De kruisweg van de Palestijnse christenen - Kerk in Actie

kerkinactie.nl

De kruisweg van de Palestijnse christenen - Kerk in Actie

De kruisweg

van de

Palestijnse christenen

Een liturgische reis

langs de Palestijnse Via Dolorosa

Sabeel

Oecumenisch Centrum voor Bevrijdingstheologie

Jeruzalem

2008/2010

Een uitgave van Kerk in Actie en Vrienden van Sabeel Nederland (2011)

Vertaald door: Margriet Westers

1


De kruisweg

van de

Palestijnse christenen

Een liturgische reis

langs de Palestijnse Via Dolorosa

3


Opmerkingen over de vertaling

De kruisweg van de Palestijnse christenen, het boekje dat u nu in uw handen hebt, is een vertaling van

Contemporary way of the cross. A liturgical journey along the Palestinian Via Dolorosa, een boekje dat in

2008 is uitgegeven door Sabeel. Nu, twee jaar later, is er veel veranderd in Palestina en Israël en

daardoor deden sommige verhalen geen recht maar aan de actualiteit. Tegelijk met het vertalen, heb

ik daarom gelijk een update gemaakt van de Engelstalige versie. De informatie die u dus in dit boekje

vindt, is gebaseerd op de situatie in Palestina en Israël van eind 2010. Dat betekent uiteraard niet dat

u dit boekje later niet meer kunt gebruiken: de verhalen geven iets weer van het grotere verhaal van

de Palestijnse gemeenschap hier en het lijden waar zij mee te maken krijgen. Daarom kan het boekje

eigenlijk jarenlang mee.

De kruisweg van de Palestijnse christenen is een uitgave van:

4


Voorwoord

In de Oude Stad

lezen we de inscripties,

pauzeren we waar een bordje op de muur

ons er aan herinnert dat Jezus valt

onder het gewicht van het kruis

opnieuw en opnieuw

In het vluchtelingenkamp

lezen we de schrijfsels op de muur;

de afbeeldingen van martelaren,

graffiti, stoffige posters,

oproepen tot actie, kreten van pijn

opnieuw en opnieuw. 1

Inleiding

Het beeld van de lijdende Christus is de unieke sleutel tot het christelijk geloof. De God die de

lichamelijke en psychologische pijn van onderdrukking, mishandeling en moord ervoer en overwon

is een bron van veel hoop en kracht voor allen die vandaag de dag lijden. Sabeel wil de boodschap

van Christus tot leven roepen temidden van de historische context en het dagelijkse lijden van onze

Palestijnse gemeenschap. Voor ons is het beeld van het kruis met zijn beproeving en pijn, en Jezus’

antwoord van vriendelijkheid, geweldloosheid, en uiteindelijk de opstanding, een beeld van troost en

inspiratie. Zoals Christus zelf zich identificeerde met de lijdende mensen en zijn volgelingen opriep

zich te bekommeren om de lijdenden in hun nood, zo nodigen ook wij onze broeders en zusters in

Christus vanover de hele wereld uit met ons mee te doen in onze zoektocht naar God temidden van

onze beproeving.

De kruisweg door de geschiedenis heen

Al eeuwenlang hebben christenen de gebeurtenissen van de Stille Week, Pasen en in het bijzonder

Goede Vrijdag herdacht met speciale ceremonies en rituelen. In Jeruzalem wordt dagelijks de Via

Dolorosa, in het Nederlands de Kruisweg, met zijn veertien kruiswegstaties, gelopen door individuen

en pelgrimsgroepen. De Spaanse pelgrim Egeria schreef al in 381 en 384 over pelgrimages van de

Olijfberg naar de Heilige Grafkerk. Er zijn bronnen uit de tiende eeuw over een processie met zes

kruiswegstaties, en Kruisvaarders in de elfde eeuw schreven over ceremonies die op Goede Vrijdag

plaatsvonden in en om de Heilige Grafkerk.

Hoewel de meeste Europese christenen het Heilige Land rond 1291 hadden verlaten, bleven de

pelgrims naar Jeruzalem komen, waar zij deelnamen aan vele en gevarieerde processies rond de

‘Kruisweg’. Het idee van kruiswegstaties werd door de Kruisvaarders mee terug genomen naar

Europa, waar processies en spelen werden ontwikkeld en waar artiesten de kruisweg afbeeldden in

5


schilderijnen, sculpturen en geschriften. Sommige van deze ceremonies vinden vandaag de dag nog

steeds plaats in Europa: het Oberammagau Passiespel in Duitsland, Semana Santa in Spanje, en overal

in Europa zijn talloze kruiswegstaties te vinden. Ondertussen ontwikkelden de Franciscanen, die in

Jeruzalem waren achtergebleven om zorg te dragen voor de heilige plaatsen, een veertiende

kruiswegstatie. Negen staties zijn direct terug te herleiden tot passages uit de Evangeliën; de overige

vijf komen uit de Middeleeuwse Europese christelijke traditie.

Sabeel’s Kruisweg van de Palestijnse christenen

Palestijnse christenen, die een vitaal onderdeel van de Palestijnse gemeenschap vormen, zijn het

nageslacht van de eerste discipelen en apostelen die door Jezus werden geroepen en die hem hebben

nagevolgd. Zij zijn de nakomelingen van de christenen die tweeduizend jaar geleden, op de dag van

het Pinksterfeest, de kracht van de Heilige Geest ervoeren en antwoordden op het Evangelie, het

goede nieuws van Jezus Christus. Tegelijkertijd zijn de Palestijnse christenen van het Heilige Land

van nu zich pijnlijk bewust van hun afnemende aantal. Vandaag de dag behelzen zij negen procent

van de Arabisch-Israëlische bevolking en minder dan twee procent van de totale Israëlische

bevolking. Sabeel is een Palestijns christelijk centrum dat werkt met Palestijnse christenen uit alle

verschillende denominaties. Als theologisch centrum werkt Sabeel vanuit een een theologie van

bevrijding die oog heeft voor de actuele situatie en hoe deze situatie de christelijke gemeenschap

beïnvloedt.

Sabeel streeft ernaar een spiritualiteit te ontwikkelen die gebaseerd is op gerechtigheid, vrede,

geweldloosheid, bevrijding en verzoening voor iedereen, ongeacht religie of nationaliteit. ‘Sabeel’

betekent ‘de weg’ in het Arabisch, en ook ‘kanaal’ of ‘bron van levengevend water’. Deze ‘Kruisweg

van de Palestijnse christenen’ is ontwikkeld als een daad van aanbidding, geworteld in het land waar

Jezus is geboren, heeft geleefd en is overleden. De Kruisweg van de Palestijnse christenen verbindt de

oorspronkelijke gebeurtenissen van Goede Vrijdag met het doorgaande lijden van het onderdrukte

volk dat vandaag in datzelfde land leeft. De Kruisweg van de Palestijnse christenen is een manier om

anderen te helpen iets te begrijpen van de gebeurtenissen die deze plaats vol onrust sinds de

afgelopen eeuw hebben gevormd. Ook is het een manier om aandacht te vragen voor het werkelijke

en voortdurende lijden van het Palestijnse volk. De Kruisweg van de Palestijnse Christenen probeert

een eerlijke weergave van de situatie te geven, en vraagt eenvoudigweg aan hen die deelnemen in

deze daad van aanbidding om te luisteren en te bidden voor ons en met ons wanneer we uitkijken

naar een rechtvaardige, allesomvattende en blijvende vrede.

Suggesties voor gebruik

De Kruisweg van de Palestijnse Christenen kan op verschillende manieren worden gebruikt:

- Drie of vier staties per week gedurende de hele vastentijd;

- Twee of drie staties per dag tijdens de Stille Week;

- Als vorm van aanbidding of op Goede Vrijdag of als basis voor een workshop op die dag;

- Tijdens zondagsschoollessen of Bijbelstudiegroepen;

- Voor persoonlijk gebruik.

Het idee van dit boekje is dat het op verschillende manieren gebruikt kan worden. Er staat veel

informatie en materiaal in waarvan we hopen dat u deze kunt gebruiken op de manier die bij u past.

Pauzeer een moment na elke statie en overdenk wat u heeft gehoord en de persoonlijke verhalen die

u heeft gelezen. U kunt op zo’n moment een lied zingen, of een moment van stilte hebben. Wat u ook

kiest, uw gebed en ondersteuning zijn van grote waarde en een enorme bron van bemoediging voor

de Palestijnen, die leven onder de schaduw van de bezetting. Wanneer het gebruik van dit boekje u

inspireert om u verder in te zetten voor het werk van Sabeel, neem dan contact op met Sabeel voor

meer informatie.

6


SABEEL Ecumenical Liberation Theology Center

P.O.B. 49084 Jerusalem 91491

Tel: +972.2.532.7136 Fax: +972.2.532.7137

Email: sabeel@sabeel.org

Website: www.sabeel.org

Stichting Vrienden van Sabeel Nederland

Postrekening 3276280, Culemborg

E-mail: info@vriendenvansabeelnederland.nl

Website: www.vriendenvansabeelnederland.nl

7


Gebruiksaanwijzing

Deze liturgie kan gebruikt worden in kleine of grote groepen en door individuen. De gewoon

weergegeven tekst is geschikt om hardop door een individu te worden voorgelezen. Teksten die

cursief zijn weergegeven kunnen in stilte worden gelezen. De teksten die vetgedrukt zijn, kunnen

door de hele groep gelezen worden.

De staties hoeven niet noodzakelijkerwijs allemaal in één keer gebruikt te worden – elke statie kan als

een op zichzelf staande liturgie gebruikt worden. De staties kunnen in elke willekeurige volgorde en

combinatie gebruikt worden, afhankelijk van de hoeveelheid tijd die u hebt en welke specifieke

onderwerpen het meest geschikt lijken om aandacht op te vestigen.

Aan het einde van dit boek vindt u een lijst van websites die u kunt raadplegen voor extra

fotomateriaal, kaarten en actuele informatie, evenals een leeslijst. Aan het eind van elke statie kunt u

muziek laten horen of zelf zingen. Aan het einde van dit boekje hebben we wat suggesties van

meditatieve muziek uit de Taizétraditie toegevoegd. Sommige van deze liederen bevatten een

Arabische vertaling. Ook hiervoor geldt weer: voelt u zich vrij dit materiaal te gebruiken op een

manier die het best past bij de manier waarop u deze kruisweg gebruikt.

De volgende liederen zijn achterin het boekje te vinden:

Kyrie Eleison (vooral geschikt na statie 1 of 8)

O Lord hear my prayer (met Arabische vertaling – vooral geschikt na statie 2, 4, 6, 7 en/of 11)

Prijs de Heer, mijn ziel (met Arabische vertaling – vooral geschikt na statie 5 en/of 10)

Jesus, remember me (vooral geschikt na statie 9 en/of 13)

Veni Sancte Spiritus (vooral geschikt na statie 14)

De Bijbelteksten in dit boekje komen uit de Nieuwe Bijbelvertaling.

Overdenking vooraf

Wie diep in de levens van de Palestijnen kijkt, kan de kruisen zien die veel Palestijnen dragen – het kruis van

het verloren recht om in hun geboorteplaats te leven; het kruis van dakloosheid ten gevolge van de vernieling

van huizen; het kruis dat mensen dragen wanneer hun land en hun bezit worden afgenomen; en de kruisen van

vernedering die zovelen elke dag dragen. Tenslotte is er de geleidelijke druk van de muur, die de dorpen die het

omsluit langzaam doet verstikken. Veel Palestijnen beleven de gebeurtenissen van Goede Vrijdag elke dag. Hun

kruisweg is lang en zwaar. Hun lijdensweg lijkt eindeloos en hopeloos.

8


De traditionele kruiswegstaties

Veel mensen zullen bekend zijn met de christelijke veertigdagentraditie waarin de kruisweg herdacht wordt die

Christus maakte na zijn veroordeling tot de dood. Toen droeg hij het kruis naar de plaats waar hij gekruisigd

zou worden. De Evangeliën vertellen over enkele gebeurtenissen die tijdens deze kruisweg plaatsvonden, en door

de eeuwen heen zijn rondom deze gebeurtenissen verschillende tradities ontstaan. Sommige kerkgebouwen

hebben afbeeldingen of sculpturen die deze gebeurtenissen laten zien. Deze worden gebruikt als bron van gebed

en meditatie, vooral tijdens de periode voor Pasen, die we de veertigdagentijd noemen, en in het bijzonder

tijdens de Stille Week, de week die voorafgaat aan het Paasfeest.

DE EERSTE STATIE

Jezus wordt ter dood veroordeeld

DE TWEEDE STATIE

Jezus draagt zijn kruis

DE DERDE STATIE

Jezus valt voor de eerste keer

DE VIERDE STATIE

Jezus ontmoet zijn moeder

DE VIJFDE STATIE

Simon van Cyrene helpt Jezus zijn kruis te dragen

DE ZESDE STATIE

Veronica dept Jezus’ gezicht droog

DE ZEVENDE STATIE

Jezus valt voor de tweede keer

DE ACHTSTE STATIE

Jezus ontmoet de vrouwen van Jeruzalem

DE NEGENDE STATIE

Jezus valt voor de derde keer

DE TIENDE STATIE

Jezus wordt van zijn kleding ontdaan

DE ELFDE STATIE

Jezus wordt aan het kruis genageld

DE TWAALFDE STATIE

Jezus sterft aan het kruis

DE DERTIENDE STATIE

Jezus wordt van het kruis gehaald

DE VEERTIENDE STATIE

Jezus wordt in het graf gelegd en staat op de derde dag op uit de dood

9


De staties in de kruisweg

van de

Palestijnse christenen

DE EERSTE STATIE

De Nakba van 1948

DE TWEEDE STATIE

Vluchtelingen

DE DERDE STATIE

De bezetting van 1967

DE VIERDE STATIE

Nederzettingen

DE VIJFDE STATIE

Stress en vernedering

DE ZESDE STATIE

Solidariteit

DE ZEVENDE STATIE

Huizenvernietigingen

DE ACHTSTE STATIE

Vrouwen tegen de bezetting

DE NEGENDE STATIE

Checkpoints

DE TIENDE STATIE

Bureaucratische onderdrukking

DE ELFDE STATIE

Gaza

DE TWAALFDE STATIE

De muur

DE DERTIENDE STATIE

Het verlies van Jeruzalem

DE VEERTIENDE STATIE

Wat zal de veertiende statie zijn?

10


(1) DE NAKBA VAN 1948

Palestijnen refereren aan de gebeurtenissen van 1948 als “an-Nakba” –

de ramp. In navolging van de afspraken van het VN Verdelingsplan

zoals voorgesteld in 1947, beginnen Joodse militaire groepen met geweld

met het innemen van grote gebieden van Palestina. Tijdens deze

periode worden meer dan vierhonderd dorpen ontvolkt, doordat de

bewoners met geweld worden verdreven of vluchten voor de

aanstormende Joodse militanten. Het meest stuitende voorbeeld van de

vernietiging van dorpen is Deir Yassin in april 1948. In Deir Yassin,

een bloeiende Palestijnse gemeenschap van zo’n zeshonderd mensen,

vond een massamoord plaats van ongeveer honderdtwintig mannen,

vrouwen en kinderen door de Irgun en de Sterngroep (zionistische

terreurbewegingen). De erfenis van 1948 is nog altijd voelbaar bij het

Palestijnse volk. Zaken over het recht op terugkeer en compensatie voor

de vluchtelingen die gevlucht zijn en wiens huizen en bezit zijn

vernietigd of in beslag genomen – zaken waar volgens VN resolutie 194

compensatie voor had moeten komen – moeten nog altijd opgelost

worden. Israël is, als verantwoordelijke voor de verdrijving van deze

Palestijnen, de vernietiging van hun dorpen en steden, het ontzeggen

van hun basisrechten en het illegaal overheersen en onderdrukken van

de Palestijnse bevolking, moreel verantwoordelijk om dit onrecht

Tegenover de Palestijnen te erkennen en er verantwoordelijkheid voor te

nemen.

STATIE 1

OVERDENKING

Zoals Jezus ter dood veroordeeld werd, zo hebben de

gebeurtenissen van 1948 een doodsvonnis geveld over

meer dan vierhonderd historische Palestijnse dorpen

door het hele land die volledig vernietigd zijn. We

herdenken de pijn van het verlies van gemeenschap,

familienetwerken en een thuis. We openen onze ogen

voor het eerste begin van verwoesting, veroorzaakt door

het ontstaan van de Staat Israël – een verwoesting die

nooit volledig erkend is, en we denken aan deze mensen

en hun herinneringen.

GETUIGENIS

“Ik kan de drie verschrikkelijke dagen in juli 1948 niet vergeten. De pijn ervan staat in mijn geheugen

gegrift. En hoe hard ik het ook probeer: ik kan mezelf er niet van verlossen. Eerst dwongen Israëlische

soldaten duizenden Palestijnen hun huizen bij de Mediterraanse kust te verlaten, zelfs families die

hier al eeuwen woonden... Daarna liepen we, vermoeid en uitgeput, drie dodelijke dagen lang door

de heuvels, zonder water. Joodse soldaten volgden ons en schoten soms over onze hoofden om ons

bang te maken en ons op te jagen. Terreur vulde mijn gedachten – ik was toen elf – en ik vroeg me af

wat er zou gaan gebeuren. Ik herinner me dat ik mijn vader en zijn vrienden afluisterde toen ze

anderen alarmeerden over recentelijke massamoorden door Joodse terroristen. Zouden ze ons ook

doodmaken?”

- Audeh Rantisi 1

11


SCHRIFTLEZING

Psalm 69: 2-4

Red mij, God,

het water staat aan mijn lippen,

ik zink weg in een bodemloos slijk

en vind geen grond voor mijn voeten,

ik ben in diep water geraakt,

de stroom sleurt mij mee.

Uitgeput ben ik van het roepen,

mijn keel is schor geschreeuwd,

mijn ogen zijn verzwakt

van het uitzien naar mijn God.

REFLECTIE

Ik bereikte Bir’am [mijn geboorteplaats, die in 1948 vernietigd is] bij zonsopkomst. Het werd steeds

lichter en de zon scheen warm door de olijftakken. Alleen de fluitende vogels en het geluid van mijn

voetstappen op het grind doorbraken de stilte. De geruïneerde stenen huizen om me heen waren

verlaten, spookachtig. Ik klom op een afgebrokkelde muur van het vaag verlichte huisje boven de

kerk. In de parochiewoning zochten zwaluwen schaduw onder de overgebleven dakpannen. Ik stond

daar verstijfd, stomgeslagen, bijna bevangen door een gevoel van eenzaamheid.

En tegelijkertijd, op hetzelfde moment, beving me onbewust een diep gevoel van leven. Vanuit de

wrakkige huizen beeldde ik me in dat ik gelach hoorde, vrouwenstemmen, mannen in diepe

gesprekken verwikkeld. In de kerk, onder de lege en wankelende stenen toren waarvan onze

kerkklok meegenomen was, hoorde ik kinderen het Alleluia weer zingen. Toen realiseerde ik me dat

zelfs bommen onze toewijding aan God, het leven en het land zoals we dat hier beleefd hadden, niet

geheel kunnen vernietigen. Hoe hartverscheurend dat mensen Gods ideaal voor vrede tussen

verdeelde broeders zomaar naast zich kunnen neerleggen, en zelfs elkaar kunnen aanmoedigen hun

macht te misbruiken om een andere groep te verjagen. Wij zijn geroepen om, zoals Jezus, die mensen

naar voren te brengen die vernederd en neergeslagen zijn.

- Bisschop Elias Chacour 2

12


GEDICHT

Doodsvonnis

In de nacht kwamen de bevelen tot de soldaten

Om ons liefelijke dorp te vernietigen: Zeita.

Zeita! Bruid van de bomen,

van bloeiende tulpen,

glinstering van de winden!

De soldaten kwamen in het duister

terwijl de zonen van het dorp

de bomen en velden en bloemknoppen

zich vastklampten aan Zeita

haar omhelzend voor een schuilplaats...

“Bevelen vereisen dat jullie allen vertrekken

Zeita zal worden vernietigd voor het morgenlicht aanbreekt.”

Maar wij hielden vol, zingend:

Zeita is het land, het hart van het land,

en wij, haar volk, zijn haar takken.

Dit is hoe mensen ter val komen -

een paar kleine momenten van verzet,

zodat Zeita ‘s nachts een eeuwige omhelzing blijft

Maar in een oogwenk werd zij vuilnis,

geen broodoven, hoe klein ook, bleef gespaard

Mensen en stenen

werden geplet en gebroken onder vijandige tractors,

voor altijd verstrooid in het licht van het onmogelijke.

Nu, in de avonden

in het lied van onze wind

verrijst Zeita, haar scharlaken schitter ontstekend

over de vlakten

En in de morgen

keert Zeita terug naar de velden

zoals tulpen doen.

De nacht is de morgen in Zeita,

de nacht is de morgen.

- Sulafa Hijjawi 3

AFSLUITEND GEBED

Al duurt de nacht van onderdrukking lang,

het licht van gerechtigheid zal spoedig schijnen.

Moge God werken door mensen van goede wil

om een waarachtige vrede te brengen

gebaseerd op gerechtigheid en mededogen

zodat vergeving en verzoening zullen zegevieren

voor alle mensen van Palestina. Amen.

Wees een ogenblik stil voor persoonlijke

overdenking van de levens van de

mensen die in deze dorpen hebben

geleefd – hoe de dorpen zijn veranderd in

1948 en hoe deze verandering de levens

van de mensen, volwassenen en

kinderen, uit deze dorpen voor de rest

van hun leven heeft veranderd.

13


(2) VLUCHTELINGEN

De Palestijnse vluchtelingencrisis komt voort uit het onstaan

van de Staat Israël in 1948 en de daaropvolgende oorlog en

bezetting van 1978. De oorlog van 1948 heeft ervoor gezorgd

dat 750.000 Palestijnen zijn gevlucht naar de omliggende

landen Libanon, Syrië, Jordanië en Egypte; hetzelfde lot

overkwam 460.000 mensen in de oorlog van 1967. in 1949

werd de UNRWA (United Nations Relief and Works Agency

for Palestine Refugees) opgericht om directe hulpverlening en

werkprogramma’s voor de Palestijnse vluchtelingen op te

zetten. De UNRWA begon met dit werk op 1 mei 1950.

Aangezien het vluchtelingenprobleem nog steeds niet opgelost

is, heeft de Algemene Vergadering keer op keer het mandaat

van de UNRWA vernieuwd. Momenteel zijn er, volgens

statistieken van de UNRWA uit 2010, 778.993 geregistreerde vluchtelingen op de Westoever en 1.106.195

vluchtelingen in Gaza, en zijn er 2.805.294 geregistreerd in Jordanië, Libanon en Syrië. De leefomstandigheden

voor vluchtelingen die in een UNRWA-kamp leven zijn erg moeilijk. De vluchtelingen op de Westoever en in

Gaza hebben vaak nog geen eigen woonplaats en geen burgerschap. Israël blijft het recht op terugkeer van de

vluchtelingen ontkennen. Het oplossen van het vluchtelingenvraagstuk zal een sleutelonderdeel zijn van alle

onderhandelingen met betrekking tot het Israëlisch-Palestijnse conflict.

STATIE 2

OVERDENKING

Jezus droeg het gewicht van zijn kruis. Het gewicht van het kruis gedragen door de Palestijnen valt

het zwaarst op de vluchtelingen, – iets minder dan twee miljoen op de Westbank en in Gaza en meer

dan 2,8 miljoen erbuiten – voor wie de onteigening van 1948 en 1967 een dagelijkse realiteit zijn. Net

als Jezus lopen zij de weg van lijden, belast met hun pijn.

SCHRIFTLEZING

Psalm 42

Zoals een hinde smacht

naar stromend water,

zo smacht mijn ziel

naar u, o God.

Mijn ziel dorst naar God,

naar de levende God,

wanneer mag ik nader komen

en Gods gelaat aanschouwen?

Tranen zijn mijn brood,

bij dag en bij nacht,

want heel de dag hoor ik zeggen:

‘Waar is dan je God?’

Weemoed vervult mijn ziel

nu ik mij herinner hoe

ik meeliep in een dichte stoet

en optrok naar het huis van God –

een feestende menigte,

juichend en lovend.

Wat ben je bedroefd, mijn ziel,

14


en onrustig in mij.

Vestig je hoop op God,

eens zal ik hem weer loven,

mijn God die mij ziet en redt.

Mijn ziel is bedroefd,

daarom denk ik aan u,

hier in het land van de Jordaan,

bij de Hermon, op de top van de Misar.

De roep van vloed naar vloed,

de stem van Uw waterstromen –

al uw golven slaan

zwaar over mij heen.

Overdag bewijst de HEER mij zijn liefde,

’s nachts klinkt een lied in mij op,

een gebed tot de God van mijn leven.

Tot God, mijn rots, wil ik zeggen:

‘Waarom vergeet u mij,

waarom ga ik gehuld in het zwart,

door de vijand geplaagd?’

Mij gaat door merg en been

de hoon van mijn belagers,

want ze zeggen heel de dag:

‘Waar is dan je God?’

Wat ben je bedroefd, mijn ziel,

en onrustig in mij.

Vestig je hoop op God,

eens zal ik hem weer loven,

mijn God die mij ziet en redt.

REFLECTIE

Vanuit het perspectief van een Palestijn kan de Psalm 42 worden gebruikt als de schreeuw van een

vluchteling. De psalmist is waarschijnlijk uit zijn thuisland verdreven. Levend in Jordanië of Libanon

denkt hij terug aan gelukkiger tijden, aan zijn vrienden en buren, de aanbiddende menigten – vooral

de grote feesten, wanneer mensen samen vol blijdschap feest vierden, met liederen en lofgezangen

voor God. Hij denkt terug aan zijn eigen aandeel in deze vreugdevolle activiteiten. Wanneer hij het

verleden terugroept, realiseert hij zich de pijn van vandaag, verbannen uit zijn land, beroofd van zijn

eigen huis, levend in rouw en wanhoop, frustratie en angst. De turbulente wateren en de

stormachtige zeeën verbeelden de zorgen en rampen die hij heeft meegemaakt. Zijn herinneringen

aan Palestina zijn schitterend en opwindend, maar maken het des te moeilijker het lijden van vandaag

te dragen. Zijn enige hoop is God. Het vertrouwen op God is de enige weg naar een betere toekomst;

hoop op God is het enige medicijn en de enige remedie voor een neergeslagen geest. Daarom bezwijkt

hij niet onder zijn wanhoop. God zal hem recht doen. God zal komen om hem te helpen en hem

redding te brengen.

- Naim Ateek 1

GETUIGENIS

“Voor 1948 woonde mijn familie in Haifa, de prachtige havenstad aan de kust in het noorden van

Palestina. Mijn vader kwam uit een grote familie die veel land bezat en veel invloed had. De

grootvader aan mijn moeders kant werkte voor de Barclay’s Bank in Haifa. In 1948 verloor mijn

moeders familie hun huis, een verschrikkelijke gebeurtenis. De familie raakte ontheemd in hun eigen

land, gedwongen door de gewapende eenheden van de Israëlische Hagana, en leden ook daarna nog

aan de gevolgen van vervolging en discriminatie in eigen land.

15


Mijn familie raakte ontheemd en verloor elkaar uit het oog toen we probeerden te ontsnappen aan

zionistische ammunitie. Sommigen gingen naar steden in Galilea, zoals Nazareth, terwijl anderen

onder de open lucht in de nacht naar Libanon vluchtten, waar ze terechtkwamen in de stad Damour.

Enkele van ons probeerden een aantal dagen, weken en zelfs maanden later terug te keren naar hun

huizen, om teruggestuurd te worden door de geluiden en aanblikken van Israëlische geweren aan de

grens. Ze werden gedwongen op te krabbelen in hun ballingschap, zonder geld, land en naam in hun

nieuwe toevluchtsoorden. Hun verliezen zijn nooit gecompenseerd en nooit mochten ze terugkeren

naar hun huizen, ondanks aanhoudende pogingen van de afgelopen decennia.

Mijn vader is oud en zal spoedig sterven, ver van het thuis dat hem is afgenomen, ver van de

bongerds die langs mijn moeders veranda groeiden, hoewel dit volgens internationale wetten nog

altijd van ons is. Nu genieten er mensen van die mijn ouders vluchtelingen hebben gemaakt.”

- Rabee’ Sahyoun 2

WANNEER ZOU IK EEN VOGEL WORDEN?

“Toen ik jong was, stelde ik me soms voor dat ik een kleine vogel was die zomaar van de ene naar de

andere plaats kon vliegen. Ik kon landen waar ik maar wilde. Ik stond dan voor een spiegel en zong

zoals een vogel zou zingen. Ik knipte vleugels van papier, schminkte mijn gezicht om op een vogel te

lijken, en stond op het bed en probeerde naar de grond te vliegen.

Mijn grootvader, die zich toen hij klein was soms voorstelde dat hij een boom was, geworteld in de

grond, vertelde me vaak: “Word een boom, met wortels. Want land is alles voor de mens. Wie geen

land wil, is geen mens. Als ik een boom was, zou ik in Palestina zijn gebleven.”

Ik vertelde hem dan dat ik een vogel wilde blijven en op zijn schouders wilde landen.

Maar hij zou tegen me roepen: “Ga weg, je breekt mijn takken! Je bent geen vogel.”

Mijn grootvader overleed, maar nog steeds voelde ik mezelf een vogel.

Toen ik groter werd, realiseerde ik me langzamerhand dat ik geen vogel kon zijn, want ik ben een

Palestijnse vluchteling. Dit betekende dat ik niet kon vliegen waarheen ik maar wilde, want ik had

geen land en, uiteindelijk, geen identiteit. Ik werd me ervan bewust hoe belangrijk het is voor een

mens om een land te hebben waarin hij geworteld is.

Maar mijn land is daar en ik wil terugkeren naar mijn land, in Palestina. Ik wil terugkeren, zodat ik

een identiteit zal hebben – zoals mijn grootvader had voor hij Palestina verliet.

Ik wil terugkeren om vrij te zijn, vrij om te kunnen kiezen of ik een vogel wil zijn – zoals ik altijd zo

dolgraag wilde zijn – of een boom, zoals mijn grootvader wilde dat ik zou zijn.”

- Mona Zaaroura 3

AFSLUITEND GEBED

Barmhartige God, onze toevlucht en beschermer, we gedenken voor u diegenen die vluchteling

zijn geworden in de kampen van de Westoever en Gaza, van Libanon, Jordanië, Syrië, en diegenen

die zich over de wereld verspreid hebben. Versterk de wil van de internationale gemeenschap om

hen weer een thuis te geven en vergoedingen, in de naam van Degene die zelf een vluchteling

werd, en die nu leeft en regeert tot in eeuwigheid. Amen.

Neem een ogenblik van stilte in acht om persoonlijk de levens te gedenken van degenen die in 1948 en 1967 uit

hun huizen zijn gevlucht en nog altijd naar terugkeer verlangen.

16


(3) DE BEZETTING VAN 1967

1967 was het jaar van de Zesdaagse Oorlog,

waarin het Israëlische leger met geweld de

door Jordanië geregeerde Westoever en de

door Egypte geregeerde Gazastrook innam.

Net zoals in 1948 ging deze bezetting

gepaard met de vernietiging van veel

dorpen en de onteigening van huizen en

gemeenschappelijke plaatsen. Ongeveer

460.000 Palestijnen werden verbannen,

waaronder ongeveer 175.000 geregistreerde

vluchtelingen van het conflict in 1948, die

nu werden gedwongen voor een tweede keer

te vluchten. Vlak na de verovering werd een

volkstelling gehouden. Degenen die die dag

niet thuis waren omdat ze familie bezochten

of naar school gingen buiten het land,

kregen geen toestemming om als inwoners

terug te keren. Zo werden zij voorgoed van hun families en thuisland gescheiden. De bezetting van 1967 duurt

voort tot op vandaag de dag, in tegenspraak met internationale wetgeving, en het voortdurende Israëlische bezit

en de onderwerping van het Palestijnse volk door middel van de bouw van nederzettingen, sluitingen,

bureaucratische pesterijen en militaire controle weerspreekt de manier waarop een bezetter officieel een

bevolking onder diens macht behoort te behandelen.

STATIE 3

OVERDENKING

Wanneer we kijken naar de bezetting van de Westoever en Gaza en nadenken over Jezus die voor de

eerste keer viel, denken we aan deze tweede klap voor de Palestijnse gemeenschap. Het kwijtraken

van hun thuisland aan anderen was een verwoestend verlies. Hun leven onder bezetting was en is

nog steeds een kruis dat zij dragen. Het is een kruis dat al drieënveertig jaar voortduurt. Palestijnen

hebben geen land om het hunne te noemen, geen paspoort, geen eigen plek in de wereld van de

volkeren. Het landschap wordt doorsneden met prikkeldraad, checkpoints, nederzettingen en muren.

We bidden voor inzicht en vastberadenheid om deze illegale bezetting te weerstaan en het kwaad

ervan te benoemen.

SCHRIFTLEZING

Psalm 31:10-15

Heb erbarmen, HEER, want ik verkeer in nood,

mijn ogen zijn gezwollen van verdriet, mijn ziel en mijn lichaam verkwijnen,

mijn leven verloopt in ellende, zuchtend slijt ik mijn dagen,

door eigen schuld slinken mijn krachten, tot op mijn botten teer ik weg.

Bij allen die mij belagen wek ik de lachlust, bij mijn buren nog het meest.

Wie mij kennen zijn verbijsterd,

wie mij zien aankomen op straat wenden zich af en ontvluchten mij.

Vergeten ben ik als een dode, weg uit het hart,

afgedankt als gebroken aardewerk.

Ik hoor de mensen over mij fluisteren, van alle kanten dreigt gevaar.

Ze steken de hoofden bijeen en smeden plannen om mij te doden.

Maar ik vertrouw op u, HEER, ik zeg: U bent mijn God...

17


GETUIGENIS

“Het was maandagmorgen, 5 juni, toen we merkten dat er iets mis was. De scholen sloten en mijn

man moest de kinderen van school gaan halen. De Arabische radiostations gaven informatie over

naderende legertroepen. Het was een dag vol angst en terreur. Mijn moeder, zus en ik begonnen

zandzakken te vullen om de ramen van de kelder te vullen, en toen mijn man teruggekomen was,

brachten we matrassen, eten en kaarsen naar de kelder. We besloten dat we onze huizen niet zouden

verlaten. We werden in 1948 immers ook voor de gek gehouden, toen we niet naar onze huizen

konden terugkeren en ze daardoor voor altijd kwijtraakten. Het duurde twintig jaar voor we er

bovenop waren komen, een huis hadden en een vast inkomen. We zouden het niet uithouden als we

onze huizen nog eens zouden verliezen.

Mijn man en ik besloten vanuit het centrum richting Beit Hanina te lopen om te zien wat er met onze

garage was gebeurd, op de grens tussen Oost- en West-Jeruzalem. Er waren veel mensen op straat die

allemaal het centrum uitliepen. Toen we bij Shu’fat aankwamen, hoorden we dat iemand onze namen

riep. Het was onze familiedokter, Saliba Saeed. Hij nam me apart en zei: “Georgette, je man moet de

garage nu niet zien. Hij is volledig beschadigd en het zou teveel voor hem zijn als hij het zou zien.”

De garage was het bedrijf waar mijn man zijn hele leven aan gewerkt had, en dat veel families werk

had bezorgd – en er was niets meer van over. Voor de tweede keer in mijn leven kon ik de pijn niet

dragen om weer helemaal opnieuw te moeten beginnen. Het was teveel. O, God, het was teveel. Ik

begon na te denken hoe ik dit nieuws aan mijn man moest vertellen, zodat hij geen hartaanval zou

krijgen zodra hij het zou zien.”

- Georgette Rizek 1

GEDICHT EN GEBED

O God, hoor mijn gebed, want ik leef in ellende en duisternis.

Ze eigenden zich ons land toe – ze verdeelden het en beroofden het.

Ze verdraaiden waarheid en onderdrukten vrijheid.

Ze doorploegden onze velden en beplantten ze met onze lichamen.

Ze ontwortelden onze dorpen en vervingen ze door hun huizen.

In Uw naam, o God, mishandelden ze mij en werd mijn volk verstrooid.

In uw naam verwoestten zij en overwonnen. O God, hoor mijn gebed.

Ze ontwijdden onze heilige plaatsen en vernielden onze heiligdommen.

Ze kruisigden onze menselijkheid en vertrapten onze dromen.

Ze sloten onze universiteiten en omsingelden onze scholen

om onze kinderen en jongeren het zwijgen op te leggen en zich onze rechten toe te eigenen.

O God, we weten dat u ons bijstaat,

want u bent rechtvaardig en u bent eerlijk.

We zijn vastberaden,

O God, onze rechten te herwinnen,

want we vertrouwen erop

dat u ons zult bijstaan

omdat we geloven in uw gerechtigheid.

- Rima Nasir Tarazi

18


AFSLUITENDE OVERDENKING

Opnieuw een oorlog, en opnieuw moeten we het verlies van onze levens, ons land, onze families

en ons werk dragen. We worden in nog kleinere kooien gestopt. We worden gescheiden van onze

families, van onze cultuur, van onze identiteit.

We dromen van wat we verloren hebben, van wat we nooit gehad hebben. We dromen van

vrijheid. Het is een droom die bitter is, en zoet tegelijkertijd. 2

Neem wat tijd om na te denken hoe uw leven er uit zou zien onder bezetting.

19


(4) NEDERZETTINGEN

Elke regering sinds 1967 heeft

significante bedragen geïnvesteerd

in het vestigen en uitbreiden van

nederzettingen in de Bezette

Gebieden, zowel wat betreft de

grootte van het gebied als het aantal

mensen dat er is komen wonen. Het

resultaat van deze beleidsvoering is

dat er momenteel ongeveer 484.100

Israëlische burgers wonen in

nederzettingen op de Westoever en

zo’n 193.700 in Oost-Jeruzalem.

Dit expansionisme is bedacht om het

Israëlische paradigma van

“maximaal gebied, minimale

bevolking” te versnellen, wat betekent dat er een “maximum” hoeveelheid gebied voor Israël moet zijn, met een

“minimum” Palestijnse bevolking. Door het bouwen van ringen van nederzettingne rondom gebieden waar

Palestijnen wonen en regeren, weet Israël met resultaat de groei van de Palestijnse economie en de hoeveelheid

Palestijns land stil te leggen. Niet alleen verminderen nederzettingen het Palestijnse leven, ook maken zij

illegaal gebruik van natuurlijke bronnen.

STATIE VIER

OVERDENKING

Jezus’ lijden was onschuldig en zijn dood was onrechtvaardig. Evenzo schendt de vestiging van

nederzettingen op bezet gebied door de bezetter, internationale wetgeving. De onteigening van

andermans land, het opbouwen van tientallen bewapende nederzettingen en het onrecht ten gevolge

daarvan brengt het hele Midden-Oosten schade toe. Het bemoeilijkt de mogelijkheden voor een einde

van de bezetting. Het schendt de Vierde Conventie van Genève door land te onteigenen en

gemeenschappen te vernietigen. De schade voor de Palestijnen is evident, maar de nederzettingen

veroorzaken op lange termijn ook schade voor Israël, doordat het moeilijker wordt een staat te zijn

die in vrede leeft met zijn buurlanden.

SCHRIFTLEZING

Johannes 19:26-27

Toen Jezus zijn moeder zag staan, en bij haar de leerling van wie hij veel hield, zei hij tegen zijn

moeder: ‘Dat is uw zoon,’ en daarna tegen de leerling: ‘Dat is je moeder.’ Vanaf dat moment nam

die leerling haar bij zich in huis.

GETUIGENIS

De Al Kurd-familie in de wijk Sheikh Jarrah in Oost-Jeruzalem ontving een bevel van het Israëlische

Hooggerechtshof dat zij hun huis zouden worden uitgezet. De familie denkt dat het huis elk moment

ontruimd kan gaan worden. Het desbetreffende huis is de woning van een gehandicapte man, zijn

vrouw en vijf kinderen en hun families. De Al Kurd-familie zijn vluchtelingen van 1948 die sinds het

begin van de jaren vijftig in dit huis hebben gewoond, dat hun toegewezen is door de UNRWA, de

instantie van de Verenigde Naties die zich bezighoudt met Palestijnse Vluchtelingen.

De situatie van de Al Kurd-familie is vooral moeilijk, omdat ze de afgelopen zeven jaar hun huis

hebben “gedeeld” met een Israëlische familie die een deel van het huis heeft ingenomen. De moeder

20


van de familie, Fawzieh, verklaarde door middel van een vertaler dat zij in 1999 een muurtje hebben

gebouwd in het huis zodat hun zoon een eigen woning zou hebben. Toen de moeder in 2001 in het

ziekenhuis was met haar man, die bij een offensief gewond was geraakt, kwam een groep Israëliërs

het huis binnen, namen de woning van hun zoon in beslag en gingen er wonen. Sinds die tijd hebben

zij in hetzelfde huis gewoond, met slechts een dunne muur tussen hen in, en beide families delen de

veranda. Direct na de oorlog in 1967 claimden twee Israëlische kolonistenorganisaties al het recht op

het land in het gebied van Sheikh Jarrah, en in de vroege jaren tachtig claimden deze organizaties

eveneens het eigendomsrecht van het bezit van sommige families in Sheikh Jarrah. Sinds die tijd zijn

er veel lange en ingewikkelde legale procedures geweest. In 2007 beval het Israëlische

Hooggerechtshof de Israëlische familie in het huis van de Al Kurds uit te zetten, maar deze uitspraak

is nooit uitgevoerd.

Fawzieh is een vrouw die aanzien uitstraalt, maar die een nachtmerrieverhaal te vertellen heeft. De

rechtszaak heeft de Al Kurds al 120.000 shekel gekost, wat neerkomt op zo’n 246.000 euro. De

Israëlische bewoners boden haar een grote som geld aan om het huis te verlaten, wat ze geweigerd

heeft. Zes bewapende Israëliërs kwamen eens haar huis binnen toen ze alleen was, om haar bang te

maken. Ze legden een wapen neer bij haar in de buurt in de hoop dat ze haar zonen konden

beschuldigen van wapenbezit en hen zo gevangen konden nemen. Weer een andere keer kwamen ze

met drie bussen vol Israëlische kinderen en feestten buiten het huis, en ze lieten de rommel bij haar

achter.

De uitzetting van de Al Kurds zou een tragedie zijn voor de familie. De mensen in de buurt vrezen

tevens dat wanneer de Al Kurds worden uitgezet, dit een aanleiding zal zijn om toestemming te

geven voor nog meer Israëlische nederzettingen in het gebied van Sheikh Jarrah, wat de toekomst van

nog eens zevenentwintig families in gevaar zou brengen. In februari dit jaar (2008) stuurde een bedrijf

dat investeert in nederzettingen al een voorstel naar de Israëlische gemeente van Jeruzalem, waarin

werd voorgesteld de achtentwintig huizen in het gebied van Sheikh Jarrah te vernietigen en nieuwe

huizen te bouwen voor Joodse immigranten. 1

GEDICHT

Een deel uit “Staat van belegering”

Hier, op de heuvels, voor zonsondergang en de wapenmuil der tijd,

nabij boomgaarden onteigend van hun schaduw

doen wij wat gevangenen doen

wat de werklozen doen:

wij koesteren hoop

Onder belegering, wordt leven de tijd

tussen het herinneren van het begin

en het vergeten van het eind

Hier, op de hoogten van de rook, op het bordes van thuis,

is er geen tijd voor tijd

We doen wat zij die tot God naderen doen:

we vergeten pijn

Soldaten meten de afstand tussen bestaan en nietigheid

met de telescoop van een tank

Wij meten de afstand tussen onze lichamen en de granaten

met een zesde zintuig

De belegering wacht, wacht op een wankelende ladder als de storm het hevigst is

Als een fossiel in zijn eeuwigheid

Onder belegering wordt plaats tijd

treuzelend achter zijn gisteren en zijn morgen

- Mahmoud Darwish 3

21


AFSLUITEND GEBED

Heer, hoor ons wanneer we hen gedenken die lijden onder nederzettingen en in beslag genomen

land in Palestina. We bidden voor Palestijnse families die gedwongen worden hun huizen te

verlaten. We bidden voor Joodse kolonisten, dat u hun ogen opent voor nieuwe ideeën die ertoe

leiden dat ze in vrede kunnen leven met hun buren. We vragen u de handen de sterken van

Palestijnen en Israëliërs die zich inzetten voor een einde van de bezetting en een einde van het

onrecht. Tenslotte bidden we voor de mensen van Palestina en Israël, en voor onszelf, dat u ons de

weg zult wijzen om instrumenten van uw rechtvaardige vrede te zijn in uw wereld.

- Bill Baldwin 4

Neem in stilte de tijd om de onschuldige families te gedenken die te maken hebben gehad met het verlies van hun

thuis en hun land vanwege de bouw van nederzettingen.

22


(5) STRESS EN VERNEDERING

De beknelling en vernedering veroorzaakt door de bezetting, vooral sinds het begin van de intifada’s (opstanden

van het Palestijnse volk), brengen aantoonbaar fysieke en psychologische schade aan het Palestijnse volk.

Vanwege de twee intifada’s tegen de bezetting (de Eerste Intifada van 1987 tot 1993 en de Tweede Intifada van

2000 tot 2003), heeft het Israëlische leger de vrijheid van de Palestijnen steeds verder ingeperkt, met veel lijden

tot gevolg – inclusief vele arrestaties van jonge mannen en vrouwen. De angst om een administratieve

gedetineerde te worden, is een voortdurend aanwezige angst in het dagelijkse leven van de Palestijnen en heeft

uitwerking op de levens van de Palestijnen in de bezette Palestijnse gebieden. Net zoals de jaren voor de

intifada’s gebruiken de Israëlische autoriteiten ook nu administratieve detentie om vele Palestijnen te arresteren,

steeds wanneer een nieuwe fase in het conflict aanbreekt.

Er is een hoog aantal chronisch zieken en mensen met een hoge

bloeddruk; een aantal dat nog verder stijgt door de druk en

spanning van de bezetting. Ook de geestelijke gezondheid van

veel Palestijnen verslechtert. Het Ministerie van Gezondheid

van de Palestijnse Autoriteiten rapporteerde in 2002 een

toename van 105% in de dienstverlening voor geestelijke

gezondheidszorg en een toename van 72% in de vraag naar

adviserende dienstverlening in jaar 2008. Een rapport van

UNICEF in 2008 toont aan dat bijna 10 procent van de

kinderen jonger dan vijf jaar lijdt aan chronische

voedseltekorten. In Gaza, waar 50.000 kinderen ondervoed zijn,

is de situatie het ergst. Ongeveer de helft van de kinderen onder

de twee jaar lijdt aan bloedarmoede en 70 procent heeft een

tekort aan vitamine A. In bijna een derde van alle gezinnen

lijden kinderen aan onrust, angstaanvallen en depressie. Sinds

het begin van de Tweede Intifada in 2000 zijn meer dan 2500

kinderen (18 jaar en jonger) gearresteerd. Momenteel worden er

minstens 340 Palestijnse kinderen in Israëlische gevangenissen

vastgehouden.

STATIE VIJF

OVERDENKING

Het kruis is een eenzame last om te dragen. Het

kruis kan niet gedeeld worden – het wordt in

eenzaamheid gedragen. Simon van Cyrene neemt

het kruis echter kort van Jezus over. Vele mensen

vanuit de hele wereld komen om het kruis van de

Palestijnen te helpen dragen. Wanneer zij getuigen

van het lijden van deze gemeenschap en hun

verhalen vertellen, breekt hun aanwezigheid de

eenzaamheid van hun ellende door het ook hun

ellende te maken. Terwijl de Palestijnen hun kruis

dragen, kijken veel mensen toe en bieden hun aan

wat ze hebben. Degenen in machtsposities bieden

nog meer beschuldigingen en veroordelingen,

inclusief hoon en spot. Ja, er zijn ook vandaag de

dag hogepriesters, Herodessen, Pilatussen en

soldaten. Maar er zijn ook de Simon van Cyrene’s

23


die helpen de last te dragen; mannen en vrouwen die hun tranen van solidariteit aanbieden. Er zijn

mensen die zich onderweg bekeren. Zij zijn getuige van het grote onrecht dat gaande is en beginnen

zicht in te zetten voor wat rechtvaardig is. We bidden dat wij ook zo zullen zijn en worden.

SCHRIFTLEZING

Lucas 23:25-26

Hij [Pilatus] liet de man gaan die wegens oproer en moord gevangen was gezet en om wiens

vrijlating ze hadden gevraagd, en leverde Jezus uit aan hun willekeur. Toen Jezus werd weggeleid,

hielden de soldaten een zekere Simon van Cyrene aan, die net de stad binnenkwam. Ze legden het

kruis op zijn rug en lieten het hem achter Jezus aan dragen.

GETUIGENIS

“Mijn naam is Linda. Ik ben zestien jaar oud en ik kom oorspronkelijk uit het dorp Beit Jabreen waar

mijn familie woonde voor 1948, het jaar dat de Israëlische soldaten ons land innamen en het

Palestijnse volk verdreven. Na van ons vaderland te zijn beroofd, werden we gedwongen in

vluchtelingenkamp Azzeh te wonen. Ik bracht mijn tijd door in het Lajee Centrum, waar ik lid van

ben; ik houd van lezen. Sinds het begin van de Tweede Intifada, heeft ons volk veel nieuwe

problemen gekregen. Overal zijn soldaten, bijna elke avond is er een avondklok en overal zijn

checkpoints. Al deze dingen maken ons leven moeilijk. De situatie vervult me met verdriet en pijn. Ik

hoop in vrede te leven en vrijheid te kennen. Mijn droom is mijn studie af te maken en een baan te

vinden.”

“Mijn naam is Layan. Ik ben vijftien jaar oud. Op een dag kwamen Israëlische soldaten het

jeugdcentrum binnen waar jongeren samen muziek aan het maken waren, en ze begonnen op de

jongens en meisjes te schieten. De soldaten schoten en urenlang waren de jongens en meisjes bang.

Soms stopten ze vijf minuten om vervolgens weer verder te schieten. Ik wil vrede voor Palestina. Ik

houd van de vrede!” 1

REFLECTIE

Dit, en dit alleen

is ware religie –

je verwanten te dienen

Deze zonde is groter dan elke andere zonde:

je verwanten te beschadigen

In zo’n geloof is geluk,

in gebrek eraan is verdriet en pijn

Gezegend is degene die niet afwijkt

van dit rechte pad

Gezegend is degene wiens leven geleefd wordt

door onophoudelijk God te dienen

door andermans lasten te dragen

En zo alleen

wordt leven, werkelijk leven bereikt

Niets is te moeilijk voor hen die, zichzelf opzij zettend,

alleen hieraan denken:

hoe kan ik mijn medemensen helpen?

- Tulsidas 2

24


GEBED

Vader, Simon van Cyrene werd gedwongen het kruis van uw Zoon te dragen.

Geef ons de genade om vrijwillig de zware lasten te dragen van degenen die we ontmoeten

en hen bij te staan die ter dood worden veroordeeld...

Liefdevolle God, hoor ons:

Liefdevolle God, hoor ons in genade aan.

Wanneer alles wat we doen ter discussie wordt gesteld,

geef ons dan waardigheid, leiding en geduld:

Jezus, wees met ons in al onze inspanningen...

Liefdevolle God, hoor ons:

Liefdevolle God, hoor ons in genade aan.

Jezus zei: ‘Laat de kinderen tot mij komen,

want het koninkrijk van de hemel behoort toe aan wie is zoals zij.’

Bescherm en zegen de onschuldigen,

genees de beschadigde zielen,

vul de harten van toekomstige generaties niet met angst, maar met vreugde en hoop.

Liefdevolle God, hoor ons:

Liefdevolle God, hoor ons in genade aan.

Neem een moment de tijd om te denken aan degenen die voortdurend in stress en vernedering leven en denk na

over manieren waarop u hun lasten kunt verlichten.

25


(6) SOLIDARITEIT

Bil’in, een klein, vredelievend dorp omringd door

heuvels en valleien, is een Palestijns dorp datworstelt

om te verleven. Het dorp strijdt om zijn land veilig te

stellen, zijn olijfbomen, zijn bronnen... zijn vrijheid.

Liggend tussen Jaffa en Jeruzalem behoort Bil’in tot een

aantal lokale dorpen die onder de regering van de nabije

stad Ramallah vallen. Bil’in telt ongeveer 1800

bewoners. Zo’n 60% van het land van Bil’in,

waaronder delen van het meest geschikte land voor

boeren, is geannexeerd voor Israëlische nederzettingen

en de bouw van de apartheidsmuur van Israël. De

Staat Israël wurgt het dorp langzamerhand. Elke dag

wordt er een beetje meer vernield, en wordt er een

openluchtgevangenis gecreëerd voor de inwoners van

Bil’in.

Gesteund door Israëlische en internationale activisten, demonstreren bewoners van Bil’in elke vrijdag

geweldloos voor de plekken die ingenomen zijn voor de muur of voor nederzettingen. En elke vrijdag reageert het

Israëlische leger met zowel fysiek als psychologisch geweld. Door samen te werken met internationale en

Israëlische activisten, zijn de inwoners van Bil’in in staat geweest de erkenning van het Israëlische

Hooggerechtshof te krijgen, die recentelijk heeft bepaald dat de bouw van de apartheidsmuur zo vlakbij het dorp

illegaal is en dat deze elders gebouwd moet worden.

In lijn met hun liefde voor vrijheid en gerechtigheid, heeft een actieve groep jonge mannen en vrouwen besloten

een nieuwe gemeenschap op te richten in het dorp: ‘De Bil’in vrienden van vrijheid en gerechtigheid.’ Deze

gemeenschap streeft ernaar een wereldwijd netwerk op te zetten van mensen die zich inzetten voor vrijheid en

gerechtigheid voor iedereen. Het streeft ernaar de standvastigheid van het Palestijnse volk te versterken, de

geweldloze verzetsmethoden van de gemeenschap te verspreiden en het onderwijs van Palestijnse jongeren en

kinderen op scholen en universiteiten te helpen en ondersteunen.

Hun boodschap:

Samen kunnen we grenzen verwijderen en alle barrières doorbreken.

Samen kunnen we aan bruggen van vertrouwen bouwen en gerechtigheid bereiken.

Door onze vrienden kunnen we de beloofde toekomst zien,

een toekomst waarin allen in vrede, veiligheid en waardigheid leven,

een toekomst die geen racisme kent, waar allen recht hebben op een volledig en vrij leven. 1

STATIE ZES

OVERDENKING

CPT (Christian Peacemaker Teams) en

EAPPI (Ecumenical Accompaniment

Programme in Palestine and Israel)

werken in Hebron om de Palestijnse

gemeenschap bij te staan, Palestijnen die

dagelijks het hoofd bieden aan geweld en

mishandeling van kolonisten. Zij zijn

getraind in onderhandelen en

conflictmanagementvaardigheden, en

zijn wanneer nodig bereid hun leven in

te zetten om een fysieke barrière te

vormen tussen de onderdrukkers en de

onderdrukten. Als christenen zijn wij

26


geroepen om mededogen te hebben voor hen die lijden. We zijn echter ook geroepen tot handelen.

Wanneer we wreed onrecht zien gebeuren, is het niet genoeg om enkel te sympathiseren met de

onderdrukten. De heilige Veronica leerde ons dit toen zij te midden van de drukte en chaos van de

straten van Jeruzalem naar voren stapte om Christus te vertroosten, door zijn gezicht met een

kledingstuk af te deppen. Het was een kleine daad van vriendelijkheid en barmhartigheid, maar ook

van moed – Jezus was een veroordeelde misdadiger. Organisaties als CPT en EAPPI proberen

gedachten en overtuigingen om te zetten in handelingen die op hun beurt vrucht dragen.

SCHRIFTLEZING

Psalm 43:1-2

Verschaf mij recht, o God, vecht voor mijn zaak.

Bescherm mij tegen een liefdeloos volk, vol list en bedrog.

U bent toch mijn God, mijn toevlucht, waarom wijst u mij af,

waarom ga ik gehuld in het zwart, door de vijand geplaagd?

REFLECTIE

In oprechte aanbidding brengen mensen hun zieleleed, twijfels en frustratie in openhartigheid naar

voren, samen met hun lofprijzing en dankzegging. Gebeden wellen op uit de diepste ellende van het

leven onder bezetting. Palestijnen brengen niet alleen in de kerken en moskeeën hun gebeden bij God,

maar ook op de onmogelijke wegen van de Westoever en Gaza, in de wachtrijen bij de checkpoints of

wanneer zij toekijken als er een huis vernietigd wordt en een familie dakloos wordt, of als zij, jong en

oud, mannen en vrouwen, vernederd worden door Israëlische soldaten in de vele situaties van

onderdrukking. Op zulke momenten lijkt God ver weg te zijn, afwezig, niet betrokken, en de politieke

last van tyrannie is zwaar en ontoelaatbaar. Sommigen vervloeken en verketteren, anderen zuchten in

hun pijn en boosheid, terwijl weer anderen een stil gebed naar God uiten om de enorme last van

ongerechtigheid te verlichten.

De uitdaging in de aanbidding, vroeger en nu, is om een manier te vinden om God te blijven prijzen

en dank te zeggen zonder voorbij te gaan aan het zieleleed of de verlatenheid. Lof te brengen

27


wanneer rouwen echt nodig is, maakt dat de aanbidder des te sterker de leegte voelt en het leidt tot

een pijnlijke verwijdering tussen de aanbidding en het leven. Aanbidding die kracht geeft, is een

aanbidding die bereid is de aanbidder te volgen in het dodenrijk – de Sheol – en de diepten, naar de

laagste niveaus van verlatenheid. Palestijnse christenen halen veel vertroosting uit de ervaring van

Jezus’ discipelen op de boot op het Meer van Galilea. Het bulderende meer met haar hoge golven en

zware windvlagen bedreigde hun levens, terwijl Jezus in het vooronder lag te slapen. Ze maakten

hem wakker en zeiden: “Meester, kan het u niet schelen dat we vergaan?” Hij werd wakker en

vermaande de wind, en zei tegen de golven: “Kalmeer! Wees stil!” De wind nam af en het meerwerd

kalm. Toen richtte Jezus zich tot de discipelen en zei: “Waarom zijn jullie bang? Hebben jullie nog

steeds geen geloof?” (Marcus 4:35-41)

Onze ervaringen van vandaag zijn gelijk aan die van de discipelen. We bevinden ons op bulderende

golven, waar we door Israëlische militairen zijn ingegooid, en die ons langzaam doen verdrinken. De

dreigingen en gevaren zijn enorm. In onze angst en stervensnood richten we ons vrijmoedig tot God

en zeggen: “Kan het u niet schelen dat we vergaan?” Het antwoord is duidelijk: “Kalmeer! Wees stil!”

“Wees niet bang, want ik ben met jullie.” Dit is de zekerheid waar we ons aan vastklampen. We

weten dat God met ons is te midden van onze strijd tegen onrecht. Laten we ons werk voor een

rechtvaardige vrede voortzetten.

- Naim Ateek 2

GETUIGENIS

“In het gebied van Tel Rumeida hebben Israëlische soldaten voortdurend claim op het land gelegd

door Palestijnse huizen in te nemen. Het resultaat is een mengeling van Palestijnse en Israëlische

huizen die elkaar afwisselen. Het is rustig in de wijk als op deze vrijdagmiddag de schemering valt,

en onze gids leidt ons goed langs rotsachtige paadjes en onder laaghangende druiventrossen. We

worden gemaand bepaalde wegen niet te gebruiken, omdat deze gereserveerd zijn voor kolonisten,

en het gebruik ervan (door Palestijnen) kan de vijandige sfeer en mogelijk geweld in dit gespannen

gebied doen opruien.

Op het eerste gezicht is Tel Rumeida een rustige wijk voor de middenklasse, maar toch zijn er

griezelige tekens van een onderliggend conflict tussen de inwoners van Tel Rumeida. Prikkeldraad

verspert enkele paden, en Hebreeuwse graffiti gespoten op afbrokkelende muren zegt: “Dood aan de

Arabieren.” Op het dak van een Palestijns eenverdiepingshuis, zitten twee Israëlische soldaten

verscholen, verstopt onder de takken van een overhangende boom. Hoewel we hem niet kunnen zien,

wordt ons verteld dat er een soldaat in een van de torens is, die ons in stilte observeert. Wanneer we

het gebied verlaten is ons een zenuwslopend gevoel overvallen van in de gaten gehouden worden,

niet alleen door militairen en veiligheidscamera’s, maar ook door kolonisten en Palestijnen die naar

ons kijken en vermoeid wachten.” 3

AFSLUITEND GEBED

God van mededogen en barmhartigheid,

van genade en verzoening,

schenk uw kracht aan al uw kinderen in het Midden-Oosten.

Laat haat worden omgekeerd tot liefde, angst tot vertrouwen,

wanhoop tot hoop, onderdrukking tot vrijheid,

bezetting tot bevrijding,

mogen gewelddadige ontmoetingen vervangen worden door liefdevolle omhelzingen,

en mogen vrede en gerechtigheid door iedereen worden ervaren. Amen.

- Dominee Said Ailabouni 4

Neem een ogenblik tijd om na te denken hoe wij het best het beeld van Christus kunnen laten zien aan hen wiens

gevoelens van boosheid, angst en eenzamheid groeien met elke nieuwe inval in hun vaderland.

28


(7) HUIZENVERNIETIGINGEN

Huizenvernietigingen zijn een kenmerkend onderdeel van de Palestijnse situatie geworden en deel van het

Israëlische beleid, ondanks de wijdverspreide veroordeling ervan door internationale organisaties, NGO’s en

Israëlische vredesgroepen, en het feit dat het in tegenspraak is met internationale wetgeving. Israël gebruikt drie

afzonderlijke rechtvaardigingen voor het vernietigen van deze huizen: 1) als algemene straf (bijvoorbeeld de

huizen van mensen die van terreur verdacht worden of de families van zelfmoordterroristen); 2) voor het

ontbreken van bouwvergunningen die heel moeilijk, zo niet onmogelijk te verkrijgen zijn; en 3) vanwege

‘veiligheidsredenen’. Het hebben van een huis en een veilige plek om met je familie te leven is misschien wel een

van de meest vitale onderdelen van het leven. Een huis is de plek waar vrienden worden verwelkomd, waar eten

wordt gedeeld, waar liefde, slaap, gesprekken en gelach plaatsvinden. Een huis is de plek waar kinderen hun

eerste woordjes spreken, hun eerste stapjes zetten en langzaam maar zeker leren voor anderen te zorgen zoals er

voor hun gezorgd wordt. Een huis, een thuis, is het centrum van het leven van de meeste mensen. Het verlies

van een thuis raakt ons in het wezen van ons bestaan.

STATIE ZEVEN

OVERDENKING

Verzwakt door de wonden van zijn mishandeling, viel Jezus voor de tweede keer. Evenzo is het

voortdurende beleid van huizenvernietigingen door de Israëliërs een wrede en onmenselijke

gebeurtenis die ernstig bijdraagt aan het lijden van het al verzwakte Palestijnse volk. Het

vleesgeworden Woord vond zijn woning onder ons. Maar zijn thuis werd versplinterd, zijn botten

werden gebroken zoals de stenen van een vernietigd huis. Meer dan 18.000 Palestijnse huizen zijn

vernietigd, simpelweg omdat ze in de weg staan voor de uitbreiding van nederzettingen. Omwille

van de zogenaamde ‘veiligheid’ voor Israël, wordt de basis van de veiligheid van een familie voor de

toekomst verstrooid over het land. Een lichaam is meer dan vlees en botten, een huis is meer dan de

stenen die zijn muren vormen. Deze muren echoën en absorberen de hartslag van het leven dat erin

29


plaatsvindt: het oude en nieuwe leven van een familie die samenkomt rondom een tafel; een leven dat

generaties lang doorgaat. Wie een huis vernietigt, verwelkomt wanhoop.

SCHRIFTLEZING

Jesaja 53:8-9

Door een onrechtvaardig vonnis werd hij weggenomen.

Wie van zijn tijdgenoten heeft er oog voor gehad?

Hij werd verbannen uit het land der levenden,

om de zonden van mijn volk werd hij geslagen.

Hij kreeg een graf bij misdadigers,

zijn laatste rustplaats was bij de rijken;

toch had hij nooit enig onrecht begaan,

nooit bedrieglijke taal gesproken.

REFLECTIE

Dit is de enorme energie die deze pasgeborene, Jezus, losmaakt. Dit is zijn wonder. Hij schept

levenslust te midden van de machten van de dood en diens verleidingen. Onze levenslust vernietigen

– dat zou de grootste overwinning zijn voor koning Herodus. Dit is de werkelijke overwinning van

koning Herodes op het kindje Jezus. Het is het eeuwige conflict tussen Herodes (de autoriteiten) en

het kind (de droom). Raketten, tanks en bulldozers kunnen onze bewegingsvrijheid beperken, ons in

de hoek drijven en onze huizen vernietigen. Maar ze zijn niet in staat de levenslust in ons te

vernietigen. Pas als zij daarin slagen, hebben ze werkelijk overwonnen.

- Vader Rafiq Qoury 1

GETUIGENIS

“Het was midden in de nacht, rond een uur of vier uur, toen ons gezin wakker werd van

schreeuwende stemmen. We keken rond om te zien wat er gebeurd was, maar we konden niets zien.

We liepen het dak op (ons huis heeft drie verdiepingen) en we zagen het Israëlische leger – speciale

troepen, grenspolitie, ambulances, brandweerauto’s, politieauto’s. Ze omsingelden het huis van Abu

Eisheh, onze buur, en bevalen het gezin het huis te verlaten omdat ze het wilden vernietingen. Het

appartement van Abu Eisheh bestond uit vier verdiepingen en was een woning voor acht gezinnen in

Beit Hanina. Op dat moment was Abu Eisheh in het gerechtshof om toestemming te vragen voor de

30


ouw van de bovenste verdieping. Toen de families twee uur later nog steeds weigerden het huis te

verlaten, werden de families met geweld hun huis uit gedreven. Sommigen werden geslagen en

moesten naar het ziekenhuis worden gebracht. Het werd de families verboden hun inboedel, auto’s of

persoonlijke eigendommen mee te nemen.

De pers en waarnemers van de Verenigde Naties kwamen snel naar de omringende huizen, en de

daken waren vol van mensen die keken, foto’s namen en filmden. Rond negen uur ’s ochtends beval

het Israëlische leger iedereen de daken te verlaten en sloot een deel van de belangrijkste weg naar

Ramallah af. Normaal gesproken wordt Palestijnen, wanneer ze een vernietigingsbevel voor hun

huizen ontvangen, de mogelijkheid gegeven zelf hun huis te vernietigen. De familie van Abu Eisheh

weigerde dit te doen. Wanneer de Israëlische autoriteiten zelf echter de vernietiging verzorgen, sturen

ze een rekening naar de eigenaren, die de kosten van het vernietigen, de politiepatrouille en alle

andere gerelateerde kosten moeten betalen. Dus naast het thuisloos worden, moeten de huiseigenaren

ook nog de kosten van dit onrecht betalen. Diezelfde dag, om half zeven ’s avonds, stortte het huis in

tot een afvalhoop, terwijl helikopters erover heen vlogen. “Dit was een walgelijke en nutteloze vorm

van machtsmisbruik,” aldus een EAPPI vrijwilliger.” 2

GEDICHT

Het hart sprak

Wat hebben de problemen jullie aangedaan, huizen,

en waar zijn jullie bewoners –

hebben jullie nieuws van hen ontvangen?

Hier, waar zij behoren te zijn, en te dromen,

en hun plannen voor morgen behoren te maken –

waar zijn hun dromen en toekomst nu?

En waar zijn zij?

De puinhoop bleef stil.

Niets en niemand sprak, behalve de afwezigheid.

- Fadwa Tuqan 3

GEBED

Wij prijzen u, heilige God, omdat u nieuwe leven schept uit ellende en verlies.

In uw barmhartigheid,

troost allen die hun huizen zijn kwijtgeraakt

vanwege vervolging, oorlog, ballingschap,

of doelbewuste vernietiging.

Geef hen veiligheid, een plek om te wonen,

en buren die ze vertrouwen

om met hen een nieuw teken van vrede te zijn voor de wereld.

Amen. 4

Neem tijd om hen te gedenken die, net zoals Jezus, “geen plek hebben om hun hoofd te laten rusten” omdat hun

huizen door het geweld van huizenvernietigingen vernietigd zijn.

31


(8) VROUWEN TEGEN DE BEZETTING

Veel vrouwen hebben zich op verschillende manieren tegen de bezetting verzet. Twee groepen Israëlische en

Palestijnse vrouwen hebben samen de “Jerusalem Link” gevormd, bestaande uit een Palestijnse tak, het

Jerusalem Centre for Women (“Vrouwencentrum Jeruzalem”), en een Israëlische tak, Bat Shalom (“Huis van

Vrede”). Samen voorstaan zij een gezamenlijke ideaal van rechtvaardige vrede, democratie, mensenrechten en

vrouwelijk leiderschap. De Women in Black (“Vrouwen in het Zwart”)begonnen in januari 1988 met getuigen

tegen de bezetting, en elke vrijdag staan zij in Jeruzalem en andere steden van Israël, altijd op dezelfde tijd en

dezelfde locaties, gekleed in het zwart, met zwarte borden in de vorm van een hand waarop de tekst “Stop de

bezetting” staat geschreven in het Hebreeuws, Arabisch en Engels. Machsom Watch (“Checkpoint Toezicht”)

werd in 2001 opgericht als antwoord op de schending van mensenrechten van Palestijnen bij checkpoints, waar

niet alleen de bewegingsvrijheid van Palestijnen in Israël beperkt wordt, maar ook in de Palestijnse steden.

STATIE 8

OVERDENKING

Evenals op vele andere plaatsen ter wereld waar onrecht en

onderdrukking gedijen, zijn ook in Palestina en Israël vrouwen, vaak

degenen geweest die, ondanks hun eigen diepe pijn, zich rustig en

moedig hebben verzet tegen onrecht en de lijdenden hebben bijgestaan.

Vrouwen in Jezus’ tijd huilden om het lijden van hun medemensen. Ook

vandaag hebben vrouwen de moed om namens de lijdenden actie te

ondernemen. De simpele aanwezigheid van vrouwen is vaak genoeg om

een gewelddadige situatie te verwarren, en jonge mannelijke soldaten

gedragen zich vaak minder slecht wanneer er vrouwen zijn van de

generatie van hun moeders en grootmoeders, die getuige zijn van hun

handelen. Opnieuw vergt het ook hier weer moed om ‘de nauwe weg’ te

bewandelen...

SCHRIFTLEZING

Lucas 23:27-28

Een grote volksmenigte volgde Jezus, evenals enkele vrouwen die zich op de borst sloegen en over

hem weeklaagden. Jezus keerde

zich echter naar hen om en zei: ‘Dochters van Jeruzalem, huil niet

om mij. Huil liever om jezelf en je kinderen...’

32


Micha 6:8

Er is jou, mens, gezegd wat goed is,

je weet wat de HEER van je wil:

niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten

en nederig de weg te gaan van je God.

GETUIGENIS

“Palestijnen proberen de barrières van de soldaten

te doorbreken. Sommige dagen zijn slecht.

Sommige dagen zijn goed. Maar meestal is het

gewoon het dagelijkse leven bij checkpoint

Qalandia, een checkpoint waar dagelijks een

groep Israëlische vrouwen staat.

Een man kijkt naar beneden. Geconfronteerd met

de weigering van de soldaten, staan zijn ogen

somber. Aan de andere kant van de barrière is zijn

verloofde in gesprek met een soldaat. Smekend

probeert ze de soldaat te overtuigen haar naar de

andere kant van het checkpoint te mogen, waar

haar verloofde op haar wacht. Ze slaagt er niet in.

De soldaten laten haar niet door. Dit is het

dagelijkse leven bij checkpoint Qalandia – een

checkpoint dat de Westoever scheidt van de

Westoever die nu het bezette Oost-Jeruzalem is; een checkpoint dat Palestijnen van Palestijnen scheidt

en Ramallah van Jeruzalem. Hier staan twee lange rijen mensen, wachtend op de goede boodschap

van de soldaten om door te mogen lopen, naar de andere kant van de barrière.

Drie oude vrouwen lopen langzaam naar de soldaten, die de doorgang van de Palestijnen van en naar

Jeruzalem bewaken. De vrouwen dragen een bescheiden wit bord met de tekst “Machsom Watch –

vrouwen voor mensenrechten.” Het zijn Israëlische vrouwen. Een van hen stopt, terwijl de man wiens

verloofde doorgang was geweigerd, zijn verhaal vertelt. Nog steeds probeert zijn verloofde het

checkpoint door te komen, maar de soldaat wuift met zijn hand als teken van weigering. De

Israëlische vrouw luistert zorgvuldig naar een van de vele dagelijkse verhalen bij het checkpoint.

Een van de vrouwen is Maya, een professor aan een Israëlische universiteit. In haar vrije tijd zet ze

zich in voor Machsom Watch. Elke week gaat zij met een groep van honderdvijftig vrouwen op

verschillende tijden naar verschillende checkpoints, om ervoor te zorgen dat mensenrechten worden

gehandhaaft. Zo proberen zij te voorkomen dat Israëlische soldaten onrecht begaan tegenover

Palestijnen. Maya doet dit al twee jaar. “Ik moest gewoon iets doen,” zegt ze wanneer haar gevraagd

wordt waarom ze zich voor Machsom Watch inzet. “En nu ben ik mijn onschuld kwijtgeraakt. Het

zou veel gemakkelijker zijn geweest om thuis te blijven, zoals zoveel Israëliërs doen. Maar dat kun je

alleen doen als je niet weet wat er aan de hand is. Nu ik het weet, moet ik gaan.””

- Louise Bjerre Dalum 1

REFLECTIE

De verachten en onderdrukten zijn de dragers van veel hoop, hoop die zichtbaar wordt in haar roep

om gerechtigheid. Zij verwachten van hemel en aarde, van mensen en van God, dat zij in staat zullen

zijn hun vertrapte waardigheid te herontdekken. God beschouwde deze hoop en deze roep om

gerechtigheid zo wezenlijk, dat hij zichzelf met de onderdrukten identificeerde.

In hun gezichten zien we Gods gezicht.

Wanneer we de ware God willen dienen, en niet een of andere afgod, – of dit nu gemak, rijkdom,

zelfbevestiging, religie of zelfs onze eigen versie van ethische zuiverheid is – moeten we doen zoals

Veronica deed. We moeten de cirkel van egoïsme doorbreken en acht slaan op het bloedende gezicht

van onze medemensen. Want zij zijn het grote sacrament van God, de tekenen en instrumenten van

33


authentieke Goddelijke werkelijkheid. Wanneer we niet delen in het leven van de onderdrukten,

delen we niet in het leven met God.

- Leonardo Boff 2

GEDICHT

Een deel uit: Aan Siniora – mijn nieuwe vriendin uit Gaza

Jij vroeg mij naar mijn kinderen,

ik vroeg jou naar je gezin,

jij liet mij je kunstwerken zien,

ik liet jou mij schrijfsels en foto’s zien,

je lachte en zei: “Je kinderen lijken op je.”

Je liet me je prachtige museum zien

met schitterend geboorduurde Palestijnse jurken,

je vroeg: “Welke vind je het mooist?”

Ik wees naar een donkerblauwe met rood borduursel,

zoals degene die ik trots droeg

tijdens mijn poëziepresentaties lang geleden.

“Ik zal hem voor je borduren en het naar je opsturen in Haifa,”

zei je plotseling zacht.

Ik was zo ontroerd en omhelsde je, lieve Siniora,

mijn nieuwe, warme vriendin in Gaza,

met vrouwen is het zo natuurlijk, zo eenvoudig.

Toen onze blauwe bus ons wegreed,

zwaaiden we naar elkaar met een lach

gevolgd door een traan in onze ogen,

mijn fantastische nieuwe vriendin in Gaza –

met vrouwen is het zo natuurlijk, zo eenvoudig.

Mannen! Leer voor een keer eens van vrouwen,

laat vrouwen jullie helpen om vrienden te maken, en vrede

met vrouwen is het zo natuurlijk, zo eenvoudig.

- Ada Aharoni 3

AFSLUITENDE REFLECTIE

Vrouwen maken dingen – en terwijl we,

in onze afzonderlijke werelden,

in de morgen de haren van onze dochters vlechten,

jij en ik,

elk zachtjes neuriënd,

stopt plotseling, en luistert

naar de melodie van de ander.

- Hanan Ashrawi 4

Neem een moment de tijd om na te denken hoe u reageert wanneer uw ogen worden geopend voor onrecht. Wat

heeft u toen gedaan? Welke hoop kunt u bieden?

34


(9) CHECKPOINTS

Checkpoints zijn een belangrijk onderdeel van het Israëlische

systeem van blokkades. Ze worden gebruikt om de toegang en

uitgang tot bijna alle steden op de Westoever en de gehele

Gazastrook te bewaken. Veel checkpoints staan op een vaste

plaats, maar er zijn ook tijdelijke checkpoints, die op

verschillende plaatsen langs de wegen op de Westoever en in

Gaza staan. De checkpoints werden aanvankelijk gecreëerd

onder de regering van Rabin om de ‘veiligheid’ van Israël te

garanderen. De meeste checkpoints worden nu echter vaker

gebruikt om de bewegingsvrijheid van Palestijnen in de steden

op de Westoever te controleren, dan in of naar Israël zelf.

Mensen staan urenlang in de hitte, regen en kou, lijdend onder

deze vorm van collectieve afstraffing. Ze moeten vergunningen

krijgen om enkel hun familie of een dokter te bezoeken, of om in een andere gemeenschap te kunnen werken.

STATIE NEGEN

OVERDENKING

De willekeurige aard van de checkpoints drukt een stempel op het dagelijks leven van de Palestijnen,

omdat zij steeds wanneer ze een checkpoint naderen, niet zeker weten of ze toegang zullen krijgen

om naar hun familie, de dokter of hun werk te gaan. Het verkeer is verstopt, en voetgangers moeten

driehonderd bouwvallige meters lopen om door te kunnen lopen. Er zijn geen toiletten en er is geen

water beschikbaar, terwijl Palestijnen vaak uren wachten in de zon, regen of kou voor een reis die

vaak maar erg kort is. Checkpoints scheiden Palestijnen van elkaar. Het zijn obstakels die zelfs de

kortste afstand lang, frustrerend en oncomfortabel maken.

35


SCHRIFTLEZING

Psalm 142

Luid roep ik tot de HEER,

luid smeek ik tot de HEER om hulp,

bij hem stort ik mijn hart uit,

bij hem klaag ik mijn nood.

Ik ben ten einde raad,

u kent de weg die ik moet volgen,

u weet dat op mijn pad

een strik verborgen ligt.

Ik kijk terzijde en zie

niemand die om mij geeft,

nergens een toevlucht voor mij,

niemand die hecht aan mijn leven.

Ik roep tot u, HEER:

‘U bent mijn schuilplaats,

al wat ik heb in het land van de levenden.’

Hoor mijn noodkreet,

ik ben uitgeput en moe,

verlos mij van mijn vervolgers,

zij zijn sterker dan ik.

Leid mij uit de beklemming,

dat ik uw naam mag loven

in de kring van de rechtvaardigen:

u hebt naar mij omgezien.

GETUIGENIS

“Twee jaar geleden trouwde ik met Muaiad Abu Rideh en kreeg een jaar later een baby, een meisje:

Shadah. Ze kwam al in de zevende maand van mijn zwangerschap ter wereld, maar het gaat goed

met haar.

Zeven maanden geleden werd ik opnieuw zwanger. Afgelopen donderdag, vier september, kreeg ik

stekende pijn in mijn buik en ik begon hevig te bloeden. Rond zeven uur ’s avonds ging ik naar

dokter Fathi Odeh in Jawarish, want ons dorp heeft geen gespecialiseerde artsen. Hij gaf me

medicatie en zei dat alles goed zou komen, maar ik zag geen vooruitgang en de pijn werd nam zelfs

toe.

Rond middernacht was de pijn niet meer te dragen. Ik maakte mijn man wakker en vroeg hem me

naar het ziekenhuis te brengen. Toen hij zag hoe erg ik leed, belde hij zijn broer Udai, die in het

centrum van ons dorp woont, om ons in zijn auto naar het ziekenhuis te brengen. Udai en mijn

schoonmoeder arriveerden binnen enkele minuten. Mijn man tilde me op en droeg me naar de auto.

Ik had zo’n pijn dat ik niet meer kon lopen.

We reden richting het ziekenhuis in Nablus rond tien voor één ’s nachts. Bij checkpoint Zatara

vertelden we de soldaten dat ik zwanger was en naar het ziekenhuis moest, en ze lieten ons zonder

problemen door. Toen we bij checkpoint Huwware kwamen, lieten de soldaten ons echter niet door.

Ze zeiden dat we geen vergunning hadden om het checkpoint met de auto door te gaan. We zeiden

dat mijn broer een vergunning heeft om checkpoint Ma’ale Efraim te passeren, want hij werkt in de

nederzettingen in de Jordaanse Vallei, maar ook dat hielp niet.

De pijn nam toe. Ik voelde me alsof ik elk moment kon bevallen. Af en toe kwamen de soldaten naar

de auto en keken naar mij op de achterbank. Ik maakte me ernstig zorgen om de baby en moest er

steeds aan denken dat ik mogelijk in de achterbank zou moeten bevallen, terwijl de soldaten

toekeken.

36


Ik bleef gillen, huilen en roepen om hulp. Ik weet niet hoe lang het duurde, maar plotseling merkte ik

dat de baby naar buiten kwam. Ik riep mijn schoonmoeder en Udai, die buiten de auto stonden: “Ik

geloof dat de baby komt!” Ik deed mijn kleren uit. Ik was bang dat ze me naakt zouden zien en dat de

baby iets zou overkomen. Mijn schoonmoeder riep: “Ja, ik kan het hoofdje zien, de baby komt eruit!”

Ik vroeg haar te trekken, en zij zei: “Ademhalen! Duwen!” Ik voelde de baby bewegen, alsof het om

hulp riep en ons vroeg het te helpen naar buiten te komen. Mijn schoonmoeder bedekte me met mijn

kleding. Ik riep mijn man: “De baby komt!” Hij riep in het Hebreeuws iets naar de soldaten dat ik niet

kon verstaan.

Ik weet niet precies wat er toen gebeurd is, maar toen de artsen kwamen, namen ze mij met autostoel

en al mee in de ambulance. Ik voelde de baby niet meer bewegen en realiseerde me dat de baby was

overleden. Het doet veel pijn als ik eraan denk hoe ik de baby in me voelde bewegen en wat hem is

overkomen. Wat deed hij verkeerd? Omdat er niemand was die me bij de bevalling kon helpen, is

mijn baby overleden. Naheel Awni Abd al-Rahim.”

- Abu Rideh 1

GEBED

Geef ons moed wanneer we uw dood gedenken

en uw verrijzenis uit de dood,

door gesloten deuren

en afzettingen ontstaan uit angst, wantrouwen en twijfel.

Kom en openbaar uzelf aan ons, Heer Jezus.

Op deze momenten van lijden en onrecht,

of we ons nu gevangen voelen in

onderdrukking of ongeloof, afmatting of wanhoop.

Keer deze ballingschap van zorgen en zwakte

om tot een nieuw vaderland van vreugde en kracht;

door de genade van uw levengevende Geest onder ons.

We kunnen niet de rouw ontkennen

en de verontwaardiging die we voelen.

We zijn verwond

uit liefde voor u en voor dit land.

Behoed ons, o God

voor het verharden van ons hart

voor verachting van uw woord

en onze vijanden.

Amen.

- Vader Keith Kimber 2

Neem tijd om de gevolgen van de checkpoints te bedenken die eenvoudige menselijke verbindingen – een bruiloft

van een familielid in een andere stad, het bezoek aan een specialist voor een medisch probleem, of simpelweg

naar het werk gaan – een dagelijkse afmattende bezigheid maken.

37


(10) BUREAUCRATISCHE ONDERDRUKKING

Het dagelijkse leven van een Palestijn wordt vaak

gekenmerkt door een eindeloos web van papieren en

formulieren om vergunningen en

identiteitsdocumenten te kunnen verkrijgen om een

relatief normaal leven te leiden. Wanneer het niet lukt

deze documenten te verkrijgen, kan dit leiden tot een

blijvende ontzegging van het recht om in de plaats te

wonen en werken waar iemand al jaren heeft

gewoond. Deze procedures zijn echter zo moeilijk

gemaakt, dat veel mensen verward en neergeslagen

raken vanwege inadequate dienstverlening. Het

Ministerie van Binnenlandse Zaken in Oost-

Jeruzalem is bijvoorbeeld één klein kantoor dat zich

bezighoudt met geboortebewijzen,

huwelijksvergunningen, overlijdensbewijzen,

identiteitskaarten en reisdocumenten voor zo’n 300.000 Palestijnen. Mensen wachten soms uren vanaf de

vroege morgen, om later te ontdekken dat het kantoor die dag niet open gaat, of niet in staat is hun specifieke

vraag te behandelen. Mensen blijven gemeentebelastingen betalen, maar zelfs de meest basale onderdelen van

een beschaafde maatschappij zijn overduidelijk onder de maat voor de Paletsijnen. In Oost-Jeruzalem worden

bijvoorbeeld al jaren lang geen postdiensten verzorgd.

STATIE TIEN

OVERDENKING

Net zoals Jezus door Romeinse soldaten werd bespot en vernederd, worden gewone Palestijnen

vandaag de dag vernederd door systemen en ambtenaren die macht over hen uitoefenen en hun

bewegingsvrijheid beperken.

De Israëlische wetgeving schrijft voor dat de identiteit, bewegingsvrijheid en het recht om op een

bepaalde plaats te leven van Palestijnen wordt bepaald door een door de regering verstrekte

identiteitskaart. Deze kaarten, waar ook iemands geboorteplaats, religie en reisbeperkingen op staan

vermeld, mogen door Israëlische soldaten op elk gewenst moment worden opgevraagd voor

veiligheidsmaatregelen bij checkpoints of persoonlijke onderzoekingen. Voor verhuizen, het bouwen

van nieuwe huizen of het bijbouwen van ruimtes aan bestaande huizen zijn vergunningen vereist.

Om deze vergunningen te krijgen, moeten mensen naar een klein, onderbemand kantoor in Oost-

Jeruzalem toe, waar ze vaak uren in de rij staan voor ze hun verzoek kunnen indienen. Wanneer we

denken aan de bespotting en vernedering die Jezus onderging in de handen van de Romeinse

bezettende machten, gedenken we ook het Palestijnse volk dat door de bureaucratie van de

Israëlische bezetting verzwakt wordt.

SCHRIFTLEZING

Matteüs 27:27-31

De soldaten van de prefect namen Jezus mee naar het pretorium en verzqamelden de hele cohort om

hem heen. Ze kleedden hem uit en deden hem een scharlakenrode mantel om, ze vlochten een kroon

van doorntakken en zetten die op zijn hoofd. Ze gaven hem een rietstok in zijn rechterhand en vielen

voor hem op de knieën. Spottend zeiden ze: ‘Gegroet, koning van de Joden,’ en ze spuwden op hem,

pakten hem de rietstok weer af en sloegen hem tegen zijn hoofd. Nadat ze hem zo hadden bespot,

trokken ze hem de mantel uit, deden hem zijn kleren weer aan en leidden hem weg om hem te

kruisigen.

38


GETUIGENIS

“Ik ben geboren en woon in Jayyous, vlakbij de stad Qalqilya. Ik ben vijfendertig jaar oud, de achtste

uit een gezin van tien kinderen. Mijn vrouw heet Rania, en ik heb een dochter, Raghad, en een zoon,

Ihab. Ik werk bij een van de waterbronnen bij het land van ons dorp. Mijn baan bestaat ondermeer uit

het bijhouden van de hoeveelheid water die elke boer mag krijgen en dit water goed verdelen. Ik ben

zelf ook een boer en verbouw olijven, guaves, tomaten, aubergines, zoete peper en komkommer. Ik

bezit tien dunam (tweeënhalve hectare) land zelf en verhuur veertig hectare. Ik verbouw deels in de

open lucht en deels in kassen.

In Jayyous zijn bruiloften een belangrijk onderdeel van het sociale leven. Iedereen kent elkaar. De

bruidegom nodigt alle dorpelingen uit voor een feest. Er is een grote ceremonie en een feest met veel

muziek. Maar nu is ons leven veranderd. Sinds augustus 2003 doorkruist de Israëlische muur – een

muur en een hekkensysteem – ons land. De ontwrichting begon echter een jaar eerder al, toen Israël

land begon in te nemen en de muur begon te bouwen.

Voor de muur er was, konden we wanneer het maar nodig was naar ons land toe. In de zomer gingen

er we rond vier uur ’s ochtends al naar toe. We bleven er vaak tot tien uur ’s avonds, en

combineerden ons werk met gesprekken, eten met vrienden, gezelligheid. Nu kunnen we alleen naar

ons land toe als we Israëlische vergunningen hebben, en toegang is slechts op beperkte tijden

mogelijk. De Israëlische soldaten openen de poorten niet altijd, maar als ze dat doen is het vaak rond

zeven uur ’s ochtends, rond het middaguur en half zes ’s avonds, voor een periode variërend van

enkele minuten tot anderhalf uur.

Jayyous heeft 13.000 dunams (3.250 hectare) grond. Negenduizend dunam bevindt nu aan de andere

kant van de muur. We maken ons zorgen om het water – meer dan vijfenzeventig procent van ons

water bevindt zich aan de andere kant van de muur, en we kunnen er alleen naar toe met de juiste

vergunningen. Als zij het water gaan opeisen, is het gedaan met ons.

Ik ben bang dat mijn kinderen in dezelfde omstandigheden zullen moeten leven als de volwassenen

van nu. Had u mijn vader gevraagd wat hij voor mijn toekomst wenste, dan zou hij hetzelfde gezegd

hebben. Al sinds 1948, toen ons het land is afgenomen, is het zo geweest.”

- Saleh Qademi 1

BELIJDENIS

Ik geloof in de gelijkwaardigheid van alle mensen,

rijk en arm.

Ik geloof in vrijheid.

Ik geloof in menselijkheid, waardoor we eenheid kunnen creëren.

Ik geloof in de liefde in een ieder van ons,

en in een thuis, gelukkig en gezond.

Ik geloof in de vergeving van onze zonden.

Ik geloof dat met Gods hulp

we de kracht zullen hebben om gelijkwaardigheid in onze maatschappij te bereiken.

Ik geloof in eenheid, de enige weg om vrede te bereiken,

en ik geloof dat we samen gerechtigheid kunnen verkrijgen.

- Geschreven door jonge mensen in Peru

39


REFLECTIE

Wanneer ik terugga naar Zweden...

zal ik mensen vertellen over het onrecht.

Ik zal spreken over de illegale muur en de economische verliezen.

Maar vooral zal ik spreken over de mensen...

de mensen die zo erg hun vrijheid en mensenrechten verdienen,

de Palestijnse mensen die verlangen naar vrede en gerechtigheid

zodat zij een normaal leven kunnen leiden.

- Anna Jonasson 2

Neem een moment de tijd om de kleine, verborgen vormen van onderdrukking te gedenken die bijdragen aan

verdere moeilijkheden in het dagelijkse leven van Palestijnen.

40


(11) GAZA

De Gazastrook is een klein stukje land aan de Mediterraanse kust.

In het zuiden grenst Gaza aan Egypte, dat tussen 1949 en 1967

de Gazastrook bestuurde tot Israël inviel en het gebied bezette.

Sinds de verklaring door in 2007 Israël dat Gaza een ‘vijandige

entiteit’ is, heeft Israël een strategie ontwikkeld die zich erop richt

Hamas’ politiek te verlammen en tot onderwerping te brengen

ten koste van anderhalf miljoen onschuldige Palestijnen die de

Gazastrook bevolken. Israël rechtvaardigt haar acties door te

benadrukken dat Hamas een islamitische groep is die weigert

Israël te erkennen en zich erop richt het land te vernietigen door

zelfgemaakte Qassamraketten af te schieten richting het zuiden

van Israël. Hoewel Israël claimt dat het niet langer de

verantwoordelijkheden van een bezetter draagt sinds het de

nederzettingen in Gaza heeft teruggetrokken in september 2005,

heeft Israël nog steeds controle over de grenzen, het luchtruim en

de zee ter groote van een gebied van 365 vierkante kilometer. Op

deze manier forceert Israël een blokkade rondom heel Gaza. Af en

toe laat Israël goederen toe tot Gaza, maar nog altijd voorziet de

staat niet in genoeg brandstof, eten en medische voorzieningen.

De isolatie heeft geleid tot een bovenmatige humanitaire crisis en critici en journalisten beschrijven Gaza als “de

grootste openluchtgevangenis ter wereld”. Door collectief de Palestijnen te ‘straffen’ om politiek succes te

bereiken, handelt Israël volledig in tegenspraak met internationale mensenrechten. 1

STATIE ELF

OVERDENKING

Jezus wordt aan het kruis genageld – de meest fysiek zware en pijnlijke stervensmethode die ooit

door mensen bedacht is. Zijn lichaam, verzwakt en bloedend door de voorafgaande mishandelingen,

is gebroken en versplinterd door deze laatste handeling van wreedheid. Ook de Palestijnen gaan

gebukt onder fysieke en

gewelddadige

verwoesting – misschien

wel het meest in Gaza,

want de Gazastrook heeft

tot nu toe het meeste te

lijden gehad van Israëlisch

geweld en intimidatie. Het

Israëlische leger heeft daar

meer dan vijfduizend

huizen vernield sinds het

begin van de Tweede

Intifada, waardoor

duizenden Gazanen

dakloos zijn geworden en

nu leven in sportstadions

en beschadigde

vluchtelingenkampen,

hele families in een kamer.

De vernietigiging van

infrastructuur, waterbronnen en agricultuur doordringt de al langer verzwakte en vermoeide

structuren van de gemeenschap.

41


SCHRIFTLEZING

Lucas 23:33-34a

Aangekomen bij de plek die de Schedelplaats heet, werd hij gekruisigd, samen met de twee

misdadigers, de een rechts van hem, de ander links. Jezus zei: ‘Vader, vergeef hun, want ze weten

niet wat ze doen.

Klaagliederen 1:12

Jullie die hier voorbijgaan, raakt het jullie niet? Merk toch op en zie:

is er leed als het leed dat mij wordt aangedaan...

GETUIGENIS

“Maher al Shawwa, van tweeënveertig jaar oud, is

een citroenboer in Beit Hanoun, in de Gazastrook.

In mei 2003 vernietigde het Israëlische leger met

geweld de vijfentwintighonderd sinaasappel- en

limoenbomen “om te voorkomen dat militairen

van Hamas ze zouden gebruiken als dekking of

bescherming”. “We zijn onze bron van inkomsten

kwijtgeraakt. We zijn ons oranje goud kwijt,” zei

Maher al Shawwa, terwijl we door zijn

geruïneerde citroenvelden liepen. “Elke boom is

als een kind voor me.” Terwijl hij een van zijn

verdroogde bomen aanraakte, zei hij: “Ik heb er

vijftien jaar lang voor gezorgd. De bomen dragen

pas na vijftien jaar vrucht. En als hij veertig jaar

oud is, heb ik er winst van. Hij berekende zijn

verlies van honderdduizenden euro’s en voegde toe: “Ik ben veertig jaar terug in de tijd gegaan.” Een

van zijn werkers, Ibrahim Hussein, negenenvijftig jaar oud, sliep buiten zijn kleine huisje temidden

van de velden toen de bulldozers kwamen. “Ze vuurden drie schoten op me af en bevalen me binnen

te blijven,” zei hij. “Ik zag vijf bulldozers.” Terwijl de werkers sinaasappels opraapten die van de

vernietigde groene takken waren gevallen, vervolgde hij: “Ze vernietigden de boerderij. Ik ben mijn

salaris kwijt, net als twintig andere boeren.” Rond hem lagen doorgesneden irrigatiepijpen,

neergehaalde hekken en een zware ijzeren deur, omgevallen door de kracht van een bulldozer. “Gaat

dit terreur tegenhouden?” vraagt meneer Shawwa. “Het leidt tot het tegenovergestelde. Ik, mijn oom

en mijn twee tantes zijn 2500 citroenbomen kwijtgeraakt. Dit is meer dan een catastrophe. Dit is

werkelijk terrorisme. Het zal terrorisme voortbrengen.”” 2

GEDICHT

De struisvogel

Over de Israëlische aanslag op vluchtelingenkamp Rafah in Gaza, 25 mei 2004. Door Peyvand Khorsandi.

De struisvogel van de kinderdierentuin Rafah

weet binnen een oogwenk wat te doen.

Zijn huis is met de grond gelijk gemaakt door Israëlische troepen,

knoeiende, moorzuchtige lomperds.

“Ik word vervolgd,” zegt hij, “van deur

tot deur, niemand geeft er ook maar iets om.”

Het is, zeker weten, tijd dat de terreur stopt

als onze Kangaroe bang is om te huppen

als Meneer Schildpad in zijn schild blijft

en zelfs de kinderen worden gedwongen te rebelleren.

42


Zouden deze harteloze mensen, vraag ik u

als een struisvogel, niet als een moslim of jood,

meer tanks op Palestijnse grond doen rijden

als we onze kop in het zand steken?” 3

GETUIGENIS

Het Ahli Arab Ziekenhuis is bekend en gerespecteerd als voorziening in de hoogste kwaliteit gezondheidszorg

voor alle vrouwen, kinderen en mannen van Gaza, ongeacht hun religie, nationaliteit of achtergrond.

“Ongeveer kwart over twee vannacht werd

dokter Salah, de oproepkracht arts van het

Ahli Arab Ziekenhuis, gewekt door het

geluid van een explosie in de verte. Binnen

de daaropvolgende minuten zag hij het

heldere licht van een raket naderen. Hij keek

toe toen de raket binnen tien meter langs

hem heen schoot en de Sint Philipskerk

raakte (op het terrein van het ziekenhuis).

Een oude vrouw was net voor de aanval in

de eerstehulpafdeling aangekomen. Precies

op het moment dat de arts met haar

behandeling en onderzoek begon, raakte de

raket de volgende deur, en wierp hem op de

grond. Het duurde enkele minuten voor de

elektrische generator weer aanging, en tegen de tijd dat hij in staat was bij haar te komen, was de

vrouw overleden. “Ze stierf uit angst,” zei dokter Salah.

De vernietiging stopte niet bij de kerk. De pediatrische kliniek was ook beschadigd, doordat het valse

plafond en de ventilatiesystemen naar beneden vielen. Door het hele ziekenhuis heen – het gedeelte

voor fysieke therapie, de stafruimtes, het laboratorium, medische rapporten, het mortuatorium, de

glazen vloeren van de bibliotheek, gebroken ramen, deuren uit hun voegen geblazen door de kracht

van de explosie. De schade aan het ziekenhuis is enorm, en vele andere gebouwen lieten ook

structurele schade zien.” 4

GEBED

We leggen onze gebroken wereld

bedroefd aan uw voeten neer,

achtervolgd door honger, oorlog en het noodlot,

onderdrukt door macht en haat.

We brengen onze gebroken steden,

onze verwonde en gekneusde buren;

u laat ons zien hoe oude pijn en wonden

kunnen worden gebruikt voor nieuw leven.

We brengen onze gebroken harten,

verward, gesloten en moe;

laat uw geschenk van genezende genade

ons inspireren voor nieuwe levensdoelen.

Kom, vervul ons, vuur van God

vervul ons leven and vernieuw onze kracht;

vind vertrouwen in ons, en hoop, en liefde

en til ons op naar u.

Amen.

- Anna Briggs 5

Neem de tijd om te denken aan hen wiens bomen, landen en inkomsten door het conflict zijn vernield.

43


(12) DE MUUR

Palestijns land wordt ingenomen door de

muur en de grote bufferzones er omheen.

Palestijnen zijn afgescheiden van hun

werkplaatsen, landerijen, ziekenhuizen,

scholen, religieuze plaatsen en families.

In de eerste fase van de bouw van de

muur werden 100.000 bomen omgehakt;

35.000 meter irrigatienetwerk

vernietigd; en voor vijfenzeventig

procent van de leerkrachten en leerlingen

die in de omgeving van de bouwplaatsen

werd het erg lastig naar school te gaan.

De totale lengte van de muur is naar

verwachting 720 kilometer en heeft

daarmee invloed op zo’n 943.000 dunam

(235.750 hectare) land. Met kosten van

zo’n 1,2 miljoen euro per kilometer, kost

het gehele project meer dan 845 miljoen euro. De kosten voor de toegebrachte schade aan Palestijnse bezit dat is

ingenomen of vernietigd, zijn hierbij niet inbegrepen. 1 Het Internationale Hooggerechtshof heeft op 9 juli 2004

een adviesrapport uitgebracht waarin het verklaarde dat de muur in tegenspraak is met internationale

wetgeving en dat deze moet worden afgebroken. Ook moet Israël alle schade die is toegebracht door de bouw van

de muur herstellen.

STATIE TWAALF

OVERDENKING

Jezus stierf aan het kruis, omringd door de

overweldigende kracht van degenen die hem gevangen

hadden genomen, ogenschijnlijk verlaten door God.

Evenzo overweldigt de bouw van de muur de

Palestijnen in de Westoever, en het creeërt een gevoel

van verstoten en verlaten te zijn door de internationale

gemeenschap. De scheidingsbarrière bestaat ofwel uit

een acht meter hoge concrete muur of, in landelijke

gebieden, een elektronisch hekkenwerk. De muur

doorkruist de westelijke kant van de Westoever. De

muur is niet gebouwd op de Groene Lijn, de

internationaal erkende, hoewel onofficiële, grens tussen

de Westoever en Israël. In de meeste gebieden is de

muur enkele kilometers binnen de Bezette Gebieden

gebouwd, waardoor Palestijnen van cruciale watergebieden en vruchtbaar land worden gescheiden.

Hoe lang nog kunnen zij blijven vechten om levensadem in de verstikkende greep van deze muur?

SCHRIFTLEZING

Matteüs 27:45-46, 50-51

Rond het middaguur viel er duisternis over het hele land, die drie uur aanhield. Aan het einde

daarvan, in het negende uur, gaf Jezus een schreeuw en riep luid: ‘Eli, Eli, lema sabachtani?’ Dat wil

zeggen: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’ (...) Nog eens schreeuwde Jezus het uit,

toen gaf hij de geest. Op dat moment scheurde in de tempel het voorhangsel van boven tot onder in

tweeën, en de aarde beefde en de rotsen spleten.

44


GEDICHT

Een gedeelte uit ‘Boetemuur’

... Hij zegt slechts: “Goede hekken zorgen voor goede buren.”

Als een bron is het onheil in mij, en ik vraag me af

of ik hem de gedachte zou kunnen bijbrengen:

“Waarom zorgen hekken voor goede buren? Is dat niet

alleen waar er koeien zijn? Maar hier zijn geen koeien.

Voor ik een muur zou bouwen, zou ik informeren

wat ik in en buiten de muur zou houden,

en wie ik mogelijk schade zou toebrengen.

Of er iemand is die misschien geen muur wil,

iemand die de muur weg wil hebben.

- Robert Frost 2

GETUIGENIS

“Toen de militairen kwamen, gingen mijn twee zonen, de zonen van mijn zwager, en Abu Nabil, die

later overleed, naar het land waar zij aan het werk waren. Alleen wij waren er – er is niets

overgebleven van mijn land, op die kleine stukje na dan, tussen ons en de muur. De eerste dag bleven

de militairen naar ons huis komen en gaan. Ik vertelde ze dat dit mijn land is. Die avond kwamen de

legers van de Bezette Gebieden naar ons toe. Ze probeerden mijn zoon en zijn neef mee te nemen,

maar het lukte ons ze te bevrijden uit de handen van de soldaten. De tweede dag probeerde ik met

mijn twee zonen naar het land te gaan, en toen probeerden de soldaten mijn zoon te handboeien en

ons tegen te houden naar het land te gaan; mijn zoon kon echter gelukkig ontsnappen. Toch sloegen

de soldaten veel jongens.

Ik probeerde met de soldaten te praten en vertelde hen: “Dit is mijn land. Wat jullie doen is illegaal.

Er wonen veertig mensen in dit huis en op dit land.” Het leger van de Bezette Gebieden kwam toen

echter met bulldozers. Ik had land precies midden op deze heuvel, maar het is vernietigd door

bulldozers. We zaten drie dagen lang op het land, van de morgen tot de avond, tot de soldaten

kwamen en het hele gebied omringden, en we konden het land niet langer bereiken.”

- Imm Amin 3

45


GEDICHT

Er zijn slechts twee gevoelens: liefde en angst.

Er zijn slechts twee talen: liefde en angst.

Er zijn slechts twee handelingen: liefde en angst.

Er zijn slecht twee motieven, twee procedures,

twee denkkaders, twee resultaten: liefde en angst.

Liefde en angst.

- Michael Leunig 4

GETUIGENIS

“Een buitengewone en bijzondere priester uit Italië, Vader Claudio Ghilardi, was de enige

overgeblevene van wat eens een klooster van zes priesters was, op de hoek van Oost-Jeruzalem, Abu

Dis, en Al-Azariyyeh (Bethanië). Nu is zijn kerk, toegewijd aan de heilige Martha, bijna leeg, doordat

de geplande Israëlische apartheidsmuur recht door het klooster komt te lopen, waardoor de gemeente

van wordt gescheiden van haar kerk, van Jeruzalem en van vele andere diensten. Vader Claudio

bracht zijn dagen, en veel van zijn nachten, door met het heen en weer pendelen van Palestijnen over

de kloosterlanden door een gat in de tijdelijke muur, naar de andere kant – waar hoop was op

medische zorg, werk of onderwijs; en hij praatte met de soldaten die deze oversteek tegen probeerden

te houden. Vanwege zijn inspanningen voor de mensen in de omgeving noemden de mensen hem

‘Abuna’, onze vader, zelfs als zij geen christenen waren. “Dit is mijn thuis,” zei hij, “en deze mensen

zijn mijn familie. Zij zijn mijn gasten en dit is mijn huis.”” 5

GEBED

Heer, we belijden dat we ons gemakkelijker laten leiden door angst dan door liefde. We bouwen

muren – betonnen muren en muren in onze harten: muren om onszelf veilig te stellen, om ons binnen

te sluiten en de ander buiten. Net zoals deze btonnen muur onze buren van ons scheidt, families

verdeelt en mensen gevangen houdt, zo scheiden onze muren van trots, boosheid en angst ons van

degenen van wie u wilt dat wij hen liefhebben, en we houden hen gevangen in onze stereotypen en

vooronderstellingen.

Heer Jezus Christus, wiens dood aan het kruis de barrière tussen God en mensen deed wegnemen;

Heer Jezus Christus, in wie geen onderscheid bestaat in nationaliteit, geslacht of status, breek de

muren van haat tussen ons af, zowel de fysieke als emotionele muren, door de kracht van uw

Geest en voor de komst van uw koninkrijk. Amen.

Neem een moment de tijd en overdenk de ongelukkige realiteit van een muur die families en gemeenschappen

scheidt – een smet op het landschap en een schande voor de menselijkheid.

46


(13) HET VERLIES VAN JERUZALEM

Sinds de annexatie van Oost-Jeruzalem in 1967, is het primaire doel van de Israëlische regering voor

Jeruzalem geweest om een demografische en geografische situatie te creeëren die elke toekomstige

poging om de Israëlische regering over Jeruzalem te bekritiseren, zal bemoeilijken. Om dit doel te

bereiken, heeft de regering verschillende acties ondernomen om het aantal Joden te doen toenemen

en het aantal Palestijnen die in Jeruzalem wonen te doen afnemen. Een aantal van de methoden die

hiervoor worden gebruikt, zijn:

- Het fysiek isoleren van Oost-Jeruzalem van de rest van de Westoever, deels door de bouw van

de apartheidsmuur;

- Discriminatie in de verdeling, planning en bouw van het land, en het vernietigen van huizen;

- Het intrekken van een Jeruzalem Identiteitskaart en sociale voorzieningen voor Palestijnen die

langer dan drie jaar in het buitenland verblijven, of die niet in staat zijn aan te tonen dat hun

leven zich grotendeels in Jeruzalem afspeelt;

- Het oneerlijk verdelen van budget tussen de twee delen van de stad, met schadelijke effecten op

de infrastructuur en voorzieningen in Oost-Jeruzalem. 1

STATIE DERTIEN

OVERDENKING

Jeruzalem is een plek die voor veel mensen zo belangrijk is,

dat het een slagveld is geworden. Niemand wenst de

vernietiging van deze heilige plaats, maar de huidige situatie

zorgt voor veel verdriet en zorgen bij de mensen die hier

wonen, en bij alle mensen in de hele wereld die deze plaats

als bijzonder beschouwen. Zoals Maria en de discipelen

rouwden om de dood van Jezus, zo rouwen mensen vandaag

de dag om de ernstige ziekte van de plaats die Jezus zijn

thuis noemde. Een van de vele kerken in Jeruzalem heet

“Dominus Flevit” (“De Heer huilt”), ter herinnering aan de

tranen die Jezus liet vanwege Jeruzalem. Een van de ramen

van deze kerk biedt een prachtig uitzicht over de stad die zoveel genezing nodig heeft. Wij rouwen

om de stad zoals

Jezus rouwde, en we bidden voor vrede en rust voor Jeruzalem: de stad die gedeeld moet worden.

SCHRIFTLEZING

Lucas 19:41-42

Toen hij [Jezus] Jeruzalem voor zich zag liggen, begon hij te huilen over het lot van de stad. Hij zei:

‘Had ook jij op deze dag maar geweten wat vrede kan brengen! Maar dat blijft voor je verborgen, ook

nu.

REFLECTIE

Het Arabische woord voor Goede Vrijdag is “jum’a al hazini”, wat “Ongelukkige Vrijdag” betekent.

De Ongelukkige Vrijdag herinnert aan de omstandigheden waarin Christus verkeerde op die dag

tweeduizend jaar geleden: Christus werd vernederd, veroordeeld en als een crimineel gekruisigd.

Zijn discipelen waren ontmoedigd, verspreid over de vier winden der aarde, en gebroken van geest.

Ze hadden hun Heer en Meester verlaten, die hun hoop op een roemrijk koninkrijk leek te hebben

verraden; hun een koninkrijk ingeluid door zijn triomfantelijke komst in Jeruzalem. Deze

Ongelukkige Vrijdag symboliseert de diepe wanhoop vanwege de ogenschijnlijke overwinning van

de machten van kwaad, onderdrukking en hypocrisie. De Romeinen, buitenlandse bezetters, werkten

47


samen met lokale politieke en religieuze leiders om de vernieuwende stem van deze profeet uit

Nazareth tot zwijgen te brengen. Alle hoop leek verloren te

zijn gegaan.

Palestijnen herleven de geschiedenis van de “Ongelukkige

Vrijdag” in hun eigen geschiedenis. Nooit eerder leek hun

situatie zo hopeloos als nu. Terecht wijzen mensen erop dat

hun huidige situatie slechter is dan het ooit geweest is.

Zelfs de meest optimistische Palestijn ervaart diepe

gevoelens van depressie en wanhoop, en wat leek op het

begin van een eigen staat, vrijheid en zelfbeschikking, is

geëindigd in een bodemloze combinatie van getto’s en een

zwijgende internationale gemeenschap.

Maar het is precies in dit donkere uur van wanhoop, dat de

boodschap van Pasen opnieuw verkondigd moet worden:

Christus zal niet in het graf blijven, en kwaad en onderdrukking hebben niet het laatste woord.

Christus stond op uit het graf op de derde dag en triomfeerde zo glorieus over de machten van

kwaad en duisternis, en door de dood heen sprak hij over een geheel nieuw tijdperk in de wereld en

de overwinning van goed over kwaad. De boodschap van Pasen is, zowel voor Palestijnen als voor

onderdrukten en armen overal ter wereld, dat God soeverein is in de wereld. Hoe donker de wereld

ook lijkt te zijn op “Ongelukkige Vrijdag”, Pasen komt eraan; en met die belofte ontvangen we

nieuwe hoop: de zekerheid van een opstanding, een nieuw begin, en de overwinning van het leven

over de dood.

- Jonathan Kuttab 2

EEN GEBED VOOR JERUZALEM

Onze hemelse Schepper en God, in deze stad

werd uw geliefde Zoon gekruisigd en stond hij op

uit de dood. Maak ons waardig voor zijn hemelse

evangelie. Wij smeken u, Heer, u die weet hoe de

mensen van deze heilige stad hebben geleden en

nog steeds lijden: aan ontworteling, verlorenheid,

de pijn van het uiteendrijving in isolementen, de

pijn van het ontbreken van een thuis, de pijn van

de dood. Wij smeken u, o Heer, om vrede te

schenken aan deze heilige stad.

Wij smeken u, Heer, om de mensen van deze stad

rust te schenken voor hun zielen, en moed voor

hun harten. Sterk, o God, de harten van hen die

werken aan gerechtigheid. Zegen hun pogingen

en laat hen triomferen over de kwade machten, en sterk hen met uw Heilige Geest. Inspireer onze

leiders, o Heer, om een rechtvaardige oplossing te zoeken voor alle problemen in deze stad, zodat

Jeruzalem – de stad van de vrede – eeuwige vrede zal kennen voor al haar mensen. Help ons, God, als

we met zware beproevingen te maken krijgen, zodat we zullen groeien in uw waarheid en door onze

levens kunnen getuigen van u, onze Redder. Moge de weg van het kruis de weg zijn die wij voor

onze eigen levens kiezen, en dat ieder zijn eigen kruis zal dragen in het volgen van u, Herder van

onze zielen, Meester, gekruisigd en opgestaan uit de dood. Amen.

MEDITATIE

Iedereen valt stil bij het aangezicht van de dood.

Gevechten en conflicten verdwijnen.

Een lijk, ook al is het nog zo verworpen en verwrongen,

dwingt een heilig respect en een vroom zwijgen af.

We worden geconfronteerd met een mysterie.

48


Elk overlijden laat ons achter met een open vraag.

We wachten en zien uit naar de glinstering van wat licht

dat alle schaduwen rondom het mysterie van het leven zal verdrijnven.

De dood zou niet het laatste woord over het leven moeten hebben,

noch zou wanhoop de uiteindelijke gemoedstoestand van de mens moeten zijn.

De geschiedenis koestert de herinneringen van moordenaars niet.

Liever dan despoten ten voorbeeld te tonen,

verhoogt het de moed van hen die de dood in de ogen

zagen,

die het lijden van de kleinen droegen,

en die naar bevrijdende revoluties streefden.

Levenloos van het kruis gehaald,

baant Jezus de weg voor anderen

om zijn vaandel over te nemen en verder te dragen.

Zij zijn de mensen die zijn gaan begrijpen

wat Gods bedoeling is:

de vestiging van een wereld

waar allen uiteindelijk broers en zussen zijn,

en kinderen van dezelfde Vader,

in gerechtigheid, vrijheid en liefde.

- Leonardo Boff 3

GEBED

Tien maten schoonheid gaf God aan de wereld,

negen aan Jeruzalem, een aan de rest –

Tien maten ellende gaf God aan de wereld,

negen aan Jeruzalem, een aan de rest –

Bid dus voor de vrede – bid voor de vrede;

bid voor de vrede van Jeruzalem.

- Garth Hewitt 4

49


(14) WAT ZAL DE VEERTIENDE STATIE ZIJN?

OVERDENKING

Elke begrafenis lijkt het einde van een

verhaal, een tijd voor rouwen en

gedenken. Tegelijkertijd biedt het ook

mogelijkheden om naar de toekomst

te kijken. Ein Kerem was de plaats

waar Maria en Elizabeth hun hoop en

angst voor de toekomst deelden, en

de plek waar Johannes de Doper

werd geboren – een plaats voor nieuw

begin en nieuwe hoop. De kruisiging

en de opstanding gaan hand in hand

– je kunt niet het een hebben zonder

het ander en als het een wordt veracht

of gekleineerd, geldt dat ook voor het

ander. Toen Jon Sobrino, een

Jezuïtische priester van El Salvador,

eens sprak over de moord op zijn zes

broers, werd hem gevraagd hoe hij

nog steeds hoop kon hebben. Hij

antwoordde: “Jullie, in de rijke wereld, hebben veel verwachtingen – maar geen hoop. Wij echter, in

het arme gedeelte van de wereld, hebben weinig verwachtingen – maar veel hoop.” Maria’s

revolutionaire lofzang, waarin de hongerigen eten krijgen, de nederigen worden verhoogd, de rijken

met lege handen worden weggestuurd en de machtigen van hun troon worden gestoten, lijkt soms

een onbereikbare droom. Maar in werkelijkheid is het een duur visioen van een nieuwe wereld,

waaraan christenen zich hebben toegewijd. Een wereld waarin Gods koninkrijk komt en Gods wil

geschiedt, op aarde zoals in de hemel.

SCHRIFTLEZING

Lucas 3:4b-6

Luid klinkt een stem in de woestijn:

“Maak de weg van de Heer gereed,

maak recht zijn paden!

Iedere kloof zal worden gedicht,

elke berg en heuvel geslecht,

kromme wegen recht gemaakt,

hobbelige wegen geëffend;

en al wat leeft zal zien hoe God redding brengt.”

REFLECTIE

Mijn reflecties bij Pasen hebben veel te maken met verlies. Het verlies van het gevoel ergens bij te

horen, de versnippering, de verbrijzelende pijn van mijn medereizigers, ons Palestijnse volk overal ter

wereld. Er is geen betere metafoor dan de kruisiging van Christus om weer te geven wat er gebeurt.

Het grootste verlies is het verlies van barmhartigheid in het land waar Christus ons barmhartigheid

onderwees, waar Christus stierf vanwege barmhartigheid. Christus koos voor barmhartigheid, niet

voor onderdrukking. Christus ging de tempel binnen en sprak streng de kwaaddoeners aan. Christus

stierf niet door zwakheid, maar door kracht. Hij koos ervoor te sterven om zo de mensheid te redden

van haar verbondenheid met zinloze oorlogen, zinloze sterfgevallen. Hij had de woestijn in kunnen

vluchten om te ontkomen aan de soldaten die hem wilden grijpen. Het was zijn barmhartigheid met

50


de mensheid die maakte dat hij bleef. Hij maakte een weloverwogen keus om de zonden van de

wereld op zich te nemen en ons vrijheid te geven, zodat wij door zijn dood niet meer hoeven te lijden.

En de grootste hoop die hij ons gegeven heeft, is gekomen met zijn opstanding – een en al hoop.

Zonder hoop is er chaos, zinloosheid, zijn er geen visioenen en dromen. Zonder hoop moeten we ons

neerleggen bij de kwade voorschriften van onderdrukking en kunnen we stoppen met vechten.

Zonder hoop in een opstanding, zou onze strijd gaan over wraak, vergelding en het uitroeien van de

“ander”. Onze strijd gaat echter over het behouden van mensenrechten, burgerrechten, democratie en

authentiek menszijn. In onze navolging van het voorbeeld van Christus, zijn we niet bang om te

sterven voor deze rechten, want we weten dat Hij ons, alle Palestijnen van welke geloof ook,

opstanding heeft beloofd. Er is geen discriminatie of onderscheid in de ogen van God, noch wanneer

het gaat om lijden, noch wanneer het gaat om redding.

- Samia Costandi 1

GEDICHT

Zij bedreigden ons met Opstanding

Er is iets, hier, onder ons,

dat ons niet laat slapen, ons niet laat berusten,

dat het stampen en rommelen diep in ons hart niet doet stoppen.

Het is het stille, warme huilen van vrouwen zonder hun mannen;

het is de treurige blik van de kinderen gericht over de herinnering heen...

Wat ons weerhoudt van de slaap

is dat zij ons hebben bedreigd met opstanding!

Want bij elk vallen van de nacht

hoewel uitgeput van de eindeloze reeksen

van moorden, jarenlang,

blijven we het leven liefhebben,

en de dood accepteren wij niet!

In deze marathon van hoop

zijn er altijd anderen om ons te verlichten

om de nodige moed te dragen...

Ga dan met ons mee in onze ervaringen

en je zult weten wat het is om te dromen!

Dan zul je weten hoe geweldig het is

om te leven onder de bedreiging van opstanding!

Om te leven terwijl we sterven

en ons al herrezen weten.

- Julia Esquivel 2

SCHRIFTLEZING

Marcus 1:1-7

Toen de sabbat voorbij was, kochten Maria uit Magdala en Maria de moeder van Jakobus, en Salome

geurige olie om hem te balsemen. Op de eerste dag van de week gingen ze heel vroeg in de ochtend,

vlak na zonsopgang, naar het graf. Ze zeiden tegen elkaar: ‘Wie zal voor ons de steen voor de ingang

van het graf wegrollen?’ Maar toen ze het graf binnengingen, zagen ze rechts een in het wit geklede

jongeman zitten. Ze schrokken vreselijk. Maar hij zei tegen hen: ‘Weest niet bang. U zoekt Jezus, de

man uit Nazaret die gekruisigd is. Hij is opgewekt uit de dood, hij is niet hier; kijk, dat is de plaats

waar hij was neergelegd. Ga terug en zeg tegen zijn leerlingen en tegen Petrus: “Hij gaaf jullie voor

naar Galilea, daar zullen jullie hem zien, zoals hij jullie heeft gezegd.”’

51


GEBED

Liefdevolle God van de gehele aarde, we bidden voor hen die onrecht begaan in het Heilige Land,

ongeacht hun motieven. We bidden dat u hun harten verandert en hen vult met een geest van

compassie. Onderricht ons in alle wegen van vrede envergeving.

Gezegende Redder van de gehele aarde, we bidden voor uw kerk in het Midden-Oosten. Wees met

uw kerk en behoed haar voor instorting. Mogen de vrouwen, mannen en kinderen die uw lichaam

in het Midden-Oosten vormen en die een tempel van uw Heilige Geest zijn, het licht van uw

liefde, waarheid, genade en goedheid blijven uitstralen naar al hun buren en in hun gehele

omgeving.

Geest der vertroosting, wiens glorie en majesteit het gezicht van de aarde bedekt, troost en sterk de

onderdrukten, wees een toevlucht en thuis voor de thuislozen en laat uw vrede in hun harten

aanwezig zijn.

Met dankbare harten bidden wij, in de naam van onze Heer en Redder, Jezus Christus.

Amen. 3

52


EINDNOTEN

Introductie

1. Pickard, Jan Sutch, Via Dolorosa – Holy Places Gatherings 2, Oyster Publications, 2004.

2. Naim Ateek, directeur van Sabeel, Jeruzalem.

De eerste statie

1. Rantisi, Audeh en Pat, Blessed are the Peacemakers, Eagle Publishing, 2003.

2. Chacour, Bishop Elias, Blood Brothers, Chosen Books, 1984.

3. Khadra Jayyusi, Salma (ed.), From Anthology of Modern Palestinian Literature, Columbia University

Press, 1982.

De tweede statie

1. Naim Ateek, directeur van Sabeel, Jeruzalem.

2. Rabee’ Sahyoun is beleidsmedewerker economische ontwikkeling bij het Libanese Center for

Policy Studies. Online beschikbaar op www.palestineremembered.com/Haifa/Haifa/Story244.html.

3. Monra Zaaroura is een twaalf jaar oud meisje, inwoner van vluchtelingenkamp Shatila in

Libanon. Online beschikbaar op www.childrenofshatila.com.

De derde statie

1. Rizek, Georgette, Frome One Woman’s Story; A Testimony from June 1967, Cornerstone, nummer 46,

herfst 2007, pagina 12.

2. Ateek, Naim en Rantisi, Hilary (ed.), From Our Story – The Palestinians.

De vierde statie

1. www.btselem.org

2. www.eappi.org

3. Darwish, Mahmoud, uit Halit Hisar (State of Siege), vertaald door Amina Elbendary, Londen en

Beiroet: Dar Riyad Al-Rayyis, 2002. Online beschikbaar op

http://weekly.ahram.org.eg/2002/581/bo7.htm.

4. Bill Baldwin is lid van het Christian Peacemaker Team in Hebron. Meer informatie over CPT is

online beschikbaar op www.cpt.org.

De vijfde statie

1. Uit Chain Reaction, het kwartaalblad van EAPPI, nummer 3, 2006, pagina 19.

2. Online beschikbaar op http://theosophy.org/tlodocs/Readings/592.htm.

De zesde statie

1. www.bilin-ffj.org.

2. Cornerstone, nummer 26, herfst 2002.

3. Meer informatie over EAPPI is online beschikbaar op www.eappi.org.

4. Dominee Said Ailabouni is programmadirecteur voor het Midden-Oosten, Europa en de hoorn

van Afrika in de Evangelical Lutheran Church in Amerika.

De zevende statie

1. Vader Rafiq Khoury is een katholieke priester in Jeruzalem. Deze overdenking is eerder

gepubliceerd in Between Herod and Jesus, Al Liqa’ Journal, nummer 20-21, december 2003.

2. Dit getuigenis is online beschikbaar op www.eappi.org. De vernietiging vond plaats op 29 juli

2008 in Beit Hanina.

3. Fadwa Tuqan was een Palestijnse dichteres. Ze overleed in 2003, op zesentachtigjarige leeftijd.

4. Overgenomen uit Morley, Janet, Companions of God, Christian Aid of UK: The Beacon Press, 1994.

De achtste statie

1. Meer informatie over Machsom Watch is online beschikbaar op www.machsomwatch.org.

53


2. Boff, Leonardo, Way of the Cross – Way of Justice, Orbis Books, 1980.

3. Ada Aharoni is een Israëlische schrijfster, dichteres, toneelschrijfster en onderwijzeres. Online

beschikbaar op www.trinstitute.org/ojpcr/2_4aharoni.htm.

4. Hanan Ashrawi is de oprichter en Secretaris-Generaal van het Palestinian Initiative for the

Promotion of Global Dialogue and Democracy (MIFTAH).

De negende statie

1. Testimony: Woman delivers stillborn child at checkpoint, rapport van B’Tselem, 17 september 2008.

2. Vader Keith Kimber is een Wels Anglicaanse priester, werkzaam in Europa, die tijdens zijn

sabbatical als vrijwilliger werkzaam was voor Sabeel in Jeruzalem.

De tiende statie

1. Saleh Qademi is een Palestijnse boer uit Jayyous. Online beschikbaar op

www.middleeastwindow.com/modules.php?name=News&file=article&sid=948.

2. Anna Jonasson heeft als vrijwilliger voor EAPPI in Jayyous gewerkt (www.eappi.org).

De elfde statie

1. Overgenomen van www.miftah.org.

2. Ghazali Sa’id, Crushed: The farmers caught between the Israeli army and Hamas, The Independent

(UK), 21 mei 2003.

3. Peyvand Khorsandi is een Ierse dichter, woonachtig in Londen.

www.iranian.com/PeyvandKhorsandi/2004/May/Ost/index.html.

4. Online beschikbaar op http://gbgm-umc.org/global_news/full_article.cfm?articleid=1381.

5. Briggs, Anna, From this is the day: readings and meditations, Iona Gemeenschap (Schotland).

De twaalfde statie

1. Statistieken overgenomen van The Palestinian Initiative for the Promotion of Global Dialogue and

Democracy (MIFTAH – www.miftah.org).

2. Uit Frost, Robert, Mending Wall.

3. Imm Amin is inwoner van Abu Dis. Online beschikbaar op

http://student.cs.ucc.ie/cs/1064/jabowen/IPSC/php/art.php?aid=5803.

4. Leunig, Michael, Common Prayer Collection, Collins Dove, 1993.

5. Gerapporteerd door Larry Fata, medewerker communicatie voor EAPPI.

De dertiende statie

1. www.btselem.org.

2. Jonathan Kuttab is mensenrechtenadvocaat en bestuurslid van Sabeel.

3. Boff, Leonardo, Way of the Cross – Way of Justice, Orbis Books, 1980.

4. Garth Hewitt is een zanger en tekstschrijver uit Engeland die zich bezighoudt met gerechtigheid

in Gods wereld.

De veertiende statie

1. Samia Constandi is een Palestijnse academica, onderwijzeres en freelance schrijfster in Montreal.

2. Esquivel, Julia, Threatened with Resurrection; Prayers and Poems from an Exiled Guatemalan, vertaald

door Ann Woehrle, Elgin, Illinois: Brethren Press, 1994.

3. Gebed geschreven door domineer Alex Awad, medewerker bij de United Methodist Mission,

werkzaam als predikant van de East Jerusalem Baptist Church en als decaan van de studenten

van Bethlehem Bible College.

54


BRUIKBARE WEBSITES

De eerste statie – De Nakba van 1948

www.palestineremembered.com

www.jalili48.org

www.alnakba.org

De tweede statie – Vluchtelingen

www.un.org/unrwa

www.ameu.org

www.cactus48.org

www.passia.org

De derde statie – De bezetting van 1967

www.cactus48.com

www.peacenow.org.il

De vierde statie – Nederzettingen

www.arij.org

www.fmep.org

De vijfde statie – Stress en vernedering

www.cpt.org

www.unicef.org

www.eappi.org

De zesde statie – Solidariteit

www.eappi.org

www.cpt.org

www.bilin-ffj.org

De zevende statie – Huizenvernietigingen

www.pal-arc.org

www.icahd.org

De achtste statie – Vrouwen tegen de bezetting

www.womeninblack.org/index.html www.batshalom.org

www.coalitionofwomen.org

De negende statie – Checkpoints

www.arij.org

www.machsomwatch.org

De tiende statie – Bureaucratische onderdrukking

www.btselem.org

www.hamoked.org

www.righttoenter.ps

De elfde statie – Gaza

www.pchrgaza.org

De twaalfde statie – De muur

www.stopthewall.org

www.gcmhp.net

www.btselem.org

De dertiende statie – Het verlies van Jeruzalem

www.miftah.org

www.passia.org

55


AANBEVOLEN BOEKEN

Agt, Dries van. Een schreeuw om recht. De tragedie van het Palestijnse volk, De Bezige Bij, Amsterdam: 2009.

Armstrong, Karen. Heilige oorlog. De kruistochten en de wereld van vandaag, Anthos, Amsterdam: 1999.

Ashrawi, Hanan. Deze kant van de vrede, Forum, Amsterdam: 1985.

Ateek, Naim S. A Palestinian cry for reconciliation, Orbis Books, New York: 2008.

Ateek, Naim S., Cedar and Schrader, Marla (eds.). Jerusalem: What makes for peace! A Palestinian Christian contribution

to peacemaking, Melisende, London: 1997.

Ateek, Naim S., Duaybis, Cedar and Tobin, Maurine (eds.). The forgotten faithful, Sabeel Ecumenical Liberation Theology

Center, Jerusalem: 2007.

Ateek, Naim S., Duaybis, Cedar and Tobin, Maurine (eds.). Challenging Christian Zionism, Melisende, London: 2005.

Ateek, Naim S. and Prior, Micheal (eds.). Holy Land, Hollow Jubilee: God, Justice and the Palestinians, Melisende,

London: 1999.

Ateek, Naim S. Recht en gerechtigheid. Een Palestijnse bevrijdingstheologie, Meinema, Zoetermeer: 2000 (oorspr. 1989).

Awad, Alex. Palestinian memories, Bethlehem: 2008.

Beit-Hallahmi, Benjamin. Original sins: reflections on the history of Zionism and Israel, Olive Branch Press: 1993.

Burge, Gary M. Who are Gods people in the Middle East: What Christians are not being told about Israel and the

Palestinians, Zondervan Publishing House: 1993.

Carter, Jimmy. Palestine: Peace not Apartheid, Simon & Schuster: 2006.

Chacour, Elias met David Hazard. Blood Brothers, Chosen Books, Fleming H. Revell Company, New York: 1984.

Chacour, Elias met Mary E. Jensen. We belong to the land: The story of a Palestinian Israeli who lives for peace and

reconciliation, Harper, San Francisco: 1990.

Chapman, Colin. Wiens beloofde land? De voortdurende crisis rond Israël en Palestina, Kok, Kampen: 2004.

Cragg, Kenneth. Palestine: The prize and price of Zion, Cassell, London en Washington: 1997.

Ellis, Marc. Revolutionary forgiveness: Essays on Judaism, Christianity and the future of religious life, Baylor U. Press:

2000.

Ellis, Marc. O, Jerusalem! The contested future of the Jewish Covenant, Fortress Press, Minneapolis: 1999.

Ellis, Marc. Ending Auschwitz: The future of Jewish and Christian life, Westminster/John Knox Press: 1994.

Finkelstein, Norman G. Beyond Chutzpah: On the misuse of Anti-Semitism and the abuse of history, University of

California Press: 2008.

Gish, Art. Hebron Journal: Stones of nonviolent peacemaking, Herald Press, Pennsylvania: 2001.

Halper, Jeff. An Israeli in Palestine. Resisting dispossession, redeeming Israel, Pluto Press: 2008.

Halper, Jeff. Obstacles to peace, derde editie, Palestine Mapping Centre: 2005.

Hass, Amira. Reporting from Ramallah: An Israeli journalist in an occupied land, Semiotext(e): 2003.

Horsley, Richard A. Jesus and Empire: The kingdom of God and the new world, Fortress Press: 2003.

Karmi, Ghada (ed.). Jerusalem today: What future for the peace process?, Ithaca Press: 1996.

Khalidi, Rashid. The iron cage: The story of the Palestinian struggle for statehood, Beacon Press: 2007.

Khalidi, Walid. Before their diaspora: A photographic history of the Palestinians, 1876-1947, Institute of Palestine Studies,

Washington D.C.: 1984.

Kovel, Joel. Overcoming Zionism: Creating a single democratic state in Israel/Palestine, Pluto Press: 2007.

Kushner, Tony and Solomon, Alisa. Wrestling with Zion, Grove Press, New York: 2003.

Mearsheimer, John J. and Walt, Stephen M. The Israel lobby and U.S. foreign policy, Farrar, Straus and Giroux: 2007.

Nathan, Susan. The other side of Israel: My journey across the Jewish-Arab divide, Harper Perennial, London: 2006.

Pappe, Ilan. De etnische zuivering van Palestina, Kok Omniboek, Kampen: 2009.

Prior, Michael. Speaking the truth about Zionism and Israel, Melisende, London: 2004.

Prior, Michael. The Bible and colonialism: A moral critique, Sheffield Academic Press: 1997.

Raheb, Mitri. Bethlehem besieged: Stories of hope in times of trouble, Augsberg Fortress Press: 2004.

Raheb, Mitri. I am a Palestinian Christian, Augsberg Fortress Press: 1995.

Rantisi, Audeh en Beebe, Ralph. Blessed are the peacemakers: A Palestinian Christian in the Occupied West Bank,

Zondervan Books, Grand Rapids: 1990.

Ruether, Rosemary Radford and Ruether, Herman J. The wrath of Jonah: The crisis of religious nationalism in the Israeli-

Palestinian conflict, Fortress Press: 2002.

Said, Edward W. The end of the peace process: Oslo and after, Random House, New York: 2000.

Said, Edward W. The politics of dispossession: The struggle for Palestinian self-determination, 1969-1994, Vintage, New

York: 1994.

Shazak, Israel. Jewish history, Jewish religion, Pluto Press: 1994.

Sizer, Stephen. Zion’s Christian soldiers? The Bible, Israel and the Church, IVP Books: 2008.

Wagner, Donald E. Dying in the Land of Promise: Palestine and Palestinian Christianity from Pentecost to 2000,

Melisende, London: 2001.

56


MUZIEK

Kyrie Eleison

O Lord, hear my prayer

57


Prijs de Heer, mijn ziel

Jesus, remember me

Veni Sancte Spiritus

58

More magazines by this user
Similar magazines