Het eerste leven: 'En dat is waarom deze man een astronaut is'

pauwenwitteman.vara.nl

Het eerste leven: 'En dat is waarom deze man een astronaut is'

1

Het eerste leven: ‘En dat is waarom

deze man een astronaut is

Mijn verjaardag in 2008: een tour door Groningen

Op 29 augustus 2008 word ik vijfendertig en mijn ouders geven

mij een speciaal verjaardagsfeestje. Mijn man, mijn zoontje van

drie en ik worden uitgenodigd om naar Groningen te komen.

Daar logeren mijn ouders elke donderdagnacht, zodat zij de

vrijdag kunnen doorbrengen op de werf waar hun grote zeilschip

de Ecolution wordt gebouwd. Vandaag doen we iets anders:

we krijgen de ‘grand tour’ langs alle huizen waar mijn ouders

hebben gewoond.

Groningen is in meerdere opzichten een thuisbasis. Mijn

moeder is er geboren en opgegroeid, mijn vader heeft er vanaf

zijn negende gewoond. Ze hebben elkaar daar ontmoet. Ze

hebben er beiden gestudeerd. Ze hebben er hun eerste huisje

gekocht. Ik ben er geboren. Ik heb er in mijn kleuterjaren

gewoond. En nu zijn mijn ouders terug. Wubbo is bijzonder

hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen, en vanwege

deze functie moest hij al een aantal keer per jaar in Groningen

zijn, maar de boot trekt hen nu iedere week naar het noorden.

Mijn vader is niet geboren in Groningen, maar in Almelo.

Daar weet hij niets meer van, want een aantal weken na zijn geboorte

is het gezin verhuisd naar Den Briel. In Den Briel is hij

opgegroeid. Op de kleuterschool maakt een stagiaire een rapportje

over Wubbo dat zijn karakter goed weergeeft. In het verslag

spreekt zij over een jongetje dat eigenlijk het liefst in z’n

eentje in de zandbak speelt, daar heel tevreden mee is en eigenlijk

niet zo veel aansluiting heeft met andere kinderen. Hij is

25

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 25 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


wat in zichzelf gekeerd, en meer geïnteresseerd in de natuur

dan in andere mensen.

In de zandbak speelt hij met gasbuizen. Hij vindt het fascinerend

hoe je daarmee water onder de grond door kunt laten lopen

en dat het aan de andere kant weer omhoogkomt. Ook kan

hij van het dak af springen, de zandbak in. Hij moet dan wel een

beetje oppassen, want hij is nog maar klein en het is een sprong

van drie meter naar beneden. Hij heeft dan ook een keer een

tand door zijn lip opgelopen door zo’n sprong.

Helemaal fascinerend vindt de jonge Wubbo de man die een

kabel spant van vlak bij hun huis naar een hogere verdieping in

de toren van Den Briel. Die man loopt vervolgens met een

evenwichtsstok over die kabel helemaal naar boven op z’n kousenvoeten.

Daar is Wubbo zo van onder de indruk, dat hij de

volgende dag een gordijnroede pakt, die hij als een evenwichtsstok

gebruikt, en zo over de schutting loopt. Dat gaat heel goed,

zelfs gemakkelijker dan hij gedacht had, en hij is er erg trots op.

Soms loopt Wubbo weg van huis, als hij een jaar of zeven is.

Hij gaat dan op avontuur uit en loopt of fietst langs de sloot. Hij

heeft het gevoel dat dit niet mag. Hij wil niet vertellen waar hij

heen gaat, want hij wil zich niet verantwoorden. Hij gaat gewoon.

Wubbo heeft niet alleen moeite met luisteren naar zijn ouders,

ook op school heeft hij moeite met discipline. ‘Normaal’

leren lukt hem niet, hij vindt school heel erg moeilijk. Uit

noodzaak verzint hij veel dingen zelf: ‘Zo zal het wel zijn.’ (Zo

verzint hij ook zijn eigen unieke manier van veters strikken.)

Het gezin verhuist naar Groningen. De overgang van Den

Briel naar Groningen is heel groot. In Den Briel hebben ze een

leuk huis met een tuintje en in Groningen gaan ze naar een flat

op driehoog – op zo’n hoogte wonen vindt Wubbo wel spannend.

Voor Wubbo betekent Groningen de start van het vliegeren,

een liefde die zijn hele leven bij hem blijft. Ze wonen

naast een groot weiland waar hij volop zijn gang kan gaan. Ook

zijn moeder, met wie hij verder weinig deelt, vindt vliegeren

leuk. Zij helpt hem vaak met het binnenhalen van zijn vlieger

aan het eind van de dag, maar soms heeft Wubbo er ‘wel een ki-

26

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 26 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


lometer touw aan vastzitten!’ Dan mislukt het binnenhalen wel

eens, waardoor ze het vliegertouw moeten vastbinden aan een

lantaarnpaal, om het de volgende dag weer op te pakken. Zijn

vliegers gaan soms ook boven de wolken, wat heel spannend is

want dan komen ze helemaal nat terug.

Groningen betekent voor Wubbo een grote mate van zelfstandigheid.

Zijn beide ouders werken overdag, dus zijn zus en

hij zorgen voor het eten, ook al is hij nog vrij jong. Ze gaan naar

de groenteboer, doen boodschappen en regelen allerlei andere

kleine dingetjes. Vaak koken zij ook, wat sowieso al de voorkeur

geniet, omdat hun moeder geen keukenprinses is.

Wubbo’s vader is landmeter, zijn moeder onderwijzeres. Jan

Hendrik, Wubbo’s jongere broer, wordt in eerste instantie ook

leraar. Volgens Wubbo is hij een ‘moordleraar’, zo goed. Onderwijzen

zit niet alleen aan moeders kant, maar ook aan hun

vaders kant in het bloed, want hun grootvader was ook onderwijzer.

Later is Jan Hendrik heel succesvol het ‘people management’

ingegaan (bij Randstad en Yacht). Ergens staat dat ook

een beetje in het verlengde van onderwijzen: mensen vertellen

hoe ze iets kunnen doen. Wubbo en Jan Hendrik lijken best veel

op elkaar als je kijkt naar hun didactische gave, maar het verschil

zit ’m in de discipline van Jan Hendrik. Wubbo beweert geen

discipline te hebben, veel te creatief, druk en wild te zijn en hij

maakt er dus een potje van. Die creativiteit heeft hem gebracht

waar hij nu is, maar hij zegt dat hij net zo goed in de goot beland

had kunnen zijn, als hij niet op zijn intelligentie en zelfvertrouwen

had kunnen terugvallen.

Zelfvertrouwen krijgt hij van huis uit mee. Zijn ouders zijn

altijd positief over hem. Als hij thuiskomt met een 4 als cijfer,

dan zegt zijn vader: ‘Wat een slechte school.’ Het ligt nooit aan

Wubbo. Misschien gaan zijn ouders daar zelfs iets te ver in.

Maar als hij kijkt naar zijn eigen houding, verwijt hij zichzelf

soms dat hij dat zelf niet gedaan heeft bij zijn kinderen. Zelfvertrouwen

is bij zijn eigen kinderen niet met de paplepel ingegoten.

Toch wordt Wubbo’s vader ietwat radeloos als Wubbo op de

middelbare school voor de tweede keer blijft zitten. Zijn uit-

27

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 27 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


spraak is dan: ‘Wubbo, als je het nou gewoon léért, zoals de anderen

dat doen, gewoon leren en niet zelf verzinnen, dan zal het

zoveel beter gaan.’ Want Wubbo verzint nog steeds alles zelf.

Hij weigert een som uit een boekje te leren, want met een boek

weet hij niet ‘waar ze hem heen willen sturen’. Zelf verzinnen

gaat in elk geval bij rekenen, scheikunde en natuurkunde goed.

Hij komt vaak op het juiste antwoord uit. Maar bij de andere

vakken gaat het niet zo goed en zo blijft school bij tijd en wijle

een moeilijke opgave.

Nu, zo’n veertig jaar later, bezoeken we tijdens mijn verjaardagsuitje

wat vroeger de Rijks Hogere Burgerschool was (een

hbs, de voorloper van het havo/vwo), een mooi gebouw uit het

(Hollands) Classicisme dat nu stijlvol is geconverteerd tot appartementencomplex.

Wubbo toont met trots het plein waar

vroeger het fietsenrek stond. Op zijn eerste schooldag, wanneer

de rector op het bordes de scholieren welkom heet, ziet Wubbo

daar, bij dat fietsenrek, voor het eerst een opvallende blonde

krullenbol staan en denkt: wauw! Dat is Joos, mijn moeder.

Het is leuk om dan eindelijk de plek te zien die al zo lang figureert

in een van Wubbo’s verhalen. Wubbo vertelt al zolang

ik mij herinner het verhaal over hoe hij Joos achterna heeft gezeten.

Joos vindt hem in eerste instantie helemaal niet interessant,

zelfs nogal opschepperig. Maar hij weet vanaf het eerste

moment dat hij haar ziet: met dat meisje ga ik trouwen. Het

duurt nog jaren voordat Joos ingaat op een uitnodiging en ze

samen naar een feestje gaan. Ik vind het een verhaal over doorzettingsvermogen.

Pieterzijl

Mijn ouders, mijn gezinnetje en ik rijden de stad Groningen uit,

het platteland op en komen langs boerderijen, akkers, weilanden,

schapen, dijken en sloten. We rijden een hele poos langs

een dijk bij Pieterzijl, totdat we stoppen bij een tweetal eenzame,

verscholen huisjes. Hier woonden wij toen ik geboren werd.

In die tijd is het heel normaal. Studenten zoals mijn ouders

28

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 28 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


verlaten de stad en verhuizen ‘naar buiten’: naar het platteland.

Het is de hippietijd. Het jonge stel bekijkt twee huisjes aan de

dijk en ziet dat er heel wat moet gebeuren voordat ze het tot een

fatsoenlijk onderkomen hebben getransformeerd. Er zal flink

verbouwd moeten gaan worden. Zo dient zich het eerste project

voor het jonge echtpaar aan en ze grijpen het met beide

handen aan. Het project aan de dijk zal het eerste in een rij huisprojecten

worden, die mijns inziens de leidraad vormt voor hun

leven samen. De gezamenlijke projecten houden hen bij elkaar.

Wubbo is 23 jaar oud als op een dag de telefoon in Pieterzijl gaat.

Het is de oudere zus van Joos. Ze zegt iets in de trant van: ‘Er is

wat met pap gebeurd, pap is overleden.’ Wubbo en Joos stappen

direct in hun Renault Dauphine. Omdat de zus van Joos gebeld

heeft en omdat ze ‘pap’ heeft gezegd (meestal is ‘pap’ de vader

van Joos en ‘papa’ de vader van Wubbo), zijn ze naar haar op

weg.

Wubbo rijdt over de provinciale weg van Grijpskerk naar

Groningen als ineens zijn voet gaat trillen. Steeds meer. Zijn

voet doet het niet meer. Het is alleen zijn voet, verder heeft hij

nog niets in de gaten. Het wordt zo erg dat hij niet verder kan

rijden. Hij zet de auto langs de kant van de weg. Hij weet het

opeens zeker en roept uit: ‘Het is mijn vader.’

Hij rijdt naar het huis van zijn ouders. Zijn moeder doet open

en hij ervaart het binnenkomen als onwerkelijk. De huisarts

zegt: ‘Je moet even gaan kijken.’ Zijn vader ligt nog dood in de

badkamer. Een hartaanval.

Vader worden

‘Wilde jij kinderen?’ vraag ik aan Wubbo. We zitten samen op

de bank in de logeerkamer bij mij in Delft. Ik realiseer mij hoe

vreemd die vraag moet klinken van je eigen kind, dus voeg ik

grinnikend toe: ‘Nu moet je even net doen alsof ik hier niet zit.’

‘Ja...’ aarzelt Wubbo. ‘Dat wil zeggen, Joos en ik hebben het

erover gehad en in eerste instantie wilden wij geen kinderen.

Het was een beetje de tijd van: het wordt een slechte wereld, er

29

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 29 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


zijn sowieso al te veel mensen en waarom zouden we dan kinderen

willen hebben.’

‘Ja.’

‘Maar op een gegeven moment vroegen we onszelf af: wat als

we 42 zijn en dan geen kinderen hebben? We woonden toen in

Pieterzijl. Ja, we wilden kinderen. We waren ook heel blij, echt

trotse ouders, met een kinderwagentje wandelen en zo. Wij waren

nog heel flexibel met jou. We gingen ’s avonds naar feestjes

en dan werd je gewoon meegenomen en lag jij midden tussen al

het feestgedruis.’ Wubbo herinnert zich mijn spectaculaire bevalling

(stuitligging en in spagaat geboren), dat ik pas ging lopen

nadat hij een nieuwe vloer had gelegd, hoe hij mij in het begin

soms naar zijn werk meenam en mij daar in een bedje neerlegde

onder het toeziend oog van de koffiejuffrouw en hoe hij mij later

achter op de fiets naar de kleuterschool bracht.

‘Had jij nog bepaalde gedachtes bij het vader-zijn?’ vraag ik.

Wubbo schudt langzaam zijn hoofd. ‘Daar heb ik mij eigenlijk

niet zo mee beziggehouden. Het was meer iets wat je gewoon

doet. Je zorgt voor je kind, je gaat naar je werk, je doet

leuke dingen. Daar is heel weinig bewust gedrag bij.’

‘Vaak heb je in een gezin dat de een een bepaalde rol heeft en

de ander een andere rol,’ begin ik. Ik weet hoe de balans later

wordt, maar ik ben eigenlijk benieuwd naar de beginperiode.

Mijn ouders zijn van de tweede emancipatiegolf, dus het is vrij

opmerkelijk dat ze uiteindelijk een heel traditionele gezinsverhouding

aannemen.

Wubbo vertelt over zijn studeren – en afstuderen – en dat

van Joos. In Pieterzijl lag de focus eerst op het afstuderen van

Wubbo, terwijl Joos geld verdiende. Toen Wubbo afgestudeerd

was en zelf wat geld ging verdienen bij het Kernfysisch

Versnellers Instituut, was het de beurt aan Joos. Ik heb in een

verslag van haar zwangerschap van mij gelezen dat ze nog bezig

was met tentamens. Zij is pas afgestudeerd toen wij eenmaal in

de Feithstraat woonden. Ze werkte intussen bij het Instituut

van Onderwijskunde van de RuG als wetenschappelijk medewerkster

en was geïnteresseerd in het fenomeen ‘beelddenken’.

Wubbo werkte als promovendus. Hij omschrijft de verhouding

30

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 30 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


toen nog als ‘redelijk evenwichtig’. ‘Maar de ruimtevaart heeft

de zaak natuurlijk wat asymmetrischer gemaakt. Je werd daar

gewoon binnengezogen en alles veranderde. Ik verdiende ineens

veel meer geld en ik was ook veel meer weg. Ik werd als het

ware geabsorbeerd door die baan. En daardoor is de verhouding

heel erg geworden van: Joos is thuis en Wubbo is aan het

werk.’

‘Merkte je dat ook in je gevoelsleven?’ vraag ik.

‘Nou, naar de kinderen toe weet ik dat eigenlijk niet, maar

wel naar Joos toe,’ antwoordt Wubbo. Ik moet een lichte teleurstelling

wegdrukken. ‘Ik weet wel dat er in het begin – we

woonden nog in de Feithstraat – een heel vervelend patroon

ontstond toen ik heel snel heel erg veel ging reizen. Ik was bijna

nooit thuis, en als ik dan thuiskwam, was dat alleen voor een

weekend. Dan was zaterdag altijd heerlijk, hadden we zondagmorgen

ruzie, legden we dat zondagmiddag bij en dan ging ik

alweer weg. Dat was het vaste patroon. Ja, dat was niet prettig.’

Dat kan ik mij levendig voorstellen.

‘Ik zag het gezin toch als een redelijk ongecompliceerd geheel.

Ik heb pas het lastige ervan ervaren in Aerdenhout,’ vertelt

Wubbo. Hij refereert aan het feit dat de puberteit toen intrad,

zeker bij mijn jongere broer. Mijn vader had toen meer

aanwezig moeten zijn – niet om met ons te spelen, maar er gewoon

moeten zijn. Welke rol spelen wij nou daadwerkelijk in

dat drukke leven van hem? Ik merk dat dit soort vragen mij bezighoudt,

maar ook dat ik moeite heb om ze werkelijk te stellen.

‘Ik zat me af te vragen... omdat je ook zo zegt: “Ja, ten opzichte

van Joos was het vervelend”, en omdat ik natuurlijk klein

was, was het niet zo vervelend...’ begin ik stuntelig. Ik bedoel

eigenlijk: het feit dat ik klein was, is nog geen reden om aan te

nemen dat het niet vervelend was voor mij, maar dat komt er

niet uit. ‘Maar ik vroeg me even af: goh, je hebt zo’n hele fase

van vader worden... voor sommige vaders is dat heel... bijzonder.’

Het valt stil. Ik schrik ervan en vul hem veel te snel in. ‘Voor

jou in de eerste jaren ook, omdat je er veel was, maar daarna zijn

wij dus... helemaal op de achtergrond gekomen.’

31

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 31 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


‘Ja,’ zegt Wubbo verbaasd, alsof hij zich dat nog niet zo had

gerealiseerd. ‘Ja, dat klopt eigenlijk wel. Ja, ik denk natuurlijk

aan het vreselijk lieve fotootje dat van Martin is gemaakt, aan de

rand van de landingsbaan toen ik net na de ruimtevlucht was

terug gebracht naar Cape Kennedy.’ Martin is mijn jongere

broer, destijds nog maar vijf jaar. Wubbo vervolgt: ‘Ik was moe,

ik ben languit gaan liggen en toen zat Martin bij mijn hoofd en

daar is een prachtig fotootje van gemaakt. Dat was wel lief...’

‘Ja,’ zeg ik, zonder te begrijpen waarom hij dit vertelt. Misschien

om de disconnectie tussen vader en kind te illustreren.

‘Maar dat klopt,’ antwoordt Wubbo nogmaals. ‘Ook naar

Joos toe was ik ver weg, letterlijk ook.’

En zo komt mijn moeder weer terug het gesprek in, dat eigenlijk

over kinderen ging. ‘Joos komt veel ter sprake, maar je

kinderen niet.’

‘Ja,’ zegt Wubbo met een zucht. ‘Nou, als ik nadenk... In

Houston, daar hadden we echt een gezinsleventje, hè? Want

daar ging ik veel met jullie in het zwembad spelen en zo. Dat

was misschien wel een beetje zoals het eigenlijk hoort... of, tenminste,

wat een “gezinnetje” is. Daar hebben we wel veel pret

gehad: in het water spelen en Martin omhoog gooien, ja. Over

het algemeen had ik daar veel tijd, omdat ik geen andere dingen

deed naast de astronautentraining. Het leven was daar erg simpel,

weinig gecompliceerd.’

Studeren en promoveren in Groningen

De eerste reis voor dit boek, op een ijskoude dag in december

2008, brengt mij terug naar Groningen. Ik kom aan met de

trein om mijn vader te interviewen over zijn vormende jaren:

studie en promotie. Ik vraag mij af wat de leidraad voor Wubbo’s

keuzes is geweest. Tegenwoordig zijn veel studenten bezig

met de vraag welke keuzes ze het best kunnen maken om de

beste resultaten te behalen, om de beste carrièrevooruitzichten

te hebben. Was Wubbo in zijn studietijd ook zo bewust aan het

kiezen? Ik ben op school vaak door ongeduldige jongens gevraagd:

‘Wat moet ik doen om astronaut te worden?’, en ik weet

32

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 32 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


zeker dat als ik een lijst antwoorden voor ze had opgesteld, ze

die braaf zouden hebben gevolgd.

Maar hoe is het dan wel gegaan? Soms lijkt het alsof het mijn

vader allemaal maar komt aanwaaien. Dan heeft hij weer een

heel interessant persoon ontmoet die anderen alleen op televisie

kunnen bewonderen, of dan krijgt hij een budget (van in

mijn oren ongekende proporties) om een nog niet eens gedetailleerd

omschreven project te financieren, of dan mag hij opeens

een Lamborghini proefrijden. Komt het hem inderdaad

aanwaaien of zit er een tactiek achter? Of geen van beide?

‘Ik heb altijd veel op gevoel gedaan,’ zegt Wubbo, terwijl wij

ons in de vrieskou warm proberen te trappen op twee ov-fietsen.

‘Ik dacht nooit heel hard na van tevoren. Ook niet over studeren

en promoveren. Dat deed je gewoon. Ik was op school altijd

goed in de exacte vakken, dus deed ik hbs-b. En als je dan

goed was, dan ging je studeren. Dat was nooit een vraag. De

enige vraag die er eigenlijk was – of keuze die ik kon maken –

was of ik natuurkunde, wiskunde of scheikunde ging studeren.

Die keuze was gemakkelijk: ik vond natuurkunde het leukst,

dus dat ging ik doen. Je was in die tijd niet bezig met wat voor

een baan uit zo’n studie zou moeten of kunnen voortvloeien,

zoals je dat nu bij studenten wel ziet. Dat hoefde ook niet. Het

was veel eenvoudiger. Je kon gewoon gaan studeren en ervan

uitgaan dat je daarna wel een baan zou vinden.’

Achteraf verklaren wij onszelf knettergek, maar wij fietsen

een pokkeneind door de vrieskou, van het centrum van Groningen

naar het Kernfysisch Versnellings Instituut, ten noorden

van de stad. Het kvi bevindt zich aan het einde van het Zernikecomplex,

een verzameling universiteitsgebouwen en onderzoekscentra,

zodat het er niet eens meer bij lijkt te horen. Het

staat eenzaam tussen de weilanden. De ligging heeft een pragmatische

oorzaak: men werkt er met atomen. Maar de ligging

vormt ook een obstakel: je moet er wat voor overhebben om er

te komen. In de snijdende wind staan Wubbo en ik naast elkaar

te kijken naar het dichte gebouw. Wubbo wijst me de denkbeeldige

parkeerplaats van de directeur van het kvi. Hij herinnert

zich de soms hoogoplopende ruzies met die directeur – onenig-

33

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 33 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


heden die toen misschien onvergeeflijk waren, maar waar nu

met warme emoties aan wordt teruggedacht.

Tijdens zijn studie ging hij stage lopen bij het kvi, vertelt

Wubbo. ‘Ik studeerde cum laude af en hij bood mij een promotieplek

aan. Deze opeenvolging is niet zo bijzonder als het misschien

klinkt. Ten eerste begreep ik niet zo goed waarom ik

cum laude was afgestudeerd: ik was niet zo’n bijzondere student,

ik wist niet zo heel veel. Ten tweede was het een natuurlijk

gevolg van cum laude afstuderen om een promotieplek aangeboden

te krijgen. Dus toen ging ik promoveren. Daar heb ik

niet over nagedacht, dat deed ik gewoon omdat ik dat leuk en

interessant vond.’

Hij wijst naar het opvallend grote, langwerpige gebouw:

daarin huist de deeltjesversneller, waarmee je experimenten met

deeltjes, zoals atomen, kunt uitvoeren. ‘Deze gebouwen stonden

er nog maar net toen ik hier kwam werken. De deeltjesversneller

deed het nog niet en het hele laboratorium moest vanbinnen

nog opgebouwd worden. Daar heb ik bij geholpen:

computers installeren, bedrading aanleggen, enzovoort. Dat

was leuk. Ik heb toen heel veel geleerd over complexe systemen

en veel technische kennis opgedaan die ik alleen dankzij deze

omstandigheden kon opdoen. Zo creëerde ik onbewust nieuwe

wegen voor mezelf, want deze technische kennis was een van de

voornaamste redenen dat ik als astronaut geselecteerd werd.

De andere reden was mijn ijzeren conditie. In het laatste jaar

van mijn promotie zijn we naar Pieterzijl verhuisd en elke dag

fietste ik met mijn vriend (en tevens buurman) naar het werk en

weer terug. Dat was een fietsrit van 23 kilometer, die een soort

wedstrijd tussen ons werd. We fietsten zo hard mogelijk. Ik kon

hem op een gegeven moment niet meer bijhouden. Toen ben ik

met roken gestopt en lukte het wel.’ Terwijl Wubbo dit vertelt,

stappen wij weer op onze ov-fietsen voor de rit terug naar het

centrum.

‘En zo heb ik de basis gelegd voor de astronautenselectie,

zonder bewust carrièrekeuzes te maken. Ik pakte de leuke dingen

aan, de uitdagende dingen, voor mij horen die bij elkaar.’

34

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 34 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


Selectie tot astronaut: en route à Paris

Het is een veel warmere dag in april als Wubbo en ik elkaar treffen

op het station van Delft voor een nieuwe reis. Over een krappe

twee minuten vertrekt onze trein; we blijken er allebei van te

houden precies op tijd te komen. Het reisdoel is Parijs, waar zich

het hoofdkantoor van de esa, de Europese ruimtevaartorganisatie,

bevindt. De rit naar Parijs gebruiken we als kader voor de

‘reis’ die Wubbo in 1977-’78 maakte. Ik haal een heel dik plakboek

tevoorschijn: een verzameling oude brieven, documenten,

testuitslagen, foto’s, krantenartikelen en telegrammen die voor

hem het verhaal van de astronautenselectie aanwakkeren. Wubbo

begint aandachtig te bladeren en herinneringen komen boven.

In 1977 doet Wubbo mee aan de Europese selectie van astronauten

voor de eerste ‘Spacelab’-vlucht van een ruimteveer dat

dan nog in ontwikkeling is: de ‘Space Shuttle’. Het begint allemaal

met een advertentie.

Op het prikbord in het kvi heeft iemand voor de grap een advertentie

opgehangen uit nrc Handelsblad: ‘Bemanning Spacelab

gevraagd’. Je moet voor 23 mei solliciteren als je interesse

hebt. Wubbo leest dit, maar doet het niet af als grap. Waarom

niet? denkt hij. Het is ook een baan. Joos vindt het maar raar,

maar hij vindt het niet zo buitengewoon. Hij stuurt een sollicitatiebrief

naar het nivr (Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling

en Ruimtevaart) en krijgt daarop een verrassend

dik informatiepakket van de esa toegestuurd.

In het informatiedocument van de esa staan de eisen die de

organisatie stelt aan een kandidaat payload specialist, een wetenschappelijk

astronaut. Wubbo leest welke kwalificaties nodig

zijn om door de selectie te komen, maar ook wat voor soort

werkzaamheden je in de ruimte zult moeten uitvoeren en welke

eisen aan de kandidaat worden gesteld. Ook wordt de planning

van de selectieprocedure uiteengezet: het komt neer op een afvalrace.

Wubbo wordt er niet door ontmoedigd.

Elke lidstaat van de esa – dat zijn in 1977 twaalf landen – krijgt

35

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 35 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


criteria van de esa waarop ze kandidaten kunnen selecteren. Ieder

land kiest, op basis van die criteria, maximaal vijf kandidaten

en draagt die in augustus voor aan de esa. De organisatie levert

zelf ook vijf kandidaten. Er zullen dus maximaal 65 kandidaten

voorgedragen worden. De afvalrace zal zich voortzetten bij de

esa totdat er in december zes kandidaten over zullen blijven. Het

einddoel is drie esa-astronauten. En van de drie astronauten zal

er maar eentje vliegen met de eerste vlucht van het Spacelab.

De eerste afvalrace waar Wubbo zich aan onderwerpt is Nederlandse

kandidaat worden. Zijn sollicitatiebrief is een van de

192 die binnenkomen bij de nivr. De selectiecommissie van de

nivr wordt geleid door Jan Flinterman, geroemd als de eerste

Nederlander die door de geluidsbarrière vloog. De eerste 150

sollicitanten vallen al na de brief af; er worden 42 mensen uitgenodigd

voor de eerste ronde tests.

Op 22 juli ondergaat Wubbo in Soesterberg een medische

keuring en een psychologisch onderzoek. Dat gaat goed en op

2 augustus krijgt hij een uitgebreider psychologisch onderzoek.

Na deze ronde zijn er nog negen kandidaten in de race. Op 16

augustus wordt Wubbo uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek

met de selectiecommissie op de dertiende verdieping van

de faculteit Lucht- en Ruimtevaarttechniek in Delft, waar hij

graag zou willen werken. Op basis van de sollicitatiegesprekken

worden de vijf kandidaten gekozen die voorgedragen worden

aan de esa. Wubbo is een van de vijf.

Op 30 augustus 1977 (de dag nadat ik vier jaar ben geworden)

heeft Wubbo zijn eerste persconferentie. In het Haagse Nieuwspoort

worden de vijf Nederlandse kandidaten voorgesteld aan

de pers. Tegen een journalist zegt Wubbo het ‘erg vleiend en

fijn’ te vinden dat hij is geselecteerd. ‘Ik vind dat de baan op mijn

lijf geschreven is, dus ik ben blij dat ik nog tot de kandidaten behoor.’

De tweede afvalrace

De voorrondes heeft Wubbo gewonnen, maar de tweede afvalrace

dient zich meteen al aan. Wubbo is een van de 53 inter na-

36

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 36 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


tio na le kandidaten die bij de esa worden voorgedragen. De selectieprocedure

is in handen van de Payload Specialist Selection

Board van de esa, met als voorzitter Michel Bignier, de directeur

van het Spacelabprogramma. Als je het zou vergelijken met

Idols, dan is Bignier met zijn selectiecommissie de jury die bepaalt

wie van de 53 door mogen naar de volgende ronde. Van

deze 53 kandidaten mogen er uiteindelijk drie overblijven.

Wubbo ontvangt thuis een telegram. Zonder enige uitleg, en

maar een paar dagen van tevoren, staat er alleen een formele

opdracht in om op 15 september naar het esa-hoofdkantoor in

Parijs te komen voor de eerste tests: technische vragen. Dat

gaat Wubbo gemakkelijk af.

Op 21 september krijgt hij opnieuw een telegram. Er staat

vreemd genoeg niets in over het goed afronden van de eerste

ronde, er staat alleen weer een formele opdracht in om op 27 september

naar Parijs te komen voor de tweede testronde: een wetenschappelijk

interview.

Wubbo realiseert zich dat de esa op deze manier communiceert.

Het gebruik en de stijl van afstandelijke telegrammen

symboliseren wat voor een soort organisatie de esa is: heel autoritair.

Het telegram komt altijd vlak van tevoren en de tekst is

altijd een opdracht in de trant van: ‘Please attend interview on

X at X hours. It will last approx. X hours. Please confirm.’ Door

aan te pappen met de secretaresse van de selectiecommissie

komt Wubbo erachter dat je weet dat je door bent als je een telegram

ontvangt. Als je niet door bent, krijg je later een brief

met de post.

Op 27 september heeft Wubbo het wetenschappelijk interview.

Het gaat helemaal niet goed. Ze vragen hem over allerlei

andere wetenschappen dan zijn eigen vertrouwde natuurkunde.

De jongen die niet wilde leren, speelt hem nu parten. Hij heeft

geen kennis van andere wetenschappen, zeker geen parate kennis,

en hij weet voor zijn gevoel niets. Hij kan zijn teleurstelling

niet verbergen en geeft dan ook ruiterlijk toe dat hij deze kennis

niet paraat heeft. Hierna is Wubbo echt zenuwachtig. Hij heeft

slecht gepresteerd en er komt geen nieuws. De dagen erna

komt geen telegram en Wubbo slaapt slecht. Er gaan weken

37

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 37 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


overheen. Nog niets. Zal er dan een brief gaan arriveren? Ging

het inderdaad zo slecht? Ligt hij er nu echt uit?

Pas op 28 oktober ontvangt hij bericht. Het is een telegram!

Wubbo is dolblij, ook al is het telegram even summier als

voorheen, zonder enige uitleg over waarom het deze keer zo

lang duurde. Hij wordt uitgenodigd voor de clinical tests (medische

tests) van 14 tot 18 november. Achteraf gezien duurde

het deze keer misschien langer omdat het aantal kandidaten

van 26 naar 12 werd teruggebracht. De overgebleven twaalf

kandidaten, die meedoen aan de derde ronde, ontmoeten elkaar

voor het eerst. Alle twaalf zullen de resterende rondes

doorlopen. Daarna zal de commissie zes kandidaten selecteren

en presenteren.

De vierde ronde bestaat uit drie dagen psychologische tests

in Hamburg, Duitsland. Wubbo krijgt tests op het gebied van

persoonlijkheid, abstracte intelligentie, geheugen en motoriek.

Hij is trots op zichzelf omdat alles naar zijn idee heel goed gaat.

Hij houdt inmiddels een logboek bij van zijn vorderingen en

uitslagen. Hij is zeker van zichzelf. Bij de evaluatie zegt de psycholoog

dat Wubbo in veel dingen goed is, maar er is één ding

dat aandacht behoeft. Wubbo heeft geen ‘vrouwelijke’ eigenschappen;

hij heeft geen uitgebalanceerde persoonlijkheid. Een

100 procent-man.

Van 28 november tot 2 december moet Wubbo naar dfvlr in

Porz-Wahn (bij Bonn, Duitsland) komen voor special tests. De

Deutsche Forschungs- und Versuchsanstalt für Luft- und

Raumfahrt (dfvlr) is de Duitse lucht- en ruimtevaartorganisatie.

De tests zijn dit keer erg spectaculair en intensief, ontworpen

om te meten hoe zijn lichaam functioneert onder extreme

omstandigheden. Hij neemt plaats in een grote centrifuge waar

het effect van extra g-krachten op hem wordt gemeten, hij moet

op een draaiende stoel plaatsnemen, hij krijgt een lbnp-test

(lower body negative pressure), hij moet presteren op de loopband,

hij krijgt ecg-tests en moet mee in een vliegtuigje (voor het

eerst in een kleine) die loopings in de lucht maakt.

Op 6 december ontvangt Wubbo een brief waarin hij wordt

bedankt voor het meedoen aan alle tests voor de esa-kandida-

38

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 38 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


tenselectie, waarmee de procedure is afgerond. Nu moet de esa

de laatste zes kandidaten selecteren. Deze zes zullen gepresenteerd

worden op 22 december op een persconferentie. De esa

heeft gezegd dat een kandidaat at short notice te horen krijgt of

hij verwacht wordt op de persconferentie of niet. Er gaat een

week voorbij. De datum nadert, maar Wubbo krijgt niets te horen.

Waarom het zo lang duurt, weet Wubbo niet. Achteraf vermoedt

hij dat het een politieke oorzaak heeft. In de politiek wil

iedereen altijd nog tot op het allerlaatste moment kunnen ingrijpen.

In dit geval hadden er zes kandidaten gedestilleerd

moeten worden uit de twaalf, maar er blijken maar vier kandidaten

gekwalificeerd genoeg. Bovendien had de esa graag een

Fransman ertussen willen hebben, en dat is niet het geval. Deze

twee gegevens kunnen wel eens tot een vertraagde beslissing

hebben geleid.

Uiteindelijk horen vier kandidaten op de valreep dat ze op

22 december op de persconferentie moeten verschijnen. Er

wordt een foto gemaakt van de vier kandidaten in het achterkamertje

voordat ze de pers te woord staan. Franco Malerba (uit

Italië) draagt een driedelig kostuum, Claude Nicollier (uit

Zwitserland) een stropdas bij zijn jasje, Ulf Merbold (uit Duitsland)

een vlinderstrik en Wubbo... draagt een openvallend

overhemd waar zijn borsthaar boven uitsteekt en heeft een grote

snor. Deze rebel nadert nu de eindstreep van de afvalrace.

Er zouden zes kandidaten gepresenteerd worden, waarna de

allerlaatste schifting zou plaatsvinden: terug naar drie esaastronauten.

Omdat er maar vier gepresenteerd worden, vindt

de nogal gênante situatie plaats waarbij één persoon in het

voorjaar van 1978 afvalt. Wubbo is niet verbaasd dat dit Franco

Malerba is.

Vanaf het begin voelt hij zich zeker; hij zal door de selectie

komen. Veel mensen reageren daar geïrriteerd op en waarschuwen

hem dat het beter is je voor te bereiden op een negatieve

uitslag. De kans dat je geselecteerd wordt is immers uitzonderlijk

klein. Daar trekt Wubbo zich niets van aan.

‘Maar we wisten ook allemaal wie er door zouden gaan,’ ver-

39

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 39 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


telt Wubbo mij als wij met de trein in Parijs arriveren. ‘Toen we

nog met de laatste twaalf waren heeft iedereen, na de medische

tests, op een briefje geschreven welke drie uiteindelijk geselecteerd

zouden worden. Olaf, de Deense kandidaat, verzamelde

alle briefjes en stelde daarvan een matrix op. Daar kwamen drie

duidelijke winnaars uit: Ulf, Claude en Wubbo.’

Ik vraag of in 1977 al zijn tijd werd opgeslokt door de astronautenselectie.

‘1977 stond, zeker de tweede helft, in het teken van de astronautenselectie.

Ook al waren de testrondes verspreid, je zat tussendoor

toch wel in spanning. Ik heb tot het begin van 1978 nog

wel tussen de bedrijven door bij het kvi gewerkt, maar daarna

was ik voor de esa continu op reis. Toen ik op 1 mei geselecteerd

werd, moest ik opeens promoveren.’

Wubbo neemt het trolleykoffertje van mij over als wij uitstappen.

Ik ben zo’n zelfstandig typje dat ik zelfs met een dikke,

zwangere buik vind dat ik die koffer heus wel een trap op kan

tillen. Maar hij staat erop en eigenlijk vind ik dat wel leuk. Deuren

worden ineens voor mij opengehouden, mijn stoel wordt

aangeschoven, ik word in mijn jas geholpen; mijn vader is altijd

een gentleman geweest. Ik moet eerlijk toegeven dat ik soms

zulke omgangsvormen best mis in onze geëmancipeerde wereld.

Na de koffers in het hotel achtergelaten te hebben, nemen

wij de metro naar esa Headquarters. Wubbo is sinds 1978 vaak

terug geweest, maar hoe was het die allereerste keer, toen dit

gebouw het einddoel van de selectie symboliseerde?

‘Ik herinner me de vlaggen,’ antwoordt Wubbo, terwijl we in

de regen over de grote boulevard lopen waaraan het kolossale,

majestueuze gebouw van unesco prijkt. We slaan een steeg in.

Deze leidt ons naar een smalle straat, ingeklemd tussen hoge gebouwen.

‘Ik was erg onder de indruk van het gebouw, mede door

die autoritaire telegrammen, die belangrijkdoenerij. Het gebouw

werd daardoor ook belangrijk. Vooral de vlaggen waren

indrukwekkend: zo’n hele rij.’ Wubbo wijst voor zich en we laten

onze paraplu’s even zakken zodat we een goed beeld hebben.

40

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 40 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


Tussen al het grauwige gele zandsteen van Parijs staat daar

ineens een merkwaardig gebouw van witte tegels. Rijen witte

tegels in brede horizontale stroken van het ene eind naar het

andere. De witgekleurde stroken worden afgewisseld met

zwarte stroken, waarin de raamkozijnen zijn verwerkt. Dit patroon

herhaalt zich rij boven rij. Helemaal boven, op het dak,

staat een kleurige rij vlaggen. Daar wapperen achttien vlaggen

van de lidstaten van de esa. Het zijn er nu meer dan eind jaren

zeventig. Hier, in dit imposante gebouw, werd Wubbo Ockels

– naast Ulf Merbold en Claude Nicollier – in mei 1978 uitgeroepen

tot een van de drie allereerste Europese astronauten.

Voor het eerst een televisie-interview

Ik ben toch wel erg benieuwd geworden naar die jonge rebel, die

tegelijkertijd zo nerderig was. Hoe was die jonge vader van mij?

Als ik thuis ben, haal ik een stoffige oude videorecorder van zolder,

want mijn moeder heeft mij een aantal vhs-banden gegeven.

Ik bekijk een avro-documentaire, De zwevende Hollander,

die een paar weken vóór Spacelab-1 uitgezonden werd. Het is

een documentaire over de astronautenselectie en de daaropvolgende

astronautentraining, gemaakt door Rudolf Spoor en

Chriet Titulaer. De naam De zwevende Hollander is door een jury

gekozen uit een heleboel inzendingen van kijkers, die Wubbo

een naam moesten geven.

Wubbo’s bos lange zwarte haren en zijn dikke zwarte snor

lijken met elkaar verbonden te zijn. Hij kijkt tijdens het interview

steeds naar beneden, in plaats van naar de interviewer, en

hij mompelt. Op een gegeven moment vraagt de interviewer of

hij zichzelf wil beschrijven, en dan lijkt hij nog helemaal niet op

de zelfverzekerde, charmante man die de mensen later leren

kennen.

‘Wie is Wubbo Ockels?’ vraagt de interviewer.

Wubbo geeft een verlegen lachje en mompelt: ‘Dat ben ik.’

‘Kun je een schets geven van jezelf?’

Tot mijn uiterste verbazing fronst Wubbo, is even stil en

mompelt dan: ‘Nou, dat vind ik wel moeilijk.’ Maar zijn daar-

41

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 41 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


opvolgende beschrijving van zichzelf vind ik tekenend voor hoe

hij in de wereld staat en het beeld dat hij van zichzelf heeft.

‘Ik ben 31 jaar. Ben over het algemeen, zeg maar, redelijk

speels geweest in de dingen die ik heb meegemaakt en in de opleidingen,’

begint Wubbo. Wat opvalt, is zijn stem. Zijn stem

contrasteert enorm met wat hij zegt. Hij klinkt niet speels. Hij

gebruikt nauwelijks intonatie, en spreekt vrijwel monotoon.

‘Nooit zo veel zin gehad om ontzettend snel en doelgericht een

bepaalde carrière na te streven.’ Hij vertelt dat hij reageert op

dingen die hij tegenkomt en zegt heel vaak ‘toch’ als afzwakker

of stopwoord, zoals in: ‘Ik ben over het algemeen iemand geweest

toch wel met een bèta-interesse.’ Het klinkt hilarisch,

omdat het zo monotoon uitgesproken wordt. ‘Ik geloof ook dat

ik een echte doe-het-zelver ben,’ zegt hij bloedserieus, terwijl

dit best met humor gebracht zou kunnen worden. ‘Ik doe bijna

alles zelf, ook in de research.’ Mij valt op dat wat hij zegt inhoudelijk

overeenkomt met hoe hij nu nog steeds is, maar hoe hij

het brengt, is compleet anders. Zijn uitstraling is in dertig jaar

met 200 procent verbeterd. Maar ik ontdek dus ook dat die man

achter dat knullige gestuntel en die overdreven bescheidenheid

toch echt mijn vader is. Hij zegt dat hij altijd alles zelf wil doen

en dat hij reageert op wat er op zijn pad komt. Dat is Wubbo

zoals ik hem ken.

Het begin van de astronautentraining: van Europa naar

de vs

In mei en juni 1978 staat de geselecteerde Wubbo Ockels in

heel veel Nederlandse kranten. Hij zal de ruimtevlucht ‘alleen

maar beschouwen als “een extra sensatie”. Want die vlucht is

natuurlijk niet van werkelijk essentieel belang, dat is het wetenschappelijk

programma.’ De wetenschap staat voor hem en

voor de esa centraal.

Op 1 juli begint hij aan de astronautenopleiding en deze zal

afwisselend in Europa en de Verenigde Staten plaatsvinden.

Het groepje dat voor de Spacelab-vlucht gaat trainen wordt gevormd.

Naast de drie Europeanen zijn er vier Amerikanen (Bob

42

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 42 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


Parker, Byron Lichtenberg, Michael Lampton en Owen Garriott),

van wie er twee ook tot payload specialist, wetenschappelijk

astronaut, worden opgeleid (Lichtenberg en Lampton). In 1979

gaat de hele delegatie op een trainingstournee om alle technische

en wetenschappelijke instrumenten te leren kennen.

Het gezin Ockels verhuist naar Duitsland, naar een plaatsje

in de buurt van Bonn, omdat Wubbo het komende jaar vooral

in Duitsland moet trainen. We raken als gezin gewend aan de

nieuwe situatie, want als Chriet Titulaer langskomt met zijn

documentaire, zegt mijn moeder dat het niet meer zo spannend

is als in het begin, want de ruimtevaart wordt voor ons steeds

vertrouwder. Dit rijmt met wat zij later zal zeggen: dat je als

persoon, als stel, als gezin naar zo’n ruimtevlucht toegroeit.

Het is niet iets wat zomaar gebeurt, je anticipeert er jarenlang

op.

Dan wordt Spacelab-1 een paar jaar uitgesteld. De wetenschappelijke

training kan daarom ook even worden uitgesteld.

Maar wat is een goede invulling voor de kersverse esa-astronauten

voor in de tussentijd? De esa besluit de drie voor de ‘reguliere’

(niet-wetenschappelijke) Amerikaanse astronautentraining

op te geven en spreekt dit met de nasa af. Mits ze medisch goedgekeurd

worden, mogen zij de opleiding tot mission specialist volgen.

Ter uitleg: aan boord van een shuttle zitten in elk geval

twee piloten (die vanuit de cockpit het ruimteveer besturen) en

in tweede instantie mission specialists, astronauten die getraind

worden in de specifieke systemen van deze vlucht. Ze hebben

veel technische kennis van hoe de shuttle in elkaar steekt en wat

ze ermee kunnen doen. Alleen als het Spacelab (het ruimtelaboratorium)

in de buik van de shuttle meegaat, gaan er ook twee of

drie payload specialists mee, de wetenschappers die experimenten

in de ruimte uitvoeren.

Wubbo, Ulf en Claude worden door de nasa medisch gekeurd

en Wubbo en Claude slagen met vlag en wimpel.

‘Ulf had een oud nierprobleem. Er was iets met zijn nieren

waardoor de nasa hem niet accepteerde voor de mission specialist-training,’

vertelt Wubbo. ‘Maar je ziet dat, ook al gingen

Claude, Ulf en ik goed met elkaar om, geen van ons zei dat het

43

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 43 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


elachelijk was dat Ulf geweigerd werd. We waren toch wel

competitief... Maar bij nasa-Houston gold een mission specialist

dus als meer en beter dan een payload specialist.’ Het verschil

tussen de nasa en de esa begint al op te vallen.

Ulf blijft in Duitsland. Wubbo en Claude gaan naar Amerika.

Zij moeten op 7 juli 1980 bij de nasa in Houston aantreden

voor een persconferentie en stappen de dag daarvoor in het

vliegtuig. Als Wubbo aankomt in het hotel, staat bij de balie een

grote bos bloemen op hem te wachten. Terwijl hij in het vliegtuig

zat, is zijn zoon Martin geboren.

Wubbo en Claude vinden allebei een huis in Nassau Bay, een

buitenwijk van Houston, Texas. In Houston mogen zij de komende

twee jaar de opleiding tot mission specialist volgen bij

het Johnson Space Center van de nasa. Op 8 augustus verhuist

het gezin Ockels naar Amerika, als Martin net een maand oud

is. Aan het eind van die maand vier ik mijn zevende verjaardag

en ga ik voor het eerst naar de Amerikaanse lagere school.

Back to the usa

Wubbo en ik landen in Houston, op wat nu het George Bush

International Airport heet. We kennen het op reis gaan voor je

werk, we kennen het op reis gaan voor vakantie, we kennen het

verhuizen, maar dit kennen we niet: letterlijk een reis naar het

verleden maken. A trip down memory lane.

Het is de muffe geur, maar vooral de luchtvochtigheid, die

mij meteen terug in de tijd transporteert. Als je het vliegtuig uit

stapt, wordt er een warm, vochtig laken om je heen geslagen.

Dat is Houston. Het is gelukkig niet heel erg heet – circa 24 °C

want in de zomer kan de combinatie vochtigheid en hitte erg

overweldigend zijn.

Onze huurauto, een vijfdeurs Chevrolet, is klein voor Amerikaanse

begrippen, maar voor Nederlanders is het een grote bak.

Wubbo rijdt zonder aarzeling naar downtown Houston, terwijl

ik nutteloos met de kaart op mijn schoot zit. Wat me opvalt is

het vertekend beeld dat de kaart van Houston mij geeft. Je gebruikt

snel een stad als Amsterdam als referentiekader. Hier-

44

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 44 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


door lijkt het stuk dat wij nog moeten afleggen, van het noorden

naar het zuiden van de stad, twintig of dertig minuten te

duren. Het is een uur.

‘Je zit hier óf thuis, óf op je werk, óf in de auto,’ vertelt Wubbo.

‘Je spendeert heel veel tijd in de auto en het leven in de auto

hoort er dus gewoon bij.’ Het belang van de auto is hier enorm,

want er is gewoon geen andere manier om van punt a naar punt

b te komen.

We rijden naar Clear Lake, een buitenwijk in het zuiden van

Houston aan een groot meer. Als we het meer, vanzelfsprekend

ook Clear Lake genaamd, naderen, herinnert Wubbo zich hoe

hij in 1980 hier een huis ging zoeken.

‘Dit was de eerste weg waarover ik reed toen ik op zoek was

naar een huis,’ vertelt Wubbo als we langs het meer rijden. ‘Dit

was zo mooi, moet je kijken, zo’n boulevard aan het water.’

Het lijkt wel Miami,’ zeg ik. Langs de weg staan palmbomen.

Even later draait de weg en rijden we echt vlak langs het water.

‘Precies. Dit was het helemaal,’ beschrijft Wubbo. ‘Dus ik

dacht: hier moet ik wat vinden. Ik wou natuurlijk het liefst een

huis dat hier aan het water stond, maar dat was er niet.’

Van Clear Lake rijden we zo de woonbuurt Nassau Bay binnen.

Het is een rustige, afgeschermde wijk met verzorgde, vrijstaande

huizen, elk met een garage en oprit en een ruime vooren

achtertuin en niemand rijdt er harder dan 20 mijl per uur

(ca. 30 km/u) – dat is simply not done. Wubbo parkeert op Martinique

Drive, onze oude straat, die gedeeltelijk aan Mud Lake

ligt, een klein meertje. Op Mud Lake heeft Wubbo veel gewindsurft.

Aan de overkant van de weg ligt ons oude huis. Het huis

ziet er ongeveer hetzelfde uit als toen. Het is gemaakt van rood

baksteen, heeft meerdere puntdaken en aan de voorzijde zie je

het geraamte van dikke houten balken tussen de bakstenen – het

heeft wat weg van die schattige oud-Duitse huizen.

De huidige eigenaar, een gedrongen man van Mexicaanse afkomst,

laat ons direct binnen als wij ons voorstellen. Wubbo en

ik zijn eigenlijk vooral benieuwd naar de achterzijde, maar tot

onze teleurstelling is het zwembad dat wij hebben laten aanleggen

er niet meer.

45

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 45 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


‘Er waren vanuit de ouderslaapkamer schuifdeuren naar de

achtertuin en dan stommelde ik ’s ochtends – nog extreem slaperig

– naar buiten en liet me zo in het zwembad vallen,’ herinnert

Wubbo zich, terwijl hij naar de achtertuin wijst. ‘Zo werd

ik wakker.’ De herinneringen aan het ontspannen, gemoedelijke

gezinsleven dat wij toen hadden is van zijn gezicht af te lezen.

‘Je leefde in Houston in een heel klein wereldje. Op de een of

andere manier interesseerde de rest van de wereld je niet. Het

was een heel lokaal leven; je deed alles met de andere astronauten.

Je ontmoette de andere astronauten voor feestjes en barbecues,

je zwom wat, je deed overdag je werk. Diepzinnige, politieke

discussies over hoe het met de rest van de wereld ging

waren gewoon niet aan de orde.

Het tempo hier in Houston lag op alle vlakken lager, maar

dat was niet zo erg. Je werd gerespecteerd als je je werk deed en

dat werk was ook duidelijk gedefinieerd,’ vertelt Wubbo, terwijl

we het huis achter ons laten en weer in de auto stappen.

‘Joos vond het heerlijk hier. Het leven was zo simpel. Ik werkte

van acht uur ’s ochtends tot ongeveer halfzes en was elke avond

thuis. Claude en ik werkten gewoon ons werkboek af.’ Wubbo

lacht en voegt toe: ‘Dat deden we trouwens te snel. We waren

dan op een gegeven moment klaar en dat meldden we dan.

Maar dat was dan niet de bedoeling. We moesten in het tempo

van de nasa werken.’

’s Avonds eten wij bij The Flying Dutchman, een eettent aan

Clear Lake waar Wubbo vroeger veel kwam en waar hij warme

herinneringen aan heeft. Het restaurant staat er nog, maar terwijl

het vroeger deel uitmaakte van een leuke rij eenvoudige

restaurants aan het water, staat het nu verscholen in een Disney-achtig

pretpark. Wubbo komt zijn teleurstelling snel te

boven als we samen op het terras aan het water zitten, met een

schaal shrimp in red sauce voor ons. Het is Wubbo’s favoriete

gerecht en een absolute klassieker in deze contreien. Deze garnalen

gingen in vacuümzakjes mee de ruimte in en Wubbo at ze

dagelijks tijdens zijn ruimtereis.

Terwijl wij genieten van onze garnalen, realiseert Wubbo

46

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 46 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


zich ineens dat hij ongeveer van mijn leeftijd was toen we hier

woonden. Hij moet lachen, want hij vindt mij nog zo’n broekie.

‘Je zei daarstraks dat je hier een beetje geïsoleerd was, maar ook

dat je dan wel met elkaar barbecuede en bij elkaar langsging en

zo?’ vraag ik. Wubbo knikt. ‘Wie waren er dan?’

‘Alleen astronauten,’ antwoordt Wubbo. ‘In het astronaut office

was het zo makkelijk, want dan hing je gewoon een briefje op:

“Barbecue at my place.” Impliciet was het dan altijd: “Buy your

own beer.” Elk weekend was er bij iemand wel iets aan de hand.

Door de week deed je niks hier, hè. Dan werkte je alleen maar.’

Op zoek naar het verleden

Als we terugrijden naar ons hotel, wordt Wubbo onrustig omdat

hij nauwelijks contact heeft opgenomen met oude bekenden.

Hij heeft maar één bevriend stel, een oud-astronaut en zijn

vrouw, gebeld voordat we in Houston arriveerden.

‘Er zijn eigenlijk heel veel mensen die je hier kent, maar die

benader je niet,’ zegt Wubbo, en het valt me ineens op dat Wubbo

vaak ‘je’ in plaats van ‘ik’ gebruikt als hij over zichzelf vertelt.

‘Omdat je al jaren geen contact meer met ze hebt gehad. Toch

zouden ze het waarschijnlijk heel leuk vinden om je te zien.’ Na

een pauze vervolgt hij: ‘Ik heb hier altijd een gevoel van eenzaamheid

beleefd. Je voelt je hier niet echt thuis.’ Hij moppert

over de af te leggen afstanden, over waarom hij niet de tijd neemt

voor dingen, om vervolgens een zijspoor in te slaan over dat hij

e-mail zo’n vervelend medium vindt, en komt dan terug op het

onderwerp eenzaamheid en contact leggen met oude bekenden.

We komen tot de conclusie dat hij niet echt een sociaal mens is.

Ook de volgende dag is Wubbo in een licht bedrukte stemming.

We rijden naar Galveston, aan de kust. Galveston is voor

Houston wat Scheveningen voor Den Haag is. Het was voor

ons het dichtstbijzijnde strand, een geliefde plek voor week enduit

stap jes. Maar nu verzucht Wubbo dat het terugkomen naar

Houston bij hem voor melancholie zorgt. ‘Als een soort gelatenheid.

Aan de ene kant voel je wel de verbintenis, want deze

periode is toch belangrijk geweest in je leven, maar tegelijker-

47

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 47 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


tijd voel je je ook weer niet verbonden. Er is een soort afstand,

het doet je eigenlijk dus niks... Het is tweeledig. Het is moeilijk

uit te leggen wat nou precies... Je vraagt je ook wel af: waarom is

het nou helemaal niet meer belangrijk?’

‘Als een afgesloten hoofdstuk?’ suggereer ik.

‘Een afgesloten hoofdstuk, ja,’ herhaalt Wubbo en hij lijkt

zich wel te kunnen vinden in die omschrijving. Om even later

daarop terug te komen met: ‘En eigenlijk accepteer ik dat dus

ergens niet. Dat is het geestige. Want dit is dus “zo belangrijk”,

dat heeft iedereen altijd gezegd: “Dit is de astronautentraining!”’

zegt Wubbo. Ik knik, want ik kan me voorstellen dat je

van de buitenwereld zoiets misschien niet zo snel in een kastje

mag wegstoppen. ‘Maar ik had toen eigenlijk ook al dat ik me

niet helemaal verbonden voelde met die wereld. Als ik nu ook

weer het automatisme zie waarmee iedereen maar gewoon voor

vluchten traint en traint en traint. Ja, maar jongens, waar gaat

het nou eigenlijk om? Het gaat toch eigenlijk om de wetenschap?

Het gaat er toch om dat je vooruitkomt.’

Inmiddels zijn we in Galveston aangekomen en rijden over

de boulevard. De grijze dag nodigt maar weinig mensen het

strand op. Het water zal nog wel fris zijn zo in het voorjaar. Ik

observeer Wubbo, die zijn zinnen heeft gezet op het vinden van

de plek waar je het strand op kunt rijden. Ik begrijp niet zo goed

wat er belangrijk aan is, maar Wubbo leest de borden, probeert

zich te herinneren welk strand we vroeger bezochten, rijdt de

ene kant op, rijdt de andere kant op. Hij moet en zal het strand

op rijden, want dat kon vroeger, en dat wil hij weer doen. Later

realiseer ik me dat wat we eerst grappend de ‘zoektocht naar het

verleden’ noemden, voor Wubbo letterlijk is geworden. Hij

zoekt naar precies dezelfde plek die een grote rol in zijn geheugen

speelt. Als we dan eindelijk het strand op kunnen rijden,

glundert Wubbo. Het is gelukt, alsof er een vinkje achter dit

item op een checklist geplaatst kan worden.

We parkeren en lunchen bij een beach house dat veel weg heeft

van een diner uit de jaren vijftig. Daarna kondigt Wubbo aan

dat hij gaat zwemmen. Met grote ogen kijk ik naar het grijze

zeewater, de koppen van de golven en de paar strandgangers die

48

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 48 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


volledig aangekleed wandelen. Er wordt niet gezwommen.

Waarom zou je in vredesnaam nu willen zwemmen? Ik ga zitten

op het strand en wroet met mijn tenen door het zand, terwijl

Wubbo in zijn zwembroek de zee in loopt. Ik pak mijn videocamera

en film hem. Hij loopt langzaam, maar gestaag door, in

gedachten verzonken. Eén keer draait hij zich om en zwaait

even met beide armen naar mij en de camera. Hij lacht, maar

net iets te gedwongen. Op dat moment realiseer ik me wat hij

aan het doen is, waarom hij per se hier wil zwemmen. Hij wil

niet alleen de plaatsen opzoeken uit het verleden, hij wil ze ook

net zo beleven als toen. Hij wil zijn herinneringen herbeleven.

Wubbo draait zich om en duikt de golven in, op zoek naar zijn

verleden.

Mission specialist-training

Wanneer Wubbo in 1981 in onze achtertuin in Houston voor

de Zwevende Hollander-documentaire geïnterviewd wordt door

Chriet Titulaer, vertelt hij over zijn training voor mission specialist,

die hij samen met Claude Nicollier volgt. Deze reguliere,

niet-wetenschappelijke training van astronauten is er vooral

op gericht dat je jezelf kunt redden in extreme noodsituaties.

Veel concentreert zich op het water, omdat de kans groot is dat

een noodlanding of noodsituatie zich boven water afspeelt.

Ik lees een mooi krantenartikel uit The Fighter Forum van

15 augustus 1980 over de astronautenkandidaten die de ‘Water

Survival School’ moeten doorstaan, oftewel survivaltraining op

het water. Hoe werken de verschillende reddingsboten en -pakken,

hoe zorg je voor water en eten, en hoe zit het met de medische

aspecten? Om kennis te maken met een afdaling per parachute

worden de kandidaten in een harnas gehesen en roetsjen

ze langs een kabel van een hoge toren naar beneden het water

in. Er staat een foto van Wubbo bij het artikel en het lijkt alsof

hij net een leuke rit in de Efteling achter de rug heeft. Ze oefenen

met grote rafts, parasails en het opgepikt worden door helikopters.

De namen van de kandidaten die meedoen worden genoemd

– de Europeanen Wubbo en Claude apart – en de

49

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 49 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


meeste namen ken ik goed. Owen Garriott, Franklin Chang,

Mary Cleave, Bonnie Dunbar, Bill Fisher... allemaal astronauten

die bij ons over de vloer kwamen, of wij bij hen.

‘Alles ging wel heel langzaam,’ vertelt Wubbo. ‘Ook zo’n

survivaltraining waarbij je met een parachute achter een boot

aan getrokken werd. Alles moest eindeloos voorbereid worden,

terwijl je, als je op vakantie zoiets doet, binnen tien minuten

achter zo’n boot hangt.’

Alle krantenartikelen uit die tijd (eind jaren zeventig, begin

jaren tachtig) gaan er vaak van uit dat Wubbo moet ‘wachten’

op een vlucht, en ik bewonder het feit dat hij keer op keer rustig

uitlegt dat dit niet het geval is. Hij wacht niet, hij doet gewoon

zijn werk. Het trainen is werk.

Ellington Air Force Base: straaljagers

Ellington Air Force Base is een militair vliegveld in Houston,

eigendom van de nasa, dicht bij maar niet óp het terrein van

Johnson Space Center, dus de werknemers hier vinden het een

outpost (buitenpost) waar ze lekker hun eigen gang kunnen gaan.

Althans, zo grappen de beveiligingsmensen bij de ingang. Wij

willen natuurlijk heel graag het terrein op, naar de hangars waar

de t-38-straaljagers staan waarmee Wubbo vroeger vloog, als

onderdeel van zijn training.

‘Dan stond je vreselijk vroeg op, want dat moest. Dat hoorde

erbij. Om een uur of zes ’s ochtends reed je net iets te hard naar

Ellington. Dan hangt er zo’n crispy clear lucht (zoiets als knisperend

helder) en in vijf minuten zit je op 40.000 voet (12.000

meter). Dan voel je zo’n macht. Je kunt met zo’n ding ook allerlei

aerobatics doen. Het heeft een enorme kracht. De piloot zat

altijd voorin, ik achterin. Binnen de mission specialist-training

werd je namelijk niet opgeleid tot piloot, dus er moest altijd een

piloot mee. We gebruikten de t-38 ook als een vervoermiddel.

Je moest per jaar een minimum aantal uur vliegen, dus we gebruikten

de straaljager om naar vergaderingen en afspraken te

reizen. Zo vlogen we veel naar Memphis, Huntsville en Albuquerque.

Uiteindelijk heb ik 180 uur gevlogen in een t-38.’

50

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 50 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


Ik sta verbaasd: een straaljager als vervoer? ‘Maar hoe regelde

je dan zo’n vlucht? Zei je: “Ik heb een vergadering in Huntsville

morgen, boek mij maar een straaljager?”’

‘Bij de nasa had je een speciaal bureau dat ervoor zorgde dat

je op die en die dag kon vliegen. Zij boekten het vliegtuig én de

piloot, en regelden het vliegplan, waar je maar heen wilde.’

Goh, denk ik, hij werd inderdaad in de watten gelegd.

Dat de tijden zijn veranderd merken we bij de ingang van Ellington.

Vroeger kon je het vliegveld zo op rijden, maar dat is

voorbij. Er staat nu een hek omheen en de toegang wordt bewaakt

door twee beveiligingsmannen. Wubbo begint te vertellen

over vroeger. De sfeer zit er op een gegeven moment goed

in, er worden grapjes gemaakt, er wordt gelachen. Toch mogen

we niet naar binnen. We blijven nog even rondhangen en kletsen

nog wat, maar eigenlijk is het moment aangebroken dat je

moet opgeven.

Maar we hebben mazzel. Terwijl wij staan te kletsen met de

toegangsbewakers, komen er verschillende mensen langs die

wel toestemming hebben om het terrein op te gaan. Nu stopt er

een auto bij de poort waar een piloot in zit. Een van de beveiligingsmannen

legt hem uit waarom wij hier zijn en de piloot

biedt meteen aan om ons rond te leiden. Mike Giles, de piloot,

regelt de bevoegdheid en neemt ons mee.

Hij vertelt hoe goed het voelt om hier te werken. Hij maakt

deel uit van een goed team, iedereen werkt samen en ondersteunt

elkaar. Intussen leidt hij ons naar een ruime hangar,

waarin vier vrij kleine straaljagers staan: t-38-vliegtuigen. Er

staan er twee aan de ene kant en twee aan de andere kant van de

hangar met nog een zee van ruimte eromheen. Het zijn pittige,

spitse vliegtuigen, glimmend wit met een strakke blauwe lijn

langs de zijkant, en een blauw-rood nasa-logo op de staart. Als

je grote passagiersvliegtuigen gewend bent, hebben deze haast

een speelgoedformaat: zeer geavanceerd speelgoed. Ze zijn

heel geinig. Voorin zitten twee kuipjes waar de piloot en de

tweede vlieger zich in kunnen wurmen. Veel ruimte is er natuurlijk

niet en elke centimeter is bedekt met knopjes, hendels,

schermpjes of instructielabels.

51

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 51 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


Via een kleine ladder die langs de zijkant is gemonteerd klimt

Mike Giles in een toestel. Ik film Wubbo, die helemaal glundert.

‘Ik krijg helemaal de kriebels,’ zegt hij met een grote grijns.

Het was ook zo spannend, zeker in het begin. Want je wist helemaal

niets, ik was helemaal geen piloot. Dan word je gewoon

in zo’n ding gezet en krijg je een helm op... Maar de sfeer ook,

de manier waarop ze praten!’ Hij klimt intussen ook de ladder

op. Mike zit al in de cockpit en begint Wubbo serieus en gedetailleerd

over alle technische verbeteringen aan de t-38 te vertellen,

terwijl Wubbo met zijn hoofd de cockpit in duikt, aandachtig

luistert en af en toe een vraag stelt.

Wubbo grijnst nog steeds van oor tot oor als we de hangar

weer verlaten. ‘Het blijven mooie vliegtuigen. Het was werkelijk

zo vreselijk cool om met zo’n vliegtuig aan te komen op een

gewone luchthaven. Op zich natuurlijk een belachelijke manier

van reizen, want het kostte natuurlijk megaveel geld. En het

gaat net zo hard als een gewone airliner, dat scheelt niet eens

zoveel. Je bent alleen veel vrijer, je kon overal heen. Je vloog zo

hoog, dat je het hele luchtruim voor jezelf alleen had.’ We groeten

onze bevriende beveiligingsmannen en stappen weer in onze

auto.

We rijden een eind in stilte over de betonnen snelweg, voordat

Wubbo verdergaat met het ophalen van herinneringen aan

zijn mission specialist-training. ‘Er was ook altijd een beetje

een spanningsveld met de eerste mission specialists, want die

werden nog wel opgeleid tot piloot. De groep van Skylab,

Owen Garriott en Bob Parker, kreeg de oorspronkelijke training.

Die vlogen dat ding ook als piloot. Ik heb wel met Bob

Parker gevlogen en hij was altijd een wat agressiever figuur. Hij

voelde zich waarschijnlijk wat onzeker. Die zette dan bijvoorbeeld

zijn tasje achter zijn schietstoel, zodat ik niet meer naar

voren kon kijken. Dat was dan een soort machtsgebaar. Er waren

zeer grote verschillen in hoe je vloog, afhankelijk van met

wie.’

Dit verbaast me.

‘Ja,’ gaat Wubbo verder. ‘Er was een enorm verschil tussen

52

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 52 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


de astronauten die ook piloten waren. Sommige astronauten

waren heel vriendelijk, net als die Mike Giles, en sommigen waren

echt een beetje pushy en wilden duidelijk maken dat je eigenlijk

geen moer voorstelde.’

Johnson Space Center

Het is weer een lekker warme, kleffe ochtend als we naar Johnson

Space Center (jsc), het nasa-centrum voor bemande ruimtevaart,

rijden. Terwijl we beiden ijverig herkenningspunten

langs de route zoeken, roept Wubbo gefrustreerd: ‘Dertig jaar

is wel héél lang!’, en daar ben ik het mee eens. We kijken tijdens

deze reis wel heel ver terug. ‘Tien jaar kun je nog bevatten,’ vervolgt

Wubbo, ‘maar dertig jaar is niet meer te overzien.’

Nadat we het terrein van jsc oprijden, parkeren we bij Building

110; het gebouwnummer geeft al aan hoeveel gebouwen dit

terrein (circa 650 hectare) telt. Dit is waar je je moet melden en

onzinnig lang in de rij moet staan om je toegangsbevoegdheid te

regelen. Dik een halfuur later hebben we eindelijk onze badges

en ongeveer tegelijkertijd komt onze begeleider Hans Schlegel

binnen. Hans is een Duitse esa-astronaut – bijna 60 jaar, grijsblond,

met een metalen designbril op zijn neus – die sinds 1998

in Houston werkt. Hij is twee keer met een spaceshuttle in de

ruimte geweest, de eerste keer met de Duitse Spacelab-ruimtevlucht

d-2 (de opvolger van Wubbo’s d-1-vlucht) en de tweede

keer met de lancering van Columbus, de esa-module voor het

International Space Station (iss). Hans krijgt een badge waarop

staat dat hij onze officiële begeleider is, en dus verantwoordelijk

is voor ons.

In het eerste gebouw waar Hans ons naartoe rijdt, zit het astronaut

office, de astronautenkantoren. Wubbo zoekt en vindt

zijn voormalige kantoortje, wijst hier en daar naar andere kantoren

en vertelt wie daar hebben gezeten. Terwijl we door de

gangen lopen komen de herinneringen los. Wubbo laat mij enthousiast

een vergaderzaal zien. Hij is enthousiast omdat de

manier van vergaderen bij de nasa heel open is. De vergaderzaal

is vele malen groter dan de vergadertafel. Rijen en rijen van

53

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 53 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


stoelen staan aan weerszijden van de vergadertafel. Die zijn

voor toehoorders. Iedere nasa-medewerker mag als toehoorder

bij een vergadering gaan zitten en zo leert iedereen op alle

niveaus wat er bij het bedrijf speelt. Wubbo is nog steeds onder

de indruk en een voorstander van deze aanpak.

We eindigen in het kantoor van Hans Schlegel. Inmiddels is

de (impopulaire) positie van een buitenlandse astronaut in de

Amerikaanse ruimtevaartorganisatie een terugkerend onderwerp

van gesprek. Dat Wubbo en zijn Duitse collega’s baanbrekend

waren in deze naar discriminatie riekende situatie wist

ik niet, maar dat blijkt nu. Tijdens zijn ruimtevluchttraining in

1985 kregen zij ‘een kantoor in een afgelegen payload building’,

vertelt Wubbo. ‘We werden expres ergens anders gezet en anders

behandeld. Wij – Reinhard Furrer, Ernst Messerschmidt

en ik – vonden dat maar niets, dus wij hebben gewoon onze eigen

kantoren gehuurd in El Camino.’ Wubbo en Hans lachen.

‘Ik ken dat verhaal,’ roept Hans. ‘Dat heeft indruk gemaakt

op Steve Nagel.’ Steve Nagel vloog mee als piloot op Wubbo’s

vlucht en toevallig ook als commandant op Hans z’n eerste

vlucht.

‘Wat jullie deden, het gevecht dat jullie voerden tegen het

establishment,’ zegt Hans, ‘was belangrijk, want de Amerikanen

vonden de infrastructuur het belangrijkst: wij hebben de

raket, wij vliegen het schip, jullie zijn alleen maar passagiers.’

‘Precies,’ zegt Wubbo.

‘Maar zeker op Steve hebben jullie een goede indruk achtergelaten,

want toen hij aan boord kwam voor d-2, was hij het

omgekeerde van Hank Hartsfield,’ vertelt Hans. Hartsfield was

de commandant bij Wubbo’s vlucht.

‘Dat is leuk om te horen. Hank Hartsfield was erg ouderwets.’

‘Hij is op zich wel vriendelijk,’ zegt Hans heel schappelijk,

‘maar Steve was anders. Ik weet niet of jullie dat met hem hebben

gedaan...’ Hans glimlacht.

‘Ik had een goede relatie met Steve,’ zegt Wubbo.

‘Steve geloofde in het team,’ zegt Hans, ‘dat je elkaar helpt

om de vlucht succesvol te maken.’ Als Hans een anekdote uit

54

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 54 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


zijn vlucht vertelt over een nogal ijverige Amerikaan die de

‘buitenlanders wel een lesje zou leren in het zich aan de regels

houden’, kan Wubbo naadloos inhaken, want hij had net zo iemand

aan boord. Toen de drie wetenschappers bijvoorbeeld

alle drie dezelfde experimenten deden om ruimteziekte te bestuderen

en ze verschillende resultaten kregen, wilden ze dat

verder onderzoeken. Maar dat stond niet op het programma en

dus mocht het niet. Het grote verschil is dat Wubbo bij zijn

vlucht niet de hulp kon inroepen van zijn commandant en

Hans wel. Zijn commandant (Steve Nagel) had goede ervaringen

met buitenlanders.

Wubbo vindt het jammer dat hij nooit de resultaten van de

experimenten heeft gezien. De resultaten van zo’n ruimtemissie

zijn onbekend. ‘Ik weet niet of dat nou een communicatieprobleem

is, of dat er wetenschappelijk gezien gewoon niet zoveel

te vertellen valt.’

‘Ik denk een combinatie,’ zegt Hans.

Even later praten ze over het ‘space adaptation syndrome’ –

het fenomeen dat je je moet aanpassen aan de ruimte en over

hoe langzaam alles daar gaat.

‘Ja,’ zegt Hans, ‘maar je kunt ook niet zomaar even een stuk

gereedschap neerleggen. En bedenk ook dat niets op zijn plaats

valt zoals hier. Niets valt. Alles heeft een extra parameter nodig

om het voor elkaar te krijgen.’

Einde van het shuttleprogramma

Er worden nog heel wat anekdotes gedeeld en veel gelachen

totdat Hans zich even terugtrekt om het een en ander te regelen.

Zo probeert hij voor ons een lunchafspraak met Steve Nagel

te maken, en dat wij – ondanks de badges die we nu hebben

– toegang kunnen krijgen tot extra gebouwen. Terwijl hij daarmee

bezig is, praten Wubbo en ik in het Nederlands.

‘Ik krijg hetzelfde gevoel als toen ik nog met kernfysica bezig

was. Toen ik promoveerde, vonden wij het als kernfysici allemaal

heel belangrijk wat we deden, maar eigenlijk was het niet

zo belangrijk meer. Kernfysica was een aflopende zaak. Zo’n

55

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 55 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


gevoel krijg ik hier ook. Iedereen vindt hier bemande ruimtevaart

nog heel belangrijk, maar of dat werkelijk zo is? Wat Hans

net vertelde, dat Obama nog geen nieuwe koers heeft gezet

voor nasa terwijl hij al wel de magische 100 days in office is gepasseerd,

vind ik tekenend. Volgens Hans moeten er grote beslissingen

genomen worden, maar er gebeurt niets.’

Van Hans krijgen we slecht nieuws over Claude Nicollier.

Hij blijkt door een aantal overvallers op straat in elkaar te zijn

geslagen en vervolgens beroofd. Terwijl we op Hans wachten,

belt Wubbo met Claude. Claude blijkt het gelukkig goed te

maken. Als dat eenmaal duidelijk is, maakt Wubbo grapjes: ‘Er

is toch niets met je neus gebeurd, hè?’ Claude heeft een vrij prominente

neus. Claude vertelt wat hij tegenwoordig doet en

daaruit blijkt dat Wubbo en Claude elkaar al heel lang niet gesproken

hebben. Zo’n reis naar het verleden herinnert Wubbo

dus ook weer aan de voor hem bijzondere mensen van vroeger.

Wubbo vertelt Claude over het boek dat zijn dochter aan het

schrijven is, dat ze samen naar esa Headquarters in Parijs zijn

geweest, vanavond naar Huntsville gaan en zaterdag naar ksc

(Kennedy Space Center in Florida). Zo wordt Claude toch ook

een beetje betrokken in deze reis. Jammer genoeg is de verbinding

slecht.

Het is Hans gelukt om Steve Nagel te bereiken en met hem

gaan we nu lunchen in de kantine van de nasa. De kantine heeft

geen zelfbedieningsbuffet, maar lijkt eerder op een soort Mc-

Donald’s: je staat in een rij bij de salades, of bij de snacks, of bij

de soep, en als je aan de beurt bent bestel je je eten. De rest van

de kantine ziet eruit als elke andere: een grote ruimte met tientallen

eenvoudige tafels en stoelen. We zoeken een tafel ergens

in het midden, vergezeld door Nagel. Hij is vrij lang en heeft

pretoogjes, die hem een wat ondeugende blik geven. Als we zitten,

vertelt Steve dat het shuttleprogramma afloopt. Er is nog

geld tot 2010 en dat was het. Wubbo had dus gelijk: het is een

aflopende zaak.

‘Maar hoe wordt het iss dan bediend?’ vraagt Wubbo.

‘Met onbemande bevoorradingsmissies en met de Russische

Sojoez als vervoerder van de astronauten,’ legt Steve uit. Ik vind

56

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 56 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


het een heel gek idee dat er binnenkort geen shuttlevluchten

meer zijn, en het zal nog wel een paar dagen duren voordat ik

gewend ben aan het nieuws.

De discussies tijdens de lunch worden gekentekend door het

ophalen van herinneringen. Als we later met z’n tweetjes in de

auto zitten, vraag ik Wubbo wat hij leuk vond aan ons bezoek

aan jsc en dan noemt hij als eerste de lunch met Steve Nagel.

Het was echt goed om hem weer te zien.’

‘Ja,’ zeg ik met een glimlach, ‘die begreep de grapjes ook.’

‘Ja. Maar ik vond het het leukste om Claude Nicollier te bellen,’

zegt Wubbo tot mijn verrassing.

Wubbo betreurt dat iedereen zo oud geworden is en hij vindt

het jammer dat astronauten over het algemeen vrij oud zijn. Hij

pleit ervoor dat het beroep door jonge mensen ingevuld wordt.

Jonge mensen kunnen snel zijn en nieuwe dingen uitvinden.

‘Zo was het oorspronkelijke ruimtevaartprogramma ook.’ Hij

doelt op vroege ruimtevaartprogramma’s als Gemini. Ik suggereer

dat er misschien inmiddels zo veel voorbereiding en zo veel

ervaring bij het beroep astronaut komen kijken, dat er daarom

geen jonge mensen meer bij zitten.

‘Nee, dat is natuurlijk helemaal niet waar,’ zegt Wubbo.

‘Jonge mensen kunnen dat toch gewoon veel beter.’

‘Oké, maar waarom dan de oudere astronauten?’

‘Zo is dat gegroeid. Het is een soort evolutie geweest. De

eerste astronauten waren niet zo oud, maar dan wordt alles bureaucratischer

en moeilijker. Dan moet je opeens meer ervaring

hebben.’

‘Ja, dat bedoel ik.’

‘Nee, maar dat is niet écht nodig, zo wil het systeem dat. Kijk

eens naar wie echt moeilijke dingen doen: fighter pilots. Daar

neem je heel jonge mensen voor.’

Bemande ruimtevaart zonder mensen

Na ons bezoek belt Hans Schlegel ons op en nodigt ons uit voor

een extraatje. Hij kan ons ook rondleiden in het Neutral Buoyancy

Laboratory. Daarbinnen bevindt zich het grootste zwembad

57

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 57 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


ter wereld. Het is 61 meter lang, 31 meter breed en 12 meter diep.

In het zwembad bevinden zich modellen van alle onderdelen van

het iss, op ware grootte, zodat astronauten kunnen trainen om

hun taken met verminderde zwaartekracht uit te voeren. Wij

mogen op een veilige afstand, achter glas, op de bezoekersgalerij

naar het bad kijken. Er staan grote knalgele kranen langs de kant

van het zwembad en Hans legt uit dat daarmee de astronauten in

hun ruimtepakken het water in en uit gehesen worden. Ik ben

verbaasd dat je zo’n groot robuust mechanisme nodig hebt om

een mens te vervoeren. Zo’n ruimtepak is dus blijkbaar loodzwaar.

Er gaan ook altijd duikers mee het zwembad in om de astronauten

te helpen met bijvoorbeeld hun zuurstoftoevoer. Aan

weerszijden van het zwembad zijn controlekamers die alle apparatuur

in het iss-model kunnen besturen.

Hans betreurt hoe weinig de laboratoria zoals Columbus en

het Japanse laboratorium gebruikt worden. Ook Wubbo vindt

het vreselijk dat de vorderingen in de ruimtewetenschap zo langzaam

verlopen. Is de wetenschap te ingewikkeld voor de ruimte?

Of is de wetenschap te ingewikkeld voor de bedrijven die in de

ruimtevaart hebben geïnvesteerd? Pionierschap past nu eenmaal

niet in bureaucratie of een organisatiestructuur.

De twee mannen raken nu verwikkeld in een intens gesprek

over Wubbo’s ergernis dat er weinig met de intelligentie van

een astronaut wordt gedaan. Wubbo en een aantal van zijn Europese

collega’s wilden al helemaal in het begin van hun carrière

dat er een convenant afgesproken werd, ‘dat als een bemanningslid

in gevaar is en er een mogelijkheid bestaat dat een

collega zijn eigen leven kan redden, dan zou hij daaraan de volle

prioriteit mogen geven. Dat is wat wij wilden.’ Dit hebben ze

niet gekregen.

Wubbo begint over het ongeluk met de shuttle Columbia.

Deze verongelukte bij terugkeer in de dampkring op 1 februari

2003. Er was bij de lancering een stuk isolatiemateriaal losgeschoten

en dat heeft een aantal hittetegels beschadigd, waardoor

de hitte op die plek bij de terugkeer te groot werd. Het

punt is dat de astronauten tijdens hun ruimtevlucht niet mochten

gaan kijken naar de (omvang van de) beschadiging.

58

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 58 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


‘Weet je,’ roept Wubbo, zijn verontwaardiging niet verhullend,

‘ik heb gehoord dat de reden daarvoor was dat de vluchtleider

zei: het heeft geen zin om naar buiten te gaan om te kijken,

want je kunt toch niks doen omdat je het reparatiegereedschap

niet bij je hebt.’

Hans schudt droevig zijn hoofd en zegt: ‘Het is nog erger.

Het toenmalige management besloot om niets te analyseren,

omdat de astronauten toch niet gered konden worden. Terwijl

achteraf bleek dat het wel had gekund.’

‘Daarin schuilt het probleem,’ zegt Wubbo. ‘Je zou altijd

moeten toestaan om de menselijke intelligentie in te zetten. Als

de bemanning van de Columbia de kans had gekregen om te

zien wat er aan de hand was, de echte situatie beoordelen, dan

hadden ze andere beslissingen kunnen maken.’

Later, wanneer Wubbo en ik met z’n tweetjes in de auto zitten,

snijd ik het onderwerp opnieuw aan, want ik dacht juist dat de

mens zo belangrijk was in de ruimtevaart. Dat is dus niet zo?

‘Al vanaf het begin is men begonnen het systeem zoveel mogelijk

onafhankelijk te maken van de mens,’ verklaart Wubbo.

‘Want mensen maken fouten. Met als gevolg dat het systeem

“overgeregeld” wordt. Het gekke is dat het nu zo langzamerhand

zo overgeregeld is, het is zo gecompliceerd geworden, dat

het helemaal niet meer werkt. De enige manier waarop het systeem

nog überhaupt effectief kan zijn, is omdat steeds weer de

mens er is die het voor elkaar krijgt. Zo ontstaan de workarounds,

de back-ups, het inzicht hoe het weer anders kan.’

‘Maar je bedoelt toch niet het systeem “de bemande ruimtevaart”?’

‘Ja, het totale systeem van de bemande ruimtevaart. Zo’n

space station werkt op zich niet – in de zin dat het te gecompliceerd

is gemaakt en het dan niet echt meer klopt. Er zijn dan

bijvoorbeeld dingen die niet goed zijn doorgekomen, de communicatie

is niet goed geweest, men heeft fouten gemaakt die

niet zijn gezien. Omdat het zo complex is, zijn er ook ontzettend

veel mogelijkheden dat het ergens niet werkt. Dan moet

aan het eind van het verhaal de astronaut toch weer het pro-

59

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 59 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


leem oplossen en ben je uiteindelijk terug bij af, je bent weer

afhankelijk van die astronaut geworden, maar je hebt intussen

wel een belachelijk complex systeem gemaakt... Terwijl, als je

vanaf het begin had besloten van: jongens, we zijn gewoon afhankelijk

van astronauten...’

‘...dan was het nooit zo complex geworden,’ vul ik aan.

‘Nee,’ beaamt Wubbo. ‘Dat was helemaal niet nodig geweest

en dan had je misschien ook nog tijd gehad om wat wetenschappelijke

dingen te doen.’ Ja, het is wel jammer als de shuttlevluchten

voor reparaties ingezet moeten worden en niet voor

onderzoek.

‘Ze hadden het liefst dat je als een soort robot functioneert

die bij alles wat hij doet vraagt: “Is dit wel goed?”, en dat dan

het beslissingssysteem zodanig werkt dat het niet erg zou zijn

als die persoon een fout zou maken. Alles wat je als astronaut

wilt, daar moet toestemming voor gevraagd worden, je kunt

niks meer doen op eigen initiatief, je kunt geen eigen inzicht

hebben, dat moet allemaal weg. Maar de ruimtevaart moet wel

bemand zijn, want bemand is nou eenmaal the flavor van Houston.

Zonder bemande ruimtevaart zou je het hele jsc niet hebben.’

‘Hè? Dan heb je dus een mens...’ begin ik, in verwarring.

‘Ja.’

‘...die naar de ruimte gaat...’

‘Ja.’

‘...die niet een mens mag zijn.’

‘Klopt.’

‘Die mag alleen maar ervaren?’

‘En operator zijn, ja. Je moet dus niet menselijk zijn, en dat is

ook precies het probleem bij het space station. Het belangrijkste

van bemande ruimtevaart wordt niet gebruikt: de creativiteit

van de mens.’

Haast voor Huntsville vormt een duo

Wubbo geeft intussen plankgas want we zijn laat voor onze

vlucht naar Huntsville, Alabama. Niet een beetje laat, maar

60

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 60 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


echt heel erg laat. Eigenlijk moet je het opgeven, maar er is een

piepkleine kans – als alles superstrak verloopt – dat we de vlucht

op het nippertje halen. We vliegen om 19:00 uur. Vanaf waar

we nu zijn, moet je dan eigenlijk om 16:00 uur in de auto stappen.

Het is 17:00 uur. Het kan gewoon eigenlijk helemaal niet.

We gaan ervoor. De adrenaline giert door onze lijven en in die

toestand maken we samen heel strakke, snelle beslissingen.

Welke van de twee snelwegen? 1-2-3 beslissen. Wel of niet de

‘hov’-baan (high occupancy vehicle, speciaal voor carpoolers) opgaan?

1-2-3 beslissen: ja, we gaan erop. Af en toe slaat de onzekerheid

over waar we zijn toe, maar we blijven beiden volhouden

met behulp van een kaart, Wubbo’s interne kompas en een

portie geluk. We komen om 18:40 uur aan bij het vliegveld, terwijl

we nog naar de autohuur, check-inbalie, door de beveiliging

en gate moeten. Wubbo roept: ‘Hoe dan ook, we hebben

een verhaal!’ Op miraculeuze wijze is het ons gelukt. Klokslag

19:00 uur stappen wij het vliegtuig in. Vijf minuten later stijgen

we op. Yes!

Wubbo en ik zijn trots op elkaar. We zijn een supergoed duo

gebleken. Wubbo stuurt mijn moeder een sms’je over hoeveel

ik op hem begin te lijken.

Vóór de vijf ongelukken

In Huntsville, Alabama vervolgt Wubbo in 1982 zijn astronautentraining

en begin ik aan de vierde klas van de lagere school

(wat nu groep 6 zou zijn). Huntsville zal echter ook de setting

zijn voor een andere gebeurtenis.

We zijn net in Houston geweest en maakten een reis naar het

verleden van 1980-’81. Dat is voordat de eerste van de vijf levensbedreigende

situaties, ‘ongelukken’, plaatsvond. Ik heb

daarom een nogal lastige vraag voor Wubbo, die misschien helemaal

niet te beantwoorden valt, maar ik wil graag nagaan of

hij een ‘voor’ kan beschrijven.

‘We zitten nu vóór de vijf ongelukken. Is er iets in dat kader

te zeggen?’ vraag ik aftastend.

‘Jawel,’ antwoordt Wubbo. ‘In zoverre dat in de tijd dat ik

61

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 61 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


hier zat, ik gewoon volledig overal indook en nergens bij stilstond.

De route was duidelijk en zoiets als de dood bestond er

niet.’

‘Je was je in Houston niet bewust van het feit dat je met iets

gevaarlijks bezig was?’

‘Ja, nee, dat was je wel,’ reageert Wubbo, ‘we discussieerden

wel over de kans van één op honderd...’ Hij heeft het over dat de

kansberekening destijds één op honderd was dat je een shuttlevlucht

niet zou overleven.

Ik knik en vraag: ‘Maar wat je hier hebt gedaan, de training

en zo, heb je nooit ervaren als levensgevaarlijk?’

‘Nee. We hadden wel discussies, mijn kamergenoten Dick

Scobee en “Big Jon” McBride en ik. Dick Scobee was testpiloot

op Edwards Air Force Base bij Los Angeles, de grootste testplaats

van alle nieuwe vliegtuigen. Daar gaat ook de film The

Right Stuff over. Dat is een plek waar heel veel gebeurt... en ook

misgaat.’ Het valt even stil. Die film ken ik wel, over de allereerste

Amerikaanse astronauten. Dat waren allemaal stoere testpiloten.

‘Dus Dick Scobee zat daar en die was op een gegeven moment

via de Air Force bij de nasa gekomen. Zijn vrouw, dat

weet ik nog, was heel blij dat hij civilian (burger, in tegenstelling

tot militair) en astronaut werd, en geen testpiloot meer zou zijn.

Door deze carrièreswitch werd zijn leven een stuk minder gevaarlijk.’

‘Civilian?’ vraag ik. ‘Kun je niet als militair astronaut worden?’

‘Nee, volgens mij niet,’ antwoordt Wubbo na enig twijfelen.

‘Je werd als astronaut automatisch civilian en onderdeel van de

nasa. Maar dat werd zeker door de vrouw van Dick Scobee beschouwd

als: nu is het afgelopen met dat heel hoge risico.’

‘Ja...’

‘En Dick Scobee was commandant bij het Challenger-ongeluk.’

‘Ja.’ Er valt een lange stilte. Het verhaal is zo wel heel wrang.

Na een poosje vraag ik: ‘Is dat veranderd, denk je, in de beleving

van astronauten en astronautenvrouwen?’

62

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 62 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


‘Denk het wel, ja. Men heeft al twee ongelukken met de shuttle

achter de rug.’

‘Ja.’

‘Ik denk dat die een versterkende rol spelen,’ zegt Wubbo.

Dan herinnert hij zich de reactie van de astronautenvrouwen

bij zijn eigen vlucht en voegt toe: ‘Alhoewel, meer vrouwen waren

als de dood, Joos ook, bij de lancering. Die gingen door de

grond.’

‘Wat voor gevoel had jij als jij een lancering zag? Als toeschouwer?’

‘Nou, ik was vreselijk onder de indruk van dat enorme geweld,

die gigantische power, de kracht van het geluid, de geur...

Maar ik kwam niet veel verder dan: “Nou, als er wat misgaat,

dan gaat het heel snel.” Ik werd er zelf niet bang door.’

‘De dood is niet zo erg als het snel afgelopen is?’ vraag ik.

‘Ja, dat heb ik wel...’ bevestigt Wubbo, maar hij neemt ook

niet graag risico’s. ‘Ik heb sinds die tijd nooit meer iets echt gevaarlijks

gedaan, hè?’

Spacelab-1-training

Het is september 1981 en Wubbo en Claude doen al meer dan

een jaar de mission specialist-training. Voortdurend worden zij

bestempeld als de foreign individuals (de buitenlanders). Wubbo

voelt zich nooit echt welkom en vermoedt dat het management

er alles aan doet om dat gevoel te versterken en te prolongeren.

Inmiddels loopt de opleiding op zijn eind en is het wachten op

de diploma-uitreiking, waarbij de kandidaten officieel tot astronaut

benoemd worden. Ze weten niet wanneer de uitreiking

zal plaatsvinden. Maar op een dag horen de kandidaten het gerucht

dat ze zich om tien uur allemaal in de grote vergaderzaal

moeten verzamelen. Wubbo twijfelt aan de uitnodiging van

Claude en hem. Hij belt voor de zekerheid met de secretaresse

van de directeur en vraagt haar: ‘Is het werkelijk de bedoeling

dat wij erbij zijn?’ En zij zegt ja. Claude en Wubbo zijn vanzelfsprekend

heel blij en verrast.

Om tien uur zitten in de vergaderzaal dus 21 kandidaat-astro-

63

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 63 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


nauten te wachten op hun diploma. Oud-astronaut John Young

komt voorovergebogen binnenschuifelen met een koffiemok in

zijn hand, zijn ogen stug naar de grond gericht, terwijl hij Claude

en Wubbo voorbijgaat. Hij kijkt niet op als hij zegt: ‘I count 21

people. I only expected 19.’ En loopt onverstoord door. In dit

soort venijn heeft Wubbo geen enkele zin en hij stapt op. Claude

stapt ook op. Dan staat er één kandidaat, Charlie Bolden, op

(misschien omdat hij een zwarte Amerikaan is) en zegt dat het

belachelijk en oneerlijk is. Het is voor Wubbo heel bijzonder dat

iemand het zo voor hen opneemt. Uiteindelijk krijgen Claude en

Wubbo later hun diploma, maar er is wel een politieke interventie

van esa voor nodig.

Nadat ze allebei volgens de Amerikaanse richtlijnen officieel

astronaut zijn, wordt het tijd om weer eens naar de ruimtevlucht

te kijken waar het oorspronkelijk om te doen was: Spacelab-1.

Als wetenschapper-aan-boord moet je specifiek getraind

zijn in de tientallen experimenten die tijdens de vlucht uitgevoerd

moeten worden. Daarvoor is de mission specialist-training

die ze net afgerond hebben ongeschikt. Je hebt een payload

specialist-training nodig. Aangezien de Spacelab-1-vlucht

nadert (hij staat gepland voor eind september 1983), is het de

hoogste tijd om eens aan die payloadtraining te beginnen. Deze

training vindt voor het grootste gedeelte plaats op het Marshall

Space Flight Center in Huntsville, Alabama, en zal ongeveer

een jaar beslaan. Het is de bedoeling dat twee esa-astronauten

deze training gaan volgen. Een van de twee zal vliegen met

Spacelab-1, en de ander zal fungeren als back-up en als wetenschapper

op de grond die in directe communicatie staat met de

wetenschapper aan boord. Ze zullen als het ware een wetenschapsduo

vormen. De oorspronkelijke afvalrace van de astronautenselectie

steekt weer even op, want Ulf Merbold is al vanuit

Duitsland in Huntsville gestationeerd. Dus tussen Claude

en Wubbo rijst begin 1982 de vraag: wie gaat hem vergezellen?

Het is een heel gekke situatie, want ze genieten beiden wel van

de status die ze inmiddels als Amerikaanse mission specialists

hebben gekregen. Voor de Amerikanen bij de nasa betekent

64

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 64 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


payload specialist worden een degradatie en aan dat systeem

zijn ze inmiddels wel gewend geraakt. En als je blijft deelnemen

aan het nasa-programma, ga je ook de ruimte in. Maar ja, een

van de twee moet toch echt terug naar de payload specialisttraining,

want daar zijn ze bij de esa voor aangenomen.

De grootste droom van Claude is de spaceshuttle vliegen, de

grootste droom van Wubbo is experimenten in de ruimte doen.

Claude is meer de piloot en Wubbo meer de wetenschapper,

dus het duurt niet al te lang of ze zijn eruit. De wereld van

Houston past beter bij Claude (hij zal vier keer een ruimtevlucht

maken als mission specialist) en Wubbo besluit naar

Huntsville te vertrekken. Hij denkt aan zijn grote voorsprong

op Ulf. Hij heeft straks én een mission specialist-training én

een payloadtraining gedaan, dus hij is er zeker van dat hij zal

vliegen op de eerste Spacelab-vlucht. Wubbo weet echter niet

dat hij tunnelvisie heeft gekregen door de sfeer in Houston.

Het werk in Huntsville bestaat voornamelijk uit het, tot in

den treure, simuleren van de experimenten die straks in de

ruimte uitgevoerd moeten worden. Op Marshall Space Flight

Center staat een zwembad waarin een model van Spacelab opgesteld

staat – het grote zwembad bij Houston is er dan nog

niet, laat staan een space station.

In de documentaire De zwevende Hollander, waarin Wubbo

ook in Huntsville wordt vastgelegd, wordt gezegd dat de verwachtingen

van de spaceshuttle hoog zijn. Wubbo vertelt dat

hij inmiddels een bezoek aan Cape Canaveral heeft gemaakt.

Daar hebben mensen hem verteld wat er indrukwekkend is aan

een lancering. Rondom het lanceerplatform zijn er heel veel

mensen bezig, het is een drukte van jewelste. Deze drukte gaat

door tot op de dag van de lancering. Dan opeens – als je bij het

platform aankomt – is er niemand meer, je bent helemaal alleen

en in de verste verte, kilometers verder, daar zie je rijen auto’s.

Daar zijn alle mensen, en jij bent alleen.

Terwijl de documentaire ingaat op Wubbo’s werk, vraagt de

Leeuwarder Courant hoe het leven in de Verenigde Staten Wubbo

bevalt.

Wubbo antwoordt: ‘Vooral het wonen in Huntsville was

65

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 65 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


voor ons een openbaring. Het is sterk religieus. Een gesloten en

ongastvrije gemeenschap, maar het doemdenken heb je daar

niet. Je hebt er de ruimte. Ze zitten je daar niet zo op je huid. Er

is wel competitie, maar eerlijker. Ze belasten je daar niet zo moreel.’

Tannahill Drive

Rond 1979, als Claude, Ulf en Wubbo net geselecteerd zijn als

esa-astronauten, kopen ze drie lots (kavels) op Tannahill Drive

in Huntsville, voor 25.000 dollar per stuk. Ze zijn net bij de esa

aangenomen, er is nog geen sprake van Houston, ze denken

juist dat ze voor langere tijd in Huntsville zullen verblijven. Het

plan ontstaat om met z’n drieën naast elkaar een huis te laten

bouwen. Het is een heel mooie gedachte, maar uiteindelijk zal

alleen Wubbo naar Tannahill Drive terugkeren. Ulf woont wel

in Huntsville, maar heeft afgezien van de bouw en Claude blijft

in Houston. Alleen Wubbo besluit daadwerkelijk een huis te

gaan bouwen.

Dit privéproject is wel heel wat omvangrijker dan de verbouwing

van twee huisjes tot een leefbare woning in Pieterzijl. Als

een architect wil hij een heel huis ontwerpen vanaf de grond.

Daar komt nog een extra uitdaging bij: de kavel grond is heel

steil aflopend en zwaar bebost. Maar op een avond trekken

Wubbo en Joos een fles wijn open en beginnen te schetsen. Een

woonkamer op straatniveau, niet op de onderste verdieping,

een grote vide in de woonkamer, een buitenkant geïnspireerd

door de chalets in de Alpen bepalen het karakter van het huis.

Een rooster boven in het huis dat de warme lucht aldaar verzamelt

en terug het huis inpompt als het koud is en in de punt van

het dak ramen die open kunnen om te ventileren als het warm

is, zijn elementen die de energierekening laag maken, nog

voordat ‘energiebesparing’ in de mode raakte.

Er is op dat moment een economische crisis: geen goede tijd

om een huis te bouwen. Daar staat tegenover dat de aannemersprijzen

laag zijn, want ze hebben weinig werk. Er is één aannemer

waar het meteen mee klikt en die krijgt de opdracht. Zo

66

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 66 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


heeft hij tenminste werk, terwijl zijn concurrenten het nakijken

hebben. Als wij hem tijdens onze zoektocht naar het verleden

bezoeken, beaamt hij dat deze opdracht hem door de moeilijke

periode heen hielp.

Wubbo en Joos zijn jaren later nog steeds reuzetrots op het

huis dat ze gebouwd hebben. Het is vanzelfsprekend ‘het mooiste

huis’. Ook ik heb er geweldige herinneringen aan, vooral door

het terrasdek dat helemaal om het huis heen wikkelde, wat je ook

vaak bij chalets ziet. In mijn herinnering ‘klopt’ het hele huis.

Geen overbodige ruimtes, maar ook niet ruimtes die je mist of

vreemde indelingen waar je niets mee kunt, of gebrek aan licht,

een teveel aan licht, noem het maar op. Vandaar dat niet alleen

bij Wubbo, maar ook bij mij het hart sneller gaat kloppen als we

op zoek gaan naar ons oude huis op Tannahill Drive.

Het is een regenachtige dag als we over een grote weg rijden

waar alle straten linksaf een berg opgaan. Ik vraag naar het verschil

tussen het wonen in de twee steden.

Het mooie van Houston was het gezinsleven, met windsurfen,

een schommel maken, dat soort dingen, maar het werk en

de omgeving waren saai,’ vertelt Wubbo, terwijl hij elke weg

links probeert te identificeren. ‘Huntsville heeft een warm

plekje in mijn hart vanwege het werk, het wetenschappelijke

karakter ervan.’ Hij voelde zich belangrijker hier. In Houston

deed je mee aan het grote plaatje, terwijl je je hier als wetenschapper

met uniekere zaken bezighield. Ik concludeer hieruit

dat hij in Houston de meeste pret had met het gezin, en in

Huntsville de meeste pret alleen.

De zoektocht naar Tannahill Drive baseert Wubbo op zijn

oude hardlooproute. We hebben geen kaart, maar zelfs al hadden

we er een gehad, zou hij nog steeds zijn oude hardlooproute

volgen omdat hij die in al onze woonplaatsen erg gedetailleerd

heeft onthouden. Hij slaat een steile weg in en legt uit hoe

moeilijk het was om hier naar boven te komen bij het hardlopen.

Het is inderdaad spectaculair hoe steil we klimmen (daar

heb je een sterke Amerikaanse auto voor nodig); in de Europese

bergen zou je nu allang een haarspeldbocht hebben gekregen.

De steile weg eindigt in een t-splitsing met Tannahill Drive.

67

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 67 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


De spanning stijgt. Zou het huis nog steeds de charme bezitten

die wij het toebedelen? Wubbo hoopt dat er nog wat overblijft

van zijn gevoel van trots dat hij in 1982 had en sindsdien heeft

behouden. Is dat gevoel gerechtvaardigd?

‘Kijk eens, kijk eens, kijk eens!’ piept Wubbo enthousiast als

rechts van ons, tussen de dichte begroeiing door, een houten

huis opdoemt.

‘Aaaah,’ zucht ik. Het is nog steeds een prachtig huis! Blij en

opgetogen stappen we uit de auto en Wubbo belt direct aan. Ook

hier zijn de huidige eigenaars heel vriendelijk en verwelkomen

ons direct. De vrouw des huizes leidt ons rond en het huis ‘klopt’

net als in mijn geheugen. Het overstijgt onze verwachtingen

zelfs. Als Wubbo de woonkamer met het metershoge plafond, de

vide, inkijkt en buiten naar het brede terras, zie je de emotie over

zijn gezicht heen schieten. Met vochtige ogen verklapt hij tegen

mij dat hij jaloezie voelt. ‘Ik zou hier zo weer willen wonen, het is

zo’n mooi huis. Ik voel ook trots: het is zo mooi bedacht!’

Terwijl wij rondgeleid worden, wordt de trots op zijn gezicht

af en toe afgewisseld door een woedende blik, als hij ziet hoe ze

het onderhoud van het terrasdek verwaarlozen. Soms geniet hij

van de sfeer en uitstraling van het huis en bewondert hij de toevoegingen

van de eigenaars. Maar het belangrijkste van dit

stukje verleden opzoeken, is dat hij heeft bevestigd dat zijn gevoel

klopt. Maanden later zal hij mij vertellen dat hij het huis

stoer vond. ‘Het was wel sneu dat het was verwaarloosd, maar

de krácht van de gedachte van het huis was er en die was zo sterk

dat je dus een gevoel van trots voelde.

En dat geldt voor al die plekken, hoor,’ vervolgt Wubbo over

onze reizen. ‘De waarde van die gebeurtenissen uit je geheugen,

van het verleden, is enorm toegenomen. Puur in de zin van

kwaliteit.’

Augustus 1982: Zwarte kots

In september 1982 zal de beslissing vallen wie van de twee esaastronauten

met de Spacelab-1-missie de ruimte ingaat, Ulf

Merbold of Wubbo. Het wordt de finale van de afvalrace.

68

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 68 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


In juni 1982 is het gezin Ockels naar het pas gebouwde huis

aan Tannahill Drive verhuisd. Dankzij het lekkere weer brengen

we veel tijd buiten door op het terrasdek, maar ook in de

tuin: Wubbo gaat veel houthakken. Dan ineens, twee maanden

na de verhuizing, krijgt Wubbo van de ene op de andere dag extreem

hoge koorts. De dag ervoor voelt hij zich nog alleen een

beetje moe, nu moet hij ineens vrij nemen van zijn werk en ligt

met koorts in bed. Wubbo probeert de koorts met pijnstillers

naar beneden te krijgen en dat lukt maar eventjes. Zijn temperatuur

schiet meteen weer omhoog als de middelen zijn uitgewerkt.

Zo ziek is hij nog nooit geweest.

Wubbo wil echter niet dat Joos een dokter belt. Hij wil niet

dat iemand ervan af weet, zo vlak voor de selectie. Hij wil zijn

medische keuring niet verliezen. Hij is nu zo dichtbij – dichterbij

dan ooit hiervoor – om de ruimte in te gaan, dat hij niet wil

dat iets verkeerd gaat. Zijn gezondheid gaat hem nu niet in de

steek laten. Elke keer als Joos iemand wil bellen – of het nou een

dokter of een vriendin of een familielid is – zegt hij: ‘Nee, dat

wil ik niet. Het gaat wel weer over!’

Maar dat is niet zo. In de dagen die volgen, blijven de koortsaanvallen

elke paar uur komen met pieken van wel 40 graden en

hoger. Wubbo ligt spastisch te schudden in bed, zo beroerd is hij

eraan toe. Hij transpireert ook nog eens zo hevig dat Joos om de

vier uur de lakens moet verschonen omdat ze drijf- en drijfnat

zijn. De koortsaanvallen worden afgewisseld door temperatuurdalingen

die gepaard gaan met koude rillingen en klappertanden.

Het wordt slechter in plaats van beter, maar Joos mag van

Wubbo niets doen behalve natte doeken aandragen.

Na drie dagen is Joos ten einde raad. Ze heeft nog nooit iemand

zo ziek meegemaakt. Wat moet je dan doen? Je bent helemaal

alleen. Je mag niemand bellen (zelfs geen vriendin), je

kent ook nog niemand hier omdat je net verhuisd bent, je mag

geen dokter bellen, geen advies inwinnen, maar je weet ook dat

het op deze manier helemaal fout gaat. Joos besluit om Wubbo

dan maar in een lauw bad te zetten. De badkamer grenst aan de

slaapkamer, maar Wubbo is zo zwak dat zij hem het stuk naar

het bad toe moet ondersteunen.

69

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 69 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


Hij stapt in het bad.

Hij trekt lijkbleek weg... en hij valt flauw. In bad.

Joos schrikt zich helemaal wezenloos. Wubbo ligt in het water,

bewusteloos, en hij begint weg te glijden. Ze probeert hem

omhoog te trekken, maar dat lukt niet, hij is veel te zwaar. Paniek

slaat toe. Zijn lichaam is niet te vermurwen, dus ze doet het

enige wat ze kan doen: ze begint op zijn borst te slaan en te bonken.

Met beide vuisten, zo hard ze kan, timmert ze op zijn

borstkas, terwijl ze roept: ‘Niet doodgaan! Niet doodgaan!’

Terwijl Joos zo tekeergaat met schreeuwen en slaan, komt

Wubbo weer bij. Hij is er weer.

Voor Joos is de maat vol. Ze zet hem in de auto en rijdt hem

zelf naar de eerste hulp van het ziekenhuis. Met de kinderen

gaat ze altijd naar de nasa-kliniek, maar dat kan nu niet. Wubbo

wil absoluut niet dat men bij de nasa weet dat hij zo ziek is. Dus

levert ze Wubbo af bij een publiek ziekenhuis in Huntsville en

kan ze de zorg over hem, tot haar opluchting, eindelijk overdragen.

Wubbo’s behandelend arts noteert de paar symptomen: acute,

hevige koorts, hevige rillingen, ernstig zweten, maar verder

zijn er (nog) geen symptomen, behalve een zere plek boven zijn

nieren. Hij vindt Wubbo verder heel alert, coöperatief en kalm.

Hij laat meteen een serie tests doen, ook omdat Wubbo een astronaut

is. Hij neemt bloed, urine en ontlasting af zodat deze

onderzocht kunnen worden, maar daar zullen geen significante

resultaten uit voortkomen. De urine heeft de kleur van koffie.

En Wubbo is uitgedroogd door al het zweten.

In het ziekenhuis komen er meer symptomen bij en dan

wordt het pas echt verschrikkelijk voor Wubbo. Hij ligt op een

kamer in zijn witte ziekenhuishemd, maar hij kan haast niet liggen

van de pijn. Overal doet het pijn, maar vooral in zijn nierstreek.

Soms bevindt hij zich op de grond, kronkelend van de

pijn. Als hij poept, dan is zijn ontlasting zwart. Zijn plas is al net

zo donker. Hij moet ook overgeven... en zelfs zijn braaksel is

zwart. Alles wat uit zijn lichaam komt, is zwart. Het is niet best.

Wubbo’s creatininespiegel is verhoogd, wat de dokter verontrust,

want dat betekent dat Wubbo’s nieren het beginnen te

70

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 70 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


egeven. Zijn arts vermoedt dat het een bacteriële infectie is

waar Wubbo aan lijdt, maar hij weet daar te weinig vanaf om

het zeker te weten. Hij roept de hulp in van een expert in bacteriële

ziektes.

De expert heeft wel wat ideeën over wat het kan zijn. Hij

deelt de mening dat het hoogstwaarschijnlijk een bacteriële infectie

is omdat Wubbo een gezonde, jonge man is en het ziektebeeld

acuut met hoge koorts begon. Dus de dokters zetten

Wubbo via een infuus aan de antibiotica. Deze bestrijden een

variëteit aan bacteriële infecties, waarvan de expert denkt dat

een ervan de oorzaak is. Hij krijgt gelijk.

De koorts daalt. De nieren herstellen zich. Alle orgaanfuncties

werken weer. Het was dus een bacteriële infectie. Maar

welke infectie het was, weten ze dan nog niet. Bloedmonsters

worden naar het Center for Disease Control in Atlanta gestuurd

om erachter te komen wat het geweest is. Het centrum

kan het organisme in het bloed kweken, wat een speciale techniek

vereist waar de meeste ziekenhuizen niet over beschikken.

’s Ochtends 10 augustus 1982 – hij is op 7 augustus ’s middags

opgenomen – wordt Wubbo ontslagen uit het ziekenhuis. Hij

heeft al 24 uur geen koorts meer en voor de rest gaat het ook

weer goed met hem. Hij krijgt nog wat medicijnen mee voor

thuis en dan is Joos er om hem weer terug naar huis te brengen.

De maandag daarop gaat Wubbo weer aan het werk. Hij vertelt

niemand dat hij ziek is geweest, ook niet in de weken, maanden,

jaren daarna, als hem bij medische keuringen wordt gevraagd

te vertellen of hij iets onder de leden heeft gehad. Hij

praat er niet over. Dat past verder prima in de cultuur van de

nasa, waar toch al weinig met elkaar gedeeld wordt.

Als Wubbo en ik in mei 2009 tegenover de expert zitten, verklapt

Wubbo dat hij niet eerlijk is geweest tegenover de nasa.

‘Ik heb nasa niet verteld dat ik deze ziekte had.’

‘U bedoelt nadat u uit het ziekenhuis kwam?’ vraagt de specia

list in bacteriële ziektes en begint dan heel breed te grijnzen.

Hij kijkt zowaar ondeugend. Ik begin te vermoeden waarom, en

inderdaad. Hij zegt: ‘Nou, ik vind het vervelend dat ik degene

71

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 71 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


en om het dan toch te moeten verklappen: zij belden geregeld

naar ons en wij hebben het ze verteld...’

‘O,’ roepen Wubbo en ik allebei. ‘Ze wisten het!’

Alle drie schieten we keihard in de lach. Toch proeven we

ook een bittere nasmaak, want blijkbaar heerst er bij de nasa

een cultuur waar dit soort geheimen bewaard blijven, zelfs als

het informatie over jezelf betreft.

Dat wij hier tegenover deze arts zitten is allesbehalve vanzelfsprekend.

Het is de uitkomst van een bijzondere zoektocht

die er bij voorbaat allesbehalve rooskleurig uitziet.

Huntsville Hospital

Als Wubbo bij het opzetten van dit boek de vijf ongelukken opsomt,

noemt hij als eerste de ‘tropische ziekte’ die hij in Huntsville

opliep. In de 27 jaar die verstreken zijn, heeft hij er een

spannend verhaal van gemaakt. Hij was bijna dood! Tegelijkertijd

heeft hij zich nooit verdiept in de exacte ziekte – het heette

‘leptospirosis’, dacht hij – en hij weet dus eigenlijk helemaal

niet wat de ernst van deze infectieziekte was. Dit vertelt hij mij

niet, maar hij vermoedt dat hij het verhaal best wel eens overdreven

kan hebben. In Huntsville begint Wubbo dus eigenlijk

aan een zoektocht naar de waarheid achter zijn eerste bijnadoodverhaal.

Deze zoektocht begint met de vraag in welk ziekenhuis hij

lag in 1982. Wij denken dat dit Huntsville Hospital is, maar we

hebben niets, geen gegevens, geen dossiers, geen artsnamen,

niets. Wubbo heeft een enkele keer e-mailcontact gehad met

iemand van het ziekenhuis om de situatie uit te leggen. Zij heeft

hem gewaarschuwd dat alle dossiers na 21 jaar worden vernietigd

en zij blijkt vandaag – de enige dag dat wij in Huntsville zijn –

vrij te zijn. Zonder enige verwachting gaan wij er toch maar

heen.

Met een elektrisch trammetje worden we van onze parkeerplaats

naar een zij-ingang van het ziekenhuis getransporteerd,

waardoor we geen receptiebalie tegenkomen, maar toevallig

wel de afdeling Medical Records. Wubbo begint aarzelend de

72

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 72 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


medewerkster achter een groot raamloket uit te leggen waarom

wij hier zijn, maar zij blijken daar tot onze uiterste verbazing al

Wubbo’s medische dossier gevonden te hebben!

In de privacy van een zijkamertje kunnen we de kopieën van

Wubbo’s medische dossier rustig bestuderen. De papieren zijn

moeilijk te lezen, niet alleen omdat een aantal handgeschreven

zijn, maar ook omdat de kwaliteit van de kopieën niet al te best

is. Daarbovenop begrijpen we niet wat we lezen en is er nergens

een eenvoudige ‘conclusie’ of ‘samenvatting’. We hebben een

specialist nodig.

Wubbo wordt per telefoon doorverbonden met zijn oorspronkelijke

contactpersoon en vertelt dat hij graag een arts wil

spreken. Het liefst natuurlijk een arts van toen, maar ik acht de

kans daarop minimaal. Het is zo lang geleden. Wubbo vindt in

zijn dossier de naam van zijn behandelend arts, dokter Wallace

Frierson. Maar die blijkt al lang weg te zijn. Ik wijs op een andere

naam in de papieren, die ik af en toe tegenkom. Wubbo

zegt in de telefoon: ‘Er was ook een andere arts, dokter Harris...

Nee, er staat niets van een voornaam.’ Ik zoek en vind wel een

voornaam. Roy of Leroy. Wubbo herhaalt: ‘Roy? Leroy Harris?’

Er valt een luisterstilte en dan zie ik Wubbo’s gezicht compleet

oplichten in blije verbazing. ‘O ja?... Oké!’ Hij pakt een

pen en schrijft het telefoonnummer en het adres op. Dokter

Leroy Harris is de expert die dokter Frierson erbij haalde om te

beoordelen of het om een bacteriële ziekte ging en zo ja, welke.

Als twee lammetjes in de wei dartelen wij vrolijk door de gangen

van het ziekenhuis.

‘Zo ontdekken wij eigenlijk een nieuw levensspoor,’ verkondigt

Wubbo. ‘Overal waar je geweest bent, op jouw levensspoor,

zijn er gebeurtenissen geweest naar aanleiding van wat jij gedaan

hebt of waar je in terecht bent gekomen. En dat probeer je nu

weer terug te halen. Dan blijkt dat mijn spoor heel duidelijk is.

Ik hoef maar een klein beetje te zoeken en hup! Dan komt het

boven, de mensen weten het nog, de mensen onthouden het.’

Ik knik en voeg toe: ‘En je denkt: ik heb alleen maar mijn eigen

spoor, maar op het moment dat je ergens iets doet, dan

kruis je het spoor van een ander.’

73

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 73 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


‘En dat spoor van die ander, dat neemt jou mee.’ Het is de

eerste keer dat we dit constateren, maar niet de enige.

Het bewijs van de ziekte

Dokter Harris heeft een privékliniek in een statig, vrijstaand

huis omringd door grind. Trots op zijn bezoek stelt hij ‘astronaut

Mr. Ockels’ voor aan zijn wachtkamer vol patiënten en aan

zijn familie, die hier ook werkt. Hij is een kleine, ielige man, ineengekrompen

van ouderdom. De blik in zijn ogen en zijn enthousiaste

uitstraling daarentegen zijn springlevend en zijn lach

is aanstekelijk.

Dokter Harris bevestigt Wubbo’s herinnering dat het om de

bacteriële ziekte leptospirose ging.

‘Ik weet niet of het levensbedreigend was, maar ik herinner

me wel een medisch artikel uit 1982 of ’83 misschien, over het

jaarlijkse aantal gevallen van leptospirose in de staat Alabama.

En als ik het goed heb onthouden, dan waren drie cases belangrijk,’

vertelt Wubbo en het valt mij op hoe aarzelend hij klinkt.

Ik ken het verhaal als een gegeven feit: er wáren drie ernstige

cases van leptospirose dat jaar in Alabama en Wubbo was de

enige overlevende. Dat het levensbedreigend was, is ook altijd

een feit geweest. Zo kom ik erachter dat Wubbo helemaal niet

zeker is van levensbedreigende gebeurtenis nummer één. Dat

zou wel eens consequenties kunnen hebben voor het verloop

van dit boek.

‘Dus eh... hoe serieus was de ziekte?’ vraagt Wubbo.

‘O, heel serieus!’ antwoordt Harris zonder aarzeling. ‘Het is

geen ziekte die de meeste artsen kennen, dus wij gingen naar u

toe en legden u aan een tetracycline, een type antibioticum.

Daarvan werd u beter.’ Het bewijs van het soort ziekte zit hem

in het medicijn.

Harris haalt uit zijn volgestouwde boekenkast een medische

encyclopedie en zoekt leptospirose op. Je kunt de ziekte oplopen

door in contact te komen met de urine van besmette knaagdieren,

wat in een bos vrij eenvoudig kan gebeuren. Wubbo

vertelt Harris over de symptomen die hij zich nog kan herinne-

74

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 74 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


en. Vooral het feit dat alles wat uit zijn lichaam kwam ‘zwart

was’, heeft veel indruk op Wubbo gemaakt.

‘Ja,’ knikt Harris. ‘Dat komt omdat u de ziekte van Weil had

ontwikkeld. Dat type is levensbedreigend.’ De ziekte heeft twee

fases en pas bij de tweede fase word je echt ziek. In ernstige gevallen

ontwikkelt de ziekte zich in een heel rap tempo en leidt

het tot uitval van organen. Als je geen medische hulp krijgt, ga

je dood. In de ernstige gevallen heb je geen moment van bijkomen,

maar volgt alles elkaar snel op en heb je vanaf het begin de

ernstigere symptomen. Binnen tien dagen houden je lever en je

nieren ermee op. Dialyse, antibioticum en ziekenhuisopname

zijn essentieel om te overleven. Deze ernstige vorm van leptospirose

wordt de ziekte van Weil genoemd. Harris leest de

symptomen van deze vorm voor en dat de patiënt een 40 procent

kans op overlijden heeft. ‘Dat is nogal significant!’

‘Nou ja,’ nuanceert Wubbo, ‘60 procent blijft leven.’

‘Als ze behandeld worden,’ voegt Harris met een grijns toe.

‘We hebben het dossier gekregen met de verslagen van toen

ik in het ziekenhuis werd opgenomen, maar niet van de controle

zes weken later,’ zegt Wubbo terwijl hij Harris de kopieën

van zijn dossier geeft.

‘We hebben dus niet het echte bewijs welke ziekte het was,’

voeg ik toe.

Het was zeker weten leptospirose,’ verklaart Harris, terwijl

hij door de kopieën bladert, ‘want ik schreef er een artikel over

en dat kon ik alleen maar schrijven omdat we de uitslagen van

het bloedonderzoek, met hierin vermeld de titers, terugkregen.’

Harris legt uit wat hij bedoelt door ons ‘het bewijs’ te tonen.

Althans, hoe we het bewijs moeten lezen. Op een pagina staan

links de verschillende subtypes van leptospirose opgesomd

waarop gecontroleerd is. Ernaast staan twee kolommen met getallen.

Dat zijn de titers: de uiterste verdunningswaarde waarin

een antistof nog steeds in het bloed te vinden is. Hoe hoger de

titer, hoe meer antistoffen er voor dat type in het bloed zitten

en hoe groter de kans dat je dat had. Sommige cijfers gaan omhoog

tot 100, 200, 400, terwijl 100 al hoog is.

‘Hoe moet ik dit lezen? Het getal 3200 lijkt me meer dan alle

75

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 75 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


andere,’ zegt Wubbo. Onder aan de tabel, na een witregel, staat

een subtype met in de cijferkolom het overweldigende getal

3200. Wubbo slaat de spijker op de kop. Dit getal vliegt door

het plafond: het subtype leptospirose dat hij had opgelopen.

Wubbo is er diep van onder de indruk. Harris lacht en schudt

dan ongelovig zijn hoofd. ‘Oh, my goodness. Ik kan het nog steeds

niet geloven. Nooit van mijn leven had ik gedacht dat ik u ooit

terug zou zien. Dit is geweldig.’

Harris wil al de hele tijd heel graag iets vertellen, dat is duidelijk.

Nu richt hij zich tot mij en zegt met een grote, warme

glimlach: ‘Je moet me geloven als ik zeg dat ik dit verhaal al

weet ik niet hoe vaak heb verteld. Het heeft zo ontzettend veel

indruk op mij gemaakt dat je vader liggend op bed, op een heel

eerlijke toon tegen ons zei: “Ik zou het erg fijn vinden als jullie

me beter kunnen maken, want ik heb getraind voor deze missie”

– en ik weet niet meer voor hoe lang, maar een lange tijd –

“en ik zou het fijn vinden als jullie me beter maken, want als jullie

dat niet doen, moeten ze me van deze missie afhalen.” De

meeste van onze patiënten gaan schreeuwen en gillen: “Waarom

maak je me niet beter?!”, en: “Haal me hier weg!”, maar niet

deze patiënt. En toen kreeg ik door waarom deze man een astronaut

was, want als ik het was geweest die daar lag... Ik dacht:

dát is waarom hij een astronaut is, want ik kan me voorstellen

dat als er iets verkeerd gaat in de ruimte en ze zeggen: “Het spijt

me, maar we kunnen je op dit moment niet naar beneden halen

en we weten niet zeker waar we mee te maken hebben”, dan zou

hij, in plaats van gek te worden, heel redelijk zijn en luisteren.

En dat is wat je wilt in een catastrofe.’

‘Juist,’ zeg ik.

‘Als er iets ergs gebeurt, wil je niet iemand hebben die zijn

hoofd verliest, zoals ik, maar iemand die kalm en beheerst blijft.

En dat is waarom deze man een astronaut is!’

Wubbo en ik stappen in de auto, helemaal stil van de emotie en

energie. Hij start de auto niet direct. Met de woorden ‘Dit is

dus een beetje de waarheid zoeken’ verbreekt Wubbo de stilte.

Ik kijk hem vragend aan. ‘Ik bedoel, ik heb altijd zo’n idee gehad

76

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 76 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


van: ik had net zo goed dood kunnen zijn. Zo heb je dat in je

hoofd, maar je kunt de werkelijkheid natuurlijk ook overdreven

hebben. Maar het echte verhaal zit dus heel dicht bij dat van

mij. Het is dus niet zo dat ik nou ineens hoor dat het allemaal

niet zo erg was of zo. Weet je wel?’ Ik knik instemmend. Wubbo

vervolgt: ‘Toen Harris liet zien hoe hoog de titers waren opgelopen,

dacht ik: ja, godverdegodver, ik had dus wel gelijk. Of

liever gezegd, het was nog iets erger!’

Ik knik. ‘Het was echt heel erg.’

Maar wat betreft de impact van die eerste levensbedreiging

op dat moment, zegt Wubbo: ‘In Huntsville dacht ik voor het

eerst: nou, er kan dus ook wat misgaan. Maar toen werd de impact

eigenlijk voor het grootste gedeelte tegengehouden door

mijn angst om de astronautsituatie te verliezen.’

Wie gaat er mee met Spacelab-1?

Het is 20 september 1982 als Ulf en Wubbo ontboden worden

om naar een speciaal klein kamertje op Marshall Space Flight

Center te komen. De directeur-generaal (dg) van de esa, Erik

Quistgaard, gaat bellen met de uitslag van de iwg. De iwg, de

International Working Group van alle betrokken wetenschappers

bij Spacelab-1, heeft mogen kiezen wie van de twee astronauten

met hun experimenten volgend jaar rond deze tijd de

ruimte ingaat. Het is de finale: wie gaat mee met de allereerste

Spacelab-vlucht? Wubbo en Ulf gaan de kamer in en er staat

een telefoon die ze op luidspreker zetten.

Als dg Quistgaard belt, vermeldt hij dat er een beslissing is

gevallen. Vervolgens zegt hij dat bij die beslissing niet alleen de

mening van de wetenschappers heeft meegeteld, maar ook het

feit dat Duitsland zo’n belangrijke bijdrage levert aan Spacelab

(zij stoppen er het meeste geld in). En op dat moment voelt

Wubbo het natuurlijk al aankomen. Het wordt bevestigd. Ulf

Merbold vliegt met Spacelab-1. Boem. Afgelopen.

Of toch niet helemaal? Quistgaard gaat door over Duitsland,

dat het Spacelab zo interessant vindt en daarin graag een drijvende

factor wil spelen. Ze hebben besloten om een Duitse

77

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 77 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


uimtemissie met Spacelab op te zetten en te financieren. Dat

zal de d-1-missie (d van Duitsland) worden. Deze Duitse vlucht

zal de tweede Spacelab-missie worden.

‘Germany is very happy to invite Wubbo Ockels to fly on

their mission,’ zegt Quistgaard. Dat vertaal ik als: Wubbo heeft

niet de eerste, maar de tweede plaats gewonnen.

‘En toen? Hoe voelde je je toen?’ vraag ik.

‘Eigenlijk heel blijmoedig,’ antwoordt Wubbo en ik trek

mijn wenkbrauwen op. ‘Voor mij was het feest. We gingen beiden

vliegen!’ Ik vind het moeilijk te geloven. Ze hadden beiden

gestreden voor de maiden voyage van het Spacelab en nu had Ulf

gewonnen. Maar Wubbo houdt stellig vol dat hij in een feestelijke

stemming was. ‘Het was een heel mooie oplossing eigenlijk,

dat ik met d-1 zou vliegen.’

Ulf daarentegen heeft moeite om in de feeststemming te komen.

Wat doet Wubbo? Hij geeft een feestje ter ere van Ulf.

Op dat feestje pakt Wubbo spontaan zijn gitaar en speelt een

deuntje speciaal voor de gelegenheid. Hij zal het later bij Mies

Bouwman ook op televisie ten gehore brengen. De tekst verzint

hij zelf:

A German and a Dutch guy were training for a flight.

But it was two for one.

It was two for one.

Now the decision has been taken

and that one has gone.

Maar er is iets wat ik niet begrijp. De krantenartikelen die ik

heb gelezen, spreken pas maanden later over Wubbo’s d-1-

vlucht. In september staan de media vol van het teleurstellende

bericht dat Wubbo de ruimtevlucht Spacelab-1 niet gekregen

heeft en Ulf wel; er wordt niet gerept over een latere ruimtevlucht,

over d-1. Waarom vertelde hij niet meteen dat hij een

paar jaar later zou vliegen?

‘Nou, dat mocht niet,’ antwoordt Wubbo droog. Hij moest

het van de esa stilhouden en ik ga niet eens gissen naar de rede-

78

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 78 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04


nen daarvoor. Het zal wel weer met politiek te maken hebben.

Wij praten door over de keuze van de International Working

Group voor Ulf. ‘Wij weten helemaal niets van Wubbo’ was ongeveer

hun redenering om voor Ulf te kiezen, want die kenden

ze wel. Ulf en de wetenschappers leerden elkaar kennen terwijl

Wubbo bij de ‘stoere jongens’ in Amerika zat en in straaljagers

vloog.

‘Terwijl wij in Houston zaten, had Ulf in Duitsland veel contact

met de wetenschappers. Ik had toen niet in de gaten dat Ulf

daardoor veel betere kaarten in handen kreeg dan ik. Ik had dat

helemaal niet door, want in Houston werd je zo belangrijk gemaakt.

De mensen bij nasa geven je het gevoel dat alles in orde

is, dat zij de controle over alles hebben. Dat was in dit geval natuurlijk

niet zo, maar je was je in Houston niet bewust dat daarbuiten

ook nog een wereld was.’

Ik schud mijn hoofd: wat een gek verhaal. Eigenlijk is het

best raar dat de esa zijn astronauten naar een mission specialisttraining

stuurt in Houston, om vervolgens degene die daar níet

aan mag meedoen uit te kiezen om als eerste de ruimte in te

gaan.

79

De zeven levens van Wubbo Ockels.indd 79 | Elgraphic - Schiedam 17-9-10 15:04

More magazines by this user
Similar magazines