22.06.2014 Views

Aug. nr 69 - Oud Bennekom

Aug. nr 69 - Oud Bennekom

Aug. nr 69 - Oud Bennekom

SHOW MORE
SHOW LESS

Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!

Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.

{r<br />

.'t,ll:


HEII{RICH WITTE (182e-1er7),<br />

HORTULANUS<br />

Een man die meehielp <strong>Bennekom</strong> op de toeristische kaart te zetten<br />

Hei<strong>nr</strong>ich Witte is thans in <strong>Bennekom</strong> vrijwel alleen nog bekencl van de Hei<strong>nr</strong>ich Ll/'itteweg.<br />

Door enkele publicaties uit eerdere jarenl weet men dctarnaost nog wel c{at hij hornlanus<br />

te Leiden wqs en een belangriike rol speelde in de toeristische 'ontdekhng'van <strong>Bennekom</strong><br />

zo rond de laatste eeuwwisseling.<br />

Door de vondst van enkele uitgebreide Lrantenberichten uii het eincle van de vorige en heí<br />

begin van deze eeuw in de collecties van het Centraal Bureau voor (]enealogie in Den<br />

Haag, die mij weer op het spoor brachten van andere publicaties en in/ormatiebronnen, rs<br />

het nu mogeljk een min of meer complete schets van het leven van deze interessante man<br />

[e geven.<br />

íl'itte had in <strong>Bennekom</strong> vrienden v)onen bij wie hii logeerde en na zrjn pensionering in<br />

1898 ging hij er wonen. Tot zijn dood in l9l7 zette hij vanuit <strong>Bennekom</strong> zijn - toen vooral<br />

pub li ci tai re - activi tei te n voort.<br />

Jeugd en gezin<br />

Heinnch Witte u'erd op l0 mei 1829 om<br />

half tien 's ochtends geboren te Rotterdam<br />

als zoon van Carsten Witte en Dievertle<br />

de Jong. Hij rverd genoemd nau zljn<br />

gtootvader Witte2<br />

Witte's vader, Carsten (1802-18S1), rverd<br />

in Fiefharrie3 (thans gemeente Negenharrie)<br />

in Holstein (D.) geboren. ln het begin<br />

van de jaren twintig kwam h4 naar Nederland.<br />

Hr1 was eerst rverkzaam in Haarlem.<br />

In 1824 ging hr3 naar Rotterdam,<br />

rvaar hr1 op I januari 1828 hortulanus<br />

rverd van de net opgerichte Horfus Botanicus,<br />

die gevestigd was aan de Boomgaardslaan.<br />

Deze hortus behoorde bi1 de<br />

Rotterdamse Klinische School die in datzelfde<br />

jaar tot stand kwamo,<br />

Een hortus. die de - r'aak lvereldw4d verzamelde<br />

- plantencollectie van (meestal)<br />

een academische opleidrng bevat. staat<br />

h.'r,.<br />

Hei<strong>nr</strong>ich Witte. (.ollectie <strong>Oud</strong>-<strong>Bennekom</strong>


#dà<br />

,'f,ff r'iu2l-"'Í>-*:,;;;Zà ii.y*à*:: il '/<br />

-)r"..r,*-4-...9c.,".1.<br />

'.' 'U.;.,-á".<br />

ínt.. -]2tÊ*, xrá'gt..?*.. 1 z4-V,<br />

l"t*al*$*ee* a 27*


Rotterdam en C. Witte is dan de eerste en<br />

laatste hortulanus geweest, daar hr.; die<br />

betrekking bljna 42 jarcn heeft volbracht.'<br />

De Rotterdamse hortulanus woonde op het<br />

hortusterrein en daar werd Hei<strong>nr</strong>ich dan<br />

ook geboren. Zijn vader was Luthers, z4n<br />

moeder Nederlands Hen'ormd. Voor de<br />

krnderen werd het zo geregeld, dat Hei<strong>nr</strong>ich<br />

Hen'ormd werd opgevoed en zrjn<br />

(dne) zusters Luthers,<br />

Als opleiding genoot hij niet meer dan Lagere<br />

School. Over wat hrl toen verder in<br />

het leven wilde berelken schr4ft zljn zoon<br />

Eduard Theodoor Witte na z4n overh;-<br />

den6:<br />

'Hoewel hr1 dus den ganschen dag als het<br />

ware in den tuin was, gevoelde hij zich<br />

aanvankehjk toch weinig tot het tuinbouwl'ak<br />

aangetrokken, veel meer neiging<br />

had hr1 voor de beoefening van de welsprekendheid<br />

en had het toeval niet anders<br />

gewrld, dan was hij zeker of tooneelspeler<br />

of domrne geworden.'<br />

Na de Lagere School lcwam hg evenwel<br />

toch in dienst I'an de Hortus van zgn vader<br />

als turnlongen. In deze tijd leerde hg veel<br />

van de later befaamde, toen aan de Rotterdamse<br />

Klinische School verbonden, professor<br />

<strong>Oud</strong>emansr. Br1 <strong>Oud</strong>emans mocht<br />

hij colleges volgen en ook laeeg hij wel<br />

privé-ondemcht van hem. Voor het overige<br />

ontr,r'rkkelde h4 zichzelf, zodat hry als<br />

plantkundige en hortulanus als autodrdact<br />

beschouwd kan uorden. Uiteindelijk zou<br />

hr.; het in Rotterdam brengen tot onderhortulanus<br />

onder zijn vader.<br />

Hei<strong>nr</strong>ich Witte trouwde op l8 augustus<br />

1852 met He<strong>nr</strong>iette Marie Elisabeth van<br />

der Woerd (ca. 1824-1891). Met haar<br />

kreeg hr1 zes zonen. van wie er fv\ee op<br />

jeugdrge en twee op wat latere leeftrld<br />

overleden. Zrln vrouw overleed op 5 maart<br />

1891. Een van z4n zoons, de al eerder vermelde<br />

Eduard Theodoor (1865-1936), zou<br />

Hei<strong>nr</strong>ich Witte in 1898 opvolgen als hortulanus<br />

br1 de Leidse Universiteit.<br />

Naar Leiden<br />

In 1853 vertrok Hei<strong>nr</strong>ich Witte van Rotterdam<br />

naar Leiden. Op aandrang van de<br />

Leidse hoogleraar prof. dr W.H. de Vrieset,<br />

toen directeur van de Hortus, nam hij<br />

er de functie van eerste turntnecht brj de<br />

Hortus van de Universiteit aan, met het<br />

uitzicht er later hortulanus te kunnen wordene<br />

Dat gebeurde al per I oktober 1855,<br />

na het overlgden van de vorige hortulanus<br />

Jacobus Schuurmans Stekhoven.<br />

Een van de eerste drngen die Witte te doen<br />

stond u'as het verbeteren van de onderlinge<br />

relaties brnnen het personeel van de<br />

Hortus en die tussen de hortulanus en de<br />

directeur van de Hortus, hetgecn gelukte<br />

De daarop volgende dertig jaren kenmerkten<br />

zich door b4na voortdurende bourvactiviteiten.<br />

Brjna alle kassen en hulpgebouwen<br />

werden vernieur,vd en er klvam een<br />

aantal nieurve gebouwen bij. Een brlzonder<br />

nieurv gebouw was de Victorialias,<br />

waarvan de bouw in 1870 begon. Het<br />

werd een grote ronde kas met een doorsnede<br />

van 15 meter, precies genoeg om een<br />

'r,ffi,,*ffi<br />

De Victoria regia-kas in 1898. Academisch<br />

Historisch Museum Leiden.


Victoria regia in zrln grootste ontwikkeling<br />

te kunnen bevatten. Om de koninkhlke<br />

naam van de kas te benadrukken werd<br />

op het hoogste gedeelte ervan een kroon<br />

aangebracht. Toen de Victoria regia rn<br />

1872 n Leiden voor het eerst bloeide, trok<br />

dat maar liefst 30.000 bezoekers naar de<br />

Hortus. De bouw van deze kas en het vele<br />

bezoek dat deze - ook uit de regio - fiok,<br />

kan als een exponent gezien worden van<br />

een bewust beleid om de hortus ook een<br />

bredere educatieve taak te geven. De Victoriakas<br />

werd in 1938 vervangen door een<br />

minder opvallende kas.<br />

In de trjd van Witte werd overigens ook de<br />

wetenschappehlke functie van de hortus<br />

versterkt. Het aantal rn de hortus aanwezige<br />

soorten werd sterk uitgebreid. Hierbrj<br />

maakte Witte gebruik van zijn uitgebreide<br />

netwerk aan (intemationale) contacten.<br />

Natuurhjk had ook Witte zijn voorkeuren<br />

ten aanzien van plantensoorten. Van hem<br />

is bekend, dat zljn belangstelling in het<br />

brjzonder uitging naar orchideeën en bromeliaceeën.<br />

In de loop der jaren heeft hij<br />

het aantal soorten en variëteiten hiervan<br />

bijzonder weten uit te breiden.<br />

Ve erti g jaar hortulanus<br />

Een artikel tn Sempervirens uit 189510,<br />

bericht uitvoerig van de feestelijkheden ter<br />

gelegenheid van de herdenking van het<br />

feit, dat Witte 40 jaar daarvoor hortulanus<br />

te Leiden werd. Het werd geschreven door<br />

dr L. Vuyck, iemand dre geregeld met Witte<br />

samenwerkte. Het artikel geeft een beeld<br />

van Witte's functioneren als hortulanus<br />

en, in bredere zin, van de botanische wereld<br />

van zrln tr1d. Tot op zekere hoogte<br />

geeft het ook een terugblik op zrjn carrière,<br />

die extra bewondering afdwingt bij de we-<br />

tenschap, dat Witte al op 45-jarige leeftrjd<br />

stokdoof was.<br />

Het artikel geeft ook een mooi beeld van<br />

hoe zo'n feest rn die trld gevierd werd.<br />

Daarom hieronder uitvoerig 'verslag' van<br />

deze voor Witte memorabele dag, waarvoor<br />

het puikje van de Nederlandse planten<br />

tuinbouwkundigen van dre trld was komen<br />

opdraven.<br />

Vuyck beschrijft hoe de dag voor Witte<br />

begon: Witte zat rustig een drukAroef (hr;<br />

schreef veel) te corrigeren, toen hem verzocht<br />

werd naar zijn werkkamer te komen<br />

waar het geheele personeel van den Hortus<br />

vereenigd was, om hem hunne gelukwenschen<br />

aan te bieden, Zij hadden het<br />

gepaster gevonden hem op zijn eigen terrein<br />

te begroeten, op de plaats waar zij<br />

dagelijks somen werhen.<br />

'Hortulanus', zoo ongeveer sprak de oudste<br />

der knechts, Jong, hem aan, 'dat U<br />

ons allen zoo in deze versierde kamer in<br />

feestgewaad ziet, is voorzeker geen gewoon<br />

verschijnsel; het komt omdat het<br />

geldt een feestdag niet alleen voor U,<br />

maar ook voor ons allen.' Na nog meer<br />

hartelijke woorden vervolgde Jong met;<br />

'Maar toch, woorden hoe welgemeend,<br />

hoe hartelijk ook geuit, verliezen langzamerhand<br />

hun indruk en daorom is het,<br />

dat ik U uit naam van het geheele personeel<br />

een meer blijvende herinnering mag<br />

aanbieden.'<br />

Dit geschenk bestond uit een wit marmeren<br />

buste voorstellende lAmbitieuse op<br />

een zwart houten voetstuk en een foto van<br />

het personeel met een toepasselijk onderschrift<br />

rn een eikenhouten litst.<br />

4


Stadsgehoorzaal<br />

Als sfeertekening is het leuk te lezen hoe<br />

voor deze geliefde hortulanus op zr.ln<br />

feestdag de Stadsgehoorzaalte Leiden was<br />

versierd door de Leidse afdeling van de<br />

Ivlaatschappr.l van Tuinbouw en plantkunde:<br />

AIIes was netjes in orde; door de met<br />

Laurieren versíerde vestibule, betreden<br />

we de groote zaal, en inderdaad was daar<br />

de indruk betooverend. Smaakvol ontworpen,<br />

met kostbare planten ten uitvoer gebracht,<br />

hebben de Leidsche kweekers. die<br />

op eigen initiatief en voor eigen kosten<br />

deze versiering aanbrachten, alle eer van<br />

hun werk. In het mídden een gazon met<br />

verschillende perken, langs de wanden<br />

een golvend rabat, eveneens met bloemperken<br />

en sierplanten aangenaam opgevrolijh;<br />

de spiegels langs de wanden op<br />

keurige wijze georneerd met bloemen en<br />

plantenguirlandes, op den achtergrond<br />

het toneel vol Palmen en andere sierplanten.<br />

Daartusschen verscholen een groote<br />

tafel bedeh met al de geschriften van den<br />

hortulanus en a/beeldingen van planten<br />

naar hem genoemd, terwijl nog een Vriesea<br />

en een Kenfia rustig wachtten, om<br />

naar W'itte gedoopt te mogen worden.<br />

Behalve de Stadsgehoorzaal was ook de<br />

nabijgelegen receptiekamer fraai met planten<br />

versierd.<br />

Nadat de jubilaris rond twee uur met zryn<br />

beide zonen gearriveerd was, werd hr1<br />

eerst toegesproken door de Leidse burgemeester,<br />

tevens curator van de universiteit,<br />

de heer F. Was. Deze gevoelde zich verheugd<br />

de heer Witte 'de heugeh;ke tr.lding<br />

te mogen brengen dat het Hare Majesteit<br />

de Koningin-Weduwe-Regentes [Emma]<br />

Hei<strong>nr</strong>ich Witte in de cactus-kas von de<br />

Leidse Hortus Botanicus in 1898. Academisch<br />

Historisch Museum Leiden.<br />

had behaagd hem [ . ] te benoemen tot ridder<br />

in de Orde van Oranje-Nassau'.<br />

Vervolgens sprak de erevoorzitter van het<br />

comite voor het aan den heer Witte aan te<br />

bieden huldebh.lk, de heer J. D. Onderwater<br />

uit Heemstederr. Deze bood hem een<br />

portefeuille aan, waarvan de aanzienhlke<br />

rnhoud bestemd was om Witte een 'souvenir<br />

naar eigen keuze' te laten aanschaffen.<br />

Daarbij \vas gevoegd een album met de<br />

namen van diegenen dre aan het cadeau<br />

hadden bggedragen. Ven'olgens sprak nog<br />

prof. dr W.F.R. Sunngar, de drrecteur van<br />

de Hortusr2. Vanwege Witte's dooÍheid<br />

glng er veel langs hem heen. Vuyck vervolgt<br />

rn Sempervirens dan ook met:


lVie dogelijks met den Jubilaris omgaaL<br />

zooals ik het genoegen heb, was het duidelilk<br />

dat bi1 de toespraken veel voor den<br />

man verloren ging; de uitdrukking van<br />

het gelaat duidde aan, dat hij wel begreep<br />

wat er gebeurde, doch hetfijne van<br />

de zaak niet snapte; hoe geheel anders<br />

was dit toen Witte de sierlijke [GehoorJzaal<br />

binnenstapte; de anders toch<br />

reeds groote oogen werden nog grooter<br />

en een glans van genoegen verspreidde<br />

zich over zijne trekken. Want is het gehoor<br />

slecht, zijn gezicht is uitstekend en<br />

gaarne verlusfigen zijne blikken zich aan<br />

de beschouwingen der planten, die hem<br />

van jongs af lief geweest zijn....<br />

ln deze zaal werd Witte weer toegesproken,<br />

en wel door de heer A.D.D. Schretle<strong>nr</strong>3,<br />

namens de 'afdeeling Leiden der Nederlandsche<br />

Maatschappij voor Turnbouw<br />

en Plantl<strong>nr</strong>nde', die deze expositie ingericht<br />

had. Van deze afdeling was Witte een<br />

van de opnchters geweest.<br />

Terug ur de receptiekamer moest hij nog<br />

een aantal redevoeringen over zich heen<br />

laten komen. Allereerst sprak de heer Onderwater<br />

weer, die met de secretaris-pen<strong>nr</strong>ngmeester,<br />

de heer H.C. Zwart, het<br />

hoofdbestuur der Maatschapprj vertegenwoordigde.<br />

Vervolgurs nam de heer J.H.<br />

Krelageta het woord namens de 'Vereeniging<br />

voor Bloembollen-cultuur'; Witte was<br />

lid van deze vereniging.<br />

Vervolgens 'trad een schare jonge mannen<br />

naaÍ voren, dre als oud-leerlingen van Witte<br />

hem bU d1t feest wenschten ts vsrwelkomen'.<br />

Als woordvoerder trad de heer K.<br />

Drostrs op, die uit Engeland was overgekomen,<br />

waar hr1 rn Rrchmond een kwekertj<br />

had; deze bood Witte, namens vele<br />

oud-leerlingen, esn prachtig album met<br />

foto's van de belangnlkste kweken;en<br />

waar die oud-leerlingen op dat moment<br />

werkzaam warsn.<br />

Hortulanus Plemper van Balentó sprak<br />

namens zijn mede-redacteuren van het<br />

Tuinbouwtijdschrift en de heer Groenewegen<br />

als mede-redacteur van Sempervirens,<br />

Om 5 uur die middag werd de jubilans ur<br />

Hotel Lion d'Or een feestmaaltijd aangeboden,<br />

waaraan 45 van Witte's wienden<br />

deelnamen. Het werd een bijzonder genoeghjk<br />

samenzijn, met als enige dissonant,<br />

dat een der deelnemers wegens brand<br />

naar huis geroepen werd. Na heel wat heildronken.<br />

lsvam tenslotte Witte zelf aan<br />

het woord. Vuyck beschrijft dat als volgt:<br />

'Nu ben ik aan de beurt', zoo sprak hij<br />

ongeveer. 'In verschillende kranten en<br />

laatst in de Nieuwe Rotterdammer heb ik<br />

al heel wat moois over mezelf gelezen en<br />

wanneer het een ander was, zott ik gezegd<br />

hebben: wat een man! Doch er gaat wel<br />

wat afvan dat moois.<br />

Toen ik de tafel met al die boekenlT zag,<br />

moest ik erkennen: ik heb het geschreven.<br />

Doch daar ligt rijp en groen bij elkaar en<br />

veertig jaar is een langen tijd. Doch dit<br />

kan ik getuigen, ik deed het nooit geleid<br />

door materieel belang. Wel heb ik er<br />

voordeel bij gehad, ik heb er bij geprofiteerd,<br />

dat erken ik graag.<br />

Wanneer ge ziet al die jaargangen van<br />

Sempervirens, elke week een hoofdartikel,<br />

maakt meer dan 1000 artikels in vierentwintig<br />

jaar, benevens de kleinere opmerkingen.<br />

Vraagt ge me echter of mijn stof<br />

uitgeput is, dan moet ik zeggen: neenJ ik<br />

ben nog niet uitgepraat. Doch bij al mijn<br />

andere werkzaamheden, bleef mij het belang<br />

van den Hortus boven alles gaan.<br />

Daaraan heb ik mijn beste krachten met<br />

6


de meeste liefde gewijd Wanneer ik mij<br />

nog herinner hoe de i<strong>nr</strong>ichting van den<br />

Hortus was bij mijn komst, door de ziehe<br />

von mijn voorganger enigermote verwaarloosd,<br />

en ik beschouw den tegenwoordigen<br />

toestand, dan verbaas ik mij<br />

zelf over dezen vooruitgang. Doch die<br />

ontwikkeling is voor een niet gering gedeelte<br />

te danken aan Prof, Suringar, die<br />

als directeur mij steeds ter wille was. Hoe<br />

geheel anders zou het geweest zijn, indien<br />

de directeur mij niet dat vertrouwen had<br />

verleend, die macht had geschonken,<br />

wanneer hij mij niet ter wille was geweest,<br />

ik zou dan mijn werk met tegenzin<br />

hebben verricht. Doch waar Prof Suringar<br />

zich nooit voorop heeft willen zetten<br />

en steeds mij op de meest vriendschappelijke<br />

wtjze heeft behandeld, komt aan hem<br />

zeer zeker % von den roem toe mij gebracht.<br />

Ik dank hem de gezellige omgang,<br />

waardoor het bewijs geleverd werd dat<br />

de wetenschap met de praktijk zeer goed<br />

kan samenwerken.<br />

De dag werd afgesloten met een concert<br />

(Witte zal er door zrln dooftreid niets van<br />

gehoord hebben) in de Stadsgehoorzaal,<br />

dat 's avonds om half acht begon. Muziek<br />

werd afgewrsseld met zang. De zangnummers<br />

werdfll ten gehore gebracht door de<br />

zangverenigrng Kmst na arbeid, waarvan<br />

het overgÍote deel der leden overdag het<br />

turnbouwvak beoefende.<br />

Vuyck meldt nog dat 'ieder geinviteerde<br />

twee dames mocht medebrengen, zoodat<br />

de aanwezigheid van het schoone geslacht<br />

den glans van deze feestehlkheid ten zeerste<br />

verhoogde.'De avond eindrgde met een<br />

'wandelende soirée'.<br />

Witte had tegen de dag opgezien. Daags<br />

tevoren had hr1 tegen Vuyck gezegd..<br />

'Weet jrj wat voor gekheid zal uitgehaald<br />

worden, ik geloof dat ze me mooi in het<br />

zonnetje willen zetten ik wilde wel om<br />

een tientje dat dre dag reeds voorbrl is'. We<br />

kunnen er wel van uitgaan, dat hr1 desondanks<br />

van deze daggenoten heeft.<br />

Sch rijve r ove r plantkunde<br />

Hei<strong>nr</strong>ich Witte heeft veel geschreven op<br />

het gebied van de plantkunde en de turnbouw.<br />

Met het schnjven begon hr1 al -<br />

vroeg. In 1852 - hr1 werd toen 23 - verscheen<br />

zrjn eerste artrkel, een verslag van<br />

een planten-tentoonstelling. Hf schreef<br />

voor een breed publiek en werd veel gelezen.<br />

Een bencht - van de hand van A. van<br />

der Tuin - dat op de dag van zijn begrafenis<br />

rn 1917 in een lcrant verschrjnt, geeft<br />

van zijn schrijversactiviteiten een beeld:<br />

Vandaag is de 'oude heer Witte'begroven<br />

en in hem is heengegaan onze meest populaire<br />

schrijver over plantkunde. Geen<br />

enkele Hollandsche botanicus heeft zóóveel<br />

geschreven als hij, en niemand was<br />

zoo duidelijk als de heer Witte. I)uizenden<br />

en duizenden hebben van zijn arbeid<br />

genoten en vooral ook veel geleerd. Bovendien,<br />

en dat is van niet geringe beteekenis,<br />

hij wist belangstelling voor de<br />

planten te wekken en gaande te houden.<br />

tl<br />

Witte heeft tal van groote en kleine geschri/ten<br />

voor de pers gereed gemaakt,<br />

waarvcrn verschillende herhaaldelijk zijn<br />

herdrukt. Zeer bekend zijn o.a.; Handboek<br />

voor den Bloementuur. waarvan<br />

reeds in 1877 een 2e druk verscheen: De<br />

Plant, proeve eener populare botanie;<br />

Schetsen uit't PlantenÍijk.


Onder den titel Floralia verschenen van<br />

zijn hand een serie in 18 deelties, elk<br />

deeltie de historie, cultuur en systemathiek<br />

bevattend van een der meest bekende<br />

tuinbloemengroepen [...J.<br />

Veel heeft hij bilgedragen tot verspreiding<br />

van vakkennis onder de bloemisten<br />

en boomkweekers; vele jaren is hij de<br />

eenige geweest, die dë vaklui van geestelijk<br />

voedsel voorzag.<br />

Zijn zoon E.Th, Witte schrijftl8:<br />

Zijn grootsten invloed echter heeft Wtte<br />

uitgeoefend als Redacteur van tuinbouworganen.<br />

In 1857 trad hij op als vast medewerker<br />

van de Flore des Jardins du<br />

Royaume des Pays Bas, dat in 1863 in de<br />

Turnbouw Flora overging, doch eenige<br />

jaren later werd opgeheven. In 1872 trad<br />

hij op als redacteur van Sempervirens,<br />

hieraan bleef hij tot einde 1875 verbonden,<br />

toen hij overging naar het nieuwe<br />

weekblad Sieboldia/1 dat tot lB84 onder<br />

zijn leiding verscheen. In dat jaar had<br />

een fusie plaats tusschen de beide genoemde<br />

weekbladen, de naam Sempervirens<br />

bleef behouden, waarvan hij weder<br />

de hoofdredacteur werd. Intusschen<br />

richtte de Nederlandsche Maatschappij<br />

voor Tuinbouw en Plantkunde een eigen<br />

orgoan op: Het Nederlandsch Tuinbouwblad,<br />

en toen dit in 1903 rzer Sempervirens<br />

verbonden werd, was hij [dre toen<br />

reeds vijf jaar rn <strong>Bennekom</strong> woonde] áet<br />

weer, die de hoofdredactie ervan aanvaardde.<br />

Juist in de redactie van deze<br />

bladen heeft zijn kracht gelegen; dikwijls,<br />

zeer dilcwijls oefende hij kritiek, die was<br />

lang niet altiid malsch, doch steeds opbouwend.<br />

Letterlatndige<br />

Ook op het gebied van de Nederlandse<br />

letterkunde was Hernnch Witte actief. Nog<br />

in zrln Rotterdamse periode nam hr1 het<br />

initiatief tot de oprichtrng van de Redenjkerskamer<br />

Thessus aldaar. In 1871 werd<br />

hij benoemd tot lid van de Maatschappij<br />

der Nederlandsche Letterkrurde te Leiden.<br />

Van zijn hand verschsnen esn aantal novellen<br />

en een drietal romans.<br />

Zijn eerste echte novelle, Het driekleurige<br />

Viooltje, ('Met dit boekje verzoek ik een<br />

bescheiden plaatsje in de rrj der belletristen')<br />

verscheen in 1875 b{ Brill te Leiden.<br />

Uit een combinatie van gegevens in het<br />

boek blijkt, dat hU het in de zomer van<br />

1874 te <strong>Bennekom</strong> schreef. Zljn,voor zover<br />

ik nu weet, laatste roman De Terpenberg.<br />

Oorspronkelijke Roman (2 delen,<br />

samen 4<strong>69</strong> pagina's) verscheen in 1913 -<br />

Witte was toen reeds 84 jaar oud en woonde<br />

toen al lang en breed in <strong>Bennekom</strong>. ln<br />

De Terpenberg speelt een geh.lknamig<br />

herenhuis een belangrgke rol. Dit huis<br />

staat ergens op de Veluwe aan een weg die<br />

richting Arnhem voert. Het huis ontleent<br />

zijn naam aan'de'Terpenberg', aldus genoemd<br />

omdat er zích verscheidene bh;kbaar<br />

opgeworpen heuvels op bevonden, uit<br />

welke voorwerpen van alouden oorsprong<br />

opgedolven waren...'. Het kost geen moeite<br />

om ur deze beschnjvlrg de Hullenberg te<br />

herkennen, als men die vergehlkt met de<br />

beschrijving die Witte daarvan in 1902 in<br />

zijn bekende wandelboekje (dat verderop<br />

in dit artikel nog aan de orde zal komen)<br />

van de op deze berg aangetroffen heuveltjes<br />

geeft: 'Het zijn namelgk terpen, vermoedelijk<br />

deels begraa$laatsur, van de<br />

eerste bewoners dezer sfreek, gelijk gebleken<br />

is uit daamit opgegraven urnen...'.


He t driekleuri ge Viooltje<br />

Hierboven gaf ik al aan, dat Het driekleurige<br />

Viooltje Witte's eerste novelle was.<br />

Daarvóór schreef hg ook rvel verhalen,<br />

maar die hadden altrld een sterke kruidkundige<br />

inslag.<br />

Uit Het driekleurige Viooltje wrl tk een<br />

flink gedeelte van het eerste hoofdstuk<br />

'Op de hei' overnemen. Niet alleen geeft<br />

wisse lend uitzicht heeJt.<br />

Ik had er reeds, onmiddellijk nadat hii<br />

zich er metterwoon had gevestigd, eenige<br />

dagen doorgebracht, en was dus vrii<br />

goed met de landstreek bekend.<br />

het een beeld van <strong>Bennekom</strong> in die trld en<br />

van Witte zelf maar ook van de stille wereld<br />

waar hrj als stokdove in leefde:<br />

Nadat ik, door een hevige rhumatische<br />

ongesteldheid, in 't voorjaar van IB7l,<br />

gedurende een paar maanden aan mijn<br />

stoel als geboeid was geweest, en, deels<br />

door hevige en aanltoudende pryn, deels<br />

door schier onafgebroken inspanning,<br />

zeer was afgemat, werd mij ernstig aangeraden<br />

zoo spoedig mogeliik eenige<br />

lichomeliike en geestelijke afleiding te<br />

zoeken.<br />

HU kreeg verschillende aanbiedingen,<br />

maar ik besloot naar <strong>Bennekom</strong> te gaan;<br />

een echt landelyk dorp, tusschen het<br />

spoorwegstotion Ede en de stad Wageningen<br />

gelegen. Het buitengoed van een<br />

mijner beste vrienden bevindt zich bovendien<br />

niet ín, maar terzijde van het dorp,<br />

en dáár, waar thans een net heerenhuis<br />

staat, omgeven von groen en bloemen,<br />

had ik, een drietal.iaren geleden, met hem<br />

op de naahe hei, slechts hier en daar<br />

doo r ro ggeve ld afge wi s s eld, gew an de ld.<br />

Hij had deze plek gekozen voor den aanleg<br />

van een buitenpleats, niet alleen omdat<br />

hij in die streek reeds als knd veel<br />

had rondgeloopen, maar ook omdat men<br />

vandaar, in verschillende richringen,<br />

over en tegen de meestal dicht begroeide<br />

Veluwsche bergen, een fraai en zeer afl<br />

Omslag van Het driekleurige L'iooltle.<br />

Koninklijke Bibliotheek Den Haag.<br />

Vervolgens geeft Witte aan waarheen hU<br />

toen 'rvandeltoeren' gemaakt heeft. HU<br />

vervolgt met:<br />

I)e inodeming van de zuivere lucht op de<br />

hei, hier en daar vermengd met de balsemieke<br />

en versterkende geuren van het<br />

gekapte dennenhouí, zou mij goed doen,<br />

zoo meende ik; en ik had .iuist geraden,<br />

wan1 was ook bij mijn thuiskomst de rhumatische<br />

pijn nog niet geheel geweken, ik


had toch nieuwe veerkracht, nieuwen lust<br />

gekregen, en mijn natuurlijke opgewektheid<br />

had weer haar gewone peil bereikt.<br />

Wat hrl vanaf zijn zitplaats ziet stemt hem<br />

tot rust. Hij gaat verder met:<br />

Ik onderbreek hier Witte even omdat rk<br />

denk te weten waar Witte in <strong>Bennekom</strong><br />

logeerde. Cruciaal daarvoor waÍen aantekeningen<br />

achterop portretten van Hei<strong>nr</strong>ich<br />

Witte in de collectie van <strong>Oud</strong>-<strong>Bennekom</strong>.<br />

Hierop staat namelijk dat deze geschonken<br />

waren door de heer H.W.A. Dros te Wekerom.<br />

En de naam Dros kwam me weer<br />

bekend voor uit het onderzoek naar de begÍavenen<br />

op het oudste deel van het <strong>Bennekom</strong>se<br />

kerkhofo. Hier liggen namelijk<br />

begraven Hendrik Willem Dros (1835-<br />

1906) en zijn echtgenote Adriana de Koning<br />

KnUff (1840-1907). Hendrik Willem<br />

Adnaan (1873-1957) was hun jongste<br />

zoon. Hendnk sr. kwam met zrln gezin in<br />

1872 (dat klopt met het bovenstaande) in<br />

<strong>Bennekom</strong> wonen. Ze woonden in het huis<br />

'Calluna' (later Bovenweg 7), dat niet ver<br />

voorbij Neder-Veluwe op een groot terrein<br />

stond. Het huis, waarin laatstelijk de<br />

Stichting voor Bodemkartering (Stiboka)<br />

gevestigd was, werd in 1968 afgebroken.<br />

Het terrein werd verkaveld en er werd een<br />

groot aantal huizen op gebouwd. De Callunalaan<br />

herurnert er nog aan21.<br />

Uit het vervolg van Witte's verhaal, zal<br />

duidehjk worden, dat het inderdaad heel<br />

goed mogehjk is, dat hrj daar br1 de familie<br />

Dros logeerde.<br />

Verdergaand met het verhaal van Witte<br />

vertelt hij eerst, dat hr1 zrjn verhaal begtnt<br />

op een avond van een prachtige julidag,<br />

waarop hij alleen onder de veranda van het<br />

huis buiten het dorp <strong>Bennekom</strong> zat. Het is<br />

heet geweest en hrj bekljk wat hr.; om zich<br />

heen ziet. Het gras, de geurende rozen e.d.<br />

Hei<strong>nr</strong>ich l(itte in de <strong>Bennekom</strong>se bossen.<br />

C o llecti e <strong>Oud</strong>-B ennekom.<br />

De golvende ligging van het terrein geeft<br />

aan het vóór mij uitgestrekte landschap<br />

een, inzonderheid voor den bewoner van<br />

het vlakke Holland, eigenaardige bekoorlijkheid.<br />

Aan de andere zijde van den<br />

zondweg, dicht bij mij, teekenen de grenzen<br />

van het akkermaalshout zich scherp<br />

af tegen een reeds rijp roggeveld. Onmiddellijk<br />

daarachter ligt een akkermaalsboschie,<br />

uit hetwelk, op tamelijken afstand<br />

van elkander verwijderd, twee arbeiderswoningen<br />

fde nvee huisjes onderaan<br />

de Hullenberg?1, de ééne met riet, de<br />

andere met pannen gedeh, zich even met<br />

de daken boven het donkere eikengroen<br />

verhffin. Met de kijker kan ik voór de<br />

ééne woning een open plaatsje onder-<br />

t0


scheiden, waar een paar kinderen elkaor<br />

in een kruiwagen rijden. Verder op stttit<br />

de blik tegen het groen van den Hullenberg,<br />

die zijdelings den achtergrond van<br />

dit landelijk tafereel vormt, maar op zichzelf<br />

weer een rijke verscheidenheid oplevert.<br />

Terwijl toch de top met een dicht<br />

bosch van Pijnboomen bezet is, ontneemt<br />

de nette villa Zuíder-Eng daaraan het<br />

ietwat somber eentonige, anders aan deze<br />

boomen eigen. Wat verder, rechts, wisse-<br />

Ien de waarlijk prachtige, hier blauw en<br />

dáar wit bloeiende aardoppelvelden af<br />

met nog groene ofreeds geheel rijpe, gele<br />

rogge-akkers, lïlat een rijkdom en verscheidenheid<br />

op zulk een schralen bodem.<br />

-*"'t Is maar zand", zegt men, en ,t<br />

vonnis is geveld. Men ga echter, en zie<br />

wat de Natuur ook op 't zand weet voort<br />

te brengen, en hoe ze ook dáar de noeste<br />

vlijt rijk beloo<strong>nr</strong>.<br />

Witte mijmert vervolgens over hoe prettig<br />

het is op zo'n moment alleen te zijn, hoezeer<br />

je je dan verwant voelt aan datgene<br />

wat er om je heen leeft. Hrl vervolgt dan<br />

met:<br />

Een tweewielige, met heiplaggen volgeladen<br />

en met een paard bespannen kar<br />

komt langzaam den zandweg af, De voerman,<br />

die naast het paard loopt, jaagt met<br />

een berketolqe nu en dan de vliegen weg,<br />

die zijn rosinant plagen. 't Is als loopt het<br />

dier te peinzen; trouwens 't heeft ook<br />

waarschijnlijk betere dagen gekend, dagen<br />

zooals zij nu beleven, die hier dichtbij<br />

in den stol staan, en welker weeldrig<br />

gehinnik dezen ouden tobber wellicht tergend<br />

in de ooren klinkt. De boer, of wat<br />

hij wezen mag, heeft letterlijk niets dat<br />

aantreh, en, als men hem zoo onverschil-<br />

Iig naast zijn paard ziet loopen, zou men<br />

zeggen dat er wel niets kan zijn dat hem<br />

aantreh. 't Is de type van een zeker slag<br />

van menschen, voor welke sommigen,<br />

naar 't schijnt in ernst en met goede bedoelingen,<br />

een lans breken, die ze ons<br />

smakelijk willen maken, ja die ze even<br />

onmisbaar noemen als God zelf, moar die<br />

met dat al toch lomp en terugstootend<br />

blijven.<br />

Er komen een paar mussen aangevlogen,<br />

die tot aan Witte's stoel rondscharrelen.<br />

Maar zie! plotseling is de goede harmonie<br />

verstoord. ÍV'ie van beiden, manlief of<br />

vrouwlief,, 't eerst den twist begon, weet ik<br />

evenmin als wat er aanleiding toe gaf,<br />

maar ze vliegen strijdlustig op elkaar<br />

aan, zetten elkander achterna, eerst in<br />

het lage Kastanjeboompje voor mij, dan<br />

over den grond en vervolgens <strong>nr</strong>sschen de<br />

bosschige Rhododendrons, waar ik ze uit<br />

't oog verlies, omdat de hemel weet<br />

waar<br />

-<br />

ze zo spoedig vandaan komen<br />

- nu<br />

een oantal andere musschen zich deels<br />

als toeschouwers erbij voegen, deels als<br />

partijgenooten aan den striid deelnemen.<br />

Een standle schijnt ook voor de dieren<br />

iets aantrekkelilks te hebben. De geheele<br />

bende vliegt o<strong>nr</strong>ustig heen en weer; vele<br />

bekjes gaan open en toe ... ze schi.fnen te<br />

tjilpen of te schreeuwen...<br />

O! Die 't hooren magl .,.. Wie weet wat er<br />

om mij heen thans tjilpt en kweelt en<br />

zingt! We weet oJ'in gindsche lepen de<br />

lijster geen helder avondlied laat hooren;<br />

of in 't akkermaalshout geen nachtegaal<br />

slaat; of't geen concert is in die schoone,<br />

lieve natuur; of de vogels niet jubelen<br />

van blijdschap, omdat het koren rijp<br />

wordt, omdat de avondstond zoo schoon.


geluid zijn niet meer voor mij. Die zachte,<br />

liefelijke tonen stuiten op mijn oor af,<br />

zonder dat zich iets van de trilling tot in<br />

mijn ziel kan voortplanten...., VoortJ nu<br />

niet.<br />

-<br />

Onopgemerkt weet ik achter 't httis om te<br />

sluipen, een zijpad af, om het koetshuis<br />

't ach-<br />

heen en<br />

- precies ols een dief -<br />

terdeurtje uit.<br />

Ochl dat is mij zoo vreemd niet meer, en<br />

de gewoonte verzacht veel leed; maar<br />

toch doet 't mij zeer, die lieve kleinen te<br />

moeten ontloopen, hen teleur te stellen,<br />

terwijl ik ze zoo gaarne, o zoo gaarne!<br />

met open armen zou hebben afgewacht.<br />

Na een cigaar te hebben aangestoken,<br />

wandel ik een eindweegs den achterweg,<br />

die langs 't kerkhof loopt, a/. Terloops<br />

kijk ik even over 't hekje van een mij welbekenden<br />

tuin, De familie zit aan de theetafel,,,<br />

Voortl.. een der dames zag dezen<br />

weg uit. Zou ik ontdeh zijn? Ik hoop<br />

neen. Toch zou ik daar, waar ik zeker<br />

weet, dat een hartelijke ontvangst mij<br />

verbeidt, zoo gaorne een poosje het genot<br />

van den gezelligen kring smaken. Maar<br />

gezellig onderhoud is voor mij een<br />

Tantalus-vrucht. Ik snak ernaar; mijn<br />

goede vrienden en niet minder mijn lieve<br />

vriendinnen doen al wat ze kunnen om dit<br />

binnen mijn bereik te brengen .... te vergeefs<br />

Ik zit er smachtend bij en moet<br />

zwijgen. Voort .,. spoedig voor1 eer men<br />

mij achterhaalt... Het gemeenschappelijk<br />

gesprek is iets, dst ik alleen bij herinnering<br />

ken; 't is niet meer voor mijl<br />

Ik wijk een weinig verder van den weg af,<br />

door een smal pad tusschen de hooge<br />

rogge in te slaan, en weldra ben ik op de<br />

hei.<br />

Hoewel alles behalve voor de maatschappij<br />

afgestorven, ben ik hier toch eigenlijk<br />

hun leven thans zoo rijk aan genot is!<br />

O.l die 't hooren magt..,. Met welk een genot<br />

kon ik, kind zijnde, luisteren naar de<br />

krachtige tonen van de lijster; met wat<br />

een wellust dronk ik als 't ware de muziek<br />

van het basterdnachtegaaltie op, en hoe<br />

liefelijk klonk mij het gemengde zangkoor<br />

van allerlei klein gevogelte in de ooren,<br />

als ik, hier of daar tusschen de heesters<br />

verschoolen, in hoedanigheid van hdnjongen,<br />

bezig was met het aanbinden van<br />

planten of iets dergelijks, waardoor dit<br />

werk nu vlugger van de hand ging, dan<br />

weer -- zonderlinge tegenstrijdigheid<br />

-<br />

eenige oogenblikken gestaah werd.<br />

Vogelengezong!.... Laat eens zien, in hoeveel<br />

jaren ik den klank daarvan niet gehoord,<br />

volstrekt niet geh<br />

o o r d h e b, -<br />

Kan ik mij nog wel<br />

goed voorstellen wat het is? Ja toch!<br />

Ik geloof zelfs daL hoorde ik het weder, ik<br />

de verschillende stemmetjes zou herkennen;<br />

en toch is het zeker reeds...,,<br />

Maar daarginds komen de lieve kleinen<br />

van mijn vriend aan. Ze zijn veel van mij<br />

gaan houden, al kan ik niet met hen keuvelen;<br />

ze doen onophoudelijk hun best om<br />

zich voor mij verstaanbaar te maken, als<br />

ze mij toch zoo goarne iets willen zeggen<br />

en vragen ... maor 't lukt niet. Ik raad er<br />

dan naar, en road gewoonlijk mis, zoodat<br />

ikweleensjo zegals't neen moet<br />

wezen of andersom, wat somfijds zonderling<br />

verkeerd uitkomt Ze schijnen mij nu<br />

te zoeken om mij goeden nacht te wenschen.....<br />

Voort! Nu niet.,., Ik ben wel niet droefgeestig<br />

of wrevelig gestemd, maar toch ...<br />

nu niet.<br />

Juist nil zou ik zoo gaarne met hen keuvelen,<br />

mij vermeien met den klank hunner<br />

stemmetjes; maar vogelenzang en kindert2


echt op mijn plaats. Hier ben ik a I -<br />

leen, hierspreekiktot mij zelv<br />

e n , en hier versta ik mijzelven zoo<br />

goed; hier spreek ik tot de mij omgevende<br />

Natuur, en zij, de altijd lieflijke, ze geeft<br />

mij antwoord, ze vertelt mij van velerlei,<br />

en ik versta haar zonder inspanning.<br />

Trldens de verdere wandeling ontdekt Wif<br />

te een driekleurig viooltje. En dat brengt<br />

hem op een verhaal dat de rest van deze<br />

novelle uitmaakt en dat voor een deel in<br />

dorp A. op de Veluwe en voor een deel rn<br />

Wenen speelt.<br />

Omdat voor mrjn gevoel voor dorp A net<br />

zo goed dorp B(ennekom) gelezen kan<br />

worden volgt hieronder nog de dorpsbeschrijving<br />

anno 1874 zoals dre aan het<br />

begin van het tweede hoofdshrk van het<br />

boek te vnden is:<br />

Het dorp A. behoort zonder eenigen rwij-<br />

Jël tot de netste der Veluwe, hoewel het<br />

zich, zooals gewoonlijk, slechts tot ééne<br />

hoofdstraat bepaalt, met een pactr achterwegen,<br />

aan welke men mede enkele huizen<br />

aantreJi, die echter alle door een gedeelte<br />

bouwland van elkander gescheiden<br />

zijn. Eenige smallere en breedere zijwegen<br />

loopen in de ééne richting naar de<br />

hei, in de andere, tusschen bouwlanden<br />

door, naar verspreid staande boerenhofsteden.<br />

De huizen in de eigenlijke dorpstraot<br />

zien er alle goed onderhouden ttit<br />

en spreken van welvaart, maar niet van<br />

weelde; won1 behalve de predikant, de<br />

notaris en een paar renteniers, bestaat de<br />

geheele bevolking uit den gewonen burgerstand<br />

en voorts uit arbeiders, welke<br />

laatsten echter meestctl aan de achterwegen<br />

wonen. Vier of vijJ' aristocrafische<br />

families toch kunnen. al hebben deze ook<br />

haar vaste plaatsen in de kerk, en al ziet<br />

men ze wel eens door het dorp wandelen<br />

of rijden, niet tot de eigenlijke dorpsbewoners<br />

worden gerekend, daar ze hier<br />

slechts tijdelijk verblijven, en dan nog op<br />

hare landgoederen, een eindweegs buiten<br />

de kom der gemeente, wonen.<br />

Spreker<br />

Behalve een goed en veelgelezen schrr;ver,<br />

was Witte ook een graag gehoord spreker.<br />

Zoon E.Th. Witte schrijft er over22'.<br />

Toen hij in zijn kracht was, bloeiden de<br />

z.g.n. lezingen en voordrachtavonden en<br />

zeker is er geen enkele oudere tuinbouwvereeniging<br />

in ons land, waar hij niet<br />

meermalen als spreker optrad. Een goed<br />

spreker was hij, en een boeiend spreker.<br />

omdat hij zijn onderwerpen steeds beheerschte<br />

en het in een aangenamen vorm<br />

wist voor te dragen, Een bezielend spreker<br />

wos hij, wanneer het gold de belangen<br />

van den tuinbouw te bevorderen, of<br />

voor zijn rechten op íe komen. Menigkeer<br />

mocht ik het op vergaderingen bijwonen,<br />

dat een voorstel, dat als verloren werd<br />

beschouwd, met groote meerderheid werd<br />

aongenomen, nadat hij het tenslotte had<br />

verdedigd. Een eigenaardigheid was<br />

hierbij, dat hij stokdoof zijnde, de gevoerde<br />

discussie's slechts uit korte aanteekeningen<br />

van iemand, die naast hem<br />

zat, kon volgen en toch, hoe dikwijls<br />

sloeg hij den spijker op den kop en wist<br />

hij tot de kern van de zaak door te dringen.<br />

l3


ouw-vereenigtrng, enz. Van de oprichting<br />

af was hij - zoals gez.egd - bestuurslid van<br />

de Afdeehng Leiden van de Nederlandsche<br />

Maatschapprj voor Tuinbouw en Plantkunde.<br />

Na zijn aftreden als bestuurslid,<br />

werd hij tot erelid van dit bestuur benoemd.<br />

Naar <strong>Bennekom</strong><br />

Na zrln pensionering op I april 1898 vestigde<br />

Hei<strong>nr</strong>ich Witte zich (hr; was inmiddels<br />

ruim 7 jaar weduwnaar) in okÍober<br />

van dat jaar te <strong>Bennekom</strong>, dat hem kennelryk<br />

bU zijn eerdere bezoeken heel goed<br />

bevallen was. Hij grng er wonen in het<br />

huis dat nu 'De Hulst'heet (Edeseweg 46;<br />

gebouwd in 1887). Het staat er nog steeds,<br />

nu op de hoek van de Edeseweg en de later<br />

aangelegde Acacialaan23. Rond 1905 verhuisde<br />

hij naar het m 1902 gebouwde huis<br />

dat nu 'Uijteneng' heet, maar toen 'Villa<br />

Linnea' heette. Het staat er ook nog<br />

steeds, op de hoek van de Molenstraat en<br />

de Edeseweg. De laatste jaren woonde hij<br />

daar met (zijn huishoudster?) mej. J.W.<br />

van Wr.;k.<br />

Zíjn publicistische en organisatorische<br />

activiteiten zette hij vanuit <strong>Bennekom</strong> onverdroten<br />

voort. Het schrijversbloed deed<br />

hem geregeld over zrjn nieuwe woonomgeving<br />

schrijven. Zn schreef hij in l90l een<br />

drietal uitvoerige populaire verhalen over<br />

<strong>Bennekom</strong> en omgeving voor het eertrjds<br />

bekende blad Eigen Haard. Deze artrkelen<br />

vestigden in sterke mate de aandacht op de<br />

toeristische aantrekkelijkheden van <strong>Bennekom</strong><br />

en omgeving.<br />

Het succes van de artikelen rnspireerde<br />

Witte tot het schnjven van een wandelgids<br />

voor <strong>Bennekom</strong> en omgevrng. Uit het<br />

'Voorwoord' hier de volgende passages:<br />

Nevenactiviteiten en waardering voor<br />

zijn werk<br />

Naast zijn hoofdfi,rnctie als hortulanus<br />

ondernam Hemnch Witte ook activiteiten,<br />

die hem tot in het buitenland roem opleverden.<br />

Zn werd hr1 rn 1873 benoernd tot<br />

lid van de Nederlandse 'Commissie voor<br />

de Weener-Wereld-Tentoonstelling'. Zijn<br />

verdiensten waren van dien aard, dat de<br />

Oostennjkse regenng hern benoemde tot<br />

ridder rn de Keizerhjk-Ooste<strong>nr</strong>ijkse Franz-<br />

Joseph-Orde. Een Spaanse onderscheiding<br />

ontving hij voor een, op verzoek van de<br />

Spaanse regenng opgesteld, rapport over<br />

de Nederlandse duinbeplanting. Hij werd<br />

ervoor benoemd tot ridder in de orde van<br />

Isabella la Catholica.<br />

Ook zrjn tuinbouwkundige kennis vond<br />

allerwegen erken<strong>nr</strong>ng. Dit bleek bijvoorbeeld<br />

uit zijn benoemingen tot erelid of<br />

corresponderend lid van vele buitenlandse<br />

Tuinbouw Maatschappijen, o.a. van de<br />

Russische Maatschapprj voor Tuinbouw<br />

(1864), de Keizerlijk-Koninkhjke Turnbouw<br />

Maatschapprj te Weenen (1873, het<br />

jaar van de Wereld-tentoonstelling aldaar),<br />

de Sociéte Régronale d' Horticulture du<br />

Nord de la France (1880), de Royal Horticultural<br />

Society te Londen (1889), en van<br />

het Verein zur Beforderung des Gartenbaues<br />

in den Preusischen Staaten te Berlun<br />

(1892).<br />

In Nederland werden zijn bekwaamheden<br />

in het bijzonder gehuldigd door het Bataafsch<br />

Genootschap van Proefondervrndelijke<br />

Wijsbegeerte te Rotterdam, waarvan<br />

hrj tot lid benoemd werd, en door verscheidene<br />

andere verenigingur, die hem<br />

het erelidmaatschap aanboden, zoals de<br />

Rotterdamsche Diergaarde, het Koninklijk<br />

Zoólogrsch Botanisch Genootschap te 's-<br />

Gravenhage, de's-Gravurhaagsche Turnl4


De Grintweg te <strong>Bennekom</strong> met linla het huis van Hei<strong>nr</strong>ich Witte (nu De Hulst, Edeseweg<br />

16 op de hoekvan de Acacialaan, De ksart is te <strong>Bennekom</strong> afgestempeld op I7 januarr<br />

1902, dus in de tijd dat Hei<strong>nr</strong>ich Witte het huis bewoonde. Collectie D. Poot. <strong>Bennekom</strong><br />

No de verschijning, in mei des vorigen<br />

jaars, in "Eigen Haard", van een drietal<br />

artikelen over <strong>Bennekom</strong>'s omstreken, die<br />

aanleiding goven tot een zeer merkbaar<br />

toenemende belangstelling in dit schoone<br />

gedeelte van Gelderland, werd niet alleen<br />

door tijdelijke bezoekers, maar ook door<br />

hier wonenden de opmerking gemaalrt,<br />

dat die als gids voor wandelingen k-walijk<br />

bruikbaar waren. Trouwens dit bedoelde<br />

ik er ook niet mede; mijn doel was geen<br />

ander. dan om de attentie van velen in<br />

ons land, die hier onbekend zijn, te wijzen<br />

op een streek, welke hoe langer zoo meer<br />

als luchtbuuroord in aanmerking komt,<br />

en die, om de talrijke schoone en veel<br />

afwisseling biedende wandelingen, voor<br />

een korter of langer verblijJ'zeker zeer is<br />

aan te bevelen. Een Gids, dacht ik, zal<br />

wel later komen. De zorg hiervoor meende<br />

ik aan de Vereeniging tot bevordering<br />

van het Vreemdelingenverkeer te mogen<br />

en te moeten overlaten, te meer daar ik<br />

wist dat de uitgave van zoodanig boekje<br />

ook door haar zeer gewenscht werd.<br />

Toen mij echíer bleek dat dit voorloopig<br />

wel bij wenschen zou blijven, terwijl ik er<br />

lust, tijd en de noodige gegevens voor<br />

had, I J zag ik niet in woarom ik mij gedurende<br />

een poar wintermaanden daarmede<br />

niet zou bezighouden. [...J<br />

Geen ander doel, geen nevengedachte<br />

leidde mij daarbij dan I J de belangsrelling<br />

te bevorderen in de plaots, waar ik<br />

mij, sedert ik mij uit mijn ambtelijke leven<br />

terugtrok voor goed vestigde, en waar ik<br />

van alle zijden zooveel warme genegenheid<br />

ondervond; voorts om den bezoekers<br />

een middel aan de hand te doen om deze<br />

streken in alle richtingen te doorwandelen<br />

en te leeren kennen. wat anders zonder<br />

gids zoo goed als onmogelijk is.<br />

t5


De voorzitter van de eerder genoemde Vereeniging,<br />

de bekende notaris Van Daalen,<br />

toonde zich ingenomen met Witte's initiatief.<br />

En zo verscheen in 1902 <strong>Bennekom</strong>'s<br />

omstreken. lltandelgids bij Boekhandel en<br />

Drukkerij v/h E.J. Brill te Leiden.<br />

Met deze gids, waarin in een twintigtal<br />

hoofdstukken diverse delen van <strong>Bennekom</strong><br />

en omgeving belicht worden, en de<br />

daaraan voorafgaande artikelen ín Eigen<br />

Haard heeft Witte flrnk brjgedragen aan<br />

hetop&toeristischekaatzeuen var Bennekon.<br />

Villa Linnaea aan de Grinnteg, nu Uijteneng aan de Edeseweg 51. Hei<strong>nr</strong>ich yl/itte staat<br />

voor het raam. De kaart is op I augustus 1923 verzonden. Hij moet dus zeker zes jaar oud<br />

geweest zijn. Collectie D. Poot, <strong>Bennekom</strong>.<br />

Tachtigste veryaardag<br />

bouw aan het begin van de Bovenweg). Er<br />

Zljn tachtigste verjaardag (10 mei 1909) werd een commissie gevormd onder leivierde<br />

Hei<strong>nr</strong>ich Witte de dag ervoor ur ding van G.J.A. de Senarclens baron de<br />

<strong>Bennekom</strong> in een van de zalen van het Gtat cyto die de jarige trjdens de feestehlke<br />

hotel 'Neder-Veluwe' (eertijds op de plek bijeenkomst huldigde. Baron de Grancy<br />

van het gehjknamige appartementen-ge- was onder meer voorzitter van de Maat-<br />

16


schappu voor Tuinbouw en Plantkunde.<br />

De regering gaf bhlk van waardering door<br />

hem in dre t4d te bevorderen tot officier in<br />

de orde van Oranje-Nassau.<br />

Hei<strong>nr</strong>ich Witte op latere leeftiid. Collectie<br />

<strong>Oud</strong>-<strong>Bennekom</strong>.<br />

Goed voorbeeld doet goed volgen<br />

Hei<strong>nr</strong>ich Witte was niet de enige van zijn<br />

familie, die in <strong>Bennekom</strong> woonde. Twee<br />

andere familieleden zouden zich - zij het<br />

na zijn dood - ook te <strong>Bennekom</strong> vestigen,<br />

De ene was zrjn zoon Hendrilr Willem<br />

(1861-1938), dre zich met zryn tweede<br />

echtgenote - en tevens nicht, zie hierna -<br />

Maria Cathanna van Wyck Jurriaanse<br />

(1871-1962) vanuit Bussum te <strong>Bennekom</strong><br />

vestigde. Zlj gSngen in 1924 wonen rn het<br />

huis aan de Grintweg 15 (nu Edeseweg<br />

68)<br />

Een jaar later kwamen Maria Cathanna's<br />

ouders, Nicolaas van Wyck Jurriaanse<br />

(l 842- 1928), oud-gezagvoerder ter koopvaardrj,<br />

en Adriana Cornelia Witte (1842-<br />

1927), een zuster van Hei<strong>nr</strong>ich Witte. vanuit<br />

Utrecht ook in <strong>Bennekom</strong> wonen. Zij<br />

gingen wonen op de Grintweg 2c (nu Edeseweg<br />

109; een van de huizen die in 1944<br />

door de Duitsers opgeblazen werden),<br />

schurn tegenover hun dochter.<br />

Overlijden Hei<strong>nr</strong>ich Witte<br />

Hei<strong>nr</strong>ich Witte overleed op drnsdag 9 januarr<br />

l9l7 te <strong>Bennekom</strong>,ST jaar oud. Hrj<br />

werd de daaropvolgende zaterdag vanuit<br />

de Leidse Hortus begraven op de eveneens<br />

Leidse begraafplaats Cnoenesteeg in een<br />

graf waarin zrln echtgenote He<strong>nr</strong>iette Maria<br />

Elisabeth van der Woerd in l89l ook<br />

al begraven was. Enkele andere familieleden,<br />

waaronder Witte's zoon Eduard Theodoor<br />

werden ook in dit graf begraven2s.<br />

Deze zoon was na zrjn pensionenng als<br />

Leids hortulanus, in 1930, in Wassenaar<br />

gaan wonen, en noemde zljn buitenhuis<br />

daar 'Lrnnea'26, net als het huis van z4n<br />

vader in <strong>Bennekom</strong>.<br />

llrdé sÍ*Nêêd, tót onÊ die$c<br />

dffi$qi.L uitt àil tnkd. iÊ dÈtr<br />

dd{rddrd rs . ruim BT isrr, Èffi<br />

lrÊdld V&dcr, &churd- eo GrotvadEr<br />

d. II*t<br />

, H€.fiÉró$ ïtrTE,<br />

oÉd-Ho*ul6fa<br />

*s dan l*ídtb$ Ësrt!."<br />

lVrdu*lg rrs<br />

VsGê l{s5ElqrTs XtalÀ<br />

lu.Ànffir vÀ! EËP. lte#r,'<br />

UÍiclsinde Dr*a r*q OrunJe-fiq*rr,<br />

&kldu io de ItlddqÈ<br />

in dÊ Ordá se '.aw.lotet{'}dc, Isbtils Ir Orlholicr<br />

var Ëp*rj*<br />

?umqêatli<br />

n. w. wr|TE'<br />

J. €. trVlrfg-Gu*.<br />

Iaidm:<br />

$ lln, \Blrïtl<br />

À* f, i$ÍlTÉ-Xelrt,<br />

ê$ |{biokldár{e<br />

Baanc&om. Vills ..IÀraH",<br />

JaB lttï,<br />

I9rg*faair ' z{',e!drs u- t* Iéldca<br />

64{ d, Gft&ttn!3 } trsr YN (tt<br />

dd trfururd.<br />

S*riga aa elgens4s hen*;tEètin,s'<br />

Overlijdensadve rtentie van Hei<strong>nr</strong>ich Witte.<br />

Collectie Centraal Bureau voor Genealogie,<br />

Den Haag,<br />

l7


En zo was er een einde gekomen aan het<br />

leven van een man, dre van grote betekenis<br />

is geweest voor de ontwikkeling van de<br />

turnbouw en plantkunde en de verspreidrng<br />

van de kennis daarover in Nederland,<br />

maar die zeker ook aan de ontwikkeling<br />

van <strong>Bennekom</strong> zijn steentje heeft bijgedragen.<br />

Terecht werd Her<strong>nr</strong>ich Witte rn <strong>Bennekom</strong><br />

dan ook geëerd met een naar hem genoemde<br />

weg en met een aan dre weg staande<br />

bank, die inmiddels echter is verdwenen en<br />

waarvan alleen de fundamenten nog resteren21<br />

.<br />

A.J. Lever<br />

Noten<br />

rGrysbertsen 1974. Woudsma 1986.<br />

2 Overigens stond Hei<strong>nr</strong>ich br1 de Burgerhjke<br />

Stand ingeschreven als Hennch (zonder<br />

'i'). Verder wordt hij evenwel altrld<br />

Hei<strong>nr</strong>ich genoemd en daarom doe ik dat<br />

hier ook.<br />

3<br />

Wiersum 1932 spelt ten offechte Tiefhanie.<br />

a Zie voor de geschiedenis van de Klinische<br />

School te Rotterdam: Simon Thomas<br />

1913.<br />

5 Het logboek van Carsten Witte vermeldt<br />

alleen de belangrijkste gebeurtenissen rn<br />

de geschiedenis van de hortus. Het werd<br />

als bglage bij Wiersum 1932 gepubliceerd.<br />

In dit artlkel staan overigens meer<br />

gegevens over het Rotterdamse gezin Witte.<br />

6<br />

witre 1918.<br />

lCorneille Antoine Jean Abram <strong>Oud</strong>emans<br />

(1825-1906) was van 1848 tot 1859 lector<br />

in de botanie, materia medica en historia<br />

naturalis te Rotterdam. Het lector-salaris<br />

was zo gering, dat hr; daarnaast nog een<br />

medische praktrlk had. In 1859 werd hij<br />

hoogleraar aan het Atheneum Illustre te<br />

Amsterdam. Brl de totstandkoming van de<br />

Gemeente-universiteit n 1877 werd hij er<br />

de eerste Rector Magnificus. Van 1859-<br />

1862 schreef hr1 zrln klassiek geworden<br />

Flora van Nederland (drie delen). Zie over<br />

hernNNBW l.<br />

8Prof. dr Willem Hendlk de Vriese í1806-<br />

1862) was qua opleiding medicine doctor.<br />

Hij werd in 1834 hoogleraar te Amsterdam<br />

en in 1845 te Leiden. Zijn terrein was de<br />

plantkunde. ZieNP 9 (1918) enNNBW l0<br />

brl Sunngar.<br />

e<br />

Een belangrijk deel van de gegevens over<br />

Witte's loopbaan in Leiden is ontleend aan<br />

een folder die gemaakt werd bij de ten<br />

toonstellrng Hei<strong>nr</strong>ich ÍYitte en de Hortus<br />

Botanicus 1855-1898, die in 1976 gehouden<br />

werd in het Academisch Historisch<br />

Museum Leiden.<br />

roVuyck 1895,474-478.<br />

llJan Daniel Onderwater (1843-1904) was<br />

kapitein br1 de artillerie en voorzitter van<br />

de Maatschappij voor Tuinbouw en Plantkunde.<br />

ZieNP 63 (1977).<br />

t2Willem Frederik Reinier Sururgar (1832-<br />

1898) werd in 1857 op 24-jarige leeftryd<br />

hoogleraar te Leiden als (bedoeld was tijdelijk,<br />

maar het zou bhjvend bhlken) opvolger<br />

van de naar Nederlandsch-Indrë<br />

vertrokken prof. W.H. de Vnese (zie noot<br />

8) Sunngar was een befaamd botanicus,<br />

publiceerde veel en was onder meer 'buiten<br />

benvaar van 's Lands schatlast' drecteuÍ<br />

van het Rijksherbanum. Sunngar verving<br />

De Vriese - en volgde hem in 1862<br />

ook op - als directeur van de Hortus. In die<br />

l8


functie zou hr1 vrr.ywel diens gehele loopbaan<br />

samen met Witte 'optrekken'. Zie<br />

over hemNNBZ 10.<br />

13<br />

Antonius Dominicus Daniel Schretlen<br />

(1847-1914). Collectie familieadvertenties<br />

Centraal Bureau voor Genealogie.<br />

ra Jacob Hei<strong>nr</strong>ich Krelage (1824-1901)<br />

was een beroemd tuinbouwkundige en<br />

bevorderaar van de bloembollencultuur.<br />

Hrj stichtte in Haarlem een handelsfirma.<br />

De faam van dit handelshuis was van dien<br />

aard, dat zelfs buitenlandse vorsten zijn<br />

'Bloemhof bezochten. Krelage werd wel<br />

aangeduid als 'le roi du pays des Tulipes'.<br />

Zie overhemNNBII/ 2. Over deze Krelage<br />

zou Witte na de dood van deze vnend een<br />

'Levensbericht' schrijven voor de Maatschapprj<br />

der Nederlansche Letterkunde<br />

(r90r/2,77),<br />

rs Klaas Drost (1860-1922) was bloemkweker<br />

te Rrchmond (Suney) en Oldebroek.<br />

ZieNP 75 (1991).<br />

'6 B.A. Plemper van Balen was in 1918<br />

lector rn de Bloementeelt aan de<br />

Landbouwhogeschool te Wageningen. Zie',<br />

Haar, van der 1993.<br />

1?<br />

In het weekblad Onze Tuinen van 20<br />

lanuari l9l7 wordt volgens opgave van<br />

Ájn zoon Eduard Theodoor (zie noot 6)<br />

een lrjst met 47 titels van door Hei<strong>nr</strong>ich<br />

Witte geschreven boeken en boekjes opgenomen.<br />

t8<br />

Zie noot 6.<br />

re Genoemd naar Jhr dr Philipp Franz Balthasar<br />

von Siebold (1796-1866). Zie over<br />

deze interessante man, dre zich onder meer<br />

rnspande voor de Nederlands-Japanse relaties,<br />

maar ook zrln verdiensten had op het<br />

terrein van de plantkunde: NNBW 5. Von<br />

Siebold leverde de Leidse hortus vanuit<br />

Japan (waar hij voor langere trld woonde)<br />

ook de nodige aanwinsten op de collectie.<br />

20<br />

Zie bijvoorbeeld Lever 1997.<br />

2t Zie voor een afbeelding De Kostersteen<br />

67,februari 1999, 13.<br />

22<br />

Zienoot6.<br />

23<br />

Zie'adressen'in de overzichten van de<br />

gemeentelijke inkomstenbelastingen van<br />

de Gemeente Ede.<br />

2a<br />

Guillaume Jules Antorne de Senarclans,<br />

baron de Grancy (1856-1926) woonde op<br />

het Huis Haanwijk te Sint Michielsgestel.<br />

Hij was onder meer tien jaar voorzifter van<br />

de Maatschappij voor Tuinbouw en Plantkunde,<br />

voorzitter en mede-oprichter van de<br />

Vereeniging voor Brjenteelt, presidentcommrssaris<br />

van de Zeeuwsche Fruitteelt-<br />

Maatschappij en van de Algemene Nederlandsche<br />

Onderlinge Hagelschadeverzekerings-Maatschappr.y.<br />

Zie over hem Dossier<br />

De Senarclans de Grancy (Centraal Bureau<br />

voor Genealogie) enNA 44 (1951)<br />

2s Zie'. Moerman & Van Maanen (red.)<br />

1994.<br />

26 Krantenbericht d.d. 26 oktober 1935,<br />

Dossier Witte, CBG.<br />

21<br />

Zie foto rn De Kostersteen 68, april<br />

1999, r3<br />

Literatuur<br />

Gijsbertsen 1974<br />

Grjsbertsen, H.,'Hei<strong>nr</strong>ich Witte', Mededelingen<br />

()ud-<strong>Bennekom</strong> 13 (1974), z.p.<br />

Haar, van der 1993<br />

Haar, J. van der, De geschiedenis van de<br />

Landbouwuniversiteit lV'ageningen. l'an<br />

school tot Hogeschool, I 87 3-l 945, 1993.


Lever 1997<br />

Lever, 4.J., 'Het oudste deel van de <strong>Bennekom</strong>se<br />

begraafplaats beschermd monument:<br />

hoe nu verder?' De Kosfersteen 62<br />

(november 1997),9-10.<br />

Moerman & Van Maanen (red.) 1994<br />

Moerman, Ingnd W.L. &. R.C.J. van<br />

Maanen (red.), Groenesteeg. Geschiedenis<br />

van een Leidse begraafplaars. Leidse<br />

Historische Reeks. Utrecht 1994.<br />

NNBW<br />

Ni euw Ne de rlands Bi ografi sch lV'oordenboek.<br />

NA<br />

Nederland's Adelsboek<br />

NP<br />

Ne de r land's P at ri ci aa t<br />

Simon Thomas 1913<br />

Simon Thomas, P.H., 'De Rotterdamsche<br />

Geneeskundrge School 1 828 - 1866',R o tte r -<br />

damsch Jaarboekje 1913, 44-73.<br />

Vuyck 1895<br />

Vuyck, L, 'De feesfv'iering ter gelegenheid<br />

van de 4O-jarige ambtsvenulling van den<br />

Hortulanus Witte', Sempervirens 4, October<br />

1895. 474-478.<br />

Wiersum 1932<br />

Wiersum 8., in Rotterdamsch Jaarboekie<br />

1932, l8-30.<br />

Witte l9l8<br />

Witte, E.Th., 'Her<strong>nr</strong>ich Witte t', Jaarboekje<br />

voor geschiedenis en oudheidbunde<br />

van Leiden en Rijnland l5 (1918), 49-<br />

54.<br />

Woudsma 1986<br />

Woudsma, G., 'Hei<strong>nr</strong>ich Witte, de bewonderaar'.<br />

In'. Van Bero tot Bello, 2de dntk,<br />

1986.<br />

OPEN MONUMENTENDAG 1999<br />

De jaarlrykse Open Monumentendag wordt dit jaar gehouden op zaterdag 1 I september. Het<br />

thema is 'Monumentaal Groen'. In Bsnnekom is naast de wat meer gebruikelijke zaken ook<br />

een aantal brjzonderheden te zien. Hieronder volgt de lryst van opengestelde panden en<br />

terrernen. De opengestelde panden zrln toegankehjk van 10.00 tot 17.00.<br />

Een speciaal voor deze Open Monumentendag gemaakt boekje is enige dagen tevoren<br />

(gratis) verknjgbaar br1 de <strong>Bennekom</strong>se Bibliotheek en in het Krlk- en Luistermuseum.<br />

Nederlands Hervormde Kerli, Dorpsstraat<br />

45. Er zijn deskundige rondleiders.<br />

<strong>Oud</strong>e Begraafplaats <strong>Bennekom</strong>, Kerkhoflaan.<br />

Rondleidingen door de Werkgroep<br />

Be houd Be graafp loats Benne kom.<br />

'Rust- en Vakantiehuis De Born, opleidingscentrum<br />

voor arbeidersvrouwen<br />

uit 1932' (nu Conferentiecentrum De<br />

Born), Bomweg 12, Rondleidingen door<br />

het pand, de kruidentuin, de beukenlaan<br />

e.d. door de bosbeheerders van De Born.<br />

20


Celtic Fields en graÍheuvels. lYande lingen<br />

vanuit Tute Natura, Bosbeekweg I7-19<br />

om I1.00, 13.00 en 15.00 uur.<br />

Negentiende eeuwse boerderij Soetendaal,<br />

Halderbrinkweg 25. Erf en interieur.<br />

Rondleiding door IW<br />

Buitenplaats Hoekelum, Edeseweg 124.<br />

Rondleidrngen van ca lYz uur door 't Gilde<br />

om I1.00. 13.00 en 15.00 uur.<br />

Kijk- en Luistermuseum, Kerkstraat 1.<br />

Gratis openstelling van 14.00 - 17.00.<br />

Ook alle overige gebouwen zrln gratis toegankelijk<br />

en aan de wandelingen zijn<br />

evenmin kosten verbonden. Open Monumentendag<br />

is de uitgelezen gelegenheid<br />

nog onbekende historische plekjes in en<br />

om het eigen dorp te leren kennen.<br />

E. Mantel - van Staaveren<br />

lid lYerkgroep Open Monumentendag<br />

EXCURSIE NAAR AMEROI{GEN<br />

Februari 1673 was een slechte maand voor<br />

het kasteel te Amerongen. Zijn eigenaar,<br />

Godart Adriaan van Rede, weigerde pertinent<br />

een eed van trouw aan Lodewijk XIV<br />

af te leggen. Lodewijk had, samen met zrjn<br />

bondgenoten, de bisschoppen van Munster<br />

en Keulen. de Nederlanden tot even voorbij<br />

Utrecht veroverd, waaronder dus Amerongen.<br />

Boos over de halsstarrige houdrng<br />

van Van Reede liet Lodewijk XMet kasteel<br />

vol takkenbossen stouwen, dre vervolgens<br />

rn brand werden gestoken. Alleen de<br />

gÍote middeleeuwse toren overleefde<br />

enigszrns de \uuÍzee.<br />

Lodewrjk's verbhjf in de Nederlanden<br />

duurde echter niet lang. Nog in 1673 begon<br />

de energieke echtgenote van Godart<br />

Adriaan, Margaretha Turnor, aan de<br />

wederopbouw van het kasteel, dat in 1685<br />

gereed was. Dit laat l7e-eeuwse huis is<br />

wjwel intact bewaard gebleven. Aan de<br />

buitenzijde zijn het vooral de ramen, die er<br />

srnds het midden van de l8e eeuw anders<br />

uitzien. In het intenew kreeg een aantal<br />

kamers een andere functie en werden sommige<br />

daarvan onderverdeeld. Een aantal<br />

verhekken, waaronder de galenj, werden<br />

aan het ernde van de 19e eeuw opnieuw<br />

ingericht door de grote promotor van de<br />

neo-gotiek, P.J.H. Cuypers.<br />

Om het kasteel ligt een prachtige tuin, dre<br />

ook kenmerken uit de l7e, l8e en l9e<br />

eeuw heeft. Het dorp Amerongen zelf is<br />

rijk van tumen en fraaie bomen voorzien.<br />

Boven het geboomte njst de indrukrvekkende<br />

kerk van St Andries uit. Opvallend<br />

is zijn toren, die een sterke verwantschap<br />

vertoont met de Domtoren te Utrecht.<br />

Al dit schoons is voor de deelnemers aan<br />

de najaarsexcursie van <strong>Oud</strong>-<strong>Bennekom</strong> op<br />

zaterdagmiddag 25 september te bewonderen.<br />

Ook al zijn de dag van de week<br />

en de tijd een 'nouveauté' voor <strong>Oud</strong>-<strong>Bennekom</strong>,<br />

de manier van reizen met eigen<br />

voertuigen is hetzelfde gebleven. Daarom<br />

wordt een ieder die met de excursie meegaat<br />

vnendelijk verzocht het bijgesloten<br />

formulier in te vullen en vóór zaterdag<br />

19 september bij de voorzitter, P. Aalbers,<br />

Algemeer 49, in te leveren.<br />

Het programma van de middag ziet er als<br />

volgt uit:<br />

13.30 vertrek br1 het Kijk- en Luistermuseum,<br />

Kerkstraat I<br />

14.00 aankomst Amerongen, bezoek aan<br />

de kerk en wandelen naar het kasteel. Daar<br />

2l


kan op eigen kosten thee gedronken en/of<br />

door de tuin gewandeld worden.<br />

15.30 - 16.45 rondleidrng door het kasteel<br />

c. 17.00 terug in <strong>Bennekom</strong>.<br />

De kosten voor deze excursie bedragen /<br />

10,- voor enfrees e.d. U gelieve drt bedrag,<br />

liefst gepast, br; aankomst in de kerk aan<br />

een van bestuursleden te voldoen.<br />

Als extra attractie kan nog vermeld worden<br />

dat er die zaterdag een Antiekbeurs bij<br />

het kasteel plaats vindt en dat de tentoonstelling<br />

'De adel in beweging. Sport en<br />

spel op een adellijk huis'er te zien is.<br />

Het bestuur<br />

MEDEDELINGEN VAN HET BESTUUR<br />

Overlijden mevrouw ir M. Post - Bakker<br />

Op 28 april 1999 overleed mewouw ir M. Post - Bakker Zlj was een markant lid van de<br />

<strong>Oud</strong>-<strong>Bennekom</strong>, die de Vereniging in verschillende functies in het bestuur gedrend heeft.<br />

Van 19<strong>69</strong> - 1972 was zry pennurgmeester, daarna tot l98l secretaris en tenslotte tot 1983<br />

gewoon bestuurslid. In de Mededehngen van <strong>Oud</strong>-<strong>Bennekom</strong>. de voorloper van De Kostersteen,<br />

publiceerde zlj onder andere over een tehuis voor jonge blinde kinderen in <strong>Bennekom</strong>,<br />

over de vlag en het wapen van de gemeente Ede.<br />

Nieuwe leden<br />

Het bestuur heet de volgende personen<br />

van harte welkom als nieuw lid van de<br />

Vereniging <strong>Oud</strong>-<strong>Bennekom</strong>:<br />

Familie R. en T. Brinkman<br />

Melrouw A. de Gooijer - Boerwrnkel<br />

Mevrouw F.B. Kramer<br />

De heer J. Ph. Mulder<br />

Mewouw H. Roseboom - van Amerongen<br />

Mevrouw M.Th. Ruygrok - Schoon<br />

De heer A. Slooter<br />

De heer ir L.M.C. Touw<br />

Ondanks deze verheugend lange hlst van<br />

nieuwe leden, vindt het bestuur dat de<br />

Verenigrng <strong>Oud</strong>-<strong>Bennekom</strong> nog verder in<br />

ledental kan groeien. Daarom is van deze<br />

Kostersteen een honderdtal extra exemplaren<br />

gedruk1, dre ter propaganda in de stand<br />

van de Verenigrng op de Vlegeldag zullen<br />

hggen, Daarnaast kunnen zij ook door de<br />

leden gebrurkt worden om er - eventueel<br />

nog aarzelende - menden of kennissen<br />

mee over de streep te trekken. U kunt exemplaren<br />

krijgen b5 de secretaris, mevrouw<br />

R. Hoogkamer - Werlman, Emmalaan<br />

33, 6721 ET <strong>Bennekom</strong>. telefoon<br />

0318 - 416180<br />

Mutaties<br />

Mutaties verzoeken \.ij u lriendehlk<br />

schriftelgk te willen doorgeven aan de<br />

ledenadmrnistratie: mevrouw E. Mantel -<br />

van Staaveren, Hogeweg 4672L VE <strong>Bennekom</strong>.<br />

Cursussen Gelders <strong>Oud</strong>heidkundig<br />

Contact<br />

Ieder jaar geeft het Gelders <strong>Oud</strong>heidkundig<br />

Contact een handige brochure uit,<br />

waarin een groot aantal cursussen met betrekking<br />

tot de Gelderse geschiedenis en<br />

geschiedbeoefening is opgenomen. Interessant<br />

zgn onder andere de cursus 'Speuren<br />

naar sporen in het verleden' voor 'diegenen<br />

die onderzoek willen gaan verrichten<br />

naaÍ de geschiedenis van hun dorp of<br />

22


stad', '<strong>Oud</strong> schrift voor beginners' voor<br />

diegenen die zich rn de bronnen uit de periode<br />

1600-1800 willen verdiepen. In totaal<br />

worden dertien cursussen aangeboden.<br />

Wie het boekje hebben wil of meer wil<br />

weten, kan contact opnemen met Gelders<br />

<strong>Oud</strong>heidkundig Contact, Postbus 4040,<br />

7200 BA Zutphen, telefoon 0575--<br />

5l 1826, fax 0575-543223, e-mail<br />

stggoc@wxs.nl<br />

Agenda van activiteiten van <strong>Oud</strong>-<strong>Bennekom</strong><br />

totlT november 1999<br />

Woensdag 25 augustus Vlegeldag<br />

Zaterdag 11 september Open Monumentendag<br />

Zaterdag 25 september Najaarsexcursie<br />

naar Amerongen<br />

Woensdag 17 november Najaarslezing<br />

door de heer J. Buisman over Het Weer<br />

door de eeuwen heen (exacte titel zal rn de<br />

volgende Kostersteen vermeld worden).<br />

Het Bestuur<br />

Bestuur van <strong>Oud</strong>-<strong>Bennekom</strong><br />

Voorzitter:<br />

P. Aalbers, Algemeer 49,6721GA <strong>Bennekom</strong><br />

Vice-Voorzitter:<br />

T.J. Hoekstra, Van Hoffenlaan 44,6721XE <strong>Bennekom</strong><br />

Secretaris:<br />

Mewouw G.M. Hoogkamer - Weijman, Emmalaan 33,672L ET, <strong>Bennekom</strong>, tel. 416180<br />

Penningmeester:<br />

A. van de Weerdhof, Molensffaat 122,6721WP <strong>Bennekom</strong><br />

Leden:<br />

A. Dirksen, Pr. Bernhardl aan 22, 672 I DR <strong>Bennekom</strong><br />

A.J. Lever. Prursenlaan 2.6721EC <strong>Bennekom</strong><br />

Mevrouw E. Mantel - van Staaveren, Hogeweg 4,6721VE <strong>Bennekom</strong><br />

Ledenadministratie<br />

Mewouw E. Mantel - van Staaveren, Hogeweg 4.6721VE <strong>Bennekom</strong><br />

Conservator Collectie <strong>Oud</strong>-<strong>Bennekom</strong><br />

G. van de Born, Selterskampweg2í,6T2l AR<strong>Bennekom</strong><br />

Beheer foto- en diacollectie<br />

H. Gijsbertsen Gasthuisbouwrng 9a, 6721 XH <strong>Bennekom</strong><br />

Redactie Kostersteen<br />

T.J. Hoekstra, Van Hoffenlaan 44,6721XE <strong>Bennekom</strong>, eindredacteur<br />

C.A. Heitink, Bnnkerpad 29,6721WJ <strong>Bennekom</strong><br />

A.J. Lever, Prinsenlaan 2,672I EC <strong>Bennekom</strong><br />

H.J. van den Oever, Edeseweg 1I7,6721JT <strong>Bennekom</strong><br />

23

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!