Energie Gids - Sdu

sdu.nl

Energie Gids - Sdu

Het Vakblad over energie-efficiency juli 2009 / jaargang 2 / nummer 7/8

Hoe duurzaam ondernemen de crisis overleeft

“Zeven stappen om

geen kansen te missen”

Braziliaanse vuilnis wordt

Europese carbon credit

Optische laag kan chip

opwaarderen

ENERGIE &ICT


Nieuw

Passieve vloerverwarming

W

De hot-spots op nevenstaande infraroodfoto's zijn niet

veroorzaakt door kunstmatig toegevoerde warmte in de vorm

van bijvoorbeeld elektriciteit of warmwater. Deze plekken zijn

altijd warmer dan de omgeving, ook als er niet gestookt

wordt. Uit een enquête van een gemeentelijk woningbedrijf

onder haar huurders blijkt dat meer dan 80% merkt dat de

vloer inderdaad minder koud is en ook dat de woning 's

ochtends warmer is nadat het systeem is aangebracht.

De gemiddelde besparing bedraagt bij deze woningen

meer dan 11% van het totale gasverbruik.

Deze vorm van passieve vloerverwarming kost dus geen

energie, maar spaart energie. Het systeem kan worden

toegepast bij houten en betonnen begane grondvloeren,

zonder hakken of breken. Het werkt bij elk type

vloerbedekking, tapijt, parket, laminaat, plavuizen etc.

Ecologisch zeer verantwoord. Per m² wordt slechts 60 gram

materiaal gebruikt om dit fantastische effect te bereiken. De

materiaalkosten zijn voor een doe-het-zelver al binnen 1½

winter terugverdiend. Laat men het aanbrengen dan duurt

het circa 5 jaar.

Het systeem kan ook worden toegepast bij vloeren met

actieve vloerverwarming. Afhankelijk van de bestaande

isolatiewaarde wordt soms zelfs meer dan 50% bespaard en

is de terugverdientijd dus nog veel korter.

Kijk op www.passievevloerverwarming.nl voor meer info over

deze toepassing of ga naar www.tonzon.nl voor andere

milieu-effectieve TONZON toepassingen of bel 053-4332391.

Opnieuw een TONZON innovatie van wereldklasse.

De energie nodig voor grondstof, productie, transport

en applicatie is al binnen 2 winterweken terugverdiend.

Hot-spots op een houten

begane grondvloer

Afb.1

Zelfs onder de salontafel (op de foto onder 3. )

is de vloer warmer geworden dan onder het

niet behandelde deel, zij het iets minder warm

dan de rest van de hot-spot (1.). Normaal is de

vloer onder zware meubels, zoals een zitbank

(2.) extra koud. Op de infrarood foto’s te zien

aan de donker blauwe kleur.

2.

3.

1.

Deel van de vloer is behandeld

1.

2.

Deel van de vloer is behandeld

2.

2.

2.

Afb.3

3.

gehele vloer is behandeld

Uiteraard wordt het systeem toegepast op

de hele vloer en niet alleen op een gedeelte,

zoals op bovenstaande foto's.

Bovenstaande foto's zijn afkomstig van een proef

om aan te tonen hoe fantastisch dit principe werkt.

De hiernaast getoonde infraroodfoto is gemaakt,

nadat de gehele vloer is voorzien. De vloer is nu

egaal warm. De verwarming staat niet eens aan.

De witte plek rechtsboven wordt veroorzaakt door

zonnestraling. Het systeem maakt niet alleen

houten vloeren passief warmer, ook beton en

andere steenachtige vloeren worden aantoonbaar

warmer, zie ook www.passievevloerverwarming.nl.

TONZON BV I P/b 1375 I 7500 BJ Enschede I KvK 06044102 I tel. 053-4332391 I www.tonzon.nl


WATT’S NEW?

energie in het nieuws

Foto: Ernst Bode

Vijftig jaar gas in Slochteren groots gevierd

Vijftig jaar geleden werd in Slochteren de aardgasbel aangeboord

die Nederland zo rijk maakte. Dat wordt deze zomer

groots gevierd .

Op 16 juni onthulde koningin Beatrix het Slochter Molecule, een

kunstwerk van Marc Ruygrok. De vijf kunststof bollen verbeelden

een immens vergroot methaanmolecuul. Het is geplaatst

in de middenberm van de snelweg A7 bij het dorp Kolham, vlak

bij de plaats van de aardgasvondst. Er wordt nog verlichting

aangebracht in de bollen. Die hebben de kleuren, Honda-paars

en Alfa Romeo-blauw en zijn door de kunstenaar gekozen om

een verband te leggen met het voorbijrazende verkeer.

Onder de naam G50 – 50 jaar Groningen-gasveld wordt tot en

met 12 september een feestelijk programma gepresenteerd. De

aftrap van G50 vond plaats op 20 juni in de gemeente Slochteren

met het spektakeltheater Pêcheur de Lune van het Franse

Plasticiens Volants en werd afgesloten met een vuurwerkshow

van het eveneens Franse Ephémère. Meer informatie over het

programma op www.groningengas50.nl (TZ)

Foto: PJ Hiddema

juli/ augustus 2009

3


Colofon

juli 2009

Jaargang 2, nr. 7/8

www.energiegids.nl

Hoofdredactie

Harmen Weijer (h.weijer@sdu.nl)

Tel.: 070-378 02 24

Redactie

Tijdo van der Zee (t.v.d.zee@sdu.nl)

Lia de Jong (l.jong@sdu.nl)

10 coverstory

H o e d u u r z a a m

ondernemen de

crisis overleeft

Medewerkers

Mark van Baal, Jan van den Berg, Heidy van Beurden, Norbert Cuiper,

Mirjam Hulsebos, Rijkert Knoppers, Cees de Korte, Aad Offerman,

Jacques Schmitz, Jan Paul van Soest, Tjitske Ypma

Marktpanel

Harm van Berkum, Jos Cozijnsen, Arie Kroon, Wilfred van der Plas,

Klaas van der Sterren, Ewoud de Vries

Redactieadviesraad

Ir. E.P. Alofsen, ir. J. Aufderheijde, ir. G.H. ten Bolscher,

ir. E.C.R.H. Eijkelberg, ir. E.W.L. van Engelen, mw. C.H. de Ferrante,

mw. drs. A.C. van Huffelen, drs. M.P.E.V. Könings, drs. J.D. de Knecht,

ir. A.A. Koedam, mw drs. T.E.M. van Leeuwen, mw. ir. A. van der Rest,

Ing. M. Schaareman, ir. A.B. Stuij, drs. Ron Wit, ir. R. Ybema,

dr. G.J. Zijlstra

Uitgever

Esther van Doesburg

Marketing

Mark Jongerius, Linda Tims

Sdu Uitgevers BV

Postbus 20025

2500 EA Den Haag

Vormgeving

Dupuis Communicatie

Druk

GiethoornTen Brink, Meppel

Abonnementen

Sdu Klantenservice, Postbus 20014,

2500 EA Den Haag;

tel. 070-3789880; fax 070-3789783;

e-mail sdu@sdu.nl

Losse nummers: ¤ 10,-

Abonnementen: normale prijs ¤ 110,- p.j. (excl. BTW)

Verschijnt 12 maal per jaar. Een abonnement geldt steeds voor een

jaar en kan op elk gewenst tijdstip ingaan. Het abonnement wordt

automatisch met een jaar verlengd, tenzij uiterlijk 2 maanden voor

het verstrijken van het abonnementsjaar schriftelijk wordt opgezegd

bij Sdu Klantenservice.

Advertentie-acquisitie:

Libéma

Johan Heystek, e-mail: j.heystek@libema.nl, tel.: 073-6293939

Rob Lindenbergh, tel.: 06-17133977

Media Order Services:

Monique Tulen

mediaservice@sdu.nl

070-3780459

ISSN: 1876-1917

Wij verwerken uw gegevens voor de uitvoering van de (abonnements)

overeenkomst en om u van informatie te voorzien over Sdu Uitgevers

BV en andere zorgvuldig geselecteerde bedrijven. Als u geen prijs stelt

op deze informatie, kunt u dit schriftelijk melden bij Sdu Klantenservice,

postbus 20014, 2500 EA Den Haag. Voor informatie over onze

leveringsvoorwaarden en producten kunt u terecht op www.sdu.nl.

Abonnementen gelden voor minimaal 1 jaar.

© Sdu Uitgevers 2009

Alle rechten voorbehouden.

Aangeleverde artikelen kunnen worden hergebruikt voor

elektro nische doeleinden.

Is duurzaam ondernemen de afgelopen

jaren een hype gebleken en zakt het bij een

economische crisis als nu weer ver weg? Of

beklijft duurzaamheid wel degelijk in de

bedrijfsvoering? Vooralsnog gaan de groene

en maatschappelijke plannen niet massaal de

prullenbak in. Maar duurzaamheid is ook geen

‘unique selling point’ meer. EnergieGids.nl

duikt in de wereld van duurzaam ondernemen

om te kijken hoe de ‘koplopers’ het ‘peloton’

op sleeptouw nemen.

14 praktijkcase xl

B R A Z I L I A A N S E V U I L N I S

WO R DT E U R O P E S E

CARBON CREDIT

Ingenieursbureau Arcadis verdient in Brazilië

CO 2

-emissierechten met het afvangen van

methaangas op een vuilnisbelt in São Paulo.

ENERGIE &ICT


CO 2

-prijs

20 lunchinterview

“ZEVEN STAPPEN

O M G E E N K A N S E N

TE MISSEN”

Om de forse energiebesparing en de omslag naar een duurzame samenleving de

komende decennia daadwerkelijk te realiseren is meer nodig dan het nemen van enkele

maatregelen. Energiebesparing en duurzaamheid moeten g ntegreerd worden

opgepakt. Dat betekent dat de vaak gehanteerde Trias Energetica uitgebreid moet

worden met veel meer stappen dan de huidige drie. Dr. Hans van Weenen, lector

Duurzaam Ondernemen aan de Hogeschool Windesheim en universitair hoofddocent

milieukunde aan de Universiteit van Amsterdam, introduceert dan ook de

Zevensprong voor energie.

32 energieonderzoek

OPTISCHE LAAG KAN CHIP OPWAARDEREN

Het energiezuiniger maken van microprocessors is een van de prioriteiten

van grote chipfabrikanten als Intel en IBM. Met een zuinige chip hoeft

de laptop of mobiele telefoon namelijk minder vaak in het stopcontact.

Voor desktops speelt dat probleem minder. Toch is energie-efficiency ook

in deze apparaten van groot belang. Chips worden namelijk zo heet dat

ze niet goed meer werken. Onderzoekers van de Technische Universiteit

Eindhoven (TU/e) denken de oplossing hierin te vinden: licht.

Grote bedrijven en energieproducenten wachten in

spanning af tot het nieuwe klimaatakkoord wordt afgesloten

eind dit jaar in Kopenhagen. Want is het niet

rechtsom dan krijgen ze wel linksom de CO 2

-rekening

van hun productie gepresenteerd.

Rechtsom, als door stevig, wereldwijd klimaatbeleid

de CO 2

-prijs op de CO 2

-markt zal stijgen. Het

Internationaal Energie Agentschap (IEA) verwacht (of

beter gezegd: hoopt) dat die prijs explosief zal stijgen,

hoewel onder analisten vrij breed de mening wordt

gedeeld dat de prijsstijging nog beperkt zal blijven

(zie pag. 42 in deze EnergieGids.nl). En daarmee zou

een belangrijke ‘incentive’ voor energiebesparende en

duurzame maatregelen in CO 2

-uitstotende bedrijven

wegvallen.

In dat geval gaat het linksom: normeringen of CO 2

-belastingen

op producten kunnen dan in zwang raken.

De nieuwe EU-voorzitter Zweden zinspeelde daar onlangs

al op; premier Fredrik Reinfeldt stelde voor dat

de lidstaten de introductie van een CO 2

-heffing zelf

ter hand nemen, omdat de EU niet de bevoegdheid

heeft accijnzen in te voeren. Het zou wel kunnen als

niet-EU-landen niet meedoen aan een internationaal

klimaatakkoord. Daarom stellen Frankrijk en Duitsland

voor dit heffingsinstrument op te pakken, om de

Europese industrie te beschermen indien de industrie

in andere delen van de wereld geen inspanningen

hoeft te doen voor CO 2

-reductie (zie de website van

EnergieGids.nl).

De recessie zal ons in elk geval helpen de CO 2

-doelen

van 2012 te halen, zei al eerder minister Cramer.

Immers, de vraag naar producten en daardoor de

productie neemt sterk af. En daar zit nog een aardig

appeltje voor de dorst voor deze regering. Want naar

verluidt zal Nederland daardoor 1 miljard euro minder

geld aan CO 2

-rechten hoeven uit te geven, geld dat al

wel is gereserveerd. Mijn advies aan minister Cramer:

alle hens aan dek en claimen dit budget, want voor

je het weet heeft minister Donner dit geld al in een

verlengde werktijdverkorting voor allerlei, veelal niet

duurzame bedrijven gestopt.

Harmen Weijer

hoofdredacteur

Commentaar

En verder

3 Watt’s new

6 Screenshots

9 Column Jan Paul van Soest

12 Praktijkcase Mobiliteit: Aardgas goed bruikbaar als brandstof voor schepen

13 Praktijkcase Bouw: Duurzame verlichting in Deventer horeca en winkels

16 Energietechniek: Meer energie uit planten

19 Praktijkcase Energievoorziening: ‘Helft Duitse stroom groen, tenzij politiek verkleurt’

22 Beurs trekt 60 procent meer bezoekers dan verwacht

24 Energie in beeld: Eerste drijvende windturbine bij Noorse kust

26 Xtra Praktijkcase XL: Datacenter levert warmte en deelt rekencapaciteit

28 Xtra Energiebeleid: “Smart energy grid motor economische groei”

30 Xtra Praktijkcase Bouw: Kleine computer als slimme meter

31 Xtra Energietechniek: Horizontaal stapelen halveert energiekosten

34 Reportage: Zoektocht naar geld voor energiebesparing loont

38 Energietechniek: Kema pioniert in China met hoogspanningsleiding

39 Productnieuws

40 Marktpanel Energieconsulenten: Nulenergiewoning: opslag essentieel

41 Marktpanel Juridisch: Het nieuwe marktmodel – invoering van het leveranciersmodel

42 Marktpanel Emissiehandel: Analisten verwachten geen explosie CO 2

-prijs

43 Marktpanel Consultants: CO 2

-monitoringtool brengt effect van klimaatbeleid per

gemeente in kaart

44 Marktpanel Overheid: Verbeterde bioplastics zorgen voor bredere toepasbaarheid

45 Marktpanel Juridisch: Bescherming van technologie als pijler voor alternatieve energie

46 Vooruitblik


creenshots

Nieuws van EnerGiegids.nl diepen we in

deze rubriek verder uit.

EPC blijft ook in nieuwe bouwnorm EPG

door Richard Mooi

De energieprestatiecoëfficiënt (EPC) blijft

de eenheid waarin de energiezuinigheid

van een gebouw wordt uitgedrukt. Dat

zegt Ron van der Aa van het NEN, dat

onlangs de nieuwe Energieprestatienorm

Gebouwen (EPG) presenteerde.

Twee jaar geleden toen de EPG-commissie

aan het werk ging, drong met name

Bouwend Nederland aan op het vervangen

van de EPC door een reëler getal.

Met name uit de bouwwereld kwam

steeds meer kritiek op het EPC-getal dat

bij nog energiezuiniger bouwen steeds

onnauwkeurig zou zijn. De EPC-index

blijft overeind, weet Van der Aa. De commissie

onderzoekt of het EPC-getal voor

nieuwbouw en bestaande bouw (bij het

energielabel) gelijk moet worden getrokken.

“Zodat het in nieuwbouw, waar de

eerste 10 jaar het label niet verplicht is,

toch heel gemakkelijk gegenereerd zou

kunnen worden, als men dat zou willen.”

Ook loopt er nog een studie van SenterNovem

naar het passiefhuis en in

hoeverre de EPN/EPC-berekeningen bij

dit woningtype werken. Wellicht dat de

uitkomsten van het onderzoek nog in de

definitieve EPG worden meegenomen,

zegt Van der Aa.

Bundeling

De EPG bundelt nu nog vier verschillende

documenten, de twee NEN-normen 5128

(voor woningen en woongebouwen

en NEN-2916 (overige gebouwen) voor

nieuwbouw en de twee ISSO-publicaties

82 (woningen) en 75 (utiliteitsgebouwen)

voor de bestaande bouw. De groene

versie van 320 pagina’s is voor iedereen

beschikbaar voor kritiek.

De nieuwe lijvige norm bevat nog wel een

aantal ‘witte vlekken’, punten waarover

nog geen consensus is of zaken die nog

verder uitgezocht moeten worden. Deze

witte vlekken staan in een afzonderlijk

document dat kan worden gedownload

voor wie de groene (papieren) versie

heeft besteld. Van der Aa ontkent dat

deze talrijke witte vlekken het gevolg zijn

van onenigheid in de normcommissie. De

kritiektermijn op de NEN-7120 loopt tot

eind juli, daarna gaat de normcommissie

alle inspraak bundelen en meenemen en

afwegen.

“Alles ligt op schema om ervoor te zorgen

dat er eind 2009 een definitieve norm

voor energieprestatie bij VROM is”, zegt

Van der Aa.

Als de definitieve EPG-norm-7120 bij

VROM ligt, verwacht Van der Aa dat het

nog minstens een jaar kost om de ambtelijke

molens in Brussel te doorlopen,

zodat op zijn vroegst 1 januari 2011 de EPG

verplicht wordt. De nieuwe norm Energieprestatie

Gebouwen (EPG) is onlangs

verschenen.

Facilitymanagers steunen Energie Award

Facility Management Nederland heeft besloten om de Energie

Award, die ook dit jaar op de vakbeurs Energie wordt uitgereikt,

te adopteren. De prijs heet dit jaar dan ook de FMN Energie 2009

Award en wordt uitgereikt aan een energieverbruiker die op het

gebied van zowel energiebesparing, energiebeheer als energieinkoop

een optimale situatie heeft bereikt.

De inzendingen worden door een zevenkoppige jury beoordeeld

op originaliteit, innovatie en duurzaamheid. Het is de vijfde maal

dat de prijs wordt uitgereikt. De in te zenden projecten mogen

uit alle bedrijfssectoren van de maatschappij komen. Vorige jaren

ging de Award achtereenvolgens naar het Sint Jansdal ziekenhuis

in Harderwijk, het Gemeentelijk Sportcentrum Calluna in Ermelo,

het project City Cargo Amsterdam en het bedrijfsgebouw van

WTH vloerverwarming en koeling in Dordrecht. De genomineerden

zijn een voorbeeld en inspiratiebron voor andere ondernemers.

Energie 2009 vindt plaats van 6 t/m 8 oktober 2009 in de Brabanthallen

’s-Hertogenbosch en wordt georganiseerd door VNU

Exhibitions Europe in samenwerking met Libéma. De FMN Energie

2009 Award is een handgemaakt design object, beschikbaar

gesteld door het onafhankelijke energieadviesbureau Energy

Circle uit Voorthuizen.

Inzendingen voor 13 september naar: info@energievakbeurs.nl.

6 juli/augustus 2009


screenshots

‘Slimme schakelaar’ en duurzame opties maken

treinreis naar Den Haag CO 2

-neutraal

Door de bovenleiding van een dubbel

treinspoor parallel te schakelen halveert

de elektrische weerstand als een trein

passeert. Het energieverlies in de bovenleiding

neemt hierdoor met 20 tot 40

procent af. Met dat relatief simpele idee

mag KEMA van spoorwegeigenaar ProRail

aan de slag, want het Arnhemse bedrijf

heeft de ProRail prijsvraag 2009 gewonnen.

Daar komt nog meer bij kijken dan

alleen de slimme schakelaar.

In de prijsvraag stond de vraag centraal:

hoe is het traject Utrecht-Den Haag CO 2

-

neutraal te maken, vertelt Teun Ploeg van

KEMA. Ploeg was indiener van het project

en is binnen KEMA Market Issue Leader

Rail. “In de 2e ronde van de prijsvraag

werd ons gevraagd hoe dit traject CO 2

-

neutraal gemaakt kon worden. Daarvoor

is de slimme schakelaar alleen niet

voldoende, daarvoor moet veel meer uit

de kast worden gehaald. Grofweg stellen

wij voor dat 25 procent van het energieverbruik

groen ingekocht moet worden.

Meer is niet verantwoord omdat gezien

het jaarlijkse stroomverbruik van de NS

(bijna 1500 GWh, red.) er zoveel moet

worden ingekocht dat dit een te grote

impact heeft op de totale Nederlandse

groene-stroominkoop. Dat werkt prijsopdrijvend.”

Een tweede grote hap komt uit duurzame

opties, zoals wind en zon-pv. Wat stellen

jullie voor?

“Wij stellen voor om zonnepanelen te

plaatsen op daken van stations en andere

spoorgebonden gebouwen, vanwege het

feit dat voor zon-pv op daken subsidie

is aan te vragen, in tegenstelling tot

zonnepanelen langs het spoor of boven

het spoor. Ook zijn er enkele plaatsen op

het traject Utrecht-Den Haag die zeer

geschikt zijn voor windturbines.”

Hoe werkt de slimme schakelaar precies?

“Op baanvakken met een dubbel spoor is

de elektrische weerstand van de bovenleiding

te halveren door de bovenleiding

parallel te schakelen. Momenteel is dat

niet het geval. Je zou dat heel simpel

kunnen doen door ze met een draadje te

verbinden, maar een schakelaar is nodig

om bij storingen weer op één leiding

over te kunnen schakelen. Voor deze pilot

stellen wij voor om twee schakelaars per

voedingsdeel te plaatsen, omdat dit qua

terugverdientijd het beste is. In totaal

gaat het om tussen 20 en 30 schakelaars.

Deze besparen jaarlijks 2,5 GWh, een

kostenbesparing van 176.000 euro en

CO 2

-reductie van 1,6 kiloton. Dat is in iets

meer dan 5 jaar terugverdiend.”

Wanneer gaan jullie aan de slag?

“Dat wordt zeer binnenkort met ProRail

besproken. We kunnen tussen een halfjaar

en een jaar de schakelaars geplaatst

hebben. Dan gaan we een jaar monitoren

hoe de schakelaars reageren door

afwisselend voedingssecties al dan niet

parallel te schakelen. Voor wat betreft

het geheel CO 2

-neutraal maken, dus ook

met het plaatsen van zonnepanelen en

windturbines, zijn we nog afhankelijk van

subsidies (zon-pv) en vergunningsprocedures

(windturbines).” (HW)

juli/ augustus 2009

7


Waar haalt u uw energie vandaan?

Agenda

U hebt in één oogopslag alle

evenementen op een rij.

Leveranciersinformatie

Bent u op zoek naar nieuwe

leveranciers? Deze vindt u hier.

U kunt zoeken in 50 categorieën!

Nieuw: Subsidies!

Benut de subsidiemogelijkheden in 3 stappen:

1. Zoek in alle energie- en milieusubsidieregelingen

2. Per regeling informatie en voorwaarden

3. Direct de aanvraag regelen!

Vraag en Antwoord

Stel uw vragen aan de expert of

doe uw voordeel met de

antwoorden van de expert op

de vragen van uw collega’s.

Nieuwsbrief

Dagelijks het laatste nieuws

automatisch gratis in uw

inbox? Dat kan met de

EnergieGids.nl nieuwsbrief.

Publicaties

Een schat aan waardevolle

vakinformatie voor iedere

energie-professional.

Zoek en vind!

EnergieGids.nl heeft een

uitgebreide zoekfunctie. U vindt

wat u zoekt. U kunt de resultaten

sorteren en verder speciferen.

Opinie

Kom in contact met uw

collega’s en doe uw voordeel

met hun kennis. Start

discussies en leer van de

ervaring van uw collega’s.

Dossiers

Alle informatie is verdeeld over

dossiers. U vindt gemakkelijk en

snel wat u zoekt!

Nieuws

Alle relevante artikelen op een

presenteerblaadje. Dagelijks

selecteert EnergieGids.nl het

belangrijkste laatste energienieuws.

www.EnergieGids.nl:

bron van energie!

Energy talk

Interessante interviews en

reportages over actuele

onderwerpen. Bekijk

ze online!

Neem nu een gratis en vrijblijvend proefabonnement voor 2 maanden.

Ga naar www.energiegids.nl.

Binnen 5 minuten hebt u toegang tot EnergieGids.nl, de bron van energie.

EnergieGids.nl is een uitgave van


Column

Klimaatbeleid in een Power House

Een jaar geleden bracht de minister van Economische Zaken het Energierapport

uit. Drie mogelijke toekomstmodellen voor de elektriciteitsvoorziening werden erin

beschreven: Flexwerker, Smart City en Power House. De laatste impliceerde dat in

Nederland een grote hoeveelheid nieuw vermogen zou worden gebouwd, waardoor

ons land in plaats van netto-importeur (afgelopen jaren) een netto-exporteur zou

kunnen worden.

Door Jan Paul van Soest

De toekomst is natuurlijk niet zeker,

maar er tekent zich wel een trend

af. De enorme hoeveelheden

nieuw gepland grootschalig productievermogen

wijzen erop dat het Power

House-scenario momenteel werkelijkheid

aan het worden is. Het Regieorgaan Energietransitie

en de Algemene Energieraad

duwen nog in de richting van Flexwerker

(kolenvergassing en snel regelbaar gasvermogen,

gasnet als bron van flexibiliteit)

en de afgesplitste netwerken hebben een

begerig oog laten vallen op Smart City

met olijke slimme netwerken, maar toch:

een Power House lijkt het hier wel te gaan

worden. Zelfs als maar een derde van alle

plannen voor nieuwe centrales doorgaat.

Hoog plafond

Het is van belang de gevolgen hiervan te

doorgronden. Want er zijn consequenties

voor het beleid op het gebied van klimaat

en duurzame energie.

De CO 2

-uitstoot ‘op Nederlands grondgebied’

stijgt om te beginnen aanzienlijk.

Tegenargument: onder het plafond van

het Europese handelssysteem voor CO 2

is

dat geen punt, dan moeten andere landen

en centrales en industrietakken iets meer

reduceren, werkelijk of via de emissiehandel.

Tegen-tegenargument: dat is wel juist,

maar door een weinig stringent plafond en

door openhouden van het CO 2

-lek via het

Clean Development Mechanism (CDM) blijven

de CO 2

-prijzen tot zeg 2025 in elk geval

te laag, en komt er in ons land dus meer

kolen- en ander basislastvermogen dan

het geval zou zijn bij optimaal werkende

markten.

Vleug Wilders

Daarbij: de politieke ‘afrekening’ gebeurt

op grond van nationale doelstellingen. Dat

is natuurlijk oliekoekedom, maar geheel

in lijn met de tijdgeest, waarin Nederland

zich gemiddeld steeds verder van Europa

wenst af te keren. Het is echter met zo’n

afrekencriterium niet mogelijk de nationale

doelen te halen. Erg? In pure CO 2

-moleculen

in Europees verband mogelijk niet, maar

politiek in Nederland een lastige dobber.

Een vervolgconsequentie kan dan ook nog

zijn dat Nederland in volgende kabinetten,

zeker als er een vleug Wilders in een

regering gaat komen, ervoor gaat pleiten

het EU-plafond niet teveel te verlagen. We

hebben hier immers zoveel fijne centrales,

die stroom voor de hele Noordwest-Europese

elektriciteitsmarkt leveren.

Nog een gevolg: Nederland verandert van

‘duurte-eiland’ in de afgelopen 15 jaar

in een ‘goedkoopte-eiland’, met lagere

elektriciteitsprijzen dan het Europees

gemiddelde. Zeker als de interconnectiecapaciteit

maar beperkt groeit. Dat laatste is

overigens verdedigbaar: waarom zouden

de Nederlandse stroomgebruikers gezamenlijk

in dure exportcapaciteit moeten

investeren die maar een paar producenten

ten goede komt? Maar dan wordt er dus

meer stroom opgewekt dan kan worden

afgevoerd, met lage of op tijden dat het

hard waait (windenergie) zelfs negatieve

elektriciteitsprijzen tot gevolg. Misschien

een alsnog nuttige toepassing voor de

Betuwelijn? In plaats van kolen via de Betuwelijn

naar Duitsland te brengen, kunnen

we nu kolenstroom via de spoorrails naar

Duitsland exporteren.

Extra opcenten

Duidelijk zal ook zijn dat het animo voor

nieuwe plannen voor elektriciteitsopwekking,

ook en misschien wel vooral duurzame

elektriciteit, flink kan afnemen. Raak

je de stroom wel kwijt? En tegen welke

prijzen dan? Is er bij congestie voorrang

voor duurzaam opgewekte stroom? Wat

is zeker, welke risico’s zijn er? Dergelijke

overwegingen bepalen of projectontwikkelaars

nog brood zien in duurzamestroomplannen.

Zoveel is in elk geval zeker: het hele

stimuleringskader voor duurzame energie

zal in het licht van het toekomstige Power

House herontworpen moeten worden. We

halen nu de doelen voor duurzame energie

(twintig procent in 2020) al niet, laat staan

als Power House doorzet.

Een suggestie vast: als Nederland dan

toch een goedkoopte-eiland wordt,

kunnen er best nog wat opcenten via de

groothandelsmarkt voor stroom worden

g nd, waarmee duurzame energie- en

besparingsinvesteringen letterlijk tegen de

stroom in worden gefinancierd.

juli/ augustus 2009

9


COVERSTORY

Hoe duurzaam ondernemen

de crisis overleeft

Is duurzaam ondernemen de afgelopen jaren een hype gebleken en zakt het bij een economische crisis als

nu weer ver weg? Of beklijft duurzaamheid wel degelijk in de bedrijfsvoering? Vooralsnog gaan de groene

en maatschappelijke plannen niet massaal de prullenbak in. Maar duurzaamheid is ook geen ‘unique selling

point’ meer. EnergieGids.nl duikt in de wereld van duurzaam ondernemen om te kijken hoe de ‘koplopers’

het ‘peloton’ op sleeptouw nemen.

Afvullijn bij Gulpener Brouwerij. De Limburgse brouwer staat bekend als koploper. Men maakt alleen gebruik

van groene elektriciteit (verkregen van Limburgse groene energiebronnen en eigen zonne-energie). Daarnaast

heeft Gulpener eigen waterbronnen en een eigen waterzuiveringsinstallatie.

Door Tijdo van der Zee

Klaas van den Berg, sustainability

leader bij adviesbureau PricewaterhouseCoopers

(PWC) merkt de

gevolgen van de crisis. “Bedrijven proberen

bij besparingen eerst het laaghangende

fruit te plukken. Externe adviseurs kom

dan snel in aanmerking. Tijdens de crisis

moeten werknemers voor veel kleinere

uitgaven goedkeuring krijgen van bovenaf.

Dat weerhoudt ze er soms van om die

investering überhaupt nog te doen.”

Als elk kwartaal publiceerde PWC ook in

juni de Duurzaamheidbarometer. Deze keer

stond die in het teken van de crisis. “Vooralsnog

gaan de groene en maatschappelijke

plannen niet massaal de prullenbak in,” liet

Van den Berg toen weten. Dat klopt. Bijna

driekwart van de onderzochte bedrijven

geeft namelijk aan niet van plan te zijn

plannen om lopende initiatieven en investeringen

op het gebied van duurzaamheid

te wijzigen door de huidige economische

crisis. Een vijfde geeft aan zich juist meer

toe te leggen op duurzaam ondernemen.

Slechts een kleine groep van 7 procent zegt

te bezuinigen op duurzaamheid. Opvallend

is echter wel dat van deze groep de sectoren

industrie, bouw en nutsbedrijven tweeënhalf

keer zo vaak bezuinigen op duurzaamheid

als bijvoorbeeld de dienstverlenende

bedrijven. Besparingen op duurzaamheid

worden vooral gerealiseerd door het buiten

de deur zetten van externe adviseurs en

door het stoppen van sponsoren van duurzaamheidprojecten.

Een ander recent verontrustend geluid

komt van onderzoeks- en adviesbureau

Berenschot. Je profileren als duurzaam

bedrijf is veel minder sexy dan vorig jaar,

was een van de opmerkelijke resultaten

van het jaarlijkse marketingonderzoek.

Daarin werd marketeers gevraagd naar

belangrijke ‘selling points’ van het bedrijf

of product. Maatschappelijk verantwoord

ondernemen en duurzaamheid daalden in

een jaar tijd van plek 6 naar een oneervolle

plek 39. In 60 procent van de gevallen gaf

de marketingmedewerker aan dat de door

hem genoemde trend zelfs impact heeft

op de strategische keuzes van de onderneming,

hoewel die meestal, zo moet gezegd,

de planfase nog niet ontstegen waren.

Sustainability index

Voor zover de negatieve berichtgeving. Er

zijn namelijk nog genoeg bedrijven die, crisis

of niet, duurzaam blijven ondernemen.

Duurzaamheid is in veel van deze gevallen

integraal onderdeel van de bedrijfsvoering,

core business. En waar het precies aan ligt

is niet duidelijk maar duurzaam opererende

bedrijven presteren over het algemeen

beter dan ondernemingen die dat niet

doen. “De Dow Jones heeft een ‘Sustainabi-

10 juli/augustus 2009


COVERSTORY

Tijdens het seminar ‘De kredietcrisis: een zegen of een ramp voor verantwoord ondernemen?’

aan de Erasmus Universiteit Rotterdam werden verschillende oplossingsrichtingen

naar voren gebracht om duurzaam ondernemen te versnellen.

Ten eerste is het van belang om de verschillende stakeholders –banken, aandeelhouders

en consumenten– te overtuigen om meer in te zetten op duurzaam. Banken geven

tegenwoordig, en met name na het debacle met Econcern, regelmatig nul op het rekest

wanneer duurzame initiatieven om geld vragen, met als argument dat dit momenteel

te risicovol is. Dit kan een negatieve spiraal veroorzaken, die snel een halt moet worden

toegeroepen. Daarnaast moeten aandeelhouders veel meer aan de lange termijn gaan

denken en niet snel willen innen. De resultaten van de in het artikel genoemde ‘sustainability

index’ kunnen aandeelhouders motiveren. Een speciale taak is weggelegd voor

de pensioenfondsen die vaak als grootaandeelhouder beleggen met geld van gewone

burgers en hier dus erg zorgvuldig mee moeten omspringen. Een derde stakeholder waar

bewustwording nog niet is uitgekristalliseerd is de consument. Deze kan onder meer

voorgelicht worden door labeling van producten.

Ten tweede zijn het de producenten zelf die zich meer met duurzaamheid moeten bezighouden.

Dat kan door het stellen van regels, zoals de eerder genoemde Richtlijn 400. Ook

de ‘interne spiritualiteit’ van de ondernemer zou moeten worden aangesproken. “Wat je

predikt als burger moet je ook doen als ondernemer,” zo vatte MVO-directeur Lageweg

dit punt samen. Ten slotte kan je denken aan een beloningssysteem voor managers die

duurzaam hoog in het vaandel hebben staan, zoals TNT en Rabobank hebben.

lity Index’. Als je de top tien met de laagste

tien in deze index vergelijkt, zie je dat de

toppers structureel veel beter scoren op de

beurs,” zegt Van den Berg van PWC.

Een succesnummer is bijvoorbeeld Triodosbank,

die in juni in Londen de prestigieuze

FT Sustainable Banking Award ontving en

in de strijd banken als Deutsche Bank en

Grupo Santander achter zich liet. Duurzaam

ondernemen legt de bank geen

windeieren. De afgelopen jaren liet Triodos

een continu stijgende lijn zien op de beurs,

dit in tegenstelling tot de twee grootbanken

ABN en ING.

Horeca

Voor de horecabranche was de crisis juíst

aanleiding om extra in te zetten op duurzaam

ondernemen. In het visiedocument

‘Continuïteit in nieuwe tijden’ uit maart

van dit jaar is duurzaamheid een van de

speerpunten. “Het is ons rode boekje,”

zegt Anthony van der Klis, woordvoerder

van de Koninklijke Horeca. “We zijn echt

gebonden aan die speerpunten. Volgens

ons maakt duurzaam ondernemen de

branche bestendig voor moeilijke tijden

als nu. Natuurlijk moeten op korte termijn

kostenbesparende maatregelen genomen

worden. Maar wij als branche hebben een

belangrijke taak als het gaat om de lange

termijn, en duurzaamheid kan een ‘unique

selling point’ worden,” aldus Van der Klis.

Volgens de woordvoerder is met name de

hotelsector erg actief met energiebesparende

maatregelen. “De hotelsector voert

alles door wat bijdraagt aan een betere

energie- en milieuhuishouding. Dat loopt

van verlichting tot watermanagement.”

Richtlijn 400

Binnenkort zal ook in de jaarverslaggeving

van bedrijven meer aandacht

besteed gaan worden aan duurzaamheid,

al is het niet geheel duidelijk in hoeverre

de crisis de ambities van deze nieuwe

regelgeving heeft verwaterd. De Raad voor

Jaarverslaggeving (RJ), waarin onder meer

vertegenwoordigers van werkgevers- en

werknemersorganisaties zitting hebben,

vergaderde op 24 juni over de Richtlijn

400. Deze richtlijn geeft grote en middelgrote

ondernemingen aanbevelingen

over de wijze waarop zij maatschappelijk

verantwoord ondernemen (MVO) in hun

jaarverslag kunnen verwerken. De Sociaal

Economische Raad had aan de RJ gevraagd

de richtlijn vóór 1 juli 2009 aan te scherpen.

“We zullen de Richtlijn 400 nog explicieter

maken, met name op het gebied van

internationaal ketenbeheer en ‘good practices’,”

zegt Nancy Kamp-Roelands, docent

Corporate Sustainable Responsibility aan

de Rotterdamse Erasmus Universiteit, die

aan de Richtlijn 400 meewerkt. Overigens

is de Richtlijn een advies en niet wettelijk

af te dwingen. “Dat betekent niet dat er

geen ‘committment’ is. Ook werkgeversorganisatie

VNO-NCW heeft in december

de MVO-verklaring ondertekend. Maar verslaggeving

in de jaarrekening is geen doel

op zich natuurlijk. Het is een instrument

om het doel, een duurzamere bedrijfsvoering,

te bereiken.”

Koploperbedrijven

Sommige professionals hebben de indruk

dat de zwaarste tijd voor duurzaam ondernemen

alweer achter de rug ligt. Zo gaf

Marjan Minnesma, directeur van stichting

Urgenda, een actieorganisatie voor

innovatie en duurzaamheid, onlangs aan

dat ze signalen ontving dat de markt voor

duurzaam ondernemen weer aantrekt. Zij

moest echter toegeven dat dit met name

het geval is voor de koploperbedrijven.

Een breed gedragen opvatting is dan ook

dat de focus op koplopers de grote groep

‘gewone’ bedrijven veronachtzaamt, waar

duurzaamheid nog niet erg geworteld

is. Zo stelt Willem Lageweg, directeur

van MVO Nederland: “Over die koplopers

hoeven we ons geen zorgen over te maken,

maar er is een grote groep mainstream

bedrijven die veel meer gefaciliteerd moet

worden. Daar is de bewustwording nog

lang niet doorgedrongen en ik zie het ook

als een verantwoordelijkheid van de overheid

om daar iets aan te doen.”

Een veel gebezigde slogan in deze tijden

komt van de stafchef van Obama’s ambtenarenapparaat.

“You never want a serious

crisis to go to waste,” zei Rahm Emanuel.

Maar dit is geen ‘self fulfilling prophecy’.

Bart Jan Krouwel, adviseur voormalig

directeur MVO Rabobank, is in ieder geval

pessimistisch gestemd. “Ik hoop dat de

crisis een zegen is voor de wereld en als

dat niet zo is, dan is het geen goede crisis.

Maar ik houd mijn hart vast. Eerlijk gezegd

denk ik dat we op dezelfde voet verder zullen

gaan.”

Highlights

• Duurzame bedrijven scoren beter op de

beurs

• Meer aandacht duurzaamheid in jaarverslag

• Mainstream niet vergeten

Weblinks

• www.energiegids.nl

• www.pwc.nl

• www.esaa.nl/csr

• www.mvonederland.nl

• www.sustainability-index.com

juli/ augustus 2009

11


PRAKTIJKCASE MOBILITEIT

Aardgas goed bruikbaar als

brandstof voor schepen

Verschillende reders van grote schepen hebben het relatief schone aardgas ontdekt als brandstof. Door

milieueisen nemen zij de hogere kosten voor lief.

Door Jan van den Berg

Aardgas is niet nieuw in de

scheepvaart; het wordt al bijna

dertig jaar gebruikt. Dit gebeurt

vooralsnog op bescheiden schaal, omdat

de opslag relatief duur is. Aardgas kan

gasvormig worden opgeslagen onder een

druk van 100 tot 200 bar. Het alternatief is

opslag in vloeibare vorm. Maar dan moet

het tot -163 ˚C worden gekoeld. Voor beide

manieren zijn dure installaties nodig. Maar

door milieueisen nemen reders de hogere

kosten vaker voor lief.

Noorwegen

Vooral in Scandinavië is de druk op reders

groot. Het is dan ook geen toeval dat

sinds 2000 in Noorwegen vijf veerponten

in gebruik zijn genomen die op aardgas

varen. Ook de Noorse reder Sea Cargo zet

de schone brandstof in. Het bedrijf heeft

Rolls Royce ingeschakeld om twee zeeschepen

– met een lengte van 133 meter

en een laadvermogen van 5600 ton – uit

te rusten met een aardgasvoortstuwing.

De verbrandingsmotor kon met relatief

kleine ingrepen aangepast worden. De opslagtanks,

pompen, kleppen en leidingen

moesten wel grondig herzien worden.

Zo moet het LNG worden opgeslagen onder

een druk van 5 bar. Dit gebeurt in twee

cilindervormige tanks. Deze zijn relatief

groot in vergelijking met tanks voor vloeibare

brandstof. Per volume-eenheid bevat

diesel immers 1,8 maal zoveel energie. Het

feit dat de tanks onder druk staan, maakt

het beslag op ruimte nog groter. Ze moeten

niet alleen de inwendige druk kunnen

weerstaan. Ze moeten ook bestand zijn

tegen de gevolgen van aanvaringen en aan

de grond lopen. De schepen zullen vanaf

volgend jaar varen tussen Scandinavië,

Nederland en Groot-Brittannië.

Boil off

Bij tankers voor het vervoer van LNG wordt

LNG bijgestookt bij de normale brandstof,

diesel of stookolie. Dit is afkomstig van de

zogeheten ‘boil off’. Tijdens het transport

van LNG verdampt iedere dag ongeveer

1 procent van de lading. Bij moderne

LNG-tankers wordt deze afgevangen en

verstookt. De Nederlandse rederij Anthony

Veder heeft een stap verder gezet. Het bedrijf

nam onlangs de Coral Methane in de

vaart, een tanker voor het vervoer van gas

in vloeibare vorm, zoals LNG, LPG of ethyleen.

Het schip beschikt over vier verbrandingsmotoren.

Twee verstoken stookolie.

De andere zijn voor LNG. Het schip kan

hier op varen wanneer het LNG aflevert in

landen of gebieden waar de zorg voor het

milieu zwaar weegt, bijvoorbeeld

g soleerde dorpen langs de Noorse kust.

Het uiteindelijke doel van alle techniek is

om de uitstoot te beperken. In vergelijking

met diesel- of gasolie produceert LNG bij

verbranding ongeveer 20 procent minder

CO 2

en 90 procent minder stikstofoxiden,

terwijl er vrijwel geen zwaveloxiden en

fijnstof uit de schoorsteen komen.

Highlights

• De aandacht voor uitstoot van schepen

neemt sterk toe

• Vloeibaar aardgas stoot 20 procent

minder CO 2

uit en 90 procent minder

NO x

• Techniek om uitsluitend aardgas te

verstoken is beschikbaar

Weblinks

• www.energiegids.nl

• www.anthonyveder.com

• www.rolls-royce.com/marine

• www.sea-cargo.no

• www.dcmr.nl/nl/faq/LNGgas.html

12 juli/augustus 2009


Praktijkcase Bouw

duurzame verlichting in

deventer horeca en winkels

Dertien winkeliers, horeca-ondernemers en een supermarkt in Deventer doen mee aan het project Duurzame

verlichting. Spectrus Licht en Advies is momenteel druk bezig met het maken van verlichtingsplannen,

waarbij besparing een belangrijke rol speelt. Het project wordt gefinancierd door de provincie en is bedacht

door Young Sustainability Award-winnaar Carolien van Merksteijn. MKB Deventer heeft het vervolgens

opgepakt en enkele leden enthousiast gemaakt.

Door Tjitske Ypma

Van Merksteijn´s aanvankelijke idee

was om de verlichting in etalages

´s nachts uit te doen, maar gedurende

het project werd duidelijk dat ín de

panden ook allerlei besparingsmogelijkheden

zijn. Dit kan door minder licht, ander

licht of minder branduren.

De nieuwe LED-techniek leek bijvoorbeeld

interessant, en nieuwe manieren

van gasontladingsarmaturen. Bij LED zijn

inmiddels wat vraagtekens gerezen, maar

met de nieuwe armaturen kunnen goede

besparingsresultaten worden behaald.

“Als ergens grondig verbouwd wordt, kan

duurzame verlichting in twee tot drie jaar

worden terugverdiend”, zegt Van Merksteijn,

inmiddels als adviseur in dienst bij

Partners for Innovation.

Spectrus Licht en Advies durft nog niets te

zeggen over daadwerkelijke besparingsresultaten,

maar ziet allerlei mogelijkheden.

“Naast de energiezuiniger gasontladingsarmaturen

zijn er elektronische transformators

waardoor de piekbelasting lager

wordt, en er zijn bewegingssensoren en

tijdschakelaars,” aldus

Sander de Vries.

De tijdschakelaars

moeten ervoor

zorgen dat etalages

´s avonds verlicht

worden, maar

´s nachts uitgaan.

“Nu is het vaak nog

kiezen tussen alleen

overdag aan of 24 uur

laten branden.” De

bewegingssensoren

kunnen in paskamers

nuttig zijn, denkt hij.

Af en toe leidt een nieuw verlichtingsplan

tot een hogere energierekening. “We gaan

uit van de wensen van de ondernemer. Als

die meer licht wil, kan dat, maar we proberen

dan wel de zuinigste mogelijkheden

aan te dragen.”

Nog niet goed genoeg

LED is voor hem wel een optie, maar alleen

voor decoratie. In winkels niet onbelangrijk,

maar voor functionele verlichting

raadt hij het af. Het geeft te weinig licht en

de lichtsterkte gaat bovendien snel achteruit.

Ook de kleur is nog niet goed.

“Het is wel iets voor voorlopers. Nuon is

er volop mee bezig. Ik geloof dat het in de

toekomst veel gebruikt gaat worden, maar

daarvoor moet het eerst verder ontwikkeld

worden.”

Van Merksteijn is blij dat het project in

Deventer is aangeslagen. In Eindhoven

heeft ze het ook geprobeerd, maar daar is

tot nu toe weinig van de grond gekomen.

Ze wil nu andere gemeenten benaderen

om het project aan zijn eigen ondernemers

aan te bieden.

Het kost wel geld: de provincie Overijssel

heeft er 25.000 euro voor beschikbaar

gesteld. Dat wordt gebruikt voor communicatie

en voorlichting en voor de adviezen.

Het advies wordt voor 60 procent vergoed.

“Er is nu eenmaal een extra prikkel nodig,

anders denken ondernemers niet snel na

over hun verlichting. Ook al betaalt de

uiteindelijke investering zichzelf dankzij

de energie-investeringsaftrek wel terug,”

aldus de adviseur.

Ze ziet daarnaast mogelijkheden voor

workshops voor installateurs. “Die groep

is heel belangrijk en wordt vaak over het

hoofd gezien. We hebben in Deventer

een workshop gehad waar voornamelijk

installateurs op af kwamen. Zij krijgen

nieuwe technieken wel eens door via hun

leveranciers, maar krijgen nooit een nieuw

overzicht. Terwijl zij wel vaak degene zijn

die een beslissende rol hebben.”

Highlights

• MKB Deventer is druk bezig met duurzame

verlichting

• Tijdschakelaars, bewegingssensoren en

gasontladingsarmaturen besparen op

stroomverbruik

• LED is nog niet geschikt als functionele

verlichting

Weblinks

• www.energiegids.nl

• www.partnersforinnovation.com

• www.spectrus.nl

• www.mkbdeventer.nl

• www.senternovem.nl

juli/ augustus 2009

13


PRAKTIJKCASE xl

Braziliaanse vuilnis wordt

Europese carbon credit

Ingenieursbureau Arcadis verdient in Brazilië CO 2

-emissierechten met het afvangen

van methaangas op een vuilnisbelt in São Paulo.

Manoel da Silva, directeur Arcadis Logos, voor de met gras begroeide vuilnisbelt.

Door Mark van Baal

São João, een met gras begroeide

vuilnisbelt op de stadsgrens van São

Paulo, is 150 meter hoog en ruim

honderd voetbalvelden groot. De berg was

ooit tweehonderd meter hoog, maar is al

vijftig meter ingeklonken, vertelt Manoel

da Silva, directeur van Arcadis Logos, de

Braziliaanse dochter van het Nederlandse

ingenieursbureau Arcadis. Het bedrijf

noemt zichzelf vanwege zijn grootte (1740

miljoen omzet, 14.000medewerkers) liever

ingenieursorganisatie.

Overal over de vuilnisbelt liggen zwarte

plastic slangen, in totaal veertig kilometer.

De slangen zijn aangesloten op verticale

betonnen buizen die diep in de vuilnisberg

steken. In de buizen in de berg zijn gaten

aangebracht. Door die gaten kan gas van

rottend afval ontsnappen. Via de betonnen

pijpen in de berg stroomt het gas in de

zwarte leidingen op de berg. Via het zwarte

slangenlabyrint gaat het gas – de berg

produceert drie kuub per seconde – naar

een kleine elektriciteitscentrale. In de elektriciteitscentrale

staan zestien gasmotoren

met generatoren. De centrale produceert

ongeveer 200 miljoen kWh per jaar. Hij

zou alle woonhuizen van een stad als Den

Bosch van elektriciteit kunnen voorzien.

Het gas bestaat voor de helft uit methaan

(CH 4

, hetzelfde gas als aardgas). Methaan

is zowel een uitstekende brandstof als een

zeer sterk broeikasgas. Deze twee eigenschappen

waren de basis voor de business

case om een relatief dure elektriciteitscentrale

te bouwen naast de vuilnisbelt. Ten

eerste wordt het methaangas gebruikt

voor het produceren van elektriciteit. Ten

tweede wordt hiermee de uitstoot van

methaangas voorkomen. Volgens het

‘Clean Development Mechanism’ (CDM)

mag vermeden uitstoot worden verkocht

als emissierecht. Iedere ton (duizend kilo)

uitstoot die wordt voorkomen in Brazilië,

wordt verkocht als een emissierecht in

Europa. Europa probeert immers met een

14 juli/augustus 2009


PRAKTIJKCASE xl

‘cap and trade’-systeem de uitstoot van

broeikasgassen terug te dringen. Arcadis

verkoopt zowel de elektriciteit als de emissierechten

die de centrale oplevert.

De investering van de centrale bedraagt

50 miljoen dollar (39 miljoen euro). Zonder

de toekomstige inkomsten uit elektriciteit

en ‘carbon credits’ was de investering niet

rondgekomen, vertelt Eduardo Cardoso,

verantwoordelijk voor de carbon credit

projecten van Arcadis Logos.

De rekensom is eenvoudig, vertelt Cardoso.

“Iedere kuub gas weegt 700 gram,”

dicteert hij. “De helft hiervan is methaan.

De drie kubieke meter gas die de belt per

seconde produceert, weegt ongeveer 2,4

kilo, waarvan 1,2 kilo methaan is.”

De rekensom levert op jaarbasis 30.000

ton methaan op. Deze 30.000 ton was

zonder de elektriciteitscentrale in de

atmosfeer terecht gekomen. Het project

is dus goed voor 30.000 ton vermeden

methaanuitstoot.

Carbon credits

Het ‘Global Warming Potential’ (GWP) van

methaan is 21 keer zo groot als het GWP

van CO 2

. Met andere woorden het broeikaseffect

van een molecuul methaan in de

atmosfeer is 21 keer zo groot als het effect

van een molecuul CO 2

. Iedere ton methaan,

waarvan de uitstoot wordt voorkomen,

telt voor 21 ton carbon credits, de emissierechten

voor één ton CO 2

. De 30.000

ton vermeden methaan mag daarom met

21 worden vermenigvuldigd om tot het

aantal carbon credits te komen.

Onderaan de streep staat daarom 600.000

carbon credits per jaar, ongeveer net zo

veel als een middelgrote elektriciteitscentrale

op gas nodig heeft. De Nuon elektriciteitscentrale

in Diemen van 250 MW stoot

jaarlijks ongeveer 600.000 ton CO 2

uit.

De schatting is gebaseerd op de hoeveelheid

afval, het percentage organisch afval

en het klimaat. In een ontwikkelingsland

als Brazilië zit een hoger percentage

organisch afval in de vuilnis dan in een

ontwikkeld land als Nederland, waar veel

verpakkingsmaterialen in het afval zitten.

Het klimaat speelt ook een belangrijke rol:

hoe meer regen en hoe warmer het is, hoe

meer gas. ‘Bacteriën houden van warmte

en vocht,’ zegt Cardoso. De geschatte

waarden worden iedere drie maanden

gecontroleerd en eventueel bijgesteld met

meetgegevens van de elektriciteitsfabriek.

In de controlekamer worden gasstroom en

methaangehalte bijgehouden. “Morgen is

er weer een controle,” vertelt Cardoso.

Arcadis Logos sloot een contract af met

de Duitse bank KfW, waardoor het zeker is

van afname van de credits tot en met 2012.

In dat jaar loopt het Kyoto protocol af, de

internationale overeenkomst waarin de

handel in CO 2

-emissierechten is geregeld.

KfW verkoopt de emissierechten aan

bedrijven in Europa. Iedere carbon credit

levert volgens dit contract de marktprijs

op met een minimum van 10 en maximaal

van 20 euro. “Een uitstekend contract,”

zegt Cardoso. “Aan het eind van vorig jaar

bereikte de marktprijs een bodem van 7

euro per ton.”

Contracten

De biogascentrale levert dus 6 tot 12 miljoen

euro per jaar aan emissierechten op.

In ruil voor de concessie om de vuilnisbelt

te gebruiken, krijgt de gemeente São Paulo

de helft van de opbrengst van de credits,

waarmee het sociale projecten financiert.

Ook sloot Arcadis contracten af met elektriciteitsbedrijven

en eindgebruikers zoals

winkelcentra voor levering van de elektriciteit.

Door deze twee gegarandeerde

inkomstenbronnen kwam de financiering

rond. De verkoopprijs is omgerekend 4,5

eurocent per kWh voor elektriciteitsbedrijven

en 7 cent per kWh aan eindverbruikers.

Producenten van duurzame elektriciteit

in kleine centrales mogen deze in Brazilië

rechtstreeks aan eindverbruikers verkopen.

Een kWh, grofweg het verbruik van

een wasmachine per wasbeurt, kost een

Nederlandse consument 22 eurocent. De

opwekkingskosten van een kilowattuur in

een kolencentrale zijn ongeveer zes cent

per kWh. Met de genoemde 4,5 en 7 cent

per kWh is de opbrengst aan elektriciteit

circa 10 miljoen euro per jaar.

“Internationale milieuorganisaties riepen

altijd dat we methaan moesten afvangen,”

zegt Cardoso, “maar Manoel da Silva, onze

directeur, was degene die het financieel

rond kreeg en de installaties daadwerkelijk

liet bouwen.”

Highlights

• Broeikaseffect van methaan is 21 keer

zo sterk als dat van CO 2

• Investering biogascentrale: 39 miljoen

euro

• Opbrengst aan carbon credits is 6 tot

12 miljoen euro per jaar

Weblinks

• www.energiegids.nl

• www.arcadis-global.com

• www.arcadislogosenergia.com.br/

alen/en

• www.co2prices.eu

• www.emissieautoriteit.nl

juli/ augustus 2009

15


ENERGIETECHNIEK

Meer energie uit planten

Verhoogde productieprocessen in de agrarische sector of zonnepanelen die geen elektriciteit leveren maar

brandstof. Door een efficiëntere fotosynthese kunnen planten veel meer dan de normale 1 procent van het

zonlicht dat ze ontvangen gebruiken, met interessante toepassingen in het vooruitzicht. Zes Nederlandse

universiteiten werken samen met het bedrijfsleven aan ‘Towards Bio Solar Cells’. Een interview met Raoul

Bino en Huub Löffler van de Plant Sciences Group van Wageningen UR.

Door Heidy van Beurden

Er is veel aandacht voor biomassa

en de mogelijke toepassingen.

“Terecht”, vindt Huub Löffler van

Wageningen UR, “Alleen verlies je al heel

veel rendement in het eerste proces, dus

vóór de productie van de biomassa.” Löffler

is een van de coördinatoren van het

programma Towards Bio Solar Cells, dat

is opgericht om juist dat eerste proces

verder te b nvloeden en zo meer energie

uit planten te halen. Samen met vijf

andere universiteiten en het bedrijfsleven

(zowel gevestigde partijen als innovatieve

start ups) maakt Wageningen hiermee

de vertaalslag van onderzoeksveld naar

maatschappij en economisch voordeel. Ze

zijn in een vergevorderd stadium met het

Fonds Economische Structuurversterking

(FES) voor een miljoenensubsidie. Concrete

participatie van het bedrijfsleven speelt

een belangrijke rol in het programma. “Er

is veel interesse”, zegt Raoul Bino, algemeen

directeur van Plant Sciences Group.

“Het is verrassend om te zien hoe bedrijven

op deelgebieden enorm innovatief bezig

zijn. Maar het is soms moeilijk om elkaar te

vinden.” Dit initiatief moet het beste wat

Nederland op het gebied van fotosynthese

te bieden heeft bij elkaar brengen.

Snel genoeg begrijpen

Het programma bestaat uit verschillende

deelgebieden, waaronder het benutten van

fotosynthese op organismeniveau. “Dat

slechts 1 procent van het licht wordt omgezet

in biomassa, is voor de plant voldoende

om zonder oxidatieve schade te groeien,”

legt Löffler uit. “Een plant is niet geoptimaliseerd

om zoveel mogelijk biomassa te

produceren. Wij vragen nu iets anders van

planten dan waarvoor ze evolutionair zijn

ontwikkeld.” Biologen, fysici en natuurkun-

Proefopstelling fotosynthese. Beeld: Wageningen UR

16 juli/augustus 2009


ENERGIETECHNIEK

H 2 O

eē-

PS I

2H + + ½ O 2

The Biobased Economy

Energie Vastlegging Biomassa Productie Biomassa Verwerking

PS II

ATP

NADPH

Biobased economy. Beeld: Wageningen UR.

CO 2

digen zijn langzamerhand in staat om het

al miljoenen jaren oude proces te begrijpen

en naar hun hand te zetten.

Er is enigszins haast geboden. Bino noemt

fotosynthese niet alleen het meest essentiële

proces in de wereld, maar ook het

enige dat van zonlicht direct brandstof kan

maken. “Als we het hele proces na kunnen

maken, zouden we op duurzame wijze het

energieprobleem in de wereld opgelost

hebben. Soms ben ik wel ongerust dat we

niet in staat zijn om dit snel genoeg te

begrijpen.”

Eff iciënter productieproces

Een toepassing waaraan al volop wordt gewerkt,

is het overzetten van de systemen

van planten waarmee meer zonlicht wordt

vastgelegd. Sommige planten kunnen

namelijk wel 3 tot 4 procent van het licht

vastleggen. Dat geldt bijvoorbeeld voor

suikerriet in Brazilië. Dit zijn C4 planten, die

over het algemeen beter groeien en een

hogere opbrengst hebben. Door het C4-

systeem van suikerriet over te zetten naar

dat van gangbare gewassen zoals rijst en

aardappelen (C3 planten die 1 procent vastleggen),

is het mogelijk om bijvoorbeeld

de aardappelteelt aanzienlijk efficiënter in

te richten en de productiviteit te verhogen.

Löffler: “In principe maak je dan gebruik

van alles wat er al in de natuur aanwezig

is om de opbrengst te verhogen.” Wetenschappers

voeren flinke discussies over de

maximale hoeveelheid licht die planten

vast kunnen leggen. Vermoedelijk is dat

rond de 11 procent, maar wel met mitsen

en maren.

Een andere vergevorderde toepassing van

glucose

Calvin

Energie aftapping

carbohydraten

lipiden

Planten

Voedsel

Energie

Producten

het optimaliseren van fotosynthese is de

algenteelt. Dit draait om cellen die in staat

zijn direct olie te maken en zonlicht in

feite direct omzet in brandstof. Er lopen al

verschillende pilots.

Tanken van zonnecel

Een ander traject van Towards Bio Solar is

het ontwikkelen van zonnecollectoren die

deels uit artificiële en deels uit organische

onderdelen bestaan, met als doel zonnecollectoren

te ontwikkelen die geen elektriciteit

leveren maar brandstof. Organismen

zetten daarbij via fotosynthese CO 2

en

water om in koolwaterstof. In principe kan

hierbij ook alcohol geproduceerd worden,

wat het droombeeld dichterbij brengt van

zonnecollectoren op het dak waarmee

je via een kraantje ’s avonds de auto vol

tankt. Fotobiologische cellen zijn daarmee

een aanvulling op fotovolt sche cellen in

zonnepanelen. Het grote verschil met bestaande

PV-systemen is dat die zich richten

op elektriciteit, wat moeilijk is op te slaan.

Bij het omzetten van elektriciteit naar

brandstof gaat veel energie verloren. Het is

dus beter om direct brandstof te maken.

Plastics uit planten

Dat lijkt voorlopig nog slechts toekomstmuziek?

Löffler: “In Amerika zijn ze

daarmee al heel ver. Het bedrijfsleven

speelt daarbij een belangrijke rol. BP heeft

bijvoorbeeld fors g nvesteerd in een groot

onderzoeksprogramma om met fotosynthese

energie te produceren. Ook Obama

ondersteunt deze ontwikkelingen. De

gedachte achter artificiële bladeren komt

van een van zijn ministers, Steven Chu.”

Naast de aandacht voor energie uit biomassa,

is er een toepassing van biomassa

waar de chemische industrie al direct belang

bij heeft: als grondstof voor plastics.

Onderzoekers van Wageningen UR hebben

planten ontwikkeld die als duurzame bron

kunnen dienen voor de productie van

grondstoffen waarvoor nu aardolie nog

de basis is. Dankzij genetische modificatie

zijn aardappelplanten in staat itaconzuur

te produceren. Itaconzuur wordt gebruikt

als grondstof voor kunststoffen, coatings,

bouwmaterialen en oplosmiddelen. Löffler:

“Planten zijn heel aantrekkelijk voor

de productie van grondstoffen voor de

chemie. Ze zijn in staat een heel scala aan

stoffen te leveren als uitgangspunt. Je hebt

daardoor veel meer mogelijkheden om

precies die chemicaliën te maken die je wilt

dan de petrochemie toelaat. Planten zijn

ook geschikt voor de productie van grote

hoeveelheden van één stof.”

Hoe is dat direct te vertalen in energie- en

kostenbesparingen voor het bedrijfsleven?

Bino: “De chemicaliënindustrie hoeft hierdoor

grondstoffen niet te importeren en

het scheelt in de afvalverwerking. We gaan

toe naar een industrie waar de vervuiler

zal moeten betalen. Dat hoeft dan niet

meer. Je maakt geen CO 2

, maar gebruikt

het. In de huidige financiële crisis zijn we

aan de grens gekomen van wat we kunnen

produceren en ontwikkelen. Willen we de

toekomst duurzaam inrichten, dan zijn dit

de ideeën.”

Zie ook: Marktpanel Overheid op pagina 44

Highlights

• Dankzij efficiëntere fotosynthese kunnen

planten minstens twee keer zoveel

energie vastleggen

• Fotobiologische cellen: brandstof leverende

zonnecollectoren

• Planten leveren grondstoffen voor het

produceren van plastics.

Weblinks

• www.energiegids.nl

• www.pri.wu.nl

• www.photosynthesisresearch.org

• www.fora.tv/topic/green

• www.leerwiki.nl/Obama_zijn_minister_van_Energie_Steven_Chu

juli/ augustus 2009

17


Q

Duurzame Energie

ventilatiewarmtepomp

Winst uit lucht met de nieuwe

energiebesparende lucht / water

warmtepomp

Ecolution®

De nieuwe Ecolution ® ventilatiewarmtepomp benut 365 dagen

per jaar de warmte uit afgevoerde ventilatielucht uit de woning.

Dus geen gebruik van bodemwarmte en dure grondboringen.

De Ecolution ® vervangt de mechanische ventilatiebox in huis en

vervult naast het ventileren nog twee functies: het produceren

van warmte voor het c.v. systeem en warmwater voor de tappunten

in huis.

De Ecolution ® ventilatiewarmtepomp kan in zowel nieuwbouw

als bestaande bouw geïnstalleerd worden.

Bent u ook nieuwsgierig?

www.inventum.com


Praktijkcase Energievoorziening

‘helft duitse stroom groen,

tenzij politiek verkleurt’

De helft van alle stroom in Duitsland is over tien jaar duurzaam. Dat is de optimistische prognose van de

Duitse studie ‘Stromversorgung 2020’, die de komende tien jaar een verdrievoudiging van de groene energie

voorspelt.

Door Jacques Schmitz

In de studie voorspellen de onderzoekers

dat de traditionele energiecentrales

in 2020 nog slechts een aanvullende

functie hebben. Ook hoeven er geen

nieuwe kolencentrales meer gebouwd te

worden, de import van fossiele brandstoffen

kan worden verlaagd en kernenergie

speelt dan eigenlijk geen rol van betekenis

meer. De studie komt – niet verwonderlijk

– van de Duitse koepels van de

groene energiesector, het Bundesverband

Erneuerbare Energie (BEE) en de Agentur

für Erneuerbare Energie.

De bulk van de groene stroom komt in

2020 van windenergie, zo menen de onderzoekers.

Windparken zullen een kwart

van het Duitse stroomverbruik leveren. Dat

is dan vooral te danken aan de opschaling

van windturbines aan land, waardoor de

capaciteit bijna verdubbeld wordt. Van

24 naar 45 GW, terwijl de nog te bouwen

offshore installaties 10 GW bijdragen.

Bio-energie wordt de tweede stevige

poot onder de groene stroommix. Op de

derde plek volgt stroom uit zonne-energie,

die zich het komende decennium haast

zal vertienvoudigen. De grootste groei

verwachten de onderzoekers van geothermische

stroom, ook al staat die nog in

de kinderschoenen. In Duitsland worden

nu tenslotte pas de eerste proefboringen

gedaan.

Toekomstbeeld

De BEE-onderzoekers noemen hun eigen

berekeningen behoudend. Immers, de

huidige economische crisis kan negatief

uitpakken voor delen van de groene

energiesector. Duitse offshore projecten

lopen nu al aanzienlijke vertraging op, om

technische redenen en door het slechte

weer op zee. De bouw van de windturbines

op het proefveld ‘Alpha Ventus’ – 45

kilometer ten noorden van Borkum – had

eigenlijk vorig jaar al moeten beginnen.

Het eerste offshore park wordt ook almaar

duurder en gaat 250 miljoen euro kosten,

in plaats van de begrootte 189 miljoen

euro. BEE-woordvoerder Daniel Kluge: “Dit

jaar en volgend jaar zullen er zich wel wat

vertragingen voordoen, onder meer bij

de offshore windparken. We verwachten

echter niet al te grote terugslagen.”

Kluge houdt ook de politiek goed in de

gaten. In september zijn er parlementsverkiezingen

die volgens de peilingen

op een christenliberale coalitie kunnen

uitlopen. “Dat kan relevant zijn voor onze

verwachtingen,” zegt Daniel Kluge. “Het

gevaar bestaat dat een zwartgele regering

(CDU en FDP) de looptijden van de Duitse

kerncentrales verlengt en meer nieuwe

grote kolencentrales bouwt. Dan wordt

het aanbod groter en moet groene stroom

opboksen tegen zogenaamd goedkope

atoomstroom. De duurzame energiesector

zal dan niet zo snel groeien als in onze

prognose.”

Foto’s: Agentur für Erneuerbare Energien

Highlights

• Windenergie levert in 2020 de meeste

groene stroom

• Eerste offshore-windpark flink duurder

door vertraging

• Een nieuwe Duitse regering kan streep

door optimistische studie halen

Weblinks

• www.energiegids.nl

• www.unendlich-viel-energie.de/de/

wirtschaft/stromversorgung-2020.

html (De BEE-studie “Stromversorgung

2020”)

• www.welt.de/hamburg/

article1660613/2020_drohen_im_Norden_die_Lichter_auszugehen.html

(Sombere prognose van Noord-Duitse

Kamers van Koophandel)

• www.alpha-ventus.de/ (Het eerste

Duitse offshore windpark)

juli/ augustus 2009

19


lunchinterview

“Zeven stappen om geen kansen

Om de forse energiebesparing en de omslag naar een duurzame samenleving de komende decennia

daadwerkelijk te realiseren is meer nodig dan het nemen van enkele maatregelen. Energiebesparing en

duurzaamheid moeten g ntegreerd worden opgepakt. Dat betekent dat de vaak gehanteerde Trias Energetica

uitgebreid moet worden met veel meer stappen dan de huidige drie. Dr. Hans van Weenen, lector

Duurzaam Ondernemen aan de Hogeschool Windesheim en universitair hoofddocent milieukunde aan de

Universiteit van Amsterdam, introduceert dan ook de Zevensprong voor energie. “Deze zeven stappen zijn

nodig om belangrijke kansen bij besparing en duurzaamheid niet te missen.”

het product Malderon, een stoel gemaakt

van amandeldoppen en een natuurlijk

bindmiddel. Dan is het toch zonde om dat

simpel te verbranden.”

door Harmen Weijer

Energiebesparing en duurzame productontwikkeling

beginnen bij het

goed aanschouwen van de producten

en processen die op de aarde onder

invloed van het zonlicht zelf zijn gemaakt,

vindt Hans van Weenen, die voorheen

hoogleraar duurzame productontwikkeling

was aan de UvA. “In Egypte is onderzoek

gedaan door een collega hoogleraar naar

het hergebruik van bladeren van de dadelpalm.

Die palm komt daar veel voor, en hij

heeft nauwkeurig gekeken naar de middennerf

van het blad. Deze blijkt namelijk

dezelfde sterkte te hebben als staal. Uit de

middenrib maakte hij balkjes, en daarvan

panelen, te gebruiken als bouwmateriaal.

Dat vermindert in Egypte de import van

rondhout, wat daar schaars is.”

Biomassa krijgt in Nederland ook veel aandacht,

maar voornamelijk als energiebron.

Zegt u nu dat dit niet goed is?

“Het op die manier gebruiken van biomassa

is veel te kort door de bocht. Dat is

eenmalig gebruik maken van de energieinhoud

van bomen, terwijl er nog veel

meer mee gedaan kan worden voordat het

eventueel verbrand kan worden. Neem

de commercial van Essent, waarin men

koffieboonschillen van een boer in Brazilië

afneemt om in Nederland te verbranden

in stroomcentrales als biomassa. Dat is

mooi, maar kort daarna las ik dat studenten

aan de TU Delft er in waren geslaagd

van vergelijkbare schillen pallets te maken.

Misschien is die boer in Brazilië wel beter

af als van zijn schillen producten worden

gemaakt. Een vergelijkbaar voorbeeld is

Wat zou er dan volgens u meer moeten

gebeuren?

“Ik pleit voor een meer systematische benadering.

Een mooi voorbeeld is een kas in

Bleiswijk waar ze het kweken van tomaten

en tilapia, een vissoort, combineren. Dat is

slim gedaan. Bassins met deze kweekvissen

staan tussen de tomatenplanten en worden

verwarmd door de warmte in de kas. De

afvalstoffen van de vissen in de vorm van

mineralen komen ten goede aan de planten.

De koolzuur die de vissen uitademen is

weer goed voor de groei van tomatenplanten.

Je krijgt een veel efficiënter systeem

met meerwaarde, want meer opbrengst

voor de tuinder. Er zijn meer van dit soort

voorbeelden; men moet beseffen dat er veel

meer waarde in potentie aanwezig is dan

alleen maar het kortstondig vernietigen

van producten, zoals we nu veelal doen. Ik

wijs daarbij ook op de kracht van natuurlijke

producten en dat is de structuur. Neem

een boom: je kunt die helemaal vermalen

en er papier van maken, maar dan ben je

de structuur ook kwijt. Door dichter bij de

structuur te blijven en daar producten van

te maken, is het geheel sterker. We zullen

veel effectiever en efficiënter met energie

en grondstoffen moeten omgaan.”

U bedoelt zoals in de Trias Energetica: beperk

de vraag, vul de vraag duurzaam in en

de resterende vraag zo schoon mogelijk?

“Daar wordt al ruim 10 jaar veel mee

gewerkt als een soort vuistregel, maar

dat geeft meteen aan hoe beperkt onze

ontwikkeling op dit gebied is. De Trias

20 juli/augustus 2009


lunchinterview

te missen”

Zevensprong voor energie

1. Vermijd gebruik van energie

2. Vermijd gebruik van fossiele energie

3. Kies duurzame energie

4. Gebruik energie effectief

5. Gebruik energie efficiënt

6. Win warmte terug

7. Compenseer CO 2

-uitstoot

Energetica is zeker niet slecht, maar er

zijn veel meer stappen die kansen bieden.

Ik hanteer daarom de zogeheten Zevensprong

voor energie.

Is zeven stappen niet wat veel?

“Het probleem is zo groot, dat we daarvoor

veel geavanceerdere concepten moeten

ontwikkelen, omdat we anders veel kansen

missen. Het is niet genoeg om te zeggen:

eerst besparen en dan duurzaam. Welke

vorm van duurzame energie waarvoor? En

hoe combineer je dat? Die Zevensprong

is ook nog maar het begin. Maar een

dergelijke volgorde is ook te hanteren voor

materialen en de omgang met hulpbronnen

in de toekomst.”

Hoe bent u bij deze indeling gekomen?

“Dat heb ik verwoord in een boek naar

aanleiding van de nieuwbouw van de

basisschool de Sokkerwei van mijn kinderen

in mijn vorige woonplaats Castricum.

Daar moest een nieuwe school komen,

want de oude was te vochtig, niet goed

ingedeeld en er mankeerde te veel aan om

te renoveren. Bij deze nieuwbouw hebben

we de Zevensprong als systeem toegepast:

schoolfunctie, de vorm van het gebouw

(rond om zo min mogelijk buitenoppervlak

te krijgen), brede school (gecombineerd

met naschoolse opvang), locatie (dichtbij

loofbomen, die zomers zonlicht tegenhouden,

en ’s winter laten), zonering

(apparaten die energie afgeven, zoals

kopieerapparaten, aan de noordkant),

houtskeletbouw, duurzame energieopwekking

door middel van zonnepanelen, voor

het overige energieverbruik van 5000 m 3

gas hebben we een HR-ketel geplaatst. En

ten slotte de CO 2

van dat verbruik gecompenseerd

door aandelen te nemen in de

windcoöperatie Kennemerland, zodat de

kinderen zelfs nog ‘hun eigen’ windmolen

kunnen bezoeken.”

Dat zouden meer scholen kunnen doen?

“Ja, en de grootste slag is te slaan bij

bestaande scholen. Het is bekend dat het

binnenklimaat van 80 procent van de Nederlandse

scholen slecht is. De norm in het

bouwbesluit is 1200 ppm, maar vertegenwoordigers

van de GGD zeggen dat 800

ppm het maximum is, dus daar gaat het

eigenlijk al direct fout. De GGD zegt tevens

dat er kinderen zijn die hierdoor blijvende

gezondheidsschade oplopen. Dat moet

natuurlijk worden aangepakt en dan sla je

meerdere vliegen in één klap: gezondere

leerlingen, betere prestaties van kinderen,

minder ziekteverzuim van leerkrachten,

energiebesparing, kostenbesparing en een

goede duurzame leeromgeving.”

Dat geldt ook voor de woningbouw in het

algemeen?

“Ja, renovatie is een factor 10 tot 15 beter

voor het milieu dan nieuwbouw. Het kan

echter niet altijd. Dan moet je nieuwbouw

realiseren, maar laten we dat doen op

wijkniveau en door middel van het starten

van nieuwe allianties waarin architecten,

installatiebedrijven, bouwbedrijven en

gemeenten deelnemen. Het zou ook goed

zijn dit eerst te beproeven in pilotwijken

en daarvan andere gemeenten op de hoogte

te stellen, zodat iedereen er van leert.

Een gemeente zou als kennismanager

ook burgers warm moeten maken om te

participeren in deze projecten, niet alleen

als bewoner maar ook bij het meedenken

hierover.”

Highlights

• Trias Energetica is te beperkt, Zevensprong

pakt meer kansen

• Systematische samenwerking bij

energieprojecten resulteert in meerwaarde

• Gemeenten vervullen cruciale rol als

kennismanager door burgerparticipatie

na te streven

Weblinks

• www.energiegids.nl

• http://nl.wikipedia.org/wiki/Trias_

energetica

• www.kennislink.nl/publicaties/eenmini-ecosysteem-in-de-kas

• www.sokkerwei.nl/starnet/media/

Duurzaamheid/Duurzaamheid/

frameset/index.html

juli/ augustus 2009

21


TERUGBLIK BEURS

Beurs trekt 60 procent

meer bezoekers dan verwacht

Op 27 en 28 mei werd in de TT Hall in Assen de beurs Energie in

Bouw & Vastgoed 2009 gehouden. Met 3200 bezoekers zijn er 60

procent meer belangstellenden gekomen dan verwacht. De beurs

was een primeur in Nederland, niet alleen vanwege haar ondersteuning

door de overheid, maar het was ook de eerste vakbeurs met

een volledige focus op energiebesparing in gebouwen. Ruim 160

exposanten lieten de 3200 bezoekers zien hoe dit met innovatieve

en beschikbare middelen bereikt kan worden. De vakbeurs werd

gehouden op initiatief van de drie noordelijke provincies en de stichting

Energy Valley om een versnelling te geven aan het Noordelijk

Energieakkoord dat met het rijk in 2007 is afgesloten.

Ecolution warmtepomp

deze zomer in productie

Tijdens de beurs is Inventum winnaar geworden van de Innovatieprijs.

Inventum won deze prijs met de hybride ventilatiewarmtepomp

Ecolution.

Deze warmtepomp gebruikt als bron de ventilatielucht uit de

woning en verwarmt hiermee samen met een HR combiketel de

woning en levert warm water. De Ecolution komt in de plaats van

de mechanische ventilatiebox en vervult naast de warmtepompfunctie

het mechanisch afvoeren van ventilatielucht. De bediening

blijft traditioneel geregeld met een driestandenschakelaar, meestal

in de keuken gesitueerd.

De jury merkt hierover op dat de mogelijkheid om deze ventilatiewarmtepomp

ook in de bestaande bouw toe te passen, grote

potentie heeft. Wel kan de combinatie met een cv kritisch zijn.

Maar het blijft een veelbelovende combinatie van ventileren en

verwarmen zowel voor de bestaande bouw als voor de nieuwbouw.

Vraag blijft of de beloften kunnen worden ingelost.

Rob Verbrugge, productmanager van Inventum voor de Ecolution,

geeft aan dat ze zich ervan bewust zijn dat de warmtepomp goed

moet werken. “Daarom willen wij ook dit jaar nog bij de installatie

van ieder warmtepompsysteem liefst betrokken zijn, maar in ieder

geval de ervaringen van de gebruiker weten. Daar willen we lering

uit trekken.”

Hoe zijn de overige reacties?

“Overweldigend, we krijgen veel aanvragen uit allerlei hoeken:

van corporaties en projectontwikkelaars van nieuwbouwprojecten,

maar ook van particulieren. We gaan binnen drie weken starten

met de productie en in september gaan we de eerste warmtepompen

leveren. Maar we willen het wel in balans houden, dus

we mikken op maximaal 1500 warmtepompen dit jaar; volgend

jaar zijn we tevreden als dat groeit naar tussen de 3000 en 5000

systemen.”

Nu zijn er genoeg warmtepompen op de markt, wat

onderscheidt deze van de rest?

“Het combineert op een slimme wijze bestaande opties. Het is niet

zo’n ingewikkeld apparaat, maar niettemin is ventileren niet een

groot kennisgebied onder installateurs. We willen er bovenop zitten,

want dit soort producten moet je goed introduceren. Verder is

het ideaal in huizen die al niet veel energie verbruiken, om zo nog

minder energie te verbruiken.”

22 juli/augustus 2009


TERUGBLIK BEURS

Genomineerden

Naast de winnaar Inventum zijn er nog

eens vijf genomineerden.

- De Stichting Passief Bouwen met de

ontwikkeling van een normstelling

voor deze vorm van bouwen en het

daaraan gekoppelde keurmerk. Tijdens

de beurs werd het eerste certificaat

van het PassiefBouwen Keur uitgereikt

aan Bouwbedrijf Ponjé uit Handel voor

een villaproject in Gemert. Eveneens

is het tweede certificaat woningen

nieuwbouw (ontwerpfase) uitgereikt

aan Faro Architecten uit Lisserbroek

voor een woningproject in Amsterdam.

- Grundfos met een zeer energiezuinige

circulatiepomp, geschikt voor

verwarmingssystemen, vloerverwarmingssystemen

en tapwatersystemen.

Doordat het apparaat automatisch het

meest optimale werkpunt selecteert

en de werking van de pomp op de

vraag van het systeem aanpast, worden

grote besparingen bereikt (werkt

op 5 W). De pomp draait nu niet meer

op volle toeren wanneer dit niet nodig

is. Het is een A-label pomp, die tot 80

procent energiezuiniger is in vergelijking

met een D-label pomp.

- Navos met de BioClina capillaire

klimaatmatten. Deze lenen zich goed

voor nieuwbouw en renovatie. Dit

oppervlakte afgiftesysteem wordt, in

tegenstelling tot traditionele slangensystemen,

op de bestaande oppervlaktes

gemonteerd en niet er in. Hierdoor

is de afstand tussen de buisjes en de

ruimte zeer gering (4 tot 6 mm) wat

de overdracht en capaciteit ten goede

komt. Bovendien richt dit geen schade

aan aan de originele bouwoppervlaktes

wat bijvoorbeeld in geval van

monumentale projecten uitkomst kan

bieden.

- Velux met een dakvenster met hoge

isolatiewaarde en domotica eigenschappen.

Het dakvenster heeft een

drielaagse, 32,4 mm dikke beglazing.

De hoge isolatiewaarde daarvan

zorgt voor een zeer lage warmtedoorgangcoëfficiënt

van het dakvenster en

leidt tot 25 procent minder warmteverlies

dan een standaard dakvenster.

Op de bovenkap van het dakvenster

bevinden zich zonnepanelen die het

dakvenster van de benodigde energie

voorzien.

- Metsens met een slimme meterkast

(zie pag. 30 in deze EnergieGids.nl).

“Groen gas is op termijn

concurrerend”

Op het congres Duurzaam Ondernemen op de beurs werden

verschillende energiegerelateerde onderwerpen in deelsessies

uitgediept. Namens energieleverancier Essent vertelde Xander van

Mechelen, manager business development bij Essent B2B, over de

ontwikkelingen op het gebied van groen gas. “Op den duur is het

concurrerend, zonder subsidie.”

Groen gas wordt verkregen door de vergassing van biomassa

of door de vergisting van ‘natte biomassa’. In Nederland staat

de vergistingmethode met pakweg honderd installaties nog in

de kinderschoenen. Duitsland is met 3000 stuks beter op weg.

“Dankzij de ruime feed-in tarieven,” stelt Van Mechelen. Met de

huidige SDE-regeling kan er ongeveer 50 miljoen m 3 groen gas met

vergisting worden geproduceerd, in tien tot vijftien installaties.

Deze subsidie was echter binnen enkele dagen overtekend.

Van Mechelen meent dat groen gas op den duur 10 tot 15 procent

van het gewone aardgas kan vervangen. En na koeling kan het

in vloeibare vorm als bio-lng fossiele diesel vervangen. “Bio-lng

heeft mogelijk concurrerende prijzen, zonder subsidie. Maar alleen

als het op grote schaal kan worden ingezet. Daarvoor moeten we

vraag en aanbod bij elkaar weten te brengen.”

Certif icaat

Essent wil voeden in het gewone gasnet, waarbij het groene gas

vermengd wordt met het ‘grijze’ aardgas. Om toch duidelijk te maken

dat een afnemer groen gas koopt ontwikkelde het bedrijf een

certificaat. “Vanwege de rekensom: gaslevering plus certificaatlevering

is groen gaslevering,” zegt Van Mechelen. Later werd deze

kennis gebruikt om ook het certificatensysteem van de Gasunie

verder uit te ontwikkelen. “Nu probeert de Gasunie het systeem

Europawijd te implementeren."

Essent heeft de ambitie overal in Nederland biogastankstations

te voorzien van groen gas en de steunt de realisatie van aardgasvulpunten.

De markt ontwikkelt zich positief, er komen nog

dit jaar 25 tankstations bij in Nederland en daarmee wordt het

kip-ei probleem doorbroken en zal het gemakkelijker worden voor

bedrijven en consumenten om over te stappen. Essent wil graag

met bedrijven de mogelijkheden onderzoeken voor haalbaarheid

van een vulpunt. Hoopgevend is dan ook de recente ontwikkeling

bij TNT, waarbij 32 voertuigen uit het wagenpark gaan rijden op

gas (TZ).

juli/ augustus 2009

23


energie in beeld

Eerste drijvende windturbine

bij Noorse kust

Twaalf kilometer uit de kust van het Noorse Karmøy is de eerste drijvende windturbine, de Hywind, geplaatst. De turbine wordt gekoppeld

aan het lokale grid en gaat naar verwachting rond half juli stroom leveren.

De windturbine, een Siemens model SWT-2.3-82, steekt 65 meter boven het water uit. Onder het water rust de turbine op een drijvend

element van 100 meter lengte, dat aan de bodem op 220 meter diepte is verankerd met drie kabels. Dit onderwaterelement is gemaakt

door StatoilHydro. De rotor heeft een diameter van 82 meter.

De Hywind is ontwikkeld voor een zeediepte van 120 tot 700 meter. Conventionele winturbines staan op een sokkel op de bodem, maar

deze techniek is vanaf een diepte van 30 meter erg duur. Volgens Henrik Stiesdal, CTO van Siemens Wind Power Businessn Unit, zijn er

veel kansen voor de Hywind. “Want we hebben veel meer vrijheid in het plaatsen van deze turbines.”

De komende twee jaar worden gebruikt voor uitgebreide testen en analyses.

Foto: StatoilHydro

Illustratie: Siemens

24

juli/augustus 2009


energie in beeld

juli/augustus 2009

25


practijkcase xl xtra

Datacenter levert warmte

en deelt rekencapaciteit

De behoefte aan rekenkracht groeit. Tegelijkertijd loopt de huidige generatie datacenters tegen zijn grenzen

aan voor wat betreft het energiegebruik. De oplossing ligt in kleinere datacenters die hun restwarmte

afgeven aan naastgelegen kantoren, zwembaden of woonwijken. Door ze bovendien in een grid aan elkaar

te verbinden, hoeven ze niet langer te worden ingericht op een hoge piekbelasting, maar kunnen ze servercapaciteit

delen.

ENERGIE & ICT

Door Mirjam Hulsebos

Tot voor kort concurreerden datacenters

met vloeroppervlak. Hoe meer

racks, hoe efficiënter gebruik kon

worden gemaakt van de centrale voorzieningen

en hoe goedkoper de dienstverlening.

Tegenwoordig is de concurrentiefactor

stroomverbruik. Hoe efficiënter een

datacenter omgaat met energie, hoe lager

de kosten. Een lage PUE (Power Usage Effectiveness)

is cruciaal.

Vanuit die visie is het juist slimmer om

kleinere datacenters te bouwen dicht bij locaties

die de vrijkomende warmte kunnen

benutten. Als je er bovendien voor zorgt

dat binnen een straal van 50 kilometer

een ander datacenter staat, dan kunnen ze

zonder vertraging rekentaken van elkaar

overnemen. Je hoeft de capaciteit dan niet

meer af te stemmen op piekbelastingen,

want in geval van een piek schuif je de

rekentaken gewoon door naar een ander

datacenter. Dat scheelt een slok op een

borrel qua energiegebruik. In een normaal

datacenter draaien servers op slechts 10

tot 20 procent van hun capaciteit. Processoren

die niets doen gebruiken echter

wel 70 procent van hun vol vermogen

en produceren ook navenant warmte.

Een hogere belasting van de servers is de

sleutel tot een lager energiegebruik. Dat

kan door technologieën als virtualisatie,

en ook door datacenters in een grid aan

elkaar te koppelen. Servercapaciteit kan

dan over en weer worden uitgewisseld.

Op maandagavond twintig extra servers

nodig omdat de payroll wordt gedraaid?

Geen punt, die schakel je dan zo vanuit een

ander datacenter bij.

Dit is de visie van Robert Rosier, CEO van

iTricity. Deze datacenterexploitant is gespecialiseerd

in cloud computing, het afnemen

van applicaties via internet. Software

draait dan niet langer op een eigen server

in het bedrijf, maar op een centrale server

in een datacenter. Op zoek naar een partij

die hem kon helpen deze ‘datacenters in

een grid’ te bouwen, kwam Rosier uit bij

BAM, een specialist in duurzaam bouwen,

waarbij de energievoorziening vanaf het

allereerste begin wordt meegenomen.

Kantoorparken

Robert Hazeleger van BAM Techniek: “Wij

weten hoe je energie op een duurzame én

goedkope manier kunt betrekken en hoe

26 juli/augustus 2009


practijkcase xl xtra

je restwarmte op een zinvolle manier kunt

hergebruiken.” Die kennis en integrale

aanpak zijn interessant voor iTricity, die

immers een grootverbruiker van energie is

en een zo mogelijk nog grotere producent

van warmte. Samen ontwikkelden ze het

concept van de zogenaamde Park Centers:

kantoorparken voorzien van een eigen

datacenter, energiegebouw en alle faciliteiten

die je maar kunt bedenken op het

gebied van telecom en ICT, zoals bijvoorbeeld

high end videoconferencingruimtes.

De kantoren in de directe omgeving van

het datacenter worden verwarmd met de

laag calorische restwarmte uit het datacenter.

Energie die nodig is om computers

te laten draaien en lampen te laten branden

wordt zoveel mogelijk zelf opgewekt

door gebruik te maken van windturbines,

geothermie of bio-warmtekrachtcentrale.

De energie die het Park Center niet zelf kan

opwekken, wordt als windenergie afgenomen

via het TenneT-net. Frank Jansen van

BAM Utiliteitsbouw: “Wij streven naar een

duurzame balans tussen het energieverbruik

in het Park Center enerzijds en het

energiegebruik in de naaste omgeving

anderzijds. We maken daarbij de cirkel

rond: de restwarmte uit het datacenter

gaat naar kantoren, sporthallen, kassen

of woningen. Het water, waar de warmte

in is opgeslagen, geeft die op de plek van

bestemming af en komt koud – zo rond de

10 graden – terug om het datacenter mee

te koelen.”

Zwembad

Zeven parken zitten momenteel concreet

in de pijplijn. De verwachting is dat BAM de

eerste ontwikkeling in het derde kwartaal

start. Ondanks de economische ontwikkelingen,

slaat het concept aan. Jansen:

“Laten we eerlijk zijn, het is momenteel

een uiterst complexe markt voor nieuwe

kantoorpanden. Daarom kijken we ook

naar bestaande campussen waar we alleen

een nieuw datacenter en energiegebouw

neerzetten. Het hergebruik van restwarmte

is dan wat lastiger te realiseren dan bij

een volledig nieuwbouwproject, maar het

is zeker niet onmogelijk. Zo zijn wij bijvoorbeeld

in Leeuwarden in gesprek om een

Park Center te realiseren gekoppeld aan

een bestaand zwembad en een toekomstige

sporthal. De terugverdientijd van de

aan te passen installatie is zo’n zeven jaar.”

In een ideale situatie komt heel Nederland

vol te staan met Park Centers, die

zich op een afstand van tussen de 35 en

50 kilometer van elkaar bevinden en aan

elkaar gekoppeld zijn. Rosier: “Dat is een

ideale afstand omdat je dan geen last hebt

van latency als je elkaars rekencapaciteit

gebruikt. Bovendien zit je doorgaans ook

op een ander energiegrid, waardoor je

bij stroomstoringen toch nog van elkaars

energie gebruik kunt maken.”

Pure noodzaak

iTricity doet er alles aan om het energieverbruik

van de datacenters tot een minimum

te beperken. Daarom maken ze gebruik

van de technologie van IBM. Rosier:

“We hebben in het verleden met andere

leveranciers gewerkt. Ongeveer een jaar

geleden hebben we alle op de markt beschikbare

technologieën weer eens tegen

het licht gehouden en toen besloten om

in het vervolg door te gaan met IBM. Hun

visie sluit het best aan op die van ons.”

Frank van der Wal, IT-architect bij IBM,

bevestigt dat. “Veel bedrijven en zelfs ICTmanagers

hebben geen idee hoeveel rekenkracht

we in de nabije toekomst nodig

gaan hebben. Vrijwel alle dingen worden

voorzien van een chip en gaan onderling

communiceren: je iPhone, GPS, RFID,

noem maar op. Maar ook ontwikkelingen

als het Elektronisch Patiënten Dossier,

waarbij patiëntdata tussen artsen worden

uitgewisseld, vragen veel rekencapaciteit.

We gaan met z’n allen zo verschrikkelijk

veel data produceren dat het domweg niet

meer haalbaar is als iedereen de rekenkracht

voor zichzelf houdt. Piekbelasingen

zijn dan niet meer op te vangen omdat je

niet weet wanneer al die chips data beginnen

te produceren. Er is maar één manier

om hiermee om te gaan: samenwerken en

servercapaciteit delen.”

Dat is precies wat de Park Centers doen.

BAM Utiliteitsbouw zet het gebouw neer,

IBM levert de technologie, iTricity exploiteert

het datacenter en BAM Techniek

bouwt en exploiteert het energiehuis. De

bedrijven die zich in het Park Center gaan

huisvesten, nemen alle voorzieningen

– energie en rekenkracht – als dienst af.

Dat heeft verschillende voordelen, meent

Hazeleger: “De exploitant van het gebouw

hoeft niet zelf te investeren in een energiegebouw

of datacenter, wat een gunstige

impact heeft op zijn investeringen.

Bovendien is het onderhoud en beheer

nu in handen van een specialist. En voor

het energiegebouw komt daar bij dat wij

ervoor zorgen dat de warmte door andere

afnemers in de buurt wordt hergebruikt.

Dat heeft natuurlijk een gunstig effect op

de prijs.” Het hele idee achter dit concept is

dan ook dat het voor de klant niet duurder

is, wel duurzamer.

Highlights

• De huidige generatie datacenters lopen

tegen hun grenzen aan voor wat betreft

energiegebruik

• Door datacenters in een grid te plaatsen,

hoeven ze niet langer te worden ingericht

om piekbelastingen op te vangen

• De nieuwe generatie datacenters is

kleiner en wordt dicht bij plekken gebouwd

waar de restwarmte kan worden

hergebruikt

Weblinks

• www.energiegids.nl

• www.thegreengrid.org/

• www.hostwise.nl/

• www.gbo.overheid.nl/fileadmin/GBO/

GBO.Overheid_Green_Me_Up_Scotty.

pdf

• www.itprofessional.be/opinion.

cfm?id=101721

juli/ augustus 2009

27


practijkcase energiebeleid

“Smart energy grid motor econo

Het energienetwerk wordt de beperkende factor als markt en politiek niet snel de

handen ineen slaan en het huidige netwerk transformeren naar een smart energy

grid. “Het is namelijk niet goed te voorspellen waar en wanneer mensen straks hun

elektrische auto willen opladen.”

Still uit een reclamecampagne voor smart grids van het Amerikaanse GE Energy. Beeld: GE Energy

Door Mirjam Hulsebos

Het huidige elektriciteitsnetwerk

is niet in staat toenemende fluctuaties

in vraag en aanbod op te

vangen. Met nieuwe bronnen als wind- en

zonne-energie wordt het aanbod in hoge

mate onvoorspelbaar. En ook de vraag gaat

steeds heviger fluctueren. Dit zegt Guido

Bartels, general manager Energy & Utility

Industry bij IBM in Amerika en voorzitter

van de GridWise Alliance, een lobbygroepering

waarin nutsbedrijven, ICT en

politiek samenwerken aan een plan om de

nationale energievoorziening van Amerika

te transformeren.

Bartels vindt het een uitdaging in Amerika

te mogen werken. “Europa heeft heel lang

het leiderschap gehad als het gaat om

energievraagstukken. Maar met de nieuwe

regering Obama is de VS die achterstand

hard aan het inhalen. De politiek en de

markt zien samen in dat we dit moment

van teruglopende vraag moeten aangrijpen

om de energievoorziening drastisch

te transformeren. Niet alleen omdat dat

nodig is om een duurzame toekomst te

kunnen realiseren, ook omdat een smart

energy grid een motor is van economische

groei. Investeringen in een flexibel en

adaptief energienetwerk zullen de impact

van het internet op economische groei en

op onze samenleving doen verbleken.”

Geïntegreerde aanpak

Nu sinds twee jaar wereldwijd meer dan de

helft van alle mensen in steden woont en

in 2050 bijna driekwart, ligt het antwoord

voor het ontwikkelen van een duurzame

economie in de steden. “Vooral daar

komen op geconcentreerde schaal zoveel

zaken bij elkaar dat je een drastisch gemoderniseerd

energy grid nodig hebt om dat

te ondersteunen.”

Met ‘zoveel zaken’ doelt Bartels onder

meer op het feit dat vrijwel alle sectoren

in hoog tempo transformeren naar drie i’s:

instrumented, interconnected en intelligent.

Steeds meer apparaten en alledaagse

objecten zijn voorzien van sensoren, die

allerhande gegevens verzamelen. Die

gegevens worden via wijdverspreide communicatienetwerken

bij elkaar gebracht

en vervolgens geanalyseerd. Daarna zetten

ze automatisch nieuwe processen in

gang. Denk aan slimme energiemeters of

sensoren in het elektriciteitsnetwerk die

28 juli/augustus 2009


practijkcase energiebeleid

mische groei”

ENERGIE & ICT

Slimme meters van Liander,

een gesprek met directeur

Peter Molengraaf

In Amsterdam Geuzenveld plaatst

netbeheerder Liander (voorheen Continuon)

de komende tijd, onder voorbehoud,

meer dan 700 slimme meters in

bestaande woningen.

Wat wil Liander hiermee bereiken?

“Liander heeft inmiddels al meer dan

80.000 slimme meters g nstalleerd in

verschillende pilotprojecten. Geuzenveld

is bijzonder omdat de meters

gekoppeld zijn aan displays, waarop het

energieverbruik is af te lezen. Een jaar

lang wordt aan de hand van dat display

met bewoners samen gekeken naar

besparingsmogelijkheden.”

Wat is het voordeel van slimme meters?

“Zowel de netbeheerder als de

consument hebben dan inzicht in het

energieverbruik. Er zijn enorm veel

schommelingen in het energieverbruik,

en vanwege de toename van

decentraal opgewekte stroom ook in

het aanbod. Er zijn dus ook veel pieken.

Maar die pieken bepalen de capaciteit

die we moeten leveren. Daarom is het

van belang om consumenten bewust

te maken van hun gebruik. Bovendien

is het mogelijk om met behulp van

uitgekiende dalurentarieven mensen te

stimuleren minder stroom te gebruiken

op piekmomenten. Dat is ook goed voor

de portemonnee. ”

De politiek lijkt niet erg gecharmeerd

over één aspect van slimme meters: privacy.

Continu inzicht in iemands gebruik

zou de persoonlijke levenssfeer teveel

schaden. Hoe staat Liander hier in?

“Wij zijn bezig met een certificering

van de hele keten. Dat stemmen we ook

af met maatschappelijke organisaties

als de Consumentenbond. Wat wij kunnen

doen is alles zo transparant mogelijk

aanpakken. Maar een oordeel vellen

over de noodzaak van de invoering van

slimme meters is niet aan ons. Dat is

aan de minister en het parlement.” (TZ)

Steeds meer apparaten zijn voorzien van sensoren.

Highlights

• Drie i’s: instrumented, interconnected en

intelligent

• Flexibel en adaptief energienetwerk

nodig om duurzame energie én economische

groei te stimuleren

Energiebedrijven kunnen deze transformatie

niet alleen doorvoeren.

Weblinks

• www.energiegids.nl

• www.ibm.com/ibm/ideasfromibm/us/

smartplanet/topics/utilities/20081124/

index2.shtml

• www.gridwise.org

• www.essentelektrischrijden.nl/

• www-03.ibm.com/industries/utilities/

us/

juli/ augustus 2009

29


practijkcase bouw

Kleine computer als

slimme meter

ENERGIE & ICT

De slimme meter van meterbedrijf Metsens, de Data Home Unit, stuurt de verbruikgegevens alleen door

naar de eigen computer van de verbruiker. Zo krijgt de verbruiker inzicht in het energieverbruik, zonder dat

anderen kunnen meekijken. Niet alleen huishoudens maar ook het MKB en bouwpartijen zijn g nteresseerd.

Door Harmen Weijer

Vooral energieleverancier Oxxio

investeert fors in de slimme meter.

De energieleverancier biedt de

eigen slimme meter gratis aan voor klanten,

maar lang niet iedereen wil dat hun

gegevens over het water-, elektriciteits- en

gasverbruik naar een extern bedrijf gaan.

Consumentenorganisaties maakten zich

tezamen met onder meer de SP succesvol

hard voor dat de slimme meter niet

verplicht wordt uitgerold. Men mag nu op

vrijwillige basis besluiten om een dergelijke

meter te laten plaatsen.

Een interessant alternatief is de DHU van

Metsens. “Het is niet meer dan een kleine

computer die wij in de meterkast plaatsen,”

vertelt directeur Wil van Paridon

van Metsens. Hij is afkomstig uit de

IT-industrie en heeft de software voor de

computer samen met studenten van het

Hanze Institute of Technology in Assen

ontwikkeld. “De huidige energiemeter in

de meterkast heeft standaard een poort

(P1) over om deze gegevens intern te

gebruiken, conform de Nederlandse ‘smart

meter requirements’. Deze data worden

in onze DHU opgeslagen en draadloos of

bedraad doorgegeven aan de thuis- of

bedrijfscomputer. Daarop wordt een door

ons ontwikkeld programma g nstalleerd,

waarop men het verbruik ‘real time’ kan

volgen. Belangrijk is dat wij niet alleen het

aantal verbruikte kWh’s vermelden, maar

ook hoeveel dit precies kost in euro’s. Ook

kan de verbruiker vergelijken met eerdere

perioden. Dat zet volgens ons pas echt aan

tot besparing.”

Data binnenshuis

Anders dan bij het model van het slim

meten door de energiebedrijven blijven

deze data in eerste instantie binnenshuis.

“Levering van de data aan de netwerk- en

productiebedrijven voor energie en water

blijft natuurlijk altijd mogelijk maar in

ieder geval worden de data middels onze

software direct doorgegeven aan de verbruiker.”

De unit is voorbereid voor het moment dat

apparaten steeds ‘slimmer’ worden. Van

Paridon: “Het is nu nog niet mogelijk, maar

binnen vijf jaar hebben apparaten, zoals

een wasmachine of een koffiezetapparaat,

maar ook verlichting, een communicatiemodule

in zich die het verbruik doorgeven.”

Ook de unit zelf kan nog kleiner.

“Het is een computer zonder draaiende

delen, zoals een ventilator. In de verdere

ontwikkeling moet hij veel kleiner kunnen

worden, zoiets als een wat ruim uitgevallen

USB-stick.”

Metsens wil met het slimme-meterconcept

vanwege het schaalvoordeel

aansluiten bij het bouwproces van projectontwikkelaars,

bouwbedrijven en woningbouwverenigingen.

“Maar we worden ook

door MKB-bedrijven benaderd. Zo zijn we

druk bezig met drie pilots. Door Warenhuis

Vanderveen in Assen zijn we benaderd,

nadat zij stevige wateroverlast hadden

gehad. Het bijvullen van een aquarium

was een hele nacht doorgegaan, maar

daar kwam men, en de onderburen, pas

de volgende dag achter. Met onze meter

wordt bij overmatig verbruik een alarm per

sms verstuurd. Dat had hen tienduizenden

euro’s gescheeld.”

Camping

Een ander project is het meten van het

waterverbruik op een camping. Een grote

camping met veel vaste staanplaatsen

en recreatiewoningen wil het verbruik

van elektriciteit en water dagelijks op de

bedrijfscomputer kunnen volgen. Dat is

ook mogelijk.”

Van Paridon wil de DHU introduceren in

het bouwproces. Dat betekent dus dat hij

aan tafel wil komen bij de grote bouwondernemingen,

maar ook gemeenten die

wijken willen ontwikkelen. “Een van Nederlands

grootste bouwbedrijven heeft serieuze

interesse getoond. En de gemeente

Assen wil drieduizend woningen verduurzamen,

onder meer in de wijk Kloosterveen.

Daar kan de DHU bij helpen.”

Highlights

• Slimme meter Metsens houdt data binnenshuis

Energieverbruiker ziet verbruik ‘real

time’ op eigen computer

• MKB, bouwondernemingen, gemeenten

en woningcorporaties g nteresseerd

Weblinks

• www.energiegids.nl

• www.metsens.nl

• www.hajerestaurants.com

• www.kloosterveste.info

30 juli/augustus 2009


PRAKTIJKCASE ENERGIEVOORZIENING

Horizontaal stapelen

halveert energiekosten

ENERGIE & ICT

Alle computersystemen bij elkaar verbruiken net zo veel energie als de luchtvaart. De helft daarvan komt

voor rekening van de datacenters. Door over te stappen naar moderne serversystemen, kunnen tientallen

procenten op energie worden bespaard. Bedrijven als PGGM en Robeco zijn al over.

(per vierkante meter) van alle, behalve de

meest moderne, rekencentra tekort schiet,

moeten vaak slots in de rekken worden

opengelaten.

Wat de blades desondanks toch interessant

maakt, is dat ze in totaal aanzienlijk

minder stroom (en dus koeling) nodig

hebben. Waar elke autonome server zijn

eigen voeding en ventilatiesysteem bevat,

worden die door alle blades in hetzelfde

chassis gedeeld. Omdat ze meervoudig

zijn uitgevoerd, kunnen deze onderdelen

bovendien dynamisch, al naar gelang de

behoefte, worden bijgeschakeld.

een bijproduct van een veel grotere besparing.

Omdat niet alleen de voeding en

koeling maar ook de dure netwerkaansluitingen

door de blades worden gedeeld, kan

flink op hardware worden bespaard.

Migraties naar een blade-infrastructuur

worden dan ook niet zelden ingezet

vanwege besparingen op de hardware. Die

gemiddelde bezettingsgraad van minder

dan 15 procent is daarbij de belangrijkste

aanjager. De energiebesparing die daarvan

het gevolg is, is dan een leuke bijkomstigheid

voor het duurzaamheidsonderdeel

van het jaarverslag.

door Aad Offerman

Wie nu zijn rekencentrum

vernieuwt of uitbreidt, koopt

waarschijnlijk geen losse

serversystemen meer. In plaats van de

bekende platte computerkasten die direct

boven elkaar in een standaard 19"-rek worden

geplaatst, wordt steeds vaker gekozen

voor een zogenaamde ‘blade-infrastructuur’.

Deze systemen danken hun naam

aan de vorm van de hardware: servers

bestaan uit losse borden waarvan er meer

dan een dozijn tegelijk in een chassis kunnen

worden ondergebracht. Dat chassis

past op zijn beurt weer in een rek.

Omdat de blades rechtop naast elkaar

staan, is zo’n chassis aanzienlijk hoger dan

een losse server. Van HP, de marktleider op

dit gebied, passen er maximaal drie chassis

in een rek. Maar alles bij elkaar kun je op

deze manier in dezelfde ruimte toch flink

wat meer servers kwijt. Vandaar dat men

ook spreekt van ‘high density’ systemen.

Energiegebruik

Ruimtegebrek is echter zelden het eerste

probleem van de beheerder van een

datacenter. Stroomverbruik en koeling zijn

meestal veel nijpender. Sterker nog: de

blades verergeren deze problematiek op

plaatselijk niveau. Omdat de koelcapaciteit

Virtualisatie

Daar komt nog eens bij dat deze bladecomputers

meestal in combinatie met

virtualisatie worden toegepast. Daarbij

worden meerdere besturingssystemen (virtuele

machines) tegelijkertijd op hetzelfde

serversysteem gedraaid. Dat is van belang

als je bedenkt dat servers meestentijds

niets staan te doen. Ze worden gedimensioneerd

op hun piekvermogen. Meestal

komt hun gemiddelde belasting daardoor

niet boven de 15 procent uit. Dat betekent

bijvoorbeeld ook dat de voeding zeer inefficiënt

draait.

Door meerdere virtuele machines op hetzelfde

systeem te combineren, kan die belasting

volgens Hans van den Broek, de CTO van

HP Nederland, naar meer dan 50 procent

omhoog worden gebracht. In combinatie

met moderne koelconcepten kun je zo de

energiekosten meer dan halveren. Houd je

het bij de overstap naar blades en virtualisatie,

dan kan er nog steeds een derde van af.

Besparingen

Om het belang van deze technologie aan

te geven: de ICT-sector is verantwoordelijk

voor 2 procent van alle energieverbruik.

Dat is net zo veel als de hele luchtvaartindustrie.

De helft daarvan komt voor rekening

van de datacenters. Zoals wel vaker

zijn ook in dit geval de milieuopbrengsten

Highlights

• ICT-sector verantwoordelijk voor 2 procent

van het energieverbruik

• Meervoudige blades gebruiken aanzienlijk

minder stroom

Energieverbruik rekencentrum kan

worden gehalveerd

Weblinks

• www.energiegids.nl

• en.wikipedia.org/wiki/Blade_server

• h71028.www7.hp.com/enterprise/

cache/80316-0-0-152-472.html

• www.ibm.com/systems/bladecenter/

• ftp.compaq.com/pub/products/servers/blades/idc-tco-deployment.pdf

juli/ augustus 2009

31


energieonderzoek

Optische laag kan chip

opwaarderen

Het energiezuiniger maken van microprocessors is een van de prioriteiten van grote chipfabrikanten als

Intel en IBM. Met een zuinige chip hoeft de laptop of mobiele telefoon namelijk minder vaak in het stopcontact.

Voor desktops speelt dat probleem minder. Toch is energie-efficiency ook in deze apparaten van

groot belang. Chips worden namelijk zo heet dat ze niet goed meer werken. Onderzoekers van de Technische

Universiteit Eindhoven (TU/e) denken de oplossing hierin te vinden: licht. Een gesprek met professor

Andrea Fiore en universitair hoofddocent Jos van der Tol.

voorspelde dat het aantal componenten

per chip iedere een tot twee jaar zou verdubbelen.

En dat gebeurde ook, jarenlang.

“Maar het werd een self fullfilling prophecy,”

zegt Jos van der Tol van de faculteit

Electrical Engineering, “en nu zien we toch

een vervlakking van de curve optreden en

dus heeft de chipindustrie een probleem.”

Meetopstelling om ultralage energie van optische transistors te meten. Foto’s: Christiaan Krop

Door Tijdo van der Zee

Duizenden kilometers glasvezelkabels

op de bodem van oceanen

verbinden de continenten. En

gemeenten investeren miljoenen euro’s

in ‘fiber to the home’ een aansluiting van

elk huishouden op het glasvezelnetwerk.

Waarom? Door die kabels stroomt licht,

een medium waarmee supersnel en zonder

warmteverlies grote hoeveelheden data

kunnen worden getransporteerd. De

voordelen van licht zijn evident. Maar in de

wereld van de chip is het elektrische circuit

heer en meester. Aan de TU/e proberen

onderzoekers ook gebruik te maken van

lichttransport, maar dan op millimeterschaal.

Professor Andrea Fiore van de

faculteit Applied Physics legt uit hoe dat

vorm moet krijgen. “Boven op de normale

chip plaatsen we een halve micrometer

dikke laag indiumfosfide, een materiaal

dat in staat is zowel licht te produceren, te

transporteren en ook weer te ontvangen.

Zo ontstaat dus een extra optisch netwerk,

dat dient als een soort upgrade van het

normale elektrische circuit.”

Wet van Moore

Het aantal transistors op reguliere chips

neemt enorm toe en dat geldt ook voor de

hoeveelheid data die hiertussen getransporteerd

worden. Enkele jaren geleden

verving koper het veel minder goed

geleidende aluminium in de bedradingen

op de chips. Een innovatie. Toch loopt deze

conventionele elektrische techniek tegen

de grenzen aan. Chips worden te heet en

kunnen nauwelijks nog gekoeld worden.

Al bij een temperatuur van 100 0 C verlopen

processen op een chip minder goed. “In

de zomer heeft mijn computer een hogere

basistemperatuur en dan merk ik dat hij

trager is,” zegt Fiore. Dit hitteprobleem

ondermijnt de ‘Wet van Moore’. Gordon

Moore werkte in de jaren ’60 bij Intel en hij

De oplossingsrichting van de Eindhovense

onderzoekers is veelbelovend, zo oordeelden

subsidieverstrekkers. In december

kreeg de onderzoeksgroep, waarin ook

deelnemen professoren Harm Dorren en

Meint Smit van Electrical Engineering en

dr. Richard Notzel van Applied Physics, een

miljoen euro van de universiteit onder het

High Potential Research Programme. Dat

geld wordt voornamelijk aangewend om

het aantal promotieplaatsen uit te breiden

en die te vullen met de knapste koppen

ter wereld. “We hebben net een Iraanse

aangesteld. Je kunt begrijpen dat veel tijd

gaat zitten in het regelen van visa en dergelijke.

We moeten dat ervoor overhebben

om de beste mensen te halen. Promovendi

willen meestal naar Amerika. Het kost veel

moeite om hen ervan te overtuigen dat

we hier in Nederland baanbrekend werk

verrichten.”

Obstakels

Extra intellect kan de onderzoeksgroep

goed gebruiken. Er zijn namelijk veel obstakels

te overwinnen. Zo moet er nog een

oplossing worden gevonden om de laag

indiumfosfide aan de siliconchip te bevestigen.

“De laag moet er op ‘gelijmd’ worden.

Er zijn elders in de wetenschap hoopvolle

resultaten geboekt, maar wij hebben die

nog niet concreet kunnen toepassen,” zegt

Van der Tol. Daarnaast is het warmteprobleem

nog niet opgelost. De geleiding van

licht door vezels levert nagenoeg geen

32 juli/augustus 2009


energieonderzoek

ENERGIE &ICT

Dat is veel goedkoper, makkelijker en je

zit niet snel tegen de grens aan van het

aantal lasers. Het is op industriële schaal te

produceren.”

Volgens Jos van der Tol sluit het onderzoek

naar het optische circuit goed aan bij de

markt. “Wij maken niet een geheel nieuwe,

optische, chip. Met opzet proberen we

alleen die extra laag te maken, die op de

conventionele chip gelijmd kan worden. De

chipindustrie is een miljardenbusiness. Die

willen we natuurlijk niet tegen de haren

instrijken.” Fiore voegt daar aan toe: “Nu

krijgen we ons geld uit de wetenschappelijke

hoek, maar we streven ook naar

samenwerking met grote bedrijven als IBM

of Intel.”

warmte op. De laser – het mechaniek dat

licht produceert – doet dat wel, net als de

lichtreceptor. “En die warmte kunnen we

niet aan de laag er onder afgeven, want die

is van zich zelf al heet genoeg,” zegt Van

der Tol. Een derde obstakel heeft te maken

met de schaal van het optische circuit.

Wanneer de professoren spreken over

lasers, bedoelen ze niet een machine die

een vernietigende straal licht produceert.

De lasers in het lab in Eindhoven zijn nanotechnologische

mechaniekjes die slechts

enkele duizenden fotonen uitstoten. De

onderzoekers zijn er nog niet uit op welke

manier ze deze lasers kunnen aanzetten,

want een stroomstootje kan het minuscule

apparaat al snel kapot maken. Ten slotte

bieden ook de routers nog hoofdbrekens.

Dat zijn punten waarop licht kan worden

omgeleid, zodat meerdere routes mogelijk

zijn op de laag indiumfosfide. Deze ontvangen

het licht, gebruiken vervolgens een

elektrisch signaal om dat in een andere

richting weer naar buiten te sturen. “We

moeten nog een manier zien te vinden

waarop dit hele mechanisme in de routers

optisch wordt. We willen geen elektriciteit

gebruiken.”

Datacenters, zoals van KPN, worden ook

erg heet en hebben voortdurend koeling

nodig. Google kwam al met het idee om

een datacenter in zee te bouwen. Fiore:

‘Dat is een heel andere schaal natuurlijk. Er

zijn echter wel degelijk parallellen te trekken

met de hitteproblematiek in een chip.

Al die schakelaars produceren hitte, net als

de conventionele schakelaars op een chip.

Je moet een manier zien te vinden om die

technologie energie-efficiënter te maken.’

Miljardenbusiness

De onderzoeksgroep komt talrijke hindernissen

tegen. Toch denken de onderzoekers

dat hun methode betere toekomstperspectieven

biedt dan die van concurrerende

onderzoeksgroepen. ‘Een andere

methode is het plaatsen van losse lasers

op de siliconlaag,’ zegt Fiore, maar deze

moet je allemaal op de chip monteren. Dat

is een hele dure oplossing en uiteindelijk

zullen het altijd te weinig lasers blijken. In

ons systeem zijn de lasers g ntegreerd.

De onderzoekers durven geen voorspelling

te doen over het tijdstip waarop hun technologie

zijn intrede kan doen in de markt.

“Dat hangt natuurlijk ook van de markt

af, en zoals gezegd, die begint de pijn te

voelen van de beperkingen van de huidige

technologie,” zegt Van der Tol. Overigens is

het niet de gewone consumentendesktop

waarin we de hybride elektrisch-optische

chip het eerst kunnen verwachten. Volgens

professor Fiore zullen het eerst de grote

apparaten zijn die echte denkkracht nodig

hebben. “Zo gaat dat altijd natuurlijk.

Later zal de prijs dalen en de technologie

ook beschikbaar komen op de ‘gewone’

markt.”

Highlights

• Hitte staat chipontwikkeling in de weg

• Glasvezels kunnen aluminiumbedrading

ondersteunen

• Extra laag indiumfosfide concurreert

niet met conventionele techniek

Weblinks

• www.energiegids.nl

• www.tue.nl

• www.intel.com/technology/mooreslaw/

• www.research.ibm.com/photonics/

juli/ augustus 2009

33


eportage

zoektocht naar geld voor

energiebesparing loont

Ondanks de crisis maken bedrijven nog weinig gebruik van beschikbare financiële middelen voor energiebesparende

maatregelen bij gebouwen. De overheid geeft subsidies en fiscale voordelen, maar ook banken

en energiebedrijven bieden regelingen om energiebesparing financieel aantrekkelijker te maken.

Installatiebedrijf Wemmers uit Bleskensgraaf heeft op haar nieuwe pand een dak met zonnecellen aan laten leggen. Het bedrijf kreeg met de EIA een groot deel van de

belasting terug (foto Wekadak Systemen).

Door Norbert Cuiper

Er bestaan al verschillende manieren

om energiebesparende maatregelen

te financieren, maar veel van de

mogelijkheden blijven nog onbenut. Soms

zijn subsidiepotjes direct leeg, andere potjes

raken niet eens op. Daarnaast zijn ook

fiscale maatregelen interessant voor het

bedrijfsleven. Bestaande fiscale regelingen

zijn de Milieu Investeringsaftrek (MIA), de

Willekeurige Afschrijving Milieu-investeringen

(Vamil) en de Energie Investeringsaftrek

(EIA). “Vooral de EIA is interessant

doordat 14 procent van de investering is

terug te verdienen,” zegt senior programma-adviseur

Kees Jan Hoogelander van

SenterNovem. Voor de EIA is een budget

van 139 miljoen euro beschikbaar. Begin

dit jaar is de EIA uitgebreid met een bonus

voor verbetering van de energie-index

met minimaal 0,30 en als het gebouw

uitkomt op minimaal label B. Hoogelander

verwacht hierdoor een toename in het

gebruik van de EIA-regeling. Met de Groenregeling

stimuleert de overheid zogeheten

Groenprojecten, projecten die een positief

effect op het milieu hebben. Hoogelander:

"Via een belastingvoordeel voor groene

spaarders en beleggers kunnen banken

een lening met een lager rentetarief verstrekken

voor bijvoorbeeld een duurzaam

gebouwde woning, een windpark of een

biologisch landbouwbedrijf." Aantrekkelijk

is dat de Groenregeling te combineren

is met de SDE-regeling. Sinds 2008 is de

regeling uitgebreid met bonussen van

50.000 en 100.000 euro voor verbetering

tot label B en A. De bonus voor verbetering

34 juli/augustus 2009


eportage

Het Van der Valk hotel in Breukelen heeft met de EIA-regeling 13 procent bespaard op de aanschaf van HR++

ketels (foto H de Jong/Panoramio).

goedkoper om hun vloeren, muren en

daken te isoleren. Ook kunnen ze subsidie

krijgen op HR++ glas. Wie een woning

heeft van vóór 1995 en HR++ glas laat aanbrengen,

kan tot 20 procent van het investeringsbedrag

terugkrijgen. De voorstellen

zullen per 1 juli 2009 ingaan en gelden

tot eind volgend jaar, als de Eerste Kamer

net als de Tweede Kamer het wetsvoorstel

goedkeurt.

Naast de landelijke regelingen bestaan er

ook provinciale regelingen om energiebesparing

en duurzame energie te stimuleren.

Die zijn behoorlijk populair. Zo was de

Groningse subsidieregeling ondanks het

forse budget van 500.000 euro binnen een

dag na openstelling op 1 maart uitgeput.

Ook gemeenten zoals Delft, Apeldoorn

en Eindhoven hebben een regeling om

energiebesparing te stimuleren. Op de

Energiesubsidiewijzer op de site van Meer

met Minder, het nationale energiebesparingprogramma

voor de bestaande bouw,

staat hierover meer.

van het label met minimaal twee stappen

vervalt. Reden is de aanpassing van de

Groenregeling, waardoor het ministerie

van Financiën moest schuiven met het

budget.

Dé subsidieregeling voor duurzame energie

is de SDE, de Stimulering Duurzame

Energieproductie. Vooral de subsidie voor

zonnepanelen is erg in trek. De SDEregeling

geeft maximaal 32,4 cent subsidie

voor elke kWh die met de zonnepanelen is

opgewekt. Hoogelander: "Het budget van

88 miljoen raakte snel op. Er ontstond een

stormloop op de subsidie." Niet elke subsidie

voor duurzame energie is zo gewild:

de Stimuleringsregeling voor Duurzame

Warmte heeft nog 15 miljoen euro over van

het budget van 20 miljoen euro. Deze regeling

is bedoeld als subsidie voor warmtepompen,

micro-warmtekracht en zonneboilers.

“Deze regeling loopt minder hard,

maar dat komt ook doordat hij pas sinds

eind 2008 is ingevoerd,” zegt Hoogelander.

Crisismaatregelen

Vanwege de economische crisis werkt de

overheid aan nieuwe financiële en fiscale

maatregelen, zo meldt Hoogelander. Om

particulieren te stimuleren om te investeren

in energiebesparende maatregelen

komt er een energiebesparingkrediet. Het

Rijk geeft hiervoor een garantie waardoor

huiseigenaren een goedkope lening

kunnen afsluiten voor investeringen in

hun huis, zoals zonnepanelen en warmtepompen,

maar ook woningisolatie en

zuinige cv-ketels. "Dit is vooral bedoeld

voor bewoners met lage inkomens," zegt

Hooge lander. Daarnaast start deze zomer

een subsidieregeling waarmee huiseigenaren

een vergoeding van ongeveer 200

euro krijgen voor het maatwerkadvies over

de beste energiebesparingsmaatregelen

voor hun huis. Hiervoor is 12 miljoen euro

uitgetrokken voor 2009 en 2010.

Derde crisismaatregel is de aanpassing en

uitbreiding van de Groenregeling. Voor

particulieren wordt de ondergrens voor

zonnecellen, zonnecollectoren en warmtepompen

verlaagd van 22.689 euro naar

nul euro. Hiermee komt de regeling voor

consumenten beschikbaar, zegt Hoogelander.

Ook stijgt de leentermijn van 10

naar 15 jaar. De aanpassing sluit aan op de

stimuleringsregeling Duurzame Energie

(SDE). Verder wordt de EIA uitgebreid voor

woningcorporaties. Hiervoor is zowel in

2009 als in 2010 160 miljoen euro per jaar

beschikbaar. Voorwaarde is dat woningen

minimaal label B krijgen of minimaal twee

stappen in het label hoger komen.

BTW verlaging

Tot slot heeft staatssecretaris van Financiën

Jan Kees de Jager voorgesteld het

BTW-tarief voor woningisolatie tijdelijk te

verlagen van 19 procent naar 6 procent.

Hiermee wordt het voor huiseigenaren

Banken

Maar niet alleen overheden bieden

regelingen aan om energiebesparende

maatregelen bij woningen te financieren.

Ook banken financieren –crisis of niet –

dergelijke maatregelen steeds meer. Dat

komt omdat energie een steeds groter

aandeel heeft in de woonlasten, zegt Pieter

Noorman, projectmanager Maatschappelijk

Verantwoord Ondernemen van

Rabobank Nederland. Hij verwacht dat de

lage energieprijzen gaan stijgen, waardoor

energiebesparing weer interessanter

wordt. Ook zijn duurzame gebouwen

behoorlijk in trek. Dit zorgt ervoor dat deze

gebouwen een lager risicoprofiel opleveren

voor financiering. Noorman voegt eraan

toe dat duurzaamheid één van de kernwaarden

is van de Rabobank. "Dat zien we

graag bevestigd bij onze klanten."

Eén van de regelingen van Rabobank is de

klimaathypotheek voor woningen. Deze

hypotheek biedt 1 procent rentekorting

over maximaal een lening van 100.000

euro. Deze aanbieding verdwijnt mogelijk

deze zomer, zegt Noorman. "Hiervoor moet

een alternatief komen." Mogelijk alternatief

is uitbreiding van de groenfinanciering.

Hierbij worden fiscale voordelen

vertaald naar voordelige leningen. Groenfinanciering

wordt momenteel vooral

gebruikt door de duurzame utiliteitsbouw,

maar door de aangekondigde verlaging

van de ondergrens kunnen consumenten

juli/ augustus 2009

35


we gaan vooruit

Op weg naar

duurzaam

energieverbruik

Overheden, bedrijven, woningcorporaties en andere

grootverbruikers hebben de slimme meter van Eneco

ontdekt. Deze digitale energiemeter kan op afstand worden

uitgelezen.

Heeft uw organisatie meerdere energieaansluitingen?

Dan gaat Eneco MDDS speciaal voor u nog een stap verder:

met de e-DataPortal heeft u het werkelijke energieverbruik

per energieaansluiting in één overzicht.

Wilt u meer informatie? Neem direct contact op met

Eneco MDDS via telefoonnummer +31 (0)88 895 2600

of kijk op www.eneco.nl/mdds.





Ook voor U dé partner

om duurzame ambities

waar te maken

Duurzame energie-installaties liggen

binnen handbereik. Snel, met beperkte

risico’s en zoals ú het wenst.

Maak kennis met het rendement van

ZON Energie Groep.

NU

De belangrijkste wet- en regelgeving in één handzame pocket

Pocket Energierecht 2008/2009

In de nieuwe Pocket Energierecht is de belangrijkste

en meeste recente wet- en regelgeving opgenomen:

helder, overzichtelijk en actueel.

• De pocket bevat de stand van zaken met

betrekking tot de regulering van de gas- en

elektriciteitsmarkt

• In een aantal gevallen zijn voorgestelde of

nog niet in werking getreden wijzigingen in de

regelgeving alvast (in cursief) opgenomen

• Bij de artikelen is bovendien gebruik gemaakt

van handige trefwoorden in de marge.

Met de Pocket Energierecht hebt u een gedetailleerd

en compleet overzicht altijd bij de hand.

Bestel het boek Energierecht 2008/2009

nu met 15% korting

Wilt u automatisch de nieuwste editie

met 15% korting ontvangen?

Dat kan met een abonnement

op de Pocketreeks Energierecht.

Bestelcode: 978 90 12 12406 5

Prijs: € 59.75

Bestel via sdu@sdu.nl,

070-378 98 80

of www.sdu.nl/energie

Onze uitgaven zijn ook

verkrijgbaar in de boekhandel

36 juli/augustus 2009


eportage

Het Heerlense appartementencomplex Vrieheide is g soleerd dankzij zachte leningen van Essent.

straks op eenvoudige wijze gebruik maken

van deze regeling voor het realiseren van

energiebesparing in hun woningen, zegt

Noorman.

Woonlasten

Volgens Noorman is voor de klant het

meest gunstig een energiezuinige woning

te hebben die door de duurdere installaties

boven de gemiddelde marktprijs ligt, maar

waarvan de totale woonlasten lager zijn

door de lagere energiekosten. "De klant

zou extra financiering moeten krijgen voor

een energiezuinig huis. Huiseigenaren met

lagere woonlasten kunnen immers meer

geld lenen. Ze kunnen mogelijk ook gebruik

maken van de garantieregeling van

Meer met Minder die is geënt op de nationale

doelstellingen voor energiebesparing

in de bouw of de SVn duurzaamheidlening

bij renovaties. Nederlandse banken en het

Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse

gemeenten (SVn) hebben hiervoor

het energiebesparingfonds opgericht, dat

circa 600 miljoen euro voor 260 gemeenten

bevat.

goed terug te verdienen. Wel is hierbij een

inkomenstoets van toepassing, maar volgens

Noorman is dat wettelijk verplicht.

Energiebedrijven

Ook energiebedrijven bieden financieringsconstructies

aan voor energiebesparende

maatregelen. Essent biedt het programma

BespaarGarant, dat energiebesparing

combineert met meer comfort en de

bewoners direct lagere exploitatiekosten

(energielasten) garandeert. Dat vertelt Ger

Kempen, manager Productontwikkeling

en Kenniscentrum van Essent Energiediensten.

"We nemen advies, ontwerp, bouw

en exploitatie van een energiebesparende

maatregel zelf in de hand en meten de

energiebesparing. Dit corrigeren we met

het aantal graaddagen, een indicatie voor

het energieverbruik. Als het warmer is valt

het energieverbruik namelijk lager uit. Dit

is van belang voor de bonusregeling, waarbij

Essent en huiseigenaar elk 50 procent

ontvangen van het extra kostenvoordeel

als de besparing lager uitvalt dan de gegarandeerde

energiebesparing.”

Zachte lening

Voor de woningbouw biedt Essent diverse

financieringsvormen aan. De eerste is

een hypotheek met een lage rente van 6

procent, een lange looptijd en lage maandlasten.

Hiervoor moeten bewoners een

taxatierapport laten opstellen, maken ze

notariskosten en moeten ze mogelijk een

andere bank benaderen. Een tweede constructie

is 'Financial Lease', een lening met

een korte looptijd, waarvoor geen taxatie,

notaris en inkomenstoets nodig zijn. Nadelen

zijn de hoge rente (10 procent) en de

hoge maandlasten. Een derde constructie

is mogelijk in samenwerking met de gemeente

of de provincie die energiebesparing

stimuleert. Deze vorm staat bekend

als 'zachte lening', die wordt gefinancierd

uit het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting.

Bewoners kunnen een lening krijgen

tot 12.500 euro, die ze na tien jaar weer afbetalen.

Ook kunnen ze een hoger bedrag

lenen, dat ze na 15 jaar moeten afbetalen.

Voordelen hiervan zijn de lage rente (2

procent) en de lage maandlasten.

Kempen: "Als de maandlasten gelijk blijven

of omlaag gaan krijgen bewoners vertrouwen

in de financiering door Essent.

Dat hebben we door Motivaction laten

onderzoeken. Op basis hiervan hebben we

het Bespaarplan Huis ontwikkeld, waarmee

een huis met label D is op te waarderen tot

label B. We stellen bijvoorbeeld voor om

de cv-ketel te vervangen door een HR++

exemplaar en de spouwmuur te isoleren.

Deze maatregelen leveren een aanzienlijke

besparing op waarmee de investering binnen

tien jaar is terug te verdienen." Kempen

meldt dat Essent eerst in Limburg en Enschede

het Bespaarplan Huis gaat uittesten

alvorens het landelijk uit te rollen. Bewoners

hoeven geen klant te zijn van Essent om

voor financiering van energiebesparing in

aanmerking te komen. "Er is geen sprake

van koppelverkoop," aldus Kempen.

Highlights

• Subsidies en fiscale regelingen maken

energiebesparing in de bouw aantrekkelijker

• Gangbare regelingen van de overheid

zijn de EIA, de SDE en de Groenregeling

• Ook banken en energiebedrijven

bieden financieringsconstructies

Het 'leasen' van energiebesparende maatregelen

is ook mogelijk. Rabobank-dochter

De Lage Landen zorgt voor de financiering

van bijvoorbeeld zonnepanelen, isolatie of

een HR-ketel via energiebedrijf Nuon. Deze

lening wordt over enkele jaren terugverdiend

via de energiebesparing. Noorman:

"De klant hoeft niet zelf te investeren,

terwijl hij na circa zeven tot negen jaar

eigenaar is van de zonnepanelen of een

energiezuinig huis. In het algemeen zijn de

energiebesparende maatregelen hierdoor

Weblinks

• www.energiegids.nl

• www.energiebouwbeurs.nl

• www.senternovem.nl/eia/praktijkvoorbeelden/index.asp

• www.meermetminder.nl

• www.rabobank.nl/particulieren/advies/wonen/duurzaam_wonen/

juli/ augustus 2009

37


ENERGIETECHNIEK

kema pioniert in china met

hoogspanningsleiding

p

Het Zweedse energiebedrijf ABB gaat ’s werelds langste hoogspanningsleiding aanleggen tussen de Xiangjiaba

waterkrachtcentrale in West-China naar Sjanghai in het oosten. KEMA is ingeschakeld om het kwaliteitsprogramma

met betrekking tot de sleutelapparatuur rond de lijn te verzorgen. De opgedane ervaring is mogelijk

van nut voor de aanleg van de nog langere hoogspanningsleiding tussen Adrar in Algerije en het Duitse Aken.

Het nieuwe type transformator moet een belangrijke rol spelen in de aanleg van ’s werelds langste ultrahoogvolt

sche hoogspanningsleiding in China.

hoogspanningsleiding tussen Adrar in

het zuiden van Algerije en Aken. New

Energy Algeria gaat de lijn aanleggen om

elektriciteit van zonnecentrales, waaronder

de trogspiegelcentrale van 25 MW bij Hassi

R’Mel die in aanbouw is, naar Europa te

exporteren.

“Er zijn geen technische grenzen aan de

lengte van een hoogspanningsleiding.

De economische haalbaarheid bepaalt de

lengte. Voor een zeer groot vermogen en

een zeer lange afstand zijn vrijwel altijd

oplossingen te bedenken, bijvoorbeeld

door een hogere bedrijfsspanning toe te

passen of de aanleg van parallelverbindingen

in geval van gelijkspanningslijnen en

het in serie schakelen van blindvermogenscompensaties

in het geval van wisselstroomlijnen,”

aldus Aarten.

Door Rijkert Knoppers

is een grote uitdaging,

omdat er nog nooit eerder in

“Dit

de wereld apparatuur voor

zulke hoge spanningen met zo’n groot vermogen

is gebouwd,” vertelt Thijs Aarten,

lid raad van bestuur van KEMA en verantwoordelijk

voor de activiteiten in onder

meer China. “Er is geen voorbeeld om te

volgen en de internationale standaarden

en richtlijnen zijn nog niet toegepast voor

dit spanningsniveau.”

De hoogspanningsleiding, met een totale

lengte van 2000 kilometer, krijgt een recordvermogen

van 6400 MW en is in staat om 31

miljoen mensen van stroom te voorzien.

Transformator

Onlangs zijn met succes de eerste proefnemingen

met een ultrahoogvolt sche

gelijkstroomtransformator (ultra high

voltage direct current: UHVDC) voor de

hoogspanningsleiding afgerond. Er komen

verschillende UHVDC transformatoren in

het netwerk, die de elektriciteit omzetten

van wisselstroom naar gelijkstroom en

andersom. Ook brengen de transformatoren

voor het transport de elektrische spanning

op een niveau van 800 kV. Dit is 33 procent

hoger dan het voltage dat de 600 kV

hoogspanningsleiding bij de Itaípu-dam in

Brazilië gebruikt, de gelijkstroomleiding met

tot nu toe het hoogste voltage ter wereld.

Een dergelijke hoge spanning is belangrijk

voor het efficiënt transporteren van elektriciteit.

“Als de Itaípu-lijn in Brazilië met 800

kV in plaats van 600 kV zou werken, zou het

verlies van de lijn maar 56 procent van het

huidige verlies bedragen,” verduidelijkt Yanny

Fu, projectmanager van KEMA. “Naast

het verlies in de lijn zijn er nog verliezen in

de converterstations aan de zendende en

ontvangende kant van ongeveer 2 procent.”

Zonnecentrales

Hoewel KEMA er nog niet bij betrokken is,

kunnen huidige ervaringen bij de aanleg

van de Chinese UHVDC leiding van nut

zijn bij de geplande 3000 kilometer lange

Highlights

• De hoogspanningsleiding heeft een

recordvermogen van 6400 MW

• Ervaring belangrijk voor hoogspanningsleiding

tussen Algerije en Duitsland

• Spanning van 800 kV is belangrijk voor

het efficiënt transporteren van elektriciteit

Weblinks

• www.energiegids.nl

• www.abb.com

• www.kema.nl

• http://en.wikipedia.org/wiki/

Hassi_R%27mel_integrated_solar_

combined_cycle_power_station

• http://ieeexplore.ieee.org/xpls/abs_

all.jsp?tp=&arnumber=4517112&isnum

ber=4517029

38 juli/augustus 2009


oductnieuws

Blindvermogencompensatie voor windparken, elektriciteitsnetwerken

en de industrie

Met het nieuwe blindvermogencompensatiesysteem SVC Plus (Static Var Compensator)

breidt Siemens Energy haar productenspectrum van flexibele wisselstroomtransmissiesystemen

(FACTS) uit. Het systeem is gebaseerd op de innovatieve Voltage-

Sourced-Converter-techniek (VSC) en is traploos regelbaar door IGBT-transistoren. Het

systeem verbetert de spanningskwaliteit en stabiliteit in het elektriciteitsnet en maakt

de aansluiting van variabele energiebronnen op het net mogelijk, zoals offshorewindparken.

Siemens levert het systeem in ruimtebesparende, gestandaardiseerde en

modulaire eenheden. Het lijkt op een bouwpakket dat uit vooraf geteste eenheden van

25, 35 of 50 megavoltampère reactief (MVAr) bestaat, die afzonderlijk of ook parallel

kunnen worden ingezet. De kern van SVC Plus, een wordt gevormd door de modulaire

multilevel-vermogensomvormertechniek. In tegenstelling tot andere zelfstandige

vermogensomvormer-topologieën is de spanningsvorm die door de SVC Plus wordt

gegenereerd vanwege de multileveltechniek vrijwel sinusvormig. Hierdoor kunnen de

laagfrequente harmonische filters die bij de huidige toepassingen noodzakelijk zijn,

komen te vervallen, waardoor de benodigde ruimte voor het hele systeem aanzienlijk

wordt verminderd.

Meer info: www.siemens.nl

Forse energiebesparing rooftop dankzij ethalpie

Een forse energiebesparing door een nieuwe techniek waarbij met een roterend

ethalpie-wiel warmte wordt teruggewonnen, kan met rooftopairco-units. Afhankelijk

van de bedrijfsomstandigheden geven deze rendementsverbeteringen van 60 tot 90

procent. Daarnaast zorgen de thermodynamische warmteterugwinning en koudemiddel

R410A voor hoge EER-waarden. Als de units in deellast opereren neemt de EER toe,

wat nog meer energie bespaart. Deze nieuwe serie van IBK Compac, Whisper, bestaat

uit vijf uitvoeringen in capaciteiten van 39 tot 216 kW. Er is een omkeerbare warmtepompuitvoering

voor koelen of verwarmen, een uitvoering voor alleen koelen, een

omkeerbare warmtepompuitvoering en een uitvoering voor koelen, beide met ethalpie

warmteterugwinning, en een omkeerbare warmtepompuitvoering met ethalpie

warmteterugwinning voor speciale applicaties. De verdeling en de luchtkwaliteit zijn

bepalend voor het comfort. Hiervoor zorgen de high efficiency direct aangedreven ventilatoren.

De elektronische regeling maakt handmatige instelling overbodig en zorgt

voor een optimale aanpassing aan de luchtbehoefte. De keuze uit de vele mechanische

of elektronische filters heeft als voordeel dat de units ingesteld kunnen worden op

specifieke omstandigheden waar hoge eisen aan de luchtkwaliteit gesteld worden. Bovendien

zorgen de elektronische filters voor een verlaging van de operationele kosten.

Meer info: www.ibkcompac.nl

LED-armatuur voor accentverlichting

ABB heeft een nieuwe LED-armatuur g ntroduceerd, waarmee snel en eenvoudig accentverlichting

kan worden aangebracht.

De nieuwe LED armatuur kan in een inbouwdoos, een hollewanddoos of een centraaldoos

worden geplaatst, waardoor binnenshuis accentverlichting in de meterkast, bij de

trap of in het plafond in een handomdraai is gerealiseerd. Accentverlichting bevordert

de veiligheid in huis, bijvoorbeeld bij traplopen. De treden zijn altijd zichtbaar.

De LED armatuur is geschikt voor montage in een 50 mm diepe inbouw-, hollewand- of

centraaldoos. Door de steekbare aansluiting op de GU10 lampfitting is de armatuur

snel te monteren. De LED armatuur wordt geleverd in drie verschillende kleuren afdekkingen:

ivoorwit, alpinwit en mat-chroom. Hierdoor laat de armatuur zich eenvoudig

integreren in een groot aantal omgevingen. De armatuur wordt compleet geleverd

met LED lampje met zeer laag energieverbruik (1W).

Meer info: www.abbconnect.nl

juli/ augustus 2009

39


MARKTPANEL ENERGIECONSULENTEN

Door Arie Kroon

Arie Kroon is energieconsulent en lid van AEC, www.energienulhuis-kroon.nl

Nulenergiewoning: opslag essentieel

Nulenergiewoningen zijn in de praktijk

allang mogelijk. Kwestie van goed isoleren

en energie opwekken met duurzame bronnen

zoals de zon of warmte uit de bodem.

Een goedwerkende opslag van energie

is onontbeerlijk, zo blijkt uit een recente

evaluatie van de eerste nulenergiewoning

in Woubrugge door Ecofys en Energieadviesbureau

Kroon.

Aan de Vierambachtsweg in Woubrugge

staat Nederlands eerste nulenergiewoning,

een woning die net zoveel energie

verbruikt als dat het opwekt. Al in 1991 is

met de bouw begonnen en vanaf 1993 is

het huis bewoond. In principe heeft het

huis geen energie nodig van het net. Er is

wel een normale elektriciteits- en gasaansluiting

aangelegd om bij een tijdelijk

energietekort terug te vallen op het net.

Ook is het hierdoor mogelijk om een deel

van de eigen stroom in te ruilen voor gas

om CV en tapwater in de woning goed te

verwarmen.

Bij het ontwerp van de nulenergiewoning

is de energievraag zoveel mogelijk beperkt.

Dit is gebeurd door de warmteverliezen

te minimaliseren door een compacte

bouw en optimale isolatie van het huis,

een zeer goede kierdichting en toepassing

van energiezuinige apparaten. Om zo

optimaal mogelijk met de energie om te

gaan zonder verlies van comfort zijn een

gebalanceerde mechanische ventilatie met

warmteterugwinning, een hoogrendementsketel

voor lucht- en vloerverwarming

en radiatoren en een tegelkachel voor

houtstook aangebacht.

Zonnedak

De energieopwekking gebeurt voor het

grootste deel met PV-modules (elektriciteit)

en zonnecollectoren (warmte) op

het dak, dat op het zuidwesten is gericht.

Deze kunnen circa 3300 kWh aan energie

leveren, terwijl de bewoners ongeveer 1500

kWh stroom en 600 m 3 gas nodig hebben.

De meeste energie wordt opgewekt in

de zomer; het energieoverschot wordt in

de winter benut. Dit is mogelijk dankzij

opslag van zonnewarmte in een goed

g soleerd vat van 1600 liter water. Naverwarming

van tap-, spoel- en ruimteverwarmingscircuits

gebeurt in een indirect

gestookte boiler.

Uit metingen door Ecofys blijkt dat de absolute

opbrengst van de zonnecollectoren

gemiddeld vrij laag is (163 m 3 /jaar, in 1995

178 m 3 ) door de lage warmtevraag (zowel

warmtapwater als CV). Het warmwaterverbruik

was gemiddeld 48 liter/dag van 60 o C

(warm tap- en warm spoelwater). Daarna is

het gebruik nog verder gedaald tot gemiddeld

39 liter/dag (in 1995 42 l/dag). Relatief

gezien is de zonbijdrage redelijk. De

bijdrage in de warmwatervraag is over het

jaar gemiddeld 62 procent. De zonbijdrage

aan de totale warmtevraag is 24 procent.

Ook het PV-systeem is doorgelicht. De

oorspronkelijk verwachte opbrengst van

ruim 3000 kWh is in eerste instantie niet

gehaald. Wel hebben de veranderingen in

het systeem tot verbeterde opbrengsten

geleid. In 1993 leverde het systeem 2237

kWh en in 1994 2675 kWh. De opbrengstfactor

was daarmee 0,69. Extra maatregelen

hebben voor 1995 geresulteerd in een

opbrengst van 2905 kWh. In 2000 zijn 8 m 2

zonnecollectoren vervangen door PV-panelen.

Deze aanpassing heeft tot een hogere

energieopbrengst geleid.

Opslag

De opslag van zonnewarmte in de vorm van

heet water valt tegen wegens warmteverlies,

ondanks de goede isolatie van het vat.

De opslag heeft hierdoor in de eerste jaren

niet optimaal gefunctioneerd. Dit is opgelost

met een warmtewisselaar die direct collectorwarmte

van hoge temperatuur aan de

naverwarmer (boiler) toevoert. Daarnaast

worden de opslagwarmteverliezen van de

zonneboiler via mechanische afzuiging

met warmteterugwinning teruggewonnen

en benut voor ruimteverwarming in het

stookseizoen. Deze energiebesparingsmaatregelen

hebben geleid tot een aanzienlijke

vermindering van het energiegebruik. De

energieproductie is minder dan verwacht,

maar door besparingsmaatregelen is de

nulenergiebalans toch gehaald zonder in te

boeten op comfort.

40 juli/augustus 2009


MARKTPANEL juridisch

Ewoud de Vries

Mr. E.A. de Vries is advocaat bij Norton Rose LLP

Het nieuwe marktmodel – invoering van

het leveranciersmodel

Vanwege de verantwoordelijkheid van de

leverancier voor het factureringsproces en

de vervaltermijn voor facturen van twee

jaar, is het voor de leverancier zaak ruim

voor de inwerkingtreding op 1 juli 2010 van

de Wijziging van de Elektriciteits- en Gaswet

1 zijn administratieve processen goed

op orde te hebben.

Op 3 juli 2008 is het wetsvoorstel Wijziging

van de Elektriciteits- en Gaswet

ter verbetering van de elektriciteit- en

gasmarkt (‘Wetsvoorstel’) aangenomen

door de Tweede Kamer. Met het Wetsvoorstel

wordt een nieuw marktmodel voor de

kleinverbruikers van elektriciteit en gas

g ntroduceerd. Het nieuwe marktmodel

beoogt de administratieve processen

van de levering van elektriciteit en gas te

vereenvoudigen door i) de invoering van de

slimme meter, ii) het verplichte leveranciersmodel

en iii) de invoering van het

capaciteitstarief. De verplichte invoering

van het leveranciersmodel vormt de kern

van het nieuwe marktmodel. De slimme

meter kwam in deze context in het decembernummer

al aan bod.

Met de liberalisering van de energiemarkt

voor kleinverbruikers in 2004 hebben

kleinverbruikers de mogelijkheid gekregen

zelf hun leverancier voor elektriciteit

en gas te kiezen, maar een gebrekkige

administratieve afstemming tussen de

netbeheerders en de leveranciers belemmerde

de consumenten in deze vrijheid.

En door de introductie van verschillende

contractmodellen konden de kleingebruikers

niet onderscheiden waar de taken van

de leverancier ophielden en die van de netbeheerder

begonnen. Bijvoorbeeld: bij het

netbeheerdersmodel krijgt de kleinverbruiker

een leveringsnota van de leverancier en

een transportnota van de netbeheerder en

bij het leveranciersmodel krijgt de kleinverbruiker

van zijn leverancier één nota voor

de kosten van levering en transport.

De verschillende contractmodellen die

door de verschillende leveranciers in een

bepaald netwerkgebied gehanteerd worden,

moeten allemaal door de desbetreffende

netbeheerder in dat gebied beheerd

worden, zodat er bij de netbeheerder

verschillende administratieve systemen

naast elkaar bestaan. Deze verschillende

systemen zijn niet alleen (onnodig) kostbaar,

ze kunnen ook gemakkelijk leiden tot

administratieve fouten. Bovengenoemde

mankementen worden verholpen met de

invoering van een verplicht contractmodel.

Het Wetsvoorstel voorziet er dan ook in

dat kostenbesparingen van de netbeheerder

direct leiden tot een verlaging van de

transporttarieven.

Nu de kleinverbruikers in de geliberaliseerde

energiemarkt hun leverancier kunnen

kiezen, is de keuze voor het leveranciersmodel

logisch. In het nieuwe marktmodel

is de leverancier verantwoordelijk voor de

facturering, maar tegelijk ook het aanspreekpunt

voor vragen en klachten.

Capaciteitstarief

Bij de facturering brengt de leverancier

naast de eigen leveringskosten ook de

periodieke netwerkkosten namens de netbeheerder

op basis van het zogenaamde

capaciteitstarief in rekening bij de kleinverbruiker.

Het capaciteitstarief is een vast tarief

dat wordt berekend voor het transport

van gas en elektriciteit, afhankelijk van de

capaciteit van de aansluiting. De invoering

van het capaciteitstarief is een randvoorwaarde

voor het leveranciersmodel. De

netbeheerder en de leverancier wisselen

door dit vaste bedrag minder gegevens

uit, met als gevolg minder kans op fouten.

Met de invoering van het capaciteitstarief

is de leverancier verantwoordelijk voor een

tijdige en juiste facturering van de kleinverbruikers;

de netbeheerder heeft immers

geen verbruiksgegevens van de kleinverbruikers

meer nodig. Het capaciteitstarief

is reeds per 1 januari 2009 door middel

van een Ministeriële Regeling landelijk

ingevoerd. Voor de consument kan deze

koppeling bevrijdend werken. Indien de

leverancier bijvoorbeeld failliet gaat, heeft

een kleinverbruiker de periodieke netwerkkosten

al betaald aan zijn leverancier en

hij hoeft deze kosten niet nogmaals aan de

netbeheerder te betalen.

Vervaltermijn en verjaringstermijn

Op grond van het Wetsvoorstel geldt er

een vervaltermijn van twee jaar waarbinnen

de leverancier de verrichte dienst dient

te factureren. Door het ongebruikt verstrijken

van de vervaltermijn vervalt het recht

om alsnog de kosten van een verrichte

dienst te factureren. Als het bedrag binnen

die twee jaar is gefactureerd, dan is het

verjaringsregime van toepassing. Daarin

moet binnen twee jaar worden betaald,

tenzij de consument bijvoorbeeld in een

schuldhulpverleningstraject terecht komt,

in dat geval wordt er weer een nieuwe verjaringstermijn

ingesteld. Uit kamerstukken

bij het Wetsvoorstel volgt verder dat

de leverancier – indien de kleinverbruiker

ontkent een factuur te hebben ontvangen

– moet aantonen dat de factuur in een

gesystematiseerde stroom is aangemaakt

en verzonden.

Zoals boven reeds gesteld zijn de verantwoordelijkheid

van de leverancier voor het

factureringsproces en de vervaltermijn

van twee jaar belangrijke redenen om

ruim voor de inwerkingtreding van het

leveranciersmodel de administratieve

(incasso)processen en systemen op orde te

hebben.

(Endnotes)

1 Kamerstukken II 2007/08, 31 374

juli/ augustus 2009

41


ARKtPANEL EMISSIEHANDEL

Door Jos Cozijnsen

Jos Cozijnsen is consultant emissierechten, www.emissierechten.nl

Analisten verwachten geen explosie

CO 2

-prijs

Het Internationaal Energieagentschap

(IEA) stelde op een conferentie in Kuala

Lumpur dat de klimaatpolitiek van 40

procent reductie in 2020 en 80 procent in

2050 tot een explosie van de CO 2

-prijs leidt

van 120 euro in 2030. De prijs is nu iets

boven 13 euro per ton CO 2

. Maar analisten

geven aan dat het zo’n vaart niet zal lopen.

De IEA denkt dat de CO 2

-prijs flink stijgt

als niet massaal wordt ingezet op nieuwe

kerncentrales en windparken in met name

China, India en Rusland.

Deze prijsverwachting komt menigeen

wat hoog voor. “De modellen voor de CO 2

-

prijs kloppen niet”, zegt Albert de Haan,

voormalig directeur European Climate

Exchange in het FD van 9 juni en “De

IEA wil gewoon een signaal afgeven dat

klimaatbeleid niet effectief is,” aldus Hans

Grünfeld.

Analistenburo Pointcarbon uit Oslo schatte

in dat de CO 2

-prijs in 2016 hooguit op 65

euro komt en stelt dat er eerder kans is

op een prijs van 30 euro als de Europese

en Amerikaanse emissiehandelssystemen

gekoppeld zijn. Het Amerikaanse

Environmental Defense Fund kwam in

mei 2008 hooguit op een prijs van 45

euro in 2030 als de OESO-landen samen

een reductie van 80 procent nastreven in

2050. Bij de berekening van de effecten

van de Waxman bill, het voorstel voor een

Amerikaans emissiehandelssysteem, komt

het Amerikaans Milieuagentschap (EPA)

tot een CO 2

-prijs in 2020 van hoogstens 20

euro als 20 procent van de reducties uit het

buitenland gehaald wordt.

De door het IEA voorspelde prijsexplosie

ligt niet erg voor de hand. Er is nog een

groot potentieel aan goedkopere opties,

zoals het McKinsey-plaatje laat zien.

De curve laat reductieopties zien van energiebesparing, waarmee men geld verdient tot 100 euro per ton (linkerhelft

van de curve) tot verbeteren van bestaande centrales, zonne-energie en CO 2

-opslag tot 60 euro per ton

(aan de rechterkant). Alle opties samen bereiken 38 Gton CO 2

. Dat is noodzakelijk volgens McKinsey om onder 2 °C

temperatuurstijging te blijven.

Mondiale kostencurve met beschikbare CO 2

-emissiereducties tot 2030, ontwikkeld door McKinsey en Partners.

Klein miljard

Milieuminister Jacqueline Cramer gaf in

een notitie aan de Tweede Kamer aan dat

volgens een rapport van het Planbureau

voor de Leefomgeving (PBL) Nederland

haar Kyoto-doelstelling makkelijk haalt en

wellicht zonder CO 2

-credits in het buitenland

te hoeven kopen. Door de huidige

recessie neemt in meerdere sectoren de

productiviteit af en dalen de CO 2

-emissies

met 4 tot 5 procent. Met haar klimaatmaatregelen

moet Nederland jaarlijks

20 miljoen ton in het binnenland besparen

van 2008 tot 2012. Begroot was dat

jaarlijks 20 miljoen ton moest worden bijgekocht

of g nvesteerd in CO 2

-projecten

in ontwikkelingslanden en Oost Europa.

Minister Maria van der Hoeven tekende

begin dit jaar nog een contract met Letland

voor een paar miljoen ton CO 2

-rechten.

Maar door de recessie is dat wellicht niet

nodig en houdt Nederland tot 2013 een

kleine miljard euro – in de vorm van credits

– over. Ook worden minder duurzame

langetermijninvesteringen gedaan en

reductiemaatregelen uitgesteld.

Stijgende prijs

Het aantal beschikbare CO 2

-rechten neemt

voor bedrijven vanaf 2013 jaarlijks af met

1,74 procent. En omdat de energiesector

100 procent en de industrie een toenemend

percentage van de emissierechten

op de veiling moet kopen zal de CO 2

-prijs

na 2012, snel stijgen.

42 juli/augustus 2009


ARTKPANEL CONSULTANTS

Door Wilfred van der Plas

ing. Wilfred van der Plas is regioconsulent en subsidieadviseur bij het CO 2

-servicepunt,

www.CO2-servicepunt.nl

CO 2

-monitoringtool brengt effect van

klimaatbeleid per gemeente in kaart

Het CO 2

-Servicepunt heeft een webbased

monitoringtool voor CO 2

-reductie voor gemeenten

ontwikkeld. Het CO 2

-Servicepunt

is het team van de provincie Noord-Holland

dat de gemeenten van Noord-Holland

begeleidt in de uitvoering van klimaatbeleid.

De monitoringtool presenteert

de resultaten van het Noord-Hollandse

klimaatbeleid. Ook de drie noordelijke provincies

(Friesland, Groningen en Drenthe)

maken hiervan inmiddels gebruik.

In samenwerking met de gemeenten

van Noord-Holland en provincie zijn de

gegevens in een database verzameld

en gevisualiseerd op een kaart van de

provincie. Enerzijds op basis van concreet

uitgevoerde projecten en anderzijds door

een indicatie van de activiteiten die een

gemeente ontplooit.

Daarbij is als insteek gekozen het model

met de binnen de provincie beschikbare

projectinformatie te vullen, vervolgens aan

de gemeenten te presenteren en de gemeenten

de mogelijkheid te bieden via een

website aanvullingen te doen. De eerste

twee stappen zijn bedoeld om de gemeenten

te inspireren op elkaars inspanning en

ook aan te zetten tot aanvulling van de

database. Dit heeft gewerkt, aangezien de

gemeenten vervolgens met monitoring

aan de slag zijn gegaan.

Bij het invoeren van inspanningen hoeft

men alleen maar aan te klikken aan wat

voor soort activiteiten gewerkt wordt. Dit

worden automatisch voorgedefinieerde

activiteiten.

Het monitoringsysteem biedt de mogelijkheid

actieplannen op gebied van klimaatbeleid

van gemeenten en provincies te

monitoren. Zo wordt met het systeem

bijvoorbeeld het Energieakkoord van de

vier noordelijke provincies gemonitord. De

SLOK is integraal onderdeel van het systeem,

wat de mogelijkheid biedt om ook

op die thema’s de inspanningen inzichtelijk

te maken.

Projecten in beeld

Het systeem is geschikt voor het vastleggen

van projecten en inspanningen. De

inspanningen resulteren in projecten die

door provincies en gemeenten of de markt

worden gerealiseerd. Die projecten hebben

een bepaalde CO 2

-besparing tot gevolg.

Op basis daarvan is bijvoorbeeld inzicht te

krijgen in de inspanningen per gemeente

en de procentuele verdeling van energiebesparing

en duurzame energie.

Na het ingeven van deze informatie wordt

de CO 2

-reductie van het project bepaald en

het project toegevoegd aan de database.

Het project is daarna ook nog te bewerken.

Het toevoegen van een project is minutenwerk.

Voorwaarde is wel dat projectgegevens

beschikbaar zijn.

Onderling vergelijkbaar

Het systeem maakt gebruik van provinciaal

en landelijk beschikbare data en is inmiddels

bijvoorbeeld voorzien van alle windlocaties

in Nederland. Daarnaast is een

koppeling gemaakt met de labeldatabase

van SenterNovem. Waar mogelijk wordt in

de toekomst nog een koppeling gemaakt

met andere systemen.

De rekenkern (voorzien van tientallen

maatregelen) achter de presentatie van

het resultaat op basis van een bepaalde invoer

wordt objectief vastgesteld en is ontleend

aan geaccepteerde (monitoringsprotocollen

en publicaties van SenterNovem)

en wetenschappelijke gefundeerde bronnen.

Dit maakt de resultaten onderling

vergelijkbaar en voorkomt discussie over

het gepresenteerde resultaat. De rekenkern

wordt ‘up to date’ gehouden.

Het webbased systeem maakt voor presentatie

onder meer gebruik van Google

Maps. Daarin worden de resultaten per

gemeente gepresenteerd.

Het systeem is ontwikkeld met het oog op

een objectieve en aantrekkelijke presentatie

van resultaten. Die objectiviteit wordt

bepaald door het vergelijkbaar inzichtelijk

maken van inspanningen en resultaten.

Dit monitoringssysteem kan flexibel inspelen

op de vraag, waarna het verschillende

visualisaties of rapporten genereert. Het

ene moment is het voor een wethouder of

gedeputeerde van belang de inspanning

te laten zien, een ander moment speelt het

aantal projecten in een bepaalde categorie

een rol.

juli/ augustus 2009

43


MARKTPANEL overheid

Door Klaas van der Sterren

Klaas van der Sterren is programma-adviseur MJA bij SenterNovem (ketenefficiency).

Verbeterde bioplastics zorgen voor

bredere toepasbaarheid

Bioplastics kunnen door diverse aanpassingen

beter geschikt worden gemaakt voor

verwerking op folieblaas- en filmgietmachines.

Bovendien valt er onder meer

door het toevoegen van masterbatches te

spelen met de recepturen van de bioplastics,

waardoor verschillende eindproducten

ontstaan met verschillende eigenschappen

in stijfheid, sterkte en transparantie.

Dit blijkt uit een studie, uitgevoerd door

SenterNovem en onderzoeksinstituut

Wageningen Universiteit & Research

Centrum – BioBased Products (WUR BBP),

in samenwerking met zeven producenten

van kunststof folies.

Bioplastics – in het bijzonder polymelkzuur

of PLA, met als oorspronkelijke grondstof

zetmeel uit bijvoorbeeld m s – zijn op de

conventionele machines voor de productie

van kunststof folies niet goed te verwerken.

WUR BBP inventariseerde additieven

zoals weekmakers en scheur- en valsterkteverbeteraars

die het basismateriaal PLA

kunnen upgraden waardoor ze wél op de

conventionele apparatuur kunnen worden

verwerkt. Deze folies zijn met toevoeging

nog steeds bio-based en biologisch

afbreekbaar.

Verdere ontwikkeling

Op basis van deze nieuwe inzichten zijn

proeven uitgevoerd bij Oerlemans Plastics

en AEP Flexible packaging. De bedrijven

zijn enthousiast over de resultaten en

hebben inmiddels besloten verschillende

kunststof folies verder te ontwikkelen. Patrick

Verschaeren van Oerlemans Plastics:

“De uitkomsten van de studie geven een

impuls aan de verdere ontwikkeling van

ons productenpakket én we spelen in op

de trend van vervanging van ‘petroleum

based’ verpakkingen. Dat sluit ook aan bij

ons streven naar duurzame verpakkingen.”

Eddy Hilbrink van AEP Flexible packaging

Folieblaasproces van PLA zonder additieven

(instabiel).

ziet ook mogelijkheden: “PLA gaf voorheen

veel verwerkingsproblemen. Door toevoeging

van additieven wordt het materiaal

flexibeler en sterker. We gaan nu verder

met doorontwikkeling van PLA en richten

ons vooralsnog op de doorlaatbaarheid

van waterdamp. Dat biedt de mogelijkheid

om bijvoorbeeld producten te drogen in de

verpakking.”

Energiebesparing

In totaal namen zeven producenten van

bioplastics deel aan de studie: Fardem

Packaging, Krehalon Industrie, Velsen

Flexoplast, Sylvaphane Plastics, Stempher,

Oerlemans Plastics en AEP Flexible

packaging. De bedrijven nemen deel aan

de Meerjarenafspraken energie-efficiency

(MJA) van SenterNovem. Dit programma

faciliteert bedrijven bij het realiseren van

energie-efficiencyverbetering. De inzet

van bioplastics is vooral beter voor het

klimaat omdat geen fossiele grondstoffen

worden gebruikt. Bovendien wordt energie

Folieblaasproces van PLA met additieven (stabiel).

bespaard omdat voor diverse toepassingen

dunnere folies kunnen worden gebruikt.

Bioplastics zijn op dit moment nog duurder

dan conventionele kunststoffen. De verpakking

is echter slechts een relatief klein

deel van de uiteindelijke productprijs. De

'winst' zit hem hierbij in de marketingmogelijkheden

van het groene verpakkingsimago.

De foliefabrikanten onderzoeken mogelijkheden

om met dezelfde en nieuwe

partners een vervolgstudie uit te voeren.

Tevens liggen er plannen om vergelijkbare

onderzoeken op te starten voor andere

kunststof productgroepen, zoals thermovorm,

spuitgiet, composieten en biobased

polyolen voor PUR.

Voor meer info: www.senternovem.nl/mja

44 juli/augustus 2009


MARKTPANEL juridisch

Door Harm van Berkum

Harm van Berkum (advocaat) is lid van de Energiegroep van Bird & Bird LLP

Bescherming van technologie als pijler

voor alternatieve energie

Niet alleen de ontwikkelaars van technologie

maar ook geldverschaffers zoals

venture capital spelers en de overheid onderkennen

niet altijd het belang van IP in

de sector van de duurzame energie. Deze

partijen zouden voorafgaande aan hun

investeringen en subsidieverstrekkingen

meer onderzoek moeten verrichten.

In juni 2008 schreef Sir Geoffrey Carr in

de Economist “The next technology boom

may well be based on alternative energy”.

Hij doelde hiermee op de enorme toename

van technologische ontwikkelingen op

het gebied van duurzame energie. Deze

ontwikkelingen worden gedreven om de

afhankelijkheid van fossiele brandstoffen

te verminderen. Enerzijds omdat op

enig moment een einde zal komen aan de

beschikbaarheid van die brandstoffen en

anderzijds om de emissie van met name

kooldioxide terug te brengen.

Kapitaal en olieprijs

De ontwikkeling van de beste nieuwe technologieën

en het gebruik daarvan hangt

sterk af van een aantal omstandigheden

en uitdagingen. Allereerst is er een sterke

afhankelijkheid van economische omstandigheden.

Ik doel hier onder andere op de

prijs van olie (en daaraan gekoppeld gas)

en de beschikbaarheid van kapitaal. De

prijs van olie is het afgelopen jaar dermate

gezakt dat een groot aantal alternatieve

technologieën momenteel niet economisch

verantwoord is. De onzekerheid over

hoe de prijs van olie zich zal ontwikkelen

(zie een rapport hierover van McKinsey uit

april 2009) in de komende jaren draagt

daar nog eens aan bij. Als gevolg van de

financiële crisis is voorts minder kapitaal

beschikbaar en zijn de voorwaarden waaronder

gelden beschikbaar worden gesteld

behoorlijk aangescherpt. Econcern heeft

dit aan den lijve ondervonden.

Voorts zal het politieke klimaat van

enorme invloed zijn op technologische ontwikkelingen.

De politiek bepaalt immers

vooralsnog in grote mate hoeveel geld

beschikbaar is voor subsidies en andere

stimuleringsmaatregelen en voor welke

technologieën. Dat politici zich daarbij

sterk laten leiden door opportunistische en

weinig realistische overwegingen moge

wel blijken uit het recentelijk verschenen

online boek Sustainable Energy - without

the hot air (www.withouthotair.com). De

politiek heeft ook een grote invloed op de

infrastructuur die vereist is voor toename

van alternatieve energie. Het elektriciteits-

en gasnetwerk zal makkelijk en

betaalbaar toegankelijk moeten worden

gemaakt. Vragen als bijvoorbeeld wie voor

aansluiting op het netwerk betaalt en

welke eisen aan invoeding van groengas

op het netwerk worden gesteld, zijn zeer

actueel. Maar ook besluitvorming door

centrale en lokale overheden ten aanzien

van ruimtelijke ordening en milieu spelen

een belangrijke rol.

Octrooien

Een andere belangrijke voorwaarde waar ik

wat langer bij wil stilstaan is de bescherming

van technologie. Technologie is

van groot belang voor innovatie. Indien

technologie niet wordt of kan worden

beschermd bedreigt dit aanzienlijk de

ontwikkeling van technologie en uiteindelijk

de groei van ondernemingen en

de economie. De belangrijkste vorm van

bescherming van technologie is intellectuele

eigendom (IP) en met name het octrooi.

Op zich lijkt dit belang op basis van het

aantal octrooiaanvragen door de sector te

worden onderkend. Zo heeft bijvoorbeeld

het aantal aanvragen gerelateerd aan

windtechnologie een jaarlijkse toename

van 31 procent gekend.

Wat vanuit onze ervaring echter nog

onvoldoende doorgedrongen is tot deze

relatief nieuwe sector is dat het niet alleen

van belang is om eigen technologie met

meer dan alleen octrooien te beschermen

maar tevens om strategisch na te denken

over IP. Voor wat betreft bescherming van

eigen technologie zien we dat vooral bij

start-ups gebrekkige bescherming van

fysieke toegang tot werkomgevingen

bestaat, arbeidsovereenkomsten met

werknemers onvoldoende voorzien in

bescherming van ontwikkelde knowhow

en toegang tot IT-systemen van buitenaf

en intern onvoldoende is beperkt.

Voorts is het besef van het belang van opbouw

van een strategische IP portefeuille

onvoldoende aanwezig. Op zich is het hebben

van een octrooi op een nieuwe technologie

om energie op te wekken heel mooi.

Maar als voor het bouwen van het product

waarmee die energie moet worden

opgewekt tevens gebruik moet worden

gemaakt van technologie die in handen is

van concurrerende derden dan kan het zo

maar zijn dat het product nooit de markt

haalt omdat de derde weigert een licentie

te geven of daarvoor teveel vergoeding

vraagt. Tevens zou actief kunnen worden

gezocht naar IP die kan worden aangeschaft

om het concurrenten moeilijker te

maken om de markt te betreden. Indien

onvoldoende middelen aanwezig zijn kan

gedacht wordt aan het samen optrekken

met andere ontwikkelaars en/of houders

van IP rechten.

juli/ augustus 2009

45


ooruitblik nr9

Stijgende belangstelling voor schilisolatie van gebouwen

Toeleveranciers van de bouwnijverheid zijn klaar voor verdere aanscherping

van de EPN. Vloeren met hoge isolatiewaarde, thermisch onderbroken

kozijnen en drielaags beglazing zijn al volop te koop. Trias Energetica

zegeviert. “Gezond boerenverstand komt weer om de hoek kijken.”

Nieuw:

Jaaruitgave Inkoop van energie!

Hoe houdt u greep op de kosten?

De liberalisering van de energiemarkt heeft niet

geresulteerd in lagere prijzen. Integendeel:

afnemers zien zich geconfronteerd met sterk

stijgende energienota’s. Van een inkoper wordt

nu veel gevergd. Hoe houdt u greep op de

kosten van energie?

Elektriciteit en gas: lastig om in te kopen!

De toenemende belangen en complexiteit

maken het voor elke afnemer van belang om

inkoopexpertise op te bouwen. Dat kan met de

Jaaruitgave Inkoop van energie. Kern van het

boek is de vraag hoe energie voor een zo laag

mogelijke prijs kan worden ingekocht vanuit

een visie en zonder onverantwoorde risico’s.

En verder:

Nieuwe kolencentrales in Groot-Brittannië alleen nog met

CCS

Vergunningen voor nieuwe kolencentrales in Groot-Brittannië kunnen

voortaan alleen worden verleend, als ze (achteraf) kunnen worden

voorzien van een afvanginstallatie voor CO 2

. En binnen vijf jaar nadat

de technologie zowel commercieel als technisch bewezen is verklaard,

moet CO 2

-afvang volledig worden toegepast.

Nieuwe

druk!

Bestelcode: 97 890 12 12886 5

Prijs: 49.50

Feed-in SDE biedt nog onvoldoende zekerheid

De aangekondigde opslag op de elektriciteitsrekening voor de financiering

van de Subsidieregeling Duurzame Energie valt in goede aarde bij

zowel bedrijven die zich bezighouden met duurzame energie als bij het

MKB. De industrie vindt het ook een goed idee, mits zij vrijgesteld blijft

van een opslag. Het door Economische Zaken geplande behoud van een

maximum aan de budgetten wordt minder gewaardeerd.

EnergieGids.nl nummer 9 verschijnt op 4 september

Bestel via www.sdu.nl/energie

Mail naar sdu@sdu.nl

Of bel 070-378 98 80

Onze uitgaven zijn ook verkrijgbaar in de boekhandel

Handvat voor verantwoord

en strategisch inkopen van

gas en energie.

46 juli/augustus 2009


5e editie

Meer dan

250 exposanten

Het moet zuiniger. Het kan zuiniger.

Ontdek uw mogelijkheden!

di t/m do 10.00 - 18.00 uur - meer info/toegang zie www.energievakbeurs.nl


Duurzame oplossingen op het dak

/ Witte daken

Witte dakbedekking reflecteert zonlicht

en kan de kosten voor koeling

tot wel twintig procent reduceren. Dit

is merkbaar in de energiekosten.

/ Groendaken

Sedumdaken hebben een isolerende

werking op warme dagen, beschermen

de dakbedekking én vormen een buffer

bij overtollig regenwater.

/ Warme daken

Energie- en kostenbesparingen beginnen

bij goede isolatie; niet alleen

voor stoken in de winter, maar ook

voor koelen in de zomer.

/ Energiedaken

Stroom of warmte opwekken met zonnepanelen

of zonnecollectoren. Consolidated

brengt energiesystemen aan

op daken.

www.consolidated.nl

More magazines by this user
Similar magazines