Persoonlijkheden - Groniek

groniek.eldoc.ub.rug.nl

Persoonlijkheden - Groniek

Persoonlijkheden

Karl Hupperetz

Supplement

Robert Musil (nov. 1880 - april 1942)

Theaterwetenschapper K. J. Hupperetz beschrijft in dit

artikel zijn fascinatie voor de Oostenrijkse auteur

Robert Musil. Hij legt daarbij de nadruk op de receptie

van diens werk in Nederland en gaat met name in op

het toneeloeuvre van Musil als voorstudie tot zijn grote

roman Der Mann ohne Eigenschaften.

Een korte biografische schets

Robert Musil kreeg zijn eerste opleiding in de Militär-Unterrealschule

(Eisenstadt) en de Militär-Oberrealschule (Mährisch-Weisskirchen), en

bewcht daarna nog enige tijd de Technisch Militaire Academie in Wenen.

Vervolgen studeerde hij wektuigbouwkunde aan de Technische Hochschule

(TH) in Brünn en werd hij ingenieur. In diezelfde tijd was hij nog een jaar

soldaat en vervolgens kreeg hij een assistentschap aan de TH in Stuttgart.

Omdat de studie en het daaruit voortvloeiende werk hem niet

bevredigden, begon Musil in het najaar van 1903 psychologie en filosofie

te studeren. Al eerder had hij Nietzsche ontdekt, nu hield hij zich bezig met

de Duitse Romantiek (Novalis) en de Franse auteurs van de Decadentie

(Huysmans). In maart 1908 promoveerde Musil in Berlijn op het werk

van de natuurkundige Ernst Mach (1838-1916), een van de

vertegenwoordigers van het zogenaamde empiriokriticisme, die met name

door zijn 'Beitrage zurAnalyse der Empfindungen' (1896) grote bekendheid

genoot.

Musil werd een assistentschap aangeboden in Graz, om een begin te

maken met een wetenschappelijke carrière en om aan zijn

Habilitationsschrift te werken, maar Musil koos in plaats van de wetenschap

voor het schrijverschap.

Tijdens zijn studie kwam Musil tot de ontdekking dat het aantal

fundamentele vragen niet beter te bevatten geworden was, maar juist nog

onmetelijker. Met korte betrekkingen als bibliothecari aan de TH in

389


390

Hupperetz

Robert Musil als leerling aan een militair opleidingsinstituut,

1892. Uil: Jacques Kruilhof, Oe rijkdolll val/ het ol/voltooide.

Eel/ soort il/leidil/g bij Robert M/lsil et! De lIIal/ zOl/der

eigellSchapappell (Amsterdam 1988) 48.

Wenen en als redacteur van

de Neue Rundschau in Berlijn

werd de tijd tot aan de Eerste

Wereldoorlog overbrugd. In

de periode 1914-1918

verbleef Musil in verschillende

functies op

uiteenlopende plekken als

soldaat en daarna was hij

tussen 1919-1922 werkzaam

als criticus-recensent bij het

Ministerie van Defensie. De

lange periode 1924/1925 tot

aan zijn dood werd geheel in

beslag genomen door het

werk aan de roman Der Mann

ohne Eigenschaften (deel !,

1930; deel lI, 1932). In 1938

moest Musil Oostenrijk

verlaten en ging hij naar

Genève waar hij tot zijn dood,

april 1942, leefde. Deze

laatste periode werd beheerst

door materiële nood en

financiële zorgen, door de

noodzaak om in alle soberheid en bescheidenheid nog iets van het oude

burgerlijke bestaan overeind te houden.

Sinds de 'Anschluss' van Oostenrijk in 1938 waren zijn boeken

verboden.

Musil is een van die zeldzame auteurs, die via de exacte wetenschap en

techniek tot de kunst kwam, die vele vragen, die in het kader van de

gevestigde wetenschap niet te beantwoorden waren, via literair-essayistische

weg hoopte op te lossen. Vertellend hield hij zich bezig met problemen, die

voorbehouden leken aan een puur theoretisch discours. Sinds het'unrettbare

Ich' van Mach, het wegvallen van een vastomlijnde, psychische eenheid,

hield Musil zich bezig met de talloze facetten van het bestaan, met een

veelheid aan verwarrende ervaringen. Musil wilde op een rationele wijze

uitspraken doen over het trans-empirische, het irrationele en mystieke


Supplement

van het bestaan. Musils werk bewoog zich tegen de grenzen van het

denkbare aan en met grote inteJJectuele precisie probeerde de auteur,

ondanks de fundamentele ambiguïteit van het bestaan, de kennis van de

realiteit te vergroten..

In die zin is het oeuvre van Musil voor mij uitermate fascinerend. Al in

1899, op 19 jarige leeftijd, formuleerde Musil zijn positie in het 'Nachtbuch

des Monsieur Ie Vivisecteur' als de scherpe observator, die achter de

oppervlakte van de werkelijkheid, tegen de bestaande conventies en

verstarring in, fundamentele zaken aan het licht wilde brengen.

Musil vanuit Nederlands perspectief

Uiteraard moest er voor dit artikel een keuze worden gemaakt uit het zeer

omvangrijke materiaal. Ten eerste beperk ik mij tot een paar feiten en

opmerkingen over de receptie van Musil in Nederland in de voorbije drie

decennia. Toch kan men ondanks deze relatief late 'ontdekking' van de

auteur constateren, dat hij in Nederland met regelmaat een rol speelde in

het literair-cultureel debat. Ten tweede spits ik dit artikel toe op het

toneeloeuvre van Musil. Enerzijds wordt dit vaak verwaarloosd ten gunste

van de prozateksten en Musils grote roman, anderzijds is het zeker zo dat

door de Nederlandse opvoeringen van zijn toneelteksten een nog groter

publiek kennis heeft kunnen maken met het werk van Robert Musil.

Uiteraard ben ik als theaterwetenschapper ook vooral in dit aspect van zijn

werk geïnteresseerd en erdoor gefascineerd.

In 1969 werd in Amsterdam, in Arti et Amicitiae een Musil-expositie

gehouden en verscheen bij Polak/Van Gennep de eerste vertaling van De

ervaringen van de jonge Törless. Ook werd in kranten en tijdschriften aandacht

besteed aan deze eerste roman uit 1906 en het overige werk van de auteur.

Al in deze debuutroman, waarin Musil zijn ervaringen op de tuchtschool

van de militaire academie verwerkte, begon Musil met de confrontatie

tussen de exacte wereld van de wiskunde en techniek, de orde van het

waarschijnlijke en het onuitsprekelijke van de werkelijkheid.

Vanaf deze roman ging het Musil om de confrontatie van gevoel en

ratio, techniek en mystiek, om de imaginaire getallen en het

eindigheidsbegrip in de wiskunde en de transcendentie, het zichzelf

overstijgen naar het andere.

In 1965 maakt Volker ScWöndorff met de verfilming van deze roman

zijn filmdebuut. In Nederland werd in 1993 in de Westergasfabriek in de

391


Hupperetz

regie van Lucas Borkel De jonge Tärless als toneelstuk gepresenteerd. Het

puberteitsverhaal, de wrede rituelen, het verband tussen religie, geweld en

ontluikende seksualiteit namen hier de vorm aan van een abstractsymbolisch

toneelessay.

Een jaar na de vertaling van Zägling Tärless volgde bij PolakIVan Gennep

de vertali ng van Drie vrouwen, verhalen die Musil in 1924 had gebundeld.

De ech te doorbraak van Musil in Nederland vond pas in de jaren tachtig en

negentig plaats. Tijdens het Holland-Festival van 1983 vond de eerste

opvoering plaats van De fantasten (Die Schwärmer) met een ad-hoc

ensemble in de regie van Peter de Baan. De eerste omstreden opvoering

vond plaats in april 1929 in Berlijn in de regie van Jo Lhermann. In 1923

ontving Musil voor dit tuk de KJeist-prijs.

Dit stuk in drie bedrijven rond vier bevriende academici, dertigers,

hun onderlinge relaties en jaloezie, hun conversatie en

driehoeksverhoudingen schreef Musil in de lange periode tussen 1908 en

1921. Vroeger streed het viertal tegen de gegeven orde, de status-quosamenleving

en wilde zij iets onberekenbaars doen, een andere wereldorde

tot stand brengen. In het stuk wordt de balans opgemaakt: wat is

overgebleven van dit verzet tegen voorgetekende levenspatronen. Musil

bracht in dit gedachtendrama en essay-theater de vier mensen in een

laboratoriumsituatie, legde met veel precisie het viertal als het ware zonder

narcose op de snijtafel. En dan blijkt het vroegere idealisme een illusie te

zijn, waarop men met rationalisaties en zelfrechtvaardiging reageert. Men

past zich aan, conformeert zich om de chaos van de werkelijkheid te

bedwingen. Een van de kernzinnen is: 'we hebben niet te veel verstand en

te weinig gevoel, maar te weinig verstand van het gevoel'. Thoman, Anselm,

Maria en Regine ontleden in paradoxen en aforismen op een heldere en

scherpzinnige manier hun gedachten en gevoelens.

Lange tijd beschouwde men Die Schwärmer, waarin Musil zijn aversie

van het burgerlijk toneel rond 1900 formuleerde, zoals in de talrijke theateressays

van de auteur, al een puur leesdrama. Pas in de jaren vijftig en

zestig, maar vooral door de ensceneringen in Wenen (1980) en Berlijn

(1981) beleefde dit ongeveer vier uur durende stuk zijn doorbraak in het

theater. Net als in het magnum opus van Musil gaat het in dit drama

voortdurend om de tegenstrijdigheid tussen gevoel en verstand, intuïtie en

ratio, realiteit en utopie, zinnelijkheid en ascese. Men wilde anders worden,

maar het wezenlijke wordt niet bereikt: leven is niet meer dan altijd hetzelfde

spel kaarten, alleen anders geschud.

392


Supplement

In 1983 verscheen bij de Bezige Bij de vertaling van Die Schwärmer van

Hans Bakx en een opstel over de theaterauteur MusiJ van de dramaturg

Ben Hurkmans. In die bundel was ook de absurd-groteske komedie Vincent

en de vriendin van de vooraanstaande mannen (1923) opgenomen in de

vertaling van Petra Ketelaars. Dit burleske satirespel van Musil rond

madame Alfa, haar echtgenoot Apulejus Halm en de jeugdvriend Vincent

werd in Nederland in 1985 door De Factory en in 1991 door De Toneelschuur

geënsceneerd. In de eerste enscenering speelden, behalve in de rol van

Vincent, alleen actrices, in de tweede versie ging het om een combinatie

van beroepsacteurs en acht amateurs.

In 1987 besteedde het tijdschrift Yang een dubbelnummer (134/135)

aan Fin-de-siècle Wenen en Musil. In datzelfde jaar kondigde uitgeverij

Meulenhoffde vertaling aan van Der Mann ohne Eigenschaften van Ingeborg

Lesener en Hans Hom en vertaalde Ton Naaykens de bundel Nachlass zu

Lehzeiten (1935) als Hetpostume werk van een overlevende.

In juni 1988 verscheen het eerste deel van de vier-delige vertaling, wat

uiteraard door een groot aantal artikelen in kranten en tijdschriften werd

begeleid. In de daarop volgende jaren (1989, 1991) werden de verdere

delen uitgegeven. In 1988 verscheen bij Meulenhoff de Musil-studie van

Jacques Kruithof, De rijkdom van het onvoltooide.

De intekenprijs voor de vier delen van De man zonder eigenschappen

was toen f 198,-. In oktober/november 1981 organiseerde het Groninger

Studium Generale de cyclus Wenen rond 1900 met lezingen, films, een

tentoonstelling, en vond een programmareeks plaats van de Stichting

Groninger Supplement rond Robert Musil. Hierbij was naast een aantal

lezingen en fllms ook de bovengenoemde expositie nog eens te zien. Raster

wijdde in 1988 een themanummer (nr. 44) aan Musil.

De serie vertalingen kwam met de grote roman van Musil ook in de

jaren negentig nog niet tot stilstand. Ton Naaijkens vertaalde voor

Meulenhoff de bundel met vertellingen, Vereinigungen (1991) als

Verbintenissen (1991). In 1992 verschenen de Dagboeken in de vertaling

van Hans Hom met een nawoord van Tom Naaijkens bij Meulenhoff.

Voor mij is de opvoeringvan Defantasten door het Vlaamse gezelschap

De Tijd van 1993 een van de hoogtepunten van de Musil-receptie in

Nederland. Al in 1991 had het gezelschap een leesversie, een scènische

lezing van dit stuk gepresenteerd. Nu speelde men in de regie van Lucas

Vandervorst een marathonvoorsteUing van zo'n vij f uur. In september 1994

werd op de televisie een documentaire over de regisseur en het stuk

393


Hupperetz

Robert Musil, eind jaren dertig. Uit: David S. Luft, Robert Musi/wul thecr;siso!Europell CII/ture 1880­

1942 (BerkcJey 1980) 2.

394


Supplement

uitgezonden. De opvoeringen van stukken van Musil zijn met name

daarom van belang, omdat zij impulsen geven aan de eigen reflectie van de

toeschouwers. Met alle ambivalentie en ambiguïteit laat Musil in de

constellaties van De fantasten zien, hoe de fictie van identiteit werd

opgeheven: 'men is nooit zo dicht bij zichzelf, als wanneer men zichzelf

verliest'.

De eenduidige werkelijkheid wordt bij Musil gerelativeerd in dit

conversatiestuk, in deze vorm van bewustzijnstheater met zijn

bespiegelingen en tegenstrijdige houdingen. Tegenover de ontnuchterende,

eendimensionale realiteit, waar elk ideologisch houvast als zelfbedrog wordt

ontmaskerd, staat het domein van het mogelijke, het rijk van de verbeelding.

In die zin was de voorstelling van Defantasten door De Tijd een spannend

theateravontuur, een vorm van geconcentreerde kamermuziek, een

voorbeeld van poëtisch teksttoneel.

Tot slot

1 Juli 1932 besprak Nico Post onder pseudoniem L.H. van Elhorst Musil's

Mann ohne Eigenschaften in de Groene Amsterdammer. Dit vroege

receptiedocument beschouwde de roman van Musil als een van de

belangrijkste werken naast Kafka en Thomas Mann.

Vanaf deze vroege recensie via de vroegere krantenserie Schrijvers als

lezers, waar Sybren Polet in 1980 over MusiIs roman schreef, tot aan de

huidige NRC-serie, het beslissende boek, waar in 2001 auteurs als Margriet

de Moor en Matthijs van Boxsel over De man zonder eigenschappen

reflecteerden, is dit hoofdwerk van de auteur nog steeds van immens belang

en van grote invloed. De ontelbare studies over dit oeuvre zijn bijna niet

meer te overzien, op colloquia en symposia worden telkens weer andere

aspecten belicht, in het Musil-archief in Klagenfurt of afdelingen voor

Musil-onderzoek aan de universiteit van Genève of Saarbrücken wordt

het werk van MusiJ nog steeds onderworpen aan onderzoek.

De hier in het kort vermelde stukken en teksten zijn de voorlopers van

de grote roman uit 1930, gelden als voorfasen van Der Mann ohne

Eigenschaften.

Musils 'Mann ohne Eigenschaften' zou zeker in deze korte beschouwing

meer aandacht hebben verdiend. Het is een glasheldere, messcherpe analyse

van de ondergang van het oude Oostenrijk. In deze roman probeert Musil

een antwoord te geven op het verval van oude waarden en idealen en

395


onderzoekt hij andere, mogelijke levensvisies. Hoe te leven zonder

perspectief, zonder eigenschappen en toch tegelijkertijd een leven in de

toekomst ontwerpen. Op deze en soortgelijke fundamentele kwesties gaat

Musil in. Het is een erudiete roman, waarin Musil probeert een balans te

vinden tussen verstand en gevoel, rationaliteit en mystiek, tussen

zekerheden en onzekerheden. De tekst, die het midden houdt tussen roman

en essay, bevat een kritiek op de gangbare wereldbeschouwingen en

presenteert tegelijk een geschiedftlosofie. Het is een boek dat het ritme van

het denken zelfaanschouwelijk maakt, het is een boek waarvan een andere

Oostenrijkse schrijver, Elias Canetti, ooit zei: 'Het scheen mij toe, dat er in

de hele literatuur niets bestond, dat daarmee te vergelijken viel.'

Nu pas, in onze tijd van het postmodernisme, wordt duidelijk hoe sterk

de invloed van Musil op latere auteurs is geweest. Als geen ander heeft

Musil de façade van de traditionele burgerlijke orde doorgeprikt. Als een

bijna filosofisch auteur werpt hij een blik achter de oppervlakte van zijn

tijd en probeert hij het onuitsprekelijke te verwoorden, met alle scepsis en

ironie die zijn werk kenmerken. Musil is de auteur waarbij de

werkelijkheidszin en de mogelijkheidszin elkaar aanvullen: 'Het leven laat

je voortdurend kiezen tussen twee mogelijkheden en voortdurend voel je:

één is er niet bij; voortdurend die ene ongedachte derde mogelijkheid', of

'alles te bedenken wat even goed zou kunnen zijn, en dat wat is, niet

belangrijker te vinden, dan dat wat niet is'.

396

More magazines by this user
Similar magazines