Behandelingsprotocol CNI - LMN | Brugge - Oostende - Houtland
Behandelingsprotocol CNI - LMN | Brugge - Oostende - Houtland
Behandelingsprotocol CNI - LMN | Brugge - Oostende - Houtland
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
<strong>Behandelingsprotocol</strong><br />
voor chronische<br />
nierinsufficiëntie in<br />
de 1ste lijn Versie 2013<br />
Dit behandelingsprotocol is een initiatief van het Lokaal<br />
Multidisciplinair Netwerk <strong>Brugge</strong> – <strong>Oostende</strong> – <strong>Houtland</strong><br />
waarbij de nefrologen van de regionale ziekenhuizen en<br />
de huisartsen van de huisartsenkringen HABO, Middenkust<br />
en <strong>Houtland</strong> samen tot deze realisatie kwamen.
INHOUDSOPGAVE<br />
1. Screening, diagnose en verwijzing 3<br />
1.1 Screening 3<br />
1.2 Diagnose 3<br />
1.3 Verwijzing 4<br />
2. Behandeling 5<br />
2.1 Niet-medicamenteus 5<br />
2.2 Behandeling van hypertensie en proteïnurie 5<br />
2.3 Behandeling van hypercholesterolemie 7<br />
2.4 Behandeling van de complicaties van het chronisch nierlijden 7<br />
2.4.1 Anemie 7<br />
2.4.2 Vitamine D – deficiëntie 7<br />
2.4.3 Metabole acidose 7<br />
2.4.4 Hyperfosfatemie 7<br />
2.4.5 Hyperkaliëmie 7<br />
2.4.6 Secundaire hyperparathyreoïdie 7<br />
2.5 Aandachtspunten 8<br />
2.6 Frequentie van opvolging 8<br />
3. Vaccinatiebeleid 8<br />
De werkgroep van het <strong>LMN</strong> <strong>Brugge</strong> – <strong>Oostende</strong> – <strong>Houtland</strong> heeft dit document opgesteld ter ondersteuning<br />
van huisartsen in de zorg voor chronische nierinsufficiëntie – patiënten. Ze baseerden<br />
zich hiervoor op de richtlijn chronische nierinsufficiëntie van Domus Medica. Het doel was om een<br />
beknopt protocol te ontwikkelen gaande van screening, diagnose, verwijzing, follow up tot vaccinatiebeleid<br />
en medicatiebeleid. Het dient als praktisch instrument voor de huisarts in de praktijk.<br />
De ‘standaardzorg’ van de huisarts wordt in dit document via een aantal beslisbomen in kaart gebracht<br />
en is zoveel mogelijk gebaseerd op de laatste wetenschappelijke inzichten. De nefrologen<br />
betrokken bij de zorg in de regio engageren zich om dit behandelingsprotocol aan te passen als uit<br />
wetenschappelijke richtlijnen blijkt dat dit noodzakelijk is en rekening houdend met feedback vanuit<br />
de huisartsengroepen in onze regio.<br />
Deze bundel is een hulpmiddel dat huisartsen op een heldere en juiste manier gidst door de opsporing,<br />
behandeling en follow-up van patiënten met chronische nierinsufficiëntie.<br />
Voor de regelgeving van de zorgtrajecten verwijzen wij door naar de website van het <strong>LMN</strong> <strong>Brugge</strong><br />
– <strong>Oostende</strong> – <strong>Houtland</strong>: www.zorgtrajectboh.be . Dit behandelingsprotocol vindt u ook terug op<br />
deze website.<br />
2
1. SCREENING, DIAGNOSE EN VERWIJZING<br />
1.1 Screening<br />
Bij wie screenen naar nierinsufficiëntie:<br />
Screen jaarlijks naar nierinsufficiëntie bij patiënten met:<br />
• Diabetes<br />
• Hypertensie<br />
• Ischemisch hartlijden en/of hartdecompensatie en/of perifeer vaatlijden en/of cerebraal vaatlijden<br />
• Familiale voorgeschiedenis van nierinsufficiëntie stadium 5 of familiale nierziekten<br />
• Nefrotoxische medicatie-inname (bv. NSAID’s, lithium en immunomodulatoren zoals cyclosporine<br />
en tacrolimus)<br />
• Structurele nieraandoeningen, nefrolithiasis of prostaathyperplasieën<br />
• Systeemziekten met potentiële weerslag op de nieren<br />
• Antecedenten van zwangerschapstoxicose.<br />
Deze criteria zijn onafhankelijk van de leeftijd.<br />
Welke labobepalingen aanvragen om te screenen naar nierinsufficiëntie?<br />
• Bepaal jaarlijks de eGFR bij alle risicopatiënten, de gecorrigeerde albuminurie ( = urinaire albumine<br />
/ urinaire creatinine) bij diabetici, en bij risicopatiënten zonder diabetes maximum één<br />
maal per jaar de gecorrigeerde proteïnurie ( = urinaire proteïne / urinaire creatinine) 1 .<br />
1.2 Diagnose<br />
Welke labobepalingen aanvragen om de diagnose van chronische nierinsufficiëntie te stellen?<br />
• Stel de diagnose chronische nierinsufficiëntie als de eGFR gedurende minimaal twee keer in drie<br />
maand tijd < 60 ml / min / 1.73m² is.<br />
• Bepaal het stadium van nierinsufficiëntie aan de hand van de eGFR (zie figuur 1).<br />
• Bepaal de gecorrigeerde albuminurie ( = urinaire albumine / urinaire creatinine) of gecorrigeerde<br />
proteïnurie ( = urinaire proteïne / urinaire creatinine) bij een eGFR < 60 ml / min / 1.73m².<br />
• Denk bij plots gedaalde nierfunctie aan de mogelijkheid van een acute nierinsufficiëntie en<br />
overleg zo nodig met een nefroloog over de verder te nemen stappen.<br />
1 Opmerking: deze ratio wordt gebruikt om de graad van dilutie en concentratie van de urine te corrigeren.<br />
3
Stadia van nierinsufficiëntie<br />
GFR 130 90 60 30 15 0<br />
Ernst van proteïnurie<br />
mg/g 0 15 30 300 3000<br />
g/g 0 0.015 0.03 0.3 3<br />
Figuur 1: bepaling van het stadium en de ernst van de proteïnurie<br />
Vanaf de blauwe streep komt de patiënt in aanmerking voor het zorgtraject (eGFR < 45 ml/min/1.73m²<br />
of een proteïnurie > 1 g per dag, een tweede maal bevestigd na ten minste drie maanden).<br />
1.3 Verwijzing<br />
Wanneer en wie verwijzen?<br />
Verwijs patiënten die zich in de lichtblauwe of blauwe vakjes vakjes bevinden 2 :<br />
Geen proteïnurie referentie<br />
Micro-albuminurie<br />
Macro-proteïnurie<br />
Stadium 1<br />
nierbeschadiging met<br />
normale of goede<br />
nierfunctie<br />
normaal<br />
hoog<br />
normaal<br />
Stadium 2<br />
lichte<br />
nierinsufficiëntie<br />
>60 45-59 30-44 15-29<br />
Het is van belang rekening te houden met leeftijd en comorbiditeit.<br />
CAVEAT:<br />
Verwijs steeds:<br />
• Jonge patiënten met een nierfunctiebeperking ( < 60 ml/min/1.73m²) of proteïnurie en/of patiënten,<br />
ongeacht de leeftijd, met een snelle progressie van de nierfunctiebeperking.<br />
Wat vermelden in de verwijsbrief?<br />
Voeg aan de verwijsbrief volgende zaken toe:<br />
• Voorgeschiedenis<br />
• Chronische medicatie<br />
• Recente en oude bloedresultaten<br />
microalbuminurie<br />
4<br />
Stadium 3<br />
matige<br />
nierinsufficiëntie<br />
macroproteïnurie<br />
Stadium 4<br />
ernstige<br />
nierinsufficiëntie<br />
Stadium 5<br />
eindstadium<br />
nierinsufficiëntie<br />
} }<br />
nefrotische<br />
proteïnurie<br />
2 Hallan, S. I., Orth, S. R. (2010). The KDOQI 2002 classification of chronic kidney disease: for whom the bell tolls. Nephrol Dial Transplant,<br />
25, 2832-2836.
2. BEHANDELING<br />
2.1 Niet-medicamenteus<br />
Volgende zaken dienen opgevolgd te worden:<br />
• Rookstop<br />
• Beweging<br />
• Zoutbeperking<br />
• Cholesterolcontrole<br />
• Vermijd overmatige waterconsumptie bij patiënten die diuretica innemen<br />
2.2 Behandeling van hypertensie en proteïnurie<br />
De medicamenteuze behandeling van chronische nierinsufficiëntie bestaat uit het behandelen van<br />
hypertensie, het starten van een ACE-inhibitor bij micro-albuminurie of proteïnurie én – afhankelijk<br />
van het cardiovasculair risico – het starten van een statine.<br />
Patiënt met <strong>CNI</strong>,<br />
normotensief<br />
Patiënt met diabetes<br />
Start ACE-inhibitor bij<br />
micro-albuminurie<br />
/ proteïnurie<br />
Patiënt met <strong>CNI</strong> en BD ≥<br />
140 mmHG systolisch of ≥<br />
90 mmHG diastolisch<br />
Patiënt zonder diabetes<br />
Start een ACE-inhibitor bij<br />
proteïnurie<br />
Keuze antihypertensivum<br />
volgens leeftijd en<br />
comorbiditeit indien geen<br />
proteïnurie<br />
Bloeddrukcontrole (Streefwaarden: 120 à 130 mmHg / 70 à 85 mmHg)<br />
Andere hypertensiva te associëren:<br />
• Diuretica<br />
• GFR
Stroomdiagram voor het instellen van een behandeling met ACE-I/ARB<br />
CAVEAT kaliumspiegels: hou<br />
rekening met vals verhoogde<br />
waarden door in vitro lekkage<br />
in de bloedtube.<br />
> 6.0 mmol/l: zonder<br />
comedicatie of andere<br />
factoren die hyperkaliëmie in<br />
de hand werken corrigeren,<br />
waarna opnieuw controle<br />
> 6.0 mmol/l: STOP ACE-I/<br />
ARB<br />
< 5.0 mmol/l<br />
Geef ACE-I/ARB<br />
Na 1 à 2 weken:<br />
bepaal kaliumserum + GFR<br />
Patiënt met <strong>CNI</strong><br />
Bepaal kaliumserum + GFR<br />
Daling GFR < 25% of<br />
stijging plasmacreatinine<br />
< 30%<br />
Geen dosisaanpassing +<br />
herhaal test na 1-2 weken<br />
Ja<br />
Stop de behandeling,<br />
tijdelijke oorzaak behandelen<br />
en opnieuw controleren<br />
6<br />
> 5.0 mmol/l<br />
Andere factoren voor hyperkaliëmie<br />
(kaliumsparende diuretica, acute<br />
nierinsufficiëntie, dehydratatie, ...)?<br />
Zo ja, behandel die.<br />
Zo nee, geef geen ACE-I.<br />
Daling GFR > 25% of<br />
stijging plasmacreatinine<br />
> 30%<br />
Andere oorzaken (volumedepletie,<br />
comedicatie, ...)?<br />
Nee<br />
STOP ACE-I/ARB of verlaag<br />
dosis tot terug<br />
< 25% daling eGFR.
2.3 Behandeling van hypercholesterolemie<br />
Start statines volgens cardiovasculair risico.<br />
2.4 Behandeling van de complicaties van het chronisch nierlijden<br />
2.4.1 Anemie<br />
Epo op te starten door de nefroloog bij hemoglobine < 10 g/dl.<br />
Caveat andere oorzaken:<br />
o Ijzerdeficiëntie<br />
o Vitaminedeficiëntie<br />
o Chronische inflammatie<br />
o Myelodysplasie of andere hematologische aandoeningen<br />
2.4.2 Vitamine D – deficiëntie<br />
Streven naar een waarde > 30 ng/ml en < 60 ng/ml<br />
Toedienen van vitamine D bij waarde van:<br />
o 15-30 ng/ml: om de 14 dagen<br />
o < 15 ng/ml: 8 weken wekelijks, daarna om de 14 dagen<br />
6-maandelijks controleren.<br />
2.4.3 Metabole acidose<br />
Behandeling in overleg met de nefroloog.<br />
2.4.4 Hyperfosfatemie<br />
Behandeling in overleg met de nefroloog.<br />
2.4.5 Hyperkaliëmie<br />
Behandeling in overleg met de nefroloog.<br />
2.4.6 Secundaire hyperparathyreoïdie<br />
Behandeling in overleg met de nefroloog.<br />
7
2.5 Aandachtspunten<br />
• Pas bij antibiotica de dosis aan<br />
• Vermijd inname van bruistabletten (bevatten meer zout)<br />
• Vermijd NSAID’s bij een eGFR < 40 ml / min / 1.73m²<br />
• Aandachtspunten bij diabetes: gebruik metformine en sulfonylurea met de nodige voorzichtigheid<br />
en vermijden bij klaring < 30 ml/min.<br />
• Bepaal de eGFR vóór elk contrastonderzoek en geef de nierfunctie door aan degene die het<br />
onderzoek of de ingreep doet. Overleg bij planning van het onderzoek over de te nemen preventieve<br />
maatregelen.<br />
2.6 Frequentie van opvolging<br />
Aanbevolen basisschema (men dient ook rekening te houden met de graad van nierinsufficiëntie<br />
en de snelheid van deterioratie):<br />
Stadium GFR Test Frequentie<br />
1 en 2 ≥ 60 eGFR jaarlijks<br />
3 A 45 – 59 eGFR 6-maandelijks<br />
3 B 30 – 44 eGFR 6-maandelijks<br />
4 15 – 29 eGFR Min. 3-maandelijks<br />
3. VACCINATIEBELEID<br />
• Griepvaccinatie: jaarlijks<br />
• Pneumokokkenvaccinatie: vijfjaarlijks<br />
• Hepatitis B – vaccinatie (na antistoftiterbepaling): Fendrix 20 μg op tijdstip 0, 1, 2 & 6 maanden<br />
(enkel bij patiënten waarbij niervervangende therapie (transplantatie of dialyse) verwacht<br />
wordt).<br />
• Aanvraag via nefroloog voor terugbetaling<br />
of<br />
• bij inclusie in het zorgtraject chronische nierinsufficiëntie: ZT <strong>CNI</strong> vermelden op voorschrift<br />
Annabel Vermeire & Michelle Roels<br />
Zorgtrajectpromotoren<br />
Lokaal Multidisciplinair Netwerk<br />
<strong>Brugge</strong> <strong>Oostende</strong> <strong>Houtland</strong><br />
Prof. Dr. J. Sebrechtsstraat 1<br />
8000 <strong>Brugge</strong><br />
M 0488 87 94 85 (Annabel)<br />
M 0485 22 44 77 (Michelle)<br />
annabel@zorgtrajectboh.be<br />
michelle@zorgtrajectboh.be<br />
www.zorgtrajectboh.be<br />
printint.be