03.10.2013 Views

ejournalist

ejournalist

ejournalist

SHOW MORE
SHOW LESS

Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!

Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.

<strong>ejournalist</strong><br />

1ste Jaargang No. 3 — November 1946<br />

Redadie: Mr. E. Elias - Y. Foppema<br />

MAANDBLAD, ORGAAN VAN DEN NEDERLANDSCHEN<br />

JOURNALIST ENKRING<br />

MET VOLLE KRACHT VOORUIT<br />

Het zou geenszins verwonderlijk zijn, indien sommige<br />

leden zich zouden afvragen, hoe het thans met de zaken<br />

van den N.J.K. gesteld is. Behalve incidenteel en natuurlijk<br />

met te vergeten, door De Journalist, is de Krinc nog<br />

met naar buiten opgetreden. Het Bestuur erkent ten° volle<br />

het recht der leden om deze en dergelijke vragen te stellen.<br />

Zijnerzijds mag het echter de aandacht van de leden<br />

vragen voor de moeilijkheden, waarvoor het zich bij den<br />

opbouw van den Kring gesteld zag. Daarenboven moet m<br />

aanmerking worden genomen, dat veel van het werk dat<br />

de Kring m het volle licht van de openbaarheid zal brengen,<br />

moet wachten totdat de Federatie van Nederlandsche<br />

Journalisten gestalte zal hebben gekregen.<br />

In de vergadering van den Kringraad, waarvan elders<br />

m dit nummer verslag wordt gedaan, ben ik dieper in<br />

deze moeilijkheden getreden. Ik kon echter tevens opmerken,<br />

dat de eerste phase, die van den opbouw binnenkort<br />

haar afsluiting zal vinden en dat de tweede<br />

phase, die van de eerste functionneering, zich reeds heeft<br />

aangekondigd in de eerste vergadering van de contactcommissie,<br />

waarin de N.D.P., de K.N.J.K. en de NJK<br />

(naderhand de Federatie) vertegenwoordigd zijn<br />

Het werk van den Kring is op de oprichtingsvergadering<br />

begonnen met het leggen van de grondslagen van<br />

het journalistenhuis. De oprichting van de katholieke<br />

organisatie beteekende het leggen van een fundeering op<br />

een aangrenzend terrein. Het optrekken van beide gebouwen<br />

is thans in gang en binnenkort zullen zij hecht<br />

verbonden worden en in de overkoepeling van de Federatie<br />

naar buiten toe de nauwe samenwerking demonstreeren.<br />

In de komende algemeene vergaderingen van beide<br />

organisaties zullen het buitenwerk en een. flink deel van<br />

het binnenwerk van deze gemeenschappelijke constructie<br />

worden voltooid. De statutenwijziging en het vaststellen<br />

van de Federatiestatuten en het Huishoudelijk Reglement<br />

zullen voor den N.J.K. dit feit markeeren. Tevens zullen<br />

in het gebouw van onzen Kring reeds enkele kamers<br />

worden ingericht; voorstellen zullen n.1. worden ingediend<br />

om tot instelling van de sectie van hoofdredacteuren,<br />

van een sectie van protestant-christelijke journalisten<br />

en van een. sectie sportjournalisten over te gaan<br />

Spoedig hopen we daarna het Federatiesecretariaat te<br />

stichten en op gang te krijgen. Aldus is dan het kader<br />

geschapen, waarbinnen de georganiseerde journalistiek,<br />

haar maatschappelijke taak zal gaan verrichten.<br />

Deze taak is zoo omvangrijk, dat het noodzakelijk is<br />

een rangorde op te stellen, waarin de onderscheidene<br />

zaken in behandeling zullen worden genomen. Van overheerschende<br />

beteekenis is het scheppen van orde in den<br />

salarischoas, welke thans heerscht en welke voortvloeit<br />

uit den wilden groei van het perswezen na de bevrijding.<br />

De onderhandelingen over het afsluiten van een collectieve<br />

arbeidsovereenkomst, welke den journalisten de<br />

mateneele erkenning van hun belangrijke maatschappelijke<br />

functie moet brengen, zullen beginnen. De onderhandelmgscommissie<br />

zal tevens haar bemiddeling verleenen<br />

bij het totstandbrengen van een noodvoorziening<br />

voor die collega's, die in eenzelfde functie als vóór den<br />

oorlog werkzaam, geen of geen voldoende verhooging van<br />

hun vroegere salaris hebben genoten. Teneinde niet<br />

vooruit te loopen op den inhoud van de tot stand te<br />

brengen collectieve arbeidsovereenkomst oordeelde de<br />

contactcommisie het de beste tactiek niet door een formeele<br />

regeling, doch door incidenteel optreden in de<br />

allerergste nooden te voorzien.<br />

Aan het probleem der vakopleiding, dat eerst in vollen<br />

omvang kan worden behandeld zoodra de salarisonderhandelingen<br />

zijn ofgesloten, werd door de contactcommissie<br />

eveneens aandacht geschonken; te dezer zake wordt<br />

verwezen naar een beschouwing elders in dit nummer<br />

. De kwestie van de representatie zoowel voor de individueele<br />

journalisten en bladen als voor het georganiseerde<br />

perswezen is eveneens een onderwerp, dat in behandeling<br />

is genomen. Daartoe is uiteraard overleg met<br />

de bevoegde autoriteiten noodzakelijk; de door de samenwerkende<br />

organisaties vast te stellen representatieregeling,<br />

daarbij inbegrepen de uitreiking van een<br />

nationale perskaart en de landelijke erkenning van<br />

plaatselijke persboutons, heeft aleen effect, indien de<br />

overheidsinstanties, waarmede de pers regelmatig in<br />

aanraking komt, zich met zulk een regeling kunnen vereenigen.<br />

Tenslotte beraden de besturen van K.N.JK en NJK<br />

zich over de spoedige instelling van een Federatieluchtraad.<br />

Wellicht zal het mogelijk zijn daaromtrent<br />

m de komende algemeene vergadering reeds definitieve<br />

mededeelmgen te doen en de benoeming van de leden<br />

orde te stellen.<br />

en plaatsvervangende leden van dit college aan de<br />

Het vorenstaande toont duidelijk aan, dat de oogmerken<br />

welke de oprichters van de journalistenorganisaties<br />

hebben gehad, inderdaad verwezenlijking gaan<br />

vinden. Meer dan een begin is dit echter niet. Voordat<br />

alle gestelde doeleinden bereikt eijn, zal er nog zeer veel<br />

werk moeten worden verzet. Het bestuur, dat overigens<br />

na een jaar volgens de statutaire regels zijn zetels<br />

ter beschikking stelt, is bereid zich voor het welslagen<br />

yan den begonnen arbeid ook in de komende maanden<br />

te volle m te zetten, zoo dat het in Mei van het volgende<br />

jaar de verantwoording over zijn beleid niet behoeft te<br />

schuwen. Het bestuur kan echter niet alles doen om de<br />

positie van den Kring, welke hij behoort in te nemen,<br />

te vestigen en voortdurend te verstevigen. Daartoe is de<br />

actieve medewerking van de overgroote meerderheid der<br />

leden onontbeerlijk. Zij moeten door hun belangstelling<br />

het werk van den Kring dragen en hun vereeniging<br />

schragen. Het is onvermijdelijk, dat hiervoor offers<br />

moeten worden gebracht, offers in geld en in tijd.<br />

In dit verband mag ik wel een dringend beroep doen<br />

1


HET MEEST NOODIGE<br />

ren in het openbaar; rechtszittingen worden met open<br />

deuren gehouden; maatschappelijke organen doen thans<br />

meer dan ooit een publiek beroep op medewerking en<br />

samenwerking. Niet de publieke tribunes, slechts door<br />

enkelen bezocht, verzekeren echter de gewenschte en<br />

noodzakelijke openbaarheid. Neen, het is de pers, die in<br />

den lande moet uitdragen, wat zich op staatkundig, maatschappelijk<br />

en cultureel terrein afspeelt. Wat komt daarvan<br />

onder de tegenwoordige omstandigheden terecht? De<br />

kranten zien zich genoodzaakt op journalistiek eigenlijk<br />

niet verantwoorde wijze, kamerverslag en kameroverzicht<br />

te combineeren, zoodat informatie en commentaar op voor<br />

het publiek verwarrende wijze dooreenloopen. De rubriek<br />

Rechtszaken is ineengeschrompeld tot, een reeks summiere<br />

berichten, welke aan de merites van de onderscheidene<br />

zaken in het geheel geen recht doet wedervaren. Is het<br />

niet teekenend voor de onbevredigende situatie van het<br />

oogenblik, dat van de belangrijkste rechtszaak-Kief het<br />

weekblad De Vlam zich geroepen achtte een uitvoerig<br />

objectief verslag te publiceeren, dat vóór den oorlog in<br />

elk dagblad van eenige beteekenis zou zijn opgenomen<br />

geweest? En wat kan er van de herleving van ons maatschappelijk<br />

en cultureel organisatiewezen in de krant<br />

van heden worden teruggevonden?<br />

Deze diagnose brengt een ernstig ziektegeval aan het<br />

licht. Ons volk lijdt onder geestelijke avitaminose en<br />

allerlei afwijkingen zijn daarvan hèt gevolg. Het gerucht,<br />

de roddelpraat, zij kunnen hoogtij vieren, omdat zij niet<br />

in een degelijke, uitvoerige nieuwsvoorziening der dagbladen<br />

een tegenwicht vinden. Sociale spanningen worden<br />

verscherpt, omdat de kennis van allerlei feiten en omstandigheden<br />

in onvoldoende mate tot de massa des volks<br />

kan doordringen. In zijn intreerede heeft de onlangs<br />

benoemde Groningsche hoogleeraar prof. dr. P. J. Bouman<br />

te dezen aanzien behartigenswaardige opmerkingen<br />

gemaakt.<br />

Overweging van dit alles voert tot de conclusie, dat de<br />

regeering schromelijk is tekort geschoten in haar plicht<br />

om na de 'bevrijding de papiervoorziening op zoodanig<br />

peil te brengen, dat althans in de allerdringendste behoeften<br />

aan vrije voorlichting kan worden voorzien. Al<br />

schijnt het een preek voor eigen parochie toch mag de<br />

pers niet aflaten in haar aandrang op de regeering om<br />

binnen den kortst mogelijken tijd in de tekorten te<br />

voorzien. Niet ten onrechte gaf Sir Walter Layton, voorzitter<br />

van de Engelsche verdeelingscommissie voor krantenpapier,<br />

aan zijn dezer dagen verschenen brochure den<br />

titel: „Krantenpapier, een vraagstuk van democratie".<br />

Oplossing van dit probleem is thans het meestnoodige!<br />

M. R.<br />

Dezer dagen is de Engelsche pers verblijd niet een verbetering<br />

van de papiervoorziening, welke zoowel een uitbreiding<br />

van den omvang als een opheffing van de z.g.<br />

oplagestop mogelijk maakt. De uitbreiding komt neer op<br />

een toevoeging van twee pagina's of een half blad groot<br />

formaat op drie dagen van de week voor de dagbladen,<br />

, die tot dusver vier groote pagina's per editie telden. De<br />

Times zal voortaan dagelijks 10 (groote) pagina's en zoo<br />

nu en dan een editie van 12 (groote) bladzijden geven.<br />

Voor ons, Nederlandsche journalisten, schijnt deze uitbreiding<br />

een dorado te openen. Moeten wij het, zelfs na<br />

de vergrooting van den omvang sinds November niet<br />

maar stellen met vier (groote) bladzijden?<br />

Wij zijn geneigd, elke vergrooting van den omvang<br />

met een gevoel van opluchting te begroeten. De<br />

critische opmerkingen, welke onze Engelsche collega's<br />

ten beste geven in hun commentaren op de jongste verbetering<br />

mogen ons echter leeren, dat elke verruiming<br />

slechts tijdelijk soelaas verschaft, zoolang de totale omvang<br />

der dagbladen blijft beneden dien van vóór den<br />

oorlog. „Wat beteekent vrijheid in een dagblad van vier<br />

(soms zes) pagina's?" vraagt de Daily Express. „Kranten<br />

van zes bladzijden", aldus de News Chronicle, geven gelegenheid<br />

tot opneming van iets uitvoeriger verslagen van<br />

het parlement; een beetje meer „background" van internationale<br />

zaken. De cricket-enthousiast zal zelfs in. staat<br />

zijn de uitslagenlijst zonder vergrootglas te lezen." Het<br />

blad voegt daaraan toe: „Weinigen zullen ontkennen, dat<br />

het publiek van een land, welks verantwoordelijkheden in<br />

de wereld voor die van niemand onderdoen, niet kan<br />

* verwachten behoorlijk te worden ingelicht, voordat zijn<br />

kranten ten minste acht bladzijden daags tellen."<br />

Met deze opmerkingen wordt de spijker op den kop geslagen.<br />

Een pers, die niet over voldoende papier beschikt,<br />

kan haar taak niet naar behooren verrichten. En de persvrijheid,<br />

waarvan wegens gebrek aan materiëele middelen<br />

slechts een beperkt gebruik kan worden gemaakt, heeft<br />

dientengevolge slechts betrekkelijke waarde.<br />

De critiek, welke de Engelsche bladen laten hooren,<br />

geldt a fortiori voor ons land, dat op het oogenblik van<br />

alle beschaafde landen ter wereld de kleinste krantjes<br />

bezit. En zulks terwijl omtrent de nationale en internationale<br />

vraagstukken inlichting en voorlichting moet<br />

worden gegeven in een mate, welke die van vóór den<br />

oorlog verre te boven gaat.<br />

Dit gebrek aan informatie en commentaar houdt ernstige<br />

gevaren voor de juiste werking van ons staatsbestel<br />

in. Het kenmerk daarvan is, dat de vervulling van elke<br />

publieke functie zich oplost in verantwoordelijkheden,'<br />

welke in het openbaar geldend kunnen worden gemaakt.<br />

Onze openbare vertegenwoordigende lichamen vergadeop<br />

alle leden om zich hun plicht tegenover de organisatie<br />

ten volle bewust te zijn. De mate, waarin de georganiseerde<br />

journalistiek zich bij de totstandkoming<br />

van een ordening van het perswezen en bij de uitvoering<br />

daarvan zal kunnen doen gelden, is rechtstreeks<br />

afhankelijk van de kracht, welke de journalistenvereenigingen<br />

ontwikkelen. Deze kracht is des te grooter<br />

naarmate zij een betere representatie van de journalistiek<br />

in al haar geledingen vormen. Wanneer een belangrijke<br />

groep, met name die der leidende journalisten,<br />

aan den kant zou blijven staan, zouden de N.J.K. en<br />

K.N.J.K. niet den invloed kunnen oefenen, welke aan de<br />

andere organisaties in het perswezen, welke wel alle of<br />

de overgroote meerderheid der bedrijfsgenooten vertegenwoordigen,<br />

zal toevallen.<br />

De offers, welke van de hierbedoelde groep journalisten<br />

worden gevraagd, zijn in zooverre grooter dan die<br />

van de overigen, dat de progressieve regeling der contributie,<br />

welke zal worden voorgesteld, van hen een hoogere<br />

bijdrage voor het Kringwerk vergt. Maar zij zullen de<br />

lasten van den arbeid ten behoeve van de toekomst van<br />

de pers toch niet uitsluitend door de anderen mogen<br />

laten dragen.<br />

Het komt er thans op aan, dat alle journalisten naast<br />

elkander staan om de journalistenvereenigingen zoo<br />

sterk en representatief mogelijk te maken. Slechts op<br />

deze wijze consolideeren we de positie van de journalistiek,<br />

voorwaarde om met volle kracht vooruit te koersen,<br />

de toekomst tegemoet.<br />

M. R.<br />

2


Is de Journalisten-zuivering<br />

doelmatig?<br />

Mr. G. B. J. Hiltermann schrijft ons:<br />

Tribunalen, bijzondere gerechtshoven en zuiveringscommissie<br />

maken ruim gebruik van de mogelijkheid om als<br />

straf of maatregel aan bepaalde Nederlanders het recht<br />

te ontzeggen zeker ambt of beroep uit te oefenen. Hiertegen<br />

bestaat — eventueele bezwaren tegen de formuleering<br />

van het stuk staatsnoodrecht, dat deze organen en<br />

haar bevoegdheid omschrijft terzijde gelaten — géén<br />

bezwaar. Vrijheid van beroep of bedrijf is in ons staatsrecht<br />

nergens expressis verbis omschreven en ons Wetboek<br />

van Strafrecht kende reeds vóór 1940 de ontzetting<br />

van het recht een bepaald beroep uit te oefenen als<br />

bijkomende straf.<br />

In de grondwet is echter uitdrukkelijk gestipuleerd, dat<br />

niemand voorafgaand verlof noodig heeft om door de<br />

drukpers gedachten of gevoelens te openbaren (art. 7).<br />

Indien het Tijdelijk Persbesluit 1945 met „het recht om<br />

bij een dagbladonderneming in journalistieke functie<br />

werkzaam te zijn" tevens bedoeld het recht om gedachten<br />

of gevoelens door de drukpers te openbaren, komt het in<br />

strijd met de grondwet, wanneer het de Perszuiveringscommissie<br />

toestaat iemand dat recht te ontnemen. Aangezien<br />

ook bij de makers van staatsnoodrecht bekendheid<br />

met en eerbied voor de grondwet dient te worden aangenomen,<br />

zou de veronderstelling voor de hand liggen, dat<br />

zgn. „uitgesloten journalisten" de journalistiek derhalve<br />

niet beroepsmatig mogen uitoefenen, maar dat het hun<br />

nimmer verboden kan zijn „gevoelens of gedachten door<br />

de drukpers te openbaren".<br />

Dit is zonderling.<br />

Niet minder zonderling is het alternatief.<br />

Indien een ontzetting van het recht om in een journalistieke<br />

functie werkzaam te zijn tevens ontzetting van<br />

het bij art. 7 Grondwet gewaarborgde recht gevoelens en<br />

gedachten door de drukpers te openbaren inhoudt, is het<br />

Tijdelijk Persbesluit 1945 in strijd met de Grondwet.<br />

Den rechter is echter de macht de wet aan de Grondwet<br />

te toetsen ontzegd; de advocaat-generaal bil den<br />

Hoogen Raad heeft zoojuist geconcludeerd, dat ook het<br />

toetsingsrecht van staatsnoodrecht aan de grondwet den<br />

rechter niet toekomt. Zoolang het Tijdelijk Persbesluit<br />

1945 dus bestaat, is het wel is waar in strijd met de grondwet,<br />

maar daarom niet minder wet. Eens zal het echter<br />

verdwijnen. Het dient reeds 1 Januari 1947 te worden<br />

vervangen. Door een wet. Dit moet omdat Staatsnoodrecht<br />

tenslotte eenmaal ophouden moet te bestaan.<br />

Het Tijdelijk Persbesluit 1945 kan echter nooit worden<br />

vervangen door een wet, waarmee sommigen Nederlanders<br />

het recht ontzegd kan worden gevoelens en gedachten<br />

door de drukpers te openbaren, aangezien ministers en<br />

leden der Staten-Generaal door een eed aan de Grondwet<br />

gebonden zijn. Derhalve zou, indien de laatste opvatting<br />

juist is, na afloop van de geldigheid van 't Tijlelijk<br />

Persbesluit nooit meer een journalist (of wie dan ook)<br />

het publiceeren verboden kunnen worden, terwijl zoodanigen<br />

verboden op grond van het met de Grondwet strijdende<br />

Persbesluit een zeer onzeker lot wacht.<br />

Het wil mij voorkomen, dat ook thans nog te veel over<br />

het hoofd wordt gezien, dat journalisten voor hun houding<br />

tijdens den bezettingstijd uitsluitend strafrechtelijk<br />

vervolgd kunnen worden en dat hun nimmer op grond<br />

van een onjuiste houding, door de overheid het recht om<br />

te publiceeren kan worden ontnomen, tenzij het grondwettelijke<br />

recht der z.g. drukpersvrijheid uitdrukkelijk<br />

wordt afgeschaft. Dit zal spoedig met onaangename duidelijkheid<br />

blijken, tot groote verwarring aanleiding geven<br />

en aan de journalistenzuivering iedere doelmatigheid<br />

ontnemen.<br />

Ik zou daarom de N.J.K. in overweging willen geven<br />

een commissie van journalisten (w.o. enkele juristen in<br />

de journalistiek) en eenige bekwame juristen buiten de<br />

journalistiek uit de noodigen over dit vraagstuk een<br />

duidelijke uiteenzetting op te stellen.<br />

ff PERSVRIJHEID" IN INDIE<br />

N.a.V. de rede van dr. Van Mook te<br />

Pangkalpinang, waarin deze o.m. naar<br />

voren bracht, dat de regeering een<br />

vrije meeningsuiting wenschte te bevorderen,<br />

doch een „enkele maal had<br />

ingegrepen t.a.v. een dagblad, dat haast<br />

systematisch een redactie voerde, die<br />

gericht was tegen het regeeringsbeleid",<br />

schrijft „Het Dagblad" te Batavia<br />

in een hoofdartikel o.m.:, „Het<br />

is evident, dat dr. Van Mook hiermede<br />

„Het Dagblad" te Batavia bedoelde.<br />

Het conflict tusschen de regeering<br />

en ons blad, dat destijds onder<br />

hoofdredactie van den heer W. Be-<br />

Ion je stond, is ontstaan, doordat de<br />

laatste zich scherpe critiek op het<br />

algemeene regeeringsbeleid veroor-'<br />

loofde. Deze was echter niet scherper<br />

dan in vrijwel alle Indon. bladen en<br />

een deel van de pers in het moederland<br />

aangetroffen werd en wordt."<br />

Releveerend, dat na de capitulatie<br />

de regeering tegemoet is gekomen aan<br />

de kosten van het herstel der dagbladpers,<br />

welke groote materieele schade<br />

geleden had, schrijft het blad verder,<br />

dat de critiek van „Het Dagblad" de<br />

regeering niet beviel en dat de laatste<br />

daaraan een einde wilde maken door<br />

gebruik te maken van de materieele<br />

banden, die het blad aan haar bonden.<br />

„De R.V.D. zinspeelde er zeer duidelijk<br />

op dat, indien de heer Belonje<br />

niet heenging, de regeering wel middelen<br />

zou vinden om uitgifte van het<br />

orgaan onmogelijk te maken. Zulk een<br />

optreden van de overheid verwerpen<br />

wij ten eenen male als volstrekt ondemocratisch."<br />

„Waar wij de republiek steeds voorhouden,<br />

dat een moderne staat met<br />

een zelfstandig bestaan den toets der<br />

democratische normen moet kunnen<br />

doorstaan, heeft de regeering zich verre<br />

te houden van methoden als de<br />

R.V.D. klaarblijkelijk wilde toepassen.<br />

Wij kunnen dit niet anders zien dan<br />

als een positieve poging om de persvrijheid<br />

te beknotten."<br />

Het blad verklaart bereid te zijn tot<br />

volledige medewerking, doch behoudt<br />

zich het grondrecht van critiek voor.<br />

Mocht de regeering meenen, dat de<br />

grenzen van bepaalde normen overschreden<br />

worden, dan dient zij het<br />

laatste woord aan de justitie te geven.<br />

„Dan kan nooit iemand haar verwijten<br />

de persvrijheid geschonden te<br />

hebben."<br />

(Nieuwe Courant - 23 Oct.).<br />

3


VAN ALLERLEI KANTEN EN KRANTEN<br />

Een misgreep<br />

Het had in „De Waarheid" kunnen<br />

staan.<br />

Waarom? Wij zijn van dit blad niet<br />

veel gewend op het gebied van fatsoen,<br />

goeden smaak en wat dies meer<br />

zij. Nog slechts twee dagen geleden<br />

zagen wij ons genoodzaakt het roode<br />

blad wegens grof onfatsoen op de vingers<br />

te tikken.<br />

Het had in „De Waarheid" kunnen<br />

staan. Maar daar stond het niet in.<br />

Wij vonden het in „De Nieuwe<br />

Nederlander". Dat maakt het niet<br />

minder erg, maar erger. Er zijn nu<br />

eenmaal buurtjes, waar men weet,<br />

wat men te verwachten heeft. Maar<br />

in andere straten verwacht men bepaalde<br />

dingen niet. En wie zich daar<br />

te buiten gaat, blameert zich.<br />

Zoo blameert „De Nieuwe Nederlander"<br />

zich met een infaam plaatje,<br />

waarop onze Minister van Justitie<br />

wordt voorgesteld in de houding van<br />

een dronkeman, achterover liggend,<br />

met een groote sigaar in de eene en<br />

een wijnflesch in de andere hand, in<br />

gezelschap van drie louche individuen,<br />

tegen een weivoorziene dinertafel aan,<br />

waarop het menu is opgehangen aan<br />

een miniatuur-galgje. Een venster.dat<br />

uitziet op een schavot, vormt den<br />

acthergrond. Het onderschrift luidt-<br />

„Een krantenberichtje meldt, dat de<br />

Nederlandsche minister van Justitie<br />

ter viering van den goeden afloop van<br />

het Neurenbergsche proces, met eenige<br />

officials uit Frankrijk, België, Luxemburg<br />

en Denemarken dineerde".<br />

Zie, dit is infaam: de motiveering<br />

van het diner niet voor rekening van<br />

den — duisteren — berichtgever laten,<br />

maar die ongecontroleerd grif klakkeloos<br />

overnemen en uitbreiden met de<br />

insinuatie, vervat in de afbeelding,<br />

als zou, om den bezegelden dood deiveroordeelden<br />

te vieren, zelfs een<br />

bacchanaal zijn aangericht.<br />

Wij meenen het oprecht, wanneer<br />

wij zeggen, dat dit ons van een respectabel<br />

blad als „De Nieuwe Nederlander"<br />

pijnlijk verbaast. Wij weten niet<br />

uit welken duisteren koker het bericht,<br />

in den vorm, waarin „De Niéuwe-<br />

Nederlander" het hier geeft, stamt,<br />

maar wij zijn nu van meening, dat<br />

een blad, dat zichzelf respecteert, moet<br />

beginnen met te veronderstellen, dat<br />

een minister van de Kroon zich van<br />

een dergelijke stijllooze grofheid, als<br />

die hier wordt geïnsinueerd, zal weten<br />

te onthouden en dat het zich daarna<br />

van de ware toedracht der zaken'op<br />

de hoogte had moeten stellen.<br />

En nu de feiten, waarop dit even<br />

leugenachtige als beleedigende bericht<br />

betrekking heeft.<br />

Wij hebben gedaan wat „De Nieuwe<br />

Nederlander" naliet en daarbij is ons,<br />

in aanvulling op hetgeen wij hierover<br />

4<br />

reeds publiceerden, het volgende gebleken<br />

:<br />

Er is geen sprake van, dat er een<br />

feestelijk diner of eenige openbare<br />

feestelijkheid heeft plaats gehad, na<br />

de uitspraken ter viering van den afloop<br />

van het proces te Neurenberg,<br />

waaraan de Minister van Justitie heeft<br />

deelgenomen. Op Maandagavond, 30<br />

September, — dus vóór dat de vonnissen<br />

werden uitgesproken, (dit geschiedde<br />

eerst op Dinsdag daaropvolgende),<br />

heeft de Fransche prosecutor,<br />

Champetier de Ribes, de ministers van<br />

Justitie van Frankrijk, België, Luxemburg<br />

en Nederland, alsmede vertegenwoordigers<br />

van landen, wier zaak hij<br />

had behartigd in het Neurenbergsche<br />

proces, — uitgenoodigd voor een zeer<br />

eenvoudigen, besloten maaltijd.<br />

Tijdens dezen maaltijd heeft de<br />

Nederlandsche minister van Justitie<br />

oen Franschen prosecutor den dank<br />

betuigd van de Nederlandsche regeering<br />

voor de behartiging van onze<br />

zaak te Neurenberg.<br />

Waar onze minister tot dezen maaltijd<br />

was uitgenoodigd door den Franschen<br />

prosecutor, valt de insinuatie,<br />

als zou de minister deelgenomen hebben<br />

aan een slemppartij, (de prent<br />

kan moeilijk een anderen indruk wekken)<br />

terug op den uitnoodiger en is<br />

deze „geestigheid" van „De Nieuwe<br />

Nederlander" een rechtstreeksche beleediging<br />

aan het adres van de Fransche<br />

natie, die onze zaak te Neurenberg<br />

waarnam en die hiervoor onzen<br />

dank verdient en niet onzen smaad.<br />

Hiertegen is een woord van protest<br />

op zijn plaats, evenzeer als het dat<br />

is, wanneer door een zeker blad een<br />

Churchill of een Smuts worden beleedigd.<br />

De publicatie van deze ongehoorde<br />

grofheid, of zij bedoeld was den<br />

minister van Justitie te treffen, of<br />

dat zij het ridderlijke Fransche volk<br />

nu treft, is mis, heelemaal mis, Nieuwe<br />

Nederlander!<br />

Utrechtsch Katholiek Dagblad —<br />

14 October.<br />

De pers in Nederland<br />

De rol die de pers heeft gespeeld,<br />

is in het recente verleden, met name<br />

ir. de bezettingsjaren verre van fraai<br />

geweest. Wij laten hier buiten beschouwing,<br />

die persorganen, die rechtstreeks<br />

exponent waren -van den bezetter<br />

of zijn „Nederlandsche" trawanten.<br />

Aan bladen als „Die Deutsche<br />

Zeitung" en het „Nationale Dagblad"<br />

wenschen wij geen woord te besteden.<br />

Maar deze bladen bezaten nog<br />

in zooverre karakter, dat zij openlijk<br />

de Duitsche meening verkondigden.<br />

Men wist in ieder geval welk vleesch<br />

men hier in de kuip had.<br />

Treurig echter was de rol van de<br />

zoogenaamde „goede" pers. Zij bedreef<br />

onder Nederlandsche vlag de<br />

meest perverse hand- en spandiensten<br />

aan de Duitschers. Zij lieten zich<br />

willig gelijkschakelen. Zij volgde zonder<br />

protest de suggesties van de voorlichters<br />

van het departement voor<br />

propaganda. Zij was laaghartig tot<br />

in het perverse en volkomen karakterloos.<br />

Haar zakelijke en journalistieke<br />

leiders stelden het eigen materieel<br />

belang hoog boven dat van vaderland<br />

en volk. Zij waren totaal vergeten de<br />

schoone woorden, die zij vroeger over<br />

de taak der pers hadden geschreven<br />

en gesproken. Door hun houding hebben<br />

zij meer kwaad gesticht, meer<br />

verraad gepleegd, dan de eenvoudige<br />

jongen, die uit recalcitrantie of zucht<br />

naar avontuur, het ouderlijk huis ontvluchtte<br />

en zijn heil zocht bij de SS,<br />

hoe zeer wij ook deze daad afkeuren!<br />

Echter ook vóór 1940 waren de persverhoudingen<br />

vaak verre van fraai.<br />

Ook toen was de krant maar al te<br />

vaak een goed handelszaakje. Stonden<br />

de advertentiekolommen hooger<br />

genoteerd, dan de redactioneele bijdragen.<br />

Stonden vele kranten maar al<br />

te gewillig in dienst van een liberaalkapitalistisch<br />

ondernemerdom. Eerlijkheid<br />

en objectiviteit bij de pers,<br />

het was in doorsnee een sprookje!<br />

waarin zelfs de meest argelooze niet<br />

geloofde. En dan waren de Nederlandsche<br />

perszeden nog heilig vergeleken<br />

bij die in sommige vreemde<br />

landen.<br />

Wij hebben er reeds eerder in een<br />

aantal artikelen op gewezen, dat de<br />

pers de dubbele taak heeft om objectieve<br />

voorlichting te bieden en daarnaast<br />

geestelijke leiding te geven.<br />

Daarvoor dient zij echter los te staan<br />

van welk belang ook. Dient zij geen<br />

winstobject te zijn. Dient zij vrij te<br />

staan tegenover iederen kapitalistischen<br />

invloed. Zij zal nimmer dienstbaar<br />

mogen worden gemaakt aan private<br />

belangen, maar steeds het algemeen<br />

belang voor oogen dienen te<br />

houden. Wanneer zij in conflict komt<br />

met private, belangen, zal zij de controversen<br />

niet mogen ontwijken.<br />

Slechts in trouw aan zichzelven en<br />

eigen geestelijken inhoud, gedragen<br />

door den wil mede te werken aan het<br />

scheppen van een beter en rechtvaardiger<br />

wereld zal zij haar werk mogen<br />

verrichten.<br />

Kiest zij andere wegen, dan zal zij<br />

noodzakelijk moeten ontaarden.<br />

Na de bevrijding hebben wij een<br />

oogenblik in de overtuiging geleefd,<br />

dat het met de pers inderdaad de'<br />

goede richting uit zou gaan. De bladen,<br />

die in de illegaliteit voortreffelijk,<br />

verantwoordelijk en bovendien<br />

gevaarlijk werk hadden gedaan, kregen<br />

de gelegenheid op legale 'wijze<br />

hun werk voort te zetten. De oude


pers, die zóó zeer het belang van land<br />

en volk had geschaad, werd het werk<br />

onmogelijk gemaakt.<br />

Er werden maatregelen geprojecteerd,<br />

waardoor voortaan iedere ongewenschte<br />

invloed op het redactioneel<br />

beleid zou worden voorkomen. Stichtingen<br />

zouden het instrument zijn om<br />

een goede en juiste gang van zaken<br />

te verzekeren.<br />

Nu, ruim een jaar na de bevrijding,<br />

zal iedere objectieve beoordeelaar moeten<br />

constateeren, dat de loop der<br />

ontwikkeling anders is geweest. De<br />

bladen, die zich zoozeer hadden gecompromitteerd,<br />

kwamen de één na<br />

de ander terug. De „groote" pers<br />

voorop: N.R.C., Handelsblad, Haagsche<br />

Courant en binnenkort ook de<br />

illustere Telegraaf. Ook de provinciale<br />

bladen, die in den tijd der bezetting<br />

zoo braaf met den vijand hadden<br />

meegeheuld, verschenen achtereenvolgens<br />

weer ten tooneele. Allerlei schijnorganisaties<br />

werden in het leven geroepen<br />

om deze herverschijning een<br />

legaal tintje te geven.<br />

Formeel zal alles wel prachtig in<br />

orde zijn. Daaraan willen wij geen<br />

oogenblik twijfelen. Dat de dingen<br />

echter anders zijn gegaan, zal duidelijk<br />

zijn. De kapitalistische belangen<br />

waren ook hier weer sterker dan de<br />

ideëele.<br />

Nóg is de zaak niet verloren! Dat<br />

echter de kansen voor de nieuwe pers<br />

en daarmede, voor het nieuwe Nederland<br />

beter zijn geworden, kan men<br />

moeilijk beweren. Het is alles bij<br />

elkaar een trieste vertooning.<br />

DEWI.<br />

De Vrije Alkmaarder —<br />

4 September.<br />

Verboten<br />

Voor ons ligt een stapeltje kranten,<br />

exemplaren van „De Waarheid" van<br />

de laatste dagen. Het zijn kranten,<br />

die, in goede orde uit Amsterdam verzonden,<br />

hun abonné's niet hebben bereikt<br />

en door de post zijn teruggestuurd.<br />

Op het bandje is een aanteekening<br />

gemaakt: „Retour afzender —<br />

niet toegelaten — verboden".<br />

De abonné's, die aldus van hun<br />

krant verstoken werden, zijn de soldaten<br />

van drie kazernes in Nijmegen.<br />

Van een van hen ontvingen wij gelijktijdig<br />

het volgende briefje:<br />

„Hierbij deel ik u mede, dat ik op<br />

last van mijn regimentscommandant<br />

mijn abonnement op „De Waarheid"<br />

opzeg. Het lezen of in het bezit hebben<br />

van die krant wordt van nu af<br />

gestraft met een gevangenisstraf van<br />

ten hoogste drie jaar. Het verbod is<br />

afkomstig van lt.-kol. W. P. Schotman,<br />

commandant van de stoottroepen in<br />

Nijmegen."<br />

Ziehier de ontstellende feiten. Anderhalf<br />

jaar na de bevrijding wordt niet<br />

alleen „De Waarheid" in de kazernes<br />

verboden, maar worden de soldaten<br />

niet zware straffen bedreigd, wanneer<br />

zij dit blad zelfs maar in hun bezit<br />

hebben. Er was een tijd, dat in Nederland<br />

het in het bezit hebben van „De<br />

Waarheid" op dergelijke wijze werd<br />

vervolgd. Dat was in de jaren, dat de<br />

fascistische horden hier oppermachtig<br />

schenen. Overste Schotman betreedt<br />

op eigen gezag dezelfden weg. Ook dat<br />

wekt herinneringen op aan een verleden<br />

tijd, toen elk klein fascistisch<br />

potentaatje naar willekeur „verordnete".<br />

Zoover is he*- dus in Nederland al<br />

gekomen, dat de soldaten weer als<br />

onmondigen worden behandeld, hun<br />

burgerrechten worden ingetrokken en<br />

zij voorgeschreven krijgen, wat zij<br />

lezen mogen en wat niet.<br />

Op het vrije woord wordt gevangenisstraf<br />

gesteld. De persvrijheid wordt<br />

een zaak, waarover de sergeant-majoor<br />

beschikt. De goud-gegalonneerde maakt<br />

uit, wat de soldaat lezen, en zo mogelijk<br />

denken, zal. Hij behoeft er zelfs<br />

den minister niet naar_ te vragen. Er<br />

blijken burgers in Nederland te zijn,<br />

voor wie een heel aparte grondwet<br />

geldt: de wet van de goudkragen en<br />

de strepen. Het is een onduldbare toestand.<br />

De regeering en, met haar,<br />

generaal Kruis, jammeren bij tijd en<br />

wijle over de slechte voorlichting van<br />

de troepen en schrijven daaraan oorlogszuchtige<br />

uitlatingen tegen de Indonesische<br />

republiek toe. Hoe moet men<br />

dit jammeren noemen, wanneer men<br />

tegelijkertijd het blad, dat de juiste<br />

voorlichting omtrent Indonesië geeft,<br />

verbiedt?<br />

De regeering verzekert, dat zij "geen<br />

oorlog met Indonesië wil. Hoe moet<br />

men dit noemen, wanneer ze tegelijkertijd<br />

voor de soldaten de krant laat<br />

verbieden, die voor vrede en vriendschap<br />

met Indonesië met de grootste<br />

kracht opkomt? De regeering spreekt<br />

soms schoone woorden van vrijheid<br />

en democratie. Hoe moet men dat noemen,<br />

wanneer zij de kazernes in tuchthuizen<br />

verandert en het lezen van de<br />

vrije pers met drie jaar opsluiting<br />

straft? Veinzerij was eens een dood­<br />

•<br />

zonde. Zij is thans het hoofdkenmerk<br />

van de Nederlandsche regeeringspolitiek<br />

geworden, die op „zedelijke normen"<br />

rust.<br />

Reactionnaire bladen als „Het Binnenhof"<br />

en soortgelijke van Katholieken<br />

huize, eischen openlijk het verbod<br />

van ons dagblad. Militaire commandanten<br />

beginnen er maar al vast<br />

mee, onder de stilzwijgende goedkeuring<br />

van Beel en consorten.<br />

Men vergist zich echter, wanneer<br />

men meent, dat een dergelijk optreden<br />

thans nog succes kan hebben. Te diep<br />

is „De Waarheid" verankerd in de<br />

massa, in de harten van honderdduizenden<br />

Nederlanders, die zich hun<br />

sterkste wapen in den strijd tegen de<br />

toenemende reactie niet zullen laten<br />

ontnemen. Het succes van onze werfcampagne<br />

is daarvoor een nieuw bewijs.<br />

„Verboten!" — dat is de hoogste<br />

wijsheid geworden van de regeering-<br />

Beel. Laat zij echter bedenken, dat<br />

zelfs een regiem, dat zich tot de<br />

personificatie van dit woord maakte,<br />

zich niet tegen de krachten van den<br />

vooruitgang en de vrijheid zal kunnen<br />

staande houden. A. J. K.<br />

De Waarheid — 1 October.<br />

De perskamer in het<br />

Palais du Luxembourg<br />

La salie de presse. Het is drie uur<br />

in den middag. Een redelijke bezetting<br />

van journalisten is aanwezig. Aan<br />

de houten tafeltjes, in drie rijen in<br />

het lokaal geplaatst, zitten de vertegenwoordigers<br />

van alle nationaliteiten<br />

temidden van wanordelijke hoopen<br />

paperassen. Keurige kartonnen bordjes<br />

duiden de nationaliteiten van de<br />

schrijvende afgezanten aan. Door het<br />

DE GENERAAL EN DE JOURNALISTEN<br />

Van links naar rechts: Niermeyer (Haags Dagblad), Holslag (Het Dagblad),<br />

Peppink (A.N.P.), 't Hart (Nieuwe Haagse Courant), Van der Wielen (Alg.<br />

Handelsblad), Luberti (Persbureau Nederland), Hoek (Trouw), generaal van<br />

Voorst tot Voorst (gouverneur der Residentie), ?(?),<br />

5


geroezemoes van stemmen klinkt het<br />

geratel van de schrijfmachines. Recht<br />

voor mij plaatst een Syriër zijn gedachten<br />

op papier. Nu en dan stopt<br />

de vulpen en dan staren nietsziende<br />

oogen in de verten, waar de groote<br />

geheimen van deze conferentie zich<br />

opstapelen. Uit de Amerikaansche<br />

hoek rollen de r's zwaar door het vertrek,<br />

vergezeld door even breede gebaren<br />

en grijnzen, als de r's zwaar zijn.<br />

Geanimeerde gesprekken tusschen<br />

kris kras door het vertrek opgestelde<br />

formaties ontwikkelen zich. Maar ook<br />

de ernstige noot ontbreekt niet. Toch<br />

worden er heel wat minder zware<br />

zaken behandeld dan in overeenstemming<br />

zou zijn met den aard der conferentie.<br />

In het midden van de middentaf<br />

el zit, zooals altijd, een Engelschman<br />

verwoed op zijn „noiseless"<br />

te tikken. De Russen zijn er niet. Die<br />

hebben het te druk met de zittingen,<br />

die zonder mankeeren in volle bezetting<br />

worden „gedaan".<br />

Voor het mededeelingenbord, waaide<br />

loop van de zittingen met de regelmaat<br />

van de klok worden bij geprikt,<br />

is nog geen queue-vorming. Dat komt<br />

later op den middag, wanneer er wat<br />

meer te halen valt. De Lybanees,<br />

waarmee ik aan tafel van de Ukraine<br />

zit — grenzen vallen hier in de perszaal<br />

bijna of geheel weg — heeft<br />

slaap. Daar hebben ze dikwijls last<br />

van, die Lybaneezen.<br />

Een scherp getik, komend uit het<br />

vijftal luidsprekers, dat op de tafels<br />

staat opgesteld, stoort ons in de gedachten<br />

en haalt ons uit de mijmeringen.<br />

Het is de Britsch-Indiër, Sir<br />

Joseph Bhore, voorzitter der economische<br />

commissie van Italië, die ons er<br />

aan herinnert,; dat de zitting van zijn<br />

commissie is begonnen.<br />

De Nederlander — 21 September.<br />

Fransch journalist uit<br />

Duitschiand uitgewezen<br />

Het Pransche persbureau A.P.P. verraste<br />

vorige week de geallieerde autoriteiten,<br />

door de verwerping der gratieverzoeken<br />

van de veroordeelden in<br />

Neurenberg bekend te maken. De Berlijnsche<br />

correspondent van A.P.P. is<br />

door den Pranschen opperbevelhebber<br />

in Berlijn, generaal König, uitgewezen.<br />

Hij weigerde den naam van zijn<br />

zegsman te noemen en kreeg één uur<br />

tijd om zijn koffer te pakken. Tot aan<br />

de Pransche grens werd hij door gendarmes<br />

begeleid.<br />

A.N.P.-bericht.<br />

O Tempora<br />

„De Nieuwe Nederlander'" is overgenomen<br />

door de „Arbeiderspers".<br />

A.N.P.-bericht.<br />

„Een vrije pers<br />

in een vrij land"<br />

Een illegaal plaatselijk blad in<br />

Noord-Holland zette en drukte op de<br />

machines en persen van een collega,<br />

die in oorlogstijd was blijven verschijnen.<br />

De mannen van het onzuivere<br />

6<br />

blad namen zich in die situatie de<br />

vrijheid, censuur te oefenen op den<br />

inhoud van de hoofdartikelen van het<br />

voormalige illegale blad.<br />

Daar dit een onhoudbare toestand<br />

werd, liet het illegale blad toen zijn<br />

hoofdartikelen per deurwaarder-exploit<br />

aan de zetterij afleveren. Dat ging<br />

een tijdje goed, maar toen kwam ook<br />

daar de klad in en werden de artikelen<br />

toch weer verminkt.<br />

Toen besloot het illegale blad zijn<br />

hoofdartikelenkolom blanco te laten.<br />

Het hoofdartikel werd nu bij een<br />

andere firma gezet en gedrukt en, met<br />

een verklarend briefje erbij, bij de<br />

lezers thuisbezorgd.<br />

Perszuivering, zei U toch?<br />

De Nieuwe Nederlander — 14 October.<br />

VAN EEN GROOT JOURNALIST<br />

Gedurende het tumult van den oorlog<br />

zijn ons persoonlijkheden ontvallen<br />

zonder dat zij herdacht en gekenschetst<br />

konden worden. Wij bezaten<br />

immers geen vrije pers.<br />

Ik. denk aan Bonger, Colijn, De<br />

Vlugt, Boekman, Latzko, Jan de<br />

Roode, Vitus Bruinsma en helaas aan<br />

zoovele andere schitterende geesten,<br />

vaste karakters, oprechte dienaren<br />

der gemeenschap, practische werkers,<br />

goede vaderlanders ...<br />

Het is een regen-Zondag, die mij<br />

noopt om thuis te blijven. Verloren<br />

uren? Neen •— gezegende uren. Men<br />

komt tot dingen, waartoe het bezige<br />

leven ons nauwelijks den tijd laat.<br />

Terwijl het onweer een ruischend<br />

grijs gordijn spant, dat mijn werkkamer<br />

in zachte schemering zet, laat<br />

ik mijn oogen over mijn bibliotheek<br />

gaan. Hoeveel boeken staan daar, die<br />

ik in vele maanden, soms ettelijke<br />

jaren niet inzag?<br />

Ik pakte er plotseling twee bandjes<br />

uit en mijn verdere middag vergaat<br />

in het geboeide lezen van litterair werk,<br />

dat tot de beste journalistiek van<br />

Nederland behoort. Ik lees de „Oproerige<br />

Krabbels" van den sociaaldemocratischen<br />

dagbladschrijver A. B.<br />

Kleerekoper.<br />

Ik heb A.B.K. goed gekend. Toen<br />

hij nog vol-op in het drukke leven der<br />

openbaarheid stond en toen een verraderlijke<br />

ziekte hem het loopen onmogelijk<br />

had gemaakt.<br />

Een merkwaardige figuur in onze<br />

politiek is hij geweest, deze Tielsche<br />

rabbijnen-zoon. Langen tijd een der<br />

grootste redenaars, die ooit het spreekgestoelte<br />

betraden. Zijn toespraken<br />

muntten uit door een welhaast volmaakte<br />

vormverzorging. De hartstochtelijke<br />

ziel van den spreker verleende<br />

er een meesleepende overtuigingskracht<br />

aan. Een redevoering van<br />

AB.K. werd nagenoeg tot een artistiek<br />

genot.<br />

Een ongemeene werkijver maakte<br />

het hem mogelijk om ondanks zijn<br />

Kamer-, Staten- en Raadslidmaatschap,<br />

zijn veelvuldige propagandareizen<br />

en tijdroovende vergaderingen<br />

van het Partijbestuur der S.D.A.P.,<br />

voor het dagblad „Het Volk" een<br />

wekelijksch hoofdartikel en een dagelijksche<br />

„Oproerige Krabbel" te schrijven.<br />

Deze laatste nu, waarvan twee<br />

bloemlezingen werden samengesteld,<br />

zijn fijn geslepen juweelen van journalistiek<br />

vernuft. Alle stemmingen<br />

van den mensch komen er in tot<br />

uiting. Soms zijn de Krabbels uitbundig,<br />

dan weer van een beheerschte<br />

gedragenheid. Nu eens vonkt een nauwelijks<br />

ingetoomde felle haat uit de<br />

woorden, maar andere ademen een<br />

zachte melancholie, een Joodsch-wijsgeerige<br />

berusting. Een toon van diepe<br />

vroomheid klinkt den lezer tegemoet,<br />

maar vaak ook een bijtende ironie. En<br />

veelal een innige liefde voor alles wat<br />

het leed dezer wreede wereld ondergaat,<br />

vooral voor kinderen. Nooit doet<br />

een Krabbel aan routine-werk denken.<br />

Elke zin is geïnspireerd. Met groote<br />

aandacht verzorgde Kleerekoper zijn<br />

hoekje in de krant, herschreef een<br />

stukje, dat gemakkelijk neergesmeten<br />

schijnt, somtijds ettelijke malen en<br />

gaf het niet ter zetterij, als hij er<br />

niet ten volle tevreden mee was. Deze<br />

begenadigde spreker en bedreven parlementariër<br />

voelde zich toch in de<br />

allereerste plaats journalist.<br />

Zwaar heeft A. B. Kleerekoper geleden,<br />

toen hij van den eenen dag op<br />

den anderen uit het volle leven gerukt<br />

werd. Deze man, die het applaus en<br />

het rumoer van den politieken strijd<br />

niet kon missen, zat verlamd op zijn<br />

stoel. Zijn vulpenhouder en de telefoon<br />

waren de eenige middelen, die<br />

hem nog met de buitenwereld verbonden.<br />

Hij leefde in die jaren op zijn<br />

Krabbels, die allengs een meer bespiegelend<br />

karakter kregen, een stilheid,<br />

die er vroeger vreemd aan was.<br />

Toen de nazi's ons land overvielen,<br />

brak hij natuurlijk zijn werk af. Zijn<br />

laatste maanden sleet hij in het gebouw<br />

van de Joodsche Invalide. Een<br />

dag voordat de Duitsche beulen de<br />

stakkerige bevolking naar de Poolsche<br />

gaskamers sleurden, gelukte het een<br />

paar vrienden om A.B.K. eruit te krijgen.<br />

De eenige soulaas, welke het leven<br />

hem nog kon bieden, was, dat hij buiten<br />

het bereik van zijn doodsvijanden<br />

zijn natuurlijken dood kon sterven.<br />

Piet Bakker, in Elseviers<br />

Weekblad — 7 September.<br />

Een Amerikaan, die aanvalsdatum<br />

op Pearl Harbour<br />

voorspelde<br />

Den vorigen dag per vliegtuig uit<br />

Parijs aangekomen, wachtte de „Dean"<br />

'van de Amerikaansche buitenlandsche<br />

correspondenten, de heer K. H.<br />

von Wiegand in Amsterdam op een<br />

telefoontje van de K.L.M, of er voor<br />

hem en zijn secretaresse plaats was<br />

in het vliegtuig naar Madrid van<br />

den volgenden dag. Wij zochten hem<br />

op in het Amstelhotel, den laatste<br />

van de oude garde, die nog steeds in<br />

actieven dienst is voor het Hearst<br />

Concern, waarvan de Zondagsbladen<br />

32 millioen en de dagbladen ruim 15<br />

millioen lezers tellen.<br />

Toen de oorlog in September 1939<br />

uitbrak, vertrok hij naar Amsterdam,<br />

bleef daar echter kort en vloog naar<br />

Rome. Italië kwam in den oorlog en


mr. Wiegand keerde naar New York<br />

terug. Hij bleef daar niet lang, want<br />

Hearst stuurde hem naar Shanghai.<br />

Hij was het, die op 17 October 1941<br />

admiraal Glassford, den opperbevelhebber<br />

der Amerikaansche zeestrijdkrachten<br />

in de Chineesche wateren,<br />

waarschuwde dat de oorlog tusschen<br />

Japan en de Ver. Staten elk uur na<br />

6 Dec. middernacht kon uitbreken. De<br />

aanval op Pearl Harbour geschiedde<br />

op den morgen van den 7en December.<br />

Zijn informatie was juist geweest.<br />

De oude, grijze heer, die tegenover<br />

ons zit, heeft nog weinig van zijn<br />

vitaliteit ingeboet, hoewel een van de<br />

Japansche bombardementen op Manilla,<br />

waar hij zich sedert Dec. 1941<br />

bevond, hem het licht van zijn oogen<br />

kostte. Door operatief ingrijpen verkreeg<br />

hij slechts 25 % van zijn gezicht<br />

terug.<br />

„Of hij generaal Mac Arthur ontmoet<br />

heeft?" Zeker, hij beschouwt<br />

hem als den knapsten Amerikaanschen<br />

veldheer, die ook na oorlogstijd<br />

bewezen heeft opmerkelijke diplomatieke<br />

talenten te bezitten. Hij heeft<br />

trouwens bijna alle groote staatslieden<br />

uit dezen tijd ontmoet: Stalin,<br />

Roosevelt, Mussolini, Hitler, Atatürk,<br />

Tsjiang Kai Sjek, Churchill.<br />

Hij was nu zoo juist van de Parijsche<br />

Vredesconferentie teruggekomen,<br />

waar hij staatslieden van groot formaat,<br />

die er wel te Versailles waren,<br />

miste.<br />

Als wij met hem spreken over zijn<br />

tocht met de Zeppelin tijdens haar<br />

eerste reis over den Atlantischen<br />

Oceaan in 1928 en haar historische<br />

vlucht rondom de wereld in 1929,<br />

komt het verwachte telefoongesprek<br />

door. Er is plaats voor hem en miss<br />

Clifford in het vliegtuig naar Madrid.<br />

We nemen afscheid van den veteraan,<br />

die de komende dagen Franco<br />

zal spreken en dan via Lissabon,<br />

Rome en Caïro naar Jeruzalem zal<br />

gaan, waarna hij Indië en China<br />

hoopt te bezoeken.<br />

Nieuwe Courant.<br />

En nu de waarheid<br />

„Portugal, de hoop van Romme"<br />

zette „De Waarheid" 14 September<br />

1946 boven een foto met enkele jonge<br />

mannen in uniform, die den fascistischen<br />

groet brengen. En er onder:<br />

„Op 1 September vond ter herdenking<br />

van het heuglijke feit, dat Hitler<br />

zeven jaar geleden Polen overvallen<br />

heeft, in Lissabon een demonstratie<br />

van de officieele jeugdbeweging<br />

plaats. De „leiders" nemen de<br />

parade af. Is het niet verheffend om<br />

te weten, dat er ten minste nog één<br />

land in Europa is, waar de heldendaden<br />

van Hitler op passende wijze<br />

herdacht worden?"<br />

Foto en onderschrift laten aan duidelijkheid<br />

niets te wenschen over,<br />

zoodat dit een goede gelegenheid was<br />

om de berichtgeving van „De Waarheid"<br />

eens aan de waarheid te toetsen.<br />

In de „Diaro de Lisboa" van 1 September<br />

1946 treffen we dan dezelfde<br />

foto aan met als onderschrift „De<br />

nationale commissaris en andere autoriteiten<br />

salueeren la Mocidade Portuguesa<br />

(de Portugeesche jeugd) bij het<br />

betreden van het terrein (van Paia)".<br />

Dezelfde krant bevat een verslag<br />

van de dien dag gehouden uitreiking<br />

van onderscheidingen aan de pas afgestudeerden<br />

van deze jeugdbeweging,<br />

aan het slot van een zomercursus, die<br />

in dit kamp — in de bosschen van<br />

de Landbouwschool Diniz — gegeven<br />

was.<br />

Wil men Portugals houding ten opzichte<br />

van Polen weten, dan zij hier<br />

minister-president Salazar geciteerd,<br />

die op 9 October 1939, de dag dat<br />

Duitschland en Rusland samen Polen<br />

verdeelden, in de nationale vergadering<br />

een rede hield, waarin hij over<br />

de internationale situatie zeide: „Ik<br />

wil hier een woord van diepe sympathie<br />

uitspreken over de Poolsche<br />

natie, die we hier hulde willen brengen<br />

vanwege zijn heldhaftige offers<br />

en zijn vaderlandsliefde". (Salazar<br />

kent geen Nederlandsen; wij verwijten<br />

hem niet, dat hij „natie" als een<br />

mannelijk woord beschouwt. — Red.<br />

De Journalist).<br />

En wat overigens Romme met Portugal<br />

te maken heeft, is niet erg duidelijk.<br />

Niet iedere arm reikt zoover<br />

buitenlands als die van de C.P.N.<br />

Pot voor Portugal.<br />

De Volkskrant — 17 October.<br />

Wist U ...<br />

Dat Nederland 125 dagbladen telt<br />

en 1875 periodieken.<br />

Nieuwe Haagsche Courant —<br />

7 October.<br />

Voor één Christelijke<br />

Dagbladpers<br />

ZAANDAM — In een gisteravond<br />

gehouden ledenvergadering van de<br />

A.R. Kiesvereeniging heeft men met<br />

algemeene stemmen zijn groote teleurstelling<br />

uitgesproken over het. feit,<br />

dat naast het dagblad „Trouw", binnen<br />

zeer afzienbaren tijd ook het dagblad<br />

„De Standaard" weer gaat verschijnen.<br />

Zonder dat men thans nog een<br />

oordeel wilde uitspreken over de<br />

positie van „De Standaard" in den<br />

bezettingstijd, betreurt men het, dat<br />

in ons land meer Christelijke dagbladen<br />

zouden komen en dat dit niet<br />

beperkt kan blijven tot één groot dagblad,<br />

in Christelijk nationalen geest.<br />

Besloten werd, deze meening schriftelijk<br />

ter kennis te brengen van de<br />

directies van de N.V. Dagblad<br />

„Trouw", N.V. Dagblad „De Standaard"<br />

en het Centraal Comité van<br />

A.R. Kiesvereenigingen.<br />

Trouw — 2 October.<br />

Newspapers<br />

Sir Walter Layton has done a<br />

valuable service by publishing a<br />

pamphlet, „Newsprint: A Problem f or<br />

Democracy", which sets out clearly<br />

and simply the facts about the basis<br />

of the newspaper industry. The industry<br />

is a large one, yet, for reasons<br />

of public policy with which no reasonable<br />

man quarrels, it is restricted to<br />

27 per cent only of its pre-war raw<br />

material. And, as Sir Walter says,<br />

whatever criticisms we may bring<br />

against newspapers, however badly<br />

we may think of them, it is impossible<br />

for them at present to render<br />

the service to the community that<br />

the country expects from them. The<br />

advertiser who wishes to insert a<br />

simple announcement of his wants<br />

and has to wait weeks for publication<br />

knows that from experience. And in<br />

all the fields of information the<br />

handicap on the British papers is<br />

hardly less. The size of newspapers<br />

was cut down during the war and the<br />

supplies of the precious raw material<br />

rationed by a remarkable system of<br />

co-operation between the industry and<br />

the Government. The return to<br />

bigger papers should be planned in<br />

the same way. The newspapers do not<br />

put their claims high. They know<br />

that we cannot hope to come near to<br />

the standards already reached by<br />

America (with a consumption this<br />

year of 591b. per head, against 15ilb),<br />

or Australia or Sweden. A modest<br />

expansion carefully planned over the<br />

next five years is as much as, in face<br />

of the country's difficult economic<br />

position, can perhaps be aimed at,<br />

but it should not be beyond reach.<br />

Manchester Guardian —<br />

17 September.<br />

Record productie van<br />

krantenpapier<br />

De productie van krantenpapier in<br />

Canada, de V.S. en New Foundland<br />

heeft in Augustus een nieuw hoogtepunt<br />

bereikt met een totaal van<br />

468.236 ton. In de eerste 8 maanden<br />

van dit jaar steeg de productie daardoor<br />

tot 3.490.000 ton, hetgeen eveneens<br />

meer is dan in eenige voorafgaande<br />

overeenkomstige periode.<br />

Nationale Rotterdamsche Courant —<br />

20 September.<br />

De Telegraaf terug?<br />

Met belangstelling ziet men uit naar<br />

het antwoord op .de vraag of „De<br />

Telegraaf" zal terugkeeren, ja dan<br />

neen.<br />

Men vergist zich echter als men<br />

meent, dat daarover bij de zuivering<br />

beslist wordt. Bij de zuivering gaat<br />

het alleen om de vraag, of de personenen,<br />

die bij „De Telegraaf" betrokken<br />

waren, hetzij in de directie, hetzij<br />

in de redactie, in het dagbladbedrijf<br />

werkzaam mogen blijven. Al zouden<br />

er nog zulke zware „straffen" vallen,<br />

daarmee wordt over den terugkeer van<br />

„De Telegraaf" niet beslist. Degenen,<br />

die het apparaat in handen hebben,<br />

kunnen het blad weer laten verschijnen,<br />

mits zij zich bedienen van gezuiverde<br />

personen.<br />

Wij zijn uiterst benieuwd wat de<br />

houding der Regeering in deze zaak<br />

zal zijn; voor haar is deze zaak een<br />

test-case. Indien zij toelaat, dat „De<br />

Telegraaf" weer gaat verschijnen,<br />

zal zij het laatste restje vertrouwen<br />

op nakoming van hetgeen tijdens de<br />

7


ezetting werd toegezegd, kapot moeten<br />

maken en het falen van haar<br />

persbeleid bezegelen.<br />

Pormeele overwegingen mogen hier<br />

niet den doorslag geven. Indien onder<br />

het bestaande recht tegen den terugkeer<br />

van „De Telegraaf" niets te doen<br />

is, behoort dat recht gewijzigd te worden.<br />

Men versta ons goed: wij hebben<br />

niets tegen het verschijnen van<br />

een blad, dat dezelfde plaats inneemt<br />

als „De Telegraaf" en wat ons betreft<br />

ook zoo heet. Waar wij echter ernstig<br />

verzet tegen moeten aanteekenen is,<br />

dat „De Telegraaf" in feite weer zal<br />

uitkomen. M.a.w.: wij hebben er bezwaar<br />

tegen, dat dezelfde financieele<br />

belangen, die achter „De Telegraaf"<br />

stonden, alsof er niets was voorgevallen,<br />

weer zouden doorgaan.<br />

Moet men dan medelijden hebben<br />

met „De Telegraaf", die sedert de bevrijding<br />

niet is kunnen verschijnen.<br />

Er is geen enkele reden toe: evenals<br />

andere „verboden" bladen, heeft „De<br />

Telegraaf" dik verdiend aan het drukken<br />

van de niet-verboden bladen.<br />

Met het aldus verdiende geld gaan<br />

zij dan, wanneer zij weer kunnen uitkomen,<br />

de bladen, die hun plaats hebben<br />

ingenomen, en die de' lasten des<br />

daags na de bevrijding gedragen hebben,<br />

wegconcurreeren. Het beleid van<br />

de Regeering ten deze is waarlijk ten<br />

hemel schreiend! Eerst worden deze<br />

bladen uitgeschakeld, omdat men hen<br />

op grond van hun gedrag tijdens de<br />

bezetting de voorlichting niet toevertrouwt<br />

en dan laat men na eenigen<br />

tijd weer toe, dat zij de nieuwe bladen<br />

gaan verdringen!<br />

Ieder, die om zich heen ziet, kan<br />

het constateeren: ook hier is er niets<br />

veranderd en vernieuwd. De pers is<br />

weer evenzeer als voor den oorlog in<br />

handen van degenen, die haar in de<br />

eerste plaats als een winstobject zien.<br />

Hier is een schoone kans om een stap<br />

vooruit te doen verzuimd. En de terugkeer<br />

van „De Telegraaf" zal, als de<br />

regeering niet op haar hoede is, de<br />

bezoldiging van deze haar zonde zijn,<br />

waarmede tevens voor velen, die in<br />

den oorlog hebben uitgezien naar een<br />

beter vaderland, weer een illusie te<br />

meer ten grave is gedragen.<br />

Er is nog een andere kant aan deze<br />

zaak. Als „De Telegraaf" terugkomt,<br />

wordt aan bladen als „Trouw", „Het<br />

Parool", die op het apparaat van „De<br />

Telegraaf" gedrukt worden, het voortbestaan<br />

vrijwel onmogelijk gemaakt.<br />

Dat kan en mag deze beide bladen,<br />

die in de illegaliteit ons volk onschatbare<br />

diensten hebben bewezen, niet<br />

worden aangedaan. Wij weigeren eenvoudig<br />

te gelooven, dat de Overheid<br />

zóó kort van memorie zou zijn, dat<br />

zij dat zou toelaten.<br />

Men weet, dat wij met name met<br />

„Trouw" nog al eens den degen kruisen.<br />

In deze zaak treden wij echter<br />

gaarne als pleitbezorger voor „Trouw"<br />

en natuurlijk ook voor „Het Parool"<br />

op.<br />

De Nieuwe Nederlander —<br />

28 September.<br />

Zeitungssterben in Rom<br />

Heute erscheinen in Rom nur noch<br />

21 Tageszeitungen, wahrend es vor<br />

8<br />

einem Jahr noch über dreiszig waren.<br />

Aber auch diese 21 scheinen noch<br />

zuviel für eine Stadt von anderhalb<br />

Millionen Einwohnern, von denen<br />

bestenf alls 250 000 als Kauf er in Prage<br />

kommen. Denn von diesen kaufen nur<br />

die allerwenigsten mehr als eine Zeitung<br />

im Tag, weil der Leser bei einem<br />

Stückpreis von fünf Lire seiner alten<br />

Leseleidenschaft nicht mehr frönen<br />

kann. Rechnet man also optimistisch<br />

mit einer Gesamtzahl von taglich<br />

300 000 Zeitungsempfanger, so ergibt<br />

sich für jede Zeitung eine mittlere<br />

Auflage von 14 000 Exemplaren. In<br />

Wirklichkeit erreichen aber noch nicht<br />

einmal ein Drittel der römischen Blatter<br />

diese Zahl. Die beiden einzigen<br />

Tageszeitungen, bei denen man von<br />

einer Massenauflage sprechen kann,<br />

sind „Tempo" ünd „Messaggero". Beide<br />

liegen in hartem Konkurrenzkampf.<br />

Der „Messaggero" — unter diesem<br />

den Römern alt vertrauten Titel erst<br />

seit einigen Monaten wieder im Verkauf<br />

— hat Terrain aufgeholt; aber<br />

noch liegt „Tempo" klar in Pührung.<br />

„Tempo" hat eine bewegte Vergangenheit<br />

hinter sich. Bei seiner Gründung<br />

nach der Befreiung Romsnannte<br />

es sich „unabhangig-sozialistisch",<br />

dann wurde es monarchistisch mit<br />

NittirTendenz, daraufhin schwenkte<br />

es auf die liberale Linie ein, und<br />

heute gilt es als das von den Kommunisten<br />

am meisten gehasste Blatt, dem<br />

man gewisse neu-fascistische Neigungen<br />

— sicher zu Unrecht — vorwirft.<br />

Die Auflage der anderen Zeitungen<br />

erreicht oft nicht einmal 1000 Exemplare.<br />

Als Minimum gilt eine Auflage<br />

von 700, weil es in Rom 700 Leute<br />

oder Bureaus gibt, die notgedrungen<br />

alle Zeitungen abonnieren mussen.<br />

Eine angesehene Abendzeitung mit<br />

klangvollem Namen verkauft 3000<br />

Exemplare. Die Organe der Massenparteien<br />

erreichen eine Auflage von<br />

rund 50 000, die der anderen von etwa<br />

20 000, aber auch weniger. Unter diesen<br />

Umstanden ist es kein Wunder,<br />

dass die Zahl der taglich erscheinenden<br />

Blatter sich standig reduziert.<br />

Thurgauer Zeitung — 11 September.<br />

Merkwaardige enquête<br />

De Centrale Bibliotheek heeft een<br />

enquête gehouden onder haar Bataviasche<br />

lezers over de vraag voor welke<br />

Hollandsche couranten en tijdschriften<br />

de meeste belangstelling bestaat.<br />

Deze enquête strekte zich uit over 86<br />

dag- én weekbladen.<br />

De resultaten waren als volgt:<br />

Aantal<br />

Dagbladen<br />

stemmen<br />

per 100<br />

1. Alg. Handelsblad 47.75<br />

2. Nat. Rotterd. Courant ... 27<br />

3. Trouw 22.25<br />

4: Parool 16.75<br />

5. Maasbode 15.25<br />

6. Tijd 11<br />

7. Rotterdammer 9.75<br />

8. Vrije Volk 9.25<br />

Weekbladen<br />

1. Haagsche Post 49.25<br />

2. Elsevier 49.25<br />

3. Groene Amsterdammer ... 46.25<br />

4. Stem van Nederland (v.h.<br />

Vrij Ned.) 25<br />

5. Je Maintiendrai 12.25<br />

8. Trouw 7.25<br />

7. Vrij Nederland 7<br />

8. Vlam 6.25<br />

Geïll. weekbladen<br />

1. Wereldkroniek 55.25<br />

2. Libelle 25.25<br />

3. Ons Vrije Nederland 21.75<br />

4. Filmwereld 17.25<br />

5. Vliegwereld 17<br />

6. Uitkijk 15<br />

7. Indische Nieuws 14<br />

Het aantal lezers bij de wijkbibliotheken<br />

is in Juli zeer sterk gestegen<br />

en wel van 2000 op plm. 3000 lezers.<br />

Over deze maand bedroegen de ruilingen<br />

ca. 31.000. Tot dit succes hebben<br />

de vele nieuwe buitenlandsche<br />

tijdschriften zeer sterk bijgedragen.<br />

Ten behoeve van de evacué's, woonachtig<br />

in het kamp „Tanah Tinggi",<br />

heeft de C.B. een bibliotheek geoepnd,<br />

waarvan reeds druk gebruik wordt gemaakt.<br />

Om de publieke aandacht nog<br />

meer te trekken, zullen borden worden<br />

aangebracht met de aanduiding<br />

„Wijkbibliotheek" en Vermelding van<br />

de openingsuren.<br />

Welfare — September.<br />

Beruchte drie-kruisjes-schrijver<br />

in Den Haag gearresteerd<br />

Naar wij vernemen, is de vroegere<br />

hoofdredacteur van het Twents<br />

Nieuwsblad, M. J. L. v. Nierop, Vrijdag<br />

in Den Haag gearresteerd. Hij zal vandaag<br />

naar Enschede worden overgebracht.<br />

Wij kunnen ons voorstellen, dat dit<br />

bericht een zucht van voldoening zal<br />

doen opgaan in Twente en in de<br />

Graafschap, want als er een man is<br />

geweest, die zich tijdens den oorlog<br />

in dit gebied gehaat heeft gemaakt,<br />

dan is het wel de drie-kruisjes-man.<br />

Elke dag opnieuw heeft hij gepoogd,<br />

nadat hij in November 1943 de leiding<br />

had gekregen van de gelijkgeschakelde<br />

Twentsche pers, om hart en<br />

geest van de bevolking in dit gebied<br />

te vergiftigen met de nationaal-socialistische<br />

opvattingen. Toen het hem<br />

niet gelukte op de door hem aanvankelijk<br />

gekozen zoetsappige wijze, kwam<br />

hij anders voor den dag. Hij trad toen<br />

zoodanig op, dat elk artikel in de<br />

krant, die men om het officiëele<br />

nieuws wel lezen moest, een beleediging<br />

vormde voor het goedwillende<br />

deel der bevolking, dus voor vrijwel<br />

allen. Hij wierp het masker af, zooals<br />

de meeste nationaal-socialisten na<br />

korter of langer tijd. Stuitend en beleedigend<br />

was zijn optreden als journalist,<br />

zoowel als in officiëele N.S.B.-<br />

functies. Niemand zal ooit vergeten,<br />

hoe hij schreef over de Joden, over<br />

de onderduikers en over de verzetsstrijders,<br />

die hij, als getrouw dienaar<br />

van zijn Duitschen leermeester, nooit<br />

anders betitelde dan als terroristen.<br />

Hij heulde in elk opzicht volledig met<br />

de Duitschers en de vreugde, die hij<br />

aan den dag legde, toen tot leedwezen<br />

van de geheele wereld de aanslag op


Hitler mislukte: „De Pührer bleef ons<br />

behouden", jubelde hij in een opschrift<br />

dat de gehele breedte van de<br />

pagina in beslag nam, was zo mogelijk<br />

nog beleedigender voor ons, Nederlanders,<br />

dan zijn afwisselende<br />

vleierij en dreigementen.<br />

In de N.S.B, in Twente bekleedde<br />

hij — hoe kon het anders in een<br />

partij, die zoo weinig kader bezat —<br />

natuurlijk allerlei hooge posten. Een<br />

tijdlang had hij de algemeene leiding<br />

van Mussert's volgelingen in dit district,<br />

hij gaf leiding aan den Naticnalen<br />

Jeugdstorm, was natuurlijk begunstigend<br />

lid van de S.S. en wat hem<br />

vooral zwaar zal worden aangerekend:<br />

hij was commandant van de Landwacht<br />

in Twente.<br />

Van Nierop, die 34 jaar oud is, had<br />

al vroeg fascistische neigingen. Voor<br />

den oorlog was hij verbonden aan de<br />

redactie van De Residentiebode in<br />

Den Haag en hij behoorde toen tot<br />

het Verdinaso, het Verbond van<br />

Dietsche Nationaal Solidaristen, in<br />

welks jeugdbeweging hij een groote<br />

rol vervulde. Toen na Mei 1940 het<br />

Verdinaso opging in de N.S.B., kwam<br />

hij op persgebied naar voren. Voor de<br />

beruchte Vereenigde Persbureau's trad<br />

hij op als Berlijnsch correspondent<br />

en na zijn terugkeer in Nederland<br />

werd hij achtereenvolgens hoofd van<br />

de afd. Perszaken van het hoofdkwartier<br />

der N.S.B, en waarnemend hoofdredacteur<br />

van Volk en Vaderland.<br />

Toen stuurden zijn bazen hem naar<br />

Twente, om daar de hoofdredactie op<br />

zich te nemen en het Twents Nieuwsblad,<br />

dat ontstaan was uit de gedwongen<br />

fusie van Tubantia en de Nieuwe<br />

Hengelosche Courant. Hij deed hier<br />

zijn werk zoodanig, dat de N.S.B.-ers<br />

hem beloonden met den dr. Goedewagen-prijs,<br />

die was uitgeloofd voor<br />

de grootste vuilschrijverij.<br />

Van Nierop, die, toen er nog geen<br />

gevaar was, even moedig praatte en<br />

schreef als Mussert, pakte toen de<br />

bevrijders in aantocht waren, natuurlijK<br />

de biezen.<br />

Hij trok naar het Noorden, maar<br />

toen de politie hem hier op het spoor<br />

kwam, was de vogel gevlogen. Wel<br />

werden zijn vrouw en kinderen in<br />

Oude Pekela gevonden. De politie<br />

bleef echter actief en zoo kon hij gisteren<br />

in Den Haag worden gearresteerd.<br />

Het mag een raadsel worden<br />

genoemd hoe deze man zoolang heeft<br />

kunnen onderduiken, maar ook dit zal<br />

wel spoedig worden opgelost.<br />

Het Vrije Volk — 5 October.<br />

Krantenpapier<br />

Canada en New Poundland zullen<br />

hun uitvoer van krantenpapier naar<br />

Groot-Brittannië in 1947 verhoogen<br />

van 50.000 tot 150.000 long ton.<br />

Met deze beide landen heeft Groot-<br />

Britannië voorts onderhandelingen<br />

gevoerd, dat in 1950 de Britsche import<br />

van papier zoodanig zal zijn, dat<br />

de kranten met 12 pagina's kunnen<br />

verschijnen.<br />

Economische Voorlichting —<br />

5 October.<br />

De Standaard<br />

Het A.R. dagblad „De Standaard"<br />

zal waarschijnlijk op 1 Dec. weer verschijnen.<br />

Haagsch Dagblad — 3 October.<br />

Misbruik van persconferenties<br />

De persconferenties zijn een groeiend<br />

euvel in onze Nederlandsche perswereld.<br />

Er zijn er veel te veel, hun<br />

kwaliteit is te laag en hun bijverschijnselen<br />

zijn onaangenaam.<br />

Beginnen wij met het laatste. Steeds<br />

meer worden persconferenties gelegenheden,<br />

waar de „heeren" van de<br />

pers met eten en drinken worden volgestopt<br />

in de hoop, dat zij in de<br />

goede stemming zullen raken, om het<br />

ter persconferentie aanbevolen stoffelijke<br />

en geestelijke product in hun<br />

courant eenigen lof toe te zwaaien.<br />

Het mag niet voorkomen, dat iemand,<br />

die namens een groote semi-overheidsinstelling<br />

de pers een uiteenzetting<br />

geeft over de werkzaamheden daarvan,<br />

kennelijk onder den invloed is<br />

van de heerlijke dranken, welke op<br />

een voorafgaande receptie werden geschonken.<br />

Het mag ook niet voorkomen,<br />

dat de persconferentie van<br />

een hooggeplaatst buitenlandsch militair<br />

in het water (of liever in de spiritualiën)<br />

valt, omdat, wanneer de<br />

conferentie eenmaal begint, de generaal<br />

evenzeer onder den invloed is als<br />

de aanwezige journalisten. Zulke verschijnselen<br />

geven een verre van prettigen<br />

indruk van degenen, die de persconferenties<br />

leiden. Zij zijn ook volstrekt<br />

misplaatst in een tijd van<br />

soberheid, of laten wij voorzichtig zijn<br />

en zeggen: in een tijd, die een tijd<br />

van soberheid zou moeten zijn. Maar<br />

het is naar den kant van de pers<br />

gezien nog veel bedenkelijker, dat men<br />

meent deze met een kluitje in het<br />

riet te kunnen sturen en als een kind<br />

met wat lekkers te kunnen zoet houden.<br />

Groote soberheid dient bij het<br />

aanvaarden van ververschingen en<br />

dergelijke door de vertegenwoordigers<br />

van de pers te worden betracht en zij<br />

moeten ook niet aarzelen óf door<br />

woorden óf door wegblijven te protesteeren,<br />

wanneer hun gastheeren toch<br />

de houding blijven aannemen, dat zij<br />

de pers op zoo goedkoope wijze meenen<br />

te kunnen lijmen.<br />

Bedenkelijk is ook de veelvuldigheid<br />

van persconferenties in deze dagen.<br />

Die veelvuldigheid brengt mede, dat de<br />

betrokken overheidsinstanties en particuliere<br />

lichamen niet altijd met hun<br />

beste vertegenwoordigers achter de<br />

tafel verschijnen en dat de pers van<br />

den weeromstuit uit haar toch reeds<br />

beperkte redactiestaven ook niet altijd<br />

de besten zendt. Het droevige gevolg<br />

is een steeds verder dalen van het<br />

peil van de gedachtenwisseling. Het<br />

is beschamend om van buitenlandsche<br />

journalisten te moeten hooren, hoe<br />

tam en onbelangrijk zij de Nederlandsche<br />

persconferenties vinden —<br />

en juist door de schuchtere gedragingen<br />

van den gemiddelden Nederlandschen<br />

journalist. Tot een verlaging<br />

van het peil draagt ook bij de overvloed<br />

van hoogst onbelangrijke vereenigingen<br />

en instellingen, die alle<br />

aan de mode offeren, door ook hun<br />

eigen persconferenties te gaan geven.<br />

Men vergeet bij het houden van een<br />

persconferentie dikwijls ook, dat het<br />

medegedeelde van eenig belang moet<br />

zijn. Indien het alleen maar gaat om<br />

feitelijke mededeeling die men even<br />

goed in een gestencild memorandum<br />

aan de pers zou kunnen voorleggen,<br />

is het eenvoudig tijd verknoeien om<br />

een groot aantal journalisten daartoe<br />

bijeen te roepen. Wij begrijpen heel<br />

goed, dat dit toch dikwijls gebeurt,<br />

omdat de betrokken instanties van<br />

een schriftelijke mededeeling weinig<br />

heil meer verwachten. Wij kunnen<br />

ons dat best voorstellen, maar daartegen<br />

is een zeer eenvoudige remedie:<br />

laat men ook het aantal schriftelijke<br />

stukken, dat men aan de verschillende<br />

redacties rondzendt, eindelijk eens<br />

wat beperken. Men weet nu eenmaal,<br />

dat alle kranten nog te woekeren<br />

hebben met een ernstig gebrek aan<br />

papier en dus alleen het allernoodzakelijkste<br />

kunnen publiceeren. Nalijk<br />

zijn er altijd bezwaren te maken<br />

tegen de keus, welke de redacties doen<br />

uit het hun aangeboden materiaal,<br />

maar juist, als degenen, die aan de<br />

couranten schriftelijk materiaal aanbieden,<br />

zichzelf reeds beperkingen opleggen,<br />

is het voor de redacties gemakkelijker<br />

een keus te doen uit de<br />

dan belangrijker stof, welke hun wordt<br />

voorgelegd.<br />

De Nieuwe Nederlander — 2 October.<br />

De Duitsche pers<br />

Van de vijftien kranten, die op het<br />

oogenblik in Berlijn verschijnen, is de<br />

„Tagliche Rundschau" de grootste, met<br />

een oplage ongeveer gelijk aan die<br />

van de Londensche „Times" (500.000).<br />

Reeds enkele dagen na de bezetting<br />

van de hoofdstad hadden de Russische<br />

autoriteiten dit nieuwe dagblad gesticht,<br />

dat nu naar alle deelen van<br />

Sovjet-Duitschland wordt gevlogen.<br />

Het blad maakt soms den indruk letterlijk<br />

uit de „Prawda" te zijn vertaald,<br />

artikelen over Russische cultuur,<br />

economie en politiek domineeren<br />

volkomen. De hoofdartikelen zijn<br />

precies in denzeïfden geest gesteld als<br />

in het roode orgaan. Het uiterlijk doet<br />

daarbij sterk aan dat van de vroegere<br />

officieele Nazikrant de „Völkischer<br />

Beobachter" denken door de enorme<br />

zwarte koppen met roode strepen eronder<br />

op de voorpagina.<br />

„Neue Zeit", het blad van de<br />

Christelijk Democraten, werd door het<br />

Duitsche publiek in de Oostelijke zone<br />

enthousiast ontvangen, daar het de<br />

communistische ideologie niet was toegedaan.<br />

Toen de leider van de CD. in<br />

den herfst van het vorig jaar zich tegen<br />

de „landhervorming" verzette,<br />

waarbij alle groote bezittingen verkaveld<br />

werden, hadden de Russen een<br />

aanleiding in te grijpen. Zij bezetten<br />

het redactiebureau van het partijorgaan<br />

en zorgden, dat er een hoofdartikel<br />

op de voorpagina kwam, waarin<br />

de leiding van de Christelijk Democraten<br />

werd aangevallen.<br />

Maar het Berlijnsche publiek begreep<br />

wat er achter zat; de man, die<br />

9


zich. verzet had, week uit naar de<br />

Britsche zone. Daar volgens een mededeeling,<br />

op bevel der autoriteiten gepubliceerd,<br />

„de capaciteit van de persen<br />

niet meer toereikend was", werd<br />

plotseling de oplage drastisch verlaagd<br />

en het blad verloor veel aan beteekenis.<br />

„Das Volk" van de sociaal-democraten,<br />

die in Mei j'.l. een fusie met de<br />

communisten aangingen, toont weinig<br />

karakter, evenmin als „Der Morgen"<br />

van de Duitsche Liberale Partij, die<br />

beide hun uiterste best doen de roode<br />

machthebbers niet te ontstemmen.<br />

Heel wat interessanter is dan „Der<br />

Kurier" in Berlijnsch Pransche zone<br />

uitgegeven, dat driemaal per week verschijnt.<br />

Hoewel vrijwel uitsluitend uit<br />

Parijs van nieuws voorzien, neemt 't<br />

een zoo onafhankelijk mogelijke houding<br />

aan ten opzichte van de groote<br />

politieke problemen.<br />

Het meeste gezag heeft echter wel<br />

het door de Amerikanen gesteunde<br />

blad „Der Tagesspiegel" (400.000), dat<br />

zich voortdurend openlijk verzet tegen<br />

de politiek, die in Rood-Berliin gevolgd<br />

wordt. Herhaaldelijk werd 't<br />

verleden van een Communistischen<br />

partijman uit de doeken gedaan. De<br />

oproep van de Engelsche Labour .partij<br />

in het begin van dit jaar tot de<br />

sociaal-democraten gericht, om zich<br />

niet met de communisten te vereenigen,<br />

werd door de pers onder Sovjetcontröle<br />

niet gepubliceerd, evenmin als<br />

de rede van „kameraad" Thorez, die<br />

het Ruhrgebied voor Frankrijk opeischte.<br />

Maar de Amerikanen waren<br />

er ook nog en zetten het nieuws uitgebreid<br />

op de voorpagina van hun<br />

blad, zoodat heel Berlijn in korten<br />

tijd van de feiten op de hoogte was.<br />

„Geallieerde" kranten zijn in de Russische<br />

zone van Berlijn verboden, ze<br />

worden er dus binnengesmokkeld en<br />

soms voor meer dan drie gulden verkocht.<br />

De Engelschen stichtten „Der Berliner",<br />

ook driemaal per week verschijnend,<br />

en naar Britsche opvattingen<br />

geredigeerd en opgemaakt met<br />

een hoofdartikel op pagina drie. Het<br />

rustige uiterlijk en de bezadigde toon<br />

geven het uitstekend gedocumenteerde,<br />

zeer betrouwbaar blad, veel invloed<br />

in conservatieve Berlijnsche kringen.<br />

Ook „Telegraf" en „Volksblatt" worden<br />

onder Britsch toezicht uitgegeven.<br />

Toen de sociaal-democraten, die geweigerd<br />

hadden in de communistische<br />

partij op te gaan, een nieuwe partij<br />

stichtten, wilden zij hun orgaan „Vorwarts"<br />

noemen, om daarmee een oude<br />

vermaarde socialistische krant tot<br />

nieuw leven te brengen. — Maar de<br />

communisten kregen er de lucht van<br />

en zij veranderden hun dagblad „Einheit"<br />

in „Vorwarts", voor de<br />

anderen hun plan tot uitvoering hadden<br />

kunnen brengen.<br />

De Westelijke geallieerden dus zullen<br />

Berlijn van betrouwbaar nieuws<br />

moeten voorzien.<br />

De Linie.<br />

Terug naar den Rechtsstaat!<br />

Dezer dagen heeft de Centrale Zuivzringsraad<br />

voor het Bedrijfsleven<br />

10<br />

een uitspraak gedaan, welke meer dan<br />

gewone aandacht verdient, omdat zij<br />

een wegwijzer is op den weg-terug<br />

naar den rechtsstaat. Zij betreft een<br />

zaak, in eerste instantie door de Commissie<br />

voor de Perszuivering behandeld,<br />

waarbij deze een ontzetting van<br />

recht om in een leidende functie werkzaam<br />

te zijn, had uitgesproken.<br />

Grond voor deze ontzetting was de<br />

houding van den beschuldigde met betrekking<br />

tot het drukken van „De<br />

Zwarte Soldaat", het blad van de W.A.,<br />

welke houding, ook volgens den Centralen<br />

Raad, op zichzelve een ontzetting<br />

zou wettigen. De Raad overweegt<br />

echter, dat deze gedraging reeds oorzaak<br />

is geweest, dat de beschuldigde<br />

ernstig nadeel in zijn bedrijf heeft<br />

ondervonden, aangezien in Mei 1945<br />

het Militair Gezag hem heeft belet,<br />

de uitgave van „De Bussumsche Courant"<br />

te hervatten, waartoe hij gerechtigd<br />

was op grond van het (Londensche)<br />

Tijdelijk Persbesluit; de verschijning<br />

van deze courant was n.1.<br />

reeds medio Februari 1942 door den<br />

beschuldigde om principieele redenen<br />

gestaakt, zoodat hij geenerlei toestemming<br />

van het Militair Gezag of<br />

van wien dan ook behoefde om na de<br />

bevrijding de courant opnieuw uit te<br />

geven. In stede daarvan beval, onder<br />

strafbedreiging bij onvoldoende medewerking,<br />

het Militair Gezag, dat op<br />

beschuldigdes persen een nieuw orgaan,<br />

de „Gooische Courant Stad en<br />

Lande", moest worden gedrukt, welke<br />

toestand zich tot groot nadeel van<br />

den beschuldigde heeft bestendigd tot<br />

op dezen dag. De Centrale Raad overweegt<br />

nu, dat het hem niet duidelijk<br />

is kunnen worden, waaraan het Militair<br />

Gezag een bevoegdheid tot ingrijpen<br />

in dezen vorm heeft gemeend te<br />

kunnen ontleenen (!) en stelt vast<br />

dat dit aan beschuldigde terzake van<br />

de onderhavige gedraging op onregelmatige<br />

wijze toegebrachte zeer<br />

ernstige nadeel in rekening moet worden<br />

gebracht bij de beantwoording<br />

van de vraag, of de beschuldigde nu<br />

nog verder moet worden getroffen. De<br />

Raad beantwoordt deze vraag ontkennend,<br />

ook omdat de beschuldigde juist<br />

in het onderdeel van zijn bedrijf,<br />

waarvan de uitoefening hem door het<br />

M.G. is belet, n.1. de uitgave van de<br />

Bussumsche Courant, tijdens de bezetting<br />

ten koste van materieele offers<br />

de juiste houding heeft betracht, en<br />

hem de erkenning daarvan, die het<br />

Tijdelijk Persbesluit met de mogelijkheid<br />

van onmiddellijke herverschijning<br />

had bedoeld, is onthouden. De<br />

Raad besluit daarom, dat het nemen<br />

van maatregelen op grond van het<br />

Besluit Zuivering Bedrijfsleven achterwege<br />

zal worden gelaten. Deze<br />

uitspraak van den Centralen Zuiveringsraad,<br />

welke naar zijn oordeel<br />

de Commissie voor de Perszuivering<br />

had behooren te geven, doet weldadig<br />

aan, omdat daarin op zoo besliste<br />

wijze afkeuring wordt uitgesproken<br />

over een onrechtmatige<br />

overheidsdaad zooals er helaas zoovele<br />

na de bevrijding zijn voorgekomen.<br />

Bij lezing van de scherp geformuleerde<br />

overwegingen rijst voor het<br />

geestesoog het vertrouwde beeld van<br />

de geblinddoekte Vrouwe Justitia, die<br />

sine ira et studio — zonder haat en<br />

naijver — het voor en tegen voor den<br />

beschuldigde tegen elkaar afweegt.<br />

Voor dezen beschuldigde waren er<br />

nog rechters in Den Haag, omdat de<br />

Commissie voor de Perszuivering ditmaal<br />

haar beslissing moest doen steunen<br />

op het Besluit Zuivering Bedrijfsleven,<br />

dat een tweede instantie kent.<br />

In alle zaken evenwel, waarin de Commissie<br />

beslist op grond van het Tijdelijk<br />

Persbesluit 1945, ontbreekt zulk<br />

een beroepsinstantie. Reeds maanden<br />

geleden stelden wij vast, dat een hooger<br />

beroep op pijnlijke wijze wordt<br />

gemist; de behoefte aan een behandeling<br />

in tweeden aanleg is er sindsdien<br />

niet minder op geworden! Dat<br />

hierin thans spoedig worde voorzien.<br />

Ook processueel moeten wij den weg<br />

naar den rechtsstaat hervinden.<br />

Nat. Rott. Crt. — 4 October.<br />

Vorübergehend eingestellt...<br />

Neün Monate hat die Herrlichkeit<br />

einer communistischen Tageszeitung<br />

in der deutschsprachigen Schweiz<br />

gedauert. Seit dem 1. Dezember 1945<br />

erschien der „Vorwarts", das „Organ<br />

der Partei der Arbeit der Schweiz",<br />

taglich nachdem dies schon Monate<br />

vorher in Aussicht gestelt war, aber<br />

aus durchsichtigen Gründen nicht<br />

verwirklicht werden konnte. In dieser<br />

kurzen Spanne von dreiviertel<br />

Jahren sind nicht nur ungezahlte<br />

grüne Einzahlungsscheine verschickt,<br />

verschiedene Werbekampagnen eröffnet<br />

und Bettelaufrufe publiziert<br />

worden, sondern hat das Blatt auch<br />

sonst zahlreiche Wandlungen durchgemacht,<br />

die- alle den Heim des Niederganges<br />

in sich trugen. Eine der<br />

Hauptanforderungen, die der Schweizer<br />

an seine Presse stellt, ist die der<br />

Soliditat und der Konstanz; in diesen<br />

entscheidenden Punkten vermochte<br />

der „Vorwarts" nicht zu genügen<br />

und musste deshalb früher<br />

oder spater vom Schicksal ereilt werden.<br />

Dies war auch dadurch nicht zu<br />

verhindern, dass die Zeitung „den<br />

selben Namen wie die Zeitung Lenins<br />

tragt" und dieser Name für die Herausgeber<br />

als Verpflichtung aufgefasst<br />

wurde, wie der famose Direktor Hirsch<br />

alias Surava in einem „Brief aus dem<br />

Gefangnis" seinen staunenden Anhangern<br />

verkündete.<br />

Ja, diesere Direktor! Wie hat er doch<br />

dem „Vorwarts" die Merkmale seines<br />

eigenen unsteten Charakters aufgedrückt,<br />

die sich zeigten in einem<br />

abenteuerhaften, hochstaplerischen<br />

Geschaftsgebaren, in abnormen journalistischen<br />

Exklusivitaten und in<br />

einem grössenwahnsinnigen Streben<br />

nach Macht. Mit Sentimentalitaten<br />

aller Art mit dem Martyrerschein der<br />

verfolgten Unschuld in Untersuchungshaft,<br />

mit antikapitalistischen Bekenntnissen,<br />

die ihm sowieso niemand<br />

glaubte, sowie mit Verleumdungen<br />

aller Art hat er gespielt, nicht aber<br />

solid und seriös gearbeitet, wie das<br />

das Schweizervolk von einem mitgroszer<br />

Ve-rantwortung ausgestatteten<br />

Herausgeber eines Presse-organs verlangt.<br />

Es zeugt für ein gesundes Ur-


teilsvermögen unseres Volkes und in<br />

diesem besonderem Fall der Arbeiterschaft,<br />

dass es dem gefahrlichen Demagogen<br />

nicht auf den Leim gekrochen<br />

ist, sondern ihm, wie seinem<br />

zweifelhaften Presseprodukt, die Gefolgschaft<br />

versagte.<br />

Wir sind uns durchaus bewusst, hier<br />

nicht einen endgültigen Nekrolog auf<br />

die kommunistische Publizistik in der<br />

Schweiz zu schreiben. Der in der Partei<br />

der Arbeit organisierten politischen<br />

Minderheit soil, den demokratischen<br />

Spielregeln entsprechend, das Recht<br />

der freien Meinungsausserung unbenommen<br />

sein, soweit es sich als legitim<br />

erweist, das heisst nich durch<br />

eine finanzielle oder geistige Ubhangigkeit<br />

vom Auslande genahrt und<br />

auch sonst dem Unsehen des Landes<br />

nicht schadlich ist. Uebrigens scheint<br />

sich das welsche Organ des Herrn<br />

Nicole, die „Voix ouvrière", ja vorlaufig<br />

halten zu können, so dass der<br />

Vorwurf einer Vergewaltigung und<br />

Entrechtung der Minderheit ohnedies<br />

nicht am Platze ist. Denn es ist<br />

ganz klar, dass sich die Herren Hirsch<br />

usw. auch jetzt wieder als die unschuldigen<br />

Opfer des „Systems" aufspielen<br />

und dementsprechend Stimmung zu<br />

ihren Gunsten machen werden. Sie<br />

sind nicht in der Lage, die Gründe des<br />

Verfagens in ihrer eigenen Unzulanglichkeit<br />

zu,sehen, im Widerspruch, der<br />

sich bei Typen wie Hirsch und Gmür<br />

aus einem Konflikt der Ideologien<br />

zwangsweise ergeben muss. Sie haben<br />

sich der revolutioneren Bewegung<br />

verschrieben, ohne sich persönlich<br />

von den kapitalistischen Pesseln zu<br />

lösen. Das ist der Grund ihres Versagens.<br />

Das klagliche Ende des „Vorwarts"<br />

aber zeigt einmal mehr, dass<br />

der revolutionare Punke bei uns nicht<br />

zünden kann, weil das Pulverfass<br />

überhaupt nicht vorhanden ist.<br />

St. Gallen Tagblatt — 6 September.<br />

Protest Arnhemsche Persraad<br />

Tot dusver hebben de Arnhemsche<br />

dagbladen, in afwachting van een<br />

verklaring van de officieele instanties<br />

en van het comité tot herdenking van<br />

den 17den September 1944, over de<br />

incidenten tijdens de Airborne-herdenking<br />

gezwegen en zich beperkt tot het<br />

weergeven van protesten van Engelsche<br />

journalisten.<br />

Waar thans blijkt, dat men niet<br />

voornemens is, deze aangelegenheid<br />

alsnog aan een onderzoek te onderwerpen,<br />

achten de redacties van de<br />

Arnhemsche dagbladen het haar<br />

plicht, ook harerzijds een krachtig<br />

woord van protest te laten hooren<br />

tegen de methodes van voorlichting<br />

en het gebrek van medewerking van<br />

de zijde van voornoemd comité en de<br />

politie in Renkum en Arnhem.<br />

In het comité ontbraken de menschen,<br />

die aan de buitenlandsche en<br />

Nederlandsche pers op behoorlijke<br />

wijze inlichtingen konden verschaffen<br />

over den gang van zaken, die men<br />

blijkens ook tal van andere incidenten<br />

niet voldoende beheerschte, zoodat<br />

onaangename verwikkelingen niet<br />

konden worden voorkomen. Waar men<br />

van de zijde van de Arnhemsche persvereeniging<br />

zich bereid heeft verklaard<br />

aan de te elfder ure gedane<br />

verzoeken tot medewerking, te voldoen,<br />

treft het des te pijnlijker, dat<br />

de Renkumsche politie in het bijzonder,<br />

doch evenzeer de Arnhemsche<br />

politie, iedere berichtgeving bij voorbaat<br />

onmogelijk maakte.<br />

Men heeft een kostbare gelegenheid<br />

voorbij laten gaan om Arnhems gastvrijheid<br />

ook in het buitenland te bevestigen.<br />

De Arnhemsche persvereeniging<br />

dringt er, gezien het voorgevallene<br />

bij de bevoegde autoriteiten ten<br />

zeerste op aan, dat dergelijke onaanr<br />

gename incidenten in den vervolge<br />

achterwege zullen blijven en dat men<br />

ook in Arnhem eindelijk eens inzicht<br />

zal toonen in de taak van de pers,<br />

die al die duizenden vertegenwoordigde,<br />

die niet in de gelegenheid waren<br />

om de herdenkingen zelf bij te wonen.<br />

Zwart krantenpapier<br />

Trouw — Arnhem.<br />

Naar onlangs werd bekend gemaakt,<br />

zou een groep uitgevers van nieuwsbladen<br />

in de V.S. met' ongeeer 12<br />

uitgevers van Canadeesche nieuwsbladen<br />

bijeenkomen in de kantoren der<br />

American Newspaper Publishers Association,<br />

ten einde de' groote vraag<br />

naar krantenpapier, die in de geheele<br />

wereld bestaat, te bespreken. Aan<br />

het hoofd van de groep uitgevers<br />

staat het uit 9 personen bestaande<br />

bestuur van A.N.P.A. en Cranston<br />

Wililams, algemeen leider der organisatie.<br />

Medegedeeld werd, dat er op de vergaderingen<br />

pogingen in het werk werden<br />

gesteld om den export van krantenpapier<br />

van Canada naar de V.S. te<br />

vergroten. Er werd op gewezen, dat<br />

vele Amerikaansche uitgevers zóó krap<br />

krantenpapier bezitten, dat zij genoodzaakt<br />

zijn het adverteeren te<br />

rantsoeneeren. Volgens mededeelingen<br />

zou het buitenland, dat eveneens gebrek<br />

aan krantenpapier heeft, gaarne<br />

meer betalen dan de basisprijs van<br />

$ 74 per ton, vastgesteld door het<br />

Office of Price Administration voor<br />

het district New York en berichten<br />

doen de ronde, dat de prijzen op de<br />

zwarte markt varieeren van $ 240 tot<br />

$300 per ton.<br />

Het Financieele Dagblad —<br />

10 October.<br />

Onze eerste journaliste<br />

Onze eerste Nederlandsche journaliste<br />

Henriëtte van der Meij,<br />

die eenigen tijd geleden in den<br />

hoogen leeftijd van 96 jaar te Laren<br />

overleed, was een officiersdochter.<br />

Haar ouders hadden weinig contact in<br />

niet-militaire kringen. Misschien was<br />

dat wel de oorzaak, dat zij van<br />

jongsaf aan een nimmer verminderende<br />

belangstelling had voor al wat<br />

zich in de wereld afspeelde. Zoo spoedig<br />

als maar eenigszins mogelijk was,<br />

wilde ze zelfstandig zijn. Als een der<br />

eerste vrouwen in Nederland ging zij<br />

Duitsch studeeren. In 1875 werd zij<br />

leerares in deze taal aan de Middelbare<br />

School voor Meisjes te Goes.<br />

Tegelijk studeerde zij door voor een<br />

hoofdacte Nederlandsch.<br />

Maar ook dit beviel haar niet geheel<br />

en al. Zij ging schrijven. Een<br />

stukje, dat zij had geschreven over<br />

„Nathan der Weise" werd opgenomen<br />

in de „Portefeuille" van Taco de Beer.<br />

Op dat eene stukje volgden er meer;<br />

in het blad „De Lantaarn", in „De<br />

Spectator" en in „Nederland". Schilderkunst<br />

en letteren waren haar meest<br />

geliefde onderwerpen.<br />

In 1880 werd zij medewerkster aan<br />

„De Amsterdammer". Onder het pseudoniem<br />

„Enrichetta" schreef zij in dat<br />

blad letterkundige critieken. Daarna<br />

nam zij — tot zeer groote ergernis van<br />

haar familie — een betrekking aan<br />

als redactrice van de Middelburgsche<br />

Courant. Heel Middelburg stond op<br />

zijn kop ... een vrouw als journaliste,<br />

zooiets had men nog nooit beleefd!<br />

Mej. Van der Meij had er groote<br />

belangstelling voor, maar zij klaagde<br />

zeer over een gebrek aan contact met<br />

vooraanstaande socialisten. Door bemiddeling<br />

van Jeltje de Bosch Kernper<br />

kreeg zij een betrekking bij het<br />

blad „Belang en Recht" te Amsterdam.<br />

Het was in dat blad, dat zij in<br />

1892 den Duitschen Keizer als een<br />

„zenuwachtige, rustelooze persoonlijkheid<br />

met een onberekenbaar karakter"<br />

schetste, een karakteriseering, die<br />

maar al te waar is gebleken.<br />

Enkele jaren later werd zij hoofdredactrice<br />

van „Belang en Recht". Het<br />

was een strijdorgaan voor vrouwenbelangen<br />

en vertegenwoordigde de<br />

„gematigde richting". In „Belang en<br />

Recht" werd rustig gepleit voor vrouwenkiesrecht,<br />

terwijl de andere richting<br />

in den waren zin des woords<br />

streed voor dameskiesrecht, dus een<br />

kiesrecht, waartoe alleen de meer ontwikkelde<br />

vrouwen gerechtigd zouden<br />

zijn.<br />

Niet alleen met de pen, ook met de<br />

daad was Henriëtte van der Meij een<br />

ijveraarster voor de vrouwenbelangen.<br />

Zij richtte een ontwikkelingscursus<br />

voor werkende vrouwen op (speciaal<br />

voor de arbeidsters in de diamantindustrie).<br />

Henri Polak was haar hierbij<br />

een groote steun. Nadat het blad<br />

„Belang en Recht" was opgeheven,<br />

werd zij medewerkster aan het orgaan<br />

van den Algemeenen Nederlandschen<br />

Diamantbewerkers Bond.<br />

Vakbeweging, arbeidswetgeving, vrouwenbescherming<br />

en tallooze andere<br />

onderwerpen met socialen inslag hadden<br />

haar belangstelling. Bij de instelling<br />

van den Hoogen Raad van Arbeid<br />

werd zij tot lid benoemd.<br />

Toen Henriëtte van der Meij in<br />

December 1940 90 jaar werd, heeft het<br />

haar in haar "huisje te Laren niet aan<br />

belangstelling ontbroken.<br />

Margriet — 28 September.<br />

Vervelende kranten<br />

Wanneer men een land en zijn bevolking<br />

in enkele weken wil leeren<br />

kennen, is het zeker niet voldoende<br />

alleen maar rond te kijken of de krant<br />

11


te lezen, moge het dan waar zijn, dat<br />

de laatste dikwijls een afspiegeling is<br />

van de levende gedachten. Ik mag<br />

deze Engelsche kranten niet. Ze zijn<br />

me te sensationeel, te oppervlakkig,<br />

te zeer toegespitst op onbelangrijke<br />

gebeurtenissen. Zoo heb ik me stierlijk<br />

verveeld met een verhaal over de<br />

koningin van Engeland, die haar been<br />

bezeerd had. Het werd de lezers in<br />

een twee en een halve kolom lang<br />

artikel in geuren en kleuren voorgezet<br />

en het gebeurde met een kennis van<br />

bijzonderheden, die me verwonderd<br />

deed afvragen of deze collega's soms<br />

dag en nacht aan haar tafel en haar<br />

bed zaten. Een anderen keer las ik<br />

het curieuze verhaal van een sprekende<br />

hond. Het was misschien minder<br />

verbazingwekkend dan de reporters<br />

het hun publiek schilderden, want<br />

de hond scheen het niet verder te ;<br />

kunnen brengen dan het nogal simpele<br />

„I want one". Het waren heus<br />

niet alleen de conservatieve kranten,<br />

die zich aan dezen onzin bezondigden,<br />

ook Labour deed braaf mee.<br />

De Waarheid — 2 September.<br />

Alleen op Malakka bestaat<br />

een onafhankelijke pers<br />

Uit een onderzoek van Ass. Press<br />

naar de omstandigheden, waaronder<br />

de pers in Zuid-Oost-Azië werkt, is<br />

gebleken, dat, ofschoon de oorlog is<br />

geëindigd, in Siam en Indo-China<br />

geen persvrijheid bestaat. Alleen te<br />

Singapore en in de Maleische Unie<br />

bestaat een onafhankelijke en objectieve<br />

pers.<br />

De situatie in de verschillende landen<br />

van Oost-Azië, elk op zichzelf beschouwd,<br />

is als volgt:<br />

In de Maleische Unie, die historisch<br />

een van de groote centra der journalistiek<br />

in het Verre Oosten is, keerde<br />

de volledige persvrijheid met de Britsche<br />

bezetting terug. De bladen brengen<br />

aan een publiek, dat weet te lezen,<br />

een ruime selectie van wereldnieuws.<br />

Bijna elke officieele maatregel wordt<br />

op zijn waarde onderzocht en, indien<br />

niet juist bevonden, vrijmoedig becritiseerd.<br />

Het Britsche Ministerie van<br />

Koloniën moet het daarbij dikwijls<br />

ontgelden. Aan ingezonden stukken<br />

wordt groote aandacht geschonken.<br />

Het algemeene resultaat van een en<br />

ander is geweest, dat het redactioneele<br />

gedeelte der bladen een ongeëvenaard<br />

prestige geniet en groote invloed heeft<br />

zoowel op de openbare meening als<br />

op de maatregelen der autoriteiten.<br />

In Siam werd na den geheimzinnigen<br />

dood van koning Ananda<br />

Mahidol een volledige perscensuur ingevoerd,<br />

omdat — zooals de officieele<br />

toelichting luidde: de kranten lasterlijke<br />

artikelen publiceerden, waardoor<br />

de regeering in verband werd gebracht<br />

met den dood van den koning. Volgens<br />

den tekst van het censuurbesluit<br />

zou de censuur beperkt zijn tot de<br />

berichten en artikelen over den dood<br />

van den koning en over het grensgeschil<br />

tusschen Siam en Indo-China,<br />

maar toen de datum voor de tusschentijdsche<br />

verkiezingen (6 Augustus)<br />

(Slot onderaan pag. 15)<br />

12<br />

AND THE SUF<br />

I am always curious about the state<br />

of our nation, so when I learned from<br />

an advertisement in a morning newspaper<br />

some weeks ago, that Mr. Ward<br />

Morehouse, dramatic critic of the Sun<br />

(an evening newspaper), was going to<br />

make a cross-country motor trip and<br />

describe it in a series of articles to be<br />

called, simply but inclusively, "Report<br />

on America," I determined to follow<br />

his peregrinations with fidelity. My<br />

plan, I foresaw, would entail giving<br />

some attention, even if involuntary, to<br />

other ingredients of the Sun, and I<br />

looked forward to this with sentimental<br />

disquiet. All my recollections of the<br />

Sun are associated with my maternal<br />

grandfather, whose favorite evening<br />

paper it was. I have seldom had<br />

occasion to look at it since his death,<br />

twenty years ago. I feared, in renewing<br />

the acquaintance, the sort of shock<br />

experienced by the city man who<br />

returns to the site of his boyhood<br />

toboggan slide and finds it occupied<br />

by part of a Robert Moses Autobahn.<br />

As soon as I bought a copy of the<br />

Sun containing the first installment<br />

of Mr. Morehouse's Report, I could see<br />

that I need have had no apprehension.<br />

Nothing essential had changed since<br />

1926. It seemed as perfectly preserved<br />

as the corpse of Lenin, a first impression<br />

I subsequently confirmed by examining<br />

a couple of July, 1926, examples<br />

in the Newspaper Division of the Public<br />

Library. Morehouse, who has been<br />

on the staff of the Sun since 1926 and<br />

is well preserved himself, contributed<br />

to my reversed time-machine illusion<br />

by beginning his Report with a dispatch<br />

datelined June 3rd — no year specified<br />

— from Baltimore, entirely devoted to<br />

an interview with H. L. Mencken.<br />

Mencken, who is sixty-five, complained<br />

that softshell crabs, for wfnch his<br />

mother had paid twenty-five cents a<br />

dozen, were retailing for twenty-five<br />

cents apiece. This he cited as a sign<br />

of the decay of the times, adding, as<br />

another, that he never saw any beautiful<br />

women any more, an observation<br />

that may have had a subjective basis.<br />

* *<br />

*<br />

Mencken's income as a writer — seven<br />

dollars a week in 1899 — has, Morehouse<br />

failed to note, risen rather more<br />

than twelve times. The philosopher's<br />

value has therefore been inflated,<br />

rather than diminished (as he seems,<br />

v/ithout statistical basis, to believe), in<br />

terms of softshell crabs. The Sun is a<br />

Republican paper, and this summer,<br />

as in 1926, the Republicans are thinking<br />

about Presidential candidates two<br />

years in advance. Mencken told Mr.<br />

Morehouse that Senator Vandenberg<br />

was the best man the Party had but<br />

that the nomination would probably<br />

Stassen." (I noticed in the course of<br />

my Public Library research that<br />

go to "some fraud like Bricker or<br />

twenty years ago George Van Slyke,<br />

who is still one of the Sun's political<br />

experts, was telling his concerned<br />

public that President Coolidge would<br />

not run again. The choice for the<br />

nomination lay between Longworth,<br />

Lowden, Dawes, Hoover, and Watson<br />

— news which, viewed in retrospect,<br />

renewed my faith in the designers of<br />

the Constitution. Had they provided<br />

for a plural Presidency, 1928—1932<br />

might have been five times as bad.)<br />

"People are in a state of imbecility,"<br />

the Baltimore bonze told Morehouse in<br />

valediction. "The country is a wreck.<br />

Don't ask me the remedy."<br />

Morehouse,, having establised suspense<br />

by this beginning ("Will he find<br />

the remedy?" I asked myself. "Will he<br />

save us?"), pressed on to Washington.<br />

There, under the dateline of June 5th,<br />

he interviewed, by coincidence, Senator<br />

Vandenberg. He described Vandenberg<br />

as the "bland and incisive ... tall, articulate<br />

... suave, vital, cigar-smoking,<br />

Grand Rapids-born Senator, who, in<br />

the opinion of many observers here, is<br />

the outstanding man in the Reublican<br />

Party." The most cheerful words<br />

America's Reporter could wring from<br />

the incisive and articulate statesman<br />

were: "President Truman is a dear<br />

personal friend of mine. He has my<br />

very great sympathy in the tragic<br />

responsibilities which he bears." So,<br />

Morehouse, leaving behind him what<br />

he called he "Potomac city of the<br />

incommunicable beauty," pushed 'on<br />

South, the remedy still undiscovered.<br />

Vandenberg, who is sixty-two, is a<br />

callow interviewee by Morehouse standards,<br />

but the Sun man built up his<br />

average at Raleigh, North Carolina, by<br />

seeking counsel of Josephus Daniels, a<br />

very elder statesman of eighty-four.<br />

Mr. Daniels said, "I've seen the days<br />

when capital said, 'The people be damned,'<br />

but I never expected to see labor<br />

say the same thing."<br />

Banging along indomitably in his<br />

car, "the doughty little coupe, WM125,"<br />

which he has implacably personalized<br />

throughout his journey, Morehouse<br />

Reported two days later, "It's wet, as<br />

wet as only north Georgia can be<br />

during a cloudburst." (How wet was<br />

that? I wasn't sure.) But he kept right<br />

on going, apparently hitting his typewriter<br />

as the dougthy coupe ran itself.<br />

"I've slowed down to a crawl," he<br />

reported. "Something's in the road<br />

ahead — Yes, a mule cart driven by<br />

a colored man." ("Stop typing. Ward!"<br />

I caught myself crying. "Grab that<br />

wheel! Don't hit that colored man!")<br />

STOOD STILL<br />

Apparently he didn't hit tne colored<br />

man, for a few days later he was<br />

calmly filing from Laurel, Mississippi.<br />

"Some day I shall write a book about<br />

going across America with two typewriters,<br />

three extra tires, a camera, a<br />

shotgun, half a case of shells, and a<br />

case of neuritis," he said in beginning<br />

his Laurel dispatch, and one found<br />

oneself suspecting that perhaps he was<br />

already doing so. "Mississippi — here's<br />

a State with all the languor of the<br />

deep, deep South ... Soothing on the<br />

ear are the sounds of the South —the<br />

Sunday morning tolling of churchbells<br />

in an Alabama hamlet and the low,<br />

faraway whistle of a locomotive in the<br />

middle of the night." Up here in New<br />

York, we-all Yankees put whistles on<br />

the churches and automatic electric<br />

guitars on the locomotives.<br />

On June 25th, still in quest of the<br />

remedy for the nation's ills, Morehouse<br />

arrived in Tishomingo, Oklahoma.<br />

There he sought the wisdom of former<br />

Governor Alfalfa Bill Murray, seventysix.<br />

This brought the average years of<br />

his major political consulants to seventy-two.<br />

"If you want me to tell you<br />

about the country right now, I can<br />

only tell you it's crazy," Mr. Murray<br />

said. "I'm telling you that the groundwork<br />

for a panic is already laid; it<br />

will reach its zenith in about 1953. The<br />

Republicans will have a chance in<br />

1948, a good chance, and they probably<br />

will be blamed, but Roosevelt really<br />

started it." Turning to foreign affairs,<br />

he said, "You can't harmonize a pagan<br />

mind with a Christian mind, an Asiatic<br />

mind with a Caucasian mind. When<br />

a person talks of stopping war, he's<br />

going against all the lessons of history."<br />

Evidently the Murray interview<br />

was discouraging, for Morehouse<br />

quickly got away from politics and has<br />

since confined his Report to observations<br />

of a more superficial nature.<br />

Soda clerks and filling-station attendants<br />

are civil or uncivil or tolerably<br />

civil, he has reported, and traffic on<br />

the road is sometimes heavy and sometimes<br />

light, depending. Hotel rooms are<br />

hard to find, many veterans are back<br />

in civilian life, and the legitimate<br />

theatre outside New York is not what<br />

it was when it was in a more flourishing<br />

condition than it is now. Morehouse<br />

arrived on the Pacific Coast<br />

eariy in Juli, tying the transcontinental<br />

record for oxcarts with gentlemen<br />

outriders, and not long afterward<br />

interviewed Jim Jeffries, seventy-one,<br />

on the state of the prize ring. Mr. Jeffries<br />

took a dim view of it. He lost his<br />

most recent fight to the late Jack<br />

Johnson, in 1910.<br />

Mr. Morehouse chronicled an interlude<br />

of gaiety under the dateline of<br />

July 10th, from Beverly Hills, Reporting<br />

that he had on that day seen Howard<br />

Benedict, Howard Reinheimer, Howard<br />

Clothes, Natalie Schafer, Hicks Coney,<br />

Tom Cobley, Sammy Colt, Colt 45,<br />

Grace George, Radie Harris, Tommy<br />

Guinan, Lana Turner, Jimmy Stewart,<br />

Beulah Bondi, Lucille Hille, Arthur de<br />

Liagre II, Vinton Freedley, Bob Taplinger,<br />

Alvin de Liagre III, Ray Massey,<br />

Marjorie Rambeau, Reginald<br />

Denham, Mary Orr, Peter Dayey, José<br />

Iturbi, Hugh G. Flood, Alexander de<br />

Liagre IV, Man Ray, Arch Selwyn,<br />

Selig Archwyn, Mary Anderson, Ethel<br />

Barrymore, Billy Selwyn, Belwyn, Jessie<br />

Royce Landis, Battling Norfolk,<br />

Louis Hayward, Joseph Gotten, Monty<br />

Woolley, Jimmy Gleason, Humphrey<br />

Bogart, Jack Goodman, Arigelo Rizzo,<br />

H. B. Warner, H. B. Twentieth Century,<br />

I. J. Pox, Charles Towbridge,<br />

Armand de Liagre, Alaric de Liagre,<br />

Hume Cronyn, Pat O'Brien, Walter<br />

Slezak, Lionel Barrymore, Ray Arcel,<br />

George Brown, Eddie Bitzell, James A<br />

Mac-Donald, the Original Dixie Kid,<br />

Frank Morgan, Leon Ames, Bob Montgomery,<br />

Oscar Karlweis, Isobel Elsom.<br />

Ollie Thomas, Delmore Schwartz, Corporal<br />

Izzy Schwartz, Cyril Connolly,<br />

One-Eyed Connolly, Jr., Jimmy Cagney,<br />

Angus de Liagre, William Harrigan,<br />

Jackie Kid Berg, Van Heflin, Barbara<br />

Stanwyck, Katherine Emery, Burgess<br />

Meredith, Peggy Wood, Edmund<br />

Gwenn, Will Rogers, Jr., William S.<br />

Hart, Jr., and Alfred de Liagre, Jr.<br />

As I write, Mr. Morehouse has arrived<br />

in the State of Washington, where<br />

he may either jump in the Pacific<br />

Ocean (since there is so little hope for<br />

us) or decide to come home in time<br />

for next season's first nights.<br />

While pursuing Mr. Morehouse, I<br />

have been, as I had anticipated,<br />

bemused by other of the Sun's archaic<br />

charms, which, like the taste of<br />

Proust's madeleine steeped in tea<br />

brought back the sensations of an earlier,<br />

happier time. I have discovered,<br />

for example, with a curious atavistic<br />

excitement, that H. I. Phillips, the<br />

Sun's artisan of light verse, still conducts<br />

the column called "The Sun<br />

Dial." Mr. Phillips, in the summer of<br />

1926, wrote like this:<br />

Here lies Mary Jane McNeil,<br />

Shot down by Henry Wumps<br />

For asking after ev'ry deal —<br />

„Now lemme see — what's trumps?"<br />

I am happy to report that he has<br />

lost none of his skill, and that he has<br />

adapted his themes to the times. One<br />

of his recent poems, slyly entitled<br />

"Readjustment," goes like this:<br />

Hunter College bids farewell<br />

To the U.N.'s cosmic spell.<br />

Now the Bronx from fog is cleared —<br />

Double talk has disappeared.<br />

And another, entitled "Epitaph<br />

Any Statesman," like this:<br />

Here lies "X"<br />

Flat on his musha;<br />

He tried to get<br />

Accord with Russia!<br />

for<br />

This one could as well have run in<br />

the Sun on the July day in 1926 it<br />

carried the headlines:<br />

100 M.P.'S MEET<br />

IN ANTI-SOVIET<br />

MOVE IN LONDON<br />

Moscow Sending Airplanes<br />

to Afghans<br />

You all remember the destruction of<br />

London by the Afghan Air Force, or<br />

Afghawaffe.<br />

m s<br />

Fontaine Fox's Toonerville Trolley<br />

still clangs throught the Sun comics,<br />

as it did two decades ago. What I took<br />

at first glance to be a new comic<br />

strip called "George Sokolsky" (I was<br />

perhaps misled by the illustration)<br />

turned out instead to be an anti-labor<br />

column written by a man named<br />

George Sokolsky, who once broadcast<br />

for the National Association of Manufacturers<br />

and made speeches for the<br />

American Iron and Steel Institute. Dr.<br />

Sokolsky (he received an honorary<br />

degree from Notre Dame recently) uses<br />

In het voortreffelijke Amerikaansche weekblad „The New Yorker"<br />

troffen wij dit artikel aan. Wij hebben het met zooveel plezier gelezen,<br />

dat wij onzen collega's hetzelfde genoegen willen bereiden door het<br />

onverkort over te nemen. Dit is nu een typisch voorbeeld van (eerste<br />

klas) Amerikaansche journalistiek: een zéér ironisch, zéér knap-geschreven<br />

en.bovendien zéér gedetailleerd stuk werk, waarin de befaamde reporter<br />

van „The New Yorker", A. J. Liebling, op even fijnzinnige als scherpe<br />

W %£ e i en £ t % tk steekt met het wa * ouderwetsche New Yorksche avondblad<br />

„ihe Sun . Geen détail wordt verwaarloosd. Tallooze feiten moesten worden<br />

verzameld om dit artikel zoo gedocumenteerd te maken als het is en<br />

bovendien: men moet de pen fijn kunnen hanteeren om — zonder grof te<br />

worden en zonder pijn te doen — zulk een doodelijk steekspel ten beste<br />

te kunnen geven. Lieblings aanval heeft een repliek van de zijde van<br />

„The Sun" tengevolge gehad. En daarna nog een wederwoord. Misschien<br />

nemen wij die in den volgenden „Journalist" op. Leest Lieblings liefelijk<br />

artikel en geniet!<br />

13


much of his space to denounce propagandists<br />

for the Political Action Committee.<br />

The column points up the one<br />

perceptible dif ference in the Sun<br />

since Grandpa died. Its political and<br />

economic position is the same, but<br />

whereas in 1926 the tone was always<br />

complacent, it is now occasionally<br />

querulous.<br />

* *<br />

*<br />

The Sun still tries to be decent to<br />

those it opposes, however. For example,<br />

David Lawrence, a Sun writer, called<br />

upon Truman in a first-page editorial<br />

on June 10th to sign the Case Bill,<br />

in order that the President might gain<br />

the support of more voters at the next<br />

election. But when, one day later, the<br />

President, ignoring this solicitous<br />

advice, vetoed .the bill, the Sun ran<br />

another first-page editorial, under the<br />

heading "MR- TRUMAN'S SHOES<br />

DON'T FIT." " 'Get the votes' was the<br />

Pendergast creed on which Mr. Truman<br />

was reared, and 'Get the Votes'<br />

is his motto now," the editorial said.<br />

The Sun, of course, was not being consistent.<br />

Also, it made the President<br />

look like a pretty altruistic man. The<br />

editorial was illustrated with a cartoon<br />

showing Mr. Truman wearing shoes<br />

far too big for him, which in some<br />

papers might have seemed a belated<br />

tribute to Mr. Roosevelt. In order to<br />

make sure that its readers, evidently<br />

an unsubtle lot, got the point, the Sun<br />

had labelled the shoes "PRESIDEN­<br />

TIAL SHOES," and the editorial<br />

ended, "In brief, Mr. Truman's presidential<br />

shoes don't fit."<br />

* *<br />

*<br />

Most of the sportswriters are the<br />

same ones I used to read when I was<br />

a boy, after Grandpa finished with<br />

the paper, and iri the case of the<br />

changes made necessary by the deaths<br />

of the incumbents, the new men, like<br />

Grantland Rice, who is sixty-five,<br />

employ the idiom of their predecessors.<br />

The dazed Dodgers still reel in defeat<br />

in the Sun's baseball stories, and it is<br />

a safe bet that, according to the Sun,<br />

any Southern football team scheduled<br />

to play Princeton will come North<br />

from a campus with a tradition of<br />

swords and roses to twist the Tiger's<br />

tail while the shades of Big Bill Edwards<br />

and other Nassau greats look<br />

on in dismay.<br />

I do not remember having seen<br />

before "The Word Game," a form of<br />

selftorture which invites the Sun's<br />

readers to find as many words as<br />

possible concealed in one big word<br />

and write them down in a given time<br />

limit. This time is based, I suspect, on<br />

the trajectory between Grand Central<br />

Terminal and a median point like Cos<br />

Cob or Darien. Specialized departments<br />

are the Sun's long suit. It has one<br />

called "First Aid for the Ailing House,"<br />

which tells how to make a studio<br />

skylight by sticking broken glass<br />

ashtrays together with Scotch Tape,<br />

and another called "Let's Make Pictures,"<br />

about photography. It runs „Culbertson<br />

on Contract," "The Garden<br />

Guide," "The Choir Loft," "The<br />

Quester" (antique collecting), and<br />

14<br />

departments on philately, astronomy,<br />

cats, tropical fish, and the diseases of<br />

dogs.<br />

* *<br />

*<br />

The paper still carries, as it did in<br />

1926, a higher percentage of Associated<br />

Press stories than any other daily in<br />

town. It has few special correspondents.<br />

For local coverage, the Sun used to<br />

depend heavily on the defunct City<br />

News Association. I don't know what<br />

it does now about things that happen<br />

on Manhattan. Its local staff has<br />

always been small. Some years ago,<br />

when I was working for another<br />

evening newspaper, I soon got to know<br />

the Tribune, Times, Post, and Hearst<br />

men who covered the same type of<br />

assignment, but it was rare that I met<br />

a Sun reporter. Very early one morning,<br />

in 1932 or 1933, I covered a stabbing<br />

in the Sun city room itself. One of<br />

the night Associated Press machine<br />

operators had carved up a colleague.<br />

The only Sun men present at the<br />

crime, a couple of old lobster-shift<br />

rewrite men, wearing green eyeshades,<br />

had not even looked up to see if the<br />

victim was dead. They were busy<br />

sorting clippings from the morning<br />

papers for rewrite. An ancient compositor<br />

who met me as I came down the<br />

stairs from the city room with my<br />

notes asked me if I was Frank Ward<br />

O'Malley. He explained that nobody in<br />

the Sun building had hurried since<br />

O'Malley left, in 1919. .<br />

* *<br />

*<br />

In the first weeks of Mr. Morehouse's<br />

anabasis, while I was wallowing nostalgically<br />

in the Sun, I occasionally felt<br />

that my pleasure might prove of short<br />

duration. Grandpa, had he survived,<br />

would now be ninety-six, and other<br />

readers of this delightful anachronism,<br />

I feared, must be dying off rapidly.<br />

Would all the Sun's readers soon be<br />

officially dead? Its circulation problem,<br />

I figured, was something like that of<br />

the foreign-language press since the<br />

severe limitation of immigration. It<br />

never occurred to me that there would<br />

be new readers. I was reassured on<br />

consulting a newspaper directory,<br />

however, to find that the Sun's circulation<br />

had not only held up but had<br />

risen — from 257,000 in 1926 to 293,000<br />

now. The gain of fourteen per cent<br />

during a period in which the city's<br />

population has increased twenty-four<br />

per cent is not sensational, but it is<br />

heartening (and confusing), nevertheless.<br />

I can account for it only by one<br />

or more of three suppositions:<br />

a. The tide of the elderly, which for<br />

so long flowed from the Eastern seaboard<br />

toward the milder climate of<br />

California, has turned, and Dr. Townsend<br />

is promoting a mass infiltration<br />

of New York.<br />

b. The people who like the show at<br />

the East Fifty-fourth Street night club<br />

called the Gay Nineties (strong father<br />

and mother fixations) read the Sun.<br />

c. A certain number of Republicans<br />

seep into the city every year, probably<br />

following returning vacationists who<br />

have been kind to them during the<br />

summer. , — A. J. LIEBLING.<br />

Mijnheer de Redacteur<br />

Buitenlandsche „voorlichting"<br />

In de Engelsche bladen trof ik op<br />

1 October het volgende bericht:<br />

FIRES<br />

FOOTWARE FACTORY, DEN<br />

BOSCH, HOLLAND<br />

The Hague, Sept. 30.—Stocks of<br />

boots and shoes were destroyed in a<br />

fire started by an explosion from an<br />

unknown cause at the Bata plant at<br />

Den Bosch, Holland, during the night.<br />

The factory itself was saved, but<br />

damage was estimated at about<br />

£500,000.—Reuter.<br />

Zoo werd het buitenland ingelicht<br />

over den brand, welke een deel der<br />

Batafabriek te Best (N.B.) vernielde<br />

en een schade berokkende, begroot op<br />

f 1 millioen. B.<br />

Wie heeft schuld?<br />

Wat coll. C. Meyer en Johan Paauw<br />

schreven over „Wantoestanden in de<br />

Journalistiek" is helaas- waar. Uit<br />

de gegevens die U over mij bezit, kunt<br />

U opmaken dat ik ook nog niet de<br />

leeftijd bezit, waarop het haar aan de<br />

slapen begint te grijzen. Het heeft mij<br />

dus des te pijnlijker getroffen dat men<br />

over jongeren zo moet schrijven.<br />

Natuurlijk, komen ook hier de vele<br />

malen afgetrapte „passende schoenen"<br />

in aanmerking. Overigens ben ik van<br />

mening dat aan deze toestanden<br />

hoofdredacteuren en directies van<br />

kranten in niet geringe mate schuld<br />

hebben. In vredesnaam, wie neemt<br />

dergelijke lieden aan of handhaaft ze?<br />

Volkomen ben ik het eens met den<br />

Heer J. Paauw, die schrijft, dat verschillende<br />

directies van ondernemingen<br />

maar al te zeer „press-minded" zijn, en<br />

dat ouderen den jongeren een voorbeeld<br />

dienen te zijn.<br />

Verder ben ik benieuwd, welk standpunt<br />

coll. Paauw inneemt ten aanzien<br />

van de persconferentie die enige maanden<br />

geleden op het paleis Soestdijk<br />

gehouden werd. De Anjer-collecte. U<br />

zult het zich herinneren.<br />

De auteur van „Schwenkingen" is<br />

niet van een zekere geestigheid ontbloot.<br />

De voorstelling van zaken, zoals<br />

hij ze geeft, is echter niet geheel juist.<br />

Het ligt niet op mijn weg, om als verdediger<br />

van de in het stukje genoemde<br />

mensen op te treden. Dat kunnen ze<br />

zo nodig zelf wel.<br />

Ik wil evenwel een kleine correctie<br />

geven. De schrijver betreurt het, dat<br />

er van zijn „lijfblad" niets meer over<br />

is dan de naam van den directeur,<br />

het telefoonnummer en het adres.<br />

U zoudt mij kunnen verplichten<br />

door hem mede te delen, dat dit juist<br />

het beroerde aan de zaak is. Wanneer<br />

deze man tijdig als directeur vertrokken<br />

was, zou „N. Leezer" zijn „lijfblad"<br />

nog gehad hebben.<br />

Hoogachtend,<br />

R. J. H. KROM.


Het recht op de primeur<br />

Het wordt onder journalisten als een grief gevoeld, dat<br />

allerlei overheidsinstanties — de goede uitzonderingen<br />

daargelaten — onvoldoende begrip van de beteekenis van<br />

de primeur blijken te bezitten. Hoe dikwijls overkomt het<br />

een verslaggever niet, dat hij bij informatie moet ervaren,<br />

dat zijn activiteit slecht beloond wordt, doordat de<br />

betrokken instantie slechts genegen is een voor alle bladen<br />

bestemd bericht over een aangelegenheid vrij te<br />

geven. Klaarblijkelijk bestaat dan bij die instantie dikwijls<br />

de vrees, dat andere bladen zich achtergesteld zullen<br />

voelen, wanneer aan een krant bepaalde inlichtingen<br />

worden verstrekt. Dit is echter een misvatting van de<br />

beteekenis van de primeur; geen collega zal er bezwaar<br />

tegen gevoelen, dat een ander, die actiever is geweest dan<br />

hij, de eerste publiciteit krijgt.<br />

Bestaat er tegenover de buitenwereld derhalve eensgezindheid<br />

onder journalisten, wanneer het gaat om de<br />

verdediging van het recht op de primeur, dan moet toch<br />

de vraag gesteld worden, of wij ook zoo eensgezind zijn<br />

in de erkenning van dit recht tegenover elkaar.<br />

Het antwoord moet helaas ontkennend luiden. Wanneer<br />

ik dit uitspreek, denk ik niet in de eerste plaats aan het<br />

verschijnsel van het vrijwel niet verbloemde plagiaat, van<br />

welken vorm van geestelijken diefstal in het jongste verleden<br />

helaas enkele staaltjes waren te signaleeren. Neen,<br />

ik denk aan een meer geraf fineer den vorm. Het komt<br />

meermalen voor, dat, wanneer een blad met een bepaald<br />

bericht is gekomen, dat kersversch nieuws betrof, in volgende<br />

edities van andere kranten een soortgelijk bericht<br />

verschijnt, dat èn door eigen formuleering èn door de<br />

aanduiding „van onzen correspondent", den indruk van<br />

originaliteit wekt. Dit verschijnsel moet meestal aldus<br />

verklaard worden, dat deze eigen correspondent het<br />

bericht heeft opgesteld na zich door zelfstandige informatie<br />

de noodige kennis van de feiten te hebben verworven.<br />

De aanleiding tot deze informatie was echter<br />

dikwijls de primeur van een ander blad. Ik kan het niet<br />

anders zien, dan dat in zulk een geval op de activiteit<br />

van anderen is geparasiteerd en ik aarzel dan ook niet<br />

dezen vorm van journalistiek evenzeer tot den geestelijken<br />

diefstal te rekenen.<br />

Dit verschijnsel is des te bedenkelijker, omdat hiervan<br />

door sommige bladen een systeem wordt gemaakt.<br />

Voor den oorlog waren er kranten, die het goede journalistieke<br />

politiek achtten om alleen eigen berichten aan<br />

den lezer voor te zetten; dit streven valt uiteraard te eerbiedigen,<br />

wanneer er inderdaad sprake is van eigen<br />

berichten. Dit systeem leidt er echter spoedig toe om het<br />

aangehangen journalistieke beginsel zoo ver toe te passen,<br />

dat het over den schreef gaat. Overneming uit andere<br />

bladen is taboe.<br />

Voorzoover zulk een journalistiek beleid gevoerd werd<br />

op instigatie van directies, die zich in concurrentieverhouding<br />

tot andere kranten voelden staan, valt het te betreuren,<br />

dat daartegen van de zijde der journalisten niet<br />

eerder krachtig front is gemdakt. Voorzoover echter dit<br />

beleid voortsproot uit een bepaalde opvatting van de<br />

journalisten zelf, moet deze opvatting mijns inziens worden<br />

afgekeurd. Ik ucnt het uit een juist begrip van de<br />

journalistiek voort te vloeien, dat de geestelijke eiaendom<br />

onvoorwaardelijk wordt erkend. Dit sluit in, dat een<br />

redactie, die een door een ander blad gepubliceerd bericht<br />

belangrijk genoeg vindt om het ter kennis van de eigen<br />

lezers te brengen, begint met het bericht over te nemen,<br />

voorzien van bronvermelding. Wil men het na verificatie<br />

aanvullen met eigen gegevens, dan bestaat hiertegen<br />

natuurlijk geen enkel bezwaar. Deze nadere gegevens<br />

moeten echter worden aangehaakt aan het overgenomen<br />

bericht.<br />

Ik ben mij ervan bewust dat in sommige gevallen een<br />

krant den schijn van den hier behandelden vorm van<br />

geestelijken diefstal te hebben gepleegd tegen zich heeft,<br />

maar desniettemin volkomen vrijuit gaat, doordat de<br />

betrokken redactie, onafhankelijk van wat anderen<br />

deden, achter een bericht aanzat en alleen juist iets later<br />

in het bezit van het nieuws kwam, zoodot het niet meer<br />

dienzelfden dag kon worden meegenomen. Dat in een<br />

dergelijk geval de redactie zonder eenig gewetensbezwaar<br />

haar eigen bericht in een volgende editie plaatst, ligt<br />

voor de hand^ Deze uitzondering bewijst, dat men voorzichtig<br />

moet zijn met het uiten van beschuldigingen in<br />

een bepaald geval. Het komt er dus op aan, dat in de<br />

Nederlandsche journalistiek begrippen van eer en fatsoen<br />

zoozeer gemeen goed worden, dat de goede trouw van een<br />

redactie, die bovenbedoelde ongunstige schijn tegen zich<br />

heeft, zonder meer mag worden aangenomen. Ik hoop dat<br />

onder Nederlandsche journalisten een zoo hoog besef van<br />

hun verantwoordelijke taak zal worden gewekt, dat men<br />

bereid is de regelen van de journalistieke eerecode uit<br />

eigen aandrift na te leven, ook al is de kans, op overtreding<br />

_ betrapt te worden, uitgesloten. Wij laten er als<br />

journalisten ons steeds op voorstaan, dat wij geestelijken<br />

arbeid van bijzonder gehalte verrichten. Noblesse oblige.<br />

M. R.<br />

(Vervolg van pag. 12)<br />

naderde, werd zij uitgebreid tot de<br />

politiek in het algemeen. Op het oogenblik<br />

mag niets zonder toestemming<br />

worden gepubliceerd en een vrije pers<br />

bestaat niet.<br />

In Indo-China is de pers theoretisch<br />

vrij, maar zij wordt in werkekelijkheid<br />

streng door de regeering<br />

gecontroleerd.<br />

Het leidende Annamietische bladm<br />

Saigon, Tin Diet, dat met toestemming<br />

der Franschen weer was begonnen<br />

te verschijnen, werd door de<br />

regeeïing verboden wegens het publiceeren<br />

van „kwaadwillige propaganda",<br />

n.a.v. een artikel waarin de<br />

door de Franschen ten doop gehouden<br />

„Republiek Cochin China" wordt<br />

vergeleken met „een soepketel op een<br />

zeer zwak onderstel". De directeur<br />

van het blad, Anna Se Troeng Gang,<br />

deelde aan een correspondent van As.<br />

Pr mede, dat het verbod afkwam na<br />

een bezoek van een Fransch autoriteit,<br />

die hem 48 uur gaf om zijn draai te<br />

nemen naar een pro-regeeringspolitiek.<br />

Bepaalde soorten nieuws worden<br />

niet gepubliceerd of op weinig opvallende<br />

plaatsen vermeld, volgens aanwijzingen<br />

der regeering, het nieuws<br />

betreffende den onafhankelijkheidsdag<br />

der Philippijnen werd niet opgenomen<br />

en evenmin werd melding gemaakt<br />

van Siams beroep op de UNO<br />

in verband met het geschil over de<br />

grens met Indo-China. Pro-Vietnambladen<br />

kunnen beneden den 16en<br />

breedtegraad alleen ondergronds werken<br />

en omgekeerd staat de Vietnamregeering<br />

die 't boven den 16en breedtegraad<br />

voor het zeggen heeft, geen<br />

algemeene circulatie van pro-Fransche<br />

bladen toe.<br />

In Indië<br />

Wat Ned. Oost-Indië betreft: een<br />

Nederlandsch woordvoerder ontkende<br />

het bestaan van een openlijke of geheime<br />

censuur op de Nederlandsche<br />

pers en verklaarde, dat de bladen<br />

vrijelijk tegen de regeering mochten<br />

schrijven. Hij gaf toe, dat „als gevolg<br />

van gebrek aan de noodige middelen".<br />

vele Nederlandsche bladen nog worden<br />

gefinancierd door de Nederlandsen-<br />

Indische regeering, maar zei de, dat al<br />

het mogelijke wordt gedaan om het<br />

krantenwezen tot een particuliere aangelegenheid<br />

te maken.<br />

Een Indonesisch woordvoerder ontkende<br />

eveneens het bestaan van een<br />

officieele censuur en hij wees er op,<br />

dat de republikeinsche voorlichtingsdienst"<br />

dikwijls onjuiste Indonesische<br />

persberichten zet, doch in een A.P.-<br />

bericht uit Batavia wordt gezegd:<br />

„Een zorgvuldige studie van het Indonesische<br />

pers- en radio-wezen, heeft<br />

aangetoond, dat op de republikeinsche<br />

„regeering" nooit critiek wordt uitgeoefend.<br />

Nieuwe Haarlemsche Crt. —<br />

4 September.<br />

Simon Koster<br />

Simon Koster van het Nederlandsche<br />

Aneta-persbureau is gekozen tot<br />

president van de „Foreign Press<br />

Association".<br />

A.N.P.-bericht.<br />

15


Departementale voorlichtingsdiensten moeten verdwijnen<br />

Over een rapport dat ons niet bereikte<br />

De op 6 Maart 1946, naar aanleiding<br />

van het Kamer-debat van Januari van<br />

dit jaar ingestelde adviescommissie<br />

overheidsbeleid in zake voorlichting, is<br />

tot de slotsom gekomen, dat de afzonderlijke<br />

voorlichtingsdiensten der<br />

departementen moeten verdwijnen.<br />

Slechts dient, zoo zegt de commissie<br />

in haar rapport, één voorlichtingsdienst<br />

over te blijven onder verantwoordelijkheid<br />

van den minister-president.<br />

Bij verschillende departementen<br />

heeft de commissie misstanden aangetroffen,<br />

welke een fel licht werpen<br />

op de wijze waarop men in de eerste<br />

maanden na de bevrijding met 'slands<br />

financiën, waar het ging om de voorlichting,<br />

heeft omgesprongen.<br />

In haar algemeene beschouwingen<br />

zet de commissie, die onder voorzitterschap<br />

stond van mr. S. J. van Heuven<br />

Goedhart, o.m. uiteen, dat aan voorlichting<br />

van overheidswege in normale<br />

omstandigheden een zeer veel geringere<br />

behoefte bestaat dan onder abnormale<br />

en dat onder zulke normale<br />

omstandigheden het ^propagandistisch"<br />

element der voorlichting achterwege<br />

kan en moet blijven.<br />

De commissie verwerpt de gedachte<br />

van een afzonderlijke politieke verantwoordelijkheid<br />

voor de voorlichting'.<br />

Het is haar overtuiging, dat geen minister<br />

zich zou kunnen neerleggen oij<br />

een regeling, waarbij hij zijn politieke<br />

aansprakelijkheid voor de van zijn departement<br />

uitgaande voorlichting afstand<br />

zou hebben te doen. Maar handhavende<br />

het beginsel, dat iedere minister<br />

jegens het parlement een eigen<br />

voorlichtingsaansprakelijkheid draagt,<br />

verwerpt de commissie de gedachte dat<br />

deze versplintering der politieke verantwoordelijkheid<br />

tevens zou moeten<br />

of mogen leiden tot versplintering der<br />

technische apparatuur. Integendeel —<br />

zij is tot de slotsom gekomen, dat de<br />

uitvoering der voorlichting zoo straf<br />

mogelijk in één apparaat moet worden<br />

geconcentreerd, en dat dit apparaat<br />

dient te ressorteren onder de verantwoordelijkheid<br />

van den minister-president.<br />

Wat de voorlichting in het buitenland<br />

aangaat, merkt de commissie nog,<br />

op: Indien niet overwegingen van<br />

noodzakelijke zuinigheid tot een andere<br />

conclusie dwongen, zou voorlichting<br />

in het buitenland door ons land<br />

gezien moeten worden als een belang,<br />

zoo primair, dat bij de behartiging<br />

daarvan niet in de eerste plaats op de<br />

er aan verbonden kosten zou moeten<br />

worden gelet.<br />

Niettemin wil de commissie met klem<br />

opkomen tegen zuinigheid die de wijsheid<br />

bedreigt. Het thans voor voorlichting<br />

in het buitenland beschikbare<br />

bedrag van rond twee millioen ligt beneden<br />

de maat van het minimaal<br />

noodzakelijke.<br />

Zij hoopt dat de regeering een zoodanige<br />

ontwikkeling van den nog jongen<br />

dienst der directe voorlichting<br />

RAAR MAAR WAAR.<br />

Het A.N.P. mocht blijkbaar<br />

inzage nemen van het<br />

rapport van de adviescommissie<br />

en het A.N.P. moest<br />

dan maar het uittreksel maken,<br />

dat —• o, wonderen der<br />

huidige „journalistiek" — de<br />

kranten, eensluidend uiteraard,<br />

mochten plaatsen. Van<br />

alle, derhalve vrijwel identieke,<br />

uittreksels nemen wij<br />

dan maar dat 'van „Trouw"<br />

en wij plaatsen daar een stuk<br />

commentaar van één der<br />

dagbladen bij, het dagblad<br />

welke hoofdredacteur tevens<br />

erevoorzitter van onze N.J.K.<br />

is. Wij bewonderen deze<br />

vorm van persbureau-journalistiek<br />

niet. Zouden gaarne<br />

zelve beoordelen wat van dit<br />

rapport, dat ons beroep en<br />

zijn uitoefening zobijzonder<br />

nauw raakt, van belang is<br />

om ter kennisneming van<br />

onze lezers te brengen. Maar<br />

de redactie van „De Journalist"<br />

heeft het rapport niet<br />

ontvangen. Raar maar waar.<br />

buitenland zal mogelijk maken als<br />

overeenkomst met het uitermate groote<br />

belang tot welks behartiging die dienst<br />

in het leven werd geroepen.<br />

Vervolgens gaat de commissie dieper<br />

in op de toestanden op het gebied<br />

van voorlichting zooals die bij verschillende<br />

departementen bestaan.<br />

Hierbij wordt met name gewezen op<br />

de afd. Voorlichting van het departement<br />

van Landbouw, die, aldus de<br />

commissie, een volkomen doublure is<br />

van den R.V.D. Zulks moet radicaal<br />

veranderen. Voorts wordt gewezen op<br />

het departement van Overzeesche Gebiedsdeelen.<br />

De commissie trof hier<br />

een situatie aan waarvan een der<br />

functionarissen van het departement<br />

ter commissie-vergadering erkende dat<br />

zij organisatorisch een „onding" was.<br />

De commissie voelde zich zeer bezwaard<br />

over den vreemden organisatorischen<br />

opzet van de voorlichting<br />

van dit departement.<br />

Andere diensten, waarover de commissie<br />

opmerkingen heeft gemaakt,<br />

zijn die van de Marine, van het dept.<br />

van Oorlog, O., K. en W. Zij acht het<br />

voorts aan ernstige bedenkingen onderhevig,<br />

dat een directoraat-generaal<br />

(bedoeld is het directoraat-generaal<br />

voor Bijzondere Rechtspleging) een<br />

eigen afdeeling voor publiciteit heeft.<br />

Naast het orgaan van één voorlichtingsdienst<br />

concludeert de commissie<br />

tot een contactorgaan met den R.V.D.<br />

bij elk departement.<br />

Dit contactorgaan mag, daargelaten<br />

de persconferenties, zelf alleen op<br />

aanvraag van individueele journalisten<br />

rechtstreeks voorlichting geven.<br />

De commissie is er van overtuigd,<br />

dat deze vereenvoudiging dringend<br />

noodzakelijk is. Niet allereerst uit bezuinigingsoogpunt,<br />

maar bovenal omdat<br />

het gevaar reeds zichtbaar aanwezig,<br />

is, dat een te veel aan overheidsvoorlichting<br />

tegenzin opwekt bij<br />

het publiek.<br />

Als bijlage is o.m. aan het rapport<br />

toegevoegd een kostenberekening voor<br />

voorlichtingsdoeleinden, waarbij een<br />

eindcijfer van 9 millioen gulden is<br />

gecalculeerd. De commissie meent, dat<br />

dit bedrag nog bij de werkelijkheid<br />

ten achter blijft.<br />

Een commentaar<br />

„Voorlichting faalde" zet de Nieuwe<br />

Courant ('s Gravenhage) boven een<br />

(artikel „van deskundige zijde" luidende:<br />

Het rapport van de „Adviescommissie<br />

Overheidsbeleid i. z. Voorlichting"<br />

(zie ons blad van Zaterdag j.1.) geeft<br />

ons aanleiding tot de volgende opmerkingen.<br />

Op critieke momenten in onze recente<br />

historie is de officieele voorlichting<br />

pijnlijk te kort geschoten.<br />

Het vertrek van de Regeering en<br />

vooral van de Koninklijke familie in<br />

Mei 1940 gaf reden tot ernstige verwarring.<br />

Door snelle en adequate<br />

voorlichting had deze kunnen worden<br />

voorkomen. Geïrriteerd door Duitsch<br />

gebral, ergerden velen zich aan de<br />

propaganda en het gemis aan<br />

feitelijk nieuws van Radio Oranje.<br />

Uit de vele dankbetuigingen na de bevrijding<br />

bleek dat velen de meer objectieve<br />

B.B.C, verkozen. Al moge het<br />

waar zijn, dat voor velen een krachtige<br />

anti-propaganda nuttig was, toch<br />

moet worden geconstateerd, dat Radio<br />

Oranje niet geheel heeft voldaan.<br />

Het brengen van „tegengif", onder<br />

de bevolking van Nederlandsch-Indië,<br />

was tegenover de geraffineerde Japansche<br />

propaganda een zaak van<br />

hoogste oorlogsprioriteit. Nog niet<br />

volledig vertrouwd met de democratische<br />

beginselen, nog meer uit gevoelsvoerwegingen<br />

reageerend dan de Westerling<br />

en kiemen voor een anti-<br />

Europeesche gezindheid bevattend,<br />

konden de volkeren van Indië, bij gebrek<br />

aan „tegengif", geen voldoenden<br />

weerstand bieden. Alle, ontegenzeglijk<br />

enorme, propaganda-technische moeilijkheden<br />

hadden moeten worden opgelost.<br />

Het welzijn der bevolking en<br />

het Rijksverband stonden op het spel.<br />

Dat de voorlichting over Indië in<br />

Nederland — en omgekeerd — faalde,<br />

behoeft in dit blad geen betoog. Zwijgen<br />

wij ook over de voorlichting over<br />

Indië in het buitenland.<br />

Voorlichting<br />

na de bevrijding.<br />

Tenslotte de voorlichting in Nederland<br />

na de bevrijding tot op heden.<br />

Vooral voorlichtings-vakmenschen realiseerden<br />

zich reeds tijdens de bezet-<br />

16


ting, dat een der eerste voorwaarden<br />

voor een spoedigen terugkeer van den<br />

rechtstaat was gelegen in de onmiddellijke<br />

beschikking over een soepel<br />

functionneerende voorlichtingsapparatuur.<br />

Reeds lang uit het evenwicht<br />

gebracht, werd het volk overstroomd<br />

door honderden nieuwe bepalingen en<br />

tallooze leuzen. Beduusd door de vele<br />

verschijnselen, nieuwsgierig naar alle<br />

bijzonderheden uit binnen- en buitenland,<br />

zocht het vooral hojuvast.<br />

Slechts een snelle en vrije vorming van<br />

een communis opinio kon hier baten.<br />

De meeste, vertrouwde persorganen,<br />

waarin men altijd steun had gevonden,<br />

waren echter verboden.<br />

De ex-illegale dagbladen, plotseling<br />

in een volkomen andere vorm en<br />

imet een geheel andere f unie tie,<br />

waren het publiek vreemd, (Terloops<br />

zij erop gewezen, dat het onjuist is,<br />

om van „illegale pers" te spreken. Het<br />

begrip „Pers" impliceert algemeene,<br />

snelle en regelmatige openbaarheid;<br />

een wisselwerking en daardoor een<br />

zeker evenwicht tusschen de bladen,<br />

welke tezamen „de pers" vormen).<br />

Bovendien hadden de meeste nieuwelingen<br />

te kampen met technische<br />

moeilijkheden, gebrek aan deskundige<br />

medewerkers en allen met papierschaarschte.<br />

Men moet het de Londensche Regeering<br />

wel zwaar aanrekenen, dat zij<br />

door een perswet, getuigende van<br />

wanbegrip t.a.v. de perstoestanden in<br />

Nederland en door onvoldoende bevoorrading<br />

met courantenpapier, een<br />

waarlijk vrije pers onmogelijk maakte.<br />

Temeer, omdat waardevolle adviezen<br />

door deskundigen uit bezet gebied,<br />

tijdig en herhaaldelijk aan Londen<br />

waren doorgegeven.<br />

Chaos op persgebied.<br />

De voorlichtingshonger was zoo<br />

groot, dat men alles las. Binnen<br />

enkele maanden steeg de totaal oplaag<br />

van alle dagbladen met ruim<br />

60 % boven het vooroorlogsche niveau.<br />

Er was een hausse in weekbladen.<br />

Thans zijn er ruim 2000 — twee duizend<br />

— (vakbladen e.d. inbegrepen),<br />

circa 350 streekblaadjes en ruim 100<br />

dagbladen. Tezamen verbruiken deze<br />

bladen echter nog geen fractie van<br />

hetgeen voor den oorlog werd benut.<br />

Niets had sneller, natuurlijker, objectiever,<br />

evenwichtiger en goedkooper<br />

de zoozeer gewenschte voorlichting<br />

kunnen geven dan een meer volledig<br />

hersteld perswezen.<br />

Weerhield vrees voor openbaarheid<br />

— dit democratisch correctief — het<br />

kabinet Schermerhorn?<br />

Inplaats van herstel der beide<br />

grondfouten kwam een verwarrend<br />

en irriteerend element den chaos nog<br />

vergrooten. Een stroom van overheidspiopaganda<br />

brak los.<br />

Waar begint propaganda?<br />

Het is schier ondoenlijk te bepalen<br />

waar v o o r 1 i c hj t i n g en propaganda<br />

begint. Want iedere publicatie,<br />

ja zelfs iedere daad, bevat<br />

zekere propagandistische elementen.<br />

Het is echter een feit, dat de Regeering<br />

te veel den propagandistischen<br />

kant is opgegaan. Over de misvatting<br />

een „politieke figuur" als „Regeermgseommissaris<br />

voor de Voorlichting"<br />

te benoemen, is de Commissie<br />

dan ook zeer duidelijk.<br />

Voorts zijn er bij de organisatie der<br />

Overheidsvoorlichting technische<br />

en o.i. ook tactische fouten gemaakt.<br />

Door een samenbundeling van<br />

ervaren deskundigen, werkzaam op<br />

de reeds bestaande departementale<br />

persdiensten, voordat deze, altijd min<br />

of meer „autonome", lichamen, hun<br />

persafdeelingen lieten uitgroeien, ware<br />

de thans bepleite „Unificatie" der<br />

voorlichting beter bereikt. Ook te dien<br />

aanzien is het te betreuren, dat aan<br />

tijdig uitgebrachte adviezen geen gehoor<br />

werd gegeven.<br />

Volledige centralisatie der<br />

Overheidsvoorlichting wordt echter<br />

door de Commissie niet voorgestaan.<br />

In het bijzonder t.a.v. de buitenlandsche<br />

voorlichting, maakt zij een uitzondering.<br />

Doch ook de persdiensten, verbonden<br />

aan de voornaamste departementen,<br />

zullen in de practijk niet zoo<br />

klein kunnen worden, als de Commissie<br />

zich dit voorstelt. Beperking is<br />

zeker mogelijk en gewenscht. Zoozeer<br />

i.j deze departementale voorlichting<br />

afhankelijk en verweven met den departementalen<br />

arbeid, dat een straffe<br />

inkrimping na de goede ervaringen,<br />

welke de pers bij bedoelde departementen<br />

heeft opgedaan, een ernstig<br />

verlies zou beteekenen.<br />

Veel meer slechte<br />

De Commissie werpt een duidelijk<br />

licht op enkele slecht georganiseerde<br />

voorlichtingsdiensten, waarvan er overigens<br />

veel meer zijn dan het rapport<br />

doet vermoeden. Na den oorlog ontstonden<br />

niet alleen bij de Overheid,<br />

doch ook bij semi-overheidsinstellingen<br />

en groote particuliere lichamen<br />

een ware woekering van persdiensten.<br />

Veelal verantwoord, doch in tal van<br />

gevallen een overbodige luxe. Soms<br />

zat ook de kennelijke bedoeling voor<br />

gratis publiciteit te maken ten koste<br />

van de uitgevers. Daar snelheid in de<br />

publiciteit bijna altijd voorop staat,<br />

beteekent de inschakeling van een<br />

„centrale voorlichtingsdienst" in de<br />

practijk steeds vertraging.<br />

Dit wat betreft de „informatieve"<br />

voorlichting (Perscommuniqué's, e.d.).<br />

T.a.v. meer „activeerende" voorlichting,<br />

zooals campagnes (bv. voor sparen,<br />

afval-inzameling), e.d.), te voeren<br />

met alle middelen der moderne<br />

publiciteit, waarbij snelheid meestal<br />

niet premair is, moet centralisatie, uit<br />

publiciteits-technische overwegingen,<br />

noodzakelijk worden geacht.<br />

De primaire plicht<br />

„De Overheid is belast met de handhaving<br />

van het staatsbestel en de uitvoering<br />

van zijn wet." Indien derhalve<br />

een overheidsinstantie de opdracht<br />

heeft een bepaalden maatregel<br />

uit te voeren, verkrijgt zij automatisch<br />

de taak, daaraan afdoende publiciteit<br />

te' geven. Zoodanig, dat de<br />

'meest mogelijke samenwerking van<br />

het publiek (of groep) wordt verkregen.<br />

Natuurlijk zal de pers, op grond<br />

van haar taak, alle verdere voorlichting,<br />

welke zij noodig oordeelt, geven.<br />

De primaire plicht berust echter<br />

bij de Overheid. In het bijzonder,<br />

wanneer het om zg. „activeerende"<br />

voorlichting gaat, zou het onjuist<br />

wezen, indien zij deze poogde te voeren<br />

op de beurs van particuliere ondernemers<br />

op voorlichtingsgebied.<br />

Want deze kunnen hun sociale functie<br />

slechts vervullen, omdat zij naast<br />

brengers van nieuws en voorlichting,<br />

tevens exploitanten zijn van reclamemedia;<br />

en alleen zodoende in<br />

staat zijn een goedkoope en daardoor<br />

voor iedereen bereikbare werkelijk<br />

openbare pers te maken.<br />

Oppervlakkige kennisname van het<br />

bedrag van ƒ9 millioen, dat per jaar<br />

aan de Overheidsvoorlichting wordt<br />

besteed, zal bij menigeen de vraag<br />

doen rijzen, of dit bedrag niet te hoog<br />

is. Gelet op de totale overheidsuitgaven<br />

kan een dergelijke som, mits<br />

doelmatig aangewend, stellig<br />

verantwoord zijn.<br />

Men bedenke slechts hoeveel er bespaard<br />

kan worden, indien het publiek<br />

tot volledige medewerking, bij<br />

de uitvoering van een bepaalden maatregel,<br />

is te brengen.<br />

Meer overtuiging<br />

Het ware te bereiken, dat men tal<br />

van zaken ging naleven uit overtuiging<br />

en minder op grond van dreigementen<br />

en verordeningen. Verschillende<br />

malen leest men in het rapport<br />

„de cost gaet voor den baet uyt". Inderdaad,<br />

doelmatig aangewende voorlichting<br />

is loonend. Het advies van de<br />

Commissie inzake verhooging van het<br />

budget voor buitenlandsche voorlichting<br />

verdient, in het licht van onze<br />

noodzakelijke herovering van buitenlandsche<br />

afzetgebieden en versteviging<br />

van onzen goodwill, in de<br />

wereld, alle aandacht.<br />

Ten onrechte heeft de PROPAGAN-<br />

DA-METHODE en zelfs voorlichting,<br />

een slechte reputatie. Men denkt hierbij<br />

steeds aan de Duitsche propaganda,<br />

doch JUIST het beste bewijs, dat<br />

op den duur alleen propaganda voor<br />

een goed „artikel" loonend is en deze<br />

METHODE zich zelf weet te corrigeeren,<br />

werd tijdens de bezetting geleverd.<br />

Dat voorlichting, en dit geldt ook<br />

voor reclame, zoo weinig waardeering<br />

heeft, is voor een groot deel het gevolg<br />

van teveel amateurisme.<br />

Vrij algemeen wordt b.v. door nietvakmenschen<br />

de fout gemaakt de<br />

voorlichting af te stemmen naar hetgeen<br />

men zelf, of een beperkte kennissenkring,<br />

als gewenschte publiciteit<br />

beschouwt. Bij „activeerende<br />

voorlichting" maakt men helaas te<br />

weinig gebruik van de, door besteding<br />

van millioenen guldens, verworven<br />

ervaring bij de commercieele publiciteit.<br />

De aanbeveling der Commissie een<br />

onderzoek te doen instellen naar het<br />

effect der voorlichting, zouden wij<br />

dan ook met klem willen ondersteunen.<br />

17


ALLERLEI<br />

De opbouw<br />

van den N.J.K. in zijn eerste<br />

en tweede phase<br />

Zaterdag 12 October kwam de<br />

Kringraad van den N.J.K. te Utrecht<br />

bijeen. Elke regionale groep was door<br />

twee leden vertegenwoordigd. Voorts<br />

waren er zes bestuursleden, waaronder<br />

alle leden van het Dagelijksch<br />

Bestuur. Het zaaltje in „Terminus"<br />

was geheel bezet.<br />

Een overzicht van den opbouw.<br />

In overeenstemming met art. 18 der<br />

Statuten werd de vergadering gepresideerd<br />

door den Kringvoorzitter. Te<br />

half een opende coll. Rooy de vergadering<br />

er» sprak hij een inleidend<br />

woord, waarin hij, na het welkom tot<br />

de leden van den Kringraad, een overzicht<br />

gaf van den opbouw van onze<br />

organisatie. Die opbouw verkeert nog<br />

steeds in zijn eerste phase, maar onderwijl<br />

hebben we ook resultaten bereikt,<br />

die tot de tweede phase kunnen<br />

worden gerekend. Zoo bijvoorbeeld de<br />

verschijning van „De Journalist". We<br />

kunnen, aldus spr., de redactie van<br />

ons orgaan niet dan erkentelijk zijn<br />

voor het werk, dat zij geleverd heeft,<br />

maar zal het goed zijn dan zal er nog<br />

meer medewerking van de zijde van<br />

de leden moeten komen. Hoe meer<br />

stemmen uit de journalistiek hoe<br />

beter! Als tweede verschijnsel, dat de<br />

N.J.K. de tweede phase van haar opbouw<br />

is ingetreden, wijst spreker op<br />

het feit, dat a.s. Dinsdag (15 Oct.)<br />

in Den Haag de eerste vergadering zal<br />

gehouden worden van de Contact-<br />

Commissie, waarin de N.J.K. en de<br />

K.N.J.K. de vertegenwoordigers van<br />

„De Nederlandsche Dagbladpers" ontmoeten,<br />

om gezamenlijk de belangen<br />

van de journalisten en de journalistiek<br />

te bespreken. Hier onder vindt<br />

men een communiqué over deze besprekingen).<br />

Terugkomende op de eerste, nog<br />

niet beëindigde phase van den opbouw<br />

der organisatie, ging spreker na de<br />

moeilijkheden, waarvoor het bestuur<br />

stond. Allereerst moest het Secretariaat<br />

op gang komen. Coll. v. d. Bergh<br />

heeft op verzoek van den Kringraad<br />

de waarneming van het Secretariaat<br />

op zich genomen, daarbij geassisteerd<br />

door den administrateur, coll. A. P.<br />

Bongers. Al hebben beiden zich naar<br />

vermogen aan deze zaak gegeven en<br />

al maken beiden aanspraak op onzen<br />

dank, zij zijn de eerste om te zeggen,<br />

dat het nog lang niet vlot genoeg<br />

ging. Niet van alle groepsfunctionarissen<br />

werd genoegzame medewerking<br />

ondervonden en niet alle leden waren<br />

actief in het verstrekken van de<br />

noodige gegevens. Ook door de verkiezingen<br />

en de vacanties ondervond<br />

het Kringwerk stagnatie. Spreker doet<br />

een dringend beroep op een vlotte<br />

18<br />

OFFICIEELS<br />

medewerking van alle groepsbesturen<br />

en van alle leden, anders blijft de<br />

organisatie in de periode van de kinderziekten.<br />

Een andere moeilijkheid<br />

was, dat eerst de Katholieke Journalisten-organisatie<br />

op gang moest<br />

komen, vóór dat de plannen tot het<br />

stichten van een federatief verband<br />

uitgewerkt konden worden. Eerst begin<br />

September konden de besprekingen<br />

daarover beginnen. Blijkens het<br />

concept Federatie-reglement zullen de<br />

Journalisten-Kringen, ook regionaal,<br />

nu in het werk naar buiten terugtreden<br />

en zal het openbaar optreden van<br />

den N.J.K. en den K.N.J.K. grootendeels<br />

via de Federatie van Nederlandsche<br />

Journalisten geschieden.<br />

Wat ons nu te doen staat.<br />

We bieden nu, aldus spreker, een<br />

statutenwijziging aan, waarmede tegemoetgekomen<br />

wordt aan de wenschen<br />

van de Algemeene Vergadering van<br />

27 April j.1. en aan de noodige voorzieningen<br />

ten aanzien van de op te<br />

richten Federatie. Voorts komen nu<br />

in bespreking concepten van een Algemeen<br />

Huishoudelijk Reglement, van<br />

een afdeelingsreglement, bedoeld als<br />

leidraad, en van de sectie hoofdredacteuren,<br />

die spoedig aan den gang<br />

moet gaan. In voorbereiding is de<br />

stichting van een sectie van Prot. Chr.<br />

journalisten. Zeer gaarne zal het bestuur<br />

deze oprichting bij de Algemeene<br />

Vergadering bevorderen. Het is<br />

de bedoeling van de leden van deze<br />

sectie en daartoe zal ook alle gelegenheid<br />

zijn, binnen het Kringverband<br />

hun geestelijke belangen in vrijheid<br />

te behartigen. De Kring telt nu 690<br />

leden. Het maximum is nog lang niet<br />

bereikt. Het contributie-bedrag mag<br />

geen bezwaar zijn. Vóór den oorlog<br />

was de contributie lager. Maar de<br />

vooroorlogsche organisatie past niet<br />

op dezen tijd. Het werk moet op een<br />

andere basis geschieden, waardoor<br />

betere resultaten kunnen worden bereikt.<br />

Als de collega's met betere salarissen<br />

bezwaren tegen de contributie<br />

hebben, dan zou spr. dit een droef<br />

verschijnsel achten. Spreker dringt er<br />

bij de groepsbesturen op aan, na te<br />

gaan, welke journalisten in hun rayon<br />

nog voor den N.J.K. gewonnen kunnen<br />

worden. Er zijn in het Kringleven<br />

plaatselijk hier en daar nog eenige<br />

moeilijkheden. In zijn openingsrede op<br />

de Algemeene Vergadering van 27<br />

April j.1. heeft spreker daarop uitvoerig<br />

gewezen. Er zijn nog resten van<br />

de wrijving tusschen de oude en de<br />

nieuwe pers. Ziende op het groot doel<br />

van onze organisatie moeten in ons<br />

Kringleven zulke bezwaren geheel<br />

overwonnen kunnen worden. Er zijn<br />

aïdeelingen, die de moeilijkheden nog<br />

niet vermogen op te lossen. Spreker<br />

geeft in dit verband den raad: als er<br />

in de hitte van den strijd dingen zijn<br />

gezegd, die krenkend of onjuist waren,<br />

neemt zulke woorden dan terug. Voor<br />

een woord van verontschuldiging moet<br />

niemand zich te hoog achten. Komt<br />

een stapje tot elkaar en steekt de<br />

hand uit!<br />

Algemeene Beschouwing-en.<br />

Na deze openingsrede traden enkele<br />

leden in algemeene beschouwingen.<br />

Ten aanzien van een eventueele salaris-noodregeling<br />

werd er op aangedrongen,<br />

ook de jongeren, die betrekkelijk<br />

kort in het vak zijn, daarin te<br />

doen deelen. Geantwoord werd, dat dit<br />

de zaak moeilijker maakt en stagnatie<br />

in de totstandkoming van de C.A.O.<br />

zou kunnen veroorzaken. Voor oude<br />

journalisten kan een noodregeling bestaan<br />

in een toeslag op het salaris<br />

van 1940. Voor de nieuwe journalisten<br />

zou bij een noodregeling al direct een<br />

minimum-salaris moeten worden voorgesteld.<br />

Dit is dus een vooruitgrijpen<br />

op de C.A.O. De voorzitter belooft<br />

echter de zaak in de Contact-Commissie<br />

ter sprake te zullen brengen. De<br />

opmerking werd >voorts gemaakt, dat<br />

bij de Inkomstenbelasting de Kringcontributie<br />

kan worden afgetrokken.<br />

Voorziening in het Secretariaat.<br />

Omtrent de voorziening in het secretariaat<br />

deelt de voorzitter mede, dat<br />

van een benoeming van een eigen bezoldigd<br />

secretaris kan worden afgezien,<br />

omdat de Federatie-raad een bezoldigd<br />

secretaris zal aanstellen, die in<br />

onderling overleg benoemd zal worden.<br />

Op het secretariaat van de Federatie<br />

zullen alle administratieve werkzaamheden<br />

voor beide Kringen, zoowel de<br />

ledenstaat en de contributie-inning als<br />

de administratie van „De Journalist"<br />

Onze algemeene<br />

vergadering<br />

De Algemeene Vergadering<br />

van den Nederlandschen<br />

Journalisten-Kring zal gehouden<br />

worden Zaterdag 23<br />

November, des namiddags<br />

te half een, in een zaal van<br />

„Tivoli" te Utrecht (Kruisstraat).<br />

De Beschrijvingsbrief met<br />

bijbehoorende stukken wordt<br />

eind van deze maand aan<br />

de leden toegezonden. Wie<br />

deze zending op 5 November<br />

nog niet in zijn bezit<br />

heeft, geve daarvan onverwijld<br />

kennis aan het Secretariaat.<br />

Het Kringbestuur verwacht,<br />

dat de Afdeelingsbesturen<br />

den Beschrijvingsbrief<br />

ten spoedigste met<br />

hun leden zullen behandelen.<br />

Eventueele voorstellen,<br />

amendementen en candidaturen<br />

in te zenden vóór 15<br />

November. Zaterdag 16 November<br />

komt het Kringbestuur<br />

in vergadering bijeen.<br />

Alle stukken te adresseeren:<br />

Secretariaat Ned. Journar<br />

listen-Kring, N.Z. Kolk 28,<br />

Amsterdam-C.


en „De Katholieke Journalist" verricht<br />

kunnen worden. Beide organisaties<br />

kunnen nu volstaan met een honorair<br />

secretaris.<br />

Groote eenstemmigheid.<br />

Daarop kwam de reglementenbundel<br />

in behandeling. Dit ging zeer vlot<br />

in zijn werk. Enkele amendementen<br />

werden overgenomen en eenige verbeteringen<br />

werden aangebracht. Op<br />

geen enkel punt ontstond een zware<br />

discussie. Er behoefde geen enkelen<br />

keer gestemd te worden. Dus het feit,<br />

dat op een vergadering van den<br />

Kringraad alleen de leden van dien<br />

raad stemrecht hebben en de bestuursleden<br />

van den N.J.K. slechts een adviseerende<br />

stem, kon nog niet gedemonstreerd<br />

worden. Er was zulk een<br />

groote eenstemmigheid tusschen Bestuur<br />

en Kringraad, dat de artikelsgewijze<br />

behandeling van de vijf concepten<br />

in een snel tempo verliep.<br />

Uit de behandeling stippen we aan,<br />

dat in art. 6 van de Statuten de gevallen<br />

van ontheffing voor 1946 en<br />

1947 soepeler geredigeerd werden dan<br />

in het concept was aangegeven. Het<br />

Reglement voor de Federatie werd<br />

gepromoveerd tot statuten. In het artikel<br />

over het Federatie-bureau werd<br />

bepaald, dat de secretaris door den<br />

Federatie-raad wordt benoemd en ontslagen<br />

en dat zijn bezoldiging, rechtspositie<br />

en instructie door dezen raad<br />

zal worden geregeld.<br />

De Contributie-regeling.<br />

In het artikel over de contributie<br />

(Algem. Huish. Regl art. 54) werden<br />

eenige wijzigingen aangebracht. Niet<br />

om aan te sturen op een lagere contributie.<br />

Integendeel: niemand voerde<br />

het pleit voor minder contributie. Wel<br />

gingen er stemmen uit de vergadering<br />

op om er bij het bestuur op aan te<br />

dringen in eventueele voorstellen tot<br />

contributie-verlaging niet te treden.<br />

Als de Kring wat presteeren wil, moet<br />

niet op de contributie worden afgedongen.<br />

De wijzigingen in het contributie-artikel<br />

hadden enkel tot doel<br />

het progressief karakter van de contributieheffing<br />

nog sterker tot uiting<br />

te brengen en het mogelijk te maken<br />

dat zonder reglementswijziging de contributie<br />

verlaagd of verhoogd kan<br />

worden. De progressie werd aldus ontworpen:<br />

|% voor inkomens tot en met<br />

ƒ3000.—; 1% voor inkomens van<br />

ƒ 3001.— tot en met ƒ 5000.—; 1| %<br />

voor inkomens van ƒ5001.— tot en<br />

met ƒ 7000 —; 1J% voor inkomens van<br />

ƒ7001.— tot en met ƒ9000.— en 1|%<br />

voor inkomens boven ƒ9001.—. De<br />

mogelijkheid tot verlaging of verhooging<br />

der contributie wordt gevonden<br />

door elk jaar op een Algemeene Vergadering<br />

de vermenigvuldigingsfactor<br />

te doen vaststellen. Voor de weerstandskas<br />

zullen geen speciale bijdragen<br />

worden geheven. Uit de Kringkas<br />

wordt 10% van de inkomsten voor<br />

de Weerstandskas bestemd. Het komt<br />

er dus op neer, dat met ingang van<br />

1947 alle Kringkosten uit de Kringcontributie<br />

bestreden worden, dus ook<br />

de kosten van de groepen (afdeelingen),<br />

van de secties, van het orgaan<br />

en van de Weerstandskas.<br />

De regionale indeeling.<br />

Na de behandeling van de reglementen<br />

kwam nog de indeeling in<br />

regionale groepen ter sprake, welke<br />

in de gewijzigde statuten afdeelingen<br />

zullen heeten. Met name wat Drenthe<br />

betreft is er onzekerheid, wat bij<br />

„Groningen" en wat bij „Oostelijke<br />

Pers" hoort. Van de zijde van „Oostelijke<br />

Pers" zal een nadere regeling<br />

worden voorgesteld.<br />

Op 23 November Algemeene<br />

Vergadering.<br />

Bij de rondvraag werd voorgesteld<br />

den datum van de Algemeene Vergadering<br />

nog wat te verschuiven, opdat<br />

de leden de stukken thuis kunnen<br />

hebben vóór de groepen vergaderen.<br />

De Algemeene Vergadering wordt nu<br />

gesteld op Zaterdag 23 November.<br />

Getracht zal worden de stukken voor<br />

2 November aan de leden te doen toekomen.<br />

Nadat bij de rondvraag nog verschillende<br />

vakbelangen en persaangelegenheden<br />

waren besproken, werd<br />

deze zoo wel geslaagde vergadering<br />

van den Kringraad precies te 4 uur<br />

door den Voorzitter gesloten.<br />

De stukken vóór 16 November naar<br />

het Secretariaat.<br />

Daarop hield het Bestuur nog een<br />

korte vergadering, waarin weer een<br />

klein vijftigtal candidaat-leden tot<br />

het lidmaatschap van den Kring<br />

werd toegelaten. • Het Bestuur komt<br />

16 November weer in vergadering bijeen.<br />

Alle stukken voor de Algemeene<br />

Vergadering, voorstellen, amendementen<br />

en vraagstukken, moeten dus het<br />

Secretariaat van den Kring voor 16<br />

November bereikt hebben.<br />

Vergadering van de<br />

contactcommissie van<br />

N.D.P., N.J.K. en K.N.J.K.<br />

Parlementaire<br />

Perstribune<br />

Tot voorzitter van de parlementaire<br />

journalisten is gekozen<br />

dr. E. van Raalte, v. Dorpstraat<br />

22, Scheveningen, telef.<br />

554000.<br />

In geval collega's, welke niet<br />

tot de parlementaire journalisten<br />

behooren, met het oog op<br />

hun werk, gedurende eenbijeenkomst<br />

van een der Kamers, toegang<br />

tot de Kamer zouden willen<br />

hebben, gelieven zij zich,<br />

indien eenigszins mogelijk, te<br />

voren met den voorzitter van de<br />

parlementaire journalisten in<br />

verbinding te stellen, aangezien<br />

alle zitplaatsen op de perstribune<br />

bezet zijn, zoodat reeds uit dien<br />

hoofde verleening van gastvrijheid,<br />

hoe gaarne die ook in<br />

acht genomen zou worden,<br />

moeilijkheden met zich mee kan<br />

brengen. Uit den aard der zaak<br />

is echter de bereidheid ten volle<br />

aanwezig dan toch te willen<br />

bevorderen en daaraan mede te<br />

werken, dat collega's, die in verband<br />

met hun arbeid daaraan<br />

behoefte mochten hebben, in<br />

staat worden gesteld een vergadering<br />

van de Kamer bij te<br />

wonen.<br />

Den 15den October 1.1. werd te<br />

's-Gravenhage gehouden de eerste<br />

vergadering der door de Vereeniging<br />

„De Nederlandsche Dagbladpers 1945",<br />

den N.J.K. en den K.N.J.K. gestichte<br />

Contact-commissie.<br />

De N.D.P. is in deze commissie vertegenwoordigd<br />

door de heeren J. v. d.<br />

Kieft, J. Kuypers, W. v. Norden en<br />

Mr. Veenhoven; de N.J.K. door de<br />

heeren Mr. M. Rooy en J. J. F. v. d.<br />

Bergh, de K.N.J.K. door de heeren L.<br />

Hanekroot en A. L. G. M. v. Oorschot,<br />

terwijl Mr. C. A. Steketee als secretaris<br />

optrad.<br />

Op deze eerste verga/iering werd<br />

Mr. Veenhoven vervangen door het<br />

plaatsvervangend lid der N.D.P. delegatie,<br />

den heer N. v. d. Drift.<br />

Op voorstel van Mr. M. Rooy werd<br />

met algemeene stemmen besloten, dat<br />

het voorzitterschap der commissie<br />

jaarlijks bij afwisseling zal worden<br />

waargenomen door den voorzitter van<br />

de N.D.P. 1945 en den voorzitter der<br />

door den N.J.K. en K.N.J.K. te stichten<br />

Federatie, met dien verstande, dat<br />

de voorzitter der N.D.P. 1945 zich het<br />

eerste jaar met het voorzitterschap zal<br />

belasten. De heer v. d. Kieft aanvaardde<br />

het voorzitterschap voor het<br />

eerste jaar.<br />

Representatie-commissie.<br />

Besloten werd tot instelling van een<br />

representatie-commissie voor zaken de<br />

representatie betreffende, in welke<br />

commissie zitting krijgen de heer W.<br />

v. Norden N.D.P. 1945, de secretaris<br />

der N.D.P. 1945, een door het N.J.K.-<br />

of K.N.J.K.-bestuur aan te wijzen lid<br />

en den te benoemen secretaris der Federatie<br />

van Ned. Journalisten (in afwachting<br />

van diens benoeming zal hij<br />

door den N.J.K.-secretaris worden vervangen)<br />

.<br />

Legitimatiekaart.<br />

Hierna zijn besprekingen gevoerd<br />

over de invoering van een model-legitimatiekaart<br />

voor journalisten, welke<br />

kaart zal moeten zijn voorzien van<br />

een foto van den betrokkene en gewaarmerkt<br />

zal moeten zijn door diens<br />

werkgever en door het bestuur der in<br />

oprichting zijnde Federatie van Ned.<br />

Journalisten. Besprekingen ter zake<br />

zullen worden gevoerd met den Directeur-Generaal<br />

der Rijkspolitie, — mede<br />

ook over de intercommunale regelmg<br />

der perspenningen, welke voor speciale<br />

doeleinden worden uitgegeven in de<br />

plaatsen, waar een hoofdcommissaris<br />

van politie is.<br />

Het ligt in de bedoeling om bij invoering<br />

van een uniforme-legitimatiekaart<br />

alle thans in omloop zijnde perskaarten<br />

te doen vervallen.<br />

Salarissen-journalisten.<br />

Overeenstemming wordt bereikt over<br />

het in het leven roepen van een salariscommissie,<br />

waarin zitting zullen<br />

hebben 5 leden, benoemd door het<br />

19


N.D.P.1945-bestuur, en 4 leden, benoemd<br />

door het bestuur der in oprichting<br />

zijnde Federatie van Journalisten.<br />

Deze commissie heeft tot taak het<br />

ontwerpen van een concept-C.A.O. voor<br />

journalisten.<br />

Op verzoek van de vertegenwoordigers<br />

van de journalisten-organisaties<br />

zal deze commissie op korten termijn<br />

een noodrekening 1945 samenstellen<br />

voor die gevallen, waarin het salaris<br />

van den journalist, werkzaam in dezelfde<br />

functie als vóór 1940 sindsdien<br />

geen enkele salarisberhooging is toegekend.<br />

Uitgesproken werd, dat de<br />

Commissie zich tot doel moet stellen<br />

allereerst te geraken tot vaststelling<br />

van eenige algemeene richtlijnen,<br />

ondr meer deze, dat een vrhooging van<br />

het salarispil van 10 Mei 1940 met<br />

25% niets onredelijk moet worden geacht.<br />

Uitgaande van deze richtlijnen<br />

zal de commissie in ieder haar voorgelegd<br />

geval afzonderlijk een concret<br />

adveies, dat overigens uw partijen<br />

niet bindend zal zijn, hebben<br />

te geven. In dit verband werd uitgesproken,<br />

dat een verhooging van het<br />

salarispeil van 10 Mei 1940 met 25 pet.<br />

niet onredelijk moet worden geacht.<br />

Besloten werd dat zij, de meenen onder<br />

zulk een „noodregeling-1945" te<br />

vallen, zich met een schriftelijk gemotiveerd<br />

verzoek kunnen wenden tot<br />

het secretariaat van de in oprichting<br />

zijnde Federatie van Nederlandsche<br />

Journalisten, Bureau N.J.K., N.Z.<br />

Kolk 28, Amsterdam-C.<br />

Ontslag Journalisten.<br />

De Contact-Commissie besloot voorts<br />

besprekingen te openen om te komen<br />

tot een meer practische regeling inzake<br />

het geven van advies door de organisaties<br />

van werkgevers en werknemers<br />

aan de Gewestelijke Arbeidsbureaux,<br />

betreffende bij die bureaux aangevraagd<br />

ontslag van journalisten.<br />

Persconferenties.<br />

In verband met het zich steeds verder<br />

uitbreidend euvel der persconferenties<br />

besloot de Contact-commissie<br />

in het leven te roepen een Persconferentie-commissie,<br />

welker taak zal zijn<br />

advies uit te brengen inzake het al pf<br />

niet gevolg geven aan uitnoodigingen<br />

voor persconferenties, welke niet een<br />

louter plaatselijk karakter hebben. Het<br />

adres dezer Persconferentie-commissie<br />

werd gevestigd bij het secretariaat deiin<br />

oprichting zijnde Federatie van<br />

Ned. Journalisten, N.Z. Kolk 28, Amsterdam-C.<br />

Wanneer het persconferenties<br />

betreft, die een zuiver plaatselijk<br />

karakter hebben, bepale men in onderling<br />

overleg ter plaatse het standpunt,<br />

dat de pers in ieder incidenteel geval<br />

heeft in te nemen, zij het ook aan<br />

de hand van algemeene richtlijnen,<br />

welke de Persconferentie-commissie zal<br />

samenstellen en die vooral het verleenen<br />

van gratis-publiciteit voor reclame<br />

zullen moeten tegengaan. Wanneer<br />

echter twijfel rijst of het plaatselijk<br />

karakter niet wordt overschreden, verwijze<br />

men den aanvrager naar. het<br />

secretariaat der Persconferentie-commissie.<br />

Kennemer<br />

Arnhemsche Persvereniging<br />

Journalisten-vereeniging<br />

Dezer dagen is, naar het Vrije Volk<br />

In de vergadering van de Kennemer<br />

Journalistenvereeniging is besloricht<br />

de Arnhemsche Persvereeniging,<br />

(en De Journalist niet) vernam, opgeten<br />

een definitief bestuur te benoemen. waarbij zich alle te Arnhem werkende<br />

Gekozen werden Mevrouw Blaauw—De l journalisten van de plaatselijke dag-<br />

Ridder, J. H. Bartman, S. Baarda, D. 1 bladen heben aangesloten. Doel is de<br />

Koning en A. Overmeer. De ledenver­'gadering benoemde coll. Bartman tot j. belangen en het inschakelen van de<br />

behartiging van gemeenschappelijke<br />

voorzitter. De overige functies zijn als 5 pers, daar waar dit voor een vlotte<br />

volgt verdeeld: A. Overmeer, secretaris<br />

(Schoterweg 192 te Haarlem); D. moet worden. Men heeft hier in het<br />

gang van zaken gewenscht geacht<br />

Koning, penningmeester; S. Baarda, bijzonder gedacht aan het voorkomen<br />

tweede voorzitter en Mevrouw Blaauw-'<br />

van incidenten, zooals die zich ook<br />

De Ridder, tweede secretaresse-penningmeesteressededen.<br />

bij de jongste gebeurtenissen voor­<br />

Tot leden van den kringraad werden L Het bestuur werd als volgt samengesteld:,<br />

de heeren R. Kroes, voor­<br />

aangewezen Mevrouw Blaauw-De Ridder<br />

en A. Overmeer en tot plaatsvervangende<br />

leden S. Baarda en J. H. Faber, penningmeester. Secretariaat:<br />

zitter; K. J. Douma, secretaris; M. J.<br />

Bartman.<br />

Burgemeestersplein 6.<br />

Het vraagstuk van de vakopleiding<br />

Van het eerste oogenblik van zijn<br />

wederoptreden heeft de Kring zich ten<br />

doel gesteld een behoorlijke vakopleiding<br />

tot stand te brengen. Zooals met<br />

zoovele andere aangelegenheden het<br />

geval was, bleek oo kte dezen aanzien<br />

de noodzaak om de vorming van de<br />

Federatie van Nederlandsche Journalisten<br />

af te wachten, alvorens op dit<br />

terrein stappen te ondernemen. Dit is<br />

dan ook de reden, dat het Kringbestuur<br />

er van heeft afgezien om de door<br />

den Kringraad benoemde commissie<br />

voor de vakopleiding bijeen te roepen.<br />

Daarenboven was van den aanvang af<br />

voorzien, dat de totstandkoming van<br />

een vakopleiding overleg met de dagbladdirecteuren<br />

zou vereischen. Niet<br />

alleen immers de journalistenstand<br />

zelf, doch ook de dagbladondernemingen<br />

zijn er ten zeerste bij gebaat, dat<br />

net beroep door vakbekwame journalisten<br />

wordt uitgeoefend. In het kader<br />

van de samenwerking tusschen bedrijfsgenooten,<br />

welke thans algemeen<br />

als een eisch des tijds wordt beschouwd,<br />

past het dus, dat het belangrijke<br />

probleem van de vakopleiding in<br />

onderling overleg tot oplossing wordt<br />

gebracht. Bovendien zal de opleiding<br />

voor een belangrijk gedeelte in het<br />

dagbladbedrijf moeten geschieden,<br />

waarvoor uitteraard de volle medewerking<br />

van de directeuren vereischt is.<br />

We zwijgen nog maar van de kosten,<br />

welke een opleiding zal meebrengen en<br />

die zeker niet alleen door de journalistenvereenigingen<br />

kunnen, noch behoeven<br />

te worden gedragen.<br />

In de eerste vergadering van de contactcommissie,<br />

gevormd door vertegenwoordigers<br />

van de Dagbladpers en van<br />

de samenwerkende journalistenorganisaties,<br />

bleek een gemeenschappelijke<br />

overtuiging te bestaan, dat het vraagstuk<br />

gezamenlijk moet worden aangepakt.<br />

Als de meest urgente voorziening<br />

voor de journalistiek dient op dit<br />

oogenblik echter de regeling van de<br />

sociaal-economische positie van den<br />

journalist aan de orde te worden gesteld.<br />

Zoodra deze regeling haar beslag<br />

heeft gekregen, zal onzerzijds de kwes-<br />

tie van de vakopleiding op het tapijt<br />

worden gebracht. We loopen hierop<br />

thans niet vooruit. Inmiddels mag<br />

echter op dit gebied geen toestand<br />

groeien, welke voor het perswezen • onaanvaardbaar<br />

zou blijken. Dit gevaar<br />

dreigt inderdaad, doordat verschillende<br />

onderwijsinstanties zich ook met de<br />

opleiding voor de journalistiek in eenigerlei<br />

vorm gaan bezig houden.<br />

We denken hierbij niet in de eerste<br />

plaats aan de schriftelijke cursussen,<br />

welke door allerlei instituten, al dan<br />

niet met medewerking van journalisten,<br />

worden aangeboden. Naar ons is<br />

gebleken, meenen tal van gegadigden,<br />

dat zij door het volgen van een dergelijken<br />

cursus een volwaardige opleiding<br />

ontvangen, welke de deuren der<br />

dagbladen voor hen zou openen. Daargelaten<br />

dat het programma van dergelijke<br />

schriftelijke cursussen zonder<br />

overleg met de organisaties van het<br />

perswezen zijn opgesteld en onderling<br />

ook zeer groote verschillen vertoonen,<br />

is het duidelijk dat het „schrijvende"<br />

vak niet „schriftelijk" kan worden geleerd,<br />

doch dat een practische opleiding,<br />

naast de verwerving van theoretische<br />

kennis, onmisbaar is. De journalisten,<br />

die hun naam aan dergelijke instituten<br />

hebben verbonden, mogen<br />

daarom voor zichzelf overwegen, of het<br />

niet beter is hun belangstelling voor<br />

de journalistieke opleiding te richten<br />

op de plannen, welke de Federatie en<br />

de N.D.P. gezamenlijk zullen ontwerpen<br />

en tot uitvoering zullen brengen.<br />

Bij het opstellen van deze plannen<br />

zal ongetwijfeld in overweging worden<br />

genomen, de medewerking in te roepen<br />

van instellingen van hooger onderwijs<br />

en van algemeen erkende onderwijsinstituten.<br />

Voorzoover deze zich met de<br />

opleiding voor de journalistiek willen<br />

inlaten, zullen deze zich bij den opzet<br />

en den inhoud van hun leerprogramma's<br />

dienen te richten naar de eischen,<br />

welke het georganiseerde dagbladbedrijf<br />

zal meenen te moeten stellen.<br />

Daarom heeft de contactcommissie besloten,<br />

zich te wenden tot de senaten<br />

van universiteiten en hoogescholen, alsmede<br />

tot de besturen van bovenbe-<br />

20


PERSZUIVERING<br />

Perszuivering. Ik ben er mij van bewust,<br />

dat ik dit woord neerschrijvende<br />

boven een artikeltje voor „De Journalist"<br />

een uiterst gevaarlijk terrein<br />

heb betreden. Want men behoeft 't<br />

mij, die als waarnemend secretaris<br />

van den Kring in de gelegenheid ben<br />

geweest om kennis te nemen van de<br />

meeningen in den Kring (die secretariaatswaarneming,<br />

daar ben ik ingekropen,<br />

dat vergeef ik Schraver<br />

nooit! — maar dat is een andere<br />

kwestie!), men behoeft mij niets te<br />

vertellen, dat er over de kwestie der<br />

perszuivering in onzen kring verschillend<br />

gedacht wordt! Er zijn..., neen,<br />

ik ga niet verder op dit pad. Ik ben er<br />

mij maar al te zeer van bewust, hoe<br />

noodig het is, dat wij als journalisten<br />

bij elkaar blijven, dan dat ik... een<br />

knuppel in het hoenderhok zou werpen<br />

en de eenheid van en in den<br />

Kring, die wij aan het voorzichtig en<br />

vooruitziend beleid van het voorloopig<br />

comité te danken hebben (ik kan dit<br />

gerust schrijven, omdat ik zelf buiten<br />

dat comité stond) bij de heroprichting<br />

van den Kring verkregen hebben,<br />

in gevaar zou willen brengen.<br />

Maar ik meen toch te mogen constateren,<br />

dat de gang van zaken bij<br />

de perszuivering ons geen van allen<br />

geheel heeft bevredigd. En er zijn in<br />

het jongste verleden oogenblikken geweest,<br />

waarop onmiskenbare beroeringen<br />

in den journalistieken eendenvijver<br />

zijn ontstaan.<br />

Natuurlijk hebben deze ook hun<br />

weerslag gevonden in het bestuur van<br />

den Kring, dat — wat men er ook<br />

van zou willen zeggen (de alg. vergadering<br />

van 23 Nov. a.s. zal daarvoor<br />

alle gelegenheid bieden!) — er toch<br />

niets van beschuldigd kan worden, dat<br />

het ten aanzien van deze kwestie<br />

eenzijdig zou zijn georiënteerd.<br />

Nu zij er hier eerst aan herinnerd,<br />

dat het bestuur in de stichtingsvergadering<br />

van den Kring in „Krasnapolsky"<br />

te Amsterdam, opdracht heeft<br />

gekregen om bij de Regeering stappen<br />

te doen ' inzake den tragen gang<br />

bij de perszuivering en inzake ongewenschte<br />

gevolgen van de per^guiveringsprocedure.<br />

Aan het eerste gedeelte<br />

van dezen opdracht heeft het bedoelde<br />

onderwijsinstituten, met het<br />

verzoek te worden erkend bij het ontwerpen<br />

van programma's, welke de<br />

journalistiek betreffen.<br />

In dit verband moge nog melding<br />

worden gemaakt van het aanbod, dat<br />

het Genootschap voor Internationale<br />

Zaken te 's-Gravenhage onlangs aan<br />

de pers heeft gedaan. Dit Genootschap,<br />

dat zich ten doel stelt belangstelling<br />

bij het Nederlandsche volk te wekken<br />

voor de internationale politiek, stelt<br />

zich voor, cursussen te organiseeren<br />

voor bepaalde groepen, zooals vakvereenigingsleiders,<br />

journalisten, e.a.,<br />

waartoe het Genootschap deskundige<br />

sprekers heeft uitgenoodigd. Dit aanbod,<br />

gedaan ter gelegenheid van een<br />

stuur zoo spoedig als mogelijk was,<br />

gevolg gegeven — d.w.z. toen het inmiddels<br />

demissionair geworden kabinet-Schermerhorn<br />

door het ministerie-<br />

Beel was opgevolgd. En wellicht zijn<br />

sommige collega's nog niet bekomen<br />

van hun verbazing over den in onze<br />

parlementaire verhoudingen toch zeker<br />

adembenemenden spoed, waarmede de<br />

nieuwe minister-president op het adres<br />

van het Kringbestuur heeft gereageerd.<br />

Het tweede gedeelte van de opdracht<br />

der Kringvergadering was hiermede<br />

niet in het vergeetboek geraakt,<br />

al ware dit bij den omvang der werkzaamheden<br />

van het bestuur om het<br />

apparaat van den Kring op gang te<br />

brengen, wellicht mogelijk geweest.<br />

Maar de snelle ontwikkeling der dingen<br />

— wat leven wij snel! — en de<br />

beroeringen in den meer genoemden<br />

vijver — die natuurlijk ook doorkabbelden<br />

in den bestuurskring — op<br />

zichzelf een gezond teeken van democratisch<br />

verhoudingsgevoel in een<br />

organisatie zonder uitgewerkte reglementen!<br />

— zorgden er wel voor, dat<br />

deze zaak binnen den bestuursgezichtskring<br />

bleef.<br />

Zoo is het bestuur dan op een<br />

oogenblik direct vóór deze kwestie geplaatst,<br />

waarbij de leiding der gedachtenwisseling<br />

om bepaalde redenen<br />

kwam te berusten in handen van een<br />

tijdelijk waarnemend voorzitter, daar<br />

nog niet in de functie van vice-voorzitter<br />

is voorzien.<br />

Nu zij nog vermeld, dat enkele leden<br />

van den Kring, als bestuursleden van<br />

den ouden N.J.K. getroffen door het<br />

feit, dat in de zuiveringsprocedure van<br />

een der dagbladen de kwestie van het<br />

beleid van het bestuur van den ouden<br />

Kring betrokken is, zonder dat zij,<br />

die toch allereerst daarvoor verantwoordelijk<br />

zijn over dat beleid zijn gehoord,<br />

zich tot het bestuur van den<br />

nieuwen Kring hebben gewend (zoolang<br />

de Curacaosche kwestie niet is<br />

opgelost, worde maar van den ouden<br />

en den nieuwen Kring gesproken) met<br />

het verzoek, dat het huidig bestuur —<br />

in dezen optredende voor hen als leden<br />

— stappen zou doen om te voorkomen,<br />

dat zich zooiets in verdere zuiveringsprocedures,<br />

de dagbladen betreffende,<br />

zou herhalen.<br />

Het bestuur heeft daarop besloten<br />

door het Genootschap belegde conferentie,<br />

is door den voorzitter van den<br />

N.J.K. gaarne aanvaard. Niet alleen<br />

aankomende journalisten, doch ook<br />

oudere collega's kunnen slechts baat<br />

hebben bij een stelselmatige behandeling<br />

van bepaalde onderwerpen, waaraan<br />

zij door de jachtige, dagelijksche<br />

beslommeringen niet gemakkelijk toekomen.<br />

Het vorenstaande toont wel aan, dat<br />

de samenwerkende organisaties thans<br />

bereid zijn de grondslagen te leggen<br />

voor een opleiding, welke zal bijdragen<br />

niet alleen tot een vergrooting van de<br />

vakbekwaamheid, doch evenzeer tot<br />

een maatschappelijke verheffing van<br />

het beroep. M. R.<br />

om, mede gevolg gevende aan het<br />

tweede gedeelte van de opdracht der<br />

Kringvergadering, bij de Regeering<br />

een audiëntie aan te vragen. Daarbij<br />

heeft het zich, op grond van de verkregen<br />

inlichting, dat de verdere behandeling<br />

der perszuiveringsaangelegenheden<br />

door den minister-president<br />

was overgedragen, aan zijn<br />

collega van Onderwijs, Kunsten en<br />

Wetenschappen, gewend tot minister<br />

Gielen. Deze bewindsman antwoordde<br />

echter, dat bedoelde overdracht van<br />

bevoegdheden nog niet had plaats<br />

gehad, waarom Z.Exc. het verzoek om<br />

een audiëntie had doorgegeven aan<br />

den minister-president. Waarop al<br />

spoedig minister Beel bericht zond,<br />

dat hij de gevraagde audiëntie gaarne<br />

wilde verleenen.<br />

Dus toog een delegatie uit het bestuur,<br />

bestaande uit mevr. v. Meurs—<br />

v. d. Burg en de. coll. A. J. Koejemans<br />

en ondergeteekende, versterkt<br />

met den voorzitter van den Ned. Kath.<br />

Journalisten Kring, coll. L. Hanekroot<br />

(met wien terzake steeds contact was<br />

gehouden) ter audiëntie bij den minister-president.<br />

In de omstandigheid,<br />

dat intusschen de behandeling der<br />

perszuiveringsaangelegenheden wel aan<br />

den minister van O. K. en W. was<br />

overgedragen, vond Z.Exc. gelukkig<br />

geen reden om de door hem verleende<br />

audiëntie niet te doen doorgaan!<br />

In deze audiëntie zijn drie punten<br />

ter sprake gebracht.<br />

Allereerst het nog steeds ontbreken<br />

in de perszuiveringsprocedure van<br />

een hoogerberoepsinstantie.<br />

De minister-president deelde echter<br />

dadelijk mede, dat hem juist van den<br />

Persraad een voorontwerp-Perszuiveringswet<br />

had bereikt, waarin voorstellen<br />

inzake het in het leven roepen<br />

van zulk een instantie zijn opgenomen.<br />

Al moest minister Beel — zoals<br />

hij verklaarde — dit voorontwerp<br />

nog nader bestuderen — de daarin<br />

opgenomen mogelijkheid voor hooger<br />

beroep heeft zijn volle instemming.<br />

En het is zijn voornemen als voorzitter<br />

van den Ministerraad het daarheen<br />

te leiden, dat het wetsontwerp voor<br />

het einde van dit jaar zal worden behandeld,<br />

opdat de wettelijke regeling<br />

dezer materie het thans en tot 1 Jan.<br />

a.s. geldend Perszuiveringsbesluit zal<br />

kunnen vervangen.<br />

Het tweede punt, dat ter audiëntie<br />

in bespreking kwam, was het mengen<br />

van het beleid van het bestuur van<br />

den ouden Kring in de perszuivering.<br />

De minister-president meende er de<br />

delegatie op te moeten wijzen, dat de<br />

beoordeeling van dat beleid niet een<br />

zaak was der Regeering, doch van<br />

den Kring zelf en dat in het bedoelde<br />

geval, dat aanleiding heeft gegeven<br />

tot het in geding brengen dezer kwestie,<br />

den betrokkene slechts verzocht is<br />

inlichtingen over deze zaak te geven,<br />

terwijl zijn aandeel in dit beleid geen<br />

deel uitmaakt van de overwegingen<br />

der Perszuiveringscommissie ten aanzien<br />

van het optreden van den betrokkene<br />

als journalist.<br />

De derde ter audiëntie ter sprake<br />

gebrachte kwestie was de invoeging<br />

in de perszuiveringsprocedure van de<br />

figuur van den openbaren aanklager,<br />

21


JOURNALISTIEK JOURNAAL<br />

A Eerst iets over „De Journalist"<br />

zelf. Nu wij het derde nummer ter<br />

perse leggen weten wij pas dat allerlei<br />

vak-problemen ook óns deel zijn<br />

en nog zullen worden. Daar is bijvoorbeeld<br />

de rubriek „Van alle kanten en<br />

kranten", die wij vrij-willekeurig moeten<br />

samenstellen. Immers, wanneer<br />

wij alle persstemmen over ons vak, die<br />

op onze redactie-tafel belanden in die<br />

rubriek zouden willen opnemen, dan<br />

konden wij al ons papier alléén daaraan<br />

reeds kwijt worden. Wij trachten,<br />

in toch altijd nog zeer beperkte ruimte,<br />

, die rubriek zoo veelzijdig mogelijk<br />

te maken. En ook zoo „objectief" mogelijk.<br />

Maar het blijf t een maandelijksche<br />

worsteling.<br />

• Over de objectiviteit van die rubriek<br />

gesproken: wij hebben aanleiding<br />

om nóg eens heel duidelijk te<br />

zeggen, dat de redactie zich van de<br />

meeningen, die erin worden geuit,<br />

volledig distancieert. Zij neemt er geen<br />

enkele verantwoordelijkheid voor op<br />

zich en met vele, door haar geplaatste,<br />

meeningen van anderen is zij het volslagen<br />

ön-eens. Mogen wij dit nu<br />

voorgoed als bekend veronderstellen?<br />

• In dit nummer (en in komende<br />

nummers) zal dit zeer waarschijnlijk<br />

eveneens het geval zijn) staat nogal<br />

heel wat in vreemde taal. Wij hadden<br />

de keuze tusschen 1) niet opnemen, 2)<br />

in het Nederlandsen vertalen, 3) in de<br />

vreemde taal opnemen. Wij kozen 3.<br />

Omdat 2 zooveel tijd kost dat het ons<br />

onmogelijk is. En omdat 1 zonde zou<br />

zijn voor al het interessants dat de<br />

lezers van ons orgaan dan zouden<br />

moeten missen.<br />

• Wij hebben lang gepeinsd over de<br />

klachten van verschillende zijden in<br />

onze vorige nummers geuit over zich,<br />

ten opzichte van onze vak-moraal misdragende,<br />

collegae. Zou het, zoo overwogen<br />

wij, niet mogelijk, ja zelfs<br />

waarschijnlijk, zijn, dat een deel dier<br />

misdragingen, haar grond vinden in<br />

te lage salarieering? Zou een man met<br />

een ruim salaris zich zooveel moeite<br />

terzake waarvan de delegatie den minister<br />

verzocht te mogen vernemen,<br />

welke overwegingen den minister ertoe<br />

hebben geleid deze figuur in de procedure<br />

in te brengen.<br />

Al vond minister Beel — zooals hij<br />

lachend. opmerkte — dat de audiëntie<br />

wat ging gelijken op het stellen van<br />

vragen door een lid van het Parlement,<br />

toch maakte hij geen bezwaar<br />

op die vraag te antwoorden en hij<br />

verklaarde, dat de invoeging van den<br />

openbaren aanklager is geschied op<br />

verzoek van juridische raadslieden<br />

van in perszuiveringsprocedures betrokken<br />

personen. En uit door Z.Exc.<br />

ontvangen rapporten is hem gebleken,<br />

dat deze invoeging in de procedure<br />

zoowel door de leden der Perszuivegeven<br />

voor de verovering van een<br />

hem niet toekomend lunch-pakket?<br />

Wilt ü de zaak óók eens van dien<br />

kant bezien?<br />

• Behalve aan de moraal zouden wij<br />

ook aan de taal aandacht gewijd willen<br />

zien in onzen kring. Op dit punt<br />

is het erbarmelijk gesteld. Wat heeft<br />

men veelal moeite met de geslachten.<br />

In vele kranten worden — om een<br />

klein voorbeeld te noemen — de namen<br />

van voetbalverenigingen dan<br />

weer mannelijk en dan weer vrouwelijk<br />

genomen. — „A.P.C, en haar kansen"<br />

—• „H.B.S. werd van haar plaats<br />

gedrongen". Mogen wij even schoolmeesteren<br />

en de onthulling doen dat<br />

zelfs Emma en zelfs Wilhelmina (als<br />

het Voetbalclubs betreft) onzijdig zijn.<br />

Wij spreken van het snelle „Emma"<br />

en van het oude „Wilhelmina". En<br />

zoo is het óók met alle namen van<br />

steden. Het schoone Amsterdam en<br />

zijn fraaie grachten. En, gelooft ons,<br />

dit is maar één van de tallooze, steeds<br />

weer begane, taalfouten.<br />

• Zoo zien wij (veel te) dikijwijls<br />

de woorden „behartenswaardig" en<br />

„politioneel". Het is „behartigenswaardig"<br />

en „politieel". Denkt U eraan dat<br />

de taal „gansch een volk" is? En dat<br />

zij tot onze kostbaarste (en niet<br />

„waardevolste") bezittingen behoort?<br />

• Wij hebben twee weekbladen voor<br />

ons liggen. Het eerste is „De Schouw",<br />

hoofdredacteur: Francois Drion. Het<br />

tweede: „Op Wacht", hoofdredacteur<br />

Mr. J. H. Smeets. De redacties zijn<br />

verder ook geheel verschillend. Maar<br />

de redactioneele inhoud is volkomen<br />

identiek. Wat is dit voor rare „journalistiek"?<br />

En wat denken die lezers<br />

erover die op beide bladen geabonneerd<br />

zijn en precies het zelfde in<br />

duplo voorgezet krijgen? Wij vinden<br />

dit raar en naar. Daarom signaleeren<br />

wij het.<br />

• Schrijver dezes had onlangs in een<br />

Hagsch blad in een Amsterdamschen<br />

Brief geschreven, dat hij van<br />

een portier van een Amsterdamsche<br />

ringcommissies als door de „verdedigers"<br />

der opdrachten ten zeerste is en<br />

wordt gewaardeerd. Z.Exc. wees er<br />

daarbij op, dat al neemt de openbare<br />

aanklager in de perszuiveringsprocedure<br />

een zelfde plaats in als de ambtenaar<br />

van het Openbaar Ministerie in<br />

een strafgeding, hierdoor het karakter<br />

der zuiveringsprocedure niet wordt<br />

aangetast en de practijk hem heeft<br />

bevestigd in de verwachtingen, die<br />

bij de invoeging van déze figuur in de<br />

procedure zijn gekoesterd.<br />

Ziedaar in 't kort het verloop der<br />

audiëntie. Het binnenkort te verschijnen<br />

wetsontwerp inzake de perszuivering<br />

zal ongetwijfeld gelegenheid bieden<br />

voor nader beraad.<br />

v. d. B.<br />

kroeg vernomen had, dat deze geüniformeerde<br />

gezagsdrager ƒ20.000 per<br />

jaar verdiende. Zes weken later werd<br />

aan schrijvers deur geklopt door<br />

twee rechercheurs van de Centrale<br />

Recherche (af deeling fiscaal). De<br />

heeren wilden den naam van den portier<br />

weten. Schrijver dezes antwoordde:<br />

„ik ken des portiers naam niet,<br />

doch wanneer ik die wèl kende zou<br />

ik dien'nog niet mededeelen; want<br />

er bestaat een beroepsgeheim voor<br />

journalisten, zoo al niet materieel<br />

dan toch moreel". De recherche-heeren<br />

ontkenden dit met overlegging<br />

van een wettelijke bepaling, dat iedereen<br />

verplicht is der overheid mededeelingen<br />

te doen, die haar kunnen<br />

helpen overtreders op te sporen. —<br />

Afgezien van de prijzenswaardige<br />

ijver onzer Centrale Recherche —<br />

Wat vindt u hiervan? Wie deelt ons<br />

zijn oordeel hierover mede?<br />

• De materie van de toegestane<br />

grootte der weekbladen willen wij hier<br />

niet aanroeren, doch wèl willen wij<br />

melding maken van de uitzonderlijke<br />

houding ten deze van de „Haagsche<br />

Post", die van 12 op 16 pagina's is<br />

gegaan en, onder het motto „langzaam<br />

aan dan breekt het lijntje niet"<br />

geen onmiddellijk gebruik maakt van<br />

de haar toegestane 20 pagina's. De<br />

heer Van Oss schrijft: ,,eerst een week<br />

of wat zestien bladzijden en dan naar<br />

de twintig. Rustig overleggen en<br />

schikken is noodig om ons aan te<br />

passen aan den nieuwen en beteren<br />

toestand. Het zit hem heusch minder<br />

in de kwantiteit dan in de kwaliteit".<br />

De heer Van Oss is een bejaard<br />

man, doch hij is een rot in het vak.<br />

Een slimme rot. „Slim als eene<br />

mensch" zeggen ze in Noord Brabant<br />

(waar hij — te Boxmeer — geboren<br />

werd). Wij komen ook uit Noord<br />

Brabant en wij gelooven stellig, dat<br />

de heer Van Oss gelijk heeft. Een<br />

slecht blad blijft slecht al verschijnt<br />

het met meer pagina's. En een goed<br />

blad blijft goed, al komt het met<br />

zestien in plaats van met twintig<br />

bladzijden. Wij zijn er van overtuigd,<br />

dat de lezers er precies zóó over denken.<br />

Er zijn bladen, die hun geringe<br />

succes wijten aan hun geringe omvang;<br />

terwijl zij dat moesten doen aan<br />

hun geringe belangrijkheid.<br />

• Wanneer wij één ding kunnen<br />

leeren van de (goede) Amerikaansche<br />

en Engelsche journalisten, dan is dat,<br />

dat zij nimmer met elkaar polemiseeren.<br />

Dat geschiedt in Nederland<br />

nog altijd te veel. Het gezeur tusschen<br />

blad A. en blad B. en blad C en blad<br />

D. is ontstellend vervelend. Bovendien<br />

blijft iedereen altijd gelijk houden.<br />

Wij hebben het tenminste nog nooit<br />

meegemaakt, dat A. „bij nader inzien<br />

en overtuigd door de argumenten<br />

van onze geachte collega" B. gelijk<br />

gaf tenslotte. — Dacht u dat de lezers<br />

dit lazen?<br />

9 Wij vernamen, dat de raad aan<br />

de nEgelsche redactie heeft rondgetelext<br />

om de afschuwelijke post mortem<br />

foto's van de gehangenen van<br />

Neurenberg niet in de (kranten te<br />

plaatsen. En wij vernamen ook, dat<br />

dit — behalve op grond van moreele<br />

overweging — gedaan is om de con-<br />

22


DE STATEN WENSCHEN GEEN PROPAGANDA<br />

Hier volgt een gedeelte van het verslag<br />

van een vergadering van de Staten<br />

van Curacao, ontleend aan het<br />

Curacaosche dagblad „Beurs- en<br />

Nieuwsberichten".<br />

Ook was er een verslag van de Eerste<br />

Commissie naar aanleiding van een<br />

brief van Z.E. den Gouverneur, waarin<br />

de wensen van de Staten betreffende<br />

de oprichting van een Voorlichtingsdienst<br />

worden gevraagd. Deze brief is<br />

onlangs in de Eerste Commissie met<br />

enkele vertegenwoordigers van de Curacaose<br />

pers besproken die hun inzichten<br />

omtrent de voorlichting aan de<br />

commissie hebben medegedeeld.<br />

De Eerste Commissie stelt thans de<br />

tekst van een brief voor, die door de<br />

Staten aan den Gouverneur zal worden<br />

gezonden. Daar een aantal leden, die<br />

niet bij de commissie-vergadering tegenwoordig<br />

waren de tekst van deze<br />

brief nog niet ontvangen hebben, besluit<br />

de Voorzitter de Vergadering een<br />

ogenblik te schorsen, opdat zij kennis<br />

kunnen nemen van de inhoud.<br />

De brief luidt als volgt:<br />

Ter voldoening aan het verzoek, vervat<br />

in de gouvernements-depeche dd.<br />

3 September 1946 No. 6244 hebben de<br />

Staten de eer Uwer Excellentie te berichten,<br />

dat de daarin neergelegde indruk<br />

van den Heer Minister van Overzeese<br />

Gebiedsdelen inderdaad het inzicht<br />

der Staten weergeeft.<br />

De aandacht moge er op gevestigd<br />

worden, dat de Heer Minister spreekt<br />

van een „voorlichtingsdienst", terwijl<br />

Uwe Excellentie vraagt te mogen vernemen<br />

of de Staten instemmen met dé<br />

instelling van een gouvernementspersdienst.<br />

Hierbij zij direct aangetekend, dat<br />

de Staten niets voelen voor een gouvernementspersdienst.<br />

Volgens het inzicht der Staten bestaat<br />

er behoefte aan een wederzijdse<br />

voorlichingsdienst, die Nederland op<br />

elk gebied van voorlichting dient en<br />

omgekeerd. Een dergelijke instelling<br />

dient los te staan van welke instantie<br />

ook. De Staten menen, dat hiervoor als<br />

.beste vorm die van een stichting gekozen<br />

kan worden, waarin Curacao en<br />

Nederland financieel participeren.<br />

De Staten zijn gaarne bereid een<br />

bedrag voor dit doel te bestemmen.<br />

Zij stellen zich voor, dat het personeel<br />

door het bestuur der stichting benoemd<br />

zal worden en bestaan zal uit Nederlanders<br />

en in dit gebiedsdeel geborenen,<br />

dat de stichting in Nederland en<br />

currentiezucht ten deze te beteugelen.<br />

En staan de Britsche hoofdredacteuren<br />

niet sterk genoeg in hun journalistieke<br />

schoenen om iets, dat zij<br />

onoirbaar achten niet te plaatsen<br />

— ongeacht den goeden raad van vadertje<br />

Staat en ongeacht wat Collega<br />

Concurrent misschien zou willen<br />

doen?<br />

E.<br />

in de Nederlandse Antillen een bureau<br />

zal hebben, waar personeel uit beide<br />

rijksdelen werkzaam zal zijn.<br />

Het Statenlid Mr. E. Cohen Henriquez<br />

verklaart zich na heropening van<br />

de vergadering accoord met de inhoud,<br />

doch merkt op, dat de onafhankelijkheid<br />

van bedoelde stichting zal bewerkstelligd<br />

moeten worden van de oprichting<br />

af. Daarom zal het nodig zijn,<br />

dat een kapitaal voor de instandhouding<br />

voor een termijn van minstens 5<br />

jaar reeds bij de oprichting wordt ter<br />

beschikking gesteld of dat de jaarlijkse<br />

subsidie voor een aantal jaren<br />

tegelijk wordt toegekend, zodat de<br />

Stichting niet later bij Bestuur of Staten<br />

behoeft aan te kloppen om financiële<br />

steun.<br />

Dr. da Costa Gomez is van mening,<br />

dat de gedachte van Mr. Cohen Henriquez<br />

een zeer juist element bevat. De<br />

stichting moet direct bij haar ontstaan<br />

in volle omvang een onafhankelijk karakter<br />

hebben. Het bezwaar dat de<br />

Staten tegen de Gouvernementspersdienst<br />

hebben is, dat hij totaal afhankelijk<br />

is en in de plaatselijke bladen<br />

zijn van de hand van het hoofd van<br />

deze dienst artikelen verschenen, die<br />

niet van grote bescheidenheid en objectiviteit<br />

blijk gaven.<br />

De persoverzichten, die door de<br />

Gouvernementspersdienst worden gemaakt<br />

geven geen juist overzicht. Aan<br />

stukken die voor het Bestuur een aangenaam<br />

karakter hebben wordt een<br />

prominente plaats verleend.<br />

De bedoeling is dat Nederland en<br />

Curacao zo nauw mogelijk samenwerken<br />

om zo nauwkeurig mogelijke inlichtingen<br />

aan belangstellenden te geven<br />

en niet alleen om persoverzichten<br />

samen te stellen.<br />

Het ambtelijk karakter van de voorlichtingsdienst<br />

moet verdwijnen. Wel<br />

kan een ambtenaar aan het bureau<br />

worden verbonden, doch het bureau<br />

zelf moet onafhankelijk zijn.<br />

De Staten wensen geen propaganda,<br />

doch objectieve voorlichting en voor<br />

de laatste zijn wij bereid een flink<br />

kapitaal te voteren, opdat deze voorlichtingsdienst<br />

er komt.<br />

Hef Koninklijk bezoek aan Brussel<br />

Ik denk niet, dat de collega's, die in<br />

Brussel waren, toen M.M. de Koningin<br />

haar bezoek aan België bracht, met<br />

veel plezier aan die dagen terugdenken.<br />

Daarvoor waren de omstandigheden,<br />

waaronder gewerkt moest worden,<br />

te ongunstig. De politieke situatie<br />

vooral met betrekking tot Z.M. den<br />

Koning verhit nog te zeer de gemoederen<br />

van onze zuidelijke naburen dan<br />

dat men het bezoek van onze Koningin<br />

hiervan los wist te maken, met<br />

als gevolg vandien bij de zijde dei-<br />

Belgische autoriteiten een groote persschuwheid,<br />

hetgeen op zijn beurt weer<br />

een terugslag had op de noodzakelijke<br />

medewerking van de Nederlandsche<br />

autoriteiten.<br />

Van een normale reportage kan dan<br />

ook nauwelijks gesproken worden en<br />

daarom was het zeer aangenaam te<br />

ontdekken, dat ondanks het feit, dat<br />

de moeilijkheden redelijkerwijs de rivaliteit<br />

tusschen de Belgische en Nederlandsche<br />

collega's tot ongezonde<br />

proporties hadden moeten aanwakkeren,<br />

onze Brusselsche collega's, met<br />

aan het hoofd den oud-minister<br />

Hoste en den heer Bogaerts, alles in<br />

het werk hebben gesteld hun Nederlandsche<br />

vrienden hartelijk te ontvangen.<br />

Op Donderdagavond werd een<br />

cocktailpartij aangeboden door den<br />

heer Van der Berkhof van Kockeningen,<br />

persattaché der Nederlandsche<br />

ambassade en kapitein Rutte, officier<br />

in algemeenen dienst van H.M., waar<br />

talrijke dames en heeren van de ambassade<br />

en de journalisten elkaar ontmoetten,<br />

gevolgd door een diner door<br />

de Brusselsche journalisten aan hun<br />

Nederlandsche gasten aangeboden.<br />

De heer Koster hield daarbij een<br />

speech, welke naast alle geestigheden<br />

sterk naar voren bracht hoezeer in<br />

België — en terecht — de noodzaak<br />

van een nauwe samenwerking tusschen<br />

België, Luxemburg en Nederland<br />

wordt gevoeld; een samenwerking op<br />

schier ieder gebied met'een oprechte<br />

vriendschap en een wederzijdsch begrip<br />

van eikaars standpunten en moeilijkheden<br />

als basis.<br />

Niet ten onrechte merkte de heer<br />

Koster op, dat de journalistiek in beide<br />

landen veel aan het bereiken van<br />

dit einddoel kan bijdragen.<br />

F v. STEENDEREN.<br />

HEAR, HEAR!<br />

You can teach almost any<br />

intelligent kid the general form<br />

of reporting, how to round up<br />

all the facts of a story, how to<br />

assemble them into words for<br />

publication within the limits of<br />

the space allotted and in a manner<br />

that satisfies the desk and<br />

fully informs the readers.<br />

But that is the mechanical<br />

phase of reporting only. It has<br />

no relation to the art of She<br />

profession. The artistic phase<br />

of reporting is the ability to<br />

put not only facts into the<br />

story, but color and human<br />

interest, also feeling and good<br />

taste. The last elements are, I<br />

think, most important.<br />

DAMON RUNYON<br />

23


COURANTEN IN BEVOEGDE<br />

Het Engelse Zondagsblad „The<br />

Observer" blijkt door de eigenaren<br />

te zijn gesteld in handen van<br />

trustees, die de volledige zeggenschap<br />

over het blad hebben gekregen.<br />

Voor de „Times" en<br />

„The Manchester Guardian" waren<br />

al vroeger overeenkomstige<br />

maatregelen getroffen. Ook deze<br />

bladen staan onder toezicht van<br />

een Kleine groep mannen van<br />

zodanig geestelijk gezag, dat de<br />

kans in uitgesloten, dat zij in<br />

handen zouden komen van duistere<br />

politieke invloeden of alleen<br />

ter wille van vurig gewin geëxploiteerd<br />

zouden worden.<br />

Wij hebben, zo schrijft de<br />

Nieuwe Haagse Courant, in oorlogstijd<br />

wel ontdekt, dat een<br />

dagblad niet alleen een zaakje is,<br />

waaraan men geld mag verdienen,<br />

zoals vroeger wel werd gedacht,<br />

maar een zaak van de,<br />

hoogste en principieelste betekenis,<br />

die niet alleen door commerciële<br />

motieven mag worden beheerst.<br />

Het is in zekere zin de<br />

HANDEN<br />

tragiek van sommige krantencollaborateurs<br />

uit oorlogstijd, dat<br />

zij hebben gemeend alleen maar<br />

commerciële maatstaven te hoeven<br />

aanleggen aan de leiding<br />

van hun courant — waardoor zij<br />

een willige prooi zijn geworden<br />

van Duitse en nationaalsocialistische<br />

invloeden.<br />

De eerste gedachte, die men<br />

na de oorlog heeft, is dus: dat<br />

nooit meer. Een courant is niet<br />

alleen maar object van commerciële<br />

exploitatie en zou het in<br />

beginsel misschien helemaal niet<br />

mogen zijn. De meest gewenste<br />

vorm zou dus zijn, dat de dagbladen<br />

in handen waren van een<br />

zo breed mogelijke kring van<br />

hun lezers, die dan het feitelijke<br />

toezicht aan een kleine raad van<br />

vertrouwensmannen in handen<br />

gaven.<br />

De N.H.C, vervolgt:<br />

Helaas zijn wij bij de grote<br />

meerderheid van de Nederlandse<br />

dagbladen daar nog ver van af.<br />

De zuivering van de Nederlandse<br />

pers heeft zich uitgestrekt tot<br />

een vrij groot aantal personen,<br />

maar heeft de financiële belangen<br />

achter de verschillende bladen<br />

in het algemeen op schandelijke<br />

wijze ongemoeid gelaten.<br />

Het effect is dan ook, dat de<br />

pers, die in oorlogstijd gecollaboreerd<br />

heeft en... verdiend heeft<br />

een grote voorsprong dreigt te<br />

krijgen op de bonafide en zelfs<br />

vroegere illegale bladen.<br />

Wij geloven, dat de hoofdoorzaak<br />

daarvan niet moeilijk is aan<br />

te wijzen. De Nederlandse regering<br />

is te vreesachtig geweest<br />

om ingrijpende maatregelen ie<br />

nemen en heeft de bezitsverhoudingen<br />

niet durven aantasten.<br />

Wat had meer voor de hand gelegen<br />

dan de collaborationistische<br />

courantn te naasten en hen<br />

te brengen in een fonds, waaruit<br />

de „goede" couranten van zeten<br />

drukgelegenheid konden worden<br />

voorzien? Zo is het in<br />

Frankrijk geschied en zo had<br />

het hier ook gekund. Maar nu<br />

zijn wij nog ver van een bevre<br />

digende toestand af.<br />

Journalist „Buitenland", met jarenlange<br />

practijk als „buitenland<br />

redacteur", wensdht artikelen<br />

over internationale politiek<br />

te schrijven in dagbladen, resp.<br />

één- of meermalen per week verschijnende<br />

bladen. Brieven onder<br />

no. 1239, Administratie „De<br />

Journalist", N.Z. Kolk 28, Amsterdam-C.<br />

Oud gevestigd stedelijk blad in<br />

het Westen des lands vraagt<br />

redacteur-verslaggever.<br />

Brieven onder nr. 1242 Administratie<br />

„De Journalist", N.Z.<br />

Kolk 28, Amsterdam-C.<br />

De adressen, van<br />

de redacteuren van<br />

DE JOURNALIST"<br />

zijn:<br />

Mr. E. Elias - Elsevier -<br />

Spuistraat<br />

Y. Foppema -<br />

sterdammer -<br />

Amsterdam.<br />

Groene Am-<br />

Frederiksplein<br />

- Amsterdam.<br />

Administratie: Ned. Persmuseum,<br />

N.Z. Kolk 28, Amsterdam.<br />

Journalist, 26 j., ongehuwd,<br />

sinds anderhalf jaar belast met<br />

leiding groot provinciaal dagblad,<br />

zoekt plaatsing bij blad<br />

met mogelijkheid tot gedegen<br />

verdere opleiding. Eenige naam<br />

in jonge Ned. literatuur. Ondergeschikte<br />

functie en uitzending<br />

geen bezwaar. Zal gaarne knipselboeken<br />

zenden. Salaris thans<br />

ƒ375.— per maand. jBrieven onder<br />

no. 1240, Adm. „De Journalist",<br />

N.Z. Kolk 28, Amsterdam-C.<br />

JOURNALIST<br />

moet wegens verhuizing en<br />

daardoor onstaan plaatsgebrek<br />

zijn waardevol Archief verkoopen,<br />

liefst aan gedupeerde collega's<br />

of uitgevers.<br />

Br. fr. ond. no. 1240, Adm.<br />

„De Journalist", N.Z. Kolk 28,<br />

Amsterdam-C.<br />

Jeune écrivain et journaliste<br />

frangais, Rédacteur en chef<br />

d'une Revue littéraire et artistique,<br />

désire devenir correspondant<br />

pour la Prance d'un journal<br />

hollandais. Ecrire: J. Soulas,<br />

23 bis Rue des Abondances,<br />

Boulogne/Seine - Prance.<br />

JOURNALIST,<br />

acad. gevormd, zoekt tegen 1<br />

Jan. of 1 Febr. hem passenden<br />

werkkring in. Noord- of Zuid-<br />

Holland of Utrecht, aan neutraal<br />

of progressief dagblad of<br />

periodiek. In staat leiding te<br />

geven; all round ervaring: binnen-<br />

en buitenland, kunst, literatuur,<br />

reportages. Uitstekende<br />

referenties. Brieven onder no.<br />

1243 Administratie „De Journalist",<br />

N.Z. Kolk 28, Amsterdam-C.<br />

Persbureau te Amsterdam zoekt<br />

vertegenwoordiger voor het Zuiden,<br />

respectievelijk het Noorden<br />

van het land, voor de verkoop<br />

van artikelen, foto-reportages<br />

etc. van internationale strekking,<br />

aan de Nederlandse Pers.<br />

Brieven onder nr. 1238 Administratie<br />

„De Journalist", N.Z.<br />

Kolk 28, Amsterdam-C.<br />

Zoo spoedig mogelijk gevraagd<br />

:<br />

Redacteur-verslaggever.<br />

(Journalist N.J.K.). Vereischt<br />

worden: ruime practische ervaring,<br />

middelbare schoolopleiding<br />

of daarmede gelijk staande ontwikkeling,<br />

goede vlotte stijl. In<br />

verband met woonprobleem bij<br />

voorkeur ongehuwd. Brieven<br />

aan Directeur-hoofdredacteur<br />

Geldersch Dagblad, Nieuwe Plein<br />

54, Arnhem.<br />

24<br />

KV, DE ARBEIDERSPERS • AMSTERDAM

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!