Economische Verkenning Rotterdam 2013 - Gemeente Rotterdam

rotterdam.nl

Economische Verkenning Rotterdam 2013 - Gemeente Rotterdam

Economische

Verkenning

Rotterdam

2013


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – VOORWOORD – pagina 3

Voorwoord

Geachte lezer,

Kennis over de stand van de economie is van belang om de koers voor een sterke economische

toekomst te bepalen. Deze overtuiging is de ratio achter de jaarlijkse Economische Verkenning

Rotterdam (EVR). Deze editie van de EVR is een bijzondere: het is de tiende editie. In de afgelopen

tien jaar heeft de EVR zich bewezen. Het combineert de monitor van de staat van de Rotterdamse

economie met een blik op de toekomst. De EVR biedt zo handvatten voor een sterkere en

weerbaardere economie.

Deze jubileumuitgave biedt een tweeledig beeld. Rotterdam ontkomt niet aan de nationale

en Europese economische recessie. De groei valt terug en de werkeloosheid neemt toe.

Rotterdam heeft een zeer internationaal georiënteerde economie waardoor mondiale

ontwikkelingen sterk voelbaar zijn.

De internationale oriëntatie van de Rotterdamse economie brengt juist ook groeikansen met

zich mee. Onze trots, de Rotterdamse haven, blijft het onverminderd goed doen. Rotterdam

blijft een aantrekkelijke vestigingsplaats voor, met name Aziatische, internationale bedrijven.

Het aantal hoogopgeleiden blijft groeien en de internationalisering van de arbeidsmarkt zet door.

Daarnaast zien we dat de economie continu verandert. Veel activiteiten zijn “onzichtbaar” geworden.

Internet en alle toepassingen die dit netwerk biedt zijn hiervan de belangrijkste motor. Een andere

belangrijke verandering in de onzichtbare economie is de groei van het aantal zzp’ers en de

groei van het internetwinkelen. Dit heeft aanzienlijke gevolgen voor de economische en de fysieke

ontwikkeling van de stad. De tiende editie van de EVR onderzoekt de gevolgen voor Rotterdam

nu en in de toekomst.

De aantrekkingskracht en het belang van de stad als centrale ontmoetingsplaats voor

ondernemers, consumenten en kennis wordt steeds groter. Sfeer, bereikbaarheid, uitstraling

en fysieke kwaliteit zijn hierbij erg belangrijk. Als stadsbestuur blijven wij investeren in een

aantrekkelijke binnenstad. Het nieuwe Rotterdam Centraal en de opening van het Erasmus

University College zijn hierin mooie mijlpalen.

Ondernemerschap, talent en ruimte voor innovatie zitten in de genen van Rotterdam.

Deze constatering biedt ons alle vertrouwen voor de toekomst.

Namens het College van Burgemeester en Wethouders,

Jeannette Baljeu

Wethouder Haven, Verkeer en Regionale Economie

Korrie Louwes

Wethouder Arbeidsmarkt, Hoger Onderwijs, Innovatie en Participatie

Hamit Karakus

Wethouder Wonen, Ruimtelijke Ordening, Vastgoed en Stedelijke Economie


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – INHOUDSOPGAVE – pagina 4

Economische Verkenning Rotterdam 2013 – INHOUDSOPGAVE – pagina 5

1. Economie van Rotterdam 6

07 De wereldeconomie

08 De Nederlandse situatie

08 De Rotterdamse situatie

13 Buitenlandse bedrijvigheid

15 Rabobank – Onzichtbare economie in het bankwezen

17 Hogeschool Inholland – Hoe en waarom van netwerken

19 Economische groei en kracht van Rotterdam

22 Stedelijke omvang en metropolitane functies in Europa

2. Arbeidsmarkt 24

25 Werkgelegenheid en vacatures

29 Werkloosheid

30 Trends voor de toekomst

32 Randstad – Het uitzendbureau en de onzichtbare economie

34 Albeda College – De verborgen economie van Rotterdam

37 Baanallocatie van laagopgeleiden

38 Ruim één miljoen internationale baanzoekers

40 De arbeidsmarkt van Rotterdam en regio

3. Kennis en Innovatie 42

43 Ruimtelijk en economisch perspectief voor topsectoren

43 Trends en ontwikkelingen

46 Kennis- en onderwijsinstellingen

48 Erasmus Universiteit Rotterdam – De universiteit in de eenentwintigste eeuw

50 Student als economische motor van Rotterdam

6. Haven 76

77 Economische ontwikkeling haven

80 De haven en de stad

82 Duurzaamheid

84 Havenbedrijf Rotterdam – De (on)zichtbare (haven)economie

88 Stedin – Maasvlakte 2 samenwerken aan het net van de toekomst

90 ENECO – Heijplaat, een voorbeeld van de onzichtbare economie

7. Themahoofdstuk – De ‘onzichtbare’ economie van Rotterdam 92

93 Digitalisering van de Rotterdamse samenleving

95 De digitale economie van Rotterdam

97 Internetwinkelen in Rotterdam

99 Flexibilisering van de arbeidsmarkt

102 De Rotterdamse binnenstad als centrale marktplaats

105 Iconische projecten en stedelijke identiteit

8. Jubileumhoofdstuk – Een speurtocht naar de drijvende krachten 108

109 De eerste edities: publieke diensten en vrije tijd

110 De ontdekking van jongeren en hoogopgeleiden

110 Rotterdammers zijn het belangrijkste voor de Rotterdamse economie

Colofon 114

4. Ruimte voor ondernemen 52

53 Werklocaties kampen met overaanbod

54 De Rotterdamse bedrijfsruimtemarkt

55 De kantoorruimtemarkt

58 De winkelruimtemarkt

60 Kamer van Koophandel – Zzp’er in beeld

62 DCMR – Het luchtkwaliteitmeetnet van het Rijnmondgebied

64 Ooms Makelaars – Transformatieprojecten

5. Consumentenstad 66

67 De vraagzijde van de consumentenstad

68 Besteedbaar inkomen in 2010

68 Uit in eigen stad

69 Aankopen online

69 Toename aantal bezoeken

72 Aanbod van consumentendiensten

73 Werkgelegenheid in de consumentendiensten

75 Overleven winkelgebieden met een gevarieerd winkelaanbod de internethandel beter?


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 1 Economie van Rotterdam – pagina 7

Hoofdstuk 1

Economie van

Rotterdam

• De structurele onevenwichtigheden in de Europese en Nederlandse economie zullen nog

lange tijd de groei temperen.

• De Rotterdamse economie beweegt, meer dan andere steden in Nederland, mee met de

ontwikkeling van de wereldhandel.

• De economische groei van de Rotterdamse economie komt de laatste tien jaar voornamelijk

uit de sectoren handel, nutsbedrijven, gezondheids en welzijnszorg en de overheid.

• De sectoren Onroerend goed (- 23%) en de bouw (- 20%) hebben het meest te lijden onder

de gevolgen van de crisis.

• Bedrijven in Rotterdam zijn relatief sterk export gericht, 23,7% van de omzet wordt door

de export gerealiseerd.

Deze plaatsen in boek

De wereldeconomie

Om de economische ontwikkeling in de Rotterdamse regio te begrijpen is inzicht in de staat van

de Nederlandse, de Europese en de wereldeconomie van belang. Door het open karakter van

de Nederlandse en de Rotterdamse economie in het bijzonder als ‘Gateway to Europe’ zijn de

modiale en europese economische ontwikkeling een belangrijke verklarende factor voor de

regionale economie.

Sinds september 2008 zit de wereldeconomie in de grootste economische recessie sinds de jaren

dertig. De kern van de problemen waar de wereldeconomie mee wordt geconfronteerd zit diep

geworteld en heeft meerdere facetten. De opkomst van de Informatie- en Communicatie Technologie

als de meest recente ‘General Purpose Technology’ heeft tot groot optimisme geleid en het onstaan

FIGUUR 1.1

Regionale economische groei (BBP, volumemutaties) %, 2000 – 2011

Bron: CBS.

12%

10%

8%

6%

4%

2%

0%

-2%

-4%

-6%

-8%

2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008** 2009** 2010* 2011*

Nederland

Zuid-Holland

Rijnmond (CP)

Groot-Rijnmond (CR)

* voorlopige cijfers

** nader voorlopige cijfers


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 1 Economie van Rotterdam – pagina 8 Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 1 Economie van Rotterdam – pagina 9

van speculatieve zeepbellen in de hand heeft gewerkt. De leegloop van de zeepbellen dwingt tot

pijnlijke structurele neerwaartse bijstellingen van groeiverwachtingen en substantiële afboekingen op

verwachte rendementen. Deze problemen zijn het meest zichtbaar in landen als Ierland en Spanje,

maar ook Nederland is in de jaren negentig en ook de eerste jaren van deze eeuw geconfronteerd

met sterk gestegen vastgoedwaarden waar momenteel fors op afgeboekt moet worden. In Europa

heeft de grote recessie de structurele onevenwichtigheden scherp zichtbaar gemaakt. Het besef dat

met de introductie van de euro een verdieping van de integratie binnen Europa uiteindelijk vereist is,

met bijbehorende overdracht van bevoegdheden naar Brussel wordt steeds meer gemeengoed.

Toch slaagt Europa er vooralsnog niet in om een structurele oplossing bieden.

De Nederlandse situatie

De gevolgen van de Grote Recessie voor de Nederlandse economie zijn duidelijk. Consumentenvertrouwen

is laag, onzekerheid over vermogensposities is groot (met name door de onzekerheid op

de woningmarkt, maar ook over bijvoorbeeld pensioenvermogens) en kapitaal voor investerende

bedrijven is schaars door een terughoudend uitleenbeleid van banken. Consumptie en investeringen

staan daarmee onder grote druk. De export blijft nog redelijk op peil, hoewel de sterke afhankelijkheid

van Nederland van de Europese en wereldconjunctuur in vergelijking tot bijvoorbeeld Duitsland

zorgen baart. De economische groei staat daardoor onder druk (zie figuur 1.1), en recente cijfers laten

zien dat Nederland ook in Europees opzicht matig scoort.

Economische vooruitzichten voor Nederland

Tegen de achtergrond van de structurele onevenwichtigheden zijn de vooruitzichten voor de komende

jaren niet gunstig. Uit historisch onderzoek is bekend dat het herstel van een crisis met een sterk

financieel karakter ongeveer tien jaar duurt. 1 Gecombineerd met de structurele onevenwichtigheden

binnen Europa en het politieke onvermogen om de stappen te zetten die nodig zijn om structureel

vertrouwen te herstellen is er weinig reden om aan te nemen dat het herstel in deze diepe crisis

sneller zal gaan dan in het verleden.

De Rotterdamse situatie

Rotterdam heeft als stad weinig invloed op de hiervoor beschreven fundamentele krachten die de

koers van de economie bepalen. Tegelijkertijd hebben deze krachten juist wel grote invloed op de

Rotterdamse economie. Figuur 1.1 illustreert dit. De figuur maakt niet alleen de sterke samenhang

duidelijk tussen de ontwikkeling van de regionale en de nationale economie, maar laat bovendien

zien dat de Rotterdamse economie relatief sterk meebeweegt met de ontwikkeling van

de wereldhandel.

FIGUUR 1.2

Kerncijfers arbeidsvolume werkzame personen 2001 – 2009

Bron: CBS, bewerking Ecorys.

2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009*

Nederland

* voorlopige cijfers

Zuid-Holland (PV)

Rijnmond (CP)

overig Groot-Rijnmond

FIGUUR 1.3

Gemiddelde arbeidsproductiviteit in euro’s per werknemer 1998 – 2009

Bron: CBS.

1,2

1,0

0,8

100

80

60

De gevolgen van deze dynamiek voor de arbeidsmarkt zijn weergegeven in figuur 1.2 (zie het

hoofdstuk over de arbeidsmarkt voor meer informatie). We zien hier dat de ontwikkeling van de

werkgelegenheid in Rijmond relatief gunstig afsteekt tegen die in Zuid Holland en de rest van

Nederland. Tegelijkertijd laat het recessiejaar 2009 zien dat juist in Overig Groot Rijnmond de

recessie tot een relatief groot banenverlies heeft geleid. Achteraf bezien blijkt dat de eerste dip

van de Grote Recessie in belangrijke mate is opgevangen door zogenaamde ‘labour hoarding’.

Bedrijven hadden in deze periode nog voldoende vet op de botten om ontslagen in belangrijke mate

te voorkomen. Werknemers werden in dienst gehouden, deels met ondersteunende maatregelen

zoals deeltijd-WW. We zien dit terug in de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit, die in deze

periode is gedaald (zie figuur 1.3). De tweede ronde van economische teruggang die op dit moment

speelt zal waarschijnlijk een andere dynamiek kennen. Verwachtingen omtrent het structurele

karakter van de recessie zijn ongunstig. Het vermogen om schokken op te vangen door bedrijven is in

belangrijke mate uitgeput, resulterend in een relatief snelle toename van de werkloosheid. Daar staat

tegenover dat de arbeidsproductiviteit minder onder druk komt te staan dan in de 2008 – 2009.

1. Zie Reinhart en Rogoff (2009): This time is different: Eight Centuries of Financial Folly, Princeton University Press.

1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009*

Nederland

Zuid-Holland

Rijnmond

overig Groot-Rijnmond

* voorlopige cijfers

Toegevoegde waarde per sector

De macroeconomische ontwikkelingen kent een forse sectorale dynamiek. Regio’s blinken

doorgaans uit in een beperkt aantal activiteiten. Welke activiteiten dat zijn is een uitkomst van vele

factoren zoals beschikbare productiefactoren, aanwezigheid van grondstoffen, geschoold personeel,

toegang tot kapitaal, infrastructuur, de historie, overheidsingrijpen en de geografische ligging.

De relatieve productiekosten van de ene locatie ten opzichte van een andere bepalen uiteindelijk

het comparatieve voordeel van een regio. Uit deze kenmerken ontstaat een uniek economisch profiel

van een regio in de vorm van een specialisatiepatroon. Een hoge mate van specialisatie in een

bepaalde sector drukt relatief kostenvoordeel en een sterke concurrentiepositie voor de regio uit.


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 1 Economie van Rotterdam – pagina 10 Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 1 Economie van Rotterdam – pagina 11

Het specialisatiepatroon van een regio kan kwantitatief gemaakt worden met behulp van het

locatiequotiënt. Deze wordt berekend door het aandeel van een sector in de regionale economie te

delen door het aandeel van dezelfde sector in de gehele Nederlandse economie. Zo ontstaat een

index die gelijk is aan 1 wanneer het aandeel van een bedrijfstak in de regio even groot is als het

aandeel van diezelfde sector in Nederland. Deze specialisatiegraad is in figuur 1.4 weergegeven op

de horizontale as, samen met de gemiddelde jaarlijkse groei van de (reële) toegevoegde waarde van

de sector in de regio Rotterdam tussen 2000 en 2010 2 . Met een gemiddelde groei van 1,9% lag de

economische groei in de regio Rotterdam in deze periode iets boven het Nederlandse gemiddelde

van 1,7%. De omvang van de bollen in de figuur weerspiegelt de omvang van de totale toegevoegde

waarde van de sector in Rotterdam in 2010.

De regio Rotterdam is hier gedefinieerd als de COROP regio Groot Rijnmond. De omvang van de

bollen vertegenwoordigt de toegevoegde waarde van de sector in de regio.

Figuur 1.4

Economische structuur van Rotterdam*

Bron: Ecorys.

delfstoffenwinning

gezondheids- en welzijnszorg

openbaar bestuur en overheidsdiensten

cultuur, sport en recreatie

onderwijs

financiële dienstverlening

bouwnijverheid

landbouw, bosbouw en visserij

horeca

De relatie tussen specialisatiegraad en economische groei van sectoren levert interessante informatie

op over hoe de regionale economie zich ontwikkelt. Het kwadrant rechtsboven bevat sectoren waarin

de regio gespecialiseerd is (locatiequotiënt groter dan 1), en die daarnaast relatief snel groeien (ten

opzichte van het gemiddelde). In dit kwadrant bevinden zich de nutsbedrijven en de handelssector.

Sectoren in het kwadrant rechtsonder zetten de economische ontwikkelingen in de regio juist onder

druk. In dit kwadrant bevinden zich de havenactiviteiten, alsmede de handel in onroerend goed.

Terwijl de ontwikkelingen in de laatste sector met name het gevolg zijn van de economische crisis

(tussen 2000 en 2007 groeide deze sector 2,7% per jaar), zijn de ontwikkelingen in de sector vervoer

2. Met uitzondering van geaggregeerde cijfers waren op het moment van schrijven nog geen gegevens voor 2011 beschikbaar.

% groei toegevoegde waarde, 2000 – 2010

0 0,2 0,4 0,6 0,8 1,0 1,2 1,4 1,6 1,8 2,0 2,2 2,4

* Specialisatiegraad op basis van toegevoegde waarde 2010;

gemiddelde groei toegevoegde waarde 2000 – 2010; omvang sector 2010.

handel

industrie

zakelijke dienstverlening

nutsbedrijven

verhuur en handel in onroerend goed

vervoer en opslag

8%

7%

6%

5%

4%

3%

2%

1%

0%

- 1%

- 2%

en opslag van meer structurele aard (1,5% groei per jaar tussen 2000 en 2007). Vervoer en opslag is

sterk afhankelijk van de ontwikkeling van de wereldhandel. Omdat de wereldhandel naar verwachting

pas rond 2014 weer echt aan zal trekken, blijft de nabije toekomst voor de Rotterdamse haven en

daarmee de sector vervoer en opslag onzeker. Andere sectoren die relatief slecht presteren zijn de

bouwnijverheid, de zakelijke dienstverlening en de horeca. Sectoren die relatief snel groeien zijn

naast de nutsbedrijven (4,8%) en de gezondheids- en welzijnszorg (4,5%). De delfstoffenwinning

groeide met 7,3% nog sneller, maar deze is gezien zijn omvang nauwelijks van belang voor de regio.

Voor de relatief snel groeiende overheidsdiensten geldt dat de bezuinigingen die zijn ingezet naar

verwachting een rem zullen gaan zetten op de groei. Daar staat echter tegenover dat juist in deze

sectoren er ook een concentratie gaande is in de richting van verstedelijkte gebieden.

Figuur 1.5

Economische structuur van werkgelegenheid Rotterdam*

Bron: Ecorys.

gezondheids- en welzijnszorg

cultuur, sport en recreatie

onderwijs

openbaar bestuur en overheidsdiensten

landbouw, bosbouw en visserij

delfstoffenwinning

industrie

horeca

% jaarlijkse groei werkgelegenheid, 2001 – 2010

verhuur en handel in

3%

onroerend goed

bouwnijverheid

zakelijke dienstverlening

nutsbedrijven 2%

1%

0,2 0,4 0,6 0,8 1,0 1,2 1,4 1,6 1,8

* Specialisatiegraad op basis van werkgelegenheid (in fte) 2010;

gemiddelde groei toegevoegde waarde 2001–2010; omvang sector 2010.

Naast de groei van toegevoegde waarde is voor een regio ook de groei van werkgelegenheid van

groot belang. Terwijl het arbeidsvolume in Nederland als geheel nagenoeg constant bleef tussen

2001 (het eerste jaar waarvoor data beschikbaar is) en 2010, steeg het in de regio Rotterdam met

gemiddeld 0,4% per jaar. Rotterdam gaat daarmee mee in de algemene trend van een verschuiving

van werkgelegenheid naar de grote steden – in het bijzonder in de Randstad – die in Nederland

gaande is.

In tegenstelling tot groei van toegevoegde waarde, zijn bij de werkgelegenheid relatief veel sectoren

vertegenwoordigd in het kwadrant rechtsboven. In de zakelijke dienstverlening, verhuur en handel in

onroerend goed, nutsbedrijven, en de bouwnijverheid, is de regio relatief sterk gespecialiseerd terwijl

ook de werkgelegenheid in deze sectoren relatief fors gegroeid is. De verklaring voor de grote

verschillen tussen figuur 1.4 en figuur 1.5 is voornamelijk te vinden in de gevolgen van de

ß Lagere economische specialisatie crisis. Terwijl trends in toegevoegde waarde tussen 2000 en 2010 – in het bijzonder in

sectoren als de verhuur en handel in onroerend goed en de bouwnijverheid – in belangrijke mate

gedomineerd worden door de economische crisis, zijn deze sectoren in termen van werkgelegenheid

veel minder zwaar getroffen. Naast enkele van de sectoren waarin de regio relatief sterk

handel

financiële dienstverlening

vervoer en opslag

0%

- 1%

- 2%

- 3%

- 4%

- 5%


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 1 Economie van Rotterdam – pagina 12 Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 1 Economie van Rotterdam – pagina 13

gespecialiseerd is, heeft werkgelegenheidsgroei zich met name voorgedaan in de gezondheids- en

welzijnszorg en andere aan de overheid gerelateerde sectoren. Met name in de industrie is – in lijn

met de algemene trend binnen deze sector – sprake van een vrij forse daling van de werkgelegenheid

met bijna 2% per jaar. Hoewel deze sector ondervertegenwoordigd is in de regio, is deze nog altijd

goed voor 9% van de werkgelegenheid en groot in vergelijking met bijvoorbeeld Amsterdam.

Figuur 1.6

Economische gevolgen van de crisis in Nederland en Rotterdam*

Bron: Ecorys.

% groei toegevoegde waarde, Rotterdam

openbaar bestuur en overheidsdiensten

financiële dienstverlening

landbouw, bosbouw en visserij

horeca

industrie handel

gezondheids- en welzijnszorg

onderwijs

cultuur, sport en recreatie

vervoer en opslag

zakelijke dienstverlening

bouwnijverheid

verhuur en handel in onroerend goed

- 30% - 20% - 10% 0% 10% 20% 30% 40% 50%

* Cumulatieve groei toegevoegde waarde 2007–2010; omvang sector 2010.

Impact van de economische crisis voor de Rotterdamse economie

Figuur 1.6 toont de cumulatieve ‘groei’ van de toegevoegde waarde van sectoren tussen 2007 en

2010 in Rotterdam (op de verticale as) en Nederland (horizontale as).

De mate waarin sectoren in Rotterdam getroffen zijn door de crisis is – hoewel het verschil niet heel

groot is – iets groter dan gemiddeld in Nederland. In sommige sectoren is toegevoegde waarde

sinds 2007 met meer dan 20% gekrompen. Met name de verhuur van en handel in onroerend goed

is zwaar getroffen (- 23% in zowel Nederland als Rotterdam). Ook in de bouwnijverheid is de

toegevoegde waarde in Rotterdam met ongeveer 20% gekrompen. De krimp is daarmee dubbel

zo groot als gemiddeld in Nederland. In de financiële dienstverlening wordt sinds het begin van

de crisis (vooralsnog) fors meer geld verdiend, onder andere doordat banken profiteren van een

hogere rentemarge. In vrijwel alle andere private sectoren is verder sprake van stagnatie of krimp.

Alleen de publieke sector is tijdens de crisis nog gegroeid, maar ook hier zijn de vooruitzichten

voor de komende jaren door de bezuigingen ongunstig.

De economie van Rotterdam is in termen van toegevoegde waarde iets harder getroffen door de

crisis dan Nederland gemiddeld. Terwijl de toegevoegde waarde in 2010 in heel Nederland 4,3%

boven het niveau van 2007 lag daalde de toegevoegde waarde in de regio Rotterdam tussen 2007

en 2010 ongeveer 1%. Hoewel sectoren in Rotterdam gemiddeld iets zwaarder door de crisis zijn

getroffen dan vergelijkbare sectoren in de rest van Nederland, biedt ook de afwijkende sectorale

structuur hiervoor een deel van de verklaring.

50%

40%

30%

20%

10%

0%

- 10%

- 20%

- 30%

Economische vooruitzichten voor de regio

Tegen de achtergrond van de structurele onevenwichtigheden waar Europa momenteel

mee te kampen heeft, zijn de vooruitzichten voor de komende jaren voor Nederland ongunstig.

Om de regionale gevolgen in kaart te brengen kunnen we een doorvertaling maken van de

macroeconomische prognoses van het CPB naar de regio door rekening te houden met enerzijds

de specifieke sectorstructuur van Rotterdam en anderzijds de sectorale schokgevoeligheid

(zie Groot el al., 2009, 3 voor een uiteenzetting). De schokgevoeligheid van de sectoren waarin een economie

is gespecialiseerd geeft belangrijke inzichten in de manier waarop deze reageert op veranderingen

in de verschillende finale vraag componenten – consumptie, overheidsbestedingen, investeringen,

en uitvoer.

Buitenlandse bedrijvigheid

In het licht van het grote belang van de internationale ontwikkelingen richten we de zoeker nog wat

verder op de internationale dimensie van de bedrijvigheid in de regio. Op Amsterdam na – die op

het Nederlandse gemiddelde ligt – zijn alle grote steden relatief weinig exportgeoriënteerd. Dit is

voornamelijk het gevolg van een sterke focus op de dienstensector, die goed is voor slechts 20% van

de Nederlandse uitvoer. De positie van de gemeente Rotterdam binnen de regio wijkt duidelijk af van

de positie van bijvoorbeeld de gemeente Amsterdam binnen de Metropoolregio Amsterdam. Terwijl in

de gemeente Rotterdam 23,7% (in 2005) van de omzet in de export werd gerealiseerd (en bedrijven

binnen de gemeentegrenzen dus duidelijk meer op de export zijn gericht dan andere bedrijven in de

regio), bedroeg het exportaandeel van de omzet in de gemeente Amsterdam slechts 13,9%. Veel

exportactiviteiten in de regio Amsterdam vinden in tegenstelling tot Rotterdam juist plaats rondom

Schiphol en andere naburige gemeenten.

Wanneer wordt gekeken naar de aanwezigheid van buitenlandse ondernemingen is Rotterdam

wel internationaler georiënteerd dan Nederland gemiddeld. In de regio Rotterdam is 12,7% van

de werkgelegenheid bij ondernemingen die in buitenlands eigendom zijn, een beduidend lager

percentage dan Amsterdam, maar duidelijk hoger dan Den Haag.

Hoewel na 2005 geen data beschikbaar zijn over omzet en werkgelegenheid bij internationale

bedrijven, zijn wel recente gegevens bekend over absolute aantallen buitenlandse bedrijven,

inclusief land van herkomst. Het totaal aantal buitenlandse bedrijven in Rotterdam is in 2011 gelijk

aan 541. Karakteristiek voor de herkomst van bedrijven is de sterke dominantie van bedrijven uit

westerse landen. Moederbedrijven zijn primair in de Verenigde Staten en Duitsland gevestigd (beide

99 vestigingen). Hierna volgen het Verenigd Koninkrijk, België en Frankrijk, met respectievelijk 75,

48 en 35 vestigingen. De vermeende opkomst van Aziatische bedrijven zien we in deze statistieken

nauwelijks terug. Dit geldt niet alleen voor Rotterdam, maar voor Nederland als geheel.

ß Lagere specialisatie

Chinese bedrijven die actief zijn op het Europese toneel weten relatief vaak hun weg naar Duitsland

te vinden (zie bijvoorbeeld Groot et al., 2011 en Weterings et al. 2011 4 ). Er lijkt hier sprake te zijn van strategische

investeringen die samenhangen met de relatief sterk ontwikkelde maakindustrie in Duitsland.

De gevolgen voor de regionale economie zijn nog relatief onontgonnen. Bekend is dat internationaal

actieve bedrijven gemiddeld genomen productiever zijn dan nationaal actieve bedrijven. Over de

spillovers van deze bedrijven naar de nationale bedrijven is relatief weinig bekend, maar deze

lijken beperkt te zijn. Voorts is bekend dat beslissingen die door bedrijven in buitenlandse handen

zich minder gelegen laten liggen aan de nationale belangen. De gevoeligheid voor schokken wordt

daardoor groter. Tegelijkertijd zijn buitenlandse bedrijven doorgaans groter en productiever,

3. Groot, S.P.T., J. Möhlmann en H.L.F. de Groot (2009): De Regionale Schokbestendigheid van de Nederlandse Economie, Economisch Statistische Berichten,

95 (4560), pp. 312 – 314.

4. Groot, S.P.T., H.L.F. de Groot, A.M. Lejour en J.L. Möhlmann (2011): The rise of the BRIC countries and its impact on the Dutch economy, Centraal Planbureau

achtergronddocument, Den Haag. Weterings, A., O. Raspe en M. van den Berge (2011): The European Landscape of Knowledge Intensive Foreign-Owned Firms

and the Attractiveness of Dutch Regions, Planbureau voor de Leefomgeving.


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 1 Economie van Rotterdam – pagina 14 Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 1 Economie van Rotterdam – pagina 15

FIGUUR 1.7

zodat ze zich in krimpende markten beter staande kunnen houden. Ook hebben ze betere toegang

tot kapitaalmarkten, wat tijdens de kredietcrisis een voordeel was.

Voor meer cijfers en figuren zie ook www.rotterdam.nl/evr2013.

Aantal vestigingen en werkgelegenheid van (neven)-vestigingen van

buitenlandse bedrijven in Rotterdam

Bron: Bedrijvenregister Zuid-Holland.

Verenigde Staten

Duitsland

Verenigd Koninkrijk

België

Frankrijk

Japan

China

Zwitserland

Zweden

Denemarken

Italie

Noorwegen

aantal vestigingen

aantal personen

FIGUUR 1.8

Rabobank – Onzichtbare economie in het bankwezen

Als zich de afgelopen twintig jaar een transitie van zichtbaar naar onzichtbaar heeft voorgedaan dan

is het wel in het bankwezen. Geld is in toenemende mate virtueel en ook bankdiensten zijn steeds

meer op afstand, via telefoon, e-mail en internet, beschikbaar. Daardoor wijzigt het gebruik van geld

in het economische verkeer en verandert langzaam ook het aanzicht van de stad.

Onzichtbaar geld

Het gebruik van chartaal of contant geld in Nederland loopt terug, zo blijkt uit onderzoek van DNB.

Nederlanders hebben in 2012 vaker gepind dan ooit. Het aantal pinbetalingen nam in één jaar tijd

toe van 2,29 miljard naar bijna 2,5 miljard en de totale pinomzet steeg van e 83 miljard naar e 84,3

miljard. Deze stijging ging gepaard met een daling in het gebruik van contant geld.

Naast de toename van pintransacties is de opkomst van betalingen op internet via iDeal een reden

voor de daling van contante betalingen. Het aandeel van internetbetalingen in het totale geldverkeer

van consumenten bedraagt 1,9% op basis van klanten van de Rabobank in Nederland. De andere

betaalvormen zijn incasso (59,6%), pin (24,6%), chartaal (13,9%) en creditcard (0,1%). Het gebruik

van iDeal in grote steden is fors hoger dan daar buiten. Deze verdeling heeft een demografische

en sociaal-economische achtergrond, want de heavy users van internet zijn jongeren en hoger

opgeleiden. Zo is het aandeel in Amsterdam 2,9% en in Rotterdam 2,4%. Binnen Rotterdam is de

Aantal pintransacties geldautomaten Binnenwegplein in 2012

Bron: Rabobank Rotterdam.

aantal pintransacties per uur

70

Singapore

Finland

India

overig Europa

overig Azie

60

50

40

overig

totaal

550

516

100 80 60 40 20 0

28.049

27.437

2.000 4.000 6.000 8.000

30

20

2011

2012

2011

2012

10

:00 01:00 02:00 03:00 04:00 05:00 06:00 07:00 08:00 09:00 10:00 11:00 12:00 13:00 14:00 15:00 16:00 17:00 18:00 19:00 20:00 21:00 22:00 23:00 00:

maandag

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

zaterdag

zondag


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 1 Economie van Rotterdam – pagina 16 Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 1 Economie van Rotterdam – pagina 17

spreiding opvallend: 1% van alle bestedingen in Hoek van Holland verloopt via iDeal, terwijl dat

in de deelgemeenten Centrum en Noord – met een bovengemiddeld aandeel van studenten en

hoger opgeleiden - 3,1% is.

Ondanks de groei van virtuele transacties, bewijst contant geld evenwel nog steeds zijn nut. Dat blijkt

uit de rol die geldautomaten spelen in de stad. Het ritme van de stad is goed aan het gebruik van de

automaten af te lezen. Een voorbeeld zijn de geldautomaten van Rabobank aan het Binnenwegplein.

Geld wordt uit de muur gehaald om boodschappen te doen, te lunchen en ’s avonds uit te gaan.

Over de maand genomen, is het gebruik aan het einde van de maand – wanneer salaris en uitkering

worden gestort – fors hoger dan op andere dagen.

Hogeschool Inholland – Hoe en waarom netwerken

Ondernemers moeten optimaal gebruik kunnen maken van netwerken. Vaak weten vooral

starters niet waar ze deze netwerken kunnen vinden. Studenten van de Hogeschool Inholland

Rotterdam werken aan het ontwikkelen van een interactieve website. Daar kunnen ondernemers

voor hen relevante netwerken vinden. Initiatiefnemers van een nieuw of bestaand netwerk

kunnen hun nieuwe netwerk er aan toevoegen. De website gaat www.netwerkjesterk.nl en

www.netwerkjesterk.com heten.

De virtualisering van het bankwezen – die nog eens wordt gevoed door standaardisering en

vereenvoudiging van financiële producten door nieuwe regelgeving – is zichtbaar in de klantbediening

via nieuwe distributiekanalen, zoals e-mail, internet en telefoon. Het virtuele kantoor van Rabobank

Rotterdam vertoont groei. Er zijn inmiddels per dag zo’n 900 telefoontjes van particuliere en zakelijke

klanten voor service en advies. Deze ontwikkeling gaat gepaard met een afname van het bezoek aan

bankkantoren. Dit zal in de toekomst consequenties hebben voor het kantorennetwerk in de stad.

Op termijn is sluiting van vestigingen onvermijdelijk. Maar face-to-face contact blijkt bij sommige

producten, zoals woninghypotheken, en marktsegmenten, zoals startende ondernemers, gewenst.

Daarom zoekt de bank naar nieuwe wegen om ook in de onzichtbare wereld dichtbij en betrokken

te blijven.

Bitterballenborrel

MKB Rotterdam

Open Coffee

Rotterdam

Start

me

up

MeerBusiness

Leads

BusinessIn

Flevum

Rijnmond BC

WTC Rotterdam

Netwerk je sterk!

www.netwerkjesterk.nl


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 1 Economie van Rotterdam – pagina 18 Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 1 Economie van Rotterdam – pagina 19

Economische groei en kracht van Rotterdam

Evenals voorgaande jaren laat de Verkenning zien hoe Rotterdam vorig jaar in economisch

opzicht heeft gepresteerd. De economische prestatie is berekend op basis van de Economische

Thermometer: een model dat is ontwikkeld door de afdeling Kennis en Economisch Onderzoek

van Rabobank Nederland. De Economische Thermometer meet de economische prestaties

van Nederlandse regio’s en vergelijkt die met het Nederlandse gemiddelde. De economische

prestatie van een regio wordt hierin gewaardeerd met een rapportcijfer waarbij het Nederlandse

gemiddelde op een zes is gesteld.

Hoe en waarom netwerken

Waarom netwerken?

• Om nieuwe opdrachten binnen te halen

• Een groot netwerk kan meer invloed betekenen

• Nieuwe contacten bieden je nieuwe mogelijkheden

• Je blijft op de hoogte van de ontwikkelingen in je vakgebied

• Je kunt nieuwe klanten werven

• mogelijkheid om met nieuwe partners te gaan samenwerken

• Naamsbekendheid vergroten en jezelf promoten

• Een reputatie opbouwen

• Nieuwe mogelijkheden en kansen in de markt ontwikkelen

• Je kennis vergroten en werken aan je sociale ontwikkeling

• Kostenbesparing

De prestaties worden gemeten aan de hand van acht variabelen. Deze acht variabelen zijn

ondergebracht bij twee indicatoren: ‘economische groei’ en ‘economische kracht’. Samen vormen

zij de score voor de ‘economische prestatie’. Het rapportcijfer voor ‘economische groei’ en

‘economische kracht’ is het ongewogen gemiddelde van de rapportcijfers voor respectievelijk de

vier groei- en de vier krachtvariabelen. Het rapportcijfer voor de economische prestatie is het

ongewogen gemiddelde van de cijfers voor groei en kracht.

In figuur 1.9 worden de scores van de G4 op economische groei en economische

kracht getoond.

Figuur 1.9

Toelichting Regionaal Economische Thermometer

Bron: Rabobank, 2012.

winstgroei

productiegroei

rendement

arbeidsproductiviteit

Hoe kun je netwerken?

• Breng altijd iets mee om achter te laten bij potentiele klanten of partners

• Open en oprecht met anderen praten, en zo zelfvertrouwen opwekken

• Goed luisteren naar elkaar

• Over brede interesses beschikken

• Bewust doelen stellen wat je met het netwerk wilt bereiken

• Spreek mensen aan waar je het goed mee kunt vinden, dit wekt vertrouwen op en

schept een band

• Tips en feedback van anderen waarderen en accepteren

• Verwijs mensen naar een website van je bedrijf

• Maak Social Mediakanalen aan en gebruik deze tijdens het netwerken

investeringsgroei

arbeidsvolumegroei

groei

prestatie

investeringsratio

werkgelegenheidsfunctie

kracht

Het (kortdurige) macro-economische herstel van 2011 heeft de Rotterdamse economie in dat jaar

zeker goed gedaan. In 2011 scoorde Rotterdam op economische groei nagenoeg op het nationale

gemiddelde. Door een minder sterke groei in Amsterdam en Den Haag kon Rotterdam zich in dat

jaar gemakkelijk met deze steden meten en de – zeer kleine – voorsprong op Amsterdam is zelfs

opvallend. Utrecht blijft van de vier grote steden veruit de sterkste economie en de voorsprong is

in 2011 zelfs nog iets toegenomen.

www.netwerkjesterk.nl

In de patronen lezen we de gevoeligheid van de economie van de vier grote steden terug. Industrie

en logistiek reageren in het algemeen scherp op de conjunctuur, en zeker op de wereldconjunctuur


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 1 Economie van Rotterdam – pagina 20 Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 1 Economie van Rotterdam – pagina 21

FIGUUR 1.10

Rapportcijfers voor het economisch presteren van de G4

Bron: Rabobank 2012, Regionaal Economische thermometer.

FIGUUR 1.11

Scores op de Regionaal Economische thermometer per indicator 2011

Bron: Rabobank 2012, Regionaal Economische thermometer.

10

9

winstgroei

8

investeringsgroei

7

6

arbeidsvolume groei

5

bruto toegevoegde waarde groei

4

3

rentabiliteit eigen vermogen

2

arbeidsproductiviteit

1

2010 2011

2010 2011

2010 2011

investeringsratio

GRoEI

KRACHt

PREStAtIE

werkfunctie

Rotterdam

Amsterdam

Den Haag

Utrecht

gemiddeld

0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Rotterdam

Groot Rotterdam

in het geval van Rotterdam. Voor Amsterdam en Utrecht zijn de zakelijke dienstverlening en het

op de consument gerichte bedrijfsleven relatief belangrijker. De overheid heeft traditioneel een

dempend effect op het conjunctuurverloop in Den Haag. Een overzicht van de scores per sector

vindt u op internet.

Voor 2013 verwacht de Rabobank dat het Rotterdamse bedrijfsleven het nog moeilijk zal hebben,

zoals overigens ook elders het geval is. De werkgelegenheid staat onder druk en zal vermoedelijk

met een procentje krimpen, in lijn met de landelijke verwachtingen. Dit is het gevolg van de zwakke

(wereld)conjunctuur, maar ook de bezuinigingen en reorganisaties bij bedrijven en overheid zullen

hun tol eisen. Omdat de omvang van de beroepsbevolking blijft toenemen, zal de werkloosheid in

Rotterdam toenemen tot meer dan 10% van de beroepsbevolking. Daarmee blijft de arbeidsmarkt

een belangrijk aandachtspunt van de Rotterdamse economie. 5 5

Rabobank Nederland (KEO)

5.5 Bron: Regionaal Conjunctuur Model Rabobank Nederland (2012)


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 1 Economie van Rotterdam – pagina 22 Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 1 Economie van Rotterdam – pagina 23

Stedelijke Omvang en Metropolitane Functies in Europa

Stedelijke massa is van cruciaal belang voor het ontstaan van agglomeratievoordelen. Steden bieden

het draagvlak voor de aanwezigheid van allerlei gespecialiseerde functies die de aantrekkelijkheid

sterk bepalen. Er bestaat een sterke relatie tussen de omvang van een stad en de daar aanwezige

metropolitane functies. Toch is in Nederland, evenals in andere dichtbevolkte delen van Europa,

de relatie tussen omvang van steden en hun metropolitane functies minder sterk aan het worden.

Dit komt doordat eens betrekkelijk onafhankelijke steden steeds meer verweven zijn geraakt met

steden in hun nabijheid. Steden ‘lenen’ massa van nabijgelegen steden (Alonso, 1973). 6

In het NAPOLEON onderzoeksproject (Kennis voor Krachtige Steden) wordt deze dynamiek van

‘borrowed size’ en ‘agglomeration shadows’ onderzocht. Er is een database van alle 1767 Europese

steden ontwikkeld. Steden zijn hierin gedefinieerd op basis van aaneengesloten bebouwd gebied,

en niet op administratieve grenzen. Rotterdam neemt met ruim 1 miljoen inwoners de 38ste positie

in in termen van omvang. 712

Twee vragen staan centraal. Ten eerste, heeft Rotterdam de metropolitane functies die je zou mogen

verwachten in ene stad met ruim één miljoen inwoners? Zo niet, leent Rotterdam deze functies dan

van andere plaatsen in de Metropoolregio Rotterdam – Den Haag? Vangen Delft of Den Haag een

eventueel tekort aan functies op?

Tabel 1.1 toont per functie (kolom 1) het percentage steden waarin deze functie überhaupt aanwezig

is (2), de typische omvang van een stad met die functie (3), de aanwezigheid in Rotterdam (4), de

precieze score van Rotterdam en rangschikking van Rotterdam in Europa (5), de mate waarin de

feitelijke score afwijkt van wat verwacht mag worden in een stad van ruim 1 miljoen inwoners 83 (6) en

of de betreffende functies bovengemiddeld aanwezig zijn in Delft of Den Haag (7).

Verreweg de meeste metropolitane functies zijn in Rotterdam zelf aanwezig (kolom 4). Dat mag

ook wel, want de ondergrens voor hun aanwezigheid is laag (kolom 3). Belangrijker is de mate

waarin deze functies aanwezig zijn (kolom 6). Die valt in een aantal gevallen tegen. Zo zijn er minder

internationale organisaties, internationale congressen, topuniversiteiten, culturele instellingen,

culturele evenementen, en kennisintensieve en financiële dienstverleners, en biedt de luchthaven

fors minder vluchten dan dat we voor een stad van ruim een miljoen mogen verwachten.

Deze tekorten worden enigszins gecompenseerd op metropoolregio-niveau. Problematisch zijn

de metropolitane functies die in de hele regio niet goed vertegenwoordigd zijn (o.a. luchttransport

en culturele instellingen).

Tabel 1.1

Functies en stedelijke omvang

(1)

functie

(2)

percentage steden met deze

functie

(3)

typische omvang van Europese

steden met deze functie (25ste-

75ste kwartiel; mln. inwoners)

(4)

aanwezigheid functie in

Rotterdam

(5)

score en rangschikking

Rotterdam in Europa

(max. score = 100)

(6)

afwijking van verwachting

(7)

bovengemiddelde aanwezigheid

in Den Haag of Delft

politieke instituties

nationale overheid 1,5% 0,6 – 2,7 nee 0,0 (---) - ja

internationale organisaties 3,0% 0,4 – 1,6 ja 1,8 (42) - 61,9% ja

bedrijvigheid

top-500 multinationale ondernemingen 6,2% 0,1 – 1,0 ja 4,8 (25) + 53,4% ja

kennisintensieve dienstverlening 19,8% 0,1 – 0,4 ja 23,1 (39) - 15,8% ja

financiële dienstverlening 16,7% 0,1 – 0,4 ja 0,2 (112) - 93,0% ja

onderwijs en wetenschap

top-500 universiteit 8,8% 0,1 – 0,8 ja 9,4 (73) - 28,4% ja

internationale samenwerkingsverbanden onderzoek 2,4% 0,3 – 1,6 ja 8,3 (17) + 73,5% ja

internationale congressen 8,3% 0,2 – 1,0 ja 5,7 (50) - 39,2% ja

transport

luchthaven 11,0% 0,1 – 0,6 ja 0,6 (118) - 88,3% nee

internationale spoorwegverbindingen 22,8% 0,1 – 0,3 ja 16,3 (27) + 27,6% ja

zeehaven 2,7% 0,1 – 1,0 ja 100,0 (1) > + 100% nee

internet exchange point 3,1% 0,4 – 2,0 ja 2,9 (38) - 43,5% nee

cultuur en sport

culturele instellingen 37,2% 0,1 – 0,3 ja 5,3 (91) - 48,6% nee

concerten en tentoonstellingen 27,1% 0,1 – 0,3 ja 4,4 (93) - 50,4% ja

stadions en sportevenementen 30,2% 0,1 – 0,3 ja 15,8 (24) + 57,0% nee

Rotterdam doet het bovengemiddeld goed ten aanzien van de aanwezigheid van multinationals

(+ 53%), en inbedding in internationale onderzoeksnetwerken (+ 74%). Als sportstad springt

Rotterdam er bovenuit (+ 57%). De internationale spoorverbindingen en natuurlijk de zeehaven

zijn van een kaliber dat je alleen zou verwachten in een veel grotere metropool. Dat biedt mogelijk

kansen om ‘size’ te ‘borrowen’ niet alleen bij de buren, maar ook van plaatsen veel verder weg.

Het NAPOLEON-onderzoek buigt zich hier verder over.

Dr. Evert Meijers (TU Delft), Dr. Martijn Burger (Erasmus Universiteit Rotterdam) & Marloes Hoogerbrugge MSc (TU Delft)

6. Het Rotterdamse morfologisch stedelijk gebied is gedefinieerd als Rotterdam, Schiedam, Spijkenisse, Vlaardingen, Capelle aan den IJssel, Barendrecht, Ridderkerk,

Krimpen aan den IJssel en Rozenburg.

27. Het Rotterdamse morfologisch stedelijk gebied is gedefinieerd als Rotterdam, Schiedam, Spijkenisse, Vlaardingen, Capelle aan den IJssel, Barendrecht, Ridderkerk,

Krimpen aan den IJssel en Rozenburg.

8. Uitkomsten van deze kolom zijn gebaseerd op een residuen-analyse van een zero-inflated Poisson regressiemodel waarbij gekeken is naar het verband tussen de

omvang van steden (in termen van aantal inwoners) en de scores voor de verschillende functies.


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 2 Arbeidsmarkt – pagina 25

Hoofdstuk 2

Arbeidsmarkt

• De werkgelegenheid over 2011 is gedaald, de werkloosheid gestegen.

• In 2013 wordt krapte verwacht bij enkele (para)medische beroepen, informaticaberoepen

en onder technisch personeel.

• Ruim 160.000 technisch opgeleiden (landelijk) willen onder voorwaarden weer in een

technisch beroep werken.

• Aandeel beroepen op elementair en midden niveau daalt in Rotterdam, aandeel op HBO

en WO niveau stijgt.

• Aantal zzp’ers in Rotterdam is sinds 2005 met 35% gestegen.

• Ruim één miljoen internationale baanzoekers noemen Rotterdam als favoriete stad om

in te werken.

Werkgelegenheid en vacatures

Over 2011 daalde de werkgelegenheid in Rotterdam (- 3.352 banen) en in Rijnmond (- 5.042 banen)

met ongeveer 1%. Het beeld was per sector verschillend. De sector zorg en welzijn is de laatste jaren

de meest stabiele groeisector. Sinds 2000 kent deze sector een groei van 39,6%. De groothandel –

de sector met het grootste krimppercentage (28,7% in deze periode) – bleef in 2011 nagenoeg

stabiel. De sterkste daler over 2011 was de zakelijke dienstverlening met 1.889 banen.

Voor de metropoolregio Rotterdam – Den Haag daalde het aantal banen met 13.298 tot 1.035.037

banen per 1 januari 2012. De teruggang van het aantal banen in Haaglanden (- 8.361) was groter

dan in Rijnmond (- 4.937).

Tabel 2.1

Werkgelegenheid Rotterdam, overig stadsregio 2000, 2011, 2012*

Bron: Bedrijvenregister Zuid-Holland.

Rotterdam

2000 2011 2012**

overig stadsregio

groei

2000 –

2012** 2000 2011 2012**

groei

2000 –

2012**

industrie, energie, water, milieu en landbouw 33.604 31.014 30.461 - 9,4% 26.006 23.161 23.027 - 11,5%

bouw 16.663 15.328 14.860 - 10,8% 17.980 16.029 14.776 - 17,8%

groothandel en handelsbemiddeling

(niet in auto’s e.d.) 16.671 11.920 11.891 - 28,7% 19.362 19.784 19.229 - 0,7%

detailhandel en handel in auto’s e.d. 29.729 30.344 29.627 - 0,3% 25.116 28.108 28.195 12,3%

transport en post 36.701 33.207 33.589 - 8,5% 13.350 15.087 14.755 10,5%

horeca 10.280 11.412 11.010 7,1% 5.641 6.384 6.573 16,5%

informatiesector 9.877 8.586 8.729 - 11,6% 4.525 4.641 4.393 - 2,9%

financiële instellingen 19.223 14.534 14.867 - 22,7% 4.044 3.964 3.807 - 5,9%

zakelijke dienstverlening 57.454 54.556 52.667 - 8,3% 28.935 37.406 37954 31,2%

openbaar bestuur, overheidsdiensten,

sociale verzekeringen 15.995 17.309 16.813 5,1% 6.489 7.640 7.758 19,6%

onderwijs 22.417 27.434 27.585 23,1% 9.273 11.946 12.088 30,4%

zorg 42.635 58.320 59.507 39,6% 19.964 33.827 33.796 69,3%

overige dienstverlening 9.622 11.232 10.238 6,4% 4.749 6.707 6.648 40,0%

ToTaal 320.871 325.196 321.844 0,3% 185.434 214.684 212.999 14,9%

* Alle werkzame personen ongeacht het aantal werkzame uren per week.

** Voorlopige cijfers.


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 2 Arbeidsmarkt – pagina 26 Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 2 Arbeidsmarkt – pagina 27

FIGUUR 2.1

Kijken we naar de ontwikkeling van de werkgelegenheid tussen 2000 en 2012 dan zien we in

Rotterdam een verschuiving in de werkgelegenheid van industrie, bouw, groothandel, transport

naar de meer aan de overheid gerelateerde sectoren onderwijs, zorg en welzijn en openbaar

bestuur. Opvallend is de daling in de dienstensectoren financiële diensten (concentratie naar het

midden van het land) en zakelijke diensten (inclusief uitzendbranche).

Vacatures

Tussen het vierde kwartaal 2011 en het derde kwartaal 2012 waren en in Rijnmond 39.000

unieke vacatures. Dit waren er ongeveer 9.000 minder dan in dezelfde periode een jaar daarvoor.

Voor de verdeling over de sectoren zie de onderstaande tabel.

Vacatures Rijnmond per sector tussen Q4 2011 en Q3 2012

Bron: Job Feed, bewerking Intelligence Group.

FIGUUR 2.2

Vergrijzing Rijnmond

Bron: UWV, 2012.

Naast de ontwikkeling van de werkgelegenheid is er ook sprake van een vervangingsvraag.

De verwachting is dat in de komende tien jaar ongeveer 72.000 mensen in de regio Rijnmond

met pensioen zullen gaan.

zorg en welzijn

zakelijke dienstverlening

industrie

aantal werkzame 55 – 65 jarigen

overheid

gezondheids- en welzijnszorg

handel

industrie en techniek

zakelijke dienstverlening

bouwnijverheid

ict

logistiek

onderwijs

financiële instellingen

media en communicatie

horeca

nutsvoorzieningen

0 1.000 2.000 3.000 4.000 5.000 6.000

Vooruitzichten

In de laatste arbeidsmarktprognose van het UWV 1 wordt landelijk een verdere daling van de

werkgelegenheid voorspeld in 2013 met - 1,1%. Dit is een verslechtering ten opzichte van de eerdere

cijfers medio 2012. Voor de regio Rijnmond zijn nog geen nieuwe cijfers bekend. Na eerdere crises

is bekend dat de werkgelegenheid in Rotterdam minder snel herstelt. Dit heeft alles te maken

met de veerkracht van de arbeidsmarkt en de samenstelling van de groep werklozen (relatief veel

laaggeschoolden, ouderen en langdurig werklozen). Vanaf 2014 wordt wel een herstel verwacht.

Dit heeft ook gevolgen voor de ontwikkeling op de vacaturemarkt. Landelijk verwacht het UWV

dat het aantal vacatures in 2013 zal dalen met - 3%.

handel en reparatie

onderwijs

vervoer en telecom

bouwnijverheid

horeca en catering

financiële instellingen

landbouw, visserij, bosbouw

0 3.000 6.000 9.000 12.000 15.000

Dit betekent niet dat er 72.000 extra vacatures zullen ontstaan. Allereerst zal door de verhoging

van de pensioengerechtigde leeftijd en de tendens later met pensioen te gaan, het daadwerkelijke

aantal lager zijn. Ook de economische ontwikkeling, veranderingen in de arbeidsstructuur,

technologische en organisatorische ontwikkelingen zullen invloed hebben op het al dan niet

omzetten van een opengevallen plaats naar een vacature.

Op dit moment is de arbeidsmarkt voor medische en para-medische beroepen en de informatica

beroepen in de regio Rijnmond krap. 2 Landelijk wordt dit beeld aangevuld met een behoefte aan

technici. Dit wordt ook voor Rijnmond herkend door de aanwezigen op de expertbijeenkomst. Hiervoor

lijkt potentieel aanwezig. Ruim 160.000 technisch opgeleiden (landelijk), die niet meer werkzaam zijn

in een technisch beroep, zouden onder voorwaarden wel weer in de techniek willen werken. 3

Duurzame ontwikkeling van de economie wordt voor de toekomst gezien als een belangrijke bron

van werkgelegenheid. Figuur 2.3 toont een selectie van bedrijfstakken waarvan de ontwikkeling,

mede bepaald wordt door ontwikkelingen op het vlak van duurzaamheid. In lijn met de algemene

economische ontwikkeling vertonen de meeste van deze sectoren een licht dalende trend. De groei

van de duurzaamheidseconomie in deze sectoren komt vooralsnog niet tot uiting in een (grote) groei

van de werkgelegenheid en het aantal bedrijven. De sectoren kennis, energie en mobiliteit laten een

relatief gunstig beeld zien.

1. Landelijke Arbeidsmarktprognose 2013, update januari 2013, UWV.

2. Bron: UWV.

3. Arbeidsmarktgedragsonderzoek Intelligence Group juni 2012.


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 2 Arbeidsmarkt – pagina 28 Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 2 Arbeidsmarkt – pagina 29

FIGUUR 2.3

Werkgelegenheid in de duurzaamheidseconomie

Bron: Bedrijvenregister Zuid-Holland.

Een ander belangrijk gegeven dat een rol speelt in de herstelkracht van de economie en

arbeidsmarkt is het opleidingsniveau van de beroepsbevolking en vooral het aandeel hoger

opgeleiden. Het aandeel hoog opgeleiden steeg van 26% in 2002 naar 36% in 2011. Ook de

samenstelling van het werklozenbestand speelt hierbij een rol

x 1.000

100

80

60

40

20

2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012

Werkloosheid

In deze paragraaf bekijken we de werkloosheid aan de hand van twee indicatoren: de ontwikkeling

van het aantal niet werkende werkzoekenden (NWW) 4 en het aantal mensen met een werkloosheidsuitkering

(WW).

Ontwikkeling NWW

Het aantal niet werkende werkzoekenden in Rijnmond bedraagt eind 2012 ruim 79.750 personen,

waarvan 51.524 in Rotterdam.

In Rotterdam is het aantal NWW in één jaar tijd met 25% gestegen. Deze verhoging is niet alleen

het gevolg van het verslechterde economische klimaat maar ook het gevolg van een strengere

gemeentelijke controle op de inschrijving bij het UWV van mensen met een bijstandsuitkering.

FIGUUR 2.4

Banen per 1.000 inwoners 2011

Bron: UWV, 2012, bewerking Ecorys.

Rotterdam

Stadsregio Rotterdam

FIGUUR 2.5

ontwikkeling NWW

Bron: UWV, 2013.

NWW naar duur niet-werkend NWW naar opleidingsniveau NWW naar leeftijd

Groot Amsterdam

Midden-Utrecht

Haaglanden

Rijnmond

Rotterdam

0 200 400 600 800 1.000

Weerbaarheid van de arbeidsmarkt

Een andere manier om naar de arbeidsmarkt te kijken is de werkgelegenheidsfunctie van een regio.

Dit is de verhouding tussen de werkgelegenheid omgerekend in fte’s en de beroepsbevolking in een

bepaalde regio. Dit is van belang om een beeld te krijgen van de mogelijkheden voor bewoners in de

regio (maar ook daarbuiten) om een baan te vinden en carrière te maken in de regio. De Randstad

heeft in de loop der jaren een steeds belangrijkere werkgelegenheidsfunctie gekregen in Nederland.

Er is echter een groot verschil in de Noord- en Zuidvleugel van de Randstad. Rijnmond had in 2011

maar nipt meer banen per 1.000 inwoners dan het landelijke gemiddelde: 724 banen t.o.v. 719 banen

per 1.000 inwoners. Haaglanden deed het iets beter. Groot Amsterdam (983) en Midden Utrecht

telden fiks meer banen per 1.000 inwoners.

Ook de mate waarin sectoren in de regio zijn ingebed in de regio is bepalend voor de weerbaarheid

van een sector. De mobiliteit tussen bedrijven en (deel)sectoren op de arbeidsmarkt in de regio laat

zien in welke (deel)sectoren ongeveer dezelfde kwalificaties gevraagd worden. Vandaar dat er

gesproken wordt over skillgerelateerdheid (zie kader De arbeidsmarkt van Rotterdam en regio, pagina 40).

0 – 3 maanden, 21%

3 – 12 maanden, 32%

> 12 maanden, 47%

basisonderwijs, 34%

VMBo, 18%

Havo/VWo, 4%

MBo, 32%

HBo/Wo, 12%

Kenmerkend voor de Rotterdamse arbeidsmarkt is het relatief grote aandeel laagopgeleide en oudere

werkzoekenden, respectievelijk 52% en 31%. Tweederde van de groep 50-plussers is langer dan één

jaar werkzoekend en ook het aandeel laagopgeleiden (54%) is binnen deze groep iets hoger dan over

de hele populatie.

Voor 2013 verwacht het UWV een stijging met 17% van het aantal NWWers in de regio Rijnmond.

Landelijk is dit 14%.

4. Niet Werkend Werkzoekend zijn zij die bij het UWV als werkzoekend staan ingeschreven.

15 – 20 jaar, 1%

20 – 23 jaar, 3%

23 – 27 jaar, 8%

27 – 40 jaar, 31%

40 – 50 jaar, 26%

50 – 65 jaar, 31%


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 2 Arbeidsmarkt – pagina 30 Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 2 Arbeidsmarkt – pagina 31

Ontwikkeling WW

Het aantal mensen met een WW-uitkering is in de regio Rijnmond over 2012 gestegen met 22,4%

tot 28.533 uitkeringen; in Rotterdam met 22,6% tot 15.045 uitkeringen. Dit ligt onder het landelijke

gemiddelde van 26%.

Meer dan de helft van de uitkeringen (55%) in Rijnmond werd verstrekt aan personen in de

leeftijdsgroep 27 – 50 jaar. 8% is jonger dan 27 jaar. Dit heeft alles te maken met het beperkte

recht dat jongeren op een uitkering hebben. De groep van 50 – 65 jaar bedroeg 37%.

42% is afkomstig uit een baan in de financiële en zakelijk dienstverlening. Binnen deze laatste

sector vallen ook de mensen met een uitzendcontract. Hun aandeel bedroeg 18% van het totaal

aantal WW-rechten.

Trends voor de toekomst

Er zijn allerlei ontwikkelingen gaande op de arbeidsmarkt. De toenemende vergrijzing van de

beroepsbevolking is hierboven al behandeld. In deze paragraaf bespreken we drie andere trends.

Polarisatie

Het opleidingsniveau van de (beroeps) bevolking, maar ook de opleidingseisen van banen in

Nederland stijgen. De (stedelijke) arbeidsmarkt polariseert. In zijn algemeenheid geldt dat de absolute

vraag naar middelbaar geschoolden de afgelopen jaren gedaald is. Hoewel de absolute vraag naar

laaggeschoolde arbeid niet daalt, staat de positie van laaggeschoolden wel onder druk vanwege

neerwaartse verdringing op de arbeidsmarkt door middelbaar geschoolden. 5 De consequentie is dat

doelgroepen aan de onderkant van de arbeidsmarkt moeten concurreren met andere doelgroepen

zoals middelbaar geschoolden, studenten, tijdelijke arbeidskrachten, etcetera. (Zie ook kader Baanlocaties

van laagopgeleiden, pagina 37.)

Flexibilisering arbeidsmarkt

Arbeidsrelaties tussen opdrachtgever en opdrachtnemer, werkgever en werknemer veranderen en

krijgen een steeds tijdelijker karakter. De verwachting is dat in de komende jaren de flexibilisering

van de arbeidsmarkt verder zal doorzetten. (Zie pagina 32 en 97.) Een belangrijke vorm van flexibel

werken is de groep Zelfstandigen Zonder Personeel (zzp).

Landelijk laat het aantal zzp’ers in de beroepsbevolking in 10 jaar tijd een stijging zien van

250.000 tot 1,1 miljoen (CBS, 2012.) Dit aantal zal tot 2020 nog met 15% groeien.

Het aantal zzp’ers (bedrijven met één werkzaam persoon) in Rotterdam is van bijna 8.000

in 2005 gestegen naar 10.750 in 2012

Het aantal flexibele arbeidsrelaties is landelijk in tien jaar tijd bijna verdrievoudigd tot ongeveer

1,2 miljoen. (CBS, 2012) Helaas zijn hierover geen cijfers voor de stad of regio bekend.

Internationalisering van de arbeidsmarkt

De arbeidsmarkt internationaliseert. Midden- en Oost Europeanen en met de stijgende

werkloosheid in hun thuislanden ook Zuid Europeanen, komen naar Nederland om te werken.

Daarnaast wordt de markt voor kenniswerkers steeds internationaler In 2012 zijn 500

verblijfsvergunningen voor kennismigramten via de Rotterdam Expatdesk aangevraagd.

In 2011 waren dit er 414. Eén miljoen internationale baanzoekers wijzen Rotterdam als

favoriete werkstad aan. (Zie pagina 38.)

Voor meer cijfers en figuren zie ook www.rotterdam.nl/evr2013.

Tabel 2.2

Banen naar beroepsniveau 2002 – 2011

Bron: CBS, bewerking COS.

Rotterdam amsterdam Utrecht Den Haag Nederland

beroepsniveau 2002 2011 2002 2011 2002 2011 2002 2011 2002 2011

elementair 12 9 6 7 7 6 7 7 7 7

laag 24 24 19 15 18 14 22 22 25 23

midden 35 33 33 29 30 24 36 33 39 37

HBO 20 22 28 32 28 34 23 24 21 23

WO 9 12 14 17 18 23 12 14 8 10

In Rotterdam daalt het aandeel banen op elementair beroepsniveau en blijft het aantal banen op laag

beroepsniveau constant. Landelijk en in Amsterdam en Utrecht zien we dat het elementaire niveau

redelijk stabiel blijft, maar juist het lage niveau daalt. Voor de overige niveaus is het beeld wel gelijk.

Amsterdam en Utrecht laten wel een sterkere daling op het middenniveau en een sterkere stijging op

het hogere beroepsniveau zien. Het gevolg, de neerwaartse druk vanuit hogere niveaus naar

beneden is ook in Rotterdam zichtbaar.

5. Gesten, M. en Wolbers, M.H.J. (2011). Kansen van laagopgeleide mannen: structurele en cyclische verdringing in Nederland, in: Van Galen, R., Sanders, J. Smits,

W. en Ybema J.F. red., (2011), Dynamiek op de Nederlandse arbeidsmarkt: De focus op kwetsbare groepen. Den Haag: CBS; Josten, E. (2010). Minder werk voor

laagopgeleiden? Ontwikkelingen in baanbezit en baankwaliteit 1992 – 2008. Den Haag, SCP; Edzes, A.J.E. Broersma, L.en Dijk, J. van (2010). Economische

transities van laag opgeleiden: een literatuurstudie. Den Haag, NICIS Institute.


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 2 Arbeidsmarkt – pagina 32 Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 2 Arbeidsmarkt – pagina 33

Randstad – Het uitzendbureau en de onzichtbare economie

Uitzendbureaus en uitzendkrachten vormen een belangrijke component in de groei van de

onzichtbare economie. Zij faciliteren de groei van bedrijven, zorgen voor een flexibele arbeidsmarkt

die het mogelijk maakt op elk gewenst moment over de juiste mensen met de juiste kennis te

kunnen beschikken. Tegelijkertijd ondervindt het uitzendbureau zelf ook de consequenties van de

virtualisering van de dienstverlening. En voor de individuele flexibele werknemer valt er nog wel

iets te verbeteren.

Het uitzendbureau en de onzichtbare economie

De uitzendbranche is één van de grootste werkgevers in het Rijnmond gebied. Jarenlang heeft de

branche op redelijk traditionele manier gewerkt met zichtbare vestigingen van waaruit de bedrijven

en flexwerkers worden bediend.

De ontwikkelingen op het gebied van digitalisering zijn inmiddels duidelijk te zien bij de

uitzendbureaus. Waar het traditioneel de hoofdfunctie van de vestigingen was om flexwerkers te

ontvangen, in te schrijven en te bemiddelen naar een baan, is dit nu voor een grootdeel verschoven

naar internet. Alle grote bureaus hebben een eigen site waar de vacatures op te vinden zijn en

waar de sollicitanten ook steeds vaker gebruik van maken. Hiermee is het ook voor al werkende

werkzoekenden makkelijker geworden om te solliciteren op een andere baan. De drempel om

via internet te solliciteren is ook lager dan het daadwerkelijk binnen lopen op een vestiging.

Nieuwe zekerheid

Dat is de reden dat er op veel plekken hard gewerkt wordt aan het bedenken van mogelijke nieuwe

zekerheid. Mensen zullen in de toekomst veel meer dan in nu in hun eigen welvaart en welzijn moeten

kunnen voorzien. De afhankelijkheid van de overheid, van bedrijven en organisaties die voor ons zorgen

verdwijnt. De verzorgingsstaat heeft onderhoud nodig. Daarbij hoort meer oog voor de rechten en de

mogelijkheden van het individu in de maatschappij.

Figuur 2.6

Trend flexibele arbeidsrelatie

Bron: CBS, beweking Randstad.

stijging flexibele arbeidsrelaties in %

7%

6%

5%

4%

3%

Deze nieuwe manier van solliciteren heeft een stroom aan sollicitanten opgeleverd die voorheen

minder snel de weg naar de vestiging wist te vinden. De sollicitant die spontaan binnen komt lopen

neemt af en de sollicitant die buiten kantooruren solliciteert, neemt steeds verder toe. Hoewel het

aantal uitzendbureaus geen daling laat zien, heeft dit uiteraard wel gevolgen hebben voor het aantal

traditionele vestigingen. Er zijn nu al bureaus die vestigingen clusteren of helemaal digitaal gaan

werken en niet meer via een vestigingsnetwerk. Of dit is ingegeven door de veranderende vraag

uit de markt, of door de huidige economische situatie is uiteraard de vraag maar het zegt wel iets

over de huidige ontwikkelingen in de branche

2010 2011

werknemers tijdelijk, uitzicht op vast

werknemers overig tijdelijk

oproep- of invalkrachten

werknemers tijdelijk > = 1 jaar

uitzendkrachten

overig flexibel

2%

1%

0%

Blik op de toekomst van flexibiliteit

Flexibiliteit en lenigheid zijn voor bedrijven noodzakelijk om te kunnen inspelen op de steeds

veranderende marktomstandigheden en zijn de waarborg dat organisaties hun continuïteit en

winstgevendheid zo maximaal mogelijk kunnen sturen. De mate waarin bedrijven zich kunnen

aanpassen kent natuurlijk meer factoren dan alleen de factor arbeid, maar de inzet van arbeid

bepaalt in steeds belangrijke mate het lange termijn succes van een bedrijf. Lang werd gedacht

dat dit prima te realiseren was met een flexibele schil. Inmiddels is duidelijk dat flexibiliteit intrinsiek

moet worden georganiseerd bij alle werknemers.

Flexibiliteit én zekerheid

Flexibiliteit betekent te vaak dat zekerheid voor het individu ontbreekt, terwijl dit juist het uitgangspunt

moet zijn. Wanneer een werknemer flexibel kan inspelen op zijn omgeving dan is dat, net als voor

een organisatie, een veiliger uitgangspunt dan krampachtig vast te houden aan verworven rechten

of een vast arbeidscontract. Toch werkt dat op dit moment niet zo. Mensen werken nog steeds graag

in een vast contract en tot het pensioen bij dezelfde werkgever. Dit komt ook doordat alle zekerheid

is opgehangen aan een contract voor onbepaalde tijd. Niet alleen onze werkrelatie, maar ook de koop

van een huis, de ziektekostenverzekering, het pensioen, soms de auto, de kinderopvang, status, de

vergoeding bij vertrek, – daarmee wordt de arbeidsmarkt en misschien wel de hele

economie vastgezet.


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 2 Arbeidsmarkt – pagina 34 Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 2 Arbeidsmarkt – pagina 35

Albeda College – De verborgen economie van Rotterdam

MBO stagiaires leveren bijdrage aan de economie van Rotterdam

De beide Rotterdamse ROC’s, Albeda College en Zadkine, leveren een forse bijdrage aan de

economie van Rotterdam. Deze is niet altijd voor ieder zichtbaar. Naast alle geregistreerde

arbeidsovereenkomsten, zetten jaarlijks meer dan 20.000 MBO studenten van het voltijds onderwijs

zich met hun stage werkzaamheden in voor het Rotterdamse bedrijfsleven.

FIGUUR 2.8

Overzicht aantal stageovereenkomsten Stadsregio

Bron: Albeda College.

Het stage aanbod van het Albeda College

Het Albeda College, met ca. 22.000 studenten sterk verankerd in de stad en regio, beschouwt

de beroepspraktijkvorming (bpv/stage) als de spil van het beroepsonderwijs. Dat vraagt een

voortdurende wisselwerking tussen werken en leren, tussen bedrijf en school.

Opleidingen investeren dan ook permanent in het opbouwen van duurzame relaties met bedrijven

en instellingen gebaseerd op wederzijdse belangen. Dat uit zich in een intensieve begeleiding van

de student op de werkvloer en afstemming tussen opleiding en bedrijf over onderwijsaanbod,

inhoud en examinering.

Figuur 2.7

Afgesloten stage-overeenkomsten in schooljaar 2011 – 2012 in Rotterdam,

onderverdeeld in deelgemeenten

Bron: Albeda College.

1.800

1.500

1.200

900

600

Bar gemeenten, 22%

Lansingerland, 4%

Voorne Putten, 17%

IJsselgemeenten, 15%

Waterweg Noord, 42%

Waar komt de Rotterdamse burger de Albeda student op stage tegen?

Om de onzichtbare economie binnen de stad Rotterdam zichtbaarder te maken als het gaat om

het aanbod van stageplaatsen in het schooljaar 2011 – 2012 is er een analyse gemaakt van het

aanbod binnen de deelgemeenten van Rotterdam.

Een groot aantal stageplaatsen concentreert zich op de noordoever in de deelgemeenten Centrum

en Delfshaven. In Rotterdam-Zuid vinden we het grootste aantal stageplaatsen in de deelgemeenten

waar het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ) zich op richt te weten de deelgemeenten

Feijenoord, IJsselmonde en Charlois. In totaal is ruim tweederde (68%) van het totale Rotterdamse

stage aanbod te vinden in deze vijf deelgemeenten.

Centrum

Delfshaven

Kralingen-Crooswijk

Noord

Overschie

Hillegersberg-Schiebroek

Prins Alexander

Hoek van Holland

Feijenoord

IJsselmonde

Charlois

Hoogvliet

Pernis

Rozenburg

Haven

300

0

Ter illustratie binnen welke branches de Rotterdams burgers de studenten kunnen aantreffen,

de volgende twee figuren voor de Centrum en Delfshaven met 2.953 overeenkomsten en op

Zuid de deelgemeenten Feijenoord, IJsselmonde en Charlois, met 4.840 overeenkomsten.

stage-overeenkomsten

Het afgelopen cursusjaar jaar tekende het Albeda College iets meer dan 22.500 stageovereenkomsten

bij ruim 5.000 verschillende bedrijven en instellingen. In de gemeente Rotterdam

zijn in het schooljaar 2011 – 2012 11.515 stage-overeenkomsten afgesloten. Met de bedrijven

in de regiogemeenten zijn 5.843 overeenkomsten afgesloten, verdeeld over de stadsregio

Waterweg Noord (42%), BAR gemeenten (22%), Voorne Putten (17%), IJsselgemeenten (15%)

en Lansingerland (4%). Buiten de hiervoor genoemde stadsregio’s zijn in het overige deel van

Nederland 5.059 stage-overeenkomsten afgesloten, waarvan het merendeel in de provincies

Zuid-Holland en Zeeland. Buiten Nederland zijn met bedrijven in ongeveer 25 landen 148 stageovereenkomsten

afgesloten, waarvan 110 (75%) in Europa.


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 2 Arbeidsmarkt – pagina 36 Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 2 Arbeidsmarkt – pagina 37

FIGUUR 2.9

Overzicht stageovereenkomsten deelgemeenten Centrum en Delfshaven,

naar sector

Bron: Albeda College.

Baanallocatie van laagopgeleiden 6

In Rotterdam is het aandeel laagopgeleiden fors afgenomen. Van de potentiële beroepsbevolking

is volgens opgave van het CBS in 2011 een kleine 37% laagopgeleid tegenover 49% in 1996.

De gemeente volgt daarmee de landelijke trend. De afname is een gevolg van jarenlange

investeringen in het onderwijs, de introductie van de startkwalificatie en het voorkomen van voortijdig

schooluitval. Tegenover de daling van het aandeel laagopgeleiden staat een forse stijging van het

aandeel hoogopgeleiden.

Aan de vraagkant polariseert de arbeidsmarkt. Aan het ene uiterste is er een lichte stijging van het

aandeel elementaire beroepen met 0,6% in de periode 1996 – 2011. Aan het andere uiterste is er een

stijging van het aandeel van hoge en wetenschappelijke beroepen, van 29% in 1996 tot ruim 33% in

2011. De verschuiving in de beroepenstructuur gaat ten koste van de lagere en middelbare beroepen

waarvan het gezamenlijke aandeel daalt van 62% in 1996 naar 57% in 2011.

FIGUUR 2.10

techniek, 3%

aka, 5%

zakelijk, 49%

lifestyle, 9%

zorg en welzijn, 34%

Overzicht stageovereenkomsten deelgemeenten Feijenoord en Charlois,

naar sector

Bron: Albeda College.

techniek, 8%

aka, 4%

zakelijk, 30%

lifestyle, 10%

zorg en welzijn, 48%

Door ontwikkelingen aan de vraag- en aanbodzijde van de arbeidsmarkt is er veelvuldig sprake van

mismatch op de arbeidsmarkt. Werknemers vervullen niet altijd taken op het voor hen geldende

kwalificatieniveau en zijn dus dikwijls over- of juist ondergekwalificeerd voor de baan in kwestie.

De onderstaande tabel laat zien dat in Rotterdam zeven op de tien laag opgeleiden goed gematcht

is, vergelijkbaar met het landelijke gemiddelde. Daarentegen lijkt overkwalificatie iets meer en

onderkwalificatie iets minder voor te komen.

Tabel 2.3

Baanallocatie van laagopgeleiden, periode 1995 – 2006

Bron: Edzes et al., 2012.

postcodegebied overgekwalificeerd gematcht ondergekwalificeerd

30 Rotterdam 21,9% (n = 1.626) 68,7% (n = 5.088) 9,4% (n = 695)

31 Rotterdam 14,1% (n = 546) 76,3% (n = 2.955) 9,6% (n = 372)

56 Eindhoven 17,9% (n = 624) 71,1% (n = 2482) 11,0% (n = 384)

57 Helmond 23,1% (n = 550) 63,1% (n = 1.502) 13,9% (n = 330)

64 Heerlen 44,9% (n = 1.165) 49,9% (n = 1.294) 5,2% (n = 135)

77 Emmen 24,9% (n = 422) 65,6% (n = 1.112) 9,4% (n = 160)

78 Emmen 22,0% (n = 239) 67,0% (n = 728) 11,0% (n = 119)

ToTaal Nederland 20,2% (n = 38.092) 66,6% (n = 125.285) 13,2% (n = 24.743)

Er bestaan verschillende manieren om baanallocatie te meten. In deze tabel is voor de statistische maat gekozen, d.w.z. dat een match wordt

gedefinieerd als het gemiddelde beroepsniveau per opleidingsniveau. Wat daarvan afwijkt kan worden opgevat als onder- dan wel overkwalificatie.

Voor een toelichting, zie: Edzes et al., 2012.

Overkwalificatie is het vermoedelijke gevolg van verdringing door hoger opgeleiden op de

arbeidsmarkt. Onderkwalificatie komt vooral voor in kleinere bedrijven met veel hogere en

wetenschappelijke banen. De uitkomsten bevestigen de notie dat de gevolgde opleiding niet gelijk is

aan de kansen die een persoon heeft op het bereiken van goede economische posities op de

arbeidsmarkt. De resultaten bevestigen ook dat het bedrijf in veel sterkere mate dan de regio het

terrein is waar leermogelijkheden voor laagopgeleiden bepaald worden.

Dr. A.J.E. (Arjen) Edzes

Research associate Rijksuniversiteit Groningen

6. Edzes, A.J.E., L. Broersma, M. Hamersma en J. van Dijk (2012). Economische stijging laagopgeleiden: eindrapportage. Den Haag: NICIS/Platform31; Venhorst, V.A.,

A.J.E. Edzes, L. Broersma & J. van Dijk (2011). Brain drain of brain gain? Hoger opgeleiden in grote steden in Nederland. Den Haag: NICIS Institute.


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 2 Arbeidsmarkt – pagina 38 Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 2 Arbeidsmarkt – pagina 39

Ruim één miljoen internationale baanzoekers noemen Rotterdam als favoriete stad om

in te werken

Voor ruim één miljoen internationale baanzoekers is Rotterdam een favoriete stad om naartoe te

verhuizen voor werk. Daarmee neemt Rotterdam de 96ste plek in binnen de rangordering van steden

waar internationale baanzoekers graag willen werken. Londen staat 1ste en Amsterdam staat op de

23ste plek. Vooral hoogopgeleiden met ten minste een Bachelor-diploma uit Oost- en Zuid-Europa

zijn bereid het eigen land te verlaten om te werken in Rotterdam. Zij hebben affiniteit met de handel

en industrie of willen graag in deze branches werkzaam zijn. De start van een internationale carrière

is een belangrijk motief om voor Rotterdam te kiezen. Kansen voor Rotterdam om zich als een

internationale hub en toegangspoort tot Europa te profileren op de internationale arbeidsmarkt.

Dit blijkt uit analyses op basis van de Global Talent Mobility Survey, een groot onderzoek onder

162.495 personen naar mobiliteitsvormen en arbeidsmotieven op de wereldwijde arbeidsmarkt.

Start van een internationale carrière

Een internationale carrière beginnen is onder deze baanzoekers met een voorkeur voor Rotterdam,

bijna tweemaal zo belangrijk dan voor het gemiddelde wereldwijd (global average). Andere motieven

om naar Rotterdam te komen, zijn een slechte economische situatie in het eigen land en de zoektocht

naar betere leef- en werkomstandigheden. De aanwezigheid van familie (in de regio) speelt een

bescheiden rol, maar is belangrijker voor internationale baanzoekers die in Rotterdam willen werken

dan voor het gemiddelde wereldwijd (zie figuur 2.11).

Figuur 2.11

Belangrijkste motieven voor internationale baanzoekers om in Rotterdam te

werken, afgezet tegen het gemiddelde wereldwijd

Manhattan on the Maas

De aanwezigheid van een slechte economische situatie in het eigen land en het verlangen naar

familie zijn moeilijk te beïnvloeden. Rotterdamse werkgevers en beleidsmakers kunnen er wel aan

bijdragen Rotterdam te profileren als een internationale hub waar baanzoekers vanuit alle uithoeken

van de wereld een (door)start van hun internationale carrière kunnen maken. Dit vraagt om een

unieke en onderscheidende positionering op de internationale arbeidsmarkt (city value proposition).

De start van een internationale carrière als belangrijkste motief en de affiniteit met handel en

industrie kunnen hiervoor als belangrijke ingrediënten worden gebruikt. Een duidelijke positionering

als stad zorgt ervoor dat internationaal hoogopgeleid talent zich aangetrokken blijft voelen tot de stad

Rotterdam en deze stad de voorkeur geniet om naartoe te verhuizen voor werk. Bovendien heeft

een actieve positionering op de internationale arbeidsmarkt een aanzuigende werking op de komst

van internationale werkgevers naar de stad en derhalve op de internationale bedrijvigheid en

ondernemersgeest binnen de regio. In de hoedanigheid van grootste zeehaven van Europa, vierde

in de wereld en de aanwezigheid van twee van de vier meest favoriete Nederlandse werkgevers

– Shell en Unilever – zijn de kansen groot om met behulp van een unieke en authentieke propositie

Rotterdam steviger te verankeren op de wereldkaart. Met recht kan Rotterdam dan ook ‘Manhattan

on the Maas’ worden genoemd.

Strategische samenwerking

Als gebieden met veel (internationale) bedrijvigheid kunnen Antwerpen en Amsterdam het

internationale karakter van Rotterdam als stad met een belangrijke zeehaven versterken en de

aantrekkelijkheid van Rotterdam – dat centraal gelegen is tussen deze beide steden – vergroten.

Daarmee zorgt Rotterdam dat het niet alleen een internationaal concurrerende regio en een

zeehavengebied van wereldformaat is, maar ook blijft in de (nabije) toekomst. Niet alleen voor

internationale baanzoekers, maar ook voor multinationals.

Bron: Global Talent Mobility Survey bewerking Intelligence group.

better climate

partner already works abroad (relationship)

already have family abroad

making change in the world

start up a new life

learn a new language

acquiring work experience

better career opportunities

70%

to have a better standard of living

60%

50%

starting an international career

40%

30%

20%

opportunity to broaden experience

10%

0%

get to know different cultures

challenging oneself

meet new people/build a new network

bad economic situation in own country

Het belang van expatregelingen

Internationale baanzoekers met een voorkeur voor Rotterdam vragen van werkgevers informatie

over de levensstandaard, de voorzieningen en de huisvestingsmogelijkheden in de regio. Meer dan

het gemiddelde wereldwijd, is talent dat in Rotterdam wil werken op zoek naar contactinformatie van

andere buitenlandse werknemers en wil het toegang hebben tot online communities. Dit onderstreept

het belang voor werkgevers in Rotterdam om een aparte sectie op de website te reserveren voor

buitenlandse werknemers en hen informatie te verschaffen over de stad Rotterdam en lokale

voorzieningen. Via social media kanalen is het belangrijk expat communities te faciliteren en expats

in en buiten Rotterdam met elkaar in contact te brengen zodat buitenlandse werknemers ervaringen

kunnen delen en een sociaal leven op kunnen bouwen in en nabij de stad Rotterdam.

Over the Global Talent Mobility Survey

The Global Talent Mobility Survey, kortweg de GTMS, is een groot internationaal onderzoek naar

mobiliteit en arbeidsmotieven op de wereldwijde arbeidsmarkt. In 2011 is de GTMS voor de derde

keer op rij uitgevoerd door de Intelligence Group in samenwerking met The Network. Het onderzoek

is in 66 verschillende landen uitgevoerd binnen Europa, Noord-Amerika, Zuid-Amerika, Azië,

Australië en Afrika.

Conny Roobol, MSc.

International labor market analyst Intelligence Group!

conny@intelligence-group.nl

potential average Rotterdam

global average


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 2 Arbeidsmarkt – pagina 40 Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 2 Arbeidsmarkt – pagina 41

De arbeidsmarkt van Rotterdam en regio

Figuur 2.12

Inbedding Rotterdam 2009

Bron: Corop Groot-Rijnmond.

Tabel 2.4

SWOT analyse Rotterdam

sTReNgTH

oppoRTUNiTy

bedrijfstak omvang bedrijfstak omvang mismatch

1. overslagactiviteiten 6.000 – 7.000 1. economisch advies 6.000 – 7.000 4.400

2. overige dienstverlening watertransport 2.500 – 3.000 2. overige goederen 5.000 – 6.000 2.600

3. zeevaart 3.500 – 4.000 3. software 7.000 – 8.000 2.200

4. aardolieverwerking 3.500 – 4.000 4. concerndiensten 300 – 400 2.100

5. expediteurs 9.000 – 10.000 5. banken 7.000 – 8.000 1.100

6. binnenvaart 2.000 – 2.500 6. beton producten 200 – 300 900

7. opslag 3.000 – 3.500 7. ijzer en staal 0 – 100 800

8. elektromotoren 800 – 900 8. hardware consultancy 200 – 300 800

9. schepen 1.500 – 2.000 9. elektronische componenten 0 – 100 600

10. overige dienstverlening landbouwtransport 700 – 800 10. groothandel - lanbouwproducten 800 – 900 600

THReaT

weakNess

bedrijfstak omvang mismach bedrijfstak omvang

1. overslagactiviteiten 4.500 – 5.000 - 2.100 1. metaalgieten 0 – 100

2. overige dienstverlening watertransport 2.000 – 2.500 - 1.300 2. cosmetica 0 – 100

3. zeevaart 10.000 – 12.500 - 1.300 3. software 0 – 100

4. aardolieverwerking 1.500 – 2.000 - 1.300 4. concerndiensten 0 – 100

5. expediteurs 3.500 – 4.000 - 1.000 5. banken 200 – 300

6. binnenvaart 1.500 – 2.000 - 400 6. beton producten 100 – 200

7. opslag 600 – 700 - 100 7. ijzer en staal 0 – 100

8. hardware consultancy 200 – 300

9. elektronische componenten 400 – 500

10. groothandel - landbouwproducten 300 – 400

Figuur 2.11 (inbeddingsdiagram) en tabel 2.4 (SWOT analyse) geven een overzicht van de

arbeidsmarkt in de regio Rotterdam. Ook in Rotterdam bevindt zich veel zakelijke dienstverlening,

en de stad is tot op zekere hoogte vertegenwoordigd in de financiële sector (met name in het

verzekeringswezen en de hypotheekbanken). De bedrijfstakken uit de financiële sector zijn daardoor

goed ingebed in de regio. Overige zakelijke dienstverleningsactiviteiten zijn minder goed ingebed.

Echter,het is vooral de werkgelegenheid rondom de haven die de Rotterdamse arbeidsmarkt haar

specifieke karakter geeft. Onder de goed ingebedde en uitzonderlijk grote werkgevers in Rotterdam

vinden we allereerst de logistieke activiteiten die te maken hebben met het transport over water.

Zeevaart, binnenvaart,overslag, opslag, expediteurs en dienstverlening voor transport over water

zijn grote, goed ingebedde bedrijfstakken. Daarnaast springt de scheepsbouw en aardolieverwerking

in het oog.

In tegenstelling tot de aardolieverwerking is een aantal andere chemische bedrijfstakken (de

farmaceutische industrie, cosmetica, kunststoffen en chemische producten) daarentegen juist

ondervertegenwoordigd in de regio. In het kader Skill-gerelateerdheid en de waardeketen

constateerden wij reeds dat diversificatie langs de waardeketen vaak niet zo eenvoudig is als dat

op het eerste gezicht zou lijken. Het verwerken van grondstoffen vergt immers andere vaardigheden

dan het produceren van eindproducten op basis van deze grondstoffen. Dit lijkt ook te gelden voor

de aardolieverwerking in Rotterdam. Rotterdam heeft meer dan vijf keer zoveel werknemers in de

aardolieverwerking dan we gegeven de grootte van de regio zouden verwachten. De relatief perifere

positie in de industriële ruimte doet echter geen grote kennis spillovers vanuit de aardolieverwerking

naar andere activiteiten vermoeden. Er zijn ook bedrijfstakken die op basis van de aanwezige

gerelateerde bedrijvigheid juist vrij klein zijn. Voorbeelden zijn de banken en hoofdkantoren

(concerndiensten), economisch advies en software, maar ook bedrijfstakken in de traditionele

industrie (ijzer en staal, betonproducten).

De meest in het oog springende bedrijfstakken in de Threats lijst zijn de architecten- en

ingenieursbureaus, keuring & controle en basischemicaliën. De laatste mist door de reeds

geconstateerde afwezigheid van de meer downstream chemische bedrijfstakken toegang tot

personeel met vaardigheden in dergelijke chemische processen. In deze zin is de Leidse specialisatie

in farmaceutische activiteiten sterk complementair aan de Rotterdamse specialisatie in de

aardolieverwerking en basischemicaliën. Verder is het nog interessant dat we in Rotterdam ook

relatief veel werkgelegenheid in metalen constructiewerken vinden, die, zoals reeds opgemerkt,

een rol spelen in de kassenbouw.

Uit: Skill-gerelateerdheid in de arbeidsmarkt van de provincie Zuid-Holland, Deelrapport onderzoeksprogramma Weerbare Regio onder wetenschappelijke leiding van

Frank van Oort, Universiteit van Utrecht. Auteurs Frank Neffke, Erasmus School of Econmomics, Rotterdam en Ljubica Nedelkoska, Friedrich-Schiller-Universitát, Jena.


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 3 Kennis en Innovatie – pagina 43

Hoofdstuk 3

Kennis en innovatie

• De meeste topsectoren zijn in Groot Rijnmond met een concentratie van bedrijven

vertegenwoordigd.

• De werkgelegenheid in het wetenschappelijke bedrijf is tussen 2000 – 2012 met bijna

40% gestegen.

• Tussen 2007 en 2011 is het aantal studenten aan instellingen voor hoger onderwijs in

Rotterdam met 3.700 gestegen.

• Tot 2020 wordt een stijging met 6.000 studenten verwacht bij de instellingen voor

hoger onderwijs.

Agglomeratie- en clustervoordelen zorgen ervoor dat bedrijven in stedelijke economieën productiever

zijn, harder groeien en een groter innovatief vermogen hebben dan bedrijven buiten de stedelijke

gebieden. De kracht van een regio wordt in belangrijke mate bepaald door de economische structuur

en het vestigingsklimaat, zoals de aanwezige kennisinfrastructuur, de kwaliteit van de arbeidsmarkt,

de bereikbaarheid en de quality of life.

Ruimtelijk economisch perspectief voor topsectoren

In het rapport “De ratio van ruimtelijk economisch topsectorenbeleid” van PBL/CBS uit 2012 wordt in

beeld gebracht welke regio’s in Nederland belangrijk zijn voor de topsectoren. Uit dit onderzoek blijkt

dat Groot-Rijnmond een concentratie van bedrijven kent in een groot aantal topsectoren, zoals

logistiek, energie, chemie, water, high tech maakindustrie en agro & food (in Westland). Deze sterke

concentratie wordt ook gereflecteerd in het aantal banen in deze (groei)sectoren. Dit beeld komt ook

naar voren in de ‘Zwaartepuntenkaart Topsectoren’ van het Platform Betatechniek.

Tegen de achtergrond van trends als energie- en grondstoffen schaarste en klimaatverandering zijn

dit sectoren die de komende decennia naar verwachting een flinke groei kunnen doormaken. Om als

regio toekomstbestendig en concurrerend te blijven moeten juist deze sectoren innoveren. De huidige

economische crisis moet dan ook niet worden gezien als bedreiging maar vooral als een kans. Door

te focussen op duurzaamheid kan hierop worden ingespeeld. Innovatie zal steeds meer plaatsvinden

door samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen, vaak cross-sectoraal en in de keten. Voor

Rotterdam zijn deze ontwikkelingen interessant vanwege de aanwezige concentratie van bedrijven en

kennisinstellingen, maar ook omdat de regio beschikt over de ruimte voor ontwikkeling in proeftuinen,

waar innovaties en fysieke realisatie kunnen samenvallen.

Kansen en bedreigingen voor het Rotterdamse kennis- en innovatieklimaat

In de Rotterdamse Innovatieagenda is geconstateerd dat de innovatiegraad van Rotterdamse

(industrie)bedrijven achterblijft bij het landelijk gemiddelde. Rotterdam scoort redelijk tot goed als het

gaat om sociale- en marktinnovaties. Ook het aanbod van hoger- en wetenschappelijk onderwijs en

de omvang van ideeën genererende activiteiten is goed. Waar Rotterdam echter slechter op scoort

is omzet halen uit nieuwe producten en diensten. Het aantal productinnovaties is relatief laag en het

bedrijfsleven investeert relatief weinig in onderzoek. 1

Trends en ontwikkelingen

Bedrijfsprestaties en innovatiekracht

De innovatiekracht van bedrijven geeft een indicatie van het innovatiepotentieel van Rotterdam.

De toekomst laat zich moeilijk voorspellen wat betreft de innovatiekracht van Rotterdamse bedrijven,

maar er is een aantal trends en ontwikkelingen die kansrijk zijn voor Rotterdam.

Haven Rotterdam

Een belangrijk cluster in de Rotterdamse economie is de haven. De haven bestaat voornamelijk uit

bedrijven in de chemie-, olie- en logistiekbranche. Slechts wordt 1 à 2% van de omzet in de haven

geïnvesteerd in R&D. Belangrijke uitdagingen voor de haven liggen in energiebesparing, duurzame

1. Rotterdamse Innovatieagenda, 7 juli 2011.


Figuur 3.1

Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 3 Kennis en Innovatie – pagina 44 Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 3 Kennis en Innovatie – pagina 45

Figuur 3.1

Topsectoren in Nederland naar werkgelegenheid, 4 voorbeelden

Bron: Platform Bèta Techniek, zwaartepuntenkaart topsectoren.

banen water

banen chemie

Medisch Cluster

De tweede belangrijke sector in de stad is de zorg en biedt 12% van de totale werkgelegenheid in

Rotterdam. Het Erasmus MC is zelfs het grootste kennisinstituut in de zorg in Nederland met ruim

10.000 werknemers. Door relaties met andere kennisinstituten, het bedrijfsleven en nationale en

regionale overheden is het Erasmus MC tevens belangrijk voor de economie van Rotterdam.

Om de Rotterdamse regio toonaangevend te laten blijven op het gebied van medische bedrijvigheid

en wetenschappelijk onderzoek is het van belang dat partners in de sector meer met elkaar gaan

samenwerken om innovatie te stimuleren.

Recent is de Science Tower op Europoint geopend, waarin medische R&D laboratoria zijn

gevestigd die o.m. wegens ruimtegebrek niet in het Erasmus MC kunnen worden geaccommodeerd.

Het Erasmus MC participeert daarnaast in de Medical Delta, een consortium dat naast het Erasmus

MC bestaat uit de EUR, TUD, LU, LUMC en verschillende bedrijven die gerelateerd zijn aan de

medische sector.

Een recent initiatief binnen de Medical Delta is het Living Lab voor Zorginnovaties. Deze zet in op

innovaties op het gebied van zorg, wonen en welzijn. Living Labs zijn test- en ontwikkelomgevingen

van medische technologie in een realistische omgeving, zoals bijvoorbeeld een wijk waarin ouderen

en mensen met beperkingen wonen.

banen energie

banen logistiek

Clean Tech Cluster

De economische infrastructuur van de regio biedt kansen voor de clean tech markt. Het clean tech

cluster wordt – tripartiet – georganiseerd in de Clean Tech Delta en sluit qua denkwijze goed aan

bij het topsectorenbeleid van het Rijk. In de regio zijn veel van de relevante clean tech sectoren

sterk vertegenwoordigd. Bijzonder aan de regio is de complementariteit van Delft en Rotterdam:

een sterke, op innovatie gerichte kennisinfrastructuur, dankzij TU Delft, TNO en Deltares en een

FIGUUR 3.2

Werkgelegenheid in het wetenschappelijk bedrijf in Rotterdam

Bron: Bedrijvenregister Zuid-Holland.

x 1.000

80

70

60

50

40

energie, de transitie richting bio-based chemie, intensiever ruimtegebruik en efficiënter en schoner

transport. Dit vereist een nauwere band van de haven met de wetenschap, gericht op het vinden van

duurzame oplossingen. 2

Er zijn inmiddels veel initiatieven die werken aan (deel)oplossingen voor de grote systeeminnovaties

waar de Havenvisie 2030 om vraagt, zoals het bio-based programma van Deltalinqs, gericht op het

ontwikkelen van een bio-based industrie en het project ‘ketenoptimalisatie binnenvaart’ van het

Havenbedrijf, gericht op efficiëntere logistieke ketens en betere informatie uitwisseling binnen de

ketens. Ook zijn specifieke faciliteiten opgezet voor het in de praktijk testen en opschalen van

innovatie, zoals RDM Innovation Dock en Plant One.

2. OECD, 2009.

2000 2009 2010 2011 2012* saldo 2000 – 2012

niet-universitair hoger onderwijs

universitair hoger onderwijs

universitair medische centra

speur- en ontwikkelingswerk**

* voorlopig

** alleen op natuurwetenschappelijk

gebied

30

20

10


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 3 Kennis en Innovatie – pagina 46 Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 3 Kennis en Innovatie – pagina 47

FIGUUR 3.3

internationaal haven- en industrieel complex, met een sterk chemisch en maritiem cluster én een

internationaal toonaangevend technologisch platform voor innovaties met biologische grondstoffen.

Aan de zuidkant van de regio (Drechtsteden) bevindt zich bovendien het wereldwijd bekende

cluster van bagger- en offshore industrie.

Food cluster

Het Westland biedt internationaal gerenommeerde expertise op agricultuur en ontwikkeling van

nieuwe biologische grondstoffen en is daarmee een onmisbare schakel in de transitie naar een

biobased economy. Rotterdam ligt in het hart van één van de belangrijkste food (agro-tuinbouw)

clusters van Nederland. Het Westland, het Oostland, de Greenery’s, de Fruitport en belangrijke

multinationals als Unilever en DSM zijn in (de nabijheid van) Rotterdam gevestigd. Door een betere

benutting van de bestaande netwerken kunnen nieuwe kansen ook in de stad ten goed komen.

Kennis- en onderwijsinstellingen

HBO instellingen, de Erasmus Universiteit, het Erasmus MC en de verschillende R&D activiteiten

van bedrijven zijn zowel direct als indirect van belang voor de regionale economie in Rotterdam.

Het wetenschappelijk bedrijf in Rotterdam biedt begin 2012 werk aan 17.500 mensen. Hiermee is

de werkgelegenheid sinds 2000 met 32% gestegen. (Zie figuur 3.2.)

De Erasmus Universiteit en het Erasmus Medisch Centrum (Erasmus MC) zijn vaak gericht op het

nationale en internationale niveau, terwijl hogescholen een regionale focus hebben. Een beter

regionaal bewustzijn kan resulteren in meer middelen voor onderzoek en studenten en stimuleert

bovendien de samenwerking tussen andere regionale instituties en bedrijven. Een intensievere

Aandeel studenten in het middelbaar en hoger onderwijs (naar woongemeente)

Bron: CBS.

FIGUUR 3.4

samenwerking tussen de TU Delft en EUR biedt ook kansen voor het kennis- en innovatieklimaat

in Rotterdam. Beide universiteiten kunnen door een gezamenlijke regionale strategie profiteren van

meer studenten en een toename van multidisciplinaire R&D investeringen.

In de toekomst zijn er plannen om de samenwerking tussen de universiteiten in Rotterdam, Delft en

Leiden te versterken. De drie universiteiten scoren individueel hoog in de internationale ranglijsten.

Verwacht wordt dat wanneer de krachten worden gebundeld deze universiteiten kunnen doordringen

tot de wereldtop.

In de periode tussen 2005 en 2011 is het aantal studenten dat hoger onderwijs in Rotterdam

volgt met 3.700 studenten gestegen. Verwacht wordt dat dit aantal tot 2020 nog verder zal stijgen.

Zie hiervoor de bijdrage “student als economische motor van Rotterdam” op pagina 50.

Met 62.000 hoger opgeleiden in de beroepsbevolking en 60.000 studenten heeft Rotterdam een

groot kennispotentieel voor de regionale arbeidsmarkt. Uit onderzoek blijkt dat Rotterdam de

afgestudeerden wel in de eerste fase na het afstuderen weet vast te houden, maar juist bij

vervolgstappen hoog opgeleiden ziet wegtrekken. 3 Verbetering van carrièremogelijkheden en het

verbeteren van het woon- en leefklimaat bieden kansen om deze populatie aan de stad te binden.

Van de in Rotterdam afgestudeerden werkt in 2011 ruim de helft (56%) van de HBO-ers anderhalf

jaar na afstuderen nog in Rijnmond (33% in Rotterdam). Voor WO studenten geldt dat ongeveer een

kwart in de stad werkt en een derde in de regio (incl. Rotterdam).

Voor meer cijfers en figuren zie ook www.rotterdam.nl/evr2013.

Aantal ingeschreven studenten bij onderwijsinstellingen Rotterdam

Bron: DUO.

x 1.000

100

90

80

70

60

50

40

30

20

80

70

60

50

40

30

20

10

10

MBO 1+2 MBO 3+4 HBO WO

Nederland Rotterdam Amsterdam Den Haag Utrecht

wetenschappelijk onderwijs

hoger beroepsonderwijs

middelbaar beroepsonderwijs

3. Brain Drain, Brain Gain, RUG, NICIS, 2011; brain Drain Rotterdam, IVA 2011.

2007

2008

2009

2010

2011


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 3 Kennis en Innovatie – pagina 48 Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 3 Kennis en Innovatie – pagina 49

Erasmus Universiteit Rotterdam – De universiteit in de eenentwintigste eeuw

Moderne ICT in het onderwijs op de Erasmus Universiteit Rotterdam

De onderwijswereld verandert in rap tempo. De mediawijsheid van scholieren en studenten is in

het voorbij decennium snel toegenomen. De onderwijsvormen passen zich aan de moderne

samenleving aan. Er voltrekt zich in de universitaire wereld een ‘onzichtbare revolutie’: traditionele

onderwijsmethoden maken meer en meer plaats voor digitale vormen. Slimme ict-toepassingen

faciliteren dit. Studenten van de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) kunnen online altijd en

overal bij hun studiematerialen. Ze zijn daardoor minder afhankelijk van de traditionele universiteitscampus.

De onderwijseconomie wordt daardoor deels ‘onzichtbaar’ en verplaatst zich naar door

studenten gekozen locaties. Dat kan de campus zijn, maar ook thuis, in het park of café.

Deze ontwikkeling zorgt ervoor dat er meer ruimte is voor hoogwaardig, kleinschalig, interactief

onderwijs. De voorbereiding gebeurt grotendeels digitaal. Studenten bereiden hun lessen elders voor,

hoeven niet meer perse op de campus aanwezig te zijn. Ze kunnen door een snelle internetverbinding

en het feit dat alle materiaal in een online studieomgeving staat altijd bij hun werk. Het face-to-face

contact met de docent wordt daardoor echte quality time. Door dit instrument steeds veelvuldiger in

te zetten en ict een ondersteunende rol te geven in het onderwijs, slaagt de Erasmus Universiteit

erin zich met haar onderwijsconcept van kleinschaligheid en interactief onderwijs van andere

onderwijsaanbieders te onderscheiden. De eerste opleidingen die met dit nieuwe onderwijsconcept

hebben gewerkt laten zeer positieve resultaten zien. Niet alleen gaat het studierendement omhoog,

maar ook is er dankzij slimme ict meer ruimte voor talent, eigen inbreng en creativiteit van studenten.

Afstandsonderwijs

Naast het online onderwijsmateriaal voor eigen studenten, zijn er wereldwijd steeds meer

universiteiten die cursussen, modules en andere leermaterialen, voor iedereen toegankelijk, plaatsen

op het Internet. Dit betekent dat iedereen overal ter wereld toegang heeft tot onderwijsmateriaal.

Ook de Erasmus Universiteit gaat mee in deze mondiale ‘open beweging’ door het aanbieden van

verschillende vormen van afstandsonderwijs. In de toekomst worden bijvoorbeeld volledig

geaccrediteerde programma’s voor promovendi en professionals voor een groot deel online te volgen.

Dit maakt het mogelijk nieuwe groepen potentiële studenten in binnen- en buitenland aan te boren.

Dit is van grote betekenis voor de toekomstige ontwikkelingen van de Erasmus Universiteit naar een

internationale universiteit in Rotterdam.

Figuur 3.5

ABCDE simulator

Bron: Erasmus Universiteit Rotterdam.

Blended Learning

Het combineren van face-to-face en digitale/online leermiddelen wordt ook wel blended learning

genoemd. In een tijd waarin door schaarse middelen de druk op het onderwijs toeneemt, is het van

groot belang dat de contacttijd die een student met docenten en medestudenten heeft van zo hoog

mogelijke kwaliteit en educativiteit is. Een goed voorbeeld van de rol die ict hierin kan spelen is de

manier waarop de geneeskundeopleiding van het Erasmus MC een ‘serious game’ inzet. De game

maakt deel uit van het opleidingsprogramma voor jonge artsen en verpleegkundigen in de Eerste

Hulp. Het gaat om een combinatie van digitale training en face-to-face training. Doel van deze game

is om artsen effectiever, maar ook doelmatiger op te leiden in het verlenen van acute zorg. Trainingen

die voorheen op medecursisten of dummies werden gedaan in trainingsruimten, kunnen nu deels

achter de eigen pc worden afgewerkt.

Sinds oktober 2012 wordt bij Erasmus MC ervaring opgedaan met deze ABCDE game (abcdeSIM).

In de game leren studenten de gezondheidstoestand van een patiënt snel te beoordelen en

eerste hulp toe te passen met behulp van de ABCDE methode. Aan de hand van vijf scenario’s

wordt de ABCDE vaardigheid in een virtuele Spoedeisende Hulp (SEH) geoefend. De game

verbeeldt een realistische omgeving, met de tijdsdruk en de stress van een echte situatie met

acuut hulpbehoevende patiënten. Cursisten moeten de game met voldoende resultaat hebben

afgerond voordat ze door kunnen naar de face-to-face training.

Training in de ABCDE methode is verplicht gesteld door de Inspectie voor de Gezondheidszorg voor

alle SEH-artsen en -verpleegkundigen in Nederland. Nederlandse ziekenhuizen gaven de verplichte

ABCDE training tot nu toe uitsluitend in de vorm van fysieke trainingen. Erg kostbaar: de dokter

is één of meer dagen afwezig en de opleiding is duur – de noodzakelijke docent-student ratio is 1:3.

Met deze game kan het trainingsdeel worden ingekort, met gelijk eindresultaat. De face-to-face

trainingstijd is met 50% gereduceerd. Als bijkomend voordeel verschijnen ze ook nog eens beter

voorbereid aan de start van de training. Dit innovatieve opleidingsinstrument beperkt dus niet

alleen opleidingskosten, ook wordt de patiëntenzorg veiliger: na de training kan blijvend ‘op maat’

worden geoefend.


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 3 Kennis en Innovatie – pagina 50 Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 3 Kennis en Innovatie – pagina 51

Student als economische motor van Rotterdam

Rotterdam is met bijna 53.000 studenten de derde studentenstad van Nederland. Alleen Amsterdam

en Utrecht tellen meer studenten. En die grote groep studenten is gunstig voor de stad. Het TNOonderzoek

‘Kennis als economische motor’ (2009) berekende dat elke student voor de stad een

economische waarde vertegenwoordigt van € 25.000,- per jaar. Tel uit je winst. De kennissector kent

in Rotterdam dan ook een omvang van € 1,4 miljard per jaar. Het gaat dan om een optelsom van het

hoger onderwijs, de UMC’s, en de (private) R&D-sector.

In de Atlas voor Gemeenten scoorde Rotterdam in 2012 niet uitmuntend. De woonaantrekkelijkheid

daalde (18e plek van de vijftig onderzochte steden) en de werkloosheid steeg (gedaald naar 40e

plek). Des te belangrijker dat studenten en afgestudeerden in de stad blijven wonen. Zo’n 17.000 van

de Rotterdamse studenten wonen op kamers in de stad. Dat is 30% van de studenten. In Utrecht en

Amsterdam ligt dat percentage met 37% niet heel veel hoger.

In 2020 telt Rotterdam bijna 60.000 studenten

De Monitor Studentenhuisvesting 2012 van Kences laat zien dat het aantal studenten de komende

jaren nog flink groeit, ook in Rotterdam. Van nu bijna 53.000 studenten stijgt het aantal studenten tot

2020 met ruim 6.000. Om de groei op te kunnen vangen, zijn er voor de uitwonende student ruim

2.700 extra studentenkamers nodig in 2020. De Rotterdamse student vraagt vooral om kamers met

eigen voorzieningen (douche en toilet). Opvallende uitkomst van de monitor is het relatief hoge

aantal HBO-studenten (5.600) dat in Rotterdam studeert maar in een andere stad op kamers woont.

vooral in de betaalbare, sociale sector. Tegelijkertijd zal de afschaffing van de ov-jaarkaart de

reiskosten doen stijgen, hetgeen het op kamers wonen weer populairder maakt. Al zijn er ook

scenario’s te bedenken waarbij de studenten vooral gaan studeren in de buurt van het ouderlijk huis,

zelfs als daardoor niet de voorkeursstudie kan worden gevolgd. Op deze effecten wordt nader

onderzoek voorzien.

Opgave voor Rotterdam: voldoende kamers en goede starterswoningen

Gezien de te verwachten groei van het aantal studenten, en het belang voor de stad van het

vasthouden van hoger opgeleiden, is een duidelijke opgave voor Rotterdam te formuleren:

‘Bouw voldoende kamers in het sociale segment, met een betaalbare prijs en goede kwaliteit.

En zorg tegelijkertijd voor starterswoningen voor de afgestudeerde student, op een plek waar

de oud-student graag wil wonen.’ De student is immers een belangrijke economische motor

van de stad.

Vincent Buitenhuis

Directeur van Kences, het kenniscentrum voor studentenhuisvesting

Tabel 3.1

HBO en WO-studenten naar woonsituatie en locatie, Rotterdam, 2012, 2015, 2020

Bron: Kences.

2012 2012 2020 2012 – 2020

HBO studenten inwonend in stad 4.290 5.030 5.510 1.220

HBO studenten inwonend buiten stad 15.170 14.880 15.190 30

HBO studenten uitwonend in stad 7.320 7.530 8.810 1.480

HBO studenten uitwonend buiten stad 5.620 6.150 6.800 1.180

HBO studenten buitenlands in stad 840 690 640 - 200

HBO studenten buitenlands buiten stad 400 590 700 300

HBO studenten tOtaal 33.630 34.870 37.640 4.000

WO studenten inwonend in stad 1.470 1.610 1.700 230

WO studenten inwonend buiten stad 5.260 4.670 4.820 - 440

WO studenten uitwonend in stad 7.110 7.500 8.390 1.270

WO studenten uitwonend buiten stad 3.230 3.390 3.560 340

WO studenten buitenlandse studenten in stad 1.620 1.580 1.710 90

WO studenten buitenlandse studenten buiten stad 600 840 1.100 500

WO studenten tOtaal 19.280 19.590 21.280 1.990

Effecten van het regeerakkoord nog ongewis

De aangekondigde invoering van een sociaal leenstelsel, en de afschaffing van de ov-jaarkaart

voor studenten, scheppen onzekerheid over de toekomstige ontwikkeling van studentenaantallen.

De maatregelen sorteren tegengestelde effecten. Een leenstelsel kan leiden tot minder studenten,

en zorgt voor minder financiële ruimte om op kamers te gaan. Als men dit toch doet, dan is dat


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 4 Ruimte voor Ondernemen – pagina 53

Hoofdstuk 4

Ruimte voor

ondernemen

• De demografische ontwikkeling biedt kansen voor de ontwikkeling.

• Overaanbod en leegstand blijven de komende jaren nog groot, maar transformatie

biedt perspectief.

• In Rotterdam blijft de vraag naar bedrijfsruimte ook de komende jaren aanzienlijk.

• Flexibele kantoorpanden in de binnenstad zijn nu kansrijk.

• Grote steden profiteren van het nieuwe winkelen.

FIGUUR 4.1

Werklocaties kampen met overaanbod

In heel Nederland staan de vastgoedmarkten voor werklocaties onder druk. Onder invloed van de

economische crisis is vooral de vraag naar kantoren de laatste jaren fors afgenomen. De vraag

bestaat voor een groot deel uit een vervangingsvraag in plaats van een uitbreidingsvraag. Dit geldt

ook voor bedrijfsruimten en winkels met als gevolg overaanbod en onderlinge (prijs)concurrentie.

De marktverhoudingen zullen veranderen als de economie weer aantrekt. De verwachting is echter

dat dit herstel nog een aantal jaren zal duren (zie hoofdstuk economie). In de tussentijd gaat de veroudering

van bestaand vastgoed door en dreigt voor incourant vastgoed langdurige leegstand.

Overaanbod bedrijfs-, kantoor- en winkelruimte in Nederland

Bron: NVM 2012, bewerking Stadsontwikkeling Rotterdam op basis van definities uit Navigator Werklocaties 2013.

6

5

4

3

2

1

0

bedrijfsruimte kantoorruimte winkelruimte

-1

Landelijke trends

Voor bedrijfsruimten geldt dat veel overheden te ambitieus zijn geweest met de aanleg van nieuwe

bedrijventerreinen. Er is op landsniveau sprake van een overschot aan (geplande) bedrijventerreinen.

Overigens zijn er binnen Nederland ook regio’s, waaronder Rotterdam, die vooral in de logistieke

sector met een te krap aanbod kampen.

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012 H1


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 4 Ruimte voor Ondernemen – pagina 54 Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 4 Ruimte voor Ondernemen – pagina 55

Voor de crisis is in Nederland bij kantoren aanbod- in plaats van vraaggericht gebouwd.

Het gevolg hiervan is dat nu op snelweglocaties en in de satellietsteden rond de grote steden

veel kantoorpanden leegstaan. Het ruimtegebruik daalt ook als gevolg van Het Nieuwe Werken.

Het nieuwe kantoor wordt gekenmerkt door flexibele werkplekken en faciliteert de behoefte aan

een ontmoetingsplek. Veel grotere kantoorgebruikers willen de komende jaren hun ruimtegebruik

met 20% tot 30% terug brengen. De komende jaren staan in het teken van deze vervangingsvraag.

De vervangingsvraag domineert ook de winkelmarkt. Door de opkomst van het online-winkelen

heeft de traditionele winkel een beperkt toekomstperspectief. Klanten bezoeken nu vooral

binnensteden en winkelcentra, waar ze in grotere winkels op zoek gaan naar een brede keuze

en deskundige voorlichting.

FIGUUR 4.2

Aanbod en opname van bedrijfsruimte in Rotterdam

Bron: Navigator Werklocaties, Stadsontwikkeling Rotterdam, jan. 2013.

m 2 x 1.000

500

400

De Rotterdamse bedrijfsruimtemarkt

Focus op ‘duurzaamheid’ op gespannen voet met groei van logistiek

Net als in de rest van Nederland is in de laatste tien jaar in de Rotterdamse regio het accent

verschoven naar de aanpak van de bestaande voorraad 1 , onder meer om de vervangingsvraag naar

nieuwe bedrijfsterrein te reduceren. Nieuwe bedrijventerreinen blijken echter noodzakelijk om de

groei van de Rotterdamse haven en de transformatie van verouderde havengebieden naar stedelijke

functies op te vangen. Volgens de provinciale prognoses is de Stadsregio Rotterdam de enige regio

in Zuid-Holland waar tot 2020 en zelfs in de daarop volgende jaren sprake zal zijn van zowel een

kwantitatief tekort aan bedrijfsterrein als een kwalitatieve mismatch. 2

300

200

100

De vraag naar bedrijfsruimte

Opname van bedrijfsruimte

De opname van bedrijfspanden in de gemeente Rotterdam is gemiddeld in de afgelopen tien jaar

rond de 145.000 m 2 bvo. 3 De grootste ruimtevraag komt vanuit de logistieke sector. Dit is te verklaren

door de groei van de haven en de schaalvergroting in de logistiek. Er zijn de afgelopen jaren

regelmatig huurcontracten voor bedrijfsruimten van meer dan 10.000 m 2 gesloten. Bij de reguliere

bedrijfsruimten gaat het vaak om units tot 500 m 2 in bedrijfsverzamelgebouwen.

Per jaar wordt in Rotterdam circa 35.000 m 2 bvo nieuwe bedrijfsruimte in gebruik genomen. 4

In de havengebieden is de vraag naar nieuwe bedrijfsruimte het grootst: circa 17.000 m 2 bvo per

jaar; op de bedrijventerreinen is de gemiddelde behoefte aan nieuwe bedrijfsruimte circa 12.000 m 2

bvo per jaar. Voor kleinere bedrijfsruimten in overige gebieden is sprake van een toenemende

vraag vanuit de creatieve sector.

Het aanbod aan bedrijfsruimte

Evenwichtig aanbod aan bedrijfsruimte

Het aanbod aan bedrijfsruimte in Rotterdam is sinds 2011 stabiel op circa 390.000 m 2 bvo.

Dit betekent dat in kwantitatieve zin de bedrijfsruimtenmarkt in evenwicht is.

Uit nadere analyse blijkt dat de bedrijventerreinen aan de noordzijde met overaanbod kampen: deels

door verouderde panden maar ook door een overmaat van kleinschalige bedrijfsverzamelgebouwen.

Aan de zuidzijde van de Maas is het aanbod schaars, vooral waar het ruimte voor grootschalige

logistiek betreft. Hier is ook de bereikbaarheid van locaties voor lang wegvervoer een knelpunt.

Groei van werkgelegenheid vlakt af, maar ruimtevraag in logistiek neemt toe

De grote vraag naar bedrijfsruimte werd de afgelopen decennia veroorzaakt door de economische

groei en de toenemende werkgelegenheid in bijna alle sectoren. Voor de nabije toekomst wordt

nog een beperkte groei van de werkgelegenheid verwacht voor de sectoren logistiek en bouw

1. CPB. 2009. “Van uitbreiding naar herstructurering”

2. Ecorys, 2012. “Vraag/aanbod-analyse provincie Zuid-Holland”

3. Trendbericht Rotterdamse Werklocaties, Stadontwikkeling, januari 2013.

4. Navigator Werklocaties Rotterdam, Stadsontwikkeling, juli 2012.

2010 H1 2010 H2 2011 H1 2011 H2 2012 H1 2012 H2 2013 H1

(zie hoofdstuk arbeidsmarkt) gezien de ontwikkelingen in de e-commerce en de groter wordende vraag

naar regionale distributiecentra.

De verwachting is dat de komende jaren in Stadsregio Rotterdam de ruimtevraag voor circa 75%

afkomstig zal zijn uit de sector logistiek en groothandel. Het is duidelijk dat hierdoor in de regio

Rotterdam – met name op de Linker Maasoever – een tekort zal ontstaan aan logistieke terreinen.

Na 2020 wordt verwacht dat de werkgelegenheid in alle sectoren stagneert, hierdoor zal de vraag

naar nieuwe bedrijfsruimte ook afnemen.

Kwalitatieve mismatch door een veranderende vraag

Tijdens de expertbijeenkomst Vastgoed, gehouden in het kader van deze Economische Verkenning,

werd duidelijk dat leegstand in de regio Rotterdam vooral voorkomt op bedrijventerreinen uit de

periode 1970 – 1990. Deze panden liggen vaak op perifere locaties aan de rand van de stad en

voldoen veelal niet meer aan de eisen die tegenwoordig gesteld worden. Vanwege de crisis zal

er de komende jaren mogelijk vraag zijn naar laagwaardige panden voor ‘gelegenheidsgebruik’.

Deze panden zijn namelijk goedkoop in huur, kennen flexibele huurlengten en kunnen vaak

ook gedeeltelijk gehuurd worden. Het slechts gedeeltelijk en tijdelijk in gebruik nemen van panden

op oudere bedrijventerreinen heeft echter een negatief effect op de staat van het pand en de

omgeving, waardoor uiteindelijk het bedrijventerrein in een negatieve spiraal terechtkomt. 5

De kantoorruimtemarkt

Verzadigde kantorenmarkt

De Nederlandse kantorenmarkt wordt steeds meer gekenmerkt door overaanbod en leegstand.

Het probleem van de leegstand in de kantorenvoorraad, is het gevolg van veranderde locatie-

5. NVM, 2011.

aanbod

opname

H1 = 1e halfjaar

H2 = 2e halfjaar


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 4 Ruimte voor Ondernemen – pagina 56 Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 4 Ruimte voor Ondernemen – pagina 57

voorkeuren, veroudering van de bestaande voorraad en de combinatie van een teruglopende

ruimtevraag en een enorme nieuwbouwproductie in de afgelopen periode. De teruglopende

ruimtevraag heeft grofweg twee oorzaken, een conjuncturele en een structurele. Door de bankencrisis

en de volgende economische neergang sinds 2008 is de groei van het bedrijfsleven en de

werkgelegenheid gestagneerd. Hierdoor is er ook minder behoefte aan nieuwe kantoorruimte.

De tweede oorzaak is structureel van aard en heeft vooral te maken met Het Nieuwe Werken,

waarbij organisaties minder ruimte per medewerker nodig hebben omdat voor veel werk geldt

dat het buiten het kantoor wordt verricht (thuis, onderweg of bij de klant).

FIGUUR 4.3

Aanbod en opname van kantoorruimte in Rotterdam

Bron: Navigator Werklocaties, Stadsontwikkeling Rotterdam, jan. 2013.

m 2 x 1.000

1.000

Overaanbod aan kantoorruimte in alle regio’s vooral op snelweglocaties

Binnen Nederland bestaan verschillen tussen de regionale kantorenmarkten. In het algemeen

is de problematiek in de kantorenmarkten van de vier grote steden het grootst. Met name in

randgemeenten rond de G4 is sprake van een groot overaanbod aan kantoorruimte op minder

courante locaties. In tijden van hoogconjunctuur, grote ruimtevraag en relatieve krapte in de

G4 steden zelf is er in satelliet gemeenten als Rijswijk, Diemen en Capelle a/d IJssel veel aan

de kantorenvoorraad toegevoegd. Ook in de grote kantoorsteden zelf is er echter sprake van

substantiële leegstand. Dit geldt met name voor de regio Amsterdam en in mindere mate voor

de regio Utrecht.

De vraag naar kantoorruimte

De drie belangrijkste kwaliteiten van een kantoor: locatie, locatie, locatie

Ook op het vlak van locatiekeuzes van bedrijven treden er veranderingen op.

Volgens makelaars is de vervangingsvraag ontstaan door veranderende voorkeuren voor locaties

en panden. 6 Locaties met een goede OV bereikbaarheid winnen marktaandeel ten opzichte van

snelweglocaties, mede vanwege het betere aanbod van voorzieningen. Dit betekent niet dat alle

bestaande aanbod in de binnenstad kansrijk is. Door de crisis en de trend van het Nieuwe Werken

kiezen veel bedrijven voor meer flexibiliteit in de huisvesting (pand en huurcontract) en voor reductie

van kosten. Volgens makelaar DTZ geldt voor de helft van het aanbod dat het kanshebbend is als

de kwaliteit wordt aangepast aan de wensen van de klant; voor ruim een kwart van het aanbod is

het perspectief minimaal en is leegstand structureel.

Opname van kantoorruimte

De gemiddelde jaarlijkse marktopname van kantoorruimte in Rotterdam bedraagt over de afgelopen

periode circa 125.000 m 2 bvo. Het jaarlijkse opnameniveau in 2012 lag daar onder met een omvang

van circa 110.000 m 2 bvo. 7 De vraag naar nieuwbouw is afgenomen tot circa 40.000 m 2 bvo per jaar.

Deze vraag komt vooral voort uit de behoefte van organisaties die vanuit een verouderd pand willen

verhuizen naar een energiezuinig en flexibel indeelbaar pand op een betere locatie. Nieuwbouw blijft

daarom nodig om aan de vraag vanuit de markt te voldoen.

Het aanbod aan kantoorruimte

Door het toevoegen van nieuwe kantoorgebouwen aan de voorraad, krijgen bestaande gebouwen

een lagere positie op de “kwaliteitsladder”. Als er in grote mate nieuwbouw wordt toegevoegd zal

bestaand aanbod van ogenschijnlijk goede kwaliteit in relatieve zin verouderen. Dit kan leiden tot

leegstand van fysiek nog moderne kantoorgebouwen. In algemene zin geldt dat het aanbod aan

kantoorruimte toeneemt als er per saldo meer nieuwe kantoorgebouwen bijkomen dan er vierkante

meters worden onttrokken worden aan de markt.

De verwachtingen over het toekomstperspectief van de kantorenmarkt lopen uiteen. Zo heeft het

nationale convenant “Aanpak leegstand kantoren” een werkingsduur van vijf jaar. Verondersteld wordt

2010 H1 2010 H2 2011 H1 2011 H2 2012 H1 2012 H2 2013 H1

aanbod

opname

H1 = 1e halfjaar

H2 = 2e halfjaar

dat met de gekozen aanpak het leegstandsprobleem na vijf jaar goeddeels opgelost zal zijn, al biedt

het convenant mogelijkheid tot verlenging met nog eens vijf jaar. Het EIB 8 gaat ervan uit dat er sprake

is van zowel ruimtevergrotende als ruimtebesparende trends en dat de toekomstige behoefte aan

kantoorruimte vooral wordt bepaald door het aantal kantoorbanen. 9 Daarbij verwachten ze dat de

leegstand landelijk zal teruglopen naar 7% in 2020. Verder blijkt uit hun prognose dat de omvang van

de ruimtevraag en het aanbod van kantoren tot 2040 min of meer in evenwicht komen.

Tegenover deze relatief positieve gedachten over de toekomst van de kantorenmarkt stelt Ecorys in

een artikel in Vastgoedmarkt 10 dat geen snel herstel van de markt te verwachten is. Enerzijds wordt

gewezen op de enorme omvang van de leegstand en anderzijds op de incourantheid van veel

leegstaande panden. Het lijkt onwaarschijnlijk dat de kantoorwerkgelegenheid snel genoeg groeit

om de komende jaren de leegstaande panden te vullen. Een ander obstakel dat een snel herstel

in de weg staat, is de boekwaarde van de leegstaande kantorenvoorraad. Het zal vele jaren vergen

om dit afschrijvingsprobleem op te lossen. Alleen bij een reële waarde – op basis van bijvoorbeeld

transformatie of sloop – kan een houdbare businesscase ontwikkeld worden voor de aanpak van

de leegstand.

De winkelruimtemarkt

Detailhandel staat voor structurele veranderingen

De crisis heeft de afgelopen jaren geleid tot daling van consumentenvertrouwen en koopbereidheid.

Veel winkels in kleinere steden of op B- en C-locaties in de steden hebben hierdoor te maken met

800

600

400

200

6. O.a. DTZ, 2012.

7. Navigator 2013, nr. 1.

8. Kantorenmonitor (EIB, 2011).

9. Economisch Instituut voor de Bouw (EIB), 2012.

10. VGM, december 2012.


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 4 Ruimte voor Ondernemen – pagina 58 Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 4 Ruimte voor Ondernemen – pagina 59

minder bezoek en lagere bestedingen. Makelaars constateren een tweedeling in de markt: er is

een groot verschil tussen de A1 gebieden in de grote steden, waar de huurprijs nog groeit, en de

overige winkelgebieden. Dat is ook merkbaar bij de beleggers die na het topjaar 2010 in 2012

weer fors minder investeerden in winkelvastgoed. Het gaat alleen nog om de toplocaties in de

grootste winkelsteden. De winkelruimte markt wordt daardoor steeds meer een regionale in plaats

van een locale markt.

Aandeel internetbestedingen stijgt

De reguliere winkels ondervinden in toenemende mate concurrentie van het internet-shoppen.

Het aandeel van de online-aankopen steeg van 22% in 2010 naar 31% in 2011. 11

Grote online-retailers worden steeds bekender en manifesteren zich naar het grote publiek.

Zo vestigde Coolblue haar hoofdkantoor in 2012 in het pas gerenoveerde Weena Plaza, pal

tegenover het Centraal Station.

De bedreiging van het internet voor de fysieke detailhandel is in werkelijkheid minder groot.

Ongeveer 40% van de grootste webwinkels beschikt over een fysieke winkel. Vaak is het zo dat

deze detailhandel in eerste instantie over alleen een fysieke vestiging beschikt en later producten

op het internet aanbieden. Zij spelen op deze manier in op het veranderende koopgedrag van

de consument. Verwacht wordt dat de functie van de detailhandel in de binnenstad verandert.

Zogenaamde ’flagship stores’ zijn een trend in de binnenstedelijke detailhandel. Een voorbeeld is

de Saturn-vestiging die in 2014 wordt geopend aan de Coolsingel. Naast het verkopen van producten

gaat het om de consument een unieke merkervaring te laten beleven. Hierdoor zal een toename

plaatsvinden van het aantal ‘single brand stores’.

De vraag naar winkelruimte

Grotere winkels in opmars

In de marktconsultatie voor de Rotterdamse detailhandelsvisie gaven marktpartijen al aan dat winkels

met minder dan 400 m 2 verkoopvloer uit de gratie raken. Uit cijfers van NVM blijkt dat in de eerste

helft van 2012 de opname van winkelruimte voor 62% kan worden toegerekend aan ruimtes van meer

dan 500 m 2 . Het fenomeen van de schaalvergroting raakt niet alleen de A1-locaties; ook in de

aanloopstraten is er voorkeur voor grotere units.

Opname van ruimte

De vraag naar winkelruimte als geheel neemt af. Dit blijkt vooral uit de belangstelling om een

winkel te huren of te kopen. Door NVM is geconstateerd dat de transactieduur in 2011 ruim 50%

langer is dan vijf jaar geleden: in 2006 duurde het 206 dagen voordat een winkel werd verkocht,

nu is dat 330 dagen.

De marktvraag is in Rotterdam in 2012 voornamelijk afkomstig van kleinere bedrijven.

Overaanbod buiten de echte winkelgebieden

De trend naar een vergroting van aanbod was in Rotterdam al in 2011 zichtbaar. Het eerste half jaar

van 2012 leidde niet tot verdere verruiming zo constateerde NVM. Dat was wel het geval in Den Haag

en Amsterdam waar het aanbod met circa 10% toenam, maar in totaal nog 30 tot 50% onder het

niveau van Rotterdam bleef. Het toekomstperspectief is positief. De demografie zal de komende jaren

een gunstig effect hebben op de detailhandelsbestedingen. De bevolking en het aantal huishoudens

blijven toenemen tot 2025. Het aantal 65 plussers en alleenstaande huishoudens stijgen terwijl

overige leeftijdsgroepen en huishoudsamenstellingen constant blijven.

FIGUUR 4.4

Aanbod en opname van winkelruimte in Rotterdam

Bron: Navigator Werklocaties, Stadsontwikkeling Rotterdam, jan. 2013.

2010 H1 2010 H2 2011 H1 2011 H2 2012 H1 2012 H2 2013 H1

Detailhandel concentreert zich in binnensteden

In de marktconsultatie voor de detailhandelsvisie waren deskundigen het er over eens dat het

onderscheidend vermogen van binnensteden steeds belangrijker wordt. Daarom wordt door de

G4 gemeenten meegewerkt aan grote winkelprojecten, ook al hebben de meeste steden te maken

met overaanbod.

Verwacht mag worden dat de nieuwe projecten de aantrekkingskracht van de Rotterdamse

binnenstad als geheel vergroten. Dit zal leiden tot meer toevloeiing en minder afvloeiing van

consumentenbestedingen in de Rotterdamse binnenstad. De nu bekende winkelplannen in de

binnenstad zullen resulteren in een deels een vervanging en deels een verschuiving binnen

het bestaande winkelaanbod. Het betreft hier zowel de randen van de binnenstad als andere

winkelgebieden in Rotterdam.

Voor meer cijfers en figuren zie ook www.rotterdam.nl/evr2013.

aanbod

opname

H1 = 1e halfjaar

H2 = 2e halfjaar

m 2 x 1.000

120

100

80

60

40

20

11. Jones Lange Lasalle, 2012


N218

Kogge

haven

Wezerhaven

n

N213

A

A15

haven

Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 4 Ruimte voor Ondernemen – pagina 60 Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 4 Ruimte voor Ondernemen – pagina 61

n

Kamer van Koophandel – Zzp’er in beeld

Een groot deel van de inschrijvingen in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel betreft

kleine ondernemingen. 27.000 ondernemers in Rotterdam (69% van het totaal aantal ondernemers)

vallen in de categorie zzp’er. Deze groeiende groep zelfstandigen kent specifieke vragen en

behoeften op het gebied van huisvesting, voorlichting en netwerken.

Het economische belang van zzp’ers is groot. Deze groep ondernemers is echter onzichtbaar voor

het publiek, gemeenten en elkaar. Dit komt doordat zij niet gevestigd zijn op een herkenbare

bedrijfslocatie (werken aan huis) en vaak niet verenigd zijn via gevestigde ondernemersnetwerken.

Veelal kozen zij bewust voor het zelfstandig ondernemen, waardoor zij gewend zijn zaken alleen op

te pakken.

De Kamer van Koophandel startte het traject ‘zzp’er in beeld’ in de regio Rotterdam om het belang

en de behoeften van zzp’ers onder de aandacht te brengen. Elk traject houdt een analyse van

het ondernemersbestand en een grote enquête onder zzp’ers in. Aan de hand van de uitkomsten

vormen de zelfstandigen werkgroepen en gaan ze aan de slag met thema’s als huisvesting,

samenwerken en acquisitie.

Figuur 4.5

Starters zzp’ers per postcodegebied

N213

azonehaven

Bron: Kamer van Koophandel.

Westerlee

8e Petroleumhaven

haven

Papeg aienbek

Hudsonh.

Beerkanaal

N466

6e Petroleumhaven

Beergat

Te ne s eh.

A20

E25

Rozenburg

De Lier

Maassluis

Westgaag

E25

E30

N222

N211

Hoek van Holland

Berghav.

Dintelhaven

Elbehaven

N223

Beneluxhaven

N211

E30

Scheurhaven

Hartelkanaal

't Woudt

's-Gravenzande

4e Petroleumhaven

Maasland

Boonervliet

N468

Oostgaag

MIDDEN DELFLAND

Vlaardingen

Den Hoorn

HOEK VAN HOLLAND

Schipluiden

A20 E25

Zweth

A4

N470

Delftsche Schie

A20

E25

A13

E19

SCHIEDAM

Rotterdam-Airport

Overschie

Rodenrijs

N471

Delfshaven

( Randstadrail in aanleg )

N472

Noord

N209

Berkel

Stadscentrum

Hillegersberg-Schiebroek

Bergse

Achterplas

Bergse

Voorplas

LANSINGERLAND

A20 E25

Rotterdam

N209

Bergschenhoek

Ro te

Kralingen-Crooswijk

A16

E19

meren

Oud

Verlaat

Prins Alexander

Zevenhuizerplas

N219

Capelle a/d IJssel

Kr

Neckarhaven

waal

A15

Brittanniëhaven

Sint-Laurenshaven

Chemiehaven

Scheur

N15

Europoort

WESTLAND

N467

N220

Oranjekan al

Naaldwijk

Heenweg

E25

N466

Nieuwe Waterweg

Calandkanaal

5e Petroleumhaven

Maasdijk

Vlaardingsevaart

N466

Westerlee

De

Kon. Wilhelminah.

Vulcaanhaven

Wiltonhaven

Poldervaart

Wilhelmina

haven

Schiedamse Schie

Merwehaven

Delfshavense Schie

Pelserth.

Lingeh.

Gantelh.

Bornisseh.

Alblashaven

Keilehaven

Lekhaven

Nieuwe Maas

IJselhaven

Schie-Schie kanaal

Schiehaven

Cool

St.Jobsh.

Parkhaven

Noorderkanaal

Leuvehaven

Ro te

Rijnhaven

Boezem

Konings- haven

Nassauhaven

Kralingse Plas

Persoonsh.

Nieuwe Maas

Ho landsche IJssel

Enquêteresultaten

De enquêteresultaten geven een goed beeld van de vragen waar zzp’ers in de regio Rotterdam mee

worstelen. Zo blijkt dat:

• Ongeveer driekwart van de zzp’ers vanuit huis werkt.

• Bijna een vijfde van alle zzp’ers naar andere huisvesting zoekt. Een veel groter deel heeft interesse

om af en toe van flexibele huisvesting gebruik te maken.

• Verhuisredenen als ruimtegebrek, scheiding wonen en werken en behoefte aan contact met andere

ondernemers het meest genoemd worden.

• Zzp’ers bij voorkeur een locatie in de eigen wijk zoeken maar moeite hebben kleinschalige ruimte

met de juiste uitstraling tegen een lage prijs te vinden.

• Ongeveer de helft van de zzp’ers gemakkelijker mee wilt doen aan aanbestedingen van de overheid.

Nu ervaren ze nog hoge drempels.

• Driekwart van de ondervraagden opdrachten vooral via het eigen netwerk krijgt, maar dat slechts

één op de vijf zzp’ers regelmatig contact heeft met andere zzp’ers in de directe omgeving. Dat lokale

netwerk willen veel ondernemers uitbreiden.

• Er vraag is naar voorlichting over ondernemen in de deelgemeente en over internet als onderdeel

van de bedrijfsvoering.

Kansen

De onderzoeksresultaten en werkgroepen leidden tot de oprichting van nieuwe samenwerkingsverbanden

van zzp’ers. Hierdoor zijn zij nu zichtbaar: ze zijn beter te benaderen en laten hun

stem horen. Het project leidt tevens tot nieuwe maatregelen van gemeenten.

Diverse gemeenten onderzoeken inmiddels de mogelijkheden voor flexibele huisvestingsmogelijkheden

voor zzp’ers. Dit is tevens zeer interessant in het licht van de groeiende leegstand

in kantoorpanden en winkelruimte. Op nationale schaal is er verder een nieuwe wet in de maak,

die het aanbestedingsbeleid voor de overheid dusdanig aanpast dat het kleinbedrijf meer kans

maakt op opdrachten. Onder andere de omvang van opdrachten wordt aangepakt, evenals de

proportionaliteit van eisen aan de offrerende ondernemer. Deze wet treedt naar verwachting

gedurende 2013 in werking.

Spuihav.

Zevenmanshaven

Seinehaven

Torontohaven

Botlek

Botlek

Welplaathaven

3e Petroleumhaven

Geulhaven

1e Petroleumhaven

A15

2e Petroleumhaven

Vondelingenplaat

Madroelhaven

A4

Pernis

Eemhaven

Pr.Wi lem Alex.haven

Werkhaven

Heysehaven

1e Eemhaven

Pr.Johan Frisohaven

Pr.Beatrixhaven

Waalhaven

Charlois

Maashaven

Feijenoord

Zuiddiepje

IJsselmonde

A16

E19

Bolnes

Heenvliet

Hartelkanaal

A15

Abbenbroek

BERNISSE

Bernisse

Geervliet

N493

Oude Maas

SPIJKENISSE

Hoogvliet

N492

Poortugaal

Rhoon

Albrandswaard

A15

A29

Barendrecht

1 – 25 zzp-ers

26 – 50 zzp-ers

51 – 75 zzp-ers

A15

Waal

A15

A16

76 – 100 zzp-ers

101 – 150 zzp-ers Rijsoord

151 – 225 zzp-ers

E19


Botlek

Vondelingenplaat

Pernis

Noord-West

Spaanse polder

Nieuw-Mathenesse

Heijplaat

Eemhaven - Waalhaven

Overschie

Delfshaven

Noord

Charlois

Hillegersberg-Schiebroek

Stadscentrum

Kralingen-Crooswijk

Feyenoord

Prins Alexander

IJsselmonde

Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 4 Ruimte voor Ondernemen – pagina 62 Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 4 Ruimte voor Ondernemen – pagina 63

DCMR – Het luchtkwaliteitmeetnet van het Rijnmondgebied

Het onderwerp luchtkwaliteit leeft bij burgers, bedrijven en bestuurders in het Rijnmondgebied.

Het bepaalt sterk de kwaliteit van leven, en behoort tot de top-3 van invloeden op de gezondheid

van mensen, naast obesitas en roken (GGD Rotterdam, 2008). Het Rijnmondgebied is een dichtbevolkt

gebied met een omvangrijke haven, veel industrie en verkeer. Economische ontwikkeling en

leefbaarheid zijn hier tot elkaar veroordeeld. De DCMR volgt om die reden de ontwikkeling van

de luchtkwaliteit nauwkeurig.

Figuur 4.6

Meetpunten Rotterdam

Bron: DCMR.

Vliegveld

Ypenburg

Het luchtkwaliteitmeetnet

Met vijftien continue meetstations monitort DCMR de luchtkwaliteit in het Rijnmondgebied.

Effecten van industriële emissies en verkeersemissies worden gemeten en in verband gebracht

met de bronnen. Deze regionale meetpunten geven een aanvulling op het landelijk meetnet van

het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Luchtkwaliteitsmetingen zijn daarnaast ook

een middel om historische trends te volgen en om invloeden op water en bodem door verspreiding

via de lucht te analyseren. Het is daarmee een ‘vinger aan de pols’ voor bestuurders, bedrijven en

bewoners. Het verkeer is een steeds belangrijkere factor geworden. De sector verkeer en vervoer is

een belangrijke bron van stikstofoxiden (NOx), fijn stof (PM 10

) en elementair koolstof. Het meetnet is

aan die ontwikkeling aangepast.

RIJKSWEG A 20

RIJKSWEG RIJKSWEG A A 4 4

RIJKSWEG A 13

DOENKADE N 209

RIJKSWEG A 20

RIJKSWEG RIJKSWEG A A 16 16

Ontwikkeling van het de Rotterdamse luchtkwaliteit

In het begin van de jaren ’60 ontstaat in Nederland een breed besef dat luchtverontreiniging een

probleem vormt. Het eerste grote regionale luchtkwaliteitmeetnet ontstond in 1962 op initiatief van de

Keuringsdienst van Waren Rotterdam. Toen was de lucht hier nog uitzonderlijk vies, de luchtkwaliteit

vormde een directe bedreiging voor de volksgezondheid. Het meetnet was een waarschuwingsmeetnet:

zodra de concentraties boven de afgesproken waarde kwamen, moest de industrie

maatregelen treffen om de uitstoot te verminderen.

RIJKSWEG A 15

OUDE OUDE MAAS MAAS

GROENE KRUISWEG N492

RIJKSWEG A 15

RIJKSWEG A 15

RIJKSWEG A 16

RIJKSWEG A 16

In 1972 wordt de DCMR Milieudienst Rijnmond opgericht, en in 1974 wordt ook het luchtkwaliteit

waarschuwingsmeetnet deel van de milieudienst. De status van ‘Saneringsgebied’ werpt zijn vruchten

af in de Rijnmond: de luchtkwaliteit verbetert.

DCMR Meetpunt

In de jaren ’90 verschijnt meer wetenschappelijke onderzoek waaruit de schadelijke effecten van

fijn stof op de volksgezondheid blijken, de luchtkwaliteitgrenswaarden worden dan ook verlaagd.

Het meetnet richt zich nu meer op algemene blootstelling. Er komen midden in de stad meetpunten.

De luchtkwaliteit in het Rijnmondgebied verbetert in de loop van de jaren en is nog nooit zo goed

geweest als nu. Sommige vroegere ‘probleemstoffen’ (lood, SO 2

) kennen nu zulke lage concentraties

dat ze helemaal geen gezondheidsprobleem meer zijn.

De actuele meetwaarden van de luchtkwaliteit zijn op internet terug te vinden:

www.dcmr.nl/luchtkwaliteit.

Daarnaast ontwikkelt DCMR met het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en de

GGD Amsterdam een app om de luchtkwaliteit op nationale schaal makkelijk inzichtelijk te maken.


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 4 Ruimte voor Ondernemen – pagina 64 Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 4 Ruimte voor Ondernemen – pagina 65

Ooms Makelaars – Transformatieprojecten

De gemeente Rotterdam en ruim twintig marktpartijen tekenden voorjaar 2011 het Convenant

Aanpak Kantorenleegstand met het doel de leegstand van kantoorgebouwen in de stad structureel

terug te brengen. Inmiddels is voor diverse langdurig leegstaande kantoorpanden onderzocht of

herontwikkeling of transformatie naar een andere functie zoals woningen, scholen, hotels,

detailhandel, voorzieningen mogelijk is.

Het Scheepvaartkwartier, gelegen direct aan de Maas, is een deel van Rotterdam waar de maritieme

historie goed voelbaar is. Het is een van de weinige locaties in de stad waar nog oude, monumentale

panden te vinden zijn en behoort tot de top-20 rijkste wijken van Nederland. In het hart van de wijk,

aan de voet van de Euromast, ligt Het Park, een oase van rust in de stad. In het Scheepvaartkwartier

is een groot aanbod nationale en internationale restaurants te vinden.

Directeur Peter van Nederpelt: “De reden dat Ooms bijdraagt aan het Convenant is het feit dat het om

een gemeenschappelijk maatschappelijk relevant probleem gaat in de stad. Door met elkaar op te

treden, kan het transformatieproces op gang worden gebracht.”

Wethouder Karakus opende najaar 2012 het getransformeerde appartementengebouw aan de

Calandstraat 25 in het Rotterdamse Scheepvaartkwartier. Ooms Makelaars Bedrijfshuisvesting

B.V. begeleidde de transformatie aan de Calandstraat. Het voormalig zakelijke pand is in 2012

volledig onder architectuur verbouwd en herbergt nu negen luxueuze appartementen en

twee penthouses. Zowel het exterieur als het interieur heeft een volledige metamorfose ondergaan

en heeft een internationale allure.

Figuur 4.7

Transformatie wandelroute in Rotterdam

Bron: Ooms Makelaars.

a. Holiday Inn (Weenahuis) Weena 119 – 173

b. The Student Hotel (City Living) Oostzeedijk 182 – 200

c. Centrum Orthopedie Rotterdam Groenendaal 27a

d. Tandartsenpraktijk Scheepmakershaven 33

e. Chiropractiepraktijk Boompjes 526

f. Stichting Zorgbelang Zuid-Holland Westblaak 1 – 11

g. easyHotel Westblaak 65 – 67

h. Erasmus MC Westblaak 88 – 110

i. Ordentall Westblaak 103 – 147

j. Appartementen Calandstraat 3 – 7

k. Appartementen Calandstraat 25

l. Hogeschool Rotterdam Rochussenstraat 198 – 210

m. StichtingYulius Mathenesserlaan 185

n. Regionaal Instituut voor Dyslexie (RID) Kruisplein 25


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 5 Consumentenstad – pagina 67

Hoofdstuk 5

Consumentenstad

• Het aantal bezoeken aan Rotterdam is gestegen. ‘Winkelen voor je plezier’ en ‘Uitgaan’

zijn de belangrijkste redenen voor een bezoek aan het centrum van Rotterdam.

• Het aandeel van bestedingen door bezoekers uit de regio is relatief groot en daarmee

een belangrijke doelgroep voor de consumentendiensten in Rotterdam.

• Het gemiddeld besteedbaar inkomen is met € 100 gedaald in Rotterdam en de stadsregio

(excl. Rotterdam).

• Het aantal hotelovernachtingen blijft gelijk, gemiddelde opbrengst per kamer daalt.

• De werkgelegenheid in de consumentendiensten is met ongeveer 3% afgenomen ten

opzichte van 2011 en daarmee terug op het niveau van 2008.

De vraagzijde van de consumentenstad

Bewoners en bezoekers maken gebruik van consumentendiensten in de stad. Ontwikkelingen in

de bevolkingsomvang en -samenstelling hebben invloed op de bestedingen. Daarnaast hebben het

besteedbaar inkomen en onze voorkeuren voor hoe wij onze vrije tijd besteden effect op de vraag

naar consumentendiensten. Wie had vijftien jaar geleden verwacht dat we een groot deel van onze

aankopen via internet zouden doen?

De Rotterdamse bevolking groeit, vergrijst en woont vaker alleen

De belangrijkste gebruikers van consumentendiensten zijn de bewoners van de stad Rotterdam zelf.

In 2011 werd 90% van de dagelijkse bestedingen in de detailhandel van de Rotterdamse bevolking in

de Rotterdamse detailhandel gedaan. 1 Door bevolkingsgroei kan de vraag naar consumentendiensten

toenemen. Op 1 januari 2013 telde Rotterdam 616.528 inwoners. 2 Naar verwachting groeit dit door

tot 660.000 inwoners in 2030. 3 Deze groei van de bevolking zal een positief effect hebben op de

detailhandelsbestedingen.

Niet alleen de bevolkingsomvang is van belang voor de vraag naar consumentendiensten, maar

ook de samenstelling. De Rotterdamse bevolking gaat vergrijzen. In 2012 was 14% van de

bevolking ouder dan 65 jaar. Naar verwachting stijgt dit aandeel 65+ tot 18% in 2030. Deze stijging

kan verklaard worden door de toegenomen levensverwachting, de daling van het gemiddeld

aantal kinderen per vrouw en de babyboomers schuiven ook door naar deze categorie. Naast de

vergrijzing zal het aandeel eenpersoonshuishoudens in Rotterdam toenemen tot ruim 154.000 in

2025, dit is 48% van het totaal. Op dit moment zijn er 148.000 eenpersoonshuishoudens (46%).

De huidige bestedingspatronen (zie tabel 5.1) geven een beeld van de mogelijke verschuivingen in de

detailhandelsbestedingen die zich voor kunnen doen door de verandering van de samenstelling

van de bevolking.

Tabel 5.1

Detailhandelsbestedingen van hoofdkostwinner per leeftijdsgroep en

detailhandelsbestedingen per huishoudenstype

Bron: CBS.

< 45 jaar 45 – 65 jaar > 65 jaar

een persoonshuishouden

twee persoonshuishouden

voeding € 4.277 € 5.255 € 3.706 € 2.722 € 5.158

woning € 1.600 € 1.843 € 1.435 € 849 € 2.056

kleding en schoeisel € 1.920 € 2.048 € 1.196 € 927 € 1.795

hygiene en verzorging € 2.560 € 2.116 € 1.841 € 1.235 € 2.220

ToTale besTedingen € 29.095 € 34.125 € 23.912 € 19.303 € 32.643

1. Koopstromenonderzoek, 2011.

2. Feitenkaart – Bevolkingsmonitor 4e kwartaal 2012, COS.

3. Bevolkingsprognose Rotterdam 2013 – 2030, COS.


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 5 Consumentenstad – pagina 68 Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 5 Consumentenstad – pagina 69

FIGUUR 5.1

Besteedbaar inkomen in 2010

In 2010 was het gemiddeld besteedbaar inkomen in Rotterdam € 29.300. Vergeleken met de

gemeenten in de stadsregio Rijnmond is dit laag. In de stadsregio (exclusief Rotterdam) was het

gemiddelde inkomen € 35.600. Ten opzichte van 2009 is het besteedbaar inkomen in Rotterdam

en de stadsregio met € 100 gedaald.

Het gemiddelde besteedbaar huishoudensinkomen geeft een vertekend beeld omdat Rotterdam

relatief veel kleine huishoudens kent. Het gestandaardiseerde besteedbaar huishoudensinkomen

houdt hier rekening mee door het besteedbaar inkomen te corrigeren voor verschillen in grootte en

samenstelling van huishoudens. Het gestandaardiseerde besteedbare huishoudinkomen was in

Rotterdam € 21.700 en in de stadsregio exclusief gemeente Rotterdam € 24.700. Zowel in de

gemeente Rotterdam als de stadsregio exclusief gemeente Rotterdam is het gestandaardiseerde

besteedbare huishoudinkomen met € 100 gedaald. 4 Landelijk is het gestandaardiseerde besteedbare

huishoudinkomen € 23.900. Ten opzichte van vorig jaar is dit ook met € 100 gedaald. De G4-steden

volgen deze landelijke trend, met uitzondering van Amsterdam waar het gestandaardiseerde

besteedbare huishoudinkomen gelijk bleef ten opzichte van vorig jaar.

Gemiddeld besteedbaar inkomen per huishouden (gestandaardiseerd),

trend 2004 – 2010

Bron: COS/CBS.

2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010

Rotterdam

Stadsregio excl. Rotterdam

Nederland

Uit in eigen stad

In 2011 is het recreatief stadsbezoek door Rotterdammers onderzocht. Gemiddeld onderneemt

de Rotterdammer 29 keer per jaar een vrijetijdsactiviteit in eigen stad. Onder de vrijetijdsactiviteiten

worden bedoeld winkelen voor plezier, bezoek aan horeca, bioscoop, musea en festivals. Het blijkt

dat tweederde van de bevolking niet vaker dan 25 keer per jaar een vrijetijdsactiviteit onderneemt.

Eenzesde van de bevolking onderneemt vaker dan 50 keer per jaar een vrijetijdsactiviteit. De meeste

mensen uit deze groep zijn jonger dan 44 jaar. 5

x €1.000

30

25

20

15

10

5

Tabel 5.2

Geschatte uitgaven op jaarbasis tijdens vrijetijdsbezoek aan Rotterdam

naar doelgroep in 2011

Bron: Vrijetijdsomnibus 2011, COS.

leeftijd

gemiddeld aantal

bezoeken per jaar

gemiddelde besteding

in € tijdens laatste bezoek

geschatte gemiddelde

uitgave in € op jaarbasis

13 – 24 jaar 48 42 1.500

25 – 44 jaar 31 56 1.300

45 – 64 jaar 19 53 800

65 – 75 jaar 19 41 700

Tabel 5.2 geeft de gemiddelde besteding per vrijetijdsbezoek per leeftijdscategorie weer. In 2011

werd tijdens het laatste vrijetijdsbezoek gemiddeld € 51 uitgegeven. Dit zijn alleen eigen kosten en

niet kosten voor anderen. Sinds 2005 neemt de gemiddelde besteding af: 2005 € 75, 2009 € 56.

Aankopen online

Het gebruik van internet door de Rotterdammers is gestegen van 76% in 2007, tot 85% in 2009

en 91% in 2011. Van de internetgebruikers doet bijna de helft (49%) ook aankopen via internet.

Vooral de leeftijdsgroep tussen de 25 en 44 jaar maakt hiervan gebruik (66%). 6 Ten opzichte van

het landelijk beeld shopt de Rotterdammer minder op internet: 70% van de Nederlanders tussen de

16 en 75 jaar doet aankopen online. 7 Een belangrijke trend is dat consumenten zowel in de winkel

als online kopen en oriënteren. Het gebruik van meerdere kanalen (cross channel retail) zal zich de

komende jaren verder ontwikkelen. Consumenten kiezen voor online aankopen vanwege tijd, prijs

en assortiment. De detailhandelsstructuur zal wijzigen door online winkelen. Fysieke winkels blijven

wel bestaan. want consumenten willen producten ook kunnen aanraken en ervaren. 8 Zie voor een

vergelijking van de online bestedingen en het effect op de behoefte aan winkelruimte het

themahoofdstuk de onzichtbare economie.

Toename aantal bezoeken

Uit de toeristische Barometer Rotterdam blijkt dat consumentendiensten niet alleen door

Rotterdammers worden afgenomen, maar ook door mensen uit de regio en toeristen.

Het totaal aantal bezoeken is in 2011 toegenomen met ruim 600.000 bezoeken tot een totaal

van 16.532.000. Een stijging van bijna 4%, dit is vooral te danken aan de sectoren theater en

(pop)podia, bioscopen en casino en festivals en evenementen (zie figuur 5.2).

Rotterdam moet het hebben van haar thuismarkt

In de Toeristische Barometer Rotterdam wordt geen onderscheid gemaakt tussen bezoeken

door mensen van buiten de stad of door Rotterdammers zelf. Een indicatie van deze verhouding

kan wel worden gegeven op basis van een recent onderzoek onder consumenten. 9 Dit onderzoek

is gebaseerd op een steekproef van inwoners die binnen een uur reistijd van het centrum van

Rotterdam wonen. ‘Winkelen voor je plezier’ en ‘Uitgaan’ zijn de belangrijkste redenen voor

een bezoek aan het centrum van Rotterdam. 55% van alle bezoeken aan Rotterdam worden

afgelegd door de inwoners van de gemeente Rotterdam, 28% door de inwoners van de

regiogemeenten en 17% door mensen buiten deze regio.

4. Feitenkaart, inkomensgegevens Rotterdam en regio 2010, COS.

5. Vrijetijdsomnibus 2011, COS.

6. COS, recreatief stadsbezoek door Rotterdammers 2011.

7. CBS gegevens.

8. ABN Amro rapport Cross channel retail de toekomst 2015.

9. Consumentenonderzoek Binnenstad Rotterdam 2012, Smart Agent.


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 5 Consumentenstad – pagina 70 Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 5 Consumentenstad – pagina 71

FIGUUR 5.2

Aantal bezoeken aan Rotterdam 2006 – 2011

Bron: toeristische Barometer Rotterdam 2012, Rotterdam Marketing.

x 1.000.000

18

16

Bezoekers uit de regio belangrijk voor bestedingen in de stad

10 11

Bezoekers aan Rotterdam geven naar schatting ruim ~ 1 miljard uit tijdens hun bezoek.

De bestedingen in de categorie ‘winkelen voor je plezier’ zijn hier niet in meegenomen. Met een totale

besteding van ~ 480 miljoen nemen de Rotterdammers zelf bijna de helft van deze bestedingen

(46%) voor hun rekening. Bezoekers uit de regiogemeenten besteden ongeveer ~ 360 miljoen tijdens

hun bezoeken aan Rotterdam (35%). ~ 200 miljoen wordt in Rotterdam besteed door bezoekers

van buiten de regio (19%). Het aandeel van bestedingen door bezoekers uit de regio is relatief groot

en daarmee een belangrijke doelgroep voor de consumentendiensten in Rotterdam.

2006 2007 2008 2009 2010 2011

stadions

attractief vervoer en City tours

festivals en evenementen

bioscopen en casino

theaters en (pop)podia

musea en kunstcentra

attracties

Voor vrijwel alle activiteiten geldt dat Rotterdam en de regiogemeenten het belangrijkste

voedingsgebied vormen (zie figuur 5.3). Een uitzondering hierbij zijn de culturele activiteiten.

Het voedingsgebied hiervoor reikt verder.

14

12

10

8

6

4

2

FIGUUR 5.4

Uitgesplitst naar sector en type activiteit besteden de bezoekers op jaarbasis naar schatting ~ 480

miljoen tijdens het uitgaan in Rotterdam (zoals uit eten, café, discotheek, bioscoop, clubs e.d.).

Dit is 46% van de totale bestedingen (exclusief winkelen). Attracties (pretpark, dierentuin, sauna,

zwembad, speeltuin, rondvaart e.d.) komen op de tweede plaats qua bestedingen, met een totaal

van ~ 255 miljoen (25% van de totale bestedingen). De bestedingen aan culturele activiteiten

(museum, theater, concert, voorstelling, lezing, stadswandeling, kunst e.d.) en evenementen

(beurzen, festivals, sportwedstrijden e.d.) zijn met ~ 150 miljoen ongeveer even groot, beiden

goed voor zo’n 15% van het totaal.

Aantal overnachtingen blijft gelijk

De overnachtinggegevens van het vierde kwartaal 2012 zijn nog niet bekend. Deze zijn geschat op

basis van de ontwikkeling in het vierde kwartaal van 2011. We kunnen (met enige armslag)

concluderen dat in 2012 evenveel overnachtingen zijn gerealiseerd als het jaar daarvoor (zie figuur 5.4).

We zien wel een verandering in de verhouding tussen overnachtingen door gasten uit Nederland en

uit het buitenland. In 2011 is er nog sprake van een stijging van het aantal overnachtingen door

gasten uit Nederland en een afname van het aantal overnachtingen door gasten uit het buitenland.

In 2012 is dit precies andersom.

overnachtingen in Rotterdam door Nederlandse en buitenlandse gasten

Bron: CBS, januari 2013.

FIGUUR 5.3

Bezoeken uit Rotterdam, regiogemeenten en buiten de regio per activiteit

Bron: Consumentenonderzoek Binnenstad Rotterdam 2012, Smart Agent.

aantal overnachtingen x 100.000

14

12

attracties

evenementen

culturele activiteiten

uitgaan

winkelen in het stadscentrum

10

8

6

4

2

0% 20 40 60 80 100%

2007 2008 2009 2010 2011 2012

Rotterdam

regiogemeenten

buiten de regio

buitenlandse gasten

Nederlandse gasten

10. Consumentenonderzoek Binnenstad Rotterdam 2012, Smart Agent.

11. Hoewel een ruime steekproef is gebruikt, past enige voorzichtigheid bij de extrapolatie van deze gegevens naar de bestedingen van deze bezoekers.


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 5 Consumentenstad – pagina 72 Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 5 Consumentenstad – pagina 73

Aanbod van consumentendiensten

De brancheverdeling in de detailhandel

In Rotterdam zijn 67 winkelgebieden. Daarnaast is er nog een ruim aanbod verspreid over de stad

gesitueerd. Op basis van verschillende factoren zijn de Rotterdamse winkelgebieden onderverdeeld in

verschillende type winkelgebieden. 12 In tabel 5.3 komt de functie van winkelcentra en het bezoekmotief

van consumenten duidelijk in de brancheverdeling naar voren. Het winkelgedrag wordt veelal

onderverdeeld in het doen van boodschappen, het doen van doelgerichte aankopen, recreatief

winkelen en thematisch winkelen. Bij het recreatieve winkelen (met o.a. warenhuizen en mode),

waarbij veel keuzemogelijkheden, sfeer en beleving en een mix van verschillende functies belangrijk

zijn, nemen vooral het stadscentrum en de stadsdeelcentra een prominente plek in. De niet-dagelijkse

en recreatieve branches bepalen in die gebieden voor een belangrijk deel het winkelbestand.

De wijk en buurtwinkelcentra zijn de gebieden waar het doen van de dagelijkse boodschappen het

belangrijkste bezoekmotief is. Dit is ook duidelijk terug te zien in de verdeling van de branchering.

Het dagelijks en frequent benodigd niet-dagelijkse aanbod bepalen het karakter van de gebieden.

Een andere trend in de horeca is schaalvergroting. In 2005 was het totale vloeroppervlakte van

horeca ruim 242.000 m 2 . In 2012 is dit gegroeid naar bijna 269.000 m 2 . De schaalvergroting

vindt plaats in alle sectoren.

Druk op de bezettingsgraad en de prijzen van de hotelkamers

Naar aanleiding van het aantal overnachtingen lijkt het goed te gaan met de hotelsector in Rotterdam.

Als echter gekeken wordt naar de bezettingsgraad en de gemiddelde opbrengst per kamer blijkt

2012 niet zo’n goed jaar te zijn. De gemiddelde bezettingsgraad is het afgelopen jaar afgenomen

met 3,6% naar 59.5%. Naast de lagere bezettingsgraad is de gemiddelde opbrengst per kamer ook

gedaald. De gemiddelde opbrengst lag in 2012 op € 56 en in 2011 op € 53 (zie figuur 5.5).

FIGUUR 5.5

Aantal horecavestigingen per type

Bron: Bedrijfschap horeca.

Tabel 5.3

Hoofdbranchering per type winkelgebied

Bron: Locatus.

stadscentrum

verspreid

totaal

Rotterdam

leegstand 20.240 18.305 18.966 10.542 1.618 38.151 107.822

levensmiddelen 11.769 27.477 52.287 40.700 3.216 43.734 179.183

persoonlijke verzorging 5.796 9.503 6.681 2.014 217 1.714 25.925

warenhuis 31.048 18.605 3.369 53.022

kleding & mode 64.278 43.962 12.240 3.755 3.129 4.831 132.195

schoenen & lederwaren 9.763 13.607 3.079 1.178 1.448 925 30.000

juwelier & optiek 3.019 4.159 2.632 319 1.150 11.279

huishoudelijke & luxe artikelen 7.347 8.677 7.383 2.779 3.670 6.577 36.433

antiek & kunst 324 178 175 60 2.330 3.067

sport & spel 7.987 7.197 2.615 1.073 17.061 12.518 48.451

hobby 1.622 1.133 411 276 3.992 7.434

media 7.699 2.528 2.471 907 293 7.303 21.201

plant & dier 1.088 1.454 5.195 3.294 2.655 9.705 23.391

bruin & witgoed 8.809 9.938 4.365 1.469 8.782 7.601 40.964

auto & fiets 248 1.030 2.957 1.724 1.278 7.706 14.943

doe het zelf 400 717 2.671 532 3.775 37.753 45.848

wonen 7.290 9.896 7.011 6.501 80.250 57.556 168.504

detailhandel n.e.g. 2.167 2.504 3.762 2.146 350 14.774 25.703

ToTaal 190.894 180.870 138.270 79.269 127.742 258.320 975.365

stadsdeelcentrum

(regionaal

en klein)

wijkwinkelcentrum

(groot

en klein)

buurtwinkelcentrum/

steunpunt

perifere en

grootschalige

concentraties

Horecazaken worden groter, de kleine bruine kroeg verdwijnt

Het aantal horecabedrijven in Rotterdam schommelt al jaren rond de 1.800 horecazaken.

De drankensector, ofwel de traditionele bruine kroeg en disco, heeft het de laatste jaren

moeilijk. Opvallend is dat in 2012 het aantal bedrijven in deze sector weer heel licht stijgt.

In de fastservicesector is er een verschuiving van snackbars (194) richting meer lunchrooms (105).

drankensector, 41%

fastfoodsector, 26%

restaurantsector, 25%

partycatering, 4%

hotelsector, 4%

Werkgelegenheid in de consumentendiensten

De werkgelegenheid in de consumentendiensten schommelt de afgelopen 12 jaar rond de 52.000

arbeidsplaatsen. Het afgelopen jaar is de werkgelegenheid in de consumentendiensten met ongeveer

3% afgenomen ten opzichte van 2011. De werkgelegenheid in de sectoren logiesverstrekking

en cultuur, sport en recreatie is het sterkst gedaald met ongeveer 15% ten opzichte van 2011.

De werkgelegenheid ontwikkelde zich positief in de sector vervoer, dit komt met name door een

toename in de werkgelegenheid van personenvervoer per trein. De werkgelegenheid in

consumentendiensten is in 2012 op hetzelfde niveau als in 2008 voordat de economische crisis

begon. Hierbij heeft er wel een verschuiving binnen de sectoren plaatsgevonden, waarbij de

werkgelegenheid in de detailhandel en eet- en drinkgelegenheden is toegenomen (zie tabel 5.4).

Voor meer cijfers en figuren zie ook www.rotterdam.nl/evr2013.

12. Deze onderverdeling is gemaakt op basis van de uitgave “Het Nederlandse Winkellandschap in transitie” onder redactie van Nozeman, Van der Post en Langendoen.


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 5 Consumentenstad – pagina 74 Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 5 Consumentenstad – pagina 75

jan

FIGUUR 5.6

Bezettingsgraad en gemiddelde opbrengst per kamer

Bron: STR global.

febr

mrt

april

mei

juni

juli

Tabel 5.4

Werkgelegenheid in de consumentendiensten

Bron: Bedrijvenregister Zuid-Holland 2012.

aug

sept

okt

nov

dec

2011 2012

2000 2008 2011 2012

saldo

2012 – 2011

handel in en reparatie van auto’s en motorfietsen, aanhangers 3.579 3.330 3.142 3.088 - 54

detailhandel 25.491 24.402 25.883 25.319 - 564

vervoer 6.184 5.332 4.821 4.926 105

logiesverstrekking 1.512 1.924 2.032 1.764 - 268

eet- en drinkgelegenheden 8.770 8.517 9.366 9.246 - 120

reisbemiddeling 736 820 705 678 - 27

cultuur, sport en recreatie 3.111 3.587 3.712 3.135 - 577

reparatie van computers en consumentenartikelen 379 293 284 289 5

wellness en overige dienstverlening: uitvaartbranche 2.809 3.050 3.188 3.077 - 111

ToTaal 52.571 51.255 53.133 51.522 - 1.611

jan

febr

% bezettingsgraad en gemiddelde opbrengst kamer in euro’s

mrt

april

mei

juni

juli

aug

sept

okt

nov

bezettingsgraad

gemiddelde opbrengst per

kamer in euro’s

dec

90

80

70

60

50

40

30

Overleven winkelgebieden met een gevarieerd winkelaanbod de internethandel beter?

Als de sombere voorspellingen kloppen zal door de handel op internet éénderde van de winkels

in Nederland verdwijnen. Maar dat zal niet overal in Nederland hetzelfde zijn: sommige

winkelgebieden zullen overleven andere zullen méér dan éénderde van hun winkels verliezen of

zelfs helemaal verdwijnen.

Bij het overleven van winkels gaat het volgens experts om twee dingen: winkelen moet een belevenis

zijn en het internet kan niet opboksen tegen vakkundig winkelpersoneel in speciaalzaken dat

persoonlijk advies geeft. Dat heeft ook betrekking op winkelgebieden: en het zal duidelijk zijn dat

winkelgebieden met een gevarieerd aanbod aan speciaalzaken sterker staan dan gebieden waar

je voornamelijk winkels uit dezelfde branches tegenkomt.

Het CBS meet eens in de vier jaar hoe gevarieerd het aanbod aan winkels (naar branche) van de

Nederlandse winkelcentra/gebieden is. Natuurlijk spelen ook andere zaken als de kwaliteit van het

aanbod, de combinatie met andere trekpleisters zoals cultuur en horeca een rol. Voor funshoppers

zijn vooral de winkelgebieden die op een klein – beloopbaar – oppervlak een groot aantal

verschillende winkels kunnen bieden in trek, waarbij de omvang van die winkels er niet zoveel

toe doet.

Tabel 5.5

Diversiteit van de top 10 van Rotterdamse winkelgebieden

Bron: CBS Top van buurten naar diversiteit van detailhandel.

wijk-, buurtnaam

diversiteit food

sector detailhandel

(max = 13)

diversiteit non-food

sector detailhandel

(max = 68)

diversiteit totaal

detailhandel

(max = 81)

diversiteit totaal

detailhandel in 2008

(max = 81)

Oude Noorden 13 50 63 61

Stadsdriehoek 12 49 61 62

Cool 10 47 57 56

Oosterflank 10 44 54 54

Hillesluis 9 42 51 42

Hoogvliet-Zuid 12 33 45 47

Groot-IJsselmonde 12 33 45 44

Kralingen-West 10 35 45 46

Bloemhof 9 34 43 37

Schiebroek 8 34 42 36

Uit de lange lijst van Nederlandse winkelgebieden met een hoogste score van 68 voor het centrum

van Haarlem tot de laagste score van dertig voor Ter Apel zijn de Rotterdamse gebieden met de

hoogste winkeldiversiteit geselecteerd. Het Oude Noorden is opgeklommen tot nummer zeven van

Nederlandse meest diverse winkelgebieden. De Stadsdriehoek (Rotterdam Centrum) behoudt zijn

hoge diversiteit maar is helaas door een aantal andere gebieden in Nederland voorbij gestreefd.

Opvallend is de toename in Hillesluis, Bloemhof en Schiebroek.

In het licht van de opkomst van de handel over internet moeten we wellicht met andere ogen kijken

naar de Rotterdamse winkelgebieden.

Uit CBS, Buurten met winkels naar diversiteit van de detailhandel (2013).


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 6 Haven – pagina 77

Hoofdstuk 6

Haven

• Na een korte periode van krimp in 2009 als gevolg van de economische recessie, wordt

verwacht dat de goederenoverslag tot 2020 blijft toenemen, met name bij de containers,

(bio based) chemie en kolenoverslag. Door ingebruikname van Maasvlakte 2 kan de haven

deze groei goed faciliteren.

• In 2012 krimpt de overslag van droog massagoed, door lagere overslagvolumes van ijzererts

en schroot en agribulk. Na 2012 wordt ook hier weer een toename verwacht.

• De concurrentiepositie van de Rotterdamse haven is sterk en verbetert naar verwachting

verder in de aankomende jaren.

Economische ontwikkeling haven

De economische ontwikkeling van de haven wordt getoond aan de hand van de knooppuntfunctie,

de vestigingsplaatsfunctie en de concurrentiepositie van de haven. De ontwikkeling van de

knooppuntfunctie wordt bekeken aan de hand van de goederenoverslag; de vestigingsplaatsfunctie

aan de hand van de investeringen en de gronduitgifte op de Maasvlakte 2; en de concurrentiepositie

aan de hand van het marktaandeel van Rotterdam in de containeroverslag.

Knooppuntfunctie

De totale goederenoverslag in de haven van Rotterdam groeit. De groei van de laatste decennia is

met name te verklaren door groei in de containeroverslag en nat massagoed. Bij de overslag van

stukgoed en droog massagoed is sprake van een min of meer constant volume door de jaren heen.

Voor 2012 laat de overslag van droog massagoed een krimp zien (net als in 2009) die vooral

verklaard wordt door lagere overslagvolumes van ijzererts en schroot en agribulk. Mogelijke

verklaringen hiervoor zijn respectievelijk een lagere staalproductie van de Duitse hoogovens als

gevolg van de economische crisis en tegenvallende oogsten.

Na een korte periode van krimp in 2009 als gevolg van de economische recessie, wordt verwacht dat

de goederenoverslag tot 2020 blijft toenemen. Ondanks het langzame economische herstel lijkt een

gemiddelde jaarlijkse groei van meer dan 2% haalbaar. 1 De toename van 1,7% in 2012 ondanks een

kwakkelende economie is een bevestiging van dit beeld.

Door de ingebruikname van Maasvlakte 2 kan Rotterdam de potentiële groei in de containeroverslag

en de intercontinentale containerstromen goed faciliteren, waardoor de containeroverslag en

transshipment grote groeimarkten blijven. Het aandeel van containers groeit hiermee van 25% van

de overslag in 2010 tot mogelijk meer dan 30% in 2020. Ook de overslag van staalproducten is een

groeimarkt binnen het stukgoed. Door de sluiting van hoogovens in Noordwest-Europa (door

overproductie, relatief hoge kosten en veroudering) zal de invoer van staalproducten toenemen,

terwijl de aanvoer van ertsen daalt.

Binnen het natte massagoed zijn de overslag van minerale olieproducten, chemische producten,

plantaardige oliën en LNG groeimarkten. LNG wordt gezien als één van de nieuwe, schonere

brandstoffen voor de transportsector. De snelheid van de groei wordt sterk bepaald door de prijs

op de wereldmarkt en de regelgeving binnen Europa.

De mogelijke groei van de overslag van droog massagoed wordt veroorzaakt door stijgende

kolenoverslag als gevolg van nieuwe kolencentrales en groeiende overslag van droge biomassa.

Voor agribulk zijn de verwachtingen minder goed, variërend van stabiel tot dalend, afhankelijk van

de economische ontwikkeling. Meer agroproducten worden in containers vervoerd – een trend die de

komende jaren doorzet. Daarnaast worden overslagvolumes van agroproducten ook sterk bepaald

door de opbrengst van oogsten en de wereldprijzen, hierdoor is in 2012 de overslag flink afgenomen.

1. Op basis van goederen overslag 2003 – 2010 (Bron: Port of Rotterdam, havenstatistieken) en raming overslag high oil price tot 2020

(Bron: Port of Rotterdam (2011) Havenvisie 2030).


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 6 Haven – pagina 78 Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 6 Haven – pagina 79

FIGUUR 6.1

ontwikkeling en prognose goederenoverslag haven Rotterdam

Bron: Havenbedrijf Rotterdam.

mln ton

600

500

400

300

200

100

schaalvergroting in de containerschepen heeft Rotterdam met haar diepe haven een goede

uitgangspositie. Bij de uitgaande stromen heeft Antwerpen een sterke positie, terwijl hier de

komende jaren meer groei zit dan in de inkomende containerstromen. Het marktaandeel van

Rotterdam in de containeroverslag in Noordwest Europa (Hamburg – Le Havre range) is

gestabiliseerd op een kleine 30% en zal naar verwachting stijgen.

Bij de natte massagoederen (vooral olie en olieproducten) is de Rotterdamse haven veruit de grootste

haven binnen de Hamburg – Le Havre range met een marktaandeel van bijna 50%. Hier is de

concurrentie van vooral Antwerpen sterk. Voor de doorvoer/knooppuntfunctie concurreert de haven

vooral met (Noord) Europese havens. Rotterdam is en blijft de belangrijkste haven voor handel in

ruwe olie. De te bouwen Shtandart terminal gericht op de doorvoer van Russische olie zal deze

positie verder versterken. De omvang van deze stromen is echter heel gevoelig voor de ontwikkeling

van de olieprijzen.

Als vestigingsplaats voor de olie- en chemiesector zijn de concurrerende productielocaties in de

Verenigde Staten (Houston), Azië (Singapore) en steeds meer het Midden-Oosten. Vooral de

ontwikkeling van meer productie nabij de bron zal op langere termijn een bedreiging kunnen vormen

voor de positie van Rotterdam.

2003

2004

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

FIGUUR 6.2

Prognoses marktaandeel overslag haven Rotterdam in

Hamburg – Le Havre range

nat massagoed

droog massagoed

stukgoed

totaal

Bron: Havenvisie 2030, Ramingen Goederenoverslag.

60%

Vestigingsplaatsfunctie

Momenteel is er nog beperkte ruimte beschikbaar voor havengebonden bedrijven, die een kade

nodig hebben. Door het beschikbaar komen van Maasvlakte 2 is hier de komende jaren weer ruimte

beschikbaar. Als de hoge groeiverwachtingen doorzetten, zoals gepresenteerd in de Havenvisie

van Havenbedrijf Rotterdam, zal ruimte op termijn weer schaars worden. Om aan de ruimtevraag te

kunnen voldoen wordt het bestaande havengebied door het gebruik van nieuwe technieken

geïntensiveerd. De overslag van goederen zal steeds meer verschuiven naar het achterland, door

samenwerking met de havens van Moerdijk en Dordrecht en door investeringen van het Havenbedrijf

en terminaloperators in terminals in het achterland (o.a. Alblasserdam, Alphen aan den Rijn,

Moerdijk, Venlo, Wanssum). Deze ‘inlandterminals’ zijn vooral via binnenvaart en weg bereikbaar

en soms ook via spoor. Voor logistieke activiteiten is vestiging in de nabijheid van een dergelijke

inlandterminal aantrekkelijk.

50%

40%

30%

20%

10%

Op Maasvlakte 2 komt 1.000 hectare bedrijventerrein beschikbaar. Hiervan is 400 hectare

reeds uitgegeven. Het bedrijventerrein is vooral bestemd voor de containeroverslag en de

(bio)chemische industrie.

Concurrentiepositie

De concurrentiepositie van de Rotterdamse haven is sterk als grootste haven van Europa en

vijfde haven van de wereld. Door de verwachte groei in overslag zal de concurrentiepositie verder

verbeteren. In het containersegment, verantwoordelijk voor 25% van de overslag, zijn Antwerpen

en Hamburg de belangrijkste concurrenten. Rotterdam heeft een sterke positie in de import

van containers, die voornamelijk naar Duitsland worden doorgevoerd. Door de verdergaande

natte bulk droge bulk containers stukgoed roro totaal

aandeel 2008

low growth 2020

trend 2020

Door de opening van een LNG-terminal vorig jaar en de koppeling aan het uitgebreide

aardgastransportnet heeft Rotterdam een sterke positie in Noordwest-Europa in de groeiende

LNG-importmarkt.

global economy 2020

high oil price 2020


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 6 Haven – pagina 80 Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 6 Haven – pagina 81

Voor droge massagoederen heeft Rotterdam door haar diepe haven en goede binnenvaartontsluiting

met Duitsland een natuurlijk voordeel. De verwachtingen voor de grote volumes van kolen en ertsen

is echter gematigd tot negatief door de slechte vooruitzichten voor de staalproductie in het achterland.

Een groeimarkt is de overslag van biomassa. Deze is zowel bedoeld voor de chemische industrie

(transitie naar meer bio based productie) met wereldwijde concurrenten, als voor de energiesector

(bijstook in kolencentrales) in concurrentie met nabijgelegen havens. Het marktaandeel in Noordwest

Europa zal naar verwachting stijgen.

FIGUUR 6.3

Werkzame personen in haven-industrieel complex

Bron: Bedrijvenregister Zuid-Holland 2012.

x 10.000

75

De haven en de stad

Het economisch nut van de haven voor de stad Rotterdam wordt beschreven aan de hand van de

directe haven gerelateerde werkgelegenheid 2 en directe haven gerelateerde toegevoegde waarde

(figuur 6.3). De haven is door haar afhankelijkheid van de internationale handel conjunctuurgevoelig.

In de ontwikkeling van de werkgelegenheid zien we twee tegengestelde trends. Enerzijds leidt

verdergaande automatisering en stijging van de arbeidsproductiviteit tot minder werkgelegenheid per

overgeslagen of geproduceerde ton goederen. Dit treedt op bij de gevestigde bedrijven en in sterkere

mate bij de nieuwkomers. Goed voorbeelden hiervan zijn de volledig geautomatiseerde

containerterminals, waarvan de eerste momenteel op Maasvlakte 2 wordt gerealiseerd. Anderzijds

zorgt de gerealiseerde en verwachte groei van de goederenoverslag voor extra werkgelegenheid.

Bovendien verwacht de Rabobank 3 dat de stijging van de arbeidsproductiviteit door toenemen van het

opleidingsniveau en demografische ontwikkelingen in veel Westerse landen is uitgewerkt en dat er

een zogenaamd ‘plateau’ van de toename van de kwaliteit van menselijk kapitaal lijkt te zijn bereikt.

De dalende ontwikkeling is de laatste jaren sterker dan de stijgende, zoals blijkt uit de daling van

de directe werkgelegenheid en directe toegevoegde waarde vanaf het jaar 2009. De komende jaren

zou verwacht kunnen worden dat deze daling zich nog voortzet. Op de lange termijn wordt door de

uitbreiding van het havengebied (Maasvlakte 2), de intensivering van het bestaande gebied en de

vergrijzing echter een grote behoefte aan werknemers verwacht. Doordat de extra werkgelegenheid

vooral in het westelijk havengebied en Maasvlakte 2 plaats zal vinden, is de verwachting dat

het aantal Rotterdamse werknemers in de haven niet sterk zal stijgen en het aandeel zal dalen.

De geplande aanleg van een nieuwe tunnel onder de Nieuwe Waterweg, de Blankenburgtunnel,

zal mede betekenen dat de Rotterdamse haven beter bereikbaar wordt voor werknemers uit de

regio Haaglanden. Tot 2020 worden circa 2.200 vacatures (vervanging en nieuwe banen) per jaar

verwacht, met een groei van circa 3.000 tijdelijke banen voor de aanleg van Maasvlakte 2. 4 Het jaar

2012 laat echter nog een daling van de werkgelegenheid zien.

Transformatie Stadshavens

Met de realisatie van Maasvlakte 2 verschuiven de havenactiviteiten verder westwaarts. Dit geeft

de mogelijkheid tot herontwikkeling van de Stadshavens om stad en haven meer te verweven.

De gemeente Rotterdam en het Havenbedrijf Rotterdam hebben een ambitieus programma 5

opgezet om dit te realiseren. Door de ontwikkelingen in het Stadshavensgebied zullen de logistieke

havenactiviteiten van west naar oost geleidelijk overgaan in kennisintensieve bedrijvigheid,

opleidingsinstellingen en hoogwaardige woon- en leefmilieus. Zowel de stad als de haven profiteert

hiervan in economische zin.

Hoogwaardige zakelijke dienstverlening

Een potentiële groeimarkt voor zowel het haven en industrieelcomplex en de stad is de hoogwaardige

zakelijke dienstverlening. Op dit moment wordt twee derde van de door het Haven en Industrieel

Complex ingekochte dienstverlening lokaal ingekocht, wat resulteert in ruim een half miljard euro

2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012

werkzame personen

toegevoegde waarde. 6 Het overgrote deel hiervan wordt gerealiseerd door de financiële en juridische

dienstverlening en verzekeringen, die onderling een samenhangend cluster vormen.Door verdere

ontwikkeling en uitbouw van dit cluster wordt de kwaliteit van het havencluster versterkt, hoogwaardige

werkgelegenheid geschapen en kan de stad Rotterdam haar hoofdkantoorfunctie versterken. 7

Hiervoor zijn investeringen nodig onder andere in een aantrekkelijk leefklimaat, voorzieningen voor

de internationale gemeenschap, de arbeidsmarkt en in de bereikbaarheid van de regio.

Segmenten met economische spin-off voor Rotterdam

Rotterdam heeft verschillende economische sectoren die profiteren van de nabijheid van de haven en

waarin zich groeikansen voordoen, veelal als gevolg van internationale ontwikkelingen. Voorbeelden

hiervan zijn de nationale topsectoren logistiek, water, energie, agri en food. Binnen deze sectoren zijn

ondermeer de offshore, bio based chemie en gespecialiseerde maritieme maakindustrie kansrijke

segmenten voor Rotterdam. De nieuwe ontwikkelingen rond de haven kunnen de regionale clusters in

deze sectoren versterken. Een voorbeeld hiervan is de toekomstige ontwikkeling van Cool Port in de

Waal-Eemhaven waardoor een modern knooppunt voor agrologistieke stromen en een clustering van

agrologistieke bedrijven ontstaat.

Hoger opgeleide werkgelegenheid

Door de toenemende automatisering en technische ontwikkeling bij zowel de nieuwe containerterminals

op Maasvlakte 2 als bij de bestaande industrie zal de vraag naar hoger opgeleid personeel

toenemen. Daarnaast heeft de toenemende automatisering tot effect dat werken in de haven

toegankelijker wordt voor vrouwen. Een structurele toename van het percentage vrouwen in de

haven is op dit moment echter nog niet gaande. 8

70

65

60

55

50

2. Gedefinieerd als BRZ Zeehaventerreinen + HIC Stadsregio. Haventerreinen van de andere regiogemeenten zijn niet meegenomen.

3. Visie op 2013, Wennen aan lagere groei, Rabobank, november 2012.

4. KMR (2012)_Arbeidsmarktverkenning Mainport Rotterdam 2012 – 2013.

5. Stadshavens Rotterdam, creating on the edge.

6. Economische Verkenning 2012.

7. Erasmus Smart Port Rotterdam (2011) Rotterdam world port world city: Hoogwaardige zakelijke dienstverlening voor het Rotterdamse haven- en industriecomplex.

8. Gemeente Rotterdam, o.b.v. percentage vrouwen in werkgelegenheid BRZ Zeehaventerreinen + HIC Stadsregio. Haventerreinen van de andere regiogemeenten

zijn niet meegenomen.


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 6 Haven – pagina 82 Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 6 Haven – pagina 83

Figuur 6.4

CO 2 emissie in de sector energie en industrie per sub sector in 2008 en verwachte

emissie in 2015, 2020, en 2025

Bron: ECN, 2010.

CO 2

-emissie 2 in in Mton

40

35

30

25

20

15

10

5

veroorzaakt door de verwachte sluiting van een kolencentrale en CO 2

opslag bij één van de

nieuwe centrales. De ramingen laten een emissiestijging zien, terwijl met het Rotterdam Climate

Initiative (RCI) een daling van de uitstoot tot maximaal 12 Mton in 2025 wordt beoogd. Eén van

de maatregelen om dit doel te behalen is het afvangen van CO 2

(CCS in figuur 6.4). Wanneer het

afvangen van CO 2

niet mogelijk zal blijken, zal dit tot gevolg hebben dat de CO 2

emissie in 2020

met 1,5 Mton extra zal stijgen tot 38,5 Mton. De CO 2

afvang staat momenteel onder druk door de

lage prijzen voor CO 2

emissierechten.

Emissies vanuit knooppuntfunctie

Ook door het goederenvervoer van en naar de haven worden emissies uitgestoten. Deze CO 2

emissies zijn in vergelijking met de emissies door de sectoren energie en industrie echter klein: 1,3

Mton in 2010. Door de toename in goederenoverslag, vooral de grote containerstromen gekoppeld

aan Maasvlakte 2, wordt ook voor deze emissies een stijging verwacht. Om de toename van emissies

(met name CO 2

, NOx, SO 2

en fijnstof) te beperken zet het Havenbedrijf in op een verschuiving van

vervoerswijzen. Het aan- en afvoeren van containers zal in de toekomst steeds meer via het spoor en

de binnenvaart plaatsvinden in plaats van over de weg. Vervoer per spoor en binnenvaart kent lagere

emissies per tonkilometer dan vervoer over de weg. Door zoveel mogelijk containers over water en

per spoor te vervoeren en de wegcapaciteit te vergroten (onder andere door aanpak van de A15 van

Maasvlakte tot Vaanplein en de aanleg van de Blankenburgtunnel) wordt ook getracht de enorme

druk op de bereikbaarheid te verlichten.

2008 2015 2020 2025

0

Voor meer cijfers en figuren zie ook www.rotterdam.nl/evr2013.

natte bulk

raffinage

chemie

ccs

afvalverwerkingsinstallaties

energie en utillities

Duurzaamheid

De relatie tussen havens en hun steden is complex. Aan de ene kant is de haven belangrijk voor de

economie van de stad en haar omgeving. Aan de andere kant veroorzaakt de haven ook negatieve

lokale effecten door geluidsoverlast en schadelijke emissies. De lokale luchtvervuiling in de Randstad

is in vergelijking met andere Europese regio’s hoog, zeker in Rotterdam. De CO 2

emissies per capita

in Rotterdam behoren zelfs tot de hoogste binnen EU regio’s, terwijl de blootstelling aan fijnstof

(PM2.5) in Rotterdam 50% hoger is dan in de gemiddelde OECD havenregio. Deze emissies worden

voor een deel veroorzaakt door de industrie in het havengebied en het havengerelateerde transport.

Daarbij hebben ook de hoge bevolkingsdichtheid, het grote aandeel bebouwd oppervlak en de

beperkte hoeveelheid groen effect op de hoogte van de emissies. Door de gemeente en het

havenbedrijf worden verschillende maatregelen getroffen om deze negatieve effecten te beperken.

Emissies vanuit vestigingsplaatsfunctie

Binnen de gemeente Rotterdam wordt het belangrijkste deel van de CO 2

emissie veroorzaakt door de

sectoren energie en industrie in het haven en industrieelcomplex (HIC). In 2008 was de totale uitstoot

van deze twee sectoren gelijk aan 25 Mton CO 2

. Bij ongewijzigd beleid· zal de CO 2

uitstoot naar

verwachting de komende jaren toenemen, waarna de emissie na 2020 weer zal afnemen. 9

De verwachte emissiestijging tot 2020 en de daaropvolgende daling tot 2025 wordt voornamelijk

veroorzaakt door de subsector energie en utilities. Binnen deze subsector wordt de toename tot 2020

veroorzaakt door de bouw van nieuwe elektriciteitscentrales, nieuwe waterstofproductiefaciliteiten en

een toenemend aantal draaiuren van een aantal andere centrales. De emissiedaling na 2020 wordt

9 Bron: ECN (2010) Verkenning CO 2

emissie Rotterdam HIC 2015/2020/2025.

10. Bron: ECN (2010) Verkenning CO 2

emissie Rotterdam HIC 2015/2020/2025.


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 6 Haven – pagina 84 Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 6 Haven – pagina 85

Havenbedrijf Rotterdam – De (on)zichtbare (haven) economie

De haven is een onlosmaakbaar onderdeel van ons dagelijks leven. De benzine die je tankt,

de stroom uit het stopcontact, de kleding die je draagt, je computer, je flatscreen, de bananen

in de fruitmand: het komt allemaal uit het havengebied.

De logistieke en industriële activiteiten in de haven hebben ook een aantal typisch

havengerelateerde kantooractiviteiten voortgebracht die een belangrijke rol in de stedelijke

economie vervullen, maar die door de argeloze voorbijganger niet direct met de haven

geassocieerd worden.

Haven, industrie en handel gaan hand in hand, en de handelsfunctie was eeuwen geleden

al de aanjager van vernieuwing in zakelijke dienstverlening. Er ontstonden handelshuizen,

handelsbanken en specifieke organisatorische en administratieve expertise voor de fysieke

afhandeling van handelsstromen, zoals cargadoors, expediteurs en logistieke dienstverleners.

En natuurlijk gespecialiseerde verzekeraars, accountants en advocatenkantoren.

Vanuit de havengerelateerde dienstverlening ontstonden nieuwe activiteiten. Zo was de

verzekeringssector vroeger sterk gebaseerd op havenactiviteiten. Banken waren aanvankelijk

vooral handelsbanken. Ook accountantskantoren en advocatenkantoren richten zich vaak

eerst op havenactiviteiten en later pas op andere werkvelden.

Uiteindelijk is dit uitgegroeid tot hoogwaardige, havengerelateerde zakelijke dienstverlening.

Dienstverlening gebaseerd op de aanwezigheid van goederenstromen en industrieën, maar

ook op het grootstedelijke vestigingsklimaat: de combinatie van hoogwaardige kennis en

een aantrekkelijk woon- en werkklimaat met een metropolitane uitstraling. De belangrijkste

concurrerende plaatsen voor havengerelateerde zakelijke dienstverlening zijn Amsterdam,

Antwerpen, London, Hamburg, Parijs en Athene.

Internationaal opererende bedrijven leveren een sterke lokale en regionale spin off.

Deze bedrijven vormen een cruciale schakel in de Rotterdamse economie. Ze zorgen voor

werk voor toeleveranciers en verzorgende bedrijven in stad en regio. Ook belangrijk is hun

vraag naar specialistische (vak)kennis. De lokale arbeidsmarkt is dan ook een belangrijke

vestigingsplaatsfactor, net als aantrekkelijke kantoorlocaties en een goed woon- en leefklimaat.

Tabel 6.1

Havengerelateerde zakelijke dienstverlening

Bron: Economische kengetallen Rotterdam 2012.

werkgelegenheid

toegevoegde waarde

Havengerelateerde diensten zoals juridische, financiële of technische dienstverlening zijn over het

algemeen direct in de stad of in de randgemeenten gevestigd. Bedrijfsinterne diensten zoals de

inkoopfunctie, documentafwikkeling, milieudienstverlening of supply chain management vaak ook,

maar ook nog steeds, ondanks de tegenwoordige IT mogelijkheden, traditioneel in kantoren op de

bedrijfsterreinen in de haven zelf.

3.585 banen

415 miljoen euro

De meer ‘strategische diensten’ zoals corporate finance, R&D of management consultancy voor

hoofdkantoren van multinationals zijn vaak gevestigd bij hun hoofdkantoren in de Verenigde Staten,

Singapore of Duitsland of in toonaangevende locaties zoals Londen of de Zuidas.

Toch hebben zich in de loop der jaren veel (regionale) hoofdkantoren van maritieme, logistieke en

havenindustriële spelers in Rotterdam gevestigd, zoals de hoofdkantoren van Shell, Stolt Nielsen en

van Mittal Steel – het grootste staalconcern in de wereld, maar ook Nationale Nederlanden, Robeco,

Unilever en P&O Nedlloyd. Voor uitbreiding van havengerelateerde zakelijke dienstverlening is een

groei in de hoofdkantorenmarkt essentieel.

Ook veel shared services centers hebben zich in de stad gevestigd. Dit geeft aan dat Rotterdam

een uitstekende vestigingsplaats is voor deze vestigingen van grote internationale bedrijven, waarin

diverse specifieke bedrijfsonderdelen worden samengebracht.

Het havencomplex biedt volop werk voor onderhouds-, installatie- en constructiebedrijven,

toeleveranciers, beveiligers, en voor kantoorhoudende zakelijke dienstverlening, zoals banken,

juristen, ingenieursbureaus, laboratoria, adviesbureaus, IT-, en administratieve bedrijven. Rotterdam

Port Information (www.rotterdamportinfo.com) vermeldt onder andere negentien inspectiediensten,

tweeentwintig verzekeringsinstellingen, zeventien gespecialiseerde juridische kantoren en tachtig

transport- en maritieme consultancybedrijven die in Rotterdam en omliggende gemeenten

gevestigd zijn.

De havengerelateerde zakelijke dienstverlening is dus heel divers, en qua omvang en uitstraling van

onderscheidende betekenis voor de stad. Drie voorbeelden:

Maritieme advocatuur en rechtspraak

Kern van het maritieme juridische cluster in Rotterdam is de rechtbank die over een ‘natte kamer’

beschikt: een groep civiele rechters met ondersteuning van juristen gespecialiseerd in scheepvaarten

vervoerszaken. Het ‘natte recht’ omvat zeerecht, vervoersrecht, verzekeringsrecht, verdragsrecht

en ook aspecten van andere rechtsgebieden. Reders en cargadoors kunnen er terecht met geschillen

over schade aan lading, en voor complexe internationale contracten. Verreweg het grootste deel van

de behandelde zaken betreft goederenvervoer (58%), zeerecht (19%) en vervoersrecht (15%).

Buitengerechtelijke geschillenbeslechting voor scheepvaart, scheepsbouw, transport, opslag, logistiek

en internationale handel is onder andere mogelijk via de stichting Transport and Maritime Arbitration

Rotterdam-Amsterdam.

Er zijn in Rotterdam een aantal grote advocatenkantoren met gespecialiseerde advocaten in dienst,

maar de maritiem gespecialiseerde advocatuur bestaat vooral uit kleine en middelgrote kantoren,

zeventien in Rotterdam.

Het Rotterdamse maritieme juridische cluster is volop in ontwikkeling. Het platform Dutch Legal

Network for Shipping and Transport bundelt, ontwikkelt en promoot juridische know how.

De Erasmus School of Law heeft sinds kort een juridische Master ‘Maritime and Transport Law’.

Jaarlijks worden zo’n honderdveertig uitspraken gepubliceerd in Schip en Schade. Qua aantal kan

Nederland zich meten met Duitsland, Frankrijk en Engeland. De belangrijkste concurrent, Londen, is

grootschaliger en profiteert van een vanuit de historie opgebouwde reputatie en faam. Sterk punt

van het Rotterdamse cluster is snellere en goedkopere afwikkeling ten opzichte van die in Londen.

De Rotterdamse ‘natte’ advocatuur en rechtspraak heeft dan ook serieuze groeimogelijkheden.

Handel

Veel handelsbedrijven in Rotterdam zijn nauw verweven met de haven. Grote handelshuizen in

Rotterdam zijn Unilever, Verstegen, Nidera, Argos, Glencore, Econosto en Hagemeyer.

negen van de vijftien grootste Rotterdamse bedrijven hebben een eigen handelsonderneming.

Ze handelen overwegend in olie, olieproducten of chemische producten. Ook zijn er onafhankelijke

handelaars actief, vooral in landbouwproducten en ruwe grondstoffen met als belangrijke nieuwe

markten gas, biofuels en biomassa.


Randstadrail in aanleg

Wijkpark

Oude

Westen

Leuvehaven

"De Hef"

B

Rosepark

Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 6 Haven – pagina 86 Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 6 Haven – pagina 87

In de sector handel concurreert Rotterdam voornamelijk met andere grote havensteden.

Door toenemende virtuele handel worden handel en haven fysiek meer losgekoppeld.

Producten worden dan wel in Rotterdam verhandeld, maar verscheping via de haven is niet

meer vanzelfsprekend. Ook maken IT- ontwikkelingen het mogelijk om handelsactiviteiten die

nog plaats vinden op opslag- of aanvoerlocaties te verhuizen naar binnenstedelijke locaties.

Banken en verzekeraars

Voor de financiering van maritieme zaken is de aanwezigheid van de haven geen noodzaak.

Toch zijn banken vaak gevestigd in havensteden. Hoofdkantoren zitten vaak in London, Singapore

en New York en branches, zoals shipping desks, zitten bij voorkeur dichter bij klanten. Zo staat

het hoofdkantoor van ABN-Amro in Amsterdam, maar is ABN-Amro-ECT (Energy, Comodities &

Transportation) gevestigd in Rotterdam. Dit onderdeel is een van de grootste scheepsfinanciers

op de wereldmarkt. Ook voor Rabobank Shipping, groot in de binnenvaart, is havenstad Rotterdam

een logische plek.

De in Rotterdam gevestigde banken houden zich niet alleen bezig met financieringsconstructies

voor schepen, maar ook voor kostbare lading, terminalaanleg en -equipment, industriële installaties,

de offshore en transporttechnologie. Rotterdam heeft van oudsher een sterke positie in het

verzekeren van lading en schepen en behoort tot de wereldwijde top-10. Ook in de wereld van

baggeren, olietankopslag, offshore en berging spelen de Rotterdamse verzekeraars een hoofdrol.

Belangrijkste concurrerende havensteden voor verzekeringen zijn Londen, Hamburg en New York.

Figuur 6.5

Havenbedrijf in en rond het stadscentrum van Rotterdam

Bron: Bedrijvenregister Zuid-Holland.

buurt

Rotte

Park

Rozenburg

Nieuwe Plantage

"Diergaarde Blijdorp"

Provenierswijk

Station

"Hofplein" Karnemelksehaven

Rubroek

Kralingen West

V.T.V. "Streven naar verbetering"

Station

"Gerdesiaweg"

Station

"Voorschoterlaan"

Station

"R'dam Centraal"

Station "Centraal"

Stokviswater

Delftsevaart

C.S. Kwartier

Station

"Stadhuis"

"Stadhuis"

Station

"Oostplein"

Delftse- vaart

Stadsdriehoek

Boerengat

STADSCENTRUM

Station

"Beurs"

Steigersgracht

Station

"R'dam Blaak"

Station "Blaak"

Oudehaven

Haringvliet

Struisenburg

Buizengat

Branco

van

Dantzigtpark

Leuvekolk

Nieuwe

Westen

DELFSHAVEN

Middelland

Oude

Westen

Station

"Eendrachtsplein"

Cool

Station

"Beurs"

Station

"Leuvehaven"

Wijnhaven

Bierhaven

Rederijhaven

Scheepmakershaven

Wijnhaven

Scheepmakershaven

Noordereiland

haven

Nassauhaven

"Delfshaven"

Station

"Coolhaven"

Station

"Dijkzigt"

Dijkzigt

Erasmus MC

Entrepothaven

Konings-

Feijenoordhaven

Feijenoord

Aelbrechtskolk

Coolhaven

Coolhaven

Bospolder

Voorhaven

Achterhaven

Nieuwe Werk

Veerhaven

Station

"Wilhelminaplein"

Kop van Zuid

Binnenhaven

Spoorweghaven

Kop van Zuid - Entrepot

Persoonshaven

Middenkous

Schiemond

Buizenwaal

Delfshaven

Park

Rijnhaven

Station "Rijnhaven"

Station

"R'dam Zuid"

Parkhaven

Sint-Jobshaven

Schiemond

Schiehaven

Veerhaven

Katendrecht

Linker

Afrikaanderwijk

winning, dienstverlening en rafinage van aardolie, gas en overige chemische producten

oppervlaktebehandeling en bekleding van metaal

bouw, onderhoud en reparatie van schepen en drijvend materieelen

inzameling en recycling van afval

groothandel

goederenvervoer over de weg

zee en binnenvaart

maritieme dienstverlening


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 6 Haven – pagina 88 Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 6 Haven – pagina 89

Stedin – Maasvlakte 2 samenwerken aan het net van de toekomst

Zelfvoorziening via slimme netten

De maatschappij wordt steeds afhankelijker van elektriciteit. En door verduurzaming wordt het

gebruik van het net anders. Netbeheerder Stedin beproeft de vele nieuwe mogelijkheden die op

de markt komen en investeert hierin.

Figuur 6.6

Stoomtransportnetwerk

Bron: Stedin.

Samenwerken aan het net van de toekomst

In de toekomst zullen bedrijven en consumenten steeds vaker hun eigen energie produceren.

Decentraal en duurzaam. Energievoorziening wordt zo steeds meer een samenspel tussen

energiebedrijven en klanten. De energiestromen gaan vaker in twee richtingen. Hiervoor is een

slimme infrastructuur nodig. Ook helpen slimme energienetten de overlast voor ondernemers in

geval van een storingsonderbreking te beperken. Voor zelfvoorziening en een veilige uitwisseling

van stroom met andere gebruikers of met de energieleverancier zijn slimme meters en slimme

netten nodig. Een slim net stemt vraag en aanbod op elkaar af. Slimme meters zorgen dat we

onderling op de juiste manier kunnen afrekenen. Stedin is een belangrijke partner bij de inrichting

van die slimme netten. Vanaf 2015 wordt een toename van zogenaamde smart grids verwacht

(zie voor plaatje smart grids bijdrage Eneco).

AVR

Tronox

Kemira

Proton

Cabot

EKC

Sargeant

Momentive

Akzo Nobel

Primeur: zelfherstellend net

In het centrum van Rotterdam is sinds juni 2012 een zelfherstellend stroomnet in gebruik, het eerste

ter wereld. Waar voorheen een storing uren lang voor overlast kon zorgen, wordt dat nu voor het

overgrote deel van de gebruikers verminderd tot een minuut. Het zelfherstellende net voorziet 6.000

particulieren en bedrijven van elektriciteit.

Stoomnet Botlek

Stedin heeft veel kennis in huis van energietransport. Die kennis gebruikt de netbeheerder actief bij

de ontwikkeling van nieuwe energie-infrastructuren. Energie-efficiëntie speelt daarbij een grote rol:

hoe kunnen we energie zo doeltreffend mogelijk gebruiken en hergebruiken, nu en in de toekomst?

Er zijn op dit moment verschillende initiatieven in ontwikkeling om industriële restwarmte ter

transporteren naar plekken waar deze voor andere doeleinden, zoals verwarming van huishoudens,

kan worden gebruikt.

In de Botlek ontwikkelt Stedin zo’n stoomtransportnetwerk. Hier bevinden zich diverse industrieën

dicht bij elkaar. Via een stoomtransportnetwerk kan stoom die het ene bedrijf over heeft worden

gebruikt in het productieproces van een ander bedrijf. Door de stoom in het primaire proces van een

ander bedrijf te hergebruiken verbetert het energetisch rendement van de hele keten. Er zijn minder

fossiele brandstoffen nodig. Ook komt er minder CO 2

en NOx in de atmosfeer. Als het netwerk vol in

bedrijf is, scheelt dat in het Rotterdamse Havengebied per jaar 200 tot 400 kiloton aan CO 2

-emissies.

Het project draagt zo sterk bij aan de klimaatdoelstellingen van de stad.

Via het stoomtransportnetwerk kan stoom onderling worden uitgewisseld door aangesloten bedrijven.

Stedin investeert in het nieuwe stoomtransportnetwerk en wordt hiervan de eigenaar. Afvalverwerker

en stoomleverancier AVR en chemiebedrijf en stoomgebruiker Emerald Kalama Chemical (EKC) zijn

de eerste klanten die zullen worden aangesloten op het nieuwe stoompijpnetwerk. Met deze bedrijven

zijn in 2012 de transport- en aansluitovereenkomsten getekend. De realisatie van het stoomnetwerk

is in volle gang. Het wordt in de lente van 2013 in bedrijf genomen. Het twee deel van EKC naar Akzo

Nobel is in ontwikkeling. Dit traject is bijna twee keer zo lang. Medio 2013 zal Stedin een besluit

nemen over de bouw van dit ruim drie kilometer lange stoomnetwerk. Als dat besluit valt, wordt dit

deel in 2015 in bedrijf genomen.


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 6 Haven – pagina 90 Economische Verkenning Rotterdam 2013 – HOOFDSTUK 6 Haven – pagina 91

Eneco – Heijplaat, een voorbeeld van de onzichtbare economie

De wijk Heijplaat in het havengebied van Rotterdam is door de gemeente Rotterdam gekozen als

voorbeeldproject van Eneco’s visie op de toekomst van de energievoorziening. Heijplaat is het

voorbeeld van een energiezuinige wijk waar burgers gezamenlijk zelf hun energie (gaan) produceren

en het energieverbruik controleren.

De (on)zichtbare economie: een toekomstbeeld

In de toekomst zal het verbruik van energie er heel anders uit zien dan momenteel het geval is.

De energieproductie verschuift van centraal naar decentraal, op of dichtbij huis. Zo zal elk

huishouden gebruik kunnen maken van wind- en zonne-energie. Elk huishouden heeft dit dan

helemaal onder controle en bepaalt zelf wat het verbruikt en wat het terug levert aan het

energiebedrijf. De verhouding tussen beide partijen is compleet veranderd: het energiebedrijf

is niet alleen leverancier maar ook afnemer; de klant is niet alleen maar verbruiker maar ook

producent. Het energiebedrijf verkoopt de door de klant teruggeleverde energie weer door aan

iemand anders, bijvoorbeeld de buren. De prijs fluctueert daarbij constant, doordat er altijd

een verschil zal zijn waar de energie vandaan komt.

zelf bepalen wanneer ze aangaan door te zoeken naar de laagste tarieven. Zo hebben we niet

alleen zelfdenkende ijskasten die aangeven wanneer de melk op is, maar staat ons huis vol met

huishoudelijke apparaten die geld besparen.

In de toekomst rijdt bijna heel Europa in elektrische auto’s. Overal in het land zijn voldoende

oplaadpunten. Huizen hebben hun eigen oplaadpunt en de oplaadtijd is minimaal. Energieprijzen zijn

flexibel. Over de energie die men zelf opwekt, betaalt men geen belasting. Door duurzame decentrale

energieopwekking is de afhankelijkheid van mondiale olieprijzen verdwenen. Met zowel centrale, als

decentrale energieprojecten, voorzien we de regio Rotterdam en heel Nederland van warmte en

stroom. Samen met klanten, bedrijven, burgers en de gemeentes. Samen, decentraal en duurzaam,

zoals dat nu al gebeurt in de Rotterdamse wijk Heijplaat.

In de toekomst zijn huishoudens nauw met elkaar verbonden via zogenaamde ‘smart grids’,

slimme netten. Dit is een netwerk van verschillende zelfstandig producerende ‘energie-eenheden’.

Onderling wordt energie uitgewisseld of een eventueel overschot teruggeleverd aan het net.

Bijvoorbeeld stroom vanaf een woning naar een oplaadpaal voor een elektrische auto, of naar een

andere afnemer. Op sportscholen kan men tijdens een cardio-training zelf energie opwekken.

De bij elkaar gefietste en gelopen energie kan men plaatsen op een energie creditcard, om deze

vervolgens te gebruiken voor het opladen van een elektrische scooter om op naar huis te rijden.

Ook parkeren in de stad levert in de toekomst geld op. De energie die tijdens het rijden tijdens het

rijden is opgewekt, stopt men vanuit de elektrische auto in de parkeermeter. Je betaalt niet meer

voor parkeren, maar je verdient juist.

Figuur 6.5

Figuur 6.7

Smart grids

Bron: Stedin.

De elektrische auto speelt in dit alles een belangrijke rol. Deze dient als buffer voor de opslag van

energie. Met energie die door het huishouden wordt opgewekt, maar niet gebruikt – bijvoorbeeld

’s nachts – wordt de auto opgeladen. Tijdens een tijdelijk tekort zorgt de auto voor extra energie in het

huis vanuit de opgeladen accu. Apparaten – zoals de wasmachine – zijn zo slim geworden dat ze


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – themaHOOFDSTUK De ‘onzichtbare’ economie van Rotterdam – pagina 93

Themahoofdstuk

De ‘onzichtbare’

economie van

Rotterdam

De digitalisering van de maatschappij en de flexibilisering van arbeid en de arbeidsorganisatie

maken de economie steeds ‘vluchtiger’ en ‘onzichtbaarder’. De intrinsieke waarde van goederen

is in westerse landen door de ‘verdienstelijking’ van de economie en de opkomst van de

‘belevingseconomie’ steeds minder belangrijk geworden. Ook het arbeidsproces wordt minder

zichtbaar door de verschuiving van activiteiten naar lage lonenlanden, de flexibilisering van de

arbeidsmarkt en de opkomst van zzp’ers. Daarmee verdwijnt, zowel letterlijk als figuurlijk, een

deel van de economie uit het zicht van de Rotterdammer.

Onder de noemer ‘onzichtbare economie’ gaat deze editie van de Economische Verkenning in

op het steeds minder zichtbaar worden van de economie, ook in Rotterdam. De keuze voor dit thema

roept direct de vraag op wat met ‘onzichtbare economie’ precies wordt bedoeld. In de themastudie

gaat de aandacht naar twee invalshoeken uit.

Een eerste perspectief is de zichtbaarheid van economische activiteiten. Veel activiteiten vinden wel

in Rotterdam plaats, maar staan vaak niet op het netvlies van de Rotterdammer. Zo werken steeds

meer mensen vanuit huis, zoals flexwerkers en veel zzp’ers. De economische activiteiten die zij

ondernemen zijn in het straatbeeld niet als zodanig te herkennen. Hoogstens de buren weten ervan.

Ook van veel bedrijvigheid in de stad is nauwelijks bekend dat ze er is gevestigd, vaak omdat ze

verborgen zit of niet publiekelijk toegankelijk is. Het bekendste voorbeeld is de Rotterdamse haven.

Op zichzelf een toonbeeld van zichtbare bedrijvigheid, maar vanwege de afstand voor een groot

deel onttrokken aan het oog van de Rotterdammer.

De tweede invalshoek is de zichtbaarheid en plaatsgebondenheid van economische transacties.

De marktplaats vormt traditioneel de geografische locatie waar transacties plaatsvinden. De functie

van die centrale marktplaats is door de tijd heen veranderd en kleiner geworden.

Consumententransacties zijn eerst verschoven van markt naar winkel(centrum) en recent vindt

een verschuiving plaats van winkel naar internetwinkel. Zakelijke transacties waren daarnaast

altijd al minder zichtbaar. Het gaat traditioneel vaak om een-op-een overeenkomsten, met

daarnaast collectieve inkoopadressen in fysieke vorm (groothandels, veilingen) of digitale vorm

(postorderbedrijven, internetwinkels). Een fenomeen dat het karakter van zakelijke transacties

geografisch en in continuïteit nog vluchtiger maakt, is de netwerkeconomie, welke onder andere

wordt gevoed door de opkomst van zelfstandigen zonder personeel.

Dit themahoofdstuk schenkt aandacht aan de huidige en toekomstige rol van Rotterdam als

vestigingsplaats voor economische activiteiten en als locatie van economische transacties.

Digitalisering van de Rotterdamse samenleving

Een belangrijke oorzaak voor het onzichtbaarder worden van de economie is de digitalisering van

de maatschappij. Ook Rotterdammers participeren inmiddels in een grotendeels ‘gevirtualiseerde’

wereld. Een ontwikkeling die daarbij de afgelopen decennia heeft plaatsgevonden, is het groeiende

gebruik van digitale apparatuur en media door Rotterdammers, zoals computers en internet.

Deze ontwikkeling is zichtbaar geweest in het straatbeeld door de opkomst van computerwinkels

en internetcafés. Die zichtbaarheid is gedurende de afgelopen jaren echter weer verminderd.

Internetcafés zijn minder belangrijk geworden door de sterk toegenomen internetontsluiting thuis

(zie figuur T.1) en de opkomst van (gratis) mobiel internet.

Dit laatste uit zich wel weer in nieuwe zichtbare ontwikkelingen in de stad, zoals een sterk groeiend

aantal hotspots in de horeca en openbare ruimte. In 2012 telt Rotterdam er 102. 1 Daarmee is het qua

aantal hotspots, na Amsterdam en Den Haag, de derde gemeente in ons land. Afgezet tegen het

aantal inwoners bedraagt de hotspot-dichtheid in Rotterdam 1,7 per 10.000 inwoners. Die dichtheid is

1. www.hotspotsvinden.nl, stand: 2012.


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – themaHOOFDSTUK De ‘onzichtbare’ economie van Rotterdam – pagina 94 Economische Verkenning Rotterdam 2013 – themaHOOFDSTUK De ‘onzichtbare’ economie van Rotterdam – pagina 95

FIGUUR t.1

tweemaal zo laag als die in Amsterdam en Den Haag. Enkele jaren geleden is het initiatief Rotterdam

Draadloos opgestart, met als doel de binnenstad te voorzien van een dekkend (gratis) WiFi-netwerk

voor gebruik in de openbare ruimte.

Gebruik internet thuis versus bezoek bibliotheek door Rotterdammers

Bron: CoS (diverse jaren), Feitenkaart omnibusenquête Rotterdam.

Figuur T.2

WiFi-netwerk van Rotterdam Draadloos

Bron: www.rotterdamdraadloos.nl.

100%

80%

60%

40%

1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012

gebruikers van internetaansluiting thuis

Rotterdammers die de bibiotheek bezoeken

Hotspots en andere digitale communicatievoorzieningen ondersteunen het fors groeiend gebruik

van digitale media. In 2012 maakt meer dan de helft van de Rotterdammers (52%) gebruik van

social media, waarvan Facebook, met een aandeel van 40%, het meest populair is. Daarmee is

de penetratiegraad van sociale media in Rotterdam in een jaar tijd met 5% gegroeid. 2 Een ander

fenomeen is het gebruik van Twitter. De top-100 meest gevolgde Rotterdamse twitteraars in

2012 hebben gezamenlijk 1,6 miljoen volgers, van wie Ferry Corsten met 170.000 de meest

populaire is. 3

De recente groei van digitale communicatie van mobiele aard zou niet mogelijk zijn geweest zonder

de opkomst van het computergebruik in algemene zin. Zo is het aandeel Rotterdamse huishoudens

met een internetaansluiting het afgelopen decennium fors toegenomen. Had in 1999 nog maar 28%

van de huishoudens een dergelijke aansluiting, momenteel is dat ongeveer 80%. 4 Het is daardoor

veel eenvoudiger geworden om Rotterdammers via digitale kanalen te bereiken. Rotterdammers zelf

geven ook steeds meer de voorkeur aan digitale communicatie, ook waar het de meer officiële

correspondentie betreft. Zo geeft nog maar 52% van de Rotterdammers aan gemeentelijke informatie

bij voorkeur schriftelijk te ontvangen. 5

2. COS (diverse jaren), Feitenkaart Omnibusenquête Rotterdam.

3. Twittergids 2012. Zie voor informatie over top-100 twitteraars www.rotterdam.nl/informatiepunteconomie.

4. COS (diverse jaren), Feitenkaart Omnibusenquête Rotterdam.

5. COS (2012), Feitenkaart Omnibusenquête Rotterdam. Zie internet voor nadere informatie over digitale dienstverlening gemeente Rotterdam.

De digitale economie van Rotterdam

De computerisering van de maatschappij wordt gefaciliteerd door een breed scala aan economische

activiteiten, variërend van de productie en handel van halfgeleiders, computers en randapparatuur

tot webhosting, softwareontwikkeling en digitaal gegevensbeheer. Deze activiteiten leveren de

Rotterdamse economie in totaal 7.100 banen aan directe werkgelegenheid op. Binnen de ict-sector

hebben, onder invloed van automatiseringstrends, grote verschuivingen plaatsgevonden. Zo is de

productie van computers, in 2000 nog goed voor 300 banen, inmiddels vrijwel geheel uit Rotterdam

verdwenen. Ook de hoogtijdagen van computerwinkels zijn voorbij. De werkgelegenheid in die

winkels is afgenomen van 140 in 2000 naar 103 in 2012.

Een andere daler is de sector ‘draadgebonden telecommunicatie’, welke in tien jaar tijd is gehalveerd

tot 800 banen. Deze krimp is in Rotterdam nog nauwelijks gecompenseerd door opkomende

bedrijvigheid in draadloze telecommunicatie. Verreweg de belangrijkste ict-branche in de stad vormt

juist de softwareontwikkeling. Die is goed voor 4.800 banen en heeft sinds 2000 een lichte groei laten

zien. Duidelijke groeiers zijn verder bedrijven die webportals bouwen en de adviesbedrijven op het

gebied van informatietechnologie. De werkgelegenheid in deze branches is sinds 2000 met

respectievelijk 70 en 450 arbeidsplaatsen toegenomen. 6

Binnen veel traditionele bedrijven en instellingen heeft de digitalisering, via automatisering van

bedrijfsprocessen, gezorgd voor een afname van de werkgelegenheid. Dit gaat vooral ten koste van

6. Zie www.rotterdam.nl/informatiepunteconomie voor nadere toelichting over opkomst en neergang van economische activiteiten en het effect van internetwinkelen op

economische activiteiten van koeriersdiensten.


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – themaHOOFDSTUK De ‘onzichtbare’ economie van Rotterdam – pagina 96 Economische Verkenning Rotterdam 2013 – themaHOOFDSTUK De ‘onzichtbare’ economie van Rotterdam – pagina 97

FIGUUR t.3

middelbare beroepen, ofwel de middelbaar opgeleide beroepsbevolking in ons land. Een voorbeeld

van een sector waar een verregaande automatisering in het straatbeeld is terug te vinden, is de

bankensector. De digitalisering van het betalingsverkeer, waaronder de invoering van pinautomaten

en elektronisch bankieren, heeft ervoor gezorgd dat het aantal geldhandelingen bij aan de balie

bij bankkantoren de afgelopen jaren sterk is teruggelopen. Een forse afname van het aantal

bankkantoren is hiervan het gevolg geweest. In Rotterdam is het aantal bankfilialen tussen 1990

en 2012 gedaald van 195 naar 79, een krimp van 60%. Parallel hieraan zijn 3.700 van de 8.100

arbeidsplaatsen bij bankkantoren verloren gegaan.

ontwikkeling aantal pinautomaten per stadsdeel

Bron: Bedrijvenregister Zuid-Holland/CoS, 2012.

Rotterdam Centrum

Delfshaven

overschie

Noord

Hillegersberg-Schiebroek

Kralingen-Crooswijk

Prins Alexander

Feijenoord

IJsselmonde

Charlois

Pernis

Hoogvliet

FIGUUR T.4

Internetwinkelen in Rotterdam

Eerder is opgemerkt dat computerwinkels hun werkgelegenheid flink hebben zien teruglopen.

Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor videotheken. Belangrijkste reden: de opkomst van internetwinkelen

als digitaal alternatief voor het winkelgebied als fysieke marktplaats. Zelfs telecomwinkels, jarenlang

profiteur van de digitalisering en mobilisering van communicatie, kampen de laatste jaren met een

licht krimpende werkgelegenheid. Waarschijnlijk ook als gevolg van het groeiende internetwinkelen

en aangemoedigd door marktverzadiging.

In 2011 gaven Rotterdammers via het internet in totaal circa € 208 miljoen uit aan dagelijkse en

niet-dagelijkse artikelen, ofwel € 341 per persoon. Het grootste deel hiervan (€ 186 miljoen) werd

besteed aan niet-dagelijkse artikelen. Het bedrag dat Rotterdammers gemiddeld via het internet

uitgeven, ligt op een hoger niveau dan in Den Haag, Utrecht en gemiddeld in de Randstad, maar op

een lager niveau dan in Amsterdam (zie figuur T.4). In totaliteit vormen de bestedingen via het internet in

Rotterdam circa 1,5% van alle bestedingen aan dagelijkse en circa 14,4% van alle bestedingen aan

niet-dagelijkse artikelen. Ook hiermee ligt het niveau van de internetbestedingen hoger dan in Den

Haag en Utrecht, maar lager dan in Amsterdam. 7

Gemiddelde bestedingen via internet aan dagelijkse en

niet-dagelijks artikelen per persoon, 2011, in euro’s

Bron: I&O Research, bewerking Roots Beleidsadvies, 2011.

€ 500

400

300

200

Hoek van Holland

Rozenburg

100

haven- en industriegebieden

0 10 20 30 40 50 60 70 80

Rotterdam Amsterdam Den Haag Utrecht Randstad

2012

2009

niet-dagelijks

dagelijks

Het verdwijnen van kantoren werd in eerste instantie ‘gecompenseerd’ door de vestiging van

pinautomaten. Nu neemt het aantal pinautomaten echter ook structureel af. Alleen al de afgelopen

paar jaar is het aantal pinautomaten in Rotterdam geslonken van 280 begin 2009 naar 249 begin

2012. Vooral in de binnenstad is het aanbod flink teruggelopen (zie figuur T.3). Het dalend aantal

pinautomaten is ingegeven door de steeds kleiner wordende behoefte aan chartaal geld en een

toenemend gebruik van giraal geld.

Gevolgen van internetwinkelen voor de behoefte aan winkelruimte

Over de effecten van het toenemende internetgebruik van consumenten op de vraag naar

winkelruimte is al veel gepubliceerd. Hoogleraar e-marketing Cor Molenaar van de Erasmus

Universiteit gaf in de NRC van 12 juni 2012 bijvoorbeeld nog aan dat mensen structureel

7. Zie www.rotterdam.nl/informatiepunteconomie voor gegevens en informatie over internetwinkelen in Rotterdam.


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – themaHOOFDSTUK De ‘onzichtbare’ economie van Rotterdam – pagina 98 Economische Verkenning Rotterdam 2013 – themaHOOFDSTUK De ‘onzichtbare’ economie van Rotterdam – pagina 99

FIGUUR T.5

minder te besteden hebben en in toenemende mate hun boodschappen doen via het internet.

Rotterdam moet er volgens hem rekening mee houden dat één op de drie winkels verdwijnt. 8

Duidelijk is in ieder geval dat het toenemende aandeel van online consumentenbestedingen in

alle consumentenbestedingen een negatieve invloed heeft op de vraag naar winkelruimte.

Het toenemende internetwinkelen leidt echter niet per definitie tot een situatie van meer winkelleegstand.

De ontwikkeling van winkelleegstand is immers ook afhankelijk van de ontwikkeling

van de conjunctuur, de demografische ontwikkeling in een gebied, de mate waarin de aanwezige

koopkracht in een gebied aan het aanbod kan worden gebonden (wat weer afhankelijk is van

sfeer en uitstraling, bereikbaarheid, et cetera) en de omvang en kwaliteit van het aanbod zelf.

In een situatie van overaanbod zal winkelleegstand ontstaan.

Een mooi voorbeeld waar, ondanks het groeiend internetwinkelen, de leegstand niet is toegenomen

is Rotterdam zelf. Tussen 2004 en 2011 is de leegstand hier zelfs met 25.000 m 2 wvo afgenomen.

Tegelijkertijd is het aantal leegstaande winkels (verkooppunten) met ruim 150 toegenomen, waarvan

ongeveer 40 in het centrum en 110 in overige aankooplocaties. Dit betekent dat – mede onder invloed

van het groeiende internetwinkelen – vooral op overige aankooplocaties de laatste jaren een situatie

van overaanbod is ontstaan.

Het effect van het toenemende internetgebruik van consumenten kan in Rotterdam verder

worden afgelezen uit de toename van de werkgelegenheid in de detailhandel via postorder of

internet. Het aantal banen in deze sector is in Rotterdam toegenomen van vijfentwintig in 2000 tot

370 in 2012. In dezelfde periode nam het aantal banen in de fysieke detailhandel nauwelijks toe.

Effect van het toenemend internetgebruik van consumenten op de te

verwachten vraag naar winkelruimte tot 2020 (m 2 wvo)*

Bron: Roots Beleidsadvies.

Rotterdam Alexandrium

centrum Rotterdam

Keizerswaard

Zuidplein

overige locaties

- 0 - 2.000 - 4.000 - 6.000 - 8.000 - 10.000 - 12.000

dagelijks

in en om huis

mode en luxe

overig

vrije tijd

* O.b.v. een door Roots Beleidsadvies en AnalyZus ontwikkeld model.

8. NRC (12 juni 2012), Winkels bouwen voor leegstand. Steeds meer Rotterdamse winkels staan leeg door economische crisis.

De vraag is nu wat het effect van het toenemende internetwinkelen voor Rotterdam als winkelstad

in de toekomst zal zijn. Op het moment dat uitsluitend wordt gekeken naar de effecten van het

toenemende internetwinkelen, valt op dat de grootste afname van de vraag naar winkelruimte is te

verwachten in de overige aankooplocaties (zie figuur T.5). In Alexandrium en het centrum 9 bedraagt

het negatieve effect respectievelijk 4.300 m 2 en 5.400 m 2 .

Ondanks de negatieve invloed van het internetwinkelen, zal de werkelijke behoefte aan winkelruimte

in de Rotterdamse binnenstad onder invloed van de te verwachten bevolkingsgroei tot 2020 nog

toenemen in de branches “dagelijks” en “mode & luxe”, aldus onderzoek van Roots Beleidsadvies en

AnalyZus. Maar in de branches “vrije tijd” en “in/om huis” zal deze bevolkingsgroei naar verwachting,

mede ook vanwege de veranderende bevolkingssamenstelling, onvoldoende zijn om het negatieve

effect van de toenemende internetbestedingen op de vraag naar winkelruimte te compenseren.

De stad zal dan ook niet aan de transformatie van bestaand winkelvastgoed kunnen ontkomen.

De totale winkelleegstand in Rotterdam bedraagt al zo’n 94.000 m 2 en kan bovendien groter worden

op het moment dat geplande (grootschalige) winkeltoevoegingen worden gerealiseerd. De recent

door de Gemeente Rotterdam uitgegeven Navigator Werklocaties 2012 waarschuwt daarom dat het

overaanbod aan winkels “[...] de komende jaren fors kan gaan oplopen als gevolg van de omvang van

de geplande nieuwbouwplannen”. In de Navigator wordt voorts aangegeven dat bij realisatie van alle

plannen tot 2015 in Rotterdam een overaanbod van 100.000 m 2 bvo ontstaat, waarvan circa 50.000

m 2 bvo in specifieke winkelgebieden. 10

Flexibilisering van de arbeidsmarkt

Zoals in de inleiding is aangegeven, kan het begrip ‘onzichtbare economie’ ook verwijzen naar de

onzichtbaarheid van productieprocessen en -ketens. De huidige kennis- en netwerkeconomie in

westerse landen leunt sterk op flexibele netwerken van kleine bedrijven en zelfstandigen die

gezamenlijk tijdelijke (projectspecifieke) productieketens vormen. Digitalisering maakt voornoemde

ontwikkelingen mogelijk, doordat een vaste werkplek en fysieke marktplaats steeds minder nodig

zijn. Fysieke ontmoeting voor overleg blijft wel van belang, maar uitvoerende werkzaamheden

kunnen vaak op elke willekeurige plaats worden verricht. Bovendien krijgen arbeidsrelaties (tussen

opdrachtgever en opdrachtnemer alsook tussen werkgever en werknemer) een steeds tijdelijker

karakter. Dat maakt het arbeidsproces vluchtiger en minder zichtbaar.

De personele effecten van de netwerkeconomie zijn een grotere variatie in en grotere flexibiliteit

van arbeidscontracten en arbeidsposities, zoals ook blijkt uit de opkomst van zzp’ers. Volgens het

Bedrijvenregister Zuid-Holland telde Rotterdam begin 2012 10.750 zzp’ers 11 . Dat is ongeveer 40%

van de totale bedrijvenpopulatie en bijna 3.000 meer dan in 2005. Dit betekent een groei van

maar liefst 50%.

Het flexibeler worden van de arbeidsorganisatie vertaalt zich ook in ruimtelijke zin: het afnemend

belang van vaste werkplekken in een herkenbare bedrijfsomgeving. Twee, in de praktijk vaak

onderling overlappende, exponenten hiervan zijn Het Nieuwe Werken en het thuiswerken. Een deel

van de zzp’ers werkt vaak of standaard vanuit huis. Uit op Rotterdam-Zuid gehouden onderzoek

blijkt dat daar 81% van de zzp’ers vanuit huis werkt. 12 Zie voor spreiding van startende zzp’ers de

bijdrage van de Kamer van Koophandel.

9. De hier gehanteerde onderverdeling naar aankooplocaties volgt de gebiedsafbakening van het door I&O Research uitgevoerde Koopstromenonderzoek Randstad 2011.

Het centrum van Rotterdam herbergt volgens deze definitie circa 790 winkels en ruim 200.000 m 2 winkelvloeroppervlak (incl. leegstand).

10. Gemeente Rotterdam (2012), Navigator Werklocaties Rotterdam 2012. Zie www.rotterdam.nl/informatiepunteconomie voor meer informatie over de invloed van

internetwinkelen op de vraag naar winkelruimte.

11. In deze cijfers, afkomstig uit het Bedrijvenregister Zuid-Holland, zijn zzp’ers gedefinieerd als vestigingen van bedrijven en instellingen met één werkzame persoon.

12. Kamer van Koophandel Rotterdam en Deelgemeenten (2012), Zzp’er in Beeld Rotterdam Zuid: Charlois, Feijenoord en IJsselmonde.


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – themaHOOFDSTUK De ‘onzichtbare’ economie van Rotterdam – pagina 100 Economische Verkenning Rotterdam 2013 – themaHOOFDSTUK De ‘onzichtbare’ economie van Rotterdam – pagina 101

FIGUUR T.6

Ontwikkeling van het aantal zzp’ers en het aantal overige

bedrijfsvestigingen, 2005 – 2012

Bron: Bedrijvenregister Zuid-Holland (2012), bewerking Bureon.

x 1.000

16

12

Recente cijfers over het aantal Rotterdammers dat vast vanuit huis werkt, zijn niet bekend.

Gegevens uit 2008 13 laten zien dat toen 10,8% van de Rotterdamse werkende beroepsbevolking

regelmatig vanuit huis werkte. Opvallend is dat in steden als Amsterdam en Utrecht het aandeel

regelmatige thuiswerkers beduidend hoger ligt. Een verklaring hiervoor vormen de verschillen in

beroepstype en niveau van de in de steden woonachtige beroepsbevolking. Mensen actief in de

dienstensector en hoger opgeleiden hebben doorgaans meer mogelijkheden thuis te werken dan

lager opgeleiden en productiemedewerkers.

Naast de groep regelmatige thuiswerkers is er een grotere groep mensen die af en toe thuis

werkt. In 2008 behoorde bijna de helft van de thuiswerkende Rotterdammers tot deze groep van

sporadische thuiswerkers. 14 Onder de thuiswerkers in Amsterdam was dat aandeel 53%, onder

die in Den Haag 42% en onder alle thuiswerkende Nederlanders 41%. 15

2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012

zzp’ers

overige bedrijfsvestigingen

FIGUUR T.7

Aandeel regelmatig thuiswerkenden van alle werkenden , 2005 2008 – 2008 2005

Bron: WoON (2006 en 2009), bewerking Bureon.

8

4

20%

15%

10%

5%

Gevolgen van de flexibeler arbeidsmarkt voor de behoefte aan kantoorruimte

De vraag is welke consequenties de opkomst van zelfstandigen zonder personeel en Het Nieuwe

Werken hebben voor de behoefte aan en het gebruik van commercieel vastgoed in Rotterdam.

Volgens landelijke onderzoeken gaat Het Nieuwe Werken gepaard met een afnemende

ruimtebehoefte per medewerker, de zogenaamde ‘kantoorquotiënt’ (het aantal m 2 bvo per

medewerker). 16 Er bestaat grote consensus onder onderzoeksbureaus en vastgoedpartijen

dat voor de toekomstige behoeftebepaling aan kantoorruimte met een kantoorquotiënt moet

worden gerekend die een stuk lager ligt dan de circa 25 m 2 die jarenlang als norm is gehanteerd.

Visies over de exacte norm verschillen echter nog, met een bandbreedte van grofweg tussen

de 15 m 2 en 20 m 2 . Met haar nieuwbouw op Schiphol heeft Microsoft zelfs een quotiënt van

slechts 10 m 2 per medewerker gerealiseerd.

In figuur T.8 is aangegeven wat de consequenties van Het Nieuwe Werken zijn voor de behoefte aan

kantoorruimte in de regio Rotterdam wanneer van verschillende kantoorquotiënten wordt uitgegaan.

De in het Regionaal Kantorenprogramma gehanteerde quotiënt bedraagt 23 m 2 per medewerker. 17

Een minder conservatief quotiënt gaat richting de 20 m 2 . In het geval van het volledig doorvoeren

van Het Nieuwe Werken in de economie komt op termijn mogelijk zelfs een quotiënt van 17 m 2 of

minder per medewerker in beeld. De in figuur T.8 gepresenteerde varianten geven het effect van het

hanteren van dergelijke kantoorquotiënten weer. Met betrekking tot andere factoren die van invloed

zijn op de vraag naar kantoorruimte, zoals de ontwikkeling van de (kantoor)werkgelegenheid, is

hierbij uitgegaan van de gehanteerde uitgangspunten in het Regionaal Kantorenprogramma.

Uit de figuur blijkt dat het effect van het hanteren van verschillende kantoorquotiënten aanzienlijk is.

In het Regionaal Kantorenprogramma wordt voor het jaar 2020 uitgegaan van een vraag van 4,6

miljoen m 2 bvo. Op het moment dat een quotiënt van 17 m 2 wordt gehanteerd, valt de vraag naar

kantoorruimte ruim 1 miljoen m 2 lager uit.

Voornoemde cijfers dienen louter ter illustratie en geven niet meer dan een globale indruk. Tot op

heden zijn nauwelijks gerichte studies uitgevoerd naar de gevolgen van Het Nieuwe Werken voor

de vraag naar Rotterdams commercieel vastgoed (en dan met name kantoren). In de Navigator

Werklocaties Rotterdam 2012 wordt kort stilgestaan bij de bij mogelijke effecten: “[...] bij sommige

bedrijven (bv. Microsoft) worden ruimtebesparingen van 25 – 30% gemeld. Dit zal niet bij alle

bedrijven haalbaar zijn, maar gesteld dat er gemiddeld de komende vijf jaar bij transacties nog 20%

ruimtereductie wordt gerealiseerd, gaat het in Rotterdam om 125.000 m 2 bvo in vijf jaar.” 18

Rotterdam Amsterdam Den Haag Utrecht overige gemeenten Nederland

2008 2005

2005 2008

13. CBS (2009), WoON.

14. Arbeidsaanbodpanel 2009.

15. Zie www.rotterdam.nl/informatiepunteconomie over het zelf bepalen van werktijden en ruimtegebruik van thuiswerkers.

16. Zie o.a. EIB (2011), Kantorenmonitor - Analyse van vraag en aanbod; DTZ (2011), Van veel te veel. De markt voor commercieel onroerend goed; Stec Groep (2010),

Aanzet voor een kantorenstrategie voor Zuid-Holland.

17. Zie het Regionaal Kantorenprogramma 2012 van Stadsregio Rotterdam uit 2012.

18. Zie www.rotterdam.nl/informatiepunteconomie voor informatie over Rotterdam Central District.


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – themaHOOFDSTUK De ‘onzichtbare’ economie van Rotterdam – pagina 102 Economische Verkenning Rotterdam 2013 – themaHOOFDSTUK De ‘onzichtbare’ economie van Rotterdam – pagina 103

FIGUUR T.8

Effecten van lagere kantoorquotiënten als gevolg van HNW op de vraag

naar kantoorruimte in de regio Rotterdam in 2020

Bron: Bureon, o.b.v. Stadsregio Rotterdam 2012.

FIGUUR t.9

ontwikkeling van de werkgelegenheid in ‘bezoekfuncties’ in de binnenstad,

1993 – 2012

Bron: Bedrijvenregister Zuid-Holland (2012), bewerking Bureon.

ruimtevraag 2020 x 1.000 m 2

5.000

% ontwikkeling % aandeel binnenstad

40

20

4.000

30

15

3.000

2.000

20

10

1.000

10

5

huidige voorraad vraag 2020 RKP variant 20 m 2 variant 17 m 2

0

0

De Rotterdamse binnenstad als centrale marktplaats

De ontwikkelingen met betrekking tot de digitalisering van de economie en de flexibilisering van de

arbeidsmarkt hebben duidelijke consequenties voor Rotterdam in het algemeen en de binnenstad

(lees: Deelgemeente Rotterdam Centrum) in het bijzonder. Het stadscentrum is traditioneel gezien

de centrale, fysieke marktplaats van de stad voor consumenten en intermediaire transacties.

Met het uitschuiven van de havenactiviteiten uit de stad, na de Tweede Wereldoorlog, is een deel van

die zichtbare zakelijke markt uit het dagelijkse beeld van de Rotterdammer verdwenen. In het kielzog

verdwenen in de jaren ‘70 de schippersbeurs en ook de krediet- en verzekeringsmaatschappijen

grotendeels uit het stadsbeeld. De eerste is gedigitaliseerd, de tweede geïnternationaliseerd.

Een andere zakelijke markt, de dienstensector, is voor de haveneconomie in de plaats gekomen.

Ook publieke instellingen en bijvoorbeeld de zorgsector hebben in de binnenstad een duidelijke

groei doorgemaakt.

Ook is het profiel van de binnenstad als ontmoetingsplek de afgelopen twintig jaar sterker geworden.

Hoewel de werkgelegenheid in de zogenoemde ‘bezoekfuncties’ (detailhandel, horeca en cultuur) de

afgelopen tien jaar iets kromp, nam het in de periode hiervoor toe en is het belang van deze functies

voor de gehele binnenstadseconomie iets toegenomen (zie figuur T.9). Daarmee domineert de functie

van ontmoetingsplek de economie van de binnenstad echter nog niet. Ruim 80% van de banen in

de binnenstad is nog in andere sectoren geconcentreerd. 19

Wel is de positie van de binnenstad als dé ontmoetingsplek van Rotterdam sterker geworden.

In termen van werkgelegenheid is het belang van de binnenstad in de Rotterdamse ‘bezoekerseconomie’

toegenomen. De afgelopen tien jaar steeg het aandeel van de binnenstad in de

Rotterdamse detailhandel van 28% naar 33% en die in de Rotterdamse horeca van 38% naar 50%.

Tegelijkertijd is het winkelareaal in de binnenstad in de periode tussen 2005 – 2011 met vijftien

-10

detailhandel horeca kunst en cultuur alle ontmoetingsfuncties

ontwikkeling 1993 – 2003 (I)

ontwikkeling 2003 – 2012 (I)

duizend m 2 wvo afgenomen, vooral door een afnemende koopkrachtbinding en minder bezoekers.

Steeds vaker heeft de consument de keuze tussen digitale ontmoeting en aankoop enerzijds en

fysieke ontmoeting en winkelbezoek anderzijds. De huidige digitalisering van de economie heeft op

deze wijze dus een negatief effect op de binnenstad als marktplaats en ontmoetingsplek.

De binnenstad in de toekomst

Zoals zojuist geconstateerd drijft de economie van de binnenstad echter slechts ten dele op

haar functie als (sociale) ontmoetingsplek. Weliswaar is winkelen veruit het belangrijkste motief

voor bezoek aan de Rotterdamse binnenstad; het grootste deel (35%) van alle verplaatsingen

naar de binnenstad is werk gerelateerd (tegenover 24% met winkelen als doel). 20 Een deel van

die werkfunctie van de binnenstad is direct afhankelijk van de aanwezigheid van consumenten

(de consumentensector als werkgever). Anderzijds vervult de publieke sector als werkgever

(overheid, onderwijs en zorg) in de binnenstad een steeds belangrijkere rol.

Om in spelen op de behoefte aan zakelijk overleg vervult de binnenstad ook een steeds

belangrijkere rol als zakelijke ontmoetingsplek. Dit blijkt uit de opkomst van espressobars en

lunchrooms en de ontwikkeling van een breed aanbod aan officiële flexwerkplekken, zoals

Workspot, Rotterdam City Centre (Weena), de High Speed Lounge van de NS en The Maze

-5

bijdrage aan binnenstad 1993 (r)

bijdrage aan binnenstad 2012 (r)

19. COS (2012), Binnenstadsmonitor2011 – De staat van de Rotterdamse binnenstad.

20. OViN (2010), bewerking Bureon.


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – themaHOOFDSTUK De ‘onzichtbare’ economie van Rotterdam – pagina 104 Economische Verkenning Rotterdam 2013 – themaHOOFDSTUK De ‘onzichtbare’ economie van Rotterdam – pagina 105

(Maasstraat). De binnenstadseconomie speelt hiermee in op de toenemende behoefte aan zakelijk

overleg in de netwerkeconomie.

Voor bezoekers van (buiten) Rotterdam vormt winkelen voor plezier verreweg het belangrijkste motief

voor een bezoek aan de binnenstad. 21 De aantrekkelijkheid voor mensen om er te blijven komen

winkelen is dan ook één van de sleutelfactoren voor het succes van de Rotterdamse binnenstad als

ontmoetingsplek. Dit blijkt ook uit het statistische verband dat bestaat tussen de beoordeling van de

compleetheid van het winkel- en horeca-aanbod en de sfeer en uitstraling in winkelgebieden enerzijds

en de hoogte van winkelhuren anderzijds. 22 Omgekeerd betekent dit dat het verdienvermogen van

bezoekfuncties in de binnenstad sterk samenhangt met de verblijfssfeer en variëteit aan

voorzieningen. De kunst is dan ook bezoekers te blijven lokken en te hechten aan de binnenstad.

De vraag is of, gezien de vervlechting tussen functies in de binnenstad, een tanende winkelfunctie

sterke negatieve gevolgen zal hebben voor de aantrekkelijkheid van de binnenstad als bezoeklocatie

in brede zin. In hoeverre kan de netwerkeconomie het gat in het consumentenbezoek compenseren

en vindt een verschuiving plaats van marktplaats voor consumenten naar die van zakelijk verkeer?

Het heeft er alle schijn van dat de netwerkeconomie de binnenstad bevoordeelt ten opzichte van

andere economische vestigingsmilieus. De ruimtelijke hiërarchie op het gebied van voorzieningen,

horeca en kantoren neemt toe, in het voordeel van binnensteden. Kleinschaligheid en menging van

functies zorgen bovendien voor risicospreiding. Het lijkt erop dat centrumlocaties de laatste jaren

meer en meer de voorkeur te krijgen bij (kleine) ondernemers en het uitgaanspubliek.

Of dit duidt op een structurele trend of vooral een reactie op de huidige (langdurige) economische

crisis, is niet zeker. Duidelijk is in ieder geval wel dat de digitalisering van de economie en de

flexibilisering van de arbeidsmarkt Rotterdam in het algemeen en de binnenstad in het bijzonder

de komende jaren continu voor nieuwe opgaven zal stellen.

Voor meer cijfers en figuren zie ook www.rotterdam.nl/evr2013.

Iconische projecten en stedelijke identiteit

Plaats en ruimte doen ertoe. Ondanks alle mogelijkheden die de virtuele wereld van internet

ons biedt, voelen we ons met fysieke plaatsen verbonden. In de ‘sense of place’ van een stad

neemt de gebouwde omgeving een belangrijke rol in. Dat is bijvoorbeeld voor de Economic

Development Board of Rotterdam (EDBR) een reden om in het rapport The Economics of

Beauty te pleiten voor een aantrekkelijke binnenstad met goede voorzieningen en beeldbepalende

architectuur. Maar hoe ontstaan deze projecten eigenlijk? En wanneer kunnen ze als een

succes worden beschouwd?

Voor mijn boek ‘Stedelijke iconen’ heb ik onderzoek gedaan naar beeldbepalende projecten;

beroemde bouwwerken die zich onderscheiden vanwege hun symbolische betekenis voor de stad.

Sinds het Colosseum in Rome, de Eiffeltoren in Parijs en het Opera House in Sydney, zetten

steden zich door middel van iconische bouwwerken op de kaart. Iconen geven de stad een gezicht.

Ze prijken op de kaft van stadsbrochures en trekken toeristen aan. Ook voor stadsbewoners zelf

zijn iconen belangrijk want ze geven een gevoel van publieke trots en verbondenheid met de stad.

In mijn boek wordt beschreven hoe moderne stadsiconen, zoals de Erasmusbrug, tot stand zijn

gekomen. Maar het vertelt ook over mislukte prestigeprojecten zoals het geaborteerde ontwerp voor

het nieuwe Rotterdamse Centraal Station, de zogenoemde ‘Champagneglazen’. Twee succescriteria

uit mijn boek wil ik hier uitlichten: de verbondenheid met stedelijke identiteit en de katalysatorfunctie

van iconische projecten.

Verankerde vernieuwing

Bij de initiatie van beeldbepalende projecten komt het aan op overtuigingskracht; op de vorming van

een gedeeld verhaal van betrokken actoren rond de wenselijkheid en de invulling van een nieuw

project. In mijn boek pleit ik voor ‘architectuur van verankerde vernieuwing’. Van belang is het creëren

van bouwwerken die enerzijds iets nieuws, iets spannends toevoegen aan de stad, maar anderzijds

om ontwerpen die zijn ingebed in de lokale eigenheid. Het verankeren van projecten betekent

dat vanaf de eerste ideevorming actief wordt gezocht naar hoe de vorm, de functie, de locatie en

het ambitieniveau kan worden verbonden met de bestaande en beoogde identiteit van een plek.

Een overtuigend projectvertoog stopt niet na de initiatie ervan, maar vraagt om voortdurend

onderhoud en verbinding.

Emerging strategy

De onderzochte projecten die mislukten bleken niet zelden het resultaat van overambitieuze plannen

die na hun initiatie stranden op een gebrek aan overtuigingskracht of aanpassingsvermogen toen de

politiek-maatschappelijke context tijdens de ontwikkeling veranderde. Het is van belang dat fixatie op

vooraf ‘dichtgetimmerde’ projectplannen wordt voorkomen. Raadzamer is een zogenoemde ‘emergent

strategy’. Dat wil zeggen dat tijdens de realisatiedynamiek de verbindingen met de beoogde identiteit

verder worden geconcretiseerd of bestendigd en zo nu en dan worden bijgestuurd. Want vanaf de

tekentafel een project bedenken dat een icoon wordt is vrijwel onmogelijk. Een betekenisvolle fase is

wat ik de ‘narratieve nastrijd’ noem; de fysieke constructie van een beeldbepalend project is op een

gegeven moment afgerond, maar de sociale constructie van een project is een veel langer proces.

In deze dialoog blijkt uiteindelijk hoe de betekenis van een nieuw project wordt ervaren. In mijn boek

heb ik onderstaand model uitgewerkt waarin de verschillende fasen en componenten van

beeldbepalende projectontwikkeling en het verbinden met stedelijke identiteit centraal staan.

21. COS (2012), Binnenstadsmonitor2011 – De staat van de Rotterdamse binnenstad. Zie www.rotterdam.nl/informatiepunteconomie voor meer informatie over

de functie van de Rotterdamse binnenstad als marktplaats.

22. Zie www.rotterdam.nl/informatiepunteconomie voor een nadere toelichting op de hiervoor uitgevoerde analyse.

Katalysatorwerking

Succesvolle beeldbepalende bouwwerken zijn niet alleen een succes vanwege hun directe

opbrengsten, zoals veel bezoekers. Geslaagde projecten genereren spin-offs voor het sociaalculturele

klimaat van de stad, de economische ontwikkeling van een omliggend gebied en leiden tot

een vliegwieleffect waar ook andere stadsdelen van profiteren. Bouwprojecten met een iconische


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – themaHOOFDSTUK De ‘onzichtbare’ economie van Rotterdam – pagina 106

betekenis voor de stad zijn niet louter opvallend, ze opereren in de eerste plaats als culturele

verbinding tussen groepen mensen, tussen bewoners en bezoekers, tussen publiek en privaat.

Iconen die mensen verbinden op zo’n manier dat ze zichzelf en elkaar erin herkennen en helpen

om de identiteit van een plek te verrijken. Een dergelijke ontwikkeling zoekt letterlijk en figuurlijk

de dialoog met intrinsieke stedelijke kwaliteiten en kijkt naar de mogelijkheden om een aanjagende

functie voor de stad te vervullen. Dan kan beeldbepalende architectuur worden voortgebracht die

een geslaagde ‘economy of beauty’ creëert.

Dr. Wouter Jan Verheul, TU Delft, Faculty of Architecture, sectie Urban Area Development

Verheul, W.J. (2012) Stedelijke iconen. Het ontstaan van beeldbepalende projecten tussen betoog en beton. Den Haag: BoomLemma Uitgevers.

Meer info via: www.stedelijke-iconen.nl of w.j.verheul@tudelft.nl.

Figuur T.10

Proces van stedelijke identiteit

narratieve nastrijd

eerste ideevorming

locatie

functie

vorm

ambitieniveau

stedelijke

identiteit

realisatie dynamiek

publieke openbaarheid


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – jubileumhOOFDSTUK Een speurtocht naar de drijvende krachten – pagina 109

Jubileum-

Hoofdstuk

Een speurtocht

naar de drijvende

krachten achter

de Rotterdamse

Economie

De Rotterdamse economie is veranderd en daardoor ook de Economische Verkenning.

Tien jaar Economische Verkenning Rotterdam (EVR) weerspiegelt zowel de veranderingen

in de economie als het voortschrijdend inzicht in de drijvende krachten achter de

stedelijke economie.

Met thema’s als Stedelijke Netwerken en de Onzichtbare Economie lijkt het erop alsof de Verkenning

de stedelijke economie uit het oog verliest maar het tegendeel is waar. De tien Verkenningen op

een rij vormen samen een zoektocht naar wat de kern is van de Rotterdamse economie, dat wat de

stad in staat stelt te veranderen en zich aan te passen aan nieuwe omstandigheden. De opkomst

van de digitale economie en het ontstaan van stedelijke netwerken zijn even goed zaken die de

economische weerbaarheid van Rotterdam beïnvloeden. Als de onzichtbare economie een einde

lijkt te maken aan de stad als de fysieke marktplaats voor goederen krijgt de functie van stad als de

plek waar mensen, ideeën en diensten elkaar ontmoeten een grotere betekenis. Dat stelt andere

eisen aan hoe de stad is opgebouwd en aan het economisch beleid.

Elk van de thema’s van de Verkenningen van de afgelopen tien jaar heeft een deel van het DNA

van Rotterdamse economie ontrafeld waarbij sommige kenmerken toch wel heel centraal bleken

voor de kracht van de regionale economie. De rode draad in het verhaal van de Economische

Verkenningen van 2003 tot nu is die van een ontdekkingstocht door de Rotterdamse economie en

de ontwikkeling ervan.

De eerste edities: publieke diensten en vrije tijd

De eerste thema’s hadden vooral betrekking op de veranderingen in de Rotterdamse economie.

Waren haven en industrie de dragers van de Rotterdamse economie nu ontdekte Rotterdam

– en niet alleen Rotterdam – de ‘plezierige kant’ van de economie: toerisme, kroegen en cultuur.

De vrijetijdseconomie was voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor de groei van de

bestedingen in de stad en die groei leek nog lang niet aan zijn eind.

De groei van de Rotterdamse werkgelegenheid was vooral te danken aan de groei van de

publieke sector in de negentiger jaren en het begin van dit millennium met name in de sectoren

zorg en onderwijs.

FIGUUR J.1

Werkzame personen, 1993, 2003 en 2012

Bron: Bedrijvenregister.

1993 2003 2012

publieke sector, 24%

kennisdiensten, 6%

overige commerciële dienstverlening, 36%

transportsector, 14%

bouw, 6%

industrie, energie, water, milieu en landbouw, 14%

28%

8%

38%

11%

5%

10%

32%

9%

35%

10%

5%

9%


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – jubileumhOOFDSTUK Een speurtocht naar de drijvende krachten – pagina 110 Economische Verkenning Rotterdam 2013 – jubileumhOOFDSTUK Een speurtocht naar de drijvende krachten – pagina 111

De ontdekking van jongeren en hoogopgeleiden

In een latere Verkenning bleek de groei van de publieke sector, en dan met name het hoger onderwijs

en de medische sector, ook andere voordelen voor de stad mee te brengen. Dankzij de universiteit en

de hogescholen is Rotterdam verzekerd van een continue stroom van nieuw en hoog opgeleid jong

talent en dankzij de medische sector blijft een deel van die hoogopgeleiden hier de rest van zijn leven

wonen en werken.

Want de meerderheid van de afgestudeerden in Rotterdam krijgt weliswaar zijn eerste baan in

Rotterdam, maar ergens in hun loopbaan verruilen veel Rotterdamse alumni Rotterdam voor een

andere stad.

FIGUUR J.2

het vooral de internationale werkzaamheden van Rotterdamse bedrijven zijn die de stad een

internationale karakter geven. Door export, nevenvestigingen in het buitenland en internationale

samenwerking dragen dit soort bedrijven méér bij aan de internationale positie van Rotterdam

dan de buitenlandse bedrijven die zich hier vestigen.

Aandeel hoger opgeleiden van totale beroepsbevolking

Bron: CBS, EEB

Dat bevestigt nog eens dat jongeren met al hun talenten geen garantie zijn voor de toekomst van de

stad. In de EVR van 2005 bleken jongeren nu al een rol van betekenis te spelen in de Rotterdamse

economie dankzij hun bestedingen en de vele baantjes die ze vervullen buiten hun studie. Maar óf

ze ook blijven is afhankelijk van de kansen die de stad hen kan bieden op een goede baan of een

leuk huis want anders zijn ze zo vertrokken. De vraag is niet wat de jongeren voor Rotterdam kunnen

doen maar wat Rotterdam voor hen kan betekenen als het gaat om werk- en wooncarrières.

Met Florida in de concurrentieslag om de hoogopgeleiden

In de economie zijn oorzaak en gevolg niet altijd makkelijk te scheiden maar voor het economisch

beleid dienen die twee zaken goed uit elkaar gehouden te worden. Dat is iets heel anders dan het

eenvoudige recept dat veel beleidsmakers distilleerden uit de The Rise of the Creative Class van

Richard Florida: Rotterdam moest huizen bouwen voor hoger opgeleiden en creatieven om te kunnen

concurreren met andere steden. Als die hoger opgeleiden hier eenmaal wonen krijgt de economie als

vanzelf vaart. Maar helaas, uit een analyse van het Planbureau voor de Leefomgeving bleek dat als

er geen banen zijn voor hoogopgeleiden ze hier ook niet komen wonen. Omdat de meeste vacatures

vervuld worden door mensen die al een baan hebben trekken stedelijke regio’s waar al veel hoger

opgeleiden werken het makkelijkst nog méér hoogopgeleiden aan. Rotterdam is daarbij in het nadeel

ten opzichte van, veel andere grote en middelgrote steden van Nederland.

De spectaculaire toename van het aandeel hoogopgeleiden in de Rotterdamse beroepsbevolking

van 26% in 2002 naar 36% in 2011 1 is te danken aan het feit dat jonge Rotterdammers langer

studeren dan hun ouders en bovendien hier een baan vinden. De import van hoger opgeleiden

blijkt nauwelijks de betekenis te hebben die enthousiaste beleidsmedewerkers uit Richard

Florida’s boodschap meenden te kunnen lezen. Florida dacht daar zelf ook anders over. 2

Met de dreiging van de recessie in 2008 ging de EVR op zoek naar de weerbaarheid van de

Rotterdamse economie en de kansen om de crisis te boven te komen. Het helpt als de eigen

bevolking hoger is opgeleid. Het aantrekken van hoger opgeleiden van elders is veel moeilijker

omdat Rotterdam daarin concurreert met de hele wereld. En…verheugend genoeg begonnen

studenten en scholieren in Rotterdam hun opleiding te verlengen onder invloed van de snel

verslechterende arbeidsmarkt.

Rotterdammers zijn het belangrijkst voor de Rotterdamse economie

Als de rij van Verkenningen iets duidelijk maakt dan is het wel dat de eigen bevolking veruit de

belangrijkste factor is achter elke economische ontwikkeling.

Als het gaat om bedrijvigheid zijn het ook de bestaande Rotterdamse bedrijven die verantwoordelijk

zijn voor het allergrootste deel van de groei van de werkgelegenheid. Ook de analyse van het

internationale karakter van de Rotterdamse economie leverde een duidelijke aanwijzing op dat

Rotterdam Amsterdam Den Haag

Utrecht

2002

2011

Gezien de betekenis van de talenten en het opleidingsniveau van de eigen bevolking, de

internationale netwerken van Rotterdamse bedrijven en de manier waarop bestaande bedrijven

en ondernemende Rotterdammers bijdroegen aan de groei van de werkgelegenheid zal het niet

verrassen dat de EVR vaak de zachte kant van de economie benadrukte: opleiding, initiatief,

ondernemerschap en talent. Zelfs toen de EVR de betekenis van architectuur voor de economie

van de stad in kaart bracht bleek het veel meer te gaan om de jonge talenten bij de

architectenbureaus, de discussie over architectuur en de bezoekers aan Rotterdam dan om de

gebouwen zelf. De gevraagde architecten bleven het antwoord schuldig op de vraag welke

architectuur nu het best voor de economie van de stad was.

Zo weerspiegelt de reeks van tien Verkenningen het voorschrijdend inzicht dat Rotterdam vooral

op eigen kracht moet bouwen dwz op de bestaande bedrijvigheid en de eigen bevolking.

Economische Verkenning Rotterdam 2023

Hoe de EVR van 2023 eruit zal zien valt moeilijk te voorspellen en of er dan nog behoefte is aan

een boekje valt zeker te betwijfelen.

60%

50%

40%

30%

20%

10%

1. Ook vergeleken met de andere grote steden is de toename van het aandeel hoger opgeleiden spectaculair te noemen alleen wist Rotterdam géén van de andere

steden in te halen.

2. Bij zijn bezoek aan Amsterdam in 2004 noemde Richard Florida het een belachelijk idee om je beleid te richten op het aantrekken van de creatieve klasse het ging

er juist om de creatieve bijdrage van álle inwoners te vergroten (Agora themanummer creatieve steden 2004).

Wel is te hopen dat de speurtocht naar de essentie van de Rotterdamse economie door blijft gaan.

Een groeiend economisch inzicht in wat nu oorzaak en gevolg is binnen de economie is de gezonde

basis om de economische wensen in vervulling te doen gaan. Belangen vormen weliswaar de


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – jubileumhOOFDSTUK Een speurtocht naar de drijvende krachten – pagina 112

motoriek van de onzichtbare hand van Adam Smith, maar het wordt minder een succes als belangen

de economie aan het zicht onttrekken.

De afgelopen Verkenningen hebben vooral gezocht naar de omstandigheden waaronder de

Rotterdamse economie zich ontwikkelt en vernieuwt. De economische vernieuwing zelf is een

grotendeels nog onontgonnen terrein. Zouden de komende Verkenningen méér inzicht geven in

hoe innovatie werkelijk verloopt, zodat het zelfs valt te sturen en te besturen? Of zal de kern van

de stedelijke economische vernieuwing wel altijd verborgen en onbestuurbaar blijven, omdat hij

bestaat uit moeilijk te voorspellen menselijke interactie?

Voor meer cijfers en figuren zie ook www.rotterdam.nl/evr2013.


Economische Verkenning Rotterdam 2013 – COLOFON – pagina 115

COLOFON

Economische Verkenning Rotterdam 2013

Onderzoek en samenstelling

Stadsontwikkeling Rotterdam

COS Rotterdam

Ecorys

© Stadsontwikkeling gemeente Rotterdam, maart

2013. Aan de totstandkoming van deze uitgave is

de uiterste zorg besteed. Voor informatie die

onvolledig of onjuist is opgenomen, aanvaarden de

auteurs en Stadsontwikkeling gemeente Rotterdam

geen aansprakelijkheid.

Onderzoek en samenstelling Themahoofdstuk

Bureon in samenwerking met Roots beleidsadvies

Grafisch ontwerp

Studio Minke Themans

Tabellen en figuren

Studio Minke Themans i.s.m. Klaar voor gebruik

Grafieken

Stadsontwikkeling Rotterdam

Opdrachtgever en eindredactie

Stadsontwikkeling gemeente Rotterdam

Willem Hamel (projectleider)

Edith Jacobs

Bart Nijhof

Pauline de Vries

Rieke Koskamp

Hans Scheepmaker

Martijn Troost

Aldo Dorsman

Maarten Suijker

Klaas Bart van den Berg

Druk

Mediacenter Rotterdam

Oplage

1.500 exemplaren

Bestellingen

Stadsontwikkeling gemeente Rotterdam

Afdeling Economie

Postbus 6575

3002 AN Rotterdam

evr@rotterdam.nl

Overname van gegevens is toegestaan met

bronvermelding ‘Economische Verkenning

Rotterdam 2013’.

Participanten van de Economische

Verkenning Rotterdam 2013

Albeda Collega

Peter Siemann

DCMR Milieudienst Rijnmond

Bart Been

Eneco

Liesbeth Siesling

Erasmus Universiteit Rotterdam

Ronald van den Bos

Havenbedrijf Rotterdam

Bram van der Staaij

Hogeschool Inholland Rotterdam

Roelof Eleveld

Kamer van Koophandel

Rianne van Loon

KPMG

Paul Steenwinkel

Edwin van der Stam

Pieter Hoogerbrugge

Ooms Makelaars

Peter van Nederpelt

Rabobank Rotterdam

Arjen van Klink

Randstad

Werner Klaassen

Rebecca Valk

Stedin

Martijn van der Steen

Norbert Detollenaere


Economische

Verkenning

Rotterdam

2013

More magazines by this user
Similar magazines