02.08.2014 Views

Natuurplan definitief concept - Stadsdeel Zuidoost - Gemeente ...

Natuurplan definitief concept - Stadsdeel Zuidoost - Gemeente ...

Natuurplan definitief concept - Stadsdeel Zuidoost - Gemeente ...

SHOW MORE
SHOW LESS

Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!

Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.

<strong>Natuurplan</strong> <strong>Zuidoost</strong><br />

Natuurwaarden verhogen; Hoe doe je dat?<br />

D e f i n i e t i e f<br />

C o n c e p t


<strong>Natuurplan</strong><br />

Amsterdam <strong>Zuidoost</strong><br />

oktober 2012


Inleiding<br />

<strong>Stadsdeel</strong> <strong>Zuidoost</strong> is een van de groenste stadsdelen van<br />

Amsterdam, met veel verschillende dier- en plantsoorten. Dat maakt<br />

Amsterdam <strong>Zuidoost</strong> een bijzondere plek om te wonen, te werken<br />

en te verblijven. We vinden het belangrijk om dat voor de toekomst<br />

van onze bewoners, ondernemers en gasten te behouden. Natuurlijk<br />

groen maakt de stad leefbaar voor mens en dier en biedt schone<br />

lucht, ruimte voor ontspanning en natuurbeleving. Daarom hebben we<br />

een plan geschreven, waarin we keuzes maken voor het verbeteren en<br />

behouden van de kwaliteit van de leefomgeving van plant en dier in<br />

de komende 20 jaar.<br />

Aanleiding<br />

In juni 2009 is het Programma Groen en Blauw door de raad<br />

vastgesteld. Dit programma geeft richting aan de intensivering en<br />

kwaliteitsverbetering van het groen in <strong>Zuidoost</strong>. Eén van de opgaven<br />

die voortkomt uit het programma is de Ecologie Nota. Dit is het<br />

beleidsdeel dat nodig is om de ecologische kwaliteit te verbeteren.<br />

Deze ambities kent 3 opgaven:<br />

1) Natuurwaarden verhogen in Bijlmerweide, oostrand Gaasperplas,<br />

Gaasperzoom en Hoge dijk (conform ecologische verbinding<br />

Ecologische Hoofdstructuur (EHS).<br />

2) Specifieke natuurwaarden verbeteren in het woon-, werk- en<br />

parkgroen van <strong>Zuidoost</strong>.<br />

3) Aanleggen van natuurvriendelijke oevers<br />

Tijdens de totstandkoming van dit plan hebben wij geconcludeerd dat<br />

de naam Ecologie Nota niet de lading dekt van de inhoud. Ecologie<br />

bestudeert de dynamiek van de wisselwerking tussen organismen,<br />

populaties of levensgemeenschappen en wordt gerelateerd aan<br />

een beter milieu. De opgaven uit het programma Groen & Blauw<br />

concentreren zich op de natuur en haar waarden in <strong>Zuidoost</strong>. Daarom<br />

is ervoor gekozen het rapport de naam <strong>Natuurplan</strong> te geven.<br />

Doel<br />

Het doel van dit rapport is om te komen tot zichtbaar onderscheid<br />

tussen de verschillende typen natuur en binnen de verschillende<br />

typen de specifieke natuurwaarden te verhogen. Hoofdzaak daarbij is,<br />

groengebieden beter verbinden en meer variatie in groengebieden<br />

aanbrengen, zodat milieus ontstaan waarin gewenste plant- en<br />

diersoorten beter kunnen gedijen. Onderdeel van dit rapport beslaat<br />

een plan met maatregelen om tot het gewenste doel te komen.<br />

Belang van natuur<br />

<strong>Zuidoost</strong> is rijkelijk bedeeld met grotere groengebieden, die deels<br />

onderdeel uitmaken van de EHS. Het stadsdeel heeft een plicht om<br />

de natuurwaarden in stand te houden en waar mogelijk te versterken.<br />

Naast de zorgplicht voor flora en fauna is de natuur van grote waarde<br />

voor <strong>Zuidoost</strong>. De waarde van natuur is terug te vinden op het gebied<br />

van: gezondheid, leefbaarheid, stad en land, economie en milieu.<br />

Natuur biedt ontspanning en verlaagt stress. Slim ingerichte, groene<br />

wijken zorgen ervoor dat bewoners meer bewegen. Vooral kinderen<br />

spelen vaker buiten als er groen in hun omgeving is; dat kan zorgen<br />

voor 15% minder overgewicht en het is goed voor hun sociale en<br />

creatieve ontwikkeling. Beplanting kan helpen fijn stof te filteren en<br />

de luchtkwaliteit van de stedelijke omgeving te verbeteren, hetgeen<br />

problemen aan de luchtwegen vermindert.<br />

Parken en recreatiegebieden bieden ontmoetingsplekken voor<br />

buurtbewoners, goed voor de sociale omgang. Ook het met<br />

stadsbewoners werken aan openbaar groen in hun eigen omgeving<br />

draagt bij aan onderling contact en de sociale cohesie in de buurt.<br />

Daarnaast maakt natuur de leefomgeving mooier en prettiger om<br />

in te verblijven en het biedt bovendien onderdak aan vogels en<br />

andere dieren. Groen rondom huizen verbetert de kwaliteit van<br />

de wijk en verhoogt de waarde van de woningen met circa 5%.<br />

Het kan zorgen voor heldere structuren in en tussen de wijken,<br />

waarmee verrommeling van het landschap kan worden tegengegaan.<br />

Geconcludeerd kan worden dat groen zorgt voor een aantrekkelijk<br />

vestigingsklimaat. Ten aanzien van het milieu dragen bomen en<br />

planten hun steentje bij door de omzetting van het schadelijke CO2<br />

(medeverantwoordelijk voor de klimaatverandering) in zuurstof. En op<br />

Inventarisatie - <strong>Natuurplan</strong> 5


warme dagen dempt groen de temperatuur in de stad, waarmee het<br />

stadsklimaat wordt verbeterd. Niet minder belangrijk is de aanzienlijke<br />

waterbergingscapaciteit van groen, dit is van groot belang in tijden<br />

van overvloedige regenval.<br />

Samenvattend kan gesteld worden dat natuur een bijzonder<br />

belangrijke bijdrage levert aan het welzijn van de mens.<br />

Realiseren van de opgaven<br />

Met het opstellen van dit plan zijn specifieke maatregelen en de<br />

richting van natuurontwikkeling bepaald. Om de voorgestelde<br />

maatregelen te kunnen realiseren is het van belang deze te<br />

combineren met andere uitvoeringsprojecten. Belangrijke projecten<br />

die een bijdrage kunnen leveren aan de verbetering van natuur in<br />

<strong>Zuidoost</strong> zijn de verbreding van de A9 en de kaderrichtlijn water.<br />

Om deze kansen te kunnen verzilveren zullen na vaststelling van<br />

dit plan de financiën en fasering in een separaat op te stellen<br />

1uitvoeringsprogramma <strong>Natuurplan</strong> worden uitgewerkt.<br />

Leeswijzer<br />

Dit rapport is een procesmatige weergave van de planvorming van<br />

het <strong>Natuurplan</strong> <strong>Zuidoost</strong>. Een plan dat uitlegt hoe de natuurwaarden<br />

van hoofdzakelijk het meest natuurrijke groen in <strong>Zuidoost</strong> verhoogd<br />

kan worden. Bij de inventarisatie in hoofdstuk 1 wordt gekeken naar<br />

wettelijke en bestuurlijke kaders, welke natuurwaarden reeds bekend<br />

zijn en zaken als historie en bodem worden onder de loep genomen.<br />

In het volgende hoofdstuk wordt een analyse gemaakt van de<br />

gegevens uit de inventarisatie. Er wordt gekeken naar discrepanties<br />

tussen de verschillende manieren van inventariseren onderling en ten<br />

opzichte van het beheer buiten. Barrières worden in kaart gebracht<br />

die een goede doorstroom van natuur verhinderen of bemoeilijken.<br />

In hoofdstuk 3, het plan, wordt een beeld geschetst van de<br />

toekomstige situatie in de vorm van een nieuwe biotopenindeling met<br />

beeld, uitleg en geformuleerde opgaven die tot de realisatie van de<br />

geformuleerde ambities leiden. In hoofdstuk 4 worden de te nemen<br />

maatregelen belicht en weergegeven op een maatregelenkaart.<br />

Inventarisatie - <strong>Natuurplan</strong> 7


Inhoud<br />

Inleiding<br />

Inventarisatie<br />

Analyse<br />

Plan<br />

Maatregelen<br />

Realisatie<br />

Colofon<br />

1 1<br />

2 19<br />

3 27<br />

4 39<br />

5 47<br />

51<br />

Bijlage:<br />

o geraadpleegde literatuur<br />

o geraadpleegde websites<br />

53<br />

Inventarisatie - <strong>Natuurplan</strong> 9


Inventarisatie<br />

1<br />

Inventarisatie - <strong>Natuurplan</strong> 1


Participatie<br />

Het streven van het <strong>Stadsdeel</strong> is om een plan ter verhoging<br />

van de natuurwaarden in het groen van <strong>Zuidoost</strong> te maken dat<br />

aansluit bij de ideeën en wensen van de bewoners. Om te weten<br />

te komen wat betrokken bewoners van de huidige status van<br />

de natuur vinden, wat zij graag veranderd zouden zien en hoe<br />

zij aankijken tegen de verschillende uitdagingen waarvoor het<br />

<strong>Stadsdeel</strong> staat, is een participatietraject georganiseerd.<br />

Dit traject bestaat uit 4 fasen:<br />

1. Natuurschouwen<br />

2. Brainstorm (ideeën verzamelen)<br />

3. Klanksessie<br />

4. Inspraak<br />

Uit de bijeenkomsten van de eerste twee stappen van het<br />

participatietraject is duidelijk naar voren gekomen dat de<br />

meningen tussen bewoners over wat natuur is varieert.<br />

De een zegt: “De boom voor mijn huis is natuur.” De ander is van<br />

mening dat: “Alleen gebieden waar de mens geen inmenging in<br />

heeft is natuur.””<br />

1. Natuurschouwen<br />

De natuurschouwen bestonden uit 5 wandelingen door en langs de<br />

groengebieden van het stadsdeel. De wandelingen gingen door:<br />

- De Hoge Dijk<br />

- De Bijlmerweide<br />

- Gaasperplas inclusief voormalig Floriadeterrein<br />

- Centraalpark Gaasperdam<br />

- De oude en nieuwe woonwijken<br />

Na afloop van deze wandelingen werd met de bewoners geëvalueerd<br />

wat zij de sterke en zwakke punten vinden van het bewandelde<br />

gebied en wat zij als bedreigingen en kansen ervaren. Ook was er<br />

voor iedereen een persoonlijk enquêteformulier met meer algemene<br />

vragen over het groen in <strong>Zuidoost</strong>. Een voorbeeld hiervan treft men in<br />

de bijlage.<br />

De opkomst van de wandelingen lag tussen de 7 tot 10 personen<br />

per wandeling. Om meer bewoners in de gelegenheid te stellen<br />

hun mening te geven over het groen in <strong>Zuidoost</strong>, is de enquête ook<br />

verspreidt onder de bezoekers tijdens de opening van het Bijlmerpark<br />

op zondag 29 mei 2011. In totaal hebben 167 mensen de enquête<br />

ingevuld in variërende leeftijdsgroepen.<br />

2. De brainstorm<br />

Op 30 mei 2011 is een brainstormavond in het informatiecentrum<br />

van het stadsdeel georganiseerd. Aan de hand van kaarten en vragen<br />

werden de bezoekers uitgedaagd tot creatieve oplossingen ter<br />

verbetering van het groen in <strong>Zuidoost</strong>.<br />

De uitkomst van de wandelingen, enquêtes en de brainstorm zijn<br />

samengebracht in het rapport Natuurlijk mooi <strong>Zuidoost</strong>. Zie ook www.<br />

natuurplanzuidoost.nl<br />

3. Klanksessie<br />

Tijdens de klanksessie op 10 april 2012 is het <strong>concept</strong> <strong>Natuurplan</strong><br />

aan de bewoners voorgelegd. Hiermee zijn zij in de gelegenheid<br />

gesteld om te beoordelen of de opbrengst uit de voorgaande fase op<br />

een juiste manier verwerkt is. Tijdens de klanksessie zijn 10 minuten<br />

2 <strong>Natuurplan</strong> - Inventarisatie


gesprekken georganiseerd, waarbij de belangstellenden hun eigen<br />

mening konden geven over het <strong>concept</strong>.<br />

Een groot deel van de opmerkingen is verwerkt in deze definitieve<br />

versie van het <strong>Natuurplan</strong>. Een overzicht van alle opmerkingen en wat<br />

daarmee is gedaan, is terug te vinden in het participatieverslag.<br />

4. Inspraak<br />

De afsluiting van het participatietraject bestaat uit de formele<br />

inspraakprocedure.<br />

Ideeën van bewoners<br />

De opbrengst van de wandelingen en brainstorm laat zien dat er<br />

veel kennis en grote betrokkenheid is onder bewoners over het<br />

groen in hun woonomgeving. Er zijn uitdagingen en oplossingen<br />

geformuleerd die zo goed mogelijk zijn geïntegreerd in dit<br />

natuurplan. Bruikbare ideeën van bewoners zijn meegenomen in<br />

de planvorming en terug te vinden bij de maatregelen.<br />

Uit de natuurschouw Bijlmerweide:<br />

STERKE PUNTEN<br />

diversiteit van planten / cultuur planten /<br />

combinatie dorps- en stadsnatuur<br />

combinatie water en groen /<br />

betrokkenheid van bewoners en<br />

bereikbaarheid bewoners / knotwilg<br />

doorkijk<br />

Uit de brainstormavond:<br />

KUNSTZINNIGE OVERSTEEK VAN WEGEN<br />

dieren helicopter / ontsluiting via groene<br />

brug aan de bestaande brug hangen /<br />

zwemmen en kruipdieren: kunsttunnel<br />

/ onderdoorgang aangeven met aan<br />

weerskanten een diermonument<br />

/ mijnwerkers lampje uitdelen /<br />

wildoversteekplaats met stoplichten<br />

Inventarisatie - <strong>Natuurplan</strong> 3


Wetgeving en beleid<br />

Ecologie is een ruim begrip en er wordt op alle bestuurslagen<br />

over gesproken en nagedacht. Om de juiste beslissingen te<br />

kunnen nemen ten aanzien van de natuur in ons stadsdeel is het<br />

nodig om de huidige stand van zaken goed in beeld te brengen.<br />

Pas daarna kan bekeken worden welke ingrepen nodig of<br />

wenselijk zijn om de natuurwaarden te verbeteren.<br />

Op Europees niveau zijn afspraken gemaakt ter bescherming van<br />

onze flora en fauna. Voor de uitvoering van ruimtelijke projecten<br />

zijn kaders en randvoorwaarden vastgelegd in wetgeving.<br />

Twee wettelijke regelingen zijn van belang:<br />

• de Natuurbeschermingswet 1998 (Nb-wet) voor de<br />

gebiedsbescherming;<br />

• de Flora- en faunawet (Ffw) voor de soortenbescherming.<br />

Daarnaast zijn waardevolle gebieden beschermd op basis van<br />

beleid, via de Nota Ruimte en het provinciale en het gemeentelijk<br />

natuurbeleid.<br />

In volgende paragrafen wordt een korte toelichting per wettelijk<br />

kader en beleidskader gegeven en wat de relevantie met<br />

<strong>Zuidoost</strong> is.<br />

Wettelijke kaders voor natuurbeleid<br />

Natuurbeschermingswet (1998) - Natura-2000 (gebiedsbescherming)<br />

Gebiedsbescherming - Natuurbeschermingswet 1998: Natura 2000<br />

Onder de Natuurbeschermingswet 1998 (Nb-wet) zijn gebieden<br />

aangewezen die onderdeel uitmaken van de Europese ecologische<br />

hoofdstructuur, de Natura 2000 gebieden genaamd. Indien een<br />

ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt in of in de nabijheid van een<br />

Natura 2000 gebied moet worden onderzocht of de ontwikkeling<br />

de kwaliteit van het gebied kan verslechteren of verstoren. Indien<br />

het bestemmingsplan de kwaliteit van een Natura 2000 gebied kan<br />

verslechteren of verstoren dient er een vergunning op grond van de<br />

Nb-wet te worden aangevraagd.<br />

Natura 2000-gebieden in de omgeving van <strong>Stadsdeel</strong> <strong>Zuidoost</strong> zijn:<br />

de Botshol bij Vinkeveen, het Naardermeer, de oostelijke Vechtplassen<br />

(het plassengebied ten oosten van het Amsterdam-Rijnkanaal tussen<br />

Nigtevegt en Maarssen en het Markermeer en IJmeer. Het Natura<br />

2000-netwerk bestaat uit gebieden die zijn aangewezen onder de<br />

Vogelrichtlijn en onder de Habitatrichtlijn. Het is niet waarschijnlijk dat<br />

projecten in <strong>Zuidoost</strong> negatieve gevolgen zullen hebben voor deze<br />

gebieden.<br />

4 <strong>Natuurplan</strong> - Inventarisatie


Flora- en faunawet en gedragscode (soortbescherming)<br />

In april 2002 is de Flora- en faunawet (Ffwet) van kracht geworden.<br />

Op grond van deze wet zijn vrijwel alle in het wild en van nature<br />

in Nederland voorkomende dieren, beschermd. De Ffwet bevat<br />

verbodsbepalingen met betrekking tot het aantasten, verontrusten of<br />

verstoren van beschermde dier- en plantensoorten, hun nesten, holen<br />

en andere voortplantingsgebieden of vaste rust- en verblijfsplaatsen.<br />

Sinds 2009 heeft Amsterdam een gedragscode Flora- en faunawet<br />

voor het zorgvuldig handelen bij ruimtelijke ontwikkelingen en<br />

bestendig beheer en onderhoud. De gedragscode is van toepassing<br />

op alle plannen en projecten die in opdracht van of door de gemeente<br />

Amsterdam worden voorbereid en uitgevoerd. Met deze gedragscode<br />

is een ontheffingsaanvraag voor een aantal minder streng beschermde<br />

soorten niet nodig. De Habitatrichtlijn, de Vogelrichtlijn en het CITESverdrag<br />

maken onderdeel uit van de Flora- en faunawet.<br />

Rode lijsten<br />

Rode lijsten geven een overzicht van diersoorten die uit Nederland<br />

zijn verdwenen of dreigen te verdwijnen. Plaatsing op een van de<br />

lijsten betekent niet automatisch dat de diersoort is beschermd.<br />

Daarvoor is opname in de Flora- en faunawet nodig. Rode lijsten<br />

hebben een belangrijke signaleringsfunctie, ze geven aan hoe goed of<br />

slecht het met een diersoort gaat.<br />

Tabellen<br />

Bij de Flora- en fauna wet horen 3 tabellen waarin soorten zijn<br />

opgenomen. Voor alle soorten geldt een algemene zorgplicht, echter<br />

voor een aantal soorten geldt tevens een beschermplicht. Deze<br />

soorten zijn opgenomen in tabel 3.<br />

Zoogdieren<br />

Alle genoemde zoogdiersoorten, met uitzondering van de bruine rat,<br />

zijn beschermd volgens de Flora- en faunawet.<br />

Vogels<br />

Alle inheemse vogelsoorten genieten bescherming onder de Floraen<br />

faunawet. Verstoring van broedsels en broedende vogels is niet<br />

toegestaan. Voor een aantal vogelsoorten geldt dat het nest ook<br />

buiten het broedseizoen als vast verblijfplaats beschouwd wordt en<br />

beschermd is. Voorbeelden hiervan zijn huismus, sperwer en havik (lijst<br />

augustus 2009).<br />

Amfibieën en reptielen<br />

De watergangen in de plangebieden zijn geschikt als<br />

voortplantingsgebied voor algemeen voorkomende amfibiesoorten<br />

als de groene en bruine kikker, gewone pad en kleine<br />

watersalamander. Alle amfibieën zijn beschermd volgens de Flora- en<br />

faunawet.<br />

Beschermde soorten kunnen een effect hebben op de plannen van<br />

<strong>Zuidoost</strong>. Voorbeelden van streng beschermde soorten in <strong>Zuidoost</strong><br />

zijn de ringslang, de vleermuizen, de bittervoorn en de rugstreeppad.<br />

Voor de minder zwaar beschermde soorten is de zorgplicht en de<br />

gedragscode van de <strong>Gemeente</strong> Amsterdam van toepassing.<br />

Luchtvaartindelingsbesluit (LIB)<br />

Voor natuurontwikkeling van gebieden met een oppervlakte groter<br />

dan 3 hectare die binnen een straal van 6 km van Schiphol vallen,<br />

moet een verklaring van geen bezwaar worden aangevraagd.<br />

Getoetst wordt op het risico op aanvliegen van vogels met het<br />

luchtverkeer. Vooral toename van ganzenpopulaties worden als een<br />

risico gezien. <strong>Stadsdeel</strong> <strong>Zuidoost</strong> ligt buiten de reikwijdte van het<br />

LIB en hoeft met de ontwikkeling van natuurgebied vooralsnog geen<br />

rekening te houden met de LIB , maar momenteel wordt gewerkt aan<br />

een nieuwe LIB waarin<br />

het volgende wordt<br />

voorgesteld: vergroting<br />

van de straal tot 13<br />

km (10 en 15 km staan<br />

als mogelijke optie),<br />

bij natuurontwikkeling<br />

van gebieden met een<br />

oppervlakte van 0,5 ha,<br />

ook voor bestaande<br />

natuur moet een Faunaeffectstudie<br />

worden<br />

uitgevoerd. Het verloop<br />

van de ontwikkelingen<br />

worden door Amsterdam<br />

gevolgd.<br />

Bron: DRO, Amsterdam<br />

Inventarisatie - <strong>Natuurplan</strong> 5


Beleidskaders voor natuurbeleid<br />

Ecologische Hoofdstructuur<br />

Heel Nederland is op Rijksniveau op een plankaart ingedeeld in<br />

natuurgebieden met verbindingszones daartussen. Dit noemen we de<br />

Ecologische Hoofdstructuur (EHS). De EHS is een belangrijk middel<br />

om de hoofddoelstelling van het natuurbeleid te bereiken: natuur<br />

en landschap behouden, versterken en ontwikkelen, als essentiële<br />

bijdrage aan een leefbaar Nederland en een duurzame samenleving.<br />

Recreatie maakt hier ook een belangrijk onderdeel vanuit. De EHS<br />

moet er onder meer toe bijdragen dat afspraken over het behoud<br />

en het herstel van biodiversiteit worden nagekomen. Na realisatie is<br />

de structuur uiteindelijk grensoverschrijdend, zodat diersoorten zich<br />

vrij kunnen bewegen en vermengen over Europa. Bij kwantitatieve of<br />

kwalitatieve aantasting van de EHS dient gecompenseerd te worden<br />

volgens de in de Nota Ruimte vastgelegde regels. Andere kaders<br />

waarbinnen compensatie geldt voor aantasting van de EHS zijn de<br />

Natuurbeschermingswet, de Flora- en faunawet, de Boswet en de<br />

Waterwet. Zie voor nadere uitleg het natuurbeheerplan 2013.<br />

Natuurboog<br />

Natuurboog<br />

De Natuurboog is een verdere uitwerking van de EHS binnen de<br />

provinciale grenzen. In de Nota Ruimte staat dat de EHS versterkt<br />

moet worden met Robuuste Verbindingen, die schetsmatig op een<br />

kaart van Nederland zijn aangegeven. Voor de planning en uitvoering<br />

van deze Robuuste Verbindingen zijn de provincies verantwoordelijk,<br />

evenals voor de aanleg van de provinciale verbindingszones.<br />

De Natuurboog is een vochtige tot natte ecologische verbindingszone<br />

die de Diemer Vijfhoek in het IJmeer verbindt met de polder de<br />

Rondehoep in Amstelland. De verbinding is vooral gericht op soorten<br />

die veelal aan oevers gebonden zijn. Het deel van de Natuurboog dat<br />

binnen stadsdeelgrenzen van <strong>Zuidoost</strong> valt noemen we Natuurzoom.<br />

Sinds het besluit van gedeputeerde staten van Noord-Holland, dd 15<br />

november 2011, maakt de Bijlmerweide onderdeel uit van de EHS.<br />

Hoofdgroenstructuur (Structuurvisie instrumentarium)<br />

Amsterdam heeft zichzelf in de structuurvisie onder meer voor de<br />

opgave gesteld te verdichten en tegelijk het omliggende landschap<br />

open te houden. Dat leidt tot belangrijke uitgangspunten: het groen<br />

Ringslang biotoop<br />

Bron: provincie Noord-Holland<br />

6 <strong>Natuurplan</strong> - Inventarisatie


in en rond de stad vraagt om stevige bescherming, terwijl andere<br />

delen van de stad optimaal worden benut. Verdichting leidt ook<br />

tot (geleidelijke) transformatie en toenemende menging. Dat vergt<br />

veel van de bestaande infrastructuur en openbare ruimte. Respect<br />

voor de rijkdom aan cultuurhistorische schatten van Amsterdam<br />

is hierbij een belangrijke voorwaarde. Open houden van het<br />

groen in en om de stad draagt in hoge mate bij aan de kwaliteit<br />

van de Amsterdamse woon- en werkomgeving. Het is één van de<br />

redenen waarom onze stad populair is als vestigingsplaats. De<br />

benodigde hoeveelheid groen die Amsterdam minimaal wil borgen,<br />

is vastgelegd in de Hoofdgroenstructuur (HGS). In overleg met de<br />

stadsdelen is opnieuw bepaald welke gebieden onderdeel van de<br />

HGS zijn en hoe deze getypeerd worden. Groen dat behoort tot de<br />

hoofdgroenstructuur verwerft een zekere status. De ambitie is om in<br />

de komende jaren extra in deze gebieden te investeren. Daar staat<br />

tegenover dat het bouwen of verharden in de HGS aan strikte regels<br />

is gebonden. Daarnaast is de Structuurvisie 2040 verder uitgewerkt<br />

in een ecologische visie die in juli 2012 is vastgesteld door de<br />

<strong>Gemeente</strong>raad. Onderstaande kaart laat de ecologische structuur<br />

zien zoals die door dieren wordt gebruikt. De structuur kent nog<br />

enkele knelpunten, waarvoor de ambitie is deze voor de dieren weg<br />

te nemen.<br />

Biodiversiteit<br />

en ecologische<br />

verbindingen<br />

(Structuurvisie<br />

visiegedeelte)<br />

In het<br />

visiegedeelte van<br />

de structuurvisie<br />

is opgenomen<br />

dat om<br />

biodiversiteit<br />

en ecologische<br />

verbindingen<br />

goed te laten<br />

functioneren,<br />

Bron: DRO, Amsterdam<br />

barrières in de ecologische structuur, zoals kruisingen met wegen,<br />

spoorlijnen en kanalen moeten worden overwonnen. Taluds van<br />

spoorbanen en wegen kunnen daarvoor beter worden ingericht.<br />

Het netwerk in de stad kan dan de Ecologische Hoofdstructuur<br />

ondersteunen.<br />

Doelsoorten Amsterdam<br />

Eens per tien jaar worden er Rode lijsten opgesteld. Hierop staan<br />

soorten die om verschillende redenen sterk achteruit gaan. Voor het<br />

Ministerie van EL&I zijn de rode lijsten mede richtinggevend voor het<br />

te voeren natuurbeleid. Het Ministerie stimuleert dat bij bescherming<br />

en beheer van gebieden rekening wordt gehouden met de Rode-lijstsoorten,<br />

en dat zo nodig en zo mogelijk aanvullende soortgerichte<br />

maatregelen zullen worden genomen. Op de Nederlandse Rode<br />

Lijsten staan alleen soorten die zich in Nederland voortplanten,<br />

dus geen trekvissen (zoals zalm en paling), noch overwinterende<br />

vogels. Plaatsing op de Rode Lijst betekent niet automatisch dat<br />

de soort beschermd is. Daarvoor is opname van de soort in de<br />

Flora- en faunawet nodig. De Rode Lijsten hebben daarvoor wel een<br />

belangrijke signaalfunctie. Een vermelding op een Rode Lijst geeft<br />

een indicatie over hoe het een soort vergaat.<br />

Amsterdam heeft op basis van de landelijke rode lijst en voornamelijk<br />

eigen waarnemingen tussen<br />

1998 en 2008 een eigen<br />

doelsoortenlijst opgesteld<br />

voor zeldzame en kwetsbare<br />

diersoorten binnen de<br />

stadsgrenzen. Hierop komen<br />

soorten voor die specifiek<br />

voor Amsterdam zijn, maar<br />

ook op de landelijke rode lijst<br />

staan.<br />

De kwetsbaarheid van<br />

een soort speelt een rol<br />

bij de beoordeling van<br />

een ontheffingsaanvraag<br />

Flora- en faunawet. Voor<br />

een beschermde soort is de<br />

Inventarisatie - <strong>Natuurplan</strong> 7


afweging diepgaander en afhankelijk van:<br />

- gebiedsontwikkeling, hiervoor geldt een ontheffingsplicht;<br />

- beheer, er moet gewerkt worden volgens de gedragscode. Er kan<br />

ook sprake zijn van ontheffingsplicht indien in het gebied soorten van<br />

tabel 3 aanwezig zijn.<br />

Huismussen en ringslangen zijn voorbeelden van soorten in <strong>Zuidoost</strong>,<br />

die op de Rode lijst staan.<br />

Programma Groen en Blauw<br />

Het <strong>Natuurplan</strong> richt zich in essentie op de ambitie en opgaven voor<br />

de ecologische kwaliteit zoals verwoord in het Programma Groen en<br />

Blauw. De ambities zijn:<br />

Ontwikkelen van een samenhangende groentructuur met herkenbaar<br />

groen (zie kaart) en het vergroten van de esthetische, ecologische en<br />

de gebruikskwaliteit.<br />

8 <strong>Natuurplan</strong> - Inventarisatie


Natuur binnen het stadsdeel<br />

Theoretisch gezien zijn er de wettelijke en beleidsmatige stand<br />

van zaken ten aanzien van de ecologie. Praktisch gezien bestaat<br />

de stand van zaken, zoals die buiten te zien en te beleven is. In<br />

deze paragraaf wordt de situatie buiten bekeken. De gemeente<br />

Amsterdam heeft veel onderzoek verricht naar de flora en fauna<br />

binnen de stadsgrenzen en in de regio. Relevante zaken ten<br />

aanzien van stadsdeel <strong>Zuidoost</strong> zullen daarvan belicht worden,<br />

zoals de bodem, historie, biotopen, natuurwaarden, doelsoorten<br />

en dergelijke meer.<br />

Historie<br />

<strong>Stadsdeel</strong> <strong>Zuidoost</strong> bestaat uit verschillende woongebieden:<br />

Bijlmermeer, Gaasperdam, buitengebied Driemond en kantoorgebied<br />

Amstel 3. De Bijlmermeer is sinds 1627 meerdere malen<br />

drooggemalen voor landbouwgebruik en weer ondergelopen. Sinds<br />

1826 is deze <strong>definitief</strong> drooggelegd. Het stedelijk deel is begin jaren<br />

zestig opgespoten met zand om geschikt te maken voor bebouwing.<br />

De voormalige polderstructuur bepaalt nog deels de ecologische<br />

mogelijkheden. Door de verschillende peilvakken zijn er barrières<br />

voor water- en oevergebonden soorten. De waterkwaliteit van de<br />

verschillende peilen varieert.<br />

Op de kaart is te zien welke landschapstructuren sinds 1672 nog<br />

behouden zijn gebleven. Voor <strong>Zuidoost</strong> ligt het grootste gedeelte<br />

in de Gemeenschapspolder. Verder liggen aan de randen van de<br />

stedelijke bebouwing ook nog enkele oude landschapselementen.<br />

Hier treft men eveneens nog soorten die vroeger ook al in het gebied<br />

zaten, zoals de ringslang bij de Bijlmerweide en de rugstreeppad bij<br />

Driemond.<br />

Inventarisatie - <strong>Natuurplan</strong> 9


Bodem<br />

De opbouw van de bodem van <strong>Zuidoost</strong> bestond in 1965 voornamelijk<br />

uit veengrond en klei op veen en aan de rand langs de Gaasp<br />

plaatselijk diepe klei. In het midden daarvan lag de droogmakerij de<br />

Bijlmer. Ten behoeve van de woningbouw in de jaren 60, 70 en 80 van<br />

de vorige eeuw werden grote delen opgehoogd met zand.<br />

Van de huidige natuurgebieden zijn niet opgehoogd:<br />

Gemeenschapspolder, de Hoge Dijk, delen van de Bijlmerweide,<br />

het gebied naast Langerlust, delen van centraal park Gaasperdam,<br />

Driemond en de volkstuincomplexen Linnaeus en Frankendael.<br />

De gebieden<br />

<strong>Stadsdeel</strong> <strong>Zuidoost</strong> beschikt over veel groengebieden, die vaak naar<br />

stadse maten van aanzienlijke omvang zijn. Het betreft groenstroken<br />

van hoge natuurwaarden aan de oost- en zuidrand van het stadsdeel,<br />

parken, natuurvriendelijke oevers of ecologische verbindingen,<br />

natuurvriendelijke bermen en doelsoorten in de wijk. Op verschillende<br />

plaatsen zijn beschermde soorten aangetroffen, zoals de huismus en<br />

de ringslang.<br />

De aan de rand van het stadsdeel gelegen grote groengebieden zijn:<br />

Bijlmerweide, Oostoever Gaasperplas, Gaasperzoom, en De Hoge<br />

Dijk. Gezamenlijk vormen zij een groene schil, die onderdeel uitmaakt<br />

van de zogenoemde Natuurboog. Deze Natuurboog maakt onderdeel<br />

uit van de Ecologische Hoofdstructuur en heeft landschappelijke,<br />

natuurlijke en recreatieve waarden.<br />

Het ommeland rond <strong>Stadsdeel</strong> <strong>Zuidoost</strong> bestaat uit aantrekkelijke<br />

landschappen van regionale betekenis. Ten oosten ligt het Diemerbos,<br />

wat voor <strong>Zuidoost</strong> het belangrijkste bosgebied is. Ten zuiden<br />

ligt het open veenweidegebied met de karakteristieke parallelle<br />

slotenverkaveling langs het Gein. Ten westen ligt de Amstelscheg, een<br />

uitgespaard stuk landschap met agrarisch polderlandschap langs de<br />

veenrivier de Amstel.<br />

De kaart laat zien om welke gebieden het gaat.<br />

10 <strong>Natuurplan</strong> - Inventarisatie


Biotopen<br />

Een biotoop is een specifiek woon- of groeigebied van een dier of<br />

plant. Het is een plaats waar dier of plant geheel in zijn omgeving<br />

ingepast is. De soort heeft deze specifieke omgeving nodig om te<br />

kunnen bestaan. Uiteraard zijn er ook soorten die kunnen bestaan in<br />

meerdere biotopen.<br />

Amsterdam onderscheidt een 7-tal biotopen binnen haar<br />

stadsgrenzen, waarvan we er 5 terugvinden binnen de grenzen<br />

van <strong>Zuidoost</strong>. Deze inventarisatie is een weergave van hoe de<br />

Amsterdamse indeling geprojecteerd is op <strong>Zuidoost</strong>.<br />

Biotoop bebouwing<br />

In de naoorlogse stadsuitbreidingen, zoals we die ook in <strong>Zuidoost</strong><br />

vinden, is de bebouwing doorgaans te “netjes” afgewerkt. Het biedt,<br />

zonder kunstmatige ingrepen, weinig vestigingsmogelijkheden voor<br />

dieren en planten. Maar er is door de open stedenbouwkundige<br />

opzet van deze delen van de stad wel meer ruimte voor conventionele<br />

natuur. Ze vormen een geleidelijke overgang van de stedelijke<br />

omgeving naar het buitengebied.<br />

Biotoop infrastructuur<br />

Het biotooptype “infrastructuur” wordt gekenmerkt door de taluds<br />

van sporen, snelwegen, dreven, waterwegen en de bijbehorende<br />

oksels en overhoekjes in knooppunten. Voor dieren hebben de taluds,<br />

bermen en oevers een functie als corridor en verbinding tussen<br />

groengebieden binnen en buiten de stad. Voor een aantal dieren<br />

zijn de oksels zelfs geschikt broed- en leefgebied. De snelwegen,<br />

spoorlijnen en kanalen vormen echter ook barrières die voor sommige<br />

dieren moeilijk of niet te passeren zijn.<br />

Planten kenmerken zich in hun voorkomen door de herkomst van<br />

het gebruikte zand voor zandlichamen. De afwijkende grondsoort<br />

op de taluds is ook de verklaring voor de afwijkende flora met de<br />

omliggende gebieden. Verder heeft het gebruik van strooizout<br />

invloed op de soorten die in de wegberm gevonden worden. De<br />

al dan niet zongerichte taluds zijn doorgaans zeer droog, terwijl de<br />

oksels nat kunnen zijn.<br />

Biotoop beheerd Groen<br />

Veel van het groen in de stad wordt intensief gebruikt en beheerd.<br />

Inventarisatie - <strong>Natuurplan</strong> 11


Niet alleen parken en plantsoenen maar ook volkstuinen en<br />

sportparken leveren een belangrijk aandeel aan de groenbeleving<br />

in de stad. Hoewel grote delen van deze gebieden bestaan uit<br />

regelmatig gemaaid gazon, bieden de bosjes, sloten en struiken<br />

net die variatie die de natuur nodig heeft. De bossen en bosparken<br />

worden minder intensief beheerd en hebben door hun ligging en<br />

omvang ook minder recreatiedruk dan de stadsparken.<br />

De grondsoort van (bos-)parken (veen/klei/zand) en de<br />

grondwaterstand hebben invloed op de vochttoestand en de<br />

voedselrijkdom van de bodem en daarmee op het voorkomen van<br />

plantensoorten.<br />

Biotoop water en oevers<br />

Amsterdam is een waterrijke stad. Door de talrijke dijkjes, dammen,<br />

sluizen en polders in en rond Amsterdam bestaat het water in de<br />

stad uit veel verschillende peilvakken. Dit maakt het voor vissen en<br />

amfibieën moeilijk zich door de stad te verplaatsen. Ook is in veel<br />

peilvakken ’s zomers en ’s winters een constant peil. Dit is ongunstig<br />

voor de dynamiek langs de oevers. Door de bemaling van de polders,<br />

wordt in de diepst gelegen gedeelten zoute kwel naar boven<br />

gepompt. Hierdoor ontstaat in sommige sloten een licht brak milieu,<br />

zoals in Amstel III. Daarbij bestaan veel van de oevers uit beschoeiing<br />

en op een aantal plekken uit riet. Op sommige plaatsen zijn de oevers<br />

glooiend, bestaande uit steen of groen wat in- en uittreden voor<br />

diersoorten wel mogelijk maakt.<br />

Biotoop agrarisch<br />

Van oudsher is Amsterdam omgeven door weilanden. De<br />

oorspronkelijke weidegebieden liggen op veengrond. Door de<br />

ontwatering van het veengebied klinkt het veen in en komt het land<br />

steeds lager te liggen, tot net boven het grondwaterniveau. Door<br />

de drassigheid is het meeste weiland rond Amsterdam voornamelijk<br />

nog geschikt voor melkveehouderij. Hierdoor zijn echter wel zeer<br />

waardevolle vogelgebieden ontstaan. De agrarische gebieden<br />

vormen een groot deel van het ‘groen’ in de scheggen en rondom<br />

Amsterdam. Er is weinig betredings- en recreatiedruk en afhankelijk<br />

van het seizoen ook weinig beheer of bedrijvigheid. Hoewel deze<br />

gebieden door hun functie niet soortenrijk zijn (weidevogels<br />

uitgezonderd) hebben ze een belangrijke functie in de verbinding van<br />

tussen- en omliggende natuurlijkere gebieden.<br />

12 <strong>Natuurplan</strong> - Inventarisatie


Natuurwaarden<br />

<strong>Gemeente</strong> Amsterdam heeft de stad geïnventariseerd op<br />

biodiversiteit, natuurlijkheid, vervangbaarheid en de bijdrage die het<br />

gebied zou kunnen leveren aan de ecologische structuur. Deze zijn<br />

samengevat in ‘De toestand van de natuur’ en worden bijgehouden<br />

op de website.<br />

De natuurwaarden zijn het grootst in de stadsrand en nemen af<br />

stadinwaarts.<br />

Gemeten naar totale natuurwaarden zijn toplocaties van stadsdeel<br />

<strong>Zuidoost</strong>:<br />

De stadsrand van <strong>Zuidoost</strong> en de Gemeenschapspolder. Waarbij de<br />

noordelijke Bijlmerweide de maximaalscore van 5 behaald.<br />

Hieronder worden de verschillende onderdelen die samen de<br />

natuurwaarden vormen apart besproken en vergezeld van een kaart<br />

die de situatie in stadsdeel <strong>Zuidoost</strong> weergeeft.<br />

Bron: DRO, Amsterdam<br />

Inventarisatie - <strong>Natuurplan</strong> 13


Biodiversiteit<br />

Amsterdam heeft tussen 1998 en 2008 een eigen doelsoortenlijst<br />

opgesteld voor zeldzame en kwetsbare diersoorten binnen de<br />

stadsgrenzen. Uitgangspunten voor deze lijst zijn de nationale lijsten<br />

voor beschermde en Rode lijstsoorten. Toegevoegd zijn de soorten<br />

die afhankelijk zijn van een stedelijk milieu, zoals gierzwaluwen en<br />

zwarte roodstaart.<br />

Biodiversiteit zoals in deze paragraaf wordt besproken, wordt<br />

gemeten naar het aantal waargenomen soorten van deze<br />

Amsterdamse doelsoortenlijst. Duidelijk is te zien dat de meest<br />

soortenrijke gebieden in de stadsrand liggen, met een afname<br />

zowel naar binnen als naar buiten toe. Ook omvang en beheer<br />

spelen een rol. Van de gebieden om de stad hebben uitgestrekte<br />

open weide- en akkergebieden relatief lage soortenaantallen. De<br />

delen van Amstelland en de Diemerscheg met een open, homogeen<br />

landschap scoren bijvoorbeeld relatief laag. Gebieden die een<br />

combinatie van landschapstypen vormen, zoals weidegebieden die<br />

deels met bos beplant zijn, springen er qua soortenrijkdom gunstiger<br />

uit. Voorbeelden hiervan in <strong>Zuidoost</strong> zijn De Hoge Dijk, rond de<br />

Gaasperplas en delen van de Gemeenschapspolder.<br />

In ‘De toestand van de natuur’ is geïnventariseerd op aantal soorten<br />

(broedvogels, amfibieën en reptielen, dagvlinders, libellen en<br />

waterjuffers, hogere planten en groentypen. Bovenstaand kaartje is<br />

een weergave van de dieren.<br />

Natuurlijkheid<br />

Natuurlijkheid is hier gedefinieerd als de mate waarin een<br />

gebied architectonisch dan wel natuurlijk is ingericht en daarmee<br />

samenhangend de mate van beheerintensiteit. De kaart laat zien dat<br />

de gebieden met de hoogste natuurlijkheidsgraad in de stadsrand<br />

Bron: DRO, Amsterdam<br />

14 <strong>Natuurplan</strong> - Inventarisatie<br />

Bron: DRO, Amsterdam


en het ommeland liggen. Het gaat enerzijds om ‘toevallige’<br />

ruigteterreinen, anderzijds om ‘beheerde’ natuur, zoals natuurparken<br />

(heemtuinachtig, extensief beheerd) en natuurgebieden. Het meest<br />

gecultiveerde groen wordt in <strong>Zuidoost</strong> gevormd door de sportparken.<br />

Sinds het nieuwe Bijlmerpark zelfs met kunstgras.<br />

Vervangbaarheid<br />

De vervangbaarheid van een gebied is gedefinieerd als de<br />

hoeveelheid tijd die nodig is voor het vervangen daarvan. De<br />

vervangbaarheid hangt in de praktijk vooral samen met de<br />

aanwezigheid van oude bomen en het voorkomen van oude,<br />

uitgerijpte bodems.<br />

Gebieden met een lage vervangbaarheid liggen zowel in als om<br />

de stad. In de stad gaat het om gebieden met oude beplanting,<br />

zoals historische parken en begraafplaatsen. Om de stad zijn het<br />

vooral oude landschapselementen, zoals veenweidegebieden en<br />

oeverlanden, alsmede gebieden met oudere beplanting die moeilijk<br />

te vervangen zijn.<br />

Bijdrage aan de ecologische structuur<br />

Deze kaart toont het belang van groengebieden als onderdeel van<br />

de ecologische structuur. Deze kaart dient daarom in het grotere<br />

geheel van de hele stad en haar directe omgeving bezien te worden.<br />

Voor <strong>Zuidoost</strong> valt uit het kaarbeeld te concluderen dat er geen<br />

ecologische oost-west verbindingen zijn. Doelsoorten dienen zich te<br />

verplaatsen van oost naar west en visa versa langs de zuidkant van het<br />

stadsdeel. Om migratie te bevorderen is ingezet op het ontwikkelen<br />

van de Natuurboog. Met uitzondering van een barrière tussen de<br />

Bijlmerweide en de Diem en het knelpunt van de Abcouder-straatweg,<br />

is deze Natuurboog gerealiseerd.<br />

Bron: DRO, Amsterdam<br />

Bron: DRO, Amsterdam<br />

Inventarisatie - <strong>Natuurplan</strong> 15


Huidig beheer<br />

Binnen het stadsdeel zijn verschillende typen beheer waar te nemen.<br />

Op de kaart is te zien welk type groen op welke manier beheerd<br />

wordt. In het tekstkader treft u een uitleg over het verschil van<br />

intensief, extensief en ecologisch beheer.<br />

Het beheer van het groenareaal is verdeeld over meerdere partijen.<br />

Zo is het beheer van het wijkgroen uitbesteed aan een aannemer.<br />

Het betreft hier intensief beheer met een hoge kwaliteitsnorm.<br />

Parken en natuurvriendelijke oevers worden beheerd door de eigen<br />

beheerafdeling van stadsdeel <strong>Zuidoost</strong>, waarbij onder toeziend oog<br />

van het stadsdeel stukken van de parken worden beheerd door<br />

natuurverenigingen, zoals De Ruige Hof. In de parken wordt een<br />

combinatie toegepast van de typen beheer. Delen die intensief<br />

gebruikt worden, worden ook intensief beheerd. Dit zijn met name<br />

de speelweides. De Ruige Hof streeft ecologisch beheer na. Dit<br />

geeft een grote variatie aan groenbeleving in de parken. De grotere<br />

groengebieden, zoals gelegen in Gaasperdam, met uitzondering<br />

van centraal park Gaasperdam, worden beheerd door Groengebied<br />

Amstelland. Zij maken gebruik van een combinatie van extensief en<br />

ecologisch beheer. De grootte van de parkdelen zorgen ervoor dat<br />

men met dit type beheer ook echt een natuurbeleving kan ervaren.<br />

Het deel van de Gemeenschapspolder dat grenst aan het Diemerbos<br />

wordt door Staatsbosbeheer onderhouden. De doorgaande<br />

watergangen worden beheerd door Waternet.<br />

Grote delen worden om diverse redenen extensief beheerd. Dit biedt<br />

vaak kansen voor de natuur. Zo hebben zeldzame planten als de<br />

Orchis en de Zwanenbloem zich hierdoor weten te vestigen langs de<br />

slootkanten. Extensief beheer kan echter ook bedreigend zijn voor de<br />

ontwikkeling van de natuur als het maaibeleid neerkomt op klepelen.<br />

De vegetatie wordt dan kapotgeslagen met kettingen in plaats<br />

van gemaaid met messen. Hierbij blijft het maaisel liggen en kapot<br />

geslagen kruiden sterven af. De bodem wordt verrijkt met stikstof,<br />

wat uiteindelijk noch een hoge soortenrijkdom, noch een fraai beeld<br />

oplevert, maar juist brandnetelgroei.<br />

16 <strong>Natuurplan</strong> - Inventarisatie


Landschapsbouw<br />

De landschapsbouw kaart geeft een indruk van de verdeling van<br />

de verschillende typen groen en de daarmee samenhangende<br />

ruimtelijke opbouw. Wat opvalt is dat de bossige parken eveneens<br />

nog doorspekt zijn van open stukken. Dit kunnen (speel)weides zijn of<br />

waterpartijen.<br />

Maaien met een vingerbalk<br />

Extensief en intensief beheer<br />

Bij extensief beheer is kostenbesparing de belangrijkste drijfveer.<br />

Extensief beheer staat tegenover intensief beheer. Hierbij is intensief<br />

beheer vooral bedoeld om een net beeld van de openbare ruimte te<br />

verkrijgen. Extensief beheer levert een natuurlijker beeld op. Toegepast<br />

in bosplantsoen en op oevers kan het hoge natuurwaarden opleveren<br />

tegen lagere kosten. Extensieve beweiding met lage begrazingsdruk<br />

kan ook gerealiseerd worden door Schotse Hooglanders,<br />

Konikspaarden, Heckrunderen en dergelijke in natuurgebieden rond te<br />

laten lopen. Door de begrazingsdruk blijft het landschap open en komt<br />

er variatie in de vegetatie.<br />

Als extensief maaibeheer neerkomt op 1 of 2x per jaar klepelen,<br />

dan levert dat noch hoge natuurwaarden noch een fraai beeld op. Bij<br />

klepelen worden de grassen en kruiden kapot-geslagen, waardoor het<br />

maaisel ongeschikt is als diervoer. De voedingsstoffen vloeien terug de<br />

bodem in. Dit zorgt voor bodemverrijking en dus brandnetelgroei.<br />

Bijlmerweide noord<br />

Bron: www.ceesberkhof.nl<br />

Ecologisch of natuurvriendelijk beheer<br />

Met ecologisch beheer wordt bedoeld dat de ontwikkeling gestuurd<br />

wordt. Afhankelijk van de kansen wordt op een bepaalde plek<br />

een bepaald beheer toegepast om soorten een kans te geven op<br />

voortplanting en beschutting tegen roofdieren. Verschralen door<br />

maaien (maaien met de vingerbalk en niet klepelen) en afvoeren is<br />

een methode. Soms kan ecologisch beheer samengaan met extensief<br />

beheer, maar vaak, zoals in het maaivoorbeeld, is ecologisch beheer<br />

arbeidsintensief.<br />

Een zandlichaam met kwel aan de onderzijde biedt goede ecologische<br />

kansen. In potentie is dit een goede groeiplaats voor orchideeën, mits<br />

een aantal specifieke beheer-maatregelen worden toegepast. Gebieden<br />

met afwisseling van droge/schrale en natte plekken zijn bij uitstek<br />

geschikt voor een grote variatie in vegetatie. Met deze variatie aan<br />

vegetatie biedt het voor veel diersoorten een geschikte habitat.<br />

Een andere doelstelling kan zijn om de biodiversiteit te laten toenemen.<br />

Dit kan door gefaseerd te beheren. Niet alles in één keer maaien,<br />

inclusief het leeghalen van sloten, maar delen laten staan en pas bij<br />

een volgende maaibeurt meenemen. Hier profiteren amfibieën, vissen,<br />

libellen en insecten, zoals bijen en vlinders van. De insecten dienen<br />

weer als voedsel voor vleermuizen en vogels.<br />

Inventarisatie - <strong>Natuurplan</strong> 17


Analyse<br />

2<br />

Inventarisatie - <strong>Natuurplan</strong> 19


Analyse<br />

Zoals in het vorige hoofdstuk duidelijk is geworden is al veel<br />

in kaart gebracht over de groengebieden van <strong>Zuidoost</strong>.<br />

In verschillende visies, wetgeving en beleidstukken is op<br />

verschillende manieren naar het groen en de (recreatie)<br />

mogelijkheden gekeken.<br />

In het programma groen en blauw is een indeling gemaakt<br />

van het groenareaal in de vorm van verschillende typologieën.<br />

Het varieert van het behouden van cultuurhistorische<br />

veenweidelandschappen en het benadrukken van natte natuur,<br />

tot het vergroten van de seizoensbeleving met gevarieerde<br />

beplanting. Bij de hoofdgroenstructuur is de indeling meer<br />

gebaseerd op de functies per gebied. Dit levert een wat<br />

meer versnipperd kaartbeeld op. In de biotopenindeling<br />

van Amsterdam wordt nagenoeg al het groen getypeerd als<br />

beheerd groen. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen de<br />

stadsparken en de groene schil aan de rand van <strong>Zuidoost</strong>. De<br />

kaart van de provincie Noord-Holland met de Natuurboog en de<br />

EHS gebieden erop gaat er vanuit dat de Natuurboog door een<br />

gebied van natte natuur loopt.<br />

In deze analyse worden de<br />

inventarisatiekaarten over elkaar heen<br />

gelegd om de verschillen per gebied<br />

in beeld te krijgen. Hieruit ontstaat een<br />

kaart met gebieden waar verschillen van<br />

inzicht over zijn of die anders beheerd<br />

worden dan uit de visies geconcludeerd<br />

mag worden. Per gebied worden de<br />

verschillen belicht en aan het einde<br />

van het hoofdstuk wordt daarover een<br />

conclusie gegeven.<br />

Historie en bodem<br />

De historie en de bodemgesteldheid zijn vaste gegevens. De analyse<br />

uit de verschillende type indelingen, de wettelijke en bestuurlijke<br />

kaders en de ambities zullen echter bepalen in hoeverre de nog<br />

overgebleven zichtbare delen in tact zullen blijven. Onderstaande<br />

kaart geeft weer waar de historie nog beleefd kan worden.<br />

Groenindelingen; analyse van de kaarten<br />

Wat opvalt als de kaarten over elkaar heen gelegd worden is dat<br />

voor veel van de gebieden het huidige beheer niet overeenkomt met<br />

één of meer van de andere kaarten, dat de visiekaarten onderling op<br />

punten met elkaar verschillen en dat de indeling op de kaarten soms<br />

niet overeenkomen met het belang van de Natuurboog.<br />

De natuurwaardenkaart moet goed geïnterpreteerd worden omdat<br />

hoge tot zeer hoge natuurwaarde niet per definitie betekent dat<br />

het gebied hoge ecologische waarden heeft of een belangrijke<br />

bijdrage levert aan de ecologische structuur. Cultuurhistorie speelt<br />

20 <strong>Natuurplan</strong> - Analyse


eveneens een belangrijke rol in deze waardering. Over het algemeen<br />

kan gesteld worden dat natuurlijk uitziend groen verkregen wordt<br />

door ecologisch en/of extensief beheer. Over het algemeen kan ook<br />

gesteld worden dat toename van de recreatiedruk de ontwikkeling<br />

van de natuur vermindert. Op basis van deze uitgangspunten is de<br />

kaart met conflicterende gebieden tot stand gekomen.<br />

Hoge Dijk<br />

De Hoge Dijk heeft een gemiddelde natuurwaarde, wordt gezien<br />

als natuurgroen, als sportpark en als biotoop beheerd groen. De<br />

Natuurboog is ingetekend langs het zuidelijk deel. Dit zou dus een<br />

natte ecologische zone moeten zijn, ten gunste van de ringslang.<br />

Het beheer is er intensief. Uit deze analyse blijkt de natuurlijke,<br />

ecologische behoefte enerzijds en de behoefte aan recreatie met<br />

intensief beheer anderzijds.<br />

Analyse - <strong>Natuurplan</strong> 21


AMC<br />

Het AMC gebied wordt hoog gewaardeerd met betrekking tot<br />

natuurwaarden. Aangezien het eigen terrein is, heeft het stadsdeel<br />

hier geen zeggenschap over. Het valt daarmee buiten de reikwijdte<br />

van dit plan.<br />

Centraal park Gaasperdam<br />

De visiekaarten zijn het wel met elkaar eens; stadspark, parkgroen,<br />

beheerd groen en een gemiddelde natuurwaarde. Alleen het beheer<br />

sluit hierbij niet (geheel) aan. Grote delen worden extensief beheerd,<br />

het deel van de Ruige Hof wordt beheerd met een combinatie van<br />

extensief en ecologisch beheer. Dit levert daardoor een heel natuurlijk<br />

beeld op, wat past bij struinnatuur. Dit is een type groen wat we graag<br />

aan de rand van de stad willen zien.<br />

Eco verbinding Gaasperplas – Gein<br />

Deze natte ecologische verbinding is in nog geen van de kaarten<br />

opgenomen. De verbindingszone is ca 10 jaar geleden aangelegd met<br />

als doel het ontwikkelen van een ecologische verbindingszone tussen<br />

de Gaasperplas en het Geingebied, zodat diersoorten zich kunnen<br />

huisvesten of via de zone kunnen migreren. Een eerste evaluatie<br />

van de natuurontwikkeling heeft goede resultaten opgeleverd en<br />

het ligt nu in de bedoeling om het gebied op te laten nemen in de<br />

natuurwaardenkaart. Hiermee wordt het belang onderstreept dat de<br />

zuidoever van de Gaasperplas een rol speelt bij de mogelijke migratie<br />

van soorten.<br />

Gaasperplas zuid en Gaasperplaspark<br />

De natuurwaarden worden hoog beoordeeld voor dit zuidelijke en<br />

noordelijke deel van de Gaasperplas en zitten hem voornamelijk<br />

in de natuurlijkheid van het gebied en de bijdrage dat het levert<br />

aan de ecologische structuur. Op de visiekaarten wordt dit gebied<br />

aangemerkt als stadspark of parkgroen en bij de biotopenindeling<br />

valt dit gebied ook onder beheerd groen. Het gebied wordt beheerd<br />

met een combinatie van extensief en ecologisch beheer. Indien<br />

in het gebied, conform de visies, recreatievoorzieningen worden<br />

toegevoegd, waarmee de recreatie en het beheer geïntensiveerd<br />

worden, moet uitermate goed gekeken worden wat daarvan de<br />

consequenties zijn voor de huidige natuurwaarden.<br />

Gaasperplas oost en Veenweide<br />

Deze gebieden worden volgens de natuurwaardenkaart eveneens<br />

hoog gewaardeerd. Deze waardering komt grotendeels voort uit<br />

de cultuurhistorische waarde van het oude veenweide landschap.<br />

Op de kaart van de Natuurboog is te zien dat de natte ecologische<br />

verbinding hier doorheen loopt. Het gebied is deels agrarisch<br />

ingericht en het beheer is er intensief. Hier ligt tevens één van de<br />

knelpunten in de ecologische verbindingszone die opgelost moet<br />

worden. Functies, wensen en belangen komen hier op een zeer smalle<br />

strook samen.<br />

Gemeenschapspolder<br />

Ook dit gebied wordt hoog gewaardeerd op de natuurwaardenkaart.<br />

Dit heeft eveneens te maken met de cultuur historische waarde<br />

van het gebied. De polder ontstond in 1707 na samenvoeging<br />

van 8 kleine polders. De verkavelingstructuur dateert nog van ver<br />

daarvoor. Volgens de structuurvisie ligt het in de bedoeling hier<br />

een ruigte gebied/struinnatuur van te maken. Als deze omvorming<br />

betekent dat het gebied bebost wordt, waarmee de historische<br />

verkavelingstructuur niet meer zichtbaar is, kan dit gebied op<br />

22 <strong>Natuurplan</strong> - Analyse


termijn een lagere natuurwaardering krijgen. Behoud van historische<br />

verkavelingstructuur wordt als bijzonder belangrijk beschouwd.<br />

Bijlmerweide tussen Kantershof en Geerdinkhof<br />

Een gebied met gemiddelde natuurwaarde, volgens de visiekaarten<br />

woongroen ofwel stadspark. Het huidige beheer is er echter extensief<br />

en deels ecologisch. Het beeld buiten geeft je niet het gevoel in een<br />

stadspark te zijn.<br />

Landschapsopbouw<br />

Om tot een eenduidige indeling te komen van het landschap is het<br />

belangrijk om te weten welke elementen zich op dit moment buiten<br />

bevinden. Hiertoe is de landschapsbouwkaart gemaakt. Op de kaart<br />

is te zien dat het groen aan de rand van <strong>Zuidoost</strong> veelvuldig een<br />

combinatie is van bomen, weides en water, waarbij de weides over het<br />

algemeen intensief beheerd worden en het overige groen extensief.<br />

Ook is goed te zien waar het natuurlijke groen aan de rand niet<br />

doorloopt. Op deze punten is de EHS verbinding, de natuurboog niet<br />

optimaal of bevinden zich nog barrières.<br />

Knelpunten ten aanzien van Natuurontwikkeling<br />

De natuurboog is een natte verbinding die door Amsterdam <strong>Zuidoost</strong><br />

loopt en is opgenomen in de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). De<br />

natuurboog is grotendeels gereed. Er zijn echter nog een aantal<br />

aandachtspunten. Tussen de Diem en de Bijlmerweide zit een flink<br />

verschil in waterpeil. Het water stroomt vanuit de Weespertrekvaart<br />

via een inlaat en een buis de Bijlmerring in. Het verval vormt een<br />

barrière voor vissen en amfibieën. De route over land vormt eveneens<br />

een barrière. De oevers van de Weespertrekvaart en Gaasp, zijn niet<br />

natuurvriendelijk. De zogeheten faunauittreedplaatsen die vorig jaar<br />

zijn aangelegd door Waternet zijn niet geschikt voor amfibiën. Naast<br />

de vaart ligt de drukke provinciale weg. Trage soorten zoals amfibieën<br />

zijn vaak niet in staat de overkant ongeschonden te bereiken. Ivm de<br />

uitwisseling van groepen bedreigde diersoorten, zoals de ringslang, is<br />

het van belang dat hier de barrières worden opgelost.<br />

Knelpuntenkaart<br />

Analyse - <strong>Natuurplan</strong> 23


Fauna uittreedplaats (FUP)<br />

Bij een FUP is de beschoeide oever zodanig aangepast dat dieren<br />

makkelijk in en uit het water kunnen komen. De dieren zullen<br />

de fauna- uittreedplaatsen herkennen, doordat deze plaatsen<br />

afwijkend zijn ten opzichte van de rest van de oever. Niet alléén<br />

reeën en zwijnen profiteren van de uittreedplaatsen, ook andere<br />

dieren kunnen er gebruik van maken, mits de opstap tussen water<br />

en land laag of geleidelijk is. FUP’s zijn er in vele uitvoeringen.<br />

diameter te compenseren, is het aanbrengen van roosters een<br />

optie. Nadelen hierbij zijn de verstoring door overrijdende auto’s,<br />

de inspoeling van oliën, rubberresten, pekel en het onderhoud.<br />

Omdat lichtinval van bovenaf het gebruik van een passage<br />

fors verhoogd, heeft Arcadis een diervriendelijke en duurzame<br />

passage ontwikkeld waarbij gebruik gemaakt wordt van<br />

lichtdoorlatend beton en warmte afgevende wanden. Nadelen<br />

zoals bij gebruik van een rooster zijn dan niet meer aan de orde,<br />

evenals het probleem van een ongunstig klimaat in de tunnel.<br />

Faunapassage<br />

Met de groeiende infrastructuur en de groeiende<br />

verkeersbewegingen hebben reptielen en amfibieën er<br />

steeds meer problemen mee om ongeschonden hun weg te<br />

vervolgen. Met vrijwilligers de dieren aan de overkant zetten<br />

is een oplossing. Een meer constantere en duurzame is een<br />

faunapassage onder de weg door. Een van de belangrijkste<br />

factoren echter voor het gebruik en daarmee het functioneren van<br />

zo’n passage, is de hoeveelheid lichtinval. Amfibieën en reptielen<br />

zullen eerder gebruik maken van een tunnel waar aan het uiteinde<br />

licht te zien is of waar door middel van extra voorzieningen,<br />

voldoende lichtinval gerealiseerd is. Tunnels zonder licht(inval),<br />

worden over het algemeen gemeden. De hoeveelheid lichtinval<br />

hangt nauw samen met de verhouding (lengte, breedte) van de<br />

tunnel. Bij tunnels met een lengte van 20 meter dient de breedte<br />

minimaal 100 cm en de hoogte 75 cm te zijn. Wanneer er bij de<br />

aanleg van lange tunnels geen ruimte is om in de breedte of<br />

Vistrap<br />

Stuwen, dijken en gemalen zijn obstakels in de Nederlandse<br />

wateren die de migratie en uitwisseling van vis belemmeren.<br />

Vaak overleven ze de val stroomafwaarts wel, maar er is geen<br />

weg terug. De meeste gemalen zijn visonvriendelijk, zodat<br />

geen enkele vis deze opwaartse gang overleeft. Om de<br />

hoogteverschillen tussen de verschillende wateren passeerbaar<br />

te maken voor vissen, kan<br />

gebruik gemaakt worden van<br />

vistrappen. Met een vistrap<br />

wordt een gelijkmatige overgang<br />

geboden. De hoogteverschillen<br />

zijn gering en er is steeds een<br />

klein bassin waar de vissen<br />

kunnen uitrusten van hun<br />

zwembeweging stroomopwaarts.<br />

24 <strong>Natuurplan</strong> - Analyse


Conclusie<br />

Natuurwaarden verhogen is een belangrijke ambitie voor dit<br />

natuurplan. Amsterdam heeft 4 natuurwaarden geformuleerde, wij<br />

voegen daar beheer aan toe:<br />

- vervangbaarheid<br />

- biodiversiteit<br />

- bijdrage aan de ecologische structuur<br />

- natuurlijkheid<br />

- beheer<br />

Bij de verschillende kaarten is geconcludeerd dat de gebieden<br />

verschillen weergeven in belangen, wensen, beleving en het beeld<br />

buiten. Belangrijk hierbij is dat een gecombineerde oplossing wordt<br />

gevonden, waarin nagenoeg alles een plekje vindt, zonder elkaar in de<br />

weg te zitten. Aandachtspunten bij het vinden van een oplossing zijn<br />

de vier natuurwaarden.<br />

In de analyse hebben we gezien dat voor bodem en historie geldt<br />

dat het kunnen beleven van de cultuurhistorische waarde ervan een<br />

belangrijk aspect is dat raakt aan de natuurwaarde ‘vervangbaarheid‘.<br />

Door bij toekomstige natuurontwikkeling dit aspect voor ogen te<br />

houden kan deze natuurwaarde behouden blijven.<br />

Bij de biotopen is als belangrijk punt naar voren gekomen dat de<br />

biodiversiteit groter is bij gevarieerd landschap. Biodiversiteit is een<br />

van de geformuleerde natuurwaarden. Verhogen van de biodiversiteit<br />

resulteert dus gelijk in het behalen van een doelstelling van dit plan.<br />

De in kaart gebrachte knelpunten onderbreken de ecologische<br />

structuur in de natuurzoom. Door de knelpunten op te lossen kan de<br />

hele natuurzoom een hogere natuurwaarde krijgen. De natuurwaarden<br />

‘bijdrage aan de ecologische structuur en biodiversiteit’ kunnen<br />

hierdoor stijgen. Immers, door gebieden met elkaar te verbinden<br />

vindt een betere uitwisseling van plant en diersoorten plaats.<br />

Uit de analyse kan ook geconcludeerd worden dat extensief en<br />

ecologisch beheer bijdraagt aan de natuurlijke uitstraling van<br />

groengebieden. Hieruit volgt direct dat beheer een belangrijke rol<br />

speelt in de verwezenlijking van de visies en beleving. Een heldere<br />

opzet en indeling in gebieden kan ertoe bijdragen een nieuwe<br />

indeling van groen te verwezenlijken en leefomstandigheden voor<br />

genoemde doelsoorten te verbeteren. Deze manier van indelen raakt<br />

alle natuurwaarden.<br />

Analyse - <strong>Natuurplan</strong> 25


Plan<br />

3<br />

Inventarisatie - <strong>Natuurplan</strong> 27


Concept ‘Leesbaar landschap’<br />

Concept ‘Leesbaar landschap’<br />

Van parklandschap, via de natuurlijke/ecologische<br />

verbindingszone Natuurboog naar het cultuur historische<br />

landschap van de Gaasp en Weespertrekvaart.<br />

De voorgaande inventarisatie en analyse hebben veel inzicht<br />

gegeven in de wensen en mogelijkheden van de groengebieden<br />

in <strong>Zuidoost</strong>. Met alle verzamelde informatie is het mogelijk om<br />

tot een <strong>concept</strong>indeling te komen voor de landschapsbouw van<br />

<strong>Zuidoost</strong>. Op bijgaande kaart is een indeling te zien die aansluit<br />

bij de ambities voor dit plan. De indeling houdt rekening met<br />

de ecologische verbindingszone Natuurboog en een lint van<br />

resterende cultuur historische landschappelijke elementen;<br />

historische bebouwingslinten en verkavelingen aan beide zijden<br />

van de Weespertrekvaart en de Gaasp. Door<br />

met name in de natuurlijke zone maatregelen<br />

op te nemen die knelpunten oplossen kan de<br />

natuurwaarde stijgen.<br />

Buiten zal men ervaren dat het landschap steeds<br />

veranderd. Van intensief gebruikt en beheerd<br />

parklandschap naar een meer natuurlijke<br />

ecologische zone om vervolgens uit te komen bij<br />

het historische cultuurlandschap. Soms zijn de<br />

overgangen abrupt, vaak geleidelijk.<br />

28 <strong>Natuurplan</strong> - Plan


Nieuwe biotopenindeling<br />

Een biotoop is een specifiek woon- of groeigebied van een dier of<br />

plant. Het is een plaats waar dier of plant geheel in zijn omgeving<br />

ingepast is. De soort heeft deze specifieke omgeving nodig om te<br />

kunnen bestaan. Een biotoop is uitdrukkelijk geen bestemming. Het<br />

wordt ingezet als instrument om te komen tot een geschikt leefgebied<br />

voor onze doelsoorten en zodat beheerders weten hoe het gebied<br />

beheerd moet worden.<br />

Op basis van de analyse en het <strong>concept</strong> is een biotopenindeling<br />

ontstaan waarbinnen het mogelijk is om vrijwel alle wensen en eisen<br />

ten aanzien van de gebieden te realiseren. Het groen in zuidoost is<br />

grotendeels benoemd tot biotoop oevers en water. Deze biotoop sluit<br />

goed aan bij de ambities van de natuurboog (een natte ecologische<br />

verbinding) en de doelsoort ringslang. Om de verkavelingstructuur<br />

zichtbaar en beleefbaar te houden zal in de Gemeenschapspolder<br />

het maken van natuur gebeuren in de vorm van veenlandjes. Met de<br />

nieuwe biotopenindeling wordt natte natuur benadrukt. Natte natuur<br />

is gebiedseigen en daardoor bijzonder geschikt voor het westelijk<br />

veenlandschap van deze regio.<br />

Door gebruik te maken van een ecologische landschapsopbouw van<br />

‘zoom – mantel – bos’ direct aangrenzend aan de oevers en het water,<br />

is het mogelijk dit groen meer ecologisch te beheren.<br />

Het groen naast de oevers en het water, in de gebieden van natuurlijk<br />

groen, zullen meer ecologisch beheerd worden eveneens met een<br />

ecologische opbouw van het ‘zoom – mantel – bos’. Het groen naast<br />

de oevers in de parkdelen wordt dan intensiever beheerd, waardoor<br />

dit een optimale omgeving blijft voor velerlei activiteiten. Bij de<br />

biotoop agrarisch zal over grote delen geen verandering plaatsvinden.<br />

Ingrepen zullen gericht zijn op het landschap meer open houden of<br />

maken en het meer als cultuur historisch herkenbaar maken.<br />

In deze uitwerking van het plan wordt een beeld geschetst van het<br />

wenselijk te behalen beeld en de natuurwaarde. Met de nieuwe<br />

biotopenindeling kunnen we hierop dieper inzoomen per gebied en<br />

daarbij de mogelijkheden belichten per doelsoorten, het gewenste<br />

beheer, de functies, de wensen en de aandachtspunten benoemen<br />

die uiteindelijk kunnen leiden tot verhoging van de natuurwaarden.<br />

In het hoofdstuk Maatregelen worden de aandachtspunten verder<br />

doorvertaald naar te nemen maatregelen.<br />

Zoom – mantel – bos is een ecologische landschapopbouw.<br />

De zoom vertegenwoordigt een kruidenzone, de mantel een<br />

struweelzone met lage beplanting zoals heesters en dan bos.<br />

De meest ideale (ecologische) situatie is als deze opbouw direct<br />

grenst aan een natuurvriendelijke oever. De oeverbeplanting<br />

loopt dan over in een<br />

kruidenzone.<br />

Opbouw zoom - mantel - bos<br />

zoom mantel bos<br />

Plan - <strong>Natuurplan</strong> 29


30 <strong>Natuurplan</strong> - Plan


Biotoop bebouwing<br />

Woon- en werkgebied<br />

De bebouwing in <strong>Zuidoost</strong> vertegenwoordigt een grote diversiteit. De<br />

woningbouw varieert van oude hoogbouw omzoomd door weides met<br />

bomen, tuindorpachtige bebouwing in o.a. Gaasperdam, nieuwbouw<br />

met omsloten tuinen en aanzienlijk minder openbaar groen en<br />

een centrum met vooral kijkgroen. Het beheer van het openbaar<br />

groen is hoofdzakelijk gericht op de menselijke gebruiker ervan,<br />

wat inhoudt dat er overwegend intensief beheerd wordt. Toch is er<br />

ruimte voor natuur. Diverse oevers van sloten en oude knotwilgrijen<br />

bieden broedgelegenheden voor gangbare soorten, maar ook voor<br />

beschermde soorten zoals een aantal vleermuissoorten. In de oudere<br />

laagbouw waar nog relatief veel en dichter groen is en de huizen<br />

nestmogelijkheden bevatten, vindt de doelsoort huismus nog leef- en<br />

broedgelegenheid.<br />

Het gebied met kantoren en bedrijvigheid biedt geen geschikte plaats<br />

aan de eerder genoemde doelsoorten. De hoeveelheid groen is er<br />

uitermate beperkt. Het gebied blijkt wel geschikt te zijn voor diverse<br />

dakbroeders, die gebruikmaken van de platte daken om te nestelen.<br />

Het beheer is ook hier intensief. De bermen worden gemaaid als<br />

gazon.<br />

Aandachtspunten:<br />

In beide bebouwde gebieden zijn mogelijkheden om de natuurwaarde<br />

te verhogen. Voor de woongebieden wordt dan de aandacht vooral<br />

gericht op het verbeteren van leefmilieu voor de doelsoorten (huismus<br />

en vleermuis). In het werkgebied kan de aandacht meer liggen op<br />

het bloemrijk maken van de schrale bermen waar vlinders en andere<br />

insecten op afkomen. Bij nieuwbouw en renovatie van bebouwing<br />

moet meer aandacht zijn voor nest- en verblijfgelegenheden voor<br />

vleermuizen en huismussen omdat hun broedplaatsen onder druk<br />

staan. Er bestaan voldoende eenvoudige en betaalbaar oplossingen<br />

die ingebouwd kunnen worden.<br />

Om te kunnen foerageren hebben vleermuizen natuurvriendelijke<br />

oevers in lange stroken zijn nodig. Dichte beplanting, bestaand en<br />

Plan - <strong>Natuurplan</strong> 31


nieuw, inheems en eventueel wintergroen zijn van belang voor de<br />

beschutting van huismussen en andere kleine vogelsoorten. Ook kan<br />

de natuurwaarde verhoogd worden door vaker een gevarieerd aanbod<br />

van inheemse, vruchtdragende beplanting toe te passen en bomen de<br />

kans te geven uit te groeien tot hun volledige wasdom.<br />

Bewoners kunnen zelf hun steentje bijdragen aan het versterken en<br />

behouden van de natuurwaarde en biodiversiteit in hun buurt. De<br />

gemeente kan bijdragen aan de bewustwording bij de bewoners van<br />

de noodzaak van het behoud van soorten. De tuinen in de laagbouw<br />

kunnen bijdragen aan het beschikbare leefgebied voor soorten.<br />

Bewoners kunnen nestgelegenheid bieden en vaker kiezen voor<br />

inheemse beplanting, al dan niet besdragend en de tuin toegankelijk<br />

maken vanaf de openbare ruimte. Zo kan de tuin meedoen in het<br />

aanbod ecologisch areaal.<br />

Voor de dakbroeders kan samenwerking gezocht worden met de<br />

bedrijven. Zij kunnen de platte daken geschikt maken om te nestelen<br />

door gebruikmaking van grind, kiezel of schelp. <br />

De randen van de eigen terreinen zouden zij natuurvriendelijk<br />

kunnen inrichten met doorlopende hagen of anderzijds en daarmee<br />

aansluiten op verbindingsstroken. Zo kan een netwerk van ecologische<br />

verbindingen ontstaan. Bermen en watergangen kunnen, indien<br />

ze natuurvriendelijk beheerd worden, ook meedoen in deze<br />

verbindingen. De bermen die nu gazons zijn, worden dan omgevormd<br />

tot bloemrijke bermen. Bij de watergangen betekent dit dat steeds<br />

de helft van de oevervegetatie blijft staan. Ook het plaatsen van fauna<br />

uittreedplaatsen (FUP) kan de uitwisseling van soorten stimuleren.<br />

Biotopen oevers en water en rietlanden<br />

Grote delen van het groen in <strong>Zuidoost</strong> worden gedomineerd door<br />

oevers en water. In de biotopen oevers<br />

en water en rietlanden wordt een grote<br />

variatie aangetroffen van overwegend<br />

inheemse vegetatie. Het landschap is er<br />

afwisselend open en dicht, toegankelijk en<br />

ontoegankelijk en het biedt plaats aan de<br />

meer bijzondere diersoorten.<br />

De nadruk ligt op natuurvriendelijke oevers<br />

32 <strong>Natuurplan</strong> - Plan


en kwalitatief schoon water, geschikt voor vele gebiedseigen soorten<br />

en een grote soortenrijkdom. Natuurvriendelijke oevers met oever- en<br />

waterplanten dragen bij aan een schoon watermilieu.<br />

Qua doelsoorten ligt de nadruk op de ringslang en de rugstreeppad,<br />

maar ook vrije doorgang voor bittervoorn, kleine modderkruiper en<br />

andere vissoorten en amfibieën wordt nagestreefd. Amsterdam kent<br />

veel verschillende peilvakken. De barrières die ontstaan door deze<br />

peilverschillen zullen daarom overbrugd moeten worden. Binnen de<br />

Natuurboog is het de bedoeling om alle resterende onoverbrugbare<br />

barrières voor de ringslang, rugstreeppad en andere oevergebonden<br />

diersoorten op te lossen.<br />

Het beheer binnen deze doelgroepen is overwegend ecologisch en<br />

extensief, gericht op soortenrijkdom en een goed leefmilieu voor de<br />

doelsoorten. Uiteraard is het daarnaast belangrijk dat de recreant kan<br />

genieten van dit interessante natuurtype, door te beschikken over<br />

uitnodigende, goed onderhouden routes en faciliteiten en diverse<br />

mogelijkheden van waterrecreatie op de plas.<br />

Aandachtspunten:<br />

Binnen deze biotopen past ook de opgave van waterberging<br />

waarvoor het stadsdeel staat met de inpassing van de overkluizing<br />

Gaasperdammerweg. Door de waterberging te realiseren met de<br />

aanleg van meer natte natuur, in de vorm van meer natuurvriendelijke<br />

oevers en rietlanden, ontstaat een optimale situatie voor beide<br />

belangen.<br />

Om de Natuurboog volledig te kunnen laten functioneren zoals<br />

bedoeld in de EHS is het nodig om alle nog bestaande barrières<br />

en knelpunten op te lossen. De Weespertrekvaart en de daarnaast<br />

gelegen provinciale weg vormen de grootste barrière in de verbinding<br />

van de De Diem naar de ringdijk in de Bijlmerweide. Het is voor<br />

doelsoort de ringslang nagenoeg ondoenlijk deze barrières te<br />

overbruggen. Dit overbruggen is echter wel essentieel voor het<br />

voortbestaan van de populatie in de Bijlmerweide. Op de luchtfoto<br />

zijn locaties aangegeven die geschikt zijn voor faunapassages*. Een<br />

vergelijkbare barrière is de Abcouderstraatweg. Dit is eveneens een<br />

drukke weg, waarvan het gebruik in de toekomst mogelijk wordt<br />

geïntensiveerd. Een brede strook struweel in combinatie met water<br />

en natuurvriendelijke oevers bieden uitkomst tot aan de weg. Om de<br />

Plan - <strong>Natuurplan</strong> 33


weg veilig over te kunnen steken biedt een faunapassage ook hier<br />

uitkomst.<br />

De Natuurboog is ter plaatse van de oostoever van de Gaasperplas<br />

het smalst, terwijl hier veel verschillende functies en belangen een<br />

plek vragen. In de strook van ca. 30m moet ruimte gezocht worden<br />

voor de Natuurboog in de vorm van natuurvriendelijke oevers en<br />

een rustige zone, recreatie, zowel paden (wandel, ruiter en fiets) als<br />

evenementen en dagrecreatie en voor de Bypass. De Bypass is een<br />

singel waarin stedelijk belast water direct wordt afgevoerd naar de<br />

maalkom bij het gemaal. Verenigen van al deze belangen vergt een<br />

goede balans bij herinrichting.<br />

Een hoge ecologische en een hoge natuurwaarde vraagt om<br />

een gevarieerd aanbod van inheemse vegetatie, zoals kruiden,<br />

heesters en bomen in de hele Natuurzoom. Op grote delen gaat<br />

dit al goed, maar met name in de Bijlmerweide kan meer variatie<br />

worden aangebracht. Een gelijkmatige overgang in de vorm van<br />

natuurvriendelijke oevers, zoom van kruiden, mantel van heesters<br />

en bos en de aanplant van een gevarieerd aanbod van inheemse<br />

beplanting zal hieraan bijdragen. Langs de provinciale weg is het<br />

mogelijk gebruik te maken van abiotische** omstandigheden.<br />

Onderaan het zandige talud kan een kwelzone gecreëerd worden.<br />

Een zogeheten paddenpoel die tevens een groeiplaats biedt aan<br />

bijzondere soorten, zoals de rietorchis.<br />

In de hele zone van oevers en water is het van belang het maaibeleid<br />

af te stemmen op de natuur. Dit houdt in niet klepelen maar maaien<br />

en afvoeren, 1 of 2 keer per jaar.<br />

Ook moet er aandacht zijn voor een goede verdeling van functie<br />

en natuur en daarover moeten afspraken gemaakt worden met<br />

belanghebbenden, zodat voldoende ruimte voor zowel de<br />

recreant als de natuur ontstaat. Dit kan bijvoorbeeld<br />

door in een beperkt aantal natte gebieden<br />

knuppelpaden aan te leggen of door<br />

het aanleggen van eilanden,<br />

rietkragen en natte<br />

gedeelten in de<br />

vorm van in<br />

* zie tekstveld p. 24 ** abiotisch = niet levende natuur, zoals zand.<br />

34 <strong>Natuurplan</strong> - Plan


eedte variërende natuurvriendelijke oevers. Knuppelpaden leveren<br />

een mooie toevoeging op het aanbod van wandelroutes op en het<br />

biedt meer rust voor soorten die dat nodig hebben om te kunnen<br />

broeden en foerageren. Daarbij is het belangrijk dat de paden goed<br />

onderhouden worden. Achterstallig onderhoud op paden en bruggen<br />

verdient de aandacht.<br />

Bron: STOWA<br />

Biotoop beheerd Groen<br />

In de biotoop beheerd groen ligt de nadruk vooral op visueel<br />

aantrekkelijk, educatief gebruiksgroen. Het is een plek om je<br />

doorheen te verplaatsen van A naar B en het is aangenaam om er<br />

te verblijven, een uitstekende plaats om mensen te ontmoeten,<br />

iets te leren over plant- of diersoorten, te sporten of gewoon te<br />

chillen. Er is ruimte voor een grote variatie in beplanting van alle<br />

soorten. Cultuurlijk, natuurlijk, open en toegankelijk. Er zijn veel<br />

goed gefaciliteerde recreatiemogelijkheden. Qua doelsoorten biedt<br />

het plaats aan gedomesticeerde soorten en aaibare soorten zoals:<br />

eekhoorn, aardmuis, bittervoorn, kleine modderkruiper, rietorchis,<br />

zwanenbloem, grote bonte specht, ransuil, nachtegaal, kuifeend,<br />

blauwe reiger, oeverzwaluw en de ijsvogel. Het beheer van het groen<br />

is er grotendeels intensief. Dit kan zijn, gazons die geregeld gemaaid<br />

worden, ecologisch beheer gericht op een zo groot mogelijke<br />

biodiversiteit of het intensief onderhouden van bruggen en paden,<br />

gericht op de toegankelijkheid voor mensen.<br />

Aandachtspunten:<br />

De gebieden met de biotoop beheerd groen worden gekenmerkt<br />

door intensief gebruik en beheer. Een voldoende ruim en gevarieerd<br />

aanbod van groen is goed voor de gezondheid van de mens die<br />

daarvan gebruik kan maken. De flora werkt pas goed als de fauna<br />

mee doet, dus is het van groot belang dat binnen de biotoop beheerd<br />

groen een balans gevonden wordt tussen de functies en behoeften<br />

voor de mens en de behoeften van doelsoorten. Op grotere schaal<br />

moet bewaakt worden dat ecologische zones niet noemenswaardig<br />

onderbroken worden. Daartussenin kan een mozaïek ontstaan van<br />

functies voor mensen.<br />

Dus stadsparken met meer park en minder ruigte. Het beeld en de<br />

beleving van de stadsparken beter op elkaar laten aansluiten, zodat<br />

herkenning ontstaat. Aanleg of handhaven van lintbeplanting in de<br />

vorm van heesters bijv. een meidoorn- of mispelhaag, eventueel<br />

aangevuld met een enkele boom die tot volledige wasdom kan<br />

uitgroeien. Veel soorten zijn gebaat bij deze gevarieerde en<br />

doorgaande strook beplanting. Grondgebonden soorten kunnen zich<br />

erlangs verschuilen en verplaatsen. Ook hier geldt dat een grotere<br />

variatie van inheemse beplanting de natuurwaarde kan verhogen. Bij<br />

renovatie en inrichtingsprojecten dient hiermee rekening gehouden<br />

te worden. Waar mogelijk natuurvriendelijke oevers of anders fauna<br />

uittreedplaatsen realiseren.<br />

Plan - <strong>Natuurplan</strong> 35


Biotoop Agrarisch<br />

De biotoop agrarisch draagt in <strong>Zuidoost</strong> een hoge cultuurhistorische<br />

waarde. Met de nieuwe biotopenindeling wordt het visuele karakter<br />

versterkt door de combinatie vaart, lintbebouwing en achterliggende<br />

weides te versterken. In de Gemeenschapspolder wordt extra<br />

natuur gemaakt in de vorm van veenlandjes. Hierbij wordt de<br />

verkavelingstructuur in acht gehouden. Aan de andere zijde van de<br />

vaart, in de Bijlmerweide, zal waar mogelijk de historische karakter<br />

teruggebracht worden. In elk geval wordt ingezet op meer openheid<br />

in het cultuur historische deel met het karakter van kleinschalige<br />

agrarische activiteiten. De nadruk komt ook te liggen op een variatie<br />

aan beplanting die hoort bij kleinschalige agrarisch activiteiten.<br />

Daarnaast is de indeling, zoals die met de nieuwe biotopenindeling<br />

wordt voorgesteld, ook interessant voor de doelsoort vleermuis. De<br />

lange watergang en geleiding van opgaand groen aan weerszijden<br />

zijn voor verschillende soorten vleermuizen zeer geschikt terrein om<br />

te foerageren, zeker als langs het water een strook kruiden kan blijven<br />

staan.<br />

Onder deze biotoop valt ook de molenbiotoop. De Gaaspermolen<br />

die in Driemond langs de Gaasp<br />

staat, is nog in functie. Om goed<br />

te kunnen draaien heeft een<br />

molen rondom een voldoende<br />

open gebied nodig. Dit sluit de<br />

ontwikkeling van hoog opgaande<br />

beplanting uit.<br />

36 <strong>Natuurplan</strong> - Plan


Aandachtspunten:<br />

In de Gemeenschapspolder zal natuurontwikkeling inhouden het<br />

terugbrengen van petgaten en veenlandjes, waarbij het van bijzonder<br />

belang is dat de historische verkavelingstructuur overeind blijft.<br />

Waar mogelijk terugbrengen van openheid en historische<br />

verkavelingstructuur in de Bijlmerweide.<br />

Biotoop Infrastructuur<br />

In <strong>Zuidoost</strong> wordt deze biotoop goed vertegenwoordigd. Door de<br />

hoge dreven, de snelwegen en de spoorbanen zijn er veel taluds<br />

met zandige ondergrond. Het is een milieu op zichzelf, totaal anders<br />

dan de overige biotopen. Het is een schraal milieu met beplanting<br />

afkomstig van de gebieden waar het zand vandaan komt. In het kader<br />

van biodiversiteit en natuurwaarden verhogen, kan dit een belangrijke<br />

toevoeging zijn. Vele van de taluds zijn reeds bloemrijk en bieden<br />

daarmee leefgebied voor o.a. vlinders en insecten. Binnen het project<br />

ecostructuren van Amsterdam wordt gewerkt aan het versterken<br />

van deze verbindingen. Daarom is in dit plan ervoor gekozen geen<br />

maatregelen te formuleren voor verdere ontwikkeling van deze<br />

biotoop.<br />

Plan - <strong>Natuurplan</strong> 37


Maatregelen<br />

Inventarisatie<br />

14<br />

Inventarisatie - <strong>Natuurplan</strong> 39


Maatregelenmatrix<br />

Om uiteindelijk te komen<br />

tot uitvoering van de in het<br />

vorige hoofdstuk genoemde<br />

aandachtspunten, zijn<br />

deze omgevormd tot<br />

concrete maatregelen.<br />

In dit hoofdstuk zijn de<br />

aandachtspunten vertaald<br />

naar te nemen maatregelen<br />

per biotoop.<br />

40 <strong>Natuurplan</strong> - Maatregelen


Bebouwing<br />

Oevers en water en rietlanden<br />

Bebouwing:<br />

1. struiknatuur in lange stroken (hagen, wintergroen) tgv huismus<br />

2. bloemrijke weides in doorgaande stroken<br />

3. nestgelegenheden voor dakbroeders stimuleren<br />

Algemeen bebouwing<br />

4. nestgelegenheden voor mussen en vleermuizen inbouwen<br />

5. mussenvides stimuleren<br />

6. waar mogelijk de oevers natuurvriendelijk maken cq. maaien<br />

Oevers en water<br />

7. aanleg natuurvriendelijke oevers (icm wateropgave A9)<br />

8. opheffen barrières, dmv aanleg faunapassages en overbruggen<br />

waterpeilverschillen<br />

9. vergroten van biodiversiteit dmv zoom-mantel-bos opbouw<br />

10. aanleg paddenpoelen<br />

11. aanleg broedhopen<br />

12. aanleg knuppelpaden, door natte delen<br />

13. laten ontstaan van verruigde natuur<br />

14. knotwilgen langs waterkant (grienden)<br />

Algemeen oevers en water<br />

15. ecologisch beheren<br />

16. deponeren dood hout<br />

Maatregelen - <strong>Natuurplan</strong> 41


Beheerd groen<br />

Agrarisch<br />

17. goed onderhoud voor paden en bruggen<br />

18. behouden/versterken historische landschapsstructuren<br />

19. schoon water dmv waterplanten en andere maatregelen conform<br />

Waterplan<br />

Algemeen beheerd groen<br />

20. aanleg natuurvriendelijke oevers waar mogelijk<br />

21. vruchtdragende beplanting<br />

22. lintbeplanting van dichte heesters met een enkele boom<br />

23. goed onderhoud voor paden en bruggen<br />

24. gevarieerd aanbod van beplanting nastreven<br />

Agrarisch<br />

25. optimaliseren ecologische verbinding onder A9<br />

26. aanleg paddenpoelen<br />

27. oude dijk en polder beter zichtbaar maken (historische<br />

landschapstructuur)<br />

28. opheffen barrière<br />

Algemeen agrarisch<br />

29. goede verdeling functie/natuur en daarover afspraken maken met<br />

belanghebbenden<br />

30. strook weidegebied behouden achter de lintbebouwing langs de<br />

vaart<br />

31. fauna uittreedplaatsen aanpassen zodat deze ook voor amfibieën<br />

geschikt zijn<br />

42 <strong>Natuurplan</strong> - Maatregelen


Bewoners<br />

Maatregelen en klanksessie<br />

In de klanksessie met bewoners en andere betrokkenen op 10<br />

april 2012, zijn deze maatregelen door de betrokkenen verdeeld<br />

over heel <strong>Zuidoost</strong>.<br />

Bijgaande kaart is daar het resultaat van.<br />

Ook werden er aanvullende opmerkingen gemaakt die zijn<br />

weergegeven.<br />

32. strook kruiden langs het water om en om laten staan.<br />

Algemeen bewoners<br />

33. bewoners bewust maken van het belang van de natuur en wat ze<br />

zelf kunnen doen<br />

34. organisatie van natuurwandelingen, informatieavonden, workshops<br />

stimuleren<br />

35. website met tips voor bewoners<br />

36. beschikbaar stellen van nestkasten<br />

Opmerkingen van bewoners bij maatregelenkaart<br />

1. Groen tussen nieuwbouw oogt saai, alleen gras.<br />

Bewoners klagen over honden uitlaatplaats vlak achter<br />

de tuin. Gras vervangen door struiken!<br />

2. Verbreding van de weg aan de grens met Diemen, tgv<br />

een busbaan geschied op grondgebied <strong>Zuidoost</strong>. Dit<br />

schept kansen voor de ecologie<br />

3. Natuur Bijlmerweide beschermen tegen busbaan.<br />

Corridor of iets dergelijks aanleggen<br />

4. In Bijlmerweide een schutting om vogels te bekijken<br />

5. Niet nr. 30<br />

6. Agrarisch beheer lijkt me moeilijk inpasbaar<br />

7. Geen evenementen in Gaasperpark; alleen ‘gepaste<br />

evenementen’.<br />

8. Kaderrichtlijn water maatregel; bypass benoemen en<br />

ook de extra natuurwaarden die hieruit voort komen<br />

benoemen.<br />

Maatregelen - <strong>Natuurplan</strong> 43


Realisatie<br />

5<br />

Inventarisatie - <strong>Natuurplan</strong> 45


Van plan naar realisatie<br />

In het voorgaande hoofdstuk zijn de maatregelen per biotoop<br />

benoemd. Deze maatregelen zullen de natuurwaarde in zuidoost<br />

verhogen. Om deze verschillende maatregelen te kunnen<br />

realiseren worden ze hieronder samengevat in de 6 opgaven<br />

van het natuurplan. De opgaven kunnen via 3 sporen worden<br />

gerealiseerd. Dit wordt uitgewerkt onder strategie. Tenslotte<br />

worden de mogelijkheden tot financiering belicht.<br />

De 6 opgaven natuurplan<br />

Leesbaar maken landschap en ontwikkeling biotopen.<br />

Met dit natuurplan wordt het <strong>concept</strong> leesbaar landschap<br />

geïntroduceerd met een nieuwe biotopenindeling. De<br />

landschapsopbouw houdt rekening met de aanwezige<br />

cultuurhistorische landschappelijke elementen en de ecologische<br />

verbinding de Natuurboog. De nieuwe biotopenindeling geeft richting<br />

aan de verdere ontwikkeling van de natuur in <strong>Zuidoost</strong>.<br />

Ontwikkelen biotoop water en oevers door aanleg natuurvriendelijke<br />

oevers.<br />

Het belangrijkste deel van de natuur in <strong>Zuidoost</strong> is benoemd tot de<br />

biotoop oevers en water. De nadruk ligt hierbij op de ontwikkeling<br />

van natuurvriendelijke oevers, riet en open water. Water en<br />

natuurvriendelijk oevers zullen worden gerealiseerd in het Diemerbos,<br />

Bijlmerweide en aan de Gaasperplas.<br />

Opheffen knelpunten en barrières, natuurgebieden met elkaar<br />

verbinden.<br />

De knelpunten die in de Natuurboog liggen hebben prioriteit. Zoals<br />

bij de biotoop oevers en water ook genoemd, betreft dit de oversteek<br />

van de provinciale weg op diverse plaatsen en een oversteek van de<br />

Abcouderstraatweg. Een knelpunt binnen de natuurboog die ook<br />

aandacht vraagt is de oostoever van de Gaasperplas. Verschillende<br />

functies en belangen vragen een plek in de smalle strook.<br />

Leefgebieden en broedgelegenheden voor doelsoorten verbeteren,<br />

verstevigen.<br />

De specifieke doelsoorten stellen ieder hun eigen eisen ten aanzien<br />

van hun leefgebied. Door specifieke ingrepen te doen per doelsoort<br />

kan het leefgebied of de broedgelegenheid worden verbeterd en<br />

verstevigd.<br />

Ecologisch beheren.<br />

<strong>Stadsdeel</strong> <strong>Zuidoost</strong> voert het beheer zo duurzaam mogelijk<br />

46 <strong>Natuurplan</strong> - Realisatie


uit. Een aspect van duurzaam beheer is het stimuleren van de<br />

natuurontwikkeling binnen het stadsdeel. De natuurzoom in de rand<br />

van <strong>Zuidoost</strong> draagt bij aan de aantrekkelijkheid van het gebied<br />

en is van grote ecologische waarde. Dergelijke gebieden moeten<br />

ecologisch beheerd worden om hun waarde voor het stadsdeel, haar<br />

bewoners en bezoekers te behouden. Daarom zet het stadsdeel in op<br />

ecologisch beheer van de natuurgebieden in en rondom het stadsdeel<br />

(zie kaartje).<br />

Natuureducatie faciliteren.<br />

<strong>Stadsdeel</strong> <strong>Zuidoost</strong> laat kinderen kennis maken met de natuur en leert<br />

ze respectvol om te gaan met het milieu door een uitgebreid aanbod<br />

van natuur- en milieueducatie. De programma’s en lespakketten<br />

hiervoor worden gecoördineerd vanuit de schooltuinen. Ook andere<br />

organisaties in het stadsdeel, zoals natuurverenigingen bieden<br />

educatieve activiteiten voor kinderen aan over natuur en milieu. Het<br />

natuurplan beperkt zich daarom tot maatregelen die educatieve<br />

maatregelen in fysieke zin ondersteunen.<br />

Strategie natuurplan<br />

De strategie om de opgaven van het natuurplan te realiseren bestaat<br />

uit drie sporen; randvoorwaarden planvorming, concrete projecten en<br />

beheer.<br />

Randvoorwaarden planvorming<br />

Door in planvorming rekening te houden met de nieuwe<br />

biotopenindeling en de daarbij geformuleerde maatregelen, kunnen<br />

de opgaven van het natuurplan meeliften in niet natuurgerelateerde<br />

projecten. Bij toekomstige planvorming, herinrichting en groot<br />

onderhoud dient rekening gehouden te worden met de onderstaande<br />

voorwaarden:<br />

• Bij planvorming dient in een natuurparagraaf te worden<br />

opgenomen hoe is omgegaan met maatregelen van de<br />

betreffende biotoop en de daarin voorkomende doelsoorten<br />

• Voor alle nieuwbouw moet er voor elke woning een<br />

nestgelegenheid voor vogels (huismussen) gerealiseerd<br />

worden. Bij de ontwikkeling van grotere gebouwen of<br />

gebouwen met een andere functie dient een nestgelegenheid<br />

voor vleermuizen gerealiseerd te worden.<br />

Door bewust te zijn van nestgelegenheden bij de ontwikkeling<br />

van nieuwe woningen en gebouwen, kan op een eenvoudige<br />

manier en tegen geringe kosten (50 a 75 euro per woning)<br />

duizenden extra nestplaatsen worden gecreëerd.<br />

Realisatie - <strong>Natuurplan</strong> 47


Projecten<br />

Een belangrijke stap in het realiseren van de opgaven van het<br />

natuurplan is het realiseren van en aantal concrete projecten. Het<br />

natuurplan initieert geen nieuwe projecten. Alle genoemde projecten<br />

zijn bestaande projecten of zijn al benoemd in het programma Groen<br />

& Blauw. Het gaat om de volgende projecten:<br />

Kaderrichtlijn water<br />

In verband met de kaderrichtlijn water is besloten de stroomrichting<br />

van de hemelwaterafvoer in Gaasperdam om te draaien. Dit heeft<br />

tot doel dat er geen belast water meer de Gaasperplas instroomt<br />

en dat daarmee de kwaliteit van het water op termijn zal voldoen<br />

aan de nieuwe Europese norm. Voor de realisatie hiervan is het van<br />

belang dat het belaste water rechtstreeks de maalkom bij het gemaal<br />

kan bereiken. Hiertoe wordt een extra watergang gegraven vanaf de<br />

noordoostpunt van Gein III via de oostkant van de Gaasperplas naar<br />

de maalkom in het noordoosten van de plas.<br />

<br />

Vanuit de kaderrichtlijn zullen ook natuurvriendelijke oevers rondom<br />

de Gaasperplas worden gerealiseerd.<br />

Diemerbos<br />

De afgelopen vier jaar is gewerkt aan fase 1 van de uitbreiding en<br />

kwaliteitsverbetering van het Diemerbos. Het werk voor fase 1 is in<br />

het voorjaar van 2012 afgerond.<br />

De maatregelen van fase 2 betreffen ook het grondgebied van<br />

<strong>Zuidoost</strong> en zorgen ervoor dat de mogelijkheden voor recreatief<br />

gebruik van het Diemerbos voor inwoners van het omliggende<br />

stedelijk gebied verbeteren. De maatregelen dragen bij aan een<br />

betere bereikbaarheid en beleefbaarheid van het bos. Ook de<br />

bekendheid van het bos neemt toe en de ecologische waarden<br />

worden versterkt. Een deel van de maatregelen staat al lange tijd<br />

als wens op de kaart. Door de ingrijpende aanpassingen van de<br />

rijksinfrastructuur is nu de kans ontstaan om deze maatregelen te<br />

laten meeliften en/of gefinancierd te krijgen, zodat uitvoering in de<br />

komende jaren mogelijk wordt.<br />

Natuurzoom<br />

Het project Natuurzoom bewaakt een integrale benadering door het<br />

combineren van meerdere deelprojecten en verschillende belangen<br />

van meerdere partijen in één project. Al deze projecten liggen in de<br />

rand van <strong>Zuidoost</strong>.<br />

Belangrijke doelen van het project zijn:<br />

• Plaats bieden aan de waterbergingsopgave van RWS als<br />

compenserende maatregel voor het verbreden van de<br />

Gaasperdammerweg.<br />

• Vergroten van de natuurwaarden in het projectgebied.<br />

• Tot stand brengen van een volwaardige ecologische verbinding<br />

tussen IJmeer en de Ronde Hoep.<br />

Natuurvriendelijke oevers<br />

Binnen het project natuurlijke oevers valt de realisering van alle<br />

natuurvriendelijke oevers die niet kunnen worden meegenomen in<br />

lopende en toekomstige andere projecten. Het zal hier met name<br />

gaan om oevers in de biotoop bebouwing.<br />

48 <strong>Natuurplan</strong> - Realisatie


Beheer<br />

<strong>Zuidoost</strong> kent binnen de beheerorganisatie een aparte en<br />

enthousiaste ecologieploeg. Een dergelijke ploeg is noodzakelijk<br />

om kennis over ecologisch beheer te ontwikkelen en te behouden,<br />

zodat beheeringrepen rekening houden met natuurlijke processen<br />

en de gedragscode. Natuurlijke processen vormen bij ecologisch<br />

beheer een belangrijk uitgangspunt. Het beheer dient met de<br />

natuurlijke processen rekening te houden en deze te stimuleren. De<br />

natuurwaarden zullen hierdoor worden verhoogd en de biotopen<br />

bereiken d.m.v. beheer het wensbeeld.<br />

Belangrijke stappen hierin zijn:<br />

• in plaats van te klepelen in natuurgebieden weer te gaan<br />

maaien en afvoeren. Hierdoor zal de voedselrijkdom afnemen<br />

en de biodiversiteit weer toenemen,<br />

• beheer afstemmen op de biotopen en de behoeften van<br />

doelsoorten,<br />

o vaker inheemse en vruchtdragende beplanting<br />

aanplanten, passend binnen de betreffende biotoop,<br />

o het beheer in de parken meer richten op recreatie,<br />

o met het beheer in de parken lintbeplanting bevorderen,<br />

• ecologisch beheer vastleggen in beheerplannen,<br />

• participeren in het beheer met verenigingen, werkgroepen en<br />

boeren,<br />

• in het beheer rekening houden met de wensen van educatie.<br />

Financiering natuurplan<br />

Om het natuurplan tot een succes te maken is er financiering nodig<br />

voor de inrichting en het ecologisch beheer. Hieronder is aangegeven<br />

hoe de financiering van beide geregeld kan worden.<br />

Inrichting<br />

De maatregelen die om een fysieke inrichting vragen worden in<br />

planvorming d.m.v. van randvoorwaarden gerealiseerd of via de<br />

projecten zoals hierboven omschreven. Wanneer een maatregel<br />

wordt meegenomen in planvorming rusten de kosten daarvan op de<br />

Grex of het betreffende project. Voor de beschreven projecten zijn<br />

verschillende budgetdragers. <strong>Zuidoost</strong> is verantwoordelijk voor het<br />

budget van het project natuurzoom en het project natuurvriendelijke<br />

oevers. Binnen beide projecten zijn mogelijkheden in combinatie met<br />

subsidies.<br />

Een belangrijke financieringsbron is het project SAA (tracé Schiphol,<br />

Amsterdam, Almere) van Rijkswaterstaat (RWS). <strong>Zuidoost</strong> kent de<br />

volgende deelprojecten van RWS: Overkluizing Gaasperdammerweg,<br />

Waterberging Bijlmerweide, Bijpass Gaasperplas, natuurcompensatie<br />

Diemerbos en de boscompensatie in de vorm van bomen op het<br />

dek. Door investeringen van RWS in te zetten als cofinanciering<br />

van subsidies ontstaan mogelijkheden om nog niet gefinancierde<br />

maatregelen voor het natuurplan te realiseren.<br />

Ecologisch Beheer<br />

De kosten van ecologisch beheer zijn iets hoger dan van extensief<br />

beheer. Om de opgaven van het natuurplan te realiseren en de<br />

natuurwaarden in <strong>Zuidoost</strong> te verhogen is het noodzakelijk om<br />

deze kosten te dragen. Door de benodigde beheerkosten voor het<br />

ecologisch beheer te oormerken binnen het groenbeheerbudget<br />

wordt het ecologische beheer garandeert. Aanpassingen in het<br />

beheerbudget die ten koste gaan van de ecologie vergen dan een<br />

raadsbesluit.<br />

Realisatie - <strong>Natuurplan</strong> 49


Colofon<br />

Het natuurplan is opgesteld door stadsdeel <strong>Zuidoost</strong>, gemeente<br />

Amsterdam.<br />

Hans Straver, projectmanager<br />

Olga Appelman, opsteller<br />

Hans Kapiteijn, Willem Wegewijs, beheer<br />

Auke Brouwer, ecoloog dRO<br />

Opmaak;<br />

Kaartbeeld, tenzij anders vermeld:<br />

Olga Appelman<br />

Beeldmateriaal, internet<br />

(Door het veelvuldig zoeken naar informatie op internet is het<br />

helaas niet gelukt om de bronnen van veel van het beeld te achterhalen.<br />

Indien u van mening bent beeldrecht te hebben op in<br />

dit <strong>Natuurplan</strong> gebruikt materiaal, verzoeken wij u zich te richten<br />

tot onderstaande afdeling.)<br />

Informatie:<br />

<strong>Stadsdeel</strong> <strong>Zuidoost</strong>, directie Realisatie<br />

afdeling Ruimtelijke Planvorming<br />

Anton de Komplein 150<br />

Amsterdam <strong>Zuidoost</strong><br />

020 - 14020<br />

Inventarisatie - <strong>Natuurplan</strong> 51


Bijlage<br />

B<br />

Inventarisatie - <strong>Natuurplan</strong> 53


Geraadpleegde literatuur<br />

Bakker, T. & Goorden, A. (Staatsbosbeheer), Klepelen en opzuigen<br />

succesvol bij dijbeheer, 2008<br />

DRO Amsterdam, Amsterdamse biodiversiteit, Amsterdam, 2009<br />

DRO Amsterdam, De toestand van de natuur, Amsterdam, 2002<br />

DRO Amsterdam, Ecologische paragraaf <strong>Zuidoost</strong>, Amsterdam, 2011<br />

DRO Amsterdam, Flora- en faunawet en ruimtelijke planvorming,<br />

Amsterdam, 2004<br />

DRO Amsterdam, Gedragscode Flora- en faunawet, Amsterdam, 2009<br />

DRO Amsterdam, Holenbroeders, Amsterdam, 2004<br />

DRO Amsterdam, Natuurbeleidsplan Diemen, Amsterdam, 2009<br />

Groengebied Amstelland, DRO Amsterdam, Visie Groengebied<br />

Amstelland, Recreatie Noord-Holland NV, 2009<br />

Provincie Noord-Holland, Structuurvisie Noord-Holland 2040, 2009<br />

Provincie Noord-Holland, Groengebied Amstelland, De Natuurboog<br />

Provincie Noord-Holland, Ontwerp Natuurbeheerplan Noord-Holland<br />

2013, Provincie Noord-Holland, Haarlem, 2012<br />

Rijk en provincies, Spelregels EHS, 2006<br />

Teunissen, A. Natuur en Recreatie in ecologische verbindingszones,<br />

Utrecht, 2006<br />

Voorma, M & Martine, A. (Arcadis), Licht in de tunnel!, 2011<br />

Vossen, J. van, Verhagen, D., (Nelen & Schuurmans) Stowa handreiking<br />

natuurvriendelijke oevers, Eindhoven: Van de Garde, 2009<br />

Waterschap Hollandse Delta, Handboek Oevers en Waterberging,<br />

2007<br />

Prudon, B. & Creemers, R.C.M., Veilig naar de overkant, Stichting<br />

RAVON, 2004<br />

Geraadpleegde websites<br />

Flora- en fauna wetgeving<br />

www.flora-fauna.amsterdam.nl<br />

Waterkwaliteit<br />

http://www.agv.nl/plannen/waterkwaliteit<br />

Bodemkwaliteitskaart<br />

http://www.gisdro.nl/BODEMKWALITEIT/<br />

Ophogingskaart en bodeminformatie<br />

http://www.dmb.amsterdam.nl/wat_doet_dmb/advies_en_beleid/<br />

bodemadvies/bodeminformatie<br />

Compendium voor de leefomgeving<br />

http://www.compendiumvoordeleefomgeving.nl/onderwerpen/nl0004-<br />

Ecosystemen.html?i=4<br />

Moerassen voors en tegens<br />

http://www.compendiumvoordeleefomgeving.nl/indicatoren/nl1147-<br />

Beschrijving-van-moerassen.html?i=4-31<br />

Ravon; Reptielen amfibieën vissen onderzoek Nederland<br />

http://www.google.nl/imgres?imgurl=http://www.ravon.nl/Portals/0/<br />

Levende%2520atlas/ringslang%2520habitat.jpg&imgrefurl=http://www.<br />

ravon.nl/Default.aspx%3Ftabid%3D549&usg=__lWTgSR_dewKuX3CZjFy1q<br />

XAOQ4s=&h=450&w=300&sz=101&hl=en&start=1&um=1&itbs=1&tbnid=<br />

b0RbLOBjx4ASiM:&tbnh=127&tbnw=85&prev=/images%3Fq%3Dhabitat<br />

%2Bringslang%26um%3D1%26hl%3Den%26tbs%3Disch:1<br />

Habitat ringslang DRO<br />

http://www.google.nl/imgres?imgurl=http://www.dro.amsterdam.<br />

nl/contents/pages/123907/ringslang.jpg&imgrefurl=http://www.dro.<br />

amsterdam.nl/over_dro/dro_werkt_aan/groen_recreatie/flora_en_<br />

fauna/fauna/reptielen/ringslang&usg=__OmdN1ivx9fjjwndZC9i9MyEy5T<br />

A=&h=274&w=450&sz=36&hl=en&start=2&um=1&itbs=1&tbnid=B7BTMW<br />

Kiuv6N3M:&tbnh=77&tbnw=127&prev=/images%3Fq%3Dhabitat%2Bring<br />

slang%26um%3D1%26hl%3Den%26tbs%3Disch:1<br />

Hoogtes<br />

http://www.ahn.nl/viewer<br />

54 <strong>Natuurplan</strong> - Bijlage


Viewer structuurvisie-kaarten<br />

http://geo.noord-holland.nl/structuurvisie/start_structuurvisie.html<br />

Viewer verordenings-kaarten<br />

http://geo.noord-holland.nl/Verordening/start_verordening.html<br />

<br />

http://www.dro.amsterdam.nl/over_dro/dro_werkt_aan/groen_<br />

recreatie/biodiversiteit<br />

plasberm definitie<br />

http://www.natuurlexicon.be/Plasberm.htm<br />

Structuurvisie Noord Holland<br />

http://gis.noord-holland.nl/structuurvisie2040/<br />

Alles over groen in Amsterdam voor de burger<br />

http://www.groeninamsterdam.nl/<br />

http://www.waterwerkmagazine.nl/nummer1/content9.htm<br />

http://www.waterwereld.nu/berm.php<br />

http://www.dro.amsterdam.nl/over_dro/dro_werkt_aan/groen_recreatie/flora_<br />

en_fauna/doelsoortenlijst/<br />

Lijnvormige beplanting<br />

http://www.ikl-limburg.nl/dossier-kleine-landschapselementen/<br />

ecologische-betekenis-van-lijnvormige-beplantingen.html<br />

Licht in de tunnel; Artikel van ARCADIS<br />

http://www.mjpo.nl/actueel/?page=laatste_<br />

nieuws&type=detail&id=183<br />

Fauna tunnels, boombruggen en ecoduikers<br />

http://www.mjpo.nl/faunapassages/?page=faunatunnels<br />

Bittervoorn<br />

http://www.ravon.nl/Soorten/Vissen/Bittervoorn/tabid/172/Default.aspx<br />

Laatvlieger<br />

http://www.google.nl/imgres?imgurl=http://www.<br />

meldpuntvleermuizenenmarters.nl/upload/images/<br />

library/Image/soorten/Laatvlieger.gif&imgrefurl=http://<br />

www.meldpuntvleermuizenenmarters.nl/index.<br />

php%3Fpage%3DLaatvlieger&usg=__dC7YkQLAOa9pPKw3HunwJmhJU<br />

ak=&h=256&w=875&sz=66&hl=nl&start=20&zoom=1&itbs=1&tbnid=Umk<br />

wmw-LJuVKnM:&tbnh=43&tbnw=146&prev=/search%3Fq%3Dlaatvliege<br />

r%26hl%3Dnl%26biw%3D1580%26bih%3D1048%26tbm%3Disch&ei=amg2T<br />

pbAJcSCOrfx8N8L<br />

Bijlage - <strong>Natuurplan</strong> 55

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!