06.09.2014 Views

Aanspraak december 2009 (pdf, 2.12 MB) - Svb

Aanspraak december 2009 (pdf, 2.12 MB) - Svb

Aanspraak december 2009 (pdf, 2.12 MB) - Svb

SHOW MORE
SHOW LESS

You also want an ePaper? Increase the reach of your titles

YUMPU automatically turns print PDFs into web optimized ePapers that Google loves.

Pensioen- en Uitkeringsraad magazine<br />

AANSPRAAK<br />

December <strong>2009</strong><br />

Ik ben er nog<br />

Debby Petter vertelt het verhaal<br />

van haar moeder Hélène Egger


ER<br />

YORICK<br />

VAN WAGENINGEN<br />

JAMIE<br />

CAMPBELL BOWER<br />

Inhoud<br />

Inhoud<br />

RAYMOND<br />

THIRY<br />

NAAR HET BEROEMDE BOEK VAN<br />

JAN TERLOUW<br />

Mag ik u even aanspreken? 3<br />

Ik ben er nog 4<br />

Debby Petter vertelt het verhaal van<br />

haar moeder Hélène Egger<br />

Oorlogswinter 8<br />

Jan Terlouw schetst de koudste winter uit zijn leven<br />

Nieuwe berekeningsbeschikkingen en 13<br />

betalingsmededelingen in aantocht<br />

Nooit meer Auschwitz-Lezing 2010 14<br />

Rechter Louise Arbour pleit voor eerder ingrijpen<br />

bij conflicten<br />

Ten Toon & Te Doen 18<br />

• Prinses Margriet opent<br />

Bevrijdingsmuseum Zeeland<br />

EEN FILM VAN<br />

MARTIN KOOLHOVEN<br />

• VOMI - Voormalige Indië-Veteranen<br />

en hun blad SOBAT<br />

<br />

• Verlaten verleden. Een nieuw leven<br />

in Amerika na 1945<br />

Zoek?! 20<br />

Vraag en Antwoord 22<br />

Puzzel 23<br />

colofon / Adressen 24<br />

2 AANSPRAAK - DECE<strong>MB</strong>ER <strong>2009</strong>


Mag ik u even<br />

aanspreken?<br />

Gaat de oorlog met pensioen? Aan deze vraag wijdde<br />

de Volkskrant half oktober een bijlage in het kader<br />

van de Week van de Geschiedenis. Want volgend jaar<br />

is het 65 jaar geleden dat er een einde kwam aan de<br />

Tweede Wereldoorlog. De krant stelde de vraag of<br />

er nog steeds zoveel aandacht aan de oorlog moet<br />

worden besteed. Is het niet beter om het verleden<br />

te laten rusten in plaats van te pas en te onpas de<br />

oorlog bij actuele maatschappelijke vraagstukken te<br />

slepen? Moeten we niet eens ophouden met al die<br />

publicaties en al die herdenkingen?<br />

Anno <strong>2009</strong> kijken we met andere ogen naar ons oorlogsverleden<br />

dan bijvoorbeeld dertig of veertig jaar<br />

geleden. De betekenis van de oorlog lijkt onverminderd<br />

groot (kijk bijvoorbeeld naar de steeds toenemende<br />

belangstelling voor herdenkingen), maar verschuift<br />

wel. Een mooi voorbeeld daarvan is de nieuwe<br />

televisieserie De Oorlog en de vergelijking daarvan<br />

met de bekende serie De Bezetting van Loe de Jong<br />

uit de jaren zestig. Maar is dat nieuw? In de tijd dat<br />

Loe de Jong zijn serie maakte werd er ook heel anders<br />

tegen de oorlog aangekeken dan bijvoorbeeld in de<br />

jaren vijftig en dat was weer anders dan in de jaren<br />

kort na de bevrijding. Dat heeft natuurlijk ook alles te<br />

maken met de veranderingen, die in de Nederlandse<br />

samenleving plaatsvonden en plaatsvinden.<br />

Terug naar de vraag of de oorlog met pensioen gaat.<br />

Voor velen van u, die nog dagelijks met de gevolgen<br />

van de oorlog worden geconfronteerd, is het een<br />

absurde en wellicht kwetsende vraag. Even absurd<br />

is de gedachte, dat de oorlog achter de geraniums<br />

verdwijnt en dat we er nog maar weinig van zullen<br />

horen. Bezinning op de betekenis van de oorlog leidt<br />

tot nieuwe vragen of tot nieuwe antwoorden op<br />

oude vragen. Maar dat is van alle tijden.<br />

Ronald Leopold<br />

Algemeen secretaris / directeur<br />

Foto: Rogier Fokke<br />

Foto: Rollin Verlinde<br />

De Pensioen- en Uitkeringsraad<br />

wenst u Prettige Feestdagen<br />

en een Gelukkig Nieuwjaar!


Ik ben er nog<br />

Debby Petter (53) is docente Nederlands en<br />

bekend als televisiepresentatrice, NOS-nieuwslezeres<br />

en vrouw van cabaretier Youp van ’t Hek.<br />

Onlangs heeft ze haar moeders oorlogsverhaal<br />

opgetekend in het boek ‘Ik ben er nog’. Hierin<br />

beschrijft ze op bijzondere wijze de oorlog door<br />

de ogen van haar moeder Hélène Petter-Egger<br />

(80). Een Joods meisje van tien jaar oud dat de<br />

oorlog overleefde en daar haar hele leven vraagtekens<br />

bij plaatste.<br />

Sprak u met elkaar over de oorlog?<br />

Debby Petter: ‘Nee, nauwelijks. In mijn jeugd sprak<br />

mijn moeder met geen woord over de oorlog. Als<br />

9-jarig kind vond ik haar poëziealbum in de linnenkast.<br />

Er stonden namen in van mensen die ik niet<br />

kende. Ik rende naar beneden en vroeg: ‘Mama, wie<br />

zijn al die mensen?’ Ze draaide zich om en zei: ‘Dat<br />

vertel ik je later wel, help mij eerst maar met de aardappels’<br />

Ik legde haar poëziealbum op tafel en voor<br />

ik het wist stond ik de aardappels alleen te schillen.<br />

Toen ik even later omkeek was het album weg. Ik<br />

durfde er niet meer op terug te komen, want ik zag<br />

dat het haar pijn deed. Op mijn veertiende hoorde<br />

ik op school over de oorlog. Ik vroeg mijn moeder<br />

waar haar familie in die tijd was. Ze antwoordde<br />

alleen maar: ‘Weg.’ ‘Hoezo weg?’, vroeg ik, maar<br />

daar kreeg ik geen antwoord op. ‘Waar was jij dan?’,<br />

vroeg ik. ‘Op verschillende adressen en heel alleen.’<br />

Met tranen in haar ogen vertelde ze me dat ze haar<br />

moeder zo ontzettend had gemist. Pas na een jaar<br />

durfde ik haar een volgende vraag te stellen.’<br />

Hélène Egger: ‘Na de oorlog was alleen ik over van<br />

ons gezin. Mijn moeder was overleden aan een hersentumor<br />

en mijn vader en mijn twee oudere broers<br />

4 AANSPRAAK - DECE<strong>MB</strong>ER <strong>2009</strong>


‘Langzaamaan verdween iedereen’<br />

Debby Petter vertelt het verhaal<br />

van haar moeder Hélène Egger<br />

waren vermoord. Door alles wat ik tijdens de oorlog<br />

had meegemaakt was ik getraumatiseerd. Alle Joodse<br />

familieleden die de oorlog hadden overleefd en door<br />

wie ik na de oorlog werd opgevangen, zoals mijn<br />

grootouders en mijn oom en tante, waren zelf ook<br />

helemaal kapot van de oorlog. Het was pijnlijk om<br />

erover te spreken, zodat ik het heel diep wegstopte.<br />

Toen ik in 1953 trouwde, besloot ik mijn niet-Joodse<br />

man en mijn toekomstige kinderen nooit te belasten<br />

met mijn verleden.’<br />

Waardoor ging u toch praten?<br />

Hélène: ‘Het begon in 1997 met een video-interview<br />

dat ik gaf voor de Shoah Foundation, die Steven<br />

Spielberg had opgericht om de ervaringen van overlevenden<br />

van de Holocaust vast te leggen. Een goede<br />

vriendin van ons begeleidde de interviews in Nederland<br />

en zij wilde mijn verhaal heel graag vastleggen.<br />

Eerst wilde ik het niet, maar uiteindelijk dacht ik als ik<br />

dit nu doe, dan kunnen mijn kleindochters de opname<br />

van dit interview gebruiken voor hun werkstuk<br />

op school. Nadat ik het hele verhaal had opgerakeld,<br />

kon ik het niet meer loslaten en daarna ging het niet<br />

goed met me.’<br />

Debby: ‘Op een gegeven moment vroeg ik haar:<br />

Mam, zou je er niet eens wat aan doen? ‘Nee, want<br />

ik krijg er niemand mee terug,’ antwoordde ze toen.<br />

‘Ik wil dat niet!’ Maar mam, zei ik toen, als jij het niet<br />

wilt, doe het dan voor ons, want wij willen graag<br />

weer een vrolijke moeder.’<br />

Hélène: ‘Debby’s verzoek gaf de doorslag en ik durfde<br />

eindelijk eens met iemand te gaan praten. Ik wilde<br />

niet doodgaan met mijn hoofd vol oorlog. ‘God kind<br />

bén je er nog?!’ vroeg een buurvrouw mij verbaasd<br />

toen ze me na de oorlog voor het eerst weer in de<br />

straat zag. Die zin maalde nog lang door mijn hoofd.<br />

Ik schaamde me toen dat ik het had overleefd en de<br />

rest van mijn familie niet. Vaak dacht ik: ‘Er zijn zoveel<br />

ergere dingen gebeurd’ en ik wilde geen slachtoffer<br />

zijn, dus ik ontkende de pijn. Mijn therapeute<br />

zei toen: ‘Je hoeft jouw verdriet niet weg te cijferen,<br />

omdat anderen het nog erger hebben gehad.’ Ze<br />

adviseerde me er juist wél over te praten.’<br />

Hoe kwam het boek ‘Ik ben er nog’<br />

tot stand?<br />

Hélène: ‘De gemeente Vorstenbosch, waar ik de<br />

laatste tien maanden ondergedoken had gezeten,<br />

vernoemde de Eggerlaan naar mij. Op een basisschool<br />

in die laan wilde ik graag vertellen waar deze<br />

straatnaam vandaan kwam. Ik had daar natuurlijk<br />

helemaal geen ervaring mee. Toevallig wilde ik in<br />

diezelfde tijd graag de briefkaarten van mijn broers<br />

uit Westerbork onderbrengen in het museum van<br />

het Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Daar<br />

hadden ze wel ervaring met gastsprekers op scholen.<br />

Via hen werd ik een aantal dagen getraind door een<br />

coach om gastdocente te worden. Ik vertelde dat mijn<br />

broers niet waren teruggekomen. ‘Niet meer teruggekomen?’<br />

vroeg de coach, ‘zijn vergast’, bedoel je!<br />

We noemen het beestje bij de naam, anders begrijpen<br />

die scholieren er niets meer van.’ Ik barstte na<br />

een minuut al in tranen uit. Ze was heel streng voor<br />

me, maar dat had ik nodig. Mijn doel was om erover<br />

te leren vertellen aan de volgende generatie. Zo kan<br />

ik de herinnering aan mijn familie levend houden en<br />

hebben die kinderen er ook wat aan. Als ik nu mijn<br />

verhaal vertel, is iedereen muisstil.’<br />

Debby: ‘Soms vertelde ze mij een klein stukje van<br />

haar verhaal, zodat ik daar weer mee verder kon puzzelen<br />

hoe het moest zijn gegaan. Al heel lang wilde<br />

ik haar oorlogsverhaal vastleggen, alleen zocht ik nog<br />

naar een goede vorm. Mijn moeder vond een publicatie<br />

aanvankelijk werkelijk onzin. ‘Wat doet mijn<br />

verhaal ertoe, er zijn al duizenden boeken over de<br />

Pensioen- en Uitkeringsraad Magazine 5


oorlog geschreven’, zei ze telkens. Tot ze gastspreker<br />

werd. Om haar verhaal kracht bij te zetten gebruikte<br />

ze kopieën van oude familiefoto’s. Zo kwam ik op het<br />

idee om haar te helpen en haar oorlogsverhaal in de<br />

vorm van een boekje uit te geven voor scholieren die<br />

nog niets weten van de Jodenvervolging. Aan de hand<br />

van foto’s, brieven en haar poëziealbum beschreef ik<br />

het leven van mijn moeder in de oorlog.’<br />

groeten aan allemaal. Ook aan R en de volgende brief<br />

komt niet zo vlug. We moeten 50 uur in de trein.<br />

Dag. Nog steeds Julius en Daniël.<br />

J. Egger<br />

Lager Westerbork,<br />

Post Hoog Haalen<br />

Wat is uw verhaal?<br />

Hélène: ‘Ik kom uit een Joods gezin en was 10 jaar<br />

toen de oorlog begon. Ik had twee oudere broers,<br />

Daniël en Julius. Mijn ouders waren gescheiden. Mijn<br />

moeder was ernstig ziek en werd op 8 mei 1940 aan<br />

een hersentumor geopereerd. De operatie duurde<br />

bijna negen uur, maar mislukte zodat ze verlamd<br />

raakte. We waren allemaal zo verdrietig hiervan dat<br />

het begin van de oorlog een beetje aan ons gezin<br />

voorbij ging. Na een paar maanden werd mijn moeder<br />

in een rusthuis geplaatst. Wij bleven al die tijd bij<br />

mijn grootouders wonen aan de Koninginneweg in<br />

Amsterdam-Zuid. Mijn vader mocht in die tijd geen<br />

stap meer binnen zetten bij mijn grootouders, want<br />

hij had mijn moeder verlaten. Hij kwam ons iedere<br />

zondag bij de deur afhalen om ergens in de stad thee<br />

te drinken. Wij voelden ons als kinderen nogal verloren.<br />

Mijn moeder lag in het rusthuis en mijn vader<br />

zagen we zelden. Op 23 september 1941 overleed<br />

mijn moeder op 42 jarige leeftijd aan de gevolgen<br />

van een hersentumor. Na de zomervakantie in 1941<br />

moesten we naar een Joodse school. Niemand vertelde<br />

ons wat er aan de hand was, niemand sprak er<br />

over. Mijn oudste broer Daniël werd in 1942 opgeroepen<br />

voor kamp Westerbork om in Duitsland te gaan<br />

werken. Het afscheid viel me heel zwaar. Na een paar<br />

weken wilde mijn broer Julius liever bij zijn oudere<br />

broer zijn en meldde zich vrijwillig voor deportatie<br />

naar Westerbork. Langzaamaan verdween iedereen.<br />

Op het adres van opa en oma in Amsterdam kregen<br />

we vrolijke kaartjes van Julius en Daniël.<br />

25 juli 1942<br />

Lieve allen! We vertrekken!! Voor hoe lang? Niemand<br />

zal het ons zeggen. Houd moed! Volgens mij komen<br />

we gauw terug. Tot nu toe was alles opperbest. Je<br />

krijgt hier brood met zoveel boter, zoveel als ik thuis<br />

er niet op doe. Ik heb net Daan gesproken. We gaan<br />

samen fijn! Er gaan hier 60 vrijwilligers mee! Je ziet<br />

hier steeds nieuwe kennissen. Zelfs de slager van<br />

mevr. de Jong heb ik ontmoet. We gaan nu, dus<br />

Solong jongens. Houd moed en sterkte. Geef de<br />

Ondertussen waren er al veel Joden uit Amsterdam-<br />

Zuid naar Oost verhuisd. Dat moest van de Duitsers.<br />

Zo konden we makkelijker opgepakt worden. Er<br />

werden ook razzia’s gehouden in de Rivierenbuurt.<br />

Mijn vader was daar gaan wonen met zijn nieuwe<br />

vrouw en hun pasgeboren dochtertje, mijn halfzusje<br />

Selma. Ik was dolblij om de baby te bezoeken. Op<br />

een dag was de baby ook opeens verdwenen, meegegeven<br />

voor haar eigen veiligheid aan wildvreemde<br />

mensen. Joden werden steeds vaker door Duitsers of<br />

NSB-ers uit hun huizen gehaald en in overvalwagens<br />

meegenomen. Toen ik in maart 1943 mijn vader<br />

bezocht, werd er op de deur gebonsd. De hele straat<br />

was met hekken afgezet en overal werden mensen<br />

onder luid geschreeuw uit hun huizen gehaald. Ook<br />

wij werden de overvalwagen in gedreven. Eerst werden<br />

we opgesloten in een school op het Adema van<br />

Scheltemaplein en na twee nachten werden we in<br />

een overvalwagen naar de Hollandsche Schouwburg<br />

gebracht. Opeengepakt zaten we daar met allemaal<br />

andere Joodse families te wachten en werden door<br />

SS-ers bewaakt.<br />

Ik dacht aan de kaarten die we van Julius hadden<br />

gekregen: in deze hel had hij dus ook gezeten.<br />

Opeens werd ik geroepen door een SS-er en moest<br />

naar voren komen. Ik kreeg nog net een zoen van<br />

mijn vader op mijn voorhoofd. Bij de deur stond mijn<br />

grootvader die de SS-er zijn papieren moest laten<br />

zien. Hij had een bewijs waarmee hij kon aantonen,<br />

dat ik niet bij mijn vader in de Rivierenbuurt woonde,<br />

maar bij mijn grootmoeder, mijn voogdes, aan de<br />

6 AANSPRAAK - DECE<strong>MB</strong>ER <strong>2009</strong>


Koninginneweg in Amsterdam-Zuid. Maar die wijk<br />

was officieel nog niet aan de beurt voor deportatie.<br />

Mijn grootvader’s documenten overtuigden de SS-er<br />

en ik was bevrijd. Mijn grootouders en ik zijn natuurlijk<br />

meteen daarna ondergedoken. Toen begon mijn<br />

verschrikkelijk eenzame onderduikperiode. Ik zwierf<br />

als 12-jarig kind alleen van onderduikadres naar onderduikadres,<br />

voortdurend afscheid nemend.’<br />

Debby: ‘Ik verplaatste mij in mijn moeder als het<br />

meisje van toen om zo de beklemmende werkelijkheid<br />

van een kind in oorlogstijd weer te geven. Nu<br />

is het verhaal compleet. Mijn moeder wilde niet alles<br />

vertellen of had dingen weggestopt. Ze zei vaak:<br />

‘Kind dat weet ik echt niet meer’, als ik er naar vroeg.<br />

Voor die open plekken in haar verhaal heb ik naar de<br />

toedracht geraden. Zoals het afscheid van haar broer<br />

die zijn koffer gaat pakken voor Westerbork. Hun<br />

dialoog heb ik verzonnen, maar volgens mijn moeder<br />

is het zo gegaan.’<br />

Hélène: ‘Uiteindelijk kwam ik op een heel fijn onderduikadres<br />

in Vorstenbosch in Brabant terecht, waar<br />

ik meteen werd opgenomen in een arm katholiek<br />

gezin met vijf kinderen. Er was in heel Vorstenbosch<br />

geen NSB-er te bekennen dus mocht ik voor het eerst<br />

weer buiten spelen. Iedere mis deed ik braaf mee in<br />

de kerk, maar ik mocht niet ter communie. Dat vond<br />

ik heel jammer, want ik wilde zo graag bij die lieve<br />

mensen horen. Ik heb zelfs aan de pater gevraagd of<br />

ik ook katholiek mocht worden. Maar de pastoor, die<br />

in het verzet zat, vond het beter dat ik wachtte tot na<br />

de oorlog. In september 1944, na de bevrijding van<br />

het Zuiden, mocht ik met de andere kinderen naar<br />

school. Op 8 mei 1945 kwam er bezoek van de pater<br />

bij ons thuis. Hij vertelde me: ‘Nu de oorlog voorbij is<br />

mag je weer terug naar je opa en oma in Amsterdam.<br />

Wat zullen ze blij zijn als ze je weer zien!’ Die avond<br />

vroeg ik aan mijn onderduikouders of ik niet bij hen<br />

mocht blijven wonen. Dat kon niet en ik heb de hele<br />

nacht gehuild. Terug in Amsterdam was alles kapot,<br />

opa, oma en ik. Op die benauwde Amsterdamse flat<br />

had ik heimwee naar mijn onderduikfamilie en stikte<br />

haast van verdriet. Toen kwamen de lijsten van het<br />

Rode Kruis met de namen van mijn broers... Daniel<br />

Egger vergast op 30 september 1942 in Auschwitz,<br />

hij werd 19 jaar. Julius Egger vergast op 30 september<br />

1942 in Auschwitz, hij werd 17 jaar. Mijn vader<br />

Cesar Egger werd vergast op 21 mei 1943 in Sobibor,<br />

hij werd 45 jaar. In mijn hoofd werd het stil… Ik werd<br />

apathisch. Totaal afwezig zat ik in de schoolbanken<br />

en niets interesseerde me nog.’<br />

Debby: ‘Omdat ik mijn moeder niet meer wilde lastig<br />

vallen met vragen over het verleden, ging ik zelf<br />

op onderzoek uit. Ik wilde toch weten wat er met<br />

haar broers en met haar vader was gebeurd. Vijf jaar<br />

geleden vroeg ik de kamplijsten aan bij het Nederlands<br />

Instituut voor Oorlogsdocumentatie en het<br />

Rode Kruis. Daar stond ik bij het NIOD met die lijsten<br />

in mijn handen. Heel schokkerend, helemaal als het<br />

je eigen familie betreft.<br />

Toen ik achttien jaar geleden zwanger was van onze<br />

zoon liepen Youp en ik over het strand in België. We<br />

hoorden voetballende jongens heel hard de naam<br />

‘Julius’ roepen en we keken elkaar aan zonder iets te<br />

zeggen. Dát was de naam die we zochten. Het was<br />

een eerbetoon aan mijn moeder en aan haar broer.<br />

Mijn moeder was blij verrast toen ze de naam hoorde<br />

na zijn geboorte. Ze zweeg zoals gewoonlijk, maar ik<br />

zag aan haar ogen dat het goed was.’<br />

Wat waren de reacties op het boek?<br />

Debby: ‘Alleen maar positief! Het was voor mijn<br />

moeder best moedig om op deze manier zo intensief<br />

met haar verleden aan de slag te gaan. Het samenstellen<br />

van het boek en het gastspreken op scholen<br />

hebben mijn moeder, denk ik, goed gedaan. Als ik<br />

haar voor een klas zie staan, zie ik een andere, een<br />

krachtige vrouw. Het is mooi om te zien dat haar verhaal<br />

anderen ontroert. Ik ben trots op mijn moeder<br />

en op wat ze met haar geschiedenis doet.’<br />

Hélène: ‘Kwijt raak je die geschiedenis nooit, maar<br />

het lucht voor mij wel op om niet meer alles in te slikken.<br />

Nu ben ik zover dat ik me niet meer schaam. Ik<br />

durf te zeggen dat ik er nog ben en dat ik Joods ben.<br />

Juist doordat ik er nog ben, kan ik de herinnering aan<br />

mijn familie levend houden en de kinderen van nu<br />

aan de hand van de geschiedenis nog iets leren.’<br />

Interview: Ellen Lock<br />

Pensioen- en Uitkeringsraad Magazine 7<br />

Foto: Bob Bronshoff


Oorlogs<br />

Jan Terlouw<br />

schetst de koudste winter u<br />

Grimmige ijskoude oorlogswinter<br />

‘Laat ik voorop stellen dat ik in vergelijking met vele<br />

anderen persoonlijk nauwelijks iets in de oorlog heb<br />

meegemaakt. Er is zoveel geleden. Wel kan ik zeggen<br />

dat die grimmige ijskoude winter van 1944-1945<br />

een diepe indruk op me heeft achtergelaten. In mijn<br />

herinnering duurde die donkere sombere winter een<br />

eeuwigheid. Iedere dag trokken er uitgemergelde<br />

mensen op hongertocht door ons dorp op zoek naar<br />

voedsel voor hun familie in de steden. Veel dorpelingen<br />

probeerden hen op te vangen en naar boeren<br />

te brengen om iets te eten te bemachtigen. Ik heb<br />

zoveel broodmagere mensen gezien dat ik nooit meer<br />

eten zal weggooien.’<br />

Liefde voor verhalen<br />

‘Mijn liefde voor het vertellen van verhalen heb ik<br />

van mijn vader geërfd. Hij was predikant in Garderen<br />

en hij kon zo bijzonder goed vertellen dat iedereen<br />

ademloos naar hem luisterde. Ik kreeg het verhalen<br />

vertellen dus met de paplepel ingegoten. Later, toen<br />

we zelf vier kinderen hadden, vertelde ik hen voor het<br />

slapengaan altijd zelfverzonnen verhalen. Mijn vrouw<br />

stimuleerde me om die verhalen op te schrijven en uit<br />

te geven. Toen onze oudste dochters de leeftijd hadden<br />

die ik had in de hongerwinter begonnen ze me<br />

vragen te stellen over mijn oorlogsgeschiedenis en zo<br />

is het idee voor het boek ‘Oorlogswinter’ ontstaan.<br />

Het is meer een impressie van alle gebeurtenissen<br />

die ik als kind in het dorp van anderen heb gehoord.<br />

Natuurlijk zitten er ook autobiografische elementen<br />

in, maar ik probeer de sfeer van die tijd te verwoorden<br />

en vooral de jeugdige lezers aan het denken te<br />

zetten.’<br />

Het begin van de oorlog<br />

‘Bij de capitulatie op 15 mei 1940 bevond ik mij met<br />

mijn ouders in de woonkamer. Ik was acht jaar en in<br />

het gezin de oudste zoon. Ik had een oudere zus en<br />

jongere broer. Daar onder nog een tweeling, meisje<br />

en jongen. Samen luisterden we doodstil naar de<br />

radio waarop opperbevelhebber generaal Winkelman<br />

de capitulatie van Nederland afgekondigde. Mijn<br />

moeder begon te huilen en ik herinner mij glashelder<br />

de verslagen blik van mijn vader die in zijn armstoel<br />

zat en met één hand zijn voorhoofd ondersteunde.<br />

Het maakte diepe indruk op me dat mijn ouders zo<br />

van slag waren.<br />

8 AANSPRAAK - DECE<strong>MB</strong>ER <strong>2009</strong>


winter<br />

Foto: Ellen Lock<br />

‘Iedere ochtend en avond zeg ik mijn koeien<br />

even gedag.’ Schrijver, politicus en natuurkundige<br />

Jan Terlouw (78) houdt van het platteland.<br />

Hij groeide op in Garderen, een klein dorp op de<br />

Veluwe. Na zijn wetenschappelijke en politieke<br />

carrière keerde hij, samen met zijn vrouw, terug<br />

naar Gelderland. Achter hun huis ligt een grote<br />

groene weide aan de IJssel waar ze koeien houden.<br />

De omgeving is zo stil dat hij er heerlijk<br />

rustig kan schrijven.<br />

it zijn leven<br />

Samen met dochter Sanne publiceert hij vrijwel<br />

ieder jaar een literaire thriller. Zodra ze<br />

ergens een lezing houden, vraagt het publiek<br />

hem altijd naar zijn in 1973 met een Gouden<br />

Griffel bekroonde jeugdboek ‘Oorlogswinter’.<br />

In 2008 werd Oorlogswinter verfilmd door regisseur<br />

Martin Koolhoven. De film was meteen een<br />

kassucces en is de Nederlandse inzending voor<br />

de Oscaruitreiking in 2010. Hoe kwam hij tot<br />

het schrijven van dit bijzondere jeugdboek? Een<br />

interview met Jan Terlouw over zijn herinneringen<br />

aan de koudste winter uit zijn leven.<br />

De volgende dag reed een Duitse legereenheid op<br />

gloednieuwe motoren in lange rijen over de weg<br />

door het dorp. Ik had nog nooit zulke mooie motoren<br />

van dichtbij gezien. Eén Duitser had motorpech<br />

en parkeerde zijn motor op het erf van boer Pul<br />

naast ons. Een belevenis voor een achtjarig jongetje.<br />

Toen de motor gerepareerd was, wilde de soldaat<br />

zijn handen wassen onder de pomp. Lastig. Dus ik<br />

pompte. Toen zijn handen schoon waren, streek hij<br />

over mijn haar en reed weg. Ik kwam thuis en trof<br />

mijn vader voor in de pastorietuin. Hij had gezien dat<br />

ik pompte. Hij was een zachtaardige man, maar hij<br />

zei toch: “Zo, vond jij dat je moest pompen voor de<br />

vijand...” Het sneed door mijn achtjarige zieltje, ik ben<br />

het nooit vergeten. Mijn eerste morele dilemma van<br />

de oorlog. Er zouden er vele volgen. Al gauw werden<br />

twee Duitser officieren bij ons ingekwartierd. De een<br />

had een strak Nazi-gezicht, lekker makkelijk om een<br />

hekel aan te hebben. Maar de ander was een gezellige<br />

Beier die ons foto’s liet zien van zijn kinderen en<br />

snoep voor ons meebracht. Moest ik een hekel aan<br />

hem hebben? Moreel dilemma nummer twee.’<br />

Angst<br />

‘Ik wil nogmaals benadrukken dat ik werkelijk niets<br />

heb meegemaakt in vergelijking met de gruwelijkheden<br />

waarover we later hoorden. We hebben geen<br />

naaste familieleden verloren. Ik was in de oorlog<br />

vooral voor twee dingen bang. Ik was bang dat mijn<br />

vader zou worden gegijzeld en ik had de pest aan<br />

de bommen en beschietingen die er geregeld waren.<br />

Mijn vader werd twee maal opgepakt en opgesloten<br />

door de Duitsers. Hij behoorde als predikant tot de<br />

notabelen van het dorp. Als er meer sabotageacties<br />

van het verzet zouden komen, dan zouden hij en<br />

anderen het niet overleven. Zo ongeveer herinner<br />

ik me het, misschien was het net even anders. Die<br />

nachten zat ons gezin in grote spanning over wat<br />

er met hem zou gebeuren. Ook moest hij een week<br />

graven aan de IJssel. Hij vertrok met een koffertje en<br />

een schop en wij zwaaiden hem uit. We wisten niet<br />

wat er verder zou gaan gebeuren, maar hij kwam<br />

gelukkig terug. ’s Nachts hoorde je veel bommenwerpers<br />

overvliegen en ik lag vaak angstig in bed,<br />

bezorgd dat er een bom op ons huis zou vallen. Als<br />

kind observeerde ik hoe bang de volwassenen waren<br />

en welke keuzes zij maakten. Wie kent en begrijpt de<br />

Pensioen- en Uitkeringsraad Magazine 9


MARTIJN<br />

LAKEMEIER<br />

YORICK<br />

VAN WAGENINGEN<br />

JAMIE<br />

CAMPBELL BOWER<br />

RAYMOND<br />

THIRY<br />

NAAR HET BEROEMDE BOEK VAN<br />

JAN TERLOUW<br />

ogen, mijn vader voor spertijd door het donker bij<br />

het licht van mijn knijpkat naar het dorpshuis. Daar<br />

las mijn vader bij het licht van een kaarsje enkele<br />

woorden uit de bijbel voor de hongerige trekkers die<br />

daar op stro de nacht door zouden brengen. Hoewel<br />

er mensen van allerlei gezindten tussen zaten, protesteerde<br />

er nooit iemand tegen zijn avondgebed. Het<br />

was altijd doodstil onder zijn toehoorders als hij die<br />

bemoedigende woorden sprak. Wat ik heel opmerkelijk<br />

vond, was dat sommige mensen hem daarna<br />

wilden aanraken als we weer terugliepen na zijn toespraakje.<br />

Ze staken hun handen naar hem uit, zoals<br />

fans naar een popster. Heel bijzonder om te zien dat<br />

ze allemaal kracht en hoop wilden putten uit dat<br />

geloof. Een magere man zei eens: “Ik ben ongelovig<br />

opgevoed, maar ik wil zo graag één zo’n bladzijde uit<br />

uw bijbel.” Geloof gaf hoop in deze donkere tijden,<br />

hoop op een toekomst.’<br />

EEN FILM VAN<br />

MARTIN KOOLHOVEN<br />

<br />

mens? De zus van mijn vader woonde in Utrecht. Ze<br />

was een bangig type, ze vond elektriciteit maar eng,<br />

ze durfde niet op een veerboot, maar na de oorlog<br />

bleek dat ze de hele oorlog Joden in haar huis had<br />

laten onderduiken. Over zulke dingen verbaasde je je<br />

dan. Van de Jodenvervolging merkte je in ons dorp<br />

weinig, want er woonden weinig Joden. In de tweede<br />

klas op het lyceum zat een leuke Joodse jongen die<br />

overal wel een standpunt over had. Hij was lekker<br />

brutaal, hield van een pittige discussie en ik trok veel<br />

met hem op. Ineens was hij verdwenen, maar daar<br />

werd niet openlijk over gesproken. Toen ik de leraar<br />

vroeg waar hij was, kreeg ik geen antwoord.’<br />

Hoop<br />

‘Het eerste wat in mij opkomt als ik aan de oorlog<br />

denk, is dat het altijd zo aardedonker was. Alle ramen<br />

waren verduisterd en op het platteland zag je met<br />

nieuwe maan werkelijk geen hand voor ogen. Er was<br />

geen elektriciteit natuurlijk, dus geen straatverlichting.<br />

Na acht uur mocht je je niet meer op straat vertonen.<br />

Iedere avond begeleidde ik, met mijn goede<br />

Even volwassen<br />

‘We woonden in Wezep, tien kilometer van het lyceum<br />

in Zwolle, met de IJssel er tussen. Van september<br />

’44 tot mei ’45 kon ik niet meer in Zwolle komen.<br />

Dat gaf me veel vrijheid. Mijn ouders waren dagelijks<br />

druk bezig met de opvang van hongerige vluchtelingen<br />

en zij hadden geen tijd om hun kinderen in de<br />

gaten te houden. Wildvreemde, hongerige mensen<br />

belden bij ons aan en deden net of ze familie van<br />

ons waren. Van mij werd verwacht dat ik hen naar<br />

de boeren zou brengen. Omdat ik meer kracht had<br />

dan de sterk vermagerde volwassenen die ik hielp,<br />

voelde ik me al een sterke man. Vaak bleef ik slapen<br />

op een boerderij, omdat de spertijd al zo vroeg<br />

inging dat je niet meer naar huis kon terugkeren. Ik<br />

hielp de boeren met het melken en voeren van de<br />

koeien. Op een dag reed ik door het bos met paard<br />

en wagen van een bevriende boer voor wie ik kaphout<br />

vervoerde. Opeens werd er door de Duitsers<br />

geroepen dat ik mijn paard moest inleveren. Ik zette<br />

mijn paard meteen in snelle draf en werd achtervolgd<br />

door Duitsers ook met paard en wagen. Mijn<br />

paard was echter sneller en dus wist ik te ontkomen<br />

in het bos. Dat vond ik erg spannend. Snel bracht ik<br />

het paard terug naar de eigenaar. Ik heb wel erge<br />

dingen van een afstand zien gebeuren, dat blijven<br />

beelden die je nooit meer loslaten. Zoals iemand die<br />

10 AANSPRAAK - DECE<strong>MB</strong>ER <strong>2009</strong>


Foto: Oorlogswinter<br />

Jan terlouw en Martijn Lakemeier bij de ijsselbrug op de filmset van oorlogswinter<br />

door een Spitfire in zijn buik werd geschoten.<br />

Iedere dag gebeurde er wel iets onverwachts.<br />

Na de oorlog moest ik weer terug naar de middelbare<br />

school. Ik vond het erg lastig om weer<br />

in het schoolritme van een kind te moeten<br />

meedraaien in het gezin, terwijl ik in het laatste<br />

oorlogsjaar als een volwassene was behandeld.’<br />

Laat je niet verblinden<br />

‘Vader leerde me: “In iedere oorlog gebeuren<br />

er afgrijselijke dingen. Denk niet dat alleen de<br />

Duitsers dat doen. Ieder volk heeft in tijden van<br />

oorlog gemoord en gemarteld, op een manier<br />

waar in tijden van vrede je verstand bij stilstaat.<br />

Laat je niet misleiden door de romantiek van de<br />

oorlog, de romantiek van heldenmoed, opoffering,<br />

spanning en avontuur. Oorlog betekent<br />

verwondingen, verdriet, gemartel, gevangenissen,<br />

honger, ontberingen en onrecht. Daar is<br />

niets romantisch aan!” Ons dorp werd bevrijd<br />

door de Canadezen die met tanks het dorp<br />

in kwamen rijden. Van vreugde huppelde mijn<br />

vader naar de Canadese soldaten, zo blij was<br />

hij dat de bevrijders er waren. Ik had hem<br />

nooit zien huppelen, ik besefte op dat moment<br />

wat de oorlog voor de volwassenen had betekend.<br />

Ineens was de straat vol leden van de<br />

Binnenlandse Strijdkrachten, banden met BS er<br />

op om hun arm. Ze knipten vrouwen die relaties<br />

met Duitsers hadden gehad kaal en takelden<br />

NSB-ers toe. Mijn vader zei: “Laat je niet verblinden<br />

jongen, die leden van de Binnenlandse<br />

Strijdkrachten zijn net tien dagen bij het verzet,<br />

de echte verzetslieden hoor je niet! Echte helden<br />

getuigen zelden.”’<br />

Goed en fout<br />

‘Als opgroeiende jongen voelde ik in het dorp<br />

allerlei spanningen en merkte dat sommige situaties<br />

niet zo eenvoudig waren als ze er in eerste<br />

instantie uitzagen. Zo was er bijvoorbeeld een<br />

gezin in ons dorp dat van Duitse sympathieën<br />

werd verdacht en door iedereen met de nek<br />

werd aangekeken. Na de oorlog bleek dat juist<br />

zij Joodse kinderen in hun huis hadden laten<br />

onderduiken en dat hun vriendelijke houding<br />

jegens de bezetter als dekmantel had gefungeerd.<br />

Zij waren dus eigenlijk helden, maar na<br />

de oorlog bleef altijd een zweem van ‘fout’ aan<br />

die mensen kleven. Dat is een groot onrecht.<br />

Daarom probeerde ik in mijn boek te laten zien<br />

dat goed en fout soms door elkaar heen liepen<br />

en dat de hoofdpersoon, de 15-jarige Michiel,<br />

soms wanhopig werd van zijn inschattingsfouten,<br />

omdat hij niet alle feiten kende of de verkeerde<br />

mensen vertrouwde. Het is altijd belangrijk<br />

om niet te snel te oordelen en problemen<br />

van meerdere kanten te bekijken.’<br />

Pensioen- en Uitkeringsraad Magazine 11


Natuurkundige, politicus en schrijver<br />

‘Als kind wilde ik graag boer, piloot of chirurg worden,<br />

maar ik ging uiteindelijk in Utrecht wis- en<br />

natuurkunde studeren. Het is een vak naar mijn hart.<br />

Ik promoveerde en werkte enkele jaren in het prestigieuze<br />

‘Massachusetts Institute of Technology’ ofwel<br />

MIT in de Verenigde Staten. In Zweden heb ik<br />

een jaar onderzoek kunnen doen bij de Zweedse<br />

natuurkundige Hannes Alvén, die in 1970 de Nobelprijs<br />

kreeg voor natuurkunde voor zijn werk over de<br />

magnetohydrodynamica. Maar na 13 jaar onderzoek<br />

vroeg ik me af of ik dit wel tot mijn tachtigste wilde<br />

doen. Je schrijft in zo’n vak specialistische wetenschappelijke<br />

artikelen die misschien tien mensen op<br />

de wereld lezen. Het leek me erg moeilijk om mijn<br />

carrière zomaar om te gooien, maar toch heb ik dat<br />

gedaan en het is goed afgelopen. Ik dacht: twee<br />

wegen staan voor iedereen open, schrijven en politiek.<br />

Ik ben beide wegen ingeslagen. Dat ging niet<br />

slecht. Mijn boeken voor de jeugd werden goed<br />

ontvangen én ik maakte een onverwacht snelle politieke<br />

carrière bij D’66.’<br />

Foto: Ellen Lock<br />

Een heel ander verhaal<br />

‘Na de oorlog ontmoette ik mijn (half)Joodse<br />

vrouw. Haar oorlogsgeschiedenis was heel anders<br />

verlopen. Haar vader had zijn vrouw en<br />

een deel van haar familie uit de handen van de<br />

Duitsers weten te houden, maar haar moeder<br />

werd ernstig ziek tijdens de oorlog. Toen mijn<br />

vrouw tien was is haar moeder in een ziekenhuis<br />

in Amsterdam overleden aan een nierziekte<br />

wegens gebrek aan medische zorg. In dat ziekenhuis<br />

was niets meer, veel artsen waren al<br />

gedeporteerd. Een deel van haar moeders familie<br />

heeft de Holocaust niet overleefd. Met haar<br />

vader hebben we na de oorlog veel gesproken<br />

over die tijd. Mijn vrouw kon jarenlang geen<br />

stap in Duitsland zetten, de weerzin was te<br />

groot. Ze wilde niet over de Duitse wegen reizen<br />

en niets met Duitsers te maken hebben. Onze<br />

kinderen hebben haar weten te overtuigen dat<br />

de jongere generaties Duitsers niet schuldig zijn<br />

aan de daden van hun ouders of grootouders.<br />

Sindsdien reist ze wel door Duitsland als het<br />

moet, maar het blijft altijd moeilijk voor haar.’<br />

De film Oorlogswinter<br />

‘De filmproductie deed het oorlogsverleden voor mij<br />

sterk herleven. Ik heb in de jaren voordat de opnames<br />

begonnen af en toe overlegd met regisseur Martin<br />

Koolhoven en producente Els van de Vorst. Martin<br />

wilde het hele verhaal vanuit het perspectief van<br />

Michiel, de hoofdpersoon in het boek en in de film,<br />

benaderen. Je moet sowieso inkorten. Alles bij elkaar<br />

is het een mooie film geworden, vind ik. Op de filmset<br />

was het landschap bij de IJsselbrug onder een<br />

dikke laag nepsneeuw bedekt en alle acteurs droegen<br />

kleding uit de oorlogsperiode. De hoofdpersoon was<br />

goed gecast en leek zelfs op mij toen ik jong was. In<br />

het boek volg je vooral Michiel’s gedachtegangen. Ik<br />

vind het belangrijk dat de lezers hun eigen conclusies<br />

leren trekken. Ik wilde laten zien dat het moeilijk is<br />

om in de oorlog situaties goed in te schatten. Het zou<br />

aardig zijn als de film Oorlogswinter in maart 2010 bij<br />

de Oscaruitreiking in de prijzen valt voor beste buitenlandse<br />

film. Sommige verhaallijnen uit het boek<br />

zijn eruit gehaald omdat het filmscript eenvoudig<br />

moest blijven. Alleen was het in de echte oorlogswinter<br />

zo verschrikkelijk koud en dat kun je noch op<br />

film, noch in een boek weergeven. Ook dat sombere<br />

uitzichtloze gevoel van hongerende mensen zie je er<br />

niet in terug. De werkelijke oorlogswinter was veel<br />

wreder dan je in fictie kunt weergeven.’<br />

Interview: Ellen Lock<br />

12 AANSPRAAK - DECE<strong>MB</strong>ER <strong>2009</strong>


Nieuwe<br />

berekeningsbeschikkingen<br />

en betalingsmededelingen<br />

in aantocht<br />

In <strong>Aanspraak</strong> hebben wij u eerder geïnformeerd<br />

over de vereenvoudiging van onze pensioenen<br />

en uitkeringen. De vereenvoudiging houdt in dat<br />

uw inkomstenafhankelijke pensioen of uitkering<br />

een vast maandelijks bruto bedrag wordt. Dit<br />

bedrag wordt verhoogd als het minimumloon in<br />

Nederland wordt verhoogd (geïndexeerd). Door<br />

de vereenvoudiging hoeft u niet meer jaarlijks<br />

op te geven wat u precies aan inkomsten heeft<br />

ontvangen. Het bekende inlichtingenformulier<br />

is daarom komen te vervallen.<br />

Vaste bedragen<br />

Wij zijn dit jaar bezig geweest met het definitief berekenen<br />

van pensioenen en uitkeringen over het jaar<br />

2008. Dit vormt de basis voor de vaste bedragen in<br />

<strong>2009</strong>. Voor het berekenen en betalen van die vaste<br />

bedragen is een nieuw geautomatiseerd programma<br />

ontworpen dat binnenkort in gebruik genomen zal<br />

worden. Als de hoogte van uw pensioen of uitkering<br />

inkomstenafhankelijk was, ontvangt u binnenkort<br />

een nieuwe berekeningsbeschikking en een aparte<br />

betalingsmededeling.<br />

Berekeningsbeschikking<br />

en betalingsmededeling<br />

De nieuwe berekeningsbeschikking geeft aan wat<br />

uw vaste maandelijkse bedrag in <strong>2009</strong> is. Mocht<br />

het jaar 2008 nog niet definitief berekend zijn, dan<br />

geeft de berekeningsbeschikking de hoogte van het<br />

voorschot aan. Op de nieuwe betalingsmededeling<br />

staan de bruto en netto bedragen vermeld en de<br />

rekening(en) waarnaar het geld wordt overgemaakt.<br />

Als er geen wijzigingen optreden in uw persoonlijke<br />

omstandigheden zult u daarna in de regel alleen een<br />

betalingsmededeling ontvangen bij de indexering van<br />

uw pensioen of uitkering.<br />

Wijziging persoonlijke<br />

omstandigheden<br />

Bij wijzigingen van uw persoonlijke omstandigheden<br />

moet het pensioen of de uitkering opnieuw worden<br />

vastgesteld. Hierbij moet u denken aan een wijziging<br />

van uw burgerlijke staat, een verhuizing naar een<br />

tehuis of het ontvangen van bronnen van inkomsten<br />

die u eerder niet had. De gevolgen van dergelijke<br />

wijzigingen worden aangegeven op berekeningsbeschikkingen<br />

en betalingsmededelingen.<br />

Vragen<br />

Op de nieuwe berekeningsbeschikkingen en betalingsmededelingen<br />

staat rechtsboven altijd een telefoonnummer<br />

vermeld. Dit nummer kunt u bellen als u<br />

vragen heeft over de berekening van uw pensioen of<br />

uitkering.<br />

Betaaldata 2010<br />

Op de volgende data wordt de betaling naar uw<br />

rekening overgemaakt. Afhankelijk van uw bank<br />

kan het nog enkele dagen duren voordat het<br />

bedrag op uw rekening staat.<br />

21 januari 21 juli<br />

22 februari 20 augustus<br />

22 maart 21 september<br />

21 april 21 oktober<br />

21 mei 22 november<br />

21 juni 17 <strong>december</strong><br />

Mocht u nog vragen hebben over deze mededeling<br />

dan kunt u het telefoonnummer bellen dat op<br />

de berekeningsbeschikking staat.<br />

Pensioen- en Uitkeringsraad Magazine 13


Rechter Louise Arbour pleit voor<br />

eerder ingrijpen bij conflicten<br />

Nooit meer Auschwitz<br />

Lezing 2010<br />

Op Holocaust Memorial Day, 27 januari 2010,<br />

zal de voorzitter van de International Crisis<br />

Group, Louise Arbour, de Nooit meer Auschwitz<br />

Lezing houden in het Koninklijk Instituut voor<br />

de Tropen te Amsterdam. Van 1996 tot 1999<br />

was Louise Arbour hoofdaanklager van de internationale<br />

oorlogstribunalen voor het voormalige<br />

Joegoslavië en voor Rwanda. Zij klaagde<br />

de grote verdachten van oorlogsmisdaden aan,<br />

waaronder Milosevic, de oud-president van Servië.<br />

Arbour eiste internationale politieke en militaire<br />

samenwerking en liet verdachten daadwerkelijk<br />

arresteren en berechten. Daarmee gaf<br />

zij de internationale tribunalen voor oorlogsmisdaden<br />

een stevige basis en verbeterde hun<br />

reputatie. Hier volgt een interview met Louise<br />

Arbour ter introductie van haar lezing.<br />

Waar komt uw bevlogenheid<br />

voor het juridische vak vandaan?<br />

‘Na een klassieke opleiding in Canada ging ik rechten<br />

studeren. Vanaf het eerste moment vond ik het<br />

interessant om over morele en ethische kwesties na<br />

te denken. Ik was vooral geïnteresseerd in publieken<br />

strafrecht, maar ik had nooit gedacht dat ik<br />

het zou schoppen tot rechter van het Canadese<br />

Hooggerechtshof. Als kind identificeerde ik me met<br />

de stripheld Kuifje die de hele wereld rondreisde.<br />

Zoveel reizen wilde ik later ook wel. Mijn jeugddroom<br />

is aardig uitgekomen, want in vrijwel al mijn recente<br />

functies reisde ik de hele wereld rond.’<br />

Hoe raakte u betrokken als<br />

hoofdaanklager bij de Tribunalen<br />

voor het voormalige Joegoslavië<br />

en voor rwanda?<br />

‘In 1995, toen ik rechter was in Toronto, hoorde ik<br />

voor het eerst van de oprichting van het internationale<br />

tribunaal in Den Haag. Naar mijn idee betekende<br />

dit een ware revolutie in het internationale<br />

strafrecht. Sinds Tokio en Neurenberg was er geen<br />

internationaal tribunaal meer geweest, omdat er<br />

nooit overeenstemming was tussen de lidstaten van<br />

de Verenigde Naties over een permanent oorlogstribunaal.<br />

In 2004 vroeg de Zuid-Afrikaanse rechter<br />

Richard Goldstone mij of ik geïnteresseerd zou zijn<br />

om zijn opvolger te worden als hoofdaanklager<br />

van de Tribunalen voor het voormalige Joegoslavië<br />

en voor Rwanda en hij gaf mijn naam door aan de<br />

Secretaris-Generaal. Het was precies de mix die<br />

ik altijd interessant had gevonden: internationaal<br />

strafrecht en praktijkzaken over schendingen van<br />

mensenrechten. Bij mijn aantreden trof ik een niet<br />

al te goed functionerend Tribunaal aan; de processen<br />

vorderden nauwelijks en de weinige verdachten<br />

die vastzaten waren de zogenoemde ‘kleine vissen’.<br />

Even was ik bang dat het Tribunaal slechts een papieren<br />

tijger zou blijven. We wisten waar de verdachten<br />

zaten, maar ze bevonden zich op het grondgebied<br />

van staten die niet wilden samenwerken om hen<br />

te arresteren. Als we de verdachten niet zouden<br />

kunnen aanhouden, zou het Tribunaal niet eens<br />

kunnen functioneren. We veranderden van strategie<br />

14 AANSPRAAK - DECE<strong>MB</strong>ER <strong>2009</strong>


en gingen ons concentreren op het onderzoek naar<br />

de ‘grote vissen’, de hoofdverdachten die verantwoordelijk<br />

werden gehouden voor de planning en<br />

uitvoering van de ergste wreedheden. Daarnaast<br />

begonnen we met het geheim houden van onze<br />

aanhoudingen, wat het voor de NATO-troepen in<br />

Bosnië gemakkelijker maakte om verdachten op te<br />

pakken. Deze strategie bleek effectief en veel aangeklaagden<br />

van oorlogsmisdaden werden voor het<br />

Haagse Tribunaal gebracht. Dit alles leidde weer tot<br />

betere internationale samenwerking tussen militaire<br />

inlichtingendiensten en het Tribunaal, en vergrootte<br />

ook de geloofwaardigheid en effectiviteit van het<br />

Tribunaal. Op 27 mei 1999 werd Slobodan Milosevic<br />

uiteindelijk aangeklaagd en beschuldigd van oorlogsmisdaden<br />

en misdaden tegen de menselijkheid.<br />

Vervolgens werd hij door de Servische autoriteiten<br />

overgedragen aan het Tribunaal en berecht in Den<br />

Haag. Hij stierf in gevangenschap voordat de rechtszaak<br />

was afgerond. Toch markeerde zijn zaak het<br />

einde van een tijdperk waarin politieke en militaire<br />

leiders ongestraft konden blijven.’<br />

Hoe kreeg u als hoofdaanklager de internationale<br />

pers mee voor uw zaak?<br />

‘Over het belang van de publieke opinie heb ik<br />

veel geleerd van de Tribunalen voor het voormalige<br />

Joegoslavië en voor Rwanda. Met mijn strafrechtelijke<br />

achtergrond was ik juist gewend om de pers<br />

zover mogelijk op afstand te houden, want mediaaandacht<br />

doet een zaak vaak geen goed. Maar in<br />

de praktijk van het Tribunaal pakte dit anders uit.<br />

De Amerikaanse satellietfoto’s hadden duidelijk laten<br />

zien dat er massagraven waren en de pers had het<br />

bestaan van gevangenenkampen gepubliceerd, waar<br />

de gruwelen van etnische zuiveringen te zien waren.<br />

Er waren grote verwachtingen dat het voormalige<br />

Joegoslavië Tribunaal onderzoek zou doen, hoewel<br />

we bij veel zaken geen toegang hadden tot het<br />

gebied. Eind januari 1999 wilde ik een dorp in Bosnië<br />

bezoeken, Racak geheten, waar een paar dagen eerder<br />

45 Kosovaarse Albanezen waren vermoord. Toen<br />

de Servische autoriteiten mij bij de grens tegenhielden,<br />

zette de ter plekke aanwezige buitenlandse pers mij<br />

onder druk om commentaar te geven op deze situatie.<br />

Tijdens mijn driedaagse verblijf aan de Kosovaarse<br />

grens was er uitgebreide media aandacht voor dit<br />

onderwerp. Uiteindelijk lukte het me niet om Kososvo<br />

binnen te gaan. Nogal ontmoedigd keerde ik terug<br />

naar Den Haag, tot ik de krantenkoppen onder ogen<br />

kreeg. In de pers werd pijnlijk duidelijk dat de Serviërs<br />

ons er niet wilden doorlaten en dat zelfs Generaal<br />

Clark en de NAVO-troepen ons niet hadden kunnen<br />

helpen. Tot mijn grote verbazing kreeg het Tribunaal<br />

via de media wereldwijd steun van de publieke opinie.<br />

Vanaf dat moment kregen we steeds meer medewerking<br />

van verschillende kanten en meer steun voor ons<br />

onderzoek en voor de lopende zaken.’<br />

Denkt u dat de internationale<br />

tribunalen voor het voormalige<br />

Joegoslavië en voor Rwanda een<br />

preventief effect hebben op genocide?<br />

‘Het is moeilijk te meten wat niet is gebeurd. Daarnaast<br />

hebben er sinds Tokio en Neurenberg toch een<br />

groot aantal volkerenmoorden plaatsgevonden. Ook<br />

verzinnen oorlogsmisdadigers steeds weer andere<br />

manieren om hun slachtoffers te maken. Er zijn nu<br />

bijvoorbeeld meer terroristische groeperingen en<br />

kindsoldaten. We moeten hierbij echter bedenken dat<br />

zelfs op nationaal niveau strafrecht niet altijd effectief<br />

is. Afschrikking is zeker een doel, maar niet het<br />

enige. Oorlogsmisdadigers weten nu dat ze er niet<br />

zomaar straffeloos mee weg zullen komen. Vijftien<br />

jaar geleden was de publieke opinie nog anders.<br />

Wrede dictators gingen nog een glorierijke oude dag<br />

tegemoet. We wisten precies waar hun luxe vakantieoorden<br />

waren, maar er was geen breed internationaal<br />

draagvlak en dus geen mogelijkheid om hen<br />

te berechten. Inmiddels is de internationale gemeenschap<br />

van mening veranderd en zijn de Verenigde<br />

Naties bereid om actie te ondernemen.’<br />

Wat is uw mening over<br />

een permanent Tribunaal?<br />

‘Het Internationaal Strafhof is, denk ik, de beste<br />

koers voorwaarts. Op de langere termijn, zou het<br />

ideaal voor het Internationaal Strafhof zijn om echt<br />

een universeel strafhof te worden voor oorlogsmisdaden<br />

en vergelijkbare vergrijpen. Het Internationaal<br />

Strafhof kan nog veel leren van de Tribunalen. Ik<br />

ben blij dat ik hoofdaanklager van beide Tribunalen<br />

ben geweest, want de zaken waren zo verschillend<br />

en moesten dus ook anders worden aangepakt. In<br />

het geval van Rwanda waren de grootste misdadigers<br />

het land uit gevlucht en waren er veel mensen<br />

schuldig aan oorlogsmisdaden op kleinere schaal.<br />

Daar rees de vraag: ‘Hoeveel mensen kunnen we<br />

berechten in het Internationale Rwanda Tribunaal in<br />

Arusha, Tanzania?’ Want dat zou een onbeheersbare<br />

kostenpost kunnen gaan worden. Gelukkig ontstond<br />

er veel lokaal initiatief in Rwanda om die vele kleine<br />

misdadigers ter plekke te berechten. De grote vissen<br />

werden berecht in Tanzania.<br />

Pensioen- en Uitkeringsraad Magazine 15


Foto: WFA REUTERS/Denis Balibouse<br />

In de zaak van het voormalige Joegoslavië konden we<br />

dankzij samenwerking tussen de politiek, het leger<br />

en de inlichtingendiensten van de diverse landen veel<br />

harde bewijzen verkrijgen op grond waarvan we de<br />

verdachten konden laten arresteren en veroordelen.<br />

We moeten de geloofwaardigheid van de Tribunalen<br />

blijven verbeteren door met goede resultaten te komen,<br />

zodat de wereld kan zien dat het zin heeft om<br />

deze processen te voeren.’<br />

Van 2004 tot 2008 bent u Hoge Commissaris<br />

voor de Mensenrechten van de<br />

Verenigde Naties in Genève geweest.<br />

Waar bent u trots op en wat waren de<br />

meest frustrerende aspecten van dit<br />

werk?<br />

‘Het werk van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten<br />

bestond ook nog maar 15 jaar en had<br />

voornamelijk van achter het bureau in Genève plaatsgevonden.<br />

Ik wilde meer veldwerk laten verrichten,<br />

dicht bij de mensen komen die de schendingen van<br />

mensenrechten ondervonden. Ik deed dit door mijn<br />

teams juist naar de noodgebieden uit te zenden. Als<br />

Hoge Commissaris voor de Mensenrechten werkte ik<br />

onder het directe mandaat van de Algemene Vergadering<br />

van de Verenigde Naties, in opdracht van<br />

de Secretaris-Generaal, Koffi Annan en vanaf eind<br />

2006 onder zijn opvolger Ban Ki-moon, maar tegelijkertijd<br />

had ik te maken met de VN-Veiligheidsraad<br />

waar Amerika een grote stem in heeft. Dit leidde<br />

vaak tot botsingen van politieke belangen, die op<br />

mijn terrein vaak contraproductief werkten. Ik hield<br />

me bezig met zeer diverse onderwerpen: discriminatie<br />

op grond van ras, sekse, geloof, intolerantie, de<br />

bestrijding van armoede en mensenhandel en het<br />

recht op huisvesting, onderwijs, cultuur, etc. Deze<br />

functie was voornamelijk indirect, dat wil zeggen dat<br />

ik vaak moest lobbyen om mijn doelen te bereiken.<br />

Als je de Verenigde Naties vertegenwoordigt, werk je<br />

onder bepaalde beperkingen. Je presenteert vooral<br />

legitieme en politieke argumenten om een bepaald<br />

probleem aan te pakken, in de hoop dat de internationale<br />

gemeenschap zich achter jouw visie schaart.’<br />

Waarom koos u in juli <strong>2009</strong> voor<br />

uw huidige baan bij de International<br />

Crisis Group in Brussel?<br />

‘Tijdens mijn werk als Hoge Commissaris voor de<br />

Mensenrechten van de Verenigde Naties maakte ik<br />

vaak gebruik van hun onafhankelijke rapporten over<br />

conflicten of noodsituaties. De International Crisis<br />

Group (ICG) is een onafhankelijke internationale<br />

adviesorganisatie die preventief crisis- en conflictsituaties<br />

probeert te signaleren en pleit voor actie door<br />

alle mogelijke betrokkenen uit de Verenigde Naties,<br />

de Europese Unie, regionale autoriteiten en nationale<br />

regeringen. Er wordt nauw samengewerkt met<br />

organisaties die zich inzetten voor de mensenrechten,<br />

zoals Amnesty International en Human Rights Watch.<br />

De ICG vervult mijn wens om dicht bij de mensen te<br />

werken waar het om draait. Er wordt hier juist een<br />

kritische houding van mij verwacht en ik heb meer<br />

vrijheid van spreken dan in al mijn vorige banen. We<br />

werken met 130 professionals wereldwijd, die - als<br />

ze niet afkomstig zijn uit het land waar ze werken -<br />

tenminste de taal spreken en veel weten over de<br />

lokale cultuur. Onze medewerkers doen verslag van<br />

de gevaarlijke situaties waar journalisten normaal<br />

niet kunnen komen of niet in de belangstelling van<br />

de media staan. We concentreren ons op het voorkomen<br />

van conflicten en de escalatie ervan.’<br />

U geeft de ‘Nooit meer Auschwitz<br />

Lezing’ op 27 januari 2010. Hoe<br />

kunnen we genocide voorkomen?<br />

‘Het is belangrijk dat de verhalen verteld blijven<br />

worden. We zeggen ‘Nooit meer Auschwitz’, nooit<br />

meer genocide, terwijl de volkerenmoorden en massale<br />

schendingen van de mensenrechten na het<br />

Neurenbergse Tribunaal maar bleven doorgaan. Je<br />

kunt genocide niet voorkomen met alleen een juridisch<br />

concept. Het is goed dat er wereldwijd bijeenkomsten<br />

zijn gehouden en afspraken zijn gemaakt over<br />

16 AANSPRAAK - DECE<strong>MB</strong>ER <strong>2009</strong>


de bescherming van mensenrechten. Die afspraken<br />

hebben geleid tot de oprichting van de Tribunalen<br />

en het Internationaal Strafhof in Den Haag. Ook<br />

deze internationale tribunalen zijn niet in staat om<br />

overal mensen te beschermen tegen alle schendingen<br />

van mensenrechten, maar de politieke wil is er<br />

nu eindelijk om verdachten van oorlogsmisdaden<br />

te berechten. Genocide kun je, naar mijn mening,<br />

alleen voorkomen door crisissituaties nauwlettend te<br />

volgen en door het voor minderheden op te nemen.<br />

Zolang er onacceptabele tegenstellingen tussen arm<br />

en rijk blijven bestaan en minderheden onvoldoende<br />

beschermd worden, kunnen we in crisistijden spanningen<br />

en conflicten verwachten. Machtsongelijkheden<br />

geven een voedingsbodem voor grieven die snel<br />

kunnen omslaan in haat. Als we mensen tijdig kunnen<br />

attenderen op deze groeiende haat, kunnen we<br />

die haat bestrijden en misschien voorkomen dat het<br />

ontaardt in regelrechte agressie en volkerenmoord.<br />

Maar het kwaad zal nooit helemaal verdwijnen, dus<br />

we moeten wel alert blijven.’<br />

Vindt u het belangrijk dat jonge mensen<br />

overal ter wereld aandacht besteden<br />

aan de Holocaust Memorial Day?<br />

‘Ja, het is belangrijk om de dag waarop Auschwitz<br />

is bevrijd door het Rode Leger met jong en oud<br />

overal ter wereld te herdenken. Het is onbegrijpelijk<br />

dat deze genocide heeft kunnen plaatsvinden<br />

in het hart van Europa. Het kan altijd opnieuw<br />

gebeuren, niet alleen in Europa, maar overal ter<br />

wereld. We moeten onze solidariteit met de huidige<br />

oorlogsslachtoffers betonen en ook aan potentiële<br />

slachtoffers van dit moment actief onze steun<br />

betuigen. ‘Nooit meer’ was geen constatering: het<br />

was een roep om actie. Met alles wat we tot nu<br />

toe hebben geleerd van de Tweede Wereldoorlog<br />

en alle oorlogen die er op volgden, weten we dat<br />

ons handelen al snel te laat kan zijn. Zodra er een<br />

groep mensen in een samenleving wordt gestigmatiseerd<br />

en mishandeld, moeten we ingrijpen om<br />

een volgende genocide te voorkomen.’<br />

Interview: Ellen Lock<br />

Reserveren toegangskaarten ‘Nooit meer Auschwitz lezing’<br />

Voor de ‘Nooit meer Auschwitz Lezing’ door Louise Arbour op woensdag 27 januari 2010 in het Koninklijk<br />

Instituut voor de Tropen te Amsterdam is een beperkt aantal toegangskaarten beschikbaar. Indien u bij<br />

de lezing aanwezig wilt zijn, verzoeken wij u de onderstaande bon in te vullen en vóór 1 januari 2010<br />

a.s. op te sturen. Toedeling van kaarten geschiedt op volgorde van binnenkomst. De bijeenkomst begint<br />

om 14.00 uur en duurt tot 15.30 uur en de lezing zal in het Engels worden gehouden. Aansluitend is er<br />

tot 16.30 uur gelegenheid om na te praten.<br />

"<br />

Inschrijfbon (Graag inzenden vóór 1 januari 2010)<br />

Ondergetekende(n) wil(willen) aanwezig zijn bij de ‘Nooit meer Auschwitz Lezing’ door Louise Arbour<br />

op 27 januari 2010 in het Koninklijk Instituut voor de Tropen te Amsterdam.<br />

Voorletter(s) deelnemer 1: ..................................................................................................................................<br />

Achternaam: ........................................................................................................................................................<br />

Adres: ..................................................................................................................................................................<br />

Postcode: ................................................................. Plaats: .................................................................................<br />

Telefoon: .................................................................. E-mail: ................................................................................<br />

Voorletter(s) deelnemer 2:...................................................................................................................................<br />

Achternaam: ........................................................................................................................................................<br />

Adres: ..................................................................................................................................................................<br />

Postcode: ................................................................. Plaats: .................................................................................<br />

Telefoon: .................................................................. E-mail: ................................................................................<br />

De ingevulde inschrijfbon kunt u in een ongefrankeerde envelop sturen naar: ‘Nooit meer Auschwitz Lezing’,<br />

Pensioen- en Uitkeringsraad, t.a.v. directiesecretariaat, Antwoordnummer 10340, 2300 WB Leiden.


Ten toon<br />

& te Doen<br />

VOMI-Nederland<br />

VOMI-Nederland is een overkoepelende vereniging<br />

van organisaties waarvan de leden veteranen,<br />

verzetsmensen, (oud-)militairen, verwanten<br />

en sympathisanten kunnen vertegenwoordigen.<br />

De vereniging telt ongeveer 8.000 leden en is<br />

daarmee de grootste veteranenorganisatie in<br />

Nederland.<br />

93789_Sobat_124.indd 1 28-05-<strong>2009</strong> 10:42:30<br />

VOMI-NL heeft ook een zetel in het Veteranen Platform.<br />

De vereniging is voortgekomen uit de Vereniging<br />

Oud Militairen Indië en Nieuw-Guinea gangers<br />

Nederland, die in 1985 is opgericht door oud-Indiëgangers.<br />

Tegenwoordig staat het lidmaatschap van<br />

de vereniging ook open voor mensen met een andere<br />

achtergrond.<br />

De vereniging heeft onder andere als doel de ideële,<br />

materiële en immateriële belangen van de leden te<br />

behartigen en de leden met elkaar in contact te brengen<br />

door middel van bijeenkomsten en herdenkingen.<br />

Ook ijvert de vereniging voor het blijvend eren<br />

en gedenken van hen die gevallen zijn tijdens militaire<br />

dienstverrichtingen. De vereniging staat los van partijpolitieke<br />

richtingen, levensovertuiging of religie. Zes<br />

maal per jaar verschijnt het verenigingsblad ‘SOBAT’.<br />

Sobat betekent kameraad.<br />

Het bestuur van VOMI-Nederland heeft sedert 1986<br />

ook een Sociale Commissie. Uit het Fonds Sociale<br />

Zorg van deze Commissie worden onder andere<br />

attenties voor zieken en intermediaire, juridische en<br />

sociale ondersteuning gefinancierd.<br />

Inlichtingen en informatie kunt u krijgen bij de<br />

secretaris van VOMI-Nederland, de heer K.J. Orsel,<br />

van Hobokenhaven 63, 2993 HH Barendrecht,<br />

tel: 0180-611612 of www.vomi-nederland.nl<br />

Prinses Margriet<br />

opent bevrijdingsmuseum<br />

Zeeland<br />

Foto: Ad Kunst<br />

Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Margriet der<br />

Nederlanden heeft op vrijdagmiddag 30 oktober<br />

<strong>2009</strong> Het Bevrijdingsmuseum Zeeland in<br />

Nieuwdorp, gemeente Borsele, geopend.<br />

In het museum staat de Slag om de Schelde centraal.<br />

Tijdens deze ‘Vergeten Slag’, tussen september en<br />

november 1944, zijn grote delen van Walcheren<br />

onder water gezet. Daarbij zijn veel militaire en burgerslachtoffers<br />

gevallen. De Slag om de Schelde heeft<br />

een sleutelrol gespeeld bij de bevrijding van Nederland<br />

en de beëindiging van de Tweede Wereldoorlog.<br />

18 AANSPRAAK - DECE<strong>MB</strong>ER <strong>2009</strong>


Verlaten Verleden<br />

Een nieuw leven in Amerika na 1945<br />

Na de Tweede Wereldoorlog konden veel teruggekeerde<br />

oorlogsgetroffenen niet meer aarden<br />

in Nederland. Enkele duizenden Joodse Nederlanders<br />

en zo’n 30.000 Nederlanders met een<br />

Indische achtergrond besloten voorgoed Nederland<br />

te verlaten.<br />

In het boek ‘Verlaten Verleden’ worden mensen<br />

geportretteerd die Amerika als nieuw vaderland kozen.<br />

De schrijvers interviewden Joodse vervolgden,<br />

een verzetsman en mensen die de Japanse bezetting<br />

in Nederlands-Indië hebben meegemaakt. Welke<br />

motieven hadden ze voor hun vertrek; waren het<br />

voornamelijk persoonlijke beweegredenen of werd<br />

het ingegeven door politieke ontwikkelingen? Wat<br />

waren hun verwachtingen en zijn die uitgekomen?<br />

Ook is gesproken met twee kinderen van de eerste<br />

generatie. De betrokkenen vertellen hoe ze de draad<br />

weer oppakten en hun leven in een nieuw land met<br />

een andere cultuur hebben vormgegeven. Ook vertellen<br />

ze hoe ze omgingen met hun oorlogservaringen,<br />

in een land dat geen speciale voorzieningen voor<br />

oorlogsgetroffenen kent, zoals Nederland. De zestien<br />

persoonlijke verhalen getuigen van de kracht en het<br />

doorzettingsvermogen van mensen die er na zware<br />

oorlogservaringen in slagen een nieuw leven in een<br />

ander land op te bouwen. Maar ook blijkt duidelijk<br />

dat allen nog een band hebben met Nederland en<br />

dat velen proberen om de Nederlandse en Indische<br />

cultuur in Amerika levend te houden.<br />

Verlaten Verleden, Een nieuw leven in Amerika<br />

na 1945, door Joop Lamboo, Eli ten Lohuis en<br />

Lies Schneiders. Kosmos Uitgevers, ISBN 978 90<br />

215 4296 6. Verkrijgbaar bij de boekhandel en<br />

via www.bol.com, € 18,95.<br />

Foto: ANP Foto<br />

Voorafgaand aan de opening woonde Prinses<br />

Margriet een herdenkingsdienst bij ter gelegenheid<br />

van de bevrijding van Zeeland, 65 jaar geleden. Ook<br />

ambassadeurs en oorlogsveteranen uit onder andere<br />

Nederland, Canada, Groot-Brittannië, Noorwegen en<br />

Frankrijk waren hierbij aanwezig. Na de officiële opening<br />

werd de Prinses rondgeleid door het museum<br />

en sprak zij met een aantal oorlogsveteranen en met<br />

vrijwilligers die hebben meegewerkt aan de bouw en<br />

inrichting van het museum.<br />

Het Bevrijdingmuseum Zeeland is gevestigd in het<br />

voormalig Museum Zeeland 1940-1945 Infatuate dat<br />

is uitgebreid en gemoderniseerd. In het museum<br />

wordt ook aandacht besteed aan het bombardement<br />

op Middelburg in mei 1940, de rol van het verzet in<br />

Zeeland en verhalen van ooggetuigen. Behalve de<br />

informatieve functie wil het museum een plek bieden<br />

voor terugkijken, leren en vooruitzien en is het een<br />

ontmoetingsplaats voor veteranen en burgers die de<br />

Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt.<br />

Bevrijdingsmuseum Zeeland, Coudorp 41, Nieuwdorp,<br />

tel: 0113-671475, www.museuminfatuate.nl<br />

Openingstijden in het winterseizoen (8 november<br />

<strong>2009</strong> t/m 1 april 2010): woensdag van 13.00<br />

- 17.00 uur, zaterdag 10.00 - 17.00 uur.<br />

Pensioen- en Uitkeringsraad Magazine 19


heette en een broer Eddy (jong overleden). Een oudere<br />

zuster was getrouwd met een zekere Van Poppel.<br />

Wie kan mij informatie geven over één van hen?<br />

Reacties graag naar: W.M.G. Douwes, Penningruwe<br />

10, 6218 BT Maastricht, tel: 043-3433295, e-mail:<br />

douwes02@versatel.nl<br />

De redactie stelt cliënten in de gelegenheid een<br />

korte advertentie (maximaal 100 woorden) te<br />

plaatsen. Hieraan zijn geen kosten verbonden.<br />

Ontvangen oproepen kunnen meestal niet direct<br />

worden geplaatst, omdat er veel verzoeken binnenkomen.<br />

De redactie neemt geen verantwoordelijkheid<br />

voor de inhoud van de oproepen.<br />

Alle oproepen zijn te zien op de website van de<br />

Raad (www.pur.nl).<br />

Wie heeft Mevr. E.C Jonker-De Fluiter<br />

(Bets/Beppeke) echtgenote van Dr. H.J<br />

de Fluiter (Henk) gekend tijdens de Japanse<br />

bezetting, interneringskampen en de Bersiap in het<br />

voormalig Nederlands-Indië, periode 1942-1946. Op<br />

1 oktober 1945 is zij met haar kinderen Beppie, Kiki<br />

en Truusje vanuit Kamp Banjoe Biroe 11 (Semarang)<br />

naar Soerabaja vertrokken. Van daaruit vertrok ze<br />

op 18-10-1945 met een transport van legertrucks<br />

begeleid door Ghurka’s ‘op weg naar Holland’. Op<br />

de beruchte Palmenlaan werd het transport aangevallen<br />

en zwaar gewond werd ze met haar kinderen<br />

naar het CBZ (ziekenhuis in Soerabaja) vervoerd.<br />

Na 3 weken zou ze op 18-11-1945 zijn overleden.<br />

Het gezin werd door het Indische Rode Kruis per<br />

trein naar Malang vervoerd. Sindsdien ontbreekt<br />

ieder spoor. Wie heeft haar kinderen Beppie, Kiki en<br />

Truusje in de periode 18 juni tot 5 juli 1945 meegemaakt<br />

in het Protestants weeshuis te Semarang?<br />

Tussen 5 en 31 juli 1945 zijn de kinderen per<br />

Sloterdijk naar Holland gevaren. De vader, Henk de<br />

Fluiter, overleefde de Birma-spoorweg en wachtte<br />

hun in Rotterdam op. Reacties svp naar: Mevr. T. de<br />

Fluiter; Hof van Putten 5; 6721 TK Bennekom, tel:<br />

0318-416276, e-mail: t.fluiter@chello.nl<br />

Ik ben op zoek naar Richard en/of Harry<br />

Kneefel. Zij woonden tijdens de oorlogsdagen<br />

tegenover ons in de Tjiateulweg 43 in Bandoeng.<br />

Ik ontmoette hen begin jaren ’50 in Ifar-Hollandia<br />

(Nieuw-Guinea) waar zij als contractant werkzaam<br />

waren. Richard trouwde toen met Trees(?) Flores.<br />

Hun leeftijd moet nu ongeveer tussen de 70 en 80<br />

jaar liggen. Zij hadden een jongere zuster die Jeane<br />

Wie heeft mijn familie of mij gekend? Ik<br />

ben Lydia Bruijn, dochter van Corry Bruijn geboren<br />

Van Bronckhorst te Salatiga op 19-4-1908. Ik ben<br />

op zoek naar mensen die ons hebben gekend uit<br />

de Bersiapperiode, uit Salatiga en/of Ambarawa en<br />

die met ons in mei 1946 naar Batavia zijn geëvacueerd.<br />

Ik was 4 jaar oud toen ons gezin (mijn moeder,<br />

broers Oswald en Max en ik) op 24 augustus 1945<br />

uit een Japans kamp werden ontslagen en in Salatiga<br />

bij onze familie aankwamen. Volgens mijn moeder<br />

werden wij in <strong>december</strong> 1945 weer opgepakt en in<br />

het Bersiapkamp (vermoedelijk Hotel Berg en Dal) in<br />

Salatiga opgesloten. Daarna zijn wij naar Banjoebiroe<br />

(Ambarawa10) overgebracht. Van hier zijn we in mei<br />

1946 via Solo per (geblindeerde) trein naar Batavia<br />

geëvacueerd waar wij op 20 mei 1946 aankwamen.<br />

Volgens het Rode Kruis was mijn moeder alleen<br />

in Batavia aangekomen, terwijl zij mij vertelde dat<br />

ik altijd bij haar was. Ik kan dit nergens navragen,<br />

omdat ik op dit moment de enige overlevende ben<br />

van ons gezin. Reacties graag naar: Lydia Barnhard-<br />

Bruijn, Prinses Ireneweg 7, 3628 BT Kockengen,<br />

e-mail: j.barnhard@hetnet.nl<br />

Ik zou graag willen weten of Leslie<br />

Miller nog leeft en waar hij nu woont.<br />

In 1949-1950 had hij het plan om te emigreren<br />

naar Australië, maar ik weet niet of dit inderdaad<br />

is doorgegaan. Korte tijd was hij een vriend van mij<br />

in Den Haag, die heel mooi kon tekenen. Hij kwam<br />

ook uit Nederlands-Indië en had net als ik in diverse<br />

kampen gezeten. Ik begreep dat hij niet veel familie<br />

in Nederland had. Hij zal nu (hopelijk) 75 à 80 jaar<br />

oud zijn. Wie heeft hem gekend? Reacties graag aan:<br />

Hetty Bouwman-Bergman, M.L. Kingstraat 14, 1921<br />

EV Akersloot, tel: 0251-313614.<br />

Wie kent de familie van Willy A.A. Bellmann,<br />

na 1945 wonende te Balikpapan. Eerdere<br />

oproep leverde het volgende op: Vader in 1949 begraven<br />

te Santosa (Balikpapan), verblijfplaats overige<br />

gezinsleden onbekend. Zoon Hubert zou met verloofde<br />

en haar familie (de la Brethonière) zijn vertrokken<br />

naar Semarang, dochter Louise Elly (Liesje) zou toen<br />

(1949) verloofd zijn met Johan Valkman, zoon Frits<br />

20 AANSPRAAK - DECE<strong>MB</strong>ER <strong>2009</strong>


was vertrokken naar Nieuw-Guinea. Bovenstaande<br />

informatie kwam tot mij uit Queensland (Australië)<br />

van Mevrouw A.L. Optzandt-Broeders. Uw reacties<br />

graag naar Cor Mondeel, Lt. Maltbystraat 53, 3621<br />

KN Breukelen, tel: 0346-266082 of 06-36135589,<br />

e-mail: cor.mondeel@kpnplanet.nl<br />

Jan van der Let, Djogdja 1937/38, wordt<br />

gezocht door Theo Bruins (Union City, Cal),<br />

zijn schoolkameraad uit die tijd. Reacties graag naar<br />

Cor Mondeel, Lt. Maltbystraat 53, 3621 KN Breukelen,<br />

tel: 0346-266082 of 06-36135589, e-mail: cor.mondeel@kpnplanet.nl<br />

Ik ben op zoek naar Corry de Leeuw<br />

of v/d Leeuw. Twee dagen na de capitulatie van<br />

Japan zijn wij met z’n tweeën via het gedek vanuit<br />

het 4e en 9e bataljon Tjimahi op zoek gegaan om<br />

onze vaders te zoeken. Wij zijn liftend op een Japanse<br />

vrachtauto naar Bandoeng gegaan. Bij het kamp aangekomen<br />

werd ons verteld dat er net een de Leeuw<br />

(v/d Leeuw) was gestorven. Corry dacht toen meteen<br />

dat het zijn vader was, heeft zich omgedraaid en<br />

is weggegaan. Ik heb hem nooit meer gezien. Wij<br />

waren toen ongeveer 13 jaar oud. Reacties graag<br />

naar: R.G. Buskens, Lepelaar 4, 3641 TN Mijdrecht,<br />

tel: 0297-286169, e-mail: buskens4@hetnet.nl<br />

Voor hen die geïnteresseerd zijn in<br />

de activiteiten van het Joods verzet<br />

in België heb ik een website geopend met de naam<br />

(www.dossier-bassines.nl). Ik heb daarin mijn eigen<br />

oorlogservaringen beschreven tijdens mijn onderduik<br />

in 1942-1944 in België en heb tevens officiële bronnen<br />

geraadpleegd over het verzet in het algemeen.<br />

De site is met veel foto’s en tekeningen uit die periode.<br />

Vragen van lezers wil ik graag beantwoorden.<br />

Nico Hamme, e-mail: Nicohamme@cs.com<br />

Wie kan mij inlichtingen geven over<br />

mijn vader Jan Schrauwen, geb. 19 maart<br />

1917, zoon van Josephus Schrauwen en Tidja. Hij was<br />

getrouwd met Suze Schmidt en heeft een zoon en<br />

dochter. Hij was beroepsmilitair van de luchtmacht,<br />

gestationeerd in Tjililitan en in 1942 overgeplaatst<br />

naar Andir Bandung. Hij was 26 jaar oud en tamelijk<br />

lang. In 1942 is hij bij de Jaarbeurs Bandung krijgsgevangen<br />

genomen, getransporteerd naar Thailand<br />

en waarschijnlijk naar de Birma-spoorweg tot 1945.<br />

Hij werd in 1945-1946 door zijn gezin in Bandung<br />

verwacht, maar helaas heeft zijn familie hem nooit<br />

teruggezien. Reacties graag naar: Paula Idzardi, NE<br />

79th Court, Vancouver WA 98662, USA, tel: 360-<br />

944-8045 of 8907, e-mail: epid@comcast.net<br />

in verband met mijn verslag over de<br />

periode 1942-1946, te weten: Transport en internering<br />

naar/in Kamp 10 te Banjoe Biroe, Java, en<br />

Bersiaptijd mis ik een getuigenverslag van een internerings-treintransport<br />

van Malang (de Wijk) naar<br />

Banjoe Biroe Kamp 10. Wie kan mij uit eigen ervaring<br />

of door overdracht, helpen aan zo’n verslag eventueel<br />

met foto(‘s). De heren H. Beekhuis en v. Oosten<br />

hebben mij al een eind op weg geholpen, maar<br />

dit aspect blijft onderbelicht. Reacties graag naar:<br />

W.G.M.J. Hiele, Endepol 27, 7241 LE Lochem, tel:<br />

0573255519, e-mail: pimpernel.lochem@ hetnet.nl<br />

Ik zou graag in contact komen met (één<br />

van) de kinderen van Bouke en Froukje<br />

Koning, Bart, Vita en Jan. Onze vaders Bouke<br />

Koning en Henk Brusse zijn vanaf september 1944<br />

tot mijn vaders dood in <strong>december</strong> 1944 onafscheidelijk<br />

geweest. Wij hebben elkaar als kinderen goed<br />

gekend, ik kwam regelmatig logeren in Bilthoven.<br />

Reacties graag naar Marijke Brusse, Overtoom 429-1,<br />

1054 KE Amsterdam, tel: 020-6189537.<br />

Ik ben Mieke Bovenkerk en heb destijds<br />

met mijn ouders Cornelis en Maria Bovenkerk op<br />

de Boolweg 9 in Medan gewoond. Wij zijn geïnterneerd<br />

in verschillende jappenkampen en na de<br />

oorlog geëvacueerd op het schip de Noordam naar<br />

Nederland. Dit was in februari 1947. Mijn vader heeft<br />

gewerkt met dr. Pothofstede in het ziekenhuis op<br />

de Boolweg in Medan. Mijn ouders zijn kort na aankomst<br />

in Nederland allebei overleden als gevolg van<br />

de kampen. Als kind heb ik mijn ouders kort gekend<br />

en zou graag meer willen weten. Reacties graag naar<br />

Mieke Bovenkerk, 1 Queen Victoria Straat Darling<br />

7345, Western Cape, Zuid Afrika, tel: 022-4922259.<br />

Wie heeft mijn vader Theodor J. Geurts,<br />

geb. 1-2-1914, ex KNIL militair, en mijn moeder<br />

Johanna de Ruyter gekend, woonachtig op Kebonsirih<br />

12, het grote gebouw tegenover Hotel ’t Gooi, te<br />

Batavia. Mijn vader had na de oorlog een slagerij en<br />

worstzaak op dit adres. Er kwamen veel mannen (KNILers)<br />

over de vloer. Mijn zusje en ik zaten op de Theresiaschool.<br />

Ondanks mijn hoge leeftijd mis ik hen heel erg<br />

en gaarne zou ik met degenen die hen gekend hebben<br />

de oude herinneringen weer ophalen. Reacties<br />

graag naar: Konrad Geurts, Leyerwaard 504, 3078 NE<br />

Rotterdam, tel: 06-11951317 of 06-14063101.<br />

Pensioen- en Uitkeringsraad Magazine 21


Vraag<br />

& antwoord<br />

In de extra editie van <strong>Aanspraak</strong> Oktober <strong>2009</strong><br />

kondigt de heer Matt Kemp aan dat er spreekuren<br />

voor ons komen op SVB-kantoren. Dat is<br />

voor mij veel dichterbij dan Leiden. Is al bekend<br />

vanaf wanneer dat mogelijk is? De uitvoering<br />

van de wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsslachtoffers<br />

zal, zoals u in de extra editie<br />

heeft kunnen lezen, in 2011 plaatsvinden op<br />

het SVB-kantoor in Leiden. Aangezien de SVB<br />

in totaal tien kantoren heeft in Nederland, is<br />

het inderdaad de bedoeling om in 2011 op die<br />

kantoren spreekuren over de oorlogswetten te<br />

organiseren. U kunt dan op het dichtstbijzijnde<br />

kantoor terecht met uw persoonlijke vragen. In<br />

<strong>Aanspraak</strong> zullen wij u laten weten vanaf wanneer<br />

dit mogelijk is.<br />

Ik heb gelezen dat de overheid boetes moet<br />

betalen als zij te laat is met een besluit. Geldt<br />

dat ook voor de PUR? Bij aanvragen die op<br />

of na 1 oktober <strong>2009</strong> zijn ingediend kan de<br />

Nederlandse overheid worden aangesproken als<br />

de wettelijk vastgestelde beslistermijn is verstreken.<br />

Deze nieuwe regeling geldt onder meer<br />

voor gemeenten, de Belastingsdienst, de Sociale<br />

Verzekeringsbank en ook voor de Pensioen- en<br />

Uitkeringsraad. Voor het nemen van een beslissing<br />

is informatie nodig. De tijd die nodig is om<br />

de gevraagde gegevens van u (of van buitenlandse<br />

instantie) te verkrijgen, telt echter niet<br />

mee. De beslistermijn wordt dan opgeschort.<br />

Bij een aanvraag of bezwaarschrift ontvangt u<br />

informatie over de beslistermijn. Ook wordt u<br />

geïnformeerd over opschortingen en overschrijding<br />

van de termijn. Als de termijn is overschreden<br />

kunt u ons daar schriftelijk op aanspreken<br />

en een dwangsom eisen voor elke dag dat wij<br />

te laat zijn. Na ontvangst van uw ‘ingebrekestelling’<br />

hebben wij nog maximaal twee weken<br />

de tijd om een beslissing te nemen zonder een<br />

dwangsom verschuldigd te zijn. Lukt dat niet<br />

binnen die twee weken, dan zijn wij een wettelijk<br />

vastgelegde dwangsom aan u verschuldigd.<br />

Die dwangsom begint met 20 euro per dag en<br />

wordt over maximaal zes weken berekend.<br />

Ik heb een Wuv-uitkering. Klopt het dat ik een<br />

erfenis niet meer hoef op te geven? Ja, als het<br />

gaat om een erfenis die u na 2008 heeft ontvangen.<br />

Voor de Wuv en de Wubo is de hoogte<br />

van een periodieke uitkering afhankelijk van het<br />

inkomen en daar tellen inkomsten uit vermogen<br />

in mee. Inkomsten uit vermogen worden afgeleid<br />

van het vermogen op de aanvraagdatum<br />

van de uitkering. Erfenissen die na de aanvraagdatum<br />

maar vóór 1 januari <strong>2009</strong> zijn ontvangen,<br />

tellen daarbij ook mee. Voor de uitkering vanaf<br />

1 januari <strong>2009</strong> geldt dat het vermogen alleen<br />

nog opnieuw wordt vastgesteld als u gaat trouwen,<br />

samenwonen, scheiden of wanneer het<br />

vermogen in een eigen bedrijf - na de beëindiging<br />

van dat bedrijf - privé vermogen wordt.<br />

Ik was erg onder de indruk van de verhalen<br />

uit Nederlands-Indië in de septembereditie van<br />

<strong>Aanspraak</strong>. Ik zou een kennis graag deze editie<br />

van <strong>Aanspraak</strong> willen toesturen. Kan ik een<br />

extra exemplaar van u krijgen? Wij kunnen op<br />

uw verzoek kosteloos exemplaren toesturen aan<br />

geïnteresseerden in het binnen- of buitenland. U<br />

kunt een dergelijk verzoek richten aan de redactie<br />

van <strong>Aanspraak</strong>. Het adres staat op de achterkant<br />

van dit blad vermeld. Ook als iemand <strong>Aanspraak</strong><br />

voortaan altijd wenst te ontvangen is dat mogelijk.<br />

Wel moeten wij dan op de hoogte worden<br />

gehouden van eventuele adreswijzigingen.<br />

22 AANSPRAAK - <strong>december</strong> <strong>2009</strong>


?<br />

puzzel<br />

Uw oplossing:<br />

Horizontaal<br />

1 zeer voordelig 13 weerspannigheid<br />

14 vruchtbare plek in de<br />

woestijn 15 astronomische eenheid<br />

16 plaats in Utrecht 18 heidemeer<br />

19 vuurtong 21 langspeelplaat<br />

22 graskluit 23 Europese<br />

taal 24 landbouwkundig ingenieur<br />

25 autopech 27 kippenhok 28<br />

ambacht 30 burcht 32 groet 34<br />

kleur 36 vervoermiddel 38 moeder<br />

39 vermindering 41 zetelen<br />

43 wintervoertuig 44 deel van<br />

een bloem 46 puffen en blazen<br />

47 lor 49 koerier 51 eenheid van<br />

weerstand 53 sjabloon 55 Europese<br />

taal 57 dierengeluid 58 vat<br />

met hengsel 59 dameskleding 60<br />

drinkbaar vocht 62 Europeaan 63<br />

lichaamsdeel 64 frisheid 65 reeds<br />

66 dunne stof 68 langere route<br />

69 gedrag.<br />

Verticaal<br />

2 zuiginstallatie 3 slordig 4 telwoord<br />

5 raming 6 oosterlengte<br />

7 deel van de goal 8 vaatwerk 9<br />

zoogdier 10 waterkant 11 klipgeit<br />

12 gulzigaard 15 veronderstelling<br />

17 Bijbelse profeet 18 doopbekken<br />

20 verdriet 22 overgespeelde<br />

bal 25 helder klinken 26 voorheen<br />

29 Nederlands communicatiebedrijf<br />

30 deel van een huis 31<br />

kledingmaat 33 voorrijder bij een<br />

wielerwedstrijd 35 binnenvaartuig<br />

37 afgemat 40 kreukel 42<br />

noordnoordoost 45 dierengeluid<br />

46 lomp mens 48 vrouw 50 houtachtig<br />

gewas 52 tip 54 seizoen 56<br />

wijd 58 plaats in Noord-Holland<br />

60 bridgeterm 61 waterplant 63<br />

Engels bier 64 militaire opleiding<br />

67 ultraviolet 68 openbare werken.<br />

Los het kruiswoordraadsel op en<br />

breng daarna de letters uit het diagram<br />

over naar de gelijkgenummerde<br />

vakjes van de oplossingsbalk.<br />

Uw oplossing kunt u voor<br />

1 februari 2010 sturen naar: de<br />

redactie van <strong>Aanspraak</strong>, Postbus<br />

9575, 2300 RB Leiden. Uit de goede<br />

oplossingen worden de namen getrokken<br />

van een eerste (€ 65), een<br />

tweede (€ 40) en een derde (€ 25)<br />

prijswinnaar. In het volgende nummer<br />

van <strong>Aanspraak</strong> maken we de<br />

oplossing van deze puzzel en de<br />

namen van de drie prijswinnaars<br />

bekend. (N.B. medewerkers van de<br />

Pensioen- en Uitkeringsraad zijn<br />

van deelname uitgesloten).<br />

Prijswinnaars<br />

septemberpuzzel:<br />

De juiste oplossing was: ‘moesson’.<br />

De winnaars van de puzzel uit<br />

het septembernummer <strong>2009</strong> zijn:<br />

dhr. M. Ben Baruch, Ashkelon,<br />

Israël (1e prijs); mw. J. Pelleboer,<br />

Hoevelaken (2e prijs); mw. A. Geelhoed,<br />

Amersfoort (3e prijs). Van<br />

harte gelukgewenst! U ontvangt<br />

het bijbehorende geldbedrag zo<br />

spoedig mogelijk op uw bankrekening.<br />

Pensioen- en Uitkeringsraad Magazine 23


colofon<br />

AANSPRAAK is een uitgave van de<br />

Pensioen-en Uitkeringsraad<br />

Aan de inhoud van de artikelen kunnen<br />

geen rechten worden ontleend. Overname<br />

van (delen uit) dit magazine mag uitsluitend<br />

geschieden na schriftelijke toestemming<br />

van de redactie.<br />

Indien u wilt reageren op de artikelen, of<br />

als u suggesties heeft, kunt u schrijven naar<br />

het redactieadres of mailen naar onderstaand<br />

e-mailadres.<br />

REDACTIEADRES<br />

Pensioen- en Uitkeringsraad<br />

T.a.v. <strong>Aanspraak</strong>, Postbus 9575, 2300 RB Leiden<br />

TELEFOON, E-MAIL EN WEBSITE<br />

071 - 535 65 00, aanspraak@pur.nl, www.pur.nl<br />

OPLAGE<br />

41.000 exemplaren<br />

INTERVIEWS EN TEKST<br />

André Kuijpers, Ellen Lock, Saskia Oskam,<br />

Han Timmer<br />

FOTO’S<br />

WFA Reuters/Denis Balibouse, Bob Bronshoff,<br />

Rogier Fokke, Ellen Lock, Ad Kunst, Foto Verlaten<br />

Verleden: ANP Foto, Rollin Verlinde<br />

COVERFOTO<br />

Bob Bronshoff<br />

VORMGEVING<br />

Irene de Bruijn, Ellen Lock<br />

DRUKWERK<br />

Drukkerij Groen, Leiden<br />

Voor slechtzienden is de gesproken<br />

versie van AANSPRAAK gratis op<br />

CD-rom verkrijgbaar.<br />

English translations of selected articles<br />

in <strong>Aanspraak</strong> can be found on our<br />

website: www.pur.nl<br />

CORRESPONDENTIEADRES<br />

Pensioen- en Uitkeringsraad<br />

Postbus 9575, 2300 RB Leiden<br />

BEZOEKADRES<br />

Pensioen- en Uitkeringsraad<br />

Kanaalpark 140, 2321 JV Leiden<br />

Telefoon: 071 - 535 65 00<br />

Fax: 071 - 576 60 03<br />

E-mail: info@pur.nl<br />

Website: www.pur.nl<br />

BUITENLAND<br />

ISRAËL<br />

Nederlands Informatie Kantoor (NIK)<br />

Sha ‘arei Ha ‘ir, 216 Jaffa Street, 5th floor<br />

94-383 Jerusalem<br />

Telefoon: (0)2 - 537 - 2991<br />

Fax: (0)2 - 537 - 7041<br />

E-mail: office@wuvisrael.org<br />

INDONESIË<br />

Ambassade v/h Koninkrijk der Nederlanden<br />

Jl. HR Rasuna Said Kav. S-3, Jakarta, 12950<br />

Telefoon: (021) 524 - 8200<br />

Fax: (021) 525 - 0443<br />

E-mail: jak-pur@minbuza.nl<br />

VERENIGDE STATEN<br />

Consulate General of the Netherlands<br />

Wuv-department<br />

11766 Wilshire Boulevard, suite 1150<br />

Los Angeles CA 90025<br />

Telefoon: 310 - 268 - 8169<br />

800 - 591 - 5431 (Toll free)<br />

Fax: 310 - 478 - 3428<br />

E-mail: los-wuv@minbuza.nl<br />

Website: www.ncla.org<br />

CANADA<br />

Consulate General of the Netherlands<br />

Warvictims Department<br />

1, Dundas Street West, suite 2106<br />

Toronto, Ontario M5G 1Z3<br />

Telefoon: 416 - 598 - 2534 ext. 230<br />

Fax: 416 - 598 - 8064<br />

E-mail: tor-wuv@minbuza.nl<br />

Website: www.dutchconsulate.toronto.on.ca<br />

AUSTRALIË<br />

Consulate-General of the Netherlands<br />

Wuv Department<br />

Level 23, Tower 2, 101 Grafton Street<br />

(corner Grosvenor St), Bondi Junction NSW 2022<br />

Telefoon: (0)2 9387 6644<br />

Fax: (0)2 9387 3962<br />

E-mail: syd-wuv@minbuza.nl<br />

Website: www.netherlands.org.au

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!