. Haar

tradingstrategie is geëvolueerd van proprietary trading

naar verkoopgeoriënteerde, meer klantgerichte activiteiten.

De omvang van de lending business wordt momenteel

aangepast, inclusief een grote positie in energie-,

grondstoffen- en tradingmaatschappijen. In het verleden

heeft ze deelgenomen in de markten van collateralised debt

obligations (CDOs) en collateralised loan obligations (CLOs).

Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten 91


De ‘merchant banking’-activiteiten van Fortis Bank

Noord-Amerika werden sterk beïnvloed door de negatieve

marktomstandigheden. De integratie van de activiteiten

van Fortis Bank Noord-Amerika in de globale BNP Paribasstructuur

heeft tot doel om de positie van Fortis Bank NV

te stabiliseren, de perspectieven voor Fortis Bank Noord-

Amerika te verbeteren en synergieën en schaalvoordelen te

creëren.

De algemene structuur van de transactie bestaat uit

een verkoop door Fortis Bank NV aan BNP Paribas of

een dochter of bijkantoor van (i) enerzijds bepaalde

bankactiviteiten van Fortis Bank NV in een aantal Noord-

Amerikaanse bijkantoren, en (ii) anderzijds de aandelen

die Fortis Bank NV (of deelnemingen) in bepaalde

deelnemingen bezit. De transactie bestaat uit een aantal

subtransacties.

Alle activa van Fortis Bank Noord-Amerika worden

overgedragen naar BNP Paribas of een dochter of bijkantoor

behalve (i) de zogenaamde ‘portefeuille IN’-activa, namelijk

de gestructureerde kredieten gewaarborgd door de

Belgische Staat die ondergebracht blijven in Fortis Bank

NV om van de waarborg te kunnen genieten uit hoofde

van Fortis Bank NV, in toepassing van de akkoorden tussen

BNP Paribas en de Belgische Staat, en (ii) de container-,

spoorweg- en chassis-activa van Principal Finance

Fortis Bank VK

De ‘merchant banking’-activiteiten van Fortis Bank VK

richten zich op verkoop en trading, kredietverlening en

structured financing en omvatten een kleine private

banking. Ze omvatten een bijkantoor (Fortis Bank NV

London Branch), die ook een aantal voor een bijzonder

doel opgerichte entiteiten (SPE’s) aanhouden via een

holdingmaatschappij Camomile Inv. UK Ltd) en twee

dochterondernemingen (Fortis Private Investment

Management Ltd en haar dochter FPIM Nominees Ltd

(samen ‘FPIM’)).

De ‘merchant banking’-activiteiten van Fortis

Bank VK worden sterk beïnvloed door de negatieve

marktomstandigheden. De transactie beoogt een

stabilisering van de positie van Fortis Bank NV en een

verbetering van de performance en competitiviteit en een

verhoging van de cross-sellingopportuniteiten.

De algemene structuur van de transactie bestaat uit de

verkoop van de activa van investment banking en private

banking en de integratie van de activa en verplichtingen

92

Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten

van Fortis Bank NV London Branch met de dochters van

BNP Paribas.

De transactie omvat een aantal subtransacties:

(i) verkoop tegen cash van Fortis Private Investment

Management Ltd. (‘FPIM’) aan BNP Paribas Wealth

Management SA

(ii) verkoop van bepaalde activa en verplichtingen

van Fortis Bank NV London Branch (inclusief de

Camomile SPE’s) aan de BNP Paribas UK Branch in

ruil voor obligaties.

De overdracht van bepaalde activa en verplichtingen

van Fortis Bank NV London Branch aan BNP Paribas is

uitgevoerd onder Part VII van de Financial Services and

Markets Acts 2000. Onder Part VII ‘FSMA banking business

transfer scheme’, die doorgaans zes tot negen maanden in

beslag neemt vanaf de aanvraag voor de rechtbank, gebeurt

de transfer bij wet en zijn individuele overdrachten van

activa en verplichtingen niet vereist. BNP Paribas verwerft

de wettelijke eigendom op de datum vastgelegd door de

rechtbank. De effectieve datum van de ‘FSMA transfer

scheme’ wordt niet voor juni 2010 verwacht.

Een ‘master transfer agreement’ tussen Fortis Bank

NV London Branch en de BNP Paribas UK Branch

voorziet dat de betaling van alle overdrachten van

business(onderdelen), hetzij onder Part VII ‘FSMA banking

business transfer scheme’ dan wel als gevolg van

individuele overdrachten, dienen te gebeuren in de vorm

van obligaties uit te geven door BNP Paribas UK Branch aan

Fortis Bank NV London Branch.

De transactie behelst niet (i) de hypotheekportefeuille van

de ‘private banking’-activiteiten, (ii) de businesssegmenten

Commercial Banking, Supply Chain & Cash Management,

Global Trade Services, SFS-Other, Corporate Banking,

CPB-Other, Private Equity en PB Concorde Mortgages

en (iii) de Britse entiteiten in de Fortis Lease Groep en

Fortis Investment Management als onderdeel van andere

integratietransacties.

Vermogensbeheer

De transactie beoogt het vergemakkelijken en

versnellen van de integratie van de overlappende

vermogensbeheeronderdelen van BNP Paribas en Fortis

Bank NV door het samenvoegen van bepaalde entiteiten

van BNP Paribas en Fortis Bank NV, vooral BNP Paribas

Investment Partners S.A. (‘BNPP IP’) en Fortis Investments

Management NV (‘FIM’).


De structuur van de transactie omvat de aankoop van 100%

van de aandelen van Fortis Investment Management NV

door BNP Paribas Investment Partners S.A. De aandelen van

FIM worden momenteel aangehouden door Fortis Bank NV

(84.67%) en BGL (15.33%). Fortis Bank NV en BGL BNP Paribas

zullen vervolgens een bedrag gelijk aan de ontvangen

aankoopprijs gebruiken om in te schrijven op een kapitaalverhoging

van BNPP IP, als resultaat waarvan het bezit aan

aandelen BNPP IP van Fortis Bank NV en BGL BNP Paribas

33.33% + 1 aandeel (d.w.z. een blokkeringsminderheid) zou

zijn van het totale uitstaande aandelenkapitaal van BNPP IP.

Van de aandelen BNPP IP zou dan 28,23% worden gehouden

door Fortis Bank NV en 5,11% door BGL BNP Paribas.

FIM is een holdingvennootschap die momenteel 100% van

de aandelen van Fortis Investments Management Belgium

NV, Fortis Investments Management France S.A. en Fortis

Investments Management Luxembourg S.A. bezit. FIM heeft

ook een aantal andere dochterondernemingen evenals een

deelneming in Fortis Investments NL Holding (en deelnemingen)

en enkele andere entiteiten. Vermogensbeheeronderdelen

van BNP Paribas die niet gecontroleerd worden door BNPP

IP vallen buiten de transactie (BMCI Gestion, TEB Asset

Management, FFTW, Fridson Investment Advisors, Malbec

Partners en BNP Paribas Private Equity).

Artemis en Montag & Caldwell maken geen onderdeel

uit van de transactie. Deze onafhankelijke niet-kern

vermogensbeheerentiteiten, die rechtstreeks worden

aangehouden door Fortis Bank NV, zullen verkocht worden

aan derde partijen.

Fortis Bank Frankrijk

Fortis Banque Frankrijk is een Franse bank die actief

is in retail, commercial en private banking (allemaal

onderdeel van een nichestrategie rond ondernemers en

kleine vennootschappen). Alhoewel Fortis Banque Frankrijk

een erkende positie bekleedt als kredietinstelling voor

individuelen en kleine en middelgrote ondernemingen, is ze

nog steeds een bescheiden speller op de Franse markt.

De transactie omvat een verkoop, waarbij BNP Paribas

S.A. de aandelen van Fortis Banque France S.A. koopt van

Fortis Bank NV en daarmee indirecte zeggenschap verwerft

over een aantal dochterondernemingen van Fortis Banque

France S.A., terwijl de overige juridische entiteiten waarover

Fortis Banque France S.A. de zeggenschap heeft of die zij

heeft opgezet, buiten deze transactie worden gehouden.

Fortis Banque France S.A. zou vervolgens via een fusie

opgaan in BNP Paribas.

Bovendien zal Fortis Bank NV haar belang van 96,85% in

Fimagen Holding SA verkopen aan BNP Paribas.

Fortis Bank Italië

Het Italiaanse bijkantoor van Fortis Bank is een kleine speler

op de Italiaanse bankmarkt, vooral gericht op internationaal

gerichte kleine en middelgrote ondernemingen. BNP

Paribas is sterk aanwezig op de Italiaanse markt via Banca

Nazionale del Lavoro SpA (‘BNL’), een 100-procents dochter

van BNP Paribas S.A. en de zesde grootste bank van Italië.

Gezien de sterke aanwezigheid van BNL worden de vier business

lines (Private Banking, Commercial Banking, Specialized

Financial Services and Merchant Banking) en de ondersteunende

functies van het Italiaanse bijkantoor van Fortis Bank

geïntegreerd in BNL met hun respectievelijke tegenpartij.

De transactie omvat een verkoop van de activa en

verplichtingen van het Italiaanse bijkantoor van Fortis

Bank op ‘going concern’-basis tegen contanten waarna de

registratie van het bijkantoor wordt ingetrokken.

De transactie omvat niet Fortis Lease SPA, als onderdeel

van een afzonderlijke integratietransactie, en de 10%

deelneming in de genoteerde vennootschap Banca Inter

Mobiliare, actief in private banking, die eigendom blijft van

Fortis Bank NV.

Fortis Bank Zwitserland

Fortis Banque Suisse is een volledige dochter van BGL die

enkel ‘wealth management’-activiteiten in Zwitserland

uitoefent. BNP Paribas Suisse is een volledige dochter van

BNP Paribas die ‘structured finance’-, markt- en ‘wealth

management’-activiteiten uitoefent.

Door de samenvoeging van Fortis Banque Suisse en

BNP Paribas Suisse wordt een eengevormd en attractief

‘wealth management’-geheel gecreëerd met een sterk

klantenbestand en met voldoende kritische massa op

de Zwitserse markt. Het moet ook bijkomende ‘wealth

management’-diensten en –producten creëren evenals

mogelijkheden tot cross-selling en servicing.

De transactie omvat een verkoop van alle aandelen van

BGL in Fortis Banque Suisse aan BNP Paribas Suisse

tegen contanten. Fortis Banque Suisse zal vervolgens

samengevoegd worden met BNP Paribas Suisse.

Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten 93


Fortis Lease Group-transactie die in 2009 niet

kwalificeert als aangehouden voor verkoop en

beëindigde bedrijfsactiviteiten

Om de leaseactiviteiten van Fortis Lease Group (‘FLG’) te

integreren in BNP Paribas Lease Group (‘BPLG’) wordt een

aandelentransactie uitgevoerd tot vorming van een nieuwe

subgroep FLG/BPLG.

De transactie bestaat uit de overdracht van de

respectievelijke aandelen die BNP Paribas S.A. en Omnium

de Gestion et de Développement Immobilier (‘OGDI’)

aanhouden in BNP Paribas Lease Group aan Fortis Lease

Group NV. Als vergoeding zal Fortis Lease Group aandelen

uitgeven die proportioneel met het aantal door hen

overgedragen BNP Paribas Lease Group-aandelen zullen

worden toegewezen aan BNP Paribas S.A. en OGDI.

Als gevolg van de transactie verliest BGL zeggenschap in

Fortis Lease Group en wordt haar belang verminderd tot

33.33% + 1 aandeel in Fortis Lease Group. BNP Paribas S.A.

en OGDI hebben de resterende aandelen in bezit.

IFRS 5 Vaste activa aangehouden voor verkoop en

beëindigde bedrijfsactiviteiten bepaalt dat activa of

een groep activa als aangehouden voor verkoop dienen

geclassificeerd indien de boekwaarde hoofdzakelijk zal

worden gerealiseerd in een verkooptransactie en niet door

het voortgezette gebruik ervan. Om controle te verwerven

van Fortis Lease Group heeft BNP Paribas een inbreng in

natura uitgevoerd waarbij ze vergoed wordt door de uitgifte

van aandelen door Fortis Lease Group aan BNP Paribas en

OGDI. Vermits BGL niet deelneemt in de kapitaalverhoging

vermindert haar belang in Fortis Lease Group. Zulke

transactie is geen verkooptransactie voor Fortis Bank (en

BGL) en daardoor is IFRS 5 in 2009 niet van toepassing.

94

Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten

4.1.2. Transacties met nietverbonden

partijen

Niet-kern vermogensbeheermaatschappijen

Niet-kern vermogensbeheermaatschappijen omvatten

entiteiten die in 2008 verworven werden van ABN AMRO

Asset Management en door Fortis Bank als te verkopen

worden beschouwd. Het gaat om de volgende entiteiten:

Artemis en Montag & Caldwell (M&C). Deze entiteiten

worden op de balans van Fortis Bank per 31 december 2009

in de rubriek activa en verplichtingen aangehouden voor

verkoop opgenomen.

Overige entiteiten

De overige entiteiten omvatten Fortis Lease Danmark en

Captive Finance Norway/Sweden, die geen deel uitmaken

van de bovengenoemde Fortis Lease Group-transactie.


4.2. Belangrijkste categorieën van activa en

verplichtingen aangehouden voor verkoop

Fortis Bank bezit verscheidene activa per 31 december 2009 aangehouden voor verkoop

eerder dan voor voortgezet gebruik. Deze activa worden geclassificeerd in de balans als activa

aangehouden voor verkoop en verplichtingen met betrekking tot activa aangehouden voor verkoop.

De samenstelling van de activa aangehouden voor verkoop en verplichtingen met betrekking tot

activa aangehouden voor verkoop per 31 december 2009 is als volgt:

31 december 2009

Totaal

Activa

Geldmiddelen en kasequivalenten 5.068

Activa aangehouden voor handelsdoeleinden 3.872

Vorderingen op banken 1.603

Vorderingen op klanten 35.002

Beleggingen 1.766

Overige vorderingen 4.514

Totaal activa 51.825

Verplichtingen

Verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden 3.121

Schulden aan banken 7.629

Schulden aan klanten 20.406

Schuldbewijzen, Achtergestelde schulden en Overige financieringen 8.555

Voorzieningen en Overige verplichtingen 2.593

Totaal verplichtingen 42.304

Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten 95


4.2.1. Transacties met BNP Paribas

De volgende tabellen tonen de samenstelling van de activa aangehouden voor verkoop en verplichtingen met betrekking tot

activa aangehouden voor verkoop voor de entiteiten die onderdeel uitmaken van de integratietransacties met BNP Paribas.

96

Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten

Fortis Bank Fortis Bank Fortis Bank

31 december 2009

Asset

Azië Noord Amerika UK Management

Activa

Geldmiddelen en kasequivalenten 165 1.853 198 1.311

Activa aangehouden voor handelsdoeleinden 1.343 1.902 578 13

Vorderingen op banken 916 180 302 1

Vorderingen op klanten 5.748 11.026 6.063 170

Beleggingen 613 274 65 299

Overige vorderingen 883 736 410 1.615

Totaal activa 9.668 15.971 7.616 3.409

Verplichtingen

Verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden 852 1.793 444 1

Schulden aan banken 3.775 1.702 1.561 46

Schulden aan klanten 2.310 5.229 4.342 3.849

Schuldbewijzen, Achtergestelde schulden en Overige financieringen 64 5.895 2.381

Voorzieningen en Overige verplichtingen 603 519 307 437

Totaal verplichtingen 7.604 15.138 9.035 4.333

Fortis Bank Fortis Bank

31 december 2009

Fortis Bank

Frankrijk Italië Zwitserland

Activa

Geldmiddelen en kasequivalenten 110 34 1.281

Activa aangehouden voor handelsdoeleinden 6 5 25

Vorderingen op banken 190 12 1

Vorderingen op klanten 7.825 2.924 1.232

Beleggingen 513 2

Overige vorderingen 281 198 40

Totaal activa 8.925 3.173 2.581

Verplichtingen

Verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden 6 1 24

Schulden aan banken 171 1 373

Schulden aan klanten 3.222 298 1.156

Schuldbewijzen, Achtergestelde schulden en Overige financieringen 215

Voorzieningen en Overige verplichtingen 370 244 28

Totaal verplichtingen 3.984 544 1.581


4.2.2. Transacties met niet-verbonden partijen

De volgende tabel toont de samenstelling van de activa aangehouden voor verkoop en

verplichtingen met betrekking tot activa aangehouden voor verkoop voor de entiteiten die verkocht

zullen worden aan niet-verbonden partijen.

31 december 2009

Niet-kern Asset

Management Overige

entiteiten entiteiten

Activa

Geldmiddelen en kasequivalenten

Activa aangehouden voor handelsdoeleinden

100 16

Vorderingen op banken 1

Vorderingen op klanten

Beleggingen

14

Overige vorderingen 336 15

Totaal activa 436 46

Verplichtingen

Verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden

Schulden aan banken

Schulden aan klanten

Schuldbewijzen, Achtergestelde schulden en Overige financieringen

Voorzieningen en Overige verplichtingen 65 20

Totaal verplichtingen 65 20

Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten 97


98

4.3. Nettoresultaat van beëindigde

bedrijfsactiviteiten

Het resultaat met betrekking tot activa aangehouden voor verkoop en verplichtingen met

betrekking tot activa aangehouden voor verkoop wordt verantwoord in de resultatenrekening

onder beëindigde bedrijfsactiviteiten. Resultaten op verkopen gedurende het jaar worden

eveneens onder het nettoresultaat van beëindigde bedrijfsactiviteiten gerapporteerd. Het totale

nettoresultaat van beëindigde bedrijfsactiviteiten wordt in de volgende tabellen gedetailleerd

weergegeven.

Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten

31 december 2009 31 december 2008

Totaal Totaal

Baten

Rentemarge 918 938

Commissiebaten, netto 1.103 1.156

Gerealiseerde en ongerealiseerde winsten en verliezen ( 25 ) 90

Overige baten 104 105

Totale baten, netto op rentelasten 2.100 2.289

Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen ( 1.506 ) ( 2.888 )

Nettobaten 594 ( 599 )

Lasten

Personeelskosten ( 707 ) ( 804 )

Afschrijving van materiële en immateriële vaste activa ( 101 ) ( 110 )

Overige lasten ( 529 ) ( 562 )

Totale lasten ( 1.337 ) ( 1.476 )

Winst voor belastingen ( 743 ) ( 2.074 )

Winstbelastingen 182 ( 996 )

Nettowinst (verlies) over de periode ( 561 ) ( 3.070 )

In overeenstemming met IFRS 5 heeft Fortis Bank per 31 december 2009 de entiteiten

aangehouden voor verkoop gewaardeerd tegen de laagste van de boekwaarde en de reële waarde

minus de verkoopkosten. Dit resulteerde in de erkenning van een bijzondere waardevermindering

van EUR 340 miljoen, dit bedrag is inbegrepen in de lijn “wijzigingen in de bijzondere

waardeverminderingen”

Het resultaat van EUR (3.070) miljoen per 31 december 2008 omvat niet het resultaat op FBN

(EUR (8.391 miljoen)) en evenmin het resultaat op de niet-kern vermogensbeheermaatschappijen

(EUR (736 miljoen)).


4.3.1. Transacties met BNP Paribas

Het totale nettoresultaat van de beëindigde bedrijfsactiviteiten van de entiteiten die deel uitmaken van de

integratietransacties met BNP Paribas wordt in de volgende tabellen gedetailleerd:

Fortis Bank Fortis Bank Fortis Bank

31 december 2009

Asset

Azië Noord Amerika UK Management

Baten

Rentemarge 145 163 185 10

Commissiebaten, netto 22 41 44 686

Gerealiseerde en ongerealiseerde winsten en verliezen ( 55 ) ( 110 ) 125 8

Overige baten 8 1 9 72

Totale baten, netto op rentelasten 120 95 363 776

Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen ( 32 ) ( 522 ) ( 149 ) ( 264 )

Nettobaten 88 ( 427 ) 214 512

Lasten

Personeelskosten ( 59 ) ( 87 ) ( 74 ) ( 222 )

Afschrijving van materiële en immateriële vaste activa ( 6 ) ( 12 ) ( 6 ) ( 57 )

Overige lasten ( 43 ) ( 58 ) ( 45 ) ( 223 )

Totale lasten ( 108 ) ( 157 ) ( 125 ) ( 502 )

Winst voor belastingen ( 20 ) ( 584 ) 89 10

Winstbelastingen ( 3 ) 47 79

Nettowinst (verlies) over de periode ( 23 ) ( 537 ) 168 10

Fortis Bank Fortis Bank

31 december 2009

Fortis Bank

Frankrijk Italië Zwitserland

Baten

Rentemarge 284 89 41

Commissiebaten, netto 106 14 47

Gerealiseerde en ongerealiseerde winsten en verliezen 7

Overige baten 4 5 4

Totale baten, netto op rentelasten 394 108 99

Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen ( 266 ) ( 126 ) ( 40 )

Nettobaten 128 ( 18 ) 59

Lasten

Personeelskosten ( 145 ) ( 23 ) ( 48 )

Afschrijving van materiële en immateriële vaste activa ( 11 ) ( 1 ) ( 3 )

Overige lasten ( 88 ) ( 17 ) ( 15 )

Totale lasten ( 244 ) ( 41 ) ( 66 )

Winst voor belastingen ( 116 ) ( 59 ) ( 7 )

Winstbelastingen 45 4 7

Nettowinst (verlies) over de periode ( 71 ) ( 55 )

Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten 99


100

Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten

31 december 2008

Fortis Bank Fortis Bank Fortis Bank Asset

Azië Noord Amerika UK Management

Baten

Rentemarge 143 23 ( 6 ) 34

Commissiebaten, netto 27 40 52 811

Gerealiseerde en ongerealiseerde winsten en verliezen 99 ( 17 ) 48 ( 3 )

Overige baten 15 23 14 37

Totale baten, netto op rentelasten 284 69 107 878

Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen ( 24 ) ( 992 ) ( 365 ) ( 1.338 )

Nettobaten 260 ( 923 ) ( 258 ) ( 460 )

Lasten

Personeelskosten ( 72 ) ( 133 ) ( 80 ) ( 250 )

Afschrijving van materiële en immateriële vaste activa ( 8 ) ( 15 ) ( 6 ) ( 63 )

Overige lasten ( 49 ) ( 58 ) ( 57 ) ( 250 )

Totale lasten ( 129 ) ( 206 ) ( 143 ) ( 563 )

Winst voor belastingen 131 ( 1.129 ) ( 401 ) ( 1.023 )

Winstbelastingen ( 18 ) ( 1.002 ) 13 62

Nettowinst (verlies) over de periode 113 ( 2.130 ) ( 388 ) ( 960 )

Fortis Bank Fortis Bank

31 december 2008

Fortis Bank

Frankrijk Italië Zwitserland

Baten

Rentemarge 488 188 64

Commissiebaten, netto 122 12 62

Gerealiseerde en ongerealiseerde winsten en verliezen 14 1 1

Overige baten 6 2 2

Totale baten, netto op rentelasten 630 203 129

Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen ( 111 ) ( 18 ) ( 7 )

Nettobaten 519 186 122

Lasten

Personeelskosten ( 175 ) ( 27 ) ( 43 )

Afschrijving van materiële en immateriële vaste activa ( 11 ) ( 1 ) ( 3 )

Overige lasten ( 97 ) ( 14 ) ( 19 )

Totale lasten ( 283 ) ( 43 ) ( 65 )

Winst voor belastingen 235 143 58

Winstbelastingen ( 29 ) ( 13 ) ( 9 )

Nettowinst (verlies) over de periode 206 130 49


4.3.2. Transacties met niet-verbonden partijen

Het totale nettoresultaat van de beëindigde bedrijfsactiviteiten van de entiteiten die verkocht zullen worden aan nietverbonden

partijen wordt in de volgende tabellen gedetailleerd:

31 december 2009

Niet-kern Asset

Management Overige Verkocht

entiteiten entiteiten in 2009

Baten

Rentemarge 1 1 ( 1 )

Commissiebaten, netto 125 18

Gerealiseerde en ongerealiseerde winsten en verliezen 1 3 ( 4 )

Overige baten 4 ( 3 )

Totale baten, netto op rentelasten 127 8 10

Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen ( 97 ) ( 5 ) ( 5 )

Nettobaten 30 3 5

Lasten

Personeelskosten ( 36 ) ( 4 ) ( 9 )

Afschrijving van materiële en immateriële vaste activa ( 3 ) ( 1 ) ( 1 )

Overige lasten ( 28 ) ( 3 ) ( 9 )

Totale lasten ( 67 ) ( 8 ) ( 19 )

Winst voor belastingen ( 37 ) ( 5 ) ( 14 )

Winstbelastingen 10 ( 5 ) ( 2 )

Nettowinst (verlies) over de periode ( 27 ) ( 10 ) ( 16 )

Overige

31 december 2008

Verkocht

entiteiten in 2009

Baten

Rentemarge 2 2

Commissiebaten, netto 31

Gerealiseerde en ongerealiseerde winsten en verliezen 4 ( 57 )

Overige baten 6

Totale baten, netto op rentelasten 12 ( 24 )

Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen ( 19 ) ( 14 )

Nettobaten ( 7 ) ( 37 )

Lasten

Personeelskosten ( 5 ) ( 18 )

Afschrijving van materiële en immateriële vaste activa ( 2 ) ( 1 )

Overige lasten ( 17 )

Totale lasten ( 7 ) ( 37 )

Winst voor belastingen ( 14 ) ( 74 )

Winstbelastingen 4 ( 5 )

Nettowinst (verlies) over de periode ( 10 ) ( 79 )

Het nettoresultaat per 31 december 2008 van de niet –kern vermogensbeheermaatschappijen was EUR (736) miljoen.

Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten 101


102

4.4. Kasstroomoverzicht

Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten

31 december 2009

Totaal

Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten ( 5.453 )

Kasstroom uit investeringsactiviteiten ( 2.589 )

Kasstroom uit financieringsactiviteiten 4.034

31 december 2008

Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten 22.763

Totaal

Kasstroom uit investeringsactiviteiten ( 6.698 )

Kasstroom uit financieringsactiviteiten ( 19.528 )


5. Eigen vermogen

De samenstelling van het eigen vermogen per 31 december 2009 is als volgt:

Aandelenkapitaal

- Gewone aandelen: 483.241.153 uitgegeven aandelen 9.375

Agio reserve 20.276

Overige reserves ( 11.874 )

Koersverschillen reserve ( 460 )

Nettowinst (verlies) toewijsbaar aan de aandeelhouders ( 665 )

Ongerealiseerde winsten (verliezen) ( 1.193 )

Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 15.459

5.1. Aandelenkapitaal en agioreserve

Per 31 december 2009 had Fortis Bank NV 483.241.153 gewone aandelen uitgegeven en bedroeg het

aandelenkapitaal EUR 9.374.878.367. Gedurende 2009 is het aandelenkapitaal niet gewijzigd.

Fortis Bank heeft geen preferente aandelen of andere soorten aandelen uitgegeven. Alle gewone

uitgegeven aandelen zijn volgestort.

Volgens de Protocolovereenkomst, afgesloten op 10 oktober 2008 en 8 maart 2009, heeft BNP

Paribas op 12 mei 2009 74,93% van het aandelenkapitaal en de stemrechten van Fortis Bank NV

overgenomen van de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de FPIM (Federale Participatie- en

Investeringsmaatschappij). Per 31 december 2009 was het aandelenkapitaal van Fortis Bank NV voor

74,93% (362.115.778 aandelen) in het bezit van BNP Paribas, voor 25% (120.810.289 aandelen) in

het bezit van de Belgische Staat (FPIM) en voor de resterende 0,07% (315.086 aandelen) in het bezit

van andere minderheidsaandeelhouders. Fortis Bank, noch dochterondernemingen of geassocieerde

deelnemingen hebben Fortis Bank-aandelen in eigen bezit. Er zijn geen aandelen gereserveerd voor

uitgifte onder optie- of verkoopcontracten. Het toegestane kapitaal van Fortis Bank SA/NV bedraagt

EUR 9.374 miljoen.

5.2. Overige reserves

De overige reserves omvatten de reserves van de moedermaatschappij en de cumulatieve nietuitgekeerde

resultaten van haar geconsolideerde dochterondernemingen vanaf de toetreding tot

de consolidatiekring.

Eigen vermogen 103


104

Eigen vermogen

5.3. Koersverschillenreserve

De koersverschillenreserve vormt een afzonderlijke component van het eigen vermogen waarin

valutaverschillen worden verantwoord die voortkomen uit de omrekening van de resultaten

en financiële posities van buitenlandse activiteiten die zijn opgenomen in de geconsolideerde

jaarrekening van Fortis Bank.

Fortis Bank past hedging toe voor voor netto-investeringen in buitenlandse activiteiten. De

netto-investering in een buitenlandse activiteit bestaat uit het belang dat Fortis Bank heeft in de

netto-activa van die activiteit. Omrekeningsverschillen die ontstaan op leningen en andere valutainstrumenten

welke zijn aangewezen als afdekkingsinstrument voor dergelijke investeringen

worden eveneens opgenomen in het eigen vermogen (in de koersverschillenreserve) tot het

moment van desinvestering van de netto-investering. Behoudens in het geval van niet-effectieve

afdekkingen worden omrekeningsverschillen direct verantwoord in de resultatenrekening.

In het geval van desinvestering van een buitenlandse entiteit worden de gerealiseerde

omrekeningsverschillen in de resultatenrekening verantwoord als onderdeel van de verkoop.

5.4. Ongerealiseerde winsten en verliezen

begrepen in het eigen vermogen

toewijsbaar aan de aandeelhouders

De ongerealiseerde winsten en verliezen, zoals begrepen in het eigen vermogen toewijsbaar aan

de aandeelhouders, zijn als volgt:

Voor verkoop Herwaarding van

beschikbare geassocieerde Kasstroom

beleggingen deelnemingen Afdekkingen Totaal

31 december 2009

Bruto ongerealiseerde winsten (verliezen) ( 1.766 ) 110 ( 15 ) ( 1.671 )

Gerelateerde belasting 473 5 478

Totaal ( 1.293 ) 110 ( 10 ) ( 1.193 )

31 december 2008

Bruto ongerealiseerde winsten (verliezen) ( 5.591 ) ( 14 ) ( 1 ) ( 5.606 )

Gerelateerde belasting 558 558

Totaal ( 5.033 ) ( 14 ) ( 1 ) ( 5.048 )

De ongerealiseerde winsten en verliezen op voor verkoop beschikbare beleggingen worden nader

toegelicht in noot 18.2 ‘Voor verkoop beschikbare beleggingen’. Reële waardeveranderingen van

derivaten die zijn aangewezen en in aanmerking komen als kasstroomafdekkingen, worden in het

eigen vermogen verantwoord als een ongerealiseerde winst of verlies. Niet-effectieve afdekkingen

worden onmiddellijk verantwoord in de resultatenrekening.

Van de ongerealiseerde winsten bij herwaardering van geassocieerde deelnemingen heeft EUR

121 miljoen betrekking op mutaties die rechtstreeks in het eigen vermogen van AG Insurance zijn

verantwoord.


De mutaties in de bruto ongerealiseerde winsten en verliezen zoals verantwoord in het eigen

vermogen over 2009 en 2008 zijn als volgt:

Voor verkoop Herwaarding van

beschikbare geassocieerde Kasstroom

beleggingen deelnemingen Afdekkingen Totaal

Bruto ongerealiseerde winsten (verliezen) per 1 januari 2009 ( 5.591 ) ( 14 ) ( 1 ) ( 5.606 )

Wijziging ongerealiseerde winsten en verliezen tijdens de verslagperiode 1.240 ( 12 ) 1 1.229

Terugname ongerealiseerde winsten (verliezen) door verkoop 2.604 121 ( 15 ) 2.710

Terugname ongerealiseerde winsten (verliezen) door bijzondere waardeverminderingen

Afschijvingen van voor verkoop beschikbaar beleggingen -

( 196 ) ( 196 )

geherclassificeerd als leningen en vorderingen 88 88

Omrekeningsverschillen 15 15

Overige 74 15 89

Bruto ongerealiseerde winsten (verliezen) per 31 december 2009 ( 1.766 ) 110 ( 15 ) ( 1.671 )

Voor verkoop Herwaardering van

beschikbare geassocieerde Kasstroom

beleggingen deelnemingen Afdekkingen Totaal

Bruto ongerealiseerde winsten (verliezen) per 1 januari 2008

Bruto ongerealiseerde winsten (verliezen) op beëindigde-

( 955 ) ( 7 ) ( 4 ) ( 966 )

bedrijfsactiviteiten per 1 januari 2008

Bruto ongerealiseerde winsten (verliezen) op beëindigde

114 ( 23 ) 91

bedrijfsactiviteiten per 1 januari 2008 ( 1.069 ) 16 ( 4 ) ( 1.057 )

Wijziging ongerealiseerde winsten en verliezen tijdens de verslagperiode ( 3.244 ) 12 ( 3.232 )

Terugname ongerealiseerde winsten (verliezen) door verkoop ( 32 ) ( 23 ) ( 1 ) ( 56 )

Terugname ongerealiseerde winsten (verliezen) door bijzondere waardeverminderingen ( 1.417 ) ( 1.417 )

Omrekeningsverschillen ( 53 ) ( 53 )

Overige 224 ( 19 ) 4 209

Bruto ongerealiseerde winsten (verliezen) per 31 december 2008 ( 5.591 ) ( 14 ) ( 1 ) ( 5.606 )

Eigen vermogen 105


106

Minderheidsbelangen

6. Minderheidsbelangen

De belangrijkste minderheids belangen van derden in groepsmaatschappijen van Fortis Bank zijn:

31 december 2009 31 december 2008

% Minderheidsbelang Boekwaarde % Minderheidsbelang Boekwaarde

Groepsmaatschappij

Fortis Bank AS (Turkey) 5,9% 52 5,9% 50

Banque Générale de Luxembourg S.A. 50,0% 2.938 49,9% 2.713

Overige 4 17

Totaal 2.994 2.780

Op 29 september 2008 investeerde de Luxemburgse Staat EUR 2,5 miljard in Banque Générale du

Luxembourg SA in de vorm van een verplicht converteerbare lening. Op 15 december 2008 verwierf

de Luxemburgse Staat 49,9% van het eigen vermogen van Banque Générale du Luxembourg SA door

de conversie van leningen tot een bedrag van EUR 2,4 miljard in aandelen. Op 13 mei 2009 werd

het resterende bedrag van EUR 100 miljoen ook in aandelen geconverteerd. Daarnaast verwierf

BNP Paribas krachtens de Protocolovereenkomsten van 10 oktober 2008 en 8 maart 2009 een

rechtstreeks belang van 15,96% in het aandelenkapitaal en de stemrechten van Banque Générale du

Luxembourg SA.

Als gevolg van de opgesomde veranderingen heeft Fortis Bank NV een belang van 50% plus 1

aandeel in Banque Générale du Luxembourg SA. De resterende aandelen zijn in handen van

de Luxemburgse Staat (34%), BNP Paribas (15,96%) en andere partijen die als houders van een

minderheidsbelang worden beschouwd (0,04%).

De onderstaande tabel geeft een overzicht van de ongerealiseerde winsten en verliezen verantwoord

in minderheidsbelangen.

Voor verkoop Herwaardering van

beschikbare geassocieerde Kasstroom

beleggingen deelnemingen Afdekkingen Totaal

31 december 2009

Minderheidsbelangen ( 42 ) ( 42 )

Gerelateerde belasting 13 13

Totaal ( 29 ) ( 29 )

31 december 2008

Minderheidsbelangen ( 230 ) ( 230 )

Gerelateerde belasting 65 65

Totaal ( 165 ) ( 165 )

De ongerealiseerde winsten en verliezen op voor Verkoop beschikbare beleggingen worden nader

toegelicht in noot 18.2 ’Voor verkoop beschikbare beleggingen’.


7. Risicomanagement

7.1. Inleiding

De bedrijfsactiviteiten van Fortis Bank vereisen een duidelijk en krachtig risicomanagementraamwerk

om te verzekeren dat risico’s worden geïdentificeerd, gemeten, beheerd en

gecontroleerd. Binnen het risicoraamwerk worden de belangrijkste aspecten van het beleid,

de structuren, de methoden en de processen gecombineerd onder algemeen toezicht van de

topmanagers van de bank, op basis van een duidelijke bedrijfsstrategie en een goed gedefinieerde

risicotolerantie.

In reactie op de financiële crisis en na de overname door BNP Paribas, onderging het

risicoraamwerk aanzienlijke veranderingen in de loop van 2009. Op basis van de uitgangspunten

voor risicomanagement op groepsniveau (Group Risk Management – GRM) van BNP Paribas,

werden wijzigingen geformuleerd en in twee stappen doorgevoerd: de eerste in de maand mei,

onmiddellijk na de juridische afronding van de overname, en de tweede in de maand november, in

lijn met de afronding van het Industrieel Plan. Er werden bijkomende projecten gedefinieerd om

verdere wijzigingen te realiseren in de toekomst.

Dit hoofdstuk biedt een uitgebreide beschrijving van de organisatie van het risicobeheer

binnen Fortis Bank gedurende 2009, alsook een kwantitatief en kwalitatief overzicht van de

risicoportefeuille van Fortis Bank aan het einde van 2009.

Het eerste deel geeft een inzicht in de organisatie van het risicobeheer van Fortis Bank en de

daarbij betrokken commissies en platforms.

Daarna wordt in het kort de filosofie beschreven achter de interne processen voor het definiëren,

valideren en controleren van de belangrijkste metingen die gebruikt worden in het kader van

risicobeoordeling.

De daaropvolgende delen (Financiële risico’s en Liquiditeitsrisico) geven een gedetailleerd en

technisch boekhoudkundig beeld van het risico dat Fortis Bank had op het einde van 2009 en

vergelijken dit met het voorgaande jaar.

Alle financiële gegevens in deze toelichting 7. Risicomanagement omvatten ook deze van de

beëindigde bedrijfsactiviteiten, zoals de integratietransacties met BNP Paribas. Uitsluiting van

de financiële informatie in verband met de beëindigde bedrijfsactiviteiten zou tot een beperktere

risicoportefeuille in alle categorieën leiden.

Risicomanagement 107


108

Risicomanagement

7.2. Organisatie van risicomanagement

7.2.1. Het Risicodepartement: missie en organisatie

Zowel de missie als de organisatie van het Risicodepartement van Fortis Bank zijn in 2009

substantieel gewijzigd. Richtlijnen waren:

• De missie van Group Risk Management (GRM) van BNP Paribas:

- Het management van de Bank adviseren over risicotolerantie en -beleid

- Een bijdrage leveren als “tweede paar ogen”, zodat door de Bank genomen risico’s

passen binnen haar beleid en verenigbaar zijn met haar doelstellingen voor wat betreft

winstgevendheid en solvabiliteit

- Aan het management van de Bank, het management van de kernsegmenten (core

businesses) en het speciale comité van de Raad van Bestuur rapport uitbrengen over de

status van de risico’s waaraan de Bank blootstaat

- Waarborgen van de conformiteit van de bankregels op het gebied van risico, in samenhang

met andere betrokken functies.

• En haar organisatorische uitgangspunten:and its organisational principles:

- Eén geïntegreerde risico-entiteit, verantwoordelijk voor risicoaspecten in alle

bedrijfsonderdelen en in alle geografische regionen

- Onafhankelijk van het management van de businesses

- Georganiseerd langs lokale en wereldwijde rapportagelijnen (matrixprincipe).

De risicofuncties waren oorspronkelijk georganiseerd in een decentraal model. Om de basis te

leggen voor een onafhankelijke, op het model van BNP Paribas geïnspireerde, organisatie zijn alle

risicofuncties sinds 20 mei samengevoegd in één enkele risico-entiteit in een overgangsorganisatie

die voor het merendeel is gebaseerd op bestaande structuren en teams. De businesses die een

risico nemen, zullen in eerste instantie verantwoordelijk worden voor het nemen van het risico.

Als tweede verdedigingslinie waarborgt het Risicodepartement dat de risico’s van de bank in

overeenstemming zijn met het risicobeleid en het verwacht rendement. De afdeling geeft advies

over de gezondheid van de portefeuille, de duurzaamheid van de winstgevendheid daarvan en de

mate waarin deze overeenkomt met de risicotolerantie.

In november 2009 werd het Risicodepartement verder geïntegreerd binnen de functie GRM van BNP

Paribas. Een aantal activiteiten die buiten het bereik van GRM vallen (Operationeel risico, Juridische

zaken, Management control, Interne communicatie, Kredietonderzoek en Kredietportefeuillebeheer),

werden overgeheveld naar de corresponderende groepsfunctie of zullen dat in de nabije toekomst

worden. Er werd een nieuwe organisatie ontworpen, waarbij de Chief Risk Officer (CRO) rapporteert

aan zowel de CEO van de bank als aan de CRO van de groep en leiding geeft aan alle medewerkers

van het Risicodepartement. De CRO staat niet in een hiërarchische verhouding met de hoofden van

de businesses of van de landen. Het doel van deze positionering is:

• een objectief risicomanagement waarborgen,

• ervoor zorgen dat, als risico’s toenemen, snel objectieve en complete informatie wordt verstrekt,

• beschikken over een unieke set van hoogwaardige standaarden voor risicomanagement, van

toepassing op heel de bank

• garanderen dat risico-experts methoden en procedures van de hoogste kwaliteit toepassen en

verder ontwikkelen, in lijn met best practices van internationale concurrenten.


De risico-organisatie van BNP Paribas Fortis in België

Senior Advisor

Risk Information

Modelling &

Reporting

BNP Paribas

Fortis CEO

Risk Capital

Markets

Legend: Donkerrood: lokale lijn / Bruin: wereldwijde lijn

BNP Paribas

Fortis CRO

BNP Paribas

CRO

Corporate and

Public Banking

Credit

De CRO staat aan het hoofd van de verschillende risicofuncties:

Strategy &

Organisation

Retail and Private

Banking Belgium

Credit

• Onder de CRO vallen de Senior Advisor en Strategy and Organisation, die verantwoordelijk

zijn voor het permanente operationeel beheer (verzorgen van de tweedelijns bewaking van

de risicofunctie en de business continuïteit), voor de Risk Operating Office (coördineren

van niet-kern ondersteuningsfuncties), projecten in het kader van change management en

communicatie.

• Risk Information, Modelling and Reporting is verantwoordelijk voor het Basel II programma, het

bouwen van kredietmodellen, modelcertificatie, business architectuur, risicoperformance en

kredietrapportage, strategische risicoanalyse, voorzieningen en landenrisico.

• Risk Capital Markets is verantwoordelijk voor het bewaken van markt- en liquiditeitsrisico’s,

tegenpartijrisico’s en kredietrisico’s op financiële instellingen.

• Corporate and Public Banking Credit is verantwoordelijk voor de kredietrisico’s in de businesses

corporate, public en commercial banking.

• Retail and Private Banking Belgium Credit is verantwoordelijk voor kredietrisico’s in de

businesses retail en private banking in de binnenlandse markt.

Buiten België, en buiten de bestaande nationale en internationale rapportagelijnen om, blijven

de CRO’s van de bedrijven die onderdeel blijven uitmaken van BNP Paribas Fortis rapporteren

aan de CRO van BNP Paribas Fortis om te waarborgen dat in- en externe regels adequaat worden

nageleefd.

Risicomanagement 109


110

Risicomanagement

7.2.2 Structuur van Fortis Bank Risk Committee

Raad van Bestuur: Risico-comités

• Fortis Bank Audit & Risk Comité (ARC)

De rol van het ARC bestaat uit het assisteren van de Raad van Bestuur bij het toezien op en

bewaken van de verantwoordelijkheden in termen van interne controle binnen Fortis Bank, in

de breedste zin van het woord, waaronder de interne controle van de financiële verslaggeving

en van de risico’s.

Corporate Risk Comités

De Raad van Bestuur van Fortis Bank wordt bij de uitvoering van zijn taken bijgestaan door de

volgende Corporate Risk Comités:

• Bank Alco is verantwoordelijk voor het beheer van de liquiditeiten, de intrestvoeten, het

corporate wisselkoersrisico, de investeringen, de lange termijn financiering en het kapitaal van

de bank.

• Het Central Operational risk Policy Comité (OPC) stelt de normen, het beleid en de maatstaven

vast voor de operationele risico-gelinkte uitstaande bedragen.

• Het Central Credit Policy Comité (CPC) keurt het beleid en de processen goed betreffende

kredietrisico’s, beslist over concentratielimieten, keurt nieuwe kredietproducten goed, bewaakt

de kwaliteit van de kredietportefeuille en de kredietdelegatielimieten.

• Het Central Credit Comité (CCC) beslist over individuele kredietrisico’s, inclusief landen- en

bankenlimieten, en valideert transacties boven een bepaald niveau die invloed hebben op de

balans binnen de leningslimieten van de bank.

• Het Fortis Bank Comité on Impairments and Provisions (FBCIP) opereert op senior management

niveau en houdt toezicht op de waardeverminderingen op geconsolideerde basis teneinde het

Reporting Office en de businesses een status te geven met het oog op het jaarlijkse budget.

Technical Risk Comités & Platforms

De Technical Risk Comités & Platforms bestaan uit het volgende:

• De Model Acceptance Group (MAG) neemt beslissingen over technische en methodologische

kwesties, door de ontwikkeling en implementatie van methodes en modellen voor kredietrisico

te toetsen op consistentie en op naleving van de externe regelgeving.

• Het Operational ALCO Comité is een implementatiecomité dat de nodige maatregelen neemt om

de door de Bank Alco genomen beslissingen te implementeren.


7.3. Risicometing

Risicometing is een cruciale stap in het risicobeheerproces.

Bij het beheren en meten van haar risico’s, gebruikt Fortis Bank verschillende kwalitatieve

en kwantitatieve methodes. Deze gaan van regelmatige rapportering van onder meer

risicoconcentratie, kwalitatieve en kwantitatieve overzichten van de portefeuille tot meer

gesofisticeerde kwantitatieve risicomodellen voor het bepalen van interne risicoparameters zoals

de kans op wanbetaling, het verlies bij wanbetaling, het uitstaand kredietrisico bij wanbetaling,

het verwacht verlies (voor kredietrisico), Value at Risk (voor marktrisico) en Economisch Kapitaal.

Om effectiviteit en consistentie te garanderen, zijn de ontwikkeling, de validatie en de herziening

van deze modellen onderwerp van algemene bankstandaarden.

De geobserveerde risicoparameters, de stress testen en de verwachtingen (gebaseerd op

verschillende modellen) worden vervolgens vergeleken met een raamwerk van limieten en

richtlijnen met betrekking tot risico.

Uiteindelijk worden al deze risicometingen met de stress testen samengebracht in een algemeen

risico-overzicht ten behoeve van het topmanagers. Deze algemene overzichten dienen ter

ondersteuning van het nemen van weloverwogen beslissingen en worden regelmatig geëvalueerd

en verbeterd.

7.4. Financiële risico’s

Financieel risico kan worden onderverdeeld in twee typen risico, kredietrisico en marktrisico.

7.4.1. Kredietrisico

Kredietrisico wordt gedefinieerd als het risico met betrekking tot het resultaat of eigen vermogen

dat optreedt als een schuldenaar niet in staat is aan zijn contractuele verplichtingen te voldoen of

niet kan handelen zoals overeengekomen.

7.4.1.1 Kredietrisicobeheer

Het beheer van alle kredietrisico’s binnen Fortis Bank wordt geregeld binnen de Fortis Bank Credit Policy.

In dit kredietbeleid worden uitgangspunten, regels, richtlijnen en procedures geformuleerd voor het

signaleren, meten, goedkeuren en rapporteren van het kredietrisico binnen Fortis Bank. Met de Fortis

Bank Credit Policy is een consistent kader in het leven geroepen voor alle kredietactiviteiten die risico’s

met zich meebrengen, hetzij in de vorm van directe kredietverlening hetzij via andere activiteiten

die aanleiding geven tot kredietrisico, zoals beleggingsactiviteiten. Het kredietbeleid kent vier onderdelen:

uitgangspunten en kader, business-overschrijdend beleid, business-specifiek beleid en instructies.

Risicomanagement 111


112

Risicomanagement

In het onderdeel ‘uitgangspunten en kader’ worden de kernwaarden en randvoorwaarden

voor de risicotolerantie en kredietcultuur van Fortis Bank uiteengezet. Deze kernwaarden en

randvoorwaarden zijn universeel en constant van aard. De Credit Risk Strategy, het businessoverschrijdend

beleid, het business-specifiek beleid en de instructies zijn dynamisch van aard.

Deze onderdelen zijn onderhevig aan wijzigingen en herzieningen in overeenstemming met

veranderende omstandigheden en opgedane ervaringen.

In het business-overschrijdend beleid wordt een kader geformuleerd op basis waarvan een

specifiek product of een specifieke kredietactiviteit dient te worden georganiseerd in meer dan één

business of binnen Fortis Bank als geheel.

Business-specifiek beleid daarentegen is puur en alleen gericht op alle aspecten van een

specifiek product of specifieke kredietactiviteit van één business. Dit beleid wordt met het oog op

toepasbaarheid en verantwoordelijkheid binnen de business ontwikkeld en geformuleerd. In de

instructies wordt gedetailleerde informatie gegeven over processen die met kredietactiviteiten

verband houden.

7.4.1.2 De krediet-levenscyclus

De erkenning van bestaand en potentieel kredietrisico van een product of activiteit vormt de basis

voor effectief kredietrisicobeheer. Onderdeel van dit proces is het verzamelen van alle relevante

informatie over de aangeboden producten, de betreffende tegenpartijen en alle elementen die het

kredietrisico kunnen beïnvloeden.

Het kredietrisico van een contractvoorstel wordt op de volgende onderdelen beoordeeld:

• de analyse van de kans dat de tegenpartij niet aan de verplichtingen voldoet, inclusief de

inschaling op de Fortis Bank Master Scale

• de analyse van de kans dat aan de verplichtingen van de tegenpartij op enigerlei andere wijze

wordt voldaan indien de tegenpartij zelf in gebreke blijft

• de formulering van een onafhankelijke en onderbouwde opinie.

Tegenpartij acceptatiecriteria zijn de voorwaarden die Fortis Bank toepast op de acceptatie van

klanten waaraan krediet wordt verleend. Deze voorwaarden weerspiegelen het algemeen aanvaardbare

kredietrisicoprofiel dat Fortis Bank heeft bepaald. Fortis Bank ontplooit de kredietverleningactiviteiten

binnen solide en duidelijk omschreven criteria om haar reputatie te beschermen en haar

duurzaamheid te garanderen. Fortis Bank wenst niet in verband te worden gebracht met dubieuze

tegenpartijen of kredietfaciliteiten. Tot de acceptatiecriteria voor tegenpartijen behoren een duidelijke

indicatie van de doelmarkt van de bank en, naast een grondig inzicht in de leningnemer of

tegenpartij, ook het doel en de opbouw van het betreffende krediet en de bron waaruit het krediet

zal worden terugbetaald. De belangrijkste kredietparameters die betrekking hebben op de schatting

van het verwachte verlies, het onverwachte verlies en het economisch kapitaal zijn de kans op

wanbetaling (probability of default (PD)), het verlies bij wanbetaling (loss given default (LGD)) en

het uitstaand kredietrisico bij wanbetaling (exposure at default (EAD)).


De bevoegde personen of comités komen vervolgens tot een kredietbeslissing met behulp van de

mening van een kredietanalist. Het delegeren van fiatteringbevoegdheid houdt in dat de centrale

besluitvorming deels wordt overgedragen aan de aangewezen niveaus van kredietrisicobeheer

en aan de businesses. Door de delegatieregels wordt het besluitvormingsproces voor de

acceptatie en het beheer van tegenpartijrisico georganiseerd en ingericht. Het uitgangspunt bij

de besluitvorming is het vinden van de optimale balans tussen twee tegengestelde factoren (in

termen van totale winstgevendheid), namelijk de maximalisatie van de autonome besluitvorming

van de businesses enerzijds en de verlaging van het tegenpartijrisico anderzijds.

De beheersing van kredietrisico’s is een permanent en automatisch bewakingsproces en wordt

uitgevoerd op basis van kredietposities en gebeurtenissen, primair gericht op het vroegtijdig

opsporen en rapporteren van potentiële kredietproblemen. Het toezicht is gericht op de

dagelijkse bewaking van alle individuele kredietrisico’s. Aan de hand van uitgebreide procedures

en informatiesystemen wordt de staat van de individuele leningen en tegenpartijen in de

diverse portefeuilles opgevolgd. In overeenstemming met deze procedures worden potentiële

probleemkredieten volgens gedefinieerde criteria opgespoord en gemeld, zodat ze op de juiste

manier worden gerubriceerd en bewaakt en corrigerend kan worden opgetreden.

Leningen die een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan, gaan naar ‘Intensive Care’

of ‘Recovery’. Intensive Care ontwikkelt strategieën voor het herstel van een lening of voor

een verhoging van de uiteindelijke terugbetaling. Intensive Care levert daarnaast belangrijke

informatie en hulp aan de businesses bij de behandeling van probleemleningen, waarvoor geen

bijzondere waardevermindering heeft plaatsgevonden. De Intensive Care functie is gescheiden

van de oorspronkelijke afdeling of business die de kredietovereenkomst heeft aangegaan. Indien

een tegenpartij in gebreke blijft en naar de inschatting van Fortis Bank ook in de toekomst niet in

staat zal zijn om op eigen kracht aan zijn verplichtingen te voldoen, dienen alle mogelijke wegen

te worden bewandeld om ervoor te zorgen dat de tegenpartij alsnog aan zijn verplichtingen

tegenover Fortis Bank kan voldoen, via de verkoop of uitwinning van vorderingen, onderpand of

garanties.

7.4.1.3 Uitstaand kredietrisico

Het totaal uitstaande kredietrisico van Fortis Bank (exclusief zekerheidstellingen en andere

kredietverbeteringen) wordt gemeten en weergegeven als het totaal van balanstegoeden en

buiten-balans kredietverplichtingen van klanten en tegenpartijen per 31 december. Het uitstaande

kredietrisico wordt voorgesteld op basis van de classificatie van de balans, ervan uitgaande dat

deze wijze de aard en de karakteristieken van het uitstaande kredietrisico het beste weergeeft.

Het uitstaande kredietrisico omvat de financiële gegevens in verband met de beëindigde

bedrijfsactiviteiten. Uitsluiting van de financiële informatie in verband met de beëindigde

bedrijfsactiviteiten zou tot een beperktere risicoportefeuille leiden.

Risicomanagement 113


114

Risicomanagement

Het totaal uitstaande kredietrisico van Fortis Bank per 31 december ziet er uit als volgt:

2009 2008

Geldmiddelen en kasequivalenten (zie noot 14) 27.128 22.647

Bijzondere waardeverminderingen ( 5 ) ( 3 )

Totaal netto geldmiddelen en kasequivalenten (zie noot 14) 27.123 22.644

Activa aangehouden voor handelsdoeleinden

Obligaties 8.730 10.676

Afgeleide financiële instrumenten 46.604 72.135

Totaal activa aangehouden voor handelsdoeleinden (zie noot 15) 55.334 82.811

Vorderingen op banken

Rentedragende deposito's 2.365 17.968

Leningen en voorschotten 4.113 8.566

Omgekeerde terugkoopovereenkomsten 9.320 14.895

Effectenleentransacties 2.271

Overige 4.036 3.642

Totaal vorderingen op banken (zie noot 16) 19.834 47.342

Bijzondere waardeverminderingen ( 583 ) ( 299 )

Totaal netto vorderingen op banken (zie noot 16) 19.251 47.043

Vorderingen op klanten

Overheid en publieke sector 4.283 4.155

Hypothecaire leningen 36.166 34.006

Leningen aan particulieren 7.360 7.057

Leningen aan ondernemingen 96.365 114.872

Omgekeerde terugkoopovereenkomsten 24.882 36.274

Effectenleentransacties 6 6.576

Overige 13.995 15.079

Totaal vorderingen op klanten (zie noot 17) 183.057 218.019

Bijzondere waardeverminderingen ( 4.720 ) ( 2.389 )

Totaal netto vorderingen op klanten (zie noot 17) 178.337 215.630

Rentedragende investeringen

Overheidspapier 610 372

Overheidsobligaties 49.922 55.315

Obligaties uitgegeven door ondernemingen 15.815 19.720

Beleggingen geherclassificeerd als leningen en vorderingen 23.506

Gestructureerde krediet instrumenten 1.289 38.837

Overige beleggingen 8

Totaal rentedragende investeringen (zie noot 18) 91.150 114.244

Bijzondere waardeverminderingen ( 884 ) ( 8.639 )

Totaal netto rentedragende investeringen (zie noot 18) 90.266 105.605

Overige vorderingen (zie noot 19) 2.746 5.698

Bijzondere waardeverminderingen ( 30 ) ( 18 )

Totaal netto overige vorderingen (zie noot 19) 2.716 5.680

Totaal kredietrisico balans 379.249 490.761

Bijzondere waardeverminderingen ( 6.222 ) ( 11.348 )

Totaal netto kredietrisico balans 373.027 479.413

Buiten balans kredietverplichtingen (zie noot 46) 83.500 94.733

Bijzondere waardeverminderingen ( 491 ) ( 773 )

Buiten balans netto kredietverplichtingen (zie noot 46) 83.009 93.960

Totaal bruto kredietrisico 462.749 585.494

Bijzondere waardeverminderingen ( 6.713 ) ( 12.121 )

Totaal netto kredietrisico 456.036 573.373


Inclusief de financiële gegevens met betrekking tot de beëindigde bedrijfsactiviteiten, was het

totaal uitstaand kredietrisico per 31 december 2009 al 20% lager dan op 31 december 2008.

Deze evolutie is waarneembaar in bijna alle activacategorieën, behalve in ‘Geldmiddelen en

kasequivalenten’. Daarin compenseerde de stijging in zeer kortlopende bankdeposito’s (minder

dan 3 maanden) deels de forse terugval in bankdeposito’s en voorschotten met een looptijd

van meer dan 3 maanden. ‘Geldmiddelen en kasequivalenten’ bevat geen kasgeld (EUR 550

miljoen) in 2009. De totale interbanken financiering van Fortis Bank nam na de opvallende

daling in 2008 verder af in 2009. De activa aangehouden voor handelsdoeleinden kwamen 33%

lager uit, hoofdzakelijk door de scherpe daling in OTC rentederivaten. De neerwaartse trend in

leningen aan particulieren kwam voornamelijk voort uit de afnemende activiteit in omgekeerde

terugkoopovereenkomsten met institutionele klanten en de verdere afslanking van de portefeuille

leningen aan ondernemingen. Dit laatste was vooral waarneembaar in de niet-thuismarkten van

Fortis Bank (EUR 15,5 miljard). In België werd de afname mede aangewakkerd door de aflossing

van een aantal grote leningen binnen Corporate and Public Banking. De daling van de positie

in rentedragende beleggingen moet voornamelijk worden toegeschreven aan de verkoop van

de gestructureerde kredietportefeuille van Fortis Bank aan Royal Park Investments SA/NV, in

combinatie met de afschrijving van in die portefeuille behouden posities.

Scaldis is een entiteit die zich richt op het aankopen van vastrentende activa met een

beleggingskwaliteit, sub-beleggingskwaliteit dan wel niet-gewaardeerde activa. Scaldis is volledig

geconsolideerd door Fortis Bank. De activa-pools omvatten de continue financiering van activa van

derden zoals consumenten- en autoleningen, handelsdebiteuren, hypotheken en leasedebiteuren.

Omwille van het feit dat de activa-pools van Scaldis ten bedrage van EUR 842 miljoen (2008: EUR

4.141 miljoen) gerapporteerd worden in Overige Activa (noot 22) zijn deze activa niet inbegrepen

in dit overzicht van het kredietrisico, noch in de tabellen hierna.

Elk residueel kredietrisico op de activa wordt gedragen door de investeerders in het commercial

paper van Scaldis. Fortis Bank neemt, ten voordele van de investeerders in Scaldis, voor een

beperkt deel van de activa het overgebleven kredietrisico op zich via volledig ondersteunende

liquiditeitsfaciliteiten en een programma-wijde beschikbare kredietbrief ten gunste van Scaldis.

Deze volledig ondersteunende faciliteiten dekken elk verlies in op de activa nadat alle andere

beschikbare kredietondersteunende maatregelen werden uitgeput. Per 31 december 2009 voorzag

Fortis Bank in volledig ondersteunende liquiditeitsfaciliteiten voor 26,98% (USD 2.797 miljoen) van

het overgebleven kredietrisico, uitgedrukt als een percentage van het globale uitstaande nominale

bedrag aan commercial paper.

Risicomanagement 115


116

Risicomanagement

7.4.1.4 Saldering van kredietrisico

Financiële activa en verplichtingen worden gesaldeerd en het nettobedrag wordt in de balans

weergegeven indien er een juridische mogelijkheid bestaat om deze bedragen te salderen en het

voornemen bestaat om dit recht uit te oefenen en gelijktijdig af te wikkelen. Het is echter mogelijk

dat een salderingsrecht niet voldoet aan de IFRS salderingscriteria op de balans. Activa en passiva

die onderhevig zijn aan een dergelijke saldering worden bruto op de balans vermeld.

De onderstaande tabel geeft het bestaan van dergelijke rechten weer evenals de zogenaamde

overkoepelende verrekeningsovereenkomsten die de potentiële kredietverliespositie moeten

beperken. De hieronder gerapporteerde financiële activa zijn onderworpen aan een juridisch

recht van saldering met financiële verplichtingen en worden niet op nettobasis in de balans

gerapporteerd.

2009 2008

Vorderingen op klanten 7.230 5.587

Overige activa

Totale kredietexposure onderhevig aan een juridisch afdwingbaar-

21 34

recht tot verrekening 7.251 5.621

Kredietexposure verminderd door een overkoepelende -

verrekeningsovereenkomst 20.124 18.632

7.4.1.5 Concentratie van kredietrisico

Met concentratie van kredietrisico bedoelt men een uitstaand bedrag bij een tegenpartij of een

verzameling uitstaande bedragen bij positief gecorreleerde tegenpartijen (bijvoorbeeld de tendens

om in gebreke te blijven bij gelijkaardige omstandigheden) die een aanzienlijk verlies kunnen

opleveren indien die tegenpartijen in gebreke blijven. Het vermijden van concentraties is een

fundamenteel onderdeel van de kredietrisicostrategie van Fortis Bank om in omvang gespreide,

liquide en gediversifieerde portefeuilles aan te houden.

Om onvoorziene concentratie van kredietrisico te voorkomen, past Fortis Bank het concept

van ‘total one obligor’ toe. Dat wil zeggen dat groepen verbonden tegenpartijen voor het

kredietrisicobeheer worden beschouwd als één tegenpartij. Het kredietrisicobeleid van Fortis

Bank met betrekking tot concentratie van kredieten is erop gericht dit risico te spreiden over

diverse sectoren en landen. In de onderstaande tabel wordt de sectorconcentratie van de

leningenportefeuille aan klanten per 31 december weergegeven.


Sectorconcentratie

2009 2008

Boekwaarde Boekwaarde

van vorderingen van vorderingen

op klanten Totaal % op klanten Totaal %

Industriesector

Landbouw, bosbouw en visserij 1.560 1% 1.463 0,7%

Olie en gas 2.494 1% 4.568 2,1%

Primaire metalen 3.188 2% 3.189 1,5%

Grondstoffen en halffabricaten 1.382 1% 609 0,3%

Consumptie artikelen 5.921 3% 7.439 3,4%

Hout, afval en papieren producten 855 0% 1.010 0,5%

Technologie, media en telecommunicatie 2.336 1% 2.714 1,3%

Electriciteit-, gas- en watervoorziening 5.069 3% 5.849 2,7%

Chemie, rubber en kunststoffen 3.031 2% 3.661 1,7%

Bouw en werktuigbouw 8.200 5% 7.364 3,4%

Machines en apparatuur 3.236 2% 3.931 1,8%

Auto industrie 3.037 2% 3.821 1,8%

Transport 688 0% 778 0,4%

Handels- en commodity financiering 11.077 6% 13.726 6,4%

Detailhandel 3.469 2% 3.601 1,7%

Vastgoed 14.169 8% 15.682 7,3%

Financiële dienstverlening 44.137 25% 64.263 29,8%

Holdings en overige dienstverlening 12.695 7% 17.779 8,2%

Openbare en sociale dienstverlening 10.816 6% 12.289 5,7%

Particulieren 40.934 23% 38.910 18,0%

Niet gerubriceerd 43 0% 2.984 1,4%

Totaal netto vorderingen op klanten 178.337 100% 215.630 100%

Bijzondere waardevermindering ( 4.720 ) ( 2.389 )

Totaal netto vorderingen op klanten 183.057 218.019

De twee sectoren met het grootste aandeel in de

Vorderingen op klanten van Fortis Bank zijn ‘Financiële

dienstverlening’ en ‘Particulieren’. Deze sectoren

vertegenwoordigen respectievelijk 25% en 23% van de totale

uitstaande bedragen op klanten. De sector ‘Financiële

dienstverlening’ bestaat voornamelijk uit niet-bancaire

financiële instellingen (88%); voor het overige betreft

het verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen.

Het aandeel van deze sector in de leningenportefeuille

aan klanten is het afgelopen jaar aanzienlijk gedaald.

De sector ‘Particulieren’ bestond uit hypotheken en

leningen aan particulieren; vergeleken met 2008 is het

aandeel van deze sector aanmerkelijk toegenomen van

18% tot 23% van de totale risicopositie op klanten. In de

meeste sectoren deed zich in 2009 een daling voor; de

meest in het oog springende zijn ‘Olie en gas’, ‘Financiële

dienstverlening’, Holdings & overige dienstverlening’ en

‘Consumptiegoederen’. Groei deed zich vooral voor in de

sectoren ‘Bouw en werktuigbouw’ en ‘Particulieren’.

Risicomanagement 117


Landenconcentratie

De onderstaande tabel geeft informatie over de concentratie van het kredietrisico op de balans naar plaats van vestiging

van de klant per 31 december.

118

2009 2008

Kredietrisico Kredietrisico

op de balans Percentage op de balans Percentage

Vestigingsplaats van de klant

Benelux 151.214 39,9% 159.514 32,5%

Overige Europese landen 177.529 46,8% 232.017 47,3%

Noord Amerika 33.849 8,9% 76.718 15,6%

Azië 9.991 2,6% 15.448 3,1%

Overige 6.666 1,8% 7.064 1,5%

Totaal balans 379.249 100,0% 490.761 100,0%

De afname in de Benelux kwam vooral tot uiting in

‘Vorderingen op banken’. Woonkredieten aan Belgische

klanten steeg met 8% over het jaar. De meest opmerkelijke

dalingen in Overige Europese landen werden geregistreerd

in de kredietportefeuille, vooral in het VK, Frankrijk,

Duitsland, Italië en Ierland. De daling in de portefeuille

in Noord-Amerika is te verklaren door de afbouw van

de portefeuille gestructureerde kredieten zoals eerder

vermeld, de terugval in handelsactiviteiten en de daling

van omgekeerde terugkoopovereenkomsten en leningen

aan ondernemingen. Kredietrisico in landen die behoren tot

de sub-beleggingskwaliteit categorie (schaal 6 en hoger in

het Fortis Bank Master Scale-model) vertegenwoordigt niet

meer dan 1,4% van het totale kredietrisico.

7.4.1.6 Landenrisico

Landenrisico wordt gedefinieerd als het risico dat een

tegenpartij niet in staat is aan zijn kredietverplichtingen te

voldoen wegens politieke, sociale, economische of overige

gebeurtenissen in een land. De risicoprofielen van landen

in opkomst worden regelmatig geanalyseerd op basis van

een evaluatie van de politieke, economische, transfer- en

omzettingsrisico’s. Deze analyse leidt tot de bepaling van

landenratings.

Om het landenrisico te kunnen beheren, heeft Fortis Bank

een aantal maximumgrenzen vastgesteld ten aanzien van

het landenrisico voor opkomende landen overeenkomstig de

landenratings en de houding van de bank jegens risico. Het

risiconiveau op landen is in 2009 fors verlaagd ingevolge

de wijziging in de geografische spreiding van de activiteiten

van de bank en de lagere groei van de wereldeconomie.

Risicomanagement

Uitstaande risico’s op individuele opkomende landen en

grensoverschrijdende risico’s in het algemeen worden

continu opgevolgd. De allocatie van limieten met betrekking

tot landenrisico hangt af van het vestigingsland van de

tegenpartij, de aard van de transactie en de aanwezigheid

van garanties en onderpand die een transfer van

landenrisico’s mogelijk maken.

7.4.1.7 Kredietrisico-rating

Een kredietrisico-rating is het resultaat van het

zogenaamde ‘Risk Rating Assignment Process’ en is

gebaseerd op een gekwalificeerde beoordeling en formele

evaluatie. Deze beoordeling is het resultaat van:

• een analyse van de financiële geschiedenis van iedere

debiteur en een raming van de mate waarin deze in de

toekomst aan de verplichtingen kan voldoen

• de kwaliteit en veiligheid van een actief op basis van de

financiële toestand van de emittent, die een indicatie geeft

van de kans dat de emittent in staat zal zijn de rente en

de hoofdsom tijdig (af) te betalen.

Fortis Bank heeft daartoe de zogenaamde Master Scale

ontwikkeld. Op de Fortis Bank Master Scale wordt de

kans dat een tegenpartij binnen het jaar in gebreke blijft,

aangegeven op een schaal van 0 tot 20. De ratings 0 tot en

met 5 zijn beleggingskwaliteit ratings, 6 tot en met 17 subbeleggingskwaliteit

ratings en 18 tot en met 20 betreffen

vorderingen waarop bijzondere waardeverminderingen

(“impairments”) hebben plaatsgevonden.


De volgende tabel illustreert de kwaliteit van leningen en van buiten-balans kredietverplichtingen

aan klanten die op basis van het Fortis Bank Master Scale-model van een rating zijn voorzien

(Omgekeerde terugkoopovereenkomsten en Effectenleentransacties zijn hierin niet begrepen).

14%

12%

10%

8%

6%

4%

2%

0%

2008

2009

0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20

De onderstaande tabel toont de kredietkwaliteit naar beleggingskwaliteit van de obligaties

van Fortis Bank, exclusief obligaties die gerapporteerd worden onder Activa aangehouden voor

handelsdoeleinden, per 31 december 2009, gebaseerd op externe waarderingen.

60%

50%

40%

30%

20%

10%

0%

2008

2009

AAA AA A BBB Below investment

grade

Unrated

Risicomanagement 119


120

Risicomanagement

De kredietkwaliteit van de obligaties (uitgezonderd de obligaties die behoren tot de categorie

Activa aangehouden voor handelsdoeleinden) in bedragen naar beleggingskwaliteit is als volgt:

2009 2008

Boekwaarde Percentage Boekwaarde Percentage

Beleggingskwaliteit

AAA 47.099 52,2% 58.122 55,0%

AA 18.975 21,0% 23.711 22,5%

A 16.249 18,0% 18.088 17,1%

BBB 3.042 3,4% 1.940 1,8%

Beleggingskwaliteit 85.365 94,6% 101.861 96,4%

Minder dan beleggingskwaliteit 2.698 3,0% 2.805 2,7%

Zonder kredietbeoordeling 2.203 2,4% 939 0,9%

Totaal investeringen in rentedragende effecten netto 90.266 100% 105.605 100%

Bijzondere waardeverminderingen 884 8.639

Totaal investeringen in rentedragende effecten bruto 91.150 114.244

De vermindering in de categorieën AAA en AA is vooral veroorzaakt door een golf actualiseringen

begin 2009 door de ratingagentschappen van hun modellen, wat een weerslag had op de

gestructureerde kredietenportefeuille. De verslechterde economische situatie veroorzaakte ook

enkele ratingverlagingen in de single name obligatieportefeuille.

7.4.1.8 Vermindering van kredietrisico

Risicovermindering is de techniek waarbij het kredietrisico verlaagd wordt door afdekking of

het verkrijgen van zekerheden (onderpand). Afdekking of hedging is iedere financiële techniek

die gericht is op de verlaging of het elimineren van door producten of activiteiten veroorzaakte

financiële risico’s. Onderpand betreft een toezegging of voorrecht gesteld door de tegenpartij of

een derde waarop Fortis Bank ter beperking van de waardeverminderingen op vorderingen een

beroep kan doen, indien de tegenpartij in gebreke blijft of bij elke andere overeenkomst of regeling

met gelijkaardige gevolgen. Kredietverlening is nooit alleen gebaseerd op onderpand of afdekking.

Deze vormen van risicovermindering worden alleen beschouwd als een alternatieve vorm van

terugbetaling.


De onderstaande tabel geeft de onderpanden en garanties weer die zijn ontvangen als dekking voor financiële vorderingen

en verplichtingen:

Ontvangen onderpanden en garanties Zekerheden Niet

Financiële Materiële Overige en garanties gegarandeerd

Boekwaarde instrumenten vaste activa onderpand hoger dan uitstaand

en garanties het eigenlijke

kredietrisico 1)

bedrag

2009

Geldmiddelen en kasequivalenten 27.123 9.960 161 17.002

Rentedragende investeringen 90.266 1.999 88.267

Vorderingen op banken 19.251 9.660 1.117 22 8.496

Vorderingen op klanten

Overheid en publieke sector 4.273 3 1.231 3.039

Hypothecaire leningen 36.037 226 41.329 93 7.106 1.495

Leningen aan particulieren 6.944 372 1.732 201 504 5.143

Leningen aan ondernemingen 92.782 9.131 41.628 18.487 9.220 32.756

Omgekeerde terugkoopovereenkomsten 24.882 25.140 258

Effecten financieringen 6 6

Overige 13.413 2.173 12.178 3.814 6.128 1.376

Totaal vorderingen op klanten 178.337 37.048 96.870 23.826 23.216 43.809

Overige vorderingen 2.716 117 1.036 50 20 1.533

Totaal balans 317.693 58.784 97.906 25.154 23.258 159.107

Totaal buitenbalans 83.009 9.526 24.495 14.284 2.845 37.549

Totaal 400.702 68.310 122.401 39.438 26.103 196.656

Ontvangen onderpanden en garanties Zekerheden Niet

Boekwaarde Financiële Materiële Overige en garanties gegarandeerd

instrumenten vaste activa onderpand hoger dan uitstaand

en garanties het eigenlijke bedrag

2008

kredietrisico 1)

Geldmiddelen en kasequivalenten 22.644 10.110 12.534

Rentedragende investeringen 105.605 1.162 104.443

Vorderingen op banken 47.043 16.452 1.069 238 29.760

Vorderingen op klanten

Overheid en publieke sector 4.154 2 1.029 222 3.345

Hypothecaire leningen 33.946 400 37.281 779 7.934 3.420

Leningen aan particulieren 6.754 593 1.234 334 1.041 5.634

Leningen aan ondernemingen 113.022 31.550 52.772 29.082 31.141 30.759

Omgekeerde terugkoopovereenkomsten 36.274 36.616 359 17

Effecten financieringen 6.576 5.999 577

Overige 14.904 2.147 12.197 6.042 7.053 1.571

Totaal vorderingen op klanten 215.630 77.305 103.486 37.266 47.750 45.323

Overige vorderingen 5.680 5.680

Totaal balans 396.602 105.029 103.486 38.335 47.988 197.740

Totaal buitenbalans 93.960 4.296 8.801 4.607 2.613 78.869

Totaal 490.562 109.325 112.287 42.942 50.601 276.609

1) Het bedrag aan ontvangen zekerheden en garanties dat hoger is dan het eigenlijke kredietrisico (berekend op contractbasis).

Risicomanagement 121


De waarde van een onderpand wordt volgens een

zorgvuldige waarderingsmethode bepaald, gebaseerd op

een reeks van criteria zoals de aard, mate van liquiditeit en

de volatiliteit van de prijs van het onderpand. Het model

houdt ook rekening met het feit dat de uitwinning van

het onderpand gebeurt in de context van een gedwongen

verkoop van een onderpand.

7.4.1.9 Optimalisering van kredietrisico

De optimalisering van het beheer van de kredietportefeuille

vereist de inzet van efficiënte afdekkingstechnieken.

Deze hebben tot doel om concentraties of ongewenste

risicoposities in de krediet- en obligatieportefeuille te

voorkomen. Fortis Bank gebruikt hiervoor hoofdzakelijk

single name Credit Default Swaps (CDS). De tegenpartijen

van CDS’en worden zorgvuldig geselecteerd en zo goed als

alle contracten worden gedekt door onderpand.

De securitisatie van activa heeft betrekking op het proces

rond het creëren van een financieel instrument dat op de

markt kan worden uitgegeven en dat is gedekt door de

kasstromen of de waarde van specifieke financiële activa.

Tijdens het securitisatieproces worden activa (bijvoorbeeld

persoonlijke leningen en hypotheken) geselecteerd en

gezamenlijk in een pool ondergebracht in een Special

Purpose Entity (SPE) die waardepapieren uitgeeft en

verkoopt aan beleggers.

Om de ontwikkeling van de business te ondersteunen

en tegelijkertijd te voldoen aan de kapitaalvereisten

van de toezichthouders heeft Fortis Bank diverse

securitisatieprogramma’s uitgegeven. Securitisatie van

eigen activa kan, afhankelijk van de vereisten, zorgen voor

lange termijn financiering, liquiditeit of een instrument voor

kapitaalbeheer. De betreffende gesecuritiseerde entiteiten

worden volledig geconsolideerd en dientengevolge worden

de gesecuritiseerde activa op de balans verantwoord in de

geconsolideerde jaarrekening van Fortis Bank.

In 2009 was securitisatie een financieringsalternatief

voor de klanten van de bank. In het bijzonder financiering

via Scaldis Capital Limited (‘Scaldis’), een Asset Backed

Commercial Paper (ABCP)-entiteit die gesponsord wordt

door Fortis Bank, gaf de zakelijke en institutionele

klanten van Fortis Bank toegang tot een alternatieve

financieringsbron via de kapitaalmarkt. Op 31 december

122

Risicomanagement

2009 was het totale bedrag aan door Scaldis uitgegeven

commercieel papier USD 10,4 miljard (EUR 7,2 miljard). De

opbrengst van het uitgegeven commercieel papier werd

gebruikt om te investeren: voor USD 5,7 miljard (EUR 4,0

miljard) in beleenbare effecten met een hoge rating en voor

USD 4,6 miljard (EUR 3,2 miljard) in beleenbare financiële

activa van klanten van Fortis Bank en van de bank zelf.

Door Scaldis aangekochte activa worden gestructureerd om

een ratingniveau te verantwoorden van A-1+/F1+/P1. Sinds

juni 2009 heeft het door Scaldis uitgegeven commercieel

papier weer de rating A-1+/F1+/P1. De rating werd alleen

door S&P verlaagd toen de kortlopende rating van de bank

naar beneden werd bijgesteld.

Fortis Bank heeft ook een special purpose vehicle (SPV)

opgericht, Bass Master NV genoemd, om woonkredieten

die oorspronkelijk werden toegekend door Fortis Bank te

effectiseren, evenals een SPV, Esmée Master Issuer NV

genoemd, om leningen aan zelfstandigen en kleine en

middelgrote ondernemingen, eveneens oorspronkelijk

toegekend door Fortis Bank, te effectiseren. Bijkomende

informatie over beide effectiseringstransacties is

beschikbaar in het hoofdstuk “Overige informatie” van de

geconsolideerde jaarrekeningen van Fortis Bank..

7.4.1.10 Gestructureerde kredietinstrumenten

Gestructureerde kredietinstrumenten (GKI) zijn

waardepapieren die worden gecreëerd door het

herverpakken van kasstromen die voortvloeien uit financiële

contracten. Deze instrumenten bevatten Obligaties

gedekt door overige activa (ABS), Obligaties gedekt door

hypotheken (MBS) en Obligaties met onderpand (CDO).

ABS zijn uitgiften die gedekt worden door leningen (anders

dan hypotheken), debiteuren of leasevorderingen. MBS zijn

uitgiften die gedekt worden door hypotheken. CDO’s zijn een

categorie van ABS en een andere naam voor obligaties die

gedekt worden door een pool van obligaties (CBO), leningen

(CLO) en andere activa zoals swaps (CSO). De betalingen

van de hoofdsom en rente op de ABS, MBS of CDO worden

gefinancierd door de kasstromen die gegenereerd worden

door de onderliggende financiële activa.

Fortis Bank was aanwezig in de ABS en MBS markt als

uitgever, plaatsingsagent, manager van onderpand, arranger

en belegger.


De portefeuille van Gestructureerde kredietinstrumenten van Fortis Bank kan verdeeld worden

in drie subportefeuilles, elk met een eigen businessmodelfilosofie met betrekking tot trading,

structureren, securitiseren en beleggingsaanpak en met daarnaast een eigen achterliggende

strategie:

• ABS-posities in het Fortis Bank-kredietenhandelsboek

• ABS-posities in het Fortis Bank-beleggingenboek

• Activa pools (Scaldis)

Het initiëren van CDO’s in de VS is gestaakt. Aangehouden posities en geplaatste posten zijn voor

het merendeel verkocht aan Royal Park Investments SPV (‘RPI’). In de portefeuille bevinden zich nog

enkele niet geplaatste leningen ter voorbereiding van CLO’s. Deze portefeuille wordt opgevolgd vanuit

New York en bevat leningen ten bedrage van EUR 102,2 miljoen, waarvan 18,2 miljoen in waarde

verminderd zijn.

Fortis Bank heeft geïnvesteerd in een brede variëteit van verschillende ABS/MBS activasoorten met

een duidelijke focus op spreiding binnen één uitgifte, diversificatie naar activatype en geografische

spreiding. De ABS-posities gaan van European Prime RBMS tot studentenleningen in de Verenigde

Staten, Credit cards, Commerciële MBS, CLO’s, Consumenten ABS, leningen aan kleine en middelgrote

bedrijven en kleine bedrijfsleningen aan US RMBS. Aflossingen op deze activa worden niet langer

meer geherinvesteerd in de ABS/MBS portefeuille.

Ten gevolge van de recente onrust op de kredietenmarkt, heeft het grootste deel van deze portefeuille

in 2008 en 2009 een lagere rating gekregen. Desondanks bestaan de gestructureerde kredieten van

Fortis Bank overwegend uit investment grade effecten (93% van de portefeuille is beleggingskwaliteit).

De kredietexposure van Fortis Bank die voortvloeit uit de hiervoor genoemde transacties

per jaareinde 2009 en de toegepaste waarderingsmethoden zijn beschreven in noot 18.4

‘Gestructureerde kredietinstrumenten’.

7.4.1.11 Management van probleemleningen en waardeverminderingen

Probleemleningen zijn uitstaande posities waarvoor de tegenpartij als ”in waarde verminderd”

wordt aangemerkt, maar zijn ook uitstaande posities waarvan er signalen worden opgevangen dat

de tegenpartij als “in waarde verminderd” zou kunnen beschouwd worden in de toekomst.

Om een betere opvolging en herziening van probleemleningen te kunnen garanderen, worden deze

ingedeeld in verschillende risicoklassen indien ze betrekking hebben op individuele tegenpartijen,

of gegroepeerd in homogene categorieën van achterstallige leningen in geval van groepen van

tegenpartijen. Probleemleningen met een score 18, 19 of 20 volgens de Fortis Bank Master Scale

zijn in gebreke gebleven en hebben een bijzondere waardevermindering ondergaan. Andere

probleemleningen hebben nog steeds geen bijzondere waardevermindering ondergaan.

Achterstallig uitstaand kredietrisico

Een financieel actief wordt als achterstallig aangemerkt wanneer de tegenpartij niet in staat is

gebleken een betaling te doen zoals contractueel is afgesproken, wanneer het een advieslimiet

heeft overschreden of een limiet opgelegd heeft gekregen die lager is dan de huidige positie.

Financiële vorderingen die de limiet van 90 dagen na de vervaldatum hebben overschreden,

worden automatisch gerubriceerd als “in waarde verminderd”.

Risicomanagement 123


De volgende tabel verschaft informatie over de tijd die verstreken is sinds het eerste moment van achterstalligheid voor

financiële activa die nog niet als “in waarde verminderd” zijn gerubriceerd (bijgevolg zijn vorderingen die meer dan 90

dagen achterstallig zijn uitgesloten).

124

Risicomanagement

Boekwaarde van

activa > 30 dagen

(nog niet als in waarde < 30 dagen < = 60 dagen > 60 dagen

verminderd

gerubriceerd)

achterstallig achterstallig achterstallig Totaal

2009

Geldmiddelen en kasequivalenten 27.127 10 10

Rentedragende investeringen 90.394

Vorderingen op banken 18.564 6 1 7

Vorderingen op klanten

Overheid en publieke sector 4.278 30 1 10 41

Hypothecaire leningen 35.349 452 126 21 599

Leningen aan particulieren 6.824 468 102 28 598

Leningen aan ondernemingen 90.314 2.754 381 68 3.203

Overige 37.818 13 17 39 69

Totaal vorderingen op klanten 174.583 3.717 627 166 4.510

Overige vorderingen 2.690 2 1 20 23

Totaal balans 313.358 3.735 628 187 4.550

Boekwaarde van

activa > 30 dagen

(nog niet als in waarde < 30 dagen < = 60 dagen > 60 dagen

verminderd

gerubriceerd)

achterstallig achterstallig achterstallig Totaal

2008

Geldmiddelen en kasequivalenten 22.647 17 17

Rentedragende investeringen 95.847

Vorderingen op banken 47.036 13 1 14

Vorderingen op klanten

Overheid en publieke sector 4.152 50 50

Hypothecaire leningen 33.333 348 81 27 456

Leningen aan particulieren 6.671 537 103 33 673

Leningen aan ondernemingen 111.168 3.034 457 219 3.710

Overige 57.452 61 15 31 107

Totaal vorderingen op klanten 212.776 4.030 656 310 4.996

Overige vorderingen 5.660 6 2 184 192

Totaal balans 383.966 4.066 658 495 5.219


De ontvangen onderpanden en garanties als afdekking voor achterstallige maar nog niet afgeschreven financiële activa zijn

hieronder gedetailleerd:

Ontvangen onderpanden en garanties Zekerheden Niet

Boekwaarde Financiële Materiële Overige en garanties gegarandeerd

instrumenten vaste activa onderpand hoger dan uitstaand

en garanties het eigenlijke

kredietrisico 1)

bedrag

2009

Geldmiddelen en kasequivalenten

Rentedragende investeringen

10 10

Vorderingen op banken 7 7

Vorderingen op klanten

Overheid en publieke sector 41 8 33

Hypothecaire leningen 599 3 540 45 101

Leningen aan particulieren 598 8 119 18 27 480

Leningen aan ondernemingen 3.203 235 1.544 294 214 1.344

Overige 69 50 6 120 111 4

Totaal vorderingen op klanten 4.510 296 2.209 440 397 1.962

Overige vorderingen 23 23

Totaal balans 4.550 296 2.209 440 397 2.002

Ontvangen onderpanden en garanties Zekerheden Niet

Boekwaarde Financiële Materiële Overige en garanties gegarandeerd

instrumenten vaste activa onderpand hoger dan uitstaand

en garanties het eigenlijke

kredietrisico 1)

bedrag

2008

Geldmiddelen en kasequivalenten

Rentedragende investeringen

17 17

Vorderingen op banken 14 14

Vorderingen op klanten

Overheid en publieke sector 50 50

Hypothecaire leningen 456 68 355 3 55 85

Leningen aan particulieren 673 32 117 15 33 542

Leningen aan ondernemingen 3.710 829 1.120 636 1.053 2.178

Overige 107 43 4 41 69 88

Totaal vorderingen op klanten 4.996 972 1.596 695 1.210 2.943

Overige vorderingen 192 192

Totaal balans 5.219 972 1.596 695 1.210 3.166

1) Het bedrag aan ontvangen zekerheden en garanties dat hoger is dan het eigenlijke kredietrisico (berekend op contractbasis).

Risicomanagement 125


126

Risicomanagement

In waarde verminderd uitstaand krediet

Een financieel actief wordt aangemerkt als in waarde verminderd als één of meerdere

gebeurtenissen een negatief effect op de toekomstige verwachte kasstromen van dat financieel

actief veroorzaken.

Dergelijke gebeurtenissen zijn onder meer:

• de tegenpartij zal waarschijnlijk niet (volledig) aan de verplichtingen tegenover Fortis Bank

kunnen voldoen en dit zonder dat Fortis Bank een beroep kan doen op een zekerheidsstelling

• de tegenpartij loopt meer dan 90 dagen achter in het voldoen van een belangrijke

kredietverplichting (bankvoorschotten in rekening-courant worden beschouwd als achterstallig

zodra de klant de advieslimiet heeft overschreden of een limiet heeft gekregen die lager ligt

dan het huidige saldo).

In de praktijk hanteert Fortis Bank een aantal voorgeschreven en op inschatting gebaseerde

signalen die de status “in waarde verminderd” kunnen opleveren. Voorgeschreven signalen zijn

onder andere: faillissement, financiële herstructurering of achterstallige betaling van meer dan

90 dagen. Signalen gebaseerd op inschatting zijn onder andere een negatief eigen vermogen,

regelmatige betalingsproblemen, onjuist gebruik van de kredietfaciliteiten en door andere

schuldeisers genomen juridische stappen. Deze gebeurtenissen kunnen mogelijk (maar niet

noodzakelijk) leiden tot een classificatie van de tegenpartij als ”in waarde verminderd”.

De herstructurering van een lening of schuld houdt een verandering in van één of meerdere

voorwaarden van een bestaande lening of schuldovereenkomst ten gevolge van economische

of juridische redenen die gelinkt zijn aan de financiële problemen van een schuldenaar. De

verandering kan onder andere een aanpassing betekenen in de terugbetalingsregeling en/

of prijsstelling, of een vermeerdering van zekerheden. Om de verliezen te beperken, kan een

verandering inhouden dat de schuldeiser een concessie doet aan de schuldenaar die anders niet

zou worden overwogen (bijvoorbeeld een (on)voorwaardelijke korting op het rentepercentage,

op het schuldbedrag, op de openstaande rentebedragen of een combinatie hiervan). Een

herstructureringsproces vormt op zich geen aanleiding voor de overgang van een lening

van “in waarde verminderd” naar de normale status. Om die reden verliest een dergelijke

geherstructureerde lening ook na de herstructurering niet automatisch zijn status van ”in waarde

verminderd”. De leningenportefeuille die niet beschouwd wordt als “in waarde verminderd”

kent geen materiële uitstaande bedragen inzake dergelijke geherstructureerde leningen per 31

december 2009.

Een bijzondere waardevermindering voor specifieke kredietrisico’s vindt plaats indien er objectieve

aanwijzingen bestaan dat Fortis Bank niet alle bedragen zal kunnen innen die verschuldigd zijn

overeenkomstig de contractuele voorwaarden. De omvang van de bijzondere waardevermindering

is het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde, ofwel de contante waarde

van de verwachte kasstromen en de waarde van de zekerheden verminderd met de kosten die

gemaakt worden om de zekerheden te realiseren.


In de volgende tabel wordt informatie verstrekt over bijzondere waardeverminderingen en in waarde verminderde

uitstaande leningen per 31 december..

2009 2008

Uitstaande Bijzondere Uitstaande Bijzondere

bedrag waarde- bedrag waardein

waarde verminderingen in waarde verminderingen

verminderd voor specifiek Dekkings verminderd voor specifiek Dekkings

kredietrisico ratio kredietrisico ratio

Geldmiddelen en kasequivalenten 1

Rentedragende investeringen 755 ( 609 ) 80,7% 18.396 ( 8.639 ) 47,0%

Voorderingen op banken 1.271 ( 563 ) 44,3% 315 ( 281 ) 89,2%

Vorderingen op klanten

Overheid en publieke sector 5 ( 1 ) 20,0% 3 0,0%

Hypothecaire leningen 817 ( 69 ) 8,4% 674 ( 41 ) 6,1%

Leningen aan particulieren 536 ( 329 ) 61,4% 386 ( 238 ) 61,7%

Leningen aan ondernemingen 6.051 ( 2.790 ) 46,1% 3.718 ( 1.640 ) 44,1%

Overige 1.063 ( 398 ) 37,4% 478 ( 158 ) 33,1%

Totaal vorderingen op klanten 8.472 ( 3.587 ) 42,3% 5.259 ( 2.077 ) 39,5%

Overige vorderingen 56 ( 30 ) 53,6% 39 ( 15 ) 38,5%

Totaal balans 10.555 ( 4.789 ) 45,4% 24.009 ( 11.012 ) 45,9%

Totaal buiten balans 1.124 ( 385 ) 34,3% 1.214 ( 695 ) 57,2%

Totaal uitstaand bedrag onderhevig

aan bijzondere waardeverminderingen 11.679 ( 5.174 ) 44,3% 25.223 ( 11.707 ) 46,4%

Risicomanagement 127


In de volgende tabel wordt informatie verstrekt over de ontvangen onderpanden en zekerheden als garantie voor in waarde

verminderde financiële activa en krediettoezeggingen:

128

Ontvangen onderpanden en garanties

Uitstaande Overige Zekerheden Niet

bedrag Financiële Materiële onderpanden en garanties gegarandeerd

in waarde Instrumenten Vaste activa en garanties hoger dan uitstaand

verminderd het eigenlijke

kredietrisico 1)

bedrag

2009

Geldmiddelen en kasequivalenten 1 1

Rentedragende investeringen 755 1 754

Vorderingen op banken 1.271 254 1.017

Vorderingen op klanten

Overheid en publieke sector 5 5

Hypothecaire leningen 817 9 856 4 97 45

Leningen aan particulieren 536 10 108 6 24 436

Leningen aan ondernemingen 6.051 711 3.979 626 1.894 2.629

Overige 1.063 295 407 290 59 130

Totaal vorderingen op klanten 8.472 1.025 5.350 931 2.074 3.240

Overige vorderingen 56 1 13 22 20 40

Totaal balans 10.555 1.280 5.363 954 2.094 5.052

Totaal buitenbalans 1.124 213 479 112 149 469

Totaal uitstaand bedrag onderhevig

aan bijzondere waardeverminderingen 11.679 1.493 5.842 1.066 2.243 5.521

Ontvangen onderpanden en garanties

Uitstaande Overige Zekerheden Niet

bedrag Financiële Materiële onderpanden en garanties gegarandeerd

in waarde Instrumenten Vaste activa en garanties hoger dan uitstaand

verminderd het eigenlijke

kredietrisico 1)

bedrag

2008

Geldmiddelen en kasequivalenten

Rentedragende investeringen 18.396 18.396

Vorderingen op banken 315 57 258

Vorderingen op klanten

Overheid en publieke sector 3 3

Hypothecaire leningen 674 1 639 19 142 157

Leningen aan particulieren 386 7 51 7 31 352

Leningen aan ondernemingen 3.718 450 1.581 312 848 2.223

Overige 478 79 27 71 33 334

Totaal vorderingen op klanten 5.259 537 2.298 409 1.054 3.069

Overige vorderingen 39 39

Totaal balans 24.009 594 2.298 409 1.054 21.762

Totaal buitenbalans 1.214 60 29 74 99 1.150

Totaal uitstaand bedrag onderhevig

aan bijzondere waardeverminderingen 25.223 654 2.327 483 1.153 22.912

1) Het bedrag aan ontvangen zekerheden en garanties dat hoger is dan het eigenlijke kredietrisico (berekend op contractbasis).

Risicomanagement


In de onderstaande tabel wordt inzicht verschaft in de duur van de rubricering als “in waarde verminderd”, zijnde

de verstreken periode tussen het moment dat het financieel actief voor het eerst als “in waarde verminderd” werd

gerubriceerd en 31 december.

< 1 jaar

> 1 jaar

< 5 jaar > 5 jaar

in waarde in waarde in waarde

verminderd verminderd verminderd

Totaal

2009

Geldmiddelen en kasequivalenten 1 1

Rentedragende investeringen 388 96 271 755

Vorderingen op banken 1.224 45 2 1.271

Vorderingen op klanten

Overheid en publieke sector 3 2 5

Hypothecaire leningen 537 217 63 817

Leningen aan particulieren 432 73 31 536

Leningen aan ondernemingen 3.003 2.421 627 6.051

Overige 589 449 25 1.063

Totaal vorderingen op klanten 4.564 3.160 748 8.472

Overige vorderingen 54 2 56

Totaal balans 6.231 3.303 1.021 10.555

Totaal buitenbalans 664 395 65 1.124

Totaal uitstaand bedrag in

waarde verminderd 6.895 3.698 1.086 11.679

< 1 jaar

> 1 jaar

< 5 jaar > 5 jaar

in waarde in waarde in waarde

verminderd verminderd verminderd

Totaal

2008

Geldmiddelen en kasequivalenten

Rentedragende investeringen 17.776 614 6 18.396

Vorderingen op banken 283 9 23 315

Vorderingen op klanten

Overheid en publieke sector 1 2 3

Hypothecaire leningen 515 86 73 674

Leningen aan particulieren 195 149 42 386

Leningen aan ondernemingen 2.168 733 817 3.718

Overige 208 261 9 478

Totaal vorderingen op klanten 3.087 1.231 941 5.259

Overige vorderingen 26 2 11 39

Totaal balans 21.172 1.856 981 24.009

Totaal buitenbalans 282 217 715 1.214

Totaal uitstaand bedrag in

waarde verminderd 21.454 2.073 1.696 25.223

Afschrijvingen geven het verlies weer dat Fortis Bank verwacht te zullen lijden. Deze zijn gebaseerd op de laatste

schattingen van het inbare bedrag van het actief. Voorwaarden om tot afschrijving over te gaan, kunnen onder meer zijn dat

de faillissementsprocedure van de schuldenaar is afgelopen en alle zekerheden werden aangewend, dat de schuldenaar en/

of zijn garantiegever volledig onvermogend is, dat alle normale inspanningen ter recuperatie zijn uitgeput of dat het punt

van economisch verlies (dit is het punt dat de kosten het te recupereren bedrag overschrijden) is bereikt.

Risicomanagement 129


Collectieve bijzondere waardeverminderingen

Collectieve waardeverminderingen op leningen omvatten

verliezen die aanwezig zijn in onderdelen van de

portefeuille van uitstaande leningen maar die nog niet

expliciet zijn toegerekend.

Voor de berekening van de collectieve bijzondere

waardeverminderingen wordt uitgegaan van alle

financiële activa waarvoor geen individuele bijzondere

waardevermindering werd verantwoord in de balansposten

Vorderingen op klanten, Vorderingen op banken en Overige

vorderingen. In deze berekening worden alle gerelateerde posten

buiten de balans, zoals niet-opgenomen kredietfaciliteiten en

verbintenissen tot kredietverstrekking, meegenomen.

Een collectieve bijzondere waardevermindering wordt

opgenomen voor groepen tegenpartijen waarvoor de

collectieve kans op wanbetaling als gevolg van gebeurtenissen

die zich na ingang van de leningen hebben voorgedaan

zodanig is opgelopen, dat gesproken moet worden van

objectieve aanwijzingen van bijzondere waardevermindering

van de groep tegenpartijen, zonder dat het in dat stadium

mogelijk is de bijzondere waardevermindering aan individuele

tegenpartijen toe te rekenen. Deze beoordeling steunt op

parameters die worden gebruikt voor de berekening van het

verwachte verlies in het kader van Basel II, met inbegrip van

de Fortis Bank Master Scale. Bij deze beoordeling wordt ook

het bedrag van het verlies op de betreffende portefeuilles

geschat, rekening houdend met de trends in de economische

cyclus gedurende de beoordelingsperiode.

Op basis van het gefundeerde oordeel van de divisies

van de bank of van Risk Management kan Fortis Bank

ook extra collectieve voorzieningen wegens bijzondere

waardevermindering opnemen met betrekking tot een

bepaalde economische sector of een bepaald geografisch

gebied die/dat is getroffen door buitengewone economische

gebeurtenissen. Dit kan het geval zijn wanneer de gevolgen

van deze gebeurtenissen niet voldoende nauwkeurig kunnen

worden getaxeerd om de parameters aan te passen die

zijn gebruikt om de collectieve voorziening te bepalen die

is opgenomen tegen getroffen kredietportefeuilles met

gelijkaardige kenmerken.

Door de forse verslechtering van de economie in 2009

werden bijkomende analyses verricht om te zorgen voor

aangepaste dekkingsratio’s voor alle kredietenposities.

Bovendien werden de methoden voor het bepalen van de

voorzieningen afgestemd op deze van BNP Paribas.

130

Risicomanagement

De collectieve voorziening bedroeg EUR 1.493 miljoen per

eind 2009 ten opzichte van een collectieve voorziening van

EUR 412 miljoen per eind 2008. De stijging is grotendeels te

verklaren door de hogere dekkingsratio’s voor kredietrisico

en het op één lijn brengen van de methodologie. In de

bijlagen 14, 16, 17, 40 en 48 worden meer details gegeven

inzake collectieve bijzondere waardeverminderingen.

7.4.2. Marktrisico

Marktrisico heeft betrekking op verliezen die kunnen

ontstaan door ongunstige marktbewegingen die

samenhangen met de handel in, of het aanhouden van

posities in financiële instrumenten. Marktrisico vloeit voort

uit een verscheidenheid van factoren, zoals:

• renteschommelingen die invloed hebben op obligaties,

andere vastrentende activa en andere posten van de balans

• verandering in effectenprijzen die van invloed zijn op de

waarde van handels- en investeringsportefeuilles

• fluctuaties van buitenlandse valuta die van invloed zijn

op niet-afgedekte kasstromen

• veranderingen in volatiliteit van renteniveaus en prijzen van

effecten die van invloed zijn op opties en andere derivaten

• risico op vroegtijdige terugbetaling, op een “run” op de

bank en ander nadelig klantgedrag dat gerelateerd is

aan de ontwikkeling van marktfactoren.

Marktrisico: is te onderscheiden in twee typen: ALMrisico

en handelsrisico, afhankelijk van de looptijd van de

betreffende instrumenten. Handelsrisico heeft betrekking

op ingenomen posities om op korte termijn winst te maken.

ALM-risico omvat alle andere posities.

ALM-risico: is het risico dat het verschil in marktwaarde

van activa en verplichtingen wijzigt door veranderingen in

rentetarieven, risicomarge, aandelenkoersen, valutakoersen,

vastgoedprijzen en andere factoren op de markt. Het

verschil in marktwaarde tussen activa en verplichtingen

wordt gemeten vanuit een economisch perspectief van het

eigen vermogen van de groep. Een daling in het verschil

tussen de marktwaarde van de activa en de verplichtingen

heeft een direct effect op de totale bedrijfswaarde, zelfs in

het geval dat op basis van opbrengsten en kasstromen geen

verliezen worden geleden.

Handelsrisico: in de handelsportefeuille worden de

risico’s van winst of verlies als gevolg van fluctuaties

in marktparameters als rentetarieven, valutakoersen,


aandelenkoersen en grondstoffenprijzen gekwalificeerd als

marktrisico’s. Deze parameters worden als volgt gedefinieerd:

• Het renterisico betreft de potentiële waardeverandering van

een financieel instrument tegen een vaste rente of tegen een

rente die is geïndexeerd op referentiemarktrentes vanwege

rentemutaties, alsmede de verandering in de toekomstige

resultaten van een instrument tegen een fluctuerende rente;

• Het valutarisico betreft onverwachte veranderingen in de

waarde of de resultaten van een financieel instrument

die voortvloeien uit de evolutie van vreemde valuta’s;

• Koersrisico komt voort uit fluctuaties in marktprijzen die

worden veroorzaakt door specifieke factoren met betrekking

tot het instrument of de emittent ervan, alsmede algemene

ontwikkelingen die alle in een marktsegment verhandelde activa

raken. De belangrijkste bronnen hiervan zijn veranderingen in

koersen en volatiliteit van aandelen en van grondstoffen- en

aandelenindices. Activa tegen variabele rente en aandelen- en

grondstoffenderivaten staan bloot aan dat type risico.

• Credit spreads in het handelsboek: Fortis Bank

maakt gebruik van kredietderivaten om haar

handelsportefeuille te beheren of haar portefeuille

bestaande gestructureerde kredietderivaten te herwegen.

• Optieproducten brengen blootstelling met zich mee

aan volatiliteit en correlatie; deze parameters kunnen

worden ontleend aan waarneembare prijzen van opties

die worden verhandeld op een actieve markt.

Vermeldenswaardig is dat:

• In de bankboeken gelijkaardige instrumenten voorkomen

(rentetarieven, vreemde valuta’s, kredieten), die echter

onder verschillende raamwerken worden opgevolgd;

• Het tegenpartijrisico, een vorm van kredietrisico,

afgeleide instrumenten en terugkoopovereenkomsten

betreft in zowel het handels- als het bankboek.

7.4.2.1 ALM Risico

ALM-risicomanagement

ALM-risico wordt door middel van een zelfstandig raamwerk

beheerd en gemeten op basis van consistente methoden

(zoals berekeningen van reële waarden, stresstesten,

sensitiviteitsanalyses, etc.). De missie van de centrale ALMfunctie

is het management te ondersteunen, op accurate

en regelmatige wijze, in het verkrijgen van inzicht in de

ingenomen marktrisicoposities op de balans van Fortis

Bank en onderliggende entiteiten. Hierbij inbegrepen is

het waarborgen van een wereldwijde toewijzing van activa

samenhangend met de strategie van de groep en het

toepassen van het concept van wereldwijde limieten voor alle

marktrisico’s gerelateerd aan de balans. ALM-risico spitst

zich toe op veranderingen in de waarde en de winst door

volatiliteit van rentetarieven, valutakoersen, aandelenkoersen

en vastgoedprijzen. Het risico op veranderingen in volatiliteit

en credit spread wordt buiten beschouwing gelaten.

ALM team

Het ALM-team opereert centraal en is ingericht op basis

van drie zuilen: Balance Sheet Management (inclusief

dataverzameling, modellering en analyses), investeringen

en financiering (performance en verrekenprijzen). De

hoofdverantwoordelijkheden van deze functie zijn:

• het ontwikkelen van een kader voor risicobeheer en

-controle van alle activiteiten van de bank met een

inherent marktrisico

• een globale activa-allocatie waarborgen in lijn met de

strategie

• het toepassen van het concept van wereldwijde limieten

op alle soorten met de bankportefeuille samenhangende

marktrisico’s

• het definiëren van methoden voor het bepalen van de

interne verrekeningsprijzen en het toepassen daarvan op

de diverse onderdelen van de bank

• het nauwlettend volgen van de reglementaire

solvabiliteit, het beoordelen van de ontwikkeling van de

solvabilitieitsratio’s en het voorstellen van strategieën

met betrekking tot aanvullende componenten van het

reglementair eigen vermogen, zoals achtergestelde

schulden en hybride financieringen.

ALM -risicobeoordeling

ALM-risico’s worden beoordeeld, bewaakt en gerapporteerd

op basis van de volgende soorten risico’s: renterisico,

valutarisico, aandelenrisico en vastgoedrisico.

De vier belangrijkste bronnen van renterisico zijn:

• het renteherzieningsrisico, dat het gevolg is van een

rente-mismatch tussen activa en verplichtingen

(gebruikelijke mismatch)

• veranderingen in de vorm van de rentecurve (parallel,

vervlakking of steiler worden)

• basisrisico dat het resultaat is van imperfecte correlaties

tussen verschillende rentetarieven (bijvoorbeeld

swaptarieven en het rendement op staatsobligaties)

• opties: bepaalde financiële instrumenten kennen

(verborgen of expliciete) opties die afhankelijk van de

renteontwikkeling zullen worden uitgeoefend.

Alle cijfers in dit onderdeel zijn vóór belasting.

Risicomanagement 131


132

Per 31 december 2009

Risicomanagement

Meting, opvolging en rapportering van ALM-risico

Renterisico

Fortis Bank meet, bewaakt en beheert het ALM-renterisico met behulp van de volgende

indicatoren:

• verschillenanalyse van de kasstromen

• duration van het eigen vermogen

• de rentegevoeligheid van de reële waarde van het eigen vermogen

• Value-at-Risk (VaR)

• Earnings-at-Risk (EaR).

Verschillenanalyse van de kasstromen - Deze analyse geeft het profiel weer van de rentepositie

in de tijd en wordt gebruikt om rentegevoelige activa- en passivaposities te kwantificeren en te

vergelijken op basis van verschillende tijdsperiodes. In het kasstroomverschil komt de mismatch

tussen de activa- en passivapositie bij verschillende looptijden tot uitdrukking.

In onderstaande tabellen worden de renterisicoposities van Fortis Bank weergegeven. De ‘interestsensitivity

gap’ voor een bepaalde tijdsperiode is het verschil tussen de te ontvangen bedragen en

de te betalen bedragen voor die periode.

Kasstromen van de activa en passiva worden gerubriceerd naar de verwachte renteherziening

of afloopdatum, afhankelijk van welke zich het eerste voordoet. Voor activa en verplichtingen

zonder specifieke looptijden, weerspiegelen de verwachte kasstromen de rentegevoeligheid

van het product. Voor looptijdloze producten, zoals spaarrekeningen en betaalrekeningen, is

een aanzienlijk deel van het uitstaande volume stabiel op lange termijn en wordt dit derhalve

beschouwd als langlopende financiering. Derivaten worden hoofdzakelijk gebruikt om het risico

van rentewijzigingen af te dekken. De notionele waarde wordt apart vermeld in de tabel.

Een positief (negatief) bedrag betekent een netto te ontvangen (te betalen) positie in derivaten.

De looptijden van de activa en verplichtingen en de mogelijkheid om tegen aanvaardbare kosten

rentedragende verplichtingen aan het einde van de looptijd te vervangen, zijn belangrijke factoren

in de beoordeling van de mate waarin Fortis Bank is blootgesteld aan rentewijzigingen.

10 jaar

Activa 163.346 73.550 52.836 48.055 21.725 25.518 13.740

Verplichtingen ( 194.625 ) ( 56.590 ) ( 51.701 ) ( 37.873 ) ( 25.257 ) ( 16.542 ) ( 4.876 )

Verschil Activa - Verplichtingen ( 31.279 ) 16.960 1.135 10.182 ( 3.532 ) 8.976 8.864

Derivaten ( 747 ) 6.086 2.597 203 ( 768 ) ( 1.776 ) ( 5.447 )

Totaal verschil ( 32.026 ) 23.046 3.732 10.385 ( 4.300 ) 7.200 3.417

Per 31 december 2008

Activa 232.375 105.276 59.474 41.075 24.885 25.739 14.726

Verplichtingen ( 270.436 ) ( 103.458 ) ( 50.714 ) ( 24.726 ) ( 19.213 ) ( 22.837 ) ( 5.003 )

Verschil Activa - Verplichtingen ( 38.061 ) 1.818 8.760 16.349 5.672 2.902 9.723

Derivaten 20.892 ( 5.535 ) ( 2.918 ) ( 2.389 ) ( 2.500 ) ( 1.699 ) ( 5.506 )

Totaal verschil ( 17.169 ) ( 3.717 ) 5.842 13.960 3.172 1.203 4.217


Met uitzondering van de korte termijnperiodes (tot drie maanden), veranderde het

renteverschilprofiel niet opmerkelijk op de lange termijn.

Duration van het eigen vermogen - De duration is een maatstaf voor de gemiddelde termijn van

kasstromen van een portefeuille bestaande uit activa of passiva. Het is berekend op basis van

de netto actuele waarde van de kasstromen. (hoofdsom en rente). De gebruikte rentevoet bij de

berekening van de netto actuele waarde is gebaseerd op de klantrentevoet.

De duration van het eigen vermogen is een toepassing van de durationanalyse waarmee de

geconsolideerde rentegevoeligheid van Fortis Bank wordt gemeten. De duration van het eigen

vermogen wordt berekend als het verschil tussen de actuele waarde van de toekomstige

gewogen kasstromen gegenereerd door de activa en actuele waarde van de toekomstige gewogen

kasstromen van de passiva. De duration van het eigen vermogen is een algemeen gebruikte

indicator voor de mismatch in durations tussen activa en passiva.

De duration van het eigen vermogen wordt gebruikt als een belangrijke indicator voor het

renterisico. De duration reflecteert de waardegevoeligheid van een geringe parallelle verschuiving

van de rente Δi

∆ Value = —Duration • ∆i

Value

Hieruit kunnen de volgende kenmerken van deze indicator worden afgeleid:

• een positieve (negatieve) duration leidt tot een daling (toename) van de waarde als de rente

stijgt (Δi positief)

• hoe hoger de absolute waarde van de duration, hoe hoger de gevoeligheid van de waarde voor

rentebewegingen.

De duration van het eigen vermogen is de duration die moet worden toegevoegd aan het verschil

tussen de waarde van de activa en de verplichtingen, zodat de totale balans ongevoelig wordt

voor veranderingen in het rentetarief.

In de onderstaande tabel wordt de mismatch getoond tussen de gewogen durations van de activa

en verplichtingen. De bank kent een positieve duration van het eigen vermogen. Dit betekent dat

een rentetoename een daling voor de bank meebrengt.

2009 2008

Duration van het eigen vermogen (in jaren): 3,13 3,24

Bij de bank is de duration van het eigen vermogen gedaald. Het risicoprofiel is verbeterd,

hoofdzakelijk door een lager volume in staatsobligaties. De duration van het eigen vermogen

meet de gevoeligheid van de waarde voor geringe bewegingen in de rente. Fortis Bank volgt ook

de waardevariatie op bij sterkere rentedalingen of -stijgingen. Dit wordt getoond in de volgende

paragraaf.

Risicomanagement 133


134

Risicomanagement

Rentegevoeligheid van de reële waarde van het eigen vermogen - Bij deze methode worden

stresstesten toegepast van +/- 100 basispunten op de reële waarde van een instrument of

portefeuille.

In onderstaande tabel wordt het effect geïllustreerd van een verschuiving van 100 basispunten

(plus of min) in de rentecurve op de reële waarde van het eigen vermogen. Met andere woorden,

de tabel geeft de impact op de reële waarde van alle activa verminderd met de impact op de reële

waarde van alle verplichtingen weer.

2009 2008

+100bp -100bp +100bp -100bp

Banking (3,1%) 3,1% ( 3,3%) 3,4%

Een parallelle verschuiving van het rentetarief met 100 basispunten leidt tot een verandering in

de reële waarde van ongeveer 3% van de totale reële waarde.

Valutarisico

Alle financiële producten zijn uitgedrukt in een specifieke valuta. Het valutarisico vloeit voort uit

een verandering in de wisselkoers van die specifieke valuta ten opzichte van de referentievaluta

van Fortis Bank (EUR).

In de ALM-positie van Fortis Bank wordt geen valutarisico genomen door de toepassing van

volgende principes:

• Leningen en obligatie-beleggingen die in een andere valuta noteren dan de referentievaluta van

de bank moeten worden afgedekt met een financiering in de overeenkomstige valuta.

• Deelnemingen die in een andere valuta luiden dan de referentievaluta van de Bank moeten

worden afgedekt met een financiering in de overeenkomstige valuta. Fortis Bank hanteert als

beleid dat de deelneming, waar mogelijk, wordt afgedekt met een korte termijn financiering in de

overeenkomstige valuta. Hiertoe wordt gebruik gemaakt van een netto-investeringsafdekking.

• De resultaten van vestigingen en dochtermaatschappijen die in een andere valuta rapporteren

dan in de referentievaluta van Fortis Bank worden maandelijks afgedekt

Uitzonderingen op deze algemene uitgangspunten dienen te worden goedgekeurd door het ‘ALCO

Committee’ van de bank.

In de onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van uitzonderlijke risicoposities in vreemde

valuta per 31 december 2009:

Uitstaand in vreemde valuta Uitstaand in EUR

Valuta (in miljoenen) (in miljoenen)

TRY 1.781 819

TWD 396 8,5

Het algemeen beleid van Fortis Bank bepaalt dat er geen valutarisico mag voorkomen op de

balans. Er bestaan echter twee uitzonderingen op deze afdekkingsregels, namelijk Fortis Bank

Turkije en Dryden Wealth Management Taiwan.


Overige sub-risicofactoren

Naast het renterisico en valutarisico bestaat het ALMrisico

ook uit het aandelenrisico en vastgoedrisico. Het

aandelenrisico betreft het risico van verliezen door

ongunstige ontwikkelingen op de aandelenmarkten. Bij

het vastgoedrisico gaat het om de kans op verliezen door

ongunstige ontwikkelingen van vastgoedprijzen. Deze

risicofactoren worden opgevolgd aan de hand van risicoindicatoren

als Value-at-Risk en Earnings-at-Risk.

Value at Risk (VaR)

VaR is een statistische raming die het mogelijke

maximumverlies weergeeft binnen een bepaald

betrouwbaarheidsinterval en een bepaalde tijdsperiode.

Deze methode heeft in principe betrekking op alle typen

risico’s. VaR is een modelgebaseerde raming die uitgaat

van een worst-case scenario. Worst-case scenario’s

zijn gebaseerd op veronderstellingen gerelateerd aan

kansberekeningen met historische observaties gedurende

10 jaar. Fortis Bank gebruikt standaard de 99,97% regel

overeenkomstig de AA- rating voor financiële instellingen.

In onderstaande tabel wordt de 99,97% jaarlijkse VaR

weergegeven (d.w.z.een schatting van het maximumverlies

in 99,97% van de gevallen op basis van de VAR-modellen),

uitgedrukt in een percentage van de reële waarde van het

eigen vermogen.

Aandelenrisico 1%

Renterisico 7%

Vastgoedrisico 0%

Wisselkoersrisico 1%

Deze cijfers houden geen rekening met het volatiliteitrisico.

Zoals weergegeven in de tabel hierboven, het grootste

uitstaande risico binnen de bank is het renterisico. Het

aandelenrisico is relatief gezien kleiner en is gebaseerd

op de aandelenpositie zoals gerapporteerd onder IFRS.

De risicopositie in vreemde valuta is voornamelijk een

TRY positie. Vastgoedrisico is niet materieel. Valutarisico

is gedeeltelijk afkomstig van het belang in buitenlandse

participaties. Er kan geconcludeerd worden dat het rente-

en aandelenrisico de belangrijkste risicofactoren zijn voor

Fortis Bank als geheel.

Earnings-at-Risk - De maatstaf Earnings-at-Risk geeft de

gevoeligheid weer van de toekomstige winst onder IFRS

bij hypothetische ongunstige wijzigingen van de rente

of aandelenprijzen. Deze maatstaf meet het effect van

stresstesten op de geschatte nettobaten vóór belastingen

onder IFRS.

+100bp 0,47%

-100bp ( 0,47% )

Aandelen -20% ( 0,94% )

De rentemarge voor de Earnings-at-Risk simulatie is

berekend met een constante duration van het eigen

vermogen over het hele jaar. De gevoeligheid van

de Treasury & Handelspositie is niet inbegrepen in

bovenstaande tabel.

ALM-risico – stresstesten

Bij plotselinge, extreme, of catastrofale

marktontwikkelingen zijn stresstesten noodzakelijk om

de onderliggende risico’s in kaart te brengen. Om de

verscheidene marktstressscenario’s te identificeren en de

potentiële impact op de balans en winsten te ramen, heeft

ALM een programma voor scenario-analyses ontwikkeld.

Stress-scenario-analyses vinden plaats op kwartaalbasis

voor zowel winst- als waarderapportages. Hierbij zijn

geen officiële limieten opgesteld. ALM volgt momenteel de

marktrisico’s in de bankboeken van de balans: renterisico,

wisselkoersrisico en aandelenrisico.

Als gevolg hiervan heeft ALM enkel stresstesten ontworpen

op basis van deze drie risico’s. Schokken in de volatiliteit

(bv. voor opties) zijn niet opgenomen in de stressscenario’s.

De volgende drie types scenario’s zijn geïmplementeerd:

gestandaardiseerde, historische en op de toekomst

georiënteerde interne modellen.

Gestandaardiseerde stresstesten

Met het oog op een adequaat beheer van de risico’s

analyseert Fortis Bank de resultaten van het interne

meetsysteem in termen van de verandering van

economische waarde in verhouding tot het kapitaal door

middel van een gestandaardiseerde schok in de rentevoet.

Een gestandaardiseerde schok in de rentevoet weerspiegelt

alleen een ruwe schatting van de risico’s op de balans.

Risicomanagement 135


Historische crisis stresstest-scenario’s

Historische scenario’s zijn nuttig omdat die de

marktontwikkelingen weergeven die effectief hebben

plaats gevonden. Dit komt ten goede aan de objectiviteit en

geloofwaardigheid. Het enige zwakke punt is dat het een

economisch beeld kan schetsen dat vandaag de dag niet

langer relevant is.

ALM Intern model voor stresstesten

Fortis Bank heeft stresstesten ontwikkeld, gebaseerd op een

intern model en een gemeenschappelijke methode voor alle

entiteiten van Fortis Bank. De stressscenario’s zijn gebaseerd

op een kwantitatief retrospectief model, dat zes interestvoetscenario’s

in beschouwing neemt in combinatie met de

ontwikkelingen van de wisselkoersen en aandelenmarkten.

ALM-risico – strategieën voor risicovermindering

Fortis Bank beperkt het renterisico met behulp van diverse

instrumenten. De belangrijkste daarvan zijn derivaten, met

name renteswaps en opties. Met renteswaps wordt het

lineaire risicoprofiel veranderd. Dat profiel is hoofdzakelijk een

combinatie van langlopende activa (vastrentende hypotheken

bijvoorbeeld) en langlopende verplichtingen (bijvoorbeeld

achtergestelde schulden). Opties worden gebruikt voor de

verlaging van het niet-lineaire risico, dat voornamelijk wordt

veroorzaakt door in klantcontracten besloten opties zoals een

rentevoetplafond of voortijdige betalingsopties.

Wanneer een positie wordt afgedekt, wordt het

economische effect van veranderingen in de netto contante

waarde van die positie, veroorzaakt door veranderingen

in de als benchmark gebruikte rentecurve, verminderd

door compenserende veranderingen in de netto contante

waarde van het financiële derivaat dat wordt gebruikt als

afdekkinginstrument.

Het risico dat wordt afgedekt is het renterisico; om

precies te zijn, de veranderingen in de reële waarde

van vastrentende activa en verplichtingen als gevolg

van veranderingen in het als benchmark aangewezen

rentetarief. Het als benchmark aangewezen rentetarief is

het rentetarief dat geldt voor het afdekkinginstrument.

Wijzigingen in de reële waarde van de afgedekte positie

door een kredietrisico dat groter is dan het risico dat is

verbonden aan het afdekkinginstrument, worden uitgesloten

van het afgedekte risico.

136

Risicomanagement

Op de financiële verwerking van afdekkingen zijn onder IFRS

strikte regels van toepassing en niet iedere economische

afdekking die voor de afdekking van het renterisico van

Fortis Bank wordt gebruikt, wordt onder IFRS aangemerkt

als een hedge. Zo worden bijvoorbeeld opties voor

economische afdekking niet als hedge gezien. Dat betekent

dat Fortis Bank ondanks het bestaan van een economische

hedge het effect van de veranderingen in de reële waarde

van deze opties in de resultatenrekening verantwoordt. Dit

geldt bijvoorbeeld voor hypotheken met een variabele rente

waarvan de rentevoetplafonds zijn afgedekt met opties. Dat

deze opties onder IFRS niet voor de status van afdekking

in aanmerking komen, zorgt voor extra volatiliteit in de

resultatenrekening.

In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de

portefeuilleafdekking zoals die op de ALM-posities is toegepast.

Afgedekte positie Afdekkingsinstrumenten Afdekkingsrisico (1)

Hypotheken payer swaps ( 4,58 )

Obligaties payer swaps ( 2,58 )

Vastrentende verplichtingen receiver swaps 1,62

1) Effect in EUR miljoen op de reële waarde van 1bp evenwijdige verschuiving

in de rentecurve.

Op 31 december 2009 bedroeg de sensitiviteit van

hypotheken, obligaties en vastrentende verplichtingen EUR

(5,72) miljoen voor een evenwijdige verschuiving van de

rentecurve met 1 basispunt. De ALM derivatenpositie op

31 december 2009 wordt gekenmerkt door een potentiële

impact van EUR 5,54 miljoen (voor belasting) bij een

opwaartse verschuiving van de rentecurve met 1 basispunt.

De portefeuilleafdekking heeft bijgevolg het grootste gedeelte

van de volatiliteit op de resultatenrekeing geëlimineerd.

7.4.2.2 Handelsrisico

Handelsrisico is het risico van economisch waardeverlies

veroorzaakt door een ongunstige ontwikkeling van prijzen

of, al dan niet waarneembare, marktparameters.

Waarneembare marktparameters zijn (dit is geen

uitputtende lijst) wisselkoersen, prijzen van verhandelbare

effecten (aandelen, obligaties) en grondstoffen (waarvoor

prijzen direct genoteerd zijn of door referentie indirect

ontleend worden aan gelijkaardige activa), prijzen van

derivaten genoteerd op een georganiseerde markt,

prijzen van andere verhandelbare activa alsmede alle

parameters die worden afgeleid uit marktnoteringen (zoals

rentetarieven, credit spreads, volatiliteit of impliciete

correlatie) en verwante parameters.


Niet-waarneembare parameters zijn onder meer

parameters gebaseerd op eigen werkveronderstellingen

zoals modelparameters of paramaters die gebaseerd zijn

op actuariële en economische benaderingen die niet zijn

afgestemd op marktinformatie.

Gebrek aan liquiditeit is een belangrijke factor in marktrisico.

In situaties waarin liquiditeit gedeeltelijk of geheel ontbreekt,

zal een financieel instrument of verhandelbaar actief geen

koper meer vinden of onderworpen zijn aan een fors disagio,

bijv. vanwege een geringer aantal transacties, wettelijke

beperkingen of een groot verschil tussen vraag en aanbod.

Fortis Bank loopt handelsrisico bij zowel handelsactiviteiten

die voor klanten worden ontplooid als bij activiteiten voor

eigen rekening. Het spectrum van beschikbare instrumenten en

de geografische spreiding van de handelsactiviteiten uit naam

van Fortis Bank worden geherdefinieerd in het Industrieel plan.

Het handelsrisico komt voort uit de activiteit Fixed Income

& Equities, behorend tot het domein van CIB (Corporate and

Investment Banking), waarvoor de dagelijkse resultaten van

de transacties samenhangen met de ontwikkeling van de

marktprijzen, valutakoersen, rentetarieven, credit spreads,

aandelenkoersen, grondstof- en energieprijzen.

Als gevolg van fundamentele wijzigingen in alle financiële

markten sinds het midden van 2008, heeft Fortis Bank

diepgaande analyses uitgevoerd om na te gaan of

aanpassingen nodig waren aan haar waarderingsmodellen

en modelreserves in verband met de verschillende

financiële instrumenten. Dit proces was al sinds enkele

perioden aan de gang en werd afgerond in 2009. Fortis Bank

stemde ook haar waarderingsmethodologie en modellen en

marktparameters af op deze van BNP Paribas.

Handelsrisicobeheer

Het raamwerk voor risicoacceptatie ondergaat een

fundamentele herziening met de toenaderingsexercitie en

het herdefiniëren van de activiteiten van Fortis Bank zoals

beschreven in het Industrieel Plan.

De risicoactiviteiten van Fortis Bank worden steeds verder

geïntegreerd in de BNP Paribas Group Risk Management

(GRM) functie, op basis van de organisatorische

uitgangspunten van GRM: één enkele geïntegreerde risicoentiteit

verantwoordelijk voor risicoaspecten in alle businesses

en gebiedsdelen, die onafhankelijk is van de businesses en

functies, onder toepassing van een matrixprincipe, met lokale

en wereldwijde rapportagelijnen.

– Het nemen van risico – Governance

Het CMRC (Capital Markets Risk Comité, voorheen Merchant

Banking Risk Comité) is het belangrijkste comité voor het

aansturen van risico’s verbonden aan activiteiten op de

kapitaalmarkt. De missie van dit comité is onderwerpen

op het gebied van markt- en tegenpartijrisico’s op een

consistente wijze op te pakken. Het comité vergadert

maandelijks. Het CRMC beslist over de maximumgrenzen

voor handelsactiviteiten binnen Fortis Bank (met inbegrip

van Treasury-limieten) en over processen inzake het nemen

van beslissingen over en het delegeren van risico’s. Winsten

en verliezen staan, naast stress-testing scenario’s, op de

agenda van het CMRC.

De missie van GRM voor marktrisico’s is als volgt:

• het definiëren, meten en analyseren van de diverse

sensitiviteiten waarin het onderliggende marktrisico

wordt vertaald;

• het opzetten, in samenwerking met de businesses, van

een limietensysteem op basis van deze sensitiviteiten en

andere portefeuillegerichte indicatoren (GEaR - Gross

Earnings at Risk, ook bekend onder de generieke term

VaR - Value-at-Risk);

• het goedkeuren van nieuwe activiteiten en van de

grootste transacties;

• het toetsen en goedkeuren van prijsmodellen voor

handelsposities;

• het aanleveren van overzichtsrapporten aan het senior

management;

• een periodiek overzicht maken van marktparameters

(“MAP”) in samenwerking met de Group Product Control

functie

– Het nemen van risico – Limieten

In de bestaande opzet heeft Fortis Bank limieten

bepaald voor de vaststelling van de risicotolerantie en

om het uitstaande handelsrisico te beheersen. Zij zijn

opgesplitst in diverse complementaire componenten

om alle risicokenmerken in normale en abnormale

marktomstandigheden te dekken, zoals: positie

(gemodificeerde duration, delta, vega), Value at Risk,

stresstesten en concentratielimieten. Alle limieten worden

periodiek en op verzoek geëvalueerd aan de hand van het

gemiddelde limietgebruik, de in het verleden behaalde

resultaten, de volatiliteit van de inkomsten en het nieuwe

budget.

Risicomanagement 137


Limieten worden toegekend als de risicoposities daaronder

kunnen worden berekend, bewaakt en gerapporteerd door

Risk afdeling. Risicoposities onder deze limieten kunnen

geen excessieve volatiliteit van opbrengsten genereren.

Risk afdeling escaleert overschreden limieten systematisch

aan onder meer de CEO van CIB, de CRO, de COO, de CEO

van Global Markets en Internal Audit Services en andere

relevante partijen.

Onder het Industrieel Plan zal het volgende worden

geïmplementeerd:

• Het definitie- en beheerraamwerk voor de limieten zoals

goedgekeurd door de CMRC kent drie delegatieniveaus:

- limieten naar activiteit – valt onder de autoriteit van

de Trading manager;

- limieten per business– valt onder de autoriteit van de

Business manager;

- CMRC limieten – valt onder de exclusieve autoriteit

van het CMRC.

• Beleid inzake limietoverschrijding: Limietaanpassingen

kunnen tijdelijk of definitief zijn en zijn in alle gevallen

onderworpen aan specifieke autorisatieprocessen.

Limietoverschrijdingen moeten conform de procedure

worden gerapporteerd en maatregelen moeten worden

genomen in overeenstemming met het delegatieniveau

van de voornoemde limiet. Alle zaken rond limieten

worden aan het CMRC gerapporteerd.

138

Risicomanagement

Handelsrisico meten en bewaken

De evaluatie van marktrisico’s gaat uit van drie hoofdtypen

van indicatoren: VaR, sensitiviteit en stress-testen. Het

doel is het volledige spectrum van risico’s in kaart te

brengen, inclusief risico’s die voortvloeien uit plotselinge en

dramatische veranderingen in de marktomstandigheden.

– Meting voor normale marktomstandigheden

De centrale calculator van het marktrisico, de MrMa

(Market Risk Management Application), berekent onder

meer de VaR (Value at Risk). De VaR is de uitkomst van het

interne model voor marktrisico’s, dat is goedgekeurd door

de Belgische Toezichthouder. Deze meet potentiële variaties

in de waarde van de handelsportefeuille onder normale

marktomstandigheden, voor een handelsperiode van één dag,

op basis van de ontwikkelingen in de voorgaande 250 dagen

met een betrouwbaarheid van 99%. De VaR van Fortis Bank is

gebaseerd op een dynamische EVD (Extreme Value Distribution),

d.w.z. een combinatie van twee extreme waardeverdelingen

afgestemd op de uitkomst van historische simulaties met

volledige herwaardering van afgeleide producten. Het model is

door de Belgische toezichthouder gevalideerd voor algemene

marktrisico’s en voor specifieke risico’s voor aandelen. Deze

validatie geldt onder meer voor de volgende factoren:

• Gebruikelijke risicofactoren: rentetarieven, wisselkoersen,

aandelenkoersen, grondstofprijzen en hun volatiliteit;

• Correlatie tussen risicofactoren en de daarmee verband

houdende diversificatie-effecten die besloten zijn in de

historische simulatie.

Na de berekeningen van de VaR wordt de output op

geldigheid geverifieerd. Deze toetsing wordt uitgevoerd door

middel van een back testing-module, waar prognoses van

de VaR worden afgezet tegen de berekende mark-to-market

variaties met behulp van de geobserveerde dagelijkse

dataschommelingen.

Back testing is een officieel statistisch raamwerk dat

de efficiëntie van het VaR-model (dus in wezen de

betrouwbaarheid van de VaR-uitkomsten) op dagelijkse

basis test, door na te gaan of de waargenomen wijzigingen

in de waarde van de posities binnen de door de VaR

geprognosticeerde bandbreedte liggen.

Uitzonderingen worden opgenomen en zodanig gebruikt, dat het

model steeds verder verfijnd kan worden. Zij hebben ook effect

op het niveau van het toetsingsvermogen. De back-testinganalyses

die voorgeschreven zijn door externe regelgevers,

toonden aan dat Fortis Bank in 2009 binnen de aanvaardbare

zone (minder dan vijf overschrijdingen) is gebleven.


Uit de centrale marktrisicocalculator MrMA komen ook sensitiviteiten van de posities ten opzichte

van de diverse marktparameters voort. Deze sensitiviteiten vullen de VaR-benadering aan met een

maatstaf die geen veronderstellingen doet over het niveau van de volatiliteit en de diversificatie

tussen posities.

– Meting voor extreme marktomstandigheden

Om potentiële variaties in de waarde van de handelsportefeuille te beoordelen in extreme

marktomstandigheden worden stress-testen gesimuleerd. Dit wordt in MrMA mogelijk gemaakt

door sensitiviteits- en stress-testing-modules met functionaliteiten om scenario’s te genereren,

het effect daarvan op de reële waarde te berekenen en de gegenereerde waardes te rapporteren.

Extreme marktomstandigheden worden gedefinieerd door scenario’s die uitgaan van een breuk; de

veronderstellingen daarvoor worden getoetst aan de hand van de economische omstandigheden.

Er zijn twaalf scenario’s gedefinieerd voor de handelsportefeuilles: sommige reproduceren

gebeurtenissen uit het verleden (bijv. de obligatiecrisis van 1994 en de sub-prime crisis

van 2007/2008), andere zijn gebaseerd op veronderstellingen die niet in het verleden zijn

waargenomen. Zij worden aangevuld met diverse sensitiviteitsanalyses van het effect van

rentetarieven, wisselkoersen, aandelenkoersen, volatiliteiten en spreads.

De resultaten uit deze testen worden verder gedetailleerd naar verschillende niveaus van de

Global Markets activiteiten. Omdat stresstesten tot doel hebben het management bewust

te maken van de risico’s (en de gevolgen voor de resultatenrekening) van deze extreme en

abnormale ontwikkelingen, zijn ‘vroegtijdige waarschuwingsindicatoren’ in werking gesteld om

alle stakeholders in staat te stellen tot het volgende:

• eenzelfde benadering ten opzichte van risicotolerantie;

• gelijktijdige waarschuwing;

• overgaan tot oplossingsgerichte acties.

Op het moment dat de stresstestresultaten een overschrijding laten zien ten opzichte van de

vroegtijdige waarschuwingsindicatoren is dit voor het management een reden om over te gaan tot

actie. De bandbreedte van stresstesten is voor Global Markets identiek aan die van MrMa en volgt

dezelfde trend van ontwikkelingen als die van MrMa. Deze werkwijze waarborgt de vergelijkbaarheid

van de stresstestresultaten met andere cijfers en resultaten berekend door MrMa. Het

stresstestprogramma wordt op maandelijkse basis uitgevoerd door Risk afdeling. De verschillende

scenario’s worden regelmatig beoordeeld en zo nodig bijgewerkt en uitgebreid.

– Evolutie van de eendaags, 99% VaR in de loop van 2009

De onderstaande VaR-grafiek geeft de handelsactiviteiten onder het voorgeschreven raamwerk

weer, conform de BNP Paribas-aanpak. De grafiek is afgeleid uit de inputgegevens die zijn gebruikt

voor Rapportage totale solvabiliteitsratio (Common solvency ratio reporting - CoReps), waaruit het

verplichte Basel II kapitaal is berekend voor de op intern model gebaseerde marktrisico’s.

Na een scherpe stijging die volgde op het Lehman debacle en een zeer volatiel vierde kwartaal

van 2008, leidden maatregelen tot risicoreductie en aanhoudende afname van marktturbulenties

tot een significante daling van de VaR in 2009.

Risicomanagement 139


140

Risicomanagement

Alle risicofactoren zijn verwerkt in het interne model

EUR millions

100

80

60

40

20

0

Total VaR

Mar-08 Jun-08 Sep-08 Dec-08 Mar-09 Jun-09 Sep-09 Dec-09

Opsplitsing naar de risicofactoren die zijn verwerkt in het interne model

EUR millions

100

80

60

40

20

0

Interest Rate

FX

Equity

Commodity

Mar-08 Jun-08 Sep-08 Dec-08 Mar-09 Jun-09 Sep-09 Dec-09

Zoals eerder vermeld, wordt de in het interne model gebruikte VaR getoetst op zijn voorspellende

waarde. Dankzij de relatief gunstigere marktomstandigheden en de maatregelen tot risicoreductie

bleef het aantal uitzonderingen dat in 2009 uit de back-testen kwam binnen de aanvaardbare

zone. De “straf” uit hoofde van het berekende toetsingsvermogen was daarom minimaal:

de laagste vermenigvuldigingsfactor van drie werd toegepast op de 10-daagse VaR in de

berekeningsformule voor het toetsingsvermogen.


7.5. Liquiditeitsrisico

Liquiditeitsrisico is het risico dat niet kan worden voldaan aan actuele (en potentiële)

verplichtingen of aan het leveren van onderpand op de vervaldatum. Het bestaat uit twee

componenten.

Financierings-liquiditeitsrisico het risico dat aan verwachte en onverwachte vraag naar

contanten van depositohouders en andere contractuele partijen niet kan worden voldaan zonder

onaanvaardbare verliezen te lijden of de bedrijfsvoering te schaden.

Markt-liquiditeitsrisico dit risico heeft te maken met het onvermogen om activa in kasstromen

om te zetten door ongunstige marktomstandigheden of -ontwrichtingen. Het heeft dus in

zekere zin te maken met marktrisico. Markt-liquiditeitsrisico heeft betrekking op de liquide

waardegevoeligheid van een portefeuille door enerzijds marges die toegepast worden op activa

die in onderpand gegeven worden en anderzijds veranderingen in marktwaarde. Het is bovendien

gerelateerd aan de onzekere tijdsschaal voor het realiseren van de liquiditeitswaarde van activa.

Onderstaande paragrafen beschrijven hoe de financieringspositie zich in 2009 heeft ontwikkeld en

hoe het raamwerk voor liquiditeitsrisicobeheer van de bank is verbeterd.

Na een paar moeilijke maanden aan het begin van het jaar begon de financieringspositie

van de bank te verbeteren toen de overname door BNP Paribas was afgerond. Vanaf mei

2009, verbeterden volume, lengte en samenstelling van de financieringsmix van Fortis Bank

substantieel. Diverse financieringskanalen gingen weer open of herstelden zich als teken van

herwonnen vertrouwen in de korte termijn terugbetaalcapaciteit van Fortis Bank. In retail

financiering kantelde de negatieve trend. De wholesale financieringscapaciteit, die sinds de

gebeurtenissen in 2008 drastisch was gekrompen, verbeterde significant. Ongedekte deposito’s van

ondernemingen, centrale banken en instellingen lieten weer positieve groei zien. Ook de stijgende

emissie van commercial paper, depositobewijzen en asset-backed commercial paper versterkten

de totale financieringspositie. Door de positieve ontwikkeling van de liquiditeitspositie kon Fortis

Bank haar afhankelijkheid van open marktoperaties van centrale banken tot een zeer laag niveau

terugbrengen en de commercial paper financieringsfaciliteit van de FED volledig aflossen. De groei

in financieringsmiddelen stelde Fortis Bank ook in staat het bedrag aan afgedekte financiering via

terugkoopovereenkomsten te verlagen en haar dichtgetimmerde buffer van liquide en bij centrale

banken beleenbare activa weer op te bouwen tot meer dan EUR 25 miljard.

In 2009 heeft Fortis Bank haar raamwerk voor liquiditeitsrisicobeheer herzien door een

verschillenanalyse uit te voeten ten opzichte van de de Basel uitgangspunten voor een

gezond liquiditeitsrisicobeheer (september 2008). Eveneens in 2009 verhoogde de Belgische

toezichthouder (CBFA) de frequentie voor liquiditeitsrapportering en werd een systeem ingevoerd

van korte termijn observatieratio’s ter bewaking van het vermogen van de Belgische banken om

een gecombineerd scenario van een systeemcrisis en een marktcrisis te overleven. De uitkomsten

van deze ratio’s, die in principe een stresstest voorstellen, worden nauwgezet opgevolgd door het

management van Fortis Bank en gecontroleerd op consistentie met de resultaten van het interne

stresstestmodel. De uitkomsten van beide modellen zijn sinds 2008 significant verbeterd en wijzen

op een verbeterde weerstand tegen zware stress-scenario’s.

Risicomanagement 141


142

Risicomanagement

7.5.1. Beheer van liquiditeitsrisico

Het beheer van het liquiditeitsrisico houdt enerzijds het beheren van financieringsbronnen in

en anderzijds het aanhouden van voldoende liquiditeitsreserves. Zulke reserves bestaan uit

portefeuilles van activa waarvoor een vraag bestaat in de markt en die te gelde gemaakt kunnen

worden als dekking tegen onverwachte ontwrichtingen van financieringsbronnen of interbancaire

markten. Risk Management heeft als primair doel te garanderen dat Fortis Bank voldoende

contanten en liquide middelen aanhoudt om te allen tijde aan de huidige en toekomstige

financiële verplichtingen te voldoen, tijdens normale en abnormale omstandigheden. Dit dient het

geval te zijn voor elke valuta waarin Fortis Bank een positie heeft uitstaan, voor alle bedrijven,

inclusief de voor bijzondere doeleinden opgerichte entiteiten (Special Purpose Entities). Het

Bank ALCO is verantwoordelijk voor de bewaking van het liquiditeitsrisico binnen Fortis Bank.

De uitgangspunten en governance van liquiditeitsrisicobeheer zullen in 2010 worden getoetst

teneinde deze in overeenstemming te brengen met de BNP Paribas organisatie en de Basel

principes voor gezond liquiditeitsrisicobeheer.

7.5.2. Rapportage van liquiditeitsrisico

Fortis Bank houdt toezicht op het liquiditeitsrisico aan de hand van vijf indicatoren of

meetinstrumenten. De informatie is hierbij afkomstig van twee bronnen: drie indicatoren op

basis van de boekhouding (de dagelijkse liquiditeitspositie van de verbintenissen met klanten

en de maandelijkse netto balans van stabiele funding) en de maandelijkse liquiditeitsstresstest,

en twee indicatoren op basis van de liquiditeits-cashflows (de maandelijkse structurele

liquiditeitsrapportage en de dagelijkse korte termijn rapportage). Tegen einde 2010 zal het interne

meetsysteem ‘Fortis’ voor liquiditeitsrisico de geautomatiseerde berekening mogelijk maken van

een aantal maatstaven.

7.5.2.1. De liquiditeitspositie van de verbintenissen met klanten

(Customer Funding Gap - CFG)

CFG meet in welke mate de leningen aan klanten worden gedekt door de deposito’s van klanten

(worden hierbij niet in aanmerking genomen: deposito’s en leningen tegen onderpand, worden

hierbij wel in aanmerking genomen: kasbons en achtergestelde certificaten). In dit meetinstrument

worden kasbons en achtergestelde certicaten beschouwd als klantendeposito’s omdat ze worden

verkocht aan retail klanten.

7.5.2.2. De netto balans van stabiele funding

Deze spitst zich toe op de structurele liquiditeit van de balans: het bestaat uit de ‘stabiele’

funding op lange termijn (passiva met een lange termijnkarakter: stabiele klantendeposito’s,

middellange en lange termijn uitgiftes, achtergestelde schuld, kapitaal) waarvan de “niet liquide”

activa (activa die niet of moeilijk kunnen worden omgezet in liquiditeit: leningen aan klanten,

deinvesteringsportefeuille die niet kan worden gebruikt als onderpand om funding te verkrijgen,

participaties, goodwill, gebouwen,..) worden afgetrokken. Deze indicator houdt niet alleen rekening

met het structurele onevenwicht van de verbintenissen met klanten, maar geeft tevens het beeld

weer van de liquiditeitspositie op lange termijn.


7.5.2.3. De structurele liquiditeitsrapportage (Structural Liquidity Gap (SLG))

SLG meet de positie van alle elementen van de balans vanuit de invalshoek van liquiditeitsrisico.

Deze rapportage brengt de vervaldagstructuur in beeld waarbij alle cashflows worden gespreid

over toekomstige tijdszones. Voor elke tijdszone wordt de som gemaakt van alle te ontvangen

cashflows minus alle te betalen cashflows. In deze meting wordt eveneens rekening gehouden, a

rato van 30%, met het niet- getrokken gedeelte van de bevestigde kredietlijnen. Deze rapportage

geeft bijgevolg de structurele liquiditeitspositie weer en maakt het mogelijk om de kostprijs van

een mogelijke indekking in te schatten.

7.5.2.4. De dagelijkse korte termijn rapportage (Short Term Liquidity)

STL meet de kasposities, per dag, voor de komende tien dagen. Het voorspelt het kastekort op de

korte termijn.

De Treasury entiteit is verantwoordelijk voor de rapportage van het korte termijn liquiditeitsrisico,

ALM voor het stresstesten van de liquiditeitspositie en voor het middellange termijn

liquiditeitsrisico. Hierdoor is men in staat de liquiditeitsprofielen te analyseren van de balansen

van de verschillende entiteiten, waaronder de belangrijke financieringsentiteiten in de vorm

van SPE’s (Special Purpose Entities). Hierbij wordt ook bijzondere aandacht besteed aan

geëffectiseerde activa en de financiering hiervan.

7.5.2.5. Stresstesten van de liquiditeit (Liquidity Stress testing (LST))

De liquiditeit-stresstest meet het vermogen van Fortis Bank om een ernstige, gesimuleerde crisis

te doorstaan. De maandelijkse rapportage aan de Alco bevat de resultaten van de uitvoering

van zowel het voorgeschreven (CBFA) als het interne gecombineerde scenariomodel. De test

detecteert omgewenste liquiditeitsrisico’s in een structuur van tijdsintervallen. Het interne

scenario simuleert een combinatie van de marktcrisis en een crisis van de bank. De parameters

en aannames worden ontleend aan de ervaringen ten tijde van de gebeurtenissen die Fortis

Bank in het vierde kwartaal van 2008 doormaakte. De overlevingshorizon is momenteel bepaald

op een maand. Het aantal stresstesten zal in 2010 worden uitgebreid met behulp van centraal

gedefinieerde BNP Paribas scenario’s.

7.5.3. Liquiditeitslimieten

Buiten de rapportagestructuur, heeft Fortis Bank een kader geformuleerd voor liquiditeitslimieten

voor de drie desks in Brussel, New York en Hong Kong. De liquiditeitslimieten richten zich op het

korte termijn liquiditeitsrisico en stellen limieten vast voor een dag (overnight of O/N), morgen/de

dag daarna (T/N) en spot/de volgende dag (S/N). De O/N-limieten worden per definitie als meest

belangrijke aangezien, terwijl de T/N- en S/N-limieten ook noodzakelijk zijn en worden gebruikt

om toenames in de liquiditeitsverschillen in een vroeg stadium te identificeren. Deze limieten

gelden alleen voor financieringsverschillen die niet door zekerheden zijn gedekt.

Het feit dat de treasury-activiteiten over drie centrale punten en tijdzones verdeeld zijn, houdt in dat

openstaande posities kunnen worden overgedragen van achtereenvolgens Hong Kong, België tot New

York. Zodoende dient New York als ‘lender of last resort’ en wordt de USD als ultieme valuta gezien.

Voor langlopende financiering heeft Alco ook limieten goedgekeurd voor financieringsverschillen

op klanten en voor de netto balans van stabiele funding. Deze worden op maandbasis opgevolgd.

Risicomanagement 143


144

Risicomanagement

7.5.4. Liquiditeit interne verrekenprijzen

Fortis Bank gebruikt een systeem waarbij de kostprijs van liquiditeit intern wordt verrekend. Het

bestaat uit een regelmatig aangepaste matrix van transfertprijzen waarbij men onderscheid maakt

tussen de verschillende deviezen en de termijnen.

7.5.5. Liquiditeitsbuffer

In het kader van het aanleggen van een liquiditeitsbuffer definieert Fortis Bank een aantal

“markets of last resort” waar liquiditeit kan worden verkregen in crisisomstandigheden. Dit zijn

hoofdzakelijk centrale tegenpartijen (zoals Eurex en het London Clearing House) en een aantal

centrale banken in gebieden waar Fortis Bank een vestiging heeft. De liquiditeitsbuffer is een

vast bedrag aan vastgezette liquide en/of bij centrale banken beleenbare effecten waarop alleen

een beroep kan worden gedaan via het liquiditeitsrampenplan (Contingency Funding Plan). Het

minimubedrag van de buffer is momenteel vastgesteld op EUR 25 miljard.

7.5.6. Liquiditeitsrampenplan

Het liquiditeitsrampenplan (Contingency Funding Plan) treedt in werking wanneer de

liquiditeitspositie van Fortis Bank in gevaar komt door interne en externe uitzonderlijke

omstandigheden die eventueel kunnen resulteren in een liquiditeitscrisis. Het doel hiervan is de

liquiditeitsbronnen te beheren zodat de bedrijfsactiviteiten niet in gevaar komen en excessieve

financieringskosten binnen de perken worden gehouden.

Tijdens een crisis zijn adequate informatiestromen van cruciaal belang voor snelle

beslissingen en het vermijden van onnodig escaleren van problemen. In dit kader zorgt het

liquiditeitscalamiteitenplan dat de interne communicatiestromen tijdig, duidelijk en onbelemmerd

verlopen. Bovendien maakt dit plan het mogelijk dat de geschikte externe communicatiestromen

de juiste informatie afleveren aan marktdeelnemers, werknemers, klanten, kredietverleners,

toezichthouders en aandeelhouders. De afdeling Communicatie is hier normaal gesproken bij

betrokken.

7.5.7. Financieringsbronnen

De deposito’s van klanten (particulieren, zakelijk, ondernemingen) vormen een belangrijk

onderdeel van de primaire financieringsbronnen van de Bank. Zichtrekeningen en spaargelden

van particulieren zijn weliswaar direct of op korte termijn opvraagbaar, maar leveren niettemin

een belangrijke bijdrage aan de stabiliteit van de financieringsbasis op de lange termijn.

Deze stabiliteit staat of valt met het behoud van het vertrouwen van de rekeninghouder in de

solvabiliteit en het goede liquiditeitsbeheer van Fortis Bank. Voor korte termijnfinanciering (gedekt

en ongedekt) wordt een beroep op professionele markten gedaan. Niet door zekerheden gedekte

kredietverlening wordt beperkt door het limietensysteem dat een bovengrens stelt aan ongedekte

positieverschillen. De uitgifte van kortlopend en langlopend papier wordt centraal bewaakt en het

beroep op de financiële markten wordt gecoördineerd door ALM en Treasury.


7.5.8. Boekhoudkundige looptijdenanalyse

In de onderstaande tabel zijn de activa en verplichtingen van Fortis Bank onderverdeeld op basis van de resterende

contractuele looptijd.

In 2008 werden direct opvraagbare deposito’s, spaargelden weergegeven in de kolom ‘Zonder looptijd’, terwijl zij in 2009

worden opgenomen in de kolom ‘Tot 1 maand’, in lijn met de boekhoudkundige looptijdclassificatie van BNP Paribas.

Tot Zonder

1 maand 1-3 maanden 3-12 maanden 1-5 jaar Meer dan 5 jaar looptijd Totaal

Per 31 december 2009

Activa

Geldmiddelen en kasequivalenten 27.592 17 64 27.673

Activa aangehouden voor handelsdoeleinden 1.215 1.758 7.018 16.997 28.387 452 55.827

Vorderingen op banken 7.194 1.828 7.504 1.701 585 439 19.251

Vorderingen op klanten 42.622 11.954 20.123 46.120 57.511 7 178.337

Beleggingen 2.614 649 14.761 34.396 38.880 4.104 95.404

Overige vorderingen 2.310 119 18 9 260 2.716

Materiële vaste activa 2.147 2.147

Goodwill en overige immateriële vaste activa 12 1 1.822 1.835

Actuele en uitgestelde belastingen 32 143 268 82 123 3.656 4.304

Overlopende rente en overige activa 28.862 1.491 3.053 4.533 4.547 5.058 47.544

Totaal activa 112.441 17.959 52.745 103.850 130.098 17.945 435.038

Verplichtingen

Verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden 876 823 3.835 19.326 29.157 350 54.367

Schulden aan banken 41.131 3.773 12.645 3.296 1.881 82 62.808

Schulden aan klanten 138.030 11.477 12.323 6.744 22.593 18 191.185

Schuldbewijzen 20.125 8.722 13.036 12.210 2.685 2.337 59.115

Achtergestelde schulden 224 54 1.002 5.491 9.195 15.966

Overige financieringen 3 1 564 568

Voorzieningen 1.229 1.229

Actuele en uitgestelde belastingen 68 7 34 15 8 296 428

Overlopende rente en overige verplichtingen 13.020 3.728 3.448 4.518 4.994 1.211 30.919

Totaal verplichtingen 213.477 28.585 46.887 51.600 70.513 5.523 416.585

Per 31 december 2008

Totaal activa 160.857 48.401 59.006 132.538 170.757 15.218 586.777

Totaal verplichtingen 190.032 67.446 48.902 74.635 86.357 104.262 571.634

Risicomanagement 145


146

Risicomanagement

7.6. Operationeel risico

Doordat risico’s inherent zijn aan alle operationele activiteiten en beslissingen, hebben alle

ondernemingen, waaronder financiële instellingen, te maken met operationeel risico. Binnen het

operationele risico wordt onderscheid gemaakt tussen het bedrijfsrisico en gebeurtenisrisico.

Bedrijfsrisico is het risico dat ontstaat door het ontplooien van bedrijfsactiviteiten en is dus

van invloed op elke financiële en niet-financiële instelling. Het betreft het risico op verliezen

door veranderingen in de concurrentieomgeving die de bedrijfsactiviteiten of operationele

omstandigheden aantasten. Het effect ontstaat doorgaans door wijzigingen in volumes,

prijsstelling of marges ten opzichte van een vast kostenniveau. Het bedrijfsrisico wordt dan ook

extern gestuurd (door reglementaire of fiscale wetgeving, marktontwikkelingen, strategisch risico,

reputatierisico en dergelijke) maar kan worden beperkt door effectief management.

Het gebeurtenisrisico betreft het risico op verliezen door inadequate of falende interne

processen, mensen en/of systemen en anderzijds het risico op verliezen als gevolg van externe

gebeurtenissen. Juridische en compliance risico’s worden gerekend tot gebeurtenisrisico,

terwijl het strategische risico en het reputatierisico hier buiten vallen. Gebeurtenisrisico wordt

meestal intern gestuurd (door interne en externe fraude, werknemers, klanten, producten, en

bedrijfsvoering en bovendien door technologische en infrastructurele gebreken en dergelijke) en

kan met de juiste beheersprocessen en -controles worden beperkt.

7.6.1. Operationeel risico en management control

Eén enkel kader voor de bank

Fortis Bank heeft gekozen voor één enkel operationeel risico management (ORM) kader voor de

hele bank dat voldoet aan de Basel II criteria betreffende de Advanced Measurement Approach

(“AMA”). Dit kader ondersteunt de organisatie in beter risicobeheer door het verhogen van het

bewustzijn van operationele risico’s. Het waarborgt effectieve meting en opvolging van de

operationele risicoprofielen en een toereikend niveau van eigen vermogensvereisten.

Dit AMA kader maakt integraal deel uit van het overkoepelende management controle kader,

waarbinnen de verschillende management teams, tot en met het niveau van de uitvoerende

bestuurders, de risico’s beoordelen die hun bedrijfsdoelstellingen in gevaar kunnen brengen. Dit

proces leidt uiteindelijk tot de Management Control Statements.


Ondersteund door een sterk operationeel risico beheer

Een aangepaste risico management structuur is opgezet rond het “3 lijnen van verdediging”

model, waarbij de business de hoofdverantwoordelijkheid draagt rond het beheren en beheersen

van operationele risico’s. De rol van tweede lijnsverdediging wordt opgenomen door de

risicobeheerfuncties. Hun opdracht bestaat erin toe te zien dat het ORM kader terdege is ingebed,

dat de operationele risico’s die worden geïdentificeerd, ingeschat, gemeten en beheerd het

correcte risicoprofiel weerspiegelen en dat de resulterende eigen vermogensvereisten adequaat

zijn. Interne audit neemt de rol van derde verdedigingslinie op en verzekert dat de risicostructuren

en beleidslijnen behoorlijk geïmplementeerd zijn.

Een kader dat de vier vereiste elementen van een Advanced Measurement Approach (AMA) omvat

• De eerste bouwsteen van het operationele risico management kader is het verzamelen van

gegevens over operationele verliezen. Operationele verliezen die zich doorheen de organisatie

voordoen, worden systematisch opgenomen in een centrale gegevensbank.

• Naast de interne verliesdata, gebruikt Fortis Bank tevens data omtrent externe verliezen.

Fortis Bank is één van de medeoprichters van ORX (Operational Risk eXchange association),

een consortium van banken die hun operationele verliesgegevens op anonieme basis delen en

hun ervaringen met betrekking tot operationeel risico aangelegenheden uitwisselen. Daarnaast

heeft Fortis Bank toegang tot de Fitch First en de SAS Global gegevensbanken, welke publieke

data bevatten rond materiële verliezen.

• Centraal in het kader staan de toekomstgerichte risicobeoordelingen, die het risicoprofiel

bepalen van de bank en als primaire input dienen voor de berekening van de eigen

vermogenvereisten.

• De risicobeoordelingen behelzen zowel een opwaartse (Risk Self Assessment) als een

neerwaartse (scenarioanalyse) benadering. De opwaartse beoordeling (RSA) verschaft inzicht

in de operationele risico’s die eigen zijn aan de interne organisatie en controleomgeving. Die

RSA’s worden uitgevoerd binnen elke business en ondersteunende functie op het juiste niveau

van detail en resulteren in een beschrijving van de geïdentificeerde risico’s, een analyse van

de oorzaken van die risico’s en in een beschrijving en beoordeling van de controleomgeving.

Tevens wordt de residuële blootstelling aan het risico gekwantificeerd.

• De neerwaartse scenarioanalyse vervolledigt het operationeel risicoprofiel met de meer

systemische en “lage frequentie – hoge impact” risico’s. Het behelst de risico’s aan welke

Fortis Bank is blootgesteld omwille van de activiteiten die het uitvoert en de omgeving

waarbinnen het opereert. Scenarioanalyse wordt uitgevoerd op het hogere managementniveau

en is voornamelijk gebaseerd op analyse van externe verliesdata. De documentatie van het

scenario detailleert het risicotype, de kwaliteit van de controleomgeving en de bepaling van de

blootstelling aan het risico.

• Operationeel risico knipperlichten (of sleutel risico indicatoren) worden opgevolgd om

veranderingen te signaleren in het operationele risicoprofiel ten gevolge van interne of

omgevingsfactoren.

Risicomanagement 147


148

Risicomanagement

Berekening van de eigen vermogensvereisten

Fortis Bank past voor een substantieel deel van haar activiteiten de meest geavanceerde

methoden toe voor de bepaling van de eigen vermogensvereisten voor operationeel risico. Deze

zijn in lijn met de Advanced Measurement Approach (AMA) onder Basel II. De Basic Indicator

bendering wordt gebruikt voor kleinere, niet-materiële delen van haar activiteiten.

BELEID INZAKE OPERATIONEEL (EVENT) RISICO

Operationeel risico identificatie: assessment, meting/modellering, analyses,

rapportage and monitoring

ORPHEUS (Operationeel Risico Kader Inbedding en Gebruik Scan)

Verliesgegevens

• Verzamelen van

verliesgegevens

• Benchmarking

van interne

vs externe

gegevens (ORX)

Model

• Kwantitatief

risico profiel

• Economisch

kapitaal

• Toetsings-

vermogen

Risico Self-Assessment

• Assessment van

operationele risico

exposure, scenario

analyse

• Identificeer risico

gebieden en trigger

management actie

Sleutel risico

Indicatoren

• Monitoren en

analyseren

KRi’s

Product Process Matrix op het niveau van Bussinesslijn/land/Juridische entiteit

MANAGEMENT VAN OPERATIONEEL (EVENT) RISICO DOOR BUSINESSES

Controle en mitigeren (vermijding, reductie, controle verbetering) van een brede range

van risico’s, inclusief operationele event risico’s

Business

Continuity

Management

Informatie

Beveiliging

Risico transfer

(verzekeringen,

Captives)

Management

Controle

verklaringen

7.6.2. Beheersing en vermindering van operationele risico’s

Fortis Bank hanteert diverse processen voor de beheersing en vermindering van operationele

risico’s. Als het gevolg van risicobeoordelingen, analyses van verliesgegevens en ontwikkelingen

van de indicatoren zijn verdere stappen ondernomen voor de beheersing van operationele risico’s.

Deze stappen hebben meestal te maken met een organisatorisch en procesmatig perspectief.

Centraal gecoördineerde technieken voor risicobeperkingen zijn Business Continuity Management,

maatregelen voor informatiebeveiliging, verzekeren en management control verklaringen.


7.6.3. Business Continuity

7.6.3.1 Business continuity management

Business Continuity Management (BCM) is het managementproces van de identificatie van

potentiële bedreigingen voor de organisatie en de resulterende impact mochten deze bedreigingen

zich daadwerkelijk realiseren. Het verschaft een kader voor het bouwen van een veerkrachtige

organisatie die in staat moet zijn om effectief te reageren op deze dreigingen ter bescherming van

de belangen van de stakeholders, reputatie, merk en waardecreërende activiteiten van de bank.

Gezien het feit dat Fortis een financiële dienstverlenende organisatie is, onderkent men het belang

van BCM. De Fortis BCM-methodologie is opgenomen in de Fortis BCM beleidsdocumenten en is

gebaseerd op internationale regelgeving en richtlijnen voor best practises, zoals omschreven door:

• Basel Commissie voor bancaire toezicht: High level principles for Business Continuity

• The Business Continuity Institute: Good Practice Guidelines (BCI GPG)

• The British Standards Institute.

Het toepassingsgebied van BCM bij Fortis bank is:

• Intern: Fortis Bank in al haar dimensies (zowel de Fortis Bank businesses & support functions,

alle landen, juridische entiteiten en dochterondernemingen)

• Extern: Alle derde partijen die Fortis Bank-informatie moeten verwerken of cruciale diensten en

producten verlenen die het doel ondersteunen van belangrijke Fortis Bank-diensten (externe

uitbestedingen).

De Fortis Bank BCM-benadering bevat de volgende stappen:

Uitoefenen/testen

&

Eigen beoordeling

BCM ingebed in de Organisatie

Begrijpen van

de organisatie/

business

BCM

Programma

Beheer

Ontwikkel &

Implementeer

BCM Reactie

Bepaal de

BCM opties

Risicomanagement 149


150

Risicomanagement

De Fortis Bank BCM-methodologie dient ingebed te zijn in de bedrijfscultuur en dient verwezenlijkt

en continu bijgehouden te worden, op een manier die aangepast is aan de aard, omvang en

complexiteit van de desbetreffende Fortis Bank business.

Informatie omtrent de belangrijkheid van de diensten van de organisatie, inclusief de activiteiten

en middelen die nodig zijn om deze diensten te kunnen leveren, worden geanalyseerd door middel

van business impact analyses en risico analyses.

Het bepalen van BCM-opties en –strategie maakt het mogelijk een breed spectrum van

strategische en tactische afwegingen te evalueren. Deze aanpak stelt Fortis Bank in staat adequate

afwegingen te maken voor elke belangrijke dienst, in de zin dat Fortis Bank deze diensten op een

aanvaardbaar niveau kan blijven leveren tijdens en na storingen in de normale bedrijfsvoering.

BCM is aanvullend op andere maatregelen ter bevordering van het herstelvermogen die al present

zijn binnen Fortis Bank.

Deze acties leiden tot de creatie van een BCM reactie door middel van plannen die detailleren

welke stappen ondernomen moeten worden voor, tijdens en na een incident.

Bedrijfscontinuïteitsplan

Crisisbeheer Plan Bedrijfsherstel-

Plan(nen)

Rampherstel-

Plan(nen)

Rampherstel oplossingen Rampherstel oplossingen

Welke technische middelen

Fortis Bank ter beschikking

heeft om de continuïteit

van interne activiteiten te

garanderen

Welke contractuele BCM

regelingen getroffen zijn

met derde partijen om de

continuïteit van extern

uitbestede activiteiten te

waarborgen

Tot slot dient Fortis Bank aan te tonen dat de strategieën en plannen inderdaad effectief, lonend

en nuttig zijn door het uitoefenen, testen en eigen beoordelen van de BCM reactie.


7.6.3.2 Overdracht van risico door middel van verzekering

Fortis Bank beschouwt het verzekeren als een nuttig instrument voor het mitigeren van

operationele risico’s. Deze verzekeringsportefeuille wordt centraal gecoördineerd door ORMC

(Central Operational risk and Management Control). Meer specifiek is Fortis verzekerd tegen

financiële schade door criminaliteit en civiele aansprakelijkheid.

Geheel in lijn met de gangbare praktijken in de bedrijfstak zijn de volgende

verzekeringsovereenkomsten door Fortis Bank afgesloten met derden:

• een gecombineerde criminaliteit- en civiele aansprakelijkheidsverzekering;

• een aansprakelijkheidsverzekering voor directeuren en functionarissen

Daarnaast maakt Fortis Bank gebruik van herverzekeringstechnieken om enkele risico’s in eigen

beheer te financieren.

7.6.3.3 Management Control Statements (MCS)

Ligt bij beheer van operationeel risico de nadruk op operationele gebeurtenisrisico’s, management

control richt zich voornamelijk op het bedrijfsrisico (inclusief strategische en reputatieaangelegenheden).

Het beheer van operationeel risico en management control hangen nauw met

elkaar samen:

• de methoden voor risicoschatting, de beoordeling van de beheersing en de aanpak van zwakke

punten verlopen op vergelijkbare wijze

• de uitkomsten van de schattingen van operationeel (gebeurtenis) risico vormen de input voor

het beoordelen van het bedrijfsrisico door het senior management, als onderdeel van de

jaarlijkse procedure die leidt tot management control verklaringen; deze procedure wordt door

Central Operational risk and Management Control (ORMC) gecoördineerd.

De managementteams tekenen management control verklaringen en formuleren indien nodig

actieplannen voor de verbetering van de beheersing. Central Risk Management coördineert

de rapportage over de status en voortgang op deze actieplannen. De Management Control

Statements dienen aan het eind van elk jaar als attest voor het functioneren van risico

management en interne beheerssystemen.

Risicomanagement 151


152

Toezicht en solvabiliteit

8. Toezicht en solvabiliteit

8.1. Beoordeling solvabiliteit

8.1.1. Raamwerk

Als kredietinstelling is Fortis Bank onderworpen aan het toezicht van regelgevende autoriteiten.

Op geconsolideerd en statutair niveau wordt het toezicht op Fortis Bank uitgeoefend door de

Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen (CBFA). De dochtermaatschappijen

van Fortis Bank kunnen daarnaast onderworpen zijn aan de richtlijnen van de diverse

toezichthoudende instellingen in de landen waar deze actief zijn.

Banken moeten volgens de richtlijnen van de toezichthouder voldoen aan een minimaal

toetsingsvermogen (8% van de risicogewogen activa). Sinds 2008 berekent Fortis Bank het

toetsingsvermogen en de risicogewogen activa onder het Basel II -raamwerk.

De CBFA heeft Fortis Bank toestemming verleend voor de toepassing van de meest geavanceerde

berekening van de risicogewogen activa onder Basel II: de geavanceerde interne ratingbenadering

voor kredietrisico en de geavanceerde meetmethode voor operationeel risico.

Het toetsingsvermogen voor de doeleinden van de toezichthouder wordt op geconsolideerd niveau

berekend op basis van het IFRS-boekhoudregime, waarbij rekening wordt gehouden met door de

CBFA opgelegde prudentiële filters, zoals beschreven in de Circulaire PPB 2007-1-CPB van de CBFA.


8.1.2. Beoordeling

In de onderstaande tabel wordt de samenstelling van het wettelijk vereist vermogen van Fortis Bank geïllustreerd:

31 december 2009 31 december 2008

Basel-II Basel-I

Aandelenkapitaal en agio reserves 29.651 29.651

Overige reserves ( 11.974 ) 8.612

Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders ( 704 ) ( 20.302 )

Minderheidsbelangen 3.124 3.027

Omrekeningsverschillen ( 461 ) ( 401 )

Hybride niet-innovatieve 1.541 1.579

(-) Goodwill ( 1.706 ) ( 1.886 )

(-) immateriële vaste activa ( 140 ) ( 365 )

(-) Negatieve reële waarde van aandelen (voor verkoop beschikbare) ( 23 )

(-) Vermindering van het Kern Tier 1 Kapitaal (*) ( 822 ) ( 167 )

(-) Overige ( 2.307 ) ( 54 )

Kern Tier 1 kapitaal 16.202 19.671

Hybride innovatieve 1.995 1.993

Tier 1 kapitaal 18.197 21.664

Achtergestelde schulden 9.846 16.314

IRB voorzieningsoverschot 585 167

Positieve reële waarde van aandelen (voor verkoop beschikbare) 14 -

(-) Vermindering van het Totaal Kapitaal (*) ( 822 ) ( 167 )

Overige 313 94

Totaal Kapitaal 28.133 38.072

(*) Vermindering 50% - 50% van het Kern Tier 1 Kapitaal en van het Totaal Kapitaal ( 1.644 ) ( 335 )

(1) Participatie in krediet en financiële instellingen ( 253 ) ( 322 )

(2) participatie in verzekeringsondernemingen ( 1.375 ) -

(3) IRB voorzieningstekort -

(4) IRB eigen vermogen verwacht verlies ( 16 ) ( 13 )

De onderstaande tabel geeft de belangrijkste vermogensindicatoren weer:

2009 2009 2008 2008

Basel-II Basel-I Basel-II Basel-I

Tier 1 kapitaal 18.197 18.191 21.664 21.402

Totaal kapitaal 28.133 27.565 38.072 37.260

Risicogewogen activa en verbintenissen 148.048 180.241 203.405 220.260

Kredietrisico 130.087 167.091 175.171 197.195

Marktrisico 6.767 13.150 13.945 23.065

Oprerationeele risico 11.194 14.289

Core Tier 1 ratio 10,9% 9,7%

Tier 1 ratio 12,3% 10,1% 10,7% 9,7%

Totaal kapitaal ratio 19,0% 15,3% 18,7% 17,0%

Toezicht en solvabiliteit 153


154

Toezicht en solvabiliteit

De Tier 1-ratio van Fortis Bank bedroeg op 31 december 2009 12,3% en de totaal kapitaal ratio

19,0%. Een totaal kapitaalratio van 19,0% is ruim boven het wettelijk vereiste minimum van 8%.

De daling in het kapitaal in 2009 is voornamelijk het gevolg van de aftrek van de acquisitie van

AG Insurance (EUR 1.375 miljoen), de invloed van het nettoresultaat, de invloed van prudentiële

filters (EUR 2,3 miljard) en de vervroegde terugbetaling van achtergestelde leningen aan Fortis

Holding (EUR 5,75 miljard).

Er heeft zich een significante daling voorgedaan van de risicogewogen activa op 31 december

2009 ten opzichte van 31 december 2008. De daling van de kredietrisico’s is vooral te verklaren

door de verkoop van een deel van de gestructureerde kredietportefeuille (SCI, de zogenaamde

Portfolio Out) aan Royal Park Investment (RPI) op 12 mei 2009, in overeenstemming met het

Avenant nr. 3 van de Protocole d’Accord (zie noot 18.4). Bovendien was er in de tweede helft

van 2009 een neerwaartse trend van kredietrisico door de daling van de openstaande kredieten,

welke slechts gedeeltelijk tenietgedaan is door een verdere vastgestelde achteruitgang op de

gesecuritiseerde portefeuille.

De daling van het marktrisico is een gevolg van de lagere volatiliteit in de financiële markten in

2009 en van de afname van de handelsvolumes gedurende het jaar.

De daling in het operationele risico was ook toe te wijzen aan de verkoop van de gestructureerde

kredietportefeuille, naast de herziening van de operationele evaluaties en de wijzigingen in de

consolidatiekring gedurende het jaar.

Volgens de Basel II-regelgeving, kunnen de kapitaalvereisten berekend volgens de geavanceerde

Basel II berekeningen niet lager zijn dan 80% (2009) of 90% (2008) van de kapitaalvereisten

berekend op basis van de Basel I-regelgeving. De Fortis Bank Basel II-kapitaalvereisten lagen in

2009 en in 2008 boven deze Basel I-grens, zodat er geen verdere aanpassingen nodig waren.

8.2. Doelstellingen kapitaalbeheer

Fortis Bank beheert kapitaal en risico en houdt daarbij rekening met drie belangrijke invalshoeken

ten aanzien van de solvabiliteit: de toezichteisen, ratings en economische afwegingen. Deze

invalshoeken worden aangevuld met stresstesten om tot de externe solvabiliteit te verzekeren.

Naast het wettelijk vereiste minimum (8% van de risicogewogen activa), heeft Fortis Bank haar

doelstellingen ruim boven het wettelijk vereiste minimum geformuleerd ter voorkoming dat

de wettelijke vereisten niet gehaald worden, ook tijdens moeilijke marktomstandigheden. Deze

doelstellingen worden regelmatig herzien om rekening te houden met materiële veranderingen in

de strategie of marktomstandigheden.


9. Vergoedingen na uitdiensttreding

en andere lange-termijn

personeelsvoordelen en

ontslagvergoedingen

Vergoedingen na uitdiensttreding zijn personeelsvoordelen, zoals pensioenen en

ziektekostenvergoedingen, die worden uitgekeerd na beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Andere

langetermijnpersoneelsvoordelen zijn personeelsvoordelen die niet volledig betaalbaar zijn binnen

de twaalf maanden na de periode waarin de medewerkers de betreffende dienst hebben verleend.

Ontslagvergoedingen zijn personeelsvoordelen die betaalbaar zijn tengevolge van een beëindiging

van de arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever vóór de voorziene pensionering of als

gevolg van het toekennen van voordelen om vrijwillig vervroegd vertrek aan te moedigen.

9.1. Vergoedingen na uitdiensttreding

9.1.1. Pensioenregelingen op basis van vaste toezeggingen en

andere vergoedingen na uitdiensttreding

Fortis Bank financiert pensioenregelingen op basis van vaste toezeggingen die voor het merendeel

van de medewerkers gelden. De meeste van deze pensioenregelingen zijn niet meer toegankelijk

voor nieuwe medewerkers. Een aantal regelingen wordt gedeeltelijk gefinancierd door de betaling

van premies door medewerkers.

De uitkeringen volgens deze regelingen worden berekend op basis van het aantal dienstjaren

en het salarisniveau. De pensioenverplichtingen worden bepaald aan de hand van sterftecijfers,

het personeelsverloop, de loonstijging en economische veronderstellingen met betrekking tot

bijvoorbeeld de inflatie en het disconteringspercentage.

Actuariële veronderstellingen, parameters en methoden werden aangepast om wijzigingen in de

financiële en economische omgeving in aanmerking te nemen en om aansluiting te verkrijgen bij

de veronderstellingen, parameters en methoden die door BNP Paribas worden gehanteerd.

De verzekeringsmaatschappijen, waarbij Fortis Bank de pensioenregelingen op basis

van vaste toezeggingen heeft ondergebracht zijn per 31 december 2009 zijn verbonden

verzekeringsondernemingen. Om deze reden worden de aan deze pensioenregelingen gerelateerde

beleggingen aangemerkt als niet-kwalificerende fondsbeleggingen en dienen deze beschouwd

te worden als ‘restitutierechten’ overeenkomstig IAS 19. Dit betekent dat deze activa niet in

mindering gebracht mogen worden op de verplichtingen voor plannen met vaste toezeggingen

om de omvang van deze verplichtingen te bepalen, maar als afzondelijke activa onder de noemer

‘restitutierechten’ moeten worden opgenomen. Hierin komt het recht op restitutie van uitgaven

(ter afwikkeling van de verplichtingen voor plannen met vaste toezeggingen) door de verbonden

partij tot uitdrukking. Aangezien Fortis Bank en de verzekeringsondernemingen per 31 december

2008 geen verbonden ondernemingen waren, konden deze activa eind 2008 als fondsbeleggingen

worden aangemerkt en derhalve in mindering worden gebracht op de verplichtingen inzake

toegezegde pensioenrechten.

Naast pensioenregelingen, omvatten de kosten van regelingen op basis van vaste toezeggingen

ook andere vergoedingen na uitdiensttreding, zoals de vergoeding van een deel van de

ziektekostenpremie, welke in stand blijven na de pensionering van medewerkers.

Vergoedingen na uitdiensttreding en andere lange-termijn personeelsvoordelen en ontslagvergoedingen 155


De onderstaande tabel geeft een overzicht van de bedragen die per 31 december zijn opgenomen in de balans in verband

met pensioenregelingen en andere vergoedingen na uitdiensttreding. De cijfers van 2008 zijn exclusief Fortis Bank

Nederland (Holding) en haar dochterondernemingen, die verkocht zijn aan de Nederlandse overheid op 3 oktober 2008.

156

Pensioenplannen met vaste toezeggingen Overige vergoedingen na uitdiensttreding

2009 2008 2007 2006 2009 2008 2007 2006

Contante waarde van gefinancierde verplichtingen 3.813 2.851 4.460 4.659

Contante waarde van niet-gefinancierde verplichtingen 6 6 142 156 55 63 60

Verplichting voor plannen met vaste toezeggingen 3.819 2.857 4.602 4.815 55 63 60

Reële waarde van fondsbeleggingen ( 784 ) ( 2.893 ) ( 3.030 ) ( 2.942 )

Reële waarde van de restitutierechten ( 2.548 ) ( 1.871 ) ( 1.831 )

Netto verantwoorde toegezegde pensioenrechten 487 ( 36 ) ( 299 ) 42 55 63 60

Niet-verantwoorde actuariële winsten (verliezen) ( 693 ) ( 251 ) 345 210 1 11 11

Niet-verantwoorde pensioenkosten van verstreken diensttijd ( 2 ) ( 1 ) ( 8 ) ( 11 )

Niet-verantwoorde activa door restricties

Overige bedragen verantwoord in de balans

162 247 213 167

Netto verplichtingen (activa) voor plannen met vaste toezeggingen ( 46 ) ( 41 ) 251 408 56 74 71

Bedragen in de balans:

Verplichtingen voor plannen met vaste toezeggingen 2.526 260 2.149 2.263 56 74 71

Activa voor plannen met vaste toezeggingen ( 2.572 ) ( 301 ) ( 1.898 ) ( 1.855 )

Netto verplichtingen (activa) voor plannen met vaste toezeggingen ( 46 ) ( 41 ) 251 408 56 74 71

Verplichtingen uit hoofde van toegezegde pensioenrechten worden inbegrepen onder ‘Overlopende rente en overige

verplichtingen’ (zie noot 31) terwijl activa inzake toegezegde pensioenrechten worden inbegrepen onder ‘Overlopende rente

en overige activa’ (zie noot 22).

De onderstaande tabel geeft een overzicht van de mutaties in de netto pensioenverplichtingen (activa) in de balans.

Pensioenplannen met Overige vergoedingen

vaste toezeggingen na uitdiensttreding

2009 2008 2009 2008

Netto verplichtingen (activa) voor plannen met vaste toezeggingen per 1 januari

Netto verplichtingen (activa) voor plannen met vaste toezeggingen van beëindigde -

( 41 ) 251 74

activiteiten per 1 januari 2008 ( 270 ) ( 73 )

Wijzigingen in consolidatieperimeter 3 ( 1 )

Netto verplichtingen (activa) voor plannen met vaste toezeggingen per 1 januari ( 41 ) ( 16 )

Totale kosten voor plannen met vaste toezeggingen 156 117 55 1

Ontvangen bijdragen op fondsbeleggingen ( 33 ) ( 34 )

Ontvangen bijdragen op de restitutierechten ( 112 ) ( 113 )

Uitkeringen direct betaald door de werkgever ( 2 ) ( 3 ) ( 2 ) ( 1 )

Aan- en verkoop van dochterondernemingen 3

Overdracht ( 15 ) 1 3

Omrekeningsverschillen 4

Overige 1

Netto verplichtingen (activa) voor plannen met vaste toezeggingen per 31 december ( 46 ) ( 41 ) 56

Vergoedingen na uitdiensttreding en andere lange-termijn personeelsvoordelen en ontslagvergoedingen


De onderstaande tabel geeft een overzicht van de mutaties in de verplichtingen voor plannen met vaste toezeggingen.

Pensioenplannen met Overige vergoedingen

vaste toezeggingen na uitdiensttreding

2009 2008 2009 2008

Verplichting voor plannen met vaste toezeggingen per 1 januari 2.857 4.602 63

Verplichting voor plannen met vaste toezeggingen van beëindigde -

activiteiten per 1 januari 2008 ( 1.952 ) ( 62 )

Wijzigingen in consolidatieperimeter ( 7 ) ( 1 )

Verplichting voor plannen met vaste toezeggingen per 1 januari 2.857 2.643

Aan het boekjaar toegerekende pensioenkosten 107 100 2 1

Bijdrage van deelnemers 9 12

Rentekosten 155 144 1

Actuariële verliezen (winsten) op de verplichting voor plannen met vaste toezeggingen

Bijdragen deelnemers

639 198 ( 1 )

Uitkeringen ( 317 ) ( 260 )

Uitkeringen direct betaald door de werkgever

Pensioenkosten van verstreken diensttijd - niet verworven rechten

( 2 ) ( 3 ) ( 2 ) ( 1 )

Pensioenkosten van verstreken diensttijd - verworven rechten 20 37 52

Aan- en verkoop van dochterondernemingen 60

Planinperkingen ( 3 )

Afwikkelingen ( 43 ) ( 3 )

Overdracht 391 2 3

Omrekeningsverschillen

Overige

6 ( 73 )

Verplichting voor plannen met vaste toezeggingen per 31 december 3.819 2.857 55

Herbeoordeling van de verplichtingen uit hoofde van ziektekostenvergoedingen voor sommige categorieën werknemers

en gepensioneerden in België leidde tot een toename met EUR 55 miljoen van de verplichting voor plannen met vaste

toezeggingen. Dit had een negatief effect op de resultatenrekening.

De stijging van de actuariële verliezen is hoofdzakelijk het gevolg van de wijziging van het disconteringspercentage

(overheidsobligaties in plaats van bedrijfsobligaties voor de eurozone). De post Overdracht houdt verband met de

herclassificatie van de Belgische en Zwitserse verplichtingen voor pensioenregelingen op basis van beschikbare premies

met gegarandeerde rente, die nu worden aangemerkt als pensioenregelingen op basis van vaste toezeggingen.

Vergoedingen na uitdiensttreding en andere lange-termijn personeelsvoordelen en ontslagvergoedingen 157


De volgende tabel toont de mutaties in de reële waarde van de fondsbeleggingen.

158

Reële waarde van fondsbeleggingen per 1 januari 2.893 3.030

Reële waarde van fondsbeleggingen van beëindigde activiteiten per 1 januari 2008 ( 1.854 )

Wijzigingen in consolidatieperimeter ( 10 )

Reële waarde van fondsbeleggingen per 1 januari 2.893 1.166

Verwacht rendement op fondsbeleggingen 82 89

Actuariële winsten (verliezen) op fondsbeleggingen 12 ( 90 )

Bijdragen werkgevers 33 34

Bijdragen deelnemers 9 12

Uitkeringen ( 93 ) ( 110 )

Aan- en verkoop van dochterondernemingen 57

Overdracht ( 273 )

Afwikkelingen ( 28 ) 2

Omrekeningsverschillen 4 ( 122 )

Overige

Overdracht van de restitutierechten ( 1.855 ) 1.855

Reële waarde van fondsbeleggingen per 31 december 784 2.893

Pensioenplannen met Overige vergoedingen

vaste toezeggingen na uitdiensttreding

2009 2008 2009 2008

De post Overdracht van EUR (273) miljoen vloeit hoofdzakelijk voort uit de herkwalificatie van de fondsbeleggingen als

restitutierechten voor een specifieke Belgische regeling, die voorheen waren ondergebracht bij een pensioenfonds maar

sinds het jaareinde 2009 bij een verbonden verzekeringsonderneming.

De volgende tabel toont de mutaties in de reële waarde van de restitutierechten.

Reële waarde van de restitutierechten per 1 januari 1.871

Overdracht van de restitutierechten 1.855

Verwacht rendement 76 101

Actuariële verliezen (winsten) op restitutierechten 39 ( 79 )

Bijdragen werkgevers

Bijdragen deelnemers

112 113

Uitkeringen

Aan- en verkoop van dochterondernemingen

( 224 ) ( 150 )

Overdracht

Omrekeningsverschillen

Overige

677

Afwikkelingen 13 ( 1 )

Overdracht van de restitutierechten ( 1.855 )

Reële waarde van de restitutierechten per 31 december 2.548

Pensioenplannen met Overige vergoedingen

vaste toezeggingen na uitdiensttreding

2009 2008 2009 2008

De post Overdracht van EUR 677 miljoen houdt verband met de herclassificatie van de Belgische en Zwitserse

pensioenregelingen op basis van beschikbare premies met gegarandeerde rente, die nu worden aangemerkt als

pensioenregelingen op basis van vaste toezeggingen. Daarnaast houdt deze deels verband met de herkwalificatie van de

fondsbeleggingen als restitutierechten voor een specifieke Belgische regeling, die voorheen waren ondergebracht bij een

pensioenfonds maar sinds het jaareinde 2009 bij een verbonden verzekeringsonderneming.

Vergoedingen na uitdiensttreding en andere lange-termijn personeelsvoordelen en ontslagvergoedingen


De volgende tabel toont het werkelijke rendement op de fondsbeleggingen en restitutierechten voor pensioenregelingen met

vaste toezeggingen.

Werkelijke rendement op fondsbeleggingen 94 ( 1 )

Werkelijke rendement op de restitutierechten 114 22

Pensioenplannen met Overige vergoedingen

vaste toezeggingen na uitdiensttreding

2009 2008 2009 2008

De volgende tabel geeft een overzicht van de mutaties in het totaal van de niet-opgenomen actuariële winsten (verliezen).

Pensioenplannen met Overige vergoedingen

vaste toezeggingen na uitdiensttreding

2009 2008 2009 2008

Niet-verantwoorde actuariële winsten (verliezen) per 1 januari

Niet-verantwoorde actuariële winsten (verliezen) van beëindigde -

( 251 ) 345 11

activiteiten per 1 januari 2008 ( 180 ) ( 11 )

Niet-verantwoorde actuariële winsten (verliezen) per 1 januari ( 251 ) 165

Actuariële winsten (verliezen) op de verplichting voor plannen met vaste toezeggingen ( 639 ) ( 198 ) 1

Actuariële winsten (verliezen) op fondsbeleggingen 12 ( 90 )

Actuariële winsten (verliezen) op de restitutierechten 39 ( 79 )

Verantwoorde verliezen (winsten) door restricties 123 ( 49 )

Planinperkingen 2

Afwikkelingen

Afschrijving op niet-verantwoorde actuariële verliezen (winsten) -

11 2

op de verplichting voor plannen met vaste toezeggingen 7 ( 3 )

Afschrijving op niet-verantwoorde actuariële verliezen (winsten) op de restitutierechten 2

Afschrijving op niet-verantwoorde actuariële verliezen (winsten) op fondsbeleggigen

Aan- en verkoop van dochterondernemingen

2

Overdracht ( 1 )

Omrekeningsverschillen ( 2 ) 1

Overige 2

Niet-verantwoorde actuariële winsten (verliezen) per 31 december ( 693 ) ( 251 ) 1

De onderstaande tabel geeft een overzicht van de mutaties in het totaal van de niet-verantwoorde activa door restricties.

Pensioenplannen met

vaste toezeggingen

2009 2008

Niet-verantwoorde activa door restricties per 1 januari 247 213

Verantwoorde winsten (verliezen) door restricties ( 123 ) 49

Impact van restricties in de resultatenrekening

Planinperkingen

Afwikkelingen

Aan- en verkoop van dochterondernemingen

Overdracht

38 31

Omrekeningsverschillen

Overige

( 46 )

Niet-verantwoorde activa door restricties per 31 december 162 247

Vergoedingen na uitdiensttreding en andere lange-termijn personeelsvoordelen en ontslagvergoedingen 159


De volgende tabel geeft een overzicht van de mutaties in pensioenkosten van verstreken diensttijd.

160

Niet-verantwoorde pensioenkosten van verstreken diensttijd per 1 januari 1 8

Niet-verantwoorde pensioenkosten van verstreken diensttijd van beëindigde -

activiteiten per 1 januari 2008 ( 8 )

Niet-verantwoorde pensioenkosten van verstreken diensttijd per 1 januari

Pensioenkosten van verstreken diensttijd - niet verworven rechten

Afschrijving van vorige pensioenkosten

Planinperkingen

Afwikkelingen

Aan- en verkoop van dochterondernemingen

1

Overdracht

Overige

Omrekeningsverschillen

1 1

Niet-verantwoorde pensioenkosten van verstreken diensttijd per 31 december 2 1

Pensioenplannen met Overige vergoedingen

Vergoedingen na uitdiensttreding en andere lange-termijn personeelsvoordelen en ontslagvergoedingen

vaste toezeggingen na uitdiensttreding

2009 2008 2009 2008

Ervaringsaanpassingen zijn de actuariële winsten en verliezen die ontstaan door verschillen tussen de actuariële

veronderstellingen aan het begin van het jaar en de werkelijke uitkomsten gedurende het jaar.

De volgende tabel bevat informatie over de ervaringsaanpassingen met betrekking tot fondsbeleggingen, restitutierechten

en verplichtingen voor plannen met vaste toezeggingen.

Pensioenplannen met vaste toezeggingen Overige vergoedingen na uitdiensttreding

2009 2008 2007 2006 2009 2008 2007 2006

Ervaringsaanpassingen op fondsbeleggingen, winst (verlies) ( 14 ) ( 156 ) ( 104 ) ( 42 )

Als % van de fondsbeleggingen per 31 december ( 1,79% ) (5,39%) (3,43%) (1,44%)

Ervaringsaanpassingen op de restitutierechten, winst (verlies) 66 ( 20 ) ( 29 )

Als % van de restitutierechten per 31 december

Ervaringsaanpassingen op de verplichting voor pensioenplannen -

2,59% (1,08%) (0,47%)

met vaste toezeggingen (winst) verlies

Als % van de verplichting voor pensioenplannen met vaste -

( 125 ) 101 77 118 4 42

toezeggingen per 31 december ( 3,27% ) 3,54% 1,67% 2,31% (5,62%) 9,52%


De volgende tabel geeft een overzicht van de componenten van de kosten die betrekking hebben op de pensioenregelingen

op basis van vaste toezeggingen en overige uitkeringen na uitdiensttreding voor het jaar eindigend per 31 december.

Pensioenplannen met Overige vergoedingen

vaste toezeggingen na uitdiensttreding

2009 2008 2009 2008

Aan het boekjaar toegerekende pensioenkosten 107 100 2 1

Rentekosten 155 144 1

Verwacht rendement op fondsbeleggingen ( 82 ) ( 89 )

Verwacht rendement op restitutierechten ( 76 ) ( 101 )

Pensioenkosten van verstreken diensttijd

Afschrijving van vorige pensioenkosten

Afschrijving op niet-verantwoorde actuariële verliezen (winsten)-

20 37 52

op de verplichting voor pensioenplannen met vaste toezeggingen

Afschrijving op niet-verantwoorde actuariële verliezen (winsten)-

7 ( 3 )

op fondsbeleggingen

Afschrijving op niet-verantwoorde actuariële verliezen (winsten)-

2

op restitutierechten 2

Impact van restricties in de resultatenrekening

Planinperkingen

38 31

Afwikkelingen ( 17 ) ( 2 )

Totale kosten voor pensioenplannen met vaste toezeggingen 156 117 55 1

De aan het boekjaar toegerekende pensioenkosten, pensioenkosten van verstreken diensttijd, afschrijving van vorige

pensioenkosten, afschrijving van niet-verantwoorde verliezen (winsten) die van invloed zijn op de verplichtingen en de

inperkingen en afwikkelingen worden inbegrepen in Personeelskosten (zie noot 43). Alle overige kosten in verband met

toegezegde pensioenrechten worden inbegrepen in Rentelasten.

De totale kosten in verband met toegezegde pensioenrechten omvatten personeelkosten en rentelasten.

De volgende tabel geeft een overzicht van de voornaamste actuariële veronderstellingen op het einde van het jaar die zijn

toegepast voor de landen in de eurozone.

Pensioenplannen met vaste toezeggingen Overige vergoedingen na uitdiensttreding

2009 2008 2009 2008

Laag Hoog Laag Hoog Laag Hoog Laag Hoog

Disconteringsvoet 3,15% 4,40% 4,45% 6,00% 4,35% 4,35% 4,80% 5,50%

Verwacht rendement op fondsbeleggingen 3,90% 6,30% 3,25% 6,00%

Verwacht rendement op restitutierechten 3,25% 4,60%

Toekomstige salarisverhogingen (prijsinflatie inbegrepen) 1,80% 4,50% 2,00% 4,10% 3,50% 3,50%

Toekomstige pensioenverhogingen (prijsinflatie inbegrepen) 1,80% 2,20% 2,20% 2,20% 2,50% 2,50%

Evolutie medische kosten 4,20% 4,20%

Vergoedingen na uitdiensttreding en andere lange-termijn personeelsvoordelen en ontslagvergoedingen 161


De volgende tabel bevat de voornaamste actuariële veronderstellingen op het einde van het jaar die zijn toegepast voor de

overige landen..

162

Disconteringsvoet 2,00% 9,80% 6,30% 12,00%

Verwacht rendement op fondsbeleggingen 2,00% 9,89% 6,15% 12,14%

Toekomstige salarisverhogingen (prijsinflatie inbegrepen) 2,00% 5,50% 4,90% 8,50%

Toekomstige pensioenverhogingen (prijsinflatie inbegrepen) 2,50% 5,50% 3,40% 5,50%

Evolutie medische kosten 6,60% 6,60% 5,50% 5,50%

Pensioenplannen met vaste toezeggingen Overige vergoedingen na uitdiensttreding

2009 2008 2009 2008

Laag Hoog Laag Hoog Laag Hoog Laag Hoog

De eurozone vertegenwoordigt 86% van de totale uitkeringsverplichtingen van Fortis Bank. Onder overige landen vallen met

name verplichtingen in Turkije en het Verenigd Koninkrijk. De overige uitkeringen na uitdiensttreding in landen buiten de

eurozone worden niet als materieel beschouwd.

Fortis Bank gebruikt overheidsobligaties als referentie voor het verwachte obligatierendement en voegt aan dat rendement

een risicopremie toe voor bedrijfsobligaties, aandelen en onroerend goed.

Fortis Bank heeft alleen in België en Turkije medische plannen met vaste toezeggingen. Per 31 december 2009 bedroegen de

verplichtingen voor plannen met vaste toezeggingen EUR 132 miljoen (2008: EUR 46 miljoen). De Turkse medische plannen

met vaste toezeggingen maken deel uit van Turkse pensioenregelingen met vaste toezeggingen.

Een wijziging van de veronderstelde trendmatige ontwikkeling van de medische kosten met één procent zou het

onderstaande effect hebben op de verplichting voor medische kosten en de totale kosten voor regelingen met vaste

toezeggingen:

Een procent toename Een procent afname

Impact op de verplichting voor plannen met vaste toezeggingen- medische kosten ( 22,80% ) 17,3%

Impact op de totale kosten voor plannen met vaste toezeggingen - medische kosten ( 28,70% ) 21,0%

De fondsbeleggingen en restitutierechten bestaan voornamelijk uit vastrentende effecten en beleggingscontracten die zijn

afgesloten bij verzekeringsmaatschappijen. Volgens het interne beleggingsbeleid van Fortis Bank dienen voor de financiering

van pensioenregelingen beleggingen in derivaten en opkomende markten te worden vermeden (met uitzondering van de

Turkse pensioenregelingen). De samenstelling van de fondsbeleggingen is als volgt:

2009 2008

Aandelen 12% 10%

Obligaties 48% 73%

Verzekeringscontracten 2% 6%

Vastgoed 5% 1%

Converteerbare obligaties 1% 1%

Overige 3% 1%

Geldmiddelen 30% 8%

Vergoedingen na uitdiensttreding en andere lange-termijn personeelsvoordelen en ontslagvergoedingen


De samenstelling van de restitutierechten is als volgt:

2009 2008

Aandelen 2% 6%

Obligaties 62% 84%

Verzekeringscontracten 25% 9%

Vastgoed 0% 0%

Converteerbare obligaties 0% 0%

Overige 4% 0%

Geldmiddelen 7% 0%

De categorie Overige bestaat voornamelijk uit hypothecaire leningen en hoogrentende obligaties.

Investeringen in hedge funds worden in beperkte mate gedaan. Derivaten worden uitsluitend

toegepast om de blootstelling van pensioenplannen aan rentestandrisico te beperken.

Ten behoeve van het beheer van de fondsbeleggingen voor pensioenregelingen hanteert

Fortis Bank algemene richtlijnen voor de strategische activa-allocatie op basis van criteria

als geografische spreiding en ratings. Om ervoor te zorgen dat de beleggingsstrategie in

overeenstemming blijft met de structuur van de pensioenverplichtingen worden periodiek ‘Asset

and Liability Management’-studies uitgevoerd. Op basis van deze richtlijnen en de uitkomsten van

de studies wordt de activa-allocatie voor elke regeling per bedrijf vastgesteld.

De pensioenplanbeleggingen omvatten geen financiële instrumenten uitgegeven door Fortis Bank.

De reële waarde van planbeleggingen voor eigendommen gebruikt door Fortis Bank bedraagt EUR

26 miljoen.

Naar verwachting zal Fortis Bank als werkgever in het komende boekjaar 2010 de volgende

bijdragen betalen aan regelingen ten behoeve van uitkeringen na uitdiensttreding:

Verwachte bijdragen voor volgend jaar in fondsbeleggingen 21

Verwachte bijdragen voor volgend jaar in restitutierechten 123

Pensioenplannen met Overige vergoedingen

vaste toezeggingen na uitdiensttreding

9.1.2. Pensioenregelingen op basis van beschikbare premies

Fortis Bank financiert wereldwijd een aantal regelingen op basis van beschikbare premies.

Bij dit type regelingen blijft de verplichting van de werkgever beperkt tot de uitkering van de

vergoedingen die zijn berekend in overeenstemming met het reglement voor de regeling. In 2009

bedroegen de werkgeversbijdragen voor regelingen op basis van beschikbare premies EUR 50

miljoen (2008: EUR 56 miljoen). Deze bijdragen worden verantwoord als personeelskosten (zie

noot 43).

Vergoedingen na uitdiensttreding en andere lange-termijn personeelsvoordelen en ontslagvergoedingen 163


164

9.2. Andere lange-termijn personeelsvoordelen

De andere lange-termijn personeelsvoordelen bestaan uit verplichtingen van de werkgever tot

het uitkeren van bijvoorbeeld jubileumpremies, uitkeringen bij langdurige arbeidsongeschiktheid

en uitgestelde bonusregelingen. In onderstaande tabel is aangegeven welke verplichtingen met

betrekking tot andere langetermijnpersoneelsvoordelen zijn opgenomen in de balans onder

Overlopende rente en overige verplichtingen (zie noot 31).

Vergoedingen na uitdiensttreding en andere lange-termijn personeelsvoordelen en ontslagvergoedingen

2009 2008

Contante waarde van de verplichting 167 105

Reële waarde van fondsbeleggingen ( 35 ) ( 3 )

Netto verplichtingen 132 102

De volgende tabel toont de mutaties gedurende het boekjaar in de verplichtingen inzake andere

lange-termijn personeelsvoordelen.

2009 2008

Netto verplichtingen per 1 januari 102 112

Netto verplichtingen van beëindigde activiteiten per 1 januari 2008 ( 22 )

Netto verplichtingen per 1 januari 102 90

Totale lasten 31 30

Ontvangen bijdragen op fondsbeleggingen ( 2 )

Uitkeringen direct betaald door de werkgever

Omrekeningsverschillen

Aan- en verkoop van dochterondernemingen

( 22 ) ( 16 )

Overdracht

Overige

21

Netto verplichtingen per 31 december 132 102

De onderstaande tabel geeft een overzicht van de actuariële veronderstellingen die zijn

gehanteerd voor het berekenen van de verplichtingen met betrekking tot andere lange-termijn

personeelsvoordelen.

2009 2008

Laag Hoog Laag Hoog

Disconteringsvoet 3,40% 4,30% 5,00% 5,25%

Salarisverhoging 3,00% 4,30% 3,40% 4,20%


De kosten van andere lange-termijn personeelsvoordelen worden hieronder getoond. De

rentekosten zijn verantwoord als Rentelasten (zie noot 35) en de overige kosten zijn als

Personeelskosten (zie noot 43) verantwoord.

2009 2008

Aan het boekjaar toegerekende pensioenkosten 15 19

Rentekosten

Verwacht rendement op fondsbeleggingen

2 2

Onmiddellijk verantwoorde netto actuariële verliezen (winsten) 10 9

Onmiddellijk verantwoorde pensioenkosten van verstreken diensttijd

Verliezen (winsten) op planinperkingen of afwikkelingen

4

Totale kosten 31 30

9.3. Ontslagvergoedingen

De volgende tabel toont de mutaties gedurende het boekjaar in de verplichtingen inzake

ontslagvergoedingen.

2009 2008

Netto verplichtingen per 1 januari 262 166

Totale lasten 41 173

Vergoeding betaald door de werkgever

Aan- en verkoop van dochterondernemingen

( 79 ) ( 78 )

Omrekeningsverschillen ( 2 )

Overdracht ( 11 ) 2

Overige 1

Netto verplichtingen per 31 december 213 262

De kosten van 2008 betreffen voornamelijk ontslagvergoedingsvoorzieningen voor vervroegde

vertrekken in België.

Vergoedingen na uitdiensttreding en andere lange-termijn personeelsvoordelen en ontslagvergoedingen 165


10. Bezoldiging van de Raad van Bestuur en

het Executive Committee

166

In 2009 bedroeg de totale bezoldiging aan huidige en voormalige (uitvoerende en niet-uitvoerend)

leden van de raad van bestuur en leden van het Uitvoerend Comité, te betalen en betaald door

Fortis Bank, met inbegrip van uitkeringen in natura en pensioenlasten, EUR 13.537.407 (totale

beloning van de Raad van Bestuur bedroeg in 2008 EUR 8.018.118). De totale kosten omvatten ook

betalingen met betrekking tot 2008.

Voor uitvoerende bestuurders en de leden van het Uitvoerend Comité omvat dit bedrag zowel

de bestuurdersvergoeding (alleen voor bestuurders) als compensatie, bonussen en voordelen in

natura ontvangen in het kader van de huidige contracten.

De onderstaande tabel toont afzonderlijk de totale vergoeding voor de niet-uitvoerende leden van

de Raad van Bestuur en voor de uitvoerende leden van de Raad van Bestuur en de leden van het

Uitvoerend Comité. De beloning van de CEO (Chief Executive Officer) is afzonderlijk vermeld.

Niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur 2.273.736

Huidige uitvoerende leden van de Raad van Bestuur en de leden van het Uitvoerend Comité 6.491.781

Voormalige uitvoerende leden van de Raad van Bestuur en de leden van het Uitvoerend Comité 4.444.464

CEO 327.426

Totale bezoldiging van de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Comité 13.537.407

Het bedrag van de bezoldigingen van niet-uitvoerende bestuurders is geimpacteerd door de

uitzonderlijke omstandigheden in 2009. (Talrijke vergaderingen van de Raad van Bestuur en

Comités en hoog aantal bestuurders voor en na 14 mei 2009). Tevens werden de betalingsdatums

gewijzigd in 2009 en de bezoldigingen van niet–uitvoerende bestuurders zijn nu betaald op

kwartaalbasis. Bovendien, van het totale bedrag vermeld, heeft EUR 782.333 betrekking op 2008

maar werd betaald in 2009.

Bezoldiging van de Raad van Bestuur en het Executive Committee

Totaal


Vanaf het jaarverslag van 2010, worden de bezoldigingen van de Raad van Bestuur afzonderlijke

toegelicht.

De beloning van de CEO omvat de vergoeding aan Dhr. Dierckx voor de periode van 1 januari tot 14

mei 2009 voor een bedrag van EUR 291.801 en de beloning van Dhr. Bonnafé voor de periode van

14 mei tot het einde van het jaar voor een bedrag van EUR 35.625.

De totale beloning van de leden van Raad van Bestuur en de leden van het Uitvoerend Comité kan

nader worden gespecificeerd in de volgende categorieën:

Korte - termijn personeelsvoordelen 7.768.547

Vergoedingen na uitdiensttreding 148.121

Overige lange - termijn personeelsvoordelen 1.102.661

Ontslagvergoedingen (*) 4.314.138

Op aandelen gebaseerde beloning 203.941

Totale bezoldiging van de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Comité 13.537.407

(*) De ontslagvergoedingen betreffen drie voormalige leden van de Raad van Bestuur van Fortis Bank. Ze omvatten

beëindigingsvergoedingen en eenmalige premies voor pensioenregelingen.

Voor alle uitvoerende bestuurders van de Raad van Bestuur en de leden van het Uitvoerend Comité

wordt een korting van 33% toegepast op de targetbonus. Van de resterende 67% zal de helft

daadwerkelijk worden uitbetaald in 2010 en de andere 50% zal worden uitgesteld tot 2011 en 2012.

De betaling van het uitgestelde deel is voorwaardelijk. De prestatievoorwaarde voorbehouden aan de

Raad van Bestuur voor de betaling van de resterende 50% van het bedrag is de winstgevendheid van

de onderneming over 2010 en 2011.

In 2009 werden geen opties en aandelen onder voorwaarden toegekend.

Totaal

Bezoldiging van de Raad van Bestuur en het Executive Committee 167


168

Auditkosten

11. Auditkosten

De vergoedingen betaald aan de bedrijfsrevisoren van Fortis Bank voor de jaren 2009 en 2008

kunnen worden onderverdeeld in:

• vergoedingen voor controleopdrachten, hieronder zijn begrepen de vergoedingen voor het

controleren van de statutaire en geconsolideerde jaarrekeningen evenals kwartaalberichten en

overige rapporteringen;

• vergoedingen voor controlegerelateerde opdrachten, hieronder zijn begrepen vergoedingen

voor werkzaamheden verricht in het kader van prospectussen, controleopdrachten die niet

standaard zijn en adviezen niet gelinkt aan de statutaire controleopdracht;

• vergoedingen voor belastingadviezen; en

• overige niet-controlegerelateerde vergoedingen, dit betreft onder meer consultancyadvies

over organisatorische zaken en management, vergoedingen voor deskundige diensten niet

verbonden met de certificering van de jaarrekening en vergoedingen voor ondersteuning en

advisering over overnames.

De auditvergoedingen zijn als volgt te specificeren per 31 december:

2009 2008

Totaal Totaal

Fortis Bank Overige Fortis Bank Overige

Statutaire Fortis Bank Statutaire Fortis Bank

Auditors Auditors Auditors Auditors

Auditkosten 3 11 3 10

Controle-gerelateerde kosten 1 3 1 3

Belastingadvieskosten 1 1 1

Overige niet-controlegerelateerde kosten 9 6

Totaal 5 24 4 20

Per 31 december 2009 zijn de statutaire bedrijfsrevisoren van Fortis Bank:

• PricewaterhouseCoopers Bedrijfsrevisoren BV CVBA; vertegenwoordigd door de heren Josy

STEENWINCKEL en Roland JEANQUART.

• Deloitte Bedrijfsrevisoren BV CVBA; vertegenwoordigd door de heren Philip MAEYAERT en Frank

VERHAEGEN.


12. Verbonden partijen

Met Fortis Bank verbonden partijen

Per 31 december 2009 zijn met Fortis Bank verbonden partijen:

• partijen die zeggenschap of een belang hebben dat hen een aanzienlijke invloed geeft op Fortis

Bank

• partijen die worden beheerd door Fortis Bank

• geassocieerde deelnemingen en joint ventures

• andere verbonden entiteiten, zoals niet-geconsolideerde deelnemingen en pensioenfondsen

• leden van de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Comité van Fortis Bank

• nauwe verwanten van de natuurlijke personen waar hierboven naar verwezen wordt

• entiteiten waarover zeggenschap of invloed van betekenis uitgeoefend wordt door een van de

individuen waar hierboven naar verwezen wordt .

Gedurende het vierde kwartaal van 2008, werden 99,93% van de aandelen van Fortis Bank

verworven door de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM). De FPIM is voor

100% eigendom van de Belgische overheid.

Op 12 mei 2009 verkocht de FPIM 74,93% minus één aandeel van de aandelen Fortis Bank aan

BNP Paribas, die nu de grootste aandeelhouder van Fortis Bank is. FPIM bezit nog 25% plus één

aandeel van de aandelen van Fortis Bank.

Dientengevolge zijn de volgende partijen ook verbonden met Fortis Bank per 31 december 2009:

BNP Paribas (en al haar dochterondernemingen), die directe zeggenschap uitoefent over Fortis

Bank

• FPIM, die een belang met een aanzienlijke invloed uitoefent op Fortis Bank

• de Belgische overheid, die een indirecte aanzienlijke invloed over Fortis Bank uitoefent

• andere instellingen onder gemeenschappelijke zeggenschap van de Belgische overheid

(exclusief lokale, regionale en supranationale organisaties en andere lokale besturen en

gemeenten).

Rekening houdend met de diversiteit en het belangrijk aantal van openbare instellingen

gerelateerd met de Belgische overheid was het onuitvoerbaar om alle transacties tussen deze

instellingen te identificeren. Daarom zijn alleen de belangrijkste organisaties in aanmerking

genomen.

Transacties tussen Fortis Bank en haar dochterondernemingen, die verbonden partijen zijn met

Fortis Bank, werden geëlimineerd in de consolidatie en worden niet vermeld in deze toelichting.

Relaties met de Belgische overheid, de Nationale Bank van België (NBB) en de FPIM

Fortis Bank neemt deel aan een aantal maatregelen die het verbeteren van de liquiditeit beogen

en ressorteren onder de Nationale Bank van België.

Per 31 December 2009 hield de FPIM voor EUR 145 miljoen (2008: EUR 5,2 miljard) deposito’s aan

bij Fortis Bank.

Fortis Bank houdt eveneens een significante investeringsportefeuille aan in Belgische

overheidsobligaties en schatkistcertificaten.

Verbonden partijen 169


170

Verbonden partijen

De transacties die werden aangegaan met de Belgische overheid, zijn per 31 december als volgt:

2009 2008

Activa

Bedragen bij centrale banken 2.376

Obligaties 11.544 14.180

Derivaten 192 355

Vorderingen op klanten 926 3.277

Vorderingen op banken 6.766

Overige 6.477 1.245

Verplichtingen

Schulden aan klanten 71 5.283

Schulden aan banken 11.075 37.250

Derivaten 625 1.991

Overige 243 371

De Belgische Staat heeft een staatswaarborg gegeven op de RPN-rente (zie Toelichting 27.

Achtergestelde schulden) die door Fortis wordt betaald ten voordele van Fortis Bank NV. Een deel

van de portefeuille gestructureerde kredietinstrumenten die niet verkocht zijn aan Royal Park

Investments NV (RPI) (de ‘Portfolio In’), voor een netto uitstaand bedrag van EUR 14,6 miljard op

31 december 2009, is door de Belgische Staat gewaarborgd tot een maximum verlies van EUR 1,5

miljard. De senior schuld van EUR 4,6 miljard, toegekend door Fortis Bank aan RPI in het kader van

de financiering ervan, valt onder de waarborg van de Belgische Staat. Bovendien, de kredietfaciliteit

van EUR 1 miljard, door Fortis Bank verstrekt aan Fortis in het kader van de financiering van de

deelneming van Fortis aan RPI, is eveneens gewaarborgd door de Belgische Staat.

Relaties met instellingen gecontroleerd door de Belgische overheid en andere openbare

instellingen

Fortis Bank verleent financiële diensten aan verscheidene instellingen gecontroleerd door de

Belgische overheid alsook aan andere verbonden partijen in het kader van haar bedrijfsvoering.

Deze diensten zijn voornamelijk te situeren in het Public Banking segment (een deel van Merchant

Banking) en vertegenwoordigen geen significant component van de netto-baten van Fortis Bank. De

aangeboden diensten door Fortis Bank zijn onder meer kredietfaciliteiten, ‘global market’-producten,

cash management, investeringsproducten op lange en korte termijn, enz.

De transacties, die werden aangegaan met de meest significante instellingen onder controle van de

Belgische overheid, zijn per 31 december als volgt:

2009 2008

Activa

Obligaties 2 4

Derivaten 12 13

Vorderingen op klanten 34 60

Overige 1 2

Verplichtingen

Schulden aan klanten 23 45

Overige 2

Fortis Bank heeft eveneens garanties ontvangen van Ducroire/Delcredere, de publieke

kredietverzekeraar voor exporttransacties.


In het kader van een normale bedrijfsvoering gaat Fortis Bank

transacties aan met instellingen, die gerelateerd zijn met de

overheid. Deze transacties met dergelijke instellingen worden

uitgevoerd door Fortis Bank in de context van dagdagelijkse

bedrijfstransacties. Dergelijke transacties gebeuren aan

marktconforme voorwaarden. Gezien de diversiteit en het volume

van de transacties was het onuitvoerbaar om gekwantificeerde

toelichtingen te bekomen per 31 december 2009.

Relaties met topmanagers

Fortis Bank kan kredieten, leningen of bankgaranties toestaan

binnen het kader van haar normale bedrijfsactiviteiten aan

leden van de Raad van Bestuur van Fortis Bank of aan nauwe

verwanten van hen.

De uitstaande leningen, kredieten en bankgaranties

toegestaan aan leden van de Raad van Bestuur en het

Uitvoerend Comité van Fortis Bank of aan nauwe verwanten

van hen bedroegen in totaal EUR 3,7 miljoen per 31

december 2009 (2008: 2,8 miljoen). De voorwaarden van

deze transacties zijn aangegaan onder dezelfde commerciële

en marktvoorwaarden die van kracht zijn voor nietverbonden

partijen, inclusief werknemers van het bedrijf.

Meer informatie over de verloning van topmanagers wordt

gegeven in toelichting 10, Bezoldiging van de Raad van

Bestuur en het Uitvoerend Comité.

Relaties met andere verbonden partijen

Fortis Bank gaat bij zijn bedrijfsvoering regelmatig

transacties aan met andere verbonden partijen. Zulke

transacties kunnen alle soorten transacties zijn en worden

uitgevoerd tegen de commerciële en marktcondities die

gehanteerd worden voor niet-verbonden partijen.

Transacties met andere verbonden partijen omvatten

transacties met:

• geassocieerde deelnemingen en joint ventures

• andere verbonden partijen omvatten gelieerde

maatschappijen, zoals entiteiten van de BNP Paribas

Groep, niet-geconsolideerde dochterondernemingen en

pensioenfondsen en deze zijn exclusief de relaties met

de Belgische overheid, de Nationale Bank van België, de

instellingen gecontroleerd door de Belgische overheid en

andere openbare instellingen.

2009 2008

Geassocieerde Geassocieerde

deelnemingen deelnemingen

en joint ventures Overige Totaal en joint ventures Overige Totaal

Baten en lasten - verbonden partijen

Rentebaten 95 4.241 4.336 29 29

Rentelasten ( 54 ) ( 4.291 ) ( 4.345 ) ( 35 ) ( 35 )

Commissiebaten 122 4 126 6 6

Gerealiseerde resultaten ( 31 ) ( 560 ) ( 591 )

Overige baten 4 2 6 18 7 25

Commissielasten ( 62 ) ( 8 ) ( 70 ) ( 29 ) ( 29 )

Operationele, administratieve en overige kosten ( 8 ) ( 8 )

2009 2008

Geassocieerde Geassocieerde

deelnemingen deelnemingen

en joint ventures Overige Totaal en joint ventures Overige Totaal

Balans - verbonden partijen

Activa

Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 97 97 129 13 142

Vorderingen op klanten 983 313 1.296 235 3 238

Vorderingen op banken 157 269 426 324 324

Overige activa

Verplichtingen

117 12.915 13.032 114 114

Schulden aan klanten 1.702 131 1.833 72 1 73

Schulden aan banken 87 11.734 11.821 384 384

Schuldbewijzen, achtergestelde schulden en overige financieringen 249 1.499 1.748 249 249

Overige verplichtingen 92 10.512 10.604 2 2

De bedragen in de kolom Overige betreffen hoofdzakelijk transacties met entiteiten binnen de BNP Paribas Groep.

Verbonden partijen 171


Ten opzichte van verbonden partijen zijn de volgende garanties en onherroepelijke en voorwaardelijke verplichtingen door

Fortis Bank aangegaan:

• EUR 43 miljoen inzake garanties welke aan verbonden partijen zijn afgegeven (2008: EUR 2 miljoen)

• EUR 124 miljoen inzake garanties welke van verbonden partijen zijn verkregen (2008: EUR 103 miljoen) en

• EUR 170 miljoen inzake onvoorwaardelijke en voorwaardelijke verplichtingen ten opzichte van verbonden partijen (2008:

EUR 170 miljoen).

De mutaties gedurende het jaar in de leningen, te ontvangen bedragen en voorschotten aan en van verbonden partijen zijn

per 31 december als volgt:

172

Verbonden partijen

Vorderingen Vorderingen

op banken op klanten

2009 2008 2009 2008

Verbonden partijen - leningen, te ontvangen bedragen en -

voorschotten per 1 januari

Verbonden partijen - leningen, te ontvangen bedragen -

324 160 238 13.164

van beëindigde activiteiten per 1 januari

Verbonden partijen - leningen, te ontvangen bedragen en -

36 12.879

voorschotten per 1 januari

Aan- en verkoop dochterondernemingen

324 124 238 285

Toevoegingen of voorschotten 300 215 1.062 105

Terugbetalingen ( 17 ) ( 15 ) ( 4 ) ( 152 )

Overige

Verbonden partijen - leningen, te ontvangen bedragen en -

( 181 )

voorschotten per 31 december 426 324 1.296 238

Schulden Schulden

aan banken aan klanten

2009 2008 2009 2008

Verbonden partijen - leningen, te ontvangen bedragen en -

voorschotten per 1 januari

Verbonden partijen - leningen, te ontvangen bedragen van beëindigde -

384 763 73 11.281

activiteiten per 1 januari

Verbonden partijen - leningen, te ontvangen bedragen en -

139 11.175

voorschotten per 1 januari

Aan- en verkoop dochterondernemingen

384 624 73 106

Toevoegingen of voorschotten 11.566 148 9.044 647

Terugbetalingen ( 129 ) ( 389 ) ( 7.284 ) ( 679 )

Overige

Verbonden partijen - leningen, te ontvangen bedragen en -

1 ( 1 )

voorschotten per 31 december 11.821 384 1.833 73


13. Segmentinformatie

13.1. Algemene informatie

In 2009 is IFRS 8 Operationele segmenten in werking getreden. Het basisprincipe van de nieuwe

norm is dat Fortis Bank informatie moet verstrekken om gebruikers in staat te stellen om de

aard en de financiële gevolgen van de bedrijfsactiviteiten die zij uitoefent en de economische

omgeving waarin zij opereert te beoordelen. Deze nieuwe standaard introduceert een

managementbenadering. In deze benadering is segmentinformatie vereist op het niveau van de

componenten die de eindverantwoordelijken voor het nemen van operationele beslissingen en

het monitoren van deze beslissingen nodig hebben. Per jaareinde van 2009 zijn de operationele

segmenten gerapporteerd aan het Uitvoerend Comité van Fortis Bank op basis van IFRS

opgenomen in de segmentinformatie:

• Retail Banking;

• Asset Management;

• Private Banking; en

• Merchant Banking.

Andere activiteiten en eliminatieverschillen worden afzonderlijk gerapporteerd.

De segmentrapportage van Fortis Bank reflecteert de volledige economische bijdrage van

de businesses van Fortis Bank. Het doel van deze rapportering is het direct alloceren van

alle balans- en resultatenrekeningposten aan de businesses die hiervoor de volledige

managementverantwoordelijkheid hebben.

De segmentinformatie wordt opgesteld in overeenstemming met de grondslagen voor financiële

verslaggeving zoals gebruikt voor het opstellen van de Fortis Bank Geconsolideerde Jaarrekening

(zie hiervoor toelichting 1 Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving) en door het

gebruiken van toepasselijke allocatieregels.

Transacties tussen de verschillende businesses vinden plaats tegen marktconforme voorwaarden.

Opgemerkt moet worden dat vanaf 2010 als gevolg van de organisatorische beginselen die

zijn ingevoerd met het nieuwe industriële plan van Fortis Bank, het governance model in

overeenstemming wordt gebracht met het model van BNP Paribas. Dit leidt met ingang van 2010

tot de volgende operationele segmenten:

• Retail and Private Banking;

• Corporate and Public Banking;

• Corporate and Investment Banking;

• Investment Solutions.

In de segmentinformatie over 2009 is de financiële informatie over de beëindigde

bedrijfsactiviteiten opgenomen in dezelfde individuele rubrieken als de continue

bedrijfsactiviteiten.

Segmentinformatie 173


13.2. Operationele

segmenten

Retail Banking

Retail Banking biedt financiële diensten aan particulieren,

zelfstandigen, beoefenaars van vrije beroepen en kleine

ondernemingen. Retail Banking biedt via verschillende

distributiekanalen een volledig pakket van diensten en

advies aan een duidelijk gesegmenteerd klantenbestand op

het gebied van het dagelijkse bankzaken, sparen, beleggen,

lenen en verzekeringen.

Asset Management

Fortis Investments (FIM) is de vermogensbeheerder

van Fortis Bank. Als klantgerichte organisatie worden

internationale beleggingsoplossingen aangeboden, en

wordt ook voorzien in de wensen en behoeften van

lokale institutionele, wholesale- en retailbeleggers. Als

een gediversifieerde vermogensbeheerder wordt door

middel van een oplossingsgerichte benadering aan de

vermogensbeheerteams de ruimte en de middelen gegeven

om beleggingsideeën en –mogelijkheden in elke markt en

elke vermogenscategorie te onderzoeken.

Private Banking

Private Banking biedt aan binnenlandse en buitenlandse

vermogende particulieren, hun bedrijven en hun adviseurs

geïntegreerde en internationale oplossingen voor het

beheer van activa en verplichtingen.

Merchant Banking

Merchant Banking is de groothandelsbank van Fortis Bank.

Mechant Banking biedt een ruime waaier aan oplossingen

en diensten voor ondernemingen die deskundig advies

nodig hebben over langetermijnfinancieringen, over

transacties en kasbeheer, over investerings- en risicobeheer,

bedrijfs- en strategisch beheer en over financiering met

eigen kapitaal. Daarnaast levert Merchant Banking ook

diensten van hoge kwaliteit aan middelgrote en grote

ondernemingen met betrekking tot hun verfijnde financiële

marktbehoeften, klantenkennis, deskundig advies over

producten en toegewijd netwerkmanagement. Merchant

Banking specialiseert zich op het gebied van niches, van

energie en grondstoffen, transport, globale export en

projectfinanciering, bedrijfsbankieren en commercieel

bankieren tot gestructureerde producten voor institutionele

beleggers.

174

Segmentinformatie

Merchant Banking bestaat uit verscheidene business

lines: Commercial Banking, Corporate & Public Banking,

Energy, Commodities & Transportation, Investment Banking,

Specialised Finance Services en Markets.

Other banking

In het segment Overige worden de dienstverlenende

afdelingen en Asset and Liability Management (ALM)

evenals diverse balansposten en gealloceerde kosten en

opbrengsten verantwoord. De betreffende cijfers worden

gerapporteerd na allocatie aan de hiervoor genoemde

business segmenten.

Allocatieregels

De segmentrapportering voor de banksegmenten vindt

plaats op basis van balansallocatieregels, inclusief

‘squaring’-mechanismen, een fondsentransferprijssysteem

en doorbelasting van ondersteunings- en operationele

kosten en overhead.

De balansallocatie en squaring methodologie heeft tot doel

om de informatie op zodanige wijze te rapporteren dat het

businessmodel van Fortis Bank wordt gereflecteerd.

In het business model van Fortis Bank dragen de segmenten

niet het rente- en vreemdevalutarisico door het financieren

van hun eigen activa met eigen verplichtingen of door het

hebben van directe toegang tot de financiële markten.

Het rente- en valutarisico wordt namelijk overgedragen

van de segmenten naar de centrale interne bankiers. Dit

wordt gereflecteerd in het fondsentransferprijssysteem.

Een centrale rol in dit systeem is toebedeeld aan ‘Asset

and Liability Management’ (ALM). De resultaten van ALM

worden gealloceerd naar de segmenten op basis van het

gebruikte gereglementeerde kapitaal en de rentemarge die

door het segment wordt gegenereerd.

De dienstverlenende afdelingen verlenen ondersteuning

aan de segmenten. In deze diensten zijn personeelszaken

en informatietechnologie begrepen. De kosten en

opbrengsten van deze afdelingen worden toegerekend aan

de segmenten via een allocatiesysteem dat is gebaseerd

op overeenkomsten van dienstverlening (SLA’s) die de

economische consumptie weergeven van de producten en

diensten. SLA’s voorzien erin dat baten en lasten worden

toegerekend op basis van werkelijke afname tegen een

vast tarief. Eventuele verschillen tussen de werkelijke en

doorbelaste kosten worden alsnog toegerekend aan de

segmenten.


13.3. Balans per operationeel segment

Retail Asset Private Merchant

31 december 2009

Banking Management Banking Banking Overige Eliminaties Totaal

Activa

Geldmiddelen en kasequivalenten 816 1.412 1.353 21.537 1.185 1.370 27.673

Activa aangehouden voor handelsdoeleinden 13 39 56.406 483 ( 1.114 ) 55.827

Vorderingen op banken 2.173 2.302 208 63.600 19.491 ( 68.523 ) 19.251

Vorderingen op klanten

Beleggingen:

98.580 8 14.031 231.030 88.163 ( 253.475 ) 178.337

- Tot einde looptijd aangehouden 3.439 3.439

- Voor verkoop beschikbaar

- Tegen reële waarde met waardeveranderingen in -

3.546 14 19 12.739 48.084 ( 587 ) 63.815

de resultatenrekening 1 162 639 1.920 ( 465 ) 2.257

- Geclassificeerd als leningen en vorderingen 6.648 30.342 ( 13.759 ) 23.231

- Vastgoedbeleggingen 2 631 105 ( 45 ) 693

- Geassocieerde deelnemingen en joint ventures 69 123 203 1.574 1.969

3.616 299 21 20.860 85.464 ( 14.856 ) 95.404

Overige vorderingen 6 169 7 2.269 537 ( 272 ) 2.716

Materiële vaste activa 11 47 23 515 3.016 ( 1.465 ) 2.147

Goodwill en overige immateriële vaste activa 263 1.466 8 57 74 ( 33 ) 1.835

Actuele en uitgestelde belastingen 113 162 36 1.066 6.281 ( 3.354 ) 4.304

Overlopende rente en overige activa

Vaste activa aangehouden voor verkoop en -

beëindigde bedrijfsactiviteiten

1.118 108 108 46.112 8.479 ( 8.381 ) 47.544

Totaal activa 106.696 5.986 15.834 443.452 213.173 ( 350.103 ) 435.038

Verplichtingen

Verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden 1 36 54.672 263 ( 605 ) 54.367

Schulden aan banken 4.638 1.765 1.757 108.310 39.817 ( 93.479 ) 62.808

Schulden aan klanten 98.930 810 13.923 210.071 101.085 ( 233.634 ) 191.185

Schuldbewijzen 738 54 40.157 20.290 ( 2.124 ) 59.115

Achtergestelde schulden 39 4.392 11.936 ( 401 ) 15.966

Overige financieringen 63 448 416 ( 359 ) 568

Voorzieningen 152 99 41 587 1.094 ( 744 ) 1.229

Actuele en uitgestelde belastingen 43 20 4 66 337 ( 42 ) 428

Overlopende rente en overige verplichtingen

Verplichtingen met betrekking tot vaste activa -

aangehouden voor verkoop

2.093 3.291 19 24.749 19.482 ( 18.715 ) 30.919

Totaal verplichtingen 106.696 5.986 15.834 443.452 194.720 ( 350.103 ) 416.585

Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 15.459 15.459

Minderheidsbelangen 2.994 2.994

Eigen vermogen 18.453 18.453

Totaal verplichtingen en eigen vermogen 106.696 5.986 15.834 443.452 213.173 ( 350.103 ) 435.038

Vorderingen op externe klanten 27.363 8 5.608 114.976 30.382 178.337

Vorderingen op interne klanten 71.217 8.423 116.054 57.781 ( 253.475 )

Vorderingen op klanten 98.580 8 14.031 231.030 88.163 ( 253.475 ) 178.337

Schulden aan externe klanten 74.881 810 9.515 96.185 9.794 191.185

Schulden aan interne klanten 24.049 4.408 113.886 91.291 ( 233.634 )

Schulden aan klanten 98.930 810 13.923 210.071 101.085 ( 233.634 ) 191.185

Segmentinformatie 175


176

Segmentinformatie

Retail Asset Private Merchant

31 december 2008

Banking Management Banking Banking Overige Eliminaties Totaal

Activa

Geldmiddelen en kasequivalenten 818 3.532 471 18.493 2.359 ( 3.029 ) 22.644

Activa aangehouden voor handelsdoeleinden 14 63 88.751 250 ( 646 ) 88.432

Vorderingen op banken 1.220 2.309 147 123.689 24.915 ( 105.237 ) 47.043

Vorderingen op klanten

Beleggingen:

99.292 5 12.825 271.149 91.036 ( 258.677 ) 215.630

- Tot einde looptijd aangehouden 3.851 3.851

- Voor verkoop beschikbaar 119 25 7 39.862 61.744 ( 563 ) 101.194

- Tegen reële waarde met waardeveranderingen in -

de resultatenrekening

1 168 2.407 798 ( 546 ) 2.828

- Vastgoedbeleggingen 613 103 ( 44 ) 672

- Geassocieerde deelnemingen en joint ventures 175 36 225 436

295 229 7 43.107 66.496 ( 1.153 ) 108.981

Overige vorderingen 4 202 19 5.131 998 ( 674 ) 5.680

Materiële vaste activa 28 46 26 631 3.052 ( 1.502 ) 2.281

Goodwill en overige immateriële vaste activa 271 1.493 8 148 137 ( 65 ) 1.992

Actuele en uitgestelde belastingen 50 126 20 311 3.713 ( 1.766 ) 2.454

Overlopende rente en overige activa

Vaste activa aangehouden voor verkoop en-

607 126 48 87.159 8.950 ( 5.988 ) 90.902

beëindigde bedrijfsactiviteiten 733 5 738

Totaal activa 102.585 8.815 13.634 638.574 201.906 ( 378.737 ) 586.777

Verplichtingen

Verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden 2 83 86.331 198 ( 305 ) 86.309

Schulden aan banken 3.518 2.102 1.845 200.330 46.049 ( 119.927 ) 133.917

Schulden aan klanten 97.379 2.611 11.618 266.970 84.714 ( 245.477 ) 217.815

Schuldbewijzen 207 74 31.756 19.330 ( 1.750 ) 49.617

Achtergestelde schulden 29 167 3.924 18.588 ( 776 ) 21.932

Overige financieringen 6 378 639 ( 458 ) 565

Voorzieningen 115 66 87 807 660 ( 404 ) 1.331

Actuele en uitgestelde belastingen 24 96 12 215 283 ( 105 ) 525

Overlopende rente en overige verplichtingen 1.307 3.666 ( 85 ) 47.863 16.302 ( 9.535 ) 59.518

Verplichtingen met betrekking tot vaste activa -

aangehouden voor verkoop

105 105

Totaal verplichtingen 102.585 8.815 13.634 638.574 186.763 ( 378.737 ) 571.634

Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 12.363 12.363

Minderheidsbelangen 2.780 2.780

Eigen vermogen 15.143 15.143

Totaal verplichtingen en eigen vermogen 102.585 8.815 13.634 638.574 201.906 ( 378.737 ) 586.777

Vorderingen op externe klanten 35.189 5 6.756 150.824 22.856 215.630

Vorderingen op interne klanten 64.103 6.069 120.325 68.180 ( 258.677 )

Vorderingen op klanten 99.292 5 12.825 271.149 91.036 ( 258.677 ) 215.630

Schulden aan externe klanten 65.329 2.611 7.099 131.378 11.398 217.815

Schulden aan interne klanten 32.050 4.519 135.592 73.316 ( 245.477 )

Schulden aan klanten 97.379 2.611 11.618 266.970 84.714 ( 245.477 ) 217.815


13.4. Resultatenrekeningen per operationeel segment

31 december 2009

Retail Asset Private Merchant Overige Totaal

Banking Management Banking Banking bankbedrijf Eliminaties Bankbedrijf

Baten

Rentebaten 6.282 360 57.741 8.167 ( 16.298 ) 56.252

Rentelasten ( 4.235 ) ( 61 ) ( 238 ) ( 55.272 ) ( 8.069 ) 16.298 ( 51.577 )

Rentemarge 2.047 ( 61 ) 122 2.469 98 4.675

Commissiebaten 966 1.269 254 801 91 ( 308 ) 3.073

Commissielasten ( 242 ) ( 676 ) ( 34 ) ( 371 ) ( 72 ) 308 ( 1.087 )

Commissiebaten, netto 724 593 220 430 19 1.986

Dividenden, aandeel in het resultaat van geassocieerde -

deelnemingen en joint ventures en overige beleggingsbaten 16 20 1 83 52 ( 1 ) 171

Gerealiseerde winsten (verliezen) op beleggingen ( 1 ) 8 54 61

Overige gerealiserde en ongerealiseerde winsten en verliezen 20 1 9 299 ( 163 ) 1 167

Overige baten 60 52 19 179 112 ( 39 ) 383

Gealloceerde opbrengsten 174 3 17 98 ( 292 )

Totale baten na aftrek van interestlasten 3.040 616 388 3.558 ( 120 ) ( 39 ) 7.443

Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen ( 479 ) ( 265 ) ( 75 ) ( 2.737 ) ( 694 ) ( 4.250 )

Nettobaten 2.561 351 313 821 ( 814 ) ( 39 ) 3.193

Lasten

Personeelskosten ( 966 ) ( 259 ) ( 156 ) ( 917 ) ( 766 ) ( 3.064 )

Afschrijving van materiële en immateriële vaste activa ( 24 ) ( 60 ) ( 9 ) ( 100 ) ( 242 ) ( 435 )

Overige lasten ( 306 ) ( 252 ) ( 79 ) ( 609 ) ( 1.019 ) 39 ( 2.226 )

Gealloceerde lasten ( 1.129 ) ( 10 ) ( 141 ) ( 456 ) 1.737 ( 1 )

Totale lasten ( 2.425 ) ( 581 ) ( 385 ) ( 2.082 ) ( 290 ) 38 ( 5.725 )

Winst voor belastingen 136 ( 230 ) ( 72 ) ( 1.261 ) ( 1.104 ) ( 1 ) ( 2.532 )

Winstbelastingen ( 92 ) 32 16 1.686 180 1.822

Nettowinst over de periode 44 ( 198 ) ( 56 ) 425 ( 924 ) ( 1 ) ( 710 )

Nettowinst op beëindigde bedrijfsactiviteiten

Nettowinst voor minderheidsbelangen 44 ( 198 ) ( 56 ) 425 ( 924 ) ( 1 ) ( 710 )

Nettowinst toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 1 ( 13 ) ( 1 ) ( 32 ) ( 45 )

Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders 44 ( 199 ) ( 43 ) 426 ( 892 ) ( 1 ) ( 665 )

Netto baten van externe klanten 957 406 226 ( 121 ) 1.725 3.193

Netto baten intern 1.604 ( 55 ) 87 942 ( 2.539 ) ( 39 )

Netto baten 2.561 351 313 821 ( 814 ) ( 39 ) 3.193

Segmentinformatie 177


178

Segmentinformatie

31 december 2008

Retail Asset Private Merchant Overige Totaal

Banking Management Banking Banking bankbedrijf Eliminaties Bankbedrijf

Baten

Rentebaten 9.543 ( 23 ) 737 117.262 15.731 ( 39.780 ) 103.470

Rentelasten ( 7.416 ) ( 102 ) ( 617 ) ( 115.426 ) ( 15.727 ) 39.781 ( 99.507 )

Rentemarge 2.127 ( 125 ) 120 1.836 4 1 3.963

Commissiebaten 866 1.166 305 1.054 81 ( 97 ) 3.375

Commissielasten 11 ( 626 ) ( 27 ) ( 504 ) ( 117 ) 96 ( 1.167 )

Commissiebaten, netto 877 540 278 550 ( 36 ) ( 1 ) 2.208

Dividenden, aandeel in het resultaat van geassocieerdedeelnemingen

en joint ventures en overige beleggingsbaten 19 10 8 115 129 281

Gerealiseerde winsten (verliezen) op beleggingen 47 7 100 ( 432 ) ( 278 )

Overige gerealiserde en ongerealiseerde winsten en verliezen 40 ( 3 ) 16 ( 1.692 ) 156 ( 1.483 )

Overige baten 55 27 16 173 76 ( 26 ) 321

Gealloceerde opbrengsten 124 10 102 ( 236 )

Totale baten na aftrek van interestlasten 3.289 449 455 1.184 ( 339 ) ( 26 ) 5.012

Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen ( 390 ) ( 1.338 ) ( 67 ) ( 7.847 ) ( 410 ) ( 10.052 )

Nettobaten 2.899 ( 889 ) 388 ( 6.663 ) ( 749 ) ( 26 ) ( 5.040 )

Lasten

Personeelskosten ( 1.099 ) ( 250 ) ( 166 ) ( 1.112 ) ( 746 ) ( 3.373 )

Afschrijving van materiële en immateriële vaste activa ( 29 ) ( 64 ) ( 12 ) ( 106 ) ( 247 ) ( 458 )

Overige lasten ( 313 ) ( 255 ) ( 156 ) ( 573 ) ( 1.088 ) 24 ( 2.361 )

Gealloceerde lasten ( 1.223 ) ( 9 ) ( 154 ) ( 490 ) 1.876

Totale lasten ( 2.664 ) ( 578 ) ( 488 ) ( 2.281 ) ( 205 ) 24 ( 6.192 )

Winst voor belastingen 235 ( 1.467 ) ( 100 ) ( 8.944 ) ( 954 ) ( 2 ) ( 11.232 )

Winstbelastingen ( 239 ) 105 28 ( 830 ) 752 ( 184 )

Nettowinst over de periode ( 4 ) ( 1.362 ) ( 72 ) ( 9.774 ) ( 202 ) ( 2 ) ( 11.416 )

Nettowinst op beëindigde bedrijfsactiviteiten ( 709 ) ( 8.418 ) ( 9.127 )

Nettowinst (verlies) voor minderheidsbelangen ( 4 ) ( 2.071 ) ( 72 ) ( 9.774 ) ( 8.620 ) ( 2 ) ( 20.543 )

Nettowinst toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 13 ( 1 ) 1 13

Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders ( 4 ) ( 2.084 ) ( 72 ) ( 9.773 ) ( 8.621 ) ( 2 ) ( 20.556 )

Netto baten van externe klanten 1.123 ( 779 ) 220 ( 5.122 ) ( 482 ) ( 5.040 )

Netto baten intern 1.776 ( 110 ) 168 ( 1.541 ) ( 267 ) ( 26 )

Netto baten 2.899 ( 889 ) 388 ( 6.663 ) ( 749 ) ( 26 ) ( 5.040 )


13.5. Geografische segmentatie

De activiteiten van de Fortis Bank groep worden wereldwijd aangestuurd. In de volgende tabel worden de financiële

kerngegevens per regio weergegeven, gebaseerd op de plaats van vestiging van de Fortis Bank maatschappij die de

transactie is aangegaan.

Netto Totale Aantal Totale Vaste

winst baten werknemers activa activa

31 december 2009

Benelux 274 52.245 19.987 365.196 3.209

Overige Europese landen ( 886 ) 1.781 12.343 42.746 457

Noord Amerika ( 83 ) 518 563 17.240 456

Azië 27 68 985 9.904 1

Overige landen 3 7 40 ( 48 )

Totaal ( 665 ) 54.619 33.917 435.038 4.123

Netto Totale Aantal Totaal Vaste

winst baten werknemers activa activa

31 december 2008

Benelux ( 16.893 ) 93.329 20.945 467.802 3.099

Overige Europese landen ( 934 ) 6.818 13.863 66.480 853

Noord Amerika ( 2.809 ) 3.115 995 39.697 712

Azië 69 2.399 1.275 12.709 43

Overige landen 11 25 82 89 1

Totaal ( 20.556 ) 105.686 37.160 586.777 4.708

Segmentinformatie 179


180

Segmentinformatie


Toelichting op de

balans

181


Geconsolideerde balans

(voor winstbestemming)

182

Geconsolideerde balans

Noot

31 december 2009 31 december 2009 31 december 2008

beëindigde

bedrijfsactiviteiten

afzonderlijk in

de toelichting vermeld (1)

Activa

Geldmiddelen en kasequivalenten 14 22.605 27.673 22.644

Activa aangehouden voor handelsdoeleinden 15 51.955 55.827 88.432

Vorderingen op banken 16 17.648 19.251 47.043

Vorderingen op klanten 17 143.335 178.337 215.630

Beleggingen: 18

- Tot einde looptijd aangehouden 3.439 3.439 3.851

- Voor verkoop beschikbaar 62.536 63.815 101.194

- Tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening 1.991 2.257 2.828

- Geherclassificeerd als leningen en vorderingen 23.220 23.231

- Vastgoedbeleggingen 681 693 672

- Geassocieerde deelnemingen en joint ventures 1.771 1.969 436

93.638 95.404 108.981

Overige vorderingen 19 2.247 2.716 5.680

Materiële vaste activa 20 2.003 2.147 2.281

Goodwill en overige immateriële vaste activa 21 349 1.835 1.992

Actuele en uitgestelde belastingen 30 3.693 4.304 2.454

Overlopende rente en overige activa 22 45.740 47.544 90.902

Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten 4, 23 51.825 738

Totaal activa 435.038 435.038 586.777

Verplichtingen

Verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden 15 51.246 54.367 86.309

Schulden aan banken 24 55.179 62.808 133.917

Schulden aan klanten 25 170.779 191.185 217.815

Schuldbewijzen 26 50.577 59.115 49.617

Achtergestelde schulden 27 15.961 15.966 21.932

Overige financieringen 28 556 568 565

Voorzieningen 29 1.034 1.229 1.331

Actuele en uitgestelde belastingen 30 354 428 525

Overlopende rente en overige verplichtingen 31 28.595 30.919 59.518

Verplichtingen met betrekking tot vaste activa aangehouden voor verkoop 4, 23 42.304 105

Totaal verplichtingen 416.585 416.585 571.634

Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 5 15.459 15.459 12.363

Minderheidsbelangen 6 2.994 2.994 2.780

Eigen vermogen 18.453 18.453 15.143

Totaal verplichtingen en eigen vermogen 435.038 435.038 586.777

(1) De lijnen in de kolom ‘beëindigde bedrijfsactiviteiten afzonderlijk vermeld’ bevatten geen activa en verplichtingen betreffende beëindigde

bedrijfsactiviteiten, die zijn immers gegroepeerd op de lijn ‘Verplichtingen met betrekking tot vaste activa aangehouden voor verkoop’.


14. Geldmiddelen en kasequivalenten

Onder geldmiddelen en kasequivalenten zijn begrepen direct beschikbare kasgelden, vrij beschikbare tegoeden bij Centrale

Banken alsmede andere financiële instrumenten met een looptijd van minder dan drie maanden, na de datum van

verkrijging. De geldmiddelen en kasequivalenten bestaan per 31 december uit:

31 december 2009 31 december 2009 31 december 2008

exclusief inclusief

beëindigde bedrijfsactiviteiten beëindigde bedrijfsactiviteiten

Geldmiddelen

Bedragen bij centrale banken anders dan verplichte reservedeposito's-

528 550 673

omzetbaar in geldmiddelen 385 512 457

Vorderingen op banken 21.673 26.299 19.482

Vorderingen op klanten, rekeningen-courant 269

Overige 24 317 1.766

Totaal

Minus bijzondere waardeverminderingen:

- Specifieke bijzondere waardeverminderingen

22.610 27.678 22.647

- Collectieve bijzondere waardeverminderingen ( 5 ) ( 5 ) ( 3 )

Totaal geldmiddelen en kasequivalenten 22.605 27.673 22.644

De gemiddelde boekwaarde van de geldmiddelen en kasequivalenten bedroeg voor 2009 EUR 26.888 miljoen (2008: EUR

25.179 miljoen). Het gemiddelde rentepercentage bedroeg voor 2009 0,87% (2008: 3,30%).

Geldmiddelen en kasequivalenten 183


15. Activa en verplichtingen aangehouden

voor handelsdoeleinden

15.1. Activa aangehouden voor handelsdoeleinden

De activa aangehouden voor handelsdoeleinden zijn als volgt samengesteld:

184

Activa en verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden

31 december 2009 31 december 2009 31 december 2008

exclusief inclusief

beëindigde bedrijfsactiviteiten beëindigde bedrijfsactiviteiten

Handelsportefeuille effecten:

Kortlopend overheidspapier en gelijkgestelde papieren

Obligaties:

2.376 2.587 1.205

- Overheidsobligaties 4.355 4.373 5.721

- Obligaties uitgegeven door ondernemingen 1.457 1.701 3.068

- Gestructureerde kredietinstrumenten 69 69 682

Aandelen 395 441 5.167

Totaal portefeuille aangehouden voor handelsdoeleinden 8.652 9.171 15.843

Afgeleide financiële instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden

Niet op een beurs verhandeld (OTC) 42.935 46.116 71.280

Op een beurs verhandeld 361 488 855

Totaal afgeleide financiële instrumenten 43.296 46.604 72.135

Goederen aangehouden voor handelsdoeleinden 43 55

Overige activa aangehouden voor handelsdoeleinden 7 9 399

Totaal activa aangehouden voor handelsdoeleinden 51.955 55.827 88.432

De significante afname in gestructureerde kredietinstrumenten tussen 31 december 2008 en 31 december 2009 is primair

toe te schrijven aan de verkoop van een deel van de gestructureerde kredietportefeuille aan Royal Park Investments, een

SPV (special purpose vehicle) dat op 20 november 2008 werd opgericht. Nadere bijzonderheden over de verkooptransactie

zijn opgenomen in toelichting 18.4 ‘Gestructureerde kredietinstrumenten’.

Daarnaast werd een deel van de gestructureerde kredietportefeuille in 2009 geherclassificeerd van activa aangehouden

voor handelsdoeleinden naar beleggingen aangemerkt als leningen en vorderingen. Meer details over deze herclassificatie

zijn opgenomen in toelichting 18.5 ‘Beleggingen geherrubriceerd als leningen en vorderingen’.

De opmerkelijke daling in de afgeleide financiële instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden is veroorzaakt door

een daling van de reële waarde van de derivaten en een vermindering van het aantal derivatenposities.

Per 31 december 2009 is van de activa aangehouden voor handelsdoeleinden EUR 7.481 miljoen (2008: EUR 27.105 miljoen)

in onderpand gegeven voor verplichtingen. Nadere informatie over de afgeleide financiële instrumenten is opgenomen in

noot 32.


15.2. Verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden

De verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden zijn als volgt samengesteld:

31 december 2009 31 december 2009 31 december 2008

exclusief inclusief

beëindigde bedrijfsactiviteiten beëindigde bedrijfsactiviteiten

Shortpositie effecten 6.411 6.433 10.730

Afgeleide financiële instrumenten

Niet op een beurs verhandeld (OTC) 44.618 47.674 74.863

Op een beurs verhandeld 186 229 706

Totaal afgeleide financiële instrumenten voor handelsdoeleinden 44.804 47.903 75.569

Overige verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden 31 31 10

Totaal verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden 51.246 54.367 86.309

Activa en verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden 185


16. Vorderingen op banken

De vorderingen op banken zijn als volgt samengesteld:

186

Vorderingen op banken

31 december 2009 31 december 2009 31 december 2008

exclusief inclusief

beëindigde bedrijfsactiviteiten beëindigde bedrijfsactiviteiten

Rentedragende deposito's 2.350 2.365 17.968

Leningen en voorschotten 2.672 4.113 8.566

Omgekeerde terugkoopovereenkomsten 9.320 9.320 14.895

Effectenleentransacties 2.271

Verplicht aangehouden reserves bij centrale banken 3.418 3.536 2.994

Overige 255 500 648

Totaal 18.015 19.834 47.342

Minus bijzondere waardeverminderingen:

- Specifieke bijzondere waardeverminderingen ( 349 ) ( 563 ) ( 281 )

- Collectieve bijzondere waardeverminderingen ( 18 ) ( 20 ) ( 18 )

Totaal vorderingen op banken 17.648 19.251 47.043

De specifieke en collectieve bijzondere waardeverminderingen op kredietverbintenissen met banken waren lager dan EUR 1

miljoen op 31 december 2009 en 2008.

De gemiddeld gedurende het jaar uitstaande Vorderingen op banken bedroeg voor 2009 EUR 32.339 miljoen (2008: EUR

114.121 miljoen). Het gemiddelde rentepercentage bedroeg 1,78% over 2009 (2008: 6,80%).

In het kader van het monetaire beleid moeten de bankonderdelen verplicht bedragen op deposito zetten bij de centrale

banken in de landen waar Fortis Bank actief is. Samen met het bedrag dat onder Geldmiddelen en kasequivalenten is

verantwoord, bedraagt het totale tegoed dat bij centrale banken wordt aangehouden EUR 4.049 miljoen op het einde van

2009 (2008: EUR 3.451 miljoen). Het gedurende 2009 gemiddeld uitstaande tegoed bij centrale banken (Geldmiddelen en

kasequivalenten en Vorderingen op banken) bedroeg EUR 3.498 miljoen (2008: EUR 6.223 miljoen).

Bijzondere waardeverminderingen van Vorderingen op banken

Het verloop van de bijzondere waardeverminderingen van vorderingen op banken is als volgt:

2009 2008

Specifieke Collectieve Specifieke Collectieve

bijzondere bijzondere bijzondere bijzondere

waarde- waarde- waarde- waardeverminderingen

verminderingen verminderingen verminderingen

Balans per 1 januari 281 18 12 5

Toename bijzondere waardeverminderingen 863 15 576 15

Vrijval bijzondere waardeverminderingen ( 755 ) ( 13 ) ( 485 ) ( 2 )

Afschrijvingen van oninbare leningen ( 93 ) ( 52 )

Omrekeningsverschillen en overige aanpassingen 267 230

Balans per 31 december inclusief activa aangehouden voor verkoop 563 20 281 18

Minus: geclassificeerd als activa aangehouden voor verkoop 214 2

Balans per 31 december exclusief activa aangehouden voor verkoop 349 18

In noot 7 ‘Risicobeheer’ zijn de details van specifieke bijzondere waardeverminderingen en collectieve bijzondere

waardeverminderingen nader beschreven.


17. Vorderingen op klanten

De vorderingen op klanten zijn als volgt samengesteld:

31 december 2009 31 december 2009 31 december 2008

exclusief inclusief

beëindigde bedrijfsactiviteiten beëindigde bedrijfsactiviteiten

Overheid en officiële instellingen 3.804 4.283 4.155

Hypothecaire leningen 34.217 36.166 34.006

Leningen aan particulieren 7.137 7.360 7.057

Leningen aan ondernemingen 67.810 96.365 114.872

Omgekeerde terugkoopovereenkomsten 20.717 24.882 36.274

Effectenleentransacties 6 6.576

Financiële leasevorderingen 10.804 10.952 12.187

Factoring 1 1 1

Overige leningen 83 605 797

Voor verkoop beschikbare leningen 110 174

Tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening 1.924 1.964 1.655

Reële waarde aanpassingen ten gevolge van hedge accounting 362 363 265

Totaal 146.859 183.057 218.019

Minus bijzondere waardeverminderingen:

- Specifieke bijzondere waardeverminderingen ( 2.633 ) ( 3.587 ) ( 2.077 )

- Collectieve bijzondere waardeverminderingen ( 891 ) ( 1.133 ) ( 312 )

Totaal vorderingen op klanten 143.335 178.337 215.630

De gemiddeld gedurende het jaar uitstaande vorderingen op

klanten bedroeg voor 2009 EUR 198.982 miljoen

(2008: EUR 315.888 miljoen). Het gemiddelde

rentepercentage bedroeg 3,62% over 2009 (2008: 5,14%).

Leningen die zijn aangemerkt als beschikbaar voor verkoop,

betreffen leningen die worden aangekocht op de secundaire

markt en vervolgens worden geëffectiseerd en verkocht.

Fortis Bank heeft in het segment Merchant Banking

bepaalde financiële activa verantwoord als onderdeel van

vorderingen op klanten met verwerking van de verandering

in de reële waarde in de resultatenrekening. Specifiek

geselecteerde inflatie-geïndexeerde kredietcontracten met

overheidstegenpartijen worden verantwoord tegen reële

waarde met verwerking van de verandering in de reële

waarde in de resultatenrekening, waardoor een potentiële

boekhoudkundige mismatch tussen de verantwoording van

enerzijds de renteswap en overige betrokken derivaten en

anderzijds kredieten, die voorheen werden geboekt tegen

geamortiseerde kostprijs, wordt vermeden.

Enkele gestructureerde leningen en contracten, met

inbegrip van derivaten, worden eveneens verantwoord

tegen reële waarde met waardeveranderingen in de

resultatenrekening ter voorkoming van een potentiële

boekhoudkundige mismatch.

De geamortiseerde kostprijs van activa gehouden

tegen reële waarde met waardeveranderingen in de

resultatenrekening bedraagt op 31 december 2009 EUR

1.816 miljoen (2008: EUR 1.581 miljoen).

Fortis Bank dekt op portefeuillebasis (‘macro hedging’) het

renterisico van hypotheken met vaste rente af door het

gebruik van afgeleide financiële instrumenten, voornamelijk

renteswaps.

Door de afdekking wordt de volatiliteit van veranderingen

in de netto contante waarde van het afgedekte posities

van toekomstige kasstromen, als gevolg van veranderingen

in de relevante benchmarkrentecurve, gecompenseerd

door de veranderingen in de netto contante waarde van

het afgeleide financiële instrument dat is gebruikt voor

afdekking.

De afgedekte hypotheken zijn hypotheken met bij de

hypotheekverstrekking vastgelegde aflossingstermijnen

en vaste rente. Deze hypotheken hebben de volgende

kenmerken:

• in lokale valuta (euro)

• een vaste looptijd of datum van renteherziening

• vooraf vastgelegde aflossingstermijnen

• vaste rentebetalingsdata

• geen renteopties

• verantwoording op basis van geamortiseerde kostprijs.

Hypotheken met deze kenmerken vormen de portefeuille

waarop de afdekking plaatsvindt (reële-waardeafdekking

door een portefeuilleafdekking van het renterisico of

‘macro hedge’). Binnen deze portefeuille van vastrentende

Vorderingen op klanten 187


188

Vorderingen op klanten

hypotheken kunnen meerdere groepen van hypotheken worden aangemerkt als af te dekken

onderdeel. Hypotheken die zijn opgenomen in een qua renterisico te hedgen portefeuille, moeten de

af te dekken risicokenmerken delen.

Kasstromen van notionele swaps worden toegerekend aan maandelijkse looptijdsintervallen op

basis van de afloopdatum, terwijl hypotheekkasstromen worden toegerekend aan maandelijkse

looptijdsintervallen op basis van de verwachte renteherzieningsdatum. Fortis Bank schat de

renteherzieningsdata met gebruikmaking van een tarief van vervroegde aflossingen, dat wordt

toegepast op de contractuele kasstromen en de renteherzieningsdata van de hypotheekportefeuille.

In elk looptijdsinterval moet de notionele waarde van de swap kleiner dan of gelijk aan de notionele

waarde van de hypotheken zijn.

De afdekkingsinstrumenten zijn ‘plain vanilla’-renteswaps afgesloten met externe tegenpartijen

tegen de markttarieven van toepassing op het ogenblik van de transactie.

De wijzigingen in de reële waarde van de hypotheken die toerekenbaar zijn aan het afgedekte

renterisico worden opgenomen in de lijn ‘reële-waardeaanpassingen ten gevolge van hedge

accounting’ om de boekwaarde van de lening aan te passen. Het verschil tussen de reële waarde

en de boekwaarde van de afgedekte hypotheken ten tijde van het ontstaan van de afdekking

wordt geamortiseerd over de resterende looptijd van het afgedekte onderdeel en wordt eveneens

verantwoord in de lijn ‘reële-waardeaanpassingen ten gevolge van hedge accounting’.

Sinds 12 mei 2009 heeft Fortis Bank haar methode voor het toetsen van de effectiviteit van hedge

accounting geharmoniseerd met BNP Paribas. Een aantal hedgerelaties werd op die datum beëindigd

en er werden nieuwe opgezet. Het effect van de harmonisering van methodologie bestaat uit twee

elementen:

• aanpassingen van de reële waarde van afgedekte hypotheken in de oude hedgerelaties werden

gestopt.

• een nieuw startverschil deed zich voor tussen de reële waarde en de boekwaarde van de

afgedekte hypotheken op het moment van ontstaan van de nieuwe hedgerelatie; dit verschil

zal tezamen met het startverschil van de oude hedgerelatie met terugwerkende kracht

worden geamortiseerd over de resterende looptijd van de afgedekte hypotheken en worden

verantwoord in de lijn ‘reële-waardeaanpassingen ten gevolge van hedge accounting’.


Financiële leasevorderingen

De financiële leasevorderingen zijn per 31 december als volgt:

Minimum

lease betalingen

Contante waarde

van de minimaal te ontvangen

lease betalingen

2009 2008 2009 2008

Bruto investeringen in financiële lease:

Tot 3 maanden 888 1.342 775 1.138

3 maanden tot 1 jaar 2.470 2.499 2.171 2.150

1 jaar tot 5 jaar 5.765 7.237 5.076 6.187

Langer dan 5 jaar 3.464 3.362 2.930 2.712

Totaal 12.587 14.440 10.952 12.187

Onverdiende (toekomstige) financiële lease opbrengsten 1.635 2.253

De opbrengsten uit financiële lease-overeenkomsten die verantwoord zijn in de resultatenrekening bedragen EUR 549

miljoen over 2009 (2008: EUR 752 miljoen).

Bijzondere waardeverminderingen van vorderingen op klanten

De volgende tabel toont de bijzondere waardeverminderingen van vorderingen op klanten.

2009 2008

Specifieke Collectieve Specifieke Collectieve

bijzondere bijzondere bijzondere bijzondere

waarde- waarde- waarde- waardeverminderingen

verminderingen verminderingen verminderingen

Balans per 1 januari 2.077 313 1.778 224

Balans van beëindigde bedrijfsactiviteiten per 1 januari 2008 346 49

Balans per 1 januari 2.077 313 1.432 175

Aan- en verkoop van dochterondernemingen ( 20 )

Toename bijzondere waardeveranderingen 2.484 863 1.297 165

Vrijval bijzondere waardeverminderingen ( 418 ) ( 45 ) ( 386 ) ( 15 )

Afschrijvingen van oninbare leningen ( 309 ) ( 142 )

Omrekeningsverschillen en overige aanpassingen ( 227 ) 2 ( 124 ) ( 12 )

Balans per 31 december inclusief activa aangehouden voor verkoop 3.587 1.133 2.077 313

Minus: geclassificeerd als activa aangehouden voor verkoop 954 242

Balans per 31 december exclusief activa aangehouden voor verkoop 2.633 891

In noot 7 ‘Risicobeheer’ zijn de details van specifieke bijzondere waardeverminderingen en collectieve bijzondere

waardeverminderingen nader beschreven.

Per 31 december 2009 heeft Fortis Bank voor een boekwaarde van EUR 11 miljoen (2008: EUR 11 miljoen) aan onroerend

goed in haar bezit door het niet nakomen van betalingsverplichtingen op hypotheekleningen. Fortis Bank heeft dit

onroerend goed verkregen via hypothecaire executie en heeft de intentie dit onroerend goed in 2010 te verkopen.

De bijzondere waardeverminderingen op vorderingen inzake financiële leaseovereenkomsten opgenomen in de

bovengenoemde tabel bedragen EUR 27 miljoen per 31 december 2009 (2008: EUR 5 miljoen).

Vorderingen op klanten 189


18. Beleggingen

De samenstelling van de beleggingen is als volgt:

190

Beleggingen

31 december 2009 31 december 2009 31 december 2008

exclusief inclusief

Noot beëindigde bedrijfsactiviteiten beëindigde bedrijfsactiviteiten

Beleggingen

- Tot einde looptijd aangehouden 18.1 3.439 3.439 3.851

- Voor verkoop beschikbaar 18.2 63.030 64.572 109.972

- Tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening 18.3 1.991 2.257 2.828

- Geherclassificeerd als leningen en vorderingen 18.5 23.495 23.506

- Vastgoedbeleggingen 18.6 697 709 678

- Beleggingen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures 18.7 1.791 2.099 456

Totaal bruto

Minus bijzondere waardeverminderingen:

94.443 96.582 117.785

- op beleggingen voor verkoop beschikbaar 18.2 ( 493 ) ( 757 ) ( 8.778 )

- op beleggingen geherclassificeerd als leningen en vorderingen 18.5 ( 275 ) ( 275 )

- op vastgoedbeleggingen 18.6 ( 16 ) ( 16 ) ( 6 )

- op beleggingen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures ( 21 ) ( 130 ) ( 20 )

Totaal beleggingen 93.638 95.404 108.981

De toename op de lijn ‘Beleggingen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures’ is voornamelijk te verklaren door de

investering van Fortis Bank in AG Insurance in het tweede kwartaal van 2009 (EUR 1.375 miljoen).

Eind 2009 heeft Fortis Bank beleggingen voor een bedrag van EUR 88.388 miljoen (2008: EUR 78.033 miljoen) in onderpand

gegeven in verband met verplichtingen.

18.1. Beleggingen aangehouden tot einde looptijd

De geamortiseerde kostprijs en de geschatte reële waarde van de beleggingen aangehouden tot einde looptijd zijn per 31

december als volgt:

2009 2008

Boek- Reële Boek- Reële

waarde waarden waarde waarden

Overheidsobligaties 3.221 3.379 3.635 3.868

Obligaties uitgegeven door ondernemingen 218 196 216 217

Totaal beleggingen aangehouden tot einde looptijd 3.439 3.575 3.851 4.085

Er zijn geen bijzondere waardeverminderingen op beleggingen aangehouden per 31 december 2009 en 2008.


18.2. Voor verkoop beschikbare beleggingen

De reële waarde en geamortiseerde kostprijs, evenals de hieraan gerelateerde bruto

ongerealiseerde herwaarderingen van de beleggingen beschikbaar voor verkoop zijn als volgt:

Historische/ Bruto Bruto

Reële waarde

aanpassingen ten Bijzondere

geamortiseerde ongerealiseerde ongerealiseerde gevolge van waarde- Reële

kostprijs winsten verliezen hedge accounting verminderingen waarden

31 december 2009

Kortlopend overheidspapier en gelijkgestelde papieren 609 1 610

Overheidsobligaties 45.585 1.242 ( 514 ) 388 ( 2 ) 46.699

Obligaties uitgegeven door ondernemingen 15.564 364 ( 403 ) 44 ( 109 ) 15.460

Gestructureerde kredietinstrumenten 816 ( 8 ) ( 498 ) 310

Private equities en durfkapitaal 30 6 ( 7 ) ( 1 ) ( 3 ) 25

Aandelen 643 77 ( 56 ) ( 1 ) ( 74 ) 589

Overige beleggingen 187 6 ( 71 ) 122

Totaal 63.434 1.696 ( 988 ) 430 ( 757 ) 63.815

Historische/ Bruto Bruto

Reële waarde

aanpassingen ten Bijzondere

geamortiseerde ongerealiseerde ongerealiseerde gevolge van waarde- Reële

kostprijs winsten verliezen hedge accounting verminderingen waarden

31 december 2008

Kortlopend overheidspapier en gelijkgestelde papieren 371 1 372

Overheidsobligaties 51.025 1.122 ( 994 ) 527 ( 3 ) 51.677

Obligaties uitgegeven door ondernemingen 19.910 256 ( 753 ) 43 ( 140 ) 19.316

Gestructureerde kredietinstrumenten 42.774 6 ( 5.463 ) ( 3 ) ( 8.496 ) 28.818

Private equities en durfkapitaal 43 8 ( 7 ) ( 2 ) 42

Aandelen 901 49 ( 46 ) ( 10 ) ( 73 ) 821

Overige beleggingen 212 4 ( 4 ) ( 64 ) 148

Totaal 115.236 1.446 ( 7.267 ) 557 ( 8.778 ) 101.194

De significante daling in gestructureerde kredietinstrumenten tussen 31 december 2008 en

31 december 2009 werd in de eerste plaats veroorzaakt door de verkoop van een deel van

de gestructureerde kredietportefeuille aan Royal Park Investments (bijzonderheden van de

verkooptransactie zijn opgenomen in toelichting 18.4, ‘Gestructureerde kredietinstrumenten’).

Daarnaast werden gestructureerde kredietinstrumenten geherclassificeerd van ‘beschikbaar voor

verkoop’ naar ‘leningen en vorderingen’. Nadere bijzonderheden van deze herclassificatie zijn

opgenomen in toelichting 18.5, ‘Beleggingen geherclassificeerd als leningen en vorderingen’.

Beleggingen 191


Overheidsobligaties naar land van uitgifte

De overheidsobligaties naar land van uitgifte zijn per 31 december als volgt:

192

Beleggingen

Reële waarde

Historische/ Bruto aanpassingen ten Bijzondere

geamortiseerde ongerealiseerde gevolge van waarde- Reële

kostprijs winsten (verliezen) hedge accounting vermindering waarden

31 december 2009

Belgische overheid 10.929 27 228 11.184

Nederlandse overheid 12.002 161 5 12.168

Duitse