Waar zijn de bitterballen? - Pauw en Witteman

pauwenwitteman.vara.nl

Waar zijn de bitterballen? - Pauw en Witteman

Waar zijn de bitterballen? 11-02-2009 13:51 Pagina 15

1

Vestiging

Huisje-boompje-beestje

In Nederland wordt niets snel aan het toeval overgelaten. Zelfs

wonen is een kwestie van goede en verstandige planning. In

kleine stappen klim je steeds hoger op een ladder alsof je een

mooie carrière plant. En zo is het ook: Nederlanders spreken

zelfs van een wooncarrière. Een huis is niet voor de eeuwigheid,

maar hoort bij de individuele fase van je leven. Je begint met een

starterswoning, groeit door na je eigen etage om dan eindelijk

bij je droomhuis te belanden: het vrijstaand huis aan het water.

Of, als dat er niet in zit, ten minste een ideale plek voor huisjeboompje-beestje

– dat is in het kort de Nederlandse droom van

geluk. Tenminste voor diegenen die naar een burgerlijk bestaan

streven. De wilde jaren zijn voorbij, nu willen ze zich nestelen

en een gezin stichten. Een eigen huis, een eigen tuin en een

beestje, iets om voor te zorgen, dus dat kan evengoed een kindje

zijn.

Er zijn rond de 7 miljoen woningen in Nederland. Dat zou

genoeg moeten zijn voor de 16,4 miljoen inwoners, zou je denken.

Toch is het niet gemakkelijk om ook het juiste plekje voor

huisje, boompje en beestje te vinden. En zeker niet voor iedereen

komt de gekoesterde droom uit van het eigen huis aan het

water en dan ook nog dicht bij het werk.

De ruimte in het meest dichtbevolkte land van Europa is be-

15


Waar zijn de bitterballen? 11-02-2009 13:51 Pagina 16

perkt. En zelfs in dit waterrijke land is woonruimte aan het water

schaars en vaak duur. Het wordt gebruikt voor landbouw,

verkeer of recreatie en vaak mag ook aan de rivieren, plassen,

kanalen of in de duinen niet langer onbeperkt worden gebouwd.

Men heeft in de afgelopen jaren zelfs grond die eeuwen

geleden aan het water onttrokken werd, aan het water teruggegeven,

een veiligheidsmaatregel tegen het stijgende grondwater

en de stijgende zeespiegel als gevolg van de klimaatverandering.

Ook de wens om dicht bij het werk te wonen is niet makkelijk

te vervullen. Juist de ruimte in het economische hart, de Randstad,

is beperkt.

Al decennia is woonruimte een van de grote problemen in

Nederland. Er worden niet genoeg nieuwe en vooral betaalbare

huizen gebouwd en een groot deel van de huurhuizen is in het

bezit van corporaties en woningbouwverenigingen en die mogen

niet zomaar op de vrije markt worden aangeboden. Niet alleen

rond de vier grote steden blijkt het lastig. Ook in geliefde

vakantiebestemmingen op de Waddeneilanden of in Friese

stadjes bijvoorbeeld is het voor jonge mensen haast onmogelijk

een eerste huis te vinden. Doordat veel buitenlanders, maar ook

Nederlanders, daar een tweede huis hebben gekocht, zijn de

prijzen zodanig gestegen dat de plaatselijke bevolking het zich

niet meer kan veroorloven.

Kopen

De beslissing of je in Nederland een huis wilt kopen of toch liever

wilt huren, hangt van veel factoren af: waar je wilt wonen, of

het een paleisje of toch een nieuwbouwappartement wordt en

natuurlijk hoeveel geld je te besteden hebt. In veel gevallen

16


Waar zijn de bitterballen? 11-02-2009 13:51 Pagina 17

wordt de beslissing mede door de woningmarkt bepaald. Meer

dan de helft van de Nederlandse huizen, 55,8 procent, is koopwoning.

De meeste huurwoningen zijn in handen van woningbouwcorporaties,

die afhankelijk van het type woning en de

regio lange wachtlijsten hanteren. Een huis kopen kan dus een

serieus alternatief zijn, zelfs voor degenen zonder eigen vermogen.

De reden is een vrij unieke regeling: de hypotheekrenteaftrek.

Al sinds 1901 zijn de kosten voor het aanschaffen van een

huis, onderhoud en reparatie onder bepaalde voorwaarden van

de inkomstenbelasting aftrekbaar. Door deze regeling zou het

ook voor mensen met een lager inkomen mogelijk worden hun

droom van een eigen huis uit te laten komen. Door deze hypotheekrenteaftrek

kunnen de maandlasten even hoog zijn of

zelfs lager dan de huur voor een vergelijkbaar huis, tenminste

op de vrije markt. Je hoeft ook je spaarcenten niet te gebruiken,

een eigen huis kan zelfs volledig door een hypotheek gefinancierd

worden. En omdat men door het afbetalen van de lening

elke maand eigen vermogen opbouwt is kopen voor velen erg

verleidelijk.

Ongeveer 3,3 miljoen Nederlanders maken gebruik van deze

regelingen. Maar wat voor de gemiddelde burger een voordeel

blijkt te zijn, brengt de financiële experts en zeker de minister

van Financiën hoofdpijn. De Nederlandse huizenbezitters hebben

namelijk inmiddels een gezamenlijke hypotheekschuld van

rond de 540 miljard euro opgebouwd. De onbeperkte renteaftrek

stimuleert lenen, maar bevordert niet het aflossen van de

schuld. Steeds vaker kiezen Nederlanders voor een aflossingsvrije

hypotheek, zodat de schuldenlast niet minder wordt. Als

de rente zou stijgen en de waarde van de huizen zou dalen, zouden

er dus vele kwetsbaren ontstaan, zo wordt gevreesd.

17


Waar zijn de bitterballen? 11-02-2009 13:51 Pagina 18

De hypotheekrenteaftrek is voor veel Nederlanders de enige

mogelijkheid om huiseigenaar te worden. Geen wonder dat elke

discussie over het inperken of zelfs afschaffen van deze regeling

tot grote onrust leidt. Het h-woord is een politiek taboe,

een partij die het ter discussie durft te stellen, loopt grote risico’s.

Kiezers denken dan snel dat die partij hun de weg naar hun

eigen droomhuisje wil blokkeren.

Politici branden zich de vingers liever niet en dus blijft de regeling

voorlopig bestaan en kunnen ook diegenen profiteren

die zich nieuw in Nederland willen vestigen. Als je langer in Nederland

verblijft en hier ook belasting betaalt, dan kan het kopen

van een huis een lonende investering zijn. Als de waarde

van een huis gemiddeld 3 procent per jaar stijgt, dan zijn in

principe na ongeveer drie jaar de extra kosten bij de koop terugverdiend

en begint de opbouw van het eigen vermogen.

Hypotheek

Hypotheken zijn een geliefd onderwerp van gesprek bij verjaardagen

of naast de koffieautomaat op het werk. Ze zijn er in alle

vormen en maten, en men kan er zelfs een op maat laten ontwerpen

die precies bij de persoonlijke situatie aansluit. De drie

meest voorkomende types zijn:

de traditionele spaarhypotheek: waarbij elke

maand een bedrag voor de aflossing gespaard wordt,

meestal in de vorm van een levensverzekering, die dan

aan het einde van de looptijd in één keer uitbetaald

wordt.

18


Waar zijn de bitterballen? 11-02-2009 13:51 Pagina 19

de aflossingsvrije hypotheek: daarbij blijft de

schuld hetzelfde. Door inkomensstijgingen worden de

maandlasten wel relatief lager. Deze hypotheekvorm is

erg geliefd bij veel Nederlanders. Tenslotte stijgt de

waarde van hun huis in de loop der jaren, en dus ook het

eigen vermogen. Vaak zijn er hybride vormen, waarbij

alleen een deel aflossingsvrij is.

beleggingshypotheek: hierbij wordt het deel dat voor

de aflossing bestemd is niet in een rentevaste verzekering

gestopt, maar op de beurs belegd. De kredietnemer zou

dus van de winsten van de beurs profiteren, maar kan dus

ook veel verliezen. Vanwege dit risico is deze

hypotheekvorm de laatste tijd erg omstreden.

Ook de hoogte van de hypotheekrente is in beperkte mate flexibel.

Banken hanteren verschillende percentages, afhankelijk

van de duur van de rentevaste periode. Wie geen of weinig risico’s

wil nemen, legt de rente voor langere tijd, bijvoorbeeld tien

jaar, vast.

Welke hypotheek je kiest hangt dus sterk af van je persoonlijkheid.

Ben je een avontuurlijk type, dat risico’s niet schuwt, of

toch iemand die geen schulden wil en zo snel mogelijk het huis

zijn eigen bezit wil noemen? Gelukkig hoeft men in de hypotheekjungle

zijn weg niet alleen te vinden, er staat een leger van

adviseurs, bureaus, makelaars en banken klaar om bij de zoektocht

naar de juiste lening te helpen, en daaraan natuurlijk ook

een centje te verdienen.

Hypotheekshops zijn in de afgelopen jaren als paddenstoelen

uit de grond geschoten. Je vindt ze juist in die wijken waar

veel huizen verkocht worden op elke hoek. In advertenties op

19


Waar zijn de bitterballen? 11-02-2009 13:51 Pagina 20

radio en tv overschreeuwen de banken en adviseurs elkaar voor

de goedkoopste lening met de laagste rente en het beste advies.

Ze geven zo de indruk dat het eigenlijk helemaal niets kost.

Toch is niet elke adviseur ook meteen een echte expert, en of ze

heel altruïstisch het belang van de klant boven de eigen provisie

stellen, is zeer de vraag. Zeker als je bedenkt dat de hypotheekbanken

vaak de provisie betalen. In de afgelopen jaren waren er

veel klachten en soms zelfs rechtszaken omdat klanten niet

goed en volledig over de kleine lettertjes in contracten waren

geïnformeerd.

Kosten koper

Wie alleen de gevraagde koopprijs bij de financiering betrekt,

maakt een grote vergissing. Door de gunstige fiscale regeling

rekenen velen zich rijk, zonder aan de bijkomende kosten te

denken, die soms zelfs hoger kunnen zijn dan de maandelijkse

rente voor het krediet.

Kosten koper: de koper moet rekening houden met ten minste

10 procent kosten boven op de koopprijs, meestal in advertenties

met kk (kosten koper) aangeduid. Dat zijn de kosten van

de eigen en de verkopende makelaar, voor bijvoorbeeld de notaris

en belastingen bij de overdracht.

De woz: begin van elk jaar valt bij alle bezitters van een koopwoning

een gevreesde brief op de deurmat. De nieuwe taxatie

van de woz-waarde, de Waardering Onroerende Zaken, van

hun woning. De Nederlandse overheid laat elk jaar alle woningen

en gebouwen taxeren, een mammoetoperatie die ruim 185

miljoen euro kost. Toch gebeurt het niet zonder reden. Op ba-

20


Waar zijn de bitterballen? 11-02-2009 13:51 Pagina 21

sis van de woz-waarde worden lokale belastingen als afvalstoffenheffing,

onroerendezaakbelasting en het eigenwoningforfait

bepaald. Dus als de woz-waarde stijgt, is dat geen reden

om te juichen.

Eigenwoningforfait: elk jaar stelt de betreffende gemeente vast

wat het huis op de huurmarkt zou opbrengen, het zogenoemde

eigenwoningforfait. Een wettelijk vastgelegd percentage van

deze waarde wordt als inkomen bijgeteld. Het fiscale voordeel

van de renteaftrek wordt dus iets geringer. Dit bedrag is weer

mede bepalend voor hoeveel men uiteindelijk van de belasting

kan aftrekken.

Erfpacht: in veel gevallen – zeker in de steden – is de grond van

het huis niet te koop, maar blijft het eigendom van de gemeente,

die er erfpacht voor vraagt. Die kan, afhankelijk van contract

en gemeente, ook verhoogd worden. Je hoeft overigens niet

bang te zijn dat de gemeente na afloop van het contract de

grond onder je voeten komt opeisen. In de meeste gevallen

wordt de grond voor onbeperkte tijd verpacht. Sommige gemeenten

bieden de mogelijkheid deze kosten voor een bepaalde

periode af te kopen. In advertenties wordt dat graag als pluspunt

aangegeven, tenslotte hoeft de nieuwe eigenaar zich voor

minstens twintig of dertig jaar niet meer te bekommeren om

deze bijkomende kosten.

Servicekosten: verder moeten er servicekosten voor het nieuwe

huis betaald worden. Daar horen kosten voor instandhouding

of reparaties van dak of gevel bij, maar ook verzekeringen, een

lift, het loon van een huismeester, als die er is, elektriciteit en

water voor gemeenschappelijke ruimtes. In advertenties wor-

21


Waar zijn de bitterballen? 11-02-2009 13:51 Pagina 22

den deze ook vaak de vve-bijdrage genoemd, de bijdrage voor

de Vereniging van Eigenaren.

VVE

De vve is een raar verschijnsel. Eigenaren van appartementen

of huizen hebben zich vaak gegroepeerd, om gezamenlijk het

pand of zelfs een heel blok te beheren en de kosten voor onderhoud

te delen. Eén keer per jaar zitten ze ergens in een buurthuis,

de achterkamer van een café of vaak ook in de woonkamer

van een van de mede-eigenaren bij elkaar om onder het genot

van een kopje koffie de lopende zaken te bespreken.

Omdat gewone burgers in de meeste gevallen niet over de expertise

of het netwerk beschikken om hun onroerend goed zelf

te beheren, worden professionele beheerders aangesteld. Er

zijn tal van zulke vve-beheerders, grote en kleine bedrijven, en

er zijn evenzoveel klachten over deze dienstverleners: hun gebrek

aan communicatie, de slechte boekhouding, het niet doorgeven

van verzoeken om reparaties, hun gebrek aan controle op

de werkzaamheden. Soms gebeurt er helemaal niets, behalve

dat de kosten regelmatig afgeboekt worden. Geen wonder dat

namen van goede beheerders en vve-kantoren bijna net zoveel

waard zijn als serieuze beleggingstips.

De vergaderingen van de vve vergen veel geduld en diplomatie,

maar zijn een goede les in Nederlandse onderhandelingstactiek.

Natuurlijk botsen de belangen af en toe: de een wil

het trappenhuis laten schilderen, de ander is voor geld sparen

voor groot onderhoud van het dak. Toch is het niet gebruikelijk

zomaar heel duidelijk voor het eigen belang uit te komen. Tenslotte

gaat het om gemeenschapsgeld, en een zekere zuinigheid

en bereidheid tot compromis worden wel verwacht. Bovendien

22


Waar zijn de bitterballen? 11-02-2009 13:51 Pagina 23

zit je te onderhandelen met je buren, met wie je het hele jaar

door samen moet leven. Ook daarom worden grote confrontaties

liever gemeden. Liever wil men, zoals gebruikelijk bij Nederlanders,

consensus bereiken.

In mijn geval raakte het geduld soms wel eens op wat betreft

de compromissen. Terwijl bij ons pand al bijna de ramen uit de

muur vielen, omdat er al tien jaar niet geschilderd was, bleven

de andere eigenaren volhouden dat het best nog een jaartje

meekon. Het was tenslotte veel geld. Het duurde drie jaar voordat

er eindelijk consensus was. De kozijnen zouden worden geschilderd.

Inmiddels had een van onze buren zijn appartement

verkocht en de nieuwe eigenaar vond de grote schilderklus eigenlijk

toch overbodig. Het zag er toch nog goed uit, of niet?

Tot mijn grote verbazing was er snel een nieuwe consensus bereikt

en werd het met zo veel moeite tot stand gekomen besluit

uitgesteld.

De makelaar

Vanwege kosten, mogelijke verborgen gebreken en alle administratieve

rompslomp is het wel zo verstandig een makelaar in

te schakelen. Volgens de Amsterdamse krant Het Parool zijn er

twee soorten makelaars. De serieuze, ietwat oudere heer, die

nog persoonlijk de kwaliteit van de houten kozijnen met zijn

zakmes test en voor onvoorziene risico’s waarschuwt. En er is

het type vlotte jongen, strak in het pak en met een snelle auto die

eigenlijk zo snel mogelijk zijn geld wil verdienen.

Standaardtarieven voor makelaars bestaan niet. Over het algemeen

rekent de makelaar zowel voor de koop- als verkoopopdracht

tussen de 1 en 2 procent van de koopprijs, de courtage.

Tot 5 procent mogen ze in rekening brengen. Het is wel aanbe-

23


Waar zijn de bitterballen? 11-02-2009 13:51 Pagina 24

volen de kosten en de gevraagde diensten precies van tevoren

vast te leggen, bijvoorbeeld door na te gaan of er nog advertentiekosten

bij komen. Maar je kunt het ook helemaal zelf doen en

veel geld besparen, het inschakelen van een makelaar is niet

verplicht. Om het aanbod van beschikbare huizen te doorzoeken

is een makelaar ook niet nodig. De internetsite www.funda.nl

biedt inmiddels het grootste aanbod van koophuizen in

Nederland en is voor veel Nederlanders het eerste adres om een

overzicht te krijgen van wat de markt te bieden heeft.

Het plaatsen van foto’s op deze digitale woningmarkt heeft

in ieder geval het duidelijke voordeel dat men de vaak erg verheerlijkende

taal van de makelaars enigszins aan de realiteit

kan toetsen.

Is de keuken inderdaad echt zo riant als beloofd of betekent

het alleen dat er nog een kampeertafeltje in past? Een ‘charmante

woonkeuken’ betekent vaak dat er een keukenblok in de

voormalige eetkamer is geplaatst. Een ‘nette keuken’ is veelal

erg simpel, goed genoeg om een eitje in te bakken. Als een jarendertighuis

in originele staat wordt aangeprezen, dan moet je

opletten. Dan weet je al dat er tachtig jaar niets aan gebeurd is.

Een ‘perfect huis voor klussers’ is een ruïne. Staat je beoogde

onderkomen in een ‘gezellige, levendige buurt’, dan kun je je

erop verheugen tot diep in de nacht van dronken cafégangers te

genieten.

Driehoog

Bij de bepaling van de prijs van een huis geldt als eerste regel:

locatie, locatie, locatie. In de grote steden heet dat: een goede

buurt vlak bij de binnenstad, snelwegen en openbaar vervoer,

die tegelijkertijd groen en rustig is. Maar ook voor gebieden

24


Waar zijn de bitterballen? 11-02-2009 13:51 Pagina 25

buiten de stad is de bereikbaarheid van groot belang. Hoe lang

duurt het voordat men op de snelweg is, blijft een belangrijke

vraag in dit land, waar veel mensen niet dicht bij hun werk wonen,

en waar de wegen juist in de spitsuren vol zitten.

Een vrijstaand huis willen Nederlanders het liefst, gevolgd

door een twee-onder-een-kap. Als dat er niet is, dan moet het

appartement ten minste een eigen opgang hebben. Nederlanders

houden van privacy in eigen huis en zijn blij als die al bij de

voordeur begint. Daarachter liggen dan de beruchte steile en

smalle trappen met zo smalle treden dat zelfs kinderen hun

voeten er schuin op moeten zetten. ‘Hoe moet er ooit een kinderwagen

naar boven,’ vroeg een Amerikaanse zich af, ‘is het

niet gevaarlijk voor de kleintjes?’ En toch koos zij voor het charmante

oude huis met de hoge plafonds. Na een tijdje was ze al

helemaal ingeburgerd: ‘Ach, zo’n trap went wel.’

Nederlanders zijn er meester in om elke centimeter van het

zo smalle trappenhuis te benutten. Zo worden fietsen die te

duur of te mooi zijn om op straat in de regen en in de buurt van

rondstruinende fietsendieven neer te zetten, met een katrol aan

het plafond getakeld. En natuurlijk zijn er handige lichte kinderwagens

die compleet in elkaar te klappen zijn.

Een benedenhuis zonder de vervelende klim blijft een luxe en

deze woningen zijn meestal beduidend duurder. Hun voordeel

ligt echter niet in het ontbreken van de trap, maar in het feit dat

benedenhuizen meestal beschikken over een eigen tuin. Al is

die nog zo klein en donker, het is in de steden een grote luxe.

Een eigen plekje groen midden in de stad met een schuurtje –

dan voelt een Nederlander zich snel koning ter stad.

Een eigen tuintje of een balkon hoort er voor velen bij. Wie de

pech heeft op driehoog zonder balkonnetje te zitten, neemt

vaak zijn stoeltje en kopje koffie mee naar beneden om lekker in

25


Waar zijn de bitterballen? 11-02-2009 13:51 Pagina 26

het zonnetje op de stoep te zitten. In de afgelopen tien jaar werd

de stoep steeds meer in gebruik genomen en tot ontmoetingsplek

verbouwd, vaak met subsidies van de overheid. Zo kunnen

bewoners van benedenhuizen geveltuintjes laten aanleggen op

kosten van de gemeente. Op zonnige dagen ontstaat er zo soms

een bijna mediterrane sfeer – buren zitten bij elkaar op een

bankje of kampeerstoeltjes, koffie of wijntje erbij, een pierenbadje

voor de kinderen en dan maar genieten van het zonnetje.

Steeds meer bewoners van bovenhuizen leggen op het platte

dak een terras aan. In de meeste gevallen blijft het bij een kleine

zitplaats naast de schoorsteen, maar het is toch een ‘buiten’. Inmiddels

hebben de gemeenten ook de strenge regels voor een

bouwvergunning versoepeld. Zo is het nu makkelijker een dakkapel

te bouwen, een serre of dakterras aan te leggen of de

schuur tot woonruimte te verbouwen, als het tenminste aan de

achterkant van het huis gebeurt.

Maar zonder vergunning gaat niets; zo soepel als sommigen

denken zijn de Nederlandse autoriteiten zeker niet. Wie gepakt

wordt, moet dat duur betalen en alles in originele staat terugbrengen.

Bij veranderingen aan de voorkant van huizen zijn de gemeentes

zonder uitzondering onverbiddelijk. Met name het gezicht

van de historische binnensteden is vaak als monument beschermd,

en elke verandering moet door welstandscommissies

worden goedgekeurd. Een Duitse journalist die de deuren van

een oud grachtenpand in Amsterdam opnieuw had laten schilderen

werd – toen net alles klaar was – door de welstandscommissie

op de vingers getikt. De grachtengordel hoort bij de wettelijk

beschermde monumenten en deuren en kozijnen mogen

alleen in een bepaald soort groen geschilderd worden. De door

hem gekozen verf week af van het enige geoorloofde grachten-

26


Waar zijn de bitterballen? 11-02-2009 13:51 Pagina 27

groen. Het was een dure les: hij moest alles laten overschilderen.

Wie iets aan de buitenkant van zijn huis wil veranderen,

loopt soms vast in een kafkaëske tocht langs allerlei instanties

om de nodige vergunningen te verkrijgen. Het is dan ook niet

verbazingwekkend dat het hebben van zo’n bouwvergunning

voor dakkapel of terras in advertenties als bijzonder pluspunt

wordt genoemd.

Ook voor nieuwbouw gelden vaste regels en is er weinig ruimte

om eigen ideeën in werkelijkheid om te zetten. Je mag niet zomaar

volgens eigen plan bouwen. Een nieuw huis bouwen is

meer een soort keuze uit de catalogus van verschillende projectontwikkelaars.

De persoonlijke smaak is ondergeschikt aan de

iedereen opgelegde voorstelling van ambtenaren en ontwikkelaars.

Nederland houdt van een geordend en eenvormig geheel,

wijken en buurten moeten er liefst netjes uitzien.

Burgers zijn het daar niet altijd mee eens en inmiddels is er

dan ook af en toe ruimte om een huis naar eigen smaak te laten

bouwen. In nieuwbouwwijken, zoals in Almere bijvoorbeeld,

zijn stukjes van gebieden voor het ‘wilde wonen’ gereserveerd,

waarbij mensen met een architect – wel volgens tal van regels en

bebouwingsplannen – toch eigen wensen kunnen realiseren.

Gek genoeg is het resultaat niet erg wild: de gemiddelde smaak

blijkt vooral een gedegen, gemoedelijk huis in de stijl van de jaren

dertig te zijn. Rode baksteen, grote, witgeschilderde ramen,

twee verdiepingen.

Huren

Door de gunstige fiscale regelingen is het kopen van een huis

bijna een vanzelfsprekendheid. ‘Huren, dat kan natuurlijk ook,’

27


Waar zijn de bitterballen? 11-02-2009 13:51 Pagina 28

luidde in het begin van deze eeuw een reclameslogan van de woningcorporaties

om juist het huren te stimuleren. Huren had

een slecht imago: wie koopt is slim, wie huurt is dom. Voor velen

met een te laag of te onregelmatig inkomen om een hypotheek

te verkrijgen, zit er echter niets anders op. Maar ook voor

diegene die de rompslomp en de extra kosten bij de koop

schuwt, en voor diegene die flexibel wil blijven is huren een optie.

De markt is echter klein. Veruit de meeste huurhuizen, rond

80 procent, zijn in bezit van corporaties en woningbouwverenigingen.

Deze verenigingen, die zonder winstoogmerk betaalbare

woningen bouwen, beheren en verhuren, zijn ontstaan in

de negentiende eeuw om vooral voor arbeidersgezinnen goedkope

woonruimte te creëren en speculatie tegen te werken. Burgers

konden toen lid worden van zo’n corporatie, betaalden bijdragen

waarmee dan weer huizen gebouwd werden.

Dit model van de aan leden gekoppelde corporaties is allang

opgeheven. Woningbouwverenigingen zijn inmiddels zelfstandige

ondernemingen. Nog wel met een publieke taak, ze blijven

verhuurders van sociale woningen, waarvoor de overheid de huren

vastlegt en ook de condities bepaalt om de woningen te verkrijgen.

Het blijft de taak van de overheid om deze woningen

betaalbaar te houden.

Hoeveel huur voor een huis betaald moet worden, wordt

middels het zogenoemde puntenstelsel bepaald. Elk huis krijgt

punten voor bijvoorbeeld de oppervlakte, de kwaliteit van de

verwarming, de inrichting van de badkamer of de aanwezigheid

van een tuin. Als het slecht onderhouden is of men heeft last van

geluidsoverlast in de buurt, dan worden er punten afgetrokken.

Vraagt een huisbaas meer huur dan hij volgens het puntenstelsel

mag, dan heeft de huurder de mogelijkheid om de huur te

28


Waar zijn de bitterballen? 11-02-2009 13:51 Pagina 29

verlagen. Meestal gebeurt dat door naar de plaatselijke huurcommissie

te stappen.

Het puntenstelsel geldt alleen voor de goedkopere huurhuizen.

De overheid legt elk jaar hiervoor de grens vast. Tegenwoordig

ligt die bij 631,73 euro per maand.

De overheid legt ook vast hoeveel elk jaar de huur verhoogd

mag worden; meestal is deze verhoging gebaseerd op de inflatie.

Een verhuurder in de vrije sector hoeft zich hiervan niets aan

te trekken; toch is in de meeste contracten wel vastgelegd met

welk maximumbedrag de huur verhoogd mag worden.

De vraag is dus hoe mensen nu aan zo’n goedkoop huis komen.

Dat is geen kwestie van geld of goede connecties, maar

vergt geduld, veel geduld.

Voor deze woningen bestaan vaak lange wachtlijsten. Hoe

langer men op zo’n lijst staat, hoe groter de kans op een prachtig

en goedkoop huis. Voorrang hebben wel ouderen, gehandicapten

of grote gezinnen. Vaak schrijven jongeren zich al vanaf

hun achttiende in. Toch is dat zeker geen garantie om ook snel

aan een mooi huis in een ook nog eens prachtige buurt te komen.

In de meest gewilde buurten en voor benedenhuizen met

een tuin zijn vaak wachtlijsten van meer dan tien jaar. En dat

geldt zeker niet alleen voor de Randstad. Een Nederlands gezin

dat na een jarenlang verblijf in het buitenland terugkeerde, kon

in Limburg geen voor hen betaalbaar huis vinden. Ze moesten

eerst twee maanden op een camping wonen, daarna in verschillende

tijdelijke onderkomens, voordat ze eindelijk na twee jaar

boven aan de lijst stonden en een groot genoeg huis met tuin

kregen aangeboden.

Het grote probleem op de huurmarkt is de doorstroming.

Begrijpelijk: wie eindelijk in een goedkoop huis zit, zal dat niet

zo snel weer verlaten. Een mogelijkheid is dus meer van de cor-

29


Waar zijn de bitterballen? 11-02-2009 13:51 Pagina 30

poratiewoningen vrij te geven en de markt zijn werk te laten

doen. Toch kunnen politici die dat proberen veelal op felle protesten

rekenen.

De stad Rotterdam kampt met een ander groot probleem, en

wil juist mensen met een hoger inkomen in de volkswijken lokken.

80 procent van de woningen is hier te huur, dat is voor Nederland

erg veel. In de havenmetropool wonen veel mensen met

lage inkomens en elke tweede burger is een migrant. Deze wonen

vaak in achterstandwijken. De gemeente Rotterdam streeft

naar een betere spreiding in deze wijken, ook om verloedering

tegen te gaan en de sociale cohesie te bevorderen. Hogere inkomens,

zo is de gedachte, zorgen voor meer stabiliteit. Om de

spreiding te bevorderen worden hele wijken gesloopt of opgeknapt,

en dure, luxe koopwoningen in plaats van goedkope sociale

huurwoningen neergezet.

Sinds eind jaren negentig ondergaat de havenmetropool een

voor Nederland bijna atypische metamorfose. In het gebied van

de oude haven verrijst de ene na de andere spectaculaire wolkenkrabber,

ontworpen door de beroemdste architecten ter wereld.

‘Manhattan aan de Maas’ noemen Rotterdammers hun

stad trots en inderdaad, de huizen die hier ontstaan hebben met

de anders zo typische bouwwijze van Nederland niet veel meer

te maken.

Van boot tot paleis

Voor veel buitenlanders is het schattige, ietwat scheve grachtenhuis

het symbool voor een huis in Holland. Smal, met een

karakteristieke trapgevel, in rood baksteen met witte, sobere

versiering, een patroon van witte gevelstenen of een tegeltje met

een symbool dat het beroep van de vroegere eigenaar aangeeft.

30


Waar zijn de bitterballen? 11-02-2009 13:51 Pagina 31

Deze huizen zorgen voor een eenheid in het straatbeeld, ze stralen

ordentelijke burgerlijkheid uit, wat juist de oude steden zo’n

enorme aantrekkingskracht op buitenlanders geeft. ‘What they

can do with bricks, it’s amazing,’ verbaasde zich een Amerikaanse

in Den Haag, die het zich tot sport maakte ’s avonds

door de stille straten te wandelen om de façaden van de huizen

te bekijken en om, geeft ze toe, soms ook stiekem door de ramen

te kijken. Hoewel, zo stiekem hoeft dat niet. Voor de grote

ramen hangen namelijk vaak geen gordijnen.

Zo’n huis uit de zeventiende eeuw aan het water blijft toch

een uitzondering. De meeste mensen in Nederland wonen daar

niet. Hoewel Nederlandse huizen er in verschillende soorten en

maten zijn, hebben ze toch wel iets gemeen: er is geen overbodige

luxe, geen marmer, geen zuiltjes of torentjes. Het calvinistische

principe van ingetogen welvaart is tot op de dag van vandaag

ook bij de huizenbouw terug te vinden.

Vinex

Woningnood is er altijd geweest in Nederland. De beperkte

ruimte moest tenslotte slim ingedeeld worden. Om de steden

werden ringen gebouwd met nieuwe wijken, eerst rond 1900,

dan weer dertig jaar later. Na de Tweede Wereldoorlog ontstonden

snel nieuwe wijken, maar de steden konden zich niet eeuwig

uitbreiden. Toch werden verhoudingsgewijs weinig wijken

met hoge flats aangelegd. Nederlanders willen namelijk liefst

in een eigen huisje wonen en niet een hoog anoniem gebouw

met honderden delen.

Door toenemende welvaart en grotere mobiliteit vertrokken

vanaf de jaren zestig steeds meer bewoners van het platteland

naar de steden. Vanuit de steden was echter het omgekeerde te

31


Waar zijn de bitterballen? 11-02-2009 13:51 Pagina 32

zien: mensen die beter verdienden verhuisden naar de randen

van de stad op zoek naar groen en meer ruimte. De regering wilde

in de behoefte naar meer woonruimte nabij de steden voorzien

en ontwikkelde sinds 1993 plannen om de bevolkingsgroei

in de stedelijke gebieden te concentreren en de natuurlijke gebieden

te beschermen. Na de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening

Extra, afgekort Vinex, ontstonden aan de rand van de steden

massaal nieuwbouwwijken, in de volksmond Vinex-wijken

genoemd.

De Vinex-wijken zouden de zogenoemde scheefgroei op de

woningmarkt tegen moeten gaan. Het plan was het tekort aan

goedkope woningen op te lossen door rijkere mensen uit de

steden naar duurdere huizen in de Vinex-wijken te lokken.

Maximaal 30 procent van de huizen in deze wijken mocht sociale

woningen zijn. Het lukte niet altijd dit doel te bereiken. Vaak

hadden – en hebben – juist deze Vinex-locaties het negatieve

imago van een op de tekentafel ontworpen stad, die niet natuurlijk

en langzaam is gegroeid. De huizen zijn vaak eenvormig en

de gezelligheid van kleine winkels en cafés ontbreekt er. Zoetermeer

bij Den Haag is zo’n gebied, met eindeloze rijen gelijkvormige

huizen, tuintje voor en tuintje achter, zelfs de schuurtjes

zijn exact hetzelfde. Het centrum lijkt meer op een kruispunt

van snelwegen met links en rechts hoge kantoorgebouwen. Het

enige wat je hier ’s avonds en in het weekeinde wilt doen, is zo

snel mogelijk uit deze troosteloze betonwoestijn vertrekken.

Nog steeds zie je Vinex-wijken verrijzen vlak bij de snelwegen,

achter metershoge geluidsschermen. Rijen huizen in kale

straten, in dezelfde strakke stijl gebouwd, gepland door een of

andere projectontwikkelaar die hier de droom van het gemiddelde

Nederlandse gezin van huisje-boompje-beestje tot realiteit

denkt te maken. Naast deze wijken zijn er nog de bedrijven-

32


Waar zijn de bitterballen? 11-02-2009 13:51 Pagina 33

terreinen. Gezichtsloze kantoorgebouwen, gigantische opslaghallen

en winkelcentra. Vanaf de snelwegen is dat het gezicht

van Nederland: Vinex-wijken en bedrijventerreinen.

Een andere mogelijkheid om woonruimte te creëren was eeuwenlang

het polderen: land aan het water onttrekken. Eind jaren

zeventig verrees Almere uit het water in de Flevopolder, de jongste

polder van Nederland, ontstaan uit een deel van de voormalige

Zuiderzee. Inmiddels is Almere de zevende gemeente van het

land; rond de 200.000 mensen, die vooral in Utrecht of Amsterdam

werken, wonen hier. De nieuwe stad werd het symbool van

het Nederlandse geloof in de planbaarheid van een stad waarin

de gemiddelde burger ook zou willen wonen. De beste en bekendste

architecten werden aangetrokken om bijzondere huizen

te bouwen, in verschillende vormen en maten. De stad werd zo

gepland, dat ze vooral voor gezinnen met kinderen leefbaar zou

zijn: het verkeer wordt in banen geleid, voorrang voor de fietser

en het openbaar vervoer staat hoog in het vaandel. Er is een echt

stadshart, ontworpen door niemand anders dan Nederlands beroemdste

architect Rem Koolhaas, met winkels, cafés, theater,

bioscoop en water. De stad van de toekomst moet in de komende

tien jaar de vijfde grote stad van Nederland worden en is inmiddels

een soort mekka voor architectuurliefhebbers en stedenbouwkundigen

uit de hele wereld. Toch blijft Almere een kunstmatige

stad, er is niets ouder dan dertig jaar. ‘Almere is het failliet

van de goede bedoeling, Almere is het failliet van de maakbaarheid,’

schrijft de Belgische schrijver Geert van Istendael. Maar

eerlijk is eerlijk, de burgers zelf, die voelen zich er thuis.

33


Waar zijn de bitterballen? 11-02-2009 13:51 Pagina 34

Doorzon

Ook al is een huis aan de buitenkant in een modern jasje gestoken,

vanbinnen lijken Nederlandse huizen nog erg op de voorbeelden

uit de gouden eeuw. Smal en met grote ramen. De reden

voor het bouwen van smalle huizen was trouwens meer een

kwestie van geld- dan van ruimtegebrek. De hoogte van de belastingen

werd vroeger aan het aantal ramen naar de straatkant

gemeten. Een zuinige koopman bouwde dus smal en heel diep.

Het klassieke Nederlands huis betreedt men door een smalle

gang om vervolgens de aan elkaar liggende woon- en eetkamer

te betreden, de zogenoemde en-suite- of doorzonkamer – de

zon kan er van voor naar achteren door schijnen. Aan de voorkant

bevindt zich nog een zijkamer en achterin, gescheiden

door een bescheiden smal keukentje, de slaapkamer. Tal van de

typische Vinex-huizen zijn naar dit doorzonprincipe gebouwd,

dan wel zonder zij- en achterkamer, maar vanuit een halletje

gaat achter de voordeur meteen de smalle trap naar boven. Boven

zijn er nog twee of drie slaapkamers, een klein bad en dan

de zolder. De zolder is eigenlijk om rommel in op te bergen,

maar vaak wordt die ook als extra slaapkamer benut. In de oude

gebouwen hoort vaak bij elke woning zo’n zolderkamer, die inmiddels

graag aan studenten wordt verhuurd.

Het is zo’n typisch Nederlands huis dat het woord doorzon

inmiddels al het synoniem voor het gemiddelde Nederlandse

gezin is. Sinds 1981 tekent Gerrit de Jager in het stripverhaal De

Familie Doorzon een hoeksteen van de samenleving, en laat hij vader,

moeder en de drie kinderen alle soorten typische avonturen

in een Vinex-wijk beleven.

Buitenlanders, nog maar net van de steile klim naar boven

bekomen, krijgen vaak hun tweede schrik in de piepkleine wc’s

34


Waar zijn de bitterballen? 11-02-2009 13:51 Pagina 35

met in de hoek een minuscuul wasbakje, waarvan je niet wist

dat ze überhaupt gemaakt werden. Omdraaien is in dit hokje

vaak al een hele kunst. En dan de keuken, een pijpenla, die ten

minste één ding laat zien: koken speelt niet echt een prominente

rol in het Nederlandse gezinsleven.

Langzaam komt er wel verandering in. Tenminste, als men

de explosief stijgende verkoopcijfers voor dure keukens met

granieten aanrechtblad en allerlei technische snufjes moet geloven.

Veel Nederlanders hebben inmiddels ook de oude keuken

in de vroegere eetkamer geplaatst; een open keuken vinden

ze gezelliger. De verandering komt dus niet voort uit het feit dat

men opeens massaal de liefde voor het koken heeft ontdekt.

‘Nederlanders hebben de duurste keukens,’ zegt culinair journaliste

Alma Huiskens, ‘maar ze koken nooit.’ Ze zijn zelfs

kampioenen in het eten van afhaalmaaltijden, wel vier keer per

week komt de snelle hap op tafel.

Woonboot

Niemand zou raar opkijken als je in spontane verliefdheid vervalt

bij de aanblik van een woonboot op de Amsterdamse Amstel.

Zacht schommelt zo’n oude ark op het water, op het dek

zijn stoelen neergezet, een fiets en bloemen, uit het raam kijkt

men op eendjes, plezierboten en verder over het water naar de

toren van de stad. Vanaf de wal leidt een smal plankje naar de

voordeur.

Het zijn vaak oude binnenvaartschepen, of een ponton met

een bungalow erop. Soms liggen ze in twee rijen in het water,

een klein bootje daarnaast dat dienstdoet als tuin. ‘Ooit waren

woonbootbewoners creatieve lui, onconventioneel en onaangepast,’

zegt de waterarchitect en stedenbouwkundige Jort den

35


Waar zijn de bitterballen? 11-02-2009 13:51 Pagina 36

Hollander. ‘Ze konden als ze wilden met hun boot varen, en dan

ergens anders aanmeren. Het ultieme gevoel van vrijheid.’ Inmiddels

is het chic om op zo’n boot te wonen. Sommige woonarken

zijn zelfs bijna luxe villa’s, inclusief kabel-tv en een glimmende

woonkeuken. In de oude stuurhut is een computerkamer

ingericht, en varen kunnen velen ook niet meer op eigen kracht.

Ze moeten gesleept worden.

Woonbootbezitters hebben stukje voor stukje ook de oevers

in beslag genomen, om hun fietsen neer te zetten of om als

privétuin met een hekje eromheen te gebruiken. ‘Aan de Amsterdamse

grachten heerst zoiets als war on water,’ zegt Den

Hollander, die de gemeente adviseert bij het omgaan met water

als woon- en leefruimte. De gemeente wil de oever juist op de

gewildste locaties van de stad terug veroveren, het gezicht van

de historische grachten van wildgroei en rommel bevrijden en

geeft daarom steeds minder vergunningen voor ligplaatsen af.

Hierdoor is wonen op het water een luxe geworden. Ligplaatsen

worden net zo duur verkocht als de kapitale vaste bouwgrond,

en er heersen strenge regels omtrent welke boten nog in de oude

grachten of aan de Amstel mogen liggen.

Als je een mooie boot hebt gevonden, heeft dat geen enkel

nut, tenzij je er ook een ligplaats voor hebt. En dan is er nog een

probleem: de financiering. Voor banken gelden woonboten namelijk

als roerend goed, waarvoor niet zo gemakkelijk een hypotheek

verkrijgbaar is. Het hangt er dus van af hoe vast zo’n

schip in de grond is verankerd. Hoe vaster het ligt, hoe makkelijker

en hoger een hypotheek verstrekt wordt. Voor de gemeentes

maakt dat bij het vaststellen van liggeld of andere heffingen

trouwens niet uit. Ze beschouwen water als vaste grond, die ze

dus ook aan de woonbooteigenaar in erfpacht afgeven.

Toch zijn er andere mogelijkheden om de droom van wonen

36


Waar zijn de bitterballen? 11-02-2009 13:51 Pagina 37

op het water uit te laten komen. Er zijn tal van architecten in Nederland

die huizen op het water bouwen, bijvoorbeeld op een

vast in de grond verankerde betonnen bak, die dan ook niet regelmatig

– zoals een boot – voor onderhoud naar een werf gesleept

hoeft te worden.

Zulke huizen zijn erg gewild, omdat ze de luxe van een huis

met de vrijheid van het leven op een boot lijken te combineren.

En natuurlijk het uitzicht, de vrije blik vanuit het terras of de

woonkamer en de eendjes die zomaar de kamer binnen kijken.

Er zijn echter ook veel maren, vertelt de architecte Marlies Rohmer,

die zulke woningen voor de nieuwe wijk IJburg bij Amsterdam

ontwierp. ‘Veel mensen zijn zich niet bewust van het feit

dat ze dan niet hun auto voor de voordeur kunnen parkeren, of

dat oma met haar rolstoel heel moeilijk over het smalle pad kan.

En dan de regels,’ zucht ze, ‘die zijn nog niet aangepast. Vluchtwegen

bij brand bijvoorbeeld zijn lastig te plannen als zo’n huis

aan drie kanten met water omgeven is.’

Toch wordt wonen op het water inmiddels wel als serieus alternatief

voor de woningnood gezien. Nederland moet tenslotte

zijn water creatiever gebruiken, zeker in tijden van de klimaatverandering.

Zo’n waterwoning heeft het voordeel dat het

met het water meebeweegt. Stijgt het water, dan stijgt het huis

ook. Niemand hoeft trouwens bang te zijn bij zware storm op

open zee te worden gedreven. De huizen schommelen weliswaar

heen en weer, maar zitten toch bijna letterlijk muurvast in

de grond. Bij de inrichting van zo’n drijvend huis moet men er

wel rekening mee houden dat het om een woonboot gaat. ‘Dus

niet alle boekenkasten aan één kant,’ adviseert de architecte,

‘dan hangt het huis scheef.’

37


Waar zijn de bitterballen? 11-02-2009 13:51 Pagina 38

Kraken en antikraak

Wie zijn net gekochte huis niet meteen verbouwt doet er goed aan

ook vanbuiten duidelijk te maken dat dat binnenkort wel gaat gebeuren.

Een man die een dijkhuis boven Amsterdam kocht, en in

zijn eigen tijd in de weekeinden wilde klussen, kwam opeens de

voordeur niet meer in. Hij moest aanbellen, waarna de deur geopend

werd door een groep hem volstrekt onbekende mensen:

krakers. Ze hadden bezit van zijn huisje genomen, en hadden het

recht ook nog aan hun kant. Meer dan een jaar lang stond dit huis

namelijk leeg en er waren geen tekenen dat er verbouwd zou gaan

worden.

Nederland is een van de weinige landen die het kraken wettelijk

gedogen. Het is wel verboden, maar overtredingen worden

geaccepteerd als er door de krakers bepaalde regels in acht zijn

genomen. Het lijkt bizar, maar dat is het principe van het beroemde

Nederlands gedoogbeleid, waar het kraken als klassieker

bij hoort. Weliswaar is het eigendom beschermd, maar als

eigenaar heb je ook plichten. Als je die niet nakomt, het pand

leeg laat staan, dan mag het gekraakt worden en moet je er zelf

voor zorgen het eigendom via een gerechtelijke procedure terug

te krijgen. De krakers lichten zelfs de politie in, om aan te tonen

dat deze bezettingsactie inderdaad volgens de regels gebeurd

is.

De eerste kraakacties in de Nederlandse geschiedenis waren

nog vrij ludiek en ongeorganiseerd. Het waren individuele acties

ten tijde van de grote woningnood, toen de babyboomgeneratie

naar de grote steden stroomde en er geen woningen beschikbaar

waren, terwijl wel veel oude panden leeg stonden en

ermee gespeculeerd werd. Eind jaren zeventig stonden 54.000

mensen officieel als woningzoekend geregistreerd en ontstond

38


Waar zijn de bitterballen? 11-02-2009 13:51 Pagina 39

als gevolg van de protestbeweging van de jaren zestig een georganiseerde

kraakbeweging. Groepen van vaak links of zelfs anarchistisch

georiënteerde jongeren namen hele panden in bezit

en richtten daar alternatieve woongroepen, maar ook cafés,

winkeltjes en zelfs een radiostation in. Uit angst voor rellen

greep de gemeente niet in. In 1980 braken de gevreesde rellen

wel uit toen een gekraakt huis aan de Amsterdamse Vondelstraat

ontruimd werd. Voor het eerst na de Tweede Wereldoorlog

reden er weer pantservoertuigen door de hoofdstad. Als gevolg

kondigden de actievoerders demonstraties voor de dag van

de kroning van de nieuwe koningin Beatrix aan. Op 30 april

1980 ontstonden er hevige rellen in het centrum rond de Dam.

Rookbommen vlogen door de stad en een grote politiemacht

was ingezet om tienduizenden actievoerders achter de afzettingen

te houden. Op de wereldwijd uitgezonden televisiebeelden

van de huldigingsceremonie waren de rook en de politiemacht

te zien en was de leus van de krakers te horen: ‘Geen woning,

geen kroning’.

In de jaren tachtig was de stad wel in staat de protesten in te

dammen en ook het probleem van de nijpende woningnood

voor een deel op te lossen door een ambitieus bouwprogramma

op te stellen. Veel van de oude krakers kregen vaste en ordentelijke

huurcontracten en oude panden werden grondig gerenoveerd.

Door hun militante acties hadden de krakers echter ook

veel sympathie verspeeld, en kunnen ze ook nu nog op weinig

begrip rekenen. Gekraakte huizen worden nu sneller ontruimd,

zodat er geen bolwerken meer kunnen ontstaan.

In de afgelopen jaren zijn er steeds weer initiatieven gekomen

om het gedogen van het kraken helemaal af te schaffen,

maar niet alleen de krakers, ook de gemeentes zijn daar geen

voorstander van. Het gedogen bleek immers lang een beproefd

39


Waar zijn de bitterballen? 11-02-2009 13:51 Pagina 40

middel tegen woningspeculatie te zijn. Maar ook hun tolerantie

is niet onbegrensd.

Voor veel buitenlandse jongeren blijkt het kraken alleen maar

een manier te zijn om aan gratis woonruimte te komen. Er is zelfs

een officieel spreekuur van de kraakbeweging over regels en

voorwaarden omdat veel buitenlandse actievoerders zich er niet

aan houden en bij een ontruiming voor rellen zorgen. Ook daarmee

heeft de kraakbeweging veel goodwill verspeeld.

Krakers zijn de grote schrik van huizenbezitters, want het is

een moeizame weg om het eigendom terug te krijgen. Vaak zetten

ze daarom antikraakwachten in. Ook dat heeft te maken

met de regels omtrent het kraken: als een gebouw bewoond

blijkt te zijn, mag het niet bezet worden. Antikraakwachten zijn

vaak studenten, die flexibel zijn en goedkoop willen wonen.

Voor een klein bedrag kunnen ze in een gebouw wonen, maar

ze hebben wel veel minder rechten dan gewone huurders. Nadeel

is ook dat ze bereid moeten zijn binnen een paar dagen hun

spullen te pakken en te verhuizen. Ze hoeven dan echter niet op

straat te wonen, er zijn inmiddels antikraakbureaus die voor de

ervaren antikraakwachten meteen een nieuw adres hebben.

De werkster en de glazenwasser

Huispersoneel is in Nederland een absolute uitzondering. Zelfs

een werkster voor de wekelijkse schoonmaak wordt, vooral in

de provincie, als overbodige luxe gezien, want dat kun je tenslotte

zelf. In de steden en in gezinnen met twee werkende ouders

is het inhuren van hulp voor de schoonmaak tegenwoordig

wel gebruikelijk. Meestal zijn dat vrouwen uit Afrikaanse landen,

Turkije en in toenemende mate ook uit Oost-Europa en

Azië. Schoonmaakwerk is voor veel migranten en illegalen de

40


Waar zijn de bitterballen? 11-02-2009 13:51 Pagina 41

eerste en makkelijkst verkrijgbare baan. Want het is in de meeste

gevallen zwart werk.

Er is een ander soort hulp dat in Nederland onmisbaar is: de

glazenwasser. In de meeste oude panden vind je nog ramen die

je omhoog moet schuiven in plaats van dat ze vanbinnen naar

buiten te openen zijn. Om aan de buitenkant van een raam te

komen moeten eerst de kozijnen losgeschroefd en de binnenramen

eruit gehaald worden. Een hels karwei. En daarom zijn er

glazenwassers, te herkennen aan de lange smalle houten ladders,

die ze tegen de gevels plaatsen en daar vlug als apen omhoogklimmen

met spons, zeem en emmer en even vlug de ramen

schoonmaken.

Prachtig geregeld, maar alleen tot een bepaalde hoogte. In

ons kantoor op de vierde verdieping van een oud grachtenpand

kun je haast niet meer door de ramen kijken, omdat ze nooit

schoon worden gemaakt. Niet omdat de werkster haar werk

niet goed doet, of de medewerkers een vrij zicht op de Amsterdamse

gracht niet prachtig zouden vinden, maar omdat het vrijwel

onmogelijk is op deze hoogte het glas schoon te houden.

Sinds het jaar 2000 geldt namelijk een nieuwe Europese richtlijn,

die het werken op een ladder boven de 12 meter verbiedt. Nederland

kreeg wel als enige lidstaat een uitzondering, mocht langer

naar een alternatief zoeken. Dat is echter lastig. Juist in de

nauwe straatjes en met die hoge panden blijkt de ladder de enige

manier te zijn. Een elektrische hoogwerker die de glazenwasser

met motorkracht naar boven brengt zou uitkomst bieden. Maar

waar zou die moeten staan in de straten waar auto’s en voetgangers

amper ruimte hebben? ‘Elke keer dat ik een hoogwerker wil

inzetten,’ zo legde onze glazenwasser uit, ‘moet ik een vergunning

aanvragen om de hele straat af te zetten. Onmogelijk.’ Nu

poetst hij nog alleen tot de derde verdieping.

41


Waar zijn de bitterballen? 11-02-2009 13:51 Pagina 42

Maar ook al woon je op een lagere verdieping, dan nog moet je

soms lang wachten. Bij een vriendin kwam de oude glazenwasser

alleen nog als hij er zin in had, en dat werd blijkbaar steeds minder

vaak, want de afstanden tussen de wasbeurten werden steeds

groter. Bellen hielp niet, de huisbaas kon er ook niets aan doen.

Maar zomaar een ander bedrijf de opdracht geven was onmogelijk.

‘We hebben een afspraak,’ legde een andere glazenwasser

uit, ‘de stad is in zones ingedeeld, en je pikt niet zomaar een wijk

van een collega in.’ Als die oude glazenwasser ermee wil stoppen,

kan hij zijn wijk verkopen. Maar als je niet tevreden bent met het

schoonmaakwerk kun je niet zomaar iemand anders inhuren.

Met betrekking tot je huis erf je de glazenwasser.

Hoe vaak de mannen met hun emmers en zeem langskomen

hangt van de afspraak af. Als je helemaal geen prijs op hun diensten

stelt of het minder vaak wilt, moet je dat wel duidelijk aan

hen zeggen. Een contract hoeft niet getekend te worden, meestal

komt hij na gedaan werk langs om zijn loon te halen.

Huisdieren

Nederlanders hebben een bijzondere liefde voor huisdieren.

Rond de vijfhonderd stichtingen houden zich met het welzijn

van de beesten bezig, en dat aantal groeit. Kat, hond, cavia of

paard, het leed van een dier kan zelfs internationale aandacht

trekken. Toen in 2005 in het Friese Leeuwarden een mus werd

doodgeschoten omdat die de wereldrecordpoging dominosteentjes

omvergooien bedreigde, was de nationale verontwaardiging

groot. De bevolking en zelfs politici protesteerden,

condoleanceregisters werden geopend, het Openbaar Ministerie

begon een onderzoek en op het lichaam van het op zo onfortuinlijke

manier om het leven gekomen dier werd sectie ver-

42


Waar zijn de bitterballen? 11-02-2009 13:51 Pagina 43

richt. Ten slotte kreeg het opgezette vogeltje, dat inmiddels allang

de erenaam dominomus had verkregen, een laatste rustplaats

in het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam.

Zulke anekdotes zijn er in Nederland veel en het worden er

steeds meer. Nederlanders zijn er dol op kleine wezens voor de

alles verpletterende walsen van een grootmacht te redden. Zelfs

hele bouwprojecten ter waarde van miljarden euro’s worden

stilgelegd als het gevaar voor een klein beestje oplevert. Zo werd

de bouw van de hsl-lijn op last van de rechter stilgelegd toen

bekend werd dat juist daar waar de supersnelle treinen zouden

rijden het leefgebied van de korenwolf was.

Per jaar geven Nederlanders zo’n 43 miljoen euro uit aan dierenbescherming.

Er zijn ook tientallen opvanghuizen voor huisdieren.

Een crèche voor zeehonden, een asiel voor hamsters, een

hotel voor katten en honden. Zodra een dier in problemen is,

kan ook de dierenambulance gebeld worden. De groen-witte

wagens rijden dan voor – nog net niet met zwaailicht en sirene –

om het beest te verzorgen of onderdak te vinden.

Geen wonder dus dat voor de huisdieren niet alleen in de

privéwoningen maar ook in de publieke ruimte hetzelfde principe

als voor mensen geldt: je moet iedereen in zijn waarde laten.

Ze mogen hun als natuurlijk aangeziene behoeftes vol uitleven,

zelfs al betekent dit een ergernis voor de tweevoeters. Al

decennia lang is hondenpoep een van de grootste ergernissen

van de burgers, blijkt uit onderzoeken. Toch zie je hopen stinkende

uitwerpsels op stoepen, in parken en speeltuinen. Zelfs

het slenteren in elegante winkelstraten wordt tot een slalomloop,

en op wandelroutes door de meest lieflijke natuurgebieden

moet men zijn ogen niet op het mooie landschap maar op

de grond richten met een zakdoek dicht voor de neus.

Hondenpoep blijkt een onoplosbaar probleem te zijn. Ge-

43


Waar zijn de bitterballen? 11-02-2009 13:51 Pagina 44

meentes proberen van alles: automaten die poepzakjes gratis

afgeven, poepzuigers die als stofzuigers het vuil van de stoepen

zuigen en er zijn hondenuitlaatstroken. Soms lijkt het alsof een

heel leger aan ambtenaren zich hiermee bezighoudt.

Hondenbezitters ertoe bewegen hun geliefde viervoeter alleen

op aangewezen plekken hun behoefte te laten doen vraagt

tijd en geduld, en vaak is zelfs dat tevergeefs. En is er dan eindelijk

een gemeenteraad willens de hondenbelasting fors te verhogen,

dan zijn er zulke grote protesten te verwachten dat de

bestuurders toch maar weer de staart intrekken. Het is ook niet

aan te raden over dit onderwerp in discussie te gaan met hondenbezitters.

‘Hij heeft dezelfde rechten als uw kind,’ zeggen ze

als je er bijvoorbeeld op wijst dat hondenpoep in de zandbak

wel erg ongezond is.

Hoe kleiner het dier, hoe groter de belangstelling en empathie

van de Nederlanders. Voor het leed van de varkens en koeien, de

kippen in de legbatterijen en de veetransporten is er verhoudingsgewijs

veel minder aandacht. En acties van radicale dierenbeschermers

tegen dierproeven hoeven al helemaal niet op sympathie

te rekenen. In het ene geval gaat het om het handel drijven,

wetenschap of landbouw, en dus om veel geld voor de gemeenschap,

en in het andere om het privéleven van de burgers, en daar

wordt maar weinig inspraak getolereerd. Toch blijkt dit niet voor

iedereen te kloppen. Als eerste land ter wereld verkoos Nederland

een Dierenpartij in de Tweede Kamer, die zich het lot van de

dieren aantrekt die niet zo makkelijk geïndividualiseerd kunnen

worden. Sindsdien is dierenwelzijn een serieus onderwerp van de

politiek en dat gaat ver: in welk ander land is het denkbaar dat de

Tweede Kamer over een verbod op seks met dieren debatteert?

44


Waar zijn de bitterballen? 11-02-2009 13:51 Pagina 45

Energie

In principe is de energiemarkt volgens de Europese regel- en

wetgeving vrijgegeven, dat geldt tenminste voor de leveranciers.

Die zijn rechtstreekse concurrenten van elkaar. Het net

zelf, dus daar waar stroom of gas doorheen komt, blijft in handen

van de overheid. De leveranciers prijzen via telefoon of brief

de goedkoopste tarieven en beste service aan. Of dat ook klopt

leert de ervaring. Informatie bij de Consumentenbond of op internet

inwinnen is geen overbodige luxe. Is de ervaring goed,

dan kun je met je energieleverancier ook verhuizen, want het

contract is niet aan het adres gebonden.

Eenzelfde soort principe geldt ook voor de telefoonaanbieders.

Er is een ware vloed aan telecombedrijven die wel hetzelfde

net gebruiken maar verschillende tarieven hanteren. Dit leidt

niet altijd tot betere dienstverlening. Zo is het geen uitzondering

dat iemand vier weken op een internetaansluiting moet

wachten, en zelfs de koop van een mobiele telefoon kan tot een

nachtmerrie worden en veel te lang duren. Zeker voor buitenlanders

die in Nederland komen wonen en nog geen bankrekening

hebben of alleen een buitenlandse identiteitskaart. ‘Let’s

get connected first,’ zei een Amerikaan die met zijn gezin naar

Den Haag verhuisde vol goede moed. Hij ging naar de plaatselijke

telefoonwinkel, en kwam er met een hele lijst van benodigdheden

weer uit. ‘In totaal waren wij er vier keer en duurde

het drie weken voordat we een mobiele telefoon hadden.’

45

More magazines by this user
Similar magazines