02.02.2014 Views

Bekijk het PDF bestand. - digitale bibliotheek voor de Nederlandse ...

Bekijk het PDF bestand. - digitale bibliotheek voor de Nederlandse ...

Bekijk het PDF bestand. - digitale bibliotheek voor de Nederlandse ...

SHOW MORE
SHOW LESS

Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!

Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.

BEKNOPTE<br />

GESCtiltpENIS<br />

NEDERLANDSCHE<br />

LETTERKUNDE<br />

Doorsrhoolgebruik<br />

door JULIEN KUYPERS en Dr. THEO DE RONDE<br />

=GAVE DE MICKEL, KRUISHOFSTRAAT 223, ANTWERPEN


BEKNOPTE GESCHIEDENIS<br />

VAN DE<br />

NEDERLANDSCHE LETTEREN<br />

VOOR SCHOOLGEBRUIK<br />

JULIEN KUYPERS<br />

Inspecteur bij <strong>het</strong> Normaalon<strong>de</strong>rwijs<br />

DOOR<br />

& Dr. THEO DE RONDE<br />

Oud-Athenmumleeraar<br />

Directeur-Generaal van <strong>het</strong> N. I. R.<br />

DERDE, HERZIENE DRUK<br />

1938<br />

UITGAVE DE SIKKEL, KRUISHOFSTRAAT 223, ANTWERPEN


VOORBERICHT<br />

Wer <strong>de</strong>r Dichtkunst Stimme nicht vernimmt<br />

Ist ein Barbar, er sei auch veer er sei.<br />

GCeTHE (Tasso).<br />

Is <strong>het</strong> noodig dat wij <strong>de</strong> uitgave van <strong>de</strong>ze « Beknopte Geschie<strong>de</strong>nis van<br />

<strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsche Letteren >> rechtvaardigen?<br />

Het literair lezen, waarvan <strong>de</strong> hooge vormen<strong>de</strong> waar<strong>de</strong> in <strong>het</strong> on<strong>de</strong>rwijs<br />

door niemand zal ontkend wor<strong>de</strong>n, client gepaard te gaan met een zekere<br />

kennis van <strong>het</strong> verle<strong>de</strong>n dat <strong>de</strong> letterkundige werken zag geboren wor<strong>de</strong>n?<br />

van <strong>de</strong> levensomstandighe<strong>de</strong>n waarin <strong>de</strong> kunstenaars ze tot stand brachten.<br />

Maar literatuurgeschie<strong>de</strong>nis is veel meer dan dat; zij is ook meer dan<br />

<strong>de</strong> geschie<strong>de</strong>nis van <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> genres en van <strong>de</strong> opeenvolgen<strong>de</strong><br />

perio<strong>de</strong>n. Waar <strong>de</strong> literatuur neerslag en uitvloeisel is van heel <strong>het</strong><br />

veelvuldige leven, moet <strong>de</strong> geschie<strong>de</strong>nis ervan een beeld zijn van <strong>de</strong><br />

steeds wisselen<strong>de</strong> wereld in <strong>het</strong> verle<strong>de</strong>n en he<strong>de</strong>n, en tevens — doch<br />

dit behoort niet meer tot <strong>het</strong> domein van <strong>de</strong> school — een poging tot <strong>het</strong><br />

bouwen van <strong>de</strong> toekomst zooals men die zich droomt. Elk geslacht bepaalt<br />

immers opnieuw zijn houding tegenover <strong>de</strong> vroegere geslachten, herziet<br />

ge<strong>de</strong>eltelijk <strong>de</strong> overgelever<strong>de</strong> waar<strong>de</strong>n : niet <strong>het</strong> minst om tot een hel<strong>de</strong>r<br />

bewustzijn van <strong>het</strong> eigen wezen te komen. Doch slechts wie ver<strong>de</strong>r schept<br />

verrijkt zijn yolk, <strong>de</strong> menschheid, en is van tel <strong>voor</strong> <strong>het</strong> nageslacht.<br />

Het i<strong>de</strong>aal van een boekje als dit zou dus,wezen : een levend overzicht,<br />

waarin een voelbare samenhang zou heerschen tusschen actie en reactie<br />

van stroomingen en inzichten; tusschen aanval en .ver<strong>de</strong>diging, winst en<br />

verlies; tusschen <strong>het</strong> afsterven van <strong>het</strong> ou<strong>de</strong> en <strong>de</strong> geboorte van <strong>het</strong> nieuwe.<br />

Voor elke perio<strong>de</strong> moest <strong>de</strong> beteekenis en <strong>de</strong> evolutie aangeduid wor<strong>de</strong>n;<br />

<strong>de</strong> <strong>voor</strong>naamste schrijvers dien<strong>de</strong>n afgeteekend op <strong>de</strong>n cultuurhistorischen<br />

achtergrond, behan<strong>de</strong>ld in hun tijds- en levensomstandighe<strong>de</strong>n, <strong>voor</strong> zoover<br />

<strong>de</strong> kennis hiervan bijdraagt tot <strong>het</strong> begrijpen van hun werk; <strong>de</strong> evolutie<br />

van hun kunst dien<strong>de</strong> gesc<strong>het</strong>st en zijzelf gesitueerd in <strong>de</strong>n algemeenen<br />

ontwikkelingsgang van onze letteren.<br />

De beknoptheid waartoe wij ons gedwongen zagen, liet echter niet<br />

toe dit i<strong>de</strong>aal overal in een bevredigen<strong>de</strong> mate te bena<strong>de</strong>ren.<br />

Ons overzicht, waarbij zich als leesboek De Gou<strong>de</strong>n Poort C (Ontwikkeling<br />

van <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsche Letteren) geheel aansluit, beheerschen enkele<br />

lei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> beginselen die <strong>de</strong>n aandachtigen lezer niet zullen ontsnappen.<br />

Aldus hebben wij <strong>het</strong> leeuwenaan<strong>de</strong>el uitgemeten aan <strong>de</strong> drie hoofdmomenten<br />

van <strong>de</strong>n hier behan<strong>de</strong>l<strong>de</strong>n ontwikkelingsgang : <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>leeuwen,<br />

<strong>de</strong> gou<strong>de</strong>n eeuw en <strong>de</strong>n mo<strong>de</strong>rnen tijd. Min<strong>de</strong>r aandacht werd geschonken<br />

aan die perio<strong>de</strong>n welke, hoe beslissend ze soms zijn <strong>voor</strong> <strong>de</strong>n samenhang,<br />

min<strong>de</strong>r belang hebben <strong>voor</strong> <strong>de</strong> niet-specialisten, dus <strong>voor</strong> <strong>de</strong> school.<br />

Wij hebben bovendien beslist <strong>het</strong> standpunt verworpen als zou<strong>de</strong>n leven<strong>de</strong><br />

kunstenaars niet in een overzicht van <strong>de</strong> letterkun<strong>de</strong> thuis hooren.<br />

Wij zij ervan overtuigd dat volkomen objectiviteit ook tegenover<br />

doo<strong>de</strong>n (Bil<strong>de</strong>rdijk en Van <strong>de</strong> Woestijne, b.v.) onbereikbaar is en zal<br />

blijven, en dat wij insgelijks tegenover <strong>de</strong> leven<strong>de</strong>n op een voldoen<strong>de</strong>n<br />

afstand kunnen staan om aan onze persoonlijke <strong>voor</strong>keur eenigszins <strong>het</strong><br />

zwijgen op te leggen. -Wij aanvaar<strong>de</strong>n niet dat <strong>de</strong> school zich slechts


mag bezighou<strong>de</strong>n met <strong>de</strong> schrijvers van eergisteren : <strong>de</strong> belangstelling <strong>voor</strong><br />

<strong>de</strong> schoonheid die <strong>de</strong> vorige geslachten schiepen, wordt meestal gewekt<br />

langs <strong>de</strong>n weg van <strong>de</strong> mo<strong>de</strong>rne woordkunst om.<br />

Wij hebben <strong>de</strong> Vlaamsche literatuur evengoed als <strong>de</strong> Hollandsche, en<br />

in volkomen gelijkwaardigheid ermee, tot haar recht laten komen. Wij<br />

kunnen onmogelijk vre<strong>de</strong> nemen met die Noordne<strong>de</strong>rlandsche handboeken<br />

welke Zuid-Ne<strong>de</strong>rland behan<strong>de</strong>len als niet integreerend <strong>de</strong>el uitmakend<br />

van <strong>het</strong> verband, en <strong>het</strong> nagenoeg op <strong>de</strong>nzelf<strong>de</strong>n rang plaatsen als<br />

Zuid-Afrika. Door met die gewoonte of te breken, meenen wij een trouwer<br />

beeld van onze gemeenschappelijke literatuur ontworpen te hebben.<br />

Den samenhang met <strong>het</strong> maatschappelijke en politieke leven, evenals<br />

<strong>het</strong> verband tusschen onze Ne<strong>de</strong>rlandsche literatuur en die van <strong>de</strong> naburige<br />

lan<strong>de</strong>n welke <strong>het</strong> meest tot <strong>het</strong> opbouwen van een gemeenschappelijke<br />

Westeuropeesche cultuur bijgedragen hebben, trachtten wij steeds op een<br />

discrete en uiterst bondige wijze te belichten : in <strong>de</strong>n tekst zelf en in <strong>de</strong><br />

tabellen die <strong>het</strong> overzicht vergemakkelijken.<br />

Ten slotte moest dit handboek rekening hou<strong>de</strong>n met <strong>de</strong> jongste studie<br />

en inzichten, en tevens beantwoor<strong>de</strong>n aan zekere paedagogische eischen.<br />

Dit moet <strong>het</strong> bibliographisch apparaat wettigen dat ie<strong>de</strong>r hoofdstukje<br />

afsluit, alsook <strong>de</strong> vragen en opgaven <strong>voor</strong> gelei<strong>de</strong> oefeningen, <strong>de</strong> herhalingstabellen,<br />

kaarten en illustraties die over heel <strong>het</strong> werk verspreid<br />

zijn. Ons hoofddoel daarbij is <strong>de</strong> leerlingen aan te zetten tot zeifwerkzaamheid,<br />

tot eigen on<strong>de</strong>rzoek; waaruit dan <strong>de</strong> waar<strong>de</strong>ering kan groeien<br />

<strong>voor</strong> <strong>de</strong> schoonheid die <strong>de</strong> va<strong>de</strong>ren ons nagelaten hebben en die ze als<br />

een schat <strong>voor</strong> <strong>het</strong> leven zullen meedragen. Aan <strong>de</strong> bibliographische nota's<br />

Believe men dus Been verkeer<strong>de</strong> eischen te stellen : men zal er wellicht<br />

uitgaven in missen die <strong>de</strong>n geleer<strong>de</strong> onontbeerlijk zijn. Wij hebben slechts<br />

aanduidingen willen verstrekken over bij <strong>voor</strong>keur geannoteer<strong>de</strong> en goedkoope<br />

edifies die <strong>voor</strong> <strong>de</strong> lectuur in <strong>de</strong> klasse in aanmerking komen,<br />

waarop men aangewezen is bij <strong>het</strong> aanleggen van een klasse<strong>bibliotheek</strong>,<br />

die kunnen geraadpleegd wor<strong>de</strong>n bij <strong>de</strong> <strong>voor</strong>bereiding van een spreekbeurt<br />

over een schrijver of een boek. Steeds met <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> bedoeling wer<strong>de</strong>n<br />

mo<strong>de</strong>rne bewerkingen en goe<strong>de</strong> studies in boekvorm vermeld, naast enkele<br />

standaarduitgaven die in <strong>het</strong> bezit moeten zijn van ie<strong>de</strong>r ontwikkel<strong>de</strong>.<br />

DE SCHRIJVERS.


BIJ DEN TWEEDEN DRUK<br />

Voor <strong>de</strong>zen twee<strong>de</strong>n druk, die in hoofdzaak slechts weinig van <strong>de</strong>n<br />

eersten afwijkt, werd <strong>de</strong> tekst zorgvuldig herzien en bijgewerkt, enkele<br />

vergissingen verbeterd, <strong>het</strong> oor<strong>de</strong>el over sommige schrijvers meer genuanceerd,<br />

waarbij wij dankbaar gebruik gemaakt hebben van <strong>de</strong> wenken en<br />

<strong>de</strong> critiek die ons van verschillen<strong>de</strong> zij<strong>de</strong>n allervrien<strong>de</strong>lijkst meege<strong>de</strong>eld<br />

wer<strong>de</strong>n. Natuurlijk hebben wij ook rekening gehou<strong>de</strong>n met <strong>de</strong> nieuwe<br />

uitkomsten inzake literatuurgeschie<strong>de</strong>nis. Slechts op twee plaatsen hebben<br />

wij gemeend grondiger wijzigingen te moeten aanbrengen. Naar <strong>het</strong> algemeen<br />

oor<strong>de</strong>el was Hoofdstuk I te beknopt en te synt<strong>het</strong>isch; wij hebben<br />

<strong>het</strong> dan ook een grootere uitbreiding gegeven. Om hoofdstukken XII en<br />

XIII overzichtelijker te maken, werd <strong>de</strong> stof eenigszins an<strong>de</strong>rs geor<strong>de</strong>nd en<br />

werd in <strong>het</strong> bijzon<strong>de</strong>r <strong>de</strong> paragraaf over > weggewerkt;<br />

<strong>de</strong> aldaar vermel<strong>de</strong> auteurs hebben zich ver<strong>de</strong>r ontwikkeld, zoodat ze beter<br />

on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re rubrieken gerangschikt wor<strong>de</strong>n.<br />

Voor <strong>het</strong> overige hebben wij niet geloofd aan ons eerste opzet iets te<br />

moeten veran<strong>de</strong>ren. Weliswaar biedt <strong>voor</strong>namelijk <strong>het</strong> mo<strong>de</strong>rne ge<strong>de</strong>elte<br />

een misschien te overvloedige veelheid van namen. Maar wij wil<strong>de</strong>n <strong>voor</strong><br />

alles objectief zijn, en die objectiviteit was slechts bereikbaar indien wij<br />

alle leven<strong>de</strong> schrijvers noem<strong>de</strong>n die maar eenigszins in aanmerking kon<strong>de</strong>n<br />

komen. De tijd zelf zal hier wel spoedig schiften.<br />

Evenmin hebben wij geraakt aan <strong>de</strong> >. Naast <strong>de</strong><br />

zeer moeilijke — wij ontveinzen ons hun moeilijkheid niet! — komen er<br />

an<strong>de</strong>re <strong>voor</strong> die in <strong>het</strong> bereik liggen van elken normaal gevor<strong>de</strong>r<strong>de</strong>n leerling.<br />

Voor <strong>de</strong> eerste vergete men niet dat zij <strong>voor</strong>al gelei<strong>de</strong> oefeningen zijn,<br />

waarvan best <strong>de</strong>n na ie<strong>de</strong>r hoofdstuk, met <strong>de</strong> actieve hulp van <strong>de</strong>n leeraar<br />

en met <strong>de</strong> me<strong>de</strong>werking van heel <strong>de</strong> klasse, kan behan<strong>de</strong>ld wor<strong>de</strong>n in<br />

een uitgebrei<strong>de</strong>r <strong>voor</strong>dracht. De bedoeling is niet <strong>de</strong> leerlingen een philologischen<br />

of critischen arbeid op te leggen waartoe ze niet in staat zijn :<br />

wel hen te leeren arbei<strong>de</strong>n, bronnen te raadplegen, literaire hulpmid<strong>de</strong>len<br />

te hanteeren, en <strong>voor</strong>al hun een grondiger inzicht in <strong>de</strong> verwerkte stof te<br />

verschaffen.<br />

BIJ DEN DERDEN DRUK<br />

In <strong>de</strong>zen <strong>de</strong>r<strong>de</strong>n druk wer<strong>de</strong>n alleen <strong>de</strong> laatste hoofdstukken omgewerkt<br />

en aangevuld.


HOOFDSTUK I<br />

DE MIDDELEEUWEN<br />

INLEIDING<br />

Voor ie<strong>de</strong>re beschaaf<strong>de</strong> volksgemeenschap breekt er, in<br />

<strong>de</strong>n loop van haar geschie<strong>de</strong>nis, een oogenblik aan waarop<br />

zij haar tot dan toe mon<strong>de</strong>ling overgelever<strong>de</strong> verhalen, legen<strong>de</strong>n,<br />

lie<strong>de</strong>ren, enz., vastlegt in geschreven teksten. Met dat<br />

preciese oogenblik pleegt men <strong>de</strong> geschie<strong>de</strong>nis van <strong>de</strong> letterkun<strong>de</strong><br />

van dat yolk te laten aanvangen, alhoewel niet mag<br />

uit <strong>het</strong> oog verloren wor<strong>de</strong>n dat die geschreven letterkun<strong>de</strong><br />

steeds <strong>voor</strong>afgegaan wordt door een dikwijls rijke mon<strong>de</strong>linge<br />

volksliteratuur.<br />

Waaruit <strong>de</strong> oudste Ne<strong>de</strong>rlandsche, van mond tot mond<br />

overgelever<strong>de</strong> literatuur bestond, kunnen wij zelfs niet bij<br />

bena<strong>de</strong>ring gissen. Wel weten wij dat ze beoefend werd :<br />

spreekt <strong>de</strong> geschie<strong>de</strong>nis niet van <strong>de</strong> bezorgdheid van Karel<br />

<strong>de</strong>n Groote om <strong>de</strong> verhalen en lie<strong>de</strong>ren die bij zijn on<strong>de</strong>rdanen<br />

in omloop waren, te verzamelen en te boek te stellen ;<br />

en hebben we o.m. <strong>het</strong> getuigenis niet van Bisschop Radboud<br />

(a_f.- 900) van Utrecht, die zijn geloovigen met klem en<br />

nadruk waarschuw<strong>de</strong> <strong>voor</strong> <strong>de</strong>n ver<strong>de</strong>rfelijken invloed van<br />

hei<strong>de</strong>nsche zangen en fabels?<br />

Trouwens, onze <strong>voor</strong>ou<strong>de</strong>rs, <strong>de</strong> Franken, die van <strong>de</strong> vier<strong>de</strong><br />

eeuw na Christus, gelei<strong>de</strong>lijk onze gewesten verover<strong>de</strong>n op<br />

<strong>de</strong> Romeinen, maakten <strong>de</strong>el uit van <strong>de</strong> groote Germaansche<br />

volkenfamilie die Noord-Europa van aan <strong>de</strong>n Rijn tot aan<br />

<strong>de</strong> Weichsel bezette. Sommige althans van die Germaansche<br />

stammen waren niet zoo barbaarsch als men <strong>het</strong> gewoonlijk<br />

<strong>voor</strong>stelt, en bezaten al zeer vroeg een geschreven letterkun<strong>de</strong>.<br />

Aldus bezorg<strong>de</strong> reeds in <strong>de</strong> 4 e eeuw na Christus <strong>de</strong> Westgotische<br />

bisschop WULFILA een vertaling van <strong>de</strong>n Bijbel.<br />

Langzamerhand ontwaakten <strong>de</strong> overige Germaansche stam-<br />

7


men, <strong>de</strong> een na <strong>de</strong>n an<strong>de</strong>ren, tot <strong>het</strong> beschavingsleven, en<br />

begonnen zij hun ou<strong>de</strong> sagen en hel<strong>de</strong>nlie<strong>de</strong>ren op te teekenen.<br />

Terwijl bij <strong>de</strong> Noord-Germanen in Scandinavia reeds<br />

in <strong>de</strong> 9 e eeuw Edda-lie<strong>de</strong>ren en proza-sagen bloei<strong>de</strong>n (evenwel<br />

slechts na 1 1 00 schriftelijk vastgelegd) , ontstond ten tij<strong>de</strong><br />

van Karel <strong>de</strong>n Groote, misschien wel bij <strong>de</strong> aan ons taalgebied<br />

grenzen<strong>de</strong> Saksen, <strong>het</strong> Hil<strong>de</strong>brandslied, een nog hei<strong>de</strong>nsch<br />

hel<strong>de</strong>nlied met als hoofdpersoon Hil<strong>de</strong>brand, <strong>de</strong>n trouwsten<br />

en moedigsten <strong>de</strong>r volgelingen van keizer Theo<strong>de</strong>rik <strong>de</strong>n<br />

Groote (454-526). Nog ou<strong>de</strong>r is wellicht Beowulf, <strong>het</strong> nationaal<br />

hel<strong>de</strong>ndicht <strong>de</strong>r Angelsaksers, waarvan <strong>de</strong> elementen<br />

dagteekenen uit <strong>de</strong>n tijd dat <strong>de</strong>zen zich nog niet afgeschei<strong>de</strong>n<br />

had<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> overige Germaansche stammen op <strong>het</strong><br />

vasteland om zich in Brittannie te vestigen. Intusschen vond<br />

ook <strong>de</strong> Siegfriedsage bij <strong>de</strong> Germanen een ruime verbreiding.<br />

De bekeering van <strong>de</strong> West-Germanen tot <strong>het</strong> Christendom,<br />

al in <strong>de</strong> 5 e eeuw begonnen, kreeg Naar volledig beslag in <strong>de</strong><br />

9 e eeuw. Als natuurlijk gevolg ontwikkel<strong>de</strong> zich on<strong>de</strong>r <strong>de</strong><br />

opvolgers van Karel <strong>de</strong>n Groote een christelijke kunst. Door<br />

<strong>de</strong> bemoeiingen van Lo<strong>de</strong>wijk <strong>de</strong>n Vrome, werd aldus in <strong>de</strong><br />

eerste helft <strong>de</strong>r 9 e eeuw door een Saksischen zanger een godsdienstig<br />

epos, Heliand, geschreven, waarin God, Christus en<br />

<strong>de</strong> apostelen nog optre<strong>de</strong>n als Germaansche vorsten en hel<strong>de</strong>n.<br />

Een Rijnfrankische monnik, Otfried, berijm<strong>de</strong> weinige<br />

jaren later een Evangelieboek, en ongeveer op <strong>het</strong>zelf<strong>de</strong> tijdstip<br />

ontstond een Ludwigslied, naar aanleiding van <strong>de</strong>n zege dien<br />

<strong>de</strong> Westfrankische koning Lo<strong>de</strong>wijk III op <strong>de</strong> Noormannen<br />

bij Saucourt bevocht (882 ).<br />

Men mag veilig aannemen dat hel<strong>de</strong>nepen, als <strong>het</strong> Hil<strong>de</strong>brandslied<br />

en <strong>de</strong> Siegfriedsage, niet <strong>het</strong> uitsluitend eigendom<br />

waren van een stam, maar over gansch <strong>het</strong> Germaansche<br />

taalgebied bekend waren. Bovendien, <strong>de</strong>ze bei<strong>de</strong> gedichten,<br />

evenals misschien nog an<strong>de</strong>re, ontston<strong>de</strong>n zeer dicht bij <strong>de</strong><br />

grenzen van <strong>het</strong> Oudne<strong>de</strong>rlandsch of, zooals men <strong>het</strong> gewoonlijk<br />

noemt, <strong>het</strong> Ne<strong>de</strong>rfrankisch ; van <strong>de</strong> daareven vermel<strong>de</strong><br />

godsdienstige werken kan men <strong>het</strong>zelf<strong>de</strong> getuigen :<br />

<strong>het</strong> Ludwigslied bezingt zelfs een zegepraal, door een Frankischen<br />

koning op Frankischen bo<strong>de</strong>m behaald.<br />

8


En toch staan wij met ledige han<strong>de</strong>n te mid<strong>de</strong>n van <strong>de</strong><br />

ons omringen<strong>de</strong> volken ( 1 ). Wij kunnen niet wijzen op een<br />

geschreven neerslag van <strong>de</strong> groote hel<strong>de</strong>nsagen, noch op een<br />

literaire uiting van <strong>het</strong> ontwaken<strong>de</strong> Christendom. Van<br />

Beowulf, van Gudrun, van Hil<strong>de</strong>brand is hier te lan<strong>de</strong> geen<br />

spoor te ont<strong>de</strong>kken ; alleen een fragment Van <strong>de</strong>n here Wisselau<br />

en een ge<strong>de</strong>elte van <strong>het</strong> Nevelingenlied, bei<strong>de</strong> dagteekenend<br />

uit later tijd, brengen een echo van <strong>de</strong> Germaansche hel<strong>de</strong>npoezie.<br />

Tot een Oudne<strong>de</strong>rlandsche letterkun<strong>de</strong> mag men<br />

ternauwernood rekenen <strong>de</strong> Karolingische of Wachtendoncksche<br />

psalmen, fragmenten van psalmvertalingen, stammend uit <strong>het</strong><br />

tijdvak <strong>de</strong>r Karolingers, en ontstaan op <strong>de</strong> alleruiterste<br />

Oostelijke grens van <strong>het</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsch taalgebied.<br />

Feitelijk moeten wij wachten tot <strong>de</strong> 1 2 e eeuw om onze<br />

letterkun<strong>de</strong> een aanvang te zien nemen. Deze late ontluiking<br />

vindt haar verklaring ge<strong>de</strong>eltelijk in <strong>de</strong> ligging van <strong>de</strong> Dietsche<br />

gewesten. Reeds vroeg was <strong>het</strong> politiek zwaartepunt van<br />

<strong>het</strong> Frankische yolk naar <strong>het</strong> Zui<strong>de</strong>n, naar Gallie verschoven ;<br />

zoodat <strong>de</strong> Dietsche gewesten, eens <strong>het</strong> stamland van <strong>de</strong><br />

Franken, ten slotte slechts een uithoek vorm<strong>de</strong>n van <strong>het</strong> groote<br />

Frankische rijk dat on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> Merovingers en <strong>de</strong> Karolingers<br />

ontstond. In <strong>de</strong>ze perio<strong>de</strong>n spelen <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsch-spreken<strong>de</strong><br />

lan<strong>de</strong>n hoegenaamd geen rol : <strong>de</strong> figuren van beteekenis zijn<br />

of Galliers, of Germanen van <strong>de</strong> Rijnstreken, nooit Ne<strong>de</strong>rlan<strong>de</strong>rs.<br />

Een al te excentrische ligging, een dun gezaai<strong>de</strong><br />

bevolking, <strong>de</strong> afwezigheid van centrums waar <strong>de</strong> hofhouding<br />

pracht en luister kon versprei<strong>de</strong>n dit alles was niet bevor<strong>de</strong>rlijk<br />

<strong>voor</strong> <strong>het</strong> ontstaan van een geschreven letterkun<strong>de</strong>.<br />

En waar die wel kon ontstaan in <strong>de</strong> op ons grondgebied<br />

gevestig<strong>de</strong> abdijen, mogen wij niet vergeten dat, in <strong>de</strong> jaren<br />

na <strong>de</strong>n dood van Karel <strong>de</strong>n Groote tot op <strong>het</strong> ein<strong>de</strong> van<br />

<strong>de</strong> 9 e eeuw, ons land bloedig geteisterd werd door <strong>de</strong> invallen<br />

van <strong>de</strong> Noormannen, wier plun<strong>de</strong>rzucht juist allereerst die<br />

rijke kloosters gold : vijftig jaar lang roof<strong>de</strong>n en verwoestten<br />

ze, en <strong>de</strong><strong>de</strong>n ze verloren gaan wat er aan literatuur kan<br />

<strong>voor</strong>han<strong>de</strong>n geweest zijn.<br />

(1) Ook in Frankrijk was se<strong>de</strong>rt <strong>de</strong> 9e eeuw een geschreven letterkun<strong>de</strong> in<br />

<strong>het</strong> Romaansch ontstaan.<br />

9


Van <strong>de</strong> 1 Oe eeuw of komt er gelei<strong>de</strong>lijk veran<strong>de</strong>ring in<br />

dien toestand. Het eerst tot ontwikkeling en cultureelen bloei<br />

groei<strong>de</strong> <strong>het</strong> graafschap Vlaan<strong>de</strong>ren. Rondom <strong>de</strong> oorspronkelijke<br />

burchten rezen <strong>de</strong> ste<strong>de</strong>n op, <strong>voor</strong>al langs <strong>de</strong> waterwegen.<br />

Kooplie<strong>de</strong>n en schippers schaar<strong>de</strong>n zich on<strong>de</strong>r <strong>de</strong><br />

bescherming <strong>de</strong>r burchtheeren, terwijl over heel Vlaan<strong>de</strong>ren<br />

<strong>de</strong> weefnijverheid welvaart on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> bevolking begon te<br />

brengen. Aan <strong>het</strong> roer was intusschen een krachtig gravengeslacht<br />

gekomen, dat zijn gezag naar binnen wist te vestigen,<br />

en zijn macht naar buiten tegenover <strong>de</strong>n Franschen leenheer<br />

met klem handhaaf<strong>de</strong>. Graaf Robert <strong>de</strong> Fries (1072-1093)<br />

verhief Brugge tot zijn hoofdstad. Bij hem en zijn opvolgers<br />

on<strong>de</strong>rscheidt men een dubbele streving : als aanzienlijke<br />

vazallen van <strong>de</strong>n koning van Frankrijk trachtten ze <strong>voor</strong>tdurend<br />

<strong>het</strong> leenverband met hun beer zoo los mogelijk te<br />

hou<strong>de</strong>n en diens invloed, waar <strong>het</strong> kon, tegen te gaan en te<br />

fnuiken. Maar, hoe zelfstandig <strong>de</strong> Vlaamsche graven zich in<br />

politiek opzicht ook gedroegen, cultureel vermei<strong>de</strong>n zij zich<br />

in <strong>de</strong> schittering die <strong>de</strong> Fransche beschaving en letterkun<strong>de</strong><br />

uitstraal<strong>de</strong>. Hun lof wend een centrum waar <strong>de</strong> Fransche<br />

cultuur, <strong>de</strong> Fransche aristocratische levenshouding, <strong>de</strong> Fransche<br />

poezie gesmaakt en nagevolgd wer<strong>de</strong>n, waar zelfs<br />

Fransche dichters (Chretien <strong>de</strong> Troyes, A<strong>de</strong>net li Roi) gastvrijheid<br />

genoten en hun werken aan <strong>de</strong> e<strong>de</strong>len opdroegen.<br />

Onrechtstreeks riep die invloed van <strong>de</strong> Fransche beschaving<br />

— toen <strong>de</strong> eerste in Europa ! — een eigen geestelijk leven<br />

wakker, dat op een bepaald oogenblik niet moest on<strong>de</strong>rdoen<br />

<strong>voor</strong> dat van Frankrijk : was <strong>het</strong> werkwoord « vlamen » niet<br />

synoniem van


sche werken van alien aard geschreven, maar toch droegen<br />

zij krachtig bij tot <strong>het</strong> scheppen van een atmosfeer waarin<br />

ook <strong>de</strong> inheemsche letterkun<strong>de</strong> kon gedijen, niet <strong>het</strong> minst<br />

door <strong>de</strong> verspreiding van <strong>het</strong> klerken-on<strong>de</strong>rwijs.<br />

Voorbereid door <strong>de</strong>ze godsdienstige verheffing, en tevens<br />

ten gevolge van <strong>het</strong> leenverband met Frankrijk, nam Vlaan<strong>de</strong>ren<br />

een bedrijvig <strong>de</strong>el aan <strong>de</strong> kruisvaarten, waardoor <strong>de</strong><br />

Dietsche poorter plotseling in aanraking kwam met <strong>de</strong> wij<strong>de</strong><br />

horizonnen eener onvermoe<strong>de</strong> wereld : zoo moet <strong>het</strong> niet<br />

verwon<strong>de</strong>ren dat in <strong>de</strong> 1 2 e eeuw alle elementen aanwezig<br />

waren om ein<strong>de</strong>lijk een cultureel leven in eigen taal te doen<br />

opbloeien. Van dat oogenblik of kon <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsche<br />

literatuur een aanvang nemen.<br />

Want op een gewichtig punt dient hier met nadruk gewezen<br />

te wor<strong>de</strong>n : <strong>de</strong> letterkun<strong>de</strong> staat in nauw verband met <strong>de</strong><br />

gewone geschie<strong>de</strong>nis, en <strong>voor</strong>al met <strong>het</strong> verloop van <strong>de</strong> beschavingstoestan<strong>de</strong>n.<br />

Waar Vlaan<strong>de</strong>ren, en wat later Brabant<br />

<strong>voor</strong>aan gingen in <strong>de</strong> economische en cultureele ontwaking,<br />

ligt <strong>het</strong> <strong>voor</strong> <strong>de</strong> hand dat ook daar <strong>de</strong> literatuur <strong>het</strong> vroegst<br />

opbloei<strong>de</strong>, terwij 1 <strong>de</strong> streek van <strong>het</strong> alou<strong>de</strong> Maastricht door<br />

Naar betrekkingen met <strong>de</strong> Duitsche invloedssfeer zich evenmin<br />

onbetuigd liet. De noor<strong>de</strong>lijke gewesten daarentegen, die<br />

veel meer buiten <strong>het</strong> bereik lagen van <strong>de</strong> uitstralingen uit<br />

<strong>het</strong> Oosten en <strong>voor</strong>namelijk uit <strong>het</strong> Zui<strong>de</strong>n, hebben pas later<br />

en dan nog in beschei<strong>de</strong>n mate <strong>de</strong>elgenomen aan <strong>de</strong> literaire<br />

beweging. Zoodat we molten zeggen dat <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>leeuwsche<br />

letterkun<strong>de</strong> een bij uitstek Zuidne<strong>de</strong>rlandsche letterkun<strong>de</strong> is.<br />

Dit dient aldus begrepen te wor<strong>de</strong>n : veruit <strong>de</strong> meeste<br />

schrijvers zijn geboren en werken in <strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>lijke gewesten.<br />

Dat zij, in wat ze <strong>voor</strong>tbrengen, reeds een eigen nationaal<br />

karakter vertoonen, staat, <strong>voor</strong> <strong>de</strong> besten on<strong>de</strong>r hen, buiten<br />

kijf. Toch mag niet uit <strong>het</strong> oog verloren wor<strong>de</strong>n dat dit<br />

eigen nationale veel min<strong>de</strong>r scherp waar te nemen is dan in<br />

<strong>de</strong> mo<strong>de</strong>rne perio<strong>de</strong>, <strong>voor</strong>al omdat <strong>het</strong> in <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>leeuwen<br />

getemperd werd door <strong>de</strong>n gemeenschappelijk-Europeeschen<br />

gedachten<strong>voor</strong>raad waaruit ze putten. Het individu, en tevens<br />

<strong>de</strong> individueele vinding, <strong>de</strong> oorspronkelijkheid, waren in <strong>de</strong><br />

mid<strong>de</strong>leeuwsche literaturen van veel min<strong>de</strong>r tel dan nu, <strong>de</strong><br />

11


motieven waren internationaal en wor<strong>de</strong>n in alle lan<strong>de</strong>n<br />

dikwijls in <strong>de</strong>nzelf<strong>de</strong>n vorm aangetroffen. Dit internationaal<br />

karakter maakt <strong>het</strong> noodzakelijk bij <strong>de</strong> studie onzer letteren<br />

gedurig over <strong>de</strong> grenzen te kijken en ze in verband te brengen<br />

met <strong>de</strong> literatuur <strong>de</strong>r naburige naties. Zelfs <strong>voor</strong> <strong>de</strong> mo<strong>de</strong>rne<br />

perio<strong>de</strong> is dit noodig : gedachtenstroomingen laten zich door<br />

geen grenzen weerhou<strong>de</strong>n en bestrijken soms veel lan<strong>de</strong>n te<br />

gelijk.<br />

Voor <strong>het</strong> overige moet bij <strong>de</strong>ze perio<strong>de</strong> <strong>de</strong> stu<strong>de</strong>eren<strong>de</strong><br />

er zich niet te zeer over verwon<strong>de</strong>ren dat van zoo betrekkelijk<br />

weinig werk <strong>de</strong> datum of zelfs <strong>de</strong> naam van <strong>de</strong>n auteur<br />

met voile zekerheid kan vastgesteld wor<strong>de</strong>n. De handschriften,<br />

waarin ze tot ons gekomen zijn, had<strong>de</strong>n of te rekenen<br />

met allerlei we<strong>de</strong>rwaardighe<strong>de</strong>n ; ze wer<strong>de</strong>n telkens van<br />

an<strong>de</strong>re afgeschreven, en <strong>de</strong> kopiist wijzig<strong>de</strong> taal en spelling<br />

naar eigen goeddunken, zoodat <strong>het</strong> in vele gevallen wel<br />

mogelijk blijkt uit te maken van welke perio<strong>de</strong> ongeveer <strong>het</strong><br />

<strong>voor</strong>han<strong>de</strong>n zijn<strong>de</strong> manuscript dagteekent, maar daarom nog<br />

geen zekerheid bestaat omtrent <strong>de</strong>n datum waarop <strong>het</strong> werk<br />

zelf ontstond. In <strong>de</strong> gunstigste <strong>voor</strong>waar<strong>de</strong>n kan aan <strong>de</strong> hand<br />

van interne gegevens <strong>het</strong> juiste tijdstip van ontstaan achterhaaid<br />

wor<strong>de</strong>n. En <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>leeuwen hechtten zoo weinig belang<br />

aan <strong>de</strong> persoonlijkheid van <strong>de</strong>n dichter, dat, waar <strong>de</strong>ze<br />

zich in <strong>de</strong> eerste of <strong>de</strong> laatste verzen van zijn werk niet<br />

noemt, wij ons door <strong>de</strong>n band tevre<strong>de</strong>n moeten stellen met<br />

<strong>de</strong> vermelding : schrijver onbekend.<br />

A. — IN HET RI JK DER VERBEELDING<br />

1. — DE WERELD VAN HET RIDDERWEZEN<br />

Wat men overeengekomen is aan te dui<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>r <strong>de</strong>n<br />

naam


Evenzeer als <strong>de</strong> naam is <strong>het</strong> genre zelf uit Frankrijk herkomstig.<br />

Naar <strong>het</strong> <strong>voor</strong>beeld van <strong>de</strong> berijm<strong>de</strong> heiligenlegen<strong>de</strong>n,<br />

die zeer vroeg in <strong>het</strong> Romaansch geschreven wer<strong>de</strong>n,<br />

ontston<strong>de</strong>n daar in <strong>de</strong> 1 1 e en 1 2 e eeuw wereldlijke epische<br />

gedichten als weerspiegeling van <strong>de</strong> hooggestem<strong>de</strong> rid<strong>de</strong>ri<strong>de</strong>alen<br />

van <strong>de</strong>n Franschen a<strong>de</strong>l. Die eeuwen waren een<br />

bloeitijdperk <strong>voor</strong> Frankrijk; <strong>het</strong> was <strong>de</strong> perio<strong>de</strong> van <strong>de</strong><br />

eerste kruistochten met hun bran<strong>de</strong>n<strong>de</strong>n geloofsijver en hun<br />

gretigheid naar krijgsavonturen, van <strong>de</strong> vestiging van Fransche<br />

rijken in Engeland en in <strong>het</strong> Oosten, van <strong>de</strong> schitteren<strong>de</strong><br />

tornooien, van <strong>de</strong>n aanvang van <strong>de</strong>n gothischen stijl, van <strong>de</strong><br />

inrichting <strong>de</strong>r groote han<strong>de</strong>lsmarkten. De Fransche rid<strong>de</strong>rschap<br />

was <strong>de</strong> schitterendste van gansch West-Europa. De<br />

grenslan<strong>de</strong>n vingen <strong>het</strong> eerst <strong>de</strong> uitstraling op van dien beschavingshaard,<br />

en on<strong>de</strong>r die grenslan<strong>de</strong>n was <strong>het</strong> graafschap<br />

Vlaan<strong>de</strong>ren <strong>het</strong> gemakkelijkst toegankelijk, en als leengoed<br />

van <strong>de</strong> Fransche kroon, en als <strong>de</strong>elnemer aan <strong>de</strong> kruistochten,<br />

en als mid<strong>de</strong>lpunt eener snel opkomen<strong>de</strong> welvaart. Zoodat<br />

ook in Vlaan<strong>de</strong>ren <strong>de</strong> rid<strong>de</strong>rromans zeer spoedig vertaald en<br />

nagevolgd wer<strong>de</strong>n.<br />

Door wie, is moeilijk te achterhalen, al zijn ook een paar<br />

namen zon<strong>de</strong>r meer bekend. Wellicht door <strong>de</strong>n slotkapelaan,<br />

door een klerk, een bedreven rijmer die on<strong>de</strong>r <strong>het</strong> overige<br />

gevolg <strong>de</strong>el uitmaakte van <strong>de</strong> hofhouding, door varen<strong>de</strong><br />

gezellen, vaganten, volksdichters, of door monniken in <strong>de</strong><br />

eenzaamheid <strong>de</strong>r > van hun klooster.<br />

Aanvankelijk wer<strong>de</strong>n ze <strong>voor</strong>gedragen, niet alleen op<br />

<strong>de</strong> burchten <strong>voor</strong> <strong>de</strong>n rid<strong>de</strong>r en zijn wapenmakkers, maar<br />

ook door rondreizen<strong>de</strong> zeggers op <strong>de</strong> markten, op <strong>de</strong> be<strong>de</strong>vaartplaatsen,<br />

overal waar <strong>de</strong>ze kon<strong>de</strong>n verwachten een voldoend<br />

aantal toehoor<strong>de</strong>rs samen te vin<strong>de</strong>n.<br />

a) De heroieke ruwheid van <strong>de</strong> feodaliteit<br />

Al is oorspronkelijk <strong>de</strong> taal van die oudste epische gedichten<br />

<strong>het</strong> Romaansch, hun geest is nog onmiskenbaar Frankisch.<br />

De Franken waren immers tot ver naar <strong>het</strong> Zui<strong>de</strong>n doorgedrongen,<br />

en in <strong>de</strong> nieuwe natie die daar tot stand gekomen<br />

was, maakten zij <strong>het</strong> lei<strong>de</strong>nd element uit. Wanneer nu, eeuwen<br />

13


KAREL ENDE<br />

ELEGAST<br />

12e eeuw<br />

later, <strong>de</strong> dichters van <strong>de</strong> rid<strong>de</strong>rromans teruggrijpen naar <strong>de</strong><br />

grootsche gestalten uit <strong>de</strong> perio<strong>de</strong> van <strong>de</strong> vestiging van <strong>het</strong><br />

rijk, zien wij in hen nog eenmaal <strong>de</strong> ou<strong>de</strong> Germaansche<br />

i<strong>de</strong>alen van getrouwheid aan <strong>de</strong>n vorst en vreug<strong>de</strong> om <strong>de</strong>n<br />

kamp herleven.<br />

In een groot aantal van <strong>de</strong> vroegste rid<strong>de</strong>rromans wentelt<br />

<strong>de</strong> han<strong>de</strong>ling om <strong>de</strong> gei<strong>de</strong>aliseer<strong>de</strong> figuur van Karel <strong>de</strong>n<br />

Groote, wiens leven en la<strong>de</strong>n een onuitwischbaren indruk<br />

maakten op tijdgenooten en nakomelingen. Zij verheerlijken<br />

<strong>de</strong> ruwe heldhaftigheid van <strong>het</strong> feodale tijdperk, toen <strong>de</strong><br />

trouw aan <strong>de</strong>n leenheer als <strong>de</strong> hoogste <strong>de</strong>ugd gold, en <strong>de</strong><br />

geweldige mannenkracht slechts getemperd werd door geloofsijver<br />

en zielena<strong>de</strong>l.<br />

Een merkwaardig episch gedicht uit <strong>de</strong> vroegste tij <strong>de</strong>n<br />

onzer letterkun<strong>de</strong> is Karel en<strong>de</strong> Elegast (misschien<br />

1 2 e eeuw), waarin Karel <strong>de</strong> Groote zelf als hoofdpersoon<br />

optreedt samen met <strong>de</strong>n roofrid<strong>de</strong>r Elegast,<br />

met wien hij, op Gods bevel, op strooptocht uittrekt bij zijn<br />

zwager Eggeric van Eggermon<strong>de</strong>. Daar verneemt hij toevallig<br />

dat Eggeric <strong>het</strong> plan beraamd heeft hem 's an<strong>de</strong>ren daags op<br />

zijn hofdag to doo<strong>de</strong>n. Waartegen hij dan tijdig maatregelen<br />

kan treffen, en tevens <strong>de</strong>n roofrid<strong>de</strong>r Elegast, wiens trouw hij<br />

kunnen vaststellen heeft, in eere herstelt.<br />

Dit is een van onze zeldzame romans waarvan geen Fransch<br />

origineel <strong>voor</strong>han<strong>de</strong>n is : in alien gevalle is <strong>de</strong> grondtoon<br />

ervan Germaansch en hei<strong>de</strong>nsch, wat niet belet dat hij, om<br />

<strong>de</strong> levendigheid <strong>de</strong>r <strong>voor</strong>stelling, om <strong>de</strong>n vinnigen gang van<br />

<strong>het</strong> verhaal en <strong>de</strong> lichte ironie in <strong>de</strong> karakterteekening, een<br />

meesterstukje is uit onze vroegste letterkun<strong>de</strong>.<br />

An<strong>de</strong>re romans hebben als hoofdpersoon niet Karel zelf,<br />

maar verwanten of vazallen van <strong>de</strong>n machtigen keizer. Zoo<br />

bestaan er fragmenten uit een Mid<strong>de</strong>lne<strong>de</strong>rlandsche bewerking<br />

ROELANTSLIED van <strong>de</strong> sage van Roncevaux, <strong>het</strong> zoogenaam<strong>de</strong> Roe-<br />

1200 lantslied. Volgens die sage zou <strong>de</strong> achterhoe<strong>de</strong> van<br />

Karels leger, on<strong>de</strong>r <strong>het</strong> bevel van Roland, tij <strong>de</strong>ns <strong>de</strong>n terugtocht<br />

uit Spanje, in <strong>de</strong> Pyreneeen bij Roncevaux aangevallen<br />

en vernietigd zijn gewor<strong>de</strong>n door <strong>de</strong> Sarracenen, daarin geholpen<br />

door <strong>de</strong>n verra<strong>de</strong>r Ganelon. Nog an<strong>de</strong>re fragmenten<br />

1 4


leven bewaard uit <strong>de</strong>n cyclus van Willem van Oringen,<br />

hertog van Toulouse, die zijn leven eindig<strong>de</strong> als<br />

Benedictij nermonnik.<br />

Karel en<strong>de</strong> Elegast, hoe verdienstelijk ook, is in <strong>de</strong>n grond<br />

slechts een kort episch gedicht. Een echte mid<strong>de</strong>leeuwsche<br />

WILLEM VAN<br />

ORINGEN<br />

roman, alhoewel eveneens maar fragmentarisch bekend, is<br />

Renout van Montalbaen met <strong>de</strong> in onze streken zoo RENOUT VAN<br />

populair gebleven figuren van <strong>de</strong> vier Heemskin- MONT,ALBAEN<br />

<strong>de</strong>ren. Renout is <strong>de</strong> zoon van Haymyn. Deze is <strong>de</strong> geduchte<br />

tegenstan<strong>de</strong>r van <strong>de</strong>n keizer, wiens zuster hij gehuwd heeft<br />

en dien hij met zijn vier zoons (<strong>de</strong> Heemskin<strong>de</strong>ren) hardnekkig<br />

bekampt. Hij streeft naar recht en koopt aardschen<br />

vre<strong>de</strong> door <strong>het</strong> zware offer : <strong>het</strong> afstaan van zijn trouwe ros<br />

Beyaert aan <strong>de</strong>n keizer. Daarna trekt hij zich in <strong>de</strong> eenzaamheid<br />

terug, om ten slotte in <strong>de</strong>n strijd <strong>voor</strong> <strong>het</strong> godsdienstig<br />

i<strong>de</strong>aal, in <strong>het</strong> H. Land, <strong>het</strong> hoogste offer, dat van zich zelf,<br />

to brengen.<br />

Van iets jongeren datum, maar zeer uitgebreid zijn <strong>de</strong><br />

fragmenten van <strong>de</strong>n Roman <strong>de</strong>r Lorreinen, die <strong>de</strong><br />

bloedwraak behan<strong>de</strong>len tusschen <strong>het</strong> huis van Lotha-<br />

ringen en dat van Fromont van Bor<strong>de</strong>aux.<br />

b) De tooverkring van koning Arthur<br />

ROMAN DER<br />

LORREINEN<br />

Het ontstaan <strong>de</strong>r Arthur-romans gaat gepaard met een<br />

ommekeer in <strong>de</strong> ze<strong>de</strong>n : <strong>het</strong> ruwe i<strong>de</strong>aal <strong>de</strong>r eerste rid<strong>de</strong>rs<br />

maakte allengs plaats <strong>voor</strong> een fijner beschaving. De vrouwendienst<br />

verdrong langzamerhand <strong>de</strong> vroegere rid<strong>de</strong>rplichten ;<br />

in <strong>de</strong> plaats van <strong>de</strong> onverzettelijke trouw aan <strong>de</strong>n vorst of<br />

aan <strong>het</strong> geslacht trad nu een grooter gevoeligheid en een<br />

onbedwingbare neiging tot fantastische avonturen en won<strong>de</strong>ren.<br />

Het is in onze literatuur <strong>de</strong> eerste <strong>de</strong>ining van wat<br />

wij veel later zullen noemen <strong>het</strong> romantisme : gevoel en<br />

verbeelding wOr<strong>de</strong>n vrijer.<br />

Het hoofdmotief van <strong>de</strong> Arthur-romans stamt uit Brittannie,<br />

en werd in <strong>de</strong> 1 2 e eeuw door Normandische dichters verwerkt,<br />

nadat Willem <strong>de</strong> Veroveraar zich van Engeland meester gemaakt<br />

had. De centrale gestalte in die verhalen is gewoonlijk<br />

15


koning Arthus, een Keltisch vorst uit Cornwallis, die in <strong>de</strong><br />

herinnering <strong>de</strong>r Britten was blijven <strong>voor</strong>tleven om zijn strijd<br />

tegen <strong>de</strong> Saksen in <strong>de</strong> 6 e eeuw. Maar <strong>de</strong> sage van Arthus en<br />

zijn vrouw Genovere werd spoedig versmolten met an<strong>de</strong>re<br />

sagen, nl. die van Parcival en die van <strong>de</strong>n Graal (<strong>de</strong>n schotel<br />

die, volgens <strong>de</strong> legen<strong>de</strong>, gediend heeft bij <strong>het</strong> laatste Avondmaal<br />

en waarin Joseph van Arimathea <strong>het</strong> bloed van Christus<br />

heeft opgevangen).<br />

Er werd reeds vroeger op gewezen dat <strong>de</strong> Fransche dichter<br />

CHRETIEN DE TROYES, die verschillen<strong>de</strong> Keltische romans<br />

schreef, in <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> helft <strong>de</strong>r 1 2 e eeuw aan <strong>het</strong> hof van<br />

<strong>de</strong>n graaf van Vlaan<strong>de</strong>ren verbleven heeft. Het moet dan<br />

niet verwon<strong>de</strong>ren dat dit soort van werken spoedig bij ons<br />

nagevolgd wer<strong>de</strong>n. Behalve alweer verschillen<strong>de</strong> fragmenten,<br />

bezitten wij een karakteristiek <strong>voor</strong>beeld van <strong>de</strong>n Keltischen<br />

roman, dat tevens een <strong>voor</strong>treffelijk kunstwerk mag heeten.<br />

WALEWEIN Walewein is <strong>het</strong> kleurige verhaal van <strong>de</strong>


Fransche en <strong>de</strong> Duitsche letterkun<strong>de</strong> tot mooie romans ver-<br />

werkt wer<strong>de</strong>n, bij ons haast geen sporen nagelaten hebben.<br />

c) Een hoofscher en humaner levensbeschouwing<br />

De fijnere beschaving waarvan hierboven spraak was, en<br />

die zich in <strong>de</strong> letterkun<strong>de</strong> in <strong>de</strong> helft <strong>de</strong>r 12 8 eeuw begon te<br />

weerspiegelen, bracht ook mee dat <strong>de</strong> ze<strong>de</strong>n hoofscher wer<strong>de</strong>n<br />

en dat men zich ging vermeien in <strong>de</strong> classieke literatuur<br />

<strong>de</strong>r oudheid. Virgilius, Horatius, Ovidius wer<strong>de</strong>n gelezen en<br />

nagevolgd. De mid<strong>de</strong>leeuwsche schrijver miste evenwel critischen<br />

zin en historisch perspectief ; dit had ten gevolge dat<br />

hij zich <strong>de</strong> classieke hel<strong>de</strong>n <strong>voor</strong>stel<strong>de</strong> als tijdgenooten, niet<br />

alleen in hun uiterlijke verschijning, maar ook wat hun mentaliteit<br />

en hun levenshouding betreft. Vandaar die romans<br />

waar <strong>de</strong> gestalten uit <strong>de</strong> oudheid, b.v. Aeneas, zich bewegen<br />

en <strong>de</strong>nken en voelen als mid<strong>de</strong>leeuwsche e<strong>de</strong>len, met <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong><br />

onstuimigheid in <strong>de</strong>n kamp en <strong>voor</strong>al met <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> fijn-voelen<strong>de</strong><br />

precieusheid in <strong>de</strong> lief<strong>de</strong>.<br />

Tot <strong>de</strong>ze reeks behoort <strong>het</strong> gedicht dat in onze letterkun<strong>de</strong><br />

<strong>het</strong> vroegst met zekerheid kan gedagteekend wor<strong>de</strong>n, nl. <strong>de</strong><br />

Eneit. Deze classieke roman werd, naar een Fransch<br />

ENEiT<br />

<strong>voor</strong>beeld, in <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> helft <strong>de</strong>r 1 2 e eeuw geschre- ± 1170<br />

ven door HENDRIK VAN VELDEKE, geboren te Spalbeek, tusschen<br />

Diest en Hasselt. Hij verhaalt op eigen sentimenteele<br />

wijze <strong>de</strong> zwerftochten en <strong>de</strong> amoureuse we<strong>de</strong>rwaardighe<strong>de</strong>n<br />

van Eneas, tot <strong>de</strong>ze <strong>de</strong>n grondsteen legt van <strong>het</strong> Romeinsche<br />

rijk. Merkwaardig is <strong>het</strong> feit dat <strong>de</strong>ze roman <strong>voor</strong>al bekendheid<br />

verwierf bij <strong>de</strong> Duitsche tijdgenooten en op <strong>de</strong> Overrijnsche<br />

romanliteratuur sterken invloed uitoefen<strong>de</strong>.<br />

Een eeuw later, maar reeds met meer didactischen inslag,<br />

begon MAERLANT zijn carriere als dichter met een paar classieke<br />

romans (naar Latijnsche en Fransche <strong>voor</strong>beel<strong>de</strong>n), nl.<br />

met Alexan<strong>de</strong>r's Yeesten en <strong>de</strong> Historic van Troyen, ALEXANDER'S<br />

werken waarin <strong>de</strong> didactische breedsprakigheid en <strong>de</strong> YEESTEN<br />

burgerlijke nuchterheid geen plaats meer laten <strong>voor</strong><br />

HISTORIE<br />

VAN TROYEN<br />

<strong>het</strong> i<strong>de</strong>aal van sociale verfijning. . ± 1270<br />

Veel meer vin<strong>de</strong>n we die terug, samen met een verrukkelijk<br />

ontroeren<strong>de</strong> opvatting van <strong>de</strong> lief<strong>de</strong>, in een roman die een<br />

17


Oostersche stof behan<strong>de</strong>lt en daarom niet rechtstreeks tot<br />

<strong>de</strong>n classieken cyclus behoort, maar om <strong>de</strong>n geest en <strong>de</strong>n<br />

toon er zeer nauw mee verwant is. Het is <strong>de</strong> geschie<strong>de</strong>nis van<br />

Floris en<strong>de</strong> Blancefloer, die van elkaar door <strong>het</strong> lot ge-<br />

FLORIS ENDS<br />

BLANCEFLOER schei<strong>de</strong>n, door standvastige trouw en zelfopofferen<strong>de</strong><br />

1250 lief<strong>de</strong> elkaar toch weervin<strong>de</strong>n. De schrijver van <strong>de</strong>ze<br />

ESOPET_<br />

13e eeuw<br />

opvallend fijn geteeken<strong>de</strong> idylle is DIEDERIK VAN ASSENEDE.<br />

2. — MENSCHEN VOORGESTELD ALS DIEREN<br />

In al <strong>de</strong> werken waarvan tot hiertoe gewag werd gemaakt,<br />

vult uitsluitend <strong>de</strong> rid<strong>de</strong>r of <strong>de</strong> a<strong>de</strong>llijke heer <strong>het</strong> raam <strong>de</strong>r<br />

han<strong>de</strong>ling : <strong>de</strong> gewone dorper of <strong>de</strong> burger vindt er slechts<br />

bij hooge uitzon<strong>de</strong>ring plaats in. De ou<strong>de</strong>re Frankische<br />

romans waren nog bestemd om <strong>voor</strong> een grooter gehoor<br />

<strong>voor</strong>gedragen te wor<strong>de</strong>n, maar die welke <strong>de</strong> levensopvattingen<br />

van <strong>de</strong>n jongeren, humaneren a<strong>de</strong>l weergeven, wer<strong>de</strong>n<br />

vaak geschreven op verzoek van een letterminnen<strong>de</strong> jonkvrouwe,<br />

en door iemand die in nauwe betrekking stond met<br />

<strong>de</strong> aristocratie dier dagen. Zij waren <strong>de</strong> Spiegel dien <strong>de</strong><br />

a<strong>de</strong>l zichzelf <strong>voor</strong>hield.<br />

Maar critische oogen bekeken <strong>de</strong> hoogere stan<strong>de</strong>n, en bij<br />

<strong>voor</strong>keur hun gebreken, ook van buiten uit. Die openlijk te<br />

gispen of te hekelen was misschien niet heelemaal ongevaarlijk,<br />

en veiliger was <strong>het</strong> dit te doen on<strong>de</strong>r een min of meer<br />

doorzichtige allegorie, in <strong>de</strong>n vorm van dierenverhaal.<br />

De elementen daartoe waren reeds aanwezig in <strong>de</strong> dierenfabel,<br />

een zeer oud genre dat nagenoeg over <strong>de</strong> gansche<br />

wereld verspreid is. Een vast fond van <strong>de</strong>rgelijke fabels dat<br />

teruggaat op een aan Aesopus toegeschreven Grieksche verzameling,<br />

was, langs <strong>het</strong> Latijn om, Europeesch gemeengoed<br />

gewor<strong>de</strong>n. Ook in <strong>het</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsch treffen wij ze aan : twee<br />

dichters, CALESTAF en NOYDEKIJN, van wie we ven<strong>de</strong>r niets<br />

weten, bewerkten on<strong>de</strong>r <strong>de</strong>n titel Esopet een zestig-<br />

tal <strong>de</strong>zer fabels tot vlugge, aardige stukjes.<br />

Maar daarnaast ontwikkel<strong>de</strong>n zich uit <strong>de</strong> oorspronkelijke<br />

fabels uitgebrei<strong>de</strong>r verhalen, waarin <strong>de</strong> dieren als individuen<br />

optre<strong>de</strong>n met eigen naam, in hun han<strong>de</strong>len door menschelijke<br />

drijfveeren bewogen wor<strong>de</strong>n, en waarvan <strong>de</strong> bedoeling is een<br />

18


nauwelijks verbloem<strong>de</strong> ze<strong>de</strong>ngisping of -hekeling te geven.<br />

Aldus wer<strong>de</strong>n eerst in <strong>het</strong> Latijn, later in <strong>het</strong> Fransch en in<br />

<strong>het</strong> Duitsch, omvangrijker dierenepen geschreven, waarin<br />

eerst <strong>de</strong> wolf en weldra <strong>de</strong> vos als hoofdpersoon optrad.<br />

Een <strong>de</strong>rgelijk Latijnsch dierenepos, <strong>de</strong> Ysengrinus, werd<br />

om <strong>het</strong> mid<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> 1 2e eeuw door een Vlaming, Meester<br />

Nivardus, te boek gesteld. Dit verhaal treft ons reeds door<br />

een zeker anthropomorphisme : <strong>de</strong> dieren krijgen menschennamen,<br />

terwijl ook <strong>de</strong> veelheid van <strong>de</strong> episo<strong>de</strong>n samengebon<strong>de</strong>n<br />

wordt door <strong>de</strong> satirische bedoelingen van <strong>de</strong>n schrijver.<br />

Met dit gedicht staan in rechtstreeksch verband <strong>de</strong> vele<br />

Reinaartverhalen die in <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> helft van <strong>de</strong> 1 2e eeuw<br />

<strong>voor</strong>al in Noord-Frankrijk in omloop waren. Een van die<br />

verhalen of >, dat bekend staat on<strong>de</strong>r <strong>de</strong>n titel<br />


die Reinaert, <strong>de</strong> doortrapte, maar niettemin sympathieke<br />

schurk, tot eigen <strong>voor</strong><strong>de</strong>el weet uit te buiten. Niets of niemand<br />

is veilig <strong>voor</strong> <strong>de</strong> ironie van <strong>de</strong>n schrijver : noch <strong>het</strong> lagere<br />

yolk, noch <strong>de</strong> geestelijkheid, noch <strong>voor</strong>al <strong>de</strong> a<strong>de</strong>l met zijn<br />

feodale inrichting, zijn trouw aan <strong>de</strong>n leenheer, zijn hoofschen<br />

vrouwendienst. Zoo wordt <strong>de</strong> Reinaert tevens een eenigleuke<br />

parodie op <strong>de</strong> rid<strong>de</strong>rromans.<br />

Willem, van wien men niets an<strong>de</strong>rs weet dan dat hij ook<br />

een niet bewaard gebleven rid<strong>de</strong>rroman, <strong>de</strong>n Madoc schreef,<br />

is een geboren kunstenaar. Hij staat boven zijn on<strong>de</strong>rwerp<br />

en beheerscht <strong>het</strong> volkomen ; nergens laat hij <strong>de</strong>n draad<br />

glippen om zijn persoonlijke indrukken mee te <strong>de</strong>elen. Steeds<br />

weet hij <strong>het</strong> zuivere evenwicht te bewaren tusschen <strong>het</strong> eigenlijke<br />

verhaal en <strong>de</strong> satirische bedoeling. En niettemin wordt<br />

men gedurig zijn krachtige persoonlijkheid gewaar die meeleeft<br />

met wat hij vertelt, die zich verkneukelt in <strong>het</strong> grappige<br />

van <strong>het</strong> geval of wel eens grijnslacht om een bijzon<strong>de</strong>r<br />

geslaag<strong>de</strong>n zet. Zooveel zelfbeheersching in zooveel rake<br />

ironie, zoo een sterk temperament zich uitend in een mooi<br />

afgerond en rustig <strong>voor</strong>tschrij<strong>de</strong>nd verhaal, stempelen hem<br />

tot een <strong>de</strong>r grootmeesters van <strong>de</strong> letterkun<strong>de</strong>.<br />

Zijn werk is dan ook tot in onzen tijd zeer populair gebleven.<br />

Reeds in <strong>de</strong> 1 3 e eeuw werd <strong>het</strong> in <strong>het</strong> Latijn vertaald.<br />

Wellicht ontston<strong>de</strong>n er spoedig ook navolgingen en<br />

<strong>voor</strong>tzettingen waarvan evenwel niets tot ons is gekomen.<br />

Maar in <strong>de</strong> 1 4 e eeuw werd <strong>het</strong> nog eens overgedicht, gewij-<br />

REINAERT II zigd en uitgebreid tot <strong>de</strong>n Reinaert //. De geest die<br />

14° eeuw eruit spreekt is an<strong>de</strong>rs; <strong>de</strong> bedoeling van <strong>de</strong>n schrij-<br />

ver is didactisch en zijn satire is sterker maar ook opzettelijker.<br />

Alhoewel <strong>de</strong> waar<strong>de</strong> ervan niet te laag moet aangeslagen<br />

wor<strong>de</strong>n, bereikt <strong>het</strong> lang niet <strong>de</strong> zoo natuurlijke artisticiteit<br />

van <strong>de</strong> eerste bewerking.<br />

Na <strong>de</strong> uitvinding <strong>de</strong>r boekdrukkunst wer<strong>de</strong>n <strong>de</strong> avonturen<br />

van Reinaert in proza overgebracht, meermalen gedrukt, en<br />

bleven zij in <strong>de</strong>


3. - DE VERTELKUNST VAN DEN VROMEN MIDDELEEUWER<br />

Van al <strong>de</strong> besproken gedichten, hoe sterk verchristelijkt ze<br />

soms zijn, is <strong>de</strong> grondlaag hei<strong>de</strong>nsch Frankisch-hei<strong>de</strong>nsch<br />

in <strong>de</strong> Karel-epen, Keltisch-hei<strong>de</strong>nsch in <strong>de</strong> Arthur-romans,<br />

antiek-hei<strong>de</strong>nsch in <strong>de</strong> classieke romans. Daarnaast ken<strong>de</strong><br />

men echter een van oorsprong louter christelijke verhaalkunst,<br />

die uiting gaf aan <strong>de</strong>n vromen godsdienstzin van <strong>de</strong>n mensch<br />

in <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>leeuwen. Het geloof was immers <strong>de</strong> band waardoor<br />

West-Europa, ondanks zijn inwendige twisten, zich<br />

voel<strong>de</strong> als een groote gemeenschap. Het doordrenkte <strong>de</strong> geledingen<br />

<strong>de</strong>r samenleving en <strong>het</strong> gedachten- en gemoedsleven<br />

van <strong>de</strong>n enkeling in gelijke mate. De mensch was lid van <strong>de</strong><br />

Kerk, erfgenaam van God en kind van Maria, in wie hij een<br />

onbegrensd en kin<strong>de</strong>rlijk vertrouwen had, en zijn bestaan<br />

hier bene<strong>de</strong>n beschouw<strong>de</strong> hij als een <strong>voor</strong>bereiding tot zijn<br />

eeuwige zaligheid.<br />

Meer nog dan in <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re kunstsoorten zijn <strong>de</strong> motieven<br />

hier internationaal, en wor<strong>de</strong>n zij geput uit Latijnsche verzamelingen.<br />

Sommige verhalen, nl. <strong>de</strong> heiligenlevens, wer<strong>de</strong>n,<br />

evenals <strong>de</strong> ou<strong>de</strong> Karel-romans, in <strong>het</strong> publiek <strong>voor</strong>gedragen<br />

op be<strong>de</strong>vaartplaatsen ; an<strong>de</strong>re had<strong>de</strong>n slechts ten doel uiting<br />

te geven aan <strong>de</strong> naieve vroomheid en aan <strong>het</strong> Godsbetrouwen<br />

dat die eeuwen van intens geloof kenmerkt.<br />

Wij vermel<strong>de</strong>n eerst <strong>de</strong> Reis van Sinte Brandaen,<br />

die <strong>de</strong>n<br />

tocht naar <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwereld van een wegens zijn twijfel gestraften<br />

monnik verhaalt, en waarin <strong>het</strong> christelijke sterk<br />

vermengd <strong>voor</strong>komt met <strong>het</strong> fantastische <strong>de</strong>r Keltische motieyen.<br />

Afgezien misschien van dit verhaal, is <strong>het</strong> oudste geeste-<br />

lijk gedicht <strong>de</strong> Sinte Servaes van <strong>de</strong>n reeds vermel<strong>de</strong>n SINTE SERVAES<br />

Limburgschen schrijver Hendrik van Vel<strong>de</strong>ke. (Zie ± 1170<br />

bldz. 1 7.)<br />

Hij vertelt er, in onbeholpen maar naieve verzen, <strong>het</strong><br />

leven van <strong>de</strong>n H. Servatius, die eerst bisschop was te Tongeren<br />

en daarna zijn verblijfplaats overbracht naar Maastricht, waar<br />

hij stierf. Het kapittel van <strong>de</strong> St.-Servatiuskerk in <strong>de</strong>ze stad,<br />

waar men van hein<strong>de</strong> en verre ter beevaart kwam, had Van<br />

Vel<strong>de</strong>ke verzocht dit gedicht te schrijven. Dergelijke heiligen-<br />

2 1


SINTE<br />

FRANCISCUS<br />

SINTE LUTGART<br />

VANDEN<br />

LEVENE ONS<br />

HEREN<br />

13' eeuw<br />

Ste PATRICIUS<br />

VEGEVUER<br />

TONDALUS'<br />

VISIOEN<br />

14e eeuw<br />

In <strong>de</strong><br />

biographieen waren niet zeldzaam : zoo b.v. een<br />

Leven van Sinte Franciscus dat aan Maerlant toegeschreven<br />

wordt, een Leven van Sinte Lutgart, en zelfs<br />

een in opzicht van kunst niet onverdienstelijk Van<strong>de</strong>n<br />

Levene ons Heren.<br />

Later in <strong>de</strong> 14e eeuw doken nog beschrijvingen<br />

op van reizen naar <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwereld, met even fantastische<br />

visioenen als in <strong>de</strong> Reis van Sinte Brandaen.<br />

Te vermel<strong>de</strong>n zijn Sunte Patricius Vegevuer en<br />

Tondalus' Visioen.<br />

heiligenlevens, die zich over <strong>het</strong> algemeen nochtans<br />

meer on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n door hun kin<strong>de</strong>rlijk-vromen toon dan<br />

door kunstzinnige bewerking, treedt <strong>het</strong>zelf<strong>de</strong> karakteristiek<br />

gemis aan locale kleur en aan historisch inzicht aan <strong>de</strong>n dag<br />

dat we reeds opmerkten in <strong>de</strong> classieke romans, en dat ook<br />

in <strong>de</strong> godsdienstige stukken <strong>de</strong>r primitieve schil<strong>de</strong>rschool opvalt<br />

: Christus en zijn heiligen zijn echte mid<strong>de</strong>leeuwers, soms<br />

behept met rid<strong>de</strong>rlijke en feodale mentaliteit, en <strong>het</strong> landschap<br />

waarin zij zich bewegen vertoont een verrassen<strong>de</strong> gelijkenis<br />

met <strong>de</strong> Vlaamsche gouwen.<br />

Meer nog dan <strong>de</strong> levensbeschrijvingen <strong>de</strong>r heiligen vielen<br />

in <strong>de</strong>n smaak <strong>de</strong>r mid<strong>de</strong>leeuwsche gemeenschap die verhalen<br />

waarin aangetoond werd hoe <strong>de</strong> <strong>de</strong>votie tot Maria <strong>de</strong>n mensch<br />

tot heil sticht en hem een veilige schutse is tegen <strong>de</strong> macht<br />

en <strong>de</strong> lagen van <strong>de</strong>n


Eerste bladzij<strong>de</strong> van <strong>het</strong> eenig bewaard gebleven<br />

handschrift van Beatrijs.


volgen. Veertien jaar later, na een leven van zon<strong>de</strong> en<br />

schan<strong>de</strong>, keert zij naar haar


dween eruit, zoodat <strong>de</strong> nabloei <strong>de</strong>r romantische literatuur in<br />

<strong>de</strong> 1 4 e eeuw, alhoewel nog terend op <strong>de</strong> schittering <strong>de</strong>r vroegere<br />

motieven, meer en meer toegaf aan <strong>de</strong> <strong>voor</strong>lief<strong>de</strong> tot<br />

grover effecten en melodramatische verwikkelingen. Bovendien<br />

on<strong>de</strong>rging zij <strong>de</strong>n invloed van <strong>het</strong> burgerlijk didactisme,<br />

waarover in <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> paragrafen meer. Naast <strong>de</strong> omgewerkte<br />

en verburgerlijkte ou<strong>de</strong>re romans verschenen nu <strong>de</strong><br />

Sproken, meestal sentimenteele verhalen van geringen SPROKEN<br />

omvang, <strong>voor</strong>gedragen door sprooksprekers of zeg-<br />

gers. Het type van <strong>de</strong>n sprookspreker is WILLEm W. VAN HILDE-<br />

GAERSBERCH<br />

VAN HILDEGAERSBERCH, een <strong>de</strong>r eerste Noord-Ne<strong>de</strong>r- 2 e helft 14' eeuw<br />

lan<strong>de</strong>rs die in <strong>de</strong> letterkun<strong>de</strong> optre<strong>de</strong>n. Ongeveer<br />

zijn tijdgenoot is <strong>de</strong> Hollan<strong>de</strong>r DIRC POTTER, ge- DIRC POTTER<br />

heimschrijver van <strong>de</strong> graven van Holland, met wien ± 13701 428<br />

wij reeds op <strong>de</strong> uiterste grens <strong>de</strong>r mid<strong>de</strong>leeuwen aanlan<strong>de</strong>n<br />

en die <strong>de</strong> overgangsperio<strong>de</strong> aankondigt. Zijn werk is Der<br />

Minnen Loep, eigenlijk een verzameling verhalen waaraan hij<br />

<strong>de</strong>n naam sproke gaf, maar die om hun didactische bespiegelingen<br />

evenzeer leerdicht kon<strong>de</strong>n heeten.<br />

Met <strong>de</strong> boer<strong>de</strong>n betre<strong>de</strong>n wij volop <strong>het</strong> terrein <strong>de</strong>r BOERDEN<br />

volksliteratuur. Immers, toen als nu, waren er anecdoten en<br />

moppen in omloop, internationaal kleingoed, die van mond<br />

tot mond gingen, grappige verzinsels met vaak weinig kieschen<br />

inhoud, maar waarin men <strong>het</strong> volksleven op heeterdaad kan<br />

betrappen. Toen als nu, waren er liefhebbers die verzamelingen<br />

aanleg<strong>de</strong>n of wat ze zelf verzonnen te boek stel<strong>de</strong>n. Het<br />

eenig doel van die boer<strong>de</strong>n is te doen lachen, some prof te<br />

doen lachen, en in <strong>de</strong> zeldzame gevallen dat ze een literaire<br />

waar<strong>de</strong> bezitten, danken ze die aan <strong>de</strong> rake en pittig-populaire<br />

wending van <strong>de</strong>n verhaaltrant.<br />

B. — DE ZUCHT NAAR KENNIS<br />

In <strong>de</strong>n loop <strong>de</strong>r <strong>de</strong>rtien<strong>de</strong> eeuw gaat <strong>de</strong> glans van <strong>de</strong>n<br />

rid<strong>de</strong>rroman aan <strong>het</strong> tanen : eigenlijk behoor<strong>de</strong> toen immers<br />

<strong>de</strong> schitteren<strong>de</strong> perio<strong>de</strong> van <strong>de</strong> feodaliteit tot <strong>het</strong> verle<strong>de</strong>n.<br />

Een volkomen verschillen<strong>de</strong> strooming begint men omstreeks<br />

<strong>de</strong> jaren 1250 waar te nemen, niet alleen bij ons, maar ook<br />

25


in <strong>de</strong> literatuur <strong>de</strong>r naburige lan<strong>de</strong>n. Het blijkt wel dat <strong>de</strong><br />

stijgen<strong>de</strong> beschaving, of zoo men liever wil, <strong>de</strong> volksontwikkeling,<br />

<strong>de</strong> verspreiding van <strong>het</strong> on<strong>de</strong>rwijs, welke verspreiding<br />

men niet al te zeer moet on<strong>de</strong>rschatten, in West-Europa <strong>de</strong><br />

behoefte <strong>de</strong>ed ontstaan om <strong>de</strong> wetenschap — of wat men<br />

toen wetenschap noem<strong>de</strong> te populariseeren. Tot dan toe<br />

was <strong>de</strong> eenige taal waarin <strong>de</strong> menschelijke kennis te boek<br />

gesteld werd <strong>het</strong> Latijn (<strong>de</strong>nk aan <strong>de</strong> oorspronkelijke beteekenis<br />

van <strong>het</strong> woord roman!). Nu dat men die Latijnsche<br />

werken begon te vertalen om <strong>de</strong> zucht naar kennis — niet<br />

<strong>de</strong>r massa, maar van <strong>de</strong>n naar omhoog streven<strong>de</strong>n <strong>de</strong>r<strong>de</strong>n<br />

stand, <strong>de</strong> burgerij — te bevredigen, koos men ook daar<strong>voor</strong>,<br />

hoe vreemd <strong>het</strong> moge schijnen, <strong>de</strong> berijm<strong>de</strong> taal, <strong>de</strong>n geijkten<br />

vorm <strong>voor</strong> al wat bewust of onbewust op <strong>de</strong>n naam woordkunst<br />

aanspraak maakte zoolang <strong>het</strong> proza als kunstvorm<br />

in <strong>de</strong> 1 4 e eeuw niet <strong>de</strong>finitief zijn bestaansrecht verworven<br />

had.<br />

Deze didactische strekking moest <strong>voor</strong>al ingang vin<strong>de</strong>n in<br />

<strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsche gewesten, juist omdat <strong>de</strong> omstandighe<strong>de</strong>n<br />

waaruit ze geboren was, zich hier op hun gunstigst <strong>voor</strong><strong>de</strong><strong>de</strong>n.<br />

In geen enkel land immers, Italie uitgezon<strong>de</strong>rd, zien<br />

wij <strong>de</strong> gemeenten, en met <strong>de</strong>ze <strong>de</strong>n <strong>de</strong>r<strong>de</strong>n stand een zoo<br />

belangrijke rol spelen; nergens zooals hier wisten zij zich zoo<br />

zelfstandig te ontwikkelen en zich in zoo een hooge welvaart<br />

te verheugen. Er werkte zich in <strong>de</strong> Vlaamsche en Brabantsche<br />

ste<strong>de</strong>n een patriciersstand omhoog, die in zijn welgestel<strong>de</strong><br />

behaaglijkheid <strong>de</strong> behoefte gevoel<strong>de</strong> aan geestesvoedsel.<br />

Maar dat geestesvoedsel dieii<strong>de</strong> van een an<strong>de</strong>ren aard te zijn<br />

dan <strong>de</strong> rid<strong>de</strong>rpoezie positieve kennis strookte beter met zijn<br />

nuchtere zakelijkheid dan <strong>de</strong> fabelen van wufte avonturen die<br />

trouwens met geen enkele werkelijkheid meer overeenstem<strong>de</strong>n.<br />

JAN VAN BOENDALE geeft een treffen<strong>de</strong> uiting aan <strong>de</strong>ze<br />

mentaliteit door zijn zinspeling op Karel en<strong>de</strong> Elegast :<br />

Men leest dat Kaerle voer stelen<br />

lc segt u al son<strong>de</strong>r helen<br />

Dat Karel noit en stal.<br />

2 6


en Maerlant had <strong>het</strong> hem reeds <strong>voor</strong>gezegd :<br />

Die scone walsche poeten<br />

Di meer rimen dan si weten.<br />

of nog drastischer :<br />

Wat walsch is<br />

Valsch is.<br />

waarme<strong>de</strong> hij natuurlijk bedoelt dat, wat in <strong>het</strong> Fransch of<br />

walsch geschreven is, louter verzinsels zijn, terwijl <strong>de</strong> echte<br />

wetenschap te vin<strong>de</strong>n is in <strong>de</strong> Latijnsche werken.<br />

De bloei van <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsche didactische poezie is me<strong>de</strong><br />

te wijten aan <strong>de</strong> krachtige persoonlijkheid van haar eersten<br />

vertegenwoordiger in onze gewesten. JACOB VAN<br />

JACOB VAN<br />

MAERLANT werd ± 1230 waarschijnlijk in <strong>het</strong> MAERLANT<br />

Brugsche Vrije geboren. Hij genoot een « klerken >>- 1230-7-F.- 1300<br />

opvoeding en behoor<strong>de</strong> misschien tot <strong>de</strong> lagere geestelijkheid.<br />

Hij ging althans geduren<strong>de</strong> zekeren tijd <strong>het</strong> ambt van


•<br />

Gekleur<strong>de</strong> miniatuur uit <strong>het</strong> hs. 15001 van Maerlant's<br />

Rijmbijbel, berustend op <strong>de</strong> Koninkl. Bibliotheek to Brussel.<br />

Merk op hoe <strong>de</strong> Bijbelsche personages <strong>voor</strong>gesteld wor<strong>de</strong>n<br />

als mid<strong>de</strong>leeuwsche krijgers, en Jeruzalem als een burcht.


opzicht heeft <strong>de</strong>ze berijming geen waar<strong>de</strong> : behalve waar<br />

Maerlant een satirisch pijltje afschiet, vloeien <strong>de</strong>ze duizen<strong>de</strong>n<br />

verzen met hun ontelbare stopwoor<strong>de</strong>n zon<strong>de</strong>r <strong>de</strong> minste verheffing<br />

<strong>voor</strong>t. Maar wel interessant is ze omdat ze een dui<strong>de</strong>lijk<br />

beeld geeft van <strong>de</strong>n stand <strong>de</strong>r mid<strong>de</strong>leeuwsche wetenschap.<br />

Dat is echter al.<br />

Van even geringe artistieke beteekenis is zijn Rijmbijbel,<br />

ook naar <strong>het</strong> Latijn, een berijming van <strong>het</strong> ou<strong>de</strong> RIJMBIJBEL<br />

Testament en van <strong>de</strong> Evangelien, met als slot Die .7-f: 1270<br />

W rake van Jerusalem, <strong>de</strong> ver<strong>de</strong>lging van Jerusalem naar <strong>de</strong>n<br />

Joodschen geschiedschrijver Flavius Josephus.<br />

Met <strong>het</strong> breed opgezette werk Spieghel Historiael,<br />

SPIEGHEL<br />

waarin hij een overzicht <strong>de</strong>r wereldgeschie<strong>de</strong>nis wil<strong>de</strong> HISTORIAEL<br />

geven van <strong>de</strong> schepping tot op zijn eigen tijd toe,<br />

1284-1290<br />

betrad hij <strong>het</strong> eerst <strong>het</strong> terrein <strong>de</strong>r eigenlijke geschiedschrijving.<br />

Van <strong>de</strong> <strong>voor</strong>genomen vier <strong>de</strong>elen voltooi<strong>de</strong> hij er slechts<br />

twee : <strong>het</strong> eerste en <strong>het</strong> <strong>de</strong>r<strong>de</strong>.<br />

Het is teekenend vo or <strong>de</strong> richting <strong>de</strong>r geesten in dien<br />

tijd dat <strong>de</strong>ze compilaties, ondanks hun geringe dichterlijke<br />

schoonheid, zoo veel bijval mochten beleven. Terwijl van<br />

an<strong>de</strong>re gelijktijdige gedichten met moeite fragmenten tot ons<br />

zijn gekomen, bleven b.v. van <strong>de</strong>n Rijmbijbel niet min<strong>de</strong>r dan<br />

vijftien handschriften bewaard, en <strong>de</strong> Spieghel Historiael werd<br />

in 1515 zelfs nog gedrukt.<br />

Maerlant's invloed blijkt ver<strong>de</strong>r nog uit <strong>het</strong> groot aantal<br />

navolgers die in zijn spoor <strong>voor</strong>twerkten. Bij hen is er zoo<br />

mogelijk nog min<strong>de</strong>r schoonheidsbezinning waar to nemen<br />

dan bij hun meester, zoodat <strong>het</strong> gevoeglijk bij een bloote<br />

vermelding van namen mag blijven.<br />

Toch verdient een feit onze aandacht : terwin Maerlant<br />

zelf West-Vlaming is, zijn <strong>de</strong> meeste zijner navolgers Braban<strong>de</strong>rs.<br />

Dit is geen toeval. Langzamerhand verschoof <strong>het</strong> zwaartepunt<br />

<strong>de</strong>r Ne<strong>de</strong>rlandsche beschaving van Vlaan<strong>de</strong>ren, waar<br />

<strong>het</strong>, ten gevolge van <strong>de</strong> oneenighe<strong>de</strong>n tusschen <strong>de</strong> gemeenten<br />

en <strong>de</strong>n graaf, geen oogenblik rustig meer was, naar <strong>het</strong><br />

hertogdom Brabant.<br />

De rechtstreeksche <strong>voor</strong>tzetters van Maerlant zijn PHILIP<br />

UTENBROKF, van Damme, die <strong>het</strong> twee<strong>de</strong> <strong>de</strong>el van <strong>de</strong>n<br />

29


Spieghel Historiael schreef, en LODEWIJK VAN VELTHEM die<br />

<strong>het</strong> gedicht tot zijn eigen tijd bijwerkte.<br />

De verdienstelijkste leerling is nochtans JAN VAN<br />

JAN VAN<br />

BOENDALE BOENDALE, geboren te Tervuren, later schepenklerk<br />

1290-± 1366 te Antwerpen, die in zijn Brabantsche Yeesten <strong>de</strong> ge-<br />

MELIS STOKE<br />

ein<strong>de</strong> 13' —<br />

begin 14' eeuw<br />

schie<strong>de</strong>nis <strong>de</strong>r hertogen van Brabant te boek stel<strong>de</strong>. Zijn<br />

hoofdwerk is Der Leken Spieghel, een uitgebreid ze<strong>de</strong>kundig<br />

tractaat waarin <strong>de</strong> geschiedschrijving even goed haar plaats<br />

vindt als menig <strong>voor</strong>schrift aangaan<strong>de</strong> <strong>de</strong> dichtkunst en zelfs<br />

<strong>de</strong> wellevendheid. Het is een karakteristiek <strong>voor</strong>beeld van <strong>het</strong><br />

soort van handboeken waaruit een burger <strong>de</strong>r 1 4 e eeuw kon<br />

putten al wat hij dien<strong>de</strong> te weten om door te gaan als een<br />

beschaafd en belezen man.<br />

In <strong>de</strong>nzelf<strong>de</strong>n aard en misschien wel een aanvulling op<br />

Der Leken Spieghel is zijn Jans Teesteye, eveneens een handleiding<br />

<strong>voor</strong> practische ze<strong>de</strong>nleer, waarin Boendale <strong>de</strong>n tijd<br />

dien hij beleeft nog zoo kwaad niet vindt : alleen in <strong>de</strong>n<br />

achteruitgang van <strong>de</strong>n a<strong>de</strong>l ziet hij re<strong>de</strong>n tot klagen.<br />

Te vermel<strong>de</strong>n is nog een « dichter » die ons an-<br />

<strong>de</strong>rmaal naar <strong>de</strong> Noor<strong>de</strong>lijke Ne<strong>de</strong>rlan<strong>de</strong>n verplaatst,<br />

en die ons meldt dat ook daar <strong>het</strong> letterkundig Leven<br />

traag en moeizaam ontwaakt. MELTS STOKE, klerk van <strong>de</strong>n<br />

Hollandschen graaf Floris V, schreef koud en droog en<br />

plichtmatig een Rymkroniek van Holland.<br />

Namen van an<strong>de</strong>re didactische schrijvers ontbreken niet<br />

ofwel beoefenen zij, zooals JAN VAN HEELU met zijn Yeeste<br />

van <strong>de</strong>n Slag van Woeringen, <strong>de</strong> kroniek en <strong>het</strong> geschiedverhaal,<br />

en als zoodanig boezemen ze <strong>de</strong>n historicus meer belang in<br />

dan <strong>de</strong>n stu<strong>de</strong>nt in <strong>de</strong> letterkun<strong>de</strong>; ofwel beoogen zij godsdienstige<br />

en ze<strong>de</strong>kundige leering, zooals JAN DE WEERT van<br />

leper met zijn Nieurve Doctrinael, en zijn Disputacie van Rogiere.<br />

Daarnaast mag wel speciaal melding gemaakt wor<strong>de</strong>n van<br />

een soort van geschriften waarin we werkelijk <strong>de</strong> eerste<br />

pogingen vernemen om een wetenschap in <strong>het</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsch<br />

te vestigen, nl. <strong>de</strong> Cyrurgie van JAN YPERMAN, en <strong>het</strong> Boeck<br />

van Surgien van THOMAS SCELLINCK, bei<strong>de</strong>n heelmeesters uit<br />

<strong>het</strong> begin van <strong>de</strong> 14e eeuw.<br />

Het didactische genre bleef heel <strong>de</strong> veertien<strong>de</strong> en vijftien<strong>de</strong><br />

30


eeuw door in zwang, overwoeker<strong>de</strong> <strong>de</strong> romankunst, versmolt<br />

met <strong>de</strong> mystiek, om ten slotte in <strong>het</strong> re<strong>de</strong>rijkerstijdperk zelfs<br />

<strong>de</strong> dramatische poezie dienstbaar te maken aan haar doelein<strong>de</strong>n.<br />

C. — DE LYRIEK<br />

1. — HET INDIVIDUEEL GEVOEL<br />

De mid<strong>de</strong>leeuwen zijn een perio<strong>de</strong> waarin <strong>de</strong> mensch zich<br />

hoofdzakelijk als een lid <strong>de</strong>r gemeenschap voelt. Door zijn<br />

geloof is hij een <strong>de</strong>el van <strong>het</strong> lichaam dat geheel <strong>de</strong> Westersche<br />

wereld omvat, <strong>de</strong> Kerk ; maatschappelijk is hij een schakel<br />

in <strong>de</strong> inrichting van <strong>het</strong> gemeentewezen met <strong>de</strong> starre en<br />

strenge kasten van ambachten en neringen. Over <strong>het</strong> algemeen<br />

zijn <strong>de</strong> persoonlijkhe<strong>de</strong>n, <strong>voor</strong>al in <strong>de</strong> wereld van <strong>het</strong> <strong>de</strong>nken,<br />

dan ook zeer weinig scherp afgeteekend : ze wor<strong>de</strong>n weggedoezeld<br />

in <strong>de</strong> massa.<br />

Maar <strong>het</strong> hart, <strong>het</strong> gevoel, met zijn individueele aspiraties,<br />

met zijn persoonlijke vreug<strong>de</strong>n en smarten, met zijn begeerten<br />

en droomerijen, verliest nooit zijn recht om zich zelf te zijn.<br />

Vandaar <strong>het</strong> op <strong>het</strong> eerste gezicht ongewone feit dat, in die<br />

tij<strong>de</strong>n van gemeenschapskunst, <strong>de</strong> lyriek, die persoonlijkste<br />

aller kunstvormen, allesbehalve schaars vertegenwoordigd is.<br />

Voor vele mid<strong>de</strong>leeuwsche dichters had <strong>de</strong> lyriek bovendien<br />

nog haar oorspronkelijke bestemming behou<strong>de</strong>n : gezongen<br />

te wor<strong>de</strong>n met begeleiding van <strong>de</strong> Tier, of van <strong>de</strong>n<br />

doe<strong>de</strong>l, naar gelang van <strong>het</strong> milieu waar zij tot uiting kwam,<br />

en gepaard te gaan met dansen.<br />

Nochtans moet niet uit <strong>het</strong> oog verloren wor<strong>de</strong>n dat in<br />

sommige gevallen <strong>de</strong> uitstorting van <strong>het</strong> gevoel beperkt bleef<br />

binnen zekere conventioneele grenzen en gebon<strong>de</strong>n aan conventioneele<br />

vormen. Dit gold meest <strong>voor</strong> <strong>de</strong> hoofsche minne-<br />

lyriek, van Provencaalschen oorsprong en waarvan MINNELYRIEK<br />

<strong>de</strong> vorm, met een lange traditie achter zich, uiterst gekunsteld<br />

was, <strong>de</strong> toon hoofsch en <strong>het</strong> on<strong>de</strong>rwerp gewijd aan <strong>de</strong> hul<strong>de</strong><br />

van een e<strong>de</strong>le vrouwe. HENDRIK VAN VELDEKE, <strong>de</strong><br />

Limburger van wien hierboven reeds spraak was,<br />

schreef er een <strong>de</strong>rtigtal in <strong>de</strong>n geijkten, zeer bewerk-<br />

H. VAN<br />

VELDEKE<br />

ein<strong>de</strong> 12' eeuw<br />

31


ten vorm die moeilijk toelaat te oor<strong>de</strong>elen of <strong>het</strong> gevoel dat<br />

er in uitgesproken wordt al dan niet echt is.<br />

Veel frisscher doen <strong>de</strong> minnelie<strong>de</strong>ren aan die toegeschreven<br />

wor<strong>de</strong>n aan hertog JAN I van Brabant, die meer<br />

1253-1284 bepaald danslie<strong>de</strong>ren schijnen, en dan ook aanleunen<br />

bij <strong>de</strong>n opgewekten toon van <strong>het</strong> zinnelijker volkslied.<br />

Echte individueele gevoelslyriek in <strong>de</strong>n mo<strong>de</strong>rnen zin van<br />

<strong>het</strong> woord, treffen wij daarentegen aan bij HADE-<br />

WIJCH. Ook <strong>de</strong>ze vrouw, die misschien te Antwerpen<br />

geboren werd, en een ge<strong>de</strong>eite van haar leven te Nijvel, in<br />

Waalsch-Brabant, doorbracht, schreef minnelyriek, waarin <strong>het</strong><br />

Provencaalsche formalisme zooals we dat leer<strong>de</strong>n kennen bij<br />

Vel<strong>de</strong>ke nog nawerkt, maar een minnelyriek die <strong>de</strong>ze motieven<br />

gebruikt om <strong>het</strong> wel en wee <strong>de</strong>r lief<strong>de</strong> tot God te bezingen.<br />

Van haar verzen is <strong>het</strong> nooit uitgeputte on<strong>de</strong>rwerp <strong>de</strong><br />

mystieke Minne, met haar


genoten wor<strong>de</strong>n, terwijl om <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> re<strong>de</strong>nen mo<strong>de</strong>rniseering<br />

van haar gedichten ter nauwernood mogelijk blijkt.<br />

Van een gansch an<strong>de</strong>ren aard is <strong>de</strong> lyrische poezie<br />

die Maerlant schreef. Niet <strong>de</strong> hoofsche verwoording<br />

van een conventioneel-versteend lief<strong>de</strong>gevoel, noch<br />

<strong>de</strong> onstuimige ontboezeming eener alles verteren<strong>de</strong><br />

mystieke minne, maar ernstige, ge<strong>de</strong>gen en wel overleg<strong>de</strong><br />

uiting van sociale en didactische bespiegelingen geeft<br />

Jacob van Maerlant. Wij zagen (blz. 1 7) hoe zijn didactisch<br />

aangeleg<strong>de</strong> geest reeds <strong>de</strong> rid<strong>de</strong>rrornans, die hij in zijn jeugdjaren<br />

schreef, doordrenkte met koel-nuchtere beschouwingen.<br />

Ook in zijn strofische gedichten, die hij waarschijnlijk meest<br />

alle op rijperen leeftijd schreef, overheerscht <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> zwaarwichtige<br />

toon, wat niet verhin<strong>de</strong>rt dat hij prachtig kan toornen<br />

als hij in vuur geraakt over <strong>de</strong> onrechtvaardighe<strong>de</strong>n en ongerechtighe<strong>de</strong>n<br />

<strong>de</strong>zer wereld.<br />

Zijn bekendste lyrische gedichten zijn <strong>de</strong> Martijns,<br />

reeks gesprekken tusschen <strong>de</strong>n schrijver en een zekeren Martijn.<br />

Vooral Martijn I, ook, naar <strong>het</strong> aanvangsvers, Wapene<br />

Martijn genoemd, verdient onze waar<strong>de</strong>ering. De gesprekken<br />

gaan over een reeks vraagstukken : over <strong>de</strong> verdorvenheid<br />

<strong>de</strong>r wereld, over <strong>het</strong> verval van trouw en <strong>de</strong>ugd, over <strong>het</strong><br />

on<strong>de</strong>rscheid <strong>de</strong>r stan<strong>de</strong>n. Zijn verontwaardiging is daarbij<br />

die van <strong>het</strong> gezond verstand tegenover <strong>de</strong> dwaashe<strong>de</strong>n en<br />

<strong>de</strong> on<strong>de</strong>ug<strong>de</strong>n van <strong>de</strong>n tijd.<br />

Zijn beste gedicht is misschien wel Van<strong>de</strong>n Lan<strong>de</strong> van Oversee<br />

(na 1291 geschreven), waarin een onstuimige lyrische kracht<br />

een<br />

<strong>de</strong> onverschillig gewor<strong>de</strong>n christenheid oproept tot <strong>de</strong> ver<strong>de</strong>diging<br />

van <strong>het</strong> H. Land. Van min<strong>de</strong>r beteekenis is Der<br />

Kerken Claghe, waarin hij jammert over <strong>het</strong> verval <strong>de</strong>r kerk.<br />

Krachtige persoonlijkhe<strong>de</strong>n, die zich in <strong>de</strong> lyriek uitspreken,<br />

treft men ver<strong>de</strong>r niet aan. Wel klinkt soms, in <strong>de</strong> massa <strong>de</strong>r<br />

anonieme volkslie<strong>de</strong>ren, een kristalhel<strong>de</strong>r geluid dat ons<br />

waarschuwt dat een ziel zich uitzingt. Dit is o.a. <strong>het</strong> geval<br />

met <strong>het</strong> klaaglied Egidius waci besot bleven, dat om zijn ge<strong>de</strong>mpte<br />

woordharmonie en zijn zacht weemoedigen rhythmenval<br />

een sterk persoonlijke lyrische natuur verraadt, en ook<br />

met <strong>het</strong> jongere Chcquetst ben is van binnen.<br />

SOCIAAL-<br />

DIDACTISCHE<br />

LYRIEK<br />

JACOB VAN<br />

MAERLANT<br />

2e helft 13' eeuw<br />

33


•<br />

ito utak °Van meltillt,<br />

usltrite inattUtt bac ":,altottit<br />

ettett-wettir tee It tbitn,<br />

t rot<br />

cratafttu lout<br />

0 Ott nuttywoutut 4atu<br />

-zoubte tunnel ell warn<br />

nutlet* Itetett tant -<br />

e ;its vallietytud<br />

tut Ze barn colt -nett Irtueen<br />

Suchen van Zen Oxtutr<br />

te -,vtecten<br />

beat teCcatten eu •viten<br />

alit Zito' suet tit btie'doutr<br />

of hen gmb<br />

^<br />

gup,batabootnekray.<br />

I num istaratoni<br />

bar bit vex vtecrestor<br />

tit It taloa, tiotlebstetuldt<br />

of bar In to e<br />

tettitttnett Watt (niter<br />

hint *font,<br />

n t<br />

t tour intenbdieben Inv<br />

Mt Wen etthottnecit Custom etit<br />

ettitutit eh).<br />

it if:abaft mow<br />

ottofttarttin otter<br />

of **row<br />

u<br />

,Nottnue triatit-011$ We - , tu<strong>de</strong>nv) env*<br />

ber btft<br />

nu Ite alto Ito<br />

itmetten ett Veen.<br />

eft tuanuotte tut 0,13E tont,<br />

van bet ic beettithe . :<br />

tebttitor is Attottn ensflotn<br />

&bete ‘vitiur ?tee in Zen ftwit<br />

uhterbt<br />

bartro*<br />

te<br />

Induittittokheitrixtnimen.<br />

veer voigitet bitibta wribt4.,tt<br />

bar smetals!'<br />

truatitictrit bitten wtwn<br />

- bit tomtitnutt to btuartt<br />

Imnbftttt ntent vottlocbte<br />

Ixtil int Atitt ta , nth OiltVattt<br />

tit Witte bUte txte mtratto<br />

tot btroott utt.beforlist<br />

-zenth.,,tat tittottircett taint.<br />

ot tut ett 3tut it intoadt<br />

'mutt In tut bone curtityl<br />

Ott la *vitt ixttituritte:.<br />

arum 7u tie tut- b trAitt ,<br />

vett truttiteffett Worn matt<br />

instil %Gull:0e, ixt tale'<br />

ota Thiitate hew ten attn<br />

beterwalitt,c lanhat kVA. ou<br />

ktt Itterxt ii Itett'<br />

ttu 'molten. 'baboon tett<br />

cum Zvi* tau men ben<br />

tttoo bee at heir<br />

• ttsivolunettitt vettitu out<br />

titt* Int rebate beervatt<br />

%MAO' foOttrtittil bir %Vat'<br />

tte ttm.<br />

tt nnbunte otterwiter<br />

tar Ottz itetbetv Itabte veer<br />

tt putt *mitt taw<br />

(IT to tett cc/11km no<br />

lytt *abut nutter notettr<br />

nta fatten bat bar<br />

. 4 o (woo<br />

bar 41 =inmost 4e461 our '<br />

el bib* itkutt 30 mat<br />

nu antrum* <strong>de</strong>ft<br />

friitt optubocr<br />

vaimuntli taw<br />

Artcributa fatly/rt.<br />

al* bt It-v./mune/I loity<br />

dila *oily oiitto 13414*<br />

nimitvit<br />

Motor Atm bottictitett<br />

eti bit newt titer War<br />

0 01,, OM 11 WM WM<br />

- ,<br />

liter ffilittMett NM* fatiett gctm<br />

at 130-# totItOilhar bit trate tutottr<br />

bit -chit rtutturen<br />

Of In Ism one herly<br />

Watt itttibett<br />

baz :4-t Ida glitint<br />

etv bat Ccallw 4c‘rioir.<br />

Int 114-'xtratiteirocohill<br />

'Wert tinteli$<br />

tittit Ut, zkri4Ar<br />

4.:11 botc.r oultne<br />

Atitlur Itivr Akkilthu,,,a1 vrc<br />

ohm ti ltw4+;<br />

• ale liertr wIntett It<br />

‘lhtrir atirfactutcr OK Kr<br />

Eerste bladzij<strong>de</strong> uit <strong>het</strong> handschrift van Maerlant's Wapene Martijn.<br />

(Bibliotheek van <strong>de</strong> Universiteit to Groningen.)


Een even sterke lyrische klank treft ons bijwijlen in <strong>de</strong><br />

talrijke gebe<strong>de</strong>n- en getij<strong>de</strong>nboeken, <strong>voor</strong>al uit <strong>de</strong> 15e eeuw :<br />

enkele van <strong>de</strong> daarin <strong>voor</strong>komen<strong>de</strong> niet-liturgische gebe<strong>de</strong>n,<br />

meestal in proza, als b.v. <strong>de</strong> Pater nosier win<strong>de</strong>r Verrisenesse ons<br />

liefs Heeren en <strong>het</strong> Gebed <strong>de</strong>r coninginnen van Cecilien, zijn aangrijpen<strong>de</strong><br />

gevoelsuitingen.<br />

Heelemaal op <strong>het</strong> ein<strong>de</strong> <strong>de</strong>zer perio<strong>de</strong> dient nog vermeld<br />

te wor<strong>de</strong>n ZUSTER BERTKEN van Utrecht die zeven<br />

ZUSTER<br />

en vijftig jaar ingemuurd in een kluis leef<strong>de</strong>, en van BERTKEN<br />

wie een achttal mystieke lie<strong>de</strong>ren overblijven. Van 1427-1514<br />

een gansch an<strong>de</strong>ren aard zijn ze echter dan die welke Ha<strong>de</strong>wijch<br />

tweehon<strong>de</strong>rd jaar vroeger schreef : in plaats van <strong>de</strong><br />

onstuimigheid <strong>de</strong>r mystieke minne bekoren zij door hun argeloozen<br />

eenvoud.<br />

2. — DE ZINGENDE MIDDELEEUWER<br />

Naast <strong>het</strong> lyrisch gedicht van <strong>de</strong>n enkeling, <strong>het</strong><br />

lied van <strong>de</strong> gemeenschap. Dat lied <strong>voor</strong>al is niet te HET WERELDschei<strong>de</strong>n<br />

van zijn melodic. Samen zou<strong>de</strong>n ze moeten LIJK LIED<br />

bestu<strong>de</strong>erd wor<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> 1 3e eeuw tot <strong>de</strong> 1 7 e , toen <strong>de</strong><br />

Ne<strong>de</strong>rlandsche muziek ver buiten haar zrenzen vermaard was.<br />

We kunnen ons nu nog moeilijk <strong>voor</strong>stellen wat een plaats<br />

<strong>het</strong> lied bij onze <strong>voor</strong>ou<strong>de</strong>rs innam. On<strong>de</strong>r <strong>de</strong> dorpslin<strong>de</strong>,<br />

op <strong>de</strong> feestwei<strong>de</strong>, aan <strong>de</strong> bran bij <strong>de</strong> stadspoort, zingt een<br />

ruiter, een stu<strong>de</strong>nt, een landsknecht wat zijn gemoed beweegt.<br />

Het lied beheerschte in<strong>de</strong>rdaad


gegeven wor<strong>de</strong>n. Onmogelijk is <strong>het</strong> er <strong>de</strong>n ou<strong>de</strong>rdom van to<br />

bepalen : mon<strong>de</strong>ling wer<strong>de</strong>n ze <strong>voor</strong>tgeleerd en sommige<br />

wer<strong>de</strong>n pas in <strong>de</strong> vorige eeuw uit <strong>de</strong>n volksmond opgeteekend.<br />

Er zijn er waarin men zon<strong>de</strong>r moeite nog sporen van<br />

<strong>het</strong> Germaansche hei<strong>de</strong>ndom erkent ; an<strong>de</strong>re die historische<br />

feiten bezingen ; an<strong>de</strong>re nog die ons een blik gunnen in <strong>het</strong><br />

volksleven. Toch schijnt <strong>het</strong> dat <strong>de</strong> meeste ontstaan zijn in<br />

<strong>de</strong> veertien<strong>de</strong> eeuw.<br />

RIDDER-<br />

Voor zoover een overzicht mogelijk is kan er ge-<br />

ROMANCES wezen wor<strong>de</strong>n op rid<strong>de</strong>rromances, zooals <strong>het</strong> lied van<br />

Heer Halewyn, met zijn stemming van maag<strong>de</strong>lijke teerheid<br />

HISTORISCHE<br />

LIEDEREN<br />

en angstwekken<strong>de</strong> ruwheid, terwijl <strong>de</strong> tweeregelige strofen<br />

tevens een hooge plastische kracht bereiken. Niet min<strong>de</strong>r<br />

mooi is <strong>het</strong> lied van Heer Dancelken, terwijl Het dag<strong>het</strong> in <strong>de</strong>n<br />

Oosten bijna evenzeer dramatisch als episch van vorm is,<br />

maar met een stemming van doordringen<strong>de</strong>n weemoed. Het<br />

populairste wellicht, evenzeer om zijn romantisch-teere gevoeligheid<br />

als om zijn ontroeren<strong>de</strong> melodie is Het waren twee<br />

Conincskin<strong>de</strong>ren.<br />

De historische lie<strong>de</strong>ren bezingen toestan<strong>de</strong>n of ge-<br />

beurtenissen : aldus b.v. <strong>het</strong> Kerelslied, waaruit een<br />

echt krachtige haat van <strong>de</strong>n « ruter » tegenover <strong>de</strong> kerels<br />

spreekt. Een feit dat sterken indruk maakte op <strong>de</strong>n tijdgenoot<br />

was <strong>de</strong> moord op graaf Floris V (1296), dien Dirc<br />

Potter reeds in zijn Rymkroniek verhaal<strong>de</strong> en waaraan <strong>het</strong> lied<br />

Van Graef Floris en<strong>de</strong> Geeraert van Velsen gewijd werd. Ver<strong>de</strong>re<br />

<strong>voor</strong>beel<strong>de</strong>n zijn De Slach van Blangys (zege behaald door<br />

Maximiliaan bij Guinegate op <strong>de</strong> Franschen in 1479), enz.<br />

DRINK- EN Vol ruwen levenslust, maar ook soms vol guitige<br />

DANSLIEDEREN schalkschheid klinken <strong>de</strong>ze lie<strong>de</strong>ren die niet zel<strong>de</strong>n<br />

MINNELIEDE-<br />

REN, TELLIE-<br />

DEREN, enz.<br />

een verhalen<strong>de</strong>n inhoud hebben : moet er hier herinnerd<br />

wor<strong>de</strong>n aan Des Winters als <strong>het</strong> regent, aan Zeg Kwezelken Wil<strong>de</strong><br />

gij dansen?<br />

Daarnaast is <strong>het</strong> wel niet noodig to wijzen op <strong>de</strong><br />

ontelbare verschei<strong>de</strong>nheid <strong>de</strong>r minnelie<strong>de</strong>ren, <strong>de</strong>r<br />

arbeidslie<strong>de</strong>ren, <strong>voor</strong>al <strong>de</strong>r tellie<strong>de</strong>ren die gezongen<br />

wer<strong>de</strong>n bij <strong>het</strong> kantwerken. Alle samen maken zij een schat<br />

uit die getuigt van <strong>de</strong> rijke vruchtbaarheid van onze yolks-<br />

36


poezie.<br />

Naast <strong>het</strong> profane lied, had <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>leeuwer HET GEESTELIJK<br />

ook zijn godsdienstige zangen. De oudste zullen wel<br />

LIED<br />

eenvoudige vertalingen of paraphrasen geweest zijn van<br />

Latijnsche kerkzangen. De bloeitijd van <strong>het</strong> geestelijk lied valt<br />

echter <strong>voor</strong>al in <strong>de</strong> 1 5 e eeuw. Vele schijnen ontstaan te zijn<br />

uit <strong>de</strong> godsdienstige reactie tegen <strong>de</strong> verwil<strong>de</strong>ring <strong>de</strong>r toenmalige<br />

ze<strong>de</strong>n, en als tegenhangers van <strong>de</strong> dikwijls al te losse<br />

wereldlijke lie<strong>de</strong>ren. Het gebeur<strong>de</strong> zelfs niet zel<strong>de</strong>n dat een<br />

vroom lied zijn wijs ontleen<strong>de</strong> aan een bekend profaan lied,<br />

of dat <strong>de</strong> tekst schijnbaar aanleun<strong>de</strong> tegen een wereldlijk<br />

gedicht. Sommige teekenen wijzen er op dat <strong>de</strong> Franciscanen,<br />

die een bedrijvige rol speel<strong>de</strong>n in <strong>de</strong> godsdienstige heropleving,<br />

als echte menestrelen ter eere van God met hun lie<strong>de</strong>ren<br />

rondreis<strong>de</strong>n en ze aldus mondgemeen maakten.<br />

Men zong ze zon<strong>de</strong>r twijfel in <strong>de</strong>n huiskring, maar in hoofdzaak<br />

waren ze bestemd om door <strong>de</strong> geloovigen in <strong>de</strong> kerk<br />

gezongen te wor<strong>de</strong>n. Merkwaardig is dat vele bijna. louter<br />

verhalend van inhoud zijn. Zij missen dan ook over 't algemeen<br />

<strong>de</strong> ontstellen<strong>de</strong> ontroeringskracht die we b.v. bij <strong>de</strong><br />

ou<strong>de</strong>re rid<strong>de</strong>rromances aantref fen. Maar daartegenover staat<br />

een grille onbeholpenheid, die naiefweg met <strong>het</strong> heiligste op<br />

vertrouwelijken voet omgaat, en een onverschrokken Bemis<br />

aan locale kleur.<br />

Zeer talrijk zijn <strong>de</strong> kerstlie<strong>de</strong>ren waaron<strong>de</strong>r er verschillen<strong>de</strong><br />

zijn die men herkent als bestemd om door kin<strong>de</strong>ren<br />

gezongen te wor<strong>de</strong>n. B.v. Ons ghenaket die Aventstar.<br />

Daarnaast<br />

tref fen we passie-, paasch- en hemelvaartlie<strong>de</strong>ren aan, alhoewel<br />

die in<strong>de</strong>eling eenigszins willekeurig is : gansch <strong>het</strong> leven<br />

van Christus werd immers bezongen, evenals dat van Maria<br />

en van <strong>de</strong> heiligen. In enkele gevallen komt <strong>het</strong> lied op <strong>de</strong><br />

uiterste grens van <strong>de</strong> legen<strong>de</strong> te staan : De Soudaen had een<br />

Dochterkijn.<br />

Meer persoonlijke stemming vin<strong>de</strong>n we in <strong>de</strong> lie<strong>de</strong>ren<br />

waar <strong>de</strong> mystieke geest, dien we <strong>het</strong> eerst bij Ha<strong>de</strong>wijch<br />

aantrof fen, doorheen waait, en die gansch <strong>de</strong> gamma van<br />

een door Gods lief<strong>de</strong> beroer<strong>de</strong> ziel aanstrijken, maar wier<br />

kunstwaar<strong>de</strong> ook zeer verschei<strong>de</strong>n is.<br />

3 7


D. — EEN NIEUWE KUNSTVORM : HET PROZA<br />

Opvallend is <strong>het</strong> dat <strong>het</strong> proza zoo schaars als kunstvorm<br />

gebruikt wordt. Het is een feit dat <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>leeuwsche schrijver<br />

zijn groote epische kunst evengoed als zijn kortere verhalen<br />

en anecdoten, zijn populaire kluchten en grollen<br />

evengoed als zijn mysteriespelen, en zelfs zijn vulgarisatiewetenschap,<br />

uitsluitend inkleed<strong>de</strong> in <strong>de</strong>n berijm<strong>de</strong>n vorm. De<br />

eenige <strong>voor</strong> <strong>de</strong> openbaarheid bestem<strong>de</strong> gedachtenuitingen die<br />

in proza gesteld wer<strong>de</strong>n, waren wellicht <strong>de</strong> sermoenen en <strong>de</strong><br />

vertalingen van <strong>de</strong> Evangelien.<br />

Merkwaardig mag <strong>het</strong> heeten dat <strong>de</strong> eerste impuls tot <strong>het</strong><br />

gebruik van <strong>de</strong>n prozavorm ge<strong>de</strong>eltelijk uitgaat van <strong>de</strong> brieven<br />

<strong>de</strong>ze toch waren oorspronkelijk een uiting van privaten<br />

aard. Zoo bezitten wij een verzameling Brieven van HADEwucH<br />

waarin zij haar opvatting en ervaringen van <strong>de</strong> mys-<br />

BRIEVEN VAN<br />

HADEWI JCH tieke lief<strong>de</strong> uiteenzet. Men moet evenwel toegeven<br />

13° eeuw dat <strong>de</strong> stin ervan allesbehalve onbeholpen is, zooals<br />

men dat zou verwachten bij een aanvangen<strong>de</strong>n kunstvorm :<br />

hij is integen<strong>de</strong>el rijk en gedragen met sterk ineengeklonken<br />

VISIOENEN volzinnen. Hetzelf<strong>de</strong> geldt <strong>voor</strong> haar taal in een<br />

an<strong>de</strong>r prozawerk : <strong>de</strong> Visioenen, die in visionnaire beel<strong>de</strong>n<br />

haar opgang in <strong>het</strong> mystieke leven schil<strong>de</strong>ren, en waarschijnlijk<br />

ook bestemd waren <strong>voor</strong> een zeer beperkten kring van<br />

eensvoelen<strong>de</strong> lezeressen.<br />

Wellicht een tijdgenoote van Ha<strong>de</strong>wijch is <strong>de</strong><br />

kloosterlinge BEATRIJS VAN NAZARETH, die eveneens<br />

BEATRIJS VAN<br />

NAZARETH een verhan<strong>de</strong>ling in proza schreef : Seven manieren<br />

1200-1268 van Minnen.<br />

Doch we moeten wachten tot <strong>de</strong> • 14e eeuw, wanneer <strong>de</strong><br />

meeste hierboven behan<strong>de</strong>l<strong>de</strong> genres, behalve <strong>het</strong> dramatische,<br />

reeds min of meer in verval geraakt zijn, om <strong>het</strong> proza krachtig<br />

zijn bestaansrecht als kunstvorm to zien opeischen. Zijn<br />

opgang in <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsche letterkun<strong>de</strong> is onverbreekbaar<br />

DE MYSTIEK verbon<strong>de</strong>n met <strong>de</strong> mystieke beweging, waarvan<br />

14e, eeuw reeds Beatrijs en Ha<strong>de</strong>wijch vertegenwoordigsters<br />

waren, maar die <strong>voor</strong>al in <strong>de</strong> 1 4 e eeuw zich met kracht en<br />

klem in <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlan<strong>de</strong>n en in Duitschland laat gel<strong>de</strong>n.<br />

38


Dit hangs samen met <strong>de</strong> geschiedkundige toestan<strong>de</strong>n. Er<br />

was iets veran<strong>de</strong>rd in <strong>de</strong> samenleving . <strong>de</strong>r naar hun ein<strong>de</strong><br />

nijgen<strong>de</strong> mid<strong>de</strong>leeuwen <strong>het</strong> schoone evenwicht tusschen<br />

aardschheid en hemelschheid » was zoek, <strong>de</strong> ineenschakeling<br />

van <strong>het</strong> geestelijk i<strong>de</strong>aal en <strong>de</strong> stoffelijke werkelijkheid<br />

was gebroken. De mistoestan<strong>de</strong>n, door Maerlant gehekeld,<br />

waren op <strong>de</strong> spits gedreven, en <strong>de</strong> on<strong>de</strong>ugd schaam<strong>de</strong> zich<br />

niet om onbeschroomd en uitdagend in <strong>het</strong> voile daglicht te<br />

tre<strong>de</strong>n.<br />

In <strong>het</strong> jaar 1378 ontstond daarenboven <strong>de</strong> groote Westersche<br />

scheuring in <strong>de</strong> Kerk, waardoor <strong>de</strong> geestelijke tucht<br />

merkelijk verzwakte en <strong>het</strong> gezag van <strong>de</strong>n Paus in <strong>het</strong><br />

gedrang kwam. Allerlei ketterijen kon<strong>de</strong>n welig tieren en<br />

brachten een niet geringe vertroebeling in <strong>de</strong> geesten en <strong>de</strong><br />

gemoe<strong>de</strong>ren.<br />

Tegen dien wassen<strong>de</strong>n vloed van ongerechtighe<strong>de</strong>n zoeken<br />

<strong>de</strong> zuiveren van hart meer en meer bescherming in <strong>de</strong> mystiek<br />

die tot een sociaal verschijnsel uitdijt. Reeds in <strong>de</strong> vorige<br />

eeuw had een zelf<strong>de</strong> gevoel van reactie tegen <strong>de</strong> godsdienstige<br />

en ze<strong>de</strong>lijke verwording geleid tot <strong>het</strong> oprichten van <strong>de</strong><br />

begijnhoven. Nu opnieuw wordt <strong>de</strong> mo<strong>de</strong>rne <strong>de</strong>votie, die <strong>het</strong><br />

geestelijk leven in veiliger banen leidt, uit dit religieus yolksenthousiasme<br />

geboren. Het kenmerk van <strong>de</strong> mystiek is <strong>het</strong><br />

streven van <strong>de</strong> ziel om zich te vereenigen met God. Voorai<br />

door <strong>de</strong> bespiegeling, door <strong>het</strong> opgaan in <strong>de</strong> god<strong>de</strong>lijke lief<strong>de</strong>,<br />

tracht <strong>de</strong> enkeling <strong>de</strong>ze vereeniging met <strong>de</strong> Eenheid, met<br />

God, te bereiken.<br />

De <strong>voor</strong>naamste vertegenwoordiger van <strong>de</strong> mystiek in onze<br />

gewesten is JOANNES RUUSBROEC, wiens extatische<br />

J. RUUSBROEC<br />

gestalte op <strong>de</strong>n drempel <strong>de</strong>r veertien<strong>de</strong> eeuw oprijst. 1293-1381<br />

Hij werd, naar men <strong>de</strong>nkt, te Ruisbroek (bij Brussel) in<br />

1293 geboren. Nog jonge knaap ging hij inwonen bij zijn<br />

oom die geestelijke was van Ste Goe<strong>de</strong>len te Brussel, en<br />

werd opgeleid tot <strong>de</strong>n priesterstand. Geduren<strong>de</strong> <strong>de</strong> meer dan<br />

<strong>de</strong>rtig jaar die hij in <strong>de</strong> hertogelijke stad doorbracht, voel<strong>de</strong><br />

hij <strong>de</strong> mystische neiging van zijn wezen aangroeien, en<br />

schreef hij wellicht reeds eenige van zijn tractaten; tot hij,<br />

samen met nog twee an<strong>de</strong>re geestelijken, zich in <strong>de</strong> eenzaam-<br />

39


heid van <strong>het</strong> Zonienwoud terugtrok om er zich aan zijn bespiegelingen<br />

over te geven. Velen had<strong>de</strong>n hem dit reeds<br />

<strong>voor</strong>gedaan, en overal in <strong>het</strong> uitgestrekte woud huis<strong>de</strong>n eenzaten<br />

die er <strong>de</strong> verdorvenheid <strong>de</strong>r wereld ontvlucht waren.<br />

Maar Ruusbroec's faam verspreid<strong>de</strong> zich spoedig, en weldra<br />

kwamen meer geestelijken zich bij hem vervoegen. Aldus<br />

ontstond <strong>de</strong> abdij van Groenendaal, waarvan hij <strong>de</strong> eerste<br />

prior werd. Zijn roem overschreed zelfs <strong>de</strong> grenzen, zoodat<br />

men hem van uit Frankrijk en Duitschland kwam raadplegen.<br />

Ruusbroec stel<strong>de</strong> waarschijnlijk te Groenendaal zijn meeste<br />

mystische raadgevingen en ervaringen te boek.<br />

HET SIERAAD Zijn bekendste werk is wel Die Chierheit <strong>de</strong>r gheeste-<br />

DER<br />

leker Brulocht (Het sieraad <strong>de</strong>r geestelijke bruiloft),<br />

GEESTELI JKE<br />

BRUILOFT een werk in drie <strong>de</strong>elen, waarin wor<strong>de</strong>n behan<strong>de</strong>ld<br />

<strong>de</strong> drie gra<strong>de</strong>n langswaar men tot <strong>de</strong> opperste mystieke<br />

zaligheid opklimt : <strong>het</strong> werken<strong>de</strong>, <strong>het</strong> innige en <strong>het</strong> godschouwen<strong>de</strong><br />

leven. An<strong>de</strong>re verhan<strong>de</strong>lingen door Ruusbroec geschreven<br />

heeten Van<strong>de</strong>n kerstenen Chelove, Het boec van<strong>de</strong>n gheestelefren<br />

Tabernacule, Van Seven Trappcn, enz., die alle samen<br />

een grootsch mystisch stelsel uitmaken.<br />

Nochtans wer<strong>de</strong>n zij niet geschreven met eenige literaire<br />

bedoeling : hun auteur bestem<strong>de</strong> ze als practische uiteenzettingen<br />

<strong>voor</strong> zijn volgelingen, als leiding <strong>voor</strong> kloosterzusters,<br />

in allen gevalle <strong>voor</strong> zijn onmid<strong>de</strong>llijke omgeving. Maar, in<br />

<strong>het</strong> binnenste wezen van Ruusbroec brand<strong>de</strong> <strong>de</strong> vlam <strong>de</strong>r<br />

schoonheid, en als <strong>de</strong> vervoering over hem vaardig werd, dan<br />

liet hij zijn proza onbewust openbloeien tot een vast gerhythmeer<strong>de</strong><br />

en klankhel<strong>de</strong>re uiting van <strong>de</strong> diepste stemmingen.<br />

Op zulke oogenblikken werd dit proza, dat Been kunst<br />

wil<strong>de</strong> zijn, meer poezie dan <strong>de</strong> vele duizen<strong>de</strong>n verzen zon<strong>de</strong>r<br />

bezieling die <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>leeuwen had<strong>de</strong>n <strong>voor</strong>tgebracht. Gewoonlijk<br />

echter schreef hij een vlotte maar niettemin kruimige<br />

volkstaal, frisch en opgeruimd van toon, vol populaire uitdrukkingen<br />

en wendingen, die <strong>de</strong>n lezer onmid<strong>de</strong>llijk verstaanbaar<br />

moest zijn. Zijn zinsbouw is veel min<strong>de</strong>r ingewikkeld<br />

dan bij Ha<strong>de</strong>wijch, maar raak kan hij typeeren en niet<br />

zel<strong>de</strong>n hanteert hij een zerpe, snij<strong>de</strong>n<strong>de</strong> ironie, die echter<br />

steeds misbruiken, nooit personen gold.<br />

40


Ruusbroec's invloed was onberekenbaar, en dat<br />

op velerlei gebied, <strong>het</strong> meest natuurlijk op <strong>de</strong> ver-<br />

breiding van <strong>de</strong> mystieke leer. Nog tij<strong>de</strong>ns zijn leven wer<strong>de</strong>n<br />

eenige van zijn verhan<strong>de</strong>lingen in <strong>het</strong> Latijn overgezet ; hierdoor<br />

en me<strong>de</strong> door <strong>de</strong> latere vertalingen, waaron<strong>de</strong>r een<br />

volledige, wer<strong>de</strong>n zijn bespiegelingen bewon<strong>de</strong>rd en nagevolgd<br />

in heel <strong>de</strong> Christenheid, en doordrongen zijn gedachten<br />

<strong>de</strong> mystieke beweging in an<strong>de</strong>re lan<strong>de</strong>n. Aldus ontstond<br />

on<strong>de</strong>r zijn invloed een ontzaglijke literatuur : hij is wellicht<br />

<strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsche schrijver wiens faam <strong>het</strong> verst en <strong>het</strong> duurzaamst<br />

<strong>de</strong> enge grenzen van <strong>het</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsch taalgebied<br />

overschre<strong>de</strong>n heeft.<br />

In <strong>de</strong> Dietsche gewesten riep zijn <strong>voor</strong>beeld niet alleen een<br />

eigen bloeien<strong>de</strong> geestelijke literatuur in <strong>het</strong> leven, maar on<strong>de</strong>r<br />

zijn impuls ontstond <strong>voor</strong>al in Noord-Ne<strong>de</strong>rland <strong>de</strong> beweging<br />

van <strong>de</strong> mo<strong>de</strong>rne <strong>de</strong>votie tot vernieuwing van <strong>het</strong> godsdienstig<br />

leven. Aan <strong>het</strong> hoofd hiervan stond GERRIT DE GROOTE die,<br />

door <strong>de</strong>n roem van <strong>de</strong>n Groenendaalschen prior aangetrokken,<br />

hem in zijn kluis was komen bezoeken. Meest al zijn<br />

werken schreef hij in <strong>het</strong> Latijn, maar even groote verdiensten<br />

verwierf hij zich door <strong>de</strong> stichting van <strong>de</strong> Broe<strong>de</strong>rs en Zusters<br />

van <strong>het</strong> gemeene leven, die een groote rol gespeeld hebben in<br />

<strong>de</strong> inrichting van <strong>het</strong> volkson<strong>de</strong>rwijs. De schoonste en beroemdste<br />

vrucht van <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsche mystieke literatuur in<br />

<strong>het</strong> Latijn is <strong>de</strong> Imitatio Christi van THOMAS VAN KEMPEN.<br />

Ook op <strong>de</strong> volkstaal was <strong>de</strong> invloed van Ruusbroec krachtig.<br />

Te oor<strong>de</strong>elen naar <strong>het</strong> groot aantal handschriften die van<br />

zijn werken bewaard zijn gebleven, moet men ze zeer druk<br />

gelezen hebben, en heeft hij <strong>de</strong>n vorm dien hij gebruikte,<br />

een tot dan toe ongekend gezag bezorgd. Men heeft hem<br />

<strong>de</strong>n va<strong>de</strong>r van <strong>het</strong> Dietsche proza genoemd, en terecht, niet<br />

omdat <strong>voor</strong> hem geen proza geschreven werd, maar omdat<br />

hij, door <strong>het</strong> <strong>voor</strong>beeld van zijn bevattelijken, hoewel gekuischten<br />

stijl, <strong>de</strong> eerste geweest is van een lange reeks be-<br />

RUUSBROEC'S<br />

INVLOED<br />

oefenaars van <strong>het</strong> proza als literairen vorm. In <strong>de</strong><br />

JAN VAN<br />

rij van mystieke schrijvers, epigonen van Ruusbroec,<br />

LEEUW<br />

treffen we in zijn onmid<strong>de</strong>llijke omgeving JAN VAN<br />

t 1377<br />

LEEUW aan. Hij was <strong>de</strong>


Groenendaal, waar hij vol bewon<strong>de</strong>ring <strong>voor</strong> zijn prior, diens<br />

werk in een populair<strong>de</strong>r en tevens min<strong>de</strong>r artistieken vorm<br />

navolg<strong>de</strong>. Van grooter beteekenis en <strong>voor</strong> <strong>de</strong> literatuur, en<br />

H. MANDE <strong>voor</strong> <strong>de</strong> godsdienstige beweging is HENDRIK MANDE,<br />

1360-1431 <strong>de</strong> « Ruusbroec van <strong>het</strong> Noor<strong>de</strong>n », wiens geschriften<br />

vaak aan die van zijn meester herinneren, en die een niet<br />

gering aan<strong>de</strong>el nam in <strong>de</strong> verspreiding van <strong>de</strong> mystieke beschouwingen<br />

in Noord-Ne<strong>de</strong>rland.<br />

J. BRUGMAN Nog meer' bekendheid verwierf <strong>de</strong> latere predi-<br />

±: 1400-1473 kant JAN BRUGMAN die, to Kempen geboren, heel <strong>de</strong><br />

Ne<strong>de</strong>rlan<strong>de</strong>n door zijn frisch en opwekkend woord liet hooren,<br />

en wiens preeken mo<strong>de</strong>llen zijn van direct-aangrijpen<strong>de</strong><br />

volks-welsprekendheid.<br />

Trouwens <strong>de</strong>ze veertien<strong>de</strong> eeuw is merkwaardig in tweeerlei<br />

opzicht : Noord-Ne<strong>de</strong>rland laat zich nu ook resoluut als<br />

literair, zij <strong>het</strong> nog als mystiek-ascetisch milieu gel<strong>de</strong>n ; en<br />

bovendien is <strong>het</strong> <strong>de</strong> eeuw van <strong>het</strong> proza als kunstvorm. Want<br />

naast <strong>de</strong> mystiek, Brij pen nu eveneens naar <strong>de</strong> zoogenaam<strong>de</strong><br />

ongebon<strong>de</strong>n taal <strong>het</strong> didactisme en zelfs <strong>de</strong> verhalen<strong>de</strong> letterkun<strong>de</strong>.<br />

Omstreeks <strong>het</strong> mid<strong>de</strong>n <strong>de</strong>r eeuw werd <strong>de</strong> Bijbel vertaald<br />

; uit <strong>de</strong>nzelf<strong>de</strong>n tijd dagteekent een Leven van Jezus.<br />

Vooral ontstaan er, in <strong>de</strong> 1 4 e en 1 5 e eeuw, verzamelingen<br />

in proza van Exempelen, didactische <strong>voor</strong>beel<strong>de</strong>n uit <strong>de</strong> levens<br />

<strong>de</strong>r heiligen, en vaak ontroeren<strong>de</strong> Legen<strong>de</strong>n waarin <strong>de</strong> mystieke<br />

inslag nawerkt op <strong>de</strong> verhalen<strong>de</strong> literatuur. En we molten<br />

niet vergeten dat <strong>de</strong> ou<strong>de</strong> rid<strong>de</strong>rromans nog steeds gegeerd<br />

bleven, maar nu eveneens in doorloopend proza.<br />

E. - EEN NIEUWE DRAMATIEK WORDT GEBOREN<br />

De mid<strong>de</strong>leeuwer beschouw<strong>de</strong> <strong>het</strong> tooneel niet of ternauwernood<br />

als een uiting van artistieke bedrijvigheid. Het tooneel<br />

was <strong>voor</strong> hem een openbare aangelegenheid, die <strong>de</strong>el uitmaakte<br />

van <strong>het</strong> leven <strong>de</strong>r gemeente, evengoed als jaarmarkten<br />

of kermissen. Hij wist dat in <strong>het</strong> jaar regelmatig, ten aanschouwe<br />

van gansch <strong>de</strong> burgerij met <strong>voor</strong>aan <strong>de</strong>n stadsmagistraat<br />

en <strong>de</strong> kerkelijke overheid, on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> vrije lucht en<br />

42


omraamd door <strong>de</strong> gevels van <strong>het</strong> mid<strong>de</strong>leeuwsche marktplein,<br />

of tegen <strong>de</strong>n massieven achtergrond van <strong>het</strong> kerkgebouw,<br />

opvoeringen plaats grepen, waar alien aan meewerkten, en<br />

waarbij <strong>de</strong>gene die <strong>de</strong>n tekst lever<strong>de</strong> nauwelijks meer geteld<br />

werd dan <strong>de</strong> ambachtsman die <strong>de</strong> pratikabels vervaardig<strong>de</strong>.<br />

In waarheid achtte ie<strong>de</strong>r lid <strong>de</strong>r mid<strong>de</strong>leeuwsche gemeenschap<br />

zich zoowat me<strong>de</strong>werker aan <strong>de</strong> dramatische <strong>voor</strong>stellingen<br />

zon<strong>de</strong>r welke <strong>het</strong> uitzicht onzer veertien<strong>de</strong>- en vijftien<strong>de</strong>eeuwsche<br />

ste<strong>de</strong>n niet <strong>de</strong>nkbaar is.<br />

Soms ook kwam misschien een rondreizen<strong>de</strong> troep neerstrijken<br />

in <strong>de</strong> een of an<strong>de</strong>re herberg, en in plaats van <strong>de</strong><br />

gewone duivelskunsten en goochelknepen speel<strong>de</strong> ze een<br />

klucht of


van Satan tegen <strong>de</strong> menschheid vertegenwoordigd in Gods<br />

Zoon.<br />

MYSTERIE-<br />

SPELEN<br />

Vooraleer <strong>de</strong>ze mysteriespelen tot voile ontwik-<br />

keling gekomen waren, had<strong>de</strong>n zij langzamerhand<br />

<strong>het</strong> kerkkoor verlaten en waren naar <strong>het</strong> kerkplein verplaatst,<br />

terwijl <strong>de</strong> geestelijken gewoonlijk nog enkel optra<strong>de</strong>n als<br />

algemeene lei<strong>de</strong>rs van <strong>de</strong> opvoering waar<strong>voor</strong> zij niet zel<strong>de</strong>n<br />

<strong>de</strong>n tekst lever<strong>de</strong>n.<br />

Om <strong>de</strong> hierboven aangehaal<strong>de</strong> oorzaak is geen enkel<br />

Ne<strong>de</strong>rlandsch mysteriespel tot ons gekomen. Wel kan er<br />

HET MAAS- gewezen wor<strong>de</strong>n op een Maastrichtsch Paaschspel dat<br />

TR1CHTSCH aanvangt met <strong>de</strong> schepping van hemel en aar<strong>de</strong>, en<br />

PAASCHSPEL<br />

=- 1 -.<br />

1350 waarvan <strong>het</strong> handschxift afbreekt met <strong>het</strong> tooneel<br />

waar Judas zich gereedmaakt om Christus te verra<strong>de</strong>n in <strong>het</strong><br />

Hofken van Oliveten. Dit spel dat dagteekent van <strong>voor</strong> 1 350,<br />

is echter in Ne<strong>de</strong>rrijnsch dialect geschreven en kan bezwaarlijk<br />

tot <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsche letterkun<strong>de</strong> gerekend wor<strong>de</strong>n.<br />

DE BLISCAPPEN Van veel lateren datum zijn <strong>de</strong> twee mysterie-<br />

± 1440 spelen gekend on<strong>de</strong>r <strong>de</strong>n naam van Eerste en Sevenste<br />

MIRAKEL-<br />

SPELEN<br />

Bliscap van Maria. Zij maakten <strong>de</strong>el uit van een rij van zeven<br />

stukken, waarvan er ie<strong>de</strong>r jaar een te Brussel opgevoerd werd.<br />

Alhoewel ze bijna een eeuw lang regelmatig gespeeld wer<strong>de</strong>n,<br />

zijn er slechts twee van <strong>de</strong> zeven, <strong>de</strong> eerste en <strong>de</strong> laatste,<br />

overgebleven.<br />

Behalve Christus en Maria, wer<strong>de</strong>n ook weldra <strong>de</strong><br />

levens <strong>de</strong>r heiligen, en <strong>voor</strong>al <strong>de</strong> door hen verrichte<br />

mirakelen gedramatiseerd. Ook van dit soort zijn slechts zeer<br />

weinige, en dan nog vrij jonge <strong>voor</strong>beel<strong>de</strong>n bewaard gebleyen.<br />

Een ervan heet <strong>het</strong> Spel van<strong>de</strong>n heiligen Sacramente van <strong>de</strong>r<br />

Nyeuivervaart en is <strong>het</strong> werk van een Bredaschen dichter,<br />

SMEKEN. Het is <strong>de</strong> grillig bewogen <strong>voor</strong>stelling van <strong>de</strong> geschie<strong>de</strong>nis<br />

van <strong>de</strong> miraculeuse hostie die, door een landman<br />

ont<strong>de</strong>kt, aanleiding geeft tot allerlei won<strong>de</strong>ren, terwijl <strong>de</strong><br />

machten <strong>de</strong>r duisternis, verpersoonlijkt door twee eer grappige<br />

dan vreesaanjagen<strong>de</strong> duivelen, niets tegen Naar vermogen.<br />

Van grooter artistiek kunnen, en <strong>voor</strong>al van scherp psychologisch<br />

inzicht getuigt <strong>het</strong> an<strong>de</strong>re mirakelspel : Mariken van<br />

Nieumeghen, evenals <strong>het</strong> vorige dagteekenend van <strong>het</strong> uiterst<br />

44


ein<strong>de</strong> <strong>de</strong>r 1 5 e eeuw, en waarschijnlijk geschreven door een<br />

onbekend gebleven Antwerpenaar. Terwijl <strong>de</strong> overige producten<br />

van <strong>het</strong> geestelijk tooneel weliswaar bekoren door hun<br />

naieve innigheid, maar toch over 't algemeen literaire hoedanighe<strong>de</strong>n<br />

missen, is hier een dichter aan <strong>het</strong> woord die <strong>het</strong><br />

menschenhart kent en begrijpt, en dat meevoelen kan omzetten<br />

in soms aangrijpen<strong>de</strong> tooneelen. Bovendien verplaatst <strong>het</strong><br />

ons in <strong>het</strong> voile leven van dien tijd, zoodat <strong>het</strong> zon<strong>de</strong>r veel<br />

moeite ook bij <strong>het</strong> wereldlijk tooneel zou kunnen gerangschikt<br />

wor<strong>de</strong>n.<br />

2. — HET WERELDLI JKE TOONEEL<br />

Toch heeft dit laatste zich waarschijnlijk niet ontwikkeld<br />

uit <strong>de</strong> geestelijke spelen. Want bijna uit <strong>de</strong>nzelf<strong>de</strong>n tijd als<br />

<strong>het</strong> Maastrichtsch -Paaschspel bezitten we een drietal wereldlijke<br />

spelen die door hun dramatische inkleeding en hun<br />

menschelijken toon schril afsteken tegen <strong>het</strong> nog onbeholpen<br />

mysteriespel. Het zijn onze abele spelen, d.w.z. kunst-<br />

spelen. Alhoewel <strong>de</strong> stof die ze verwerken interna-<br />

tionaal is, toch blijken ze eenig te zijn in <strong>de</strong> Westeuropeesche<br />

letterkun<strong>de</strong>, daar in Been enkel an<strong>de</strong>r land <strong>de</strong> weerga ervan<br />

ABELE ± SPLEEN<br />

kan aangewezen wor<strong>de</strong>n.<br />

Esmoreit, <strong>het</strong> eenvoudigste en ook dat waarvan <strong>de</strong> ESMOREIT<br />

dramatische worm <strong>het</strong> minst ge<strong>de</strong>gen <strong>voor</strong>komt, doet in zijn<br />

naief opgezette intrigue eenigszins onbeholpen . aan, maar <strong>de</strong><br />

bei<strong>de</strong> an<strong>de</strong>re, Cloriant en Lanseloet van Denemerken,<br />

LANSELOET<br />

zijn <strong>voor</strong>treffelijke kunst. In Lanseloet wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong><br />

VAN<br />

tee<strong>de</strong>rste gevoelens van <strong>het</strong> menschelijk hart geroerd. DENEMARKEN<br />

Lanseloet, <strong>de</strong> jonge e<strong>de</strong>lman, heen en weer geslingerd tusschen<br />

zijn a<strong>de</strong>l en zijn zinnelijkheid, brengt, daartoe aangezet door<br />

zijn moe<strong>de</strong>r, San<strong>de</strong>rijn een meisje van min<strong>de</strong>ren stand tot<br />

schan<strong>de</strong>. Deze vlucht met verwar<strong>de</strong> zinnen een Bosch in, waar<br />

een rid<strong>de</strong>r, ondanks <strong>de</strong> roeren<strong>de</strong> bekentenis van wat haar<br />

gebeur<strong>de</strong>; haar met zich voert en huwt. Lanseloet wordt<br />

on<strong>de</strong>rtusschen door wroeging en lief<strong>de</strong> verteerd, en wil goedmaken<br />

wat hij mis<strong>de</strong>ed. Maar San<strong>de</strong>rijn weigert terug te<br />

keeren, en <strong>de</strong> bo<strong>de</strong> zal zijn meester dan maar liever mel<strong>de</strong>n<br />

dat ze overle<strong>de</strong>n is. De wanhoop doet Lanseloet sterven.<br />

45


11-)i.er beeint etn fur Bbenoecillihe<br />

en be am ozoe3c Igtozie vantien ecocie<br />

lantitott.efi iefront tiantrzl)n.<br />

Titelblad van <strong>de</strong>n eersten druk van Lanseloet.


Gloriant, niet zoo teer menschelijk, maar sterker GLORIANT<br />

van psychologie, vertoont <strong>het</strong> werven van <strong>de</strong>n hertog van<br />

Bruyswyc om <strong>de</strong> hand van <strong>de</strong> schoone Florentijn.<br />

Het zijn zeer geslaag<strong>de</strong> specimens van romantische drama's<br />

met fijn geteeken<strong>de</strong> karakters die in hun da<strong>de</strong>n levend uitgebeeld<br />

wor<strong>de</strong>n. Een vier<strong>de</strong> stuk Vci<strong>de</strong>n Winter en<strong>de</strong> van<strong>de</strong>n<br />

Somer, van een eenigszins an<strong>de</strong>ren aard, svmboliseert <strong>de</strong>n<br />

strijd tusschen Winter en Zomer.<br />

Samen met <strong>de</strong>ze abele spelen zijn er een aantal DE KLUCHTEN<br />

kluchten of sotternieen bewaard gebleven, bestemd om na<br />

een ernstig stuk <strong>de</strong> gedrukte stemming to helpen weglachen.<br />

Zeer eenvoudig gebouw<strong>de</strong> tooneeltjes zijn <strong>het</strong>, met drie of<br />

vier personen : <strong>de</strong> man, <strong>de</strong> vrouw, <strong>de</strong> comere, <strong>de</strong> ghebuer...<br />

De humor is allerelementairst : <strong>het</strong> toppunt is een vechtpartij.<br />

Het zijn gewoonlijk kluchtige huwelijksmiseres van on<strong>de</strong>r <strong>de</strong>n<br />

duim gehou<strong>de</strong>n echtgenooten die er <strong>het</strong> cncierwerp van uitmaken.<br />

De to©n is meestal ruw e.n onkiesch, maar sappig en<br />

schil<strong>de</strong>rachtig. Als <strong>de</strong>rgelijke nastukjes dien<strong>de</strong>n Lipp!" hi, De<br />

Buskenblaser, Die 1-Texe, Drie claghe here, Ruben, en <strong>de</strong> jongere<br />

en weer beken<strong>de</strong> Ghencechlike Chile Ct 2 Nu loch.<br />

47


12e<br />

eeuw<br />

OVERZICHT VAN DE MIDDELEEUWSCHE LETTEREN VOLGENS DE GENRES.<br />

R id<strong>de</strong>rromans<br />

Arthur- Classieke<br />

Karelrornans I romans romans<br />

EPISCHE POEZIE Didactische LYRISCHE POEZIE PROZA DRAMATISCHE<br />

poezie<br />

Dierenverhaal<br />

Stichtelijke<br />

verhalen<br />

Epische<br />

kleinkunst<br />

Van <strong>de</strong>n<br />

enkeling<br />

Volkspoezie<br />

Profane Geestelijke<br />

.<br />

Geestelijke<br />

Wereldl.<br />

13e<br />

eeuw<br />

14e<br />

eeuw<br />

15e<br />

eeuw<br />

Karel en<strong>de</strong><br />

Elegast<br />

•oelantslied<br />

Willem van<br />

Oringen<br />

Renout van<br />

Montalbaen<br />

Roman van<br />

Lorreinen<br />

Walewein<br />

Enelt<br />

(H. van<br />

Vel<strong>de</strong>ke)<br />

(Pennine en Floris en<strong>de</strong><br />

Vostaert) Blancefloer<br />

(D. van<br />

Assene<strong>de</strong>)<br />

Alexan<strong>de</strong>rs<br />

Ferguut Yeesten<br />

Historie van Historie van<br />

<strong>de</strong>n Grale Troyen<br />

(Maerlant)<br />

Esopet<br />

Reinaert I<br />

( Willem)<br />

Reinaert II<br />

Sinte Servaes<br />

H. v. Vel<strong>de</strong>ke<br />

Reis van<br />

Ste Brandaen<br />

Van<strong>de</strong>n<br />

Levene<br />

ons Heren<br />

Beatrijs<br />

Sinte Lutgart<br />

Sinte Franciscus<br />

Theophilus<br />

Ste Patricius<br />

Vegevuer<br />

Tondalus'<br />

Visioen<br />

Sproken<br />

Boer<strong>de</strong>n<br />

W. van Hil<strong>de</strong>gaersberch<br />

Der Minnen<br />

Loep<br />

(D. Potter)<br />

Naturen<br />

Bloeme; Spieghel<br />

Historiael,<br />

enz.<br />

(Maerlant)<br />

Melis Stoke<br />

L. van<br />

Velthem<br />

J. Boendale<br />

Hoofsche<br />

minnelyriek<br />

Van Vel<strong>de</strong>ke<br />

Ha<strong>de</strong>wijch<br />

Hertog Jan I<br />

Strofische<br />

gedichten v.<br />

Maerlant<br />

Egidiuslied<br />

Zuster<br />

Bertken<br />

Lie<strong>de</strong>ren<br />

Lie<strong>de</strong>ren<br />

Beatrijs van<br />

Nazareth<br />

Ha<strong>de</strong>wijch<br />

Ruusbroec<br />

J. van Leeuw<br />

H. Man<strong>de</strong><br />

Brugman<br />

Legen<strong>de</strong>n en<br />

exempelen<br />

Romans in<br />

proza<br />

Maastrichtsch<br />

Paaschspel<br />

De Bliscappen<br />

Van <strong>de</strong>n<br />

Sacramente<br />

Mariken van<br />

Nieumeghen<br />

I' bele<br />

spelen<br />

Kluchten


Ne<strong>de</strong>rlandsche<br />

a)<br />

C


HOOFDSTUK II<br />

EEN EEUW VAN VOLKSKUNST. — DE REDERIJKERS<br />

De vijftien<strong>de</strong> eeuw is <strong>het</strong> tijdperk van <strong>de</strong> Boer-<br />

STOFFEL I JKE<br />

WELVAART EN gondische hertogen, van wier politiek onze gewesten,<br />

LITERAIR en <strong>voor</strong>al <strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>lijke Ne<strong>de</strong>rlan<strong>de</strong>n <strong>het</strong> mid<strong>de</strong>lpunt<br />

VERNAL<br />

en <strong>de</strong> spil waren. Reeds in 1 430 had Philips <strong>de</strong><br />

Goe<strong>de</strong> zijn verblijfplaats van Dijon naar Brussel overgebracht.<br />

Daarmee werd tevens <strong>de</strong> cultureele en economische hegemonie<br />

van Brabant bevestigd tegenover Vlaan<strong>de</strong>ren, dat ten gevolge<br />

van <strong>de</strong> crisis in <strong>de</strong> nijverheid en van <strong>de</strong> verzanding <strong>de</strong>r<br />

Brugsche haven een moeilijken tijd doormaakte. Antwerpen<br />

integen<strong>de</strong>el ontwikkel<strong>de</strong> zich tot <strong>de</strong> rijkste stad en <strong>de</strong> machtigste<br />

haven van gansch Europa.<br />

Het was een gul<strong>de</strong>n tijd <strong>voor</strong> onze bevolking : <strong>de</strong> Boergondische<br />

hertogen vier<strong>de</strong>n hun <strong>voor</strong>lief<strong>de</strong> <strong>voor</strong> weel<strong>de</strong> en<br />

uiterlijke praal bot in grootsche` feesten en optochten; er<br />

kwam een eind aan <strong>de</strong> inwendige twisten en <strong>de</strong> grenzen<br />

bleven beveiligd tegen invallen van buiten, zoodat vre<strong>de</strong> en<br />

bijgevolg welvaart ongestoord kon<strong>de</strong>n heerschen.<br />

Aangemoedigd door <strong>de</strong> vorsten en mogelijk gemaakt door<br />

<strong>de</strong>n algemeenen <strong>voor</strong>spoed, bloei<strong>de</strong>n <strong>de</strong> kunsten heerlijk op.<br />

De schil<strong>de</strong>rkunst beleef<strong>de</strong> een glanstijdperk met <strong>de</strong> Van<br />

Eycks, met R. van <strong>de</strong>r Wey<strong>de</strong>n, met Memlinc, om slechts <strong>de</strong><br />

<strong>voor</strong>naamsten to noemen ; Claus Sluter on<strong>de</strong>rscheid<strong>de</strong> zich in<br />

<strong>de</strong> beeldhouwkunst; <strong>de</strong> bouwkunst zag <strong>de</strong> stadhuizen van<br />

Brussel, van Ou<strong>de</strong>naar<strong>de</strong> en van Leuven oprijzen; <strong>de</strong> faam<br />

van onze muziekmeesters drong heel Europa door.<br />

Tegen dien rijkdom stak <strong>de</strong> schamelheid <strong>de</strong>r literatuur<br />

schril af. Deze inzinking was trouwens een algemeen verschijnsel<br />

dat men ook in Duitschland, Frankrijk en Engeland waarneemt.<br />

Het is alsof <strong>de</strong> fantasie in West-Europa met een onverklaarbare<br />

onvruchtbaarheid geslagen is. De ou<strong>de</strong> i<strong>de</strong>alen :<br />

50


<strong>de</strong> fiere rid<strong>de</strong>rlijkheid en zelfs <strong>het</strong> vroom en kin<strong>de</strong>rlijk geloof<br />

hebben uitgediend, terwijI <strong>de</strong> plotselinge opbloei van <strong>het</strong><br />

proza, die <strong>de</strong> veertien<strong>de</strong> eeuw nog eenigen luister verleen<strong>de</strong>,<br />

eveneens aan 't verslensen is. De groote genres wor<strong>de</strong>n niet<br />

meer beoefend omdat <strong>de</strong> verheven i<strong>de</strong>een waarmee ze gevoed<br />

wer<strong>de</strong>n, verkwijnen, en er nog geen nieuwe in <strong>de</strong> plaats<br />

getre<strong>de</strong>n zijn.<br />

Men noemt <strong>de</strong>zen tijd <strong>de</strong> perio<strong>de</strong> <strong>de</strong>r re<strong>de</strong>rijkers,<br />

omdat <strong>de</strong>zen werkelijk bijna <strong>de</strong> gansche literaire<br />

bedrijvigheid beheerschen. In <strong>het</strong> mid<strong>de</strong>n <strong>de</strong>r vijftien<strong>de</strong> eeuw<br />

beginnen <strong>de</strong> vereenigingen, <strong>de</strong> gezelschappen van <strong>de</strong>n spele, die<br />

zich vanouds bezig gehou<strong>de</strong>n had<strong>de</strong>n met <strong>het</strong> opluisteren van<br />

processies en <strong>het</strong> opvoeren van wereldlijk zoowel als geestelijk<br />

tooneel, zich naar Fransch <strong>voor</strong>beeld <strong>de</strong>n naam van re<strong>de</strong>rijkerskamers<br />

toe te eigenen. Als zoodanig werd hun bijna<br />

regelmatig overal, met officieele tegemoetkoming, <strong>de</strong> zorg<br />

overgelaten <strong>de</strong> feestelijkhe<strong>de</strong>n in te richten waartoe <strong>de</strong>ze<br />

brooddronken eeuw ie<strong>de</strong>r oogenblik aanleiding gaf. Maar ze<br />

had<strong>de</strong>n daarbij ook niet geringe literaire pren.tenties : ni. <strong>de</strong><br />

ambachtelijke organisatie van <strong>het</strong> schrijversgild; men leer<strong>de</strong><br />

er niets min<strong>de</strong>r dan poeet wor<strong>de</strong>n. In feite werd geduren<strong>de</strong><br />

<strong>de</strong> vijftien<strong>de</strong> en <strong>het</strong> eerste <strong>de</strong>el <strong>de</strong>r zestien<strong>de</strong> eeuw bijna<br />

geheel <strong>het</strong> letterkundig levee door <strong>de</strong> re<strong>de</strong>rijkerskamers<br />

gemonopoliseerd.<br />

De taal van <strong>het</strong> Boergondische hof was <strong>het</strong> Fransch, en<br />

<strong>de</strong> belangstelling van <strong>de</strong> hoogere stan<strong>de</strong>n in <strong>de</strong> eigen letterkun<strong>de</strong><br />

scheen te verflauwen. Voor zoover we kunnen nagaan<br />

ging <strong>de</strong> beoefening ervan grooten<strong>de</strong>els over in <strong>de</strong> han<strong>de</strong>n<br />

<strong>de</strong>r klei:ibuys2-,erij, <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> die <strong>de</strong>el uitmaakte van <strong>de</strong> kamers<br />

van r<strong>het</strong>oric.. Haar geestelijke horizon was beperkt, haar<br />

inspiratie door <strong>de</strong>n band platvloersch. Uit <strong>het</strong> geestelijk erf<br />

<strong>de</strong>r vorige eeuwen had<strong>de</strong>n slechts twee groote stroomingen<br />

doorgewerkt : <strong>de</strong> didactische en <strong>de</strong> mystische. Die bei<strong>de</strong><br />

samengesmolten en vdrburgerlijkt .maken <strong>de</strong> re<strong>de</strong>rijkersk ,mst<br />

uit, die hoofdzakelijk in <strong>de</strong> realistisch.e, en somas ook in <strong>de</strong><br />

lyrische een zekere hoogte bereikt. Langen tijd bleef<br />

<strong>de</strong> studie ervan verwaarloosd; <strong>de</strong> uitkomst <strong>de</strong>r i ongste on<strong>de</strong>rzoekingen<br />

heeft echter <strong>de</strong> re<strong>de</strong>rijkerspoezie min of meer in<br />

DE<br />

REDERIJKERS<br />

51


eere hersteld.<br />

Maar <strong>de</strong> vorm <strong>de</strong>zer kunst was in elk geval nieuwer dan<br />

<strong>de</strong> inhoud : <strong>de</strong> eerste zwakke golvingen <strong>de</strong>r Renaissance<br />

beroer<strong>de</strong>n reeds onze gewesten, en daar <strong>de</strong> re<strong>de</strong>rijkers geen<br />

last had<strong>de</strong>n met hun dichterlijke bezieling - die ze niet<br />

bezaten kon<strong>de</strong>n ze <strong>de</strong>s te meer knoeien aan <strong>de</strong> uiterlijke<br />

inkleeding. Van <strong>de</strong> vroegere genres wer<strong>de</strong>n alleen nog beoefend<br />

<strong>het</strong> lied, m.a.w. <strong>het</strong> lyrisch-didactisch gedicht dat<br />

verviel in allerlei kunstmatig geknutsel, als balla<strong>de</strong>n, ron<strong>de</strong>elen,<br />

refreinen, retrogra<strong>de</strong>n, ketendichten, enz., en ten slotte<br />

<strong>het</strong> drama.<br />

CONST VAN<br />

RETHORIKEN<br />

1548<br />

MATTHI JS<br />

DE CASTELEIN<br />

(1485-1550)<br />

ANTHONIS DE<br />

ROOVERE<br />

(1' 1482)<br />

kelijke<br />

Heel <strong>de</strong> theorie <strong>de</strong>r re<strong>de</strong>rijkerskunst werd uiteengezet<br />

in <strong>de</strong> Const van Rethoriken van <strong>de</strong>n te Ou<strong>de</strong>n-<br />

aar<strong>de</strong> geboren geestelijke MATTHIJS DE CASTELEIN.<br />

Een van <strong>de</strong> oudste re<strong>de</strong>rijkers is <strong>de</strong> Brugsche<br />

metselaar ANTHONIS DE ROOVERE die naast tooneel-<br />

stukken en allerlei refreinen, een gedicht schreef dat<br />

men gewoonlijk aanhaalt, niet alleen om zijn betrek-<br />

schoonheid, maar <strong>voor</strong>al om <strong>het</strong> verband dat erin<br />

dui<strong>de</strong>lijk is met <strong>de</strong> plastische afbeeldingen van <strong>de</strong>n « doo<strong>de</strong>ndans<br />

» ( 1 ) : Van <strong>de</strong>r Mollen feeste.<br />

J. VAN Meer beteekenis heeft <strong>de</strong> figuur van <strong>de</strong>n Utrecht-<br />

STYEVOORT schen re<strong>de</strong>rijker JAN VAN STYEVOORT die een verza-<br />

meling refreinen nagelaten heeft waaron<strong>de</strong>r sommige, in<br />

't vroe<strong>de</strong> (ernstige), zeer stichtelijk klinken, maar an<strong>de</strong>re, in<br />

't sotte en in 't amoureuse, ondanks <strong>de</strong>n gekunstel<strong>de</strong>n vorm,<br />

tintelen van on<strong>de</strong>ugen<strong>de</strong> luchtigheid. Alles samen vindt men<br />

hier <strong>de</strong> re<strong>de</strong>rijkerskunst op Naar best.<br />

HET<br />

De hoogste kunstvorm <strong>voor</strong> <strong>de</strong> le<strong>de</strong>n <strong>de</strong>r kamers<br />

REDERI JKERS<br />

TOONEEL was evenwel <strong>de</strong> dramatische. Nog meer dan vroeger<br />

immers was <strong>het</strong> tooneel een openbare aangelegenheid gewor-<br />

<strong>de</strong>n, niet <strong>het</strong> minst door <strong>het</strong> inrichten <strong>de</strong>r landjuweelen. Dit<br />

waren tooneeltornooien waarop al <strong>de</strong> kamers uitgenoodigd<br />

(1) Doo<strong>de</strong>ndans (Fr. danse macabre) noemt men <strong>het</strong> . in <strong>de</strong> schil<strong>de</strong>rkunst <strong>de</strong>r<br />

late mid<strong>de</strong>leeuwen dikwijls <strong>voor</strong>komen<strong>de</strong> motief dat <strong>de</strong> niets ontzien<strong>de</strong> macht<br />

van <strong>de</strong>n dood symboliseert. Het stelt een groep menschen <strong>voor</strong> van verschillen<strong>de</strong>n<br />

leeftijd en stand (paus en keizer naast lansknecht en be<strong>de</strong>laar) die door <strong>de</strong>n<br />

dood ten dans geleid wor<strong>de</strong>n.<br />

52


27<br />

Het tooneel opgericht bij <strong>het</strong> landjuweel to Gent in 1539.


CORNELIS<br />

EVERAERT<br />

(i. 1556)<br />

waren om een dramatisch gedicht te komen <strong>voor</strong>dragen<br />

over een opgelegd on<strong>de</strong>rwerp dat <strong>voor</strong> alle <strong>het</strong>zelf<strong>de</strong> was.<br />

Ie<strong>de</strong>re kamer had Naar eigen dichter, <strong>de</strong>n factor, die dus tegen<br />

<strong>de</strong>n gestel<strong>de</strong>n datum <strong>de</strong>n opgeleg<strong>de</strong>n regel (on<strong>de</strong>rwerp)<br />

tot een drama moest uitwerken en door zijn me<strong>de</strong>le<strong>de</strong>n<br />

laten opvoeren.<br />

Wat men <strong>voor</strong>al aanduidt met <strong>de</strong>n naam re<strong>de</strong>rijkerstooneel<br />

is een dramatische productie met scherp afgeteeken<strong>de</strong> karaktertrekken,<br />

waarin men <strong>de</strong>n laatsten en rninst roemrijken<br />

uitgroei van <strong>het</strong> didactisme en <strong>de</strong> mystiek herkent. Die re<strong>de</strong>rijkersstukken<br />

stellen in<strong>de</strong>rdaad geen han<strong>de</strong>ling <strong>voor</strong>, maar<br />

een soms onuitstaanbaar dorre, gedialogeer<strong>de</strong> leering; zij<br />

laten geen leven<strong>de</strong> personages optre<strong>de</strong>n, maar wel abstracties<br />

en symbolen, en heeten moraliteiten of spelen van zinnen.<br />

Een typisch beoefenaar van <strong>het</strong> re<strong>de</strong>rijkerstooneel<br />

is <strong>de</strong> Brugsche wolwever en voi<strong>de</strong>r CORNELIS<br />

EVERAERT. Van hem zijn niet min<strong>de</strong>r dan vijf en<br />

<strong>de</strong>rtig spelen bewaard gebleven, waaron<strong>de</strong>r verschillen<strong>de</strong><br />

die hij op bestelling schreef met <strong>het</strong> oog op een politieke<br />

viering, of een godsdienstige plechtigheid of zelfs een gezellige<br />

bijeenkomst. Het beste is wellicht zijn Maria Hoe<strong>de</strong>ken,<br />

eigenlijk nog een mirakelspel, maar waarin allegorische per-<br />

sonages, zooals Goet Gheselschip », Inwendige Wrou-<br />

ghynge », enz., optre<strong>de</strong>n. Die zucht naar allegorie is hem zoo<br />

sterk dat hij in an<strong>de</strong>re spelen, die een niet onverdienstelijk<br />

beejd ophangen van <strong>het</strong> economisch verval te Brugge, zijn<br />

personages namen geeft als « <strong>de</strong>n Dagelijkschen Snatere,<br />

gekleed als een appelwijf », « 's Volks Clappage », enz.<br />

Een enkel spel dagteekent uit <strong>de</strong>ze perio<strong>de</strong>, dat eenigszins<br />

een synt<strong>het</strong>ische waar<strong>de</strong> heeft om <strong>het</strong> behan<strong>de</strong>l<strong>de</strong> motief van<br />

<strong>de</strong>n dood, en bovendien vermag ons te boeien en op sommige<br />

ELCKERLYC<br />

plaatsen te ontroeren, nl. Den Spyeghel <strong>de</strong>r Salicheyt<br />

2e helft 15' eeuw van Elckerlyc. Als schrijver ervan staat bekend<br />

PETRUS DIESTEMIUS of Pieter van Diest, lien men zon<strong>de</strong>r<br />

veel grond tracht te i<strong>de</strong>ntificeeren met <strong>de</strong>n Diestenaar Pieter<br />

Doorlant, vicaris van <strong>het</strong> Karthuizerklooster te Zelem<br />

(1. 15 0 7 ) . De hoofdpersoon van <strong>het</strong> stuk is Elckerlyc (ie<strong>de</strong>r<br />

mensch) die in dartelen overmoed « buten Gods vreese<br />

54


van alle aardsche genietingen <strong>het</strong> zijne neemt. God zendt<br />

hem <strong>de</strong>n Dood om hem <strong>voor</strong> zijn rechterstoel te dagen :<br />

Elckerlyc, ontzet, tracht <strong>de</strong>n Dood om te praten en verkrijgt<br />

ten slotte <strong>de</strong> gunst van een dag uitstel en <strong>de</strong> toelating om<br />

een Bezel op zijn laatste reis mee te nemen. Nu begint <strong>de</strong><br />

reeks <strong>de</strong>r vruchtelooze pogingen van Elckerlyc om een reisgenoot<br />

te vin<strong>de</strong>n : <strong>de</strong>genen die hem in zijn <strong>voor</strong>spoed ter<br />

zij <strong>de</strong> ston<strong>de</strong>n, nl. Gheselscap, Maghe, Neve, Tgoet (zijn bezittingen)<br />

, keeren hem nu alien <strong>de</strong>n rug toe. Dan, ten ein<strong>de</strong><br />

raad, <strong>de</strong>nkt hij aan Duecht die echter krank te bed ligt. Zij<br />

verwijst hem naar haar zuster Kennisse die hem tot Biecht<br />

leidt. On<strong>de</strong>ttusschen wordt Duecht zien<strong>de</strong>roogen krachtiger<br />

en gezon<strong>de</strong>r. Zijn dag uitstel loopt ten ein<strong>de</strong>, en Cracht,<br />

Schoonheyt, Vroetscap en Vijf Sinnen lei<strong>de</strong>n hem tot <strong>het</strong><br />

graf waar ook zij hem verlaten : alleen Duecht en Kennisse<br />

blijven hem bij tot in zijn allerlaatste smartelijke uur.<br />

Naast <strong>de</strong>ze « moraliteiten » bleef men ook kluch- HET KOMISCH<br />

ten, sotternieen opvoeren. Dit komisch tooneel was TOONEEL<br />

meer <strong>de</strong> rechtstreeksche <strong>voor</strong>tzetting van dat <strong>de</strong>r vorige eeuw<br />

en bleef zich on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n door zijn rauw-populaire ongegeneerdheid.<br />

Zoo is er b.v. niets dat <strong>de</strong> Antwerpsche klucht van<br />

Playertvater kenmerkt als specifiek re<strong>de</strong>rijkerswerk : zij kon<br />

even goed hon<strong>de</strong>rd jaar vroeger geschreven zijn. Hetzelf<strong>de</strong><br />

is waar <strong>voor</strong> <strong>het</strong> Tiensche Esbatement van <strong>de</strong>n Schuyfman, waarin<br />

een lijk, op een paard gebon<strong>de</strong>n, een sterfhuis on<strong>de</strong>rsteboven<br />

zet. Het beste boertig tooneel werd geschreven door<br />

C. EVERAERT die allerlei ou<strong>de</strong> volksmotieven verwerkte, en<br />

<strong>voor</strong>al in <strong>het</strong> Esbatement van <strong>de</strong>n Coopman die vijf pond Grooten<br />

vercuste een niet onverdienstelijke komische kracht ontwikkel<strong>de</strong>.<br />

Alles samen, en met uitzon<strong>de</strong>ring van Elckerlyc, brachten<br />

<strong>de</strong> re<strong>de</strong>rijkers weinig of niets bij tot <strong>de</strong>n schat van<br />

schoonheid die <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsch-spreken<strong>de</strong> geslachten van<br />

eeuw tot eeuw bijeengegaard hebben. Maar terwijl ze hun<br />

didactische symbolen aan 't be<strong>de</strong>nken waren, wer<strong>de</strong>n ze<br />

meegesleurd in een draaikolk die weidra <strong>het</strong> uitzicht <strong>de</strong>r<br />

beschaaf<strong>de</strong> wereld zou wijzigen.<br />

55


Walther von <strong>de</strong>r<br />

Vogelwei<strong>de</strong> (Minnesanger)<br />

Tristan, van Gottfried<br />

v. Straszburg<br />

(1210)<br />

Historische feiten Ne<strong>de</strong>rlandsche Literatuur Fransche LiteratuurlDuitsche Literatuur<br />

12° eeuw.<br />

1127 Moord op Karel <strong>de</strong>n Goe<strong>de</strong> te<br />

Brugge.<br />

1183 De bouw van <strong>het</strong> Gentsche Belfort<br />

wordt begonnen.<br />

1184 Rid<strong>de</strong>rfeest te Mainz waar Fre<strong>de</strong>rik<br />

Barbarossa zijn twee zoons tot<br />

rid<strong>de</strong>r slaat.<br />

Noord-Ne<strong>de</strong>rl.<br />

Zuid-Ne<strong>de</strong>rland<br />

Graafschap Hertogdom<br />

Vlaan<strong>de</strong>ren Brabant<br />

Karel en<strong>de</strong><br />

Elegast?<br />

Limburg<br />

H. van Vel<strong>de</strong>ke<br />

(Eneit)<br />

(± 1170)<br />

Chanson <strong>de</strong> Roland I<br />

(begin 12° e.)<br />

Roman d'Eneas<br />

1150)<br />

Troubadours<br />

Keltische romans<br />

van Chretien <strong>de</strong><br />

Troyes ( ± 1170 )<br />

Roman du Renard<br />

(± 1180)<br />

Trouveres Parzifal, van Wolf-<br />

Geste <strong>de</strong>s Lorrains ram v. Eschenbach<br />

(ein<strong>de</strong> 12° e.) (ein<strong>de</strong> 12" e.)<br />

13" eeuw.<br />

1202-1204 Vier<strong>de</strong> Kruistocht. — Bou<strong>de</strong>wijn<br />

IX, keizer Ntan Constantinopel.<br />

Geweldige opbloei van <strong>de</strong> Vlaamsche<br />

gemeenten.<br />

Stichting van Damme als <strong>voor</strong>haven<br />

van Brugge. De Hanze.<br />

1213 De vloot van <strong>de</strong>n Franschen koning<br />

Filips-August bij Damme verslagen.<br />

1214 Slag bij Bouvines.<br />

1249 Oudste Ne<strong>de</strong>rl. oorkon<strong>de</strong> in Vlaan<strong>de</strong>ren.<br />

(Schepenbrief van Bouchout).<br />

1275 Oudste Ned. oorkon<strong>de</strong> in Brabant.<br />

1288 Hertog Jan I van Brabant behaalt<br />

<strong>de</strong> overwinning bij Woeringen.<br />

1296 Floris V, graaf van Holland,<br />

wordt te Mui<strong>de</strong>n vermoord.<br />

In <strong>het</strong> laatste kwart <strong>de</strong>r eeuw Melis Stoke<br />

beginnen <strong>de</strong> sociale onlusten in<br />

Vlaan<strong>de</strong>ren.<br />

Roelantslied<br />

De rid<strong>de</strong>rromans?<br />

Reinaert I<br />

Walewein<br />

Floris en<strong>de</strong><br />

Blancefloer<br />

Beatrijs<br />

Maerlant<br />

1235—<br />

=- 1 -.<br />

1300)<br />

Ha<strong>de</strong>wijch<br />

Hertog Jan I<br />

Villehardouin<br />

(1165-1214)<br />

Li tterature didactique<br />

Roman <strong>de</strong> la Rose I<br />

(1225)<br />

Jeu <strong>de</strong> la Feuillee<br />

(1262)<br />

Rutebeuf 1280)<br />

Joinville (1224-<br />

1317)


14" eeuw.<br />

1302 Slag <strong>de</strong>r Gul<strong>de</strong>n Sporen. L. van Velt- Didactische litera ,<br />

: Meistei<br />

<strong>de</strong>rlandsch wordt officieele taal). (± 1290—, (± 1260-1327)<br />

1312 Oorkon<strong>de</strong> van Kortenberg (Begin<br />

hem tuur<br />

van <strong>de</strong>n bloei in Brabant).<br />

Mystiek 1323 Opstand van Zannekin (<strong>het</strong> Ne- Kerelslied J. Boendale Eckart<br />

± 1368)1<br />

1345 Jacob van Artevel<strong>de</strong> wordt ver- Abele spelen Maastrichtsch Miracles-Mysteres Mysteriespelen.<br />

moord. Kluchtspelen Paaschspel j. Tauler<br />

1378-1417 Groot Westersch Schisma. J.v.Ruusbroec (=-+= 1300-1361)<br />

1379 Burgeroorlog te Gent (Witte Ka- (1293-1381)<br />

proenen). I. van Leeuw<br />

1382 Filips v. Artevel<strong>de</strong> sneuvelt bij W. Van Hil- t 1377<br />

Rozebeke. <strong>de</strong>gaersberch<br />

1384 Filips <strong>de</strong> Stoute, hertog van Boergondie,<br />

wordt graaf v. Vlaan<strong>de</strong>ren.<br />

Ein<strong>de</strong> van <strong>de</strong>n economischen bloei H. Man<strong>de</strong> J. Froissart<br />

in Vlaan<strong>de</strong>ren. (1360-1431) (1337-± 1404)<br />

15° eeuw.<br />

1401 Men begint met <strong>de</strong>n bouw van <strong>het</strong> D. Potter Puys d'Amour<br />

stadhuis te Brussel. (1370-1428)<br />

1419 Filips <strong>de</strong> Goe<strong>de</strong>, « stichter <strong>de</strong>r Ne- Brum-flan<br />

<strong>de</strong>rlan<strong>de</strong>n >>, verwerft al <strong>de</strong> provincies,<br />

behalve Gelre, Luik en<br />

Utrecht. -- Zijn resi<strong>de</strong>ntie te<br />

Brussel. •<br />

1427 De universiteit te Leuven wordt<br />

opgericht.<br />

1432 De Van Eycks voltooien Het Lam 1" re<strong>de</strong>rij- De Bliscap- Fr. "Mon<br />

Gods. kerskamer pen (±: 1431-1-1- 1464)<br />

±-- 1450 De Brusselsche Schil<strong>de</strong>rschool.<br />

Les Brands r<strong>het</strong>o-<br />

R. van <strong>de</strong>r Wey<strong>de</strong>n,<br />

riqueurs <strong>de</strong> la cour<br />

<strong>de</strong> Bourgogne<br />

1453 Val van Constantinopel.<br />

1466 H. Memlinc vestigt zich te Brugge.<br />

1467 Karel <strong>de</strong> Stoute volgt Filips <strong>de</strong>n<br />

Goe<strong>de</strong> op.<br />

1477 Oprichting van <strong>de</strong>n Grooten Raad.<br />

1492 Ont<strong>de</strong>kking van Amerika door Zuster Bert- Mariken van<br />

Christoffel Colombus. ken Nieumeghen<br />

1494-1506 Regeering van Filips <strong>de</strong>n Elckerlyc Marot (± 1495- Das Narrenschiff<br />

Schoone. 1544) Meistersinger<br />

1519 Karel V tot keizer gekroond. Stye<strong>voor</strong>t C. Everaert Rabelais (± 1495- Hans Sachs<br />

Eerste optre<strong>de</strong>n van Luther. (=L. - 1556) 15331 (1494- 15761


OPGAVEN VOOR GELEIDE OEFENINGEN<br />

1. Kunt ge, <strong>de</strong>snoods met behulp van uw geschie<strong>de</strong>nisboek, jets vertellen<br />

over <strong>het</strong> cultuurverschil tusschen Frankrijk en <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlan<strong>de</strong>n in<br />

<strong>de</strong> mid<strong>de</strong>leeuwen? Raadpleeg hierbij ook uw nota's of uw handboek<br />

<strong>voor</strong> taalstudie (Hoofdstuk : Ontleening van vreem<strong>de</strong> woor<strong>de</strong>n).<br />

2. Bestond er in <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>leeuwen, als literair uitingsmid<strong>de</strong>l, een algemeene<br />

taal? (Cfr. handboek <strong>voor</strong> taalstudie; Hoofdstuk : Geschie<strong>de</strong>nis<br />

<strong>de</strong>r Ne<strong>de</strong>rlandsche Taal).<br />

3. Welk dialect wordt in <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>leeuwen toonaangevend en waarom?<br />

4. Houd een korte <strong>voor</strong>dracht over H. van Vel<strong>de</strong>ke.<br />

5. Hoe is <strong>het</strong> te verklaren, dat bij <strong>de</strong>n aanvang van <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsche<br />

letterkun<strong>de</strong>, een literaire bedrijvigheid als die van H. van Vel<strong>de</strong>ke<br />

op <strong>de</strong> Oostelijke grens van ons taalgebied mogelijk is?<br />

6. Weet ge iets over <strong>de</strong>n mid<strong>de</strong>leeuwschen versvorm?<br />

7. Vergelijk <strong>de</strong>n mid<strong>de</strong>leeuwschen Reinaart met een <strong>de</strong>r mo<strong>de</strong>rne bewerkingen<br />

(<strong>voor</strong>al met <strong>het</strong> proza-verhaal van Streuvels).<br />

8. Vertel in een <strong>voor</strong>dracht <strong>de</strong>n korten inhoud van Reinaart en laat<br />

tevens <strong>de</strong> satirische bedoelingen van <strong>het</strong> gedicht uitkomen.<br />

9. Vergelijk <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>leeuwsche Beatrijs met <strong>het</strong> gedicht van Boutens.<br />

Zijn u nog an<strong>de</strong>re bewerkingen — misschien in vreem<strong>de</strong> literaturen —<br />

bekend?<br />

10. Behan<strong>de</strong>l in een <strong>voor</strong>dracht onze letterkun<strong>de</strong> uit <strong>de</strong> 13e eeuw (een<br />

bloeitijdperk!)<br />

11. Behan<strong>de</strong>l <strong>de</strong> letterkundige bedrijvigheid van Maerlant, en houd daarbij<br />

<strong>de</strong>n cultuurhistorischen achtergrond in <strong>het</strong> oog.<br />

12. Waarom noemt men <strong>de</strong> laatste werken van Maerlant >?<br />

13. Merk op hoe, na Maerlant, <strong>de</strong> literaire bedrijvigheid naar Brabant<br />

verlegd wordt. Hoe is die lei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> rol van <strong>het</strong> Brabantsch te verklaren?<br />

14. Welke Mid<strong>de</strong>lne<strong>de</strong>rlandsche schrijvers oefen<strong>de</strong>n invloed uit op vreem<strong>de</strong><br />

literaturen?<br />

15. Geef een volledig overzicht van <strong>de</strong> godsdienstige letterkun<strong>de</strong> uit <strong>de</strong><br />

mid<strong>de</strong>leeuwen.<br />

16. Vertel <strong>de</strong>n loop <strong>de</strong>r han<strong>de</strong>ling van >. Toon aan <strong>de</strong> hand<br />

van <strong>het</strong> stuk aan, hoe wij ons <strong>de</strong> vertooning van zulk abel spel mogen<br />

<strong>voor</strong>stellen.<br />

17. Is <strong>het</strong> u opgevallen dat, in <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>leeuwen, <strong>de</strong> literaire ontwikkeling<br />

in Noord-Ne<strong>de</strong>rland een heele eeuw ten achter is op die van <strong>het</strong><br />

Zui<strong>de</strong>n? Ga dit in bijzon<strong>de</strong>rhe<strong>de</strong>n na.<br />

18. Wat gewerd van <strong>de</strong>n rid<strong>de</strong>rroman in <strong>de</strong> 14e en 15 e eeuwen en waarmee<br />

hangt dit verschijnsel samen?<br />

19. Lilt welken stand zijn <strong>de</strong> personages die optre<strong>de</strong>n in <strong>de</strong> abele spelen?<br />

Van welk an<strong>de</strong>r genre schijnen ze bijgevolg <strong>de</strong> dramatiseering? En<br />

met welk an<strong>de</strong>r genre komen <strong>de</strong> kluchten overeen?<br />

20. Welk verband bestaat er tusschen <strong>de</strong> tegenwoordig heringerichte<br />

Landjuweelen en <strong>de</strong> vroegere?<br />

21. Welke ou<strong>de</strong> tooneelmaatschappijen bestaan nog in uw gewest of in<br />

uw stad? Indien hun geschie<strong>de</strong>nis geschreven is, houd er een lezing<br />

over.<br />

58


BIBLIOGRAPHISCHE NOTA'S<br />

1. Geannoteer<strong>de</strong>, doorgaans goedkoope uitgaven.<br />

(<strong>de</strong> speciaal als klasse-lectuur geschikte uitgaven zijn met een * gemerkt)<br />

Klass. Letterk. Pantheon (Thieme, Zutphen) :<br />

a. Mid<strong>de</strong>lned. epische en lyr. Poezie (Engels)<br />

b. Karel en<strong>de</strong> Elegast (Bergsma)<br />

c. Esmoreit (Leen<strong>de</strong>rtz).<br />

Van alle Tij<strong>de</strong>n (Wolters, Groningen) :<br />

a. *Reinaart <strong>de</strong> Vos (Kaakebeen — Tinbergen)<br />

b. *Beatrijs (Kaakebeen — Ligthart)<br />

c. *Mid<strong>de</strong>lncd. lyriese Ged. (Tinbergen)<br />

d. *Esmoreit (Ver<strong>de</strong>yen-Kaakebeen)<br />

e. *Ton<strong>de</strong>lus' Visioen (Ver<strong>de</strong>yen)<br />

f. *Sunte Patricius Vegevuer (En<strong>de</strong>pols).<br />

Zwolsche Herdrukken (Tjeenk Willink, Zwolle) :<br />

a. Van <strong>de</strong>n Vos Reynaer<strong>de</strong> I (Buitenrust Hettema en Degering)<br />

b. Van <strong>de</strong>n Vos Reynaer<strong>de</strong> II (Buitenrust Hettema)<br />

c. Lanseloet v. Denemerken (Leen<strong>de</strong>rtz).<br />

Zonnebloemboekjes (>, Blaricum) :<br />

a. *Lanseloet v. Denemerken (Spitz)<br />

b. *Gloriant (Spitz)<br />

c. *Marieken v. Nieumeghen (Poelhekke)<br />

d. *Elkerlyc (Spitz).<br />

Malmberg's Ne<strong>de</strong>rl. Schoolbibi. (Malmberg, 's-Hertogenbosch) :<br />

a. *Van<strong>de</strong>n Levene ons Heren (Van <strong>de</strong> Bilt)<br />

b. *Esmoreit (Van <strong>de</strong> Bilt)<br />

c. *Elckerlyc (Van <strong>de</strong> Bilt)<br />

d. *Reinaert (Wijffels).<br />

Lyceum-Herdrukken (Wolters, Groningen) :<br />

a. *Floris en<strong>de</strong> Blancefloer (Van <strong>de</strong>n Brink)<br />

b. *Elckerlyc (En<strong>de</strong>pols).<br />

Bibl. van Ne<strong>de</strong>rl. Letterk. (Wolters, Groningen) :<br />

Marieken v. Nieumeghen (Koopmans).<br />

Meulenhoff's Bib!. van Ned. Schrijvers (Meulenhoff, Amsterdam) :<br />

a. *Het Drama in <strong>de</strong> Mid<strong>de</strong>l. (Wolthuis).<br />

b. *Mariken van Nieumeghen (Wolthuis).<br />

Ne<strong>de</strong>rlandsche Schrijvers (Tjeenk Willink, Zwolle) :<br />

a. *Karel en<strong>de</strong> Elegast (Van <strong>de</strong>n Ent)<br />

b. *Roman <strong>de</strong>r vier Heemskin<strong>de</strong>ren (De Jong)<br />

c. *Fragmenten van <strong>de</strong>n Roman van Walewein (Overdiep)<br />

d. *Ferguut (Van <strong>de</strong>n Ent)<br />

e. *Floris en<strong>de</strong> Blancefloer (De Waard)<br />

f. *Beatrijs (Wolters)<br />

g. *Mid<strong>de</strong>ln. Verhalen van Won<strong>de</strong>ren en Heiligen (De Jong).<br />

An<strong>de</strong>re Uitgaven :<br />

Bloemlezing uit Mid<strong>de</strong>lned. Dichters (Eelcoo, Verwijs en Stoett).<br />

Dichters <strong>de</strong>r mid<strong>de</strong>leeuwen (W. H. Beuken).<br />

7 Eeuwen. Spiegel <strong>de</strong>r Ned. Lett. van 1200 tot he<strong>de</strong>n (De Raaf en<br />

Griss).<br />

Ned. Letterk. Schrijvers en Schrijfsters na 1600 (De Groot, Leopold,<br />

Rijkens en Pik, Kalff).<br />

59


Mid<strong>de</strong>lne<strong>de</strong>rl. Epische en Lyrische Poezie (Dr. G. Engels, bij<br />

Thieme, Zutphen).<br />

De Ne<strong>de</strong>rl. Poezie in 100 Verzen (D. Coster).<br />

Ne<strong>de</strong>rl. Lyriek van of <strong>de</strong> 13e e. tot 1880 (bij Sijthoff, Lei<strong>de</strong>n).<br />

Breviarium <strong>de</strong>r Vlaamsche Lyriek (Marnix Gijsen).<br />

Karel en<strong>de</strong> Elegast (Kuiper, bij Van Kampen; Moller, bij De<br />

Kempen, Tilburg).<br />

Beatrijs (J. J. Gielen, bij De Kempen, Tilburg; A. J. <strong>de</strong> Jong, bij<br />

LI. M. >, A'dam, bij Stols te Maastricht).<br />

Van<strong>de</strong>n Levene ons Heren (W. H. Beuken, Purmerend).<br />

Lanseloet v. Denemerken (De Raaf).<br />

J. v. Ruusbroec. Werken door <strong>het</strong> R.-genootschap te Antwerpen<br />

(Kompas, Mechelen).<br />

Ruusbroec, Die Chierheit <strong>de</strong>r gheesteliker Brulocht (Weinschenk).<br />

Mid<strong>de</strong>lne<strong>de</strong>rlandse Legen<strong>de</strong>n en Exempelen (Dr. C. G. N. <strong>de</strong><br />

Vooys, bij Wolters).<br />

Die Eerste Bliscap van Maria (W. <strong>de</strong> Vreese, bij Nijhoff, Den Haag;<br />

bij Dekker, van <strong>de</strong> Veght en J. W. van Leeuwen te Utrecht).<br />

Mariken van Nieumeghen (Cor<strong>de</strong>mans en Bernaerts bij De Standaard,<br />

Brussel).<br />

Mariken van Nieumeghen (Dr. W. H. Beuken, bij Thieme, Zutphen).<br />

Een keur uit Jan van Stye<strong>voor</strong>ts Refereynenbun<strong>de</strong>l A° 1524 (Dr.<br />

L. In<strong>de</strong>stege).<br />

A. <strong>de</strong> Roovere. Een keus uit zijn werk (Nijgh en Van Ditmar,<br />

Amsterdam).<br />

Colijn Caillieu's Dal son<strong>de</strong>r We<strong>de</strong>rkeeren of Pas <strong>de</strong>r Doot (P. De<br />

Keyser, De Sikkel).<br />

Re<strong>de</strong>rijkersspelen (Dr. Van <strong>de</strong>r Laan, bij Nijhoff).<br />

Drie schandaleuse spelen (Dr. W. Van Eeghem, bij De Sikkel).<br />

Twee zes 'tien<strong>de</strong>-eeuwse Spelen van <strong>de</strong> Hel (Dr. B. H. Erne, bij<br />

Wolters).<br />

Amsterdamse Re<strong>de</strong>rijkersspelen in <strong>de</strong> zestien<strong>de</strong> eeuw (Dr. E. Ellerbroek-Fortuin,<br />

bij Wcilters).<br />

Reformatorische Re<strong>de</strong>rijkersspelen uit <strong>de</strong> eerste helft van <strong>de</strong> zestien<strong>de</strong><br />

Eeuw (L. M. van Dis).<br />

Ne<strong>de</strong>rlandsch Lie<strong>de</strong>rboek (Fl. van Duyse, Willemsfonds).<br />

Dit is een suyverlyck Boeckxen (gees 'telijke lie<strong>de</strong>ren, Fl. van Duyse,<br />

Davidsfonds).<br />

Oudne<strong>de</strong>rlandsche lie<strong>de</strong>ren (Kan. J. van Nuffel e.a, Davidsfonds).<br />

2. Mo<strong>de</strong>rniseeringen of bewerkingen in he<strong>de</strong>ndaagsche taal lever<strong>de</strong>n o.a.:<br />

A. J. ALBERDINGK THIJM : Karolingische Verhalen (v. Langenhysen).<br />

F. TIMMERMANS : Karel en Elegast. — De 4 Heemskin<strong>de</strong>ren (v. Kampen).<br />

J. A. SLEMPKES : De 4 Heemskin<strong>de</strong>ren (Thieme).<br />

L. COUPERUS : Het zweven<strong>de</strong> schaakbord (Wereldbibl.).<br />

J. STORMEN : De won<strong>de</strong>rbare Legen<strong>de</strong> van St. Servaas (Maastricht, Vel<strong>de</strong>ke<br />

Mij.).<br />

D. DAALDER : Floris en Blancefloer — Ferguut.<br />

H. J. BOEKEN : Floris en Blancefloer (strofisch gedicht).<br />

Reinaart <strong>de</strong> Vos, door J. DE GEYTER, H. MELIS, C. LINDEMANS, C.<br />

VOORHOEVE (berijmd) en STUN STREUVELS, SLEMPKES, E. DE<br />

SEYN (prOZa).<br />

Beatrijs, door P. C. BOUTENS, J. GONDRY (verzen) , R. J. SPITZ (proza),<br />

H. VAN OVERBEKE (tooneel).<br />

A. VERWE Y : Bloemlezing uit Maerlant. - Visioenen v. Ha<strong>de</strong>wijch (Sikkel).<br />

60


J. SNELLEN : Ha<strong>de</strong>wijch. Een bloemlezing uit Naar poezie en proza<br />

(Ploegsma, Zeist).<br />

DR. M. H. VAN DER ZEYDE : Brieven van Ha<strong>de</strong>wijch (Sikkel).<br />

J. CAEYMAEX : Beatrijs van Nazareth, 7 Manieren van Minne (Leeslust).<br />

FR. ERENS : Het Sieraad <strong>de</strong>r geestelijke Bruiloft, v. Ruusbroec (Wereld<strong>bibliotheek</strong>).<br />

H. W. E. MOLLER : Ruusbroec in tegenwoordig Ne<strong>de</strong>rlandsch I (Bussum).<br />

L. REYPENS : Licht- en lief<strong>de</strong>bloemen uit Ruusbroec (Leeslust).<br />

J. VEEN : then met Ruusbroec (Baarn).<br />

J. BERGEN : Ruusbroec <strong>de</strong> Won<strong>de</strong>rbare.<br />

Thomas a Kempis' Imitatio Christi, bew. door FR. ERENS, W. KLOOS,<br />

I. VAN DYCK.<br />

W. SMULDERS : Die Eerste Bliscap van Maria (met <strong>de</strong>n ou<strong>de</strong>n naast<br />

<strong>de</strong>n gemo<strong>de</strong>rniseer<strong>de</strong>n tekst — Standaard).<br />

De Zeven<strong>de</strong> Bliscap van Maria (Malmberg).<br />

De 7' Bliscap (Duimpjesuitgave nr 77) .<br />

M. BEVERSLUIS : Marieken van Nijmegen, lyrische bewerking (Kosmos).<br />

3. Bronnen <strong>voor</strong> ver<strong>de</strong>re studie :<br />

Algemeen bekend wor<strong>de</strong>n veron<strong>de</strong>rsteld <strong>de</strong> groote literatuurgeschie<strong>de</strong>nissen<br />

van Dr G. KALFF, Dr J. TE WINKEL, Dr J. PRINSEN, F. BASTIAANSE,<br />

(met bloemlezing) ; van Dr J. VAN MIERLO (<strong>voor</strong> <strong>de</strong> Mid<strong>de</strong>lne<strong>de</strong>rl. letterk.)<br />

; van Dr WORP (Drama en Tooneel) ; alsook <strong>de</strong> Platenatlas door<br />

M. POELHEKKE en D r C. G. N. DE VOOYS. Llit <strong>het</strong> overvloedige studiemateriaal<br />

achten wij ver<strong>de</strong>r best geschikt :<br />

D r JAC. VAN GINNIKEN : De Geschie<strong>de</strong>nis <strong>de</strong>r Mid<strong>de</strong>lne<strong>de</strong>rl. Letterk. in<br />

<strong>het</strong> licht <strong>de</strong>r ethnologische Literatuur-wetenschap.<br />

J. KUYPERS, TH. DE RONDE, J. G. M. MOORMANN, D. WOUTERS : Onze<br />

Literatuur in Beeld (De Sikkel).<br />

J. DROOGMANS : Hendrik van Vel<strong>de</strong>ke (Michiels, Tongeren).<br />

L. J. ROGIER : Henric van Vel<strong>de</strong>ken (met bloeml., bij Leiter-Nijpels,<br />

Maastricht).<br />

Dr J. VAN MIERLO : Heinrich van Vel<strong>de</strong>ke. — Ha<strong>de</strong>wijch. — De Poezie<br />

van Ha<strong>de</strong>wijch. — Het Roelantslied. — Willem van Afflighem en<br />

Het Leven van Jesus en Het Leven van Sinte Lutgart (Standaard).<br />

Dr M. H. VAN DER ZEYDE : Ha<strong>de</strong>wijch (Wolters).<br />

L. J. REYPENS : Ruusbroec (Standaard).<br />

D. A. STRACKE, J. VAN MIERLO, L. REYPENS : Ruusbroec <strong>de</strong> Won<strong>de</strong>rbare<br />

(met bloemlezing Davidsfonds).<br />

W. CH. A. SCHILLING : Een proeve van stylistiek bij « Ruusbroec <strong>de</strong>n<br />

Won<strong>de</strong>rbare >> (Amsterdam).<br />

J. KOOPMANS : Mid<strong>de</strong>lne<strong>de</strong>rlandse Romans (Sijthoff).<br />

Prof. J. VERCOULLIE : De Diersage en Reinaert <strong>de</strong> Vos (Excelsior).<br />

D r M. SABBE : Wat Oud-Vlaan<strong>de</strong>ren zong (Lectura).<br />

Dr KNUTTEL : Het geestelijk Lied in <strong>de</strong> Mid<strong>de</strong>leeuwen.<br />

Dr C. C. VAN DER GRAFT : Marialegen<strong>de</strong>n (Van Looy).<br />

Dr J. HUIZINGA : Herfsttij <strong>de</strong>r Mid<strong>de</strong>leeuwen (Tjeenk Willink).<br />

Dr L. VAN PUYVELDE : Schil<strong>de</strong>rkunst en tooneelvertooningen (Kon. Vl.<br />

Aca<strong>de</strong>mie).<br />

Dr TH. DE RONDE : Het Tooneelleven in Vlaan<strong>de</strong>ren (Davidsfonds).<br />

61


HOOFDSTUK III<br />

EEN TIJD VAN GISTING EN OVERGANG<br />

RENAISSANCE EN HERVORMING<br />

INLEIDING<br />

Op <strong>het</strong> hoogtepunt van <strong>de</strong>n echt-mid<strong>de</strong>leeuwschen geest<br />

en meteen van <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>leeuwsche letterkun<strong>de</strong> in <strong>de</strong> <strong>de</strong>rtien<strong>de</strong><br />

eeuw, was er een bijna bestendig dalen<strong>de</strong> lijn gev,olgd. De<br />

harmonisch gele<strong>de</strong> gemeenschap brokkel<strong>de</strong> langzaam uiteen,<br />

<strong>de</strong> frissche onbevangenheid van <strong>het</strong> geloof werd aangevreten<br />

door critiseerlust, daarna door onbevredigdheid. Het evenwicht<br />

tusschen <strong>het</strong> hemelsche en <strong>het</strong> aardsche, in <strong>de</strong>n zin <strong>de</strong>r<br />

Katholieke leer, was verbroken en in <strong>de</strong> plaats ervan kwam<br />

een gretiger aanhankelijkheid aan <strong>de</strong> goe<strong>de</strong>ren en genietingen<br />

<strong>de</strong>zer wereld. Ten gevolge van <strong>de</strong> opkomst van <strong>het</strong> kapitalisme<br />

braken er gedurig, <strong>voor</strong>al van <strong>de</strong> 1 4e eeuw af, maatschappelijke<br />

conflicten uit die niet zel<strong>de</strong>n aanleiding gaven<br />

tot bloedige botsingen. Door dit alles maakte <strong>het</strong> individu<br />

zich allengs los uit <strong>het</strong> grootsche verband waarvan <strong>het</strong> zoo<br />

lang <strong>de</strong>el uitgemaakt had.<br />

In <strong>de</strong> 16e eeuw nu, kwam <strong>de</strong> latente crisis, waaron<strong>de</strong>r <strong>het</strong><br />

geestesleven leed, tot een overhaaste oplossing ten gevolge<br />

van een aantal factoren die <strong>de</strong> evolutie <strong>de</strong>r gedachten omzet-,<br />

ten in revolutie. Een eerste <strong>de</strong>zer factoren was <strong>de</strong> uitvinding<br />

<strong>de</strong>r boekdrukkunst met al haar mogelijkhe<strong>de</strong>n ; een an<strong>de</strong>re :<br />

<strong>de</strong> groote zeereizen en ont<strong>de</strong>kkingen, o.a. van <strong>de</strong> Nieuwe<br />

wereld; een <strong>de</strong>r<strong>de</strong> : <strong>de</strong> verwording <strong>de</strong>r- scholastieke wijsbegeerte<br />

en <strong>het</strong> slaan <strong>de</strong>r grondvesten van <strong>de</strong> mo<strong>de</strong>rne wetenschap<br />

(Copernicus). Nadat <strong>de</strong> mensch <strong>de</strong> wereld ont<strong>de</strong>kt<br />

heeft, ont<strong>de</strong>kt hij zich zelf. De mid<strong>de</strong>leeuwsche samenhoorigheid<br />

verbrekend, treedt <strong>het</strong> individu op <strong>de</strong>n <strong>voor</strong>grond en<br />

beschouwt met critisch en zelfs sceptisch oog <strong>het</strong> heelal. De<br />

mensch leert <strong>de</strong>n afstand in <strong>de</strong> ruimte en ook in <strong>de</strong>n tijd<br />

62


meten. En bovenal : <strong>het</strong> hiernamaals waartoe <strong>het</strong> aardsche<br />

bestaan <strong>voor</strong> <strong>de</strong>n mid<strong>de</strong>leeuwer slechts een <strong>voor</strong>bereiding<br />

was, verliest zijn overheerschend belang, terwijl men <strong>het</strong><br />

leven om zich zelf waard acht geleefd te wor<strong>de</strong>n. De zinnelijke<br />

schoonheid krijgt waar<strong>de</strong> om haar zelfs wil.<br />

Waar die nieuwe geest zich uitleeft in <strong>de</strong> kunst, noemt<br />

men hem Renaissance; waar hij zich omzet in een levenshouding<br />

en gepaard gaat met geleerdheid, <strong>voor</strong>al taalgeleerdheid,<br />

wordt hij humanisme (1) ; waar hij <strong>de</strong>n godsdienst zelf aantast,<br />

geeft hij aanleiding tot <strong>de</strong> hervorming.<br />

A. — DE HERVORMING<br />

De strijd tusschen <strong>het</strong> ou<strong>de</strong> en <strong>het</strong> nieuwe geloof kreeg<br />

in <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlan<strong>de</strong>n een bijzon<strong>de</strong>r scherp karakter doordat<br />

hij spoedig uitliep in een opstand tegen <strong>het</strong> Spaansch gezag.<br />

De <strong>voor</strong>naamste mijlpalen in dien kamp zijn <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong><br />

datums : 1521 eerste plakkaat tegen <strong>de</strong> ketters; 1539 landjuweel<br />

te Gent, waar blijkt dat <strong>de</strong> meeste re<strong>de</strong>rijkerskamers<br />

<strong>de</strong> nieuwe leer toegedaan zijn ; 1566 beel<strong>de</strong>nstorm; 1568<br />

begin van <strong>de</strong>n gewapen<strong>de</strong>n tegenstand (tachtigjarige oorlog) ;<br />

1585 inneming van Antwerpen door Parma.<br />

Het landjuweel dat in 1539 te Gent gehou<strong>de</strong>n werd,<br />

verraste doordat in <strong>de</strong> opgevoer<strong>de</strong> spelen dui<strong>de</strong>lijk aan<br />

<strong>de</strong>n dag kwam hoe zeer <strong>de</strong> hervormingsgedachte bij <strong>de</strong> re<strong>de</strong>rijkers,<br />

dus bij <strong>de</strong> burgerij, reeds doorgedrongen was, terwijl<br />

ze b.v. bij iemand als Cornelis Everaert eenige jaren vroeger<br />

nauwelijks na te speuren viel. Maar toch gaat <strong>de</strong> groote<br />

strijdpoezie dier bewogen perio<strong>de</strong> buiten <strong>de</strong> re<strong>de</strong>rijkerij om;<br />

<strong>de</strong> re<strong>de</strong>rijker was te weinig een persoonlijkheid om zijn ganzeve<strong>de</strong>r<br />

in <strong>de</strong>n dienst te stellen van een zoo fel i<strong>de</strong>aal.<br />

Een beeld van hulpeloosheid te mid<strong>de</strong>n <strong>de</strong>r verschrikkingen<br />

waarvan zij te Brussel getuige was, klaagt KATHE-<br />

K. BOUDEWYNS<br />

RINA BOUDEWYNS over <strong>de</strong> ongunst <strong>de</strong>r tij<strong>de</strong>n en over 1520-± 1604<br />

<strong>de</strong> verdrukking van <strong>het</strong> ou<strong>de</strong> geloof, in melodieuse lie<strong>de</strong>ren<br />

en samenspraken die zij uitgaf on<strong>de</strong>r <strong>de</strong>n titel Het Prieelleen<br />

(1) Van homo = mensch. Aileen wie <strong>de</strong> classieke oudheid bestu<strong>de</strong>erd heeft,<br />

is volledig mensch. De Ne<strong>de</strong>rlandsche geleer<strong>de</strong>n, o. w. <strong>voor</strong>al Erasmus, hebben<br />

een <strong>voor</strong>name rol in <strong>het</strong> humanisme gespeeld.<br />

63


<strong>de</strong>r gheestelyker Wellusten, en die nog een naklank laten hooren<br />

van <strong>de</strong> argeloosheid uit vroeger tij<strong>de</strong>n.<br />

Een sterke persoonlijkheid daarentegen in <strong>de</strong> ver<strong>de</strong>diging<br />

van <strong>het</strong> Katholicisme was <strong>de</strong> Antwerpsche schoolmeesteres<br />

A. BYNS ANNA BIJNS. Haar dichterschap wordt beheerscht<br />

1494-± 1570 door haar haat tegen <strong>de</strong> Lutherschen. Naar ze lucht<br />

geeft aan haar afkeer van <strong>het</strong> nieuwe geloof of van <strong>de</strong> misbruiken<br />

on<strong>de</strong>r eigen geloofsgenooten, maken zich een heftige<br />

welsprekendheid, een hartstochtelijke toorn, een bijten<strong>de</strong><br />

ironie van haar meester. In haar twee<strong>de</strong>n en <strong>de</strong>r<strong>de</strong>n bun<strong>de</strong>l<br />

Refereynen krijgt haar stem gelei<strong>de</strong>lijk meer mildheid en<br />

ingetogenheid, maar steeds blijft ze een waarachtige dichteres<br />

bij Gods gena<strong>de</strong>.<br />

Aan <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re zij<strong>de</strong> <strong>de</strong>r barrica<strong>de</strong> stond een min-<br />

MARNIX VAN<br />

St. ALDEGONDE <strong>de</strong>r temperamentvolle, maar grondiger on<strong>de</strong>rleg<strong>de</strong><br />

1538-1598 en meer berekenen<strong>de</strong> figuur : die van PHILIPS VAN<br />

LIEDEREN<br />

MARNIX, heer van St. Al<strong>de</strong>gon<strong>de</strong>. Geboren te Brussel, stu<strong>de</strong>er<strong>de</strong><br />

hij te Geneve inraar hij Calvinist werd. Bij zijn terugkeer<br />

schaar<strong>de</strong> hij zich aan <strong>de</strong> zij<strong>de</strong> van <strong>de</strong>n lageren a<strong>de</strong>l<br />

die <strong>het</strong> eerst <strong>de</strong> partij van Oranje koos; later werd hij burgemeester<br />

van Antwerpen tot aan <strong>de</strong> overgave aan Parma.<br />

Daarna vestig<strong>de</strong> hij zich te Lei<strong>de</strong>n waar hij overleed.<br />

Zijn naam is verbon<strong>de</strong>n aan een prozawerk Den Byencorf<br />

<strong>de</strong>r H. Roomsche Kercke, waarin hij on<strong>de</strong>r <strong>de</strong>n schijn <strong>de</strong> Kerk<br />

te ver<strong>de</strong>digen, <strong>de</strong>ze met bijten<strong>de</strong> satire en soms groven spot<br />

aanvalt. Het geschrift eindigt met een uitgewerkte vergelijking<br />

van <strong>de</strong> Kerk met een bijenkorf : vandaar <strong>de</strong> titel. Gayer is<br />

zijn berijm<strong>de</strong> psalmvertaling, te stellen naast die van zijn tijdgenooten<br />

Van Zuylen van Nyevelt en Petrus Dathenus. En<br />

indien <strong>het</strong> Wilhelmus van Nassouwe werkelijk van hem is, dan<br />

is hij een dichter wiens diepe innigheid een lied van berustend<br />

maar onwrikbaar Godsbetrouwen gezongen heeft.<br />

Dit is juist <strong>het</strong> kenmerk van <strong>de</strong> vele anonieme ge-<br />

dichten u4 die dagen : uiteraard strijdlie<strong>de</strong>ren <strong>voor</strong> of tegen<br />

<strong>de</strong>n nieuwen godsdienst (<strong>de</strong> geuzenlie<strong>de</strong>ren), niet bedoeld als<br />

kunst, ontleenen ze niet zel<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong> overtuiging waaruit<br />

ze opwel<strong>de</strong>n, een krachtig persoonlijken toon die ze soms<br />

stempelt tot roerend-gelaten of bran<strong>de</strong>nd-heldhaftige poezie.<br />

64


‘.11<br />

en pentogbtr<br />

OttioottlicPeilierc<br />

it i•ttn dare tnbt gronbtlidte 3 4 tleg<br />

gingDe be enbtnitioMeefter Gentiani Hervey,<br />

nu Cops uptstnacit tit fratiferpo tribe in 't Ouptfty:<br />

ricipeum aen be afgbeDluatiDe ban<br />

yet cbgften • Donut.<br />

De wijiheycit en tveritant van <strong>de</strong> Loventcheiclacken.<br />

1<br />

rtigeben tittle gbetnbictett Mutat CetineerbiglIttl 2341<br />

41 14 napcircurn S onni urn, iDatier atter nteutue Stfirbalv<br />

pakinbe ilietedanben i met tetten 711gef entre<br />

• %%opal en Noe qatvettlitcDts,<br />

Titelblad van <strong>de</strong>n Byencorf <strong>de</strong>r H. Roomsche Kercke<br />

door Marnix van Sint Al<strong>de</strong>gon<strong>de</strong>.<br />

I


B. — DE WEGBEREIDERS DER RENAISSANCE<br />

De mid<strong>de</strong>leeuwen had<strong>de</strong>n nooit opgehou<strong>de</strong>n <strong>de</strong> classieke<br />

schrijvers, althans <strong>de</strong> Latijnsche, to kennen. Zelfs kan er in <strong>de</strong><br />

1 2 e eeuw op een eerste soort van Renaissance gewezen wor<br />

<strong>de</strong>n. Maar zij ken<strong>de</strong>n die schrijvers op een an<strong>de</strong>re manier : zij<br />

lijf<strong>de</strong>n ze eenvoudig in hun levensopvatting in en maakten ze<br />

dienstbaar aan hun wereldbeschouwing. Zoo moet <strong>het</strong> niet<br />

verwon<strong>de</strong>ren dat Vfrgilius op <strong>het</strong> micj<strong>de</strong>leeuwsch tooneel<br />

verscheen als een <strong>de</strong>r profeten die <strong>de</strong> komst van Christus<br />

<strong>voor</strong>spellen.<br />

De zestien<strong>de</strong> eeuwer bena<strong>de</strong>rt <strong>de</strong> Latijnsche classieken<br />

met een an<strong>de</strong>re mentaliteit : hij leest eruit zijn eigen verdraagzaam<br />

scppticisme en epicurisme en zijn eigen vereering<br />

<strong>voor</strong> levensweel<strong>de</strong> en zinnelijke schoonheid ; bovendien wijdt<br />

hij <strong>voor</strong> <strong>het</strong> eerst aandacht aan <strong>de</strong>n uiterlijken vorm, aan <strong>de</strong><br />

klank- en rhythmenrijke inkleeding <strong>de</strong>r gedachte. Diezelf<strong>de</strong><br />

zorg <strong>voor</strong> <strong>de</strong>n inhoud en <strong>de</strong>n vorm brengt hij over in <strong>de</strong><br />

letterkun<strong>de</strong> van zijn eigen tijd.<br />

De Renaissance is van Italie uitgegaan en heeft Frankrijk<br />

krachtig beroerd, waar zij <strong>de</strong> Pleia<strong>de</strong> met o.a. Ronsard en<br />

du Bellay in <strong>het</strong> leven geroepen heeft. Van daar uit vloei<strong>de</strong><br />

ze in zwakker golvingen over <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlan<strong>de</strong>n. Reeds had<strong>de</strong>n<br />

<strong>de</strong> re<strong>de</strong>rijkers, door hun rijmgeknutsel en hun onhandig gebruik<br />

<strong>de</strong>r mythologische terminologie een eerste verre echo<br />

laten hooren. Omstreeks <strong>de</strong> helft <strong>de</strong>r 1 6e eeuw breekt nu <strong>de</strong><br />

Renaissance <strong>voor</strong>goed door, <strong>het</strong> vroegst langs <strong>de</strong>n Gentenaar<br />

L. DE HEERE LUCAS DE HEERE, die, nog met een voet in <strong>de</strong> re<strong>de</strong> -<br />

1534-1584 rijkerij staan<strong>de</strong>, <strong>de</strong> eerste Ne<strong>de</strong>rlandsche sonnetten<br />

schreef.<br />

J. VAN DER<br />

NOOT<br />

1539---t 1595<br />

Een belangrijker vroeg-Renaissanceschrijver is<br />

JAN VAN DER NOOT die, door zijn reizen naar Frank-<br />

rijk en zijn persoonlijke bekendheid met Ronsard,<br />

niet alleen <strong>de</strong> uiterlijke inkleeding <strong>de</strong>r nieuwe kunst, als b.v.<br />

<strong>de</strong> o<strong>de</strong>, <strong>het</strong> sonnet, <strong>de</strong> jambe-maat, invoert, maar tevens,<br />

waar hij op zijn best is, aan zijn individueel schoonheidsgevoel<br />

op <strong>de</strong>licate, zij <strong>het</strong> omslachtige wijze uiting geeft. Daarnaast<br />

schreef hij natuurlijk veel grootsprakige rijmelarij om <strong>de</strong>n<br />

broo<strong>de</strong>. Want aan hem hebben we een eerste <strong>voor</strong>beeld hoe<br />

66


<strong>de</strong> letterkun<strong>de</strong> in <strong>de</strong>ze bewogen perio<strong>de</strong> in <strong>de</strong> verdrukking<br />

geraakt : zijn Theatre oft Tooneel, waarin proza en vertaal<strong>de</strong><br />

naast oorspronkelijke verzen, verscheen te Lon<strong>de</strong>n, waarheen<br />

hij om zijn hervormingsgezin<strong>de</strong> houding uitgeweken was;<br />

terug te Antwerpen gaf hij zijn Olympias uit, een epos in<br />

twaalf <strong>de</strong>elen, en kort daarop zijn Poeticsche Werleen. Maar<br />

<strong>de</strong> politieke toestand was er niet naar dat zijn me<strong>de</strong>burgers<br />

veel aandacht kon<strong>de</strong>n schenken aan <strong>de</strong> schoone letteren, en<br />

spoedig nadat hij om 1595 overle<strong>de</strong>n was werd hij vergeten.<br />

In normale omstandighe<strong>de</strong>n ware Van <strong>de</strong>r Noot, in wiens<br />

beste verzen <strong>de</strong> Renaissance-geest reeds zuiver doorstraalt,<br />

een invloedrijke figuur geweest.<br />

Dezelf<strong>de</strong> ongunst <strong>de</strong>r tij<strong>de</strong>n trof <strong>de</strong>n Brusselaar<br />

J. B. HOUWAERT<br />

JAN-BAPTIST HOUWAERT die in zijn Pegasi<strong>de</strong>s Pleyn 1533-1599<br />

ofte <strong>de</strong>n Lusthof <strong>de</strong>r Maech<strong>de</strong>n nochtans min<strong>de</strong>r <strong>het</strong> wezen <strong>de</strong>r<br />

Renaissance besefte dan zijn tijdgenoot Van <strong>de</strong>r Noot. Ook<br />

<strong>de</strong> schil<strong>de</strong>r-dichter CAREL VAN MANDER (geboren C. VAN MANDER<br />

te Meulebeke) aanvaard<strong>de</strong> <strong>de</strong>n nieuwen geest min- 1548-1606<br />

<strong>de</strong>r snel en volledig, alhoewel hij als schil<strong>de</strong>r zijn Italiaansche<br />

reis achter <strong>de</strong>n rug had. Hid schreef tamelijk veel : behalve<br />

tooneelstukken die alle verloren zijn, en een aantal oorspronkelijke<br />

verzen, vertaal<strong>de</strong> hij zon<strong>de</strong>r glans Homeros (langs<br />

<strong>het</strong> Fransch om) en Virgilius. Veel hooger staat zijn Schil<strong>de</strong>rboeck,<br />

een met verzen doorschoten proza-werk, waarin <strong>het</strong><br />

leven van antieke, Italiaansche, Duitsche en Ne<strong>de</strong>rlandsche<br />

schil<strong>de</strong>rs in een voile en krachtige taal beschreven wordt.<br />

Voor <strong>de</strong> geschie<strong>de</strong>nis van <strong>het</strong> proza is <strong>het</strong> een werk van<br />

beteekenis, meer dan Marnix' ruimer versprei<strong>de</strong> Byencod.<br />

Van <strong>het</strong> grootste belang is <strong>het</strong> feit dat Van Man<strong>de</strong>r zijn<br />

geesteskin<strong>de</strong>ren in <strong>het</strong> licht zond in Noord-Ne<strong>de</strong>rland, waar<br />

hij zich in 1 5 83 gevestigd had en <strong>het</strong> overige van zijn dagen<br />

sleet. Hetzelf<strong>de</strong> verloop valt na te speuren in <strong>het</strong> leven van<br />

twee Vlaamsche geleer<strong>de</strong>n met wereldfaam, die — teeken<br />

<strong>de</strong>r nieuwe tij<strong>de</strong>n ! — een ge<strong>de</strong>elte van hun werken in <strong>het</strong><br />

Ne<strong>de</strong>rlandsch uitgaven. De eerste is REMBERT<br />

R. DODOENS<br />

DODOENS die, te Mechelen geboren, <strong>de</strong> meest besla- 1517-1585<br />

gen botanicus van zijn tijd werd, in 1574 echter uitweek naar<br />

Weenen waar hij aan <strong>de</strong> universiteit doceer<strong>de</strong>, na zijn terug-<br />

67


keer in <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlan<strong>de</strong>n zich te Lei<strong>de</strong>n ging vestigen en er<br />

als professor aan <strong>de</strong> universiteit zijn dagen eindig<strong>de</strong>. Hij is<br />

<strong>voor</strong>al bekend als <strong>de</strong> schrijver van een grondleggend werk<br />

over plantenkun<strong>de</strong> : <strong>het</strong> CruN<strong>de</strong>boeck. De an<strong>de</strong>re is <strong>de</strong> Brugge-<br />

S. STEVIN<br />

ling Suiox STEvix, <strong>de</strong> grootste wiskundige van zijn<br />

1548-1620 eeuw, een ingenieur met genialen aanleg, die door<br />

zijn talrijke wetenschappelijke schriften over wiskun<strong>de</strong>, vestingbouw,<br />

aanleg van havens e. a., niet alleen op heel <strong>de</strong><br />

wetenschap van zijn tijd invloed uitoefen<strong>de</strong>, maar ook een<br />

hartstochtelijk vereer<strong>de</strong>r van zijn moe<strong>de</strong>rtaal was en krachtig<br />

meehielp om een zuiver, <strong>voor</strong> wetenschappelijke doelein<strong>de</strong>n<br />

geschikt Ne<strong>de</strong>rlandsch tot stand te brengen. Aan zijn Weegconst<br />

liet hij een warm pleidooi <strong>voor</strong> <strong>het</strong> gebruik <strong>de</strong>r


DIRK VOLKERTSZ COORNHERT droeg tot <strong>de</strong> ver- D. V. COORN-<br />

HERT<br />

spreiding <strong>de</strong>r Renaissance bij, meer door zijn didac- 1522-1590<br />

tisme dan door scheppen<strong>de</strong> literatuur. Het meest door zijn<br />

eigen levenshouding : om wille van zijn onpartijdig-blijven<br />

te mid<strong>de</strong>n <strong>de</strong>r godsdienstige twisten, was geen <strong>de</strong>r bei<strong>de</strong><br />

kampen hem te vriend : <strong>het</strong> <strong>voor</strong> hem daaruit <strong>voor</strong>tspruitend<br />

Teed droeg hij met echt stoicijnsche gelijkmoedigheid. Behalve<br />

vertalingen van Homeros, Cicero, Seneca, Boethius en van<br />

<strong>de</strong>n Italiaan Boccaccio, schreef hij — geduren<strong>de</strong> zijn gevangschp<br />

— een gedicht Lof <strong>de</strong>r Ghev,angenisse,<br />

en <strong>voor</strong>al een<br />

uitvoerig didactisch-wijsgeerig prozawerk Ze<strong>de</strong>kunst dat is<br />

Wellevenskunste.<br />

Denzelf<strong>de</strong>n karakteristieken afkeer <strong>voor</strong> <strong>het</strong> poli- H. L. SPIEGHEL<br />

tiek getwist, en <strong>voor</strong>al <strong>voor</strong> dwang, vertoon<strong>de</strong> <strong>de</strong> 1549-1612<br />

Amsterdamsche koopmanszoon HENDRIK LAURENSZ SPIE-<br />

GHEL. Hij stond aan <strong>het</strong> hoofd <strong>de</strong>r ou<strong>de</strong> re<strong>de</strong>rijkerskamer<br />

tiet Eglantierken, die als kenspreuk had « In Lief<strong>de</strong> bloeien<strong>de</strong> >>,<br />

maar die on<strong>de</strong>r zijn leiding <strong>de</strong>n ou<strong>de</strong>n re<strong>de</strong>rijkerssleur en<br />

<strong>voor</strong>al <strong>de</strong> re<strong>de</strong>rijkerstaal aan 't afzweren was en in <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong><br />

jaren een rol van beteekenis zou spelen in <strong>de</strong> letterkundige<br />

beweging te Amsterdam.<br />

Spieghel was even vertrouwd met <strong>de</strong> classieken als Coornhert,<br />

even verdraagzaam aangelegd, en even geneigd <strong>het</strong><br />

humanistisch i<strong>de</strong>aal op <strong>de</strong> landstaal toe te passen. Samen<br />

met nog een paar an<strong>de</strong>ren, o. w. Roemer Visscher, die eveneens<br />

invloedrijke le<strong>de</strong>n van Het Eglantierken waren, bezorg<strong>de</strong><br />

hij een drietal werken om spelling, syntaxis en stijlleer van<br />

<strong>het</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsch te regelen ( 1 ). Het belangrijkste van die<br />

werken is De Twe-spraeck van <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rduytsche Letterkunst.<br />

Maar daarnaast was hij ook iemand uitgerust met dichterlijke<br />

gaven die hij bij plaatsen te schitteren zette in zijn groot<br />

gedicht Hert-spieghel.<br />

De laatste <strong>de</strong>r trits, Spieghel's vriend ROEMER<br />

ROEMER<br />

VISSCHER, evenals hij Amsterdamsch koopman en VISSCHER<br />

lid van Het Eglantierken, vertoont eer een an<strong>de</strong>r 1547-1620<br />

(1) In die jaren komt naast « Ne<strong>de</strong>rduitsch >> ook <strong>de</strong> benaming « Ne<strong>de</strong>rlandsch >><br />

in zwang. Het oudste <strong>voor</strong>beeld dagteekent reeds van 1518.<br />

69


uitzicht <strong>de</strong>r Renaissance, nl. <strong>de</strong> levensblijheid, maar dan naar<br />

Hollandsch-burgerlijken en


OVERZICHT<br />

't In drie groote golvingen heeft <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>leeuwsche kunst zich ontwikkeld,<br />

waarbij Vlaan<strong>de</strong>ren telkens <strong>voor</strong>afging :<br />

De rid<strong>de</strong>rlijk-feodale, xile en XIII' eeuw, toen <strong>de</strong> beschaving nog een<br />

zekere eenvormigheid vertoon<strong>de</strong>, en <strong>de</strong> maatschappij nog beheerscht was<br />

door <strong>de</strong> rid<strong>de</strong>rlijke levensi<strong>de</strong>alen; toen diepe godsdienstzin, die daarom<br />

Been blij<strong>de</strong>n levenslust misken<strong>de</strong>, <strong>de</strong> gemoe<strong>de</strong>ren nog vorm<strong>de</strong> en doordrong.<br />

De burgerlijk-patricische, die met Van Maerlant begint, doch eerst in<br />

<strong>de</strong> XIV' eeuw, tot omstreeks 1430, tot ontwikkeling komt, waarin <strong>het</strong><br />

burgerlijk patriciaat <strong>de</strong>n toon aangeeft en <strong>de</strong> nuttige wetenschap alle<br />

kunstuitingen leidt.<br />

De kunst van <strong>het</strong> yolk, van <strong>de</strong> gemeenschap, tot <strong>de</strong> opkomst <strong>de</strong>r<br />

Renaissance, waarin <strong>de</strong> lagere schicht <strong>de</strong>r samenleving, <strong>het</strong> yolk met <strong>de</strong><br />

gil<strong>de</strong>n, tot <strong>de</strong> oppervlakte stijgt en in <strong>de</strong> kunst haar invloed cloet gel<strong>de</strong>n :<br />

<strong>het</strong> tijdvak <strong>de</strong>r re<strong>de</strong>rijkers.<br />

De Renaissance (twee<strong>de</strong> helft <strong>de</strong>r XVI' eeuw) breekt of met <strong>de</strong> kunstopvattingen<br />

<strong>de</strong>r mid<strong>de</strong>leeuwen. 2.<br />

Uit : Dr J. Van Mierlo, Jun. S. J. — Beknopte Geschie<strong>de</strong>nis van <strong>de</strong><br />

Oud- en Mid<strong>de</strong>lne<strong>de</strong>rlandsche Letterkun<strong>de</strong>.<br />

71


Historische feiten<br />

1520 Luther verbrandt te Wittemberg<br />

<strong>de</strong> pauselijke banbul.<br />

1522 Magellaan voltrekt <strong>de</strong> 1 e reis om<br />

<strong>de</strong> wereld.<br />

1534 De Jezuletenor<strong>de</strong> wordt gesticht.<br />

1539 Landjuweel te Gent.<br />

1545 Concilie van Trente.<br />

1558 Dood van Karel V.<br />

1565 Eedverbond <strong>de</strong>r E<strong>de</strong>len.<br />

1566 Beel<strong>de</strong>nstorm.<br />

1568 Begin van <strong>de</strong>n 80-jarigen oorlog.<br />

1569 Dood v. Pieter Bruegel <strong>de</strong>n Ou<strong>de</strong>re.<br />

1572 De Watergeuzen maken zich meester<br />

van <strong>de</strong>n Briel, en Alva neemt<br />

Haarlem in.<br />

1574 Ontzet van Lei<strong>de</strong>n.<br />

1576 Pacificatie van Gent.<br />

1579 Unie van Utrecht.<br />

1583 Parma begint <strong>het</strong> Zui<strong>de</strong>n te on<strong>de</strong>rwerpen.<br />

1585 Val van Antwerpen.<br />

1588 De Spaansche Armada vernield.<br />

1595 Aartshertog Albert.<br />

1600 Slag bij Nieuwpoort.<br />

1609 Twaalfjarig Bestand.<br />

Zuidne<strong>de</strong>rlandsche I Noordne<strong>de</strong>rlandsche<br />

Literatuur<br />

1 4—<br />

Erasmus (1466-1536)<br />

Anna Byns<br />

(1494-± 1570)<br />

R. Dodoens (1517-1585) —><br />

J. B. Houwz&ert<br />

(1533-1599)<br />

L. <strong>de</strong> Heere<br />

(1534-± 1584)<br />

Marnix van St.Al<strong>de</strong>gon<strong>de</strong><br />

(1538-1598) ----><br />

J. van <strong>de</strong>r Noot<br />

(1539-± 1595)<br />

C. van Man<strong>de</strong>r<br />

(1548-1606)<br />

S. Stevin (1548-1620) —><br />

D. V. Coornhert<br />

(1522-A 590)<br />

J. van Hout (1542-1609)<br />

Roemer Visschcr<br />

(1547-1620)<br />

H. Spieghel (1549-1612)<br />

Fransche literatuur<br />

Rabelais (1495-1553)<br />

Cl. Marot (± 1496-1544)<br />

I. du Bellay (1522-1560)<br />

Ronsard (1524-1585)<br />

J. A. du Balf (1532-1589)<br />

Montaigne (1533-1592)<br />

R. Garnier (1534-1590)<br />

G. du Bartas (1544-1590)<br />

Malherbe (1555-1628)


OPGAVEN VOOR GELEIDE OEFENINGEN<br />

1. Vergelijk <strong>het</strong> metrum van een mid<strong>de</strong>leeuwsch en een Renaissancegedicht<br />

(B. v. Reinaert <strong>de</strong> Vos en Van <strong>de</strong>r Noot).<br />

2. De begrippen humanisme en Renaissance <strong>de</strong>kken elkaar niet geheel.<br />

Omschrijf wat gij on<strong>de</strong>r bei<strong>de</strong> verstaat!<br />

3. Wat bedoelt men als men zegt dat <strong>de</strong> Renaissance <strong>het</strong> ein<strong>de</strong> beteekent<br />

van <strong>de</strong> volkskunst?<br />

4. Waarom situeert men <strong>het</strong> ein<strong>de</strong> van <strong>het</strong> Brabantsch overwicht in 1585?<br />

5. Teeken een kaartje met <strong>de</strong> geboorteplaats en sterfplaats van alle u<br />

beken<strong>de</strong> schrijvers uit <strong>de</strong>ze perio<strong>de</strong>.<br />

6. Vergelijk > van P. <strong>de</strong> Ronsard met <strong>de</strong>


HOOFDSTUK IV<br />

DE GOUDEN EEUW<br />

A. — ALGEMEEN OVERZICHT<br />

De godsdiensttroebelen die in <strong>het</strong> laatste kwart <strong>de</strong>r zestien<strong>de</strong><br />

eeuw <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsche provincien in voile beroering<br />

gebracht had<strong>de</strong>n, kregen in 1609 <strong>voor</strong>loopig hun beslag.<br />

Toen immers, nadat geduren<strong>de</strong> korten tijd, gansch <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlan<strong>de</strong>n<br />

<strong>voor</strong> <strong>de</strong>n opstand gewonnen waren, had <strong>de</strong> nieuwe<br />

goeverneur-generaal Farnese, langzamerhand en stuk <strong>voor</strong><br />

stuk, <strong>de</strong>ze streken, met <strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>lijkste te beginnen, <strong>voor</strong> <strong>de</strong>n<br />

Spaanschen vorst teruggewonnen. In 1585, na <strong>de</strong> inneming<br />

van Antwerpen, had hij van een ver<strong>de</strong>r doordringen naar<br />

<strong>het</strong> Noor<strong>de</strong>n moeten afzien : op dat historisch oogenblik<br />

wer<strong>de</strong>n Noord- en Zuid-Ne<strong>de</strong>rland geschei<strong>de</strong>n. Wel bleven<br />

<strong>de</strong> vijan<strong>de</strong>lijkhe<strong>de</strong>n nog over en weer aanslepen, maar in<br />

1609 werd tusschen <strong>de</strong> bei<strong>de</strong> oorlogvoeren<strong>de</strong> partijen, Staatschen<br />

en Spanjaar<strong>de</strong>n, een wapenstilstand gesloten <strong>voor</strong> een<br />

termijn van twaalf jaar : <strong>het</strong> twaalfjarig <strong>bestand</strong>.<br />

Reeds van in <strong>de</strong> laatste jaren <strong>de</strong>r zestien<strong>de</strong> eeuw waren <strong>de</strong><br />

Noor<strong>de</strong>lijke provincien ijverig in <strong>de</strong> weer om hun nieuwen<br />

staatsvorm in te richten ; terwijl <strong>het</strong> Zui<strong>de</strong>n <strong>het</strong> grootste <strong>de</strong>el<br />

van <strong>de</strong> krijgsverschrikkingen te dragen had, begon daar betrekkelijke<br />

rust te heerschen. Toen hier <strong>de</strong> onveiligheid <strong>het</strong><br />

economische en intellectueele Leven nagenoeg volledig verlam<strong>de</strong>,<br />

werkte zich daar met hardnekkige vastbera<strong>de</strong>nheid<br />

een yolk van visschers en han<strong>de</strong>laars omhoog. De strijd tegen<br />

Spanje had er een sterk geslacht gekweekt dat, bij <strong>het</strong> luwen<br />

<strong>de</strong>r vijan<strong>de</strong>lijkhe<strong>de</strong>n, zijn energie ging beste<strong>de</strong>n aan <strong>het</strong> productief-maken<br />

<strong>de</strong>r duurgekochte, alhoewel nog steeds precaire<br />

onafhankelijkheid. En straks, als in 1648 <strong>de</strong> vre<strong>de</strong> <strong>de</strong>finitief<br />

gesloten wordt, erft Amsterdam <strong>de</strong> positie van Antwerpen<br />

74


als han<strong>de</strong>lsmetropool van <strong>het</strong> Noor<strong>de</strong>n, en komt, me<strong>de</strong> door<br />

<strong>de</strong> koloniale on<strong>de</strong>rnemingen, <strong>de</strong> welvaart van overal toegevloeid.<br />

De Vereenig<strong>de</strong> Provincien wor<strong>de</strong>n een eeuw lang<br />

door <strong>de</strong> groote Europeesche mogendhe<strong>de</strong>n als buns gelijken<br />

behan<strong>de</strong>ld.<br />

Met dien economischen bloei ging ook een intense cultureele<br />

opleving gepaard. Tot vlak <strong>voor</strong> <strong>de</strong> 1 7 e eeuw had Holland<br />

een zeer on<strong>de</strong>rgeschikte rol in <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsche letterkun<strong>de</strong><br />

gespeeld. Nog tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> godsdienstige troebelen kon<br />

<strong>het</strong> Zui<strong>de</strong>n en <strong>voor</strong>namelijk Brabant zijn positie als mid<strong>de</strong>lpunt<br />

van <strong>het</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsche beschavingsleven staan<strong>de</strong> hou<strong>de</strong>n.<br />

We behoeven maar te be<strong>de</strong>nken dat <strong>de</strong> eersten die<br />

<strong>de</strong>n Renaissance-geest ,<strong>het</strong> best weergaven <strong>de</strong> Antwerpenaar<br />

Jan van <strong>de</strong>r Noot en <strong>de</strong> West-Vlaming C. van Man<strong>de</strong>r zijn;<br />

dat <strong>de</strong> felste tegenstan<strong>de</strong>r van <strong>het</strong> Katholicisme zoowel als<br />

<strong>de</strong> hartstochtelijkste ver<strong>de</strong>digster ervan geduren<strong>de</strong> <strong>de</strong> godsdiensttwisten<br />

Zuid-Ne<strong>de</strong>rlan<strong>de</strong>rs zijn; dat <strong>de</strong> meeste Geuzenlie<strong>de</strong>ren<br />

waarschijnlijk bene<strong>de</strong>n <strong>de</strong> rivieren gedicht wer<strong>de</strong>n<br />

( 1 ), en dat <strong>de</strong> vermoe<strong>de</strong>lijke schrijver van <strong>het</strong> Wilhelmuslied<br />

.een Brusselsch e<strong>de</strong>lman is. En nog op <strong>de</strong>n drempel <strong>de</strong>r<br />

1 7 e eeuw getuigt Roemer Visscher onrechtstreeks van <strong>het</strong><br />

Zuidne<strong>de</strong>rlandsch overwicht door tot


aanloop <strong>de</strong>r Renaissance-gedachten met gretigheid opgenomen<br />

werd, en waaruit <strong>de</strong> schaar van schrijvers opstond die <strong>de</strong><br />

17e eeuw tot <strong>de</strong> gou<strong>de</strong>n eeuw onzer letterkun<strong>de</strong> maakten.<br />

Het tijdperk van <strong>de</strong> eerste generatie, die uit dit paren van<br />

Hollandsche jeugd en da<strong>de</strong>nkracht met Vlaamsche en Brabantsche<br />

intellectualiteit ontstond, valt samen met <strong>het</strong> glorierijke<br />

stadhou<strong>de</strong>rschap van Maurits en van Fre<strong>de</strong>rik-Hendrik<br />

(tot 1647). Behalve Von<strong>de</strong>l, die <strong>de</strong>ze eeuw tot in Naar laatste<br />

kwart blijft beheerschen, dagen op <strong>de</strong> groote figuren van<br />

Hooft, Bre<strong>de</strong>ro, terwijl ook Huygens en Cats hun beste werk<br />

leveren. Rondom hen heerschte een opgewekte literaire<br />

bedrijvigheid bij <strong>de</strong> min<strong>de</strong>re dichters : Starter, Camphuysen,<br />

Stalpart van <strong>de</strong>r Wiele, Revius; bij <strong>de</strong> tooneelschrijvers :<br />

Ro<strong>de</strong>nburg, Coster ; bij <strong>de</strong> prozaschrijvers in allerlei trant,<br />

o. a. van reisjournalen zooals Bontekoe, van moralisaties<br />

zooals <strong>de</strong> De Brune's, van her<strong>de</strong>rromans zooals Heemskerk.<br />

Na <strong>het</strong> sluiten van <strong>het</strong> verdrag van Munster in 1648, dat<br />

<strong>de</strong>n vre<strong>de</strong> <strong>de</strong>finitief maakte, speel<strong>de</strong>n <strong>de</strong> Vereenig<strong>de</strong> Provincien<br />

een nog <strong>voor</strong>namer rol in <strong>de</strong> Europeesche politiek, en<br />

wer<strong>de</strong>n ze o. a. in een langen krijg met Engeland gewikkeld,<br />

waarin <strong>de</strong> Hollandsche admiraals Tromp en De Ruyter zich<br />

meer dan eens on<strong>de</strong>rscheid<strong>de</strong>n. Maar <strong>de</strong> innerlijke gespannenheid<br />

die <strong>het</strong> grootsche werk <strong>de</strong>r vrijmaking voltooid had,<br />

ging langzamerhand opnieuw te loor. Het hou<strong>de</strong>n blijkt immers<br />

moeilijker dan <strong>het</strong> hebben, ook wat <strong>de</strong> intellectueele<br />

waar<strong>de</strong>n betreft. Wel was <strong>het</strong> gezag <strong>de</strong>r Republiek naar buiten<br />

toe nog steeds even groot, doch naar binnen ontston<strong>de</strong>n<br />

wrijvingen en politieke geschillen die <strong>de</strong> energie <strong>de</strong>r natie opslorpten.<br />

Het stadhou<strong>de</strong>rlooze tijdperk (1650-1672 )ver<strong>de</strong>el<strong>de</strong><br />

<strong>het</strong> land in twee kampen: <strong>de</strong> Oranje-gezin<strong>de</strong>n, die <strong>de</strong>n jongen<br />

Willem III tot <strong>het</strong> stadhou<strong>de</strong>rschap wil<strong>de</strong>n verheffen, en <strong>de</strong><br />

Staatsgezin<strong>de</strong>n die zich om <strong>de</strong>n raadpensionaris van Holland<br />

Johan <strong>de</strong> Witt schaar<strong>de</strong>n. De rijke kooplie<strong>de</strong>n, die in <strong>de</strong><br />

vorige <strong>de</strong>cennien <strong>de</strong> kracht <strong>de</strong>r natie uitmaakten, ontwikkel<strong>de</strong>n<br />

zich langzamerhand tot een gesloten aristocratie, en in<br />

plaats van actief aan <strong>het</strong> artistieke leven <strong>de</strong>el te nemen, wer<strong>de</strong>n<br />

zij mecenaten. Aan een an<strong>de</strong>re zij <strong>de</strong> maakte <strong>het</strong> levenwekken<strong>de</strong><br />

geloof, dat in <strong>de</strong>n strijd tegen Spanje kracht tot<br />

76


da<strong>de</strong>n gegeven had, plaats <strong>voor</strong> een rationalistische levensbeschouwing,<br />

ontstaan on<strong>de</strong>r invloed van <strong>de</strong> wijsbegeerte <strong>de</strong>r<br />

Franschen Descartes en Pierre Bayle, die zich in Ne<strong>de</strong>rland<br />

gevestigd had<strong>de</strong>n, en van Spinoza. Daarentegen liet zich,<br />

wars van alle kerkelijk gezag, weldra een nieuwe vroomheid<br />

gel<strong>de</strong>n die zich cristalliseer<strong>de</strong> in <strong>de</strong> secte <strong>de</strong>r pietisten.<br />

Afgezien van Von<strong>de</strong>l wiens traag-rijpend genie nog steeds<br />

een stijgen<strong>de</strong> lijn teeken<strong>de</strong> tot ver in <strong>de</strong> 2 e helft <strong>de</strong>r eeuw<br />

en in dit tijdperk zijn schoonste meesterstukken schiep, ontbreken<br />

nu groote persoonlijkhe<strong>de</strong>n in <strong>de</strong> literatuur. Cats en<br />

Huygens had<strong>de</strong>n hun beste werk geleverd en vermei<strong>de</strong>n zich<br />

nog slechts in omvangrijke moraliseeren<strong>de</strong> gedichten, vaak<br />

van autobiographischen aard. De jongere dichters bleken<br />

onmachtig om een nieuw geluid to laten hooren ; wel zetten<br />

zij misschien in nog verhoog<strong>de</strong>r mate <strong>de</strong> literaire bedrijvigheid<br />

<strong>voor</strong>t, maar meestal ston<strong>de</strong>n zij on<strong>de</strong>r <strong>de</strong>n invloed van<br />

Von<strong>de</strong>l, Hooft, Cats of Huygens.<br />

On<strong>de</strong>r <strong>de</strong>genen die hun voetspoor volg<strong>de</strong>n vermel<strong>de</strong>n wij<br />

J. Westerbaen, Reyer Anslo, Johannes Vollenhove, A. van<br />

<strong>de</strong>r Goes, terwijl Oudaen en Jeremias <strong>de</strong> Decker toch van<br />

meer oorspronkelijkheid blijk gaven. Dit eigen geluid valt<br />

<strong>voor</strong>al op bij twee dichters met sterk pietistische strekking<br />

die tegen <strong>het</strong> ein<strong>de</strong> <strong>de</strong>r eeuw een afzon<strong>de</strong>rlijke plaats innemen<br />

en bij wie wij nog eens poezie van zuiverklinkend allooi vernemen<br />

: eerst bij Heiman Dullaert en daarna bij Jan Luyken.<br />

Het gebrek aan oorspronkelijkheid liet zich nog scherper<br />

voelen in <strong>het</strong> proza : <strong>de</strong> romans, nu ook <strong>de</strong> schelmenromans,<br />

zijn meestal vertalingen of navolgingen uit <strong>het</strong> Spaansch, <strong>het</strong><br />

Italiaansch en <strong>het</strong> Fransch. Het meest talent als prozaschrijver<br />

vertoon<strong>de</strong> nog G. Brandt in zijn levensbeschrijvingen, terwijl<br />

hij op <strong>het</strong> tooneel samen met Jan Vos <strong>het</strong> gruweldrama met<br />


B. — DE GROOTMEESTERS VAN DE GOUDEN EEUW<br />

JEUGD en VOOR-<br />

BEREIDING<br />

1. — PIETER CORNELISZ HOOFT<br />

Hooft, in 1 581 geboren, is een typisch <strong>voor</strong>beeld<br />

van <strong>de</strong> ontwikkeling die <strong>het</strong> nieuwe geslacht dat<br />

Holland groot maakte, doorgeloopen had : zijn <strong>voor</strong>ou<strong>de</strong>rs<br />

waren Zaandamsche visschers, zijn va<strong>de</strong>r was koopman te<br />

Amsterdam, en een <strong>de</strong>r aanzienlijkste burgers vermits hij<br />

schepen <strong>de</strong>r stad en burgemeester werd. Hij zelf kreeg een<br />

verzorg<strong>de</strong>, d. w. z. humanistische opvoeding : naast zijn moe<strong>de</strong>rtaal,<br />

Latijn, Grieksch en ook Fransch en Italiaansch. Al<br />

werd <strong>de</strong> jonge Pieter <strong>voor</strong> <strong>de</strong>n han<strong>de</strong>l bestemd, toch ging hij<br />

spoedig op in <strong>de</strong> literaire bedrijvigheid die zich tegen <strong>het</strong><br />

ein<strong>de</strong> <strong>de</strong>r zestien<strong>de</strong> eeuw in zijn va<strong>de</strong>rstad concentreer<strong>de</strong>. Het<br />

mid<strong>de</strong>lpunt dier bedrijvigheid was <strong>de</strong> ou<strong>de</strong> Amsterdamsche<br />

re<strong>de</strong>rijkerskamer Het Eglantierken, waar <strong>de</strong> toonaangeven<strong>de</strong><br />

figuren Spieghel en Roemer Visscher <strong>het</strong> humanistisch i<strong>de</strong>aal<br />

ver<strong>de</strong>dig<strong>de</strong>n tegen <strong>de</strong>n ou<strong>de</strong>n re<strong>de</strong>rijkerssleur. Zijn eigen<br />

va<strong>de</strong>r was er trouwens ook lid van, en <strong>het</strong> is teekenend <strong>voor</strong><br />

<strong>de</strong>n geest dier <strong>de</strong>gelijke Hollandsche kooplie<strong>de</strong>n dat hij zijn<br />

zoon, zoodra <strong>de</strong>ze zijn zestien<strong>de</strong> of zeventien<strong>de</strong> jaar bereikt<br />

had, meenam naar <strong>de</strong> bijeenkomsten <strong>de</strong>r kamer. Het dichten<br />

werd evengoed als <strong>het</strong> cijferen een passen<strong>de</strong> <strong>voor</strong>bereiding<br />

geacht <strong>voor</strong> <strong>de</strong>n toekomstigen koopman.<br />

Maar nauwelijks was hij ten voile zeventien gewor<strong>de</strong>n of<br />

zijn va<strong>de</strong>r stuur<strong>de</strong> hem, tot ver<strong>de</strong>re voltooang van zijn opvoeding,<br />

op reis naar Italie, over Parijs. Wat zoo'n uitstap,<br />

die nagenoeg drie jaar duur<strong>de</strong> en, gezien <strong>de</strong> verkeersmid<strong>de</strong>len,<br />

een niet ongevaarlijke on<strong>de</strong>rneming was, beteeken<strong>de</strong>, mag<br />

niet on<strong>de</strong>rschat wor<strong>de</strong>n. Op <strong>de</strong>n leeftijd dat <strong>de</strong> persoonlijkheid<br />

gevormd wordt, en alien aanvoer van buiten gewillig<br />

in zich opneemt, stond <strong>de</strong>ze achttienjarige te mid<strong>de</strong>n van<br />

<strong>het</strong> yolk <strong>voor</strong> <strong>het</strong>welk <strong>de</strong> Renaissance een leven<strong>de</strong> werkelijkheid<br />

was en vanwaar uit ze zich over Europa verbreid had.<br />

Thuis ken<strong>de</strong> men ze enkel van hooren zeggen ; na Van Man<strong>de</strong>r<br />

was hij <strong>de</strong> eerste Ne<strong>de</strong>rlandsche schrijver die in rechtstreeksche<br />

aanraking met Naar bronnen zelf kwam. Onuitwischbaar<br />

78


leef <strong>de</strong> stempel die ze op hem drukte : ze werd hem tot<br />

een twee<strong>de</strong> natuur.<br />

In 1 601 was hij terug to Amsterdam. Hij zal wel da<strong>de</strong>lijk<br />

een Bast van aanzien geweest zijn in Het Eglantierken, bekleed<br />

als hij was met <strong>het</strong> prestige van <strong>de</strong> verre reis naar <strong>het</strong> land <strong>de</strong>r<br />

Renaissance. En onmid<strong>de</strong>llijk dichtte hij, <strong>voor</strong> zijn kamergenooten<br />

tot wie hij uit Florence reeds brieven gericht had,<br />

een tooneelspel Theseus en Ariadne, dat trouwens zijn<br />

proefstuk niet was, vermits hij waarschijnlijk <strong>voor</strong><br />

zijn vertrek. reeds zijn pen gescherpt had op een eerste<br />

treurspel Achilles en Polyxena. Niet alleen in <strong>de</strong> Kamer was hij<br />

een welkome bezoeker, maar ook bij Roemer Visscher, in<br />

« <strong>het</strong> zalig Roemerhuis », waar diens bei<strong>de</strong> letterminnen<strong>de</strong><br />

dochters <strong>het</strong> eerste > openhiel<strong>de</strong>n en al wat<br />

Amsterdam aan kunstzinnige geesten tel<strong>de</strong> rondom <strong>de</strong> gastvrije<br />

tafel vereenig<strong>de</strong>n. En ook nog el<strong>de</strong>rs : <strong>de</strong> bereis<strong>de</strong> burgemeesterszoon<br />

met zijn zwierige jeugd <strong>de</strong>ed <strong>het</strong> hart van<br />

menige Amsterdamsche schoone sneller kloppen. Zijn eigen<br />

gemoed was licht ontvlambaar : en uit die. ontvlambaarheid<br />

stroom<strong>de</strong> een vloed van minnelie<strong>de</strong>ren die tot <strong>het</strong> beste behooren<br />

wat op dit gebied in onze letterkun<strong>de</strong> geschreveri werd.<br />

Wie een <strong>de</strong>zer gedichten aandachtig leest, vergeet<br />

nooit <strong>de</strong>n persoonlijken klank die er uit spreekt.<br />

Toen Hooft in Italie was, had hem <strong>voor</strong>al getroffen <strong>de</strong><br />

tegenstelling van <strong>het</strong> zacht-vloeien<strong>de</strong>, gesmijdige woord <strong>de</strong>r<br />

Toscaansche dichters, met <strong>het</strong> stroeve instrument dat <strong>het</strong><br />

Ne<strong>de</strong>rlandsch was, zooals men <strong>het</strong> in


I, OP 441 UY D EN, noilan brit tx,141$<br />

Het Mui<strong>de</strong>rslot ten tij<strong>de</strong> van Hooft.


In zijn beste minnelie<strong>de</strong>ren bena<strong>de</strong>rt <strong>de</strong> harmonie tusschen<br />

<strong>het</strong> eigen-inheemsche en <strong>de</strong> ingevoer<strong>de</strong> Renaissance <strong>de</strong> volmaaktheid<br />

; el<strong>de</strong>rs geeft hij toe aan <strong>de</strong> neiging naar te overdadigen<br />

mythologischen tooi die <strong>voor</strong>al zijn visie op <strong>de</strong><br />

natuur vertroebelt.<br />

Dezelf<strong>de</strong> inspiratie die hem zijn minnelie<strong>de</strong>ren dicteer<strong>de</strong>,<br />

gaf hem ook zijn her<strong>de</strong>rsspel Granida in <strong>de</strong> pen, GRANIDA<br />

geschreven naar <strong>het</strong> <strong>voor</strong>beeld van <strong>de</strong> Fransche en 1605<br />

Italiaansche pastoralen, en waarin hij <strong>het</strong> eenvoudige, arge-<br />

looze landleven tegenover <strong>de</strong> onnatuur en <strong>het</strong> stands<strong>voor</strong>oor<strong>de</strong>el<br />

<strong>de</strong>r hofkringen verheerlijkt. Het on<strong>de</strong>rwerp, <strong>de</strong> lief<strong>de</strong> van<br />

<strong>de</strong>n her<strong>de</strong>r Daifilo <strong>voor</strong> prinses Granida, biedt, <strong>voor</strong>al in <strong>het</strong><br />

eerste bedrijf, gelegenheid tot menig van geest tintelend<br />

natuurlied, dat niet moet on<strong>de</strong>rdoen <strong>voor</strong> zijn beste lyrische<br />

verzen.<br />

Maar intusschen had <strong>de</strong> ou<strong>de</strong> Hooft ten overvloe<strong>de</strong> ervaren<br />

dat zijn zoon


als Van Baerle en <strong>de</strong> dichter Huygens samentroffen, en waar<br />

<strong>voor</strong>al <strong>de</strong> drostin samen met <strong>de</strong> dames Visscher leven en<br />

schalksche vreug<strong>de</strong> schiepen. Een enkelen keer zal <strong>de</strong> meer<br />

plebeische figuur van Bre<strong>de</strong>ro er ook verschenen zijn. Aan <strong>het</strong><br />

Mui<strong>de</strong>rslot waren bovendien historische herinneringen vast :<br />

was <strong>het</strong> daar niet dat graaf Floris V, <strong>de</strong>r keerlen god, door<br />

Geeraard van Velzen neergeveld werd, zooals Melis Stoke in<br />

zijn Rijmkroniek en <strong>het</strong> volkslied <strong>het</strong>, elk op hun wijze verhaal<strong>de</strong>n<br />

? Hooft liet zich door die herinneringen inspireeren,<br />

en in 1613 verscheen zijn treurspel Geeraerdt van<br />

GEER.AERDT<br />

VAN VELZEN Velzen. Eigenaardig is <strong>het</strong> na te gaan hoe in dit<br />

1613 nationaal drama <strong>het</strong> re<strong>de</strong>rijkersspel overgaat naar<br />

<strong>de</strong>n Renaissance-vorm : hoe er nog symbolische personages in<br />

optre<strong>de</strong>n als Geweldt, Bedroch en Twist, naast schimmen<br />

bij Seneca ontleend, hoe <strong>het</strong> ou<strong>de</strong> mid<strong>de</strong>leeuwsche wachterlied,<br />

nu in rhythmische Renaissance-verzen opklinkt naast<br />

<strong>de</strong> reeds classieke reizaligen, maar <strong>voor</strong>al hoe Hooft <strong>de</strong>n<br />

drama-vorm gebruikt om zijn eigen i<strong>de</strong>een te verkon<strong>de</strong>n over<br />

staatsleer en verhouding tusschen vorst en yolk. Van ons<br />

mo<strong>de</strong>rn standpunt uit heeft alleen <strong>het</strong> vier<strong>de</strong> bedrijf dramatische<br />

kracht, maar <strong>de</strong> toeschouwers in Het Eglantierken zullen<br />

bij <strong>de</strong> <strong>voor</strong>stelling er hun hart aan opgehaald hebben.<br />

BAETO<br />

In <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> jaren schreef hij nog twee tooneel-<br />

1616-17 werken, waarvan <strong>het</strong> eene, <strong>het</strong> treurspel Baeto, ons<br />

te mid<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> (legendarische) <strong>voor</strong>ou<strong>de</strong>rs <strong>de</strong>r Hollan<strong>de</strong>rs<br />

verplaatst, wier aanvoer<strong>de</strong>r Baeto, door <strong>de</strong> opperste overwin-<br />

ning op zichzelf te behalen, <strong>de</strong> toekomst van zijn yolk ver-<br />

zekert. Nog min<strong>de</strong>r dan Geeraerdt van Velzen kan Baeto ons<br />

als drama bevredigen, maar wat een vertrouwdheid met <strong>de</strong><br />

Gooische natuur in sommige passages, wat een wil<strong>de</strong><br />

kracht in die verzen waar hij <strong>de</strong> 'heiligheid van <strong>het</strong> woud<br />

beschrijft! Ook nog om een an<strong>de</strong>re re<strong>de</strong>n is Baeto merkwaardig<br />

: dui<strong>de</strong>lijker dan hij <strong>het</strong> el<strong>de</strong>rs <strong>de</strong>ed geeft <strong>de</strong> schrijver<br />

hier uiting aan <strong>het</strong> stoicisme en aan <strong>de</strong> verdraagzaamheid die<br />

hem in zijn dagelijkschen han<strong>de</strong>l nooit verlieten. De hoofdgedachte<br />

van <strong>het</strong> treurspel is per slotsom niet antlers dan<br />

<strong>de</strong>ze : beter is <strong>het</strong> onrecht te lij<strong>de</strong>n dan onrecht te doen.<br />

Bijna tegelijkertijd als Baeto maakte hij zijn blijspel<br />

82


Ware-nar klaar, dat, evenals Baeto, opgevoerd werd WARE-NAR<br />

in <strong>de</strong> Duytsche Aca<strong>de</strong>mie die, in 1617, door oneenig- 21: 1616<br />

heid uit <strong>het</strong> Eglantierken ontstaan was. Ware-nar is een bewerking<br />

van Plautus' Aulularia


danken aan <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsche Historian, waarmee hij reeds in<br />

1 628 begonnen was en waaraan hij tot vlak <strong>voor</strong> zijn dood<br />

bezig geweest is. Met <strong>de</strong>ze Historian, die <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsche<br />

geschie<strong>de</strong>nis van <strong>de</strong> jaren 1555 tot 1 5 8 7 behan<strong>de</strong>len, neemt<br />

<strong>de</strong> mo<strong>de</strong>rne Ne<strong>de</strong>rlandsche historiographie een aanvang.<br />

Want ook bier liet Hooft <strong>de</strong>n geest zijner eeuw Bel<strong>de</strong>n : geschiedschrijving<br />

was <strong>voor</strong> hem geschiedvorsching, uitgaan<strong>de</strong><br />

van critische beschouwing <strong>de</strong>r documenten en van <strong>het</strong> gecontroleerd<br />

relaas <strong>de</strong>r feiten. Niet alleen daardoor verschil<strong>de</strong><br />

hij van <strong>de</strong>n vroegeren kronijkschrijver, maar ook door zijn<br />

bewusten wil om een kunstwerk to scheppen. Daartoe koos<br />

hij zich Tacitus, dien hij grondig bestu<strong>de</strong>erd had, tot <strong>voor</strong>beeld,<br />

<strong>voor</strong>al wat <strong>de</strong>n stijl betreft. Kernachtigheid en zuiverheid<br />

zijn <strong>de</strong> twee hoofdtrekken. Om wille van <strong>de</strong> zuiverheid<br />

vermeed hij angstvallig alle bastaardwoor<strong>de</strong>n ; om wille van<br />

<strong>de</strong> kernachtigheid, die hij zoozeer bij zijn <strong>voor</strong>beeld bewon<strong>de</strong>r<strong>de</strong>,<br />

wordt zijn stijl allicht moeilijk verstaanbaar.<br />

Het eerste <strong>de</strong>el verscheen in 1642 ; <strong>het</strong> twee<strong>de</strong> was op verre<br />

na niet voltooid, toen hij in 1 647 overleed, eenige dagen na<br />

<strong>de</strong> begrafenis. van Fre<strong>de</strong>rik-Hendrik die hij nog bijgewoond<br />

had.<br />

BESLUIT Hooft is onze volledigste en zuiverste Renaissancedichter<br />

geweest in leven en leer en werken. Hij is <strong>de</strong> eenige<br />

JEUGD EN<br />

VORMING<br />

bij wien we <strong>de</strong>n aristocratischen zwier en <strong>de</strong> fijnheid van<br />

geestesbeschaving aantreffen, en een <strong>de</strong>r weinigen die een<br />

bewust streven ken<strong>de</strong>n naar vormschoonheid en naar klankvoile<br />

uiting van eigen intiemste gevoelens.<br />

2. - GERBRAND ADRIAENSZ BREDERO<br />

In 1585, in <strong>het</strong>zelf<strong>de</strong> jaar dat Marnix van St.<br />

Al<strong>de</strong>gon<strong>de</strong> Antwerpen aan Parma moest overgeven,<br />

en dat <strong>de</strong>genen die Von<strong>de</strong>l's ou<strong>de</strong>rs zou<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>n Oostwaarts<br />

naar Keulen uitweken, werd Gerbrand Adriaensz in<br />

<strong>het</strong> hartje van Amsterdam geboren. Het huis waar hij <strong>het</strong><br />

levenslicht aanschouw<strong>de</strong> droeg in <strong>de</strong>n gevel <strong>het</strong> beeld van<br />

<strong>de</strong>n heer van Bre<strong>de</strong>ro. Zoon van een honkvasten Amsterdamschen<br />

schoenmaker, nam hij in zich op <strong>het</strong> veelvuldige<br />

uitzicht van <strong>het</strong> gisten<strong>de</strong> leven in zijn omgeving. Zijn kin<strong>de</strong>r-<br />

84


jaren verliepen te mid<strong>de</strong>n van <strong>het</strong> kleurige gewoel en <strong>de</strong><br />

hevige blijheid van een stad die zich voel<strong>de</strong> groeien van eenvoudige<br />

visschershaven tot wereldmarkt. Van uit <strong>het</strong> mid<strong>de</strong>lpunt<br />

waar hij ravotte, zette zij zich uit langs buitensingels en<br />

-grachten en zijn verbijsterd kin<strong>de</strong>roog zag langs <strong>de</strong> ka<strong>de</strong>n<br />

<strong>de</strong> hooge zeilers aanleggen met Mooren in <strong>de</strong> tuigage geklauterd.<br />

Hij was getuige van <strong>het</strong> vertrek <strong>de</strong>r waaghalzen die<br />

een uitweg zochten langs ongeken<strong>de</strong> wereldzeeen, en hij zag<br />

ze weerkeeren met fantastische tropeeen uit <strong>het</strong> verre Indie.<br />

Niets scheen in dien heroischen tijd <strong>de</strong> jeugd onmogelijk. De<br />

werkelijkheid was gelijk gewor<strong>de</strong>n aan een wild avontuur dat<br />

in niets moest on<strong>de</strong>rdoen <strong>voor</strong> <strong>de</strong> hartstochtelijke verbeeldingen<br />

welke <strong>de</strong> Engelsche comedianten op <strong>de</strong> hoeken van <strong>de</strong><br />

straten vertoon<strong>de</strong>n. Maar <strong>het</strong> liefst van al keek <strong>de</strong> jonge Gerbrand<br />

naar <strong>het</strong> haastig door elkaar krioelen<strong>de</strong> yolk op <strong>de</strong><br />

markt naast va<strong>de</strong>rs <strong>de</strong>ur : daar rumoer<strong>de</strong> <strong>het</strong> van inkoopen<strong>de</strong><br />

vrouwen en van ou<strong>de</strong> patriotten, daar tusschenin kuier<strong>de</strong>n<br />

trager <strong>de</strong> Amstelveensche boeren met hun mes aan <strong>de</strong>n gor<strong>de</strong>l,<br />

en <strong>de</strong> boerinnen met veel blinkend tuig. Boven <strong>de</strong> trapgeveltjes<br />

<strong>de</strong>r beluifel<strong>de</strong> huizen wissel<strong>de</strong>n <strong>de</strong> zware Hollandsche<br />

luchten en <strong>de</strong><strong>de</strong>n <strong>de</strong>n schoenmakerszoon, tusschen twee<br />

wil<strong>de</strong> ravotterijen in, soms droomen.<br />

Op <strong>het</strong> jachten<strong>de</strong> rhythme <strong>de</strong>r stad, die in haar snellen<br />

groei geen tijd te verliezen had, sloeg <strong>het</strong> bloed van Gerbrand<br />

mee. In hem, in een beangstigen<strong>de</strong> diepte, brand<strong>de</strong> zijn<br />

onverzadigbaar hart en <strong>de</strong>ed hem soms hijgen naar onbereikbare<br />

verten.<br />

Zijn ou<strong>de</strong>rs meen<strong>de</strong>n dat hij <strong>het</strong> best <strong>voor</strong> <strong>het</strong> schil<strong>de</strong>rsvak<br />

aangelegd was, en nadat hij school geloopen en een klad<br />

Fransch geleerd had, kwam hij als leerling terecht in een<br />

schil<strong>de</strong>rsatelier. In <strong>de</strong>nzelf<strong>de</strong>n tijd dat Hooft on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> Italiaansche<br />

luchten schoonheidsindrukken op<strong>de</strong>ed die hem zijn<br />

gansche leven zou<strong>de</strong>n bijblijven, stortte Bre<strong>de</strong>ro zich in <strong>het</strong><br />

voile Amsterdamsche volksleven, met schil<strong>de</strong>rs en re<strong>de</strong>rijkers,<br />

al kornuiten van zijn soort. Reeds vroeg ken<strong>de</strong> hij <strong>de</strong> roekelooze<br />

ervaringen die 's an<strong>de</strong>ren daags een wrangen nasmaak<br />

lieten, nog bitter<strong>de</strong>r gemaakt door <strong>de</strong>n trek van vromen ernst<br />

die diep in zijn binnenste wezen school. Het werd door dit<br />

85


in hem huizen<strong>de</strong> dualisme : gulzige zinnelijkheid en fijneren<br />

zielena<strong>de</strong>l, een tragi-comisch bestaan. Op zijn dolste avonturen<br />

had<strong>de</strong>n Wijntje en Trijntje hem te pakken, en dan hield<br />

hij epische drinktornooien, waarbij hij <strong>de</strong> kan enkel met <strong>de</strong><br />

tan<strong>de</strong>n vasthield en, na ze geledigd te hebben, boven zijn<br />

hoofd wegslinger<strong>de</strong>. Maar <strong>de</strong>n volgen<strong>de</strong>n morgen voel<strong>de</strong> hij<br />

zich wegzinken in zijn verworpenheid, en hij besefte dat <strong>de</strong><br />

kwa<strong>de</strong> roep die aan hem kleef<strong>de</strong>, niet bevor<strong>de</strong>rlijk was om<br />

<strong>de</strong> gunst te winnen van haar die hij in ernst liefhad en wier<br />

gelijke hij niet was.<br />

LYRISCHE Uit die wisselen<strong>de</strong> stemmingen ontston<strong>de</strong>n zijn<br />

GEDICHTEN lyrische gedichten, die na zijn dood uitgegeven wer<strong>de</strong>n<br />

on<strong>de</strong>r <strong>de</strong>n titel Boertigh, Amoreus en Aendachtigh Groot Liedboeck(1).<br />

Hoe is bier alles an<strong>de</strong>rs dan bij Hooft : al verneemt<br />

men bij <strong>de</strong>zen soms een mid<strong>de</strong>leeuwsch motief, toch is <strong>het</strong><br />

getooid met Renaissance-versierselen. Bij Bre<strong>de</strong>ro daarentegen<br />

overheerscht <strong>de</strong> eigen volksaard : alles klinkt directer,<br />

naiever, ron<strong>de</strong>r, trouwhartiger, niet zoo omkleed met fijne<br />

zwierigheid, maar soms dieper en schrijnen<strong>de</strong>r. De boertige<br />

lie<strong>de</strong>ren, waarin hij scherp en raak volkstooneeltjes etst,<br />

o. m. <strong>het</strong> Boeren-geselschap, zijn verwant aan <strong>de</strong> realistische<br />

kunst van een Jan Steen of een Brouwer. Maar er zijn er<br />

an<strong>de</strong>re, waarin hij zijn lief<strong>de</strong>smart en -vreug<strong>de</strong>, zijn wanhoop<br />

en vertwijfeling uitzingt met een zoo doordringen<strong>de</strong>n klank<br />

dat men onwillekeurig aan iemand als b.v. Paul Verlaine moet<br />

<strong>de</strong>nken. En ook zijn lie<strong>de</strong>ren van


id<strong>de</strong>rtijdperk, hun galante we<strong>de</strong>rwaardighe<strong>de</strong>n in een bonte<br />

en onwerkelijke rid<strong>de</strong>rwereld uitleven. En in 1611 werkte hij<br />

een van die romans om tot zijn eerste tooneelstuk RODD'RICK<br />

Rodd'rick en<strong>de</strong> Alphonsus, tragi-comedie, die op <strong>het</strong><br />

ENDE<br />

ALPHONSUS<br />

tooneel van <strong>het</strong> Eglantierken opgevoerd werd. Eigen- 1611<br />

aardig is dat <strong>de</strong> episo<strong>de</strong>s van dit hoog-romantische spel van<br />

lief<strong>de</strong> en vriendschap regelmatig afgewisseld wor<strong>de</strong>n door<br />

<strong>de</strong> grove scherts van twee totaal buiten <strong>de</strong> han<strong>de</strong>ling staan<strong>de</strong><br />

figuren : Nieuwe Haan en Griet Smeers.<br />

Het volgend jaar liet hij een nieuw romantisch spel in <strong>het</strong><br />

Eglantierken opvoeren, Griane, waarvan <strong>de</strong> han<strong>de</strong>ling<br />

GRIANE<br />

verloopt te Constantinopel en aan <strong>het</strong> hof van Hon- 1612<br />

garije; maar tusschenin wor<strong>de</strong>n we teruggevoerd naar Amsterdam,<br />

waar Bouwen Langh-lijf en Sinnelycke Nel hun melk<br />

loopen te venten. En <strong>het</strong> werd nu dui<strong>de</strong>lijk dat Bre<strong>de</strong>ro's<br />

kracht niet in <strong>de</strong> weergave lag van die bonte rid<strong>de</strong>rwereld,<br />

maar wel van <strong>het</strong> eigen populaire milieu. Intusschen was hij<br />

door <strong>de</strong> opvoering van die twee romantische stukken, waaraan<br />

hij straks, in 1 6 1 8, nog een <strong>de</strong>r<strong>de</strong>, <strong>de</strong>n Stommen<br />

STOMMEN<br />

Rid<strong>de</strong>r toevoeg<strong>de</strong>, in hooger eer en aanzien geraakt.<br />

RIDDER<br />

Want in 1 613 werd hij lid van <strong>het</strong> Eglantierken, 1618<br />

kwam hij in aanraking met Hooft, met <strong>de</strong>n gestrengen Dr.<br />

Samuel Coster en met Maria Tesselscha<strong>de</strong>. Hij maakte <strong>de</strong>n<br />

strijd mee tusschen classieken en romantici en verhuis<strong>de</strong> insgelijks<br />

naar <strong>de</strong> Duytsche Aca<strong>de</strong>mie ( 1 ) Schuchter bleef hij<br />

toch opkijken naar zijn me<strong>de</strong>stan<strong>de</strong>rs die zooveel bezaten<br />

wat hij moest ontberen. : <strong>de</strong> aristocratie <strong>de</strong>r gedachten en<br />

<strong>voor</strong>al <strong>de</strong> classieke opleiding.<br />

Maar plotseling, tusschen 1614 en 1616, pakte KLUCHTEN<br />

hij uit met drie kluchten : Symen son<strong>de</strong>r Soeticheyt, De 1614-1616<br />

klucht van <strong>de</strong> ]doe en De klucht an <strong>de</strong>n rneulenaer. Daarmee<br />

bewees hij dat hij ten slotte zijn waren weg gevon<strong>de</strong>n had.<br />

Wel waren <strong>het</strong> slechts dramatiseeringen van een eenvoudige<br />

anecdote, en als zoodanig zijn ze <strong>de</strong> <strong>voor</strong>tzetting van <strong>de</strong><br />

mid<strong>de</strong>leeuwsche sotternieen, dock verrijkt met al <strong>de</strong> elementen<br />

die <strong>de</strong> nieuwe tijd meebracht.<br />

(1) Zie ver<strong>de</strong>r bl. 107.<br />

87


Bijna tegelijkertijd bewerkte hij, op een Fransche vertaling,<br />

Terentius' blijspel Eunuchus tot een Amsterdamsch<br />

MOORTJE Moortje, juist zooals Hooft <strong>het</strong> in <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> jaren<br />

1617 met Ware-nar gedaan had.<br />

Ongetwijfeld zijn beste werk is zijn laatste : De<br />

SPAANSCHE Spaansche Braban<strong>de</strong>r, inge<strong>de</strong>eld in vijf <strong>de</strong>elen of be-<br />

BRABANDER<br />

1618 drijven. Een tooneelstuk in <strong>de</strong>n mo<strong>de</strong>rnen zin van<br />

<strong>het</strong> woord is <strong>het</strong> niet : <strong>het</strong> bevat geen karakterontwikkeling,<br />

geen intrigue, ternauwernood een logisch verloopen<strong>de</strong> han<strong>de</strong>ling,<br />

en schijnbaar is er niet <strong>de</strong> minste eenheid. De hoofdpersoon<br />

is Jerolimo, <strong>de</strong> berooicle Antwerpenaar, die in Holland<br />

<strong>de</strong>n grooten sinjeur tracht to spelen, met naast hem zijn<br />

knecht, <strong>de</strong>n trouwhartigen nuchteren Robbeknol. Wat waren<br />

<strong>de</strong> tij<strong>de</strong>n reeds ver dat Visscher protesteer<strong>de</strong> tegen <strong>het</strong> volgen<br />

<strong>de</strong>r Brabantsche mo<strong>de</strong>! Wat een superieuren spot laat Bre<strong>de</strong>ro<br />

gaan over <strong>de</strong> waanwijze snoevers, <strong>de</strong> kale neten die met<br />

hun luidruchtigen bluf uit <strong>het</strong> Zui<strong>de</strong>n overgewaaid waren.<br />

Wat een schaterlach moet er on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> toeschouwers opgegaan<br />

zijn, gemengd met leedvermaak, bij <strong>het</strong> zien van <strong>de</strong> sma<strong>de</strong>lijke<br />

avonturen van <strong>de</strong>n Brabantschen jonker! Maar daarnaast<br />

levert Bre<strong>de</strong>ro hier een vlotte, realistische uitbeelding van <strong>het</strong><br />

veelvuldige uitzicht <strong>de</strong>r menschen ; niemand zal hem evenaren<br />

in <strong>het</strong> scherp karakteriseeren van allerlei typen uit <strong>het</strong> yolk.<br />

Hoe kent hij zijn stad en haar bewoners door en door, en<br />

hoe doorschouwt hij ze met een droef-ironischen blik! Het<br />

wordt hem dui<strong>de</strong>lijk dat, in <strong>de</strong>ze wereld, werkelijkheid wat<br />

an<strong>de</strong>rs is dan schijn en dat, wat hem persoonlijk betreft,<br />

helaas <strong>de</strong> algemeene regel an<strong>de</strong>rsom uitvalt : bij hem is <strong>de</strong><br />

schijn zooveel ongunstiger dan <strong>de</strong> werkelijkheid. Hid troost<br />

zich met <strong>de</strong> woor<strong>de</strong>n


3. - JOOST VAN DEN VONDEL<br />

Von<strong>de</strong>l's ou<strong>de</strong>rs waren Antwerpsche doopsgezin-<br />

<strong>de</strong>n, die liever dan aan hun godsdienstige overtui-<br />

ging te verzaken, na <strong>de</strong> inneming van Antwerpen uitgeweken<br />

waren naar Keulen. Daar werd <strong>de</strong> grootste <strong>de</strong>r Ne<strong>de</strong>rlandsche<br />

dichters in 1587 geboren. Maar <strong>het</strong>zij dat wa<strong>de</strong>r Von<strong>de</strong>l zich<br />

ook te Keulen niet zoo heel vrij voel<strong>de</strong>, <strong>het</strong>zij dat hij vernomen<br />

had van <strong>de</strong>n fellen han<strong>de</strong>lsopbloei <strong>de</strong>r Hollandsche<br />

ste<strong>de</strong>n waar hij althans on<strong>de</strong>r stam- en taalgenooten zou<br />

wonen, hij on<strong>de</strong>rnam van Keulen uit weldra met zijn gezin<br />

<strong>de</strong> lange reis naar Utrecht, waar hij zich een tijdje ophield,<br />

en naar Amsterdam. Hij vestig<strong>de</strong> zich in <strong>de</strong> Warmoesstraat,<br />

en zette er een han<strong>de</strong>l op in <strong>het</strong> nieuwe mo<strong>de</strong>artikel : <strong>de</strong><br />

zij<strong>de</strong>n kousen. De kousenzaak heette


met diens zuster, Maeyken <strong>de</strong> Wolf. En niet lang daarna<br />

nam hij <strong>de</strong>n kousenhan<strong>de</strong>l over van zijn moe<strong>de</strong>r die inmid<strong>de</strong>ls<br />

weduwe gewor<strong>de</strong>n was.<br />

HET PASCHA<br />

Weldra liet hij in <strong>de</strong> kamer Het wit Laven<strong>de</strong>l een<br />

1612 treurspel opvoeren Het Pascha. Van geest en van<br />

opvatting was <strong>het</strong> een bijbelspel zooals <strong>de</strong> vorige eeuw <strong>het</strong><br />

had zien ontwikkelen uit <strong>het</strong> geestelijk tooneel ; doch <strong>de</strong> vorm,<br />

al klinkt <strong>de</strong> toon van <strong>de</strong> re<strong>de</strong>rijkers er nog in na, <strong>voor</strong>spelt<br />

in zijn statige breedheid reeds <strong>de</strong>n prins <strong>de</strong>r Ne<strong>de</strong>rlandsche<br />

dichters. Voorloopig was <strong>het</strong> nog maar dichterlijke <strong>voor</strong>bereiding<br />

: want <strong>de</strong> jonge Von<strong>de</strong>l, die reeds toen een <strong>voor</strong>beeld<br />

van naarstige <strong>de</strong>gelijkheid was, wist zijn winkeltje tot een<br />

bloeien<strong>de</strong> han<strong>de</strong>lszaak te doen gedijen, en met <strong>het</strong> overige<br />

van zijn tijd woeker<strong>de</strong> hij om zichzelf te ontwikkelen.<br />

Fransch had hij wellicht vroeger op school geleerd : althans<br />

invloed van <strong>de</strong> Pleia<strong>de</strong> - <strong>voor</strong>al van Du Bartas - is er<br />

ruimschoots te ont<strong>de</strong>kken in zijn eerste <strong>voor</strong>tbrengselen.<br />

Intusschen beproef<strong>de</strong> hij links en rechts zijn krachten : aan<br />

een groot lofdicht Hymnus over <strong>de</strong> Scheepvaart, aan een reeks<br />

bijschriften bij een bun<strong>de</strong>l emblemata Den Gul<strong>de</strong>n Winckel,<br />

aan een an<strong>de</strong>r <strong>de</strong>rgelijk werk V orstelicke Waran<strong>de</strong> <strong>de</strong>r Dieren.<br />

Maar met dat al, en hoezeer hij ook <strong>de</strong> Fransche dichtkunst<br />

bestu<strong>de</strong>er<strong>de</strong>, besefte hij dat <strong>de</strong> kern van <strong>de</strong> poetische kennis<br />

hem steeds ontsnapte doordat hij geen classieke opleiding<br />

genoten had. Zijn twee<strong>de</strong> treurspel<br />

HIERUSALEM<br />

Hierusalem ver-<br />

VERWOEST woest, bracht evenwel een nieuwe boodschap : <strong>de</strong><br />

1620<br />

reeds 33-jarige Von<strong>de</strong>l had Latijn geleerd en met<br />

Seneca kennis gemaakt, <strong>de</strong> groote treurspeldichter was in<br />

- aantocht.<br />

Het was omtrent dien tijd dat <strong>de</strong> oneenigheid tusschen<br />

Remonstranten en Contra-remonstranten Naar eerste beslag<br />

kreeg. De hoogloopen<strong>de</strong> twist tusschen <strong>de</strong> strenge Calvinisten<br />

en <strong>de</strong> meer vrijzinnigen, die geen vre<strong>de</strong> kon<strong>de</strong>n hebben<br />

<strong>voor</strong>al met <strong>de</strong> pre<strong>de</strong>stinatieleer en die daartegen een vertoogschrift<br />

of


Het ongeitert br-vmt net open mu . pooten_<br />

./flaadrific onneffelheid, zn t beeflenperc4 verfiooterz.<br />

Noch nt:et, hoe- fiti- <strong>de</strong> 'boil/4d kilt. at he rt:<br />

Mott fireerkt (wort bily . reeht: tires Thanis hoer lanne rt.<br />

Titelblad van Palame<strong>de</strong>s.<br />

De


ondom landsadvocaat Johan van Ol<strong>de</strong>nbarneveld, <strong>de</strong>n ver<strong>de</strong>diger<br />

<strong>de</strong>r privilegien van <strong>de</strong> Hollandsche ste<strong>de</strong>n tegen <strong>de</strong><br />

monarchistische neigingen van Maurits. Heel die twist werd<br />

tot een gewelddadig ein<strong>de</strong> gebracht, doordat in 1618 Ol<strong>de</strong>barneveldt<br />

samen met H. <strong>de</strong> Groot en Hoogerbeets gevangen<br />

genomen werd. Een syno<strong>de</strong>, te Dordrecht bijeengeroepen,<br />

bekrachtig<strong>de</strong> <strong>de</strong> pre<strong>de</strong>stinatieleer en in 1619 besteeg <strong>de</strong><br />

72-jarige Ol<strong>de</strong>barneveldt <strong>het</strong> schavot.<br />

Terwijl <strong>de</strong>ze gebeurtenissen <strong>de</strong> gemoe<strong>de</strong>ren in heftige<br />

beweging brachten, maakte Von<strong>de</strong>l een moeilijken tijd door.<br />

Een kwijnen<strong>de</strong> ziekte drukte hem neer, en zijn zwaartillend<br />

temperament leed on<strong>de</strong>r een crisis die misschien evenzeer<br />

van moreelen aard was. Toen hij in 1621 langzamerhand<br />

genas, was <strong>het</strong> of een nieuwe Von<strong>de</strong>l tot <strong>het</strong> leven terugkeer<strong>de</strong>.<br />

Onmid<strong>de</strong>llijk zien we hem zijn engen Brabantschen<br />

kring ontgroeien : bij Roemer Visscher was hij <strong>voor</strong> diens<br />

dood al wel eens te gast geweest, maar nu leer<strong>de</strong> hij Anna<br />

en Maria Tesselscha<strong>de</strong> van na<strong>de</strong>rbij kennen op <strong>de</strong> bijeenkomsten<br />

van <strong>de</strong>n Mui<strong>de</strong>rkring waar Hooft <strong>voor</strong>zat. Daar ontmoette<br />

hij nog vele an<strong>de</strong>re aanzienlijken en hij sloot er innige<br />

vriendschap met Laurens Reael, <strong>de</strong>n oud-goeverneur <strong>de</strong>r<br />

Molukken. Van lieverle<strong>de</strong> begon hij zich volbloed Amsterdammer<br />

te voelen : hij ontbloei<strong>de</strong> in een nieuwen durven<strong>de</strong>n<br />

levenslust.<br />

In 1625 was Maurits gestorven, en zijn halfbroer Fre<strong>de</strong>rik<br />

Hendrik volg<strong>de</strong> hem op. Von<strong>de</strong>l begroette hem met zijn<br />

Princelied op <strong>de</strong> wijze en in navolging van <strong>het</strong> Wilhelmus, en<br />

met <strong>de</strong> Begroetenis aen Fre<strong>de</strong>rick Henrick. Voortaan zal er geen<br />

gebeurtenis van eenig belang meer binnen of buiten 's lands<br />

grenzen plaats grijpen of hij verheft zijn stem om ze te<br />

bezingen. (Geboortklock, Op <strong>de</strong> tweedracht <strong>de</strong>r Christen Prinsen,<br />

Olyftack aen Gustaef Adolf, later : Aen <strong>de</strong> Beurs van Amsterdam,<br />

1nwydinge van 't Stadthuys, De Zeetriomf <strong>de</strong>r Vrye Ne<strong>de</strong>rlan<strong>de</strong>n.)<br />

En in datzelf<strong>de</strong> jaar verscheen Palame<strong>de</strong>s, naar<br />

PALAMEDES<br />

1625 <strong>de</strong>n vorm een classiek treurspel, maar eigenlijk<br />

en HEKEL- een nauwelijks verhul<strong>de</strong> allegorie een scherp hekel-<br />

DICHTEN<br />

dicht op <strong>de</strong> veroor<strong>de</strong>eling en <strong>de</strong> terechtstelling van<br />

Ol<strong>de</strong>nbarneveld. De partijtwisten die ertoe aanleiding gege-<br />

92


ven had<strong>de</strong>n, waren op dat oogenblik nog even hardnekkig<br />

aan <strong>de</strong>n gang, en Von<strong>de</strong>l mocht zelfs geduren<strong>de</strong> eenige dagen<br />

<strong>voor</strong> zijn leven vreezen; ten slotte red<strong>de</strong> hij zich met een<br />

geldboete uit <strong>de</strong> moeilijkheid. Maar hij was een beroemd<br />

man in zijn stad gewor<strong>de</strong>n, en werd gewikkeld in een pamflettenoorlog<br />

waarin hij slag op slag zijn vinnige hekeldichten<br />

als zooveel pijlen op <strong>de</strong>n tegenstan<strong>de</strong>r afschoot. (Geuse-vesper,<br />

Op <strong>het</strong> stokske van Joan van Ol<strong>de</strong>barneveldt, Rommelpot vant Hane-<br />

Kot, Harpoen, enz.)<br />

Wat wij erin bewon<strong>de</strong>ren, naast <strong>de</strong> niets of niemand ontzien<strong>de</strong><br />

heftigheid zijner verontwaardiging, is zijn onkreukbaar<br />

rechtvaardigheidsgevoel en zijn fiere burgermoed, zooals die<br />

o.m. tot uiting komt in zijn Roskam, opgedragen aan Hooft.<br />

Langzamerhand, langs hekeldichten en tijdzangen - en<br />

ook veel gelegenheidsverzen groei<strong>de</strong> Von<strong>de</strong>l tot voile<br />

scheppingskracht. Doch eerst moest <strong>het</strong> leed hem<br />

LI JKZANGEN<br />

nog wij <strong>de</strong>n tot volledig mensch-zijn. Van 1633 af 1633-35<br />

trof hem een reeks huiselijke rampen : toen ontviel hem zijn<br />

jongste kind Constantijn; in <strong>het</strong>zelf<strong>de</strong> jaar droeg men zijn<br />

achtjarig dochtertje Sara ten grave en twee jaar later over-<br />

leed zijn vrouw. Zijn mannelijk gedragen smart uitte hij in<br />

een drietal lijkklachten die tot <strong>het</strong> beste behooren van wat<br />

hij ooit schreef : zachte elegieen waarin <strong>de</strong> verscheurdheid<br />

van zijn hart schrijnt on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> christelijke berusting en die<br />

eindigen op een verbeten snik. De herinnering aan zijn eigen<br />

rouw gaf hem <strong>de</strong> passen<strong>de</strong> troostwoor<strong>de</strong>n in <strong>de</strong> pen toen<br />

in 1634 zijn vriend Vossius zijn zoon Dyonisius verloor.<br />

Maar daarbuiten, in <strong>de</strong> stad, ging <strong>het</strong> leven zijn gang.<br />

Een belangrijke gebeurtenis was <strong>het</strong> besluit om <strong>het</strong> in verval<br />

geraakte houten gebouw van <strong>de</strong> Duytsche Aca<strong>de</strong>mie af te<br />

breken en <strong>het</strong> te vervangen door een heuschen schouwburg.<br />

Aan Von<strong>de</strong>l werd <strong>de</strong> opdracht gegeven <strong>het</strong> inwijdingsstuk<br />

te schrijven. Aldus ontstond zijn eerste groot treur-<br />

GYSBRECHT<br />

spel Gysbreght van Aemstel, waarvan <strong>het</strong> on<strong>de</strong>rwerp, VAN AEMSTEL<br />

evenals Hooft's Geeraert van Velzen, teruggaat op <strong>de</strong>n 1637<br />

moord op graaf Floris V. In Von<strong>de</strong>l's treurspel wordt behan-<br />

<strong>de</strong>ld <strong>de</strong> inneming van Amsterdam door <strong>de</strong> bloedverwanten<br />

van <strong>de</strong>n vermoor<strong>de</strong>n graaf als wraak op Gysbreght die <strong>de</strong><br />

93


hand geleend had tot <strong>de</strong> samenzwering. Zeer dui<strong>de</strong>lijk is in<br />

dit treurspel <strong>de</strong> invloed van Virgilius, al bewijst Von<strong>de</strong>l hier<br />

meer dan ooit to zijn <strong>de</strong> rechtstreeksche erfgenaam <strong>de</strong>r re<strong>de</strong>rijkers.<br />

Terecht zijn uit dit treurspel beroemd <strong>de</strong> reizangen<br />

0 Kersnacht, schooner dan <strong>de</strong> daegen en <strong>voor</strong>al Waer werd oprechter<br />

trourv.<br />

Autodidact als hij was, had hij zich jaren gele<strong>de</strong>n met <strong>de</strong><br />

Latijnsche taal min of meer vertrouwd gemaakt, en daarna,<br />

toen hij reeds tegen <strong>de</strong> veertig was, zich aan <strong>de</strong> studie van<br />

<strong>het</strong> Grieksch gespannen. De regels van <strong>het</strong> classieke treurspel<br />

wil<strong>de</strong> hij, <strong>de</strong> in <strong>de</strong>n grond trouwhartige burgerman met <strong>de</strong>n<br />

ingeboren eerbied <strong>voor</strong> alle gezag van boven, aan <strong>de</strong> bron<br />

zelf leeren kennen. Nu dat hij, na Gysbreght van Aemstel,<br />

bij zijn vrien<strong>de</strong>n en me<strong>de</strong>burgers volmondige waar<strong>de</strong>ering<br />

vond <strong>voor</strong> zijn dramatisch talent, zette hij <strong>voor</strong>goed een<br />

reeks treurspelen in die hij slechts zou afsluiten met Noah,<br />

<strong>de</strong>rtig jaar later, en vijf en vijftig jaar nadat hij zijn eerste<br />

proeve, Pascha, in Het wit Laven<strong>de</strong>l had laten opvoeren. Met<br />

die rij tragedian werd hij <strong>de</strong> typische vertegenwoordiger van<br />

<strong>het</strong> Hollandsche classicisme dat, wat <strong>de</strong>n uiterlijken bouw<br />

van <strong>het</strong> treurspel betreft, rechtstreeks teruggaat op <strong>de</strong> Grieken<br />

(drie eenhe<strong>de</strong>n, reizangen na ie<strong>de</strong>r bedrijf), en naar <strong>de</strong> behan<strong>de</strong>l<strong>de</strong><br />

motieven, hoofdzakelijk bijbelmotieven, <strong>de</strong> <strong>voor</strong>tzetting<br />

is van <strong>het</strong> mid<strong>de</strong>leeuwsche geestelijk tooneel. Met<br />

bovendien <strong>de</strong> persoonlijke opvatting van Von<strong>de</strong>l aangaan<strong>de</strong><br />

<strong>het</strong> wezen <strong>de</strong>r tragiek : >.<br />

Nu volg<strong>de</strong>n weldra <strong>de</strong> Maegh<strong>de</strong>n en <strong>de</strong> Gebroe<strong>de</strong>rs,<br />

MAEGHDEN<br />

GEBROEDERS waarop Vossius hem zei :


UEREENIGDE DROUINCIEN<br />

GEDURENDE DE GOUDEN EEUW<br />

GRENZEN VAN 1648)<br />

PAANSCHE NEDERLANDth


sterkte geweest, niet alleen in zijn dagelijkschen wan<strong>de</strong>l, maar<br />

ook in zijn kunst.<br />

Doch ten slotte kon zijn Doopsgezin<strong>de</strong> geloofsleer<br />

OVERGANG TOT<br />

DE R. K. KERK <strong>de</strong> hunkering van zijn gemoed niet meer bevredigen;<br />

1641 zijn omgang met Roomsche vrien<strong>de</strong>n en <strong>voor</strong>al met<br />

PETER EN<br />

PAUWELS<br />

1641<br />

ALTAERGEHEI-<br />

MENISSEN<br />

1645<br />

Jezuieten die <strong>de</strong> Republiek als een missieland bewerkten,<br />

<strong>de</strong>ed hem, om en bij 1641, <strong>de</strong>n beslissen<strong>de</strong>n stag tot zijn<br />

overgang naar <strong>de</strong> Katholieke Kerk zetten. Onmid<strong>de</strong>llijk leg<strong>de</strong><br />

hij getuigenis of van <strong>de</strong> nieuw verworven zekerheid door <strong>het</strong><br />

en wee<br />

treurspel Peter en Pauwels, en eenige jaren later door<br />

een leerdicht, of liever een met <strong>de</strong>gelijke re<strong>de</strong>neeringen<br />

gestaaf<strong>de</strong>n lofzang ter eere <strong>de</strong>r H. Eucharistie :<br />

Altaergeheimenissen. Mid<strong>de</strong>lerwijl bleef hij nog steeds<br />

wat hij altijd geweest was : <strong>de</strong> bezinger van <strong>het</strong> wel<br />

van zijn stad, van zijn land en nu ook van zijn<br />

geloofsgemeenschap. Uit <strong>de</strong>ze laatste bekommernis ontstond<br />

MARIA STUART een ver<strong>de</strong>re tragedie Maria Stuart. Maar een gewich-<br />

1646 tiger taak werd hem weldra opgedragen : <strong>het</strong> schrijyen<br />

van een gelegenheidsstuk tot viering van <strong>de</strong>n vre<strong>de</strong> die<br />

nu <strong>de</strong>finitief in 't <strong>voor</strong>uitzicht gesteld werd. Von<strong>de</strong>l aanvaard<strong>de</strong><br />

<strong>de</strong> taak, en in 1648 was zijn spel<br />

LEEUWEN-<br />

Leeuwen-<br />

DALERS dalers klaar, met Hooft's Granida <strong>de</strong> eenige pastorale<br />

1648<br />

die in <strong>het</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsch geslaagd mag heeten, een<br />

fantasie van bosch, duin en jagersvolk, die <strong>de</strong> verzoening<br />

van Noord en Zuid symboliseert on<strong>de</strong>r zooveel zomersche<br />

zonnigheid als er straal<strong>de</strong> over zijn buiten<strong>de</strong>untjes van vijf<br />

en twintig jaren her.<br />

Hiermee zette hij zijn groote perio<strong>de</strong> in, zijn tijd van volrijpheid,<br />

waarin hij zijn dichterschap laat wei<strong>de</strong>n niet alleen<br />

over <strong>de</strong> grootheid van zijn va<strong>de</strong>rland en over <strong>de</strong> wisselvallighe<strong>de</strong>n<br />

<strong>de</strong>r Europeesche politiek, maar straks ook over <strong>de</strong><br />

steile hoogten van <strong>de</strong>n ganschen ze<strong>de</strong>lijken cosmos. Vooreerst<br />

was er stof tot- dichten genoeg in <strong>de</strong> gebeurtenissen in Engeland,<br />

en Von<strong>de</strong>l vond zijn scherpste pen van <strong>voor</strong> een halve<br />

eeuw terug om Protecteur Weerwolf (Cromwell) te lijf te gaan,<br />

of in De Monsters onzer Eeuwe zijn verontwaardiging te uiten.<br />

LUCIFER In 1654 gaf hij ein<strong>de</strong>lijk zijn hoogste kunst :<br />

1654 Lucifer, waar in grootsche verbeelding <strong>de</strong> onrust van<br />

96


<strong>de</strong>n ongetem<strong>de</strong>n hoogmoed alle kansen op een zet en <strong>de</strong>n<br />

schoonsten <strong>de</strong>r engelen in <strong>de</strong> bo<strong>de</strong>mlooze diepte stort. Met<br />

dit treurspel bereikt onze letterkun<strong>de</strong> een climax : dit verhevenste<br />

aller on<strong>de</strong>rwerpen, waarin <strong>de</strong> han<strong>de</strong>len<strong>de</strong> personen<br />

geen menschen zijn, maar « hemelingen >>, plooit in zijn vijfvoudige<br />

geleding <strong>voor</strong> ons open als een monument van zwaarstatige<br />

schoonheid. De opvoering ervan verwekte herrie;<br />

en mid<strong>de</strong>lerwijl trok zich een schaduw boven Von<strong>de</strong>l's<br />

hoofd samen die <strong>het</strong> overige van zijn leven zou verdonkeren.<br />

Joost, zijn oudste zoon, was in 1 643 een eerste maal gehuwd,<br />

en, daarna weduwnaar gewor<strong>de</strong>n, in <strong>de</strong>n echt getre<strong>de</strong>n met<br />

Baertje Hooft, een verre verwante van wijlen <strong>de</strong>n drost van<br />

Mui<strong>de</strong>n. Bei<strong>de</strong>n schijnen tamelijk onbezonnen geleefd te<br />

hebben, tot ten slotte bet droevig ein<strong>de</strong> kwam : <strong>de</strong><br />

HUISELI JKE<br />

jonge Joost werd insolvent verklaard, en om hem RAMPEN<br />

<strong>de</strong> schan<strong>de</strong> <strong>de</strong>r gevangenis te sparen moest zijn 1656<br />

va<strong>de</strong>r hem dwingen scheep te gaan naar Indie. Op <strong>de</strong> reis<br />

daarheen overleed hij, terwijl thuis <strong>de</strong> nu zeventigjarige zijn<br />

eigen vermogen offer<strong>de</strong> om <strong>de</strong> schul<strong>de</strong>n te <strong>de</strong>kken. Al had<br />

<strong>de</strong> dood reeds velen on<strong>de</strong>r zijn vrien<strong>de</strong>n en kennissen weggehaald,<br />

toch bleven hem beschermers over, die hem als<br />

ambtenaar on<strong>de</strong>rbrachten in <strong>de</strong> Bank van Leening. Juist<br />

zooals in <strong>de</strong> jaren 1 635 prikkel<strong>de</strong>n <strong>de</strong> slagen van <strong>het</strong> lot<br />

hem tot meer bedrijvigheid, en telkens brengt hij nu een<br />

meesterwerk <strong>voor</strong>t. Zijn Jephtha beschouw<strong>de</strong> hij als JEPHTHA<br />

<strong>de</strong> zuiverste uitdrukking zijner kunst, die waarmee 1659<br />

hij <strong>het</strong> G,rieksche treurspel <strong>het</strong> meest dacht te bena<strong>de</strong>ren. Het<br />

volgend jaar liet hij <strong>de</strong> volledige vertaling van Vfrgilius en<br />

niet min<strong>de</strong>r dan vier treurspelen verschijnen, daarna<br />

JOHANNES DE<br />

Johannes <strong>de</strong> Boetgezant, een zijner belangrijkste ge- BOETGEZANT<br />

dichten omdat <strong>het</strong> eeni ► in zijn soort is. Von<strong>de</strong>l<br />

1662<br />

noem<strong>de</strong> <strong>het</strong> een hel<strong>de</strong>ndicht; wij zou<strong>de</strong>n veeleer zeggen een<br />

dichterlijke levensbeschrijving.<br />

Naarmate <strong>de</strong> jaren klommen scheen zijn poetische kracht<br />

toe te nemen : toen hij zeven en zeventig gewor<strong>de</strong>n was en<br />

rondom hem <strong>het</strong> peil <strong>de</strong>r dichtkunst allerwege daal<strong>de</strong>, schreef<br />

hij zijn lichtste en ijlste spel, Adam in Ballingschap. ADAM IN<br />

BALLINGSCHAP<br />

En nog was hij niet uitgeput : toen in 1 665 <strong>de</strong> twee<strong>de</strong><br />

1664<br />

97


Engelsche oorlog uitbrak, bleef <strong>de</strong> aandacht van <strong>de</strong>n grijzen<br />

dichter onvermin<strong>de</strong>rd <strong>de</strong> wisselvallige kans <strong>de</strong>r wapens volgen<br />

en bezong hij keer op keer <strong>de</strong> hel<strong>de</strong>nda<strong>de</strong>n van De Ruyter en<br />

Tromp. Nog een laatste maal schiep hij een oorspronkelijk<br />

NOAH<br />

treurspel, Noah, zijn zwanezang. Uit zijn ambt werd<br />

1667 hij in 1668 met behoud van zijn jaarwed<strong>de</strong> eervol<br />

ontslagen. Ook zijn naastbestaan<strong>de</strong>n ontvielen hem een <strong>voor</strong><br />

een : in 1 668 zijn kleindochter Maria, in 1 670 zijn kleinzoon<br />

Willem, in 1675 zijn dochter Anna. In 1679 overleed hij zelf<br />

in <strong>de</strong>n ou<strong>de</strong>rdom van ruim 91 jaar.<br />

BESLUIT Von<strong>de</strong>l, <strong>de</strong> « prins onzer letterkun<strong>de</strong> >>, is een<br />

figuur van internationale beteekenis, een Bier groote dichters<br />

die <strong>de</strong> 1 7 e eeuw in alle lan<strong>de</strong>n <strong>voor</strong>tgebracht heeft. Evenals<br />

zoovele an<strong>de</strong>ren heeft hij als een onwrikbaar geloofspunt <strong>de</strong><br />

classieke regels aangekleefd misschien nog meer dan an<strong>de</strong>ren<br />

omdat hij van buiten uit getracht heeft zich <strong>de</strong> classieke<br />

levensbeschouwing eigen te maken en zich er afhankelijker<br />

van gevoeld heeft dan indien ze met hem vergroeid was<br />

geweest. Deze classieke leer heeft hij <strong>voor</strong>al toegepast in <strong>het</strong><br />

treurspel dat hij, <strong>de</strong>n geeft zijner eeuw getrouw, bij <strong>voor</strong>keur<br />

beoefen<strong>de</strong>. Dat zijn opvatting <strong>de</strong>r dramatiek afwijkt van <strong>de</strong><br />

gewoon gangbare, is dui<strong>de</strong>lijk : zijn treurspel is meer statisch<br />

dan dynamisch, meer een opeenvolging van tafereelen dan<br />

van han<strong>de</strong>lingen, alhoewel niet te ontkennen valt dat er wel<br />

bewogenheid is in <strong>het</strong> zieleleven <strong>de</strong>r hel<strong>de</strong>n. Karakterontwikkeling<br />

geeft hij zel<strong>de</strong>n, wel karakterontleding, <strong>het</strong> best nog<br />

bij zijn heldinnen, terwijl zelfs zijn hel<strong>de</strong>nfiguren jets vrouwelijks,<br />

tee<strong>de</strong>rs vertoonen. Hij is evenwel essentieel een<br />

lyrisch dichter, ook in zijn treurspelen, waarvan zeer dikwijls<br />

<strong>de</strong> verhevenste <strong>de</strong>elen <strong>de</strong> reizangen zijn, o. a. in Gijsbreght<br />

van Aemstel, in <strong>de</strong> Leeuwendalers, in Joseph in Dothan, in Lucifer,<br />

in Adam in Ballingschap en zelfs nog in Noah. Alhoewel Von<strong>de</strong>l<br />

zelf zegt dat wat hem « op 's harten gront left >> hem naar<br />

<strong>de</strong> keel welt, is hij over 't algemeen, behalve misschien in<br />

sommige hekeldichten, niet <strong>de</strong> hartstochtelijke dichter die op<br />

staan<strong>de</strong>n voet zijn vervoering lucht moet geven. Zijn lyrische<br />

gedichten zijn veeleer « emotion recollected in tranquillity »,<br />

ontroering die hij achteraf opnieuw beleeft en omkleedt met<br />

98


<strong>de</strong>n koninklijken mantel van zijn taal. Want die ziener en<br />

zegger van zooveel diepe dingen heeft zich een klank en een<br />

rhythme gesmeed die juist bij <strong>de</strong> geaardheid van zijn poetisch<br />

genie passen : breed en zwierig, effectvol, krachtig beel<strong>de</strong>nd,<br />

soms op <strong>de</strong>n rand van <strong>het</strong> gezwollene af. In dit opzicht kondigt<br />

hij reeds <strong>de</strong> barok aan. En tot slotsom dit : <strong>de</strong> a<strong>de</strong>l van<br />

zijn werk is <strong>de</strong> weerspiegeling van <strong>de</strong>n a<strong>de</strong>l van zijn gemoed.<br />

4. — CONSTANTIJN HUYGENS<br />

Met <strong>de</strong>zen dichter verlaten we <strong>het</strong> bedrijvige JEUGD EN<br />

Amsterdam <strong>voor</strong> <strong>de</strong> aristocratische kringen van Den VORMING<br />

Haag, waar hij geboren werd in 1596 en waar zijn va<strong>de</strong>r<br />

secretaris van state was. Hij groei<strong>de</strong> op in dit patricisch en<br />

Calvinistisch milieu en werd uitgerust met <strong>de</strong> veelzijdige ontwikkeling<br />

die <strong>de</strong> diplomatische en politieke loopbaan, waar<strong>voor</strong><br />

hij bestemd werd, noodzakelijk maakte. De jaren 1616<br />

en 1617 bracht hij door aan <strong>de</strong> Leidsche universiteit, naar<br />

<strong>het</strong> heette om zich in <strong>de</strong> rechtswetenschap te bekwamen.<br />

Maar Huygens, met dien drang naar encyclopedische vorming<br />

die een <strong>de</strong>r kenmerken van <strong>de</strong> Renaissance is, ging op in <strong>de</strong><br />

studie van allerlei wetenschappen en kwam terug als een <strong>de</strong>r<br />

geleerdste mannen van zijn tijd. Nauwelijks thuis, mocht hij<br />

als lid van een gezantschap mee naar Engeland, waarheen<br />

hij tusschen 1618 en 1620 vier reizen on<strong>de</strong>rnam, en ook als<br />

gezantschapssecretaris naar Venetie. Het reizen stoffeer<strong>de</strong><br />

zijn geest en vorm<strong>de</strong> zijn karakter, te meer daar hij in <strong>het</strong><br />

buitenland geen gelegenheid liet ontsnappen om zijn kennis<br />

te verrijken, en in Engeland in aanraking gekomen was met<br />

verschillen<strong>de</strong> dichters, o. a. met Shakespeare's tijdgenoot,<br />

lord-kanselier Bacon. In eigen land was hij natuurlijk ook<br />

bevriend met <strong>de</strong> Amsterdamsche schrijvers, o. a. met Hooft<br />

en Von<strong>de</strong>l.<br />

Hij had zelf al ee s zijn krachten beproefd aan een<br />

Latijnsch of Fransch v r , toen hij, in 1621, zijn eerste omvangrijk<br />

werk schreef n<strong>de</strong>r <strong>de</strong>n titel Batava Tempe<br />

BATAVA<br />

of 't<br />

TEMPE<br />

V oorhout van s Gravenhage. Dit Hollandsch 1621<br />

99


Het Haagsche Voorhout ten tij<strong>de</strong> van C. Huygens.


Tempe (1) is niets an<strong>de</strong>rs dan <strong>het</strong> Voorhout, <strong>de</strong> Haagsche<br />

wan<strong>de</strong>lplaats a la mo<strong>de</strong>, die Huygens in <strong>de</strong> vier jaargetij<strong>de</strong>n<br />

beschrijft. Onmid<strong>de</strong>llijk valt <strong>het</strong> eigenaardige van zijn trant<br />

op : hij is geen dichter uit noodzakelijkheid zooals Bre<strong>de</strong>ro,<br />

Von<strong>de</strong>l en zelfs Hooft dat waren; <strong>het</strong> vers is hem geen<br />

uitweg om <strong>de</strong> overvolheid van zijn gemoed uit te storten.<br />

Dichten is <strong>voor</strong> hem veeleer een spel van zijn scherp vernuft,<br />

een bestu<strong>de</strong>er<strong>de</strong> uitdrukking van zijn lust tot moraliseeren,<br />

maar dit alles op hooger plan gebracht door zijn opmerkingsgave<br />

en zijn ietwat cerebrale leukheid.<br />

Het volgend jaar verscheen Costelick Mal, dat COSTELICK<br />

MAL<br />

1622<br />

hij aan Cats opdroeg en waarin hij <strong>voor</strong>al <strong>de</strong> mo<strong>de</strong>grillen<br />

hekel<strong>de</strong>. Ook bier is hij krachtig en teekenend, pittig<br />

en puntig maar zon<strong>de</strong>r groote gemoedsbewogenheid, behalve<br />

waar hij soms verontwaardigd uitvalt tegen te groote dwaashe<strong>de</strong>n.<br />

Na <strong>de</strong>n dood van Maurits in 1625 — dien hij herdacht<br />

in zijn bekend gedicht Scheeps-praet trad hij als secretaris<br />

in dienst van Fre<strong>de</strong>rik-Hendrik, welk ambt hij bleef waarnemen<br />

on<strong>de</strong>r Willem II en Willem III. In datzelf<strong>de</strong> jaar vatte<br />

hij zijn vorige werken samen on<strong>de</strong>r <strong>de</strong>n titel Otia of Ledighe<br />

uren. Twee jaar later huw<strong>de</strong> hij met Suzanna van Baerle, zijn<br />


Daghwerck voltooi<strong>de</strong>, begon hij zijn buitengoed Hofwyck aan<br />

te leggen, dat hij nu con amore met allerlei rake tafereeltjes,<br />

HOFWYCK moraliseeren<strong>de</strong> intermezzo's en ook met duistere<br />

1651 passages ging beschrijven in Hofinck.<br />

Een geheel an<strong>de</strong>ren Huygens dan <strong>de</strong>n ernstigen, geleer<strong>de</strong>n<br />

hoveling tref fen we aan in zijn realistische Klucht van Tryntje<br />

Cornelis. Evengoed als in <strong>de</strong> Klucht van <strong>de</strong> Koe of in<br />

TRYNT JE<br />

CORNELIS Het Moortje van Bre<strong>de</strong>ro of in Ware-nar van Hooft,<br />

1651 is hier <strong>de</strong> rond-lachen<strong>de</strong> Hollan<strong>de</strong>r aan <strong>het</strong> woord<br />

die niet terugschrikt <strong>voor</strong> een gewaag<strong>de</strong> scene en een vetklinkend<br />

woord, en met onmiskenbaar dramatisch inzicht, in<br />

een populaire taal die trilt van warmbloedig leven, <strong>de</strong> avonturen<br />

ten tooneele brengt van een Zaanlandsche schippersvrouw<br />

te Antwerpen.<br />

ZEESTRAET Nog op zeventigjarigen ou<strong>de</strong>rdom bedichtte hij <strong>de</strong><br />

1666 Zeestraet, <strong>de</strong>n verbindingsweg die tusschen Den Haag,<br />

en Scheveningen door <strong>de</strong> duinen heen naar zijn plannen aangelegd<br />

werd. En ten slotte, nadat hij zijn overig werk reeds<br />

verzameld had in Korenbloemen, voel<strong>de</strong> hij, vier jaar <strong>voor</strong> zijn<br />

dood, an<strong>de</strong>rmaal <strong>de</strong>n drang om <strong>het</strong> verloop van <strong>het</strong> latere<br />

CLUYSWERCK ge<strong>de</strong>elte van zijn leven op te teekenen in zijn laatste<br />

1683 Cluyswerck, waarin ook zeer talrijke Sneldichten of<br />

epigrammen <strong>voor</strong>komen, genre waarin <strong>de</strong> puntige gedrongen<br />

geest van <strong>de</strong>n dichter zich nog <strong>het</strong> best uit. Hij stierf in 1687.<br />

BESLUIT Huygens reikt op verre na niet tot <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> hoogte<br />

als Von<strong>de</strong>l, Hooft of Bre<strong>de</strong>ro. Dichten uit aandrang van <strong>het</strong><br />

gemoed <strong>de</strong>ed hij niet, of zeer zel<strong>de</strong>n, wel uit lust tot een<br />

vernuftig spel van <strong>de</strong>n geest. Hij was <strong>voor</strong> alles een man van<br />

kennis, wetenschap, en die zijn me<strong>de</strong>menschen doorschouw<strong>de</strong>:<br />

wat dan ook <strong>de</strong> aantrekkingskracht van zijn gedichten uitmaakt<br />

is dat hij er zich in geeft zooals hij is : een rechtschapen<br />

man die tevens een specimen is van <strong>de</strong>n alzijdig ontwikkel<strong>de</strong>n<br />

zeventien<strong>de</strong> eeuwer. Daarenboven schenkt zijn vers<br />

voldoening, zoo niet aan <strong>het</strong> hart, dan toch aan <strong>het</strong> verstand<br />

dat <strong>voor</strong>tdurend <strong>de</strong> moeilijkheid van leuke zinspelingen,<br />

onverwachte woordkoppelingen en gedrongen zinswendingen<br />

moet overwinnen. Niemand heeft als hij, in <strong>de</strong> 1 7 e eeuw, een<br />

zoo pittige, kruimige taal geschreven.<br />

102


It<br />

VITAITLIUM<br />

- •<br />

• _<br />

1101101111111NZICIMIWP<br />

1-77:7777""<br />

011 1 111111111111 1 11 1101111111111111111 1111 11<br />

De buitenplaats Hofwyck, door C. Huygens ontworpen.


5. - JACOB CATS<br />

VORMING Cats, nog meer dan Huygens, bleef in zijn vroege<br />

jeugd <strong>de</strong>n invloed van <strong>de</strong> Amsterdamsche literaire kringen<br />

verre. Hij werd geboren in 1577 te Brouwershaven (eiland<br />

Schouwen, Zeeland) en bracht zijn eerste jaren te Zierikzee<br />

door. Daar hij zijn vroegste werk pas uitgaf toen hij <strong>de</strong> veertig<br />

<strong>voor</strong>bij was, volstaat <strong>het</strong> hier te zeggen dat hij zich, door<br />

rechtskundige studien, eerst te Lei<strong>de</strong>n, daarna te Orleans, en<br />

na een kort verblijf te Parijs, ook te Oxford en te Cambridge,<br />

ontwikkel<strong>de</strong> tot een geleerd man; dat hij stadsadvocaat te<br />

Mid<strong>de</strong>lburg werd en zich door inpol<strong>de</strong>ringen een aardig ver-<br />

mogen bijeengaar<strong>de</strong>. Daar begon hij zijn dichterlijke loop-<br />

baan met <strong>het</strong> genre in <strong>de</strong> mo<strong>de</strong> : <strong>de</strong> emblemata. Op prenten<br />

van A. van <strong>de</strong> Venne schreef hij bijschriften, pittige<br />

SINNE- EN rijmpjes met leeren<strong>de</strong> en stichten<strong>de</strong> strekking, die<br />

MINNEBEELDEN<br />

1618 uitgegeven werken on<strong>de</strong>r <strong>de</strong>n titel Sinne- en Minnebeel<strong>de</strong>n.<br />

In 1621 werd hij, geleerd rechtskundige als hij was, benoemd<br />

tot hoogleeraar te Lei<strong>de</strong>n, maar hij verkoos boven dit<br />

ambt <strong>het</strong> pensionarisschap van Mid<strong>de</strong>lburg, dat hij een tijdje<br />

later ruil<strong>de</strong> <strong>voor</strong> dat van Dordrecht. Zijn bezighe<strong>de</strong>n beletten<br />

HOUWELI JCK hem niet Houwelyck te schrijven, <strong>het</strong> eerste zijner<br />

1625 groote werken, waarmee hij zijn landgenooten naar<br />

<strong>het</strong> hart sprak. De kunst, of liever <strong>de</strong> behendigheid van Cats<br />

bestond hierin dat hij <strong>de</strong>n schat zijner omvangrijke kundighe<strong>de</strong>n<br />

wist om te munten in gemakkelijk vatbare berijm<strong>de</strong><br />

verhan<strong>de</strong>lingen, die aan <strong>de</strong> gevulgariseer<strong>de</strong> wetenschap steeds<br />

een uitvoerige ze<strong>de</strong>les vastknoopten. Dit alles wissel<strong>de</strong> hij<br />

of met soms aardige, als exempelen bedoel<strong>de</strong> verhaaltjes.<br />

Aldus geeft hij in Houwelyck een zoo volledig mogelijk over-<br />

zicht van <strong>het</strong>


Uit <strong>de</strong> ,<br />

weet Cats naar zijn gewoonte verschillen<strong>de</strong> toepassingen to<br />

borduren : <strong>de</strong> windhaan is <strong>het</strong> minnend hart dat


In 1637, nadat hij <strong>het</strong> tot een <strong>de</strong>r hoogste <strong>voor</strong> hem<br />

bereikbare ambten gebracht had, nl. tot raadpensionaris van<br />

TROU-RINGH Holland, gaf hij zijn populairste werk Trou-Ringh,<br />

1637 dat zich aansluit bij Houwelijck, en een reeks verhalen<br />

bevat van merkwaardige trouwgevallen, dikwijls in<br />

romantischen toon gehou<strong>de</strong>n, zooals <strong>het</strong> Spaens Heydinnetie.<br />

Pas nadat hij zich in 1652 ambteloos teruggetrokken had<br />

op zijn buitengoed Sorgh-vliet, dat door hem langs <strong>de</strong><br />

Zeestraat >> aangelegd was gewor<strong>de</strong>n, begon hij opnieuw te<br />

dichten, nu echter uitsluitend autobiographische werken als<br />

Ou<strong>de</strong>rdom, Buytenleven en Hofgedachten, Tachtigjarigen<br />

AUTOBIO-<br />

GRAPHISCHE ou<strong>de</strong>rdom en ten slotte Twee-en-tachtighjarigh Leven.<br />

WERKEN<br />

Hij overleed op Sorgh-vliet in 1660.<br />

BESLUIT ' Evenals Huygens is Cats een didacticus en een<br />

moralisator. Maar terwijl Huygens in <strong>de</strong>n vorm van zijn<br />

poezie kind zijner eeuw is, blijft Cats veel meer in <strong>de</strong> lijn<br />

<strong>de</strong>r mid<strong>de</strong>leeuwsche didactiek : waarheid en nut, die hij met<br />

een hem eigen omslachtigheid aan <strong>de</strong>n man brengt. Hij heeft<br />

op Maerlant of wie ook <strong>voor</strong>, dat <strong>de</strong> som zijner kundighe<strong>de</strong>n<br />

zooveel grooter is, maar hin<strong>de</strong>rend is bij hem <strong>de</strong> toon<br />

van superioriteit en van zelfvoldaanheid, en <strong>voor</strong>al zijn zelfzekere<br />

breedsprakigheid die <strong>de</strong>n lezer geen bijzon<strong>de</strong>rheid,<br />

geen toepassing, geen ze<strong>de</strong>les spaart. In zijn zeer korte gedichten,<br />

in sommige verhalen als <strong>voor</strong>beel<strong>de</strong>n, kan hij aanschouwelijk<br />

en pittig zijn. In dit opzicht mogen zijn Spreuken<br />

en Spreekli)oor<strong>de</strong>n gel<strong>de</strong>n als zijn beste werk. Maar el<strong>de</strong>rs doezelt<br />

<strong>de</strong> belangstelling weg in <strong>de</strong>n eentonigen dreun van zijn<br />

vlakke alexandrijnen. Wat niet belet, of misschien verklaart<br />

dat hij <strong>de</strong> populairste Ne<strong>de</strong>rlandsche dichter van Noord en<br />

Zuid geweest is en zich bijna twee eeuwen lang in <strong>de</strong> yolksgunst<br />

heeft kunnen handhaven.<br />

C. — FIGUREN VAN DEN TWEEDEN RANG<br />

1. — DE TOONEELSCHRI JVERS<br />

In <strong>de</strong> <strong>voor</strong>gaan<strong>de</strong> bladzij<strong>de</strong>n werd reeds meer dan eens<br />

terloops gerept van <strong>de</strong> theatertoestan<strong>de</strong>n te Amsterdam. Bij<br />

<strong>de</strong>n aanvang <strong>de</strong>r eeuw kon <strong>de</strong>ze stad, evenals <strong>de</strong> meeste<br />

106


an<strong>de</strong>re Ne<strong>de</strong>rlandsche ste<strong>de</strong>n, slechts Bogen op een re<strong>de</strong>rijkerskamer<br />

Het Eglantierken, aan <strong>het</strong> hoofd waarvan Spieghel<br />

en Roemer Visscher ston<strong>de</strong>n en die zich niet alleen met<br />

tooneel onledig hield, maar zich evenzeer verdienstelijk<br />

maakte in <strong>de</strong> taalkundige beweging om <strong>het</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsch<br />

naar <strong>de</strong> Renaissance-principes te or<strong>de</strong>nen en te -polijsten.<br />

Naast <strong>de</strong>ze kamer bestond er nog een twee<strong>de</strong>, Het wit Laven<strong>de</strong>l,<br />

die <strong>de</strong> uitg-eweken Zuid-Ne<strong>de</strong>rlan<strong>de</strong>rs opgericht had<strong>de</strong>n;<br />

afgezien van <strong>het</strong> feit dat Von<strong>de</strong>l die er <strong>de</strong>el van uitmaakte,<br />

er zijn allereerste treurspelen liet opvoeren, is haar rol min<strong>de</strong>r<br />

belangrijk geweest; in 1 630 smolt zij samen met <strong>de</strong><br />

Duytsche Aca<strong>de</strong>mie.<br />

HoorT werd, na zijn terugkeer uit Italie, een <strong>de</strong>r <strong>voor</strong>aanstaan<strong>de</strong><br />

le<strong>de</strong>n van Het Eglantierken; waar zijn Granida en<br />

zijn Geeraerdt van Velzen opgevoerd wer<strong>de</strong>n. Ook <strong>de</strong> stukken<br />

van BREDERO : Rodd'rick en<strong>de</strong> Alphonsus, Griane en zijn kluchten<br />

wer<strong>de</strong>n er gespeeld. Toch ging <strong>het</strong> er niet eendrachtiglijk<br />

naar wensch. De le<strong>de</strong>n ston<strong>de</strong>n ver<strong>de</strong>eld in twee kampen :<br />

<strong>de</strong> aanhangers van <strong>het</strong> op classieke leest geschoei<strong>de</strong> drama,<br />

<strong>voor</strong>al nagevolgd van Seneca, en <strong>de</strong> <strong>voor</strong>stan<strong>de</strong>rs van <strong>het</strong><br />

meer romantische tooneel dat zich vrijer wil<strong>de</strong> bewegen, meer<br />

rechtstreeks <strong>de</strong> <strong>voor</strong>tzetting was van <strong>het</strong> mid<strong>de</strong>leeuwsch tooneel,<br />

met invloe<strong>de</strong>n evenwel van <strong>het</strong> Engelsche en inzon<strong>de</strong>rheid<br />

van <strong>het</strong> Spaansche drama. On<strong>de</strong>r <strong>de</strong> roerigste ver<strong>de</strong>digers<br />

van <strong>de</strong>ze richting on<strong>de</strong>rscheid<strong>de</strong> zich Rid<strong>de</strong>r RODENBURG<br />

THEODORE RODENBURG, schrijver van een aantal 1580-1644<br />

ge<strong>de</strong>eltelijk bewaar<strong>de</strong>, chaotisch-romantische tooneelspelen,<br />

o. a. Trouwe Batavier en Keyser Otto.<br />

De wrijvingen wer<strong>de</strong>n weldra zoo erg, dat in 1617<br />

DE DUYTSCHE<br />

een <strong>de</strong>el <strong>de</strong>r le<strong>de</strong>n o. a. Dr. SAMUEL COSTER, HOOFT ACADEMIE<br />

en BREDERO <strong>de</strong> kamer verlieten en een nieuwe ver- 1617<br />

eeniging stichtten, die Duytsche Aca<strong>de</strong>mie<br />

gedoopt werd en<br />

on<strong>de</strong>rgebracht in een houten loods op <strong>de</strong> Keizersgracht. De<br />

humanistische orienteering van <strong>de</strong> oprichters blijkt niet alleen<br />

uit <strong>de</strong>n naam die ze er aan gaven, maar ook uit hun inzicht<br />

er les te laten geven in verschillen<strong>de</strong> vakken <strong>de</strong>r wetenschap.<br />

Hiervan kwam echter niet veel in huis.<br />

Niet alleen wer<strong>de</strong>n er in dit stichtingsjaar <strong>de</strong> Ware-nar van<br />

107


HOOrT en <strong>de</strong> Spaansche Braban<strong>de</strong>r<br />

van BREDERO opgevoerd,<br />

maar ook <strong>de</strong> stukken van hem die <strong>de</strong> drijfkracht van <strong>de</strong><br />

on<strong>de</strong>rneming was, Dr. SAMUEL COSTER.<br />

Van <strong>de</strong>n beginne of bleek <strong>het</strong> dat <strong>de</strong> Aca<strong>de</strong>mie<br />

SAMUEL<br />

COSTER <strong>de</strong> Calvinistische predikanten niet welgevallig was :<br />

1579-± 1 665 een


Toen in 1664 <strong>de</strong> schouwburg meer en meer te klein bleek<br />

en een nieuwe opgebouwd werd, koester<strong>de</strong> Von<strong>de</strong>l<br />

NIEUWE<br />

<strong>de</strong> geheime hoop dien an<strong>de</strong>rmaal te zien inhuldigen, SCHOUWBURG<br />

nu met Adam in Ballingschap; dock dit treurspel werd 1664<br />

terzij<strong>de</strong> geschoven ten <strong>voor</strong><strong>de</strong>ele van een onbedui<strong>de</strong>n<strong>de</strong><br />

allegorie van Vos.<br />

Het moet dan ook niet verwon<strong>de</strong>ren dat diens<br />

NIL<br />

strekking, welke eveneens door G. BRANDT met zijn<br />

VOLENTIB US<br />

ARDUUM<br />

Veinzen<strong>de</strong> Torquatus gevolgd werd, een reactie te <strong>voor</strong>- 1669<br />

schijn riep. On<strong>de</strong>r <strong>de</strong> leiding van Dr. MEYER en PELS ont-<br />

stond een genootschap Nil Volentibus arduum<br />

(Niets valt <strong>de</strong>genen<br />

die willen hard) dat <strong>de</strong>n terugkeer aanprees tot <strong>het</strong><br />

strakke classicisme, niet zooals Von<strong>de</strong>l dat begrepen had,<br />

maar naar <strong>het</strong> <strong>voor</strong>beeld van <strong>de</strong> thans ook in Ne<strong>de</strong>rland<br />

doordringen<strong>de</strong> Fransche dichters, <strong>voor</strong>al van Corneille.<br />

Volgens <strong>de</strong> leer, die in dit en an<strong>de</strong>re <strong>de</strong>rgelijke dichtgenootschappen<br />

aangeprezen werd, vat men <strong>de</strong> kunst op als <strong>het</strong><br />

toepassen van vaste, <strong>voor</strong>namelijk <strong>de</strong>n vorm betreffen<strong>de</strong><br />

<strong>voor</strong>schriften, en bestaat <strong>het</strong> wezen <strong>de</strong>r poezie in <strong>het</strong> neerschrijven<br />

van


Teekening van Troost bij een tooneeltje<br />

uit Asselijn's


2. - DE DICHTERS<br />

Het spreekt vanzelf dat <strong>de</strong> dichtkunst niet alleen vertegenwoordigd<br />

werd door <strong>de</strong> vijf groote classieke figuren, maar dat<br />

rondom hen <strong>de</strong> literaire bedrijvigheid me<strong>de</strong> gaan<strong>de</strong> gehou<strong>de</strong>n<br />

werd door min<strong>de</strong>r begaaf<strong>de</strong> zangers die ofwel - indien ze<br />

tijdgenooten zijn - zich door <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> motieven lieten<br />

inspireeren, ofwel - indien ze in <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> helft van <strong>de</strong> eeuw<br />

optre<strong>de</strong>n - zich eenvoudig als hun epigonen beken<strong>de</strong>n.<br />

Nog een veel onrustiger leven dan Bre<strong>de</strong>ro, met j. J. STARTER<br />

wien hij als dichter overeenkomst vertoont, had JAN 1593?-1626<br />

jANSZ STARTER die, te Lon<strong>de</strong>n geboren, zich eerst in Fries-<br />

land en daarna te Amsterdam vestig<strong>de</strong>, om ten slotte op <strong>de</strong><br />

grenzen van Hongarije te gaan sterven. Naast verschillen<strong>de</strong><br />

tooneelwerken liet hij een bun<strong>de</strong>l gedichten verschijnen<br />

De Friesche Lusthof, waaruit sommige stukken naast die van<br />

Hooft en Bre<strong>de</strong>ro mogen gelegd wor<strong>de</strong>n.<br />

In <strong>de</strong> eerste <strong>de</strong>cennien was <strong>het</strong> godsdienstige leven van<br />

<strong>de</strong>ze natie die uit een godsdienstoorlog geboren was, zeer<br />

diep en innig ; en we stel<strong>de</strong>n vast hoe <strong>het</strong> bij een dichter als<br />

Von<strong>de</strong>l doorslaggevend was in zijn letterkundige productie.<br />

Tot <strong>de</strong> religieuse richting behoort in <strong>de</strong> eerste plaats <strong>de</strong><br />

Hagenaar JOHAN STALPART VAN DER WIELE, Katholiek<br />

J. STALPART<br />

priester te Delft. Hij schreef een groot getal geeste- VAN DER WIELE<br />

lijke lie<strong>de</strong>ren en ook eenige hekeldichten die na zijn<br />

1579-1630<br />

dood verzameld wer<strong>de</strong>n in <strong>de</strong>n bun<strong>de</strong>l Den Schat <strong>de</strong>r geestelijcke<br />

Lofsangen. Hij on<strong>de</strong>rscheidt zich door waar gevoel, een opgewekten<br />

toon en <strong>voor</strong>al een groote frischheid.<br />

Eveneens geestelijke lie<strong>de</strong>ren, maar strijdbaar<strong>de</strong>r<br />

J. REVIUS<br />

van toon lever<strong>de</strong> JACOBUS REVIUS, Calvinistisch pre- 1581-1658<br />

dikant te Deventer en later regent te Lei<strong>de</strong>n. Hij schreef een<br />

enkelen bun<strong>de</strong>l Over-I jsselsche Sangen en Dichten. Zijn krachtig<br />

persoonlijk talent stempelt hem tot een <strong>de</strong>r beste dichters<br />

van <strong>de</strong>n twee<strong>de</strong>n rang uit <strong>de</strong>ze perio<strong>de</strong>. Treffend bij hem<br />

is <strong>voor</strong>al <strong>de</strong> rhythmische schoonheid die, o. a. in zijn sonnetten,<br />

vaak aan Hooft herinnert.<br />

Een <strong>de</strong>r<strong>de</strong> religieus dichter van beteekenis is<br />

DIRK RAPAELSZ CAMPHUYSEN, geboren te Gorkum,<br />

en die <strong>voor</strong> schil<strong>de</strong>r opgeleid, or<strong>de</strong>r veel an<strong>de</strong>re be-<br />

D. R.<br />

CAMPHUYSEN<br />

1586-1627<br />

1 1 1


oepen ook dat van predikant uitoefen<strong>de</strong>. Evenals bij <strong>de</strong>n<br />

vorigen dichter treft ons in zijn bun<strong>de</strong>l Stichtelijke Rijmen <strong>de</strong><br />

ernstige grondtoon die nochtans min<strong>de</strong>r strak klinkt dan bij<br />

Revius. In tegenstelling met <strong>de</strong>zen was hij een <strong>de</strong>r populairste<br />

dichters uit <strong>de</strong> 1 7 e eeuw.<br />

De latere schrijvers bezitten min<strong>de</strong>r oorspronkelijkheid;<br />

meestal bewegen ze zich in <strong>de</strong>n ban van Von<strong>de</strong>l, terwijl<br />

an<strong>de</strong>ren zich bij <strong>het</strong> moraliseerend didactisme van Cats aansluiten.<br />

J. WESTERBAEN De Hagenaar JACOB WESTERBAEN on<strong>de</strong>rging <strong>de</strong>n<br />

1599-1670 invloed en van Cats (wat <strong>de</strong>n vorm aangaat : breedsprakige<br />

uitrafeling van <strong>het</strong> on<strong>de</strong>rwerp) en van Huygens (wat<br />

<strong>de</strong> behan<strong>de</strong>l<strong>de</strong> stof betreft). Zijn hoofdwerk is Ockenburgh,<br />

een uitvoerige beschrijving van zijn buitengoed in <strong>de</strong>n trant<br />

van Huygens' Hofwyck.<br />

J. DE DECKER Een zuiver<strong>de</strong>r toon vernemen wij in <strong>de</strong> gedichten<br />

1609-1666 van <strong>de</strong>n Amsterdamschen krui<strong>de</strong>nier en autodidact<br />

jEREMIAS DE DECKER, die in Rijmoefeningen, o. m. een reeks<br />

godsdienstige zangen gaf on<strong>de</strong>r <strong>de</strong>n titel Goe<strong>de</strong> Vrijdag, en<br />

een hekeldicht Lof <strong>de</strong>r Geldsucht.<br />

Het liefst werd Von<strong>de</strong>l tot <strong>voor</strong>beeld gekozen. Geen dichter<br />

is nochtans gevaarlijker na te volgen : indien <strong>de</strong> weidsche,<br />

emphatische zegging niet ge<strong>de</strong>kt wordt door machtig gevoel<br />

en poetische visie, slaat men al te gemakkelijk over in smakeloozen<br />

bombast, in « Parnastaal ».<br />

R. ANSLO REYER ANSLO leg<strong>de</strong> zich hoofdzakelijk toe op <strong>het</strong><br />

1626-1669 episch beschrijven<strong>de</strong> genre o. m. De Pest te Napels<br />

JOH.<br />

VOLLENHOVE<br />

1631-1708<br />

A. VAN DER<br />

GOES<br />

1647-1684<br />

en zijn Afscheit aan Amsterdam, waarin, naast veel opgeblazenheid,<br />

ook sours dichterlijke bezieling te ont<strong>de</strong>kken valt.<br />

Von<strong>de</strong>l zelf beschouw<strong>de</strong> VOLLENHOVE als een<br />

zijner « geestelijke zonen in <strong>de</strong> kunst ». Een zoon<br />

echter die zelfs niet tot aan <strong>de</strong> knieen van zijn va<strong>de</strong>r<br />

reikt, en in plaats van <strong>de</strong>zes poetische kracht, een overstelpend<br />

geweld van dikwijls wansmakelijke beel<strong>de</strong>n ten beste geeft.<br />

De beroemdste epigoon van Von<strong>de</strong>l is ANTONIDES<br />

VAN DER GOES, die wel zwier en verbeelding te over<br />

bezat, maar geen warmte genoeg om zijn statige<br />

alexandrijnen te doen Leven. Zijn IJstroom, een verheerlijking<br />

112


6s<br />

VONK EN<br />

X V I.<br />

Alles heeft zyn mond.<br />

Want uit <strong>de</strong> groote en fchoonheid <strong>de</strong>r fchepfekn word<br />

<strong>de</strong> oorfpronkelyke werkmeefler <strong>de</strong>r zelve befchouwt<br />

daar by vergeleeken zyn<strong>de</strong>. 't Boek <strong>de</strong>r Wysheid<br />

XV: r .<br />

Een gravure van J. Luyken <strong>voor</strong> zijn eigen<br />

dichtbun<strong>de</strong>l « Vonken <strong>de</strong>r Lief<strong>de</strong> Jezus ».


van Amsterdam, werd met buitengewonen bijval onthaald.<br />

Zijn invloed droeg machtig bij tot <strong>het</strong> ontstaan van <strong>de</strong> zoogenaam<strong>de</strong><br />

« dichtertaal », waardoor zooveel poetische producten<br />

van <strong>het</strong> ein<strong>de</strong> <strong>de</strong>r 17e en uit <strong>de</strong> 18° eeuw <strong>voor</strong> ons<br />

onleesbaar zijn.<br />

Gelukkig tre<strong>de</strong>n ons uit <strong>het</strong> laatste kwart twee dichters te<br />

gemoet, in wier werk <strong>de</strong> eerste glans van <strong>de</strong> zoo schitterend<br />

begonnen eeuw nog even nalaait. Bei<strong>de</strong>n, HEIMAN DULLAERT<br />

en JAN LUYKEN, hooren thuis bij <strong>de</strong> pietistische beweging die<br />

in <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> helft <strong>de</strong>r eeuw ontstaan was uit <strong>de</strong>n drang tot<br />

verdieping van <strong>het</strong> godsdienstig leven, en een zekere verwantschap<br />

vertoont met <strong>de</strong> mystiek <strong>de</strong>r mid<strong>de</strong>leeuwen.<br />

H. DULLAERT HEIMAN DULLAERT, te Rotterdam geboren en tot<br />

1636-1684 schil<strong>de</strong>r opgeleid (hij kwam in <strong>de</strong> leer bij Rembrandt)<br />

, was begaafd met een fijnen zin <strong>voor</strong> schoonheid,<br />

dien hij wist uit te drukken in een zeer persoonlijke taal met<br />

haast mo<strong>de</strong>rn-aandoen<strong>de</strong> beel<strong>de</strong>n en klankencombinaties.<br />

Daardoor, al is zijn werk weinig omvangrijk, neemt hij plaats<br />

naast <strong>de</strong> groote dichters <strong>de</strong>r gou<strong>de</strong>n eeuw. Zijn Christus-sonnetten,<br />

zijn Korenwanner aan <strong>de</strong> Win<strong>de</strong>n, alhoewel dit maar een<br />

vertaling is, zijn Aan mijn uitbran<strong>de</strong>n<strong>de</strong> Kaerse, zijn poezie <strong>voor</strong><br />

alle tij<strong>de</strong>n, geschreven door een wezenlijk kunstenaar.<br />

J. LUYKEN Evenzeer kan dit getuigd wor<strong>de</strong>n van <strong>de</strong>n Am-<br />

1649-1712 sterdamschen etser-dichter JAN LUYKEN. Zijn jeugd<br />

bracht hij door in levenslust en dartelheid, waarvan we <strong>de</strong>n<br />

neerslag zien in zijn bun<strong>de</strong>l erotische poezie Duytsce lier;<br />

hij openbaart er zich in als <strong>de</strong> beste navolger van Hooft.<br />

Wat <strong>de</strong> gaafheid van gevoel en <strong>de</strong> bekoorlijkheid van rhythme<br />

betreft, is hij heel zeker diens min<strong>de</strong>re, maar bij Been<br />

enkelen zijner groote <strong>voor</strong>gangers treffen wij een zoo frisch<br />

en innig weergeven van <strong>de</strong> natuurschoonheid aan. Daarna<br />

echter greep er in Luyken een ommekeer plaats naar een<br />

streng godsdienstig leven, naar een soort van symbolisch<br />

mysticisme. Na 1678 schreef hij een groot aantal stichtelijke<br />

dichtwerken, w. o. <strong>het</strong> <strong>voor</strong>naamste is Jezus en <strong>de</strong> Ziel. Die<br />

godsdienstige verzen on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n zich door eenvoud en<br />

tevens groote innigheid, en weerspiegelen treffend zijn mystisch<br />

gemoedsleven.<br />

114


3. — DE PROZASCHRIJVERS<br />

Meer dan in <strong>de</strong> vorige eeuw werd <strong>het</strong> proza beoefend,<br />

al bleef <strong>het</strong> toch nog steeds synoniem met<br />


J. VAN<br />

HEEMSKERK<br />

1597-1656<br />

als <strong>de</strong> Spaansche en Fransche hel<strong>de</strong>nromans, nl. <strong>de</strong> Amadisen<br />

Palmerijnverhalen. On<strong>de</strong>rtusschen was echter in Italie een<br />

nieuwe romansoort ontstaan, <strong>de</strong> pastorale, waarvan <strong>de</strong><br />

hoofdpersonen nu geen rid<strong>de</strong>rs of e<strong>de</strong>len meer, maar wel<br />

her<strong>de</strong>rs en her<strong>de</strong>rinnen zijn. Het genre raakte heel Europa<br />

door snel verspreid, en Hooft en Von<strong>de</strong>l brachten <strong>de</strong> arcadische<br />

atmosfeer op <strong>het</strong> tooneel over. De eigenlijke her<strong>de</strong>rroman<br />

werd in <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsche letterkun<strong>de</strong> ingeburgerd<br />

door JOH. VAN HEEMSKERK met zijn dikwijls herdrukte<br />

en veelvuldig nagevolg<strong>de</strong> Batavische Arcadia.<br />

De personages zijn pseudo-her<strong>de</strong>rs en -her<strong>de</strong>rinnen<br />

die een speelreisje doen naar Katwijk en elkaar on<strong>de</strong>rweg in<br />

hoofschen kout on<strong>de</strong>rrichten in allerlei on<strong>de</strong>rwerpen over<br />

geschie<strong>de</strong>nis, kunst, oudhe<strong>de</strong>n, enz.<br />

De hoofsch-galante romans naar Fransch <strong>voor</strong>beeld (M e " e<br />

<strong>de</strong> Scu<strong>de</strong>ry)wer<strong>de</strong>n niet min<strong>de</strong>r gegeerd, evenals <strong>de</strong> picareske-<br />

SCHELMEN- of schelmenromans. Deze waren van Spaanschen<br />

ROMANS oorsprong en had<strong>de</strong>n als hoofdpersonage een landlooper<br />

of be<strong>de</strong>laar. In <strong>de</strong> vertaling van een <strong>de</strong>zer picaresken,<br />

Lazarillo <strong>de</strong> Tormes, vond Bre<strong>de</strong>ro <strong>het</strong> grond-i<strong>de</strong>e <strong>voor</strong> zijn<br />

Spaanschen Braban<strong>de</strong>r. Deels ontleend aan buitenlandsche<br />

N. HEINSIUS bronnen, <strong>de</strong>els oorspronkelijk, schreef N. HEINSIUS,<br />

1656-1705? in dien trant, Den vermakelijken Avanturier, om zijn<br />

gave compositie en zijn luchtigen en geestigen toon, <strong>het</strong><br />

merkwaardigste product <strong>de</strong>r Ne<strong>de</strong>rlandsche romanliteratuur<br />

uit die perio<strong>de</strong>.<br />

REISVERHALEN Een nationaler en <strong>de</strong>gelijker karakter bezitten <strong>de</strong><br />

talrijke reisverhalen die naar aanleiding van <strong>de</strong> verre tochten<br />

<strong>de</strong>r Ne<strong>de</strong>rlandsche zeelie<strong>de</strong>n uitgegeven wer<strong>de</strong>n, en waarin<br />

eenvoudig, maar soms met aantrekkelijke naiefheid en<br />

pakken<strong>de</strong> aanschouwelijkheid, verteld werd wat <strong>de</strong> reizigers<br />

W. Y.<br />

zagen, <strong>de</strong><strong>de</strong>n of on<strong>de</strong>rvon<strong>de</strong>n. Vooral is bekend <strong>de</strong><br />

BONTEKOE Ge<strong>de</strong>nkwaardige Beschrijving van <strong>de</strong> reis die BONTEKOE<br />

1587-?<br />

tusschen 1616 en 1625 naar Oost-Indie <strong>de</strong>ed.<br />

GESCHIED-<br />

SCHRI JVING<br />

Wat <strong>de</strong> geschiedschrijving betreft, we zagen reeds<br />

dat Hooft in <strong>de</strong> latere perio<strong>de</strong> van zijn leven <strong>het</strong><br />

G. BRANDT<br />

genre tot een kunstvorm verhief. Zijn onmid<strong>de</strong>llijke<br />

1626-1685 leerling in <strong>het</strong> vak is GERARD BRANDT, die na een<br />

116


DE GOUDEN<br />

Historische feiten<br />

1585 Val van Antwerpen.<br />

160& Ruben uit Italie terug, vestigt zich<br />

<strong>voor</strong>goed te Antwerpen.<br />

1609 Twaalfjarig Bestand.<br />

1618-19 Dordtsche Syno<strong>de</strong>.<br />

1619 Terechtstelling v. Ol<strong>de</strong>nbarneveld.<br />

Hooft<br />

(geb. 1531)<br />

1601 Komt terug<br />

uit Italie.<br />

1603-05 Granida;<br />

Minnepoezie.<br />

Bre<strong>de</strong>ro<br />

ieb. 1585)<br />

1609 Huwelijk<br />

met Chr. van<br />

Erp. — Mui- 1611 Rodd'rick.<br />

<strong>de</strong>rkring.<br />

1612 Griane.,<br />

1613 Geeraerdt Kluchten.<br />

van Velzen.<br />

1617 Ware-Nar; 1617 Het Moor-<br />

Baeto.<br />

tje.<br />

1618 Stommen<br />

Rid<strong>de</strong>r.<br />

Spaanschen<br />

Braban<strong>de</strong>r.<br />

Dood.<br />

Von<strong>de</strong>l<br />

(geb. 1587)<br />

z_17 1597 Komt<br />

naar Amsterdam.<br />

1612 Pascha.<br />

1621 Dood van Aartshertog Albert.<br />

Ein<strong>de</strong> van <strong>het</strong> Bestand.<br />

1625 Dood van Maurits van Nassau.<br />

Fre<strong>de</strong>rik-Hendrik volgt hem op.<br />

1629 Inneming van 's-Hertogenbosch.<br />

Te Antwerpen verschijnt <strong>het</strong> eerste<br />

nieuwsblad, <strong>de</strong> « Wekelycke<br />

Tydinghe >> van Verhoeven.<br />

1632 A. Van Dijck vestigt zich als hofschil<strong>de</strong>r<br />

te Lon<strong>de</strong>n.<br />

1633. Frans Hals schil<strong>de</strong>rt <strong>de</strong>


gruwelstuk geschreven to hebben, zich op <strong>de</strong> geschie<strong>de</strong>nis<br />

toeleg<strong>de</strong> en <strong>voor</strong>al bekend is om zijn on<strong>de</strong>rhou<strong>de</strong>nd geschreven<br />

biographieen van Hooft, Von<strong>de</strong>l en De Ruyter.<br />

1 1 7


EEUW<br />

Huygens,<br />

(geb. 1596)<br />

Cats<br />

(geb. 1577)<br />

An<strong>de</strong>re<br />

schrijvers<br />

Zuidne<strong>de</strong>rlandsche<br />

literatuur<br />

Buitenlandsche Literatuur<br />

1605 Don Quichotte (Cervantes).<br />

Advancement of Learning<br />

(Bacon).<br />

1618 Sinner<br />

en Minnebeel<strong>de</strong>n.<br />

1609 Trouwen<br />

Batavier (Ro<strong>de</strong>nburg).<br />

1617 Duytsche<br />

Aca<strong>de</strong>mie.<br />

Iphigenia<br />

(Coster).<br />

Stalpart v. d.<br />

Wiele.<br />

1613 Roose-mondi<br />

(De Harduijn).<br />

1607-27 L'Astree (H. fUrfe).<br />

1611 De Engelsche vertaling van<br />

<strong>de</strong>n Bijbel.<br />

1616 Dood van Shakespeare.<br />

1621 Batava<br />

Tempe.<br />

1622 Coste.<br />

lick Mal.<br />

1625 Houwelyck.<br />

1620 God<strong>de</strong>licke<br />

Lof-sanghen.<br />

(De Harduijn).<br />

1621 Friesche ± 1621 Pelgrimagie<br />

(Boetius<br />

Lusthof (Starter).<br />

a Bolswert).<br />

1624 Stichtelijke<br />

rijmen (Camphuysen).<br />

1632 Spieghel.<br />

1637 Suzanna 1637 Trouv.<br />

Baerle 1. Ringh.<br />

1639 Daghwerck.<br />

1630 Overijsselsche<br />

Sangen.<br />

(Revius).<br />

1637 Statenbijbel<br />

Batavische Arcadia<br />

(Heemskerk).<br />

1641 Aran en<br />

Titus (Vos).<br />

1639-1678 Kiuchten<br />

van Ogier;<br />

1634 Aca<strong>de</strong>mie francaise.<br />

1635 Dood van Lope <strong>de</strong> Vega.<br />

1636 Le Cid (Corneille).<br />

1637 Discours <strong>de</strong> la Metho<strong>de</strong><br />

(Descartes).<br />

1640 Horace-Cinna (Corneille).


Historische feiten<br />

Hooft<br />

(geb. 1581)<br />

1642 Rembrandt schil<strong>de</strong>rt zijn


EEUW<br />

Huygens Cats<br />

(geb. 1596) (geb. 1577)<br />

An<strong>de</strong>re<br />

schrijvers<br />

Zuidne<strong>de</strong>rlandsche<br />

literatuur<br />

A644 Het Masker<br />

(P. Poirters).<br />

Buitenlandsche Literatuur<br />

1642 De Engelsche schouwburgen<br />

wor<strong>de</strong>n gesloten.<br />

1643 Polyeucte (Corneille).<br />

1645 Veinzen<strong>de</strong><br />

Torquatus.<br />

(Brandt).<br />

1647 Oogen-<br />

- troost.<br />

1649-1653 Grand Cyrus (Me' le <strong>de</strong><br />

Scu<strong>de</strong>ry).<br />

1651 Hofwijck.<br />

1653 Trijntje<br />

Cornelis.<br />

1666 Zeestraet.<br />

1683 Cluyswerck.<br />

1687 Dood.<br />

1656 Hofgedachten<br />

enz.<br />

1660 Dood.<br />

1659 Rijm-oefeningen.<br />

(J. <strong>de</strong><br />

Decker) .<br />

1669 Nihil Volentibus<br />

Arduum.<br />

Heiman<br />

Dullaert.<br />

1671 Duytsce<br />

Lier (Luyken).<br />

IJstroom (A. v.<br />

d. Goes).<br />

1672 Gedichten<br />

(Westerbaen).<br />

1677 Hooft<br />

(Brandt).<br />

1678 Jezus en <strong>de</strong><br />

Ziel (Luyken).<br />

1682 \7on<strong>de</strong>l<br />

(Brandt) .<br />

Jan Paasz<br />

(Asselijn).<br />

1685 De Ruyter<br />

(Brandt) .<br />

1686 Poezy<br />

(Vollenhove).<br />

1695 Vermakelijken<br />

Avanturier<br />

(N. Heinsius)<br />

.<br />

1657 Het Duyfken<br />

i. d. Steenrots<br />

(Poirters)<br />

1661 Gul<strong>de</strong>n cabinet<br />

(De Bie)<br />

Werken van M.<br />

<strong>de</strong> Swaen.<br />

1659 Precieuses ridicules (Moliere).<br />

1664 Tartufe (Moliere).<br />

1665 Paradise Lost (Milton).<br />

Maximes (La Rochefaucould)<br />

1667 Andromaque (Racine).<br />

1668 Fables (La Fontaine).<br />

L'Avare (Moliere).<br />

1669 Britannicus (Racine).<br />

1674 Art poetique (Boileau).<br />

1677 Phedre (Racine).<br />

1681 Dood van Cal<strong>de</strong>ron.<br />

1689 Esther (Racine) .<br />

1691 Athalie (Racine) .


OPGAVEN VOOR GELEIDE OEFENINGEN<br />

1. Geef een beeld van <strong>de</strong> godsdiensttoestan<strong>de</strong>n in <strong>de</strong> Vereenig<strong>de</strong> provincien,<br />

<strong>voor</strong>al in <strong>de</strong> eerste helft <strong>de</strong>r 17e eeuw.<br />

2. Welke zijn <strong>de</strong> beteekenis en <strong>de</strong> invloed geweest van <strong>de</strong> Bijbelvertaling<br />

(Statenbijbel)?<br />

3. On<strong>de</strong>rzoek <strong>de</strong> Renaissance-elementen in > van Hooft.<br />

4. Ga <strong>de</strong> verstechniek (maat, rijmschema, verssoorten, enz.) na bij Hooft<br />

en bij Von<strong>de</strong>l.<br />

5. Vertel iets over <strong>de</strong>n > van Bre<strong>de</strong>ro, omschrijf<br />

<strong>het</strong> karakter van Jerolimo en on<strong>de</strong>rzoek <strong>het</strong> stuk in verband met <strong>de</strong><br />

verschuiving van <strong>de</strong> economische en cultureele hegemonie van Brabant<br />

naar Holland.<br />

8. Wat weet gij over <strong>de</strong> talenkennis van Von<strong>de</strong>l (welke talen, waarom,<br />

op welken leeftijd, invloed op zijn werk)?<br />

9. Vindt men iets van Von<strong>de</strong>l's Zuidne<strong>de</strong>rlandsche afkomst in zijn werk<br />

terug?<br />

10. Welke gebeurtenissen hebben Von<strong>de</strong>l in zijn leven veel kommer en<br />

verdriet bezorgd? Vindt men daarvan <strong>de</strong>n terugslag in zijn werk?<br />

11. Maak een opstel over <strong>de</strong> hekeldichten van Von<strong>de</strong>l, zoo mogelijk<br />

met behulp van Bakhuizen v. d. Brink : Von<strong>de</strong>l met Roskam en<br />

Rommelpot. »<br />

12. Wat vers 'taat men on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> benaming « classiek treurspel >> (Aan <strong>de</strong><br />

hand van een treurspel van Von<strong>de</strong>l). Zet <strong>het</strong> verschil uiteen met een<br />

mo<strong>de</strong>rn tooneelstuk.<br />

13. Vergelijk een treurspel van Von<strong>de</strong>l met een tragedie van Corneille<br />

of Racine.<br />

14. Welke leerling uit <strong>de</strong> Latijnsche af<strong>de</strong>eling wil Von<strong>de</strong>l's Gysbreght<br />

van Aemstel vergelijken met Virgilius' Enei<strong>de</strong>?<br />

15. On<strong>de</strong>r wiens leiding wer<strong>de</strong>n in onzen tijd nog stukken van Von<strong>de</strong>l<br />

opgevoerd?<br />

16. Behan<strong>de</strong>l Potgieter's > <strong>voor</strong> <strong>de</strong> klasse, of een paar<br />

hoofdstukken uit Busken Huet : met 4:‹ Le Lion et le<br />

Moucheron » van La Fontaine.<br />

20. Wat bedoel<strong>de</strong> men met <strong>het</strong> versje : a Von<strong>de</strong>l wordt geprzen, Cats<br />

wordt gelezen >>? Is dat nog waar? Hoe zou <strong>het</strong> komen dat Cats in<br />

onzen tijd niet meer populair is.<br />

21. Wat zijn emblemata-bun<strong>de</strong>ls? Welke schrijvers bezorg<strong>de</strong>n er?<br />

22. Welke schrijvers behan<strong>de</strong>l<strong>de</strong>n in <strong>de</strong> 17 e eeuw <strong>de</strong>n moord op Floris V?<br />

En naar aanleiding waarvan bewerkten zij dat motief?<br />

23. Werk <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> gedachte uit : <strong>de</strong> Fransche 17-eeuwsche literatuur<br />

heeft een overwegend aristocratisch, <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsche een burgerlijk<br />

karakter.<br />

24. Geef een zoo volledig mogelijk overzicht van <strong>de</strong> geschie<strong>de</strong>nis van <strong>het</strong><br />

tooneel to Amsterdam.<br />

25. Hoe ontwikkel<strong>de</strong> zich <strong>de</strong> roman in <strong>de</strong> 17e eeuw?<br />

26. On<strong>de</strong>r welken invloed ontstond > (Raadpleeg<br />

<strong>de</strong> tabel).<br />

122


BIBLIOGRAPHISCHE NOTA'S<br />

1. Standaard-uitgaven.<br />

Gedichten van P. C. Hooft (P. Leen<strong>de</strong>rtz Wz. 2e uitg. bezorgd Floor<br />

F. A. Stoett). — De Werken van G. A. Bre<strong>de</strong>ro (J. ten Brink e.a.)lEen<br />

nieuwe uitgave in 3 d. is bezorgd door j. A. N. Knuttel (V. Looy). —<br />

De kluchten van Bre<strong>de</strong>ro (A. A. van Rijnbach). — De Werken van J.<br />

van <strong>de</strong>n Von<strong>de</strong>l, uitgeg. door J. van Lennep, herzien en bijgtwerkt door<br />

J. H. W. Unger. — Twee nieuwe uitgaven zijn : een bij <strong>de</strong> Mij. <strong>voor</strong><br />

goe<strong>de</strong> en goedkoope Lectuur, Amsterdam, bezorgd door Sterck, <strong>de</strong> Klerk<br />

e.a.; <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re bij De Torentrans, Zeist, door H. C. Diferee. — De dramatische<br />

Werken van Von<strong>de</strong>l (R. Blijstra en R. Bruch).<br />

2. Geannoteer<strong>de</strong>, doorgaans goedkoope uitgaven.<br />

Voor Von<strong>de</strong>l is <strong>het</strong> onmogelijk een volledige bibliographie op to geven;<br />

<strong>de</strong> meeste van zijn werken zijn, met commentaar, verschenen in <strong>de</strong> reeksen<br />

die hierachter opgesomd wor<strong>de</strong>n.<br />

Klassiek Lett. Pantheon :<br />

a. Bre<strong>de</strong>ro : Het Moortje. — De Spaansche Braban<strong>de</strong>r (Stoett).<br />

b. Cats : Verschillen<strong>de</strong> werken.<br />

c. Hooft : De meeste tooneelspelen. Erotische gedichten (V.<br />

Slooten). — Bloemlezing uit <strong>de</strong> Brieven (V. Nop).<br />

d. Huygens : De meeste dichtwerken.<br />

e. Camphuizen : Uitgelezen Rijmen (V. Vloten).<br />

f. Luyken : Duitsche Lier (M. Sabbe).<br />

g. Revius : Gedichten (V. Vloten).<br />

h. Stalpert van <strong>de</strong>r Wiele : Gedichten (V. Vloten).<br />

i. Starter : Bloemlezing (Meyer).<br />

j. Vollenhove : Bloemlezing (Lesturgeon).<br />

Van alle Tij<strong>de</strong>n<br />

a. *Gedichten uit <strong>de</strong> 17' eeuw (Tinbergen).<br />

b. *Bloemlezing uit C. Huygens (Kaakebeen).<br />

Zwolsche Herdrukken<br />

a. Hooft's Granida (Van <strong>de</strong>n Bosch).<br />

b. Warenar van Hooft en Coster (Leen<strong>de</strong>rtz).<br />

c. Lie<strong>de</strong>ren van Bre<strong>de</strong>ro (Buitenrust Hettema).<br />

d. Cats' Spaens Heydinnetje (Buitenrust Hettema).<br />

e. Van Janmaet en Jan-Compagnie. Uit Scheepsjournalen. (V. Eck).<br />

f. Thomas Asselyn, Jan Klaaz (Buitenrust Hettema).<br />

g. N. Heinsius, Den vermakelijken Avanturier (Ten Brink).<br />

Zonnebloemboekjes :<br />

a. *Uit Hooft's Lyriek (Spitz).<br />

b. *Stalpert v. d. Wielen (Knippenberg).<br />

Malmberg's Ne<strong>de</strong>rl. Schoolbibl.:<br />

a. *Proza uit <strong>de</strong> zeventien<strong>de</strong> Eeuw.<br />

b. *Nationale Lyriek uit <strong>de</strong> XVII' Eeuw.<br />

c. *Godsdienstige Lyriek uit <strong>de</strong> XVIIe Eeuw.<br />

123


Lyceum-Herdrukken :<br />

a. *Hooft als lyrisch en dramatisch dichter en als geschiedschrijver<br />

(V. d. Brink).<br />

b. *Breero's Spaansche Braban<strong>de</strong>r (V. d. Brink).<br />

c. *Bloemlezing uit Ne<strong>de</strong>rl. Prozaschrijvers <strong>de</strong>r 17e eeuw (Brands).<br />

Bibl. van Ne<strong>de</strong>rl. Letterk.:<br />

a. Lift Hooft's Ne<strong>de</strong>rl. Historian (Koopmans).<br />

b. Huygens.<br />

c. Bre<strong>de</strong>ro's Spaansche Braban<strong>de</strong>r (De Vooys).<br />

d. Hooft's Baeto (Koopmans).<br />

Meulenhoff's Bibliotheek van Ne<strong>de</strong>rl. Schrijvers<br />

a. *J. Cats. Een keur van verhalen<strong>de</strong> gedichten. (Vorrink).<br />

b. *Gedichten van P. C. Hooft (Engels).<br />

c. *Gedichten van G. A. Bre<strong>de</strong>ro (Schepers).<br />

d. *J. Luyken. Bloemlezing (Kramer).<br />

e. *Gedichten uit <strong>de</strong> 16 e en 17 e eeuw (Halberstadt).<br />

Ne<strong>de</strong>rlandsche Schrijvers<br />

a. *Hooft's Geeraerd van Veizen (Van <strong>de</strong>n Brink).<br />

b. *Van Von<strong>de</strong>l's dood tot Bil<strong>de</strong>rdijk (De Jong).<br />

Ne<strong>de</strong>rlandsche Schrifturen (Ykema, 's-Gravenhage) :<br />

a. J. v. Heemskerck's Batavische Arcadia.<br />

b. Bre<strong>de</strong>ro's Klucht van <strong>de</strong> Koe.<br />

Dietse Letteren (Meulenhoff, Amsterdam) :<br />

Journal... van W. Y. Bontekoe (Staverman).<br />

Ne<strong>de</strong>rlandsche Klassieken (Zutphen, Thieme) :<br />

a. Hooft, Episo<strong>de</strong> uit zijn Ne<strong>de</strong>rl. Historian (Stoett).<br />

b. Huygens, Costelick Mal en Voorhout (Leen<strong>de</strong>rtz).<br />

c. Brandt, Leven van Von<strong>de</strong>l (Hoeksma).<br />

d. Bre<strong>de</strong>ro, Spaansche Braban<strong>de</strong>r (Nauta).<br />

e. Hooft, Ware-Nar (Verdam).<br />

Libellenserie (Bosch en Keuning, Baarn) :<br />

a. Dirk Camphuysen, Bloemlezing (Heeroma).<br />

b. Bre<strong>de</strong>ro, Bloemlezing (Schenk).<br />

c. Revius, Bloemlezing (Hagen).<br />

d. Stalpart van <strong>de</strong>r Wielen, Bloemlezing (Kamphuis).<br />

Onze Letterkun<strong>de</strong>, (Kluwer, Deventer) :<br />

a. *Hooft : 1. Ware-Nar; 2. Granida.<br />

b. *Huygens, Gedichteti.<br />

Ver<strong>de</strong>r verschenen o. a. : Proza uit <strong>de</strong> 17 e eeuw (Knuttel). — Religieuse<br />

poezie <strong>de</strong>r 17e eeuw (Haspels). — Bre<strong>de</strong>ro's Twaalf Sonnetten van <strong>de</strong><br />

Schoonheyt (Marnix Gijsen). Von<strong>de</strong>l's Lyriek (Eking). — Von<strong>de</strong>ls<br />

dichtjuweelen (Poelhekke). — Verzen van Von<strong>de</strong>l (Bartels en Vrijdag).<br />

— J. v. d. Von<strong>de</strong>l, Dertig Gedichten (Stuiveling). — J. van <strong>de</strong>n Von<strong>de</strong>l,<br />

Op 's Hemels ron<strong>de</strong> spil (P. Maximilianus). — J. van <strong>de</strong>n Von<strong>de</strong>l<br />

in kort bestek (Knuttel en Verkruisen). — Lift alle werken van J.<br />

Cats (Buitenrust Hettema). — C. Huygens, Trijntje Cornelis en<br />

Hofwijck (Eymael). — J. Luyken, 1. Jezus en <strong>de</strong> Ziel (Reitsma, Wereldbibl.);<br />

2. Stichtelijke verzen (Hylkema). — G. Brandt, Het Leven van<br />

P. C. Hooft en <strong>de</strong> Lijkree<strong>de</strong>n (Dr P. Leen<strong>de</strong>rtz Jr, bij Nijhoff) ; Het Leven<br />

124


van J. van <strong>de</strong>n Von<strong>de</strong>l (Dr P. Leen<strong>de</strong>rtz J r , bij Nijhoff); Michiel <strong>de</strong><br />

Ruyter (Kalff, Wereldbibl.). — J. Revius, Over-Ysselsche Sangen en<br />

dichten (Smit, bij U. M. Holland). — Heiman Dullaert (Keurbun<strong>de</strong>ls,<br />

Hyman, Stenfert, Kroese). — Keus uit <strong>de</strong> lyr. ged. van Stalpart v. d.<br />

Wiele (Hoogewerff, bij Brand). — D. R. Camphuysen, Bloemlezing (D r<br />

van <strong>de</strong>r Does, bij Muusses, Purmerend).<br />

J. C.<br />

Twee volledige uitgaven van Von<strong>de</strong>l's treurspelen in mo<strong>de</strong>rne spelling<br />

zijn : in <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rl. Biblioth., bezorgd door C. R. DE KLERK en L. SIMONS:<br />

A. VERWEY : Volledige Dichtwerken en oorspronkelijk Proza. Daarnaast<br />

D r J. SALSMANS : Von<strong>de</strong>l's Lucifer, Adam in Ballingschap, Jozef in Dothan<br />

(Siffer) en Von<strong>de</strong>l <strong>voor</strong> ons Volk (Vlaamsche Drukkerij); D r C. VAN DE<br />

GRAFT : Verzen van Von<strong>de</strong>l.<br />

An<strong>de</strong>re uitgaven :<br />

*DE BAERE en VERBOVEN : Lyrische POeZie van J. V. d. Von<strong>de</strong>l (Keurboeken<br />

<strong>voor</strong> mid<strong>de</strong>lb. en normaalon<strong>de</strong>rwijs).<br />

Bronnen <strong>voor</strong> ver<strong>de</strong>re studie :<br />

Dr G. KALFF : Literatuur en tooneel te Amsterdam in <strong>de</strong> zeventien<strong>de</strong><br />

eeuw. Studien over Ne<strong>de</strong>rl. dichters <strong>de</strong>r 17' eeuw. — Von<strong>de</strong>l's<br />

Leven.<br />

D r J. A. W.01, : Geschie<strong>de</strong>nis van <strong>de</strong>n Amsterdamschen Schouwburg.<br />

J. F. M. STERCK : Het Leven van J. v. d. Von<strong>de</strong>l. Oorkon<strong>de</strong>n over<br />

Von<strong>de</strong>l en zijn kring. -- Hoofdstukken over Von<strong>de</strong>l en zijn kring.<br />

— Oud en nieuw over Joost v. d. Von<strong>de</strong>l. — Von<strong>de</strong>lbrieven uit <strong>de</strong><br />

XVII' eeuw aan en over <strong>de</strong>n dichter.<br />

H. C. DIFEREE : Von<strong>de</strong>l's Leven en Kunstontwikkeling.<br />

P. LEENDERTZ : Het Leven van Von<strong>de</strong>l (Meulenhoff).<br />

BARNOUW : Von<strong>de</strong>l (Tjeenk Willink).<br />

C. F. HASPELS : Von<strong>de</strong>l.<br />

A. VERWEY : Een Inleiding tot Von<strong>de</strong>l. — Von<strong>de</strong>ls Vers.<br />

L. SIMONS : Von<strong>de</strong>ls Dramatiek (Ne<strong>de</strong>rl. Biblioth.).<br />

A. GEERTS : Von<strong>de</strong>l als Classicus.<br />

C. R. DE KLERK : Kultuurbeschouwen<strong>de</strong> Inleiding tot Von<strong>de</strong>l (Ne<strong>de</strong>rl,<br />

Biblioth.) .<br />

HORSTEN : Von<strong>de</strong>ls Leven en Streven.<br />

B. H. MOLKENBOER : Von<strong>de</strong>lsc<strong>het</strong>sen (Brand).<br />

Dr E. VAN DE VELDE : Von<strong>de</strong>l en <strong>de</strong> plastische Kunsten (K. Vl. Acad.).<br />

Dr M. SABBE : Dierkennis en Diersage bij V.<br />

C. VERSCHAEVE : Uren bewon<strong>de</strong>ring (VI. Boekenhalle).<br />

J. VORRINK : Het Minnedicht in <strong>de</strong> 17 e eeuw (Sijthoff).<br />

J. PRINSEN P. C. Hooft (Elsevier).<br />

J. PRINSEN : G. A. Bre<strong>de</strong>ro (Meulenhoff).<br />

H. POORT : G. A. Bre<strong>de</strong>ro (Wolters).<br />

Dr J. WALCH : Boeken die men niet meer leest.<br />

Dr W. A. P. SMIT : J. Revius.<br />

Dr J. KARSEMEIJER : De dichter Jeremias <strong>de</strong> Decker (Holland te A'dam).<br />

r HOOGEWERFF : Stalpaert v. d. Wiele.<br />

L. C. MICHIELS : J. Stalpart v. d. Wiele (Tilburg, Bergmans).<br />

J. WILLE : Heiman Dullaert, zijn leven, omgeving en werk.<br />

C. H. 0. MORITZ VON WINNING en Prof. C. G. DE VOOYS : Johan <strong>de</strong><br />

Brune, <strong>de</strong> Ou<strong>de</strong>, een Zeeuwsche Christen-moralist en Humanist uit<br />

<strong>de</strong> 17' eeuw (Wolters).<br />

A. VAN DUINKERKEN : De Dichters <strong>de</strong>r Contra-Reformatie.<br />

Ver<strong>de</strong>r <strong>de</strong> novellen van Prof. J. TEN BRINK : De Bre<strong>de</strong>ro's; Jan Starter<br />

en zijn Wijf; Brechtje Spiegels. — J. A. ALBERDINGK THIJM : Portretten<br />

van J. v. d. Von<strong>de</strong>l. — Vele stukken uit <strong>de</strong> critieken van POTGIETER,<br />

BUSKEN HUET, BAKHUIZEN V. D. BRINK e. a.<br />

125


HOOFDSTUK V<br />

DE ACHTTIENDE EEUW<br />

DE PRUIKENTI JD (tot ± 1775)<br />

De pruikentijd was eigenlijk reeds in .<strong>de</strong> twee<strong>de</strong> helft <strong>de</strong>r<br />

1 7e eeuw begonnen. De ze<strong>de</strong>lijke grootheid van <strong>de</strong> republiek<br />

gaat allengs aan 't krimpen, wat o. m. blijkt uit <strong>de</strong> houding<br />

die <strong>de</strong> mogendhe<strong>de</strong>n tegenover haar aannemen bij <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rhan<strong>de</strong>lingen<br />

over <strong>de</strong>n vre<strong>de</strong> te Utrecht in 1713. Tot <strong>de</strong><br />

Ne<strong>de</strong>rlandsche gezanten zei men :


in <strong>de</strong>n re<strong>de</strong>rijkerstijd, opnieuw mo<strong>de</strong> dichtgenootschappen op<br />

te richten waar men zich <strong>voor</strong>al onledig hield met <strong>het</strong> opsporen<br />

van <strong>de</strong> kunstregels die bij <strong>het</strong> schrijven in acht dien<strong>de</strong>n<br />

genomen te wor<strong>de</strong>n. Daarbij was <strong>de</strong> invloed van <strong>het</strong> Fransche<br />

classicisme doorslaggevend. De 1 86 eeuw is immers <strong>de</strong> groote<br />

tijd van <strong>de</strong> uitstraling <strong>de</strong>r Fransche letterkun<strong>de</strong> heel Europa<br />

door, en dat prestige was zoo sterk dat een Ne<strong>de</strong>rlandsch<br />

schrijver, J. VAN EFFEN, zijn carriere begon met een in <strong>het</strong><br />

Fransch gesteld werk uit te geven.<br />

Namen die <strong>het</strong> onthou<strong>de</strong>n waard zijn komen dan<br />

ook zeldzaam <strong>voor</strong>. Een van <strong>de</strong> sympathiekste ge-<br />

stalten suit <strong>de</strong>zen tijd van schijn<strong>de</strong>ftigheid is <strong>de</strong>ze<br />

van PIETER LANGENDIJK, die te Haarlem geboren<br />

werd, en wien <strong>het</strong> leven niet veel an<strong>de</strong>rs dan armoe<strong>de</strong> en<br />

bitterheid gun<strong>de</strong>. Hij was wever en teeken<strong>de</strong> daarbij zelf <strong>de</strong><br />

damastpatronen, maar door <strong>de</strong> spilzucht, eerst van zijn moe<strong>de</strong>r<br />

en daarna van zijn vrouw, stierf hij even arm als hij<br />

geboren was, nadat <strong>de</strong> magistraat van Haarlem hem in zijn<br />

ou<strong>de</strong>n dag als stads-historieschrijver <strong>voor</strong> <strong>de</strong> ellen<strong>de</strong> gevrijwaard<br />

had. En toch is hij een <strong>de</strong>r lustigste Ne<strong>de</strong>rlandsche<br />

tooneelschrijvers, die <strong>de</strong> lijn van Bre<strong>de</strong>ro en Asselijn ver<strong>de</strong>r<br />

trekt, maar <strong>het</strong> eigen overdadig realisme on<strong>de</strong>r invloed van<br />

<strong>de</strong> Franschen en <strong>voor</strong>al van Moliere tempert. Zijn kluchten<br />

zijn vrij talrijk : tot <strong>de</strong> bekendste behoort Het we<strong>de</strong>rzijds<br />

Huvelijksbedrog (1 71 2-1 71 4) waarin een kale jonker zich uitgeeft<br />

<strong>voor</strong> een Poolschen graaf, en een even onvermogen<strong>de</strong><br />

jonge dame zich laat doorgaan als zeer rijk, om elkaar zand<br />

in <strong>de</strong> oogen te strooien. Als <strong>het</strong> bedrog ten slotte uitkomt<br />

blijkt <strong>het</strong> dat ze werkelijk van elkaar hou<strong>de</strong>n en zullen ze<br />

toch maar trouwen. Hier hebben we een niet onverdienstelijk<br />

uitgevoer<strong>de</strong> ze<strong>de</strong>nschil<strong>de</strong>ring en -hekeling. An<strong>de</strong>re kluchten<br />

zijn : Don Quichot op <strong>de</strong> bruiloft van Kamacho (1711), Krelis<br />

Louwen of Alexan<strong>de</strong>r <strong>de</strong> Groote op <strong>het</strong> Paetemaal (1715), eer<br />

een grappig intrigue-stuk waarin <strong>het</strong> avontuur verwerkt wordt<br />

van <strong>de</strong>n bedronken boer dien men bij zijn ontwaken laat<br />

gelooven dat hij Alexan<strong>de</strong>r <strong>de</strong> Groote is; ver<strong>de</strong>r De Wisfruns.<br />

tenaars (1 715 ) waarin hij zich lustig maakt over <strong>de</strong> manieen<br />

<strong>de</strong>r geleer<strong>de</strong>n. Dit alles is Been hooge kunst ; al streeft hij<br />

HET TOONEEL<br />

P. LANGENDIJK<br />

1683-1756<br />

127


naar karakterontleding, toch is zijn menschenkennis niet diep<br />

genoeg om zijn personages echt te doen leven. Maar dit<br />

tekort vergoedt hij door zijn handigheid om <strong>de</strong> tooneelen in<br />

elkaar te steken en door zijn meesterschap over <strong>de</strong> tooneeltechniek.<br />

Bovendien weerspiegelt en hekelt hij op soms leuke<br />

wijze <strong>de</strong> hebbelijkhe<strong>de</strong>n van zijn tijd. Deze neiging treedt<br />

nog meer op <strong>de</strong>n <strong>voor</strong>grond in zijn latere kluchten, o. m.<br />

in Quincampoix en Arlequin Actionist (1720), die allebei <strong>de</strong>n<br />

windhan<strong>de</strong>l bespottelijk maken. Nog ven<strong>de</strong>r gaat hij op <strong>het</strong><br />

gebied van <strong>de</strong> ze<strong>de</strong>nschil<strong>de</strong>ring met zijn Spiegel <strong>de</strong>r Va<strong>de</strong>rlandsche<br />

Kooplie<strong>de</strong>n, dat een poging is om een hoogerstaand blijspel<br />

te leveren en waarin hij <strong>het</strong> onbetrouwbare koopmansgeslacht<br />

van zijn tijd vergelijkt met <strong>de</strong> soli<strong>de</strong> va<strong>de</strong>ren uit <strong>de</strong><br />

vorige eeuw.<br />

HET PROZA Langendijk uitgezon<strong>de</strong>rd, heeft <strong>de</strong>ze perio<strong>de</strong> weinig<br />

oorspronkelijke tooneelschrijvers <strong>voor</strong>tgebracht. Als beter in<br />

overeenstemming zijn<strong>de</strong> met <strong>de</strong> <strong>de</strong>ftige geaardheid <strong>de</strong>r eeuw,<br />

werd <strong>de</strong> prozavorm meer en meer beoefend, natuurlijk nog<br />

<strong>het</strong> meest <strong>voor</strong> nuttigheidsdoelein<strong>de</strong>n, maar toch neemt men<br />

een algemeen streven waar om <strong>het</strong> proza, dat nu <strong>de</strong> geijkte<br />

vorm wordt <strong>voor</strong> al wat wetenschap of leering bedoelt te zijn,<br />

uiterlijk ook meer te verzorgen. Waard vermeld te wor<strong>de</strong>n is<br />

<strong>de</strong> arbeid van LAMBERT TEN KATE (1674-1731), die met<br />

zijn Gemeenschap tusschen <strong>de</strong> Gottische Spraeke en <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rduytsche<br />

(1710)<strong>de</strong> grondlegger werd van <strong>de</strong> mo<strong>de</strong>rne taalwetenschap.<br />

J. VAN EFFEN Als <strong>de</strong> verdienstelijkste prozaschrijver geldt JusTus<br />

1684-1735 VAN EFFEN. Hij was <strong>de</strong> zoon van een officier, bij<br />

wiens afsterven hij zijn studien moest on<strong>de</strong>rbreken en in zijn<br />

on<strong>de</strong>rhoud <strong>voor</strong>zien door als


Antoni<strong>de</strong>s van <strong>de</strong>r Goes, en zijn aanleg zorg<strong>de</strong> <strong>voor</strong> <strong>het</strong><br />

overige. In 1716 verscheen zijn eerste bun<strong>de</strong>l Mengeldichten,<br />

waardoor hij zich een soort vermaardheid verwierf, daar <strong>de</strong><br />

kunstliefhebbers van hein<strong>de</strong> en verre naar Abtswou<strong>de</strong> kwamen<br />

om een dichter achter <strong>de</strong>n ploeg te zien stappen. In 1723<br />

zei hij nochtans <strong>het</strong> landleven vaarwel, maar te Delft waarheen<br />

hij verhuisd was, ging <strong>het</strong> hem min<strong>de</strong>r goed, zoodat<br />

hij <strong>het</strong> volgend jaar reeds naar zijn geboorteplaats terugkeer<strong>de</strong><br />

en er zich uitsluitend met <strong>de</strong> letterkun<strong>de</strong> bezighield.<br />

Na zijn huwelijk in 1732 ging hij zich een twee<strong>de</strong> maal te<br />

Delft vestigen, maar overleed er <strong>het</strong> volgen<strong>de</strong> jaar.<br />

Behalve veel, grooten<strong>de</strong>els onbedui<strong>de</strong>n<strong>de</strong> gelegenheidsgedichten,<br />

schreef hij meestal huiselijke verzen en <strong>voor</strong>al natuurpoezie.<br />

Twee eigenschappen verra<strong>de</strong>n in hem <strong>de</strong>n echten<br />

dichter : een fijn gehoor <strong>voor</strong> <strong>het</strong> innerlijke versrhyi thme en<br />

een zuivere natuurvisie. Hij bezat jammer genoeg niet <strong>de</strong><br />

voldoen<strong>de</strong> zelfstandigheid om zich van <strong>de</strong> heerschen<strong>de</strong> onnatuurlijkheid<br />

in <strong>de</strong>n vorm los te maken; hem treft aldus <strong>het</strong><br />

<strong>voor</strong> een dichter fatale lot dat men van geen enkel zijner<br />

gedichten kan zeggen dat <strong>het</strong> een gaaf geheel is. In vele<br />

van zijn verzen wordt men bekoord door <strong>de</strong> waarachtige<br />

dichterlijkheid van gevoel en van zegging, maar telkens komt<br />

een woord, een repel <strong>de</strong>n indruk be<strong>de</strong>rven. Op een kleinigheidje<br />

na zijn Zomersche Avont, Morgenzang, De Maen bij Endymion<br />

meesterstukjes. Het •mooiste is dan nog Op <strong>de</strong>n Dood van<br />

mijn Dochtertje.<br />

Na Poot en zijn tijdgenooten, on<strong>de</strong>r wie DIRK SMITS ( 1702-<br />

1752) <strong>de</strong> <strong>voor</strong>naamste is, en die nog meest <strong>de</strong>n invloed <strong>de</strong>r<br />

dichters uit <strong>de</strong> 17e eeuw on<strong>de</strong>rgingen, komt <strong>de</strong> navolging<br />

van <strong>de</strong> Fransche classieke dichtkunst meer en meer in zwang.<br />

Eerst Corneille, Racine en Boileau, en daarna Voltaire zijn<br />

<strong>de</strong> groote mo<strong>de</strong>llen, waarnaar WILHELMINA VAN MERKEN<br />

(1721-1789), SYBRAND FEITAMA 694-1758) en an<strong>de</strong>ren<br />

zich richten. Ook <strong>de</strong> gebroe<strong>de</strong>rs VAN HAREN <strong>de</strong><strong>de</strong>n dit, maar<br />

zij althans bezaten genoeg scheppen<strong>de</strong> verbeelding om hier<br />

W. VAN HAREN met een afzon<strong>de</strong>rlijk woord bedacht te wor<strong>de</strong>n.<br />

1710-1768 WILLEM VAN HAREN, uit een a<strong>de</strong>llijk Friesch geslacht<br />

gesproten, genoot een door en door Fransche opvoeding,<br />

130


waarin <strong>voor</strong>al aan ze<strong>de</strong>ngisping gedaan werd. De Hollandsche<br />

Spectator van Van Effen verscheen eerst om <strong>de</strong> week, daarna<br />

tweemaal per week, en in 't geheel zagen 360 nummers <strong>het</strong><br />

licht, waarvan er 300 van <strong>de</strong> hand van Van Effen zelf zijn.<br />

le<strong>de</strong>re aflevering bracht een « vertoog », d.w.z. een opstel<br />

waarin <strong>de</strong> schrijver als volksopvoe<strong>de</strong>r en als moralisator optreedt.<br />

In die vertoogen heerscht nochtans een groote verschei<strong>de</strong>nheid<br />

van vorm (brieven, samenspraken, karakterteekeningen,<br />

zelfs verhaaltjes) en niet min<strong>de</strong>r van inhoud.<br />

Het mag <strong>de</strong>n schrijver daarbij als een verdienste aangerekend<br />

wor<strong>de</strong>n dat hij in meer dan een opzicht ingaat tegen <strong>het</strong> pietluttige<br />

van zijn tijd, en <strong>voor</strong>al dat hij door zijn <strong>voor</strong>beeld er<br />

toe bijgedragen heeft om <strong>de</strong>n <strong>de</strong>ftigen, pedanten prozastijl<br />

te vervangen door een losseren, vrijeren trant. Zeer bekend<br />

zijn <strong>de</strong> verhaaltjes Kobus en Agnietje (<strong>het</strong> verhaal van een<br />

« burgervrijage ») en Thysbuurs Os, waarin hij betrekkelijk<br />

frisch en levendig, in een taal die <strong>de</strong> dagelijksche omgangstaal<br />

soms nabijkomt, een aardig realistische teekening geeft<br />

van menschen en gebeurtenissen.<br />

Van Effen had veel navolgers, van wie Been van alien hem<br />

overtrof. On<strong>de</strong>r <strong>de</strong> vele an<strong>de</strong>re prozawerken zijn nog <strong>het</strong><br />

opsommen waard <strong>de</strong> Proeve van Taal- en Dichtkun<strong>de</strong> door B.<br />

HUYDECOPER (1695-1778) (1) en <strong>voor</strong>al De Opkomst en Bloei<br />

<strong>de</strong>r Vereenig<strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlan<strong>de</strong>n door S. STIJL (1731-1804).<br />

Wat nu <strong>de</strong> poezie betreft, haar beste vertegen-<br />

DE POEZIE :<br />

woordiger treedt ons reeds bij <strong>het</strong> begin <strong>de</strong>r eeuw H. C. POOT<br />

te gemoet. Deze, HUBERT CORNELISZ POOT is dan ► 689- 1733<br />

ook in <strong>de</strong> eerste plaats een <strong>voor</strong>tzetter, of een erfgenaam zoo<br />

men wil, van <strong>de</strong> dichters <strong>de</strong>r 1 7 e eeuw; <strong>voor</strong>al met Luyken<br />

heeft hij eenige overeenkomst. Het eigenaardige bij Poot<br />

is dat hij, te Abtswou<strong>de</strong> (bij Delft) uit een eenvoudig landbouwersgezin<br />

geboren, <strong>het</strong> type van <strong>de</strong>n boerendichter wordt.<br />

Hij was lid van <strong>het</strong> dichtgenootschap in <strong>het</strong> naburige dorp<br />

Schiplui<strong>de</strong>n, leer<strong>de</strong> er <strong>de</strong> verstechniek aan, las daarna <strong>de</strong><br />

groote dichters <strong>de</strong>r vorige eeuw, en ook <strong>de</strong> min<strong>de</strong>re o. w.<br />

(1) B. Huy<strong>de</strong>coper bezat <strong>de</strong> rijkste verzameling mid<strong>de</strong>leeuwsche handschrif ten<br />

van zijn tijd; hij is <strong>de</strong> eerste die een dui<strong>de</strong>lijk besef kreeg van <strong>de</strong> literatuur die<br />

<strong>de</strong> Renaissance <strong>voor</strong>afgaat.<br />

129


ekleed<strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> hooge ambten, o. m. te Brussel,<br />

raakte in financieele moeilijkhe<strong>de</strong>n, huw<strong>de</strong> in twee<strong>de</strong> huwelijk<br />

een Luiksche, wat niet gelukkig uitviel, en stel<strong>de</strong> door zelfmoord<br />

een ein<strong>de</strong> aan zijn leven.<br />

Zijn hoofdwerk is De Gevallen van Friso (1741), een soort<br />

hel<strong>de</strong>ndicht, waarvan <strong>de</strong> hoofdpersoon Friso, een Indiaansche<br />

prins, <strong>de</strong> stamva<strong>de</strong>r wordt <strong>de</strong>r Friezen. In <strong>het</strong> gedicht Leonidas<br />

(1742) richt hij een gloedvollen oproep tot zijn landgenooten<br />

om keizerin Maria-Theresia ter hulp te komen in <strong>de</strong>n Successie-oorlog.<br />

Wat van hem <strong>het</strong> mooiste blijft is zijn o<strong>de</strong> op<br />

Het menschelijk Leven, waarin hij zijn bittere levenservaringen<br />

verwerkte.<br />

Zijn broe<strong>de</strong>r ONNO ZWIER was eveneens werk- O. Z. VAN<br />

HAREN<br />

zaam in <strong>de</strong> politiek en in <strong>de</strong> diplomatie. Een familie-<br />

1713-1779<br />

schandaal dreef hem in 1760 naar <strong>de</strong> eenzaamheid van zij n<br />

Friesche bezittingen te Wolvega. Daar schreef hij verschillen<strong>de</strong><br />

werken : een treurspel Agon (1769) waarin hij <strong>het</strong> wanbe-<br />

stuur <strong>de</strong>r Hollan<strong>de</strong>rs in Indie schil<strong>de</strong>rt, en een episch-lyrisch<br />

gedicht De Geuzen (1776) dat <strong>de</strong>n opstand tegen Spanje<br />

her<strong>de</strong>nkt.<br />

Vormschoonheid moet men bij geen van bei<strong>de</strong> Van Harens<br />

zoeken : daar<strong>voor</strong> hanteeren zij hun taal op een te onbeholpen<br />

wijze. Hun vers is ruw en portend, maar daaron<strong>de</strong>r wordt<br />

men soms <strong>de</strong>n gloed gewaar van twee temperamentvolle<br />

dichters.<br />

131


OPGAVEN VOOR GELEIDE OEFENINGEN<br />

1. Trek een parallel tusschen <strong>de</strong> 15e- en 16e-eeuwsche re<strong>de</strong>rijkerskamers<br />

en <strong>de</strong> 18e-eeuwsche dichtgenootschappen. Toon in <strong>het</strong> bijzon<strong>de</strong>r aan<br />

dat zij <strong>voor</strong> <strong>de</strong> letterkun<strong>de</strong> weinig beteeken<strong>de</strong>n.<br />

2. Welke vreem<strong>de</strong> literaturen oefen<strong>de</strong>n invloed uit op <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsche<br />

in <strong>de</strong>ze perio<strong>de</strong>?<br />

3. Behan<strong>de</strong>l <strong>voor</strong> <strong>de</strong> klasse > van Potgieter.<br />

4. Kunt gij een verklaring vin<strong>de</strong>n <strong>voor</strong> <strong>het</strong> feit dat men <strong>de</strong> stukken van<br />

Langendijk tegenwoordig zoo graag speelt?<br />

BIBLIOGRAPHISCHE NOTA'S<br />

1. Geannoteer<strong>de</strong>, doorgaans goedkoope uitgaven :<br />

Klass. Letterk. Pantheon :<br />

a. Poot : Gedichten (Busken Huet).<br />

b. Langendijk : De kluchten en blijspelen (Meyer en Stoett).<br />

c. Van Effen : Bloemlezing uit <strong>de</strong>n Spectator (Van Vloten).<br />

d. 0. Z. van Haren : De Geuzen (Wie<strong>de</strong>r). — Willem <strong>de</strong> Eerste<br />

(Van Vloten).<br />

Zwolsche herdrukken<br />

Langendijk : We<strong>de</strong>rzijds Huwelijksbedrog (Te Winkel en De Jong).<br />

Malmberg's Ne<strong>de</strong>rl. Schoolbibl. :<br />

*Langendijk : We<strong>de</strong>rzijds Huwelijksbedrog (Wijffels).<br />

Bibl. van Ne<strong>de</strong>rl. Letterk.:<br />

Uit J. van Effen's > (Koopmans<br />

Onze Letterkun<strong>de</strong> :<br />

*Langendijk : Spiegel <strong>de</strong>r Va<strong>de</strong>rl. Kooplie<strong>de</strong>n.<br />

*Van Effen : Llit <strong>de</strong>n Holl. Spectator.<br />

Keurboeken <strong>voor</strong> Mid<strong>de</strong>lb. en Norm. On<strong>de</strong>rwijs (gemo<strong>de</strong>rniseer<strong>de</strong> spelling):<br />

*Langendijk: We<strong>de</strong>rzijdsch Huwelijksbedrog (De Baere, Verboven).<br />

*J. Van Effen : Bloeml. uit Hollandsche Spectator (Verstraeten).<br />

Libellenserie :<br />

H. C. Post : Een bloemlezing (Beversluis).<br />

Uilenreeks<br />

Poezie uit <strong>de</strong>n Pruikentijd (Van Duinkerken en Kelk).<br />

2. Bronnen <strong>voor</strong> ver<strong>de</strong>re Studie :<br />

Prof. DT L. KNAPPERT : Het ze<strong>de</strong>lijk Leven onzer Va<strong>de</strong>ren in <strong>de</strong> 18' eeuw.<br />

(Haarlem, Tjeenk Willink).<br />

HARTOG : De Spectatoriale Geschriften van 1741-1800.<br />

Dr C. H. PH. MEYER : Pieter Langendijk, zijn leven en werken.<br />

Prof. PRINSEN : Het Drama in <strong>de</strong> 18' eeuw in West-Europa.<br />

W. KLoos : Een daad van eenvoudige rechtvaardigheid.<br />

132


HOOFDSTUK VI<br />

HET DIEPE VERVAL IN ZUID-NEDERLAND<br />

(1 7 e en 1 8 e eeuw)<br />

Deze twee eeuwen vertoonen ons <strong>het</strong> schouwspel<br />

van <strong>het</strong> verdwijnen van een beschaving die hon<strong>de</strong>rd<br />

jaar vroeger meetel<strong>de</strong> on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> schitterendste van Europa.<br />

Er zijn in <strong>de</strong> geschie<strong>de</strong>nis weinig <strong>voor</strong>beel<strong>de</strong>n van een zoo<br />

snellen on<strong>de</strong>rgang van een cultuurland. De oorzaken zijn niet<br />

zeer talrijk, maar ze zijn beslissend. Door <strong>de</strong> uitwijking op<br />

groote schaal die geduren<strong>de</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> helft <strong>de</strong>r 1 6 e eeuw niet<br />

opgehou<strong>de</strong>n had, was hier zoowel <strong>de</strong> artistieke als <strong>de</strong> economische<br />

volkskiacht geknot. Geestelijke en stoffelijke verarming<br />

was <strong>de</strong> uitslag geweest van <strong>de</strong> troebelen. Langzaam,<br />

maar zeker, geraakte om staatkundige en godsdienstige re<strong>de</strong>nen,<br />

<strong>het</strong> geestelijk contact tusschen Noord en Zuid verbroken.<br />

Wellicht ware er een gelei<strong>de</strong>lijk herstel mogelijk geweest<br />

indien <strong>het</strong> land geduren<strong>de</strong> <strong>de</strong> 1 7 e eeuw niet steeds opnieuw<br />

door <strong>de</strong> invallen<strong>de</strong> legers geteisterd was gewor<strong>de</strong>n. Bovendien<br />

ontstond er aldra een kloof tusschen <strong>het</strong> yolk en <strong>de</strong><br />

hoogere hofkringen waar een vreem<strong>de</strong> t4a1 gesproken werd<br />

en va9waar geen belangstelling, laat staan aanmoediging to<br />

verwachten viel <strong>voor</strong> <strong>de</strong> nationale letterkun<strong>de</strong>. De lei<strong>de</strong>n<strong>de</strong><br />

stan<strong>de</strong>n : a<strong>de</strong>l, ambtenaars en geleer<strong>de</strong>n vervreemd<strong>de</strong>n van<br />

<strong>de</strong> groote massa.<br />

Wat er geschreven werd was dan ook bijna uitsluitend<br />

volksliteratuur, niet alleen omdat <strong>het</strong> bestemd was <strong>voor</strong> een<br />

nauwelijks 'ontwikkel<strong>de</strong>n lezerskring, maar ook omdat <strong>de</strong><br />

schrijvers zelf veelal niet hooger ston<strong>de</strong>n dan hun publiek,<br />

en blijk gaven van slechts rudimentairen smaak en kunstzin.<br />

Daaruit volgt dat <strong>de</strong> groote geestelijke stroomingen <strong>de</strong>r<br />

naburige lan<strong>de</strong>n onze literatuur volkomen onberoerd lieten.<br />

OORZAKEN<br />

VAN VERVAL<br />

133


De eerste jaren na <strong>de</strong> scheiding zijn nog <strong>de</strong> vrucht-<br />

DE EERSTE<br />

JAREN NA DE baarste : <strong>het</strong> geslacht dat toen leef<strong>de</strong> was in <strong>de</strong> 1 6°<br />

SCHEIDING eeuw geboren en kon onmid<strong>de</strong>llijk aanknoopen bij<br />

<strong>het</strong> -verle<strong>de</strong>n; bovendien had <strong>het</strong> er on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> regeering van<br />

Albert en Isabella <strong>de</strong>n schijn van dat <strong>de</strong> ou<strong>de</strong> welvaart ging<br />

weerkeeren.<br />

J. DE HARDUIJN<br />

De figuur die <strong>de</strong>ze perio<strong>de</strong> overheerscht is die van<br />

1582-± 1641 jusTus DE HARDUIJN, geboren te Gent, uit een ontwikkel<strong>de</strong><br />

en streng-katholieke familie. In zijn jeugd schreef<br />

hij een reeks erotische gedichten die later on<strong>de</strong>r <strong>de</strong>n titel<br />

De Weerlicke Lief<strong>de</strong>n tot Roose-mond uitgegeven wer<strong>de</strong>n door<br />

<strong>de</strong>n Aalsterschen re<strong>de</strong>rijker Caudron. Onmid<strong>de</strong>llijk herkent<br />

men in <strong>de</strong>zen bun<strong>de</strong>l <strong>het</strong> Renaissance-geluid dat door Van<br />

<strong>de</strong>r Noot ingezet was, maar bij <strong>de</strong> Harduijn zuiver<strong>de</strong>r, gayer<br />

van klankgehalte en van gevoelstoon. Deze poezie is <strong>de</strong><br />

eenige in Zuid-Ne<strong>de</strong>rland die gelijken tred houdt met <strong>het</strong><br />

nieuwe inzicht dat <strong>de</strong> Renaissance in <strong>het</strong> Noor<strong>de</strong>n aangebracht<br />

heeft. Zij ontleent daarnaast een bijzon<strong>de</strong>re bekoorlijkheid<br />

aan <strong>de</strong> innige versmelting van precieuse gekunsteldheid met<br />

argelooze verrukking.<br />

In 1 607 werd hij tot priester gewijd en kort daarop tot<br />

pastoor benoemd te Ou<strong>de</strong>gem, welk ambt hij geduren<strong>de</strong> ruim<br />

<strong>de</strong>rtig jaar waarnam. Zijn ingeboren schoonheidszin besteed<strong>de</strong><br />

hij nu aan stichtelijke poezie : <strong>de</strong> God<strong>de</strong>licke Lof-sanghen, waarin<br />

menig vers uit zijn vorigen bun<strong>de</strong>l <strong>voor</strong>komt, maar omgewerkt<br />

in religieusen zin. Zijn didactisme schaadt evenwel<br />

niet aan <strong>de</strong>n vormcultus, ook niet in zijn Val en<strong>de</strong> Op-Stand<br />

van David.<br />

J. D. HEEMSSEN Eveneens Renaissance-dichter was <strong>de</strong> geestelijke<br />

1581-1644 JOAN DAVID HEEMSSEN, wiens werk een zeker parallelisms<br />

vertoont met dat van De Harduijn. Zijn <strong>voor</strong>naamste<br />

bun<strong>de</strong>l zijn <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rduytsche PoEmata.<br />

R. VERSTEGEN Nog steeds dichtend in <strong>de</strong> ou<strong>de</strong> re<strong>de</strong>rijkersmaat,<br />

1550-± 1640 alhoewel hij <strong>de</strong> Renaissance-<strong>de</strong>nkbeel<strong>de</strong>n aankleef<strong>de</strong>,<br />

schreef R. VERSTEGEN O. M. Ne<strong>de</strong>rduytsche epigrammen en<strong>de</strong><br />

epitaphien, maar <strong>voor</strong>al <strong>het</strong> prozawerk Scharpzinnige Characteren,<br />

in <strong>de</strong>nzelf<strong>de</strong>n aard als die waarin Huygens zijn Ze<strong>de</strong>printen<br />

zou stellen, en dat van een <strong>voor</strong>treffelijk talent in <strong>het</strong> typee-<br />

1 34


en, soms ook van fijnen humor getuigt. Verstegen, uit een<br />

Hollandsche a<strong>de</strong>llijke familie te Lon<strong>de</strong>n geboren, stond hierbij<br />

ongetwijfeld on<strong>de</strong>r Engelschen invloed.<br />

Een an<strong>de</strong>r merkwaardig prozawerk is Duyfkens en BOETIUS A<br />

Willemynkens Pelgrimagie van BOETIUS A BOI4SWERT, BOLSWERT<br />

1580-?<br />

een symbolisch reisverhaal dat een mo<strong>de</strong>l is van<br />

zorgvuldig gestyleer<strong>de</strong> volkslectuur.<br />

Die eerste opleving na <strong>de</strong> kwa<strong>de</strong> jaren was onge-<br />

lukkig van korten duur. Het opnieuw uitbreken van<br />

<strong>de</strong> vijan<strong>de</strong>lijkhe<strong>de</strong>n maakte <strong>de</strong> <strong>voor</strong>tzetting <strong>de</strong>r<br />

reeds zoo precaire letterkundige traditie onmogelijk. Van<br />

beteekenis is daarbij dat <strong>de</strong> literatuur nieuwe banen opging<br />

doordat ze dienstbaar gemaakt werd aan <strong>de</strong> krachtige godsdienstige<br />

restauratie, die <strong>de</strong> meeste intellectueele krachten<br />

van <strong>het</strong> land in beslag nam, en waarin <strong>voor</strong>al <strong>de</strong> Jezuieten<br />

een <strong>voor</strong>name rol speel<strong>de</strong>n. Dit had een twee<strong>de</strong> kortstondige<br />

opleving <strong>voor</strong> gevolg, ditmaal van een letterkun<strong>de</strong> met een<br />

zuiver populair en ascetisch of althans didactisch karakter.<br />

Daarbij werd er veel min<strong>de</strong>r aan gedacht <strong>de</strong> Renaissancerichting,<br />

die De Harduijn vertegenwoordig<strong>de</strong>, ver<strong>de</strong>r uit te<br />

bouwen, dan terug te grijpen naar <strong>de</strong> vrome mid<strong>de</strong>leeuwsche<br />

motieven. Wel zijn er dichters zooals J. UsERmANs, in wiens<br />

bun<strong>de</strong>l erotische poezie Triumphus Cupidinis nog echo's<br />

naklinken van <strong>de</strong> Renaissance, evenals bii <strong>de</strong>n Norbertijner<br />

kanunnik D. BELLEMANS, schrijver van 'twee verzamelingen<br />

verzen Het Citherken van Jesus en Den Liefelijcken Paradijs-vogel;<br />

toch verschenen er reeds vroeg in <strong>de</strong> 1 7 e eeuw naar mid<strong>de</strong>leeuwschen<br />

trant geschreven liedboeken, zooals van L.<br />

MAKEBLIJDE en van W. DE PRETERE en evenzoo stichtelijke<br />

emblemata-verzamelingen, dit alles uitsluitend als lectuur <strong>voor</strong><br />

<strong>het</strong> yolk bedoeld.<br />

DE GODS-<br />

DIENSTIGE<br />

RESTAURATIE<br />

De verdienstelijkste van die didactische schrijvers<br />

A. POIRTERS<br />

is <strong>de</strong> Noordbrabantsche Jezuiet ADR. POIRTERS (ge- 1605-1674<br />

boren te Oisterwijk) die <strong>het</strong> grootste ge<strong>de</strong>elte van zijn leven<br />

in <strong>de</strong> Spaansche Ne<strong>de</strong>rlan<strong>de</strong>n doorbracht. Zijn eerste en<br />

bekendste werk is Het Masker van <strong>de</strong> Wereldt Afgetrocken<br />

(1644), bestaan<strong>de</strong> uit een reeks platen, met telkens een<br />

gedicht als verklaring, gevolgd door beschouwingen in proza.<br />

135


By :wren r?r, 14fi f*,4,M4t3I<br />

'fitelbladzij<strong>de</strong> van Poirters'<br />

Masker van <strong>de</strong> Wereldt afgetrocken ).


De grondtoon ervan is moraliseerend en hekelend, maar<br />

afgewisseld met fabels, spreekwoor<strong>de</strong>n, langere verhalen en<br />

luimige anecdotes. Het best kan men Poirters' werk vergelijken<br />

met dat van Cats, met dien verstan<strong>de</strong> dat <strong>de</strong> vergelijking<br />

ruim ten <strong>voor</strong><strong>de</strong>ele van Poirters uitvalt. In vlotte rijmvaardigheid<br />

staat hij bene<strong>de</strong>n <strong>de</strong>n Zeeuwschen raadpensionaris,<br />

naar <strong>de</strong> persoonlijkheid die uit


aldaar van 1639 tot 1678 zeven kluchten liet opvoeren die<br />

bekend zijn on<strong>de</strong>r <strong>de</strong>n naam De Zeven Hoofdzon<strong>de</strong>n. Hij is<br />

een geweldig realist, begaafd met een echt comisch talent<br />

om <strong>het</strong> volkskarakter en <strong>de</strong> volksze<strong>de</strong>n in een kleurige, maar<br />

dikwijls platte taal weer te geven.<br />

M. DE SWAEN De grootste Zuidne<strong>de</strong>rlandsche dichter uit <strong>de</strong> 1 7 e<br />

1654-1707 eeuw is wellicht MICHIEL DE SWAEN. Geboren te<br />

DE TOESTAND<br />

IN DE 18' EEUW<br />

Duinkerken waar hij een zeer verzorg<strong>de</strong> opvoeding genoot,<br />

werd hij « prins » van <strong>de</strong> re<strong>de</strong>rijkerskamer « De Karsouwieren<br />

». Hij ken<strong>de</strong> niet alleen <strong>de</strong> classieken, maar ook <strong>de</strong><br />

groote Fransche dichters en Von<strong>de</strong>l en Cats. Dat zijn kunst<br />

bere<strong>de</strong>neerd was, bewees hij door zijn Ne<strong>de</strong>rduytsche digtkun<strong>de</strong><br />

of Riimfrunst : een soort theorie van <strong>de</strong> woordkunst naar<br />

Fransch <strong>voor</strong>beeld. Zijn uitvoerig gedicht Het Leven en <strong>de</strong> Dood<br />

van Onzen Zaligmaker Jesus-Christus is episch van opzet, maar<br />

<strong>de</strong> mooiste ge<strong>de</strong>elten uit dit werk, evenals uit zijn talrijke<br />

Sedige Rijm-wercken, zijn <strong>de</strong> lyrische uitweidingen. Hoofdzakelijk<br />

besteed<strong>de</strong> hij echter zijn krachten aan <strong>de</strong> dramatiek : een<br />

Mauritius, een Catharina, naar <strong>de</strong>n geest een mid<strong>de</strong>leeuwsch<br />

heiligenspel, maar in een mo<strong>de</strong>rnen, d.w.z. Fransch-classieken<br />

vorm gegoten; De ze<strong>de</strong>lijfre doot van Keizer Karel V, vol staatkundige<br />

beschouwingen ; een vinnige klucht De verheerelijckte<br />

Schoenlappers of <strong>de</strong> gecroon<strong>de</strong> leersse en <strong>voor</strong>al een in hoogpoetischen<br />

toon gehou<strong>de</strong>n laat-mid<strong>de</strong>leeuwsch mysteriespel<br />

De mensch-wordingh van <strong>het</strong> eeutvigh Woort (1686) . Hiermee<br />

bereikt onze literatuur een laatste hoogtepunt. Von<strong>de</strong>l, en<br />

in min<strong>de</strong>re mate Cats, hebben invloed op hem uitgeoefend.<br />

In een <strong>voor</strong> <strong>de</strong>n tijd ongemeen zuivere taal weet hij zijn<br />

bezieling te uiten. Het is nog <strong>voor</strong> <strong>het</strong> laatst een heerlijke<br />

verskunst met klank en kleur in <strong>de</strong> lyriek en met soms een<br />

Oosterschen glans in <strong>de</strong> beel<strong>de</strong>n.<br />

Bij DE SWAEN, hoe waarachtig dichter hij ook<br />

is, neemt men een be<strong>de</strong>nkelijk verschijnsel waar : <strong>de</strong><br />

meeste zijner werken wer<strong>de</strong>n niet meer gedrukt. Op <strong>het</strong> ein<strong>de</strong><br />

<strong>de</strong>r 1 7e eeuw was dit verschijnsel trouwens haast algemeen<br />

gewor<strong>de</strong>n. De vervreemding van <strong>de</strong> hoogere stan<strong>de</strong>n en <strong>de</strong><br />

verwaarloozing van <strong>het</strong> volkson<strong>de</strong>rwijs, dit laatste <strong>het</strong> gevolg<br />

van <strong>de</strong>n bij <strong>voor</strong>tduring beroer<strong>de</strong>n politieken toestand in<br />

138


onze gewesten, had<strong>de</strong>n hun werk gedaan : een koopkrachtig<br />

publiek ontbrak, en <strong>de</strong> letterkun<strong>de</strong> liep dood. De 1 8 e eeuw<br />

geeft dan ook <strong>het</strong> volledigste verval to zien : wel wordt er<br />

nog, <strong>voor</strong>al in <strong>de</strong> re<strong>de</strong>rijkerskamers, aan « dichten » gedaan,<br />

wel wer<strong>de</strong>n er nog tooneelstukken geschreven en gespeeld,<br />

en zelfs werd nog wel eens een boek gedrukt, als b.v. <strong>de</strong><br />

Schat <strong>de</strong>r Fabelen van J. L. KRAFFT ; wel verscheen op <strong>het</strong><br />

keerpunt <strong>de</strong>r 1 8 e en <strong>de</strong>r 1 9 e eeuw <strong>het</strong> malsch prozawerk van<br />

K. BROECKAERT: Borgers in <strong>de</strong>n Estamin6, Den jongen Tobias en<br />

jellen en Mietje; maar over <strong>het</strong> algemeen heeft dit alles geen<br />

kunstwaar<strong>de</strong> en kan dus best onvermeld blijven in een overzicht<br />

van <strong>de</strong> schoone letteren. Vlaan<strong>de</strong>ren slaapt.<br />

139


OPGAVEN VOOR GELEIDE OEFENINGEN<br />

1. Geef een overzicht van <strong>de</strong> politieke geschie<strong>de</strong>nis van <strong>de</strong> Zuidflijke<br />

Ne<strong>de</strong>rlan<strong>de</strong>n in <strong>de</strong> 17e en 18e eeuwen.<br />

2. Trek een parallel tusschen <strong>de</strong> letterkun<strong>de</strong> en <strong>de</strong> schil<strong>de</strong>rkunst in <strong>de</strong><br />

eerste helft <strong>de</strong>r 17' eeuw. Hoe is <strong>de</strong> bloei van <strong>de</strong>ze en <strong>het</strong> verval<br />

van gene to verklaren?<br />

3. In <strong>het</strong> Zui<strong>de</strong>n greep men terug naar mid<strong>de</strong>leeuwsche motieven en<br />

keer<strong>de</strong> men ook eenigszins terug naar <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>leeuwsche toestan<strong>de</strong>n.<br />

Verklaar dat, en betrek in uw antwoord een vergelijking met <strong>de</strong> gelijktijdige<br />

toestan<strong>de</strong>n in <strong>het</strong> Noor<strong>de</strong>n.<br />

4. Tot welk politiek staatsverband behoor<strong>de</strong> Duinkerken op <strong>het</strong> oogenblik<br />

dat M. <strong>de</strong> Swaen er werkte? Se<strong>de</strong>rt wanneer en in welke omstandighe<strong>de</strong>n?<br />

5. Wie wil <strong>voor</strong> <strong>de</strong> klasse <strong>de</strong>n inhoud van


HOOFDSTUK VII<br />

DE OVERGANG VAN CLASSICISME NAAR<br />

ROMANTISME<br />

(± 1775-1837)<br />

Van <strong>het</strong> classicisme naar <strong>het</strong> romantisme of, met an<strong>de</strong>re<br />

woor<strong>de</strong>n, van <strong>het</strong> verstand naar <strong>het</strong> gevoel. De achttien<strong>de</strong><br />

eeuw was <strong>de</strong> tijd <strong>de</strong>r Verlichting die, on<strong>de</strong>r invloed van <strong>het</strong><br />

door <strong>de</strong> Renaissance versterkte individualisme, van <strong>de</strong> leer<br />

van Descartes en Spinoza en <strong>voor</strong>al van <strong>de</strong>n Engelschen wijsgeer<br />

Locke, als eenige bronnen van kennis <strong>de</strong> zinnelijke<br />

waarneming en <strong>het</strong> <strong>de</strong>nken aanvaard<strong>de</strong>. Nooit zooals toen<br />

wer<strong>de</strong>n <strong>de</strong> menschelijke volmaaktheid — ook in <strong>de</strong> kunst —<br />

en <strong>het</strong> menschelijk geluk nagestreefd door mid<strong>de</strong>l van <strong>de</strong><br />

« re<strong>de</strong> >>, van <strong>het</strong> gezond verstand. Die tyrannische overheersching<br />

van <strong>het</strong> koele <strong>de</strong>nkvermogen had <strong>de</strong> letterkun<strong>de</strong> doen<br />

verstarren tot <strong>het</strong> dorre classicisme, waaruit fantasie en gevoel<br />

verbannen bleven.<br />

De geschie<strong>de</strong>nis van <strong>de</strong> literatuur is in zekeren zin een<br />

nooit uitgestre<strong>de</strong>n strijd tusschen die twee elementen : hartstochtelijkheid<br />

en verbeelding aan <strong>de</strong> eene zij<strong>de</strong>, bere<strong>de</strong>neer<strong>de</strong><br />

verstan<strong>de</strong>lijkheid aan <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re. Wanneer een van bei<strong>de</strong><br />

oppermachtig wordt, is weldra een reactie to verwachten. Zoo<br />

ook wer<strong>de</strong>n in <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> helft van <strong>de</strong> achttien<strong>de</strong> eeuw reeds<br />

<strong>voor</strong>teekens merkbaar die er op wezen dat — evenals in <strong>de</strong><br />

16e eeuw — een omwenteling in <strong>de</strong> wereld van <strong>het</strong> <strong>de</strong>nken<br />

en <strong>het</strong> voelen nakend was. En zooals altijd kwam zij niet<br />

alleen in <strong>de</strong> letterkun<strong>de</strong> tot uiting, maar gaf zij aan <strong>het</strong><br />

wereldgebeuren zelf een nieuwe wending die even beslissend<br />

was als die teweeggebracht door humanisme, Renaissance en<br />

hervorming.<br />

Het geestesleven in <strong>de</strong> laatste <strong>de</strong>cennien van <strong>de</strong> 1 8 e eeuw<br />

141


werd door verschillen<strong>de</strong> en soms tegenstrijdige richtingen en<br />

stroomingen in gisting gebracht. Ou<strong>de</strong> en nieuwe opvattingen<br />

en beschouwingen lieten zich naast elkaar gel<strong>de</strong>n, vermeng<strong>de</strong>n<br />

zich soms met elkaar, maar kwamen ook niet zel<strong>de</strong>n in<br />

botsing. Uit <strong>de</strong> i<strong>de</strong>alen <strong>de</strong>r Verlichting, die hun beste woordvoer<strong>de</strong>rs<br />

von<strong>de</strong>n in Voltaire en <strong>de</strong> Encyclopedisten, groei<strong>de</strong>n<br />

<strong>de</strong> vrijheids- en gelijkheidsgedachten op wijsgeerig als op<br />

politiek gebied. Hoe <strong>de</strong>ze <strong>de</strong>n bo<strong>de</strong>m <strong>voor</strong>bereid<strong>de</strong>n waarop<br />

<strong>de</strong> Fransche revolutie zich voltrekken zou, hoeft hier niet<br />

ver<strong>de</strong>r uiteengezet to wor<strong>de</strong>n. Daarnaast was er, on<strong>de</strong>r invloed<br />

van <strong>de</strong>n Duitscher Winckelmann, grondlegger van <strong>de</strong> archaeologie,<br />

een vernieuw<strong>de</strong> belangstelling ontstaan <strong>voor</strong> <strong>de</strong> ditmaal<br />

ook Grieksche oudheid, een neo-hellenisme dat niet<br />

alleen opgang maakte in <strong>de</strong> wereld van <strong>de</strong> geleer<strong>de</strong>n, maar<br />

tevens tot in <strong>de</strong> literatuur en <strong>de</strong> plastische kunsten doordrong<br />

(Empire-stij11).<br />

Doch gelijktijdig met <strong>de</strong>ze uitingen, <strong>de</strong>els ermee parallel<br />

en <strong>de</strong>els ermee in conflict, verneemt men over heel West-<br />

Europa <strong>de</strong> eerste teekens van <strong>de</strong> gevoelsstrooming, van <strong>de</strong>n<br />

zin <strong>voor</strong> <strong>de</strong> groote levensraadsels, van <strong>het</strong> verdiepen van <strong>het</strong><br />

eigen zieleleven. In Engeland had<strong>de</strong>n <strong>het</strong> gevoel en <strong>de</strong> fantasie<br />

nooit hun recht gansch verloren, dank zij <strong>het</strong> prestige<br />

dat Shakespeare er bewaard had. De eerste reactie tegen <strong>het</strong><br />

classicisme was er eigenlijk al begonnen in <strong>de</strong> jaren 1740<br />

met <strong>het</strong> verschijnen van E. Young's Night Thoughts (Nachtgedachten).<br />

Maar twintig jaar later brak overal <strong>het</strong> verzet<br />

van <strong>het</strong> herleef<strong>de</strong> gevoel los, dat gaan<strong>de</strong>weg zou aangroeien<br />

tot wat men <strong>het</strong> Romantisme noemt. Het eerst weer in Engeland<br />

met <strong>de</strong> publicatie, door Macpherson, van <strong>de</strong> zoogenaamd<br />

oud-Schotsche balla<strong>de</strong>n van Ossian( 1765), waarin weemoedige<br />

landschappen, tee<strong>de</strong>re gevoelens, overwegingen over<br />

puinen en 's menschen lotgevallen schering en inslag zijn;<br />

tegelijkertijd verschenen <strong>de</strong> Reliques of ancient English Poetry<br />

van Percy, waardoor <strong>voor</strong> <strong>het</strong> eerst opnieuw <strong>de</strong> aandacht<br />

gevestigd werd op <strong>de</strong> ou<strong>de</strong> volkspoezie. Inmid<strong>de</strong>ls had Jean.<br />

Jacques Rousseau in 1761 Julie ou la nouvelle Heloise uitgegeven,<br />

en <strong>het</strong> jaar daarop zijn Emile, waarvan <strong>de</strong> held, opgegroeid<br />

in <strong>de</strong> leerschool <strong>de</strong>r natuur, zich on<strong>de</strong>rscheidt door zijn<br />

142


vatbaarheid <strong>voor</strong> gevoelsindrukken ; weldra volg<strong>de</strong> in Duitschland<br />

Lessing met zijn Laokoon (1766) en zijn Hamburgische<br />

Dramaturgic (1767-69) waarin hij <strong>de</strong>n strijd aanbindt tegen<br />

<strong>de</strong>n invloed <strong>de</strong>r Fransche classieken en <strong>de</strong> studie van Shakespeare<br />

aanprijst, terwijl <strong>de</strong> jonge Goethe in zijn roman Die<br />

Lei<strong>de</strong>n <strong>de</strong>s jungen Werthers *(1774), vol hartstochtelijkheid en<br />

droomerijen, <strong>het</strong> type schept van <strong>de</strong>n door


Aldus, in vogelvlucht bekeken, is <strong>de</strong> onrustige gang <strong>de</strong>r<br />

gebeurtenissen in Ne<strong>de</strong>rland geduren<strong>de</strong> <strong>de</strong>ze gewichtige<br />

perio<strong>de</strong> van overgang. Men begrijpt licht dat <strong>de</strong>rgelijke<br />

wisselvallige en dikwijls neerdrukken<strong>de</strong> omstandighe<strong>de</strong>n niet<br />

bevor<strong>de</strong>rlijk waren <strong>voor</strong> een normale ontwikkeling van <strong>de</strong><br />

romantische beweging. De verwarring in <strong>de</strong> geesten, gevolg<br />

van <strong>de</strong> ongunstige politieke toestan<strong>de</strong>n, <strong>de</strong>ed <strong>het</strong> contact<br />

met <strong>het</strong> buitenland eenigszins verliezen. On<strong>de</strong>r <strong>de</strong> jongere<br />

schrijvers, die <strong>de</strong> nieuwe i<strong>de</strong>alen toegedaan waren, bezat geen<br />

enkele een voldoend sterke persoonlijkheid om <strong>het</strong> romantisme<br />

<strong>de</strong>finitief ingang to doen vin<strong>de</strong>n. De gezagvolle<br />

Ne<strong>de</strong>rlandsche classieke philologie bekampte hardnekkig <strong>de</strong><br />

romantische opvattingen; <strong>de</strong>ze misten bovendien in Holland<br />

<strong>de</strong>n voedingsbo<strong>de</strong>m dien ze el<strong>de</strong>rs wel had<strong>de</strong>n : nl. <strong>de</strong> lief<strong>de</strong><br />

tot <strong>het</strong> nationaal verle<strong>de</strong>n en tot <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>leeuwsche yolksliteratuur.<br />

Nog steeds bestond er geen waar<strong>de</strong>ering <strong>voor</strong> <strong>de</strong><br />

aest<strong>het</strong>ische beteekenis <strong>de</strong>r letterkun<strong>de</strong> van <strong>voor</strong> <strong>de</strong> 1 7 e<br />

eeuw, zoodat nog in <strong>de</strong> jaren 1 820 <strong>de</strong> Duitsche romanticus<br />

Hoffmann von Fallersleben, toen hij tij<strong>de</strong>ns zijn reis in Noord-<br />

Ne<strong>de</strong>rland <strong>het</strong> ou<strong>de</strong> lied van <strong>de</strong> Twee Koningskin<strong>de</strong>ren aanhief,<br />

op laid gelach begroet werd.<br />

De vernieuwing was nochtans hoopvol ingezet gewor<strong>de</strong>n,<br />

en zelfs kon, wie om 1 780 afging op <strong>de</strong> plotselinge herleving<br />

van <strong>de</strong> literaire bedrijvigheid, wanen dat ook <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsche<br />

letteren eerlang <strong>voor</strong> <strong>de</strong> aanrukken<strong>de</strong> nieuwe gedachten<br />

zou<strong>de</strong>n gewonnen zijn. Natuurlijk werd <strong>het</strong> ou<strong>de</strong> niet met<br />

een slag opgeruimd : zooals altijd vernam men, naast <strong>het</strong><br />

frissche geluid <strong>de</strong>r vernieuwing, ook nog <strong>de</strong> vroegere opvattingen,<br />

en bij <strong>de</strong> meesten werkte <strong>de</strong> Verlichting geruimen<br />

tijd na. Maar <strong>de</strong> beteekenis van <strong>de</strong> jaren 1 778-83 is dat<br />

er slag op slag een aantal werken verschenen; in 1 7 78 <strong>het</strong><br />

eerste <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> richting geven<strong>de</strong> Theorie <strong>de</strong>r Schoone Kunsten,<br />

van H. VAN ALPHEN, in 1 782 <strong>de</strong> Gezangen mijner Jeugd, van<br />

J. BELLAMY, Sara Burgerhart, van WOLFS en DEKEN en <strong>het</strong><br />

volgend jaar Julia, van RHIJNVIS FEITH, die alle op een of<br />

an<strong>de</strong>r punt afbraken met, of reageer<strong>de</strong>n tegen <strong>de</strong> dorre en<br />

duffe r<strong>het</strong>oriek van <strong>de</strong>n Pruikentijd.<br />

144


Het streven van BELLAMY en zijn kring verdient J. BELLAMY<br />

<strong>voor</strong>zeker waar<strong>de</strong>ering. Deze Vlissinger bakkersgast, 1757-1786<br />

die <strong>het</strong> zoover bracht dat hij te Utrecht <strong>voor</strong> predikant kon<br />

stu<strong>de</strong>eren, en door zijn begaafdheid een niet geringen invloed<br />

uitoefen<strong>de</strong> op zijn omgeving, ijver<strong>de</strong> in <strong>de</strong> twee tijdschriften<br />

die hij met zijn vrien<strong>de</strong>n gesticht had, <strong>voor</strong> meer eenvoud en<br />

oorspronkelijkheid tegen <strong>het</strong> r<strong>het</strong>orische <strong>de</strong>r dichtgenootschappen.<br />

Waar hij echter <strong>het</strong> <strong>voor</strong>beeld wil<strong>de</strong> geven in zijn<br />

eigen bun<strong>de</strong>ls als Gezangen mijner Jeugd (1782), bleek zijn<br />

talent niet krachtig genoeg om op gezagvolle wijze nieuwe<br />

banen te openen. Voor ons gevoel lijdt hij zelf nog te veel<br />

aan <strong>de</strong> gebreken die hij bestreed, doch in zijn tijd was zijn<br />

natuurpoezie in rijmlooze verzen een nieuw geluid.<br />

Evenzeer gekant tegen <strong>de</strong>n achttien<strong>de</strong> eeuwschen H. VAN ALPHEN<br />

geest toon<strong>de</strong> zich H. VAN ALPHEN. Hij ken<strong>de</strong> <strong>de</strong> 1746-1803<br />

buitenlandsche letterkun<strong>de</strong> vrij goed, besefte hoe achteriijk<br />

<strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsche was en voel<strong>de</strong> zich genoopt naar <strong>het</strong> Duitsch<br />

een Theorie <strong>de</strong>r Schoone Kunsten (1778-80) te bewerken, waarin<br />

hij <strong>voor</strong>al waarschuwt <strong>voor</strong> zelfoverschatting en <strong>voor</strong> slaafsche<br />

navolging van <strong>de</strong> classieken. Hoe belangrijk dit werk<br />

ook is <strong>voor</strong> <strong>de</strong> ontwikkeling van <strong>de</strong> gedachten, Loch is <strong>de</strong><br />

man meer bekend gebleven om zijn Kleine Gedichten <strong>voor</strong><br />

Kin<strong>de</strong>ren (1778), die in hun tijd zeer verdienstelijk waren om<br />

<strong>de</strong> nieuwe paedagogische opvattingen (naar Rousseau) die<br />

er uit spreken.<br />

Van veel grooter literaire beteekenis is <strong>het</strong> werk<br />

BETJE WOLFF<br />

van BETJE WoLET en AAGJE DEKEN. Men zal moei- 1738-1804<br />

lijk in om <strong>het</strong> even welke letterkun<strong>de</strong> een <strong>voor</strong>beeld AAGJE DEKEN<br />

vin<strong>de</strong>n van trouwer samenwerking. Nochtans wer<strong>de</strong>n 1741-1804<br />

zij geboren en groei<strong>de</strong>n zij op in zeer verschillen<strong>de</strong> kringen.<br />

Betje Wolff, eigenlijk Elisabeth Bekker, te Vlissingen geboren,<br />

was een geestig en ruim ontwikkeld meisje dat Latijn, Fransch<br />

en Engelsch ken<strong>de</strong>, thuis was in <strong>de</strong> mo<strong>de</strong>rne literatuur <strong>de</strong>r<br />

naburige lan<strong>de</strong>n, dweepte met Rousseau, zelfs een beetje<br />

feministe was, en <strong>de</strong> pen met guitige brio wist te hanteeren,<br />

zoodat zij in <strong>de</strong> intellectueele kringen van haar dagen een<br />

persoonlijkheid van belang was. Met <strong>de</strong>n predikant Wolff<br />

gehuwd, werd zij in 1777 weduwe, kort nadat zij kennis<br />

145


Het rieten kluisje van Elisabeth Wolff-Bekker, waar Sara<br />

Burgerhart en Willem Leevend waarschijnlijk geschreven<br />

wer<strong>de</strong>n.


gemaakt had met Aagje Deken. Deze stam<strong>de</strong> uit een heel<br />

wat min<strong>de</strong>ren socialen stand en had haar jeugd in een weeshuis<br />

doorgebracht. Een punt van overeenkomst vertoon<strong>de</strong> zij<br />

met Betje Wolff : ook zij schreef verzen, die evenwel min<strong>de</strong>r<br />

getuigen van tintelen<strong>de</strong>n levenslust dan van ernst en vroomheid.<br />

Toen in 1 777 dominee Wolff overle<strong>de</strong>n was, gingen<br />

<strong>de</strong> nieuwe vriendinnen samenwonen. Van toen af, en heel<br />

<strong>de</strong>n tijd dat hun gehechtheid aan elkaar duur<strong>de</strong>, d.w.z. tot<br />

aan hun dood, schreven bei<strong>de</strong>n hun beste werken in trouwe<br />

collaboratie, al schijnt Aagje geen gunstigen invloed uitgeoefend<br />

te hebben. Een eerste en alleszins <strong>de</strong> <strong>voor</strong>naamste<br />

vrucht ervan was een roman De Historic van Mejuffrouiv Sara<br />

Burgerhart (1 . 782) , een lichtpunt na <strong>de</strong> benepenheid van <strong>de</strong>n<br />

Pruikentijd, een mijlpaal in <strong>de</strong> geschie<strong>de</strong>nis van <strong>de</strong>n Ne<strong>de</strong>rlandschen<br />

roman en bovendien een waar<strong>de</strong>vol kunstwerk.<br />

Als <strong>voor</strong>beeld had<strong>de</strong>n zij genomen <strong>de</strong>n Engelschman Richardson,<br />

schrijver van een aantal romans, waarin <strong>voor</strong> <strong>het</strong> eerst<br />

niet meer fictieve her<strong>de</strong>rs, prinsessen of avonturiers optra<strong>de</strong>n,<br />

maar werkelijk leven<strong>de</strong> personen uit <strong>de</strong> burgerij, en waarin<br />

<strong>het</strong> sentimenteele geschraagd werd door psychologie en<br />

ze<strong>de</strong>nschil<strong>de</strong>ring. Alhoewel B. Wolff en A. Deken <strong>het</strong> genre<br />

en ook <strong>de</strong>n briefvorm van Richardson overnamen en tevens<br />

on<strong>de</strong>r <strong>de</strong>n invloed van L. Sterne's humor ston<strong>de</strong>n, brachten<br />

ze toch een zelfstandigen nationalen roman <strong>voor</strong>ts Merkwaardig<br />

is <strong>voor</strong>al <strong>de</strong> evenwichtigheid waarmee ze <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong><br />

stroomingen van hun tijd met elkaar wisten te verzoenen tot<br />

een harmonisch levend verhaal. Want, al waren ze aan <strong>de</strong><br />

eene zij <strong>de</strong> gewonnen <strong>voor</strong> <strong>de</strong> nieuwe i<strong>de</strong>alen van Rousseau<br />

wat betreft <strong>de</strong> kin<strong>de</strong>ropvoeding en cle natuurvisie, toch bleken<br />

ze nog in merg en been gevoed met <strong>de</strong>


humor van zooveel leuke tooneeltjes : aan <strong>de</strong>zen levendigen,<br />

kwieken, van geest en gevoel tintelen<strong>de</strong>n stijl was men in<br />

die jaren, na zooveel solemneel proza, niet meer gewoon.<br />

Later volg<strong>de</strong>n nog an<strong>de</strong>re romans, als <strong>de</strong> Historic van <strong>de</strong>n<br />

Heer Willem Leevend, Brieven van Abraham Blankaart en <strong>de</strong><br />

Historic van Cornelia Wildschut, waarin <strong>de</strong> paedagogische ten<strong>de</strong>nz<br />

<strong>het</strong> kunstinzicht overwoekert. Daarenboven gaven zij hoe<br />

langer hoe meer toe aan <strong>de</strong> gevaren van <strong>de</strong>n roman in briefvorm<br />

: een moeilijk genre dat een haarfijne karakterontleding<br />

mogelijk maakt, doordat <strong>de</strong> personages zeer nauwkeurig kunnen<br />

weergeven wat er in <strong>de</strong> diepste schuilhoeken van hun<br />

gemoed omgaat; maar daartegenover dreigt gemakkelijk<br />

onnatuur en <strong>voor</strong>al langdradigheid, die <strong>de</strong> laatste, zeer omvangrijke<br />

werken van B. Wolff en A. Deken haast onleesbaar<br />

maken.<br />

De schrijfsters waren in 1788 als « patriotten » uitgeweken<br />

naar Bourgogne, vanwaar zij lien jaar later, door <strong>het</strong> faillissement<br />

van <strong>de</strong>n beheer<strong>de</strong>r hunner bezittingen, teruggeroepen<br />

werken. De bei<strong>de</strong> vrouwen leef<strong>de</strong>n <strong>voor</strong>taan van schrijf- en<br />

vertaalwerk ; in 1804 overle<strong>de</strong>n zij acht dagen na elkaar.<br />

RHI JNVIS FEITH Een an<strong>de</strong>r kenmerken<strong>de</strong>r aspect van <strong>de</strong> begin-<br />

1753-1824 nen<strong>de</strong> romantiek vin<strong>de</strong>n we in <strong>de</strong> sombere sentimen-<br />

taliteit en in <strong>de</strong> « Weltschmerz » van RHIJNVIS FEITH. Deze<br />

Zwollenaar, die mettertijd burgemeester van zijn va<strong>de</strong>rstad<br />

werd, vertegenwoordigt in onze letterkun<strong>de</strong> <strong>de</strong> « maan- en<br />

grafpoezie » on<strong>de</strong>r <strong>de</strong>n invloed van Goethe's Werther en van<br />

Young en Ossian. Zijn bei<strong>de</strong> romans Julia (1783) . en Ferdinand<br />

4n Constantia (1785) zijn <strong>voor</strong>beel<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> overgevoeligheid<br />

en <strong>de</strong> zwaarmoedigheid, opgehel<strong>de</strong>rd door een christelijke<br />

levensbeschouwing, die <strong>de</strong>n grondtoon uitmaakten van<br />

<strong>het</strong> romantisch gemoed, maar die ons tegenwoordig in hun<br />

breedsprakigheid en hun doodsverlangen vrijwel belachelijk<br />

<strong>voor</strong>komen. Toch zijn ze interessant o. m. hierom dat <strong>de</strong><br />

schrijver <strong>het</strong> uitzicht <strong>de</strong>r natuur in harmonie weet to brengen<br />

met <strong>de</strong> ziekelijke stemmingen zijner hel<strong>de</strong>n en heldinnen.<br />

In zijn latere poezie Het Graf (1791) en De Ou<strong>de</strong>rdom<br />

(1803), heerscht <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> weeke aandoenlijkheid, maar ook,<br />

ondanks <strong>de</strong>n dieperen klank, of en toe, van <strong>het</strong> wellui<strong>de</strong>n<strong>de</strong><br />

148


. Zo Inieb eenEngel<br />

.Toor aen AN'? C., C.7C.4.93 C.7r0.7r . . .<br />

Illustratie uit Julia door Mr. Feith.


woord, al te dikwijls <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> onechtheid.<br />

W. BILDERDIJK De -vorming en <strong>de</strong> aanleg van een figuur als WIL-<br />

1756-1831 LEM BILDERDIJK waren niet van dien aard dat ze <strong>het</strong><br />

romantisme zou<strong>de</strong>n bevor<strong>de</strong>ren. Hij werd geboren te Amsterdam<br />

uit een gegoe<strong>de</strong> burgersfamilie, maar had een troostelooze<br />

jeugd doordat hij tengevolge van een won<strong>de</strong> aan zijn<br />

voet van zijn vijf<strong>de</strong> tot zijn zestien<strong>de</strong> jaar genoodzaakt was<br />

zijn kamer te hou<strong>de</strong>n, en zijn tijd door te brengen met een<br />

onverzadigbaar verslin<strong>de</strong>n van boeken. Het gevolg was : eenzijdige<br />

ontwikkeling van geest en karakter en een egocentrische<br />

gemelijkh.eid die hem heel zijn leven bijgebleven is.<br />

Hij begon met antwoor<strong>de</strong>n in te sturen op <strong>de</strong> prijsvragen<br />

van <strong>de</strong> dichtgenootschappen, ging te Lei<strong>de</strong>n in <strong>de</strong> rechten<br />

stu<strong>de</strong>eren en vestig<strong>de</strong> zich in 1782 als advocaat in <strong>de</strong>n Haag.<br />

Toen was hij reeds volop aan <strong>het</strong> dichten en weldra kwamen<br />

verschillen<strong>de</strong> bun<strong>de</strong>ls kleine epische en lyrische poezie<br />

van <strong>de</strong> pers. Uit die eerste perio<strong>de</strong> dagteekenen vele romances,<br />

o. a. Elius (1786) en Urzijn en Valentijn (1795).<br />

Bij <strong>de</strong> oprichting <strong>de</strong>r Bataafsche Republiek in 1795 weiger<strong>de</strong><br />

hij <strong>de</strong>n eed van getrouwheid en week uit naar Lon<strong>de</strong>n,<br />

daarna naar Brunswijk, waar hij door <strong>het</strong> geven van lessen<br />

en door vertalen in zijn on<strong>de</strong>rhoud trachtte te <strong>voor</strong>zien. Hij<br />

bewerkte er in Ne<strong>de</strong>rlandsche verzen <strong>de</strong> Ossian-gedichten,<br />

Het Buitenleven (naar Delille's Homme <strong>de</strong>s Champs) en De<br />

Mensch (naar Pope's Essay on Man). Al zijn er, <strong>voor</strong>al on<strong>de</strong>r<br />

zijn vertalingen van Ossian, gelukkige verzen, geen enkel<br />

haalt <strong>het</strong> bij <strong>het</strong> gedicht Gebed (1796) dat dagteekent uit<br />

<strong>het</strong> eerste jaar van zijn ballingschap en dat tot zijn allerzuiverste<br />

poezie behoort.<br />

In 1806, toen Louis Napoleon koning van Holland werd,<br />

kwam hij terug naar


Napoleon (1806). Na <strong>het</strong> aftre<strong>de</strong>n van Louis Napoleon ken<strong>de</strong><br />

hij bittere ellen<strong>de</strong> ; toch verflauw<strong>de</strong> zijn literaire productie<br />

geen oogenblik : van <strong>het</strong> jaar 1808 dagteekenen zijn treurspelen<br />

: Floris V, Willem van Holland en Kormak, die alle Brie<br />

zweemen naar <strong>het</strong> Fransch classicisme ; in dit genre had hij<br />

trouwens <strong>het</strong> minst kans tot slagen. Daarnaast werkte hij aan<br />

een epos De On<strong>de</strong>rgang <strong>de</strong>r eerste Wareld (1810), dat onvoltooid<br />

bleef, en aan een reeks leerdichten waarin evenwel zijn<br />

persoonlijkheid zoo sterk op <strong>de</strong>n <strong>voor</strong>grond treedt dat zij<br />

tevens in hooge mate lyrisch van toon zijn : De Ziekte <strong>de</strong>r<br />

Geleer<strong>de</strong>n (1809), De Kunst <strong>de</strong>r Poezie (1809), De Geestenwareld<br />

( 181 1 ). Vooral van belang in <strong>de</strong>ze werken is zijn<br />

geweldig toornen tegen <strong>de</strong>n geest <strong>de</strong>r eeuw, tegen <strong>de</strong> veld<br />

winnen<strong>de</strong> nieuwe <strong>de</strong>nkbeel<strong>de</strong>n op godsdienstig, staatkundig<br />

en wijsgeerig gebied.<br />

Zijn Napoleontische gezindheid was slechts van korten<br />

duur geweest en door menig va<strong>de</strong>rlandlievend gedicht geheel<br />

verdrongen. Bij <strong>de</strong>n terugkeer van <strong>het</strong> Oranje-huis in 1813<br />

hoopte hun vurige aanhanger opnieuw, maar ook ditmaal te<br />

vergeefs, op een professorsambt, wat nieuwe verbittering<br />

wekte. Hij vestig<strong>de</strong> zich dan als privaat-docent te Lei<strong>de</strong>n<br />

waar hij een kleinen kring getrouwen, on<strong>de</strong>r wie Da Costa,<br />

om zich vereenig<strong>de</strong>, en op sommigen een machtigen invloed<br />

uitoefen<strong>de</strong>. In 1827 trok hij zich te Haarlem terug, steeds<br />

nog talrijke dichtbun<strong>de</strong>ls <strong>de</strong> wereld inzen<strong>de</strong>nd, waar o. m.<br />

Boetzang, De Rand <strong>de</strong>s Grafs en Uitvaart in <strong>voor</strong>komen. Hij<br />

overleed in 1831.<br />

Er is geen genre dat Bil<strong>de</strong>rdijk geduren<strong>de</strong> zijn dichterlijke<br />

loopbaan van ruim vijftig jaar onbeoefend liet; daarenboven<br />

is hij <strong>de</strong> auteur van talrijke prozawerken. In elke dichtsoort<br />

lever<strong>de</strong> hij proeven die men niet zon<strong>de</strong>r onverschilligheid kan<br />

<strong>voor</strong>bijgaan. En toch bevredigt hij bijna nergens. In karakter<br />

en levensloop was hij een zuiver romantische gestalte : hartstochtelijk<br />

en egocentrisch, vol zwaarmoedige verbittering en<br />

zelfpijniging, nergens bevrediging vin<strong>de</strong>nd en gekweld door<br />

<strong>het</strong> oneindige. Maar tevens was hij een reus van eruditie<br />

geput uit classieke bronnen, en een <strong>de</strong>nker, wars van <strong>de</strong>n<br />

nieuwen tijdgeest. Aan hem kleef<strong>de</strong> <strong>de</strong> vloek geboren te zijn<br />

1 5 1


« op <strong>de</strong> grens <strong>de</strong>r tij <strong>de</strong>n » : hij is tegelijkertijd <strong>de</strong> laatste<br />

<strong>de</strong>r classieken en een groot mislukt romanticus. Wanneer men<br />

be<strong>de</strong>nkt dat, gelijktijdig met zijn werkzaamheid, Goethe zijn<br />

« Faust » schreef, Chateaubriand zijn « Genie du Christianisme<br />

» en Lamartine zijn « Meditations poetiques >>, dat Byron,<br />

Shelley en Keats zijn tijdgenooten waren, dan voelt men<br />

wel eenigen wrevel tegen <strong>de</strong> « O<strong>de</strong> aan Napoleon » en « De<br />

Ziekte <strong>de</strong>r Geleer<strong>de</strong>n ». Het pijnlijkste bij hem is dat hij,<br />

meegesleept door zijn overweldigen<strong>de</strong> zeggingskracht, <strong>de</strong><br />

noodige zelfcritiek en smaak mist, en <strong>het</strong> sublieme op <strong>het</strong><br />

onverwachts laat uitloopen in <strong>het</strong> groteske. Hij heeft slechts<br />

weinig geschreven dat van <strong>het</strong> begin tot <strong>het</strong> ein<strong>de</strong> geslaagd<br />

kan heeten. Gewapend met <strong>het</strong> slagwoord : « poezie is ontboezeming<br />

van gevoel », liet hij <strong>de</strong> ongedisciplineer<strong>de</strong> scharen<br />

zijner duizen<strong>de</strong>n versregels maar aanrukken in hun gekletter<br />

van holklinken<strong>de</strong> woor<strong>de</strong>n en oneigen rhythmen en beel<strong>de</strong>n.<br />

Hij onthutst <strong>de</strong>n lezer door een opgewon<strong>de</strong>nheid die<br />

wel echt kan heeten, doch waaron<strong>de</strong>r men <strong>de</strong> warme menschelijkheid<br />

van <strong>de</strong>n waren dichter zel<strong>de</strong>n voelt kloppen.<br />

Bil<strong>de</strong>rdijk is bijna altijd verbijsterend, soms schitterend;<br />

slechts enkele keeren ontroert hij. Indien hij door <strong>het</strong> nageslacht<br />

verdient gelezen te wor<strong>de</strong>n, dan is <strong>het</strong> om zijn kortere<br />

stukken, als Gebed, Boetzang, Uitvaart waar <strong>de</strong> mensch zich in<br />

zijn tragische eenzaamheid en verworpenheid bloot geeft.<br />

J. F. HELMERS Ook van J. F. HELMERS waren, in <strong>de</strong> jaren van<br />

1767-1813 verdrukking, <strong>de</strong> va<strong>de</strong>rlandlieven<strong>de</strong> gevoelens echt<br />

genoeg, maar waar hij ze naar Bil<strong>de</strong>rdijk's <strong>voor</strong>beeld omzette<br />

in <strong>de</strong> sterk r<strong>het</strong>oricale verzen van zijn Hollandsche Natie, voelen<br />

we meer eerbied <strong>voor</strong> zijn burgermoed dan <strong>voor</strong> zijn<br />

dichterlijke begaafdheid.<br />

J. KINKER JOHANNES KINKER, die van 1817 tot 1830 profes-<br />

1764-1845 sor in <strong>het</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsch was aan <strong>de</strong> Universiteit te<br />

Luik, schreef eveneens verzen, maar zijn natuurlijk element<br />

was <strong>het</strong> critisch proza dat hij durf<strong>de</strong> gebruiken om in zijn<br />

tijdschrift De Post van Helicon scherpe waarhe<strong>de</strong>n te zeggen,<br />

o. m. over <strong>de</strong> sentimentaliteit van Feith en <strong>de</strong> valsche beeldspraak<br />

van zijn vriend Bil<strong>de</strong>rdijk.<br />

Nog veel ver<strong>de</strong>r van een juist begrip <strong>de</strong>r romantiek staan<br />

152


we met <strong>de</strong>n Rotterdamschen han<strong>de</strong>laar HENDRIK H. TOLLENS<br />

TOLLENS. Hij begon in <strong>de</strong> allerlaatste jaren <strong>de</strong>r 1780-1856<br />

eeuw met <strong>de</strong>n sentimenteelen trant van Feith na te volgen,<br />

maar later werd hij <strong>de</strong> bezinger van <strong>de</strong> stille huiselijkheid<br />

en tevre<strong>de</strong>nheid, die licht in benepen zelfgenoegzaamheid<br />

ontaardt en waarin <strong>het</strong> romantisch i<strong>de</strong>aal vervlakt en verburgerlijkt<br />

wordt. Dit is niet min<strong>de</strong>r <strong>het</strong> geval in zijn va<strong>de</strong>rlandsche<br />

romances, legen<strong>de</strong>n en gezangen, waar <strong>de</strong> bezieling<br />

niet geboren wordt uit <strong>de</strong> gekleur<strong>de</strong> i<strong>de</strong>aliseering van <strong>het</strong><br />

verle<strong>de</strong>n, maar wel uit <strong>het</strong> besef van veiligheid dat ie<strong>de</strong>re<br />

Ne<strong>de</strong>rlan<strong>de</strong>r moest meevoelen na <strong>de</strong> republikeinsche en napoleontische<br />

verschrikkingsjaren. Daarom juist werd hij <strong>de</strong><br />

volksdichter bij uitstek, wiens populariteit slechts haar weerga<br />

vindt bij die welke Cats genoten had. Verzen als Op <strong>de</strong> geboorte<br />

van mijn Zoontje, Lief<strong>de</strong> op <strong>het</strong> lis, Wien Neerlands Bloed,<br />

Konings Verjaardag (dit laatste naar aanleiding van <strong>de</strong> Belgische<br />

revolutie in 1830), en ook <strong>het</strong> uitvoeriger episch gedicht<br />

Overwintering op Nova-Zembla (1819) waren bij zijn tijdgenooten<br />

mondgemeen. Zijn faam heeft hij bij <strong>het</strong> nageslacht<br />

niet kunnen staan<strong>de</strong> hou<strong>de</strong>n, omdat hij als dichter veel min<strong>de</strong>r<br />

van belang is dan als vertegenwoordiger van <strong>de</strong>n tijd en<br />

<strong>de</strong> maatschappij waarin hij leef<strong>de</strong>.<br />

Evenzeer verschillend van Tollens als van Bil<strong>de</strong>r- A. C. W.<br />

dijk is <strong>de</strong> Gel<strong>de</strong>rsman ANTONI CHRISTIAN WINAND<br />

STARING<br />

1767-1840<br />

STARING, <strong>de</strong> eenige dichter uit <strong>de</strong>ze overgangsperio<strong>de</strong> bij<br />

wien <strong>de</strong> romantische <strong>de</strong>nkbeel<strong>de</strong>n, zoo niet scherp, dan toch<br />

op persoonlijke wijze, tot uiting komen in poezie van zuiverklinkend<br />

gehalte. Hij was groot-grondbezitter en bracht, na<br />

zijn rechtskundige studien te Har<strong>de</strong>rwijk en een paar jaren<br />

universiteit te Gottingen, zijn leven op <strong>het</strong> landgoed


menrijke verzen. Lief<strong>de</strong> tot <strong>de</strong> natuur, godsdienstzin, va<strong>de</strong>rlandslief<strong>de</strong><br />

en vooal persoonlijke emotie verwerkt hij tot<br />

beheerschte schoonheid. (Her<strong>de</strong>nking, Meilied, A<strong>de</strong>line verbeid,<br />

Lentezang, Oogstlied, enz.)<br />

Daarnaast schreef hij een aantal legen<strong>de</strong>n en vertellingen<br />

in versvorm, genre waarin hij onovertrof fen is. Wat Bil<strong>de</strong>rdijk<br />

te weinig had, bezat Staring in zeer hooge mate : zelfcritiek.<br />

Nooit bevredig<strong>de</strong> <strong>de</strong> vorm hem ten voile en zoo, door steeds<br />

opnieuw aangebrachte verbeteringen, bereikte hij een keurigheid<br />

en een vlekkeloosheid in verwoording en techniek, een<br />

juistheid van <strong>voor</strong>stelling en toon, die zijn verhalen tot meesterlijke<br />

kleinkunst verheffen. Het meest bekend zijn <strong>de</strong><br />

jaromir's, De Verjaardag, De Verjongings-cuur, De Twee Bultenaars,<br />

Marco, De Leerling van Pankrates.<br />

Ten slotte gaf hij, in navolging van Huygens, vrij talrijke<br />

epigrammen die in puntigheid en vinnige pittigheid niet moeten<br />

on<strong>de</strong>rdoen <strong>voor</strong> die van <strong>de</strong>n 1 7 e eeuwschen dichter.<br />

Alles sarnen genomen is Staring veruit <strong>de</strong> verdienstelijkste<br />

<strong>voor</strong>berei<strong>de</strong>r van <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsche romantiek. Zijn dichtkunst<br />

voed<strong>de</strong> hij met al <strong>de</strong> romantische elementen die tot<br />

zijn beschikking ston<strong>de</strong>n : hij was begaafd met een teere<br />

gevoeligheid, hij had een open oog <strong>voor</strong> <strong>de</strong> hem omringen<strong>de</strong><br />

natuur, voel<strong>de</strong> <strong>de</strong> bekoring <strong>de</strong>r ou<strong>de</strong> volkslegen<strong>de</strong>n, knoopte<br />

opnieuw aan met <strong>de</strong> <strong>voor</strong>beel<strong>de</strong>n uit <strong>de</strong> 1 7 e eeuw, maar<br />

dxukte op alles wat hij schreef zijn eigen persoonlijken<br />

stempel.<br />

Het moet niet te zeer verwon<strong>de</strong>ren dat te mid<strong>de</strong>n van <strong>het</strong><br />

gedreun <strong>de</strong>r Bil<strong>de</strong>rdijksche verzen en naast <strong>de</strong> huisbakkenheid<br />

van Tollens' liedjes, zijn werk weinig opgang maakte.<br />

Maar naarmate <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> geslachten dui<strong>de</strong>lijker kon<strong>de</strong>n<br />

on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n tusschen echt en onecht, lieten zij <strong>de</strong>n beschei<strong>de</strong>n<br />

Gel<strong>de</strong>rsman meer en meer recht we<strong>de</strong>rvaren.<br />

J. GEEL Er bestaat tusschen <strong>de</strong>n dichter Staring en <strong>de</strong>n<br />

1789-1862 schrijver van proza-verhan<strong>de</strong>lingen JACOB GEE',<br />

veel meer overeenkomst clan men oppervlakkig zou <strong>de</strong>nken.<br />

Veel van wat <strong>de</strong> een intuitief in zijn verzen toepaste, werd<br />

door <strong>de</strong>n an<strong>de</strong>r als theorie in zijn verhan<strong>de</strong>lingen <strong>voor</strong>gehou<strong>de</strong>n.<br />

Voorts hebben zij bei<strong>de</strong>n gemeen <strong>de</strong> aristocratie<br />

154


van <strong>de</strong>n vorm en <strong>de</strong> keurigheid van <strong>de</strong> uitdrukking.<br />

Geel werd to Amsterdam geboren en werkte zich, na een<br />

vrij moeilijke jeugd, op tot bibliothecaris en professor aan<br />

<strong>de</strong> Leidsche universiteit. Hij was eigenlijk classicus, maar zijn<br />

levendige en ruime belangstelling bestreek heel <strong>de</strong> letterkundige<br />

bedrijvigheid in binnen- en buitenland. Alhoewel hij<br />

geen stelling nam, begreep en waar<strong>de</strong>er<strong>de</strong> hij <strong>de</strong> romantische<br />

i<strong>de</strong>alen, zoodat men in hem <strong>voor</strong> <strong>het</strong> eerst een harmonische<br />

versmelting van Verlichting, Hellenisme en Romantiek aantreft.<br />

Zijn uitsluitend critisch aangeleg<strong>de</strong> geest uitte zich in een<br />

reeks weinig talrijke essay's (<strong>de</strong> meeste verschenen on<strong>de</strong>r<br />

<strong>de</strong>n titel On<strong>de</strong>rzoele en Fantasie, 1838), die grooten invloed<br />

uitoefen<strong>de</strong>n niet alleen door <strong>de</strong> i<strong>de</strong>een welke hij er in ver<strong>de</strong>dig<strong>de</strong><br />

(o. m. : poezie is arbeid ; <strong>het</strong> proza is evenals <strong>het</strong><br />

vers een kunstvorm), maar ook door <strong>de</strong> artistieke waar<strong>de</strong><br />

van zijn schrifturen zelf. Hier hebben we in<strong>de</strong>rdaad opnieuw<br />

een lenig en geestig proza, waarin <strong>de</strong> classieke tucht en <strong>de</strong><br />

speelsche beweeglijkheid elkaar in evenwicht hou<strong>de</strong>n, en<br />

waaruit gedurig discrete ironie opglanst (b.v. als hij <strong>de</strong>n<br />

spot drijft met <strong>de</strong> <strong>voor</strong>tvaren<strong>de</strong> ontboezemingspoezie van<br />

Bil<strong>de</strong>rdijk).<br />

Samen met Wolff en Deken bereid<strong>de</strong> hij <strong>de</strong>n weg <strong>voor</strong><br />

<strong>de</strong> grootmeesters van <strong>het</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsche proza : Potgieter<br />

en Multatuli.<br />

155


OPGAVEN VOOR GELEIDE OEFENINGEN<br />

1. Maak een opstel over <strong>de</strong> ?<br />

8. Vergelijk Tollens met een van zijn tijdgenooten, die bij zijn leven niet<br />

zoo gewaar<strong>de</strong>erd werd.<br />

9. Welke zijn <strong>de</strong> twee nationale lie<strong>de</strong>ren van Noord-Ne<strong>de</strong>rland? Welk<br />

van bei<strong>de</strong> is van Tollens? Welk van bei<strong>de</strong> is <strong>het</strong> beste, en waarom?<br />

BIBLIOGRAPHISCHE NOTA'S<br />

1. Geannoteer<strong>de</strong>, doorgaans goedkoope uitgaven :<br />

Klass. Letterk. Pantheon :<br />

a. Bellamy. Lilt <strong>de</strong> verzen en <strong>het</strong> proza (Aleida Nijland).<br />

b. H. van Alphen. Bloemlezing (De Koe).<br />

c. Rhijntis Feith. Bloemlezing (Ten Bruggencate).<br />

d. Wolff-Bekker. Losse en Brieven (Van Vloten). . —<br />

Uitgelezen Gedichten (id.).<br />

e. Bil<strong>de</strong>rdijk. De treurspelen en verschillen<strong>de</strong> dichtbun<strong>de</strong>ls.<br />

f. Staring. Keur (Jolmers). — De Puntdichten (Bosman).<br />

Zwolsche Herdrukken :<br />

156<br />

a. Poezie van W. Bil<strong>de</strong>rdijk, 2 d. (Kollewijn). Gewij<strong>de</strong> poezie<br />

van Bil<strong>de</strong>rdijk (Kat).<br />

b. Poezie van A. C. W. Staring, 2 d. (Van <strong>de</strong>n Bosch).


Malmberg's Ne<strong>de</strong>rl. Schoolbibl. :<br />

a. *Uit <strong>de</strong> Dichtwerken van Bil<strong>de</strong>rdijk (Wijffels).<br />

b. *Uit Staring's Poezie.<br />

Lyceum-Herdrukken :<br />

a. *Bil<strong>de</strong>rdijk. Lyrische Poezie (Lansberg).<br />

b. *Gedichten van <strong>de</strong> Genestet. Staring en Potgieter (Lansberg).<br />

Bibl. van Ned. Letterk. :<br />

a. Bloemlezing uit Wolff en Deken's -literatuur (Koopmans).<br />

Meulenhoff's Bibl. van Ned. Schrijvers :<br />

a. *Wolff en Deken. Historie van Mejuffrouw Sara Burgerhart<br />

(Meerkerk).<br />

b. *Een bun<strong>de</strong>l Romantiek (Saalborn).<br />

Ne<strong>de</strong>rl. Schrijvers :<br />

*Uit veel bewogen jaren (De Jong).<br />

Ned. Schrijvers <strong>voor</strong> <strong>het</strong> M. O. (Hoogstraten) :<br />

*Wolff en Deken. Sara Burgerhart (De Wals).<br />

Onze Letterkun<strong>de</strong><br />

*Bil<strong>de</strong>rdijk. Gedichten.<br />

2. An<strong>de</strong>re uitgaven<br />

Bloemlezing uit <strong>de</strong> gedichten van W. Bil<strong>de</strong>rdijk (Van Elring) , bij Van<br />

Kampen.<br />

Ne<strong>de</strong>rl. Bib!. (Mij. <strong>voor</strong> goe<strong>de</strong> en goedkoope lectuur) :<br />

a. *Wolff en Deken. Sara Burgerhart (Knappert).<br />

b. *Rhijnvis Feith. Bloemlezing (Kloos).<br />

c. *Bil<strong>de</strong>rdijk. Bloemlezing (Kloos).<br />

d. "Geel. On<strong>de</strong>rzoek en Fantasie (De Vooys).<br />

Keurbun<strong>de</strong>ls (Hyman, Stenfert Kroese, etc.) : Staring (Greshoff).<br />

3. Bronnen <strong>voor</strong> ver<strong>de</strong>re studie :<br />

H. BAVINCK : Bil<strong>de</strong>rdijk als <strong>de</strong>nker en dichter (Kampen).<br />

een Dichterstudie (Luctor et Emergo).<br />

— W. B. als dichter, <strong>de</strong>el I Albert Verwey en Bil<strong>de</strong>rdijk (id.). —<br />

Bil<strong>de</strong>rdijk's Plaats in <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsche en in <strong>de</strong> Wereldliteratuur<br />

(id.).<br />

A. S. C. DE KOE : Van Alphen's literair-eest<strong>het</strong>ische theorieen.<br />

J. A. NIJLAND : Jacobus Bellamy, 2 d.<br />

H. G. TEN BRUGGENCATE : Rhijnvis Feith.<br />

Prof. J. PRINSEN : De Roman in <strong>de</strong> 18e eeuw in West-Europa.<br />

J. W. A. NABER : Betje Wolff en Aagje Deken.<br />

C. BUSKEN HUET : Ou<strong>de</strong> Romans.<br />

M. J. HAMAKER : Jacob Geel.<br />

P. H. VAN MOERKERKEN : De Bevrij<strong>de</strong>rs (histor. roman, uit <strong>de</strong> jaren om<br />

1815, in Holland) .<br />

157


HOOFDSTUK VIII<br />

DE NIEUWERE TIJDEN<br />

A. — DE ROMANTIEK IN HET NOORDEN<br />

DE GIDS, 1837<br />

DE ROMANTIEK<br />

De algemeene inzinking, die na <strong>de</strong>n val van Napo-<br />

IN EUROPA leon (1815) over <strong>het</strong> uitgeputte en vre<strong>de</strong>lieven<strong>de</strong><br />

Europa van <strong>de</strong> Sainte Alliance intrad, droeg er veel toe bij<br />

om <strong>de</strong> romantische stroomingen uit <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> helft van <strong>de</strong><br />

18e eeuw algemeen te doen zegevieren. In <strong>de</strong> weemoedige<br />

avondstemming die na <strong>de</strong>n ge<strong>de</strong>eltelijken terugkeer tot <strong>de</strong><br />

toestan<strong>de</strong>n van <strong>voor</strong> <strong>de</strong> revolutie heerschte, kwam men, tot<br />

inkeer. Zeker bleef er heel wat over van <strong>de</strong> gedachten die<br />

<strong>de</strong> Fransche lepers alom verbreid had<strong>de</strong>n, o. a. <strong>de</strong> gewetensvrijheid<br />

en eenige politieke vrijhe<strong>de</strong>n, althans <strong>voor</strong> <strong>de</strong>n <strong>de</strong>r-<br />

-<strong>de</strong>n stand die op heel <strong>de</strong> 19e eeuw zijn stempel ging drukken.<br />

Maar te mid<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> verarming en <strong>de</strong> algemeene ontred<strong>de</strong>ring<br />

stel<strong>de</strong> men vast dat zooveel geestelijke en ze<strong>de</strong>lijke<br />

ban<strong>de</strong>n gelost, zooveel vertrouw<strong>de</strong> en gelief<strong>de</strong> zekerhe<strong>de</strong>n<br />

uit vroeger tij<strong>de</strong>n verloren gegaan waren. Verdieping van<br />

<strong>de</strong> 18e eeuwsche sentimentaliteit, maakte een onbestemd<br />

verlangen naar iets an<strong>de</strong>rs en beters zich van <strong>de</strong> gemoe<strong>de</strong>ren<br />

meester. Die vlucht uit <strong>de</strong> weinig bemoedigen<strong>de</strong> werkelijkheid<br />

gaf aanleiding tot een zekeren wellust van <strong>de</strong> smart<br />

(Sehnsucht, Weltschmerz, melancholie, spleen, mal du si&le) die<br />

men ging beschouwen als een van <strong>de</strong> dingen waaraan <strong>het</strong><br />

leven zijn waar<strong>de</strong> ontleent.<br />

Een tranerige weekheid karakteriseert <strong>de</strong>ze perio<strong>de</strong> waarin<br />

gevoel en fantasie, door <strong>het</strong> cerebrale classicisme zoolang<br />

bedwongen, onstuimig doorbraken. Het heimwee naar <strong>het</strong><br />

oneindige, <strong>de</strong> drang naar <strong>het</strong> mysterie, dat niet <strong>het</strong> verstand<br />

dock alleen <strong>het</strong> gevoel intuitief kan bena<strong>de</strong>ren, uitte zich in<br />

158


een vernieuw<strong>de</strong>n godsdienstzin : als terugkeer tot <strong>het</strong> katholicisme,<br />

als verdieping van <strong>het</strong> gemoedsleven in <strong>het</strong> protestantsche<br />

Reveil, in <strong>de</strong> mystiek of <strong>de</strong> metaphysica. Men bekommer<strong>de</strong><br />

zich opnieuw om <strong>het</strong> onzienlijke, <strong>het</strong> eeuwige, <strong>het</strong><br />

absolute, om <strong>de</strong> groote levensgeheimen waar<strong>voor</strong> <strong>de</strong> re<strong>de</strong><br />

onmachtig blijft. In plaats van naar <strong>de</strong> antieke geschie<strong>de</strong>nis,<br />

greep men terug naar <strong>het</strong> nationale verle<strong>de</strong>n, bij <strong>voor</strong>keur<br />

naar <strong>het</strong> beeld dat men zich van <strong>de</strong> gothische en Katholieke<br />

mid<strong>de</strong>leeuwen vorm<strong>de</strong>. De balla<strong>de</strong>, waarin <strong>het</strong> bovennatuurlijke<br />

op <strong>de</strong>n <strong>voor</strong>grond treedt, en <strong>de</strong> historische roman zijn<br />

een typisch verschijnsel van <strong>de</strong>zen tijd. In <strong>het</strong> exotische —<br />

liefst <strong>het</strong> Oosten ! —, in <strong>het</strong> wild-fantastische, <strong>het</strong> huiveringwekken<strong>de</strong><br />

won<strong>de</strong>r, of gewoner in <strong>de</strong> melancholische eenzaamheid<br />

van een beziel<strong>de</strong> natuur, liefst bij maneschijn, vond <strong>de</strong><br />

wereldmoeheid en wereldwalging van <strong>de</strong>n hoogmoedigen<br />

opstan<strong>de</strong>ling een uitweg.<br />

Want een opstan<strong>de</strong>ling, een revolutionnair was <strong>de</strong> romanticus<br />

in <strong>de</strong>n grond van zijn hart : tegenover elk gezag, elken<br />

maatschappelijken band; tegenover elke traditie, evenzeer <strong>de</strong><br />

gangbare moraal als <strong>de</strong> schoolsche <strong>voor</strong>schriften <strong>de</strong>r kunst.<br />

Ie<strong>de</strong>re romantische kunstenaar voel<strong>de</strong> zich een uitzon<strong>de</strong>ring,<br />

een uitverkorene. Heel <strong>de</strong>ze gevoelsstrooming, hoe verschei<strong>de</strong>n<br />

en verward ook, en waaraan door <strong>de</strong> eeuwen heen Villon<br />

en Shakespeare evengoed <strong>de</strong>el gehad hebben als Cervantes<br />

en Jean-Jacques Rousseau, is in haar diepste wezen een<br />

we<strong>de</strong>ropbloei van <strong>het</strong> individualisme, een drang naar <strong>het</strong><br />

onbelemrnerd zich uitleven van heel <strong>de</strong> persoonlijkheid.<br />

Al <strong>de</strong>ze buitenlandsche invloe<strong>de</strong>n hebben zich DE ROMANTIEK<br />

eerst orntrent 1 830 in Ne<strong>de</strong>rland laten gel<strong>de</strong>n. De IN NEDERLAND<br />

rijke beloften uit <strong>het</strong> laatste kwart van <strong>de</strong> vorige eeuw, met<br />

Bellamy, Feith, Wolff-Deken, Van Alphen..., waren niet in<br />

vervulling gegaan. Niet <strong>het</strong> minst doordat <strong>de</strong> Fransche be-<br />

zetting een ein<strong>de</strong> gesteld had aan <strong>de</strong> bevruchten<strong>de</strong> inwerking<br />

uit Duitschland en <strong>voor</strong>al uit Engeland, terwijl <strong>de</strong> gezaghebben<strong>de</strong><br />

dichter, Bil<strong>de</strong>rdijk, geheel naar <strong>het</strong> verle<strong>de</strong>n georienteerd<br />

bleef. Tusschen <strong>het</strong> he<strong>de</strong>n en <strong>de</strong> bij uitstek


Onbekendheid met <strong>de</strong> uitheemsche stroomingen, waarmee<br />

men een tijdlang elke voeling verloren had ; onbekendheid met<br />

een Bemis aan belangstelling <strong>voor</strong> <strong>het</strong> eigen mid<strong>de</strong>leeuwsch<br />

volksverle<strong>de</strong>n : geen won<strong>de</strong>r dus dat <strong>het</strong> verstar<strong>de</strong> classicisme<br />

van <strong>de</strong> 1 8 e eeuw in Ne<strong>de</strong>rland langer dan el<strong>de</strong>rs aangehou<strong>de</strong>n<br />

heeft. De bezadig<strong>de</strong> Hollan<strong>de</strong>r stond overigens vrij nuchter<br />

tegenover <strong>de</strong> nieuwe richting, waarvan <strong>de</strong> extravaganties hem.<br />

afschrikten. De sombere twijfelaar en eeuwig zoeken<strong>de</strong> zwerver<br />

Byron ; <strong>de</strong> teugellooze fantast Hoffmann ; <strong>de</strong> radikale opstan<strong>de</strong>ling<br />

Shelley ; <strong>de</strong> rumoerige revolutionnair met sociale<br />

bedoelingen Victor Hugo ; <strong>de</strong> droomerige mysticus Novalis<br />

zijn figuren waarvan <strong>voor</strong> Ne<strong>de</strong>rland nauwelijks eenige<br />

diepgaan<strong>de</strong> invloed uitging.<br />

Terwijl in Zuid-Ne<strong>de</strong>rland hoofdzakelijk <strong>het</strong> Fransche<br />

<strong>voor</strong>beeld inwerkte, is een bepaakle Engelsche invloed <strong>het</strong><br />

sterkst geweest in <strong>het</strong> Noor<strong>de</strong>n : niet van Shelley, Keats en<br />

Wordsworth, — die zou<strong>de</strong>n <strong>de</strong> Tachtigers eerst


aanleg bezat. Maar in <strong>het</strong> jonge letterkundige wereldje te<br />

Amsterdam had hij blijven<strong>de</strong>n invloed uitgeoefend op hem<br />

die, krachtiger en zelfbewuster, zou voltooien wat Drost<br />

begon.<br />

Enkele maan<strong>de</strong>n <strong>voor</strong> zijn vroegen dood, had <strong>de</strong>ze, met<br />

EVERARDUS JOANNES POTGIETER en nog een paar E. J. POTGIETER<br />

vrien<strong>de</strong>n, <strong>het</strong> plan opgevat en verwezenlijkt om een 1808-1875<br />

billijk en onpartijdig » critisch tijdschrift uit te geven : De<br />

Muzen (1834). Na een zestal afleveringen verdween <strong>het</strong><br />

echter.<br />

Toen in 1837 Potgieter <strong>de</strong> redactie van een nieuw tijdschrift<br />

kreeg, De Gids, Nieuwe Va<strong>de</strong>rlandsche Letteroefeningen,<br />

zou hij, samen met zijn vriend Bakhuizen van <strong>de</strong>n<br />

Brink, die aldra me<strong>de</strong>redacteur werd, <strong>het</strong> program<br />

van De Muzen uitwerken : door een opbouwen<strong>de</strong><br />

critiek <strong>het</strong> literair bewustzijn verlevendigen en <strong>het</strong> typisch-<br />

Ne<strong>de</strong>rlandsche aankweeken; tevens door vergelijking met <strong>de</strong><br />

uitheemsche literatuur, <strong>de</strong> engheid en eenzijdigheid van <strong>de</strong><br />

onze pogen te verhelpen. De Lou<strong>de</strong>n Eeuw bleef daarbij als<br />

een lichtend i<strong>de</strong>aal <strong>voor</strong> hun oogen zweven.<br />

De negen-en-twintigjarige lei<strong>de</strong>r van <strong>het</strong> tijdschrift was een<br />

autodidact. Te Zwolle geboren, te Amsterdam bij een tante<br />

<strong>voor</strong> <strong>de</strong>n han<strong>de</strong>l opgeleid, bracht hij vier jaren te Antwerpen<br />

door, tot <strong>het</strong> botnbar<strong>de</strong>ment hem op <strong>de</strong> vlucht dreef. Daar<br />

was hij bevriend gewor<strong>de</strong>n met Jan Frans Walems, die hem<br />

o. a. <strong>de</strong>n oud-Ne<strong>de</strong>rlandschen lie<strong>de</strong>rschat leer<strong>de</strong> kennen. Dat<br />

een refs naar Zwe<strong>de</strong>n veel bijdroeg tot <strong>de</strong> verruiming van zijn<br />

gezichtskring en <strong>de</strong> verfrissching van zijn geest, getuigt zijn<br />

overwegend humoristische eersteling : Het Noor<strong>de</strong>n, in omtrek<br />

ken en tafereelen. De omgang, nadien te Amsterdam, met <strong>de</strong>n<br />

romantisch gestem<strong>de</strong>n Drost en <strong>de</strong>n geniaal aangeleg<strong>de</strong>n,<br />

verbazend ontwikkel<strong>de</strong>n R. C. Bakhuizen van <strong>de</strong>n Brink,<br />

<strong>de</strong>ed hem <strong>de</strong> leemten van zijn gebrekkige opleiding inzien<br />

en aanvullen.<br />

Als koopman ervoer hij hoe treurig <strong>het</strong> met <strong>de</strong>n eenmaal<br />

bloeien<strong>de</strong>n Ne<strong>de</strong>rlandschen han<strong>de</strong>l gesteld was. Als belezen<br />

criticus en fijnvoelend kunstenaar die lief<strong>de</strong>vol <strong>het</strong> verle<strong>de</strong>n<br />

bestu<strong>de</strong>er<strong>de</strong>, zag hij alom <strong>het</strong> verval en droom<strong>de</strong> eveneens<br />

DE GIDS 1837<br />

DE NATIONALE<br />

ROMANTIEK<br />

161


<strong>voor</strong> zijn land van een toekomst die dit grootsche Oud-<br />

Holland in volkskracht zou evenaren, waarin <strong>de</strong> kunst als <strong>de</strong><br />

wetenschap, naast han<strong>de</strong>l en nijverheid zou<strong>de</strong>n bloeien.<br />

Om in <strong>de</strong>ze richting invloed uit te oefenen op zijn tijd,<br />

wou hij zich <strong>voor</strong>al toeleggen op <strong>de</strong> critiek. De « Boekbeoor<strong>de</strong>elingen<br />

» waren in De Gids dan ook hoofdzaak. De blauwe<br />

Beul kreeg hij spoedig tot bijnaam, naar <strong>het</strong> omslag van die<br />

kleur. Bijna <strong>de</strong>rtig jaar heeft Potgieter in breed gemotiveer<strong>de</strong><br />

recensies, als een echt lei<strong>de</strong>r en opvoe<strong>de</strong>r, met een bewon<strong>de</strong>renswaardige<br />

vastheid van oor<strong>de</strong>el en diepte van inzicht,<br />

<strong>het</strong> slechte en min<strong>de</strong>r goe<strong>de</strong> van <strong>het</strong> betere geschei<strong>de</strong>n, tegen<br />

blin<strong>de</strong> nabootsing van Byron en Scott gewaarschuwd, jonge<br />

talenten aangemoedigd, overdreven reputaties neergehaald.<br />

Zijn bezonnen oor<strong>de</strong>el en zorgvuldige waar<strong>de</strong>bepaling wer<strong>de</strong>n<br />

in <strong>de</strong> meeste gevallen door <strong>het</strong> nageslacht bijgetre<strong>de</strong>n.<br />

Ook in zijn scheppen<strong>de</strong>n arbeid werd hij niet moe <strong>de</strong>n<br />

roem <strong>de</strong>r va<strong>de</strong>ren <strong>voor</strong> te hou<strong>de</strong>n. Jan, (d. i. <strong>het</strong> ou<strong>de</strong> Holland)<br />

jannetje en hun jongste Kind is een aanval op <strong>de</strong>n Jan-<br />

Saliegeest van <strong>de</strong> 19e eeuw, die zich zou moeten spiegelen<br />

aan <strong>de</strong> 17e. Deze verheerlijkte hij in Het Rijksmuseum, terwijl<br />

hij <strong>de</strong>n trant van haar volkslie<strong>de</strong>ren nabootste in zijn geestige<br />

Lie<strong>de</strong>Iens van Bontekoe. Hoewel hij allerlei romantische elementen<br />

in zich opgenomen had, bleef <strong>de</strong> <strong>de</strong>gelijke Potgieter toch<br />

in <strong>de</strong> eerste plaats een man van <strong>de</strong> Verlichting. De verzameling<br />

Zangen <strong>de</strong>s Tijds is teekenend <strong>voor</strong> zijn streven.<br />

De sc<strong>het</strong>sen uit zijn Proza-bun<strong>de</strong>l : Is maar een Pennelikker,<br />

Blauwbes, Lief en Leed in 't Gooi, De Folio-Bijbel, Hanna, enz.<br />

zijn geschreven in een zware, doordachte taal en een zeer<br />

persoonlijken stijl die hooge eischen aan <strong>de</strong>n lezer stelt :<br />

door zijn kernachtigheid, <strong>de</strong>n ingewikkel<strong>de</strong>n, soms gemaniereer<strong>de</strong>n<br />

zinsbouw, <strong>de</strong> <strong>voor</strong>lief<strong>de</strong> <strong>voor</strong> archaismen en <strong>voor</strong> uitstalling<br />

van zijn belezenheid. Zijn gemoed stort hij niet uit<br />

hij is steeds te veel op zijn hoe<strong>de</strong> geweest <strong>voor</strong> zijn gevoel.<br />

Maar wij erkennen <strong>de</strong>n meester in <strong>de</strong> statige gedragenheid<br />

van zijn perio<strong>de</strong>s, in <strong>het</strong> vernuftige spel van gedachten en<br />

beel<strong>de</strong>n, en in zijn schil<strong>de</strong>ren met <strong>de</strong> pen. Bewon<strong>de</strong>raar van<br />

Huygens en Staring, is hij evenmin als zijn mo<strong>de</strong>llen ooit<br />

populair gewor<strong>de</strong>n.<br />

162


In veel van zijn i<strong>de</strong>alen en verwachtingen werd<br />

Potgieter teleurgesteld. Op een eerste perio<strong>de</strong> van<br />

bloei, volg<strong>de</strong> <strong>voor</strong> De Gids een inzinking, kort<br />

nadat Bakhuizen van <strong>de</strong>n Brink, in 1843, zijn land en meteen<br />

<strong>de</strong> redactie verlaten had. Het scheen alsof Potgieter zijn<br />

werking gemist had en Jan Salie niet sterven wou. Eerst in<br />

<strong>de</strong> jaren 1860 vond hij in <strong>het</strong> jongere geslacht een waardigen<br />

bondgenoot en vriend : C. Busken Huet. Lang zou <strong>de</strong> samenwerking<br />

in De Gids met dien vinnigen en geestigen criticus<br />

niet duren. Toen <strong>de</strong>ze in 1865 ontslag nam wegens een paar<br />

aanstoot geven<strong>de</strong> stukken, volg<strong>de</strong> Potgieter hem,


Se<strong>de</strong>rt hij in 1843 <strong>voor</strong> zijn schul<strong>de</strong>ischers <strong>de</strong> wijk nam<br />

naar Belgie, waar hij lang te Luik vertoef<strong>de</strong> en er een Walin<br />

huw<strong>de</strong>, ontwikkel<strong>de</strong> <strong>de</strong>ze begaaf<strong>de</strong>, wijsgeerig en letterkundig<br />

on<strong>de</strong>rleg<strong>de</strong> natuur zich tot geschiedschrijver. Zijn Cartons <strong>voor</strong><br />

<strong>de</strong>n Ne<strong>de</strong>rlandschen Vrijheidsoorlog getuigen dat <strong>de</strong> belangstelling<br />

van <strong>de</strong>n historicus en archivaris <strong>voor</strong> <strong>de</strong>n va<strong>de</strong>rlandschen<br />

hel<strong>de</strong>ntijd bewaard bleef.<br />

J. VAN LENNEP Grooter populariteit dan met zijn legen<strong>de</strong>n en.<br />

1802-1868 balla<strong>de</strong>n in dichtvorm, geheel in navolging van Walter<br />

Scott dien hij <strong>de</strong> eerste was om in onze taal over te brengen,<br />

genoot JACOB VAN LENNEP met zijn historisch-nationale<br />

romans. De Pleegzoon (1833) behan<strong>de</strong>l<strong>de</strong> <strong>het</strong> ein<strong>de</strong> van <strong>het</strong><br />

Twaalfjarig Bestand; De Roos van Dekama <strong>de</strong>n strijd tusschen<br />

<strong>de</strong> Friezen en <strong>de</strong>n graaf van Holland in 1345 ; Ferdinand<br />

Huyck, zijn best geslaagd werk, <strong>het</strong> leven te Amsterdam in<br />

<strong>de</strong> 18 e eeuw. In Onze Voorou<strong>de</strong>rs verzamel<strong>de</strong> hij een aantal<br />

kortere sc<strong>het</strong>sen, doch een ze<strong>de</strong>nroman uit zijn tijd, Klaasje<br />

Zevenster, was een mislukking.<br />

Als rijksadvocaat een bemid<strong>de</strong>ld en beminnelijk man,<br />

ken<strong>de</strong> <strong>de</strong> luchthartige, amusante verteller veel succes. Want<br />

boeiend vertellen kon hij, en een intrigue handig opzetten<br />

en ontknoopen. Maar zijn karakterteekening is ondiep, tot<br />

<strong>het</strong> schematische herleid en zijn gezellig gebabbel mist stijl.<br />

Het minst verou<strong>de</strong>rd en als lectuur <strong>voor</strong> jongens aan te<br />

bevelen, blijft Ferdinand Huyck : <strong>voor</strong> een goed <strong>de</strong>el doordat<br />

hij hierin op zijn prettige, geestige manier toestan<strong>de</strong>n beschreef<br />

die hij in zijn jeugd nog zelf beleefd had.<br />

Op zijn Von<strong>de</strong>l-vereering mag wel even gewezen wor<strong>de</strong>n :<br />

zij leid<strong>de</strong> tot <strong>de</strong> eerste wetenschappelijke, volledige uitgave<br />

van diens werken en tot <strong>de</strong> oprichting van een standbeeld in<br />

<strong>het</strong> Von<strong>de</strong>lpark te Amsterdam.<br />

P.VAN LIMBURG<br />

Een eenigszins aparte plaats bekleedt <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>re<br />

BROUWER classicus, hoogleeraar PETRUS VAN LIMBURG BROU-<br />

1795-1847<br />

WER, die op romantische wijze <strong>het</strong> Helleensche leven<br />

uitbeeld<strong>de</strong> in een paar romans. Zijn natuurlijken verhaaltrant<br />

waar<strong>de</strong>ert men best in Een Ezcl en eenig Speelgoed, alsook in<br />

een theologisch hekelschrift van geheel an<strong>de</strong>ren aard : Het<br />

Leesgezelschap te Diepenbeek.<br />

164


JAN FREDERIK OLTMANS werd om een paar, van j F. OLTMANS<br />

diepgaan<strong>de</strong> historische studie getuigen<strong>de</strong> romans, 1806-1854<br />

Het Slot Loevestein in 1570 en De Schaapher<strong>de</strong>r, door De Gids<br />

zoo hoog geschat dat hij in <strong>de</strong> redactie opgenomen werd.<br />

Ook <strong>de</strong>n jongeren HENDRIK JAN SCHIMMEL viel <strong>de</strong>ze H. J. SCHIMMEL<br />

eer to beurt om <strong>het</strong> schrijven van verdienstelijke his- 1823-1906<br />

torische drama's w. o. Struensee, en romans : Sinjeur Semeyns<br />

en <strong>het</strong> vervolg, De Kaptein an <strong>de</strong> Liffgar<strong>de</strong>, die nog leesbaar<br />

zijn dank zij hun levendige dialogeering en uitbeelding van<br />

hartstochtelijke karakters. Jan Faessen, van <strong>de</strong>n lateren schrijver<br />

van blijspelen, LODEWIJK MULDER, is eveneens een goed<br />

boek. En een laten bloei beleef<strong>de</strong> <strong>de</strong>ze soort van werken uit<br />

<strong>de</strong> ou<strong>de</strong> doos met een talentvolle vrouw, ADELE A. S. C. WALLIS<br />

OPZOOMER, die, on<strong>de</strong>r <strong>de</strong>n schuilnaam A. S. C.<br />

(Mevr. von<br />

WALL is, nog in <strong>de</strong> eerste jaren van <strong>de</strong> 20° eeuw<br />

ANTAL-<br />

OPZOOMER)<br />

zulke verhalen schreef : In Dagen van Strijd, Vorsten- 1856-1925<br />

gunst, Een Lief<strong>de</strong>droom in 1795, enz.<br />

De <strong>voor</strong>naamste persoonlijkheid on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> histori- A. L. C.<br />

sche romanschrijvers bij <strong>de</strong>n aanvang van <strong>de</strong> Gids- BOSBOOM-<br />

TOUSSAINT<br />

beweging was een an<strong>de</strong>re vrouw, ANNA LOUISA 1812-1886<br />

GEERTRUIDA TOUSSAINT, later gehuwd met <strong>de</strong>n Haagschen<br />

schil<strong>de</strong>r van kerkinterieurs, Jan Bosboom. Ook haar werk<br />

lijkt ons thans verou<strong>de</strong>rd; dock haar grondige <strong>voor</strong>studie,<br />

haar romantische geestdrift en bezieling bij <strong>de</strong>ze gekleur<strong>de</strong><br />

en bewogen geschiedschrijving, haar psychologisch<br />

doordringingsvermogen <strong>voor</strong>al red<strong>de</strong>n <strong>het</strong> van <strong>de</strong> vergetelheid.<br />

Zij was een merkwaardige, karaktersterke vrouw, die<br />

ruimte » in haar leven wil<strong>de</strong> en belangrijke, liefst bekeeringsproblemen<br />

aandurf<strong>de</strong>. Vurige Protestante, bracht zij<br />

onbeschroomd haar Christelij k-nationale beginselen naar<br />

voren. Na twee jeugdproeven naar Engelsch mo<strong>de</strong>l, door<br />

Potgieter geprezen (« Waarom toch navolgingen geleverd,<br />

als men zoo goed oorspronkelijk schrijft! » ), ging zij beslist<br />

<strong>de</strong> va<strong>de</strong>rlandsche Gids-richting uit met Het Huis Lauernesse<br />

( 1840), waarin zij <strong>de</strong> opkomst van <strong>de</strong> Hervorming teeken<strong>de</strong>.<br />

Het jaar daarop volg<strong>de</strong> Een Kroon <strong>voor</strong> Karel <strong>de</strong>n Stoute. Den<br />

drie<strong>de</strong>eligen Leycester-cyclus beschouw<strong>de</strong> zij als haar hoofdwerk.<br />

De Delftsche Won<strong>de</strong>rdokter (1870) is nogmaals een. be-<br />

165


keeringsgeschie<strong>de</strong>nis uit <strong>het</strong> begin van <strong>de</strong> 1 7 e eeuw. Op <strong>het</strong><br />

ein<strong>de</strong> van haar leven beproef<strong>de</strong> zij, evenals Van Lennep,<br />

haar krachten aan <strong>de</strong>n mo<strong>de</strong>rnen karakterroman. Majoor<br />

Frans, met <strong>de</strong> vrouwenemancipatie als on<strong>de</strong>rwerp, is daarvan<br />

<strong>het</strong> bekendste product.<br />

De bladzij<strong>de</strong>nlange beschrijvingen _van woningen, yolksgebruiken,<br />

kleedij, enz., waarmee Mevr. Bosboom-Toussaint<br />

<strong>de</strong> zoogenaam<strong>de</strong> locale kleur beoog<strong>de</strong> te geven ; haar wetenschappelijk-verantwoor<strong>de</strong>,<br />

geschiedkundige uitweidingen ;<br />

haar traag-vor<strong>de</strong>ren<strong>de</strong> verhaaltrant en stijve gesprektoon, tot<br />

haar archaiseerend, niet altijd correct taalgebruik toe, maken<br />

haar werk min<strong>de</strong>r boeiend en genietbaar. Doch in <strong>de</strong> vaste<br />

omlijning van karakters, in <strong>de</strong> ontleding van gevoelens en<br />

hartstochten ligt haar kracht. Niet als louter toeval, wel integen<strong>de</strong>el<br />

als breedvoerig bere<strong>de</strong>neerd, noodzakelijk uitvloeisel<br />

van <strong>de</strong> zielstoestan<strong>de</strong>n en <strong>de</strong> situaties, tracht zij telkens <strong>de</strong><br />

gebeurtenissen te verklaren.<br />

Ongetwijfeld is <strong>de</strong> Lang aanhou<strong>de</strong>n<strong>de</strong> beoefening van <strong>de</strong>n<br />

historischen roman in Ne<strong>de</strong>rland <strong>voor</strong> een goed <strong>de</strong>el te danken<br />

aan <strong>de</strong> <strong>voor</strong>lief<strong>de</strong> van Potgieter <strong>voor</strong> dit genre. Wij<br />

staan thans meestal sceptisch tegenover <strong>de</strong>ze hybridische<br />

kunstsoort die, door <strong>de</strong> vermenging van onzen he<strong>de</strong>ndaagschen<br />

geest met <strong>de</strong>zen van moeilijk te bena<strong>de</strong>ren <strong>voor</strong>bije<br />

tij<strong>de</strong>n, doorgaans onbevredigd laat. Dat zij nochtans <strong>voor</strong><br />

vernieuwing vatbaar is, bewijst menig <strong>voor</strong>beeld op onze<br />

dagen.<br />

Twee late vo-Ibloed romantici waren WILLEM JACOBSZ<br />

HOFDIJK en JOSEPHUS ALBERTUS Thum. Eigenlijk zijn zij<br />

in Holland <strong>de</strong> eenigen geweest bij wie <strong>de</strong> romantische beschouwing<br />

<strong>de</strong>r dingen diepe natuur was, zon<strong>de</strong>r eenige verstan<strong>de</strong>lijke<br />

inmenging. Oprechte minnaars van een ver<br />

volksverle<strong>de</strong>n, hebben zij in hun werk <strong>de</strong> romantische stemming<br />

zuivpr uitgesproken.<br />

W. J. HOFDIJK De eenvoudige volksjongen, later on<strong>de</strong>rwijzer en<br />

1816-1888 leeraar, WILLEM HOFDIJK, trad eerst in 1 850 op met<br />

Kennemerland, Balla<strong>de</strong>n. In zijn verbeelding leef<strong>de</strong> hij werkelijk<br />

in <strong>de</strong> bosschen en hei<strong>de</strong>n van Oud-Germanie, on<strong>de</strong>r fiere<br />

mid<strong>de</strong>leeuwsche rid<strong>de</strong>ren of kranige zeventien<strong>de</strong> eeuwsche<br />

166


urgers. Den balla<strong>de</strong>toon had hij afgeluisterd van <strong>de</strong> ou<strong>de</strong><br />

Vlaamsche lie<strong>de</strong>ren, die Dr. Snellaert na <strong>de</strong>n dood van Jan<br />

Frans Willems uit diens nalatenschap bezorg<strong>de</strong> (1848). Uit<br />

De Nixenivel, De Stalboef, Het Nachiveer<br />

en meer <strong>de</strong>rgelijke<br />

stukken, bleek zijn beperkt, maar echt en zangerig talent.<br />

Nog an<strong>de</strong>re bun<strong>de</strong>ls Romantische Poezie liet hij <strong>het</strong> Licht<br />

zien, zelfs over Java dat hij nooit bezocht heeft. Goe<strong>de</strong><br />

tafereelen van jacht en strijd bevat, evenals zijn poezie, <strong>het</strong><br />

breed schil<strong>de</strong>rend proza van Ons Voorgeslacht en Historische<br />

Landschappen. Doch <strong>de</strong> stijl is meestal gezwollen, <strong>de</strong> beeldspraak<br />

dikwijls r<strong>het</strong>orisch en <strong>de</strong> karakterteekening afwezig.<br />

Op zijn best doet Hofdijk zich <strong>voor</strong> waar hij zijn kleurige<br />

fantazieen plaatst in mooi geteeken<strong>de</strong> natuurtafereelen.<br />

Jos. AI ALBERDINGK THIJM vertegenwoordigt <strong>de</strong> EEN KATHOLIEK<br />

Katholieke richting in <strong>de</strong> Noordne<strong>de</strong>rlandsche ROMANTICUS :<br />

romantiek. Een paar eeuwen lang waren zijn ge- J•A. ALBERICK ICi<br />

loofsgenooten achteruitgesteld gewor<strong>de</strong>n, zoodat ze<br />

1820-1889<br />

nauwelijks meer meetel<strong>de</strong>n in let wetenschappelijke en<br />

artistieke !even. De <strong>voor</strong>vechter van <strong>de</strong>ze « kleyne luy<strong>de</strong>n »<br />

werd Alb. Thijm, een Amsterdamsch koopman, later hoogleeraar<br />

in <strong>de</strong> aest<strong>het</strong>iek en <strong>de</strong> kunstgeschie<strong>de</strong>nis.<br />

Zooals Potgieter vorm<strong>de</strong> hij zich door eigen kracht en<br />

vereer<strong>de</strong> hij <strong>de</strong> 1 7 e eeuw. Maar hij ging ver<strong>de</strong>r en greep,<br />

als Katholiek en romanticus, da<strong>de</strong>lijk naar <strong>de</strong> kunst van <strong>de</strong><br />

Roomsche mid<strong>de</strong>leeuwen. In strijd met zijn meeste landgenooten<br />

die zich daarin niet thuis kon<strong>de</strong>n voelen, vond hij er<br />

<strong>de</strong> volste bevrediging : bij onze Primitieven ; in <strong>de</strong> gothische<br />

architectuur van <strong>de</strong> kathedralen (De Heilige Linie); in onze<br />

door hem uitgegeven ou<strong>de</strong> kerstliedjes en gemo<strong>de</strong>rniseer<strong>de</strong><br />

Karolingsche Verhalen (Carel en<strong>de</strong> Elegast, Willem van Oringen,<br />

<strong>de</strong> vier Heemskin<strong>de</strong>ren, Floris en<strong>de</strong> Blancefloer).<br />

Deze studie inspireer<strong>de</strong> hem ook talrijke gedichten, o. m.<br />

Het Voorgeborchte, waarin <strong>de</strong> r<strong>het</strong>oriek van Bil<strong>de</strong>rdijk en Da<br />

Costa nawerkte; en fijne novellen, met <strong>de</strong> Portretten van Joost<br />

van <strong>de</strong>n Von<strong>de</strong>l zijn meest typische werk : De Organist van <strong>de</strong>n<br />

Dom, Geertrui<strong>de</strong> van Oosten.<br />

Hij betoon<strong>de</strong> zich een warm vriend van <strong>de</strong> ontluiken<strong>de</strong><br />

Vlaamsche cultuur en ijver<strong>de</strong> steeds <strong>voor</strong> <strong>de</strong> toena<strong>de</strong>ring van<br />

167


H. J. A. M.<br />

SCHAEPMAN<br />

1844-1903<br />

Noord en Zuid. Tot zijn dood toe bestuur<strong>de</strong> hij twee door<br />

hem opgerichte en grooten<strong>de</strong>els alleen geredigeer<strong>de</strong> periodieken<br />

: Dietsche Waran<strong>de</strong> (1855), se<strong>de</strong>rt versmolten met Het<br />

Belfort; en <strong>de</strong>n Volksalmanak -poor Ne<strong>de</strong>rlandsche Katholieken.<br />

Menig polemisch of gemoe<strong>de</strong>lijk keuvelend stuk verscheen<br />

on<strong>de</strong>r zijn schuilnaam Pauwels Foreestier.<br />

Thijm was een beminnelijke dichter-geleer<strong>de</strong>, een levenskunstenaar<br />

die zijn geloofsi<strong>de</strong>aal en zijn hartstocht <strong>voor</strong> <strong>de</strong><br />

schoonheid harmonisch wist to verzoenen.<br />

Zijn taak als Roomsch lei<strong>de</strong>r werd overgenomen<br />

en <strong>voor</strong>tgezet, hoofdzakelijk op <strong>het</strong> politieke plan,<br />

door <strong>de</strong>n veelzijdig begaaf<strong>de</strong>n HERMAN J. A. M.<br />

SCHAEPMAN. Diens opgewon<strong>de</strong>n ontboezemingspoezie, waaron<strong>de</strong>r<br />

<strong>de</strong> eenmaal beroem<strong>de</strong> Aya Sofia, een groot gedicht in<br />

12 zangen, is slechts broksgewijs genietbaar. De hoogdraven<strong>de</strong><br />

toon van <strong>de</strong>n re<strong>de</strong>naar die hij was, hin<strong>de</strong>rt veel min<strong>de</strong>r<br />

in zijn prozabun<strong>de</strong>ls : Menschen en Boeken.<br />

J. J. A. Als kin<strong>de</strong>rdichters maakten JAN JAC. ANT. GoE-<br />

GOEVERNEUR VERNEUR en JAN PIETER HEYE naam. Deze was een<br />

1809-1889<br />

jeugdvriend van Potgieter en een <strong>de</strong>r oprichters van<br />

J. P. HEYE De Muzen (1834), maar bleef alleen bekend om<br />

1809-1876 enkele frissche yolks- en kin<strong>de</strong>rlie<strong>de</strong>ren. Gene had<br />

een beperkt maar veel zuiver<strong>de</strong>r romantisch talent (Gedichten<br />

en Riimen).<br />

Een eigenaardige plaats bekleedt, in <strong>het</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsche<br />

geestesleven uit <strong>de</strong> eerste helft van <strong>de</strong> 19e eeuw, <strong>de</strong> godsdienstig-letterkundige<br />

beweging, <strong>het</strong> Revell. Zij ontstond omtrent<br />

1820 in Amsterdamsche kunstenaarskringen on<strong>de</strong>r <strong>de</strong>n<br />

dubbelen invloed van <strong>de</strong>n op en top reactionnairen Bil<strong>de</strong>rdijk,<br />

een gezworen vijand van <strong>de</strong>n


door een zekere afzon<strong>de</strong>ring van <strong>de</strong> wereld, in een vrome<br />

aest<strong>het</strong>ische beschouwing <strong>de</strong>r dingen.<br />

On<strong>de</strong>r <strong>de</strong>ze volgelingen van Bil<strong>de</strong>rdijk — classici met<br />

Christelijke levensbeschouwing en romantische gevoelens ! —<br />

dienen vermeld : ISAAC DA COSTA, een hartstochtelijk W. DE CLERCQ<br />

bekeerling en strijdlustig dichter ; zijn vriend 1795-1844<br />

LEM DE CLERCQ, een fijnzinnig kenner van buitenlandsche<br />

letteren die over <strong>de</strong> meest uiteenloopen<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwerpen in<br />

verzen kon improviseeren, en wiens Dagboek bewaard gebleyen<br />

is ; <strong>de</strong> geschiedschrijver en lei<strong>de</strong>r van <strong>de</strong> anti-<br />

G. GROEN VAN<br />

revolutionnaire staatspartij, GUILLAUME GROEN VAN PRINSTERER<br />

PRINSTERER. De bedrijvigheid van <strong>de</strong>zen tegenstan- 1801-1876<br />

<strong>de</strong>r van JAN RUDOLF THORBECKE, <strong>de</strong>n liberalen eerste-minister,<br />

eveneens een sterke persoonlijkheid als staatsman en als<br />

<strong>de</strong>batter, ligt geheel buiten <strong>het</strong> veld van <strong>de</strong> literatuur in<br />

engeren zin. Maar als polemisch journalist (Parlementaire<br />

Studien en Sc<strong>het</strong>sen) en als historicus (Ne<strong>de</strong>rlandsche Gedachten,<br />

Versprei<strong>de</strong> Geschriften) schreef hij een <strong>voor</strong>treffelijk proza,<br />

kloek en toch sierlijk, van een classieken eenvoud.<br />

Ver<strong>de</strong>r kwamen nog talrijke schrijvers van beteekenis on<strong>de</strong>r<br />

<strong>de</strong>n invloed van <strong>het</strong> Reveil : Mej. Toussaint (<strong>de</strong> latere<br />

Mevr. Bosboom-T.), <strong>de</strong> dominees Beets, Hasebroek, <strong>de</strong><br />

Genestet, Allard Pierson, e.a. Zoodat <strong>de</strong>ze invloed tot ver<br />

in <strong>de</strong> 19e eeuw nawerkte.<br />

In zulken kring van vrome gevoelsmenschen was Is. DA COSTA<br />

ISAAC DA COSTA, als dichter en als bekamper van 1798-1860<br />

<strong>de</strong>n tijdgeest, <strong>de</strong> meest gelief<strong>de</strong> volgeling van Bil<strong>de</strong>rdijk.<br />

Gesproten uit een a<strong>de</strong>llijke Orangistische familie van Portugeesche<br />

Jo<strong>de</strong>n, ging hij on<strong>de</strong>r invloed van zijn meester tot<br />

<strong>het</strong> Christendom over en schreef reeds <strong>het</strong> jaar daarop zijn<br />

heftige Bezwaren tegen <strong>de</strong>n Geest <strong>de</strong>r Eeun, (1823). Met vurige<br />

geestdrift ijver<strong>de</strong> hij <strong>voor</strong> <strong>de</strong> verspreiding en ver<strong>de</strong>diging van<br />

zijn godsdienstige en politieke i<strong>de</strong>een, tot in 1840 <strong>de</strong> dichter,<br />

die hij in zijn jeugd geweest was, opnieuw wakker werd.<br />

Zijn poezie was er een van strijd en hartstochtelijke geloofsbelij<strong>de</strong>nis,<br />

geheel in <strong>de</strong>n r<strong>het</strong>orischen toon van Bil<strong>de</strong>rdijk.<br />

De <strong>voor</strong>naamste van <strong>de</strong>ze


Nada? — 1648 en 1848 (een parallel tusschen <strong>het</strong> vre<strong>de</strong>jaar<br />

1648 en <strong>de</strong>n rampzaligen he<strong>de</strong>ndaagschen revolutiegeest).<br />

Twee an<strong>de</strong>re belangrijke gedichten van hem zijn een kleurige<br />

Oostersche bewerking van <strong>het</strong> bijbelverhaal Hagar, waarin hij<br />

<strong>de</strong>n strijd tusschen Christendom en Islamisme teekent ; en<br />

<strong>de</strong> historische zang De Slag bij Nieuwpoort.<br />

Romantische elementen bij Da Costa, als bij heel <strong>de</strong> Reveilgroep,<br />

zijn, naast <strong>het</strong> sombere heimwee uit zijn jeugd, <strong>de</strong><br />

overheersching van verbeelding en gevoel, zijn opstandige<br />

houding jegens <strong>de</strong> maatschappij. Gods stem hoort hij in<br />

zijn binnenste : daarom trekt hij ten strij<strong>de</strong> tegen een van<br />

God afvallige samenleving. Zijn geestdrift, <strong>de</strong> oratorische<br />

zwaai van zijn volzinnen, <strong>de</strong> stroom van hooggestem<strong>de</strong> woor<strong>de</strong>n<br />

kunnen ons, in menige mooie brok uit zijn ongelijke<br />

Tijdzangen », nog meesleepen, ondanks <strong>de</strong> gebreken die<br />

hij met zijn meester gemeen heeft : <strong>de</strong> r<strong>het</strong>oricale beeldspraak<br />

en gezwollenheid <strong>voor</strong>al, en <strong>het</strong> gemis aan « stilte »<br />

in zijn aldoor dreunen<strong>de</strong> verzen. Zijn ontroering is onbetwistbaar<br />

echt : hij dicht alleen wanneer


na 1848, <strong>het</strong> revolutiejaar, dat een knak gaf aan wat er van<br />

<strong>de</strong> roman,tische i<strong>de</strong>alen overbleef, zal <strong>het</strong> bepaald op <strong>de</strong>n<br />

<strong>voor</strong>grond tre<strong>de</strong>n, ook in <strong>de</strong> schil<strong>de</strong>rkunst met <strong>de</strong> school van<br />

Barbizon : Millet, Courbet; en met <strong>de</strong> Haagsche school :<br />

Israels, Bosboom, <strong>de</strong> broe<strong>de</strong>rs Mairs, Mauve. Geruggesteund<br />

door <strong>de</strong> bewon<strong>de</strong>renswaardige vlucht van <strong>de</strong> exacte wetenschappen<br />

en <strong>de</strong>n triomf van <strong>de</strong> techniek, zal dit realisme zich<br />

in <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> helft van <strong>de</strong> 19e eeuw ontwikkelen tot een<br />

machtige kunstbeweging die <strong>het</strong> naturalisme beet (Flaubert :<br />

Madame Bovary, 1857; E. Zola : l'Assommoir 1877) en die<br />

zich over heel Europa verspreid heeft.<br />

Het realisme, <strong>voor</strong>al <strong>het</strong> Hollandsche, wil<strong>de</strong> <strong>het</strong> gewone<br />

dagelijksche leven weergeven — « kopieeren zooals Potgieter<br />

dat eenigszins kleineerend noem<strong>de</strong>.<br />

In NICOLAAS BEETS vond <strong>het</strong> zijn eersten en<br />

N. BEETS<br />

besten vertegenwoordiger.<br />

(Hil<strong>de</strong>brand)<br />

Ook hij had met Byron en Scott gedweept en in 1814-1903<br />

zijn « zwarten tijd » zwaarmoedige namaak-verzen geschreyen.<br />

Tot hij die kunstmatige stemming van zich afschud<strong>de</strong>,<br />

en sc<strong>het</strong>sen gaf die in 1839 vereenigd wer<strong>de</strong>n in <strong>de</strong> Camera<br />

Obscura. De auteur, toen nog stu<strong>de</strong>nt, teeken<strong>de</strong> HILDEBRAND.<br />

Later breid<strong>de</strong> hij zijn boek uit, dat eerst bij <strong>de</strong>n <strong>de</strong>r<strong>de</strong>n druk,<br />

in 1854-, zijn huidigen omvang kreeg.<br />

Echt-Hollandsche menschen en toestan<strong>de</strong>n kiekte Beets in<br />

dit kapitaal werk, dat terecht classiek gewor<strong>de</strong>n is. Meest uit<br />

<strong>de</strong>n gegoe<strong>de</strong>n mid<strong>de</strong>nstand : De Familie Kegge, De Familie<br />

Stastok, Gerrit Witse; met die onvergetelijke typen : Nurks,<br />

dat onaangenaam mensch ; <strong>de</strong>n parvenu, mijnheer Kegge, en<br />

<strong>de</strong>n stijven Pieter Slastok. Veel verheffing is er in al die bekrompen<br />

leventjes niet, alle uitersten ontbreken er aan. Maar<br />

na hon<strong>de</strong>rd jaar tre<strong>de</strong>n ze nog levend naar voren, hoewel<br />

wij niet blind blijven <strong>voor</strong> <strong>de</strong> weleens kin<strong>de</strong>rlijke zelfgenoegzaamheid<br />

van <strong>de</strong>n moraliseeren<strong>de</strong>n, lief<strong>de</strong>loozen schrijver en<br />

<strong>voor</strong> <strong>de</strong>n zwakken bouw. De scherpe opmerkingsgave en <strong>de</strong><br />

humor verrichten dat won<strong>de</strong>r.<br />

Hil<strong>de</strong>brand-Beets werd dominee, later hoogleeraar, en<br />

schreef veel : eenige letterkundige studies en <strong>voor</strong>al verzen.<br />

LTit die aanzienlijke reeks van zeer ongelijke bun<strong>de</strong>ls ont-<br />

171


hou<strong>de</strong>n wij een paar volksliedjes : eenvoudige huiselijke<br />

poezie als Het Breistertje, De Conducteur, alsook ettelijke puntdichten<br />

en zeer enkele verzen van dieper waar<strong>de</strong> (De Moerbeitoppen<br />

ruischten).<br />

Zijn talrijke va<strong>de</strong>rlandsche en niet-doorvoel<strong>de</strong>,<br />

godsdienstige zangen — nog in 1 900 verschenen<br />

zijn laatste Dennenaal<strong>de</strong>n! — wer<strong>de</strong>n door <strong>de</strong> Tachtigers<br />

ongenadig neergehaald.<br />

PREDIKANTEN Vriend en navolger was <strong>de</strong> vrome zachtmoedige<br />

IN DE<br />

JOHANNES P. HASEBROEK. Predikant to Heiloo, waar<br />

LITERATUUR :<br />

hij van 1 836 tot 1 843 een letterkundig centrum<br />

J. vorm<strong>de</strong> : <strong>de</strong> ring van Heiloo, waarvan Beets, Potgie-<br />

H ASE BROEK<br />

(Jonathan) ter, Mevr. Bosboom-Toussaint, Hofdijk, W. <strong>de</strong><br />

1812-1896 Clercq, I. da Costa <strong>de</strong>el uitmaakten, liet hij on<strong>de</strong>r<br />

<strong>het</strong> pseudoniem JONATHAN een ietwat sentimenteelen en<br />

breedsprakigen, doch keurigen sc<strong>het</strong>senbun<strong>de</strong>l Waarheid en<br />

Droomen verschijnen.<br />

JOHANNES KNEPPELHOUT schreef over <strong>de</strong> ze<strong>de</strong>n<br />

J. KNEPPELHOUT<br />

(Klikspaan) en gewoonten van <strong>de</strong> Leidsche stu<strong>de</strong>nten in Stu<strong>de</strong>n-<br />

1814-1885 tentypen. Het teekenen van typen was toen in <strong>de</strong><br />

mo<strong>de</strong>, naar Engelsche <strong>voor</strong>beel<strong>de</strong>n.<br />

C. E. VAN CORNET IS ELISA VAN KOETSVELD vertel<strong>de</strong> uit <strong>het</strong><br />

KOETSVELD<br />

1807-1893 Leven van een dorpspredikant in zijn Sc<strong>het</strong>sen uit <strong>de</strong><br />

Pastorie to Mastland.<br />

S. GORTER SIMON GORTER liet levendige reisbeschrijvingen<br />

1838-1871<br />

na : Een Jaar levens <strong>voor</strong> <strong>de</strong> Dagbladpers, en diverse<br />

H. DE VEER Letterkundige Studien. Hij stierf jong en werd als<br />

1829-1890 hoofdredacteur van Het Nieuws van <strong>de</strong>n Dag (in<br />

zijn laatste jaren was hij journalist) opgevolgd door een<br />

an<strong>de</strong>ren oud-dominee, HENDRIK DE VEER, <strong>de</strong>n getrouwen uitbeel<strong>de</strong>r<br />

van <strong>het</strong> toenmalige gezinsleven in Trou-Ringh <strong>voor</strong><br />

't Jonge Holland.<br />

Is <strong>het</strong> geen typisch verschijnsel dat, op Klikspaan na, al<br />

<strong>de</strong>ze humoristische schrijvers, die, hoewel ze on<strong>de</strong>r <strong>de</strong>n rechtstreekschen<br />

invloed van Dickens en Thackeray ston<strong>de</strong>n, toch<br />

Hollandsche kleinkunst schonken, predikanten waren ? De<br />

stichten<strong>de</strong> bedoelingen, die <strong>de</strong> besten on<strong>de</strong>r hen op <strong>de</strong>n<br />

achtergrond hiel<strong>de</strong>n, verhoogen natuurlijk <strong>de</strong> aest<strong>het</strong>ische<br />

waar<strong>de</strong> van hun huiselijke, een enkele maal huisbakken kunst<br />

1 72


niet. Deze opmerking geldt hoofdzakelijk <strong>voor</strong> <strong>de</strong>


wijze <strong>de</strong>el met zijn geestige Leekedichtjes, in zijn laatste levens-<br />

jaren al wan<strong>de</strong>lend gemaakt. Raak en meestal schertsend,<br />

keer<strong>de</strong> hij zich evenzeer tegen wat hij bekrompen.orthodoxie<br />

noemt,<br />

REALISTISCHE<br />

VERTELLERS :<br />

GERRIT<br />

VAN DE LINDE<br />

1808-1858<br />

M. PRAGER-<br />

LINDO<br />

(Ou<strong>de</strong> Heer Smits)<br />

1819-1877<br />

als tegen <strong>het</strong> oppervlakkige ongeloof van « Jan Rap >>.<br />

Als parodie bedoeld op <strong>de</strong> stijfheid en leege<br />

<strong>voor</strong>naamheid van zijn tijd, zijn <strong>de</strong> droogkomieke<br />

Cedichten an <strong>de</strong>n Schoolmeester, door GERRIT VAN DE<br />

LINDE, vaak grappig.<br />

Er blijft nog to wijzen op enkele niet-predikanten.<br />

Namelijk MARK PRAGER LINDO, een Engelschman<br />

van geboorte die on<strong>de</strong>r <strong>de</strong>n schuilnaam OUDE<br />

HEER SKITS gewild-humoristische sc<strong>het</strong>sen en verhalen<br />

schreef naar <strong>het</strong> groote <strong>voor</strong>beeld van zijn<br />

landgenoot Thackeray. Met zijn vriend LODEWIJK<br />

L. MULDER MULDER (zie blz. 165) gaf hij Ajdrukken van Indrule-<br />

1822-1907 ken.<br />

Waar in Vlaan<strong>de</strong>ren Conscience en <strong>de</strong> zusters Loveling<br />

mooie dorpsvertellingen in <strong>het</strong> licht gaven, een genre dat<br />

omtrent 1850 -over heel Europa in <strong>de</strong> mo<strong>de</strong> kwam, trad<br />

J. J. CREMER<br />

JACOB JAN GREATER in Noord-Ne<strong>de</strong>rland op met zijn<br />

1827-1880 Betuwsche en <strong>voor</strong>al zijn Over-Betuwsche Novellen, die<br />

hij zelf met talent kon <strong>voor</strong>dragen. Naar <strong>het</strong> mo<strong>de</strong>l van<br />

Dickens schreef hij romans met sociale strekking die in<strong>de</strong>rtijd<br />

opgang maakten : Fabriekskin<strong>de</strong>ren, Anna Rooze, e. a., maar<br />

die zwak zijn in <strong>de</strong> karakterteekening. Als schil<strong>de</strong>r van <strong>het</strong><br />

gei<strong>de</strong>aliseer<strong>de</strong> boerenleven, die daarbij een dialect als spreektaal<br />

gebruikte, vond <strong>de</strong>ze « Hollandsche Conscience » veel<br />

navolging in verschillen<strong>de</strong> gewesten.<br />

J. VAN MAURIK Van <strong>de</strong> vele novellen uit dien tijd wor<strong>de</strong>n nu nog<br />

1846-1904 gelezen <strong>de</strong> comische of vrij sentimenteele verhalen<br />

uit <strong>het</strong> groote-stadsleven : Uit <strong>het</strong> Volk, Met z'n Achten, van<br />

JUSTUS VAN MAL- RIK, die ook amusante blijspelen schreef.<br />

Over <strong>het</strong> bestaan op zee vertel<strong>de</strong> boeiend <strong>de</strong> zeeofficier<br />

ARNOLD WERUMEUS BUNING. De geestigheid in zijn<br />

A. WERUMEUS<br />

BUNING Marinesc<strong>het</strong>sen en Binnen en buiten Boord is van een<br />

1846-1933 beter allooi dan bij <strong>de</strong>n vorige. Humoristisch schrijver<br />

van Krieken<strong>de</strong> 'riekske en menig leuk prozastukje in zijn<br />

Betuwsch dialect, was Pater BERNARD VAN MEURS.<br />

174


Noch <strong>de</strong> vruchtbare romanciere MELATI VAN JAVA (schuil-<br />

naam van N. Marie C. Sloot), noch professor JAN J. TEN BRINK<br />

TEN BRINK, een gemoe<strong>de</strong>lijke veelschrijver (De 1834-1901<br />

Bre<strong>de</strong>ro's, Jan Starter en zijn Wijf, Brechtje Spieghels), zijn figuren<br />

van beteekenis geweest, al waren ze in hun tijd populair,<br />

evenals CORNELIE HUYGENS die in later jaren een socialistischen<br />

roman, Barthold Meryan, gaf.<br />

An<strong>de</strong>re schrijvers zijn <strong>het</strong> die, in <strong>de</strong> jaren vo6r '80, <strong>de</strong><br />

inlui<strong>de</strong>rs geweest zijn van een nieuwen tijd.<br />

C. — VOORLOOPERS VAN DE VERNIEUWING<br />

Gesproten uit een geslacht van Fransche refugies, C. BUSKEN HUET<br />

was CONRAD BUSKENHI: ET een zeer mo<strong>de</strong>rn 1826-1886<br />

Waalsch predikant te Haarlem. Toen hij geheel van <strong>de</strong> kerk<br />

vervreemd was en zijn ambt neerlei, zocht <strong>de</strong>ze theoloog die<br />

geen « dominee » wil<strong>de</strong> zijn, een nieuwe levenstaak in <strong>de</strong><br />

journalistiek en <strong>de</strong> beoefening van <strong>de</strong> literatuur. Een scheppend<br />

artist toon<strong>de</strong> hij zich echter niet in Novellen en romans<br />

w. o. <strong>het</strong> veelbesproken Li<strong>de</strong>rvij<strong>de</strong>. Veeleer een polemischen,<br />

spot- en strijdlustigen criticus, met een vlotten, geestigen<br />

schrijftrant : gansch <strong>het</strong> tegen<strong>de</strong>el van <strong>de</strong>n statigen, vaak<br />

duisteren, doch altijd doordachten re<strong>de</strong>naarsstijl van zijn<br />

vriend Potgieter. Zijn mo<strong>de</strong>l was Sainte-Beuve.<br />

Potgieter zag in hem een jongen man die waardig was <strong>de</strong><br />

plaats van Bakhuizen van <strong>de</strong>n Brink in te nemen. Van 1862<br />

tot 1865 mocht hij ongenadig in De Gids <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>lmatige<br />

talenten van zijn tijd te lijf gaan : met een <strong>voor</strong>beeldige<br />

vastheid van oor<strong>de</strong>el en smaak, in een zwierigen journalistenstij1;<br />

doch meer schitterend van vorrn dan diep van gedachte<br />

en psychologisch inzicht.<br />

Begin 1865 kwam <strong>de</strong> breuk met <strong>de</strong> Gids-redactie, ten<br />

gevolge van twee ophefmaken<strong>de</strong> artikelen. Drie jaar nadien<br />

trok hij als journalist naar Indie, waar hij in


had hem in eigen land te veel vijandschap bezorgd. Volslagen<br />

scepticus, had hij alle vertrouwen in een literaire herleving<br />

bij zijn « uitgebloeid yolk » verloren ; <strong>de</strong> <strong>voor</strong>teekenen van<br />

een nieuwe poetische beweging heeft hij na 1 880 niet meer<br />

on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n. Se<strong>de</strong>rt hij meer tijd <strong>voor</strong> studie gekregen had,<br />

verloor zijn werk <strong>het</strong> ietwat oppervlakkig karakter van <strong>het</strong><br />

krantengeschrijf. In Ou<strong>de</strong> Romans ontleed<strong>de</strong> hij o.a. <strong>de</strong> productie<br />

van <strong>de</strong> dames Wolff en Deken. De Persoonliji?e Herinneringen<br />

aan Potgieter blijven zijn beminnelijkste boek. Reisindrukken<br />

en cultuurhistorische beschouwingen gaf hij in Het<br />

Land van Rubens (1879) . Nog belangrijker is Het Land van<br />

Rembrand (1882-84), met <strong>de</strong>n on<strong>de</strong>rtitel : « Studien over <strong>de</strong><br />

Noord-Ne<strong>de</strong>rlandsche beschaving in <strong>de</strong> 1 7e eeuw ». Wijlen<br />

zijn groote vriend Potgieter zou er gelukkig om geweest zijn.<br />

C. VOSMAER Meer kunstkenner, wijsgeerig aangelegd man van<br />

1826-1888 smaak dan scheppend artist, was CAREL VOSMAER.<br />

Vogels van diverse pluimage heet een bun<strong>de</strong>l keurige sc<strong>het</strong>sen.<br />

Over Multatuli gaf hij een loven<strong>de</strong> studie : De Zaaier. Hij<br />

schreef over « he<strong>de</strong>ndaagsche schil<strong>de</strong>rs » en, in <strong>het</strong> Fransch,<br />

over Rembrandt. Doch meer en meer ging hij <strong>de</strong> Romeinsche<br />

en <strong>voor</strong>al <strong>de</strong> Grieksche kunst bewon<strong>de</strong>ren : in een dichterlijke<br />

idylle Nanno gebruikte hij alle geken<strong>de</strong> Grieksche versmaten<br />

; <strong>de</strong> Ilias en <strong>de</strong> Odyssee vertaal<strong>de</strong> hij in <strong>de</strong> oorspronkelijke<br />

hexameters; in een paar romans : Amazone en <strong>de</strong><br />

onvoltooi<strong>de</strong> Inwijding trachtte hij zijn lezers aan zijn lief<strong>de</strong><br />

<strong>voor</strong> <strong>de</strong> classieke kunst, <strong>voor</strong>al <strong>de</strong> plastiek <strong>de</strong>elachtig te<br />

maken. Het verhaal is er bijzaak; hoofdzaak daarentegen zijn<br />

<strong>de</strong> gesprekken van <strong>de</strong> personages over artistieke aangelegenhe<strong>de</strong>n.<br />

Aan <strong>de</strong> kunst van <strong>de</strong> Oudheid, die gei<strong>de</strong>aliseer<strong>de</strong><br />

werkelijkheid geeft en in een verheven harmonie <strong>het</strong> hoogste<br />

betracht, zou <strong>het</strong> he<strong>de</strong>n zich moeten spiegelen. Vosmaer, <strong>de</strong><br />

criticus FLANOR uit <strong>het</strong> weekblad De Ne<strong>de</strong>rlandsche Spectator,<br />

had een hekel aan <strong>het</strong> opkomen<strong>de</strong> naturalisme : alleen <strong>het</strong><br />

schoone kon immers on<strong>de</strong>rwerp van kunst zijn.<br />

Van <strong>de</strong> beweging van '80, die hem aanvankelijk waar<strong>de</strong>er<strong>de</strong>,<br />

was <strong>de</strong>ze dienaar <strong>de</strong>r Schoonheid een <strong>voor</strong>looper.<br />

Zelfs leid<strong>de</strong> hij <strong>de</strong> eerste uitgave <strong>de</strong>r gedichten van Jacques<br />

Perk in.<br />

1 76


Uit <strong>de</strong> jaren voOr '80 zijn meer zulke <strong>voor</strong>name, e<strong>de</strong>le<br />

menschen te citeeren die niet of slechts onrechtstreeks tot <strong>de</strong><br />

eigenlijke literatuur behooren, doch die, om <strong>de</strong>n invloed dien<br />

ze uitgeoefend hebben op <strong>het</strong> geestelijk leven van hun tijd<br />

en om <strong>de</strong> stylistische kwaliteiten van hun werk, in een geschie<strong>de</strong>nis<br />

van <strong>de</strong>ze literatuur vermeld dienen te wor<strong>de</strong>n. Zoo<br />

<strong>de</strong> philosoof van <strong>de</strong> ervaring, tevens gezaghebbend jurist en<br />

hoogleeraar te Utrecht, CORNELIS WILLEM OPZ00-<br />

C. W.<br />

MER: De Weg <strong>de</strong>r Wetenschap, HandboeI' <strong>de</strong>r Logica, De OPZOOMER<br />

Grenzen <strong>de</strong>r Staatsmacht en veel gelegenheidsgeschrif- 1821-1892<br />

ten waarvan hij <strong>de</strong> belangrijkste verzamel<strong>de</strong> in 3 <strong>de</strong>elen Losse<br />

Bla<strong>de</strong>n. Zoo <strong>de</strong> levendige polemist, uitgever van talrijke<br />

studies over en werken van onze ou<strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsche mees-<br />

ters : <strong>de</strong> oud-dominee J. VAN VLOTEN. Ook <strong>de</strong> histo-<br />

J. VAN VLOTEN<br />

ricus ROBERT JAC. FRUIN die zich een sober en hel<strong>de</strong>r 1818-1883<br />

stylist betoon<strong>de</strong> in zijn Tien Jaren uit <strong>de</strong>n 80-jarigen R. J. FRUIN<br />

Oorlog en in menig hoofdstuk uit zijn omvangrijke 1823-1899<br />

Versprei<strong>de</strong> Geschriften, 10 d. De staathuishoudkundige H. P. G. QUACK<br />

HENDRIK P. G. QUACK die een kapitaal, zes<strong>de</strong>elig 1834-1917<br />

werk over De Socialisten schreef en belangwekken<strong>de</strong> Herinneringen<br />

over <strong>de</strong> velen met wie hij als hoogleeraar, Gidsredacteur<br />

en directeur van <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsche Bank in aanraking<br />

kwam.<br />

In nauwere betrekking tot <strong>de</strong> fraaie letteren stond A. PIERSON<br />

aanvankelijk ALLARD PIERSON. Predikant te Leuven L831-1896<br />

van 1854 tot '57, schreef hij over <strong>de</strong>ze Pastory in <strong>de</strong>n vreem<strong>de</strong>,<br />

een boek vol indrukken, ervaringen en allerhan<strong>de</strong> overpeinzingen<br />

nadien omgewerkt tot Intimis (1861). Zijn kracht lag<br />

echter niet in <strong>de</strong>n roman (Adriaan <strong>de</strong> 1116rival); doch <strong>de</strong><br />

ruimte van blik, <strong>het</strong> warme gevoel, <strong>de</strong> menschenkennis en <strong>de</strong><br />

aest<strong>het</strong>ische zin waarvan zijn breed opgezette studies getuigen,<br />

maken hem tot een figuur van beteekenis in <strong>de</strong> geschie<strong>de</strong>nis<br />

van <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsche beschaving. Tot zijn beste werken<br />

behooren Geestelijke Voorou<strong>de</strong>rs : Israel (1887), Hellas en <strong>het</strong><br />

onvoltooi<strong>de</strong> Rome. Hoewel zijn belangstelling meer <strong>de</strong> groote<br />

buitenlandsche stroomingen gold (8 d. Versprei<strong>de</strong> Geschriften),<br />

wijd<strong>de</strong> hij een mooi boek aan Ou<strong>de</strong>re Tijdgenooten, waarin hij<br />

<strong>de</strong> mannen van <strong>het</strong> Reveil teeken<strong>de</strong>, in wier kring hij zijn<br />

177


jeugd doorgebracht had doch aan wier invloed hij ontsnapte :<br />

stu<strong>de</strong>nt van prof. Opzoomer, ging hij tot <strong>de</strong> mo<strong>de</strong>rne richting<br />

over en brak later met alle geloof.<br />

ED. DOUWES De man die meer dan wie ook als <strong>voor</strong>post en<br />

DEKKER inlui<strong>de</strong>r van een nieuwen tijd mag Bel<strong>de</strong>n was<br />

(Multatuli)<br />

1820-1887 EDUARD DOUWES DEKKER.<br />

Hoe hij als Indisch ambtenaar, in zijn pogingen om onrecht<br />

van inlandsche hoof<strong>de</strong>n jegens <strong>de</strong> bevolking te keer te gaan,<br />

geen steun vond bij zijn overhe<strong>de</strong>n en ontslag nam : <strong>de</strong> geschie<strong>de</strong>nis<br />

is algemeen bekend uit <strong>het</strong> ophefmakend boek dat<br />

hij eraan wijd<strong>de</strong> : Max Havelaar of <strong>de</strong> Koffijveilingen <strong>de</strong>r<br />

Ne<strong>de</strong>rlandsche Han<strong>de</strong>lmaatschappij (1860). Hij schreef dit in<br />

armoedige omstandighe<strong>de</strong>n, op een hotelkamertje te Brussel,<br />

on<strong>de</strong>r <strong>het</strong> pseudoniem MULTATULI (d. i. « lk heb veel gele<strong>de</strong>n<br />

»). Een geniaal boek is <strong>het</strong>, dat een overweldigen<strong>de</strong>n<br />

bijval gekend heeft en van invloed gebleken is op <strong>de</strong>n geest<br />

waarin Ne<strong>de</strong>rlandsch Oost-Indie bestuurd wordt. Zichzelf<br />

voer<strong>de</strong> <strong>de</strong> auteur als Max Havelaar ten tooneele, mid<strong>de</strong>nin<br />

een caricaturaal gesc<strong>het</strong>st Amsterdam, verpersoonlijkt in<br />

Batavus Droogstoppel, een bekrompen, uitsluitend op geldbejag<br />

gespitsten koopman. In diens huiskring wordt uit <strong>de</strong><br />

papieren van Sjaalman, zooals <strong>de</strong> makelaar in koffie hem<br />

noemt, <strong>het</strong> relaas van <strong>de</strong> gebeurtenissen op Java <strong>voor</strong>gelezen.<br />

Heerlijke idyllische tafereelen als <strong>de</strong> Geschie<strong>de</strong>nis van Saidjah<br />

en Adinda, wisselen of met bladzij<strong>de</strong>n van een meesleepen<strong>de</strong><br />

oratorische kracht : <strong>de</strong> Toespraak tot <strong>de</strong> Hoof<strong>de</strong>n van Lebak of<br />

aan <strong>het</strong> slot <strong>het</strong> beroep op <strong>de</strong>n Koning van Ne<strong>de</strong>rland, tevens<br />

Keizer van 't prachtige Rijk van Insulin<strong>de</strong>, dat zich daar<br />

slingert om <strong>de</strong>n evenaar als een gor<strong>de</strong>l van smaragd >>. De<br />

compositie is opzettelijk grilli , <strong>de</strong> uitweidingen en ambtelijke<br />

stukken zijn te talrijk : toch is <strong>het</strong> een meesterlijk boek.<br />

Dat in zijn onmid<strong>de</strong>llijke gevolgen <strong>de</strong>n auteur echter diep<br />

teleurstel<strong>de</strong> : niet als kampioen van <strong>de</strong> rechten van <strong>de</strong>n verdrukten<br />

Javaan prees men hem, doch in <strong>de</strong> eerste plaats als<br />

schrijver. Hij voel<strong>de</strong> dat men hem niet begreep of niet begrij<br />

pen wou en dat verbitter<strong>de</strong> <strong>de</strong>n zenuwlij<strong>de</strong>r en <strong>de</strong>n romanticus<br />

die hij steeds geweest is. Want een typische, late vertegenwoordiger<br />

van <strong>de</strong> romantiek was hij ongetwijfeld : met<br />

178


zijn teugellooze verbeelding, zijn droom van martelaarschap<br />

en wereldhervorming, zijn afkeer <strong>voor</strong> sleur en conventie.<br />

Overtuigd als hij was van zijn eigen genialiteit, liet hij <strong>voor</strong>taan<br />

alle zelfbeperking varen, gaf hij zich geheel zooals hij<br />

was, met al zijn fouten en gebreken, en rand<strong>de</strong> onbeschroomd<br />

aan wat hem op maatschappelijk en godsdienstig gebied<br />

onwaar toescheen. Ook aan literaire onnatuur en r<strong>het</strong>oriek<br />

had hij <strong>het</strong> land : in zijn hemdsmouwen zat hij daar, en<br />

praatte er maar op los. Voor wat in hem kookte behoef<strong>de</strong><br />

hij een eigen vorm : beurtelings hartstochtelijk als een profeet<br />

uit <strong>de</strong>n Bijbel, of rustig betoogend; bijtend sarcastisch of<br />

idyllisch lieftallig, maar steeds springlevend. Zijn invallen<br />

noteer<strong>de</strong> hij in genummer<strong>de</strong> I <strong>de</strong>en (1862-1877), een dagboek<br />

van zijn ziel. Hij field van paradoxen; hij liep to koop met<br />

theorieen die lijnrecht indruischten tegen <strong>de</strong> algemeen gangbare<br />

; hij verloor veel vrien<strong>de</strong>n door zijn humeur; door zijn<br />

eigen schuld vervreemd<strong>de</strong> hij van zijn eerste vrouw (Tine<br />

uit Max Havelaar) ; door zijn gebrek aan zuinigheid en<br />

practischen zin verkeer<strong>de</strong> hij in geldnood ; <strong>de</strong> regeering in<br />

Ne<strong>de</strong>rland nosh in Indie waar<strong>de</strong>er<strong>de</strong> zijn daad van zelfopoffering<br />

ten bate van een e<strong>de</strong>le zaak : overal zag Multatuli<br />

miskenning. En hij werd <strong>de</strong> « virtuoos van <strong>het</strong> sarcasme > die,<br />

zooals Busken Huet <strong>het</strong> uitdrukte, zijn stegenstan<strong>de</strong>rs « aziatisch<br />

afmaakte ». Hij werd ook <strong>de</strong> revolutionnair, <strong>de</strong> kampvechter<br />

<strong>voor</strong> vrijheid op alle gebied, tegen domheid en<br />

bekrompenheid in : « Publiek, ik veracht u met groote innigheid<br />

>>. Vaak zeg<strong>de</strong> hij <strong>voor</strong>treffelijke dingen. Vaak ook was<br />

<strong>het</strong>geen hij schreef slechts zeer ordinaire wijsheid, door<br />

an<strong>de</strong>ren <strong>voor</strong> hem weerlegd of veel beter en vollediger geformuleerd.<br />

Maar <strong>voor</strong> zijn publiek was alles flonkerend<br />

nieuw, en <strong>de</strong> manier waarop hij <strong>het</strong> zei, eenig raak. Zijn<br />

vijan<strong>de</strong>n en zijn volgelingen waren dan ook legio. Dezen<br />

eer<strong>de</strong>n in hem <strong>voor</strong>al <strong>de</strong>n apostel van <strong>de</strong> vrije gedachte.<br />

Geen won<strong>de</strong>r dat die an<strong>de</strong>re revolutionnairen, <strong>de</strong> Tachtigers,<br />

hem als een wegberei<strong>de</strong>r erken<strong>de</strong>n en hoogschatten.<br />

Niemand was dat zoozeer als hij : naar <strong>de</strong>n geest en naar <strong>de</strong>n<br />

vorm. De ein<strong>de</strong>looze twistgesprekken en polemieken waartoe<br />

hij aanleiding gaf riepen Holland wakker.<br />

179


Tot <strong>het</strong> beste uit zijn zeven bun<strong>de</strong>ls l<strong>de</strong>en behooren <strong>de</strong><br />

groote samenhangencie stukken die <strong>de</strong> onvoltooi<strong>de</strong> Geschie<strong>de</strong>nis<br />

van Woutertje Pieterse uitmaken: <strong>de</strong> geestelijke ontwikkeling<br />

van een dichterlijk kind, <strong>de</strong>els Multatuli zelf, in een kleinburgerlijke,<br />

plat-Amsterdamsche omgeving van juffrouwen Krummel,<br />

Stoffel en Laps, en an<strong>de</strong>re Meester Pennewippen. Ver<strong>de</strong>r<br />

is er een tamelijk r<strong>het</strong>oricaal i<strong>de</strong>een-drama in verzen: Vorstenschool,<br />

waarin koningin Louise <strong>het</strong> verlichte, alle onrecht herstellen<strong>de</strong><br />

koningschap belichaamt en telkens <strong>de</strong> theorieen van<br />

<strong>de</strong>n auteur moet verkondigen.<br />

Uit <strong>de</strong> Jtlinnebrieven zijn <strong>voor</strong>al bekend <strong>de</strong> Geschie<strong>de</strong>nissen<br />

van Gezag en <strong>de</strong> Kruissprook. Uiterst beLngwekkend <strong>voor</strong> <strong>de</strong><br />

kennis van zijn leven en een juister begrip van zijn veelzijdige<br />

persoonlijkheid, blijven zijn Brieven. In hooge mate hebben<br />

zij die bekoorlijke losheid, die natuurlijkheid van stin en<br />

gedachtengang welke aan brieven van louter persoonlijken<br />

aard soms een algemeene literaire waar<strong>de</strong> verzekeren.<br />

Vooraleer <strong>de</strong> eigenlijke vernieuwing to behan<strong>de</strong>len die De<br />

Nieuwe Gids in <strong>de</strong> jaren 1880 gebracht heeft, zullen wij nog<br />

enkele schrijvers beschouwen die in zekere mate <strong>de</strong> aankondigers<br />

van <strong>de</strong>ze beweging geweest zijn of wier later werk op<br />

haar invIoed wijst.<br />

F. L. HEMKES De jonggestorven dichter F. L. FlEmKEs gaf maar<br />

1854-1887 een bun<strong>de</strong>ltje verzen uit, waarin <strong>de</strong> twee beken<strong>de</strong><br />

stukken <strong>voor</strong>komen : 't Geuzenven<strong>de</strong>l op <strong>de</strong>n Thuismarsch en Het<br />

Kin<strong>de</strong>ke van <strong>de</strong>n Dood.<br />

M. BODDAERT<br />

1844-1914<br />

I. ESSER<br />

(Soera Rana)<br />

1845-1920<br />

W. L. PENNING<br />

(M. Coens)<br />

1840-1924<br />

MARIE BODDAERT schreef een drietal bun<strong>de</strong>ls<br />

keurige, doorgaans weemoedige gedichten. Vruchtbaar<strong>de</strong>r<br />

was <strong>de</strong> thans vrijwel vergeten SOERA RANA,<br />

een schuilnaam van ISAAC ESSER. En veel belang-<br />

rijker bleek in <strong>de</strong>zen overgangstijd <strong>de</strong> dichter WIL-<br />

LEM LIVINUS PENNING. Ook wer<strong>de</strong>n zijn Tien<strong>de</strong>n van<br />

<strong>de</strong>n Oogst — in <strong>de</strong> lijn van De Genestet — en <strong>voor</strong>al<br />

Benjamins Vertellingen — zinrijk realisme, van droom<br />

en verbeelding doorlicht, in <strong>de</strong> lijn van Staring — naast <strong>het</strong><br />

weemoedige boek Kamermuziek van <strong>de</strong>n inmid<strong>de</strong>ls blind gewor<strong>de</strong>n<br />

schrijver, door <strong>de</strong> Tachtigers naar waar<strong>de</strong> geschat<br />

180


om <strong>de</strong> schoonheid van klank en van beeldspraak. Wat even-<br />

eens <strong>het</strong> geval was met <strong>de</strong> zangerige, tevens plastische<br />

natuurverzen van JACOB WINKLER PRINS, een mees-<br />

J. WINKLER<br />

ter van <strong>de</strong> kleinkunst die teruggetrokken leef<strong>de</strong> en<br />

PRINS<br />

zich zelfstandig ontwikkel<strong>de</strong> in <strong>de</strong> richting die <strong>de</strong> 1849-1907<br />

Tachtigers dra zou<strong>de</strong>n inslaan (Sonnetten, Zon<strong>de</strong>r Sonnetten,<br />

Lief<strong>de</strong>'s Erinnering).<br />

Nog meer had <strong>de</strong> jonge Kloos <strong>het</strong> op<br />

met <strong>de</strong> epische gedichten : Lilith en Go<strong>de</strong>nschemering van<br />

MARCELLUS EMANTS, dien hij <strong>de</strong>n


OPGAVEN VOOR GELEIDE OEFENINGEN<br />

1. Toon aan, met een tiental namen van schrijvers en boeken, dat er<br />

in Ne<strong>de</strong>rland omtrent 1840 en 1860 telkens van een betrekkelijk<br />

bloeitijdperk sprake kan zijn.<br />

2. Noem eenige schrijvers van historische romans, uit onze en uit buitenlandsche<br />

literaturen. Noem een paar van hun werken.<br />

3. Vergelijk, zoo mogelijk aan <strong>de</strong> hand van Prinsen (De Ou<strong>de</strong> en <strong>de</strong><br />

Nieuwe histor. roman in Ned.) : Conscience, De Leeuw v. Vlaan<strong>de</strong>ren,<br />

met Een Zwerver verliefd (Van Schen<strong>de</strong>l) ; Van Lennep,<br />

Ferdinand Huyck, met De Bevrij<strong>de</strong>rs (Van Moerkerken).<br />

4. Hoe ston<strong>de</strong>n <strong>de</strong> schrijvers uit <strong>de</strong> Gou<strong>de</strong>n Eeuw en hoe <strong>de</strong> romantici<br />

tegenover <strong>de</strong> natuur? Vergelijk bei<strong>de</strong>r standpunt.<br />

5. Leg een novelle van Potgieter naast een <strong>de</strong>r eerste hoofdstukken van<br />

Woutertje Pieterse en trek een parallel tusschen <strong>de</strong>n stijl van bei<strong>de</strong><br />

schrijvers.<br />

6. Wie houdt er een lezing <strong>voor</strong> <strong>de</strong> klasse over <strong>het</strong> leven van Potgieter,<br />

steunend op <strong>het</strong> boek van A. Verwey en (of) Huet's « Persoonlijke<br />

Herinneringen aan P.<br />

7. Hoe stond Potgieter als criticus en als schrijver tegenover <strong>het</strong> oppervlakkige<br />

chauvinisme van zijn tijdgenooten?<br />

8. Vergelijk, wat <strong>de</strong> i<strong>de</strong>een over vrouwenemancipatie betreft, Sara Burgerhart<br />

en Majoor Frans.<br />

9. Noem enkele Ne<strong>de</strong>rlandsche en buitenlandsche humoristen, alsook een<br />

paar typen uit hun werk.<br />

10. Maak een opstel over <strong>de</strong> Camera Obscura : naam en pseudoniem van<br />

<strong>de</strong>n schrijver; titel; jaar van verschijning; realisme en humor; eenige<br />

stukken en typen emit, enz.<br />

11. Maak een lijstje op van <strong>de</strong> predikanten on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> letterkundigen uit <strong>de</strong><br />

19e eeuw, met <strong>de</strong> aanduiding van hun belangrijkste werk.<br />

12. Multatuli schreef over zichzelf : « Hij was een vat vol tegenstrijdigheid<br />

>>. Ontwikkel dit door mid<strong>de</strong>l van eenige karaktertrekken die u,<br />

uit zijn werk, bekend zijn.<br />

13. Maak een opstel over <strong>de</strong>n Max Havelaar : naam en pseudoniem van<br />

<strong>de</strong>n schrijver; on<strong>de</strong>rtitel; ten<strong>de</strong>nz; satirische bedoelingen met een figuur<br />

als Droogstoppel; samenstelling van <strong>het</strong> boek; gedaanten waarin <strong>de</strong><br />

schrijver <strong>voor</strong>komt; succes en uitwerking.<br />

14. Houd een lezing over Amazone van Vosmaer. Toon o. m. aan dat<br />

er in <strong>de</strong>zen roman een te veel aan bespiegeling is en een Bemis aan<br />

spanning.<br />

BIBLIOGRAPHISCHE NOTA'S<br />

1. Geannoteer<strong>de</strong>, doorgaans goedkoope uitgaven :<br />

Een volledige opsomming van <strong>de</strong> talrijke uitgaven van werk uit <strong>de</strong><br />

19e en 20e eeuwen is onmogelijk en overigens totaal overbodig. Wij beperken<br />

ons dus tot <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> :<br />

Serie van Keurwerken (Schreu<strong>de</strong>rs, A'dam) :<br />

Aernout Drost : De Pestilentie te Katwijk (A. Verwey — C. G.<br />

N. <strong>de</strong> Vooys). Herdruk bij <strong>de</strong> Wereldbibl. Adam.<br />

Zwolsche Herdrukken (Tjeenk Willink) :<br />

182<br />

Potgieter : Jan, Jannetje en hun jongste Kind (Van <strong>de</strong>n Bosch).<br />

Potgieter : Albert (Engels).<br />

Is. da Costa : Hagar, etc. (Van <strong>de</strong>n Bosch).


De Genestet : Fantasio (Engels).<br />

St.-Nicolaasavond (Van <strong>de</strong>n Bosch).<br />

LIit Multatuli's I<strong>de</strong>en (Prinsen).<br />

Lyceum Herdrukken (Wolters) :<br />

*Gedichten van De Genestet, Staring en Potgieter (Lansberg).<br />

Christel. Letterk. Studien (Sijthoff) :<br />

*Da Costa (Wepenaar).<br />

Bibl. van Ned. Letterk. (Wolters) :<br />

De Genestet : Leekedichtjes (Meyboom).<br />

Lett. Bibl. <strong>voor</strong> Katholieken<br />

Potgieter : 't Is maar een Pennelikker (Vromans).<br />

Meulenhoffs Biblioth. :<br />

*Potgieter, 2 d. (Schepers).<br />

*De Genestet (Prinsen).<br />

*Da Costa (Poelhekke).<br />

*Multatuli (M<strong>de</strong>rkerk).<br />

*Alberdingk Thijm (Poelhekke).<br />

*J. v. Lennep (Buitenrust Hettema).<br />

Dietse Letteren (Meulenhoff, A'dam) :<br />

*Van Lennep : Ferdinand Huyck (Polman Tuin).<br />

*Multatuli : Woutertje Pieterse (Polman Tuin).<br />

Onze Letterkun<strong>de</strong> (Kluwer, Deventer) :<br />

*Ged. van I. da Costa.<br />

"Ged. van P. A. <strong>de</strong> Genestet.<br />

*Proza en poezie v. Potgieter.<br />

Ne<strong>de</strong>rlandsche Schrijvers (Tjeenk Willink) :<br />

*Lilt Potgieters werk (Engels).<br />

Klass. Letterk. Pantheon (Thiemel :<br />

Potgieter : Rijksmuseum (Van Dijk).<br />

Lief en Leed in <strong>het</strong> Gooi (Staverma.n).<br />

Gedichten, 2 d. (Bosman).<br />

De Genestet : Gedichten (Engels).<br />

Is. da Costa : Wachter, wat is er... (Kat).<br />

Hagar en 25 Jaren (Stapelkamp).<br />

Ned. Balla<strong>de</strong>n uit verschill. eeuwen (2 d. Zij<strong>de</strong>rveld).<br />

Keurboeken <strong>voor</strong> Midd. en Normaalond. (Ned. Boekh., Antwerpen) :<br />

*Hil<strong>de</strong>brand : De Familie Stastok (De Baere-Verboven).<br />

*Hil<strong>de</strong>brand : De Familie Kegge (De Baere-Verboven).<br />

*J. van Maurik : Bloemlezing (De Baere-Verboven).<br />

Keurbladz. uit Ned. Schrijvers (De Seyn-Verhougstraete, Aalst) :<br />

J. A. Alberdingk Thijm (Sterck).<br />

E. J. Potgieter (Vromans).<br />

1. v. Lennep.<br />

183


Ne<strong>de</strong>rl. Schrijvers <strong>voor</strong> <strong>het</strong> M. 0. (Van Hoof, Hoogstraten) :<br />

*Schaepman : 1. Proza; 2. Gedichten (Van Hoeck) ; 3. Gedichten<br />

(Persijn).<br />

*Potgieter : 1. Novellen; 2. Kritieken (De Wals).<br />

*Da Costa (Coussens).<br />

*De Genestet (De Wals).<br />

*L. Mul<strong>de</strong>r (Commissaris).<br />

2. An<strong>de</strong>re uitgaven :<br />

In <strong>de</strong> Wereld<strong>bibliotheek</strong> Potgieter, Aernout Drost, Bosboom-Toussaint,<br />

Alberdingk Thijm, Beets, De Genestet, Van <strong>de</strong> Lin<strong>de</strong> (Schoolmeester),<br />

e. a.<br />

Potgieter : Uit P. Poezie en Inleiding tot P.'s Poezie, 2 d. (Den Hertog).<br />

Potgieter : Florence en Gedroomd Paardrij<strong>de</strong>n (Meerkerk).<br />

Potgieter's Testament (Verwey).<br />

Busken Huet : Uit <strong>de</strong> Litter. Fantasieen en Kritieken, 2 d. (De Vooys —<br />

Staverman).<br />

Multatuli : Keur (van <strong>de</strong>n Bergh v. Eysinga-Elias).<br />

Bloemlezing (Heloize).<br />

Bloemlezing (S. van Praag).<br />

De Genestet : De mooiste Gedichten (Acket).<br />

Schaepman : Bloemlezing (Persijn, bij Futura, Lei<strong>de</strong>n).<br />

Penning : Benjamins Vertellingen, bloeml. (Opstelten).<br />

3. Bronnen <strong>voor</strong> ver<strong>de</strong>re studie :<br />

De Gids, 100' jg., nr 12 (December 1936).<br />

A. VERWEY : Toen <strong>de</strong> Gids werd opgericht. — Het Leven van Potgieter.<br />

PRINSEN : De ou<strong>de</strong> en <strong>de</strong> nieuwe histor. roman in Ne<strong>de</strong>rland. — Multatuli<br />

en <strong>de</strong> Romantiek.<br />

G. BROM : Romantiek en Katholicisme in Ne<strong>de</strong>rland, 2 d. — Barok en<br />

Romantiek. — De Dominee in onze literatuur.<br />

F. COENEN : Dickens en <strong>de</strong> Romantiek.<br />

C. en M. SCHARTEN-ANTINK : Julie Simon, <strong>de</strong> Levensroman van R. C.<br />

Bakhuizen v. d. Brink.<br />

J. M. DE WAAL : Aernout Drost (Utrecht 1918).<br />

ALLARD PIERSON : Ou<strong>de</strong>re Tijdgenooten (Bil<strong>de</strong>rdijk, da Costa, W. <strong>de</strong><br />

Clercq en <strong>het</strong> Reveil). — Willem <strong>de</strong> Clercq naar zijn Dagboek.<br />

M. ELISABETH KLUIT : Het Reveil in Ne<strong>de</strong>rland (A'dam, 1936).<br />

E. GEWIN : In <strong>de</strong>n Reveilkring.<br />

Over Alberdingk Thijm : a) Een Pionier, door POELHEKKE.<br />

b) door A. J. (pseudoniem van Lod. v. Deyssel,<br />

zijn zoon).<br />

c) Thijm en Vlaan<strong>de</strong>ren, door F. A. VERCAM.,<br />

MEN.<br />

CATH. C. TER HAAR : Ne<strong>de</strong>rland en Vlaan<strong>de</strong>ren (Mees, Santpoort 1933).<br />

M. F. VAN LENNEP : Het Leven van Mr J. van Lennep, 2 d.<br />

1. PERSIJN : Dr Schaepman, 3 d.<br />

G. BROM : Schaepman (Volksuniversiteits-Biblioth.).<br />

J. DYSERINCK : A. L. G. Bosboom-Toussaint.<br />

J. KOOPMANS : Letterkundige studien over <strong>de</strong> 19' eeuw (Uitg. Holland,<br />

A'dam).<br />

B. HUNNINGHER : Het Dramatische Werk van Schimmel in verband met<br />

<strong>het</strong> Amsterdamsche Tooneelleven in <strong>de</strong> 19e eeuw (Paris, to Amsterdam).<br />

184


CHANTEPIE DE LA SAUSSAYE : Nicolaas Beets.<br />

NIC. BEETS : Na 50 jaar (over zijn Camera Obsc.).<br />

Dr E. JONGEJAN : De humor-cultus <strong>de</strong>r romantiek in Ne<strong>de</strong>rland. (Thieme,<br />

Zutphen).<br />

C. G. N. DE VOOYS : a) De sociale roman en <strong>de</strong> sociale novelle in <strong>het</strong><br />

mid<strong>de</strong>n van - <strong>de</strong> 19e eeuw.<br />

b) Letterkundige Studien.<br />

K. H. BOERSEMA : Allard Pierson.<br />

Over Multatuli : PRINSEN, A. J. (Lod. v. Deyssel) , v. D. BERGH V.<br />

EYSINGA-ELIAS, PADBERG, J. PEE, J. SAKS. Vooral J. DE GRUYTER :<br />

Het Leven en <strong>de</strong> Werken, 2 d.; E. DU PERRON : De Man van<br />

Lebak, Anekdoten en Dokumenten betreffen<strong>de</strong> Multatuli (1937);<br />

MENNO TER BRAAK : Douwes Dekker en Multatuli (De Vrije<br />

Bla<strong>de</strong>n).<br />

J. B. MEERKERK : C. Busken Huet.<br />

Dr JAC. VISSER : W. L. Penning jr., De Mensch en <strong>de</strong> dichter (A'dam,<br />

1933).<br />

Raadpleeg ver<strong>de</strong>r <strong>de</strong> reeks monographieen : « Mannen en Vrouwen van,<br />

beteekenis >> (Hollandia, Baarn) waarin <strong>voor</strong>komen : Mevr. Bosboom-<br />

Toussaint, Van Lennep, Heye, Cremer, Busken Huet, Vosmaer, Schaepman,<br />

Pierson, Schimmel e. a.<br />

185


HOOFDSTUK IX<br />

VLAANDEREN, DE SCHOONE SLAAPSTER,<br />

ONTWAAKT<br />

A. — DE ROMANTIEK EN DE VLAAMSCHE<br />

BEWEGING<br />

Wanneer <strong>de</strong> Oostenrijksche Ne<strong>de</strong>rlan<strong>de</strong>n in *1795 bij <strong>de</strong><br />

Fransche republiek ingelijfd wer<strong>de</strong>n en <strong>het</strong> boerenvlaamsch<br />

<strong>voor</strong>taan niet of nauwelijks meer gedoogd werd naast <strong>de</strong><br />

universeele taal van <strong>de</strong>n overwinnaar, leek wel <strong>het</strong> ein<strong>de</strong><br />

nabij van elke Ne<strong>de</strong>rlandsche beschaving in onze totaal uitgeputte<br />

gewesten. Stellig hebben <strong>de</strong> tooneelliefhebbersvereenigingen<br />

en hun r<strong>het</strong>oricale prijskampen <strong>het</strong> vuur smeulend<br />

gehou<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> assche en heeft ook <strong>de</strong> korte vereeniging<br />

met Holland, na 1814, <strong>de</strong> heropbeuring van <strong>het</strong> diep vervallen<br />

Vlaamsch element bevor<strong>de</strong>rd. Doch in <strong>de</strong>n storm van<br />

1830 scheen <strong>het</strong> of ook <strong>de</strong>ze gunstige invloed to loor zou<br />

gaan. De vervreemding tusschen Noord en Zuid was zoo<br />

groot gebleken dat men niet langer over taaleenheid sprak,<br />

doch allen nadruk leg<strong>de</strong> op <strong>het</strong> verschil tusschen onze verwaarloos<strong>de</strong><br />

streektalen en <strong>het</strong> normaal ontwikkel<strong>de</strong> « hoog<br />

Hollandsch ». Terwijl <strong>het</strong> nieuwe, levenskrachtige koninkrijk<br />

zich, van Brussel uit, geheel in Franschen geest kon organiseeren,<br />

zon<strong>de</strong>r noemenswaard verzet uit <strong>de</strong> Vlaamsche provincien.<br />

Toch zou<strong>de</strong>n enkele « taalminnaren », meest jongelie<strong>de</strong>n<br />

die v66r <strong>de</strong> revolutie <strong>de</strong>ug<strong>de</strong>lijk Ne<strong>de</strong>rlandsch on<strong>de</strong>rwijs<br />

genoten had<strong>de</strong>n, spoedig <strong>de</strong>n strijd aanbin<strong>de</strong>n tegen <strong>de</strong>ze<br />

oppermacht van <strong>het</strong> Fransch. Met een brochure, Aenteekeningen<br />

over <strong>de</strong> verivaerloozing <strong>de</strong>r Ne<strong>de</strong>rduitsche tad (1832), van <strong>de</strong>n<br />

Gentenaar Jhr. PH. M. BLOMMAERT, open<strong>de</strong> <strong>de</strong>ze strijd, <strong>de</strong><br />

J. Fr. WILLEMS Vlaamsche Boveging, waarvan JAN FRANS WILLEMS<br />

1793-1846 <strong>de</strong> leiding op zich nam.<br />

186


Willems was een krachtige persoonlijkheid en een van <strong>de</strong><br />

weinige Zuid-Ne<strong>de</strong>rlan<strong>de</strong>rs die zich on<strong>de</strong>r <strong>het</strong> Hollandsch<br />

bewind hartstochtelijk ingespannen had<strong>de</strong>n <strong>voor</strong> <strong>het</strong> welgelukken<br />

<strong>de</strong>r pogingen van Willem I, tot we<strong>de</strong>ropleving van eigen<br />

taal en letteren. Ambtenaar te Antwerpen, ver<strong>de</strong>dig<strong>de</strong> hij <strong>het</strong><br />

Ne<strong>de</strong>rlandsch tegen zijn talrijke verguizers, bestu<strong>de</strong>er<strong>de</strong> ons<br />

literair verle<strong>de</strong>n en dichtte o.a. een lange o<strong>de</strong> Aen <strong>de</strong> BeIgen<br />

(1818). Hij verkeer<strong>de</strong>, persoonlijk of door brieven, met<br />

Hollan<strong>de</strong>rs als J. E. Potgieter en W. Bil<strong>de</strong>rdijk.<br />

Begin 1831 als ontvanger <strong>de</strong>r registratie naar Eekloo<br />

verbannen, schreef hij roeren<strong>de</strong> klachten aan zijn vrien<strong>de</strong>n.<br />

Eerst langzaam berustte hij in <strong>de</strong>n nieuwen toestand, tot hij<br />

in 1835 naar Gent beroepen werd, waar <strong>de</strong>n geleer<strong>de</strong> een<br />

gunstige werkkring wachtte. Nog te Eekloo, gaf hij een berijm<strong>de</strong>n<br />

Reinaert <strong>de</strong> Vos, met een merkwaardig <strong>voor</strong>bericht,<br />

en leg<strong>de</strong> hij een verzameling ou<strong>de</strong> lie<strong>de</strong>ren aan, die eerst na<br />

zijn dood door <strong>de</strong> zorgen van F. A. SNELLAERT verscheen.<br />

Een belangrijk punt uit zijn strijd <strong>voor</strong> <strong>het</strong> eerherstel van<br />

zijn taal was <strong>de</strong> regeling van <strong>de</strong> spelling, op een wijze die<br />

reeds twintig jaar nadien <strong>de</strong> volstrekte eenheid in <strong>de</strong> schrijfwijze<br />

met <strong>het</strong> Noor<strong>de</strong>n mogelijk maakte. Op <strong>het</strong> gebied van<br />

<strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsche taal- en letterkun<strong>de</strong> betoon<strong>de</strong> hij zich een<br />

baanbreker, <strong>voor</strong>al door <strong>de</strong> oprichting van <strong>het</strong> merkwaardig<br />

tijdschrift <strong>het</strong> Belgisch Museum (1836-48), orgaan van <strong>de</strong><br />

Maetschappij ter bevor<strong>de</strong>ring <strong>de</strong>r Ne<strong>de</strong>rduytsche tael- en<br />

letterkun<strong>de</strong> >>. Door <strong>de</strong> uitgave van mid<strong>de</strong>leeuwsche teksten<br />

trachtten Willems en zijn vrien<strong>de</strong>n : BLOMMAERT, SERRURE,<br />

BORMANS, kanunnik DAVID, SNELLAERT... belangstelling en<br />

eerbied te wekken <strong>voor</strong> <strong>de</strong> eigen taal en <strong>het</strong> nationale verle<strong>de</strong>n.<br />

Hun hoofdzakelijk philologische bedrijvigheid houdt<br />

aldus verband met <strong>de</strong> algemeene romantische strooming.<br />

Veel onmid<strong>de</strong>llijker brak <strong>de</strong>ze tijdgeest door in <strong>de</strong> eerste<br />

<strong>voor</strong>tbrengselen van <strong>de</strong> ontwaken<strong>de</strong> Zuidne<strong>de</strong>rlandsche literatuur.<br />

De meer ontwikkel<strong>de</strong> jonge Vlamingen echter, ston<strong>de</strong>n<br />

rechtstreeks on<strong>de</strong>r invloed van <strong>de</strong> classicistische Hollan<strong>de</strong>rs :<br />

Bil<strong>de</strong>rdijk, Helmers en ook Tollens, wier navolging na<strong>de</strong>elig<br />

en remmend werkte. Dit gold in <strong>de</strong> eerste plaats <strong>voor</strong><br />

PRUDENS VAN DUYSE en KAREL LODEWIJK LEDEGANCK.<br />

187


Titelblad van >


Bei<strong>de</strong>n had<strong>de</strong>n van jongsbeen of lauweren ver- Pr. VAN DUYSE<br />

diend op <strong>de</strong> prijskampen, ingericht door <strong>de</strong> ondanks 1804-1859<br />

alle verfransching <strong>voor</strong>tbestaan<strong>de</strong> re<strong>de</strong>rijkerskamers. Van<br />

Duyse had een bijzon<strong>de</strong>r improvisatie- en <strong>voor</strong>dragerstalent<br />

dat hem tot een beroemd gelegenheidspoeet maakte, doch<br />

zijn r<strong>het</strong>orischen aanleg niet weinig ontwikkel<strong>de</strong>. Als een echt<br />

dichter waar<strong>de</strong>eren wij hem in eenvoudiger lyrische verzen<br />

uit zijn veelzijdig en omvangrijk oeuvre : <strong>de</strong> elegie Natalia;<br />

enkele balla<strong>de</strong>n en vertellingen, vaak in <strong>het</strong> luimige genre;<br />

ook huiselijke poezie en epigrammen als Nazomer en Het<br />

Klaverblad. Tot <strong>het</strong> beste uit <strong>de</strong> tien <strong>de</strong>elen Nagelaten Gedichten<br />

behooren <strong>de</strong> Lie<strong>de</strong>ren ou<strong>de</strong> en nieuwe, fijne pastiches van mid<strong>de</strong>leeuwsche<br />

kunst.<br />

LEDEGANCK, een volksjongen, die eerst na veel K.L. LEDEGANCK<br />

inspanning en ontbering <strong>de</strong>n titel van Meester in <strong>de</strong> 1805-1847<br />

rechten verwierf, on<strong>de</strong>rging evenzeer als Van Duyse <strong>de</strong>n<br />

invloed van Lamartine en Byron. In Bloetnen mijner Lente<br />

stond reeds menig goed gedicht (1838) . Met zijn Drie Zusterste<strong>de</strong>n<br />

(1843), een verheerlijking van Brugge, Gent en Antwerpen<br />

in <strong>het</strong> he<strong>de</strong>n en <strong>het</strong> verle<strong>de</strong>n, beleef<strong>de</strong> hij een triomf.<br />

Meteen betoon<strong>de</strong> hij zich hierin <strong>de</strong> beste dichter van zijn<br />

geslacht, die <strong>het</strong> r<strong>het</strong>oricale kleed soms afschudt en dan in<br />

verheven of weemoedige verzen zijn lief<strong>de</strong> <strong>voor</strong> zijn yolk en<br />

<strong>het</strong> betrouwen in zijn toekomst uitzingt. Dezelf<strong>de</strong> a<strong>de</strong>l van<br />

gemoed spreekt uit <strong>de</strong> sentimenteele en ongelijke, doch<br />

menigmaal melodieuse lyrische stukken : Het Klavier, Het Graf<br />

mijner Moe<strong>de</strong>r, De Boekweit.<br />

In tegenstelling met <strong>de</strong>ze « geleer<strong>de</strong> » Gentsche<br />

DE ANTWERP-<br />

SCHE GROEP<br />

groep, zegevier<strong>de</strong> <strong>de</strong> romantiek veel luidruchtiger<br />

te Antwerpen, waar enkele Franschschrijven<strong>de</strong> journalisten<br />

en dichters : J. <strong>de</strong> Laet, H. Conscience, e.a. <strong>de</strong> toen pas<br />

triomfeeren<strong>de</strong> beweging van Victor Hugo en zijn vrien<strong>de</strong>n<br />

uit <strong>de</strong> verte volg<strong>de</strong>n, terwijl <strong>de</strong> jonge schil<strong>de</strong>rs zich groepeer-<br />

<strong>de</strong>n om Gustaaf Wappers, die te Parijs on<strong>de</strong>r Delacroix<br />

gestu<strong>de</strong>erd had. Allen verbroe<strong>de</strong>r<strong>de</strong>n weldra op <strong>de</strong> verga<strong>de</strong>ringen<br />

van <strong>de</strong>n Olifftak, <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>, thans tot nieuw leven geroepen<br />

Kamer, centrum van artistieke en Vlaamschgezin<strong>de</strong><br />

bedrijvigheid, en in <strong>het</strong> Zwart Peer<strong>de</strong>ken, een gemoe<strong>de</strong>lijke<br />

189


herberg op <strong>de</strong> Pad<strong>de</strong>ngracht.<br />

De Parijsche romantiek is <strong>het</strong> dus die, directer en<br />

dieper dan <strong>de</strong> Engelsche in Noord-Ne<strong>de</strong>rland, Naar stempel<br />

op <strong>de</strong> jonge, traditielooze negentien<strong>de</strong> eeuwsche literatuur<br />

in Vlaan<strong>de</strong>ren gedrukt heeft. Ook met Duitschland werd een<br />

tijdlang toena<strong>de</strong>ring gezocht. Doch <strong>de</strong> kracht en <strong>de</strong> geestdrift<br />

om aan <strong>de</strong> verfranschingswoe<strong>de</strong> te weerstaan putte zij <strong>voor</strong>al<br />

uit <strong>de</strong> bewon<strong>de</strong>ring <strong>voor</strong> <strong>het</strong> eigen, teruggevon<strong>de</strong>n verle<strong>de</strong>n.<br />

JOH. A. DE LAET Belangrijker door <strong>de</strong> bezieling die van hem uit-<br />

1815-1891 ging dan door <strong>de</strong> waar<strong>de</strong> van zijn werk, was <strong>de</strong><br />

meest ontwikkel<strong>de</strong> geest uit <strong>de</strong>ze groep, <strong>de</strong> chirurgijn ten<br />

platten lan<strong>de</strong>, tevens journalist, JOHAN ALFRIED DE LAET.<br />

On<strong>de</strong>r zijn weinige gedichten zijn er <strong>voor</strong>treffelijke. Hoofdredacteur<br />

gewor<strong>de</strong>n van Vlaemsch Belgic, ons eerste dagblad<br />

( 1 844), ging hij geheel op in <strong>het</strong> journalisme en <strong>de</strong> politiek.<br />

Wie zich omtrent 1 835 <strong>het</strong> eerst aan Vlaamsche<br />

TH. VAN<br />

RIJSWIJCK poezie waag<strong>de</strong>, was THEODOOR VAN RIJSWIJCK. Zijn<br />

1811-1849 Eigenaerdige Verhalen verschenen in 1 837. In <strong>de</strong>rge-<br />

lijke romantische balla<strong>de</strong>n lag echter zijn volle kracht niet.<br />

Dra groei<strong>de</strong> hij tot <strong>de</strong>n luimigen of sarcastischen gelegenheidsdichter<br />

van Politieke Refereinen en Vollesliedjes. « Den<br />

Door » bezong <strong>de</strong> gebeurtenissen van <strong>de</strong>n dag, in frissche<br />

lie<strong>de</strong>ren die da<strong>de</strong>lijk populair wer<strong>de</strong>n, dank zij hun anti-<br />

Brusselschen geest, hun leuk rijmenspel en beel<strong>de</strong>n<strong>de</strong> yolkstaal.<br />

Een enkele maal trof hij een dieperen toon in Het Liedje<br />

van <strong>de</strong>n Liereman. Arm en krankzinnig, is hij vroeg <strong>de</strong>n dood<br />

ingegaan.<br />

H. CONSCIENCE De beroemdste van <strong>de</strong> drie vrien<strong>de</strong>n, zoon van<br />

1812-1883 een Franschman en een Vlaamsche moe<strong>de</strong>r, heeft<br />

in <strong>de</strong> Geschie<strong>de</strong>nis mijner Jeugd zelf verteld hoe hij, na een<br />

vergeefsche poging om <strong>het</strong> in 't Fransch te doen, in een a<strong>de</strong>m<br />

<strong>de</strong>n aanvang van zijn eersteling Het Won<strong>de</strong>rjaer neerschreef in<br />

<strong>de</strong> taal van moe<strong>de</strong>r ( 1 837). De verhalen uit Phantazij bleken<br />

min<strong>de</strong>rwaardig, dock zijn stijl en taalkennis waren er op<br />

<strong>voor</strong>uitgegaan. Hoe geestdriftig werd <strong>het</strong> jaar daarop De<br />

Leeuw van Vlaen<strong>de</strong>ren onthaald1 Een historische roman van<br />

grootsche allure, een koninklijk boek <strong>voor</strong> zijn herwor<strong>de</strong>nd<br />

yolk.<br />

190


•<br />

-.9.6.0*,:e<br />

• ---3- _,--<br />

wApPERs<br />

Titelprent, door Wappers geteekend,<br />

<strong>de</strong>r eerste uitgave van >.


Geheel an<strong>de</strong>rs dan Potgieter, die steeds naar <strong>de</strong> 1 7 e eeuw<br />

wees, doch door eenzelf<strong>de</strong> streven bezield, zochten Conscience<br />

en al zijn Vlaamschgezin<strong>de</strong> me<strong>de</strong>stan<strong>de</strong>rs, nu <strong>het</strong> he<strong>de</strong>n zoo<br />

troosteloos was, stof tot opbeuring, fierheid en hoop, in een<br />

roemrijk verle<strong>de</strong>n. Deze verheerlijking, die machtig bijdroeg<br />

tot <strong>de</strong> we<strong>de</strong>rgeboorte van <strong>het</strong> Vlaamsche bewustzijn, heeft<br />

in dit verhaal van <strong>de</strong>n Slag <strong>de</strong>r Gul<strong>de</strong>n Sporen da<strong>de</strong>lijk een<br />

hoogtepunt bereikt : op dit romantisch nationalisme van<br />

Brei<strong>de</strong>l en Pieter <strong>de</strong> Coninc, van <strong>de</strong> tee<strong>de</strong>re Machteld en<br />

<strong>de</strong>n geheimzinnigen Zwarten Rid<strong>de</strong>r, zullen verschillen<strong>de</strong><br />

geslachten teren.<br />

Geen van zijn latere historische romans, hoeveel knapper<br />

ook van bouw en zuiver<strong>de</strong>r van schriftuur : Jacob van Artevel<strong>de</strong>,<br />

De Kerels van Vlaan<strong>de</strong>ren, hebben zoo diep <strong>de</strong> gemoe<strong>de</strong>ren<br />

beroerd.<br />

B. — HET REALISME<br />

De tijd van <strong>de</strong> uitbundige, fantastische romantiek ging in<br />

Vlaan<strong>de</strong>ren, als over heel West-Europa, spoedig <strong>voor</strong>bij.<br />

Weer zegevier<strong>de</strong> <strong>het</strong> gezond verstand, weer eischte <strong>het</strong> practische<br />

leven <strong>de</strong> belangstelling op. Een van <strong>de</strong> eersten, begon<br />

Conscience he<strong>de</strong>ndaagsche toestan<strong>de</strong>n uit to beel<strong>de</strong>n : Hoe<br />

men Schil<strong>de</strong>r wordt (1841), Wat eene Moe<strong>de</strong>r lij<strong>de</strong>n kan (1843),<br />

Siska van Roosemael (1844). Een herhaald verblijf in <strong>de</strong> Kernpen,<br />

om gezondheidsre<strong>de</strong>nen, gaf hem die verrukkelijke lan<strong>de</strong>lijke<br />

idyllen in : Rikke-Tikke-Tak (1845), Blin<strong>de</strong> Rosa, De<br />

Loteling (1850), Baes Gansendonck (1850), De arme E<strong>de</strong>lman.<br />

In <strong>de</strong>zen bezonkener vorm van <strong>de</strong> romantiek : <strong>de</strong> dorpsnovelle,<br />

met haar begrens<strong>de</strong> levensbeschouwing, haar kalmte<br />

en rust na stormiger dagen, heeft Conscience zijn hoogtepunt<br />

bereikt. De verteller is op zijn best in De Grootmoe<strong>de</strong>r, twee<br />

vertelsels <strong>voor</strong> frin<strong>de</strong>ren (uit Avondston<strong>de</strong>n, 1846) ; <strong>de</strong> mijmeraar<br />

over natuurverschijnselen in Eenige Bladzij<strong>de</strong>n uit <strong>het</strong> Boek <strong>de</strong>r<br />

Natuer ( 1 847). Jaar aan jaar zal hij <strong>voor</strong>taan zijn publiek,<br />

dat hem vergood<strong>de</strong>, met ten minste een boek beschenken en<br />

aldus een rol van cultuurhistorische beteekenis vervullen :<br />

Hij leor<strong>de</strong> zijn yolk lezen! » Deze overhaasting en zijn<br />

192


didactische bekommeringen schaad<strong>de</strong>n echter <strong>het</strong> meeste<br />

werk uit die perio<strong>de</strong>, welke hij te Kortrijk doorbracht als<br />

arrondissementscommissaris, later te Brussel als conservator<br />

van <strong>het</strong> Wiertz-museum. Tegen <strong>de</strong> jeneverplaag, <strong>de</strong>n woeker,<br />

<strong>de</strong> provinciale enggeestigheid <strong>de</strong>r Burgers van Darlingen, <strong>de</strong><br />

landverhuizing, <strong>het</strong> tweegevecht, <strong>de</strong> doodstraf, <strong>de</strong>n oorlog,<br />

<strong>het</strong> bijgeloof... trok hij van leer in gemoe<strong>de</strong>lijke, rooskleurige<br />

verhalen. Een enkele maal, in Bavo en Lieveken, behan<strong>de</strong>l<strong>de</strong> hij<br />

<strong>de</strong> moeilijke levensomstandighe<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> Gentsche fabrieksarbei<strong>de</strong>rs<br />

: hier als overal el<strong>de</strong>rs preekte hij tevre<strong>de</strong>nheid met<br />

<strong>het</strong> lot, berusting in <strong>de</strong> maatschappelijke organisatie en zag<br />

<strong>de</strong> redding in <strong>het</strong> verstrekken van on<strong>de</strong>rwijs aan <strong>de</strong> yolksvrouw.<br />

Om <strong>de</strong>n artist Conscience naar waar<strong>de</strong> te schatten, hin<strong>de</strong>ren<br />

ons o. m. zijn gebrekkige taal, zijn verou<strong>de</strong>r<strong>de</strong> of oneigen<br />

wendingen. Wie over <strong>de</strong>ze — vergeeflijke ! — tekortkomingen<br />

moeilijk heenstapt, leze hem in een behoorlijke, liefst een<br />

Duitsche vertaling dan eerst komen <strong>het</strong> meesleepend,<br />

pat<strong>het</strong>isch woord en <strong>de</strong> boeien<strong>de</strong> stijl van <strong>de</strong>n geboren verteller,<br />

<strong>de</strong> a<strong>de</strong>l van zijn gemoed en <strong>de</strong> rijkdom van zijn fantasie<br />

tot hun voile recht. Een groot psycholoog of machtig stylist<br />

is hij stellig niet ; doch <strong>de</strong>ze simpele jongen van Antwerpen<br />

zal blijvend gewaar<strong>de</strong>erd wor<strong>de</strong>n als een schepper van menig<br />

type dat tot <strong>het</strong> Vlaamsche gemeengoed blijft behooren en<br />

van intieme, gemoe<strong>de</strong>lijke, en — ondanks haar sentimentaliteit<br />

— kerngezon<strong>de</strong> volkskunst, ongeacht zijn historische rol<br />

van levenswekker en heraut.<br />

Conscience's <strong>voor</strong>beeld werkte aanstekelijk op VOLGELINGEN<br />

VAN<br />

zijn tijdgenooten. MevrouW JOHANNA-DESIDERIA H. CONSCIENCE<br />

COURTMANS, die op reeds gevor<strong>de</strong>r<strong>de</strong>n leeftijd een<br />

Mevr. J. D.<br />

zestigtal eenvoudige verhalen schreef uit <strong>de</strong> opko- COURTMANS<br />

men<strong>de</strong> industriestad Gent en haar onmid<strong>de</strong>llijke<br />

1811-1890<br />

omgeving. Als oud-kostschoolhoudster te Mal<strong>de</strong>gem, wil<strong>de</strong><br />

zij allerlei <strong>voor</strong>oor<strong>de</strong>elen bestrij<strong>de</strong>n en <strong>de</strong> burger<strong>de</strong>ug<strong>de</strong>n<br />

aanpreeken. In Het Geschenk van <strong>de</strong>n Jager is zij op haar best :<br />

sober in <strong>de</strong> karakterteekening, zon<strong>de</strong>r hin<strong>de</strong>rlijke didactischmoraliseeren<strong>de</strong><br />

strekking, en sober van taal.<br />

193


In <strong>de</strong>n jonggestorven Gentschen meubelschil<strong>de</strong>r<br />

E. ZETTERNAM<br />

( J. J. Diricksens) LUGEEN ZETTERNAM, begroeten wij een hartstoch-<br />

1826-1855 telijk ver<strong>de</strong>diger van zijn me<strong>de</strong>werklie<strong>de</strong>n en een<br />

aanklager van <strong>de</strong> zelfbeleef<strong>de</strong> ellen<strong>de</strong> in <strong>de</strong> fabrieken van<br />

zijn geboortestad. Bernhart <strong>de</strong> Laet en Mijnheer Luchtervel<strong>de</strong><br />

(1848) zijn vrijwel <strong>de</strong> eenige getuigenissen uit een tijd van<br />

Vlaan<strong>de</strong>ren's diepste economisch verval, in <strong>de</strong> ellen<strong>de</strong>jaren<br />

1845-48 (1 ) .<br />

Een criticus die zich o. a. tegen <strong>de</strong> behoudsgezind-<br />

P. FR. VAN<br />

KERCKHOVEN heid van Conscience verzette, was <strong>de</strong> vrijzinnige Ant-<br />

1818-1857 werpsche geneesheer P. FRANS VAN KERCKHOVEN.<br />

DE BROEDERS<br />

SNIEDERS<br />

JAN RENIER<br />

1812-1888<br />

AUGUST<br />

1825-1904<br />

Ondanks een bewogen leven en een veelvuldige letterkundige<br />

en politieke bedrijvigheid, liet hij Been werk van beteekenis<br />

na, terwij1 van <strong>de</strong> broe<strong>de</strong>rs JAN RENIER en AUGUST<br />

SNIEDERS,<br />

<strong>de</strong> jongere zich een plaats naast zijn<br />

meester wist to veroveren in <strong>het</strong> hart van ons yolk.<br />

Beter psycholoog en strijdlustiger van aard, leg<strong>de</strong><br />

<strong>de</strong>ze katholieke journalist een sterke ten<strong>de</strong>nz in <strong>de</strong><br />

ze<strong>de</strong>nromans De Gasthuisnon, Het Zusterke <strong>de</strong>r Armen, evenals in<br />

zijn meeste historische romans (Op <strong>de</strong>n Toren). Uit een twee<strong>de</strong><br />

perio<strong>de</strong> dagteekenen zijn mooiste verhalen en sc<strong>het</strong>sen,<br />

menigmaal in een kernachtige taal gesteld en haast zon<strong>de</strong>r<br />

preekerigheid : De Nachtraven, Dit zijn Sni<strong>de</strong>rien.<br />

Men verlieze echter niet uit <strong>het</strong> oog dat zelfs waar iemand<br />

als Zetternam ruwe toestan<strong>de</strong>n teekent, hij geheel van een<br />

romantischen geest doordrongen is. Al <strong>de</strong> <strong>voor</strong>afgaan<strong>de</strong><br />

schrijvers kunnen dan ook evengoed bij <strong>de</strong> romantic on<strong>de</strong>r-<br />

LL.D. SLEECKX gebracht wor<strong>de</strong>n. Eerst DOMIEN SLEECKX heeft zich<br />

1818-1901 door zijn bedachtzaamheid, zijn koelheid van geest,<br />

van <strong>de</strong> romantiek los gemaakt. Ook hij neemt <strong>het</strong> Vlaamsch<br />

kleinburgerlijke leven tot on<strong>de</strong>rwerp : eerst <strong>het</strong> volkje uit<br />

<strong>het</strong> Schipperskwartier ( 1861 ) waar hij als zoon van een eenvoudig<br />

kopergieter geboren werd; later <strong>de</strong> nuchtere, bekrom-<br />

(1) Ruine van <strong>de</strong> vlasnijverheid door <strong>de</strong> invoering van <strong>de</strong> machines ; volslagen<br />

gebrek aan sociale wetgeving; herhaal<strong>de</strong> mislukking van <strong>de</strong>n oogst, met als<br />

gevolg hongersnood en hongerziekten; geestelijke verwaarloozing door een<br />

uitsluitend Fransch-georienteerd bestuur. Raadpleeg hierover o. m. <strong>de</strong> studies van<br />

Lod. De Raet.<br />

194


pen menschen uit een doo<strong>de</strong> provinciestad (Tybaerts en Cie).<br />

Een groot kunstenaar was Sleeckx niet : daartoe ontbrak <strong>het</strong><br />

hem aan verbeelding en gevoel. Maar een aparte plaats<br />

bekleedt hij door <strong>de</strong> bewuste reactie van zijn gematigd<br />

realisme op <strong>het</strong> i<strong>de</strong>alisme van Conscience en zijn school;<br />

alsook door <strong>de</strong> invoering, naar Engelsche <strong>voor</strong>beel<strong>de</strong>n, van<br />

<strong>de</strong>n humor in onze letteren : in <strong>de</strong> drie dierenverhalen<br />

Musschenwifsheid, Jot of een Hon<strong>de</strong>nieven en Miss Arabella Knox,<br />

lever<strong>de</strong> hij zijn beste werk.<br />

Van <strong>de</strong>ze humoristische strekking is ANTON<br />

A. BERGMANN<br />

BERGMANN <strong>de</strong> schitterendste vertegenwoordiger ge-<br />

(Tony)<br />

wor<strong>de</strong>n, met Ernest Staas, advokaat (1874). Vier jaar 1835-1874<br />

vroeger waren Twee Rijnlandsche Novellen verschenen, doch<br />

eerst met dit beeld van zijn jeugd te Lier, zijn stu<strong>de</strong>ntentijd<br />

te Gent en zijn eerste ervaringen als pleiter, liet hij zich<br />

<strong>voor</strong>goed kennen als een fijn teekenaar van oud-Vlaamsche<br />

intimiteiten en typen, die mijmert over <strong>de</strong> vergankelijkheid<br />

van <strong>de</strong> Bingen, en als een geestig, gemoe<strong>de</strong>lijk ironist. Goed<br />

geschreven, met zin <strong>voor</strong> schakeeringen, beleef<strong>de</strong> <strong>het</strong> boek<br />

een aanzienlijk succes en werd <strong>het</strong>, evenals Conscience, vertaald.<br />

Toch vertoont <strong>het</strong> reeds teekenen van een zekere <strong>de</strong>ca<strong>de</strong>ntie<br />

: <strong>de</strong> heftigheid, <strong>de</strong> heilige overtuiging van een vroeger<br />

geslacht hebben plaats gemaakt <strong>voor</strong> scepticisme tegenover<br />

<strong>de</strong> volksi<strong>de</strong>alen ; en <strong>de</strong> taal wemelt van gallicismen.<br />

Een autobiographischen ten<strong>de</strong>nzroman gaf, on<strong>de</strong>r<br />

A. DE VOS<br />

<strong>de</strong>n schuilnaam WAZENAAR, krijgsdokter AMAAT DE<br />

(Wazenaar)<br />

VOS : Een Vlaamsche Jongen. Sommige beschouwingen 1840-1906<br />

uit zijn bun<strong>de</strong>l In <strong>de</strong> Natuur, zijn eveneens merkwaardig.<br />

Als dichteressen begonnen (Gedichten, 1870),<br />

DE ZUSTERS<br />

schreven <strong>de</strong> zusters LOVELING in een sobere, ietwat LOVELING<br />

armoedige taal, doch met een zelf<strong>de</strong> beheerschte<br />

ROSALIE<br />

1834-1875<br />

ontroering, een reeks Novellen (1874) die getui- VIRGINIE<br />

gen van haar scherpen waarnemingszin en haar ver- 1836-1923<br />

mogen om <strong>de</strong> personen uit haar lan<strong>de</strong>lijke omgeving levendig<br />

te teekenen. Na <strong>de</strong>n vroegen dood van haar weemoedige<br />

zuster, ontwikkel<strong>de</strong> Virginie zich tot <strong>de</strong> kloeke romanciere<br />

van Een dure Eed ( 1 890) , De Twistappel, Het Revolverschot en<br />

an<strong>de</strong>re koele, goed gebouw<strong>de</strong> verhalen waarin zij, vaak<br />

195


polemiseerend, met een diepen kijk in <strong>de</strong> ziel van haar<br />

personages uit <strong>de</strong> kleine burgerij, enkele levens- of tijdvragen<br />

behan<strong>de</strong>lt.<br />

Om tot <strong>de</strong> jaren '60 terug te keeren, die wij met <strong>de</strong>ze<br />

laatste realisten verlaten hebben, hoeven wij slechts te grijpen<br />

J. VAN BEERS naar <strong>de</strong> verzen waarin JAN VAN BEERS menigmaal<br />

1821-1888 <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwerpen bezongen heeft als zijn boezemvriend<br />

Conscience. Na een tranerigen eersteling, ging hij<br />

evenals <strong>de</strong> prozaschrijvers belang stellen in <strong>het</strong> leven van<br />

eenvoudige menschjes uit <strong>de</strong>n mid<strong>de</strong>nstand. De Beste<strong>de</strong>ling en<br />

Begga zijn <strong>de</strong> beste on<strong>de</strong>r zijn populaire verhalen<strong>de</strong> stukken,<br />

waarin <strong>het</strong> rijke gevoel en <strong>de</strong> teekening naar <strong>de</strong> realiteit<br />

gepaard gaan met een zekere distinctie van toon. Van Beers,<br />

die leeraar was te Lier, daarna aan 't athenaeum van zijn<br />

geboortestad en veel succes oogstte met <strong>het</strong> <strong>voor</strong>dragen van<br />

eigen werk, streef<strong>de</strong> welbewust naar meer eenvoud en schil<strong>de</strong>rachtiger<br />

uitdrukking. Hiervan getuigen talrijke tooneeltjes<br />

uit Levensbeel<strong>de</strong>n, <strong>voor</strong> onzen smaak genietbaar<strong>de</strong>r dan zijn<br />

stijve hexameters, en zijn laatste bun<strong>de</strong>ls : Gevoel en Leven,<br />

Rijzen<strong>de</strong> Blaren.<br />

Hierin betrad hij <strong>het</strong> spoor van JAN MICHIEL<br />

J. M.<br />

DAUTZENBERG DAUTZENBERG, een Limburger die Duitsche en clas-<br />

1808-1869 sieke mo<strong>de</strong>llen navolg<strong>de</strong> en <strong>de</strong> regelen van <strong>de</strong> prosodie<br />

te boek stel<strong>de</strong>. De bekommering van Dautzenberg om<br />

<strong>de</strong>n geleer<strong>de</strong>n strofenbouw en <strong>de</strong> keurige metriek vond on-<br />

FR. DE CORT<br />

mid<strong>de</strong>llijke navolging bij zijn schoonzoon FRANS DE<br />

1834-1878 CORT, die huiselijke volksliedjes en menige goe<strong>de</strong><br />

vertaling dichtte (Lie<strong>de</strong>ren en Gedichten) en bij JAN<br />

J. VAN DROO-<br />

GENBROECK VAN DROOGENBROECK. Dit zijn Zonnestralen is een<br />

1835-1902 aardig bun<strong>de</strong>ltje kin<strong>de</strong>rverzen, doch in zijn taalkundig-knappe<br />

nabootsing van allerlei uitheemsche dichtvormen<br />

— Makamen en Ghazelen, on<strong>de</strong>r <strong>de</strong>n schuilnaam Jan Ferguut —<br />

geraakte <strong>de</strong> schoonheid zoek.<br />

Op <strong>de</strong> innige- verhalen<strong>de</strong> poezie van <strong>de</strong> zusters<br />

J. DE GEYTER<br />

1830-1905 Loveling werd reedsgewezen. Strijdlustiger vrij zinni-<br />

J. VUYLSTEKE gen waren JULIUS DE GEYTER en JULIUS VUYLSTEKE.<br />

1836-1903 Gene maakte opgang met zijn joviaal-burgerlijk<br />

epos Drie menschen van in <strong>de</strong> wieg tot in <strong>het</strong> graf en<br />

196


nog meer met <strong>het</strong> rammelend romantisch epos Keizer<br />

Karel en <strong>het</strong> Rijk <strong>de</strong>r Ne<strong>de</strong>rlan<strong>de</strong>n : een reeks afwisselen<strong>de</strong> tooneelen<br />

die heel <strong>het</strong> leven en <strong>de</strong>n tijd van <strong>de</strong>n hoofdpersoon<br />

omvatten. Zijn aardigste werk is <strong>de</strong> mo<strong>de</strong>rniseering van<br />

Reinaert <strong>de</strong> V os. Vuylsteke was langen tijd <strong>de</strong> ziel van <strong>de</strong><br />

Gentsche stu<strong>de</strong>ntenbeweging. Uit <strong>het</strong> Stu<strong>de</strong>ntenleven heet ook<br />

een van zijn twee bun<strong>de</strong>ls (1868), die <strong>de</strong>n invloed van<br />

Heine verra<strong>de</strong>n en waaruit belangstelling blijkt <strong>voor</strong> <strong>de</strong> sociale<br />

vragen waaraan hij zich nadien geheel ging wij<strong>de</strong>n. Naast<br />

<strong>de</strong>ze bei<strong>de</strong> politiek aangeleg<strong>de</strong> dichters, die ons an<strong>de</strong>rmaal<br />

diep in <strong>de</strong> 19e eeuw brengen, wezen nog vermeld : <strong>de</strong> zeer<br />

ongelijke, dock begaaf<strong>de</strong> EMMANUEL HIEL; <strong>de</strong> beminnelijke,<br />

zuivere intimist .LENTIL-THEODOOR ANTHEUNIS van wiens<br />

Gedichten, Uit <strong>het</strong> Hart, enkele verzen mondgemeen gebleven<br />

zijn; kanunnik SERVAES DAEMS, en HILDA RAM (schuilnaam<br />

van Mathil<strong>de</strong> Ramboux), die kleinburgerlijke idyllen schreef<br />

in <strong>de</strong> lijn van J. van Beers.<br />

C. — GEZELLE EN DE VOORLOOPERS VAN DE<br />

VERNIEUWING<br />

Bij <strong>het</strong> overschouwen van <strong>de</strong> eerste vijftig jaren onzer<br />

herboren letteren, moeten wij steeds rekening hou<strong>de</strong>n met<br />

<strong>het</strong> algemeene tijdverband, met <strong>de</strong> bijzon<strong>de</strong>r ongunstige<br />

omstandighe<strong>de</strong>n waarin een kleine groep van doorgaans<br />

weinig ontwikkel<strong>de</strong> volksjongens aan <strong>het</strong> werk getogen zijn.<br />

An<strong>de</strong>rs han<strong>de</strong>len ware onrechtvaardig jegens een paar<br />

geslachten van kranige durvers en mannen van karakter, die<br />

wat zij hun socialen plicht achtten, gesteld hebben boven elke<br />

bekommering van aest<strong>het</strong>ischen aard.<br />

Alleen <strong>voor</strong> GUIDO GEZELLE geldt dit niet : heel GUIDO GEZELLE<br />

<strong>de</strong> 1 9 e eeuw beheerscht <strong>de</strong>ze beschei<strong>de</strong>n Westvlaam- 1830-1899<br />

sche priester, hoewel hij pas in <strong>de</strong> laatste tien jaren ervan<br />

naar waar<strong>de</strong> geschat werd. Zijn tijd begreep hem niet wanneer<br />

hij, dichter bij Gods gena en los van alle schoolsche ban<strong>de</strong>n,<br />

da<strong>de</strong>lijk <strong>de</strong> toppen van <strong>de</strong> lyriek bereikte door eenvoudig<br />

zichzelf te zijn en alle dingen te zien in <strong>het</strong> licht dat uit hem<br />

197


straal<strong>de</strong>. In een Vlaan<strong>de</strong>ren dat over <strong>de</strong> dichterlijke taal en<br />

<strong>het</strong> geijkt rhythme nog niet been was en waar <strong>de</strong> hel<strong>de</strong>rste<br />

geesten naar een toena<strong>de</strong>ring met <strong>het</strong> Noor<strong>de</strong>n streef<strong>de</strong>n,<br />

droeg ook zijn zoogenaamd particularisme niet weinig bij om<br />

zijn faam binnen <strong>de</strong> grenzen van <strong>het</strong> eigen gewest te hou<strong>de</strong>n.<br />

Het leven was niet mild <strong>voor</strong> <strong>de</strong>zen oudsten zoon van een<br />

Brugschen tuinier. Leeraar aan <strong>het</strong>zelf<strong>de</strong> seminarie te Roeselare<br />

waar hij stu<strong>de</strong>nt en tevens portier geweest was, groepeer<strong>de</strong><br />

hij er da<strong>de</strong>lijk een kring geestdriftige vereer<strong>de</strong>rs om<br />

zich. Doch zijn levenwekkend, uiterst persoonlijk on<strong>de</strong>rwijs,<br />

dat afbrak met alien slenter, beviel zijn overheid niet. Als<br />

on<strong>de</strong>rpastoor zou hij meer dan <strong>de</strong>rtig jaren werkzaam zijn<br />

te Brugge en te Kortrijk.<br />

Echter niet <strong>voor</strong>aleer hij in Kerkhofblommen<br />

(1858), geschreven<br />

ter gelegenheid van <strong>de</strong>n dood van een leerling, —<br />

in Dichtoefeningen (1858), dat reeds stukken als Het Schrijverke<br />

of Het ranke Riet bevatte, — en <strong>voor</strong>al in een heerlijken<br />

bun<strong>de</strong>l Gedichten, Gezangen en Gebe<strong>de</strong>n (1862), zijn hart had<br />

uitgestort. Tot zijn geliefdste leerlingen, zijn « kin<strong>de</strong>rs >>,<br />

richtte hij aangrijpen<strong>de</strong> verzen die zijn gemoedstoestand uit<br />

<strong>de</strong>ze crisisjaren belichten en die tot <strong>de</strong> directste zielekreten<br />

behooren welke ooit in onze taal geuit wer<strong>de</strong>n. Waarna hij,<br />

blijkbaar geknakt, -zijn geestelijk evenwicht en innerlijke rust<br />

trachtte te herwinnen door een ijverige werkzaamheid als<br />

priester en op <strong>het</strong> veld van <strong>de</strong> folklore of <strong>de</strong> taalkun<strong>de</strong>.<br />

jaer '30; Rond <strong>de</strong>n Heerd; later Loquela en De Biekorf.)<br />

Af en toe dichtte hij nog een gelegenheidsvers en een van<br />

die won<strong>de</strong>rbare Kleengedichtjes, -schreef of vertaal<strong>de</strong> prozastukken<br />

: Uitstap in <strong>de</strong> Waran<strong>de</strong>, Van <strong>de</strong>n kleenen Hertog. Na<br />

eenigen tijd echter werd zijn leven te Brugge door allerlei<br />

zorgen vergald, zoodat een welkome verplaatsing, in 1872,<br />

naar Kortrijk, an<strong>de</strong>rmaal met een zware crisis gepaard ging.<br />

Doch hier, in een kalme omgeving en langs zijn gelief<strong>de</strong> Leie,<br />

vond dit geniale, gevoelige kind ein<strong>de</strong>lijk een passend milieu<br />

waarin <strong>het</strong> kon opfleuren. Weldra herleef<strong>de</strong> in Gezelle <strong>de</strong><br />

ou<strong>de</strong> hartstocht <strong>voor</strong> <strong>de</strong> poezie en koester<strong>de</strong> hij zich in <strong>de</strong><br />

sympathie die een beperkte kring van oudleerlingen en bewon<strong>de</strong>raars<br />

hem bleef toedragen. In <strong>de</strong> jaren '90, wanneer,<br />

198


Het adres<br />

van<br />

<strong>de</strong>n U ilgever<br />

is<br />

Brugge<br />

Sint<br />

Souris straat<br />

53<br />

Prijs<br />

to betalen<br />

op <strong>voor</strong>hand:<br />

war Brugge<br />

4 fr.b0 c.<br />

'spars<br />

Set <strong>de</strong> post:<br />

5 fr.<br />

Btliten 'H and<br />

<strong>de</strong> vracht<br />

Men, kan<br />

duarbii<br />

inschrijven<br />

IA Ale<br />

polarneesters<br />

lands<br />

Brieven<br />

vracbt'vtil<br />

in<br />

to zen<strong>de</strong>a<br />

ROND DEN HEERD<br />

EEN LEER- EN LEESBLAD VOOR ALLE LIEDEN<br />

VERSCHIJNENDE WEKELIJKS<br />

EERSTE JAAR N. 1 2 DECEMBER 1865<br />

•<br />

Titelblad van « Rond <strong>de</strong>n Heerd >>.


uiten <strong>het</strong> door <strong>de</strong> negentien<strong>de</strong> eeuwsche gedachtenstroomingen<br />

onberoerd gebleven West-Vlaan<strong>de</strong>ren, onze literatuur<br />

ruimere banen inslaat, zal een opstandige jeugd in <strong>de</strong>n stillen<br />

grijsaard <strong>de</strong>n Heer en<strong>de</strong> Meester begroeten, dien alleen <strong>de</strong><br />

weinigen welke hem persoonlijk ken<strong>de</strong>n se<strong>de</strong>rt lang eer<strong>de</strong>n.<br />

(Zie blz. 245.)<br />

DE<br />

Tot <strong>de</strong>ze weinigen behoor<strong>de</strong> HUGO VERRIEST. Hij<br />

GEZELLIANEN: was <strong>de</strong> begaafdste on<strong>de</strong>r diegenen welke reeds op<br />

K. DE GHELDERE<br />

1839-1913 <strong>de</strong> schoolbanken <strong>de</strong>n invloed van Gezelle's schoone<br />

E. VAN OYE persoonlijkheid on<strong>de</strong>rgingen, en waarbij zich ook<br />

1840-1925<br />

H. VERRIEST <strong>de</strong> dichters KAREL DE GHELDERE en Dr. EUGEEN<br />

1840-1922<br />

VAN OYE bevon<strong>de</strong>n. Insgelijks priester en leeraar<br />

gewor<strong>de</strong>n aan <strong>het</strong> seminarie te Roeselare (1867-77), werkte<br />

Verriest er even levenwekkend als zijn groote <strong>voor</strong>ganger.<br />

De tij<strong>de</strong>n waren overigens veran<strong>de</strong>rd. Want toen <strong>de</strong> geestelijke<br />

overheid maatregelen trof om <strong>de</strong>n nieuwen, Vlaamschgezin<strong>de</strong>n<br />

geest on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> stu<strong>de</strong>nten te keer te gaan - ook <strong>de</strong><br />

behendige, glimlachen<strong>de</strong> Verriest werd uit <strong>het</strong> college verwij<strong>de</strong>rd<br />

brak alom <strong>het</strong> verzet van <strong>de</strong> Westvlaamsche<br />

knapenschap los : <strong>de</strong> Blauwvoeterij geheeten, met Albrecht<br />

Ro<strong>de</strong>nbach aan <strong>het</strong> hoofd.<br />

Verriest, die in zijn jeugd mooie stemmingsverzen schreef,<br />

genoot ruime bekendheid door zijn tamelijk gekunsteld proza:<br />

Regenboog uit an<strong>de</strong>re Kleuren, Twintig Vlaamsche Koppen, Op<br />

Wan<strong>de</strong>l; maar <strong>voor</strong>al door zijn bekoorlijk sprekerstalent. In<br />

Zuid- en Noord-Ne<strong>de</strong>rland trad <strong>de</strong> > tallooze malen op : als een prachtig causeur,<br />

over zijn meester Gezelle en zijn leerling Ro<strong>de</strong>nbach, over <strong>het</strong><br />

ontwaken<strong>de</strong> Vlaan<strong>de</strong>ien, zijn yolk en zijn lied. Hij had een<br />

zwakke, doch rijk geschakeer<strong>de</strong> stem en Licht gemaniereerd<br />

gebarenspel. Een schalksche fijnproever was hij, met een<br />

soepele, beel<strong>de</strong>n<strong>de</strong> en muzikale taal geen geleer<strong>de</strong>, geen<br />

scheppend artist. Bij <strong>het</strong> lezen van zijn Voordrachten vallen<br />

<strong>de</strong> losheid van <strong>de</strong>n samenhang, <strong>de</strong> armoe van <strong>de</strong> gedachte<br />

en <strong>de</strong> inspiratie wel eens op.<br />

A. RODENBACH<br />

De vroege dood van <strong>de</strong>n geniaal-aangeleg<strong>de</strong>n,<br />

1856-1880 heldhaftigen ALBRECHT RODENBACH, beteeken<strong>de</strong><br />

<strong>voor</strong> Vlaan<strong>de</strong>ren een onberekenbaar verlies. Geestdriftig<br />

200


lei<strong>de</strong>r van <strong>de</strong> stu<strong>de</strong>ntenbeweging, waar<strong>voor</strong> hij talrijke lie<strong>de</strong>ren<br />

dichtte, tooneelstukken schreef en opvoer<strong>de</strong>, verschillen<strong>de</strong><br />

tijdschriften uitgaf, leeft hij <strong>voor</strong>t in <strong>de</strong> dankbare herinnering<br />

van zijn yolk : in leven en streven een symbool.<br />

Grooter is hij als belofte en door <strong>de</strong> heldhaftigheid waarmee<br />

hij zijn i<strong>de</strong>alen nastreef<strong>de</strong>, dan door <strong>het</strong>geen hij in zijn<br />

kort leven vermocht te bereiken. Gudrun, zijn onafgewerkt<br />

drama dat eerst na zijn dood in druk verscheen, is ondanks<br />

<strong>de</strong> tekortkomingen een grootsche, laat-romantische tegenhanger<br />

van Conscience's historische romans. Uit diezelf<strong>de</strong> gevoelssfeer<br />

van Vlaan<strong>de</strong>ren's herwording en Oudgermaansche<br />

hel<strong>de</strong>nwereld, ontston<strong>de</strong>n zijn bekendste epische Gedichten.<br />

Maar hij schreef ook eenige zuivere, lyrische verzen ; terwijl<br />

hij, in schitteren<strong>de</strong> brieven over kunst en philosophie aan zijn<br />

vertrouw<strong>de</strong>n leeraar Verriest, heel zijn onstuimigen zielegroei<br />

van jong <strong>de</strong>nker en strij<strong>de</strong>r blootleg<strong>de</strong>.<br />

Met hem stu<strong>de</strong>er<strong>de</strong> te Leuven en ijver<strong>de</strong> in <strong>de</strong> POL DE MONT<br />

beweging <strong>de</strong> Braban<strong>de</strong>r K. M. POLYDOOR DE MONT. 1857-1931<br />

Deze schreef frissche, schalksche minnelie<strong>de</strong>ren : Lentesotternijen<br />

(1881) in <strong>de</strong>n verzorg<strong>de</strong>n, gezochten vorm van Dautzenberg<br />

of <strong>de</strong> Fransche Parnassiens, en Flad<strong>de</strong>ren<strong>de</strong> Vlin<strong>de</strong>rs<br />

(1885), die opspraak verwekten door <strong>de</strong> onbevangenheid<br />

waarmee, <strong>voor</strong> <strong>het</strong> eerst hier te lan<strong>de</strong>, <strong>de</strong> amoreele art pour<br />

l'art-theorieen, <strong>de</strong> lief<strong>de</strong> <strong>voor</strong> <strong>de</strong> schoonheid zon<strong>de</strong>r meer,<br />

toegepast wer<strong>de</strong>n. Epische poezie bracht <strong>de</strong> bun<strong>de</strong>l Idyllen en<br />

an<strong>de</strong>re Gedichten; en lieve prozaverhalen met eigen jeugdherinneringen,<br />

<strong>het</strong> boekje Op mijn Dorpken. Uit Claribella en Iris<br />

(1894) bleek dat hij zich trachtte los te maken van te strenge<br />

prosodische <strong>voor</strong>schriften en, na Gorter en Van Ee<strong>de</strong>n, <strong>de</strong><br />

wage en onbepaal<strong>de</strong> muzikaliteit van <strong>het</strong> symbolisme verkoos.<br />

Een volgen<strong>de</strong> verzenbun<strong>de</strong>l zou pas 28 jaar later verschijnen,<br />

en <strong>de</strong> verwachtingen door zijn <strong>de</strong>buut gewekt gingen nooit<br />

geheel in vervulling. Geen heroische figuur als Ro<strong>de</strong>nbach,<br />

eer<strong>de</strong>r een geestdriftig virtuoos dan een waar dichter -


A. WEUSTEN-<br />

RAAD<br />

1861-1878<br />

V. A. DELA<br />

MONTAGNE<br />

1854-1915<br />

A. SAUWEN<br />

1857-1938<br />

aanzienlijke mate bijgedragen tot <strong>de</strong> vernieuwing en verruiming<br />

van onze literatuur op <strong>het</strong> eind van <strong>de</strong> 19e eeuw; een<br />

vernieuwing die formeel buiten hem om gebeur<strong>de</strong>. Tot op<br />

hoogen leeftijd zette hij, niet alleen als dichter (Zomervlammen<br />

1922) en criticus, doch als journalist, als beoefenaar van <strong>de</strong><br />

folklore en <strong>de</strong> kunstgeschie<strong>de</strong>nis, zijn werkzaamheid <strong>voor</strong>t.<br />

Zijn hart van altijd jeugdigen levenwekker trok steeds naar<br />

<strong>het</strong> jongste. En zijn beteekenis als overgangsfiguur is niet te<br />

on<strong>de</strong>rschatten.<br />

De vernieuwing zou zich in Vlaan<strong>de</strong>ren ruim tien jaar later<br />

voltrekken dan in Noord-Ne<strong>de</strong>rland. Uit <strong>de</strong> jaren '80 zijn,<br />

naast Pol <strong>de</strong> Mont, slechts een drietal beschei<strong>de</strong>n dichters te<br />

vermel<strong>de</strong>n wier arbeid in zekere mate die van een volgend<br />

geslacht aankondigt. Daar is <strong>voor</strong>eerst <strong>de</strong> als zeventienjarige<br />

gestorven ALFRED WEUSTENRAAD, die te Roeselare<br />

stu<strong>de</strong>er<strong>de</strong> en enkele allereenvoudigste Gedichten naliet.<br />

In zijn jeugd (1882) schreef <strong>de</strong> Antwerpenaar<br />

VICTOR ALEXIS DELA MONTAGNE een klein, doch<br />

innig weemoedig bun<strong>de</strong>ltje. ARNOLD SAUWEN heeft<br />

meer zin <strong>voor</strong> <strong>de</strong> plastische, sobere uitbeelding <strong>de</strong>r<br />

dingen, zooals hij ze in zijn Limburgsche geboortestreek lief<strong>de</strong>vol<br />

ga<strong>de</strong>sloeg : Langs <strong>de</strong> Maas, De stille Delling, Uren van<br />

Eenzaamheid, e. a.<br />

Een in Holland geboren dichteres, die haar jeugd in Belgie<br />

doorbracht : HELENA SWARTH, publiceer<strong>de</strong> veel van haar<br />

eerste en mooiste verzen in Vlaamsche tijdschriften. Se<strong>de</strong>rt<br />

1883 verschenen ook gedichten van iemand welke in een<br />

polemiek uit die dagen har<strong>de</strong> waarhe<strong>de</strong>n durf<strong>de</strong> zeggen over<br />

<strong>de</strong> toenmalige achterlijkheid en slapheid van <strong>de</strong> Vlaamsche<br />

literatuur : PROSPER VAN LANGENDONCK, die in 1893 zou<br />

behooren tot <strong>de</strong> me<strong>de</strong>-oprichters van <strong>het</strong> revolutionnaire<br />

tijdschrift Van Nu en Straks.<br />

202


DE OUDE HISTORISCHE ROMAN<br />

(een overzicht)<br />

Aernout Drost :<br />

Hermingard van <strong>de</strong> Eikenterpen, 1832.<br />

De Pestilentie to Katwijk.<br />

Jacob v. Lennep :<br />

De Pleegzoon, 1833.<br />

De Roos van Dekama, 1836.<br />

Ferdinand Huyck, 1840 e. a.<br />

1. P. Oltmans :<br />

Het Slot Loevenstein in 1570; 1834.<br />

De Schaapher<strong>de</strong>r, 1838.<br />

Mevr. Bosboom-Toussaint :<br />

Almagro, 1837.<br />

De Graaf van Devonshire, 1839.<br />

Het Huis Lauernesse, 1840.<br />

Een Kroon <strong>voor</strong> Karel <strong>de</strong>n Stoute, 1841.<br />

Leycester in Ne<strong>de</strong>rland.<br />

De vrouwen uit 't Leycestersche Tijdvak, 1846-55.<br />

Gi<strong>de</strong>on Florensz.<br />

De Delftsche Won<strong>de</strong>rdokter, 1870.<br />

Hendrik J. Schimmel :<br />

Een Haagsche Joffer, 1856.<br />

Sinjeur Semeyns, 1875.<br />

De Kaptein v. d. Lijfgar<strong>de</strong>, 1888, e. a.<br />

Lo<strong>de</strong>wijk Mul<strong>de</strong>r<br />

Jan Faessen, 1856.<br />

A. S. C. Wallis :<br />

In Dagen van Strijd, 1878.<br />

Een Lief<strong>de</strong>sdroom in 1795; 1906.<br />

Op onze dagen wer<strong>de</strong>n opnieuw historische romans en verhalen geschreven,<br />

nl. door Arij Prins, A. van Oordt, A. van Schen<strong>de</strong>l, P. H. van<br />

Moerkerken, L. Couperus, I. Querido, A. van <strong>de</strong>r Leeuw, Marie Koenen,<br />

Johan Fabricius, A. Helman, e. a. Ook heeft <strong>de</strong> zoogenaam<strong>de</strong> > beoefenaars gevon<strong>de</strong>n : Theun <strong>de</strong> Vries, C. J.<br />

Kelk, C. van Wessem, e. a.<br />

**<br />

Hendrik Conscience :<br />

Het Won<strong>de</strong>rjaer, 1837.<br />

De Leeuw van Vlaen<strong>de</strong>ren, 1838.<br />

Jacob van Artevel<strong>de</strong>, 1849.<br />

De Kerels van Vlaan<strong>de</strong>ren, 1870 e. a.<br />

Eugeen Zetternam :<br />

Bernhart <strong>de</strong> Laet, 1847.<br />

J. Renier Snie<strong>de</strong>rs :<br />

Het Kind met <strong>de</strong>n Helm, 1852 e. a.<br />

August Snie<strong>de</strong>rs<br />

.De Wolfjager, 1860.<br />

Op <strong>de</strong>n Toren, 1868 e. a.<br />

Op onze dagen wer<strong>de</strong>n opnieuw historische romans en verhalen geschreven,<br />

nl. door H. Teirlinck (Serjanszoon), St. Streuvels (Genoveva van<br />

Brabant) , F. Timmermans (Anne-Marie, Breughel) , P. Kenis (Lieven <strong>de</strong><br />

Myttenaere) e. a.<br />

203


Historischn Felten Noordne<strong>de</strong>rl. Literatuur Zuidne<strong>de</strong>rl. Literatuur<br />

Vreem<strong>de</strong> Literaturen<br />

1702-1747 Tw <strong>de</strong><strong>de</strong> stadhou<strong>de</strong>rloos<br />

tljdperk in Noord-Ne<strong>de</strong>rland.<br />

1702, It 713 S efaansche successieoorlog.<br />

1710 Gemeenschap tusschen <strong>de</strong><br />

Gottische Spraeke en <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rduytsche<br />

(L. ten Kate).<br />

1712-14 Het we<strong>de</strong>rzijds Huwelijksbedrog<br />

(P. Langendijk).<br />

1711 The Spectator (Addison en<br />

Steele).<br />

1713 Vre<strong>de</strong> van Utrecht. — Zuid-<br />

Ne<strong>de</strong>rland komt on<strong>de</strong>r Oos•<br />

tenrijksch Bewind.<br />

1716 Mengeldichten (H. C. Poot).<br />

1715-1735 Gil Blas <strong>de</strong> Santillane<br />

(Lesage) .<br />

1719 Onthoofding v. Anneessens.<br />

1719 Robinson Crusoe (D. Defoe)<br />

1723-1727 De Oostendsche Elan<br />

<strong>de</strong>lsmaatschappij.<br />

1721 Lettres Persanes (Montesquieu).<br />

1726 Gulliver's Travels (Swift).<br />

1740 Dood van Karel VI. - Begin<br />

van <strong>de</strong>n Oostenrijkschen<br />

successieoorlog.<br />

1746 De Fransche troepen trekken<br />

Brussel binnen.<br />

1747 Willem IV tot stadhou<strong>de</strong>r<br />

<strong>de</strong>r Vereenig<strong>de</strong> Provincien<br />

verheven.<br />

1748 Vre<strong>de</strong> van Aken stelt een<br />

ein<strong>de</strong> aan <strong>de</strong>n Oostenrijkschen<br />

successieoorlog.<br />

Regeering van Maria-Theresia.<br />

1731-1735 De Hollandsche Spec,<br />

tator (J. van Effen).<br />

1742 Leonidas (W. van Haren).<br />

1740 Den Schat <strong>de</strong>r Fabelen (J.<br />

L. Krafft).<br />

1732 Zaire (Voltaire).<br />

1740 Pamela (Richardson).<br />

1749 Tom Jones (Fielding) .


1751 Willem V volgt zijn va<strong>de</strong>r<br />

in <strong>de</strong> Vereenig<strong>de</strong> Prov. op.<br />

1780 Jozef II erft <strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>lijke<br />

Ne<strong>de</strong>rlan<strong>de</strong>n van zijn moe<strong>de</strong>r<br />

Maria-Theresia.<br />

1785 Failliet van <strong>de</strong> 2° Oostendsche<br />

Compagnie.<br />

1787 De patriotten komen aan 't<br />

bewind in Holland.<br />

1788 De Brabantsche Revolutie<br />

tegen keizer Jozef II.<br />

1789 De Fransche Revolutie.<br />

1794 Zuid-Ne<strong>de</strong>rland in <strong>de</strong> macht<br />

<strong>de</strong>r Franschen.<br />

1795 Stichting <strong>de</strong>r Bataafsche republiek.<br />

1801 Jacquard-getouw.<br />

1803 Mechanische werktuigen.<br />

1804 Napoleon tot keizer verhewn.<br />

1806 Louis-Napoleon, koning van<br />

Holland.<br />

1776 De Geuzen (0. Z. van Haren).<br />

1778 Gedichten <strong>voor</strong> kin<strong>de</strong>ren<br />

(Van Alphen)<br />

1782 Sara Burgerhart (Wolff-<br />

Deken) — Gezangen mijner<br />

jeugd (Bellamy) .<br />

1783 Julia (Rhijnvis Feith) .<br />

1784-85 Willem Leevend (Wolff<br />

en Deken) .<br />

1785 Ferdinand en Constantia<br />

(Rhijnvis Feith) .<br />

1785 Va<strong>de</strong>rlandsche Gezangen<br />

(Bellamy) .<br />

1789 De Post van Helicon (Kinker)<br />

.<br />

1791 Dichtoefeningen (Staring).<br />

1795 LIrzijn en Valentijn (Bil<strong>de</strong>ndijk)<br />

.<br />

1806 O<strong>de</strong> aan Napoleon (Bil<strong>de</strong>rdijk)<br />

.<br />

1807 De Ziekte <strong>de</strong>r Geleer<strong>de</strong>n<br />

(Bil<strong>de</strong>rdijk).<br />

1808 Treurspelen (Bil<strong>de</strong>rdijk).<br />

1788 Verhan<strong>de</strong>ling op d'onacht<br />

<strong>de</strong>r moe<strong>de</strong>rlijke tael in <strong>de</strong><br />

Ne<strong>de</strong>rlan<strong>de</strong>n (Verloo).<br />

1795-98 Borgers in <strong>de</strong>n Estamine.<br />

Den Jongen Tobias (K.<br />

Broeckaert) .<br />

1751-1780 L'Encyclopeclie.<br />

1761 Julie ou la nouvelle Heloise<br />

(Rousseau).<br />

1762 Emile (Rousseau).<br />

1765 Ossian (Macpherson).<br />

Reliques of Ancient poetry<br />

(Percy) .<br />

1766 Laokoon (Lessing) .<br />

1767-1769 Hamburgische Dramaturgie<br />

(Lessing).<br />

1774 Die Lei<strong>de</strong>n <strong>de</strong>s jungen Werthers<br />

(Goethe).<br />

1778 Die Rauber (Schiller).<br />

1781 Kritik <strong>de</strong>r reinen Vernunft<br />

(Kant).<br />

1788 Iphigenie (Goethe).<br />

1800-1812 L'Homme <strong>de</strong>s Champs<br />

(Delille).<br />

1802 Delphine (Ma" <strong>de</strong> Stael).<br />

1802 Rene (Chateaubriand).<br />

Genie du Christianisme.<br />

1802 Poezie van Walter Scott.<br />

1804 Wilhelm Tell (Schiller) .<br />

1808 Faust I (Goethe) .


Historische Felten<br />

Noordne<strong>de</strong>rl. Literatuur<br />

Zuidne<strong>de</strong>rl. Literatuur<br />

Vreem<strong>de</strong> Literaturen<br />

1810 Hij doet afstand v. d. troon.<br />

Holland bij <strong>het</strong> keizerrijk<br />

ingelijfd.<br />

1814-15 Het Congres v. Weenen.<br />

1815 Waterloo. — Het Heilig<br />

Verbond. — Het Vereenigd<br />

Koninkrijk <strong>de</strong>r Ne<strong>de</strong>rlan<strong>de</strong>n.<br />

1824 Eerste doeken v. Eug. Delacroix.<br />

1827 Ludwig van Beethoven.<br />

1830 Revolutie te Parijs en te<br />

Brussel, beroering el<strong>de</strong>rs in<br />

Europa.<br />

De le spoorlijn (Stephenson)<br />

1837 De electr. telegraaf.<br />

1839 Het verdrag v. Lon<strong>de</strong>n (24<br />

art.) on<strong>de</strong>rteekend.<br />

1810 On<strong>de</strong>rgang <strong>de</strong>r eerste Wareld<br />

(Bil<strong>de</strong>rdijk).<br />

1812 De Hollandsche Natie (Helmers).<br />

1819 De Overwintering (Toliens).<br />

1820 Gedichten (Staring) .<br />

1828 Ne<strong>de</strong>rlandsche Legen<strong>de</strong>n (V.<br />

Lennep).<br />

1832 Winterloof (Staring) . —<br />

Hermingard van <strong>de</strong> Eikenterpen<br />

(Drost).<br />

1833 De Pleegzoon (V. Lennep).<br />

1837 Oprichting van


1845-50 Hongersnood in Vlaand.<br />

en Ne<strong>de</strong>rl.<br />

1848 Revolutie te Parijs; eerste<br />

sociale proefnemingen. - Omwentelingen<br />

over heel Europa.<br />

— Het Communistisch<br />

Manifest (Marx-Engels).<br />

De schil<strong>de</strong>rssch. v. Barbizon<br />

(Millet, Courbet, Corot e.a.)<br />

1851 Staatsgreep v. Louis-Napoleon.<br />

— Het 3' Keizerrijk<br />

1852-70.<br />

1840-1850 Da Costa's Tijdzangen.<br />

1842 Jan, Jannetje... (Potgieter) .<br />

1844 Het Rijksmuseum (id.).<br />

1846-1855 De Leycester-cyclus<br />

(Bosboom-Toussaint).<br />

1848 Hagar (I. da Costa).<br />

1850-52 Kennemerland (Hofdijk).<br />

1852 Betuwsche Novellen (Creiner)<br />

1855 Oprichting v. « Dietsche<br />

Waran<strong>de</strong> >> (Alberd. Thijm).<br />

1846 De 3 Zusterste<strong>de</strong>n (Le<strong>de</strong>g.)<br />

1 J. Fr. Willems.<br />

1849 Jacob v. Artevel<strong>de</strong> (Consc.)<br />

1850 De Loteling (Consc.).<br />

1842-1845 La Comedie humaine<br />

(Balzac).<br />

1847 Vanity Fair (Thackeray).<br />

1850-75 Les Lundis <strong>de</strong> Ste Beuve.<br />

1852 Emaux et Camees (Theoph.<br />

Gautier).<br />

1859 Origin of Species (Darwin).<br />

1860 De Haagsche Schil<strong>de</strong>rsschool<br />

(Israels, Bosboom, <strong>de</strong><br />

Marissen, Mauve e. a.).<br />

1861 Stichting van <strong>het</strong> koninkrijk<br />

Italie. — Afschaffing van <strong>de</strong><br />

lijfeigenschap in Rusland.<br />

1864 De 1 Internationale.<br />

1866 Pruisen verslaat Oostenrijk<br />

(Sadowa).<br />

1867 Das Kapital (Marx) .<br />

1860 Max Havelaar (Multatuli).<br />

Leekedichtjes (<strong>de</strong> Genestet).<br />

1861 Laatste <strong>de</strong>r Eerste (<strong>de</strong> Genestet).<br />

1862,-77 I<strong>de</strong>en (Multatuli).<br />

1865 Potgieter en Busken Huet<br />

verlaten De Gids.<br />

1858 Levensbeel<strong>de</strong>n (j. v. Beers).<br />

Kerkhofblommen (G. Gez.).<br />

Dichtoefeningen (G. Gez.).<br />

1861 In 't Schipperskwartier.<br />

(Sleeckx).<br />

1862 Gedichten, Gezangen en<br />

Geb. (Gezelle).<br />

1864 Het Geschenk v. d. Jager<br />

(Courtmans).<br />

1865 Regeling v. d. spellingkwestie<br />

(De Vries-Te Winkel).<br />

1867-1877 H. Verriest leeraar te<br />

Roeselare.<br />

1857 Madame Bovary (Flaubert).<br />

Les Fleurs du Mal (Bau<strong>de</strong>laire).<br />

1865 Brand (Ibsen) .<br />

1866 Le Parnasse contemporain.<br />

1868 Florence (Potgieter).<br />

1° d. Litterarische Fantasien<br />

en Krit. (Huet).<br />

1868 Op <strong>de</strong>n Toren (A. Snie<strong>de</strong>rs)<br />

Gevoel en Leven (j.v.Beers)


Historische Feiten Noordne<strong>de</strong>rl. Literatuur Zuidne<strong>de</strong>rl. Literatuur Vreem<strong>de</strong> Literaturen<br />

1869 Het Kanaal v. Suez. — De<br />

dynamo (Zenobe Gramme).<br />

1870-71 Fransch-Duitsche Oorlog.<br />

1870 Rome door <strong>het</strong> Ital. leger<br />

bezet.<br />

1871 Stichting van <strong>het</strong> Duitsche<br />

Keizerrijk.<br />

De Commune te Parijs.<br />

1869 Versprei<strong>de</strong> en nagelaten Gedichten<br />

(Dautzenberg).<br />

1870 Gedichten (R. en V. Loveling).<br />

1871-1893 Les Rougon Macquart<br />

(Zola).<br />

1876 De Bell-telefoon. — De<br />

Ring <strong>de</strong>r Nibelungen, 1 e voll.<br />

opvoering (Wagner).<br />

1878 Kongres te Berlijn (<strong>de</strong> Balkanstaten).<br />

— Stanley verkent<br />

<strong>het</strong> Kongogebied.<br />

1874 Majoor Frans ( Bosboom-<br />

Toussaint).<br />

1875 Poezij II (Potgieter).<br />

1879 Lilith (M. Emants).<br />

1880 Amazone (Vosmaer).<br />

1882-1884 Het Land van Rembrand<br />

(B. Huet).<br />

1874 Ernest Staes (A. Bergmann)<br />

Novellen (R. en V.Loveling)<br />

1880 tRo<strong>de</strong>nbach. — Gudrun '82.<br />

1881 Lentesotternijen (P. <strong>de</strong> Mont)<br />

1883 t Hendrik Conscience.<br />

1884 Arm Vlaan<strong>de</strong>ren (Teirlinck-<br />

Stijns).<br />

1873 tine Saison en Enfer (A.<br />

Rimbaud).<br />

1881-1897 La jeune Belgique.<br />

1885 Stichting van <strong>de</strong>n Kongo.<br />

Vrijstaat.<br />

1887 Israel (Allard Pierson) .<br />

1885 Flad<strong>de</strong>ren<strong>de</strong> Vlin<strong>de</strong>rs (P. <strong>de</strong><br />

Mont).<br />

1890 Een dure Eed (V. Loveling)


OPGAVEN VOOR GELEIDE OEFENINGEN<br />

1. Werk <strong>de</strong> tegenstelling : Antwerpsche groep, Gentsche groep in <strong>de</strong><br />

eerste jaren na 1830, na<strong>de</strong>r uit. Wijd uw bijzon<strong>de</strong>re aandacht aan<br />

<strong>de</strong>n philologischen arbeid van Willems en zijn volgelingen.<br />

2. Houd een spreekbeurt over <strong>de</strong> jeugd van H. Conscience en <strong>de</strong>n toestand<br />

te Antwerpen in dien tijd. (Aan <strong>de</strong> hand van « De Geschie<strong>de</strong>nis<br />

mijner Jeugd >>, « De Omwenteling v. 1830 >> en <strong>de</strong> studie van E. De<br />

Bock).<br />

3. Stel « Bavo en Lieveken », van Conscience, naast « Het Geschenk van<br />

<strong>de</strong>n Jager >>, door Mevr. Courtmans, en licht <strong>de</strong> sociale opvattingen<br />

van bei<strong>de</strong> schrijvers toe.<br />

4. Leg Zetternam's « Mijnheer Luchtervel<strong>de</strong> >> naast bei<strong>de</strong> vorige werken<br />

en houd dan een <strong>voor</strong>dracht over <strong>de</strong>n socialen roman in <strong>de</strong> Vl.<br />

literatuur uit <strong>de</strong> le helft van <strong>de</strong> 19' eeuw.<br />

5. J. Persijn, in zijn goed boekje : « A. Snie<strong>de</strong>rs en zijn tijd >> (Leeslust<br />

Antw.) beschouwt Sn. als « <strong>de</strong> geniaalste verteller van <strong>de</strong> heele<br />

Ne<strong>de</strong>rlandsche letterkun<strong>de</strong> : Van Lennep, Couperus, Buysse en <strong>de</strong><br />

Scharten's niet uitgezon<strong>de</strong>rd. >> Zijt gij <strong>het</strong> daarme<strong>de</strong> eens? Maak eens<br />

een uitvoerige vergelijking tusschen <strong>het</strong> werk van Conscience en dat<br />

van Snie<strong>de</strong>rs.<br />

6. Leg naast elkan<strong>de</strong>r : Wat eene Moe<strong>de</strong>r lij<strong>de</strong>n kan >>, of « De arme<br />

E<strong>de</strong>lman », van Conscience, en « Begga >> of « De Zoon van <strong>de</strong>n Metseldien<strong>de</strong>r<br />

», door Van Beers.<br />

7. Duid <strong>de</strong> <strong>voor</strong>naamste punten van overeenkomst en van on<strong>de</strong>rscheid<br />

aan tusschen <strong>de</strong> Noord- en Zuidne<strong>de</strong>rlandsche romantiek na 1830.<br />

8. Wat verstaat gij door Westvlaamsch taalparticularisme? Is dit verschijnsel<br />

u ook in an<strong>de</strong>re gewesten bekend?<br />

9. Vertel <strong>het</strong> Leven van G. Gezelle, liefst aan <strong>de</strong> hand van A. Walgrave<br />

of Caesar Gezelle.<br />

10. Welke leerlingen van Gezelle zijn u na<strong>de</strong>r bekend? — Noem 5 an<strong>de</strong>re<br />

Vl. dichters in wier werk <strong>de</strong> invioed van G. G. merkbaar is.<br />

11. Wie waren <strong>de</strong> tijdgenooten van <strong>de</strong>n jongen Gezelle omtrent 1860?<br />

Hoe was <strong>de</strong> aard van hun werk vergeleken met <strong>het</strong> zijne?<br />

12. Toon <strong>het</strong> innig verband aan tusschen <strong>de</strong> Vlaamsche Beweging en <strong>de</strong><br />

Vl. literatuur van Conscience en Le<strong>de</strong>ganck tot Ro<strong>de</strong>nbach.<br />

13. Welke schrijvers van beteekenis heeft West-Vlaan<strong>de</strong>ren <strong>voor</strong>tgebracht,<br />

van <strong>de</strong> 13' tot <strong>de</strong> 20e eeuw? Rangschik ze in chronologische or<strong>de</strong> en<br />

maak een kaartje waarop gij <strong>de</strong> geboorte- en sterfplaats van elk hunner<br />

aanduidt.<br />

14. Zelf<strong>de</strong> vraag <strong>voor</strong> Oost-Vlaan<strong>de</strong>ren, <strong>voor</strong> Antwerpen, <strong>voor</strong> Brabant,<br />

<strong>voor</strong> Limburg.<br />

15. Ga <strong>de</strong> realistische strooming in onze letterkun<strong>de</strong> na, in N. en Zuid,<br />

door <strong>de</strong> eeuwen heen : van Reinaert <strong>de</strong> Vos tot Ernest Staes.<br />

16. Ga <strong>de</strong> didactische strekking in onze letterkun<strong>de</strong> na, van Jacob van<br />

Maerlant tot Busken Huet's « Land van Rembrand >> en Conscience's<br />

« Eenige Bladzij<strong>de</strong>n uit <strong>het</strong> Boek <strong>de</strong>r Natuur ».<br />

17. Ontwikkel <strong>de</strong> gedachte dat wij <strong>de</strong> eerste strij<strong>de</strong>rs <strong>voor</strong> <strong>de</strong> Vlaamsche<br />

zelfstandigheid niet rechtvaardig kunnen beoor<strong>de</strong>elen van een zuiver<br />

intellectueel en artistiek standpunt uit.<br />

209


BIBLIOGRAPHISCHE NOTA'S<br />

1. Geannoteer<strong>de</strong>, doorgaans goedkoope uitgaven :<br />

Keurboeken <strong>voor</strong> Mid<strong>de</strong>lb. en Normaalon<strong>de</strong>rwijs (Ned. Boekh. Antw.) :<br />

*Vlaamsche Novellen : H. Ram, R. en V. Loveling, R. Stijns, A.<br />

Snie<strong>de</strong>rs (De Baere, Verboven).<br />

Onze Bibliotheek (Sikkel, Antwerpen) :<br />

*Sleeckx : Dierenwijsheid (Kuypers).<br />

Ned. Schooluitgaven <strong>voor</strong> Waal en Vlaming (De Wit, Brussel) :<br />

*Conscience : De Loteling (Van Hoof).<br />

*Conscience : Baas Gansendonck (Van Hoof).<br />

*Hilda Ram : Vertellingen (Van Hoof).<br />

*A. en J. R. Snie<strong>de</strong>rs : Vertellingen (Van Hoof).<br />

Schrijvers <strong>voor</strong> <strong>het</strong> Midd. On<strong>de</strong>rwijs (Hoogstraten) :<br />

*Ro<strong>de</strong>nbach (Walgrave).<br />

*Hilda Ram (De Boeck).<br />

*H. Verriest (Walgrave).<br />

*J. R. Snie<strong>de</strong>rs (Raeymaekers).<br />

*Tony, Ernest Staes (Broes).<br />

2. An<strong>de</strong>re uitgaven :<br />

Patische Bibliotheek (Sikkel, Antwerpen) :<br />

Door van Rijswijck (De Bock).<br />

Jan <strong>de</strong> Laet (De Bock).<br />

Keurbl. uit Ne<strong>de</strong>rl. Schrijvers (De Seyn-Verhougstraete) :<br />

D. Sleeckx.<br />

Th. Coopman en V. Dela Montagne : Onze Dichters 1830-80.<br />

M. Gilliams : Vlaamsche Lyriek 1830-1890 (Ned. Boekhan<strong>de</strong>l).<br />

Pru<strong>de</strong>ns v. Duyse, 2 d. (V. <strong>de</strong> Meyere).<br />

H. Conscience : Bloemenkrans; Herfstbloemen (Van Kalken).<br />

E. Hiel : Bloemlezing (Teirlinck, N. <strong>de</strong> Tiere, Gijssels).<br />

G. Gezelle : 2 bloemlezingen (Al. Nijland).<br />

H. Verriest Bloemlezing (VI. Vereeniging v. Letterkundigen 1913).<br />

Keurbla<strong>de</strong>n (Standaard).<br />

A. Ro<strong>de</strong>nbach : Bloemlezing (Al. Nijland).<br />

Keurgedichten (inl. C. Verschaeve).<br />

Pol <strong>de</strong> Mont : Bloemlezing uit zijn Poezie (G. Meir).<br />

3. Bronnen <strong>voor</strong> ver<strong>de</strong>re studie :<br />

Werken van algemeenen aard zijn :<br />

COOPMAN en SCHARPE : Geschied. <strong>de</strong>r Vl. Letterk. (Ned. Boekh.).<br />

A. VERMEYLEN : De Vl. Letterk. (in «Vlaan<strong>de</strong>ren door <strong>de</strong> Eeuwen heen>>).<br />

id. De Vl. Letteren van Gezelle tot he<strong>de</strong>n (Elzevier).<br />

M. SABBE : Mozaiek (Op<strong>de</strong>beek). ,<br />

id. Letterkundige verschei<strong>de</strong>nhe<strong>de</strong>n (Lectura).<br />

P. FREDERICQ : Sc<strong>het</strong>s v. <strong>de</strong> Vlaamsche Beweging, 3 d. (Willemsfonds).<br />

LEO PICARD : Geschie<strong>de</strong>nis van <strong>de</strong> Vlaamsche en Grootne<strong>de</strong>rlandsche<br />

Beweging (Sikkel).<br />

R. LISSENS : Het Impressionisme in <strong>de</strong> Vlaamsche Letterkun<strong>de</strong> (Het<br />

Kompas).<br />

SABBE, MONTEYNE, COOPMAN : Het Vl. tooneel in <strong>de</strong> 19' eeuw.<br />

EUG. DE BOCK : Beknopt Overzicht v. d. Vl. Letterk., hoofdzakelijk in<br />

<strong>de</strong> 19' eeuw (Sikkel).<br />

210


Studies over afzon<strong>de</strong>rlijke schrijvers :<br />

R. ROEMANS : J. F. Willems en <strong>de</strong> Belg. Omwenteling.<br />

J. MICHEELS : Prud. V. Duyse. — Mevr. P. STERKENS-CIETERS; id. (Kath.<br />

VI. Hoogeschooluitbreiding).<br />

L. OPDEBEEK : Levenssc<strong>het</strong>s v. Le<strong>de</strong>ganck.<br />

POL- DE MONT : 3 groote Vlamingen (Consc., V. Beers, Benoit).<br />

EUG. DE BOCK : H. Conscience en <strong>de</strong> Opkomst v. d. Vl. Romantiek.<br />

(Sikkel). — Hendrik Conscience (Wereldbibl.).<br />

A. JACOB : Briefwisseling van, met en over Conscience.<br />

Populaire studies over Consc., door HANS, WATTEZ, VAN DER CRUYSSEN.<br />

J. PERSIJN : August Snie<strong>de</strong>rs en zijn Tijd, 3 d. — A. Snie<strong>de</strong>rs en zijn<br />

Tijd (Leeslust). — Studien en Lezingen (Standaard).<br />

J. GRIETENS : A. Snie<strong>de</strong>rs, <strong>de</strong> Mensch en <strong>de</strong> Volksschrijver.<br />

STUN STREUVELS : Over Vrouwe Courtmans (in : Herinneringen uit <strong>het</strong><br />

Verle<strong>de</strong>n).<br />

P. FREDERICQ : Levenssc<strong>het</strong>s v. Dom. Sleeckx.<br />

L. BAEKELMANS : 4 Vl. prozaschrijvers : P. F. Van Kerckhoven, D.<br />

Sleeckx, R. Stijns, V. Loveling (Op<strong>de</strong>beek).<br />

ARAN BURFS : Dichters uit Vlaan<strong>de</strong>ren.<br />

A. E. VAN BEUGHEM : J. M. Dautzenberg (K. Vl. Acad.).<br />

FR. VERSCHOREN : Tony Bergmann (Op<strong>de</strong>beek).<br />

H. BACCAERT : E. Hiel.<br />

R. STERKENS : Servaes Daems.<br />

In <strong>de</strong> reeks Mannen en Vrouwen v. Beteekenis (Hollandia, Baarn)<br />

J. v. Beers, Max Rooses, Virg. Loveling, Pol <strong>de</strong> Mont, Gezelle.<br />

Over G. Gezelle o. a. : H. VERRIEST; A. WALGRAVE : Gedichtengroei;<br />

en <strong>voor</strong>al : Leven van G. G., 2 d. (Wereldbibl.).<br />

HENRIETTE ROLAND HOLST (Querido).<br />

URB. VAN DE VOORDE : 1° bij Querido, A'dam; 2° Critiek en<br />

Beschouwing II (Sikkel) ; 3° Gezelle en <strong>de</strong> Eros; B. VERHOEVEN<br />

(Sikkel); FR. BAUR (Davidsfonds; jeugd en leeraarstijd); HENDRIK<br />

DE VOS (Lectura) ; POL VAN NIJEN (Regenboog) ; R. VAN ST.<br />

JAN : Het Westvlaamsch v. G. G. (Sikkel) ; G. VERRIEST : Over<br />

<strong>de</strong> Grondslagen v. h. rythmisch woord.<br />

Over H. Verriest : F. DE PILLECIJN (Lannoo); J. MULS (Standaard);<br />

M. D'HAESE (Vlam. v. Beteekenis, Sikkel) ; A. DE RIDDER.<br />

Over A. Ro<strong>de</strong>nbach : L. VAN PUYVELDE; VAN DEN BERGHE.<br />

I. OORDA : De dichter A. Ro<strong>de</strong>nbach.<br />

FERD. RODENBACH : Albr. R. en <strong>de</strong> Blauwvoeterie.<br />

J. VERMEULEN : A. R., <strong>de</strong> won<strong>de</strong>rknape v. Vlaan<strong>de</strong>ren.<br />

G. MEIR : Pol <strong>de</strong> Mont (Sikkel).<br />

J. MULS : Melancholia (Davidsfonds).<br />

K VAN DEN OEVER : Kritische Opstellen.<br />

211


HOOFDSTUK X<br />

DE BEWEGING VAN TACHTIG EN HAAR<br />

ONMIDDELLIJKE NABLOEI<br />

A. — ALGEMEEN KARAKTER, ONTSTAAN EN<br />

VERLOOP<br />

De eigenlijke vernieuwing van <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsche<br />

REVOLUTION-<br />

NAIR literatuur in <strong>de</strong> 19e eeuw begon pas omtrent 1880.<br />

KARAKTER Eenige jaren na <strong>de</strong>n hemelbestormer Multatuli, is een<br />

jong en krachtig geslacht opgestaan dat <strong>de</strong>n strijd aanbond<br />

tegen onnatuur, slenter en bekrompenheid, tegen al wat <strong>het</strong><br />

een belemmering achtte <strong>voor</strong> <strong>de</strong> vrije ontplooiing van <strong>de</strong><br />

persoonlijkheid. Deze onverbid<strong>de</strong>lijke aanval op een min<strong>de</strong>rwaardige<br />

omgeving, dit geestdriftig binnenhalen van <strong>het</strong> beste<br />

uit <strong>het</strong> buitenland (evengoed <strong>de</strong> Engelsche gevoelsromantiek<br />

uit <strong>het</strong> begin van <strong>de</strong> eeuw als <strong>het</strong> zooveel latere Fransch<br />

naturalisme) gebeur<strong>de</strong>n zoo plotseling en gingen met zulk<br />

een opbloei van een rijke, eigen kunst gepaard, dat men<br />

van een aest<strong>het</strong>ische revolutie mag spreken. De Beweging van<br />

Tachtig, die niet uitsluitend literair was doch zich in heel <strong>het</strong><br />

leven van <strong>de</strong> Hollandsche natie liet gel<strong>de</strong>n : in <strong>de</strong> schil<strong>de</strong>rkunst<br />

als in <strong>de</strong> muziek, in <strong>de</strong> bouwkunst als in <strong>de</strong> wetenschappen,<br />

— is onmogelijk geheel to verklaren uit <strong>de</strong> perio<strong>de</strong><br />

die Naar onmid<strong>de</strong>llijk <strong>voor</strong>afging.<br />

DE EINDELIJKE Al hebben zij dit zelf niet altijd ingezien : met <strong>de</strong><br />

DOORBRAAK Tachtigers breekt ein<strong>de</strong>lijk <strong>de</strong> bevrij<strong>de</strong>n<strong>de</strong> geest van<br />

VAN HET<br />

ROMANTISME <strong>de</strong> Romantiek in Ne<strong>de</strong>rland door. In <strong>de</strong> Gids-beweging<br />

en <strong>de</strong>n va<strong>de</strong>rlandschen geluksdroom van Potgieter<br />

overheerschte nog <strong>de</strong> Verlichting : <strong>het</strong> rationalisme van<br />

<strong>de</strong> 1 8 e , <strong>het</strong> liberalisme van <strong>de</strong> 1 9e eeuw. Overeenkomstig<br />

212


<strong>de</strong>n verstan<strong>de</strong>lijken, soli<strong>de</strong>n aard van <strong>de</strong> meeste schrijvers,<br />

bleven hun romantische bevliegingen binnen <strong>de</strong> grenzen van<br />

<strong>het</strong> >. De Tachtigers, daarentegen, stortten op<br />

hartstochtelijke en uiterst persoonlijke wijze hun gevoelens<br />

uit. De alledaagschheid van <strong>de</strong> hen omringen<strong>de</strong> maatschappij<br />

begeer<strong>de</strong>n zij to ontvluchten. Hun heimwee naar een eeuwig<br />

geluk, naar een hemelsche, onsterfelijke schoonheid; hun opgaan<br />

in een wereld van sprookje en droom; <strong>de</strong> intensiteit<br />

van hun natuurgevoel ; hun hooge opvatting van <strong>de</strong>n kunstenaar<br />

en van <strong>de</strong>


<strong>de</strong> jongere impressionnistische schil<strong>de</strong>rs : Breitner, Witsen,<br />

Jan Veth, Bauer, evenals <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>re van <strong>de</strong> zoogenaam<strong>de</strong><br />

Haagsche school : <strong>de</strong> Marissen, Mauve e. a., die in hun tijd<br />

evenmin begrepen wer<strong>de</strong>n, heerschte hartelijke vriendschap<br />

en werd een gemeenschappelijk front gevormd tegen dit<br />

onbegrip van <strong>de</strong> massa. Zoo schil<strong>de</strong>r<strong>de</strong> of teeken<strong>de</strong> Jacobus<br />

van Looy evengoed zijn Maaier en an<strong>de</strong>re sc<strong>het</strong>sen uit zijn<br />

Proza- en Feesten-bun<strong>de</strong>ls als hij ze <strong>voor</strong>treffelijk beschreef.<br />

In <strong>de</strong> plastische kunst dagteekent <strong>de</strong> benaming impressionnisme<br />

reeds van 1867, naar een doek > van <strong>de</strong>n<br />

Franschman Clau<strong>de</strong> Monet. Deze belangrijke richting, die er<br />

op uit was <strong>de</strong>n eersten frisschen indruk van <strong>de</strong> zinnen weer<br />

te geven door mid<strong>de</strong>l van een menigte kleine lichttoetsen en<br />

subtiele aanduidingen, waar<strong>voor</strong> <strong>het</strong> on<strong>de</strong>rwerp niets, maar<br />

<strong>de</strong> schakeering van <strong>de</strong> atmosfeer alsook <strong>de</strong> vreugd om <strong>het</strong><br />

schil<strong>de</strong>ren-zelf alles was, bleef niet zon<strong>de</strong>r invloed op <strong>het</strong><br />

natuurgevoel als op <strong>de</strong> <strong>de</strong>tailrijke schrijftechniek van <strong>de</strong><br />

letterkundigen, Van Deyssel, Gorter en Arij Prins in <strong>de</strong> eerste<br />

plaats. Zij leid<strong>de</strong> <strong>de</strong>zen zelfs tot uitersten als <strong>het</strong> opgeven van<br />

<strong>de</strong> vaste syntaxis en <strong>het</strong> haarfijn weergeven van


De beoefening en <strong>de</strong> uitkomsten van <strong>de</strong> biologische studien<br />

niet alleen, ook <strong>de</strong> verbazen<strong>de</strong> vlucht, door <strong>de</strong> exacte wetenschappen<br />

genomen ; <strong>het</strong> vertrouwen in <strong>de</strong>n onbeperkten <strong>voor</strong>uitgang<br />

van <strong>de</strong>ze wetenschap die <strong>de</strong> laatste <strong>de</strong>r levensgeheimen<br />

zou ontsluieren en <strong>de</strong> religie vervangen ; <strong>de</strong> <strong>voor</strong>lief<strong>de</strong><br />

<strong>voor</strong> een objectieve, nauwkeurige waarneming van <strong>de</strong> werkelijkheid,<br />

die men van <strong>de</strong> proefon<strong>de</strong>rvin<strong>de</strong>lijke laboratoriummetho<strong>de</strong>s<br />

afkijkt ; <strong>de</strong> weergalooze triomf van <strong>het</strong> machinisme<br />

met zijn <strong>voor</strong>- en na<strong>de</strong>elen : <strong>de</strong> algemeene opleving van han<strong>de</strong>l<br />

en nijverheid, se<strong>de</strong>rt 1860, over heel West-Europa, en <strong>de</strong><br />

jammerlijke uitbreiding van <strong>het</strong> pauperisme ; <strong>de</strong> herhaal<strong>de</strong><br />

pogingen tot organiseering van <strong>de</strong> weerlooze, in onwetendheid<br />

en armoe verwil<strong>de</strong>r<strong>de</strong> arbei<strong>de</strong>rs; <strong>het</strong> groeien<strong>de</strong> gemeenschapsgevoel<br />

en <strong>de</strong> drang om <strong>het</strong> lij<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> bezitloozen,<br />

van <strong>de</strong> sociaal-min<strong>de</strong>rwaardigen, to lenigen of aan to<br />

klagen : al <strong>de</strong>ze economische, wijsgeerige of politieke gebeurtenissen<br />

en stroomingen hebben me<strong>de</strong> <strong>het</strong> geestesleven van<br />

Ne<strong>de</strong>rland omstreeks en se<strong>de</strong>rt 1880 gewijzigd en hebben<br />

een weerklank gevon<strong>de</strong>n in <strong>de</strong> kunst.<br />

De literaire verjonging was <strong>het</strong> werk van een<br />

groepje stu<strong>de</strong>nten die geen vre<strong>de</strong> kon<strong>de</strong>n nemen met<br />

DE VOORGE-<br />

SCHIEDENIS<br />

J. PERK<br />

<strong>de</strong> onbenulligheid van <strong>de</strong> zoogenaamd lei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> 1859-1881<br />

critiek en haar weigerachtige houding tegenover hun thans<br />

als waar<strong>de</strong>vol erkend werk, eerste uiting van <strong>de</strong> nieuwe richting<br />

in <strong>de</strong> poezie.<br />

De uitgave <strong>de</strong>r gedichten van JACQUES PERK, na diens<br />

jammerlijk vroegen dood door zijn vriend Willem Kloos<br />

bezorgd, met een aanbevelend woord van C. Vosmaer, kreeg<br />

<strong>de</strong> waar<strong>de</strong> van een manifest : evenzeer door <strong>de</strong> beteekenis<br />

van Kloos' inleiding als door <strong>het</strong> frissche geluid van <strong>de</strong>ze<br />

poezie die uitmuntte door haar natuurlijkheid in beeldspraak<br />

en visie, haar klankrijke taaen \ verzorg<strong>de</strong>n sonnetvorm; maar<br />

die <strong>voor</strong>al trof door <strong>het</strong> al es-doora<strong>de</strong>mend schoonheidsver-<br />

langen. De tijdgenooten echter, zoozeer door dichterlijke taal<br />

en <strong>de</strong> onnatuur van <strong>de</strong> re<strong>de</strong>neeren<strong>de</strong> poezie verwend, voel<strong>de</strong>n<br />

<strong>het</strong> nieuwe niet dat Mathil<strong>de</strong>, een Sonnettenkrans (1882), bracht.<br />

Eerst na jaren is <strong>de</strong> waar<strong>de</strong>ering gekomen.<br />

De feitelijke inhoud van <strong>de</strong>n Mathil<strong>de</strong>-cyclus, waarme<strong>de</strong><br />

215


Perk bij zijn afsterven nog niet geheel klaar was, is <strong>het</strong> ontluiken<br />

van een dichterschap. Een meisje, dat hij te Laroche<br />

in <strong>de</strong> Ar<strong>de</strong>nnen leer<strong>de</strong> kennen, en <strong>de</strong> sterke schoonheidsindrukken<br />

in <strong>de</strong>ze streek opgedaan, zijn aanleiding tot <strong>de</strong>ze<br />

gedichten geweest. De mooie vrouw wordt hem spoedig <strong>het</strong><br />

symbool van <strong>de</strong> schoonheid in <strong>het</strong> algemeen; aldus is zijn<br />

hart duizend levens rijk gewor<strong>de</strong>n :<br />

Zij bleef zichzelve, gij werdt kunstenaar ».<br />

Het spreekt vanzelf dat men in dit jonge werk ook zwakke<br />

plaatsen en menig spoor van een verou<strong>de</strong>r<strong>de</strong>n stijl aantreft :<br />

dit vermin<strong>de</strong>rt nauwelijks <strong>de</strong> historische beteekenis van <strong>de</strong>zen<br />

inlui<strong>de</strong>r <strong>de</strong>r nieuwe beweging. Het gaafst vertoont zich zijn<br />

talent, buiten <strong>de</strong> sonnetten, in een gedicht De Schim van P. C.<br />

Hooft, dat hij aan een oudleeraar, Dr. Doorenbos, opdroeg<br />

en dat van zijn studie van Potgieter en <strong>de</strong> zeventien<strong>de</strong> eeuwsche<br />

classieken getuigt ; alsook in Iris, zijn laatste weemoedig<br />

vers, waarin <strong>de</strong>ze go<strong>de</strong>ndochter treurt om <strong>de</strong>n lachen<strong>de</strong>n<br />

Zefier. Wanneer hij verschijnt, moet Iris wijken, haar vergeefsch<br />

verlangen in een schoonen regenboog achterlatend.<br />

De eenige troost van <strong>de</strong>n dichter aldus <strong>de</strong> symbolische<br />

beteekenis — is dat zelfs uit zijn smart schoonheid ontstaat.<br />

Wanneer men be<strong>de</strong>nkt dat zulk een vers, met zijn meesterlijke<br />

uitbeelding van een wezenlijk romantisch gevoel, door<br />

De Gids geweigerd werd, dan begrijpt men dat <strong>de</strong> jongeren<br />

hunkerend uitzagen naar <strong>de</strong> mogelijkheid om zelf een eigen<br />

tijdschrift op te richten. In October 1885 verscheen ein<strong>de</strong>lijk<br />

« De nieuwe Gids », die « De (ou<strong>de</strong>) Gids » bedoel<strong>de</strong> te<br />

vervangen. W. Kloos, <strong>de</strong> erken<strong>de</strong> lei<strong>de</strong>r, was toen 26 jaar,<br />

Van Ee<strong>de</strong>n 25 en Verwey slechts 20. Van Deyssel, aanvankelijk<br />

geen redacteur, tel<strong>de</strong> er 21.<br />

WAT WIL DE De lei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> beginselen van <strong>de</strong> nieuwe richting<br />

«NIEUWE» GIDS ? wer<strong>de</strong>n <strong>het</strong> dui<strong>de</strong>lijkst uiteengezet door Willem<br />

Kloos in zijn schitteren<strong>de</strong> kronieken, later verzameld on<strong>de</strong>r<br />

<strong>de</strong>n titel 14 Jaar Litteratuur-geschie<strong>de</strong>ds (1880-94), en door<br />

Van Deyssel. (Zie diens eerste drie bun<strong>de</strong>ls Verzamel<strong>de</strong><br />

Opstellen, alsook Van Ee<strong>de</strong>n's Studies 1, en an<strong>de</strong>re polemische<br />

schrif ten. )<br />

216


Voor <strong>het</strong> eerst se<strong>de</strong>rt twee eeuwen werd opnieuw KUNST OM DE<br />

<strong>de</strong> leus ver<strong>de</strong>digd en in haar uiterste consequenties<br />

KUNST<br />

doorgedreven : <strong>de</strong> Kunst om <strong>de</strong> Kunst(1).<br />

Te lang was <strong>de</strong> kunst<br />

slechts verkapte moraal geweest, of een mid<strong>de</strong>l om to stichten<br />

in <strong>het</strong> beste geval, bij Potgieter, een mid<strong>de</strong>l tot yolksvere<strong>de</strong>ling.<br />

De Tachtigers wil<strong>de</strong>n haar boven alle didactische<br />

bedoelingen verhef fen. Niet <strong>het</strong> on<strong>de</strong>rwerp, niet <strong>de</strong> stoutheid<br />

<strong>de</strong>r gedachten, niet <strong>het</strong> behoorlijk wikken en wegen van goed<br />

of kwaad, niet <strong>de</strong> verkondig<strong>de</strong> levenswijsheid is van belang :<br />

uitsluitend <strong>de</strong> schoonheidsindruk. Een bloem die bloeit. Het<br />

artistieke absolutisme wordt gepredikt : schoonheid op zichzelf<br />

is levenverheffend.<br />

Vorm en inhoud zijn een, in zoo-verre ie<strong>de</strong>re<br />

veran<strong>de</strong>ring in <strong>de</strong> woor<strong>de</strong>n een gelijkloopen<strong>de</strong> wijzi-<br />

ging geeft in <strong>het</strong> beeld of <strong>de</strong> gedachte, en ie<strong>de</strong>re<br />

wijziging in <strong>de</strong>ze, een overeenkomstige nuanceering van <strong>de</strong><br />

stemming aanduidt ». (Kloos.)<br />

Hierme<strong>de</strong> bedoel<strong>de</strong>n zij dat bij een waarachtig dichter tegelijk<br />

met <strong>de</strong> aandoening of <strong>de</strong> verbeelding <strong>de</strong> vorm wordt<br />

geboren waarin hij zich uit, en dat alleen die vorm <strong>de</strong> juiste<br />

is. Het woord <strong>de</strong>kt <strong>het</strong> beeld of <strong>de</strong> gedachte. Door <strong>de</strong> geringste<br />

veran<strong>de</strong>ring, b.v. in <strong>de</strong> rangschikking van <strong>de</strong> woor<strong>de</strong>n,<br />

kan een gedicht verliezen wat <strong>het</strong> precies tot poezie maakt.<br />

De vorm is dus essentieel. Onwaarachtige kunst verraadt zich<br />

doordat dit bij haar niet <strong>het</strong> geval is.<br />

Tegen <strong>de</strong> dichterlijke taal ontketen<strong>de</strong>n <strong>de</strong> Tachti-<br />

gers aldus een scherpe reactie. De doeltreffen<strong>de</strong> be-<br />

strijding van <strong>het</strong> valsche of versleten beeld, van <strong>de</strong> gemeenplaats,<br />

is een <strong>de</strong>r grootste verdiensten van De nieuwe Gids.<br />

Weg met <strong>de</strong> dichterlijke taal die jaren of eeuwen her eens<br />

nieuw was, dock se<strong>de</strong>rt afsleet als pasmunt! Op preciesheid<br />

van uitdrukking, op doorvoel<strong>de</strong>, oorspronkelijke, zoo mogelijk<br />

verrassen<strong>de</strong> beeldspraak komt <strong>het</strong> aan. In plaats van naar<br />

<strong>de</strong>n dreun, <strong>de</strong> scansie van <strong>het</strong> vers, luister<strong>de</strong> men naar <strong>het</strong><br />

innerlijke rhythme, <strong>de</strong> muziek ervan. De beteekenis en bedoeling<br />

van <strong>de</strong> classieke versmaten ging men opnieuw doorvoelen,<br />

(1) De va<strong>de</strong>r van <strong>de</strong>ze laat-romantische formule : Mr( pour I'Art, is <strong>de</strong><br />

Fransche dichter-schil<strong>de</strong>r Theophile Gautier.<br />

VORM EN<br />

INHOUD<br />

ZI JN EP,N<br />

WEG MET DE<br />

RHETORIEK!<br />

217


<strong>het</strong> sonnet — lang als een gekunstel<strong>de</strong> dichtvorm verwaar-<br />

loosd — en <strong>het</strong> vrije vers beoefenen. Want <strong>de</strong> muziek, <strong>de</strong><br />

klankexpressie en <strong>de</strong> genuanceer<strong>de</strong> rhythmus, <strong>de</strong><br />

DE<br />

WOORDKUNST woordkunst moeten er toe bijdragen om zoo nauwkeurig<br />

en persoonlijk mogelijk weer te geven wat er omgaat<br />

in <strong>het</strong> binnenste van <strong>de</strong>n dichter.<br />

Groote taalvernieuwers zijn <strong>de</strong> Nieuwe Gidsers aldus gewor<strong>de</strong>n.<br />

Zelfgesme<strong>de</strong> woor<strong>de</strong>n en wendingen (taalimpressionnisme<br />

) gebruikten <strong>de</strong>ze woordkunstenaars bij <strong>voor</strong>keur. In<br />

plaats van <strong>de</strong> overgelever<strong>de</strong> abstractheid, stel<strong>de</strong>n zij een<br />

klare, zuivere zintuiglijkheid, vol fijne, persoonlijk waargenomen<br />

trekjes en nieuwe plastiek. Hun driftig genot van <strong>het</strong><br />

leven, <strong>de</strong> kleuren en <strong>de</strong> gelui<strong>de</strong>n, weerkaatst zich in <strong>de</strong>n<br />

bloei, <strong>de</strong>n geur en <strong>de</strong> kleur van hun taal.<br />

HET INDIVI-<br />

Dit alles vatte Willem Kloos in 1 890 samen als<br />

DUALISME volgt : .<br />

218


ij<strong>de</strong>lheid die <strong>de</strong> beteekenis van <strong>de</strong> kunstenaarsfiguur verkleint.<br />

Om <strong>het</strong> bewijs te leveren van <strong>de</strong> onbevoegdheid<br />

<strong>de</strong>r literaire critiek, schreef Fre<strong>de</strong>rik van Ee<strong>de</strong>n<br />

parodieen op <strong>de</strong> huiselijke, stichtelijke predikantenpoezie.<br />

Grassprietjes » heette hij ze, , door zekeren Van Loghem,<br />

CORNELIS<br />

PARADI JS<br />

samengeflanst :


13. — DE HOOFDFIGUREN<br />

WILLEM KLOOS<br />

Tot in <strong>de</strong> jaren 1890 was KLOOS <strong>de</strong> onbetwiste<br />

1859-1938 lei<strong>de</strong>r van <strong>de</strong> vernieuwing, <strong>de</strong> bezieler van <strong>de</strong> beweging.<br />

Hij zag dui<strong>de</strong>lijk <strong>het</strong> verval van onze letteren in en<br />

wees <strong>de</strong> richting naar <strong>de</strong> toekomst. Als dichter heeft hij<br />

meesterlijke sonnetten geschreven, die tot <strong>de</strong> schoonste behooren<br />

welke ooit in onze taal ontston<strong>de</strong>n : een opleving van<br />

zijn geheele wezen, in haat of lief<strong>de</strong>, in matelooze verrukking,<br />

in weemoed of in trots over zijn eenzaam kunstenaarschap.<br />

Hun schroeien<strong>de</strong> hartstochtelijkheid, hun won<strong>de</strong>re bewogen.-<br />

held van rhythme en hun klankrijkdom zullen nog door vele<br />

geslachten aangevoeld wor<strong>de</strong>n. Bij hun verschikning werkte<br />

<strong>de</strong> belij<strong>de</strong>nis van dit intense zieleleven als een openbaring :<br />

<strong>het</strong> was <strong>de</strong> doorbraak van <strong>het</strong> nieuwe.<br />

Daarnaast gaf Kloos, die als stu<strong>de</strong>nt reeds met <strong>het</strong> ou<strong>de</strong><br />

Griekenland dweepte, enkele epische en dramatische fragmenten<br />

: <strong>het</strong> jeugdwerk Rhodopis en <strong>de</strong> heerlijke, eveneens<br />

1894 richtte Verwey met Van Deyssel Het Tweemaan<strong>de</strong>lijksch Tijdschrift op,<br />

acht jaar later omgedoopt in De Twintigste Eeuw (1902-09). In 1905 scheid<strong>de</strong><br />

Verwey zich opnieuw of om De Beweging to stichten. Hier kreeg <strong>de</strong> po6zie een<br />

<strong>voor</strong>name plaats en werd <strong>het</strong> naturalistisch proza buitengesloten. Dit tijdschri ft<br />

oefen<strong>de</strong> veel invloed uit, maar verdween in 1919. (Zie vig. hoofdstuk).<br />

An<strong>de</strong>re belangrijke Noordne<strong>de</strong>rlandsche tijdschrif ten zijn :<br />

Groot-Ne<strong>de</strong>rland, zuiver bellettristisch, se<strong>de</strong>rt 1903.<br />

Elsevier's geillustreerd Maandschrift, se<strong>de</strong>rt 1890.<br />

Onze Eeuw, conservatief (1901-24) .<br />

Den gul<strong>de</strong>n Winckel, se<strong>de</strong>rt 1901.<br />

Orpheus (1923-24) <strong>voor</strong> dichterlijke letterkun<strong>de</strong>.<br />

De Calvinisten groepeer<strong>de</strong>n zich om Ons Tijdschrift (1907-14), Stemmen<br />

<strong>de</strong>s Tijds, se<strong>de</strong>rt 1911 en Opwaartsche Wegen, se<strong>de</strong>rt 1922.<br />

De Ne<strong>de</strong>rlandsche Katholieken om Van onzen Tijd (1901-20) en De Beiaard<br />

(1916-26) ; <strong>de</strong> jongeren om Roeping en De Gemeenschap, se<strong>de</strong>rt 1925.<br />

De Ne<strong>de</strong>rlandsche socialisten om De nieuwe Tijd (1896-1915, met H. Roland-<br />

H., V. <strong>de</strong>r Goes, Gorter, Heijermans) ; <strong>het</strong> weekblad De Kroniek, van P. L. Tak<br />

(1895-1907) ; De socialistische Gids se<strong>de</strong>rt 1906; Nu (I. Querido) 1927-1928.<br />

Jongere letterkundigen hebben ver<strong>de</strong>r opgericht :<br />

Het Getij (1916-24).<br />

De Stem (D. Coster alleen, sinds <strong>de</strong>n dood van Just Havelaar), se<strong>de</strong>rt 1921;<br />

thans met een ook afzon<strong>de</strong>rlijk verkrijgbaar bijvoegsel : Critisch Bulletin (A.<br />

Donker).<br />

De vrije Bla<strong>de</strong>n se<strong>de</strong>rt 1924. Verschijnen se<strong>de</strong>rt 1932 maan<strong>de</strong>lijks in cahiervorm.<br />

De witte Mier (1924-26).<br />

Leiding, se<strong>de</strong>rt 1930.<br />

Forum (1932-1934).<br />

De nieuwe Gemeenschap (1934-1937).<br />

Elckerlyc (se<strong>de</strong>rt 1937).<br />

220


door <strong>de</strong>ze oudheid ingegeven zangen : Okeanos en Sappho.<br />

Kloos heeft, na <strong>de</strong> crisis in De nieuwe Gids die samenviel<br />

met een zware zenuwziekte, nooit meer zulke hoogte bereikt.<br />

Is er nog veel schoons in zijn latere Verzen, met <strong>de</strong> hon<strong>de</strong>r<strong>de</strong>n<br />

wijsgeerige sonnetten die hij Binnengedachten doopte, is dit<br />

zel<strong>de</strong>n <strong>het</strong> geval.<br />

Zijn critisch proza uit <strong>de</strong> eerste perio<strong>de</strong>, gebun<strong>de</strong>ld in<br />

Veertien Jaar Litteratuur-Geschie<strong>de</strong>nis, wordt terecht als classiek<br />

geroemd : hel<strong>de</strong>r van gedachte, zuiver van taal, evenwichtig<br />

van vorm. Wat hij daarna geschreven heeft (Letterkundige<br />

lnzichten en Vergezichten, 18 d.), staat doorgaans niet op <strong>het</strong>zelf<strong>de</strong><br />

peil. Hij vervalt in ein<strong>de</strong>looze herhalingen, en houdt<br />

van lange zinnen in <strong>de</strong>n preektoon ; in <strong>het</strong> enge individualisme<br />

bleef hij verstard. Literair-historische studies waarin hij vroegere,<br />

te absolute uitspraken herriep, heeten : Een Daad van<br />

eenvoudige Rechtvaardigheid; Bil<strong>de</strong>rdijk; Rhijnvis Feith.<br />

ALBERT VERWEY was <strong>de</strong> jongste van <strong>de</strong> Nieuwe-<br />

ALB. VERWEY<br />

Gidsredacteurs en stond aanvankelijk geheel on<strong>de</strong>r 1865-1937<br />

<strong>de</strong>n invloed van Kloos. Bekoorlijk van plastiek en geluid<br />

zijn <strong>de</strong> gedichten uit <strong>de</strong> Grieksche go<strong>de</strong>nwereld, Persephone<br />

en Demeter (1885). Tot zijn schoonste verzen uit die eerste<br />

perio<strong>de</strong> behooren Roun, om <strong>het</strong> Jaar, Van <strong>de</strong> Lief <strong>de</strong> die Vriendschap<br />

heet, Cor Cordium (d. i. ziel van mijn ziel, <strong>het</strong> binnenste<br />

lk) en enkele kin<strong>de</strong>rgedichtjes. Aan <strong>de</strong>n theorieenstrijd nam<br />

hij ijverig <strong>de</strong>el en maakte zijn levenswerk van <strong>het</strong> bevestigen<br />

<strong>de</strong>r grondslagen van <strong>de</strong> omwenteling in onze letteren. Het<br />

contact met <strong>het</strong> verle<strong>de</strong>n heeft hij in <strong>het</strong> bijzon<strong>de</strong>r bestu<strong>de</strong>erd<br />

en hersteld. (Toen <strong>de</strong> Gids wend opgericht, e. a. geschiedkundige<br />

essay's).<br />

Maar <strong>de</strong> jonge Verwey besefte spoedig dat hij in diepste<br />

wezen een verstandsmensch was. Hij verliet <strong>de</strong> redactie van<br />

De nieuwe Gids en trok zich te Noordwijk a/Zee terug.<br />

Weinigen hebben als hij gezocht naar een levensleer en nagedacht<br />

over <strong>het</strong> wezen van <strong>de</strong> poezie, over <strong>de</strong> lei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> rol<br />

van <strong>de</strong>n dichter in <strong>de</strong> maatschappij (


Na zeven jaar zwijgens gaf Verwey <strong>de</strong> eerste van een<br />

nieuwe reeks dichtbun<strong>de</strong>ls : Aar<strong>de</strong> (1896). Een sterk cerebraal<br />

karakter draagt <strong>de</strong>ze veel min<strong>de</strong>r bekoorlijke poezie<br />

van <strong>de</strong>n echten Verwey. Meer dan stroef gerijmel was <strong>het</strong>,<br />

ook in <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> bun<strong>de</strong>ls menigmaal niet. Directe aandoeningen<br />

van buiten inspireer<strong>de</strong>n hem steeds min<strong>de</strong>r : zijn<br />

poezie is wijsgeerige bespiegeling, bezield in beeld brengen<br />

van zijn ervaringen. Aldus groei<strong>de</strong> hij tot een moeilijk dichter,<br />

die bezonnen, cerebrate verzen schreef. Sommige daarvan zijn<br />

van een rijpe, evenwichtige wijsgeerigheid of verrassen een<br />

enkele maal door hun felheid. Met Huygens en Potgieter biedt<br />

<strong>de</strong>ze typisch Hollandsch burgerlijke figuur groote gelijkenis.<br />

(Verzaniel<strong>de</strong> Gedichten, Rondom mijn Werk (1890-1923), Het<br />

zichtbaar Geheim, De Weg naar <strong>het</strong> Licht, De getil<strong>de</strong> Last, De Ring<br />

van Leed en Geld?, Het lachen<strong>de</strong> Raadsel.)<br />

Op <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> geslachten heeft Verwey aanzienlijken<br />

invloed uitgeoefend. Niet <strong>het</strong> minst door zijn tijdschrift De<br />

Beweging (1905-1919) dat geruimen tijd richting aan een<br />

<strong>de</strong>el van <strong>de</strong> jeugd gaf, door <strong>het</strong> <strong>voor</strong>beeld en <strong>de</strong>n persoonlijken<br />

invloed van <strong>de</strong>n lei<strong>de</strong>r, zijn wijsgeerig-letterkundige<br />

theorieen, zijn bere<strong>de</strong>neer<strong>de</strong> critiek. Op lateren leeftijd werd<br />

hij hoogleeraar in <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsche letterkun<strong>de</strong> to Lei<strong>de</strong>n.<br />

Leesdrama's zijn Johan van Ol<strong>de</strong>nbarneveldt, Jacoba van<br />

Beieren en Cola Rienzi. Zijn gebun<strong>de</strong>l<strong>de</strong> critische studien beslaan<br />

tien groote <strong>de</strong>elen Proza.<br />

FR. VAN EEDEN Neen, ik houd niet van literatuur... van kunst...<br />

1860-1932 van poezie, maar ik houd van menschen. lk heb<br />

kunst niet lief om kunst, maar om <strong>de</strong>n mensch die haar<br />

gemaakt heeft. >><br />

Deze uitspraak uit later tijd is teekenend, ook <strong>voor</strong> <strong>de</strong>n<br />

jongen FREDERIK VAN EEDEN. Van <strong>de</strong>n aanvang of stel<strong>de</strong><br />

hij zich niet, als <strong>de</strong> an<strong>de</strong>ren, uitsluitend <strong>de</strong> kunst tot doel.<br />

Er was in hem lets van <strong>de</strong>n ze<strong>de</strong>nmeester, <strong>de</strong>n wereldhervormer<br />

: een humanistische strekking die in rijper werk <strong>de</strong>n<br />

boventoon heeft gekregen.<br />

Het eerste nummer van De nieuwe Gids open<strong>de</strong> met <strong>het</strong><br />

sprookje De Kleine Johannes, zijn geliefdste boek, dat <strong>voor</strong>al<br />

bekoor<strong>de</strong> door <strong>de</strong> verheerlijking van <strong>het</strong> Hollandsche duin-<br />

222


landschap en zijn toon van blijmoedige verrukking. Een<br />

mo<strong>de</strong>rne kin<strong>de</strong>rziel herwint er in, door dichterlijke droomen<br />

(Win<strong>de</strong>kind) en an<strong>de</strong>re « verklaringen » van <strong>het</strong> leven heen<br />

(Wistik, Cijfer, Pluizer) , zijn geloof in <strong>het</strong> i<strong>de</strong>aal. Met dat<br />

geloof trekt hij <strong>de</strong> wereld <strong>de</strong>r menschen in, om hun lief en<br />

leed te <strong>de</strong>elen. In twee min<strong>de</strong>r geslaag<strong>de</strong> vervolgboeken<br />

groei<strong>de</strong> zijn held tot maatschappelijk hervormer en trad De<br />

Onbeken<strong>de</strong> als een mo<strong>de</strong>rne Christus op (Marcus Vis).<br />

De eeuwige zoeker en wankelaar, die hij was, heeft zich<br />

herhaal<strong>de</strong>lijk in zijn werken uitgesproken : <strong>de</strong> figuren die hij<br />

opvoert zijn steeds spiegelbeel<strong>de</strong>n van Van Ee<strong>de</strong>n zelf in een<br />

of an<strong>de</strong>re gedaante.<br />

Om Johannes Viator, <strong>het</strong> Boele van <strong>de</strong> Lief <strong>de</strong> (1892), een<br />

eerste vervolg op De kleine Johannes, dat door <strong>de</strong> critiek<br />

slecht ontvangen werd, ontspon zich een heele pennetwist die<br />

<strong>de</strong> interne crisis van De nieuwe Gids bespoedig<strong>de</strong>. An<strong>de</strong>re<br />

prozawerken van hem zijn Van <strong>de</strong> koele Meren <strong>de</strong>s Doods; De<br />

Nachtbruid; Ge<strong>de</strong>nkschriften van Vico Muralto; Paul's Ontwaken,<br />

over <strong>de</strong>n dood van zijn 24-jarigen zoon.<br />

Reeds als stu<strong>de</strong>nt schreef Van Ee<strong>de</strong>n verdienstelijke blijspelen.<br />

Later gaf hij o.a. twee leesdrama's : De Broe<strong>de</strong>rs en<br />

Lioba; stukken met sociale strekking, w. o. I Jsbrand; en zijn<br />

beste dramatisch werk : een Treurspel <strong>de</strong>r Onzekerheid, De Heks<br />

van Haarlem (1915) .<br />

Van Ee<strong>de</strong>n is tevens <strong>de</strong> dichter van schoone lyrische jeugdverzen,<br />

met an<strong>de</strong>re opgenomen in Van <strong>de</strong> passielooze Lelie;<br />

ver<strong>de</strong>r van <strong>het</strong> eveneens mystieke Ellen, een Lied van <strong>de</strong> Smart,<br />

dat niet geheel vrij is van r<strong>het</strong>orische opgeschroefdheid; Het<br />

Lied van Schijn en Wezen, een groot wijsgeerig gedicht in drie<br />

<strong>de</strong>elen, ontstaan tusschen 1892 en 1922; Aan mijn Engelbewaar<strong>de</strong>r.<br />

Den criticus vindt men op zijn best in <strong>de</strong> uitmunten<strong>de</strong><br />

essay's verzameld in zijn eerste twee bun<strong>de</strong>ls Studies. Naast<br />

zijn artistiek werk heeft hij ook veel wetenschappelijks geschreven,<br />

over geneeskun<strong>de</strong>, spiritisme, wijsgeerige en sociale<br />

vragen. Uit <strong>de</strong>n tijd van zijn communistische proefneming<br />

(<strong>de</strong> kolonie Wal<strong>de</strong>n, bij Bussum, in 1898) en zijn cooperatiepoging<br />

(De Eendracht, te Amsterdam in 1903) die heel zijn<br />

223


geschriften. (De blij<strong>de</strong> Wereld, 10 lezingen).<br />

Voor en na zijn<br />

overgang tot <strong>het</strong> katholicisme, in 1922, schreef hij uitvoerig<br />

over <strong>de</strong> godsdienstige problemen die hem bezighiel<strong>de</strong>n. (Uit<br />

I ezus' oopenbaar Leeven, Het roo<strong>de</strong> Lampje, Signifische Gepeinzen).<br />

Zijn vertalingen van <strong>de</strong>n Hindoeschen dichter-<strong>de</strong>nker Rabindranath<br />

Tagore, 10 d., mogen afzon<strong>de</strong>rlijk vermeld.<br />

Wie ze eens gelezen heeft, vergeet ze nooit meer,<br />

L. VAN DEYSSEL<br />

(schuilnaam v. Karel <strong>de</strong> scheldartikelen van LODEWIJK VAN DEYSSEL.<br />

Alberdingk Thijm) Over een eenig polemisch talent beschikte <strong>de</strong>ze<br />

Geb. in 1864<br />

geniale kwajongen, <strong>de</strong>ze zoon van Prof. Alberdingk<br />

HET -NATURA-<br />

LTSME<br />

Thijm reeds toen hij nog geen twintig was. Hij toon<strong>de</strong> zich<br />

da<strong>de</strong>lijk een virtuoos van <strong>de</strong>n spot en <strong>het</strong> sarcasme, beurtelings<br />

vervloekend en verheerlijkend, in critieken die eer<strong>de</strong>r<br />

lyrische ontboezemingen mogen heeten : indrukken zoo weergegeven<br />

dat zij zelf kunst gewor<strong>de</strong>n zijn. Revolutionnair van<br />

aanleg, beoog<strong>de</strong> hij niet als zijn va<strong>de</strong>r een aansluiting bij een<br />

schoon verle<strong>de</strong>n; maar hij vond er zichtbaar genot in, omver<br />

te stooten wat <strong>voor</strong> hem gepoogd werd (Nieuw-Holland; Over<br />

Litteratuur, met <strong>het</strong> beken<strong>de</strong> : 1fr houd van Proza, en meer stukken<br />

uit zijn Verzamel<strong>de</strong> Opstellen I, II en III).<br />

In die jaren vatte hij <strong>voor</strong> <strong>het</strong> Fransche naturalisme een<br />

grenzenlooze bewon<strong>de</strong>ring op, die hij uitte in gloeien<strong>de</strong> geloofsbelij<strong>de</strong>nissen.<br />

Dit naturalisme hield hij <strong>voor</strong> <strong>het</strong> begin<br />

van een nieuwe cultuur, waarvan <strong>het</strong> realisme een zwakke<br />

aankondiger geweest was. Pas twintig jaar oud, schreef hij<br />

Een Lief<strong>de</strong>, zijn eersten roman. Hij <strong>de</strong>tailleer<strong>de</strong> erin <strong>het</strong> zieleleven<br />

van een ontgoochel<strong>de</strong>, kwijnen<strong>de</strong> jonge vrouw. De kleine<br />

Republiek — <strong>het</strong> leven op een klein seminarie volg<strong>de</strong> enkele<br />

iaren nadien.<br />

De nieuwe Gids, waarvan <strong>de</strong> jonge beeldstormer<br />

aanvankelijk geen redacteur was, begroette met on-<br />

verholen sympathie dit naturalisme, waarin men een uiting zag<br />

van <strong>de</strong>n nieuwen, onafhankelijken kunstgeest. Van Fransche<br />

herkomst, beweer<strong>de</strong> <strong>het</strong> een wetenschappelijken inslag te<br />

hebben.<br />

De literatuur moet niet alleen <strong>de</strong> zichtbare realiteit geven<br />

(realisme), maar ook <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> factoren die op <strong>de</strong><br />

224


individualiteit inwerken. Urn dit zoo precies-wetenschappelijk<br />

mogelijk te doen, steun<strong>de</strong>n <strong>de</strong> broe<strong>de</strong>rs De Goncourt op<br />

gegevens uit <strong>het</strong> werkelijke leven (documents humains), die<br />

zij als natuurverschijnselen bestu<strong>de</strong>er<strong>de</strong>n, en liefhebber<strong>de</strong><br />

Emile Zola 'op <strong>het</strong> gebied van <strong>de</strong> genees- en zielkun<strong>de</strong>.<br />

Aan zijn romancyclus « Les Rougon Macquart » (1871-93)<br />

gaf hij als on<strong>de</strong>rtitel : flistoire naturelle d'une famille sous le<br />

second Empire. Dit « wetenschappelijk » naturalisme stel<strong>de</strong><br />

zich objectief tegenover <strong>de</strong> werkelijkheid, die <strong>het</strong> zon<strong>de</strong>r<br />

eenige bijbedoeling noch terughou<strong>de</strong>ndheid wenschte te schil<strong>de</strong>ren.<br />

Het hartstochtelijk temperament van Van Deyssel<br />

vond als passend uitdrukkingsmid<strong>de</strong>l net taalimpres-<br />

sionnisme (1). Slechts zeer ten <strong>de</strong>ele <strong>de</strong> oorspronkelijke zuiver<br />

naturalistische leer trouw blijvend, wil<strong>de</strong> hij bij <strong>de</strong> aandachtige<br />

waarneming of observatie van <strong>de</strong> Bingen, zijn opeenvolgen<strong>de</strong><br />

indrukken of impressies noteeren, zijn sensaties weergeyen,<br />

om aldus tot <strong>de</strong>n dieperen zin van al <strong>het</strong> bestaan<strong>de</strong><br />

door te dringen. Dit uiterst verfijnd taalimpressionnisme, door<br />

hem sensitivisme geheeten, wil<strong>de</strong> door woor<strong>de</strong>n, klanken en<br />

rhythmen <strong>de</strong> subtielste lijnen en bewegingen van <strong>de</strong> werkelijkheid,<br />

zooals die <strong>de</strong>n kunstenaar beroeren, aangeven. Waar<br />

<strong>de</strong> gewone taal hiertoe niet volstond, schiep hij als « woordkunstenaar<br />

» suggestieve kleur- of klankwoor<strong>de</strong>n, wijzig<strong>de</strong> hij<br />

<strong>de</strong> natuurlijke woordschikking, gaf hij snel opeenvolgen<strong>de</strong>,<br />

korte aanduidingen en beel<strong>de</strong>n. Dit sensitivisme, waarin <strong>de</strong><br />

individualistische, zintuiglijke kunst van <strong>de</strong> Tachtigers op <strong>de</strong><br />

spits gedreven wend, ging spoedig <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n van <strong>de</strong><br />

taal te buiten en verviel in ijle onverstaanbaarheid, in volslagen<br />

taalontwrichting.<br />

Van Deyssel schreef omtrent 1890 eenige merkwaardige<br />

stukken in dien trant : <strong>de</strong> « proza-gedichten >> In <strong>de</strong> Zwemschool,<br />

Menschen en Bergen, zijn een lange reeks minutieus<br />

weergegeven indrukken. Zelf voel<strong>de</strong> hij dat met dit « proza<br />

<strong>de</strong>r observatie » <strong>het</strong> hoogste niet te bereiken was. In Apocalyps<br />

(1893), ging <strong>de</strong> « sensatie » over in « extase >>. Hetzelf<strong>de</strong><br />

jaar verscheen ook <strong>de</strong> schitteren<strong>de</strong> vertaling van Akedysseril,<br />

(1) De Franschen Edmond <strong>de</strong> Goncourt (t 1896) en Stephane Mallarme<br />

(t 1898) waren hem hierin <strong>voor</strong>afgegaan.<br />

225<br />

HET<br />

SENSITIVISME


naar Villiers <strong>de</strong> 'Isle Adam, een <strong>de</strong>r va<strong>de</strong>rs van <strong>het</strong><br />

symbolisme.<br />

Wat was er gebeurd ? Van Deyssel's vurige bewon<strong>de</strong>ring<br />

<strong>voor</strong> Zola had plaats gemaakt <strong>voor</strong> een wij<strong>de</strong>, tee<strong>de</strong>re veneering<br />

<strong>voor</strong> Maeterlinck en Jan van Ruusbroec. (Opstellen :<br />

De Dood van <strong>het</strong> Naturalisme (1890), Van Zola tot Maeterlinck<br />

(1895).<br />

HET<br />

Kort na 1890 drong in Ne<strong>de</strong>rland aldus <strong>voor</strong> <strong>het</strong><br />

SYMBOLISME<br />

eerst <strong>de</strong> Fransche dichterschool door, die men <strong>het</strong><br />

symbolisme noemt. Melancholische, hoogstaan<strong>de</strong> zielen wenschen<br />

een uitvlucht <strong>voor</strong> <strong>de</strong> alom triomfeeren<strong>de</strong> techniek en<br />

<strong>het</strong> brutale materialisme (1). In tegenstelling tot <strong>de</strong> eeuwig beschrijven<strong>de</strong><br />

Parnassiens en <strong>de</strong> ontle<strong>de</strong>n<strong>de</strong> naturalisten, willen<br />

zij achter die uiterlijke zinnelijke wereld <strong>de</strong>n algemeenen<br />

samenhang <strong>de</strong>r dingen aanvoelen. Zij erkennen dat <strong>het</strong> leven<br />

diepere waar<strong>de</strong>n heeft en zoeken achter <strong>de</strong> toevallige verschijningen<br />

<strong>het</strong> oneindige : <strong>de</strong> eeuwige wetten die onze zinnen<br />

alleen niet vermogen to vatten. Het kunstwerk moet suggestief<br />

zijn, moet een veralgemeen<strong>de</strong>, symbolische beteekenis hebben:<br />

wat is al <strong>het</strong> bestaan<strong>de</strong> an<strong>de</strong>rs dan een symbool? Met zijn<br />

nieuwe beel<strong>de</strong>n en rhythmen (<strong>het</strong> wife vers gehoorzaamt alleen<br />

aan zijn eigen innerlijke wet!) wordt <strong>het</strong> gedicht dikwijls een<br />

geheim, waarvan <strong>de</strong> lezer <strong>de</strong>n sleutel moet zoeken, of met<br />

<strong>de</strong> vage muzikaliteit waarvan hij zich tevre<strong>de</strong>n stelt.<br />

HET WERK UIT In <strong>het</strong> werk van Van Deyssel, die in 1894 <strong>de</strong><br />

LATER JAREN leiding van een eigen tiidschrift gekregen had : Het<br />

Tweemaan<strong>de</strong>lijksch Tijdschrift, met Verwey, maakte nu <strong>de</strong><br />

lyrische ontboezeming plaats <strong>voor</strong> <strong>de</strong> inniger meditatie en <strong>de</strong><br />

beschrijving. De latere Prozagedichten ontwikkel<strong>de</strong>n wat <strong>de</strong><br />

eerste gebracht had<strong>de</strong>n : Kind-Leven (1904), <strong>de</strong> ein<strong>de</strong>loos<br />

uitgesponnen indrukken van een kind Adriaan, berust op een<br />

microscopische waarneming van <strong>de</strong> kleinste, onbedui<strong>de</strong>ndste<br />

dingen van <strong>het</strong> dagelijksche leven. Haast even ge<strong>de</strong>tailleerd<br />

maar interessanter, soms zelfs boeiend, is Uit <strong>het</strong> Leven van<br />

Frank Rozelaar (1911). Zijn critiek werd bezadig<strong>de</strong>r, dock<br />

(1) Toorop, F. Knopff, Burne Jones, <strong>de</strong> beeldhouwer Georges Minne en<br />

talrijke an<strong>de</strong>ren vertegenwoordigen <strong>de</strong> symbolistische richting in <strong>de</strong> plastische<br />

kunsten.<br />

226


tevens fragmentarischer en min<strong>de</strong>r vast. (8 d. Verzamel<strong>de</strong><br />

W erken.)<br />

Verwon<strong>de</strong>rlijk genoeg schreef Van Deyssel, nagenoeg<br />

tegelijk met zijn sensitivistische experimenten, rustige beschouwingen<br />

over zijn eigen va<strong>de</strong>r (1893), over Multatuli en over<br />

Rembrandt (1906). Ook gaf hij fijne jeugdherinneringen :<br />

Ge<strong>de</strong>nkschriften.<br />

teen groot bouwer van romans, geen groot scheppend<br />

artist is Van Deyssel geweest, maar wellicht <strong>de</strong> geniaalste<br />

stylist in onze taal. Hij is eer<strong>de</strong>r een hartstochtelijk toeschouwer<br />

dan een uitbeel<strong>de</strong>r van <strong>het</strong> leven ; een onversaagd strij<strong>de</strong>r<br />

<strong>voor</strong> <strong>de</strong> onafhankelijkheid en <strong>het</strong> goed recht van <strong>de</strong> literatuur<br />

die hij boven alles liefhad; een subjectief criticus, die getracht<br />

heeft onbevangen te staan tegenover alle kunst en ze liever<br />

aan zijn persoonlijken smaak toetste dan dat hij <strong>de</strong> waar<strong>de</strong><br />

ervan trachtte te bepalen in <strong>de</strong> algemeene ontwikkeling <strong>de</strong>r<br />

menschheid. Zijn gebrek aan overtuiging, zijn stelselloosheid<br />

beletten hem leiding en richting te geven. Als ongeevenaard<br />

taalvirtuoos en als « zuiveraar onzer cultuur » zal hij in eere<br />

gehou<strong>de</strong>n blijven.<br />

Zoon van <strong>de</strong>n predikant Simon Gorter (zie blz.<br />

172), nam HERMAN GORTER geen <strong>de</strong>el aan <strong>de</strong> eerste<br />

strijdperio<strong>de</strong>, doch kwam pas later bij Kloos aan-<br />

kioppen met een handschrift : <strong>het</strong> prachtige natuurgedicht<br />

Mei dat in <strong>de</strong>n vier<strong>de</strong>n jaargang (1889) opgenomen werd<br />

en begroet als <strong>de</strong> vervulling van groote verwachtingen, als<br />

<strong>de</strong> triomf van <strong>de</strong> nieuwe zintuiglijkheid. Nu bleek <strong>het</strong> pleit<br />

van De nieuwe Gids bepaald gewonnen.<br />

Mei stamt uit <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> Keats-atmosfeer als <strong>het</strong> allereerste<br />

werk van <strong>de</strong> Tachtigers. Verrassen<strong>de</strong> en verrukkelijke beel<strong>de</strong>n,<br />

kin<strong>de</strong>ren van Gorter's speelsche fantasie, verdringen er<br />

elkaar. Een sterke plastiek, een melodische, persoonlijke taal,<br />

een los rhythme, vol dichterlijke vrijhe<strong>de</strong>n en enjambementen<br />

maar met klinken<strong>de</strong> rijmen, zijn er <strong>de</strong> heerlijke karakteristieken<br />

van. De wijsgeerige gedachte die er in steekt wordt eerst<br />

dui<strong>de</strong>lijk na <strong>het</strong> ietwat lange twee<strong>de</strong> boek, wanneer Bal<strong>de</strong>r<br />

en Mei elkaar ontmoeten. Want <strong>de</strong> kleine Mei verpersoonlijkt<br />

<strong>het</strong> zinnelijk geluk om al <strong>het</strong> schoone in <strong>de</strong>ze wereld, terwijl<br />

HERMAN<br />

GORTER<br />

MEI<br />

227


Bal<strong>de</strong>r, <strong>de</strong> blin<strong>de</strong> God van <strong>de</strong> muziek, een symbool is van<br />

<strong>de</strong> eeuwigheid. Mei hoort hem 's nachts zingen en in haar<br />

ontwaakt <strong>het</strong> verlangen naar vereeuwiging van <strong>de</strong> aardsche<br />

schoonheid. Maar dit kan niet : alles wat van <strong>de</strong>ze aar<strong>de</strong> is<br />

moet sterven. — Een dubbele tragedie schil<strong>de</strong>rt dit drieluik :<br />

<strong>de</strong> tragedie van <strong>het</strong> individualisme, van <strong>de</strong> eenzaamheid <strong>de</strong>r<br />

kunstenaarsziel ; en <strong>de</strong> tragedie van <strong>de</strong>, tenslotte machtelooze<br />

poezie : <strong>het</strong> wezen van <strong>de</strong> ziel is niet te verbeel<strong>de</strong>n in woor<strong>de</strong>n.<br />

SENSITIVISTI-<br />

SCHE VERZEN<br />

Dus maar gezwegen, vermits <strong>het</strong> woord onmachtig is? —<br />

Toch niet. Gorter zou <strong>het</strong> met <strong>de</strong> muziek beproeven. De<br />

meest etherische, <strong>de</strong> ijlste van alle kunsten, had hij in Mei<br />

gezongen, komt <strong>het</strong> dichtst <strong>de</strong> ziel nabij.<br />

In zijn streven naar een absolute poezie waag<strong>de</strong><br />

hij zich ver<strong>de</strong>r dan ooit een Ne<strong>de</strong>rlandsch schrijvend<br />

dichter. De uiterste grenzen van <strong>de</strong> taal heeft hij roekeloos<br />

opgespoord. In zijn Sensitivistische Verzen liet hij, om <strong>de</strong> fijnste<br />

gewaarwordingen en zielsbewegingen zoo onmid<strong>de</strong>llijk mogelijk<br />

weer te geven, niet alleen <strong>de</strong>n logischen zinsbouw, doch<br />

zelfs <strong>de</strong> beteekenis van <strong>de</strong> woor<strong>de</strong>n varen, behield hij als<br />

eenig uitdrukkingsmid<strong>de</strong>l <strong>de</strong>n kiank van <strong>de</strong> taal. Om <strong>de</strong><br />

onvatbaarste gemoedstrillingen en gevoelsschakeeringen te<br />

vertolken, gebruikte hij een taal die Been taal meer is, maar<br />

<strong>de</strong> kiank zelf van <strong>de</strong> emotie, zon<strong>de</strong>r <strong>het</strong> houvast van <strong>de</strong><br />

gedachte. In <strong>de</strong> heftigheid van zijn ontroering en in zijn onmacht<br />

om die an<strong>de</strong>rs dan stamelend te uiten, moet Gorter<br />

zich <strong>de</strong>n waanzin nabij gevoeld hebben. Toen wierp hij zich<br />

hartstochtelijk op <strong>de</strong> studie van <strong>de</strong> wijsbegeerte en begon<br />

Spinoza, daarna <strong>het</strong> Marxisme te bestu<strong>de</strong>eren. Deze evolutie<br />

vindt men terug in De School <strong>de</strong>r Poezie, eerst in drie, later<br />

verkort in twee <strong>de</strong>elen uitgegeven.<br />

NAAR EEN Zijn aldus verover<strong>de</strong> levensopvatting weerspie-<br />

NIEUWE gel<strong>de</strong> zich in heel zijn werk. In <strong>de</strong> Kritiek op <strong>de</strong> literaire<br />

GEMEEN-<br />

SCHAPSKUN3T? beweging van '80 in Holland (1897, uitgebreid in<br />

1908) won <strong>de</strong> politieke theoreticus <strong>het</strong> van <strong>de</strong>n dichter.<br />

Voortaan zou hij jarenlang hartstochtelijk streven naar een<br />

epische uitbeelding <strong>de</strong>r gedroom<strong>de</strong> bevrijding van <strong>het</strong><br />

menschdom door socialisme en communisme. In een beschei-<br />

228


<strong>de</strong>n idyllische proeve, Een klein Hel<strong>de</strong>ndicht, schemert <strong>de</strong><br />

mogelijkheid van een nieuwen stijl door. In <strong>het</strong> grootsch opgevatte,<br />

doch uiterst ongelijke en onsamenhangen<strong>de</strong> Pan,<br />

heeft <strong>het</strong> hem aan kracht ontbroken om <strong>de</strong> soms waarlijk<br />

schoone fragmenten tot een harmonisch geheel op te<br />

bouwen. Niet min<strong>de</strong>r dan acht dichtbun<strong>de</strong>ls zijn na zijn<br />

dood verschenen. Schijnbaar eenvoudige, kin<strong>de</strong>rlijk tee<strong>de</strong>re<br />

verzen wisselen er in of met veel dorre abstractie. Het groote<br />

geloof van <strong>de</strong>zen schoonsten dichter van Tachtig en zijn<br />

telkens doorbreken<strong>de</strong> zinsverrukking geven hun vaak een<br />

eigen glans en jubeltoon.<br />

De invloed van hem wiens kunst aldus tragisch dood liep,<br />

is onberekenbaar. Ook <strong>de</strong> prozaist is merkwaardig en wel<br />

<strong>het</strong> meest in <strong>het</strong> onafgewerkte, partijdige doch grootsche<br />

overzicht van <strong>de</strong> cultuurgeschie<strong>de</strong>nis : De groote Dichters.<br />

Een aparte plaats bekleedt JACOBUS VAN LOOY J. VAN LOOY<br />

on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> me<strong>de</strong>werkers van De nieuwe Gids. Weinig 1855-1930<br />

strijdlustig van aard, heeft hij aan geen polemiek <strong>de</strong>elgeno-<br />

men, doch rustig zijn bij uitstek plastisch proza geschreven.<br />

Prachtig schil<strong>de</strong>rend is dit, getuigend van een echt Ne<strong>de</strong>rlandsche<br />

beschrijvingslust. Van Looy was immers zelf een<br />

impressionnistisch schil<strong>de</strong>r van beteekenis, met een scherp<br />

oog <strong>voor</strong> <strong>de</strong> won<strong>de</strong>ren van <strong>het</strong> licht en <strong>het</strong> wisselen<strong>de</strong> uitzicht<br />

van <strong>de</strong>ze wereld : een Hollandsch weiland (De Maaier),<br />

sneeuw te Venetie, een vuurwerk, een feest in een volkswijk<br />

of in een kleinburgerlijk gezin, <strong>de</strong>n bloei van een nachtcactus<br />

of van ijsbloemen op een ruit, <strong>de</strong> kleurfestijnen in een<br />

Marokkaansche achterbuurt of een Spaansch stierengevecht.<br />

Het gewone pessimisme van <strong>de</strong>n naturalist was bij hem getemperd<br />

door een groote mildheid, door lief<strong>de</strong> <strong>voor</strong> <strong>het</strong> leven<br />

(De dood van mijn Poes). Deze realist was tegelijk een droomer<br />

en een lyrieker ; <strong>de</strong>ze bezonnen kunstenaar verbeeld<strong>de</strong> rijke<br />

fantasieen en vizioenen. Hij ken<strong>de</strong> <strong>de</strong> kin<strong>de</strong>rziel en teeken<strong>de</strong><br />

goed <strong>de</strong> karakters uit van <strong>de</strong> kleine burgerij uit wier kringen<br />

hij als weesjongetje stam<strong>de</strong>.<br />

De realistisch-visionnaire zij<strong>de</strong> van zijn talent vindt men<br />

in Proza (1892), Feesten en zijn laatsten bun<strong>de</strong>l Nieuw Proza.<br />

Reisherinneringen verwerkte hij in Gekken en Reizen. Ook <strong>de</strong><br />

229


Won<strong>de</strong>rlijke Avonturen van Zebe<strong>de</strong>us,<br />

3 d., grillige fantasieen,<br />

die niet overal te volgen zijn, hebben iets vlottends in stij1<br />

en visie. In <strong>het</strong> classiek gewor<strong>de</strong>n Jaapje, met <strong>de</strong> min<strong>de</strong>r boeien<strong>de</strong><br />

vervolg<strong>de</strong>elen Jaap en <strong>het</strong> posthume Jacob, vertel<strong>de</strong> <strong>de</strong><br />

ou<strong>de</strong> Van Looy op roeren<strong>de</strong> wijze uit eigen jeugd. Hij schreef<br />

ook vertalingen en enkele, pas na zijn dood gebun<strong>de</strong>l<strong>de</strong><br />

Gedichten.<br />

F. ERENS Een Nieuwe Gidser, die impressionnistische sc<strong>het</strong>-<br />

1857-1933 sen en goed verantwoor<strong>de</strong> critiek lever<strong>de</strong>, was <strong>de</strong><br />

H. SWARTH<br />

Geb. in 1859<br />

Limburger FRANcOIS ERENS. Zijn Dansen en Rhythmen, alsook<br />

zijn latere uitgaven : Toppcn en Hoogten, Litteraire Wan<strong>de</strong>lingen<br />

door literatuur en kunst, door stille ste<strong>de</strong>n in Spanje of<br />

Duitschland, zijn <strong>voor</strong>beel<strong>de</strong>n van fijne woordkunst.<br />

HEIN BOEKEN, een jeugdvriend van W. Kloos, schreef<br />

<strong>voor</strong>al sonnetten. Een goe<strong>de</strong> keuze uit zijn werk is te vin<strong>de</strong>n<br />

in Proza en Poezie.<br />

De sleutelroman Vincent Haman, van WILLEM PAAP is een<br />

satire op <strong>het</strong> wereldje van <strong>het</strong> jonge tijdschrift, in <strong>het</strong> bij<br />

zon<strong>de</strong>r op L. van Deyssel.<br />

C. — ANDERE SCHRIJVERS<br />

Twee figuren van beteekenis die los ston<strong>de</strong>n van De nieuwe<br />

Gids waren Louis COUPERUS, een Hagenaar, leerling van<br />

prof. Jan ten Brink, en HELENE SWARTH.<br />

Nog <strong>voor</strong> <strong>het</strong> ontstaan van <strong>het</strong> tijdschrift werd<br />

<strong>de</strong>ze in Belgie opgevoe<strong>de</strong> dichteres met geestdrift<br />

begroet. Na twee Fransche bun<strong>de</strong>ltjes Fleurs du Reve en Les<br />

Printanieres had zij zich, op aanra<strong>de</strong>n van Pol <strong>de</strong> Mont, tot<br />

<strong>het</strong> schrijven in haar moe<strong>de</strong>rtaal gezet. In 1883 verschenen<br />

haar Eenzame Bloemen; <strong>het</strong> volgend jaar, Blauive Bloemen :<br />

melodieuse, weemoedige poezie, waarin zij haar persoonlijke<br />

gevoelens en ervaring6n, haar lief<strong>de</strong>-lief en -leed uitzeg<strong>de</strong>,<br />

meestal in sonnetvorm (Poezie, Verzen).


Na een paar gemaniereer<strong>de</strong> dichtbun<strong>de</strong>ls : Een L. COUPERUS<br />

1863-1923<br />

Lent van Vaerzen en Orchi<strong>de</strong>an, waarin een enkele<br />

maal <strong>de</strong> toon aan Potgieter herinner<strong>de</strong>, wekte Louis ANNE<br />

CouPERus algemeene bewon<strong>de</strong>ring met zijn Haagschen<br />

roman : Eline Vere (1889) : een specimen van naturalistische<br />

kunst, dat, in strijd met <strong>de</strong> meeste Ne<strong>de</strong>rlandsche producten<br />

van dit soort, oorspronkelijk en boeiend is. De heldin van<br />

<strong>de</strong>zen zuiver psychologischen roman uit <strong>de</strong> aristocratische<br />

kringen van zijn geboortestad is een zenuwzieke jonge vrouw,<br />

erfelijk belast met een wilszwakte en een onevenwichtigheid,<br />

die haar on<strong>de</strong>rgang bewerken. Meer nog dan <strong>het</strong> uitzon<strong>de</strong>rlijke<br />

van dit geval wekte opspraak <strong>de</strong> pessimistische levenshouding<br />

die eveneens uit Noodlot en Extaze bleek. In <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong><br />

realistische lijn lagen <strong>de</strong> latere Boeken <strong>de</strong>r kleine Zielen, 4 d.,<br />

Van ou<strong>de</strong> Menschen, <strong>de</strong> Dingen die <strong>voor</strong>bij gaan, en die an<strong>de</strong>re<br />

Indische roman De stille Kracht, die tot zijn best geslaag<strong>de</strong><br />

behoort.<br />

Hij Wil<strong>de</strong> los uit <strong>de</strong> enge grenzen van <strong>het</strong> burgerlijk realisme<br />

in een heele reeks fantastische of symbolische verhalen die<br />

over <strong>het</strong> algemeen min<strong>de</strong>r waar<strong>de</strong>ering verdienen : <strong>de</strong> trilogie<br />

Majesteit, Wereldvre<strong>de</strong>, Hooge Troeven; <strong>de</strong> mythologische verhalen<br />

Dionyzos, Herakles; een drietal sprookjes, waaron<strong>de</strong>r<br />

Psyche. Doch gelei<strong>de</strong>lijk vond Couperus een gelukkiger cornpromis<br />

tusschen verbeelding en werkelijkheid, in menige herschepping<br />

van ou<strong>de</strong>, verre tij<strong>de</strong>n en lan<strong>de</strong>n. Met een veelal<br />

gezwollen, aan allerhan<strong>de</strong> figuren overrijken stijl, voer<strong>de</strong> hij<br />

dit verle<strong>de</strong>n <strong>voor</strong> ons oog op : <strong>het</strong> Romeinsche keizerrijk<br />

(De Berg van Licht, De Komedianten);<br />

Hoogmoed, Islan<strong>de</strong>r, <strong>de</strong>n roman van Alexan<strong>de</strong>r <strong>de</strong>n Groote)<br />

<strong>het</strong> Oosten (Xerxes of <strong>de</strong><br />

<strong>het</strong> ou<strong>de</strong> Spanje (De Ongelukkige): een enkele maal <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>leeuwen<br />

(Het Zweven<strong>de</strong> Schaakbord, een ironischen Britschen<br />

roman) of <strong>de</strong> Renaissance (Schimmen van Schoonheid). Hij<br />

muntte <strong>voor</strong>al uit in korte, van ironie en geestigheid tintelen<strong>de</strong><br />

refs- en kunstindrukken Antieke Verhalen; Uit blanke<br />

Ste<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>r blame Lucht.<br />

Een geheel aparte plaats in zijn productie beklee<strong>de</strong>n die<br />

korte reisverhalen en zelfbehaaglijke ironische praatjes, herinneringen<br />

uit zijn jeugd of aan eenig moment uit zijn ver<strong>de</strong>r<br />

231


leven, welke hij dikwijls uitspon tot korte, boeien<strong>de</strong> novellen.<br />

Zij ontston<strong>de</strong>n meestal tij<strong>de</strong>ns zijn jarenlang verblijf in Italie<br />

en aan <strong>de</strong> Azuren kust en waren slechts als luchtige, journalistieke<br />

arbeid bedoeld. Den amoreelen aest<strong>het</strong>icus, <strong>de</strong>n<br />

dandy, met <strong>de</strong>n vermoei<strong>de</strong>n glimlach, <strong>de</strong>n geestigen woordkunstenaar<br />

leert men er best uit kennen : Van en over mijzelf<br />

en an<strong>de</strong>ren, 2 d., Van en over Alles en le<strong>de</strong>reen, 1 0 d., De Zwaluwen<br />

neergestreken, Korte Arabesken.<br />

In een literatuur van realisten en <strong>de</strong>gelijke, bezonnen<br />

burgers is <strong>de</strong> speelsche fantast, <strong>de</strong> charmeeren<strong>de</strong> aristocraat,<br />

reiziger en droomer, <strong>de</strong> prachtlieven<strong>de</strong> stylist Couperus —<br />

sceptisch uitbeel<strong>de</strong>r van ou<strong>de</strong> overbeschavingen, die steeds<br />

<strong>voor</strong>wend<strong>de</strong> niets ernstig op to nemen maar een ontzagwekkend<br />

oeuvre achterliet — een eenige verschijning.<br />

ARIJ PRINS Verwantschap met <strong>de</strong>n impressionnistischen schrij f-<br />

1860-1922 trant van Van Deyssel en Van Looy blijkt uit <strong>het</strong><br />

werk van ARIJ PRINS. Als A. Cooplandt teeken<strong>de</strong> hij een<br />

vroegen bun<strong>de</strong>l naturalistische sc<strong>het</strong>sen Uit <strong>het</strong> Leven (1885 ) .<br />

Maar in hem school een romanticus. Hij wil<strong>de</strong> schil<strong>de</strong>ren met<br />

kleurnamen en plastische woordkoppelingen. De fascinatie<br />

van <strong>het</strong> verle<strong>de</strong>n heeft hij uitgezegd in visionnaire beel<strong>de</strong>n,<br />

liefst van <strong>de</strong> barbaarsche vroege mid<strong>de</strong>leeuwen. Een Koning<br />

en zijn fragmentarisch, uiterst langzaam ontstane hoofdwerk :<br />

De heilige Tocht (1913), zijn sterk suggestief, doch eischen<br />

een zekere vertrouwdheid met <strong>de</strong>n zeer persoonlijken stijl.<br />

NATURA-<br />

LISTISCHE<br />

ROMAN-<br />

SCHRI JVERS<br />

A. VAN OORDT Een an<strong>de</strong>re, eigenaardige verschijning die even-<br />

1865-1910 eens <strong>de</strong>n historischen roman in <strong>de</strong> nieuwere literatuur<br />

bracht, was <strong>de</strong> stille ADRIAAN VAN OORDT. Ook hij<br />

wend<strong>de</strong> zich of van <strong>de</strong> realiteit naar <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>leeuwen, doch<br />

<strong>de</strong> invloed van <strong>het</strong> toenmaals heerschen<strong>de</strong> naturalisme is<br />

merkbaar in zijn woordkunst en zijn <strong>de</strong>tailbeschrijving :<br />

Irmenlo (1896) en tien jaar later Warhold.<br />

In <strong>de</strong>ze richting werd door verschillen<strong>de</strong> zoogenaam<strong>de</strong><br />

neo-romantici <strong>voor</strong>tgebouwd, in <strong>de</strong> eerste plaats door Arthur<br />

van Schen<strong>de</strong>l. (Zie een vlg. hfdst.)<br />

232<br />

Op <strong>de</strong>n overwegen<strong>de</strong>n invloed van <strong>het</strong> Fransche<br />

naturalisme werd reeds herhaal<strong>de</strong>lijk nadruk gelegd.<br />

Behalve op <strong>de</strong>n reeds ou<strong>de</strong>ren Marcellus Emants en


<strong>de</strong>n jongen Van Deyssel, op <strong>de</strong> sc<strong>het</strong>sen van A. Cooplandt<br />

en <strong>de</strong> psychologische romans van Couperus, (Eline Vere),<br />

mag nog gewezen op eenige zuiver naturalistische prozaschrijvers<br />

die van beteekenis waren in hun tijd :<br />

FRANS NETSCHER : Studies naar <strong>het</strong> naakt Mo<strong>de</strong>l en Uit <strong>de</strong><br />

Snijkamer.<br />

FRITS ROOSDORP :<br />

<strong>de</strong> gevoelige sc<strong>het</strong>sjes Kin<strong>de</strong>ren.<br />

AUGUST VAN GROENINGEN, jong gestorven Rotterdamsch<br />

on<strong>de</strong>rwijzer : Martha <strong>de</strong> Bruin heet <strong>het</strong> eenig voltooi<strong>de</strong> <strong>de</strong>el<br />

van een romancyclus.<br />

Zijn Schiedammer collega HENRI HARTOG wiens bittere<br />

armebuurtjessc<strong>het</strong>sen » Sjofelen eerst na zijn dood in een<br />

bun<strong>de</strong>l verschenen.<br />

Troostelooze doodsmijmeringen en nauwkeurige, doch<br />

vermoeien<strong>de</strong> ontledingen van smartgevoelens in nov ellen- en<br />

romanvorm schreef <strong>de</strong> arts ARNOLD ALETRINO :<br />

Zuster Bertha, Martha, Stifle Uren, Line.<br />

Eveneens in een grauwen toonaard ontwierp <strong>de</strong>,<br />

ook als criticus gunstig beken<strong>de</strong> FRANS COENEN . zijn<br />

novellen uit <strong>het</strong> groote-stadsleven in een doodgewone<br />

kleinburgerlijke orngeving : Verveling, Bleeke Levens,<br />

Onpersoonlijke Herinneringen.<br />

Nagenoeg in <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> <strong>de</strong>erniswekken<strong>de</strong> gedachten-<br />

en gevoelssfeer bewoog zich GERARD VAN HUL-<br />

ZEN : Tilly zijn Kind, Getrouivd. De meeste titels van<br />

zijn boeken zijn kensc<strong>het</strong>send<br />

Zwervers, Wrakke<br />

A. ALETRINO<br />

1858-1916<br />

FR. COENEN<br />

1866-1936<br />

G. J. VAN<br />

HULZEN<br />

Geb. in 1860<br />

Levens, Ontred<strong>de</strong>r<strong>de</strong>n, De Zelfkant <strong>de</strong>r Samenleving.<br />

Ne<strong>de</strong>rlands knapste dramaturg, HERMAN HEIJER- H. HEI JERMANS<br />

(Samuel Falkland)<br />

MANS, betoon<strong>de</strong> zich aanvankelijk een beslist aan-<br />

1864-1924<br />

hanger van <strong>de</strong> Zola-richting. Als SAMUEL FALKLAND publiceer<strong>de</strong><br />

hij een aanzienlijke reeks Sc<strong>het</strong>sen (18 bun<strong>de</strong>ls Falklandjes.9<br />

die dikwijls op geestige en altijd op levendige wijze<br />

alledaagsche <strong>voor</strong>valletjes behan<strong>de</strong>len. Op gevor<strong>de</strong>r<strong>de</strong>n leeftijd<br />

gaf Heijermans, die tevens een sprookjesverteller was<br />

en een schepper van droomwijze kin<strong>de</strong>rgestalten, nog zijn<br />

innigste boeken : over een gebrekkelijk jongetje uit een arm<br />

gezin, Droomkoninkje, en <strong>het</strong> onvoltooi<strong>de</strong> vervolg Vuurvlin<strong>de</strong>rtje.<br />

233


I. QUERIDO Een an<strong>de</strong>re Israeliet, ISRAEL QUERIDO, vestig<strong>de</strong><br />

1873-1932<br />

zijn naam door Levensgang, Menschenwee en <strong>voor</strong>al<br />

<strong>het</strong> Amsterdamsche epos De Jordaan, 4 d. Gemis aan zelfbeheersching<br />

heeft hem belet <strong>de</strong> groote kunstenaar te wor<strong>de</strong>n<br />

waar<strong>voor</strong> hij <strong>de</strong>n aanleg bezat. Compositie en stijl zijn even<br />

overla<strong>de</strong>n. Maar ondanks haar « enorme, formidabele >> gebreken,<br />

blijft <strong>de</strong> visionnaire uitbeelding van een volkswijk en<br />

<strong>de</strong> teekening van enkele krachtnaturen eruit een machtig,<br />

imponeerend geheel. Van eenzelf<strong>de</strong> grootsch opzet om<br />

oud-Perzische of oud-Testamentsche wereldbeel<strong>de</strong>n te omvatten,<br />

getuigen <strong>de</strong> trilogie De ou<strong>de</strong> Waereld en Simson, 2 d.<br />

Zijn dood liet onvoltooid <strong>de</strong>n cyclus Het Volk God's, waarvan<br />

<strong>het</strong> twee<strong>de</strong> <strong>de</strong>el posthuum verschenen is.<br />

Even hartstochtelijk ging <strong>de</strong>ze geniale, onevenwichtige<br />

auto-didact in zijn talrijke lyrische critieken en studies te keer.<br />

j. DE MEESTER Wie on<strong>de</strong>r al <strong>de</strong>ze sombere naturalisten met <strong>de</strong><br />

1860-1931 warmste hartelijkheid <strong>het</strong> leven ga<strong>de</strong>sloeg en uit-<br />

DE (‘ NEGEN-<br />

TIGERS ),<br />

DOORGAANS<br />

MINDER<br />

ZUIVER-NATU-<br />

RALISTISCH<br />

beeld<strong>de</strong>, was JOHAN DE MEESTER.<br />

Op zijn karakter en op zijn werk bleek een jarenlang<br />

verblijf als journalist te Parijs van duurzamen invloed. Ook<br />

hij betoon<strong>de</strong> zich aanvankelijk, naar <strong>de</strong> leer <strong>het</strong> gebood, zoo<br />

objectief en zoo pessimist mogelijk. Zijn haastige hobbelige<br />

stijl en zijn nerveuse verhaaltrant zijn <strong>het</strong> gevolg van een<br />

ongedurig temperament en van een gejaagd bestaan <strong>voor</strong><br />

<strong>de</strong> krant. Zijn hoofdwerk is Geertje (1905), <strong>de</strong> roman van<br />

een gevallen dienstmeisje. Ondanks <strong>de</strong> theorie, breekt hier<br />

een diep menschelijke <strong>de</strong>ernis door <strong>voor</strong> zijn schamele heldin,<br />

die alles door haar lief<strong>de</strong> a<strong>de</strong>lt. Ethische bedoelingen en een<br />

optimistischer levensopvatting kwamen steeds meer tot uiting<br />

in zijn werk : <strong>de</strong> innige vertellingen van Deemoed, De Zon<strong>de</strong><br />

in <strong>het</strong> <strong>de</strong>ltige Dorp en <strong>voor</strong>al <strong>het</strong> levensrelaas van een misvorm<strong>de</strong><br />

Joodsche, Eva.<br />

De meeste prozaschrijvers, die in <strong>de</strong> jaren '90 aan<br />

<strong>het</strong> woord gekomen zijn, ston<strong>de</strong>n weigerachtig<br />

tegenover <strong>de</strong> al te dogmatische <strong>voor</strong>schriften van<br />

<strong>het</strong> naturalisme, en temper<strong>de</strong>n dit door trouw te<br />

blijven aan <strong>de</strong>n vanouds inheemschen copieerlust,<br />

<strong>het</strong> bezadig<strong>de</strong>r realisme van Sara Burgerhart en Camera<br />

234


Obscura. In hen leef<strong>de</strong>n <strong>de</strong> Nieuwe-Gidsi<strong>de</strong>alen <strong>voor</strong>t, van<br />

<strong>de</strong> klank- en kleurrijke, schoone woordkunst, van <strong>de</strong> zuivere<br />

beeldspraak, van l'art pour Fart; doch naast <strong>de</strong> bekommering<br />

om <strong>het</strong> schoone woord, ken<strong>de</strong>n zij weer <strong>de</strong> zorg <strong>voor</strong> <strong>de</strong>n<br />

volzin, <strong>de</strong>n logischen samenhang van gedachten en gevoelens.<br />

Aan uitsluiten<strong>de</strong> analyse had<strong>de</strong>n zij niet genoeg; heel <strong>de</strong><br />

bonte levenswerkelijkheid wil<strong>de</strong>n zij omvatten. Waar individualisten<br />

als Van Deyssel en Kloos uit <strong>de</strong> hoogte neerzagen<br />

op <strong>de</strong> domme menigte, was hun belangstelling <strong>voor</strong> sociale<br />

vraagstukken thans algemeen. Deze « negentigers » zijn <strong>het</strong><br />

eerste geslacht dat opgroei<strong>de</strong> in een door <strong>de</strong>n storm gezuiver<strong>de</strong><br />

atmosfeer. Het groote 19e eeuwsche genre, <strong>de</strong>n burger-<br />

Liken, psychologisch-realistischen roman, heeft <strong>het</strong> tot bloei gebracht.<br />

De talrijke, talentvolle beoefenaars van dit bezadigd realisme,<br />

waaron<strong>de</strong>r velen tot op he<strong>de</strong>n <strong>voor</strong>tgaan onzen literatuurschat<br />

to verrijken, kunnen wij bier slechts met enkele woor<strong>de</strong>n<br />

en met <strong>de</strong> titels van hun karakteristiekste werken vermel<strong>de</strong>n.<br />

HERMAN ROBBERS koos bij <strong>voor</strong>keur <strong>het</strong> burgerlijk<br />

H. ROBBERS<br />

gezinsleven tot on<strong>de</strong>rwerp in De Bruidstijd van Annie 1868-1937<br />

<strong>de</strong> Boogh, De vreem<strong>de</strong> Plant, De Roman van een Gezin, De gelukkige<br />

Familie. Hij betoon<strong>de</strong> zich een objectieven, <strong>de</strong>gelijken<br />

teekenaar van Ievensechte figuren.<br />

Van bewon<strong>de</strong>ring <strong>voor</strong> <strong>het</strong> kloeke, rondborstige<br />

visschersvolk en meegevoel <strong>voor</strong> zijn hard bestaan,<br />

getuigen Vreug<strong>de</strong>n van Holland en On<strong>de</strong>r <strong>de</strong>n Brandaris<br />

van <strong>de</strong>n predikant GEORGE FRED. HASPELS.<br />

HENRI BOREL is beter als essayist over Wijsheid en<br />

Schoonheid uit Indio en uit China, dan als <strong>de</strong> zoeterig-<br />

G. HASPELS<br />

1864-1916<br />

H. BOREL<br />

1869-1933<br />

teere ontle<strong>de</strong>r van sentimenteele kin<strong>de</strong>rgevoelens in<br />

Het Jongetje en Het Zusje.<br />

M. Jos. BRUSSE, va<strong>de</strong>r van <strong>het</strong> populaire Boefje, M. J. BRUSSE<br />

is<br />

Geb. in 1873<br />

tevens journalist : een beroep dat best samengaat<br />

met <strong>de</strong> werkelijkheidslief<strong>de</strong> van <strong>de</strong> auteurs uit <strong>de</strong>ze richting.<br />

Van zijn verkeer on<strong>de</strong>r zeelui, stroopers en schooiers vertel<strong>de</strong><br />

hij in Landlooperij en 25 Jaar on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> Menschen.<br />

HENRI VAN BOOVEN schreef een somber bock over toenmalige<br />

toestan<strong>de</strong>n in Kongo-Vrijstaat : Tropenwee.<br />

235


GERARD VAN ECKEREN, schuilnaam van MAURITS ESSER :<br />

Ida Westerman, Para<strong>de</strong> gaat <strong>voor</strong>.<br />

Ver<strong>de</strong>r : J. EVERTS, BERNARD CANTER, HENRI DEKKING,<br />

WILLEM SCHURMANN (tevens dramaturg), M. H. VAN CAM-<br />

PEN (tevens criticus) , FRITS, eigenlijk Fre<strong>de</strong>rik-Jan HOPMAN<br />

( 1877-1932 ) , die in dagboekvorm De Proeftijd schreef, en<br />

<strong>de</strong> geestige korte verhalen uit In <strong>het</strong> <strong>voor</strong>bijgaan en Nachtwaken.<br />

On<strong>de</strong>r <strong>de</strong>ze overtalrijke realisten nemen enkele vrouwen<br />

een belangrijke plaats in.<br />

A. DE WIT AUGUSTA DE WIT is een <strong>voor</strong>treffelijke styliste die<br />

Geb. in 1864<br />

in een muzikale taal en met plastisch talent haar<br />

Oostindische wereld uitbeeldt : Orpheus in <strong>de</strong> Dessa en De<br />

Wake b;:i <strong>de</strong> Brug. Ook weet zij stemmig te vertellen van menschen<br />

en dieren in Verborgen. Bronnen en <strong>voor</strong>al in <strong>de</strong> Brie<br />

verhalen met <strong>de</strong>n Franciskaanschen titel : Gods Goochelaartjes.<br />

WALLY MOES ( 1856-1918) auteur van eenvoudige Larensche<br />

Dorpsvertellingen; ANNA VAN GOGH-KAULBACH : Moe<strong>de</strong>r,<br />

en JEANNE KLOOS REYNEKE VAN STUWE.<br />

M. S. E. ANTINK MARGO ANTINK schiep o. m. <strong>het</strong> onvergetelijk type<br />

Geb. in 1879<br />

van een arm dienstmeisje, Sprotje (1905-10) . Zij<br />

vertelt boeiend en toch sober : In <strong>de</strong>n vrijen Amerikaan.<br />

CAREL<br />

SCHARTEN<br />

Geb. in 1878<br />

Het echtpaar SCHARTEN-ANTINK schreef te zamen<br />

een reeks uitvoerige romans, meest uit <strong>het</strong> buitenland<br />

: Een Huis vol Menschen, Het Geluk hangt als een<br />

Druiventros, Het Leven van Francesco Campana, Littoria.<br />

Eenvoudiger van opzet en schriftuur zijn Het Won<strong>de</strong>r<br />

<strong>de</strong>r Lief<strong>de</strong> en Carnaval.<br />

I. BOUDIER- Wie <strong>het</strong> zuiverst en trouwst <strong>het</strong> Hollandsche fami-<br />

BAKKER lieleven heeft uitgebeeld, is onbetwistbaar INA Bou-<br />

Geb. in 1875<br />

DIER-BAKKER : Armoe<strong>de</strong>, Spiegeltje en De Klop op <strong>de</strong><br />

Deur. Ook <strong>het</strong> zieleleven van <strong>de</strong> jeugd, in Kin<strong>de</strong>ren en Bloesem,<br />

behan<strong>de</strong>l<strong>de</strong> zij met veel ontfermen<strong>de</strong> intuitie. Meer geconcentreerd<br />

is <strong>het</strong> in zijn bondigheid aangrijpen<strong>de</strong> relaas van<br />

een kermis in een kleine stad : De Straat (1925), een meesterwerkje.<br />

Terwijl Sarai, een Bijbelverhaal in blanke verzen,<br />

een unicum is in haar productie.<br />

236


Het bekendste boek van TOP NAEFF, die tevens TOP NAEFF<br />

(Mew. A. van<br />

<strong>voor</strong> en over net tooneel schrijft, beet VOor <strong>de</strong> Poort.<br />

Maar <strong>de</strong> <strong>voor</strong>treffelijke kleine verhalen : Letje of <strong>de</strong> Geb. in 1878<br />

Weg naar <strong>het</strong> Geluk, Een Vriendin<br />

en <strong>de</strong> lijvige roman Een<br />

Huis in <strong>de</strong> Rij, staan hooger. Haar stijl is persoonlijk en bedachtzaam,<br />

haar ironie vrij scherp.<br />

D. — HET TOONEEL<br />

Van een oorspronkelijke tooneelkunst kon er in Ne<strong>de</strong>rland<br />

<strong>voor</strong> 1880 nauwelijks spraak zijn. Terloops hebben wij<br />

Schimmel, Lo<strong>de</strong>wijk Mul<strong>de</strong>r (De Kiesvereeniging van Stellendijk)<br />

en Justus van Maurik (Janus Tulp), vermeld. Voegen wij bier<br />

nog Helvetius van <strong>de</strong>n Bergh (De Neven) aan toe, en als van<br />

meer beteekenis : Uitgaan van GLANOR, pseudoniem van H.<br />

Beyerman, en Multatuli's i<strong>de</strong>eendrama Vorstenschool (1875).<br />

Eerst <strong>het</strong> naturalisme zou <strong>het</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsche tooneel een herleving<br />

brengen.<br />

Een overgangsfiguur was W. G. VAN NOUHUYS, tevens<br />

criticus, die met Het Goudvischje en Eerloos (1897) succes<br />

behaal<strong>de</strong> doch eenige jaren later geheel in <strong>de</strong> schaduw gesteld<br />

werd door HERMAN HEIJERMANS. Een an<strong>de</strong>re verdienstelijke<br />

dramaturg, <strong>de</strong> kou<strong>de</strong>, pessimistische MARCELLUS EMANTS,<br />

schreef verschillen<strong>de</strong> drama's waarin hij <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> problemen<br />

behan<strong>de</strong>l<strong>de</strong> als in zijn romans : Artiest (1895), Domheidsmacht.<br />

On<strong>de</strong>r <strong>de</strong> eigenlijke Nieuwe Gidsers heerschte weinig belangstelling<br />

<strong>voor</strong> <strong>het</strong> tooneel : een vorm van gemeenschapskunst<br />

waartoe hun individualisme zich niet aangetrokken<br />

voel<strong>de</strong>. Alleen FREDERIK VAN EEDEN liet reeds als stu<strong>de</strong>nt<br />

eenige blijspelen opvoeren. Latere stukken van dieper beteekenis<br />

: Lioba, drama van Trouw;<br />

<strong>de</strong> sociale satire IJsbrand; <strong>het</strong><br />

zangspel Minnestral e. a. bevatten veel gere<strong>de</strong>neer over <strong>de</strong><br />

vraagstukken die hun auteur bezighiel<strong>de</strong>n. Dit was min<strong>de</strong>r<br />

<strong>het</strong> geval in De Heks van Haarlem, een drama op historischen<br />

grondslag, en zijn beste tooneelwerk.<br />

Ook VERWEY schreef een drietal leesdrama's.<br />

Doch <strong>de</strong>n triomf van <strong>het</strong> naturalisme op <strong>de</strong> plan- H. HEIJERMANS<br />

1864-1924<br />

ken verzeker<strong>de</strong> <strong>de</strong> Rotterdammer HERMAN HEUER-<br />

MANS.<br />

237


Door een krachtige sociale strooming gedragen, verkeer<strong>de</strong><br />

toestan<strong>de</strong>n hekelend en zijn maatschappelijk i<strong>de</strong>aal in een<br />

gunstig daglicht stellend, heeft hij langen tijd <strong>het</strong> tooneel beheerscht<br />

en ook in <strong>het</strong> buitenland bekendheid verworven.<br />

Op Hoop van Zegen (1900), een aangrijpend beeld van <strong>de</strong><br />

ellen<strong>de</strong> in <strong>het</strong> visschersleven (>), werd hon<strong>de</strong>r<strong>de</strong>n malen opgevoerd. Haast even<br />

groote geestdrift wekten zijn an<strong>de</strong>re, doorgaans goed gebouw<strong>de</strong><br />

en welspreken<strong>de</strong> stukken : G<strong>het</strong>to en Het zeven<strong>de</strong><br />

Gebod, die bei<strong>de</strong> een botsing tusschen <strong>de</strong> begrippen van twee<br />

opeenvolgen<strong>de</strong> geslachten teekenen ; <strong>het</strong> sarcastische Schakels,<br />

over gezinsverhoudingen, en <strong>het</strong> hooger reiken<strong>de</strong>, dichterlijke<br />

Uitfromst; Allerzielen; De opgaan<strong>de</strong> Zon; Cluck auf, uit <strong>het</strong> leven<br />

van <strong>de</strong> Westfaalsche mijnwerkers; Eva Bonheur.<br />

In <strong>de</strong>ze werken treffen <strong>de</strong> technische vaardigheid in <strong>de</strong><br />

karakterteekening en <strong>de</strong> natuurgetrouwe, vaak satirische weergave<br />

van <strong>het</strong> milieu, evenzeer als <strong>de</strong> levendige tooneeltaal<br />

en <strong>de</strong> romantische gevoeligheid. Maar veel heeft reeds van<br />

zijn beteekenis ingeboet o. a. door <strong>het</strong> snel verou<strong>de</strong>ren van<br />

eenmaal actueele twistvragen.<br />

An<strong>de</strong>re dramaturgen van beteekenis zijn, se<strong>de</strong>rt<br />

jOSINA<br />

SIMONS-MEES Heijermans, niet talrijk. Mevrouw SimoNs-MESS<br />

Geb. in 1863<br />

schreef, naast fijn ontle<strong>de</strong>nd werk waarin <strong>de</strong> han<strong>de</strong>ling<br />

te kort schiet, <strong>de</strong> geslaag<strong>de</strong> vervolgstukken De Vet--<br />

overaar en Atie's Huvvelijk. — De Violieren van WILLEM<br />

SCHURMANN hangen een levendig beeld op van Joodsche<br />

volkskringen. FRANS MITNSSEN gaf Ida Wahl en enkele korte<br />

Dramatische Studies, HERMAN ROELVINK <strong>de</strong> verdienstelijke<br />

stukken : Freuleke, Lentervolken. JAN FABRICIUS is al te belust<br />

op sterke dramatische effecten : De rechte Lijn, Dolle Hans.<br />

Veel hooger streef<strong>de</strong> ALPHONS LAUDY met zijn grootsprakige<br />

Bijbelsche treurspelen : De Paradijsvloek, Bethlehem. De romancieres<br />

TOP NAEEP en INA BOUDIER-BAKKER schreven, <strong>de</strong>ze<br />

een viertal stukken w. o. Het hoogste Recht en Ester, gene<br />

Aan Flar<strong>de</strong>n. ISRAEL QUERIDO, LOUIS FEBER en CAREL SCHAR-<br />

TEN behan<strong>de</strong>l<strong>de</strong>n ie<strong>de</strong>r naar zijn kant <strong>het</strong> Davidmotief : in<br />

Saul en David, in Israel (twee treurspelen : Holophernes en<br />

David), in De Zon<strong>de</strong> van Koning David. Ook C. S. ADAMA<br />

238


VAN SCHELTEMA (Naakt Mo<strong>de</strong>l), NICO VAN SUCHTELEN (Tuin<br />

<strong>de</strong>r Droomen), en ARTHUR VAN SCHENDEL, met Pandorra, waag<strong>de</strong>n<br />

zich op tooneelgebied. Vermel<strong>de</strong>n wij nog A. DEVRESNE<br />

met De Woonschuit en MADELEINE BOHLTLINCK met Astrid, een<br />

drama van <strong>het</strong> geweten. Terwijl <strong>de</strong> dichteres HENRIhTTE<br />

ROLAND HOLST enkele hooggestem<strong>de</strong> « spelen » schreef,<br />

waarin zij <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> problemen behan<strong>de</strong>l<strong>de</strong> als in haar lyrische<br />

poezie (zie ver<strong>de</strong>r), en in Thomas More, Een treurspel in verzen,<br />

een poging <strong>de</strong>ed om <strong>de</strong>n Engelschen kanselier van Hendrik<br />

VIII als een <strong>voor</strong>looper van <strong>het</strong> communisme te doen aanvaar<strong>de</strong>n.<br />

Alles te zamen beschouwd, staat <strong>de</strong> dramatische productie<br />

in Ne<strong>de</strong>rland, se<strong>de</strong>rt <strong>de</strong>n rasechten tooneelschrijver Heijermans,<br />

niet bijzon<strong>de</strong>r hoog. Van een bloeien<strong>de</strong> tooneelliteratuur<br />

mag men er niet spreken.<br />

E. — EENIGE NIET-LITERATORS<br />

On<strong>de</strong>r <strong>de</strong> me<strong>de</strong>werkers aan De nieuwe Gids<br />

een tijd-<br />

schrift van algemeenen aard — tel<strong>de</strong> men verschillen<strong>de</strong> figuren<br />

die, hoewel ze niet rechtstreeks tot <strong>de</strong> literatuur-in-engeren-zin<br />

gerekend kunnen wor<strong>de</strong>n, toch niet mogen ontbreken<br />

in dit overzicht.<br />

FRANK VAN DER GOES, een redacteur van <strong>het</strong> eer-<br />

ste uur, schreef in <strong>het</strong> tijdschrift over <strong>de</strong> opkomen<strong>de</strong><br />

arbei<strong>de</strong>rsbeweging, waaraan hij zijn leven zou be-<br />

ste<strong>de</strong>n, en polemiseer<strong>de</strong> er met Kloos en Van Deyssel. In <strong>de</strong><br />

Verzamel<strong>de</strong> Opstellen van <strong>de</strong>zen lei<strong>de</strong>r van <strong>het</strong> linksche socialisme<br />

komen interessante Literaire Herinneringen <strong>voor</strong>.<br />

FR. VAN DER<br />

GOES<br />

Geb. in 1859<br />

De portretschil<strong>de</strong>r JAN VETH han<strong>de</strong>l<strong>de</strong> over kunst- j V. VETH<br />

geschie<strong>de</strong>nis. Zijn goed gestyleer<strong>de</strong> opstellen ver- 1864-1925<br />

zamel<strong>de</strong> hij in I3eel<strong>de</strong>n en Groepen. Ter gelegenheid van <strong>de</strong>n<br />

300en verjaardag van Rembrandt, wijd<strong>de</strong> hij een studie aan<br />

diens Leven en Kunst. Hij schreef ook sonnetten.<br />

Over <strong>de</strong> muzikale geschie<strong>de</strong>nis en gedachte schreef A. DIEPENBROCK<br />

<strong>de</strong> nobele, door zijn vrien<strong>de</strong>n hooggeeer<strong>de</strong> compo- 1862-1912<br />

nist ALPHONS DIEPENBROCK in een pracht van een melodi-<br />

239


G. J. P. J.<br />

BOLLAND<br />

1854-1922<br />

CH. M. VAN<br />

DEVENTER<br />

1860-1931<br />

euse, subtiel gerhythmeer<strong>de</strong> taal (<strong>de</strong> posthume bun<strong>de</strong>l Ommegangen).<br />

Ook <strong>de</strong> Leidsche hoogleeraar in <strong>de</strong> wijsbegeerte,<br />

GERARDUS BOLLAND, een krachtige persoonlijkheid<br />

die <strong>het</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsch op een geheel eigen, linguis-<br />

tisch onnauwkeurige doch zinrijke manier hanteer<strong>de</strong>, verleen<strong>de</strong><br />

zijn me<strong>de</strong>werking aan De nieuwe Gids. (De zuivere<br />

Re<strong>de</strong>; Collegium logicum.)<br />

Zijn opstellen over <strong>de</strong> cultuur van <strong>het</strong> ou<strong>de</strong> Griekenland,<br />

verzamel<strong>de</strong> CHARLES VAN DEVENTER in<br />

Helleensche en in Platonische Studiiin. Leeraar gewor<strong>de</strong>n<br />

to Batavia, propageer<strong>de</strong> hij aldaar <strong>de</strong> nieuwe kunsttheorieen<br />

: Hollandsche Belletrie van <strong>de</strong>n Dag.<br />

In <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> perio<strong>de</strong> van zijn leven, toen Verwey naar<br />

een nieuwe levenseenheid zocht en, na 1896, een geestelijker<br />

poezie wenschte, los van <strong>het</strong> individualisme en <strong>de</strong> zuivere<br />

zintuiglijke kunst uit <strong>de</strong> eerste Nieuwe-Gidsjaren, heeft hij<br />

H. P. BERLAGE in zijn vrien<strong>de</strong>n : <strong>de</strong>n architect HENDRIK-PETRUS<br />

1856-1934 BERLAGE en <strong>de</strong>n veelzijdigen sierkunstenaar R. N.<br />

R. N. ROLAND<br />

HOLST<br />

ROLAND HOLST, twee geestverwanten gevon<strong>de</strong>n die<br />

Geb. in 1869 op hun gebied een zuivering van verou<strong>de</strong>r<strong>de</strong> stijl-<br />

begrippen betrachtten en analoge <strong>de</strong>nkbeel<strong>de</strong>n van een monumentale<br />

kunst ver<strong>de</strong>dig<strong>de</strong>n. Door zijn Beurs van Amsterdam<br />

en zijn vele geschriften w. o. Stijl en Samenleving, Schoonheid<br />

in Samenleving heeft Berlage, evenals Roland Hoist door zijn<br />

opstellen Over Kunst en Kunstenaars, 2 d., aanzienlijken invloed<br />

uitgeoefend op zijn tijd. Ook <strong>de</strong>zes Overpeinzingen van een<br />

Bramenzoeker is een bun<strong>de</strong>ltje sierlijk proza.<br />

ABR. KUYPER Leerling van Groen van Prinsterer en diens op-<br />

1837-1920 volger aan <strong>de</strong> leiding van <strong>de</strong> anti-revolutionnaire<br />

staatspartij, vertegenwoordigt <strong>de</strong> orthodoxe calvinist Dr.<br />

ABRAHAM KUYPER precies <strong>het</strong> tegen<strong>de</strong>el van <strong>de</strong> nieuwe richting.<br />

Zijn logisch doordachte betoogen zijn meest aan <strong>de</strong><br />

ver<strong>de</strong>diging van zijn politiek en zijn geloof gewijd (Het Calvinisme,<br />

lezingen ; Parlementaire Re<strong>de</strong>voeringen; Om <strong>de</strong> ou<strong>de</strong><br />

Wereldzee; Starrenflonkering, bloemlezing uit zijn artikelen in<br />

De Standaard). Staatsman, schitterend re<strong>de</strong>naar en journalist,<br />

bleef hij trouw aan <strong>de</strong>n ou<strong>de</strong>n


predikantentijd, dien hij opnieuw beziel<strong>de</strong>. Zijn stevige,<br />

classieke perio<strong>de</strong>nbouw, zijn pittige analytische stijl, zijn beheersching<br />

van <strong>de</strong> taal verzekeren hem eene plaats in <strong>de</strong> geschie<strong>de</strong>nis<br />

van onze letteren.<br />

241


Bronnen <strong>voor</strong> ver<strong>de</strong>re studie :<br />

BIBLIOGRAPHISCHE NOTA'S<br />

F. COENEN : Studien v. <strong>de</strong> Tachtiger beweging.<br />

H. MIDDENDORP : De Beweging van '80.,<br />

A. DONKER : De Episo<strong>de</strong> v. <strong>de</strong> vernieuwing onzer Poezie (1880 , 1894).<br />

J. A. NIJLAND : J. Perk : Een studie (Veen).<br />

J. M. ACKET: Jacques Perk. — L. v. Deyssel. — Verz. Opstellen (Sijthoff).<br />

W. KLOOS : 14 jaar Literatuur.geschie<strong>de</strong>nis. — Jacques Perk en zijn beteekenis<br />

in <strong>de</strong> historie <strong>de</strong>r Ned. literatuur.<br />

A. VERWEY : Inleiding tot <strong>de</strong> nieuwe Ned. dichtkunst (1880-1900). Wer.<br />

Bibl. — De ou<strong>de</strong> Strijd. — Lui<strong>de</strong> Toernooien. — Stille Toernooien.<br />

— Proza 10 d. (V. Holkema W.). — Van Perk tot Nu (Mees.<br />

1925).<br />

L. VAN DEYSSEL : Verzamel<strong>de</strong> Opstellen I, II en III.<br />

FR. VAN EEDEN : Studies I en II.<br />

F. VAN DER GOES : Literaire herinneringen uit <strong>de</strong>n N. G..tijd (Mees 1931).<br />

E. D'OLIVEIRA : De Mannen van '80 aan <strong>het</strong> Woord (Wer. Biblioth.).<br />

HERMAN ROBBERS : Het Ontstaan van een Roman. — De Ne<strong>de</strong>rl. Lit. na<br />

1880 (Elsevier).<br />

J. DE MEESTER : lets over <strong>de</strong> liter.' onzer dagen.<br />

Dr G. DEKKER : Die Invloed van Keats en Shelley in Ned. geduren<strong>de</strong> die<br />

19e e. (Wolters 1926, in 't Afrikaans).<br />

G. STUIVELING : Versbouw en ritme in <strong>de</strong> tijd van '80 (Wolters). — De<br />

N. Gids als Geestelijk Brandpunt (1935).<br />

A. SALOMONS : Over moose Boeken (Ned. Bibl.).<br />

I. QUERIDO : Studien, 2 d. — Literatuur en Kunst. — Letterkundig Leven,<br />

2 d. — Geschreven Portretten. — Muziek, Tooneel, Literatuur.<br />

J. GRESHOFF en J. DE VRIES : Geschie<strong>de</strong>nis <strong>de</strong>r Ne<strong>de</strong>rl. Letterkun<strong>de</strong>. (Hijman,<br />

Stenfert Kroese).<br />

R. HOUWINK : Inleiding tot <strong>de</strong> Ned. Letterk. (Noordhoff).<br />

J. PERSIJN : Ge<strong>de</strong>nkdagen. Aest<strong>het</strong>ische Verantwoordingen. — Studien<br />

en Lezingen.<br />

M. A. P. C. POELHEKKE : Mo<strong>de</strong>rnen. — Kultuur en Leven.<br />

K. H. DE RAAF : W. Kloos. De mensch, <strong>de</strong> dichter, <strong>de</strong> kriticus (Schuyt,<br />

Velsen).<br />

M. BEVERSLUIS : W. Kloos. Bloemlezing uit zijn gedichten (Libellenserie,<br />

Baam).<br />

PATER LINNEBANK : W. Kloos (Kath. Vl. Hoogeschooluitbreiding).<br />

M. UYLDERT : A. Verwey (1908).<br />

Over Van Ee<strong>de</strong>n : 1. H. PADBERG (1926).<br />

2. Dr G. KALFF : Fr. v. E., Psychologie van <strong>de</strong>n Tachtiger.<br />

3. J. M. FEBER : F. v. Ee<strong>de</strong>n's Ontwikkelingsgang.<br />

J. LIGTHART : De kl. Johannes.<br />

PH. A. LANSBERG : De kl. Johannes II en III.<br />

H. W. V. TRICHT : Bloeml. uit <strong>de</strong> werken van F. v. Ee<strong>de</strong>n.<br />

ANTON DEN DOOLDER : L. van Deyssel (Ensche<strong>de</strong>, Haarlem).<br />

Over Herman Gorter raadplege men <strong>de</strong> studies van W. V. RAVESTEYN,<br />

R. KUYPER, R. A. HUGENHOLZ, J. C. BRANDT CORSTIUS, MEVR. T. J.<br />

LANGEVELD-BAKKER en <strong>voor</strong>al van H. ROLAND HOLST : Herman Gorter<br />

(Querido) en H. MARSMAN : H. G., Aanteekeningen bij zijn poezie (1938).<br />

G. BOLKESTEYN : Keuze uit <strong>het</strong> Proza van J. van Looy (1908).<br />

Mevr. T. VAN LOGY-VAN GELDER : Tot <strong>het</strong> lezen van J. V. Looy<br />

(Sijthoff).<br />

M. J. BRUSSE : Jac. v. Looy over zijn werk (Brusse).<br />

242


Keurboeken <strong>voor</strong> Midd. en Normaalond. (Ned. Boekh.) :<br />

*Proza van Jac van Looy (De Baere-Verboven).<br />

W. G. VAN NOUHUYS : LIit N.- en Z.-Ne<strong>de</strong>rland. — Letterk. Opstellen.<br />

—Ne<strong>de</strong>rl. Belletrie.<br />

A. BINNEWIERTZ : Mo<strong>de</strong>rne Poetiek.<br />

Zelfkeur, 3 d. (Wereld<strong>bibliotheek</strong>).<br />

P. TH. JAARSMA : Karakteristieken, 1927.<br />

M. H. VAN CAMPEN : Sc<strong>het</strong>sen en critische Opstellen. — Ne<strong>de</strong>rl. Romancieres<br />

van onzen tijd (1921).<br />

F. ERF.NS : Litteraire wan<strong>de</strong>lingen e. a.<br />

H. SWARTH 1859-1919. Keurbun<strong>de</strong>l v. 100 ged. door <strong>de</strong> dichteres zelve gekozen<br />

(V. Kampen).<br />

In <strong>de</strong> reeks Mannen en Vrouwen van Beteekenis (Hollandia, Baarn) :<br />

Van Deyssel (Ritter; 2e druk, 1921) ; Couperus (Watch, 1921).<br />

Werk van L. Coup.. bloemlez. met inleid. door Dr A. J. <strong>de</strong> Jong en<br />

Jac. Hiegentlich (Veen, Atdam).<br />

Proza van L. Coup., 3 d. (V. Holkema Warendorf).<br />

In <strong>de</strong> reeks


OPGAVEN VOOR GELEIDE OEFENINGEN<br />

1. Zoek in <strong>de</strong> u beken<strong>de</strong> sonnetten van Perk naar enkele overblijfsels van<br />

<strong>de</strong> r<strong>het</strong>orikale dichterlijke taal (versteen<strong>de</strong> uitdrukkingen en cliche's).<br />

2. Staring en Perk zijn bei<strong>de</strong>n typische overgangsfiguren. Maak een<br />

vergelijking tusschen twee van hun mooiste gedichten, die <strong>het</strong>zelf<strong>de</strong><br />

on<strong>de</strong>rwerp behan<strong>de</strong>len : > en van Cornelis<br />

Paradijs en samen en leg uit van welke<br />

perio<strong>de</strong>n uit Johannes' leven <strong>de</strong> <strong>voor</strong>naamste figuren <strong>het</strong> symbool zijn.<br />

6. Vertel iets van <strong>de</strong> allegorie in >. Leg <strong>de</strong>n vollen nadruk op<br />

<strong>de</strong> beteekenis van <strong>het</strong> ein<strong>de</strong> van <strong>het</strong> 2' <strong>de</strong>el.<br />

7. Toon aan dat <strong>de</strong> plastiek in <strong>het</strong> werk van Jac. van Looy ge<strong>de</strong>eltelijk<br />

te danken is aan <strong>het</strong> feit dat hij, behalve schrijver, ook schil<strong>de</strong>r was.<br />

8. On<strong>de</strong>rstreep in <strong>de</strong>n bladzij<strong>de</strong> van V. Deyssel, van Gorter, van V.<br />

Looy en van Ary Prins telkens al <strong>de</strong> impressionnistische kleur-epit<strong>het</strong>a,<br />

en al <strong>de</strong> door hen nieuw gevorm<strong>de</strong> of samengekoppel<strong>de</strong> woor<strong>de</strong>n.<br />

Verklaar ze.<br />

9. Leg naast elkaar een critiek van Busken Huet en een <strong>de</strong>r jeugdopstellen<br />

van V. Deyssel.<br />

10. Welk verband ziet gij tusschen <strong>het</strong> naturalisme en <strong>de</strong> sociale toestan<strong>de</strong>n<br />

in <strong>de</strong>n tijd van zijn ontstaan?<br />

11. Het realisme van <strong>de</strong> 80ers is zel<strong>de</strong>n blijmoedig, hun romans zijn doorgaans<br />

geen opwekken<strong>de</strong> lectuur. — Tracht dit te verklaren!<br />

12. Toon met een <strong>voor</strong>beeld aan dat in <strong>de</strong>n psychologischen roman niet<br />

<strong>de</strong> intrige <strong>het</strong> boek belangrijk maakt, en dat <strong>de</strong> da<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> personen<br />

slechts belang krijgen als uiting van hun innerlijk.<br />

13. On<strong>de</strong>rzoek in hoeverre een figuur uit een mo<strong>de</strong>rn tooneelstuk, b. v.<br />

Matthijs <strong>de</strong> Sterke, uit > van Heijermans, tragisch<br />

is in <strong>de</strong>n zin dien <strong>de</strong> Grieken aan dat woord gaven.<br />

14. Vier heffingen zien wij in <strong>de</strong> golven<strong>de</strong> lijn onzer literatuur. Eerst <strong>de</strong><br />

Christelijk-mid<strong>de</strong>leeuwsche, dan <strong>de</strong> Zestien-Zeventien<strong>de</strong> eeuwsche,<br />

later <strong>de</strong> Nationaal-romantische, waarvan <strong>de</strong> Individualistische van De<br />

nieuwe Gids slechts een <strong>voor</strong>tzetting is (naar Matthijs Acket).<br />

Kunt gij <strong>de</strong>ze gedachte ontwikkelen?<br />

244


HOOFDSTUK XI<br />

DE VLAAMSCHE BLOEITIJD<br />

(se<strong>de</strong>rt 1893)<br />

A. — DE OUDE GEZELLE<br />

Te Kortrijk, waar hij in 1889 ein<strong>de</strong>lijk als directeur van<br />

een Fransche kloostergemeente meer vrijen tijd en een<br />

rustiger werkkring vond, was Guido Gezelle aldoor gegroeid<br />

en gerijpt. Als taalkundige en folklorist eerst, die in Loquela<br />

en De Biekorf <strong>de</strong> taalvorsching beoefen<strong>de</strong> als een studie van<br />

<strong>de</strong> volksziel zooals zij zich door <strong>de</strong> eeuwen heen uitgedrukt<br />

heeft. Deze studie was een on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el van zijn nooit geheel<br />

geschorsten dichterlijken arbeid. Hij had <strong>de</strong> taal lief als een<br />

won<strong>de</strong>rlijke schepping en als een mid<strong>de</strong>l tot dagelijksche<br />

verbinding met zijn omgeving. Hugo Verriest beweer<strong>de</strong> dat<br />

Gezelle's beste proza in Loguela steekt.<br />

Maar ook <strong>de</strong> dichter was gea<strong>de</strong>ld door beproeving en<br />

smart. Langs <strong>de</strong> trappen van <strong>de</strong> zichtbare wereld steeg hij<br />

zon<strong>de</strong>r eenige moeite naar <strong>de</strong> onzichtbare wereld van <strong>de</strong>n<br />

geest. En thans beschikte hij over een oneindig plastieke en<br />

geschakeer<strong>de</strong> taal, een onmid<strong>de</strong>llijke beeldspraak; thans<br />

goochel<strong>de</strong> hij met rhythmen en rijmen. Bij <strong>de</strong> bloemen, <strong>de</strong><br />

boomen, <strong>de</strong> dieren en <strong>de</strong>n oneindigen sterrenhemel, <strong>voor</strong>al<br />

bij <strong>de</strong> zon —


<strong>de</strong> verschijnselen vanzelf een dieperen zin, wer<strong>de</strong>n zij in een<br />

grootsch lief<strong>de</strong>verband opgenomen; terwijl <strong>de</strong> intieme samenhang<br />

met zijn yolk hem behoed<strong>de</strong> <strong>voor</strong> ijle woordkunst en<br />

sensitivisme ; <strong>de</strong>n aanleg hiertoe bezat dock bedwong hij,<br />

omdat <strong>de</strong> priester <strong>voor</strong> alles en met al zijn vermogens God<br />

wil<strong>de</strong> dienen, naar wien zijn hart zoozeer verlang<strong>de</strong>. Dit verzekert<br />

aan <strong>de</strong> kunst van Gezelle's ou<strong>de</strong>rdom een eenige waar<strong>de</strong>.<br />

De geest die er uit spreekt is die van <strong>het</strong> Evangelie, van<br />

S. Franciscus. Zooals <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>leeuwer, zag <strong>de</strong> ou<strong>de</strong> Gezelle<br />

hoe elk ding op zijn wijze en naar zijn aard <strong>het</strong> hoogere kon<br />

uitdrukken. Deze eenheid van heel <strong>het</strong> bestaan besefte hij<br />

zon<strong>de</strong>r eenige opzettelijkheid, door <strong>de</strong> oplossing, als bij <strong>de</strong><br />

mystiekers, van zijn persoonlijk leven in een boventij<strong>de</strong>lijk<br />

bestaan. Met alles wat zijn ziel beroer<strong>de</strong> kon hij zich vereenzelvigen,<br />

zoo universeel was dit mystisch gevoel.<br />

Deze religieuse wereldbeschouwing, <strong>de</strong>ze innerlijke schouwing<br />

hebben hem in zijn laatste levensjaren gedichten ingegeven<br />

die oneindig hooger staan dan <strong>de</strong> natuurverzen uit zijn<br />

jeugd. Weinigen tijd <strong>voor</strong> zijn dood zong hij


zijn geboorte; ook uit alle wereld<strong>de</strong>elen waar Ne<strong>de</strong>rlandsch<br />

gesproken wordt waren afvaardigingen naar Brugge gereisd<br />

om zijn standbeeld te onthullen. En <strong>het</strong> eigenlijke yolk van<br />

Vlaan<strong>de</strong>ren was daar om hul<strong>de</strong> te brengen aan hem dien<br />

<strong>het</strong> als zijn grootsten en geliefdsten zoon heeft leeren beschouwen.<br />

B. — HET TI JDSCHRIFT VAN NU EN STRAKS<br />

(1893-1901)<br />

Hoe, in een achterlijk milieu als <strong>het</strong> geheel buiten<br />

ARM<br />

<strong>de</strong> Europeesche stroomingen gelegen Vlaan<strong>de</strong>ren uit VLAANDEREN<br />

<strong>de</strong> XIXe eeuw, een figuur <strong>voor</strong> alle tij<strong>de</strong>n als Gezelle kon<br />

opstaan, is een van die raadselen waar<strong>voor</strong> wel nooit een<br />

bevredigen<strong>de</strong> verklaring gevon<strong>de</strong>n zal wor<strong>de</strong>n. Se<strong>de</strong>rt 1860-<br />

70 waren er, <strong>voor</strong>al in <strong>de</strong> industrieele Waalsche provincien,<br />

betere tij<strong>de</strong>n aangebroken. Doch <strong>het</strong> Vlaamsch gebleven yolk,<br />

te mid<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> alom heerschen<strong>de</strong> en doorzijpelen<strong>de</strong> verfransching,<br />

leid<strong>de</strong> een vergeten, bekrompen leventje van een<br />

klein-provinciale mid<strong>de</strong>lmatigheid. Zoodat er zich in <strong>de</strong>ze<br />

streek van land- en huisarbeid niet enkel toestan<strong>de</strong>n van een<br />

absolute, <strong>de</strong>n mensch onwaardige afhankelijkheid kon<strong>de</strong>n<br />

bestendigen ; doch dat <strong>de</strong> krachten die leiding had<strong>de</strong>n kunnen<br />

geven, door <strong>de</strong> taalvervreemding aan hun natuurlijke omgeving<br />

als ontrukt wer<strong>de</strong>n. Veel, onnoemlijk veel armoe<strong>de</strong> naar<br />

<strong>het</strong> lichaam en naar <strong>de</strong>n geest heeft Vlaamsch Belgie in die<br />

jaren van verwaarloozing en verschrompeling gele<strong>de</strong>n. En<br />

geen enkel groot kunstenaar is opgestaan om dit, in onze taal<br />

althans, te vertolken of om een bevrij<strong>de</strong>n<strong>de</strong>n kreet van verzet<br />

te laten hooren. Onze poezie bleef gemoe<strong>de</strong>lijk, al verheerlijkte<br />

men, zooals <strong>het</strong> hoor<strong>de</strong>, <strong>de</strong> roemrijke va<strong>de</strong>ren of weeklaag<strong>de</strong><br />

men over <strong>de</strong> miskenning van <strong>de</strong> heiligste volksrechten.<br />

Het peil van <strong>het</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsch on<strong>de</strong>rwijs ging <strong>de</strong> lagere<br />

school niet of nauwelijks te boven, zoodat wie nog Vlaamsch<br />

schreven meestal volksjongens waren, autodidacten met meer<br />

goe<strong>de</strong> bedoelingen dan wetenschappelijke of artistieke on<strong>de</strong>rlegdheid.<br />

De gezichtein<strong>de</strong>r bleef beperkt. En een onverkwikkelijke<br />

strijd van politieke partijen verlam<strong>de</strong> <strong>de</strong> pogingen<br />

247


van hen die hun yolk uit <strong>het</strong> moeras wil<strong>de</strong>n helpen.<br />

Toch waren er lichtpunten. Eenige leeraars en priesters<br />

verrichtten uitstekend werk. Toen in 1 883 bij <strong>de</strong> wet een<br />

zeker aantal uren <strong>voor</strong> <strong>het</strong> on<strong>de</strong>rricht in en door <strong>de</strong> moe<strong>de</strong>rtaal<br />

werd <strong>voor</strong>geschreven, althans <strong>voor</strong> <strong>de</strong> rijksscholen van<br />

mid<strong>de</strong>lbaar on<strong>de</strong>rwijs, trad er gelei<strong>de</strong>lijk verbetering in. Uit<br />

<strong>de</strong> kringen van athenaeumleerlingen zou<strong>de</strong>n weldra diegenen<br />

opstaan welke, naar <strong>het</strong> <strong>voor</strong>beeld van La jeune Belgique<br />

en De nieuwe Gids, ook in <strong>het</strong> Vlaamsche land een nieuwen<br />

tijd inluid<strong>de</strong>n. En aan <strong>de</strong> universiteiten zou men dan toch in<br />

zekere mate <strong>de</strong> Vlaamsche leeraars van morgen in hun taal<br />

oplei<strong>de</strong>n.<br />

De achterlijkheid uit <strong>de</strong> jaren 1 880-1 895 weerspiegelt zich<br />

in <strong>het</strong> lei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> tijdschrift, De Ne<strong>de</strong>rlandsche Dicht- en Kunsthalle,<br />

van <strong>de</strong> dichters Theo Coopman en Dela Montagne. On<strong>de</strong>r<br />

<strong>de</strong> schrijvers die alsdan aan <strong>het</strong> woord komen is er buiten<br />

<strong>de</strong>n geestdriftigen doch <strong>voor</strong> alle invloe<strong>de</strong>n ontvankelijken<br />

Pol <strong>de</strong> Mont geen enkele van wien bezieling kon uitgaan. De<br />

besten, als <strong>de</strong> hier ingeburger<strong>de</strong> Helene Swarth en <strong>de</strong> jonge<br />

Van Langendonck, gaven lucht aan hun misnoegdheid en<br />

moe<strong>de</strong>loosheid, <strong>de</strong>ze <strong>voor</strong>al in een polemisch stuk van 1 888,<br />

De Vlaamsche Parnassus :


en zijn eigen neef Herman Teirlinck eveneens boerennovellen<br />

begonnen te schrijven, zette hij zich opnieuw aan <strong>het</strong> schil<strong>de</strong>ren<br />

van . <strong>de</strong> landbewoners zooals hij die zag : in Hard<br />

Labeur, een geweldig en donker boek. In <strong>het</strong> posthume Arme<br />

Menschen teeken<strong>de</strong> hij zeer scherp, in zijn soberen, niet geheel<br />

voldragen stijl uit een overgangstijd van <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>re naar onze<br />

nieuwere prozakunst, proletarische ellen<strong>de</strong>toestan<strong>de</strong>n.<br />

In 1890 verscheen in De nieuwe Gids <strong>de</strong> eerste novelle<br />

van een Oost-Vlaming : De Biezenstekker van CYRIEL BUYSSE.<br />

Hierme<strong>de</strong> werd <strong>de</strong> lijn Conscience-Sleeckx en Bergmann-<br />

Loveling-Stijns tot <strong>het</strong> naturalisme logisch doorgetrokken.<br />

Op <strong>de</strong> jeugd die in <strong>de</strong>ze jaren een eerste, zij <strong>het</strong> ook<br />

gebrekkig Ne<strong>de</strong>rlandsch on<strong>de</strong>rwijs genoot, maakten <strong>de</strong>ze<br />

<strong>voor</strong>teekenen van een zekere hernieuwing diepen indruk.<br />

In <strong>het</strong> Noor<strong>de</strong>n was daar <strong>het</strong> toonaangeven<strong>de</strong><br />

<strong>voor</strong>beeld van De nieuwe Gids. In <strong>het</strong> eigen land<br />

had<strong>de</strong>n <strong>de</strong> Fransch-Belgische schrijvers zich gegroe-<br />

peerd. Waarom zou<strong>de</strong>n <strong>de</strong> Vlamingen op hun beurt<br />

niet probeeren alle min<strong>de</strong>rwaardigheid of te schud<strong>de</strong>n en<br />

hun <strong>de</strong>el te hebben aan <strong>de</strong> Europeesche gedachtenstroomingen<br />

van hun tijd?<br />

Deze tijd was overigens bijzon<strong>de</strong>r bewogen. Revo-<br />

lutionnaire opstootjes had<strong>de</strong>n <strong>het</strong> Waalsche nijver-<br />

heidsgebied te vuur en te zwaard gesteld en <strong>de</strong> beroering<br />

werd slechts gestild door een grondwetsherziening die <strong>het</strong><br />

censitair kiesstelsel afschafte (1893). Ook in <strong>het</strong> buitenland<br />

waren werkstakingen en geweldda<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong> or<strong>de</strong> : zoodat<br />

bij velen <strong>het</strong> geloof ingang vond dat een groote revolutie<br />

nakend was. De kunstenaars gingen tot <strong>het</strong> yolk, richtten<br />

<strong>de</strong> eerste muziek- en <strong>voor</strong>drachtavon<strong>de</strong>n in naar <strong>het</strong> mo<strong>de</strong>l<br />

van <strong>de</strong> Engelsche hoogeschooluitbreidingen ; Verhaeren<br />

dichtte zijn Villes tentaculaires en Les Aubes; Edmond<br />

Picard polemiseer<strong>de</strong> over sociale kunst ; <strong>de</strong> groep Les XX<br />

trachtte <strong>de</strong> verguis<strong>de</strong> impressionnistische schil<strong>de</strong>rkunst in te<br />

burgeren ; <strong>de</strong> Wagner-opvoeringen in <strong>de</strong>n Muntschouwburg<br />

lokten muziekliefhebbers uit alle lan<strong>de</strong>n; <strong>de</strong> architecten Henry<br />

van <strong>de</strong> Vel<strong>de</strong> en Victor Horta verkondig<strong>de</strong>n hun theorieen<br />

over rationeele architectuur en hinnenhuiskunst. Kortom, <strong>de</strong><br />

HET VOOR-<br />

BEELD VAN<br />

FRANSCH-<br />

BELGIE<br />

WOELIGE<br />

TI JDEN<br />

249


kringen van Franschspreken<strong>de</strong> intellectueelen waren in voile<br />

gisting.<br />

Met een onooglijk klein blad <strong>voor</strong> Brusselsche<br />

JONG<br />

VLAANDEREN athenaeumleerlingen, naar Ro<strong>de</strong>nbach's <strong>voor</strong>beeld<br />

Jong Vlaan<strong>de</strong>ren geheeten (1889), begon eigenlijk <strong>de</strong>


't leven dringt. » (Van Langendonck.) Ze waren <strong>het</strong> erover<br />

eens dat <strong>de</strong>ze kunst van straks <strong>de</strong> opbloei zou wezen van<br />

<strong>de</strong> e<strong>de</strong>lste krachten <strong>de</strong>zer gansche gemeenschap, als in <strong>de</strong><br />

Grieksche of <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>leeuwsche wereld. Architect Henry<br />

van <strong>de</strong> Vel<strong>de</strong> stel<strong>de</strong> zijn droom in <strong>het</strong> teeken van een albevrij<strong>de</strong>nd<br />

communisme; terwijl Vermeylen in De Kunst <strong>de</strong>r<br />

wife Gemeenschap, De Born en Alfred Hegenscheidt (een aanwinst<br />

van beteekenis) hun verzuchtingen en profetieen min<strong>de</strong>r<br />

bepaald omlijn<strong>de</strong>n.<br />

Eenigszins systematisch is hun philosophisch stel-<br />

sel — <strong>het</strong> Leven als maat van alle Bingen, <strong>het</strong> Leven<br />

dat zijn einddoel in zichzelf draagt<br />

nergens uit-<br />

gesproken ; zooals hun anarchisme ook eer<strong>de</strong>r literair dan<br />

staatsgevaarlijk was. De volkomen organische levensbeweging,<br />

<strong>de</strong> van <strong>het</strong> Leven zelf uitgaan<strong>de</strong>, innerlijke kracht, <strong>de</strong><br />

grondtoon of <strong>de</strong> muziek <strong>de</strong>r ziel, — <strong>de</strong> rhythms : dat is <strong>het</strong><br />

bin<strong>de</strong>nd element waaruit <strong>de</strong>


egionalisme <strong>de</strong>r boerennovellen van Buysse en Streuvels<br />

mijlen ver aflag van <strong>de</strong> mo<strong>de</strong>rn-Europeesche gevoels- en<br />

gedachtensfeer.<br />

HOUDING Strijdvaardig betoon<strong>de</strong> zich <strong>voor</strong>al Vermeylen,<br />

TEGENOVER die <strong>de</strong> tegenstan<strong>de</strong>rs hartstochtelijk kon te lijf gaan:<br />

DE VOOR-<br />

GANGERS wat niet dan bij uitzon<strong>de</strong>ring gebeur<strong>de</strong>, o. m. wanneer<br />

aan Gezelle <strong>de</strong> staatsprijs geweigerd werd of Starkadd<br />

door <strong>de</strong> officieele beoor<strong>de</strong>elaars slechts een aanmoedigingspremietje<br />

waardig geacht. Terwijl <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>re, bezadig<strong>de</strong> Van<br />

Langendonck dra<strong>de</strong>n met <strong>het</strong> verle<strong>de</strong>n trachtte aan te knoopen.<br />

Ten bewijze zijn stuk De Herleving <strong>de</strong>r Vlaamsche Poezij<br />

en <strong>de</strong> herdruk in Van Nu en Straks van <strong>het</strong> door hem in een<br />

vergeten stu<strong>de</strong>ntenblaadje teruggevon<strong>de</strong>n gedicht Avondstilte,<br />

van Hugo Verriest : waarmee een schakel gevon<strong>de</strong>n was<br />

met heel <strong>de</strong> traditie van Gezelle-Ro<strong>de</strong>nbach.<br />

DE 2e REEKS In 1896, nadat <strong>de</strong> uitgave een tijdje gestaakt was<br />

1896-1901 geduren<strong>de</strong> een verblijf van Vermeylen aan buiten-<br />

landsche universiteiten, verscheen <strong>het</strong> tijdschrift in een gewoner<br />

pak, ditmaal zon<strong>de</strong>r me<strong>de</strong>werking van grafische kunstenaars.<br />

Tot 1901 zou <strong>het</strong> aldus tamelijk onregelmatig van<br />

<strong>de</strong> pens komen, zijn sfeer van invloed en zijn kring van<br />

me<strong>de</strong>werkers gelei<strong>de</strong>lijk uitbrei<strong>de</strong>nd. Over vraagstukken van<br />

politieken en socialen aard gaf <strong>het</strong> talrijke bij dra<strong>de</strong>n van<br />

<strong>voor</strong>name buitenlandsche me<strong>de</strong>werkers, in een zeer <strong>voor</strong>uitstreven<strong>de</strong>n<br />

geest, zon<strong>de</strong>r dat dit tot een gemeenschappelijk<br />

stelling-nemen verplichtte. « le<strong>de</strong>rs geloof was zoo oprecht,<br />

dat we 't in elkaar eerbiedig<strong>de</strong>n. Wat <strong>de</strong> menschen van elkaar<br />

scheidt is trouwens min<strong>de</strong>r wat ze gelooven dan <strong>de</strong> wijze<br />

waarop ze 't gelooven » : aldus <strong>de</strong> latere Vermeylen, die in<br />

1896 <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> reeks open<strong>de</strong> met een radicale, sterk anarchistisch<br />

getinte Kritiek van <strong>de</strong> Vlaamsche Beiveging. Een ophefmakend<br />

stuk dat, samen met <strong>de</strong> nagenoeg gelijktijdige studies<br />

van prof. Mac Leod en ingenieur Lo<strong>de</strong>wijk <strong>de</strong> Raet, <strong>het</strong><br />

romantisch-sentimenteele tijdvak <strong>de</strong>r dichterlijke en taalkundige<br />

flaminganten afsloot.<br />

NIEUWE Behoor<strong>de</strong> Buysse toen niet meer tot <strong>de</strong> redactie,<br />

MEDEWERKERS zijn plaats was ingenomen gewor<strong>de</strong>n door Hegenscheidt,<br />

<strong>de</strong> Antwerpenaars Victor <strong>de</strong> Meyere en Edmond Van<br />

252


Offel, alsme<strong>de</strong> door <strong>de</strong>n Gentenaar Karel van <strong>de</strong> Woestijne<br />

en <strong>de</strong> \Vest-Vlamingen : Pastoor Verriest, en Gezelle's neef,<br />

Frank Lateur, dien De Born ont<strong>de</strong>kt had als me<strong>de</strong>werker<br />

aan een Antwerpsch blaadje, on<strong>de</strong>r <strong>de</strong>n schuilnaam Stijn<br />

Streuvels.<br />

Weinigen tijd later zou<strong>de</strong>n enkele mannen van wetenschap<br />

en jongeren als Fernand V. Toussaint van Boelaere, Herman<br />

Teirlinck, Jef Mennekens, Adolf Herckenrath, Rene <strong>de</strong><br />

Clercq aan <strong>het</strong> baanbreken<strong>de</strong> tijdschrift me<strong>de</strong>werken. Toen<br />

<strong>het</strong> in 1901 viel om spoedig daarop door Vlaan<strong>de</strong>ren, zij <strong>het</strong><br />

op een ietwat an<strong>de</strong>re basis, vervangen to wor<strong>de</strong>n, was <strong>het</strong><br />

pleit van <strong>de</strong> vernieuwing schitterend gewonnen.<br />

Vlaan<strong>de</strong>ren verscheen in Holland van 1903 tot<br />

HET<br />

TI JDSCHRIFT<br />

1907, eerst als Maandschrift <strong>voor</strong> Vl. letterkun<strong>de</strong>, nadien VLAANDEREN<br />

als Algemeen Vlaamsch tijdschrift. Talrijke jonge krach- 1903-1907<br />

ten, alsme<strong>de</strong> <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>ren : Pol <strong>de</strong> Mont, Dela Montagne,<br />

Sauwen, verleen<strong>de</strong>n hun me<strong>de</strong>werking; Lo<strong>de</strong>wijk <strong>de</strong> Raet gaf<br />

er zijn merkwaardige studies over Vlaamsche Volkskracht. Wanneer<br />

<strong>het</strong> op zijn beurt verdween, werd <strong>het</strong> door geen orgaan<br />

van gelijk belang vervangen. Al <strong>de</strong> Hollandsche tijd-<br />

schriften ston<strong>de</strong>n overigens <strong>voor</strong> <strong>de</strong> Vlamingen open.<br />

En <strong>de</strong> reeds bejaar<strong>de</strong> Dietsche Waran<strong>de</strong>, in 1900 versmolten<br />

met Het Belfort, on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> leiding van Mej. Belpaire, Julius<br />

Persijn, Lo<strong>de</strong>wijk Dosfel e. a., thans van A. Van Cauwelaert<br />

en G. Walschap, ging nieuwere wegen uit. In 1905 stichtten<br />

vrijzinnigen De Vlaamsche Gids, terwijl <strong>het</strong>zelf<strong>de</strong> jaar <strong>de</strong> geboorte<br />

zag van Vlaamsche Arbeid (1905-30, Jozef Muls, Karel<br />

van <strong>de</strong>n Oever) , dat na <strong>de</strong>n oorlog <strong>de</strong> tolk zou wor<strong>de</strong>n van<br />

<strong>de</strong> jongere expressionnisten. Ontivaking ( 1 e reeks 1896; 2 e<br />

reeks 1902-1909), daarna versmolten met Nieuro Leven<br />

(1907-1910) ; Jong Dietschland (1909-1911), Groene Lin<strong>de</strong>,<br />

Onze Vlagge, De Boomgaard (1909-1911), De Tijd (1913),<br />

had<strong>de</strong>n insgelijks <strong>voor</strong> 1914 een doorgaans kortstondig bestaan.<br />

Het geslacht, dat erin <strong>de</strong>buteer<strong>de</strong> en door <strong>de</strong> wereldramp<br />

1914-1918, in zijn normale ontwikkeling gestuit werd,<br />

zal in een volgend hoofdstuk besproken wor<strong>de</strong>n.<br />

ANDERE<br />

TI JDSCHRIFTEN<br />

253


C. — DE AFZONDERLI JKE FIGUREN<br />

Aan <strong>de</strong> oprichters van Van Nu en Straks heeft men wel<br />

eens verweten menschen van slechts een boek to zijn. De<br />

eerste generatie heeft in<strong>de</strong>rdaad — met een enkele uitzon<strong>de</strong>ring<br />

: C. Buysse — slechts een beperkten literairen oogst<br />

binnengehaald, maar zich op an<strong>de</strong>r gebied : <strong>de</strong> politiek, <strong>de</strong><br />

kunstgeschie<strong>de</strong>nis, <strong>het</strong> on<strong>de</strong>rwijs en <strong>het</strong> journalisme verdienstelijk<br />

gemaakt.<br />

De rijpste geest van <strong>de</strong> groep was PROSPER VAN<br />

PR. VAN<br />

LANGENDONCK LANGENDONCK. Zijn jeugdverzen verschenen hoofd-<br />

1862-1920 zakelijk in De Ne<strong>de</strong>rlandsche Dicht- en Kunsthalle,<br />

se<strong>de</strong>rt 1 883, en treffen door hun verwantschap met <strong>de</strong> Fransche<br />

Parnassiens. Buiten <strong>de</strong>n invloed van Gezelle opgegroeid,<br />

louter<strong>de</strong> hij gelei<strong>de</strong>lijk <strong>de</strong> stroeve dichterlijke taal van zijn<br />

<strong>voor</strong>gangers, hierin gesteund door <strong>het</strong> <strong>voor</strong>beeld van Helene<br />

Swarth die hij persoonlijk ken<strong>de</strong>, later van De nieuwe Gids.<br />

In <strong>de</strong> Vlaamsche literatuur was hij een eenzame, smartelijke<br />

verschijning, een onrustige geest die zich met volkomen<br />

oprechtheid en on<strong>de</strong>r scherpe zelfcontrole uitsprak. Een echt<br />

romanticus was hij van aanleg, doch een mo<strong>de</strong>rn veelzijdige<br />

en gevoelige. Hij was als bezeten van een ziekelijke neiging<br />

tot zelfpijniging en ontleding. Zijn weinig omvangrijk oeuvre<br />

is belij<strong>de</strong>nislyriek, zwaar van gedachten, fijn van gevoel,<br />

classiek van vorm : Naar Linkebeek, Wezembeek, Het Woud. De<br />

kwelling van een teleurgestel<strong>de</strong> lief<strong>de</strong>, <strong>het</strong> treuren om een<br />

mislukt leven, <strong>het</strong> lij<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>r miskenning en onbegrip, doch<br />

bovenal <strong>de</strong>n twijfel en <strong>de</strong> tegenstrijdighe<strong>de</strong>n in zichzelf, heeft<br />

hij uitgedrukt in enkele gedichten waarin wij hem steeds<br />

tusschen uitersten geslingerd zien : <strong>de</strong> Hoogmoed-sonnetten,<br />

Beatrice, <strong>de</strong>n zang van De Orgeldraaier, Stijgend langsheen <strong>de</strong><br />

Sinte-Goe<strong>de</strong>lekerk... In zijn laatste levensjaren heeft hij haast<br />

niets meer geschreven. Hij stierf doodarm in een Brusselsch<br />

gasthuis.<br />

Cc BUYSSE De oudste en tevens <strong>de</strong> vruchtbaarste Van Nu en<br />

1859-1932 Strakser, die echter slechts korten tijd aan <strong>de</strong> revue<br />

meewerkte en zich <strong>voor</strong> <strong>het</strong> grootste <strong>de</strong>el van <strong>het</strong> jaar in<br />

Holland ging vestigen, was een neef van <strong>de</strong> zusters Loveling,<br />

254


CYRIEL BUYSSE. Op <strong>het</strong> schip dat <strong>de</strong>zen zoon van een Gentschen<br />

fabrikant uit Amerika terugbracht, schreef hij, ziek van<br />

heimwee, zijn eerste novelle, waarin hij <strong>de</strong> menschen en <strong>de</strong><br />

dingen uit <strong>de</strong> Vlaamsche omgeving van zijn jeugd opriep. Na<br />

enkele sc<strong>het</strong>sen in verschillen<strong>de</strong> tijdschriften gaf hij, 34 jaar<br />

oud, een naturalistischen roman : Het Recht van <strong>de</strong>n Sterkste.<br />

Hiermee bewees hij <strong>de</strong> vertelkunst van Conscience te willen<br />

koppelen aan <strong>de</strong> visie van Zola en Maupassant en <strong>de</strong>zer leuze<br />

te aanvaar<strong>de</strong>n : liever afstootelijk dan onwaar. Groot was<br />

<strong>de</strong> opschudding wanneer, in plaats van <strong>de</strong> burgerlijke idylle<br />

en <strong>de</strong> conventie van <strong>het</strong> schoone Vlaamsche yolk, in dit en<br />

zijn volgen<strong>de</strong> sombere, met romantische elementen rijk doorweven<br />

werken, een over 't algemeen betrouwbaar beeld<br />

opgehangen werd van <strong>het</strong> toenmalige, economisch en ze<strong>de</strong>lijk<br />

verwil<strong>de</strong>rd en verarmd Vlaan<strong>de</strong>ren. Met welke <strong>de</strong>ernis —<br />

en iets als een wroeging! — ont<strong>de</strong>kte Buysse in <strong>het</strong> volkje<br />

van analphabeten, boeven en wildstroopers en dronkaards,<br />

dat hij in <strong>de</strong> voile verf schil<strong>de</strong>r<strong>de</strong>, nog <strong>de</strong>n mensch! In<br />

Schoppenboer, <strong>de</strong>n politieken roman 'n Lee= van Vlaan<strong>de</strong>ren<br />

(1900), <strong>het</strong> tooneelstuk Het Gezin Van Paemel (1903), gaf hij<br />

nogmaals lucht aan <strong>de</strong>ze gevoelens van verontwaardiging en<br />

me<strong>de</strong>lij<strong>de</strong>n. Hij haat alle machthebbers die schuld hebben<br />

aan <strong>de</strong>n erbarmelijken toestand in zijn schoon Leieland, zijn<br />

geboortestreek waaraan hij een haast uitsluiten<strong>de</strong> lief<strong>de</strong><br />

gewijd heeft. In een reeks kortere sc<strong>het</strong>sen eerst, dan in<br />

verschillen<strong>de</strong> meesterlijke verhalen van grooteren omvang,<br />

temper<strong>de</strong> hij zijn oorspronkelijk brutale, naturalistische visie<br />

en is hij geheel zichzelf gewor<strong>de</strong>n. Zijn boeren en winkeliers,<br />

verfranschte kasteelheeren en kwezeltjes, kleine renteniers en<br />

mijnheer <strong>de</strong> notaris, ze gaan en komen in herbergen zooals<br />

wij ze alien kennen, en ze praten in hun dialect over <strong>de</strong> vele<br />

onbelangrijke gebeurtenissen die hun klein bestaan vullen :<br />

Het Leven van Rozeke Van Dalen, 't Bolleken, Het voile Leven,<br />

Het Ezelken. Niet alleen wordt <strong>de</strong> toon erin veel mil<strong>de</strong>r en<br />

verzacht <strong>de</strong> satire tot een menigmaal erg on<strong>de</strong>ugen<strong>de</strong>n humor;<br />

ook <strong>voor</strong> Stemmingen en <strong>voor</strong> <strong>de</strong> idylle is er thans plaats<br />

(Lente). Tot <strong>de</strong> geslaag<strong>de</strong> boeken van <strong>de</strong>n lateren, gezon<strong>de</strong>n<br />

Buysse behooren De nachtelijke Aanranding, Zooals <strong>het</strong> was,<br />

255


A. VERMEYLEN<br />

Geb. in 1872<br />

Tantes en vertellingen uit Typen, Uit <strong>de</strong> Bron. De botsing tusschen<br />

<strong>de</strong> opeenvolgen<strong>de</strong> geslachten, <strong>de</strong> grondig gewijzig<strong>de</strong><br />

naoorlogstoestan<strong>de</strong>n hebben tot <strong>het</strong> ein<strong>de</strong> toe <strong>de</strong> levendige<br />

belangstelling van <strong>de</strong>zen eerlijken getuige gewekt : Uleken,<br />

De Schandpaal, Twee Werel<strong>de</strong>n (1931, een roman van <strong>de</strong> landverhuizing<br />

naar Amerika).<br />

De jonge AUGUST VERMEYLEN, thans senator en<br />

hoogleeraar aan onze verne<strong>de</strong>rlandschte universiteit<br />

te Gent, sprak over zichzelf als over een tamboer die <strong>het</strong><br />

meest gerucht maakte om <strong>de</strong> an<strong>de</strong>ren mee te sleepen. Een<br />

kampvechter was hij als twintigjarige in<strong>de</strong>rdaad, die zijn<br />

meening raak en dikwijls leuk wist te formuleeren, zoodat<br />

zijn lapidaire uitspraken in <strong>het</strong> geheugen blijven hangen. De<br />

essay's en critische opstellen uit <strong>de</strong> jaren van Van Nu en<br />

Straks, dat grooten<strong>de</strong>els zijn tijdschrift was, en van Vlaan<strong>de</strong>ren,<br />

aan <strong>de</strong> redactie waarvan hij insgelijks <strong>de</strong>el had, zijn<br />

vereenigd in twee bun<strong>de</strong>ls Verzamel<strong>de</strong> Opstellen, die onmisbaar<br />

zullen blijven <strong>voor</strong> wie zich een beeld wil vormen van <strong>de</strong><br />

literaire herleving in Vlaan<strong>de</strong>ren. Hij verwierf <strong>het</strong>


wie hij <strong>het</strong> leven ingaat. De wan<strong>de</strong>len<strong>de</strong> Jood is <strong>het</strong> zinnebeeld<br />

van <strong>de</strong>n mo<strong>de</strong>rnen twijfelaar die, geslingerd tusschen<br />

stof en geest, vergeefs gemoedsvre<strong>de</strong> zoekt. Tot hij berusting<br />

vindt in een mannelijke aanvaarding van <strong>het</strong> aardsche leven,<br />

als mensch on<strong>de</strong>r zijn me<strong>de</strong>menschen en <strong>de</strong>ze dienend. -<br />

Wat is dit boek an<strong>de</strong>rs dan een objectiveering van <strong>de</strong> crisis<br />

die Vermeylen, scherper bewust dan zijn vrien<strong>de</strong>n, in zijn<br />

jonge jaren doorgemaakt heeft en welke hij te voren reeds<br />

uitdrukte in <strong>de</strong> roeren<strong>de</strong> zelfbespiegeling die veel heeft van<br />

een biecht : Een Jeugd? Met als conclusie dat <strong>het</strong> Leven zijn<br />

einddoel in zichzelf draagt.<br />

Dat Vermeylen op een bepaald oogenblik richting gaf aan<br />

<strong>de</strong> Vlaamschgezin<strong>de</strong> politiek werd reeds vermeld. Deze Kritiek<br />

hier ver<strong>de</strong>r te behan<strong>de</strong>len valt buiten ons bestek. Wij kunnen<br />

volstaan met te zeggen dat zij een, door onjuist gebleken<br />

tijdsopvattingen gekleur<strong>de</strong> poging was om <strong>de</strong> Vlaamsche<br />

Beweging in te schakelen in algemeener politieke en <strong>voor</strong>al<br />

sociale stroomingen.<br />

De Antwerpenaar EMMANUEL DE Boy, hoofdbibli-<br />

othecaris in zijn geboortestad, ging als me<strong>de</strong>werker<br />

van <strong>de</strong> Nieuwe Rotterdamsche Courant, later van De Volksgazet,<br />

<strong>voor</strong>al op in <strong>het</strong> journalisme. Een levenwekker is De<br />

Born steeds geweest, die in 1893 <strong>het</strong> eerste Vlaamsche boekje<br />

wijd<strong>de</strong> aan Henrik Ibsen en zijn Werk<br />

en die in <strong>de</strong> eerste Van<br />

Nu en Straksjaren een heel groepje jongere Antwerpenaars,<br />

o. w. Victor De Meyere, Edmond Van Offel, Lo<strong>de</strong> Baekelmans,<br />

rondom zich schaar<strong>de</strong>. Ook om <strong>de</strong> « anti-philister<br />

prozasc<strong>het</strong>s » De Barbaren, genoot hij een zekere bekendheid.<br />

Hij schreef een roman die typisch is <strong>voor</strong> <strong>de</strong> ze<strong>de</strong>lijke crisis<br />

welke <strong>de</strong> jeugd toen doormaakte : Wrakken, een brok uit <strong>het</strong><br />

leven van een drietal zwakkelingen, waaromheen <strong>de</strong> bijzon<strong>de</strong>re<br />

atmosfeer van <strong>de</strong> Antwerpsche dokken hangt. In De<br />

Gids verscheen in 1929 een nieuw verhaal dat grooten<strong>de</strong>els<br />

op jeugdherinneringen berust : Het Land van Hambeloke.<br />

Maar De Born is in <strong>de</strong> eerste plaats <strong>de</strong> schrijver van novellen,<br />

verzameld in Een Terugblik en Hel<strong>de</strong>re Gezichten, en van<br />

dat aardig boekje gewijd aan De Psychologie van <strong>de</strong>n Antwerpenaar;<br />

alsme<strong>de</strong> <strong>de</strong> gemoe<strong>de</strong>lijke auteur van kronieken over<br />

E. DE BOM<br />

Geb. in 1868<br />

257


A. HEGEN-<br />

SCHEIDT<br />

Geb. in 1866<br />

DE TWEED E<br />

GENERATIE.<br />

STUN<br />

STREUVELS<br />

(Fr. Lateur'<br />

Geb. in 187<br />

menschen en boeken uit Het leven<strong>de</strong> Vlaan<strong>de</strong>ren, Nieuw Vlaan<strong>de</strong>ren,<br />

Dagwerk <strong>voor</strong> Vlaan<strong>de</strong>ren.<br />

Hartstochtelijk bewon<strong>de</strong>raar van <strong>de</strong> Duitsche<br />

muziek, schreef ALFRED HEGENSCHEIDT <strong>de</strong> statige<br />

sonnettenreeks Muziele en Leven. Vooral is hij bekend<br />

om zijn Starkadd (1898), <strong>het</strong> Shakespeariaansche drama dat<br />

met Gudrun van Ro<strong>de</strong>nbach tot onze weinige goe<strong>de</strong> stukken<br />

behoort. De tijd heeft <strong>de</strong> hooge verwachtingen die zijn vrien<strong>de</strong>n<br />

van hem koester<strong>de</strong>n grooten<strong>de</strong>els beschaamd : in <strong>de</strong>n<br />

hoogleeraar is <strong>de</strong> dichter gansch opgegaan. En Starkadd is,<br />

ondanks zijn qualiteiten, <strong>voor</strong> ons Been meesterlijke uitbeelding<br />

van <strong>de</strong>n innerlijken groei van een heroische skal<strong>de</strong>nfiguur,<br />

met <strong>de</strong> zee en <strong>de</strong> ruimten rondom, zooals zij erin<br />

begroetten : een krachtig volgehou<strong>de</strong>n dramatische spanning<br />

ontbreekt. Ondanks mooi geslaag<strong>de</strong> <strong>de</strong>elen overtuigen <strong>de</strong><br />

meeste personages, ook <strong>de</strong> titelrol, niet. En <strong>het</strong> heele romantische<br />

spel lijkt ons dichter bij <strong>de</strong>n jeugdigen Schiller of bij<br />

een Wagneriaansche opera dan bij <strong>de</strong>n grooten Will te staan.<br />

Terecht wordt er in <strong>de</strong> Van Nu en Straks-beweging<br />

over een twee<strong>de</strong> geslacht gesproken, dat veel pro-<br />

ductiever bleek dan <strong>het</strong> <strong>voor</strong>gaan<strong>de</strong>. De grootste<br />

prozaschrijver, doch die, door een speelsche ironie<br />

van <strong>het</strong> lot, nooit bijster veel gaf om <strong>de</strong> sociale en<br />

cosmopolitische bekommeringen van <strong>de</strong> lei<strong>de</strong>rs en door zijn<br />

invloed er niet weinig toe bijdroeg om <strong>het</strong> traditioneele<br />

regionalisme en <strong>de</strong> boerennovelle te doen bloeien tot op<br />

onze dagen, is STIJN STREUVELS, eigenlijk Frank Lateur. Zijn<br />

moe<strong>de</strong>r was een zuster van Guido Gezelle. Tot 1906 is hij<br />

brood- en pasteibakker geweest te Avelgem. Daarna vestig<strong>de</strong><br />

hij zich te Ingooigem, <strong>het</strong> dorp waar Hugo Verriest pastoor<br />

was, in <strong>het</strong> <strong>voor</strong> hem gebouw<strong>de</strong> . Zon<strong>de</strong>r eenige<br />

hulp leer<strong>de</strong> hij vreem<strong>de</strong> talen om in <strong>het</strong> oorspronkelijke of<br />

in goe<strong>de</strong> vertalingen allerlei Fransche, Duitsche, Engelsche,<br />

Russische en Scandinaafsche boeken te verslin<strong>de</strong>n. Het lezen<br />

van <strong>de</strong> Fransche naturalisten en van <strong>de</strong> groote Russen <strong>de</strong>ed<br />

hem aanvankelijk <strong>het</strong> leven van <strong>de</strong>n somberen kant inzien.<br />

Maar spoedig werd hij zichzelf : <strong>de</strong> gezon<strong>de</strong>, rasechte<br />

Vlaming van te lan<strong>de</strong>, met een grootsch lyrisch natuurgevoel<br />

258


dat hij in breed <strong>de</strong>inen<strong>de</strong> volzinnen wist uit te zeggen, in een<br />

gesmijdige, bij Gezelle aansluiten<strong>de</strong> taal. « Als <strong>de</strong> zon kon<br />

schrijven, zeg<strong>de</strong> Albert Verwey, zou zij <strong>het</strong> min of meer<br />

doen als Stijn Streuvels. — Hij ziet <strong>de</strong> aar<strong>de</strong> van boven af,<br />

alles in-eenen, en <strong>voor</strong> hij begint schijnt alles op zijn plaats<br />

te staan. >> De werkelijkheid om haar zelf geeft hij in<strong>de</strong>rdaad<br />

niet : zijn fantasie herschept, zijn verbeelding kleurt haar.<br />

Hem lezen<strong>de</strong>, zien we <strong>de</strong> gewoonste dingen en landschappen<br />

in een an<strong>de</strong>r licht.<br />

Zijn wereld is <strong>de</strong> hem vertrouw<strong>de</strong> Zuidvlaamsche natuur.<br />

En in die sfeer is hij tevens, in strijd met wat wel eens beweerd<br />

wordt, een scherp ontle<strong>de</strong>r van karakters liefst zwijgzame<br />

landlie<strong>de</strong>n en kin<strong>de</strong>ren. Niet zoozeer <strong>de</strong> enkeling is bij hem<br />

van belang als <strong>de</strong> eeuwige wisselgang van jaargetij<strong>de</strong>n en<br />

menschengeslachten, alsme<strong>de</strong> <strong>de</strong> verborgen tragiek die <strong>het</strong><br />

boerenleven in <strong>het</strong> bijzon<strong>de</strong>r beheerscht.<br />

Uit <strong>de</strong> aanzienlijke rij van zijn werken, meest uitgebrei<strong>de</strong><br />

novellen, zijn <strong>voor</strong>al bekend : zijn eersteling Lenteleven<br />

(1899) ; Zonnetij, waarin De Oogst <strong>voor</strong>komt; Doo<strong>de</strong>ndans,<br />

Dagen, Dorpsgeheimen, Het Uitzicht <strong>de</strong>r Dingen; ver<strong>de</strong>r <strong>de</strong> mooie<br />

vertelling Het Kerstekind, <strong>de</strong> hymne aan Het glorierijke Licht<br />

en <strong>het</strong> levensrelaas van een boerenknecht : Langs <strong>de</strong> Wegen.<br />

In <strong>het</strong> epos van <strong>de</strong>n vlasarbeid, De Vlaschaard (1907), waarin<br />

<strong>de</strong> botsing van opeenvolgen<strong>de</strong> geslachten een hoofdmotief is,<br />

bereikte hij <strong>het</strong> hoogtepunt uit <strong>de</strong>ze eerste perio<strong>de</strong>. Op rijpe<br />

ren leeftijd en <strong>voor</strong>al se<strong>de</strong>rt <strong>de</strong>n oorlog is Streuvels <strong>de</strong> natuurromantiek<br />

ontgroeid en is hij zich steeds meer gaan toeleggen<br />

op <strong>de</strong> uitbeelding van gecompliceer<strong>de</strong>r zieleleven, op <strong>de</strong> verruiming<br />

en verdieping van zijn vroegere stemmingskunst. Aan<br />

<strong>de</strong>ze bekommeringen danken wij verschillen<strong>de</strong>, qua roman<br />

mislukte verhalen, psychologisch breedvoerig gemotiveerd,<br />

maar niet overtuigend. Ze bevatten echter heel mooie ge<strong>de</strong>elten<br />

: Minnehan<strong>de</strong>l, Dorpslucht, <strong>de</strong> historische roman Genoveva<br />

van Brabant, De Teleurgang van <strong>de</strong>n Waterhoek. Een fijne proeve<br />

van kin<strong>de</strong>rpsychologie is Prutske, terwijl Leven en Dood in <strong>de</strong>n<br />

Ast (met De Workman vereenigd in <strong>de</strong>n bun<strong>de</strong>l Werkmenschen)<br />

en <strong>het</strong> strakke levensrelaas van De ou<strong>de</strong> Wiping, als een vernieuwing<br />

aandoen. Met Alma, waarin hij uitsluitend <strong>het</strong> boven-<br />

259


zinnelijke, mystieke leven behan<strong>de</strong>l<strong>de</strong> en Levensbloesem,<br />

Streuvels <strong>het</strong> verst gegaan in <strong>de</strong> hier gesc<strong>het</strong>ste richting.<br />

Veel uit zijn overweldigen<strong>de</strong> productie, die nog talrijke<br />

vertalingen en paraphrases in mo<strong>de</strong>rn proza van Reinaert <strong>de</strong><br />

Vos en De rampzalige Kaproen omvat, bevredigt ons thans reeds<br />

min<strong>de</strong>r, omwille van zijn omslachtigen schrijftrant, die <strong>voor</strong><br />

geen herhaling of geen subtiele ontleding terugschrikt. Maar<br />

zijn heerlijkste bladzij<strong>de</strong>n zullen blijven Bel<strong>de</strong>n als <strong>het</strong><br />

malschte proza dat ooit in dit land van schil<strong>de</strong>rs geschreven<br />

werd.<br />

lc VAN DE<br />

WOESTIJNE<br />

1878-1929<br />

De grootste dichter van <strong>de</strong> Van Nu en Straksgroep<br />

was <strong>de</strong> Gentenaar KAREL VAN DE WOESTIJNE. Naast<br />

dc-a openlucht-mensch Streuvels, welk een smarte-<br />

lijke verschijning!<br />

Zwaarmoedig en vrouwelijk gevoelig van aard betoon<strong>de</strong><br />

hij zich da<strong>de</strong>lijk in zijn vroegste verzen. Zijn kunst is er een<br />

van zwoele droomen en troebele stemmingen, van pijnlijk<br />

vermoei<strong>de</strong> zinnelijkheid en matelooze verzuchtingen. Een<br />

onoverkoombare tweespalt tusschen stof en geest loopt door<br />

zijn oeuvre. In hartstocht en twijfel, in <strong>de</strong> zelfverne<strong>de</strong>ring van<br />

een openbare biecht of in mystieke extase: steeds is zijn werk,<br />

naar zijn eigen woord, « gesymboliseer<strong>de</strong> autobiographie ».<br />

On<strong>de</strong>r <strong>de</strong> vele invloe<strong>de</strong>n die Van <strong>de</strong> Woestijne on<strong>de</strong>rging, is<br />

die van <strong>de</strong> Fransche symbolisten <strong>het</strong> sterkst geweest. Hij zelf<br />

is onze eerste groote symbolist gewor<strong>de</strong>n die aan zijn herfstige<br />

melancholie in verdroom<strong>de</strong> gestalten en bittere klaagzangen<br />

vorm gaf.<br />

Toen hij nog op <strong>de</strong> schoolbanken zat publiceer<strong>de</strong> hij reeds<br />

verzen en maakte hij kennis met Van Nu en Straks. In 1896<br />

nam dit tijdschrift gedichten van hem op. Enkele hoofdthema's<br />

beheerschen ze, van <strong>de</strong>n aanvang of : <strong>de</strong> lief<strong>de</strong> tot <strong>de</strong><br />

eenzaamheid, die hem in zijn tamelijk verwaarloos<strong>de</strong> jeugd<br />

vroeg dierbaar was om to mijmeren over <strong>het</strong> geheim en <strong>de</strong><br />

vergankelijkheid van alle Bingen; <strong>de</strong> dood die hem sinds <strong>het</strong><br />

vroege afsterven van zijn va<strong>de</strong>r als een vertrouw<strong>de</strong> verscheen;<br />

<strong>de</strong> Leie, <strong>de</strong> zee, <strong>het</strong> woud en <strong>de</strong> groote stad waarmee <strong>de</strong><br />

levensomstandighe<strong>de</strong>n hem achtereenvolgens in aanraking<br />

brachten. In ein<strong>de</strong>looze zelfontleding putte hij zich uit; en<br />

is<br />

260


zijn ziekelijke onvoldaanheid met <strong>het</strong> bestaan groei<strong>de</strong> met<br />

<strong>de</strong> jaren tot een allesbeheerschend doods- en Godsverlangen.<br />

Het Va<strong>de</strong>r-Huis ( 1 903) was een prachtig <strong>de</strong>buut met <strong>het</strong><br />

Wijdings-sonnet aan mijn Va<strong>de</strong>r, Verzen eener Ziekte en <strong>de</strong> dialogen<br />

De Moe<strong>de</strong>r en <strong>de</strong> Zoon, Venus en Adonis, Thanatos en <strong>de</strong><br />

Vreem<strong>de</strong>ling. Hierop volg<strong>de</strong>n De Boom-Gaard <strong>de</strong>r Vogelen en <strong>de</strong>r<br />

Vruchten uit zijn verlovings- en huwelijkstijd to Sint-Martens-<br />

Latem aan <strong>de</strong> Leie, en De gul<strong>de</strong>n Schaduw (1 91 0). De renaissancistische<br />

overlading met woor<strong>de</strong>n- en vormensiersel, getuige<br />

van een bewon<strong>de</strong>renswaardige vormvaardigheid, viert<br />

hierin haar triomf.<br />

Zijn groote beschrijven<strong>de</strong> gedichten verzamel<strong>de</strong> Van <strong>de</strong><br />

Woestijne in Interludien, 2 d. en in <strong>het</strong> sober<strong>de</strong>r Zon in <strong>de</strong>n Rug,<br />

waar hij go<strong>de</strong>n en hel<strong>de</strong>n uit <strong>de</strong> hem vertrouw<strong>de</strong> Helleensche<br />

oudheid opriep in monumentale fresco's. Ook <strong>de</strong>ze epische<br />

poezie is in <strong>de</strong>n grond slechts een doorzichtig kleed : zooals<br />

zijn verhalend proza dat eveneens on<strong>de</strong>r velerlei symbolen,<br />

legen<strong>de</strong>n, heiligenlevens, altijd om <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> menschelijke<br />

problemen en tegenstrijdighe<strong>de</strong>n wentelt. Laethemsche Brieven<br />

over <strong>de</strong> Lente verhalen fijn impressionnistisch van een genezing<br />

buiten. Maar <strong>de</strong>n getormenteer<strong>de</strong>n dichter vin<strong>de</strong>n wij<br />

geheel terug in Janus met <strong>het</strong> dubbele Voorhoofd, Afwilkingen,<br />

God<strong>de</strong>lijke Verbeeldingen en De bestendige Aanwezigheid (1918),<br />

Beginselen <strong>de</strong>r Chemie. Ou<strong>de</strong> verhalen zijn <strong>het</strong> meestal, waaraan<br />

<strong>de</strong> schrijver een geheel persoonlijken, nieuwen zin geeft. Meer<br />

dan el<strong>de</strong>rs buigt hier <strong>het</strong> i<strong>de</strong>e on<strong>de</strong>r 't gewicht van <strong>de</strong>n pralerigen<br />

bouw. Want dit is woordkunst van een humanist die<br />

tevens realistisch Vlaming zou zijn. Met <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsche<br />

Historian van P. C. Hooft is <strong>het</strong> eenigszins verwant, vol bijen<br />

tusschenzinnen, parenthesen en kronkelingen, statige genitieven<br />

en datieven. Uiterst subtiel ; strak en toch niet stroef :<br />

een sensitivistische kunsttoer. On<strong>de</strong>r al die schamper ironische<br />

of grootsche verbeeldingen is er ten minste een meesterwerk :<br />

De Boer die sterf t.<br />

Hoezeer <strong>de</strong> wrangheid van Van <strong>de</strong> Woestijne met <strong>de</strong> jaren<br />

tot levenswalging groei<strong>de</strong>, toonen <strong>de</strong> bittere belij<strong>de</strong>nissen van<br />

De Mod<strong>de</strong>ren Man (1920) : <strong>het</strong> eerste <strong>de</strong>el van een poetisch<br />

drieluik waarin <strong>de</strong> strijd tusschen zijn donkere zinnelijkheid<br />

261


en zijn verlangen naar <strong>de</strong> Godsbeschouwing verbeeld wordt.<br />

In <strong>het</strong> twee<strong>de</strong> <strong>de</strong>el, God aan Zee, betrachtte hij meer dan ooit<br />

<strong>de</strong>n louteren<strong>de</strong>n opgang : <strong>de</strong> zee beschouw<strong>de</strong> hij steeds als<br />

een zinnebeeld van <strong>het</strong> eeuwige. Bij <strong>het</strong> windstille Bergmeer<br />

(1928), op <strong>de</strong> hoogten <strong>de</strong>r mystiek, zou hij berusting vin<strong>de</strong>n<br />

in <strong>het</strong> na<strong>de</strong>rend ein<strong>de</strong>.<br />

Dit ein<strong>de</strong> kwam in<strong>de</strong>rdaad kort nadien. Hij stierf, nauwelijks<br />

51 jaar oud. Meer dan wie ook heeft hij onze taal verfijnd<br />

en gea<strong>de</strong>ld, tot in <strong>het</strong> oneindige geschakeerd. Meer dan<br />

wie ook oefen<strong>de</strong> hij een bedwelmen<strong>de</strong>n invloed uit op <strong>de</strong><br />

jongeren die haast alien met een Van <strong>de</strong> Woestijnsche rethoriek<br />

of te rekenen had<strong>de</strong>n. Ook als een vaak verrassend<br />

speelsch essayist en criticus van Kunst en Geest in Vlaan<strong>de</strong>ren,<br />

De Schroeflijn 2 d. of als journalist in <strong>de</strong> Nieuwe Rotterdamsche<br />

Courant (Over Schrilvers en Boeken, 2 d.), lever<strong>de</strong> hij<br />

talrijke studies. VOOr alles echter blijft hij <strong>de</strong> dichter van<br />

onsterfelijke verzen, een <strong>de</strong>r grooten uit alle literaturen.<br />

H. TEIRLINCK Ook HERMAN TEIRLINCK is een bijzon<strong>de</strong>re figuur<br />

Geb. in 1879 in onze <strong>de</strong>gelijke, op realiteiten gestel<strong>de</strong> letteren.<br />

Met <strong>de</strong>zen scepticus <strong>de</strong>ed <strong>de</strong> heusche ironie haar intree. Een<br />

veelzijdig begaafd artist is hij, die zijn techniek volkomen<br />

beheerscht. Herhaal<strong>de</strong>lijk veran<strong>de</strong>r<strong>de</strong> hij van genre en werkwijze<br />

; tot hij zich sinds enkele jaren geheel op <strong>het</strong> tooneel<br />

toeleg<strong>de</strong>.<br />

Als <strong>de</strong> meesten met Verzen begonnen, schreef hij nadien<br />

naar Streuvels' <strong>voor</strong>beeld, fantastische verhalen uit va<strong>de</strong>rs<br />

geboortestreek, Zui<strong>de</strong>lijk Oost-Vlaan<strong>de</strong>ren. Hij <strong>de</strong>ed <strong>het</strong> in<br />

een zangerige, teekenen<strong>de</strong> taal, met een te veel aan stijlbloempjes<br />

en ver<strong>de</strong>r overtollig siersel. Meer nog dan <strong>de</strong><br />

taalvirtuositeit en <strong>de</strong> precieuse <strong>de</strong>tailleering, trof zijn zin <strong>voor</strong><br />

een zekere geheimzinnigheid, <strong>voor</strong> een symboliek die achter<br />

<strong>het</strong> gewone aanschijn <strong>de</strong>r dingen spookt. in De won<strong>de</strong>rbare<br />

Wereld (1902), Het stille Gesternte, De Doolage, hangt een<br />

atmosfeer van benauwdheid en verschrikking vanwege <strong>de</strong><br />

mysterieuse machten die 't leven van zijn meestal eigenaardige<br />

personages beheerschen.<br />

In een driedubbele richting ontwikkel<strong>de</strong> zich <strong>de</strong> latere<br />

Teirlinck. De teekenaar van meesterlijke genre-stukjes,<br />

262


impressionnist van visie als van taal, gaf ons Zon, een Bun<strong>de</strong>l<br />

Beschrijvingen (1907). De ste<strong>de</strong>ling, die spoedig genoeg had<br />

van <strong>de</strong> karakterontleding <strong>de</strong>r al te eenvoudige landlie<strong>de</strong>n,<br />

schreef in een naar <strong>het</strong> algemeen Ne<strong>de</strong>rlandsch evolueeren<strong>de</strong><br />

taal een paar proeven van Brusselsche romans, waaron<strong>de</strong>r<br />

Het ivoren Aapje,<br />

en, in samenwerking met Karel van <strong>de</strong><br />

Woestijne, De leemen Torens. Terwijl <strong>de</strong> romancier, die bij<br />

<strong>voor</strong>keur welbespraakte zon<strong>de</strong>rlingen of boeren-philosofen<br />

liet optre<strong>de</strong>n, een paar onvergetelijke typen schiep, zooals<br />

Dickens, Thackeray of Anatole France : Mijnheer J. B. Serjanszoon,<br />

Orator didacticus (1908) is een met tee<strong>de</strong>re ironie geteeken<strong>de</strong>,<br />

onschuldige fantast, wiens epicurisme in een achttien<strong>de</strong><br />

eeuwsch Brabantsch Arcadie stof vindt <strong>voor</strong> eenige frivoliteiten<br />

en veel omslachtige welsprekendheid. Bijlange niet zoo<br />

hoog stond <strong>de</strong> hopeloos domme lammeling Johan Doxa, een<br />

Brusselsche caricatuur.<br />

On<strong>de</strong>r invloed van <strong>de</strong>n oorlog en waarschijnlijk ook van<br />

Timmermans' Pallieter, verloochen<strong>de</strong> Teirlinck zijn vroeger<br />

individualisme : >.<br />

In afwachting dat hij zich geheel zou wij<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong>n gemeenschapsdienst<br />

bij uitnemendheid die <strong>het</strong> tooneel is, schreef hij<br />

De nieuive Uilenspiegel of <strong>de</strong> jongste Incarnatie van <strong>de</strong>n scharlaken<br />

Thig : een drukken avonturenroman, tevens als een klucht<br />

van James Ensor, met symbolische bedoelingen. Ondanks<br />

prachtige <strong>de</strong>elen, bevredig<strong>de</strong> <strong>het</strong> onsamenhangen<strong>de</strong> werk niet.<br />

Het zat vol ontwikkelingsmogelijkhe<strong>de</strong>n en beloften : doch<br />

Teirlinck had en heeft slechts belangstelling meer <strong>voor</strong> >. (Zie ver<strong>de</strong>r : Het Tooneel.)<br />

Het werk van FERNAND VICTOR TOUSSAINT VAN<br />

BOELAERE getuigt van een intellectueele 13eheersching<br />

die ongewoon is in Vlaan<strong>de</strong>ren. Het verraadt een<br />

aristocratische natuur die elke spontane uiting van gevoelens<br />

schuwt en <strong>de</strong> bekommerdheid om <strong>de</strong> technische volmaaktheid<br />

tot een cultus opdrijft : <strong>voor</strong>name doch precieuse woordkunst<br />

is daarvan <strong>het</strong> gevolg, met een tekort aan ziel wanneer <strong>de</strong><br />

scheppingskracht of <strong>de</strong> verbeelding verslapt.<br />

Eerst in 1912 begon Toussaint in boekvorm te publiceeren:<br />

<strong>het</strong> stylistisch <strong>voor</strong>treffelijke Lan<strong>de</strong>lijk Minnespel, Verhaal van<br />

F. V. TOUSSAINT<br />

(van Boelaere)<br />

Geb. in 1875<br />

263


een Dag to Lan<strong>de</strong>. Om zijn geconcentreer<strong>de</strong>n bouw en <strong>de</strong> meesterschap<br />

in <strong>de</strong> psychologische ontleding, wercl <strong>het</strong> algemeen<br />

geprezen. Verschillen<strong>de</strong> verhalen volg<strong>de</strong>n die hun auteur<br />

een eigen plaats bezorgen on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> keurige woordkunstenaars<br />

van Van Nu en Straks : De bloeien<strong>de</strong> Verwachting; De<br />

zilveren Vruchtenschaal, waarin Petrusken's Ein<strong>de</strong> opgenomen is;<br />

twee > vertellingen : Het Gesprek in<br />

Tractoria en een ingebeel<strong>de</strong> Peruviaansche Reis. De fantasieen<br />

Turren, onsamenhangend als een droomverhaal, en De Doo<strong>de</strong><br />

die zich niet verhing sluiten zich bij zijn eersteling aan. Critische<br />

studies verzamel<strong>de</strong> hij in Zurkel en Laven<strong>de</strong>l en Litterair Scheepsjournaal.<br />

Doch als essayist liet <strong>de</strong> koele, overwegend visueele<br />

Toussaint zich <strong>het</strong> gunstigst kennen in <strong>de</strong> lossere Barceloneesche<br />

Reisindrukken (1 931 ), waarin 'een stierengevecht tot <strong>het</strong> beste<br />

behoort dat hij ooit schreef.<br />

M. SABBE Evenals Buysse en Streuvels zich haast uitsluitend<br />

1873-1938<br />

tot hun hoekje geboortegronds beperken, heeft<br />

MAURITS . SABBE <strong>de</strong> stad waar hij <strong>het</strong> licht zag en waar zijn<br />

va<strong>de</strong>r, <strong>de</strong> athenceumleeraar Julius Sabbe, een mooie rol van<br />

flamingant <strong>de</strong>r eerste ure gespeeld heeft — onze literatuur<br />

binnengevoerd.<br />

De melancholie en <strong>de</strong> gemoe<strong>de</strong>lijke humor van <strong>het</strong> stille,<br />

kleinburgerlijke Brugge vormen <strong>de</strong>n on<strong>de</strong>rtoon van bijna<br />

heel zijn werk. Met <strong>de</strong>ze stad, haar dialect en haar folklore,<br />

haar atmosfeer en haar locale typen, was Sabbe vergroeid.<br />

Beurtelings mijmerend en geestig glimlachend, vertelt hij leuk<br />

van luttel gecompliceer<strong>de</strong> lief<strong>de</strong>sgeschie<strong>de</strong>nissen waarrond hij<br />

een lichtjes sentimenteel stemmingsbeeld weet to geven. Buiten<br />

<strong>het</strong> gewoel van <strong>de</strong> groote stad, <strong>de</strong>n mo<strong>de</strong>rnen gedachtenen<br />

belangenstrijd of <strong>het</strong> heroisch verle<strong>de</strong>n, glij<strong>de</strong>n, als zwanen<br />

over <strong>de</strong> verstil<strong>de</strong> kanalen en 't Minnewater, <strong>de</strong> leventjes van<br />

zijn personages. Optimistisch is hun kijk op <strong>de</strong> dingen meestal,<br />

kin<strong>de</strong>rlijk blijzinnig <strong>de</strong> lack waarmee zij <strong>het</strong> leven aanvaar<strong>de</strong>n<br />

; doch tragische diepten zijn hun vreemd. Onwillekeurig<br />

<strong>de</strong>nkt men bij <strong>de</strong>ze beminnelijke beperktheid aan Anton<br />

Bergmann, met wien Sabbe dui<strong>de</strong>lijk verwantschap vertoont.<br />

Met dit on<strong>de</strong>rscheid echter dat zijn taal <strong>voor</strong>treffelijk is,<br />

264


hoewel zon<strong>de</strong>r hoogten en laagten, en <strong>de</strong> bouw van zijn verhalen<br />

hechter.<br />

Aan <strong>de</strong>n strijd die in Van Nu en Straks uitgevochten werd<br />

nam Sabbe geen <strong>de</strong>el. Zijn eerste novellen Aan 't Minnewater<br />

verschenen in 1 898, vijf jaar later gevolgd door <strong>het</strong> zooveel<br />

inniger Een Mei van Vroomheid. Een beschei<strong>de</strong>n meesterwerkje<br />

is De Filosoof van 't Sashuis : in zijn vermenging van humor<br />

en idylle, uiterst typisch <strong>voor</strong> <strong>de</strong>zen auteur. Hij schreef ver<strong>de</strong>r<br />

<strong>het</strong> achttien<strong>de</strong> eeuwsche verhaal 't Pastorken van Schaerdijcke,<br />

alsme<strong>de</strong> Het Krvariet <strong>de</strong>r Jacobijnen, terwijl hij een eenakter,<br />

Bietje, uit zijn te uitvoerigen roman De Nood <strong>de</strong>r Bariseele's<br />

trok. De literair-historische bedrijvigheid van <strong>de</strong>n Brusselschen<br />

hoogleeraar die tevens conservator van <strong>het</strong> Plantin-museum<br />

te Antwerpen was, is eveneens merkwaardig : Mozaiek, studies<br />

over Michiel <strong>de</strong> Srvaen, Jan Luyken, Christoffel Plantin, De<br />

Moretussen en hun Kring, Brabant in 't Verweer, Peilingen.<br />

Zooals Sabbe Brugge, roept LODE BAEKELMANS L. H.<br />

da<strong>de</strong>lijk Antwerpen <strong>voor</strong> <strong>de</strong>n geest. Deze verteller<br />

BAEKELMANS<br />

Geb. in 1879<br />

van <strong>de</strong> dokken en <strong>de</strong> havenwijk behoor<strong>de</strong> tot een<br />

groepje anarchistisch-aangeleg<strong>de</strong> jongelie<strong>de</strong>n dat zich in <strong>de</strong><br />

Schel<strong>de</strong>stad gevormd had en bij Van Nu en Straks aansloot.<br />

In Marieken van Nijmegen leeft <strong>de</strong> herinnering aan Bien stilaan<br />

verloopen<strong>de</strong>n kring en aan die onbestem<strong>de</strong> jeugdi<strong>de</strong>alen.<br />

Opvallend is bij Lo<strong>de</strong> Baekelmans zijn talent om in een korte<br />

sc<strong>het</strong>s zuur en zoet te mengen : gul klinkt zijn lack wanneer<br />

hij <strong>de</strong> fratsen van zwierbollen, zeebonken, herbergphilosofen<br />

en an<strong>de</strong>re Zonnekloppers in een onverzorgd taaltje, zon<strong>de</strong>r<br />

eenige stylistische bekommernis, dock met een mee<strong>de</strong>elzame<br />

sympathie verhaalt ; die een oogenblik daarna overslaat in<br />

bitterheid en weemoed om <strong>de</strong> onvoldaanheid na elk avontuur,<br />

om <strong>de</strong> leegheid van al die doodgewone klein-burgerleventjes,<br />

om <strong>de</strong> ironische wisselvalligheid van <strong>het</strong> lot. Een heele serie<br />

dompelaars, rare kwasten en uitzon<strong>de</strong>ringstypen wan<strong>de</strong>len<br />

door zijn werk. Tot zijn beste sc<strong>het</strong>senbun<strong>de</strong>ls behooren<br />

nschen en Het Geheim van De drie Snoeken. Een uitzon<strong>de</strong>rlijke<br />

plaats in zijn productie bekleedt <strong>de</strong> levensgeschie<strong>de</strong>nis van<br />

<strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rlooze Tille : <strong>de</strong> milieuschil<strong>de</strong>ring van haar zeemanslogement,<br />

<strong>de</strong> typeering van <strong>de</strong> hoofdpersonen en <strong>de</strong> sobere<br />

265


verhaaltrant maken dit boek tot een gaaf beeld van <strong>het</strong> eigenaardige<br />

havenwereldje waarmee <strong>de</strong>ze auteur zoo grondig<br />

vertrouwd is en waarin hij <strong>de</strong> gewoon-menschelijke doening<br />

ga<strong>de</strong>slaat met een steeds mil<strong>de</strong>r en toegeeflijker wor<strong>de</strong>n<strong>de</strong><br />

ironie. In Het Rad van Avontuur ( 1933 ) bedoel<strong>de</strong> hij een<br />

tijdsbeeld op to hangen en sc<strong>het</strong>ste hij <strong>de</strong> lotgevallen van een<br />

arbei<strong>de</strong>rsgezin uit <strong>de</strong> lan<strong>de</strong>lijke omgeving van Antwerpen,<br />

mid<strong>de</strong>nin onze door <strong>de</strong>n oorlog ontwrichte maatschappij.<br />

V. DE MEYERE In Van Nu en Straks begonnen als dichter van<br />

Geb. in 1873 bekoorlijke elegieen, (De Avondgaar<strong>de</strong>, Het Dorp),<br />

maakte VICTOR DE MEYERE naam als folklorist (De Vlaamsche<br />

Vertelselschat 4 d. en De Vlaamsche Volkskunst). Als verteller<br />

voert hij <strong>de</strong>n lezer naar <strong>de</strong> oevers van <strong>de</strong>n Rupel, in <strong>de</strong><br />

streek van <strong>de</strong> steenbakkers : flit mijn Land, Langs <strong>de</strong>n Stroom,<br />

De gekke Hoeve en <strong>de</strong> dorpsromans De roo<strong>de</strong> Schavak, Nonkel<br />

Daan, De Beemdvliegen. Een zon<strong>de</strong>rling boevenvolkje, op <strong>de</strong>n<br />

zelfkant van <strong>de</strong> samenleving, met eigenaardige, thans verdwenen<br />

ze<strong>de</strong>n en gebruiken, treedt erin op. De Meyere's verteltrant<br />

blijft eenvoudig, geheel in <strong>de</strong>n volkstoon, en zoo objectief<br />

mogelijk. Van zijn beste verhalen, evenwichtig van bouw<br />

en eenvoudig van schriftuur, gaat een eigenaardige bekoring<br />

uit.<br />

GUSTAAF VERMEERSCH schreef <strong>de</strong> somberste,<br />

G. VERMEERSCH<br />

1877-1924<br />

zwaarst pessimistische romans die <strong>de</strong> Vlaamsche<br />

literatuur telt. De Last, 2 d., zijn eersteling, staat hooger dan<br />

Mannenwetten,<br />

2 d., waarin hij <strong>het</strong> <strong>voor</strong> <strong>de</strong> huisarbeidsters<br />

opnam en Het rollen<strong>de</strong> Leven, 2 d., een soort autobiographie<br />

van <strong>de</strong>n treinconducteur die <strong>de</strong>ze ongeschool<strong>de</strong>, wilskrachtige<br />

West-Vlaming gewor<strong>de</strong>n was.<br />

Onvoldoen<strong>de</strong> taalbeheersching — begrijpelijk als men<br />

weet dat hij slechts gewoon lager on<strong>de</strong>rwijs genoten had —<br />

en sociale ten<strong>de</strong>nz maken zijn werk zoo mogelijk nog min<strong>de</strong>r<br />

sympathiek. Maar <strong>het</strong> is <strong>de</strong> consequentste doorvoering van<br />

<strong>het</strong> naturalisme ten onzent : hon<strong>de</strong>r<strong>de</strong>n eentonige bladzij <strong>de</strong>n<br />

lang, met ijskou<strong>de</strong> onverschilligheid, zon<strong>de</strong>r een poging naar<br />

wat afwisseling of een lichtstraal, stapelt <strong>de</strong> onverbid<strong>de</strong>lijke<br />

Vermeersch <strong>de</strong> psychologische bijzon<strong>de</strong>rhe<strong>de</strong>n van zijn armzalige<br />


grondsche werkelijkheid opeen. En toch, hoe weinig boeiend<br />

ook, gaat er bij <strong>de</strong> lectuur van De Last een zekere aantrekkingskracht<br />

uit : als van een naren droom.<br />

An<strong>de</strong>re prozaschrijvers die ten tij<strong>de</strong> van Vlaan- NOG PROZA-<br />

SCHRIJVERS<br />

<strong>de</strong>ren aan net woord kwamen zijn <strong>voor</strong>al <strong>de</strong> Gentenaar<br />

GUSTAAF D'HONDT (Van simpele Menschen, De Erfenis van<br />

Pier Cies, een volksboek) ; JEF VAN OVERLOOP, die <strong>de</strong> fijn<br />

realistische sc<strong>het</strong>sen Wintertijd schreef en CONSTANT VAN<br />

BUGGENHOUT die <strong>het</strong> eveneens bij een mooie belofte liet :<br />

De Won<strong>de</strong>rnacht. Rauwer werkelijkheid gaf <strong>de</strong> tooneelschrijver<br />

PIET VAN ASSCHE in Marcus en Theus, Sevus en <strong>de</strong> Blin<strong>de</strong>. Prettige<br />

volkslectuur bezorg<strong>de</strong>n an<strong>de</strong>re journalisten : RENt VER-<br />

MANDERE met Van Zon Zaliger en <strong>de</strong> katholieke ten<strong>de</strong>nzschrijfster<br />

LOUISA DUYKERS : jantje, Gehurvd Leven. Luimig proza :<br />

Uit <strong>de</strong> Kijkkast, De Opinies van Proke Plebs verschaften <strong>de</strong> goedlachsche<br />

Pater EM. FLEERACKERS S. J., die ook geestige<br />

versjes on<strong>de</strong>rteeken<strong>de</strong>, en <strong>de</strong> Leuvensche oudprofessor JEF<br />

DE COCK die op zijn best is in <strong>de</strong> sobere bewerking van<br />

mid<strong>de</strong>leeuwsche Maria-legen<strong>de</strong>n, Bloemenhoedjes, evenals in<br />

grappig geschreven reisnota's Uit <strong>de</strong> Reistesch, of <strong>de</strong> stu<strong>de</strong>nten-<br />


daarbij ontsnappen om <strong>de</strong> <strong>voor</strong>va<strong>de</strong>rlijke ze<strong>de</strong>n boven <strong>de</strong><br />

verbaster<strong>de</strong> van thans te stellen : in Trimards, <strong>het</strong> leven van<br />

<strong>de</strong>


a<strong>de</strong>m in Van Aar<strong>de</strong> en Hemel, Tamar, Kain, Saul en David,<br />

Absalom.<br />

Tij<strong>de</strong>ns zijn verblijf in Ne<strong>de</strong>rland dichtte hij liedjes en<br />

lief<strong>de</strong>verzen zooals in zijn jeugd (Het Boek <strong>de</strong>r Lief<strong>de</strong>, De Meidoom).<br />

Als prozaschrijver, o. m. van Het Rootland en Harmen<br />

Riels, vond De Clercq slechts geringe waar<strong>de</strong>ering.<br />

Een dichter met een zeer eigen geluid was <strong>de</strong> 0. K. DE LAEY<br />

ook een 1876-1909<br />

jong gestorven OMER-KAREL DE LAEY,<br />

West-Vlaming. Hij schreef kernachtige, puntige verzen naar<br />

Latijnsch mo<strong>de</strong>l en toon<strong>de</strong> zijn beel<strong>de</strong>nd talent in een reeks<br />

berijm<strong>de</strong> tafereeltjes : Van to Lan<strong>de</strong> en <strong>de</strong> historische Flandria<br />

illustrata.<br />

De priester CYRIEL VERSCHAEVE, die <strong>voor</strong>al tij<strong>de</strong>ns en na<br />

<strong>de</strong>n oorlog grooten invloed uitoefen<strong>de</strong> op <strong>de</strong> jeugd, publiceer<strong>de</strong><br />

zijn eerste literaire studies in <strong>de</strong> stu<strong>de</strong>ntenbla<strong>de</strong>n De<br />

Vlaamsche Vlagge, van wijlen Verriest, en Jong Dietschland.<br />

In krachtig proza, dat menigmaal in grootspraak C. VERSCHAEVE<br />

en r<strong>het</strong>oriek vervalt, gaf hij, aanvankelijk on<strong>de</strong>r <strong>de</strong>n Geb. in 1874<br />

schuilnaam I. OORDA, een reeks beschouwingen over uiteenloopen<strong>de</strong><br />

artistieke on<strong>de</strong>rwerpen, verzameld in Uren Bewon<strong>de</strong>ring<br />

<strong>voor</strong> groote Kunstwerken, Von<strong>de</strong>l's Trilogie, Aischulos' Oresteia<br />

en Dietsche Dichters. Zijn forsch lyrisme komt nog meer<br />

tot uiting in <strong>de</strong> zware en bij plaatsen duistere Zeesymfonieen<br />

en Nocturnen, alsme<strong>de</strong> in <strong>de</strong> drama's waarin hij liefst beken<strong>de</strong><br />

bijbelsche of historische personages ten tooneele voert : De<br />

Van Artevel<strong>de</strong>n, 2 d., Ferdinand Verbiest, Judas, zijn representatiefste<br />

werk, Maria-Magdalena, Elijah en een vroeger Passieverhaal.<br />

De geweldige kracht en psychologische diepte die<br />

hij op zekere oogenblikken bereikt, <strong>de</strong> grootsche aanleg waarvan<br />

hij bij herhaling blijk geeft, maken ons echter niet blind<br />

<strong>voor</strong> zijn slordigen stijl en <strong>voor</strong>al <strong>de</strong>n pathos die ook <strong>de</strong><br />

hoogst reiken<strong>de</strong> <strong>de</strong>elen ontsiert. Een <strong>de</strong>r scherpste intellecten<br />

uit Vlaan<strong>de</strong>ren, tevens man van <strong>de</strong> daad, kunnen wij hem<br />

om zijn onverbeterlijken r<strong>het</strong>orischen aanleg niet als <strong>de</strong>n<br />

grooten dichter beschouwen dien sommigen in hem willen<br />

zien.<br />

Nog meer priesters hebben zich in <strong>de</strong>n dienst van <strong>de</strong><br />

schoone letteren een naam verworven :<br />

269


A. WALGRAVE ALOIS WALGRAVE, niet zoozeer bekend als <strong>de</strong> een-<br />

1876-1930<br />

voudige, Gezelliaansche zanger van Stile Ston<strong>de</strong>n en<br />

Zingen<strong>de</strong> Snaren, maar als <strong>de</strong> betrouwbaarste biograaf<br />

van zijn meester. (Het Leven an G. G., 2 d , Gedichtengroei.)<br />

C. GEZELLE CAESAR GEZELLE, neef van Guido, wien hij even-<br />

Geb. in 1876<br />

eens verschillen<strong>de</strong> studies wijd<strong>de</strong>. Beschei<strong>de</strong>n, fijne<br />

J. HAMME-<br />

NECKER<br />

1878-1932<br />

E. VAN OFFEL<br />

Gel), in 1871<br />

R. DE CNEUDT<br />

Geb. in 1877<br />

dichter van Primula Veris, bewees hij ook goed proza to kunnen<br />

schrijven : Uit <strong>het</strong> Leven <strong>de</strong>r Dieren, De Dood van Yperen.<br />

Ver<strong>de</strong>r <strong>de</strong> Kempische pastoor Jos. DE VOGHT (1)chte<br />

Lanen, Landsche Lie<strong>de</strong>ren); JAN HAMMENECKER, met<br />

Verzen en Colloquia, maar ook drie aardig vertel<strong>de</strong><br />

heiligenlevens in proza : Zoo zuiver als een Doge.<br />

Een Antwerpsche dichter-etser, die reeds vroeg<br />

aan Van Nu en Straks gedichten afstond, was<br />

EDMOND VAN OFFEL (Bloei, Getij<strong>de</strong>n). Twee weemoedige,<br />

mijmerzieke Gentenaars ADOLF HERKEN-.<br />

RATH, jeugd-vriend van Van <strong>de</strong> Woestijne (Stille<br />

Festijnen, Van Licht en Schadurv) en RICHARD DE<br />

CNEUDT die een vijftal dichtbun<strong>de</strong>ls, w. o. Naar lichten<strong>de</strong><br />

wezen en De stille Bloei, alsook een roman Geluk en novellen<br />

schreef ; <strong>de</strong> Limburger HUIBRECHT HAENEN (4vondschemering;<br />

Sonnetten en Gedichten); <strong>de</strong> fijne, gevoelige JAN EELEN (Verzen,<br />

C. EECKELS Lentelin<strong>de</strong>) en CONSTANT EECKELS wezen hier nog<br />

Geb. in 1879<br />

vermeld. Laatstgenoem<strong>de</strong> stel<strong>de</strong>, na zijn <strong>de</strong>buut met<br />

Heinmee en Kruisbloemen, <strong>de</strong> verwachtingen welke <strong>de</strong>ze zacht-<br />

moedige, ietwat overla<strong>de</strong>n godsdienstige poezie gewekt had<br />

teleur, ondanks een overvloedige productie.<br />

Wat een an<strong>de</strong>ren Antwerpenaar, KAREL, VAN DEN OEVER<br />

betreft, <strong>de</strong>ze zal bij <strong>de</strong> behan<strong>de</strong>ling, in een volgend hoofdstuk,<br />

van <strong>de</strong> expressionnistische dichters, aan <strong>de</strong> beurt komen.<br />

D. — HET ESSAY EN DE CRITIEK<br />

M. ROOSES Een vroeger geslacht erken<strong>de</strong> in MAX ROOSES zijn<br />

1839-1914<br />

grooten, lang zijn eenigen criticus. Zijn literaire<br />

Sc<strong>het</strong>senboeken (1877-85 ) , zijn belangrijke Geschie<strong>de</strong>nis <strong>de</strong>r<br />

270


Antiverpsche Schil<strong>de</strong>rschool en nog <strong>het</strong> meest zijn P. P. Rubens<br />

vormen een oeuvre van beteekenis. Doch als een aanvoeler<br />

van aest<strong>het</strong>ische waar<strong>de</strong>n kan <strong>de</strong>ze geleer<strong>de</strong> rationalistische<br />

burger onmogelijk Bel<strong>de</strong>n ( 1 ).<br />

Poi <strong>de</strong> Mont bracht <strong>de</strong> critiek op geheel an<strong>de</strong>re banen,<br />

hierin gevolgd door Van Langendonck en <strong>de</strong> meeste Van Nu<br />

en Straksers. Onmogelijk <strong>de</strong> bij eenie<strong>de</strong>r van hen vermel<strong>de</strong><br />

essay's of kunstcritieken hier nogmaals te noemen : <strong>de</strong> <strong>voor</strong>uitgang<br />

op <strong>het</strong> gebied van <strong>het</strong> bespiegelend en betoogend<br />

proza, se<strong>de</strong>rt een veertigtal jaren in Vlaan<strong>de</strong>ren, stemt bijzon<strong>de</strong>r<br />

verheugend.<br />

Afzon<strong>de</strong>rlijk wenschen wij te herinneren aan <strong>de</strong> grondige<br />

studies Over Vlaamsche Volleskrachi en Vlaan<strong>de</strong>rens Kultuurwaar<strong>de</strong>n<br />

van ingenieur LODEWIJK DE RAET ; aan <strong>de</strong> be-<br />

L. DE RAET<br />

werkingen van oudgermaansche hel<strong>de</strong>nsagen door 1870-1914<br />

OMER WATTEZ ; alsook aan <strong>de</strong> folkloristische en toponymische<br />

studies van ISIDOOR TEIRLINCK : De Toponomie van <strong>de</strong>n Reinaert,<br />

Flora Diabolica, Flora .Alagica; en aan <strong>het</strong> verdienstelijke<br />

werk van MARIE E. BELPAIRE : Het Landleven in <strong>de</strong> Letterkun<strong>de</strong><br />

<strong>de</strong>r /9 e eeuw, Christen l<strong>de</strong>aal, Beethoven.<br />

Ver<strong>de</strong>r dient gewezen te wor<strong>de</strong>n op <strong>de</strong>n omvang- J. PERSIJN<br />

rijken critischen arbeid van hoogleeraar Dr. JuLms<br />

1878-1933<br />

PERSIJN die, in Roomsche kringen welke <strong>de</strong> ethische en godsdienstige<br />

levenswaar<strong>de</strong>n naast <strong>de</strong> aest<strong>het</strong>ische stellen, grooten<br />

invloed uitoefen<strong>de</strong>. Een scherpe en ruime geest was hij, in alle<br />

lan<strong>de</strong>n en literaturen thuis, wien een <strong>voor</strong>beeldige documentatie<br />

en een imponeeren<strong>de</strong> belezenheid in staat stel<strong>de</strong>n om<br />

<strong>het</strong> besproken on<strong>de</strong>rwerp naar behooren te situeeren in <strong>de</strong><br />

algemeene geschie<strong>de</strong>nis van <strong>het</strong> geestelijk leven. Standaardwerken<br />

heeft hij aldus samengesteld: over Dr. Schaepman, 3 d.,<br />

August Snie<strong>de</strong>rs en zijn Tijd, 3 d., Henrik Ibsen, 2 d., ongeacht<br />

<strong>de</strong> reeks Ge<strong>de</strong>nkdagen, Aest<strong>het</strong>ische Verantwoordingen en kleinere<br />

studies.<br />

Een securen aest<strong>het</strong>ischen speurzin en een synt<strong>het</strong>ischen<br />

greep op zijn on<strong>de</strong>rwerp die hem zou<strong>de</strong>n toelaten <strong>de</strong> innerlijke<br />

bedoelingen van een kunstwerk, <strong>de</strong> subtiele drijfveeren<br />

(1) Aardige schreef ook<br />

Zetternam.<br />

271


van een schrijver zoodanig bloot te leggen dat zijn critiek<br />

iets dichterlijks meekrijgt en zelf een kunstwerk wordt, hoeft<br />

men bij Persijn echter niet of slechts bij uitzon<strong>de</strong>ring te<br />

zoeken. Al heeft zijn stiji vaak <strong>de</strong> levendigheid en <strong>de</strong> losheid<br />

van <strong>de</strong>n goe<strong>de</strong>n causeur.<br />

272


OPGAVEN VOOR. GELEIDE OEFENINGEN<br />

1. Werk <strong>de</strong> vergelijking uit tusschen <strong>de</strong> eerste perio<strong>de</strong> van <strong>de</strong> Nieuwe-<br />

Gidsbeweging (1885-93) en V. N. en Straks (1893-1901).<br />

2. Vergelijk een stuk van J. van Looy (b.v. De Maaier) met een stuk<br />

van Stijn Streuvels (b.v. De Oogst).<br />

3. Id. <strong>de</strong> episo<strong>de</strong> van <strong>de</strong>n mislukten vlasverkoop uit « Een dure Eed »<br />

(1890) door V. Loveling en > (1907).<br />

4. Houd een lezing over leven en werken van C. Buysse, aan <strong>de</strong> hand<br />

van A. Mussche of H. v. Puymbrouck.<br />

5. Teeken een « literaire kaart >> van <strong>de</strong> Leiestreek in <strong>de</strong> laatste hon<strong>de</strong>rd<br />

jaar.<br />

6. Betoog dat er in Vlaan<strong>de</strong>ren een zeker verband bestaat tusschen <strong>de</strong>n<br />

laten bloei van <strong>het</strong> naturalisme (Stijns en Buysse) en <strong>de</strong> bestendigheid<br />

van sociale wantoestan<strong>de</strong>n.<br />

7. Welke 19" eeuwsche schrijvers over <strong>de</strong> Antwerpsche haven en havenwijk<br />

zijn u bekend? Stel een typisch werk van tenminste drie zulke<br />

schrijvers naast elkaar.<br />

8. Vergelijk > van K. v. d. Woestijne met > uit Streuvels' « Lenteleven >>. Misschien kunt ge daar ook<br />

Elckerlyc >> bij betrekken.<br />

9. Welke 11. uit <strong>de</strong> latijnsche af<strong>de</strong>eling houdt <strong>voor</strong> <strong>de</strong> klasse een korte<br />

lezing, met talrijke <strong>voor</strong>beel<strong>de</strong>n, over <strong>de</strong>n stijl van P. C. Hooft's<br />

Ne<strong>de</strong>rlandsche Historian >>, van Carel van Man<strong>de</strong>r's < Schil<strong>de</strong>rsboek »<br />

en van <strong>de</strong>n prozaschrijver K. v. d. Woestijne?<br />

10. Waarom zou<strong>de</strong>n <strong>de</strong> essay's van Karel van <strong>de</strong> Woestijne over Georges<br />

Minne, zijn broe<strong>de</strong>r Gustaaf, James Ensor, Maeterlinck, Verhaeren,<br />

tot zijn beste behooren? Ontleed een van <strong>de</strong>ze stukken.<br />

11. Tracht to omschrijven hoe Buysse, Streuvels, Stijns en Teirlinck <strong>de</strong>n<br />

Vlaamschen boer zien.<br />

12. Trek een parallel tusschen « Trimards >> van Edw. Vermeulen en > van Streuvels.<br />

273


BIBLIOGRAPHISCHE NOTA'S<br />

A. VERMEYLEN : Verzamel<strong>de</strong> Opstellen, 2 d. (V. Dishoeck).<br />

Aphorismen verzameld door D r ROEMANS (Stoll)<br />

R. ROEMANS : Analytische bibliographie van en over Prof. Aug. Vermeylen<br />

(1934).<br />

Jubileumuitgave van G. GEZELLE'S Volledige Werken (Standaard).<br />

Het Werk van PR. VAN LANGENDONCK Goe<strong>de</strong> en Goedk. Lectuur).<br />

E. DE BOM : Het Leven<strong>de</strong> Vlaan<strong>de</strong>ren. — Nieuw Vlaan<strong>de</strong>ren. — Dagwerk<br />

<strong>voor</strong> Vlaan<strong>de</strong>ren.<br />

J. KUYPERS : Op ruime Banen. De Opbloei van onze nieuwe Letteren en<br />

Van Nu en Straks (1920).<br />

ANDRE DE RIDDER : Vlaamsche Schrijvers (interviews; Hollandia, Baarn).<br />

Stijn Streuvels, Leven en Werken (1908).<br />

Les Lettres flaman<strong>de</strong>s d'aujourd'hui (1924).<br />

J. PERSIJN : Over Letterkun<strong>de</strong>. Kritisch Kleingoed.<br />

F. TOUSSAINT : Zurkel en Blauwe Laven<strong>de</strong>l. — Litterair Scheepsjournaal<br />

(Krijn, Brussel).<br />

URBAIN V. D. VOORDE : Critiek en Beschouwingen, 2 d. (Sikkel).<br />

JORIS EECKHOUT : Litteraire Profielen, 5 d. Mannen van Beteekenis :<br />

Karel van <strong>de</strong> Woestijne. — Herinneringen aan K. v. d. W. —<br />

Een Inleiding tot K. v. d. Woestijne.<br />

M. RUTTEN : De lyriek van K. van <strong>de</strong> Woestijne (K. v. d. W.-genootschap,<br />

1935).<br />

U. VAN DE VOORDE : Essay over K. van <strong>de</strong> Woestijne (Sikkel, 1934).<br />

KAREL VAN DE WOESTIJNE : Kunst en Geest in Vlaan<strong>de</strong>ren. — De<br />

Schroeflijn II. — Over Schrijvers en Boeken, 2 d.<br />

H. VAN PUYMBROUCK : C. Buysse en zijn Land.<br />

A. MUSSCHE : C. Buysse, een studie (V. Rysselb., Rombaut).<br />

J. BOONEN : Prosper v. Langendonck (1906).<br />

R. ROEMANS : Kritische Bibliographie van C. Buysse (Steenlandt).<br />

L. OPDEBEEK : Bloemekens van -<strong>de</strong>n Vl. Rozelaar.<br />

F. DE PILLECIJN : Stijn Streuvels en zijn werk (Lannoo).<br />

L. MONTEYNE : Lo<strong>de</strong> Baekelmans, een inleiding tot zijn werk. (Secelle.<br />

Antwerpen).<br />

In <strong>de</strong> reeks Vlamingen van Beteekenis (Sikkel, Antwerpen) :<br />

M. GIJSEN : Karel van <strong>de</strong> Woestijne.<br />

J. KUYPERS : Herman Teirlinck.<br />

L. DOSFEL : Cyriel VPrschaeve.<br />

E. DE BOCK : Lo<strong>de</strong> Paekelmans.<br />

H. TEIRLINCK : Ge<strong>de</strong>nkboek. 1879-1929 (De Sikkel).<br />

L. MONTEYNE : De Sabbe's (Resseler, Antwerpen 1934).<br />

R. ROEMANS : Analytische bibliographie van en een bibliogr. over Prof.<br />

Dr M. Sabbe (Steenlandt).<br />

Analytische Bibliographie van en over F. V. Toussaint van Boelaere<br />

(Erasmus, Gent, 1936).<br />

ARAN BURFS : Rene <strong>de</strong> Clercq, een Dichterstudie. — Onze Dichters <strong>de</strong>r<br />

Heimat.<br />

O. STEGHERS : Dichter R. <strong>de</strong> Clercq.<br />

DIRK VANSINA : Cyriel Verschaeve (Kath. Vl. Hoogeschooluitbr. 1922).<br />

L. BAEKELMANS : Aanteekeningen v. e. Boekenwurm (Lectura).<br />

Goedkoope Uitgaven :<br />

Onze Bibliotheek (Sikkel, Antwerpen) :<br />

*Zon, 3 beschrijvingen, door H. Teirlinck (Kuypers).<br />

"Ne<strong>de</strong>rlandsche Essay's (De Ron<strong>de</strong>).<br />

*Lyrische gedichten van K. van <strong>de</strong> Woestijne (Rutten).<br />

274


Keurboekerij, Leuven :<br />

*Dierensprookjes door 0. K. <strong>de</strong> Laey (Persijn).<br />

Ned. Schrijvers <strong>voor</strong> <strong>het</strong> M. 0. (Van Hoof, Hoogstraten) :<br />

*M. E. Belpaire (Persijn).<br />

Keurboeken <strong>voor</strong> Mid<strong>de</strong>lb. en Norm. On<strong>de</strong>rw. (Ned. Boekh.) :<br />

*Proza van Karel van <strong>de</strong> Woestijne (De Baere, Verboven).<br />

*Stemmen uit eigen Land. (id.).<br />

Ne<strong>de</strong>rl. Schooluitgaven <strong>voor</strong> Waal en Vlaming :<br />

*Maurits Sabbe, Bloemlezing (Van Hoof).<br />

*Herman Teirlinck (id.).<br />

*F. Toussaint van Boelaere (id.).<br />

Enkele Bloemlezingen :<br />

Poi, DE MONT : Verzen van Noord- en Zuidne<strong>de</strong>rl. Dichters.<br />

J. BOONEN : Van onzen Tijd, proza en poezie uit N. en Z. (1905).<br />

A. HERCKENRATH : Vlaamsche Oogst. Proza en poezie v. he<strong>de</strong>nd. Zuidned.<br />

Schrijvers (inleid. Van Langend. en Vermeylen).<br />

J. EECKHOUT : Onze Priester-Dichters.<br />

JAN HAMMENECKER : Bloemlezing uit zijn werk (VI. Boekcentrale, 'Antwerpen,<br />

1934).<br />

J. ALEIDA NIJLAND : Stijn Streuvels' Werken, bloeml. uit zijn vsTerk.<br />

GEURTS : Lift Streuvels' Werken, 3 d. (Brugge, 1913-1914).<br />

Het beste uit <strong>de</strong> gedichten van R. DE CLERCQ (Zeist, De Torentrans).<br />

C. VERSCHAEVE : LIit mijn Werk (Standaard).<br />

Llit <strong>het</strong> Werk van Dr J. PERSIJN (Standaard).<br />

275


HOOFDSTUK XII<br />

DE KUNST VAN HEDEN IN NOORD-NEDERLAND<br />

A. — ALGEMEEN OVERZICHT<br />

Bij <strong>het</strong> overschouwen van <strong>de</strong>n ontwikkelingsgang <strong>de</strong>r<br />

he<strong>de</strong>ndaagsche letteren valt <strong>het</strong> op dat er tusschen <strong>de</strong> generaties<br />

van 1890, 1900 en 1910 niet zulk een scherpe lijn te<br />

trekken is als tusschen <strong>voor</strong> en na 1880. In <strong>de</strong>ze overgangsperio<strong>de</strong><br />

on<strong>de</strong>rscheidt men tevens dui<strong>de</strong>lijk een ontwikkeling<br />

van <strong>het</strong> impressionnisme en <strong>het</strong> naturalisme naar een verinnerlijkte,<br />

vergeestelijkte kunst. Een kunst waarbij <strong>het</strong> niet<br />

langer om <strong>de</strong> verheerlijking of <strong>de</strong> preciese weergave van<br />

uiterlijkhe<strong>de</strong>n gaat, doch die <strong>de</strong> zintuigelijke werkelijkheid<br />

slechts als een mid<strong>de</strong>l gebruikt, als een symbool beschouwt<br />

of zelfs geheel negeert, om tot <strong>het</strong> diepere wezen door te<br />

dringen, om <strong>het</strong> onuitsprekelijke te bena<strong>de</strong>ren.<br />

De markantste na-Tachtigers die <strong>de</strong>ze kentering doormaakten<br />

waren <strong>de</strong> dichters P. C. BOUTENS en J. H. LEOPOLD.<br />

Terwijl <strong>de</strong>ze mystiek aangeleg<strong>de</strong> dichters — door een rijke<br />

schaar jongere lyriekers gevolgd (<strong>het</strong> geslacht van 1910) —<br />

<strong>de</strong> wereld van <strong>de</strong> gewaarwording ontstegen <strong>voor</strong> die van <strong>de</strong><br />

ziel, waren enkelen on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> Nieuwe Gidsers zich bewust<br />

gewor<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> ban<strong>de</strong>n die <strong>de</strong>n kunstenaar aan <strong>de</strong> gemeenschap<br />

hechten, en had<strong>de</strong>n zij, elk op eigen wijs, een uitweg<br />

gezocht in een nauwer contact met <strong>de</strong> ethische, sociale en<br />

politieke levenswaar<strong>de</strong>n, die <strong>voor</strong> <strong>de</strong> heele menschheid, <strong>voor</strong><br />

hun yolk of <strong>voor</strong> aanzienlijke groepen van gelijkgezin<strong>de</strong>n<br />

gel<strong>de</strong>n.<br />

DE SOCIALE Se<strong>de</strong>rt <strong>de</strong> jaren 1890 <strong>voor</strong>al was <strong>het</strong> individua-<br />

RICHTING lisme van De nieuwe Gids geheel buiten <strong>de</strong>n tijd.<br />

Sociale vragen waren aan <strong>de</strong> or<strong>de</strong> van <strong>de</strong>n dag; <strong>de</strong> georganiseer<strong>de</strong><br />

arbei<strong>de</strong>rspartijen boekten hun eerste successen en<br />

276


<strong>het</strong> jonge socialisme verscheen als een i<strong>de</strong>aal dat een sterke<br />

aantrekkingskracht bleek to bezitten. Gorter en Van -Ee<strong>de</strong>n<br />

ontsnapten er niet aan.<br />

Wie in <strong>de</strong>n dienst van <strong>de</strong> menschheid hun Neil en een<br />

levenstaak zochten, verlang<strong>de</strong>n een poezie die <strong>de</strong> gevoelens<br />

van een gemeenschap uitspreekt in <strong>de</strong> onverbloem<strong>de</strong> taal van<br />

die gemeenschap. Een kunst die niet meer <strong>voor</strong> <strong>de</strong> uitverkoren<br />

weinigen, maar <strong>voor</strong> alien toegankelijk is : in contact<br />

met <strong>de</strong> massa, ja dienstbaar gemaakt aan haar zaak, haar<br />

toekomsti<strong>de</strong>alen en haar ontvoogdingsstrijd bezingend. HEN-<br />

RIETTE ROLAND HOLST bereikte in <strong>de</strong>ze richting hoogtepunten<br />

van <strong>de</strong> lyriek.<br />

De volgelingen van Verwey, die meest tot <strong>het</strong><br />

geslacht behooren dat omtrent 1910 aan net woord<br />

gekomen is, betrachtten in zijn tijdschrift De Beweging<br />

(1905-1909) een geestelijke verdieping van <strong>de</strong> kunst :<br />

bezonnenheid » i.p.v.


Henriette Roland Hoist b.v. doorleeft <strong>de</strong> gevoelens van lief<strong>de</strong>,<br />

haat, me<strong>de</strong>lij<strong>de</strong>n, die zij uitspreekt met zulken ernst en zulke<br />

hartstochtelijke overgave, dat daardoor haar uiting ontroert.<br />

Haar bedoeling is niet in <strong>de</strong> eerste plaats iets to schrijven<br />

dat mooi is. Ook hangt <strong>de</strong> waar<strong>de</strong> van haar kunstenaarschap<br />

niet of van <strong>de</strong>n aard <strong>de</strong>r <strong>de</strong>nkbeel<strong>de</strong>n die zij uitspreekt. Wel<br />

van <strong>de</strong> mate waarin haar persoonlijke gevoelens een algemeen<br />

menschelijk karakter dragen ; wel van <strong>de</strong> ruimte van haar ziel,<br />

van <strong>de</strong> kracht van haar i<strong>de</strong>aal, die <strong>het</strong> diepe, echte accent<br />

geven aan haar woor<strong>de</strong>n.<br />

DE GODSDIEN- In dit Licht dient gezien <strong>de</strong> opkomst van een<br />

STIGE RICHTING waar<strong>de</strong>volle kunst in Calvinistische, Israelietische, en<br />

<strong>voor</strong>al jong-Katholieke kringen die lang huiverig ston<strong>de</strong>n<br />

tegenover <strong>de</strong> hei<strong>de</strong>nsche Tachtigers.<br />

HET EXPRES-<br />

Tij<strong>de</strong>ns en <strong>voor</strong>al na <strong>de</strong>n oorlog von<strong>de</strong>n ook in<br />

SIONNISME Ne<strong>de</strong>rland algemeen-Europeesche expressionnistische<br />

stroomingen ingang, <strong>voor</strong> een niet gering <strong>de</strong>el on<strong>de</strong>r Vlaamschen<br />

invioed. Hierme<strong>de</strong> werd <strong>de</strong> breuk met Tachtig voltrokken<br />

en een nieuw tijdperk ingeluid.<br />

Deze vernieuwing welke zich on<strong>de</strong>r verschillen<strong>de</strong> benamingen<br />

en met zekere afwijkingen over heel Europa en in alle<br />

kunsten voltrok, gaf aanvankelijk aanleiding tot buitensporighe<strong>de</strong>n<br />

die thans tot <strong>het</strong> verle<strong>de</strong>n behooren. Maar in haar<br />

wezen beteeken<strong>de</strong> zij een culminatie van <strong>de</strong> verdieping en<br />

verinnerlijking <strong>de</strong>r kunst, een bekroning van <strong>de</strong> met <strong>het</strong><br />

symbolisme ingezette reactie op <strong>de</strong> Touter zintuiglijke waarneming<br />

die in <strong>het</strong> naturalisme hoogtij vier<strong>de</strong>. Zij heeft <strong>de</strong>n<br />

weg gebaand <strong>voor</strong> een Schoonheid die van <strong>de</strong>zen tijd is.<br />

B. - IN HET SPOOR VAN TACHTIG<br />

1. — DE POEZIE<br />

Op <strong>het</strong> oogenblik dat <strong>de</strong> Nieuwe-Gidsers hun pijnlijksten<br />

crisistijd doormaakten, verschenen <strong>de</strong> eerste verzen van twee<br />

<strong>de</strong>r lei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> figuren uit een volgend geslacht : Leopold en<br />

Boutens.<br />

P. C. BOUTENS Hoor<strong>de</strong> men in BOUTENS' jeugd- Verzen nog dui-<br />

Geb. in 1870 <strong>de</strong>lijk <strong>de</strong> stem van zijn <strong>voor</strong>gangers, reeds in <strong>de</strong> sensitivistische<br />

Praeludien en <strong>de</strong> Sonnetten, dock <strong>voor</strong>goed in<br />

278


Stemmen (1 907) voltrok zich zijn groei. Niet zoozeer schil<strong>de</strong>rt<br />

hij <strong>de</strong> natuur met gevoel, doch haar ontleent hij <strong>de</strong> beel<strong>de</strong>n,<br />

<strong>de</strong> symbolen, om zijn eigen gevoel te vertolken en om vorm<br />

te geven aan zijn verheven bespiegelingen. Een teen religieus<br />

dichter is Boutens aldus gewor<strong>de</strong>n, die zijn leed om <strong>de</strong>n dood<br />

van een gelief<strong>de</strong>, zijn eeuwigheidsverlangen en zijn extatische<br />

vreug<strong>de</strong>n uitzingt in een eigen beeld- en rhythmenrijken stijl.<br />

Morgen-Nachtegaal, 't Is Lief<strong>de</strong>s Uur<br />

zijn <strong>de</strong> hoogtepunten,<br />

waarop hij jubelt om zijn bevrijding uit Wanhoop en <strong>het</strong><br />

Lethe-Lied, en zwelt in zijn geluksdroom, die niet meer van<br />

<strong>de</strong>ze aar<strong>de</strong> is. Nu hij <strong>het</strong> mystieke verlangen kent, wor<strong>de</strong>n<br />

alle ontberingen en smarten onbedui<strong>de</strong>nd, is zijn ziel vervuld<br />

van oneindige vreug<strong>de</strong>. Want door <strong>de</strong> aardsche schoonheid<br />

is zijn ziel gestegen tot <strong>het</strong> besef van <strong>de</strong> pure Schoonheid.<br />

Met Plato beschouwt hij <strong>de</strong> aardsche gebon<strong>de</strong>nheid van <strong>de</strong><br />

ziel als haar diepste vreug<strong>de</strong>, daar <strong>het</strong> leed om <strong>de</strong>ze gebon<strong>de</strong>nheid<br />

<strong>het</strong> besef is van haar hoogere afkomst en haar verlangen<br />

om naar die hemelsche volmaaktheid terug te keeren.<br />

Zoo verkeert Boutens' weernoed in zijn blijvend geluk.<br />

In <strong>de</strong>ze classiek-zuivere poezie is een subtiel evenwicht van<br />

bewogenheid en bezinning bereikt. Tevens toont Boutens er<br />

zich een meester in <strong>het</strong> melodisch zingen<strong>de</strong>, feilloos gebouw<strong>de</strong><br />

vers. Ook in zijn volgen<strong>de</strong> bun<strong>de</strong>ls, w. o. <strong>de</strong> bekoorlijke Vergeten<br />

Liedjes, Carmina, Lie<strong>de</strong>ren van Isou<strong>de</strong>, Zomerwolken,<br />

zijn <strong>de</strong><br />

prachtig geslaag<strong>de</strong>, uiterlijk veelal koel aandoen<strong>de</strong> gedichten<br />

talrijk. Vaak zijn <strong>de</strong>ze onaardsche bespiegelingen slechts<br />

moeilijk toegankelijk, te meer daar <strong>de</strong> ingetogen hartstochtelijke,<br />

etherische Boutens zich menigmaal schijnt te verbergen<br />

en zijn volstrekte meesterschap van <strong>de</strong> verstechniek hem<br />

in staat stelt zijn ijlste gevoels- en gedachtenschakeeringen<br />

in een uiterst verfijn<strong>de</strong>n, soms al te gekunstel<strong>de</strong>n vorm te<br />

klee<strong>de</strong>n.<br />

Boutens die <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>leeuwsche sproke van Beatrijs<br />

bewerkte,<br />

bracht ook veel werken uit <strong>de</strong> Grieksche Oudheid op<br />

<strong>voor</strong>treffelijke wijze in onze taal over.<br />

Een nog veel geslotener natuur, geheel op <strong>het</strong><br />

innerlijke gericht, was JAN-HENDRIK LEOPOLD. Een<br />

harmonieuse mijmering, een fluisteren en een ruischen om ijle,<br />

J. H. LEOPOLD<br />

1865-1925<br />

279


verglij<strong>de</strong>n<strong>de</strong> droombeel<strong>de</strong>n, een klagen wegens onvervul<strong>de</strong><br />

verlangen en 's levens onvatbaren zin : na<strong>de</strong>r zijn <strong>de</strong>ze<br />

muzikale perio<strong>de</strong>n », <strong>de</strong>ze vaak raadselachtige, op een los<br />

rhythme <strong>de</strong>inen<strong>de</strong> Verzen, nauwelijks te omschrijven.<br />

Ook hij was van Gorter's sensitivisme uitgegaan. Pas in<br />

1913 bezorg<strong>de</strong> hij zelf een eerste uitgave van zijn werk, opgenomen<br />

in <strong>de</strong>n posthumen bun<strong>de</strong>l Verzamel<strong>de</strong> Verzen. Stil en<br />

vereenzaamd leef<strong>de</strong> hij, <strong>de</strong>ze ietwat doove gymnasiumleeraar<br />

in <strong>de</strong> classieke talen ; eerst op <strong>het</strong> eind van zijn leven werd<br />

hij algemeener bekend en naar waar<strong>de</strong> geschat, doch bleef<br />

even huiverig <strong>voor</strong> <strong>de</strong> wereld, even menschenschuw.<br />

Haast alleen in zijn Kerstliedjes, in zijn zeer persoonlijke<br />

bewerkingen van ou<strong>de</strong> Oostersche poezie en in zijn meesterstuk<br />

Cheops maakte dit « prevelen tusschen spreken en zwijgen,<br />

<strong>de</strong>ze mijmering tusschen droom en waken » plaats <strong>voor</strong><br />

vaster plastiek en klank. Ze zijn dan ook bijzon<strong>de</strong>r aangrijpend.<br />

De Pharao Cheops, na zijn dood met <strong>de</strong> go<strong>de</strong>n door<br />

<strong>het</strong> hemelruim varend, en die verkiest terug te keeren naar<br />

<strong>de</strong> beslotene grafkamer in <strong>de</strong> pyrami<strong>de</strong> waar hij zich goed<br />

en veilig weet, is een symbool van <strong>de</strong>n eenzelvigen Leopold.<br />

Als een zucht, een laatste a<strong>de</strong>mtocht, versterft <strong>het</strong> kwatrijn<br />

dat zijn twee<strong>de</strong> boek Verzen besluit :<br />

Dit zweven<br />

tusschen dood en leven<br />

en <strong>de</strong>ze pijn,<br />

0 dat <strong>het</strong> nu genoeg mocht zijn.<br />

A. ROLAND ADRIAAN ROLAND HOIST woont te Bergen-aan-<br />

HOLST<br />

Geb. in 1888 Zee en verbleef in zijn vormingsjaren geruimen tijd<br />

in Engeland, waar hij <strong>de</strong> geheimzinnige bekoring<br />

van <strong>de</strong> Iersche sagen on<strong>de</strong>rging. Bei<strong>de</strong> omstandighe<strong>de</strong>n bleven<br />

niet zon<strong>de</strong>r invloed op zijn werk. Na een niet herdrukten<br />

jeugdbun<strong>de</strong>l Verzen die mooie lief<strong>de</strong>lie<strong>de</strong>ren bevatte, gaf hij<br />

De Belij<strong>de</strong>nis van <strong>de</strong> Stilte, Voorbij <strong>de</strong> Wegen (1920), De Wil<strong>de</strong><br />

Kim en <strong>het</strong> har<strong>de</strong>, strakke Winter aan Zee. Op een breed<br />

rhythme; met symbolen die hij aan <strong>de</strong> zee ontleent : regen,<br />

wind, water en meeuwen ; en met een stem die in haar eentonigheid<br />

bedwelmt en meesleept, bezingt hij zijn eenzame<br />

280


worsteling met <strong>de</strong> levensraadselen, zijn wanhoop om <strong>het</strong><br />

vergaan van alle Bingen. Tragisch-uitverkoren voelt hij zich<br />

tot <strong>het</strong> bezit van <strong>het</strong> zingen<strong>de</strong> vermogen : buitenwereldlijke<br />

stemmen heeft hij vernomen, <strong>het</strong> lied van « <strong>voor</strong>bij <strong>de</strong><br />

wegen » moet hij laten weerklinken, zwaar van heimwee naar<br />

<strong>het</strong> gelukseiland ver in <strong>het</strong> Westen. Als kind verscheen hem<br />

een figuur, <strong>de</strong> Verborgene, met wien hij De Afspraak sloot.<br />

Een lang prozagedicht is dit merkwaardige boek, dat veel<br />

heeft van een biecht en in een zekere nevelachtigheid, evenals<br />

in zijn breed rhythme, aan <strong>de</strong>n weemoed van Ossian herinnert.<br />

Het Verlangen dat zijn naam geeft aan <strong>het</strong> eerste J, C. BLOEM<br />

en best beken<strong>de</strong> boek van JAcouEs BLOEM is <strong>het</strong> Geb. in 1887<br />

heimwee van wie op <strong>de</strong>ze wereld rondzwerft zon<strong>de</strong>r vre<strong>de</strong><br />

to vin<strong>de</strong>n en die ten slotte ook Been ein<strong>de</strong> wenscht aan zijn<br />

tochten. Want : « Zon<strong>de</strong>r dit verlangen... wat ware <strong>het</strong> leven<br />

ons? » In Media Vita en <strong>voor</strong>al in <strong>het</strong> nog droefgeestiger De<br />

Ne<strong>de</strong>rlaag verruimt <strong>de</strong> persoonlijke ontgoocheling zich tot<br />

levensleed ; en blijft slechts nalichten <strong>het</strong> verlangen naar klein<br />

schijnend, gewoon geluk « als lamplicht om <strong>het</strong> hart ».<br />

Neef van <strong>de</strong>n in<strong>de</strong>rtijd populairen schrijver van<br />

J. W. F. WERU-<br />

Marinesc<strong>het</strong>sen, begon WERUMEUS BUNING als <strong>de</strong> MEUS BUNING<br />

innige, elegische zanger van In Memoriam ( 1 92 1 ) • Geb. in 1891<br />

een fluistering van leed om een gestorven gelief<strong>de</strong>. Van zijn<br />

volgen<strong>de</strong> bun<strong>de</strong>ltjes brachten Dood en Leven, Et in Terra ons<br />

in <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> mysterieuse atmosfeer terug waar, als in droomtoestand,<br />

over <strong>het</strong> geheim van leven en dood gemijmerd<br />

wordt. Doch gelei<strong>de</strong>lijk verman<strong>de</strong> <strong>de</strong> dichter er zich tot een<br />

rustige, hel<strong>de</strong>re levensaanvaarding.<br />

Aldus gaf hij beschrijven<strong>de</strong> verzen, speelsche copla's (vierregelige<br />

volksliedjes naar Spaansch mo<strong>de</strong>l : Voor twee Stuiver<br />

Anjelieren en Negen Balla<strong>de</strong>n. In dit epische genre zou hij met<br />

Maria Lecina (1 932 ) een fantastisch, hartstochtelijk zeemanslied<br />

in hon<strong>de</strong>rd refreinen, een <strong>de</strong>r toppunten van <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsche<br />

poezie bereiken.<br />

Het essay heeft eveneens zijn belangstelling. Als journalist<br />

schreef hij over tooneel en danskunst : De Wereld van <strong>de</strong>n<br />

Dans, Twee eeuwen Danskunst en Curiositeit; daarnaast ook luchtige<br />

Tierelantijnen en Nieuwe (zelfs Culinaire!) Tierelantijnen :<br />

281


espiegelingen over <strong>het</strong> goe<strong>de</strong> <strong>de</strong>r aar<strong>de</strong> », en reisverhalen<br />

uit eigen land : Ili zie, ilk zie rvat gij niet ziet 2 d.<br />

M. NIJHOFF Nog meer dan Werumeus Buning is MARTINUS<br />

Geb. in 1894 NIJHOFF als een overgangsfiguur tot <strong>de</strong> naoorlogsche<br />

expressionnistische generatie te beschouwen. Zijn <strong>voor</strong>beeld<br />

— De Wan<strong>de</strong>laar, zijn eersteling, is van 1916 — en zijn theorieen<br />

(Gedachten op Dinsdag), hebben invloed uitgeoefend op<br />

<strong>de</strong>n ontwikkelingsgang van <strong>de</strong> he<strong>de</strong>ndaagsche Hollandsche<br />

dichtkunst.<br />

Niet langer zOng Nijhoff zooals zijn groote <strong>voor</strong>gangers<br />

Boutens, Leopold, Adriaan Roland Hoist : veeleer sprak hij.<br />

Zijn taal is eenvoudig, los, haast alledaagsch; zijn beeldspraak<br />

sober : doch zon<strong>de</strong>r <strong>de</strong> har<strong>de</strong> directheid, <strong>de</strong> krampachtige<br />

bewogenheid van <strong>het</strong> expressionnisme. Aanvankelij k sprong<br />

hij nogal vrij om met <strong>de</strong> regelen van <strong>de</strong>n classieken versbouw,<br />

doch spoedig werd zijn techniek uiterst kunstig en<br />

streng. Treffend is Nijhoff's <strong>voor</strong>lief<strong>de</strong> <strong>voor</strong> <strong>de</strong> tragi-comische<br />

Pierrot-figuur : <strong>de</strong>n mensch die naar geluk smacht, doch niet<br />

vermag <strong>het</strong> te bereiken door zijn overbewustheid, zijn levensschrik.<br />

In <strong>het</strong> afzon<strong>de</strong>rlijk verschenen, lange gedicht Pierrot<br />

aan <strong>de</strong> Lantaarn, hangt zijn held zich tegen <strong>de</strong>n morgen op.<br />

Nijhoff hunkert bovendien terug naar <strong>de</strong> wereld van <strong>het</strong> kind.<br />

Bij zijn moe<strong>de</strong>r, in <strong>de</strong> kin<strong>de</strong>rdroomen, zal zich zijn ziel herdoopen<br />

: « aan <strong>de</strong> overzij<strong>de</strong> van dit leven » waar


moedige, door bondige contrasten aangrijpen<strong>de</strong> ALBERT<br />

BESNARD (Opstand en Wroeging); <strong>de</strong> strak beheerschte, hoop<br />

boven <strong>de</strong> onmid<strong>de</strong>llijke ontroering uitstijgen<strong>de</strong> H. W. J. M.<br />

KEuLs (Om <strong>de</strong> Stile, De dansen<strong>de</strong> Lamp) ; NoTo SOEROTO, een<br />

Javaansch e<strong>de</strong>lman die in tee<strong>de</strong>r mijmeren<strong>de</strong> verzen, eenvoudige<br />

gevoelens van lief<strong>de</strong>, vriendschap en vroomheid uitspreekt<br />

: Melati-knoppen, De gear van Moe<strong>de</strong>rs Haarwrong, Fluisteringen<br />

van <strong>de</strong>n Avondwind, Nieuwe Fluisteringen;<br />

VRIESLAND :<br />

VICTOR E. VAN<br />

ontgoocheld, overwegend verstan<strong>de</strong>lijk dichter<br />

van Voorivaar<strong>de</strong>lijk Uitzicht, Herhalingsoefeningen,<br />

tevens romanschrijver<br />

en criticus; JOHAN HUYTS :<br />

Aan <strong>de</strong>n On<strong>de</strong>rgang, Het<br />

Uur <strong>de</strong>r Sterren; MARTIN PERMYS (dr. M. Premsela) : Zrvaluwen<br />

om <strong>de</strong>n Toren.<br />

Pas laat heeft JAN GRESHOFF zijn eigen toon ge- J GRESHOFF<br />

Geb. in 1888<br />

von<strong>de</strong>n. Deze ontwikkeling gaat men best na in <strong>de</strong><br />

keur uit heel zijn omvangrijk werk : Gedichten 1907-1936.<br />

Die toon is er een tusschen ernst en spot, van een ironie waar<br />

<strong>de</strong> gespletenheid of <strong>de</strong> smartelijke vertee<strong>de</strong>ring gedurig doorschemeren.<br />

Vaak is Greshoff een agressief hekelaar, maar hij<br />

is ook een epicurist die <strong>de</strong> schoonheid <strong>de</strong>zer aar<strong>de</strong> en <strong>de</strong><br />

kleine geneugten van <strong>het</strong> Ieven bezingt. Aldus loodst <strong>de</strong>ze<br />

strijdlustige pamfletschrijver, die als kampioen van <strong>de</strong> geestelijke<br />

vrijheid gaarne uitdagend tegen <strong>het</strong> bekrompen burgerdom<br />

optreedt, weer <strong>de</strong> huiselijkheid a la Tollens en <strong>de</strong> zelfbespotting<br />

van Piet Paaltjens binnen in <strong>de</strong> he<strong>de</strong>ndaagsche<br />

literatuur.<br />

Zijn tegelijk wrange en nuchtere verskunst — « <strong>het</strong> genre<br />

<strong>de</strong>r ironische ontluistering » — heeft herhaal<strong>de</strong>lijk navolging<br />

gevon<strong>de</strong>n, meest bij <strong>de</strong> me<strong>de</strong>werkers aan <strong>de</strong> tijdschriften<br />

Forum ( 1932-1935 ) en Groot Ne<strong>de</strong>rland.<br />

Bijzon<strong>de</strong>r talrijk zijn <strong>de</strong> schrijvers van zangerige natuurof<br />

lief<strong>de</strong>lyriek die wij niet an<strong>de</strong>rs dan als vaak talentrijke<br />

volgelingen van <strong>de</strong> Tachtigers kunnen beschouwen.<br />

FRANS BASTIAANSE is een van hen. In Natuur en F. BASTIAANSE<br />

Geb. in 1868<br />

Leven (1900), Gedichten en Een Zomerdroom treft hij<br />

menigmaal een frisschen, zuiveren toon. Dat hij ons literair<br />

verle<strong>de</strong>n ijverig bestu<strong>de</strong>er<strong>de</strong> getuigt <strong>de</strong> publicatie van een<br />

283


oekje over De Techniele <strong>de</strong>r Poezie en een Ne<strong>de</strong>rlandsche Letterfrun<strong>de</strong><br />

met bloemlezing, in 4 <strong>de</strong>elen, geheel van <strong>het</strong> standpunt<br />

<strong>de</strong>r Nieuwe Gidsers uit.<br />

Haast even melodieus is <strong>de</strong> stemmingspoezie van JOANNES<br />

REDDINGIUS (een tiental bun<strong>de</strong>ls, w. o. johanneskind, Morgenrood,<br />

Tusschen twee Werel<strong>de</strong>n); van LAURENS VAN DER WAALS<br />

(Een Verzenboele, De Tijdspiegel); van JULES SCHURMANN (De<br />

eenzame Weg, Uit <strong>de</strong> Stilte); van <strong>de</strong> geboren Hongaarsche GIZA<br />

RITSCHL (Gedichten); van AUGUSTA PEAUX die, hoewel in<br />

1859 geboren, pas in 1918 een bun<strong>de</strong>l Gedichten uitgaf, acht<br />

jaar later door Nieuwe Gedichten gevolgd; van ANNIE SALO-<br />

MONS Lie<strong>de</strong>ren van Drown en Derven.<br />

Een heel bijzon<strong>de</strong>re vermelding verdient JAN<br />

JAN PRINS<br />

(C. L. Schepp) PRINS (schuilnaam <strong>voor</strong> <strong>de</strong>n rusten<strong>de</strong>n zeeofficier<br />

Geb. in 1876 C. L. Schepp) uit wiens bun<strong>de</strong>ltjes Tochten, Getij<strong>de</strong>n,<br />

Verschijningen, eenige verzen mondgemeen gewor<strong>de</strong>n zijn : De<br />

Bruid, en <strong>de</strong> rustige, gevoelige beschrijvingen Zwarte Hoof <strong>de</strong>n,<br />

De Toren. Zijn Indische natuurlyriek is vol bekoring.<br />

On<strong>de</strong>r <strong>de</strong> jongeren bij wie weemoedige mijmering of lief<strong>de</strong><br />

tot <strong>de</strong> natuur schering en inslag blijven van hun poezie, vernoemen<br />

wij JAN J. ZELDENTHUIS (Lungs Hei<strong>de</strong> en Akker, Verzen<br />

van Herfst en Weemoed).<br />

2. — HET PROZA<br />

Dat De nieuwe Gids in Oktober 1885 open<strong>de</strong> met <strong>het</strong><br />

romantisch proza van De kleine Johannes I, lag in <strong>de</strong> lijn<br />

van <strong>de</strong>ze loutere schoonheidszoekers, <strong>de</strong>ze onmaatschappelijke<br />

artisten. Maar <strong>het</strong> ophefmaken<strong>de</strong> naturalisme, waar<strong>voor</strong><br />

<strong>het</strong> jonge tijdschrift ook openstond, heeft <strong>het</strong> proza waarin<br />

<strong>de</strong> verbeelding vrij Naar vleugels uitslaat geruimen tijd overstemd.<br />

Eerst met Arij Prins en Adriaan van Oordt kreeg zij<br />

opnieuw vrijer spel. Evenals Gustave Flaubert, na « Madame<br />

Bovary » en an<strong>de</strong>re minutieuse ontledingen van <strong>de</strong> grauwe<br />

werkelijkheid, verlang<strong>de</strong> naar <strong>de</strong> kleurige atmosfeer van <strong>het</strong><br />

ou<strong>de</strong> Karthago waar hij Salammbo <strong>de</strong>ed optre<strong>de</strong>n, zoo ook<br />

betrachtten bei<strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsche auteurs, in hun overwegend<br />

naturalistischen tijd en met <strong>de</strong> stijlmid<strong>de</strong>len die dit naturalisme<br />

tot hun beschikking stel<strong>de</strong>, een evocatie van <strong>het</strong> ver-<br />

284


le<strong>de</strong>n. Zij waren <strong>het</strong> moe <strong>de</strong> wereld to bekijken door <strong>de</strong>n<br />

bril van een <strong>de</strong>urwaar<strong>de</strong>r of een geneesheer; zij wil<strong>de</strong>n weer<br />

<strong>de</strong> vage droomerigheid van <strong>de</strong> romantiek.<br />

Een vrij onverwacht iets, <strong>de</strong>ze herleving van <strong>de</strong>n<br />

historischen roman, waarvan in <strong>de</strong> 19° eeuw Charles<br />

De Coster in <strong>de</strong>


die — menigmaal ook <strong>het</strong> kwa<strong>de</strong> doen<strong>de</strong> — weet dat <strong>het</strong><br />

leven hem niets zal brengen dan eenzaamheid. Na <strong>de</strong>n dood<br />

van een gelief<strong>de</strong> vrouw, ontwaakt een nieuwe kracht in hem :<br />

een lief<strong>de</strong> die uitgaat naar <strong>de</strong> menschheid, en hem een broos<br />

droomgeluk brengt.<br />

Na <strong>de</strong> boeken van <strong>de</strong>n Zwerver schreef Van Schen<strong>de</strong>l dichterlijke<br />

biographieen van Shakespeare en van Verlaine en een<br />

fantastisch sprookje tot verheerlijking van <strong>het</strong> dichterschap,<br />

De Berg van Droomen. Talrijk zijn zijn ver<strong>de</strong>re scheppingen :<br />

Pandorra een Florentijnsche tragedie ; <strong>de</strong> weeke roman Der<br />

Lief <strong>de</strong> Bloesems, die ons an<strong>de</strong>rmaal in een zwoelen Renaissancetijd<br />

brengt, terwijl <strong>het</strong> monumentale Jan Compagnie een beeld<br />

geeft van vijf en twintig jaren kolonisatie door <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsche<br />

zeventien<strong>de</strong> eeuwers. Zijn kleinere novellen behooren<br />

tot <strong>het</strong> beste uit zijn werk : De schoone Jacht, Blanke<br />

Gestalten, Angiolino en <strong>de</strong> Lente, Merona een e<strong>de</strong>lman.<br />

Waar zijn fraaie stijl en zijn zachtaardige romantiek soms<br />

in manierisme en zoeterigheid verloopen, is bijzon<strong>de</strong>r verheugend<br />

<strong>de</strong> vernieuwing die inzette met Het Fregatschip Johanna<br />

Maria (1930). In een an<strong>de</strong>rs geaar<strong>de</strong>n, zakelijken en kernigen<br />

schrijftrant, heeft hij een serie burgerlijke on<strong>de</strong>rwerpen behan<strong>de</strong>ld,<br />

met menschen van eigen bo<strong>de</strong>m in een stoere oud-<br />

Hollandsche atmosfeer : De Waterman, met als hoofdpersoon<br />

een i<strong>de</strong>aal type van <strong>de</strong>n schipper; Een Hollandsch Drama; De<br />

rijke Man; De grauive Vogels.<br />

In zijn jeugd was HART VAN DER LEEUW bevriend<br />

A. VAN DER<br />

LEEUW met Van Schen<strong>de</strong>l, aan wiens invloed hij zich slechts<br />

1876-1931 gelei<strong>de</strong>lijk onttrok. Eerst laat, nadat hij aan <strong>het</strong><br />

kantoorleven vaarwel had gezegd, trad hij naar voren als<br />

een natuurdichter die verraste en bekoor<strong>de</strong> door zijn eenvoud<br />

en zijn fantasie : Lie<strong>de</strong>ren en Ballad en<br />

Opvluchten, Het aardsche Paradijs.<br />

(1911), Herscheppingen,<br />

Tot een voile ontplooiing van zijn krachten kwam hij<br />

echter pas als prozaist. De Gezegen<strong>de</strong>n<br />

(1923) heette zijn<br />

eerste persoonlijk werk, dat beel<strong>de</strong>n ophangt uit praehistorische<br />

tij<strong>de</strong>n. Een rijpere ievensvreug<strong>de</strong> kwam hier tot uiting<br />

dan in zijn vroegere, romantisch-droomerige verhalen met<br />

jeugdherinneringen : Kin<strong>de</strong>rland.<br />

286


Vluchtige Begroetingen (1925) betitel<strong>de</strong> hij een bun<strong>de</strong>l uiterst<br />

subtiele verhalen, in een speelschen, geciseleer<strong>de</strong>n vorm. De<br />

vlucht in <strong>de</strong> fantasie zette hij <strong>voor</strong>t in 1k en mijn Speelman, een<br />

luchthartige Geschie<strong>de</strong>nis, uit een sprookjesachtigen Franschen<br />

rococo-tijd, met maskers en fetes galantes, dorpsdansen en<br />

schakingen, en met een gebochel<strong>de</strong>n speelman als een innige<br />

figuur op <strong>het</strong> <strong>voor</strong>plan. In De Opdracht, een Vertelling, en <strong>voor</strong>al<br />

in De kleine Rudolf behoef<strong>de</strong> hij Been historische omgeving<br />

meer, bewoog hij zich vrij in <strong>het</strong> he<strong>de</strong>n. Ook bier is Rudolf,<br />

<strong>de</strong> hoofdpersoon, een caricatuur. Maar <strong>de</strong> zon van Van <strong>de</strong>r<br />

Leeuw's verbeelding baadt hem in tee<strong>de</strong>rheid en weemoedige<br />

wijsheid, toovert uit zijn armelijk leventje van grauwe plichtsbetrachting<br />

alle tegenstellingen weg.<br />

Evenals <strong>de</strong> « zingen<strong>de</strong> » dichters Boutens en HET PROZA DER<br />

VERB EELD I NG<br />

Leopold, hebben Van Schen<strong>de</strong>l en Van <strong>de</strong>r Leeuw<br />

een gave, evenwichtige rijpheid bereikt. Hun werk trekt <strong>het</strong><br />

zuiverst <strong>de</strong> lijn <strong>de</strong>r kunst van Tachtig door, en verschijnt<br />

als <strong>de</strong> e<strong>de</strong>lste poetische droom waaraan <strong>de</strong>ze, met Mei en<br />

De kleine Johannes, gestalte vermocht to geven.<br />

Een <strong>de</strong>r allereersten schreef NINE VAN DER SCHAAF' (zie blz.<br />

.295) in De Beweging symbolische verhalen uit een verre<br />

verbeeldingswereld : Amanie en Brodo. Met haar jeugdwerk<br />

verwant zijn <strong>de</strong> dichterlijke bewerkingen van Keltische legen<strong>de</strong>n<br />

door ADRIAAN ROLAND HOLST (zie 'blz. 280) : Deirdre<br />

en <strong>de</strong> Zonen van Usnach, De Dood van Cuchulainn van Murhevna,<br />

Tusschen Maan en Vuur.<br />

Hun groote bekoring ligt in <strong>de</strong>n verteltoon en in <strong>de</strong> mysterieuse<br />

atmosfeer : <strong>de</strong> gestalten staan er in droomnevelen<br />

gehuld.<br />

Als sprookjesschrijfster maakte naam <strong>de</strong> dichteres Mevr.<br />

MARIE MARX-KONING, later Metz-K. : Van 't Viooltje dat weten<br />

wil<strong>de</strong>, Het Beeld op <strong>de</strong> Rots.<br />

Tevens had zij een tijdlang succes<br />

als romanciere met Gabrielle en met Dominee Geeston.<br />

P H. VAN<br />

Hoog reikte PIETER-HENDRIK VAN MOERKERKEN, MOERKERKEN<br />

in zijn cultuurhistorischen romancyclus De Gedachte Geb. in 1877<br />

<strong>de</strong>r Tij<strong>de</strong>n. Hierin wil<strong>de</strong> hij <strong>de</strong> politiek-sociale gevoelens en<br />

gedachten aandui<strong>de</strong>n, die <strong>de</strong> wereldgeschie<strong>de</strong>nis beheerschen:<br />

<strong>het</strong> streven naar welvaart, vrijheid en geluk, <strong>de</strong>n vreedzamen<br />

287


arbeid in een georganiseer<strong>de</strong> maatschappij. Met een weemoedig<br />

ironischen glimlach ziet hij ein<strong>de</strong>looze rijen van geslachten<br />

<strong>voor</strong>bijtrekken, naar een niet of nauwelijks to on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<br />

doel. Zijn stiji past goed bij <strong>de</strong>ze mijmeringen van dichterlijk<br />

geleer<strong>de</strong>, zon<strong>de</strong>r overtuigen<strong>de</strong> scheppingskracht, evenwel.<br />

Bet nieuwe Jeruzalem, eerste van <strong>de</strong> zes <strong>de</strong>elen, is <strong>het</strong> beste;<br />

naast <strong>het</strong> vroegere, De Bevrij<strong>de</strong>rs, een beeld van <strong>het</strong> leven <strong>de</strong>r<br />

Hollandsche burgerij on<strong>de</strong>r Napoleon, in een futloozen tijd<br />

van stoffelijk en ze<strong>de</strong>lijk verval. Prof. Van Moerkerken<br />

schreef ook <strong>voor</strong> <strong>het</strong> tooneel, waarin hij veel belang blij ft<br />

stellen.<br />

Waar <strong>het</strong> gaat over een genre als <strong>de</strong> historische roman,<br />

dat veel vrijheid laat aan <strong>de</strong> verbeeldingskracht is <strong>het</strong> niet<br />

verwon<strong>de</strong>rlijk dat ook vrouwen zich hierin on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<br />

hebben.<br />

A. STEENHOFF-<br />

SMULDERS<br />

1871-1933<br />

M. RUTTEN-<br />

KOENEN<br />

Geb. in 1879<br />

ALBERTINE STEENHOIT-SMULDERS en MARIE<br />

RUTTEN-KOENEN, tevens dichteressen, gaven hun<br />

eerste werk in <strong>het</strong> Katholiek weekblad Van onzen<br />

Tijd (verdwenen in 1920). Geen van bei<strong>de</strong>n is een<br />

sterke personaliteit. Mevr. Steenhoff-Smul<strong>de</strong>rs<br />

schreef Sprookjes van <strong>de</strong> Schemering en verhalen, aantrekkelijk<br />

in hun eenvoud en zachte ontroering : Jan van Arkel, Jacoba<br />

van Beieren, Een Abdisse van Thorn, alsook een bewerking van<br />

mid<strong>de</strong>leeuwsche legen<strong>de</strong>n : Uit <strong>het</strong> Bienboec.<br />

Marie Koenen beeldt meer <strong>het</strong> Roomsche geestelijk leven<br />

in haar verhalen uit, die zij liefst plaatst in haar Zuidlimburgsche<br />

streek. Innig zijn romantisch gevoel en werkelijkheid<br />

erin dooreengeweven : De Witte Burcht, Sproken en Legen<strong>de</strong>n,<br />

Het Won<strong>de</strong>rboek, Wat was en rverd; <strong>de</strong> historische romans De<br />

Wil<strong>de</strong> Jager en een paar min<strong>de</strong>r geslaag<strong>de</strong> uit <strong>het</strong> Merovingische<br />

tijdperk. He<strong>de</strong>ndaagsche menschen en toestan<strong>de</strong>n uit<br />

haar land schil<strong>de</strong>ren Het Horne — <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rgang van een<br />

boerengezin en De Moe<strong>de</strong>r.<br />

MARIE KOOY VAN ZEGGELEN, die mooie verhalen over Indie<br />

schreef : De gou<strong>de</strong>n Kris, Koloniaaltje, gaf een zestal verdienstelijke<br />

historische romans w. o. Een Broe<strong>de</strong>rdienst in 1815, De<br />

Plaetse aan <strong>de</strong> Vegt.<br />

Met JOHAN VAN DER WOUDE keeren wij eveneens terug tot<br />

288


<strong>de</strong> verheerlijking van <strong>het</strong> va<strong>de</strong>rlandsch verle<strong>de</strong>n en <strong>de</strong> zeevaart<br />

: Straat Magellanes, Nacht over Granvell. In zijn vertelling<br />

De Faun treft <strong>voor</strong>al <strong>de</strong> schoonheid -van <strong>het</strong> zui<strong>de</strong>lijk landschap.<br />

Een geboren verteller betoon<strong>de</strong> JOHAN FABRI-<br />

CIUS jr. zich sinds zijn eerste avontuurlijke romans.<br />

Zon<strong>de</strong>r diepte, zijn ze niettemin vlot en geestig geschreven,<br />

met een levendigen dialoog (Venetiaansch Avontuur). Deze<br />

kwaliteiten ontwikkel<strong>de</strong> hij nog in een trilogie : Komedianten<br />

trokken <strong>voor</strong>bij, Melodie <strong>de</strong>r Verten en een min<strong>de</strong>r geslaagd <strong>de</strong>r<strong>de</strong><br />

<strong>de</strong>el. De speciale atmosfeer, <strong>de</strong> felgekleur<strong>de</strong> avontuurlijkheid<br />

van <strong>het</strong> achttien<strong>de</strong> eeuwsch Italiaansch kleine-stadsleven zijn<br />

handig weergegeven. Flipje heet een kostelijk geobserveerd<br />

boek over zijn zoontje.<br />

Nog an<strong>de</strong>re jongere prozaisten hebben op hun beurt beproefd<br />

<strong>de</strong>n beperkten horizon van <strong>het</strong> realisme te ontvluchten,<br />

met verhalen op historischen grondslag en met romantische<br />

biographieen. In dit genre, waar<strong>voor</strong> Van Schen<strong>de</strong>l<br />

met zijn <strong>voor</strong>treffelijke levenssc<strong>het</strong>sen van Shakespeare en<br />

Verlaine eveneens een <strong>voor</strong>ganger is, wer<strong>de</strong>n eenige mooie<br />

resultaten geboekt : waarover ver<strong>de</strong>r meer.<br />

J. FABRICIUS Jr.<br />

Geb. in 1899<br />

Herhaal<strong>de</strong>lijk werd erop gewezen dat <strong>de</strong> meeste DE NABLOEI<br />

VAN DEN<br />

romanschrijvers van net ein<strong>de</strong> <strong>de</strong>r vorige en <strong>het</strong> REALISTISCHEN<br />

begin van <strong>de</strong>ze eeuw een overgangsgeslacht uitma-<br />

ROMAN<br />

ken, dat <strong>het</strong> gematigd realisme van <strong>de</strong>n burgerlijken ze<strong>de</strong>nroman<br />

trouw is gebleven en dikwijls met goed gevolg beoefend<br />

beef t. Bij <strong>de</strong> talrijke, op bl. 234-237 geciteer<strong>de</strong><br />

negentigers » sluiten zich velen aan. Het geringste dat in<br />

<strong>de</strong> ziel van hun personages omgaat, blijven zij ont<strong>de</strong>kken<br />

en ontle<strong>de</strong>n, vaak met <strong>de</strong> handigheid van een psychiater. Dit<br />

doorgron<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> realiteit tot <strong>de</strong> uiterste grens van <strong>het</strong><br />

zintuiglijk waarneembare, dit graven naar <strong>de</strong> verborgenhe<strong>de</strong>n<br />

van <strong>het</strong> onbewuste of <strong>het</strong> on<strong>de</strong>rbewustzijn — <strong>de</strong> zoogenaam<strong>de</strong><br />

diepte-psychologie — dient beschouwd te wor<strong>de</strong>n<br />

in <strong>het</strong> licht <strong>de</strong>r el<strong>de</strong>rs geconstateer<strong>de</strong> ontwikkeling van <strong>de</strong><br />

na-Tachtigerskunst naar <strong>het</strong> innerlijke toe.<br />

289


J. VAN Beklemmen<strong>de</strong> studies van ziekelijke uitzon<strong>de</strong>-<br />

OUDSHOORN<br />

ringskarakters schreef J. VAN OUDSHOORN, geheel in<br />

(J. K. FeijIbrief)<br />

Geb. in 1876 <strong>de</strong> sombere bin van Aletrino en M. Emants: Willem<br />

Mertens' Levensspiegel, Pinksteren, In Memoriam. Deze<br />

tobberige, weinig aantrekkelijke naspeuring van ze<strong>de</strong>lijke<br />

afwijkingen en duistere zielsbewegingen staat dui<strong>de</strong>lijk on<strong>de</strong>r<br />

invloed van he<strong>de</strong>ndaagsche wetenschappelijke theorieen als<br />

die van <strong>de</strong>n Weenschen hoogleeraar Sigmund Freud.<br />

HERMAN DE MAN, eigenlijk SALOMON HAMBURGER,<br />

H. DE MAN<br />

(S Hamburger) sinds eenigen tijd tot <strong>het</strong> Katholicisme overgegaan,<br />

Geb. in 1895 schreef ruige boeren- en schippersverhalen uit <strong>de</strong><br />

pol<strong>de</strong>rs van <strong>de</strong> Lek-streek : zijn krachtigste werk, Het wassen<strong>de</strong><br />

Water; <strong>de</strong> novellen Meester Lampelaar, De Eenzame, Een<br />

Stoombootje in <strong>de</strong> Mist; en regionalistische romans als Scheepslverf<br />

<strong>de</strong> Kroonprinces en Marie of boor ook <strong>de</strong> We<strong>de</strong>rpartij.<br />

SAMUEL, GOUDSMIT zette <strong>het</strong> overdadige naturalisme <strong>voor</strong>t<br />

in Jankef's Jongste, _bankers ou<strong>de</strong> Sleutel en an<strong>de</strong>re sterk Oostersch<br />

getinte verhalen van arme gezinnen in een provinciestadje.<br />

Een hoogtepunt bereikte hij met Simcha, <strong>de</strong> Knaap uit<br />

Worms : over Jo<strong>de</strong>nvervolgingen in <strong>het</strong> Rijnland, ten tij<strong>de</strong><br />

<strong>de</strong>r Kruistochten.<br />

SIEGFRIED VAN PRAAG, die romans schreef als De Weegschaal,<br />

Het Cabaret <strong>de</strong>r Plaatsvervangers, en <strong>de</strong> mooie novelle<br />

Een Man van Aanzien, is tevens <strong>de</strong> uitbeel<strong>de</strong>r van enkele<br />

vrouwenlevens uit <strong>de</strong> Fransche 1 8e eeuw en La Judith, een<br />

tooneelspeelster.<br />

A. H. VAN DER FEEN schreef subtiel geschakeer<strong>de</strong> psychologische<br />

sc<strong>het</strong>sen, Een Gunst, Kassian.<br />

ARRIAAN JURRIAAN ZOETMULDER : In Retraite, Het lokken<strong>de</strong><br />

Leven.<br />

JAN L. WALcH : Vertellingen in <strong>de</strong>n donkeren Winter; De<br />

magische Schaal. Hij schreef ook critiek en <strong>voor</strong> <strong>het</strong> tooneel.<br />

MAURITS WAGENVOORT : Een Passie, analyse van een Cemoedstoestand<br />

(on<strong>de</strong>r <strong>de</strong>n schuilnaam Vosmeer <strong>de</strong> Spie) , en an<strong>de</strong>re<br />

verhalen o. w. <strong>het</strong> Bijbelsche Maria Magdalena's loutere Lief <strong>de</strong>.<br />

KEES VAN BRUGGEN : Het verstoor<strong>de</strong> Mierennest en <strong>de</strong> amusante<br />

sc<strong>het</strong>sen De droge Koetjes, Plasland.<br />

CHARIVARIUS (schuilnaam van dr. J. G. L. Nolst Trenite),<br />

een hekel-rijmelaar die in vaak geestigen vorm allerlei dwaas-<br />

2 9 0


he<strong>de</strong>n gispt of classieke auteurs « herdicht >> (Ruize-rijmen,<br />

G o<strong>de</strong>ngesprekken naar Lucianus, Odysseus, Het Ein<strong>de</strong> van Socrates)<br />

is met CORNELIUS VETH, een <strong>voor</strong>tzetter van een ou<strong>de</strong> traditie<br />

van humor en puntdicht. Veth schreef, naast essay's<br />

over <strong>de</strong> caricatuur en <strong>de</strong>n humor, aardige parodieen (Prikkelidyllen)<br />

en hekeldichten (Klappertjes), tot zelfs een satirisch<br />

blijspel Bonzo en <strong>de</strong> Eeuw van <strong>het</strong> Kind.<br />

In dit verband mag <strong>de</strong> schalksche HENRIETTE VAN EIJK<br />

vernoemd wor<strong>de</strong>n, met haar grappige verhalen : De kleine<br />

Para<strong>de</strong>, Intieme Revue en Gabriel, een mo<strong>de</strong>rn Sprookje.<br />

Zij geeft<br />

verrassend luchtige persiflage en bereikt komieke effecten<br />

door een gewild slordigen stijl.<br />

On<strong>de</strong>r <strong>de</strong> bezadig<strong>de</strong> realisten telt men, naast vele<br />

schrijvers over kin<strong>de</strong>ren — w. o. ANNE DE VRIES<br />

met Bartje — ook knappe beoefenaars van een genre dat in<br />

Ne<strong>de</strong>rland bloeit : <strong>de</strong> jongens- en meisjeslectuur. Van <strong>de</strong><br />

talrijke namen die in dit verband vermelding verdienen,<br />

citeeren -wij slechts <strong>de</strong>n va<strong>de</strong>r van <strong>de</strong>n populairen Kees <strong>de</strong><br />

I ongen, THEO THIJSSEN : een geboren verteller met een gemoe<strong>de</strong>lijken<br />

humor en die zijn ervaringen van Amsterdamsch<br />

on<strong>de</strong>rwijzer omwerkte tot School-land, De gelukkige Klas, De<br />

nieuwe School.<br />

Eenige schrijvers hebben getracht boven <strong>het</strong> ge-<br />

wone realistische verhaal uit to stijgen, door <strong>het</strong><br />

samenstellen van een romanreeks. D. TH. JAARSMA probeer<strong>de</strong><br />

dit met <strong>het</strong> levensverhaal van Thiss<br />

rijken Boer.<br />

0 d.), een Frieschen<br />

JOOST MENDES, een schuilnaam van EMANUEL QUERIDO,<br />

toont in Het Geslacht <strong>de</strong>r Santeljano's, 10 d., naast allerlei<br />

on<strong>de</strong>rscheid toch ook veel gelijkenis met zijn broe<strong>de</strong>r Israel.<br />

Zijn werk telt verschillen<strong>de</strong> mooie <strong>de</strong>elen, <strong>voor</strong>al in <strong>het</strong> eerste,<br />

De verweer<strong>de</strong> Jaren, <strong>het</strong> vier<strong>de</strong>, De revolte Dagen, en <strong>het</strong> laatste<br />

boek. De opzet was groot genoeg : <strong>de</strong> groei van Amsterdam<br />

se<strong>de</strong>rt 1875, <strong>de</strong> ontwikkeling van een Joodschen schrijver<br />

(zijn broe<strong>de</strong>r!) en van <strong>de</strong> socialistische beweging in <strong>de</strong>ze<br />

wereldstad.<br />

A. M. DE JoNG schreef, naast politiek gekleur<strong>de</strong> romans en<br />

<strong>de</strong> vertelling De Martelgang van Kromme Lin<strong>de</strong>rt, een <strong>de</strong>r popu-<br />

JEUGD-<br />

LECTUUR<br />

ROMAN-SERIES<br />

291


4 ROMAN-<br />

MODISTEN >><br />

lairste werken van <strong>de</strong>zen tijd : Merijntje Gifzen's jeugd : <strong>de</strong><br />

ontwikkeling van een kin<strong>de</strong>rziel in een Noordbrabantsche<br />

omgeving, later in een Rotterdamsche volksbuurt. Met <strong>de</strong>n<br />

vervolgcyclus Merijntje Gijzen's jonge Jaren wordt <strong>het</strong> rij pen<br />

van jongen tot man <strong>voor</strong>tgezet.<br />

Niet geheel ten onrechte heeft men, ten aanzien<br />

<strong>de</strong>r massaproductie van <strong>de</strong> hand van letterlieven<strong>de</strong><br />

dames, <strong>de</strong>n spot gedreven met dit hon<strong>de</strong>rdtal vrouwen die<br />

« met een breipen romans haken Wat niet beteekent dat<br />

al <strong>de</strong>ze producten waar<strong>de</strong>loos zou<strong>de</strong>n zijn. Maar <strong>het</strong> charmant<br />

Hollandsch Binnenhuisje » werd al te zeer symbool en<br />

mo<strong>de</strong>l <strong>voor</strong> schrijfsters van een mid<strong>de</strong>lmatige literatuursoort,<br />

waarin een lief<strong>de</strong>sverhouding volgens <strong>de</strong> gebruikelijke « psychologische<br />

» werkwijze behan<strong>de</strong>ld wordt en die, aangenaam<br />

gekruid, er bij <strong>het</strong> publiek ingaat als zoetekoek.<br />

Hier volgen <strong>de</strong> namen van verdienstelijke vrouwenauteurs:<br />

CARRY VAN BRUGGEN, <strong>de</strong> krachtigste figuur uit heel<br />

MEVROUW<br />

C. PIT-DE HAAN <strong>de</strong>ze groep, gaf in Heleen en Eva echte wordings-<br />

C. van Bruggen geschie<strong>de</strong>nissen van onafhankelijk <strong>de</strong>nken en voelen.<br />

(als romanciere ook<br />

Justine Abbing) Bei<strong>de</strong> vrouwenbiechten getuigen van groote zelfken-<br />

1881-1932 nis en ontledingsvermogen. Eveneens <strong>voor</strong> een goed<br />

<strong>de</strong>el autobiographisch zijn <strong>de</strong> innige sc<strong>het</strong>sen uit <strong>het</strong> Joodsche<br />

kin<strong>de</strong>r- en gezinsleven : Het Huisje aan <strong>de</strong> Sloot. Haar wijsgeerige<br />

aanleg blijkt <strong>het</strong> sterkst uit <strong>de</strong> belangwekken<strong>de</strong> yenhan<strong>de</strong>ling<br />

Prometheus, « een bijdrage tot <strong>het</strong> begrip <strong>de</strong>r ontwikkeling<br />

van <strong>het</strong> individualisme in <strong>de</strong> literatuur. »<br />

Vrij hoog staat <strong>de</strong> vier<strong>de</strong>elige reeks Kin<strong>de</strong>ren <strong>de</strong>r Sloppen<br />

van Mevr. J. P. ZOOMERS-VERMEER, een vruchtbare romanciere,<br />

die een goe<strong>de</strong>n kijk heeft op <strong>de</strong> kin<strong>de</strong>rziel en tevens<br />

<strong>de</strong> achterbuurt-gezinnen levendig weet <strong>voor</strong> te stellen.<br />

JO VAN AMMERS-KULLER, schreef succesromans als De<br />

Opstan<strong>de</strong>lingen, waarin <strong>de</strong> i<strong>de</strong>alen van drie opeenvolgen<strong>de</strong><br />

geslachten en hun on<strong>de</strong>rlinge botsingen, o. m. « <strong>het</strong> probleem<br />

» van <strong>de</strong> mo<strong>de</strong>rne vrouw uitvoerig geteekend zijn.<br />

ANNIE SALOMONS, als dichteres begonnen, publitoon<strong>de</strong><br />

zij zich in<strong>de</strong>rdaad in Naar on<strong>de</strong>r schuilnaam<br />

MEVR. A. VAN<br />

WAGENINGEN ceer<strong>de</strong> in 1907 Een Meisje Stu<strong>de</strong>nte. Geemancipeerd<br />

SALOMONS<br />

(Ada Gerlo)<br />

Geb. in 1885 verschenen Herinneringen van een onafhan kelijlee Vrouw.<br />

292


Tij<strong>de</strong>ns haar verblijf in Indie schreef zij Verhalen uit <strong>het</strong> verre<br />

Oosten en Het Huis in <strong>de</strong> Hitte.<br />

ELISABETH ZERNIKE on<strong>de</strong>rscheidt zich door haar fijne<br />

observatie van <strong>de</strong> vrouwenziel : Het schamele Deel, Een Vrouw<br />

als zij. Tot haar beste werk behooren Kin<strong>de</strong>rspel en Het Leven<br />

zon<strong>de</strong>r Ein<strong>de</strong>, <strong>de</strong> ontwikkelingsgang van een kind tot jong<br />

meisje, met warm gevoel gesc<strong>het</strong>st.<br />

C. M. VAN HILLE-GAERTHE is een schrijfster van boeien<strong>de</strong><br />

meisjesboeken : On<strong>de</strong>r <strong>het</strong> Stroodak, Aan <strong>de</strong> Zonzij<strong>de</strong>;<br />

verhalen (Stille Wegen).<br />

en an<strong>de</strong>re<br />

Vermel<strong>de</strong>n wij nog MARIE GIJSEN, met haar Noordbrabantsche<br />

vertellingen; — MARIE SCHMITZ (Mevr. Verhoeven-S.)<br />

: Het duurzame Geluk, Het groote Heimrvee, Een Mensch<br />

vindt <strong>het</strong> Geluk; — EMMY VAN LOKHORST (Mevr. Pijper-v.<br />

L.) : <strong>de</strong> romans Van Aangezicht tot Aangezicht, Phils Amoureuse<br />

Perikelen en <strong>de</strong> sc<strong>het</strong>senbun<strong>de</strong>l Droomen; JO DE WIT (Mevr.<br />

Van Dullemen-<strong>de</strong> W.) : De Branding, Open Zee; — ALIE VAN<br />

WIJHE-SMEDING : Duivelsnaaigaren, een novelle, en romans van<br />

<strong>de</strong> Zui<strong>de</strong>rzee : Achter <strong>het</strong> Anker; — ALBERTINE DRAAYER-DE<br />

HAAS : Vrouwen, De Vlucht; — M. H. SZEKELY-LULOFS : Rubber,<br />

Koelie en an<strong>de</strong>re koloniale romans uit Indie ; — <strong>de</strong> in<br />

Vlaan<strong>de</strong>ren gevestig<strong>de</strong> MARIE VAN DESSEL-POOT : A f gedwaal<strong>de</strong>n,<br />

Visschers voeren uit; — EVA RAEDT-DE CANTER (Mevr. B.<br />

<strong>de</strong> Mooy) : Internaat, Geboorte,<br />

<strong>de</strong> onbarmhartige, gevoelige<br />

ontleding <strong>de</strong>r ontwikkeling van een meisjeskarakter ; — A. H.<br />

NIJHOFF (Mevr. N.-Wind) : Twee meisjes en ilk; - JEANNE<br />

VAN SCHAIK-WILLING : Uitstel van Executie, Sofie Blank,<br />

Nachtvorst; — <strong>de</strong> novellenschrijfsters COLA DEBROT (Mijn<br />

Zuster <strong>de</strong> Negerin), BEP VUYCK (Vele Namen) en wijlen SANI<br />

VAN BUSSUM (Een bewogen Vrijdag op <strong>de</strong> Breestraat, vertelling<br />

uit <strong>de</strong> Amsterdamsche Jo<strong>de</strong>nbuurt) ; — MARIANNE PHILIPS<br />

(Mev. Gou<strong>de</strong>ket Ph.) : De Biecht, Bruiloft 'n Europa en <strong>de</strong><br />

novellenbun<strong>de</strong>l Het Oogenblik; — ELISABETH AUGUSTIN : De<br />

Uitgestootene, een rauw en somber lan<strong>de</strong>lijk verhaal.<br />

Uit .<strong>de</strong>ze lange opsomming blijkt dat een overgroote meer<strong>de</strong>rheid<br />

van realistische romanschrijvers zich aan <strong>de</strong> beproef<strong>de</strong><br />

recepten houdt en <strong>de</strong> ingewortel<strong>de</strong> tradities van <strong>het</strong> breedvoerig<br />

ontle<strong>de</strong>nd en schil<strong>de</strong>rend proza trouw blijft. On<strong>de</strong>r<br />

293


R. VAN GENDE-<br />

REN STORT<br />

Geb. in 1886<br />

hen die een <strong>de</strong>r eersten een nerveuzer proza in <strong>de</strong>n toon van<br />

<strong>het</strong> gesprek gaven, dient NESCIO (eigenlijk J. H. F. Gronloh)<br />

genoemd. Hij publiceer<strong>de</strong> slechts een sc<strong>het</strong>senbun<strong>de</strong>l die zijn<br />

pseudoniem ( = ik weet niet) als titel voert. Zijn humor is<br />

meedoogenloos en tamelijk bitter.<br />

REINIER VAN GENDEREN STORT schreef suggestief<br />

over stille provincieste<strong>de</strong>n, waar ou<strong>de</strong>, erfelijk belaste<br />

burgergeslachten een mat, emotieloos leventje lei<strong>de</strong>n.<br />

Zijn personen zijn meestal naar binnen gekeer<strong>de</strong>, uiterst verfijn<strong>de</strong><br />

naturen, en bewegen zich op een achtergrond die met<br />

hun innerlijk leven harmonieert. Zijn stijl is sierlijk en plechtstatig,<br />

zijn woordkeus eveneens niet vrij van manierisme :<br />

<strong>de</strong> Haagsche roman HeMne Marvell; De Grijsaard en <strong>de</strong> Jongeling;<br />

Hinne Ro<strong>de</strong>. In De Kleine Inez (1925), zijn best gebouw<strong>de</strong>n<br />

roman met opvallend mooie milieubeschrijving, teekent<br />

hij <strong>de</strong> inwerking van een reine meisjesziel op een troebel<br />

jongensgemoed dat naar een schoone levensharmonie streeft.<br />

Sprokkelingen heet een verzameling aphorismen (1 935 ).<br />

JOHAN VAN VORDEN (eigenlijk Joh. Jos. Phil. Beernink) :<br />

Alex' Vrouwen, dock wiens volgen<strong>de</strong> roman lang niet op <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong><br />

hoogte stond.<br />

KAREL WASCH gaf fijne Dialogen en een reeks penetrante<br />

verhalen, w. o. Judith van Esten's donkere Jaren en <strong>het</strong> vervolg<br />

hierop : Arnold Fron<strong>de</strong>'s eerste Lief<strong>de</strong>; De loutere Bloem en caricaturale<br />

sc<strong>het</strong>sen uit <strong>de</strong> H. B. S.-wereld, Opvoe<strong>de</strong>rs.<br />

C. — NAAR EEN NIEUWE GEMEENSCHAPSKUNST<br />

1. — DE WIJSGEERIGE EN HUMANISTISCHE RICHTINGEN<br />

Als een bewuste reactie op Tachtig had zich vrij spoedig<br />

aangemeld <strong>de</strong> bezonnen, cerebrale kunst van Albert Verwey.<br />

In 1 905 kreeg <strong>de</strong>ze <strong>de</strong> leiding van een eigen tijdschrift, De<br />

Beweging.<br />

Aan <strong>de</strong>


MAURITS UYI,DERT (De glazen Bol, De Gletscher), die ook een<br />

studie gaf over <strong>de</strong>n bewon<strong>de</strong>r<strong>de</strong>n meester TH. VAN AMEIDE<br />

(pseudoniem van J. H. Labberton) : Verzamel<strong>de</strong> Gedichten;<br />

en zijn zuster wijlen HENRIhTTE LABBERTON-DRABBE (Enkele<br />

Verzen). Talrijke schrijvers, in an<strong>de</strong>r verband besproken,<br />

publiceer<strong>de</strong>n eveneens in Verwey's tijdschrift, dat geruimen<br />

tijd een verzamelplaats was van <strong>de</strong> beste jongeren,


han<strong>de</strong>lingen en verhoudingen. Het zijn typische i<strong>de</strong>eenromans.<br />

Eenigszins bezij<strong>de</strong>n <strong>de</strong> ontwikkeling van <strong>de</strong> nieu-<br />

ADWAITA<br />

( J. A. <strong>de</strong>r Mouw) were dichtkunst stond ADWAITA, eigenlijk JOHAN<br />

1863-1919 ANDREAS DER MOUW. (Adwaita = <strong>de</strong>geen die <strong>de</strong><br />

N. JOH. VAN<br />

SUCHTELEN<br />

Geb. in 1878<br />

tweeheid te boven is.) Slechts laat begon <strong>de</strong>ze philosoof verzen<br />

te schrijven. Hij had <strong>de</strong> classieke letteren, <strong>de</strong> Duitsche<br />

en <strong>de</strong> Oostersche wijsbegeerte met <strong>voor</strong>lief<strong>de</strong> bestu<strong>de</strong>erd :<br />

zijn mystieke, soms visionnaire, dock naar <strong>de</strong>n vorm vaak<br />

gebrekkige sonnetten dragen hiervan <strong>de</strong> sporen : Brahman,<br />

2 d., Nagelaten Verzen. Den strijd tusschen hoogere en lagere<br />

elementen in <strong>de</strong>n mensch, die ondanks alle onvolmaaktheid<br />

steeds wil reiken naar <strong>het</strong> hoogste en zich volgens <strong>de</strong> Boeddhistische<br />

leer aan <strong>de</strong> Alziel moet overgeven om rust te yin<strong>de</strong>n,<br />

heeft hij op eigenaardige wijze vertolkt in een familiaire,<br />

doodgewone taal.<br />

Auteur van boeien<strong>de</strong> beschouwingen over Chineesche toestan<strong>de</strong>n,<br />

kunst en wijsheid, naar aanleiding van zijn zwerftochten<br />

aldaar (Het vermolm<strong>de</strong> Boeddhabeeld, 3 d.), gaf JOHAN<br />

W. SCHOTMAN in Cloisonné, naast vertaal<strong>de</strong> ook oorspronkelijke<br />

gedichten uit China in een strengen versvorm.<br />

On<strong>de</strong>r <strong>de</strong> schrijvers die reeds vroeg front gemaakt<br />

hebben tegen <strong>de</strong>n burgerlijken ze<strong>de</strong>nroman, verdient<br />

Jhr, NICO VAN SUCHTELEN een eerste plaats : om<br />

<strong>de</strong>n wijsgeerigen gedachteninhoud, om <strong>de</strong> verzuchting naar<br />

een hooger bestaan, tot bevrediging van <strong>de</strong> diepere zielsbehoeften.<br />

Quia Absurdum (1906), teeken<strong>de</strong> <strong>de</strong> bevrijding van<br />

een menschengeest en verhaal<strong>de</strong> van een spaakloopend<br />

communistisch experiment. Rijper was, tien jaar later, De<br />

stille Lach, waarin hij een blijmoedige levensaanvaarding verkondig<strong>de</strong>.<br />

Typisch is wel volgen<strong>de</strong> uiting van zijn hoofdpersoon<br />

: >. In <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> lijn<br />

liggen Demonen en Tat Tvam Asi (= dat zijt gij), aanteekeningen<br />

van een Kristalkijker. Op boeien<strong>de</strong> wijze vertel<strong>de</strong> Van Suchtelen<br />

<strong>de</strong> ontwikkeling van zijn dochtertje in Eva's Jeugd.<br />

**<br />

296


De tragische gebeurtenissen van 1914 en <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong><br />

jaren verleg<strong>de</strong>n <strong>het</strong> accent naar <strong>de</strong> regeneratie van <strong>de</strong>n<br />

mensch en naar <strong>de</strong> groote problemen die <strong>de</strong>n we<strong>de</strong>ropbouw<br />

van een betere wereld stel<strong>de</strong>n. Waar De Beweging op <strong>de</strong>n<br />

achtergrond geraakte en verdween, wend door twee humanistisch<br />

aangeleg<strong>de</strong> i<strong>de</strong>alisten De Stern opgericht (1921).<br />

DIRK COSTER, een van <strong>de</strong> meest aangevochten<br />

doch tevens meest gezaghebben<strong>de</strong> critici van <strong>de</strong>zen<br />

tied, vermocht zijn werk dikwijls tot hoogstaan<strong>de</strong> levenscritiek<br />

op te voeren. Reeds <strong>voor</strong> <strong>de</strong>n oorlog bevredig<strong>de</strong> hem <strong>de</strong><br />

louter aest<strong>het</strong>ische vormcritiek niet meer.


Ziel, De nieurve Mensch, Zrverftochten, zijn wel eens vaag en<br />

preekerig, doch getuigen van een moedig optimisme en lief<strong>de</strong>vollen<br />

eerbied <strong>voor</strong> <strong>het</strong> leven.<br />

2. -- DE SOCIALE RICHTING<br />

Bij niemand zoozeer als bij Gorter is <strong>de</strong> radicale ommekeer<br />

in <strong>de</strong> wereld- en kunstbeschouwing te volgen, die zich<br />

in <strong>de</strong> jaren '90 ook bij an<strong>de</strong>ren, als Van Ee<strong>de</strong>n, voltrok.<br />

Gorter was eveneens <strong>de</strong>gene die 't verst gegaan was op <strong>het</strong><br />

smalle, steile pad van <strong>de</strong> woordkunst, waar hij prachtige<br />

ont<strong>de</strong>kkingen <strong>de</strong>ed, doch geen uitweg vond.<br />

Zuivere aest<strong>het</strong>en wil<strong>de</strong>n socialistische dichters als hij niet<br />

zijn. De kunst moest dienstbaar gemaakt aan hun maatschappelijke<br />

overtuiging. Ten<strong>de</strong>nzkunst in <strong>de</strong> slechte beteekenis,<br />

d. w. z. alleen geschreven om wille van <strong>de</strong> propaganda en<br />

die dus altijd, noodzakelijk slecht is, schuw<strong>de</strong>n zij natuurlijk.<br />

Doch zij wil<strong>de</strong>n hun i<strong>de</strong>alen bezingen : <strong>de</strong> lief<strong>de</strong> tot <strong>de</strong> kamera<strong>de</strong>n,<br />

<strong>de</strong>n dienst van <strong>de</strong> gemeenschap, <strong>de</strong> wisselvallighe<strong>de</strong>n<br />

van <strong>de</strong>n strijd, in ste<strong>de</strong> van <strong>de</strong> traditioneele on<strong>de</strong>rwerpen :<br />

<strong>de</strong> natuur en een persoonlijk lief<strong>de</strong>sgeval.<br />

Terwijl Gorter zich inspan<strong>de</strong> om in <strong>de</strong> door hem gegeer<strong>de</strong><br />

richting werk van beteekenis <strong>voor</strong>t te brengen, stond daar<br />

plotseling een vrouw, Holland's grootste dichteres, HENRIETTE<br />

ROLAND HOIST-VAN DER SCHALK.<br />

Reeds haar eerste Sonnetten en Verzen in Terzinen<br />

H. ROLAND<br />

HOLST-VAN<br />

geschreven (1895) waren geen natuurpoezie, en trof-<br />

DER SCHALK fen door <strong>het</strong> bree<strong>de</strong> persoonlijke rhythme, door haar<br />

Geb. in 1869<br />

wijsgeerige bespiegelingen :<br />

lk werd geboren met een aard die sterk<br />

van zelf gaat naar <strong>de</strong> kern van alle zaken. »<br />

In een van haar bun<strong>de</strong>ls vertelt zij hoe, na een tijd van<br />

bewon<strong>de</strong>ring <strong>voor</strong> <strong>de</strong> groote vrijheidshel<strong>de</strong>n Washington,<br />

Garibaldi, Kosciusko (1), zij <strong>het</strong> socialisme ont<strong>de</strong>kte. Den<br />

ruwen partijstrijd heeft zij meegemaakt; steeds trok haar hart<br />

(1) De studie van Dante heeft eveneens tot haar vorming bijgedragen. Haar<br />

Vrouw in <strong>het</strong> Woud >> toont er, reeds in <strong>de</strong>n titel, <strong>de</strong> sporen van.<br />

298


naar extreme oplossingen. Haar poezie is als een reeks dagboekoverpeinzingen,<br />

waarin zij haar inwendig leven Jalootlegt,<br />

gestadig een tweespraak voerend met haar geweten. Onrust,<br />

hoop en vertwijfeling; haar ontgoochelingen en haar trouw<br />

aan <strong>het</strong> i<strong>de</strong>aal, heeft zij eerlijk opgebiecht. De nieuwe Geboort<br />

(1903) , Opwaartsche Wegen, De Vrouw in <strong>het</strong> Woud, toonen<br />

ons haar mid<strong>de</strong>nin <strong>de</strong>n kamp dien zij naast haar broe<strong>de</strong>rs<br />

en zusters voert, als vrouw dubbel <strong>de</strong> tragiek van <strong>de</strong>n huidigen<br />

overgangstijd aanvoelend : aan haar dagen ontbreekt <strong>de</strong><br />

kroon van <strong>de</strong> huiselijkheid en <strong>het</strong> moe<strong>de</strong>rschap. Menigmaal<br />

schiet haar dichterlijke vormkracht to kort en schrijft zij<br />

stroeve, re<strong>de</strong>neeren<strong>de</strong> verzen, vol enjambementen en verwrongen<br />

wendingen, die in lange rijen, zon<strong>de</strong>r uiterlijken<br />

praal, in forsche vaart jachten of pijnlijk <strong>voor</strong>tstrompelen.<br />

Maar soms jubelt zij <strong>het</strong> uit als een in extase verloren mystieke<br />

mid<strong>de</strong>leeuwsche of Bijbelsche profetesse van <strong>de</strong> toekomstwereld,<br />

gesteund op naastenlief<strong>de</strong> en broe<strong>de</strong>rschap ; of breken<br />

haar smart en haar onrust uit in tragische klachten vol donkere<br />

bekoring. Dan stroomt <strong>het</strong> geweld van haar rhythme<br />

door <strong>de</strong> woor<strong>de</strong>n heen : Mo<strong>de</strong>rne Prometheus, Aan <strong>de</strong> Gebrokenen,<br />

Gebed aan <strong>het</strong> Socialisme, Mensch en Mensch...<br />

Aanleiding tot De Vrouw in <strong>het</strong> Woud was <strong>de</strong> crisis die zij<br />

doormaakte toen <strong>de</strong> linksche elementen — <strong>de</strong> latere communisten<br />

— zich van <strong>het</strong> gros <strong>de</strong>r arbei<strong>de</strong>rspartij afscheur<strong>de</strong>n.<br />

Se<strong>de</strong>rt dat oogenblik is er iets in haar gebroken : <strong>het</strong> geloof<br />

in <strong>de</strong> vereenigbaarheid van droom en daad. Het blijkt dat<br />

zij noch haars gelijken <strong>de</strong>n zielsvre<strong>de</strong> zullen vin<strong>de</strong>n. In De<br />

Boom van Groot Verdriet<br />

objectiveer<strong>de</strong> zij haar gevoelens.<br />

De Russische omwenteling ontgoochel<strong>de</strong> haar vrij spoedig.<br />

Eerst schreef zij vol verwachting over Verzonken Grenzen<br />

(1918) : een bun<strong>de</strong>l die allerschoonste bespiegelen<strong>de</strong> lyriek<br />

bevat. De problemen van <strong>de</strong>ze wereld waren opgeheven in<br />

die overpeinzingen van leven en dood, waartoe <strong>het</strong> overlij<strong>de</strong>n<br />

van haar moe<strong>de</strong>r <strong>de</strong> aanleiding was. Doch toen zij weinigen<br />

tijd later in Sovjet-Rusland niet <strong>de</strong> verwachte verwezenlijking<br />

van haar i<strong>de</strong>alen vond, gaf haar dit bittere elegieen in (Tusschen<br />

twee Werel<strong>de</strong>n, 1923).<br />

Berusten kan zij niet. Verworvenhe<strong>de</strong>n, Vernieuwingen<br />

heeten<br />

299


haar volgen<strong>de</strong> bun<strong>de</strong>ls. De steeds aanwezige religieuse inslag<br />

wordt sterker. Niet op haat, doch op vrijen arbeid en op <strong>de</strong><br />

lief<strong>de</strong> <strong>voor</strong> elkaar en <strong>voor</strong> <strong>de</strong> gemeenschap, op <strong>het</strong> besef van<br />

universeele verbon<strong>de</strong>nheid, wordt haar rijk van <strong>de</strong> toekomst<br />

gebouwd. Doch dit rijk is niet zoo nabij als zij eens waan<strong>de</strong>.<br />

In Tusschen Tijd en Eeuivigheid ( 1 934) dat op een be<strong>de</strong> eindigt,<br />

neemt zij afscheid en voltrekt zich <strong>de</strong> curve van haar ontwikkeling<br />

die sinds 1 928 over <strong>het</strong> religieus socialisme loopt naar<br />

<strong>het</strong> uitein<strong>de</strong>lijk mystiek verlangen om « terug to zinken in<br />

<strong>de</strong>n moe<strong>de</strong>rschoot van God >>.<br />

Ook in <strong>de</strong> biographieen van J. J. Rousseau, De Held (=<br />

Garibaldi) en <strong>de</strong> Schare, Tolstoi, Gezelle, Herman Gorter, Rosa<br />

Luxemburg, evenals in verschillen<strong>de</strong> sociologische studies (De<br />

geestelijke Ommekeer en <strong>de</strong> nieuive Taal van <strong>het</strong> Socialisme) en in<br />

dramatische proeven heeft zij zich uitgesproken. Buiten<br />

Thomas More — Engelschen kanselier van Hendrik VIII, dien<br />

zij als <strong>de</strong>n eersten utopischen communist <strong>de</strong>r mo<strong>de</strong>rne tij<strong>de</strong>n<br />

beschouwt — bezit haar als dusdanig bedoeld werk echter<br />

geen dramatische spanning noch telt <strong>het</strong> een enkele, waarlijk<br />

leven<strong>de</strong> figuur.<br />

Een drieluik vormen De Opstan<strong>de</strong>lingen ( 1 91 0), Het Offer<br />

(na <strong>de</strong>n vre<strong>de</strong> van Brest-Litovsk) en Kin<strong>de</strong>ren ( 1923), die<br />

telkens in Rusland spelen en mooie <strong>de</strong>elen bevatten welke<br />

echter niet opwegen tegen haar louter lyrische ontboezemingen.<br />

Een verheerlijking van <strong>de</strong>n Arbeid geeft <strong>het</strong> « Spel tot<br />

Inwijding » dat dien naam draagt. Verlengstukken van haar<br />

zelfbelij<strong>de</strong>nissen zijn ook <strong>de</strong> spreekkoren (Gedroomd Gebeuren)<br />

en <strong>de</strong> leekenspelen : Kin<strong>de</strong>ren van <strong>de</strong>zen Tijd, De Moe<strong>de</strong>r,<br />

Der vrouven iveg, waarin zij telkens haar oproep tot proletarische<br />

eenheid en haar religieus-socialistische boodschap herhaalt<br />

:<br />

« lk wil dienen God dien zij in zich dragen;<br />

ik wil God dienen in menschen<br />

ik wil, in menschen, in menschen dienen God. >><br />

De beteekenis van <strong>de</strong>ze groote figuur kan, niet alleen <strong>voor</strong><br />

onze cultuur en onze Ne<strong>de</strong>rlandsche letteren, nauwelijks hoog<br />

300


genoeg aangeslagen wor<strong>de</strong>n. Naar alien schijn zal men in<br />

Naar een <strong>de</strong>r toppunten erkennen die <strong>de</strong> lyriek in onze taal<br />

ooit bereikt heeft.<br />

Een <strong>de</strong>r eersten heeft CAREL STEVEN ADAMA VAN C. S. ADAMA<br />

VAN<br />

SCHELTEMA <strong>de</strong> Tachtigers-theorieen van <strong>de</strong> kunst als SCHELTEMA<br />

een gave <strong>voor</strong> weinigen scherp aangevallen in een 1877-1924<br />

polemisch boek van ongelijke waar<strong>de</strong> : De Grondslagen eener<br />

nieuwe Poezie (1908).<br />

Kunst moet volgens hem nog iets meer zijn dan uiting van<br />

persoonlijke aandoeningen; zij moet wortelen in heel <strong>het</strong><br />

moreele, religieuse en maatschappelijke leven. Daarenboven<br />

is zij er <strong>voor</strong> <strong>de</strong> gemeenschap, <strong>voor</strong> alien « met wie wij leven<br />

in een wereld, in een tijd, met wie wij verbon<strong>de</strong>n zijn door<br />

duizen<strong>de</strong>n ban<strong>de</strong>n. - Niet <strong>de</strong> kunst om <strong>de</strong> kunst, maar <strong>de</strong><br />

kunst <strong>voor</strong> <strong>de</strong> gemeenschap >>.<br />

Den titel van volksdichter heeft A. v. Scheltema gewonnen<br />

door een aantal bun<strong>de</strong>ltjes, thans alle vereenigd uitgegeven<br />

als Verzamel<strong>de</strong> Gedichten, te gelijk met drie grootere gedichten<br />

van geheel an<strong>de</strong>ren aard : Leven<strong>de</strong> Ste<strong>de</strong>n (Lon<strong>de</strong>n, Dusseldorp,<br />

Amsterdam) en <strong>het</strong> wijsgeerige De Tors.<br />

Verschillen<strong>de</strong> oproerige zangen zijn geliefd gebleven bij<br />

<strong>de</strong> arbei<strong>de</strong>rs : De Daad, De Roo<strong>de</strong>n roepen, Te Wapen, E6n Mei.<br />

Hij re<strong>de</strong>neert niet over <strong>de</strong> beweging, hij zingt maar, hij trekt<br />

<strong>voor</strong>op met <strong>de</strong> vlag. Liedjes heeft hij geschreven, grappige<br />

niemendalletjes en mijmeren<strong>de</strong> verzen die tot zijn beste<br />

behooren. A. van Scheltema werd haast even populair als<br />

De Genestet of Toliens, - wat ons tot behoedzaamheid aanzet<br />

bij <strong>de</strong> beoor<strong>de</strong>eling <strong>de</strong>r poetische waar<strong>de</strong> van zijn werk.<br />

Tot zijn volgelingen mag men rekenen <strong>de</strong> zusters MARIE<br />

W. Vos (Opgang, Roo<strong>de</strong> Geranium, Bewogen Vaart) en MARGOT<br />

Vos (De nieuwe Lent, De lichie Uren, <strong>de</strong> Windharp), alsook<br />

wijlen S. BONN : Immortellen, Gewij<strong>de</strong> Lie<strong>de</strong>ren. Alle drie zijn<br />

slechts mid<strong>de</strong>lmatige talenten.<br />

Een eigen toon wist KOOS SPEENHOIT aan te slaan,<br />

die nog populair<strong>de</strong>r is dan Adama van Scheltema<br />

ooit was en door sommigen als <strong>de</strong> beste Hollandsche dichter<br />

in <strong>de</strong>n volkstoon beschouwd wordt. Zijn pretentielooze Liedjes,<br />

Wijzen en Prentjes, zijn Krekelzangen die hij zelf <strong>voor</strong>draagt<br />

J. H. SPEENHOFF<br />

Geb. in 1869<br />

301


zijn vaak goedkoop sentimenteel of huiselijk nuchter, dock<br />

een enkele maal ook echt roerend, of raak sarcastisch.<br />

A. VAN COLLEM Op vrij hoogen leeftijd door <strong>het</strong> communisme<br />

1858-1933 bezield, gaf <strong>de</strong> Amsterdamsche koopman A. VAN<br />

FR. PAU WELS<br />

Geb. in 1888<br />

COLLEM achter elkaar acht zeer ongelijke bun<strong>de</strong>ls revolutionnaire<br />

poezie, waaruit ondanks haar technische tekortkomingen<br />

soms een weidsche, profetische klank opstijgt. Zijn hartstochtelijk<br />

betrouwen op een betere toekomst bier op aar<strong>de</strong> steunt<br />

op zijn gloeien<strong>de</strong> geestdrift en zijn lief<strong>de</strong> <strong>voor</strong> natuur en<br />

menschheid, alsme<strong>de</strong> op zijn geloof in <strong>de</strong> cosmische eenheid<br />

van al <strong>het</strong> bestaan<strong>de</strong>. Deze pantheistisch-communistische<br />

levensbeschouwing uitte hij in Lie<strong>de</strong>ren van Huisvlijt (1917),<br />

drie bun<strong>de</strong>ls Lie<strong>de</strong>ren <strong>de</strong>r Gemeenschap, Opstandige Lie<strong>de</strong>ren, en<br />

in zwakkere bun<strong>de</strong>ls w. o. God, een Gedicht.<br />

Deernis met <strong>de</strong> mis<strong>de</strong>el<strong>de</strong>n en <strong>de</strong> ne<strong>de</strong>rigen, <strong>de</strong>el-<br />

neming aan <strong>de</strong>n maatschappelijken strijd, vindt men<br />

insgelijks in <strong>het</strong> werk van FRANgois PAuwELs, die tevens een<br />

verdienstelijk romanschrijver is (De Vrouw met <strong>de</strong> twee Gezichten,<br />

Rechter Thomas en an<strong>de</strong>re verhalen uit zijn advocatenpractijk).<br />

Zijn dichterlijke verhalen staan in Enkele Verzen, Fantomen,<br />

Tziganen. Thans werkt hij aan een sonnettencyclus in<br />

drie boeken.<br />

Vermel<strong>de</strong>n wij nog :<br />

DOP BLES, wiens Parijsche Verzen overvloeien van begrijpen<strong>de</strong><br />

en vergeven<strong>de</strong> lief<strong>de</strong> <strong>voor</strong> <strong>de</strong> laagst gezonken menschelijke<br />

wrakken;<br />

MARTIEN BEVERSLUIS, als bezinger van natuurschoon begonnen<br />

(Zwerversweel<strong>de</strong>, Canzonen en <strong>het</strong> latere De Bellenblazer),<br />

droeg <strong>voor</strong> <strong>de</strong> microphoon zijn Lie<strong>de</strong>ren van <strong>de</strong>n Arbeid en <strong>de</strong><br />

anti-oorlogsverzen AanI'lacht <strong>voor</strong>, en schreef verschillen<strong>de</strong><br />

hoorspelen;<br />

WILLEM VAN IEPENDAAL, schuilnaam van een Rotterdammer<br />

die, aanvankelijk uit <strong>de</strong> gevangenis, Lie<strong>de</strong>ren van <strong>de</strong>n Zellkant<br />

schreef, gevolgd door <strong>de</strong> even rauwe hekeldichten Over<br />

<strong>de</strong> Leuningen langs <strong>de</strong> Kaai, De Vint' op <strong>de</strong> Waslijn. — Kriebeltjes<br />

Hoogtepunt heet zijn roman van een jongen die uit <strong>het</strong> Huis<br />

van bewaring komt;<br />

FREEK VAN LEEUWEN (Door <strong>het</strong> Donker) en an<strong>de</strong>re arbei<strong>de</strong>rs<br />

302


die een tijdlang gegroepeerd waren rondom <strong>het</strong> tijdschrift<br />

Links Richten.<br />

Intellectueelen on<strong>de</strong>r <strong>de</strong>ze revolutionnaire dichters zijn :<br />

GARMT STUIVELING (Verzen van nu, Elementen) en JET'<br />

JEF LAST<br />

LAST. Naast een bun<strong>de</strong>l zeemanslie<strong>de</strong>ren (Bakboords- Geb. in 1898<br />

lichten) en poezie in dienst van een politieke gedachte (Kamera<strong>de</strong>n,<br />

Verle<strong>de</strong>n Tijd, Bloedkoraal antifascistische Verzen) gaf hij<br />

<strong>voor</strong>al proza : Marianne, Partij remise, Len Huis zon<strong>de</strong>r Vensters.<br />

De romans : over <strong>de</strong> drooglegging <strong>de</strong>r Zui<strong>de</strong>rzee (1934), met<br />

<strong>de</strong> beschrijvingen van <strong>het</strong> visschersleven, en Voor <strong>de</strong> Mast,<br />

waarin hij een ruw werkelijkheidsgetrouw beeld ophangt van<br />

<strong>het</strong> leven als stoker of matroos op vrachtbooten en passagierschepen,<br />

zijn karakteristiek <strong>voor</strong> zijn directen stijl en zijn<br />

driftig realisme.<br />

Wanneer men bij <strong>de</strong>ze gevarieer<strong>de</strong> productie ook <strong>het</strong> dramatische<br />

werk van Heijermans rekent, en <strong>voor</strong>al <strong>de</strong> onafzienbare<br />

reeks romans en novellen van Coenen, Aletrino, De<br />

Wester, Van Hulzen, Augusta <strong>de</strong> Wit, Carry van Bruggen,<br />

Querido, Joost Men<strong>de</strong>s, A. M. <strong>de</strong> Jong e. a., dan blijkt <strong>de</strong><br />

weerslag van <strong>de</strong> sociale stroomingen op <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsche<br />

letteren van <strong>de</strong>zen tijd van een niet te on<strong>de</strong>rschatten beteekenis.<br />

D. — HET EXPRESSIONNISME EN DE NIEUWE<br />

PROZAKUNST<br />

In zijn ruimere beteekenis is <strong>het</strong> expressionnisnie <strong>de</strong> ALGEMEENE<br />

BETEEKENIS<br />

gebruikelijke term om, evengoed in <strong>de</strong> plastische<br />

kunsten als in <strong>de</strong> literatuur, al die richtingen te omvatten<br />

welke (als reactie op <strong>het</strong> impressionnisme en <strong>het</strong> naturalisme<br />

die zich te zeer om <strong>het</strong> uiterlijk <strong>de</strong>r dingen bekommer<strong>de</strong>n)<br />

<strong>de</strong> uitdrukking, <strong>de</strong> expressie van <strong>het</strong> innerlijke levee nastreyen.<br />

Er bestaat een nauw verband tusschen <strong>de</strong> evolutie<br />

van <strong>de</strong> schil<strong>de</strong>r- en beeldhouwkunst — van <strong>het</strong> im- FUTURISME,<br />

KUBISME EN<br />

pressionnisme naar <strong>de</strong> i<strong>de</strong>oplastiek — en <strong>de</strong>n ont-<br />

ANDERE ISMEN<br />

wikkelingsgang van <strong>de</strong> he<strong>de</strong>ndaagsche literatuur.<br />

303


HET EIGENLIJK<br />

EXPRESSION-<br />

NISME IN NAU-<br />

WEREN ZIN<br />

In 1 909 verscheen te Parijs <strong>het</strong> eerste manifest van <strong>de</strong>n<br />

Italiaan Marinetti, spoedig door an<strong>de</strong>re gevolgd. Hier zij<br />

slechts bondig gewezen op <strong>de</strong> tamelijk uiteenloopen<strong>de</strong> bedoelingen<br />

van dit uitbundig futurisme, dat o. m. <strong>de</strong> beweging<br />

wou weergeven ; dat klanken, gelui<strong>de</strong>n en geuren wou uitbeel<strong>de</strong>n<br />

door conventioneele teekens, en <strong>het</strong> mo<strong>de</strong>rne stadsleven:<br />

<strong>de</strong> machine, <strong>de</strong> kinema, <strong>de</strong> volksmassa's, <strong>de</strong> snelheid...<br />

verheerlijken. Van formeel belang waren <strong>het</strong> negeeren van<br />

alle syntaxis en punctuatie, <strong>het</strong> verkiezen van klanknabootsen<strong>de</strong><br />

woor<strong>de</strong>n, en <strong>het</strong> aanwen<strong>de</strong>n van verschillen<strong>de</strong> inktsoorten<br />

en lettervormen om te komen tot een


De reactie tegen <strong>de</strong> opperheerschappij van <strong>de</strong> techniek en<br />

van <strong>het</strong> kou<strong>de</strong> intellect die tot <strong>de</strong> ramp geleid of ze althans<br />

niet verme<strong>de</strong>n had<strong>de</strong>n ; <strong>het</strong> gevoel dat aan <strong>de</strong> ethische problemen<br />

<strong>de</strong>n <strong>voor</strong>rang dien<strong>de</strong> gegeven, waren uitingen van<br />

dien radicalen ommekeer in <strong>de</strong> geesten. Men tastte naar <strong>de</strong><br />

kern <strong>de</strong>r dingen, op zoek naar nieuwe zekerhe<strong>de</strong>n : want op<br />

<strong>de</strong> puinhoopen dien<strong>de</strong> een an<strong>de</strong>re, een betere wereld opgebouwd.<br />

Doordrongen van zijn eenheid met al <strong>het</strong> bestaan<strong>de</strong>,<br />

wou <strong>de</strong> dichter <strong>voor</strong>taan mensch zijn on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> menschen,<br />

in eenklank met <strong>de</strong> gemeenschap om wier politieke en sociale,<br />

als ethische en economische noo<strong>de</strong>n hij zich thans bekommer<strong>de</strong>.<br />

Zijn afkeer en ontgoocheling, zijn haat en zijn walg,<br />

kon hij slechts uiten in hevige gebaren en kreten. Als een<br />

gezuiverd mensch met een hart vol broe<strong>de</strong>rschap en lief<strong>de</strong>,<br />

voel<strong>de</strong> hij zich staan mid<strong>de</strong>nin <strong>de</strong>n cosmos, als een nieuwe<br />

God die <strong>de</strong> wereld herschept.<br />

De natuur wou hij niet meer schil<strong>de</strong>ren of beschrijven ;<br />

haar gegevens vervorm<strong>de</strong> hij naar believen om in een essentieelen<br />

trek <strong>voor</strong> zijn overstelpen<strong>de</strong> gevoelens en gedachten<br />

een passend uitdrukkingsmid<strong>de</strong>l to vin<strong>de</strong>n. Wanneer hij <strong>de</strong><br />

natuur niet resoluut <strong>de</strong>n rug toekeer<strong>de</strong>, zag hij <strong>de</strong>n mensch<br />

een met haar : <strong>het</strong> landschap, <strong>de</strong> heuvels, boomen en torens<br />

kregen menschelijke vormen. De kunst zou <strong>voor</strong>taan een uitdrukking<br />

zijn van dat « cosmisch » gevoel, <strong>het</strong> zich vereenzelvigen<br />

met heel <strong>de</strong> wereld ; een uitdrukking zoo synt<strong>het</strong>isch<br />

en zoo intens, zoo « dynamisch » mogelijk.<br />

Thans, na slechts weinige jaren, moet men vast- DE TERUGGANG<br />

VAN HET<br />

stellen dat <strong>de</strong> scherp expressionnistische theorieen<br />

OORSPRONKEalgemeen<br />

in ongunst geraakt zijn en <strong>de</strong> beweging LI JK EXPRES-<br />

SIONNISME<br />

in haar oorspronkelijke luidruchtige gedaante dood<br />

is. Men had gauw genoeg van dat geschreeuw en gedreig,<br />

van die apostolische, humanitaire preeken, van dien reclamestijl,<br />

die aeroplanen, die telefonie met en zon<strong>de</strong>r draad en<br />

al die an<strong>de</strong>re opzettelijkhe<strong>de</strong>n. Overal constateert men een<br />

terugkeer naar meer bezonkenheid en naar een vrijwillig aanvaar<strong>de</strong><br />

tucht (die heel wat an<strong>de</strong>rs kan zijn dan <strong>de</strong> classieke<br />

regelen van <strong>de</strong>n versbouw!)<br />

Doch naar een an<strong>de</strong>ren kant dient erkend dat <strong>het</strong> expres-<br />

305


sionnisme in ruimeren zin heel <strong>de</strong> kunst van he<strong>de</strong>n doordringt.<br />

In zijn diepste wezen is <strong>het</strong> slechts een nieuwe poging om,<br />

zooals bij <strong>de</strong> Egyptenaren, <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>leeuwsche Primitieven<br />

of <strong>de</strong> Romantici, zielstoestan<strong>de</strong>n uit te drukken zon<strong>de</strong>r zich<br />

om een objectieve weergave van <strong>de</strong>n daartoe aangewen<strong>de</strong>n<br />

natuurvorm te bekommeren.<br />

Wanneer wij <strong>de</strong>n weerslag van dit alles op <strong>de</strong><br />

HET EXPRES-<br />

SIONNISME IN Ne<strong>de</strong>rlandsche literatuur on<strong>de</strong>rzoeken, dienen wij<br />

HOLLAND niet te vergeten dat <strong>de</strong> oorlog in al zijn verschrik-<br />

kingen <strong>de</strong> Hollandsche duinen en dijken spaar<strong>de</strong>. Dat hij<br />

niettemin diep inwerkte, spreekt vanzelf.<br />

Van over <strong>de</strong> Oostelijke grens en uit <strong>het</strong> tragisch beproef<strong>de</strong><br />

Vlaan<strong>de</strong>ren kwamen teekenen van een gewijzig<strong>de</strong> levens- en<br />

kunstbeschouwing. Zoodat Ne<strong>de</strong>rland eveneens spoedig <strong>de</strong><br />

cosmische verwijding ken<strong>de</strong> van <strong>het</strong> persoonlijk gevoel. Men<br />

bleef er niet doof <strong>voor</strong> <strong>het</strong> rumoer <strong>de</strong>r smartgelui<strong>de</strong>n en<br />

opstandkreten uit heel <strong>de</strong> wereld. Het krampachtig gebaar,<br />

<strong>de</strong> gebal<strong>de</strong> vuist verving <strong>de</strong> melodische perio<strong>de</strong>, <strong>de</strong> classieke<br />

regelmaat van <strong>het</strong> vers. In een kreet, een convulsieve stameling<br />

moest <strong>de</strong> sterke bewogenheid zich uiten. Het jachtig<br />

rhythme van <strong>de</strong>n tijd, zijn groote-stadsbeweging, zijn kinemabeel<strong>de</strong>n<br />

en an<strong>de</strong>re technische won<strong>de</strong>ren tril<strong>de</strong>n na in <strong>het</strong> vrije<br />

dynamische vers met zijn onverwachte wendingen en ongelijke<br />

regellengte, ongeacht of <strong>het</strong> rhythme in ongebon<strong>de</strong>nheid<br />

verliep en rijm of assonantie in <strong>de</strong> enjambementen te loor<br />

ging. Ook <strong>de</strong> beeldspraak moest tot ie<strong>de</strong>ren prijs oorspronkelijk<br />

en verrassend zijn. Naar <strong>het</strong> <strong>voor</strong>beeld van <strong>de</strong> bouwkunst<br />

die <strong>de</strong> lijnen verstrakte en <strong>de</strong> ij<strong>de</strong>le krullen prijsgaf <strong>voor</strong> <strong>de</strong><br />

monumentaliteit van <strong>het</strong> geheel, schuw<strong>de</strong> men elk ornament,<br />

wil<strong>de</strong> men een afgesnoei<strong>de</strong>, van alle


gestalte — een vent ! — gesteld ! In menig romantisch vers<br />

komen <strong>de</strong>ze heroische levensdrift, dit actief partij kiezen tot<br />

uiting; en aan <strong>de</strong> hernieuw<strong>de</strong> belangstelling <strong>voor</strong> <strong>de</strong>n historischen<br />

roman of <strong>de</strong> levensbeschrijving zijn zij evenmin<br />

vreemd.<br />

An<strong>de</strong>re theorieen hebben van 1925 af, gelei<strong>de</strong>-<br />

HET<br />

SURREALISME<br />

lijk <strong>het</strong> expressionnisme verdrongen; o. m. net surrealisme<br />

— een kind van <strong>de</strong> psycho-analytische theorieen van<br />

<strong>de</strong>n Weenschen psycholoog Freud — dat <strong>de</strong> uitdrukking van<br />

<strong>het</strong> irrationeele nastreeft en droomgezichten uit <strong>de</strong> donkere<br />

wereld van <strong>het</strong> on<strong>de</strong>rbewustzijn aan <strong>het</strong> daglicht bedoelt to<br />

brengen.<br />

De vernieuwing van <strong>het</strong> proza hield niet da<strong>de</strong>lijk DE NIEUWE<br />

PROZAKUNST<br />

gelijken tred met <strong>de</strong>ze van <strong>de</strong> poezie. Zoodat <strong>de</strong><br />

noodzakelijkheid van een verjonging lang theoretisch betoogd<br />

werd in menig sierlijk essay eer men in werkelijkheid iets<br />

bereikte. Ver<strong>de</strong>r dan een moeizaam zoeken en experimenteeren<br />

had men <strong>het</strong> nauwelijks gebracht, toen <strong>de</strong> min<strong>de</strong>r in<br />

<strong>de</strong> woordkunst verstrikte Vlaamsche vertellers reeds verwezenlijkingen<br />

boekten.<br />

Me<strong>de</strong> on<strong>de</strong>r invloed van <strong>de</strong> film heeft <strong>de</strong> mo<strong>de</strong>rne expressieve<br />

stijl een feller vaart, een krachtiger rhythme, een sterker<br />

plastiek gekregen. De strakke, gespannen zin, beknopt zakelijk,<br />

ontdaan van alle stijlsiera<strong>de</strong>n en van woord tot woord<br />

voldragen, is regel gewor<strong>de</strong>n. Een teekenend <strong>de</strong>tail erkent<br />

men als doeltreffen<strong>de</strong>r dan een uitvoerige beschrijving of <strong>de</strong><br />

haarfijne motiveering van <strong>de</strong> minste han<strong>de</strong>ling. De nieuwe<br />

roman wil boven <strong>het</strong> anecdotische uitstijgen, en verlaat <strong>de</strong><br />

traditioneele banen van <strong>de</strong> huiselijkheid. Hid beantwoordt<br />

vaak aan <strong>het</strong> romantisch verlangen naar avontuur op verre<br />

kusten of naar een heroisch gedroomd nationaal verle<strong>de</strong>n;<br />

ook in <strong>het</strong> geromanceer<strong>de</strong> levensrelaas, <strong>de</strong> « biographie<br />

romancee », bezorgt hij een uitweg <strong>voor</strong> <strong>de</strong> hel<strong>de</strong>nvereering<br />

waaraan een jong, op vitaliteit belust geslacht behoefte<br />

gevoelt.<br />

307


HET CETI J<br />

1916-1924<br />

tijdschrif t : Het Getij in 1916. Tot een volkomen bewustworwat<br />

jong en oud scheid<strong>de</strong> kwam <strong>het</strong> echter niet.<br />

ding van<br />

Na zijn verdwijning, groepeer<strong>de</strong>n enkele talentvolle<br />

DE VRIJE<br />

BLADEN me<strong>de</strong>werkers zich met an<strong>de</strong>re jongeren opnieuw om<br />

(se<strong>de</strong>rt 1924) De vrije Bla<strong>de</strong>n (1).<br />

H. VAN DEN<br />

BERGH<br />

Geb. in 1897<br />

De eerste poging tot <strong>het</strong> bijeenbrengen van gelijkvoelen<strong>de</strong>n<br />

was <strong>de</strong> oprichting to Amsterdam van een<br />

De begaaf<strong>de</strong> HERMAN VAN DEN BERGH gaf reeds<br />

ein<strong>de</strong> 1917 zijn jeugdverzen De Boog, waarmee hij<br />

als een baanbreker optrad van <strong>de</strong> directe, scherpe,<br />

expressieve » beeldspraak. Nadien publiceer<strong>de</strong> hij nog een<br />

bun<strong>de</strong>l De Spiegel, en verzamel<strong>de</strong> zijn critische, in hun tijd<br />

toonaangeven<strong>de</strong> studien in Nieuwe Tucht.<br />

H. DE VRIES Met een zevental bun<strong>de</strong>ls waarvan Nergal (1937)<br />

Geb. in 1896<br />

grooten<strong>de</strong>els een herdruk is van <strong>de</strong> vorige, liet<br />

H. MARSMAN<br />

Geb. in 1899<br />

HENDRIK DE VRIES zich kennen als een dichter van<br />

kou<strong>de</strong> droomvisioenen uit een raadselachtige wereld<br />

van duisternis en verschrikking.<br />

Als <strong>de</strong> representatiefste dichter van zijn geslacht<br />

wordt HERMAN MARSMAN beschouwd. Aanvankelijk<br />

was zijn kunst raadselachtig, eenigszins chaotisch door <strong>het</strong><br />

aanwen<strong>de</strong>n van evocatieve, dock onbeheerschte woor<strong>de</strong>n en<br />

beel<strong>de</strong>n, en van allerelementairste rhythmen. In Paradise<br />

Regained (1927), dat <strong>het</strong> beste uit zijn jeugdproductie bevat,<br />

ziet men hem gelei<strong>de</strong>lijk aan dit flitsen<strong>de</strong>, ontploffen<strong>de</strong><br />

expressionnisme ontgroeien. De vroegere wanhoop sloeg om<br />

in hartstocht <strong>voor</strong> <strong>het</strong> leven : zon<strong>de</strong>r een felle vitaliteit acht<br />

hij Been sterke kunst mogelijk.<br />

In De Witte Vrouwen en <strong>voor</strong>al in Porta Nigra (1934) voltrok<br />

zich zijn groei. Door <strong>de</strong> naakte beeldspraak en <strong>de</strong> strakke<br />

gebon<strong>de</strong>nheid van zijn vrije verzen, bereikte hij nog prach-<br />

(1) Buiten <strong>de</strong> hier afzon<strong>de</strong>rlijk behan<strong>de</strong>l<strong>de</strong> dichters noemen wij nog D. A. M.<br />

BINNENDI JK : Het an<strong>de</strong>re Land; tevens criticus. — JAN R. TH. CAM-<br />

PERT : De Bron, Het verlief<strong>de</strong> Lied, en romanschrijver : Wier. — HALBO<br />

C. KOOL : Scherven. — HENRIK SCHOLTE : Intermezzo. — G. A. VAN<br />

KLINKENBERG : De Cactus. — J. J. VAN GEUNS : Het Uur <strong>de</strong>r Sterren,<br />

Cedichten uit Brie Rijken. — JO LANDHEER : Colven, Donkere Vruchten.<br />

— TRUUS GERHARDT : De Engel met <strong>de</strong> Zonnewijzer, Laagland.<br />

Het Spinet. — JO OTTEN : Angst, dierbare Vijandin,<br />

korte prozaverhalen. — M. MOK, JOHAN THEUNISZ.<br />

—JOHAN MOLENAAR :<br />

308


tige resultaten : doch <strong>de</strong> vroegere wereldveroveraar was<br />

zoek. Zijn stem werd ijler, vertwijfel<strong>de</strong> tonen liet hij hooren<br />

in zijn doodsoverpeinzingen. In De anatomische Les, De Lamp<br />

van Diogenes en Kort Ceding, <strong>de</strong> bun<strong>de</strong>ls critiek uit zijn eerste<br />

perio<strong>de</strong>, toont hij zich partijdig, veeleischend en temperamentvol,<br />

maar gaat hij steeds op <strong>de</strong>n man of die achter <strong>het</strong><br />

werk steekt.<br />

Ook in <strong>het</strong> verhalen<strong>de</strong> proza beproef<strong>de</strong> hij zijn kracht<br />

De vijf Vingers, De Glimlach van <strong>de</strong> Mona Lisa, en <strong>voor</strong>al De<br />

Dood van Angele Degroux. De lyrische en plastische kwaliteiten<br />

van zijn poezie vindt men erin terug. Hoewel goed gecomponeerd<br />

en geschreven is zijn roman niet overtuigend.<br />

De verschijning van zijn Verzameld Werk (1938) 3 d., laat<br />

thans toe <strong>de</strong> evolutie van een <strong>de</strong>r sterkste persoonlijkhe<strong>de</strong>n<br />

uit <strong>de</strong> jong-Ne<strong>de</strong>rlandsche literatuur geheel te overschouwen.<br />

Zijn recentste verzen wijzen op een consequent <strong>voor</strong>tgezette<br />

versobering en grootere vormvastheid.<br />

Pas toen <strong>de</strong> nieuwste beweging enkele jaren<br />

aan <strong>de</strong>n gang was, verscheen JAN<br />

SLAUERHOFF. J.• J. SLAUERHOFF<br />

Zijn pessimistische levenshouding en <strong>de</strong> gestalten 1898-1936<br />

waarin hij zijn verlangens belichaamt zijn echt roman-<br />

tisch : zwervers, avonturiers, piraten, <strong>de</strong>sperado's, wereldmoe<strong>de</strong><br />

droomers... Niemand gaf zoo weinig om rhythme<br />

en vormschoonheid. Nonchalant schreef hij, vaak slordig<br />

en stroef, over<br />

gruwelijke zaken ; gaarne stal<strong>de</strong><br />

hij een jongensachtig cynisme en een zekere perversiteit<br />

ten toon. Maar ondanks die opzettelijkhe<strong>de</strong>n en tekortkomingen<br />

erkennen wij in hem een dichter van een zeldzame<br />

kracht, met een sterk persoonlijk accent. Slauerhoff was een<br />

rustelooze en lustelooze melancholicus die droom<strong>de</strong> van heldhaftiger<br />

tij<strong>de</strong>n, van wisselen<strong>de</strong> landschappen en zeeen, hoewel<br />

hij niets meer verwachtte van <strong>het</strong> leven. Zijn bereisdheid<br />

als scheepsdokter bracht hem ertoe bij <strong>voor</strong>keur an<strong>de</strong>re dan<br />

gewone Hollandsche on<strong>de</strong>rwerpen te behan<strong>de</strong>len. Doch ook<br />

waar hij Been exotische menschen en toestan<strong>de</strong>n schil<strong>de</strong>rt,<br />

vermag hij met schuwe, vertrouwelijke woor<strong>de</strong>n heel een<br />

leeg menschenleven te situeeren in een onvergetelijke atmosfeer<br />

van droefgeestigheid zon<strong>de</strong>r uitzicht : Archipel, Saturnus,<br />

309


A. DONKER<br />

(N. A. Donkersloot)<br />

Geb. in 1902<br />

A. DEN<br />

DOOLAARD<br />

(C. Spoelstra)<br />

Geb. in 1901<br />

<strong>de</strong>els herdruk van vroeger werk, Eldorado, Serena<strong>de</strong>, Soleares,<br />

Een eerlijk Zeemansgraf.<br />

Zijn dichterlijk proza heeft <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> goe<strong>de</strong> en kwa<strong>de</strong><br />

hoedanighe<strong>de</strong>n als zijn poezie. Prachtig van plastiek zijn<br />

verschillen<strong>de</strong> verhalen uit Schuim en Asch; groot van opzet en<br />

sonoor van taal is <strong>voor</strong>al <strong>de</strong> proloog van <strong>het</strong> vrij onsamenhangend<br />

relaas <strong>de</strong>r avonturen van Camoes en <strong>de</strong> Portugeesche<br />

kolonisten in <strong>het</strong> verre Oosten : Het verbo<strong>de</strong>n Rig?.<br />

Ook in Het Leven op Aar<strong>de</strong> zoekt <strong>de</strong> hoofdpersoon Cameron<br />

vergeefs naar bevrediging die geluk schenkt.<br />

Een an<strong>de</strong>re, min<strong>de</strong>r uitzon<strong>de</strong>rlijke figuur die<br />

ANTHONIE DONKER teekent is N. A. Donkersloot.<br />

Slag op slag verwierf hij een paar prijzen <strong>voor</strong><br />

poezie, en <strong>de</strong>n doctorstitel met een proefschrift over '80,<br />

De Episo<strong>de</strong> van <strong>de</strong> Vernieuwing onzer Poezie.<br />

Thans is hij hoogleeraar<br />

to Amsterdam en redacteur van <strong>het</strong> Critisch Bulletin;<br />

hij verzamel<strong>de</strong> zijn bezadig<strong>de</strong>, graag bewon<strong>de</strong>ren<strong>de</strong> critieken,<br />

in Fausten en Faunen, De schichtige Pegasus, Ter Zake. Een<br />

ingeboren zin <strong>voor</strong> harmonie en classieke gebon<strong>de</strong>nheid<br />

spreekt uit zijn zeer gevoelige poezie. Was <strong>de</strong>ze aanvankelijk<br />

haast even donker als zijn schuilnaam, later is zij zonniger<br />

en elegisch, een enkele maal speelsch gewor<strong>de</strong>n : Grenzen,<br />

Kruistochten, De Draad van Ariadne, Onvoltooi<strong>de</strong> Symphonic, een<br />

sonnettencyclus (1938). Na zijn terugkeer uit Davos, waar<br />

hij geruimen tijd moest verblijven, schreef hij <strong>de</strong>n roman<br />

Schaduw <strong>de</strong>r Bergen,<br />

die met zijn goe<strong>de</strong> en min<strong>de</strong>r goe<strong>de</strong><br />

eigenschappen typisch is <strong>voor</strong> zijn ge<strong>de</strong>gen persoonlijkheid.<br />

Hartstochtelijk beoefenaar van velerlei sport; filmartist en<br />

bovenal onvermoeibaar reiziger : aldus <strong>de</strong> levenslustige en<br />

-krachtige A. DEN DOOLAARD (teekenend pseudo-<br />

niem <strong>voor</strong> Cornelis Spoelstra!). Uit zijn verzen De<br />

verlief<strong>de</strong> Betonwerker, De Wil<strong>de</strong> Vaart, blijkt zijn jongensachtige<br />

drang naar verheerlijking van sterke<br />

da<strong>de</strong>n en heldhaftige figuren; <strong>de</strong> balla<strong>de</strong>n van <strong>de</strong>n onbe-<br />

ken<strong>de</strong>n Soldaat, van <strong>de</strong> gestorven Landloopers toonen hem<br />

op zijn best. Vruchten van zijn zwerftochten zijn <strong>de</strong> romans<br />

De Druivenplukkers, die een zonnig beeld ophangt van <strong>het</strong><br />

landleven in <strong>de</strong> Fransche wijnstreek ; De groote Verrvil<strong>de</strong>ring,<br />

310


die <strong>de</strong> eerste beklimming van <strong>de</strong>n Mont Blanc behan<strong>de</strong>lt ; en<br />

<strong>de</strong> verhalen of vlotte reissc<strong>het</strong>sen, meest uit <strong>de</strong>n Balkan : De<br />

Wil<strong>de</strong>n van Europa, De Herberg met <strong>het</strong> Hoefifzer, Orient-Express.<br />

Den Doolaard bewon<strong>de</strong>rt echter te uitsluitend <strong>de</strong> heftige<br />

botsingen van onbeteugel<strong>de</strong> driften en <strong>het</strong> uitrazen van een<br />

kin<strong>de</strong>rlijke zinnelijkheid : zijn werk mist diepte.<br />

De beschrijven<strong>de</strong> stukken waren niet zeldzaam in TH. DE VRIES<br />

Geb. in 1907<br />

Westersche Nachten en an<strong>de</strong>re vormvaste Verzen van<br />

THEUN DE VRIES. Geen won<strong>de</strong>r dat ook hij, die met Friesche<br />

Sagen uit zijn geboortestreek ge<strong>de</strong>buteerd had, naar <strong>de</strong> epiek<br />

terugkeer<strong>de</strong>. Rembrandt (1931 ) behan<strong>de</strong>lt met veel zielkundig<br />

doorzicht <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> helft van 's meesters leven, <strong>het</strong> drama<br />

van <strong>het</strong> onbegrepen genie, en, al te uitvoerig, <strong>het</strong> leven van<br />

Titus zijn zoon. Hel<strong>de</strong>r maar koel is dit proza, van een rustige<br />

knapheid doch zon<strong>de</strong>r <strong>de</strong> spanning die men bij zulk gegeven<br />

mocht verwachten. Stiefmoe<strong>de</strong>r Aar<strong>de</strong> en <strong>het</strong> vervolg Rad van<br />

Fortuin vertellen breedvoerig <strong>het</strong> op- en neergaan van een<br />

Friesch boerengeslacht in <strong>de</strong> negentien<strong>de</strong> eeuw. Het is een<br />

brok geweldig en aangrijpend leven die ver boven zijn an<strong>de</strong>re<br />

romanproeven uitsteekt.<br />

Begonnen als <strong>de</strong> luchtige poeet van Spelevaart en,<br />

met F. Chasalle, van fantasiestukjes <strong>voor</strong> tooneel,<br />

heeft C. J. KELK zich toegelegd op <strong>de</strong> romantische<br />

biographie (Jan Steen) en <strong>de</strong>n he<strong>de</strong>ndaagschen<br />

roman : Dans van jonge Voeten, Bloem on<strong>de</strong>r Menschen.<br />

C. J. KELK<br />

(Thomas Beker)<br />

Geb. in 1901<br />

Fre<strong>de</strong>rik Chasalle was <strong>de</strong> schuilnaam van CON- C. VAN WESSEM<br />

STANT VAN WESSEM, die eveneens naam maakte met<br />

(S chuiln aam<br />

F. Chasalle)<br />

geromanceer<strong>de</strong> levens » van Liszt, Daen<strong>de</strong>ls en Geb. in 1901<br />

De Ruyter en die, naast een paar min<strong>de</strong>r gelukkige he<strong>de</strong>ndaagsche<br />

romans, in 300 Negerslaven een aangrijpend historisch<br />

verhaal gaf, in <strong>de</strong>n nieuwen zakelijken prozastijl.<br />

Het mo<strong>de</strong>rne stadsleven (Amsterdam), <strong>de</strong> he<strong>de</strong>ndaagsche<br />

sociale en economische crisis (De Menschen meenen <strong>het</strong> goed met<br />

<strong>de</strong> Menschen) en een communistischen opstand in een West-<br />

Europeesche havenstad (Brood! een Revolutie-roman) : dit<br />

zijn <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwerpen die MAURITS DEKKER aandurft. Stijl en<br />

compositie wijzen op een sterken invloed van <strong>de</strong> film. Dat<br />

hij een intrigue handig kan opbouwen en ontknoopen getuigt<br />

3 1 1


ook <strong>de</strong> sensatieroman Reflex. Doch min<strong>de</strong>r gelukkig bleek hij<br />

met zijn drieledige, groot opgezette biografie van Willem van<br />

Oranje.<br />

F. BORDEWIJK<br />

Er zijn meer beoefenaars van <strong>de</strong> « nieuwe zakelijkheid »<br />

die, liefst in zoogenaam<strong>de</strong> tijdromans hun toevlucht nemen<br />

tot <strong>de</strong>n korten zinsbouw, <strong>de</strong> nuchtere, kroniekachtige opsomming,<br />

<strong>het</strong> gedurig herhalen en verspringen van indrukken en<br />

contrasten, of <strong>het</strong> inlasschen van journalistieke uitknipsels.<br />

M. REvis heeft dit systeem <strong>het</strong> verst doorgedreven in<br />

8.100.000 M 3 Zand en in Gelakte' Hersens, <strong>het</strong> levensverhaal<br />

van Henry Ford. Ver<strong>de</strong>r noemen wij B. ROEST CROLLIUS :<br />

Land van Verlangen; — LEO OTT : De Haven, waarin <strong>de</strong> atmosfeer<br />

en <strong>de</strong> strijd om <strong>het</strong> bestaan in een havenstad juist getroffen<br />

zijn; Menschen on<strong>de</strong>r Schijnwerpers; — B. STROMAN<br />

Vrouwe-pol<strong>de</strong>r; — RALPH SPRINGER : Om <strong>de</strong> Macht, een fascistische<br />

staatsgreep ; — EDUARD COENRAADS, schuilnaam <strong>voor</strong><br />

wijlen P. Endt : Fakkeldragers, <strong>de</strong> communistische revolutie<br />

van 1928 in Beieren.<br />

Met een reeks zeer verschillend geaar<strong>de</strong> werken<br />

trad F. BORDEWIJK op <strong>het</strong> <strong>voor</strong>plan. De door hem<br />

gestel<strong>de</strong> problemen drijft hij telkens tot in hun uiterste gevolgtrekkingen<br />

door, met een koudnuchtere fantasie, met<br />

een zin <strong>voor</strong> humor en caricatuur die niets of niemand ontziet.<br />

Doorgaans blijft zijn stijI daarbij onbewogen.<br />

Zoo hangt hij in Bloklien een beeld op van <strong>de</strong>n toekomstigen<br />

heilstaat die toch ten on<strong>de</strong>r moet gaan. Bint, <strong>de</strong> Roman<br />

van een Zen<strong>de</strong>r (1934) is even hoekig van bouw als van taal<br />

en behan<strong>de</strong>lt op groteske, meesterlijke wijze <strong>het</strong> probleem<br />

van <strong>de</strong> tucht. An<strong>de</strong>re novellen : Knorren<strong>de</strong> Beesten, De Wingerdrank<br />

en zijn jongste roman Karakter waarin hij een meer<br />

realistischen weg inslaat, laten hem telkens zien als een oproeper<br />

van onvergetelijke gestalten en milieu's, die hij plaatst<br />

in een dieper, fantastisch Licht.<br />

E. DU PERRON Een eenigszins aparte plaats bekleedt EDGAR DU<br />

Geb. in 1899<br />

PERRON. Van Indische afkomst, vestig<strong>de</strong> hij zich<br />

pas na zijn twintigste jaar in Europa, namelijk in Belgie waar<br />

hij in wijlen Paul van Ostaijen een geestverwant vond. Dat<br />

hij zich niet ten onrechte een franc-tireur, een vrijbuiter<br />

312


noemt, blijkt uit zijn stekelige, vrijmoedige critiek : Voor<br />

kleine Parochie, Vriend of Vijand, Tegenon<strong>de</strong>rzoek, Cahiers van<br />

een Lezer, Blocnote klein Formaat. De essay's De smalle Mens en<br />

een merkwaardige, ter plaatse gedocumenteer<strong>de</strong> studie over<br />

Multatuli, De Man van Lebak, toonen hem op zijn best.<br />

Scherpzinnig en met een groote schrijfvaardigheid begaafd,<br />

lijdt <strong>de</strong>ze pamfletair aan een ziekelijke zelfoverschatting. Hij<br />

is te egocentrisch om ooit een echt romanschrijver te wor<strong>de</strong>n<br />

(Een Voorbereiding, <strong>de</strong> fantastische novellen uit Nutteloos Verzet).<br />

Ook Het Land van Herkomst waarin hij jeugdherinneringen<br />

uit <strong>de</strong> Oost en eigen ervaringen te Parijs en el<strong>de</strong>rs verwerkte,<br />

zit vol zelfanalyse en intelligente beschouwingen, vaak in een<br />

schitteren<strong>de</strong>n gesprekstijl, doch is qua roman mislukt.<br />

De bun<strong>de</strong>l Mikrochaos (1932) is een zelfkeur uit vroegere<br />

poezie, tevens herdruk van Parlando. De nuchtere levensaanvaarding<br />

van <strong>de</strong>zen ontgoochel<strong>de</strong>, <strong>de</strong> cynische aard van <strong>de</strong>n<br />

amoralist komen er volop tot hun recht. Enkele verzen, waaron<strong>de</strong>r<br />

<strong>het</strong> Gebed bij <strong>de</strong> har<strong>de</strong> Dood zijn van een aangrijpen<strong>de</strong><br />

directheid en schamperheid.<br />

Min<strong>de</strong>r autobiografisch, ontpopte zich SIMON<br />

VESTDIJK tot een vruchtbaar romanschrijver, met<br />

verbeeldingskracht en een scherpe opmerkingsgave. Hij begon<br />

als zoovele intellectualistische dichters die, technisch knap,<br />

met een flinke dosis cynisme bij<strong>de</strong>grondsche on<strong>de</strong>rwerpen<br />

behan<strong>de</strong>len op <strong>de</strong>n ongesmukten toon van <strong>de</strong> directe me<strong>de</strong><strong>de</strong>eling<br />

(1) : Berijmd Palet, Kind van Stad en Land.<br />

In zijn romans liet hij zich kennen als een meedoogenloos,<br />

vaak penetrant uitpluizer van psychologische uitzon<strong>de</strong>ringsgevallen<br />

: Terug tot Ina Damman, <strong>de</strong> Geschie<strong>de</strong>nis van een<br />

Jeugdlief<strong>de</strong>; — Else Bailer, Duitsch Dienstmeisje; — Meneer Visser's<br />

Hellevaart. In <strong>de</strong> wel eens griezelige novellen uit De Dood<br />

betrapt, zes gevallen van personen <strong>voor</strong> wie <strong>het</strong> stervensuur<br />

slaat, vindt men terug <strong>de</strong> vrees die in zijn poezie tot uiting<br />

komt en die tevens romantisch verlangen is naar <strong>de</strong> alom<br />

loeren<strong>de</strong> dood.<br />

(1) Zulke volgelingen van J. Greshoff, E. du Perron en J. Slauerhoff zijn<br />

<strong>de</strong> dichters ERIC VAN DER STEEN : Kleine Odyssee, Voorwaar<strong>de</strong>lijke Wijs,<br />

Kortom; ED. HOORNIK : Maitheus; J. C. NOORDSTAR; WANDA<br />

KOOPMAN; G. DEN BRABANDER; JAC. VAN HATTUM.<br />

S. VESTDIJK<br />

Geb. in 1899<br />

313


Tij <strong>de</strong>ns een verblijf in Spanje schreef hij, in samenwerking<br />

met zijn reisgenoot H. MARSMAN, een roman in brieven :<br />

He<strong>de</strong>n i1r, morgen gij. Doch <strong>de</strong> gaafste vrucht van <strong>de</strong>ze reis<br />

was Het vill<strong>de</strong> Zegel (1937), een lijvig verhaal uit <strong>de</strong>n tijd<br />

<strong>de</strong>r Inquisitie, waarin <strong>de</strong> schil<strong>de</strong>r El Greco en Philips II als<br />

hoofdfiguren optre<strong>de</strong>n, en waarme<strong>de</strong> hij zich onbetwistbaar<br />

<strong>voor</strong>aan plaatste in <strong>de</strong> rij van <strong>de</strong> thans leven<strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsche<br />

romanciers.<br />

GEERTEN<br />

GOSSAERT<br />

(Fr. C. Gerretson)<br />

Geb. in 1884<br />

E. — DE RELIGIEUSE RICHTINGEN<br />

1. — DE JONGE PROTESTANTEN<br />

Een verzoening tusschen <strong>de</strong> hei<strong>de</strong>nsche levensvreug<strong>de</strong> en<br />

schoonheidstheorieen <strong>de</strong>r Tachtigers en <strong>de</strong> orthodoxe protestanten<br />

kwam slechts gelei<strong>de</strong>lijk tot stand. (Ons Tijdschrift,<br />

1907-1914.)<br />

De eerste on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> dichters van Calvinistischen huize die<br />

toena<strong>de</strong>ring betrachtte met <strong>de</strong> nieuwe aest<strong>het</strong>iek was SEERP<br />

A:\ 4MA (Van Holland's Kusten). Hij in wien <strong>de</strong>ze richting<br />

<strong>voor</strong>loopig haar hoogste uiting bereikte is GEERTEN<br />

GOSSAERT, schuilnaam <strong>voor</strong> <strong>de</strong>n Utrechtschen hoog-<br />

leeraar en nationalistischen politicus Fre<strong>de</strong>rik Ger-<br />

retson. In zijn breed en plechtstatig vers, met orge-<br />

lend geluid, greep hij terug naar <strong>de</strong> dichterlijke taal van <strong>de</strong>n<br />

Bijbel en van Da Costa. Ook theoretisch ver<strong>de</strong>dig<strong>de</strong> hij, in<br />

een studie over Bil<strong>de</strong>rdijk, <strong>de</strong> beziel<strong>de</strong> r<strong>het</strong>oriek, <strong>het</strong> welbegrepen<br />

en zuiver gebruik van classieke beel<strong>de</strong>n. Romantische<br />

elementen herkent men eveneens in Experimenten (1911), zijn<br />

eenigen bun<strong>de</strong>l, waarin hij beurtelings als grijze landman,<br />

centaur, boulevardier... zijn godsverlangen en zijn herhaal<strong>de</strong>n<br />

val verbeeldt. Een fel louterend geloof spreekt uit <strong>de</strong>ze<br />

aanklachten tegen <strong>de</strong> zon<strong>de</strong> in hem zelf.<br />

Een totaal an<strong>de</strong>re verschijning was JACQUELINE<br />

J. E. VAN DER<br />

WAALS<br />

E. VAN DER WAALS. Zij gaf een drietal bun<strong>de</strong>ltjes,<br />

1868-1922 doch eerst in haar Laatste Verzen (1922) spreekt haar<br />

persoonlijkheid zich geheel uit. Vooral treffen <strong>de</strong> rust en <strong>de</strong><br />

blijmoedigheid, waarme<strong>de</strong> zij, als teringlijdster, <strong>de</strong>n se<strong>de</strong>rt<br />

lang verwachten dood aanvaard<strong>de</strong>. Tot haar laatste oogenblik<br />

314


heeft zij dankgebe<strong>de</strong>n gefluisterd <strong>voor</strong> <strong>de</strong> aardsche schoonheid<br />

die zij moch• genieten. Zeldzaam zuiver en direct aangrijpend<br />

klinkt haar fijne stem.<br />

De poezie van <strong>de</strong>n zeer productieven WILLEM DE WILLEM DE<br />

MERODE<br />

MERODE die als een lei<strong>de</strong>r van <strong>de</strong> jong-Protestant- (W. E. Keuning)<br />

sche groep optrad, is ongelijk van waar<strong>de</strong> <strong>voor</strong>al in Geb. in 1887<br />

zijn latere bun<strong>de</strong>ls, en vaak slordig. Zijn scherp schuldbesef<br />

en zijn gewetensstrijd tegen vijandige hartstochten geven aan<br />

zijn verzen, mid<strong>de</strong>nin veel r<strong>het</strong>oriek, toch menigmaal een<br />

aangrijpend accent : Het kostbaar Bloed, De donkere Bloei en<br />

De Wil<strong>de</strong> Wingerd, 1911-1936, bloemlezing uit eigen werk.<br />

On<strong>de</strong>r <strong>het</strong> pseudoniem H. VAN ELRO <strong>de</strong>buteer<strong>de</strong> R. HOUWINK<br />

ROEL HOUWINK in De vrije Bla<strong>de</strong>n met subtiele, Geb. in 1899<br />

weemoedige verzen : Madonna in Tenebris, een keuze (1925).<br />

Met Christus, Ommegang in <strong>het</strong> Westen, Voeistappen, Het Voorjaar<br />

keert, Witte Vel<strong>de</strong>n, is hij tot een vrijzinnig Protestantisme<br />

teruggekeerd ; hij treedt thans vaak als woordvoer<strong>de</strong>r op,<br />

met critiek en essay's. Als een eerste poging tot vernieuwing<br />

van <strong>het</strong> proza wekten zijn expressionnistische novellen belangstelling,<br />

evenals <strong>het</strong> Evangelieverhaal Maria. Aan een<br />

gedrongen en gejaag<strong>de</strong> plastiek, aan een sneller tempo en<br />

een grooter directheid van <strong>het</strong> woord, offer<strong>de</strong> Houwink alles<br />

op. Boeiend vertellen kan hij niet.<br />

Talrijk zijn ver<strong>de</strong>r <strong>de</strong> jongere talenten die zich se<strong>de</strong>rt 1922<br />

in <strong>het</strong> tijdschrift Opivaartsche Wegen uitspreken. Zij zoeken<br />

<strong>de</strong> bron <strong>voor</strong> een nieuwe Protestantsche literatuur in een<br />

vernieuwd en versterkt Protestantsch geloof.<br />

Muus JACOBSE, schuilnaam <strong>voor</strong> K. HEEROMA, tevens richting<br />

gevend criticus in <strong>de</strong> inleiding op <strong>de</strong> bloemlezing Het<br />

<strong>de</strong>r<strong>de</strong> R6veil;<br />

J. JAC. THOMSON : Pelgrim met <strong>de</strong> Lier en, on<strong>de</strong>r <strong>het</strong> pseudoniem<br />

JAN DIDERIKSZ, een bun<strong>de</strong>l lief<strong>de</strong>sonnetten De Keten;<br />

JAN H. DE GROOT : Sprongen, Verloren Liedjes, Vaart;<br />

A. WAPENAAR : Het betere Va<strong>de</strong>rland;<br />

G. ACHTERBERG : Verre Stemmen;<br />

W. A. P. SmIT Feesten van 't Jaar;<br />

W. HESSELS, e. a.<br />

Tot een vroegere generatie behoort <strong>de</strong> romanciere WILMA,<br />

315


schuilnaam van Mej. W. VERMAAT Menschenhan<strong>de</strong>n, De Kruisboom.<br />

Jongere dichteressen zijn ELIZABETH REITSMA : Droom<br />

en Vuur, en JO SPIERENBURG : De Schoonheid zaai<strong>de</strong>.<br />

JAN H. EEKHOUT, dichter van Louteringen, Doolagien, e. a.<br />

gaf goe<strong>de</strong> vertalingen : Gilgamesj, een Babylonisch epos;<br />

Osmaansche strofen; spirituals : De Neger zingt en ontwikkel<strong>de</strong><br />

zich tot romanschrijver in een Zeeuwsch-Vlaan<strong>de</strong>rsch getinte<br />

taal, over boeren en kleine burgers uit zijn geboortestreek :<br />

Patriciers, Aar<strong>de</strong> en Brood, Geuzen.<br />

On<strong>de</strong>r hen die een sociale romankunst beoefen<strong>de</strong>n, geboren<br />

uit <strong>de</strong>ernis <strong>voor</strong> <strong>de</strong> maatschappelijk on<strong>de</strong>rdrukten, dient<br />

vermeld <strong>de</strong> jong gestorven J. K. VAN EERBEEK, schuilnaam<br />

van MEINART Boss ( 1 898- 1 93 7 ) die eenige sobere en gave<br />

verhalen gaf : Strooschippers, Gesloten Grenzen.<br />

2. — DE ISRAELIETISCHE DICHTKUNST<br />

Er is Been Westeuropeesch land waar <strong>de</strong> Israelietische<br />

invloed in literaire aangelegenhe<strong>de</strong>n aanzienlijker is dan in<br />

Ne<strong>de</strong>rland. Aan hun <strong>voor</strong>lief<strong>de</strong> <strong>voor</strong> sterke tegenstellingen<br />

en felle kleuren, aan hun opgewon<strong>de</strong>nheid herkent men licht<br />

<strong>de</strong> schrijvers van semitische afstamming. On<strong>de</strong>r <strong>de</strong> reeds<br />

genoem<strong>de</strong>n herinneren wij aan <strong>de</strong> bei<strong>de</strong> Querido's, Herman<br />

Heijermans, A. van Collem, Aletrino, H. Hartog, Van Campen,<br />

Annie Salomons, S. Goudsmit, S. Bonn, S. van Praag,<br />

Carry van Bruggen...<br />

J I. DE HAAN De broe<strong>de</strong>r van <strong>de</strong>ze romanciere, JACOB ISRAEL,<br />

1881-1924<br />

DE HAAN is <strong>de</strong> zanger bij uitnemendheid van zijn<br />

yolk in Ne<strong>de</strong>rland gewor<strong>de</strong>n. Van hevigen innerlijken strijd<br />

getuigen zijn Lie<strong>de</strong>ren en Het Joodsche Lied 2 d. : rijk aan<br />

jeugdherinneringen en openhartig zijn afdwalingen opbiechtend,<br />

in een los, bewogen rhythme. Zijn Kwatrijnen (1924)<br />

schreef <strong>de</strong>ze rustelooze zoeker vol heimwee en wroeging te<br />

Jerusalem, waarheen hij in 1921 getrokken was. Een tijdlang<br />

had hij <strong>het</strong> ou<strong>de</strong> geloof verlaten, dock <strong>de</strong> gruwelen van <strong>de</strong>n<br />

oorlog brachten hem terug tot <strong>de</strong> va<strong>de</strong>rlijke orthodoxie. Zijn<br />

me<strong>de</strong>werking aan <strong>de</strong> we<strong>de</strong>rgeboorte van <strong>het</strong> Rijk Israels, in<br />

Palestina, stel<strong>de</strong> hem bitter te leur. Hij vond er een gewelddadigen<br />

dood.<br />

316


3. — DE JONGE KATHOLIEKEN<br />

Meer dan in <strong>het</strong> Calvinisme, von<strong>de</strong>n <strong>de</strong> he<strong>de</strong>ndaagsche<br />

stroomingen weerklank in <strong>de</strong> Roomsch gebleven Zui<strong>de</strong>lijke<br />

provincien Noord-Brabant en Limburg. CORNELIS BROERE,<br />

oprichter van <strong>het</strong> tijdschrift De Katholiek (1843) en Alberdingk<br />

Thijm had<strong>de</strong>n in<strong>de</strong>rtijd <strong>de</strong> herleving ingezet; met<br />

Schaepman had zich <strong>de</strong> ontvoogding voltrokken, die culmineer<strong>de</strong><br />

in <strong>de</strong> <strong>de</strong>elneming aan <strong>de</strong> rijksregeering en in <strong>de</strong> oprichting<br />

van een eigen universiteit te Nijmegen.<br />

Talrijke schrijvers uit die jaren zijn in <strong>de</strong> eerste plaats als<br />

overgangsfiguren te beschouwen, tot <strong>de</strong>n bloei van he<strong>de</strong>n.<br />

Zoo MARIA VIOLA, die geregeld critiek en essay's plaatste<br />

in <strong>het</strong> weekblad Van onzen Tijd (1900-1920), nadien verzameld<br />

in Pioniers. Een an<strong>de</strong>re baanbreker was <strong>de</strong> beschei<strong>de</strong>n<br />

dichter EDUARD BROM (1862-1935). Terwijl A. BINNEWIERTZ,<br />

pastoor te Scheveningen, later M. A. POELHEKKE en C. R.<br />

DE KLERK <strong>de</strong> verzoening van hun geloofsgenooten met <strong>de</strong><br />

nieuwere aest<strong>het</strong>iek bewerkten.<br />

Hier weze tevens herinnerd aan Brie reeds behan<strong>de</strong>l<strong>de</strong><br />

schrijfsters : Albertine Steenhoff-Smul<strong>de</strong>rs, Marie Gijsen en<br />

<strong>voor</strong>al <strong>de</strong> romanciere Marie Rutten-Koenen. Haar man FELIX<br />

RUTTEN (De verzonken Tuin), en BERNARD VERHOEVEN (De<br />

Pelgrim, Maskers) zijn evenmin groote dichterstalenten; laatstgenoem<strong>de</strong><br />

on<strong>de</strong>rscheid<strong>de</strong> zich in <strong>de</strong> essay's over Henriette<br />

Roland Ho1st, Fred. van Ee<strong>de</strong>n, Gezelle, en <strong>de</strong>n bun<strong>de</strong>l De<br />

zilveren Spiegel.<br />

Een scherpe geest is Prof. GERARD BROM, (essay's over <strong>de</strong><br />

romantiek, De Dominee in onze Literatuur, Java in onze Kunst),<br />

die tien jaar lang <strong>het</strong> door hem opgerichte tijdschrift De<br />

Beiaard bestuur<strong>de</strong> (1916-26) . Een persoonlijk romanschrijver<br />

die in dit orgaan <strong>de</strong>buteer<strong>de</strong> is KEES MEEKEL, die zelf boer<br />

was in Kanada : De Dwerg, Land zon<strong>de</strong>r Schaduw, De laatste<br />

Cowboy. An<strong>de</strong>re figuren van beteekenis zijn <strong>de</strong> paters CHR.<br />

Kos en M. MOLENAAR die <strong>voor</strong>al heiligenlevens schreef :<br />

Mechtild <strong>de</strong> Begijn.<br />

Als romancier begonnen die lang te Brussel, te P. VAN DER<br />

MEER DE<br />

Parijs en in Italie verbleef, bekeer<strong>de</strong>Jhr. PIETER WALCHEREN<br />

VAN DER MEER DE WALCHEREN zich tot <strong>het</strong> Katho- Geb. in 1880<br />

317


L. J. M. FEBER<br />

Geb. in 1885<br />

ROEPING<br />

se<strong>de</strong>rt 1922<br />

licisme. Mijn Dagboek verhaalt hiervan. Als <strong>de</strong> meeste bekeerlingen<br />

gaat hij liefst tot extremen, heeft hij <strong>het</strong> land aan alle<br />

mid<strong>de</strong>lmatigheid. Hierdoor oefen<strong>de</strong> hij invloed uit op zijn<br />

jongere geloofsgenooten : meer met <strong>de</strong> critieken Branding,<br />

uit zijn weekblad De nieuive Eeury (se<strong>de</strong>rt 1921), dan met<br />

Het verborgen Leven of Het Witte Paradijs — <strong>de</strong> schil<strong>de</strong>ring van<br />

een Karthuizerklooster.<br />

Van groote allure waren da<strong>de</strong>lijk <strong>de</strong> reisverhalen<br />

en beschouwingen van Louis J. M. FEBER. Inge-<br />

nieur in Indie, behan<strong>de</strong>l<strong>de</strong> hij <strong>het</strong> leven aldaar in een reeks<br />

soli<strong>de</strong> essay's, waarna hij ook over Europeesche -kunstaangelegenhe<strong>de</strong>n<br />

mediteer<strong>de</strong> : In <strong>de</strong> Schaduiv <strong>de</strong>r Waringins, De<br />

Gor<strong>de</strong>l <strong>de</strong>r Aar<strong>de</strong>, De Strijd om <strong>de</strong> Stilte, In <strong>de</strong> sturven<strong>de</strong> Strooming.<br />

Als tooneelschrijver maakte hij zich insgelijks verdienstelijk.<br />

Niet alleen <strong>de</strong> uiterlijke schoonheid, <strong>de</strong> geweldige tropennatuur<br />

op Java wil<strong>de</strong> hij weergeven, doch ook <strong>de</strong> ziel van<br />

<strong>de</strong>n inlan<strong>de</strong>r blootleggen; zooals hij in zijn overig werk<br />

eveneens <strong>de</strong>n nadruk vestig<strong>de</strong> op <strong>de</strong>n strijd om <strong>de</strong> levensbeginselen<br />

in <strong>de</strong>n mensch en <strong>de</strong> gemeenschap.<br />

Tegen <strong>de</strong>n lei<strong>de</strong>r van <strong>het</strong> in 1922 opgerichte tijd-<br />

schrift Roe ping, <strong>de</strong>n 1.766r alles militanten geloofsver-<br />

<strong>de</strong>diger en politicus Dr. H. W. E. MoLLER, ston<strong>de</strong>n spoedig<br />

enkele talentvolle jongere me<strong>de</strong>werkers op : een afscheuring<br />

die aanleiding gaf tot diverse polemieken en <strong>het</strong> stichten van<br />

De Gemeenschap. De naam geeft voldoen<strong>de</strong> aan welke<br />

DE<br />

GEMEENSCHAP richting <strong>de</strong>ze strijdlustige, sociaal-voelen<strong>de</strong> jongeren<br />

se<strong>de</strong>rt 1925 uit wil<strong>de</strong>n. Een gemeenschapscultuur wordt niet zoo<br />

maar uit <strong>de</strong>n grond getooverd, erken<strong>de</strong>n ook zij. In nauwen<br />

samenhang met hun yolk, wil<strong>de</strong>n zij bijdragen tot <strong>het</strong> opgaan<br />

van <strong>het</strong> individueele in <strong>de</strong> groote menschelijke gemeenschap :<br />

Dit streven drage <strong>het</strong> christelijk merkteeken, <strong>de</strong> rest zal<br />

schoon gev o 1 g zijn. >><br />

ALBERT KUYLE was <strong>de</strong> eigenlijke oprichter en<br />

ALBERT KUYLE<br />

(L. Kuitenbrouwer) tevens <strong>de</strong> scherpste polemist (Alarm). In Seinen en<br />

Geb. in 1903 Songs of Kalua trok <strong>voor</strong>al <strong>de</strong> balla<strong>de</strong>ndichter <strong>de</strong><br />

aandacht. Na <strong>de</strong> novellen uit De Bries en Weerlicht, publiceer<strong>de</strong><br />

hij een zwak gebouw<strong>de</strong>n socialen roman Harten en Brood<br />

en een paraphrase van <strong>het</strong> bijbelverhaal Jonas. Levendige<br />

318


eisnotities, meestal uit <strong>het</strong> Mid<strong>de</strong>llandsche-zeegebied heeft<br />

hij vereenigd in een viertal bun<strong>de</strong>ls, w. o. Het Land van <strong>de</strong><br />

Dorst, Fond <strong>het</strong> blame Meer.<br />

On<strong>de</strong>r <strong>de</strong> overige me<strong>de</strong>werkers staat <strong>voor</strong>aan <strong>de</strong> ANTON VAN<br />

DUINKERKEN<br />

Noordbraban<strong>de</strong>r ANTON VAN DUINKERKEN die een (W. Asselbergs)<br />

apologeet is en een literatuurkenner met persoonlijk Geb. in 1903<br />

inzicht : Achter <strong>de</strong> Vuurlijn; Dichters <strong>de</strong>r Contra-Reformatie, eerst<br />

verschenen <strong>de</strong>el van een bloemlezing; Welaan dan, bemin<strong>de</strong><br />

Geloovigen; Verscheur<strong>de</strong> Christenheid. Tevens betoon<strong>de</strong> hij zich<br />

een geestrijk stylist in Ver<strong>de</strong>diging an Carnaval en De Menschen<br />

hebben hun Gebreken. Ook <strong>de</strong> dichter, die beurtelings hartelijk<br />

of satirisch kan zijn, is merkwaardig : Lyrisch Labyrinth waarin<br />

zijn jeugdverzen On<strong>de</strong>r Gods Ogen opgenomen zijn; Hart van<br />

Brabant, en <strong>de</strong> eenvoudige kwatrijnen Het Wereldor gel.<br />

Opvallend is dat <strong>de</strong>ze Hollandsche jonge Katholieken<br />

herhaal<strong>de</strong>lijk <strong>de</strong> voetstappen van <strong>de</strong> na-oorlogsche Vlamingen<br />

gedrukt hebben. Tevens stond hun tijdschrift open <strong>voor</strong><br />

niet-geloovigen, en is <strong>de</strong> invloed van contemporaine dichters<br />

als Nijhoff en Marsman niet to ontkennen. Hun werk is kruidiger<br />

dan dat van <strong>de</strong> meeste Noord-Ne<strong>de</strong>rlan<strong>de</strong>rs en heeft<br />

vaak een gullen humor.<br />

In 1934 werd, na een scheuring, De nieuwe Gemeenschap<br />

opgericht, dat reeds in 1937 verdween. Terwijl Roeping bleef<br />

<strong>voor</strong>tbestaan en on<strong>de</strong>r <strong>de</strong>n impuls van G. KNUVELDER, <strong>voor</strong>al<br />

belang ging stellen in sociale en politieke vraagstukken, van<br />

een « Grootne<strong>de</strong>rlandsch » standpunt uit. Van uit Wingewesten,<br />

De Mythe Ne<strong>de</strong>rland.<br />

Een felle, jong-gestorven strij<strong>de</strong>rsfiguur was GERARD<br />

BRUNING. In zijn Nagelaten Werk verschijnt hij als een <strong>voor</strong>treffelijk<br />

en onverbid<strong>de</strong>lijk criticus, die ook... schel<strong>de</strong>n kon.<br />

Pater JACOUES SCHREURS schreef frissche muzikale<br />

J SCHREURS<br />

verzen van een verrukkelijke speelschheid : Voor u Geb. in 1893<br />

alleen, De bloeien<strong>de</strong> Wijnstok, De hemelsche Speler en een missiespel<br />

Omnis Terra. Ook <strong>de</strong> « verzen van zaligen en heiligen »,<br />

Nis en Nimbus (1933) zijn vaak in een humoristischen yolkstoon<br />

die steunt op een vertrouwelijken omgang met zijn<br />

on<strong>de</strong>rwerpen.<br />

Een groot aantal jongeren zijn naar voren getre<strong>de</strong>n, even-<br />

319


J. ENGELMAN<br />

Geb. in 1900<br />

zeer in <strong>de</strong> vier genoem<strong>de</strong> tijdschriften als in <strong>het</strong> beschei<strong>de</strong>ner<br />

Het Venster. De <strong>voor</strong>naamste is <strong>de</strong> dichter JAN ENGELMAN,<br />

die zich waag<strong>de</strong> aan klankexperimenten naar <strong>het</strong><br />

<strong>voor</strong>beeld van Paul van Ostaijen. Zijn poezie treft<br />

door haar zweven<strong>de</strong> muzikaliteit, <strong>de</strong> rijke, verrassen<strong>de</strong> beeldspraak,<br />

en naar <strong>de</strong>n inhoud door een bekoorlijke vermenging<br />

van zinnelijkheid en vroomheid : Sine Nomine, Tuin van Eros,<br />

Het bezegeld Hart (1937). Opstellen over schil<strong>de</strong>r- en bouwkunst<br />

verzamel<strong>de</strong> hij in Torso.<br />

An<strong>de</strong>re dichters zijn :<br />

GERARD WIJDEVELD : Het Voorschot, waarin vroegere verzen<br />

opgenomen zijn. Hij behan<strong>de</strong>lt bij <strong>voor</strong>keur zuiver religieuse<br />

on<strong>de</strong>rwerpen.<br />

WILLEM TEN BERGE : De Reiziger; De Zoon van <strong>het</strong> Hemelsche<br />

Rijk; hij is tevens romanschrijver : De vreem<strong>de</strong> Wereld.<br />

HENRI BRUNING : De Sirkel; De Tocht; Woor<strong>de</strong>n in <strong>de</strong>n Wind;<br />

hij schreef eveneens prozasc<strong>het</strong>sen.<br />

De bekeerlingen CHR. DE GRAAFF (Alleenspraak) en A. J.<br />

D. VAN OOSTEN : De won<strong>de</strong>rlijke Weg, <strong>de</strong> kwatrijnen uit Vuur<br />

werk, Glorie <strong>de</strong>s Harten alsme<strong>de</strong> een paar romans : Rutschbaan<br />

en Elsje Katrina.<br />

PAUL VLEMMINX Ontginningen.<br />

Twee Maastrichtenaars, PIERRE KEMP (Het Won<strong>de</strong>re Lied,<br />

De Bruid <strong>de</strong>r onbeken<strong>de</strong> Zee, en <strong>voor</strong>al Stabielen en Passanten,<br />

1934) en zijn droomerig-romantischer broe<strong>de</strong>r MATHIAS<br />

(Ravijnen, Stroomversnellingen); GABRIEL SMIT : Verzen, Requiem<br />

in Memoriam Matris; LOUIS DE BOURBON : ZIPerVing en <strong>de</strong><br />

novellenbun<strong>de</strong>l Vrouwen.<br />

J. C. VAN In <strong>de</strong> stroomen<strong>de</strong> kracht <strong>de</strong>r hymnen van J. C.<br />

SCHAGEN<br />

VAN SCHAGEN voelt men <strong>de</strong> algeheele overgave aan<br />

Geb. in 1891<br />

en <strong>de</strong> berusting in <strong>het</strong> leven. « lk ga maar en ben... » In<br />

Narrentvijsheid (1926), een bun<strong>de</strong>ltje vrije verzen, aanvaardt<br />

hij alles in <strong>de</strong> wereld en geeft hij zich weerloos aan <strong>de</strong> hoogere<br />

machten over. In Litanie, een proza-gedicht, krijgt dit<br />

zacht pantheisme een karakter van Franciscaansche armoe<strong>de</strong><br />

en <strong>de</strong>emoed.<br />

320


Van genegenheid <strong>voor</strong> <strong>het</strong> land en <strong>de</strong> primitieve<br />

menschen uit <strong>de</strong> Peel, een moerasgebied uit Noord-<br />

Brabant, getuigen <strong>de</strong> romans van ANTOON COOLEN. Hun<br />

bouw is fragmentarisch, <strong>de</strong> han<strong>de</strong>ling eer mager en <strong>de</strong> primitieve<br />

karakters zijn zel<strong>de</strong>n uitgediept : toch boeien <strong>de</strong>ze eenvoudige,<br />

zware verhalen door <strong>de</strong> atmosfeer-schil<strong>de</strong>ring, <strong>de</strong>n<br />

hartelijken verteltoon en <strong>de</strong> sobere tragiek. De taal van<br />

Coolen is dialectisch gekleurd ; door stijl en woor<strong>de</strong>nkeus<br />

bena<strong>de</strong>rt hij zoo dicht mogelijk <strong>de</strong> werkelijkheid. Kin<strong>de</strong>ren<br />

van ons Volk en <strong>het</strong> vervolg<strong>de</strong>el Het donkere Licht, De Peeliverkers,<br />

De goe<strong>de</strong> Moor<strong>de</strong>naar, De Man met <strong>het</strong> Jan Klaassenspel,<br />

heeten zijn verhalen van boeren, turfgravers en an<strong>de</strong>re dompelaars,<br />

die uit <strong>het</strong> land als gegroeid zijn. Met <strong>de</strong> heiligenlegen<strong>de</strong>n<br />

Zegen <strong>de</strong>r Goedheid en <strong>voor</strong>al met Dorp aan <strong>de</strong> Rivier,<br />

waarin hij om een stoere doktersfiguur <strong>de</strong> Maasromantiek<br />

wist to weven, heeft hij <strong>de</strong>n kring van zijn belangstelling op<br />

gelukkige wijze verruimd.<br />

ALBERT HELMAN, pseudoniem van Lou LICHTVELD<br />

on<strong>de</strong>r welken naam hij muzikale kronieken en composities<br />

uitgaf, is een jonge West-Indier, die met<br />

Zuid-Zuid-West (1926) , Mijn dap schreit, da<strong>de</strong>lijk een plaats<br />

veroverd heeft on<strong>de</strong>r onze beste prozaisten. Zijn eersteling<br />

was een weemoedig boek van jeugdherinneringen in een<br />

directen, tevens muzikalen stijl, vol locale kleur die toch geen<br />

romantiek van uiterlijkhe<strong>de</strong>n is : <strong>het</strong> won<strong>de</strong>r, <strong>de</strong> droom verrassen<br />

telkens. In <strong>de</strong>nzelf<strong>de</strong>n geest schreef hij <strong>de</strong> fantasierijke<br />

novellen van Hart zon<strong>de</strong>r Land en Het Euvel Gods. Van waarlijk<br />

groote allure zijn De stille Plantage (1931), een romantisch<br />

verhaal op historischen grondslag, dat zich grooten<strong>de</strong>els<br />

afspeelt in <strong>het</strong> prachtig gesuggereer<strong>de</strong> oerwoud uit zijn geboorteland,<br />

en <strong>het</strong> eerste <strong>de</strong>el van <strong>het</strong> ongelijke Waarom niet,<br />

waarin hij zich tot <strong>het</strong> communisme bekent. Veel an<strong>de</strong>r werk<br />

van hem is eveneens min<strong>de</strong>r gaaf. Een geslaag<strong>de</strong> geromanceer<strong>de</strong><br />

biografie is De dolle Dictator (1935), <strong>het</strong> ondoorgron<strong>de</strong>lijk<br />

Leven van Juan <strong>de</strong> Rosas,<br />

een Argentijn die <strong>de</strong> scheiding<br />

van <strong>de</strong> Zuidamerikaansche kolonies en <strong>het</strong> Spaansche moe<strong>de</strong>rland<br />

hielp voltrekken.<br />

Haast uitsluitend psychologisch ontle<strong>de</strong>nd is Jos. PANHUY-<br />

A. COOLEN<br />

Geb. in 1897<br />

A. HELMAN<br />

(Lou Lichtveld)<br />

Geb. in 1903<br />

321


SEN met zijn novellen Het Geluk en zijn verhaal van een<br />

jongen man die zich tot <strong>het</strong> kloosterleven geroepen acht :<br />

Het Afscheid.<br />

F. — ESSAY'S EN WETENSCHAPPELI JK PROZA<br />

Onmogelijk is <strong>het</strong> hier <strong>de</strong> namen te citeeren van al <strong>de</strong><br />

scheppen<strong>de</strong> artisten die thans, als essayisten of critici, als<br />

me<strong>de</strong>werkers aan kranten en tijdschriften, <strong>voor</strong>treffelijk proza<br />

schrijven, dat in dit overzicht geciteerd verdient te wor<strong>de</strong>n.<br />

Ook in <strong>het</strong> werk van velen die zich niet als literaire schoonheidsdienaars<br />

aanmel<strong>de</strong>n, vin<strong>de</strong>n wij menigmaal groote qualiteiten<br />

van stijl, zegging en taal. Zoo bij <strong>de</strong> historici HERMAN<br />

THEOD. COLENBRANDER (De Bataafsche Republie!', De Belgische<br />

Omwenteling) ; — JACOB HUIZINGA, met <strong>het</strong> standaardwerk<br />

J. HUIZINGA Herfsttij <strong>de</strong>r Mid<strong>de</strong>leeuwen; Erasmus; Cultuur-historische<br />

Geb. in 1872 Verkenningen en In <strong>de</strong> Schaduwen van Morgen, een fijne<br />

ontleding van <strong>het</strong> verval <strong>de</strong>r he<strong>de</strong>ndaagsche cultuur ; —<br />

JAN ROMEIN : Machten van dozen Tijd; samen met zijn vrouw<br />

Annie Romein-Verschoor, Erflaters van onze Beschaving.<br />

Kunstcritici als Jos. W. DE GRUYTER (Cezanne en Renoir;<br />

Het Werk van Kathe Kollwitz) en als ALBERT PLASSCHAERT (Joh.<br />

Vermeer en Pieter <strong>de</strong> Hoogh); een aest<strong>het</strong>icus als A. PIT<br />

(Denken en Beel<strong>de</strong>n, Aest<strong>het</strong>ische Ontwikkeling), mogen hier evenmin<br />

vergeten wor<strong>de</strong>n. Werd bij <strong>het</strong> verschijnen van Het Klankbord<br />

en De eene Grondtoon door MATTHIJS VERMEULEN<br />

M. VERMEULEN<br />

(Van <strong>de</strong>r Meulen) - pseudoniem van M. van <strong>de</strong>r Meulen — <strong>de</strong> naam<br />

Geb. in 1887 Van Deyssel niet genoemd om <strong>de</strong>n gloed en <strong>de</strong> overtuiging<br />

waarmee hij zijn enthousiasme uitsprak in een pracht<br />

van een taal ? WILLEM PIJPER, hoewel min<strong>de</strong>r bij machte om<br />

zijn muzikale ontroering in woor<strong>de</strong>n te vertolken, ver<strong>de</strong>dig<strong>de</strong><br />

<strong>de</strong> mogelijkheid van een mo<strong>de</strong>rne Ne<strong>de</strong>rlandsche muziek in<br />

De Quintencirkel en De Stemvork.<br />

Niet zoozeer als oorspronkelijk <strong>de</strong>nker dan als<br />

J. D. BIERENS<br />

DE HAAN prozaist van een bijzon<strong>de</strong>re bekoring en harmonie,<br />

Geb. in 1866 on<strong>de</strong>rscheidt zich J. D. BIERENS DE HAAN in zijn<br />

philosophische studies De Weg tot <strong>het</strong> Inz;cht, Wereldor<strong>de</strong> en<br />

Geestesleven; Menschengeest; Plato's Levensleer. Van zijn belang-<br />

322


stelling <strong>voor</strong> aest<strong>het</strong>ische vraagstukken getuigen <strong>de</strong> fijne<br />

essay's : Dante's mystieke Reis; Goethe's Faust; De Zin van <strong>het</strong><br />

Komische; Het Tragische; In Gewesten van Kunst en Schoonheid.<br />

Op een populair<strong>de</strong>r plan beweegt zich HENDRIK VAN LOON<br />

(De Geschie<strong>de</strong>nis <strong>de</strong>r Menschheid, De Mensch in <strong>het</strong> grijs Verle<strong>de</strong>n).<br />

Ook <strong>de</strong> reportage mag bier als een typisch mo<strong>de</strong>rn genre<br />

vermeld wor<strong>de</strong>n,waar dit op zijn best beoefend wordt met een<br />

grondige kennis van <strong>de</strong> Romeinsche oudheid door H. M. R.<br />

LEOPOLD (Uit <strong>de</strong> Leerschool van <strong>de</strong> Spa<strong>de</strong>);<br />

met een zakelijkheid<br />

die geen romantiek uitsluit, door Nico ROST :<br />

Levensberichten;<br />

of door beslagen journalisten als M. VAN BLAN-<br />

KENSTEIN, KEES VAN HOEK (Man en Macht), Jhr. JAN FEITH,<br />

W. NIEUWENHUIS (Een Brokkcnhuis, Verkenningen).<br />

Een vruchtbaar essayist is <strong>de</strong> hoofdredactcur van <strong>het</strong><br />

Utrechtsch Dagblad, P. H. RITTER. De ietwat precieuse<br />

stijl geeft aan zijn reisbeschrijvingen een speelsche luchtigheid<br />

en charme : Zeeurvsche Mijmeringen, Het Land van Wind en<br />

Water, Het gracious Avontuur.<br />

(Het welkom Schandaal, De goe<strong>de</strong> Her<strong>de</strong>r);<br />

Hij schreef ook enkele romans<br />

dock veel hooger<br />

reikte hij met <strong>het</strong> <strong>voor</strong>treffelijk boekje Vertrapten, een vinnige<br />

satire op <strong>de</strong> cultuur van onzen tijd, in <strong>de</strong>n vorm van


BIBLIOGRAPHISCHE NOTA'S<br />

C. SCHARTEN : De Krachten <strong>de</strong>r Toekomst (1909). — De Roeping <strong>de</strong>r<br />

Kunst (1917). — Kronieken <strong>de</strong>r Ne<strong>de</strong>rl. Letteren.<br />

E. D'OLIVETRA : De jongere Generatie (Ned. Bibl.).<br />

A. VERWEY : Proza, 10 d. (V. Holkema, Warendorf en Querido).<br />

Van Jacques Perk tot nu (1925).<br />

P. C. BOUTENS : Een Inleiding met Bloemlezing, W. Kramer (Bibl. van<br />

Ne<strong>de</strong>rl. Schrijvers, Meulenhoff).<br />

D. COSTER : De nieuwe Europeesche geest in Kunst en Letteren (1920).<br />

Verzameld Proza 2 d.<br />

I. QUERIDO : Van Verbeelding en Werkelijkheid. — Van Verle<strong>de</strong>n en<br />

He<strong>de</strong>n. — Over Literatuur.<br />

H. POORT : Over Literatuur, 4 lezingen. — Opstellen en Lezingen (1927).<br />

— Van <strong>de</strong> Planken.<br />

A. DONKER : Fausten en Faunen (Querido). — De schichtige Pegasus<br />

(StoLs). — Ter Zake (V. Loghum Slaterus).<br />

A. H. M. ROMEIN-VERSCHOOR : Vrouwenspiegel. Een literair-sociologische<br />

Studie over <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsche Romanschrijfsters (Utrecht 1935).<br />

K. H. DE RAAF : Problemen <strong>de</strong>r Poezie (Brusse).<br />

P. H. RITTER : De kritische Reis (Mij. Holland, Aidam).<br />

B. VERHOEVEN : De Zielegang v. H. Roland Hoist (1925). — De zilveren<br />

Spiegel (1930).<br />

S. A. JANSEN-BAELDE : Keur uit <strong>de</strong> Gedichten van H. Roland Hoist<br />

(Brusse).<br />

K. F. PROOST : H. Roland Hoist in haar Strijd om <strong>de</strong> Gemeenschap (V.<br />

Loghum Slaterus).<br />

META KAAS ALBARDA : Inleiding tot <strong>de</strong> Poezie van H. Roland Hoist<br />

(Arbei<strong>de</strong>rspers, A'dam 1935).<br />

A. SAALBORN : Adama v. Scheltema, Poezie en Proza. — Het Ontwaken<br />

van <strong>het</strong> sociale Bewustzijn in <strong>de</strong> Litteratuur (1931).<br />

ADAMA VAN SCHELTEMA : In Memoriam, 1924 (door A. M. <strong>de</strong> Jong e.a.).<br />

J. PERSIJN : Albertine Steenhoff-Smul<strong>de</strong>rs en Marie Koenen (Davidsfonds).<br />

J. GRESHOFF : Arthur v. Schen<strong>de</strong>l (Meulenhoff, 1934).<br />

Dr G. KALFF : P. H. van Moerkerken in zijn Werk (V. Kampen).<br />

A. ZWEIG : De Vriendt keert weer (vertaling bij Querido, A'dam — behan<strong>de</strong>lt<br />

<strong>het</strong> geval J. I. <strong>de</strong> Haan to Jeruzalem).<br />

A. VAN DUINKERKEN : Achter <strong>de</strong> Vuurlijn (P. Brand). — Roofbouw. —<br />

Katholiek Verzet.<br />

GERARD BRUNING : Nagelaten werk (Henri Bruning, Nijmegen).<br />

H. MARSMAN : De anatomische Les (V. Dishoeck). — De lamp van Diogenes<br />

(De Gemeenschap). Kort Geding (Stols). Verzameld<br />

Werk, 3' d. critisch Proza (Qterido).<br />

H. VAN DEN BERGH : Nieuwe Tucht (De Spieghel, A'dam).<br />

M. NIJHOFF : Gedachten op Dinsdag (Stols).<br />

J. GRESHOFF : Spijkers met Koppen. — Voetzoekers (Stols). Currente<br />

Calamo.<br />

E. DU PERRON : Voor kleine Parochie 2 d. — Tegenon<strong>de</strong>rzoek (Stols).<br />

J. F. OTTEN : Mo<strong>de</strong>rne Biographie (Stols).<br />

G. H. 'S-GRAVESANDE : Spreken<strong>de</strong> Schrijvers (Meulenhoff, 1935).<br />

324


F. VAN OLDENBURG-ERMKE : Van Alberdingk Thijm tot Van Duinkerken<br />

en Kuyle (1935).<br />

G. STUIVELING : Wegen <strong>de</strong>r Poezie; beknopte beschouwingen over <strong>de</strong><br />

Ned. Dichtkunst sinds <strong>de</strong> Oorlog (1937).<br />

C. TAZELAAR : Het Proza <strong>de</strong>r nieuwe Zakelijkheid (1936).<br />

Enkele Bloemlezingen<br />

Veruit <strong>de</strong> beste van <strong>de</strong> bloemlezingen uit mo<strong>de</strong>rne literatuur is die van<br />

DIRK COSTER : Nieuwe Gelui<strong>de</strong>n, met uitvoerige Inleiding.<br />

An<strong>de</strong>re zijn :<br />

C. J. KELK en HALBO C. KOOL : Mo<strong>de</strong>rne Lyriek (1935). — Nieuwste<br />

Dichtkunst.<br />

H. GODTHELP : Nieuwe Ne<strong>de</strong>rlandse Poezie, 3 d. (Wolters, 1936).<br />

J. GRESHOFF : Kent uw Dichters (100 ged. van 100 dichters, met bibliographie).<br />

J. GRESHOFF en A. F. MIRANDA : Lyriek III en IV (Tjeenk Willink,<br />

Zwolle).<br />

E. GROENEVELT : De Jongeren. Bloemlezing uit <strong>het</strong> werk <strong>de</strong>r jongere Ned.<br />

Dichters, inleiding C. van Wessem (Van Looy, 1919).<br />

J. ALEIDA NIJLAND : Verzen, 3 d.<br />

D. A. M. BINNENDIJK : Prisma (Waelburgh, Blaricum).<br />

D. C. TINBERGEN en H. MIDDENDORP : Dichters na '80 (Tjeenk-Willink).<br />

P. VAN RENSSEN : Nieuwe Ne<strong>de</strong>rlandsche lyriek. Een bloemlezing v. 100<br />

N.-Ned., Vl. en Zuid-Afr. gedichten, 1927.<br />

W. L. M. E. VAN LEEUWEN : De Ne<strong>de</strong>rlandsche Dichtkunst sinds 1880.<br />

Epiek en Lyriek.<br />

G. J. GEERTS en J. C. DE JOODE : Proza III en IV (Tjeenk Willink,<br />

Zwolle).<br />

H. MARSMAN en E. DU PERRON : De korte Baan (prozaverhalen).<br />

H. GODTHELP en A. F. MIRANDA : Het nieuwe Ned. proza in Novellen,<br />

3 d. (Wolters, 1935).<br />

A. M. DE JONG : Bloemlezing van <strong>de</strong> revolutionnaire Poezie (Atdam 1923).<br />

H. ROLAND HOLST : Tijdsignalen, met inleiding (Ontwikkeling, A'dam).<br />

P. J. RISSEEUW : Christelijke Dichters van <strong>de</strong>zen Tijd (Kok, Kampen);<br />

i<strong>de</strong>m : Chr. Schrijvers; A. J. VAN DIJK en JAN H. DE GROOT : Stille<br />

Opvaart (Uitg. Mij. Holland, A'dam); K. HEEROMA : Het <strong>de</strong>r<strong>de</strong><br />

Reveil (zelf<strong>de</strong> uitg.), vier Calvinist bloemlezingen.<br />

EDUARD BROM : Bloemlezing door A. van Duinkerken (Gemeenschap,<br />

Utrecht).<br />

TH. DE JAGER en G. KNUVELDER : Pioniers (Werk uit >)<br />

J. R. S. CAUBERGHE : Bloemlezing uit Kath. Schrijvers (1926).<br />

B. VERHOEVEN : Bloemlezing uit <strong>de</strong> Katholieke Dichters van 1880 tot<br />

He<strong>de</strong>n (Boosten & Stols, Maastricht).<br />

M. BEVERSLUIS : A. van Duinkerken. Bloemlezing uit zijn gedichten (Libellen-serie,<br />

Baarn).<br />

TH. DE JAGER : Roomsche Keur, bloeml. uit <strong>de</strong> Kath. Ned. literatuur.<br />

H. KUITENBROUWER en A. SASSEN : Katholieke Poezie na 1900. (Utrecht,<br />

Het Spectrum).<br />

325


De Almanakken : Erts (1926-1930). — Balans (1931). — Thum (1938,<br />

red. van Duinkerken, Verhoeven, e.a.).<br />

KRISTAL, letterkundig Jaarboek 1937.<br />

DE DICHTERS VAN HET JAAR (1937, 1938), red. van Duinkerken, R.<br />

Houwink en V. van Vriesland.<br />

OPGAVEN VOOR GELEIDE OEFENINGEN<br />

1. Welk verschil van standpunt erkent gij tusschen <strong>de</strong> critici W. Kloos<br />

en D. Coster? (Leg zoo mogelijk naast elkaar


15. Een uitweiding als van Da Costa in Hagar : 16 regels over « 't Levend<br />

schip dat door <strong>de</strong> zandzeebaren zijn koers houdt » (= <strong>de</strong> kernel van<br />

<strong>de</strong>n Arabier) is in een bun<strong>de</strong>l van Marsman onmogelijk, schrijft A.<br />

van Duinkerken. a Zij is er onmogelijk omdat zij een oponthoud is.<br />

Maar bij Da Costa was zij een stijging. Een beklommen top. Hij ken<strong>de</strong><br />

<strong>het</strong> aeroplaan niet, maar worstel<strong>de</strong> klimmend omhoog. En zijn snelheidsi<strong>de</strong>aal<br />

was <strong>de</strong> kernel. >><br />

Werk <strong>de</strong>ze gedachte na<strong>de</strong>r uit.<br />

16. Een volledige studie over Het kind in onze mo<strong>de</strong>rne literatuur is<br />

nog niet verschenen. Dr Wirth (Een Eeuw Kin<strong>de</strong>rpoezie 1778-1878,<br />

Wolters) behan<strong>de</strong>lt <strong>de</strong> ou<strong>de</strong> perio<strong>de</strong>; Het Kind in <strong>de</strong> Literatuur, door<br />

F. J. van <strong>de</strong>r Molen (2 a. Ploegsma), Het Rosarium, door I. C. <strong>de</strong><br />

Boone-Swartholt en J. Riemens-Reurslag (Meulenhoff), Het Kind in<br />

<strong>de</strong> Poezie, door D. Coster zijn bloemlezingen. Welke klasse van<br />

normaalon<strong>de</strong>rwijs durft <strong>het</strong> on<strong>de</strong>rwerp aan? Hier zij gewezen op namen<br />

als Multatuli, V. Ee<strong>de</strong>n, V. Deyssel, V. Looy, Couperus, Heijermans,<br />

Coenen, Roosdorp, Borel, I. Boudier-B., Top Naeff, Scharten-Antink,<br />

Van Suchtelen, Brusse, Carry v. Bruggen, M. Marx-Koning, Zoomers-<br />

Vermeer, A. van <strong>de</strong>r Leeuw, De Jong, Theo Thijssen, Anne <strong>de</strong> Vries,<br />

Johan Fabricius, A. Bergmann, Streuvels, F. Verschoren, Baekelmans.<br />

17. Leg naast elkan<strong>de</strong>r <strong>de</strong> boerenromans van Antoon Coolen en van<br />

Stijn Streuvels.<br />

18. Let, bij <strong>de</strong> lectuur van. Noordne<strong>de</strong>rlandsche expressionnistische dichters,<br />

op <strong>de</strong>n invloed van <strong>de</strong> Vlamingen Van Ostaijen. Moens en Gijsen;<br />

welke reminiscenties hebt gij reeds aangeteekend?<br />

327


HOOFDSTUK XIII<br />

DE KUNST VAN HEDEN IN ZUID-NEDERLAND<br />

Pas na <strong>de</strong>n wapenstilstand vermocht <strong>de</strong> generatie die zich<br />

in Ruimte en enkele an<strong>de</strong>re tijdschriften uitgesproken heeft,<br />

met <strong>de</strong>n overwegen<strong>de</strong>n invloed van Van Nu en Straks en<br />

Vlaan<strong>de</strong>ren te breken. Niet alleen doordat zij algemeene<br />

Europeesche stroomingen als <strong>het</strong> kubisme, <strong>het</strong> futurisme en<br />

<strong>het</strong> expressionnisme binnenhaal<strong>de</strong>, doch doordat zij haar<br />

kunst wil<strong>de</strong> fun<strong>de</strong>eren op een ethiek : haar humanitair-pacifistische<br />

en radicaal-Vlaamschgezin<strong>de</strong> bestrevingen ; waarbij zich<br />

spoedig een tamelijk strijdbaar Katholicisme voeg<strong>de</strong>.<br />

Zoodat wij onze he<strong>de</strong>ndaagsche literaire productie volgens<br />

twee groote richtingen mogen in<strong>de</strong>elen. Alle <br />

hebben in gelijke mate geprofiteerd van <strong>de</strong> verfrissching en<br />

verruiming die <strong>de</strong> baanbreken<strong>de</strong> negentigers bewerkt hebben;<br />

onze


onrust, hun gewijzig<strong>de</strong> levenshouding. Het spreekt vanzelf<br />

dat hierbij weleens aan onmatige en onrechtvaardige critiek<br />

gedaan werd eenige overdrijving in <strong>het</strong> neerhalen van wie<br />

men bekampt hoort nu eenmaal bij elken strijd van scholen<br />

en elke botsing van geslachten.<br />

A. — IN HET SPOOR VAN


A. DE RIDDER ANDRE DE RIDDER, achtereenvolgens redactie-<br />

Geb. in 1888<br />

secretaris van Vlaamsche Arbeid en oprichter van De<br />

Boomgaard, heeft in een vijftal romans <strong>de</strong>n gemoedstoestand<br />

van <strong>de</strong> stadsjeugd uit zijn dagen willen teekenen, doch is<br />

daarin niet overtuigend geslaagd. Gelukkiger dan in dit goedkoop<br />

dandyisme uit <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> hand is hij als auteur van <strong>de</strong><br />

geromanceer<strong>de</strong> levensbeschrijvingen van Ninon <strong>de</strong> Lenclos en<br />

Jean <strong>de</strong> la Fontaine. Nadien wijd<strong>de</strong> hij zich aan <strong>de</strong> ver<strong>de</strong>diging<br />

van <strong>de</strong> jongste schil<strong>de</strong>rkunst en schreef hij over onze literatuur,<br />

meest in <strong>het</strong> Fransch.<br />

Een an<strong>de</strong>re figuur uit dit groepje is P. GUSTAAr VAN HECKE,<br />

(pseudoniem : Johan Meylan<strong>de</strong>r) die in verschillen<strong>de</strong> genres<br />

belangwekken<strong>de</strong> proeven lever<strong>de</strong>, o. m. beschouwingen over<br />

Fashion.<br />

Van geheel an<strong>de</strong>ren, lyrisch-fantastischen aard is<br />

VAN<br />

WALDEN<br />

<strong>het</strong> werk van HUGO VAN WALDEN, schuilnaam <strong>voor</strong><br />

U. Temmerman) Jules Temmerman. Elooi in 't Woud, zijn eersteling,<br />

1877-1934<br />

hoewel als roman mislukt, bevatte menige hoogge-<br />

stem<strong>de</strong> woudbeschrijving. Ziekte belette <strong>de</strong>n dichterlijken,<br />

droomerig aangeleg<strong>de</strong>n auteur <strong>de</strong> voile maat van zijn kunnen<br />

to geven : De gul<strong>de</strong>n Sle<strong>de</strong> en an<strong>de</strong>re novellen.<br />

Ongetwijfeld <strong>de</strong> persoonlijkste prozaist van dit<br />

W. ELSSCHOT<br />

(Alfons De Rid<strong>de</strong>r) groepje is WILLEM ELSSCHOT, eigenlijk Alfons De<br />

Geb. in 1882 Rid<strong>de</strong>r. Villa <strong>de</strong>s Roses (1913) heet zijn eerste werk<br />

naar <strong>de</strong>n naam van een Parijsch pension. Sober en pikant<br />

verteld, zon<strong>de</strong>r eenige mooidoenerij, met bondige hoofdstukken,<br />

meer suggereerend dan uitdrukkelijk zeggend, trof <strong>het</strong><br />

<strong>voor</strong>al door <strong>de</strong>n koelen humor en <strong>de</strong> levendige karakterteekening.<br />

De novelle Een Ontgoocheling en <strong>het</strong> dorpsverhaal De<br />

Verlossing ston<strong>de</strong>n lang niet zoo hoog. Doch in Lijmen (1924),<br />

<strong>de</strong>n roman van een publiciteitszaak waarvan <strong>de</strong> lei<strong>de</strong>r zijn<br />

slachtoffers telkens eenige duizen<strong>de</strong>n exemplaren « aanlijmt »<br />

van een tijdschriftje dat Been enkelen abonne telt, slaat <strong>de</strong><br />

ironie vaak in sarcasme over. De voile maat van zijn kunnen<br />

gaf hij in Kaas, eveneens een roman uit een banaal burgerlijk<br />

zakenwereldje; Tsjip (1933) zijn mildste werk, vol verholen<br />

ontroering en genegenheid ; en <strong>het</strong> schrijnen<strong>de</strong> verhaal<br />

Pensioen.<br />

330


Coed gebouwd, ietwat eentonig in hun schrale alledaagschheid,<br />

maar treffend door hun schampere levenswijsheid, beklee<strong>de</strong>n<br />

zij een aparte plaats in onze literatuur.<br />

De pas in 1934 gepubliceer<strong>de</strong> Verzen van vroeger, die uit <strong>de</strong><br />

jaren 1907-1910 dagteekenen, zijn even rauw en grimmig<br />

als zijn proza.<br />

Na een paar jeugdbun<strong>de</strong>ls verwierf JAAK LEMMERS J. LEMMERS<br />

1887-1930<br />

naam met Historische Verbeeldingen. Fresco's waren<br />

<strong>het</strong>, met een sterke atmosfeer, uit <strong>de</strong> Fransche, Russische en<br />

Romeinsche geschie<strong>de</strong>nis, waaromheen hij weemoedige mijmeringen<br />

over dood en eeuwigheid weef<strong>de</strong>. Tamelijk ironische<br />

vertellingen in gesprekvorm gaf hij daarna, ter verpoozing :<br />

Het bonte Leven.<br />

Ook PAUL KENIS begon met een paar Parijsche<br />

verhalen : De Roman van een Jeugd, Een On<strong>de</strong>rgang to<br />

Parijs en De kleine Ma<strong>de</strong>moiselle Cerisette.<br />

Een kleurig beschrijver van <strong>voor</strong>bije levens betoon<strong>de</strong> hij<br />

zich in <strong>de</strong> luchtige novellen Fetes galantes, in Het Dagboek van<br />

Lieven <strong>de</strong> Myttenaere, Lakenkooper to Gent en in zijn Meester<br />

Francois Villon. Zon<strong>de</strong>r zich veel om stijl of compositie to<br />

bekommeren, behan<strong>de</strong>lt hij <strong>de</strong> meest uiteenloopen<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwerpen<br />

breedvoerig, in een egalen, onbewogen trant, zon<strong>de</strong>r<br />

veel hoogten en laagten. Op zijn best doet hij zich <strong>voor</strong> in<br />

De Apostels van <strong>het</strong> nieuwe Rijk, een vervolg op zijn eersteling,<br />

waarin hij van een anarchistische kolonie in <strong>de</strong> Fransche<br />

Ar<strong>de</strong>nnen vertelt.<br />

Niet zon<strong>de</strong>r verdiensten is Een Overzicht van <strong>de</strong> Vlaamsche<br />

Letterkun<strong>de</strong> na Van Nu en Straps (1930).<br />

Eveneens met een vlugge pen sc<strong>het</strong>ste FRITz<br />

P. KENIS<br />

1885-1934<br />

F. FRANCKEN<br />

(Fr. Clijma ns)<br />

FRANCICN (eigenlijk Fre<strong>de</strong>rik Clijmans) tallooze Geb. in 1893<br />

tooneeltjes uit <strong>het</strong> dagelijksche loopgraafleven : De<br />

blij<strong>de</strong> Kruisvaart, Uit <strong>de</strong>n Helm. Ook in zijn poezie had hij,<br />

ondanks <strong>de</strong> omstandighe<strong>de</strong>n, oog <strong>voor</strong> <strong>het</strong> jolige en levenslustige<br />

: De vijf glorierijke Won<strong>de</strong>n, Het heilig Schrijn. Se<strong>de</strong>rt<br />

<strong>de</strong>n wapenstilstand gaf Fritz Francken <strong>de</strong> gedichtenbun<strong>de</strong>ls<br />

Batig Saldo, Taptoe en Met klein Zeil, naast verschillen<strong>de</strong><br />

bun<strong>de</strong>ls, meest korte, filmachtige verhalen in vlotten journalistieken<br />

trant : schitterend soms, maar doorgaans opper-<br />

331


E. VAN DER<br />

STRAETEN<br />

(schuilnaam van<br />

E. Delrue)<br />

1887-1918<br />

vlakkig. De beste wer<strong>de</strong>n verzameld in Korte Vertellingen.<br />

Als eerste Vlaamsche schrijver over koloniale<br />

aangelegenhe<strong>de</strong>n mag EMIEL VAN DER STRAETEN<br />

genoemd wor<strong>de</strong>n, die in zijn Soedaneesche Vertellingen<br />

en een grootsch opgezetten roman Zui<strong>de</strong>rkruis zijn<br />

herinneringen aan <strong>de</strong> Nigerstreek verwerkte, dock bij gebrek<br />

aan beperking en evenwicht Been gaaf werk naliet.<br />

Om <strong>de</strong> overwegen<strong>de</strong> rol die <strong>het</strong> fantastische in hun verhalen<br />

speelt, wor<strong>de</strong>n bier apart vermeld CLOVIS BAERT, met<br />

Het twee<strong>de</strong> Leven an Wieske Veyt; THEO BOGAERTS, met Het<br />

Oog op <strong>de</strong>n Heuvel, Vastenavond; H. J. J. BUYSE, met Faust.<br />

* *<br />

F. TIMMERMANS Het werk van FELIX TIMMERMANS beschouwen<br />

Geb. in 1886<br />

onze negentigers zelf als


Kin<strong>de</strong>ken Jesus in Vlaan<strong>de</strong>ren (1917), al leen<strong>de</strong> <strong>de</strong>ze door ou<strong>de</strong><br />

schil<strong>de</strong>rijen ingegeven mo<strong>de</strong>rniseering van <strong>het</strong> Evangelieverhaal<br />

zich niet tot Pallietersche beschrijvingslyriek. De kleine<br />

begijnhofvertelling De zeer schoone Uren van Juffrouw Symforosa,<br />

Begijntjen (1918), is een nog verrukkelijker boekje. Hierme<strong>de</strong><br />

en met <strong>de</strong> sc<strong>het</strong>sen Uit mijn Rommelkas, Driekoningentryptiek,<br />

Het Keerseken in <strong>de</strong> Lanteern, keer<strong>de</strong> hij terug tot <strong>de</strong> folkloristische<br />

genrekunst. TerwijI Anne-Marie, een roman uit <strong>de</strong>n<br />

Bie<strong>de</strong>rmeyertijd, en <strong>voor</strong>al De Pastoor uit « Den Bloeyen<strong>de</strong>n<br />

Wiingaerdt », ondanks prachtige <strong>de</strong>elen en <strong>de</strong> blijven<strong>de</strong> bekoring<br />

van hun taal, niet meer zoo gaaf zijn. Hetzelf<strong>de</strong> geldt<br />

<strong>voor</strong> <strong>de</strong> eveneens kleurige en geurige, maar psychologisch<br />

onbevredigen<strong>de</strong> Pieter Bruegel, zoo heb ik u uit wire Werken<br />

geroken, De Harp van Sint Franciscus. Maar met Boereripsalm, een<br />

verhaal in <strong>de</strong>n ik-vorm bereikte hij opnieuw een hoogtepunt :<br />

dit epos van <strong>het</strong> leven van <strong>de</strong>n Vlaamschen landman heeft<br />

menigmaal grootsche allure.<br />

Timmermans' proeven <strong>voor</strong> <strong>het</strong> tooneel, op <strong>het</strong> eerste<br />

bedrijf na van En waar <strong>de</strong> Ster bleef stille staan, toonen hem niet<br />

op zijn best.<br />

Zijn oud-me<strong>de</strong>werker, ANTOON THIRY, heeft zich A. THIRY<br />

web. in 1888<br />

haast uitsluitend toegelegd op net uitbeel<strong>de</strong>n van<br />

<strong>het</strong>zelf<strong>de</strong> schil<strong>de</strong>rachtige maar beklemmen<strong>de</strong> kleine-stadsleven<br />

en op <strong>het</strong> gemoe<strong>de</strong>lijke vertellen over <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> Liersche<br />

menschkes ». Jammer alleen dat Het schoone Jaar van Carolus<br />

(1920) zoolang na zijn tweelingsbroe<strong>de</strong>r Pallieter verschenen<br />

is. Uit zijn omvangrijke productie : Pauwke's Vagevuur, De<br />

Droomer, Het Hofken van Oliveten, On<strong>de</strong>r Sinte Gommarus'<br />

Wake,<br />

Meester Vin<strong>de</strong>vogel, <strong>het</strong> Franciskaansche oorlogsverhaal<br />

Miinheer Pastoor en zijne Vogelenparochie, De Isegrim, Kiroeme!<br />

Kiroeme! De Drie uit Sinte Gerardus Majella en hunne Vrouw, e.a.,<br />

verschijnt hij als een innig en fijn ontle<strong>de</strong>r van karakters en<br />

milieu's, met evenveel zin <strong>voor</strong> folkloristische eigenaardighe<strong>de</strong>n,<br />

doch rustiger, bezonkener dan zijn beroem<strong>de</strong> vriend.<br />

Uitbundigheid of hartstocht verwachte men bij hem niet : hij<br />

werkt met kleine, preciese toetsen; <strong>het</strong> verloop van zijn provinciale<br />

idyllen en <strong>de</strong> da<strong>de</strong>n van zijn oubollige « hel<strong>de</strong>n >><br />

blijven geheel buiten <strong>de</strong>n stroom van <strong>de</strong> wereldgebeurtenis-<br />

333


sen ; een probleem wordt er nauwelijks in behan<strong>de</strong>ld, of een<br />

vraag gesteld. In De Hoorn schalt, heeft <strong>de</strong> inmid<strong>de</strong>ls naar<br />

Vlaan<strong>de</strong>ren teruggekeer<strong>de</strong> schrijver een poging gedaan om<br />

actueele kwesties te behan<strong>de</strong>len.<br />

Met Timmermans heeft Thiry <strong>de</strong> onhebbelijkheid gemeen<br />

van een verregaan<strong>de</strong> grammaticale slordigheid en van een<br />

Bemis aan eerbied <strong>voor</strong> ons taaleigen. Bedoeld om <strong>de</strong> locale<br />

kleur te verhoogen, suggereeren <strong>de</strong>ze mid<strong>de</strong>ltjes weinig of<br />

niets, loch scha<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong> gaafheid van hun werk.<br />

Der<strong>de</strong> uit dit groepje verheerlijkers <strong>de</strong>r stad van Anton<br />

Bergmann was <strong>de</strong> jong overle<strong>de</strong>n JOZEF ARRAS,<br />

J. ARRAS<br />

1889-1914 wiens Gel& Sprookjes en <strong>voor</strong>al Begijnhofspro<strong>de</strong>jes een<br />

mooie belofte inhiel<strong>de</strong>n.<br />

E. CLAES Een van onze vruchtbaarste regionalistische schrij-<br />

Geb. in 1885<br />

vers 1S ERN EST CLAES, <strong>de</strong> wa<strong>de</strong>r van dien on<strong>de</strong>ugen-<br />

<strong>de</strong>n, populairen Witte — een broertje van Pallieter en Carolus!<br />

— en van Kiki : waarme<strong>de</strong> da<strong>de</strong>lijk gewezen is op <strong>de</strong>n<br />

goe<strong>de</strong>n uitbeel<strong>de</strong>r van kin<strong>de</strong>rleventjes die Claes gelei<strong>de</strong>lijk<br />

gewor<strong>de</strong>n is. Ook in Het Leven van Herman Coene behooren <strong>de</strong><br />

aan <strong>het</strong> kind gewij<strong>de</strong> bladzij<strong>de</strong>n tot <strong>de</strong> mooiste uit dit an<strong>de</strong>rs<br />

wat te breedvoerige werk.<br />

Als boeiend verteller <strong>de</strong>buteer<strong>de</strong> hij met zachtmoedige<br />

sc<strong>het</strong>sen : Oorlogsnovellen, Namen 1914, Bei uns in Deutschland,<br />

herinneringen uit eigen krijgsgevangenschap, en De vulgaire<br />

Geschie<strong>de</strong>n's van Charelke Dop,<br />

een oorlogswoekeraar. Hooger<br />

reikte hij da<strong>de</strong>lijk met <strong>de</strong> reeds geciteer<strong>de</strong> herinneringen aan<br />

eigen en an<strong>de</strong>rer knapen- en kin<strong>de</strong>rjaren en met een reeks<br />

goedlachsche novellen over zijn geboortestreek : Zichemsche<br />

Novellen, De Fanfare « De Sint-Jans' Vrien<strong>de</strong>n », De Heiligen van<br />

Sichem, Kobeke, Pastoor Campens zaliger,<br />

<strong>het</strong> eerste verhaal uit<br />

<strong>de</strong>n bun<strong>de</strong>l Van <strong>de</strong>n Os en <strong>de</strong>n Ezel, en <strong>voor</strong>al Wannes Raps<br />

en Onze Smid, waarin hij zijn gaven van grappig verteller en<br />

teekenaar van leuke typen ten dienste stelt van een dieper<br />

en ruimer aanvoeling van menschelijk leed.<br />

L. MONTEYNE Het naturalisme werkt <strong>voor</strong>t bij <strong>de</strong>n Antwerpenaar<br />

Geb. in 1886 LODE MONTEYNE, schrijver van een zestal romans<br />

en novellenbun<strong>de</strong>ls, meest uit <strong>de</strong> kleinburgerlijke wereld, w.o.<br />

Aan Wal, De trvee<strong>de</strong> Lente van meneer Quistrvater<br />

en Het schoone<br />

334


Avontuur. Het sarcasme en <strong>de</strong> scherpte van <strong>de</strong>n koelen waarnemer<br />

die Monteyne is, zijn rake karakterteekening rangschikken<br />

hem on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> goe<strong>de</strong> beoefenaars van <strong>de</strong>ze kunstsoort.<br />

Se<strong>de</strong>rt geruimen tijd wijdt hij zich echter geheel aan<br />

<strong>de</strong> tooneelcritiek. Zijn Kriiische Bijdragen over Tooneel, Koorn<br />

en Kaf, Spiegel van <strong>het</strong> mo<strong>de</strong>rn Tooneel in Vlaan<strong>de</strong>ren, zijn <strong>de</strong>gelijke<br />

proeven van een genre dat vOor hem weinig an<strong>de</strong>rs dan<br />

als amateurisme of losse journalistiek beoefend werd. Hem<br />

danken wij ook onze eerste volledige Geschie<strong>de</strong>n's <strong>de</strong>r Vlaamsche<br />

Tooneelliteratuur se<strong>de</strong>rs 1800.<br />

Evenzeer in realistischen trant schreef ELINE MARE, schuilnaam<br />

van Mevr. E. Ingenhoes-Geeraerds, haar ironische evocaties<br />

uit klein-burgerlijke kringen : Lieveke, Cleemkes Fortuintje,<br />

Mossieur Sarelke.<br />

Afzon<strong>de</strong>rlijk vermeld weze hier <strong>de</strong> in Ne<strong>de</strong>rland (Zutfen<br />

1885) geboren STEPHANIE CLAES-VETTER, om haar prettige<br />

novellen en romans : Eer <strong>de</strong> Mail sluit, Verholen Krachten, Miele.<br />

Merkwaardige oorlogsnovellen gaf FRANS SMITS<br />

F. SMITS<br />

in Het Huis <strong>de</strong>r Smart. De stijl van <strong>de</strong>zen beginneling Geb. in 1891<br />

was eer<strong>de</strong>r schraal, zijn vertelkunst onpersoonlijk. Doch<br />

<strong>voor</strong>al in <strong>het</strong> stuk waaraan <strong>het</strong> boekje zijn naam dankt, daal<strong>de</strong><br />

hij schijnbaar onbewogen tot namelooze diepten van menschelijk<br />

lij<strong>de</strong>n. In latere sc<strong>het</strong>sen keer<strong>de</strong> hij <strong>de</strong>n rug toe aan<br />

<strong>de</strong> gruwelen van 1914-18, maar bleef getrouw aan zijn eenvoudigen,<br />

koelen schrijftrant : Ontmoetingen, <strong>het</strong> subtiel geschakeer<strong>de</strong><br />

dagboek Heimwee en <strong>de</strong> Antwerpsche roman<br />

On<strong>de</strong>r <strong>het</strong> Oog an Mercurius.<br />

Met <strong>de</strong> verhalen uit zijn dokterspractijk Uit don- NOG OORLOGS-<br />

LITERATUUR<br />

e r e Dagen, had BERTO VAN KALDERKERKEN, een<br />

schuilnaam van Albert Van Driessche, vO6r <strong>de</strong>n oorlog een<br />

gelukkig <strong>de</strong>buut gemaakt. Zijn latere roman Ret -vel<strong>de</strong> verplaatst<br />

ons in <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> Schel<strong>de</strong>streek. In een paar bun<strong>de</strong>ls<br />

Het glorielooze Lot en <strong>het</strong> stemmingsvolle Uit vreedzame Dagen<br />

zeg<strong>de</strong> hij zijn ervaringen als chirurg bij <strong>het</strong> leger.<br />

Opvallend is <strong>het</strong> dat in onze vrij onbelangrijke oorlogsliteratuur<br />

nauwelijks een enkele Vlaamsche stem weerklonken<br />

heeft van opwekking tot of verheerlijking van <strong>het</strong> helsche<br />

bedrijf. Ook <strong>de</strong> kreten van haat zijn uiterst zeldzaam. Een<br />

335


ee<strong>de</strong> revolutionnaire a<strong>de</strong>m vaart er trouwens nooit door<br />

<strong>het</strong> werk van onze schrijvers-soldaten : van Europeesche beteekenis<br />

is <strong>het</strong> niet gewor<strong>de</strong>n, maar <strong>het</strong> blijft ons lief om hun<br />

getuigenis uit gene benar<strong>de</strong> tij<strong>de</strong>n.<br />

Roerend is FRANZ DE BACKER'S Longinus, waarin een frontsoldaat<br />

zijn innerlijken strijd en zijn walg <strong>voor</strong> <strong>het</strong> oorlogsbedrijf<br />

opbiecht, als een late zelfbevrijding (1934). Vroeger<br />

had <strong>de</strong>ze schrijver zich on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n door <strong>de</strong> sprookjes<br />

Bloeikens, <strong>het</strong> fantastische verhaal De Witte Vijand en <strong>de</strong>n roman<br />

Het Dochterken van Rubens.<br />

Geheel apart staat <strong>het</strong> rauwe verhaal In VlaanVeren heb iI<br />

gedood, door J. C. SCHOUP. Zeer aanvechtbaar naar <strong>de</strong>n<br />

inhoud (<strong>de</strong> schrijver werd <strong>voor</strong> <strong>de</strong>sertie veroor<strong>de</strong>eld) als naar<br />

<strong>de</strong>n vorm (<strong>de</strong> bouw is gebrekkig, <strong>de</strong> toon galmend, terwijl<br />

<strong>de</strong> waarheidslief<strong>de</strong> vaak tot grofheid leidt) is <strong>het</strong> niettemin<br />

een merkwaardig document. Blanke Boeien is een van onze<br />

weinige koloniale romans uit Belgisch Kongo.<br />

Talrijk zijn ver<strong>de</strong>r <strong>de</strong> beoefenaars van Vlaamsche heimatkunst<br />

: goe<strong>de</strong> vertellers doorgaans, die hun onmid<strong>de</strong>llijke<br />

omgeving schil<strong>de</strong>ren in haar natuurschoon en haar folkloristische<br />

eigenaardighe<strong>de</strong>n, met kermissen en processies, bruiloften<br />

of begrafenissen, en die in dat vertrouw<strong>de</strong> milieu een of meer<br />

zon<strong>de</strong>rlingen, dorpstypen of godshuismannetjes opvoeren.<br />

ARY DELEN : Prinskensdag, een pittig verhaaltje van een<br />

Antwerpschen kwajongen.<br />

A. LONGERSTAEY wiens goedlachsche tweelingen Lobbe en<br />

Sefa eveneens Sinjorenkin<strong>de</strong>ren zijn.<br />

KORNEEL GOOSSENS Mastelijntjes Opstand, judokus en<br />

Marionet speelt zelf.<br />

PROSPER ARENTS : Het batisten Zakdoeleje, Pantoffel, Het<br />

geheimzinnig Kastie.<br />

ROBERT VAN PASSEN : Pepeltje, De gou<strong>de</strong>n Droom, Zon over<br />

<strong>het</strong> Bosch.<br />

HERWIN EECKEL (eigenlijk Dr. Allaeys) : Onzent in 't<br />

Westland.<br />

JOZEF SIMONS : Mastentoppen, De laatste Flesch, Harslucht;<br />

en meer an<strong>de</strong>re volksschrijvers als JULES GRIETENS : Landsche<br />

Vertellingen, Hei<strong>de</strong>vertellingen; JEF SCHEIRS : De Filosoof van<br />

336


Haagen, 2 d. ; JEF CRICK : Toen Moe<strong>de</strong>r heenging; wijlen <strong>de</strong><br />

gemoe<strong>de</strong>lijke Antwerpenaar LODE VERHEES met zijn pretentielooze<br />

Vertellingen van <strong>de</strong>n Smid en De Hel<strong>de</strong>ntocht van <strong>de</strong> Alexis,<br />

Antwerpsche Bark, zoo merkwaardig van toon.<br />

2. — DE POEZIE<br />

Van <strong>het</strong> overgangsgeslacht dat Timmermans en Willem<br />

Elsschot als zijn beste prozaschrijvers telt, zijn August Van<br />

Cauwelaert, Jan Van Nijlen en Firmin Van Hecke <strong>de</strong> markantste<br />

dichters.<br />

De beschei<strong>de</strong>n zanger van twee bun<strong>de</strong>ltjes Verzen,<br />

A. VAN<br />

AUGUST VAN AERT, CAUWEL werd door <strong>het</strong> CAUWELAERT<br />

leed tot Geb. in 1885<br />

onzen zuiversten oorlogsdichter gelouterd. In Lie<strong>de</strong>ren<br />

van Droom en Daad treffen <strong>voor</strong>al die gedichten waarin hij,<br />

in een classieken vorm, zijn minst krijgshaftige gevoelens uitspreekt.<br />

Een paar malen gelukte <strong>het</strong> hem een lui<strong>de</strong>ren toon<br />

aan te slaan en vol te hou<strong>de</strong>n ; doch best bleek hij telkens<br />

weer in mijmeringen over <strong>de</strong>n nabij gevoel<strong>de</strong>n dood.<br />

Het bun<strong>de</strong>ltje Lie<strong>de</strong>ren <strong>voor</strong> Maria bevat van <strong>de</strong> innigste<br />

godsdienstige poezie die in onze taal geschreven werd en is<br />

veel representatiever <strong>voor</strong> <strong>de</strong>zen fijnen, beminnelijken dichter<br />

dan zijn, <strong>de</strong> diepere tragiek nauwelijks aandurvend verhaal<br />

Het Licht achter <strong>de</strong>n Heuvel : een poging tot <strong>het</strong> sc<strong>het</strong>sen van<br />

naoorlogsche toestan<strong>de</strong>n op ons platteland. Harry, <strong>de</strong> roman<br />

van een arbei<strong>de</strong>r, stond da<strong>de</strong>lijk veel hooger. Ook zijn uit<br />

<strong>de</strong> rechterlijke practijk gegroei<strong>de</strong> bun<strong>de</strong>l Vertellen in Toga is<br />

levensechter van toon.<br />

In <strong>het</strong> werk van J. VAN NIJLEN merkt men een J. VAN NIJLEN<br />

Geb. in 1879<br />

gestadige ontwikkeling, van <strong>de</strong> allervroegste jeugdverzen<br />

af. Doch eerst in later jaren, met Het Aangezicht <strong>de</strong>r<br />

Aar<strong>de</strong> (1923) en De Lokstem, toon<strong>de</strong> hij zich in zijn ware<br />

gedaante. Hartstocht is hem vreemd, zijn grenzen is hij zich<br />

bewust. Bezonken, evenwichtige schoonheid geeft hij, in<br />

mineurtoon, met gracieus en beschei<strong>de</strong>n gebaar. In <strong>de</strong> laatste<br />

jaren heeft <strong>de</strong> ironie van <strong>de</strong>n koelen waarnemer en <strong>de</strong> zelfbespotting<br />

van <strong>de</strong>n scepticus <strong>de</strong> vroegere gevoeligheid vaak<br />

overstemd : De Vogel Phcenix, Geheimschrift. Is niet alles ij<strong>de</strong>l<br />

en blijkt een glimlach niet <strong>de</strong> opperste wijsheid?<br />

337


F. VAN HECKE<br />

Geb. in 1884<br />

Over Fransche literatuur, o. m. over Montaigne, schreef<br />

Van Nijlen verschillen<strong>de</strong> studies.<br />

Geringer van omvang is <strong>de</strong> productie van <strong>de</strong>n<br />

moeilijk over zichzelf tevre<strong>de</strong>n FIR -MIN VAN HECKE,<br />

doch hoeveel smartelijker van toon in zijn getourmenteerdheid<br />

I Tevens hoe <strong>voor</strong>naam in zijn strengen, classieken vorm.<br />

Een eerste bun<strong>de</strong>l stemmingslyriek stond in <strong>de</strong> schaduw<br />

van Van <strong>de</strong> Woestijne. Pas in Gedichten ( 1 925 ) verscheen<br />

<strong>de</strong> elegische dichter als een rusteloos zoeker naar <strong>de</strong>n zin van<br />

<strong>de</strong> levensraadselen : Lucretius is zijn man en bij <strong>de</strong> Stoicijnen<br />

<strong>de</strong>ed hij zijn bittere wijsheid op. Ook <strong>de</strong> wrangheid na <strong>de</strong>n<br />

roes waarin hij telkens vergetelheid zocht, biechtte hij eerlijk<br />

op : zooveel eenzamer voelt hij zich na elke ontnuchtering.<br />

HIL. THANS ANTONIUS THANS (pater Hilarion) die in Mijn<br />

Geb. in 1884 Oorlog zijn belevingen als militair ziekenverpleger<br />

noteer<strong>de</strong> en in zijn dichtbun<strong>de</strong>l Verloren Stroom eveneens een<br />

af<strong>de</strong>eling aan <strong>de</strong> beproevingsjaren wijd<strong>de</strong>, is een eeuwig<br />

vertee<strong>de</strong>r<strong>de</strong> droomer die reeds in Omhein<strong>de</strong> Hoven ( 1 91 4)<br />

gevoelige godsdienstige lyriek had gegeven.<br />

D. BOENS Ruige en rauwe oorlogsverzen schreef DAAN<br />

Geb. in 1893 BOENS. Regelrecht uit <strong>de</strong> loopgraven ontstegen zijn<br />

kreten van ontzetting en afkeer : Van Glorie en Lij<strong>de</strong>n, Menschen<br />

in <strong>de</strong> Grachten. Vormverfijning, beheersching van rhythme en<br />

beeldspraak mag men er natuurlijk niet in zoeken. In Verrijzenis<br />

kondig<strong>de</strong> <strong>de</strong> uiteenzetting van zijn toekomstplannen<br />

reeds <strong>de</strong>n lateren socialen dichter aan van De schoone Reis<br />

U. VAN DE<br />

VOORDE<br />

Geb. in 1893<br />

en an<strong>de</strong>re ongelijke, van gemis aan volgehou<strong>de</strong>n inspiratie<br />

en zelfcontrOle getuigen<strong>de</strong> bun<strong>de</strong>ls, waaruit enkele huiselijke<br />

gedichten over vrouw en kind ons <strong>het</strong> liefst zijn.<br />

Ziel,<br />

De sonnetten van URBAIN VAN DE VOORDE hebben,<br />

ondanks een zekere stroefheid, soms een tragischen<br />

on<strong>de</strong>rtoon en een bittere schoonheid : De Haard <strong>de</strong>r<br />

Diepere Krachten. Zijn classieke strofenbouw is een<br />

worsteling met <strong>de</strong>n vorm, zooals zijn zwaartillen<strong>de</strong> poezie<br />

een zoeken is naar ze<strong>de</strong>lijk houvast en een herhalen van<br />

vragen zon<strong>de</strong>r antwoord. Getuige in een overigens min<strong>de</strong>r<br />

gaven bun<strong>de</strong>l Het donkere Vuur, <strong>het</strong> meesterlijke vers<br />

Groenendael.<br />

338


Van zijn opvatting <strong>de</strong>r kunst geeft een goed <strong>de</strong>nkbeeld<br />

<strong>het</strong> opstel De eeurvige Lyriek in zijn eersten bun<strong>de</strong>l Critiek en<br />

Beschourving.<br />

Van <strong>de</strong> Voor<strong>de</strong> is <strong>de</strong> traditioneele techniek<br />

getrouw gebleven en treedt als Naar strijdlustigste ver<strong>de</strong>diger<br />

op tegenover <strong>de</strong> losbandigheid en <strong>het</strong> gebrek aan tucht van<br />

<strong>de</strong> meeste jongeren. Wat men ook over zijn opvattingen moge<br />

<strong>de</strong>nken, aan klaarheid en scherpte in <strong>de</strong> formuleering laten<br />

zij zeker niet te wenschen over.<br />

De kracht van <strong>de</strong>n prozaschrijver ligt in <strong>het</strong> ge<strong>de</strong>gene,<br />

breedvoerige essay : over Gezelle, over Charles <strong>de</strong> Coster en <strong>de</strong><br />

Vlaamsche I<strong>de</strong>e, over Karel van <strong>de</strong> Woestijne<br />

en Ruusbroec, alsme<strong>de</strong><br />

twee bun<strong>de</strong>ls Critiek en Beschouwing. Taal en perio<strong>de</strong>nbouw<br />

verra<strong>de</strong>n wel eens zijn Germaansche geestesvorming<br />

on documentatiebronnen.<br />

Hoewel zij evenzeer als Van <strong>de</strong> Voor<strong>de</strong> vasthiel-<br />

Glen aan <strong>de</strong> overgelever<strong>de</strong> poetische vormen en zich<br />

tegenover <strong>de</strong> mo<strong>de</strong>rnistische richting schrap zetten, is <strong>de</strong><br />

afstand groot tusschen hem en <strong>de</strong> vier Gentsche vrien<strong>de</strong>n<br />

die in 1921 <strong>het</strong> miniatuurtijdschrift 't Fonteintje oprichtten :<br />

Maurice Roelants en Karel Leroux (zie blz. 350-1), Richard<br />

Minne en Reimond Herreman. Ironisten zijn zij, wier luid<br />

verkondigd epigonisme van Van Nu en Straks en Van <strong>de</strong><br />

Woestijne in <strong>het</strong> bijzon<strong>de</strong>r, niet zon<strong>de</strong>r eenig <strong>voor</strong>behoud<br />

dient aanvaard te wor<strong>de</strong>n. Hun geestverwanten zijn eer<strong>de</strong>r<br />

in Frankrijk te zoeken : Toulet, Pellerin, Tristan Dereme.<br />

Terwijl hun eerbied <strong>voor</strong> <strong>de</strong> Vlaamsche <strong>voor</strong>gangers hen,<br />

na <strong>de</strong> onvermij<strong>de</strong>lijke jeugdproeven, nooit tot navolging verleid<br />

heeft, noch belet om eigen wegen te bewan<strong>de</strong>len. Dichters<br />

waren zij <strong>voor</strong> alles, die zin had<strong>de</strong>n <strong>voor</strong> <strong>de</strong> dagelijksche<br />

levenstragiek en zich min<strong>de</strong>r bekommer<strong>de</strong>n om klinken<strong>de</strong><br />

leuzen of <strong>de</strong> telkens herhaal<strong>de</strong> experimenten van hun tegenstan<strong>de</strong>rs.<br />

RICHARD MINNE was <strong>de</strong> vroegst rijpe persoon-<br />

lijkheid on<strong>de</strong>r hen. (In <strong>de</strong>n zoeten Inval, 1926). Een<br />

dartele humor die van gedachtensprongen en oolijke yolksgezeg<strong>de</strong>n<br />

houdt, een ironie waar<strong>voor</strong> niets veilig blij ft en die<br />

onverwacht overslaat in geestdriftige beeldspraak of warme<br />

levenslief<strong>de</strong>; een fantasie <strong>voor</strong>al, die hem toelaat menig ge-<br />

HET TSCHR.<br />

'T FONTEINTJE<br />

R. MINNE<br />

Geb. in 1891<br />

339


dicht op een geestige buiteling to sluiten : aldus Minne. Steeds<br />

beheerscht, streeft hij naar een suggestieve beknoptheid. Dat<br />

hij een scepticus is, wiens luchthartigheid zijn schrijnen<strong>de</strong><br />

onrust en zijn eeuwigheidsverlangen moet verhullen, bewijst<br />

eveneens <strong>het</strong> zeer persoonlijke doch onvoldragen prozawerkje<br />

: Heineke Vos.<br />

R. HERREMAN<br />

Met zijn bewon<strong>de</strong>r<strong>de</strong>n vriend nauw verwant is<br />

Geb. in 1896 REIMOND HERREMAN. Bij hem tref fen wij eveneens<br />

melancholie en speelschheid : een fantasie die <strong>de</strong>n eenvoud<br />

van <strong>de</strong>n ernst of <strong>het</strong> diepere gevoel niet uitsluit. Lang stel<strong>de</strong><br />

hij zich tevre<strong>de</strong>n met korte, grillig bewogen regels een<br />

inval, een aardig beeld van alledaagsche dingen, een leuk<br />

gezeg<strong>de</strong> - die bij een dichter met grooter lyrisch vermogen<br />

slechts <strong>de</strong> aanloop zou<strong>de</strong>n zijn tot breed opgezette verzen.<br />

Thans geeft hij gedichten die zel<strong>de</strong>n van langeren a<strong>de</strong>m,<br />

doch in hun vlekkeloozen vorm van een harmonieuze <strong>voor</strong>naamheid<br />

zijn : De Roos van Jericho, Het fiel<strong>de</strong>r Gelaat (1937).<br />

Van <strong>de</strong> kleine Fonteintje-groep is Herreman <strong>de</strong> gevatste<br />

en gewiekste theoreticus (Arbei<strong>de</strong>rs dichten).<br />

Een viertal gevoelige dichteressen wezen hier nog<br />

Zuster<br />

MARIA JOZEFA vermeld : Zuster MARIA JOZEFA, wier Licht-sonnetten<br />

Geb. in 1883 sereene zangen zijn van een klare, vrome ziel; haar<br />

leerlinge, JEANNE VAN DE PUTTS, overle<strong>de</strong>n op 23-jarigen<br />

leeftijd, wier posthuum boekje Mijn hart is niet hier... een<br />

mooi talent in wording verraadt; <strong>de</strong> blijmoedige SISKA VAN<br />

DAELEN (pseudoniem van Mevr. Fanny Resseler) : Lentevooi-<br />

A. NAHON zen; en <strong>voor</strong>al wijlen ALICE NAHON die nog zeer jong<br />

1896-1933 was toen zij opgang maakte met haar, om hun fris-<br />

schen eenvoud en ongekunstel<strong>de</strong> hartelijkheid zoo sympathieke<br />

Von<strong>de</strong>lingskens en Op zachte Vooizekens. Een latere bun<strong>de</strong>l<br />

Schaduw bevatte enkele weemoedige versjes, die min<strong>de</strong>r<br />

aan Gezelle herinneren en een rijper zieleleven met <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong><br />

kin<strong>de</strong>rlijke oprechtheid vertolken.<br />

An<strong>de</strong>re dichters uit <strong>de</strong>zen tijd zijn :<br />

ISIDOOR VAN BEUGEM, schuilnaam van Is. Verdoodt (In<br />

bloeien<strong>de</strong>n Voorhof, Uit Dagen van Loutering); JAN MELIS (Rhytmen<br />

en Melodieen); wijlen HERMAN BROECKAERT (Van <strong>de</strong>n<br />

Minnestreel, Kneepverzekens, Met Pen en Penseel); AUGUST VAN<br />

340


BOECXSEL (De dubbele Afstraling) en G. VAN VEERDEGHEM,<br />

(Stille Pa<strong>de</strong>n); <strong>de</strong>. Lierenaars ERNEST DE WEERT, (Uit <strong>de</strong><br />

Eenzaamheid, Gul<strong>de</strong>n Tame) en KAREL DE WINTER, (Pan, 2<br />

d.) ; <strong>de</strong> priester-dichter CLEMENS VAN DER STRAETEN, (Stille<br />

Preludien); wijlen AUGUST VAN HOUTTE (Hart en Geest, De<br />

verwar<strong>de</strong> Kalen<strong>de</strong>r).<br />

B. — HET EXPRESSIONNISME EN DE<br />

NIEUWE PROZAKUNST<br />

Door <strong>de</strong> oorlogsomstandighe<strong>de</strong>n heeft Vlaan<strong>de</strong>ren VLAAMSCH EN<br />

<strong>voor</strong> Holland kennis gemaakt met <strong>het</strong> Duitsch-Sla-<br />

HOLLANDSCH<br />

EXPRESSIONvische,<br />

krampachtig en humanitair expressionnisme,<br />

NISME<br />

dat zich schreeuwend wou uitrazen. Na weinige jaren wer<strong>de</strong>n<br />

bij een <strong>de</strong>el van onze jeugd, <strong>voor</strong>al te Antwerpen en te Gent,<br />

dynamisme en vrij vers, cosmisch gevoel, humanisme, gemeenschapskunst<br />

in verband met ethische en pol'tieke waar<strong>de</strong>n, <strong>de</strong> slagwoor<strong>de</strong>n,<br />

— telegraafdra<strong>de</strong>n, scheepssirenen en autoclaxons,<br />

vliegtuigen en radio- of gramofoonmuziek <strong>de</strong> nieuwste snufjes<br />

inzake beeldspraak. Om <strong>het</strong> onbewuste met woor<strong>de</strong>n uit te<br />

drukken verwierp men alle geijkte vormen en technische<br />

<strong>voor</strong>schriften, waag<strong>de</strong> men <strong>de</strong> roekelooste experimenten.<br />

Frisscher, min<strong>de</strong>r cerebraal <strong>de</strong><strong>de</strong>n <strong>de</strong>ze pogingen aan dan veel<br />

gelijksoortige Hollandsche; doch welke slordigheid bij vele<br />

luttel taalvaste Vlamingen, welke ban<strong>de</strong>loosheid in beeldspraak<br />

en versbouw! Zij had<strong>de</strong>n echter <strong>het</strong> groote <strong>voor</strong><strong>de</strong>el<br />

dat zij in hun Vlaamsch nationalisme een gemeenschapsi<strong>de</strong>aal<br />

von<strong>de</strong>n : hoe vaag nog omlijnd, kreeg dit, door <strong>de</strong> gerechtelijke<br />

vervolgingen die <strong>het</strong> te verduren had, <strong>de</strong> waar<strong>de</strong> van<br />

een geloof en werd <strong>het</strong> een gunstige bo<strong>de</strong>m <strong>voor</strong> <strong>de</strong> kunst<br />

waarvan men droom<strong>de</strong>.<br />

In <strong>de</strong> tijdschriften zou <strong>de</strong> strijd uitgevochten wor-<br />

<strong>de</strong>n en kwam <strong>het</strong>, omtrent 1920 en <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong><br />

jaren, tot een echte botsing met <strong>de</strong> vorige geslachten.<br />

Deze vorige geslachten — Van Nu en Straks en zijn nabloei<br />

— <strong>de</strong><strong>de</strong>n slechts een paar zwakke pogingen om zich<br />

te organiseeren, liefst in verstandhouding met <strong>de</strong> jongere<br />

elementen. Zoo ontston<strong>de</strong>n Het roo<strong>de</strong> Zeil ( 1920 ) , <strong>het</strong> uit-<br />

DE TI JD-<br />

SCHRIFTEN<br />

341


sluitend door een groepje jongeren geredigeer<strong>de</strong> 't Fonteintje<br />

(1921-1924) , en later in 1929-1930, <strong>het</strong> weekblad Vandaag.<br />

Daarnaast richtten zich <strong>voor</strong>ts tot hun gewoon publiek <strong>de</strong><br />

Dietsche Waran<strong>de</strong> en Belfort (kath., versmolten sinds 1900),<br />

De Vlaamsche Gids (liber., se<strong>de</strong>rt 1905), of ontston<strong>de</strong>n an<strong>de</strong>re<br />

periodieken : Tooneelgids (kath., se<strong>de</strong>rt 1909), Ontrvikkeling<br />

(social., 1919-1932 ), Het Vlaamsche Land (1919-1927),<br />

Hooger Leven (kath., se<strong>de</strong>rt 1927), long Dietschland (kath.<br />

nation., 1927-1934), <strong>het</strong> uitsluitend aan <strong>de</strong> poezie gewij<strong>de</strong><br />

Helikon (se<strong>de</strong>rt 1931), en Forum dat geduren<strong>de</strong> twee jaren<br />

(1934-1935) een Vlaamsch-Hollandsche redactie had.<br />

Daartegenover leg<strong>de</strong> <strong>de</strong> mo<strong>de</strong>rnistisch gezin<strong>de</strong> jeugd, die<br />

met groote verwachtingen en illusies <strong>het</strong> ein<strong>de</strong> van <strong>de</strong>n oorlog<br />

begroet had, een groote bedrijvigheid aan <strong>de</strong>n dag. Ruimte<br />

(1920-1921 te Antwerpen) was <strong>de</strong> eerste naoorlogsche<br />

poging tot ver<strong>de</strong>diging van <strong>de</strong> nieuwe kunst gefun<strong>de</strong>erd op<br />

een ethischen grondslag. Doch <strong>de</strong> i<strong>de</strong>alen van internationale<br />

broe<strong>de</strong>rschap en radicaal flamingantisme vorm<strong>de</strong>n niet lang<br />

een toereiken<strong>de</strong> gemeenschappelijke basis. Toen Ruimte<br />

spoedig verdween, bood <strong>het</strong> na <strong>de</strong>n oorlog herrezen tijdschrift<br />

Vlaamsche Arbeid, on<strong>de</strong>r leiding van Jozef Muls en<br />

eenigen tijd ook van Karel van <strong>de</strong>n Oever, gastvrijheid aan<br />

<strong>de</strong> jongeren, Paul van Ostaijen in <strong>de</strong> eerste plaats. Wies<br />

Moens en Karel van <strong>de</strong>n Oever richtten weinig nadien <strong>het</strong><br />

Katholieke Pogen (1923-1925) op, waaraan ook Hollandsche<br />

geloofsgenooten me<strong>de</strong>werkten, doch dat niet lang stand hield.<br />

Intusschen verschenen te Gent (1921-1924) <strong>de</strong> hoofdzakelijk<br />

documentaire uitgave Ter Waarheid en te Antwerpen <strong>het</strong> internationaal<br />

georienteer<strong>de</strong> Het Overzicht (1921-1925) ; terwijl<br />

sommige als Avontuur, De Tijdspiegel en an<strong>de</strong>re tijdschriften<br />

<strong>voor</strong> jongeren een te precair leven geleid hebben om hier<br />

besproken te wor<strong>de</strong>n.<br />

HET<br />

Dat er in <strong>de</strong>ze publicaties front gemaakt werd<br />

STANDPUNT tegen <strong>de</strong> Van Nu en Straksers en hun epigonen<br />

TEGENOVER<br />

VAN NU EN spreekt vanzelf. Herman Vos in <strong>het</strong> programmatisch<br />

STRAKS artikel van Ruimte; Marnix Gijsen in een brochure<br />

over Karel van <strong>de</strong> Woestijne en in stukken als De Uitvaart <strong>de</strong>r<br />

Negentigers (VI. Arbeid) ; Victor Brunclair in menig polemisch<br />

342


vuurwerk ; <strong>de</strong> naar <strong>het</strong> expressionnistisch kamp overgeloopen,<br />

puntige criticus-dichter Karel van <strong>de</strong>n Oever ; <strong>de</strong> eclectische,<br />

op theoretische motiveering en toelichting uit zijn<strong>de</strong> Jozef<br />

Muls; W. Meyboom, E. De Bock, Wies Moens e. a. hebben<br />

aan <strong>de</strong>ze disputen <strong>de</strong>elgenomen.<br />

Wat verweten zij aan hun <strong>voor</strong>gangers?<br />

Vooreerst een anarchistisch individualisme, waartegenover<br />

zij hun gemeenschapszin, hun bree<strong>de</strong> menschelijke broe<strong>de</strong>r-<br />

lief<strong>de</strong> en hun sociale bekommeringen stel<strong>de</strong>n : persoonlijk<br />

leed en vreugd hebben slechts belang <strong>voor</strong> zooveel ze van<br />

algemeen menschelijke beteekenis kunnen zijn; ivoren-torenkunst<br />

is uit <strong>de</strong>n tijd ; een frissche tocht moet waaien « door<br />

<strong>het</strong> mooi begijnhof <strong>voor</strong> sensitieven dat <strong>de</strong> letterkun<strong>de</strong> gewor<strong>de</strong>n<br />

was » (De Bock).<br />

Daarnaast een dilettantisme en een levensmoeheid, een<br />

scepticisme en een <strong>de</strong>ca<strong>de</strong>ntie-geest, die zij uit <strong>de</strong>n booze<br />

achtten. Zij die, met diepen moreelen ernst en veelal met<br />

religieuzen zin, <strong>het</strong> leven blijmoedig aanvaard<strong>de</strong>n in dienst<br />

van extra-literaire i<strong>de</strong>alen : een evangelisch humanitarisme<br />

eerst; en naast <strong>de</strong> cultureele we<strong>de</strong>rgeboorte, ook <strong>de</strong> sociaaleconomische<br />

en politieke ontvoogding van hun yolk, dat geen<br />

geestelijken luister kan heroveren zoolang <strong>het</strong> (M. Gijsen).<br />

De


vroegere lei<strong>de</strong>rs welke met een Kritiek van <strong>de</strong> Vlaamsche<br />

beweging <strong>het</strong> vuur aan <strong>de</strong> lont gestoken had<strong>de</strong>n.<br />

1. - DE POEZIE<br />

P. VAN In Vlaan<strong>de</strong>ren gaf PAUL VAN OSTAIJEN <strong>de</strong>n eersten<br />

OSTAIJEN<br />

1896-1928 stoot met Music-Hall (1916) waarin hij een b.eeld<br />

van <strong>de</strong> mo<strong>de</strong>rne stad en van <strong>het</strong> cafe-chantant<br />

trachtte op te hangen om <strong>de</strong> collectieve ziel van een menschengroep<br />

uit te drukken, naar <strong>het</strong> <strong>voor</strong>beeld van <strong>de</strong> Fransche<br />

unanimisten ; met <strong>de</strong>n veel belangrijker bun<strong>de</strong>l Hei<br />

Sienjaal (1918) , waarin hij bepaald als vertegenwoordiger<br />

van <strong>het</strong> revolutionnair expressionnisme optrad; en met zwaartillen<strong>de</strong>,<br />

doch baanbreken<strong>de</strong> theoretische opstellen. Na <strong>de</strong>n<br />

wapenstilstand week hij naar <strong>het</strong> buitenland uit en hervatte<br />

eerst na jaren <strong>het</strong> persoonlijk contact met <strong>de</strong> inmid<strong>de</strong>ls in<br />

an<strong>de</strong>re han<strong>de</strong>n overgegane beweging.<br />

Een pionier met internationale belangstelling was <strong>de</strong>ze<br />

rustelooze zoeker : na enkele experimenten zijn opeenvolgen<strong>de</strong><br />

standpunten telkens als overwonnen verwerpend, en<br />

alle buitenissighe<strong>de</strong>n uit <strong>de</strong>n vreem<strong>de</strong> graag welkom heetend;<br />

met grillige excessen en een mooidoenerij die men een jongen<br />

durver niet kwalijk neemt; daarenboven een scherp, op paradoxen<br />

belust intellect. Ondanks allerlei omwegen, als Bezette<br />

Stad waarvan <strong>de</strong> opeenstapeling <strong>de</strong>r indrukken, <strong>de</strong> weglating<br />

van alle syntaxis of leesteekens en <strong>de</strong> aanwending van typographische<br />

mid<strong>de</strong>ltjes zooals <strong>de</strong> futuristen en dadaisten van<br />

over <strong>de</strong> grenzen, haast een unicum in onze literatuur maken;<br />

ondanks een met <strong>de</strong> jaren groeien<strong>de</strong> dualiteit tusschen zijn<br />

talent en <strong>de</strong> wisselen<strong>de</strong> theorieen die hij aanhing; ook<br />

ondanks zijn cynisme en zelfbespotting, heeft hij enkele<br />

keeren <strong>de</strong>n eenvoud van <strong>de</strong> zuivere lyriek bereikt. 0. m. in<br />

een zinledige klankpoezie, waarin muzikale en rhythmische<br />

combinaties aan <strong>het</strong> woord groote evocatieve kracht verleenen<br />

: Melopee, Rijke Armoe van <strong>de</strong> Trekharmonika, Zeer Kleine<br />

Speeldoos, Boere-Charleston.<br />

Zijn laatste, na zijn vroegen dood verschenen gedichten,<br />

<strong>voor</strong>al <strong>het</strong> Eerste Bock van Schmoll, met <strong>de</strong>n ironischen titel,<br />

geven een <strong>voor</strong>smaak van wat hij had kunnen wor<strong>de</strong>n. Een<br />

344


posthume uitgave van zijn vaak baldadig Krities Proza, 2 d ,<br />

werd door zijn vrien<strong>de</strong>n bezorgd. Hij heeft ook humoresken<br />

in proza geschreven, als Diergaar<strong>de</strong> <strong>voor</strong> Kin<strong>de</strong>ren van nu, en<br />

verschillen<strong>de</strong> Grotesken : De Trust <strong>de</strong>r Va<strong>de</strong>rlandslief<strong>de</strong>, Vogeivrij,<br />

waarin hij zijn verbitter<strong>de</strong>n, satirischen geest vrij spel liet.<br />

Door zijn verblijf in <strong>de</strong> gevangenis werd <strong>de</strong> twin- WIES MOENS<br />

tigjarige WIES MOENS tot dichter gewijd. In ontroe- Geb. in 1898<br />

ren<strong>de</strong> Celbrieven (1920) zette hij zijn geestelijke ervaringen<br />

uiteen. Schitteren<strong>de</strong> en oneindig tee<strong>de</strong>re bladzij<strong>de</strong>n zijn er in<br />

<strong>de</strong>zen roep om meer menschengeluk en een betere wereld,<br />

die na <strong>de</strong> oorlogsgruwelen als een lenteb o<strong>de</strong> weerklonk. In<br />

vrije rhythmen verkondig<strong>de</strong> <strong>de</strong> bijna tegelijkertijd verschenen<br />

Boodschap <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> blij<strong>de</strong> tijding : op profetischen toon, met<br />

een overvloed van beel<strong>de</strong>n welke aan <strong>de</strong>n Bijbel en <strong>de</strong>n<br />

Hindoeschen <strong>de</strong>nker-dichter Tagore herinneren. Nu die<br />

humanitaire roes <strong>voor</strong>bij is, doet <strong>de</strong> opgeschroefdheid van<br />

<strong>de</strong> ietwat brokkelige verzen, met hun opeenstapeling van<br />

geforceer<strong>de</strong> beeldspraak uit zijn volgen<strong>de</strong> boeken : De Tocht,<br />

Opgangen, Landing, grootsprakig aan en klinken <strong>de</strong> herhaal<strong>de</strong><br />

verklaringen van menschenlief<strong>de</strong> en broe<strong>de</strong>rschap programmatisch,<br />

na <strong>de</strong> dynamische gela<strong>de</strong>nheid van zijn vroegste<br />

werk. Doch <strong>het</strong> gevoel waaraan zij uiting gaven was onbetwistbaar<br />

echt en <strong>de</strong> vorm, die <strong>het</strong> mid<strong>de</strong>n houdt tusschen<br />

poezie en proza, paste er goed bij.<br />

In <strong>de</strong> twee bun<strong>de</strong>ls hoofdzakelijk politieke verzen die hij<br />

na jarenlang zwijgen liet verschijnen : Golfslag, Het Vierkant<br />

vernemen wij nog slechts zel<strong>de</strong>n uien ontroeren<strong>de</strong>n toon.<br />

Evenals Moens en Van Ostaijen werkte <strong>de</strong> invloed<br />

M. GIJSEN<br />

van MARNIX GIJSEN, pseudoniem van J. A. Doris, (J. A. Goris)<br />

na tot in Noord-Ne<strong>de</strong>rland. Ook zijn Hollandsche Geb. in 1899<br />

geestverwanten begroetten zijn Lof-Litanie van Sint Franciscus<br />

van Assisi als een revelatie, waarin <strong>de</strong> jeugd zichzelf herken<strong>de</strong>.<br />

In rhythmisch proza volg<strong>de</strong>n <strong>de</strong> aanroepingen en gewaag<strong>de</strong><br />

beel<strong>de</strong>n elkan<strong>de</strong>r overstelpend snel op. Maar er schuil<strong>de</strong> verbeten<br />

tee<strong>de</strong>rheid on<strong>de</strong>r dit bonte kleed, naast veel dat slechts<br />

gewild-literair is.<br />

Nadien is <strong>de</strong> diepere, evenwichtige aard van Gijsen tot<br />

uiting gekomen ; en een scherper tegenstelling dan tusschen<br />

345


<strong>de</strong> beheerschte, geconcentreer<strong>de</strong> - zij <strong>het</strong> dan ook « vrije >><br />

poezie van Het Huis (1925), en <strong>de</strong>ze van Moens of Van<br />

Ostaijen is nauwelijks <strong>de</strong>nkbaar. Zijn uitgangspunt is een<br />

vaak banaal feit dat hij tot op zijn diepsten grond doorschouwt<br />

om er <strong>de</strong> ontij<strong>de</strong>lijke beteekenis uit to puren : « Expressionnisme<br />

met realistische elementen », karakteriseer<strong>de</strong><br />

Van Ostaijen dit. Een treinboek, een gebroken vaas, <strong>het</strong><br />

schenken van een uurwerk, <strong>het</strong> vin<strong>de</strong>n van een ou<strong>de</strong> grafzerk,<br />

zijn zijn uitgangspunten; die stelt hij in <strong>het</strong> licht van <strong>de</strong><br />

eeuwigheid.<br />

Naast <strong>de</strong>ze snel bewogen, schijnbaar nuchtere lyriek on<strong>de</strong>r<br />

strenge verstan<strong>de</strong>lijke contrale, publiceer<strong>de</strong> M. Gijsen uitmunten<strong>de</strong><br />

critieken en essay's (Ons Volkskarakter) alsme<strong>de</strong> reisherinneringen<br />

uit Amerika of Griekenland (Odusseus achterna):<br />

eenvoudig en luchtig, met een speelsche weldadige ironie.<br />

A. MUSSCHE Dicht bij Wies Moens staat <strong>de</strong> Gentenaar ACHIL-<br />

Geb. in 1896 LES MUSSCHE. Ook zijn poezie heeft een humanitairen<br />

grondslag. Evenals Moens kent hij <strong>de</strong>n romantischen<br />

gloed, die zich uitspreekt in lange, zwaar gerhythmeer<strong>de</strong> volzinnen<br />

met dikwijls Bijbelsche beel<strong>de</strong>n. Ook zijn gebaar is<br />

profetisch. Maar <strong>de</strong> vloed van Mussche's hooggestem<strong>de</strong> woor<strong>de</strong>n<br />

en plechtige bezweringen is bree<strong>de</strong>r, zooals ook heel <strong>de</strong><br />

bouw van De twee Va<strong>de</strong>rlan<strong>de</strong>n (1927) consequent beheerscht<br />

is door een lei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> gedachte : <strong>de</strong> tweestrijd van <strong>het</strong> sociaalvoelen<strong>de</strong><br />

« straatkind van een dag en nacht ronken<strong>de</strong> fabriekstad<br />

» en van <strong>de</strong>n Godzoeker, hoog boven <strong>de</strong> sterren. Tusschen<br />

dit hemelsche en <strong>het</strong> aardsche va<strong>de</strong>rland waar zijn<br />

broe<strong>de</strong>rs, De Barbaren, hun donkeren strijd uitvechten, wordt<br />

zijn hart geslingerd.<br />

Het gevaar <strong>voor</strong> gezwollenheid dat <strong>de</strong>rgelijke on<strong>de</strong>rwerpen<br />

en <strong>de</strong> oratorische behan<strong>de</strong>ling ervan steeds bedreigt, heeft<br />

Mussche niet altijd verme<strong>de</strong>n. In <strong>het</strong> essayistische proza, dat<br />

<strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> hoedanighe<strong>de</strong>n vertoont als zijn poezie, o.m. in zijn<br />

studies over Cyriel Buysse en <strong>de</strong>n Gentschen etser-teekenaar<br />

De Bruycker, lever<strong>de</strong> hij superieur werk.<br />

Het baar<strong>de</strong> eenig opzien toen <strong>de</strong> zooveel ou<strong>de</strong>re,<br />

K. VAN DEN aan tegenstrijdighe<strong>de</strong>n overrijke KAREL VAN DEN<br />

OEVER<br />

1-1926 OEVER zich in 1922 met Het open Luik beslist aan <strong>de</strong><br />

346


zij<strong>de</strong> van <strong>de</strong> vernieuwers schaar<strong>de</strong>. Lang gele<strong>de</strong>n had hij<br />

ge<strong>de</strong>buteerd met symbolistische verzen In Schemergloed <strong>de</strong>r<br />

Morgenverte,<br />

spoedig gevolgd door verschillen<strong>de</strong> bun<strong>de</strong>ls die<br />

in een beel<strong>de</strong>n<strong>de</strong>n renaissance-stijl getuig<strong>de</strong>n van zijn lief<strong>de</strong><br />

<strong>voor</strong> zijn Kempen- en pol<strong>de</strong>rstreek en <strong>voor</strong> <strong>de</strong> vele herinneringen<br />

aan <strong>het</strong> ou<strong>de</strong> Antwerpen verbon<strong>de</strong>n : Van stile Dingen,<br />

Lof van Antwerpen, De zilveren Flambouw; ongeacht zijn bekoorlijke<br />

Kempische Vertelsels en <strong>het</strong> historisch verhaal De Geuzenstad<br />

waarin hij meer dan ooit leed aan overla<strong>de</strong>nheid en gemaniereerdheid.<br />

Na een verblijf in Ne<strong>de</strong>rland tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong>n oorlog, verscherpte<br />

zijn strij<strong>de</strong>n<strong>de</strong> katholiciteit, als criticus (Geestelijke Peilingen,<br />

Het roo<strong>de</strong> Paard, De Hollandsche Natie <strong>voor</strong> een Vlaamsche Spiegel)<br />

en als dichter. Zijn Van <strong>de</strong> Woestijnsche, impressionnistische<br />

woordkunst zwoer hij af : Schaduw <strong>de</strong>r Vleugelen, De heilige<br />

Berg, Paviljoen, <strong>het</strong> mystieke proza Het Leven van Paul. Een<br />

zeer gewil<strong>de</strong> kunst werd <strong>het</strong>, een luidruchtige warreling van<br />

woor<strong>de</strong>n, uitroepen, gezochte beel<strong>de</strong>n, waarin slechts af en<br />

toe een vers suggestief werkt. Met >, vergeleek hem wijlen Gerard<br />

Bruning, >. Toch was <strong>de</strong>ze, door zielsangst gefolter<strong>de</strong> en verscheur<strong>de</strong><br />

dichter, <strong>de</strong>ze verbitter<strong>de</strong> en vaak onrechtvaardige<br />

strij<strong>de</strong>r een merkwaardige figuur.<br />

De naoorlogsche jaren van volstrekte


DE JONGERE<br />

DICHTKUNST<br />

GERY HELDERENBERG (<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rpastoor Hubert Buyle) :<br />

De Smeltkroes, Het Aanbeeld.<br />

ALBS (Abel Joostens) : Paradijsvogel, Cherubijn en Mensch.<br />

PAUL VERBRUGGEN : Levenswijding, De Winter laat niet los,<br />

Aspecten.<br />

Naast <strong>de</strong> post-expressionnistische poezie, meldt<br />

zich gelei<strong>de</strong>lijk een dichtkunst aan die <strong>de</strong>n uiterlijken<br />

classieken vorm opnieuw in eere herstelt en geheel op <strong>de</strong><br />

onmid<strong>de</strong>llijke openbaring van <strong>het</strong> innerlijk leven gesteld is :<br />

zon<strong>de</strong>r groote leuzen en zon<strong>de</strong>r opzettelijke aanwending van<br />

aan <strong>de</strong> mo<strong>de</strong>rne techniek ontleen<strong>de</strong> beeldspraak : <strong>de</strong> eigene,<br />

diepere menschelijkheid die geen enkele waar<strong>de</strong> verwerpt.<br />

Dikwijls wordt aldus aan spontaneiteit ingeboet wat aan<br />

<strong>voor</strong>naamheid gewonnen wordt. Bij velen echter sluit <strong>de</strong><br />

ingetogener en evenwichtiger opvatting van <strong>de</strong> dichtkunst <strong>de</strong><br />

directste persoonlijke bekentenissen en belij<strong>de</strong>nissen niet uit,<br />

evenmin als <strong>de</strong> vluchtige fantasie.<br />

Deze vaak tegenstrijdige stroomingen vin<strong>de</strong>n hun uiting in<br />

een aantal beschei<strong>de</strong>n tijdschriften, als De Tijdstroom (1930.-<br />

1935), Prisma, Vormen en Volk (alle drie se<strong>de</strong>rt 1935), terwijl<br />

<strong>de</strong> Cahiers van <strong>de</strong> Waterkluis en De Bla<strong>de</strong>n <strong>voor</strong> <strong>de</strong> Poizie<br />

regelmatig gedichten publiceeren.<br />

Het meest op <strong>de</strong>n <strong>voor</strong>grond tre<strong>de</strong>n PIETER GEERT BUC-<br />

KINX : Wachtvuren en Dans <strong>de</strong>r Kristallen, en RENE VERBEECK :<br />

De donkere Bloei, De Minnaars, De dwaze Bruid. Bij <strong>de</strong>n een<br />

zoowel als bij <strong>de</strong>n an<strong>de</strong>re treffen wij opnieuw een tuchtvolle<br />

poezie aan, die uiting wil geven aan <strong>het</strong> diepe gemoedsleven<br />

van <strong>de</strong>n mo<strong>de</strong>rnen mensch.<br />

In <strong>de</strong> eerste plaats als prozaschrijvers bekend zijn ANDRE<br />

DEMEDTS Jasmijnen, Geploeg<strong>de</strong> Aar<strong>de</strong>, Kleine Keuze en MAURICE<br />

GILLIAMS : Het Verle<strong>de</strong>n van Columbus. De plastische visie op<br />

een vergeestelijkte werkelijkheid en <strong>de</strong> directheid van indruk<br />

van Gilliams' vrij hermetische poezie werken zeer suggestief.<br />

JAN VERCAMMEN : Het twee<strong>de</strong> Land, Het doo<strong>de</strong> Kindje Eric;<br />

en bewerkingen naar exotische mo<strong>de</strong>llen : Volkeren ontmoeten<br />

Dichters.<br />

FRANS DE WILDE (schuilnaam <strong>voor</strong> Eugeen Gilliams) :<br />

348


Het Huis op <strong>de</strong> Vlakte, De vluchten<strong>de</strong> Schoone, Dichter en Burgerman.<br />

PAUL DE VREE (tevens criticus) : Het blanke Waaien.<br />

MARNIX VAN GAVERE (een pseudoniem) : Gedichten en<br />

Nieulvere Gedichten.<br />

KAREL JONCKHEERE : Het Witte Zeil, Gervij<strong>de</strong> Grond.<br />

ANDRE DE MAREST : Het Brandglas.<br />

LUC INDESTEGE (tevens essayist) : Vale dicere.<br />

MAURITS DE DONCKER : Gedoof<strong>de</strong>r Vuren-As, Het schoon<br />

Bedrog, Opera.<br />

A. G. CHRISTIAENS (sours on<strong>de</strong>r <strong>de</strong>n schuilnaam Drojine) :<br />

Irrequietum, Uit <strong>de</strong> Toren.<br />

HERMAN DE CAT (ook prozaschrijver) : Bonte Galerij.<br />

FRANS BUYLE : De Steen <strong>de</strong>r Wijzen.<br />

BERT DECORTE : Germinal.<br />

JOHAN DAISNE (schuilnaam van Herman Thiery) : Breuken<br />

herlei<strong>de</strong>n, Afreacties en Fun<strong>de</strong>eringen.<br />

LUC VAN BRABANT : Brieven zon<strong>de</strong>r Zegel.<br />

MARCEL COOLE : De zonneblin<strong>de</strong> Ruiters.<br />

BERT PELEMANS : Variante <strong>voor</strong> Harp.<br />

JULIA TULKENS-BODDAER : Ontvangenis, Va<strong>de</strong>r.<br />

BLANKA GIJSELEN : Door roo<strong>de</strong> Vuur, De eeuwige Eva.<br />

2. — HET PROZA<br />

Vooral dank zij Van Ostaijen, Moens, Gijsen en Mussche<br />

- vier, spijts alle on<strong>de</strong>rscheid gewoonlijk te zamen genoem<strong>de</strong><br />

dichters, heeft <strong>het</strong> expressionnisme in Vlaan<strong>de</strong>ren<br />

werk van blijven<strong>de</strong> beteekenis <strong>voor</strong>tgebracht. Op hun betoogend<br />

en critisch, evenals op <strong>het</strong> eigenaardig satirisch en fantastisch<br />

proza van Van Ostaijen werd eveneens <strong>de</strong> aandacht<br />

gevestigd. Daarbuiten bracht <strong>de</strong> beweging nauwelijks eenig<br />

proza van beteekenis <strong>voor</strong>t.<br />

EUGEEN DE BOCK was lang <strong>de</strong> eenige die, in een<br />

novelle Jeugd in <strong>de</strong> Stad, en <strong>voor</strong>al in een onvoltooid<br />

gebleven roman De Drempel, <strong>de</strong>n gemoedstoestand van zijn<br />

tijdgenooten trachtte te ontle<strong>de</strong>n. Vruchten van zijn ijverige<br />

studie van onze negentien<strong>de</strong> eeuwsche letteren zijn een<br />

Beknopt Overzicht hiervan en <strong>het</strong> eerste vrij volledig critisch<br />

E. DE BOCK<br />

Geb. in 1889<br />

349


werk over Hendrik Conscience en <strong>de</strong> Opkomst <strong>de</strong>r Vlaamsche<br />

Romantiek.<br />

DE NIEUWE<br />

PROZAKUNST<br />

De dichter VICTOR BRUNCLAIR - die in De dwaze Rondschoulv<br />

wellicht <strong>het</strong> meest systematisch <strong>de</strong> radicaalste expressionnistische<br />

theorieen toegepast heeft met <strong>het</strong> mager resultaat<br />

dat slechts een enkel vers of een flitsend beeld geslaagd<br />

mogen heeten ; die ook als criticus <strong>de</strong>n grootsten mond kan<br />

opzetten en <strong>het</strong> vroolijkst schel<strong>de</strong>n heeft een prozaverhaal<br />

geschreven De Monnik in <strong>het</strong> Westen. Beter geslaagd was De<br />

Lift, een bun<strong>de</strong>ltje fantastische verhalen van FRANK VAN DEN<br />

WUNGAERT, eveneens Antwerpenaar, dichter van humanistische<br />

verzen, en essayist (De mo<strong>de</strong>rne Vlaamse Houtsnijkunst).<br />

Pas een tiental jaren na <strong>de</strong>n oorlog zou<strong>de</strong>n ein<strong>de</strong>lijk prozaisten<br />

opstaan die <strong>de</strong> lang verwachte vernieuwing inluid<strong>de</strong>n.<br />

Deze schrijvers keer<strong>de</strong>n zich tegen <strong>de</strong> beschrij-<br />

vingswoe<strong>de</strong> en <strong>de</strong> ein<strong>de</strong>looze psychologische uitrafelingen<br />

van <strong>de</strong> naturalisten. Buiten alle formules en bijbedoelingen<br />

om, is <strong>de</strong> roman <strong>voor</strong> hen in <strong>de</strong> eerste plaats een<br />

boeiend verhaal, een openbaring van <strong>het</strong> inwendige leven,<br />

zoo diep en hartstochtelijk, zoo direct mogelijk, met een<br />

minimum van bespiegeling en van weergave van uiterlijkhe<strong>de</strong>n.<br />

Voor schil<strong>de</strong>rachtige of zoetsappige lokale bijzon<strong>de</strong>rhe<strong>de</strong>n<br />

bedanken zij dus, evenals <strong>voor</strong> <strong>de</strong>n opsmuk van <strong>de</strong><br />

woordkunst. Hun <strong>voor</strong>keur gaat naar een zakelijke uiteenzetting<br />

van feiten, naar <strong>de</strong>n korten, gespannen zin. Ook hun<br />

dialoog is niet meer van <strong>de</strong> dagelijksche realiteit afgeluisterd,<br />

maar een transpositie op <strong>het</strong> plan van een hoogere, innerlijke<br />

werkelijkheid.<br />

M. ROELANTS Niet <strong>de</strong> gebeurtenissen, maar <strong>de</strong> gemoedstoestan-<br />

Geb. in 1895 <strong>de</strong>n van zijn personages zijn hoofdzaak bij MAURICE<br />

ROELANTS :<br />

alle aandacht is op <strong>het</strong> psychologische gespitst.<br />

De fijnste gevoelsschakeeringen, <strong>de</strong> subtielste botsingen en<br />

zielsproblemen wor<strong>de</strong>n hier behan<strong>de</strong>ld in een gedrongen,<br />

zenuwachtigen stijl, koel verstan<strong>de</strong>lijk veeleer dan warm van<br />

gevoel. Evenzeer <strong>de</strong> evenwichtige bouw als <strong>de</strong> intrigue zelt<br />

van Roelants' eersteling Komen en Gaan herinneren aan Fran-.<br />

sche mo<strong>de</strong>llen. In zijn novellen De Jazz-Speler en Het Negerbeeld,<br />

als in zijn latere romans Het Leven dat wij droom<strong>de</strong>n<br />

en<br />

350


Alles fromt terecht (1937) blijft hij <strong>de</strong> formule van <strong>het</strong> bij ons<br />

zoo schaars vertegenwoordig<strong>de</strong> psychologisch-analytisch verhaal<br />

getrouw, doch slaat hierbij, <strong>voor</strong>al in zijn jongste boek,<br />

een eigen toon aan.<br />

Het beste uit <strong>de</strong> poetische jeugdproductie van <strong>de</strong>zen gelukkigen<br />

auteur werd, met rustige en merkwaardig zuivere<br />

verzen uit later jaren, gebun<strong>de</strong>ld in Het Verzaken.<br />

Ook KAREL LEROUX is een dichter in mineurtoon,<br />

wiens werk in tijdschriften verspreid ligt. Op zijn<br />

best als prozaschrijver is hij in <strong>de</strong> navrant-ironische novelle<br />

De barmhartige Samaritaan.<br />

In 't Fonteintje kwam eveneens aan <strong>het</strong> woord <strong>de</strong><br />

welbespraakte verteller JORIS VRIAMONT, wiens fan-<br />

tastische en libertijnsche Exploten van Tabarijn<br />

on<strong>de</strong>ugen<strong>de</strong> ironie en rijke beeldspraak.<br />

De eersteling waarin <strong>de</strong> intellectualistische RAY-<br />

MOND BRULEZ <strong>de</strong> ontwikkeling van een jongeling<br />

fonkelen van<br />

van vrijzinnigen huize sc<strong>het</strong>ste, Andre Terval, stond door zijn<br />

onvoldoen<strong>de</strong> objectiveering en zijn losheid van bouw niet<br />

zoo hoog als <strong>het</strong> werk van Elsschot, Roelants of Walschap.<br />

Ir De laatste Verzoeking van Antonius<br />

of Literatuur als Losprijs<br />

en <strong>voor</strong>al in Sheheraza<strong>de</strong><br />

(1932), een zestal door een dunnen<br />

draad verbon<strong>de</strong>n philosophische verhalen, die veel op essay's<br />

gelijken en waarvan De fatsoenlijke Faun een hoogtepunt is,<br />

ontplooi<strong>de</strong> Brulez een merkwaardig satirisch talent. Zijn<br />

humor is zel<strong>de</strong>n schamper; vriend en vijand bestookt hij met<br />

spel<strong>de</strong>prikken, en <strong>voor</strong> <strong>het</strong> komisch aanwen<strong>de</strong>n van geijkte<br />

beeldspraak heeft hij een zwak.<br />

Kiesche vragen van pathologischen aard roert<br />

GERARD WALSCHAP aan in <strong>de</strong> merkwaardige, hoewel<br />

ongelijke romantrits A<strong>de</strong>lai<strong>de</strong>, Eric en Carla<br />

(1933). Niet<br />

alleen <strong>de</strong> roman van een burgerfamilie, doch heel <strong>het</strong> Vlaamsche<br />

dorpsleven wordt er, tot in <strong>de</strong> intiemste verborgenhe<strong>de</strong>n,<br />

onverbid<strong>de</strong>lijk geteekend in een gedrongen verteltrant die<br />

boeit ondanks een zekere stroefheid. In een soms al to vlugge<br />

vaart, sprongsgewijze, schrijdt <strong>het</strong> verhaal <strong>voor</strong>t; telkens<br />

blijven allerlei verklaringen achterwege of breekt in directe,<br />

tot <strong>de</strong>n lezer gerichte aanspraken <strong>het</strong> lyrisme of <strong>de</strong> ironie<br />

K. LEROUX<br />

Geb. in 1895<br />

J. VRIAMONT<br />

Geb. in 1896<br />

R. BRULEZ<br />

Geb. in 1895<br />

G. WALSCHAP<br />

Geb. in 1898<br />

351


van <strong>de</strong>n verteller door. Vooral waar hij dialogeert, heeft zijn<br />

stijl veel weg van een reportage en is een <strong>voor</strong>beeld van wat<br />

men <strong>de</strong>


oe<strong>de</strong>r, is een mooi avontuurlijk reisverhaal. Doch pas met<br />

Blauwbaard (1931) toon<strong>de</strong> hij zich in zijn voile kracht. De<br />

zwoele atmosfeer van roof en moord, van bloed en goud is<br />

goed volgehou<strong>de</strong>n, maar <strong>de</strong> diepere beteekenis is onvoldoen<strong>de</strong><br />

dui<strong>de</strong>lijk gemaakt en <strong>de</strong> karakterteekening niet gaaf.<br />

Tot een bijzon<strong>de</strong>re verfijning wist hij <strong>de</strong> muzikaliteit van<br />

zijn plastisch, bloedrijk proza op te voeren in <strong>de</strong> korte novelle<br />

Monsieur Hawar<strong>de</strong>n, in <strong>de</strong>n roman Hans van Malmedy (1935)<br />

en bovenal in Schaduwen (1937). Verrassend van suggestieve<br />

kracht is <strong>de</strong> romantische wazigheid waarme<strong>de</strong> hij zijn figuren<br />

weet te omklee<strong>de</strong>n. Dit geldt ook <strong>voor</strong> zijn jongste, historisch<br />

verhaal : De Soldaat Johan.<br />

Na <strong>de</strong> essay's Begenadig<strong>de</strong>n uit mystiek Vlaan<strong>de</strong>ren, zocht<br />

ERNEST VAN DER HALLEN een poetische oplossing <strong>voor</strong> <strong>de</strong><br />

maatschappelijke conflicten van <strong>de</strong>zen tijd : De Aar<strong>de</strong> roept<br />

is <strong>de</strong> geschie<strong>de</strong>nis van een arbeidsgemeenschap op <strong>het</strong> platteland.<br />

Bijzon<strong>de</strong>re aandacht maakte <strong>de</strong> dichter MAURICE<br />

GILLIAMS gaan<strong>de</strong> met zijn fragmentarische prozasc<strong>het</strong>sen<br />

Oefentocht in <strong>het</strong> luchtledige. Deze waren<br />

slechts een aanloop tot een merkwaardig werk vol fijngevoelige<br />

jeugdherinneringen : Elias, of <strong>het</strong> Cevecht met <strong>de</strong> Nachtegalen.<br />

Zich steeds gevaarlijk bewegend op <strong>de</strong>n rand van <strong>het</strong><br />

artificieele, onrijp van compositie, en dichterlijk van taal, is<br />

dit subtiele werk vol geheimzinnige, ontastbare schoonheid<br />

die alle on<strong>de</strong>rscheid opheft tusschen werkelijkheid en fantasie.<br />

RENE BERGUEN brengt in zijn verhalen een sterk intellectueel<br />

element binnen : De Overjas; Het Jeugdavontuur van Leo<br />

Furkins, en <strong>de</strong> roman De kleine Isa.<br />

De belangstelling van <strong>de</strong>n Antwerpenaar LODE<br />

ZIELENS gaat naar <strong>het</strong> armelijkste ste<strong>de</strong>nproletariaat,<br />

waarvan hij in een egalen, menigmaal slordigen stijl, <strong>de</strong> lichamelijke<br />

en ze<strong>de</strong>lijke ellen<strong>de</strong> schil<strong>de</strong>rt. Ook door zijn donkere<br />

levensopvatting en zijn <strong>voor</strong>lief<strong>de</strong> <strong>voor</strong> <strong>het</strong> behan<strong>de</strong>len van<br />

troebele sexueele motieven toont hij zich een laten naturalist.<br />

Maar zijn talrijke personages, hun navrante omgeving en hun<br />

kommervol bestaan, teekent hij uit met een warme meewarigheid.<br />

Niets wil hij verzwijgen noch verbloemen, <strong>de</strong> verbor-<br />

M. GILLIAMS<br />

Geb. in 1900<br />

L. ZIELENS<br />

Geb. in 1901<br />

353


DE OUDE<br />

SCHOOL<br />

genste drijfveeren legt hij bloot ; doch, mid<strong>de</strong>nin <strong>de</strong> rauwste<br />

mizerie, laat hij toch nog ontroeren<strong>de</strong> schoonheid opbloeien.<br />

Zoo in Antoinette, onze Moe<strong>de</strong>r, <strong>de</strong> mooiste sc<strong>het</strong>s uit <strong>het</strong> bun<strong>de</strong>ltje<br />

De Roep. Zoo ook in zijn sombere romans Het duistere<br />

Bloed, Moe<strong>de</strong>r waarom levenwij? (1932), De gele Roos, Nu begint<br />

<strong>het</strong> Leven.<br />

Een te jong gestorven auteur is NORBERT EDGARD FONTEYNE<br />

(1904-1938). Zijn eersteling, <strong>de</strong> Brugsche roman Pension<br />

lives, was meer dan een belofte. Het verdiept realisme waarmee<br />

in Pol<strong>de</strong>r een menschelijk noodlot geteekend wordt is<br />

<strong>voor</strong>treffelijk. Er zit ook vaart in zijn kerstvertelling Hoe <strong>de</strong><br />

Vlamingen to laat kwamen.<br />

MARCEL MATTHYS <strong>de</strong>buteer<strong>de</strong> met onhandige proeven (De<br />

Doodslag, Ankers en Zonnen), maar werkte zich gelei<strong>de</strong>lijk op<br />

tot <strong>de</strong>n schrijver van hard ironische werkelijkheidsverhalen<br />

De Ruitentikker en Doppen.<br />

Vermel<strong>de</strong>n wij nog :<br />

LODE J. VANKRINKEI,EN Jongens in 't Gesticht; <strong>het</strong> merkwaardige<br />

<strong>de</strong>buut van G. ENGELBERG : Lotsschakeering en Dagbock;<br />

<strong>de</strong> vlot geschreven historische romans uit <strong>de</strong> 18e eeuw<br />

van MARIA PEREMANS-VERHUYCK Catlijne Meyblom; en <strong>het</strong><br />

tragisch verhaal van <strong>de</strong> dichteres EUGENIE BOEYE Zieke<br />

Levens.<br />

C. — HET TOONEEL<br />

Meer dan een cultuurhistorische beteekenis had<strong>de</strong>n <strong>de</strong><br />

eerste tooneelschrijvers in Vlaan<strong>de</strong>ren na 1830 natuurlijk<br />

niet. Dank zij hun werking herleef<strong>de</strong>n <strong>de</strong> alou<strong>de</strong> re<strong>de</strong>rijkerskamers,<br />

verrezen schouwburgen in <strong>de</strong> ste<strong>de</strong>n en verschenen<br />

nieuwe stukken bij tientallen. Aan HIPPOLIET VAN<br />

PEENS, ROSS4ELS, DESTANBERG, VAN DE SANDE,<br />

DRIESSENS en an<strong>de</strong>re <strong>voor</strong>gangers komt <strong>de</strong> eer toe een<br />

schoone traditie weer levendig gemaakt te hebben in dit land<br />

van landjuweelen en hagespelen. DOMIEN SLEECKX, ook met<br />

zijn critischen arbeid, FRANS GITTENS (Jane Shore, De Maire<br />

van Antwerpen), NESTOR DE TIERE <strong>voor</strong>al met zijn knap ge•<br />

bouwd realistisch werk (Rote Kate), alsme<strong>de</strong> LODEWIJK<br />

SCHEI,TJENS (De Leemkruier, Rivierschuimers) en LODEWIJK<br />

354


LIEVEVROUW-COOPMAN (De Hel<strong>de</strong>n van <strong>de</strong>n Arbeid), zijn <strong>de</strong><br />

weinige markante dramaturgen uit <strong>de</strong>ze ou<strong>de</strong> school.<br />

Toen kwamen RODENBACH, die Gudrun naliet, H.<br />

PLANCQUAERT, die een enkele belofte gaf : De Dood<br />

van Karel <strong>de</strong>n Goe<strong>de</strong> en HEGENSCHEIDT met zijn veel-<br />

geprezen Starkadd. Op an<strong>de</strong>r gebied begonnen <strong>de</strong> Vlaamsche<br />

letteren te bloeien, echter niet op dat van <strong>het</strong> tooneel. CYRIEL<br />

BUYSSE liet Driekoningen-avond opvoeren en Het Gezin Van<br />

Paemel, een kapitaal naturalistisch stuk.<br />

Van <strong>de</strong>n romantischen Gezelle-leerling EUGEEN VAN OYE<br />

werd Go<strong>de</strong>lieve van Gistel bekroond; terwijl HUBERT MELIS<br />

(Koning Hagen), SERVAAS DAEMS (Ste Dimphna's marteldood),<br />

MAURITS SABBE (Bietje, Caritate), VICTOR DE MEYERE (GUrilaug<br />

en Helga), RAFAft VERHULST (ook als dichter en journalist<br />

van beteekenis : <strong>het</strong> Bijbelsche treurspel Jezus <strong>de</strong> Nazarener,<br />

Semini's Kin<strong>de</strong>ren en <strong>de</strong> Grieksche idylle Telamon en Myrtalee),<br />

O. K. DE LAEY (Falco, Har<strong>de</strong>nburg) en CYRIEL VERSCHAEVE<br />

met zijn historische en Bijbelsche drama's, werk van literaire<br />

waar<strong>de</strong> lever<strong>de</strong>n. Daarnaast wezen nog vermeld EDMOND<br />

ROELAND, CLAEYS en COOPMAN (Stoops feCii) : quantitatief<br />

was <strong>de</strong> <strong>voor</strong>tbrengst overweldigend : doch van een bloei,<br />

te vergelijken met <strong>de</strong>zen van onze dicht- en prozakunst,<br />

mocht er geen sprake zijn. Doorgaans beschouw<strong>de</strong> men <strong>het</strong><br />

tooneel als een min<strong>de</strong>rwaardig vak.<br />

Dat er een grondige kentering kwam is <strong>voor</strong> een goed<br />

<strong>de</strong>el te danken aan <strong>de</strong>n Gentenaar Oscar <strong>de</strong> Gruyter, die<br />

omtrent 1910 in zijn geboortestad <strong>de</strong> vernieuwingsactie<br />

inzette, welke hij als directeur van <strong>het</strong> Vlaamsche Volkstooneel,<br />

later van <strong>de</strong>n Schouwburg te Antwerpen, zou <strong>voor</strong>tzetten.<br />

Liet De Gruyter nog alle recht we<strong>de</strong>rvaren aan <strong>het</strong> literair<br />

element, aan <strong>het</strong> woord, niet zoo zijn opvolger aan <strong>de</strong> leiding<br />

van <strong>het</strong> Volkstooneel, <strong>de</strong> Hollan<strong>de</strong>r Johan <strong>de</strong> Meester<br />

jr., die insgelijks grooten invloed had op onze talrijke liefhebberskringen,<br />

door zijn expressionnistische experimenten<br />

waarbij hij alles en alien aan <strong>de</strong> regie on<strong>de</strong>rgeschikt maakte.<br />

TEEKENEN<br />

VAN NIEUW<br />

LEVEN<br />

Een beslissen<strong>de</strong>n stoot gaf <strong>de</strong> reeds ou<strong>de</strong>re auteur<br />

HERMAN TEIRLINCK : door zijn aest<strong>het</strong>iek, die hij HERMAN TEIR-<br />

LINCK ALS<br />

slechts ge<strong>de</strong>eltelijk en vrij vaag formuleer<strong>de</strong>, en DRAMATURG<br />

355


G. MARTENS<br />

Geb. in 1884<br />

<strong>voor</strong>al door zijn scheppend <strong>voor</strong>beeld.<br />

Onrechtstreeksch gevolg van <strong>de</strong> actie van De Gruyter, was<br />

er reeds in oorlogstijd te Gent een eerste beweging ontstaan.<br />

HERMAN VAN OVERBEKE, die later als levenwekkend regisseur<br />

naam zou maken, trad er <strong>voor</strong> <strong>het</strong> voetlicht met een paar<br />

stukken, o. a. Apostaat, door Ibsen geinspireerd.<br />

GASTON MARTENS schil<strong>de</strong>r<strong>de</strong> natuurgetrouw, in sap-<br />

pig dialect, <strong>het</strong> joviale, bekrompen buitenleven aan <strong>de</strong> Leie,<br />

<strong>het</strong> land en <strong>de</strong> menschen van Cyriel Buysse : zon<strong>de</strong>r veel<br />

conflicten doch boeiend van rake karakterteekening. Zoo was<br />

<strong>de</strong> Paus van Hagendonck da<strong>de</strong>lijk een aanwinst van beteekenis,<br />

nadien gevolgd door lieve eenakters : Leentje tilt 't Hernelrijk,<br />

Kermisleven, Zomeravond (wellicht zijn best geslaagd stukje),<br />

en een drietal geweldige Pallietersche kluchten, waarin <strong>de</strong><br />

geheel met zijn omgeving vergroei<strong>de</strong> Martens boven <strong>de</strong><br />

realiteit trachtte uit te stijgen : Prochievrijers, De groote Neuzen,<br />

Paradijsvogels.<br />

Ook WILLEM PUTMAN <strong>de</strong>buteer<strong>de</strong> toen met enkele jeugdstukken<br />

die troffen door hun toon van <strong>voor</strong>naamheid en hun<br />

distinctie; terwijl te Antwerpen wijlen E. W. SCHMIDT, als <strong>de</strong><br />

meedoogenloos cynische auteur van Het Kin<strong>de</strong>rnummer en<br />

Tilly's Tribulaties, verwachtingen wekte die <strong>het</strong> hem niet gegeven<br />

was te verwezenlijken.<br />

Omtrent 1921, toen dit jonge tooneelleven alom<br />

HET EXPRES-<br />

SIONNISME OP kiem<strong>de</strong> en botte, zou Teirlinck beproeven <strong>het</strong> in<br />

DE PLANKEN verband te brengen met <strong>de</strong> algemeen-Europeesche<br />

tijdstroomingen. Even sterk als op <strong>het</strong> gebied van <strong>de</strong> plastische<br />

kunsten, veel meer dan in <strong>de</strong> poezie of <strong>de</strong>n roman,<br />

triomfeer<strong>de</strong> toen <strong>het</strong> expressionnisme op <strong>de</strong> planken in heel<br />

Mid<strong>de</strong>n- en Oost-Europa. De eerste echo's ervan drongen pas<br />

tot ons door met stukken van Georg Kaiser, Dietzenschmidt,<br />

Karl Capek... Van invloed bleken eveneens Fransche vernieuwers<br />

als Jacques Copeau en Henri Gheon. De nieuwe<br />

Vlaamsche dramatiek moest los van <strong>het</strong> realisme <strong>de</strong>r huiselijke,<br />

burgerlijke spelen, om algemeene, samenvatten<strong>de</strong> waarhe<strong>de</strong>n<br />

te vertolken <strong>voor</strong> <strong>de</strong> massa, liefst door mid<strong>de</strong>l van<br />

typen, abstracties, zinnebeeldige figuren, met maskers. De<br />

toeschouwer zou zich herkennen in en meeleven met <strong>de</strong>ze<br />

356


personages : echte gemeenschapskunst zou <strong>het</strong> tooneel aldus<br />

weer wor<strong>de</strong>n, zooals <strong>het</strong> dit in zijn hoogste bloeiperio<strong>de</strong>n<br />

telkens geweest is. Om dat te bereiken moest <strong>de</strong> tooneelspee/-<br />

kunst in eere hersteld wor<strong>de</strong>n : rhythme en gebaar, spel en<br />

dans, ook op <strong>het</strong> proscenium en in <strong>de</strong> zaal ; suggestief <strong>de</strong>cor<br />

met gelukkige verhoudingen van vlakken en volumen ; muzikale<br />

begeleiding; al <strong>de</strong> hulpmid<strong>de</strong>len van <strong>de</strong> mo<strong>de</strong>rne ensceneering<br />

en in <strong>de</strong> eerste plaats lichteffecten, zou<strong>de</strong>n ertoe<br />

bijdragen om <strong>de</strong>n doo<strong>de</strong>n literairen tekst leven in te blazen,<br />

om een atmosfeer te scheppen, <strong>de</strong>n kijkgragen toeschouwer<br />

te boeien en te verrassen.<br />

In een vijftal stukken : De vertraag<strong>de</strong> Film (1922) een gedanst,<br />

gezongen en gesproken tooneelspel in 3 bedrijven ; 1k<br />

dien, een bewerking <strong>de</strong>r ou<strong>de</strong> sproke van Beatrijs; De Man<br />

zon<strong>de</strong>r Lijf, Ave en De Ekster op <strong>de</strong> Galg, heeft Teirlinck gepoogd<br />

<strong>de</strong>ze theorieen toe te passen. Opmerkelijk is <strong>de</strong> kentering<br />

die intrad na De Man zon<strong>de</strong>r Lijf, dat zwichtte on<strong>de</strong>r<br />

<strong>de</strong> vele symbolische en an<strong>de</strong>re allegorische bedoelingen welke<br />

<strong>de</strong> schrijver er bij bedacht had, en nog meer dan <strong>de</strong> vorige<br />

stukken opviel door <strong>de</strong> overdadig-literaire taal. In <strong>het</strong> zooveel<br />

abstracter en sc<strong>het</strong>smatig gehou<strong>de</strong>n Ave, en <strong>voor</strong>al in zijn<br />

openluchtspelen : Het Torenspel te Delft (1923 ) en <strong>het</strong> A-Z<br />

spel te Lei<strong>de</strong>n, betrachtte Teirlinck niet alleen een veel eenvoudiger,<br />

doorzichtiger bouw, maar heeft hij tevens <strong>de</strong> rol<br />

van <strong>het</strong> woord geheel on<strong>de</strong>rgeschikt aan <strong>de</strong> toovermid<strong>de</strong>len<br />

van <strong>de</strong> regie. Een tooneelingenieur is Teirlinck aldus gewor<strong>de</strong>n,<br />

naar wiens opvatting in <strong>de</strong> collectieve kunst die <strong>het</strong><br />

tooneel is en die <strong>de</strong> samenwerking vergt van dichter, regisseur,<br />

bouwmeester, schil<strong>de</strong>r en componist, electricien... <strong>de</strong> eerste<br />

<strong>het</strong> geheel aflegt <strong>voor</strong> <strong>de</strong>n twee<strong>de</strong>. Wie van Serjanszoon en<br />

Zon houdt, zal <strong>het</strong> misschien betreuren dat in dien tooneeltechnicus<br />

<strong>de</strong> vroegere schrijver geheel is on<strong>de</strong>rgegaan.<br />

Een overweldigend, visionnair expressionnistisch drama,<br />

dat <strong>de</strong>n mensch te mid<strong>de</strong>n van <strong>het</strong> heelal plaatst en van <strong>het</strong><br />

tooneel een tribune maakt waar <strong>de</strong> i<strong>de</strong>een scherp met elkaar<br />

in botsing komen, waar een intens verhevigd spel <strong>de</strong>n rad<strong>de</strong>n,<br />

soberen dialoog begeleidt, hebben <strong>de</strong> overwegend cerebrale<br />

Teirlinck en zijn volgelingen ons niet gebracht. Meer dan <strong>de</strong><br />

357


tooneelliteratuur is <strong>de</strong> speelkunst, samen met <strong>de</strong> regie, <strong>de</strong><br />

nieuwe wegen opgegaan. En eens <strong>de</strong> tijd van <strong>het</strong> gedurig<br />

experimenteeren <strong>voor</strong>bij, is een stilstand ingetre<strong>de</strong>n dien wij<br />

bier slechts constateeren en betreuren kunnen.<br />

W. PUTMAN<br />

Van een onmid<strong>de</strong>llijken invloed van Teirlinck ge-<br />

Geb. in 1900 tuigt <strong>de</strong> evolutie van WILLEM PUTMAN. Na <strong>de</strong> kin<strong>de</strong>rscenes<br />

Marietje Hemelzoet en <strong>het</strong> burgerlijk comedietje<br />

Mama's Kind, dat bij wijze van proef ook volgens <strong>de</strong> nieuwe<br />

recepten gecreeerd werd, gaf hij De doo<strong>de</strong> Rat en Looping the<br />

Loop, die bei<strong>de</strong> veel aan zijn mo<strong>de</strong>l to danken hebben en,<br />

hoewel niet overtuigend, toch tot <strong>het</strong> beste behooren dat hij<br />

schreef. Zijn volgen<strong>de</strong> stukken vertoonen, ondanks hun geestigheid,<br />

vlotte conversatie en handigen bouw, een nog grooter<br />

oppervlakkigheid.<br />

AN TON VAN DE VELDE is een veel persoonlijker<br />

A. VAN DE<br />

VELDE figuur. Een eigenaardige mengeling van pessimisme<br />

Geb. in 1895 en bovennatuurlijke elementen was reeds zijn eersteling<br />

De zon<strong>de</strong>rlinge Gast. Doch pas in latere stukken als TijI,<br />

gekke Historic in 4 Kapittels, Tijl II, Halervijn, Faust junior, liet<br />

hij zich kennen als een geweldig goochelaar met woor<strong>de</strong>n,<br />

tevens gloeiend van visionnair lyrisme en vol symbolische<br />

bedoelingen. Van eenzelf<strong>de</strong> doch vroolijker fantasie getuigt<br />

zijn werk <strong>voor</strong> <strong>de</strong> jeugd : Lotje, prettig speelverhaal, Ra<strong>de</strong>ske,<br />

'n kwajongensspel in 3 bedrijven en <strong>de</strong> vertellingen : Woe's<br />

won<strong>de</strong>re Wan<strong>de</strong>l, Doctor Slim en <strong>de</strong> Microben. Met Het Hart vecht<br />

liet hij zich als verdienstelijk romanschrijver kennen.<br />

P. DE MONT Verdienstelijk zijn eveneens Nuances en De Spel-<br />

Geb. in 1 893 breker van PATH, DE MONT. Doch veel hooger staan,<br />

<strong>voor</strong>al om hun schitteren<strong>de</strong>n dialoog, zijn mo<strong>de</strong>rn ingekleed<br />

passieverhaal Het Ceding van Onze Heer en zijn historisch spel<br />

Willem <strong>de</strong> Zwijger.<br />

Vermel<strong>de</strong>n wij nog jezabel, van WARD SCHOUTEDEN ; Slangetje<br />

en Het Waarheidselixir van JEF HOREMANS ; Zijn Excellentie<br />

Dansa en Koning Wil van THEO VERSCHAERE; Het Won<strong>de</strong>r, De<br />

dubbele Dood e. a. van P. S. MAXIM KROJER (pseudoniem van<br />

P. Collet) die ook goe<strong>de</strong> tooneelrecensies schrijft; Maria van<br />

Bethan ie van <strong>de</strong>n regisseur MICHEL VAN VLAENDEREN. En<br />

on<strong>de</strong>r hen die min<strong>de</strong>r rechtstreeks bij <strong>de</strong> mo<strong>de</strong>rniseering van<br />

358


onze tooneelbeweging betrokken zijn :<br />

LODE BAEKELMANS : Europa-Hotel; De Blauw Schuyte.<br />

FELIX TIMMERMANS met zijn folkloristische stukken;<br />

RAYMOND BRULEZ : De schoone Slaapster; JOS. JANSSEN : De<br />

Won<strong>de</strong>rdoletoor een folkloristisch blijspel, De Koning drinkt, Een<br />

Hel<strong>de</strong>ndorp; F. DELBEKE : De Vrek, en in samenwerking met<br />

Walschap een viertal stukken, w. o. <strong>het</strong> lieve Lente; van Walschap<br />

alleen : De Spaansche Gebroe<strong>de</strong>rs. DIRK VANSINA gaf in<br />

De Deemstering <strong>de</strong>r Zielen, 4 d., en in De Tragedie van God en<br />

Mensch, een trilogie, grootsch opgevatte cyclussen die niet<br />

zon<strong>de</strong>r kwaliteiten zijn; J. MENNEKENS een hel<strong>de</strong>nstuk Heime<br />

en gedramatiseer<strong>de</strong> sprookjes; FRANS DEMERS (schuilnaam<br />

<strong>voor</strong> F. Beckers) beeld<strong>de</strong> Kongoleesche toestan<strong>de</strong>n op <strong>de</strong><br />

planken of in Eva, De Halfbloed.<br />

D. — DE CRITIEK EN HET ESSAY<br />

Al ligt <strong>het</strong> niet in onze bedoeling hier an<strong>de</strong>rmaal <strong>de</strong> talrijke<br />

essay's, critieken en ver<strong>de</strong>re studies van letterkundige waar<strong>de</strong><br />

op te sommen die in <strong>de</strong> vorige bladzij<strong>de</strong>n vermeld wer<strong>de</strong>n,<br />

toch mag nog even gewezen wor<strong>de</strong>n op <strong>het</strong> stijgend gehalte<br />

van <strong>het</strong> Zuidne<strong>de</strong>rlandsch betoogend proza. Stellig verbleekt<br />

dit naast <strong>de</strong> productie van Noord-Ne<strong>de</strong>rland waar niet<br />

alleen heel <strong>het</strong> hoogere geestesleven in <strong>de</strong> landstaal geschiedt,<br />

doch waar men gewoon is veel en zwaarwichtig-bedillend<br />

over en tegen an<strong>de</strong>ren te schrijven.<br />

Naast <strong>de</strong>n arbeid van een vroeger geslacht, mogen enkele<br />

jongere Vlamingen een plaats opeischen <strong>voor</strong> hun literaircritische<br />

opstellen : U. van <strong>de</strong> Voor<strong>de</strong> en Marnix Gijsen,<br />

Mussche, Le Monteyne, Van Ostaijen, De Bock, J. van Nijlen,<br />

A. van Cauwelaert, A. De Rid<strong>de</strong>r, V. Brunclair, P. Kenis,<br />

R. Herreman, G. Walschap... Op <strong>het</strong> gebied van <strong>de</strong> journalistiek<br />

is <strong>de</strong> <strong>voor</strong>uitgang verrassend se<strong>de</strong>rt <strong>de</strong>n oorlog : al<br />

blijft hier nog veel te doen, toch is <strong>het</strong> peil verheugend<br />

gestegen se<strong>de</strong>rt zooveel letterkundigen dagbladschrijvers van<br />

beroep zijn gewor<strong>de</strong>n. Om Been geciteer<strong>de</strong> namen te herhalen,<br />

beperken wij ons tot wijlen JOHAN DE MAEGHT (De kleine<br />

Almanak van Brabant), CAMILLE HUYSMANS, LEO PICARD,<br />

HERMAN VOS en JAN BOON wiens hoekjes Radio-poeem<br />

en<br />

359


Per boot naar Spitsbergen en pakijs nerveuse bladzij<strong>de</strong>n journalistieke<br />

beschouwingen en ervaringen bevatten.<br />

Reisindrukken schreven nog A. COUSSENS : Pennetrekken<br />

van Overzee, — uit lerland; en H. VAN PUYMBROUCK (Blaurve<br />

Meerspiegels, roo<strong>de</strong> Rotsen). Van GEO DE LA VIOLETTE (schuil-<br />

naam <strong>voor</strong> Gabriel Op<strong>de</strong>beek) verschenen in prive-<br />

LA<br />

VIOLETTE druk <strong>de</strong> prettige reisverhalen Uit mijn Dagboek :<br />

(Gabriel Op<strong>de</strong>beek) met Miss Mary to Parijs; — op Port-Gros, en <strong>de</strong> liber-<br />

Geb. in 1895<br />

tijnsche raadgevingen van een ou<strong>de</strong>n oom : Confi<strong>de</strong>ntieel.<br />

De ironische toon van zulke essay's was tot <strong>voor</strong> weinige<br />

jaren nauwelijks <strong>de</strong>nkbaar in Vlaan<strong>de</strong>ren. Zoo ook op <strong>het</strong><br />

gebied van <strong>de</strong> parlementaire welsprekendheid : men <strong>de</strong>nke<br />

slechts aan <strong>de</strong>n afstand die er ligt tusschen <strong>de</strong> Re<strong>de</strong>voeringen<br />

van H. Conscience of Jan Van Rijswijck en <strong>de</strong> Verhan<strong>de</strong>lingen<br />

en Voordrachten van FRANS VAN CAUWELAERT, of <strong>de</strong> interventies<br />

van enkele an<strong>de</strong>re lei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> politici.<br />

Komt bij onze mannen van wetenschap <strong>de</strong> beheersching<br />

van taal en vorm slechts bij uitzon<strong>de</strong>ring <strong>voor</strong>, toch mogen<br />

wij in dit verband reeds wijzen op eenige historici en kunsthistorici,<br />

taalkundigen, wijsgeeren, beoefenaars van <strong>de</strong><br />

muziek- en <strong>de</strong> literatuurgeschie<strong>de</strong>nis. On<strong>de</strong>r <strong>de</strong>zen verdienen<br />

een aparte plaats <strong>de</strong> paters J. VAN MIERL0, D. A. STRACKE<br />

en LEONCE REYPENS S. J., om hun grondige studies over<br />

L. REYPENS<br />

Ha<strong>de</strong>wijch, Ruusbroec, Beatrijs. L. Reypens, die<br />

(Theophilus) tevens een dichter is met een zacht geluid (Gewij<strong>de</strong><br />

Geb. in 1884<br />

Bloei, Lie<strong>de</strong>ren van Moe<strong>de</strong>r), schreef on<strong>de</strong>r <strong>de</strong>n schuilnaam<br />

THEOPHILUS <strong>de</strong> mystieke beschouwingen Christus' Uren,<br />

3 d., die echter lij<strong>de</strong>n aan woor<strong>de</strong>nrijkheid en -praal.<br />

Insgelijks over religieuse on<strong>de</strong>rwerpen han<strong>de</strong>l<strong>de</strong> TH. VAN<br />

TICHELEN : Beel<strong>de</strong>n uit <strong>het</strong> Evangelie, Sint Paulus. Met moralistische<br />

bedoelingen schreef <strong>de</strong> gemoe<strong>de</strong>lijke F. CROLS over<br />

Heeroom en zijn Nichtje (3 vervolg<strong>de</strong>elen). Over <strong>de</strong> Vlaamschgezin<strong>de</strong><br />

meisjesbeweging gaf wijlen FLORIS COUTEELE (pseudoniem<br />

: W. Meyboom) een hooggestemd boekje : Laatslaapstertje;<br />

en in een verbitter<strong>de</strong> bui schreef hij <strong>het</strong> Dagboek van<br />

een Arrivist. MAX LAMBERTY trad op <strong>het</strong> <strong>voor</strong>plan met een<br />

merkwaardige Ph;losophie <strong>de</strong>r Vlaamsche Beweging en een<br />

betoog tegen <strong>het</strong> historisch materialisme : Heerschappij en Nood<br />

360


<strong>de</strong>r I<strong>de</strong>een. Terwin RAPHAEL KREEMERS verdienstelijke Studies<br />

over Engelsche Letterkun<strong>de</strong> publiceer<strong>de</strong>, w. o. John Ruskin.<br />

Als critici en essayisten over kunstaangelegenhe- A. CORNETTE<br />

<strong>de</strong>n verwierven eveneens naam <strong>de</strong> Antwerpenaars Geb. in 1880<br />

ARTHUR CORNETTE :<br />

eclectisch, tevens een fraai stylist,<br />

met een onverholen zwak <strong>voor</strong> een mooien vorm en een hekel<br />

aan zwaartillendheid (Periscoop) ; ARY DELEN (Het Huis van<br />

P. P. Rubens); <strong>de</strong> belezen JORIS EECKHOUT, met zijn J. EECKHOUT<br />

Litteraire Profielen, vijf bun<strong>de</strong>ls frissche causerieen die Geb. in 1887<br />

lij<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> overvloedige citaten, en met <strong>de</strong> lief<strong>de</strong>rijke,<br />

populariseeren<strong>de</strong> ontledingen die hij van <strong>het</strong> hem vertrouw<strong>de</strong><br />

oeuvre van Karel van <strong>de</strong> Woestijne gaf ; wijlen LODEWIJK<br />

DOSFEL, een veel to r<strong>het</strong>orisch dichter, die echter door zijn<br />

woord en zijn sonoor proza (Verzameld Werk, 7 d.) aanzien-<br />

lijken invloed verwierf in Katholieke kringen; pater A.<br />

STUBBE, die enthousiastisch schreef over Permeke; Naturalistisch<br />

of mystiek ?<br />

Me<strong>de</strong>stan<strong>de</strong>r van Karel van <strong>de</strong>n Oever, en jaren-<br />

J. MULS<br />

Geb. in 1882<br />

Lang lei<strong>de</strong>r van net tijdschrift Vlaamsche Arbeid,<br />

trad JozEv MULS na <strong>de</strong>n oorlog op als ver<strong>de</strong>diger van <strong>het</strong><br />

expressionnisme. Met veel hartelijkheid schreef hij zijn<br />

oorlogsindrukken en over <strong>de</strong> Ste<strong>de</strong>n en Landschappen waarme<strong>de</strong><br />

hij on zijn reizen kennis maakte; ver<strong>de</strong>r over Bruegel; Van<br />

El Greco tot <strong>het</strong> Kubisme; Cornelis <strong>de</strong> Vos, Schil<strong>de</strong>r van Hulst. Best<br />

is hij, in opstellen over vrien<strong>de</strong>n en beken<strong>de</strong> tijdgenooten,<br />

waar hij zich op zijn gevoel mag laten drijven. Zoo bevat<br />

<strong>de</strong> bun<strong>de</strong>l necrologieen, Melancholia (1929) menig roerend<br />

hoof dstuk.<br />

* **<br />

Na dit bondig overzicht van wat er op he<strong>de</strong>n aan goed<br />

betoogend proza in Vlaan<strong>de</strong>ren geleverd wordt, mag onze<br />

conclusie kort zijn. Alles wijst er op dat bier een oud-jong<br />

yolk ontwaakt en gelei<strong>de</strong>lijk toegang verovert tot <strong>de</strong> hoogste<br />

cultuurwaar<strong>de</strong>n. Groot was <strong>de</strong> achterstand ; doch Zuid-<br />

Ne<strong>de</strong>rland wil niet langer een min<strong>de</strong>rwaardig <strong>de</strong>el van <strong>het</strong><br />

Ne<strong>de</strong>rlandsch taalgebied zijn. Het is dit reeds niet meer :<br />

361


virtueel is <strong>het</strong> cultureele eenheidsfront met <strong>het</strong> Noor<strong>de</strong>n<br />

hersteld. Laten <strong>de</strong> komen<strong>de</strong> geslachten, steunend op <strong>het</strong><br />

vaak ondankbare werk van <strong>de</strong> <strong>voor</strong>gangers, op hun beurt<br />

steenen aandragen tot <strong>het</strong> bouwen van een schooner toekomsthuis.<br />

362


BIBLIOGRAPHISCHE NOTA'S<br />

P. KENIS : Een overzicht v. d. Vl. Letterk. na Van Nu en Straks, met<br />

bilbliogr. door Dr. Roemans (Wil<strong>de</strong> Roos).<br />

Dr. TH. RUTTEN : Felix Timmermans (1928 Wolters, De Standaard).<br />

Onze Bibliotheek (Sikkel).<br />

*Vertellers uit Vlaan<strong>de</strong>ren : Baekelmans, Buysse, De Born, Thiry<br />

en Timmermans (Kuypers).<br />

AUG. VAN CAUWELAERT : De Vl. Jongeren v. Gisteren en He<strong>de</strong>n, 1910-27<br />

(Leeslust). — Zoo verhalen <strong>de</strong> Vlamingen (Dietsche War. en<br />

Belfort).<br />

K. v. D. OEVER : Geestelijke Peilingen.<br />

M. GIJSEN, F. TIMMERMANS : Keur uit <strong>de</strong> Verzen van K. van <strong>de</strong>n Oever.<br />

(Pelgrim, Averbo<strong>de</strong>).<br />

ERNEST CLAES : uit mijn Werk.<br />

Keurboeken <strong>voor</strong> Mid<strong>de</strong>lb. en Normaalond. (Ned. Boekh.).<br />

*Ernest Claes. Twee Verhalen (De Baere, Verboven).<br />

Ne<strong>de</strong>rl. Schooluitgaven <strong>voor</strong> Waal en Vlaming (Van In, Lier).<br />

*Ernest Claes. Llit zijn Werk (F. van Hoof).<br />

De dichters van 'T FONTEINTJE, met inleid. Jan v. Nijlen, 1924.<br />

P. VAN OsTAIJEN : Krities Proza, 2 d. (Sikkel).<br />

U. VAN DE VOORDE : Mo<strong>de</strong>rn, al to Mo<strong>de</strong>rn (Steenlandt).<br />

Poeties Bericht <strong>de</strong>r post-ekspressionistiese generatie in VI. (Excelsior,<br />

Brugge).<br />

Nieuwere Klanken van <strong>de</strong> jongste Lichting in Ned. en Vl., ingeleid door<br />

R. FRANQUINET (Sikkel).<br />

Elf van <strong>de</strong> Poezie, bloemlezing (1937) , ingeleid door P. DE RIJCK (Varior,<br />

St-Amandsberg).<br />

M. GIJSEN en R. HERREMAN : Vlaamsche Verzen van <strong>de</strong>zen Tijd<br />

reeks, Amsterdam).<br />

MARNIX GIJSEN : De jongste generaties in Vlaan<strong>de</strong>ren (Dietsche Waran<strong>de</strong><br />

en Belfort).<br />

Jaarboek 1925 <strong>de</strong>r Vlaamsche Vereeniging van Letterkundigen.<br />

Letterkundige Almanak <strong>voor</strong> Vlaan<strong>de</strong>ren 1930 (Kompas, Mechelen).<br />

Het Boek in Vlaan<strong>de</strong>ren, se<strong>de</strong>rt 1930.<br />

Dr. R. ROEMANS : Bibliographie van <strong>de</strong> Mo<strong>de</strong>rne Vlaamsche Literatuur<br />

1893-1930 (Steenlandt, Kortrijk). .<br />

Dr. JAN OSKAR DE GRUYTER, 1885-1929. Zijn Levenswerk (De Sikkel,<br />

1934).<br />

L. MONTEYNE : Kritische Bijdragen over Tooneel (1924).<br />

Koorn en Kaf, Vlaamsche tooneelkritiek (1928).<br />

• Spiegel van <strong>het</strong> Mo<strong>de</strong>rn Tooneel in Vlaan<strong>de</strong>ren (1929).<br />

Een Eeuw Vlaamsch Tooneelleven, 1830-1930 (Janssens,<br />

Antwerpen).<br />

W. PUTMAN : Tooneel-groei (Excelsior, Brugge).<br />

R. ROEMANS : Gaston Martens (Vlam. v. Beteekenis). — Jozet rioremans,<br />

een v;aarnemer van naooriogsche ze<strong>de</strong>n.<br />

363


Historische Feiten<br />

<strong>de</strong> he<strong>de</strong>ndaagsche liter<br />

De Beweging van Tachtig en<br />

De Vlaamsche Bloeitijd<br />

An<strong>de</strong>re literaturen<br />

•<br />

1882 Eerste opvoering van Wag- 1882 Mathil<strong>de</strong> (Perk) met inleiner's<br />

Parsifal to Bayreuth. ding door Kloos.<br />

1883 Wet tot ge<strong>de</strong>eltelijke ver- 1883 Go<strong>de</strong>nschemering (M.<br />

vlaamsching v. h. Belgische Emants).<br />

M. O. Eenzame Bloemen (H.<br />

Swarth).<br />

1884 Nieuw-Holland (opstel van<br />

Van Deyssel).<br />

Blauwe Bloemen (H.<br />

Swarth).<br />

Sonnetten (J.Winkler Prins) .<br />

1885 Stichting van <strong>de</strong> Belgische 1885 Persephone (A. Verwey).<br />

Werklie<strong>de</strong>npartij. De Nieuwe Gids.<br />

Grassprietjes v. Cornelis Paradijs.<br />

1886 Bloedige onlusten in <strong>het</strong> 1886 De kleine Johannes (Van<br />

Walenland. Ee<strong>de</strong>n).<br />

Eerste proza v. Van Looy.<br />

1889 De 2' Internationale. 1889 Mei (Gorter).<br />

Eline Vere (Couperus).<br />

Een Lief<strong>de</strong> (V. Deyssel).<br />

1880 t Ro<strong>de</strong>nbach.<br />

Pol <strong>de</strong> Mont.<br />

1888 De Vl. Parnassus (opstel v.<br />

Van Langendonck).<br />

1880 Les Soirees <strong>de</strong> Medan.<br />

1881-97 La jeune Belgique.<br />

1881 Sagesse (Verlaine).<br />

1883 Boven menschelijke Kracht<br />

(Bjornsterne Bjornson).<br />

1884 A Rebours (J. K. Huysmans)<br />

1885 Germinal (E. Zola).<br />

Bel-Ami (G. <strong>de</strong> Maupassant)<br />

Also sprach Zarathustra<br />

(Nietzsche).<br />

Het Symbolisme.<br />

1886 Poesies (J. Laforgue).<br />

1889 Broe<strong>de</strong>rs Karamazov (Dostojevski).<br />

1889-96 Theatre (M. Maeterlinck)<br />

1890 -I. V. Gogh (geb. 1853).<br />

1891 De encycliek Rerum Novarum.<br />

1892 Uitvinding van <strong>de</strong> draad<br />

looze telegrafie.<br />

1893 Grondwetsherziening in Belgie.<br />

Het meervoudig stemrecht.<br />

1891 De dood v. h. Naturalisme.<br />

Menschen en Bergen (Van<br />

Deyssel).<br />

1892 Sensitivistische Verzen.<br />

(Gorter).<br />

Proza (Van Looy).<br />

1893 De scheuring in De N. Gids.<br />

1894 Tweemaan<strong>de</strong>lijksch Tschr.<br />

(Verwey-Van Deyssel).<br />

Verzen I (W. Kloos).<br />

Eerste gedichten v. Boutens<br />

en Leonold.<br />

1890 Een dure Eed (V. Loveling)<br />

In <strong>de</strong> Ton (R. Stijns).<br />

De Biezenstekker (C.<br />

Buysse).<br />

1893 Tijdkrans (G. Gezelle) .<br />

Het Recht van <strong>de</strong>n Sterkste<br />

(C. Buysse).<br />

Van Nu en Straks, le reeks.<br />

1890 Plain Tales of the Hills<br />

(Rudyard Kipling).<br />

1890 Thais (Anatole France).<br />

1891 Die Weber (Hauptmann) .<br />

La-Bas (J. K. Huysmans).<br />

News from Nowhere<br />

(W. Morris).<br />

1892 Les Illuminations (A. Rimbaud).<br />

1894 Hedda Gabler (Ibsen).


1895 Pasteur t (Geb. 1805).<br />

Uitvinding van <strong>de</strong> kinematograaf.<br />

1899-1902 De Boerenoorlog.<br />

1902 Sigmund Freud wordt hoogleeraar<br />

to Weenen.<br />

1905 De Amsterdamsche Beurs<br />

(Berlage).<br />

1907 Bergson. Zie kolom IV.<br />

1908 Het Kubisme (Picasso, Braque,<br />

Le Fauconnier).<br />

1909 Het Futurisme (zie kol. IV).<br />

Blericit vliegt over <strong>het</strong> Kanaal.<br />

11.<br />

1895 Sonnetten en Verzen in Terzinen<br />

(Henr. Roland Ho1st).<br />

1896 Aar<strong>de</strong> (A. Verwey).<br />

1897 School <strong>de</strong>r Poezie (Gorter).<br />

De schoone Jacht (V. Schen<br />

<strong>de</strong>l).<br />

1898 Verzen (Boutens).<br />

1900 Op Hoop v. Zegen (Heijer<br />

mans).<br />

1901 Bruidstijd v. Annie <strong>de</strong> Boogh<br />

(Robbers).<br />

1902 Van Zon en Zomer (Ad. v.<br />

Scheltema).<br />

Feesten (Van Looy).<br />

1903 De nieuwe Geboort (H. Roland<br />

Ho1st).<br />

Orpheus in <strong>de</strong> Dessa (Aug.<br />

<strong>de</strong> Wit).<br />

1905 Sprotje (Margo Antink).<br />

Over <strong>de</strong> Grondslagen <strong>de</strong>r<br />

Poezie (Ad. v. Scheltema).<br />

1905- 19 De Beweging (Verwey).<br />

l906 Geertje (De Meester).<br />

Quia Absurdum (N. van<br />

Suchtelen).<br />

1907 Opwaartsche Wegen (Henr.<br />

Roland Ho1st).<br />

Stemmen (Boutens).<br />

Een Zwerver verliefd (Van<br />

Schen<strong>de</strong>l).<br />

1909 De getooi<strong>de</strong> Doolhof (Van<br />

Eyck).<br />

1910 Het Joodsche Lied (J. I. <strong>de</strong><br />

Haan).<br />

1896 Van Nu en Straks, 2e reeks.<br />

Kritiek <strong>de</strong>r Vl. Beweging.<br />

1897 Rijmsnoer (G. Gezelle).<br />

1898 Starkadd (Hegenscheidt) .<br />

Wrakken (De Born).<br />

Aan 't Minnewater (Sabbe).<br />

1899 t G. Gezelle.<br />

Lenteleven (St. Streuvels).<br />

1900 Verzen (V. Langendonck).<br />

1902 De won<strong>de</strong>rbare Wereld<br />

(Teirlinck).<br />

1903 Het Va<strong>de</strong>rhuis (Van <strong>de</strong><br />

Woestijne).<br />

1903-1907 Het tschr. Vlaan<strong>de</strong>ren.<br />

1904 Hard Labeur (Stijns).<br />

1905-1930 Vl. Arbeid, tschr.<br />

1906 De wan<strong>de</strong>len<strong>de</strong> Jood (Vermeylen).<br />

1907 De Vlaschaard (Streuvels).<br />

Zon (Teirlinck).<br />

De Filosoof van 't Sashuis<br />

(Sabbe).<br />

1908 Mijnheer Serjanszoon (Teirlinck).<br />

1909-1910 De Boomgaard, tschr.<br />

1910 Het Ezelken (C. Buysse).<br />

De Gul<strong>de</strong>n Schaduw (Van<br />

<strong>de</strong> Woestijne).<br />

1895 Boven menschelijke Kracht<br />

II (Bj. Bjornson).<br />

1898 The Ballad of Reading Goal<br />

(O. Wil<strong>de</strong>).<br />

1899 Teppich <strong>de</strong>s Lebens (St.<br />

George).<br />

Opstanding (Tolstoj).<br />

1900 Der Tor and <strong>de</strong>r Tod (H.<br />

v. Hofmannsthal).<br />

Renate Fuchs (J. Wassermann).<br />

1903 Man and Superman (G. B.<br />

Shaw).<br />

1904-1911 Toute la Flandre (E.<br />

Verhaeren).<br />

1905 Kipps (H. G. Wells).<br />

1906-1908 Geschichten von Garibaldi<br />

(R. Huch).<br />

1907 Neue Gedichte (R. M. Rilke)<br />

The Playboy of the Western<br />

World (Synge).<br />

L'evolution creatrice (H.<br />

Bergson).<br />

Moe<strong>de</strong>r (M. Gorki).<br />

1908 La Vie unanime (J. Romains)<br />

1909 Het le futuristisch manifest<br />

van Marinetti.<br />

La nouvelle Revue francaise.<br />

1910 Notre Jeunesse (Ch. Peguy).<br />

Der Sturm (<strong>het</strong> express. tijdschr.<br />

van Herwarth Wal<strong>de</strong>n)


Historische Felten<br />

De Beweging van Tachtig en<br />

<strong>de</strong> he<strong>de</strong>ndaagsche liter.<br />

De Vlaamsche Bloeitijd<br />

An<strong>de</strong>re literaturen<br />

1911 Het Expressionnisme in<br />

Duitschl. (Kandinsky, Franz<br />

Marc, Campendonck).<br />

1912-1913 Balkanoorlogen.<br />

1914-1918 Wereldoorlog.<br />

1917 De Russische Omwenteling.<br />

Republiek <strong>de</strong>r Sovjets.<br />

1919 De verdragen v. Versailles<br />

e.a. — De Volkenbond.<br />

1920 De Zui<strong>de</strong>rzee-werken.<br />

1921 Vrijstaat Ierland.<br />

1911 Experimenten (G. Gossaert).<br />

1912 De Vrouw in <strong>het</strong> Woud<br />

(Henr. Roland Hoist) .<br />

1913 Verzen I (Leopo 1d).<br />

De heilige Tocht (Ary Prins)<br />

1915 De Bevrij<strong>de</strong>rs<br />

kerken).<br />

1916 Het Getij, tschr.<br />

1917 Jaapje (Van Looy).<br />

(V. Moer-<br />

1918 Verzonken Grenzen (Henr.<br />

Roland Hoist).<br />

1920 Voorbij <strong>de</strong> Wegen (Adr.<br />

Roland Hoist).<br />

1921 De Stem, tschr. (Coster, Havelaar)<br />

.<br />

Het Huisje aan <strong>de</strong> Sloot<br />

(C. v. Bruggen).<br />

Het Verlangen (Bloem).<br />

1912 Title (Baekelmans).<br />

Het Lan<strong>de</strong>lijk Minnespel<br />

(Toussaint) .<br />

1913 Villa <strong>de</strong>s Roses (W. Elsschot)<br />

.<br />

Verzen (Van Hecke).<br />

1916 Pallieter (Timmermans).<br />

Music Hall (Van Ostaijen).<br />

1917 Kin<strong>de</strong>ke Jesus in Vlaan<strong>de</strong>ren<br />

(Timmermans).<br />

1918 De Bestendige Aanwezigheid<br />

(Van <strong>de</strong> Woestijne).<br />

Lie<strong>de</strong>ren van Droom en<br />

Daad (V. Cauwelaert).<br />

Juffrouw Symforosa (Timmermans).<br />

Het Sienjaal (V. Ostaijen).<br />

1919 Judas (C. Verschaeve).<br />

Lof-Litanie H. Franciscus<br />

(Gijsen).<br />

1920 De mod<strong>de</strong>ren Man (Van <strong>de</strong><br />

Woestijne).<br />

De Witte (E. Claes).<br />

Celbrieven, De Boodschap<br />

(Moens).<br />

1920-1921 Ruimte, tschr.<br />

1911 L'Otage (P. Clau<strong>de</strong>t).<br />

1913 Les Caves du Vatican (A .<br />

Gi<strong>de</strong>).<br />

Theatre du Vieux-Colombier<br />

(J. Copeau).<br />

Der Tod in Venedig (Th.<br />

Mann).<br />

1913-1922 A la recherche du<br />

Temps perdu (M. Proust).<br />

1914 Le grand Meaulnes (Alain-<br />

Fournier).<br />

1916 V. Morgen bis Mitternacht<br />

(G. Kaiser).<br />

Le Feu (Barbusse).<br />

1917 Vie <strong>de</strong>s Martyrs (Duhamel).<br />

Hoe <strong>het</strong> groei<strong>de</strong> (Knut<br />

Hamsun).<br />

1918 Der Untertan (H. Mann).<br />

Untergang <strong>de</strong>s Abendlan<strong>de</strong>s<br />

(1" <strong>de</strong>el, 0. Spengler).<br />

1919 Du Mon<strong>de</strong> Entier (B1.<br />

Cendrars).<br />

1920 Art et Scolastique (Maritain)<br />

Gerichtstag (Fr. Werfel).<br />

1920-22 Kristin Lavransdatter<br />

(S. Undset).


1922 Het fascisme aan <strong>het</strong> bewind 1922 Inkeer (Van Eyck).<br />

in Italie.<br />

Het eerste luchtschip over<br />

<strong>de</strong>n Oceaan.<br />

De relativiteitstheorie van A. 1923 Verzen (Marsman).<br />

Einstein (Nobelprijs). Archipel (Slauerhoff).<br />

1924 Plan Dawes.<br />

1925 Verdrag van Locarno.<br />

Charlie Chaplin, The Go1d<br />

rush.<br />

1927 Lindbergh vliegt over <strong>de</strong>n<br />

Atlantischen Oceaan.<br />

1924 De Vrije Bla<strong>de</strong>n, tschr.<br />

Vormen (Nijhoff).<br />

De kleine Inez (V. Gen<strong>de</strong>ren<br />

Stort).<br />

1925 De Straat (I. Boudier-<br />

. Bakker).<br />

Verzen II (Leopold).<br />

De Gemeenschap, tschr.<br />

1929 Het donkere Licht (Coolen).<br />

1922' De Haard <strong>de</strong>r Ziel (Van <strong>de</strong><br />

Voor<strong>de</strong>).<br />

Vertraag<strong>de</strong> Film (Teirlinck).<br />

1924 Ik dien (Teirlinck).<br />

Lijmen (W. Elsschot).<br />

1925 De Man zon<strong>de</strong>r Lijf (Teirl.)<br />

Het Huis (M. Gijsen).<br />

1926 God aan Zee (V.d. Woest.)<br />

1927 In <strong>de</strong>n zoeten Inval (Minne).<br />

Komen en Gaan (M. Roelants).<br />

De twee Va<strong>de</strong>rlan<strong>de</strong>n (Mussche).<br />

1928 Het Bergmeer (Van <strong>de</strong><br />

Woestijne).<br />

Gedichten (V. Ostaijen).<br />

De Vogel Phoenix (V.<br />

Nijlen).<br />

1929 A<strong>de</strong>lai<strong>de</strong> (Walschap).<br />

1922 The ForsIe Saga (k. Galsworthy)<br />

.<br />

Ulysses (J. Joyce) .<br />

1922-1936 Les Thibault (R. Martin<br />

du Gard).<br />

1923 Poesies (P. Valery)<br />

Sei personnaggi in cerca<br />

d'autore (L. Piran<strong>de</strong>llo).<br />

1924 Het Surrealisme.<br />

1925 La poesie pure (H. Bremond)<br />

Manifeste du surrealisme (A.<br />

Breton).<br />

Poesie (J. Cocteau).<br />

1927 Monsieur Teste. Eupalinos<br />

(P. Valery).<br />

1928 Krieg (L. Renn).<br />

De nieuwe zakelijkheid.<br />

1929 Im Western nichts Neues<br />

(E. Remarque).<br />

1930 Verne<strong>de</strong>rlandsching van <strong>de</strong><br />

rijksuniversiteit to Gent.<br />

Plan Young.<br />

1932 Wetgeving op <strong>de</strong> verne<strong>de</strong>rlandsching<br />

van bestuur en<br />

on<strong>de</strong>rwijs in Vlaamsch-Belgie.<br />

1933 Het nationaal-socialisme aan<br />

<strong>het</strong> bewind in Duitschland.<br />

1930 Het Fregatschip Joh. Maria<br />

(V. Schen<strong>de</strong>l).<br />

De kleine Rudolf (A. van<br />

<strong>de</strong>r Leeuw).<br />

Serena<strong>de</strong> (Slauerhoff).<br />

1931 De stille Plantage (Helman).<br />

1932 Maria Lecina (W. Buning).<br />

1932-1935 Forum, tschr.<br />

1933 De Waterman (V. Schen<strong>de</strong>l)<br />

Het Demasque <strong>de</strong>r Schoonheid<br />

(M. ter Braak) .<br />

1931 Blauwbaard (De Pillecijn).<br />

De Roos v. Jericho (Herreman).<br />

1932 Moe<strong>de</strong>r waarom leven wij?<br />

(Zielens).<br />

Sheheraza<strong>de</strong> (Brulez) .<br />

Se<strong>de</strong>rt 1931 Les hommes <strong>de</strong> bonne<br />

volonte (J. Romains).<br />

1932 Le Nceud <strong>de</strong> Viperes (Fr.<br />

Mauriac).<br />

1933 La Condition humaine (A.<br />

Malraux) .<br />

Brave new World (A. Huxley).


Historische Feiten<br />

De Beweging van Tachtig en<br />

<strong>de</strong> he<strong>de</strong>ndaagsche liter.<br />

De Vlaamsche Bloeitijd<br />

An<strong>de</strong>re literaturen<br />

1934 Machteloosheid v. d. Volkenbond:<br />

Ethiopie, China.<br />

Se<strong>de</strong>rt 1936 Burgeroorlog • in<br />

Spanje.<br />

1934 Bint (Bor<strong>de</strong>rwijk).<br />

Zui<strong>de</strong>rzee (Jef Last).<br />

1935 Het Land van Herkomst<br />

(Du Perron).<br />

1934 Trouwen (Walschap).<br />

Tsjip (W. Elsschot).<br />

1936 Elias (M. Gilliams).<br />

1935 Erziehung vor Verdun (A.<br />

Zweig).<br />

L'Homme, cet Inconnu (A.<br />

Carrel).<br />

Les jeunes Filles (H. <strong>de</strong><br />

Montherlant).<br />

1937 Japansch-Chineesch conflict.<br />

1938 Aanhechting van Oostenrijk<br />

bij Duitschland.<br />

1937 Stiefmoe<strong>de</strong>r Aar<strong>de</strong> (Theun 1937 Schacluwen (F. De Pillecijn).<br />

<strong>de</strong> Vries).<br />

1938 Het vijf<strong>de</strong> Zegel (Vestdijk) .<br />

Verzameld Werk (Marsman).<br />

1937 Drei Kamara<strong>de</strong>n (E. M.<br />

Remarque).<br />

Journal (Fr. Mauriac).


OPGAVEN VOOR GELEIDE OEFENINGEN<br />

1. Houd een lezing <strong>voor</strong> <strong>de</strong> klasse over <strong>het</strong> werk van Felix Timmermans,<br />

zoo mogelijk aan <strong>de</strong> hand van Th. Rutten.<br />

2. Maak een lijstje op, per stad of per streek, van <strong>de</strong> u beken<strong>de</strong> he<strong>de</strong>ndaagsche<br />

schrijvers. B. v. Lier : Timmermans, Thiry, Arras, Verschoren.<br />

— Antwerpen<br />

— Limburg •<br />

3. Houd een lezing over <strong>de</strong> regionalistische Vlaamsche letterkun<strong>de</strong>, liefst<br />

aan <strong>de</strong> hand van : Dr. P. <strong>de</strong> Keyser, Gent in <strong>de</strong> Literatuur en in <strong>de</strong><br />

Folklore (Volksdrukkerij, Gent 1935). — Dr. R. Sterkens, De Letterkun<strong>de</strong><br />

in <strong>de</strong> Antwerpsche Kempen van 1830 tot 1900 (K. Vl. Aca<strong>de</strong>mie,<br />

1935). — Dr. P. Sterkens-Pieters, Antwerpen in <strong>de</strong> Letterkun<strong>de</strong><br />

(Kath. Vi. Hoogeschooluitbreiding, 1937). — C. Go<strong>de</strong>laine en L.<br />

Swerts, Limburgsche Schrijvers (Vereen. van Limb. Schrijvers, 1938,<br />

Hasselt).<br />

4. ><br />

(Marnix Gijsen over Gerard Walschap.) — Tracht <strong>de</strong> juistheid van<br />

<strong>de</strong>ze opmerking aan enkele <strong>voor</strong>beel<strong>de</strong>n te <strong>de</strong>monstreeren, en tevens<br />

<strong>de</strong>n verhaaltrant van Walschap na<strong>de</strong>r te omschrijven.<br />

5. A. Coolen ><br />

(W. L. M. E. van Leeu -wen). — Ve•gelijk <strong>de</strong>ze wijze van vertellen<br />

overeenkomend met <strong>de</strong> spreekmanier van boeren in een berookte herberg<br />

>>, met <strong>de</strong>ze van G. Walschap.<br />

6. In > schrijft A. van Duinkerken, een <strong>de</strong>r redacteurs van<br />

<strong>het</strong> Hollandsche jong-Katholieke tschr. De Gemeenschap : > — Wat bedoelt hij hiermee? Welke jonge Vlaamsche<br />

romanschrijvers hebben eenzelf<strong>de</strong> standpunt ver<strong>de</strong>digd en in <strong>de</strong> practijk<br />

overgebracht?<br />

7. Toon aan dat, hoewel <strong>het</strong> dorpsverhaal <strong>het</strong> meest beoefen<strong>de</strong> genre<br />

gebleven is se<strong>de</strong>rt (volledige gedichten) van Wies Moens,<br />

uitsluitend met <strong>het</strong> oog op <strong>de</strong> beeldspraak. Vertel over uw bevindingen<br />

-vOOr <strong>de</strong> klasse.<br />

12. Stel naast elkan<strong>de</strong>r <strong>de</strong> gedichten > van<br />

Van <strong>de</strong> \Voestijne en > van Marnix Gijsen. Tracht<br />

door <strong>de</strong>ze vergelijking <strong>het</strong> verschil tusschen twee temperamenten, twee<br />

geslachten te laten uitschijnen.<br />

13. Lees achter elkan<strong>de</strong>r een blz. van Streuvels en van Roelants, van<br />

A. van Schen<strong>de</strong>l en van A. Helman en tracht hieraan <strong>het</strong> verschil<br />

tusschen <strong>voor</strong> en naoorlogsch proza te <strong>de</strong>monstreeren.<br />

369


HOOFDSTUK XIV<br />

ZUIDAFRIKAANSCHE LETTEREN<br />

Se<strong>de</strong>rt 1652 heeft zich, aan <strong>de</strong> Kaap <strong>de</strong>r Goe<strong>de</strong> Hoop,<br />

uit <strong>het</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsch van <strong>de</strong> eerste kolonisten een taal ontwikkeld<br />

die zeer nauw met <strong>de</strong> onze verwant is en zich in <strong>de</strong><br />

1 9 e eeuw als zelfstandig is beginnen te voelen: <strong>het</strong> Afrikaansch.<br />

Naast <strong>de</strong>ze omgangstaal werd als schrijftaal een archaistisch<br />

Ne<strong>de</strong>rlandsch gebruikt, uit <strong>de</strong>n Bijbel en uit enkele Europeesche<br />

boeken.<br />

Sinds 1875, <strong>het</strong> jaar <strong>de</strong>r oprichting van Die Genootskap<br />

van Regte Afrikaners, heeft <strong>het</strong> streven, om zich van <strong>de</strong><br />

omgangstaal als schrijftaal te bedienen, gestadig veld gewonnen.<br />

VOOr <strong>de</strong>n Boerenoorlog (1899-1902) was er reeds een<br />

en an<strong>de</strong>r in <strong>het</strong> Afrikaansch verschenen : <strong>de</strong> 50 (later 62)<br />

uitgesogte Afrikaanse Gedigte van F. W. REITZ ; <strong>de</strong> Grappige<br />

Stories en an<strong>de</strong>re Versies van <strong>de</strong>n half Hollandsch- half Afrikaansch<br />

schrijven<strong>de</strong>n volksdichter MELT J. BRINK ;<br />

alsook<br />

diverse novellen en populaire geschiedverhalen. Doch <strong>de</strong><br />

ne<strong>de</strong>rlaag en <strong>de</strong> daarop volgen<strong>de</strong> jaren van inkeer en verhoogd<br />

zelfbewustzijn luid<strong>de</strong>n een nieuwen tijd in. Tegen <strong>de</strong><br />

dreigen<strong>de</strong> alleenheersching van <strong>het</strong> Engelsch ontvlam<strong>de</strong> <strong>de</strong><br />

strijd <strong>voor</strong> <strong>het</strong> behoud van eigen taal en landaard, eenigszins<br />

zooals na 1830 in Vlaan<strong>de</strong>ren. Die Trve<strong>de</strong> Afrikaanse Taalberveging<br />

ontstond (omtrent 1905) en zegevier<strong>de</strong> <strong>voor</strong>al na<br />

<strong>de</strong>n wereldoorlog en <strong>de</strong> bedwinging van een gewapen<strong>de</strong>n<br />

nationalistischen opstand. In 1925 werd <strong>het</strong> Afrikaansch<br />

door <strong>het</strong> Parlement als <strong>de</strong> nationale eenheidstaal erkend,<br />

naast <strong>het</strong> Engelsch. Dit Afrikaansch is thans <strong>de</strong> taal bij <strong>het</strong><br />

on<strong>de</strong>rwijs en <strong>de</strong> journalistiek in heel <strong>de</strong> uitgestrekte « Unie<br />

van Suid-Afrika », van Kaapstad tot <strong>de</strong> Zambesi.<br />

370


Een opkomend geslacht dat zich <strong>de</strong>els aan Europeesche<br />

universiteiten gevormd had naar Engelsche, Hollandsche en<br />

Vlaamsche literaire <strong>voor</strong>beel<strong>de</strong>n, bracht da<strong>de</strong>lijk hooger<br />

staand werk dan <strong>de</strong> vroegere


HET PROZA<br />

C. J. LAN-<br />

GENHOVEN<br />

1873-1932<br />

essay's<br />

Het kunstproza kwam eerst later tot ontwikkeling<br />

o.a. met MALHERBE en CORNELIS LANGENHOVEN.<br />

Deze schrijver van novellen en verzen (Die Pad van<br />

Suid-Afrika), was in <strong>de</strong> eerste plaats satirisch aangelegd<br />

lei<strong>de</strong>r en <strong>voor</strong>lichter van zijn yolk in talrijke<br />

met didactische bedoelingen : Versamel<strong>de</strong> Werke. Ook<br />

<strong>voor</strong> <strong>het</strong> tooneel — dat in Zuid-Afrika nog geen hooge<br />

vlucht genomen heeft — schreef hij een aantal stukken (Die<br />

W&eld die draai).<br />

Een viertal prozaisten hebben <strong>het</strong> meest <strong>de</strong> aandacht getrokken.<br />

JOCHEM VAN<br />

BRUGGEN<br />

Geb. in 1881<br />

to Groe<strong>de</strong><br />

(Ne<strong>de</strong>rland)<br />

De geboren Hollan<strong>de</strong>r JOCHEM VAN BRUGGEN<br />

zond talrijke verhalen in <strong>het</strong> licht, liefst over <strong>de</strong><br />

armblanken >> of verarm<strong>de</strong> Europeanen die als<br />

daglooner hun broodje verdienen. Zijn beken<strong>de</strong><br />

On<strong>de</strong>r <strong>de</strong>n schuilnaam Sangiro verhaal<strong>de</strong> A. A.<br />

SANGIRO<br />

(A. A. Pienaar) PIENAAR over <strong>het</strong> leven <strong>de</strong>r dieren in <strong>de</strong> Afrikaan-<br />

Geb. in 1894 sche wil<strong>de</strong>rnis waarin hij als kind verbleef en die<br />

hij later als japer doorzwierf : Uit Oerwoud en Vlakte (1921),<br />

C. M. VAN<br />

DEN HEEVER<br />

Geb. in 1902<br />

roman in twee <strong>de</strong>elen : Ampie, Die Natuurkind (1924) — die<br />

Meisiekind (1928) is merkwaardig om <strong>de</strong> zuivere karakterbeelding,<br />

<strong>de</strong>n dialoog en <strong>de</strong>n humor.<br />

Op Safari (1925), wat


Eveneens over min<strong>de</strong>r be<strong>voor</strong>rechten, <strong>de</strong> kleur-<br />

MIKRO<br />

(C.<br />

lingen, verhaalt MIKRO ( H. Kuhn)<br />

schuilnaam <strong>voor</strong> <strong>de</strong>n on<strong>de</strong>r-<br />

Geb . in 1903<br />

wijzer C. H. Kuhn) in Toiings (d.w.z. lompen), Pelgrims,<br />

Rou Rieme. Als bij Van Bruggen zijn <strong>de</strong> dialogen<br />

levendig en psychologisch goed verantwoord.<br />

Ongeveer gelijktijdig met <strong>de</strong>n opbloei van <strong>het</strong> DE JONGSTE<br />

POZIE<br />

proza ontwikkel<strong>de</strong> zich se<strong>de</strong>rt 1925 een individua-<br />

listische poezie waarbij <strong>de</strong> nationale motieven niet langer<br />

hoofdzaak zijn. Wel blijft zij gekenmerkt door een hartstochtelijke<br />

vrijheidsdrift en lief<strong>de</strong> <strong>voor</strong> eigen bo<strong>de</strong>m, evenals<br />

door een vromen levensernst; maar zij vertoont een grootere<br />

verschei<strong>de</strong>nheid van gevoel en beschikt over een rijker geschakeer<strong>de</strong><br />

taal.<br />

Een goed inzicht op <strong>het</strong> werk van <strong>de</strong>ze « <strong>de</strong>r<strong>de</strong> generatie<br />

», waarin <strong>de</strong> innerlijke verscheurdheid van <strong>de</strong>n he<strong>de</strong>ndaagschen<br />

mensch tot uiting komt, verschaft <strong>de</strong> bloemlezing<br />

Afrikaanse Versameling opgestel door Uys Krige, met een inleiding<br />

door Dirk Coster :<br />

<strong>de</strong> reeds genoem<strong>de</strong> C. M. VAN DEN HEEVER (Stemmingsure,<br />

Die nuwe Boord, Deining), <strong>voor</strong>al merkwaardig als prozaschrijver<br />

en T. J. HAARHOFF, ijverig vertaler uit <strong>het</strong> Grieksch en<br />

<strong>het</strong> Latijn;<br />

<strong>de</strong> broe<strong>de</strong>rs N. P. VAN WIJK Louw (Alleenspraale) en W.<br />

E. G. Louw, <strong>de</strong> religieuse dichter van Die ryke Dwaas;<br />

UYS KRIGE,<br />

(Kentering);<br />

<strong>de</strong> soepelste en veelzijdigste on<strong>de</strong>r hen<br />

I. D. DU PLESSIS (Lied van Ali, Strijd) en S. IGNATIUS<br />

MOCKS (Gedigte), W. J. DU P. ERLANK (Phaeton) en een<br />

enkele vrouw, ELISABETH EYBERS (Bely<strong>de</strong>nis in die Skemering).<br />

373


BIBLIOGRAPHISCHE NOTA'S<br />

D. C. HESSELING : Het Afrikaans. Bijdrage tot <strong>de</strong> Geschie<strong>de</strong>nis <strong>de</strong>r Ne<strong>de</strong>rlandsche<br />

taal in Z.-A., 2e dr. (Brill, Lei<strong>de</strong>n).<br />

S. P. E. BOSHOFF : Volk en taal van Suid-Afrika (De Bussy, Pretoria).<br />

G. S. NIENABER : Die Afrikaanse Beweging. Geskiedkundige Oorsig (Van<br />

Schaik, Pretoria).<br />

L. VAN NIEKERK : De eerste Afrikaanse Taalbeweging en zijn letterkundige<br />

<strong>voor</strong>tbrengselen (Swets en Zeitlinger, Amsterdam).<br />

M. S. B. KRITZINGER en A. K. BOT : Letterkundig leesboek, met 'n historiese<br />

inleiding (Van Schalk).<br />

M. S. B. KRITZINGER : Plateatlas bij die Afrikaanse Letterkun<strong>de</strong> (Van<br />

Schaik, Pretoria 1931). — Die jongste Afrikaanse Kortverhale (De<br />

Bussy, Amsterdam).<br />

G. M. A. BESSELAAR : Suid-Afrika in die letterkun<strong>de</strong> (De Bussy).<br />

A. J. COETZEE : De Zuid-Afrikaansche Letterkun<strong>de</strong> (N.I.R.-brochures,<br />

Brussel).<br />

G. DEKKER : Afrikaanse Literatuurgeskie<strong>de</strong>nis (Nat. Pers, Kaapstad).<br />

E. C. PIENAAR : 1. Digters uit S.-A. (bloemlezing met inleiding en woordverklaring.<br />

De Bussy, Pretoria-Amsterdam). — 2. Taal en Poesie<br />

v. die twe<strong>de</strong> Afrik. Taalbeweging (Nasionale Pers, Kaapstad).<br />

Dr. J. HAANTJES : Afrikaans prosa : J. v. Bruggen, Pienaar, Langenhoven<br />

(Uitgeversmij. Holland, Amsterdam).<br />

P. C. SCHOONEES : Die Prosa van die Twe<strong>de</strong> Afrikaanse Beweging (De<br />

Bussy, Pretoria).<br />

R. HOEKSTRA en Dr. W. J. VILJOEN : Suid-Afrikaanse Prosabun<strong>de</strong>l<br />

(De Bussy).<br />

P. C. L. BOSMAN : Drama en Toneel in Suid-Afrika (1928. De Bussy).<br />

Dr. P. E. L. MALHERBE : Humor in die algemeen en sy uiting in die<br />

Afrikaanse Letterkun<strong>de</strong> (Swets en Zeitlinger, A'dam, 2e druk, 1932).<br />

C. M. VAN DEN HEEVER : Die digter Totius (Van Schaik, Pretoria).<br />

UYS KRIGE : Afrikaanse Versameling (inleiding Dirk Coster. — Stols,<br />

Maastricht 1937).<br />

A. J. COETZEE : C. M. van <strong>de</strong>n Heever — die Wese van sy Kunst (Van<br />

Schaik, Pretoria).<br />

374


NAMENREGISTER<br />

Abbing J, zie C. Pit-<strong>de</strong> Haan.<br />

Achterberg G., 315.<br />

Ada Gerlo, zie A. van Wageningen-Salomons.<br />

Adama van Scheltema C. S., 238,<br />

301.<br />

Adwalta, zie J. A. Der Mouw.<br />

Albe, zie A Joostens.<br />

Alberdingk Thijm J. A., 166, 167-<br />

168, 224, 317.<br />

Alberdingk Thijm K., 213, 214,<br />

216, 219, 220, 224-227, 230, 232,<br />

233, 235, 239, 322.<br />

Aletrino A., 233, 290, 303, 316.<br />

Allaeys Dr., 336.<br />

Anema S., 314.<br />

Antheunis G.-Th., 197.<br />

Antink M., 236.<br />

Antoni<strong>de</strong>s van <strong>de</strong>r Goes J., 77,<br />

112-114, 130.<br />

Arents Pr., 336.<br />

Arras J., 334.<br />

Asselbergs W., 319.<br />

Asselyn Th., 77, 109, 127.<br />

Augustin E., 293.<br />

Baekelmans L., 257, 265-266, 359.<br />

Baer C., 332.<br />

Bakhuizen van <strong>de</strong>n Brink R., 161,<br />

163-164, 175.<br />

Bastiaanse F., 283-284.<br />

Beatrijs, 22-23, 279, 360.<br />

Beatrijs van Nazareth, 38.<br />

Beckers F., 359.<br />

Beernink J. J. P., 294.<br />

Beets N., 169, 171-172, 173.<br />

Beker Th., 311.<br />

Bekker E., zie E. Wolff.<br />

Bellamy J., 144, 145, 159.<br />

Bellemans D., 135.<br />

Belpaire M. E., 253, 271.<br />

Beowulf, 8, 9.<br />

Berghen R., 353.<br />

Bergmann A., 195, 249, 265, 334.<br />

Berlage H. P., 240.<br />

Bernagie, 77.<br />

Bertken, Zuster, 35.<br />

Besnard A., 283.<br />

Beversluis M., 302.<br />

Beyerman H., 237.<br />

Bierens <strong>de</strong> Haan J. D., 322.<br />

Bijns A., 64.<br />

Bil<strong>de</strong>rdijk W., 3, 150-152, 153,<br />

154, 155, 159, 167, 168, 169,<br />

187, 221.<br />

Binnendijk D. A. M., 308.<br />

Binnewiertz A., 317.<br />

Bles D., 302.<br />

Bloem J. C., 281, 295.<br />

Blommaert Ph. M., 186, 187.<br />

Boddaert M., 180.<br />

Boeken H. J., 230.<br />

Boens D., 338.<br />

Boetius a Bolswert, 135.<br />

Boeye E., 354.<br />

Bogaerts Th., 332.<br />

BOhtlingk M., 239.<br />

Bolland G., 214, 240.<br />

Bonn S., 301, 316.<br />

Bontekoe W. Y., 76, 116.<br />

Boon J., 359.<br />

Bor<strong>de</strong>wijk F., 312.<br />

Borel H., 235.<br />

Bormans, 187.<br />

Bosboom-Toussaint A. L. G., 165-<br />

166, 169, 172, 285.<br />

Boss M., 316.<br />

Bou<strong>de</strong>wijns K., 63-64.<br />

Boudier-Bakker I., 236, 238.<br />

Boutens P. C., 233, 276, 278-279,<br />

282, 287, 295.<br />

Brandt G., 77, 109, 116-117.<br />

Bre<strong>de</strong>ro G. A., 76, 77, 82, 84-88,<br />

101, 102, 107, 108, 109, 111,<br />

116, 127.<br />

Brink M. J., 370.<br />

Broeckaert H., 340.<br />

Broeckaert K., 139.<br />

Broere C., 317.<br />

Brom E., 317.<br />

Brom G., 317.<br />

Brugman J., 42.<br />

Brulez R., 351, 352, 359.<br />

Brunclair V., 342, 343, 347, 350,<br />

359.<br />

Bruning G., 319, 347.<br />

375


Bruning H., 320.<br />

Brusse M. J., 235.<br />

Buckinx P., 348.<br />

Burssens G., 347.<br />

Busken Huet C., 163, 17,4, 175-<br />

176, 179, 220.<br />

Buyle Fr., 349.<br />

Buyle H., 348.<br />

Buyse J., 332.<br />

Buysse C., 249, 250, 252, 254-255,<br />

264, 328, 346, 355, 356.<br />

Calfstaf, 18.<br />

Campert J. R. Th., 308.<br />

Camphuysen D. R., 76, 111-112.<br />

Canter B., 235.<br />

Cats J., 76, 77, 101, 104-106, 112,<br />

137, 138, 153.<br />

Celliers J., 371.<br />

Charivarius, zie J. G. L. No1st<br />

Trenite.<br />

Chasalle F., zie C. van Wessem.<br />

Christiaens A. G., 349.<br />

Claes E., 334.<br />

Claes-Vetter St., 335.<br />

Claeys D., 355.<br />

Clijmans Fr., 331.<br />

Coenen Fr., 233, 303.<br />

Coenraads E., zie P. Endt.<br />

Coens M., zie W. L. Penning.<br />

Colenbran<strong>de</strong>r H. Th., 322.<br />

Collet P., 358.<br />

Conscience H., 174, 189, 190-193,<br />

194, 195, 196, 201, 249, 255,<br />

285, 360.<br />

Coole M., 349.<br />

Coolen A., 321.<br />

Cooplandt A., zie Arij Prins.<br />

Coopman H., 355.<br />

Coopman Th., 248.<br />

Coornhert D. V., 69.<br />

Cornette A., 332, 361.<br />

Coster D., 220, 277, 297, 298, 373.<br />

Coster S., 76, 87, 107, 108.<br />

Couperus L., 230-232, 233.<br />

Courtmans D., 193.<br />

Coussens A., 360.<br />

Couteele Fl., 343, 360.<br />

Cremer J. J., 174.<br />

Crick J., 337.<br />

Crols Pr., 360.<br />

Cuppens A., 267.<br />

Da Costa I., 151, 167, 169-170,<br />

172, 314.<br />

Daems S., 197, 355.<br />

Daisne J., zie H. Thiery.<br />

Dathenus P., 64, 75.<br />

Dautzenberg J. M., 196.<br />

David J. B., 187.<br />

De Backer Fr., 336.<br />

De Bie C., 137.<br />

De Bock E., 343, 349, 359.<br />

De Bom E., 250, 251, 253, 257-<br />

258.<br />

De Bourbon L., 320.<br />

Debrot C., 293.<br />

De Brune J. Jr., 76, 115.<br />

De Brune J. Sr., 76, 115.<br />

De Buskenblaser 47.<br />

De Castelein M., 52.<br />

De Cat H., 349.<br />

De Clercq R., 253, 268-269.<br />

De Clercq W., 169, 172.<br />

De Cneudt R., 270.<br />

De Cock J., 267.<br />

De Coninck Fr. C., 137.<br />

De Cort Fr., 196.<br />

Decorte B., 349.<br />

De Decker J., 77, 112.<br />

De Doncker M., 349.<br />

De Fijne P., 115.<br />

Defresne A., 239.<br />

De Genestet A., 169, 173-174, 181,<br />

301.<br />

De Geyter J., 196-197.<br />

De Ghel<strong>de</strong>re K., 200.<br />

De Graaff Chr., 320.<br />

De Groot J. H., 315.<br />

De Groote G., 41.<br />

De Gruyter J. W., 322.<br />

De Haan J. I., 316.<br />

De Harduijn J., 134, 135.<br />

De Heere L., 66.<br />

De Jong A. M., 291, 303.<br />

Deken A., 144, 145-148, 155, 159,<br />

172, 176.<br />

Dekker M., 311.<br />

Dekking H., 235.<br />

Demers Fr., zie F. Beckers.<br />

De Klerk C. R., 317.<br />

De Laet J., 189, 190.<br />

De Laey O. K., 269, 355.<br />

De la Montagne V. A., 202, 248,<br />

253.<br />

De la Violette G., zie G. Op<strong>de</strong>beek.<br />

Delbeke Fr., 359.<br />

Delen A., 336, 361.<br />

Delrue E., 332.<br />

De Maeght J., 359.<br />

De Man H., zie S. Hamburger.<br />

De Mares 't A., 349.<br />

Demedts A., 348, 352.<br />

376


De Meester J., 234, 303.<br />

De Mero<strong>de</strong> W., zie W. E. Keuning.<br />

De Meyere V., 252, 257, 266, 355.<br />

De Mont K. M. P., 201-202, 230,<br />

246, 248, 253, 271.<br />

De Mont Paul, 358.<br />

De Mooy B., 293.<br />

Den Braban<strong>de</strong>r C., 313.<br />

Den Doolaard A., zie C. Spoelstra<br />

Jr.<br />

De Pillecijn F., 352-353.<br />

De Pretere W., 135.<br />

De Raet L., 250, 252, 253, 271.<br />

De Rid<strong>de</strong>r Alfons, 329, 330-331,<br />

337, 351.<br />

De Rid<strong>de</strong>r Andre, 329, 330, 359.<br />

Der Mouw J. A., 296.<br />

De Roovere A., 52.<br />

De Slach van Blangys, 36.<br />

De Soudaen had een Dochterkijn,<br />

37.<br />

Destanberg N., 354.<br />

De Swaen M., 138, 265.<br />

Des Winters als <strong>het</strong> regent, 36.<br />

De Tiere N., 354.<br />

De Veer H., 172.<br />

De Voght J., 270.<br />

De Vos A., 195.<br />

De Vree P., 349.<br />

De Vries A., 291.<br />

De Vries H., 308.<br />

De Vries Th., 311.<br />

De Weert E., 341.<br />

De Weert J., 30.<br />

De Wil<strong>de</strong> Fr., zie E. Gilliams.<br />

De Winter K., 341.<br />

De Wit A., 236, 303.<br />

De Wit J., zie J. van Dullernan<strong>de</strong><br />

Wit.<br />

D'Hondt G., 267.<br />

Di<strong>de</strong>riksz J., zie J. J. Thomson.<br />

Die Hexe, 47.<br />

Diepenbrock A., 215, 239.<br />

Diestemius P., zie P. van Diest.<br />

Diricksens J. J., 194, 271.<br />

Dodoens R., 67-68.<br />

Donker A., zie N. Donkersloot.<br />

Donkersloot N.. 220, 310.<br />

Dosiel L., 253, 361.<br />

Douwes-Dekker E., 155, 176, 178-<br />

180, 213, 220, 221, 227, 237,<br />

313.<br />

Draayer-<strong>de</strong> Haas A., 293.<br />

Drie Daghe Here, 47.<br />

Driessens V., 354.<br />

Drojine, zie A. G. Christiaens.<br />

Drost A., 160-161, 163.<br />

Dullaert H., 77, 114.<br />

Du P. Erlank W. J., 373.<br />

Du Perron E., 312-313.<br />

Du Plessis I. D., 373.<br />

Du Toit J. D., 371.<br />

Duykers L., 267.<br />

Edda-lie<strong>de</strong>ren, 8.<br />

Eeckel H., zie Dr. Allaeys.<br />

Eeckels C., 270.<br />

Eeckhout J., 361.<br />

Eekhout J. H., 316.<br />

Eelen J., 270.<br />

Eerste Bliscap van Maria, 44.<br />

Egidius waer bestu bleven, 33.<br />

Elsschot W., zie Alfons De<br />

Rid<strong>de</strong>r.<br />

Emants M., 181, 216, 232, 237,<br />

290.<br />

Endt P., 312.<br />

Engelberg G., 354.<br />

Engelman J., 323.<br />

Erens Fr., 230.<br />

Esbatement van <strong>de</strong>n Schuyfman,<br />

55.<br />

Esmoreit, 45.<br />

Esser I., 180.<br />

Esser M., 235.<br />

Everaert C., 54, 55 63.<br />

Everts J., 235.<br />

Exempelen, 42.<br />

Eybers E., 373.<br />

Fabricius J., 238.<br />

Fabricius J. Jr., 289.<br />

Fagan H. A., 371.<br />

Falkland S., zie H. Heyermans.<br />

Feber L. J., 238, 318.<br />

Feitama S., 130.<br />

Feith J., 323.<br />

Feith R., 144, 148, 151, 159, 221.<br />

Ferguut, 16.<br />

Ferguut J., zie J. Van Droogenbroeck.<br />

Flanor, zie C. Vosmaer.<br />

Fleerackers E., 267.<br />

Fonteyne E. N., 354.<br />

Foreestier P., zie J. A. Alberdingk<br />

Thijm.<br />

Francken Fr., zie Fr. Clijmans.<br />

Fruin R. J., 177.<br />

Gebed <strong>de</strong>r Coninginnen van Cecilien,<br />

35.<br />

Geel J., 154-155.<br />

Gerhardt Tr., 308.<br />

377


Gerretson Fr. K., 314.<br />

Gezelle G., 197-200, 245-247, 250,<br />

252, 254, 256, 258, 259, 268,<br />

270, 300, 317, 328, 329, 340,<br />

355, 371.<br />

Ghenoechlike Clute van Nu Noch,<br />

47.<br />

Ghequetst ben is van binnen, 33.<br />

Gijselen Bl., 349.<br />

Gijsen Marie, 293, 317.<br />

Gijsen Marnix, zie J. A. Goris.<br />

Gijssels W., 268.<br />

Gilliams E., 348.<br />

Gilliams M., 348, 353.<br />

Gittens Fr., 354.<br />

Glanor, zie H. Beyerman.<br />

Gloriant, 45, 47.<br />

Goeverneur J. J. A., 168.<br />

Goossens K., 336.<br />

Goris J. A., 342, 343, 345-346,<br />

349, 359.<br />

Gorter H., 201, 213, 218, 220,<br />

227-229, 277, 280, 298, 300.<br />

Gorter S., 172, 227.<br />

Gossaert G., zie F. K. Gerretson.<br />

Gou<strong>de</strong>ket-Philips M., 293.<br />

Goudsmit S., 290, 316.<br />

Grauls A. W., 347.<br />

Greshoff J., 283, 313.<br />

Grietens J., 336.<br />

Groen van Prinsterer G., 169, 240.<br />

Granloh J. H. F., 294.<br />

Gudrun, 9.<br />

Gutteling A., 294.<br />

Haarhoff T. J., 373.<br />

Ha<strong>de</strong>wijch, 32-33, 35, 38, 40, 360.<br />

Haenen H., 270.<br />

Hamburger S., 290.<br />

Hammenecker J., 270.<br />

Hartog H., 233, 316.<br />

Hasebroek J. P., 169, 172.<br />

Haspels G. Fr., 235.<br />

Havelaar J., 220, 297.<br />

Haverschmidt Fr., 173, 283.<br />

Heemssen J. J., 134.<br />

Heer Daneelken, 36.<br />

Heer Halewyn, 36.<br />

Heeroma K., 315.<br />

Hegenscheidt A., 251, 252, 258,<br />

355.<br />

Heinsius N., 116.<br />

Hel<strong>de</strong>renberg G., zie H. Buyle.<br />

Heliand, 8.<br />

Heiman A., zie L. Lichtveld.<br />

Helmers J. F., 152, 160, 187.<br />

Hemkes F. L., 180.<br />

Herckenrath A., 253, 270.<br />

Herreman R., 339, 340, 359.<br />

Hessels W., 315.<br />

Het dag<strong>het</strong> in <strong>de</strong>n Oosten, 36.<br />

Het waren twee Conincskin<strong>de</strong>ren,<br />

36, 144.<br />

Heye J. P., 168.<br />

Heyermans H., 220, 233-234, 237-<br />

238, 239, 303, 316.<br />

Hiel E., 197.<br />

Hiklebrandslied, 8, 9.<br />

Hofdijk W. J., 166-167, 172.<br />

Hooft P. C., 76, 77, 78-84, 85, 86,<br />

87, 88, 92, 93, 96, 97, 99, 101,<br />

102, 107, 108, 109, 111, 114,<br />

116, 117, 163, 261.<br />

Hoornik E., 313.<br />

Hopman Fr., 235.<br />

Horemans J., 358.<br />

Houwaert J. B., 67.<br />

Houwink R., 315.<br />

Huizinga J., 322.<br />

Huy<strong>de</strong>coper B., 129.<br />

Huygens C., 76, 77, 82, 99-102,<br />

104, 106, 109, 112, 154, 162,<br />

222.<br />

Huygens Cornelie, 175.<br />

Huysmans C., 359.<br />

Huyts J., 283.<br />

In<strong>de</strong>stege L., 349.<br />

Ingenhoes-Geeraerds, E., 335.<br />

Ilsermans J., 135.<br />

Jaarsma D. Th., 291.<br />

Jacobse M., zie K. Heeroma.<br />

Jan I, 32.<br />

Janssen J., 359.<br />

jeurissen, 267.<br />

Jonathan, zie J. P. Hasebroek.<br />

Jonckheere K., 349.<br />

Jonker A., 372.<br />

Joostens A., 348.<br />

Julia, 219.<br />

Karel en<strong>de</strong> Elegast, 14, 15, 26.<br />

167.<br />

Karolingische Psalmen, 9.<br />

Keet A. D., 371.<br />

Kelk C. J., zie Th. Beker.<br />

Kemp M., 320.<br />

Kemp P., 320.<br />

Kenis P., 329, 331, 359.<br />

Kerelslied, 36.<br />

Keuls H. W. J. M., 283.<br />

Keuning • W., 315.<br />

Kinker J., 152.<br />

378


Kiroul P., zie E. Peeters.<br />

Klikspaan, zie J. Kneppelhout.<br />

Kloos W., 181, 213, 215, 216,<br />

217, 218, 220-221, 227, 230, 235,<br />

239.<br />

Kloos-Reyneke van Stuwe J., 236.<br />

Kneppelhout J., 172.<br />

Knuvel<strong>de</strong>r G., 319.<br />

Kool H. C., 308.<br />

Koopman W., 313.<br />

Kooy-van Zeggelen M., 288.<br />

Kops Chr., 317.<br />

Krafft J. L., 139.<br />

Kreemers R., 361.<br />

Kuhn C. H., 373.<br />

Kuitenbrouwer L., 285, 318.<br />

Kuyle A., zie L. Kuitenbrouwer.<br />

Kuyper A., 240-241.<br />

Labberton J. H., 295.<br />

Labberton-Drabbe H., 295.<br />

Lamberty M., 360.<br />

Lambrechts L., 267.<br />

Landheer J., 308.<br />

Langendijk P., 127-128.<br />

Langenhoven C. J., 372.<br />

Lanseloet van Denemarken, 45.<br />

Last J., 303.<br />

Lateur Fr., 248, 252, 253, 258-260,<br />

262, 264, 328, 329, 352, 372.<br />

Laudy A., 238.<br />

Le<strong>de</strong>ganck K. L., 187, 189.<br />

Legen<strong>de</strong>n, 42.<br />

Leipoldt C. L., 371.<br />

Lemmens J., 331.<br />

Lenaerts J., 267.<br />

Leopold H. M. R., 323.<br />

Leopold J. H., 233, 276, 277, 278,<br />

279-280, 282, 287, 295.<br />

Leroux K., 339, 351.<br />

Leven van Jezus, 42.<br />

Leven van Sinte Franciscus, 22.<br />

Leven van Sinte Lutgart, 22.<br />

Lichtveld L., 321.<br />

Lievevrouw-Coopman L., 355.<br />

Lippijn, 47.<br />

Longerstaey A., 336.<br />

Loveling R., 174, 195, 196, 254.<br />

Loveling V., 174, 195, 196, 248,<br />

249, 254.<br />

Lousy W. E. G., 373.<br />

Ludwigslied, 8.<br />

Luyken J., 77, 114, 129, 265.<br />

Maastrichtsch Paaschspel, 44.<br />

Mac Leod J., 252.<br />

Makeblij<strong>de</strong> L., 135.<br />

Malherbe D. F., 371, 372.<br />

Man<strong>de</strong> H., 42.<br />

Marais E., 371.<br />

Mare E., zie E. Ingenhoes-Geeraerds.<br />

Mariken van Nieumeghen, 44-45.<br />

Maria Jozefa Zr., 340.<br />

Marnix van St. Al<strong>de</strong>gon<strong>de</strong> Ph.,<br />

64, 67, 84.<br />

Marsman H., 306, 308-309, 314,<br />

319.<br />

Martens G., 356.<br />

Marx-Koning M., 287.<br />

Matthijs M., 354.<br />

Maxim Krojer P. S., zie P. Collet. .<br />

Meekel K., 317.<br />

Melati van Java, zie M. Sloot.<br />

Melis H., 355.<br />

Melis J., 340.<br />

Melis Stoke, 30, 82.<br />

Men<strong>de</strong>s J., zie E. Querido.<br />

Mennekens J., 253, 268, 359.<br />

Metz-Koning M., zie Marx-<br />

Koning.<br />

Meyboom W., zie F. Couteele.<br />

Meyer L., 109.<br />

Meylan<strong>de</strong>r J., zie G. Van Hecke,<br />

Mijnssen Fr., 238.<br />

Mikro, zie C. H. Kuhn.<br />

Minne R., 339-340.<br />

Mocke S. I., 373.<br />

Moens W., 342, 343, 345, 346,<br />

349.<br />

Moes W., 236.<br />

Mok M., 308.<br />

Molenaar J., 308.<br />

Molenaar M., 317.<br />

Moller H. W. E., 318.<br />

Monteyne L., 334-335, 359.<br />

Mul<strong>de</strong>r L., 165, 174, 237.<br />

Muls J., 253, 342, 343, 361.<br />

Multatuli, zie E. Douwes-Dekker.<br />

Mussche A., 346, 349, 359.<br />

Naeff Top, zie A. van Rhijn-<br />

Naeff.<br />

Nahon A., 340.<br />

Nescio, zie J. H. F. Gronloh.<br />

Netscher Fr., 233.<br />

Nevelingenlied, 9.<br />

Nieuwenhuis W., 323.<br />

Nijhoff A. H., 293.<br />

Nijhoff M., 282, 285, 319.<br />

Nivardus, 19.<br />

No1st Trenite J. G. L., 290.<br />

Noordstar J. C., 313.<br />

Noy<strong>de</strong>kijn, 18.<br />

379


Ogier W., 137-138.<br />

Oltmans J. Fr., 165.<br />

Ons ghenaket die Aventstar, 37.<br />

Oorda I., zie C. Verschaeve.<br />

Op<strong>de</strong>beek G., 360.<br />

Op<strong>de</strong>beek L., 268.<br />

Opzoomer A., zie A. von Antal-O.<br />

Opzoomer C. W., 177, 178.<br />

Otfried, 8.<br />

Ott L., 312.<br />

Otten J., 308.<br />

Oudaen J., 77.<br />

Paaltjens P., zie Fr. Haverschmidt.<br />

Paap W., 230.<br />

Panhuysen J., 321.<br />

Paradijs C., 220.<br />

Pater noster van<strong>de</strong>r Verrisenesse<br />

ons Liefs Heeren, 35.<br />

Pauwels Fr., 302.<br />

Peaux A., 284.<br />

Peeters E., 268.<br />

Peeters J., 268.<br />

Pelemans B., 349.<br />

Pels A., 109.<br />

Pennine, 16 .<br />

Penning W. L., 180.<br />

Peremans-Verhuyck M., 354.<br />

Perk J., 177, 213, 215-216, 294.<br />

Permijs M., zie M. Premsela.<br />

Persijn J., 253, 271-272.<br />

Philips M., zie M. Gou<strong>de</strong>ket-<br />

Philips.<br />

Picard L., 359.<br />

Pienaar A. A., 372.<br />

Pierson A., 169, 174, 177-178.<br />

Pijper W., 322.<br />

Pijper-van Lokhorst E., 293.<br />

Pit A., 322.<br />

Pit-<strong>de</strong> Haan C., 292, 303, 316.<br />

Plancquaert H., 355.<br />

Plasschaert A., 322.<br />

Playerwater, 55.<br />

Poelhekke M. A., 317.<br />

Poirters A., 135-137.<br />

Poot H. C., 129-130.<br />

Potgieter E. J., 155, 161-163, 165,<br />

166, 167, 168, 172, 175, 176,<br />

187, 190, 212. 216, 217, 220,<br />

221, 222, 231.<br />

Potter D., 25, 36.<br />

Prager Lindo M., 174.<br />

Premsfla M., 283.<br />

Prins A., 214, 229, 232, 233, 284.<br />

Prins J., zie C. L. Schepp.<br />

Putman W., 352. 356, 358.<br />

Quack H. P. G., 177.<br />

Querido E., 291, 303, 316.<br />

Querido I., 220, 234, 238, 303, 316.<br />

Raedt-<strong>de</strong> Canter E., zie B. <strong>de</strong><br />

Mooy.<br />

Ram H., zie H. Ramboux.<br />

Ramboux H., 197.<br />

Rannah A., zie J. De Maeght.<br />

Reddingius J., 284.<br />

Reinaert II, 20, 24.<br />

Reis van Sinte Brandaen, 21, 22.<br />

Reitsma E., 316.<br />

Reits F. .W., 370.<br />

Renout van Montalbaen, 15.<br />

Resseler F., 340.<br />

Revis M., 312.<br />

Revius J., 76, 111, 112.<br />

Reypens L., 360.<br />

Ritschl G., 284.<br />

Ritter P. H., 323.<br />

Robbers H., 235.<br />

Ro<strong>de</strong>nbach A., 200-201, 250, 252,<br />

258, 355.<br />

Ro<strong>de</strong>nburg Th., 76, 107, 108.<br />

Roeland E., 355.<br />

Roelants M., 339, 350, 351, 352.<br />

Roelantslied, 14.<br />

Roelvink H., 238.<br />

Roest Crollius B., 312.<br />

Roland Holst A., 280-281, 282,<br />

287, 295.<br />

Roland Holst H., 220, 233, 239,<br />

277, 278, 298-301, 317.<br />

Roland Holst R. N., 240.<br />

Roman <strong>de</strong>r Lorreinen, 15.<br />

Romein J., 322.<br />

Romein-Verschoor A., 322.<br />

Roosdorp Fr., 233.<br />

Rooses M., 270.<br />

Rosseels E., 354.<br />

Rost N., 323.<br />

Ruben, 47.<br />

Rutten F., 317.<br />

Rutten-Koenen M., 288, 317.<br />

Sabbe M., 264-265, 328, 355.<br />

Salomons A., zie A. van Wageningen-Salomons.<br />

Sangiro, zie A. A. Pienaar.<br />

Sauwen A., 202, 253.<br />

Scellinck Th., 30.<br />

Schaepman H. J. A. M., 168, 271,<br />

317.<br />

Scharten-Antink C. en M., 236,<br />

238.<br />

Scheirs J., 336.<br />

380


Scheltjens L., 354.<br />

Schepp C. L., 284.<br />

Schimmel H. J., 165, 237.<br />

Schmidt E. W., 356.<br />

Schmitz M., zie M. Verhoeven-<br />

Schmitz.<br />

Scholte H., 308.<br />

Schotman J. W., 296.<br />

Schoup J. C., 336.<br />

Schoute<strong>de</strong>n W., 358.<br />

Schreurs J., 319.<br />

Schiirmann J., 284.<br />

Schiirmann W., 238.<br />

Serrure C. P., 187.<br />

Sevenste Bliscap van Maria, 44.<br />

Simons J., 336.<br />

Simons-lees J., 238.<br />

Slauerhoff J. J., 309-310, 313.<br />

Sleeckx D., 195-196, 249, 354.<br />

Sloot M., 175.<br />

Smeken van Breda, 44.<br />

Smit G., 320.<br />

Smit W. A. P., 315.<br />

Smits D., 130.<br />

Smits Fr., 335.<br />

Smits (Ou'<strong>de</strong> heer) , zie M. Prager<br />

Lindo.<br />

Snellaert F. A., 167, 187.<br />

Snie<strong>de</strong>rs A., 194, 271.<br />

Snie<strong>de</strong>rs J. R., 194.<br />

Roera Rana, zie I. Esser.<br />

Soeroto N., 283.<br />

Speenhoff J. A., 301.<br />

Spieghel H. L., 69, 78, 107, 221.<br />

Spierenburg J., 316.<br />

Spoelstra C. Jr., 285, 310-311.<br />

Springer R., 312.<br />

Stalpart van <strong>de</strong>r Wiele, 76, 111.<br />

Staring. A. C. W., 153, 162, 181.<br />

Starter J. J., 76, 111.<br />

Statenbijbel, 115.<br />

Steenhoff-Smul<strong>de</strong>rs A., 288, 317.<br />

Stevin S., 68. .<br />

Stijl C., 129.<br />

Stijns R., 248-249.<br />

Stracke D. A., 360.<br />

Streuvels St., zie Fr. Lateur.<br />

Stroman B., 312.<br />

Stubbe A., 361.<br />

Stuiveling G., 303.<br />

Sunte Patricius Vegevuer, 22.<br />

Swarth H., 202, 230, 248, 254.<br />

Szekely-Lu1ofs M. H., 293.<br />

Tak P. L., 214, 220.<br />

Teirlinck H., 249, 251, 253, 262-<br />

263, 328, 355, 356, 357-358.<br />

Teirlinck I., 248, 271.<br />

Temmerman J., 330.<br />

Ten Berge W., 320.<br />

Ten Brink J., 175, 230.<br />

Ten Kate J. J. L., 173.<br />

Ten Kate L_ ., 128.<br />

Ter Braak M., 306, 323.<br />

Ter Haar B., 173.<br />

Thans H., 338.<br />

Theophilus, zie L. Reypens.<br />

Theophilus, 24.<br />

Theunisz J., 308.<br />

Thiery H., 349.<br />

Thijssen Th., 291.<br />

Thiry A., 332, 333-334.<br />

Thomson J. J., 315.<br />

Thorbecke J. R., 169.<br />

Timmermans F., 261, 268, 332-<br />

333, 334, 337, 359.<br />

Tollens H., 152-153, 154, 160, 172,<br />

187, 283, 301.<br />

Tondalus' Visioen, 22.<br />

Tony, zie A. Bergmann.<br />

Totius, zie J. D. Du Toit.<br />

Toussaint (van Boelaere) F. V.,<br />

253, 263-264, 328.<br />

Tulkens J., 268, 349.<br />

Lltenbroke P., 29.<br />

Uyl<strong>de</strong>rt M., 295.<br />

Uys Krige, 373.<br />

Van Alphen H., 144, 145, 159.<br />

Van Amei<strong>de</strong> Th., zie J. H. Labberton.<br />

Van Ammers-Kiiller J., 292.<br />

Van Assche P., 267.<br />

Van Assene<strong>de</strong> D., 18.<br />

Van Beers J., 196, 197.<br />

Van Beugem I., zie Is. Verdoodt.<br />

Van Blankenstein M., 323.<br />

Van Boecxsel A., 341.<br />

Van Boendale J., 26, 30.<br />

Van Booven H., 235.<br />

Van Brabant L., 349.<br />

Van Bruggen C., zie C. Pit-<strong>de</strong><br />

Haan.<br />

Van Bruggen J., 372, 373.<br />

Van Bruggen K., 290.<br />

Van Buggenhout C., 267.<br />

Van Bussum S., 293.<br />

Van Campen M. H., 316.<br />

Van Cauwelaert A., 253, 337, 359.<br />

Van Cauwelaert Fr., 360.<br />

Van Collem A., 302, 316.<br />

Van Daelen S., zie F. Resseler.<br />

Van <strong>de</strong>n Bere Wisselau, 9.<br />

381


Van <strong>de</strong>n Bergh Helvetius, 237.<br />

Van <strong>de</strong>n Bergh Herman, 308.<br />

Van <strong>de</strong>n Heever C. M., 372, 373.<br />

Van <strong>de</strong>n Heever T., 371.<br />

Van<strong>de</strong>n Levene ons Heren, 22.<br />

Van <strong>de</strong>n Oever K., 253, 270, 342,<br />

343, 346-347, 361.<br />

Van <strong>de</strong>n Von<strong>de</strong>l J., 76, 77, 84,<br />

89-99, 101, 102, 107, 108, 109,<br />

111, 112, 115, 116, 117, 126,<br />

138, 163, 164, 220, 221, 269.<br />

Van <strong>de</strong>n Wijngaert Fr., 347, 350.<br />

Van<strong>de</strong>n Winter en<strong>de</strong> van<strong>de</strong>n<br />

Somer, 47.<br />

Van <strong>de</strong> Putte J., 340.<br />

Van <strong>de</strong>r ~:een A. H., 290.<br />

Van <strong>de</strong>r Goes F., 214, 220, 239.<br />

Van <strong>de</strong>r Hallen E., 353.<br />

Van <strong>de</strong>r Hallen O., 352.<br />

Van <strong>de</strong>r Leeuw A., 286-287.<br />

Van <strong>de</strong>r Lin<strong>de</strong> G., 174.<br />

Van <strong>de</strong>r Meer <strong>de</strong> Walcheren P.,<br />

317-318.<br />

Van <strong>de</strong>r Meulen M., 322.<br />

Van <strong>de</strong>r Noot J., 66-67, 68, 75,<br />

134, 256.<br />

Van <strong>de</strong>r Schaaf N., 287, 295.<br />

Van <strong>de</strong>r Steen E., 313.<br />

Van <strong>de</strong>r Straeten Cl., 341.<br />

Van <strong>de</strong> Straeten E., zie E. Delrue.<br />

Van <strong>de</strong>r Waals J. E., 314.<br />

Van <strong>de</strong>r Waals L., 284.<br />

Van <strong>de</strong>r Wou<strong>de</strong> J., 288-289.<br />

Van <strong>de</strong> San<strong>de</strong> F., 354.<br />

Van Dessel-Poot M., 293.<br />

Van <strong>de</strong> Vel<strong>de</strong> A., 268, 358.<br />

Van Deventer Ch. M., 240.<br />

Van <strong>de</strong> Voor<strong>de</strong> LI., 338-339, 359.<br />

Van <strong>de</strong> Woestijne K., 3, 251, 253,<br />

260-262, 263, 268, 270, 328,<br />

329, 338, 339, 342, 361.<br />

Van Deyssel L., zie K. Alberdingk<br />

Thijm.<br />

Van Diest P., 54.<br />

Van Driessche A., 335.<br />

Van Droogenbroeck J., 196.<br />

Van Duinkerken A., zie W.<br />

Asselbergs.<br />

Van Dulleman-<strong>de</strong> Wit J., 293.<br />

Van Duyse Pr., 187, 189.<br />

Van Eckeren G., zie M. Esser.<br />

Van Ee<strong>de</strong>n Fr., 201, 216, 219, 222-<br />

224, 237, 277, 298, 317.<br />

Van Eerbeek J. K., zie M. Boss.<br />

Van Effen J., 127, 128-129, 172.<br />

Van Elre H., zie R. Houwink.<br />

Van Eijck P. N., 295.<br />

Van Eijk H., 291.<br />

Van Gavere M., 349.<br />

Van Gen<strong>de</strong>ren-Stort R., 294.<br />

Van Geuns J. J., 308.<br />

Van Ginneken J., 323.<br />

Van Gogh-Kaulbach A., 236.<br />

Van Graef Floris en<strong>de</strong> Geeraert<br />

van Velsen, 36.<br />

Van Groeningen A., 233.<br />

Van Hagendoren E., 268.<br />

Van Haren O. Z., 131.<br />

Van Haren W., 130-131.<br />

Van Hattum J., 313.<br />

Van Hecke F., 329, 337, 338.<br />

Van Hecke G., 329, 330.<br />

Van Heelu J., 30.<br />

Van Heemskerk J., 76, 116.<br />

Van Hil<strong>de</strong>gaersberch W., 25.<br />

Van Hille-Gaerthe C. M., 293.<br />

Van Hoek K., 323.<br />

Van Hout J., 68.<br />

Van Houtte A., 341.<br />

Van Hulzen G. J., 233, 303.<br />

Van Iependaal W., 302.<br />

Van Kal<strong>de</strong>rkerken B., zie A. Van<br />

Driessche.<br />

Van Kempen Th., 41.<br />

Van Kerckhoven Fr., 194.<br />

Van Klinkenberg G., 308.<br />

Van Koetsveld C. E., 172.<br />

Van Kranendonck M., 310.<br />

Vankrinkelen L. J., 354.<br />

Van Langendonck Pr., 202, 248,<br />

250, 252, 254, 271.<br />

Van Leeuw J., 41-42.<br />

Van Leeuwen Fr., 302.<br />

Van Lennep J., 164, 167.<br />

Van Limburg Brouwer P., 164.<br />

Van Lokhorst E., zie E. Pijpervan<br />

Lokhorst.<br />

Van Loon H., 323.<br />

Van Looy J., 214, 229-230, 232.<br />

Van Maerlant J., 16, 17, 22, 27-<br />

29, 33, 39, 106.<br />

Van Man<strong>de</strong>r C., 67, 68, 75, 78.<br />

Van Maurik J., 174, 237.<br />

Van Merken W., 130.<br />

Van Meurs B., 174.<br />

Van Mierlo J., 360.<br />

Van Moerkerken P. H., 287-288.<br />

Van Nijlen J., 337, 359.<br />

Van Nouhuys W. G., 237.<br />

Van Offel E., 253, 257, 270.<br />

Van Oordt A., 232, 284.<br />

Van Oosten A. J. D., 320.<br />

Van Ostaijen P., 313, 320, 342,<br />

344-345, 346, 349, 359.<br />

382


Van Overbeke H., 356.<br />

Van Overloop J., 267.<br />

Van Oudshoorn J., 290.<br />

Van Oye E., 200, 355.<br />

Van Passen R., 336.<br />

Van Peene H., 354.<br />

Van Praag S., 290, 316.<br />

Van Puymbrouck H., 360.<br />

Van Rhijn-Naeff A., 237, 238.<br />

Van Rijswijck J., 360.<br />

Van Rijswijck Th., 190.<br />

Van Ruusbroec J., 32, 39-41, 42,<br />

226, 339, 360.<br />

Van Schagen J. C., 320.<br />

Van Schaik-Willing J., 293.<br />

Van Schen<strong>de</strong>l A., 232, 239, 277,<br />

285-286, 287, 289.<br />

Vansina D., 359.<br />

Van Stye<strong>voor</strong>t J., 52.<br />

Van Suchtelen N., 239, 296.<br />

Van Tichelen H., 268.<br />

Van Tichelen Th., 360.<br />

V-41. Veer<strong>de</strong>ghem G., 341.<br />

Van Vel<strong>de</strong>ke H., 17, 21, 31.<br />

Van Velthem L., 30.<br />

Van Vlaen<strong>de</strong>ren M., 358.<br />

Van Vloten J., 177.<br />

Van Vor<strong>de</strong>n J., zie J. J. P. Beernink.<br />

Van Vriesland V. E., 283.<br />

Van Wageningen-Salomons A.,<br />

284, 292, 316.<br />

Van Wal<strong>de</strong>n H., zie J. Ternmerman.<br />

Van Wessem C., 311.<br />

Van Wijhe-Smeding A., 293.<br />

Van Wijk Louw N. P., 373.<br />

Van Zuylen van Nyevelt, 64.<br />

Verbeeck R., 348.<br />

Verbruggen P., 348.<br />

Vercammen J., 348.<br />

Verdoodt Is., 340.<br />

Verhoeven B., 317.<br />

Verhees L., 337.<br />

Verhoeven-Schmitz M., 293.<br />

Verhulst R., 355.<br />

Vermaat W., 316.<br />

Verman<strong>de</strong>re R., 267.<br />

Vermeersch G., 266-267.<br />

Vermeulen E., 267.<br />

Vermeulen M., zie M. van <strong>de</strong>r<br />

Meulen.<br />

Vermeylen A., 143, 250, 251, 252,<br />

256-257, 328, 329.<br />

Verriest H., 200, 201, 245, 252,<br />

253, 258, 352.<br />

Verschaere Th., 358.<br />

Verschaeve C., 269, 355.<br />

Verschoren F., 269, 355.<br />

Verstegen R., 134-135.<br />

Verwey A., 213, 216, 220, 221-<br />

222, 226, 230, 237, 240, 259,<br />

277, 294, 295.<br />

Vestdijk S., 313.<br />

Veth C., 291.<br />

Veth J. V., 239.<br />

Viola M., 317.<br />

Visscher A., 70, 82, 92.<br />

Visscher M. Tesselscha<strong>de</strong>, 70, 82,<br />

87, 92.<br />

Visscher Roemer, 69-70, 75, 78,<br />

79, 81, 88, 92, 107.<br />

Visser A. G., 371.<br />

Vlemminx P., 320.<br />

Vollenhove J., 77, 112.<br />

Von Antal-Opzoomer A., 165.<br />

Vos H., 342, 359.<br />

Vos J., 77, 108, 109.<br />

Vos Marie, 301.<br />

Vos M. W., 301.<br />

Vosmaer C., 176, 215.<br />

Vosmeer <strong>de</strong> Spie, zie M. Wagen<strong>voor</strong>t.<br />

Vostaert P., 16.<br />

Vriamont J., 351.<br />

Vuyck B., 293.<br />

Vuylsteke J., 197.<br />

Wachtendoncksche Psalmen, 9.<br />

Wagen<strong>voor</strong>t M., 290.<br />

Walch J. L., 290.<br />

Walgrave A., 270.<br />

Wallis A. S. C., zie A. von Antal-<br />

Opzoomer.<br />

Walschap G., 253, 351-352, 359.<br />

Wapenaar A., 315 .<br />

War<strong>de</strong>n Oom, zie E. Vermeulen.<br />

Wasch K., 294.<br />

Wassenaar T., 371.<br />

Wattez A., 271.<br />

Wazenaar, zie A. De Vos.<br />

Werumeus Buning A., 174.<br />

Werumeus Buning J. W. F., 281-<br />

282, 285.<br />

Westerbaen J., 77, 112.<br />

Weustenraad A., 202.<br />

Wij<strong>de</strong>veld G., 320.<br />

Willem, 19-20.<br />

Willem van Oringen, 15.<br />

Willems J. Fr., 161, 167, 186-187.<br />

Wilma, zie W. Vermaat.<br />

Winkler Prins J., 181.<br />

Winters J. M., 267.<br />

383


Wolff E., 144, 145-148, 155, 159, Zeg Kwezelken wil<strong>de</strong> gij dansen?,<br />

172, 176. 36.<br />

Wulfila, 7. Zel<strong>de</strong>nthuis J. J., 284.<br />

Zernike E., 293.<br />

Yperman J., 30.<br />

Zetternam E., zie J. J. Diricksens.<br />

Zielens L., 353.<br />

Zoetmul<strong>de</strong>r A. J., 290.<br />

Zeebots W. P., 137. Zoomers-Vermeer J. P., 292.<br />

384


INHOUDSTAFEL<br />

Bladz.<br />

Voorbericht• • • • • • • • • • • • • • • • • • • • 3<br />

Hoofdstuk I. — De mid<strong>de</strong>leeuwen. Inleiding • • • • • • 7<br />

A. — In <strong>het</strong> Rijk <strong>de</strong>r Verbeelding • • • • • • • • 12<br />

B. — De Zucht naar Kennis • • • • • • • • • • • • 25<br />

C. — De Lyriek • • • • • • • • • • • • • • • • • • 31<br />

D. — Een nieuwe Kunstvorm : <strong>het</strong> Proza • • • 38<br />

E. — Een nieuwe Dramatiek • • • • • • • • • 42<br />

Hoofdstuk II.<br />

Een Eeuw van Volkskunst. De<br />

Re<strong>de</strong>rijkers • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • 50<br />

Hoofdstuk III. Een Tijd van Gisting en Overgang 62<br />

A. — De Hervorming • • • • • • • • • • • 63<br />

B. — De Wegberei<strong>de</strong>rs <strong>de</strong>r Renaissance • • • • • 66<br />

Hoofdstuk IV. — De gou<strong>de</strong>n Eeuw.<br />

A. — Algemeen Overzicht • • • • • • • • • • • 74<br />

B. — De Grootmeesters • • • • • • • • .. • 78<br />

C. — Figuren van <strong>de</strong>n twee<strong>de</strong>n Rang • • • 106<br />

Hoofdstuk V. — De achttien<strong>de</strong> Eeuw. De Pruiken-<br />

tij d • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • 126<br />

Hoofdstuk VI. — Het diepe Verval in Zuid-Ne<strong>de</strong>r- 133<br />

Hoofdstuk VII. — De Overgang van Classicisme naar<br />

133<br />

Romantisme • • • • • • • • • • • • • • • • . 141<br />

Hoofdstuk VIII. — De nieuwere Tij<strong>de</strong>n.<br />

A. — De Romantiek in <strong>het</strong> Noor<strong>de</strong>n. De Gids 158<br />

B. — Het Realisme • . • • • • • • • • • • 170<br />

C. — Voorloopers van <strong>de</strong> Vernieuwing • • • 175<br />

Hoofdstuk IX.<br />

ontwaakt.<br />

Vlaan<strong>de</strong>ren, <strong>de</strong> schoone Slaapster,<br />

A. — De Romantiek en <strong>de</strong> Vlaamsche Beweging 186<br />

B. — Het Realisme • • • • • • • • • • • • • • • 192<br />

C. — Gezelle en <strong>de</strong> Vuorloopers van <strong>de</strong> Vernieuwing<br />

• • • • • • • • • • • • • 197<br />

385


Bladz.<br />

Hoofdstuk X. — De Beweging van Tachtig en haar<br />

onmid<strong>de</strong>llijke Nabloei.<br />

A. — Algemeen Karakter, Ontstaan en Verloop 212<br />

B. — De Hoofdfiguren • • • ••• •• • • • • 220<br />

C. — An<strong>de</strong>re Schrijvers••• ••• •• • • • • • • 230<br />

D. — Het Tooneel ••• ••• • • • 237<br />

E. — Eenige niet-Literators ••• ••• ••• • • • 239<br />

Hoofdstuk XI. — De Vlaamsche Bloeitijd (se<strong>de</strong>rt<br />

1893).<br />

A. — De ou<strong>de</strong> Gezelle ••• •••<br />

B. — Het Tijdschrift Van Nu en. Straks • • • 247<br />

C. — De afzon<strong>de</strong>rlijke Figuren • • • • • . . . 254<br />

D. — Het Essay en <strong>de</strong> Critiek • • • • • • . . . 270<br />

Hoofdstuk XII: — De Kunst van He<strong>de</strong>n in Noord-<br />

Ne<strong>de</strong>rland.<br />

A. — Algemeen Overzicht ••• ••• ••• • • • 276<br />

B. — In <strong>het</strong> Spoor van Tachtig . • • • • • • • 278<br />

C. — Naar een nieuwe Gemeenschapskunst ... 294<br />

D. — Het Expressionnisme en <strong>de</strong> nieuwe Prozakunst<br />

••• ••• •• ••• •• ... 303<br />

E. — De religieuse Richtingen ••• ••• • • • 314<br />

F. — Essay's en wetenschappelijk Proza ... 322<br />

Hoofdstuk XIII. — De Kunst van He<strong>de</strong>n in Zuid-<br />

Ne<strong>de</strong>rland ••• ••• ••• ••• 328<br />

A. — In <strong>het</strong> Spoor van > 329<br />

B. — Het Expressionnisme en <strong>de</strong> nieuwe Prozakunst<br />

••• ••• ••• ••• ... 341<br />

C. — Het Tooneel ••• ••• •.• .• • • • 354<br />

D. — De Critiek en <strong>het</strong> Essay • • • • • • ... 359<br />

Hoofdstuk XIV. — Zuidafrikaansche Letteren ... 370<br />

Namenregister ••• ••• ••• ••• ••• ••• . 375<br />

386


Van J. KUYPERS verscheen bij DE SIKKEL<br />

DE GOUDEN POORT' A. Op <strong>de</strong>n Drempel, 5 6 druk.<br />

DE GOUDEN POORT B. Inleiding tot <strong>de</strong> literaire Schoonheid,<br />

4 6 druk.<br />

DE GOUDEN POORT C. De nieuwe Letteren, 4e druk.<br />

In aansluiting met <strong>de</strong> Gou<strong>de</strong>n Poort A, B en C :<br />

Julien Kuypers en Dr. Th. De Ron<strong>de</strong>.<br />

BEKNOPTE GESCHIEDENIS VAN DE NEDERLANDSCHE<br />

LETTERKUNDE, 3 6 druk.<br />

ONZE LITERATUUR IN BEELD, 2 6 druk.<br />

ONZE BIBLIOTHEEK<br />

Tekstuitgaven <strong>voor</strong> mid<strong>de</strong>lbaar- en normaalon<strong>de</strong>rwijs,<br />

met woor<strong>de</strong>nlijsten<br />

1. HERMAN TE1RLINCK (J. Kuypers) : Zon (**).<br />

2. DOMIEN SLEECKX (J. Kuypers) :.Dierenwijsheid (*).<br />

3. LOUIS COUPERUS (J. Kuypers) : Verhalen en Hist°.<br />

rische Beel<strong>de</strong>n (**).<br />

4. MICHIEL DE SWAEN (Dr. V. Celen) De Gecroon<strong>de</strong><br />

Leersse (***).<br />

5. Mo<strong>de</strong>rne Ne<strong>de</strong>rlandsche Essay's (Dr. Th. De Ron<strong>de</strong>) :<br />

J. PERSIJN, A. VERMEYLEN, I. VAN DE WOES-<br />

TUNE, D. COSTER, J. HUIZINGA A. VER-<br />

WEY (*").<br />

6. Vertellers uit Vlaan<strong>de</strong>ren (J. Kuypers) : L. BAEKEL.<br />

MANS, C. BUYSSE, E. DE BOM, A. THIRY, F. TIM-<br />

MERMANS, 2° uitgave (*)..<br />

7. KAREL VAN DE WOESTUNE (Dr. M. Rutten) : Lyri-<br />

201698_030<br />

kuyp011beknO2<br />

kl<br />

Beknopte geschie<strong>de</strong>nis van <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsche letterkun<strong>de</strong>

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!