Download de PDF - Groniek

groniek.eldoc.ub.rug.nl

Download de PDF - Groniek

IÄlles is mystiek'

Literaire spiritisten over natuurwetenschap

-n het Nederlandse fin de siècle

De houding van spiritisten ten opzichte van de natuurwetenschappen

was verre van eenduidig. Leonieke Vermeer

onderzoekt deze ambivalentie aan de hand van hun

retoriek en toont de bemiddelende rol die ederlandse

schrijvers in het fin de siècle speelden tussen spiritisme

en wetenschap.

In 1895 gafde theoloog en filosoofJohannes Diderik Bierens de Haan commentaar

op 'de kwestie over het "bankroet der wetenschap'" die aanleiding

had gegeven tot 'veel twistgeschrijf en evenveel dwaa heden in de fransche

litteratuur van den dag':

'Dat de wetenschap bankroet is kan slechts beweerd worden door wie

hun verwachtingen zagen verijdeld: maar het is veel waarschijnlijker dat

de verwachtende personen bankroet waren of dat ze, van de wetenschap

verwachtend wat hun misverstand ze voorzei, slechts het bankroet van hun

eigen verwachtingen beleefden.'1

De verwachtingen ten aanzien van de wetenschap waren volgens Bierens

de Haan vooral hoog bij de 'okkultisten' die dachten dat zij empirische met

transcendentale kennis zouden kunnen verzoenen. Het negentiende-eeuwse

verlangen naar een synthese van wetenschap en geloof moet in samenhang

worden gezien met enerzijds het tot ongekende hoogte gestegen prestige

van de natuurwetenschappen en anderzijds de uitholling van het orthodoxe

geloof. Een van de voornaamste exponenten van het negentiende-eeuwse

occultisme was het spiritisme, dat onder meer op literatoren grote aantrekkingskracht

had.

Het spiritisme werd gekenmerkt door een dubbelzinnige benadering

van wetenschap. In dit artikel wordt deze benadering aan de hand van de

J.D. Bierens de Haan, 'Het "bankroet der wetenschap" en het okkultisme', Kroniek

1 (1895) 292-293, aldaar 292.

277


Vermeer

gebruikte retoriek nader onderzocht, waarbij met name aandacht is voor

de positie die literatoren innamen tussen spiritisme en wetenschap. it de

beschikbare bronnen is een selectie van teksten gemaakt waarvan mocht

worden verwacht dat deze inzicht geven in de houding van (literaire) spiritisten

ten opzichte van wetenschap. Deze selectie bestaat uit enkele relevante

artikelen ui t het spi ri tistische tijdschrift Het toekomstig leven, dat va naf 1897

werd uitgegeven, en uit enige beschouwende publicaties van literatoren, van

wie in een enkel geval ook een creatief werk wordt vermeld.

Het spiritisme en de wetenschap

Door Jan Romein werden spiritisten samen met diverse andere wereldhervormer

uit het fin de sièc1e - ofhet nu blootvoeters, theosofen, aardstralers

of antikunstmesters betrof - als occult afgedaan en de aanhangers van

deze 'kleine geloven' werden daarmee verbannen naar het reservaat van

de geschiedenis. 2 Deze visie is intussen grondig herzien doordat er oog

is gekomen voor de rol die het occultisme heeft gespeeld in de zoektocht

naar 'nieuwe vormen' die zo kenmerkend wordt geacht voor de cultuur van

het fin de sièc1e als geheel. Door zijn finalistische perspectief zag Romein

niet dat veel van de door hem gelauwerde wetenschappers ook 'zoekende

zielen' waren die zich bezighielden met de diverse experimenten rond de

eeuwwisseling. 3 Bovendien probeerden 'de honderd en een profeten' zelf

wetenschappelijke respectabiliteit te verkrijgen. De scheidslijn tussen aan

de ene kant moderne wetenschap als 'serieuze zaak' en aan de andere kant

het occultisme als 'grap van de geschiedenis' bleek niet duidelijk te kunnen

worden getrokken. Zowel binnen de cultuurgeschiedenis als binnen

de godsdienstwetenschap worden de 'kleine geloven' niet meer gezien als

onschuldige hindernissen op weg naar moderniteit, maar als onderdeel van

het moderniseringsproces.

In de negentiende eeuw manifesteerde het occultisme zich als crisis-

2 Jan Romein, Op het breukvlak van twee eeuwen I (Amsterdam 1967) 39; Romein,

Breukvlak 11, 219-225. Voor kritiek op Romeins visie zie: Marijke Gijswijt-Hofstra,

Vragen bij een onttoverde wereld (Amsterdam 1997) 17; Frank Huisman en Henk

te Velde, 'Op zoek naar nieuwe vormen in wetenschap en politiek. De "medische"

kleine geloven', De negentiende eeuw 25 (200 I) 129-135, aldaar 130.

3 Huisman en Te Velde, 'Op zoek naar nieuwe vormen in wetenschap en politiek', 131,

135. Zie voor de psychologie: Douwe Draaisma, Beginjaren van de psychologie. De

geest in getal (Lisse 1988) 12,174,189.

278


'Alles is mystiek'

verschijnsel binnen de westerse esoterische traditie. Doordat dit tot dan

toe intern coherente wereldbeeld zich moest gaan spiegelen aan allerlei

seculariseringsprocessen, ontstond vanaf 1860 de door godsdiensthistoricus

Antoine Faivre gesignaliseerde 'trivialisering'van de westerse esoterie. 4

Een van de belangrijkste seculariseringsprocessen was de opkomst van het

wetenschappelijke causaliteitsdenken. Terwijl tot de Verlichting de kerk

de belangrijkste concurrent - en vaak tegenstander - was geweest van de

esoterische traditie, werd dit vanaf deze tijd de wetenschap. Esoterici verwierpen

het wetenschappelijke discours echter niet, maar probeerden het

te incorporeren in hun eigen kosmologie. 5 Het esoterische en het wetenschappelijke

wereldbeeld botsten met elkaar, met name door de volgende

tegenstellingen: universele correspondenties tussen micro- en macrokosmos

('zo boven, zo beneden') tegenover lineaire causaliteit, de natuur als

bezield organisme tegenover de natuur als mechanisme en tenslotte het

denken in termen van een harmonisch geheel van krachten tegenover het

wetenschappelijk reductionisme. Het occultisme als 'hybride mengvorm'

van deze innerlijke tegenstrijdigheden is door Wouter Hanegraaff treffend

beschreven: 'De occultist trachtte te "toveren" in een onttoverde wereld.,6

Een van de belangrijkste uitingsvormen van het occultisme waarin de

confrontatie tussen het esoterische en het wetenschappelijke wereldbeeld

zichtbaar wordt, is het spiritisme.

Het spiritisme wordt gekenmerkt door een eeuwenoude opvatting, die

in verschillende godsdiensten verspreid over de wereld wordt aangetroffen,

namelijk dat mensen na hun lichamelijke dood 'verder leven' en contact

kunnen blijven onderhouden met hun nabestaanden. ï Het grote verschil

tussen de spiritistische invloeden in andere godsdiensten en het Angelsaksische

piritisme in de negentiende eeuw is het zoeken naar wetenschappelijke

bewijzen van deze geloofsovertuiging. In tegenstelling tot het Franse

spiritisme van AJan Kardec (1809-1869), waarin reïncarnatie een belangrijke

rol speelde, baseerde het Angelsaksische spiritisme, ook wel '(modern) spi-

4 w.j. Hanegraaff, 'Esoterie, occultisme en (neo)gnostiek. Historische en inhoudelijke

verbanden' in: Religiellze bewegingen in Nederland 25 (Amsterdam 1992) 1-28,

aldaar 19; Wouter Hanegraaff, New AoRe relioRion and western ClIlwre. Esotericism in

the Illirror ofsewlar thought (Utrecht 1995) 516.

5 Olav Hammer, Claiming knowiedge. Strategies ofepistemology from theosophy to the

New Age (Leiden, Boston en Keulen 200 I) 51.

6 Hanegraaff, 'Esoterie, occultisme en (neo)gnostiek', 18; Hanegraaff, New Age religion,

516.

7 Jan Hendrik Sommer, Spiritisme (Kampen 200 I) 28.

279


Vermeer

ritualisme' genoemd, zich op natuurwetenschappelijke uitgangspunten als

proef (seance) en herhaalbaarheid van de verschijnselen, om vervolgens via

deze feiten tot de formulering van wetten te komen. 8 Juist deze behoefte aan

wetenschappelijke legitimatie maakt het spiritisme tot een ultiem voorbeeld

van het occultisme als 'hybride mengvorm' waarin getracht wordt het esoterische

met het wetenschappelijke wereldbeeld te verenigen.

Alleen al uit de worsteling van de spiritisten met de terminologie

- 'spiritisme' of 'spiritualisme' - wordt de precaire positie tussen wetenschap

en geloofsovertuiging duidelijk. 9 Ik zal in navolging van de laatste

begripsverandering in Het toekomstig leven, alsook van de terminologie in

de meeste Nederlandse wetenschappelijke literatuur over het onderwerp de

term 'spiritisme' gebruiken om het Angelsaksische spiritisme of (modern)

spiritualisme mee aan te duiden. lO

De negentiende-eeuwse zoektocht van het spiritisme naar wetenschappelijk

bewijs beperkte zich niet tot het proefondervindelijk terrein, maar

strekte zich ook uit tot het aanwijzen van historische voorlopers. De voornaamste

hiervan was EmanuelSwedenborg, de achttiende-eeuwse Zweedse

natuurwetenschapper die zich ontwikkelde tot geestenziener. Hij werd in

ederland eind negentiende eeuw 'ontdekt' door pedagoge, schrijfster

en christelijk spiritualiste Elise van Calcar. 11 Ze noemde hem een 'ziener,

heraut en vader van het moderne spiritisme."2 aast Swedenborg waren

de Oostenrijkse paranormaal genezer Franz Anton Mesmer en de sociaal

8 Derk jansen, Op zoek naar nieuwe zekerheid. Negentiende-eeuwse protestanten en

het spiritisme (Groningen 1994) 2-3.

9 Met de term 'spiritualisme' kon de voorkeur worden aangegeven voor het Angelsaksische

spiritualisme in tegenstelling tot het Franse spiritisme. Ook kon met de term

een bredere betekenis worden aangeduid, namelijk het spiritualisme al tegenhanger

van het materialisme.

10 Het toekomstig leven stelde zich ten doel over 'spiritistische verschijnselen' te schrijven,

maar gebruikte de termen 'spiritisme' en '(modern) spiritualisme' door elkaar.

Tot 1902 luidde de ondertitel 'studie der proefondervindelijke zielkunde en bovenaardsche

verschijnselen', vanaf toen werd de ondertitel 'studie van het spiritualisme

en aanverwante verschijnselen'. In 1904 werd 'spiritualisme' in deze ondertitel echter

weer vervangen door'spiritisme', waarbij de redactie zich naar eigen zeggen baseerde

op 'historische en taalkundige gronden.' De redactie, 'L.S.', Het toekomstig leven I

(1897) 1-2, aldaar 2; Léon Denis, 'Het spiritistisch congres in 1900', Het toeko/'nstig

[even 3 (1899) 113-114, aldaar 113; N.N., 'Spiritisme ofspiritualisme', Het toeko/'I1SIig

leven 8 (1904) 213-214, aldaar 214.

11 jansen, Op zoek naar nieuwe zekerheid, 12.

12 Sommer, Spiritisme, 33.

280


'Alles is mystiek'

HET TOEI(OMSTIG LEVEN.

fIALFMAANDELlJKSCH

GEWIJD AAN' DE

TIJDSCHRIFT

.I"dis de. l'",sr\Id


Vermeer

Terwijl het houden van seances

voor velen een populair

gezelschapsspel was geworden,

gingen wetenschappers zich

intussen serieus bezighouden

met het onderzoeken van de

ï wonderbaarlijke verschijnselen

die zich tijdens dergelijke seances

voordeden. [n Engeland

werd het voortouw genomen

met het wetenschappelijk onderzoek

van mediums en paranormale

verschijnselen. [n 1882

werd door een aantal befaamde

wetenschappers van de Royal

Society de Society for Psychical

Research ( PR) opgericht. De

SPR luidde het begin in van de

parapsychologie, een term die

\ in 1889 voor het eerst in Duits-

'(' , . ", land werd gebruikt door Max

Marcellus Emanls. Tekening door II.J. /-laverman uit 1897.

Uil: Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum,

,\Jareel/l/S EmaIlts. Schrijversprentenboek 23

(Amsterdam 1984) 28.

Dessoir. 1s Hoewel in Nederland

al vanaf 1859 spiritistische genootschappen

ontstonden, zou

dergelijk wetenschappelijk onderzoek veel langer op zich laten wachten. 16

Pas in 1920 werd een' tudievereeniging voor "Psychical Research'" opgericht

met als eerste voorzitter de psycholoog Gerard Heymans. Engelse,

maar ook Duitse, Franse en Italiaanse wetenschappers hielden zich toen al

decennialang bezig met het onderzoeken van de spiritistische claims. Een

verkJaring voor deze verlate ederlandse ontwikkeling is dat er, in tegenstelling

tot het buitenland, geen Nederlandse wetenschappers van naam hun lot

wilden verbinden aan het onderzoek van paranormale verschijnselen. I? Wel

15 Hulspas en Nienhuys, Tussen waarheid en waanzin, 371-372.

16 D. lansen, 'Het spiritistisch genootschap "Oromase" ('s-Gravenhage, 1859-1860;

1869-1879)', De Negentiende Eeuw 4 (1982) 159-172, aldaar 159-164.

17 Leonieke Vermeer, 'Als de tafel danst dan wankelt de wetenschap.' De relatie tussen

occultisme en wetenschap rond 1900 in Nederland (ongepubliceerde doctoraalscriptie,

Groningen 2004) 61-62,84-97.

282


'Alles is mystiek'

waren er literatoren die zich voor het spiritisme interesseerden. Zij konden

door hun literaire en soms - zoals in het geval van Frederik van Eeden en

Felix Ortt ook academische - prestige een soort bemiddelende rol spelen

tussen spiritisme en wetenschap. Van Eeden en Marcellus Emants vonden

elkaar in het standpunt dat het spiritisme op zijn minst onderzocht moest

worden, maar dit was makkelijker gezegd dan gedaan.

Het spiritisme in literaire kringen

Uit bijdragen in het spiritisti che tijdschrift Het toekomstig leven blijkt dat

er meerdere vergeefse pogingen werden ondernomen om 'een man met een

wetenschappelijke titel' te vinden die de oprichting kon bewerkstelligen van

'een vereeniging van logisch denkende en wetenschappelijk gevormde onderzoekers,

op gelijke leest geschoeid als de Engelsch-Amerikaanse Society

for Psychical Research.'18 Frederik van Eeden was gepromoveerd geneeskundige,

psychiater en een pionier in het parapsychologisch onderzoek in

Nederland. Hij had veel belangstelling voor het spiritisme. Marcellus Emants

opperde dan ook dat hij de juiste man zou zijn om het initiatief te nemen

tot onderzoek. Van Eeden voelde zich echter niet geroepen om die taak te

vervullen. Hij gaf op 5 december 1903 zijn reden tot weigering enigszins

omAoerst weer in een kort briefje aan Emants, dat redacteur H.N. De Fremery

met goedkeuring van deze laatste afdrukte in Het toekomstig leven:

'De zaak is, dat ik zeer voorzichtig moet zijn met het op mij nemen van

nieuwe bezigheden. Ik zou meer op mij nemen, dan ik in staat ben goed uit

te voeren.' Wel schrijft Van Eeden dat hij bereid is de zaak te ondersteunen

met advies en dat hij zijn 'Engelsche vrienden' erbij zou kunnen betrekken. 19

Juist in deze periode liet de schrijver zijn aanvankelijk sceptische houding

tegenover het spiritisme steeds meer varen en ging hij geloven in plaats van

onderzoeken. Zeker na de dood van zijn zoon Paul in 1913 kreeg het geloof

in gene zijde de overhand boven wetenschappelijke twijfel. 20

18 Marcellus Emants, 'Waar behoefte aan bestaat', Het toekomstig leven 6 (1902) J37­

139.

19 H.N. de Fremerv. 'Een "Psvchic Research Society" in Manchester', /-fel toekomstig

leven 8 (1904) 40-43, aldaar 40. Met de 'Engelsche vrienden' bedoelde Van Eeden

de wetenschappers van de Engelse SPR, waaronder Frederic Myers die hij in 1892

voor het eerst ontmoette en met wie hij bevriend raakte. J.H.A. Fontijn, T\-veespalt.

Het leven van Frederik van Eeden tot /90/ (Amsterdam 1990) 255.

20 Jan Fontijn, "'Douwes Dekker is hier. Ben ik welkom?" Van Eedens obsessie voor

het spiritisme', Maatstaf2 (1994) 1- 24, aldaar 2-12.

283


Vermeer

Dat rond 1900 nog steeds naar Van Eeden werd gekeken als de autoriteit

op het gebied van de parapsychologie en het spiritisme is niet verwonderlijk.

Jn het voorafgaande decennium was Van Eeden degene gewee t die met een

aantal artikelen in De Nieuwe Gids het spiritisme en parapsychologische

begrippen als hypnose en suggestie bij een breder publiek bekend had gemaakt.

De schrijvers die ook in meer ofmindere mate literaire faam genoten

en - soms kritische - bijdragen leverden aan Het toekomstig leven waren

Marcellus Emants, Felix Ortt, Hendrik Jan chimmel en zijn schoonzoon en

redacteur van het tijdschrift H. . de Fremery. De meeste van hen hadden

Van Eeden wel eens ontmoet in verband met hun gezamenlijke interesse

voor het spiritisme.

Uit analyse van de artikelen van al deze literatoren en van enkele minder

bekende auteurs die in Het toekomstig leven schreven, blijkt dat zij zich van

een gelijksoortige argumenteertrant bedienden. Hun retorische strategieën

vertonen veel overeenkomsten met de door godsdiensthistoricus Olav Hammer

beschreven 'discursive strategies' in esoterische teksten. Een analyse van

de genoemde teksten aan de hand van deze retorische strategieën biedt een

treffende illustratie van de ambivalente manier waarop in het occultisme

met wetenschap werd omgegaan. Alvorens in te gaan op de teksten zelf, volgt

een beknopte uitleg van de door Hammer beschreven manieren waarop

wetenschap in esoterische teksten kan worden verwerkt.

Zoals bij alle religies is ook het discours van esoterische teksten actief

en bewust geconstrueerd met als doel een zo groot mogelijke overtuigingskracht

te realiseren. Hierbij wordt gebruik gemaakt van zogenaamde 'discursive

strategies'.21 De drie strategieën die Hammer onderscheidt, hebben

alle betrekking op een 'Ander'. Deze 'Ander' kan zowel positief als negatief

worden gebruikt. 22 Een van deze strategieën is het gebruik van wetenschap

als bepalende 'Ander'. Wetenschap kan als positieve 'Ander' worden gebruikt,

omdat zo legitimiteit kan worden gegeven aan het esoterische wereldbeeld.

Het gebruik van wetenschap als positieve 'Ander' kenmerkt zich door een

sciëntistische interpretatie van wetenschap. Terwijl voor wetenschappers

21 Hammer, Claiming kl1olVledge, 42.

22 De term 'significant Others' werd in de jaren dertig van de twintigste eeuw geïntroduceerd

door George Herbert Mead en is in de theorie van persoonlijkheidsontwikkeling

gebruikt. Hier wordt het concept als een metafoor gebruikt om het

proces aan te duiden waarbij leiders van religieuze bewegingen de identiteit van hun

leer construeren in relatie met abstracte of concrete Anderen. Hammer, Claimil1g

kl1olV/edge,44.

284


'Alles is mystiek'

het gebruik van de wetenschappelijke methode doorslaggevend is om

iets wetenschappelijk te noemen, is dit voor esoterici niet het geval. Zij

verstaan onder wetenschap vooral de wetenschappelijke resultaten en de

hieraan gekoppelde terminologie en technische toepassingen. De import

van de resultaten van wetenschap vindt bovendien plaats binnen een reeds

bestaand normatief kader. 23

Bij het gebruik van wetenschap als negatieve 'Ander' wordt met behulp

van een kenmerkende 'underdog rhetoric' de achtergestelde positie van de

esoterische, spirituele, holistische wetenschap ten opzichte van de conventionele

natuurwetenschap benadrukt. 24 Eind negentiende eeuw paste deze

visie in de breder gevoelde afkeer van de materialistische en mechanistische

wetenschap, die uitmondde in het eerder genoemde 'bankroet der wetenschap'.

Wetenschap als negatieve'Ander'

De retorische strategie waarbij wetenschap als negatieve 'Ander' wordt

gebruikt blijkt duidelijk uit de strijdmetaforiek. In de 'strijd' tussen spiritualisme

en materialisme, of tussen spiritisme en wetenschap wordt gesproken

over 'twee kampen' die elkaar met behulp van 'kamprechters' en

een 'wapenuitrusting' bestrijden. 25 Het voornaamste verwijt dat spiritisten

met behulp van de nodige 'underdog rethoric' aan de natuurwetenschap

maken, is het zogenaamde'apriorisme: Hiermee doelen zij op de bevooroordeelde,

dogmatische houding van de gevestigde wetenschap: 'A priorisme!

Een beschuldiging den wetenschappelijk gevormde dikwerf naar het hoofd

geslingerd, waar het zijn oordeel geldt over verschijnselen, welke buiten de

sfeer van zjjn gewoon studieveld valJen.'26

Frederik van Eeden benadrukt dat het'onwijsgeerig' en 'onwetenschappelijk'

is om uit te gaan van een compleet natuurwetenschappelijk systeem,

'want komt er nu een nieuw feit dat niet in 't systeem past, dan gaat men dat

23 Ibidem. 203-204.

24 Ibidem, 252.

25 Zie bijvoorbeeld: Marcellus Emants, 'Ingezonden', Het toekomstig leven 5 (1901)

58-60, aldaar 58; J.S. Göbel, 'Over "Het spiritisme en zijn gevaren''', Het toekomstig

leven 12 (1908) 337-342,353-359,369-374,399-407, aldaar 338.

26 J. Th. den Hartog, 'De moreele waarde van het spiritisme voor wetenschap en

godsdienst', Het toekomstig leven 4 (1900) 158-160, 175-176, 199-202, aldaar 158.

285


Vermeer

a priori afwijzen en ontkennen, dus niet onderzoeken.>27 De hoofdredacteur

van Het toekomstig leven J.S. Göbel wijst er op dat de 'de priesters der wetenschap'

niet aan hun verplichtingen voldoen. Zonder het spiritisme zou een

belangrijk gebied voor de wetenschap niet eens onderzocht zijn. 2B

Het verwijt dat de wetenschap dogmatisch is, wordt met name benadrukt

door de wetenschap op een lijn te stellen met het orthodoxe geloof:

'De wetenschap noemt zich onpartijdig. De grootste partijdigheid is het

toch zeker, zelfs het onderzoek te weigeren. Daarom doen de Spiritisten,

met groot recht, aan de hedendaagsche wetenschap hetzelfde verwijt, die

deze zelf weleer tegen de Kerk heeft gericht: Orthodoxie, onfeilbaarheid en

onverdraagzaamheid.'29

OokVan Eeden vergelijkt in zijn afkeuring van dogmatisme de wetenschap met

het geloof. Dit gebeurt bijvoorbeeld in zijn treffende allegorie van de natuurwetenschap

als 'het beloofde land', dat hij beschrijft als een 'zeer stoffig' en 'zeer

onherbergzaam oord'. De natuurwetenschap is volgens Van Eeden hoogstens

een nieuw geloof, dat echter verdacht veel weg heeft van het oude:

'Gelooven is niet noodig, - behalve maar heel eventjes bij 't begin, aan

't begrip materie, maar daar zijt ge gauw doorheen, en het heelal is uw!

Dit geloof heeft ook een duivel, evenals het kristelijke. Dat is het "bovennatuurlijke".

Hoe zij er aan komen, is moeielijk na te gaan. Maar zij zijn

er zeer bang voor. Hun leer is echter, dat hij niet bestaan kan. Wie zooiets

zegt, verkeert noodzakelijk in groot gevaar zich te vergissen, - want hij acht

zich in staat, steunende op zijn eigen voorstelling, het bestaan van iets a

priori te ontkennen.')O

De wetenschap doet dus sterk aan het geloof denken wat betreft de gehechtheid

aan het eigen systeem.

In de beschouwende artikelen van Van Eeden komt net als in zijn misschien

wel beroemdste creatieve werk De kleine Johannes de afkeer van de

27 Frederik van Eeden, 'Vitalisme' in: Studies 11 (tweede druk; Amsterdam 1902) 288­

327, aldaar 313.

28 ).S. Göbel, 'Over "Het spiritisme en zijn gevaren"', Helloekomstig leven 12 (1908)

337-342,353-359,369-374,399-407, aldaar 406.

29 Eduard F. Croese, 'Het spiritisme', Het toekomstig leven 1 (1897) 29-30, aldaar 30.

30 Frederik van Eeden, 'Het hypnotisme en de wonderen' in: Studies 1 (vierde druk;

Amsterdam 1905) 139-167, aldaar 142. Zie ook: Frederik van Eeden, 'De spiritistische

verschijnselen' in: Studies I (vierde druk; Amsterdam 1905) 197-245, aldaar

197-198.

286


'Alles is mystiek'

uitpluizende, ontcijferende natuurwetenschap naar voren, vooral als deze

zich begeeft op het terrein van de psychologie. 31 Terwijl natuurwetenschappers

er van overtuigd zijn 'dat men een mensch onder 't microscoop kan

zien denken'32, vindt Van Eeden dat de ziel niet ontsloten kan worden door

de natuurwetenschap. 'Wij hebben de dingen te verklaren uit de ziel en niet

de ziel uit de dingen.'33 Tegelijkertijd wil hij de gemoedszaken die hem zo

interesseren toch graag voorzien van het gezag dat de natuurwetenschap

nog altijd had: 'Laat niemand zeggen dat dit [profetieën, het tweede gezicht,

de geestesgemeenschap op een afstand] niet tot de wetenschap behoort. Al

wat gebeurt behoort tot de wetenschap.,34

Een door Hammer onderscheide tactiek die zowel in Het toekomstig leven

als in Van Eedens Studies wordt gehanteerd, is de zogenaamde'mirror-imaged

response' - het terugkaatsen van de bal, of ander gezegd, het aanvallen van

de tegenstander met haar eigen wapens. Deze tactiek wordt met behulp van

de eerder genoemde strijdmetaforiek zelfs expliciet beschreven:

'Alles te willen begrijpen en bewijzen is nog een uitvloeisel van het materialisme,

dat alles wilde grondvesten op de elementen Kracht en Stof. Laat ons

met die wetenschap ons voordeel doen en de aanvaller met de door hem

gewenste wapenen bestrijden. Dat geeft een tweegevecht, waarbij men ons

altans nooit zal kunnen beschuldigen van ondeugdelike of ongeoorloofde

wapenen te gebruiken.'35

Van Eeden laat als geen ander zien hoe deze retorische strategie kan worden

toegepast. Terwijl natuurwetenschappers het occultisme afdoen als 'mystiek',

is volgens hem ook de natuurwetenschap zélf mystiek:

'Alles is mystiek, van het begin tot het eind, van de diatomeeën tot den Melkweg.

(. .. ) Is er iets mystieker denkbaar, dat [sic, moet'dan' zijn] het eenvoudig

feit dat een plank uit milliarden atomen bestaat, onderling relatief wover van

elkander als de sterren, en allen in voortdurende beweging- en dat die atomen,

die elkaar niet raken en op niets rusten, een mensch kunnen dragen?,36

3JIn De kleine johannes met name de volgende passages: Van Eeden, De kleine Johannes,

77,90,92.

32 Frederik van Eeden. 'Ons dubbel-ik' in:. tudies I (4e druk: Amsterdam 1905) 168-

180, aldaar 170.

33 Van Eeden, 'Vitalisme', 307.

34 Van Eeden, 'Het hypnotisme en de wonderen', 161.

35 KolJewijn, 'Wordt de verspreiding der spiritualistiese leer door sommige aanhangers

tegengewerkt', Het toekomstig leven 7 (1903) 59-60, aldaar 59.

36 Van Eeden, 'De spiritistische verschijnselen', 244.

287


Vermeer

Als de natuurwetenschap zélf mystieke verschijnselen onderzoekt, waarom

zouden dan de als mystiek, onverklaarbaar en bovennatuurlijk getypeerde

spiritistische ver chijnselen niet net zo goed onderzocht kunnen worden?

Bij wetenschappelijk onderzoek moet volgens Van Eeden niet worden

geprobeerd alles in het systeem van natuurwetten te passen: 'Past er iets

niet in de wetten, dan ligt dat aan de wetten, niet aan de natuur,.3? In Het

toekomstig leven wordt eveneens gepleit voor een soepele houding bij het

onderzoek naar de spiritistische verschijnselen:

'Daarom voeren ook zij [de 'spiritualisten'] deze woorden in hun banier

en zeggen met den natuuronderzoeker: What we want are facts. Maar zij

volgen deze empirische methode niet zoo beangst voor eenige afwijking

als de tegenwoordig zoo eenzijdige beoefenaar der natuurwetenschap en

geneeskunde. Zij erkennen de groote waarde der speculatieve wetenschap,

die wel een stapje over de feiten en verschijnselen heen doet en daardoor

in staat is het terrein, dat voor haar ligt, te overzien: 38

Van Eeden en de schrijvers in Het toekomstig leven maken zich sterk voor

een ander soort wetenschap: een vergeestelijkte wetenschap met wetenschappers

die hun verbeeldingskracht gebruiken en in staat zijn om af en

toe een 'stapje over de feiten en verschijnselen heen te doen'. Het systeem

van natuurwetten moet kunnen worden opgerekt zodat de 'nieuwe feiten'

erin passen. Terwijl dus op het eerste gezicht de natuurwetenschap vooral

wordt verguisd, blijft het natuurwetenschappelijke wereldbeeld ondertussen

wel het uitgangspunt.

Wetenschap als positieve 'Ander'

Hét wetenschappelijk paradigma van de negentiende eeuw, de evolutietheorie,

beïnvloedde de gehele cultuur en werd op veel uiteenlopende

manieren naar ieders hand gezet. Het spiritisme vormde wat dit betreft

geen uitzondering:

'Na er van verzekerd te zijn, dat er een leven is na den dood; dat de dood

slechts een wijziging is van den vorm van denken, gevoelen, hooren en

zien, moet de wanhoop hebben plaats gemaakt voor hoop. De Wet der

Evolutie, het eindeloos voortschrijden van den ontwikkelingsgang van het

37 Van Eeden, 'Het hypnotisme en de wonderen', 157.

38 'E.', 'Onwetendheid en vooroordeel in Nederland', Het toekomstig leven I (1897)

34l-343, aldaar 343.

288


'Alles is mystiek'

bestaande, door Darwin en Wallace zoo al niet ontdekt, dan toch tot een

systeem verheven, kan dan begrepen zijn en worden toegepast.'39

Uit deze passage uit een artikel van H.]. Schimmel blijkt dat hij het spiritisme

niet zozeer als alternatief, maar als verrijking ziet van de evolutietheorie.

Volgens Felix Ortt is de evolutieleer ons door de geestesmededelingen pas

goed duidelijk geworden, zo beweert althans de hoofdpersoon Frits van

Beers in de sterk autobiografische tendensroman Naar het groote licht. 40

Uit een ingezonden briefvan MarceLlus Emants naar Het toekomstig leven

valt allereerst de hoge waardering op die hij heeft voor de wetenschappelijke

methode. Doordat hij ervoor pleit dat het tijdschrift deze methode dan ook

dient te volgen, blijkt bovendien dat hij een brug probeert te slaan tussen

spiritisme en wetenschap. Emar1ts vindt de geestenhypothese, die stelt dat

geesten de paranormale verschijnselen veroorzaken, nog onbewezen. Toch

wordt in Het toekomstig leven 'deze hypotese niet alleen vrij algemeen als

wèl bewezen aangenomen; maar gaat men al verder en wordt haast in elk

nummer een moraal verkondigd, die op het vaststaan van deze hypotese

moet berusten.' Het tijdschrift zou er goed aan doen om de 'denkende

mensen niet van de zaak te vervreemden' door louter 'uitvoerige beschrijvingen

van zorgvuldig waargenomen feiten en behoorlik gekontroleerde

proefnemingen' in het blad op te nemen. 41 Emants wilde het tijdschrift

wetenschappelijker maken dan het vanwege andere - morele of religieuze

- behoeften kon zijn.

Naast de evolutietheorie en wetenschapsmethodische inzichten waren

er nog vele andere wetenschappelijke elementen die door de spiritisten

werden verwerkt, vooral natuurlijk als deze de geestenhypothese konden

ondersteunen. Zo was het bijvoorbeeld handig dat binnen de wetenschap

zelf ook het besef groeide dat de natuurwetenschap niet de gehele werkelijkheid

kon doorgronden. In een artikel in Het toekomstig leven wordt het

'een der grootste verdiensten der moderne wetenschap' genoemd dat deze

uiteen heeft gezet dat 'al onze zintuigen, elk in zijn soort beperkt zijn.' In

zijn Handleiding tot de kennis van het spiritisme (Bussum 1904) schrijft De

Fremery dat geluidstrillingen die voor normale stervelingen niet waarneembaar

zijn en onderdeel uitmaken van een georganiseerde levenskracht

wel kunnen worden waargenomen door diegenen 'die het stervensproces

39 H.). Schimmel, 'Men kan het spiritisme best missen', Het toekomstig leven 5 (1901)

189-192, aldaar 191.

40 Felix Ortt, Naar hetgroote licht (Amsterdam 1899) 316-317.

41 Emants, 'Ingezonden', 59.

289


Vermeer

Frederik van Eeden. Uit: ). Fonlijn, Tiveespatl.

J-Jet teven van Frederik van Eeden lOl

1901 (Amsterdam 1999) 374.

doorleefden'. Hij komt tot deze conclusie

door middel van een typerende bricolage 42 ,

waarin hij wetenschappelijke en minder

wetenschappelijke kennis, wetenschappelijke

terminologie (röntgenstralen, protoplasma

en evolutie) en wetenschappelijke

technologie (fotografie van lichtuitstraling)

met elkaar verweeft.

De spiritisten trachtten diverse wetenschapsterreinen

tot een geheel te smeden.

Van Eeden had echter, meer dan de meeste

schrijvers in Het toekomstig leven, ook de

benodigde wetenschappelijke achtergrond

en retorische begaafdheid om dit eclecticisme

overtuigend te laten overkomen.

Dit blijkt bijvoorbeeld als hij afkeurend

spreekt over de natuurwetenschappelijke

benadering van de psychologie:

'Van de graviteits-wet uitgaande, zou men komen tot de chemische eigenschappen

der anorganische stoffen, van de anorganische langs den weg van

Diatomeeën en Amoeben tot de georganiseerde, van eiwit tot protoplasma,

van protoplasma tot hersencellen tot liefde, haat, godsdienst. Psychologie

was niets anders dan hersenphysiologie.'43

Biologische begrippen als diatomeeën en amoeben - kiezelwieren en eencellige,

parasiterende diertjes - worden in één zin met fysische, chemische,

fysiologische en psychologische begrippen verbonden.

Het eclecticisme valt ook op te maken uit de vele, vaak beroemde filosofen

en wetenschappers uit allerlei vakgebieden die worden vermeld. Zo

noemt Van Eeden in zijn Studies onder andere natuurkundigen, scheikun-

290

42 De term bricolage ('knutselwerk' of 'broddelwerk') is afkomstig van de cultureel

antropoloog Claude Lévy-Strauss en wordt door sommige, door het postmodernisme

beïnvloede, godsdienstwetenschappers van toepassing geacht op (religieuze)

zingevingssystemen, waarbij ieder persoonlijk van fragmentarische en incon istente

brokstukken een eigen zingeving in elkaar zet. Volgens Hammer zijn sycretisme en

eclecticisme in zeker opzicht wel typerende kenmerken van esoterische teksten,

maar de aanhangers zelf vinden hun leer meestal een eenheid. Hammer, C1aiming

knowiedge, 10.

43 Van Eeden, 'Ons dubbel-ik', 169.


'Alles is mystiek'

digen, biologen, fysiologen, filosofen én natuurlijk veel klinkende, grote

namen van wetenschappers die de spiritistische verschijnselen hebben

onderzocht. Voor het wetenschappelijke cachet van het spiritisme moest

lange tijd vooral naar het buitenland worden gekeken. Als een soort mantra

wordt in Het toekomstig leven geregeld een rijtje bekende buitenlandse wetenschappers

genoemd die het spiritisme ondersteunden. In 1901 stelt RB.

Kennedy van Dam, ook actiefals medewerker van Het toekomstig leven, zelfs

een lijst samen van 'eminente getuigen' uit binnen- en buitenland die het

spiritualisme ondersteunen. Het doel van de lijst is om de'wetenschappelijke

grondslag' van het spiritualisme als een onomstotelijk feit te presenteren. 44

In Naar het groote licht van Felix: Ortt is het rijtje van wetenschappers die

het spiritisme hebben onderzocht hét argument dat Frits van Beers weet

te overtuigen van de waarheid van het spiritisme. 45

Soms wordt expliciet vermeld dat van het noemen van een wetenschappelijke

titel positief effect wordt verwacht. Bij zijn eerder genoemde

oproep om te komen tot een ederlandse Society for Psychical Research

pleit Marcellus Emants er voor'dat een man met wetenschappelike titel aan

het hoofd van de zaak moet komen te staan, (... ) omdat het in deze nodig

is het publiek een vertrouwen in de deugdelikheid van het onderzoek te

geven, dat niet zal ontstaan, indien alleen mensen zonder wetenschappelike

titels dit onderzoek ter hand nemen.'46 Ook De Fremery stelt: 'Wij zijn allen

zonder onderscheid eerder geneigd geloof te hechten aan de verklaringen

van een professor, dan aan die van een kruidenier.'47 De Fremery was zich

er van bewust dat het gebruik van wetenschappelijke namen een strategie

was die werkte:

'Vandaar dat wij zoveel waarde hechten aan de verslagen, die Crookes, Wallace,

Richet, Flammarion, Lombroso, Morselli, e.a. van hun onderzoekingen

gegeven hebben. Voor de meesten van onzer zijn dit enkel namen, maar wij

weten nu eenmaal dat die namen klinken in de wetenschappelijke wereld,

en daaraan ontleent al wat zij schrijven een zekere waarde.'48

44 H.B. Kennedy van Dam, Getuigenis voor het spiritualisme. Lijst var1 eminente getuigen

1/nM NprJpr/o nrJ '0mpngp


292

Vermeer

Het gebruik van wetenschap als positieve 'Ander' blijkt niet alleen uit de

expliciete vermeldingen van weten chappelijke theorieën, terminologie en

beroemde wetenschappers, maar ook uit een nadere, 'tegendraadse' tekstanalyse.

Op het eerste gezicht benadrukken de schrijvers steeds het verschil

tussen hun benadering en die van de conventionele, 'officieele' natuurwetenschap.

Deze polarisatie moet worden gezien tegen de achtergrond van

een steeds grotere verzelfstandiging van de natuurwetenschappen die rond

1900 onomkeerbaar werd. Het verschil tussen natuurweten chappers en

vertegenwoordigers van de 'andere' wetenschap wordt geaccentueerd door

natuurwetenschappers met 'men' aan te duiden en hen te karakteriseren

als 'rationalisten', 'priesters der wetenschap', 'menige doctorale muts' of'de

officieele (00')' de wetenschap der hooggeleerden, der door regeringen gesubsieerde

congressen, de beridderkruisde en benobelprijsde wetenschap.'49

Analyse van de natuurweten chappelijke terminologie - met name van de

beeldspraak -laat echter zien dat de bewondering voor de wetenschap niet

kan worden verholen.

De bewondering voor het samenhang scheppende karakter van de

wetenschap blijkt bijvoorbeeld uit het gebruik van het gebouwen het

bouwen zelf als metafoor voor de wetenschap. Voor Schimmel zijn feiten

'de fondamenten, waarop bij toenemende kennis een grootscher gebouw

wordt waargenomen.'50 Een anonieme schrijver in Het toekomstig leven

vindt dat voor de weten chap een verheven, opbouwende taak is weggelegd:

'Voor heden is het doel aan te toonen, dat voor de Wetenschap, die over

het algemeen het geloof in een Toekomstig Leven schijnt te vernietigen,

de verheven taak is weggelegd ons geloof weder op te bouwen, en tot den

graad van weten op te voeren.' 51 Van Eeden noemt natuurwetenschappers

'de bouwmeesters onzer menschenwijsheid'52en hij preekt over'het gebouw

der natuurwetenschappen' als een 'fraai en imposant gebouw,.;3

49 Respectievelijk: Van Eeden, 'Het hypnotisme en de wonderen', 148; ).S. Göbel,

'Over "Het spiritisme en zijn gevaren"', Het toekomstig leven 12 (1908) 337-342,

353-359,369-374,399-407, aldaar 406; H.). Schimmel, 'Weer een!', Het toekomstig

leven 4 (1900) 261-264, aldaar 264; P.M.W., 'De suprematie der wetenschap. Een

wederwoord', Het toekomstig leven 15 (1911) 258.

50 H.). chimmel, 'Men kan het spiritisme best missen', Het toekomstig leven 5 (1901)

189-192, aldaar 190.

51 N.N., 'Het geloof in een toekomstig leven is een werkelijk wetenschappelijk vraagstuk',

Het toekomstig leven 1 (1897) 33-35, aldaar 33.

52 Van Eeclen, 'Ons dubbel-ik', 169.

53 Van Eeden, 'De spiritistische verschijnselen: 200. Dit artikel staat vol met gebouwmetaforen,

zie pagina 201, 202, 203, 240, 242-243.


'Alles is mystiek'

Terwijl Van Eeden graag afgeeft op natuurwetenschappers die uitgaan

van een systeem van natuurwetten en hierin geen nieuwe feiten willen

toelaten, kan hij zichzelf ondertussen niet bevrijden uit dit discours. Zo

heeft hij het niet alleen vaak over 'systemen', maar ook over 'onweerlegbaar

geconstateerde feiten', 'het groeien der positieve wetenschap', 'vrij neutrale

stelsels' en chemische en physische experimenten die 'exact' en 'doeltreffend'

zijn en 'vindingrijkheid' en 'vernuft' vereisen. 54 Ook Het toekomstig leven kan

zich niet onttrekken aan de dominante natuurwetenschappelijke ideologie,

wanneer er wordt gesproken over 'proefondervindelijke zielkunde', 'streng

wetenschappelijke waarnemingen', 'systemen' en 'grootsche wetten,.55

Uit de geanalyseerde teksten blijkt dat het gebruik van wetenschap als

positieve en als negatieve 'Ander' door elkaar loopt. Bewondering en verguizing

wisselen elkaar schijnbaar moeiteloos af, soms zelfs in één alinea:

'Een heele categorie van occultisten is er tegenwoordig, die angstvallig alles,

wat op mysticisme gelijkt, vermijden en bij hun onderzoek en studie

de meest wetenschappelijke methodes volgen. Zij huldigen de moderne

wetenschap door haar na te volgen in wat zij goeds heeft: het proefondervindelijk

onderzoek, en de wetenschap betoont haar erkentelijkheid door

hun de rug toe te draaien. [...1Wij "quasi-ontwikkelden", propagandisten

van het bijgeloof, niëeren niet alleen niet het bestaan van een wetenschappelijke

onderzoeksmethode, maar wij vragen dringend en vergeef aan de

in die methode ervarenen op ons leekenwerk toe te zien, het te volmaken,

nog liever: het ons uit de hand te nemen. Maar de wetenschap vertikt het.

En daarom vertikken wij der wetenschap meer eer te geven dan haar toekomt.'56

Besluit

Door de spiritisten zelf werd hun ambivalente benadering van wetenschap

kennelijk niet als een tegenstrijdigheid ervaren, omdat zij zichzelf als ver-

54 Van Eeden, 'Het hypnotisme en de wonderen' 141, 144, 157; Idem, 'Ons dubbel-ik',

173; Idem, 'De spiritistische verschijnselen', 200.

~~ 'ne stllrlie rler proefondervindeli}ke zielkunde' was tot 1902 een van de ondertitels

van het tijdschrift; De Redactie, 'L.S.', 2 ; Schimmel, 'Men kan het spiritisme best

missen', aldaar 191; N.., 'Een wetenschappelijke basis voor het geloof in en de

verklaring van een geestelijk bestaan nu en in een ongezien heelal', Het toekomstig

leven 1 (1897) 407-409, aldaar 407.

56 P.M .W:, 'De suprematie der wetenschap. Een wederwoord', Het toekomstig leven 15

(1911) 258.

293


Vermeer

tegenwoordigers zagen van een andere, betere wetenschap dan de conventionele

wetenschap. Bij het nastreven van die andere, betere wetenschap

bereden zij echter wel de stokpaardjes van de conventionele wetenschap.

De Nederlandse natuurwetenschap bleef ondertussen sceptisch tegenover

het spiritisme. Al in 1872 had professor Pieter Harting beweerd dat

'onthouding' de enige juiste houding van wetenschappers tegenover het

spiritisme was. S7 Volgens hoogleraar fysiologie Dirk Huizinga was 'een spiritistische

séance (...) geen akker, waarop men veel kans heeft vruchten van

wetenschap te oogsten.,S8 Natuurwetenschappers keken, in de woorden van

Frederik van Eeden, liever niet in 'het griezelige gelaat der mystiek.'s9 Terwijl

natuurwetenschappers zich dus liever onthielden van enige bemoeienis

met het spiritisme, waren enkele schrijvers bereid om zich in de 'strijd' in

de belangen van beide 'kampen' te verdiepen. Wel gebruikten zij daarbij de

voor esoterische teksten kenmerkende retorische strategieën, die overigens

ook in onze tijd zeker niet in onbruik zijn geraakt.

Tegenwoordig heeft het spiritisme nog ongeveer 800 aanhangers in

Nederland. 60 De parapsychologie houdt zich alleen nog zijdelings met het

spiritisme bezig en weet zich met wereldwijd drie leerstoelen nog altijd

te handhaven binnen de wetenschap, zij het nog steeds met behulp van

'underdog rhetoric'; de huidige buitengewoon hoogleraar parapsychologie

aan de Universiteit van Utrecht Dick Bierman heeft het gevoel dat 'de

gangbare wetenschap op het punt staat overstag te gaan' voor 'de jacht op

het paranormale.'61

294

57 TJ. Haverkamp, 'Lezing bij onze antipoden', Het toekomstig leven 8 (1904) 45; j.S.

Göbel, 'Over "Het spiritisme en zijn gevaren"', 337.

58 Dirk Huizinga, 'Vitalisme en mechanisme', Handelingen van hel vierde nederlandsch

naluur- en geneeskundig congres, IJ Cs-Gravenhage 1893) 18-36, aldaar 23. De rede

verscheen in ongecorrigeerde versie eerder in Nederlandsch tijdschrift voor geneeskunde

39 (1893) 437-456.

59 Van Eeden, 'Vitalisme', 318. In deze voordracht die Van Eeden op 4 november 1983

voor het Natuurkundig Genootschap in Groningen hield, reageerde hij op de rede

van Dirk Huizinga.

60 J. W. Becker, j. de Hart en j. Mens, Secularisatie en altematieve zingeving in Nederland.

Sociale en culturele studies 24 (Rijswijk 1997) 96.

61 Ronny Martens, '75 jaar parapsychologie in Nederland: reden tot hoop?', http:

//www.skepp.be:8080/skepp/artikeJs/para_psycho/parapsycho/ > geraadpleegd op

22 december 2004. Ook als artikel verschenen in: Wonder en is gheen wonder 3, 2

(2003).


Supplement


Het ingebeelde

antisemitisme

In Israel is iedereen her erover eens:

Europa i weer antiserrutlsch "eworden.

Veel Joden In Europa vinden dar ook.

Maar 15 het waar?

ir Ue en unset\\

jûdisc \\\lünl\\{ \

Ne,n An\\sem\\\~"'\\'b

296

Bron: Dagblad Trol/w, 31 januari 2004, 19.

More magazines by this user
Similar magazines