ejournalist
ejournalist
ejournalist
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
<strong>ejournalist</strong><br />
1ste Jaargang No. 3 — November 1946<br />
Redadie: Mr. E. Elias - Y. Foppema<br />
MAANDBLAD, ORGAAN VAN DEN NEDERLANDSCHEN<br />
JOURNALIST ENKRING<br />
MET VOLLE KRACHT VOORUIT<br />
Het zou geenszins verwonderlijk zijn, indien sommige<br />
leden zich zouden afvragen, hoe het thans met de zaken<br />
van den N.J.K. gesteld is. Behalve incidenteel en natuurlijk<br />
met te vergeten, door De Journalist, is de Krinc nog<br />
met naar buiten opgetreden. Het Bestuur erkent ten° volle<br />
het recht der leden om deze en dergelijke vragen te stellen.<br />
Zijnerzijds mag het echter de aandacht van de leden<br />
vragen voor de moeilijkheden, waarvoor het zich bij den<br />
opbouw van den Kring gesteld zag. Daarenboven moet m<br />
aanmerking worden genomen, dat veel van het werk dat<br />
de Kring m het volle licht van de openbaarheid zal brengen,<br />
moet wachten totdat de Federatie van Nederlandsche<br />
Journalisten gestalte zal hebben gekregen.<br />
In de vergadering van den Kringraad, waarvan elders<br />
m dit nummer verslag wordt gedaan, ben ik dieper in<br />
deze moeilijkheden getreden. Ik kon echter tevens opmerken,<br />
dat de eerste phase, die van den opbouw binnenkort<br />
haar afsluiting zal vinden en dat de tweede<br />
phase, die van de eerste functionneering, zich reeds heeft<br />
aangekondigd in de eerste vergadering van de contactcommissie,<br />
waarin de N.D.P., de K.N.J.K. en de NJK<br />
(naderhand de Federatie) vertegenwoordigd zijn<br />
Het werk van den Kring is op de oprichtingsvergadering<br />
begonnen met het leggen van de grondslagen van<br />
het journalistenhuis. De oprichting van de katholieke<br />
organisatie beteekende het leggen van een fundeering op<br />
een aangrenzend terrein. Het optrekken van beide gebouwen<br />
is thans in gang en binnenkort zullen zij hecht<br />
verbonden worden en in de overkoepeling van de Federatie<br />
naar buiten toe de nauwe samenwerking demonstreeren.<br />
In de komende algemeene vergaderingen van beide<br />
organisaties zullen het buitenwerk en een. flink deel van<br />
het binnenwerk van deze gemeenschappelijke constructie<br />
worden voltooid. De statutenwijziging en het vaststellen<br />
van de Federatiestatuten en het Huishoudelijk Reglement<br />
zullen voor den N.J.K. dit feit markeeren. Tevens zullen<br />
in het gebouw van onzen Kring reeds enkele kamers<br />
worden ingericht; voorstellen zullen n.1. worden ingediend<br />
om tot instelling van de sectie van hoofdredacteuren,<br />
van een sectie van protestant-christelijke journalisten<br />
en van een. sectie sportjournalisten over te gaan<br />
Spoedig hopen we daarna het Federatiesecretariaat te<br />
stichten en op gang te krijgen. Aldus is dan het kader<br />
geschapen, waarbinnen de georganiseerde journalistiek,<br />
haar maatschappelijke taak zal gaan verrichten.<br />
Deze taak is zoo omvangrijk, dat het noodzakelijk is<br />
een rangorde op te stellen, waarin de onderscheidene<br />
zaken in behandeling zullen worden genomen. Van overheerschende<br />
beteekenis is het scheppen van orde in den<br />
salarischoas, welke thans heerscht en welke voortvloeit<br />
uit den wilden groei van het perswezen na de bevrijding.<br />
De onderhandelingen over het afsluiten van een collectieve<br />
arbeidsovereenkomst, welke den journalisten de<br />
mateneele erkenning van hun belangrijke maatschappelijke<br />
functie moet brengen, zullen beginnen. De onderhandelmgscommissie<br />
zal tevens haar bemiddeling verleenen<br />
bij het totstandbrengen van een noodvoorziening<br />
voor die collega's, die in eenzelfde functie als vóór den<br />
oorlog werkzaam, geen of geen voldoende verhooging van<br />
hun vroegere salaris hebben genoten. Teneinde niet<br />
vooruit te loopen op den inhoud van de tot stand te<br />
brengen collectieve arbeidsovereenkomst oordeelde de<br />
contactcommisie het de beste tactiek niet door een formeele<br />
regeling, doch door incidenteel optreden in de<br />
allerergste nooden te voorzien.<br />
Aan het probleem der vakopleiding, dat eerst in vollen<br />
omvang kan worden behandeld zoodra de salarisonderhandelingen<br />
zijn ofgesloten, werd door de contactcommissie<br />
eveneens aandacht geschonken; te dezer zake wordt<br />
verwezen naar een beschouwing elders in dit nummer<br />
. De kwestie van de representatie zoowel voor de individueele<br />
journalisten en bladen als voor het georganiseerde<br />
perswezen is eveneens een onderwerp, dat in behandeling<br />
is genomen. Daartoe is uiteraard overleg met<br />
de bevoegde autoriteiten noodzakelijk; de door de samenwerkende<br />
organisaties vast te stellen representatieregeling,<br />
daarbij inbegrepen de uitreiking van een<br />
nationale perskaart en de landelijke erkenning van<br />
plaatselijke persboutons, heeft aleen effect, indien de<br />
overheidsinstanties, waarmede de pers regelmatig in<br />
aanraking komt, zich met zulk een regeling kunnen vereenigen.<br />
Tenslotte beraden de besturen van K.N.JK en NJK<br />
zich over de spoedige instelling van een Federatieluchtraad.<br />
Wellicht zal het mogelijk zijn daaromtrent<br />
m de komende algemeene vergadering reeds definitieve<br />
mededeelmgen te doen en de benoeming van de leden<br />
orde te stellen.<br />
en plaatsvervangende leden van dit college aan de<br />
Het vorenstaande toont duidelijk aan, dat de oogmerken<br />
welke de oprichters van de journalistenorganisaties<br />
hebben gehad, inderdaad verwezenlijking gaan<br />
vinden. Meer dan een begin is dit echter niet. Voordat<br />
alle gestelde doeleinden bereikt eijn, zal er nog zeer veel<br />
werk moeten worden verzet. Het bestuur, dat overigens<br />
na een jaar volgens de statutaire regels zijn zetels<br />
ter beschikking stelt, is bereid zich voor het welslagen<br />
yan den begonnen arbeid ook in de komende maanden<br />
te volle m te zetten, zoo dat het in Mei van het volgende<br />
jaar de verantwoording over zijn beleid niet behoeft te<br />
schuwen. Het bestuur kan echter niet alles doen om de<br />
positie van den Kring, welke hij behoort in te nemen,<br />
te vestigen en voortdurend te verstevigen. Daartoe is de<br />
actieve medewerking van de overgroote meerderheid der<br />
leden onontbeerlijk. Zij moeten door hun belangstelling<br />
het werk van den Kring dragen en hun vereeniging<br />
schragen. Het is onvermijdelijk, dat hiervoor offers<br />
moeten worden gebracht, offers in geld en in tijd.<br />
In dit verband mag ik wel een dringend beroep doen<br />
1
HET MEEST NOODIGE<br />
ren in het openbaar; rechtszittingen worden met open<br />
deuren gehouden; maatschappelijke organen doen thans<br />
meer dan ooit een publiek beroep op medewerking en<br />
samenwerking. Niet de publieke tribunes, slechts door<br />
enkelen bezocht, verzekeren echter de gewenschte en<br />
noodzakelijke openbaarheid. Neen, het is de pers, die in<br />
den lande moet uitdragen, wat zich op staatkundig, maatschappelijk<br />
en cultureel terrein afspeelt. Wat komt daarvan<br />
onder de tegenwoordige omstandigheden terecht? De<br />
kranten zien zich genoodzaakt op journalistiek eigenlijk<br />
niet verantwoorde wijze, kamerverslag en kameroverzicht<br />
te combineeren, zoodat informatie en commentaar op voor<br />
het publiek verwarrende wijze dooreenloopen. De rubriek<br />
Rechtszaken is ineengeschrompeld tot, een reeks summiere<br />
berichten, welke aan de merites van de onderscheidene<br />
zaken in het geheel geen recht doet wedervaren. Is het<br />
niet teekenend voor de onbevredigende situatie van het<br />
oogenblik, dat van de belangrijkste rechtszaak-Kief het<br />
weekblad De Vlam zich geroepen achtte een uitvoerig<br />
objectief verslag te publiceeren, dat vóór den oorlog in<br />
elk dagblad van eenige beteekenis zou zijn opgenomen<br />
geweest? En wat kan er van de herleving van ons maatschappelijk<br />
en cultureel organisatiewezen in de krant<br />
van heden worden teruggevonden?<br />
Deze diagnose brengt een ernstig ziektegeval aan het<br />
licht. Ons volk lijdt onder geestelijke avitaminose en<br />
allerlei afwijkingen zijn daarvan hèt gevolg. Het gerucht,<br />
de roddelpraat, zij kunnen hoogtij vieren, omdat zij niet<br />
in een degelijke, uitvoerige nieuwsvoorziening der dagbladen<br />
een tegenwicht vinden. Sociale spanningen worden<br />
verscherpt, omdat de kennis van allerlei feiten en omstandigheden<br />
in onvoldoende mate tot de massa des volks<br />
kan doordringen. In zijn intreerede heeft de onlangs<br />
benoemde Groningsche hoogleeraar prof. dr. P. J. Bouman<br />
te dezen aanzien behartigenswaardige opmerkingen<br />
gemaakt.<br />
Overweging van dit alles voert tot de conclusie, dat de<br />
regeering schromelijk is tekort geschoten in haar plicht<br />
om na de 'bevrijding de papiervoorziening op zoodanig<br />
peil te brengen, dat althans in de allerdringendste behoeften<br />
aan vrije voorlichting kan worden voorzien. Al<br />
schijnt het een preek voor eigen parochie toch mag de<br />
pers niet aflaten in haar aandrang op de regeering om<br />
binnen den kortst mogelijken tijd in de tekorten te<br />
voorzien. Niet ten onrechte gaf Sir Walter Layton, voorzitter<br />
van de Engelsche verdeelingscommissie voor krantenpapier,<br />
aan zijn dezer dagen verschenen brochure den<br />
titel: „Krantenpapier, een vraagstuk van democratie".<br />
Oplossing van dit probleem is thans het meestnoodige!<br />
M. R.<br />
Dezer dagen is de Engelsche pers verblijd niet een verbetering<br />
van de papiervoorziening, welke zoowel een uitbreiding<br />
van den omvang als een opheffing van de z.g.<br />
oplagestop mogelijk maakt. De uitbreiding komt neer op<br />
een toevoeging van twee pagina's of een half blad groot<br />
formaat op drie dagen van de week voor de dagbladen,<br />
, die tot dusver vier groote pagina's per editie telden. De<br />
Times zal voortaan dagelijks 10 (groote) pagina's en zoo<br />
nu en dan een editie van 12 (groote) bladzijden geven.<br />
Voor ons, Nederlandsche journalisten, schijnt deze uitbreiding<br />
een dorado te openen. Moeten wij het, zelfs na<br />
de vergrooting van den omvang sinds November niet<br />
maar stellen met vier (groote) bladzijden?<br />
Wij zijn geneigd, elke vergrooting van den omvang<br />
met een gevoel van opluchting te begroeten. De<br />
critische opmerkingen, welke onze Engelsche collega's<br />
ten beste geven in hun commentaren op de jongste verbetering<br />
mogen ons echter leeren, dat elke verruiming<br />
slechts tijdelijk soelaas verschaft, zoolang de totale omvang<br />
der dagbladen blijft beneden dien van vóór den<br />
oorlog. „Wat beteekent vrijheid in een dagblad van vier<br />
(soms zes) pagina's?" vraagt de Daily Express. „Kranten<br />
van zes bladzijden", aldus de News Chronicle, geven gelegenheid<br />
tot opneming van iets uitvoeriger verslagen van<br />
het parlement; een beetje meer „background" van internationale<br />
zaken. De cricket-enthousiast zal zelfs in. staat<br />
zijn de uitslagenlijst zonder vergrootglas te lezen." Het<br />
blad voegt daaraan toe: „Weinigen zullen ontkennen, dat<br />
het publiek van een land, welks verantwoordelijkheden in<br />
de wereld voor die van niemand onderdoen, niet kan<br />
* verwachten behoorlijk te worden ingelicht, voordat zijn<br />
kranten ten minste acht bladzijden daags tellen."<br />
Met deze opmerkingen wordt de spijker op den kop geslagen.<br />
Een pers, die niet over voldoende papier beschikt,<br />
kan haar taak niet naar behooren verrichten. En de persvrijheid,<br />
waarvan wegens gebrek aan materiëele middelen<br />
slechts een beperkt gebruik kan worden gemaakt, heeft<br />
dientengevolge slechts betrekkelijke waarde.<br />
De critiek, welke de Engelsche bladen laten hooren,<br />
geldt a fortiori voor ons land, dat op het oogenblik van<br />
alle beschaafde landen ter wereld de kleinste krantjes<br />
bezit. En zulks terwijl omtrent de nationale en internationale<br />
vraagstukken inlichting en voorlichting moet<br />
worden gegeven in een mate, welke die van vóór den<br />
oorlog verre te boven gaat.<br />
Dit gebrek aan informatie en commentaar houdt ernstige<br />
gevaren voor de juiste werking van ons staatsbestel<br />
in. Het kenmerk daarvan is, dat de vervulling van elke<br />
publieke functie zich oplost in verantwoordelijkheden,'<br />
welke in het openbaar geldend kunnen worden gemaakt.<br />
Onze openbare vertegenwoordigende lichamen vergadeop<br />
alle leden om zich hun plicht tegenover de organisatie<br />
ten volle bewust te zijn. De mate, waarin de georganiseerde<br />
journalistiek zich bij de totstandkoming<br />
van een ordening van het perswezen en bij de uitvoering<br />
daarvan zal kunnen doen gelden, is rechtstreeks<br />
afhankelijk van de kracht, welke de journalistenvereenigingen<br />
ontwikkelen. Deze kracht is des te grooter<br />
naarmate zij een betere representatie van de journalistiek<br />
in al haar geledingen vormen. Wanneer een belangrijke<br />
groep, met name die der leidende journalisten,<br />
aan den kant zou blijven staan, zouden de N.J.K. en<br />
K.N.J.K. niet den invloed kunnen oefenen, welke aan de<br />
andere organisaties in het perswezen, welke wel alle of<br />
de overgroote meerderheid der bedrijfsgenooten vertegenwoordigen,<br />
zal toevallen.<br />
De offers, welke van de hierbedoelde groep journalisten<br />
worden gevraagd, zijn in zooverre grooter dan die<br />
van de overigen, dat de progressieve regeling der contributie,<br />
welke zal worden voorgesteld, van hen een hoogere<br />
bijdrage voor het Kringwerk vergt. Maar zij zullen de<br />
lasten van den arbeid ten behoeve van de toekomst van<br />
de pers toch niet uitsluitend door de anderen mogen<br />
laten dragen.<br />
Het komt er thans op aan, dat alle journalisten naast<br />
elkander staan om de journalistenvereenigingen zoo<br />
sterk en representatief mogelijk te maken. Slechts op<br />
deze wijze consolideeren we de positie van de journalistiek,<br />
voorwaarde om met volle kracht vooruit te koersen,<br />
de toekomst tegemoet.<br />
M. R.<br />
2
Is de Journalisten-zuivering<br />
doelmatig?<br />
Mr. G. B. J. Hiltermann schrijft ons:<br />
Tribunalen, bijzondere gerechtshoven en zuiveringscommissie<br />
maken ruim gebruik van de mogelijkheid om als<br />
straf of maatregel aan bepaalde Nederlanders het recht<br />
te ontzeggen zeker ambt of beroep uit te oefenen. Hiertegen<br />
bestaat — eventueele bezwaren tegen de formuleering<br />
van het stuk staatsnoodrecht, dat deze organen en<br />
haar bevoegdheid omschrijft terzijde gelaten — géén<br />
bezwaar. Vrijheid van beroep of bedrijf is in ons staatsrecht<br />
nergens expressis verbis omschreven en ons Wetboek<br />
van Strafrecht kende reeds vóór 1940 de ontzetting<br />
van het recht een bepaald beroep uit te oefenen als<br />
bijkomende straf.<br />
In de grondwet is echter uitdrukkelijk gestipuleerd, dat<br />
niemand voorafgaand verlof noodig heeft om door de<br />
drukpers gedachten of gevoelens te openbaren (art. 7).<br />
Indien het Tijdelijk Persbesluit 1945 met „het recht om<br />
bij een dagbladonderneming in journalistieke functie<br />
werkzaam te zijn" tevens bedoeld het recht om gedachten<br />
of gevoelens door de drukpers te openbaren, komt het in<br />
strijd met de grondwet, wanneer het de Perszuiveringscommissie<br />
toestaat iemand dat recht te ontnemen. Aangezien<br />
ook bij de makers van staatsnoodrecht bekendheid<br />
met en eerbied voor de grondwet dient te worden aangenomen,<br />
zou de veronderstelling voor de hand liggen, dat<br />
zgn. „uitgesloten journalisten" de journalistiek derhalve<br />
niet beroepsmatig mogen uitoefenen, maar dat het hun<br />
nimmer verboden kan zijn „gevoelens of gedachten door<br />
de drukpers te openbaren".<br />
Dit is zonderling.<br />
Niet minder zonderling is het alternatief.<br />
Indien een ontzetting van het recht om in een journalistieke<br />
functie werkzaam te zijn tevens ontzetting van<br />
het bij art. 7 Grondwet gewaarborgde recht gevoelens en<br />
gedachten door de drukpers te openbaren inhoudt, is het<br />
Tijdelijk Persbesluit 1945 in strijd met de Grondwet.<br />
Den rechter is echter de macht de wet aan de Grondwet<br />
te toetsen ontzegd; de advocaat-generaal bil den<br />
Hoogen Raad heeft zoojuist geconcludeerd, dat ook het<br />
toetsingsrecht van staatsnoodrecht aan de grondwet den<br />
rechter niet toekomt. Zoolang het Tijdelijk Persbesluit<br />
1945 dus bestaat, is het wel is waar in strijd met de grondwet,<br />
maar daarom niet minder wet. Eens zal het echter<br />
verdwijnen. Het dient reeds 1 Januari 1947 te worden<br />
vervangen. Door een wet. Dit moet omdat Staatsnoodrecht<br />
tenslotte eenmaal ophouden moet te bestaan.<br />
Het Tijdelijk Persbesluit 1945 kan echter nooit worden<br />
vervangen door een wet, waarmee sommigen Nederlanders<br />
het recht ontzegd kan worden gevoelens en gedachten<br />
door de drukpers te openbaren, aangezien ministers en<br />
leden der Staten-Generaal door een eed aan de Grondwet<br />
gebonden zijn. Derhalve zou, indien de laatste opvatting<br />
juist is, na afloop van de geldigheid van 't Tijlelijk<br />
Persbesluit nooit meer een journalist (of wie dan ook)<br />
het publiceeren verboden kunnen worden, terwijl zoodanigen<br />
verboden op grond van het met de Grondwet strijdende<br />
Persbesluit een zeer onzeker lot wacht.<br />
Het wil mij voorkomen, dat ook thans nog te veel over<br />
het hoofd wordt gezien, dat journalisten voor hun houding<br />
tijdens den bezettingstijd uitsluitend strafrechtelijk<br />
vervolgd kunnen worden en dat hun nimmer op grond<br />
van een onjuiste houding, door de overheid het recht om<br />
te publiceeren kan worden ontnomen, tenzij het grondwettelijke<br />
recht der z.g. drukpersvrijheid uitdrukkelijk<br />
wordt afgeschaft. Dit zal spoedig met onaangename duidelijkheid<br />
blijken, tot groote verwarring aanleiding geven<br />
en aan de journalistenzuivering iedere doelmatigheid<br />
ontnemen.<br />
Ik zou daarom de N.J.K. in overweging willen geven<br />
een commissie van journalisten (w.o. enkele juristen in<br />
de journalistiek) en eenige bekwame juristen buiten de<br />
journalistiek uit de noodigen over dit vraagstuk een<br />
duidelijke uiteenzetting op te stellen.<br />
ff PERSVRIJHEID" IN INDIE<br />
N.a.V. de rede van dr. Van Mook te<br />
Pangkalpinang, waarin deze o.m. naar<br />
voren bracht, dat de regeering een<br />
vrije meeningsuiting wenschte te bevorderen,<br />
doch een „enkele maal had<br />
ingegrepen t.a.v. een dagblad, dat haast<br />
systematisch een redactie voerde, die<br />
gericht was tegen het regeeringsbeleid",<br />
schrijft „Het Dagblad" te Batavia<br />
in een hoofdartikel o.m.:, „Het<br />
is evident, dat dr. Van Mook hiermede<br />
„Het Dagblad" te Batavia bedoelde.<br />
Het conflict tusschen de regeering<br />
en ons blad, dat destijds onder<br />
hoofdredactie van den heer W. Be-<br />
Ion je stond, is ontstaan, doordat de<br />
laatste zich scherpe critiek op het<br />
algemeene regeeringsbeleid veroor-'<br />
loofde. Deze was echter niet scherper<br />
dan in vrijwel alle Indon. bladen en<br />
een deel van de pers in het moederland<br />
aangetroffen werd en wordt."<br />
Releveerend, dat na de capitulatie<br />
de regeering tegemoet is gekomen aan<br />
de kosten van het herstel der dagbladpers,<br />
welke groote materieele schade<br />
geleden had, schrijft het blad verder,<br />
dat de critiek van „Het Dagblad" de<br />
regeering niet beviel en dat de laatste<br />
daaraan een einde wilde maken door<br />
gebruik te maken van de materieele<br />
banden, die het blad aan haar bonden.<br />
„De R.V.D. zinspeelde er zeer duidelijk<br />
op dat, indien de heer Belonje<br />
niet heenging, de regeering wel middelen<br />
zou vinden om uitgifte van het<br />
orgaan onmogelijk te maken. Zulk een<br />
optreden van de overheid verwerpen<br />
wij ten eenen male als volstrekt ondemocratisch."<br />
„Waar wij de republiek steeds voorhouden,<br />
dat een moderne staat met<br />
een zelfstandig bestaan den toets der<br />
democratische normen moet kunnen<br />
doorstaan, heeft de regeering zich verre<br />
te houden van methoden als de<br />
R.V.D. klaarblijkelijk wilde toepassen.<br />
Wij kunnen dit niet anders zien dan<br />
als een positieve poging om de persvrijheid<br />
te beknotten."<br />
Het blad verklaart bereid te zijn tot<br />
volledige medewerking, doch behoudt<br />
zich het grondrecht van critiek voor.<br />
Mocht de regeering meenen, dat de<br />
grenzen van bepaalde normen overschreden<br />
worden, dan dient zij het<br />
laatste woord aan de justitie te geven.<br />
„Dan kan nooit iemand haar verwijten<br />
de persvrijheid geschonden te<br />
hebben."<br />
(Nieuwe Courant - 23 Oct.).<br />
3
VAN ALLERLEI KANTEN EN KRANTEN<br />
Een misgreep<br />
Het had in „De Waarheid" kunnen<br />
staan.<br />
Waarom? Wij zijn van dit blad niet<br />
veel gewend op het gebied van fatsoen,<br />
goeden smaak en wat dies meer<br />
zij. Nog slechts twee dagen geleden<br />
zagen wij ons genoodzaakt het roode<br />
blad wegens grof onfatsoen op de vingers<br />
te tikken.<br />
Het had in „De Waarheid" kunnen<br />
staan. Maar daar stond het niet in.<br />
Wij vonden het in „De Nieuwe<br />
Nederlander". Dat maakt het niet<br />
minder erg, maar erger. Er zijn nu<br />
eenmaal buurtjes, waar men weet,<br />
wat men te verwachten heeft. Maar<br />
in andere straten verwacht men bepaalde<br />
dingen niet. En wie zich daar<br />
te buiten gaat, blameert zich.<br />
Zoo blameert „De Nieuwe Nederlander"<br />
zich met een infaam plaatje,<br />
waarop onze Minister van Justitie<br />
wordt voorgesteld in de houding van<br />
een dronkeman, achterover liggend,<br />
met een groote sigaar in de eene en<br />
een wijnflesch in de andere hand, in<br />
gezelschap van drie louche individuen,<br />
tegen een weivoorziene dinertafel aan,<br />
waarop het menu is opgehangen aan<br />
een miniatuur-galgje. Een venster.dat<br />
uitziet op een schavot, vormt den<br />
acthergrond. Het onderschrift luidt-<br />
„Een krantenberichtje meldt, dat de<br />
Nederlandsche minister van Justitie<br />
ter viering van den goeden afloop van<br />
het Neurenbergsche proces, met eenige<br />
officials uit Frankrijk, België, Luxemburg<br />
en Denemarken dineerde".<br />
Zie, dit is infaam: de motiveering<br />
van het diner niet voor rekening van<br />
den — duisteren — berichtgever laten,<br />
maar die ongecontroleerd grif klakkeloos<br />
overnemen en uitbreiden met de<br />
insinuatie, vervat in de afbeelding,<br />
als zou, om den bezegelden dood deiveroordeelden<br />
te vieren, zelfs een<br />
bacchanaal zijn aangericht.<br />
Wij meenen het oprecht, wanneer<br />
wij zeggen, dat dit ons van een respectabel<br />
blad als „De Nieuwe Nederlander"<br />
pijnlijk verbaast. Wij weten niet<br />
uit welken duisteren koker het bericht,<br />
in den vorm, waarin „De Niéuwe-<br />
Nederlander" het hier geeft, stamt,<br />
maar wij zijn nu van meening, dat<br />
een blad, dat zichzelf respecteert, moet<br />
beginnen met te veronderstellen, dat<br />
een minister van de Kroon zich van<br />
een dergelijke stijllooze grofheid, als<br />
die hier wordt geïnsinueerd, zal weten<br />
te onthouden en dat het zich daarna<br />
van de ware toedracht der zaken'op<br />
de hoogte had moeten stellen.<br />
En nu de feiten, waarop dit even<br />
leugenachtige als beleedigende bericht<br />
betrekking heeft.<br />
Wij hebben gedaan wat „De Nieuwe<br />
Nederlander" naliet en daarbij is ons,<br />
in aanvulling op hetgeen wij hierover<br />
4<br />
reeds publiceerden, het volgende gebleken<br />
:<br />
Er is geen sprake van, dat er een<br />
feestelijk diner of eenige openbare<br />
feestelijkheid heeft plaats gehad, na<br />
de uitspraken ter viering van den afloop<br />
van het proces te Neurenberg,<br />
waaraan de Minister van Justitie heeft<br />
deelgenomen. Op Maandagavond, 30<br />
September, — dus vóór dat de vonnissen<br />
werden uitgesproken, (dit geschiedde<br />
eerst op Dinsdag daaropvolgende),<br />
heeft de Fransche prosecutor,<br />
Champetier de Ribes, de ministers van<br />
Justitie van Frankrijk, België, Luxemburg<br />
en Nederland, alsmede vertegenwoordigers<br />
van landen, wier zaak hij<br />
had behartigd in het Neurenbergsche<br />
proces, — uitgenoodigd voor een zeer<br />
eenvoudigen, besloten maaltijd.<br />
Tijdens dezen maaltijd heeft de<br />
Nederlandsche minister van Justitie<br />
oen Franschen prosecutor den dank<br />
betuigd van de Nederlandsche regeering<br />
voor de behartiging van onze<br />
zaak te Neurenberg.<br />
Waar onze minister tot dezen maaltijd<br />
was uitgenoodigd door den Franschen<br />
prosecutor, valt de insinuatie,<br />
als zou de minister deelgenomen hebben<br />
aan een slemppartij, (de prent<br />
kan moeilijk een anderen indruk wekken)<br />
terug op den uitnoodiger en is<br />
deze „geestigheid" van „De Nieuwe<br />
Nederlander" een rechtstreeksche beleediging<br />
aan het adres van de Fransche<br />
natie, die onze zaak te Neurenberg<br />
waarnam en die hiervoor onzen<br />
dank verdient en niet onzen smaad.<br />
Hiertegen is een woord van protest<br />
op zijn plaats, evenzeer als het dat<br />
is, wanneer door een zeker blad een<br />
Churchill of een Smuts worden beleedigd.<br />
De publicatie van deze ongehoorde<br />
grofheid, of zij bedoeld was den<br />
minister van Justitie te treffen, of<br />
dat zij het ridderlijke Fransche volk<br />
nu treft, is mis, heelemaal mis, Nieuwe<br />
Nederlander!<br />
Utrechtsch Katholiek Dagblad —<br />
14 October.<br />
De pers in Nederland<br />
De rol die de pers heeft gespeeld,<br />
is in het recente verleden, met name<br />
ir. de bezettingsjaren verre van fraai<br />
geweest. Wij laten hier buiten beschouwing,<br />
die persorganen, die rechtstreeks<br />
exponent waren -van den bezetter<br />
of zijn „Nederlandsche" trawanten.<br />
Aan bladen als „Die Deutsche<br />
Zeitung" en het „Nationale Dagblad"<br />
wenschen wij geen woord te besteden.<br />
Maar deze bladen bezaten nog<br />
in zooverre karakter, dat zij openlijk<br />
de Duitsche meening verkondigden.<br />
Men wist in ieder geval welk vleesch<br />
men hier in de kuip had.<br />
Treurig echter was de rol van de<br />
zoogenaamde „goede" pers. Zij bedreef<br />
onder Nederlandsche vlag de<br />
meest perverse hand- en spandiensten<br />
aan de Duitschers. Zij lieten zich<br />
willig gelijkschakelen. Zij volgde zonder<br />
protest de suggesties van de voorlichters<br />
van het departement voor<br />
propaganda. Zij was laaghartig tot<br />
in het perverse en volkomen karakterloos.<br />
Haar zakelijke en journalistieke<br />
leiders stelden het eigen materieel<br />
belang hoog boven dat van vaderland<br />
en volk. Zij waren totaal vergeten de<br />
schoone woorden, die zij vroeger over<br />
de taak der pers hadden geschreven<br />
en gesproken. Door hun houding hebben<br />
zij meer kwaad gesticht, meer<br />
verraad gepleegd, dan de eenvoudige<br />
jongen, die uit recalcitrantie of zucht<br />
naar avontuur, het ouderlijk huis ontvluchtte<br />
en zijn heil zocht bij de SS,<br />
hoe zeer wij ook deze daad afkeuren!<br />
Echter ook vóór 1940 waren de persverhoudingen<br />
vaak verre van fraai.<br />
Ook toen was de krant maar al te<br />
vaak een goed handelszaakje. Stonden<br />
de advertentiekolommen hooger<br />
genoteerd, dan de redactioneele bijdragen.<br />
Stonden vele kranten maar al<br />
te gewillig in dienst van een liberaalkapitalistisch<br />
ondernemerdom. Eerlijkheid<br />
en objectiviteit bij de pers,<br />
het was in doorsnee een sprookje!<br />
waarin zelfs de meest argelooze niet<br />
geloofde. En dan waren de Nederlandsche<br />
perszeden nog heilig vergeleken<br />
bij die in sommige vreemde<br />
landen.<br />
Wij hebben er reeds eerder in een<br />
aantal artikelen op gewezen, dat de<br />
pers de dubbele taak heeft om objectieve<br />
voorlichting te bieden en daarnaast<br />
geestelijke leiding te geven.<br />
Daarvoor dient zij echter los te staan<br />
van welk belang ook. Dient zij geen<br />
winstobject te zijn. Dient zij vrij te<br />
staan tegenover iederen kapitalistischen<br />
invloed. Zij zal nimmer dienstbaar<br />
mogen worden gemaakt aan private<br />
belangen, maar steeds het algemeen<br />
belang voor oogen dienen te<br />
houden. Wanneer zij in conflict komt<br />
met private, belangen, zal zij de controversen<br />
niet mogen ontwijken.<br />
Slechts in trouw aan zichzelven en<br />
eigen geestelijken inhoud, gedragen<br />
door den wil mede te werken aan het<br />
scheppen van een beter en rechtvaardiger<br />
wereld zal zij haar werk mogen<br />
verrichten.<br />
Kiest zij andere wegen, dan zal zij<br />
noodzakelijk moeten ontaarden.<br />
Na de bevrijding hebben wij een<br />
oogenblik in de overtuiging geleefd,<br />
dat het met de pers inderdaad de'<br />
goede richting uit zou gaan. De bladen,<br />
die in de illegaliteit voortreffelijk,<br />
verantwoordelijk en bovendien<br />
gevaarlijk werk hadden gedaan, kregen<br />
de gelegenheid op legale 'wijze<br />
hun werk voort te zetten. De oude
pers, die zóó zeer het belang van land<br />
en volk had geschaad, werd het werk<br />
onmogelijk gemaakt.<br />
Er werden maatregelen geprojecteerd,<br />
waardoor voortaan iedere ongewenschte<br />
invloed op het redactioneel<br />
beleid zou worden voorkomen. Stichtingen<br />
zouden het instrument zijn om<br />
een goede en juiste gang van zaken<br />
te verzekeren.<br />
Nu, ruim een jaar na de bevrijding,<br />
zal iedere objectieve beoordeelaar moeten<br />
constateeren, dat de loop der<br />
ontwikkeling anders is geweest. De<br />
bladen, die zich zoozeer hadden gecompromitteerd,<br />
kwamen de één na<br />
de ander terug. De „groote" pers<br />
voorop: N.R.C., Handelsblad, Haagsche<br />
Courant en binnenkort ook de<br />
illustere Telegraaf. Ook de provinciale<br />
bladen, die in den tijd der bezetting<br />
zoo braaf met den vijand hadden<br />
meegeheuld, verschenen achtereenvolgens<br />
weer ten tooneele. Allerlei schijnorganisaties<br />
werden in het leven geroepen<br />
om deze herverschijning een<br />
legaal tintje te geven.<br />
Formeel zal alles wel prachtig in<br />
orde zijn. Daaraan willen wij geen<br />
oogenblik twijfelen. Dat de dingen<br />
echter anders zijn gegaan, zal duidelijk<br />
zijn. De kapitalistische belangen<br />
waren ook hier weer sterker dan de<br />
ideëele.<br />
Nóg is de zaak niet verloren! Dat<br />
echter de kansen voor de nieuwe pers<br />
en daarmede, voor het nieuwe Nederland<br />
beter zijn geworden, kan men<br />
moeilijk beweren. Het is alles bij<br />
elkaar een trieste vertooning.<br />
DEWI.<br />
De Vrije Alkmaarder —<br />
4 September.<br />
Verboten<br />
Voor ons ligt een stapeltje kranten,<br />
exemplaren van „De Waarheid" van<br />
de laatste dagen. Het zijn kranten,<br />
die, in goede orde uit Amsterdam verzonden,<br />
hun abonné's niet hebben bereikt<br />
en door de post zijn teruggestuurd.<br />
Op het bandje is een aanteekening<br />
gemaakt: „Retour afzender —<br />
niet toegelaten — verboden".<br />
De abonné's, die aldus van hun<br />
krant verstoken werden, zijn de soldaten<br />
van drie kazernes in Nijmegen.<br />
Van een van hen ontvingen wij gelijktijdig<br />
het volgende briefje:<br />
„Hierbij deel ik u mede, dat ik op<br />
last van mijn regimentscommandant<br />
mijn abonnement op „De Waarheid"<br />
opzeg. Het lezen of in het bezit hebben<br />
van die krant wordt van nu af<br />
gestraft met een gevangenisstraf van<br />
ten hoogste drie jaar. Het verbod is<br />
afkomstig van lt.-kol. W. P. Schotman,<br />
commandant van de stoottroepen in<br />
Nijmegen."<br />
Ziehier de ontstellende feiten. Anderhalf<br />
jaar na de bevrijding wordt niet<br />
alleen „De Waarheid" in de kazernes<br />
verboden, maar worden de soldaten<br />
niet zware straffen bedreigd, wanneer<br />
zij dit blad zelfs maar in hun bezit<br />
hebben. Er was een tijd, dat in Nederland<br />
het in het bezit hebben van „De<br />
Waarheid" op dergelijke wijze werd<br />
vervolgd. Dat was in de jaren, dat de<br />
fascistische horden hier oppermachtig<br />
schenen. Overste Schotman betreedt<br />
op eigen gezag dezelfden weg. Ook dat<br />
wekt herinneringen op aan een verleden<br />
tijd, toen elk klein fascistisch<br />
potentaatje naar willekeur „verordnete".<br />
Zoover is he*- dus in Nederland al<br />
gekomen, dat de soldaten weer als<br />
onmondigen worden behandeld, hun<br />
burgerrechten worden ingetrokken en<br />
zij voorgeschreven krijgen, wat zij<br />
lezen mogen en wat niet.<br />
Op het vrije woord wordt gevangenisstraf<br />
gesteld. De persvrijheid wordt<br />
een zaak, waarover de sergeant-majoor<br />
beschikt. De goud-gegalonneerde maakt<br />
uit, wat de soldaat lezen, en zo mogelijk<br />
denken, zal. Hij behoeft er zelfs<br />
den minister niet naar_ te vragen. Er<br />
blijken burgers in Nederland te zijn,<br />
voor wie een heel aparte grondwet<br />
geldt: de wet van de goudkragen en<br />
de strepen. Het is een onduldbare toestand.<br />
De regeering en, met haar,<br />
generaal Kruis, jammeren bij tijd en<br />
wijle over de slechte voorlichting van<br />
de troepen en schrijven daaraan oorlogszuchtige<br />
uitlatingen tegen de Indonesische<br />
republiek toe. Hoe moet men<br />
dit jammeren noemen, wanneer men<br />
tegelijkertijd het blad, dat de juiste<br />
voorlichting omtrent Indonesië geeft,<br />
verbiedt?<br />
De regeering verzekert, dat zij "geen<br />
oorlog met Indonesië wil. Hoe moet<br />
men dit noemen, wanneer ze tegelijkertijd<br />
voor de soldaten de krant laat<br />
verbieden, die voor vrede en vriendschap<br />
met Indonesië met de grootste<br />
kracht opkomt? De regeering spreekt<br />
soms schoone woorden van vrijheid<br />
en democratie. Hoe moet men dat noemen,<br />
wanneer zij de kazernes in tuchthuizen<br />
verandert en het lezen van de<br />
vrije pers met drie jaar opsluiting<br />
straft? Veinzerij was eens een dood<br />
•<br />
zonde. Zij is thans het hoofdkenmerk<br />
van de Nederlandsche regeeringspolitiek<br />
geworden, die op „zedelijke normen"<br />
rust.<br />
Reactionnaire bladen als „Het Binnenhof"<br />
en soortgelijke van Katholieken<br />
huize, eischen openlijk het verbod<br />
van ons dagblad. Militaire commandanten<br />
beginnen er maar al vast<br />
mee, onder de stilzwijgende goedkeuring<br />
van Beel en consorten.<br />
Men vergist zich echter, wanneer<br />
men meent, dat een dergelijk optreden<br />
thans nog succes kan hebben. Te diep<br />
is „De Waarheid" verankerd in de<br />
massa, in de harten van honderdduizenden<br />
Nederlanders, die zich hun<br />
sterkste wapen in den strijd tegen de<br />
toenemende reactie niet zullen laten<br />
ontnemen. Het succes van onze werfcampagne<br />
is daarvoor een nieuw bewijs.<br />
„Verboten!" — dat is de hoogste<br />
wijsheid geworden van de regeering-<br />
Beel. Laat zij echter bedenken, dat<br />
zelfs een regiem, dat zich tot de<br />
personificatie van dit woord maakte,<br />
zich niet tegen de krachten van den<br />
vooruitgang en de vrijheid zal kunnen<br />
staande houden. A. J. K.<br />
De Waarheid — 1 October.<br />
De perskamer in het<br />
Palais du Luxembourg<br />
La salie de presse. Het is drie uur<br />
in den middag. Een redelijke bezetting<br />
van journalisten is aanwezig. Aan<br />
de houten tafeltjes, in drie rijen in<br />
het lokaal geplaatst, zitten de vertegenwoordigers<br />
van alle nationaliteiten<br />
temidden van wanordelijke hoopen<br />
paperassen. Keurige kartonnen bordjes<br />
duiden de nationaliteiten van de<br />
schrijvende afgezanten aan. Door het<br />
DE GENERAAL EN DE JOURNALISTEN<br />
Van links naar rechts: Niermeyer (Haags Dagblad), Holslag (Het Dagblad),<br />
Peppink (A.N.P.), 't Hart (Nieuwe Haagse Courant), Van der Wielen (Alg.<br />
Handelsblad), Luberti (Persbureau Nederland), Hoek (Trouw), generaal van<br />
Voorst tot Voorst (gouverneur der Residentie), ?(?),<br />
5
geroezemoes van stemmen klinkt het<br />
geratel van de schrijfmachines. Recht<br />
voor mij plaatst een Syriër zijn gedachten<br />
op papier. Nu en dan stopt<br />
de vulpen en dan staren nietsziende<br />
oogen in de verten, waar de groote<br />
geheimen van deze conferentie zich<br />
opstapelen. Uit de Amerikaansche<br />
hoek rollen de r's zwaar door het vertrek,<br />
vergezeld door even breede gebaren<br />
en grijnzen, als de r's zwaar zijn.<br />
Geanimeerde gesprekken tusschen<br />
kris kras door het vertrek opgestelde<br />
formaties ontwikkelen zich. Maar ook<br />
de ernstige noot ontbreekt niet. Toch<br />
worden er heel wat minder zware<br />
zaken behandeld dan in overeenstemming<br />
zou zijn met den aard der conferentie.<br />
In het midden van de middentaf<br />
el zit, zooals altijd, een Engelschman<br />
verwoed op zijn „noiseless"<br />
te tikken. De Russen zijn er niet. Die<br />
hebben het te druk met de zittingen,<br />
die zonder mankeeren in volle bezetting<br />
worden „gedaan".<br />
Voor het mededeelingenbord, waaide<br />
loop van de zittingen met de regelmaat<br />
van de klok worden bij geprikt,<br />
is nog geen queue-vorming. Dat komt<br />
later op den middag, wanneer er wat<br />
meer te halen valt. De Lybanees,<br />
waarmee ik aan tafel van de Ukraine<br />
zit — grenzen vallen hier in de perszaal<br />
bijna of geheel weg — heeft<br />
slaap. Daar hebben ze dikwijls last<br />
van, die Lybaneezen.<br />
Een scherp getik, komend uit het<br />
vijftal luidsprekers, dat op de tafels<br />
staat opgesteld, stoort ons in de gedachten<br />
en haalt ons uit de mijmeringen.<br />
Het is de Britsch-Indiër, Sir<br />
Joseph Bhore, voorzitter der economische<br />
commissie van Italië, die ons er<br />
aan herinnert,; dat de zitting van zijn<br />
commissie is begonnen.<br />
De Nederlander — 21 September.<br />
Fransch journalist uit<br />
Duitschiand uitgewezen<br />
Het Pransche persbureau A.P.P. verraste<br />
vorige week de geallieerde autoriteiten,<br />
door de verwerping der gratieverzoeken<br />
van de veroordeelden in<br />
Neurenberg bekend te maken. De Berlijnsche<br />
correspondent van A.P.P. is<br />
door den Pranschen opperbevelhebber<br />
in Berlijn, generaal König, uitgewezen.<br />
Hij weigerde den naam van zijn<br />
zegsman te noemen en kreeg één uur<br />
tijd om zijn koffer te pakken. Tot aan<br />
de Pransche grens werd hij door gendarmes<br />
begeleid.<br />
A.N.P.-bericht.<br />
O Tempora<br />
„De Nieuwe Nederlander'" is overgenomen<br />
door de „Arbeiderspers".<br />
A.N.P.-bericht.<br />
„Een vrije pers<br />
in een vrij land"<br />
Een illegaal plaatselijk blad in<br />
Noord-Holland zette en drukte op de<br />
machines en persen van een collega,<br />
die in oorlogstijd was blijven verschijnen.<br />
De mannen van het onzuivere<br />
6<br />
blad namen zich in die situatie de<br />
vrijheid, censuur te oefenen op den<br />
inhoud van de hoofdartikelen van het<br />
voormalige illegale blad.<br />
Daar dit een onhoudbare toestand<br />
werd, liet het illegale blad toen zijn<br />
hoofdartikelen per deurwaarder-exploit<br />
aan de zetterij afleveren. Dat ging<br />
een tijdje goed, maar toen kwam ook<br />
daar de klad in en werden de artikelen<br />
toch weer verminkt.<br />
Toen besloot het illegale blad zijn<br />
hoofdartikelenkolom blanco te laten.<br />
Het hoofdartikel werd nu bij een<br />
andere firma gezet en gedrukt en, met<br />
een verklarend briefje erbij, bij de<br />
lezers thuisbezorgd.<br />
Perszuivering, zei U toch?<br />
De Nieuwe Nederlander — 14 October.<br />
VAN EEN GROOT JOURNALIST<br />
Gedurende het tumult van den oorlog<br />
zijn ons persoonlijkheden ontvallen<br />
zonder dat zij herdacht en gekenschetst<br />
konden worden. Wij bezaten<br />
immers geen vrije pers.<br />
Ik. denk aan Bonger, Colijn, De<br />
Vlugt, Boekman, Latzko, Jan de<br />
Roode, Vitus Bruinsma en helaas aan<br />
zoovele andere schitterende geesten,<br />
vaste karakters, oprechte dienaren<br />
der gemeenschap, practische werkers,<br />
goede vaderlanders ...<br />
Het is een regen-Zondag, die mij<br />
noopt om thuis te blijven. Verloren<br />
uren? Neen •— gezegende uren. Men<br />
komt tot dingen, waartoe het bezige<br />
leven ons nauwelijks den tijd laat.<br />
Terwijl het onweer een ruischend<br />
grijs gordijn spant, dat mijn werkkamer<br />
in zachte schemering zet, laat<br />
ik mijn oogen over mijn bibliotheek<br />
gaan. Hoeveel boeken staan daar, die<br />
ik in vele maanden, soms ettelijke<br />
jaren niet inzag?<br />
Ik pakte er plotseling twee bandjes<br />
uit en mijn verdere middag vergaat<br />
in het geboeide lezen van litterair werk,<br />
dat tot de beste journalistiek van<br />
Nederland behoort. Ik lees de „Oproerige<br />
Krabbels" van den sociaaldemocratischen<br />
dagbladschrijver A. B.<br />
Kleerekoper.<br />
Ik heb A.B.K. goed gekend. Toen<br />
hij nog vol-op in het drukke leven der<br />
openbaarheid stond en toen een verraderlijke<br />
ziekte hem het loopen onmogelijk<br />
had gemaakt.<br />
Een merkwaardige figuur in onze<br />
politiek is hij geweest, deze Tielsche<br />
rabbijnen-zoon. Langen tijd een der<br />
grootste redenaars, die ooit het spreekgestoelte<br />
betraden. Zijn toespraken<br />
muntten uit door een welhaast volmaakte<br />
vormverzorging. De hartstochtelijke<br />
ziel van den spreker verleende<br />
er een meesleepende overtuigingskracht<br />
aan. Een redevoering van<br />
AB.K. werd nagenoeg tot een artistiek<br />
genot.<br />
Een ongemeene werkijver maakte<br />
het hem mogelijk om ondanks zijn<br />
Kamer-, Staten- en Raadslidmaatschap,<br />
zijn veelvuldige propagandareizen<br />
en tijdroovende vergaderingen<br />
van het Partijbestuur der S.D.A.P.,<br />
voor het dagblad „Het Volk" een<br />
wekelijksch hoofdartikel en een dagelijksche<br />
„Oproerige Krabbel" te schrijven.<br />
Deze laatste nu, waarvan twee<br />
bloemlezingen werden samengesteld,<br />
zijn fijn geslepen juweelen van journalistiek<br />
vernuft. Alle stemmingen<br />
van den mensch komen er in tot<br />
uiting. Soms zijn de Krabbels uitbundig,<br />
dan weer van een beheerschte<br />
gedragenheid. Nu eens vonkt een nauwelijks<br />
ingetoomde felle haat uit de<br />
woorden, maar andere ademen een<br />
zachte melancholie, een Joodsch-wijsgeerige<br />
berusting. Een toon van diepe<br />
vroomheid klinkt den lezer tegemoet,<br />
maar vaak ook een bijtende ironie. En<br />
veelal een innige liefde voor alles wat<br />
het leed dezer wreede wereld ondergaat,<br />
vooral voor kinderen. Nooit doet<br />
een Krabbel aan routine-werk denken.<br />
Elke zin is geïnspireerd. Met groote<br />
aandacht verzorgde Kleerekoper zijn<br />
hoekje in de krant, herschreef een<br />
stukje, dat gemakkelijk neergesmeten<br />
schijnt, somtijds ettelijke malen en<br />
gaf het niet ter zetterij, als hij er<br />
niet ten volle tevreden mee was. Deze<br />
begenadigde spreker en bedreven parlementariër<br />
voelde zich toch in de<br />
allereerste plaats journalist.<br />
Zwaar heeft A. B. Kleerekoper geleden,<br />
toen hij van den eenen dag op<br />
den anderen uit het volle leven gerukt<br />
werd. Deze man, die het applaus en<br />
het rumoer van den politieken strijd<br />
niet kon missen, zat verlamd op zijn<br />
stoel. Zijn vulpenhouder en de telefoon<br />
waren de eenige middelen, die<br />
hem nog met de buitenwereld verbonden.<br />
Hij leefde in die jaren op zijn<br />
Krabbels, die allengs een meer bespiegelend<br />
karakter kregen, een stilheid,<br />
die er vroeger vreemd aan was.<br />
Toen de nazi's ons land overvielen,<br />
brak hij natuurlijk zijn werk af. Zijn<br />
laatste maanden sleet hij in het gebouw<br />
van de Joodsche Invalide. Een<br />
dag voordat de Duitsche beulen de<br />
stakkerige bevolking naar de Poolsche<br />
gaskamers sleurden, gelukte het een<br />
paar vrienden om A.B.K. eruit te krijgen.<br />
De eenige soulaas, welke het leven<br />
hem nog kon bieden, was, dat hij buiten<br />
het bereik van zijn doodsvijanden<br />
zijn natuurlijken dood kon sterven.<br />
Piet Bakker, in Elseviers<br />
Weekblad — 7 September.<br />
Een Amerikaan, die aanvalsdatum<br />
op Pearl Harbour<br />
voorspelde<br />
Den vorigen dag per vliegtuig uit<br />
Parijs aangekomen, wachtte de „Dean"<br />
'van de Amerikaansche buitenlandsche<br />
correspondenten, de heer K. H.<br />
von Wiegand in Amsterdam op een<br />
telefoontje van de K.L.M, of er voor<br />
hem en zijn secretaresse plaats was<br />
in het vliegtuig naar Madrid van<br />
den volgenden dag. Wij zochten hem<br />
op in het Amstelhotel, den laatste<br />
van de oude garde, die nog steeds in<br />
actieven dienst is voor het Hearst<br />
Concern, waarvan de Zondagsbladen<br />
32 millioen en de dagbladen ruim 15<br />
millioen lezers tellen.<br />
Toen de oorlog in September 1939<br />
uitbrak, vertrok hij naar Amsterdam,<br />
bleef daar echter kort en vloog naar<br />
Rome. Italië kwam in den oorlog en
mr. Wiegand keerde naar New York<br />
terug. Hij bleef daar niet lang, want<br />
Hearst stuurde hem naar Shanghai.<br />
Hij was het, die op 17 October 1941<br />
admiraal Glassford, den opperbevelhebber<br />
der Amerikaansche zeestrijdkrachten<br />
in de Chineesche wateren,<br />
waarschuwde dat de oorlog tusschen<br />
Japan en de Ver. Staten elk uur na<br />
6 Dec. middernacht kon uitbreken. De<br />
aanval op Pearl Harbour geschiedde<br />
op den morgen van den 7en December.<br />
Zijn informatie was juist geweest.<br />
De oude, grijze heer, die tegenover<br />
ons zit, heeft nog weinig van zijn<br />
vitaliteit ingeboet, hoewel een van de<br />
Japansche bombardementen op Manilla,<br />
waar hij zich sedert Dec. 1941<br />
bevond, hem het licht van zijn oogen<br />
kostte. Door operatief ingrijpen verkreeg<br />
hij slechts 25 % van zijn gezicht<br />
terug.<br />
„Of hij generaal Mac Arthur ontmoet<br />
heeft?" Zeker, hij beschouwt<br />
hem als den knapsten Amerikaanschen<br />
veldheer, die ook na oorlogstijd<br />
bewezen heeft opmerkelijke diplomatieke<br />
talenten te bezitten. Hij heeft<br />
trouwens bijna alle groote staatslieden<br />
uit dezen tijd ontmoet: Stalin,<br />
Roosevelt, Mussolini, Hitler, Atatürk,<br />
Tsjiang Kai Sjek, Churchill.<br />
Hij was nu zoo juist van de Parijsche<br />
Vredesconferentie teruggekomen,<br />
waar hij staatslieden van groot formaat,<br />
die er wel te Versailles waren,<br />
miste.<br />
Als wij met hem spreken over zijn<br />
tocht met de Zeppelin tijdens haar<br />
eerste reis over den Atlantischen<br />
Oceaan in 1928 en haar historische<br />
vlucht rondom de wereld in 1929,<br />
komt het verwachte telefoongesprek<br />
door. Er is plaats voor hem en miss<br />
Clifford in het vliegtuig naar Madrid.<br />
We nemen afscheid van den veteraan,<br />
die de komende dagen Franco<br />
zal spreken en dan via Lissabon,<br />
Rome en Caïro naar Jeruzalem zal<br />
gaan, waarna hij Indië en China<br />
hoopt te bezoeken.<br />
Nieuwe Courant.<br />
En nu de waarheid<br />
„Portugal, de hoop van Romme"<br />
zette „De Waarheid" 14 September<br />
1946 boven een foto met enkele jonge<br />
mannen in uniform, die den fascistischen<br />
groet brengen. En er onder:<br />
„Op 1 September vond ter herdenking<br />
van het heuglijke feit, dat Hitler<br />
zeven jaar geleden Polen overvallen<br />
heeft, in Lissabon een demonstratie<br />
van de officieele jeugdbeweging<br />
plaats. De „leiders" nemen de<br />
parade af. Is het niet verheffend om<br />
te weten, dat er ten minste nog één<br />
land in Europa is, waar de heldendaden<br />
van Hitler op passende wijze<br />
herdacht worden?"<br />
Foto en onderschrift laten aan duidelijkheid<br />
niets te wenschen over,<br />
zoodat dit een goede gelegenheid was<br />
om de berichtgeving van „De Waarheid"<br />
eens aan de waarheid te toetsen.<br />
In de „Diaro de Lisboa" van 1 September<br />
1946 treffen we dan dezelfde<br />
foto aan met als onderschrift „De<br />
nationale commissaris en andere autoriteiten<br />
salueeren la Mocidade Portuguesa<br />
(de Portugeesche jeugd) bij het<br />
betreden van het terrein (van Paia)".<br />
Dezelfde krant bevat een verslag<br />
van de dien dag gehouden uitreiking<br />
van onderscheidingen aan de pas afgestudeerden<br />
van deze jeugdbeweging,<br />
aan het slot van een zomercursus, die<br />
in dit kamp — in de bosschen van<br />
de Landbouwschool Diniz — gegeven<br />
was.<br />
Wil men Portugals houding ten opzichte<br />
van Polen weten, dan zij hier<br />
minister-president Salazar geciteerd,<br />
die op 9 October 1939, de dag dat<br />
Duitschland en Rusland samen Polen<br />
verdeelden, in de nationale vergadering<br />
een rede hield, waarin hij over<br />
de internationale situatie zeide: „Ik<br />
wil hier een woord van diepe sympathie<br />
uitspreken over de Poolsche<br />
natie, die we hier hulde willen brengen<br />
vanwege zijn heldhaftige offers<br />
en zijn vaderlandsliefde". (Salazar<br />
kent geen Nederlandsen; wij verwijten<br />
hem niet, dat hij „natie" als een<br />
mannelijk woord beschouwt. — Red.<br />
De Journalist).<br />
En wat overigens Romme met Portugal<br />
te maken heeft, is niet erg duidelijk.<br />
Niet iedere arm reikt zoover<br />
buitenlands als die van de C.P.N.<br />
Pot voor Portugal.<br />
De Volkskrant — 17 October.<br />
Wist U ...<br />
Dat Nederland 125 dagbladen telt<br />
en 1875 periodieken.<br />
Nieuwe Haagsche Courant —<br />
7 October.<br />
Voor één Christelijke<br />
Dagbladpers<br />
ZAANDAM — In een gisteravond<br />
gehouden ledenvergadering van de<br />
A.R. Kiesvereeniging heeft men met<br />
algemeene stemmen zijn groote teleurstelling<br />
uitgesproken over het. feit,<br />
dat naast het dagblad „Trouw", binnen<br />
zeer afzienbaren tijd ook het dagblad<br />
„De Standaard" weer gaat verschijnen.<br />
Zonder dat men thans nog een<br />
oordeel wilde uitspreken over de<br />
positie van „De Standaard" in den<br />
bezettingstijd, betreurt men het, dat<br />
in ons land meer Christelijke dagbladen<br />
zouden komen en dat dit niet<br />
beperkt kan blijven tot één groot dagblad,<br />
in Christelijk nationalen geest.<br />
Besloten werd, deze meening schriftelijk<br />
ter kennis te brengen van de<br />
directies van de N.V. Dagblad<br />
„Trouw", N.V. Dagblad „De Standaard"<br />
en het Centraal Comité van<br />
A.R. Kiesvereenigingen.<br />
Trouw — 2 October.<br />
Newspapers<br />
Sir Walter Layton has done a<br />
valuable service by publishing a<br />
pamphlet, „Newsprint: A Problem f or<br />
Democracy", which sets out clearly<br />
and simply the facts about the basis<br />
of the newspaper industry. The industry<br />
is a large one, yet, for reasons<br />
of public policy with which no reasonable<br />
man quarrels, it is restricted to<br />
27 per cent only of its pre-war raw<br />
material. And, as Sir Walter says,<br />
whatever criticisms we may bring<br />
against newspapers, however badly<br />
we may think of them, it is impossible<br />
for them at present to render<br />
the service to the community that<br />
the country expects from them. The<br />
advertiser who wishes to insert a<br />
simple announcement of his wants<br />
and has to wait weeks for publication<br />
knows that from experience. And in<br />
all the fields of information the<br />
handicap on the British papers is<br />
hardly less. The size of newspapers<br />
was cut down during the war and the<br />
supplies of the precious raw material<br />
rationed by a remarkable system of<br />
co-operation between the industry and<br />
the Government. The return to<br />
bigger papers should be planned in<br />
the same way. The newspapers do not<br />
put their claims high. They know<br />
that we cannot hope to come near to<br />
the standards already reached by<br />
America (with a consumption this<br />
year of 591b. per head, against 15ilb),<br />
or Australia or Sweden. A modest<br />
expansion carefully planned over the<br />
next five years is as much as, in face<br />
of the country's difficult economic<br />
position, can perhaps be aimed at,<br />
but it should not be beyond reach.<br />
Manchester Guardian —<br />
17 September.<br />
Record productie van<br />
krantenpapier<br />
De productie van krantenpapier in<br />
Canada, de V.S. en New Foundland<br />
heeft in Augustus een nieuw hoogtepunt<br />
bereikt met een totaal van<br />
468.236 ton. In de eerste 8 maanden<br />
van dit jaar steeg de productie daardoor<br />
tot 3.490.000 ton, hetgeen eveneens<br />
meer is dan in eenige voorafgaande<br />
overeenkomstige periode.<br />
Nationale Rotterdamsche Courant —<br />
20 September.<br />
De Telegraaf terug?<br />
Met belangstelling ziet men uit naar<br />
het antwoord op .de vraag of „De<br />
Telegraaf" zal terugkeeren, ja dan<br />
neen.<br />
Men vergist zich echter als men<br />
meent, dat daarover bij de zuivering<br />
beslist wordt. Bij de zuivering gaat<br />
het alleen om de vraag, of de personenen,<br />
die bij „De Telegraaf" betrokken<br />
waren, hetzij in de directie, hetzij<br />
in de redactie, in het dagbladbedrijf<br />
werkzaam mogen blijven. Al zouden<br />
er nog zulke zware „straffen" vallen,<br />
daarmee wordt over den terugkeer van<br />
„De Telegraaf" niet beslist. Degenen,<br />
die het apparaat in handen hebben,<br />
kunnen het blad weer laten verschijnen,<br />
mits zij zich bedienen van gezuiverde<br />
personen.<br />
Wij zijn uiterst benieuwd wat de<br />
houding der Regeering in deze zaak<br />
zal zijn; voor haar is deze zaak een<br />
test-case. Indien zij toelaat, dat „De<br />
Telegraaf" weer gaat verschijnen,<br />
zal zij het laatste restje vertrouwen<br />
op nakoming van hetgeen tijdens de<br />
7
ezetting werd toegezegd, kapot moeten<br />
maken en het falen van haar<br />
persbeleid bezegelen.<br />
Pormeele overwegingen mogen hier<br />
niet den doorslag geven. Indien onder<br />
het bestaande recht tegen den terugkeer<br />
van „De Telegraaf" niets te doen<br />
is, behoort dat recht gewijzigd te worden.<br />
Men versta ons goed: wij hebben<br />
niets tegen het verschijnen van<br />
een blad, dat dezelfde plaats inneemt<br />
als „De Telegraaf" en wat ons betreft<br />
ook zoo heet. Waar wij echter ernstig<br />
verzet tegen moeten aanteekenen is,<br />
dat „De Telegraaf" in feite weer zal<br />
uitkomen. M.a.w.: wij hebben er bezwaar<br />
tegen, dat dezelfde financieele<br />
belangen, die achter „De Telegraaf"<br />
stonden, alsof er niets was voorgevallen,<br />
weer zouden doorgaan.<br />
Moet men dan medelijden hebben<br />
met „De Telegraaf", die sedert de bevrijding<br />
niet is kunnen verschijnen.<br />
Er is geen enkele reden toe: evenals<br />
andere „verboden" bladen, heeft „De<br />
Telegraaf" dik verdiend aan het drukken<br />
van de niet-verboden bladen.<br />
Met het aldus verdiende geld gaan<br />
zij dan, wanneer zij weer kunnen uitkomen,<br />
de bladen, die hun plaats hebben<br />
ingenomen, en die de' lasten des<br />
daags na de bevrijding gedragen hebben,<br />
wegconcurreeren. Het beleid van<br />
de Regeering ten deze is waarlijk ten<br />
hemel schreiend! Eerst worden deze<br />
bladen uitgeschakeld, omdat men hen<br />
op grond van hun gedrag tijdens de<br />
bezetting de voorlichting niet toevertrouwt<br />
en dan laat men na eenigen<br />
tijd weer toe, dat zij de nieuwe bladen<br />
gaan verdringen!<br />
Ieder, die om zich heen ziet, kan<br />
het constateeren: ook hier is er niets<br />
veranderd en vernieuwd. De pers is<br />
weer evenzeer als voor den oorlog in<br />
handen van degenen, die haar in de<br />
eerste plaats als een winstobject zien.<br />
Hier is een schoone kans om een stap<br />
vooruit te doen verzuimd. En de terugkeer<br />
van „De Telegraaf" zal, als de<br />
regeering niet op haar hoede is, de<br />
bezoldiging van deze haar zonde zijn,<br />
waarmede tevens voor velen, die in<br />
den oorlog hebben uitgezien naar een<br />
beter vaderland, weer een illusie te<br />
meer ten grave is gedragen.<br />
Er is nog een andere kant aan deze<br />
zaak. Als „De Telegraaf" terugkomt,<br />
wordt aan bladen als „Trouw", „Het<br />
Parool", die op het apparaat van „De<br />
Telegraaf" gedrukt worden, het voortbestaan<br />
vrijwel onmogelijk gemaakt.<br />
Dat kan en mag deze beide bladen,<br />
die in de illegaliteit ons volk onschatbare<br />
diensten hebben bewezen, niet<br />
worden aangedaan. Wij weigeren eenvoudig<br />
te gelooven, dat de Overheid<br />
zóó kort van memorie zou zijn, dat<br />
zij dat zou toelaten.<br />
Men weet, dat wij met name met<br />
„Trouw" nog al eens den degen kruisen.<br />
In deze zaak treden wij echter<br />
gaarne als pleitbezorger voor „Trouw"<br />
en natuurlijk ook voor „Het Parool"<br />
op.<br />
De Nieuwe Nederlander —<br />
28 September.<br />
Zeitungssterben in Rom<br />
Heute erscheinen in Rom nur noch<br />
21 Tageszeitungen, wahrend es vor<br />
8<br />
einem Jahr noch über dreiszig waren.<br />
Aber auch diese 21 scheinen noch<br />
zuviel für eine Stadt von anderhalb<br />
Millionen Einwohnern, von denen<br />
bestenf alls 250 000 als Kauf er in Prage<br />
kommen. Denn von diesen kaufen nur<br />
die allerwenigsten mehr als eine Zeitung<br />
im Tag, weil der Leser bei einem<br />
Stückpreis von fünf Lire seiner alten<br />
Leseleidenschaft nicht mehr frönen<br />
kann. Rechnet man also optimistisch<br />
mit einer Gesamtzahl von taglich<br />
300 000 Zeitungsempfanger, so ergibt<br />
sich für jede Zeitung eine mittlere<br />
Auflage von 14 000 Exemplaren. In<br />
Wirklichkeit erreichen aber noch nicht<br />
einmal ein Drittel der römischen Blatter<br />
diese Zahl. Die beiden einzigen<br />
Tageszeitungen, bei denen man von<br />
einer Massenauflage sprechen kann,<br />
sind „Tempo" ünd „Messaggero". Beide<br />
liegen in hartem Konkurrenzkampf.<br />
Der „Messaggero" — unter diesem<br />
den Römern alt vertrauten Titel erst<br />
seit einigen Monaten wieder im Verkauf<br />
— hat Terrain aufgeholt; aber<br />
noch liegt „Tempo" klar in Pührung.<br />
„Tempo" hat eine bewegte Vergangenheit<br />
hinter sich. Bei seiner Gründung<br />
nach der Befreiung Romsnannte<br />
es sich „unabhangig-sozialistisch",<br />
dann wurde es monarchistisch mit<br />
NittirTendenz, daraufhin schwenkte<br />
es auf die liberale Linie ein, und<br />
heute gilt es als das von den Kommunisten<br />
am meisten gehasste Blatt, dem<br />
man gewisse neu-fascistische Neigungen<br />
— sicher zu Unrecht — vorwirft.<br />
Die Auflage der anderen Zeitungen<br />
erreicht oft nicht einmal 1000 Exemplare.<br />
Als Minimum gilt eine Auflage<br />
von 700, weil es in Rom 700 Leute<br />
oder Bureaus gibt, die notgedrungen<br />
alle Zeitungen abonnieren mussen.<br />
Eine angesehene Abendzeitung mit<br />
klangvollem Namen verkauft 3000<br />
Exemplare. Die Organe der Massenparteien<br />
erreichen eine Auflage von<br />
rund 50 000, die der anderen von etwa<br />
20 000, aber auch weniger. Unter diesen<br />
Umstanden ist es kein Wunder,<br />
dass die Zahl der taglich erscheinenden<br />
Blatter sich standig reduziert.<br />
Thurgauer Zeitung — 11 September.<br />
Merkwaardige enquête<br />
De Centrale Bibliotheek heeft een<br />
enquête gehouden onder haar Bataviasche<br />
lezers over de vraag voor welke<br />
Hollandsche couranten en tijdschriften<br />
de meeste belangstelling bestaat.<br />
Deze enquête strekte zich uit over 86<br />
dag- én weekbladen.<br />
De resultaten waren als volgt:<br />
Aantal<br />
Dagbladen<br />
stemmen<br />
per 100<br />
1. Alg. Handelsblad 47.75<br />
2. Nat. Rotterd. Courant ... 27<br />
3. Trouw 22.25<br />
4: Parool 16.75<br />
5. Maasbode 15.25<br />
6. Tijd 11<br />
7. Rotterdammer 9.75<br />
8. Vrije Volk 9.25<br />
Weekbladen<br />
1. Haagsche Post 49.25<br />
2. Elsevier 49.25<br />
3. Groene Amsterdammer ... 46.25<br />
4. Stem van Nederland (v.h.<br />
Vrij Ned.) 25<br />
5. Je Maintiendrai 12.25<br />
8. Trouw 7.25<br />
7. Vrij Nederland 7<br />
8. Vlam 6.25<br />
Geïll. weekbladen<br />
1. Wereldkroniek 55.25<br />
2. Libelle 25.25<br />
3. Ons Vrije Nederland 21.75<br />
4. Filmwereld 17.25<br />
5. Vliegwereld 17<br />
6. Uitkijk 15<br />
7. Indische Nieuws 14<br />
Het aantal lezers bij de wijkbibliotheken<br />
is in Juli zeer sterk gestegen<br />
en wel van 2000 op plm. 3000 lezers.<br />
Over deze maand bedroegen de ruilingen<br />
ca. 31.000. Tot dit succes hebben<br />
de vele nieuwe buitenlandsche<br />
tijdschriften zeer sterk bijgedragen.<br />
Ten behoeve van de evacué's, woonachtig<br />
in het kamp „Tanah Tinggi",<br />
heeft de C.B. een bibliotheek geoepnd,<br />
waarvan reeds druk gebruik wordt gemaakt.<br />
Om de publieke aandacht nog<br />
meer te trekken, zullen borden worden<br />
aangebracht met de aanduiding<br />
„Wijkbibliotheek" en Vermelding van<br />
de openingsuren.<br />
Welfare — September.<br />
Beruchte drie-kruisjes-schrijver<br />
in Den Haag gearresteerd<br />
Naar wij vernemen, is de vroegere<br />
hoofdredacteur van het Twents<br />
Nieuwsblad, M. J. L. v. Nierop, Vrijdag<br />
in Den Haag gearresteerd. Hij zal vandaag<br />
naar Enschede worden overgebracht.<br />
Wij kunnen ons voorstellen, dat dit<br />
bericht een zucht van voldoening zal<br />
doen opgaan in Twente en in de<br />
Graafschap, want als er een man is<br />
geweest, die zich tijdens den oorlog<br />
in dit gebied gehaat heeft gemaakt,<br />
dan is het wel de drie-kruisjes-man.<br />
Elke dag opnieuw heeft hij gepoogd,<br />
nadat hij in November 1943 de leiding<br />
had gekregen van de gelijkgeschakelde<br />
Twentsche pers, om hart en<br />
geest van de bevolking in dit gebied<br />
te vergiftigen met de nationaal-socialistische<br />
opvattingen. Toen het hem<br />
niet gelukte op de door hem aanvankelijk<br />
gekozen zoetsappige wijze, kwam<br />
hij anders voor den dag. Hij trad toen<br />
zoodanig op, dat elk artikel in de<br />
krant, die men om het officiëele<br />
nieuws wel lezen moest, een beleediging<br />
vormde voor het goedwillende<br />
deel der bevolking, dus voor vrijwel<br />
allen. Hij wierp het masker af, zooals<br />
de meeste nationaal-socialisten na<br />
korter of langer tijd. Stuitend en beleedigend<br />
was zijn optreden als journalist,<br />
zoowel als in officiëele N.S.B.-<br />
functies. Niemand zal ooit vergeten,<br />
hoe hij schreef over de Joden, over<br />
de onderduikers en over de verzetsstrijders,<br />
die hij, als getrouw dienaar<br />
van zijn Duitschen leermeester, nooit<br />
anders betitelde dan als terroristen.<br />
Hij heulde in elk opzicht volledig met<br />
de Duitschers en de vreugde, die hij<br />
aan den dag legde, toen tot leedwezen<br />
van de geheele wereld de aanslag op
Hitler mislukte: „De Pührer bleef ons<br />
behouden", jubelde hij in een opschrift<br />
dat de gehele breedte van de<br />
pagina in beslag nam, was zo mogelijk<br />
nog beleedigender voor ons, Nederlanders,<br />
dan zijn afwisselende<br />
vleierij en dreigementen.<br />
In de N.S.B, in Twente bekleedde<br />
hij — hoe kon het anders in een<br />
partij, die zoo weinig kader bezat —<br />
natuurlijk allerlei hooge posten. Een<br />
tijdlang had hij de algemeene leiding<br />
van Mussert's volgelingen in dit district,<br />
hij gaf leiding aan den Naticnalen<br />
Jeugdstorm, was natuurlijk begunstigend<br />
lid van de S.S. en wat hem<br />
vooral zwaar zal worden aangerekend:<br />
hij was commandant van de Landwacht<br />
in Twente.<br />
Van Nierop, die 34 jaar oud is, had<br />
al vroeg fascistische neigingen. Voor<br />
den oorlog was hij verbonden aan de<br />
redactie van De Residentiebode in<br />
Den Haag en hij behoorde toen tot<br />
het Verdinaso, het Verbond van<br />
Dietsche Nationaal Solidaristen, in<br />
welks jeugdbeweging hij een groote<br />
rol vervulde. Toen na Mei 1940 het<br />
Verdinaso opging in de N.S.B., kwam<br />
hij op persgebied naar voren. Voor de<br />
beruchte Vereenigde Persbureau's trad<br />
hij op als Berlijnsch correspondent<br />
en na zijn terugkeer in Nederland<br />
werd hij achtereenvolgens hoofd van<br />
de afd. Perszaken van het hoofdkwartier<br />
der N.S.B, en waarnemend hoofdredacteur<br />
van Volk en Vaderland.<br />
Toen stuurden zijn bazen hem naar<br />
Twente, om daar de hoofdredactie op<br />
zich te nemen en het Twents Nieuwsblad,<br />
dat ontstaan was uit de gedwongen<br />
fusie van Tubantia en de Nieuwe<br />
Hengelosche Courant. Hij deed hier<br />
zijn werk zoodanig, dat de N.S.B.-ers<br />
hem beloonden met den dr. Goedewagen-prijs,<br />
die was uitgeloofd voor<br />
de grootste vuilschrijverij.<br />
Van Nierop, die, toen er nog geen<br />
gevaar was, even moedig praatte en<br />
schreef als Mussert, pakte toen de<br />
bevrijders in aantocht waren, natuurlijK<br />
de biezen.<br />
Hij trok naar het Noorden, maar<br />
toen de politie hem hier op het spoor<br />
kwam, was de vogel gevlogen. Wel<br />
werden zijn vrouw en kinderen in<br />
Oude Pekela gevonden. De politie<br />
bleef echter actief en zoo kon hij gisteren<br />
in Den Haag worden gearresteerd.<br />
Het mag een raadsel worden<br />
genoemd hoe deze man zoolang heeft<br />
kunnen onderduiken, maar ook dit zal<br />
wel spoedig worden opgelost.<br />
Het Vrije Volk — 5 October.<br />
Krantenpapier<br />
Canada en New Poundland zullen<br />
hun uitvoer van krantenpapier naar<br />
Groot-Brittannië in 1947 verhoogen<br />
van 50.000 tot 150.000 long ton.<br />
Met deze beide landen heeft Groot-<br />
Britannië voorts onderhandelingen<br />
gevoerd, dat in 1950 de Britsche import<br />
van papier zoodanig zal zijn, dat<br />
de kranten met 12 pagina's kunnen<br />
verschijnen.<br />
Economische Voorlichting —<br />
5 October.<br />
De Standaard<br />
Het A.R. dagblad „De Standaard"<br />
zal waarschijnlijk op 1 Dec. weer verschijnen.<br />
Haagsch Dagblad — 3 October.<br />
Misbruik van persconferenties<br />
De persconferenties zijn een groeiend<br />
euvel in onze Nederlandsche perswereld.<br />
Er zijn er veel te veel, hun<br />
kwaliteit is te laag en hun bijverschijnselen<br />
zijn onaangenaam.<br />
Beginnen wij met het laatste. Steeds<br />
meer worden persconferenties gelegenheden,<br />
waar de „heeren" van de<br />
pers met eten en drinken worden volgestopt<br />
in de hoop, dat zij in de<br />
goede stemming zullen raken, om het<br />
ter persconferentie aanbevolen stoffelijke<br />
en geestelijke product in hun<br />
courant eenigen lof toe te zwaaien.<br />
Het mag niet voorkomen, dat iemand,<br />
die namens een groote semi-overheidsinstelling<br />
de pers een uiteenzetting<br />
geeft over de werkzaamheden daarvan,<br />
kennelijk onder den invloed is<br />
van de heerlijke dranken, welke op<br />
een voorafgaande receptie werden geschonken.<br />
Het mag ook niet voorkomen,<br />
dat de persconferentie van<br />
een hooggeplaatst buitenlandsch militair<br />
in het water (of liever in de spiritualiën)<br />
valt, omdat, wanneer de<br />
conferentie eenmaal begint, de generaal<br />
evenzeer onder den invloed is als<br />
de aanwezige journalisten. Zulke verschijnselen<br />
geven een verre van prettigen<br />
indruk van degenen, die de persconferenties<br />
leiden. Zij zijn ook volstrekt<br />
misplaatst in een tijd van<br />
soberheid, of laten wij voorzichtig zijn<br />
en zeggen: in een tijd, die een tijd<br />
van soberheid zou moeten zijn. Maar<br />
het is naar den kant van de pers<br />
gezien nog veel bedenkelijker, dat men<br />
meent deze met een kluitje in het<br />
riet te kunnen sturen en als een kind<br />
met wat lekkers te kunnen zoet houden.<br />
Groote soberheid dient bij het<br />
aanvaarden van ververschingen en<br />
dergelijke door de vertegenwoordigers<br />
van de pers te worden betracht en zij<br />
moeten ook niet aarzelen óf door<br />
woorden óf door wegblijven te protesteeren,<br />
wanneer hun gastheeren toch<br />
de houding blijven aannemen, dat zij<br />
de pers op zoo goedkoope wijze meenen<br />
te kunnen lijmen.<br />
Bedenkelijk is ook de veelvuldigheid<br />
van persconferenties in deze dagen.<br />
Die veelvuldigheid brengt mede, dat de<br />
betrokken overheidsinstanties en particuliere<br />
lichamen niet altijd met hun<br />
beste vertegenwoordigers achter de<br />
tafel verschijnen en dat de pers van<br />
den weeromstuit uit haar toch reeds<br />
beperkte redactiestaven ook niet altijd<br />
de besten zendt. Het droevige gevolg<br />
is een steeds verder dalen van het<br />
peil van de gedachtenwisseling. Het<br />
is beschamend om van buitenlandsche<br />
journalisten te moeten hooren, hoe<br />
tam en onbelangrijk zij de Nederlandsche<br />
persconferenties vinden —<br />
en juist door de schuchtere gedragingen<br />
van den gemiddelden Nederlandschen<br />
journalist. Tot een verlaging<br />
van het peil draagt ook bij de overvloed<br />
van hoogst onbelangrijke vereenigingen<br />
en instellingen, die alle<br />
aan de mode offeren, door ook hun<br />
eigen persconferenties te gaan geven.<br />
Men vergeet bij het houden van een<br />
persconferentie dikwijls ook, dat het<br />
medegedeelde van eenig belang moet<br />
zijn. Indien het alleen maar gaat om<br />
feitelijke mededeeling die men even<br />
goed in een gestencild memorandum<br />
aan de pers zou kunnen voorleggen,<br />
is het eenvoudig tijd verknoeien om<br />
een groot aantal journalisten daartoe<br />
bijeen te roepen. Wij begrijpen heel<br />
goed, dat dit toch dikwijls gebeurt,<br />
omdat de betrokken instanties van<br />
een schriftelijke mededeeling weinig<br />
heil meer verwachten. Wij kunnen<br />
ons dat best voorstellen, maar daartegen<br />
is een zeer eenvoudige remedie:<br />
laat men ook het aantal schriftelijke<br />
stukken, dat men aan de verschillende<br />
redacties rondzendt, eindelijk eens<br />
wat beperken. Men weet nu eenmaal,<br />
dat alle kranten nog te woekeren<br />
hebben met een ernstig gebrek aan<br />
papier en dus alleen het allernoodzakelijkste<br />
kunnen publiceeren. Nalijk<br />
zijn er altijd bezwaren te maken<br />
tegen de keus, welke de redacties doen<br />
uit het hun aangeboden materiaal,<br />
maar juist, als degenen, die aan de<br />
couranten schriftelijk materiaal aanbieden,<br />
zichzelf reeds beperkingen opleggen,<br />
is het voor de redacties gemakkelijker<br />
een keus te doen uit de<br />
dan belangrijker stof, welke hun wordt<br />
voorgelegd.<br />
De Nieuwe Nederlander — 2 October.<br />
De Duitsche pers<br />
Van de vijftien kranten, die op het<br />
oogenblik in Berlijn verschijnen, is de<br />
„Tagliche Rundschau" de grootste, met<br />
een oplage ongeveer gelijk aan die<br />
van de Londensche „Times" (500.000).<br />
Reeds enkele dagen na de bezetting<br />
van de hoofdstad hadden de Russische<br />
autoriteiten dit nieuwe dagblad gesticht,<br />
dat nu naar alle deelen van<br />
Sovjet-Duitschland wordt gevlogen.<br />
Het blad maakt soms den indruk letterlijk<br />
uit de „Prawda" te zijn vertaald,<br />
artikelen over Russische cultuur,<br />
economie en politiek domineeren<br />
volkomen. De hoofdartikelen zijn<br />
precies in denzeïfden geest gesteld als<br />
in het roode orgaan. Het uiterlijk doet<br />
daarbij sterk aan dat van de vroegere<br />
officieele Nazikrant de „Völkischer<br />
Beobachter" denken door de enorme<br />
zwarte koppen met roode strepen eronder<br />
op de voorpagina.<br />
„Neue Zeit", het blad van de<br />
Christelijk Democraten, werd door het<br />
Duitsche publiek in de Oostelijke zone<br />
enthousiast ontvangen, daar het de<br />
communistische ideologie niet was toegedaan.<br />
Toen de leider van de CD. in<br />
den herfst van het vorig jaar zich tegen<br />
de „landhervorming" verzette,<br />
waarbij alle groote bezittingen verkaveld<br />
werden, hadden de Russen een<br />
aanleiding in te grijpen. Zij bezetten<br />
het redactiebureau van het partijorgaan<br />
en zorgden, dat er een hoofdartikel<br />
op de voorpagina kwam, waarin<br />
de leiding van de Christelijk Democraten<br />
werd aangevallen.<br />
Maar het Berlijnsche publiek begreep<br />
wat er achter zat; de man, die<br />
9
zich. verzet had, week uit naar de<br />
Britsche zone. Daar volgens een mededeeling,<br />
op bevel der autoriteiten gepubliceerd,<br />
„de capaciteit van de persen<br />
niet meer toereikend was", werd<br />
plotseling de oplage drastisch verlaagd<br />
en het blad verloor veel aan beteekenis.<br />
„Das Volk" van de sociaal-democraten,<br />
die in Mei j'.l. een fusie met de<br />
communisten aangingen, toont weinig<br />
karakter, evenmin als „Der Morgen"<br />
van de Duitsche Liberale Partij, die<br />
beide hun uiterste best doen de roode<br />
machthebbers niet te ontstemmen.<br />
Heel wat interessanter is dan „Der<br />
Kurier" in Berlijnsch Pransche zone<br />
uitgegeven, dat driemaal per week verschijnt.<br />
Hoewel vrijwel uitsluitend uit<br />
Parijs van nieuws voorzien, neemt 't<br />
een zoo onafhankelijk mogelijke houding<br />
aan ten opzichte van de groote<br />
politieke problemen.<br />
Het meeste gezag heeft echter wel<br />
het door de Amerikanen gesteunde<br />
blad „Der Tagesspiegel" (400.000), dat<br />
zich voortdurend openlijk verzet tegen<br />
de politiek, die in Rood-Berliin gevolgd<br />
wordt. Herhaaldelijk werd 't<br />
verleden van een Communistischen<br />
partijman uit de doeken gedaan. De<br />
oproep van de Engelsche Labour .partij<br />
in het begin van dit jaar tot de<br />
sociaal-democraten gericht, om zich<br />
niet met de communisten te vereenigen,<br />
werd door de pers onder Sovjetcontröle<br />
niet gepubliceerd, evenmin als<br />
de rede van „kameraad" Thorez, die<br />
het Ruhrgebied voor Frankrijk opeischte.<br />
Maar de Amerikanen waren<br />
er ook nog en zetten het nieuws uitgebreid<br />
op de voorpagina van hun<br />
blad, zoodat heel Berlijn in korten<br />
tijd van de feiten op de hoogte was.<br />
„Geallieerde" kranten zijn in de Russische<br />
zone van Berlijn verboden, ze<br />
worden er dus binnengesmokkeld en<br />
soms voor meer dan drie gulden verkocht.<br />
De Engelschen stichtten „Der Berliner",<br />
ook driemaal per week verschijnend,<br />
en naar Britsche opvattingen<br />
geredigeerd en opgemaakt met<br />
een hoofdartikel op pagina drie. Het<br />
rustige uiterlijk en de bezadigde toon<br />
geven het uitstekend gedocumenteerde,<br />
zeer betrouwbaar blad, veel invloed<br />
in conservatieve Berlijnsche kringen.<br />
Ook „Telegraf" en „Volksblatt" worden<br />
onder Britsch toezicht uitgegeven.<br />
Toen de sociaal-democraten, die geweigerd<br />
hadden in de communistische<br />
partij op te gaan, een nieuwe partij<br />
stichtten, wilden zij hun orgaan „Vorwarts"<br />
noemen, om daarmee een oude<br />
vermaarde socialistische krant tot<br />
nieuw leven te brengen. — Maar de<br />
communisten kregen er de lucht van<br />
en zij veranderden hun dagblad „Einheit"<br />
in „Vorwarts", voor de<br />
anderen hun plan tot uitvoering hadden<br />
kunnen brengen.<br />
De Westelijke geallieerden dus zullen<br />
Berlijn van betrouwbaar nieuws<br />
moeten voorzien.<br />
De Linie.<br />
Terug naar den Rechtsstaat!<br />
Dezer dagen heeft de Centrale Zuivzringsraad<br />
voor het Bedrijfsleven<br />
10<br />
een uitspraak gedaan, welke meer dan<br />
gewone aandacht verdient, omdat zij<br />
een wegwijzer is op den weg-terug<br />
naar den rechtsstaat. Zij betreft een<br />
zaak, in eerste instantie door de Commissie<br />
voor de Perszuivering behandeld,<br />
waarbij deze een ontzetting van<br />
recht om in een leidende functie werkzaam<br />
te zijn, had uitgesproken.<br />
Grond voor deze ontzetting was de<br />
houding van den beschuldigde met betrekking<br />
tot het drukken van „De<br />
Zwarte Soldaat", het blad van de W.A.,<br />
welke houding, ook volgens den Centralen<br />
Raad, op zichzelve een ontzetting<br />
zou wettigen. De Raad overweegt<br />
echter, dat deze gedraging reeds oorzaak<br />
is geweest, dat de beschuldigde<br />
ernstig nadeel in zijn bedrijf heeft<br />
ondervonden, aangezien in Mei 1945<br />
het Militair Gezag hem heeft belet,<br />
de uitgave van „De Bussumsche Courant"<br />
te hervatten, waartoe hij gerechtigd<br />
was op grond van het (Londensche)<br />
Tijdelijk Persbesluit; de verschijning<br />
van deze courant was n.1.<br />
reeds medio Februari 1942 door den<br />
beschuldigde om principieele redenen<br />
gestaakt, zoodat hij geenerlei toestemming<br />
van het Militair Gezag of<br />
van wien dan ook behoefde om na de<br />
bevrijding de courant opnieuw uit te<br />
geven. In stede daarvan beval, onder<br />
strafbedreiging bij onvoldoende medewerking,<br />
het Militair Gezag, dat op<br />
beschuldigdes persen een nieuw orgaan,<br />
de „Gooische Courant Stad en<br />
Lande", moest worden gedrukt, welke<br />
toestand zich tot groot nadeel van<br />
den beschuldigde heeft bestendigd tot<br />
op dezen dag. De Centrale Raad overweegt<br />
nu, dat het hem niet duidelijk<br />
is kunnen worden, waaraan het Militair<br />
Gezag een bevoegdheid tot ingrijpen<br />
in dezen vorm heeft gemeend te<br />
kunnen ontleenen (!) en stelt vast<br />
dat dit aan beschuldigde terzake van<br />
de onderhavige gedraging op onregelmatige<br />
wijze toegebrachte zeer<br />
ernstige nadeel in rekening moet worden<br />
gebracht bij de beantwoording<br />
van de vraag, of de beschuldigde nu<br />
nog verder moet worden getroffen. De<br />
Raad beantwoordt deze vraag ontkennend,<br />
ook omdat de beschuldigde juist<br />
in het onderdeel van zijn bedrijf,<br />
waarvan de uitoefening hem door het<br />
M.G. is belet, n.1. de uitgave van de<br />
Bussumsche Courant, tijdens de bezetting<br />
ten koste van materieele offers<br />
de juiste houding heeft betracht, en<br />
hem de erkenning daarvan, die het<br />
Tijdelijk Persbesluit met de mogelijkheid<br />
van onmiddellijke herverschijning<br />
had bedoeld, is onthouden. De<br />
Raad besluit daarom, dat het nemen<br />
van maatregelen op grond van het<br />
Besluit Zuivering Bedrijfsleven achterwege<br />
zal worden gelaten. Deze<br />
uitspraak van den Centralen Zuiveringsraad,<br />
welke naar zijn oordeel<br />
de Commissie voor de Perszuivering<br />
had behooren te geven, doet weldadig<br />
aan, omdat daarin op zoo besliste<br />
wijze afkeuring wordt uitgesproken<br />
over een onrechtmatige<br />
overheidsdaad zooals er helaas zoovele<br />
na de bevrijding zijn voorgekomen.<br />
Bij lezing van de scherp geformuleerde<br />
overwegingen rijst voor het<br />
geestesoog het vertrouwde beeld van<br />
de geblinddoekte Vrouwe Justitia, die<br />
sine ira et studio — zonder haat en<br />
naijver — het voor en tegen voor den<br />
beschuldigde tegen elkaar afweegt.<br />
Voor dezen beschuldigde waren er<br />
nog rechters in Den Haag, omdat de<br />
Commissie voor de Perszuivering ditmaal<br />
haar beslissing moest doen steunen<br />
op het Besluit Zuivering Bedrijfsleven,<br />
dat een tweede instantie kent.<br />
In alle zaken evenwel, waarin de Commissie<br />
beslist op grond van het Tijdelijk<br />
Persbesluit 1945, ontbreekt zulk<br />
een beroepsinstantie. Reeds maanden<br />
geleden stelden wij vast, dat een hooger<br />
beroep op pijnlijke wijze wordt<br />
gemist; de behoefte aan een behandeling<br />
in tweeden aanleg is er sindsdien<br />
niet minder op geworden! Dat<br />
hierin thans spoedig worde voorzien.<br />
Ook processueel moeten wij den weg<br />
naar den rechtsstaat hervinden.<br />
Nat. Rott. Crt. — 4 October.<br />
Vorübergehend eingestellt...<br />
Neün Monate hat die Herrlichkeit<br />
einer communistischen Tageszeitung<br />
in der deutschsprachigen Schweiz<br />
gedauert. Seit dem 1. Dezember 1945<br />
erschien der „Vorwarts", das „Organ<br />
der Partei der Arbeit der Schweiz",<br />
taglich nachdem dies schon Monate<br />
vorher in Aussicht gestelt war, aber<br />
aus durchsichtigen Gründen nicht<br />
verwirklicht werden konnte. In dieser<br />
kurzen Spanne von dreiviertel<br />
Jahren sind nicht nur ungezahlte<br />
grüne Einzahlungsscheine verschickt,<br />
verschiedene Werbekampagnen eröffnet<br />
und Bettelaufrufe publiziert<br />
worden, sondern hat das Blatt auch<br />
sonst zahlreiche Wandlungen durchgemacht,<br />
die- alle den Heim des Niederganges<br />
in sich trugen. Eine der<br />
Hauptanforderungen, die der Schweizer<br />
an seine Presse stellt, ist die der<br />
Soliditat und der Konstanz; in diesen<br />
entscheidenden Punkten vermochte<br />
der „Vorwarts" nicht zu genügen<br />
und musste deshalb früher<br />
oder spater vom Schicksal ereilt werden.<br />
Dies war auch dadurch nicht zu<br />
verhindern, dass die Zeitung „den<br />
selben Namen wie die Zeitung Lenins<br />
tragt" und dieser Name für die Herausgeber<br />
als Verpflichtung aufgefasst<br />
wurde, wie der famose Direktor Hirsch<br />
alias Surava in einem „Brief aus dem<br />
Gefangnis" seinen staunenden Anhangern<br />
verkündete.<br />
Ja, diesere Direktor! Wie hat er doch<br />
dem „Vorwarts" die Merkmale seines<br />
eigenen unsteten Charakters aufgedrückt,<br />
die sich zeigten in einem<br />
abenteuerhaften, hochstaplerischen<br />
Geschaftsgebaren, in abnormen journalistischen<br />
Exklusivitaten und in<br />
einem grössenwahnsinnigen Streben<br />
nach Macht. Mit Sentimentalitaten<br />
aller Art mit dem Martyrerschein der<br />
verfolgten Unschuld in Untersuchungshaft,<br />
mit antikapitalistischen Bekenntnissen,<br />
die ihm sowieso niemand<br />
glaubte, sowie mit Verleumdungen<br />
aller Art hat er gespielt, nicht aber<br />
solid und seriös gearbeitet, wie das<br />
das Schweizervolk von einem mitgroszer<br />
Ve-rantwortung ausgestatteten<br />
Herausgeber eines Presse-organs verlangt.<br />
Es zeugt für ein gesundes Ur-
teilsvermögen unseres Volkes und in<br />
diesem besonderem Fall der Arbeiterschaft,<br />
dass es dem gefahrlichen Demagogen<br />
nicht auf den Leim gekrochen<br />
ist, sondern ihm, wie seinem<br />
zweifelhaften Presseprodukt, die Gefolgschaft<br />
versagte.<br />
Wir sind uns durchaus bewusst, hier<br />
nicht einen endgültigen Nekrolog auf<br />
die kommunistische Publizistik in der<br />
Schweiz zu schreiben. Der in der Partei<br />
der Arbeit organisierten politischen<br />
Minderheit soil, den demokratischen<br />
Spielregeln entsprechend, das Recht<br />
der freien Meinungsausserung unbenommen<br />
sein, soweit es sich als legitim<br />
erweist, das heisst nich durch<br />
eine finanzielle oder geistige Ubhangigkeit<br />
vom Auslande genahrt und<br />
auch sonst dem Unsehen des Landes<br />
nicht schadlich ist. Uebrigens scheint<br />
sich das welsche Organ des Herrn<br />
Nicole, die „Voix ouvrière", ja vorlaufig<br />
halten zu können, so dass der<br />
Vorwurf einer Vergewaltigung und<br />
Entrechtung der Minderheit ohnedies<br />
nicht am Platze ist. Denn es ist<br />
ganz klar, dass sich die Herren Hirsch<br />
usw. auch jetzt wieder als die unschuldigen<br />
Opfer des „Systems" aufspielen<br />
und dementsprechend Stimmung zu<br />
ihren Gunsten machen werden. Sie<br />
sind nicht in der Lage, die Gründe des<br />
Verfagens in ihrer eigenen Unzulanglichkeit<br />
zu,sehen, im Widerspruch, der<br />
sich bei Typen wie Hirsch und Gmür<br />
aus einem Konflikt der Ideologien<br />
zwangsweise ergeben muss. Sie haben<br />
sich der revolutioneren Bewegung<br />
verschrieben, ohne sich persönlich<br />
von den kapitalistischen Pesseln zu<br />
lösen. Das ist der Grund ihres Versagens.<br />
Das klagliche Ende des „Vorwarts"<br />
aber zeigt einmal mehr, dass<br />
der revolutionare Punke bei uns nicht<br />
zünden kann, weil das Pulverfass<br />
überhaupt nicht vorhanden ist.<br />
St. Gallen Tagblatt — 6 September.<br />
Protest Arnhemsche Persraad<br />
Tot dusver hebben de Arnhemsche<br />
dagbladen, in afwachting van een<br />
verklaring van de officieele instanties<br />
en van het comité tot herdenking van<br />
den 17den September 1944, over de<br />
incidenten tijdens de Airborne-herdenking<br />
gezwegen en zich beperkt tot het<br />
weergeven van protesten van Engelsche<br />
journalisten.<br />
Waar thans blijkt, dat men niet<br />
voornemens is, deze aangelegenheid<br />
alsnog aan een onderzoek te onderwerpen,<br />
achten de redacties van de<br />
Arnhemsche dagbladen het haar<br />
plicht, ook harerzijds een krachtig<br />
woord van protest te laten hooren<br />
tegen de methodes van voorlichting<br />
en het gebrek van medewerking van<br />
de zijde van voornoemd comité en de<br />
politie in Renkum en Arnhem.<br />
In het comité ontbraken de menschen,<br />
die aan de buitenlandsche en<br />
Nederlandsche pers op behoorlijke<br />
wijze inlichtingen konden verschaffen<br />
over den gang van zaken, die men<br />
blijkens ook tal van andere incidenten<br />
niet voldoende beheerschte, zoodat<br />
onaangename verwikkelingen niet<br />
konden worden voorkomen. Waar men<br />
van de zijde van de Arnhemsche persvereeniging<br />
zich bereid heeft verklaard<br />
aan de te elfder ure gedane<br />
verzoeken tot medewerking, te voldoen,<br />
treft het des te pijnlijker, dat<br />
de Renkumsche politie in het bijzonder,<br />
doch evenzeer de Arnhemsche<br />
politie, iedere berichtgeving bij voorbaat<br />
onmogelijk maakte.<br />
Men heeft een kostbare gelegenheid<br />
voorbij laten gaan om Arnhems gastvrijheid<br />
ook in het buitenland te bevestigen.<br />
De Arnhemsche persvereeniging<br />
dringt er, gezien het voorgevallene<br />
bij de bevoegde autoriteiten ten<br />
zeerste op aan, dat dergelijke onaanr<br />
gename incidenten in den vervolge<br />
achterwege zullen blijven en dat men<br />
ook in Arnhem eindelijk eens inzicht<br />
zal toonen in de taak van de pers,<br />
die al die duizenden vertegenwoordigde,<br />
die niet in de gelegenheid waren<br />
om de herdenkingen zelf bij te wonen.<br />
Zwart krantenpapier<br />
Trouw — Arnhem.<br />
Naar onlangs werd bekend gemaakt,<br />
zou een groep uitgevers van nieuwsbladen<br />
in de V.S. met' ongeeer 12<br />
uitgevers van Canadeesche nieuwsbladen<br />
bijeenkomen in de kantoren der<br />
American Newspaper Publishers Association,<br />
ten einde de' groote vraag<br />
naar krantenpapier, die in de geheele<br />
wereld bestaat, te bespreken. Aan<br />
het hoofd van de groep uitgevers<br />
staat het uit 9 personen bestaande<br />
bestuur van A.N.P.A. en Cranston<br />
Wililams, algemeen leider der organisatie.<br />
Medegedeeld werd, dat er op de vergaderingen<br />
pogingen in het werk werden<br />
gesteld om den export van krantenpapier<br />
van Canada naar de V.S. te<br />
vergroten. Er werd op gewezen, dat<br />
vele Amerikaansche uitgevers zóó krap<br />
krantenpapier bezitten, dat zij genoodzaakt<br />
zijn het adverteeren te<br />
rantsoeneeren. Volgens mededeelingen<br />
zou het buitenland, dat eveneens gebrek<br />
aan krantenpapier heeft, gaarne<br />
meer betalen dan de basisprijs van<br />
$ 74 per ton, vastgesteld door het<br />
Office of Price Administration voor<br />
het district New York en berichten<br />
doen de ronde, dat de prijzen op de<br />
zwarte markt varieeren van $ 240 tot<br />
$300 per ton.<br />
Het Financieele Dagblad —<br />
10 October.<br />
Onze eerste journaliste<br />
Onze eerste Nederlandsche journaliste<br />
Henriëtte van der Meij,<br />
die eenigen tijd geleden in den<br />
hoogen leeftijd van 96 jaar te Laren<br />
overleed, was een officiersdochter.<br />
Haar ouders hadden weinig contact in<br />
niet-militaire kringen. Misschien was<br />
dat wel de oorzaak, dat zij van<br />
jongsaf aan een nimmer verminderende<br />
belangstelling had voor al wat<br />
zich in de wereld afspeelde. Zoo spoedig<br />
als maar eenigszins mogelijk was,<br />
wilde ze zelfstandig zijn. Als een der<br />
eerste vrouwen in Nederland ging zij<br />
Duitsch studeeren. In 1875 werd zij<br />
leerares in deze taal aan de Middelbare<br />
School voor Meisjes te Goes.<br />
Tegelijk studeerde zij door voor een<br />
hoofdacte Nederlandsch.<br />
Maar ook dit beviel haar niet geheel<br />
en al. Zij ging schrijven. Een<br />
stukje, dat zij had geschreven over<br />
„Nathan der Weise" werd opgenomen<br />
in de „Portefeuille" van Taco de Beer.<br />
Op dat eene stukje volgden er meer;<br />
in het blad „De Lantaarn", in „De<br />
Spectator" en in „Nederland". Schilderkunst<br />
en letteren waren haar meest<br />
geliefde onderwerpen.<br />
In 1880 werd zij medewerkster aan<br />
„De Amsterdammer". Onder het pseudoniem<br />
„Enrichetta" schreef zij in dat<br />
blad letterkundige critieken. Daarna<br />
nam zij — tot zeer groote ergernis van<br />
haar familie — een betrekking aan<br />
als redactrice van de Middelburgsche<br />
Courant. Heel Middelburg stond op<br />
zijn kop ... een vrouw als journaliste,<br />
zooiets had men nog nooit beleefd!<br />
Mej. Van der Meij had er groote<br />
belangstelling voor, maar zij klaagde<br />
zeer over een gebrek aan contact met<br />
vooraanstaande socialisten. Door bemiddeling<br />
van Jeltje de Bosch Kernper<br />
kreeg zij een betrekking bij het<br />
blad „Belang en Recht" te Amsterdam.<br />
Het was in dat blad, dat zij in<br />
1892 den Duitschen Keizer als een<br />
„zenuwachtige, rustelooze persoonlijkheid<br />
met een onberekenbaar karakter"<br />
schetste, een karakteriseering, die<br />
maar al te waar is gebleken.<br />
Enkele jaren later werd zij hoofdredactrice<br />
van „Belang en Recht". Het<br />
was een strijdorgaan voor vrouwenbelangen<br />
en vertegenwoordigde de<br />
„gematigde richting". In „Belang en<br />
Recht" werd rustig gepleit voor vrouwenkiesrecht,<br />
terwijl de andere richting<br />
in den waren zin des woords<br />
streed voor dameskiesrecht, dus een<br />
kiesrecht, waartoe alleen de meer ontwikkelde<br />
vrouwen gerechtigd zouden<br />
zijn.<br />
Niet alleen met de pen, ook met de<br />
daad was Henriëtte van der Meij een<br />
ijveraarster voor de vrouwenbelangen.<br />
Zij richtte een ontwikkelingscursus<br />
voor werkende vrouwen op (speciaal<br />
voor de arbeidsters in de diamantindustrie).<br />
Henri Polak was haar hierbij<br />
een groote steun. Nadat het blad<br />
„Belang en Recht" was opgeheven,<br />
werd zij medewerkster aan het orgaan<br />
van den Algemeenen Nederlandschen<br />
Diamantbewerkers Bond.<br />
Vakbeweging, arbeidswetgeving, vrouwenbescherming<br />
en tallooze andere<br />
onderwerpen met socialen inslag hadden<br />
haar belangstelling. Bij de instelling<br />
van den Hoogen Raad van Arbeid<br />
werd zij tot lid benoemd.<br />
Toen Henriëtte van der Meij in<br />
December 1940 90 jaar werd, heeft het<br />
haar in haar "huisje te Laren niet aan<br />
belangstelling ontbroken.<br />
Margriet — 28 September.<br />
Vervelende kranten<br />
Wanneer men een land en zijn bevolking<br />
in enkele weken wil leeren<br />
kennen, is het zeker niet voldoende<br />
alleen maar rond te kijken of de krant<br />
11
te lezen, moge het dan waar zijn, dat<br />
de laatste dikwijls een afspiegeling is<br />
van de levende gedachten. Ik mag<br />
deze Engelsche kranten niet. Ze zijn<br />
me te sensationeel, te oppervlakkig,<br />
te zeer toegespitst op onbelangrijke<br />
gebeurtenissen. Zoo heb ik me stierlijk<br />
verveeld met een verhaal over de<br />
koningin van Engeland, die haar been<br />
bezeerd had. Het werd de lezers in<br />
een twee en een halve kolom lang<br />
artikel in geuren en kleuren voorgezet<br />
en het gebeurde met een kennis van<br />
bijzonderheden, die me verwonderd<br />
deed afvragen of deze collega's soms<br />
dag en nacht aan haar tafel en haar<br />
bed zaten. Een anderen keer las ik<br />
het curieuze verhaal van een sprekende<br />
hond. Het was misschien minder<br />
verbazingwekkend dan de reporters<br />
het hun publiek schilderden, want<br />
de hond scheen het niet verder te ;<br />
kunnen brengen dan het nogal simpele<br />
„I want one". Het waren heus<br />
niet alleen de conservatieve kranten,<br />
die zich aan dezen onzin bezondigden,<br />
ook Labour deed braaf mee.<br />
De Waarheid — 2 September.<br />
Alleen op Malakka bestaat<br />
een onafhankelijke pers<br />
Uit een onderzoek van Ass. Press<br />
naar de omstandigheden, waaronder<br />
de pers in Zuid-Oost-Azië werkt, is<br />
gebleken, dat, ofschoon de oorlog is<br />
geëindigd, in Siam en Indo-China<br />
geen persvrijheid bestaat. Alleen te<br />
Singapore en in de Maleische Unie<br />
bestaat een onafhankelijke en objectieve<br />
pers.<br />
De situatie in de verschillende landen<br />
van Oost-Azië, elk op zichzelf beschouwd,<br />
is als volgt:<br />
In de Maleische Unie, die historisch<br />
een van de groote centra der journalistiek<br />
in het Verre Oosten is, keerde<br />
de volledige persvrijheid met de Britsche<br />
bezetting terug. De bladen brengen<br />
aan een publiek, dat weet te lezen,<br />
een ruime selectie van wereldnieuws.<br />
Bijna elke officieele maatregel wordt<br />
op zijn waarde onderzocht en, indien<br />
niet juist bevonden, vrijmoedig becritiseerd.<br />
Het Britsche Ministerie van<br />
Koloniën moet het daarbij dikwijls<br />
ontgelden. Aan ingezonden stukken<br />
wordt groote aandacht geschonken.<br />
Het algemeene resultaat van een en<br />
ander is geweest, dat het redactioneele<br />
gedeelte der bladen een ongeëvenaard<br />
prestige geniet en groote invloed heeft<br />
zoowel op de openbare meening als<br />
op de maatregelen der autoriteiten.<br />
In Siam werd na den geheimzinnigen<br />
dood van koning Ananda<br />
Mahidol een volledige perscensuur ingevoerd,<br />
omdat — zooals de officieele<br />
toelichting luidde: de kranten lasterlijke<br />
artikelen publiceerden, waardoor<br />
de regeering in verband werd gebracht<br />
met den dood van den koning. Volgens<br />
den tekst van het censuurbesluit<br />
zou de censuur beperkt zijn tot de<br />
berichten en artikelen over den dood<br />
van den koning en over het grensgeschil<br />
tusschen Siam en Indo-China,<br />
maar toen de datum voor de tusschentijdsche<br />
verkiezingen (6 Augustus)<br />
(Slot onderaan pag. 15)<br />
12<br />
AND THE SUF<br />
I am always curious about the state<br />
of our nation, so when I learned from<br />
an advertisement in a morning newspaper<br />
some weeks ago, that Mr. Ward<br />
Morehouse, dramatic critic of the Sun<br />
(an evening newspaper), was going to<br />
make a cross-country motor trip and<br />
describe it in a series of articles to be<br />
called, simply but inclusively, "Report<br />
on America," I determined to follow<br />
his peregrinations with fidelity. My<br />
plan, I foresaw, would entail giving<br />
some attention, even if involuntary, to<br />
other ingredients of the Sun, and I<br />
looked forward to this with sentimental<br />
disquiet. All my recollections of the<br />
Sun are associated with my maternal<br />
grandfather, whose favorite evening<br />
paper it was. I have seldom had<br />
occasion to look at it since his death,<br />
twenty years ago. I feared, in renewing<br />
the acquaintance, the sort of shock<br />
experienced by the city man who<br />
returns to the site of his boyhood<br />
toboggan slide and finds it occupied<br />
by part of a Robert Moses Autobahn.<br />
As soon as I bought a copy of the<br />
Sun containing the first installment<br />
of Mr. Morehouse's Report, I could see<br />
that I need have had no apprehension.<br />
Nothing essential had changed since<br />
1926. It seemed as perfectly preserved<br />
as the corpse of Lenin, a first impression<br />
I subsequently confirmed by examining<br />
a couple of July, 1926, examples<br />
in the Newspaper Division of the Public<br />
Library. Morehouse, who has been<br />
on the staff of the Sun since 1926 and<br />
is well preserved himself, contributed<br />
to my reversed time-machine illusion<br />
by beginning his Report with a dispatch<br />
datelined June 3rd — no year specified<br />
— from Baltimore, entirely devoted to<br />
an interview with H. L. Mencken.<br />
Mencken, who is sixty-five, complained<br />
that softshell crabs, for wfnch his<br />
mother had paid twenty-five cents a<br />
dozen, were retailing for twenty-five<br />
cents apiece. This he cited as a sign<br />
of the decay of the times, adding, as<br />
another, that he never saw any beautiful<br />
women any more, an observation<br />
that may have had a subjective basis.<br />
* *<br />
*<br />
Mencken's income as a writer — seven<br />
dollars a week in 1899 — has, Morehouse<br />
failed to note, risen rather more<br />
than twelve times. The philosopher's<br />
value has therefore been inflated,<br />
rather than diminished (as he seems,<br />
v/ithout statistical basis, to believe), in<br />
terms of softshell crabs. The Sun is a<br />
Republican paper, and this summer,<br />
as in 1926, the Republicans are thinking<br />
about Presidential candidates two<br />
years in advance. Mencken told Mr.<br />
Morehouse that Senator Vandenberg<br />
was the best man the Party had but<br />
that the nomination would probably<br />
Stassen." (I noticed in the course of<br />
my Public Library research that<br />
go to "some fraud like Bricker or<br />
twenty years ago George Van Slyke,<br />
who is still one of the Sun's political<br />
experts, was telling his concerned<br />
public that President Coolidge would<br />
not run again. The choice for the<br />
nomination lay between Longworth,<br />
Lowden, Dawes, Hoover, and Watson<br />
— news which, viewed in retrospect,<br />
renewed my faith in the designers of<br />
the Constitution. Had they provided<br />
for a plural Presidency, 1928—1932<br />
might have been five times as bad.)<br />
"People are in a state of imbecility,"<br />
the Baltimore bonze told Morehouse in<br />
valediction. "The country is a wreck.<br />
Don't ask me the remedy."<br />
Morehouse,, having establised suspense<br />
by this beginning ("Will he find<br />
the remedy?" I asked myself. "Will he<br />
save us?"), pressed on to Washington.<br />
There, under the dateline of June 5th,<br />
he interviewed, by coincidence, Senator<br />
Vandenberg. He described Vandenberg<br />
as the "bland and incisive ... tall, articulate<br />
... suave, vital, cigar-smoking,<br />
Grand Rapids-born Senator, who, in<br />
the opinion of many observers here, is<br />
the outstanding man in the Reublican<br />
Party." The most cheerful words<br />
America's Reporter could wring from<br />
the incisive and articulate statesman<br />
were: "President Truman is a dear<br />
personal friend of mine. He has my<br />
very great sympathy in the tragic<br />
responsibilities which he bears." So,<br />
Morehouse, leaving behind him what<br />
he called he "Potomac city of the<br />
incommunicable beauty," pushed 'on<br />
South, the remedy still undiscovered.<br />
Vandenberg, who is sixty-two, is a<br />
callow interviewee by Morehouse standards,<br />
but the Sun man built up his<br />
average at Raleigh, North Carolina, by<br />
seeking counsel of Josephus Daniels, a<br />
very elder statesman of eighty-four.<br />
Mr. Daniels said, "I've seen the days<br />
when capital said, 'The people be damned,'<br />
but I never expected to see labor<br />
say the same thing."<br />
Banging along indomitably in his<br />
car, "the doughty little coupe, WM125,"<br />
which he has implacably personalized<br />
throughout his journey, Morehouse<br />
Reported two days later, "It's wet, as<br />
wet as only north Georgia can be<br />
during a cloudburst." (How wet was<br />
that? I wasn't sure.) But he kept right<br />
on going, apparently hitting his typewriter<br />
as the dougthy coupe ran itself.<br />
"I've slowed down to a crawl," he<br />
reported. "Something's in the road<br />
ahead — Yes, a mule cart driven by<br />
a colored man." ("Stop typing. Ward!"<br />
I caught myself crying. "Grab that<br />
wheel! Don't hit that colored man!")<br />
STOOD STILL<br />
Apparently he didn't hit tne colored<br />
man, for a few days later he was<br />
calmly filing from Laurel, Mississippi.<br />
"Some day I shall write a book about<br />
going across America with two typewriters,<br />
three extra tires, a camera, a<br />
shotgun, half a case of shells, and a<br />
case of neuritis," he said in beginning<br />
his Laurel dispatch, and one found<br />
oneself suspecting that perhaps he was<br />
already doing so. "Mississippi — here's<br />
a State with all the languor of the<br />
deep, deep South ... Soothing on the<br />
ear are the sounds of the South —the<br />
Sunday morning tolling of churchbells<br />
in an Alabama hamlet and the low,<br />
faraway whistle of a locomotive in the<br />
middle of the night." Up here in New<br />
York, we-all Yankees put whistles on<br />
the churches and automatic electric<br />
guitars on the locomotives.<br />
On June 25th, still in quest of the<br />
remedy for the nation's ills, Morehouse<br />
arrived in Tishomingo, Oklahoma.<br />
There he sought the wisdom of former<br />
Governor Alfalfa Bill Murray, seventysix.<br />
This brought the average years of<br />
his major political consulants to seventy-two.<br />
"If you want me to tell you<br />
about the country right now, I can<br />
only tell you it's crazy," Mr. Murray<br />
said. "I'm telling you that the groundwork<br />
for a panic is already laid; it<br />
will reach its zenith in about 1953. The<br />
Republicans will have a chance in<br />
1948, a good chance, and they probably<br />
will be blamed, but Roosevelt really<br />
started it." Turning to foreign affairs,<br />
he said, "You can't harmonize a pagan<br />
mind with a Christian mind, an Asiatic<br />
mind with a Caucasian mind. When<br />
a person talks of stopping war, he's<br />
going against all the lessons of history."<br />
Evidently the Murray interview<br />
was discouraging, for Morehouse<br />
quickly got away from politics and has<br />
since confined his Report to observations<br />
of a more superficial nature.<br />
Soda clerks and filling-station attendants<br />
are civil or uncivil or tolerably<br />
civil, he has reported, and traffic on<br />
the road is sometimes heavy and sometimes<br />
light, depending. Hotel rooms are<br />
hard to find, many veterans are back<br />
in civilian life, and the legitimate<br />
theatre outside New York is not what<br />
it was when it was in a more flourishing<br />
condition than it is now. Morehouse<br />
arrived on the Pacific Coast<br />
eariy in Juli, tying the transcontinental<br />
record for oxcarts with gentlemen<br />
outriders, and not long afterward<br />
interviewed Jim Jeffries, seventy-one,<br />
on the state of the prize ring. Mr. Jeffries<br />
took a dim view of it. He lost his<br />
most recent fight to the late Jack<br />
Johnson, in 1910.<br />
Mr. Morehouse chronicled an interlude<br />
of gaiety under the dateline of<br />
July 10th, from Beverly Hills, Reporting<br />
that he had on that day seen Howard<br />
Benedict, Howard Reinheimer, Howard<br />
Clothes, Natalie Schafer, Hicks Coney,<br />
Tom Cobley, Sammy Colt, Colt 45,<br />
Grace George, Radie Harris, Tommy<br />
Guinan, Lana Turner, Jimmy Stewart,<br />
Beulah Bondi, Lucille Hille, Arthur de<br />
Liagre II, Vinton Freedley, Bob Taplinger,<br />
Alvin de Liagre III, Ray Massey,<br />
Marjorie Rambeau, Reginald<br />
Denham, Mary Orr, Peter Dayey, José<br />
Iturbi, Hugh G. Flood, Alexander de<br />
Liagre IV, Man Ray, Arch Selwyn,<br />
Selig Archwyn, Mary Anderson, Ethel<br />
Barrymore, Billy Selwyn, Belwyn, Jessie<br />
Royce Landis, Battling Norfolk,<br />
Louis Hayward, Joseph Gotten, Monty<br />
Woolley, Jimmy Gleason, Humphrey<br />
Bogart, Jack Goodman, Arigelo Rizzo,<br />
H. B. Warner, H. B. Twentieth Century,<br />
I. J. Pox, Charles Towbridge,<br />
Armand de Liagre, Alaric de Liagre,<br />
Hume Cronyn, Pat O'Brien, Walter<br />
Slezak, Lionel Barrymore, Ray Arcel,<br />
George Brown, Eddie Bitzell, James A<br />
Mac-Donald, the Original Dixie Kid,<br />
Frank Morgan, Leon Ames, Bob Montgomery,<br />
Oscar Karlweis, Isobel Elsom.<br />
Ollie Thomas, Delmore Schwartz, Corporal<br />
Izzy Schwartz, Cyril Connolly,<br />
One-Eyed Connolly, Jr., Jimmy Cagney,<br />
Angus de Liagre, William Harrigan,<br />
Jackie Kid Berg, Van Heflin, Barbara<br />
Stanwyck, Katherine Emery, Burgess<br />
Meredith, Peggy Wood, Edmund<br />
Gwenn, Will Rogers, Jr., William S.<br />
Hart, Jr., and Alfred de Liagre, Jr.<br />
As I write, Mr. Morehouse has arrived<br />
in the State of Washington, where<br />
he may either jump in the Pacific<br />
Ocean (since there is so little hope for<br />
us) or decide to come home in time<br />
for next season's first nights.<br />
While pursuing Mr. Morehouse, I<br />
have been, as I had anticipated,<br />
bemused by other of the Sun's archaic<br />
charms, which, like the taste of<br />
Proust's madeleine steeped in tea<br />
brought back the sensations of an earlier,<br />
happier time. I have discovered,<br />
for example, with a curious atavistic<br />
excitement, that H. I. Phillips, the<br />
Sun's artisan of light verse, still conducts<br />
the column called "The Sun<br />
Dial." Mr. Phillips, in the summer of<br />
1926, wrote like this:<br />
Here lies Mary Jane McNeil,<br />
Shot down by Henry Wumps<br />
For asking after ev'ry deal —<br />
„Now lemme see — what's trumps?"<br />
I am happy to report that he has<br />
lost none of his skill, and that he has<br />
adapted his themes to the times. One<br />
of his recent poems, slyly entitled<br />
"Readjustment," goes like this:<br />
Hunter College bids farewell<br />
To the U.N.'s cosmic spell.<br />
Now the Bronx from fog is cleared —<br />
Double talk has disappeared.<br />
And another, entitled "Epitaph<br />
Any Statesman," like this:<br />
Here lies "X"<br />
Flat on his musha;<br />
He tried to get<br />
Accord with Russia!<br />
for<br />
This one could as well have run in<br />
the Sun on the July day in 1926 it<br />
carried the headlines:<br />
100 M.P.'S MEET<br />
IN ANTI-SOVIET<br />
MOVE IN LONDON<br />
Moscow Sending Airplanes<br />
to Afghans<br />
You all remember the destruction of<br />
London by the Afghan Air Force, or<br />
Afghawaffe.<br />
m s<br />
Fontaine Fox's Toonerville Trolley<br />
still clangs throught the Sun comics,<br />
as it did two decades ago. What I took<br />
at first glance to be a new comic<br />
strip called "George Sokolsky" (I was<br />
perhaps misled by the illustration)<br />
turned out instead to be an anti-labor<br />
column written by a man named<br />
George Sokolsky, who once broadcast<br />
for the National Association of Manufacturers<br />
and made speeches for the<br />
American Iron and Steel Institute. Dr.<br />
Sokolsky (he received an honorary<br />
degree from Notre Dame recently) uses<br />
In het voortreffelijke Amerikaansche weekblad „The New Yorker"<br />
troffen wij dit artikel aan. Wij hebben het met zooveel plezier gelezen,<br />
dat wij onzen collega's hetzelfde genoegen willen bereiden door het<br />
onverkort over te nemen. Dit is nu een typisch voorbeeld van (eerste<br />
klas) Amerikaansche journalistiek: een zéér ironisch, zéér knap-geschreven<br />
en.bovendien zéér gedetailleerd stuk werk, waarin de befaamde reporter<br />
van „The New Yorker", A. J. Liebling, op even fijnzinnige als scherpe<br />
W %£ e i en £ t % tk steekt met het wa * ouderwetsche New Yorksche avondblad<br />
„ihe Sun . Geen détail wordt verwaarloosd. Tallooze feiten moesten worden<br />
verzameld om dit artikel zoo gedocumenteerd te maken als het is en<br />
bovendien: men moet de pen fijn kunnen hanteeren om — zonder grof te<br />
worden en zonder pijn te doen — zulk een doodelijk steekspel ten beste<br />
te kunnen geven. Lieblings aanval heeft een repliek van de zijde van<br />
„The Sun" tengevolge gehad. En daarna nog een wederwoord. Misschien<br />
nemen wij die in den volgenden „Journalist" op. Leest Lieblings liefelijk<br />
artikel en geniet!<br />
13
much of his space to denounce propagandists<br />
for the Political Action Committee.<br />
The column points up the one<br />
perceptible dif ference in the Sun<br />
since Grandpa died. Its political and<br />
economic position is the same, but<br />
whereas in 1926 the tone was always<br />
complacent, it is now occasionally<br />
querulous.<br />
* *<br />
*<br />
The Sun still tries to be decent to<br />
those it opposes, however. For example,<br />
David Lawrence, a Sun writer, called<br />
upon Truman in a first-page editorial<br />
on June 10th to sign the Case Bill,<br />
in order that the President might gain<br />
the support of more voters at the next<br />
election. But when, one day later, the<br />
President, ignoring this solicitous<br />
advice, vetoed .the bill, the Sun ran<br />
another first-page editorial, under the<br />
heading "MR- TRUMAN'S SHOES<br />
DON'T FIT." " 'Get the votes' was the<br />
Pendergast creed on which Mr. Truman<br />
was reared, and 'Get the Votes'<br />
is his motto now," the editorial said.<br />
The Sun, of course, was not being consistent.<br />
Also, it made the President<br />
look like a pretty altruistic man. The<br />
editorial was illustrated with a cartoon<br />
showing Mr. Truman wearing shoes<br />
far too big for him, which in some<br />
papers might have seemed a belated<br />
tribute to Mr. Roosevelt. In order to<br />
make sure that its readers, evidently<br />
an unsubtle lot, got the point, the Sun<br />
had labelled the shoes "PRESIDEN<br />
TIAL SHOES," and the editorial<br />
ended, "In brief, Mr. Truman's presidential<br />
shoes don't fit."<br />
* *<br />
*<br />
Most of the sportswriters are the<br />
same ones I used to read when I was<br />
a boy, after Grandpa finished with<br />
the paper, and iri the case of the<br />
changes made necessary by the deaths<br />
of the incumbents, the new men, like<br />
Grantland Rice, who is sixty-five,<br />
employ the idiom of their predecessors.<br />
The dazed Dodgers still reel in defeat<br />
in the Sun's baseball stories, and it is<br />
a safe bet that, according to the Sun,<br />
any Southern football team scheduled<br />
to play Princeton will come North<br />
from a campus with a tradition of<br />
swords and roses to twist the Tiger's<br />
tail while the shades of Big Bill Edwards<br />
and other Nassau greats look<br />
on in dismay.<br />
I do not remember having seen<br />
before "The Word Game," a form of<br />
selftorture which invites the Sun's<br />
readers to find as many words as<br />
possible concealed in one big word<br />
and write them down in a given time<br />
limit. This time is based, I suspect, on<br />
the trajectory between Grand Central<br />
Terminal and a median point like Cos<br />
Cob or Darien. Specialized departments<br />
are the Sun's long suit. It has one<br />
called "First Aid for the Ailing House,"<br />
which tells how to make a studio<br />
skylight by sticking broken glass<br />
ashtrays together with Scotch Tape,<br />
and another called "Let's Make Pictures,"<br />
about photography. It runs „Culbertson<br />
on Contract," "The Garden<br />
Guide," "The Choir Loft," "The<br />
Quester" (antique collecting), and<br />
14<br />
departments on philately, astronomy,<br />
cats, tropical fish, and the diseases of<br />
dogs.<br />
* *<br />
*<br />
The paper still carries, as it did in<br />
1926, a higher percentage of Associated<br />
Press stories than any other daily in<br />
town. It has few special correspondents.<br />
For local coverage, the Sun used to<br />
depend heavily on the defunct City<br />
News Association. I don't know what<br />
it does now about things that happen<br />
on Manhattan. Its local staff has<br />
always been small. Some years ago,<br />
when I was working for another<br />
evening newspaper, I soon got to know<br />
the Tribune, Times, Post, and Hearst<br />
men who covered the same type of<br />
assignment, but it was rare that I met<br />
a Sun reporter. Very early one morning,<br />
in 1932 or 1933, I covered a stabbing<br />
in the Sun city room itself. One of<br />
the night Associated Press machine<br />
operators had carved up a colleague.<br />
The only Sun men present at the<br />
crime, a couple of old lobster-shift<br />
rewrite men, wearing green eyeshades,<br />
had not even looked up to see if the<br />
victim was dead. They were busy<br />
sorting clippings from the morning<br />
papers for rewrite. An ancient compositor<br />
who met me as I came down the<br />
stairs from the city room with my<br />
notes asked me if I was Frank Ward<br />
O'Malley. He explained that nobody in<br />
the Sun building had hurried since<br />
O'Malley left, in 1919. .<br />
* *<br />
*<br />
In the first weeks of Mr. Morehouse's<br />
anabasis, while I was wallowing nostalgically<br />
in the Sun, I occasionally felt<br />
that my pleasure might prove of short<br />
duration. Grandpa, had he survived,<br />
would now be ninety-six, and other<br />
readers of this delightful anachronism,<br />
I feared, must be dying off rapidly.<br />
Would all the Sun's readers soon be<br />
officially dead? Its circulation problem,<br />
I figured, was something like that of<br />
the foreign-language press since the<br />
severe limitation of immigration. It<br />
never occurred to me that there would<br />
be new readers. I was reassured on<br />
consulting a newspaper directory,<br />
however, to find that the Sun's circulation<br />
had not only held up but had<br />
risen — from 257,000 in 1926 to 293,000<br />
now. The gain of fourteen per cent<br />
during a period in which the city's<br />
population has increased twenty-four<br />
per cent is not sensational, but it is<br />
heartening (and confusing), nevertheless.<br />
I can account for it only by one<br />
or more of three suppositions:<br />
a. The tide of the elderly, which for<br />
so long flowed from the Eastern seaboard<br />
toward the milder climate of<br />
California, has turned, and Dr. Townsend<br />
is promoting a mass infiltration<br />
of New York.<br />
b. The people who like the show at<br />
the East Fifty-fourth Street night club<br />
called the Gay Nineties (strong father<br />
and mother fixations) read the Sun.<br />
c. A certain number of Republicans<br />
seep into the city every year, probably<br />
following returning vacationists who<br />
have been kind to them during the<br />
summer. , — A. J. LIEBLING.<br />
Mijnheer de Redacteur<br />
Buitenlandsche „voorlichting"<br />
In de Engelsche bladen trof ik op<br />
1 October het volgende bericht:<br />
FIRES<br />
FOOTWARE FACTORY, DEN<br />
BOSCH, HOLLAND<br />
The Hague, Sept. 30.—Stocks of<br />
boots and shoes were destroyed in a<br />
fire started by an explosion from an<br />
unknown cause at the Bata plant at<br />
Den Bosch, Holland, during the night.<br />
The factory itself was saved, but<br />
damage was estimated at about<br />
£500,000.—Reuter.<br />
Zoo werd het buitenland ingelicht<br />
over den brand, welke een deel der<br />
Batafabriek te Best (N.B.) vernielde<br />
en een schade berokkende, begroot op<br />
f 1 millioen. B.<br />
Wie heeft schuld?<br />
Wat coll. C. Meyer en Johan Paauw<br />
schreven over „Wantoestanden in de<br />
Journalistiek" is helaas- waar. Uit<br />
de gegevens die U over mij bezit, kunt<br />
U opmaken dat ik ook nog niet de<br />
leeftijd bezit, waarop het haar aan de<br />
slapen begint te grijzen. Het heeft mij<br />
dus des te pijnlijker getroffen dat men<br />
over jongeren zo moet schrijven.<br />
Natuurlijk, komen ook hier de vele<br />
malen afgetrapte „passende schoenen"<br />
in aanmerking. Overigens ben ik van<br />
mening dat aan deze toestanden<br />
hoofdredacteuren en directies van<br />
kranten in niet geringe mate schuld<br />
hebben. In vredesnaam, wie neemt<br />
dergelijke lieden aan of handhaaft ze?<br />
Volkomen ben ik het eens met den<br />
Heer J. Paauw, die schrijft, dat verschillende<br />
directies van ondernemingen<br />
maar al te zeer „press-minded" zijn, en<br />
dat ouderen den jongeren een voorbeeld<br />
dienen te zijn.<br />
Verder ben ik benieuwd, welk standpunt<br />
coll. Paauw inneemt ten aanzien<br />
van de persconferentie die enige maanden<br />
geleden op het paleis Soestdijk<br />
gehouden werd. De Anjer-collecte. U<br />
zult het zich herinneren.<br />
De auteur van „Schwenkingen" is<br />
niet van een zekere geestigheid ontbloot.<br />
De voorstelling van zaken, zoals<br />
hij ze geeft, is echter niet geheel juist.<br />
Het ligt niet op mijn weg, om als verdediger<br />
van de in het stukje genoemde<br />
mensen op te treden. Dat kunnen ze<br />
zo nodig zelf wel.<br />
Ik wil evenwel een kleine correctie<br />
geven. De schrijver betreurt het, dat<br />
er van zijn „lijfblad" niets meer over<br />
is dan de naam van den directeur,<br />
het telefoonnummer en het adres.<br />
U zoudt mij kunnen verplichten<br />
door hem mede te delen, dat dit juist<br />
het beroerde aan de zaak is. Wanneer<br />
deze man tijdig als directeur vertrokken<br />
was, zou „N. Leezer" zijn „lijfblad"<br />
nog gehad hebben.<br />
Hoogachtend,<br />
R. J. H. KROM.
Het recht op de primeur<br />
Het wordt onder journalisten als een grief gevoeld, dat<br />
allerlei overheidsinstanties — de goede uitzonderingen<br />
daargelaten — onvoldoende begrip van de beteekenis van<br />
de primeur blijken te bezitten. Hoe dikwijls overkomt het<br />
een verslaggever niet, dat hij bij informatie moet ervaren,<br />
dat zijn activiteit slecht beloond wordt, doordat de<br />
betrokken instantie slechts genegen is een voor alle bladen<br />
bestemd bericht over een aangelegenheid vrij te<br />
geven. Klaarblijkelijk bestaat dan bij die instantie dikwijls<br />
de vrees, dat andere bladen zich achtergesteld zullen<br />
voelen, wanneer aan een krant bepaalde inlichtingen<br />
worden verstrekt. Dit is echter een misvatting van de<br />
beteekenis van de primeur; geen collega zal er bezwaar<br />
tegen gevoelen, dat een ander, die actiever is geweest dan<br />
hij, de eerste publiciteit krijgt.<br />
Bestaat er tegenover de buitenwereld derhalve eensgezindheid<br />
onder journalisten, wanneer het gaat om de<br />
verdediging van het recht op de primeur, dan moet toch<br />
de vraag gesteld worden, of wij ook zoo eensgezind zijn<br />
in de erkenning van dit recht tegenover elkaar.<br />
Het antwoord moet helaas ontkennend luiden. Wanneer<br />
ik dit uitspreek, denk ik niet in de eerste plaats aan het<br />
verschijnsel van het vrijwel niet verbloemde plagiaat, van<br />
welken vorm van geestelijken diefstal in het jongste verleden<br />
helaas enkele staaltjes waren te signaleeren. Neen,<br />
ik denk aan een meer geraf fineer den vorm. Het komt<br />
meermalen voor, dat, wanneer een blad met een bepaald<br />
bericht is gekomen, dat kersversch nieuws betrof, in volgende<br />
edities van andere kranten een soortgelijk bericht<br />
verschijnt, dat èn door eigen formuleering èn door de<br />
aanduiding „van onzen correspondent", den indruk van<br />
originaliteit wekt. Dit verschijnsel moet meestal aldus<br />
verklaard worden, dat deze eigen correspondent het<br />
bericht heeft opgesteld na zich door zelfstandige informatie<br />
de noodige kennis van de feiten te hebben verworven.<br />
De aanleiding tot deze informatie was echter<br />
dikwijls de primeur van een ander blad. Ik kan het niet<br />
anders zien, dan dat in zulk een geval op de activiteit<br />
van anderen is geparasiteerd en ik aarzel dan ook niet<br />
dezen vorm van journalistiek evenzeer tot den geestelijken<br />
diefstal te rekenen.<br />
Dit verschijnsel is des te bedenkelijker, omdat hiervan<br />
door sommige bladen een systeem wordt gemaakt.<br />
Voor den oorlog waren er kranten, die het goede journalistieke<br />
politiek achtten om alleen eigen berichten aan<br />
den lezer voor te zetten; dit streven valt uiteraard te eerbiedigen,<br />
wanneer er inderdaad sprake is van eigen<br />
berichten. Dit systeem leidt er echter spoedig toe om het<br />
aangehangen journalistieke beginsel zoo ver toe te passen,<br />
dat het over den schreef gaat. Overneming uit andere<br />
bladen is taboe.<br />
Voorzoover zulk een journalistiek beleid gevoerd werd<br />
op instigatie van directies, die zich in concurrentieverhouding<br />
tot andere kranten voelden staan, valt het te betreuren,<br />
dat daartegen van de zijde der journalisten niet<br />
eerder krachtig front is gemdakt. Voorzoover echter dit<br />
beleid voortsproot uit een bepaalde opvatting van de<br />
journalisten zelf, moet deze opvatting mijns inziens worden<br />
afgekeurd. Ik ucnt het uit een juist begrip van de<br />
journalistiek voort te vloeien, dat de geestelijke eiaendom<br />
onvoorwaardelijk wordt erkend. Dit sluit in, dat een<br />
redactie, die een door een ander blad gepubliceerd bericht<br />
belangrijk genoeg vindt om het ter kennis van de eigen<br />
lezers te brengen, begint met het bericht over te nemen,<br />
voorzien van bronvermelding. Wil men het na verificatie<br />
aanvullen met eigen gegevens, dan bestaat hiertegen<br />
natuurlijk geen enkel bezwaar. Deze nadere gegevens<br />
moeten echter worden aangehaakt aan het overgenomen<br />
bericht.<br />
Ik ben mij ervan bewust dat in sommige gevallen een<br />
krant den schijn van den hier behandelden vorm van<br />
geestelijken diefstal te hebben gepleegd tegen zich heeft,<br />
maar desniettemin volkomen vrijuit gaat, doordat de<br />
betrokken redactie, onafhankelijk van wat anderen<br />
deden, achter een bericht aanzat en alleen juist iets later<br />
in het bezit van het nieuws kwam, zoodot het niet meer<br />
dienzelfden dag kon worden meegenomen. Dat in een<br />
dergelijk geval de redactie zonder eenig gewetensbezwaar<br />
haar eigen bericht in een volgende editie plaatst, ligt<br />
voor de hand^ Deze uitzondering bewijst, dat men voorzichtig<br />
moet zijn met het uiten van beschuldigingen in<br />
een bepaald geval. Het komt er dus op aan, dat in de<br />
Nederlandsche journalistiek begrippen van eer en fatsoen<br />
zoozeer gemeen goed worden, dat de goede trouw van een<br />
redactie, die bovenbedoelde ongunstige schijn tegen zich<br />
heeft, zonder meer mag worden aangenomen. Ik hoop dat<br />
onder Nederlandsche journalisten een zoo hoog besef van<br />
hun verantwoordelijke taak zal worden gewekt, dat men<br />
bereid is de regelen van de journalistieke eerecode uit<br />
eigen aandrift na te leven, ook al is de kans, op overtreding<br />
_ betrapt te worden, uitgesloten. Wij laten er als<br />
journalisten ons steeds op voorstaan, dat wij geestelijken<br />
arbeid van bijzonder gehalte verrichten. Noblesse oblige.<br />
M. R.<br />
(Vervolg van pag. 12)<br />
naderde, werd zij uitgebreid tot de<br />
politiek in het algemeen. Op het oogenblik<br />
mag niets zonder toestemming<br />
worden gepubliceerd en een vrije pers<br />
bestaat niet.<br />
In Indo-China is de pers theoretisch<br />
vrij, maar zij wordt in werkekelijkheid<br />
streng door de regeering<br />
gecontroleerd.<br />
Het leidende Annamietische bladm<br />
Saigon, Tin Diet, dat met toestemming<br />
der Franschen weer was begonnen<br />
te verschijnen, werd door de<br />
regeeïing verboden wegens het publiceeren<br />
van „kwaadwillige propaganda",<br />
n.a.v. een artikel waarin de<br />
door de Franschen ten doop gehouden<br />
„Republiek Cochin China" wordt<br />
vergeleken met „een soepketel op een<br />
zeer zwak onderstel". De directeur<br />
van het blad, Anna Se Troeng Gang,<br />
deelde aan een correspondent van As.<br />
Pr mede, dat het verbod afkwam na<br />
een bezoek van een Fransch autoriteit,<br />
die hem 48 uur gaf om zijn draai te<br />
nemen naar een pro-regeeringspolitiek.<br />
Bepaalde soorten nieuws worden<br />
niet gepubliceerd of op weinig opvallende<br />
plaatsen vermeld, volgens aanwijzingen<br />
der regeering, het nieuws<br />
betreffende den onafhankelijkheidsdag<br />
der Philippijnen werd niet opgenomen<br />
en evenmin werd melding gemaakt<br />
van Siams beroep op de UNO<br />
in verband met het geschil over de<br />
grens met Indo-China. Pro-Vietnambladen<br />
kunnen beneden den 16en<br />
breedtegraad alleen ondergronds werken<br />
en omgekeerd staat de Vietnamregeering<br />
die 't boven den 16en breedtegraad<br />
voor het zeggen heeft, geen<br />
algemeene circulatie van pro-Fransche<br />
bladen toe.<br />
In Indië<br />
Wat Ned. Oost-Indië betreft: een<br />
Nederlandsch woordvoerder ontkende<br />
het bestaan van een openlijke of geheime<br />
censuur op de Nederlandsche<br />
pers en verklaarde, dat de bladen<br />
vrijelijk tegen de regeering mochten<br />
schrijven. Hij gaf toe, dat „als gevolg<br />
van gebrek aan de noodige middelen".<br />
vele Nederlandsche bladen nog worden<br />
gefinancierd door de Nederlandsen-<br />
Indische regeering, maar zei de, dat al<br />
het mogelijke wordt gedaan om het<br />
krantenwezen tot een particuliere aangelegenheid<br />
te maken.<br />
Een Indonesisch woordvoerder ontkende<br />
eveneens het bestaan van een<br />
officieele censuur en hij wees er op,<br />
dat de republikeinsche voorlichtingsdienst"<br />
dikwijls onjuiste Indonesische<br />
persberichten zet, doch in een A.P.-<br />
bericht uit Batavia wordt gezegd:<br />
„Een zorgvuldige studie van het Indonesische<br />
pers- en radio-wezen, heeft<br />
aangetoond, dat op de republikeinsche<br />
„regeering" nooit critiek wordt uitgeoefend.<br />
Nieuwe Haarlemsche Crt. —<br />
4 September.<br />
Simon Koster<br />
Simon Koster van het Nederlandsche<br />
Aneta-persbureau is gekozen tot<br />
president van de „Foreign Press<br />
Association".<br />
A.N.P.-bericht.<br />
15
Departementale voorlichtingsdiensten moeten verdwijnen<br />
Over een rapport dat ons niet bereikte<br />
De op 6 Maart 1946, naar aanleiding<br />
van het Kamer-debat van Januari van<br />
dit jaar ingestelde adviescommissie<br />
overheidsbeleid in zake voorlichting, is<br />
tot de slotsom gekomen, dat de afzonderlijke<br />
voorlichtingsdiensten der<br />
departementen moeten verdwijnen.<br />
Slechts dient, zoo zegt de commissie<br />
in haar rapport, één voorlichtingsdienst<br />
over te blijven onder verantwoordelijkheid<br />
van den minister-president.<br />
Bij verschillende departementen<br />
heeft de commissie misstanden aangetroffen,<br />
welke een fel licht werpen<br />
op de wijze waarop men in de eerste<br />
maanden na de bevrijding met 'slands<br />
financiën, waar het ging om de voorlichting,<br />
heeft omgesprongen.<br />
In haar algemeene beschouwingen<br />
zet de commissie, die onder voorzitterschap<br />
stond van mr. S. J. van Heuven<br />
Goedhart, o.m. uiteen, dat aan voorlichting<br />
van overheidswege in normale<br />
omstandigheden een zeer veel geringere<br />
behoefte bestaat dan onder abnormale<br />
en dat onder zulke normale<br />
omstandigheden het ^propagandistisch"<br />
element der voorlichting achterwege<br />
kan en moet blijven.<br />
De commissie verwerpt de gedachte<br />
van een afzonderlijke politieke verantwoordelijkheid<br />
voor de voorlichting'.<br />
Het is haar overtuiging, dat geen minister<br />
zich zou kunnen neerleggen oij<br />
een regeling, waarbij hij zijn politieke<br />
aansprakelijkheid voor de van zijn departement<br />
uitgaande voorlichting afstand<br />
zou hebben te doen. Maar handhavende<br />
het beginsel, dat iedere minister<br />
jegens het parlement een eigen<br />
voorlichtingsaansprakelijkheid draagt,<br />
verwerpt de commissie de gedachte dat<br />
deze versplintering der politieke verantwoordelijkheid<br />
tevens zou moeten<br />
of mogen leiden tot versplintering der<br />
technische apparatuur. Integendeel —<br />
zij is tot de slotsom gekomen, dat de<br />
uitvoering der voorlichting zoo straf<br />
mogelijk in één apparaat moet worden<br />
geconcentreerd, en dat dit apparaat<br />
dient te ressorteren onder de verantwoordelijkheid<br />
van den minister-president.<br />
Wat de voorlichting in het buitenland<br />
aangaat, merkt de commissie nog,<br />
op: Indien niet overwegingen van<br />
noodzakelijke zuinigheid tot een andere<br />
conclusie dwongen, zou voorlichting<br />
in het buitenland door ons land<br />
gezien moeten worden als een belang,<br />
zoo primair, dat bij de behartiging<br />
daarvan niet in de eerste plaats op de<br />
er aan verbonden kosten zou moeten<br />
worden gelet.<br />
Niettemin wil de commissie met klem<br />
opkomen tegen zuinigheid die de wijsheid<br />
bedreigt. Het thans voor voorlichting<br />
in het buitenland beschikbare<br />
bedrag van rond twee millioen ligt beneden<br />
de maat van het minimaal<br />
noodzakelijke.<br />
Zij hoopt dat de regeering een zoodanige<br />
ontwikkeling van den nog jongen<br />
dienst der directe voorlichting<br />
RAAR MAAR WAAR.<br />
Het A.N.P. mocht blijkbaar<br />
inzage nemen van het<br />
rapport van de adviescommissie<br />
en het A.N.P. moest<br />
dan maar het uittreksel maken,<br />
dat —• o, wonderen der<br />
huidige „journalistiek" — de<br />
kranten, eensluidend uiteraard,<br />
mochten plaatsen. Van<br />
alle, derhalve vrijwel identieke,<br />
uittreksels nemen wij<br />
dan maar dat 'van „Trouw"<br />
en wij plaatsen daar een stuk<br />
commentaar van één der<br />
dagbladen bij, het dagblad<br />
welke hoofdredacteur tevens<br />
erevoorzitter van onze N.J.K.<br />
is. Wij bewonderen deze<br />
vorm van persbureau-journalistiek<br />
niet. Zouden gaarne<br />
zelve beoordelen wat van dit<br />
rapport, dat ons beroep en<br />
zijn uitoefening zobijzonder<br />
nauw raakt, van belang is<br />
om ter kennisneming van<br />
onze lezers te brengen. Maar<br />
de redactie van „De Journalist"<br />
heeft het rapport niet<br />
ontvangen. Raar maar waar.<br />
buitenland zal mogelijk maken als<br />
overeenkomst met het uitermate groote<br />
belang tot welks behartiging die dienst<br />
in het leven werd geroepen.<br />
Vervolgens gaat de commissie dieper<br />
in op de toestanden op het gebied<br />
van voorlichting zooals die bij verschillende<br />
departementen bestaan.<br />
Hierbij wordt met name gewezen op<br />
de afd. Voorlichting van het departement<br />
van Landbouw, die, aldus de<br />
commissie, een volkomen doublure is<br />
van den R.V.D. Zulks moet radicaal<br />
veranderen. Voorts wordt gewezen op<br />
het departement van Overzeesche Gebiedsdeelen.<br />
De commissie trof hier<br />
een situatie aan waarvan een der<br />
functionarissen van het departement<br />
ter commissie-vergadering erkende dat<br />
zij organisatorisch een „onding" was.<br />
De commissie voelde zich zeer bezwaard<br />
over den vreemden organisatorischen<br />
opzet van de voorlichting<br />
van dit departement.<br />
Andere diensten, waarover de commissie<br />
opmerkingen heeft gemaakt,<br />
zijn die van de Marine, van het dept.<br />
van Oorlog, O., K. en W. Zij acht het<br />
voorts aan ernstige bedenkingen onderhevig,<br />
dat een directoraat-generaal<br />
(bedoeld is het directoraat-generaal<br />
voor Bijzondere Rechtspleging) een<br />
eigen afdeeling voor publiciteit heeft.<br />
Naast het orgaan van één voorlichtingsdienst<br />
concludeert de commissie<br />
tot een contactorgaan met den R.V.D.<br />
bij elk departement.<br />
Dit contactorgaan mag, daargelaten<br />
de persconferenties, zelf alleen op<br />
aanvraag van individueele journalisten<br />
rechtstreeks voorlichting geven.<br />
De commissie is er van overtuigd,<br />
dat deze vereenvoudiging dringend<br />
noodzakelijk is. Niet allereerst uit bezuinigingsoogpunt,<br />
maar bovenal omdat<br />
het gevaar reeds zichtbaar aanwezig,<br />
is, dat een te veel aan overheidsvoorlichting<br />
tegenzin opwekt bij<br />
het publiek.<br />
Als bijlage is o.m. aan het rapport<br />
toegevoegd een kostenberekening voor<br />
voorlichtingsdoeleinden, waarbij een<br />
eindcijfer van 9 millioen gulden is<br />
gecalculeerd. De commissie meent, dat<br />
dit bedrag nog bij de werkelijkheid<br />
ten achter blijft.<br />
Een commentaar<br />
„Voorlichting faalde" zet de Nieuwe<br />
Courant ('s Gravenhage) boven een<br />
(artikel „van deskundige zijde" luidende:<br />
Het rapport van de „Adviescommissie<br />
Overheidsbeleid i. z. Voorlichting"<br />
(zie ons blad van Zaterdag j.1.) geeft<br />
ons aanleiding tot de volgende opmerkingen.<br />
Op critieke momenten in onze recente<br />
historie is de officieele voorlichting<br />
pijnlijk te kort geschoten.<br />
Het vertrek van de Regeering en<br />
vooral van de Koninklijke familie in<br />
Mei 1940 gaf reden tot ernstige verwarring.<br />
Door snelle en adequate<br />
voorlichting had deze kunnen worden<br />
voorkomen. Geïrriteerd door Duitsch<br />
gebral, ergerden velen zich aan de<br />
propaganda en het gemis aan<br />
feitelijk nieuws van Radio Oranje.<br />
Uit de vele dankbetuigingen na de bevrijding<br />
bleek dat velen de meer objectieve<br />
B.B.C, verkozen. Al moge het<br />
waar zijn, dat voor velen een krachtige<br />
anti-propaganda nuttig was, toch<br />
moet worden geconstateerd, dat Radio<br />
Oranje niet geheel heeft voldaan.<br />
Het brengen van „tegengif", onder<br />
de bevolking van Nederlandsch-Indië,<br />
was tegenover de geraffineerde Japansche<br />
propaganda een zaak van<br />
hoogste oorlogsprioriteit. Nog niet<br />
volledig vertrouwd met de democratische<br />
beginselen, nog meer uit gevoelsvoerwegingen<br />
reageerend dan de Westerling<br />
en kiemen voor een anti-<br />
Europeesche gezindheid bevattend,<br />
konden de volkeren van Indië, bij gebrek<br />
aan „tegengif", geen voldoenden<br />
weerstand bieden. Alle, ontegenzeglijk<br />
enorme, propaganda-technische moeilijkheden<br />
hadden moeten worden opgelost.<br />
Het welzijn der bevolking en<br />
het Rijksverband stonden op het spel.<br />
Dat de voorlichting over Indië in<br />
Nederland — en omgekeerd — faalde,<br />
behoeft in dit blad geen betoog. Zwijgen<br />
wij ook over de voorlichting over<br />
Indië in het buitenland.<br />
Voorlichting<br />
na de bevrijding.<br />
Tenslotte de voorlichting in Nederland<br />
na de bevrijding tot op heden.<br />
Vooral voorlichtings-vakmenschen realiseerden<br />
zich reeds tijdens de bezet-<br />
16
ting, dat een der eerste voorwaarden<br />
voor een spoedigen terugkeer van den<br />
rechtstaat was gelegen in de onmiddellijke<br />
beschikking over een soepel<br />
functionneerende voorlichtingsapparatuur.<br />
Reeds lang uit het evenwicht<br />
gebracht, werd het volk overstroomd<br />
door honderden nieuwe bepalingen en<br />
tallooze leuzen. Beduusd door de vele<br />
verschijnselen, nieuwsgierig naar alle<br />
bijzonderheden uit binnen- en buitenland,<br />
zocht het vooral hojuvast.<br />
Slechts een snelle en vrije vorming van<br />
een communis opinio kon hier baten.<br />
De meeste, vertrouwde persorganen,<br />
waarin men altijd steun had gevonden,<br />
waren echter verboden.<br />
De ex-illegale dagbladen, plotseling<br />
in een volkomen andere vorm en<br />
imet een geheel andere f unie tie,<br />
waren het publiek vreemd, (Terloops<br />
zij erop gewezen, dat het onjuist is,<br />
om van „illegale pers" te spreken. Het<br />
begrip „Pers" impliceert algemeene,<br />
snelle en regelmatige openbaarheid;<br />
een wisselwerking en daardoor een<br />
zeker evenwicht tusschen de bladen,<br />
welke tezamen „de pers" vormen).<br />
Bovendien hadden de meeste nieuwelingen<br />
te kampen met technische<br />
moeilijkheden, gebrek aan deskundige<br />
medewerkers en allen met papierschaarschte.<br />
Men moet het de Londensche Regeering<br />
wel zwaar aanrekenen, dat zij<br />
door een perswet, getuigende van<br />
wanbegrip t.a.v. de perstoestanden in<br />
Nederland en door onvoldoende bevoorrading<br />
met courantenpapier, een<br />
waarlijk vrije pers onmogelijk maakte.<br />
Temeer, omdat waardevolle adviezen<br />
door deskundigen uit bezet gebied,<br />
tijdig en herhaaldelijk aan Londen<br />
waren doorgegeven.<br />
Chaos op persgebied.<br />
De voorlichtingshonger was zoo<br />
groot, dat men alles las. Binnen<br />
enkele maanden steeg de totaal oplaag<br />
van alle dagbladen met ruim<br />
60 % boven het vooroorlogsche niveau.<br />
Er was een hausse in weekbladen.<br />
Thans zijn er ruim 2000 — twee duizend<br />
— (vakbladen e.d. inbegrepen),<br />
circa 350 streekblaadjes en ruim 100<br />
dagbladen. Tezamen verbruiken deze<br />
bladen echter nog geen fractie van<br />
hetgeen voor den oorlog werd benut.<br />
Niets had sneller, natuurlijker, objectiever,<br />
evenwichtiger en goedkooper<br />
de zoozeer gewenschte voorlichting<br />
kunnen geven dan een meer volledig<br />
hersteld perswezen.<br />
Weerhield vrees voor openbaarheid<br />
— dit democratisch correctief — het<br />
kabinet Schermerhorn?<br />
Inplaats van herstel der beide<br />
grondfouten kwam een verwarrend<br />
en irriteerend element den chaos nog<br />
vergrooten. Een stroom van overheidspiopaganda<br />
brak los.<br />
Waar begint propaganda?<br />
Het is schier ondoenlijk te bepalen<br />
waar v o o r 1 i c hj t i n g en propaganda<br />
begint. Want iedere publicatie,<br />
ja zelfs iedere daad, bevat<br />
zekere propagandistische elementen.<br />
Het is echter een feit, dat de Regeering<br />
te veel den propagandistischen<br />
kant is opgegaan. Over de misvatting<br />
een „politieke figuur" als „Regeermgseommissaris<br />
voor de Voorlichting"<br />
te benoemen, is de Commissie<br />
dan ook zeer duidelijk.<br />
Voorts zijn er bij de organisatie der<br />
Overheidsvoorlichting technische<br />
en o.i. ook tactische fouten gemaakt.<br />
Door een samenbundeling van<br />
ervaren deskundigen, werkzaam op<br />
de reeds bestaande departementale<br />
persdiensten, voordat deze, altijd min<br />
of meer „autonome", lichamen, hun<br />
persafdeelingen lieten uitgroeien, ware<br />
de thans bepleite „Unificatie" der<br />
voorlichting beter bereikt. Ook te dien<br />
aanzien is het te betreuren, dat aan<br />
tijdig uitgebrachte adviezen geen gehoor<br />
werd gegeven.<br />
Volledige centralisatie der<br />
Overheidsvoorlichting wordt echter<br />
door de Commissie niet voorgestaan.<br />
In het bijzonder t.a.v. de buitenlandsche<br />
voorlichting, maakt zij een uitzondering.<br />
Doch ook de persdiensten, verbonden<br />
aan de voornaamste departementen,<br />
zullen in de practijk niet zoo<br />
klein kunnen worden, als de Commissie<br />
zich dit voorstelt. Beperking is<br />
zeker mogelijk en gewenscht. Zoozeer<br />
i.j deze departementale voorlichting<br />
afhankelijk en verweven met den departementalen<br />
arbeid, dat een straffe<br />
inkrimping na de goede ervaringen,<br />
welke de pers bij bedoelde departementen<br />
heeft opgedaan, een ernstig<br />
verlies zou beteekenen.<br />
Veel meer slechte<br />
De Commissie werpt een duidelijk<br />
licht op enkele slecht georganiseerde<br />
voorlichtingsdiensten, waarvan er overigens<br />
veel meer zijn dan het rapport<br />
doet vermoeden. Na den oorlog ontstonden<br />
niet alleen bij de Overheid,<br />
doch ook bij semi-overheidsinstellingen<br />
en groote particuliere lichamen<br />
een ware woekering van persdiensten.<br />
Veelal verantwoord, doch in tal van<br />
gevallen een overbodige luxe. Soms<br />
zat ook de kennelijke bedoeling voor<br />
gratis publiciteit te maken ten koste<br />
van de uitgevers. Daar snelheid in de<br />
publiciteit bijna altijd voorop staat,<br />
beteekent de inschakeling van een<br />
„centrale voorlichtingsdienst" in de<br />
practijk steeds vertraging.<br />
Dit wat betreft de „informatieve"<br />
voorlichting (Perscommuniqué's, e.d.).<br />
T.a.v. meer „activeerende" voorlichting,<br />
zooals campagnes (bv. voor sparen,<br />
afval-inzameling), e.d.), te voeren<br />
met alle middelen der moderne<br />
publiciteit, waarbij snelheid meestal<br />
niet premair is, moet centralisatie, uit<br />
publiciteits-technische overwegingen,<br />
noodzakelijk worden geacht.<br />
De primaire plicht<br />
„De Overheid is belast met de handhaving<br />
van het staatsbestel en de uitvoering<br />
van zijn wet." Indien derhalve<br />
een overheidsinstantie de opdracht<br />
heeft een bepaalden maatregel<br />
uit te voeren, verkrijgt zij automatisch<br />
de taak, daaraan afdoende publiciteit<br />
te' geven. Zoodanig, dat de<br />
'meest mogelijke samenwerking van<br />
het publiek (of groep) wordt verkregen.<br />
Natuurlijk zal de pers, op grond<br />
van haar taak, alle verdere voorlichting,<br />
welke zij noodig oordeelt, geven.<br />
De primaire plicht berust echter<br />
bij de Overheid. In het bijzonder,<br />
wanneer het om zg. „activeerende"<br />
voorlichting gaat, zou het onjuist<br />
wezen, indien zij deze poogde te voeren<br />
op de beurs van particuliere ondernemers<br />
op voorlichtingsgebied.<br />
Want deze kunnen hun sociale functie<br />
slechts vervullen, omdat zij naast<br />
brengers van nieuws en voorlichting,<br />
tevens exploitanten zijn van reclamemedia;<br />
en alleen zodoende in<br />
staat zijn een goedkoope en daardoor<br />
voor iedereen bereikbare werkelijk<br />
openbare pers te maken.<br />
Oppervlakkige kennisname van het<br />
bedrag van ƒ9 millioen, dat per jaar<br />
aan de Overheidsvoorlichting wordt<br />
besteed, zal bij menigeen de vraag<br />
doen rijzen, of dit bedrag niet te hoog<br />
is. Gelet op de totale overheidsuitgaven<br />
kan een dergelijke som, mits<br />
doelmatig aangewend, stellig<br />
verantwoord zijn.<br />
Men bedenke slechts hoeveel er bespaard<br />
kan worden, indien het publiek<br />
tot volledige medewerking, bij<br />
de uitvoering van een bepaalden maatregel,<br />
is te brengen.<br />
Meer overtuiging<br />
Het ware te bereiken, dat men tal<br />
van zaken ging naleven uit overtuiging<br />
en minder op grond van dreigementen<br />
en verordeningen. Verschillende<br />
malen leest men in het rapport<br />
„de cost gaet voor den baet uyt". Inderdaad,<br />
doelmatig aangewende voorlichting<br />
is loonend. Het advies van de<br />
Commissie inzake verhooging van het<br />
budget voor buitenlandsche voorlichting<br />
verdient, in het licht van onze<br />
noodzakelijke herovering van buitenlandsche<br />
afzetgebieden en versteviging<br />
van onzen goodwill, in de<br />
wereld, alle aandacht.<br />
Ten onrechte heeft de PROPAGAN-<br />
DA-METHODE en zelfs voorlichting,<br />
een slechte reputatie. Men denkt hierbij<br />
steeds aan de Duitsche propaganda,<br />
doch JUIST het beste bewijs, dat<br />
op den duur alleen propaganda voor<br />
een goed „artikel" loonend is en deze<br />
METHODE zich zelf weet te corrigeeren,<br />
werd tijdens de bezetting geleverd.<br />
Dat voorlichting, en dit geldt ook<br />
voor reclame, zoo weinig waardeering<br />
heeft, is voor een groot deel het gevolg<br />
van teveel amateurisme.<br />
Vrij algemeen wordt b.v. door nietvakmenschen<br />
de fout gemaakt de<br />
voorlichting af te stemmen naar hetgeen<br />
men zelf, of een beperkte kennissenkring,<br />
als gewenschte publiciteit<br />
beschouwt. Bij „activeerende<br />
voorlichting" maakt men helaas te<br />
weinig gebruik van de, door besteding<br />
van millioenen guldens, verworven<br />
ervaring bij de commercieele publiciteit.<br />
De aanbeveling der Commissie een<br />
onderzoek te doen instellen naar het<br />
effect der voorlichting, zouden wij<br />
dan ook met klem willen ondersteunen.<br />
17
ALLERLEI<br />
De opbouw<br />
van den N.J.K. in zijn eerste<br />
en tweede phase<br />
Zaterdag 12 October kwam de<br />
Kringraad van den N.J.K. te Utrecht<br />
bijeen. Elke regionale groep was door<br />
twee leden vertegenwoordigd. Voorts<br />
waren er zes bestuursleden, waaronder<br />
alle leden van het Dagelijksch<br />
Bestuur. Het zaaltje in „Terminus"<br />
was geheel bezet.<br />
Een overzicht van den opbouw.<br />
In overeenstemming met art. 18 der<br />
Statuten werd de vergadering gepresideerd<br />
door den Kringvoorzitter. Te<br />
half een opende coll. Rooy de vergadering<br />
er» sprak hij een inleidend<br />
woord, waarin hij, na het welkom tot<br />
de leden van den Kringraad, een overzicht<br />
gaf van den opbouw van onze<br />
organisatie. Die opbouw verkeert nog<br />
steeds in zijn eerste phase, maar onderwijl<br />
hebben we ook resultaten bereikt,<br />
die tot de tweede phase kunnen<br />
worden gerekend. Zoo bijvoorbeeld de<br />
verschijning van „De Journalist". We<br />
kunnen, aldus spr., de redactie van<br />
ons orgaan niet dan erkentelijk zijn<br />
voor het werk, dat zij geleverd heeft,<br />
maar zal het goed zijn dan zal er nog<br />
meer medewerking van de zijde van<br />
de leden moeten komen. Hoe meer<br />
stemmen uit de journalistiek hoe<br />
beter! Als tweede verschijnsel, dat de<br />
N.J.K. de tweede phase van haar opbouw<br />
is ingetreden, wijst spreker op<br />
het feit, dat a.s. Dinsdag (15 Oct.)<br />
in Den Haag de eerste vergadering zal<br />
gehouden worden van de Contact-<br />
Commissie, waarin de N.J.K. en de<br />
K.N.J.K. de vertegenwoordigers van<br />
„De Nederlandsche Dagbladpers" ontmoeten,<br />
om gezamenlijk de belangen<br />
van de journalisten en de journalistiek<br />
te bespreken. Hier onder vindt<br />
men een communiqué over deze besprekingen).<br />
Terugkomende op de eerste, nog<br />
niet beëindigde phase van den opbouw<br />
der organisatie, ging spreker na de<br />
moeilijkheden, waarvoor het bestuur<br />
stond. Allereerst moest het Secretariaat<br />
op gang komen. Coll. v. d. Bergh<br />
heeft op verzoek van den Kringraad<br />
de waarneming van het Secretariaat<br />
op zich genomen, daarbij geassisteerd<br />
door den administrateur, coll. A. P.<br />
Bongers. Al hebben beiden zich naar<br />
vermogen aan deze zaak gegeven en<br />
al maken beiden aanspraak op onzen<br />
dank, zij zijn de eerste om te zeggen,<br />
dat het nog lang niet vlot genoeg<br />
ging. Niet van alle groepsfunctionarissen<br />
werd genoegzame medewerking<br />
ondervonden en niet alle leden waren<br />
actief in het verstrekken van de<br />
noodige gegevens. Ook door de verkiezingen<br />
en de vacanties ondervond<br />
het Kringwerk stagnatie. Spreker doet<br />
een dringend beroep op een vlotte<br />
18<br />
OFFICIEELS<br />
medewerking van alle groepsbesturen<br />
en van alle leden, anders blijft de<br />
organisatie in de periode van de kinderziekten.<br />
Een andere moeilijkheid<br />
was, dat eerst de Katholieke Journalisten-organisatie<br />
op gang moest<br />
komen, vóór dat de plannen tot het<br />
stichten van een federatief verband<br />
uitgewerkt konden worden. Eerst begin<br />
September konden de besprekingen<br />
daarover beginnen. Blijkens het<br />
concept Federatie-reglement zullen de<br />
Journalisten-Kringen, ook regionaal,<br />
nu in het werk naar buiten terugtreden<br />
en zal het openbaar optreden van<br />
den N.J.K. en den K.N.J.K. grootendeels<br />
via de Federatie van Nederlandsche<br />
Journalisten geschieden.<br />
Wat ons nu te doen staat.<br />
We bieden nu, aldus spreker, een<br />
statutenwijziging aan, waarmede tegemoetgekomen<br />
wordt aan de wenschen<br />
van de Algemeene Vergadering van<br />
27 April j.1. en aan de noodige voorzieningen<br />
ten aanzien van de op te<br />
richten Federatie. Voorts komen nu<br />
in bespreking concepten van een Algemeen<br />
Huishoudelijk Reglement, van<br />
een afdeelingsreglement, bedoeld als<br />
leidraad, en van de sectie hoofdredacteuren,<br />
die spoedig aan den gang<br />
moet gaan. In voorbereiding is de<br />
stichting van een sectie van Prot. Chr.<br />
journalisten. Zeer gaarne zal het bestuur<br />
deze oprichting bij de Algemeene<br />
Vergadering bevorderen. Het is<br />
de bedoeling van de leden van deze<br />
sectie en daartoe zal ook alle gelegenheid<br />
zijn, binnen het Kringverband<br />
hun geestelijke belangen in vrijheid<br />
te behartigen. De Kring telt nu 690<br />
leden. Het maximum is nog lang niet<br />
bereikt. Het contributie-bedrag mag<br />
geen bezwaar zijn. Vóór den oorlog<br />
was de contributie lager. Maar de<br />
vooroorlogsche organisatie past niet<br />
op dezen tijd. Het werk moet op een<br />
andere basis geschieden, waardoor<br />
betere resultaten kunnen worden bereikt.<br />
Als de collega's met betere salarissen<br />
bezwaren tegen de contributie<br />
hebben, dan zou spr. dit een droef<br />
verschijnsel achten. Spreker dringt er<br />
bij de groepsbesturen op aan, na te<br />
gaan, welke journalisten in hun rayon<br />
nog voor den N.J.K. gewonnen kunnen<br />
worden. Er zijn in het Kringleven<br />
plaatselijk hier en daar nog eenige<br />
moeilijkheden. In zijn openingsrede op<br />
de Algemeene Vergadering van 27<br />
April j.1. heeft spreker daarop uitvoerig<br />
gewezen. Er zijn nog resten van<br />
de wrijving tusschen de oude en de<br />
nieuwe pers. Ziende op het groot doel<br />
van onze organisatie moeten in ons<br />
Kringleven zulke bezwaren geheel<br />
overwonnen kunnen worden. Er zijn<br />
aïdeelingen, die de moeilijkheden nog<br />
niet vermogen op te lossen. Spreker<br />
geeft in dit verband den raad: als er<br />
in de hitte van den strijd dingen zijn<br />
gezegd, die krenkend of onjuist waren,<br />
neemt zulke woorden dan terug. Voor<br />
een woord van verontschuldiging moet<br />
niemand zich te hoog achten. Komt<br />
een stapje tot elkaar en steekt de<br />
hand uit!<br />
Algemeene Beschouwing-en.<br />
Na deze openingsrede traden enkele<br />
leden in algemeene beschouwingen.<br />
Ten aanzien van een eventueele salaris-noodregeling<br />
werd er op aangedrongen,<br />
ook de jongeren, die betrekkelijk<br />
kort in het vak zijn, daarin te<br />
doen deelen. Geantwoord werd, dat dit<br />
de zaak moeilijker maakt en stagnatie<br />
in de totstandkoming van de C.A.O.<br />
zou kunnen veroorzaken. Voor oude<br />
journalisten kan een noodregeling bestaan<br />
in een toeslag op het salaris<br />
van 1940. Voor de nieuwe journalisten<br />
zou bij een noodregeling al direct een<br />
minimum-salaris moeten worden voorgesteld.<br />
Dit is dus een vooruitgrijpen<br />
op de C.A.O. De voorzitter belooft<br />
echter de zaak in de Contact-Commissie<br />
ter sprake te zullen brengen. De<br />
opmerking werd >voorts gemaakt, dat<br />
bij de Inkomstenbelasting de Kringcontributie<br />
kan worden afgetrokken.<br />
Voorziening in het Secretariaat.<br />
Omtrent de voorziening in het secretariaat<br />
deelt de voorzitter mede, dat<br />
van een benoeming van een eigen bezoldigd<br />
secretaris kan worden afgezien,<br />
omdat de Federatie-raad een bezoldigd<br />
secretaris zal aanstellen, die in<br />
onderling overleg benoemd zal worden.<br />
Op het secretariaat van de Federatie<br />
zullen alle administratieve werkzaamheden<br />
voor beide Kringen, zoowel de<br />
ledenstaat en de contributie-inning als<br />
de administratie van „De Journalist"<br />
Onze algemeene<br />
vergadering<br />
De Algemeene Vergadering<br />
van den Nederlandschen<br />
Journalisten-Kring zal gehouden<br />
worden Zaterdag 23<br />
November, des namiddags<br />
te half een, in een zaal van<br />
„Tivoli" te Utrecht (Kruisstraat).<br />
De Beschrijvingsbrief met<br />
bijbehoorende stukken wordt<br />
eind van deze maand aan<br />
de leden toegezonden. Wie<br />
deze zending op 5 November<br />
nog niet in zijn bezit<br />
heeft, geve daarvan onverwijld<br />
kennis aan het Secretariaat.<br />
Het Kringbestuur verwacht,<br />
dat de Afdeelingsbesturen<br />
den Beschrijvingsbrief<br />
ten spoedigste met<br />
hun leden zullen behandelen.<br />
Eventueele voorstellen,<br />
amendementen en candidaturen<br />
in te zenden vóór 15<br />
November. Zaterdag 16 November<br />
komt het Kringbestuur<br />
in vergadering bijeen.<br />
Alle stukken te adresseeren:<br />
Secretariaat Ned. Journar<br />
listen-Kring, N.Z. Kolk 28,<br />
Amsterdam-C.
en „De Katholieke Journalist" verricht<br />
kunnen worden. Beide organisaties<br />
kunnen nu volstaan met een honorair<br />
secretaris.<br />
Groote eenstemmigheid.<br />
Daarop kwam de reglementenbundel<br />
in behandeling. Dit ging zeer vlot<br />
in zijn werk. Enkele amendementen<br />
werden overgenomen en eenige verbeteringen<br />
werden aangebracht. Op<br />
geen enkel punt ontstond een zware<br />
discussie. Er behoefde geen enkelen<br />
keer gestemd te worden. Dus het feit,<br />
dat op een vergadering van den<br />
Kringraad alleen de leden van dien<br />
raad stemrecht hebben en de bestuursleden<br />
van den N.J.K. slechts een adviseerende<br />
stem, kon nog niet gedemonstreerd<br />
worden. Er was zulk een<br />
groote eenstemmigheid tusschen Bestuur<br />
en Kringraad, dat de artikelsgewijze<br />
behandeling van de vijf concepten<br />
in een snel tempo verliep.<br />
Uit de behandeling stippen we aan,<br />
dat in art. 6 van de Statuten de gevallen<br />
van ontheffing voor 1946 en<br />
1947 soepeler geredigeerd werden dan<br />
in het concept was aangegeven. Het<br />
Reglement voor de Federatie werd<br />
gepromoveerd tot statuten. In het artikel<br />
over het Federatie-bureau werd<br />
bepaald, dat de secretaris door den<br />
Federatie-raad wordt benoemd en ontslagen<br />
en dat zijn bezoldiging, rechtspositie<br />
en instructie door dezen raad<br />
zal worden geregeld.<br />
De Contributie-regeling.<br />
In het artikel over de contributie<br />
(Algem. Huish. Regl art. 54) werden<br />
eenige wijzigingen aangebracht. Niet<br />
om aan te sturen op een lagere contributie.<br />
Integendeel: niemand voerde<br />
het pleit voor minder contributie. Wel<br />
gingen er stemmen uit de vergadering<br />
op om er bij het bestuur op aan te<br />
dringen in eventueele voorstellen tot<br />
contributie-verlaging niet te treden.<br />
Als de Kring wat presteeren wil, moet<br />
niet op de contributie worden afgedongen.<br />
De wijzigingen in het contributie-artikel<br />
hadden enkel tot doel<br />
het progressief karakter van de contributieheffing<br />
nog sterker tot uiting<br />
te brengen en het mogelijk te maken<br />
dat zonder reglementswijziging de contributie<br />
verlaagd of verhoogd kan<br />
worden. De progressie werd aldus ontworpen:<br />
|% voor inkomens tot en met<br />
ƒ3000.—; 1% voor inkomens van<br />
ƒ 3001.— tot en met ƒ 5000.—; 1| %<br />
voor inkomens van ƒ5001.— tot en<br />
met ƒ 7000 —; 1J% voor inkomens van<br />
ƒ7001.— tot en met ƒ9000.— en 1|%<br />
voor inkomens boven ƒ9001.—. De<br />
mogelijkheid tot verlaging of verhooging<br />
der contributie wordt gevonden<br />
door elk jaar op een Algemeene Vergadering<br />
de vermenigvuldigingsfactor<br />
te doen vaststellen. Voor de weerstandskas<br />
zullen geen speciale bijdragen<br />
worden geheven. Uit de Kringkas<br />
wordt 10% van de inkomsten voor<br />
de Weerstandskas bestemd. Het komt<br />
er dus op neer, dat met ingang van<br />
1947 alle Kringkosten uit de Kringcontributie<br />
bestreden worden, dus ook<br />
de kosten van de groepen (afdeelingen),<br />
van de secties, van het orgaan<br />
en van de Weerstandskas.<br />
De regionale indeeling.<br />
Na de behandeling van de reglementen<br />
kwam nog de indeeling in<br />
regionale groepen ter sprake, welke<br />
in de gewijzigde statuten afdeelingen<br />
zullen heeten. Met name wat Drenthe<br />
betreft is er onzekerheid, wat bij<br />
„Groningen" en wat bij „Oostelijke<br />
Pers" hoort. Van de zijde van „Oostelijke<br />
Pers" zal een nadere regeling<br />
worden voorgesteld.<br />
Op 23 November Algemeene<br />
Vergadering.<br />
Bij de rondvraag werd voorgesteld<br />
den datum van de Algemeene Vergadering<br />
nog wat te verschuiven, opdat<br />
de leden de stukken thuis kunnen<br />
hebben vóór de groepen vergaderen.<br />
De Algemeene Vergadering wordt nu<br />
gesteld op Zaterdag 23 November.<br />
Getracht zal worden de stukken voor<br />
2 November aan de leden te doen toekomen.<br />
Nadat bij de rondvraag nog verschillende<br />
vakbelangen en persaangelegenheden<br />
waren besproken, werd<br />
deze zoo wel geslaagde vergadering<br />
van den Kringraad precies te 4 uur<br />
door den Voorzitter gesloten.<br />
De stukken vóór 16 November naar<br />
het Secretariaat.<br />
Daarop hield het Bestuur nog een<br />
korte vergadering, waarin weer een<br />
klein vijftigtal candidaat-leden tot<br />
het lidmaatschap van den Kring<br />
werd toegelaten. • Het Bestuur komt<br />
16 November weer in vergadering bijeen.<br />
Alle stukken voor de Algemeene<br />
Vergadering, voorstellen, amendementen<br />
en vraagstukken, moeten dus het<br />
Secretariaat van den Kring voor 16<br />
November bereikt hebben.<br />
Vergadering van de<br />
contactcommissie van<br />
N.D.P., N.J.K. en K.N.J.K.<br />
Parlementaire<br />
Perstribune<br />
Tot voorzitter van de parlementaire<br />
journalisten is gekozen<br />
dr. E. van Raalte, v. Dorpstraat<br />
22, Scheveningen, telef.<br />
554000.<br />
In geval collega's, welke niet<br />
tot de parlementaire journalisten<br />
behooren, met het oog op<br />
hun werk, gedurende eenbijeenkomst<br />
van een der Kamers, toegang<br />
tot de Kamer zouden willen<br />
hebben, gelieven zij zich,<br />
indien eenigszins mogelijk, te<br />
voren met den voorzitter van de<br />
parlementaire journalisten in<br />
verbinding te stellen, aangezien<br />
alle zitplaatsen op de perstribune<br />
bezet zijn, zoodat reeds uit dien<br />
hoofde verleening van gastvrijheid,<br />
hoe gaarne die ook in<br />
acht genomen zou worden,<br />
moeilijkheden met zich mee kan<br />
brengen. Uit den aard der zaak<br />
is echter de bereidheid ten volle<br />
aanwezig dan toch te willen<br />
bevorderen en daaraan mede te<br />
werken, dat collega's, die in verband<br />
met hun arbeid daaraan<br />
behoefte mochten hebben, in<br />
staat worden gesteld een vergadering<br />
van de Kamer bij te<br />
wonen.<br />
Den 15den October 1.1. werd te<br />
's-Gravenhage gehouden de eerste<br />
vergadering der door de Vereeniging<br />
„De Nederlandsche Dagbladpers 1945",<br />
den N.J.K. en den K.N.J.K. gestichte<br />
Contact-commissie.<br />
De N.D.P. is in deze commissie vertegenwoordigd<br />
door de heeren J. v. d.<br />
Kieft, J. Kuypers, W. v. Norden en<br />
Mr. Veenhoven; de N.J.K. door de<br />
heeren Mr. M. Rooy en J. J. F. v. d.<br />
Bergh, de K.N.J.K. door de heeren L.<br />
Hanekroot en A. L. G. M. v. Oorschot,<br />
terwijl Mr. C. A. Steketee als secretaris<br />
optrad.<br />
Op deze eerste verga/iering werd<br />
Mr. Veenhoven vervangen door het<br />
plaatsvervangend lid der N.D.P. delegatie,<br />
den heer N. v. d. Drift.<br />
Op voorstel van Mr. M. Rooy werd<br />
met algemeene stemmen besloten, dat<br />
het voorzitterschap der commissie<br />
jaarlijks bij afwisseling zal worden<br />
waargenomen door den voorzitter van<br />
de N.D.P. 1945 en den voorzitter der<br />
door den N.J.K. en K.N.J.K. te stichten<br />
Federatie, met dien verstande, dat<br />
de voorzitter der N.D.P. 1945 zich het<br />
eerste jaar met het voorzitterschap zal<br />
belasten. De heer v. d. Kieft aanvaardde<br />
het voorzitterschap voor het<br />
eerste jaar.<br />
Representatie-commissie.<br />
Besloten werd tot instelling van een<br />
representatie-commissie voor zaken de<br />
representatie betreffende, in welke<br />
commissie zitting krijgen de heer W.<br />
v. Norden N.D.P. 1945, de secretaris<br />
der N.D.P. 1945, een door het N.J.K.-<br />
of K.N.J.K.-bestuur aan te wijzen lid<br />
en den te benoemen secretaris der Federatie<br />
van Ned. Journalisten (in afwachting<br />
van diens benoeming zal hij<br />
door den N.J.K.-secretaris worden vervangen)<br />
.<br />
Legitimatiekaart.<br />
Hierna zijn besprekingen gevoerd<br />
over de invoering van een model-legitimatiekaart<br />
voor journalisten, welke<br />
kaart zal moeten zijn voorzien van<br />
een foto van den betrokkene en gewaarmerkt<br />
zal moeten zijn door diens<br />
werkgever en door het bestuur der in<br />
oprichting zijnde Federatie van Ned.<br />
Journalisten. Besprekingen ter zake<br />
zullen worden gevoerd met den Directeur-Generaal<br />
der Rijkspolitie, — mede<br />
ook over de intercommunale regelmg<br />
der perspenningen, welke voor speciale<br />
doeleinden worden uitgegeven in de<br />
plaatsen, waar een hoofdcommissaris<br />
van politie is.<br />
Het ligt in de bedoeling om bij invoering<br />
van een uniforme-legitimatiekaart<br />
alle thans in omloop zijnde perskaarten<br />
te doen vervallen.<br />
Salarissen-journalisten.<br />
Overeenstemming wordt bereikt over<br />
het in het leven roepen van een salariscommissie,<br />
waarin zitting zullen<br />
hebben 5 leden, benoemd door het<br />
19
N.D.P.1945-bestuur, en 4 leden, benoemd<br />
door het bestuur der in oprichting<br />
zijnde Federatie van Journalisten.<br />
Deze commissie heeft tot taak het<br />
ontwerpen van een concept-C.A.O. voor<br />
journalisten.<br />
Op verzoek van de vertegenwoordigers<br />
van de journalisten-organisaties<br />
zal deze commissie op korten termijn<br />
een noodrekening 1945 samenstellen<br />
voor die gevallen, waarin het salaris<br />
van den journalist, werkzaam in dezelfde<br />
functie als vóór 1940 sindsdien<br />
geen enkele salarisberhooging is toegekend.<br />
Uitgesproken werd, dat de<br />
Commissie zich tot doel moet stellen<br />
allereerst te geraken tot vaststelling<br />
van eenige algemeene richtlijnen,<br />
ondr meer deze, dat een vrhooging van<br />
het salarispil van 10 Mei 1940 met<br />
25% niets onredelijk moet worden geacht.<br />
Uitgaande van deze richtlijnen<br />
zal de commissie in ieder haar voorgelegd<br />
geval afzonderlijk een concret<br />
adveies, dat overigens uw partijen<br />
niet bindend zal zijn, hebben<br />
te geven. In dit verband werd uitgesproken,<br />
dat een verhooging van het<br />
salarispeil van 10 Mei 1940 met 25 pet.<br />
niet onredelijk moet worden geacht.<br />
Besloten werd dat zij, de meenen onder<br />
zulk een „noodregeling-1945" te<br />
vallen, zich met een schriftelijk gemotiveerd<br />
verzoek kunnen wenden tot<br />
het secretariaat van de in oprichting<br />
zijnde Federatie van Nederlandsche<br />
Journalisten, Bureau N.J.K., N.Z.<br />
Kolk 28, Amsterdam-C.<br />
Ontslag Journalisten.<br />
De Contact-Commissie besloot voorts<br />
besprekingen te openen om te komen<br />
tot een meer practische regeling inzake<br />
het geven van advies door de organisaties<br />
van werkgevers en werknemers<br />
aan de Gewestelijke Arbeidsbureaux,<br />
betreffende bij die bureaux aangevraagd<br />
ontslag van journalisten.<br />
Persconferenties.<br />
In verband met het zich steeds verder<br />
uitbreidend euvel der persconferenties<br />
besloot de Contact-commissie<br />
in het leven te roepen een Persconferentie-commissie,<br />
welker taak zal zijn<br />
advies uit te brengen inzake het al pf<br />
niet gevolg geven aan uitnoodigingen<br />
voor persconferenties, welke niet een<br />
louter plaatselijk karakter hebben. Het<br />
adres dezer Persconferentie-commissie<br />
werd gevestigd bij het secretariaat deiin<br />
oprichting zijnde Federatie van<br />
Ned. Journalisten, N.Z. Kolk 28, Amsterdam-C.<br />
Wanneer het persconferenties<br />
betreft, die een zuiver plaatselijk<br />
karakter hebben, bepale men in onderling<br />
overleg ter plaatse het standpunt,<br />
dat de pers in ieder incidenteel geval<br />
heeft in te nemen, zij het ook aan<br />
de hand van algemeene richtlijnen,<br />
welke de Persconferentie-commissie zal<br />
samenstellen en die vooral het verleenen<br />
van gratis-publiciteit voor reclame<br />
zullen moeten tegengaan. Wanneer<br />
echter twijfel rijst of het plaatselijk<br />
karakter niet wordt overschreden, verwijze<br />
men den aanvrager naar. het<br />
secretariaat der Persconferentie-commissie.<br />
Kennemer<br />
Arnhemsche Persvereniging<br />
Journalisten-vereeniging<br />
Dezer dagen is, naar het Vrije Volk<br />
In de vergadering van de Kennemer<br />
Journalistenvereeniging is besloricht<br />
de Arnhemsche Persvereeniging,<br />
(en De Journalist niet) vernam, opgeten<br />
een definitief bestuur te benoemen. waarbij zich alle te Arnhem werkende<br />
Gekozen werden Mevrouw Blaauw—De l journalisten van de plaatselijke dag-<br />
Ridder, J. H. Bartman, S. Baarda, D. 1 bladen heben aangesloten. Doel is de<br />
Koning en A. Overmeer. De ledenver'gadering benoemde coll. Bartman tot j. belangen en het inschakelen van de<br />
behartiging van gemeenschappelijke<br />
voorzitter. De overige functies zijn als 5 pers, daar waar dit voor een vlotte<br />
volgt verdeeld: A. Overmeer, secretaris<br />
(Schoterweg 192 te Haarlem); D. moet worden. Men heeft hier in het<br />
gang van zaken gewenscht geacht<br />
Koning, penningmeester; S. Baarda, bijzonder gedacht aan het voorkomen<br />
tweede voorzitter en Mevrouw Blaauw-'<br />
van incidenten, zooals die zich ook<br />
De Ridder, tweede secretaresse-penningmeesteressededen.<br />
bij de jongste gebeurtenissen voor<br />
Tot leden van den kringraad werden L Het bestuur werd als volgt samengesteld:,<br />
de heeren R. Kroes, voor<br />
aangewezen Mevrouw Blaauw-De Ridder<br />
en A. Overmeer en tot plaatsvervangende<br />
leden S. Baarda en J. H. Faber, penningmeester. Secretariaat:<br />
zitter; K. J. Douma, secretaris; M. J.<br />
Bartman.<br />
Burgemeestersplein 6.<br />
Het vraagstuk van de vakopleiding<br />
Van het eerste oogenblik van zijn<br />
wederoptreden heeft de Kring zich ten<br />
doel gesteld een behoorlijke vakopleiding<br />
tot stand te brengen. Zooals met<br />
zoovele andere aangelegenheden het<br />
geval was, bleek oo kte dezen aanzien<br />
de noodzaak om de vorming van de<br />
Federatie van Nederlandsche Journalisten<br />
af te wachten, alvorens op dit<br />
terrein stappen te ondernemen. Dit is<br />
dan ook de reden, dat het Kringbestuur<br />
er van heeft afgezien om de door<br />
den Kringraad benoemde commissie<br />
voor de vakopleiding bijeen te roepen.<br />
Daarenboven was van den aanvang af<br />
voorzien, dat de totstandkoming van<br />
een vakopleiding overleg met de dagbladdirecteuren<br />
zou vereischen. Niet<br />
alleen immers de journalistenstand<br />
zelf, doch ook de dagbladondernemingen<br />
zijn er ten zeerste bij gebaat, dat<br />
net beroep door vakbekwame journalisten<br />
wordt uitgeoefend. In het kader<br />
van de samenwerking tusschen bedrijfsgenooten,<br />
welke thans algemeen<br />
als een eisch des tijds wordt beschouwd,<br />
past het dus, dat het belangrijke<br />
probleem van de vakopleiding in<br />
onderling overleg tot oplossing wordt<br />
gebracht. Bovendien zal de opleiding<br />
voor een belangrijk gedeelte in het<br />
dagbladbedrijf moeten geschieden,<br />
waarvoor uitteraard de volle medewerking<br />
van de directeuren vereischt is.<br />
We zwijgen nog maar van de kosten,<br />
welke een opleiding zal meebrengen en<br />
die zeker niet alleen door de journalistenvereenigingen<br />
kunnen, noch behoeven<br />
te worden gedragen.<br />
In de eerste vergadering van de contactcommissie,<br />
gevormd door vertegenwoordigers<br />
van de Dagbladpers en van<br />
de samenwerkende journalistenorganisaties,<br />
bleek een gemeenschappelijke<br />
overtuiging te bestaan, dat het vraagstuk<br />
gezamenlijk moet worden aangepakt.<br />
Als de meest urgente voorziening<br />
voor de journalistiek dient op dit<br />
oogenblik echter de regeling van de<br />
sociaal-economische positie van den<br />
journalist aan de orde te worden gesteld.<br />
Zoodra deze regeling haar beslag<br />
heeft gekregen, zal onzerzijds de kwes-<br />
tie van de vakopleiding op het tapijt<br />
worden gebracht. We loopen hierop<br />
thans niet vooruit. Inmiddels mag<br />
echter op dit gebied geen toestand<br />
groeien, welke voor het perswezen • onaanvaardbaar<br />
zou blijken. Dit gevaar<br />
dreigt inderdaad, doordat verschillende<br />
onderwijsinstanties zich ook met de<br />
opleiding voor de journalistiek in eenigerlei<br />
vorm gaan bezig houden.<br />
We denken hierbij niet in de eerste<br />
plaats aan de schriftelijke cursussen,<br />
welke door allerlei instituten, al dan<br />
niet met medewerking van journalisten,<br />
worden aangeboden. Naar ons is<br />
gebleken, meenen tal van gegadigden,<br />
dat zij door het volgen van een dergelijken<br />
cursus een volwaardige opleiding<br />
ontvangen, welke de deuren der<br />
dagbladen voor hen zou openen. Daargelaten<br />
dat het programma van dergelijke<br />
schriftelijke cursussen zonder<br />
overleg met de organisaties van het<br />
perswezen zijn opgesteld en onderling<br />
ook zeer groote verschillen vertoonen,<br />
is het duidelijk dat het „schrijvende"<br />
vak niet „schriftelijk" kan worden geleerd,<br />
doch dat een practische opleiding,<br />
naast de verwerving van theoretische<br />
kennis, onmisbaar is. De journalisten,<br />
die hun naam aan dergelijke instituten<br />
hebben verbonden, mogen<br />
daarom voor zichzelf overwegen, of het<br />
niet beter is hun belangstelling voor<br />
de journalistieke opleiding te richten<br />
op de plannen, welke de Federatie en<br />
de N.D.P. gezamenlijk zullen ontwerpen<br />
en tot uitvoering zullen brengen.<br />
Bij het opstellen van deze plannen<br />
zal ongetwijfeld in overweging worden<br />
genomen, de medewerking in te roepen<br />
van instellingen van hooger onderwijs<br />
en van algemeen erkende onderwijsinstituten.<br />
Voorzoover deze zich met de<br />
opleiding voor de journalistiek willen<br />
inlaten, zullen deze zich bij den opzet<br />
en den inhoud van hun leerprogramma's<br />
dienen te richten naar de eischen,<br />
welke het georganiseerde dagbladbedrijf<br />
zal meenen te moeten stellen.<br />
Daarom heeft de contactcommissie besloten,<br />
zich te wenden tot de senaten<br />
van universiteiten en hoogescholen, alsmede<br />
tot de besturen van bovenbe-<br />
20
PERSZUIVERING<br />
Perszuivering. Ik ben er mij van bewust,<br />
dat ik dit woord neerschrijvende<br />
boven een artikeltje voor „De Journalist"<br />
een uiterst gevaarlijk terrein<br />
heb betreden. Want men behoeft 't<br />
mij, die als waarnemend secretaris<br />
van den Kring in de gelegenheid ben<br />
geweest om kennis te nemen van de<br />
meeningen in den Kring (die secretariaatswaarneming,<br />
daar ben ik ingekropen,<br />
dat vergeef ik Schraver<br />
nooit! — maar dat is een andere<br />
kwestie!), men behoeft mij niets te<br />
vertellen, dat er over de kwestie der<br />
perszuivering in onzen kring verschillend<br />
gedacht wordt! Er zijn..., neen,<br />
ik ga niet verder op dit pad. Ik ben er<br />
mij maar al te zeer van bewust, hoe<br />
noodig het is, dat wij als journalisten<br />
bij elkaar blijven, dan dat ik... een<br />
knuppel in het hoenderhok zou werpen<br />
en de eenheid van en in den<br />
Kring, die wij aan het voorzichtig en<br />
vooruitziend beleid van het voorloopig<br />
comité te danken hebben (ik kan dit<br />
gerust schrijven, omdat ik zelf buiten<br />
dat comité stond) bij de heroprichting<br />
van den Kring verkregen hebben,<br />
in gevaar zou willen brengen.<br />
Maar ik meen toch te mogen constateren,<br />
dat de gang van zaken bij<br />
de perszuivering ons geen van allen<br />
geheel heeft bevredigd. En er zijn in<br />
het jongste verleden oogenblikken geweest,<br />
waarop onmiskenbare beroeringen<br />
in den journalistieken eendenvijver<br />
zijn ontstaan.<br />
Natuurlijk hebben deze ook hun<br />
weerslag gevonden in het bestuur van<br />
den Kring, dat — wat men er ook<br />
van zou willen zeggen (de alg. vergadering<br />
van 23 Nov. a.s. zal daarvoor<br />
alle gelegenheid bieden!) — er toch<br />
niets van beschuldigd kan worden, dat<br />
het ten aanzien van deze kwestie<br />
eenzijdig zou zijn georiënteerd.<br />
Nu zij er hier eerst aan herinnerd,<br />
dat het bestuur in de stichtingsvergadering<br />
van den Kring in „Krasnapolsky"<br />
te Amsterdam, opdracht heeft<br />
gekregen om bij de Regeering stappen<br />
te doen ' inzake den tragen gang<br />
bij de perszuivering en inzake ongewenschte<br />
gevolgen van de per^guiveringsprocedure.<br />
Aan het eerste gedeelte<br />
van dezen opdracht heeft het bedoelde<br />
onderwijsinstituten, met het<br />
verzoek te worden erkend bij het ontwerpen<br />
van programma's, welke de<br />
journalistiek betreffen.<br />
In dit verband moge nog melding<br />
worden gemaakt van het aanbod, dat<br />
het Genootschap voor Internationale<br />
Zaken te 's-Gravenhage onlangs aan<br />
de pers heeft gedaan. Dit Genootschap,<br />
dat zich ten doel stelt belangstelling<br />
bij het Nederlandsche volk te wekken<br />
voor de internationale politiek, stelt<br />
zich voor, cursussen te organiseeren<br />
voor bepaalde groepen, zooals vakvereenigingsleiders,<br />
journalisten, e.a.,<br />
waartoe het Genootschap deskundige<br />
sprekers heeft uitgenoodigd. Dit aanbod,<br />
gedaan ter gelegenheid van een<br />
stuur zoo spoedig als mogelijk was,<br />
gevolg gegeven — d.w.z. toen het inmiddels<br />
demissionair geworden kabinet-Schermerhorn<br />
door het ministerie-<br />
Beel was opgevolgd. En wellicht zijn<br />
sommige collega's nog niet bekomen<br />
van hun verbazing over den in onze<br />
parlementaire verhoudingen toch zeker<br />
adembenemenden spoed, waarmede de<br />
nieuwe minister-president op het adres<br />
van het Kringbestuur heeft gereageerd.<br />
Het tweede gedeelte van de opdracht<br />
der Kringvergadering was hiermede<br />
niet in het vergeetboek geraakt,<br />
al ware dit bij den omvang der werkzaamheden<br />
van het bestuur om het<br />
apparaat van den Kring op gang te<br />
brengen, wellicht mogelijk geweest.<br />
Maar de snelle ontwikkeling der dingen<br />
— wat leven wij snel! — en de<br />
beroeringen in den meer genoemden<br />
vijver — die natuurlijk ook doorkabbelden<br />
in den bestuurskring — op<br />
zichzelf een gezond teeken van democratisch<br />
verhoudingsgevoel in een<br />
organisatie zonder uitgewerkte reglementen!<br />
— zorgden er wel voor, dat<br />
deze zaak binnen den bestuursgezichtskring<br />
bleef.<br />
Zoo is het bestuur dan op een<br />
oogenblik direct vóór deze kwestie geplaatst,<br />
waarbij de leiding der gedachtenwisseling<br />
om bepaalde redenen<br />
kwam te berusten in handen van een<br />
tijdelijk waarnemend voorzitter, daar<br />
nog niet in de functie van vice-voorzitter<br />
is voorzien.<br />
Nu zij nog vermeld, dat enkele leden<br />
van den Kring, als bestuursleden van<br />
den ouden N.J.K. getroffen door het<br />
feit, dat in de zuiveringsprocedure van<br />
een der dagbladen de kwestie van het<br />
beleid van het bestuur van den ouden<br />
Kring betrokken is, zonder dat zij,<br />
die toch allereerst daarvoor verantwoordelijk<br />
zijn over dat beleid zijn gehoord,<br />
zich tot het bestuur van den<br />
nieuwen Kring hebben gewend (zoolang<br />
de Curacaosche kwestie niet is<br />
opgelost, worde maar van den ouden<br />
en den nieuwen Kring gesproken) met<br />
het verzoek, dat het huidig bestuur —<br />
in dezen optredende voor hen als leden<br />
— stappen zou doen om te voorkomen,<br />
dat zich zooiets in verdere zuiveringsprocedures,<br />
de dagbladen betreffende,<br />
zou herhalen.<br />
Het bestuur heeft daarop besloten<br />
door het Genootschap belegde conferentie,<br />
is door den voorzitter van den<br />
N.J.K. gaarne aanvaard. Niet alleen<br />
aankomende journalisten, doch ook<br />
oudere collega's kunnen slechts baat<br />
hebben bij een stelselmatige behandeling<br />
van bepaalde onderwerpen, waaraan<br />
zij door de jachtige, dagelijksche<br />
beslommeringen niet gemakkelijk toekomen.<br />
Het vorenstaande toont wel aan, dat<br />
de samenwerkende organisaties thans<br />
bereid zijn de grondslagen te leggen<br />
voor een opleiding, welke zal bijdragen<br />
niet alleen tot een vergrooting van de<br />
vakbekwaamheid, doch evenzeer tot<br />
een maatschappelijke verheffing van<br />
het beroep. M. R.<br />
om, mede gevolg gevende aan het<br />
tweede gedeelte van de opdracht der<br />
Kringvergadering, bij de Regeering<br />
een audiëntie aan te vragen. Daarbij<br />
heeft het zich, op grond van de verkregen<br />
inlichting, dat de verdere behandeling<br />
der perszuiveringsaangelegenheden<br />
door den minister-president<br />
was overgedragen, aan zijn<br />
collega van Onderwijs, Kunsten en<br />
Wetenschappen, gewend tot minister<br />
Gielen. Deze bewindsman antwoordde<br />
echter, dat bedoelde overdracht van<br />
bevoegdheden nog niet had plaats<br />
gehad, waarom Z.Exc. het verzoek om<br />
een audiëntie had doorgegeven aan<br />
den minister-president. Waarop al<br />
spoedig minister Beel bericht zond,<br />
dat hij de gevraagde audiëntie gaarne<br />
wilde verleenen.<br />
Dus toog een delegatie uit het bestuur,<br />
bestaande uit mevr. v. Meurs—<br />
v. d. Burg en de. coll. A. J. Koejemans<br />
en ondergeteekende, versterkt<br />
met den voorzitter van den Ned. Kath.<br />
Journalisten Kring, coll. L. Hanekroot<br />
(met wien terzake steeds contact was<br />
gehouden) ter audiëntie bij den minister-president.<br />
In de omstandigheid,<br />
dat intusschen de behandeling der<br />
perszuiveringsaangelegenheden wel aan<br />
den minister van O. K. en W. was<br />
overgedragen, vond Z.Exc. gelukkig<br />
geen reden om de door hem verleende<br />
audiëntie niet te doen doorgaan!<br />
In deze audiëntie zijn drie punten<br />
ter sprake gebracht.<br />
Allereerst het nog steeds ontbreken<br />
in de perszuiveringsprocedure van<br />
een hoogerberoepsinstantie.<br />
De minister-president deelde echter<br />
dadelijk mede, dat hem juist van den<br />
Persraad een voorontwerp-Perszuiveringswet<br />
had bereikt, waarin voorstellen<br />
inzake het in het leven roepen<br />
van zulk een instantie zijn opgenomen.<br />
Al moest minister Beel — zoals<br />
hij verklaarde — dit voorontwerp<br />
nog nader bestuderen — de daarin<br />
opgenomen mogelijkheid voor hooger<br />
beroep heeft zijn volle instemming.<br />
En het is zijn voornemen als voorzitter<br />
van den Ministerraad het daarheen<br />
te leiden, dat het wetsontwerp voor<br />
het einde van dit jaar zal worden behandeld,<br />
opdat de wettelijke regeling<br />
dezer materie het thans en tot 1 Jan.<br />
a.s. geldend Perszuiveringsbesluit zal<br />
kunnen vervangen.<br />
Het tweede punt, dat ter audiëntie<br />
in bespreking kwam, was het mengen<br />
van het beleid van het bestuur van<br />
den ouden Kring in de perszuivering.<br />
De minister-president meende er de<br />
delegatie op te moeten wijzen, dat de<br />
beoordeeling van dat beleid niet een<br />
zaak was der Regeering, doch van<br />
den Kring zelf en dat in het bedoelde<br />
geval, dat aanleiding heeft gegeven<br />
tot het in geding brengen dezer kwestie,<br />
den betrokkene slechts verzocht is<br />
inlichtingen over deze zaak te geven,<br />
terwijl zijn aandeel in dit beleid geen<br />
deel uitmaakt van de overwegingen<br />
der Perszuiveringscommissie ten aanzien<br />
van het optreden van den betrokkene<br />
als journalist.<br />
De derde ter audiëntie ter sprake<br />
gebrachte kwestie was de invoeging<br />
in de perszuiveringsprocedure van de<br />
figuur van den openbaren aanklager,<br />
21
JOURNALISTIEK JOURNAAL<br />
A Eerst iets over „De Journalist"<br />
zelf. Nu wij het derde nummer ter<br />
perse leggen weten wij pas dat allerlei<br />
vak-problemen ook óns deel zijn<br />
en nog zullen worden. Daar is bijvoorbeeld<br />
de rubriek „Van alle kanten en<br />
kranten", die wij vrij-willekeurig moeten<br />
samenstellen. Immers, wanneer<br />
wij alle persstemmen over ons vak, die<br />
op onze redactie-tafel belanden in die<br />
rubriek zouden willen opnemen, dan<br />
konden wij al ons papier alléén daaraan<br />
reeds kwijt worden. Wij trachten,<br />
in toch altijd nog zeer beperkte ruimte,<br />
, die rubriek zoo veelzijdig mogelijk<br />
te maken. En ook zoo „objectief" mogelijk.<br />
Maar het blijf t een maandelijksche<br />
worsteling.<br />
• Over de objectiviteit van die rubriek<br />
gesproken: wij hebben aanleiding<br />
om nóg eens heel duidelijk te<br />
zeggen, dat de redactie zich van de<br />
meeningen, die erin worden geuit,<br />
volledig distancieert. Zij neemt er geen<br />
enkele verantwoordelijkheid voor op<br />
zich en met vele, door haar geplaatste,<br />
meeningen van anderen is zij het volslagen<br />
ön-eens. Mogen wij dit nu<br />
voorgoed als bekend veronderstellen?<br />
• In dit nummer (en in komende<br />
nummers) zal dit zeer waarschijnlijk<br />
eveneens het geval zijn) staat nogal<br />
heel wat in vreemde taal. Wij hadden<br />
de keuze tusschen 1) niet opnemen, 2)<br />
in het Nederlandsen vertalen, 3) in de<br />
vreemde taal opnemen. Wij kozen 3.<br />
Omdat 2 zooveel tijd kost dat het ons<br />
onmogelijk is. En omdat 1 zonde zou<br />
zijn voor al het interessants dat de<br />
lezers van ons orgaan dan zouden<br />
moeten missen.<br />
• Wij hebben lang gepeinsd over de<br />
klachten van verschillende zijden in<br />
onze vorige nummers geuit over zich,<br />
ten opzichte van onze vak-moraal misdragende,<br />
collegae. Zou het, zoo overwogen<br />
wij, niet mogelijk, ja zelfs<br />
waarschijnlijk, zijn, dat een deel dier<br />
misdragingen, haar grond vinden in<br />
te lage salarieering? Zou een man met<br />
een ruim salaris zich zooveel moeite<br />
terzake waarvan de delegatie den minister<br />
verzocht te mogen vernemen,<br />
welke overwegingen den minister ertoe<br />
hebben geleid deze figuur in de procedure<br />
in te brengen.<br />
Al vond minister Beel — zooals hij<br />
lachend. opmerkte — dat de audiëntie<br />
wat ging gelijken op het stellen van<br />
vragen door een lid van het Parlement,<br />
toch maakte hij geen bezwaar<br />
op die vraag te antwoorden en hij<br />
verklaarde, dat de invoeging van den<br />
openbaren aanklager is geschied op<br />
verzoek van juridische raadslieden<br />
van in perszuiveringsprocedures betrokken<br />
personen. En uit door Z.Exc.<br />
ontvangen rapporten is hem gebleken,<br />
dat deze invoeging in de procedure<br />
zoowel door de leden der Perszuivegeven<br />
voor de verovering van een<br />
hem niet toekomend lunch-pakket?<br />
Wilt ü de zaak óók eens van dien<br />
kant bezien?<br />
• Behalve aan de moraal zouden wij<br />
ook aan de taal aandacht gewijd willen<br />
zien in onzen kring. Op dit punt<br />
is het erbarmelijk gesteld. Wat heeft<br />
men veelal moeite met de geslachten.<br />
In vele kranten worden — om een<br />
klein voorbeeld te noemen — de namen<br />
van voetbalverenigingen dan<br />
weer mannelijk en dan weer vrouwelijk<br />
genomen. — „A.P.C, en haar kansen"<br />
—• „H.B.S. werd van haar plaats<br />
gedrongen". Mogen wij even schoolmeesteren<br />
en de onthulling doen dat<br />
zelfs Emma en zelfs Wilhelmina (als<br />
het Voetbalclubs betreft) onzijdig zijn.<br />
Wij spreken van het snelle „Emma"<br />
en van het oude „Wilhelmina". En<br />
zoo is het óók met alle namen van<br />
steden. Het schoone Amsterdam en<br />
zijn fraaie grachten. En, gelooft ons,<br />
dit is maar één van de tallooze, steeds<br />
weer begane, taalfouten.<br />
• Zoo zien wij (veel te) dikijwijls<br />
de woorden „behartenswaardig" en<br />
„politioneel". Het is „behartigenswaardig"<br />
en „politieel". Denkt U eraan dat<br />
de taal „gansch een volk" is? En dat<br />
zij tot onze kostbaarste (en niet<br />
„waardevolste") bezittingen behoort?<br />
• Wij hebben twee weekbladen voor<br />
ons liggen. Het eerste is „De Schouw",<br />
hoofdredacteur: Francois Drion. Het<br />
tweede: „Op Wacht", hoofdredacteur<br />
Mr. J. H. Smeets. De redacties zijn<br />
verder ook geheel verschillend. Maar<br />
de redactioneele inhoud is volkomen<br />
identiek. Wat is dit voor rare „journalistiek"?<br />
En wat denken die lezers<br />
erover die op beide bladen geabonneerd<br />
zijn en precies het zelfde in<br />
duplo voorgezet krijgen? Wij vinden<br />
dit raar en naar. Daarom signaleeren<br />
wij het.<br />
• Schrijver dezes had onlangs in een<br />
Hagsch blad in een Amsterdamschen<br />
Brief geschreven, dat hij van<br />
een portier van een Amsterdamsche<br />
ringcommissies als door de „verdedigers"<br />
der opdrachten ten zeerste is en<br />
wordt gewaardeerd. Z.Exc. wees er<br />
daarbij op, dat al neemt de openbare<br />
aanklager in de perszuiveringsprocedure<br />
een zelfde plaats in als de ambtenaar<br />
van het Openbaar Ministerie in<br />
een strafgeding, hierdoor het karakter<br />
der zuiveringsprocedure niet wordt<br />
aangetast en de practijk hem heeft<br />
bevestigd in de verwachtingen, die<br />
bij de invoeging van déze figuur in de<br />
procedure zijn gekoesterd.<br />
Ziedaar in 't kort het verloop der<br />
audiëntie. Het binnenkort te verschijnen<br />
wetsontwerp inzake de perszuivering<br />
zal ongetwijfeld gelegenheid bieden<br />
voor nader beraad.<br />
v. d. B.<br />
kroeg vernomen had, dat deze geüniformeerde<br />
gezagsdrager ƒ20.000 per<br />
jaar verdiende. Zes weken later werd<br />
aan schrijvers deur geklopt door<br />
twee rechercheurs van de Centrale<br />
Recherche (af deeling fiscaal). De<br />
heeren wilden den naam van den portier<br />
weten. Schrijver dezes antwoordde:<br />
„ik ken des portiers naam niet,<br />
doch wanneer ik die wèl kende zou<br />
ik dien'nog niet mededeelen; want<br />
er bestaat een beroepsgeheim voor<br />
journalisten, zoo al niet materieel<br />
dan toch moreel". De recherche-heeren<br />
ontkenden dit met overlegging<br />
van een wettelijke bepaling, dat iedereen<br />
verplicht is der overheid mededeelingen<br />
te doen, die haar kunnen<br />
helpen overtreders op te sporen. —<br />
Afgezien van de prijzenswaardige<br />
ijver onzer Centrale Recherche —<br />
Wat vindt u hiervan? Wie deelt ons<br />
zijn oordeel hierover mede?<br />
• De materie van de toegestane<br />
grootte der weekbladen willen wij hier<br />
niet aanroeren, doch wèl willen wij<br />
melding maken van de uitzonderlijke<br />
houding ten deze van de „Haagsche<br />
Post", die van 12 op 16 pagina's is<br />
gegaan en, onder het motto „langzaam<br />
aan dan breekt het lijntje niet"<br />
geen onmiddellijk gebruik maakt van<br />
de haar toegestane 20 pagina's. De<br />
heer Van Oss schrijft: ,,eerst een week<br />
of wat zestien bladzijden en dan naar<br />
de twintig. Rustig overleggen en<br />
schikken is noodig om ons aan te<br />
passen aan den nieuwen en beteren<br />
toestand. Het zit hem heusch minder<br />
in de kwantiteit dan in de kwaliteit".<br />
De heer Van Oss is een bejaard<br />
man, doch hij is een rot in het vak.<br />
Een slimme rot. „Slim als eene<br />
mensch" zeggen ze in Noord Brabant<br />
(waar hij — te Boxmeer — geboren<br />
werd). Wij komen ook uit Noord<br />
Brabant en wij gelooven stellig, dat<br />
de heer Van Oss gelijk heeft. Een<br />
slecht blad blijft slecht al verschijnt<br />
het met meer pagina's. En een goed<br />
blad blijft goed, al komt het met<br />
zestien in plaats van met twintig<br />
bladzijden. Wij zijn er van overtuigd,<br />
dat de lezers er precies zóó over denken.<br />
Er zijn bladen, die hun geringe<br />
succes wijten aan hun geringe omvang;<br />
terwijl zij dat moesten doen aan<br />
hun geringe belangrijkheid.<br />
• Wanneer wij één ding kunnen<br />
leeren van de (goede) Amerikaansche<br />
en Engelsche journalisten, dan is dat,<br />
dat zij nimmer met elkaar polemiseeren.<br />
Dat geschiedt in Nederland<br />
nog altijd te veel. Het gezeur tusschen<br />
blad A. en blad B. en blad C en blad<br />
D. is ontstellend vervelend. Bovendien<br />
blijft iedereen altijd gelijk houden.<br />
Wij hebben het tenminste nog nooit<br />
meegemaakt, dat A. „bij nader inzien<br />
en overtuigd door de argumenten<br />
van onze geachte collega" B. gelijk<br />
gaf tenslotte. — Dacht u dat de lezers<br />
dit lazen?<br />
9 Wij vernamen, dat de raad aan<br />
de nEgelsche redactie heeft rondgetelext<br />
om de afschuwelijke post mortem<br />
foto's van de gehangenen van<br />
Neurenberg niet in de (kranten te<br />
plaatsen. En wij vernamen ook, dat<br />
dit — behalve op grond van moreele<br />
overweging — gedaan is om de con-<br />
22
DE STATEN WENSCHEN GEEN PROPAGANDA<br />
Hier volgt een gedeelte van het verslag<br />
van een vergadering van de Staten<br />
van Curacao, ontleend aan het<br />
Curacaosche dagblad „Beurs- en<br />
Nieuwsberichten".<br />
Ook was er een verslag van de Eerste<br />
Commissie naar aanleiding van een<br />
brief van Z.E. den Gouverneur, waarin<br />
de wensen van de Staten betreffende<br />
de oprichting van een Voorlichtingsdienst<br />
worden gevraagd. Deze brief is<br />
onlangs in de Eerste Commissie met<br />
enkele vertegenwoordigers van de Curacaose<br />
pers besproken die hun inzichten<br />
omtrent de voorlichting aan de<br />
commissie hebben medegedeeld.<br />
De Eerste Commissie stelt thans de<br />
tekst van een brief voor, die door de<br />
Staten aan den Gouverneur zal worden<br />
gezonden. Daar een aantal leden, die<br />
niet bij de commissie-vergadering tegenwoordig<br />
waren de tekst van deze<br />
brief nog niet ontvangen hebben, besluit<br />
de Voorzitter de Vergadering een<br />
ogenblik te schorsen, opdat zij kennis<br />
kunnen nemen van de inhoud.<br />
De brief luidt als volgt:<br />
Ter voldoening aan het verzoek, vervat<br />
in de gouvernements-depeche dd.<br />
3 September 1946 No. 6244 hebben de<br />
Staten de eer Uwer Excellentie te berichten,<br />
dat de daarin neergelegde indruk<br />
van den Heer Minister van Overzeese<br />
Gebiedsdelen inderdaad het inzicht<br />
der Staten weergeeft.<br />
De aandacht moge er op gevestigd<br />
worden, dat de Heer Minister spreekt<br />
van een „voorlichtingsdienst", terwijl<br />
Uwe Excellentie vraagt te mogen vernemen<br />
of de Staten instemmen met dé<br />
instelling van een gouvernementspersdienst.<br />
Hierbij zij direct aangetekend, dat<br />
de Staten niets voelen voor een gouvernementspersdienst.<br />
Volgens het inzicht der Staten bestaat<br />
er behoefte aan een wederzijdse<br />
voorlichingsdienst, die Nederland op<br />
elk gebied van voorlichting dient en<br />
omgekeerd. Een dergelijke instelling<br />
dient los te staan van welke instantie<br />
ook. De Staten menen, dat hiervoor als<br />
.beste vorm die van een stichting gekozen<br />
kan worden, waarin Curacao en<br />
Nederland financieel participeren.<br />
De Staten zijn gaarne bereid een<br />
bedrag voor dit doel te bestemmen.<br />
Zij stellen zich voor, dat het personeel<br />
door het bestuur der stichting benoemd<br />
zal worden en bestaan zal uit Nederlanders<br />
en in dit gebiedsdeel geborenen,<br />
dat de stichting in Nederland en<br />
currentiezucht ten deze te beteugelen.<br />
En staan de Britsche hoofdredacteuren<br />
niet sterk genoeg in hun journalistieke<br />
schoenen om iets, dat zij<br />
onoirbaar achten niet te plaatsen<br />
— ongeacht den goeden raad van vadertje<br />
Staat en ongeacht wat Collega<br />
Concurrent misschien zou willen<br />
doen?<br />
E.<br />
in de Nederlandse Antillen een bureau<br />
zal hebben, waar personeel uit beide<br />
rijksdelen werkzaam zal zijn.<br />
Het Statenlid Mr. E. Cohen Henriquez<br />
verklaart zich na heropening van<br />
de vergadering accoord met de inhoud,<br />
doch merkt op, dat de onafhankelijkheid<br />
van bedoelde stichting zal bewerkstelligd<br />
moeten worden van de oprichting<br />
af. Daarom zal het nodig zijn,<br />
dat een kapitaal voor de instandhouding<br />
voor een termijn van minstens 5<br />
jaar reeds bij de oprichting wordt ter<br />
beschikking gesteld of dat de jaarlijkse<br />
subsidie voor een aantal jaren<br />
tegelijk wordt toegekend, zodat de<br />
Stichting niet later bij Bestuur of Staten<br />
behoeft aan te kloppen om financiële<br />
steun.<br />
Dr. da Costa Gomez is van mening,<br />
dat de gedachte van Mr. Cohen Henriquez<br />
een zeer juist element bevat. De<br />
stichting moet direct bij haar ontstaan<br />
in volle omvang een onafhankelijk karakter<br />
hebben. Het bezwaar dat de<br />
Staten tegen de Gouvernementspersdienst<br />
hebben is, dat hij totaal afhankelijk<br />
is en in de plaatselijke bladen<br />
zijn van de hand van het hoofd van<br />
deze dienst artikelen verschenen, die<br />
niet van grote bescheidenheid en objectiviteit<br />
blijk gaven.<br />
De persoverzichten, die door de<br />
Gouvernementspersdienst worden gemaakt<br />
geven geen juist overzicht. Aan<br />
stukken die voor het Bestuur een aangenaam<br />
karakter hebben wordt een<br />
prominente plaats verleend.<br />
De bedoeling is dat Nederland en<br />
Curacao zo nauw mogelijk samenwerken<br />
om zo nauwkeurig mogelijke inlichtingen<br />
aan belangstellenden te geven<br />
en niet alleen om persoverzichten<br />
samen te stellen.<br />
Het ambtelijk karakter van de voorlichtingsdienst<br />
moet verdwijnen. Wel<br />
kan een ambtenaar aan het bureau<br />
worden verbonden, doch het bureau<br />
zelf moet onafhankelijk zijn.<br />
De Staten wensen geen propaganda,<br />
doch objectieve voorlichting en voor<br />
de laatste zijn wij bereid een flink<br />
kapitaal te voteren, opdat deze voorlichtingsdienst<br />
er komt.<br />
Hef Koninklijk bezoek aan Brussel<br />
Ik denk niet, dat de collega's, die in<br />
Brussel waren, toen M.M. de Koningin<br />
haar bezoek aan België bracht, met<br />
veel plezier aan die dagen terugdenken.<br />
Daarvoor waren de omstandigheden,<br />
waaronder gewerkt moest worden,<br />
te ongunstig. De politieke situatie<br />
vooral met betrekking tot Z.M. den<br />
Koning verhit nog te zeer de gemoederen<br />
van onze zuidelijke naburen dan<br />
dat men het bezoek van onze Koningin<br />
hiervan los wist te maken, met<br />
als gevolg vandien bij de zijde dei-<br />
Belgische autoriteiten een groote persschuwheid,<br />
hetgeen op zijn beurt weer<br />
een terugslag had op de noodzakelijke<br />
medewerking van de Nederlandsche<br />
autoriteiten.<br />
Van een normale reportage kan dan<br />
ook nauwelijks gesproken worden en<br />
daarom was het zeer aangenaam te<br />
ontdekken, dat ondanks het feit, dat<br />
de moeilijkheden redelijkerwijs de rivaliteit<br />
tusschen de Belgische en Nederlandsche<br />
collega's tot ongezonde<br />
proporties hadden moeten aanwakkeren,<br />
onze Brusselsche collega's, met<br />
aan het hoofd den oud-minister<br />
Hoste en den heer Bogaerts, alles in<br />
het werk hebben gesteld hun Nederlandsche<br />
vrienden hartelijk te ontvangen.<br />
Op Donderdagavond werd een<br />
cocktailpartij aangeboden door den<br />
heer Van der Berkhof van Kockeningen,<br />
persattaché der Nederlandsche<br />
ambassade en kapitein Rutte, officier<br />
in algemeenen dienst van H.M., waar<br />
talrijke dames en heeren van de ambassade<br />
en de journalisten elkaar ontmoetten,<br />
gevolgd door een diner door<br />
de Brusselsche journalisten aan hun<br />
Nederlandsche gasten aangeboden.<br />
De heer Koster hield daarbij een<br />
speech, welke naast alle geestigheden<br />
sterk naar voren bracht hoezeer in<br />
België — en terecht — de noodzaak<br />
van een nauwe samenwerking tusschen<br />
België, Luxemburg en Nederland<br />
wordt gevoeld; een samenwerking op<br />
schier ieder gebied met'een oprechte<br />
vriendschap en een wederzijdsch begrip<br />
van eikaars standpunten en moeilijkheden<br />
als basis.<br />
Niet ten onrechte merkte de heer<br />
Koster op, dat de journalistiek in beide<br />
landen veel aan het bereiken van<br />
dit einddoel kan bijdragen.<br />
F v. STEENDEREN.<br />
HEAR, HEAR!<br />
You can teach almost any<br />
intelligent kid the general form<br />
of reporting, how to round up<br />
all the facts of a story, how to<br />
assemble them into words for<br />
publication within the limits of<br />
the space allotted and in a manner<br />
that satisfies the desk and<br />
fully informs the readers.<br />
But that is the mechanical<br />
phase of reporting only. It has<br />
no relation to the art of She<br />
profession. The artistic phase<br />
of reporting is the ability to<br />
put not only facts into the<br />
story, but color and human<br />
interest, also feeling and good<br />
taste. The last elements are, I<br />
think, most important.<br />
DAMON RUNYON<br />
23
COURANTEN IN BEVOEGDE<br />
Het Engelse Zondagsblad „The<br />
Observer" blijkt door de eigenaren<br />
te zijn gesteld in handen van<br />
trustees, die de volledige zeggenschap<br />
over het blad hebben gekregen.<br />
Voor de „Times" en<br />
„The Manchester Guardian" waren<br />
al vroeger overeenkomstige<br />
maatregelen getroffen. Ook deze<br />
bladen staan onder toezicht van<br />
een Kleine groep mannen van<br />
zodanig geestelijk gezag, dat de<br />
kans in uitgesloten, dat zij in<br />
handen zouden komen van duistere<br />
politieke invloeden of alleen<br />
ter wille van vurig gewin geëxploiteerd<br />
zouden worden.<br />
Wij hebben, zo schrijft de<br />
Nieuwe Haagse Courant, in oorlogstijd<br />
wel ontdekt, dat een<br />
dagblad niet alleen een zaakje is,<br />
waaraan men geld mag verdienen,<br />
zoals vroeger wel werd gedacht,<br />
maar een zaak van de,<br />
hoogste en principieelste betekenis,<br />
die niet alleen door commerciële<br />
motieven mag worden beheerst.<br />
Het is in zekere zin de<br />
HANDEN<br />
tragiek van sommige krantencollaborateurs<br />
uit oorlogstijd, dat<br />
zij hebben gemeend alleen maar<br />
commerciële maatstaven te hoeven<br />
aanleggen aan de leiding<br />
van hun courant — waardoor zij<br />
een willige prooi zijn geworden<br />
van Duitse en nationaalsocialistische<br />
invloeden.<br />
De eerste gedachte, die men<br />
na de oorlog heeft, is dus: dat<br />
nooit meer. Een courant is niet<br />
alleen maar object van commerciële<br />
exploitatie en zou het in<br />
beginsel misschien helemaal niet<br />
mogen zijn. De meest gewenste<br />
vorm zou dus zijn, dat de dagbladen<br />
in handen waren van een<br />
zo breed mogelijke kring van<br />
hun lezers, die dan het feitelijke<br />
toezicht aan een kleine raad van<br />
vertrouwensmannen in handen<br />
gaven.<br />
De N.H.C, vervolgt:<br />
Helaas zijn wij bij de grote<br />
meerderheid van de Nederlandse<br />
dagbladen daar nog ver van af.<br />
De zuivering van de Nederlandse<br />
pers heeft zich uitgestrekt tot<br />
een vrij groot aantal personen,<br />
maar heeft de financiële belangen<br />
achter de verschillende bladen<br />
in het algemeen op schandelijke<br />
wijze ongemoeid gelaten.<br />
Het effect is dan ook, dat de<br />
pers, die in oorlogstijd gecollaboreerd<br />
heeft en... verdiend heeft<br />
een grote voorsprong dreigt te<br />
krijgen op de bonafide en zelfs<br />
vroegere illegale bladen.<br />
Wij geloven, dat de hoofdoorzaak<br />
daarvan niet moeilijk is aan<br />
te wijzen. De Nederlandse regering<br />
is te vreesachtig geweest<br />
om ingrijpende maatregelen ie<br />
nemen en heeft de bezitsverhoudingen<br />
niet durven aantasten.<br />
Wat had meer voor de hand gelegen<br />
dan de collaborationistische<br />
courantn te naasten en hen<br />
te brengen in een fonds, waaruit<br />
de „goede" couranten van zeten<br />
drukgelegenheid konden worden<br />
voorzien? Zo is het in<br />
Frankrijk geschied en zo had<br />
het hier ook gekund. Maar nu<br />
zijn wij nog ver van een bevre<br />
digende toestand af.<br />
Journalist „Buitenland", met jarenlange<br />
practijk als „buitenland<br />
redacteur", wensdht artikelen<br />
over internationale politiek<br />
te schrijven in dagbladen, resp.<br />
één- of meermalen per week verschijnende<br />
bladen. Brieven onder<br />
no. 1239, Administratie „De<br />
Journalist", N.Z. Kolk 28, Amsterdam-C.<br />
Oud gevestigd stedelijk blad in<br />
het Westen des lands vraagt<br />
redacteur-verslaggever.<br />
Brieven onder nr. 1242 Administratie<br />
„De Journalist", N.Z.<br />
Kolk 28, Amsterdam-C.<br />
De adressen, van<br />
de redacteuren van<br />
DE JOURNALIST"<br />
zijn:<br />
Mr. E. Elias - Elsevier -<br />
Spuistraat<br />
Y. Foppema -<br />
sterdammer -<br />
Amsterdam.<br />
Groene Am-<br />
Frederiksplein<br />
- Amsterdam.<br />
Administratie: Ned. Persmuseum,<br />
N.Z. Kolk 28, Amsterdam.<br />
Journalist, 26 j., ongehuwd,<br />
sinds anderhalf jaar belast met<br />
leiding groot provinciaal dagblad,<br />
zoekt plaatsing bij blad<br />
met mogelijkheid tot gedegen<br />
verdere opleiding. Eenige naam<br />
in jonge Ned. literatuur. Ondergeschikte<br />
functie en uitzending<br />
geen bezwaar. Zal gaarne knipselboeken<br />
zenden. Salaris thans<br />
ƒ375.— per maand. jBrieven onder<br />
no. 1240, Adm. „De Journalist",<br />
N.Z. Kolk 28, Amsterdam-C.<br />
JOURNALIST<br />
moet wegens verhuizing en<br />
daardoor onstaan plaatsgebrek<br />
zijn waardevol Archief verkoopen,<br />
liefst aan gedupeerde collega's<br />
of uitgevers.<br />
Br. fr. ond. no. 1240, Adm.<br />
„De Journalist", N.Z. Kolk 28,<br />
Amsterdam-C.<br />
Jeune écrivain et journaliste<br />
frangais, Rédacteur en chef<br />
d'une Revue littéraire et artistique,<br />
désire devenir correspondant<br />
pour la Prance d'un journal<br />
hollandais. Ecrire: J. Soulas,<br />
23 bis Rue des Abondances,<br />
Boulogne/Seine - Prance.<br />
JOURNALIST,<br />
acad. gevormd, zoekt tegen 1<br />
Jan. of 1 Febr. hem passenden<br />
werkkring in. Noord- of Zuid-<br />
Holland of Utrecht, aan neutraal<br />
of progressief dagblad of<br />
periodiek. In staat leiding te<br />
geven; all round ervaring: binnen-<br />
en buitenland, kunst, literatuur,<br />
reportages. Uitstekende<br />
referenties. Brieven onder no.<br />
1243 Administratie „De Journalist",<br />
N.Z. Kolk 28, Amsterdam-C.<br />
Persbureau te Amsterdam zoekt<br />
vertegenwoordiger voor het Zuiden,<br />
respectievelijk het Noorden<br />
van het land, voor de verkoop<br />
van artikelen, foto-reportages<br />
etc. van internationale strekking,<br />
aan de Nederlandse Pers.<br />
Brieven onder nr. 1238 Administratie<br />
„De Journalist", N.Z.<br />
Kolk 28, Amsterdam-C.<br />
Zoo spoedig mogelijk gevraagd<br />
:<br />
Redacteur-verslaggever.<br />
(Journalist N.J.K.). Vereischt<br />
worden: ruime practische ervaring,<br />
middelbare schoolopleiding<br />
of daarmede gelijk staande ontwikkeling,<br />
goede vlotte stijl. In<br />
verband met woonprobleem bij<br />
voorkeur ongehuwd. Brieven<br />
aan Directeur-hoofdredacteur<br />
Geldersch Dagblad, Nieuwe Plein<br />
54, Arnhem.<br />
24<br />
KV, DE ARBEIDERSPERS • AMSTERDAM