CURSUS BALANSANALYSE - Ondernemersschool
CURSUS BALANSANALYSE - Ondernemersschool
CURSUS BALANSANALYSE - Ondernemersschool
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
THUISSTUDIE<br />
PROEFHOOFDSTUK<br />
BALANSLEZEN<br />
www.centrumvoorafstandsonderwijs.be
Beste student,<br />
Bedankt voor je interesse in onze opleiding balanslezen.<br />
Op de volgende pagina bieden we je graag een gratis proefles aan van de thuisstudie<br />
Balanslezen. Je vindt hierin de volledige inhoudstafel, één hoofdstuk van de cursus en een<br />
vragenreeks terug. Ook lees je er de manieren waarop je je professionele docent<br />
persoonlijk kan contacteren wanneer je vragen hebt. Door deze gratis proefles kan je<br />
alvorens je in te schrijven al eens rustig bekijken op welke manier en uit welke delen de<br />
cursus is opgebouwd. Daarnaast kom je ook meer te weten over het reilen en zeilen van de<br />
school, de manier waarop je je taken inlevert bij je docent, stage loopt,… Dankzij deze<br />
proefles weet je kortom waar je je aan kan verwachten!<br />
Zou je graag de volledige cursus inkijken alvorens je in te schrijven? Kom dan eens langs in<br />
één van onze vestigingen in Antwerpen, Gent of Hasselt. Onze medewerkers zullen je graag<br />
verder helpen en je inzage geven in een exemplaar van de cursus die je graag wil volgen!<br />
Onze secretariaten zijn gevestigd op volgend adres:<br />
Secretariaat Antwerpen: Frankrijklei 127, 2000 Antwerpen<br />
Secretariaat Gent: Elfjulistraat 39a, 9000 Gent<br />
Secretariaat Hasselt: Simpernelstraat 27, 3511 Kuringen<br />
Op de volgende pagina’s geven we je een voorproefje van de cursus. Hierin vind je:<br />
- De volledige inhoudstafel van de cursus<br />
- Een gratis hoofdstuk uit de cursus<br />
- Een representatieve vragenreeks voor het examen<br />
- Een inschrijvingsformulier<br />
- Informatie over de opleiding en de school<br />
2
INHOUDSTAFEL<br />
1 Inleiding<br />
1.1. Inleiding: Doel van de boekhouding<br />
2 Wettelijk kader van de boekhoudwetgeving<br />
2.1. Het begrip 'onderneming'<br />
2.2. Oefening 1<br />
2.3. Wettelijke verplichtingen van een onderneming<br />
2.4. Principes van de boekhouding.<br />
2.4.1 Principes van de boekhouding<br />
2.4.2 Principes mbt de registratie van de gebeurtenissen<br />
2.4.3 Principes mbt de waardering<br />
2.4.4 Principes mbt de rapportering<br />
2.5. Oefening 2<br />
3 Het ABC van het boekhouden<br />
3.1. Definitie van de balans<br />
3.2. De balansrubrieken<br />
3.3. De principes van de balans<br />
3.4. Oefening 2<br />
3.5. Verrichtingen in de balans<br />
3.5.1 Cash aankoop handelsgoederen<br />
3.5.2 Verkoop uit voorraad met winst<br />
3.5.3 Oefening 3<br />
3
4 Overdracht van de balansrekeningen naar de balans<br />
4.1. Van Balans naar Rekeningen<br />
4.2. Oefening 3<br />
4.3. Oefening 4: Verkoop uit voorraad met verlies<br />
4.4. Oefening 5: betaling van leveranciers<br />
4.5. Overbrengen van balansrekening naar balans<br />
4.6. Oefening 6 : bereken de saldi van de verschillende rekeningen na alle boekingen tem<br />
oefening 5 en maak een nieuwe balans op<br />
5 De minimumindeling van het gestandariseerd rekeningstelsel (MAR)<br />
5.1. Klassen 1 tot en met 5 van de balans<br />
5.1.1 Klasse 1: Eigen vermogen, voorzieningen voor risico's en kosten en schulden<br />
op > 1 jaar<br />
5.1.2 Klasse 2: Oprichtingskosten, Vaste Activa en Vorderingen op meer dan één<br />
jaar<br />
5.1.3 Klasse3: Voorraden en bestellingen in uitvoering<br />
5.1.4 Klasse4: Vorderingen en schulden op ten hoogste een jaar<br />
5.1.5 Klasse5: Geldbeleggingen en liquide middelen<br />
6 De resultatenrekening<br />
6.1. De klassen en groepen van de resultatenrekening<br />
6.1.1 Opbrengsten<br />
6.1.2 Kosten<br />
7 OEFENINGEN<br />
7.1.1 Oefeningen deel 1 Hoofdstuk 1 tem 4<br />
4
7.1.2 Oefeningen deel 1 Hoofdstuk 5<br />
7.1.3 Oefeningen deel 2 Opbrengsten<br />
7.1.4 Oefeningen deel 2 Kosten<br />
7.1.5 Oefening balansanalyse<br />
8 Evaluatie van de balans<br />
8.1. Financiele analyse<br />
8.1.1 Waarom financiële analyse?<br />
8.1.2 Financiële structuur van het bedrijf<br />
8.1.3 Herwerking van de Balans<br />
8.1.4 Herwerking van de Resultatenrekening<br />
8.1.5 Analyse<br />
8.2. Ebit en Ebitda<br />
8.2.1 Ebit<br />
8.2.2 Ebitda<br />
8.3. Aandachtspunten bij het nalezen van een balans en zijn resultatenrekening<br />
5
GRATIS PROEFHOOFDSTUK<br />
Hieronder vind je een gratis onderdeel uit de cursus terug. Bepaalde termen of woorden<br />
worden in eerdere hoofdstukken uitgelegd. Dit deel bouwt hierop verder. Heb je je<br />
ingeschreven voor de volledige cursus en heb je toch nog vragen of wens je wat extra<br />
voorbeelden? Dan kan je steeds terecht bij je professionele docent Ilse Herpoelaert.<br />
Tijdens deze opleiding heb je recht op één jaar gratis begeleiding van je docent via e-mail.<br />
Hij antwoordt op al jouw vragen, zodat je de cursus volledig begrijpt!<br />
HOOFDSTUK 8: EVALUATIE VAN DE BALANS<br />
8.1 FINANCIËLE ANALYSE<br />
8.1.1 Waarom financiële analyse?<br />
Financiële analyse is het doorlichten van de toestand van een onderneming. De<br />
evaluatie van het risico gebeurt onder andere door middel van een analyse van de<br />
jaarrekening. De gegevens die in de jaarrekening zijn opgenomen, hebben echter<br />
betrekking op het verleden.<br />
6
Door meer informatie te verzamelen over de afzetmarkt, ervaring en bekwaamheid van<br />
de directie, het personeel, historiek van het bedrijf, toekomst van het bedrijf, opvolging, ...<br />
krijgt men een duidelijker beeld van de kansen op succes. Belangrijk hierbij is een<br />
persoonlijk gesprek met de zaakvoerder en een bezoek aan het bedrijf zelf, het magazijn en<br />
de voorraden.<br />
Als verschillende bedrijven verwant zijn aan elkaar, kunnen deze over- of onderfactureren en<br />
de resultaten beïnvloeden. Als deze vennootschappen niet op hetzelfde ogenblik hun<br />
boekjaar afsluiten, heb je geen overzicht meer. Waarvoor en waarom wordt er<br />
gefactureerd? Is er een rekening courant (R/C)? Wordt de bestuurder maandelijks betaald?<br />
Door wie en hoeveel?<br />
Hoe is de situatie van de bedrijfsleider bij een eenmanszaak? Hoe groot is zijn eigen<br />
vermogen, hoe groot is het eigen vermogen van de echtgenote? Werkt ze mee in de zaak?<br />
Welk huwelijksstelsel is er van toepassing, want de opbrengsten van eigen vermogen zijn<br />
ook gemeenschappelijk, alsook alle beroepsinkomsten.<br />
Vergunningen: welke attesten, vergunningen en licenties zijn er nodig en zijn deze<br />
aanwezig? Bepaalde beroepen zijn beschermd of moet men lid zijn van een<br />
beroepsvereniging. Tandartsen, dokters en kinesisten moeten erkend zijn door het RIZIV.<br />
Bij import en export zijn er douaneformaliteiten, bij elke vorm van distributie is een<br />
distributieattest nodig.<br />
7
8.1.2 Financiële structuur van het bedrijf<br />
Verhouding omzet - kaslijn = behoefte aan bedrijfskapitaal<br />
Eenvoudig gezegd bereken je dit als volgend: voorraden – klanten + leveranciers. De<br />
behoefte aan bedrijfskapitaal wordt gefinancierd door het bedrijfskapitaal en de bank.<br />
Betalingstermijn van de onderneming<br />
Voorbeeld: uitstaande vorderingen = 5<br />
Het aantal dagen klantenkrediet bedraagt dan 365 : 5 = 73 dagen. Dat betekent ongeveer 2<br />
maanden. Op het eind van het jaar weet je, dat het openstaand klantenkrediet de omzet is<br />
van de laatste 2 maanden. Belangrijk is dat de onderneming de juiste kredietvorm heeft om<br />
deze periode op te vangen. Op korte termijn maakt men best gebruik van een kaslijn. Op<br />
langere termijn is een investeringskrediet aangewezen. Je berekent de verhouding van de<br />
kaslijn ten overstaande van de omzet en van de vorderingen.<br />
Hetzelfde geldt voor het<br />
leverancierskrediet en de<br />
voorraadrotatie. In een warenhuis<br />
bijvoorbeeld betalen de klanten contant<br />
en heeft het geen zin de<br />
klantenvorderingen te bekijken. Voor<br />
een bedrijf zonder voorraad is<br />
stockberekening evenmin relevant.<br />
Een kaskrediet wordt niet aanzien als<br />
een financiële kost van < 1 jaar, maar<br />
zit verwerkt in de cashflow.<br />
8
8.1.3 Herwerken van de Balans<br />
1) Herwerken van het actief<br />
Normaal ziet het actief van een balans er als volgt uit:<br />
Vaste activa:<br />
I. Oprichtingskosten<br />
II.<br />
Immateriële vaste activa<br />
III. Materiële vaste activa<br />
IV. Financiële vaste activa<br />
Vlottende activa:<br />
V. Vorderingen op meer dan een jaar<br />
VI. Voorraden en bestellingen in uitvoering<br />
VII. Vorderingen op ten hoogste 1 jaar<br />
VIII. Geldbeleggingen<br />
IX. Liquide middelen<br />
X. Overlopende rekeningen<br />
Vaste en Vlottende Activa worden gescheiden gehouden. Bij het maken van een<br />
analyse maak je een andere onderverdeling:<br />
<br />
Activa met een looptijd van meer dan één jaar : I tem V<br />
Activa met een looptijd van ten hoogste één jaar : VI tem X.<br />
9
2) Herwerken van het passief<br />
Ook het passief moet aangepast worden. Normaal ziet de balans er als volgt uit:<br />
Eigen Vermogen:<br />
o<br />
o<br />
o<br />
o<br />
o<br />
o<br />
Kapitaal<br />
Uitgiftepremie<br />
Herwaarderingsmeerwaarden<br />
Reserves<br />
Overgedragen Winst/Verlies<br />
Kapitaalsubsidies<br />
Voorzieningen en uitgestelde belastingen:<br />
o<br />
o<br />
o<br />
A. Voorzieningen voor risico’s en kosten<br />
B. Uitgestelde belastingen<br />
VIII. Schulden op meer dan een jaar<br />
Schulden<br />
o<br />
o<br />
o<br />
Schulden op Lange termijn (kredieten)<br />
Schulden op Korte termijn (leveranciers)<br />
Overlopende rekeningen<br />
Ook hier wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen schulden op meer dan een jaar en<br />
ten hoogste 1 jaar. Alles wat boven de scheidingslijn ligt, noemen we het ‘permanent<br />
vermogen’, alles wat eronder ligt, is het vreemd vermogen op korte termijn.<br />
10
8.1.4 Herwerken van de Resultatenrekening<br />
1) Niet-kaskosten<br />
Afschrijvingen zijn een kost die de waardevermindering van een goed<br />
vertegenwoordigen gespreid over de veronderstelde gebruiksduur van dat goed. Voor deze<br />
kost worden geen liquide middelen aangesproken, dit noemen we een niet-kaskost.<br />
Door het elimineren van de niet-kaskosten krijgen we een beeld van de effectieve<br />
geldstromen in een onderneming. Voor het evalueren van de kredietwaardigheid van een<br />
onderneming houdt men enkel rekening met de posten die effectief een geldstroom<br />
teweeg brengen:<br />
-(70) bedrijfsopbrengsten (omzet)<br />
- (60) handelsgoederen, grond- en<br />
hulpstoffen<br />
- (61) diensten en diverse goederen<br />
- (62) personeelskosten<br />
- (64) andere bedrijfskosten<br />
= CASHFLOW uit bedrijfsactiviteit<br />
Deze cashflow moet het bedrijf in staat stellen om de kredietlasten te betalen en om met<br />
de rest eventueel andere investeringen te financieren.<br />
Je moet voorzichtig zijn met het trekken van conclusies op basis van de cashflow. Een bedrijf<br />
met een positieve cashflow kan liquiditeitsproblemen hebben door slechte debiteuren.<br />
Je kan eveneens verlies maken en toch geen liquiditeitsproblemen hebben. Dit is mogelijk<br />
als de klanten contant betalen en je voldoende betalingsuitstel van je leveranciers krijgt.<br />
Het loon van de bestuurder is ook relevant bij het evalueren van de cashflow. Is het loon van<br />
de bestuurder hoog, dan doet dat het cashflowresultaat beter uitkomen.<br />
11
2) Correcties<br />
Omzet (70) – aankopen (incl. voorraadwijzigingen) (60) = brutomarge<br />
- Diverse goederen en diensten (61) = toegevoegde waarde<br />
- Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen (62)<br />
- Waardeverminderingen op voorraden en vorderingen (631/4)<br />
- Voorzieningen voor risico’s en kosten (635/7)<br />
- Overige bedrijfskosten (640/8)<br />
+ Als herstructureringskosten geactiveerde bedrijfskosten (649)<br />
= Brutobedrijfsresultaat<br />
+ financiële opbrengsten (75) (intrestsubsidies worden uitzonderlijke kosten,<br />
kapitaalsubsidies worden 0)<br />
- Financiële kosten (65)<br />
+ geactiveerde intresten (6503 worden niet geactiveerd)<br />
= Bruto autofinancieringscapaciteit<br />
- Afschrijvingen (630) = Netto Courant Resultaat<br />
+ uitzonderlijke opbrengsten (76)<br />
+ intrestsubsidies (9126)<br />
- Uitzonderlijke kosten (66)<br />
- Belastingen op het resultaat en regularisaties (780+680-67/77)<br />
= Netto resultaat<br />
Bij natuurlijke personen is de resultatenrekening korter:<br />
12
Omzet (70) – aankopen (60)<br />
brutobedrijfsresultaat<br />
- 62 – 63 – 64 – 65 netto courant resultaat<br />
+ 630 (afschrijvingen) cashflow<br />
Hier moet er nog minimum 12 500 euro levensonderhoud en de geraamde belastingen<br />
worden afgetrokken. (€6250 min bij een bijberoeper).<br />
Als de cashflow kleiner is dan de schulden > 1 jaar die binnen het jaar vervallen, is dat geen<br />
goed teken.<br />
8.1.5 Analyse<br />
1) Behoefte bedrijfskapitaal<br />
De liquide middelen + het vreemd vermogen KT vertegenwoordigen de thesaurie van het<br />
bedrijf.<br />
De vlottende activa (voorraden + handelsvorderingen + overige vorderingen -R/C +<br />
overlopende rekeningen) zonder de liquide middelen zouden gelijk moeten zijn aan de<br />
bedrijfsmatige passiva (leveranciers, fiscale en sociale schulden 9072-9076, overige<br />
schulden 694/6).<br />
- De vlottende activa – vlottende passiva = behoefte aan bedrijfskapitaal in ruime<br />
zin.<br />
Deze behoefte wordt gefinancierd door het bedrijfskapitaal en de bank.<br />
- Het bedrijfskapitaal – behoefte bedrijfskapitaal = netto thesaurie<br />
Waardoor kan de behoefte aan bedrijfskapitaal veranderen?<br />
- Investeringen met eigen middelen of kas<br />
- Kapitaalverhoging<br />
- Desinvesteren van het Vast Actief. Voorbeeld: een vast actief heeft een<br />
boekwaarde van 1000 euro en wordt verkocht voor 800 euro. Het eigen vermogen<br />
daalt met 200 euro en het vast actief met 1000 euro.<br />
13
- Bijgevolg stijgt het bedrijfskapitaal met 800 euro, namelijk de verkoopprijs van het<br />
actief. Betaalt men echter de daaraan gekoppelde lening, dat wijzigt het<br />
bedrijfskapitaal niet, want de liquide middelen worden aangewend om de<br />
bankschuld te betalen.<br />
- Overgedragen winst of verlies<br />
- Stijging van de Lange Termijnschulden<br />
- Herwaarderingsmeerwaarden<br />
- Beïnvloeden afschrijvingen het bedrijfskapitaal? Nee, het nettoresultaat<br />
vermindert, het bedrijfskapitaal niet.<br />
2) Solvabiliteit van een bedrijf<br />
De solvabiliteit geeft de verhouding weer tussen het Eigen Vermogen t.o.v. het Vreemd<br />
Vermogen. De gemiddelde solvabiliteit van een onderneming ligt tussen 30 en 35%.<br />
Ook de aard van het Eigen Vermogen bepaalt de waarde van de solvabiliteit. Bijvoorbeeld<br />
Onroerend Vast Actief tegenover Financieel Vast Actief.<br />
Bij conjunctuurgevoelige sectoren zoals bijvoorbeeld de bouwsector is het belangrijk dat het<br />
bedrijf de vaste schulden met eigen vermogen kan terugbetalen.<br />
14
Bij een dalende omzet kan het bedrijf anders in betalingsmoeilijkheden geraken. Zo is het in<br />
de bouwsector aangewezen een solvabiliteit van 40 à 45% na te streven.<br />
3) Rotatie in dagen<br />
Bijvoorbeeld : rotatie van de voorraad is 144d, dat is ongeveer een half jaar. De rotatie moet<br />
je evalueren in functie van de activiteit, als dat gangbaar is in de betreffende sector, lang of<br />
kort.<br />
Stel de rotatie in dagen van de handelsvorderingen is 51 dagen, samen is dat 195 dagen. De<br />
rotatie van de handelsschulden is 85 dagen. De behoefte aan bedrijfskapitaal is dus 110<br />
dagen, ongeveer 1/3 van een jaar.<br />
De kas mag maximum 1/3 van de omzet bedragen om gezond te blijven. Het<br />
bedrijfskapitaal mag voor maximum 75% gefinancierd zijn door de bank.<br />
Rotatie :<br />
eindvoorraad dec jaar 1 + eindvoorraad dec jaar 2 / 2 = gemiddelde voorraad (+ bestellingen<br />
in uitvoering) / omzet x 365 dagen = .... %<br />
Voorraadperiode van de handelsgoederen:<br />
Gemiddelde voorraad handelsgoederen / kostprijs handelsgoederen x 365 dagen<br />
15
Voorraadperiode van de grond- en hulpstoffen:<br />
Gemiddelde voorraad grond- en hulpstoffen / kostprijs grond- en hulpstoffen x 365 dagen<br />
Voorraadperiode van de afgewerkte producten:<br />
Gemiddelde voorraad goederen in bewerking, afgewerkte producten en bestellingen in<br />
uitvoering / omzet x 365 dagen<br />
Klantenkrediet:<br />
Gemiddelde ( handelsvorderingen – ontvangen vooruitbetalingen ) / omzet x 365 dagen<br />
Leverancierskrediet:<br />
Gemiddelde handelsschulden / inkopen (handelsgoederen, grond- en hulpstoffen en diverse<br />
goederen) x 365 dagen<br />
Bij alle ratio’s geldt dat een evolutie over ten minste 3 jaar nodig is om deze juist te<br />
evalueren, alsook kennis van de gangbare ratio’s binnen bepaalde sectoren.<br />
4) Het bedrijfskapitaal<br />
=Actief korte termijn / passief korte termijn. Als deze verhouding >1, dan is dat positief.<br />
16
5) Brutomarge<br />
De brutomarge is het verschil tussen de totale bedrijfsopbrengsten en de kostprijs van<br />
de door derden geleverde goederen en prestaties die nodig zijn voor de realisatie van<br />
deze bedrijfsopbrengsten. De hoogte van de brutomarge, uitgedrukt in % van de<br />
bedrijfsopbrengsten, hangt eveneens samen met de aard van de activiteit. Bij industriële<br />
bedrijven is het % lager, omdat het bedrijf nog een waarde toevoegt zodat de waarde van het<br />
eindproduct heel wat hoger is. Bij een handelsonderneming wordt er bijna geen meerwaarde<br />
gerealiseerd bij de verkoop. De brutomarge is dus relatief.<br />
De brutomarge kan op verschillende manieren beïnvloed worden:<br />
<br />
<br />
<br />
<br />
<br />
<br />
Een bedrijf dat met veel uitzendkrachten werkt, boekt deze vorm van personeelskost<br />
in de rubriek ‘diensten en diverse goederen’, waardoor de brutomarge veel lager zal<br />
liggen dan een bedrijf dat met eigen personeel werkt en dus onder de<br />
‘personeelskosten’ wordt geboekt.<br />
Een bedrijf dat z’n vloot wagens leaset boekt deze kost bij diensten, terwijl een bedrijf<br />
dat zijn vloot financiert, boekt hiervoor afschrijvingen en brengt de intrest in als kost,<br />
waardoor het brutobedrijfsresultaat hoger is.<br />
Een waardestijging van de munt van een buitenlandse leverancier<br />
Men koopt eenmalig grote hoeveelheden en bekomt daardoor kortingen. Ten<br />
opzichte van gespreide aankopen beïnvloed dit de brutomarge<br />
De methode die gebruikt wordt bij waardering van de voorraad: Last in, First Out of<br />
First in, First Out? Bij stijgende aankoopprijzen, kan dat de brutomarge naar beneden<br />
halen.<br />
Bij een prijsgevoelige markt waarbij stijgende kosten niet doorgerekend kunnen<br />
worden, daalt de brutomarge<br />
17
6) Operationele Hefboomwerking<br />
Bij een afname of toename van het activiteitsvolume zal het netto bedrijfsresultaat<br />
meer dan proportioneel dalen of stijgen. Deze hefboomwerking moet bekeken worden in<br />
functie van de volatiliteit van het activiteitsvolume. Een hoge operationele hefboom<br />
gekoppeld aan een grote volatiliteit van de bedrijfsopbrengsten impliceert namelijk een hoog<br />
uitbatingrisico.<br />
Operationele hefboomwerking kan cijfermatig uitgedrukt worden als volgt:<br />
Omzet + andere bedrijfsopbrengsten – variabele kosten / omzet + andere<br />
bedrijfsopbrengsten – variabele kosten – vaste kosten<br />
ofwel<br />
Brutomarge / netto bedrijfsresultaat = operationele hefboom<br />
De verhouding van de variabele kosten zijn dus cruciaal in deze berekening. Aangezien we<br />
meestal niet over een gedetailleerde kostprijsplaatje per product en activiteit beschikken,<br />
vereenvoudigen we de redenering als volgt: hierbij worden de externe bedrijfskosten<br />
beschouwd als variabel en de interne bedrijfskosten als vast. Een operationele hefboom<br />
van 5 wordt als kritisch keerpunt aanzien, een hefboom
8) Rentabiliteitsratio<br />
Een rentedekking gelijk aan 1 houdt in dat het resultaat net volstaat om de financiële<br />
kosten te betalen. Er werd dus geen courante nettowinst gerealiseerd en het eigen<br />
vermogen uit de normale bedrijfsactiviteiten kan geen vergoeding krijgen. Om toch<br />
dividenden uit te keren, zal de onderneming dus een voldoende hoog uitzonderlijk resultaat<br />
moeten realiseren. Zo niet kan men ook uit de reserves putten.<br />
Netto rentabiliteit Eigen Vermogen =<br />
courante nettowinst / (gemiddeld) Eigen Vermogen x 100<br />
(in Angelsaksische literatuur Return on Equity (ROE) genoemd)<br />
Een andere maatstaf van winstgevendheid is de rentabiliteit van de ingezette middelen<br />
waarbij het totale vermogen van de onderneming gerelateerd wordt aan de resultaten:<br />
Netto rentabiliteit ingezette middelen =<br />
Courante nettowinst + financiële kosten + belastingen / (gemiddeld) EV + VV x 100%<br />
(in Angelsaksische literatuur Return on Assets genoemd of ROA)<br />
19
9) Financiële hefboomwerking<br />
Schuldfinanciering kan ondanks de intresten een hefboom zijn om het rendement van het<br />
Eigen Vermogen te verhogen. Wanneer de rentabiliteit van de ingezette middelen hoger<br />
is dan de gemiddelde kostprijs van het vreemd vermogen, wordt het eigen vermogen<br />
positief beïnvloed. De financiële hefboomwerking werkt des te sterker, naarmate de<br />
schuldgraad hoger ligt. Dit wil zeggen dat: hoe lager de solvabiliteit, hoe groter de impact van<br />
schuldfinanciering op de rentabiliteit van het eigen vermogen.<br />
(BRON: Balanslezen Roularta books Buyse-Dekeyser)<br />
8.2 EBIT en EBITDA<br />
Ebit en Ebitda zijn twee termen die gebruikt worden in de financiële wereld. Men kan ze, net<br />
als het resultaat van een onderneming, beschouwen als gezondheidsindicatoren.<br />
Zoals bij iedere vorm van correctie van de balans mag men deze niet als enige norm<br />
hanteren, maar in combinatie met andere benaderingen van balanscorrectie.<br />
Omdat er in de financiële wereld verschillende berekeningen worden gebruikt, heeft de<br />
Commissie voor Boekhoudkundige Normen in een technische nota haar interpretatie<br />
gegeven van hoe de EBIT en EBITDA moeten berekend worden op basis van het Belgisch<br />
jaarrekeningschema.<br />
8.2.1 Ebit<br />
Ebit staat voor Earning Before Interest and Taxes en komt neer op het zogenaamde<br />
operationeel resultaat. Het wordt gedefinieerd als de omzet verminderd met de kosten van<br />
de gewone bedrijfsuitvoering, exclusief financiële baten en lasten en belastingen. Er wordt<br />
geen rekening gehouden met de financiële resultaten noch uitzonderlijke resultaten noch met<br />
de belastingen.<br />
Ebit stemt het meest overeen met de bedrijfswinst of –verlies volgens code 9901 in het<br />
volledig schema van de jaarrekening.<br />
Deze vergelijking gaat niet helemaal op. Zo kunnen nagenoeg geen uitzonderlijke resultaten<br />
worden erkend in de financiële rapporteringstandaarden, waardoor deze bij de<br />
berekeningsbasis worden toegevoegd. Derhalve is het resultaat voor belastingen, code<br />
9903, een betere basis.<br />
20
Deze moet nog gecorrigeerd worden met het financieel resultaat: de opbrengsten van<br />
beleggingen en liquide middelen (code 751 en 752/9) alsook de financiële kosten van<br />
financiële schulden (codes 650 en 652/9).<br />
Bij het verkort rekeningstelsel (M.A.R.) worden de corresponderende rekeningen gebruikt:<br />
Resultaat van het boekjaar voor belasting Code 9903<br />
- Opbrengsten uit Vlottende activa Code 751<br />
- Andere financiële opbrengsten Code 752/9<br />
+ Kosten van schulden Code 650<br />
+ Andere financiële kosten Code 652/9<br />
8.2.2 Ebitda<br />
Ebitda staat voor Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortization,<br />
waarbij niet-kaskosten zoals afschrijvingen en waardeverminderingen uit de<br />
resultatenrekening worden verwijderd.<br />
Resultaat van het boekjaar voor belasting Code 9903<br />
- Opbrengsten uit vlottende activa Code 751<br />
- Andere financiële opbrengsten Code 752/9<br />
+ Kosten van schulden Code 650<br />
+ Andere financiële kosten Code 652/9<br />
EBIT<br />
+ Afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, immateriële en<br />
materiële vaste activa Code 630<br />
+ Waardeverminderingen op voorraden, op bestellingen in uitvoering en op<br />
handelsvorderingen Code 631/4<br />
21
+ Uitzonderlijke afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op<br />
immateriële en materiële vaste activa Code 660<br />
- Terugname van afschrijvingen en waardeverminderingen op immateriële en<br />
materiële vaste activa Code 760<br />
Op basis van het verkort schema van de jaarrekening is het eveneens niet mogelijk om een<br />
correcte Ebitda berekening te maken.<br />
Aangezien er in de financiële wereld geen eenduidige definitie bestaat voor Ebit of Ebitda,<br />
moet je bij een interpretatie goed weten welke er werd gebruikt om correct te kunnen<br />
evalueren.<br />
Deze begrippen werden gelanceerd ten tijde dat internetbedrijven de verliezen<br />
opstapelden maar toch met positieve cijfers naar buiten wilden komen. Men kan dan<br />
inderdaad uitpakken met snelgroeiende EBIT en/of EBITDA, omdat er geen rekening wordt<br />
gehouden met rentekosten terwijl de onderneming per saldo verlies maakt.<br />
Ondernemingen kunnen hun EDITBA beïnvloeden door investeringen in gebouwen en<br />
machines al dan niet te kopen of te huren.<br />
In bepaalde sectoren kunnen onder de rubriek ‘belastingen’ andere belastingen zitten<br />
dan louter winstbelastingen. Een sector kan bijvoorbeeld onderworpen zijn aan<br />
aanzienlijke milieuheffingen. Vennootschappen die actief zijn in water- of grindontginning<br />
moeten jaarlijks aanzienlijke heffingen betalen, deze zijn zeker relevant bij de<br />
resultatenberekening.<br />
22
Vragenreeks<br />
Op het einde van elk hoofdstuk (of na enkele hoofdstukken) vind je oefeningen die je thuis<br />
kan maken. Je kan deze gedurende één jaar (via e-mail) naar jouw persoonlijke docente<br />
Ilse Herpoelaert sturen. Zij zal deze oefeningen dan verbeteren en je vervolgens feedback<br />
bezorgen. Door het maken van deze oefeningen ben je beter voorbereid op de vragen van<br />
het examen!<br />
1. Geef een voorbeeld van een niet-kaskost.<br />
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------<br />
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------<br />
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------<br />
2. Op welke manier kan een goede cashflow toch een fout beeld geven van de<br />
gezondheid van de onderneming?<br />
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------<br />
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------<br />
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------<br />
3. Voor wat staat ebitda?<br />
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------<br />
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------<br />
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------<br />
4. Verklaar: " Schuldfinanciering kan ondanks de intresten een hefboom zijn om het<br />
rendement van het Eigen Vermogen te verhogen".<br />
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------<br />
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------<br />
23
5. Leg uit: Rentedekking<br />
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------<br />
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------<br />
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------<br />
6. Op welke manier maak je een onderverdeling tussen de activa bij de analyse van<br />
een balans?<br />
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------<br />
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------<br />
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------<br />
7. Geef 2 zaken die de brutomarge kunnen beïnvloeden.<br />
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------<br />
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------<br />
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------<br />
24
Handleiding bij de opleiding<br />
Hoe kan ik huistaken inzenden?<br />
Bij elk hoofdstuk in de cursus zal je oefeningen en huistaken vinden. De oplossingen zijn<br />
vaak terug te vinden op de studentenpagina. Je kan deze taken ook steeds doorsturen naar<br />
je persoonlijke docent via e-mail of met de post. Deze zal je taken dan verbeteren en je er<br />
feedback op geven. Uiteraard kan je je docent ook steeds via e-mail contacteren als je<br />
vragen hebt in verband met de cursus!<br />
Hieronder vind je de mogelijkheden om je huistaken naar je docent te sturen:<br />
A. Huistaken versturen via e-mail:<br />
1. Zodra je één of meerdere huistaken hebt afgewerkt, kan je deze via e-mail doorsturen<br />
naar het e-mailadres van je docent.<br />
2. Vermeld duidelijk je naam, voornaam en studentennummer.<br />
B. Huistaken versturen via de post:<br />
1. Zodra je één of meerdere huistaken hebt afgewerkt, kan je deze ook opsturen via de post.<br />
2. Je stuurt best een kopie van je werk op, zodat je het origineel zelf kan bewaren.<br />
3. Stuur altijd een lege retourenveloppe mee met je huistaken. Voorzie deze enveloppe van<br />
voldoende postzegels en schrijf je adres erop. Zorg ervoor dat je je enveloppe voldoende<br />
gefrankeerd hebt, zodat je docent je taken gemakkelijk naar jou kan terugsturen.<br />
4. Stuur je huistaken naar: <strong>Ondernemersschool</strong>, Frankrijklei 127, 2000 Antwerpen<br />
25
Hoe kan ik inloggen op mijn persoonlijke studentenpagina?<br />
Inloggen op de studentenpagina is heel eenvoudig. Je surft naar www.studentenpagina.be<br />
in de titelbalk bovenaan. Je komt terecht op volgende pagina:<br />
JOUW LOGIN:<br />
studentxx<br />
JOUW PASWOORD:<br />
xxxxxxx<br />
Vervolgens wordt er een login en een paswoord gevraagd. Bij login typ je studentxx’ in. Het<br />
paswoord is xxxxxx’. Let er wel op dat je enkel kleine letters gebruikt en dat je alles aan<br />
elkaar typt. Klik vervolgens op het vakje ‘enter’.<br />
Opgelet: deze informatie wordt regelmatig geüpdatet. Je kan dus best regelmatig een kijkje<br />
nemen op deze studentenpagina.<br />
Hoe kan ik mijn examen afleggen?<br />
Als je heel de cursus hebt doorgenomen en alle huistaken hebt doorgestuurd, kan je examen<br />
afleggen. Alle inschrijvingsdocumenten kan je verkrijgen via de school. Je kan telefonisch<br />
een afspraak maken op het nummer 03/292.33.30.<br />
Hoe kan ik stage doen?<br />
Om de praktijk onder de knie te krijgen, kan je stage doen bij jou in de buurt. Deze stage is<br />
volledig vrijblijvend, maar wordt wel sterk aangeraden. Het is een goede referentie om later<br />
professioneel aan de slag te gaan en praktijkervaring op te doen. Dit stagecontract vraag je<br />
aan bij het centrale secretariaat in Antwerpen.<br />
26
Ben je overtuigd van de professionele kwaliteit van onze cursus? Dan kan je je<br />
inschrijven via het inschrijvingsformulier.<br />
INSCHRIJVINGSFORMULIER BALANSLEZEN<br />
Firmanaam en BTW-nummer<br />
Naam<br />
Voornaam<br />
Straat + huisnummer<br />
Postcode + gemeente / stad<br />
Telefoon<br />
GSM<br />
E-mailadres 1<br />
Geboortedatum<br />
Heeft u reeds les bij ons gevolgd?<br />
Wenst u een factuur?<br />
JA / NEE – <strong>CURSUS</strong>:<br />
JA / NEE<br />
Handtekening<br />
Gelieve het cursusgeld te storten op rekeningnummer 001-5806085-32 van CVA, Frankrijklei 127 te<br />
2000 Antwerpen met vermelding van je naam + naam thuisstudie + je adres. Je inschrijving is pas<br />
definitief geldig nadat je het inschrijvingsgeld met de juiste vermeldingen hebt overgeschreven. Bij<br />
annulatie of stopzetting van de opleiding wordt het inschrijvingsgeld niet terugbetaald. Meer<br />
inlichtingen kan je verkrijgen via e-mail op info@centrumvoorafstandsonderwijs.be, op de website<br />
www.centrumvoorafstandsonderwijs.be of op het nummer 03/292.33.30. Bij ondertekening van het<br />
inschrijvingsformulier verklaar je akkoord te gaan met onze algemene voorwaarden.<br />
27
Waarom kiezen voor Centrum Voor Afstandsonderwijs (CVA)?<br />
CVA is een erkende opleidingsverstrekker<br />
• CVA is erkend opleidingsverstrekker van de overheid. Zo ben je zeker van de<br />
kwaliteit en kan je van subsidies genieten.<br />
• CVA heeft het ISO 9001-2000 certificaat. Dit is een onafhankelijk kwaliteitslabel<br />
dat na een grondige audit aan onze school werd toegekend. Zowel ons<br />
cursusmateriaal als de docenten en de secretariaatswerking kregen een positieve<br />
beoordeling. Regelmatige controles garanderen de kwaliteit volgens de laatste<br />
normen.<br />
• CVA is erkend door een groot aantal beroepsfederaties.<br />
CVA staat voor professionalisme en kwaliteit<br />
• Al onze opleidingen en cursussen worden ontwikkeld en geschreven door<br />
zelfstandige specialisten met jarenlange beroepservaring.<br />
• Wij garanderen een maximaal contact tussen studenten en docenten.<br />
• CVA wil jouw carrière zo ver mogelijk op weg helpen. Daarom bieden wij onze<br />
thuisstudenten ook de mogelijkheid om privélessen of workshops te volgen.<br />
CVA staat voor klantvriendelijkheid en flexibiliteit<br />
• Je bepaalt zelf wanneer je aan je nieuwe toekomst werkt. Je kan onze opleiding<br />
starten en de cursus instuderen wanneer het voor jou het beste uitkomt.<br />
• Je kan een gratis hoofdstuk op onze website downloaden. Op deze manier krijg<br />
je een beter beeld van de specifieke opleiding. Deze eerste hoofdstukken helpen<br />
je bij het maken van de juiste studiekeuze.<br />
• Bovendien kan je de cursus die je interesse wekt voor aanvang van de thuisstudie<br />
eens rustig komen inkijken op één van onze secretariaten.<br />
• Indien je twijfels of vragen hebt, ben je ook steeds welkom op ons secretariaat<br />
voor een vrijblijvend, adviserend gesprek.<br />
28
CVA houdt de financiële drempel zo laag mogelijk<br />
• Voor het examen worden geen extra kosten aangerekend. Bovendien krijg je<br />
een onbeperkt aantal herkansingen indien je de eerste keer niet slaagt. Ook<br />
voor deze herkansingen moet je niet extra betalen.<br />
• CVA zorgt ervoor dat de thuiscursussen zo voordelig mogelijk zijn voor de student<br />
door ze op een economische manier te laten drukken zonder dat ze iets van hun<br />
kwaliteit en duidelijke structuur verliezen.<br />
CVA heeft een sterke reputatie<br />
• Binnen de branche van afstandsleren heeft onze school een sterke reputatie<br />
uitgebouwd. Onze diploma’s zijn hierdoor een mooi visitekaartje, waarmee je bij<br />
je cliënten of toekomstige werkgever meteen een positieve indruk maakt.<br />
• Veel afgestudeerde studenten startten reeds hun eigen succesvolle zaak door<br />
het volgen van een thuiscursus bij ons. Kijk eens rond in je omgeving en je kent<br />
vast en zeker wel iemand die bij ons een opleiding heeft gevolgd!<br />
29
Deze cursus wordt uitgegeven door:<br />
Centrum Voor Afstandsonderwijs, onderdeel van de <strong>Ondernemersschool</strong><br />
Frankrijklei 127 – 2000 Antwerpen<br />
Telefoon: 03.292.33.30<br />
Mail: info@thuisstudie.be<br />
Ondernemingsnummer: 0811.009.080<br />
Erkenningsnummer: DV.0107588<br />
Copyright<br />
© Centrum Voor Afstandsonderwijs, Frankrijklei 127, 2000 Antwerpen<br />
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen<br />
in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige<br />
wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere<br />
manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur.<br />
Ondanks al de aan de samenstelling van de tekst bestede zorg, kan noch de auteur, noch de<br />
uitgever aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele schade die zou kunnen voortvloeien<br />
uit enige fout die in deze uitgave zou kunnen voorkomen.<br />
30