14.11.2014 Views

Download het hele artikel in pdf-formaat - Stedebouw en Architectuur

Download het hele artikel in pdf-formaat - Stedebouw en Architectuur

Download het hele artikel in pdf-formaat - Stedebouw en Architectuur

SHOW MORE
SHOW LESS

Create successful ePaper yourself

Turn your PDF publications into a flip-book with our unique Google optimized e-Paper software.

32

Stedebouw & Architectuur

Daken

KNOOPPUNT

u Het ontwerpen en bouwen van nieuwe stations is geen sinecure. Het Station Amsterdam Bijlmer

ArenA, dat recent is gekozen tot BNA gebouw van het jaar 2008, laat zien hoe een dergelijke opgave

aangepakt moet worden. Een grauwe en weinig attractieve gribus is veranderd in een ruime, hoge

en open onderdoorgang onder nieuwe, overzichtelijke perrons tien meter boven het maaiveld.

De indrukwekkende met hout beklede onderzijde

van de stationskap. Foto: Mark Humphreys.

De viaducten van dit multimodale station zijn van

beton, de overkapping is een volledig zelfdragende

staalconstructie. Het ontwerp is van Jan van Belkum

van ARCADIS Architecten en Neven Sidor van Grimshaw

Architects, en is gerealiseerd in opdracht van

ProRail en de Gemeente Amsterdam.

Multimodaal

Spoorwegstations zijn in Europa aan het veranderen.

Ze zijn vaak niet goed afgestemd op huidige verkeersstromen,

ze hebben een moeilijke relatie met de stedenbouwkundige

structuur, zijn vaak onaantrekkelijk

en economisch gezien een last voor de betreffende

steden (1). Moderne stations zouden moeten breken

met die malheur, en meer dan de behuizing van een

infrastructurele knoop moeten zijn.

Het zouden aantrekkelijke locaties moeten zijn, plekken

om te verpozen, met een goed evenwicht tussen

het ‘knooppunt’ en de ‘plaats’ (2). Een nieuw station

moet zo dicht mogelijk bij een centrum van de stad

ontwikkeld of herontwikkeld worden. Dat is complexer,

maar beter voor het functioneren van het station.

Daarbij spelen de eigenaren van de grond en

hun ambities, de ambities van de steden en de ambities

van het betreffende spoorbedrijf een cruciale

rol. Steden omarmen verschillende strategieën vanuit

verschillende culturen, contexten, economieën en de

geografie om de nieuwe stations te accommoderen.

Afstanden

In een multimodaal knooppunt is het belangrijk dat de

afstanden tussen de verschillende verkeersmodaliteiten

kort zijn.

Zonder al te veel barrières. Toegangspoortjes zijn in

dat opzicht een slecht idee. Een van de lastigste opgaven

is dan ook om de beide zijden van het spoor

op een goede en veilige manier te verbinden. Dat


Stedebouw & Architectuur

Daken

33

Auteurs: Ana da Conceicao en

Jeroen van Nieuwenhuizen

Links: de vogelvlucht laat de

‘doorsnijding’ van de stationskap

zien’.

Foto: Mark Humphreys.

Rechts: door de vides bereikt

het daglicht het Boulevardniveau

en zijn de stijgpunten

goed zichtbaar.

Foto: Ger van der Vlugt.

met hybride kap

lukt zelden. Lukt het wel dan kunnen de twee helften

een nieuwe dynamiek geven aan het station, en aan

de stad. Bij de vernieuwing van Station Amsterdam

Centraal en bij het nieuwe station van Breda worden

pogingen gedaan de barrière te slechten. Station Amsterdam

Bijlmer ArenA is daar volledig in geslaagd.

Historie

Het in mei 1971 geopende station Bijlmer werd in

1976 aangepast toen de op een spoordijk gelegen

spoorbaan door de Bijlmer in gebruik werd genomen.

Het station werd ontworpen in de stijl van de Oostlijn

van de metro, en had twee perrons waar het mogelijk

was van de trein op de metro over te stappen. Het

station Bijlmer was echter niet berekend op het verwerken

van de enorme aantallen voetbalsupporters

en concertgangers die regelmatig per trein de naast

het station gelegen Amsterdam ArenA bezoeken. Bovendien

was het oude station uit 1976 niet meer van

deze tijd. De noodzakelijke spoorverdubbeling voor

het traject Amsterdam-Utrecht en de Utrechtboog

werden aangegrepen om het nieuwe station extra

kwaliteit te geven.

Verbinding

Het nieuwe station is gebaseerd op de stedenbouwkundige

visie van Pi de Bruin. Die stelde een 70 meter

brede, lichte en open doorgang voor onder de

sporen. Deze doorgang ligt onder een hoek met de

sporen omdat hij de richting van de ArenA Boulevard

volgt. Hij verbindt beide zijden van het spoor op een

hoogwaardige en sociaal veilige manier. De ruimte

onder de sporen is door de vides tussen de sporen

overdag verlicht met daglicht, terwijl de vides tegelijk

het overzicht bevorderen. De entree van het station, die

onder de sporen ligt, is zowel vanuit de doorgang als

vanaf het busstation toegankelijk. Het station verbindt

het ArenA gebied met de Amsterdamse Poort, maar

mist vooralsnog commerciële niet vervoersgebonden

functies die goed kunnen werken op stations zoals dat

het geval is op het vernieuwde Saint Pancras, een van

de grootste kopstations in Londen, en sinds november

2007 het Londense eindpunt van de Eurostar, de hogesnelheidsverbinding

door de Kanaaltunnel. u

Het nieuwe station, dat in november 2007 werd geopend,

heeft een directe verbinding met de Zuid-As

en Schiphol, en bevat zes sporen voor treinen en twee

sporen voor de metro.

Daglicht valt door de glazen delen van de stationskap op het perronniveau. Foto: Mark Humphreys.


34

Stedebouw & Architectuur

Daken

1

2

1. Zicht op de brede doorgang onder de sporen.

2. Op het overzicht van het Boulevardniveau zijn

de stijgpunten goed zichtbaar.

3. Het perronniveau met de vides naar de lager

gelegen Boulevard.

4. Het bovenaanzicht met de glazen en gesloten

delen van de enorme kap.

5. De dwarsdoorsnede laat de vides, de acht

sporen en de ‘zwevende kap’ goed zien.

6. Langsdoorsnede met de brede onderdoorgang

en de enorme stationskap met zijn constructie.

3

Regionaal

Station Amsterdam Bijlmer ArenA is sinds 2006 het

belangrijkste busstation voor Amsterdam Zuidoost.

Het station heeft een kiss-en-ride strook en taxi

standplaatsen voor mensen om over te stappen. Het

multimodale station vervult een regionale functie als

knooppunt tussen buslijnen, treinen, de metro en het

wegennet. De overstapmachine kan een verblijfplaats

worden door de functies die er zijn, zoals bijvoorbeeld

de ArenA en de meubelboulevard, te versterken met

het programma in en rond het station. Dat programma

is op dit moment te mager met een AH to Go, een

ten, is een aanzet tot de verdere ontwikkeling van de

openbare ruimte in Amsterdam Zuidoost. Het ontwerp

verbindt het winkelcentrum Amsterdamse Poort met

de grotere schaal van de ArenA Boulevard. Banken

van natuursteen en hout markeren de overgang tussen

verblijven en bewegen. Er worden niveauverschillen

aangebracht en plaatsen om te sporten en om in

de zon te zitten. De enorme schaal van de boulevard

wordt in proportie gebracht. Het ontwerp bevat naast

verblijfplaatsen en kiosken een speciaal ontworpen

stratenpatroon en een web van verlichting, die als een

sterrenhemel boven de boulevard wordt aangebracht.

Station Amsterdam Bijlmer ArenA

Etos, een DE Koffie café, en andere voorzieningen zoals

een GWK en de AKO boekshop. Hoewel het een

open en toegankelijk station is, dat functioneert als

brandpunt in Amsterdam Zuidoost, zullen de poortjes

de winkels onbereikbaar maken. Wel is op de Boulevard

onder de sporen is aan de overzijde van de

stationsentree een doorgaande plint met winkels ontworpen

die continuïteit moet geven aan deze functies.

Dit additionele programma en de kwaliteit ervan zijn

essentieel voor het station.

De openbare ruimte

Het nieuwe ontwerp voor de ArenA Boulevard, gemaakt

door Karres en Brands landschapsarchitec-

Het landschapsontwerp en het Station Amsterdam

Bijlmer ArenA bieden de kans voor Amsterdam Zuidoost

om niet alleen een ‘place to go through’ te zijn,

maar ook een ‘place to stay’. De aanpassing aan de

boulevard en de kiosken zijn daarvoor de eerste belangrijke

stap.

De stationskap

Het meest kenmerkende element van het ontwerp is

de stationskap die net zo indrukwekkend is als de stationskappen

van meer dan een eeuw geleden, zoals

die van Amsterdam Centraal Station. De constructie

van de stalen kap staat geheel los van die van de

betonnen viaducten om te vermijden dat krachten en

bewegingen op de bovenbouw invloed hebben op

de onderbouw, en omgekeerd. Daarbij kan gedacht

worden aan windkrachten of de krachten van optrekkende

en remmende treinen. De ranke ‘ruggengraat’

wordt gedragen door A-vormige kolommen die zorgen

voor de stabiliteit in de dwarsrichting. De elegante

kappen worden daar waar de roltrappen van de

boulevard de perrons bereiken ‘diagonaal opgeknipt’

om die entreepunten te accentueren. De boulevard

snijdt als het ware door de kappen. Het zonlicht valt

door de glazen delen van de kap die zijn bedacht ter

plaatse van de hoofdligger, een hol en V-vormig profiel.

Dit profiel benadrukt de kolossale maat en schaal

van de kappen, en is letterlijk de ruggengraat van de

constructie. Door het glas lijken de dichte, aan de onderzijde

met hout bekleedde, delen van de kap nog

meer te zweven. De op de ‘nok’ van het dak geplaatste

verticale persroosters zorgen er niet alleen voor dat

de luchtstroming wordt getemperd, ook verhinderen

zij regen om het perron te bereiken. Tegelijk kunnen

via de tussenliggende luchtspleten drukgolven van

treinen het station verlaten, en rook adequaat worden

afgevoerd bij brand. En tevens kan de ventilatie op

een natuurlijke manier plaatsvinden zonder al te hoge

luchtsnelheden. Het prettige klimaat dat hierdoor ontstaat

wordt ondersteund door de akoestische werking

en uitstraling van de Oregon Pine panelen die

de dakvleugels bekleden. De hoofdaannemers, Besix

en Buyck Engineering hebben samen met Peutz,

Cauberg Huygen en Arcadis een knap staaltje werk

geleverd.


Stedebouw & Architectuur

Daken

35

Jeroen Mensink

(JAM* ARCHITECTEN)

4

5

Het ‘groene dak’ is in opkomst. En dat is niet voor

niets. Het ziet er niet alleen heel aardig uit (zeker wanneer

je er vanuit je huis of werkplek op uitkijkt), het

draagt ook nog eens bij aan de isolatieschil van het

gebouw. Verder vormt het dakpakket met begroeiing

een significante waterbuffer bij hevige regenval en,

in het geval van een beetje serieuze tuin, vangt het

groene dak zelfs het door ons verachte fijnstof uit de

lucht. Maar bovenal kunnen we eindelijk de wijze les

van Le Corbusier op grote schaal in de praktijk brengen

en het maaiveld terug laten komen bovenop onze

gebouwde omgeving.

6

Extra kwaliteit

De zes sporen voor treinen en twee sporen voor de

metro zijn twee aan twee gegroepeerd, waarbij de

middelste twee sporen die van de metro zijn. De vides

tussen de perrons, en de hoge trappen, roltrappen en

glazen liften bieden een mooi overzicht over het boulevardniveau.

De viaducten hebben een rond profiel

aan de onderzijde en naar de randen toe steeds dunner

wordende ‘perronvleugels’, om de ruimte eronder

zo open en licht mogelijk te maken. De verandering

van de dubbele kolommen in het oorspronkelijke ontwerp

naar enkele paddenstoelkolommen onder de

viaducten maakt deze forser, maar het beeld ook rustiger.

De aanlichting van deze constructie draagt daar

in belangrijke mate aan bij, net zoals de vrij hangende

verlichting dat doet boven de roltrappen. Door de

aandacht die besteed is aan allerlei details, zoals de

informatie voorzieningen, de verlichting, de hekwerken

en de staalconstructie voor de hoogspanningskabels

van de trein krijgt het ontwerp extra kwaliteit.

De materialisering is vandaal- en graffitibestendig en

makkelijk schoon te maken. hoewel de met terracotta

tegels beklede volumes onder de roltrappen bedoeld

zijn om het station met de Boulevard te verankeren,

vallen ze een beetje uit de toon. Maar het zijn vooral

de toegangspoortjes die de ruimte geweld aan doen.

Tot slot

Of het station een ontmoetingsplek gaat worden is de

vraag, het station ontbeert een stationshal en op dit

moment functies die voor een verblijf vereist zijn. Het

station is meer een knooppunt dan een plaats. Gezien

de veiligheidssituatie uit het verleden is dat ook begrijpelijk.

Het zorgvuldig vormgegeven prestigieuze

knooppunt biedt echter bij uitstek de basis voor het

ontwikkelen van een volwaardige multimodale ‘place

to stay’. De nieuwe monumentale doorgang onder

sporen doorbreekt de fysieke en psychologische barrière

tussen het in het verleden kansarme woongebied

Bijlmer en het kansrijke werk- en uitgaansgebied

van Amsterdam Zuidoost. Station Amsterdam Bijlmer

ArenA kan daardoor de kroon worden op de bijna voltooide

herstructurering van Amsterdam Zuidoost.

www.arcadis.nl

www.grimshaw-architects.com

www.prorail.nl

www.ArenA-boulevard.nl/web/show/id=42978

Noten:

1. Martins da Conceicao (2007), A.L. Spatial Impacts of multimodal Stations

on the urban layout, Master Thesis, pp. V.

2. Bertolini, L. (1996), Nodes en places: Complexities of railway station redevelopment,

European Planning Studies, vol. 4, Issue 3, pp. 331-346.

Jeroen van Nieuwenhuizen is directeur/architect bij

MoveYou. Ana da Conceicao doet een promotieonderzoek

naar multimodale stations.

Enkel een beetje gras of sedum op het dak is me te

voorzichtig. Ik denk aan bloeiende borders, productieve

moestuinen en keurig belijnde sportvelden.

Daar kan de ruimtelijke ordening in Nederland nog

een efficiënte slag mee slaan. Ik pleit dan ook voor

een verdere ontwikkeling van de mogelijkheden. Een

uniek Nederlands daklandschap zie ik voor me. Alle

flats uit de Wederopbouw worden alsnog voorzien van

weelderige tuinen op het dak, compleet met houten

schuurtjes en waslijnen, waar je de buurvrouw nog

eens tegenkomt en uitnodigt voor een kopje koffie.

Alle stalen dozen op bedrijventerreinen worden voorzien

van volkstuinen. En Google Earth toont Rotterdam,

Amsterdam en Utrecht als dependance van de

Hoge Veluwe.

Een ware trend zijn ook de overdekte groene daken,

oftewel de kassen op, aan en in gebouwen. Het gebouw

van het Ministerie VROM liep al vooruit op deze

trend. En het ING-gebouw aan de Zuidas is misschien

wel het meest spectaculaire voorbeeld. Combinaties

van kassen en woningen of restaurants zijn ons al niet

meer vreemd. Deze voorbeelden verdienen navolging.

Met de bedrijfskantine tussen de palmbomen,

pluk je tijdens de lunch gewoon een banaan uit de

boom naast je tafel.

In het buitenland lijkt men al veel langer te geloven

in groene landschappen op daken, terrassen en balkons.

Ik denk nu even aan de Babylonische tuinen en

de exotische voorbeelden van Ken Yeang. Had deze

ontwikkeling ook in Nederland eerder ingezet, dan

hadden we nu kunnen golfen op het dak van woonboulevards

en Ikea’s en hadden we wellicht fatsoenlijk

kunnen voetballen op het dak van de parkeergarage

Amsterdam ArenA.

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!