Handleiding rekenmodel - Arbeidsmarktplatform PO
Handleiding rekenmodel - Arbeidsmarktplatform PO
Handleiding rekenmodel - Arbeidsmarktplatform PO
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
RICHTING GEVEN IS VOORUITKIJKEN<br />
STRATEGISCHE PERSONEELSPLANNING<br />
IN HET <strong>PO</strong><br />
<strong>Handleiding</strong> <strong>rekenmodel</strong>
Richting geven is vooruitkijken<br />
Strategische personeelsplanning in het <strong>PO</strong><br />
<strong>Handleiding</strong> <strong>rekenmodel</strong>
Deze handleiding kwam tot stand in opdracht van het Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt<br />
(SBO)<br />
KOCK – strategie | management | organisatie<br />
Tilburg, december 2011<br />
Jeroen Koppens<br />
Gé Keizers
I n h o u d s o p g a v e<br />
Pagina<br />
1 Inleiding 4<br />
2 Uitgangspunten 4<br />
3 Basisgegevens 5<br />
3.1 Huidig personeelsbestand 5<br />
3.2 Aantal leerlingen 7<br />
3.3 Functie-invulling 8<br />
3.4 Financiële gegevens 9<br />
4 Toekomstige onderwijsmix 9<br />
5 Functie-invulling 11<br />
6 Inzetmix 12<br />
7 Confrontatie en analyse 12<br />
3
1 Inleiding<br />
Dit document bevat de handleiding voor het <strong>rekenmodel</strong> SPP (Excelsheet), aansluitend<br />
op de methodiek “Richting geven is vooruitkijken”. Het <strong>rekenmodel</strong> bevat twee<br />
kernberekeningen:<br />
Berekening van de toekomstige personeelsbehoefte<br />
Berekening van het toekomstige personeelsaanbod<br />
Op basis van deze twee berekeningen wordt een confrontatie gemaakt tussen de<br />
toekomstige personeelsbehoefte en het toekomstige personeelsaanbod.<br />
Deze handleiding volgt de opbouw van het <strong>rekenmodel</strong>. Vooraf wordt eerst ingegaan<br />
op een aantal uitgangspunten. Vervolgens zal de excelsheet inhoudelijk worden<br />
toegelicht.<br />
2 Uitgangspunten<br />
Het <strong>rekenmodel</strong> bestaat uit zes tabbladen, namelijk:<br />
• Basisgegevens<br />
• Toekomstige onderwijsmix<br />
• Functie-invulling<br />
• Inzetmix<br />
• Confrontatie & analyse (1)<br />
• Confrontatie & analyse (2)<br />
Alleen op de eerste vijf tabbladen kunnen gegevens worden ingevuld.<br />
In het <strong>rekenmodel</strong> wordt gewerkt met drie kleuren, namelijk:<br />
• Geel; in deze vakken kunnen de gewenste kwantitatieve gegevens worden<br />
ingevuld.<br />
• Blauw; in deze vakken kan tekst worden ingevuld.<br />
• Wit; deze vakken worden ingevuld door middel van berekeningen die in Excel zijn<br />
ingevoerd. Hier hoeft niets te worden ingevuld, dit gebeurt automatisch.<br />
In gele vakken (waarin u gegevens kunt invullen) kunnen soms al gegevens staan. Dit<br />
heeft twee redenen: het betreft een ‘default’ of invoer om foutmeldingen in Excel te<br />
voorkomen. Bij de desbetreffende defaults wordt in de komende paragrafen<br />
stilgestaan.<br />
Let op: als u geen gebruik maakt van een geel of blauw vakje, zet dan het cijfer 1<br />
terug naar 0.<br />
Let op dat bij het invullen van de percentages per functiecategorie het totaal op<br />
100% uitkomt. Als de optelling op 100% uitkomt zal het programma een groen vakje<br />
aangeven. Een oranje vakje geeft een onderwaardering weer, een rood vakje geeft<br />
een overwaardering weer.<br />
4
3 Basisgegevens<br />
Voor het maken van de twee kernberekeningen (zie methodiek, pag. 16) is een aantal<br />
basisgegevens nodig. Hieronder wordt toegelicht om welke basisgegevens het gaat,<br />
waarom deze nodig zijn en waarop moet worden gelet bij het invoeren van deze<br />
gegevens.<br />
3.1 Huidig personeelsbestand<br />
Het huidige personeelsbestand wordt benut voor het bepalen van het toekomstige<br />
personeelsaanbod. Dit toekomstige personeelsaanbod wordt berekend door het<br />
huidige personeelsbestand te extrapoleren naar over vijf jaar. Het toekomstige<br />
personeelsaanbod geeft weer wat een school over vijf jaar in huis heeft als het de<br />
komende jaren niets zou ondernemen (niet werven, geen promotie van medewerkers,<br />
etc.). Bij de berekening van het toekomstige personeelsaanbod wordt een aantal<br />
variabelen in acht genomen, namelijk:<br />
Gemiddelde jaarlijkse uitstroom (%)<br />
Gemiddelde deeltijdfactor<br />
Ziekteverzuim<br />
Hieronder staat op grafische wijze de extrapolatie van het huidige personeelsbestand<br />
weergegeven.<br />
Personeelsinzet Personeelsaanbod op op<br />
functiecategorieën ë n<br />
(t<br />
)<br />
Extrapolatie<br />
• Uitstroom<br />
• Deeltijdfactor<br />
• Ziekteverzuim<br />
Personeelsinzet Personeelsaanbod op op<br />
functiecategorieën ë n<br />
(t+5<br />
)<br />
Bij het invullen van het huidige personeelsbestand vraagt het <strong>rekenmodel</strong> om een<br />
uitsplitsing in functiecategorieën en leeftijdscategorieën. In het <strong>rekenmodel</strong> voert u<br />
voor iedere functiecategorie (bijvoorbeeld: LA, LB, directie, etc.) het aantal werknemers<br />
(in FTE) in, uitgesplitst naar leeftijdscategorie. Het is mogelijk om in de lege kolommen<br />
naar gelang functiecategorieën (onderwijsassistenten, leraren in opleiding, etc.) toe te<br />
voegen. Deze gegevens worden ook meegenomen bij het bepalen van het<br />
toekomstige personeelsaanbod. Mogelijkerwijs zijn er onderwijsgevende<br />
functiecategorieën die op dit moment niet, maar in de toekomst wellicht wel worden<br />
ingevuld. Het is verstandig om deze functiecategorieën in het huidige<br />
personeelsbestand op te nemen in de excelsheet.<br />
5
Gemiddelde jaarlijkse uitstroom<br />
De gemiddelde jaarlijkse uitstroom (%) is een factor die bepalend is voor het<br />
personeelsaanbod (t+5). De jaarlijkse uitstroom kan te maken hebben met vergrijzing.<br />
Uitstroom kan ook het gevolg zijn van medewerkers die vervangen moeten worden,<br />
omdat ze een baan hebben bij een school in een andere regio of omdat ze buiten het<br />
onderwijs gaan werken.<br />
De gemiddelde jaarlijkse uitstroom kan worden berekend op basis van<br />
ervaringsgegevens op de langere termijn (afgelopen 3-5 jaar). Het percentage<br />
gemiddelde jaarlijkse kan per leeftijdscategorie op basis van het aantal medewerkers<br />
worden berekend. Het uiteindelijke percentage is een optelsom van de jaren, gedeeld<br />
door het aantal jaren.<br />
Gemiddelde deeltijdfactor<br />
De gemiddelde deeltijdfactor laat de mate zien waarin door medewerkers in een<br />
bepaalde leeftijdscategorie in deeltijd wordt gewerkt. Dit speelt ook een rol bij het<br />
bepalen van het toekomstige personeelsaanbod. Deze factor is per leeftijdscategorie<br />
gebaseerd op het huidige personeelsbestand. Per leeftijdscategorie kan de netto<br />
werktijdfactor (NWF) vast worden gesteld. Als de NWF niet voorhanden is, kan deze<br />
ook worden bepaald door de bruto werktijdfactor (BWF) te berekenen minus<br />
loongerelateerde verloven (onder meer BA<strong>PO</strong> en ouderschapsverlof). Vervolgens kan<br />
de gemiddelde deeltijdfactor berekend worden door de NWF van iedere docent op<br />
te tellen en te delen door het totaal aantal docenten in die leeftijdscategorie.<br />
Ziekteverzuim<br />
Het ziekteverzuimpercentage is de laatste factor die wordt meegenomen bij een<br />
extrapolatie van het huidige personeelsbestand.<br />
Hieronder staat een voorbeeldweergave van de Excelsheet voor het bepalen van het<br />
toekomstige personeelsaanbod op basis van het huidige personeelsbestand.<br />
6
Leeftijdscategorie LA LB Directie …… Gemiddelde<br />
jaarlijkse uitstroom<br />
(%) op basis van<br />
ervaringsgegevens<br />
Gemiddelde<br />
deeltijdfactor per<br />
leeftijdscategorie<br />
op basis van<br />
ervaringsgegevens<br />
-25 jaar 0,00 0,00 0,00 0,00 4,0% 0,82<br />
25-29 jaar 0,00 0,00 0,00 0,00 3,8% 0,82<br />
30-34 jaar 0,00 0,00 0,00 0,00 4,4% 0,82<br />
35-39 jaar 0,00 0,00 0,00 0,00 4,0% 0,82<br />
40-44 jaar 0,00 0,00 0,00 0,00 3,1% 0,82<br />
45-49 jaar 0,00 0,00 0,00 0,00 2,5% 0,82<br />
50-54 jaar 0,00 0,00 0,00 0,00 2,5% 0,82<br />
55-59 jaar 0,00 0,00 0,00 0,00 3,8% 0,82<br />
60-64 jaar 0,00 0,00 0,00 0,00 55,5% 0,82<br />
Totaal 0,00 0,00 0,00 0,00 x x<br />
Tips:<br />
Het is praktisch om bij het invullen van het huidige personeelsbestand gebruik te<br />
maken van de netto werktijdfactor (NWF).<br />
• Verdisconteer in het geval van de BWF ouderschapsverlof en BA<strong>PO</strong> in de<br />
deeltijdfactor.<br />
Ga bij de jaarlijkse uitstroom/deeltijdfactor zoveel mogelijk uit van robuuste cijfers<br />
(meer jaren meenemen in berekening of mogelijk een bestuursbrede analyse<br />
gebruiken).<br />
Het is mogelijk om OOP (concierges, etc.) in te vullen. Echter, deze komen in het<br />
<strong>rekenmodel</strong> alleen terug bij de extrapolatie naar het toekomstige personeelsaanbod.<br />
Bij de bepaling van de toekomstige personeelsbehoefte wordt alleen rekening<br />
gehouden met het primaire proces en komen deze functies niet terug.<br />
De toekomstige inzet van functies bepaalt welke categorieën precies worden<br />
meegenomen in de basisgegevens. Mogelijkerwijs zijn er onderwijsgevende<br />
functiecategorieën die op dit moment niet, maar in de toekomst wel worden<br />
ingevuld.<br />
3.2 Aantal leerlingen<br />
Een van de factoren die bepalend is voor de toekomstige personeelsbehoefte, is het<br />
verwacht aantal leerlingen van de school. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat deze<br />
gegevens op een school per leerjaar bekend zijn. Dit gegeven dient als input voor het<br />
bepalen van het aantal groepen per leerjaar in het tabblad ‘toekomstige onderwijsmix’.<br />
7
Concreet ziet dit er in het <strong>rekenmodel</strong> als volgt uit:<br />
Aantal leerlingen leerjaar 1 leerjaar 2 leerjaar 3 leerjaar … leerjaar 8<br />
(t) 73 116 83 101 67<br />
(t+5) 90 90 90 90 83<br />
Combinatie 180 180<br />
Bij het invullen van het aantal leerlingen is ook ruimte gemaakt voor eventuele<br />
combinatieklassen. Bij deze vorm zal het aantal leerlingen van de verschillende leerjaren<br />
bij elkaar moeten worden opgeteld en deze som worden ingevuld bij het laagste<br />
leerjaar van de combinatieklas. Dus als leerjaar 3 en 4 een combinatieklas wordt, dan<br />
zal het totaal aantal leerlingen van die leerjaren moeten worden opgeteld en onder<br />
combinatie worden ingevuld. Dit betekent daarmee ook een aanpassing in de<br />
toekomstige onderwijsmix (hoofdstuk 4).<br />
3.3 Functie-invulling<br />
Met de functie-invulling wordt bepaald hoeveel tijd (in %) de diverse<br />
onderwijsgevenden aan lestaken besteden, uitgesplitst in onderbouw, middenbouw,<br />
bovenbouw. In het primair onderwijs staat de functie-invulling ook bekend als de<br />
normjaartaak.<br />
De functie-invulling bestaat uit lestaken, lesgebonden taken, deskundigheidsbevordering<br />
en/of overige taken:<br />
Lestaken is de tijd die wordt besteedt aan de uitvoering.<br />
Lesgebonden taken is de tijd die een leerkracht bezig is met bijvoorbeeld<br />
voorbereiding.<br />
Met deskundigheidsbevordering wordt de ontwikkeling en het leerproces van de<br />
werknemers bedoeld.<br />
Onder coördinatie en organisatie wordt verstaan: tijd in de normjaartaak voor<br />
overleg, coördinatie, onderwijsontwikkeling, algemene en incidentele schooltaken.<br />
De huidige functie-invulling heeft vooral tot doel om eventuele verschillen in<br />
taakbesteding te duiden met de toekomstige functie-invulling (zie hoofdstuk 5).<br />
Bovendien dient deze als eerste exercitie om de functie-invulling in de huidige situatie<br />
te kunnen duiden.<br />
Aandeel in percentage LA LB Directie<br />
Lestaken (%) 0% 0% 0%<br />
Lesgebonden taken (%) 0% 0% 0%<br />
Deskundigheidsbevordering (%) 10% 10% 10%<br />
Overige taken (%) 0% 0% 0%<br />
Totaal 10% 10% 10%<br />
8
Tips:<br />
Als er geen verschil is in normjaartaak tussen onder-, midden- en/of bovenbouw,<br />
kan men volstaan om deze voor alle drie “de gebouwen” hetzelfde in te vullen.<br />
Relevant is dat er gebruik wordt gemaakt van een gemiddelde functie-invulling per<br />
functiecategorie. Voorbeeld: een LB-leerkracht met ambulante taken.<br />
3.4 Financiële gegevens<br />
Om de financiële effecten van personeelskeuzes in kaart te brengen, kan in het<br />
<strong>rekenmodel</strong> ook de gemiddelde personeelslast (GPL) per functiecategorie en de<br />
(toekomstige) gemiddelde inkomsten per leerling worden ingevuld.<br />
Zoals uit de methodiek blijkt, is het ook mogelijk om deze gegevens niet in te vullen.<br />
Dit betekent wel dat er alleen personele berekeningen worden uitgevoerd (in FTE’s).<br />
Een effect dat in strategische personeelsplanning niet meegenomen wordt, is de stijging<br />
in personeelslast doordat medewerkers stijgen in functieschalen.<br />
Tips:<br />
Aanbevolen wordt om gebruik te maken van de schoolspecifieke GPL.<br />
Het model gaat uit van een gemiddelde jaarlijkse inflatie; deze kan gewijzigd worden<br />
in het <strong>rekenmodel</strong>. Deze staat als default al vastgesteld op 2%.<br />
Het is het meest realistisch om bij de inkomsten per leerling uit te gaan van die<br />
middelen die gebruikt worden om de personele formatie te financieren (lumpsum<br />
en wellicht deel van de additionele middelen).<br />
Bij de toekomstige gemiddelde inkomsten per leerling is het mogelijk om een<br />
inschatting te maken van de stijging of daling van inkomsten op basis van<br />
ontwikkelingen in het politieke landschap (bezuinigen of investeren).<br />
4 Toekomstige onderwijsmix<br />
De toekomstige onderwijsmix is als het ware een kwantitatieve vertaling van de<br />
onderwijsvisie van de school. Op welke wijze wordt het onderwijs in de toekomst<br />
georganiseerd op deze school? Door deze vertaling kan de benodigde<br />
onderwijscapaciteit in het <strong>rekenmodel</strong> worden berekend.<br />
Het <strong>rekenmodel</strong> berekent in eerste instantie de in de toekomst benodigde<br />
onderwijscapaciteit in klokuren voor het draaien van het rooster. Hoeveel capaciteit<br />
nodig is, is afhankelijk van het aantal groepen (op basis van het verwacht aantal<br />
leerlingen) en het aantal begeleiders voor de groep.<br />
9
In de excelsheet ziet dit er als volgt uit:<br />
Toekomstige onderwijsmix leerjaar 1/2<br />
Onderwijsvorm Aantal Splitsingsnorm Aantal<br />
klokuren op<br />
begeleiders<br />
'rooster van de<br />
per groep<br />
toekomst' (per<br />
jaar)<br />
Aantal<br />
groepen<br />
Benodigd aantal<br />
klokuren<br />
onderwijscapaciteit<br />
voor draaien<br />
rooster<br />
Klassikaal<br />
onderwijs 930 20 1,0 9 5292<br />
….. 0 1 1,0 0 0<br />
….. 0 1 1,0 0 0<br />
….. 0 1 1,0 0 0<br />
Totaal 0 x x x 0<br />
In het <strong>rekenmodel</strong> worden per leerjaar de diverse onderwijsvormen ingevoerd.<br />
Afhankelijk van de visie van de school kan er differentiatie optreden tussen de<br />
verschillende onderwijsvormen. Er kan naast klassikale uren sprake zijn van<br />
groepsdoorbrekende uren, waarbij verschillende leerjaren bijvoorbeeld samen les<br />
krijgen.<br />
Vervolgens wordt per leerjaar het aantal klokuren op het “rooster van de toekomst”<br />
ingevoerd. Hiermee wordt bedoeld: het gewenste rooster zoals dat er over vijf jaar<br />
uitziet op basis van onderwijskeuzes die zijn gemaakt. Bijvoorbeeld: hoeveel lesuren<br />
besteedt de school in leerjaar 1 aan klassikaal onderwijs.<br />
Het <strong>rekenmodel</strong> berekent vervolgens op basis van het verwacht aantal leerlingen het<br />
aantal groepen. Echter, verwacht wordt dat de school een splitsingsnorm aangeeft in<br />
het <strong>rekenmodel</strong>. Een groep bestaat volgens de onderwijsvisie idealiter uit 20 leerlingen.<br />
Als er bijvoorbeeld meer dan 20 kinderen in een leerjaar zitten, wordt er een nieuwe<br />
groep gestart. Mocht je als school dit niet willen, kun je de splitsingsnorm wijzigen,<br />
zodat het gewenste aantal groepen in het <strong>rekenmodel</strong> staat. Bij 22 leerlingen kan de<br />
splitsingsnorm op 22 worden gezet, zodat er nog steeds sprake is van 1 groep.<br />
De laatste factor die wordt meegenomen bij het berekenen van de benodigde<br />
onderwijscapaciteit is het aantal begeleiders voor de groep. In de meeste gevallen zal<br />
er 1 leerkracht voor de groep staan, maar in de toekomst is het eventueel ook<br />
mogelijk te werken met groepsdoorbrekende uren, waarbij een grotere groep<br />
leerlingen meerdere begeleiders heeft.<br />
Uiteindelijk berekent het model (zie methodiek, figuur 6) de benodigde<br />
onderwijscapaciteit.<br />
10
Tips:<br />
Het aanpassen van het aantal groepen per leerjaar kan geschieden door<br />
‘trial and error’ van de splitsingsnorm.<br />
Als er op scholen met combinatieklassen wordt gewerkt, worden de groepen per<br />
leerjaar groter. Dus: als leerjaar 3 en 4 een combinatieklas is, dan wordt er gerekend<br />
met de gegevens van de combinatieklas, ingevuld op het tabblad “basisgegevens”.<br />
Mogelijkerwijs zal dan de rekenformule in het <strong>rekenmodel</strong> moeten worden<br />
aangepast.<br />
Het is interessant om te variëren in onderwijsvormen als:<br />
• de verhouding één leerkracht bedient x leerlingen per onderwijsvorm sterk<br />
verschilt;<br />
• het aantal begeleiders per onderwijsvorm verschilt;<br />
• de inzet per onderwijsvorm zal verschillen;<br />
Als een bepaalde onderwijsvorm voor een deel van de tijd door meer begeleiders<br />
wordt uitgevoerd zijn er twee opties:<br />
• er wordt uitgegaan van een gemiddelde bezetting op deze onderwijsvorm;<br />
• de onderwijsvorm wordt uitgesplitst over een deel met één begeleider en een<br />
deel met meer begeleiders. Dan moet ook het aantal lesuren op het rooster door<br />
twee worden gedeeld en over deze twee rijen worden uitgesplitst..<br />
5 Functie-invulling<br />
De toekomstige personeelsbehoefte wordt niet alleen bepaald aan de hand van de<br />
toekomstige onderwijsmix, maar ook aan de hand van de visie op leraarschap. Deze<br />
visie bestaat uit de toekomstige functie-invulling en de inzetmix (zie hoofdstuk 6).<br />
In het <strong>rekenmodel</strong> wordt de toekomstige functie-invulling, in de lijn van de huidige<br />
functieinvulling (tabblad “basisgegevens), ingevuld. Bijvoorbeeld: hoeveel procent van<br />
de tijd is een LA-docent idealiter bezig met lestaken, lesgebonden taken,<br />
deskundigheidsbevordering en overige taken?<br />
Het is belangrijk dat de onderwijsvormen die in de onderwijsmix zijn ingevuld de<br />
onderwijstijd vertegenwoordigen die bij de toekomstige functie-invulling zijn ingevuld<br />
onder de noemer ‘lestaken’ en ‘lesgebonden taken’. Bijvoorbeeld als de<br />
voorbereidingstijd onder de lesgeboden taken vallen, moeten ze ook terugkomen in de<br />
onderwijsmix.<br />
11
6 Inzetmix<br />
Met de inzetmix wordt onderzocht welke onderwijsgevenden welk deel van de<br />
benodigde onderwijscapaciteit verzorgen.<br />
In het <strong>rekenmodel</strong> kan per functiecategorie worden aangegeven welk deel van de tijd<br />
per onderwijsvorm wordt besteed. Bijvoorbeeld een LA docent is 60% van de tijd bezig<br />
met klassikaal onderwijs, een onderwijsassistent is 30% bezig en een LB docent 10%.<br />
Hieronder staat een voorbeeld weergegeven:<br />
Inzetmix onderbouw<br />
Onderwijsvorm<br />
Benodigd aantal<br />
klokuren<br />
onderwijscapaciteit<br />
voor draaien<br />
rooster<br />
LA<br />
LB<br />
Klassikaal onderwijs 0 0% 0 0% 0<br />
….. 0 0% 0 0% 0<br />
….. 0 0% 0 0% 0<br />
….. 0 0% 0 0% 0<br />
Totaal benodigde<br />
onderwijscapaciteit per<br />
functieniveau (in klokuren) x x 0 x 0<br />
Tips:<br />
De tabellen hebben betrekking op zowel de onderbouw, middenbouw als<br />
bovenbouw.<br />
Belangrijk is dat er horizontaal op een onderwijsvorm een percentage van 100%<br />
moet uitkomen.<br />
De verhouding tussen bijvoorbeeld leerkrachten en onderwijsassistenten moet een<br />
kloppende weerspiegeling zijn van het aantal begeleiders per groep (tabblad<br />
“toekomstige onderwijsmix”). Bijvoorbeeld: een bezetting van 1,5 begeleider per<br />
groep zal in de inzetmix een verhouding moeten hebben van 33% : 67%.<br />
7 Confrontatie en analyse<br />
Nadat de gegevens die nodig zijn voor het berekenen van de twee kernberekeningen<br />
zijn ingevoerd, worden deze zichtbaar in de confrontatie en analyse 1 en 2.<br />
12
Dit leidt tot grafische weergaven over:<br />
Toekomstige leeftijdsopbouw<br />
Verwacht aantal leerlingen<br />
Wervingsinspanning<br />
Personele verhouding in functiecategorieën<br />
Kosten en baten primaire proces.<br />
Een voorbeeld van een dergelijke weergave staat hieronder:<br />
OA LA LB<br />
Personeelsbehoefte 2,6 14,7 12,2<br />
Personeelsaanbod 0,9 23,8 5,8<br />
Verschil 1,7 -9,1 6,4<br />
13
Postbus 556<br />
2501 CN Den Haag<br />
T 070 376 57 70<br />
F 070 345 75 28<br />
Lange Voorhout 13<br />
2514 EA Den Haag<br />
E sbo@caop.nl<br />
I www.onderwijsarbeidsmarkt.nl<br />
PUBLICATIEREEKS