Magazine 2010 (pdf) - Bert Hellinger Instituut Nederland

hellingerinstituut.nl

Magazine 2010 (pdf) - Bert Hellinger Instituut Nederland

Bert Hellinger Instituut Nederland

Systemisch werk met opstellingen - Familie - Organisatie - Onderwijs - Samenleving

Magazine 2010

In dit nummer o.a.:

14 Nederlandse opstellers aan het woord

Opstellingen in andere culturen: Mexico en Rusland

Rijk palet aan workshops met gastdocenten

Nieuwe en bestaande opleidingen

Mini-congres Systemische Werkvormen in Organisaties 2010

Jaaragenda 2010

Uitgaven Het Noorderlicht

- 1 -


Inhoud

Rijk 3

Ziel of Ego? 4

Systemisch werken introduceren 5

De Toegewijde Reis 7

Over de werking van opstellingen in organisaties 8

Traumatiseren en/of hertraumatiseren door Systemisch Werken 9

Vrede begint in de ziel van … ? 10

Wonderlijke herhalingen 12

Pesten, een symptoom van het systeem? 13

Ordeningen van liefde in patchworkfamilies 15

Door het oog van de naald 16

Opstellingen in ontwikkeling 17

Vonken van Vernieuwing 18

Systemisch coachen 20

De ziel van de relatie 21

Rijk 22

Over Bert Hellinger 23

Sint Petersburg 24

Mexico 25

Opleidingen bij het Bert Hellinger Instituut 26

Workshops 27

Kalender 2010 27

Workshops uitgelicht 30

Minicongres Systemische Werkvormen in Organisaties 2010 34

Het Noorderlicht 35

Colofon

Dit is een uitgave van het

Bert Hellinger Instituut Nederland,

en verschijnt één keer per jaar.

Aan dit nummer werkten mee:

Jan Jacob Stam

Bibi Schreuder

Otteline Lamet

Jan Andreae

Wibe Veenbaas

Oscar David

Bouke de Boer

Margriet Wentink

Inge Land

Siebke Kaat

Ineke van Keulen

Anton de Kroon

Daan van Kampenhout

Jürg Thölke

Eindredactie

Anton de Kroon, Jan Jacob Stam en

Bibi Schreuder

Oplage

5000

Vormgeving en opmaak

Noordzijde, grafische communicatie

Druk:

Scholma Druk, Bedum

- 2 -


Rijk

In dit magazine geven we vooral het woord aan Nederlanders die een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van

systemisch werk in ons land. Naast diegenen, die in dit magazine aan het woord komen, zijn er natuurlijk nog vele,

vele anderen die bijdragen, zoeken, worstelen, ontwikkelen en zonder wie het veld van systemisch werk niet zo zou

zijn zoals het nu is.

Diversiteit. De bijdragen in dit magazine zijn geschreven door mensen vanuit verschillende achtergronden, professies

en tradities. Eén ding hebben ze gemeenschappelijk: ze dragen bij aan de ontwikkeling van een veld.

Er is maar één conclusie mogelijk: Nederland is rijk. Met zoveel diversiteit, met zoveel integriteit en met zoveel

zelfreflectie op de nog steeds jonge methode van opstellingen en systemisch werk tekenen zich de contouren af van

veel, waarheen systemisch werk nog groeien kan, op een gezonde manier, waarbij het dienend kan zijn aan ontwikkelingen

waarheen de maatschappij zich beweegt en die op ons afkomen.

Flow. Al de eerste keer doorlezen van de verschillende bijdragen zette bij mij weer stromen van gedachten, inzichten

en ideeën in werking. Elk woord extra zou afdoen aan de schoonheid van het palet aan bijdragen.

Veel leesplezier,

Jan Jacob Stam

Bert Hellinger Instituut Nederland

- 3 -


Ziel of Ego?

Een wereld van verschil

Otteline Lamet

Wat mij in mijn werk als psychotherapeute

en familieopsteller steeds

weer bezig houdt is dat mensen

komen en zeggen dat ze ergens

vanaf willen. Het liefste zonder dat

ze er zelf veel voor hoeven te doen.

‘Was me, maar maak me niet nat’,

heet dat in vakjargon. Het werk van

Bert Hellinger - met zijn oplossingsgerichte

benadering en bijna magische

methode - appeleert natuurlijk

enorm aan deze drang. Inmiddels

heb ik geleerd - mede dankzij de

spirituele school van Almaas - dat

de dingen buiten jezelf meestal niet

veranderen, maar je kunt wel leren

je verhouding ertoe te veranderen.

Je kunt leren je ego identificatie met

dingen langzaam los te laten. Dit

gaat alleen niet zonder diepe pijn

te voelen. En juist dat is wat iedereen

-ikzelf incluis - liever uit de weg

gaat. Dit heeft me de laatste jaren

behoorlijk aan het denken gezet.

Opstellers zeggen te werken met de

zielslaag, maar wat betekent dat nou

in een wereld waarin we voornamelijk

te maken hebben met de egostructuur?

Oftewel: hoe houden we

onszelf en elkaar voor de gek?

Een veelvoorkomend fenomeen bij

familieopstellingen is dat mensen

in één of andere vorm zeggen een

last te dragen voor hun ouders (en

daar willen ze vanaf). In de wereld

van de psychotherapie is dit het

zeer bekende fenomeen ‘parentificatie’:

Kinderen dragen een last (mee)

en zorgen van hieruit voor hun

ouders. Vanuit systemisch oogpunt

zeggen we dan: ‘Ze komen op een

verkeerde plek te staan.’ Het komt

helaas bijna bij iedereen voor, alleen

verschilt natuurlijk de mate waarin

het voorkomt. De ene familie is

- 4 -

zwaarder belast dan de andere.

Kinderen vibreren direct mee op

de gevoelslaag van hun ouders.

Niemand uitgezonderd. Bij baby’s is

het hart nog open en een belangrijke

kwaliteit van het hart is dat je

helpen wilt als er nood om je heen

gevoeld wordt. Tijdens het foetusstadium

en de eerste levensmaanden

is er ook nog geen besef van

een concept van ‘ik’ of ‘jij.’ Alles wat

ervaren wordt hoort bij de eigen

belevingswereld. Het overnemen

van gevoelens van anderen in het

systeem en deze gaan ervaren als

iets van jezelf, lijkt dus in dit vroege

ontwikkelingsstadium een vanzelfsprekende

stap. Je zou kunnen

stellen dat deze informatie - samen

met alle informatie die via het DNA

van beide ouders doorgegeven

wordt - iemands persoonlijke zielsinhoud

vormt. Op dit niveau voelen

we ons verbonden met de familie

waar we uit voortkomen.

Na verloop van tijd (ca. 8 maanden)

ontwikkelt zich bij iedereen een

egostructuur rond deze zielsinhoud.

Enerzijds omdat een egostructuur

noodzakelijk is om in een fysieke

werkelijkheid te kunnen leven.

Maar tegelijkertijd dient het ook als

bescherming tegen emotionele pijn

die we oplopen en ervaren in die

periode. Ook dit is een natuurlijk

proces dat voor iedereen opgaat en

waarbij het contact met de diepere

zielslaag langzaam vermindert en

vaak zelfs helemaal verdwijnt. Ons

bewustzijn verplaatst zich daarbij

naar de egostructuur, gericht op ikontwikkeling

en afscheiding. Bovendien

identificeren we ons daarmee;

dit is wie we denken te zijn. Deze

(afscheidende) beweging staat contrair

op de (inclusieve) zielsbeweging.

We willen onze eigen weg

gaan in het leven, zonodig weg van

de (ellende van de) familie. Hoe dit

dilemma - waar ieder mens mee te

maken heeft - zich steeds kan manifesteren

moet m.i. gekend en gezien

worden als je zegt met de zielslaag

te werken.

Terug naar het begrip ‘parentificatie.’

Sommige familieopstellers zien

dit fenomeen als ‘overgenomen

last of gevoelens’, die teruggegeven

dient te worden. Dit gebeurt vaak op

rituele wijze, al dan niet vergezeld

van een steen of iets anders zwaars

om het effect ook fysiek voelbaar

te maken. Tijdens de beginperiode

van ons werk met opstellingen (ik

doe dit werk samen met mijn echtgenoot

Peter van Zuilekom) hebben

we wel eens gebruik gemaakt van

deze methode. Al snel bleek dat

dit weliswaar op het moment zelf

verlichting bracht voor de cliënt,

maar wel met een ‘garantie tot op de

hoek.’ Een week later was het effect

uitgewerkt. Het gewone leven nam

het weer over, bijvoorbeeld in de

vorm van een claimende moeder of

het eigen schuldgevoel dat weer de

kop opstak.

Terugkijkend denk ik, dit is zo’n

typisch voorbeeld van een behoefte

van het ego om zich – het liefst

zonder schuldgevoel – los te willen

maken van iets waar de ziel zich nu

juist diep mee verbonden heeft en

weet, namelijk het lot en lijden van

de familie. Daar kom je niet zomaar

vanaf. Het is je emotionele erfenis,

opgeslagen in je DNA en hoe toegankelijker

je zielslaag wordt hoe

duidelijker je het zult gaan waarnemen.

Wat is hier dan wél nodig en mo-


gelijk? Het moge duidelijk zijn dat

het hier niet gaat om iets teruggeven.

Het gaat erom opnieuw - en

nu bewust - je eigen gevoeligheid

te (her)openen voor datgene wat er

zich in de voorouderlijn heeft afgespeeld.

Te zien dàt je in het hier-ennu

erdoor beïnvloed bent, te zien

hòe je er door beïnvloed bent om

je er vervolgens niet meer mee te

identificeren. Dit alles is niet wie jíj

bent, je hebt er alleen mee te maken

(gehad). In die zin kun je er nooit

vanaf komen, maar je hoeft je er

niet meer volledig door te laten beinvloeden.

Je zou de last kunnen

laten bij wie het hoort.

We zijn dus overgegaan naar de

rituele zin: ‘Ik laat het bij jou zo goed

als ik kan en vertrouw het jouw ziel

toe de juiste weg voor jou te vinden.’

Mogelijk gevolgd door: ‘En ik wil de

verleiding weerstaan om het weer

mee te gaan dragen.’ Een zin die

onderscheid aanbrengt tussen ‘ik’

en ‘jij’; een zin die het (langdurige)

proceskarakter bena-drukt van een

mogelijke attitu-deverandering en

tevens de eigen krachten van iedere

betrokkene aanspreekt.

Concreet betekent het voor mij

bijvoorbeeld, dat ik nog steeds te

dealen heb met een moeder die

sterk op haar kinderen leunt, die

pijn heeft en bang en verdrietig is.

Ik kan soms die energie inmiddels

(weer) letterlijk voelen, ook als ik

niet bij haar ben. Ik weet inmiddels

wel waar het vandaan komt en bij

wie het hoort (niet bij mij). Mijn

neiging is me ervan af te sluiten,

maar dan sluit ik me ook voor haar

af. Maar meer nog betekent het dat

ik dan mijn hart sluit en dan ga ik

me pas echt rot voelen. Ik kan ook

open blijven en vanuit mijn eigen

verdriet en kracht haar lijden én

haar kracht zien om zich overeind

te houden. Van daaruit kan ik voor

haar doen wat er nodig is omdat ze

het fysiek niet meer zelf kan doen.

Een win-win situatie, waarbij we

ons beiden goed voelen en de liefde

inmiddels weer stromen kan.

Systemisch werken

introduceren

Jan Andreae

Donderdagmiddag. Ik ben op weg

naar Rijkswaterstaat. De organisatie

die werkt voor onze droge

voeten, voldoende en schoon

water, vlot en veilig verkeer over

weg en water en betrouwbare en

bruikbare informatie.

Ik ben gevraagd om voor 20 topadviseurs

systemisch werken te

introduceren.

De dagen daarvoor denk ik steeds:

droge voeten, droge voeten. Ik

probeer te visualiseren, ik probeer

te luisteren naar de betekenis: droge

voeten en schoon water.

En dan denk ik weer: bouwen aan

een betere toekomst.

Welke toekomst, wat moet er beter,

hoe moet ik luisteren vanuit dit veld.

Nederland is in de afgelopen 1000

jaar tien meter gezakt. We spreken

alsmaar over de stijgende zeespiegel

en nooit over inzakkende grond. We

hebben heel veel gebouwd op veengronden

die zijn gaan zakken; we

zijn naast Bangladesh het dichtstbevolkte

land ter wereld. De risico’s

van waterrampen in Nederland zijn

veel groter dan het gemiddelde bewustzijn

van de burger toelaat. Het

meest riskante zijn de deltagebieden

en nu wil het dat juist daar de

meeste mensen wonen. De overheid

investeert al jaren niet preventief,

knapt alleen op na een ramp.

Wat wil dit veld, waarom zouden

ze geïnteresseerd zijn in systemisch

werken?

Ik begin ondertussen aardig zenuwachtig

te worden. Ik kom aan.

Een immens groot hypermodern

gebouw. Na enig gedoe kom ik door

de beveiliging.

Met een glazen lift en veel keurige

- 5 -

mensen ga ik naar de bovenste verdieping.

Inmiddels met een wat

rustiger hartslag kom ik de ruimte

binnen waar ik twee dagdelen mag

werken. Ook de mensen druppelen

binnen; het type mens waar ik zelf

in eerste instantie altijd een beetje

stil van word. Luidruchtig met

elkaar in gesprek, modern en vlot

gekleed, strak in het pak, pumps,

academisch, intelligent en dol op

een goede discussie.

Ik besluit onmiddellijk tot een lange

maar luchtige inleiding over het onderwerp.

Het belangrijkste daarin is dat ik

uitleg dat wij vandaag, in tegenstelling

tot wat zij gewend zijn, vraagstukken

en complexe situaties niet

oplossingsgericht bekijken, maar er

wordt naar binnen gekeken. Dat wil

zeggen we kijken naar dynamieken


in het vraagstuk of het probleem.

Om naar deze dynamieken te

kunnen kijken, bekijken we situaties,

thema´s, vraagstellingen in

hun gehele context. En dat betekent

dat we proberen waar te nemen hoe

interacties binnen een systeem er

uit zien en welke bewegingen ze

maken.

Zijn ze vrij, belemmerd of verstrikt,

zijn ze constructief of destructief,

zijn ze van het heden of komen ze

uit het (verre) verleden.

Daarbij is het belangrijk ons te realiseren

dat als we waarnemen we niet

alles kunnen zien. Zoals een ijsberg

in het Noordpoollandschap. Het

grootste gedeelte van de realiteit

van de ijsberg speelt zich af onder

water.

Om juist te kunnen waarnemen is

stilte belangrijk. Daarover kunnen

we veel leren van het onderricht van

de Boeddha.

Het meervoudige pad om tot verlichting

te komen gaat over zuiver

waarnemen, zuiver denken, zuiver

voelen en zuiver spreken. Om in

die zuiverheid te kunnen komen

dienen we met een zekere afstand te

observeren wat zich voordoet, zodat

we ervan onthecht kunnen raken.

Er is een groot verschil tussen ‘huis’

en ‘mijn huis’, tussen ‘geld’ en ‘mijn

geld.’ Het ene is een object of een

fenomeen en onthecht, het andere

is gehecht, is gekoppeld aan onze

identiteit en veroorzaakt lijden als

er iets mee gebeurt, als we het verliezen,

als het kapot gaat etc.

Om in die onthechting te kunnen

komen moeten we de stilte opzoeken.

In het boeddhisme doen we dat door

middel van meditatie, in het christendom

verstillen we in het gebed.

Stilte creëert ‘ma’, het Japanse woord

voor: betekenisvolle leegte.

De groep adviseurs wordt inmiddels

onrustig. ‘Een hoog Obibio-gehalte,

mijn vrouw leest thuis ook de Libellehoroscoop,

gaat deze zweverigheid

zo door?’

Ik weet dan uit ervaring dat het tijd

is om luchtigheid in te brengen.

Ik vertel ze dat het nog veel erger

wordt, dat we straks op wolken gaan

zitten en gaan zingen op zachte

tonen, maar pas nadat we met

dichte ogen door de ruimte hebben

gelopen. Overacting heet dat in mijn

vak. Het patroon wat naar je toe

komt versterken en uitvergroten.

Dan kom ik altijd in mijn element.

Terwijl ik tegen ze spreek voel ik me

ondeugend worden en zij zien het.

De rust keert weer, het luisteren is

weer terug.

Ik ga over tot het uitleggen van wat

een opstelling is en hoe het werkt.

Als ik opstellingen doe met mensen

die het nog nooit gedaan hebben

dan is dit het minimum wat ik ze

vertel:

participatie aan een opstelling

is altijd op basis van vrijwilligheid.

Niemand kan verplicht

aan een opstelling meedoen

omdat dat per definitie onvrij

zou zijn. In onvrijheid is er geen

ruimte om te kunnen waarnemen.

Het is geen rollenspel, maar een

opstelling waarbinnen je gepositioneerd

wordt en je representeert

iets of iemand. Je speelt het niet.

Alles wat je waarneemt als representant

is niet van jezelf, het

behoort je niet toe, het is geen

autoresonantie maar een representatie.

De deelnemers worden nieuwsgierig.

Dat is het moment waarop het veld

zich voor me opent.

Dan vertel ik ze dat een belangrijke

voorwaarde om opstellingen

te kunnen doen is dat we een

kring creëren waarin sprake is van

een holding space, een dragende

energie. Dat geeft ruimte voor observeren,

waarnemen en voelen.

Ik stel voor om met een ronde te beginnen

waarin iedereen heel precies

zegt hoe het innerlijk met hem of

haar is.

- 6 -

En dan begint voor mij als systemisch

werkende de wereld van

wonderen. De ronde duurt drie

uur en mensen vertellen verhalen

die ze op hun werk nooit vertellen

en die ze nooit delen met hun collega’s.

Simpelweg door aandacht te

besteden aan de innerlijke realiteit

en daar taal aan te geven, zo precies

mogelijk.

Er komen tranen, momenten van

vanzelfsprekende stilte, gevoelens

van angst. Ik werk met veel waardering

en hier en daar een verdiepingsvraag.

Er ontstaat een liefdesstroom.

De opstellingen die we daarna nog

gedaan hebben bouwen verder op

deze creatie. Daarin wordt al een

enorm verschil gemaakt.

Ontroerd vertrek ik laat die avond

uit dat prachtige gebouw. Ook kan

ik de diepte voelen van de betekenis

van deze organisatie vanuit het

verleden en voor de toekomst van

ons land.

Systemisch kijken maakt werkelijk

een grotere context.


De Toegewijde Reis

De weg is wijzer dan de wegwijzer

Wibe Veenbaas

‘Kom, kom opnieuw, wie je ook bent,

kom!

Ongelovige, dienaar van vele goden,

vuuraanbidder, kom!

Dit is geen karavaan van wanhoop

Kom, zelfs als je beloftes al honderd

keer zijn gebroken,

Kom!’

Rumi

Het leven als leermeester; de

leerweg telkens opnieuw terug te

keren. Rumi’s gedicht heeft mijn

hart. Het is vertaald uit het Perzisch

en het ‘Kom’, kan ook vertaald

worden met ‘Keer om, keer terug.’

Ik vind het zo mooi, dat ik het

gedicht heb laten drukken op een

doek, dat in de werkruimte hangt.

Het herinnert mij aan de onzichtbare

activiteit van het wachten en

het verwacht worden, dit artikel

beoogt de stille innerlijke activiteit

van het terugkeren onder de aandacht

te brengen. Het begon me op

te vallen, hoe bij begeleiders die zich

toewijden aan de taak zichzelf keer

op keer terug te roepen, zich een

ruimer veld opent, waarin meer lijkt

te kunnen gebeuren. Het veld van

een woordeloze verstandhouding

opent zich in haar diepte waarin alle

leven zich verbonden weet. Systemisch

Werk heeft mij veel gebracht,

veel geleerd. Toen ik de uitnodiging

kreeg om een artikel te schrijven

over wat mijn hart heeft, wist ik het

direct. Dit is mijn antwoord op de

uitnodiging, dit is waar het voor mij

om draait.

De terugkeer toegewijd zijn

De beweging van toewijding is

een zaak van het hart. Zoals een

dichter aan het woord toegewijd is,

een componist aan de muziek, zo

ben ik toegewijd aan mijn weg en

aan de mensen die ik op mijn weg

tref. Daar, waar het moeilijk is om

onder ogen te komen, daar vraagt

de weg toewijding van mij, om het

hart te hebben terug te keren en

opnieuw te ontmoeten, opnieuw in

de verbinding te staan. Als ik mijn

innerlijke taak aanvaard om terug

te keren, dan pas ontdek ik, dat ik

het ben, die word verwacht. Daar

waar het veld zich niet opent of

zich terugtrekt, daar hebben wij van

binnen de taak op te vatten terug te

keren. Zo is wachten een innerlijke

activiteit. Van binnen doe je iets: je

neemt je taak om de gave van het

vermogen om terug te keren aan te

nemen. In deze beweging reiken we

uit, voorbij het maakbare, naar het

gegevene. Zo opent zich een ander

veld.

De toegewijde reis: wanneer de

reis pelgrimstocht wordt…

Het is belangrijk om als begeleider

je eigen vertrekken, wegtrekken,

afwenden te kennen. Ik ken het

bijvoorbeeld van mijzelf dat als ik

mensen ontmoet die bang zijn om

gek te worden, ik als begeleider de

paniek van mijn eigen lijf waar kan

nemen als deze mensen naar mij

kijken. Iets in hun ogen appelleert

aan wat ik heel goed ken. In paniek

kan je als begeleider ervaren hoe

je wegtrekt bij jezelf. Als je jezelf

terugroept en je blijft en zegt: ‘doe

maar, volg maar de snik, adem maar,

ik ben hier,’ dan appelleer je hen op

het terugkeren naar de poort van de

paniek zodat ze zichzelf kunnen terugvinden.

In essentie wordt in het

- 7 -

terugroepen van mijzelf deze zelfde

beweging gevraagd. Van binnen

moet ik langs mijn eigen ‘doe maar,

volg maar de snik, adem maar, kom

maar weer hier.’ Bij een aanwezige

begeleider die zichzelf roept in het

hier en nu, zijn mensen geneigd

om de reis van binnen te maken.

Als een mens die de gekte zo vreest

een begeleider zo ziet reizen, groeit

de bereidheid in hemzelf om ook te

reizen.

Leerling van het leven zijn

Een begeleider kan niet werken

met de trances van cliënten en systemen,

als hij zichzelf daarbij niet

waarneemt. Als hij zelf niet reist,

kan hij niets zien. Wat nodig is, zal

dan niet oplichten. Het principe van

de onbewogen beweger werkt niet

in begeleiding. Op het moment dat

je je eigen reis toegewijd bent en je

je eigen poorten van angst, woede,

weerstand passeert, ziet de cliënt

jou reizen en groeit de bereidheid

om met je mee te reizen. In de toewending

van de begeleider wordt de

toewijding van de cliënt wakker geroepen.

In die zin is een begeleider

een deelnemer van het veld, geen

observator buiten het veld. Waarnemen

is toewijden. We zijn en blijven

leerling van het leven.

Het levensprincipe

In het werk ken ik een levensprincipe:

je hebt niets door te geven wat

je niet aangenomen hebt. Ook de

verticale grotere ordening hebben

we te nemen. In de terugkeer zijn

we de grotere ordening toegewijd.

De toegewijde taak staat voor de innerlijke

activiteit die gericht is op

het terugkeren naar onze zijns-staat.


Zij is te ontdekken, daar waar wij uit

de ontmoeting gaan, daar waar we

wegtrekken. Daar verliest het veld

aan kracht. Precies daar hebben wij

ons zelf terug te roepen. Daar, waar

wij onszelf terugroepen, buigen wij

ons hoofd en roepen wij voorbij ons

kleine zelf om begeleiding. Daar,

waar we ons kleine hart bij het grote

laten rusten, daar leren we, dat de

weg wijzer is dan de wegwijzer.

Hij die zo mooi is dat allen hem zijn

schoonheid benijden

Is vannacht gekomen, wenend voor

mijn hart.

Hij weende en ik weende, tot de

ochtend aanbrak.

Hij zei: Vreemd, wie van ons beiden

is de minnaar?

Rumi

Over de werking van

opstellingen in organisaties

Oscar David

Onlangs sprak ik met een collega

organisatie adviseur die als hoogleraar

onderzoek had gedaan naar

de effectiviteit van coaching. Een

van de bevindingen was dat de

methode die de coach gebruikt

slecht voor 10% bepalend is voor

de effectiviteit van de interventie.

Het grootste deel van de effectiviteit

werd bepaald door de ervaring

van de coach zelf.

De Amerikaanse psychiaters

Lewis, Amini en Lannon beweren

iets soortgelijks en beroepen zich

daarbij op recent neurologisch onderzoek.

In hun boek ‘A General

Theory of Love’ beschrijven ze de

functie van the limbic brain: het

deel van de hersens waar onze

centra voor sensitiviteit en liefde

zich bevinden. Bij succesvolle

therapie is het enige wat telt de

persoon van de therapeut en zijn

of haar vermogen om zich liefdevol

af te stemmen op de cliënt. De therapeutische

technieken die daarbij

worden gebruikt, zijn bijzaak.

Als ik zoiets lees roept het de

vraag bij me op of het dan wel

zin heeft dat ik mijn eerstvolgende

workshop organisatieopstellingen

verder voorbereid. Kan ik nu net

zo goed een groepsgesprek voeren

met de managers die verwacht

hadden organisatieopstellingen geserveerd

te krijgen?

Deze gedachte zet me aan het denken

over de vraag wat nu eigenlijk de

toegevoegde waarde van een organisatieopstelling

is. Ik deel de mening

van de hoogleraar dat vele wegen

naar Rome leiden. Ook deel ik de opvatting

van de drie psychiaters dat

liefde en afstemming essentieel zijn

om tot overdracht en verdieping te

komen. Maar als ik tegelijkertijd reflecteer

over de werking van opstellingen

in organisaties is het mijn

ervaring dat de methode van organisatieopstellingen

een specifieke

toegevoegde kwaliteit met zich mee

brengt. Door middel van een opstelling

krijgen managers en professionals

in korte tijd meer begrip voor

het krachtenveld in organisaties. Er

wordt snel zichtbaar wat de rol is

van de persoon van de manager en

professional en wat niet, maar wat

bijvoorbeeld te maken heeft met de

organisatiedynamiek. Verder wordt

duidelijk dat begrip niet alleen door

analyse hoeft te ontstaan, maar ook

mogelijk wordt door het aanspreken

van gevoel en het verkennen van irrationele

processen in organisaties.

Daarnaast is de werkvorm zelf een

prachtige metafoor die managers en

professionals uitnodigt te experimenteren

met het loslaten van controle.

- 8 -

Maar het belangrijkste is misschien

nog wel dat de werkvorm van

organisatieopstellingen dingen kan

laten zien die in een gesprek niet

of nauwelijks zichtbaar worden. Ik

moet hierbij bijvoorbeeld denken

aan een opstelling voor een grote

organisatie die maar niet in staat

bleek bepaalde belangrijke veranderingen

door te voeren. Reeksen van

analyses bleken niet te kunnen verklaren

waarom stappen die zinnig

en logisch waren toch niet gezet

konden worden. Uit de opstelling

bleek dat het de raad van bestuur

weliswaar aan visie niet ontbrak,

maar door tal van historische ontwikkelingen

nog ver voor hun tijd,

veel minder macht en invloed had

dan ze zichzelf had toegedicht. Dit

essentiële gegeven was nooit uit de

gesprekken en analyses naar voren

gekomen, terwijl het in de opstelling

onmiddellijk helder was. Door

wat in de opstelling zichtbaar werd,

konden de aanwezige bestuursleden

en managers een nieuwe strategie

bepalen die uiteindelijk leidde tot

de stappen die nodig waren om de

veranderingen die gezocht werden

dichterbij te brengen.

In het bovengenoemde voorbeeld

geldt dat hoe beter ik als begeleider

de werkvorm beheers en de verschil-


lende interventies kan toepassen

om de opstelling zo relevant mogelijk

te maken, des te groter de kans

is dat de deelnemers profijt ondervinden

van de opstelling. Daarom

ga ik natuurlijk gewoon verder met

de voorbereiding van de volgende

workshop.

Tegelijkertijd is het goed om ons te

realiseren dat de werking van de

opstelling voor een belangrijk deel

inderdaad wordt beïnvloed door de

ervaring van de opsteller. Empathie

en afstemming zijn daarbij van

groot belang. Vervolgens vraag ik

me af wat dit betekent voor mij als

begeleider van organisatieopstellingen.

Hoe meer kennis en begrip ik

heb van de vraagstukken, ambities,

geschiedenis en cultuur van de organisatie

waar ik mee werk, des te

groter is de kans dat mijn interventies,

vragen, confrontaties en bespiegelingen

aansluiten bij de realiteit

van de manager en zijn organisatie.

Hoe beter de aansluiting, hoe meer

de interventie een expressie is van

respectvolle steun en hoe krachtiger

de werking kan zijn.

Traumatiseren en/of

hertraumatiseren door

Systemisch Werken

Bouke de Boer

Soms krijg ik nog wel eens een lichte

blos van schaamte op mijn wangen

als ik terugdenk aan hoe ik in het

begin mijn NLP-trainingen gaf. Datzelfde

proces herhaalt zich voor mij

weer met Systemisch Werken.

Een prachtige uitspraak van een

Zen-meester was zeker op mij van

toepassing:

‘Als sommigen nog worden beheerst

door hun vroegere slechte gewoonten,

maar toch louter en alleen met

woorden kunnen stichten, laat hen

dan begaan...

Want misschien zullen ze, als ze

door hun eigen woorden te schande

worden gezet, in de praktijk gaan

brengen wat ze anderen leren.’

De centrale, kritische vraag die bij

mij steeds meer omhoog komt

luidt: wordt Systemisch Werken

wel altijd terecht als benaderingswijze

ingezet?

Voor mij persoonlijk is het antwoord

wel duidelijk. Natuurlijk heeft elke

begeleider zijn of haar eigen leerproces

te ondergaan, echter hoe eerlijk

durven wij naar onszelf te kijken.

In sommige opleidingstrajecten

vind ik dat het cognitieve concept

nog wat te centraal staat. Wat mogelijk

goed voor de toeschouwers

is. De begeleider zelf zal zich meer

hebben te richten op de signalen

van zijn of haar lichaam. Vanuit die

attitude richten wij ons minder op

de concepten en steeds meer op het

persoonlijke proces van de cliënt.

Hierbij is belangrijk ons te realiseren

dat wij als begeleider de

wereld ervaren, gelijk als wij ons

lichaam bewonen en ervaren.

Anders gesteld: alleen als wij ons

lichaam werkelijk kunnen voelen

en alleen als wij ons lichaam werkelijk

kunnen ervaren en waarnemen

met al onze zintuigen, alleen dan

kunnen wij ons bewust worden van

onszelf en van de dynamiek van het

familiesysteem.

Te vaak kom je mensen tegen die

gedissocieerd zijn van de opstelling

en het erbij komende emotionele

proces. Ze zijn vaak ‘niet thuis.’ Dit

door gebeurtenissen vanuit het verleden,

bijvoorbeeld de onderbroken

uitreiking, persoonlijke trauma’s,

trauma’s van de geschiedenis.

De gevolgen kunnen wij elke dag

ervaren. We gaan van leven naar

overleven, oftewel: we leven onze

niet-vervulde verlangens. Er waren

- 9 -

te veel momenten in ons leven,

vooral als kind, dat wij geen halt

konden roepen tegen de niet-functionele

energie die op ons afkwam.

Het gevolg is een kristallisatie van

deze energie, met tot gevolg: een

disregulatie van het vegetatieve

zenuwstelsel. De veiligheid die de

cliënt nodig heeft is hier uitermate

belangrijk. Mijns inziens wordt dit

te vaak onderschat.

Dan komt hier de kritische vraag:

kunnen wij door middel van Systemisch

Werken deze gedissocieerde

cliënt wel benaderen?

Stel als hypothese dat dit niet kan

en wij doen dan toch een ‘gewone’

opstelling, zou dit niet tot een herhaling

van de geschiedenis kunnen

leiden?

Mede door het volgen van een

aantal traumatrainingen ben ik zelf

tot de conclusie gekomen dat wij

veel voorzichtiger te werk zullen

moeten gaan om de cliënt effectief

en respectvol te benaderen. Doen

wij dit niet, dan bestaat er grote

kans dat door het inzetten van Systemisch

Werken de cliënt getraumatiseerd

of gehertraumatiseerd

wordt.


Mijns inziens is de opdracht die wij

als opsteller hebben: wat kunnen

wij doen om tijdens opstellingen de

grootst mogelijke emotionele veiligheid

te creëren? Dit om een herhaling

van de geschiedenis te voorkomen.

Vrede begint in de

ziel van … ?

Margriet Wentink

Gedurende de afgelopen jaren,

waarin ik onder andere meer dan

tien jaar de ontwikkelingen in het

werk van Bert Hellinger intensief

en op de voet gevolgd heb, riep

het systemisch werk in de praktijk

ook steeds meer vragen bij me op.

Vragen als: Hoe zit dat precies met

autonomie en afhankelijkheid bij

de cliënt, in contact met de begeleider.

En: Hoe zit het eigenlijk met

de eigen verantwoordelijkheid van

mensen, als ‘het systeem in dienst

neemt’, of als er gezegd wordt: ‘Ik

werk niet met de persoon, ik werk

met het systeem.’ Langzaam rees de

vraag… ‘en als het nu eens anders is?’

Als het nu eens zo zou zijn, dat het

niet de beweging van het systeem

is, dat iemand ‘in dienst genomen

wordt’, maar dat het een heel andere

beweging is, die er voor zorgt dat

personen uit een latere generatie

verstrikt raken met voorouders of

het lot van anderen uit het systeem?

Waar zouden de fenomenen die we

in opstellingen waarnemen dan op

kunnen duiden?

Het antwoord op deze vragen vond

ik buiten de kaders van ‘Hellingerwerk’

dat ik tot dan toe kende. Om

buiten die kaders te kunnen treden

bleek het nodig om de in dit werk zo

vast gehanteerde triade die bestaat

uit: de persoon van Bert Hellinger

& de werkwijze met het opstellen

van representanten & de systemische

filosofie van Bert Hellinger,

uit elkaar te halen. Er ontstaan dan

drie losse elementen: de persoon

van de begeleider, de opstellingsmethode

‘an sich’ en de onderliggende

theorie of filosofie, die de begeleider

hanteert en waarop hij zijn inzichten

en interventies baseert.

Dit onderscheid biedt ruimte om

naast de gerespecteerde ervaringen

van Bert Hellinger, eigen ervaringen

te zetten, en ook andere theorieën

dan de filosofie van Bert Hellinger

te verbinden met de opstellingsmethode.

Door het werk van Franz

Ruppert zag ik wat traumaverwerkings-

en hechtingstheorieën

kunnen toevoegen aan dit werk, en

welke consequenties deze theorieën

hebben voor de keuzes, de interventies

en het handelen van de begeleider

bij opstellingen. Als gevolg

daarvan begonnen zich langzamerhand

antwoorden af te tekenen op

bovengenoemde vragen.

Inmiddels heeft dat mijn kijk op

dynamieken in familiesystemen

ingrijpend veranderd, en is het

wat mij betreft discutabel of ‘systemen’,

als op zich staande entiteiten,

‘iemand in dienst nemen.’ Kennen

we daarmee aan systemen niet

machten en krachten toe waarvan

het nog maar de vraag is of zij die

bezitten? Leggen we daarmee de

verantwoordelijkheid voor de verstrikkingen

niet buiten onszelf en

komt daarmee niet de focus te ver

van onszelf vandaan te liggen?

Voeren we onszelf dan niet steeds

verder weg in grotere abstracties

en daarmee steeds verder vandaan

bij de relaties onder handbereik en

- 10 -

onze menselijke verantwoordelijkheid

voor het leven op deze aarde?

Een treffende vergelijking voor het

kijken naar familiesystemen vind

ik het beeld van het uitzoomen

met een camera: Een steeds groter

geheel wordt zichtbaar, ieder afzonderlijk

onderdeel wordt slechts een

detail van een steeds groter geheel,

de samenhang tussen de delen van

het geheel komt in beeld. Iedereen

die dat regelmatig gedaan heeft,

kent ook het effect daarvan: de

persoonlijke betrokkenheid wordt

minder groot.

Ergens onderweg bekroop me het

gevoel dat ‘vrede begint in de ziel

van een enkeling’ waar Bert veelvuldig

over sprak, eigenlijk de omgekeerde

beweging zou moeten zijn,

namelijk dat we de camera inzoomen

op ons zelf. Dat we in beeld

brengen en onder ogen zien, welke

innerlijke verdeeldheid en innerlijke

conflicten de psychische, fysieke

en relationele problemen veroorzaken

waarmee ieder van ons in de

actualiteit van zijn eigen leven te

kampen heeft.

Maar wat heeft dat dan nog met

systemisch werk te maken, zou je

zeggen?

We worden geboren in een systeem,

in een gegeven setting, met een

gegeven geschiedenis. Dat is precies

zoals het is, en daaraan kunnen we

niets veranderen. We hoeven de geschiedenis

niet te herschrijven naar

onze behoefte aan een ‘volmaakte

wereld’ waarin de liefde vrij kan


stromen. Voor de een is wat hij of

zij aantreft een stabiele familie

waarin gezonde binding ervaren

kan worden en die de basis legt voor

de verdere ontwikkeling. De ander

treft een familie met een oorlogstrauma

aan, of een gezin waarin een

ouder afwezig is of vroeg komt te

overlijden. Weer een ander verkeert

al aan het begin van het leven in

doodsangst, en weer iemand anders

komt ter wereld in een familie waar

ervaringen tastbaar maar onuitgesproken

de atmosfeer bepalen.

Al dit soort situaties vragen van

een mensenkind dat het op een of

andere manier een antwoord vindt,

waarmee het kan overleven in het

systeem dat het aantreft.

Met name wanneer de inzichten

uit de hechtingstheorieën (Bowlby,

Mahler, Stern) gecombineerd

worden met traumatheorieën

(Ruppert, Lewis, Peichl, Huber)

wordt duidelijk welke bewegingen

van het kind uit ontstaan, om zich

te hechten aan ouders en andere

leden van het systeem. Wat in deze

theorieën beschreven wordt, toont

zich in de opstellingen: Hoe zeer

geborgen en veilige hechting een

noodzakelijke levensbehoefte en

belangrijke voorwaarde voor een

stabiele ontwikkeling van de ziel is,

en op welke wijze kinderen in hun

hechtingspogingen zich verstrikken

met hun getraumatiseerde, en daardoor

innerlijk gespleten ouders en

voorouders. Door deze inzichten te

vertalen naar opstellingenwerk, ontstaan

andere, compactere en meer

op de cliënt zelf betrokken opstellingen,

waarin zich steeds duidelijker

toont welke invloed traumata

hebben op de ontwikkeling van

de mens en op het vermogen van

mensen om stabiele relaties aan te

gaan met anderen.

Langzamerhand ben ik er van overtuigd

geraakt dat de werkelijke

‘vrede in de ziel van de enkeling’ daar

ontstaat waar mensen bereid zijn

zichzelf wezenlijk te leren kennen.

Dat de zoektocht, ook in familieopstellingen

gaat over: wie ben ik geworden

in antwoord op dit systeem.

De focus van de opstelling komt

dan niet langer te liggen bij drie,

vier of meer generaties terug, bij

abstracties ver buiten onszelf, maar

bij de dynamiek binnen onszelf, bij

onze eigen drijfveren. Pas als we

weten welke illusies met betrekking

tot onze familie van herkomst

we in stand proberen te houden,

en begrijpen op welke manier we

nog steeds als wanhopige kinderen

staan te kloppen aan een gesloten

deur om eindelijk aan te komen op

de plaats van ons verlangen, pas

als we bewust weten welke pijnlijke

realiteit van ons eigen leven we

proberen te vermijden door ons te

verstrikken met de gevoelens en het

lot van anderen, dan komen we aan

in de realiteit van ons eigen leven.

Dan kunnen we verantwoordelijkheid

nemen voor ons eigen handelen,

ons eigen denken, onze eigen

besluiten, onze eigen gevoelens.

Ik ken geen betere methode om de

onbewuste drijfveren van de menselijke

ziel te spiegelen dan de opstellingsmethode.

Maar ik pleit voor

een discussie waarin de methode,

de onderliggende theorie en de

persoon van de begeleider met zijn

of haar eigen levensthema’s als afzonderlijke

aspecten worden benaderd

en expliciet worden gemaakt.

Opstelling

Begeleider - aannames - cliënt:

Werk in een viertal:

Vraag een representant voor jezelf als ‘begeleider van opstellingen’ of voor jezelf als coach,

adviseur of

therapeut.

Vraag een andere representant voor een specifieke cliënt waarmee je te maken hebt, en

waarbij je ervaart dat het proces tussen jou en de cliënt niet helemaal loopt zoals je graag

zou willen.

Vraag een representant voor je aannames, jouw concept, je theorie of je filosofie die je in dit soort werk hanteert.

Stel de drie representanten op.

De representanten kunnen hun innerlijke impuls om zichzelf te bewegen, om hun ervaringen uit te drukken,

of om iets mee te delen vrij volgen. Laat de opstelling zich vrij ontwikkelen zonder ingrijpen van buitenaf.

Als je genoeg gezien of ervaren hebt kun je de opstelling beëindigen.

Variant: Ga vanaf het begin zelf in de opstelling in je rol als ‘begeleider’, coach, adviseur of therapeut.

- 11 -


Wonderlijke

herhalingen

Inge land

Ik verwonder mij als familieopsteller

en psychotherapeut steeds weer

over het feit dat tragische gebeurtenissen

en feiten zich herhalen

in een familiesysteem. Marijke bijvoorbeeld

valt op haar werk en zit

vervolgens een jaar thuis met een

hersenschudding die niet herstelt.

Haar vader viel ook, weliswaar van

een dak, maar op precies dezelfde

leeftijd. Hij kwam nooit meer

aan het werk. Of Ton, die ontdekt

dat zijn vader, die hij nooit heeft

gekend, stierf toen hij 12 jaar was.

Ook Ton laat zijn op dat moment

12 jarige zoon bij de echtscheiding

achter bij zijn ex-vrouw.

Deze herhalingen zijn wonderlijk,

tragisch en vaak pijnlijk.

Informatie wordt doorgegeven van

generatie op generatie. De levenservaring,

opgedaan in moeilijke

omstandigheden blijft aanwezig en

beschikbaar.

Bert Hellinger ziet deze herhalingen

of verstrikkingen als de werking

van het collectieve geweten dat

waakt over het voortbestaan van de

groep. Het leven verdraagt moeilijk

onwaarheden en onverwerkte trauma’s.

Trauma’s en ernstige gebeurtenissen,

verstoren als ze onverwerkt

blijven, de ordening in een systeem.

Die ordening is voorwaarde voor de

liefde en gaat daaraan vooraf.

Professor Franz Ruppert (De Waarheid

heelt de Waan) laat zien hoe

een ernstige gebeurtenis of trauma

een wond slaat in de ziel van de getroffenen.

Die wond leidt tot een afsplitsing

in de ziel. De traumatische

ervaring wordt afgesplitst zodat we

kunnen overleven. Om een trauma

te verwerken moet er aandacht voor

de pijn en erkenning van de waarheid

zijn. Dan komen de waarheid,

de ordening en daarmee de liefde

terug. Onder moeilijke omstandigheden

is dat vaak niet mogelijk en

dan ontwikkelen we overlevingsgedrag

in de vorm van vluchten,

verstarren, aanvallen, minachten,

veroordelen. Zo valt de ziel uiteen

in een getraumatiseerd, een overlevend

en een gezond deel.

Als een tragische gebeurtenis zich

herhaalt, kunnen we dat herkennen

aan de herhaling van het trauma

zelf (bijvoorbeeld: net als bij mijn

ouders overlijdt ook ons eerste

kind) of aan het overlevingsgedrag

(we verstarren bijv. bij conflicten).

In blinde liefde herhaal je het

trauma en volg je het persoonlijk of

collectieve geweten. Dit kun je herkennen

doordat je jezelf ondanks

de pijn, in de beweging, beter voelt

dan de ander. Dit in tegenstelling tot

de beweging van de ziel waarin we

ons niet beter voelen dan een ander

en alleen onze innerlijke beweging

volgen.

Hoe kunnen we deze herhaling

doorbreken? Wat vraagt dat

van ons en wat helpt daarbij?

Mijn ervaring is dat het vooral van

ons vraagt ons bewustzijn te ontwikkelen

over hetgeen we teweegbrengen

in ons leven nu en wat ons

daarin gebonden houdt aan eerdere

gebeurtenissen in het systeem. Daar

kan een familieopstelling óf een

eigen bewustzijnsonderzoek toe bijdragen..

In een familieopstelling kun je

jezelf zien op de laag van de ziel.

Los van de woorden en verhalen die

je over jezelf in stand houdt. Je ziet

jezelf in de context van je familie,

- 12 -

het systeem waarin het thema zich

afspeelt. Het spiegelt een diepere

laag waarin de zielsgebondenheid

zichtbaar wordt. Als je de opstelling

aanneemt groeit je bewustzijn van

jezelf.

Je ziet ook het trauma en het overlevingsgedrag

van andere familieleden,

waardoor je geraakt kunt

worden door hun lot. Als er door

een beweging van de ziel in het

systeem iets wordt geheeld, raakt

dit ook jouw ziel en dat kan voelen

als een wonderbaarlijk geschenk.

Dat kan je helpen het trauma en/of

het overlevingsgedrag los te laten.

Dit kan alleen blijvend werken als je

je bewust bent van het overlevingsgedrag

dat jou bond aan je gewonde

familieleden. Kennis over jezelf,

over je overlevingsgedrag, eerbied

voor de gewonden en erkennen dat

hun lot niet van jou is, zijn voorwaarden

om los te laten.

Ik zeg bewust loslaten en niet teruggeven.

Bij teruggeven kom je

gemakkelijk in een positie dat jij

je mengt in dat wat aan jou vooraf

is gegaan. De essentie is, dat jij iets

loslaat wat voor jou niet helpend is

en jou blokkeert om open te staan

in het nu. Soms is het gemakkelijker

om los te laten als je weet hoe iets is

ontstaan.


Het eigen bewustzijnsonderzoek start met het benoemen van je pijn: ‘Ik voel me eenzaam’, ‘ik heb geen werk’, ‘ik

krijg steeds ongelukken’, ‘ik verlaat anderen’, ‘ik heb geen plek.’

Vervolgens benoem je jouw antwoord, patroon, reactie, gevoel en gedrag op deze pijn: ‘Ik twijfel’, ‘ik verstar’, ‘ik

oordeel en heb verwachtingen over hoe het moet’, ‘ik overleef’, ‘ik ben bang.’

Kies trefwoorden die jouw situatie goed weergeven zoals: woestijn, kruispunt, dwaallicht. Daarvoor moet je stil

worden, voelen waar het in je lichaam resoneert en bereid zijn er naar te kijken. Deze trefwoorden zijn belangrijk.

Ze verwijzen vaak naar een eerder trauma of overlevingsgedrag van een voorouder.

Vraag je vervolgens af wie in jouw familie iets beleefde waarbij dit overlevinggedrag passend was, of wie een

trauma meemaakte waar deze woorden naar kunnen verwijzen.

Het kan helpen om een genogram van het familiesysteem te maken met de leeftijden waarop familieleden

trauma’s meemaakten en hoelang dat duurde. Mogelijke herhalingen daarin helpen je de verstrikking te vinden.

Buig tenslotte met eerbied voor het lot van die familieleden en erken hun traumatische ervaring. Zie dat hun

overlevingsgedrag toen is ontstaan en hun enige oplossing was. Wees je ervan bewust dat het overleven (of de

dood van een betrokkene) er mede voor heeft gezorgd dat jij er bent. Dank hen daarvoor. Laat het vervolgens

los en land in het nu.

Dit proces is een keuze en vraagt om

toewijding aan waarheid en congruentie.

Dan wordt het mogelijk meer

aanwezig en present te zijn en kun

je openstaan voor wat er zich hier

en nu aandient en mogelijk is: een

open ziel in verbinding met alles

wat is.

Dat lijkt eenvoudig; soms is het

dat ook. Als er tranen zijn, kun je

denken aan het gedicht van Hilde

Domin:

‘Nicht müde werden

Sondern dem Wunder leise

Wie einem Vogel

Die Hand hinhalten.’

‘Word niet moe

om het wonder heel voorzichtig

zoals bij een vogel

de hand te reiken’

Pesten, een symptoom

van het systeem?

Systemisch kijken en interveniëren zonder opstellingen

Siebke Kaat

Vanuit mijn werk als organisatieconsultant

ben ik vaak om advies

gevraagd bij een ‘kwestie’, die te

maken had met pesten-op-het-werk.

Langzamerhand begon ik me af te

vragen wat de functie van het pesten

voor dit systeem zou kunnen zijn.

Dat vroeg van mij om over het negatieve

oordeel over pesten en pesters te

stappen, en voorbij de uitingsvormen

te kijken. Inmiddels is het mijn stellige

overtuiging, dat het systeem het

pesten als signaalfunctie benut om

een verstoring in de verbondenheid

of ordening aan het licht te brengen.

Ik zal twee voorbeelden beschrijven,

met de belangrijkste systemische interventie,

en een korte systemische

terugblik.

Wat is Pesten?

Pesten is een verzamelnaam

van velerlei uitingsvormen,

die ertoe leiden dat iemand

zich niet serieus genomen, niet

gezien, of buitengesloten gaat

voelen. Mensen zijn creatief in

de manier waarop ze dit voor

elkaar krijgen. Door de ander te

kleineren, negeren, niet serieus

te nemen, of door grappen, bijnamen,

kleinerende handelingen,

etc.

‘Jullie horen er (niet) bij, Jij

hoort er (niet) bij.’

In diverse situaties is mij opgevallen

dat de bijdrage of de plek van één of

meerdere medewerkers niet erkend

- 13 -

werd (door te pesten), maar dat ditzelfde

ook gold voor de waarde en

de plek van het team als geheel

binnen de organisatie. Het patroon

leek zich te herhalen. Eén team was

‘het afvoerputje’ van de organisatie.

Ieder kon daar nog wel terecht als

hij elders geen plek meer had. Het

team had binnen de organisatie een

lage status. Een direct gevolg was

dat ook leidinggevenden zo snel mogelijk

probeerden door te stromen

naar een eervollere plek. Binnen het

team werden enkele mensen gepest.

Eigenlijk bleek er altijd wel iemand

gepest te worden.

Belangrijkste interventie: Door

met de manager en zijn directeur

de waarde van het team voor de


organisatie in beeld te brengen, en

terug te kijken naar de teamhistorie

gebeurden er diverse zaken.

Beiden gingen zelf ook de waarde

van het team zien, en beiden namen

hun plek en hun verantwoordelijkheid,

ten opzichte van dit team. De

manager vertelde het team vervolgens

nu echt te kiezen voor hen als

team. Hiermee nam hij zijn plek, en

gaf hun een plek in het geheel. Ook

gaf hij hen de erkenning dat het niet

vreemd was dat er problemen in het

team waren gerezen, omdat zij lang

te kampen hadden gehad met wisselend

management. Hiermee haalde

hij de schuld bij hen weg, en nam

de schuld zelf terug naar zijn eigen

functie. Dit was de ommekeer waardoor

ze ook onderling naar elkaars

waarde konden kijken, en konden

zien dat ieder erbij hoorde. Ze

konden terugkijken op hun historie

en zien wie er zonder erkenning (afscheid)

vertrokken waren.

Systemische bespreking: In dit

geval was het pesten een symptoom

van een team dat buiten beeld begon

te raken. Het pesten hielp uiteindelijk

om de directeur, de manager, het

team en alle teamleden zich weer te

laten verbinden binnen het geheel

van de organisatie en haar doelen.

‘Wie ben jij dat je denkt die

plek te mogen innemen?’

Vaak staat degene die gepest wordt

op een aantal ordenende principes

helemaal onder aan de ladder, maar

op één criterium juist op de bovenste

sport. In dit geval was de gepeste

één van de jongsten, het kortste in

dienst, en had de minste ervaring,

maar hij had de hoogste opleiding,

èn kreeg de steun van het management

om door te groeien (met de

daarbij behorende scholingsprivileges).

Rondlopend zie ik hem een

aanmatigende houding aannemen.

Hij neemt een hogere plek in dan

passend is. De rest van het team reageert

met pesten, en lijkt zo deze

persoon naar zijn geëigende plek te

duwen. Dit ging echter zo ver dat hij

bijna weg-gepest werd.

Belangrijkste interventie: Met het

team en de manager op volgorde

van een aantal feitelijke rangordes

gaan staan (halve cirkel), en daarbij

elkaar over en weer erkenning laten

geven voor de waarde van juist die

plek (plek-gebonden erkenning,

niet persoonsgebonden erkenning).

Bijvoorbeeld: wat is de waarde van

de mensen die al langer dan 10 jaar

bij deze afdeling werken? Hierdoor

kwam op een oordeelloze wijze

alles wat hier je plek bepaalt aan

bod. Belangrijk was de erkennende

zin: jullie waren er al langer, en

hebben deze afdeling gebracht tot

waar hij is. Door de oefening werd

vanzelf duidelijk dat sommigen

wel heel vaak bovenaan stonden,

en anderen onderaan. Nu kon de

‘gepeste’ vanuit zijn eigen plek als

jonge, hoogopgeleide nieuwkomer

erkenning geven aan de mensen die

er al langer waren, en ook de erkenning

krijgen van de verfrissing die

hij kon komen brengen. Ook bleek

het cruciaal dat de manager hieraan

deel nam. Hij nam zijn plek, zag

ieder op zijn plek, en bevestigde die.

Systemische bespreking: In dit geval

was het pesten een symptoom van

een verkeerde ordening, die door

de manager in gang was gezet door

de jonge, nieuwe persoon diverse

privileges te geven die de anderen

niet kregen. Uiteindelijk werd de

ordening hersteld, en kon de balans

van geven en nemen weer op gang

komen, zowel onderling als tussen

manager en alle medewerkers.

Als je het volledige artikel wilt lezen,

ga dan naar www.fenomeenonline.nl

Vragenlijstje bij pesten (onvolledig, puur om denkrichtingen mee te geven)

Wat is jullie oorsprong? Staan/stonden jullie ooit hoog in aanzien als team?

- Is er iets veranderd ten aanzien van jullie plek of positie als team binnen de organisatie of jullie doelen/

producten? Is er iets verloren gegaan?

Wat is jullie management-historie?

- Wie werden manager (= de vraag naar ordening)?,

- Waren er manager-loze periodes (= de vraag wie wellicht daardoor op een verkeerde plek terecht kwam en

niet meer terug kon/kwam op zijn oude plek)? I

- Waren erinterim managers? Wat maakte dat er binnen de organisatie zelf niemand gevonden kon worden?

Wie van de managers/medewerkers is in het verleden op een rare, vervelende manier of om onduidelijke

redenen weggegaan of ‘verdwenen’? Wie zijn ‘met de stille trom’ vertrokken, zonder dat hun bijdrage

erkend werd?

Wat waren kenmerken van de oorspronkelijke functionarissen van deze afdeling?

- Staan deze kenmerken nog steeds hoog in aanzien? Wat bepaalt nu met name je ‘status’ binnen de afdeling?

Als dit veranderd is: is daarmee iets verloren gegaan?

Voor welke waarde, welk product of welke mensen wordt er gestreden

door te pesten? Wat of wie wordt hiermee in beeld gebracht?

- 14 -


Ordeningen van liefde

in patchworkfamilies

Ineke van Keulen

In het najaar 1999 heb ik samen

met Lineke Joanknecht onze eerste

pilot workshop Familieopstellingen

gegeven. Vanaf onze eerste aankondiging

hebben we uitgesproken dat we

de mogelijkheden van deze werkwijze

in de (jeugd) hulpverlening wilden

onderzoeken.

Inmiddels ben ik ervan overtuigd dat

familieopstellingen veel kunnen betekenen

in het grote veld van de (jeugd)

hulpverlening. Ik denk hierbij aan opstellingen

in groepen, maar meer nog

aan het invoegen van het systemisch

denken en handelen in observatie, individuele

begeleiding en advisering.

Het is verheugend en bemoedigend

om waar te nemen dat de integratie

van het systemisch denken (weliswaar

langzaam) ook inderdaad plaats

vindt.

Een groot deel van de kinderen groeit

op in Patchworkfamilies. Dit onderwerp

ligt me na aan het hart, ook

door mijn persoonlijke leefsituatie.

Bovendien zal dit onderwerp -gezien

maatschappelijke ontwikkelingen- in

de toekomst nog veel meer aandacht

vragen.

Het is mij overduidelijk geworden dat

het toepassen van kennis van systemische

wetmatigheden behulp- zaam

is bij de (pedagogische) afstemming,

het overleg tussen de betrokken volwassenen

en de relaties tussen alle

betrokken volwassenen en kinderen.

Definitie Patchworkfamilies

‘Patchworkfamilies’ is voor mij een

‘feestelijke’ verzamelnaam voor alle

familieverbanden waarin sprake is

van (pleeg)ouderschap, adoptie, donorouderschap

of nieuwe relaties

van (een van de) ouders en/of waarin

sprake is van diversiteit in cultuur,

ras, godsdienst:

gezinnen bestaande uit 2

volwassenen die met kinderen

uit eerdere relatie(s) een nieuw

systeem vormen

gezinnen met kinderen die

verwekt zijn door eicel- en zaadceldonatie,

gezinnen met kinderen die

geadopteerd zijn of die een plek

kregen als pleegkind

gezinnen waarin beide ouders

verschillende nationaliteiten

hebben, verschillende godsdiensten

beleven en/of verschillende

culturen inbrengen.

Ervaringen uit

familieopstellingen

De verbinding met de biologische

ouders blijkt essentiëler dan in

sommige pedagogische theorieën

wordt aangenomen. Ook al lijken

ouders volgens de maatschappelijke

norm niet in staat kinderen op te

voeden, het steunen van deze ouders

in hun pedagogische taak blijkt voor

kinderen vaak een optimale keuze.

Waar dat (tijdelijk of langer durend)

niet mogelijk is, blijft van belang om

in het oog te houden dat zij de ouders

zijn en blijven. Dit benoemen is essentieel

voor alle betrokkenen, vooral

voor de kinderen.

Waar het ‘andere’ ouders lukt om de

biologische ouders deze plek te geven,

zal het voor kinderen gemakkelijker

zijn om hun (soms tijdelijke) plek in

te nemen in een ander systeem.

Opstellingen laten zien hoe wezenlijk

het is voor kinderen als zij loyaal

mogen zijn naar hun eigen ouders

en als deze ouders achter hen mogen

staan en gezien worden.

Ook het benoemen van het lot of de

last die (leden van) families dragen

geeft doorgaans ruimte. Kinderen

geven vaak blijk van opluchting en

draagkracht als feitelijk benoemd

- 15 -

wordt wat er in het familiesysteem

speelt, ook al is het dramatisch. ‘Waarheid

maakt vrij.’

Het kennisnemen van (oude) geheimen

kan in het licht van onze

waarden en normen ook ruimte en

openheid teweeg brengen in een familiesysteem,

en met veel compassie

en begrip ontvangen worden, om

daarna een ‘juiste’ plek te kunnen

krijgen.

Door de opstellingen kan relatieof

opvoedingsproblematiek in een

bredere context worden gezien. Door

het beeld te vergroten, bijvoorbeeld

over meerdere generaties heen en/of

de gewoontes in een andere cultuur

of religie, kunnen meer aspecten van

de aangegeven problematiek aan het

licht komen.

Mijn ervaring is dat het een last van

kinderen wegneemt als het historisch,

sociaal-cultureel perspectief helder

wordt; wanneer waarden en normen

in het betreffende sociale milieu en

tijdsbeeld bekend zijn. Zoals bijvoorbeeld

de maatschappelijke situatie in

een christelijk milieu van een voorechtelijk

kind rondom 1950 en eerder.

In onze interventies en adviezen

kunnen we globaal gesproken op twee

manieren afstemmen: op de laag van

de persoonlijkheid (psychologisch) of

op de laag van de ziel van de familie

(systemisch). Voor de helderheid vind

ik het belangrijk deze twee benaderingen

naast elkaar te gebruiken, maar

niet met elkaar te vermengen.

Als we ervoor kiezen om in een opstelling

de systemische dynamiek

centraal te stellen, moeten we het

kind uiteindelijk vóór de (voor)ouders

plaatsen zodat het kind gesteund

door de (voor)ouders de toekomst in

kan kijken.

Kijkt een kind te veel om en/of kijkt


het naar een plek achter de ouders,

dan is het kind op het verleden gericht

en op verstrikkingen die daar spelen.

Het is een mooi en vaak ontroerend

ritueel om het lot te eren, het met

respect te laten bij wie het hoort,

daarna om te draaien en de eigen

plek in te nemen vóór de voorouders

en gesteund door deze liefdesstroom

de eigen toekomst in te kijken. Hier

wordt de essentie en de kracht van het

systemisch gedachtegoed zichtbaar.

Voordat we (zware) pedagogische

maatregelen treffen of (langdurige)

therapeutische processen aangaan,

kan het inzicht en lucht geven om te

kijken naar (verstoringen in) de ordening

en de stroom van liefde in de betrokken

systemen. Op basis van deze

gegevens kunnen praktische en effectieve

adviezen van systemische en/of

(ped)agogische aard gegeven worden.

Conclusie:

Zeker bij patchworkfamilies blijkt het

vinden van de juiste ordening, het

eren van het lot en het uitspreken van

de juiste helende zinnen die de posities

duidelijk maken en versterken belangrijk.

Het maakt alle gezinsleden

krachtiger en geeft ieder liefdevol en

krachtig gereedschap in handen.

Het gehele artikel staat op:

www.opstellingen-zuidlimburg.nl.

Suggestie voor een ordenings-intermezzo ‘om effectief te overleggen en ontspannen te eten’

- Markeer een ronde ‘tafel’, een cirkel van papier

- Benoem alle leden van het team, overleg, bestuur, leden van het gezin die samen eten.

- Schrijf alle namen op een papiertje, markeer objecten of sjablonen.

- Zoek, al schuivend naar de ordening waarin ieder zijn of haar plaats in kan nemen.

Variabelen zijn: leeftijd, rangorde in functie, aantal jaren relevante ervaring, dienstverband, positie in gezin.

Blijf allert op ‘onbekende’ variabelen in de concrete situatie.

Blijf nieuwsgierig en open voor verandering totdat er voor alle personen ‘rust’ ontstaat en iedereen diep kan ademen.

Creatieve vergadering en smakelijk eten

Ineke van Keulen

Door het oog van de

naald

Anton de Kroon

Opstellingen en systemisch werken

spreken me aan omdat ze zoveel

vrijheid brengen. Voor mij ontstaat

die vrijheid door ‘JA’ te zeggen tegen

wat er is, gewoon omdat het er is;

ook als dat met pijn gepaard gaat.

De strijd staken, onder ogen zien en

in de ogen kijken wat gezien dient

te worden. Bert Hellinger nodigt uit

tot het zijn in het lege midden en

het open staan voor de beweging die

me dan kan vinden en via mij naar

buiten kan komen. Ik zie mezelf

dan als deel van het grotere geheel.

Om veranderingen in organisaties

of delen van de samenleving tot

stand te brengen beschrijft Otto

Scharmer in zijn boek Theory U

iets vergelijkbaars, waarbij hij twee

vertrekpunten hanteert. Het ene is

het realiseren van the inner shift:

verandering in mezelf, waardoor ik

op een andere manier deel van het

geheel word. Het andere vertrekpunt

is dat hij niet van het verleden

maar van de toekomst probeert te

leren.

Klassieke veranderaars daarentegen

zijn steeds in de buitenwereld

bezig, niet in en met zichzelf. En

hun lessen leren ze uit het verleden

in de hoop de toekomst zo beter te

kunnen maken.

Waar Hellinger en Scharmer voor

mij mooi samen komen is in het

liefdevol oordeelloos zijn. Scharmer

vertelt in zijn boek over het gaan

door het oog van de naald: in het

oude Jerusalem was het Oog van

de Naald een poort in de stadsommuring.

Om de stad goed te kunnen

verdedigen tegen aanvallen van

buiten was het een smalle poort. Zó

smal, dat kamelen die vol beladen

uit de woestijn kwamen, eerst volledig

van hun last ontdaan moesten

- 16 -

worden alvorens door de poort de

stad binnen te kunnen gaan. Ik stel

me zo voor dat ze met hun flanken

langs de muren schuurden. Daar

kon niets meer tussen.

Dat beeld helpt mij iedere keer

opnieuw om me voor te bereiden op

ontmoetingen, taken en opdrachten.

Wat heb ik allemaal achter te

laten alvorens ik schoon en onbevangen

de ander, de situatie tegemoet

kan treden? Dat is mijn inner

shift. Meestal heb ik een pakket

oordelen en angsten die mij verhinderen

om echt te zien wat er is.

Als ik denk in mijn voorbereiding

alles afgelegd te hebben, dan blijk ik

gaandeweg soms toch nog meer last

bij me te dragen dan ik aanvankelijk

dacht.

Ik heb inmiddels een lijstje signalen

waar ik op let. Als één van die

dingen zich voordoet ga ik bij mezelf


te rade of ik wel al mijn oordelen en

angsten heb afgelegd. Bijvoorbeeld

als ik merk dat ik haast krijg of me

richt op incidenten, in plaats van op

het geheel waar ze naar verwijzen.

Als ik denk dat ik de oplossing weet,

of antwoorden geef in plaats van

vragen te stellen. Als ik vind dat de

ander iets raars zegt of ernaast zit.

Dat zijn van die momenten om eerst

en vooral terug te keren naar mezelf.

Dan blijken er in mijn kamelenbulten

toch nog weer vrolijk oordelen

mee te reizen. Ik beschouw het als

Opstellingen in

ontwikkeling

Daan van Kampenhout

een kans om iedere keer opnieuw te

onderzoeken: hoe slank dien ik me

te maken om in mijn volle omvang

aanwezig te kunnen zijn?

Familieopstellingen hebben zich

vanaf het begin gekenmerkt door

een paradoxaal spanningsveld. Bert

Hellinger ontwikkelde theorie over

verschillende soorten van vaststaande

ordes die menselijke relaties

binnen systemen reguleren, en

een belangrijk uitgangspunt bij het

opstellingswerk is dat verstoorde

ordes weer kunnen worden hersteld.

De opstellingen werden daarentegen

door Bert Hellinger ook als

fenomenologische methode gedefinieerd:

iedere opstelling zou zich

zonder enige verwachting van de

begeleider moeten kunnen ontwikkelen.

Hoe vrij is een opstellingsbegeleider

echter als de familie of het systeem

dat wordt opgesteld aan bestaande

ordes moet worden getoetst?

Waar is dan de fenomenologische

openheid van de opstelling? Mede

vanwege deze onduidelijkheid hebben

opstellingen zich nooit een plek

weten te verwerven in het reguliere

circuit: de uitgangspunten zijn niet

goed sluitend.

In de praktijk biedt de spanning

tussen bestaande ordes en fenomenologische

openheid echter allerlei

kansen. We kunnen het door Bert

Hellinger gestarte onderzoek voortzetten

en de door hem beschreven

wetten gebruiken, toetsen en waar

nodig ook aanpassen of aanvullen.

Het fenomenologische aspect van

de representatiemethode nodigt ons

uit om open te zijn en nieuwe ontdekkingen

te blijven doen.

Inmiddels zijn opstellingen al heel

vaak geen familieopstellingen meer,

ze hebben zich in allerlei richtingen

ontwikkeld. In plaats van een vaste

plek binnen de reguliere therapeutische

stromingen te verwerven,

is gebleken dat opstellingen eigenlijk

tot een continuüm behoren

dat gedeeld wordt met voice dialogue,

psychodrama, transactionele

analyse, gestalt en andere methodes

die elk een andere manier van representatie

benutten.

De laatste jaren heeft in de opstellingswereld

het thema trauma veel

aandacht gekregen, en worden er

nieuwe wetmatigheden, werkvormen

en interventies ontwikkeld

die niet tot het oorspronkelijke repertoire

behoren. Waar eerst vooral

met de effecten van trauma’s van

vroegere generaties werd gewerkt,

zien we nu in toenemende mate

dat opstellingen worden gebruikt

voor mensen die zelf (zwaar) getraumatiseerd

zijn. Als we opstellingswerk

niet als geïsoleerd fenomeen

beschouwen, en erkennen dat

er verwante methodes bestaan, dan

kunnen we, waar het passend is, elementen

van die andere methodes

gebruiken en integreren.

- 17 -

Een tijdje geleden werkte ik in een

Spaans sprekend land met een

vrouw van wie drie nabije familieleden

waren ontvoerd, gemarteld

en vervolgens vermoord. De vrouw

trilde over haar hele lichaam terwijl

ze me over haar familieleden vertelde

en toen ik haar vroeg om te

beschrijven welke emoties ze kon

onderscheiden noemde ze alleen razernij.

Sommige opstellers zouden

misschien gekozen hebben om een

opstelling te doen met zowel slachtoffers

als daders, maar dat zou in dit

geval weinig hebben bijgedragen

aan de verwerking en het hanteerbaar

maken van het trauma. In psychotherapie

wordt de confrontatie

met de daders van een misdrijf nooit

aan het begin van een verwerkingsproces

gezocht, die kan pas plaatsvinden

als de cliënt veel voorwerk

heeft gedaan. Een dader-slachtoffer

opstelling was hier absoluut geen

optie. Ik vroeg de vrouw: ‘Wat is het

dat je het liefste wilt?’ Een moment

was de woede weg, en ze fluisterde:

‘Bij hen zijn...’

Waar in een gewone opstelling de

grens tussen doden en levenden

zelden scherp is, was me duidelijk

dat ik hier niet zomaar de doden en

levenden in hetzelfde veld mocht

opstellen. Als eigenlijk nog niet werkelijk

beseft wordt dat familieleden

waarvan nooit afscheid genomen is

echt gestorven zijn, is het juist van

belang dat een grens deel uitmaakt

van het beeld. Het was van belang

dat de cliënt tot zich kon laten doordringen

dat de doden en de leven-


den niet meer samen waren.

Tegelijkertijd vroeg de afschuwelijke

dood van drie nabije familieleden

juist om een ontmoeting, een uitwisseling,

een afronding.

Er kwam een gedachte in me op:

de liefde tussen de levenden en de

doden kan wél over de grens gaan,

de mensen zelf niet. Dat beeld vertaalde

ik in een opstelling. Ik rolde

een rol toiletpapier uit door het

midden van de ruimte, zo onstond

er een witte streep op de vloer, een

grens. Aan de ene kant stelde ik de

vrouw op samen met enkele andere

levende familieleden, aan de andere

kant kregen de drie vermoorde familieleden

hun plek. Ieder van hen

koos nu verschillende representanten:

elk daarvan stond voor de

liefde voor één van de mensen aan

de andere kant. In voice dialogue

en gestalt nemen mensen soms de

plek in van hun eigen specifieke

gevoelens, maar iemands gevoelens

kunnen ook door een ander

worden gerepresenteerd, zoals hier

gebeurde. Toen de opstelling begon,

stonden alle familieleden, levend en

dood, hand in hand met hun eigen

liefde voor de anderen in de opstelling.

Een voor een stuurden zij de

representanten van hun liefde over

de grens tussen leven en dood, nadat

ze hen hun zegeningen hadden

meegegeven.

Langzaam bewogen de mensen die

de liefde belichaamden zich door

het veld, elk van hen werd met

tranen weggestuurd en met tranen

ontvangen, maar langzaamaan ontstond

er rust en acceptatie waar

eerst agitatie en pijn voelbaar was

geweest. Door middel van verschillende

zinnen werd de grens tussen

levenden en doden erkend, alsook

de sterke band tussen de mensen

aan beide kanten benoemd. Geen

klassieke familieopstelling, maar

met gebruik van expertise uit

andere disciplines een werkvorm

die passend was in het verwerkingsproces

van de cliënt.

Vonken van

Vernieuwing

een voorbeeld van vernieuwing van binnenuit in een lerarenopleiding

Jürg Thölke

Het lectoraat innovatie van

leren in organisaties

Het lectoraat innovatie van leren

in organisaties aan de HAN bestaat

uit een kerngroep van professionals

met verschillende achtergronden.

Wij richten ons in brede zin op de

ontwikkeling van mens en organisatie.

Hierin experimenteren wij met

systemische werkvormen in het onderwijs,

organisatieadvies, coaching

en onderzoek. In dit artikel wil ik

een toepassing beschrijven die het

een en ander combineert: kleinschalige

innovatiegroepen. Wij noemen

deze innovatiegroepen ‘Vonken van

vernieuwing’ 1 . Het voorbeeld dat ik

in dit artikel uitwerk speelt op een

instituut dat toekomstige leraren

opleidt.

Vonken van vernieuwing

Het instituut kent een bewogen geschiedenis

met diverse ingrijpende

reorganisaties en verhuizingen. In

de gesprekken met medewerkers

- 18 -

en leidinggevenden stoten wij,

naast gedrevenheid, ook op veel

vermoeidheid, gedoe en taaiheid. Er

verandert veel in het grotere veld

van de lerarenopleiding en docenten

worden steeds meer op en door

de scholen zelf opgeleid. Voor het

opleidingsinstituut en zijn medewerkers

betekent dit een zoektocht

rond identiteit en een zinvolle invulling

van zijn nieuwe rol.

Binnen dit lerareninstituut experimenteren

wij met innovatiegroepen

van 4 tot 6 personen met als taak

om in de eigen werkomgeving iets

verrassends of nieuws te realiseren:

‘Een steen te verleggen in de rivier

op aarde.’

Als theoretisch kader maken wij

dankbaar gebruik van het door Otto

Scharmer beschreven ‘U’-proces. De

linkerkant van de ‘U’ heeft vooral

te maken met de vaardigheid om

anders ‘waar te nemen’ en de rechterkant

geeft inzicht in hoe vanuit

deze nieuwe waarneming gezamenlijk

tot co-creatie te komen. De beweging

van links naar rechts verbeeldt

een actieonderzoek waarin

men eerst leert het vraagstuk

‘anders’ te zien, en de vraagstelling

te herkaderen en dan daadwerkelijk

iets te doen. Concreet beginnen

wij elke ‘Vonkengroep’ met een individuele

of collectieve vraag op

het snijvlak van persoon en werk,

zoals: Waarom krijg ik mijn mensen

niet mee in een verandering? Hoe

creëer ik meer ruimte om zinvol

te werken? Wat kan ik doen zodat

bepaalde afdelingen meer samen

werken? Op deze manier nodigen

wij de deelnemers uit zich met zichzelf

en de relevante systemen te verbinden

en eigen verstrikkingen te

onderzoeken. Door kleine stappen

te zetten kan een nieuwe, meer gewenste

situatie ontstaan 2 .

De U volgend starten wij de reis

rond het systeem van herkomst van

de inbrenger: Waarom is het voor

jou een vraag? In die zin maken wij


in eerste instantie geen scheiding

tussen werk en privé, het werken

met familieachtergronden en organisaties.

Scharmer noemt dit het

verkennen van het ‘inner’ vertrekpunt

van de vraagsteller. Niet dat

elk vraagstuk op familiesysteem-niveau

moet worden ‘opgelost,’ maar

omdat elke vraag ook een parallelproces

weerspiegelt van de eigen

leefwereld. Vanzelfsprekend zijn

een veilige leergroep en een helder

contract voorwaarden om zo te

mogen werken. Het tekstkader geeft

een voorbeeld van de verbinding

tussen familie- en werksysteem.

Een teamleider stoort zich aan het

zeuren en klagen van zijn mensen.

In een korte opstelling werd hij geconfronteerd

met zijn familie van

herkomst. Daar was veel gezeur

en geklaag. Vooral vader was

boos over het gezeur van moeder.

Tijdens de opstelling schildert de

deelnemer hoe hij als klein jongetje

achter in de auto zat, terwijl

zijn ouders voorin streden. Als hij

iets wilde inbrengen werd het als

‘zeuren’ af gedaan. De opstelling

zuiverde het beeld van de inbrenger

en hij kon weer met zachte

ogen naar zijn eigen team kijken.

De vraag was nu veranderd in

‘Waar staat het zeuren en klagen

in deze afdeling voor?’ ‘Wat wil

hier worden gezegd?’

Als begeleider ben ik nog steeds

verrast hoe vaak dynamieken uit

het ouderlijke huis op de werkplek

worden herhaald. Het is alsof

het groepsgeweten van individuen

ervoor zorgt dat wij in eerste instantie

de voor ons vertrouwde

plekjes in de organisatie opzoeken.

Anderzijds lijkt een organisatie

aan nieuwe medewerkers juist die

plekken aan te bieden waarin het familiescript

kan worden geleefd 3 . Als

aangeboden en vertrouwde plekken

versmelten worden verstrikkingen

herbevestigd. Het is de kunst om

gezien ‘het eigen lot’ en dat wat

men in de organisatie aantreft zelf

een passende stap te nemen: ’Wat

is mijn antwoord op het lot? Het

verkennen van deze vraag leidt de

inbrenger tot een nieuwe, meer

dienende positie in het systeem

van de organisatie. Opstellingen in

verschillende vormen helpen bij

deze verkenning. Het tekstkader

hieronder geeft een voorbeeld van

het verkennen van aangeboden, vertrouwde

en dienende plek tijdens

een vonkenbijeenkomst.

Een deelnemer van een Vonkengroep

is niet tevreden met de invulling

van zijn baan. Naast zijn

deelname aan de Vonkengroep

begeleidt hij samen met mij adviestrajecten.

Bovendien is hij

ook docent aan het instituut. Het

combineren van deze rollen is

in de praktijk lastig. Tijdens de

Vonkenbijeenkomsten botst hij

verschillende keren met mij over

zijn rol in de groep: ‘Ik ben geen

gewone deelnemer’ lijkt hij in iets

andere woorden te zeggen. Als ik

hem hierop aanspreek wordt hij

kwaad: ‘Jij staat niet achter mij’

is het verwijt. Als begeleider onderzoek

ik eerst mijn eigen rol.

In hoeverre heb ik zijn plek in de

groep helder ingekaderd? Hoe ken

ik thema’s als afbakenen en aannemen?

In mijn familiesysteem

stond ik vaak tussen vader en

moeder in. In zijn familiesysteem

mocht hij niet gewoon kind zijn.

Hij kreeg geen plek en werd niet

op zijn plek gezet. Naar de organisatie

toe is hij eisend. Van

binnen buig ik voor zijn lot en dat

van mij. Ik neem mijn eigen plek

in. Vanuit hier kan ik dienstbaar

zijn aan hem en aan deze groep.

Wij grenzen af: ik begeleid deze

groep, jij bent hier lid. Gezamenlijk

verkennen wij het innemen

van een ‘dienstbare plek’ van

hem in het instituut. Van binnen

knipoog ik naar mijn Papa.

Er ontstaan tijdens dit proces als

vanzelf persoonlijke en collectieve

‘kleine’ voornemens en acties in

de groep. Men inspireert elkaar. Zo

besloot een invloedrijke, maar als

- 19 -

dwars gelabelde, docent met een

tafelopstelling zijn verhouding met

de directie te onderzoeken. De man

was lid van het managementteam

geweest en gedurende een reorganisatie

uit deze rol gestapt. Hij was in

de veronderstelling nu een ‘gewone

docent’ te zijn. Tijdens de opstelling

drong het besef tot hem door dat

een verandering op papier niet betekent

dat de rest van de organisatie

deze verandering ook als zodanig

ervaart. In de ogen van enkelen

werd hij gezien als een ‘bron van

weerstand.’ Hij had nog steeds veel

gezag bij enkele oudgedienden en

de oudgedienden zagen in hem de

vertegenwoordiging van ‘oude’ vergeten

waarden. De docent besloot

door onderzoekende gesprekken

met het MT en zijn collega’s zijn

eigen rol bewuster te kiezen.

Wij wisselen van de linker- naar de

rechterkant van de U door onderliggende

organisatiethema’s te benoemen:

‘Waar draait het in dit systeem

om? Vervolgens ondersteunen wij

de groep bij het ontwikkelen en uitvoeren

van gepaste interventies, een

en ander natuurlijk in overeenstemming

en samenspraak met de relevante

personen in de organisatie. De

net genoemde docent bijvoorbeeld

organiseerde op een studiedag voor

alle medewerkers een dialoog over

het ‘brandende’ thema: het onderling

afstemmen van afstudeerstages

tussen de afdelingen.

Tot slot

Binnen deze lerarenopleiding

hebben we nu zes innovatiegroepen

begeleid. De ‘Vonken’ lijken over te

slaan en de ‘Vonkengroepjes’ zijn

een begrip geworden. Dit is ook

omdat de succesverhalen zich door

mond op mond reclame vanzelf

voortplanten. Deelname is vrijwillig

en wordt door de directie actief ondersteund.

Een deelnemer schreef

na het afronden van een vonkengroep:

‘Ik ben met het Vonkenproject

gestart omdat ik innovatie en

organisatieverandering interessant

vind. In het begin vond ik het te


persoonlijk, maar later ontdekte ik

dat je in je werk, maar ook thuis,

denkt en handelt vanuit patronen

die je normaal zelf niet herkent en

dat dit herkennen vaak het startpunt

is voor een grotere beweging.’

Dat is volgens mij ook wat Martin

Buber bedoelt met: ‘Je moet met

jezelf beginnen maar niet bij jezelf

eindigen.’

Noten:

1 Geïnspireerd door de titel van het boek van Wibe Veenbaas en zijn verwijzing

naar het verhaal over ‘Vonken’ van Martin Buber

2 In de woorden van Matthias Varga van Kibéd zou men dit sensitief en

radicaal innoveren kunnen noemen. Sensitief, omdat er niet tegen maar in

verbinding met een bestaand systeem wordt gehandeld. Radicaal, omdat bestaande

denk- en handelingspatronen – of als u wilt het groepsgeweten – aan

het licht komen en daardoor nieuwe bewegingen mogelijk worden.

3 Morten Hjort van Phoenix Opleidingen noemde in zijn trainingen deze

drie plekken bijvoorbeeld de aangeboden, de magische en de dienende plek.

Shapiro noemt dit proces to be ‘lost in familiar places.’

Systemisch coachen

Met systemische vragen wordt een vergelijkbaar proces op gang

gebracht bij de cliënt als met een opstelling.

Bibi Schreuder

Oefening systemisch coachen

Ga als begeleider in het Lege Midden,

verbonden met je eigen achtergrond,

open voor dat wat er is

en dat wat komt.

Tune in op de cliënt, zijn vraag;

voorbij oordelen.

Luister naar de vraag, zin voor zin,

en open je voor alle genoemde en

óók nog mogelijke systemen.

Scan de systemen, en leg de drie

principes er in gedachten over

heen:

Hoe is het met het erbij horen?

Misschien komen dan vragen bij

je op zoals: Wie of wat wordt niet

genoemd of gezien? Is er mogelijk

iemand buitengesloten geraakt?

Ontbreekt er nog iemand? Of je

vraagt: Is er misschien een doel,

of ideaal verloren gegaan? of: Wie

eer je hiermee?

Hoe is het met de ordening? Misschien

komen dan vragen bij je

op zoals: Zou het kunnen zijn dat

je je groter of beter voelt dan je directeur?

Als je je de klas voorstelt,

waar is jouw positie dan?

Hoe is het met de balans in nemen

en geven? Misschien dienen zich

dan vragen aan zoals: Ben je erg

goed in geven? Kun je ook nemen?

Voor wie werk je zo hard? Wat

doet jouw ziekte eigenlijk voor het

systeem?

Beleefdheid, nieuwsgierigheid,

vra- gen naar gevoel kun je achterwege

laten. Luister in stilte... en

alleen als een vraag zich opdringt,

stel je die. Helaas, de coach hoeft

niet veel te doen, en is meer stil

dan aan het woord.

Al vragend kun je de cliënt laten

verkennen wat resoneert, waar

misschien een context overlap is

(dat iets ouds uit het eigen familiesysteem

samengesmolten is met

iets in de huidige werksituatie)

Dan kun je daarna verkennen of je

onderscheid tussen die twee contexten

kunt maken.

Je doet voorstellen, beginnend

met: Wat als? (Wat, als je je omdraait,

en je de directeur achter je

weet? Wat, als je achter de kinderen

hun ouders ziet? En wat, als ook

jouw ouders achter jou staan? )

Steeds met geruime tijd en stilte

tussen de vragen, zodat de cliënt

de beelden toe kan laten.

Je neemt waar welke veranderingen

je aan de cliënt ervaart en

- 20 -

volgt dat proces. Je stopt als een

eerste beweging zich doorzet, in

overleg met de cliënt. Bijvoorbeeld

met: Ik merk dat je diep uit ademt

en dat je knikt; betekent het dat dit

nu zo genoeg is?

Rond af met de cliënt, op een

manier zodat jullie allebei weer

vrij zijn en het proces bij de

client door kan blijven gaan. Dus

weersta, en ‘verduur’ als begeleider

je nieuwsgierigheid, je verbazing

(over dat het zo simpel is of zo snel

ging) en je zorgen of het wel goed

komt! Houd je leiderschap en zeg:

OK,dat was het!

Als intervisie:

We zitten in een kring met 14 docenten

op een terugkomdag van de

training systemisch onderwijs. Een

docente wil haar vraag inbrengen.

Iemand gaat naast haar zitten, en

stelt voor dat de docente wel in de

kring blijft zitten maar haar stoel

omdraait, zodat ze met haar rug naar

het midden zit. Ze is opgelucht. ‘Dat

voelt veiliger,’ zegt ze. Degene naast

haar vraagt de stilte toe te laten tot

ze de essentie van haar vraag heeft.

We luisteren naar haar vraag en die

deint een tijdje in de stilte rond. Bij

iemand komt een vraag op: ‘Wie

ben je trouw, als je oordelen hebt


over de jongen?’ De docente glimlacht

en zegt: ‘Mijn moeder.’ Ook dit

antwoord deint een tijdje in stilte

rond. Tot een volgende vraag zich

aandient bij een andere collega:

‘Hoe zou het zijn als je de vader van

deze jongen achter hem ziet?’ En na

een tijdje voegt een andere collega

toe: ‘En je eigen vader achter jou,

naast je moeder?’

Het is een proces waarin we ons

alle 14 laten meedeinen op het hele

stille, trage ritme van vragen en antwoorden,

als minimale ondertiteling

van stille beelden die voor ons

gezamenlijk lijken op te doemen.

Beelden die de vragen laten komen

en die de docente de mogelijkheid

geven zich te begeven naar verschillende

gezichtspunten.

Misschien dat het niet in oogcontact

kunnen zijn met de vraaginbrenger,

ons laat overschakelen op zeer fijngevoelige

waarnemingskanalen.

De ziel van de relatie

Jan Jacob Stam

Al jaren lang puzzelt me iets in wat

Bert Hellinger zegt over relaties, namelijk

dat een nieuwe relatie voorrang

heeft boven de oude. Maar wat

eerder is heeft toch voorrang over

wat later komt? Het gedonder begint

al als je een genogram tekent: waar

teken je de oude en waar de nieuwe

relatie: altijd geharrewar, altijd

vragen hierover. Natuurlijk geeft

het zeer veel rust wanneer de vorige

relatie geacht wordt, vóór de nieuwe

relatie. Maar dat die nieuwe relatie

voorrang heeft bleef wringen. Ook

wat Matthias Varga von Kibéd daarover

zegt, over nieuwe systemen,

blijft voor mij verwarrend. Ik krijg

het gewoon niet bij elkaar, noch

mentaal, noch in de ziel, noch in opstellingen.

Totdat we argeloos een experiment

deden, of beter gezegd: er kwam

iets op in een setting waarin nieuwe

inzichten welkom waren. Opeens

kwam uit mijn mond het voorstel

om ‘de ziel van de relatie’ op te

stellen. Dat resoneerde bij alle aanwezigen!

We deden er meerdere opstellingen

mee. En wat we tot nu toe

zagen gaat in de richting van: de ziel

van een relatie stijgt uit boven de

twee delen van het stel of echtpaar.

De ziel is meer, anders dan de som

der delen en heeft een eigen kracht

en beweging. Soms kan er weinig

liefde zijn of zijn er veel conflicten

tussen de partners, maar is de ziel

van de relatie sterk. Soms ook is er

wel veel liefde maar is de ziel van de

relatie klein en lijkt weinig toekomst

te hebben. In Nederland, maar ook

in Rusland hebben we verkenningen

gedaan waarbij echtparen de

ziel van hun relatie opstelden en dat

leidde tot vele, ontroerende, maar

soms ook pijnlijke inzichten.

Meteen ook, wanneer we bijvoorbeeld

de ziel van de huidige

relatie opstellen en de ziel van de

vorige relatie, zijn we voorbij het

veld van ordening. Er is helemaal

geen kwestie meer van ‘Welke ziel

of welke relatie heeft voorrang?.’

Deze vraag is gewoon verdampt.

Wel komen vragen op als: ‘Hoeveel

ziel van de vorige relatie waart nog

rond?’ ‘Hoeveel afscheid is er te

nemen, niet alleen van de vorige

partner, maar ook van de ziel van

de vorige relatie?’ En dat lijkt vaak

om twee verschillende vormen van

achting en afscheid te vragen.

Dit zijn een paar voorlopige waarnemingen

en bevindingen en ach, het

is eenvoudig om in een passende

setting een kleine, maar mogelijk

diepgaande en betekenisvolle opstelling

te doen: jij, ik en de ziel van

onze relatie…. Naar mijn gevoel past

het wel dat daar een begeleider bij

is om een holding space te maken,

- 21 -

bij voorbeeld de holding space voor

de beweging van de geest: in welke

grotere beweging zijn jij, ik en de

ziel van onze relatie opgenomen?

Voorbij onze individuele wensen,

voorbij de dynamieken in onze families

van herkomst.

De grote opluchting voor velen die

hiermee een persoonlijke evaring

opdeden was dat we voorbij het veld

van ‘ordeningen’ kwamen. Maar het

was soms ook pijnlijk om te zien

dat ondanks liefde, een ziel van de

relatie weinig kracht leek te hebben.


Rijk

Bert Hellinger

Rijk wil zeggen: ‘veel’; veel van

datgene wat ik voor mijn leven

nodig heb en veel van datgene

waarmee ik velen ten dienste kan

staan. Rijk betekent ook: mij ontbreekt

het aan niets.

Als je meer hebt dan datgene, wat

nodig is voor een vervuld leven, heb

je dan meer of minder? Waar gaat

de aandacht dan naartoe? Richt die

zich op datgene, wat je nodig hebt of

op datgene, wat je niet nodig hebt?

Word je rijker door meer? Of word

je daardoor armer?

Rijk worden we vooral door datgene,

waarmee we in leven kunnen

blijven en waarmee we het leven

van anderen dienen. Deze rijkdom

maakt gelukkig, want die brengt ons

steeds weer iets nieuws, dat verder

gaat en ons verder brengt. Deze

rijkdom beloont ons voortdurend

met iets, dat ons en dat anderen

dient. Het maakt ons en anderen

gelukkig.

Om deze rijkdom hoeven we ons

vooral geen zorgen te maken, over

hoe we haar kunnen hamsteren en

kunnen vasthouden. Het beweegt

vanuit zichzelf en wordt meer,

naarmate het ons en anderen meer

dient. Het wordt ook van niemand

afgepakt. Integendeel, het schenkt

aan velen en maakt daarmee velen

gelukkig.

Er is nog een andere rijkdom, die

nooit minder wordt, maar altijd

meer, zonder dat we haar hoeven

te verdienen. Dat is de rijkdom aan

ervaring, vooral de rijkdom aan ervaring

in liefde, de rijkdom van het

leven, de rijkdom van het dienen,

de rijkdom aan nieuwe inzichten en

het rijkere weten en kunnen. Vooral

door deze rijkdom wordt ons leven

en ons geluk rijk.

We worden ook door andere mensen

rijk bedeeld, door hun liefde, hun

hulp, hun bijstand, voor hun samenmet-ons-zijn,

voor hun hun-levenmet-ons-delen

en voor ons ons-leven-met-hen-delen.

Het met andere

mensen samen zijn is onze grootste

rijkdom. Niets anders kan daarvoor

in de plaats komen. Op deze manier

worden we voortdurend rijk door

dat, wat we hebben te achten en te

nemen; met liefde te nemen.

Anderzijds worden we ook rijk

door het laten. Bijvoorbeeld door

het overtollige los te laten - vooral

datgene, wat al voorbij is - zodat we

ons daar niet langer aan hechten.

Hier worden we rijk door minder,

terwijl we open zijn voor meer van

het nieuwe. Op deze manier worden

we ook rijk door het afscheid, vooropgesteld,

dat we voorbij het afscheid

gericht blijven op datgene,

wat daarna op ons wacht. Bijvoorbeeld,

wanneer we sterven.

Laten we dan alles los? Of nemen

we iets mee? Duurt rijkdom langer

dan ons leven? Bijvoorbeeld de innerlijke

rijkdom en de rijkdom die

het leven van anderen dient? Misschien

nemen we die rijkdom mee,

want vele doden delen met ons de

rijkdom van hun leven, ook na hun

dood.

Maakt dat voor ons een verschil?

Als we hier een rijk leven leiden,

hebben we alle rijkdom ook nu.

Uit het meest recente boek van Bert

Hellinger:

Worte die wirken

Hellinger Publications/Kösel

2 banden, samen 1000 blz,

oktober 2009

- 22 -


Over Bert Hellinger

Jan Jacob Stam

Ik ken Bert Hellinger nu zo’n veertien

jaar, nou ja kennen, hoe kun je

een mens kennen? Sinds die tijd heb

ik denk ik zo’n 30 workshops van

hem bijgewoond, sommigen beter,

sommigen minder, maar altijd weer

een verrijkende ervaring. Er is ook

veel veranderd in die tijd, bij hem,

in de ontwikkelingen van systemisch

werk en ook bij mij. Bert kan

daarin ook extreem zijn. Zo kan hij

zeggen dat hij boeken die hij indertijd

schreef nu niet meer geschreven

zou (willen) hebben.

In het begin waren de opstellingen

goed te volgen en lekker overzichtelijk,

met een cliënt, een vader en

een moeder en een grootvader die

iets ernstigs was overkomen of had

gedaan in de oorlog. Ordeningen

waren helder en Bert kon daarin wel

dwingend zijn als leider van een opstelling.

Nu denken we niet meer in termen

van ‘leiden’ van een opstelling. Het

is zelfs onmogelijk, hooguit kan

iemand begeleiden of gastvrouw/

-heer zijn. Bert werkt nu vooral

vanuit een geweten dat hij ‘geest’

noemt, een soort scheppende kracht

die alles en iedereen in de wereld

in gelijke mate is toegewend en

beweegt. Hij creëert vooral de condities

waarin, in een opstelling,

die bewegingen van de geest naar

voren kunnen komen. Per opstelling

is er vaak maar één interventie:

een persoon toevoegen, iemand

naar iemand anders laten kijken,

het inzetten van een beweging. Indrukwekkend,

soms ook moeilijker

te begrijpen, meestal betekenisvol

voor cliënt en toeschouwers.

En zo nu en dan heb ik het gevoel

dat Bert de plank mis slaat. Vaak in

pauzes en na afloop ga ik even naar

hem toe, we wisselen wat uit over

opstellingen die we gezien hebben,

over de vertaling van boeken of

over nieuwe inzichten die we in Nederland

hebben opgedaan. In dat

laatste is hij altijd geïnteresseerd. Ik

herinner me dat ik hem vertelde dat

we zo nu en dan een representant

voor de begeleider bij een opstelling

zetten, vooral als de opstelling vast

loopt, en Bert meteen zei: ‘Oh, dát

is een goed idee, ik ga het meteen

uitproberen.’

Er zijn ook momenten dat ik ‘nee’

gezegd heb tegen Bert, bijvoorbeeld

toen hij me vroeg om mee te doen

om opstellingen binnen een universiteit

te brengen. Op zich wil

ik dat wel, maar dan alleen in het

al bestaande Europese bachelormaster

systeem, en niet in een niet

staats-erkende universiteit zoals hij

beoogde. Maar lastiger vond ik dat

in zijn ideeën ook opeens een centralistische

tendens verscholen zat,

zich onder andere uitend in licenties

enzo.

Als er iéts is, dat mij zeer na aan het

hart ligt, dan is dat de open fenomenologische

houding van dit werk

én de boodschap die Bert altijd uitdraagt:

Opstellingen werk is open

source: ‘Je kunt de inzichten die

ik verwoord gebruiken, ze toetsen,

er de jouwe aan toevoegen en dan

verder leiden naar anderen.’

Ik heb hem toen een brief geschreven

waarom ik niet mee kon doen

in zijn project en wat mijn bezwaren

waren tegen een centralistische

beweging. Dat was natuurlijk spannend

en maanden lang had ik een

knoop in mijn maag. In het contact

dat we daarna hadden werd het mij

duidelijk dat hij mijn punt had begrepen

en voor zover ik kon zien,

- 23 -

ook had genomen.

Met andere woorden: als er dingen

gebeuren, binnen mijn invloedssfeer,

die ik als niet passend beschouw,

dan probeer ik daarover

met hem in contact te komen. Soms

oog in oog, ook een keer oog in rug,

toen we zichtbaar wegliepen omdat

het ons nu over een grens ging. Overigens

was dat meer om iets wat zijn

vrouw deed, maar Bert was daar wel

bij.

Bert is nu 84 jaar, zijn vermogen om

te zien wat er in een systeem speelt

is fenomenaal en hij is onverminderd

een voortdurende bron van

nieuwe inzichten.

Bert gaat tot het uiterste in zijn

waarnemingen, en neemt de volle

consequenties daarvan. Voorbij

goed en kwaad, voorbij morele

oordelen. Dat vraagt ook het uiterste

van ons. Afgestemd zijn op de

inzichten die door en via Bert Hellinger

zich tonen, vergt van ons dat

we taboes onder ogen zien, wonden

in de samenleving in de ogen kijken

en bewegingen van daderschap en

slachtofferschap erkennen, zonder

ingrijpen, zonder vrees, met alle

consequenties van dien.

Vorige week ploften de twee delen

van zijn laatste boek op onze

deurmat. Weer zo veel inspiratie en

stof tot nadenken, en ook weer veel

nieuws! Met een eenvoudig, kort

briefje dat neerkomt op: ‘Beste Bibi

en Jan Jacob, hier komt mijn nieuwe

boek, als teken van verbondenheid.

Met hartelijke groeten, Bert.’Zonder

enige claim of grootheidswaanzin,

integendeel….

Bert Hellinger, een gewoon mens,

één uit velen.


Sint Petersburg

oktober 2009

Jan Jacob Stam

Na twee seminars in Moskou is het

nu de beurt aan St. Petersburg. Met

de nachttrein rijden we erheen.

Onderweg hoor ik over de rivaliteit

tussen de twee steden. St. Petersburg

(Leningrad) was tot aan

de revolutie in 1917 de hoofdstad,

daarna werd het Moskou. Als we

in de vrieskou ‘s morgens vroeg de

stad inlopen voelt St. Petersburg

lichter aan dan het vaak wat zwaar

op de hand zijnde Moskou. Mensen

kijken hier opener de wereld in,

hun pas is net wat veerkrachtiger.

De stad is ook cultureler, bijna intellectueler

dan Moskou. Bij mijn

gastvrouw en –heer spreek ik mijn

twijfel uit of het verstandig is om

mij, een buitenlander, uit te nodigen

voor het eerste blok in de eerste opleiding

familieopstellingen hier.

‘Beter een buitenlander dan iemand

uit Moskou,’ is het antwoord.

Op het plein voor de Hermitage, het

winterpaleis van de laatste tsaren,

schildert Anna, de tolk tijdens het

seminar, hoe in 1917 de revolutionairen

de hoek om kwamen rennen,

het paleis bestormden en tegelijkertijd

roofden wat er te roven viel.

Over de vraag: ‘Was het meer een

oproer of een revolutie?’ moet ze

een tijdje nadenken. De plek waar

de ‘goede’ tsaar Alexander werd vermoord

en de ’Kerk van het verspilde

bloed’, die daar gebouwd is, maken

grote indruk.

De opstellingen zijn diepgaand.

Meerdere mensen willen opstellingen

doen zonder woorden, zonder

te hoeven zeggen wat er speelt. Dat

vraagt wel wat van mij als begeleider,

maar het voelt als belangrijk.

In de tweede wereldoorlog hebben

mensen in Leningrad kinderen

gegeten vanwege de honger. De

stad was belegerd. Omdat mensen

de bezetter zelf niet gezien hebben

was de vijand meer een spook dan

een mens met een gezicht. Moeders

moesten beslissen welke van hun

kinderen bleven leven en welke

niet. De schaamte hierover leidde

tot vele taboes. Vandaar de oorverdovend

stille opstellingen……

In de auto worden we door de

politie aangehouden: de chauffeur

heeft met twee wielen een doorgetrokken

lijn op het asfalt overschreden.

Boete 500 roebel en een boel

papierwerk. De chauffeur vraagt:

‘Wat denkt u van 300?’ Onder tafel

wordt 300 roebel afgerekend, geen

papierwerk. Voor het rijden over

een verdrijvingsvlak: ½ jaar rijbewijs

kwijt of €3000 (ja echt, euro’s!)

afrekenen onder tafel. Hetzelfde

geldt voor de minst meetbare hoeveelheid

alcohol. Omdat de blaasapparaten

instelbaar zijn neemt geen

enkele chauffeur het risico wat dan

ook te drinken voor het rijden.

St. Petersburg is nog steeds een

hoofdstad, namelijk die met de

meeste moorden per jaar, zonder

dat dat een duidelijk aanwijsbare

oorzaak heeft. Welke dynamiek

steekt hier achter? Welk patroon

wordt hier herhaald?

- 24 -

Meerdere moeders maken zich

zorgen over hun adolescente kinderen,

die volgens hen onbereikbaar

zijn of het verkeerde pad op gaan.

Deze vraag ontwikkelt zich tot een

‘zwermopstelling’: Vijf jongens, vijf

meisjes, acht moeders en drie vaders

volgen de beweging waarin ze zich

opgenomen voelen. De adolescenten

hebben de neiging weg te gaan,

elkaar op te zoeken en een paar

gaan naar hun vader. Pijnlijk is dat

velen zeggen dat hun moeder er niet

voor hen is, terwijl juist de moeders

zich zorgen maken. Pas wanneer na

lange tijd de moeders hun mannen

in de ogen kunnen kijken, worden

de adolescenten rustiger en vinden

een plek. Voor veel vrouwen in de

zaal is dit een eye-opener. Vanwege

de oorlogen in Rusland zijn er veel

mannen verdwenen met als gevolg

generaties moederszonen. Voor

sterke vrouwen is het niet altijd gemakkelijk

hun mannen te achten……

Als ik terug ben in Nederland ben

ik nog een paar dagen vol van de

ervaringen in Rusland: zo dichtbij

en zo ver weg. Ik merk het ook in

de auto: iedere keer als ik een doorgetrokken

lijn zie op de weg schrikt

er iets in me op: ‘Oeps, niet over die

lijn.’ Zo snel leert het, tien dagen in

een ander veld, een andere cultuur

te zijn.


Mexico

september 2009

Een merkopstelling voor de Technische Universiteit TEC

Jan Jacob Stam

Tijdens een workshop organisatieopstellingen

in Mexico valt ons iets

op: bij acht van de tien opstellingen

met kleine tot zeer grote bedrijven

kan er pas iets wezenlijks in beweging

komen wanneer iets uit de

socio-culturele achtergrond van het

bedrijf in beeld is gekomen. Vaak

gaat het om de maatschappelijke

omstandigheden op het moment

van de oprichting of in de vroege

geschiedenis van de organisatie:

een door de politie doodgeschoten

rebelse student bij de afdeling

maatschappelijke dienstverlening

van een universiteit; een voorouder

die een groot maatschappelijk risico

heeft gelopen bij de oprichting van

een verzekeringsbedrijf; de dood

van een persoon, uit wiens dood

de kunst van het graveren was ontstaan

in een familiebedrijf voor ornamenten

en diploma’s, enzovoorts.

Een van de laatste cliënten in deze

workshop is de Technische Universiteit

Monterey in Mexico. Er is

een collectief van vier opdrachtgevers

voor deze opstelling. Vier programma

managers, van verschillend

niveau en van verschillende campussen.

Er zijn totaal 34 campussen

van deze private universiteit,

één daarvan is tevens de locatie van

deze workshop.

De vier mensen zitten naast me,

maar in overleg wordt Ludivina de

spreekbuis voor de opdracht, omdat

zij de sterkste energie heeft en we

weinig tijd meer hebben. Ludivina

heeft een papier waarop al precies

staat wat ze willen opstellen.

Ik begin met een verhaal dat ik hen

ervan verdenk goed te zijn in het

analyseren. Dat wordt beaamd. Eén

van hen grapt zelfs dat ze de oplossing

al hebben en alleen nog het

probleem zoeken.

En ik vertel dat het mijn uitdaging

is om hun loyaliteit aan het analyseren

te respecteren én ook hen uit te

nodigen om op de systemische laag

te komen.

Hun vraag: We verliezen marktaandeel,

hoe kunnen we de merknaam

‘TEC’ versterken?

Ik stel eerst een test voor: ‘Kies vier

representanten voor de concurrerende

universiteiten. Kijk hen aan

totdat je ten volle beseft dat zij er

ook zijn, precies zoals ze zijn.’

Dan volgt de eigenlijke opstelling:

Eerst wordt de merknaam opgesteld.

Die voelt zich sterk, groot en

beter dan de rest van de wereld.

Dan vraag ik ieder van de vier programma-managers

om elk uit de

toeschouwers twee ‘gewone mensen

uit de Mexicaanse maatschappij’

uit te nodigen. De acht representanten

stellen we op tegenover de

merknaam. De vier opdrachtgevers

worden geëmotioneerd als ze daar

naar kijken; de merknaam voelt

zich heel snel kleiner worden.

Dan stellen we vier studenten op

(elk gekozen door een programmamanager)

en daarna vier docenten.

We laten enige tijd de representanten

aan hun bewegingen over.

Vervolgens vragen we de vier opdrachtgevers

om zelf hun plek in dit

systeem te zoeken. Eén van hen gaat

tussen de docenten staan, twee gaan

tussen het volk staan, één komt in

de buurt van de studenten terecht

en maakt een soort brug naar de

maatschappij. Allen voelen zich erg

goed op de plek waar ze staan. De

studenten maken een beweging in

- 25 -

de richting van het volk.

Het inzicht voor de vier programmamanagers

is: ‘Als we ieder van

ons, op deze manier, met deze innerlijke

houding en met de flow die

we nu voelen, onze plek innemen

in onze respectievelijke campussen,

dan zijn we een soort ambassadeur

van de merknaam. Zo kunnen we

veel doen vanuit onze eigen positie,

zonder met de directie de strijd te

hoeven aangaan. Zo kan een merknaam

groot en sterk worden.’

Hier sluiten we de opstelling af. Alle

opdrachtgevers zeggen zich (op een

goede manier) overweldigd en blij

verrast te voelen.

Meer en meer stel ik bij opstellingen

waar een maatschappelijke kant aan

zit een opstellingsvorm voor, die ik

voor mezelf voorlopig ‘zwermopstelling’

noem. Daarbij zijn er vijf,

of acht, of tien representanten voor

een maatschappelijke groep. Er zijn

vrijwel geen interventies. We kijken

hoe de representanten worden opgenomen

in een beweging. Soms is

er één zin of een woord dat helder

maakt wat er speelt.


Opleidingen bij het

Bert Hellinger Instituut

Bij het Bert Hellinger Instituut gaan opleidingen, nieuwe ontwikkelingen, verdieping, exploratie van toepassingsmogelijkheden

en uitwisseling hand in hand. Opleidingen vormen een enorm goede basis om je het gedachtegoed

van systemisch werk en de daarbij behorende methodes, zoals opstellingen eigen te maken. Daarnaast

ondersteunen opleidingen dikwijls de deelnemers in hun persoonlijke proces van groei en ontwikkeling.

Het systemisch werk ontwikkelt zich nog steeds in hoog tempo en wordt steeds breder toegankelijk. Vervolgopleidingen

zijn goede manieren om in contact te blijven met de verdiepingen, verbredingen en nieuwe inzichten

in binnen- en buitenland die zich voortdurend aandienen. Voor mensen die langer geleden een (basis-) opleiding

hebben gevolgd biedt een vervolgopleiding een goede ‘update.’ Zie ook ‘Workshops uitgelicht’blz. 30 t/m 33.

Nieuw:

Korte opleiding Systemisch

Coachen

In twee dagen oefenen we in theorie

en praktijk intensief het proces van

systemisch coachen, waarbij zich bij

de cliënt een vergelijkbaar proces

inzet als bij een opstelling. Het is

wel erg aan te bevelen bekend te

zijn met opstellingen en systemisch

werk, maar niet nodig daar een hele

opleiding in voltooid te hebben.

Nieuw:

Vervolgopleiding ‘Systemisch werk

bij Teamontwikkeling’ door Louise

Arnold Bik en Esther van der Valk.

Nieuw:

Vervolgopleiding Familieopstellingen

en Ritueel. Door Eelco de Geus.

Deze opleiding omvat 6 dagen,

waarin we met elkaar het rituele

aspect van de familieopstelling

nader onderzoeken, de kenmerken

van rituelen leren kennen en verbinden

met het familieopstellingenwerk.

Nieuw:

Vervolgopleiding: ‘Opstellingen

met ziekten en symptomen.’ Door

Stephan Hausner. Een opleiding

van drie blokken van drie dagen

om je het systemisch gedachtegoed

over ziekten en symptomen eigen te

maken en opstellingen rond ziekte

en gezondheid te leren begeleiden.

Nieuw:

Opleiding: ‘System Dynamics in

Organizations International.’ In

2010 zal de opleiding Systeemdynamiek

in Organisaties op veler

verzoek ook een keer in het Engels

worden gegeven, in drie blokken

van vijf dagen, in Nederland. Open

voor Nederlandse én buitenlandse

deelnemers.

De ‘Basisopleiding Systemisch

Werk met Familieopstellingen’

levert een gedegen opleiding voor

de beginselen van het begeleiden

van Familieopstellingen en de Systemische

houding en waarneming.

De opleiding ‘Systeemdynamiek in

Organisaties’ is een basisopleiding

voor zowel mensen die organisatie

opstellingen willen leren begeleiden

als voor diegenen die het systemisch

gedachtegoed willen gebruiken bij

hun werk met of in organisaties.

De ‘Vervolgopleiding’ is een verdiepingsopleiding

voor zowel mensen

met een achtergrond in familieopstellingen

als in organisatieopstellingen.

Het maakt je sterker en zekerder

in je eigen stijl als opsteller

en geeft daarnaast een state of the

art.

Het ‘Vervolg op het Vervolg’ is

een masterclass voor opstellers

- 26 -

die willen bijtanken, verdiepen en

kennis maken met de meest recente

ontwikkelingen en vormen van opstellingen

en thema’s.

De opleiding ‘Organisatieopstellingen

voor Familieopstellers’ is een

korte opleiding voor familieopstellers

die zich ook willen bekwamen

in Systemisch werk in organisaties

en Organisatieopstellingen.

De opleiding ‘Familieopstellingen

voor organisatieopstellers’ is een

vijfdaagse opleiding voor organisatieopstellers

die willen leren patronen

vanuit een familiesysteem te

herkennen en familieopstellingen

willen kunnen begeleiden.

De ‘Opleiding Systemische Pedagogiek’

voortgekomen uit de Training

Systemisch Onderwijs.

Vernieuwend en intens.

Over al deze opleidingen, de uitgangspunten,

manier van werken

en voorwaarden voor deelname is

uitgebreide informatie te

vinden op de website van het

Hellingerinstituut.

www.hellingerinstituut.nl


Kalender 2010

Workshops

Workshops Familieopstellingen

€ 235,- incl. koffie/thee en lunches

locatie: de Zeven Linden, Groningen,tenzij anders vermeldt.

Datum

Begeleiders

di 12 en wo 13 januari '10

Jan Jacob Stam en Bibi Schreuder

ma 15 en di 16 februari '10

Bibi Schreuder

di 16 en wo 17 maart '10

Bibi Schreuder

vr 14 en za 15 mei '10

Elmer Hendrix

za 5 en zo 6 juni '10

Elmer Hendrix

vr 2 en za 3 juli '10

Elmer Hendrix

vr 27 en za 28 augustus '10

Elmer Hendrix

vr 1 en za 2 oktober '10

Elmer Hendrix

ma 22 en di 23 november '10 Bibi Schreuder

Dementieel syndroom en systeemdynamiek

Workshop voor familieleden en verzorgers van mensen met Alzheimer of andere vormen van dementie. Kosten: € 95,-

di 26 januari '10 Bibi Schreuder en Els Stam Locatie: Yoga Centrum Haren

Workshops Organisatieopstellingen

Organisatieopstellingen

di 26 en wo 27 januari '10 Jan Jacob Stam € 245,- Thema: Trauma in organisaties

do 8 en vr 9 april '10 Anton de Kroon € 265,-

Organisatieontwikkeling en Leiderschap vanuit Systemisch Perspectief

do 2 en vr 3 december '10 Jan Jacob Stam € 265,-

Presence Theory U en Opstellingen

ma 12 en di 13 april '10 Anton de Kroon € 265,-

ma 18 en di 19 oktober '10 Anton de Kroon € 265,-

Opstellingen bij inter-/supervisie

Ma 22 en di 23 februari ’10 Anton de Kroon € 265,-

Ma 4 en di 5 oktober ’10 Anton de kroon € 265,-

Organisatieopstellingen voor adviseurs en verandermanagers

Di 18 mei ‘10 Nicole van der Ouw € 130,-

Ma 6 september ‘10 Nicole van der Ouw € 130,-

Loopbaanopstellingen

Vrij 8 oktober’10 Margaret Dalman € 130,-

Miniconferentie Systemische Werkvormen in Organisaties

vr 17 en za 18 september ‘10 € 95,-

- 27 -


Kalender 2010

Workshops Onderwijsopstellingen

Datum: Begeleider: Extra informatie:

Workshops Systemische Pedagogiek: Bibi Schreuder € 375,-

19 januari en 9 maart. locatie: Steenwijk, opgave:

(alleen als geheel te volgen)

www.dekunstvankindercoaching.nl

Workshops Paardencoaching voor opstellers

(Deze dag is bedoeld voor mensen die bij het Hellinger instituut een opleiding volgen of gevolgd hebben.)

locatie: Bennekom Ruud Knaapen € 120,-

do 27 mei ‘10

do 2 september ‘10

Opleidingen

Alle opleidingen vinden plaats in de Zeven Linden te Groningen.

Basisopleiding Familieopstellingen

Groep 19 van 21 januari ‘10 tot december ‘10 € 3100,-

Groep 20 start op 30 november ‘10 € 3100,-

Opleiding Systeemdynamiek in Organisaties

SDO 18 International (voertaal engels) € 3100,-

Opleiders o.a. Jan Jacob Stam, Bibi Schreuder, Georg Senoner (Italie), Claude Rosselet (Zwitserland),

Christine Blumenstein-Essen (Oostenrijk)

Blok 1: vr 19 t/m di 23 maart ‘10

Blok 2: vr 25 t/m di 29 juni ‘10

Blok 3: wo 10 t/m ma 15 november ‘10

SDO 19 Start op 18 november ‘10 € 3250,-

Vervolgopleiding Systemisch Werk € 1850,-

Groep 7 19 t/m 20 jan, 30 t/m 31 maart, 8 t/m 9 juni, 24 t/m 26 november '10

Opleiding Systemische Pedagogiek

Opleider Bibi Schreuder, gastdocent Judith Hemming

TSO 4 2009 van 3 oktober 2009 tot april ‘10 € 1150,-

Follow up dag: za 6 november ‘10

TSO 5 ‘10 start 27 november ‘10 € 1250,-

Korte opleidingen

Systemisch Coachen

Opleider Jan Jacob Stam di 9 en wo 10 maart '10 € 345,-

Familieopstellingen voor Organisatieopstellers

Opleider Bibi Schreuder, gastdocent Jan Jacob Stam

FOSDO 3 14-15 december ‘10 € 760,-

en 7, 8, 9 februari 2011

- 28 -


Kalender 2010

Organisatieopstellingen voor familieopstellers

Opleider Jan Jacob Stam

SDOFO 4 28 - 29 januari en 25 - 26 maart ‘10 € 625,-

SDOFO 5 16 - 17 december en 10 - 11 februari 2011 € 700,-

Gastdocenten opleidingen

Deze opleidingen vinden plaats in de Zeven Linden te Groningen

Vervolgopleiding Opstellingen met Ziekte en Symptonen € 1700,-

Opleider Stephan Hausner 8-10 feb, 19-21 apr, 20-22sept. ‘10

Vervolgopleiding Familieopstelling en ritueel € 900,-

Opleider Eelco de Geus 10 -12 mei ‘10, 11 - 13 oktober ‘10

Vervolgopleiding Systemisch werk bij Teamontwikkeling €1075,-

Opleiders Louise Arnold Bik en 17-18 juni en 23- 24 sept. ‘10

Esther van der Valk

Gastdocenten Workshops

Deze workshops vinden plaats in de Zeven Linden te Groningen

Judith Hemming do 4 en vr 5 februari ‘10 Resonans: Het grotere geheel in iedere activiteit € 295,-

(Engels)

Anton de Kroon ma1 en di 2 maart ’10 Resonans: Systemisch interveniëren in € 365,-

en Siebke Kaat

organisaties zonder opstellingen

Eelco de Geus do 6 t/m za 8 mei ‘10 Resonans: Systeemopstelling en Dialoog € 395,-

Matthias Varga von Kibéd wo 21 avond t/m Resonans: De Essentie van Structuuropstellingen € 575,-

en Insa Sparrer vr 23 april ‘10 (Engels)

Guni Baxa en vr 11 t/m zo 13 juni ‘10 Resonans: De kracht van het verschil € 575,-

en Christine Blumenstein-Essen

(Engels)

Wilfried Nelles za 19 en zo 20 juni ‘10 Resonans: Sprituele opstellingen - evolutie van € 295,-

het bewustzijn

Ursula Franke di 7 en wo 8 september ‘10 Resonans: Opstellingen in de verbeelding € 295,-

onderbroken uitreikende beweging (Engels)

Anton de Kroon do 14 en vrij 15 oktober ’10 Resonans: Systemisch interveniëren in € 365,-

en Siebke Kaat

organisaties zonder opstellingen

Jakob Schneider vr 10 t/m zo 12 december ‘10 Resonans: Familieopstellingen, verdieping € 395,-

en kwaliteit (Duits, er zal van en naar het

Duits vertaald worden)

Aanmelden via www.hellingerinstituut.nl

- 29 -


Matthias Varga von Kibéd

Essenties van

Structuuropstellingen.

Matthias Varga von Kibéd is een fenomeen.

Filosoof, Wittgensteinkenner,

spreekt meer dan 15 talen en

ontwikkelde samen met zijn vrouw

Insa Sparrer de Structuuropstellingen,

waarbij gewerkt wordt met de

structuur van een vraagstuk en niet

met de inhoud. Het echtpaar werkt

uiterst liefdevol en precies. Naast

het steeds ontwikkelen van nieuwe

vormen stellen ze zich ook steeds

fundamentelere vragen over het

wezen van opstellingen. Ook al zijn

structuuropstellingen helemaal niet

jouw ding, toch is het bijwonen van

een workshop van Matthias en Insa

enorm inspirerend en verrijkend.

Iedere keer weer merk ik, Jan Jacob,

dat mijn ‘gewone’ opstellingen na

een ontmoeting met hen zich ook

weer verder ontwikkelen.

Het is daarom ook niet precies te

zeggen wat het programma zal

zijn: het zal zeker de ‘State of the

Art’ weerspiegelen, afgestemd op

wensen en ervaringsniveau van de

deelnemers. Overigens werkt Matthias

met gemak op meerdere lagen

tegelijkertijd en is diversiteit in zijn

workshops altijd zeer welkom.

Van de vele flip-overvellen die

Matthias gedurende de workshop

produceert wordt een hand-out

gemaakt die deelnemers later toegezonden

krijgen.

Ter perse gaan van dit Magazine is

het nog onzeker of Matthias alleen

komt of met Insa samen.

We beginnen op woensdag 21 april

‘s avonds en werken door op 22 en

23 april.

Eelco de Geus

Vervolgopleiding Familieopstelling

en Ritueel

Rituelen markeren de belangrijke

overgangen in ons persoonlijke

leven, maar ook het leven van gemeenschappen,

organisaties, landen

en culturen, van geboorte tot dood.

Ze berusten op eeuwenoude tradities,

waarin bepaalde principes

zich in de verschillende culturen

en vormen steeds weer herhalen.

Eén daarvan is het werken in de

cirkelvorm, waarin iedereen plaats

heeft, gezien en gehoord wordt, en

op zijn of haar unieke wijze bijdraagt

aan het ritueel. Andere zijn

het gezamenlijke bouwen van de

rituele ruimte, het binnentreden,

de transformatie en het weer terugkeren

uit de rituele ruimte in het

dagelijks bewustzijn. Maar ook het

trance-aspect, zij het met behulp

van muziek, dans, meditatie of door

woorden, speelt een belangrijke rol

in de opbouw en handhaving van

het andere bewustzijn, waar we in

een rituele ruimte in contact mee

komen.

De familieopstelling is in bovengenoemde

zin een moderne vorm

van ritueel. De grote interesse in

familieopstellingen is wellicht

mede verklaarbaar vanuit de grote

natuurlijke behoefte van de mens

aan verbinding en transformatie

door middel van ritueel werk, in

een maatschappij die daar steeds

minder plaats voor lijkt te bieden.

In deze vervolgopleiding van zes

dagen wisselen we theoretische

inputs af met demonstraties, oefeningen

en dialoog, om de aanwezige

kennis en intelligentie van de gehele

groep optimaal te benutten. Doel is

dat je kennis vergaart en voorbeelden

ziet, maar dan vooral ook zelf

op zoek gaat naar datgene wat een

- 30 -

ritueel element aan opstellingenwerk

kan toevoegen en wat bij jou

als opstellingsbegeleider past.

Guni Baxa & Christine Blumenstein-Essen

Thema; De kracht van het

verschil

Veel mensen hebben gevraagd Guni

Baxa en Christine Blumenstein-Essen

een keer samen te ontmoeten

in een workshop. Guni en Christine,

beiden uit Graz, instituut Apsys,

werken regelmatig samen op een

manier die meer geeft dan de som

der delen.

In hun workshop kun je onder

andere zien en ervaren:

hoe twee begeleiders met elkaar

samen een opstelling kunnen

begeleiden, bijvoorbeeld doordat

eerst de een, dan de ander een

interventie doet.

hoe een ‘positie van reflectie’ de

opstelling versterkt

hoe verschillende zienswijzen en

perspectieven kunnen worden

ingesloten in het proces van

opstellen

waneer er ambivalentie is of er

tegengestelde krachten werkzaam

zijn in een systeem kan elk

van de begeleiders een polariteit

representeren, soms zelf daarover

ruziën en daardoor helderheid

in de opstelling bewerken.

Daarnaast zijn Guni en Christine

opstellers van het eerste uur, met

een rijke therapeutische- en advies

achtergrond en veel ervaring met

persoonlijke, organisatie- en maatschappelijke

thema’s. Dus het is ook

een fijne plek en gelegenheid om

een eigen vraag in te brengen.


Esther van der Valk en Louise

Arnold Bik

Vervolgopleiding ‘Systemisch

werk bij teamontwikkeling’

‘Wat is mogelijk in teams?’ is de

veelgestelde vraag na een opleiding

organisatiedynamieken en organisatieopstellingen.

Het systemisch

werk in teams vraagt extra zorg en

specifieke werkvormen. En zo is

deze vervolgopleiding ontwikkeld.

Vanuit de systemische invalshoek

onderzoeken we hoe teams functioneren

(intern en in hun context),

welke systemische interventies mogelijk

zijn, en wat de positie van leidinggevende

of begeleider is en kan

zijn. Aan de orde komen vragen als:

Op welke manier is systemisch

werk in bestaande teams

mogelijk?

Wat zijn de systeemgrenzen?

Hoe verhouden de teamdynamieken

zich met de andere

systeemdynamieken?

Welke positie neemt de leidinggevende

in?

Wat zijn systeemdynamieken

rond een externe opdracht

voor teambegeleiding?

Wat zijn voorwaarden voor een

adequaat functionerend team?

Wat kun je vanuit systemische

invalshoek doen zodat het team

zichzelf versterkt en ontplooit?

Wat helpt de communicatie en

samenwerking in het team?

Wanneer kan een groep mensen

een team (gaan) vormen?

et cetera...

De leergang biedt een arsenaal aan

systemische werkvormen, die met

elkaar worden geoefend. Veel aandacht

gaat naar de toepassingsmogelijkheden

van deze werkvormen

in een specifiek team. Eventueel

worden met behulp van representerende

waarneming teamsituaties gesimuleerd.

Teamcases uit de directe

werkpraktijk vormen het onderzoeksmateriaal.

Daarnaast komen

actuele thema’s uit de teampraktijk

(leiderschap, afscheid nemen etc.)

aan de orde.

Om deze vervolgopleiding een cocreatie

traject te kunnen laten zijn,

wordt de groepsgrootte beperkt gehouden.

Om diezelfde reden is de

professionele ervaring van de deelnemers

van belang: professionals

en leidinggevenden met een voltooide

opleiding in het systemisch

gedachtegoed, die in en met teams

werken.

Wilfried Nelles

Spirituele Opstellingen – de

Evolutie van het Bewustzijn

In spiritueel opstellingen werk

bewegen we mee met de stroom van

het leven en de evolutie van het bewustzijn.

We nemen het leven zoals

het is en we stemmen in met het

leven zoals het is, te beginnen met

onze afkomst en wat me meekrijgen

met onze familie; we bewegen

door onze geboorte en kindertijd en

ons gehele persoonlijke leven, en

omarmen het Nu en de Toekomst

zoals die op ons toe komt.

De focus ligt op het zijn in het Hier

en Nu. Het vermogen om in het hier

en nu te zijn ontluikt als we instemmen

met alles wat we zijn en alles

wat we hebben meegemaakt in ons

leven, inclusief onze familieachtergrond.

Dat betekent dat we ook onze

ervaringen en de werkelijkheid van

ons innerlijk kind moeten integreren.

In het werk met opstellingen

zoals door Bert Hellinger ontwikkeld

was dat laatste een blinde vlek.

Hellinger werkt bijna altijd met het

volwassen bewustzijn. Wat het kind

voelde werd niet tot uitdrukking gebracht

en aldus buiten gesloten.

Vanuit mijn waarnemingen rond de

Evolutie van het Bewustzijn staan

de integratie van het kind-bewustzijn

en het volwassen-bewustzijn

centraal. Alleen wanneer de lagere

niveaus van ons bewustzijn volledig

geïntegreerd zijn kan onze groei

naar de hogere lagen van bewustzijn

stabiel verlopen. Zien en erkennen

van de ervaringen van het kind

als diens werkelijkheid en waarheid

(hetgeen ook betekent om het kind

te beschermen tegen de waarheid

van de volwassenen) is een enorm

- 31 -

krachtige groei ervaring die maakt

dat we ons compleet voelen, en op

die manier onze volwassenheid

steunt en onze bereidheid om het

leven, zoals het is, onder ogen te

zien.

Het spirituele opstellingen werk

richt zich in zijn aanpak meer op

‘zien’ en op dialoog dan op helpen

en helen. Uit zien vloeit vanzelf

heling voort, niet als effect van ons

handelen, maar als effect van niethandelen,

van loslaten en het leven

toe te staan heling op zijn eigen

manier te voltrekken. Uitdrukking

geven aan wat we zien opent ruimte

voor vrijheid en vrede en schept de

atmosfeer voor waarachtige dialoog.

Deze workshop is gebaseerd op

Wilfrieds nieuwe boek: ‘Das Leben

hat keinen Rückwärtsgang. Die Evolution

des Bewusstseins, spirituelles

Wachstum und das Familienstellen’,

Köln 2009.

Ursula Franke

Basisbewegingen van het leven; Opstellingen

in de Verbeelding en Onderbroken

Uitreikende Beweging

Ursula Franke is een highlight, met

haar heldere inleidingen over de

basisbewegingen in het leven en

haar precieze manier van werken.

Met haar reflecties na iedere opstelling

en de mogelijkheid tot vragen

stellen over het innerlijke proces dat

zich bij Ursula afspeelt, wordt het

heel goed te volgen wat er gebeurt

en is haar werk een bron om van

te kunnen leren. Rond de volgende

drie thema’s heeft Ursula zich

steeds verder ontwikkeld

Rond de ‘onderbroken uitreikende

beweging’, kort gezegd het voltooien

van de beweging naar ouders en

naar het leven, heeft Ursula naast

heldere beelden en ‘theorie’ ook oefeningen

ontwikkeld.

‘Opstellingen in de verbeelding’ is

een bijzondere manier van werken.

Innerlijk stelt de cliënt zich zijn

moeder, zijn vader en anderen voor,

alsof hij of zij hen opstelt. Ursula


ouwt, met de cliënt, de opstelling

en interventies langzaam op. Zij zal

dit in de workshop laten zien, toelichten

en wellicht ook met de deelnemers

oefenen.

Ursula is een all-round therapeute,

die ook andere therapeutische benaderingen

vervlecht in haar systemisch

werk. Vanuit haar achtergrond

werkt ze veel in één op één

–situaties, liefdevol en geduldig.

Ook voor wie geïnteresseerd is in

het één op één-werk is deze workshop

ook heel interessant.

Nicole van der Ouw.

Consultatieopstellingen:

organisatieopstellingen voor adviseurs

en verandermanagers

Voor consultants en verandermanagers

worden er consultatieopstellingen

georganiseerd. Tijdens deze

bijeenkomsten kan er vanuit het

perspectief van de verandermanager

of adviseur gekeken worden naar de

volgende drie soorten vragen:

Waarom is het zoals het is bij de

klant? Wat zijn de onderliggende

dynamieken die hier spelen?

Wat is voor mijzelf een goede

positie/houding om de juiste

impact te krijgen? En wat is het

effect van de positie/houding

die ik nu inneem?

Waarom kom ik in mijn werk

steeds in dezelfde soort situaties

terecht?

Twee maal één dag, apart of samen

te volgen.

Anton de Kroon

Presence, Theory U en

Opstellingen

Meestal trachten we het in de

toekomst beter te doen door het

trekken van lessen uit het verleden.

De kans op herhaling van hetzelfde

is daarmee groot. Zou leren van de

toekomst niet veel kansrijker zijn

om werkelijk te vernieuwen?

En: veranderingen realiseren we

meestal met handelen in de buitenwereld

door nieuwe methoden, functies,

andere afspraken, e.d. Maar hoe

zou het zijn als de verandering in de

buitenwereld als vanzelf ontstaat

doordat wij in onszelf een ‘inner

shift’ realiseren?

Zowel ‘leren van de toekomst’ als

‘inner shift’ zijn de thema’s die

verkend en bewerkt worden in

deze vernieuwende en verbindende

workshop. Theory U (Otto Scharmer)

is de bron van waaruit gewerkt

wordt om je een nieuwe manier van

kijken naar de werkelijkheid eigen

te maken, daarmee te beginnen in

ieder geval. Het is een manier die

aansluit bij de nieuwste inzichten

rond opstellingen. Ook daarmee zal

gewerkt worden.

In de workshop onderzoek en

ervaar je het loslaten van bekende

patronen in denken en handelen.

We oefenen in het waarnemen van

het nu, symptomen te herleiden

naar de onderliggende dynamieken

en de relatie met het grotere geheel

in beeld te brengen. Om vervolgens

te ontdekken wat het is om de toekomst

zich te laten ontvouwen.

Een syllabus bevat korte theoretische

noties. Uitleg en dialoog vindt

plaats. We oefenen in loslaten, waarnemen

en de toekomst laten komen.

Daarmee en met opstellingen onderzoeken

we ook casuisistiek van

deelnemers.

Je gaat naar huis met nieuwe inzichten

en ervaringen om problemen op

te lossen en veranderingen te introduceren.

Margaret Dalman

Loopbaanopstellingen

In deze workshop kunnen vragen

ingebracht worden, die zich aandienen

tijdens de loopbaan en die om

een persoonlijk antwoord vragen.

Enkele voorbeelden:

Zit ik wel op de juiste koers in

mijn werk?

Waar is mijn enthousiasme voor

mijn werk gebleven?

Waarom is het zo lastig voor mij

om keuzes te maken?

Durf ik voor mezelf te

beginnen?

Wat is mijn bestemming

eigenlijk?

- 32 -

Juist de minder voor de hand liggende

verbanden, die op de achtergrond

meespelen, kunnen door de

systemische benadering, verhelderd

worden.

Belemmeringen kunnen een eigen

plek krijgen en dragen veelal bij aan

een oplossing, waardoor een volgende

stap binnen bereik kan komen.

Margaret Dalman (1948) coacht

mensen in hun levensloopbaan.

Praktiserend als loopbaanadviseur en

personal coach sinds 1983. Brengt

een brede achtergrond mee: begon

als textielingenieur en werd later

sociaal pedagoog. Door ervaring

tijdens de eigen zoektocht en loopbaan

groeide belangstelling voor

zingevingsvragen.

Siebke Kaat en Anton de Kroon

Systemisch interveniëren in organisaties

zonder opstellingen

Een organisatieopstelling kan een

mooi middel zijn om te werken aan

hardnekkige en dieper gewortelde

problemen in een team, afdeling of

organisatie. Maar, als je het al zou

willen, je kunt niet zomaar altijd

en overal organisatieopstellingen

‘doen.’

Gelukkig biedt de systemische invalshoek

ook andere mogelijkheden

tot handelen. Vanuit dit perspectief

wordt een organisatie/team

beschouwd als een levend systeem.

Alle uitingsvormen van dat systeem

zijn –al dan niet effectieve- manieren

om zichzelf in stand te houden. Als

systemisch adviseur kijk je naar organisatie-fenomenen

(bijvoorbeeld

hardnekkige problemen als: weerstand,

pesten, burn out, groot

verloop, hoog ziekteverzuim, veel

overwerk,) met als cruciale vraag

wat de functie van dit fenomeen is

(geweest). Dus: wat zou er mis gaan,

wat zou verloren gaan als dit fenomeen

er niet zou zijn? Voor wie of

wat zou dat nadelig zijn? Beschermt

het wellicht iets? Zo speur je naar

de echte belemmeringen die ten

grondslag liggen aan problemen.

Die vragen doorgaans andere interventies

dan de direct voor de hand

liggende. Systemisch interveniëren


estaat uit het plegen van interventies

die het gehele systeem (afdeling/organisatie)

sterker en veerkrachtiger

maken, waardoor energie

weer gaat stromen.

Er zijn diverse manieren om te ontdekken

wat er écht aan de hand is

en wat het systeem nodig heeft om

weer in zijn volle kracht te komen.

Dat is de kern van deze workshop.

Doelen van de workshop:

Aanscherpen van het systemisch

en fenomenologisch gewaarzijn;

Inzicht in de systemische manier

van kijken naar organisaties en

organisatie-vraagstukken (inclusief

veel voorkomende dynamieken

en patronen);

Diverse manieren leren om het

systeem en zijn patronen in

beeld te brengen zonder opstelling.

Interventies en werkvormen

leren kennen, die je kunt inzetten

ten bate van het gehele

systeem (organisatie/afdeling).

Voor iedereen die vanuit zijn functie

verantwoordelijkheid draagt voor

een (deel-)systeem. Bijvoorbeeld:

HR-adviseurs, interim-managers,

leidinggevenden, adviseurs.

Kennis van organisatie- en familieopstellingen

is niet noodzakelijk.

Jakob Schneider

Verdieping en kwaliteit

Jakob is een familieopsteller pur

sang. Hij begeleidt op een bijzonder

fijne manier, raakt heel snel de kern.

Naar aanleiding van opstellingen

geeft hij steeds kleine lezinkjes over

een thema, waarbij hij inzichten op

een verrassend andere manier verwoordt.

Zeer inspirerend. Jakob is

een opsteller van het eerste uur, is

jarenlang bestuurslid van de internationale

koepelorganisatie voor systeemopstellers

I.A.G. en geeft mede

het tijdschrift Praxis der Systemaufstellung

uit. Jakob is kwaliteit en integriteit

en een heel bescheiden en

liefdevol mens.

Hij geeft een open workshop op 10,

11 en 12 december 2010. Mensen

die een opleiding gevolgd hebben,

kunnen veel van zijn manier van

werken en praktijktheorie leren.

Daarnaast is het voor ieder natuurlijk

mogelijk om ook eigen vraagstukken

in te brengen.

Jan Jacob Stam

Trauma in organisaties

Deze workshop zal als speciaal

aandachtspunt hebben: Trauma in

organisaties. We spreken van een

trauma wanneer een systeem zo

overweldigd is door een gebeurtenis,

dat het niet weer terug veert

naar een toestand waarin het zich

verder kan ontwikkelen. Vaak

gebeurt dit door verlies. Denk aan

fusies, (massa-) ontslag, fraude, (bedrijfs-)

ongevallen, dood, ernstige

schuld etc. Bij trauma worden verbindingen

verbroken en daardoor

heeft het trauma effect op het hele

systeem. Ook diegenen die later in

de organisatie komen, werken in

een systeem waar iets niet verbonden

is. Op onverwachte momenten

uit zich dat bijvoorbeeld in

een team of organisatie. Trauma’s

hebben de neiging zich te herhalen,

soms op data van eerdere trauma’s.

In deze workshop onderzoeken we

trauma’s in organisaties en de mogelijkheden

om groeikracht weer te

laten stromen.

Judith Hemming

Resonans: Het grotere geheel in

iedere activiteit

Judith beschrijft zichzelf soms als

‘a somewhat excentric lady’, maar

als er iemand gecentered is in haar

werk en aanwezig zijn, dan is het

Judith wel. Authentiek, omzichtig

direct, nieuwe situaties open tegemoet

tredend en met een onmiskenbare

schat aan ervaring, vele ontwikkelde

inzichten gekruid met die

typische Britse humor en ‘Twinkle

in the eye.’ Iedere keer weer verrassend

in wat ze nu weer ontdekt

heeft en waar ze nu staat. Hieronder

geeft ze daar een beschrijving van.

De laatste jaren ben ik me in mijn

werk als opsteller meer bewust geworden

van de vele verschillende

- 33 -

krachten die allemaal tegelijk hun

invloed hebben op een individu. Ik

probeer niet alleen de betekenis van

familiesystemen te laten zien, maar

ook wat het betekent om trouw te

zijn aan clan en cultuur, de beperkingen

van het heden, en ook de

kracht waarmee de toekomst al leeft

in de ziel van individuele mensen.

Dat heeft allemaal invloed op ons. Al

is het wel zo dat op verschillende momenten

in het leven andere opgaven

zich aandienen. Daarom besteed

ik veel aandacht aan de keuzes om

tot een opstelling te komen: velerlei

mogelijke elementen en verborgen

loyaliteiten, om te onderzoeken

hoe ze allemaal kunnen bijdragen

aan versterking van de cliënt. Mijn

ervaring is dat het goed werkt, niet

alleen in scholen en andere organisaties,

maar ook bij cliënten bij wie

symptomen om onbekende redenen

hardnekkig aanwezig blijven. Vaak

is een opstelling slechts een deel

van een continu leerproces. Daarom

ben ik erop gericht –meer dan ik

aanvankelijk dacht dat nodig wasom

follow-up te blijven geven.

Presence, aanwezig zijn, is iets wat ik

meer op zijn waarde ben gaan schatten.

Het leidt tot oprechte en betrokken

resonantie tussen mensen en

wat hen bezig houdt. Aanwezigheid

uit zich zonder, en mét woorden.

Beide hebben mijn aandacht. Veel

van wat ik oorspronkelijk geleerd

heb is na achttien jaar opstellingenwerk

op de achtergrond aanwezig.

Ik ben minder gericht op technieken

en principes en vertrouw meer

op de eindeloze mogelijkheden van

een creatieve dialoog met het veld.

De workshop is voor ieder die iets

wil onderzoeken, een volgende stap

wil ontdekken en wil leren hoe menselijke

systemen overleven. Ook begeleiders

die hun werkmogelijkheden

willen vergroten, zijn welkom.’


Minicongres Systemische

Werkvormen in Organisaties

2010

De tweede versie van dit scheppende

en uitwisselende veld van organisatieopstellers

en systemisch werkers

vindt plaats op 17 en 18 september

2010, wederom in De Zeven Linden

te Groningen.

Voor 2010 willen we (nog) meer

aansluiten bij wat zich beweegt in

het veld van systemisch werk en

wat zich beweegt in organisaties.

Systemisch werk onderweg……. We

ontmoeten elkaar weer, delen in

onze reiservaringen, groeien aan en

met elkaar en trekken weer verder,

het veld in….

We? Ja, natuurlijk diegenen die hun

hart verpand hebben aan organisatieontwikkeling

vanuit systemisch

perspectief. Naast opstellers en consultants

nodigen we van harte ook

(HRM) managers en bedrijfs eigenaren

uit.

Dymphie Kies, Nicole van der Ouw,

Anton de Kroon en Jan Jacob Stam

zijn graag gastvrouw en gastheer en

bereiden de condities voor co-creatie

voor, die naast ieder van ons,

ook het hele veld van systemisch

werk in organisaties verder leidt…..

- 34 -


Het Noorderlicht

Uitgeverij Het Noorderlicht is in 2002 opgericht door Jan Jacob Stam en Bibi Schreuder. De uitgeverij beoogt een

bijdrage te leveren aan het toegankelijk maken van systemisch werk voor het Nederlands taalgebied. Daartoe verzorgt

ze Nederlandstalige uitgaven van boeken van Bert Hellinger en anderen. De uitgeverij beoogt, binnen de haar

gegeven mogelijkheden, een zo hoog mogelijke kwaliteit te leveren. Dat betekent dat de vertalingen die ze uitbrengt,

zo goed mogelijk de bedoelingen van de auteurs weergeven. Die boeken worden vertaald en uitgegeven, waarvan de

opinie in het veld is dat ze een hoge kwaliteit hebben.

De uitgeverij is nauw verbonden met het Bert Hellinger Instituut Nederland.

Leven, zoals het is

Bert Hellinger, Gunthard Weber, Marianne

Franke-Gricksch, Albrecht Mahr en Jakob

Schneider € 15,-

978 90-80687-41-7.

Stilte in het midden

Bert Hellinger

978-90-80687-42-4.

€ 21,50

Kind en familielot

Ingrid Dykstra

978-90-77290-06-4.

€ 17,50

Als ik mijn ogen sluit, kan ik je zien

Ursula Franke

978-90-77290-07-1.

€ 18,-

De wijsheid is voortdurend onderweg

Bert Hellinger

978-90-80687-45-5.

€ 32,90

De maat van het hart

Bert Hellinger

978-90-80687-44-8.

€ 19,90

De Helende kracht van de

werkelijkheid

Wilfried Nelles

978-90-77200-90-05.

€ 18,-

Gedachten aan God

Bert Hellinger

978-90-77290-10-1.

€ 22,-

Jij hoort bij ons!

Marianne Franke-Gricksch

978-90-80687-49-3.

€ 18,-

Zelfs als het me mijn leven kost

Stephan Hausner

978-90-77290-11-8.

€ 22,-

Het Verbindende Veld

Jan Jacob Stam. Organisatieopstellingen in

de praktijk. 978-90-77290-02-6. € 12,50

Engelstalige versie: Fields of Connection

978-90-77290-08-8. € 19,-

De kunst van het Helpen

Bert Hellinger

978-90-77290-05-7.

€ 20,-

www.hetnoorderlicht.com

Deze boeken zijn on-line te bestellen

Middelberterweg 13A - 9723 ET Groningen – Nederland

telefoon: 00 31 (0)50 5020680 - fax: 00 31 (0)50 5425400

uitgeverij@hetnoorderlicht.com - www.hetnoorderlicht.com

- 35 -


Scheurkalender 2010

Zielsverbanden uit opstellingenwerk en het leven van alledag.

Anneke Meiners

Inzicht houdt meer van loslaten dan van

inspanning.

Dit kalenderblad kan je afscheuren.

Je ouders nooit.

In de aarzeling zit het geheim.

Het tegenovergestelde van ziekte is zien.

Alles stilleggen = in beweging komen

Opstellen is opstaan uit de vraag waar

je mee zit

Stelligheid heeft zo schattig

onzekerheid aan de hand.

Na een familieavondje zie je je eigen

leven scherper.

Vrijdag

1

januari 2010

Elk nieuw begin heeft oude wortels.

Maandag

6

september 2010

Na krijgen volgt geven.

Zondag

18

juli 2010

Medicijnen zijn des gezondheids

wisselgeld.

Na nemen volgt halen.

Wat zijn de verborgen verbanden,

die als aderen door het leven lopen

en het lot van zuurstof voorzien?

Wat doemt er op, als je in mensen en

gebeurtenissen het grotere geheel

zoekt waarvan ze deel uitmaken?

Welke openingen gaan er schuil in

vastlopen, welke wetten kleuren

onze vrije wil? De zinnen op deze

kalender komen rechtstreeks uit

de wereld van de familieopstellingen

en ander systemisch werk, en

passen deze manier van kijken toe

op het veel-lagige leven van alledag.

Het zijn oordeelloze pop-ups uit de

diepten van de ziel, die zich in een

soort vrolijke helderheid aan de

geest presenteren. Om dan weer

te verzinken in waar ze vandaan

komen, ruimte makend voor het

volgende - te worden afgescheurd,

zo u wilt.

Deze kalender jongleert met systemische

gedachten over relaties,

liefde, geloof, opvoeding, gezondheid,

verschillende culturen en

maatschappelijke vraagstukken, en

over de praktijk van het werken met

opstellingen: het jaar rond met ernstige,

grappige, gewaagde en ontroerende

uitspraken. Voor mensen die

met opstellingen bekend zijn en het

leuk vinden om systemisch om zich

heen te kijken, en voor iedereen die

van beschouwen houdt.

Anneke Meiners (1963) is theoloog,

werkte als geestelijk verzorger in

een ziekenhuis en in het onderwijs

op het gebied van levensbeschouwing

en kindermeditatie, is tekstschrijver

en begeleidt (familie)opstellingen.

Prijs € 14,00

ISBN nr: 978-90-7729-012-5

- 36 -

Online bestellen via

hetnoorderlicht.com

Aanbieding

In december 2009

geen verzendkosten

op bestellingen bij

het Noorderlicht!

More magazines by this user
Similar magazines