Ruimtelijke onderbouwing - Gemeente Best
Ruimtelijke onderbouwing - Gemeente Best
Ruimtelijke onderbouwing - Gemeente Best
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING<br />
13 woningen omgeving<br />
Lidwinakerk<br />
<strong>Gemeente</strong> <strong>Best</strong><br />
NieuwBlauw<br />
Stedenbouw en landschapsarchitectuur
NieuwBlauw<br />
Stedenbouw en landschapsarchitectuur<br />
Team:<br />
ir Sander Klein Obbink<br />
ing. Ingmar Bisschop MUrb<br />
ing. Peter Oomen<br />
ir Lianne van Doesburg MBA<br />
Bezoekadres:<br />
Helvoirtseweg 207a<br />
5263 EE Vught<br />
Correspondentieadres:<br />
Piuslaan 157<br />
5643 PB Eindhoven<br />
Telefoon: 0619891146<br />
Email: info@nieuwblauw.nl<br />
www.nieuwblauw.nl
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING<br />
13 woningen, omgeving<br />
Lidwinakerk <strong>Gemeente</strong> <strong>Best</strong><br />
ONDERDELEN<br />
<strong>Ruimtelijke</strong> <strong>onderbouwing</strong><br />
Bijlagen:<br />
- Verkennend bodemonderzoek, Lankelma, 21 augustus 2012-<br />
- Geohydrologisch onderzoek, Lankelma, 23 augustus 2012<br />
- Geluidsonderzoek, Jansen Raadgevend Ingenieurs, 23 augustus 2012<br />
- Waterhuishoudkundige verkenning, Geofox-Lexmond, 6 september 2012<br />
- Flora- en faunaquickscan op een perceel aan de Dr. H. Mollerstraat te <strong>Best</strong>, Faunaconsult,<br />
oktober 2012<br />
- Brief reactie waterschap De Dommel, 17 december 2012<br />
- Nota zienswijzen omgevingsvergunning “13 woningen Lidwinakerk”, 5 juni 2013<br />
PROJECTIDENTIFICATIE<br />
Datum:<br />
juni 2013<br />
Datum vaststelling:<br />
18 juni 2013<br />
Projectgegevens:<br />
LAA001_<strong>Ruimtelijke</strong> <strong>onderbouwing</strong> woningen Lidwinakerk versie 1.6<br />
Identificatienummer:<br />
NL.IMRO.0753.ov13wononglidwina-VG01
Inhoudsopgave<br />
Inhoudsopgave 1<br />
1 Inleiding 3<br />
1.1 Aanleiding 3<br />
1.2 Situering plangebied 4<br />
1.3 Vigerend bestemmingsplan 4<br />
2 Planbeschrijving 5<br />
2.1 Huidige situatie 5<br />
2.2 Stedenbouwkundig uitgangspunten 7<br />
2.3 Bouwplan 8<br />
3 Beleidskader 11<br />
3.1 Nationaal ruimtelijk beleid 11<br />
3.2 Provinciaal ruimtelijk beleid 12<br />
3.3 <strong>Gemeente</strong>lijk ruimtelijk beleid 12<br />
4 (Milieu)Planologische aspecten 17<br />
4.1 Bodem 17<br />
4.2 Geluid 17<br />
4.3 Luchtkwaliteit 18<br />
4.4 Bedrijven en milieuzonering 19<br />
4.5 Externe veiligheid 19<br />
4.6 Leidingen 19<br />
4.7 Flora en Fauna 19<br />
4.8 Archeologie en cultuurhistorie 21<br />
4.9 Water 22<br />
4.10 Mer-beoordeling 23<br />
5 Uitvoerbaarheid 25<br />
5.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 25<br />
5.2 Economische uitvoerbaarheid 25<br />
<strong>Ruimtelijke</strong> <strong>onderbouwing</strong><br />
13 woningen omgeving Lidwinakerk<br />
1
2<br />
<strong>Ruimtelijke</strong> <strong>onderbouwing</strong><br />
13 woningen omgeving Lidwinakerk
1 Inleiding<br />
De gemeente <strong>Best</strong> wil medewerking verlenen aan de<br />
realisatie van 13 seniorenwoningen ter plaatse van de<br />
parochie van de Lidwinakerk. Het bouwplan vormt een<br />
logische hoekoplossing welke goed aansluit bij de omringende<br />
bebouwing van de Monseigneur F.B.J<br />
Frenckenstraat en de Monseigneur Zwijsenstraat.<br />
1.1 Aanleiding<br />
Van Laarhoven Bouw heeft het initiatief genomen om het terrein te ontwikkelen en is<br />
voornemens de woningen te verkopen aan een woningcorporatie. De voorgestelde<br />
ontwikkeling is in strijd met planologische voorschriften. Voorafgaand aan de procedure<br />
van de omgevingsvergunning heeft het college van burgemeester en wethouders besloten<br />
in principe medewerking te verlenen aan het plan, middels een omgevingsvergunning in<br />
afwijking van het bestemmingsplan (artikel 2.1 Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht).<br />
Voorliggend document betreft de ruimtelijke <strong>onderbouwing</strong> die hoort bij de<br />
aanvraag voor de omgevingsvergunning.<br />
Begrenzing planlocatie (bron Bing Maps)<br />
Luchtfoto met begrenzing planlocatie(Bing Maps)<br />
<strong>Ruimtelijke</strong> <strong>onderbouwing</strong><br />
13 woningen omgeving Lidwinakerk<br />
3
1.2 Situering plangebied<br />
Op bovenstaande afbeelding is de ligging van de planlocatie in <strong>Best</strong> aangegeven. De<br />
locatie wordt begrensd door de Monseigneur Zwijsenstraat, Monseigneur F.B.J Frenckenstraat<br />
en Doctor H. Mollerstraat. De locatie betreft de parochiewoning en de tuin ten<br />
noordoosten van de Lidwinakerk. Grondeigenaar is de Rooms Katholieke Parochie van de<br />
Heilige Lidwina, Het perceelnummer is H 6307, met een oppervlakte van 2210 m2.<br />
Zicht op plangebied vanaf Mgr. F.B.J.Frenckenstraat (foto’s NieuwBlauw)<br />
……… vanaf Mgr. Zwijsenstraat (foto’s NieuwBlauw)<br />
………vanaf Doctor H. Mollerstraat (foto’s NieuwBlauw)<br />
1.3 Vigerend bestemmingsplan<br />
Ter plaatse van het projectgebied vigeert het bestemmingsplan ‘Hoge Akker, Speelheide<br />
en de Leeuwerik’’. Dit bestemmingsplan is op 8 oktober 2007 vastgesteld door de gemeenteraad<br />
van <strong>Best</strong> en goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-<br />
Brabant op 19 mei 2008. Het projectgebied heeft de bestemming ‘Maatschappelijk’.<br />
Binnen deze bestemming zijn ter plaatse van de projectgebied maatschappelijke voorzieningen<br />
en een bedrijfswoning toegestaan en hieraan onderschikte voorzieningen zoals<br />
groen-, water- en parkeervoorzieningen. De beoogde woningbouwontwikkeling past niet<br />
binnen dit bestemmingsplan. Een afwijkingsprocedure is hierdoor noodzakelijk.<br />
4<br />
<strong>Ruimtelijke</strong> <strong>onderbouwing</strong><br />
13 woningen omgeving Lidwinakerk
2 Planbeschrijving<br />
De planlocatie ligt in de buurt de Hoge Akker. De Hoge<br />
Akker is ontworpen in de jaren 50 van de vorige eeuw.<br />
2.1 Huidige situatie<br />
<strong>Ruimtelijke</strong> structuur<br />
De buurt heeft een heldere orthogonale opzet met rechte straten. Het grootste gedeelte<br />
van de bebouwing stamt uit de jaren 60, maar wordt op een aantal plaatsen afgewisseld<br />
met recentere bebouwing. Centraal in de wijk liggen een school en de Lidwinakerk. Het<br />
grootste gedeelte van de buurt bestaat uit aaneengebouwde woningen, aan de randen<br />
komen halfvrijstaande woningen en gestapelde woonbebouwing voor.<br />
De buurt heeft een verzorgd uiterlijk en een groene en kleinschalige uitstraling ondanks de<br />
flats aan de rand. Met name de bomenrijen in de lange rechte straten en de twee parkstroken<br />
leveren een belangrijke bijdrage aan het groene beeld. Het gebied heeft een<br />
duidelijk eigen karakter (herkenbaar binnen de verschillende buurten in <strong>Best</strong>) en vertoont<br />
een homogeen beeld. De buurt is ruim opgezet en de straten hebben een bijpassend<br />
breed profiel.<br />
<strong>Ruimtelijke</strong> <strong>onderbouwing</strong><br />
13 woningen omgeving Lidwinakerk<br />
5
Situatie in 1915 en in 1998 (Bron toelichting bestemmingsplan Hoge Akker, Speelheide en Leeuwerik<br />
De Lidwinakerk, dateert uit 1964 naar een ontwerp van Leo de Bever. Het is een zeer<br />
markant en beeldbepalend gebouw, een icoon, in de wijk. Op het perceel bevindt zich ook<br />
een parochiewoning die in tegenstelling tot het kerkgebouw, nauwelijks cultuurhistorische<br />
waarde kent. De tuin bij de parochie heeft een zeer groene uitstraling en bestaat uit<br />
struikgewas en solitaire bomen. Deze tuin is echter, in tegenstelling tot de twee nabijgelegen<br />
parkstroken, niet openbaar toegankelijk.<br />
Functionele structuur<br />
De directe omgeving van het plangebied bestaat uit woningbouw, met uitzondering van<br />
de kerkgebouw, waarin de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) is gevestigd. De planlocatie<br />
ligt hemelsbreed ca. 500 meter van het centrum van <strong>Best</strong>, waar de winkelvoorzieningen<br />
zijn gelegen.<br />
De net gerealiseerde Lidwinakerk omstreeks 1964 (Bron de Bever Architecten)<br />
De net gerealiseerde Lidwinakerk omstreeks 1964 (Bron de Bever Architecten)<br />
6<br />
<strong>Ruimtelijke</strong> <strong>onderbouwing</strong><br />
13 woningen omgeving Lidwinakerk
2.2 Stedenbouwkundig uitgangspunten<br />
Stedenbouwkundige schets (NieuwBlauw)<br />
De Lidwinakerk is een icoon in de wijk. De kerk staat op een verhoogd plein en wijkt in<br />
schaal en maat af van de omringende bebouwing. Het onderscheid is vooral waarneembaar<br />
in de bouwvorm. De pastorie met tuin op de planlocatie voegt zich in de zin beter in<br />
de structuur van de omliggende bebouwing. Het beeld van de locatie is overwegend<br />
groen. Van belang is dat een nieuwe invulling zowel aansluit bij de omringede woonbebouwing,<br />
maar zeker ook bij de markante Lidwinakerk. Vanuit de bestaande stedenbouwkundige<br />
structuur zijn de volgende randvoorwaarden geformuleerd:<br />
- Behouden van het groene karakter van de buitenruimte. Hiertoe dient rekening<br />
te worden gehouden met voldoende maat voor het straatprofiel, waardoor bomen,<br />
gras en struiken kunnen worden opgenomen.<br />
- Het toepassen van een bouwvorm die enerzijds passend is bij de bestaande<br />
woonbebouwing en anderzijds niet ’conflicteert’ bij de onderscheidende bouwvorm<br />
van de Lidwinakerk.<br />
- Bouwhoogte van maximaal de goothoogte van de omringende bebouwing,<br />
daarmee voegt het zich in het straatbeeld en is van lagere orde dan de kerk.<br />
- Representatie van de gevels naar drie zijden, zowel op de Mgr. Frenckenstraat als<br />
de Doktor H. Mollerstraat en de Mgr. Zwijsenstraat.<br />
- Een groene overgang van de gevel van de nieuwe bebouwing naar het straat profiel<br />
- Het parkeren dient zoveel mogelijk opgelost te worden op het perceel zelf en zo<br />
weinig mogelijk in de straat. Er dient een besloten binnenterrein gerealiseerd te<br />
worden, waardoor er geen extra parkeerdruk op de bestaande woonomgeving<br />
ontstaat<br />
<strong>Ruimtelijke</strong> <strong>onderbouwing</strong><br />
13 woningen omgeving Lidwinakerk<br />
7
- De ontsluiting van het perceel dient plaats te vinden vanaf de Mgr. Frenckenstraat.<br />
2.3 Bouwplan<br />
Het plan betreft de bouw van 13 seniorenwoningen (sociale huur) ter plaatse van de<br />
parochiewoning en de bijbehorende tuin. Met instemming van de monumenten- en<br />
welstandcommissie is dit plan tot stand gekomen. Het project betreft drie blokken van<br />
aaneengesloten woningen in een U-vorm. 3 woningen zijn georiënteerd op de Mgr. F.B.J.<br />
Frenckenstraat. Tussen deze woningen en de straat wordt een groenstrook aangelegd.<br />
Aan deze zijde vindt ook de ontsluiting van het achter de woningen gelegen parkeerterrein<br />
plaats. Aan de Dr. Mollerstraat wordt een blok van 5 woningen geprojecteerd. Ook<br />
deze woningen bevinden zich op ruime afstand van de straat, waardoor er ruimte ontstaat<br />
voor een forse groenstrook met bomen. Ook wordt een blok van 5 aaneengesloten<br />
woningen geprojecteerd aan de Mgr. Zwijsenstraat.<br />
De massa van de woningen betreft twee bouwlagen afgedekt met een plat dak. De korrel<br />
en schaal van deze woningen past hierdoor zeer goed in de omgeving en mede dankzij de<br />
rustige, ingetogen architectuur, ook goed bij het ’icoon’, de Lidwinakerk. Enerzijds sluit de<br />
goothoogte naadloos aan de bij de omringende woonbebouwing, anderzijds is de bouwvorm<br />
dusdanig ’neutraal’ dat deze niet confronterend werkt bij de architectuur van de<br />
Lidwinakerk. Er ontstaat hierdoor een nieuw, interessant stedenbouwkundig ensemble.<br />
Bovenstaande 3D beelden geven een impressie van het bouwplan. De bovenste en afbeelding linksonder is<br />
opgezet vanuit de noord-oost zijde (hoek Mgr Zwijsenstraat/Frenckenstraat. De afbeelding rechtsonder is het<br />
plan, gezien vanaf de Dr H. Mollerstraat (Bron: <strong>Best</strong> Architecten).<br />
De begane grond, de plint wordt uitgevoerd in een lichte baksteen. De verdieping krijgt<br />
een donkerder kleur en is teruggelegd t.o.v. de plint. Door deze horizontale geleding<br />
wordt goed aangesloten bij de maat en schaal van de woningen in de omgeving. Waar<br />
achtertuinen grenzen aan een het openbaar gebied, wordt de erfafscheiding vormgegeven<br />
in de lijn van de architectuur van de woningen. Dit is goed te zien bij de gevel grenzend<br />
aan de Mgr. F.B.J. Frenckenstraat, waar het metselwerk van de voorgevel doorloopt als<br />
erfscheiding van de achtertuinen van de woningen aan de H. Mollerstraat en Mgr.<br />
Zwijsenstraat.<br />
8<br />
<strong>Ruimtelijke</strong> <strong>onderbouwing</strong><br />
13 woningen omgeving Lidwinakerk
Voor de buitenruimte is een inrichtingsplan en een verlichtingsplan opgesteld dat als<br />
bijlage is toegevoegd.<br />
2.3.3 Ontsluiting<br />
Het plan wordt ontsloten op de F.B.J. Frenckenstraat. Op deze straat bevindt zich de uitrit<br />
van het achter de woningen gelegen parkeerterrein van 16 parkeerplaatsen. Het plan van<br />
13 woningen heeft een beperkte omvang en gezien de capaciteit van de omliggende<br />
wegen leidt dit niet tot een significante toename van de verkeersintensiteit, afgezet tegen<br />
de bestaande situatie<br />
2.3.3 Parkeren<br />
Er wordt voldaan aan het parkeerbeleid conform de Nota Parkeernormen. Het plangebied<br />
ligt in de schil/overloopgebied. De norm is 1,6 parkeerplaats per woningen, waarvan 0,3<br />
openbaar toegankelijk zijn. Met 13 woningen dient het plan te voorzien in 21 parkeerplaatsen<br />
waarvan er 5 openbaar toegankelijk zijn. 16 parkeerplaatsen worden aangelegd<br />
in de ‘U’ grenzend aan de achterzijde van de woningen, en uit het zicht van het openbaar<br />
gebied. 5 parkeerplaatsen worden gesitueerd haaks op de Dr Mollerstraat en de ruimte<br />
tussen de 5 nieuwe woningen en de straat. De maatvoering van de parkeerplaatsen<br />
voldoet aan de gemeentelijke eisen hieromtrent.<br />
<strong>Ruimtelijke</strong> <strong>onderbouwing</strong><br />
13 woningen omgeving Lidwinakerk<br />
9
10<br />
<strong>Ruimtelijke</strong> <strong>onderbouwing</strong><br />
13 woningen omgeving Lidwinakerk
3 Beleidskader<br />
In dit hoofdstuk wordt kort ingegaan op de gemeentelijke<br />
beleidsaspecten die relevant zijn voor de beoogde<br />
ontwikkeling. Gezien de omvang van het project en de<br />
ligging binnen de grenzen van het stedelijk gebied is<br />
kort ingegaan op rijks- en provinciaal beleid<br />
3.1 Nationaal ruimtelijk beleid<br />
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte<br />
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), die op 13 maart 2012 door de minis- ter<br />
is vastgesteld, vormt de nieuwe, overkoepelende rijksstructuurvisie voor de ruimtelijke<br />
ontwikkeling van Nederland tot 2028, met een doorkijk naar 2040. In de SVIR ‘Nederland<br />
concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig’ is de inhoud van een groot aantal beleidsstukken,<br />
waaronder de Nota Ruimte, de Nota Mobiliteit en diverse planologische<br />
kernbeslissingen, opgenomen.<br />
Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland, doormiddel<br />
van een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker<br />
voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met<br />
elkaar verbindt. Om dit doel te bereiken, werkt het Rijk samen met andere overheden. In<br />
de SVIR zijn ambities tot 2040 en doelen, belangen en opgaven tot 2028 geformuleerd.<br />
De SVIR bevat een kaart waarop de nationale ruimtelijke hoofdstructuur is weergegeven.<br />
De kaart bevat een samenvatting van de nationale belangen, waarvoor het Rijk verantwoordelijk<br />
is. Op de kaart is op hoofdlijnen aangegeven welke gebieden en structuren van<br />
nationaal belang zijn bij de geformuleerde rijksdoelen rond concurrentiekracht,<br />
bereikbaarheid en leefbaarheid en veiligheid. Het projectgebied is onderdeel van de<br />
nationale ruimtelijke hoofdstructuur in de stedelijke regio Brainport Zuidoost Nederland-<br />
Geleen, met een concentratie van topsectoren. Het doel van dit national belang is de<br />
<strong>Ruimtelijke</strong> <strong>onderbouwing</strong><br />
13 woningen omgeving Lidwinakerk<br />
11
ontwikkeling van een excellente ruimtelijk-economische structuur van Ne- derland door<br />
een aantrekkelijk vestigingsklimaat en goede internationale bereikbaarheid van de<br />
stedelijke regio’s met een concentratie van topsectoren te realiseren.<br />
3.2 Provinciaal ruimtelijk beleid<br />
Verordening Ruimte<br />
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is vastgelegd hoe de bevoegdheden op het gebied<br />
van ruimtelijke ordening zijn verdeeld tussen rijk, provincies en gemeenten. De provincie<br />
kan door middel van een planologische verordening regels formuleren waarmee gemeenten<br />
bij het opstellen van ruimtelijke plannen rekening moeten houden. De proviincie<br />
Noord-Brabant heeft hiertoe de Verordening Ruimte opgesteld. De Verordening Ruimte is<br />
op 11 mei 2012 vastgesteld (evaluatie) en op 1 juni 2012 in werking getreden. Op 22<br />
februari 2013 hebben enkel kaartaanapssingen plaatsgevonden, die overigens niet<br />
relevant zijn voor onderhavige ontwikkeling.<br />
In de Verordening Ruimte zijn regels opgenomen met betrekking tot stedelijke ontwikkeling<br />
(onder andere op het gebied van wonen en werken), ecologische hoofdstructuur<br />
(EHS), water, groenblauwe mantel, aardkunde en cultuurhistorie, agrarisch gebied,<br />
intensieve veehouderij, glastuinbouw en ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk<br />
gebied. De regels zijn een doorvertaling van het provinciaal beleid zoals dat is opgenomen<br />
in de Structuurvisie <strong>Ruimtelijke</strong> Ordening.<br />
Het projectgebied van voorliggende ruimtelijke <strong>onderbouwing</strong> is op de kaarten behorende<br />
bij de Verordening Ruimte aangeduid als ‘bestaand stedelijk gebied’. Nieuwe stedelijke<br />
ontwikkelingen dienen in principe plaats te vinden in bestaand stedelijk gebied of in een<br />
zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling. De beoogde ontwikkeling vindt plaats binnen<br />
bestaand stedelijk gebied en sluit hiermee aan op de doelstellingen uit de Verordening<br />
Ruimte.<br />
3.3 <strong>Gemeente</strong>lijk ruimtelijk beleid<br />
Structuurvisie <strong>Best</strong> 2030<br />
De Structuurvisie <strong>Best</strong> 2030 is op 9 mei 2011 vastgesteld door de gemeenteraad. De<br />
structuurvisie schetst een toekomstbeeld van de gemeente <strong>Best</strong> tot 2030 en bestaat uit<br />
twee delen. Deze visie vormt een ruimtelijk casco voor concrete projecten en plannen en<br />
fungeert enerzijds als afwegingskader en anderzijds als inspiratiekader voor ruimtelijke<br />
ontwikkelingen.<br />
De gemeente <strong>Best</strong> behoort tot de stedelijke regio Eindhoven-Helmond. Een gedeelte van<br />
de gemeente behoort daarnaast tot het Groene Woud, het grootste aaneengesloten<br />
natuurgebied van Noord-Brabant. Hierdoor bevindt de gemeente zich in het spanningsveld<br />
tussen ‘rode’ en ‘groene’ functies; een spanningsveld dat steeds groter wordt omdat<br />
het contrast tussen steden, dorpen en groengebieden steeds groter wordt.<br />
Van belang is met name dat <strong>Best</strong> een groeiend zelfstandig dorp wil blijven, dat meer is dan<br />
een buitenwijk van Eindhoven. Om dit te bereiken zijn de geplande (grootschalige)<br />
woningbouwlocaties in combinatie met de overige ‘harde’ en ‘zachte’ plannen (zowel<br />
binnen als buiten het bestaand stedelijk gebied) voldoende. De herontwikkeling binnen<br />
het bestaand stedelijk gebied in combinatie met de versterking van het woningaanbod,<br />
voor onder andere starters en seniorenwoningen, leidt tot een ontwikkeling passend<br />
binnen de context van de structuurvisie <strong>Best</strong> 2030. Onderhavige locatie past om deze<br />
reden binnen de doelstellingen en beleid van de Structuurvisie.<br />
Woonbeleid<br />
Bijgevoegd is de actuele projectenplanning van de gemeente <strong>Best</strong>. Dit zijn alle projecten<br />
die momenteel door gemeente in exploitatie zijn genomen, volgens een planning in de<br />
12<br />
<strong>Ruimtelijke</strong> <strong>onderbouwing</strong><br />
13 woningen omgeving Lidwinakerk
espectievelijke grondexploitaties zoals vervat in de tabel. Op deze projecten zijn daarnaast<br />
doorgaans ontwikkelcontracten van toepassing en alle projecten worden derhalve<br />
door gemeente <strong>Best</strong> als harde plancapaciteit opgevat.<br />
Deze grondexploitatie-opzetten omvatten momenteel 1.942 woningen voor een 10-jaars<br />
periode.<br />
De gemeente <strong>Best</strong> kent aanvullend nog eens een planvoorraad van circa 462 woningen die<br />
niet in exploitatie zijn genomen. Deze planvoorraad omvat alles van schetsideeën tot<br />
onherroepelijke bestemmingsplancapaciteit. Wij houden rekening met een planuitval van<br />
zeker 30% waardoor deze planvoorraad zal leiden tot een productie van maximaal 323<br />
woningen. Dat dit realistisch is blijkt. o.m. dat zelfs een onherroepelijk plan momenteel<br />
ter discussie staat en derhalve voor ons geenszins als hard is op te vatten. De planning van<br />
deze particuliere voorraad is dus onduidelijk.<br />
Voorliggend plan moet worden bezien binnen de 462 woningen die niet door gemeente in<br />
exploitatie zijn genomen. In deze categorie is alleen voor de volgende projecten sprake<br />
van een formele status:<br />
In het overleg met de gemeentelijke stedenbouwkundige is het voorliggend initiatief in<br />
diverse stadia aan de stadsbouwmeester voorgelegd. Mede op basis van het stedenbouwscenario<br />
1. 2012/ Totaal 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025<br />
2021<br />
Dijkstraten 673 673 167 95 165 138 108<br />
Steegsche Velden oost a 200 200 20 60 80 40<br />
Steegsche Velden oost b 54 54 27 27<br />
Aarle 777 1154 117 170 170 170 150 100 100 100 77<br />
Centrumplan 37 37 19 18<br />
Schutboom 94 94 10 50 34<br />
Broekstraat 9 9 5 4<br />
Molenstraat 98 98 28 50 20<br />
Totaal Grex 1942 2319 35 309 278 243 165 252 170 170 170 150 100 100 100 77<br />
Marktruimte 1950 1950 195 195 195 195 195 195 195 195 195 195<br />
Al met al houdt gemeente <strong>Best</strong> momenteel rekening met een totale productie van 2.265<br />
woningen (1942+323) voor een 10-jaarsperiode. Dit betekent dat er (op papier) nog volop<br />
ruimte is ten opzichte van de regionale bouwafspraken en het regionaal afgesproken en in<br />
RRO verband afgestemde woningbouwprogramma (momenteel 2636 woningen, dit wordt<br />
2779).<br />
De woningmarkt in <strong>Best</strong> biedt kansen voor de ontwikkeling van nieuwe , goedkope<br />
woningen in het centrum. Het aantal alleenstaanden vanaf 45 jaar en het aantal stellen<br />
vanaf 65 jaar is de afgelopen jaren sterk gestegen en hoewel jongeren wegtrekken uit<br />
<strong>Best</strong>, wil een deel van hen waarschijnlijk in <strong>Best</strong> blijven wonen indien zij een geschikte<br />
(betaalbare) woning kunnen vinden. Het aanbod seniorenwoningen is echter beperkt en<br />
in de afgelopen jaren zijn relatief weinig sociale woningen voor de doelgroep senioren<br />
opgeleverd.<br />
In het kader hiervan sluit het voorliggend initiatief aan op de doelstellingen uit het<br />
woonbeleid, middels de realisatie van 13 sociale woningen voor de doelgroep senioren.<br />
Welstandsnota – Beeldkwaliteit<br />
Op 29 september 2003 is de nota ‘Welstand met beleid’ voor de gemeente <strong>Best</strong> vastgesteld.<br />
Hierin is onder meer bepaald dat voor nieuwe ontwikkelingen beleidsregels inzake<br />
de beeldkwaliteit worden opgesteld op het moment dat die actueel worden. Voor<br />
concrete projecten houdt dit in dat de uitgangspunten voor de uiterlijke verschijningsvorm<br />
in samenspraak met de stadsbouwmeester van de gemeente <strong>Best</strong> tot stand komen,<br />
waarna het ontwerp ter beoordeling aan de desbetreffende persoon wordt voorgelegd.<br />
<strong>Ruimtelijke</strong> <strong>onderbouwing</strong><br />
13 woningen omgeving Lidwinakerk<br />
13
kundig kader voor deze locatie is ingestemd met de voorgestelde ontwikkeling en de<br />
uiterlijke verschijningsvorm daarvan. De welstandstoets in het kader van de aanvraag<br />
omgevingsvergunning, activiteit bouwen, is vervolgens een formaliteit.<br />
Nota Parkeernormen<br />
Op 31 oktober 2011 is door de gemeenteraad de nota ‘Parkeernormen, Evaluatie en<br />
aanscherping’ vastgesteld. In 2008 heeft de gemeenteraad van <strong>Best</strong> als onderdeel van het<br />
<strong>Gemeente</strong>lijk Verkeers-en Vervoersplan (GVVP) parkeernormen voor <strong>Best</strong> vastgesteld. De<br />
nota heeft als doel om de toepassing van de parkeernormen inzichtelijker te maken. Bij<br />
burgers, bedrijven en ontwikkelaars mag zo min mogelijk onduidelijkheid bestaan over de<br />
invulling van de parkeernormen. Ook juridisch dient de invulling van de parkeernormen<br />
gewaarborgd te zijn. Bij het opstellen van de nieuwe parkeernormen zijn de volgende<br />
uitgangspunten gehanteerd:<br />
1. De parkeernormen moeten een positieve invloed hebben op de leefbaarheid<br />
en bereikbaarheid van de gemeente <strong>Best</strong>;<br />
2. Elke initiatiefnemer van (bouw)plannen is verantwoordelijk voor het realiseren<br />
van de eigen parkeeroplossing;<br />
3. Een bouwinitiatief of wijziging van functie van een locatie mag geen parkeerproblemen<br />
in de openbare ruimte veroorzaken c.q. vergroten;<br />
4. De Nota parkeernormen is van toepassing op toekomstige ruimtelijke<br />
plannen binnen de gemeente <strong>Best</strong>, daar waar het betreft nieuwbouw, verbouw,<br />
uitbreiding of wijziging van functie. Dus niet op bestaande situaties.<br />
In de nota is onder andere opgenomen waar (centrum, schil/overloopgebied of rest<br />
bebouwde kom) en wanneer (wat voor functie betreft het) aan welke parkeernormen<br />
voldaan dient te worden en op welke wijze aan de parkeernorm getoetst dient te worden.<br />
In paragraaf 2.3 wordt nader ingegaan op de verkeer-en parkeeraspecten van het voorliggend<br />
projectgebied.<br />
Archeologisch beleidsplan<br />
Op 21 maart 2011 heeft de gemeenteraad het beleidsplan Archeologische Monumentenzorg<br />
‘Ondersteboven. Archeologie in <strong>Best</strong>’ vastgesteld. In dit beleidsplan is het gemeentelijk<br />
beleid op het gebied van de archeologische monumentenzorg opgenomen. De<br />
uitgangspunten van het beleid zijn:<br />
1. zoveel mogelijk ontzien van bekende archeologische waarden en verwachtingen;<br />
2. archeologie mag geen belemmering zijn voor ontwikkeling en gebruik van de grond; -<br />
archeologisch onderzoek moet, waar mogelijk, leiden tot kwaliteitsvolle beeldvorming en<br />
kennisvermeerdering;<br />
3. de archeologische beleidskaart wordt verwerkt op de verbeelding van nieuwe bestemmingsplannen.<br />
Volgens de wettelijke verplichting dient in bestemmingsplannen en ruimtelijke <strong>onderbouwing</strong>en<br />
rekening te worden gehouden met bekende en verwachte archeologische<br />
waarden. Als onderdeel van het beleidsplan Archeologische Monumentenzorg is een<br />
archeologische beleidskaart opgenomen. Op deze kaart zijn de archeologisch waardevolle<br />
gebieden in 7 categorieën verdeeld, variërend van archeologische monumenten tot<br />
gebieden zonder archeologische verwachting. Binnen het plangebied komt de volgende<br />
archeologische verwachting voor, categorie 5: ‘gebied met middelhoge verwachting’. In<br />
deze gebieden geldt op basis van geomorfologische en bodemkundige opbouw, en<br />
aangetroffen vondsten en relicten een middelhoge archeologische verwachting.<br />
In paragraaf 4.8 wordt nader ingegaan op de archeologische en cultuurhistorische<br />
waarden van het voorliggend projectgebied.<br />
Erfgoedverordening 2010<br />
14<br />
<strong>Ruimtelijke</strong> <strong>onderbouwing</strong><br />
13 woningen omgeving Lidwinakerk
Aansluitend op het archeologisch beleidsplan en de archeologische beleidskaart is<br />
door de gemeenteraad de erfgoedverordening 2010 vastgesteld, waarin de bepalingen<br />
van de Monumentenwet en de daarin gekozen systematiek de basis voornemen voor de<br />
bepalingen van deze verordening. Op enkele punten, is gelet op de specifieke situa tie in<br />
<strong>Best</strong>, afgeweken van de modelverordening. De onderstaande hoofdpunten zijn in deze<br />
verordening geregeld:<br />
- de regelgeving omgevingsvergunning (Wabo) voor beschermde gemeentelijke<br />
mo-<br />
- numenten, beschermde gemeentelijke dorps- of stadsgezichten en monumentale<br />
zaken.<br />
- de aanwijzing van zaken tot gemeentelijk beschermd monument, waaronder<br />
ook<br />
- archeologische monumenten;<br />
- de verwijzing naar het vergunningenstelsel voor beschermde rijksmonumenten<br />
in de Monumentenwet 1988;<br />
- het vergunningenstelsel voor de gemeentelijke beschermde monumenten;<br />
- de aanwijzing van beschermde gemeentelijke stads- of dorpsgezichten;<br />
- de aanwijzing van gemeentelijke monumentale zaken;<br />
- een vergunningenstelsel ter bescherming van archeologische waarden en verwach-<br />
tingen.<br />
In paragraaf 4.8 wordt nader ingegaan op de archeologische en cultuurhistorische<br />
waarden van het voorliggend projectgebied.<br />
Beleidsplan energie- en materiaaltransitie 2012-2015<br />
Dit beleidsplan beschrijft de kaders en ambities van de gemeente ten aanzien van duurzaamheid.<br />
De gemeente <strong>Best</strong> sluit aan bij de regionale ambitie om energieneu- traal en<br />
afvalloos te worden. De gemeente richt zich hierbij op het jaar 2030. Er wordt gesteefd<br />
naar energieneutraliteit, dat wil zeggen dat er sprake is van een hogere ambi- tie dan de<br />
afspraak die door de VNG met het Rijk is gemaakt. De ambitie bestaat uit energiebesparing<br />
en duurzame opwekking:<br />
- 40% energiebesparing in 2030 ten opzichte van 2010;<br />
- 100% van het energieverbruik in 2030 duurzaam opwekken.<br />
In het beleidsplan worden de volgende speerpunten genoemd:<br />
- Duurzaamheid in meerjarenonderhoudsplannen van gemeentelijke gebouwen;<br />
- Duurzame warmte uit biomassa voor de wijk Dijkstraten;<br />
- Prijsvraag energienulwoningen door lokale partijen;<br />
- Energiebesparing Openbare Verlichting;<br />
- Duurzame revitalisering bedrijventerreinen;<br />
- Infrastructuur Elektrisch vervoer.<br />
Als concrete maatregelen om de doelstellingen te bewerkstelligen kunnen worden genoemd<br />
de randvoorwaarden voor woningbouw:<br />
- Voor nieuwbouw:<br />
- Realiseren van een EPL van 7,0 of hoger bij woningbouwprojecten met meer dan<br />
200 woningen;<br />
- Score van GPR 7 op alle thema's bij nieuwe woningen;<br />
- 10% EPC verscherping bij nieuwe woningen.<br />
- Voor bestaande bouw:<br />
- 2% jaarlijkse energiebesparing in de bestaande bouw;<br />
- Duurzaam beheer en renovatie van erfgoed.<br />
<strong>Ruimtelijke</strong> <strong>onderbouwing</strong><br />
13 woningen omgeving Lidwinakerk<br />
15
Onderhavig plan biedt de kaders voor bouwen en gebruik van de in het plan betrokken<br />
gronden. Het plan staat de uitvoering van de ambities op het gebied van duurzaamheid uit<br />
het Beleidsplan energie- en materiaaltransitie 2012-2015 niet in de weg, Sterker, in de<br />
uitwerking zullen duurzaamheidsmaatregelen worden getroffen die verder gaan dan dit<br />
beleidsplan.<br />
16<br />
<strong>Ruimtelijke</strong> <strong>onderbouwing</strong><br />
13 woningen omgeving Lidwinakerk
4 (Milieu)Planologische aspecten<br />
Als onderdeel van een ruimtelijke <strong>onderbouwing</strong> is het<br />
verplicht om inzicht te bieden in de relevante planologische<br />
en milieuhygiënische aspecten. In dit hoofdstuk<br />
is een verantwoording voor deze aspecten opgenomen.<br />
4.1 Bodem<br />
Door middel van een (milieukundig) verkennend bodemonderzoek is de actuele bodemkwaliteit<br />
op de planlocatie in beeld gebracht. Op basis van dit bodemonderzoek wordt de<br />
milieuhygiënische kwaliteit van de bodem aanvaardbaar geacht voor de voorgenomen<br />
ontwikkeling. Bij het onderzoek zijn geen noemenswaardige verontreinigingen aangetroffen.<br />
De locatie is geschikt voor de bestemming ‘wonen’.<br />
Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de rapportage van het verkennend<br />
bodemonderzoek (Verkennend bodemonderzoek locatie aan Mgr. F.B.J. Frenckenstraat 2<br />
te <strong>Best</strong>, Lankelma Geotechniek, 21 augustus 2012).<br />
4.2 Geluid<br />
Ten behoeve van de bouw van dertien woningen op een locatie aan de Mgr. Frenckenstraat<br />
te <strong>Best</strong> is door Jansen Raadgevend Ingenieursbureau in het kader van de Wet<br />
geluidhinder de geluidbelastingen vanwege (spoor)wegverkeerslawaai op de gevels van de<br />
woningen bepaald.<br />
De geluidbelasting, inclusief aftrek ex artikelen 3.4 en 3.5 RMG2012, bedraagt op alle<br />
woningen in alle bouwblokken niet meer dan de per geluidbron van toepassing zijnde<br />
voorkeursgrenswaarde.<br />
Conclusie is dat de woningbouwontwikkeling akoestisch gezien mogelijk is, mits voldaan<br />
wordt aan de eisen uit het Bouwbesluit ten aanzien van geluidwering.<br />
<strong>Ruimtelijke</strong> <strong>onderbouwing</strong><br />
13 woningen omgeving Lidwinakerk<br />
17
4.3 Luchtkwaliteit<br />
De gemeente <strong>Best</strong> volgt op het gebied van luchtkwaliteit een tweesporenbeleid. Dit beleid<br />
is opgenomen in het gemeentelijk Luchtkwaliteitsplan uit 2009 en bevat onder andere een<br />
stappenplan, dat moet worden doorlopen in het geval van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.<br />
Enerzijds wordt bij nieuwe ontwikkelingen gekeken naar de ontwikkeling als bron<br />
(spoor 1) en anderzijds naar de ontwikkeling als ontvanger (spoor 2).<br />
Ontwikkelingen als bron (spoor 1)<br />
Voor een aantal stoffen in de lucht gelden wettelijke grenswaarden, die zijn vastgelegd in<br />
hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer.<br />
Voor kleinschalige projecten is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ (NIBM)<br />
bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze projecten kunnen zonder toetsing aan de<br />
luchtkwaliteitsnormen worden uitgevoerd. In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in<br />
betekenende mate’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling (Regeling NIBM) zijn de<br />
uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Ten aanzien van<br />
woningbouwlocaties is in de regeling gesteld dat de volgende situaties niet in betekenende<br />
mate bijdragen:<br />
netto niet meer dan 1.500 woningen in geval van één ontsluitingsweg;<br />
netto niet meer dan 3.000 woningen in geval van twee ontsluitingswegen met gelijkmatige<br />
verkeersverdeling.<br />
Omdat de planontwikkeling 13 woningen betreft draagt deze niet in betekende mate bij.<br />
Vanwege spoor 1 (ontwikkeling als bron) zijn er derhalve geen belemmeringen voor de<br />
voorgenomen ontwikkeling.<br />
Ontwikkelingen als ontvanger (spoor 2)<br />
Inventarisatie van de locatie in het kader van spoor 2 houdt in dat wordt gekeken of<br />
redelijkerwijs te verwachten is dat er sprake is van een overschrijding van de luchtkwaliteitsnormen<br />
ter plaatse van een ontwikkeling, zonder de bijdrage van die ontwikkeling. Dit<br />
is het geval als er op korte afstand een drukke weg, of een veehouderij is gelegen. Als dit<br />
het geval is, is er sprake van een verdachte locatie. Als omschrijving van de begrippen<br />
‘drukke weg’ en ‘korte afstand’ hanteert de gemeente voor een ‘drukke weg’ snelwegen,<br />
provinciale wegen en wegen met een dreigende overschrijding van de grenswaarden<br />
(vanaf 3% onder de grenswaarde). Als ‘korte afstand’ geldt een afstand van 300 meter van<br />
den snelweg en 50 meter vanaf een provinciale weg of andere ‘drukke weg’. Het projectgebied<br />
ligt niet binnen de genoemde richtafstanden van snelwegen en provinciale wegen.<br />
Gezien het bovenstaande wordt het projectgebied daarom conform het stappenplan uit<br />
het gemeentelijk Luchtkwaliteitsplan niet aangemerkt als een ‘verdachte locatie’, zodat er<br />
ook uit oogpunt van spoor 2 (de ontwikkeling als ontvanger) geen belemmeringen voor de<br />
beoogde ontwikkelingen bestaan.<br />
Conclusie<br />
De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met het bepaalde in de Wet milieubeheer<br />
en gemeentelijk luchtkwaliteitsbeleid. Er zijn voor wat betreft het aspect luchtkwaliteit<br />
geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.<br />
18<br />
<strong>Ruimtelijke</strong> <strong>onderbouwing</strong><br />
13 woningen omgeving Lidwinakerk
4.4 Bedrijven en milieuzonering<br />
De milieuhinder van bedrijven dient te worden geanalyseerd op hun invloed op mogelijke<br />
ontwikkelingen. Indien milieubelastende functies in het projectgebied mogelijk worden<br />
gemaakt, dient de invloed op de omgeving inzichtelijk te worden gemaakt.<br />
De toelaatbaarheid van bedrijvigheid kan globaal worden beoordeeld met behulp van de<br />
methodiek van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (uitgave 2009). In deze<br />
brochure is een bedrijvenlijst opgenomen die informatie geeft over de milieukenmerken<br />
van typen bedrijven. Vervolgens wordt in de lijst op basis van een aantal factoren (waaronder<br />
geluid, gevaar en verkeer) een indicatie gegeven van de afstanden tussen bedrijfstypen<br />
en een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals rustig buitengebied),<br />
waarmee gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening kunnen houden. Deze<br />
afstand is gebaseerd op de grootste indicatieve afstand. De lijst is algemeen geaccepteerd<br />
als uitgangspunt bij het opstellen van ruimtelijke plannen.<br />
Het initiatief is gelegen in het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. In en in de directe<br />
omgeving van het projectgebied is geen bedrijvigheid aanwezig die hinder veroorzaakt. De<br />
enige functies van toepassing in de nabije omgeving hebben betrekking op de Lidwinakerk<br />
en het benzinestation, beiden gesitueerd aan de Raadhuisstraat:<br />
- Het benzinestation behoort, vanwege het aspect geur, tot milieucategorie 2 met een<br />
richtafstand van 30 meter. De voorgestane ontwikkeling is echter gesitueerd op een<br />
afstand van meer dan 150 meter tot het benzinestation. Derhalve is er geen belemmering<br />
aanwezig.<br />
- Het kerkgebouw behoort, vanwege het aspect geluid, tot milieucategorie 2 met een<br />
richtafstand van 30 meter. De ingang van de kerk, daar waar de bron zit van het geluid<br />
van de bezoekers, zit echter aan de Raadhuisstraat, aan de andere zijde op meer dan 30<br />
meter van de dichttstbij gelegen gevel. Ook de andere mogelijk geluidsbron, de klokkentoren,<br />
bevindt zich aan de Raadhuisstraat op meer dan 30 meter van de gevel van de<br />
dichtstbij gelegen woning. Hierdoor wordt geconcludeerd dat er geen belemmering<br />
aanwezig is voor de voorgenomen ontwikkeling<br />
De voorgenomen ontwikkeling in het projectgebied zelf betreft de realisatie van woningen,<br />
zodat ook geen hinderlijke activiteiten worden toegevoegd.<br />
4.5 Externe veiligheid<br />
De locatie valt niet binnen een invloedsgebied van een risicobron en transportstroom.<br />
Vanuit het oogpunt (van regelgeving ) van externe veiligheid bestaan er geen belemmeringen<br />
voor de voorgenomen ontwikkeling.<br />
4.6 Leidingen<br />
Alvorens met de bouwwerkzaamheden aan te vangen zal er een KLIC-melding verricht<br />
worden met betrekking tot het voorliggende plangebied. Binnen het plangebied zijn geen<br />
kabels en leidingen te verwachten zijn anders dan mogelijke huisaansluitingen.<br />
4.7 Flora en Fauna<br />
Door Faunaconsult is een flora- en faunaquickscan verricht naar mogelijke gevolgen op<br />
het gebied van flora en fauna in verband met de voorgenomen ontwikkeling. Het onderzoek<br />
(Flora- en faunaquickscan op een perceel aan Dr. H. Mollerstraat te <strong>Best</strong>, Faunaconsult,<br />
maart 2012), is als bijlage bij deze ruimtelijke <strong>onderbouwing</strong> opgenomen. Op 8<br />
maart 2012 heeft een veldinventarisatie plaatsgevonden.<br />
<strong>Ruimtelijke</strong> <strong>onderbouwing</strong><br />
13 woningen omgeving Lidwinakerk<br />
19
De conclusies zijn als volgt:<br />
4.7.1 Effecten van de voorgenomen ingreep<br />
De ingreep<br />
Alle vegetatie zal worden verwijderd en de bebouwing wordt gesloopt. Vervolgens<br />
worden er 13 seniorenwoningen gerealiseerd.<br />
Effecten op algemene beschermde soorten in het plangebied<br />
Door het bouwrijp maken en bebouwen van het plangebied zal het foerageergebied van<br />
enkele algemeen voorkomende beschermde zoogdieren en amfibieën deels verdwijnen.<br />
Holen en individuen van algemeen voorkomende zoogdieren en amfibieën zullen hierbij<br />
mogelijk worden verstoord of verdwijnen.<br />
Effecten op algemene vogels<br />
Het foerageergebied van enkele algemeen voorkomende beschermde vogels zal deels<br />
verdwijnen. Voor al deze soorten biedt de directe omgeving van het plangebied echter<br />
voldoende andere foerageergebieden. Door de vegetatie buiten het broedseizoen (dus<br />
buiten de periode 15 maart - 15juli) te verwijderen, wordt schade aan vogelnesten, eieren<br />
of jonge vogels voorkomen.<br />
Effecten op vleermuizen<br />
De bomen in het plangebied fungeren mogelijk als vaste vliegroute voor vleermuizen.<br />
Doordat er naast een aantal wegen (Raadhuisstraat en H. Mollerstraat) nabij het plangebied<br />
laanbomen staan, blijft er voldoende geleiding over voor vleermuizen. Er zal dus geen<br />
noemenswaardige verstoring van mogelijk aanwezige vaste vliegroutes van vleermuizen<br />
voorkomen. Bovendien zullen er nieuwe bomen en struiken in het plangebied worden<br />
aangeplant, die als vaste vliegroute kunnen dienen.<br />
Effecten op de EHS en Natura 2000 gebied<br />
De EHS en Natura 2000 gebied ‘Kampina & Oisterwijkse Vennen’ liggen op een grote<br />
afstand (resp. circa 550 meter en 13 km), bovendien bevinden zich tussen het plangebied<br />
en de EHS verschillende woningen straten etc. Negatieve effecten zijn daardoor niet te<br />
verwachten. In het plangebied bevinden<br />
zich geen vaste rust- en verblijfplaatsen van strenger beschermde dier- en plantsoorten,<br />
zodat er ook geen negatieve effecten op Nationaal Landschap Het Groene Woud zijn te<br />
verwachten.<br />
4.7.2 Consequenties vanuit de wet- en regelgeving<br />
Flora- en faunawet<br />
Beschermde dieren uit de categorie 'algemene soorten': vrijstelling<br />
Voor het vernietigen van holen etc. en verstoren van beschermde zoogdieren van de<br />
categorie 'algemene soorten' voor ruimtelijke ingrepen, bestaat een vrijstelling op grond<br />
van 'AMvB artikel 75'van de Flora- en faunawet (Ministerie van Landbouw, Natuur en<br />
Voedselkwaliteit, 2005). Er hoeft daarom geen ontheffing te worden aangevraagd.<br />
Voorkomen doden of verwonden dieren<br />
De in de Flora- en faunawet genoemde 'algemene zorgplicht' is ook op beschermde<br />
soorten uit de categorie 'algemene soorten' van toepassing. Beschermde diersoorten (ook<br />
die van de categorie 'algemene soorten') die tijdens het verwijderen van vegetatie en het<br />
vergraven van grond worden aangetroffen, moeten direct worden gevangen en na afloop<br />
van de werkzaamheden in het aangrenzende gebied worden vrij gelaten.<br />
Algemene vogels: geen directe schade<br />
Indien de vegetatie buiten het broedseizoen (dus buiten de periode 15 maart - 15 juli)<br />
20<br />
<strong>Ruimtelijke</strong> <strong>onderbouwing</strong><br />
13 woningen omgeving Lidwinakerk
wordt verwijderd, wordt schade aan vogelnesten, eieren of jonge vogels voorkomen. Er<br />
hoeft voor vogels daarom geen ontheffing te worden aangevraagd.<br />
4.7.3 Overige regelgeving<br />
Omdat er geen negatieve effecten op de EHS en Nationaal Landschap Het Groene Woud<br />
zijn te verwachten, zijn er op dit punt geen bezwaren vanuit het provinciale natuurbeleid.<br />
Omdat er geen negatieve effecten op Natura 2000 gebieden zijn te verwachten en er geen<br />
beschermde natuurmonumenten in of in de directe nabijheid van het plangebied zijn, is er<br />
geen vergunning nodig op grond van de Natuurbeschermingswet (ex artikel 19d lid 1).<br />
Conclusie is dat er vanuit flora- en faunaspecten geen belemmeringen zijn voor de<br />
voorgenomen ontwikkeling<br />
4.8 Archeologie en cultuurhistorie<br />
Archeologie<br />
Op 21 maart 2011 heeft de gemeenteraad het beleidsplan Archeologische Monumentenzorg<br />
‘Ondersteboven. Archeologie in <strong>Best</strong>’ vastgesteld. In dit beleidsplan is het gemeentelijk<br />
beleid op het gebied van de ar-cheologische monumentenzorg opgenomen. Volgens<br />
de wettelijke verplichting dient in een ruimtelijke <strong>onderbouwing</strong> rekening te worden<br />
gehouden met bekende en verwachte archeologische waarden. Als onderdeel van het<br />
beleidsplan Archeologische Monumentenzorg is een archeologische beleidskaart opgenomen.<br />
Beleidskaart Archeologie gemeente <strong>Best</strong><br />
<strong>Ruimtelijke</strong> <strong>onderbouwing</strong><br />
13 woningen omgeving Lidwinakerk<br />
21
Op deze kaart zijn de archeologisch waardevolle gebieden in 7 categorieën verdeeld,<br />
variërend van archeologische monumenten tot gebieden zonder archeologische verwachting.<br />
Binnen het projectgebied ligt binnen categorie 5: ‘gebied met middelhoge verwachting’.<br />
In deze gebieden geldt op basis van geomorfologische en bodemkundige opbouw,<br />
en aangetroffen vondsten en relicten een middelhoge archeologische verwachting.<br />
Volgens de beleidskaart van de gemeente <strong>Best</strong> is er onderzoek noodzakelijk indien de<br />
bodemingrepen en te bebouwen plangebieden groter zijn dan 2500 m² en dieper gaan<br />
dan 0,3 (of 0,5 meter bij esdek) onder maaiveld. Het plangebied is kleiner dan 2500 m2.<br />
Er is daarom geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader archeologisch onderzoek. Er<br />
kan vanuit worden gegaan dat bij de realisatie van het initiatief geen archeologische<br />
waarden verloren gaan.<br />
Cultuurhistorie<br />
Op 1 januari 2012 is de wet Modernisering monumentenzorg (Momo) in werking getreden.<br />
Een belangrijke doelstelling van de Modernisering van de Monumentenzorg is het<br />
versterken van de koppeling tussen erfgoed en ruimte. In het kader van de Momo dient in<br />
de toelichting van elk bestemmingsplan of ruimtelijke <strong>onderbouwing</strong> beschreven te<br />
worden op welke wijze met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in<br />
de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden.<br />
De naast het plangebied gelegen Lidwinakerk met bijbehorend plateau en interieur is als<br />
wederopbouwmonument aangedragen als potentieel Rijksmonument. Ontegenzeggelijk<br />
heeft de kerk hiermee cultuurhistorische waarden, waarmee in het bouwplan terdege<br />
rekening is gehouden. In hoofdstuk 3 wordt bij de beschrijving van het bouwplan hier al<br />
aandacht aan besteed. De rustige, ingetogen architectuur laat het wederopbouwmonument<br />
volledig in haar recht. Ook de gekozen massavorm laat de kerk het icoon zijn wat het<br />
ook al in de huidige situatie is. Kortgezegd, het bouwplan laat de kwaliteiten van de<br />
Lidwinakerk volledig intact en vormt met de kerk een nieuw, interessant stedenbouwkundig<br />
ensemble. De pastoriewoning, in functioneel opzicht behorend bij de kerk, wordt<br />
weliswaar gesloopt, de bouwstijl van dit pand heeft geen stedenbouwkundige en cultuurhistorische<br />
waarde. Pastorie en kerk hebben in dat opzicht nooit een onlosmakelijk<br />
ensemble gevormd.<br />
Conclusie is dat vanuit archeologie en cultuurhistorie en geen belemmeringen bestaan<br />
voor de voorgenomen ontwikkeling.<br />
4.9 Water<br />
Voor de planlocatie is een waterhuishoudkundige verkenning (quickscan) uitgevoerd.<br />
Hieruit blijkt dat een ‘hydrologisch neutrale ontwikkeling’ van de planlocatie mogelijk is<br />
door middel van het toepassen van een hemelwatersysteem op basis van (ondergrondse)<br />
berging en vertraagde afvoer. Het vuilwater (huishoudelijk water) en (de vertraagde<br />
afvoer van) het hemelwater afkomstig van het plangebied wordt separaat aangeboden<br />
aan de plangrens en aangesloten op de (in huidige situatie gemengde) gemeentelijke<br />
rioolstelsel.<br />
In de verdere uitwerking van het plan dient binnen de plangrenzen ruimte gereserveerd te<br />
worden voor een robuust systeem. Het uiteindelijke ontwerp van het systeem dient<br />
voorgelegd te worden aan de gemeente en het waterschap.<br />
Om de waterkwaliteit niet negatief te beïnvloeden is het van belang om te voorkomen dat<br />
het hemelwater aan de bron wordt vervuild. Hiertoe dient afgezien te worden van het<br />
gebruik van uitloogbare materialen.<br />
Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de memo van het waterhuishoudkundig<br />
onderzoek (Waterhuishoudkundige verkenning (quickscan) “Mgr. F.B.J. Frenckenstraat,<br />
<strong>Best</strong>” Geofox-Lexmond bv, kenmerk 20121704_a1RAP, d.d. 6 september 2012).<br />
22<br />
<strong>Ruimtelijke</strong> <strong>onderbouwing</strong><br />
13 woningen omgeving Lidwinakerk
In de verdere uitwerking van het plan dient binnen de plangrenzen ruimte gereserveerd te<br />
worden voor een robuust systeem. Gekozen is voor de uitvoering in Aquaflow leisteen<br />
systeem.<br />
Voor de opvang van 66 m3 hemelwater (zie rapport Geofox-Lexmond) wordt een pakket<br />
aangelegd met een totaaldikte van 0,40 m. Hiervoor wordt het centrale parkeerterrein<br />
met een oppervlakte van 415 m2 voor gebruikt. Het pakket wordt afgesloten met olieverwerkend<br />
filterdoek voor zuivering van (mogelijk vervuild) water door geparkeerde auto’s.<br />
Als bestrating worden HGWA straatstenen toegepast met open voegen. De hemelwaterafvoeren<br />
van de woningen worden aangesloten op het Aquaflowpakket.<br />
Voor de extreme neerslag dient 24 m3 aan ruimte gereserveerd te worden. Deze ruimte is<br />
gevonden door het toepassen van 5 cm hoge banden langs de randen van de parkeerplaats.<br />
Deze ‘bak’ heeft een oppervlak van ca. 450 m2, waardoor aan de eis wordt<br />
voldaan.<br />
Deze waterparagraaf is voorgelegd aan Waterschap De Dommel. Bij brief van 17 december<br />
2012, met kenmerk Z18609/U17928 (zie bijlage) stemt het waterschap in met deze<br />
Waterparagraaf.<br />
4.10 Mer-beoordeling<br />
Met ingang van 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage (mer) in<br />
werking getreden. In het Besluit mer staat wanneer in Nederland een mer-procedure of<br />
een mer-beoordelingsprocedure doorlopen moet wor den. De Mer-beoordeling is een<br />
toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een nieuw project belangrijke<br />
nadelige milieugevolgen kunnen optreden, waardoor een milieueffectrapport nodig is. Als<br />
dat zo is, moet een mer-procedure worden doorlopen.<br />
De realisatie van de voorgenomen ontwikkeling in/nabij het centrumgebied van <strong>Best</strong> zal<br />
geen aanzienlijke gevolgen voor het milieu hebben en dus is een mer-beoordeling niet<br />
noodzakelijk<br />
<strong>Ruimtelijke</strong> <strong>onderbouwing</strong><br />
13 woningen omgeving Lidwinakerk<br />
23
24<br />
<strong>Ruimtelijke</strong> <strong>onderbouwing</strong><br />
13 woningen omgeving Lidwinakerk
5 Uitvoerbaarheid<br />
5.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid<br />
Het voornemen is een omgevingsvergunning te verlenen voor de realisatie van de<br />
13 woningen in het plangebied. In het kader van de aanvraag van de omgevingsvergunning<br />
heeft vooroverleg plaatsvinden met het waterschap De Dommel en de provincie.<br />
Beiden kunnen instemmen met de voorgenomen ontwikkeling. De reactie van het<br />
waterschap is opgenomen als een van de bijlagen.<br />
De aanvraag, het ontwerpbesluit en de bijbehorende stukken, hebben op grond van<br />
artikel 3.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht juncto afdeling 3.4 van de<br />
Algemene wet bestuursrecht, vanaf woensdag 17 april 2013 tot en met dinsdag 28 mei<br />
2013 ter inzage gelegen in het gemeentehuis te <strong>Best</strong>. De stukken zijn tevens gepubliceerd<br />
op de gemeentelijke website en waren digitaal raadpleegbaar op de landelijke voorziening<br />
www.ruimtelijkeplannen.nl. Tijdens deze periode kon eenieder een zienswijze op de<br />
bovengenoemde omgevingsvergunning indienen. Er zijn vijf zienswijzen ingediend.<br />
De zienswijzen hebben geleid dat de inrit van de woningen aan de Mgr. F.B.J. Frenckenstraat<br />
wordt omgedraaid, zodat de inrit links van de woningen komt te liggen (in het oude<br />
ontwerp ligt de inrit rechts van de woningen). De nota zienswijzen is als bijlage toegevoegd.<br />
5.2 Economische uitvoerbaarheid<br />
De kosten voor de bouw van de woningen en de aanleg van het onbebouwde gebied<br />
(privé en openbaar) komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. In de anterieure<br />
overeenkomst zijn tevens afspraken gemaakt met betrekking tot eventuele planschade op<br />
grond van artikel 6.1 Wro als gevolg van het bestemmingsplan en het bouwplan. De<br />
kosten voor de ambtelijke ondersteuning worden verhaald op de initiatiefnemer, conform<br />
de afspraken in de anterieure overeenkomst.<br />
Op basis van het vorenstaande kan gesteld worden dat de noodzaak voor het opstellen<br />
van een exploitatieplan ontbreekt en de apparaatskosten door middel van het sluiten van<br />
een anterieure overeenkomst anderszins verzekerd zijn.<br />
<strong>Ruimtelijke</strong> <strong>onderbouwing</strong><br />
13 woningen omgeving Lidwinakerk<br />
25