van de ZOOGENAAMDEPORTUGEESC HEJODENINNEDERLAND

resources21.kb.nl

van de ZOOGENAAMDEPORTUGEESC HEJODENINNEDERLAND

van de

ZOOGENAAMDE

PORTUGEESCHE

JODEN

IN

NEDERLAND


I n l e i d i n g

Wij stellen ons voor, in een viertal verhandelingen op eenvoudige

en overzichtelijke wijze het vraagstuk van de zgn. Portugeesche Joden

in Nederland te behandelen. Wij onthouden ons hierbij van de grondige

en uitvoerige'documentatie, die is weergegeven in de uitgebreide rapporten,

die over dit vraagstuk reeds eerder zijn verschenen. Ons doel

is slechts, den belangstellenden de oogenblikkelijke stand van zaken

mede te deelen.

In de eerste verhandeling komt de vraag naar de herkomst aan de

orde. Hierbij zal blijken, dat de Portugeezen, die tusschen x1590 en 1700

van het Iberische schiereiland naar Nederland emigreerden, 01 reeds zeer

vermengd waren met de Spaansche en Portugeesche bevolking, of in het

geheel niet van Joodsche afkomst waren.

In de tweede verhandeling wordt aan de hand van nauwkeurig en uitgebreid

onderzoek aangetoond, dat, volgens de verwachting door de eerste

verhandeling gewekt, de Portugeezen in Nederland in raskundig opzicht

niet als Joden mogen worden beschouwd, maar geheel tot het mediterrane

ras behooren.


In de derde verhandeling wordt de vraag aan de orde gesteld of de

Pottugeesche bevolking van Nederland ook in psychologisch opzicht als

behoorende tot de mediterranen te beschouwen is. Deze vraag moet bevestigend

worden beantwoord.

In de laatste verhandeling wordt een onderzoek ingesteld naar de

plaats, die de Portugeezen in de cultureele ontwikkeling van Nederland

in de laatste veertig jaren hebben ingenomen.

Hierbij bleek, dat zij scherp onderscheiden moeten worden van de

andere groepen, die Joodsch genoemd worden. Weliswaar stemmen zij in

godsdienstig opzicht overeen, en heeft deze overeenstemming ook in het

verdere cultureele leven zijn invloed; echter in meer maatschappelijkpolitiek

opzicht speelden zij duidelijk een andere rol dan de zgn. askanasische

Joden in het algemeen deden.

DE PSYCHOLOGIE VAN DE ZGN. PORTUGEESCHE JODEN IN NEDERLAND

2

In ons onderzoek aangaande de anthropologie van de zgn. Portugeesche

Joden in Nederland (kortheidshalve schrijven wij voortaan "Portugeezen

11 ) betrokken wij uitsluitend lichamelijke eigenschappen. Het ging

er ons immers om, bij deze menschengroep het ras te bepalen. Een ras,

als systematische categorie, wordt tot nu toe uitsluitend op grond van

lichamelijke eigenschappen vastgesteld.


3

Wel gaan er steeds meer stemmen op, om ook het r, SV chische -in h D +

rasonderzoek te betrekken. Zonder twijfel met recht ffÏÏi h*i

rijker dan


De zoogenaamde askanasische Joden zijn een zeer gemengde groep met

overwegend nordisch-alpine componenten en voorts wisselende oosteuropide,

dinarische en armenide trekken. Een mediterrane inslag komt

bij hen zelden voor.

Wanneer wij dus aantoonden, dat de Portugeezen zuiver mediterraan

zijn, dan volgt daaruit, dat zij een afzonderlijke groep vormen, die

zich zeer wel laat onderscheiden zoowel van het Nederlandsche volk naar

zijn oudste bestanddeelen, als van de askanasische Joden, die zich later

incorporeerden.

Het is nu zoowel van wetenschappelijk als van practisch standpunt

een gewichtige vraag, of ook psychologisch deze uitzonderlijkheid van

de Portugeezen is vast te stellen* Bovendien kan een psychologisch onderzoek

wellicht aanwijzingen geven ten aanzien van de verwantschap met

de volken om de Middellandsche zee, En hiermede is onze vraagstelling

geformuleerd en gemotiveerd.

M e t h o d e n

4

Het spreekt wel van zelf, dat wij in de gegeven omstandigheden bij

ons onderzoek bij voorkeur geen subjectieve methoden mochten toepassen.

Hoezeer ook bij psychologisch onderzoek de subjectieve indruk waar-


5

devolle gegevens kan verschaffen, toch mochten wij deze uitsluitend

gebruiken ter voorziciitige correctie van ons oordeel, dat op objectieve

methoden gebaseerd moest zijn. Als objectieve methoden pasten

wij toe de zgn. Rorschach-test en de enquête-methode Heymans-Wiersma.

Het onderzoek werd verricht bij dertig Portugeezen, en wel twintig

mannen en tien vrouwen tusschen de twintig en vijfenvijftig jaar

Ter vergelijking werden even groote groepen Nederlanders en Askenasim

onderzocht van gelijke samenstelling. Voor een psychologisch onderzoek

is de intensiteit belangrijker dan het groote aantal. Bovendjen werden

de proefpersonen dermate willekeurig gekozen, dat zij als representatief

voor de geheele groep kunnen gelden.

Vanzelfsprekend werden de uitkomsten vergeleken met de gegevens

uit de literatuur, waarbij vooral de arbeid van Dr.LEYD••.SDORPF, die in

1919 een groote groep Askenasim met de Heymans-Wiersma-test onderzocht

1

belangrijke diensten verleende.

De volgende methoden werden door ons toegepast.

Ten eerste; Het onderhoud:

Hierbij werd gelet op de lichaamsbouw, de houding, de bewegingen, de

wijze van loopen en spreken en uitingen van intellect en activiteit. De

daarbij verkregen gegevens werden uitsluitend ter correctie verwerkt

Ten tweede: De enquête-methode volgens Heymans en Wiersma.

De methode is ingevoerd door de zgn. Groningsche school, die haar ont-


staan dankt aan den kennistheoreticus Heymans en den psychiater Wiersma.

De methode bestaat uit een honderdtiental vragen, die zij over het algemeen

door artsen, onderwijzers en predikanten lieten stellen en invullen,

waarbij zoowel de proefpersonen, als hun familieleden en eventueel

kennissen werden ondervraagd.

De methode, waarmede wij zelf bij ons onderzoek van de Uederlandsche

bevolking een vrij groote ervaring hebben opgedaan, heeft als voordeel,

dat de verkregen gegevens gemakkelijk statistisch zijn te verwerken

en met andere gegevens zijn te vergelijken. Het nadeel is, dat de methode

niet geheel objectief is en ook geen volledig beeld van de persoonlijkheid

geeft.

Het onderzoek betreft in de eerste plaats intellect en begaafdheden.

Bijzonder voldoet het onderzoek ten aanzien van karakter en neigingen,

waarbij vooral de zgn. temperamentseigenschappen zeer duidelijk naar

voren treden. Daarbij onderscheidt de methode:

a) de emotionaliteit, dat is de vatbaarheid voor aandoeningen;

b) de activiteit, 3at is de drang tot arbeid en

c) de "secundaire functie, dat is de psychische nawerking, berustend

op de werking van het onderbewustzijn op het bewuste leven.

Ten derde: De Rorschach-test.

Deze test is een psychologisch experiment, dat, door Rybakow bedacht,

in 1921 door Herman Rorschach werd ingevoerd en thans tot een van de

meest gebruikelijke psychologische onderzoekingsmethoden is geworden.

6


7

Aan den proefpersoon wordt een serie van tien, gedeeltelijk grijze

gedeeltelijk gekleurde platen voorgelegd. Deze platen zijn door toeval '

ontstaan, nl. door het dubbelvouwen van inktvlekken. De platen worden

in vaste volgorde aan den proefpersoon voorgelegd, met het verzoek mede

te deelen, wat hij in de figuren ziet. De antwoorden worden nauwkeurig

geprotocoleerd en de gebruikte tijd vastgesteld. Het groote voordeel

van deze methode is, dat deze objectieve resultaten afwerpt, die niet

door den proefpersoon zijn te beïnvloeden. Uit de over het^algemeen zeer

gevarieerde antwoorden kan een psychogram 1) worden opgesteld, dat een

beeld geeft van de verstandelijke aanleg, de intellectueele begaafdheid

de abstracte of concrete richting van deze begaafdheid, het arbeidstem-'

po en de affectiviteit 2). Vooral tot de diepere lagen van de persoonlijkheid

breekt de methode door, waarbij de evenwichtstoestand van het

gevoelsleven, de sterkte der affecten, de mate van beheersching of verdringing

der affecten en de richting, waarin de psychische energie wordt

aangewend, blijken. ROHSCHACH zelf wees reeds op de geschiktheid van

zijn methode voor het rasonderzoek en voorzoover de methode in dit opzicht

werd toegepast, bleek dit inderdaad het geval te zijn.

RESULTATEN

typoAQ&igck bleken de Portugeezen overwegend leptosoom 3) te zijn

1) schematische beschrijving van de persoonlijkheid. 2) ontvankelijkheid

voor gemoedsbewegingen. 3) lang en smal, dus slank gebouwd lichaam.


8

met een fijne, tengere, kleine variant en lang ovaalvormig gelaat en

hoekprofiel en een forsche lange variant. Grove pycnici 1) en dysplasitici

2) bleken uitzondering te zijn.

Hun gedrag is over het algemeen rustig en beheerscht, bij de mannen

waardig, bij de vrouwen gracieus of statig. Zij maken weinig of geen

gebaren, maar volharden opvallend lang in dezelfde houding. Zij werken

rustig en gestadig met gemiddeld tempo en wisselende interesse. De meerderheid

legt de nadruk op de qualiteit van de arbeid, enkelen meer op

de quantiteit.

Hun aandacht is eerder naar binnen gericht, zij maken een gesloten

indruk. Emotioneel zijn zij koel of fel impulsief. Opvallend is hun vrij

groote mate van indolentie 3). Zij maken een onpractische indruk.

In ciifers uitgedrukt geven wij het volgende beeld van hun temperament:

8 (27$) waren emotioneel (normaal 71$), 10 (33 1/3 $) middelmatig

en 12 (40$) niet-emotioneel. 15 (50$) waren actief (normaal 74$),

8 (27$) middelmatig en 7 (23 1/3 $) niet-actief. 3 (10>) waren primair

functioneerend (normaal 69$ secundair functioneerend), 3 (10$) middelmatig

en 24 (80$) secundair functioneerend.

Van deze allen was 1 zeer emotioneel, 3 zeer actief en 1 duidelijk

1) menschen met een gedrongen gestalte. 2) volgens Kretschmer menschen

met een onregelmatigen lichaamsbouw. 3) lusteloosheid, traagheid.


9

primair functioneerend, Samenvattend kan men dus zeggen, dat in vergelijking

met de ïïederlandsche bevolking de Portugeezen weinig emotioneel,

betrekkelijk weinig actief en sterk secundair functioneerend zijn.

Ondanks de ongunstige invloed van de gemiddelde leeftijd, bestaat

een duidelijk overwegen van de introversieve 1) typen. Opvallend is

daarnaast de zeer groote mate van zelfbeheersching door de sterke invloed

van de logische functie op affectiviteit en fantasie. Het aantal

zeer in zich zelf gekeerden is verhoudingsgewijze zeer groot: 10$.

Een kleine groep van de mannen (20$) is uitgesproken impulsief,

bij de vrouwen komt dit niet voor. Zij hebben overwegend een naar binnen

gericht leven, een beheerschte emotionaliteit met sterk intensief, doch

weinig uitgebreid menschelijk contact. Hun moliliteit 2) is rustig en

beheerscht, doch ietwat linksen. Zij zijn meer theoretisch dan practisch

ingesteld en beroepsmatig meer geschikt voor f i j n precisiewerk dan voor

beroepen, waarbij handigheid of technisch vermogen vereischt wordt. Zij

zijn weinig aangepast aan de realiteit, vooral wanneer deze maatschappelijk

het karakter draagt van het materialisme van de 1gde eeuw.

Eenerzijds blijkt uit het gegeven dus een duidelijk onderscheid ten

aanzien van de ïïederlandsche bevolking, anderzijds evenzeer ten aanzien

1) naar binnen gekeerd, 2) bewegelijkheid.


10

van de levendige, gebarende, joviale, naar buiten gewende, mededeelzame,

emotioneele, actieve, primaire, practisch-intelligente Askenasim.

Hoewel wetenschappelijke gegevens hiertoe ontoereikend zijn, meenen

wij de Portugeezen als groep moeilijk te kunnen plaatsen in een der

volken, die thans het gebied om de Middellandsche Zee occupeeren. Veeleer

maken zij den indruk, zoowel in hun overeenkomst als in hun verscheidenheid,

te harmonieeren met de bevolking van het oude Imperium

Romanum.

Dr. A, d e P r o e

Amsterdam, 22 November 1943.


l

t«OD—J