Limburgs Milieu nr. 3 2006 - Milieufederatie Limburg

milieufederatielimburg.nl

Limburgs Milieu nr. 3 2006 - Milieufederatie Limburg

LIMBURGS MILIEU

3

Een uitgave van Stichting Milieufederatie Limburg - jaargang 20 - september 2006

OP STAP IN HET DONKER!

FOTO: GERARD HARTMANN

STICHTING

MILIEUFEDERATIE

LIMBURG

Bouw varkensstal Swalmdal definitief van de baan

Luchtvervuiling DSM door de jaren heen

Hoe licht is Limburg?


C O L O F O N

VOORWOORD

Limburgs Milieu is een uitgave van de

Stichting Milieufederatie Limburg

Jaargang 20

Nummer 03 | september 2006

Redactieadres

Stichting Milieufederatie Limburg

Gevestigd in Het GroenHuis

Godsweerderstraat 2

6041 GH ROERMOND

T 0475-38 64 10

F 0475-38 64 59

www.milieufederatielimburg.nl

sml@milieufederatielimburg.nl

Aan dit nummer werkten mee:

Sandra Akkermans, Inge Brassé,

Els Derks- van der Wiel, Gert-Jan van Elk,

Johan Geusens, Gerard Hartmann,

Henk Heijligers, Hans Heijnen,

Annemiek Huijts, Wim Kuipers,

Anke Lodder, Wilma Peeters, Jasper Vink,

Toine Wuts

Abonnement

Een abonnement op Limburgs Milieu

kost 12,50 per jaar, voor aangesloten

organisaties is het gratis.

Vormgeving & druk

SHD Grafimedia

Swalmen

De Nationale Postcodeloterij is medefinancier van

diverse projecten van de Milieufederatie Limburg.

Het uitgeven van Limburgs Milieu wordt mede

mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage

van de Provincie Limburg.

Limburgs Milieu is gedrukt op 100%

kringlooppapier

2 LIMBURGS MILIEU


Inhoud

4

5

6

9

10

12

Kort nieuws

18 november: Limburgse contactdag

natuur- en milieueducatie

Milieu-informatie van gemeenten

IJzeren Rijn


van de baan

Luchtvervuiling DSM

Nacht van de Nachtspecial

als extra bijlage in het hart

15

16

19

21

23

24

25

26

27

Column Wim Kuipers

Een kijkje in de keuken van de afdeling

Handhaving en Monitoring

GroenHuis: GPS rukt op in het GroenHuis

GroenHuis: IKL zoekt locaties voor aanplant

klimaatbosjes

GroenHuis: De Herfstschroeforchis

Site-seeing

Circuit de Peel in Venray

Cursus Ecologisch Moestuinieren

Woordzoeker Lucht

Stichting Milieufederatie Limburg 3


Kort nieuws

MILIEUFEDERATIE TEGEN HELIHAVEN IN HEYTHUYSEN

Bij de gemeente Heythuysen is het verzoek binnengekomen om een

illegale helihaven aan de Biesstraat te legaliseren via een vrijstelling

van het bestemmingsplan. De Milieufederatie heeft hiertegen

bezwaar gemaakt.

De helihaven ligt tegen aan de rand van de kern Heythuysen tegen

het Leudal en het Landgoed Beijlshof aan. Wij zijn van mening dat

hiermee de waarde van het beschermd natuurgebied Leudal ernstig

aangetast wordt. Door de helikopters treedt veel verstoring op.

Dieren, waaronder negen soorten vogels van de Rode Lijst, kunnen

hierdoor gestresst raken. Omwonenden, recreanten en toeristen

zoeken juist de rust en stilte in Leudal en Landgoed Beijlshof. Ook

daarvan zal geen sprake meer zijn als er intensief gebruik gemaakt

kan gaan worden van de Helihaven.

Met onze bezwaren sluiten we aan bij onder andere de Stichting

Studiegroep Leudal, Staatsbosbeheer en het Limburgs Landschap die

ook van mening zijn dat deze helihaven nooit gelegaliseerd mag

worden. Op deze plek past een helihaven eenvoudigweg niet.

UITBREIDING VEEHOUDERIJEN SLECHT VOOR

WEERTERBOS

De Milieufederatie heeft twee procedures lopen tegen veehouderijen

bij het Weerterbos. Deze bedrijven willen meer dieren gaan

houden, waardoor er meer ammoniak de lucht in gaat. Deze komt

onder andere terecht in het Weerterbos. De Milieufederatie is van

mening dat dit schade doet aan de natuur in dit gebied en heeft

een zienswijze ingediend bij de gemeente Nederweert.

Wat bijzonder is aan deze procedures is dat deze gevoerd worden

mede op basis van de uitspraak die de Raad van State over een

varkensstal in het Swalmdal heeft gedaan (zie pagina 10).

Kern van deze uitspraak is dat een Habitatrichtlijngebied behandeld

dient te worden als één gebied. Van grote natuurgebieden, zoals het

Weerterbos, zijn soms maar gedeeltes voor verzuring gevoelig. De

Raad van State heeft echter bepaald dat voor het hele natuurgebied

dezelfde regels moeten gelden. De Milieufederatie vindt dat de

gemeente de effecten van de uitbreidingen moet toetsen voor het

gehele Weerterbos, ook al is het deel waar de bedrijven dichtbij

liggen niet aangewezen als voor verzuring gevoelig.

Bovendien heeft zowel de Milieufederatie als de gemeente

Nederweert deze bedrijven gemeld bij de Provincie Limburg, in het

kader van de Natuurbeschermingswet (Nb-wet), die waarborgt dat

de belangrijkste natuurgebieden, Vogel- en Habitatrichtlijn

gebieden en beschermde natuurmonumenten, beschermd worden

tegen externe effecten zoals ammoniakdepositie.

MILIEUFEDERATIE ADVISEERT STATENFRACTIES

De Milieufederatie heeft samen met Staatsbosbeheer, Limburgs

Landschap, Natuurmonumenten, IKL en IVN een aantal aanbevelingen

geformuleerd voor de verkiezingsprogramma’s voor de Provinciale

Staten. Deze zijn verstuurd naar degenen die de verkiezingsprogramma’s

schrijven, zodat zij ze meteen kunnen verwerken.

De aanbevelingen hebben betrekking op zeven thema’s:

Natuur: Zorg voor voldoende natuur en groen, ook in en om de

stad. Dit is de basis voor een gezonde leefomgeving voor mens en

dier;

Water: Werk aan schoon water, bescherm tegen natte voeten en

bestrijd de verdroging.;

Landschap: Stel duidelijke doelen voor het Nationaal Landschap

Heuvelland. Het verdient een ambitieus plan van aanpak. Schenk

voldoende aandacht aan een robuust groen netwerk van natuur in

Limburg en aan het agrarisch cultuurlandschap;

Bedrijventerreinen: Gebruik de ruimte zo efficiënt mogelijk, stel de

revitalisering van bedrijventerreinen voorop en zorg voor een

landschappelijk inpassing met veel groen;

Educatie: Stimuleer natuur- en milieueducatie. Het draagvlak wordt

hierdoor vergroot;

Mobiliteit: Bevorder zo milieuvriendelijk mogelijk verkeer en

vervoer in de provincie;

Energie: Maak van Limburg een koploper op het gebied van

duurzame energie.

BROCHURE BATEN VAN DE KADERRICHTLIJN WATER

De coalitie Baten Schoon Water heeft een brochure uitgebracht

waarin de baten van de Kaderrichtlijn Water (KRW) centraal staan.

De coalitie bestaat uit de 12 Milieufederaties, Natuur en Milieu,

maar ook o.a. ANWB, drinkwaterbedrijven, Vogelbescherming en

Staatsbosbeheer. U kunt deze brochure aanvragen bij de Milieufederatie

Limburg.

De KRW stelt dat we in 2015 een goede chemische en ecologische

kwaliteit van ons oppervlaktewater moeten hebben. Om daar te

komen moeten er goede plannen vastgesteld worden met daarin

maatregelpakketten die dat doel haalbaar maken. In het proces

wordt nu bijna alleen maar gesproken over de kosten van die

maatregelen, terwijl het duidelijk is dat er ook erg veel baten aan

verbonden zijn. Want maatregelen nemen betekent meer schoon

zwemwater (impuls voor recreatie en toerisme!), minder kosten voor

de productie van schoon drinkwater, schoon drinkwater voor het

vee, minder belasting op onze natuur en ook meer verschillende

vissen. In de brochure wordt verder ingegaan op die baten. Hij is

verspreid onder alle bestuurders die uiteindelijk moeten beslissen

over de maatregelpakketten, zodat zij daarbij de baten ook zullen

betrekken!

4 LIMBURGS MILIEU


18 november: Limburgse contactdag

natuur- en milieueducatie

Op zaterdag 18 november 2006 vindt in de Universiteit Hasselt voor de derde maal de Contactdag plaats. Deze

bijeenkomst wordt georganiseerd door LIMNET, het Belgisch-Limburgs Natuur- en Milieueducatief netwerk. Op deze

trefdag ontmoeten alle mensen die in Limburg op één of andere manier bezig zijn met natuur-, milieu- en duurzaamheidseducatie

elkaar. Ook Nederlandse Limburgers zijn van harte welkom: natuurgidsen, medewerkers van natuurcentra,

leerkrachten, milieu- en duurzaamheidsambtenaren en mensen uit diverse sociale werkvelden.

kan milieueducatie voor hen betekenen?

• voor medewerkers van natuurcentra:

hoe kan het aanbod nog beter

afgestemd worden op wat het publiek

vraagt?

Er gaat op deze contactdag dus veel

aandacht naar het verruimen van de

hoogstnoodzakelijke milieueducatie

naar brede maatschappelijke groepen,

die momenteel nog te weinig bereikt

worden.

Tijdens de middagpauze is er een beurs

waarin het bestaande educatieve aanbod

wordt gepresenteerd. In de namiddag

vindt er een debat plaats over de

‘ecologische voetafdruk’ (de impact die

onze persoonlijke levenswijze heeft op

het milieu) en de bruikbaarheid van

dit begrip voor de educatie. Sprekers

zijn: VODO (Vlaams Overleg Duurzame

Ontwikkeling) en auteur en TV-journalist

Dirk Barrez.

Bedoeling is om bestaande en nieuwe

educatieve projecten bekend te maken

bij geïnteresseerden, en nieuwe ideeën

en trends in de milieueducatieve sector

te lanceren.

’s Morgens vinden de volgende workshops

plaats:

• voor het onderwijs (van kleuter-, over

lager tot secundair onderwijs): aan-

dacht voor milieuzorg op school (MOS)

en nieuwe buitenprojecten

• voor mensen die we als 'natuurschoongenieters'

kunnen omschrijven

(fietsers, wandelaars): wat verwachten

deze mensen van de natuur? wat kunnen

we hen bieden?

• voor minder voor de hand liggende

groepen, zoals allochtonen, sociaal

zwakke groepen, andersvaliden: wat

Het programma van de contactdag ziet

er in het kort als volgt uit:

09.30 uur: ontvangst

10.00 uur: eerste reeks workshops

11.00 uur: tweede reeks workshops

12.00 uur: beurs en middageten

14.00 uur: plenum met debat over ‘de

ecologische voetafdruk’

15.30 uur: afsluitend drankje

Inschrijven voor deze bijeenkomst is verplicht

en kan vanaf augustus 2006 via:

www.limburg.be/limnet/

Meer informatie:

Johan Geusens

Tel: 0032 11 26 54 63

Stichting Milieufederatie Limburg 5


Milieu-informatie van gemeenten

GEDULD HEBBEN EN DOORZETTEN

Het Verdrag van Aarhus verplicht overheden om actief informatie over milieuonderwerpen aan te bieden aan burgers.

Eind 2005 hebben vier burgerpanels, o.a. in Sittard-Geleen, een aantal thema’s aangewezen waarover zij graag informatie

zouden willen ontvangen van hun gemeente. Vervolgens hebben wij getoetst of deze informatie verkrijgbaar

was. En wat blijkt? De meeste informatie van de gemeente krijg je wel, je moet alleen erg veel geduld hebben en

doorzetten.

SITTARD-GELEEN, ROTTERDAM,

ZWOLLE EN UTRECHT

In het algemeen kregen de vier gemeenten

het niet voor elkaar om de milieu-informatie

op de gewenste manier aan te leveren.

Vragen over de gezondheidseffecten van

milieuzaken werden alleen telefonisch

beantwoord. En gemeenten bieden vaak

alleen via de website actief informatie aan.

De burgerplatforms vinden dit te mager;

er moeten ook andere middelen worden

gebruikt. Over de afvalwijzer van de gemeente

was het Limburgse burgerplatform

zeer te spreken, omdat deze informatie

geeft die is toegesneden op het eigen

adres.

Antwoorden op vragen over milieuzaken

moeten volgens het verdrag van Aarhus

binnen vier weken beantwoord worden.

Dit blijkt in praktijk moeilijk te zijn. Ook de

gemeente Sittard-Geleen reageerde niet

binnen die termijn op onze vragen. Een

niet goed aangekomen brief blijkt de boosdoener.

Uit een gesprek met de gemeente

blijkt dat zij wel heel veel milieu-informatie

in huis heeft. Helaas kan dat niet via de

website worden aangeboden.

De gemeente krijgt echter een nieuwe

website en onze aanbevelingen zullen bij

het ontwerp worden meegenomen.

46 ANDERE GEMEENTEN

Vervolgens hebben we nog 46 (10%)

andere gemeenten onderzocht. Bij alle

gemeenten zijn we op eenzelfde manier te

werk gegaan:

• Per “verhuisbrief” zijn gegevens opgevraagd

over de luchtkwaliteit, geluid,

gevaarlijke stoffen en verkeersplannen in

een bepaalde wijk;

• Telefonisch zijn vragen gesteld over

stankoverlast en geluidsoverlast in een

bepaalde wijk, ook met het oog op een

mogelijke verhuizing;

• Per emailformulier is gevraagd naar

ruimtelijke plannen in de nabije toekomst;

• Via het algemene emailadres is gevraagd

naar (beoogde) locaties voor UMTS-masten

en stralingsgevaar;

• De internetsites zijn gescand op gegevens

over luchtkwaliteit, externe veiligheid

en waterkwaliteit.

REACTIETIJD

In de onderstaande grafiek is per onderzoeksmethode

te zien welk percentage

van de gemeenten binnen vier weken een

inhoudelijk antwoord gaf op onze vragen.

67% van de gemeenten gaf een inhoudelijk

antwoord op onze verhuisbrief, maar een

aantal van hen reageerde te laat. Bij 60%

van de gemeenten kregen onze bellers een

inhoudelijk medewerker aan de lijn, in 25%

van de gevallen handelde de receptionist(e)

de vraag af. De bellers kregen daardoor

soms het gevoel dat ze niet voorbij de receptie

kwamen: ‘‘Ik stuur nog wel wat op,

zei de telefoniste, en ik kreeg een gemeentegids

opgestuurd met de milieuorganisaties

aangestreept…”

De verhuisbrief, de email en het emailformulier

vroegen om een reactie van de

gemeente. 10% van de gemeenten gaf op

geen enkele van de drie verzoeken een

inhoudelijke reactie. Voor 20% van de gemeenten

geldt dat zij op twee van de drie

verzoeken geen inhoudelijke reactie gaven.

Slechts 15% van de gemeenten reageerde

inhoudelijk op alle drie de verzoeken.

EEN GOED ADVIES AAN OVERHEDEN

• Geef (op tijd) antwoord!

• Besteed aandacht aan gezondheidseffecten

• Laat burgers meedenken

• Begrijpelijke taal & vindbare informatie

• Meer media

• Neem de vrager altijd serieus

• Wees compleet

• Geef informatie op niveau van de eigen

straat of wijk

percentage

70

60

50

40

30

20

10

0

inhoudelijk antwoord binnen vier weken

verhuisbrief e-mail e-mailformulier telefoon

methode

6 LIMBURGS MILIEU


WAT KUNT U ZELF MET HET VERDRAG

VAN AARHUS?

RECHT OP INFORMATIE

Het Verdrag van Aarhus geeft recht op

beschikbare milieu-informatie, zonder opgaaf

van reden. Dat is in Nederland geregeld door

het verdrag te verankeren in de Wet milieubeheer

en Wet openbaarheid bestuur. Met name

actieve groepen kunnen hier bij hun activiteiten

hun voordeel mee doen.

KWALITEIT VAN DE REACTIES PER THEMA

Lucht

Alle gemeenten beantwoorden de vragen

over luchtkwaliteit. De relatie tussen luchtkwaliteit

en gezondheidseffecten wordt

echter nauwelijks belicht. Eénderde van

de gemeenten geeft ook meetgegevens of

kaarten. Ook op de meeste websites wordt

het onderwerp ‘lucht’ behandeld, maar de

informatie is vaak erg algemeen. Acht gemeenten

(17%) geven ook informatie over

luchtkwaliteit in de (geselecteerde) wijk.

In de meeste gevallen is deze informatie

te vinden in beleidsrapporten die na enig

doorklikken gedownload kunnen worden.

Slechts bij één gemeente werden actuele

gegevens van meetpunten gevonden.

Externe veiligheid

Bijna alle gemeenten geven informatie

over gevaarlijke stoffen, gezondheidsrisico’s

voor de omwonenden worden

echter niet vermeld. Op de websites scoort

‘externe veiligheid’ het beste. Veertien

gemeenten hebben een directe link naar de

risicokaart van de provincie op hun site.

Bij de antwoorden op de vragen over de

UMTS-masten vermeldt 30% de locaties

van de masten. 40% legt de gezondheidseffecten

uit, evenzoveel verwijst door naar

de GGD.

Geluid

Over geluid geeft vrijwel iedereen informatie.

Ook hier ontbreekt informatie over

gezondheid.

Aan de telefoon worden de vragen over

geluid vooral duidelijk beantwoord als

er in de betreffende gemeente sprake is

van een concrete bron, bijvoorbeeld een

vliegveld of een snelweg. Bij geluid, net als

bij stank, verwijst de gemeente snel naar

de beleving. Wat de een hinderlijk vindt,

kan de ander nog acceptabel vinden. Eén

gemeenteambtenaar geeft als antwoord:

“Nou meneer, ik woon hier zelf al veertig

jaar, nooit geen last gehad…”

Water

Voor het onderwerp ‘waterkwaliteit’ is

maar op weinig websites aandacht.

Verkeer

In de reacties op de verhuisbrief wordt

in tweederde van de gevallen informatie

gegeven over verkeersplannen. Maar ook

hier wordt geen effect op de gezondheid

beschreven.

Ruimtelijke plannen

Zeventien gemeenten behandelden het

informatieverzoek per e-mail (beknopt)

inhoudelijk. Opvallend is dat informatie

over natuur en milieu niet of nauwelijks

wordt gegeven. Bij de best scorende

gemeente konden ruimtelijke plannen via

een link naar de gemeentelijke website

integraal worden ingezien. Eén gemeente

beperkte zich tot een algemene verwijzing

naar het volgen van de lokale huis-aanhuis

bladen.

PERSOONLIJK CONTACT

Nog steeds geldt dat vooral doorzettingsvermogen

loont als het om verkrijgen van

informatie gaat. Duidelijk is dat langsgaan

of bellen nog steeds het meest effectief

zijn. Probeer altijd de verhoudingen goed te

houden. Alleen als een gemeente de informatie

echt niet vrij wil geven kan het nuttig zijn

om op de formele plicht van het Verdrag van

Aarhus te wijzen.

MULTIMEDIAAL

Neem geen genoegen met doorverwijzen naar

een website als je dat niet wilt. De informatie

moet ook anders beschikbaar zijn, tenzij

er hele duidelijke redenen zijn waarom niet.

Ook eventuele kosten moeten redelijk zijn,

vergoedingen zijn in de getoetste gemeenten

nooit gevraagd.

DE GEMEENTERAAD

Is de informatie toch niet los te krijgen, of

doet de gemeente helemaal niets om de

inwoners over milieu en gezondheid te informeren,

benader dan eens de gemeenteraad of

de wethouder met de vraag hier wat aan te

doen. Kom eventueel zelf met een voorstel.

Veel gemeenten worstelen namelijk met het

op goede wijze aanbieden van de milieu-informatie.

Andere lokale organisaties, maar ook

de GGD en de milieufederatie kunnen hierbij

partner zijn. Denk ook aan de inzet van lokale

media.

MEER INFORMATIE

Op www.milieuhulp.nl staan meer goede tips

en hulpmiddelen om bijvoorbeeld informatieverzoeken

bij de gemeente in te dienen.

Natuurlijk kan ook de Milieufederatie advies

geven bij communicatie met de gemeente.

Stichting Milieufederatie Limburg 7


CONCLUSIES

• Een enkele uitzondering daargelaten

krijgt de burger onvoldoende informatie

van de gemeenten. Dat gemiddeld

genomen de helft niet binnen

vier weken reageert op een informatieverzoek

is verontrustend. Volgens

de gemeenten heeft dit vooral te maken

met de kwaliteit van de interne

organisatie en wordt erkend dat het

daar vaak mis gaat. Een aantal geteste

gemeenten heeft meteen maatregelen

genomen.

• Gemeenten die wel reageren, doen

hun best de gevraagde informatie te

verschaffen. Al wordt wel snel verwezen

naar sites waar vervolgens weinig

op staat. En soms wordt informatie

toegestuurd die niet relevant is voor

de gestelde vraag, zoals gemeentegidsen.

GOED VOORBEELD DOET GOED

VOLGEN

Er zijn gemeenten, provincies en waterschappen

die werk hebben gemaakt van

het verbeteren van de informatievoorziening

naar hun inwoners. Op de oproep met

deze initiatieven mee te dingen naar de

Aarhustrofee, kwamen 15 projectbeschrijvingen

binnen. Het project West en Weurt

van de gemeente Nijmegen is uiteindelijk

als winnaar uit de bus gekomen.

Via de website www.westenweurt.nl wordt

milieu-informatie van samenwerkende

overheden gebiedsgericht aangeboden. Het

is een aantrekkelijke website, met informatieve,

goed geredigeerde én begrijpelijke

teksten. De site is Aarhus-proof door toegang

tot de achterliggende documenten en

legt een directe relatie met gezondheidseffecten.

Burgers hebben deelgenomen aan

het maken van de website. Heel bijzonder

is dat de site specifiek voor een wijk is.

niet weg dat de site een voorbeeld is van

hoe burgers de informatie graag zouden

willen ontvangen.

De Milieufederaties hopen dat meer overheden

werk gaan maken van het Verdrag

van Aarhus. Het is daarbij erg belangrijk

om goed te luisteren naar de burgers. Ter

inspiratie volgen hier nog enkele adviezen

voor overheden. Doe er wat mee!

Anke Lodder

Milieufederatie Limburg

• Er wordt slechts zelden informatie

verstrekt over de eigen buurt. Vaak

zijn die gegevens op dat niveau niet

beschikbaar of dusdanig moeilijk in

beleidsplannen verpakt dat een leek

zijn weg niet vindt.

In de wijk West en Weurt is meer informatie

dan gebruikelijk voorhanden, omdat

er onderzoek is gedaan naar vermeelde

verhoogde kankerrisico’s door de industrie.

Een dergelijke gedetailleerde wijk-website

zal niet overal haalbaar zijn. Dat neemt

• Er wordt zeer beperkt informatie

gegeven over gezondheidseffecten.

Gemeenten geven aan het moeilijk te

vinden gezondheidseffecten te benoemen,

GGD’s zetten daar tegenover dat

zij te weinig geraadpleegd worden.

Het kan informatief zijn om gezondheidsklachten

beter te registeren en te

publiceren.

• Overheden hebben soms angst voor

claims, als de praktijk toch afwijkt van

het advies dat ze hebben gegeven.

Ook dreigt waardevermindering van

huizen door negatieve informatie over

een bepaalde wijk. Bestuurders zijn

daar nog wel eens gevoelig voor.

8 LIMBURGS MILIEU


IJzeren Rijn

CONTINUING STORY

Een jaar geleden, augustus 2005, heeft de Milieufederatie samen met de

bewonersgroep uit Budel in de allerlaatste minuut de onderhoudswerkzaamheden

aan het tracédeel Weert-Budel kunnen tegenhouden. Nu een jaar

verder, augustus 2006, zijn wij weer terug bij af. Pro-Rail heeft opnieuw een

verzoek ingediend om groot onderhoud te plegen aan het tracédeel Weert-

Budel.

De reden om groot onderhoud te plegen om twee redenen onrendabel. Ten eerste

is dat ProRail op dit moment “signalen uit geven twee treinen nooit de opbrengst die

de markt opvangt” dat er een vervoersbehoefte

is van circa 10 treinen per week tweede zal hetzelfde gedeelte weer op de

het renoveren van de spoorlijn kost. Ten

(per dag één heen en één terug). Een concrete

vervoersvraag is er blijkbaar nog niet. de IJzeren Rijn, te verwachten binnen twee

schop gaan, na een definitief besluit over

jaar.

Welke instantie gaat bijna 5 kilometer

spoorlijn volledig vernieuwen om daar Wij vragen ons dan ook af of het aantal

met twee treinen per dag gebruik van te van twee treinen per dag wel geloofwaardig

is. In de Netverklaring van 2007

maken? Blijkbaar is er voldoende overheidsgeld

beschikbaar om deze onrendabele

investering te doen. De investering is plannen voor 2007 en een doorkijk naar

van ProRail, hun beleidsdocument met de

de

jaren daarna, staat dat er uitgegaan wordt

van tijdelijk rijden via het historisch tracé

van de IJzeren Rijn, eerst met 2 treinen

en later met 15 treinen. Daarnaast lezen

we dat een structurele oplossing van de

IJzeren Rijn afhankelijk is van de uitspraak

van het Hof van Arbitrage. Het ministerie

van Verkeer en Waterstaat werkt hier momenteel

aan en hoopt op 1 april 2008 een

tracébesluit te kunnen nemen.

Wij zitten nu dus weer op hetzelfde

punt als een jaar geleden, de situatie is

nauwelijks veranderd. Opnieuw kunnen wij

gaan aantonen dat het Flora en Faunaonderzoek

van het Vogelrichtlijngebied

Weerter en Budelerbergen onvoldoende

is Opnieuw kunnen wij gaan aantonen

dat hier sprake is van het op een slinkse

manier reactiveren van de IJzeren Rijn.

Formeel heet het trouwens geen reactiveren

omdat maar een deel van de spoorlijn

in gebruik wordt genomen. Van reactiveren

wordt pas gesproken als ook de verbinding

van Roermond naar Duitsland bereden

kan worden. Opnieuw kunnen wij alle ter

inzage liggende documenten gaan doornemen

om te bekijken of er niet ergens een

kleine omissie is gemaakt om ook deze stap

weer stop te zetten, totdat onze bestuurders

een gedegen en toekomstvast besluit

nemen om een TEN-waardige IJzeren Rijn

aan te leggen. Deze moet dan gebaseerd

zijn op een werkelijke vervoersvraag en alle

treinen moeten er overheen kunnen.

Tot die tijd worden vele ambtenaren bij de

gemeentelijke en provinciale overheden en

werknemers van andere instanties beziggehouden

om de luchtballonnetjes die

ProRail steeds op laat, door te prikken. In

het volgende Limburgs Milieu zal wel weer

een hele opsomming van juridische spitsvondigheden

komen die geleid hebben tot

dat resultaat. Het wachten is dan weer op

het volgende idee van ProRail, gebaseerd

op “geluiden uit de markt”.

Wordt vervolgd….

Toine Wuts

Milieufederatie Limburg

Stichting Milieufederatie Limburg 9


Bouw varkensstal Swalmdal


BELANGRIJKE JURISPRUDENTIE IN DE BESCHERMING VAN NATUURGEBIEDEN

In juni 2006 heeft de Raad van State besloten dat de bouw van een varkensstal in het Swalmdal definitief niet door

kon gaan, vanwege de schadelijke effecten op de natuur. Daarmee is weer nieuwe jurisprudentie ontstaan die de

Milieufederatie helpt in haar inspanningen om de natuur in onze provincie te beschermen.

Het Swalmdal

Al in 2004 heeft de Milieu- en Heemkundevereniging

Swalmen (MHVS) een

procedure gestart tegen de bouw van een

nieuwe varkensstal vlakbij het Swalmdal.

Door de bouw van de stal zou de neerslag

van ammoniak op één deel van het Swalmdal

(de Leucker) weliswaar afnemen, maar

op een ander deel (het Haestert) zou deze

juist heel fors toenemen. De gemeente

had geen problemen met de nieuwe stal.

Zij hield alleen rekening met de effecten

op de Leuker, omdat alleen dit deel “voor

verzuring gevoelig” is.

SWALMDAL ALS HABITATRICHTLIJN-

GEBIED

Het gehele Swalmdal is een Habtitatrichtlijngebied.

In dit gebied moet gewerkt

worden aan het behoud en ontwikkeling

van waardevolle habitats en wilde flora en

fauna. Er mag zeker geen achteruitgang

optreden. Zowel de natuurlijke habitats

(gebiedsbescherming) als de belangrijke

soorten (soortenbescherming) in het gebied

zijn beschermd. De Swalm is volgens

deze richtlijn vooral belangrijk, omdat de

Vlottende waterranonkel en de Sterrekroos-Waterranonkel

er goed gedijen.

Ook het Swalmdal valt onder de richtlijn

vanwege zijn alluviale bossen, die op afzettingen

van rivieren en beken groeien. Het

Swalmdal wordt verder bewoond door de

Zeggekorfslak en de Rivierdonderpad.

Ammoniak is vooral voor de alluviale bossen

heel schadelijk. De MHVS redeneerde

dan ook dat het Swalmdal dan misschien

wel niet in zijn geheel als voor verzuring

gevoelig wordt gezien, maar dat de Habitatrichtlijn

wel stelt dat er geen verslech-

10 LIMBURGS MILIEU


NOG MEER BELANGRIJKE

JURISPRUDENTIE

De geplande locatie van de varkensstal

tering mag optreden voor de bijzondere

habitats en flora en fauna in het gehele

habitatrichtlijngebied. Doordat de ammoniakdepositie

sterk toeneemt op het

Haestert, is er dus wel degelijk kans op een

verslechtering van de leefomgeving van

deze bossen.

DE MILIEUFEDERATIE KOMT IN

BEELD

De rechtbank van Roermond heeft vorig

jaar al geoordeeld dat de gemeente niet

heeft aangetoond dat er geen verslechtering

zal optreden. Daardoor mocht

de bouw van de stal niet doorgaan. De

ondernemer ging echter in beroep en de

Raad van State moest uitspraak doen over

de zaak.

Omdat deze zaak ook voor de Milieufederatie

heel belangrijk is, heeft zij de nodige

ondersteuning gegeven aan de MHVS. Uit

de uitspraak van de Raad van State kon

jurisprudentie voortkomen, die van belang

is voor alle Milieufederaties.

De bescherming van de habitatrichtlijngebieden

is natuurlijk een zeer belangrijk

deel van ons werk. Als inderdaad alleen

voor verzuring gevoelige delen van habitatrichtlijngebieden

beoordeeld zouden

hoeven worden op de effecten van ammoniak,

dan zou dat betekenen dat er veel

waardevolle gebieden geschaad worden.

Gelukkig oordeelde de Raad van State anders.

In haar uitspraak maakte zij duidelijk

dat habitatrichtlijngebieden als één geheel

gezien moeten worden. Voor alle delen van

het gebied moeten dezelfde regels gelden.

Dus het gehele gebied moet beoordeeld

worden op de gevoeligheid voor ammoniak.

Omdat de MHVS voldoende heeft aangetoond

dat de waardevolle habitats in het

gebied wel degelijk voor verzuring gevoelig

zijn, oordeelde de Raad van State dat de

varkensstal niet op de voorgestelde plek

gebouwd mag worden en vernietigde de

bouwvergunning.

Anke Lodder

Milieufederatie Limburg

De ondernemer in Swalmen was al

in het bezit van een milieuvergunning,

verkregen van de gemeente. De

effecten van ammoniak op ’t Haestert

hadden volgens de Raad van State ook

beoordeeld moeten worden en de milieuvergunning

is op verkeerde gronden

verleend.

Deze uitspraak is conform eerdere

jurisprudentie, het zogenaamde

“Kokkelvisserij arrest“, C-127/02 van

het Europese Hof van Justitie”. Dit

arrest houdt in dat kokkelvissers

geen gebruik mogen maken van de

milieuvergunning als ze niet kunnen

aantonen dat hun onderneming geen

schadelijke effecten op natuur en

milieu heeft. Tot dit arrest werd ervan

uitgegaan dat een milieuvergunning

slechts aangepakt kan worden wanneer

er een verandering in de situatie

optreedt, bijvoorbeeld als een bedrijf

meer dieren gaat houden en dus een

aanpassing van de vergunning nodig

heeft.

In de huidige uitspraak worden dus

zowel het beoogd gebruik als de

bouwvoorschriften van een gebouw

meegenomen in de beoordeling van de

bouwvergunning.

Stichting Milieufederatie Limburg 11


Luchtvervuiling “DSM”

DOOR DE JAREN HEEN!

Het is algemeen bekend dat de lucht boven Limburg niet erg gezond is. De industrie krijgt vaak de schuld van deze

verontreiniging. In onze provincie is men snel geneigd om naar “de DSM” te wijzen. Maar hoe zit het nu eigenlijk

met de luchtvervuiling door dit bedrijf? Neemt deze toe of juist af? In dit artikel heb ik alle feiten voor u op een rij

gezet.

SITE CHEMELOT

Eigenlijk hebben we het tegenwoordig niet meer over “de DSM”,

omdat dit bedrijf slechts één van de bedrijven op het open

bedrijventerrein is. Het terrein van de site Chemelot is circa 800

hectare groot en ligt op grondgebied van de gemeenten Sittard-

Geleen en Stein. Op de site zijn vijftig fabrieksinstallaties gevestigd.

De oorspronkelijke eigenaar is DSM, maar daarnaast beschikken nu

ook een aantal andere bedrijven over installaties op dit terrein.

Andere eigenaren zijn onder andere Sabic, Limburgse Vinyl

Maatschappij (LVM) en Essent.

UITSTOOT NAAR DE LUCHT

De fabrieken op de site Chemelot stoten allerlei stoffen uit naar de

lucht. Deze stoffen komen zowel uit puntbronnen als diffuse bronnen.

Een puntbron is bijvoorbeeld een schoorsteen die de afvalstoffen

(hoog) in de lucht brengt. Bij een diffuse bron is niet precies aan te

wijzen waar de lozing plaatsvindt. Zo kunnen er allerlei stoffen in

installaties ontsnappen bij pompen, compressoren en afdichtingen. In

vaktermen wordt dan gesproken van ‘diffuse lekverliezen’.

In dit artikel wordt specifiek aandacht besteed aan die stoffen die

volgens de overheid speciale aandacht verdienen, de zogenaamde

aandachtsstoffen. Dit zijn: stikstofdioxide, fijn stof, benzeen, VOS

(vluchtige organische stoffen) en etheen. Voor deze stoffen gelden

normen; ze mogen maar in een vastgestelde concentratie in de

lucht aanwezig zijn.

Daarnaast geldt voor een aantal stoffen nog een minimalisatieverplichting.

De aanwezigheid van deze stoffen in de lucht moet

zoveel mogelijk worden teruggedrongen. Dit geldt voor: monovinylchloride,

benzeen, 1,3-butadieen en acrylonitril.

De derde categorie stoffen die in dit artikel aan bod komen zijn

de stoffen die ons klimaat beïnvloeden: de broeikasgassen. Dit

zijn CFK’s (chloorfluorkoolwaterstoffen), distikstofoxide (N 2 O) en

koolstofdioxide (CO 2 ).

De stof etheen laat een iets ander beeld zien. De uitstoot schommelt

al jaren rond een niveau van 500 ton per jaar. Ook voor etheen

zijn er veel maatregelen getroffen om de uitstoot te verminderen.

Het effect van deze maatregelen is grotendeels teniet gedaan door

hogere productieniveaus. Zo steeg de productie van een bepaalde

fabriek in deze periode met ca. 75%.

MINIMALISATIEVERPLICHTE STOFFEN

In de figuren 6 t/m 8 staan de emissies van de minimalisatieverplichte

(MVP) stoffen, zijnde monovinylchloride, butadieen en

acrylonitril. Benzeen behoort ook tot de MVP-stoffen, maar is

tevens ook een aandachtsstof (zie figuur 3).

25000

Figuur 1: emissies stikstofoxiden

stikstofoxiden

AANDACHTSSTOFFEN

In de figuren 1 t/m 5 staat de uitstoot van vijf aandachtsstoffen

-stikstofoxiden, fijn stof, benzeen, VOS en etheen- tussen 1985

en heden weergegeven. Duidelijk is dat voor de meeste stoffen de

emissies sinds 1985 sterk zijn afgenomen (60 tot 90%).

Sinds 2001 is een stabilisatie/lichte schommeling van de uitgestoten

hoeveelheden te zien. In 2003 is de uitstoot van benzeen en VOS

bijvoorbeeld iets gestegen. Dit komt doordat in dat jaar uitgebreide

metingen hebben plaatsgevonden van de diffuse emissies en deze

hoger bleken te zijn dan berekend. Vervolgens zijn maatregelen

genomen om deze uitstoot te verminderen.

tonnen

20000

15000

10000

5000

0

20450

7320

3162 3238 2993 3053 3001

1985 1996 2001 2002 2003 2004 2005

jaren

12 LIMBURGS MILIEU


5000

Figuur 2: emissies VO

S

VO S

Figuur 4: emissies fijn stof

fijn stof

4600

2500

4500

4000

3500

2000

1950

3000

1500

tonnen

2500

2260

tonnen

2000

1500

1779

1444

1826

1595 1642

1000

1000

500

500

187

101 77

46 64 57

0

0

1985 1996 2001 2002 2003 2004 2005

1985 1996 2001 2002 2003 2004 2005

jaren

jaren

Voor deze stoffen is eenzelfde beeld te zien als voor de aandachtsstoffen:

een forse afname sinds 1985 en stabilisatie sinds 2001. De

emissies van 1,3-butadieen zijn vanaf 2002 flink afgenomen. In

het Milieujaarverslag 2003 geeft Chemelot aan dat de afname met

name betrekking heeft op de diffuse lekverliezen bij de NAK3 (een

afname van 33 ton!).

Figuur 5: emissies etheen

700

600 585 580

500

481

572

512

492

etheen

BROEIKASGASSEN

In de figuren 9 t/m 11 wordt de uitstoot van de broeikasgassen

weergegeven. Bij de CFK”s valt op dat de zogenaamde harde CFK’s

niet meer worden gebruikt op de site Chemelot. De zachte CFK’s

worden gebruikt in grote industriële koelinstallaties en veelvuldig in

de kleinere airconditioningunits. De emissies van deze CFK’s, vooral

lekverliezen, laten een wisselend beeld zien. De pieken in 2002 en

2004 worden verklaard door het feit dat in deze jaren sprake was

van meer lekkages bij koelapparatuur.

De uitstoot van lachgas, een andere naam voor distikstofoxide(N 2 O),

is vanaf 1996 geleidelijk afgenomen. Dit gas wordt uitgestoten

bij de productie van salpeterzuur en caprolactam door DSM. De

laatste jaren is er door DSM in overleg met diverse overheden veel

aandacht besteed aan de monitoring van de emissies en onderzoek

naar verdergaande reducties. Enkele jaren geleden is een salpeterzuurfabriek

overgeschakeld naar een andere type katalysatornetten,

wat tot een belangrijke afname heeft geleid.

tonnen

tonnen

432

400

300

200

100

0

1985 1996 2001 2002 2003 2004 2005

jaren

Figuur 6: emissies monovin yl chloride

180

160

160

140

120

100

80

mo noviny lchlorid e

Koolstofdioxide (CO 2 ) is een belangrijk broeikasgas. In het kader

van het Kyoto-klimaatverdrag is per 1 januari 2005 een emissiehandel

voor de industrie in werking getreden. Gedachte achter

deze emissiehandel is dat de uitstoot afneemt op de economisch

meest gunstige plaats. De site Chemelot doet ook mee aan deze

60

40

20

0

32,8

26

19 17

14,5 15,4

1985 1996 2001 2002 2003 2004 2005

jaren

Figuur 3: emissies benzeen

benze

n

Figuur 7: emissies 1,3-butadiee

n

1,3-butadie

n

70

400

63

350

347

60

300

50

47 47

250

40

39

tonnen

200

tonnen

30

150

100

50

56

23 25

38

32

26

20

10

12

13,5 14,2

0

1985 1996 2001 2002 2003 2004 2005

jaren

0

1985 1996 2001 2002 2003 2004 2005

jaren

Stichting Milieufederatie Limburg 13


Figuur 8: emissies acrylonitril

acry

lonitril

Figuur 10: emissies distikstofoxide (N2O )

N2 O

200

14000

180

175

12000

11500

160

140

10000

120

8000

8686

8451

7953 7868

7523

tonnen

100

80

tonnen

6000

60

4000

40

33

2000

20

13 14 13,4

9,7 9,9

0

1985 1996 2001 2002 2003 2004 2005

0

1996 2001 2002 2003 2004 2005

jaren

jaren

emissiehandel. De afgelopen jaren zijn binnen de site diverse

maatregelen getroffen om de energie-efficiëntie van de fabrieken

verder te verhogen. Ze behoort inmiddels tot de wereldtop. Uit

figuur 11 blijkt echter dat de uitstoot van CO 2 nogal schommelt

en er geen sprake is van een afname van de totale emissies. Doel

van het Kyotoverdrag is dat de totale emissies gaan afnemen. De

komende jaren zal blijken in hoeverre dit de bedrijven op de site

Chemelot gaat lukken.

MAATREGELEN

Door de jaren heen zijn allerlei maatregelen genomen om de

uitstoot van stoffen naar de lucht te verminderen. Allereerst zijn

de emissies uit de “pijp” aangepakt. Door bijvoorbeeld het plaatsen

van filters en het optimaliseren van het productieproces. Hierdoor is

de uitstoot van verontreiniging naar de lucht aanzienlijk afgenomen.

Met deze zogenaamde puntbronmaatregelen zijn de grootste

slagen geslagen. Dit verklaart de forse daling van veel emissies in de

periode 1985 – 2001.

Door de diffuse emissies, de zogenaamde lekverliezen, te verminderen,

kan er nog een verdere daling optreden van de uitstoot van stoffen

naar de lucht. Chemelot heeft vooral aandacht voor de beperking

van de lekverliezen uit de afdichting van procesapparatuur. Door

het meten van deze emissies en het repareren van lekkages zijn deze

emissies flink afgenomen. Vooral voor pompen en compressoren is

het onderhouds- en beheersregime verder geoptimaliseerd.

rondom het bedrijventerrein. Maar er zijn meer factoren die invloed

hebben op de luchtkwaliteit in dit gebied. Met name het verkeer is

een belangrijke bron. Niet alleen het lokale personenverkeer, maar

ook het goederenverkeer van en naar de site.

Het blijkt dat de concentratie van stoffen in de lucht in vrijwel alle

gevallen voldoet aan de normen, die landelijk zijn vastgesteld, met

uitzondering van de stof etheen. De daggemiddelde concentraties

etheen worden bij de terreingrens (delen Klaverblad Kerensheide en

Bedrijvenpark Krawinkel) in geringe mate overschreden. Dit heeft

met name consequenties voor eventueel aanwezige natuurwaarden

en niet voor de gezondheid van mensen.

We kunnen dus inderdaad concluderen dat de luchtkwaliteit

rondom site Chemelot door de jaren heen is verbeterd. De uitstoot

van de meeste luchtverontreinigende stoffen door de ‘Chemelotbedrijven’

is fors afgenomen. Dat wil overigens niet zeggen dat de

bedrijven op de site Chemelot achterover kunnen leunen. Inspanningen

voor verdere reducties blijven noodzakelijk. Zo blijven de

minimalisatieverplichte stoffen een voortdurend aandachtspunt

evenals de CO 2 -emissies.

Dat de bedrijven verder zoeken naar mogelijkheden om de uitstoot

te verminderen, blijkt uit het ‘Chemelot Milieuplan 2006–2010’.

Hierin wordt beschreven welke milieumaatregelen en –voorzieningen

de bedrijven op de site in de komende jaren willen gaan uitvoeren.

In een volgend nummer van Limburgs Milieu meer hierover!

LUCHTKWALITEIT

De uitstoot door de fabrieken op de site Chemelot is fors verminderd

en dat heeft ook een positief effect op de luchtkwaliteit op en

Sandra Akkermans

Milieufederatie Limburg

Figuur 9: emissies CFK'

s

hardeCFK'

za chteCFK'

s

s

Figuur 1: emissies koolstofdioxide (CO2 )

CO2

1800

1639

1658

4000000

3954190

1600

3900000

1400

3800000

1200

kilogramme n

1000

800

662

tonnen

3700000

3600000

3564000

3686000

3589000

3570157

600

3500000

400

370

278

200

3400000

0

25 8 8

0

0

2001 2002 2003 2004 2005

3300000

2001 2002 2003 2004 2005

jaren

jaren

14 LIMBURGS MILIEU


Column Wim Kuipers

Milieu en

missaal

Foto: Fotobureau Kuit, Roermond

Het Schaap met de blauwe Tong. Dat zou de titel van een roman

kunnen zijn. Een roman die zich binnen veertien dagen afspeelt in

het hoofd (en hart misschien) van een oudere man - net AOW. Nee,

hij kan beter tien jaar jonger zijn: zo’n man is geloofwaardiger. Hij

moet wel tijd genoeg hebben om te tobben. Een brandweerman

dus die pas thuis zit. Zijn halve leven met de poten in het bluswater

gestaan, en zoveel vuur gezien, vertelt hij graag, dat hij rondleider

in de hel zou kunnen spelen.

Deze man krijgt maandag 14 augustus om twintig over elf ‘s avonds

een telefoontje. “Sorry, wel laat, maar ik dacht voor iemand van

de brandweer …” Of hij namens de afdeling Limburg van zijn partij

ideeën aan wil dragen voor de milieuparagraaf, “en wel snel, want

de verkiezingen wachten niet.”

Milieu? Wat willen ze precies? Nul, zeven of zeventien vliegtuigen

per week op Maastricht-Aachen-Airport? In zijn hoofd raast nog

wat Zomergast Leon de Winter de avond tevoren vertelde. Hoe bang

die was voor de raketten uit het Midden-Oosten, die Nederland

makkelijk kunnen bereiken. Hij zag ze inslaan, de kernkoppen. Ook

in Heerlen, Venlo? En daar zou elke partij een ander antwoord op

moeten hebben?

O nee, het ging over milieu. Twee dagen later blijken de raketten

muggen te zijn, die wel eveneens uit het zuiden komen. Ze bezorgen

wat schapen in Kerkrade een blauwe tong. Fluks pakt minister

Veerman zijn passer en trekt een beschermingsgebied van honderd

kilometer rond die schapen. Maar is dat wel genoeg? Nee. Nog een

stuk erbij, dat hij toezichtgebied noemt, zodat zelfs Amsterdam

Sperrgebiet is.

Hoe kunnen wij die muggen tegenhouden?, peinst onze brandweerman.

Ze kwamen misschien hierwaarts omdat het wekenlang tegen

de dertig graden of meer was. Hij krijgt visioenen van de opwarming.

Niet zo heet als hij meemaakte. Moet de Zuid-Limburgse

brandweer de beschikking krijgen over honderd kilometer stevig

gaas? Want als de opwarming van de aarde zo verder gaat, zullen

daar de eerste leeuwen en tijgers verschijnen, net als de Amerikanen

in september ‘44.

Haegen van Waterstaat ook al doorgestreept heeft. Na een totaal

verregende Hemelvaart stelde die een Nationale Rampendag voor.

Het KNMI had voorspeld “dat de winters natter worden en langdurige

hevige regen zal toenemen”, weshalve zij het noodzakelijk vond dat

de burgers beter voorbereid moesten zijn op extreem weer.

Ze had wel een vooruitziende blik, Melanie S. van H., want nog

nooit is augustus zo nat geweest. Moest ze daarom de politiek

verlaten? Gerd Leers, niet voor niets gekozen tot beste Limburgse

politicus aller tijden, heeft ook zo’n blik. Hij ziet zich als premier van

het zieltogende Zuid-Limburg en wil daarom een stroom echte immigranten.

Ambachtslieden, creatievelingen, denkers: laat ze maar

komen, waar ze ook vandaan komen, oreerde hij. Wel proberen die

mensen vast te houden, dacht ik toen de telefoon ging. Dat was B.

Of ik wat creatieve ideeën had over ons milieu. Ik betrapte me erop

dat ik nauwelijks benieuwd was naar wat de partijen over het milieu

gaan zeggen. Het gaat allemaal om Brussel, probeerde ik. “Die

roman speelt hier”, bitste B.

Ja, dan was die Nationale Rampendag misschien toch geen gek idee.

Het woord ‘ramp’ roept eenheid op, met zijn allen schouders eronder,

zonder onderscheid van denkbeelden over AOWBZWWAO of het

aantal Slavische Muzelmannen dat hier wiskundeleraar wil worden.

“Wat bedoel je precies?”, vroeg B., een klein beetje geïnteresseerd.

Ik bromde wat over het nut van Europese regels die van Kreta tot

Lapland gelden, “maar we moeten misschien weer met een echt

nationaal debat over ons milieu beginnen”, opperde ik. Nadenken

over ons milieu en geen (nogmaals) politieke haarkloverijen, want

rampen weten niet wie van de SP is en wie CDA’er. Misschien moet

de minst nationale provincie van Nederland hierbij het voortouw

nemen, riep ik enthousiast. Limburg. Leers?

Maar B. begon te lachen. Hij wou conflicten, demonstraties, kloppartijen

met de ME desnoods. Liever blauwe plekken dan zieke schapen

zogezegd. “Anders kun je het milieu net zo goed als bidprentje

in een missaal stoppen”, meende ik te horen.

Ik zal het niet goed gehoord hebben. En dan: wat schrijvers niet

allemaal verzinnen in hun bovenkamers…

Die passage streept de bedenker van de brandweerman, laten we hem

B. noemen, maar door, zoals hij staatssecretaris Melanie Schultz van

Wim Kuipers

Stichting Milieufederatie Limburg 15


Een kijkje in de keuken van de afdeling

Handhaving en Monitoring

WIE ZIJN WIJ EN WAT DOEN WIJ?

De afdeling Handhaving en Monitoring

van de Provincie Limburg bestaat, na een

recentelijke reorganisatie, uit drie onderdelen:

Toezicht en Handhaving, Advies en

Onderzoek en de Staf- en Publieksdienst.

Ieder onderdeel heeft een eigen taakgebied.

Portefeuillehouder van de afdeling

Handhaving is Gedeputeerde Herman

Vrehen.

De afdeling verzorgt onder meer het

toezicht op de naleving en handhaving

van regelgeving en beleid op het gebied

van milieu, water, ontgrondingen, natuur

en landschap. Daarnaast zorgt de afdeling

voor het opzetten en in stand houden van

monitorings- en meetsystemen van de

emissies naar lucht, water en bodem en de

kwaliteit van het milieu, allemaal met het

oog op beleidsevaluatie en trendanalyses.

Toezicht kan gedefinieerd worden als het

uitvoeren van controles zonder dat er al

daadwerkelijk sprake is van een overtreding.

Handhaving betreft vervolgens

alle activiteiten (hercontroles, juridische

procedures) nadat een overtreding is

geconstateerd met als doel die ongedaan te

maken. Daarmee onderscheidt onze aanpak

met behulp van het bestuursrechtelijke

instrumentarium zich van de strafrechtelijke

aanpak.

Door het uitoefenen van toezicht en

handhaving willen wij bereiken dat wetten,

regels, vergunningen, normen enzovoorts

worden nageleefd. Het realiseren van een

zo hoog mogelijk normconform gedrag is

hierbij het doel waarheen wij streven. Ons

bestuurlijke doel is de overtreding structureel

te beëindigen en indien mogelijk

ongedaan te maken, terwijl het strafrecht

de overtreder bestraft waarbij het oplossen

van het probleem niet de eerste drijfveer is.

BUREAU TOEZICHT EN HANDHAVING

Het bureau Toezicht en Handhaving voert

de toezichts- en handhavingstaken op basis

van de Wet milieubeheer en andere aan het

milieu gelieerde wetgeving uit. Deze gelden

voor zowel bedrijven als het buitengebied.

Het gaat om toezicht en handhaving op

locatie (preventief en repressief toezicht),

maar ook om administratief toezicht en

handhaving (beoordeling milieujaarverslagen,

handhaafbaarheid vergunningen). Zij

controleert bedrijven ter voorkoming en

16 LIMBURGS MILIEU

Controle bedrijf. Foto: Provincie Limburg


Opslag autowrakken.

Foto: Provincie Limburg

ook naar het effect van een mogelijke

overtreding voor het milieu, de veiligheid

en de volksgezondheid en naar de maatschappelijke

gevolgen van een overtreding

(bijvoorbeeld onrust bij de bevolking,

gevoelens van angst en onveiligheid etc.).

herstel van overtredingen en voert controles

op illegale handelingen uit in het buitengebied.

Ook vinden controles plaats ter

voorbereiding en uitvoering van opgelegde

bestuursrechtelijke maatregelen (dwangsommen,

e.d.). Het provinciale toezicht

vindt meer en meer in samenwerking met

andere handhavingspartners in Limburg

plaats. Voor meer informatie over de werkzaamheden

van dit bureau kunt u contact

opnemen met Paul Vossen, bureauhoofd,

telefoonnummer (043) 389 75 45.

BUREAU ADVIES EN ONDERZOEK

Het bureau Advies en Onderzoek voert de

provinciale milieumonitoringstaak uit, door

middel van het uitvoeren van metingen en

het exploiteren van diverse meetnetten.

Daarnaast verzamelt het bureau data en

coördineert en stelt de jaarlijkse Monitoringsrapportage

Milieu en Water van de

Provincie Limburg op. Het werkveld monitoring,

meten en analyseren kent een hoge

dynamiek en de noodzaak om voortdurend

in samenwerking met strategische partners

– op basis van complementariteit van kennis

en faciliteiten – in te spelen op actuele

maatschappelijke ontwikkelingen.

Het afgelopen jaar hebben wij dan ook

flink geïnvesteerd in het uitbouwen van

onze contacten met kennisinstituten

(Hogeschool Zuyd, Universiteit Maastricht)

en basisgezondheidszorgdiensten (de

GGD’s). Dit heeft geleid tot intensivering

van de samenwerking met de Hogeschool

Zuyd op het gebied van Life Sciences (één

van de speerpunten in het kader van de

Technologische Topregio Limburg) en met

de GGD’s op het gebied van de monitoring

van milieu- en gezondheidsaspecten in relatie

tot blootstelling(sgevaar). Voor meer

informatie over de werkzaamheden van

dit bureau kunt u contact opnemen met

Leo Direks, bureauhoofd, telefoonnummer

(043) 389 89 33.

CLUSTER STAF- EN PUBLIEKSDIENST

De gecombineerde staf- en publieksdienst

heeft als hoofdtaak het professioneel

ondersteunen van de bedrijfsvoering en

het afdelingsmanagement. Voor meer

informatie over de werkzaamheden van

dit cluster kunt u contact opnemen met

Jos Speck, bureauhoofd, telefoonnummer

(043) 389 75 37.

MAAR WE DOEN MEER!

Onze afdeling is direct verbonden aan het

thema ‘Veilig leven in Limburg’. Handhaving

en (milieu)monitoring is namelijk één

van die instrumenten die kunnen bijdragen

tot een gezonde, veilige en prettige leefomgeving

in Limburg. Het themaprogramma

bevat een tweetal punten waarvoor wij,

als afdeling, qua uitvoering mede aan de

lat staan.

Wij controleren alle bedrijven waarvoor wij

bevoegd gezag zijn minimaal 1 keer per

jaar. Een drietal branches met een (mogelijk)

verhoogd milieu-, gezondheids- en

veiligheidsrisico controleren wij twee keer

per jaar (chemische bedrijven, stortplaatsen

en autodemontagebedrijven). Wij kijken

niet alleen naar het naleefgedrag, maar

Daarnaast willen wij samenwerking met

de handhavingspartners bevorderen. Deze

doelstelling kunnen wij als Provincie

niet alleen realiseren. Naast onze eigen

inspanningen zijn ook de inspanningen van

gemeenten, waterschappen en rijksdiensten

(bijvoorbeeld de VROM-Inspectie,

Rijkwaterstaat, de Algemene Inspectiedienst

etc.), groene instanties, politie en

Openbaar Ministerie hierbij van groot

belang. Met deze partners werken wij dan

ook intensief samen. Bovendien trachten

wij de Limburgse gemeenten waar mogelijk

en gewenst te ondersteunen op het gebied

van Handhaving.

Het thema kent ook nog een ambitie: de

totstandkoming van een nieuwe adequate

handhavingsinfrastructuur in Limburg.

Controle buitengebied.

Foto: Provincie Limburg

Stichting Milieufederatie Limburg 17


Deze handhavingsinfrastructuur moet er

toe leiden dat:

• milieuhandhavingsinstanties 100%

voldoen aan de gestelde kwaliteitscriteria;

• de samenhang en de samenwerking in

de handhaving worden gewaarborgd;

• de continuïteit is gewaarborgd.

Om dit te realiseren is vanuit de Provincie

een driesporenbeleid opgepakt.

1. Een bestuurlijk spoor dat moet leiden

tot een nieuw bestuurlijk afsprakenkader

tussen de handhavingspartners.

2. Een faciliteringsspoor, gericht op het

realiseren van een facilitaire dienst,

die de handhavingspartners maximaal

ondersteunt en faciliteert.

3. Het regiespoor dat er toe leidt dat alle

handhavingsorganisaties voor 100%

(gaan) voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen.

Om het bestuurlijke spoor vorm te geven

hebben wij, in overleg met de handhavingspartners

een bestuurlijk handhavingsoverleg

(BHL) ingericht. Het is de bedoeling

dat de handhavingssamenwerking in 2006

(en verder), nadrukkelijk wordt gericht op

die onderwerpen die alle handhavingspartners

in Limburg van belang vinden.

WAARVOOR KUNT U ALS BURGER

BIJ ONS TERECHT ?

U kunt onder andere bij ons terecht voor

het melden van (milieu)klachten. Klachten

kunt u dag en nacht melden, per telefoon,

fax of per digitaal formulier. Via de website

www.limburg.nl (Beleidsvoering –> Milieu

en water –> Milieuklachten) vindt u meer

informatie over het melden van milieuklachten.

Aangeraden wordt om dringende

klachten in het belang van een snelle

aanpak telefonisch te melden via telefoonnummer

0800 - 235 9999.

Op deze website staat ook een milieukaart.

De milieukaart is bedoeld om vergunningen-

en handhavingsinformatie te

verstrekken. Op de milieukaart kan worden

gezocht naar informatie over bedrijven

waar de Provincie Limburg het bevoegde

gezag is. Bovendien staat er buitengebiedinformatie

op de milieukaart. In

het buitengebied worden door verschillende

handhavingsinstanties controles

uitgevoerd. Actuele informatie over de

waarneming in het buitengebied kunt u op

de milieukaart vinden. U kunt zoeken via

de postcode, gemeente of de locatie (naam

van de bedrijf/gebied).

TOEKOMST

Wij zitten als afdeling niet stil. De afdeling

Handhaving en Monitoring wil de handhaving

gebiedsgericht aan gaan pakken.

Vanuit deze gebiedsgerichte aanpak zal

de integrale handhaving gestalte krijgen.

Bovendien zijn wij samen met de handhavingspartners

aan het bekijken hoe wij het

toezicht en handhaving in het buitengebied

verder kunnen versterken. Deze

versterking wordt vorm gegeven door het

oprichten van een zogenaamde ‘Groene

Brigade’. Momenteel worden de laatste

voorbereidingen getroffen voor de oprichting

en in de toekomst hoort u ongetwijfeld

meer over de ‘Groene Brigade’.

MEER WETEN?

Voor meer informatie over onze afdeling

Handhaving en Monitoring kijk op

www.limburg.nl (Beleidsvoering –> Milieu

en water –> Handhaving).

Voor meer informatie over Handhaving

bij de Limburgse gemeenten kunt u op

de website van de betreffende gemeente

kijken.

Inge Brassé

Provincie Limburg

Ontgronding.

Foto: Provincie Limburg

18 LIMBURGS MILIEU


Het GroenHuis

GPS rukt op in het GroenHuis

MILIEURIDDERS VERRUILEN ZWAARD VOOR PDA

Navigatiesystemen zijn betaalbaar geworden. Dat is vooral te danken aan de opkomst van portable systemen,

compacte apparaten die vaak in de auto worden gebruikt (Tom Tom). Door de opkomst van de zogenaamde personal

digital assistant (pda), een soort zakcomputer, alsmede het ter beschikking komen van geschikte software en goed

digitaal kaartmateriaal zijn er diverse zeer zinvolle toepassingsmogelijkheden van Global Positioning System (GPS)

ontstaan. In dit artikel wil ik een overzicht geven van de diverse “groene” toepassingsmogelijkheden met speciale

aandacht voor het werk van de Milieufederatie en andere organisaties in het GroenHuis.

De locatie van het GroenHiis

GPS

Global Positioning System (GPS) is de

commerciële naam voor een wereldwijd

satellietplaatsbepalingssysteem dat

destijds is ontwikkeld voor gebruik door de

Amerikaanse strijdkrachten. Het systeem

bestaat uit 24 satellieten die in zes vaste

banen rond de aarde draaien en elk een

eigen signaal uitzenden. Met de ontvangst

van minimaal vier van deze satellieten kan

een gps-ontvanger de plaats op aarde bij

benadering bepalen.

Het gps-systeem is 24 uur per dag in

bedrijf, is nagenoeg overal ter wereld

bruikbaar en werkt onder alle weersomstandigheden.

Veel “groene organisaties” hebben de

voordelen van plaatsbepaling door middel

van GPS al ontdekt. Hieronder volgen een

aantal voorbeelden van het gebruik van

GPS door Limburgse natuur- en milieuorganisaties.

ONDERZOEK

Bij de leden van het Natuurhistorisch

Genootschap in Limburg (NHGL) is GPS

al aardig ingeburgerd. Bij het doen van

ecologisch veldonderzoek wordt al vele

jaren GPS gebruikt. Het Genootschap stelt

aan haar leden inventarisatiemiddelen beschikbaar

voor het verrichten van veldonderzoek.

Voorbeelden zijn de GPS Garmin

e-trex en de GPS Garmin 12. Veel leden

van het Genootschap hebben inmiddels

ook zelf een GPS-ontvanger aangeschaft.

De natuurwaarnemingen die de Natuur-

Bank Limburg beheert, zijn voor een groot

deel middels GPS vastgelegd.

EDUCATIE

Ook steeds meer IVN-afdelingen ontdekken

GPS als waardevol hulpmiddel bij het

uitdragen van de natuurboodschap. GPS

kan bijvoorbeeld gebruikt worden tijdens

wandelingen en excursies. Volgens het IVN

wordt het steeds belangrijker om de wat

oudere jeugd nieuwe uitdagingen te

geven. Het werken met GPS-apparatuur is

dan ook een mooie aanvulling op het

bestaande educatieve aanbod. Het IVN

Consulentschap Utrecht organiseerde op

16 september al een workshop “Werken

met GPS” voor jeugdbegeleiders. Ook in

Limburg wordt nog dit najaar een GPScursus

georganiseerd. De datum is op het

moment van schrijven nog niet bekend.

Op internet zijn overigens kant en klare

wandeltracks, fietstochten en excursies te

downloaden, bijvoorbeeld op de website

www.gpstracks.nl. Het ligt voor de hand

dat het GroenHuis de komende jaren

eveneens educatieve natuurwandelingen

gaat aanbieden aan haar achterban via

internet.

STRUINEN MET SATELLIETEN

Staatsbosbeheer heeft een nieuwe,

avontuurlijke manier van wandelen

geïntroduceerd. Met behulp van Global

Positioning System (GPS) wijken

wandelaars af van de geijkte paden en

komen ze op verborgen en onbekende

plekjes terecht. Zij gaan zelf op pad

door de natuurgebieden van Staatsbosbeheer.

De weg wordt gewezen

door een apparaatje ter grootte van

een mobiele telefoon.

Langs vrijwel iedere wandelroute heeft

de boswachter een ‘cache’ verstopt.

In dit kistje vinden de wandelaars een

schat aan informatie en een aantal

verrassingen.

Meer informatie:

www.staatsbosbeheer.nl

GPS-EN OP DE

BRUNSSUMMERHEIDE

Bij bezoekerscentrum Brunssummerheide

kunnen avonturiers een GPS

letterboxspeurtocht doen. Na een

algemene uitleg gaat men op pad met

GPS, op zoek naar verstopte grondbussen

(“letterboxen”). De wandelaars

leren omgaan met satellietnavigatie

en maken een leuke speurtocht door

de natuur.

Meer informatie:

www.natuurmonumenten.nl

Stichting Milieufederatie Limburg 19


Het GroenHuis

BEHEER

De Stichting Instandhouding Kleine

Landschapselementen (IKL) voert veel

werkzaamheden uit in het landschap

buiten de grote bos- en natuurgebieden.

Bij het voorbereiden van de projecten is

het nodig om te beschikken over zo exact

mogelijk gegevens over het voorkomen

van beschermde planten en dieren. Om die

reden neemt het IKL als partner deel aan

de NatuurBank Limburg en maakt gebruik

van de waarnemingen die met behulp van

GPS zijn gedaan.

Soms kan het van belang zijn om de locatie

van puntvormige landschapselementen,

zoals poelen, exact te lokaliseren in het

veld. GPS kan daarbij een handig hulpmiddel

zijn. Het IKL ziet op termijn ook toepassingsmogelijkheden

voor de lokalisatie

van de medewerkers van de buitendienst,

ingeval van calamiteiten. In dat geval kan

exacte plaatsbepaling immers van levensbelang

zijn.

BELEID EN HANDHAVING

Ook met betrekking tot handhaving kan

GPS een waardevol hulpmiddel zijn. Zo

zijn bij wijze van proef honderdvijftig

handhavers in het buitengebied van de

Provincie Gelderland uitgerust met een

PDA. Het digitale systeem zorgt ervoor dat

alle handhavers, of het nou Staatsbosbeheer

of de politie is, digitaal informatie

kunnen uitwisselen. Voor de invoering van

het systeem hielden alle betrokken partijen

in het gebied alleen toezicht op hun eigen

terrein. Een flora- en faunabeheerder kon

bijvoorbeeld niets ondernemen tegen een

illegale lozing en een inspecteur van het

lozingenbesluit kon niets doen tegen illegale

boomkap.

Het initiatief van de Provincie Gelderland

is medegefinancierd door het ministerie

van Justitie, het ministerie van Binnenlandse

Zaken en de Europese Unie. Justitie

is enthousiast over het systeem en verwacht

dat het de landelijke standaard gaat

worden. Zij lijkt hierin gelijk te krijgen; de

Provincies Brabant en Limburg hebben al

interesse getoond.

De Milieufederatie Limburg ziet ook wel

iets in een dergelijke vorm van handhaving.

De federatie krijgt geregeld meldingen

van illegale storten, beregeningsputten

e.d. Als de Provincie Limburg het Gelderse

voorbeeld daadwerkelijk gaat volgen, is

een project denkbaar waaraan de bij de

Milieufederatie aangesloten organisaties

eveneens deelnemen.

EIGEN ERVARING MET GPS

Sinds het voorjaar van 2006 heeft ondergetekende

ervaring opgedaan met een PDA

(HP iPAQ hw 6515) in combinatie met het

programma OziExplorer. Het Kadaster heeft

in mei 2006 digitale kaarten (1:25.000,

TOP25 to move) op de markt gebracht en

hier heb ik gebruik van gemaakt.

De belangrijkste toepassing voor de Milieufederatie

lijkt vooralsnog het zogenaamde

digitale geheugenspoor. Om de groepen

goed te kunnen bedienen in hun strijd voor

behoud van natuur en landschap, is kennis

van zaken uiteraard van groot belang. Om

een helder beeld te krijgen van het lokale

probleem is een terreinbezoek vaak noodzakelijk.

Hierbij kunnen de satellieten ons goed

helpen. Tijdens het terreinbezoek leggen zij

met behulp van OziExplorer en de kaarten

van het Kadaster een digitaal geheugenspoor

vast. Terug op kantoor kan dit spoor

met aantekeningen (waypoints) inclusief foto’s

worden afgedrukt en eventueel worden

geëxporteerd naar het programma Google

Earth. Dit programma kan gratis worden

gedownload van internet (earth.google.com)

en combineert satellietfoto’s, kaarten en de

kracht van de zoekmachine Google, zodat

je elke plek op aarde op je computer kunt

bekijken. Door het geheugenspoor in Google

Earth te laden, wordt het spoor zichtbaar op

satellietfoto’s, die waarschijnlijk met het jaar

scherper en beter zullen worden.

Een voorbeeld hiervan is hieronder afgedrukt.

Het betrof een veldbezoek in de buurt

van Grevenbicht. In huize Peeters hebben

de leden van het Federatief Verband Tegen

Ontgrindingen (FVTO) mij bijgepraat. Daarna

zijn we samen het gebied gaan verkennen.

Ter plekke werden de gevolgen van het

Grensmaasplan voor Grevenbicht en omgeving

bekeken. Het digitale geheugenspoor

is rood gekleurd. De aantekeningen zijn in

een geel kader weergegeven. Daarna ziet u

hetzelfde geheugenspoor met aantekeningen

vanuit OziExplorer geëxporteerd naar

Google Earth.

Rode lijn: het digitale geheugenspoor (tracks);

Gele lijn: aantekeningen (waypoints)

Rode lijn: het digitale geheugenspoor (tracks);

Gele lijn: aantekeningen (waypoints)

Ook met betrekking tot “ontwikkelingsplanologie”

kan GPS een handig instrument

zijn. Ontwikkelingsplanologie is tegenwoordig

het toverwoord om ‘rode’ ontwikkelingen

te koppelen aan ontwikkelingen

in het ‘groen’, waarbij een verbetering

van de groene kwaliteit voorop staat. Ook

hier geldt weer dat een goede beoordeling

een goede terreinkennis vergt, waarbij de

satelliet via het digitale geheugenspoor

wederom van dienst kan zijn.

In de loop van dit jaar gaan de partners

van het GroenHuis hun automatisering

onder de loep nemen. Het ligt voor de hand

dat ook GPS-toepassingsmogelijkheden de

revue zullen passeren. Om de aangesloten

groepen maximaal te kunnen bedienen zullen

de milieuridders van het GroenHuis het

zwaard uiteindelijk verruilen voor een pda!

Hans Heijnen

Milieufederatie Limburg

Met dank aan Henk Schmitz (IKL), Simone van

Bergen (IVN) en Henk Heijligers (NHGL)

20 LIMBURGS MILIEU


IKL zoekt locaties voor

aanplant klimaatbosjes

NOTENBOMEN VERBETEREN LEEFKLIMAAT EN BINDEN CO2

Burgers, boeren, buitenlui, maar ook Limburgse bedrijven en gemeenten kunnen door de aanleg van een klimaatbosje

een bijdrage leveren aan de oplossing van het klimaatprobleem. De klimaatbosjes bestaan uit minimaal drie tot

maximaal negen walnotenbomen, geplant in driehoeksverband. De bomen leveren niet alleen een bijdrage aan de

verbetering van het woon- en werkklimaat, maar ze binden ook kooldioxide (C02). De uitstoot hiervan leidt wereldwijd

tot grote klimaatveranderingen. De ‘klimaatbosjes’ staan symbool voor de grote C02-bossen die men elders in

de wereld aanlegt ter compensatie van de opwarming van de aarde.

In Nederland is niet zo veel ruimte om

grote bossen aan te leggen, maar individuele

mensen met grond, maar ook bedrijven

en gemeenten kunnen met de aanleg van

een klimaatbosje van notenbomen hier wel

degelijk gewicht in de schaal leggen. Het

is de bedoeling dat via deze campagne van

Landschapsbeheer Nederland en de Landschappen

de komende jaren in Nederland

in totaal 600 bosjes worden aangelegd. In

Limburg gaat het Limburgse Landschap en

de stichting Instandhouding Kleine Landschapselementen

in Limburg,IKL 50 bosjes

van notenbomen in driehoeksverband

planten. Boeren, particulieren, bedrijven,

maar ook gemeenten die belangstelling

hebben voor de aanleg van zo’n bosje

kunnen hiervoor contact opnemen met de

stichting IKL.

CONCRETE OPLOSSING

De veranderingen in het klimaat leiden

wereldwijd tot grote probleem. In de toekomst

nemen deze problemen bovendien

toe. In Nederland krijgen we nog meer te

maken met hittegolven, droge periodes en

hevige regenval die grote overstromingen

tot gevolg kunnen hebben. In de rest van

de wereld is sprake van woestijnvorming,

verlies van landbouwgrond en natuurrampen.

Het gevolg: armoede, ziekte (o.a.

van Lyme), conflicten en het uitsterven

van planten en dieren. Door middel van de

landelijke campagne HIER vragen 40 maatschappelijke

organisaties met steun van

de Nationale Postcode Loterij niet alleen

aandacht voor de klimaatproblemen, maar

dragen ze ook hele concrete oplossingen

voor dit probleem aan.

INTRIGERENDE PLEK

Met de aanleg van een bosje met notenbomen

voegt de initiatiefnemer duidelijk

iets nieuws toe aan de omgeving. Door de

keuze van deze markante boomgroep in

driehoeksverband ontstaat een hele intrigerende

plek in het landschap, de stad of

op openbare locaties, waar de bomen voor

een periode van vele tientallen tot zelfs

100 jaar kooldioxide kunnen binden.

DUURZAAM GEBRUIK

Bij de soortkeuze voor de klimaatbosjes

is bewust gekozen voor duurzame

walnoot, omdat deze in het Nederlandse

cultuurlandschap al minstens 2000 jaar als

‘karakteristieke huisgenoot’ fungeert bij

boerderijen en gebouwen. Het is een veelzijdige

gebruiksboom die elk seizoenen iets

ander accent toevoegt aan zijn omgeving

en daardoor veel mensen aanspreekt..

Vanwege het driehoeksverband prikkelen

ze bovendien de nieuwsgierigheid. De

vorm staat symbool voor een duurzaam

gebruik, waarbij de oplossing van het grote

veelomvattend probleem van klimaatveranderingen

deels opgepakt kan worden

door individuele mensen. Personen die een

locatie voor een klimaatbosje beschikbaar

stellen, geven deze boodschap ook door

aan al die mensen die mogelijk later met

hun kinderen onder deze bomen noten

rapen. Op deze wijze inspireert het verhaal

Stichting Milieufederatie Limburg 21


Het GroenHuis

van de klimaatbosje ook nieuwe generaties.

Tenslotte levert de boom na kap, ook nog

hard waardevolle hout op dat veelal in

kostbaar kostbare meubelstukken verwerkt

wordt.

SAMENWERKING

Klimaatbosjes kunnen overal geplant

worden. Ze zijn bedoeld voor iedereen. De

stichting IKL zoekt de samenwerking op

met particulieren en boeren in het buitengebied.

Maar ook overheden en bedrijven

kunnen ook een bijdrage leveren door

grond beschikbaar te stellen. Zo kunnen de

notenbomen op openbare locaties geplant

worden langs wandel of fietspaden in het

open landschap, maar ook op bedrijventerreinen,

parken, scholen, parkeerzones,

pleinen, kinderboerderijen, pompstations,

bij winkelcentra, fastfoodcentra of meubelboulevards.

Voor 28 locaties heeft IKL

plantmateriaal beschikbaar. Het Limburgs

Landschap plant verder aan op haar eigendommen.

OPVALLENDE PLANTLOCATIES

Voor de aanleg van klimaatbosjes gelden

geen expliciete eisen. Het basismodel

bestaat uit drie walnoten in driehoeksverband,

waarvoor de optimale afmetingen

van 16 bij 16 meter aangehouden worden.

Maar dit kan ook worden opgeschaald tot

een parkmodel (zes bomen, 24 x 21 meter)

of een bosmodel (negen bomen, 32 bij 28

meter).

Vanwege het bewustwordingselement

krijgen opvallende plantplekken echter de

voorkeur. Bij het bosje wordt een informatiepaneel

geplaatst dat het publiek

informeert waar dit landschapselement

voor staat.

Grondeigenaren als boeren en particulieren,

maar ook bedrijven, scholen,

dorpsraden en gemeenten die een met de

aanleg van een klimaatbosje , een op de

toekomst gerichte bijdrage willen leveren

aan het wereldwijde klimaatprobleem én

een aangenaam, aantrekkelijk woon- en

werkklimaat, kunnen contact opnemen met

de stichting IKL.

Voor meer informatie:

0475 – 386 430

Doe mee. Laat HIER zien dat

klimaatbosjes meer dan noten alleen

opleveren.




























22 LIMBURGS MILIEU


De Herfstschroeforchis

PORTRET VAN EEN LAATBLOEIER

Op donderdag 17 augustus 2006 is een boek verschenen over de Herfstschroeforchis in Zuid-Limburg. De auteur,

Dhr. J. Willems, verbonden aan de Universiteit Utrecht, heeft in begrijpelijke taal de processen beschreven die zich

afspelen in een populatie van deze zeldzame orchideeënsoort. Gedurende een aaneengesloten periode van 25 jaar,

is bij deze plant wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd. Dit langjarig onderzoek is buitengewoon waardevol

gebleken.Het is van groot belang voor de evaluatie van het gevoerde beheer en het uitzetten van nieuw beleid.

De Herfstschroeforchis dient gezien te worden als indicatorsoort, gaat het juist met deze plant goed, dan geldt dat

over het algemeen ook voor andere soorten planten en dieren.

Het onderzoek is gebaseerd op het jaarlijks

volgen van een aantal individuele planten.

Door de lange periode van het onderzoek

is het mogelijk een onderscheid te maken

tussen eenduidige trends en onregelmatige

schommelingen in de demografische

ontwikkeling van de populatie. De

Herfstschroeforchis onderscheidt zich van

de andere inheemse Orchideeën niet alleen

door een bescheiden en weinig kleurrijke

bloeiwijze, maar vooral door het gegeven

dat de bloeiperiode in de nazomer valt.

Het rozet van bladeren is gedurende het

grootste deel van het jaar bovengronds

aanwezig en slechts absent gedurende

de zomermaanden als een erfenis van de

zuidelijke herkomst van de soort.

De Herfstschroeforchis is, behalve in het

gebied van de Middellandse Zee, een zeer

sterk bedreigde soort in de rest van het

verspreidingsgebied. Meer dan 90% van

de groeiplaatsen is verdwenen als gevolg

van de rigoureuze veranderingen in het

landgebruik gedurende de afgelopen eeuw.

Voor een doelmatige bescherming van de

nog resterende populaties is het noodzakelijk

kennis te hebben van de fenologie

en demografie van deze weinig opvallende

plantensoort.

Meer informatie is te vinden op de website

van het Natuurhistorisch Genootschap in

Limburg: www.nhgl.nl

Henk Heijligers

Natuurhistorisch Genootschap in Limburg

Meer informatie: h.heijligers@nhgl.nl

Het boek is uitgegeven door de Stichting

Natuurpublicaties Limburg van het Natuurhistorisch

Genootschap. Het boek is te

bestellen door 15,- (inclusief verzendkosten)

over te maken op gironummer

429851van het Publicatiebureau Natuurhistorisch

Genootschap te Melick. Vermeld

bij de omschrijving uw adres, postcode en

woonplaats.

Stichting Milieufederatie Limburg 23


Milieufederatielimburg.nl in een nieuw jasje!

Misschien heeft u het al gezien: de website van de

Milieufederatie Limburg heeft in de zomermaanden

een flinke opknapbeurt ondergaan. Het uiterlijk, de

inhoud en de techniek achter de site zijn stevig onder

handen genomen.

Het nieuwe ontwerp springt natuurlijk het meest in het oog.

De website oogt frisser en kleurrijker dan voorheen. We kregen

regelmatig klachten van bezoekers, die moeite hadden met de

kleine lettertjes, die op de site gebruikt werden. De lettergrootte

is inmiddels aangepast. De huidige letters zijn, als het goed is,

voor iedereen leesbaar. Een andere veelgehoorde klacht betrof de

vele pop-ups die te pas en te onpas opdoken. Deze zijn volledig

verdwenen.

Site-seeing

Een beetje organisatie presenteert zich tegenwoordig

op het wereldwijde web. Op internet zijn, ook voor

de natuur- en milieuliefhebber, diverse interessante

websites te vinden. Deze keer aandacht voor de eigen

website van de Milieufederatie Limburg, die in een

nieuw jasje is gestoken. Daarnaast nog een interessante

website over gentech. Blijf ons uw links sturen via

sml@milieufederatielimburg.nl!

ACTUEEL EN OVERZICHTELIJK

Wat misschien nog wel belangrijker is dan het uiterlijk van de

website, is de indeling. De Milieufederatie Limburg zet al jaren

brieven en reacties op haar website. In praktijk blijkt echter dat

maar weinig bezoekers deze documenten ook daadwerkelijk

weten te vinden. Ook daar is nu verandering in gekomen. Op de

nieuwe website vindt u onder het kopje ‘wat doen we’ informatie

over alle projecten en onderwerpen waar de Milieufederatie

zich mee bezighoudt. Bezwaarschriften, bedenkingen e.d. worden

consequent op de site gezet bij het betreffende onderwerp. De

stukken kunnen heel eenvoudig geopend en uitgeprint worden.

Neem maar eens een kijkje in ons uitgebreide archief en doe er

uw voordeel mee.

Onder het kopje ‘publicaties’ is drukwerk te vinden, zoals brochures

en boekjes. Vaak gaat het dan om gezamenlijke uitgaven

van de provinciale Milieufederaties. Ook het tijdschrift Limburgs

Milieu kunt u in digitale vorm, zij het in slechtere kwaliteit, nog

eens nalezen op internet. En om het u makkelijk te maken zullen

ook de agenda en notulen van de regiovergaderingen in de

rubriek ‘publicaties’ verschijnen.

Bent u op zoek naar actuele gegevens van lokale natuur- en

milieuorganisaties uit uw buurt? Neem dan eens een kijkje bij het

onderdeel ‘partners’. Doordat dit gedeelte nu gekoppeld is aan

het adressenbestand van de Milieufederatie, komen de nieuwste

gegevens automatisch op de website te staan. Heeft uw organisatie

een eigen homepage en is deze nog niet bij ons bekend?

Geef het adres dan aan ons door, dan wordt hij op onze website

geplaatst. Wij vinden het natuurlijk erg leuk als u vervolgens ook

een link naar de Milieufederatie Limburg opneemt op uw website!

GAAT U EVEN KIJKEN?

Wij willen u graag uitnodigen om een kijkje te nemen op de

nieuwe website van de Milieufederatie. We zijn erg benieuwd

naar uw reactie!

Stop gentech, koop biologisch!

SPEEL HET GENTECH BOE-SPEL EN WIN EEN CHEF-KOK

BIJ JE THUIS

Als je biologische zuivel, vlees of eieren koopt weet je zeker dat de

‘leveranciers’ (koe, kip, varken) gentechvrij voer gegeten hebben.

Maar bij producten zónder het EKO-keurmerk, is de kans groot dat

de dieren wel genetisch gemanipuleerd veevoer hebben gehad.

Bijna alle landbouwdieren worden namelijk gevoerd met genetisch

gemanipuleerde maïs en soja. Maar de consument weet dit niet

omdat het niet op het etiket van het product in de winkel gezet

hoeft te worden. Alleen als er voor het product zelf gentechnologie

is gebruikt – bijvoorbeeld gentechsoja in slaolie of gentechmaïs in

chips – moet dit erop staan. Veevoer blijft buiten beeld. Door deze

producten te kopen werk je dus ongemerkt mee aan de groei van

de gentech-industrie. Met het grote Gentech BOE-spel wil Biologica

op een ludieke wijze aan consumenten zichtbaar maken waar de

gentechsoja en gentechmaïs naar toe gaan.

In de biologische landbouw, de meest duurzame vorm van landbouw,

is gentechnologie verboden. Het vee krijgt eerlijk voer waar

niet mee is geknutseld en gewassen krijgen de tijd om te groeien.

Steeds meer mensen kiezen voor biologische producten vanwege

het natuurlijke karakter en de pure smaak. Je herkent de producten

aan het EKO-keurmerk.

24 LIMBURGS MILIEU


Als je nù het grote Gentech BOE-spel

speelt, maak je kans op fraaie prijzen.

Hoofdprijs is een biologisch diner dat bij je

thuis wordt bereid door chefkok Eric van

Veluwen van Landgoed Rhederoord. De

ingrediënten voor de hoofdprijs worden

beschikbaar gesteld door De Natuurwinkel.

Andere prijzen: 2 kookworkshops bij

Rhederoord, 2 biologische wijnpakketten

van Pieksman Wijnimport, 5 maandabonnementen

op de Odin-tas met biologische

groente en fruit, en 10 exemplaren van het

Odin-receptenboek ‘Vier de seizoenen’.

De actie loopt van 4 oktober tot en met 15

november. De actie is een initiatief van

Biologica en is mede mogelijk gemaakt

door Stichting Promotiebureau Biologische

Speciaalzaken.

Circuit de Peel in Venray

VAN DE REGEN IN DE DRUP

In het vorige Limburgs Milieu heb ik in

woorden uitgelegd dat een verplaatsing

van circuit de Peel uit de Ecologische

Hoofdstructuur (EHS) naar de nabijgelegen

Provinciale Ontwikkelingszone

Groen (POG) geen oplossing is. Bovendien

is het in strijd met het provinciale

beleid, aangezien de ontwikkelingen

hier vooral gericht moeten zijn op versterking

van “het groen”. Deze keer wil

ik dit alles in beeld duidelijk maken,

Het nevenstaande plaatje geeft duidelijk

de provinciale intentie weer van het gehele

gebied in de omgeving van het huidige

circuit. Het donkergroene gedeelte

is de Ecologische Hoofdstructuur (EHS);

het lichtgroene gedeelte is het Provinciale

Ontwikkelingszone Groen (POG).

Links van deze kaart ligt de provincie

Brabant inclusief het habitatrichtlijngebied

de Deurnese peel.

PRECEDENTWERKING

Als de provincie het mogelijk maakt om

op deze plek af te wijken van haar beleid

inzake de Provinciale Ontwikkelingszone

Groen (POG), dan zal deze binnenkort

ook op veel plaatsen in Limburg ter

discussie staan. Want vrijwel alle andere

bedreigingen voor de POG-gebieden,

zoals woningbouw en agrarische bedrijven,

zijn van groter maatschappelijk

belang en minder vervuilend dan een

racecircuit.

Toine Wuts

Milieufederatie Limburg

Stichting Milieufederatie Limburg 25


Cursus Ecologisch Moestuinieren

Centrum Ecologisch Leven (CEL) organiseert in samenwerking met Velt Zuid-Limburg een weekendcursus Ecologisch

Moestuinieren. In deze cursus maakt u kennis met de basisprincipes van ecologisch tuinieren. Tijdens dit weekend in

november komen onder andere onderwerpen als ‘bodemzorg’, ‘gewasbescherming’, ‘biodiversiteit’ en ‘biologische

bemesting’ aan bod. Het volledige programma kunt u downloaden van de website: www.keutenberg.nl.

Eco-moestuinieren heeft een beginnerscursus

en een cursus voor gevorderden.

De beginnerscursus vindt plaats van vrijdagavond

3 november tot zondagmiddag

5 november. De gevorderdencursus

vindt plaats van vrijdagavond 10 november

tot zondagmiddag 12 november. Er

zijn overnachtingsmogelijkheden en voor

maaltijden wordt gezorgd.

De kosten van de complete cursus inclusief

materialen en twee overnachtingen

in tweepersoonskamers (volpension)

bedragen 160. Het is ook mogelijk om

thuis te overnachten. De kosten bedragen

dan 80,- voor niet-Veltleden en

70,- voor leden.

Centrum Ecologisch Leven is een educatief

project van Wilma Peeters en Peter

Visser uit Schin op Geul. Het doel van

het project is het bieden van mogelijkheden

voor een meer ecologisch verantwoorde

levenshouding. Het centrum

doet dat door middel van educatieve

activiteiten, zoals cursussen over de

moestuin en de siertuin. Daarnaast laten

Wilma en Peter tijdens de open-tuinendagen

zien dat vele ‘oude ambachten’

in een modern jasje ontzettend leuke en

ontspannende activiteiten kunnen zijn.

De cursussen worden gegeven in het

Ecohonk, Keutenberg 5, 6305 PP Schin

op Geul, 043 4592007. Het honk ligt op

20 minuten lopen vanaf station Schin op

Geul. Eventueel kan er gebruik worden

gemaakt van een ophaalservice.

Meer informatie:

Wilma Peeters: 043-4592007

www.keutenberg.nl

26 LIMBURGS MILIEU


Woordzoeker Lucht

Zoek de verborgen woorden in de letterbrij. De overgebleven letters vormen de oplossing van de puzzel.

G E W L E N S R S T O K E N D G E E C N

L N V E R K E E R A U R E G E N D O O E

A N I C H U I T L A A T G A S I A N M R

B D E R G N O L A M S Z T N X L T G P E

B R E D A O V I U I T A E O E I M E E L

F S O M J P N F T L M N I D M U O Z N O

O A B E E I S T O K A D I A I V S O S S

T G E O I N R E N T F E E R S R F N E I

S B L U D K D O B O S N E R S E E D R K

R V E D R W A R T E V N O L I V E A E O

U U I N U O F S L U I E J E E T R N N O

U I D A Z I K M G D A G N I N H E O N R

Z L N O E I O E A A O M R T F C E O D M

I E U T T T N M N M S S E E I U W H B E

B T S S O E P E S B I N N E N L U C H T

P E O R G O C I S I R S T E T E E S V H

E I R T S U D N I U E I L I M P S R I A

T H C U L G A A L N O Z O E S R U T E A

L A N D B O U W B E N Z E E N U O N O N

L U C H T E N S N E T S E O H W B N T F

Stichting Milieufederatie Limburg 27

More magazines by this user
Similar magazines