MEE Signaal - MEE Zuidoost Brabant

meezuidoostbrabant.nl

MEE Signaal - MEE Zuidoost Brabant

MEE

Ondersteuning bij leven met een beperking

MEE Signaal

Kwartaalrapportage

pakketmaatregel AWBZ

Najaar 2009

MEE Signaal al

• Kwartaalrapportage alrapp

app

age

pakketmaatregel k

atr

trege

e

lAWBZ


Inhoud

2 Inleiding

3 Voorbereiding MEE

3 Verloop proces herindicatie - MEE

5 Informatie over cliënten

7 Signalen

8 Ontwikkelingen in het veld

9 Tussenbalans

10 Casuïstiek

Inleiding

MEE-organisaties bieden overal in het land onafhankelijke,

laagdrempelige cliëntondersteuning. De aanpak

van MEE is gebaseerd op het vergroten van de zelfstandigheid

van de cliënt en het vergroten van het sociale

netwerk van de cliënt. Soms is het netwerk niet toereikend

en bieden vrijwilligers of collectieve activiteiten

een oplossing. MEE ondersteunt dan de cliënt bij de

zoektocht naar alternatieven.

Per 1 januari 2009 zijn de pakketmaatregelen AWBZ ingevoerd.

Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en

Sport (VWS) heeft MEE gevraagd om cliënten te ondersteunen

die hun begeleiding in 2009 volledig verliezen.

Het betreft tijdelijke ondersteuning bij het zoeken naar

mogelijkheden waarmee ze voortaan zelfstandig kunnen

functioneren of hun ondersteuning zelfstandig kunnen

organiseren. In augustus 2009 heeft het Ministerie

van VWS MEE gevraagd om haar taak voor de pakketmaatregelen

AWBZ per direct uit te breiden. Vanaf dat

moment ondersteunt MEE, naast haar reguliere taak,

alle mensen die in 2009 worden geherindiceerd en hun

indicatie voor begeleiding verliezen of terugvallen in het

aantal uren begeleiding.

Het doel van deze rapportage is u te informeren

over de cliëntondersteuning van MEE-organisaties

bij de pakketmaatregel AWBZ.

Deze rapportage beschrijft de achtergronden van de

pakketmaatregel (wijzigingen in de functiebegeleiding)

en schetst cliëntaantallen, cliëntinformatie,

signalen en ontwikkelingen in het veld vanuit het

perspectief van de MEE-organisaties.

In deze rapportage staat informatie over cliënten die

zich bij MEE voor de pakketmaatregel hebben gemeld

en signalen en trends die MEE-organisaties op basis van

hun ervaringen constateren. De cijfers die in dit rapport

zijn vermeld, zijn gebaseerd op de situatie van 21

oktober 2009. In januari en april 2010 verstrekt MEE een

vergelijkbaar overzicht aan u.

2 MEE Signaal • Kwartaalrapportage pakketmaatregel AWBZ


Voorbereiding MEE

In december 2009 heeft het Ministerie van VWS MEE

gevraagd (tijdelijk) cliënten te ondersteunen die geraakt

worden door de pakketmaatregel AWBZ. MEE

kreeg hiermee een extra taak voor een deels nieuwe

doelgroep. Dit betekende dat er in korte tijd veel moest

gebeuren om de extra ondersteuning inhoudelijk goed

te kunnen leveren en te kunnen monitoren.

De eerste maanden van 2009 heeft MEE zich voorbereid

op haar nieuwe tijdelijke taak door hard te werken aan:

• De ontwikkeling van een trainingskader voor consulenten.

Voor consulenten is een landelijke werkinstructie

ontwikkeld die door middel van scholing is

geïmplementeerd.

• De ontwikkeling van DigiMEE, het nieuwe landelijke

registratiesysteem, waarmee inzichtelijk wordt

hoeveel cliënten binnen de pakketmaatregel AWBZ

worden ondersteund door MEE. Cliëntbehoeften en

eventuele alternatieven voor begeleiding worden ook

geregistreerd.

• De werving van nieuwe consulenten om in staat te

zijn de verwachte toestroom snel en adequaat op te

vangen.

• De samenwerking met andere organisaties uit te

breiden. Het gaat daarbij vooral om samenwerking

met informatie- en adviessteunpunten GGZ, zorgbelangorganisaties

en ouderen- en welzijnsorganisaties

(ouderenadviseurs).

Begin april 2009 waren de MEE-organisaties voorbereid

op de toestroom van cliënten die worden geraakt door

de pakketmaatregel AWBZ.

Verloop proces

herindicatie - MEE

Herindicatieproces

Het proces van indicatiestelling bij cliënten die te maken

hebben met de pakketmaatregelen, is beschreven in

figuur één. Het proces volgt de route vanaf het herindicatieproces

door het CIZ tot aan de geboden ondersteuning

door MEE. Uit het figuur komt de afhankelijkheid

van MEE van het CIZ werkproces naar voren. De uitkomst

van de herindicatie beïnvloedt namelijk direct de

instroom van cliënten naar MEE-organisaties.

..

1 Begeleiding AWBZ 2009. Ontwikkelingen aanspraak begeleiding Nederland.

Eerste halfjaar 2009. CIZ.

Figuur 1. Proces indicatiestelling met schattingen van

percentages en aantallen versus oorspronkelijke aannames

MEE Signaal • Kwartaalrapportage pakketmaatregel AWBZ

3


Figuur één geeft een inschatting van cliëntaantallen die

zich kunnen aanmelden bij MEE ten opzichte van het

totale aantal van 230.000. De verruiming van de toelatingscriteria

in augustus 2009, is hierin opgenomen.

Het gaat nadrukkelijk om een prognose, op basis van de

ontwikkelingen tot peildatum 1 juli 2009 1 , afgezet tegen

oorspronkelijke uitgangspunten. De werkelijke aantallen

zijn afhankelijk van de inhoud van (her)indicatiebesluiten

van het CIZ op basis van de nieuwe regelgeving. In de

voorbereiding is MEE ervan uitgegaan dat een deel van

deze mensen zich meldt bij MEE. Een aanzienlijk deel

daarvan creëert zelf een oplossing of met behulp van een

mantelzorger of de huidige zorgaanbieder.

Werkproces CIZ bij herindicatiestelling

De uitvoering van herindicaties gebeurt op twee manieren,

zoals weergegeven in figuur twee.

• Cliënten met een indicatie die in 2009 afloopt, krijgen

vanuit het reguliere CIZ werkproces een nieuwe indicatie

voor begeleiding op basis van de nieuwe beleidsregels;

• Cliënten met een indicatie Ondersteunende Begeleiding

(OB) en/of Activerende Begeleiding (AB) die na

2009 afloopt, krijgen vanuit het speciaal opgezette project

Herindicaties van het CIZ dit jaar een brief met het

verzoek een nieuwe indicatie aan te vragen. De nieuwe

indicaties gaan in op 1 januari 2010. Volgens het CIZ

gaat het om een aantal van ca. 125.000 cliënten 2 .

Indicatiebesluit loopt

af in 2009

Regulier werkproces

door CIZ Districten

Ondersteunende e/o

Activerende

Begeleiding op

01-01-2009

Indicatiebesluit loopt

af na 31-12-2009

Project Herindicatie

Figuur 2. Uitvoering indicatiestelling n.a.v. de invoering

Pakketmaatregelen 2009

MEE ondersteuning

Cliënten die het herindicatietraject doorlopen en hun

recht op begeleiding verliezen, krijgen bij hun indicatiebesluit

informatie over de mogelijkheid om ondersteuning

van MEE te ontvangen. De MEE-organisaties

hanteren hierbij de volgende werkwijze:

MEE werkt regieversterkend. De aanpak is gebaseerd op

het versterken en/of vergroten van het sociale netwerk

van de cliënt. Dit gebeurt stapsgewijs en samen met de

cliënt. De aanpak bestaat uit vijf stappen. Per stap is een

specifieke uitwerking gemaakt die past bij de verschillende

cliëntgroepen die te maken hebben met de pakketmaatregel

AWBZ. Het verschilt per cliënt hoeveel stappen

worden ingezet. In enkele gevallen is slechts één

stap nodig, terwijl in andere situaties meerdere stappen

noodzakelijk zijn.

De MEE ondersteuning ziet er als volgt uit. De consulent

van MEE start met een gesprek waarin de situatie van

de cliënt wordt verkend. Vervolgens wordt het netwerk

van de cliënt in kaart gebracht. De consulent gaat samen

met de cliënt na wie er deel uitmaken van dit netwerk,

hoe de cliënt dit ervaart, of hij dingen anders zou

willen, enzovoorts. Zo krijgt de consulent inzicht in de

werking van het netwerk en hoe dit kan worden geactiveerd.

Wanneer in deze stappen niet wordt gekomen tot

een voor de cliënt bevredigend resultaat, worden alternatieve

oplossingen gezocht. De kennis van de sociale

kaart in de lokale situatie is hierbij van groot belang.

2 Website CIZ

4 MEE Signaal • Kwartaalrapportage pakketmaatregel AWBZ


Informatie over Cliënten

Uit de registratiegegevens van DigiMEE wordt de volgende

informatie gegenereerd:

• Inzicht in cliëntaantallen en cliëntgroepen;

• Inzicht in vragen en behoeften;

• Informatie over resterende ondersteuningsbehoefte.

Aantal cliënten ondersteund door MEE

Tot 21 oktober 2009 hebben zich in totaal 1.068 cliënten

gemeld die hun indicatie voor begeleiding deels of

volledig hebben verloren. Dit aantal blijft achter bij de

verwachtingen. Tabel één is een specificatie van het

begeleidingsverlies. Noot hierbij is dat cliënten die hun

begeleiding gedeeltelijk verliezen, zich pas sinds de uitbreiding

van de toelatingscriteria in augustus jl. konden

melden.

Aantal cliënten MEE

Cliëntgroepen AWBZ (1 t/m 10)

en jeugdzorg (11 t/m 14)

1. Ouderen met beginnende ouderdomsklachten,

zoals vergeetachtigheid en mobiliteitsproblemen,

zonder dat een duidelijke diagnose is gesteld.

2. Ouderen met beginnend geheugenverlies en concentratiestoornissen

die vaak kampen met gemis van

partner of vrienden.

3. Ouderen waarbij beginnende dementie is gediagnosticeerd,

die doorgaans nog thuis wonen en vaak

een partner hebben en/of mantelzorg krijgen.

4. Volwassenen die als gevolg van chronische invaliderende

aandoeningen beperkt zijn in de Persoonlijke

Verzorging.

5. Volwassenen die als gevolg van chronische invaliderende

aandoeningen licht beperkt zijn in hun

psychisch functioneren.

6. Chronisch psychiatrische patiënten, zowel stabiel

als instabiel, die niet of niet altijd zelfstandig kunnen

functioneren.

Aantal

cliënten

bij MEE

331

71

15

105

66

25

Verlies begeleiding gedeeltelijk 155

Verlies begeleiding geheel 872

Nog niet ingevuld 41

Totaal 1068

Tabel 1. Begeleidingsverlies

Inzicht in Cliëntaantallen

Het Ministerie van VWS en het Programmaministerie voor

Jeugd en Gezin hebben onderzoek laten doen naar de

groepen mensen die worden geraakt door de pakketmaatregel

AWBZ. Dit heeft geleid tot veertien cliëntgroepen.

Tabel twee geeft weer in welke aantallen deze cliëntgroepen

zich voor de pakketmaatregel AWBZ bij MEE

hebben gemeld.

Uit tabel twee blijkt dat ouderen met beginnende ouderdomsklachten

en gehandicapte volwassenen de twee

grootste cliëntgroepen zijn die zich vanwege de pakketmaatregel

melden bij MEE.

7. Volwassenen met somatische of psychiatrische

problematiek die ondersteund worden in de gezinssituatie.

8. Mensen met lichte verstandelijke beperkingen die

zelfstandig of thuis bij de ouders wonen.

9. Jongeren en jongvolwassenen met lichte gedragsproblemen

als gevolg van een lichte verstandelijke

beperking, die buiten andere sectoren (zoals psychiatrie,

jeugdzorg of justitie) vallen.

10. Mensen met zintuiglijke beperkingen die met

diverse hulpmiddelen redelijk tot goed zelfstandig

kunnen wonen.

11. Kinderen met lichte beperkingen die begeleiding

krijgen om vaardigheden te oefenen.

12. Kinderen en jongeren met lichte beperkingen

waarbij de ouders moeten worden ontlast.

13. Kinderen met lichte beperkingen waarvan de

ouders niet in staat zijn het kind voldoende te ondersteunen.

14. Kinderen met lichte beperkingen die geen begeleiding

accepteren van ouders.

Tabel 2. Cliëntaantallen per doelgroep

42

77

14

34

40

56

16

1

MEE Signaal • Kwartaalrapportage pakketmaatregel AWBZ

5


Uit de vergelijking in figuur drie blijkt dat de categorie

ouderen en gehandicapte volwassenen relatief groot

is ten opzichte van het totale aantal cliënten dat door

MEE ondersteund wordt. De groep volwassenen met

psychische problematiek is daarentegen op dit moment

relatief klein in vergelijking met het totale aantal

cliënten. In figuur drie zijn de kinderen niet opgenomen,

omdat hiervan geen verwachte aantallen en percentages

bekend zijn.

60

50

40

• Wonen & samenleven: cliëntvragen op het gebied van

passend wonen met een handicap, ondersteuning bij

wonen, meedoen in de wijk en de sociale kaart.

• Leren & werken: cliëntvragen op het gebied van

school- en beroepskeuze, vervolgonderwijs, passend

werk en de sociale kaart.

• Regelgeving & geldzaken: cliëntvragen op het gebied

van wet- en regelgeving, geldzaken, bezwaar en beroep

en de sociale kaart.

• Vrije tijd & sport: cliëntvragen op het gebied van vrije

tijd- en/of sportmogelijkheden, ondersteuning bij vrije

tijd en/of sport en de sociale kaart.

• Vrienden en relaties: cliëntvragen op het gebied van

relaties en zingeving, weerbaarheid en seksualiteit,

vrienden maken, vrienden blijven en de sociale kaart.

30

20

10

0

Ouderen

Gehandicapte volwassenen

Volwassen Psychosociaal

Licht verstandelijk Gehandicapt

Zintuiglijk gehandicapten

Verwacht %

Werkelijk %

De meeste vragen die cliënten stellen, liggen op het gebied

van wonen & samenleven. De vragen komen voort

uit het zoeken naar alternatieven voor dagbesteding,

begeleiding bij administratieve ondersteuning of begeleiding

bij bezoek aan officiële instanties. Een ander

levensgebied waarbinnen cliënten veel vragen stellen is

vrije tijd en sport. Dit zijn vragen over de manier waarop

cliënten hun vrije tijd kunnen invullen, zoals bijvoorbeeld

normaal begaafde autisten die voorheen ambulante

begeleiding kregen voor sportdeelname.

Figuur 3. Vergelijk AWBZ-verwachtingen met MEErealisatie

Inzicht in vragen en behoeften

Cliënten kunnen voor al hun vragen terecht bij MEE:

levenslang en levensbreed. Dit geldt zowel voor de

reguliere ondersteuning van MEE als de ondersteuning

bij de pakketmaatregel AWBZ. Hierbij hanteert MEE een

onderverdeling in vraagtype. De vragen van cliënten zijn

ingedeeld in de volgende zes levensgebieden:

• Jeugd & gezin: cliëntvragen op het gebied van onderzoek

en diagnostiek, kindversterking, gezinsversterking

en de sociale kaart.

Informatie over resterende ondersteuningsbehoeften

Van cliënten wiens ondersteuningstraject is afgerond,

wordt vastgelegd met welk type ondersteuning zij zichzelf

in staat achten om zelfredzaam te zijn en te participeren.

Het kan zijn dat cliënten na het traject bij MEE

geen ondersteuningsbehoefte meer hebben of verder

kunnen met behulp van mantelzorg. Andere mogelijkheden

zijn ondersteuning van vrijwilligers of aanbod van

bijvoorbeeld welzijnsorganisaties.

Op 21 oktober 2009 is het traject bij 235 cliënten afgerond.

Hiervan hebben 90 cliënten geen ondersteuning

meer nodig en doen 60 cliënten een beroep op mantel-

6 MEE Signaal • Kwartaalrapportage pakketmaatregel AWBZ


zorgers, of vrijwilligers. Figuur vier geeft de onderverdeling

weer.

bijvoorbeeld een vriendengroep kan worden opgezet. Er

wordt alleen doorverwezen naar de reguliere diensten

van MEE als de cliënt tot de doelgroep van MEE behoort

en met beperkte ondersteuning weer zelfstandig verder

kan.

Figuur 4. Uitstroom cliëntaantal geen alternatieve voorziening

Bij 85 cliënten is gezocht naar een alternatieve oplossing.

Figuur vijf geeft weer welke oplossingen er voor

deze cliënten zijn gevonden.

Signalen

Door ondersteuning van cliënten die hun begeleiding

verliezen, komen bij MEE diverse signalen binnen over

de consequenties van de pakketmaatregel AWBZ. Deze

signalen worden door MEE-organisaties verzameld

en centraal gemeld. Hierdoor kan MEE de landelijke

partijen op de hoogte stellen van de uitwerking van de

pakketmaatregel en kan hierop zo nodig actie worden

ondernomen.

Trends

Bij de meeste signalen past het gesignaleerde effect

binnen het overheidsbeleid van de pakketmaatregelen.

Figuur 5. Uitstroom cliëntaantal alternatieve voorziening

Figuur vijf geeft weer dat 30 cliënten in de categorie

‘anders’ vallen. Voor deze cliënten is geen oplossing

gevonden, omdat er (nog) geen alternatieve voorziening

voor hen voorhanden is. MEE meldt dit bij betrokken

partijen, waaronder de betreffende gemeenten.

Verder wordt in figuur vijf zichtbaar dat veertien cliënten

zijn doorverwezen naar de reguliere diensten van MEE.

Het betreft hier cursussen (zoals ‘Hoe regel ik mijn

financiën’ of ‘Hoe maak ik vrienden’) en kortdurende

ondersteuning (gericht op het aanleren van vaardigheden

of opvoedondersteuning). Ook worden cliënten in

sommige gevallen met elkaar in contact gebracht, zodat

Een voorbeeld:

Een cliënt met een lichte beperking dreigt door het

wegvallen van dagbesteding in een sociaal isolement

te komen. Analyse laat zien dat de indicatie

correct is ondanks het persoonlijk effect. De route

voor de cliënt is het zoeken naar alternatieven,

eventueel met MEE-ondersteuning.

Er is daarentegen wel een trend vast te stellen uit deze

signalen. Ze zijn vaak gericht op de werkwijze van het CIZ

of het ontbreken van alternatieven bij gemeenten.

Cliëntenorganisaties melden vaak gelijksoortige signalen.

Enkele veelgenoemde voorbeelden:

• Veel cliënten ervaren onduidelijkheid in de besluitbrief

en de telefonische contacten met het CIZ.

• Veel ouderen verliezen hun indicatie voor dagbesteding.

Hierdoor geven dagbestedingscentra aan te

vrezen voor hun continuïteit.

MEE Signaal • Kwartaalrapportage pakketmaatregel AWBZ

7


• Binnen de gestelde alternatieven ontbreekt het aan

specialistische kennis en aan capaciteit om kinderen

met complexe problematiek te begeleiden.

• Zorgaanbieders tekenen samen met alle cliënten

standaard bezwaar aan. Het is onbekend of de aanbieders

tegelijkertijd zoeken naar alternatieven voor

hun cliënten. Deze cliënten melden zich meestal nog

niet bij MEE. Kleine zorginitiatieven van zorgaanbieders,

bijvoorbeeld zorgboerderijen, hebben een groter

bedrijfseconomisch risico bij cliënten die hun indicatie

verliezen.

Ongewenste effecten

Een deel van de signalen beoordeelt MEE als effecten die

de overheid niet bedoeld heeft. Dit type signalen wordt

onderzocht en doorgestuurd naar het Rapid Response

Team. Dit team is ingesteld door het Ministerie van VWS

en bestaat, naast VWS, uit het CIZ, de cliëntenorganisatie

NPCF en MEE Nederland.

Voorbeelden van meldingen zijn:

• Verlies dagbesteding en gebrek aan alternatieven

voor cliënten met een specifieke etniciteit (dagopvang

Molukse en Indische ouderen);

• Jonge kinderen krijgen moeizaam en alleen maar

tijdelijk logeerindicaties;

• Jonge kinderen met multiproblematiek in de thuissituatie

of kinderdagverblijfsetting verliezen (een deel

van de) begeleiding, maar hebben dusdanige problematiek

dat een alternatief aanbod via de gemeenten

niet passend is;

• Mensen met een zintuiglijke beperking verliezen hun

begeleiding, terwijl er voor deze groep geen alternatief

aanbod is;

• Er zijn kinderen onder de vier jaar die in plaats van

begeleiding behandeling krijgen geïndiceerd. Dit

levert twee problemen op: bij de functie behandeling

zit geen vervoer en een orthopedagogisch dagcentrum

kan geen zorg leveren op basis van een indicatie

behandeling.

Ontwikkelingen in het veld

Er bestaan veel samenwerkingsvormen rondom de

ondersteuning van kwetsbare mensen. Partijen zoals

gemeenten, zorgaanbieders, welzijnspartijen en MEE

werken samen om zo goed mogelijk tegemoet te komen

aan de behoefte van de cliënt. Het proces van ketensamenwerking

wordt soms echter bemoeilijkt door

uiteenlopende belangen en doelstellingen. Dit kan het

resultaat beïnvloeden.

AWBZ-aanbieders kennen de cliënten en maken zich

zorgen over de gevolgen van de pakketmaatregel. Bij

veel aanbieders is de Wmo-infrastructuur niet bekend.

Wmo-hulpverleners kennen de AWBZ-cliënten minder

goed. Zij zijn bezorgd over verzwaring van taken zonder

extra middelen. Gemeenten zien wel kansen, maar

het Wmo-beleid staat vaak nog in de kinderschoenen.

Tevens zijn gemeenten ook maar zeer beperkt op de

hoogte van de cliëntenvragen en het hulpaanbod.

Samengevat:

• De gevolgen van de pakketmaatregel zijn in het

werkveld nog niet te overzien. De pakketmaatregel

is complex, omdat dit zoveel verschillende gevolgen

heeft voor veel cliëntgroepen en partijen;

• De complexiteit hangt vooral samen met het feit dat

de pakketmaatregel zich beweegt op het grensvlak

tussen de AWBZ, de Wmo en de jeugdzorg. Dit zijn

sectoren, die totaal verschillend gefinancierd, bestuurd

en georganiseerd zijn en elkaar doorgaans

niet goed kennen.

Dit maakt duidelijk dat de partijen die met de pakketmaatregel

te maken hebben, een verscheidenheid aan

posities en belangen hebben. MEE streeft naar een

onafhankelijke samenwerking met al deze partijen.

MEE rekent het tot haar doelstelling om verbindingen

tussen stelsels te leggen en partijen bij elkaar te brengen.

De kennis die MEE opdoet bij de individuele on-

8 MEE Signaal • Kwartaalrapportage pakketmaatregel AWBZ


dersteuning van cliënten wil zij inzetten om, daar waar

nodig, de opzet van alternatieve (collectieve) voorzieningen

op lokaal niveau te bevorderen.

Tussenbalans

MEE-organisaties hebben zich vanaf januari 2009 volop

ingezet om klaar te zijn voor de opvang van cliënten die

hun AWBZ-begeleiding deels of volledig verliezen. De

eerste periode vereiste veel inzet om de MEE-consulenten

inhoudelijk voor te bereiden en de netwerkpartijen

te informeren over pakketmaatregelen en de ondersteuningsrol

die MEE biedt.

De verwachting was dat cliënten zich vanaf april/mei

2009 zouden melden. De gewenningsperiode van maximaal

zes maanden lag aan deze verwachting ten grondslag.

Het werkelijke aantal cliënten bleef echter ver

achter bij de verwachting. Op 21 oktober 2009 hebben

zich 1.068 mensen gemeld. De laatste twee maanden

heeft een substantiële stijging van het aantal cliënten

plaatsgevonden.

Desalniettemin vindt MEE het zorgelijk dat veel mensen

zich niet hebben gemeld bij MEE. Er is immers nog geen

duidelijk beeld van de gecreëerde alternatieven. De

vraag rijst dan ook waarom zich relatief weinig cliënten

hebben gemeld bij MEE. Hiervoor zijn enkele hypothesen.

1. Veel cliënten die hun indicatie hebben verloren vinden

zelfstandig, met hun netwerk of met hun huidige

hulpverlener een alternatief voor begeleiding.

2. Cliënten realiseren zich nog onvoldoende wat het verlies

van begeleiding betekent. Uit het werkveld komen

signalen dat cliënten de effecten van het verlies van

begeleiding niet naar waarde kunnen inschatten.

3. De ondersteuningsmogelijkheid van MEE is onbekend

of wordt door cliënten en huidige hulpverleners pas

gezocht na afloop van de gewenningsperiode én een

bezwaarprocedure bij het CIZ.

4. Gemeenten ervaren het vervullen van een regisserende

rol in een complex werkveld als lastig, waardoor

de overgang van AWBZ-voorzieningen naar Wmovoorzieningen

langzaam verloopt.

5. Voor zorgaanbieders is het door bedrijfseconomische

belangen aantrekkelijk om cliënten in een zo vroeg

mogelijk stadium aan zich te binden.

Het is verontrustend dat niet exact duidelijk is waar de

mensen zijn gebleven die zijn getroffen door de pakketmaatregel

AWBZ en die zich niet hebben gemeld bij

MEE. MEE doet echter alles wat in haar mogelijkheid

ligt om de cliënten te bereiken die in aanmerking komen

voor ondersteuning van MEE.

MEE probeert het werkveld zo goed mogelijk te informeren

over haar inhoudelijke rol en onafhankelijke positie,

onder andere door het inzetten van communicatiemiddelen

bij veldpartijen en het bespreken van signalen en

trends met gemeenten. Daarnaast richt MEE zich op

afspraken over (verbetering in) doorverwijzing en het

delen van informatie tussen netwerkpartijen. Tot slot

initieert, stimuleert en draagt MEE bij aan bijeenkomsten

tussen netwerkpartijen, internetinformatie, symposia

en presentaties.

MEE hoopt via diverse wegen de cliëntgroepen te bereiken

die door de pakketmaatregel AWBZ zijn getroffen.

Door deze cliënten te bereiken kan MEE hen ondersteunen

bij het zoeken naar mogelijkheden waarmee

ze voortaan zelfstandig kunnen functioneren of hun

ondersteuning zelfstandig kunnen organiseren. Ook kan

MEE dan een goed beeld schetsen van de gevolgen van

de pakketmaatregel.

MEE Signaal • Kwartaalrapportage pakketmaatregel AWBZ

9


Casuïstiek

Jeugd & gezin

Kinderen licht beperkt waarvan ouders ontlast

dienen te worden

Henk en Suzan hebben beiden geen hoog IQ-niveau. Bij

hun dochtertje Eva is een achterstand in de ontwikkeling

geconstateerd. Iedere woensdagmiddag kwam Maria

bij het gezin thuis. Ze speelde met Eva om haar ontwikkeling

te stimuleren, maar ook om Henk en Suzan te

ontlasten. Henk en Suzan genoten van hun dagdeel ‘vrij’.

Alternatieven worden gezocht in het sociaal netwerk.

Bijvoorbeeld inzet van opa/oma of een nichtje betaald

laten oppassen. Alternatieve voorzieningen zijn speelmogelijkheden

bij algemeen welzijnswerk.

Regelgeving en geldzaken

Volwassenen chronische aandoening hulp bij persoonlijke

verzorging

Ine is een alleenstaande vrouw. Ze heeft reuma. Eén

maal per week kwam Johan (LG-sector) langs om haar

te helpen bij het ordenen van al haar papieren. Ine is

een pientere vrouw, maar al die regels en brieven die zij

krijgt begrijpt ze niet. Ine was erg blij dat Johan samen

met haar alle papierzaken in klappers opborg en op orde

hield.

Alternatieven worden gezocht in het vrijwilligerswerk,

bijvoorbeeld klapperprojecten. Dit biedt ondersteuning

bij administratieverwerking.

Vrienden & relaties

Ouderen beginnende ouderdomsklachten

Sien is sinds kort weduwe. Na de dood van haar man

kreeg ze op verwijzing van haar huisarts een indicatie

voor de dagopvang voor ouderen. Ze had in de buurt

geen contact. Op de dagopvang bloeide ze op. Elke week

kwam ze daar haar vriendinnen tegen. Nu heeft ze te

horen gekregen dat ze vanaf 1 januari niet meer mag

komen.

Sien heeft vooral te maken met verlies van een naaste.

Alternatieven worden gezocht in het activeren van Sien

als vrijwilliger binnen dezelfde dagopvang. Als alternatief

kan zij in contact worden gebracht met ouderenorganisaties

(koffiesociëteit).

Vrije tijd & sport

Ouderen beginnende ouderdomsklachten

Leo is weduwnaar. Hij is slechtziend en beperkt mobiel

vanwege diabetes. Zijn kinderen ziet hij weinig, omdat ze

elders in het land wonen. Leo ziet er iedere week weer

naar uit om naar de dagopvang te gaan. Daar heeft hij

contacten en kan hij op zijn manier meedoen met sportieve

activiteiten. Netwerkversterking ligt op hetzelfde

vlak als de vorige casus. Als toevoeging geldt de stichting

Zonnebloem of verwijzing naar (vervoer)alternatieven

in de Wmo.

10 MEE Signaal • Kwartaalrapportage pakketmaatregel AWBZ


Wonen & samenleven

Volwassenen chronische aandoening hulp bij persoonlijke

verzorging

Simone is 58 jaar. Ze heeft MS en is rolstoelgebonden.

Rianka ondersteunt haar (vanuit de LG-sector). Ze maken

samen plannen. Rianka gaat mee bij (huis)artsbezoek,

keuring UWV. Samen kunnen ze goed praten over

de toekomstverwachting bij een achteruitgaand ziektebeeld.

Dit is een probleemgeval indien het sociaal netwerk ontbreekt.

De cliënt behoort tot de reguliere doelgroep van

MEE. Indien er geen alternatieven zijn dan is doorverwijzing

naar MEE diensten het vervolg.

Niet ingevuld, geen hulpvraag

Ouderen beginnende ouderdomsklachten

Soms melden ouderen zich plichtsgetrouw bij MEE

omdat dat in de CIZ-brief vermeld staat, maar eigenlijk

hebben ze zelf al een oplossing gevonden voor het

verlies van de begeleiding. Ook bij klanten die wel in

bezwaar willen gaan bij het CIZ, is de hulpvraag (nog)

niet bekend. Ze hebben zich wel al(vast) gemeld bij MEE.

MEE Signaal • Kwartaalrapportage pakketmaatregel AWBZ

11


Adressen

Meer informatie

Wilt u meer informatie over MEE of over de inhoud van

deze brochure? Neem dan contact op met mevr. A. Blom,

MEE Nederland via telefoonnummer 030-236 37 04. Op

de website www.mee.nl staat aanvullende informatie

over de AWBZ pakketmaatregel. MEE geeft ook een folder

voor gemeenten en verwijzers en een cliëntenfolder

uit over de AWBZ pakketmaatregel.

MEE Nederland

Vereniging voor ondersteuning bij leven met een beperking

Maliebaan 71f | 3581 CG Utrecht

Postbus 85271 | 3508 AG Utrecht

T 030 236 37 07 | F 030 234 07 72

info@meenederland.nl

www.meenederland.nl

Colofon

Tekst: Auke Blom en Marcel Hengeveld (MEE Nederland)

Fotografie: Annette Abels (cover) en Inge Hondebrink

(binnenwerk)

Vormgeving en druk: UnitedGraphics Zoetermeer BV

Productie en eindredactie: Annette Abels, afd. Communicatie

MEE Nederland

November 2009

Dit is een uitgave van MEE Nederland

Een digitaal exemplaar kunt u downloaden van

www.meenederland.nl

More magazines by this user
Similar magazines