Aanspraak december 2012 (pdf, 1,2 MB) - Svb

svb.nl

Aanspraak december 2012 (pdf, 1,2 MB) - Svb

Aanspraak

Afdeling Verzetsdeelnemers en Oorlogsgetroffenen

December 2012

Beate Klarsfeld en haar

strijd tegen antisemitisme

Gastspreker Nooit meer Auschwitz Lezing 2013 met haar man Serge Klarsfeld


Inhoud

Mag ik u even aanspreken?

Beate Klarsfeld en haar strijd

tegen antisemitisme. Nooit

meer Auschwitzlezing 2013.

3

4

De ‘Vergeten Holocaust’

krijgt een plek. Onthulling

Sinti en Roma monument

in Berlijn.

Verhuizing van het

Nederlands Informatie

Kantoor in Israël.

12

15

Zoek

Vraag en Antwoord

Puzzel

Adressen / colofon

20

22

23

24

Wij wensen u

prettige feestdagen

en een gelukkig

nieuwjaar

Liefdesbrieven in

Westerbork en Bergen-

Belsen.

9

Kerstverhalen uit de

Tweede Wereldoorlog

en de Bersiap-periode.

16

2 Aanspraak - december 2012


Mag ik u even

aanspreken?

Als Joodse vrouw overleefde mijn moeder samen met mijn vader de

oorlog. Veel familieleden werden vermoord.

In het voorjaar van 1943 bracht zij mijn zusje en mij naar het station in

Rotterdam. Daar liep ze met twee peuters aan haar hand, twee meisjes

van twee en drie jaar oud. Ze gaf ons over aan een man uit het verzet

en liep het station uit. Telkens weer vertelt ze me dit verhaal en stelt

me dan de volgende vraag: “Weet je wat ik deed toen ik uit het station

kwam?” Dan vertelt ze hoe ze bij een groenteboer twee sloffen aardbeien

kocht en naar huis ging om aardbeienjam te maken; “Zo had

ik in iedere hand nog iets.”

Na de oorlog bouwden mijn ouders een goed leven op.

Vitaal, wilskrachtig, actief, maar van binnen gewond.

En nu is mijn moeder een hoogbejaarde vrouw, 96 jaar. Ze woont zelfstandig

in een appartement bij een Joods verzorgingshuis. Ze voelt zich

veilig in deze omgeving. Bij allen die “het” ook meegemaakt hebben,

die zonder woorden begrijpen. Steeds indringender komen de herinneringen

naar boven. De wereld om haar heen wordt alsmaar kleiner,

de oorlogswonden steeds groter.

Een oudere vriendin van mij verwoordde het als volgt: “Vlak na

de oorlog dacht ik dat de pijn en het verdriet zouden slijten, maar -

weet je - het tegendeel is waar, het wordt voor mij steeds erger.”

Hans Dresden

Voorzitter Pensioen- en Uitkeringsraad

3


Serge en Beate Klarsfeld op hun trouwdag, 7 november 1963.

In 1960 ontmoette de Duitse Beate Künzel als au pair in Parijs de

Frans-Joodse Serge Klarsfeld op een metrostation. Hij studeerde

politieke wetenschappen en vertelde haar zijn levensverhaal. Serge

had als kind een razzia meegemaakt waaraan hij ternauwernood was

ontsnapt. Zijn vader was vermoord in Auschwitz.

Beate hoorde toen pas voor het eerst over het nazi-verleden van haar

land. Vanaf dat moment besloten ze actief te strijden om ongestrafte

nazi’s alsnog voor het gerecht te krijgen. Zo reisde Beate bijvoorbeeld

af naar Bolivia om Klaus Barbie te ontmaskeren.

Over hun levenswerk zal Beate Klarsfeld de Nooit meer Auschwitz Lezing

houden in het Koninklijk Instituut voor de Tropen in Amsterdam op donderdag

24 januari 2013. Jaarlijks organiseren het Nederlands Auschwitz

Comité, de Sociale Verzekeringsbank en het NIOD Instituut voor Oorlogs-,

Holocaust- en Genocidestudies de lezing voorafgaand aan Holocaust

Memorial Day. Beate Klarsfeld ontvangt voor haar strijd tegen het antisemitisme

de Annetje Fels Kupferschmidt-onderscheiding, genoemd naar

de oprichtster van het Nederlands Auschwitz Comité. Ter introductie van

haar Engelstalige lezing een kennismaking met activiste Beate Klarsfeld.

4 Aanspraak - december 2012


Beate Klarsfeld

en haar strijd tegen

antisemitisme

Beate Klarsfeld is gastspreker van de

Nooit meer Auschwitz Lezing op 24 januari 2013

Twee zielen, één gedachte

Hebt u herinneringen aan de oorlog?

Op 13 februari 1939 ben ik in Berlijn geboren en mijn

ouders waren geen nazi’s, maar mijn vader diende

wel als infanterist in het Duitse leger. Vanwege veel

longontstekingen werd hij als boekhouder ingezet. In

1945 werd hij Brits krijgsgevangene. Toen ons huis werd

gebombardeerd, gingen wij naar familie op het platteland.

Ik herinner me hoe de Kozakken op paarden het

dorp binnenreden en het huis doorzochten op sieraden.

Na de oorlog trokken wij in bij een ander gezin in

Berlijn. Thuis en op school spraken we niet over het oorlogsverleden

en we waren meer bezig met de Koude

Oorlog. Er kwam één Joodse jongen op school terug

uit Engeland, maar niemand durfde iets te vragen.

Waarom wilde u naar Parijs?

In 1960 vroeg een vriendin van mij of ik mee ging als

au pair naar Parijs. ‘Waarom ook niet?’, dacht ik. Van

mijn ouders had ik geen toestemming meer nodig,

want ik was al 21. Over mijn ervaringen als Duitse

au pair in Parijs schreef ik een informatieboekje dat

goed verkocht. De man van mijn au pair adres raakte

te geïnteresseerd in mij, dus zocht ik ander werk en

werd secretaresse bij het Bureau voor Frans-Duitse

Jeugdzaken in Parijs.

Hoe ontmoette u uw man?

Omdat ik Frans leerde bij de Alliance Française

nam ik vaak dezelfde metro als Serge die politieke

wetenschappen studeerde. Hij sprak me aan op

het metroperron in 1960: ‘Ben je Engels?’ vroeg hij

en ik antwoordde: ‘Nee, Duits.’ We raakten aan de

praat en we waren al snel onafscheidelijk. In 1963

trouwden we. Hij was geboren in 1935 in Boekarest.

Hij vertelde me over zijn oorlogsverleden en voor

mij was dit allemaal nieuw. In 1943 was zijn familie

naar het veilige Italiaanse deel van Nice gevlucht,

waar nog geen razzia’s waren.

5


In de nacht van 30 september 1943 stond de

Gestapo voor de deur. Zijn dappere vader offerde

zich op in de hoop dat ze dan niet verder zochten.

Zijn moeder zat met Serge en zijn zus verstopt achter

een kast en zij overleefden de oorlog. Zijn vader is

vermoord in Auschwitz.

Wie of wat is uw inspiratie?

Serge gaf me het advies: ‘Maak van je leven een

gedicht, til het op naar het niveau van een inspirerende

ervaring.’ Hij vertelde over de Duitse studentenverzetsgroep

‘Die Weiße Rose’ uit München die

streed tegen de nazi’s. Met hun pamfletten riepen zij

op tot verzet om onderdrukking van minderheden in

de kiem te smoren. Hún strijd tegen antisemitisme

wilden Serge en ik voortzetten. Als Duitse voelde ik

mij hiertoe moreel verplicht. Serge steunde mij bij al

mijn acties. We zijn twee zielen met één gedachte.

Nooit meer Kiesinger

Beate en Serge Klarsfeld in Parijs, oktober 2012.

Waarom wilde u juist de toenmalige Bondskanselier

Konrad Georg Kiesinger aanpakken?

In 1966 werd de CDU-politicus Kiesinger gekozen

tot Bondskanselier. Onvoorstelbaar want hij had een

naziverleden. In de Franse krant Combat schreef ik

dat Kiesinger ons land onmogelijk kon vertegenwoordigen

als voormalig NSDAP-lid, omdat hij verantwoordelijk

was geweest voor nazipropaganda

op de radio en dus bewust aanzette tot haat en

Jodenvervolging en dat ik Willy Brandt, die actief

in het verzet tegen nazi’s was geweest, een betere

kandidaat vond. Meteen na het verschijnen van dit

artikel werd ik ontslagen, want er zaten oud-nazi’s

in het bestuur.

Serge en ik besloten om het er niet bij te laten

zitten. We riepen in het Bondsparlement vanaf de

publieke tribune: ‘nazi, nazi!’, maar helaas baarde

dat geen opzien. Daarom moest ik iets drastisch

doen. Op 7 november 1968 sloeg ik Kiesinger in zijn

gezicht op een CDU-partijbijeenkomst en ik riep;

‘nazi, nazi, aftreden!’ Met die klap wilde ik laten zien

dat ook de jonge generatie Duitsers zijn naziverleden

afkeurde. De foto’s van onze persfotograaf

gingen de hele wereld over. Na de klap werd ik

afgevoerd naar een politiecel. De bewapende politiebewaking

bij de conferentie had me daar evengoed

kunnen neerschieten. Toch was ik niet bang. Precies

zoals Serge had voorspeld vreesden de autoriteiten

spanningen tussen Frankrijk en Duitsland vanwege

mijn Franse nationaliteit. De rechter gaf me een jaar

voorwaardelijke straf, maar dit werd teruggebracht

tot vier maanden. Toen Willy Brandt Bondskanselier

werd, verleende hij mij amnestie.

Heeft uw oorvijg het beoogde effect gehad?

Ja, en ons doel was wereldwijd meteen helder.

De schrijver Heinrich Böll stuurde mij een bos rode

rozen. Vervolgens voerde hij een pennenstrijd

met Günther Grass, die de klap afkeurde maar wel

Kiesingers vertrek wenste. Ik kreeg veel steunbetuigingen

van oorlogsgetroffenen overal ter wereld.

De Duitse pers en de CDU spraken er schande

van, maar dat nam ik voor lief. We probeerden zijn

herverkiezing te dwarsbomen en dat is gelukt.

Met medestanders riepen we overal waar hij sprak:

‘Nooit meer Kiesinger!’ en: ‘nazi, nazi, aftreden!’.

In 1969 werd de socialist Willy Brandt gekozen.

Ons doel was bereikt. We hielpen Duitsland te

veranderen. In 2012 werd ik voorgedragen als een

van de twee kandidaten voor het Duitse Bondspresidentschap.

Joachim Gauck was het symbool

van de strijd voor vrijheid in Oost-Duitsland en ik

was het symbool van de strijd in West-Duitsland

tegen voormalige nazi’s. Hij werd gekozen.

De jacht op nazi’s

Hoe kreeg u nazi´s in het buitenland zonder

uitlevering voor het gerecht?

Hen vinden was niet het grootste probleem, maar

de weigering van landen om ze uit te leveren.

Foto: Ellen Lock

6 Aanspraak - december 2012


We verzamelden bewijsmateriaal en betrokken de

internationale media bij mijn protestacties om de

publieke opinie te winnen. In Duitsland probeerden

we een wet af te dwingen met behulp van Franse

politieke druk en de internationale media om Duitse

nazi’s, die oorlogsmisdaden in Frankrijk hadden

gepleegd, in Duitsland te laten berechten omdat

ze niet werden uitgeleverd. Die zogenoemde ‘Lex

Klarsfeld’ is er gekomen. Intussen spoorde Serge de

Gestapoleider van Parijs, Kurt Lischka, in Duitsland

op en bedreigde hem met een pistool op zijn hoofd.

We wilden liever dat hij meewerkte dan dat we

hem geweld moesten aandoen. Omdat hij dit niet

deed, planden we zijn kidnapping. Helaas ontsnapte

Lischka. Hiervoor zat ik vier weken vast en Lischka

liep nog vrij rond. Een omgekeerde wereld natuurlijk

en de internationale pers schreef er vurig over.

Het duurde nog acht jaar voordat we Kurt Lischka

en anderen voor het gerecht kregen.

Duitsland tegen de communisten en gaf hem in 1951

in Bolivia een nieuwe identiteit als ‘Klaus Altmann’.

In 1972 reisde ik alleen naar La Paz en later met

mevrouw Ita Halaunbrenner, een overlevende die haar

familie door hem had verloren. We ketenden ons

zes uur vast aan een parkbank recht voor zijn kantoor

met grote actieborden in de hand. Bij de persconferentie

na afloop werd ik door de Boliviaanse politie

opgepakt. Serge heeft er alles aan gedaan om mij vrij

te krijgen. In 1983 zorgde president Mitterand, zelf

een oud-verzetsleider, voor politieke druk op Bolivia’s

nieuwe regering voor de uitlevering van Barbie aan

Frankrijk. Hij is uiteindelijk berecht in Frankrijk in

1987. Serge, mijn zoon en dochter waren inmiddels

advocaat en hadden de juiste bewijsvoering voor

zijn directe betrokkenheid: een telexbericht met zijn

handtekening onder het transportbevel van 41 Joodse

kinderen uit een weeshuis in Izieu. Het vonnis, levenslange

gevangenisstraf, was de kroon op ons werk.

Wat waren de angstigste momenten in uw strijd?

In 1972 werd er een pakje bij ons huis afgeleverd.

Mijn schoonmoeder nam het aan en Serge maakte

het open. Zij ontdekten dat er een vreemd soort

suiker in zat. De politie nam het aanvankelijk niet

serieus, maar het bleek wel degelijk een bom te zijn.

En in 1979 vernietigde een bom onze auto in onze

garage. Hierna kregen we enige politiebescherming,

maar als iemand kwaad wil helpt dat toch niet. We

lieten ons nooit weerhouden door onze vijanden.

Wat gaf u hoop?

Ons gezin, de twee kleinkinderen, onze honden en

onze katten, we steunen elkaar door dik en dun.

Onze kinderen Arno (1965) en Lida (1973) zijn ook

advocaat geworden en streden met ons mee in de

rechtszaken tegen oorlogsmisdadigers. Mijn dochter

wijdt zich nu aan haar kinderen en mijn zoon is directeur

van de Franse immigratie- en integratiedienst.

Mijn gezin is een enorme motivatie; ik strijd voor een

betere toekomst voor mijn kinderen en kleinkinderen.

Waar bent u het meest trots op?

Ons grootste succes was onze jacht op de Gestapoleider

- de ‘Slachter van Lyon’ - Klaus Barbie. In 1947

werd hij in Frankrijk bij verstek ter dood veroordeeld.

De Amerikaanse geheime dienst gebruikte hem in

Beate Klarsfeld met Ita Halaunbrenner in La Paz, 6 maart 1972.

Hoe kijkt u terug op uw werk?

Ik had nooit durven dromen dat ik - als Duitse - dit

alles zou meemaken. We kregen steun uit Amerika,

Israël, Frankrijk en uit de DDR. Er is een Amerikaanse

televisiefilm over onze acties tegen Klaus Barbie

getiteld ‘The Beate Klarsfeld Story’ (1986) met Farrah

Fawcett in de hoofdrol. En in 2008 verscheen er een

Franse film: ‘La traque’ met in de hoofrol Franka

Potente. De Knesset nomineerde mij in 1977 en 1984

voor de Nobelprijs voor de Vrede, een bijzondere eer

als Duitse. We zijn altijd politiek neutraal gebleven om

onze doelen te verwezenlijken en zowel met de rechtse

Sarkozy als met de socialist Hollande bevriend.

7


Ieder slachtoffer krijgt

een naam

Hoe kreeg uw man informatie uit de archieven,

die nog niet allemaal openbaar waren?

Serge heeft een lange adem. Hij slaagde erin

om de archieven van Franse gedeporteerden te

openen en ging als eerste Franse historicus ermee

aan de slag. Alleen met de juiste bewijzen kregen

we de oorlogsmisdadigers achter slot en grendel.

Van overlevenden kregen we vaak waardevolle tips.

Zo kreeg Serge het unieke Auschwitz-fotoalbum

van een nazifotograaf in handen, dat als bewijsstuk

diende. Hij kreeg toestemming van de eigenaresse,

Lili Jacob, om het fotomateriaal te publiceren

voordat ze het album aan het Yad Vashem zou

overhandigen in 1980.

Foto: Ellen Lock

Is uw doel verschoven van nazi-jagen naar

publicaties over de Franse deportaties?

Nee, want we werken altijd aan meerdere doelen

tegelijkertijd. In 1979 richtten we de ‘Association

des Fils et Filles des Déportés Juifs de France’ op

om gegevens van duizenden gedeporteerden te

verzamelen. We onderzochten of hun nabestaanden

recht zouden hebben op een uitkering en daar is

een wet voor gekomen. Recent publiceerde Serge

een symbolisch monument: ‘Mémorial de la déportation

des Juifs de France’. Gedetailleerd beschrijft

hij in dit gedenkboek de persoonlijke deportatiegeschiedenis

van Franse en buitenlandse Joden, waaronder

ook Nederlandse. Serge wil ieder slachtoffer

van het nazisme zijn naam, geschiedenis en identiteit

teruggeven.

Waarom moeten we stilstaan bij Holocaust

Memorial Day?

Het is van groot belang dat mensen overal ter

wereld de Holocaust herdenken. We moeten ervan

blijven leren en er álles aan doen om te voorkomen

dat haat tegen minderheden ooit weer dit soort vormen

kan aannemen. We moeten deze haat overal

actief bestrijden, want we weten hoe snel het tij kan

keren, ook in een parlementaire democratie en juist

in tijden van crisis.

Interview: Ellen Lock

Reserveren toegangsbewijzen

Nooit Meer Auschwitz Lezing 2013

Voor de Nooit Meer Auschwitz Lezing door

Beate Klarsfeld op donderdag 24 januari 2013

in het Koninklijk Instituut voor de Tropen te

Amsterdam is een beperkt aantal toegangsbewijzen

beschikbaar. Als u bij de lezing wilt zijn,

moet u zich aanmelden vóór 1 januari 2013 via

www.svb.nl/NMAlezing en als u geen internet

heeft, dan kan dit telefonisch: 020-6564802. De

zaal is open om 14.30 uur en de Engelstalige

lezing begint om 15.00 uur. Aansluitend is er

tot 18.00 uur gelegenheid om na te praten.

8 Aanspraak - december 2012


Liefdesbrieven in Westerbork

en Bergen-Belsen

In juni 1943 zagen Jaap Polak en Ina Soep elkaar

voor het eerst op een verjaardagsfeest in Amsterdam.

Het was voor hem liefde op het eerste

gezicht, maar hij was al getrouwd. Ongelukkig in

zijn huwelijk, had Jaap zijn schoonmoeder beloofd

getrouwd te blijven zolang de oorlog duurde. In

kamp Westerbork ontmoette hij Ina weer en sloeg

de vonk echt over. Omdat hun liefde ‘onmogelijk’

was, schreven zij elkaar heimelijk liefdesbrieven.

Na de oorlog werd zijn huwelijk ontbonden en in

1946 kon hij eindelijk met Ina trouwen. Hun dochter

vond de brieven op zolder en publiceerde ze.

Hier volgt zijn verhaal.

Bij iedere deurbel was je doodsbang

Jaap Polak vertelt: ‘Ik ben geboren op 31 december

1912 en kom uit een Joods-orthodox gezin.

Ik ging naar de handelsschool en daarna in het

Carlton Hotel werken. Mijn moeder kwam uit de

bekende diamantairsfamilie Asscher. Mijn vader was

accountant en wilde liever dat ik dat ook werd in

plaats van diamantair. In 1939 trad ik als beginnend

accountant in het huwelijk. Vanaf de eerste razzia’s

in februari 1941 was de keus: onderduiken, zelfmoord

plegen of het land verlaten. Bij iedere deurbel

was ik doodsbang. In 1943 was ik bij een klant

in Amsterdam en werd ik met 400 andere Joden bij

9


een grote razzia opgepakt. We werden bij de Amstel

Brouwerij tegen de muur gezet. Ik dacht dat mijn

einde was gekomen maar de Duitsers schoten in

de lucht. We verbleven ‘s nachts in een school en

de volgende ochtend moesten er 200 man op de

trein naar Westerbork. De overigen, waaronder ikzelf,

werden wonder boven wonder gewoon vrijgelaten!

De man van mijn zus Betty zat in het verzet en regelde

een onderduikadres dat we afwezen. In juli 1943

werden mijn vrouw en ik opgepakt toen we bij

vrienden op bezoek waren.

Brood voor uiterste nood

In dit kamp kreeg je geen nummer op je arm. Je

mocht je bezittingen nog even houden, waardoor

je ze kon ruilen voor brood. Met mijn hotelervaring

blufte ik me in de keukenploeg om maar zo dicht

mogelijk bij voedsel te zitten. In het schoenencommando

haalde ik schoenen uit elkaar voor hergebruik

van het leer. Je had geen idee dat ze van vermoorde

mensen uit Auschwitz afkomstig waren. Ook hier

gaf ik les aan kinderen. Met diamanten konden ook

Ina’s ouders hun stempels van 120.000 gulden voor

deportatie naar Bergen-Belsen betalen, dus daar

ontmoetten we elkaar weer. Tussen het harde werken

door beurden wij elkaar met onze brieven op.

Te laat

In Westerbork probeerde ik zo snel mogelijk een

baantje te krijgen, zodat ik er zou kunnen blijven.

Iedereen vreesde het beruchte dinsdag-transport

naar de kampen in Duitsland en Polen. Ik werd hoofd

van de school en gaf les in taal en rekenen en organiseerde

muziekavonden. Hier ontmoette ik opnieuw

de betoverende Ina Soep. Haar vader was diamantair

en met diamanten hadden zij nog enig uitstel van

deportatie kunnen kopen. Ina was tien jaar jonger

dan ik en ik was zeer gecharmeerd van haar. Om

mijn vrouw niet openlijk in verlegenheid te brengen,

begonnen we elkaar in het geheim briefjes te schrijven.

In Westerbork zag ik mijn ouders voor het laatst.

In een brief aan Ina schreef ik dat ik hoopte dat mijn

ouders niet zo hard zouden hoeven te werken. Je

had werkelijk geen idee van de vernietigingskampen.

Na de oorlog ontdekte ik dat mijn ouders waren

vergast in Sobibor. Slechts enkele treinen gingen

naar Bergen-Belsen, een concentratiekamp waar

personen met bepaalde beschermingspapieren

heengingen. Mijn ouders stonden op de ‘Palestinalijst’.

Een lijst met Joden die vanuit Bergen-Belsen

geruild konden worden tegen Duitse Tempeliers die

door de Engelsen in Palestina krijgsgevangen waren

gemaakt. Helaas kwam dit Palestina-certificaat voor

mijn ouders net te laat, want we kregen dit pas na

hun deportatie. In februari 1944 werden mijn vrouw,

mijn zus Liesje en ik met dit certificaat gedeporteerd

naar Bergen-Belsen.

In een brief vroeg ik haar om een potlood voor mij

te stelen, want zij werkte als secretaresse voor een

groep die een diamantfabriek moest gaan opzetten.

Veel mensen gingen er dood door ondervoeding,

ziekten en uitputting. Voor mijn tweede paar schoenen

had ik brood geruild dat ik bewaarde voor uiterste

nood. Mijn zus werd ziek en had brood nodig en ik gaf

het haar niet. Een vriend vroeg me om brood voor zijn

zieke zoon, maar ik wilde overleven en gaf het hem

niet. Na de oorlog schaamde ik mij er diep voor. Toen

Ina ernstig ziek werd, gaf mijn vrouw haar brood wel

aan haar, zodat Ina weer op krachten kon komen.

10 Aanspraak - december 2012


Ik was nog maar een schim

Op 9 april 1945 werden mijn vrouw en ik door de SS

in veewagons gestopt, vervolgens reden we steeds

dieper Duitsland in op de vlucht voor de Russen. Ina

verloren we uit het oog. Veel gevangenen die onderweg

stierven heb ik moeten begraven. Op de vijfde

dag werd de trein gebombardeerd. De SS zei dat

we ons moesten verschuilen in de bosjes. Mijn vrouw

was ziek en moest in de trein blijven. Er was even

een moment dat ik in de chaos had kunnen ontsnappen,

maar ik ben voor mijn vrouw teruggegaan in

de trein. We zijn bevrijd door het Russische leger bij

Tröbitz op 23 april 1945. Ik kreeg daar meteen vlektyfus.

Na twee dagen in een coma werd ik wakker.

Weerzien

Ina vond onderdak in Amsterdam. Ons weerzien was

puur geluk. Ik zette de scheiding in werking en in

1946 trouwden Ina en ik eindelijk. We kregen twee

zonen, Frederick en Anthony. Ik begon een belastingadviesbureau

in Amsterdam. Veel vrouwelijke

cliënten die de Holocaust hadden overleefd, hielp ik

met belastingpapieren, hoe hun spullen terug te krijgen

en met papieren om te emigreren. We bleven

vijf jaar in Amsterdam en in 1951 besloten we om naar

Amerika te gaan, gedurende de Koreaanse oorlog,

bang dat de Russen Europa zouden gaan bezetten in

hun expansiedrift. Ina’s ouders emigreerden al eerder

naar Amerika en haar vader kocht er ook een huis

voor ons. Hier werd onze dochter Margrit geboren.

Toen mijn schoonvader in 1953 overleed, nam ik zijn

diamantzaken over die na verloop van tijd verkocht

werden. Met het geld kon ik gaan beleggen en dat

ging zo goed, dat ik beleggingsadviseur werd. Dat

laatste vond ik eigenlijk mijn leukste beroep.

Foto: Marc Seliger

Neem actie tegen onrecht

Ina werd actief in de Amerikaanse politiek voor de

Democraten. In 1973 raakte ik betrokken bij de stichting

‘Amerikaanse vrienden van Anne Frank’ waar ik

directeur van werd. Later werd ik vicevoorzitter en

daarna voorzitter. Nu ben ik sinds enkele jaren erevoorzitter

van het Anne Frank Center in New York.

In 1977 ontdekte onze dochter de liefdesbrieven op

zolder die ze vertaalde in het Engels, waar een boek

van kwam: ‘Steal a pencil for me’. Het boek is verfilmd

en er wordt nu zelfs een opera van gemaakt.

Sindsdien geven we met het boek en de documentaire

overal lezingen over de Holocaust en over tolerantie.

We leerden het jonge publiek om nooit een

toeschouwer te blijven, maar altijd actie te ondernemen

als er onrecht wordt gedaan. Op 31 december

2012 hoop ik mijn 100e verjaardag te vieren mét mijn

zussen Lies (90) uit Israël en Betty (93) uit Holland.

Ik had de Holocaust overleefd. Ik was nog maar een

schim van mezelf; ik woog slechts 35 kilo, was kaal

en miste een aantal tanden. Mijn zus Betty zocht mij

op in een ziekenhuis in Eindhoven en herkende mij

niet. Ina was al eerder bevrijd door de Amerikaanse

troepen die haar bij de Elbe uit de trein haalden.

Interview: Ellen Lock

Foto: James Keivom

11


De ‘Vergeten Holocaust’

krijgt een plek

Zoni Weisz onthulde

met Bondskanselier

Angela Merkel het

Sinti en Roma monument

in Berlijn

Zoni Weisz, lid van de Cliëntenraad voor Verzetsdeelnemers en

Oorlogsgetroffenen, zet zich in voor de Sinti en Roma gemeenschap

binnen en buiten onze grenzen. Op 21 juni 2012 ontving hij hiervoor

het Bundesverdienstkreuz 1e klasse van de Duitse overheid. Namens

de Europese Sinti en Roma gemeenschap hield hij bij de onthulling van

het Sinti en Roma monument bij de Rijksdag in Berlijn op 24 oktober

2012 een toespraak. Hieronder volgt een samenvatting.

Een gedenkwaardige dag

Mevrouw de Bondskanselier Angela Merkel, dames en heren, ‘Latcho

Dives Mare Sinti oen Roma’. Een speciaal welkom aan alle overlevenden

van de genocide op Sinti en Roma. Het is juist voor u, de overlevenden,

een bijzondere dag. Een dag met een dubbel gevoel, aan de ene kant

de vreugde dat dit monument nu eindelijk overgedragen wordt, en aan

de andere kant het onvermijdelijke terugdenken aan die verschrikkelijke

naziperiode en aan onze geliefden die de waanzin niet overleefd hebben.

Voor mij als overlevende is het een bijzondere eer, maar ook heel

12 Aanspraak - december 2012


Foto: Sandra Steins

Het monument voor de Roma en Sinti slachtoffers bestaat uit een brede plaat waarop een laagje water ligt. In het

midden van deze plaat bevindt zich een steen. Kunstenaar Dani Karavan wil dat op die steen altijd een bloeiende

roos ligt. Rondom het water liggen stenen in de vorm van een mozaïek.

emotioneel, om hier vandaag te mogen spreken.

Te mogen spreken als vertegenwoordiger van die

honderdduizenden Sinti en Roma die ten offer vielen

aan de nationaalsocialistische rassenwaan. Na vele

jaren van voorbereiding en na de vele problemen die

overwonnen moesten worden is het dan zo ver. Op

deze prachtige plek in het centrum van Berlijn mogen

we de overdracht meemaken van ons monument ter

nagedachtenis van de door de nazi’s vermoorde

Sinti en Roma. Een bijzonder, interessant en mooi

monument, ontworpen door de Israëlische kunstenaar

Dani Karavan.

Dit monument is de tastbare erkenning

van ons leed

Helaas is het voor veel overlevenden inmiddels te laat,

maar voor die enkelen die dit nog mogen meemaken

en voor hun familie beschouw ik dit monument als

een vorm van ‘Wiedergutmachung’. Dit monument is

de tastbare erkenning van het door ons volk doorstane,

niet te bevatten, leed. Ik hoop dat net als bij het

monument voor de door de nazi’s vermoorde Joden,

hier op een steenworp afstand vandaan, de wereld

zich zal realiseren welke verschrikkingen ons volk heeft

moeten doormaken tijdens de naziperiode. Xenofobie

en racisme zijn van alle tijden en voor Sinti en Roma

was vervolging en uitsluiting niets nieuws. Reeds

honderden jaren werden we vervolgd, maar dat de

vervolging door de nazi’s deze vormen zou aannemen

had niemand ooit kunnen vermoeden. Al meteen na

de machtsovername door Hitler in 1933 werden Sinti

en Roma naar concentratiekampen zoals Dachau en

Sachsenhausen gedeporteerd. Omdat ze waren wie

zij waren, Sinti en Roma. Totale waanzin! Dat het Sinti

en Roma, maar ook de Joden, slecht zou vergaan

was toen al duidelijk. Stap voor stap werden we van

al onze rechten beroofd. We werden geïdentificeerd,

geregistreerd, geïsoleerd, beroofd, gedeporteerd en

uiteindelijk vermoord. Een zinloze, industriële moord

was het, op weerloze, onschuldige mensen, bedacht

en zorgvuldig uitgevoerd door fanatieke nazi’s en

bureaucraten. Misdadigers, die hiervoor een legitimatie

vonden in hun rassenwetten. Een half miljoen Sinti

en Roma, mannen, vrouwen en kinderen, zijn tijdens

de Holocaust vermoord. Niets, bijna niets, heeft de

maatschappij hiervan geleerd, anders zou men nu op

een andere manier met ons omgaan. Weinig, heel

weinig weet de wereld van de volkenmoord op Sinti

13


en Roma. Zelfs tijdens de Neurenbergse processen

werd er maar summier over het lot van Sinti en

Roma gesproken. Ik hoop dat met de onthulling van

dit monument, de ‘Vergeten Holocaust’, zoals ik het

noem, niet langer vergeten zal zijn en de aandacht

krijgt die het verdient.

Het laatste wat ik van mijn geliefden zag

Vandaag kan ik hier bij u zijn omdat ik op een wonderbaarlijke

manier ben ontsnapt van het zogenaamde

‘Zigeunertransport’ van 19 mei 1944, vanuit

kamp Westerbork naar Auschwitz. Ook ik moest, als

zevenjarig jongetje, met dit transport worden gedeporteerd

en stond samen met mijn tante Moezla

en een kleine groep familieleden op het perron te

wachten op de trein naar Auschwitz. Daar kwam de

trein, waar mijn vader, moeder, mijn zusjes en broertje

reeds inzaten. Ik zag onmiddellijk waar ons gezin

was omdat mijn vader het blauwe jasje van mijn zusje

voor de tralies van de veewagon had gehangen. Als

ik mijn ogen sluit kan ik nu nog voelen hoe heerlijk

zacht mijn zusjes jasje aanvoelde. Ook wij moesten

bij dat transport naar Auschwitz gevoegd worden,

maar met de hulp van een ‘goede’ politieagent

wisten we te ontsnappen. Op het laatste moment

schreeuwde mijn vader nog wanhopig ‘Moezla zorg

goed voor mijn jongen!’ Dat is het laatste wat ik van

mijn geliefden zag. Dit beeld zal voor altijd op mijn

netvlies gebrand staan. Ik was alleen. Als kind van

zeven jaar oud ben je dan alles kwijt en val je in een

onpeilbaar diep gat.

Ik heb het al vaak gezegd, maar juist vandaag, hier

op deze plaats, moet ik er met u over spreken. Vaak,

ook vandaag, moet ik aan mijn moeder denken die

in het ‘Zigeunerlager’ in Auschwitz-Birkenau onder

de meest verschrikkelijke omstandigheden voor mijn

zusjes en broertje zorgde. We kunnen ons geen

voorstelling maken van het onvoorstelbare lijden

dat mijn moeder en al die andere moeders hebben

doorgemaakt, waaronder de meest verschrikkelijke

medische experimenten op hun kinderen.

Uiteindelijk werden in de nacht van 2 op 3 augustus

1944 de resterende 2.900 vrouwen kinderen en

ouderen uit het ‘Zigeunerlager’ vergast, ook mijn

moeder, mijn zusjes en mijn broertje. Dat is de reden

waarom we vandaag hier bijeen zijn. We hebben

nu een eigen plaats om onze vermoorde geliefden

te herdenken.

Bondskanselier Angela Merkel en Zoni Weisz.

Een monument van hoop

Dit is een monument van erkenning. Erkenning van

het ons aangedane leed. Het is een monument van

bezinning, maar ook een monument dat vragen

oproept. Hoe was het mogelijk dat zoveel onschuldige

mensen werden vermoord? Hoe was het mogelijk

dat zoveel mensen wegkeken en dachten dat het

zo’n vaart niet zou lopen? Hoe was het mogelijk dat

er zoveel mensen meelopers werden en daarmee

medeschuldig werden aan de grootste misdaad in

de geschiedenis van de mensheid? We moeten lessen

trekken uit de geschiedenis. Het kan en mag niet

zo zijn dat onze geliefden voor niets gestorven zijn.

We moeten, met alle democratische middelen die

ons ten dienste staan, zorgen dat dit soort verderfelijke

ideologieën in de toekomst geen kans meer

krijgen. We hebben de opgave de voorwaarden te

scheppen dat minderheden in vrede en veiligheid

kunnen leven.

Dit is ook een monument van hoop. Hoop dat

iedereen, ongeacht afkomst, huidskleur of religie

gelijke rechten en gelijke kansen heeft. Hoop dat die

rechten in de praktijk ook erkend en gehandhaafd

worden. Hoop dat het fascisme, racisme, antisemitisme

en antiziganisme dat zich in vele landen weer

manifesteert, niet de vormen aanneemt zoals in de

dertiger jaren van de vorige eeuw. Hoop dat we

uitingen van vreemdelingenhaat voortaan niet meer

zullen tolereren. Hoop dat we de verschillen tussen

culturen en volken zullen respecteren. Dames en

heren, ik wil eindigen met de hoop uit te spreken

dat dit monument een plek wordt van overdenking,

een plaats van bezinning en dat het zal bijdragen

aan meer begrip voor elkaar zodat we met elkaar in

vrede en vriendschap kunnen leven. Dank u.

Foto: Jef Helmer

14 Aanspraak - december 2012


Foto: Shavit Simons

Van links naar rechts: Roosje Polak,

William Veldhuijzen-van Zanten,

Lea Coerman, Miriam Ludriks, John

Groenendijk en Thirza Yunger.

Verhuizing van het Nederlands

Informatie Kantoor in Israël

Door het teruglopen van de werklast van het

Nederlands Informatie Kantoor (NIK) in Jeruzalem

is het nodig het werk anders te organiseren om

zodoende het niveau van de dienstverlening aan de

cliënten in Israël op peil te houden. Onderdeel hiervan

is de verhuizing van het NIK van Jeruzalem naar

de Nederlandse ambassade in Ramat Gan.

Het NIK onmisbaar bij de dienstverlening in Israël

In 1971 kreeg Mr. Gerard Polak het verzoek van de

Nederlandse ambassadeur om een ‘Bureau Israël’

(het latere NIK) in Jeruzalem op te richten. Dit

bureau moest bijdragen aan de uitvoering van de

‘Rijksgroepsregeling Vervolgingsslachtoffers 1940-

1945’, de voorloper van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers

(1940-1945). Het ging om hooguit

500 dossiers en zijn aanstelling zou hooguit twee

jaar duren. De instroom van aanvragen was echter

zo groot dat er medewerkers moesten worden aangetrokken.

Het bureau werd een onmisbaar onderdeel

van de dienstverlening van de Pensioen- en

Uitkeringsraad/Sociale Verzekeringsbank in Israël en

is dat tot op de dag van vandaag. Gerard Polak werd

in 1982 opgevolgd door Elly Maoz-Drukker en eind

1993 door Roosje Polak-Wajsberg.

Een goed team

Bureauhoofd Roosje Polak-Wajsberg: “Het NIK

functioneert als voorpost van de PUR/SVB in Israël.

Omdat onze oudere cliënten soms het Nederlands

niet meer beheersten, stelden we een pleitbezorger

aan om hun bezwaarschriften te helpen

formuleren. Wij verzorgden de intake van de

aanvraag- en bezwaarprocedure, organiseerden

spreekuren en voorlichtingsbijeenkomsten in het

hele land en begeleidden buitenlandse delegaties.

Dit moeilijke, maar dankbare, werk was alleen maar

mogelijk omdat we als een goed team altijd op

elkaar konden rekenen.”

Adreswijziging

Vanaf 1 januari 2013 kunnen cliënten terecht bij de

nieuwe afdeling Verzetsdeelnemers en Oorlogsgetroffenen

in de Nederlandse Ambassade,

Rechov Abba Hillel 14 (13e verd.), Ramat Gan 52506,

Tel Aviv, tel: +972-3-7540741 / +972-3-7540742,

fax: +972-3-7540757, e-mail: TEL-VenO@minbuza.nl

De spreekuren blijven bestaan in Beth Joles,

Beth Juliana en in Jeruzalem. Ook de pleitbezorger

zal beschikbaar blijven. Onder leiding

van William Veldhuijzen-van Zanten zullen de

NIK-medewerkers Thirza Yunger-Cohen en John

Groenendijk de dienstverlening voortzetten.

Lea Coerman, Miriam Ludriks-Fischer en Roosje

Polak-Wajsberg gaan het NIK verlaten, met onze

grote dank en bijzondere waardering voor hun

jarenlange inzet!

15


Kerst in het kamp

In de zoekrubriek in de vorige

editie verzocht de redactie om

bijzondere kerstverhalen uit de

oorlog of de Bersiap-periode

in Nederlands-Indië om er een

bloemlezing van te maken. Er

stroomden prachtige en ontroerende

kerstverhalen binnen,

waarvan we er helaas slechts

enkelen kort kunnen weergeven.

Kerst tijdens de Japanse bezetting 1942. Mijn vader was directeur

van de Volks Crediet Bank in Demak en werd in maart 1942 opgepakt

en geïnterneerd. Niemand wilde mijn moeder met vijf kinderen in huis

nemen: te druk en teveel monden om te voeden. In een gemeubileerd

huis vierden we Kerst, zonder pa en zonder kerstboom. Mijn

jongste broer en ik vonden het maar een kale bedoening, dus gingen

we op zoek naar een tak bij wijze van dennenboom. We vouwden

rood crêpepapier om de lamp en knipten het restje in kleine sliertjes.

Avonden ervoor hadden we veel vuurvliegjes in een blikje gevangen.

Op kerstavond hadden we het rode licht van de lamp en we lieten het

versierde ‘boompje’ oplichten door alle vuurvliegjes erin los te laten.

We waren allen tot tranen toe bewogen, zelfs ik als ukkie. Dat was mijn

eerste ‘Kerst’ in Japanse tijd. Uiteindelijk was het mijn mooiste kerstfeest

ooit. Van: Heidie von Barnau Sijthoff, e-mail: heidie.vb@hetnet.nl

Kerst in de Bersiap-periode. Uit angst waren de Belanda’s (Nederlanders)

die er nog woonden op een avond bij elkaar gekropen, zittend op de

grond met zo min mogelijk licht. Een jongen had een revolver met nog

één kogel gevonden op zijn strooptocht naar eten. De ouderen filosofeerden

over wanneer je die kogel zou moeten gebruiken. Plotseling

riep iemand ‘Het is vandaag Kerstmis!’ ‘Gut ja,’ zei een ander, ‘We

praten over dood en leven, terwijl we eigenlijk moeten praten en zingen

over vrede op aarde en over een nieuw geboren kind.’ ‘Ja,’ zei weer

een ander, ‘en over Kerst, licht en engelenhaar. Zouden wij dat feest

ooit nog eens mogen beleven? Dat speciale feest met alles wat erbij

hoort, ook het lekkere eten niet te vergeten.’ Het woord ‘eten’ bleek

een toverwoord en iedereen bedacht een kerstmaal. Het water liep ons

in de mond. En terwijl ik het allemaal aanhoorde, voelde ik dat ik wilde

blijven leven. Kijkend naar de glinsterende ogen om mij heen, zag ik de

kerstboodschap toen pas werkelijk. Hadden wij niet tot nu toe alles over

ons heen laten komen. Hadden de bendes moordlustige jongemannen

daar geen dankbaar gebruik van gemaakt? Wij besloten dat het nu toch

tijd was om te ontsnappen en niet langer te wachten op de dood.

Eén van ons vond een mogelijkheid om ons door een bevriende relatie

op te laten halen in een vrachtauto met mitrailleurs. Alleen het hoogstnodige

kon mee. Plotseling stond de vrachtauto voor het huis en

moesten we plat op de bodem liggen. Zo begon onze hachelijke

tocht naar Bandoeng. Het leek of wij door het licht van de Kerst beschermd

werden en wij kwamen heel aan in het ‘veilige kamp’ Tjihapit.

Van: mw. Antie Schurink-Regeer, Cartier van Disselstraat 64, kamer 106,

4835 KP Breda, tel: 076-5607681, e-mail: antieschurink@gmail.com


Kertmis 1942. Een verzoek aan onze kampleiding

om iets aan Kerst te mogen doen werd aanvankelijk

abrupt afgewezen. Op het laatste moment mocht

er onder scherpe bewaking een kerstviering worden

gehouden, maar er mocht van de Japanners niet worden

gezongen. En de binnenwacht van het kamp, die

altijd geregeld werd door veertig krijgsgevangenen,

moest gewoon doorgaan. Voor deze personen zou

het een domper zijn om Kerst niet mee te kunnen

vieren. Als commandant van de Joodse krijgsgevangenen

bood ik aan dat wij én de wacht én het corvee

zouden opknappen tijdens de viering. Zo konden

5.000 krijgsgevangenen toch Kerst vieren. We kregen

veel respect van onze medegevangenen voor ons

gebaar. Terwijl niemand buiten het kamp kon komen

gingen er toch enkele pakjes sigaretten rond voor

de wacht. Bovendien stond ‘s nachts in de keuken

koffie en extra pap gereed voor de wacht. Zelfs het

normale pak slaag van de Japanse buitenwacht bleef

even achterwege. Uit een brief van mijn overleden

man Joost Glaser, Mw. Annie Glaser-van der Sluis,

Smaragdhorst 519, Den Haag.

25 December 1944, 1e Kerstdag in Kampili,

Celebes. Wederom is het Kerstdag en zijn we allen

samen geweest in de Kerkloods waar gepreekt werd

door de dominee. Vandaag 1e Kerstdag 1944 waren

er al twee begrafenissen: ‘s morgens een kindje en

‘s middags een vrouw van 36 jaar. Jullie begrijpen

dat de stemming erg triest is in ‘t kamp. Ik ben pas

sinds twee dagen thuis (in de loods) vanuit de dysenterie

barak alwaar ik drieënhalve week lag. Gedurende

mijn ziekte heeft onze naaikamer 500 shorts voor de

mannen in ‘t Parékamp mogen maken, waar oom

Henk en nog vele andere kennissen zitten. De dag

vóór Kerstmis bracht de commandant zelf de broeken

naar Paré en krijgen ze dus ons kerstgeschenk.

Uit het dagboek dat mijn grootmoeder, Jo Duin-

Smits, heeft bijgehouden in het vrouwenkamp

Kampili op Celebes. Het dagboek is geschreven in

de vorm van brieven aan haar kinderen. Van: Henk

Mreijen, Meteorenstraat 11, 1223 EP Hilversum,

tel: 035-6854550 e-mail: h.a.mreijen@upcmail.nl

Kerst in Soerabaja 1942. In 1942 waren de mannen

in Soerabaja al opgesloten in provisorische

jappenkampen onder andere in het H.B.S.-gebouw.

Mevrouw de Bruin had die nacht een dochtertje

gekregen en haar man zat opgesloten. Hoe moest ze

nu aan hem laten weten dat hij vader was geworden?

De dominee verzocht mijn moeder om raad, omdat

zij nog contact had met mijn opgesloten vader via

onze baboe die stiekem briefjes doorspeelde. Maar

onze baboe durfde niet meer omdat er teveel werd

geslagen door de Japanners als je werd gesnapt.

Mijn moeder trok de stoute schoenen aan, stapte

op de fiets en reed over een doodstille weg naar

het kamp. Terwijl ze om het kamp fietste zong ze:

‘Majoor de Bruin z’n vrouw heeft vannacht een baby

gekregen. Moeder en dochter maken het goed.’

Na drie rondjes fietste ze gauw terug en is gelukkig

niet gesnapt. Jaren later hoorde ze dat hij het goede

nieuws had gekregen. Mijn moeder was voor hem als

een engel die de boodschap van de geboorte van

zijn kind had doorgegeven. Van: Jackie Ambriola-

Zagt, Badhuisstraat 76 1789 AL Huisduinen,

tel: 0223-617607, e-mail: jp.ambriola@quicknet.nl

Een kerstverhaal kan ik niet vertellen, ik weet namelijk

niets meer van een kerstbijeenkomst in Bangkattan,

al moet die er wel geweest zijn. Bangkattan is het

hospitaalkamp bij Bindjei, Medan, op Oost-Sumatra,

mijn eerste kamp, ik was zeven jaar. Wel heb ik nog altijd

deze mooie boekomslag die ik kreeg met een boek

erin ‘Lieneke’ door Enny van der Heide. Groeten,

Nelly Vissers-Zipp, Zwaluwstraat 252, 3145 NH

Maassluis, tel: 010-5913553, e-mail: viszip@caiway.nl

Bangkattan is het hospitaalkamp bij Bindjei, Medan,

op Oost-Sumatra. Deze mooie boekomslag kreeg

ik voor Kerst. Nelly Vissers-Zipp.

Jappenkamp Banjoebiroe 10 of 11, 25 december

1944. Het was niet toegestaan om op de woon- en

slaapzalen te zingen. Enkele vrouwen zongen toch

‘Ere zij God’ en iedereen deed mee. Er kwam direct

17


een Japanse commandant op af. Deze keer echter

maakte niemand een buiging in een hoek van 90

graden en zongen we het lied uit. God ging voor!

Daarna maakte we netjes onze buiging. De commandant

moet gevoeld hebben dat dit een heilig

moment was en droop af. Daarna kwamen een paar

van onze kinderen bij elkaar. We moesten en zouden

een kerstfeest hebben. Het was al avond. Mijn moeder

had nog een stompje kaars. Wij naar buiten en

allemaal om het boompje zitten. Het kaarsje aangestoken

en in het boompje gezet dat gelijk in brand

vloog. Dat was het einde van onze kerstviering.

We hadden allemaal zo’n honger en weinig hoop

dat we hier ooit uit zouden komen. Een paar moeders

begonnen te zingen: ‘Komt allen tezamen,

jubelend van vreugde, komt nu, o komt nu naar Bethlehem!’

Na dit vers hoorden we tot onze verbazing

het hele mannenkamp antwoordden met vers twee.

Daarna zongen wij het derde. Dit was het mooiste

kerstfeest dat ik ooit had gevierd en we kregen weer

hoop. Van: Anne Rietkerk-Houthuysen, 1111-800

Chieftain St., Woodstock ON N4T1T8, Canada,

tel: 001-519-539-0855, e-mail: antje.riet@gmail.com

Kerst Oost-Java 1943. Mijn moeder was in blijde

verwachting en het afscheid van vader was heftig.

Hij moest zich melden in Malang voor het 10e KNIL

bataljon. Wij reisden verder het binnenland in, naar

het veiliger dorp Ngandjuk in Oost-Java. Het was

even voor Kerst in de namiddag, het stormde met

donder en felle bliksem. Wij, opa, oma, moeder en

vier kinderen zaten onder het afdak van de voorgallerij,

toen - schijnbaar uit het niets in de stromende

regen - een oude blinde bedelaar, met één hand

steunend op de schouder van een klein meisje,

verscheen. Moeder gaf hem een aalmoes. Hij zei:

‘U moet niet bedroefd zijn en huilen om uw man.

Ik zie hem in een gerafelde broek in een ver land

hard werken, stenen klieven en sjouwen naar rails.

Maar hij zal levend uit de oorlog bij u terugkomen.

U krijgt bericht van hem. Zo plots als zij verschenen,

zo plots verdwenen zij alsof zij waren opgelost in

de storm, ons stomverbaasd achterlatend. Enkele

dagen later, Tweede Kerstdag, december 1943

kwam er een groezelige kaart van vader met poststempel

Siam waarin stond geschreven: ‘Prisoner

of War. My Christian name: Hendrik Charles, My surname:

Harmanus, Nationality: Dutch. I’am working for

pay. My health is excellent.’ In onze gebeden dankten

wij God voor dit kerstgeschenk. Ondanks alle ellende,

honger en verdriet was Kerst in december 1943 voor

ons onvergetelijk. Later bleek dat vader als krijgsgevangene

aan de dodenspoorweg moest werken.

Van: Louis Harmanus, Couperusstraat 25, 2985 CC

Ridderkerk, tel: 0180-431183.

Jappenkamp Gedoeng Badak, Kerstmis 1944 in de

barak. Onze derde Kerst in het kamp zonder papa.

Mama probeert er voor ons toch een feest van te

maken. Dagen van te voren is ze bezig. In ons kamp

is een zangkoortje onder leiding van zuster Roos. Zij

leert ons kerstliedjes. Het is héél bijzonder, Kerstmis

buiten onder de palmen. Al die vrouwen en kinderen

schamel gekleed. Maar ze zingen met overgave met

schitterende ogen. Na afloop loop ik stil terug naar

onze barak. Als ik binnenkom zie ik heel in de verte

bij onze brits kleine lichtjes branden. Wat zijn dat

voor lichtjes. Ik loop snel naar onze plaats. Voor onze

brits op de vensterbank staat een tak-kerstboom.

Deze ‘boom’ is prachtig versierd met zilveren ballen

en brandende taartkaarsjes. Wat mooi! Alle vrouwen

en kinderen uit onze barak komen heel stil kijken met

glanzende ogen. Wat ben ik dankbaar en trots dat ik

een moeder heb, die dit heeft gemaakt. Eén ogenblik

vergeet ik dat ik in het kamp zit. Uit mijn boek:

‘De klok, Het kampkind in mij spreekt nu’. Mieke

Biessen-Dokman, Prof. Dumontstraat 31, 6419 BR

Heerlen, tel: 045-5713194.

Kerst 1945. Met mijn vader was ik vaak naar de veemarkt

geweest in Solo. Mijn vader kocht er een ram,

ik vond het een prachtbeest. Mijn vader was in de

oorlog op verdenking van sabotage door de Japanse

Kempetai opgepakt en stierf een vreselijke dood in

de Penjara Sukamiskin gevangenis in Bandoeng. Toen

Japan in augustus 1945 capituleerde konden wij dus

niet blij zijn. Na de Japanse capitulatie werd het leven

er niet beter op. De geïnterneerde Nederlanders bleven

angstvallig in de Japanse kampen en vele Indo-

Europeanen, vooral in Oost-Java, stond ook onverwachts

een kampverblijf te wachten. Als negenjarige

jongen kwam ik met mijn moeder in het jappenkamp,

gevestigd in een voormalige Nederlandse jongensschool

met internaat voor planterskinderen in Solo. We

sliepen in de klaslokalen op matjes op de grond. Mijn

doortastende moeder, Annie Bos-Soetiani, zorgde met

18 Aanspraak - december 2012


Kerstmis 1945 voor een feestmaal. Zij liet onze tuinman

de ram naar ons kamp brengen en ze kocht ook de

kampbewakers om door hen lekkere soep te beloven.

Ze bereidde van de geslachte ram een heerlijke soep

met rijst in een reusachtige pan. Zo kreeg iedereen een

waar kerstmaal. Steeds meer hongerige ogen kwamen

op de geur af en keken naar de leger wordende pan.

Mijn vindingrijke moeder gooide er heimelijk water bij,

zodat iedereen voldoende kreeg. Begrijpt u waarom ik

dit niet vergeten kan? Van: dhr. Jo Bos, ’t Beusje 13,

8381 CZ Vledder, tel: 0521-383046.

Het kerstcadeau, Kerstmis 1944, de derde Kerstmis

in gevangenschap. In ons vrouwenkamp Ambarawa 9

op Java lag er een grote verslagenheid over de

magere, uitgeteerde gezichten. Het woord Kerstmis

spraken we niet meer uit en velen van ons wilden ook

de kerstgedachte maar uit hun gevoelsleven bannen.

Tegenover mijn brits lag een vrouwelijke arts

met haar zes kinderen. Omdat hun moeder het hele

kamp moest helpen, waren deze kinderen vaak alleen.

Vijf meiden en Daan van drie was de jongste. Ik zal

nooit de kreet vergeten van het kleine mannetje met

zijn magere lijfje, de beentjes onder zich gekruist op

zijn brits zittend, de blauwe ogen gericht op de deur,

waardoor zijn moeder zou binnenkomen, als ze dan

al kwam. De Jap deelde toch nog iets extra’s uit met

Kerst: groetensoep met een aftreksel van kleine korreltjes

vermalen vlees. Je zag het niet, maar proefde

het wel. Apathisch wachtten we het kerstmaal af. Ons

baraknummer 10 werd afgeroepen. Allen schrokten

het eten naar binnen. Daantje genoot ook, maar niet

zoals wij. Hij legde ieder korreltje vlees dat hij in zijn

mond voelde op de rand van zijn bord. De zusjes

zeiden: ‘Opeten Daan! Dat is goed voor je!’, maar hij

schudde zijn hoofdje en hield zijn ogen onafgewend

op het gat van de deur gericht. Toen ineens een kreet:

‘Mammie, vleesje voor jou van mij, voor Kerstmis!’

- Ik ben een van de vijf dochters van mevrouw Koets,

de vrouwelijke arts. Mijn broer Daan is nu 72.

Van: Margreet Donker van Heel-Koets, Plantijnstraat

109, 2321 JH Leiden, tel: 071-5768641.

Een warme Kerst, april 1945. Wij, mijn moeder, zusjes

en ik zijn na vele Japanse interneringskampen in

kamp Tjideng in Batavia terechtgekomen. Het leven

is zwaar, veel kracht hebben we niet meer, we moeten

leven van stijfselpap. Het sterftecijfer is hoog.

Als we niet buigen kan dat al een reden zijn om ons

te straffen. Kampcommandant Sonei is onbarmhartig

en wreed. Bij volle maan is hij doodsbang voor

overkomende vliegtuigen. Er gaan geruchten dat

de bevrijding nabij zou zijn. Na maanden van hoop

en vrees buigt Japan op 15 augustus 1945. Maar

de bevrijding is voor ons niet weggelegd, de extremisten

vallen ons kamp aan en we worden nu o.a.

door de Japanners zelf bewaakt. Na verloop van tijd

vinden we onze vader via het Rode Kruis. Wij herkenden

hem na bijna vier jaar amper terug. Hij is ziek

en mager, maar gelukkig omdat we allen het kamp

overleefd hadden. Wij krijgen berichten van medegevangenen

van wie de man of zoon zijn gestorven. Er

komen steeds meer weduwen en wezen. De honger

maakt plaats voor veel verdriet. De tijd verstrijkt en

december staat voor de deur. Kerst komt naderbij.

Ondertussen gaan er schepen met zieken, weduwen

en wezen richting Holland. Wij zijn ‘gezond’ en moeten

voorlopig blijven. Toch hebben we een dankbaar

gevoel over ons. Het eten wordt beter en de spanning

minder. Ik wil zo graag een kerstgevoel hebben.

Ik sloop een grote tak uit een boom en bevestig hem

aan de muur. De kerstballen zijn ramboetans (een

kleine harige vrucht) die ik hier en daar ophang. Van

reepjes oude stof maak ik slingers en zie ik heb een

kerstboom. Mijn ouders kijken stil toe, waar denken zij

aan? Ik probeer als 13-jarige hun gedachten te raden.

We zingen met onze lotgenoten 'Stille Nacht' en het

ontroert ons allen. We mogen weer zingen, al zitten

we nog in het kamp, we voelen zoveel warmte. Het

kerstverhaal wordt verteld en we zingen als slot het

mooie lied 'Vrede op aarde'. Het is nu 67 jaar geleden

en weer vieren we Kerst en gaan mijn gedachten

terug naar 1945. ‘Vrede op aarde’. Van: An Dekkerde

Bruyn, Adelaarstraat 2, 3145 AA Maasluis, tel:

010-5918415, e-mail: jdekker@kabelfoon.nl


Zoek?!

De redactie stelt cliënten in de gelegenheid een

korte advertentie (maximaal 100 woorden) te

plaatsen. Hieraan zijn geen kosten verbonden.

Ontvangen oproepen kunnen niet direct worden

geplaatst, omdat er veel verzoeken binnenkomen.

De redactie neemt geen verantwoordelijkheid voor

de inhoud van de oproepen. Alle oproepen zijn te

zien op de website www.svb.nl/wvo of www.pur.nl

Mijn opa heeft bij de marine gezeten, ook tijdens

de Slag in de Javazee. Graag wil ik weten waar

hij heeft gezeten (welke schepen, in welke kampen,

wat waren de werkzaamheden en de omstandigheden

daar en waar ging hij na de bevrijding naar

toe). Het gaat om Reinardus Cornelis van Denderen,

geboren op 19 oktober 1915 te Zeist. Hij heeft op

de De Ruyter gezeten en ging begin jaren 50 naar

Nieuw-Guinea. Wie kan mij helpen? Dominic

Knoop, Hortensialaan 12, 3702 VG Zeist, e-mail:

dominic knoop@hotmail.com

Ik zoek Anna Petronella Velgersdijk, geboren op

2-12-1931 en onze dochter Lorraine Astrid

Reichardt geboren op 2-11-1963. Anna verliet me na

38 jaar huwelijk voor een andere man en zij had altijd

de kinderen, vandaar dat ik hen bijna 35 jaar niet

heb gezien. Ik heb mijn dochter lang gezocht, maar

kan haar niet vinden. Helaas heb ik niet lang meer

te leven en ik zou graag met hen in contact willen

komen. Anna heeft een broer die Harry Velgersdijk

heet en nog een tijd bij ons heeft gewoond. Help

me alstublieft mijn dochter terugvinden. Ik hoop dat

ik iets uit Holland mag horen. Carolus Reichardt,

7043 Harquahala Dr., Monave Valley, AZ 86440-9115,

Verenigde Staten.

Wie heeft Kees van Benthem te Surabaya (geboren

in Batavia 3 augustus 1918), zijn zusje Bep en ouders

Adriaan en Anna van Benthem-Lemmens gekend? Wij

hebben pas uitgevonden via het Nationaal Archief

dat Kees aan boord van het Japanse schip -

Haruyoshi Maru - op 18 november 1944 is overleden

en een zeemansgraf kreeg. Hij was mijn neef en ik

kan me hem helaas niet herinneren. Wie kan mij wat

over Kees vertellen? Met dank, Gerard Lemmens,

2 Church Street, Wadhurst, East Sussex TN5 6AR,

Engeland, tel: 0044-1892-783 171, e-mail:

gerardwillemcharleslemmens@yahoo.co.uk

Is er iemand die nog weet of er in de Joodse

Invalide in het jaar 1943 baby’s aanwezig waren bij

de moeders? Mijn moeder kwam volgens mijn gegevens

na het leegruimen van het N.I.Z. hier terecht

en ik was in ieder geval zéér ondervoed, veel later in

de crèche te Amsterdam. Reacties graag naar: Foke

Kranendonk-Waterman Sytsma, Oosterseveldweg 6,

8391 MA Noordwolde fr, tel: 0561-433202, e-mail:

kranendonk.waterman@xs4all.nl

Ik zoek mensen, die in interneringskampen (Tjideng

of Kramat?) in Semarang hebben vastgezeten en

die Oma Fisher en haar kleinkinderen Diana, Bea,

Bob en Dickie Gortmans hebben gekend. Graag

wil ik ook informatie over de omstandigheden,

waaronder zij geïnterneerd waren. Dhr. A. J. Bloch,

Elburgstraat 5, 3826 BH Amersfoort, tel: 033-8880092,

e-mail: a.bloch@xmsnet.nl

Ik ben op zoek naar informatie over dhr. Monte,

(Nederland) een burgergevangene uit het mannenkamp

waar hij samen met anderen o.a. Mr. Batten

(United Kingdom) in het Japans Interneringskamp

Batu Lintang (Kuching - Sarawak 1942 -1945) heeft

gezeten. Deze man is in het hospitaal in Kuching

gestorven op 1 juli 1943/1944. Wat was zijn functie

en waar woonde (werkte) hij voor de oorlog?

In Borneo? Zijn naam was Monte/Monté of Monti?

Graag uw reactie naar: Victor Vaessens, Europalaan 11,

6226 CM Maastricht, tel: 043-3621601, e-mail:

vicvae@gmail.com

20 Aanspraak - december 2012


Ik zoek informatie over mijn peetvader Rob

Dominicus. Hij gaf mijn moeder bij mijn geboorte

in 1947 een zilveren 2 shilling munt uit 1944. Hij

zat aan het eind van de oorlog met mijn vader

Anne ‘Tom’ Mulder in een jappenkamp op

Sumatra. Rob Dominicus is waarschijnlijk na de

oorlog naar Australië of Nieuw-Zeeland vertrokken.

Informatie gaarne naar Rob Mulder, Frankate 5,

8111 BJ Heeten, tel: 0572-382808, e-mail:

robartmulder@hotmail.com

Albertus de Jong zoekt overlevenden die in 1943-

1944 in het Arbeitserziehungslager Spergau bei

Leipzig gevangen zijn geweest. Mijn kampnummer

was 6764. Contact kan worden gemaakt met:

Albertus de Jong, Beukenlaan 109, 7271 JM Borculo,

tel: 0545-274346.

Wie kende schrijfster Diet Kramer (1907-1965)?

In de periode 1933-1946 woonde zij in Nederlands-

Indië. Tijdens de oorlog zat ze in Banjoebiroe-kamp

11. Ook zoek ik haar boek ‘Lodewijk de rattenvanger’,

dat in 1941 in Bandoeng is verschenen, en haar

artikel over de inval van de Japanners in het Djokjase

dagblad Mataram (vermoedelijk begin maart 1942

gepubliceerd). Janneke van der Veer, Oerdijk 1c,

7433 AE Schalkhaar, tel: 0570-629343, e-mail:

jannekevanderveer@planet.nl

In 1943 zorgde Pieter Beens voor een onderduikplaats

voor mij. Ik was toen 12 jaar oud. Pieter

Beens heeft vele Joodse kinderen zoals ik helpen

onderduiken. Veelal via Roelof Vis in Bovenknijpe

in Friesland. Momenteel ben ik bezig met een aanvraag

voor een (postume) Yad Vashem erkenning

voor hem. Graag wil ik in contact komen met diegenen

die Pieter Beens gekend hebben en eveneens

door zijn toedoen konden onderduiken. Jack

de Lange, Wally Moesweg 5, 1251 AT Laren, tel:

035-5311468; e-mail: jack.delange7@gmail.com

Corry IJsselstijn zoekt haar vriendin Betske

Meindersma. Wij woonden in Telok Betong,

Lampongse district, Zuid-Sumatra. Haar vader was

daar resident en mijn vader Gerrit IJsselstijn was zijn

collega. Beiden werden gearresteerd en gevangen

gezet door de Japanners in Tandjong Karang, Lahat

en Muntok. Meneer Meindersma werd tijdens het

verhoor gemarteld en onthoofd. Gerrit IJsselstijn

overleed in kamp Muntok gelegen op Bangka

Billiton eilanden. Betske en haar moeder overleefden

de bezetting en vestigden zich in Nederland.

Informatie graag naar: Mrs. C.H. Keach-IJsselstijn,

12 Turanga Street, 4010 Gisborne, Nieuw-Zeeland,

tel: 0064 3 332 1962, mobiel: 0064 27 383 5997,

e-mail: gary@elitepestcontrol.co.nz

Rachel Isaacs, een Zuid-Hollands meisje, woonde

in de Tweede Wereldoorlog bij de familie

Hollands te Gulpen (L). We zoeken contact met

haar omdat Rachel van de zomer op zoek was

naar dit onderkomen. Niemand van de familie

woont meer in dit buurtschap. We zijn erg

benieuwd hoe het met haar gaat. S.v.p. per

brief reageren naar dhr. R.M.F.M. Leclercq,

Bellefroidlunet 34 C, 6221 KN Maastricht.

Misschien kan ik via deze weg informatie vinden

over een kampgenoot, Ambarawa 9 en 7. Joop

Pen (misschien Penn) die aanvankelijk met zijn

gehandicapte moeder in kamp 9 zat en met mij

naar jongenskamp 7 werd overgeplaatst. Mogelijk

was hij uit Salatiga afkomstig. Nooit meer een

spoor van hem gevonden. Hij was enige tijd

mijn ‘slapie’ en hij was in die periode belangrijk

voor me. Pieter (toen Pom) Venhuis. Reacties

graag naar: Pieter Venhuis, Heikant 40, 6028 RC

Gastel (Cranendonck), tel: 0495492045, mobiel:

06-19622732, e-mail: venhuis.pieter@gmail.com

Zoektocht verleden van Leendert van Marion,

KMA/KNIL-officier, geboren 17 februari 1913

te Den Haag. Kent iemand ‘het verhaal’ van mijn

vader na mijn geboorte op 17 september 1941

te Magelang. Wat heeft zich afgespeeld toen

mijn moeder, Ruth van Marion in aanwezigheid

van mevrouw Dolly Groen en mijn broer en mij,

Vrouwke van Marion in Ambarawa geïnterneerd

werden. Mijn vader was niet meer in Magelang.

Hoe was zijn situatie op de Nichiei Maru, in de

Moulmein gevangenis, als dwangarbeider aan

de Birma Spoorweg en hoe kwam hij in 1946

in Bangkok terecht, waar wij herenigd werden?

Reacties graag naar: Vrouwke van Marion,

Schouwweg 81F.34, 2243 BL Wassenaar, tel:

070-5119841, e-mail: indelathyrus@gmail.com

21


Vraag

&

antwoord

Heeft de stapsgewijze verhoging van de AOWleeftijd

gevolgen voor de Wbp, de Wuv of de Wubo?

Bent u 65 jaar of ouder? Dan heeft de verhoging

van de AOW-leeftijd geen gevolgen voor u. De verhoging

van de AOW-leeftijd heeft ook geen gevolgen

voor de artikel-19-toeslag bij de Wubo en het

bedrag voor niet-meetbare invaliditeitskosten bij

de Wuv. Bent u jonger dan 65 jaar en heeft u een

verzetspensioen of een periodieke Wuv- of Wubouitkering?

Dan blijft de uitkering in beginsel ongewijzigd

tot u de nieuwe AOW-leeftijd bereikt. Over

de wijzigingen in uw uitkering bij het bereiken van

de AOW-leeftijd krijgt u van ons vooraf informatie.

Uw verzetspensioen of uitkering wordt in ieder geval

opnieuw vastgesteld bij het bereiken van de AOWleeftijd.

Verliest u inkomsten of krijgt u er een inkomstenbron

bij voordat of nadat u de AOW-leeftijd

bereikt? Geef dit altijd door. Wij zullen uw uitkering

dan vaststellen aan de hand van uw gewijzigde

inkomenssituatie.

Ik heb een beschikking gekregen waarin iets

staat over beleidsregels van de Pensioen- en

Uitkeringsraad. Waar kan ik die vinden?

De beleidsregels die door de Pensioen- en

Uitkeringsraad (PUR) zijn vastgesteld kunt u vinden

via onze website (www.svb.nl/wvo). In de gepubliceerde

beleidsregels kunt u bijvoorbeeld vinden

onder welke voorwaarden een vergoeding of

tegemoetkoming kan worden toegekend.

Wordt er ook bezuinigd op verzetspensioenen en

oorlogsuitkeringen?

Er zijn geen plannen voor bezuinigingen bij de wetten

voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen.

Naar verwachting zullen onze bruto pensioenen

en uitkeringen volgend jaar ook weer iets worden

verhoogd. Maar voorgestelde belastingmaatregelen

(zoals het verhogen van het tarief in de eerste schijf)

kunnen ongunstig uitwerken voor gepensioneerden

en uitkeringsgerechtigden. De verzetspensioenen en

de oorlogsuitkeringen zijn daar niet van uitgezonderd.

Ik heb een aanvraag ingediend voor het Gettofonds.

Mocht dat tot iets leiden, wordt dat dan

gekort op mijn Wuv-uitkering?

Nee, de Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR) heeft

besloten om deze uitkeringen niet te korten op

verzetspensioenen en uitkeringen van de Wuv en

de Wubo. Dit geldt zowel voor eenmalige als periodieke

betalingen. Meer informatie over het Gettofonds

en Gettopensioen geeft de Stichting Joods

Maatschappelijk werk. Zo is een folder beschikbaar

op de website: www.joodswelzijn.nl onder het kopje

“Uitkeringen voor Joodse vervolgingsslachtoffers”.

Betaaldata 2013

Hieronder is aangegeven wanneer wij onze

betalingsopdrachten aan de banken versturen.*

Afhankelijk van uw bank kan het nog enkele dagen

duren voordat het bedrag op uw rekening staat.

15 januari 15 mei 16 september

15 februari 14 juni 15 oktober

15 maart 15 juli 15 november

15 april 15 augustus 16 december

Voor vragen hierover belt u het telefoonnummer

op de betalingsmededeling.

* Betaalopdrachten voor de Wet Buitengewoon

Pensioen verlopen via de Stichting 1940-1945.

22 Aanspraak - december 2012


1

1

2

2

3

3

4

4

5

5

6

6 7

8

8

9

9

10

10

11

11

12

12

13

13

14 14 15 16 16

17 17 18 19 20 20

21 21 22 22 23 23 24 24 25 25

26 27 28 29 30

26 27 28 29 30

31 32 33 34 35

31 32 33 34 35

36 37 38

36 37 38

39 40

39 40

41 42 43 44 45

41 42 43 44 45

46 47 48 49 50

46 47 48 49 50

51 52 53 54 55

51 52 53 54 55

56 57 58 59

60 56 61 57 62 58 63 64 59

65

60 66 67 61 62 68 63 69 64 70 65

66 71 67 68 72 69 70

71 72

Uw oplossing:

17 13 15 56 28 38 41 70 62 32 49 39 55 22

17 13 15 56 28 38 41 70 62 32 49 39 55 22

Horizontaal

1 tegenvallende aanschaf 7 vis 14 vertrouwelijk 16 geleuter 17 lidwoord

18 ogenblik 20 amfibie 21 onderricht 22 hoog bouwwerk 24 projectieplaatje

26 gezet 27 ontevreden mens 29 bladgroente 31 verbruikt 32

kwetsbaar 33 tafelgast 35 gereed 36 wandelen 37 flauwekul 39 land in

Azië 40 hardrijder 41 Romeinse godin 44 kwaadaardig mens 46 laagtij

48 vereniging 49 op enig tijdstip 50 heden 51 telwoord 53 trommelen

55 deel van een schoen 56 kledingstuk 58 krantenstalletje 59 paardje

61 heidemeer 63 filmlocatie 64 niet dit 66 gebakken ei 69 specerij 71

veevoer 72 rivier in Frankrijk.

Verticaal

1 rekenteken 2 voorzetsel 3 prik van een insect 4 maaltand 5 sukkel 6

voorbij 8 rivier in Rusland 9 kostbare stof 10 advies 11 moederoverste 12

reeds 13 vernis 15 flink 18 boosheid 19 eetgerei 21 deel van de mond

22 deel van een trap 23 rekening 25 op de manier van 26 een stortbad

nemen 27 stellig 28 stuk grond 30 nadeel 32 frisdrank 34 fraai gelegen

36 deksel 38 curve van de hartslag 42 knorrig mens 43 vergissing 44

aantocht 45 kraaiachtige vogel 47 openbaar vervoermiddel 50 vochtig

52 eren 54 fijngekookte vruchten 55 genaamd zijn 57 bloemdeel 59

licht bootje 60 bergpas 62 nieuw- 64 mannelijk insect 65 drank 67 persoonlijk

voornaamwoord 68 overmatig 69 bazige vrouw 70 voegwoord.

PUZZEL

Los het kruiswoordraadsel op

en breng daarna de letters uit het

diagram over naar de gelijkgenummerde

vakjes van de oplossingsbalk.

Uw oplossing kunt u

voor 1 februari 2013 sturen naar:

SVB-Vestiging Leiden

Afdeling Verzetsdeelnemers

en Oorlogsgetroffenen

Redactie van Aanspraak

Postbus 9575, 2300 RB Leiden

Uit de goede oplossingen

worden de namen getrokken van

een eerste (€ 75), een tweede

(€ 50) en een derde (€ 25) prijswinnaar.

In het volgende nummer

van Aanspraak maken we de

oplossing van deze puzzel en de

namen van de drie prijswinnaars

bekend. (N.B. medewerkers zijn

van deelname uitgesloten).

Prijswinnaars september-puzzel:

De juiste oplossing was: senang,

een Indonesisch woord voor een

lekker, rustig en tevreden gevoel.

Veel inzenders schreven dat ze

zich ‘senang’ zouden voelen als

ze zouden winnen. De winnaars

van de september-puzzel 2012

zijn: mw. S. de Roos-à Cohen,

Nof Ayalon, Israël (1e prijs);

dhr. N.H. Bodeving, Nijmegen

(2e prijs); mw. V.E. Hakke, Hulst

(3e prijs). Van harte gelukgewenst!

U ontvangt het bijbehorende

geldbedrag zo spoedig

mogelijk op uw bankrekening.

23


Adressen /colofon

Correspondentieadres

Sociale Verzekeringsbank

Afdeling V&O, Postbus 9575, 2300 RB Leiden

Bezoekadres

Stationsplein 1, Leiden

tel: 071 - 535 65 00, fax: 071 - 576 60 03

e-mail: info.wvo@svb.nl of info@pur.nl

website: www.svb.nl/wvo of www.pur.nl

Verenigde Staten

Consulate General of the Netherlands

Consular Department

One Montgomery Street, Suite 3100, San Francisco, CA 94104

Bezoekadres (op afspraak)

120 Kearney Street, Suite 3100, San Francisco, CA 94104)

tel: +1 877 388 2443 (Toll free), fax: +1 415 291 2049

e-mail: sfn-wuv@minbuza.nl, website: http://sanfrancisco.the-netherlands.org

Israël

Nederlandse Ambassade

Afdeling V&O, Postbus 1967, Ramat Gan 52118

Bezoekadres Rechov Abba Hillel 14 (13e verd.)

Ramat Gan 52506, Tel Aviv

tel: +972-3-7540741 / +972-3-7540742

fax: +972-3-7540757, e-mail: TEL-VenO@minbuza.nl

Indonesië

Ambassade v/h Koninkrijk der Nederlanden

Jl. H.R. Rasuna Said Kav. S-3 Kuningan, Jakarta 12950

tel: +62 (0)21 524 8200, fax: +62 (0)21 525 0443

e-mail: jak-wuv@minbuza.nl

website: http://indonesie.nlambassade.org

Canada

Consulate General of the Netherlands

War Victims Department (WUV)

1, Dundas Street West, suite 2106, Toronto, Ontario M5G 1Z3

tel: +1 416 595 2408, +1 877 303 3639 (Toll free), fax: +1 416 598 8064

e-mail: tor-wuv@minbuza.nl, website: www.dutchmissions.com

Australië

Consulate-General of the Netherlands

War Victims Department (WUV)

Level 23, Tower 2, 101 Grafton Street

(corner Grosvenor St), Bondi Junction NSW 2022

tel: +61 (0)2 9387 6644, fax: +61 (0)2 9387 3962

e-mail: syd-wuv@minbuza.nl, website: www.netherlands.org.au

Aanspraak is een gezamenlijke uitgave van

de Sociale Verzekeringsbank en de Pensioenen

Uitkeringsraad.

De Sociale Verzekeringsbank (vestiging

Leiden) verzorgt de uitvoering van de

Nederlandse wetten voor Verzetsdeelnemers

en Oorlogsgetroffenen. Met al uw vragen kunt

u daar terecht. Aanvragen voor deze wetten

van nieuwe klanten worden beoordeeld door

de Pensioen- en Uitkeringsraad. De PUR stelt

ook het beleid voor deze wetten vast.

Aan de inhoud van de artikelen kunnen

geen rechten worden ontleend. Overname

van (delen uit) dit magazine mag uitsluitend

geschieden na schriftelijke toestemming

van de redactie.

Redactieadres

SVB, t.a.v. Aanspraak

Postbus 9575, 2300 RB Leiden

tel: 071 - 535 65 00

e-mail: aanspraak.wvo@svb.nl

aanspraak@pur.nl

website: www.svb.nl/wvo

www.pur.nl

Oplage 35.000 exemplaren

Interviews en tekst

André Kuijpers, Ellen Lock

Drukwerk

MediaCenter

Rotterdam

Foto’s

Jef Helmer, James Keivom,

Ellen Lock, Marc Seliger,

Shavit Simons, Sandra Steins.

Coverfoto

Ellen Lock

Vormgeving

Irene de Bruijn, Ellen Lock

Voor slechtzienden is de gesproken

versie van Aanspraak gratis op

CD verkrijgbaar.

English translations of selected articles

in Aanspraak can be found on our

website: www.svb.nl/wvo or www.pur.nl

More magazines by this user
Similar magazines