24.10.2014 Views

Op weg naar 'Leiderschap met lef' - Arbeidsmarktplatform PO

Op weg naar 'Leiderschap met lef' - Arbeidsmarktplatform PO

Op weg naar 'Leiderschap met lef' - Arbeidsmarktplatform PO

SHOW MORE
SHOW LESS

Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!

Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.

<strong>Op</strong> <strong>weg</strong> <strong>naar</strong> ‘Leiderschap <strong>met</strong> lef’<br />

Een trektocht van het Regionaal Educatief Platform Noordoost-Brabant<br />

Doreen Admiraal<br />

Hans Meijer<br />

Wim Uphoff<br />

Ric Vos<br />

Ivonne de Vrind<br />

Lay-out: Lilian Admiraal


Inhoudsopgave<br />

Voorwoord 5.<br />

1. Inleiding 7.<br />

2. Het professionaliseringstraject ‘Leiderschap <strong>met</strong> lef’ 12.<br />

3. Ervaringen 17.<br />

4. Praktijktheoretisch kader 34.<br />

5. Conclusies en aanbevelingen 54.<br />

6. Rijker en wijzer 62.<br />

7. Referenties 64.<br />

Bijlage 1: NSA-competenties 65.<br />

Bijlage 2: REP-competenties 73.<br />

Bijlage 3: Outputformulier bewijsstukken 74.<br />

Over de auteurs 75.<br />

3.


Voorwoord<br />

Gegevens over verwachte tekorten aan directeuren waren zo’n drie<br />

jaar geleden voor het Regionaal Educatief Platform (REP) Noordoost-<br />

Brabant aanleiding om samen na te denken over de mogelijkheden om<br />

de komende jaren voldoende goed gekwalificeerde schoolleiders in de<br />

regio te krijgen en te behouden. Dat leidde tot het project ‘Leiderschap<br />

<strong>met</strong> lef’. Voor de opzet en uitwerking zocht de projectgroep<br />

samenwerking <strong>met</strong> expertisecentra en opleidingsinstituten.<br />

Met de KPC-Groep in de persoon van Anton Schel werd het<br />

profiel van de toekomstige schoolleider in kaart gebracht en een<br />

opleidingsconcept voor schoolleiders ontwikkeld. Met het Centrum<br />

voor Leiderschapsontwikkeling van Fontys Pabo Eindhoven werd het<br />

concept verder uitgewerkt, wat leidde tot een Magistrumopleiding <strong>met</strong><br />

specifieke REP-accenten.<br />

Zo ontstond bijna vanzelf een ‘professionele leergemeenschap’, een<br />

term waarmee de laatste jaren iedere Fontys Hogeschool zich afficheert.<br />

Die omvat dan niet alleen alle studenten en medewerkers, maar ook het<br />

werkveld waar men voor opleidt, de ‘partners in education’. Een prachtige<br />

ambitie, maar hoe maak je die waar? Hoe gaat dat nu in de praktijk?<br />

4. 5.


In deze publicatie vindt u een voorbeeld hoe die samenwerkende<br />

partners een ‘professionele leergemeenschap’ vormen die<br />

meerwaarde oplevert voor alle deelnemende partijen, maar vooral<br />

voor de basisscholen. Zij krijgen schoolleiders die het verschil<br />

kunnen maken, die hebben geleerd om dagelijks te werken aan<br />

kwaliteitsverbetering en die kunnen inspelen op de uitdagingen van<br />

de toekomst. Dat is niet alleen het gevoel, de intuïtie van mensen die<br />

nauw bij het traject betrokken zijn, maar wordt nu ook ondersteund<br />

door de wetenschappelijke inzichten en onderzoek.<br />

De problematiek van het management in het primair onderwijs speelt<br />

niet alleen in onze regio; het is een van de speerpunten van het<br />

onderwijsbeleid. Deze publicatie biedt geen blauwdruk voor andere<br />

regio’s die zo over te nemen is, maar hopelijk wel de inspiratie om een<br />

‘professionele leergemeenschap’ te gaan vormen <strong>met</strong> alle betrokkenen<br />

<strong>met</strong> als doel: de grootste betrokkenheid en de beste kwaliteit.<br />

Deze publicatie is mogelijk geworden door de inzet en het enthousiasme<br />

van de samenstellers, maar ook door de financiële bijdragen van de<br />

samenwerkende partners.<br />

Hartelijk dank daarvoor.<br />

Hans Meijer, voorzitter REP Noordoost-Brabant<br />

1. Inleiding<br />

De aanleiding 1<br />

Het tekort aan schoolleiders in het primair onderwijs zal de komende<br />

jaren sterk toenemen. Er zijn nu al signalen dat het moeilijk is, zowel<br />

in kwantitatieve als kwalitatieve zin, om in de ontstane vacatures te<br />

voorzien. De maatschappelijke opdracht voor scholen wordt breder<br />

en complexer. Van schoolleiders wordt verwacht dat zij een omslag<br />

maken van een beheers- en uitvoeringscultuur <strong>naar</strong> een ondernemend<br />

schoolleiderschap en bestuur.<br />

Verschillende factoren spelen een rol bij het tekort aan schoolleiders.<br />

Niet alleen is er sprake van overheidsbesluiten en wettelijke<br />

maatregelen (zoals de Wet Primair Onderwijs, 2010, de Wet Bio, 2006<br />

en de aankomende Wet passend Onderwijs, 2011 <strong>met</strong> de daarbij<br />

behorende zorgplicht van scholen voor kinderen <strong>met</strong> bijzondere leeren<br />

zorgvragen), ook onderwijsinhoudelijke ontwikkelingen spelen een<br />

rol. Daarnaast is er sprake van een vergrijzend personeelsbestand,<br />

waardoor de komende jaren nieuwe instroom nodig is.<br />

De doorstroming <strong>naar</strong> de functie van schoolleiders is gering, omdat de<br />

werkdruk als hoog wordt ervaren en er relatief weinig meer beloning<br />

1<br />

Omwille van de leesbaarheid is gekozen voor de formulering: hij/hem/zijn. Uiteraard<br />

6. wordt hier ook bedoeld: zij/haar/haar.<br />

7.


tegenoverstaat. Daarnaast wordt van de schoolleider in het Primair<br />

Onderwijs verwacht dat deze, naast de uitoefening van zijn functie als<br />

schoolleider, ook bevoegd en in staat is om les te geven. Dit laatste<br />

is voor geïnteresseerde leidinggevenden van buiten een obstakel om<br />

als potentiële schoolleider aangenomen te worden.<br />

De REP-besturen willen gezamenlijk investeren in talentontwikkeling<br />

en deze talenten boeien en binden middels het overallproject<br />

‘Leiderschap <strong>met</strong> lef’. Door een samenwerking aan te gaan en<br />

krachten te bundelen op het gebied van personeelsbeleid en mobiliteit<br />

voor management ontstaat meerwaarde voor alle partners.<br />

Visie op leiderschap<br />

Om alle (toekomstige) veranderingen<br />

in het onderwijs succesvol te<br />

kunnen managen is een ander type<br />

leiderschap nodig: ‘Leiderschap<br />

<strong>met</strong> lef’. Door de REP-besturen<br />

is dit vertaald in de competenties<br />

‘Persoonlijk en verbindend<br />

leiderschap’ en ‘Ondernemerschap’.<br />

De leidinggevende van de toekomst<br />

is gericht op mensen om resultaat<br />

te behalen, hij heeft een sterke<br />

‘Leiderschap <strong>met</strong> lef’<br />

gerichtheid op nieuwe perspectieven, hij heeft een coachende stijl<br />

van leidinggeven en is een integere partner, ook voor andere partijen.<br />

Hij is een procescoördinator in de samenwerking <strong>met</strong> ketenpartners<br />

(kindcentra, brede school, samenwoonscholen, het voortgezet<br />

onderwijs). Hij heeft integrale managementverantwoordelijkheid.<br />

REP- Academie<br />

Voor de leden van het REP Noordoost-Brabant betekent dit dat de<br />

REP-Academie voor management en leiderschap moet voorzien in:<br />

• gezamenlijke talentontplooiing- en talentontwikkeling;<br />

• werving en selectie;<br />

• begeleiding en verdere professionalisering van directieleden;<br />

• interne en externe mobiliteit van directieleden;<br />

• uitbouw <strong>naar</strong> een regionaal mobiliteitscentrum voor management<br />

primair onderwijs.<br />

Het professionaliseringstraject moet aansluiten bij de eigen visie op<br />

leiderschap en voldoen aan de volgende randvoorwaarden:<br />

• Het is een traject op maat, waarbij het REP een inhoudelijke<br />

inbreng heeft.<br />

• De opleiding is NVAO geaccrediteerd.<br />

• De opleiding is toegankelijk voor aspirant-schoolleiders.<br />

• Het aantal deelnemers wordt afgestemd op de vraag van het REP.<br />

Mobiliteitscentrum<br />

In het overall-project ‘Leiderschap <strong>met</strong> lef’ wordt een nieuwe<br />

samenhangende aanpak voor de werving, selectie, opleiding,<br />

benoeming en verdere professionalisering van directeuren primair<br />

onderwijs ontwikkeld en uitgevoerd.<br />

Eén van de deelprojecten is de inrichting van een bovenbestuurlijk<br />

mobiliteitscentrum voor management primair onderwijs.<br />

Het Mobiliteitscentrum is in ontwikkeling en wordt vormgegeven<br />

volgens een groeimodel. Door het bovenbestuurlijk mobiliteitscentrum<br />

kunnen aspirant-schoolleiders geholpen worden bij het vinden van een<br />

geschikte werkervaringsplaats als de eigen schoolcontext daartoe niet<br />

voldoet. Na afronding van het traject, kunnen zij bemiddeld worden<br />

<strong>naar</strong> een leidinggevende positie. Gekwalificeerde schoolleiders, waar<br />

door de samenwerkende besturen in het REP stevig in is geïnvesteerd,<br />

blijven daarmee behouden voor de regio.<br />

Met de beoordeling van geschiktheid als schoolleider zijn kandidaten<br />

in principe benoembaar op één van de scholen van de in het<br />

REP participerende besturen. De besturen hebben hierbij een<br />

inspanningsverplichting om een goede match te vinden.<br />

Het mobiliteitscentrum heeft hierin een coördinerende en adviserende<br />

rol om vraag en aanbod bij elkaar te brengen en stuurt op ‘Leiderschap<br />

<strong>met</strong> lef’.<br />

Centrale doelstellingen bij de opzet van het traject<br />

Het REP is op zoek gegaan <strong>naar</strong> samenwerkingspartners om te komen<br />

tot een ontwerp maatwerktraject voor talenontplooiing en –ontwikkeling<br />

en professionalisering van (potentiële) leidinggevenden. In de<br />

ontwerpfase werd al snel duidelijk dat het professionaliseringstraject<br />

aan de volgende criteria moest voldoen:<br />

8. 9.


1. Talentontplooiing en – ontwikkeling;<br />

2. Werken aan een ‘Professionele leergemeenschap’;<br />

3. Ontwikkelingsgericht personeelsbeleid.<br />

Deze criteria werden aangevuld door de eisen van het SBO<br />

om in aanmerking te komen voor een stimuleringsbijdrage voor<br />

ontwikkelingsprojecten schoolleiderschap:<br />

• samenwerking tussen besturen onderling en besturen en<br />

opleidingen bij het opleiden van nieuwe leidinggevenden;<br />

• opbouw regionaal netwerk <strong>met</strong> betrekking tot werving, selectie en<br />

begeleiding nieuwe leidinggevenden;<br />

• inpassing leidinggevenden van buiten (minimaal 2 “bazen van<br />

buiten”) in reguliere regionale opleidingstrajecten;<br />

• in overleg <strong>met</strong> opleidingen een traject samenstellen dat leidt tot<br />

een erkend diploma leidinggeven in het <strong>PO</strong>. Intervisie en coaching<br />

vormen substantiële onderdelen van dit traject;<br />

• deelnemers een gezamenlijk opleidingstraject volgen waarbij, na<br />

gebleken geschiktheid, na diplomering z.s.m. maar uiterlijk binnen<br />

twee jaar een aanstelling volgt in een leidinggevende functie;<br />

• de afspraken helder en zichtbaar vastgelegd zijn.<br />

Aan de hand van bovenstaande criteria en eisen heeft het REP<br />

diverse opleidingsaanbieders <strong>met</strong> elkaar vergeleken. De bestaande<br />

opleidingen konden niet bieden wat we zochten. Daarom is gekozen<br />

voor een professionaliseringstraject van Fontys CLO waarbij het<br />

aanbod en het opleidingsconcept maatwerk zouden worden.<br />

Het werkplekleren en het coachen op de werkplek zijn als speerpunten<br />

in de opleiding verwerkt.<br />

<strong>Op</strong>gedane kennis wordt getoetst en gedeeld in een leergroep en/<br />

of kenniskring. Hierdoor ontstaat kenniscirculatie en kenniscreatie<br />

in een open leergemeenschap. Het programma wordt aangevuld<br />

<strong>met</strong> extra activiteiten op het gebied van coaching en begeleiding<br />

door de directeuren van REP-besturen. De rol van de coach wordt<br />

losgekoppeld van de rol van opleider, trainer en beoordelaar. Het<br />

coachen vindt plaats door medewerkers die vanuit hun taak binnen de<br />

school het coachen als specialisatie hebben ontwikkeld. De coaches<br />

worden op bestuursniveau geworven. Het aantal is evenredig aan het<br />

aantal besturen dat deelneemt aan het professionaliseringstraject.<br />

Omdat de beginsituatie van de deelnemers heel verschillend is, moet<br />

maatwerk geleverd worden. <strong>Op</strong> basis van een van tevoren afgenomen<br />

ontwikkelassessment stelt iedere deelnemer een persoonlijk<br />

ontwikkelplan op, waarin hij zijn leerdoelen op het gewenste niveau<br />

koppelt aan de NSA- competenties. De coaching door de ervaren<br />

directeur wordt hierop afgestemd en de voortgang wordt besproken<br />

<strong>met</strong> de kerndocent van de opleiding, die de informatie terugkoppelt<br />

aan de projectleider.<br />

De verwachting is dat door bovenstaande werkwijze kennis en inzichten<br />

snel en effectief verspreid worden, de leerwinst groot is en de hele<br />

REP- omgeving raakt en daarmee bijdraagt aan de totstandkoming<br />

van een professionele leergemeenschap (PLG).<br />

In dit boekje staan de volgende drie vragen centraal:<br />

1. Hoe kunnen we het REP-professionaliseringstraject vormgeven<br />

zodat de gestelde doelen bereikt worden?<br />

2. Wat is het effect van werkplekleren in een heterogene leergroep<br />

(bestuursoverstijgend en vanuit verschillende beginsituatie) <strong>met</strong><br />

een opleidingsteam bestaande uit opleiders, aangevuld <strong>met</strong><br />

assessoren en coaches uit het werkveld? M.a.w. de professionele<br />

leergemeenschap als basis.<br />

3. Wat is de meerwaarde van opleiden op maat, waarbij kwaliteit<br />

van het opleidingsinstituut wordt aangevuld <strong>met</strong> inbreng van het<br />

werkveld?<br />

In het laatste hoofdstuk van dit boekje zullen deze drie vragen leidraad<br />

zijn voor de conclusies en aanbevelingen.<br />

10. 11.


Uitgangspunten<br />

2. Het professionaliseringstraject<br />

‘Leiderschap <strong>met</strong> lef’<br />

Bij de start van het denken over het REP-traject stond ons het<br />

beeld van een succesvolle schoolleider voor ogen. Hierbij staan vier<br />

belangrijke vragen (Smylie & Bennet, 2005) centraal.<br />

1. Wat zijn succesvolle praktijken van schoolleiders?<br />

2. Wat zijn de competenties of capaciteiten waarover schoolleiders<br />

dienen te beschikken om succesvol te kunnen handelen?<br />

3. Welke psychologische, sociale en cognitieve processen leiden tot<br />

ontwikkeling van die capaciteiten?<br />

4. Welke leerarrangementen zijn effectief en bevorderen de<br />

ontwikkeling van de gewenste schoolleidercapaciteiten?<br />

Uit de literatuur blijkt dat succesvolle schoolleiders er beter in slagen<br />

om:<br />

• Richting te geven aan de organisatie, onder andere door het<br />

bevorderen van een gedeelde visie en de acceptatie van<br />

gemeenschappelijke doelen na te streven. Daarnaast stellen<br />

deze schoolleiders hoge verwachtingen aan de medewerkers.<br />

• Mensen in de organisatie zich te laten ontwikkelen, onder andere<br />

door het bieden van individuele steun en het intellectueel stimuleren<br />

van medewerkers. Daarnaast vertonen ze voorbeeldgedrag.<br />

• De organisatie zodanig in te richten dat er gebouwd wordt aan<br />

een cultuur van samenwerking en adequate structuur.<br />

• Leiding te geven aan het onderwijsprogramma, onder andere<br />

door bekwame leerkrachten in dienst te nemen, onderwijskundige<br />

ondersteuning te bieden en resultaten van leerlingen regelmatig<br />

te evalueren. Daarnaast medewerkers te beschermen tegen<br />

overmatige eisen.<br />

In het algemeen kunnen we stellen dat binnen het REP-traject is<br />

gezocht <strong>naar</strong> het vormgeven van een opleiding die nauw aansluit bij<br />

de dagelijkse werkplek en voor een belangrijk deel op de werkplek<br />

plaatsvindt. <strong>Op</strong> de lesplek worden de opgedane ervaringen verbreed<br />

<strong>met</strong> aanvaarde theoretische inzichten. Door de mix van de opgedane<br />

werkervaringen en theoretische inzichten en deze te delen in een<br />

leergroep, komt er in dialoog een proces op gang waarbij succesvol<br />

schoolleiderschap meer en meer vorm krijgt.<br />

Dit streven stelt wel specifieke eisen aan alle betrokkenen: de<br />

deelnemer, de school, coaches, assessoren, opleiders en de<br />

samenwerkende besturen. Achterliggende gedachte is het samen<br />

vormen van een professionele, lerende gemeenschap. Deze<br />

gemeenschap streeft de volgende doelen na:<br />

1. het opleiden van leidinggevenden;<br />

2. het verzorgen van nascholing voor leidinggevenden;<br />

3. het creëren van een groep REP-gekwalificeerde leidinggevenden.<br />

Om deze doelen te bereiken is het Magistrumtraject Basisbekwaam<br />

ingezet als basismateriaal. Magistrumopleidingen kenmerken zich als<br />

competentiegericht. Daarnaast heeft het REP een aantal specifieke<br />

REP-accenten ingebracht. Deze omvatten een verdere verdieping op<br />

de thema’s Persoonlijk en verbindend leiderschap en Ondernemen<br />

<strong>met</strong> lef.<br />

Werkwijze<br />

Een standaard Magistrumtraject kunnen we zien als een<br />

georganiseerde en geplande reis. <strong>Op</strong> papier is het programma van de<br />

eerste tot de laatste dag bekend. Voor deelnemers die van een vaste<br />

structuur houden biedt dit veel zekerheid.<br />

12. 13.


Het REP-traject is meer een trektocht. Door de grote heterogeniteit<br />

van de deelnemers is van te voren duidelijk aangegeven dat het REPtraject<br />

meer te vergelijken was <strong>met</strong> een trektocht die we gezamenlijk<br />

aangingen. Met andere woorden: het doel ligt vast maar de <strong>weg</strong> is<br />

nog niet bekend! Dit betekent dat we de deelnemers goed hebben<br />

voorgelicht over de werkwijze. In de groepssamenstelling is gezorgd<br />

voor een mix van leerkrachten, bouwcoördinatoren, beginnende<br />

directeuren, gevorderde directeuren en directeuren van buiten.<br />

Binnen het traject wordt het principe van begeleiding op maat<br />

vormgegeven, er wordt adaptief gewerkt, waarbij er sprake is van<br />

differentiatie <strong>naar</strong> inhoud en tempo, niet <strong>naar</strong> einddoel. EVC (Elders<br />

Verworven Competenties) worden meegenomen in het traject.<br />

Leren <strong>met</strong> Magistrum aan de REPacademie<br />

brengt ook <strong>met</strong> zich mee<br />

dat iedere deelnemer de kans krijgt<br />

te leren op een werkplek door te<br />

doen. Voor zittende schoolleiders is<br />

dit natuurlijk geen enkel probleem.<br />

Voor de deelnemende leerkrachten<br />

en bouwcoördinatoren hebben<br />

we gezocht <strong>naar</strong> mogelijkheden<br />

binnen de eigen school, maar<br />

in voorkomende gevallen is Interactief leren in een rijke leergroep.<br />

uitgeweken <strong>naar</strong> andere REP-scholen. Hieruit blijkt dat er grote waarde<br />

wordt gehecht aan het ontwikkelen van competenties in de praktijk<br />

op de werkvloer. Hierbij wordt ondersteuning geboden door een<br />

werkplekbegeleider en een gecertificeerde coach. <strong>Op</strong> de Magistrumlesplek<br />

is er de ruimte om als groep de opgedane praktijkervaring te<br />

toetsen aan aanvaarde theoretische inzichten.<br />

De beoordeling van de deelnemers<br />

Beoordeling vindt op verschillende momenten en manieren plaats.<br />

Alle deelnemers leveren bij het bereiken van één van de acht NSAcompetenties<br />

twee bewijsstukken aan die zichtbaar maken dat zij deze<br />

competentie in de praktijk beheersen. Halver<strong>weg</strong>e het traject verzorgt<br />

de deelnemer een presentatie over zijn ontwikkeling ten opzichte van<br />

het startassessment.<br />

De assessor en twee<br />

Magistrumopleiders beoordelen deze<br />

presentatie en geven een advies<br />

over het verder volgen van het<br />

professionaliseringstraject. Het traject<br />

wordt afgesloten <strong>met</strong> het presenteren<br />

van een ondernemingsplan voor<br />

de eigen school, dat realistisch<br />

van aard is en waarbinnen goed<br />

ondernemerschap ‘<strong>met</strong> lef’ centraal<br />

staat (figuur 1).<br />

Aanbod Begeleiding Beoordeling<br />

• Magistrum<br />

opleiders<br />

• Experts vanuit<br />

het REP<br />

Figuur 1. Overzicht opzet traject.<br />

• Magistrum<br />

opleiders<br />

• Coaches<br />

• Mentor op<br />

werkplek<br />

De vormgeving<br />

Het traject kent zeven blokken:<br />

• Magistrum<br />

opleiders<br />

• Assessoren<br />

• Mentor op de<br />

werkplek<br />

Blok 1. In dit blok staat de voorlichting, het werven en selecteren van<br />

de juiste deelnemers centraal. Hierbij is onder andere gebruik gemaakt<br />

van een assessment. Iedere potentiële deelnemer heeft samen <strong>met</strong><br />

de assessor en de coach een persoonlijk ontwikkelplan opgesteld.<br />

Blok 2 bestaat uit groepsverbindende<br />

activiteiten en het maken van een<br />

analyse van de eigen werkplek.<br />

Deze analyse is beoordeeld door<br />

de assessor en besproken <strong>met</strong> de<br />

opleider.<br />

Blok 3 wordt gekenmerkt door het<br />

thema Persoonlijk en verbindend<br />

leiderschap. Gedurende vier dagen,<br />

waaronder een tweedaagse, wordt<br />

Presentatie van ontwikkeling.<br />

Uitwisseling van ervaringen<br />

14. 15.


hard gewerkt aan dit thema. De eindopdracht is het schrijven van een<br />

persoonlijk/ professioneel statuut, dat wordt besproken <strong>met</strong> de coach<br />

en gelezen door de opleider.<br />

Blok 4 kent twee aandachtspunten: Financieel Beleid en<br />

Personeelsbeleid. Alle deelnemers krijgen vanuit de opleiding<br />

basiskennis mee en zijn vervolgens <strong>naar</strong> het eigen bestuurskantoor<br />

gegaan om te achterhalen hoe een en ander binnen de eigen<br />

organisatie vorm krijgt.<br />

Blok 5 en 6 hebben als centraal thema Onderwijskundig Leiderschap.<br />

Ook in dit blok zit weer een tweedaagse <strong>met</strong> als thema Leidinggeven<br />

als Onderwijskundig Leider. Iedere deelnemer maakt een video,<br />

waarin hij of zij in één minuut vertelt waar de school voor wil staan.<br />

Het blok wordt afgesloten <strong>met</strong> een reflectiegesprek waarbij de visie en<br />

het persoonlijk statuut als combinatie centraal staan.<br />

Tijdens de tweedaagse maken de deelnemers kennis <strong>met</strong> het TROAmodel<br />

als voorbereiding op de vormgeving van het ondernemingsplan.<br />

TROA staat voor Toekomst, Realiteit, <strong>Op</strong>ties en Actie, <strong>met</strong> andere<br />

woorden: wat is het gewenste beeld, wat is het huidige beeld, welke<br />

opties heb ik en wat ga ik nu concreet doen (actie)?<br />

Blok 7. In dit blok gaat het om Ondernemerschap. De deelnemers<br />

verdiepen zich eerst in het INK-model en de PDSA-cirkel en stellen<br />

vervolgens <strong>met</strong> het model van Knoster en een aantal aangeboden<br />

instrumenten een ondernemingsplan op.<br />

Aan het einde van de opleiding presenteert iedere deelnemer<br />

gedurende 20 minuten zijn ondernemingsplan. Daarna wordt het<br />

gepresenteerde plan besproken <strong>met</strong> de assessor, de coach en de<br />

opleider. Met betrekking tot de eindbeoordeling wordt een onderscheid<br />

gemaakt tussen ‘voldaan aan de 8 NSA-competenties’ en de drie<br />

REP-specifieke competenties. De verantwoordelijkheid voor de eerste<br />

beoordeling ligt bij de Magistrumopleiders; de verantwoordelijk voor<br />

de REP competenties ligt bij de assessoren en de projectleider.<br />

Alle deelnemers die voldoen aan beide aspecten van beoordeling<br />

van competent gedrag, worden automatisch geplaatst in het<br />

mobiliteitscentrum van het REP. Dit betekent dat zij bij een vacature<br />

binnen het REP voorrang zullen krijgen.<br />

3. Ervaringen & verworven inzichten<br />

Ervaringen tijdens het voortraject<br />

Een van de uitgangspunten van het REP was dat de deelnemende<br />

besturen als partner van het opleidingsinstituut (Fontys CLO) ook<br />

medeverantwoordelijkheid zouden dragen voor de uitvoering van<br />

het traject. Concreet betekende dit:<br />

• aanstellen en faciliteren van een projectleider, die als centrale<br />

figuur de communicatie over alle aspecten en tussen alle<br />

betrokkenen zou waarborgen;<br />

• dat de deelnemende besturen middels de ondertekening van het<br />

samenwerkingsconvenant formeel verklaarden deel te nemen<br />

aan het traject;<br />

• actief zoeken <strong>naar</strong> potentiële deelnemers;<br />

• actief zoeken <strong>naar</strong> geschikte coaches;<br />

• actief zoeken <strong>naar</strong> geschikte, ter zake kundige assessoren;<br />

• beschikbaar stellen van de benodigde werkplekken door het<br />

faciliteren van zittende directeuren voor het begeleiden van<br />

deelnemers;<br />

• dat de opleider werd gevraagd om naast het reguliere<br />

Magistrumaanbod een extra aanbod te ontwikkelen rond een<br />

16. 17.


drietal REP-specifieke competenties: Persoonlijk en Verbindend<br />

leiderschap en Ondernemerschap <strong>met</strong> lef.<br />

Het ondertekeningsproces heeft nogal wat voeten in aarde gehad.<br />

De projectleider heeft zeer regelmatig wervend overleg moeten voeren<br />

<strong>met</strong> de potentiële deelnemende besturen. Met wisselend resultaat.<br />

Uiteindelijk zijn er voldoende besturen bereid gevonden om partner in<br />

het REP-traject te worden. Het feit dat het hier om een gesubsidieerd<br />

traject ging heeft hierbij zeker geholpen.<br />

Het werven van deelnemers ging wat gemakkelijker, maar stelde<br />

hoge eisen aan de selectieactiviteiten van de deelnemende besturen.<br />

<strong>Op</strong> grond van deze voorselectie door het bestuur (= in deze persoon<br />

zien wij voldoende potentie om uit te groeien tot leidinggevende binnen<br />

het REP) ondergingen deelnemers vervolgens een assessment dat<br />

uitgevoerd werd onder auspiciën van Magistrum. Voor de zittende<br />

directeuren in de cursusgroep was het assessment niet-selectief: zij<br />

werden direct toegelaten tot de opleiding. Uiteindelijk resulteerde dit<br />

in een groep van 19 deelnemers.<br />

De zoektocht <strong>naar</strong> geschikte coaches verliep voorspoedig. Er was<br />

binnen het zittende personeel van deelnemende besturen voldoende<br />

belangstelling voor deze functie. De vooraf gestelde criteria<br />

(afgeronde opleiding tot coach, evenredige verdeling over besturen)<br />

vergemakkelijkten de keuze, hoewel ook enkele enthousiaste mensen<br />

teleurgesteld moesten worden. Om zoveel mogelijk coaches de<br />

gelegenheid te bieden om binnen dit REP-traject te kunnen meedoen,<br />

werd afgesproken dat elke coach maximaal 3 deelnemers onder zijn<br />

hoede zou nemen. Zo zijn zes ‘interne’ coaches geworven. Voor de<br />

deelgroep ‘directeuren van buiten’ werd de coachtaak neergelegd bij<br />

de opleider.<br />

komen te liggen bij de opleider. Dit om eventuele lastige situaties te<br />

voorkomen: de deelnemer is immers al directeur in functie. Beoordeling<br />

door een buitenstaander is dan makkelijker dan wanneer dit gebeurt<br />

door een ‘collega’. Alle deelnemers hebben <strong>met</strong> betrekking tot zowel<br />

de Magistrum- als REP competenties feedback gekregen.<br />

Voor het werkplekleren is het redelijk gemakkelijk gelukt om alle<br />

deelnemers onder te brengen bij een directeur. De betreffende<br />

directeur diende bereid te zijn om de deelnemer ook echt alle<br />

verantwoordelijkheid te geven voor de aan hem toebedeelde taken<br />

gedurende de afgesproken tijd en hierin een soort mentorfunctie te<br />

vervullen. In de meeste gevallen kon de deelnemer terecht op de<br />

eigen school, maar ook is het voorgekomen dat een deelnemer werd<br />

ondergebracht op een van de andere scholen.<br />

Voor de opleider was het een uitdaging om het reguliere<br />

Magistrumtraject een gedifferentieerd en uitbreidend/toevoegend<br />

karakter te geven. Gedifferentieerd omdat de groep deelnemers<br />

zeer gemêleerd was: zittende directeuren, directeuren van buiten,<br />

deelnemers <strong>met</strong> enige leidinggevende ervaring en ook een aantal<br />

zgn.‘young potentials’. Uitbreidend/toevoegend omdat er voor de drie<br />

specifieke REP-competenties (Persoonlijk, Verbindend Leiderschap<br />

en Ondernemerschap) een aanbod (in de vorm van een module)<br />

ontwikkeld moest worden.<br />

De projectleider had bij al deze activiteiten een centrale rol. Zeer<br />

regelmatig bleek overleg nodig <strong>met</strong> stuurgroep en opleiders omdat<br />

gaande<strong>weg</strong> (zoals reeds eerder vermeld: ‘het REP is een trektocht’)<br />

zich steeds weer nieuwe vragen voordeden die om overleg en een<br />

gezamenlijke oplossing vroegen.<br />

De assessoren werden – evenals de coaches – geworven uit de<br />

verschillende besturen. Uitgangspunt was dat de assessoren allen<br />

een directeursfunctie zouden hebben <strong>met</strong> ruime ervaring en dat zij<br />

geen deelnemer uit het eigen bestuur zouden beoordelen. Zij hadden<br />

derhalve de taak om (zonder de onder hun hoede vallende deelnemer<br />

te kennen) de kwaliteit van de uitgewerkte opdrachten te beoordelen.<br />

Voor de specifieke deelgroep ‘zittende directeuren/directeuren van<br />

buiten’ werd besloten dat de beoordelingsverantwoordelijkheid zou<br />

18. 19.


Ervaringen van betrokkenen<br />

In deze paragraaf laten we mensen vanuit hun diverse posities aan<br />

het woord.<br />

“Ik heb de deelname aan de REP-opleiding ervaren als een grote ‘treinreis’.<br />

Vanaf het moment dat ik ingestapt ben, heb ik nieuwe mensen leren kennen<br />

en ideeën en ervaringen uitgewisseld. In mijn rugzak heb ik een flinke<br />

hoeveelheid theorie en inzichten verzameld. Ik vind het geweldig dat ik direct<br />

na de opleiding een baan als directeur gekregen heb! Nu kan ik alles in de<br />

praktijk aan den lijve gaan ervaren. Helemaal super! “<br />

Berry van de Wetering - deelnemer<br />

“De REP-opleiding was voor mij een avontuurlijke reis, <strong>met</strong> een bijzonder<br />

mooie eindbestemming. Ik ben uiteindelijk bij mezelf uitgekomen (het mooiste<br />

wat je kunt worden, dat is jezelf). Uiteindelijk heb ik mezelf leren kennen en heb<br />

ik de theoretische onderbouwing gekregen voor de manier van leidinggeven<br />

die ik al geruime tijd voor sta. Mijn reisgenoten hebben voor een leerzaam en<br />

rijk avontuur gezorgd. De verscheidenheid van hun achtergronden, hun fases<br />

in ontwikkeling en in hun levenservaringen dwongen mij <strong>met</strong> verschillende<br />

brillen te kijken <strong>naar</strong> vraagstukken en ontwikkelingen. De inspirerende<br />

reisleiders Wim Uphoff en Ric Vos hebben ons geleid langs kwaliteitszorg,<br />

personeelsbeleid, onderwijskundig leiderschap, ontwikkelen van het team,<br />

financieel beleid en visieontwikkeling. Ook de door het REP toegevoegde<br />

competenties persoonlijk en verbindend leiderschap vond ik erg verrijkend. Al<br />

<strong>met</strong> al een inspirerend avontuur <strong>met</strong> een mooie eindbestemming.<br />

Willem Leermakers<br />

De REP-opleiding voor mij:<br />

Randvoorwaarden voor leiderschap leren ontdekken en creëren.<br />

Een schat aan indrukken en ervaringen mogen opdoen <strong>met</strong> dank aan de<br />

gevarieerde samenstelling van onze studiegroep.<br />

Professionele en persoonlijke ontwikkeling door de werkveldopdrachten en<br />

het coachingstraject.”<br />

Jildis Mulders - deelnemer<br />

“Vaak komen de dingen op het juiste moment en dat geldt zeker ook voor<br />

deze opleiding.<br />

Na een opleiding tot coach en eerder Magistrum middenmanagement<br />

was dit een mooie volgende stap. Min of meer “toevallig” werd door onze<br />

bovenschoolse directeur dit traject genoemd als iets voor mij. Ik weet nog dat<br />

ik behoorlijk blanco <strong>naar</strong> de informatie avond ging en dat mijn collega dacht<br />

dat ik een rap-cursus ging volgen…<br />

Toen me duidelijk werd wat het precies in zou houden, heb ik me enthousiast<br />

aangemeld en daar heb ik zeker geen spijt van.<br />

De intake (assessment) was behoorlijk pittig en uitgebreid en het verslag en<br />

het gesprek daarna heb ik als heel waardevol ervaren.<br />

De groep is geweldig: heel divers <strong>met</strong> zittende directeuren, middenmanagers<br />

maar ook IB- ers en directeuren van buiten. Hierdoor krijg je interessante<br />

discussies en uitwisselingen. Vooral de tweedaagse sessies waren heel<br />

leerzaam en een verrijking, ik zou er wel meer van gehad willen hebben.De<br />

studiebelasting was over het algemeen redelijk en reëel gesteld. <strong>Op</strong> het einde<br />

van het traject was er wel een piekbelasting. Het schrijven en presenteren<br />

van een ondernemersplan was een omvangrijke maar ook mooie en leerzame<br />

opdracht. Zeker een meerwaarde van het REP traject.<br />

Ook de werkplekopdrachten <strong>met</strong> bezoeken aan elkaars school waren<br />

leerzaam, goed om op verschillende scholen te kijken.<br />

Het is wel heel belangrijk dat je tijdens de opleiding ook echt op de stoel<br />

van de directeur mag gaan zitten, zodat je theorie en praktijk steeds kunt<br />

koppelen.<br />

De toegewezen coaches en accesoren hebben een meerwaarde tijdens het<br />

traject. Het was wel wat onduidelijk hoe vaak je coach geconsulteerd mocht<br />

worden; mensen hebben van twee keer tot heel regelmatig afgesproken.<br />

Een aantal kritische punten zijn er wat mij betreft ook. Zo had ik vooraf liever<br />

nog meer informatie gekregen over het hele traject, van intake tot “go-no gogesprek”.<br />

Nu kwam dat voor mij als een verrassing. Ook vind ik het jammer<br />

dat we weinig <strong>met</strong> de intervisiegroepen hebben gedaan. Ook boden de twee<br />

voortgangsgesprekken niet wat ik ervan verwacht had. Een volgende keer<br />

zou het beter zijn om de assessoren en coaches in een eerder stadium te<br />

ontmoeten. Nu stuurde ik opdrachten <strong>naar</strong> iemand die ik nog nooit had gezien.<br />

Ik heb zeker het gevoel dat ik <strong>met</strong> een aantal REP-ers contact zal blijven<br />

houden, we hebben een mooi netwerk opgebouwd en wisselen regelmatig<br />

ervaringen en kennis uit.<br />

Hopelijk kan het REP in de toekomst een steeds grotere rol krijgen in het<br />

plaatsen van de juiste mensen op de juiste plek: uitgaan van kwaliteiten en<br />

mogelijkheden, grote verbanden zien.”<br />

Nicole Westhoff - deelnemer<br />

20. 21.


“Inspireren en geïnspireerd worden, halen en brengen; mijn thema’s voor<br />

deze REP- Magistrum opleiding. Een opleiding waarin je niet slaagt zonder<br />

zelfsturing en zelfreflectie. Kritisch kijken <strong>naar</strong> de ander en kritisch bekeken<br />

worden. Durven ondernemen, pak je winst en neem het verlies. Onderwijs<br />

durven bekijken vanuit een bedrijfskundig kader zonder afbreuk te doen aan<br />

de onderwijsinhoudelijke thema’s. In een paar zinnen veel gezegd.”<br />

Mari - deelnemer<br />

“Coachen voor de REP-opleiding in een paar woorden: GENIETEN –<br />

INSPIREREND – SAMEN ONTDEKKEN – VERBINDEND LEREN MET LEF<br />

CENTRAAL. Het mooiste moment van de afgelopen twee REP- jaren was<br />

de eindpresentatie. Dan zie je de groei waar je <strong>met</strong> elkaar aan hebt gewerkt.<br />

Het lef van de kandidaat om het echt anders te doen dan voorheen raakte<br />

me. Genieten <strong>met</strong> een grote G! Bijzonder aan het REP -initiatief is dat het<br />

verbindend werkt tussen de besturen in de regio en het feit dat ieder een<br />

steentje bijdraagt en talenten de ruimte geeft. Ik vind het resultaat na twee jaar<br />

prima, er staat een opleiding en een organisatie waar we verder mee kunnen.<br />

Ik denk dat er nog meer mogelijkheden zijn om als coaches, opleiders en<br />

assessoren samen op te trekken rondom de student. Daarnaast zou ik graag<br />

de coaching een grotere plek willen geven en de theoretische concepten een<br />

wat bescheidener plek.”<br />

Martijn Schoo<strong>naar</strong>d - coach<br />

“De REP-ervaring is over het algemeen een heel positieve ervaring geweest<br />

voor mij. Het in gesprek gaan <strong>met</strong> de ‘studenten’, die ik overigens meer zie<br />

als collega’s, is voor beide gesprekspartners zeer leerzaam. De verbinding<br />

die de REP-Academie legt tussen legitimering en de praktijk is van grote<br />

toegevoegde waarde. De afgestudeerde collega’s waarborgen een hoog<br />

niveau van goed, verbindend leiderschap. En hieraan is grote behoefte!”<br />

Resi van der Coer - coach<br />

“Als coach en begeleider van drie REP-studenten heb ik van nabij een stukje<br />

persoonlijke groei en ontwikkeling mogen volgen. Het is een mooi proces om<br />

te zien (en ik heb er ook van genoten) hoe aspirant-schoolleiders doorgroeien<br />

<strong>naar</strong> directeuren die zelf leiding (willen) gaan geven aan een schoolteam.<br />

Bij de REP-opleiding kunnen we volgens mij nog meer gebruik maken van de<br />

samenwerking tussen opleiders, assessoren en coaches door als team de<br />

REP-kandidaten te ondersteunen.”<br />

Gery van Meersbergen - coach<br />

“De <strong>weg</strong> was nieuw, en de volgende keer kunnen we links en rechts zeker<br />

nog wat aan de route en de reisomstandigheden aanpassen. In mijn rol als<br />

coach kon ik meermalen interventies van de opleiders voor de deelnemers<br />

helpen ombuigen <strong>naar</strong> leerwinst van waarde. Ik heb gezien hoe zij niet<br />

alleen klommen, maar ook hun rugzak vulden <strong>met</strong> de professionaliteit van de<br />

toekomst, die vooral ook voor hen als persoon vormend bleek en zichtbaar is<br />

in hun visie op personeelsbeleid.<br />

Nu staan ze trots op de top van de berg, een vlag als markeerpunt geplant.<br />

In staat uit te kijken over onderwijsland en vanaf nu hun eigen richting te<br />

bepalen.<br />

Het was mij een voorrecht om op deze reis hun ondersteuning te zijn en ben<br />

trots op wat ze tot nu toe hebben bereikt.”<br />

Heidi Rust - coach<br />

“Het coachend leiderschap en ‘Leiderschap <strong>met</strong> lef’<br />

De ervaring die ik heb <strong>met</strong> het coachen van beginnende directeuren in<br />

opleiding is erg positief. De betrokkenheid die ik al <strong>met</strong>een bij de start ervaren<br />

heb was groot.<br />

Samen <strong>met</strong> student – opleider –assessor en coach werken vanuit dezelfde visie<br />

om te komen tot ontwikkeling. We leren van en <strong>met</strong> elkaar. De bijeenkomsten<br />

waren zeer waardevol om de inhoud van de opleiding te bespreken en om<br />

deze gestalte te geven.<br />

Het coachend leiderschap en ‘Leiderschap <strong>met</strong> lef’ gaven mij de ruimte om te<br />

coachen vanuit de kracht van de coachee en was mensgericht.<br />

Als coach kon ik me geheel richten op het proces, omdat ik voldoende<br />

vertrouwen had in de beoordelende rol van de assessor en de competenties<br />

van de opleiders om kennis en vaardigheden over te dragen.<br />

De mensen die ik mocht coachen hebben zelf besluiten genomen om te<br />

komen tot persoonlijke ontwikkeling. Een van hen besloot om te stoppen<br />

<strong>met</strong> de opleiding om een andere <strong>weg</strong> in te slaan. De ander schreef een<br />

ondernemingsplan dat een zichtbaar resultaat was van de visie van de REP-<br />

<strong>Op</strong>leiding.<br />

Bij de volgende opleiding zou ik graag weer ingezet willen worden als coach.”<br />

Anja van Wanrooij van den Brand - coach<br />

“Als assessor ben je in de REP-Academie aan de zijlijn betrokken bij<br />

beschrijvingen en presentaties van boeiende ontwikkelingsprocessen van<br />

aankomend schoolleiders. Je ziet hoe in korte tijd mensen zich ontwikkelen,<br />

omdat ze aan het denken zijn gezet en nieuwe inzichten verwerven, maar deze<br />

vervolgens ook als referentiekader gebruiken voor de eigen onderwijspraktijk.<br />

22. 23.


Hierdoor zie je een kwaliteitsverbetering in de organisatie, maar zeker ook een<br />

groei van competenties van de betrokken deelnemer. Verbindend leiderschap<br />

komt zo goed aan het licht! Verbinding van de leider zelf <strong>met</strong> zijn moreel<br />

kompas, verbinding <strong>met</strong> de beschikbare kennis, maar zeker ook verbinding<br />

<strong>met</strong> de organisatie, waarin zij werken.”<br />

Lambert van der Ven, directeur b.s. Bitswijk - assessor<br />

“Het ging RAP <strong>met</strong> REP<br />

<strong>Op</strong> het moment dat ik dit schrijf, is het de avond voordat twee van mijn<br />

deelnemers die ik als assessor gevolgd heb, afstuderen.<br />

“Hoe heb je de afgelopen periode nou ervaren?”, werd mij gevraagd.<br />

Een interessante vraag die ik vanuit mijn rol als assessor wil beantwoorden.<br />

Het idee om een eigen REP-Academie op te starten waar we een opleiding<br />

tot basisschool directeur konden aanbieden volgens onze eigen standaarden,<br />

is inmiddels werkelijkheid. Nog geen twee jaar geleden is de REP-Academie<br />

van start gegaan.<br />

De deelnemers aan de opleiding werden naast hun contacturen op de<br />

opleiding persoonlijk begeleid door een coach en gevolgd door een assessor.<br />

Als assessor heb ik de werkstukken en plannen onder ogen gekregen die<br />

ik moest beoordelen en van feedback voorzien. Een belangrijke en vooral<br />

verantwoordelijke rol. Immers, beoordelen betekent in dit geval, aangeven of<br />

de opdracht is voldaan of niet en ook vaststellen of de deelnemer de opleiding<br />

mocht vervolgen of niet. In dit traject zijn van mijn groepje van vijf deelnemers<br />

er gedurende de opleiding drie om verschillende redenen afgehaakt. Het is<br />

wel even wennen dat mede mijn feedback in die beslissingen een rol heeft<br />

gespeeld.<br />

Aanvankelijk was het voor ons als assessoren, wij zijn <strong>met</strong> z’n drieën, zoeken<br />

<strong>naar</strong> de juiste toon. In goed overleg hebben we een strategie bepaald en<br />

uitgevoerd. Wat we alle drie misten, was het contact <strong>met</strong> de deelnemer. De<br />

deelnemers waren voor ons lange tijd papieren deelnemers en dat was niet<br />

altijd even prettig. Hoewel ik denk dat de kwaliteit van onze feedback daaronder<br />

niet geleden heeft, was het toch fijn dat we na de eerste presentaties ook een<br />

gezicht bij de deelnemer hadden.<br />

Het beoordelen en van feedback voorzien van hoogwaardige producten is<br />

een plezierige en ook voor mij leerzame bezigheid geweest. Ik heb er erg van<br />

genoten, vooral ook van de presentaties.<br />

Inmiddels zitten we aan het einde van het eerste traject en maken we ons op<br />

voor de afstudeerpresentaties. Bijna twee jaar geleden gingen we van start<br />

en ik ben er trots op te zien wat er in die korte tijd is neergezet. Het ging erg<br />

RAP <strong>met</strong> het REP.”<br />

Henk Nieborg, - assessor REP-Academie<br />

“Het reguliere Magistrumaanbod is grotendeels volgens de in de<br />

modulemappen aangegeven lijnen uitgevoerd, zowel qua inhoud als didactiek.<br />

Dat moet ook omdat Magistrum werkt <strong>met</strong> een landelijk curriculum, waardoor<br />

een standaardniveau gewaarborgd is.<br />

Omdat de deelnemersgroep zeer gemêleerd was qua instapniveau, is tijdens<br />

de uitvoering nu en dan gezocht <strong>naar</strong> differentiatie. Dit heeft bijvoorbeeld<br />

geleid tot een aantal extra sessies, speciaal bedoeld voor de reeds in functie<br />

zijnde directeuren en de directeuren van buiten. Voor hen is op die manier een<br />

verdieping van de bestaande stof gerealiseerd. Datzelfde geldt voor de groep<br />

minder ervaren deelnemers.<br />

Het door de opleider nieuw ontwikkelde aanbod rond de specifieke REPcompetenties<br />

heeft enerzijds de volgende (toegevoegde) inhouden: het<br />

denken en de visie van Manfred Kets de Vries gezet naast het denken en<br />

de visie van Stephen Covey, uitmondend in het door de deelnemers te<br />

schrijven Persoonlijk Statuut <strong>met</strong> betrekking tot het eigen leiderschap (REPcompetenties<br />

Persoonlijk en Verbindend leiderschap).<br />

Anderzijds is veel aandacht besteed aan het onderdeel De schoolleider<br />

als Ondernemer (vanuit het REP-motto ‘Leiderschap <strong>met</strong> lef’). Deze<br />

laatstgenoemde inhoud mondde uit in het schrijven van een ondernemingsplan<br />

voor de eigen school dat door elke deelnemer aan het einde van het<br />

opleidingstraject gepresenteerd is in aanwezigheid van opleiders, assessor,<br />

coach, eigen directeur en bovenschools manager. Deze slotopdracht leidde<br />

voor de deelnemers tot het behalen van het Magistrum-diploma Basisbekwaam.<br />

Daarnaast hebben de meeste deelnemers ook het aanvullend certificaat voor<br />

de drie specifieke REP-competenties behaald.”<br />

Wim Uphoff / Ric Vos - opleiders<br />

“Ik ben blij en ook wel trots dat we erin geslaagd zijn om een eigen<br />

schoolleidersopleiding te realiseren in de regio Noordoost-Brabant.<br />

Goede scholen vragen om daadkrachtige schoolleiders die voldoen aan een<br />

competentieprofiel waarbij de lat bewust hoog gelegd wordt.<br />

Wat enkele jaren geleden is begonnen <strong>met</strong> een brainstormsessie in het<br />

Regionaal Educatief Platform, heeft nu vorm gekregen binnen de REP-<br />

Academie.<br />

Gedurende het voorbereidingstraject is er een enthousiasme tussen de<br />

betrokken partijen ontstaan, waardoor het mogelijk was een opleiding op maat<br />

te realiseren die past bij de geformuleerde visie op verbindend leiderschap.<br />

Door de inzet van coaches en assessoren vanuit de deelnemende stichtingen<br />

is er sprake van een grote betrokkenheid.<br />

24. 25.


Het opleidingsaanbod zorgt voor toekomstgerichte leiders, die klaar zijn om<br />

leiding te geven aan de scholen van morgen.”<br />

Frans de Baaij - directeur-bestuurder SKOSO, Sint-Oedenrode<br />

“Het leiden van het project ‘Leiderschap <strong>met</strong> lef’ was een groot avontuur.<br />

De ontwerpfase van een leerlandschap <strong>met</strong> een aanbod dat aansloot bij de<br />

visie van de REP-besturen op succesvol leiderschap en de visie op leren was<br />

een grote uitdaging. Het op zoek gaan <strong>naar</strong> een opleidingspartner die het<br />

leerlandschap kon uitvoeren en aan de eis van geaccrediteerd aanbod kon<br />

voldoen was niet eenvoudig. Uiteindelijk is gekozen voor een samenwerking<br />

<strong>met</strong> Fontys CLO. Zij durfden het avontuur aan om maatwerk te leveren aan<br />

een heterogene leergroep (bestuursoverstijgend en vanuit verschillende<br />

beginsituatie) <strong>met</strong> een opleidingsteam bestaande uit opleiders, aangevuld<br />

<strong>met</strong> assessoren en coaches uit het werkveld. Hoewel het aanbod voor de<br />

REP-competenties nog vorm moest krijgen, was het vertrouwen er dat Fontys<br />

CLO in staat zou zijn om te kunnen voldoen aan de REP-eisen.<br />

Voor het gekozen onderwijsconcept <strong>met</strong> een invulling van kwaliteiten uit het<br />

werkveld was al snel draagvlak bij de REP-besturen. Het spotten van high<br />

potentials is achteraf gezien niet bij alle kandidaten even zorgvuldig verlopen.<br />

Door de subsidietoekenning moesten er snel kandidaten aangedragen<br />

worden. Door de snelheid van inschrijving en het feit dat het financieel erg<br />

aantrekkelijk was, zijn er kandidaten gestart die beter eerst een oriëntatie op<br />

management hadden kunnen volgen.<br />

Het inrichten van een operationeel Mobiliteitscentrum was een moeizamer<br />

proces. Ondanks het feit dat alle besturen het gedachtegoed van “Boeien en<br />

Binden” omarmden, was het toch moeilijk om draagvalk te krijgen voor het REP<br />

Mobiliteitscentrum. Het aanpassen van de wervings- & selectieprocedures<br />

was voor veel besturen niet eenvoudig, omdat het gevoeld werd als het<br />

inleveren van een stukje autonomie. Voor het tekenen van het convenant<br />

was draagvlak nodig van de directeuren en de GMR-en. Uiteindelijk hebben<br />

alle deelnemende besturen ingestemd en zijn zij de inspanningsverplichting<br />

aangegaan om REP gekwalificeerde deelnemers voorrang te geven bij de<br />

invulling van een vacature.<br />

Voor het monitoren van het opleidingstraject zijn evaluaties gehouden,<br />

vragenlijsten ingevuld, maar vooral ook gesprekken gevoerd <strong>met</strong> de<br />

deelnemers. Deze ervaringen werden gedeeld <strong>met</strong> de opleiders en de<br />

begeleiders om te komen tot kwaliteitsverbetering. Voor een goede<br />

afstemming van de ontwikkeling van de deelnemers waren regelmatig<br />

voortgangsgesprekken nodig. In deze bijeenkomsten werden de voortgang van<br />

en de zorgen over de deelnemers gedeeld. Daarop werd de begeleiding door<br />

de opleiders, assessor en coach afgestemd. Door deze gerichtheid op elkaar<br />

werkte de begeleiding erg krachtig en vormde een soort begeleidingsschil om<br />

de kandidaat heen.<br />

Uit gesprekken <strong>met</strong> de deelnemers van het opleidingstraject blijkt een groot<br />

enthousiasme voor het opleidingsconcept. De gemêleerde groepssamenstelling<br />

is als zeer “rijk” ervaren. Ook de begeleiding door assessoren en coaches uit<br />

het veld was van grote meerwaarde voor de persoonlijke ontwikkeling van<br />

de deelnemers. Het werkplekleren droeg bij aan het direct toepassen van<br />

de kennis. Dit gaf nieuwe ervaringen en inzichten aan de deelnemers. De<br />

opdrachten, <strong>met</strong> name het ondernemingsplan, leverden voor de werkplek<br />

direct resultaat op. Het leren op de werkplek wordt dan ook als een grote<br />

“win-win” situatie ervaren.<br />

Met het realiseren van de REP-Academie en het operationele REP-<br />

Mobiliteitscentrum zijn de gestelde doelen gehaald.<br />

Of we daadwerkelijk succesvolle schoolleiders hebben opgeleid zal in de<br />

toekomst moeten blijken. Dat drie deelnemers tijdens het opleidingstraject al<br />

een functie als schoolleider hebben aanvaard mag vertrouwen geven voor de<br />

toekomst.<br />

Vertrouwen in de toekomst blijkt ook uit de reacties die ik als projectleider<br />

tijdens mijn werkbezoeken kreeg. In onderstaande ‘Flitsen uit de praktijk’ zijn<br />

enkele reacties weergegeven.”<br />

Flitsen uit de praktijk<br />

Een praktijk voorbeeld van<br />

Persoonlijk & Verbindend<br />

Leiderschap. “<strong>Op</strong> zoek <strong>naar</strong> Jozef...<br />

visie, missie en toekomst maar<br />

vooral ook <strong>naar</strong> mijzelf.”<br />

Ivonne de Vrind - projectleider<br />

Jeanne laat vol trots haar school<br />

zien. Als we door de school lopen<br />

vertelt ze honderd uit. Het “trotse”<br />

gevoel is steeds sterker geworden.<br />

Het was een zoektocht <strong>naar</strong> de visie ‘Ik ben nu veel meer gericht op de ander’<br />

en identiteit van de Jozefschool,<br />

maar ook vooral een innerlijke zoektocht. “Is dit de school waar ik<br />

directeur wil zijn? Zit dit team op mij te wachten?”<br />

26. 27.


De Rep-opleiding kwam precies op het juiste moment. Ik was twee jaar<br />

op de Jozefschool en had de school en de omgeving goed verkend.<br />

Ik wist welke stappen er nodig waren. Maar hoe ga je dat doen? Het<br />

kostte mij veel energie waardoor ik creativiteit verloor. Ik ging mij<br />

afvragen of ik wel de geschikte persoon was voor deze school.<br />

Door de opleiding ben ik in de theorie gedoken en heb ik veel<br />

gesprekken gevoerd <strong>met</strong> collega-studenten. Wat al in mijn hoofd<br />

zat werd daardoor bevestigd en vielen de stukjes op hun plaats. Ik<br />

werd uitgedaagd om uit de twijfelzone te stappen en daadwerkelijk te<br />

gaan ondernemen. Het eerste wat ik aangepakt heb is de cultuur. Er<br />

heerste een sterke familiaire cultuur waarbij het gevoel overheerste<br />

van “als het maar gezellig is “. Dit heb ik doorbroken door dingen<br />

bespreekbaar te maken. Daar was veel LEF voor nodig. <strong>Op</strong> een<br />

gegeven moment heb ik een haardvuur (op het digibord) aangezet<br />

en hebben we letterlijk alles verbrand waar we afscheid van wilden<br />

nemen. Dit was een cruciaal moment. Het goede werd behouden<br />

maar dat was niet genoeg. Met het team zijn we op zoek gegaan<br />

<strong>naar</strong> Jozef: wie is Jozef, wie wil Jozef zijn, waar staat Jozef voor en<br />

past Jozef dan bij mij? Hier hebben kinderen, ouders en leerkrachten<br />

door middel van allerlei werkvormen over nagedacht. Het resultaat is<br />

te lezen in een prachtige glossy. Deze zoektocht <strong>naar</strong> Jozef had een<br />

verbindende werking. Mensen gingen zich binden aan de visie van<br />

Jozef . Nu bezinnen we ons over …en nu verder <strong>met</strong> Jozef..Welke<br />

<strong>weg</strong> willen we bewandelen <strong>met</strong> Jozef.”<br />

Een eyeopener is geweest dat je pas iets kunt bereiken als je open<br />

bent. Dat je de dingen die je denkt moet benoemen en bespreekbaar<br />

moet maken. Dat je grenzen aan moet geven en afscheid moet durven<br />

nemen als dat nodig is.<br />

Dan pas gaan mensen je leren kennen, begrijpen en waarderen.<br />

De training TA was daarbij erg waardevol voor mij. De training heeft<br />

mij inzicht gegeven in de relaties <strong>met</strong> mensen. Hoe zeg je dingen en<br />

wat doet dat <strong>met</strong> de ander? Ik ben nu veel meer gericht op de ander<br />

en probeer aan te sluiten bij de ander.<br />

De gemêleerde groep heb ik als zeer waardevol ervaren. Vooral de<br />

bazen van buiten hebben mij anders leren kijken <strong>naar</strong> een organisatie.<br />

Ik heb daardoor keuzes durven maken die ik eerder niet durfde. Door<br />

te schuiven <strong>met</strong> mensen in de organisatie is de school gaan groeien.<br />

Ik heb ervaren hoe belangrijk het middenkader is. Door wisselingen<br />

van middenmanagers heb ik capaciteiten van mensen gezien die ik<br />

eerder niet zag. Nu het middenmanagement draait voel ik steun.<br />

Door het volgen van de opleiding voel ik mij weer in balans. Dit is een<br />

gevoel dat ik kwijt was. De coach heeft gezorgd voor een doorbraak.<br />

De stukjes die ik daarbij nog nodig had zijn aangereikt.<br />

Mijn grootste leerwinst is in één zin: “Zacht op de relatie en hard op de<br />

inhoud.” Accepteren dat ik dit mag en dat ik dat moet doen.<br />

Het werkplekleren heb ik als erg positief ervaren. De opdrachten<br />

sloten aan bij de ontwikkelingen waar ik mee bezig was. Vooral<br />

de verdieping in de theorie heeft mij nieuwe inzichten gegeven en<br />

bewuster gemaakt. Een grote winst zowel voor mij persoonlijk als voor<br />

de Jozefschool.<br />

De REP-Academie in één woord: “waardevol”<br />

Een praktijkvoorbeeld van<br />

“Een baas van buiten” <strong>met</strong> een<br />

kloppend onderwijshart<br />

Dat is Mari ten voeten uit. Sinds<br />

twee jaar is Mari schoolleider<br />

van basisschool De Sprinkplank<br />

in Sint-Oedenrode. Vol trots<br />

praat hij over zijn kinderen,<br />

leerkrachten en de intensieve<br />

samenwerking <strong>met</strong> de ouders. Dit<br />

is het resultaat van twee jaar gericht<br />

sturen op omgangsvormen en<br />

cultuuraspecten.<br />

‘Een baas van buiten’ <strong>met</strong> een kloppend<br />

onderwijshart.<br />

“Er zijn groepen waarin wel zeven verschillende geloven samen<br />

spelen en leren. Ik heb ouders hiervan bewust gemaakt. Dat heeft<br />

ogen geopend, vooroordelen <strong>weg</strong>gehaald en respect <strong>naar</strong> elkaar toe<br />

opgeleverd. Alle kinderen van welke aard, geloof of afkomst spelen<br />

nu ook na schooltijd <strong>met</strong> elkaar. Dat was vooraf niet denkbaar. Alle<br />

kinderen zijn hier welkom. Wij hebben een tijd geleden een kind<br />

aangenomen in een rolstoel. Zij was niet welkom op een andere school<br />

in het dorp. Voor haar hebben wij een aantal aanpassingen in het<br />

gebouw moeten doen. De kosten hiervoor kwamen geheel ten laste<br />

van de school. Dat hadden we niet voorzien. Toch is het een goede<br />

28. 29.


keuze geweest. Het is een verrijking van onze schoolgemeenschap”.<br />

Mari heeft een werkverleden in de zorgsector. Daar heeft hij allerlei<br />

managementfuncties bekleed. Zo is hij sectormanager geweest van<br />

een Centrum Jeugd en Gezin. In deze functie is hij <strong>met</strong> veel scholen<br />

in aanraking gekomen. Volgens Mari is een school een vindplaats<br />

voor zorgkinderen. Daarin hebben scholen een verantwoordelijkheid.<br />

Vroegtijdig signaleren kan veel kinderleed voorkomen. Elk kind<br />

is waardevol en heeft recht op bescherming. Leerkrachten leren<br />

signaleren en trainen in het voeren van goede gesprekken <strong>met</strong> ouders/<br />

verzorgers levert veel op. Dit was de eerste insteek als schoolleider<br />

op De Springplank. Mari heeft ingestoken op durven en kunnen kijken<br />

<strong>naar</strong> het hele kind en de dialoog aangaan <strong>met</strong> ouders om te komen tot<br />

een opvoedingseenheid <strong>met</strong> ouders en leerkracht.<br />

“Ik heb erg moeten wennen aan de onderwijscultuur, die was<br />

verwrongen. Door <strong>met</strong> een eigen bril te kijken en bespreekbaar te<br />

maken wat ik zag, is er een open dialoog op gang gekomen. Emoties<br />

en heftigheid in de gesprekken waren voor mij signalen dat ik op het<br />

juiste spoor zat. De inzet van instrumenten als Belbin, CBAM, Quinn<br />

en de Caluwé hebben mij inzicht gegeven in rollen en patronen van<br />

mensen in de organisatie. Met deze inzichten ben ik aan de slag<br />

gegaan en heb ik gewoonten kunnen doorbreken. Door mensen op<br />

de juiste plekken in te zetten is de kwaliteit van ons onderwijs gaan<br />

groeien.“<br />

“De keuze om schoolleider te worden is een keuze uit het hart. Ik was<br />

al jaren MR-lid van de Springplank en GMR- lid bij een ander bestuur.<br />

Ik merkte in de rollen die ik toen had dat mensen vaak gehinderd<br />

worden door kennis en daardoor niet vrij <strong>naar</strong> situaties kunnen kijken.<br />

Ik zag kansen voorbij komen die anderen niet zagen. <strong>Op</strong> een gegeven<br />

moment dacht ik: nu ga ik het zelf doen. Ik had eigenlijk de perfecte<br />

baan. Mijn vader zou zich omdraaien in zijn graf als hij wist van deze<br />

keuze. Als ik mijn salarisstrook zie denk ik nog steeds: wat belachelijk<br />

weinig voor zo’n functie. Gelukkig heeft mijn vrouw een goede baan.”<br />

“Een schoolleider heeft een stevige opdracht, 85 % gaat om menselijk<br />

kapitaal. De goede mensen moet je daarom behouden en zwakke<br />

presteerders loslaten. De goede leerkrachten weten waardevolle<br />

momenten te benutten. Als er iets gebeurt op de speelplaats, dan moet<br />

een leerkracht dit als kans aangrijpen. Dit zijn de rijkste leermomenten<br />

die je niet mag laten liggen. Daar moet je als leerkracht oog voor<br />

hebben. De lat ligt hoog op onze school. Leerkrachten weten wat er<br />

van ze verwacht wordt. Wat we bereikt hebben breng ik in beeld en<br />

de behaalde resultaten worden gevierd. Ik ben een echte bouwer. Tot<br />

aan het fundament. Daar ligt mijn kracht. De nok zal ik nooit halen. Dat<br />

kunnen anderen veel beter dan ik.“<br />

“De bezuinigingen zijn een grote bedreiging voor het onderwijs. We<br />

moeten investeren in high potentionals. Als ik minister van onderwijs<br />

was, dan zou ik gaan voor Academische Basisscholen. De medische<br />

wetenschap weet al erg veel over het brein; hoe kinderen leren en<br />

waar kinderen <strong>met</strong> een stoornis als ADHD, ADD tegen aanlopen. Van<br />

deze kennis zouden we in het onderwijs veel meer gebruik moeten<br />

maken.”<br />

Iedere dag neemt Mari de tijd voor zelfreflectie: “De 15 min. Swinkels”.<br />

“Het is een meditatief moment waarop ik de dag doorneem. Daarin<br />

kijk ik terug <strong>naar</strong> momenten die goed zijn gegaan en <strong>naar</strong> situaties<br />

waarin ik mijn handelen kan verbeteren.”<br />

“De REP opleiding heeft mij veel gebracht. Vooral de groep was zeer<br />

“rijk”. Van mijn medecursisten heb ik veel over het onderwijs geleerd en<br />

over onderwijskundig leiderschap. Mijn ondernemingsplan ziet er heel<br />

anders uit dan dat van de andere deelnemers. Vanuit systeemdenken<br />

heb ik een INK-format ontwikkeld dat op alle scholen te gebruiken is.”<br />

Ik heb veel energie en tijd gestopt in de opleiding. Het heeft mij en de<br />

school ook veel opgeleverd. De opdrachten waren direct uit te voeren<br />

op de werkplek en hadden ook zichtbaar resultaat. Er zat veel theorie<br />

in de opleiding. Deze was zeker relevant en direct toepasbaar in de<br />

praktijk. De opleiding vraagt om zelfsturing. Dit moet een schoolleider<br />

natuurlijk ook wel bezitten. De opleiding heeft mij persoonlijk ook<br />

veel gedaan. De opleiders hebben veel indruk gemaakt. Zij weten<br />

onderwijsmensen te raken. De manier waarop ze dat doen heb ik voor<br />

een deel overgenomen. Het resultaat is verbluffend.”<br />

“Het grootste effect dat ik op de werkplek heb bereikt is wel<br />

de cultuurverandering. Dit loopt als een rode draad door de<br />

schoolontwikkeling heen.”<br />

Ik heb veel opleidingen gevolgd op allerlei niveaus. Er zullen er twee<br />

blijven hangen. Eén daarvan is de REP-opleiding.<br />

De REP Academie is in één woord “Verreikend – Verrijkend”<br />

30. 31.


Praktijkvoorbeeld Ondernemerschap<br />

“De baas zonder een bitch te worden”<br />

<strong>Op</strong> basisschool De Heijkant in Schijndel trof ik een enthousiaste,<br />

gedreven en ervaren schoolleider aan. Als een inspirerend leider loopt<br />

ze door de gangen en gaat in gesprek <strong>met</strong> leerkrachten en kinderen.<br />

Aan haar manier van vragen stellen krijg ik al snel de indruk dat ze<br />

goed op de hoogte is van wat zich afspeelt in haar school en wat<br />

mensen beweegt.<br />

In gesprek <strong>met</strong> Suzanne blijkt dat ze iemand is die weet waar ze<br />

voor staat en die bewuste stappen maakt om (persoonlijke) doelen te<br />

bereiken.<br />

Onlangs heeft ze zichzelf een boek cadeau gedaan: “De baas zonder<br />

een bitch te zijn”.<br />

“Ik was bang het boek van iemand te krijgen, daarom heb ik het maar<br />

zelf gekocht. De titel vond ik wel grappig. In het verleden hebben<br />

mensen mij wel eens zo ervaren. Daar kan ik mij ook wel iets bij<br />

voorstellen. Inmiddels heb ik al veel bij geleerd. Het boek heb ik nog<br />

niet helemaal gelezen. Als ik het uit heb mag jij het lenen”.<br />

Suzanne is ruim zeven jaar directeur geweest op een school die ze<br />

zelf heeft mogen bouwen. Het concept heeft ze vormgegeven vanuit<br />

haar visie op goed onderwijs, daarbij een gebouw ontworpen en een<br />

team gevormd rondom het concept.<br />

Sinds vorig jaar is ze de uitdaging aangegaan om leiding te gaan<br />

geven in bestaande situaties, als directeur van basisschool De<br />

Heijkant en van de Sint Janschool in Schijndel. De organisaties en de<br />

heersende culturen hebben haar doen besluiten om te gaan werken<br />

aan teamontwikkeling en aan een professionele schoolorganisatie. Ze<br />

is gaan zoeken <strong>naar</strong> interventies en werkvormen om dit te kunnen<br />

bereiken. Daarvoor heeft ze zich verdiept in de literatuur en in<br />

voorbeelden uit de praktijk die effectief gebleken zijn. Ze werkt nu<br />

aan een handboek <strong>met</strong> interventies waaruit ze de komende jaren kan<br />

putten.<br />

De REP- opleiding heeft haar vooral geholpen om in dit proces<br />

gestuurd te worden om de juiste stappen te zetten. Middels het<br />

schrijven van een ondernemingsplan word je gedwongen om<br />

denkstappen te maken. De feedback die ze heeft ontvangen van de<br />

assessor en de coach hebben haar scherper en bewuster gemaakt.<br />

Ook de gesprekken <strong>met</strong> de leergroep zijn van grote waarde geweest.<br />

De dialoog <strong>met</strong> anderen leidt tot verdieping en nieuwe inzichten. Het<br />

onderzoek dat Suzanne uitgevoerd heeft, heeft haar veel informatie<br />

opgeleverd over de beginsituatie. Ze wil graag aansluiten bij deze<br />

beginsituatie en daarbij zorgvuldig de interventies zoeken. Die wil ze<br />

uitvoeren op een manier die past bij haar stijl om zo effectieve stappen<br />

te zetten.<br />

Wat Suzanne betreft zou de opleiding nog meer op maat mogen.<br />

Verworven competenties worden volgens haar te weinig gewaardeerd<br />

en meer ervaren directeuren zouden meer uitgedaagd mogen worden.<br />

Ook de inzet van de begeleiders zou volgens Suzanne meer op maat<br />

moeten. Nu waren de contactmomenten gepland. Vraaggestuurd zal<br />

een beter resultaat opleveren. Ook een keuzemogelijkheid voor een<br />

coach zou de kwaliteit kunnen verhogen. De gesprekken die Suzanne<br />

<strong>met</strong> haar coach gevoerd heeft waren prettig en van toegevoegde<br />

waarde. Er was veel herkenning en bevestiging op de goede <strong>weg</strong> te<br />

zitten. De dynamiek van Suzanne en haar coach zijn vergelijkbaar.<br />

Een coach <strong>met</strong> een andere stijl zou aanvullend kunnen zijn.<br />

Het onderwijskundig leiderschap is volgens Suzanne in de opleiding<br />

wel aan bod geweest maar zou veel breder mogen <strong>met</strong> voorbeelden<br />

uit de praktijk. Een vertaling van de theorie in gedrag; Hoe doe je dat?<br />

Welk gedrag laat je dan zien? Het werkplekleren is een fijne manier om<br />

het geleerde uit te proberen in de praktijk. Dat maakt dat het een”winwin”<br />

wordt voor jezelf en de omgeving.Suzanne kijkt uit <strong>naar</strong> haar<br />

eindpresentatie. Ze vindt het leuk<br />

om haar ondernemersplan en haar<br />

persoonlijke groei te presenteren<br />

aan anderen.<br />

Ze is nog lang niet uitgeleerd en wil<br />

zich zeker verder ontwikkelen. In<br />

welke richting is nog een vraag. In<br />

de groep zijn plannen gemaakt voor<br />

een studiereis. Dat lijkt Suzanne wel<br />

wat. Het liefst <strong>naar</strong> Italië.<br />

‘ De baas zonder een bitch te worden’<br />

32. 33.


4. Praktijktheoretisch kader<br />

In feite sluit het REP <strong>met</strong> deze acties aan bij Van Yperen en Veerman<br />

(2008) die een kader ontworpen hebben om vanuit praktijkervaringen<br />

tot ‘practice based evidence’ te komen. Zij pleiten voor praktijkgericht<br />

onderzoek van professionals zelf. Deze professional onderneemt<br />

veelal impliciet allerlei activiteiten en ‘voelt’ vaak aan wat werkt en<br />

waaróm het werkt, maar weet dit (nog) niet expliciet te verwoorden.<br />

Door nu in professionaliseringstrajecten uitgedaagd te worden om<br />

de praktijk en de eigen acties, de eigen interventies, te beschrijven,<br />

hierbij uit meerdere bronnen informatie te verzamelen en vervolgens te<br />

analyseren op werkzame onderdelen, kunnen volgens Van Yperen en<br />

Veerman stappen worden gezet op <strong>weg</strong> <strong>naar</strong> een wetenschappelijke<br />

‘bewijsvoering’. Zij illustreren dit aan de hand van de zogenaamde<br />

Effectladder (figuur 2).<br />

Om antwoorden te kunnen vinden op de eerder gestelde vragen, is<br />

het samenwerkingsverband van schoolbesturen op zoek gegaan <strong>naar</strong><br />

beslissers binnen het REP en is uiteindelijk bij het CLO uitgekomen<br />

om een maatwerktraject te ontwerpen. Men is als het ware vanuit<br />

een nieuwsgierige ontwikkelhouding al experimenterend aan de<br />

slag gegaan. Er is gezocht <strong>naar</strong> een werkwijze die aansluit bij het<br />

denken over professionele leergemeenschappen (Verbiest, 2008)<br />

om professionals vanuit verschillende achtergronden <strong>met</strong> elkaar<br />

ervaringen te laten uitwisselen en dankzij dit leren van en <strong>met</strong> elkaar,<br />

in netwerken, ‘partnerschappen van professionals’ niet alleen kennis<br />

te delen maar ook te ontwikkelen. Anders gezegd hebben we het dan<br />

over ‘learning communities’.<br />

Het REP wil in beeld brengen welke talenten scholen al in huis hebben,<br />

wat ze al aan vaardigheid, inzicht en kennis bezitten en wil daarnaast<br />

een beeld krijgen van wat er nodig is om deze talenten verder te<br />

ontplooien en te ontwikkelen, zodat schoolleiders de dilemma’s waar<br />

ze in hun praktijk tegen aan lopen kunnen oplossen. Wat gaat er<br />

al goed? Welke aanpak werkt in de klas? In het team, in de school<br />

en in de relaties <strong>met</strong> belanghebbenden buiten de school: ouders,<br />

dienstverlenende instanties, etc.?<br />

Figuur 2. Effectladder, Van Yperen en Veerman (2008).<br />

In bovenstaande figuur is de Effectladder <strong>met</strong> de vier opeenvolgende<br />

stappen (potentieel, veelbelovend, doeltreffend en werkzaam) zichtbaar<br />

gemaakt. Mede op basis van ‘tacit knowledge’, ervaringskennis of<br />

‘belichaamde kennis’ kunnen professionals in kritisch waarderende<br />

dialoog <strong>met</strong> elkaar tot verwoording komen van wat potentieel ‘good<br />

practices’ zijn. Door na te gaan wat deze ‘good practices’ nu precies<br />

inhouden en <strong>met</strong> relevante betrokkenen te analyseren wat hierin de<br />

bruikbare elementen zijn, kunnen aansluitend interventies ingezet<br />

worden die hier nog specifieker op gericht zijn. Zo kan bottomup<br />

verzamelde informatie uiteindelijk leiden tot ‘evidence based<br />

practice’. In het onderwijs wordt dit laatste stadium nog maar weinig<br />

34. 35.


ereikt. Bovendien is het de vraag of we dit moeten nastreven; we<br />

willen immers niet zozeer schoolleiders als onderzoekers, maar wel<br />

schoolleiders die willen blijven leren hoe het anders en beter kan.<br />

In het traject ‘Leiderschap <strong>met</strong> lef’ gaat het vooral om het in beeld<br />

brengen van potentieel bruikbare en ‘veelbelovende’ manieren van<br />

werken voor schoolleiders.<br />

In onderstaande beschrijvingen zijn we gericht op zoek gegaan <strong>naar</strong><br />

andere veelbelovende praktijktheorieën, <strong>naar</strong> kennis die bruikbaar<br />

is om in de gegeven schoolcontexten toe te passen. Dit omvat ook<br />

relevante bevindingen uit praktijkgericht onderzoek op het gebied<br />

van organisatieverandering, schoolontwikkeling, ontwikkelingsgericht<br />

personeelsbeleid (HRM) en (loopbaan)ontwikkeling, c.q.<br />

professionalisering van onderwijsmedewerkers.<br />

Het doel van deze beschrijvingen is om in samenhang <strong>met</strong> de<br />

concrete REP- professionaliseringsinterventies, die in hoofdstuk<br />

twee beschreven zijn, te komen tot een samenhangend conceptueel<br />

kader waarin het REP-professionaliseringstraject voor (aanstaande)<br />

schoolleiders en bestuursleden in het Primair onderwijs ingebed kan<br />

worden. De verwachtingen ten aanzien van deze groep zijn immers<br />

hooggespannen: niet alleen zijn zij beleidsbepalend, zij dienen ook<br />

de voorwaarden te scheppen in structuur, systemen en cultuur zodat<br />

het personeel adequaat kan functioneren en liefst gemotiveerd<br />

en geïnspireerd kan samenwerken. Waarden en normen spelen<br />

nadrukkelijk een rol in de opvattingen over inspirerend leiderschap in<br />

het spanningsveld tussen beheersen, controleren en loslaten, ruimte<br />

gunnen en bieden (Vollenhoven, 2009).<br />

Allereerst wordt een aantal concepten kort toegelicht, zoals de<br />

begrippen competentie, sociaal- of relationeel constructivisme,<br />

evaluerend handelen en praktijkgericht onderzoek. Zoals gezegd gaat<br />

het er bij het REP-professionaliseringstraject niet om dat schoolleiders<br />

onderzoekers worden, maar dat ze vanuit een lerende houding, een<br />

ontwikkelhouding, reflectief onderzoekend <strong>naar</strong> hun eigen praktijk en<br />

eigen functioneren kijken om na te gaan wat er al goed gaat en wàt er,<br />

hóe verbeterd zou kunnen worden. Uit onderzoek blijkt dat hiermee niet<br />

alleen de individuele ontwikkeling en professionalisering gestimuleerd<br />

worden maar ook de ontwikkeling van de school (Admiraal, 2009).<br />

De vraag die in dit hoofdstuk centraal staat is:<br />

Welke concepten, <strong>met</strong>hodieken en conceptuele kaders kunnen<br />

ingezet worden bij verdere professionalisering van (a.s.) schoolleiders,<br />

leidinggevenden in het Primair Onderwijs?”.<br />

Begrippenkader<br />

In de inleiding is beschreven welke ontwikkelingen een rol spelen in<br />

het Primair onderwijs.<br />

Competenties<br />

Momenteel is het ‘competentie’-denken aardig ingeburgerd in de<br />

diverse onderwijsorganisaties en professionaliseringstrajecten. Dit<br />

houdt in dat het niet alleen om kennisoverdracht en aanleren van<br />

vaardigheden gaat, maar dat het leren veelomvattender is geworden<br />

<strong>met</strong> aandacht voor het totale gedrag als resultaat van leren. Het<br />

begrip competentie is helaas geen eenduidig begrip, al geldt als<br />

grote gemene deler dat het meestal gaat om “een geïntegreerd<br />

geheel van kennis en inzicht, vaardigheden en attitudes. Het is het<br />

vermogen van medewerkers om in hun eigen context beroepstaken<br />

die essentieel zijn voor een functie of rol adequaat te verrichten.” Voor<br />

uiteenlopende beroepsgroepen en medewerkers zijn er inmiddels<br />

competentieprofielen ontwikkeld. In 2002 is bijvoorbeeld door de<br />

Nederlandse Schoolleiders Academie een eerste beroepsstandaard<br />

voor leidinggevenden in het Primair en Speciaal onderwijs beschreven<br />

die zeven kerncompetenties omvat: aansturen van professionals,<br />

doelgericht management en omgevingsmanagement (drie algemene<br />

leidinggevende competenties), visiegericht en onderwijskundig<br />

management, personeel en organisatie (drie onderwijsspecifieke<br />

competenties) en beroepshouding als professionele competentie. In<br />

de loop van de tijd zijn hier vanuit het veld aanvullingen, specificaties<br />

aan toegevoegd die mooi het tijdsbeeld weergeven. Zoals bijvoorbeeld:<br />

de leidinggevende kan omgaan <strong>met</strong> kwetsbare ouders, kan de juiste<br />

informatie boven tafel halen bij complexe procedures, zoals verwijzing<br />

en begeleiding, heeft zicht op en volgt de ontwikkelingen in het<br />

denken over integratie en inclusie en heeft expliciet aandacht voor<br />

de veiligheid van elke leerling. Kernvraag hierbij is: ”hoe verwerven<br />

leidinggevenden dit competente gedrag?”<br />

36. 37.


Sociaal, relationeel constructivisme<br />

Als het gaat om opvattingen over leren dan is het Sociaal<br />

constructivisme momenteel het meest gehanteerde denkkader binnen<br />

het onderwijs in Nederland. De basisaanname van deze stroming in de<br />

sociale psychologie is volgens Simons (1999) dat mensen hun sociale<br />

werkelijkheid construeren door te interacteren <strong>met</strong> hun medemensen.<br />

Er is niet één waarheid, maar er zijn er vele naast elkaar. De<br />

subjectiviteit van het menselijke waarnemen en oordelen wordt als<br />

uitgangspunt genomen. Jacobs (2010, p. 25) spreekt in dit verband<br />

liever over relationeel constructionisme als aftakking van het sociaal<br />

constructivisme. Kenmerkend is dat er geen werkelijkheid buiten ons<br />

bestaat die objectief beschreven kan worden; de werkelijkheid wordt<br />

door ons sociaal geconstrueerd. De betekenis ligt bovendien niet<br />

alleen besloten in woorden, maar wordt gecreëerd door mensen in<br />

de ontmoetingen <strong>met</strong> elkaar. Deze interactie, dit relationele aspect<br />

betreft niet alleen talige uitingen, maar ook spontane non verbale,<br />

‘belichaamde’ reacties op gebeurtenissen in onze omgeving. Het<br />

houdt in dat mensen elkaar beïnvloeden in elkaars ‘zijn’, en niet louter<br />

in intellectueel opzicht elkaar op ideeën brengen, maar dat men een<br />

ander echt in ‘be<strong>weg</strong>ing’ kan (helpen) brengen. Voor haar staat niet<br />

de individuele professional of diens capaciteiten, diens competenties<br />

centraal maar de relaties en omgevingen waarin persoonlijke en<br />

morele leerprocessen plaatsvinden. Jacobs legt vervolgens de<br />

nadruk op de kritische dialoog over waarden tussen professionals<br />

onderling, <strong>met</strong> hun collega’s, opleiders, leerlingen en hun ouders,<br />

onderzoekers, beleidsmakers en andere belanghebbenden. Waarden<br />

geven inhoud aan de aspiratiedimensie: “datgene wat de professional<br />

of beroepsgroep nastrevenswaardig vindt” (Jacobs, 2010, p.27).<br />

Evaluerend handelen<br />

Als we het over evaluerend handelen hebben, dan gaat het over<br />

een reflectief onderzoekende houding van professionals die<br />

nieuwsgierig zijn <strong>naar</strong> de doelmatigheid van hun handelen. Hebben<br />

de acties, de interventies die ze uitvoeren om vooraf vastgestelde<br />

doelen te bereiken wel het gewenste effect? Ook bij het REP-traject<br />

zijn we hier nieuwsgierig <strong>naar</strong>: helpt dit professionaliseringstraject<br />

(aanstaande) leidinggevenden om in hun school te werken aan<br />

organisatieverandering en kwaliteitsverbetering?<br />

In aansluiting op Blonk (2010) willen we bij evaluerend handelen<br />

niet alleen aandacht besteden aan de organisatie, de beschikbare<br />

middelen en de doelgroep, in ons geval de aanstaande schoolleiders,<br />

maar ook aan de professionals die ingezet worden in het<br />

professionaliseringstraject: de trainers, assessoren, coaches en<br />

werkveldmentoren.<br />

Ook van hen wordt competent gedrag verwacht om het gewenste<br />

resultaat te kunnen behalen. Belangrijk is om tijdens en na afloop<br />

van het traject niet alleen te kijken of de doelstellingen gerealiseerd<br />

zijn, maar vooral ook na te gaan of alle betrokkenen tevreden zijn en<br />

men echt het gevoel heeft dat er iets veranderd is ten goede. Met<br />

andere woorden het gaat bij dit REP-professionaliseringstraject niet<br />

alleen om het vergroten van de kennis en cognitieve inzichten van<br />

de deelnemers, maar ook om ‘belichaamde kennis’ (Jacobs, 2010).<br />

Denken, voelen en handelen vallen dan steeds meer samen en komen<br />

tot uiting in echt competent gedrag, waarbij de eerder opgedane<br />

ervaring en talenten ten volle benut worden. Door de samenwerking<br />

en het tussentijds overleg van opleiders, mentoren en assessoren<br />

wordt gaande<strong>weg</strong> ook steeds duidelijker wat er van hen gevraagd<br />

wordt en wat het effect van hun interventies, hun handelen is op elkaar<br />

en op de deelnemers.<br />

Evaluerend handelen omvat dus meer dan het doorlopen van de<br />

PDCA- cyclus (Plan-Do-Check-Act ) middels evaluaties: de leerloop<br />

moet verder worden uitgebreid <strong>met</strong> daaraan verbonden consequenties<br />

voor eigen handelen. Het gaat enerzijds over inhoudelijke (cognitieve)<br />

evaluatie van en reflectie op de interventies ten aanzien van het<br />

gewenste resultaat: is het beoogde doel bereikt? Maar we willen ook<br />

aandacht besteden aan de emotionele beleving van de deelnemers<br />

en misschien ook wel aan die van hun collega-leerkrachten, leerlingen<br />

en hun ouders: zijn zij tevreden? Voelen zij allen dat er daadwerkelijk<br />

iets ten goede veranderd is, merken zij dat ook concreet in de omgang<br />

<strong>met</strong> elkaar?<br />

Als we deze gedachtegang verder doortrekken kunnen we zeggen<br />

dat er sprake is van ‘evaluerend handelen’ van schoolleiders, als zij<br />

regelmatig blijven communiceren over de doelen en gewenste resultaten<br />

maar vooral ook over de ervaringen en verworven inzichten, zowel<br />

binnen de schoolorganisatie als daarbuiten (figuur 3). En als ze <strong>met</strong><br />

38. 39.


elatie, waar men elkaar <strong>met</strong> respect behandelt en een oordeel tijdelijk<br />

opschort. Al luisterend, doorvragend, samenvattend wordt gezocht<br />

<strong>naar</strong> positief geformuleerde verwoordingen die aanknopingspunten<br />

kunnen bieden bij het zoeken <strong>naar</strong> antwoorden op de gestelde vragen.<br />

‘Waarderen van wat er al is’, verbeelden ‘wat zou kunnen zijn’ en wat<br />

men zou ‘willen dat zou zijn’, “een droom, een mysterie dat onderzocht<br />

mag worden” (Van Domburg 2008, p.23).<br />

Maar ook kritisch doorvragen en confronteren <strong>met</strong> tegenstrijdige<br />

signalen. In deze kritisch waarderende dialoog zijn de sturingsprincipes<br />

van betrokkenen onderwerp van gesprek.<br />

Figuur 3. PDCA cyclus inclusief ‘evaluerend<br />

handelen’.<br />

elkaar de kritisch waarderende dialoog aangaan waardoor verdere<br />

implementatie binnen de school gerealiseerd en geborgd kan worden.<br />

Binnen het CLO is besloten de PDCA-cyclus te vervangen door<br />

PDSA, waarbij de S staat voor “study” om meer het leeraspect te<br />

benadrukken. Dit sluit mooi aan bij het uitgangspunt van ‘professionele<br />

leergemeenschappen’, waarin de ontwikkelhouding van betrokkenen<br />

centraal staat. Het is belangrijker om voortdurend te blijven kijken hoe<br />

het eigen handelen verbeterd kan worden, als een continu leerproces,<br />

een levenlang leren dan om kortstondig op vaste momenten te checken<br />

of aan de criteria voldaan is en het evaluerend handelen te beperken<br />

tot controle op doelrealisatie. Deze PDSA-werkwijze kan daarmee het<br />

niveau van instrumentaliteit ontstijgen, waardoor het niet alleen gaat<br />

om efficiëntie en effectiviteit maar ook diepere (morele) waarden als<br />

groei, duurzaamheid, aandacht voor mobiliteit die recht doet aan de<br />

eigenheid van mensen. Deze verandering sluit hiermee prima aan<br />

bij het ontwikkelingsgerichte denken. ‘Check’ past als begrip immers<br />

veel meer in een beheersmatig controlerende benadering. We kunnen<br />

deze aanpassing dan ook van harte ondersteunen.<br />

Kritisch waarderende dialoog<br />

Met kritisch waarderende dialoog bedoelen we het gesprek tussen alle<br />

relevante betrokkenen waarin er sprake is van gelijkwaardigheid in de<br />

Sturingsprincipes<br />

Onder sturingsprincipes wordt verstaan (Admiraal, 2009, p. 267):<br />

datgene wat richting geeft aan het handelen van individuen:<br />

passie, drijfveren, ambities, dromen, motivatie, ontwikkelhouding,<br />

talenten, waarden en normen, overtuigingen en doelen. Voor de<br />

schoolorganisatie zijn dit de missie, ambities, de visie en strategische<br />

doelstellingen, maar ook de waarden en normen die binnen de<br />

betreffende school de werkcultuur bepalen.<br />

Praktijkgericht onderzoek<br />

Onderzoek doen roept vaak negatieve reacties op, zowel bij<br />

leerkrachten als leidinggevenden. Het lijkt een “ver van m’n bed show,<br />

meer iets voor echte onderzoekers aan universiteiten, kenniskringen<br />

in het HBO of speciale bureaus” van<strong>weg</strong>e het beeld dat onderzoek<br />

doen kennelijk oproept. Toch kan praktijkgericht onderzoek ook voor<br />

leidinggevenden in het Primair Onderwijs een goede manier zijn om<br />

doelmatig om te gaan <strong>met</strong> de handelingsverlegenheid en onzekerheid<br />

die ontstaan door alle ontwikkelingen die gaande zijn: “er ligt zoveel<br />

op mijn bord”.<br />

Praktijkgericht onderzoek wordt door de HBO-raad gedefinieerd als<br />

”onderzoek dat geworteld is in de beroepspraktijk en bijdraagt aan de<br />

verbetering en innovatie van die beroepspraktijk. Dit vindt plaats door<br />

het genereren van kennis en inzichten, maar ook door het leveren<br />

van toepasbare producten, ontwerpen en concrete oplossingen voor<br />

praktijkproblemen (HBO Raad, 2008, p. 7). Zoals aan het begin van<br />

dit hoofdstuk beschreven is het REP Noordoost-Brabant in feite al<br />

reflectief onderzoekend aan de slag gegaan bij de ontwikkeling van<br />

dit maatwerk professionaliseringstraject.<br />

40. 41.


Ook de deelnemers worden voortdurend uitgedaagd om hun eigen<br />

praktijk als het ware te onderzoeken, het gesprek, de ‘kritisch<br />

waarderende dialoog’ aan te gaan <strong>met</strong> elkaar en <strong>met</strong> de trainers,<br />

assessoren, coaches en werkveldmentoren en in de dagelijkse<br />

praktijk te experimenteren <strong>met</strong> nieuw gedrag en het hier <strong>met</strong> elkaar<br />

over te hebben. “Wat levert dit nu op aan ervaringen en inzichten?”<br />

in de regio. Kernwaarden worden dan omgevormd <strong>naar</strong> normatieve<br />

doelstellingen die richtinggevend zijn voor te bereiken resultaten.<br />

In de inleiding (hoofdstuk 1) is beschreven wat de sturingsprincipes<br />

van het REP waren: ideeën over de missie, de ambitie en strategische<br />

doelstellingen <strong>met</strong> dit traject. Men wil niet alleen op efficiënte en<br />

effectieve wijze (aanstaande) schoolleiders goed voorbereiden op<br />

een onzekere toekomst, ook wil men hen voorbereiden op duurzame<br />

‘employability’ en mobiliteit.<br />

Het betekent als schoolleider vanuit een lerende houding, vanuit<br />

een ontwikkelhouding zelf vorm en inhoud blijven geven aan je<br />

eigen ontwikkeling en professionalisering. Dit omvat ook eigen<br />

verantwoordelijkheid voor professioneel ‘werk-nemerschap’: zien wat<br />

het werk is dat er gedaan moet worden, pro-actief zijn, initiatief nemen.<br />

Veranderingsonderzoek<br />

Fullan (In: De Lange,2010, p.116,-117) sluit ons inziens heel mooi<br />

aan bij deze waarden van ‘empowerment’ en ‘employability’ die<br />

het REP hanteert in het professionaliseringstraject. Het komt<br />

tevens nadrukkelijk tot uiting in het Mobiliteitscentrum waar<br />

gecertificeerde REP- deelnemers in onder gebracht worden. Het<br />

door Fullan ontwikkelde veranderingsmodel kan daarom voor het<br />

‘Leiderschap <strong>met</strong> lef’-traject een mooie aanvulling bieden. Hij<br />

ontwikkelde dit model om leidinggevenden zicht te laten krijgen op<br />

het procesmatige karakter van veranderingsprocessen in complexe<br />

onderwijsorganisaties om vervolgens zelf vorm te kunnen geven<br />

aan de gewenste veranderingen in het onderwijs. Het draait hierbij<br />

om de waarden die betrokkenen <strong>met</strong> hun onderwijs willen realiseren<br />

en om het ontwikkelen van betekenisvolle relaties in samenhang en<br />

betrokkenheid (figuur 4). Voor het Primair Onderwijs lijkt een ‘actieonderzoekende’<br />

aanpak volgens Fullan bruikbaar, omdat ook hier<br />

in toenemende mate van leidinggevenden verwacht wordt dat zij<br />

maatschappelijk en politiek gezien stelling durven nemen en duidelijke<br />

keuzes maken in hun partnerschappen en samenwerkingsverbanden<br />

Figuur 4. Aspecten van verandering (Fullan, 2001).<br />

Het REP-professionaliseringstraject omvat al veel van bovengenoemde<br />

aspecten, maar zou nog wat nadrukkelijker in kunnen zoomen op de<br />

onderliggende waarden en de politieke stellingname die hieruit kan,<br />

dient voort te vloeien: bewustwording van de eigen ‘waarden’volle<br />

positionering.<br />

Ontwikkelingsgericht personeelsbeleid<br />

Wiersma, Van de Mooren en Vermeulen (2002) schetsen een kader van<br />

Ontwikkelingsgericht Personeelsbeleid en Schoolontwikkeling (OPS),<br />

waarin opleiding van medewerkers een belangrijke rol speelt. Zij<br />

houden een pleidooi om opleiding, professionalisering en begeleiding<br />

van medewerkers vanuit een <strong>met</strong>hodisch loopbaanbegeleidingskader<br />

vorm en inhoud te geven. In hun onderzoek onderscheiden zij vier<br />

ontwikkelingstadia die kenmerkend zijn voor het personeelbeleid<br />

zoals dat binnen schoolorganisaties gevoerd wordt:<br />

42. 43.


Deze stadia zijn:<br />

1. Personeelsadministratie (primaire en secundaire<br />

arbeidsvoorwaarden)<br />

2. Personeelsbeheer (organiseren en efficiënt inzetten van<br />

factor arbeid: roosters, intern beheersmatig gericht, ad hoc<br />

instrumentariuminzet)<br />

3. Personeelszorg ( systematische inzet van instrumenten t.b.v. zorg<br />

voor mensen)<br />

4. Personeelsmanagement HRM (medewerkers worden gezien<br />

als Human Resources, die zo goed mogelijk moeten worden<br />

ingezet; er is sprake van een arbeidsruilrelatie, tweezijdigheid in<br />

een gelijkwaardige relatie tussen werkgever en werknemer en<br />

een meer integrale aanpak om de strategische doelen van de<br />

organisatie te realiseren, Wiersma e.a., 2002, p.23).<br />

Uit het door Wiersma e.a. beschreven onderzoek blijkt dat de<br />

meerderheid van de schoolorganisaties in hun concrete aanpak nog<br />

sterk gericht is op personeelsbeheer (stadium 2). Toch is er momenteel<br />

een duidelijke tendens waarneembaar om vooral meer <strong>met</strong> Human<br />

Resource Management (HRM) aan de slag te gaan (stadium 4) en<br />

zo de noodzakelijk geachte ontwikkeling van medewerkers binnen de<br />

school mogelijk te maken (zie ook aanbevelingen van de commissie<br />

Dijsselbloem, 2008).<br />

Binnen dit vierde stadium zoals weergegeven in figuur 5 onderscheiden<br />

de auteurs twee benaderingen: de meer beheersmatige en de<br />

meer ontwikkelingsgerichte benadering. Bij de beheersmatige<br />

benadering is de invalshoek de organisatie, die liefst <strong>met</strong> een duidelijk<br />

omschreven instrumentarium, duidelijke organisatiedoelen, duidelijk<br />

scholingsaanbod en vaste controlemomenten werkt, om zo te<br />

kunnen monitoren of en in welke mate medewerkers aan de door de<br />

organisatie vastgestelde competentie- eisen (gaan) voldoen.<br />

Beheersmatige HRMbenadering<br />

Variëteit leeraanbod, waarvan<br />

training een belangrijk<br />

onderdeel is<br />

Ontwikkelingsgerichte HRMbenadering<br />

Accent op werkplek als<br />

leersituatie, te ontwerpen door<br />

de lerende zelf<br />

Uitgebreid instrumentarium<br />

(profielen, testen, CD-roms,<br />

internetsites)<br />

Organisatie (doelen, functies,<br />

competenties) als uitgangspunt<br />

voor ontwikkeling<br />

Aandacht volgens een<br />

jaarcyclus: op geplande<br />

momenten<br />

Reflectieve dialoog <strong>met</strong> coach<br />

als belangrijkste ‘instrument’<br />

Passie en talenten van<br />

medewerkers als uitgangspunt<br />

Continue aandacht voor<br />

persoonlijke ontwikkeling<br />

Figuur 5. Ontwikkelingsgericht HRM (Wiersma, Van de Mooren en Vermeulen,<br />

2002, p. 23).<br />

De ontwikkelingsgerichte benadering vertrekt vanuit de individuele<br />

medewerker, zijn vragen, zijn passie, kwaliteiten en talenten en wat hij<br />

nodig heeft om zich te (kunnen) ontwikkelen. Het eige<strong>naar</strong>schap én de<br />

regie voor de individuele ontwikkeling komen dan bij de medewerker<br />

te liggen. Het eige<strong>naar</strong>schap voor organisatieontwikkeling wordt dan<br />

een gedeelde verantwoordelijkheid van individuele medewerkers<br />

en leidinggevenden samen, waarbij het management wel de regie<br />

van de organisatieontwikkeling behoudt en nagaat of de ingezette<br />

activiteiten ook het bedoelde effect hebben. Deze beheersmatige en<br />

ontwikkelingsgerichte invalshoeken laten als het ware beide kanten<br />

van de medaille van individuele- en organisatieontwikkeling zien.<br />

Omdat uit onderzoeksbevindingen blijkt dat in de meeste<br />

onderwijsorganisaties de beheersmatige kant de boventoon voert,<br />

is er als het ware een verschuiving van aandacht nodig <strong>naar</strong> de<br />

meer ontwikkelingsgerichte benadering om de ontwikkeling van<br />

medewerkers te stimuleren, zonder de beheersmatige aspecten<br />

te kort te doen. Admiraal is in haar proefschrift tot een integratieve<br />

aanpak gekomen. In de volgende paragraaf worden de bevindingen<br />

van haar onderzoek beschreven.<br />

Human Dialogue Development<br />

In aansluiting op onderzoekskaders van Van Yperen & Veerman<br />

en Wiersma e.a. heeft Admiraal <strong>naar</strong> aanleiding van haar<br />

onderzoeksresultaten een nieuw model ontworpen waarin de ‘kritisch<br />

waarderende’ dialoog, het intensieve gesprek, een centrale plaats<br />

44. 45.


inneemt. Bij uiteenlopende onderwijsorganisaties bleek dit namelijk<br />

steeds de grootste succesfactor voor ontwikkeling van individuele<br />

medewerkers en ontwikkeling van de school. Admiraal stelt voor de<br />

term HRM (Human Resource Management) niet te vervangen door<br />

HRD (Human Relation Development ) maar door HDD: Human<br />

Dialogue Development (of “Dialoog Ontwikkeling”, zie figuur 6).<br />

Figuur 6. Human Dialogue Development model (Admiraal, 2009)<br />

De kritische waarderende dialoog tussen alle betrokkenen staat<br />

centraal: <strong>met</strong> elkaar op zoek gaan <strong>naar</strong> woorden en termen die de<br />

mensen in die organisatie snappen, die ook gebruikt worden in de<br />

brondocumenten van de betreffende school (beleidsplan, schoolplan,<br />

brochures etc.). Dit past heel goed bij het werkplekleren zoals<br />

toegepast in dit professionaliseringstraject.<br />

In Admiraal’s onderzoek ontstond de term loopbaanfitness: <strong>met</strong> plezier<br />

in be<strong>weg</strong>ing komen en bezig blijven <strong>met</strong> de eigen loopbaanontwikkeling,<br />

in plaats van te starten <strong>met</strong> dilemma’s die alle energie <strong>weg</strong>zuigen.<br />

Er is sprake van loopbaanfitness als men beschikt over voldoende<br />

energie en over een ontwikkelhouding waarmee men:<br />

• de eigen sturingsprincipes en die van de organisatie of omgeving<br />

(samenleving) kan verkennen,<br />

• ontwikkelingsplannen hierop kan afstemmen en<br />

• het vermogen heeft om in eigen gedrag merkbare verbindingen<br />

tussen deze sturingsprincipes te maken (Admiraal, 2009, p. 268).<br />

Maar loopbaanfitness betekent ook dat je <strong>met</strong> je passiefolio, je portfolio<br />

waar je passie in doorklinkt, laat zien hoe je op trotse wijze aan je eigen<br />

ontwikkeling, professionalisering en kwaliteitsverbetering werkt en<br />

waarmee je verantwoording aflegt over de ondernomen acties en het<br />

effect daarvan. Dit portfolio of passiefolio legt meer de nadruk op het<br />

eige<strong>naar</strong>schap van ontwikkeling bij elke medewerker zelf en heeft een<br />

andere gevoelswaarde dan het loopbaan- of bekwaamheidsdossier<br />

‘voor de baas’ (wat de wet BIO verplicht stelt voor <strong>PO</strong> en VO), waar<br />

medewerkers zich nauwelijks eige<strong>naar</strong> van voelen en waar vaak,<br />

weinig oplossingsgericht, in vermeld staat wat er allemaal niet<br />

goed gaat. Het REP- professionaliseringstraject werkt al <strong>met</strong> een<br />

competentiedossier op basis van de acht NSA -competenties en de<br />

drie REP-competenties. Om het eige<strong>naar</strong>schap van de deelnemers<br />

nog meer centraal te stellen, wordt in over<strong>weg</strong>ing gegeven om het<br />

begrip ‘dossier’ te reserveren voor monitoring van feitelijke registratie<br />

van behaalde resultaten. Daarnaast kan men dan het concept<br />

‘portfolio’ of passiefolio’ gaan gebruiken voor de map waarin overige<br />

proceservaringen (inclusief verkregen feedback) en bewijsstukken van<br />

de doorgemaakte ontwikkeling op de genoemde competenties worden<br />

verzameld. In het HDD-model wordt duidelijk dat het om de interactie,<br />

de kritisch waarderende dialoog gaat: <strong>met</strong> elkaar op zoek gaan <strong>naar</strong><br />

werkwijzen die haalbaar zijn en die niet teveel tijd en geld kosten,<br />

te moeilijk zijn of voelen als “heb ik niks mee te maken, staat niet in<br />

mijn taakomschrijving”. Zoals gezegd wordt onder sturingsprincipes<br />

verstaan: datgene wat richting geeft aan het handelen van individuele<br />

medewerkers. Individuele onderwijsmedewerkers moeten zich bewust<br />

zijn van wat hen ‘stuurt’, wat zien zij als de zin, doel van hun leven,<br />

leren en werken: welke visie hebben ze op hoe ze willen leven, leren<br />

en werken en waarom zo? Wat zijn voor hen belangrijke waarden en<br />

leefregels? Waar willen ze <strong>naar</strong>toe werken?<br />

Van schoolleiders wordt verwacht dat zij hun medewerkers duidelijk<br />

kunnen maken wat de sturingsprincipes van de school zijn: wat de<br />

46. 47.


doelstellingen zijn, wat de gekozen strategie is om die doelen te<br />

bereiken en wat men daarmee van de medewerkers verwacht. Dit<br />

alles ingebed in een werkcultuur waar bepaalde waarden en normen<br />

gelden. Door het <strong>met</strong> elkaar te hebben over deze sturingsprincipes kan<br />

een verbinding gemaakt worden tussen de individuele ontwikkeling<br />

en de organisatieontwikkeling. Dit sluit vrijwel naadloos aan op het<br />

ontwikkelingsgerichte denken van het REP dat in de inleiding de drie<br />

criteria heeft beschreven waaraan het professionaliseringstraject<br />

moet bijdragen:<br />

1. Talentontplooiing en - ontwikkeling<br />

2. Professionele leergemeenschap<br />

3. Ontwikkelingsgericht personeelsbeleid<br />

Als bruikbare <strong>met</strong>hoden kwamen in het onderzoek van Admiraal <strong>naar</strong><br />

voren: de STARR- analyse, Socratische dialoog en Delphi-<strong>met</strong>hode.<br />

Een alom erkend instrument om een inschatting te maken van de<br />

resultaten van een eerder doorlopen leerproces is het criterium<br />

gerichte interview waarin de STAR (Situatie, Taak, Aanpak, Resultaat)<br />

analyse een grote rol speelt (Spijkerman & Admiraal, 2000, p.194).<br />

Deze <strong>met</strong>hode geeft goede aanknopingspunten om heel concreet te<br />

analyseren in welke situatie onderwijsmedewerkers zich bevinden,<br />

welke taakopvattingen zij hanteren, wat zij in hun organisatiecontext<br />

concreet gedaan hebben en wat het resultaat daarvan was. Door<br />

hierop te reflecteren en een tweede R (Reflectie) toe te voegen aan de<br />

STAR kan in dialoog <strong>met</strong> de medewerkers nagegaan worden of zij én<br />

de organisatie dezelfde betekenis geven aan het geheel en of de visie<br />

en doelstellingen van de medewerkers in lijn (te brengen) zijn <strong>met</strong><br />

die van de school. Door beide partijen (individuele medewerker en<br />

leidinggevende als vertegenwoordiger van de organisatie) te vragen:<br />

“Zijn jullie, uitgaande van de huidige situatie, tevreden over het<br />

resultaat en de gekozen aanpak? Sluit het aan bij je drijfveren/missie,<br />

eigen visie, waarden, normen en doelen? Wat zou er, vertrekkend<br />

vanuit je talenten/sterke organisatiekanten anders, beter kunnen? Is<br />

het dan duidelijk welke taken iedereen hierin heeft en wat er daarbij<br />

aan competent gedrag verwacht wordt? Wat willen jullie dat er dan<br />

ontwikkeld wordt? Hoe zouden jullie dit aan kunnen pakken? Is dit te<br />

doen? En wat is daar randvoorwaardelijk voor nodig?”<br />

Tevens kan deze S T A R R-analyse toekomstgericht ingezet worden:<br />

“Wat zien de deelnemers aan het betreffende interventietraject,<br />

gegeven hun specifieke situatie, als gewenst resultaat van hun acties?<br />

Hoe kan men succesvol inspelen op alle veranderingen en gewenste<br />

vernieuwingen? Veranderen dan de taken van de deelnemers? En wat<br />

vraagt dit dan aan concrete actie? Wat vraagt dit aan competent gedrag<br />

van betrokkenen? Is dit te doen? En wat is daar randvoorwaardelijk<br />

voor nodig?”<br />

De STARR-<strong>met</strong>hode is een bruikbare <strong>met</strong>hode gebleken voor<br />

bewustwording van sturingsprincipes, zeker wanneer medewerkers<br />

vrijgelaten worden in de volgorde van ‘afwerken’ van de STARR. Het<br />

voortdurend in (Socratische) dialoog verhelderen van de meningen,<br />

de betekenis die betrokkenen geven aan de geëxpliciteerde<br />

sturingsprincipes en het daarbij toewerken <strong>naar</strong> consensus, blijkt<br />

een bruikbare aanpak om een brug te slaan tussen de individuele<br />

sturingsprincipes en die van de organisatie en zo een koppeling tussen<br />

individuele en organisatieontwikkeling bespreekbaar te maken. De<br />

Delphi <strong>met</strong>hode (focusgroepen) bleek bruikbaar om vanuit meerdere<br />

invalshoeken een goed beeld te krijgen van de specifieke acties, de<br />

interventies die in de gegeven schoolcontext wenselijk waren.<br />

Talentontplooiing en ontwikkeling<br />

In dialoog hebben REP Noordoost-Brabant en CLO-opleiders samen<br />

keuzes gemaakt voor de invulling van het professionaliseringstraject<br />

om een antwoord te vinden op de vraag: hoe kunnen we het beste<br />

werken aan verder talentontplooiing en -ontwikkeling?<br />

Voor verdere optimalisering van het REP-traject lijkt het<br />

Talentontplooiingsmodel (zie figuur 7) aanknopingspunten te bieden,<br />

omdat het vertrekt vanuit een kritisch waarderende dialoog in het<br />

kader van ontwikkelingsgericht personeelsbeleid. In dit model staat de<br />

mens, de professional centraal in plaats van vereiste competenties.<br />

Ook is er aandacht voor de ontwikkelhouding van de professional. De<br />

term ‘ontwikkelhouding’ omvat in dit model vier aspecten: doelgericht,<br />

onderzoekend-reflecterend, speels-experimenterend, dialooggericht.<br />

Samen vormen die voor iedereen een uniek geheel waar men zich<br />

(nog) niet altijd bewust van is, maar dat wel een rol speelt in het<br />

48. 49.


ichting geven aan de levensloop en tevens vorm en inhoud geeft aan<br />

leren en werken. Wanneer leidinggevenden persoonlijke ontwikkeling<br />

van hun medewerkers echt centraal durven te stellen – omdat dit<br />

goed werkt om de organisatie te ontwikkelen – dan moet je ook bij<br />

de professionals beginnen: “waar lopen ze warm voor, wat geeft hen<br />

energie (passie), wat hebben ze aan talenten in huis en waarmee<br />

hebben ze al ervaring opgedaan?”<br />

Het Persoonlijk Ontwikkelings Plan (<strong>PO</strong>P) is dan uiteraard ingebed in<br />

een Team Ontwikkelings Plan (TOP) en een omvattend Organisatie<br />

Ontwikkelings Plan (OOP) wat aangepast wordt aan veranderende<br />

omstandigheden en ontwikkelingen.<br />

Figuur 7. Talentontplooiingsmodel (Admiraal, 2009, p. 267)<br />

Het REP-professionaliseringstraject is al sterk gericht op een lerende<br />

houding, niet alleen van de deelnemers maar van alle betrokkenen,<br />

wat een verbinding <strong>met</strong> de ontwikkelhouding mogelijk maakt. Ook is<br />

talentontplooiing en –ontwikkeling een van de pijlers van het traject en<br />

wordt de deelnemers duidelijk gemaakt aan welke competenties ze<br />

moeten voldoen, welk competent gedrag er van ze verwacht wordt.<br />

Conform bovenstaand model zou in de toekomst nadrukkelijker<br />

gestart kunnen worden <strong>met</strong> de passie, talenten, ontwikkelhouding en<br />

overige sturingsprincipes van de deelnemers, waardoor het traject<br />

nog sterker ontwikkelingsgericht vanuit kracht wordt ingezet als een<br />

continue leerproces op de werkplek en daarbuiten en ‘scholing vanuit<br />

deficiet denken’ vermeden wordt. Een nadrukkelijker verbinding <strong>met</strong><br />

het (schooloverstijgend) team van leidinggevenden en de verbinding<br />

<strong>met</strong> de eigen school kan tot stand komen door het gesprek te blijven<br />

voeren over de individuele, REP- en eigen schoolsturingsprincipes. In<br />

onderstaande figuur komt dit tot uiting in het dialoogontwikkelingsmodel.<br />

Geïntegreerd ontwikkelingsgericht personeelsbeleid<br />

De vierde fase van het model van Wiersma e.a. heeft Admiraal<br />

geïntegreerd (figuur 8).<br />

Ontwikkelingsgerichte benadering: Human Dialogue<br />

Development - dialoogontwikkeling<br />

Een diepergaande dialoog tussen de medewerker en de direct<br />

leidinggevende vormt het belangrijkste ‘instrument’ voor het<br />

expliciteren van de sturingsprincipes. Voor het individu gaat het dan<br />

vooral om zijn passie, drijfveren, talenten, visie, waarden, normen,<br />

interesses, behoeften. Voor de organisatie gaat het dan vooral om<br />

het verhelderen van de missie, visie, doelen, waarden en normen,<br />

beschikbare functies, taakverwachtingen in termen van gewenst<br />

competent gedrag. Beiden reflecteren in interactie <strong>met</strong> elkaar op<br />

eerdere ervaringen en onderzoeken samen welk plan van aanpak voor<br />

een geïntegreerde individuele en organisatie ontwikkeling het meest<br />

geschikt en haalbaar is. Ter ondersteuning kunnen diagnostische<br />

instrumenten ingezet worden.<br />

Passie, drijfveren en talenten van medewerkers vormen het startpunt<br />

voor ontwikkeling van individu en organisatie.<br />

De gewenste individuele en organisatie ontwikkeling is sterk<br />

contextbepaald. De medewerker ontwerpt bij voorkeur zelf, in<br />

samenspraak <strong>met</strong> de direct leidinggevende, zijn leersituatie en<br />

is hiermee - binnen de door de organisatie vastgestelde grenzen<br />

- zelf verantwoordelijk voor vorm en inhoud van zijn individuele<br />

ontwikkeltraject. Er kan gebruik gemaakt worden van een trainings- of<br />

professionaliseringsaanbod, maar wellicht nog wenselijker, van een<br />

vraaggericht, maatwerk leertraject op de eigen werkplek.<br />

De verantwoordelijkheid voor het uitwerken en uitvoeren van het plan,<br />

het verantwoorden van de ondernomen activiteiten en de effecten<br />

daarvan op het gedrag, ligt bij de medewerker. Onder voorwaarde<br />

van realistische ondersteuning en facilitering vanuit het management.<br />

50. 51.


Continue aandacht voor persoonlijke ontwikkeling wordt<br />

nagestreefd, waarbij het initiatief, de regie en het eige<strong>naar</strong>schap bij<br />

de medewerker liggen. De leidinggevende behoudt de regie op de<br />

organisatieontwikkeling door op een aantal door de leidinggevende<br />

geplande momenten per jaar te ‘monitoren’ of de eerder gemaakte<br />

afspraken van beide kanten nagekomen worden. Ook wordt dan<br />

gezamenlijk bekeken of de verwachtingen rond de taakuitvoering en<br />

loopbaanontwikkeling nog voldoende actueel en realistisch haalbaar<br />

zijn.<br />

Het portfolio of passiefolio kan hierbij gebruikt worden om de<br />

ontwikkelplannen en de ‘bewijzen’ van doorgemaakte ontwikkeling,<br />

van competent gedrag, vast te leggen.<br />

Figuur 8. Dialoogontwikkeling in ontwikkelingsgericht Personeelbeleid<br />

(Admiraal, 2009, p. 274)<br />

ontwikkelhouding en passiefolio uitmondend in een Human Dialogue<br />

Development model is het begrip ’sturingsprincipes’ bruikbaar<br />

gebleken. Ook de ‘critical incidents aanpak” middels de STARRanalyse<br />

blijkt een bruikbaar instrument, zij het <strong>met</strong> meer nadruk op de<br />

rol van de interveniërende professional.<br />

In hoofdstuk 5 zal mede op basis van ervaringen en opgedane inzichten<br />

van de huidige deelnemers, opleiders en coaches aangegeven worden<br />

wat van het beschreven praktijktheoretisch kader zinvol lijkt om in de<br />

toekomst concreet te gaan, c.q. blijven toepassen. In de conclusies<br />

en aanbevelingen wordt figuur 6 hiervoor dan ook toegesneden op de<br />

specifieke REP- situatie.<br />

Een nieuwe definitie van competenties<br />

De gangbare definitie van competenties als samenspel van kennis,<br />

inzicht, vaardigheid en attitude die in een bepaalde context leiden tot<br />

succesvol gedrag is gericht op het realiseren van de doelen van de<br />

organisatie. Admiraal pleit voor het omdraaien van de volgorde. Begin<br />

bij de ontwikkelhouding en de ervaringen die medewerkers al hebben.<br />

Kijk vervolgens <strong>naar</strong> vaardigheid, inzicht en kennis die <strong>met</strong> elkaar in<br />

die gegeven context leiden tot succesvol gedrag, en wel zodanig dat<br />

de ‘sturingsprincipes’ van de medewerker en die van de organisatie<br />

recht wordt gedaan. De term ‘competent gedrag’ heeft haar voorkeur<br />

boven het woord ‘competenties’, omdat je voor je het weet het gegeven<br />

lijstje competenties aan het afvinken bent en denkt klaar te zijn als alle<br />

vinkjes er staan. Terwijl we in het onderwijs toch juist streven <strong>naar</strong><br />

levenslang leren en continue aandacht voor onszelf als “ondernemer<br />

van de eigen loopbaan” (Spijkerman& Admiraal, 2000). Kennis blijft in<br />

deze kenniseconomie uiteraard essentieel, maar staat wel achteraan,<br />

omdat dit het eerst veroudert en door actuele kennis vervangen moet<br />

worden.<br />

Uit de onderzoeksbevindingen van Admiraal valt te concluderen<br />

dat een aantal concepten en <strong>met</strong>hoden potentieel bruibaar zijn bij<br />

professionalisering van onderwijsmedewerkers en daarmee van<br />

organisatieontwikkeling. Naast concepten als Loopbaanfitness,<br />

52. 53.


In het algemeen kunnen we stellen dat we tijdens dit traject antwoorden<br />

hebben gevonden op deze vragen.<br />

1. Talentontplooiing en - ontwikkeling<br />

Het door Admiraal geschetste talentontplooiingsmodel (figuur 7) lijkt<br />

een toevoeging te kunnen bieden aan het traject door de grote nadruk<br />

op de deelnemers en hun talenten en door de verbinding die middels<br />

kritisch waarderende dialoog wordt gemaakt.<br />

5. Conclusies en aanbevelingen<br />

Het REP is op zoek gegaan <strong>naar</strong> samenwerkingspartners om te komen<br />

tot een ontwerp maatwerktraject voor talenontplooiing en –ontwikkeling<br />

en professionalisering van (potentiële) leidinggevenden. In de<br />

ontwerpfase werd al snel duidelijk dat het professionaliseringstraject<br />

aan de volgende doelen moest bijdragen:<br />

1. Talentontplooiing en -ontwikkeling<br />

2. Werken aan een ‘Professionele leergemeenschap’<br />

3. Ontwikkelingsgericht personeelsbeleid<br />

Dit werd verder geoperationaliseerd in de volgende drie vragen:<br />

1. Hoe kunnen we het REP-professionaliseringstraject vormgeven<br />

zodat gestelde doelen bereikt worden?<br />

2. Wat is het effect van werkplekleren in een heterogene leergroep<br />

(bestuursoverstijgend en vanuit verschillende beginsituatie) <strong>met</strong><br />

een opleidingsteam bestaande uit opleiders, aangevuld <strong>met</strong><br />

assessoren en coaches uit het werkveld? M.a.w. de professionele<br />

leergemeenschap als basis.<br />

3. Wat is de meerwaarde van opleiden op maat, waarbij kwaliteit<br />

van het opleidingsinstituut wordt aangevuld <strong>met</strong> inbreng van het<br />

werkveld?<br />

2. Professionele leergemeenschap<br />

De deelnemers geven veelvuldig terug dat de aangeboden theorie hun<br />

een stevige basis geeft om het eigen handelen te verantwoorden. De<br />

volgende drie capaciteiten vanuit de professionele leergemeenschap,<br />

zoals verwoord door Prof. Dr. Eric Verbiest, staan daarbij centraal en<br />

worden door hen als waardevolle leidraad voor hun handelen gezien.<br />

PERSOONLIJKE CAPACITEIT<br />

• actief, reflectief en kritisch kennis (re)construeren: de<br />

individuele leraren reflecteren op het eigen handelen en op hun<br />

achterliggende mentale modellen; ze onderzoeken hun handelen<br />

en streven <strong>naar</strong> verbetering ervan, dit alles <strong>met</strong> het oog op het<br />

verbeteren van het leren van leerlingen.<br />

• actuele inzichten uit wetenschap en praktijk gebruiken: de<br />

leraren maken gebruik van wetenschappelijke inzichten en goede<br />

praktijkvoorbeelden in het verbeteren van hun kennis.<br />

INTERPERSOONLIJKE CAPACITEIT<br />

• gedeelde waarden en visie op leren en rol leraar: teamleden<br />

en schoolleiding delen de visie van de school, die een sterke<br />

gerichtheid heeft op het verbeteren van het leren van de leerlingen;<br />

ze ondersteunen gedragsnormen die beslissingen sturen over<br />

leren en onderwijzen.<br />

• collectief leren en gedeelde praktijken: teamleden delen en<br />

evalueren samen informatie en werken samen in het plannen,<br />

oplossen van problemen en verbeteren van het leren van<br />

leerlingen.<br />

54. 55.


ORGANISATORISCHE CAPACITEIT<br />

• ondersteunende condities: bronnen, structuren en systemen:<br />

omvat mogelijkheden (organisatorisch, financieel en materieel)<br />

die teamleden in staat stellen praktijken te onderzoeken en<br />

individueel en collectief te leren.<br />

• ondersteunende condities: cultuur: omvat respect, vertrouwen<br />

en positieve zorgende relaties, normen van kritisch onderzoek en<br />

verbeteren in de gehele school.<br />

• ondersteunend, stimulerend en gedeeld leiderschap: de<br />

schoolleiding ondersteunt en stimuleert de leerkrachten, deelt<br />

invloed en autoriteit, en bevordert en ondersteunt leiderschap bij<br />

het team.<br />

3. Ontwikkelingsgericht personeelsbeleid<br />

Het Human Dialogue Development schema ‘an sich’ (HDD-schema,<br />

figuur 6) en de integratieve P-beleidsbenadering (figuur 8) lijken<br />

achteraf goed bruikbaar om als uitgangskader te dienen voor<br />

‘Leiderschap <strong>met</strong> lef’. De beschrijving van het traject (hoofdstuk<br />

2) toont immers aan dat de dialoog een belangrijke plaats heeft<br />

ingenomen in het geheel. Uit de beschreven ervaringen en inzichten<br />

(hoofdstuk 3) blijkt verder dat er actieve reflectie heeft plaatsgevonden<br />

bij alle betrokkenen en dat er <strong>met</strong> dit eerste professionaliseringstraject<br />

ook sterk doelgericht, reflectief-onderzoekend is gewerkt. Kortom<br />

een voorbeeld van het in praktijk brengen van voorbeeldgedrag qua<br />

‘ontwikkelhouding’ door betrokken opleiders, mentoren, assessoren<br />

en bestuurders.<br />

Niet alle concepten en <strong>met</strong>hodieken zijn echter geschikt voor de REPcontext.<br />

In figuur 9 is een aanzet gegeven om het HDD-schema voor<br />

het REP-professionaliseringstraject te contextualiseren. Wellicht kan<br />

er in vervolgtrajecten nog nadrukkelijker aandacht worden besteed<br />

aan de onderliggende waarden en normen, zowel van de deelnemers<br />

als van het REP en CLO en andere betrokkenen. In de ervaringen die<br />

betrokkenen weergeven zijn hiervoor voldoende aanknopingspunten<br />

te vinden. Explicitering van deze onderliggende waarden kan bijdragen<br />

aan verheldering van de huidige en gewenste positionering van alle<br />

betrokkenen.<br />

Er is veel aandacht en zorg besteed aan tussentijds overleg <strong>met</strong><br />

de stuurgroep onder leiding van de projectleider en <strong>met</strong> opleiders,<br />

mentoren en assessoren. Ook kregen de individuele deelnemers veel<br />

aandacht. Desondanks wordt door diverse betrokkenen aangegeven<br />

dat nog meer tussentijdse feedback gewenst zou zijn op het<br />

ontwikkelingsproces van de deelnemers. Dit in relatie tot de criteria<br />

voor het gewenste competente gedrag en snelle terugkoppeling van<br />

beoordelingen. Daardoor kunnen onrealistische verwachtingen en<br />

teleurstellingen aan het eind voorkomen worden. Dit geldt ook voor de<br />

criteria waaraan de deelnemers bij aanvang moeten voldoen.<br />

Diezelfde zorg en aandacht is nodig voor de deelnemers die bij de<br />

start te horen kregen dat ze niet mee konden doen aan dit traject.<br />

In het kader van ontwikkelingsgericht personeelsbeleid dienen hier<br />

duidelijker richtlijnen voor te komen. “Hoe om te gaan <strong>met</strong> wèlgemotiveerde,<br />

maar nog-niet-geschikte kandidaten?” is daarbij een<br />

kernvraag.<br />

Dit geldt ook voor de manier waarop in de toekomst wordt omgegaan<br />

<strong>met</strong> de ‘geslaagden’ die opgenomen worden in het Mobiliteitscentrum.<br />

Met hen lijkt een regelmatige updating door middel van kritisch<br />

waarderende dialoog (schema 8) van groot belang om demotivatie te<br />

voorkomen. De door Admiraal (2009) uitgewerkte randvoorwaarden<br />

voor organisatieontwikkeling kunnen een handreiking vormen voor<br />

bestuurders:<br />

1. Hanteer bewust de kernbegrippen “visie, regie, eige<strong>naar</strong>schap en<br />

samenhang tussen mensen, middelen en <strong>met</strong>hoden” (Bakker en<br />

Den Boer, 2008, p.25).<br />

2. Geloof in je medewerkers, heb vertrouwen in hun talenten en<br />

reeds opgebouwde ervaringen en draag zorg voor een goede<br />

facilitering van hun ontwikkelingsproces.<br />

3. Ga daarbij zelf uit van eigen talenten en ontwikkelhouding en<br />

laat zien dat er ‘fouten gemaakt mogen worden’ in het kader van<br />

experimenteren en uitproberen.<br />

4. Bouw bewustzijn op over de effecten van eigen handelen en blijf<br />

hier steeds onderzoekend, reflecterend mee bezig zijn om de<br />

eigen individuele doelen te verbinden <strong>met</strong> die van de organisatie.<br />

5. Communiceer uiteraard steeds transparant, ga de dialoog aan<br />

over de sturingsprincipes: wat zijn de visie en missie van de<br />

organisatie, waar wil zij <strong>naar</strong>toe en hoe handelt de organisatie<br />

daarbij?<br />

56. 57.


6. Zorg ervoor dat leidinggevenden binnen dezelfde organisatie op<br />

dezelfde lijn te zitten.<br />

7. Geef aan en ontvang van elkaar concrete, gerichte<br />

gedragsfeedback.<br />

In het onderstaande schema wordt het hele proces, zoals dat<br />

vormgegeven zou kunnen worden, in kaart gebracht:<br />

Figuur 9. Dialoogontwikkeling in ‘Leiderschap <strong>met</strong> lef’<br />

Overige bevindingen<br />

• Het REP en CLO hebben hun visie inmiddels duidelijk verwoord.<br />

Wat in de inleiding is geschreven over de wenselijkheid<br />

van maatwerk en partnerschap blijkt essentieel en zal in<br />

vervolgactiviteiten nadrukkelijk uitgangspunt blijven.<br />

• Er is voor gekozen om het eige<strong>naar</strong>schap van het leerproces bij<br />

de deelnemers zelf te leggen. Momenteel ligt de regie vooral in<br />

handen van de projectleider en stuurgroep, al is er sprake van<br />

toenemende gedeelde regie. Voor deelnemers is het van belang<br />

goed te weten waar ze aan toe zijn en duidelijk te hebben wanneer<br />

er eigen initiatief verwacht wordt om (een deel van) de regie in<br />

eigen handen te gaan nemen. Zeker wanneer het traject succesvol<br />

is afgesloten en men weliswaar een plek heeft verworven binnen<br />

het Mobiliteitscentrum, maar er nog geen sprake is van een<br />

concrete benoeming tot directeur.<br />

• De samenhang tussen de zeven blokken lijkt ruim voldoende ook<br />

voor wat betreft de aangeboden literatuur. Mogelijk dat het op het<br />

REP-traject toegesneden HDD-schema van toegevoegde waarde<br />

kan zijn om deze samenhang (visueel) inzichtelijk te maken voor<br />

alle betrokkenen.<br />

• Tijdens de loop van het REP-opleidingstraject is een viertal keren<br />

een gezamenlijk overleg gevoerd tussen opleiders/assessoren/<br />

coaches. Was dit aanvankelijk gepland als afzonderlijk overleg,<br />

al heel snel (na het eerste gescheiden overleg) werd besloten tot<br />

het gezamenlijk gaan overleggen tussen de diverse betrokkenen.<br />

Redenen hiervoor: zowel assessoren als coaches stelden het op<br />

prijs om inhoudelijk goed op de hoogte te zijn van de opdrachten<br />

die de deelnemers in het kader van de opleiding moesten maken.<br />

Daarnaast was het uitwisselen van gegevens <strong>met</strong> betrekking<br />

tot de persoonlijke – professionele! - ontwikkeling van de<br />

deelnemers een belangrijk aandachtspunt. Dit alles ten dienste<br />

van een optimale leeromgeving voor de deelnemers. Tenslotte<br />

bood dit overleg ook de mogelijkheid om alle betrokkenen te<br />

informeren over algemene REP-zaken. Een en ander leidde tot<br />

een hoge mate van je-verbonden-voelen-<strong>met</strong> (het ‘REP-gevoel’)<br />

en het van-en-<strong>met</strong>-elkaar-leren (vgl. uitgangspunt Professionele<br />

Leergemeenschap) bij alle betrokkenen.<br />

• Het aspect beoordelen is gedurende de loop van het traject<br />

nadrukkelijk punt van aandacht geweest. Afstemming en<br />

uitwisseling van ervaringen dienaangaande tussen assessoren<br />

en opleiders <strong>met</strong> betrekking tot de uit te werken opdrachten bleek<br />

zeer waardevol en noodzakelijk.<br />

• Voor de deelnemers is er gewerkt <strong>met</strong> een soort ‘tussenstop’: na<br />

het eerste deel van het traject heeft elke deelnemer een presentatie<br />

gehouden over de eigen ontwikkeling tot leidinggevende (aan de<br />

hand van de 8 + 3 competenties). Bij deze individuele presentatie<br />

waren de beide opleiders en de assessoren aanwezig. Aan het<br />

einde van elke presentatie werd <strong>met</strong> de deelnemer besproken<br />

58. 59.


wat verdere aandachtspunten konden zijn en werd een oordeel<br />

uitgesproken over het al dan niet verdergaan <strong>met</strong> de opleiding. Alle<br />

deelnemers kregen groen licht. Met betrekking tot het perspectief<br />

op een toekomstige leidinggevende positie werd gedifferentieerd;<br />

enkele deelnemers hebben het advies gekregen zich eerst nog<br />

verder te ontwikkelen alvorens zij een leidinggevende positie<br />

zouden gaan vervullen.<br />

• Verder is het nog van belang onderscheid te maken tussen de<br />

verschillende verantwoordelijkheden: de opleiders droegen<br />

verantwoordelijkheid voor het Magistrum-kwaliteitslabel, de<br />

assessoren voor de toegevoegde REP-specifieke competenties.<br />

Enkele deelnemers hebben wel voldaan aan de Magistrum-, maar<br />

nog niet aan de REP-competenties. Met deze deelnemers zijn<br />

vervolgafspraken gemaakt.<br />

• Tijdens de loop van het traject is een aantal deelnemers afgehaakt,<br />

zodat uiteindelijk van de 19 starters er 14 de eindstreep gehaald<br />

hebben. Redenen hiervoor waren divers maar lagen voor het<br />

grootste gedeelte in de persoonlijke sfeer. Belangrijk is om in<br />

de toekomst heldere afspraken te maken hoe <strong>met</strong> dit gegeven<br />

om te gaan. Dat geldt zowel voor de financiële (welk deel van<br />

de opleidingskosten dient de deelnemer te betalen?) als voor de<br />

inhoudelijke consequenties (kunnen deelnemers dan bijvoorbeeld<br />

een deelcertificaat krijgen voor de wel gevolgde onderdelen?).<br />

• Met betrekking tot mobiliteit is het verheugend om te constateren<br />

dat tijdens het traject een aantal deelnemers ook al in een<br />

leidinggevende positie zijn aangesteld. Een mooi voorbeeld van<br />

de koppeling tussen REP-academie en REP-mobiliteitscentrum.<br />

In de toekomst zal verder bekeken moeten worden hoe deze<br />

koppeling nog versterkt kan worden.<br />

• Uitbreiden van werkzaamheden van de coaches ten dienste van<br />

de deelnemende besturen. Het levert voordeel op (ook financieel<br />

!) wanneer gewerkt kan worden <strong>met</strong> ‘interne bovenbestuurlijke<br />

coaches’.<br />

• Nog duidelijker formuleren van de gescheiden<br />

verantwoordelijkheden t.a.v. beoordeling (Magistrumcompetenties<br />

REP-competenties).<br />

• Herijking van de selectieprocedure bij aanvang zodat uitval<br />

voorkomen wordt.<br />

• Instroomassessment uitvoeren in samenwerking tussen<br />

Magistrum-assessor en opgeleide interne assessor.<br />

• Onderdelen van dit aanbod ook openstellen voor zittende<br />

directeuren.<br />

• Blijven werken <strong>met</strong> gemêleerde groep: heterogeniteit biedt<br />

verrijking.<br />

• Uitbreiden en verder scholen (o.a. via intervisie) van de groep<br />

assessoren en coaches.<br />

• Grenzen/verantwoordelijkheden van de coach concreter<br />

afbakenen.<br />

• Beoordelingscriteria (Magistrum en REP) explicieter<br />

communiceren <strong>naar</strong> deelnemers.<br />

• Communicatielijnen en inhouden formeel vastleggen in bestuurlijk<br />

samenwerkingsconvenant en vertalen <strong>naar</strong> de taakomschrijving<br />

van de projectleider.<br />

• Voortzetten en verstevigen van de samenwerking tussen opleiders<br />

en werkveld, <strong>met</strong> name op het uitvoeringsvlak.<br />

Aandachtspunten bij het vorm en inhoud geven aan een<br />

volgend traject<br />

• Versterk het “vangnet” rond elke deelnemer door regelmatig<br />

overleg tussen opleiders, coaches en assessoren. De positie<br />

van werkplekbegeleider moet nader gedefinieerd worden<br />

en het verdient aanbeveling om ook hem te betrekken bij die<br />

overlegmomenten.<br />

• Vertrouwelijkheid tijdens de gezamenlijke overlegmomenten bewaken<br />

en garanderen. Het gaat tenslotte over (toekomstige) collega’s.<br />

60. 61.


permanente ontwikkeling en zelfontplooiing belemmeren of zelfs in de<br />

<strong>weg</strong> staan. Die ontwikkeling blijft levenslang ‘onvoltooid’, maar dat is<br />

tevens een ‘rijkdom’ die juist weer de bron is voor verdere groei.<br />

Zowel bij de uitbouw van het REP als bij de verdere professionele<br />

ontwikkeling van de nieuwe schoolleiders mogen mensen dromen en<br />

inspirerende vergezichten verkennen. Ze komen vanzelf weer <strong>met</strong><br />

beide benen op de grond door ‘de strikte dwang der werkelijkheid’.<br />

6. Rijker en wijzer<br />

De hele leergemeenschap is door het op deze manier opzetten en<br />

uitvoeren van dit traject rijker en wijzer geworden.<br />

Dat mogen we even vieren <strong>met</strong> deze uitgave en dan weer verder<br />

samen op pad. Met een kaart en kompas die steeds nauwkeuriger de<br />

richting aangeven.<br />

O rijkdom van het onvoltooide<br />

De mogelijkheden der gedachte<br />

de strikte dwang der werkelijkheid.<br />

Deze regels schreef J.H.Leopold (1865-1925) ongeveer een eeuw<br />

geleden (Verzameld werk I, 1951). Ze komen uit de bundel ‘Schetsen<br />

en fragmenten’, vol van deze mijmeringen, overpeinzingen, soms<br />

zelfs stamelingen.<br />

De REP-Academie en het Mobiliteitscentrum hebben hun<br />

bestaansrecht bewezen, maar ze zijn er nog niet. De eerste groep<br />

cursisten is geslaagd, ook zij zijn er nog niet.<br />

Dat blijkt uit de ervaringen van alle betrokkenen bij het<br />

professionaliseringstraject (deelnemers opleiders, coaches,<br />

assessoren, projectleider), maar wordt ook onderbouwd door het<br />

praktijktheoretisch onderzoek.<br />

Diep in ons leeft de behoefte aan overzicht, veiligheid, greep krijgen<br />

en houden op de werkelijkheid om ons heen. Maar die behoefte kan<br />

62. 63.


• Verbiest, E. (red.). (2008). Scholen duurzaam ontwikkelen: bouwen aan<br />

professionele leergemeenschappen. Antwerpen/Apeldoorn: Garant.<br />

• Verbiest, E., en M. Timmermans (2008). Ontwikkeling van professionele<br />

leergemeenschappen: wat en hoe? In: J.Fanchamps, J. Gardeniers en F.<br />

Smulders (red.). Leren in het beroepsonderwijs. Antwerpen/Apeldoorn:<br />

Garant.<br />

• Vollenhoven, M. (2009). Schoolleiders in de spiegel. Inspirerend<br />

leiderschap als leidraad. Amersfoort: CPS.<br />

• Wiersma, H., Mooren, A. van de, & Vermeulen, M. (2002).<br />

Ontwikkeling medewerkers, ontwikkeling schoolorganisatie:<br />

loopbaanontwikkelingsbeleid in de praktijk. Tilburg: IVA.<br />

7. Referenties en bijlagen<br />

Bijlage 1: NSA-competenties<br />

De 8 bekwaamheidseisen voor de werkzaamheden van leidinggevende aard<br />

in het primair onderwijs.<br />

• Admiraal-Hilgeman, T.J. (2009). Loopbaanontwikkeling als middel om<br />

competent te leren omgaan <strong>met</strong> organisatieontwikkeling in het onderwijs.<br />

Praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek <strong>naar</strong> de bruikbaarheid van<br />

loopbaan<strong>met</strong>hodieken voor Human Resource Management (HRM).<br />

Proefschrift. Ridderkerk: Ridderprint.<br />

• Bakker, J. en P. den Boer (2008, p. 25). Het individueel transitieplan (ITP)<br />

tussen idee en stappenplan, Tilburg: IVA.<br />

• Blonk, A. (2010). Preventie als opdracht voor de speciale onderwijszorg.<br />

Tilburg: Fontys <strong>Op</strong>leidingscentrum Speciale Onderwijszorg.<br />

• Domburg, R. van (2008). Het waarderend oog. Een introductie in<br />

Appreciative Inquiry. Amersfoort: Creatie Atelier.<br />

• Dijsselbloem, J.R.V.A. (2008). Tijd voor onderwijs, eindrapport Commissie<br />

Parlementair Onderzoek Onderwijsvernieuwingen, ’s Gravenhage.<br />

• Fullan, M. (2001). Leading in a culture of change.San Francisco: Jossey-<br />

Bass. In: Lange, R. de, Schuman, H. en N. Montesano Montessori (2010).<br />

Praktijkgericht onderzoek voor reflectieve professionals. Antwerpen/<br />

Apeldoorn: Garant, p. 117.<br />

• Jacobs, G. (2010). Professionele waarden in kritische dialoog. Omgaan<br />

<strong>met</strong> onzekerheid in educatieve praktijken. Tilburg: Fontys.<br />

• Simons, P.R.J. (1999). Competentieontwikkeling: van behaviorisme en<br />

cognitivisme <strong>naar</strong> sociaal constructivisme. In: <strong>Op</strong>leiding en ontwikkeling,<br />

1, 2, 41-45.<br />

Competent in zelfsturing<br />

Onderwijs is geen neutrale activiteit. Bekwame leidinggevenden<br />

handelen vanuit hun profes sionele identiteit en weten zich in hun<br />

handelen gedreven door persoonlijke en professionele waarden. Zij zijn<br />

zich bewust van hun specifieke leiderschapsrol en hun maatschappelijke<br />

verantwoordelijkheid. Hiervoor zijn professioneel en maatschappelijk<br />

zelfbewust zijn de voorwaarden. Van leidinggevenden in het primair<br />

onderwijs vraagt dit reflectie, ontwikkeling.<br />

Een bekwame leidinggevende in het primair onderwijs is in staat om:<br />

• de (eigen) opvattingen over goed onderwijs, een goede school en goed<br />

leiderschap, onder woorden te brengen en te ontwikkelen in relatie tot<br />

maatschappelijke en pedagogische tradities, actuele onderwijskundige<br />

inzichten en levensbeschouwelijke stromingen.<br />

64. 65.


• een relatie te leggen tussen eigen activiteiten en de inzet en prestaties<br />

van leerlingen en leer krachten. eigen waarden, normen en opvattingen<br />

te verwoorden en ter discussie te stellen.<br />

• dilemma’s te herkennen, te analyseren en daarin stelling te nemen.<br />

• eigen (on)mogelijkheden en grenzen aan te geven, planmatig en<br />

systematisch te reflecteren op het eigen professioneel handelen en<br />

feedback te organiseren om zo de effect(en) van het eigen handelen te<br />

evalueren en daar conclusies voor verdere persoonlijke ontwikkeling aan<br />

te verbinden.<br />

• zich te blijven ontwikkelen, expertise en ervaring te delen <strong>met</strong> anderen om<br />

zo de ontwikkeling van de beroepsgroep en het imago van het onderwijs<br />

te stimuleren.<br />

Intrapersoonlijk competent<br />

Onderwijs is complex en speelt zich af in een complexe werkelijkheid.<br />

Bekwame leiding gevenden bezitten denkkracht: het vermogen om<br />

adequaat informatie te verzamelen en te verwerken <strong>met</strong> als doel<br />

om complexe situaties te begrijpen, problemen en vraagstukken te<br />

verhelderen, hanteerbaar te maken of te voorkomen. Zij zijn kritisch<br />

en creatief, verken nen uiteenlopende oplossingsrichtingen en zijn<br />

besluitvaardig.<br />

Een bekwame leidinggevende in het primair onderwijs is in staat om:<br />

• verschillende informatiebronnen te gebruiken, informatie te selecteren en<br />

te ordenen <strong>naar</strong> bruikbaarheid, betrouwbaarheid en relevantie en deze te<br />

delen <strong>met</strong> anderen.<br />

• tijdig knelpunten en problemen te signaleren, door: - open en onbevangen<br />

in het werk te staan, - resultaten van observatie en onderzoek te<br />

analyseren en te interpreteren, - verbanden, trends en patronen te<br />

herkennen.<br />

• complexe situaties en vraagstukken systematisch te onderzoeken en te<br />

beoordelen in het licht van de huidige situatie en ontwikkelingen door:<br />

• verschillende actuele theoretische perspectieven te hanteren,<br />

• gebruik te maken van <strong>met</strong>hoden voor dataverzameling en<br />

probleemanalyse,<br />

• concepten, opvattingen en praktijkervaringen <strong>met</strong> elkaar te verbinden,<br />

• uiteenlopende oplossingsstrategieën te verkennen,<br />

• mogelijke opties te <strong>weg</strong>en op hun gevolgen voor mens en organisatie,<br />

• in te schatten wanneer er direct actie gevraagd wordt.<br />

• een passende oplossing te kiezen, deze keuze om te zetten in actie,<br />

deze acties te volgen, te evalueren en waar nodig bij te stellen.<br />

• in te schatten wanneer en waarom het nodig is om derden te betrekken<br />

bij het voorkomen en oplossen van problemen.<br />

Competent in het aansturen van professionals<br />

Goed onderwijs is <strong>met</strong> name een teamverantwoordelijkheid. <strong>Op</strong> basis<br />

van een gedeelde visie en <strong>met</strong> heldere doelen voor ogen zijn bekwame<br />

leidinggevenden in hun leidende rol in staat om het beste in medewerkers<br />

<strong>naar</strong> boven te brengen en dienstbaar te maken aan de organisatie. Zij zijn<br />

gericht op het creëren van leer- en ontwikkelingsmogelijkheden, zowel<br />

op individueel-, team- als organisatieniveau. Zij hebben aandacht voor<br />

hun medewerkers, bevorder en teamgeest en samenwerkingsbereidheid,<br />

stralen vertrouwen uit en delen leiderschap.<br />

Een bekwame leidinggevende in het primair onderwijs is in staat om:<br />

• medewerkers resultaatgericht te laten werken door doelmatig gebruik<br />

te maken van actuele theoretische perspectieven op het gebied van<br />

samenwerking, groepsdynamica en effectieve organisatie.<br />

• een klimaat te scheppen waarin medewerkers zich veilig, geïnspireerd,<br />

gestimuleerd en gewaardeerd voelen door:<br />

• aandacht te schenken aan het welbevinden van iedere medewerker,<br />

• te investeren in relatie, reflectie en dialoog,<br />

• duidelijke en reële eisen te stellen en grenzen aan te geven,<br />

• medewerkers aan te spreken op hun competenties, hun functioneren<br />

en hun verantwoordelijkheid,<br />

• waardering te tonen voor het werk van iedere medewerker afzonderlijk<br />

en het team als geheel,<br />

• teamgeest en samenwerkingsbereidheid te bevorderen.<br />

• competentiegericht te werken door:<br />

• de verschillende competenties van medewerkers in beeld te brengen<br />

en als uitgangspunt te nemen voor organisatieontwikkeling en<br />

persoonlijke ontwikkeling,<br />

• gebruik te maken van een breed palet aan begeleidende<br />

vaardigheden,<br />

• bekwaamheid van medewerkers te beoordelen en daar acties aan<br />

te koppelen.<br />

Interpersoonlijk competent<br />

Goed leidinggeven is vooral goed communiceren. De daadkracht en<br />

de effectiviteit van leidinggevenden wordt in hoge mate bepaald door<br />

de wijze waarop zij communiceren en relaties onderhouden. Bekwame<br />

leidinggevenden bevorderen een positieve sfeer, hebben inzicht in het<br />

eigen gedrag en de invloed en effecten daarvan op anderen.<br />

Een bekwame leidinggevende in het primair onderwijs is in staat om:<br />

• belangstelling en respect voor de ander te tonen en in het handelen<br />

rekening te houden <strong>met</strong> de gevoelens, interesses en behoeften van de<br />

ander <strong>met</strong> behoud van de nodige professionele distantie <strong>met</strong> inachtneming<br />

66. 67.


van de organisatiedoelen.<br />

• doelgericht te communiceren en de eigen presentatie af te stemmen op<br />

verschillende gedrags en interactiepatronen, doelen en doelgroepen<br />

door:<br />

• gebruik te maken van actuele kennis op het gebied van organisatie,<br />

leiderschap en communicatie,<br />

• zich bewust te zijn van de eigen mentale modellen en die van<br />

anderen,<br />

• communicatiepatronen te herkennen,<br />

• bewust gesprekstechnieken en –interventies te gebruiken.<br />

• de waan van de dag te relativeren door:<br />

• vanuit de visie te handelen, - overzicht te houden,<br />

• prioriteiten te stellen,<br />

• bewust om te gaan <strong>met</strong> bereikbaarheid en aanspreekbaarheid,<br />

• rust en vertrouwen uit te stralen,<br />

• een balans te vinden tussen willen en kunnen. bewust om te gaan <strong>met</strong><br />

kritiek, weerstand, conflict en stelling te nemen.<br />

Competent in het ontwikkelen, aansturen en begeleiden van het primaire<br />

proces<br />

In een school gaat het om het bieden van goed onderwijs. Bekwame<br />

leidinggevenden zien de ontwikkeling van kinderen als hun primaire<br />

verantwoordelijkheid. Zij hebben zicht op de ontwikkelingen in en de<br />

resultaten van het pedagogisch-didactisch, het vakinhoudelijk en het<br />

organisatorisch handelen in de school. <strong>Op</strong> grond daarvan geven zij<br />

vorm en inhoud aan de ondersteuning van het primaire proces, de<br />

onderwijsontwikkeling en de samenwerkingsrelatie <strong>met</strong> ouders.<br />

Een bekwame leidinggevende in het primair onderwijs is in staat om:<br />

• rekening te houden <strong>met</strong> de belangen, positie en verantwoordelijkheid van<br />

ouders en leraren.<br />

• onderwijskundige vragen uit school en omgeving adequaat te<br />

beantwoorden door:<br />

• ervoor te zorgen dat het geboden onderwijs kinderen in voldoende<br />

mate ontwikkelt tot kritische en verantwoordelijke burgers, die een<br />

constructieve bijdrage willen en kunnen leveren aan de samenleving<br />

van morgen,<br />

• te anticiperen op ontwikkelingen door achterhaalde concepten<br />

te herkennen en nieuwe onderwijsconcepten, praktijken en<br />

leermiddelen te onderzoeken en in te voeren.<br />

• te zorgen dat de school voor ieder kind een uitdagende en stimulerende<br />

leeromgeving is door:<br />

• kennis te hebben van de ontwikkeling van kinderen in brede zin,<br />

• pedagogisch optimisme uit te stralen en hoge verwachtingen te<br />

beklemtonen,<br />

• te zorgen voor een duidelijk curriculum en een passend<br />

onderwijsaanbod dat in overeenstemming is <strong>met</strong> actuele opvattingen<br />

over leren,<br />

• te werken aan een stimulerend pedagogisch-didactisch klimaat,<br />

• een systeem van leerlingenzorg te organiseren,<br />

• verschillen in verwachtingen en opbrengsten te signaleren, te<br />

analyseren en om te zetten in concrete acties.<br />

• de kwaliteit van het pedagogisch-didactisch, vakinhoudelijk en<br />

organisatorisch handelen van leraren te stimuleren, te begeleiden en te<br />

beoordelen door:<br />

• een dialoog over goed onderwijs gaande te houden en van<br />

kwaliteitsimpulsen te voorzien,<br />

• gerichte consultaties en observaties uit te voeren <strong>met</strong> behulp van<br />

actuele instrumenten en technieken,<br />

• leraren te bevragen en feedback te geven op hun professioneel<br />

handelen.<br />

• een open communicatie <strong>met</strong> ouders/verzorgers te organiseren, door:<br />

• rekening te houden <strong>met</strong> de opvoedkundige en onderwijskundige<br />

grenzen van de school,<br />

• te waarborgen dat ouders/verzorgers tijdig, duidelijk en volledig<br />

geïnformeerd worden over de ontwikkeling van hun kind.<br />

Competent in organisatie ontwikkeling<br />

Goed onderwijs is in ontwikkeling. Bekwame leidinggevenden zijn in<br />

staat om samen <strong>met</strong> medewerkers, ouders en bestuur een gedragen<br />

visie op onderwijs, opvoeding en organi satie te ontwikkelen. Vanuit deze<br />

visie inspireert en motiveert een leider. Een bekwame leidinggevende<br />

zet de koers uit, stuurt bij en zorgt ervoor dat de organisatie op koers<br />

blijft en haar doelen haalt.<br />

Een bekwame leidinggevende in het primair onderwijs is in staat om:<br />

• de gezamenlijk gedragen visie op onderwijs, opvoeding en organisatie<br />

te ontwikkelen en levend te houden op basis van actuele theorieën<br />

op het gebied van onderwijs, opvoeding, organisatie, leiderschap,<br />

communicatie, verander- en kennismanagement.<br />

• alle geledingen actief te betrekken bij het proces van schoolontwikkeling<br />

en gemeenschapsvorming door:<br />

• initiatief en experiment aan te moedigen,<br />

• samen <strong>met</strong> leerlingen, team, ouders, bestuur en anderen te bouwen<br />

aan een leefbare, inspirerende en betekenisvolle gemeenschap in<br />

maatschappelijke, levensbeschouwelijke en sociale zin.<br />

• in dialoog vanuit de visie een veranderingsplan te definiëren, te<br />

implementeren, te evalueren en te borgen waarbij:<br />

68. 69.


• organisatiedoelen vertaald worden in gewenst professioneel gedrag,<br />

• rollen, taken, verantwoordelijkheden en gewenst resultaat helder<br />

worden beschreven,<br />

• de voortgang van projecten en processen wordt bewaakt,<br />

• gecontroleerd en gerapporteerd wordt of gemaakte afspraken ook<br />

worden nagekomen en of het gewenste resultaat wordt bereikt.<br />

• anderen actief bij besluitvormingsprocessen te betrekken, waar<br />

nodig doortastend op te treden en gemaakte keuzes en besluiten te<br />

verantwoorden.<br />

Competent in organisatiebeleid en beheer<br />

Goed onderwijs vraagt een goede organisatie. Bekwame leidinggevenden<br />

zijn verantwoordelijk voor een veilige, effectieve en efficiënte organisatie.<br />

Zij scheppen rand voorwaarden, realiseren een optimale inzet van tijd,<br />

mensen en middelen en komen tot samenhangend beleid op basis van<br />

de visie van de organisatie.<br />

Een bekwame leidinggevende in het primair onderwijs is in staat om:<br />

• doelgericht en kwaliteitsbewust te handelen, door:<br />

• de inzet van tijd, mensen en middelen te koppelen aan visie en<br />

strategische doelen,<br />

• de geboden beleidsruimte optimaal te benutten,<br />

• hulpbronnen en middelen te organiseren,<br />

• overlegsituaties effectief te maken,<br />

• informatie toegankelijk te maken voor anderen,<br />

• inspraak en medezeggenschap te organiseren.<br />

• systematische zelfevaluatie op schoolniveau te organiseren, door:<br />

• normen voor de onderwerpen van zelfevaluatie te bepalen,<br />

• gebruik te maken van relevante managementinformatie en<br />

kwaliteitsinstrumenten,<br />

• de tevredenheid van leerlingen, ouders en leraren te <strong>met</strong>en,<br />

• de resultaten te analyseren, te interpreteren en daarop actie te<br />

ondernemen,<br />

• het proces en de uitkomsten te verantwoorden in kwaliteitsdocumenten.<br />

• veiligheid en welzijn in de school te waarborgen door:<br />

• periodiek een risico-inventarisatie en evaluatie te organiseren en<br />

actie te ondernemen,<br />

• een overzichtelijke, ordelijke en schone school(omgeving) te<br />

organiseren,<br />

• te voorzien in gekwalificeerde vertrouwenspersonen, bedrijfshulp<br />

verleners en adequate klachtenprocedures.<br />

• een efficiënte bedrijfsvoering te realiseren door:<br />

• (meerjaren) plannen en begrotingen op te stellen, uit te voeren, te<br />

bewaken en te verantwoorden,<br />

• een deugdelijke leerling-, personeels-, en financiële administratie te<br />

voeren,<br />

• een toegankelijk en overzichtelijk archief te voeren dat voldoet aan<br />

privacy- en andere controlecriteria.<br />

Competent in onderwijsondernemerschap<br />

Onderwijs is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Bekwame<br />

leidinggevenden werken actief samen <strong>met</strong> de omgeving. Zij anticiperen<br />

op ontwikkelingen, gaan doelbewust om <strong>met</strong> wet- en regelgeving,<br />

omgevingseisen en ouders, maatschappelijke instellingen en andere<br />

organisaties die de school beïnvloeden.<br />

Een bekwame leidinggevende in het primair onderwijs is in staat om:<br />

• open te staan voor nieuwe ideeën, bestaande aannames los te laten en<br />

vanuit ondernemer schap verantwoord risico’s te nemen.<br />

• pro-actief te handelen vanuit de eigen maatschappelijke positie en<br />

verantwoordelijkheid in:<br />

• het leggen en onderhouden van contacten <strong>met</strong> sleutelfiguren in de<br />

omgeving,<br />

• het vormgeven van de samenwerkingsrelatie tussen gezin – school<br />

– gemeenschap,<br />

• het organiseren van een betekenisvol ondersteunend netwerk rond<br />

de school om zo een bijdrage te leveren aan de verbetering van<br />

het onderwijs op de school, de (lokale) gemeenschap en de (leef)<br />

omgeving van kinderen. belangen, tegenstellingen en verschillen<br />

in opvattingen te herkennen, deze systematisch te onderzoeken,<br />

daaruit de kansen en bedreigingen voor de organisatie af te leiden<br />

en om te zetten in actie.<br />

• bij te dragen aan een positieve beeldvorming van de school, het onderwijs<br />

en de omgeving. uit te leggen waar de school voor staat en adequaat om<br />

te gaan <strong>met</strong> de media.<br />

Zelfsturing (niveau 2)<br />

Heeft inzicht in de eigen persoonlijke opvattingen en waarden en de<br />

invloed hiervan op het professioneel handelen in de leiderschapsrol; deze<br />

inzichten toetsen en verbinden <strong>met</strong> onderwijskundige, pedagogische en<br />

maatschappelijke ontwikkelingen en dit laten zien in gedrag.<br />

Niveaudefinitie: Verbindt op eigen initiatief persoonlijke opvattingen en<br />

waarden op effectieve wijze aan het eigen professionele handelen.<br />

Tonen van een onderzoekende houding (niveau 2)<br />

Verbindt op systematische wijze informatie binnen en buiten de school ter<br />

optimalisering van de onderwijspraktijk.<br />

Niveaudefinitie: Verzamelt op eigen initiatief relevante informatie, ordent deze<br />

70. 71.


en komt tot conclusies die <strong>met</strong> anderen worden gecommuniceerd en benoemt<br />

de benodigde vervolgacties voor de eigen school.<br />

Leidinggeven aan professionals (niveau 2)<br />

Geeft richting en sturing aan medewerkers ter realisering van de organisatie<br />

doelstellingen door het creëren van leer- en ontwikkelingsmogelijkheden voor<br />

individuen, teams en de totale organisatie. Heeft aandacht voor medewerkers,<br />

bevordert de teamgeest, samenwerkingsverbanden en persoonlijk<br />

leiderschap, en realiseert participatief leiderschap; spreekt medewerkers aan<br />

op hun verantwoordelijkheden.<br />

Niveaudefinitie: Geeft richting aan het team door kwaliteiten van de individuele<br />

medewerkers in te zetten, zelfstandigheid te bevorderen en verantwoordelijk<br />

te maken voor het behalen van het teamresultaat.<br />

Interpersoonlijk competent (niveau 2)<br />

Communiceert doelgericht <strong>met</strong> behoud van de relatie.<br />

Niveaudefinitie: Past op eigen initiatief de wijze van communiceren aan aan<br />

de gesprekspartner om de boodschap over te brengen op een wijze die de<br />

ander begrijpt en heeft oog voor het behouden van de relatie.<br />

Ontwikkelen, aansturen en begeleiden van het primaire proces (niveau 2)<br />

Heeft zicht op de ontwikkelingen in en de resultaten van het pedagogischdidactisch,<br />

het vakinhoudelijk en het organisatorisch handelen in de school.<br />

Geeft op basis hiervan inhoud en vorm aan de ondersteuning van het primaire<br />

proces, de onderwijsontwikkeling en de samenwerkingsrelatie <strong>met</strong> ouders.<br />

Niveaudefinitie: Onderzoekt op eigen initiatief de resultaten van de school op<br />

verschillende onderwerpen en optimaliseert het primaire proces en bevordert<br />

onderwijsontwikkeling. Zoekt samenwerking <strong>met</strong> ouders.<br />

Organisatieontwikkeling (niveau 2)<br />

Ontwikkelt in samenwerking <strong>met</strong> medewerkers, ouders en bestuur een<br />

gedragen visie op onderwijs, opvoeding en organisatie. Inspireert en motiveert<br />

op basis van deze visie, zet de koers uit, stuurt deze bij indien nodig en zorgt<br />

dat de organisatie de doelen behaalt.<br />

Niveaudefinitie: Doet op eigen initiatief voorstellen voor de visie en de strategie<br />

van de school. Laat zien hoe de hieraan gerelateerde doelstellingen bereikt<br />

kunnen worden.<br />

Organisatiebeleid en -beheer (niveau 2)<br />

Maakt (beleids)plannen waarbij een optimale inzet van tijd, mensen en<br />

middelen gekoppeld is aan de strategische doelen van de organisatie.<br />

Niveaudefinitie: Plant en organiseert werkzaamheden en activiteiten binnen<br />

de school mede door een effectieve afstemming <strong>met</strong> de strategische keuzes.<br />

Onderwijsondernemerschap (niveau 2)<br />

Ziet ontwikkelingen in de omgeving (overheden, ouders en maatschappelijke<br />

instellingen) en weegt af waar kansen liggen om de gekozen positionering<br />

van de school te realiseren.<br />

Niveaudefinitie: Stelt zich op de hoogte van externe ontwikkelingen en maakt<br />

op basis hiervan keuzes die van belang zijn voor de handhaving of verbetering<br />

van de positie van de school.<br />

Bijlage 2: Rep Competenties<br />

Het Rep heeft een drietal aanvullende<br />

competenties geformuleerd die in dit<br />

traject mede-leidraad zijn.<br />

Rep Competenties<br />

Competentie 1 Persoonlijk Leiderschap<br />

• Heb je zicht op je persoonlijk perspectief?<br />

• Wat is het effect daarvan op jezelf en op je omgeving?<br />

• Onderneem je op basis van hiervan acties om je eigen kennis en<br />

vaardigheden te vergroeten / verbeteren?<br />

• Heb je coachende vaardigheden en hoe zet je deze in?<br />

Competentie 2 Verbindend Leiderschap<br />

• Onderken je de ontwikkelingsbehoefte van de individuele personeelsleden,<br />

van de school en van de omgeving?<br />

• Respecteer je de verschillen die in ieder team bestaan?<br />

• Ben je in staat om het respect voor die verschillen over te brengen op je<br />

team?<br />

• Zorg je ervoor dat mensen zich gehoord voelen?<br />

• Zorg je ervoor dat mensen zich onderdeel voelen van …..?<br />

Competentie 3 Ondernemerschap<br />

• Stem je de ontwikkeling van de school af op behoeften van de omgeving?<br />

• Zoek je externe <strong>weg</strong>en in mensen en middelen en maak je daarvan<br />

gebruik?<br />

• Onderken je de invloed en gevolgen van je eigen beslissingen of<br />

activiteiten op de school en de omgeving?<br />

72. 73.


Bijlage 3: Het output-formulier<br />

OUTPUTFORMULIER<br />

Cursusplaats:<br />

Naam cursist:<br />

Nummer bewijsstuk:<br />

Titel bewijsstuk:<br />

Definitie competentie:<br />

NSA competentie no<br />

Relevante (beroeps)situatie of taak:<br />

Situatie:<br />

Over de auteurs<br />

Korte omschrijving bewijsmateriaal:<br />

Leg uit waarom dit bewijs aantoont dat u (deels) voldoet aan een bepaald<br />

competentieniveau:<br />

Actie:<br />

Referenties.<br />

Geef aan <strong>met</strong> wie je het werkstuk besproken hebt.<br />

Geef hier kort de inhoud van dit gesprek en de feedback weer:<br />

Reflectie op het eigen leren:<br />

Naam veldassessor:<br />

Naam opleidingsdocent:<br />

Handtekening:<br />

74. 75.


Doreen Admiraal-Hilgeman heeft 9 jaar gewerkt als gecertificeerd<br />

Loopbaanpsycholoog. Sinds 1989 verbonden aan Fontys Hogescholen.<br />

Momenteel als docentonderzoeker, kenniskringlid ‘Professionele<br />

waarden in kritische dialoog’ en staflid Professionalisering verbonden<br />

aan Fontys <strong>Op</strong>leidingscentrum Speciale Onderwijszorg. In 2009<br />

gepromoveerd op praktijkgericht onderzoek <strong>naar</strong> (individuele)<br />

loopbaanontwikkeling, personeelsbeleid en organisatieontwikkeling.<br />

Zij heeft meerdere publicaties op haar naam staan (t.admiraal@<br />

fontys.nl).<br />

Ivonne de Vrind, momenteel Projectmanager REP Academie<br />

en Mobiliteitscentrum, directeur en interim directeur van SK<strong>PO</strong><br />

Novum. 25 Jaar werkzaam in primair, speciaal en voortgezet<br />

onderwijs. Daarnaast werkzaam geweest als bedrijfsleider<br />

van Studentenuitzendbureau ASA en regiomanager van VNV.<br />

Gespecialiseerd in Leiderschapsontwikkeling en Excellent Leiderschap<br />

door het volgen van opleidingen bij de NSA, AVS, Magistrum en<br />

Associatie voor Coaching in Aarle-Rixtel. (info@rep-academie.nl).<br />

Hans Meijer was meer dan 30 jaar als docent Nederlands werkzaam<br />

bij de pabo-opleiding in Veghel en later ook in Eindhoven. In die jaren<br />

verzorgde hij vele nascholingscursussen op het gebied van NT2 en<br />

taalbeleid. Na de fusie <strong>met</strong> Eindhoven was hij locatieleider voor Veghel.<br />

In die hoedanigheid nam hij het initiatief tot de oprichting van het REP<br />

Noordoost Brabant. Na zijn pensionering vroegen de samenwerkende<br />

besturen hem de kar te blijven trekken en sinds enkele jaren is hij<br />

voorzitter van het REP.<br />

Wim Uphoff, Master in Management, Culture and Change, heeft<br />

25 jaar gewerkt in het primair onderwijs als leraar en directeur<br />

van diverse basisscholen. Is sinds 2001 fulltime verbonden aan<br />

Fontys Centrum voor Leiderschapsontwikkeling, als docent en<br />

consultant. Hij is betrokken bij de ontwikkeling en uitvoering van alle<br />

Magistrumtrajecten. Hij specialiseerde zich o.a. in management van<br />

cultuur en veranderingsprocessen in organisaties. (w.uphoff@fontys.<br />

nl)<br />

Drs. Ric Vos is momenteel werkzaam bij Fontys Centrum voor<br />

Leiderschapsontwikkeling in Eindhoven. In die hoedanigheid verzorgt<br />

hij voor Magistrum de leiderschapstrainingen in alle trajecten en de<br />

individuele begeleiding van cursisten. Daarnaast is hij als opleider<br />

verbonden aan de Associatie voor Coaching in Aarle-Rixtel. Als<br />

onderwijskundige en GZ-psycholoog is hij gespecialiseerd in<br />

processen van intermenselijke communicatie, waarvoor hij een<br />

opleiding heeft gevolgd bij de Interactie Academie in Antwerpen.<br />

Voor zijn aanstelling bij Fontys was hij werkzaam op Pedagogische<br />

Hogeschool Hemelrijken Eindhoven en Schoolbegeleidingsdienst De<br />

Kempen in Eersel. (r.vos@fontys.nl)<br />

76. 77.

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!