Ziekte van Parkinson - BoomPsychologie.nl

boompsychologie.nl

Ziekte van Parkinson - BoomPsychologie.nl

diagnostiek

en behandeling

voor de

professional

Ziekte van

Parkinson

Annelien Duits en Bernd Leplow


Ziekte van

Parkinson

Diagnostiek

en behandeling

voor de

professional

Annelien Duits

en Bernd Leplow


De serie Diagnostiek en behandeling voor de professional

2010

2011

Kinderen met overgewicht Caroline Braet ISBN 978-90-79729-20-3

Angststoornissen bij kinderen Peter Muris ISBN 978-90-79729-21-0

Dwangstoornissen Paul Emmelkamp en Patricia van Oppen

ISBN 978-90-79729-24-1

Gehechtheid en trauma Rien van IJzendoorn en Marian Bakermans-

Kranenburg ISBN 978-90-79729-25-8

Bipolaire stoornis Nienke Jabben en Baer Arts ISBN 978-90-79729-43-2

Ziekte van Parkinson Annelien Duits en Bernd Leplow

ISBN 978-90-79729-40-1


Inhoud

1 Beschrijving van de problematiek 7

1.1 Het parkinsonspectrum 9

1.2 Hoofdsymptomen 11

1.2.1 Bewegingsarmoede/traagheid 11

1.2.2 Rigiditeit 12

1.2.3 Tremor 13

1.2.4 Houdingsinstabiliteit 13

1.3 Medicatiegerelateerde motorische symptomen 14

1.4 Niet-motorische symptomen 15

1.4.1 Vermoeidheid 16

1.4.2 Sensorische stoornissen 16

1.4.3 Autonome stoornissen 17

1.4.4 Seksuele stoornissen 17

1.4.5 Slaapstoornissen 18

1.4.6 Neuropsychiatrische stoornissen 19

1.5 Medicatiegerelateerde niet-motorische symptomen 27

1.6 Epidemiologie 29

1.7 Ernst en beloop 29

1.7.1 Subtypen van de ziekte van Parkinson 30

1.7.2 Het beloop van atypische parkinsonismen 31

2 Theorie en modellen 33

2.1 Neuropathologie 35

2.2 Ethiologie 37

2.3 Van feedback leren naar impulsief reageren 39

3 Diagnose en indicatiestelling 43

3.1 Diagnostische criteria 43

3.2 Diagnostiek van de niet-motorische symptomen 46

3.2.1 Diagnostiek van seksuele stoornissen 46

3.2.2 Diagnostiek van slaapstoornissen 47


3.2.3 Diagnostiek van vermoeidheid en neuropsychiatrische symptomen 48

3.3 Neuropsychologisch onderzoek 52

3.3.1 Criteria voor diagnostiek van parkinsondementie 53

3.3.2 Cognitieve profielen van de primaire parkinsonismen 57

3.3.3 Screeningsinstrumenten voor cognitie en dementie 58

3.3.4 Diagnostiek van cognitieve stoornissen en dementie 58

4 Behandeling 63

4.1 Behandeling met medicijnen 64

4.1.1 Levodopa 65

4.1.2 Dopamineagonisten 66

4.1.3 Selectieve MAO-B-remmers 66

4.1.4 Amantadine 66

4.1.5 Anticholinergica 67

4.2 Ongecompliceerde fase 67

4.3 Gecompliceerde fase 69

4.4 Chirurgische interventies 71

4.5 Behandeling van de niet-motorische symptomen 78

4.6 Paramedische behandeling 82

4.6.1 De parkinsonverpleegkundige 82

4.6.2 Fysiotherapie 83

4.6.3 Ergotherapie 84

4.6.4 Logopedie 84

4.6.5 Diëtetiek 84

4.6.6 Maatschappelijk werk 85

4.7 Multidisciplinaire zorg en netwerkzorg 86

5 Neuropsychologische behandeling 89

5.1 Cognitieve revalidatie 92

5.2 Psychosociale behandeling 96

5.2.1 Randvoorwaarden voor psychosociale behandeling 98

5.2.2 Structuur per behandelingssessie 99

5.2.3 De programma’s van Leplow 100

5.2.4 Het Patiënt Educatie Programma Parkinson (PEPP) 104

5.3 Tot slot 108

6 Verder lezen en meer informatie 111

Literatuur 113

Appendix 125

Dankwoord 127


Beschrijving van

de problematiek

1

Dit hoofdstuk

gaat over de

symptomen,

epidemiologie

en het beloop

De ziekte van Parkinson is een van de meest voorkomende progressieve aandoeningen

van het zenuwstelsel. In Nederland hebben ongeveer 40.000 patiënten

de ziekte van Parkinson. De prevalentie neemt toe met de leeftijd,

maar niet alleen oudere mensen worden door de ziekte getroffen. Meestal

openbaart de ziekte zich tussen de vijftig en zestig jaar. Zo’n 10% van alle

parkinsonpatiënten is jonger dan veertig jaar. Bij de bekende acteur Michael

J. Fox werd al op dertigjarige leeftijd de diagnose ziekte van Parkinson gesteld.

Een bekende Nederlander met de ziekte van Parkinson is wijlen Prins

Claus, de echtgenoot van Koningin Beatrix.

De ziekte van Parkinson wordt veroorzaakt door verlies van dopamineproducerende

neuronen in de substantia nigra, onderdeel van de basale ganglia.

Bekende verschijnselen zijn het trage voortbewegen in voorovergebogen

houding, een starre gezichtsuitdrukking en beven, maar er is ook een scala

aan andere lichamelijke en mentale klachten, waardoor de ziekte zich op

verschillende wijzen kan presenteren. Het stellen van de diagnose is vaak

een tijdrovend proces en de ziekte is niet te genezen en af te remmen. Behandelingen

zijn gericht op het bestrijden of verlichten van de verschijnselen en

het verbeteren van de kwaliteit van leven. Er zijn verschillende medicamenteuze

behandelingen met complicaties op de langere termijn. Neurochirurgische

interventies bieden mogelijkheden indien er hinderlijke complicaties

zijn en/of medicatie tekortschiet. De aandacht voor paramedische behandelingen

is de laatste jaren toegenomen. Ook de psycholoog krijgt de laatste

jaren een steeds grotere rol in de multidisciplinaire zorg voor de parkinsonpatiënt.

Door het klinische beeld is de ziekte duidelijk zichtbaar voor de omgeving,

wat spanningen en schaamtegevoelens met zich mee kan brengen.

Spanningen verergeren de symptomen en dit kan leiden tot vermijdingsgedrag.

Cognitieve stoornissen komen frequent voor en hebben een negatieve

invloed op de leerbaarheid en zelfstandigheid. Parkinsonpatiënten krijgen

gaandeweg steeds meer problemen met bewegen, denken, probleem oplossen,

communiceren, zelfzorg en sociale relaties. Werkactiviteiten komen al


snel onder druk te staan en veel patiënten moeten het betaalde werk uiteindelijk

opgeven. Het progressieve beloop van de ziekte maakt patiënten met

de ziekte van Parkinson in toenemende mate afhankelijk van anderen. Hun

wereld wordt steeds kleiner.

Casus

Mijn

Parkinson

‘Ik wil wel, maar ik kan niet even snel dit of even snel dat. Wat ik vroeger

kon gaat niet meer, de wereld raast aan mij voorbij en ik kan het niet meer

bijbenen. Het lopen gaat moeizaam, traag en schuifelend. Ik ga krom lopen

en heb ook geen kracht meer in mijn benen. Dan zijn er nog de droge

ogen, zachter spreken, het verlies van speeksel en de jeuk. Het slapen is

een ramp – ik val wel snel in slaap maar slaap niet langer dan 2, 3, hooguit

4 uur en daarna lukt het niet meer. Ik ga dan maar uit bed, de was doen of

kruip achter de computer. Verder zijn er de dingen waar je je voor schaamt,

vooral de incontinentie en niet goed uit je woorden komen. Ik raak snel in

paniek en ben constant erg moe. Ik kan geen spannend boek meer lezen,

want daar raak ik van in paniek. Die paniekaanvallen had ik al toen ik nog in

de overgang was en ik heb het idee dat dit overgegaan is in de Parkinson.

Ik heb geen uitzicht op beter worden en alles wordt alleen maar slechter. Ik

kan hier erg bang van worden en raak dan vaak in paniek. Waar eindigt dit,

in een inrichting? Dat wil ik niet en daarom heb ik een euthanasieverklaring,

die ik hoop dan te kunnen gebruiken. Het zou me heel rustig maken als ik

een pil of wat dan ook zou hebben, zodat ik niet afhankelijk ben van de

welwillendheid van een ander. Wat me het beste bevalt is thuis zijn en in

het vertrouwde ritme blijven. Veel mensen bij elkaar is erg onrustig en dat

vermijd ik zo veel mogelijk, wat niet altijd kan, want ik heb een grote familie

en vriendenkring. Als ik dit teruglees slaat de schrik me om het hart, wat een

zeurpiet ben ik aan het worden. Het gekke is dat ik het niet zo kan vertellen

aan iemand, want dan sla ik dicht. Opschrijven gaat beter.’

De psycholoog kan de patiënt en zijn naasten bijstaan om te leren omgaan

met de vele beperkingen die met de ziekte van Parkinson gepaard gaan. Hij

heeft daarnaast ook een rol in het diagnostisch proces. Deze rollen zullen

verderop in dit boek aan de orde komen. In dit hoofdstuk wordt het ziektebeeld

uitgebreid beschreven aan de hand van de verschijnselen, de epidemiologie

en het beloop. In hoofdstuk 2 komen de neuropathologie en de etiologie

van de ziekte aan bod en gaan we nader in op een aantal theoretische

aannamen ten aanzien van typische gedragskenmerken van de ziekte. De

daaropvolgende hoofdstukken beschrijven respectievelijk de diagnostiek en

de behandeling van de ziekte van Parkinson. In hoofdstuk 5 is er speciaal

aandacht voor de neuropsychologische behandeling. Doel van deze behandeling

is het verbeteren van de kwaliteit van leven, de afname van specifieke

Ziekte van Parkinson


klachten en het oplossen van identiteitsproblemen. De nadruk in dit laatste

hoofdstuk ligt op de sociale gevolgen, het uitstellen, maar ook het inperken

hiervan. Rolveranderingen zijn onvermijdelijk, maar worden bij voorkeur

door de patiënt zelf gestuurd, waarbij gezocht wordt naar alternatieven en

niet alleen afstand wordt gedaan van favoriete bezigheden en gewoonten.

‘Wat mij op de eerste plaats hindert is dat ik overigens nog uitstekend geformuleerde

gedachten niet meer kan uitspreken. Vallen moet ik kost wat

kost proberen te voorkomen. Aangezien mijn voortbewegen niet meer automatisch

gaat, gebruik ik geheugensteuntjes. Ik moet continu bedenken hoe

ik iets moet doen bij het voortbewegen. Dan zijn er ogenschijnlijk geen problemen

totdat je blokkeert en als het ware aan de grond staat vastgeplakt.

Dit verschijnsel, freezing, is te vergelijken met een kortstondige uitval van

de elektriciteit in huis. Niets gaat nog en je dreigt te vallen. Voortdurend

moeten denken kost veel energie, waardoor oververmoeidheid mijn zoveelste

handicap is.

Mijn Parkinson kent ook de zogenaamde “on”- en “off”-toestanden. In de

“on”-toestand voel ik me redelijk goed, kan ik het leven weer aan en ben ik

in staat weer van alles te ondernemen. In de “off”-toestand voel ik me zwaar

onbehaaglijk, op het zieke af. Ik kan niets meer en voel me ongelukkig. De

omschakeling van “on” naar “off” komt dikwijls onverwacht, van het ene op

het andere moment.

Blokkering van de hersenen gebeurt ook regelmatig. De ene dag zit ik vrolijk

achter de computer en kan ik de pc bedienen. Als de hersenen blokkeren

weet ik niet meer hoe ik het apparaat bedienen moet. Mijn Parkinson heeft

ook invloed op mijn blaas en darmen, en het slikken. In 2004 heb ik een

operatie in de hersenen ondergaan, diepe hersenstimulatie, omdat ik zo

hevig trilde. De tremor is sindsdien goeddeels verdwenen, maar de ziekte

gaat voort.’

Casus

Mijn

Parkinson

(vervolg)

1.1 Het parkinsonspectrum

James Parkinson beschreef in 1817 de shaking palsy (schudverlamming) en

definieerde deze als een autonome ziekte met spierverzwakking en beven als

belangrijkste symptomen. Aan zijn beschrijving werd toen niet veel aandacht

besteed. Een halve eeuw later vernoemde de bekende Franse neuroloog Charcot

de ziekte naar Parkinson. Toen werd tevens duidelijk dat de symptomen

per patiënt sterk kunnen verschillen en dat lang niet alle parkinsonpatiënten

beven. Met de opmerking ‘The mind becomes clouded and the memory is

lost’ gaf Charcot in 1877 al aan dat er ook mentale gevolgen zijn.

Shaking palsy

Beschrijving van de problematiek


Hypokinetisch-rigide syndroom

Ziekte van Parkinson

Atypische parkinsonismen

Familiaire vorm van de

ziekte van Parkinson

Idiopathische ziekte

van Parkinson

Vasculair parkinsonisme

Multipele systeematrofie

Medicamenteus parkinsonisme

Corticobasale degeneratie

Dementie met lewylichaampjes

Progressieve supranucleaire

verlamming

Figuur 1.1 Het parkinsonspectrum (Bloem et al., 2009)

Hypokinetisch

rigidesyndroom

Motorische en

niet-motorische

verschijnselen

Primaire en

secundaire

parkinsonismen

Patiënten met de ziekte van Parkinson presenteren zich met klachten en verschijnselen

die geclassificeerd worden als het hypokinetisch rigidesyndroom.

Hoewel de ziekte het meest geassocieerd wordt met bewegingsstoornissen,

zijn er ook niet-motorische verschijnselen, die kunnen leiden tot een afname

in kwaliteit van leven (Lohle, Storch & Reichmann, 2009).

Het hypokinetisch rigidesyndroom kan, behalve door de ziekte van Parkinson,

ook veroorzaakt worden door andere aandoeningen binnen het zogenaamde

parkinsonspectrum. Deze komen echter minder frequent voor.

Voorbeelden zijn multipele systeematrofie (MSA), progressieve supranucleaire

paralyse (PSP), dementie met lewylichaampjes ofwel lewy-body-dementie

(LBD) en corticobasale degeneratie (CBD). Deze groep van zogenaamde atypische

parkinsonismen vertoont een aantal overeenkomsten met de ziekte

van Parkinson, maar kent ook een aantal belangrijke verschillen. Deze verschillen

betreffen een gemiddeld snellere progressie, beperkte of geen reactie

op antiparkinsonmedicatie, een kortere overlevingsduur en vaak cognitieve

stoornissen in een vroeg stadium (Bloem, Van Laar, Keus, De Beer, Poot, Buskens

et al., 2009). Zowel de ziekte van Parkinson als de atypische parkinsonismen

worden binnen het parkinsonspectrum geclassificeerd als primaire

parkinsonismen. Binnen de primaire vormen worden ook nog de ziekte van

Huntington, frontotemporale dementie (FTD) met parkinsonisme en andere

degeneratieve aandoeningen geclassificeerd, maar deze worden in dit boek

buiten beschouwing gelaten. Secundaire parkinsonismen behoren ook tot de

atypische parkinsonismen en zijn specifiek het gevolg van bepaalde condities,

zoals intoxicaties (toxisch parkinsonisme), vasculaire afwijkingen (vasculair

parkinsonisme) en medicijngebruik (iatrogeen of medicamenteus par-

10 Ziekte van Parkinson


Tabel 1.1 Symptomen van de ziekte van Parkinson

Motorisch Medicatiegerelateerde Niet-motorische

(hoofdsymptomen) symptomen symptomen

bewegingsarmoede/ dyskinesieën vermoeidheid

traagheid responsfluctuaties sensorische stoornissen

rigiditeit impulsief en compulsief autonome stoornissen

tremor gedrag seksuele stoornissen

houdingsinstabiliteit psychotische symptomen slaapstoornissen

angst en depressie

apathie

psychotische symptomen

cognitieve stoornissen

dementie

kinsonisme). Deze vormen van parkinsonisme worden in hoofdstuk 2 nader

toegelicht. Zie figuur 1.1 voor een overzicht van het parkinsonspectrum conform

de Multidisciplinaire Richtlijn Ziekte van Parkinson (Bloem et al., 2009).

In tabel 1.1 worden de verschillende symptomen van de ziekte van Parkinson

samengevat binnen de categorieën motorische hoofdsymptomen, medicatiegerelateerde

en niet-motorische symptomen. Deze zullen achtereenvolgens

worden beschreven, gevolgd door de epidemiologie en het beloop van

de ziekte. Binnen de medicatiegerelateerde symptomen zal onderscheid worden

gemaakt tussen de motorische en niet-motorische complicaties (bijwerkingen),

die afzonderlijk zullen worden toegelicht.

1.2 Hoofdsymptomen

Het hypokinetisch rigidesyndroom kent een viertal motorische hoofdsymptomen,

die niet allemaal (gelijktijdig) aanwezig hoeven zijn. Bij de ziekte van

Parkinson is er altijd sprake van een unilateraal debuut – symptomen ontstaan

altijd aan één lichaamszijde (links of rechts). De hoofdsymptomen zijn:

1 bewegingsarmoede/traagheid;

2 rigiditeit;

3 rusttremor;

4 houdingsinstabiliteit (Wolters, 2007).

1.2.1 Bewegingsarmoede/traagheid

Bradykinesie, de langzame uitvoering van een beweging, is waarschijnlijk

het meest basale en bekende symptoom van het hypokinetisch rigidesyndroom.

Typisch voor de ziekte van Parkinson is ook een opvallend snelle ver-

Beschrijving van de problematiek 11


De ziekte van Parkinson is een van de meest voorkomende aandoeningen

van het zenuwstelsel. Vanwege cognitieve stoornissen, dementie en symptomen

als angst, depressie en apathie wordt er bij de behandeling steeds

vaker een beroep gedaan op (neuro)psychologen. In Ziekte van Parkinson

beschrijven Duits en Leplow de diagnostiek en behandeling, waarbij ook

wordt ingegaan op cognitieve revalidatie en de psychosociale behandeling.

toets uw kennis op HOGREFE.NL/TOETS

Voor elk boek in de serie wordt een digitale toets ontwikkeld

waarmee u gratis uw kennis over de specifieke stoornis kunt toetsen.

Na succesvol afleggen van de toets ontvangt u een certificaat dat u

eventueel kunt gebruiken voor bij- of nascholing of (her)registratie.

Ziekte van Parkinson is een uitgave in de serie DIAGNOSTIEK

EN BEHANDELING VOOR DE PROFESSIONAL. Deze serie voorziet (klinisch)

psychologen, psychiaters en therapeuten van praktische, evidence-based

informatie over de diagnose en behandeling van uiteenlopende stoornissen.

Op een heldere, beknopte en toegankelijke wijze worden per stoornis alle

aspecten beschreven die men in de klinische praktijk tegenkomt.

Elk deel volgt dezelfde logische, gebruiksvriendelijke en overzichtelijke

structuur. Tabellen, kaders met klinische casussen en koppen in de kantlijn

maken de informatie snel vindbaar, terwijl checklists, handige bijlagen, en

samenvattingen de informatie direct bruikbaar maken.

Annelien Duits is als klinisch neuropsycholoog verbonden aan het

academisch ziekenhuis Maastricht.

Bernd Leplow is hoogleraar klinische psychologie in Halle, Duitsland.

More magazines by this user
Similar magazines