Het belang van voeding voor onze gezondheid - CITT

celherstelconcept.nl

Het belang van voeding voor onze gezondheid - CITT

10

Het belang van voeding voor onze

gezondheid

Door John Koezen

Inleiding

In dit hoofdstuk zetten we de invloed van voeding op onze gezondheid op een

rijtje:

• de kwaliteit van ons voedsel

• wat is gezond voedsel?

• het verband tussen ziekte en voedsel

Ieder mens is uniek, dat is interessant en lastig. Waarom krijgt het ene gezinslid

suikerziekte en het andere reumatische artritis? Beiden eten en drinken nagenoeg

hetzelfde en beleven spanning op hun eigen manier. Dat heeft een belangrijke

invloed op de spijsvertering.

Als we het medisch-technisch bekijken, is het een ingewikkelde zaak. We willen

het graag begrijpelijk uitleggen. Een enkele keer gebruiken we een officiële term,

daarna geven we uitleg. Alle gegevens zijn gebaseerd op grondig onderzoek. De

wetenschap vergeet, zo blijkt de afgelopen honderd jaar, dat wij een deel zijn van

de natuur. Wij zijn niet in een scheikundig laboratorium in elkaar geknutseld.

Door de natuur te onderzoeken, kunnen we weer leren hoe we ons moeten voeden

om zo lang mogelijk gezond te blijven en begrijpen waarom wij nu met vele welvaartsziektes

te maken krijgen.

Ziekte moet niet beschouwd worden als oorzaak, maar als gevolg. De medi-sche

wetenschap pakt de ziekte aan en niet de oorzaak. De ziekte functioneert als

signaal. De Nederlandse arts H.C. Moolenburgh noemt de huidige medische wetenschap

‘verschuifkunde’; we onderdrukken het verschijnsel, de ziekte, om een

andere ziekte terug te krijgen. We kunnen niet volledig zijn maar hopen de rode

draad zo uit te leggen dat u verder kunt. Opmerkingen, aanvullingen en vragen

zijn van harte welkom. Het gaat erom dat er een handboek komt waar iedereen

beter van wordt.

Enkele opmerkingen voordat we de informatiekraan openzetten: Het is goed om

je voedingspakket zorgvuldig samen te stellen, maar doe dit niet te strikt. Als je


gezond eet, kan je lichaam dat gebakje of ijsje zonder schade verwerken. Die gezellige

momenten leveren een stuk gezondheid op.

In de Verenigde Staten is onderzoek gedaan naar de gezondheidstoestand van

meerdere groepen zoals junkfoodgebruikers en gezondheidsfreaks, die zich voortdurend

afvroegen of ze iets wel of niet konden eten, en mensen die bewust consumeerden

en weleens genoten van ‘ongezonde’ dingen. Deze groep bleek het

gezondst.

Als je heel gezond eet, maar te weinig beweegt, is het effect minimaal. Je lichaam

heeft actie nodig om nieuwe cellen aan te maken.

Gezonde voeding en beweging gaan samen om gezond te worden en te blijven.

Als je gezond eet, hoef je niet meer op calorieën te letten en geniet je van pure,

zuivere smaak.

De kwaliteit van voeding

Over de inhoudsstoffen van voedsel

Het is bekend dat vitamines, eiwitten, vetten, koolhydraten en mineralen belangrijk

zijn voor ons dagelijks functioneren, maar de laatste jaren zijn daar de

bio-actieve stoffen bijgekomen. Deze stoffen, ook wel secundaire metabolieten

genoemd, vormt de plant om zichzelf te beschermen tegen ziekten en plagen.

Planten maken giftige stoffen aan om zich te verweren tegen bijvoorbeeld luizenvraat.

Zij zorgen er zo voor dat zij minder aantrekkelijk worden om opgegeten te

worden. Ook maken de planten stoffen aan die helpen om bijvoorbeeld een droge

of koude periode door te komen. We lezen steeds vaker over deze bioflavonoïden,

terpenen, salvestrolen (zoals resveratrol in rode wijn) en omegavetzuren. Inmiddels

weten we dat deze stoffen niet alleen de plant beschermen, maar ook voor

ons gezond zijn. Uit onderzoek blijkt dat stoffen als curcumine en bioflavonoïden

beschermen tegen kanker.

Bijna dagelijks worden nieuwe dingen ontdekt en daaruit blijkt in toenemende

mate hoe belangrijk gezonde voeding is voor onze gezondheid. We spreken over

gezonde voeding en dat betekent dat er ongezonde voeding en zelfs slechte voeding

bestaat. Dit geldt ook voor dierenvoeding; de gezondheid van onze dieren

wordt bepaald door de kwaliteit van hun voedsel. Wij moeten verder kijken dan

alleen naar eiwitten, koolhydraten en mineralen. Onze vee- en huisdieren krijgen

regelmatig voedsel dat afwijkt van dat wat zij in een natuurlijke omgeving eten;

in de natuur zullen koeien geen zaden van granen eten, dat doen vogels - dus

ook kippen -, de koeien eten het blad, eventueel ‘s winters in gedroogde vorm.

(We noemen dit ook wel hooi op stam). Het van de natuur afwijkende voedsel


heeft een negatieve invloed op de kwaliteit van vlees en melk en vervolgens op

onze gezondheid. Voortdurend worden er concessies gedaan aan de kwaliteit van

onze voeding. Dat begint met teelt en opfok, dan worden producten verwerkt in

kant-en-klare producten en worden er niet-natuurlijke stoffen aan toegevoegd en

het eindproduct wordt vervolgens snel in een magnetron opgewarmd. Het is niet

vreemd dat onze darmen, na jaren slecht voedsel en voedingstekorten, er de brui

aan geven en we ziek worden. We noemen dit het metaboolsyndroom.

De Gezondheidsraad en het Voedingscentrum

In de ‘Richtlijnen goede voedingvan de Gezondheidsraad (2006) lezen we de

volgende adviezen:

• Zorg voor een gevarieerde voeding

• Zorg dagelijks voor voldoende lichaamsbeweging

• Gebruik dagelijks voldoende groente, fruit en volkoren graanproducten

• Eet twee maal per week (vette) vis

• Gebruik zo weinig mogelijk producten met een hoog gehalte aan verzadigde

vetzuren en enkelvoudig trans- en onverzadigde vetzuren

• Beperk veelvuldig gebruik van voedingsmiddelen en dranken met vergistbare

suikers en dranken met een hoog gehalte aan voedingszuren

• Beperk de inname van keukenzout

• Wees matig met alcohol

Helaas komen de woorden vers, volwaardig, ongeraffineerd, onbewerkt, biologisch

of duurzaam geen enkele keer voor in het rapport. Ook wordt niet gesproken

over de twijfelachtigheid rond toevoegingen, zoals geur-, kleur- en smaakstoffen.

De Gezondheidsraad ziet geen verschil tussen een prefab maaltijd, vol toevoegingen,

die je in de magnetron schuift en een vers bereide volwaardige maaltijd die

je met verse kruiden op smaak hebt gebracht. Zo kan het zijn dat, ondanks dat het

lichaam in ruime mate voedsel en ook calorieën aangeboden krijgt, er sprake is

van honger, omdat veel noodzakelijke voedingsstoffen niet of onvoldoende in het

voedselpakket zitten (drs. Selma Timmer in Nature nr. 14, najaar 2009).

Ook het Voedingscentrum geeft regelmatig achterhaalde of op zijn minst incomplete

informatie. De redenen hiervan zijn onbekend of kunnen moeilijk bewezen

worden, maar van deze organisaties mag je duurzamere adviezen verwachten. De

bekende schijf van vijf is achterhaald. Het aandeel melk en zuivel is, gezien de

uitkomsten van diverse onderzoeken, veel te hoog, terwijl het aandeel groenten

en fruit veel hoger moet zijn.


Op de Japanse Okinawa-eilanden wonen vele honderdjarigen. Ze gebruiken geen

melkproducten, eten geen vlees, wel vis, tofu en zeewier, werken tot op hoge leeftijd

en doen aan yoga en meditatie. Het Kretamenu, waarbij naast olijfolie veel

groenten en fruit gegeten worden en meer vis dan wij gewend zijn te eten, biedt

veel gezonde aanwijzingen. We kunnen deze menu’s niet zomaar overnemen, omdat

onze bacteriehuishouding is afgestemd op dat deel van de wereld waar we

wonen. Dat betekent dat voedsel uit onze klimaatzone, afgestemd op de seizoenen,

de voorkeur verdient. Aardbeien zijn lekker en gezond, maar niet in de winter, net

zo min als Keniaanse sperzieboontjes. Boerenkool is een stuk gezonder. We kunnen

de voorbeelden vertalen naar onze keuken; olijfolie en Indiaas in de zomer en

koolzaadolie en Japans in de winter.

Zuren en basen

In ons lichaam hoort een balans te zijn tussen zuren en basen. Ons lichaam heeft

als het goed is een zuurgraad van rond de pH 7,2. De pH-waarde van ons bloed

is tussen de 7,35 en 7,45. Wanneer de pH te laag wordt, door bijvoorbeeld te veel

zuurwerkend voedsel zoals geraffineerde suikers en koolzuurhoudende dranken,

probeert ons lichaam het evenwicht te herstellen door kalk aan spieren en botten

te onttrekken. Mineralen zoals kalk, in mindere mate magnesium en andere mineralen,

zorgen voor een basische omgeving, terwijl suikers - dus ook alcohol - maar

ook zuivel en (varkens)vlees verzurend werken.

In de westerse wereld hebben velen een te zuur lichaam met als gevolg ziektes zoals

diabetes 2, obesitas, maag-,darm- en leverziekten, problemen met de alvleesklier

en ontstekingen. Veel mensen zijn grootverbruikers van koolzuurhoudende

frisdranken en bier. Deze bevatten niet alleen veel suikers (alcohol is suiker), maar

ook koolzuurgas dat sterk verzuurt. Ons lichaam is voortdurend bezig, door het

uitademen van koolzuurgas, onze pH op peil te houden. Door veel koolzuurgas te

consumeren, moet ons lichaam extra hard werken terwijl het op slechte brandstof

moet draaien. Daarnaast is de balans tussen natrium -en kaliuminname verstoord.

Door veel zout in kant- en klare producten krijgen we met keukenzout teveel

natrium binnen en we eten te weinig groenten om voldoende kalium binnen te

krijgen; bovendien bevatten de regulier gekweekte groenten minder mineralen.

Gezonde voeding is de enige remedie die op lange termijn werkt, want de meeste

medicijnen zijn zuurvormend en dus demineraliserend. Het beruchtste medicijn

wat dat betreft is de chemokuur. Ik kom daar bij ‘Speciale voeding bij ziekten’

nog op terug, maar merk nu al op dat Skalaris Detox en Schindler’s mineralen

de negatieve effecten hiervan sterk beperken. Voeding met curcumine (zoals in


geelwortel en kerrie) en iso-flavonen (peulvruchten en soja) hebben een anti-carcinogene

werking. Een overmaat aan basisch werkende voeding is ook schadelijk

maar dit komt bij een westers voedingspatroon maar zelden voor.

Biologisch of niet

Uit steeds meer onderzoeken blijkt dat biologisch voedsel niet alleen goed is voor

natuur en milieu, maar ook voor ons. Biologisch voedsel bevat niet alleen meer

vitaminen en mineralen, maar ook een hogere concentratie bio-actieve stoffen.

Deze stoffen vormt de plant onder stress. In de reguliere landbouw wordt voorkomen

dat planten gestresst raken; dat gaat ten koste van de productie en daarom

gebruikt de boer giftige stoffen en geeft water om de groei erin te houden. In sommige

regulier geteelde producten ontbreken bepaalde stoffen helemaal. Mineralen

als selenium, zink, kobalt en enkele andere sporenelementen komen in veel bodems

niet meer voor en kunnen dan niet door de plant opgenomen worden. Onze

pancreas kan zonder zink zijn werk niet verrichten; dit orgaan is belangrijk omdat

het veel processen regelt. Een biologisch geteelde plant bevat meer bouwstoffen

(mineralen), doordat zij langzamer mag groeien, niet opgejaagd wordt, minder

water en meer secundaire bioactieve stoffen bevat. Volgens de FAO, de Wereldgezondheidsorganisatie

van de VN, is de vitamine- en mineralen-inhoud van landbouwgewassen

in enkele decennia met 60-90% gedaald. Het is niet vreemd dat we

ziek worden als we voeding eten dat niet meer het nodige bevat.

Uit onderzoek van o.a. de Amerikaanse professor Lorain Cordain blijkt dat de

kwaliteit van regulier gefokt vlees slecht is in vergelijking met wild en biologisch

vlees. Het regulier gefokte vlees bevat meer (slecht) vet en minder eiwitten. Eiwitten

zitten voornamelijk in spierweefsel; dat betekent dat het dier veel gelopen,

gevlogen of gezwommen moet hebben. Maar dat gaat ten koste van de groei en

het duurt langer voordat het dier slachtrijp is. Het betekent anderzijds wel dat dieren

minder snel ziek worden en minder kans lopen met antibiotica behandeld te

moeten worden. En daarmee komen we bij de grote nadelen van het gebruik van

antibiotica. Ook de overheid komt nu met drastische maatregelen (voorjaar 2010)

om het antibioticagebruik in de veehouderij en pluimveehouderij af te bouwen,

maar dat lukt alleen als we accepteren dat er geen kiloknallers meer aangeboden

worden.

Regulier geteelde groenten bevatten niet alleen sporen van bestrijdingsmiddelen,

maar ook een hoger watergehalte en een lagere concentratie bouwstoffen, te ver-


gelijken met limonade die verdund wordt. Maar de stoffen zijn niet alleen verdund,

veel essentiële stoffen ontbreken. Daarom stappen topkoks in toenemende

mate over op biologische producten, omdat deze meer smaakstoffen bevatten, lekkerder

zijn. En we weten dus nu dat lekkerder in dit geval ook betekent gezonder.

Hieronder zien we een vergelijking van biologisch geteelde groenten ten opzichte

van regulier geteelde groenten.

Vitamine C

Eiwitkwaliteit

Mineralen

Droge stof

Antioxidanten

Pesticideresiduen

Nitraat

Mycotoxines

Minder Gelijk Meer




• •

• •

• •

• •

• •

Naar Alfodi T, Granado J, Kieffer E, et al. Qualität und Sicherheit von Bioproducten.

FIBL dossier nr. 5 januari 2006, www.fibl.org en Huber M, Adriaansen-

Tennekes R, van de Vijver LPL, Verantwoorde en Communiceerbare gezondheidsargumenten

bij biologische producten. Rapport Louis Bolkinstituut, febr. 2006.

Ogenschijnlijk zijn een reguliere tomaat of broccoli en hun biologische variant

gelijk aan elkaar, maar o.a. de Duitse wetenschapper Frits Popp en zijn volgelingen

hebben aangetoond dat het alleen aan de buitenkant op elkaar lijkt. Door

onderzoeken bij jonge kinderen is aangetoond dat biologische voeding een betere

basis levert voor optimale groei, zonder tekorten en zonder een begin van chronische

ziekten. Ook blijkt dat al deze tekorten een negatieve invloed hebben op

psychologische processen, zoals depressies en ADHD.

De supermarkt als bron van ziekten?

Veel producten die u in de supermarkt koopt, verdienen het predicaat ‘Gezonde

voeding’ niet, ook al zit er een sticker op met ‘Bewuste Keuze’. De Amerikaanse

wetenschapsjournalist Michael Pollan geeft de volgende criteria:

• Eet niets wat uw overgrootmoeder niet als eten zou herkennen

• Mijd voedsel met gezondheidsclaims (bij de biologische groenteboer vindt u


geen claims)

• Eet geen producten die ingrediënten bevatten, die

- onbekend zijn

- waarvan de naam niet uit te spreken is

- waaraan meer dan vijf additieven of fructoserijke maïssiroop is toegevoegd.

Ook natriumglutamaat, smaakversterker E621, dient vermeden te

worden, het wordt ervan verdacht kankerverwekkend te zijn. Het heeft niets

met natuurlijke voeding te maken; ze zijn in een scheikundig laboratorium

in elkaar geknutseld

• Betaal meer, eet minder

• Bezoek zo min mogelijk supermarkten

• Eet voornamelijk plantaardig voedsel

• Eet zoals de Fransen, Japanners, Italianen of de Grieken

• Kook zelf (warm geen kant- en klare maaltijd op) en leg als je kunt een

groentetuin aan

• Eet als een omnivoor (die eet niet elke dag van de week vlees)

Moet je de supermarkt mijden? Nee, maar je moet opletten wat je koopt en de

etiketten lezen. Waarom staan er geen logo’s op versproducten? Koop vooral biologisch.

Hierdoor zal de supermarkt zijn biologisch assortiment vergroten. Een supermarkt

denkt te weten wat zijn klant wil, maar als de consument geen kant- en

klare maaltijden koopt, verdwijnen ze uit de schappen. In deze producten zit vaak

natrium-gluconaat; deze stof wordt ervan verdacht kankerverwekkend te zijn.

Welke voeding is gezond?

De basis

We gaan uit van biologisch voedsel. Maar daarmee zijn we er nog niet. Want ook

al is witte suiker van biologische oorsprong, witte suiker blijft slecht voor onze

gezondheid. En, zoals bij alle geraffineerde producten gaat het niet zozeer om

wat er in zit, maar om wat er niet meer inzit. Er ontstaat regelmatig verwarring

bij burgers omdat bijvoorbeeld gesteld wordt dat het niet uitmaakt want: ‘suiker

is suiker’. Maar dat is een misvatting. De andere stoffen die in een natuurlijke

samenstelling de suikers begeleiden, zorgen ervoor dat ons lichaam deze suikers

probleemloos, zonder extra belasting, kan verteren en uitscheiden. Maar zonder

deze ballaststoffen heeft ons lichaam er grote problemen mee. De kreet: “Mars

geeft u direct energie” klopt. Er zitten snelle suikers in, geraffineerde suikers. Maar

het kost ons lichaam meer energie om deze af te breken. Na de inname van snelle

suikers krijgen we snel honger, terwijl bij de langzame suikers in groenten het


verzadigde gevoel langer aanhoudt. Producten gemaakt van geraffineerde (tarwe)

bloem, dus wit brood, cake, koekjes, bevatten snelle suikers waardoor we snel

weer een hongergevoel krijgen.

Natuurlijk geteelde planten bevatten behalve suikers en koolhydraten veel verschillende

begeleidende stoffen zoals ballaststoffen, flavonoïden en sporenelementen.

De voedingswaarde is hierdoor groter en er blijft langere tijd een verzadigd

gevoel. Dit betekent dat de teelt en opfok natuurlijk moeten zijn. De boer moet

zich verdiepen in het wezen van bodem, plant en dier, en dat bepalend laten zijn

voor zijn methode van werken. Vroeger wisten de boeren dat, de huidige generatie

heeft dit niet geleerd. Als alleen kunstmest en bestrijdingsmiddelen vervangen

worden door organische middelen, zonder dat naar het wezen van bijvoorbeeld de

bodem gekeken wordt, hebben we maar een deel van de winst binnen.

We zullen de belangrijke inhoudstoffen van planten zo bekijken. Belangrijk is dat

we deze altijd in de totale context en niet als losse onderdeeltjes zien. Dat is het

probleem van veel wetenschappelijk onderzoek, men isoleert een stofje, kijkt hoe

dit werkt en komt dan tot verrassende conclusies, zowel positieve als negatieve.

We hebben niets aan deze resultaten omdat dit stofje alleen maar voorkomt in

combinatie met honderden andere stofjes en dan blijkt dat alles in combinatie

heel anders werkt...

Eiwitten

het gaat er niet alleen om dat we voldoende eiwitten binnenkrijgen, maar vooral

dat ze van de juiste samenstelling en kwaliteit zijn. Eiwitten van ongewenste kwaliteit,

zoals bij melk en kaas en slechte kwaliteit vlees zijn schadelijk. Eiwitten in

gevogelte hebben het voordeel dat ze geen ongewenste zuren bevatten, die vooral

in varkensvlees en in mindere mate in rundvlees zitten. Vis en vooral vette vis bevat

veel omega-3 vetzuur en dat is van belang om het evenwicht tussen omega-3

en 6 te herstellen. Vroeger was de verhouding in ons voedselpakket tussen deze

twee omegazuren 1:1, tegenwoordig 1:15.

Koolhydraten

Koolhydraten en suikers halen we vooral uit groenten en granen. Het is belangrijk

dat we deze in ongeraffineerde vorm nuttigen, bij voorkeur vers verwerkt en met

veel variatie. De slogan: ‘Hoe meer kleur op je bord, hoe beter’ is hier zeker van

toepassing. Het is onlogisch om maar één groente per dag te eten. Zo heb je maar

één kleur en dus maar weinig verschillende voedingsstoffen. Vroeger liepen de

mensen de natuur in en verzamelden wat er beschikbaar was en ze kwamen niet


met maar één soort groente thuis. Juist de variatie hield hen gezond.

Naast koolhydraten zijn vezels belangrijk die helpen om het verteringsproces optimaal

te laten verlopen zodat de belangrijke elementen uit de voeding maximaal

benut worden.

Fabrikanten hebben in de informatie over suiker als dikmaker aanleiding gezien

om alternatieve zoetstoffen te ontwikkelen. Inmiddels is duidelijk geworden dat

we hiermee het paard achter de wagen spannen en door deze calorie-arme zoetstoffen

dik worden, omdat ons lichaam de stoffen niet herkent en geen signalen

van verzadiging afgeeft. Uit groente, fruit en granen halen we voldoende natuurlijke

suikers, meer hebben we niet nodig. De andere suikers die we via koekjes,

gebak en frisdranken binnenkrijgen zijn overbodig en schadelijk. Je merkt als je

jezelf aanwent om minder snelle suikers te consumeren, dus minder zoet te eten, je

meer smaak onderscheidt en zo meer van het eten geniet. Suiker en zout verbloemen

de slechte kwaliteit en smaak van voedsel. Minder suiker eten is een kwestie

van wennen, maar je wordt rijkelijk beloond.

Vetten

De laatste jaren zijn gekenmerkt door tientallen onterechte acties tegen het gebruik

van vet. Deze zijn volledig doorgeslagen. De gevoerde acties moeten gevoerd

worden tegen slechte vetten, zoals de door de industrie gefabriceerde transvetten

en een deel van de verzadigde vetten. Ons lichaam heeft vet nodig, ook als bouwstof.

Ondanks allerlei ‘light’ en ‘vetarme’ producten krijgen wij veel slechte vetten

binnen, onder meer door regulier gefokt vlees, dat een duidelijk hoger vetpercentage

heeft dan wild vlees en van slechtere kwaliteit is (onderzoek prof.dr. Lorain

Cordain). Het zogenaamde malse vlees is vet vlees. Wild en biologisch vlees heeft

meer spieren en is steviger. De juiste bereiding daarvan is zeer eenvoudig; onze

voorouders hadden daar geen moeite mee. Denk maar aan stoven en marineren.

Mineralen

Ons lichaam heeft veel soorten mineralen nodig. Van sommige veel, zoals stikstof,

fosfaat, kalium en kalk, van vele andere mineralen weinig tot zeer weinig. Van

deze laatste groep zien we vaak tekorten. In de reguliere landbouw wordt gekeken

naar die stoffen die de plant nodig heeft om goed en snel te groeien, maar

niet naar die stoffen die voor de plant misschien minder noodzakelijk zijn, maar

voor ons essentieel. De betreffende gewassen leven maar een paar maanden en

hebben daarom minder last van de tekorten, maar bij ons vormen de tekorten

wel een toenemend gezondheidsprobleem. Biologisch geteelde planten hebben die

tekorten niet of veel minder. Het kaliumgehalte in industrieel bewerkt voedsel


is beduidend lager dan bij niet bewerkt voedsel. Dit wordt veroorzaakt door de

bewerking zelf en het feit dat er te veel natrium in de vorm van keukenzout aan

toegevoegd wordt.

Een verslechtering van de kalium-natriumverhouding (d.w.z. teveel natrium

t.o.v. kalium) heeft verregaande gevolgen:

• Ontstaan van een chronische marginale acidose (CMA, Frassetto 2001);

• Afname van bot- en spiermassa (van Dam 2007, New 2000);

• Toename van cortisolproductie (Maurer 2003);

• Afname van de productie van groeihormoon, vooral bij ouderen (Caldas

1993);

• Toename van insuline resistentie en diabetes type 2 (McCarty 2005);

• Toename van ontstekingsziektebeelden als reumatoïde atritis (Cseuz

2005);

• Toename van epileptische aanvallen (Yuen 2006);

• Veranderingen in de tolerantie van verzuringen, vooral bij intensieve

sport (Street 2005);

• Toename ziektes en sterfgevallen (Frasetto 2001);

Vitaminen

Veel vitaminen krijgen we binnen door voeding en enkele maken we zelf, bijvoorbeeld

door regelmatig buiten, in de zon, te bewegen. Het is belangrijk dat onze

darmen goed functioneren, omdat een deel van de vitamine producerende processen

daar plaatsvindt. Vitamine D krijgen we maar in kleine hoeveelheden via

voeding binnen, de meeste vitamine D maken we in de zomermaanden aan, mits

we voldoende buiten zijn en ons niet insmeren met factor 20. Er zijn voorbeelden

van mensen die na drie weken vakantie in Afrika toch een vitamine D-tekort hadden,

omdat ze zich elke ochtend insmeerden met een zonnebrandmiddel.

Er wordt gezegd dat vegetariërs een vitamine B12 tekort kunnen krijgen, omdat

deze vitamine vooral in dierlijke producten zit. Nu blijkt dat door een kobaltgebrek

in de aarde er geen vitamine B12 meer voorkomt in de huidige vlees- en

zuivelproducten. De reden hiervan is dat de reguliere landbouwgronden voornamelijk

bemest worden met kunstmest en inferieure dierlijke mest, waardoor er

een tekort is aan sporenelementen en mineralen in de grond. Hierdoor ontstaat

ook een tekort in de gewassen die de dieren eten; als kobalt ontbreekt wordt er te

weinig vitamine B12 aangemaakt. Door het eten van biologisch vlees is dit te ondervangen,

omdat biologische boeren juist letten op voldoende sporenelementen

en mineralen in de grond.


Bio-actieve stoffen (secundaire metabolieten)

Deze stoffen maakt de plant aan. Zodra de plant stress ervaart, door extreme

weersomstandigheden en ziekten en plagen, zal zij bepaalde stoffen aanmaken

die haar helpen. Deze stoffen zijn niet alleen nuttig voor de plant, maar ook voor

mens en dier die deze plant als voeding gebruiken. We noemen deze stoffen bioactief,

secundaire metabolieten, secundair omdat de plant ze niet nodig heeft om

te leven, maar wel om te overleven. Deze stoffen blijken veel belangrijker te zijn

dan we dachten. Het onderzoek daarnaar is omvangrijk en ingewikkeld. Het gaat

om zeer veel stoffen, naar schatting tussen een half en één miljoen. Ze werken

allemaal verschillend, afhankelijk van de combinaties waarin ze voorkomen. Resveratrol

bijvoorbeeld, dat onder meer in druiven voorkomt, is één van de stoffen

uit de salvestrolengroep en werkt tot 15 keer effectiever als er ook andere stoffen

uit diezelfde groep in de voeding aanwezig zijn, zoals quercitine en geraniacine.

In biologisch geteeld voedsel blijken veel meer van deze stoffen aanwezig te zijn.

Onderzoek toont aan dat deze stoffen onze gezondheid positief beïnvloeden.

De laatste jaren wijzen adviezen in de richting van het paleodieet, het oerdieet.

Nu gaat dit wel wat ver, maar in de kern lijkt het op de adviezen van bijvoorbeeld

dr.med. H. Kremer bij de celsymbiosetherapie. Er zijn vele populaire diëten, waarvan

vaak blijkt dat je er tekorten mee opbouwt. Als je echt gezond bent, in balans,

dan heb je geen dieet nodig, alleen gezonde voeding.

Oervoeding

Heeft:

• Een gunstige glycemische belasting, d.w.z. het overbelast onze pancreas niet

• Een goede vetzuursamenstelling

• Een goede samenstelling van micronutriënten

• Een goede zuur-basebalans

• Een goede natrium-kaliumverhouding

• Een goed gehalte aan vezels

Als je als overgangsmaatregel een dieet nodig hebt, is het belangrijk eerst de

oorzaak op te sporen. Die kan lichamelijk zijn en psychisch. Vooral stress speelt

een negatieve rol. Deze hoeft niet uit de huidige situatie voort te komen, maar

kan het gevolg zijn van ontwikkelingen in de kindfase die geleid hebben tot jouw

verdedigingsmechanisme, ook wel overlevingsstrategie genoemd. Iedereen heeft


iets dergelijks ontwikkeld, maar de ene vorm is nadeliger dan de andere. Deze

stress zorgt ervoor dat bepaalde organen onvoldoende werken, waardoor minder

voedingsstoffen uit het eten worden opgenomen en het lichaam tekorten krijgt.

Het is zinvol om daar aandacht aan te besteden. De Canadese arts Linus Pauling

heeft aangetoond dat de kwaliteit van voeding positieve invloed heeft op het gedrag

van gevangenen. Na een periode van gezonde voeding bleek de agressie bij

de ‘behandelde’ gedetineerden duidelijk afgenomen.

Eet dagelijks 200 gram groente en 2 stuks fruit. Iedereen weet het, niemand eet

het.

Dit laatste is gelukkig niet helemaal waar. Maar de 25% die het wel doet is nog

steeds een lage score. Volgens het RIVM (2009) kan het tot 5000 doden door hart

–en vaatziekten schelen als iedereen op gezonde voeding over gaat.

Wat is gezond? We zetten hier alles nog eens op een rijtje

• Veel groenten, liefst meerdere soorten bij elke maaltijd en minimaal 200

gram per dag, liefst meer

• Minimaal 2 stuks vers fruit, eventueel verwerkt, maar niet met suiker gezoet

(wel bijv. met diksap)

• Geen geraffineerde koolhydraten zoals witte suiker, tarwebloem, e.d.

• Eet per dag ongeveer 120 tot 150 gram eiwitten van goede kwaliteit, goede

kwaliteit is van biologische herkomst, zo weinig mogelijk bewerkt, gevarieerd.

Gevarieerd is; verschillende soorten vlees, vis, zaden, noten en peulvruchten

• Geen zuivel, uitgezonderd roomkaas, roomboter en slagroom en beperkt zure

zuivelproducten

• Voldoende goede vetten, geen transvetten (bewerkte vetten waar toevoegingen

in zitten)

• Twee maal per week vis, waarvan minimaal één keer vette vis (makreel, haring,

sardientjes, tonijn of zalm)

• 0ngeveer 60 gram vlees per dag is voldoende (het gemiddelde in Nederland

ligt op 110 gr.); wissel af tussen gevogelte en rundvlees en eet weinig varkensvlees

• eet regelmatig noten (amandelen, paranoten, walnoten) en zaden (lijnzaad,

zonnebloempitten, pompoenpitten, sesamzaad); deze kunnen in een gemengde

groenteschotel verwerkt worden

Nog enkele tips

Denk eens aan een kop misosoep ‘s morgens bij het ontbijt (recept: maak een

gevulde groentesoep en voeg er op het bord een theelepel miso aan toe). Doe een

restje groenten in een kom en maak er met de staafmixer een smeuig geheel van.


Voeg soja, tamari, tahin of kruiden toe om dit op smaak te brengen en je

hebt een heerlijk broodsmeersel, je krijgt extra groenten binnen en het is

gezonder dan vleeswaren en kaas.

Stamp lijnzaad in een vijzel. Kant- en klaar geplette zaden gaan oxideren

en gaan ranzig smaken. Lijnzaad bevat veel goede omega-3 vetzuren. Voeg

dit toe aan havermout of gemengde groenten.

Wissel de soorten olie bij de bereiding van eten af. Gebruik niet alleen

olijfolie (is voor ons vooral een zomerolie), maar ook arganolie, kokosolie,

koolzaadolie, sesamolie en walnootolie. Je kunt deze mengen en in gerechten

verwerken.

NB: Tamari is glutenvrij, soja niet, sesamolie niet verhitten

Drie factoren zijn bepalend voor een geslaagde overstap naar andere voeding:

• motivatie

• kennis over voeding

• steun van de omgeving

In dit hoofdstuk maken we hiermee een begin; de rest organiseert u zelf.

Einde aan ‘Melk moet’?

De meesten van ons zijn opgegroeid met slogans als: ‘Melk moet’, ‘Met

melk meer mans’ en ‘Joris Driepinter’ Hierdoor hebben we het idee dat melk

gezond is. Voor een deel klopt dat; moedermelk is goed voor mensenbaby’s,

koemelk voor kalfjes en geitenmelk voor geitjes.

Als melk voor iedereen goed zou zijn, had de natuur ervoor gezorgd dat alle

melk dezelfde samenstelling had, maar dat is niet het geval. In melk zitten

natuurlijke groeihormonen, aangepast aan de soort. Koemelk bevat veel

hormonen, want het kalf moet snel groeien. Wat gebeurt er met mensen die

jarenlang koemelk drinken? De jeugd in de westerse, melkdrinkende wereld

is de langste ter wereld. Melkdrinken is noodzakelijk in de eerste levensfase,

daarna volgt de papfase, d.w.z. melk met meel, later volgen groentes, fruit,

zaden, noten, vlees en brood, geen kaas, want ook deze bevatten hormonen

in een verhoogde concentratie. Alleen roomkaas, roomboter en slagroom

kunnen we eten; het gaat om de eiwitten en niet om het vet. Volgens de

huidige inzichten richten zure melkproducten, zoals kwark, biogarde, yoghurt

en –echte- karnemelk, geen of weinig schade aan. Door de bereiding


met bacteriën wordt de werking van deze groeihormonen geneutraliseerd. De

komende jaren komt wellicht meer duidelijkheid. Een ander onderbelicht fenomeen

is de samenstelling van melk en ons immuunsysteem. Melkeiwitten

zijn lichaamsvreemde en soortvreemde eiwitten, waartegen ons lichaam, ons

immuunsysteem, reageert door hen onschadelijk te maken. De melk die we kopen

is niet van één koe, maar van vele, en ons lichaam moet meerdere reacties

tegelijk uitvoeren, omdat er verschillen in eiwitten kunnen zitten. Elke reactie

levert een laaggradige ontsteking op. Dat is geen probleem als het incidentele

acties zijn; ons lichaam heeft voortdurend laaggradige ontstekingen. Afweer tegen

laaggradige ontstekingen is tijdens onze evolutie ontwikkeld en houdt ons

systeem gezond. Maar als ons lichaam voortdurend in actie moet komen, om

deze lichaamsvreemde eiwitten te lijf te gaan, ontstaan chronische problemen.

Dit zien we onder meer bij darmaandoeningen zoals bij de ziekte van Crohn,

bepaalde vormen van kanker en osteoporose.

Is melk niet nodig voor onze botten? Nee. In de landen waar men veel melk

drinkt, komt de meeste osteoporose voor. De verhouding kalk-magnesium in

melk is voor ons ongezond. De kalk uit groenten en zeewier neemt ons lichaam

vele malen beter op. In het verleden werd vooral gekeken naar de voedingsbouwstoffen

die in de voeding zitten (farmacologie), tegenwoordig wordt meer

gekeken naar wat deze bouwstoffen in het lichaam doen (farmacognosie). Het

draait om het laatste.

Brood, daar zit wat in

Ja, en wat er inzit, daar gaat het om. Inmiddels is overduidelijk dat volkoren

graanproducten vele malen gezonder zijn dan witmeelproducten. Bij witmeel is,

net als bij suiker, het probleem niet wat er in zit, maar wat er niet meer inzit.

Deze producten hebben een hoge glycemische index, wat betekent dat de bloedsuikerspiegel

snel stijgt door het eten hiervan en zorgen op langere termijn voor

een verstoring van de insulinehuishouding. We doen er verstandig aan hiervan

weinig te eten. Is een koekje of stukje taart een probleem? Nee, niet als je dit met

mate doet en er voldoende volwaardige producten tegenover staan.

In granen zitten veel waardevolle bouwstoffen, maar de verhoudingen zijn per

graansoort sterk verschillend. Als we deze bouwstoffen willen benut-ten, moeten

we de graankorrel, al dan niet geplet, koken. In het oerdieet kwamen granen

niet voor; ons maag-darmstelsel kan de ongekookte graankorrel niet verteren.

Toen beschikte men nog niet over vuur, dus granen en peulvruchten waren

in rauwe vorm voor de mens ongeschikt om te eten. Ook van de granen in de


muesli kunnen we vrijwel alleen de vezels benutten. Dat is waardevol, maar het

betekent ook dat we veel bouwstoffen onbenut uitscheiden.

De verwerking van granen is belangrijk. De bakker gebruikt bijvoorbeeld gist

of zuurdesem, veel mensen houden schimmels in hun darmen in stand door het

eten van gistbrood.

Wat glutenallergie betreft moeten we de geschiedenis induiken. In de vorige

eeuw ontdekten bakkers dat het brood beter rees als het glutenpercentage in de

tarwe hoger was. Vervolgens brachten ze het bakproces terug van ± 7 uur naar

± 4,5 uur. Hierdoor konden de gluten niet meer optimaal omgezet worden. Een

voorbeeld uit Scandinavië. Daar kwam vroeger glutenallergie vrijwel niet voor,

omdat de meeste mensen knäckebröd aten. Dit werd gebakken van ter plaatse

geteelde rogge. Door het korte seizoen werden er in de rogge geen gluten gevormd

en kon het deeg amper rijzen. Gluten zitten voornamelijk in tarwe, gerst

(dus in alcoholische dranken op basis van granen) en rogge, nauwelijks in spelt

en kamut en niet in haver en rijst. In natuurvoedingswinkels is volop glutenvrij

brood, bijvoorbeeld rijst- of haverbrood te koop. Voor de warme maaltijd kan

men kiezen voor quinoa of amaranth.

NB: Vraag na of er andere granen toegevoegd zijn aan producten. Haver is glutenvrij,

maar kan sporen van andere granen bevatten. Wanneer haver glutenvrij

is, staat dit op een logo op de verpakking.

De kracht van kruiden

Kruiden worden al eeuwen gebruikt vanwege hun smaak en hun medicinale

werking. Je kunt koken met kruiden om het gerecht smakelijker te maken. Bijkomend

voordeel is dat de behoefte aan zout en suiker daardoor vermindert.

Er zijn veel heerlijke kruidenmelanges waarvan thee gezet kan worden. In de

fyto- en aromatherapie en in de remedies van dr. E Bach worden kruiden en

geneeskrachtige planten medicinaal ingezet. Zo zijn er weinig chemische middelen

nodig en het voordeel is dat deze kruidenpreparaten zelden bijwerkingen

hebben. Het is vreemd dat de positieve gezondheidseffecten van kruiden niet

vaker en beter benut worden. We kunnen hiermee het gebruik van chemische

middelen vermijden en, belangrijker nog, ziekten voorkomen. Toepassing van

kruiden is onderdeel van gezonde voeding, denk aan kruiden met bitterstoffen,

die de leverwerking activeren en zo de spijsvertering bevorderen en kruiden met

flavonoïden, die als antioxidant werken. Niet alleen bekende kruiden als tijm en

peterselie, maar ook planten als engelwortel, kaasjeskruid en guldenroede zijn


aan te bevelen.

Oorzaken van ziekten en de rol van voeding

Ziekten kunnen de volgende oorzaken hebben:

• Fysiek (bijv. een ongeluk)

• Erfelijkheid

• Voeding

• Medische oorzaak

Bij de fysieke oorzaak, zoals een ongeluk, speelt voeding in de oorzaak

geen rol, wel in het genezingsproces. Wat de erfelijke aanleg betreft, valt

een aantal kanttekeningen te maken. Hier wordt wat gemakkelijk naar verwezen,

terwijl het eerder veroorzaakt is door de levensstijl die we van onze

ouders of omgeving overgenomen hebben. Wanneer we aanleg hebben

voor een schildklierafwijking, is het niet een vast gegeven dat we die ook

krijgen. Met een uitgebalanceerde voeding is die wellicht te voorkomen.

In dit hoofdstuk en dit boek is al veel over voeding duidelijk gemaakt. Ons

‘normale’ voedingspatroon in de westerse wereld is gebaseerd op slechte

voeding en is ziekmakend. De effecten op de gezondheid zijn per persoon

verschillend. Het is soms moeilijk uit te leggen dat in een gezin de één ziek

wordt van de gezamenlijke maaltijden, terwijl de andere nog jaren vrolijk

rondloopt.

Dat we ziek worden van medicijnen kunnen we maar op één manier voorkomen,

namelijk niet ziek worden en als we het wel worden, de ziekte

met natuurlijke middelen oplossen. In de Verenigde Staten is medicatie

doodsoorzaak nummer één. In ons land staat deze nog op vier. Een bijkomende

niet onbelangrijke reden is dat tijdens het ziekteproces en zeker

i.v.m. de medicatie de voeding aangepast moet worden en eventueel aangevuld

met supplementen. Medicijnen ontregelen het lichaam ernstig en

onttrekken er veel mineralen aan. Als we hier niets aan doen en langdurig

medicijnen innemen, rollen we vanzelf in de volgende ziekte.

Relatie tussen voedsel en ziekten: Voeding als medicijn

Speciale voeding bij ziekten

Zoals er voeding is die je ziek maakt, is er ook voeding waar je beter

van wordt. De Spaans-Amerikaanse wetenschapper George D. Pamplona

Roger heeft, evenals de Amerikaanse wetenschapper W. Willett, hier veel

onderzoek naar gedaan. Bedrijven als Tisso, CITT en Bonusan geven door


het verstrekken van informatie, lezingen en trainingen meer bekendheid te

geven aan dit thema. Het blad ‘Medisch Dossier’ van Lynn McTaggart (ook

in een Nederlandse versie), informeert op kritische wijze zowel therapeut als

leek zonder de wetenschappelijke basis te verliezen.

Hieronder ziet u een opsomming van de meest voorkomende ziekten en belangrijke

informatie over voeding. Ook worden voedingsmiddelen genoemd

die - tijdelijk - beter niet genuttigd kunnen worden zoals een aantal graanproducten

bij glutenallergie. Belangrijk om te weten is dat het vooral om

tarwe gaat en in mindere mate om gerst en rogge (Brood, daar zit wat in).

Veel slechte eetgewoonten leiden tot laaggradige ontstekingen, ontstekingen

zonder merkbare symptomen. Het lichaam maakt, als deel van de ontstekingsreactie,

histamine en vrije radicalen aan. Als dit vaak of langdurig

plaatsvindt, probeert het lichaam ‘noodsignalen’ uit te zenden in de vorm

van allergische reacties of zwaardere ontstekingsvormen. Zij manifesteren

zich als brandend maagzuur, huiduitslag, voortdurende winderigheid,

darmontsteking, verhoogde bloeddruk, galstenen en alvleesklierontsteking.

De reguliere geneeskunde bestrijdt alleen het symtoom en besteedt geen

aandacht aan de oorzaak. Zij schrijft symptoomonderdrukkende medicijnen

voor, terwijl er niets aan de oorzaak wordt gedaan. Verandering van

eetgewoonten en levensstijl is dringend noodzakelijk, zo niet, dan blijft het

veenbrandjes blussen.

In de periode 1964 - 1973 is een groot Amerikaans onderzoek onder ruim

tienduizend personen met overgewicht uitgevoerd; zij waren destijds tussen

de 40 en 45 jaar. Tussen 1994 en 2003 werd bij 713 van hen dementie

vastgesteld. Mensen met een hoog BMI (Body Mass Index) bleken 74% meer

kans te hebben op dementie dan degenen met een normaal BMI.

Hieronder gaan we niet in op de psychologische aspecten van de genoemde

ziekten. We zien dat ziekten een relatie hebben met het type mens, niet alleen

hoe deze eet, maar ook hoe deze persoon in het leven staat. Daarom

werkt een pilletje niet, zeker niet op lange termijn.

Het is goed te weten dat we, volgens een Noors onderzoek, door slechte

leefgewoonten zoals roken, te weinig lichaamsbeweging, slechte voeding,

alcohol en stress ons leven kunnen verkorten met twintig jaar. Bij kinderen

zien we een schrikbarende stijging van het metaboolsyndroom, het gevolg

van het disfunctioneren van de spijsvertering, wat wordt veroorzaakt door

slechte voeding. Dit metaboolsyndroom uit zich op termijn in diabetes, osteoperose,

hart- en vaatziekten, maar ook in kanker en psychische stoornissen.

Het verband tussen metabole disfunctie en leer- en gedragsstoornissen


wordt steeds vaker gelegd.

Hieronder worden de meest voorkomende ziekten behandeld. Ze zijn ook

bedoeld als voorbeeld om duidelijk te maken welke invloed voeding heeft

op onze gezondheid. We moeten beseffen dat wat de dokter de oorzaak

noemt het gevolg is; ziekte is nooit de oorzaak maar het gevolg van iets en

dat is meestal slechte voeding en een ongezonde levensstijl.

Hart- en vaatziekten

Ook hier weer een scala aan oorzaken, waarvan we er een paar benoemen.

Een bekende ‘oorzaak’ is hoge bloeddruk, alleen is dit geen oorzaak, maar

een gevolg van de oorzaak; slechte voeding, eventueel in combinatie met

een ongezonde levensstijl en veel stress. Door tekorten aan o.a. vitaminen

B6 en B12, foliumzuur, chroom, magnesium en omega-3 gaat het hart

slechter functioneren, De aangeleverde bouwstoffen zijn van mindere en

slechte kwaliteit. Om hoge bloeddruk te voorkomen, zijn voldoende groenten

en fruit van groot belang en verder Q10, visolie (omega-3), knoflook,

bittere chocola, yoga, macrobiotiek en haver. Ontstekingen en vitamine

D-tekort kunnen oorzaak zijn van hart –en vaatproblemen.

Het wordt ernstiger, omdat blijkt dat regelmatig in contact komen met

gif ook een belangrijke oorzaak van disfunctioneren is. Gifstoffen kunnen

ervoor zorgen dat lichaamseigen stoffen veranderen in toxische stoffen.

Uit vele onderzoeken is gebleken dat macrobioten en vegetariërs minder

vaak last hebben van hoge bloeddruk en dus van hart- en vaatziektes. Dit

komt omdat ze minder slechte voedingsstoffen binnenkrijgen, door het

eten van volwaardig voedsel minder tekorten hebben en bewuster leven.

Diabetes

Suikerziekte ontwikkelt zich tot volksvijand nummer één. Diabetes 2, altijd

gezien als ouderdomsdiabetes, zien we nu al bij pubers optreden. Het betekent

dat hun lichaam als systeem al zo verouderd is dat deze ziekte vroeg

kan optreden.

Wellicht wordt de basis al gelegd in de prenatale fase. Tijdens de zwangerschap

wordt het kind gevoed door de - eventueel slechte - voeding

van de moeder. Het went aan bepaalde stoffen en bouwt een tekort aan

ervaringen op met andere stoffen. Het gaat vrijwel altijd om een teveel

aan geraffineerde, suikerhoudende producten en koolzuurhoudende dranken,

zo mogelijk aangevuld met vette snacks. Het lichaam krijgt wel veel

snelle energieleveranciers, maar bouwt tekorten op omdat het te weinig


volwaardige voeding krijgt. De eerste fase is verslaving aan met name geraffineerde

koolhydraten, zoals witte suiker, witmeelproducten of erger nog

HFCS (een technologisch bewerkt maïskoolhydraat). De volgende fase is

insulineresistentie en daarop volgt leptineresistentie. Insulineresistentie wil

zeggen dat het lichaam niet meer goed reageert op vraag en aanmaak van

insuline. Door de vele snelle suikers moet het lichaam zo vaak reageren op

pieken, dat het systeem gaat haperen. Hierna treedt vaak leptineresistentie

op, d.w.z. het signaal dat aan de hersenen doorgegeven moet worden dat het

lichaam voldoende vetaanvoer heeft gekregen, komt niet meer aan. Gevolg

is een toenemende eetlust. Het lichaam krijgt:

a. een grote behoefte aan energie, men eet snelle suikers en

b. het lichaam vraagt om vet, omdat de boodschap dat er genoeg is niet

meer doorkomt.

Het lichaam kent geen verzadigingsgevoel meer en vraagt naar eten. De

hoeveelheid beweging neemt af, omdat dit energie kost, vervolgens treedt

snel weer ‘honger’ op en moet men weer eten. Als laatste zien we dat het

rustmetabolisme vertraagd wordt, wat betekent dat het systeem ons lichaam

in de ‘spaarstand’ zet om zo min mogelijk energie te verbruiken. Zo verbranden

we nog minder en hebben we weinig zin om in beweging te komen

omdat we ons moe voelen. Ons lichaam vraagt naar zoet en vet, naar veel

en snelle energieleveranciers. Naast de suikerverslaving liggen ook andere

verslavingen op de loer.

Het is een slopende, maar ook sluipende ziekte die ons hele lichaam aantast.

Uiteindelijk staken alle organen hun werk als gevolg van extra slijtage.

Veel diabetespatiënten overlijden aan hartfalen, maar de doodsoorzaak zou

moeten luiden: suikerziekte.

Artsen en diëtisten moeten patiënten steviger aanpakken. Je moet niet een

dieet volgen dat een beetje anders is, nee, je moet gezond eten. Mensen die

dit willen, heb ik van de spuit en zelfs van de medicijnen af zien komen. In

het verleden ging men er van uit dat er eerst sprake was van overgewicht en

dat suikerziekte daarop volgde. Tegenwoordig tonen onderzoeken aan dat

het omgekeerde het geval is. De diabetes is sluimerend aanwezig, maar het

overgewicht laat zich eerder zien.

Kanker

Uit onderzoeken van o.a. Dr. Heinrich Kremer e.a. is het belang van gezonde

cellen gebleken, ook in relatie met kanker. Daarnaast hebben andere onderzoeken

aangegeven dat voeding daarin een heel belangrijke rol speelt: vita-


mine C-rijke groenten verlagen het risico op prostaatkanker en flavonolen

beschermen tegen pancreaskanker. Het Westers voedingspatroon vergroot

het risico op borstkanker, maar visolie en andere omega-3 houdende voedingsmiddelen

verlagen de kans op borstkanker met 40%. Groente en fruit

verlagen de kans op nierkanker, het eten van verse (vette) vis en kruisbloemigen

als broccoli en andere koolsoorten tijdens de zwangerschap verlagen

de kans op hersentumoren bij kinderen op jonge leeftijd.

De Spaans-Amerikaanse arts George D. Pamplona Roger heeft veel onderzoek

gedaan naar de relatie tussen voeding en verschillende vormen van

kanker. Hij geeft aan welke voedingsmiddelen kanker helpen voorkomen

en welke het risico daarop vergroten.

Hieronder vindt u enkele voorbeelden:

Dikke darmkanker

Eet meer:

Eet minder of geen:

Geraffineerde granen (o.a. wit brood, gebak,

Volkorenbrood en -pasta

koekjes)

Groente en fruit

Rood vlees (vooral van varken)

Zure melkproducten

Gegrild vlees

Calorierijke producten, suikers

Transvetten

Alcoholhoudende dranken, uitgezonderd wijn

Borstkanker

Eet meer:

Tofu, sojaproducten (beperkt)

Groenten en fruit

Vitamine C, E en Betacaroteen

Zure zuivel

Vezels

Goede olie, zoals olijfolie

Knoflook

Eet minder of geen:

Rood vlees, vleeswaren vooral van varken

Zuivel, (vette) kaas, eieren

Transvetten en andere slechte vetten

(zoals in “slecht” vlees)

Alcoholhoudende dranken

Chocolade, gebak en koekjes


Juiste voeding is belangrijk, maar het gaat erom dat de cellen de voedingsbouwstoffen

op kunnen nemen. Daarover vindt u in het eerste deel van dit

boek voldoende informatie.

Veel kankerpatiënten ondergaan een chemokuur; hierdoor verliest het lichaam

veel mineralen. Dit is te compenseren door het gebruik van Skalaris

Detox of Schindler’s mineralen. Daarnaast is uit onderzoek gebleken

dat kurkuma (geelwortel) dit proces ondersteunt. Het is zelfs zo dat in een

deelstaat van India waar veel geelwortel gebruikt wordt, veel vormen van

kanker niet of nauwelijks voorkomen. Geelwortel is een belangrijk bestanddeel

van kerrie.

Schildklier en gynaecologische problemen

De schildklier is een belangrijk orgaan dat aan de voorkant van de hals ligt

en te vergelijken is met het gaspedaal van de auto. Het regelt de snelheid

van lichaamsprocessen. U kunt zich voorstellen dat een slecht werkende

schildklier niet in staat is deze snelheid goed te regelen. Bepaalde processen

zullen te snel of te langzaam verlopen.

Als u schildklierdeficiëntie heeft ofwel hypothyreoïdie, dan verlopen processen

te traag en zal dit snel gewichtstoename veroorzaken. Veel vrouwen

hebben daar last van, het bovenlichaam wordt forser. Het komt regelmatig

voor dat artsen dit niet ontdekken. Zij volstaan meestal met het meten van

het T4 hormoon. Wanneer de waarde binnen de marge valt, betekent dit dat

de schildklier voldoende hormoon aanmaakt en dus goed functioneert. Het

inactieve T4 hormoon moet echter omgezet worden in de lever in het actieve

T3. Voor deze omzetting zijn met name de micronutriënten selenium,

jodium en zink nodig, waarvan bekend is dat deze te weinig in de reguliere

voeding voorkomen en zodoende wordt het T4 hormoon onvoldoende omgezet

in T3. Naast overgewicht kunnen ook problemen veroorzaakt worden

bij de overgang en het zwanger worden.

Bij forse gewichtstoename zijn we vaak geneigd minder vet te gaan eten.

Dit leidt tot andere tekorten. Het gaat niet om minder vet, maar om beter

vet. Het is belangrijk om dit mineralentekort aan te vullen door gezond

voedsel te eten en goede voedingsupplementen te gebruiken.

Pancreas, maag, lever en galblaas

Deze organen werken op een bijzondere manier samen. Vooral voor de pancreas

is zink een belangrijke stof, maar het probleem is dat in veel voedings-


middelen minder zink zit dan vroeger. Chroom en Q10 spelen een grote

rol, evenals een juiste magnesium-kalkverhouding. Deze organen hebben

natuurlijk hun eigen functies. De lever en de pancreas bijvoorbeeld voeren

vele taken uit die hun eigen bouwstoffen nodig hebben. Als we ooit pancreatitis

krijgen, alvleesklierontsteking, dan moeten we ons ervan bewust

zijn, dat een of meerdere van de andere organen die voor de pancreas hun

functie uitoefenen, dit al langer niet meer goed doen. Deze ziekte is het

eindstation van een heel proces. De pancreas kan jarenlang de schade binnen

de perken houden, maar uiteindelijk is deze zo beschadigd dat het niet

meer lukt. Veel mensen op leeftijd hebben een sluimerende alvleesklierontsteking

die veroudering versnelt.

Bij mensen met overgewicht zien we dat de tijd tussen de maaltijden korter

wordt; zo krijgt de pancreas te weinig tijd om zich te herstellen.

Cholesterol

Op dit moment staat de medicatie van cholesterol volop ter discussie. De

grenswaarde van 6 is waarschijnlijk veel te laag, maar aantrekkelijk voor

de farmaceutische industrie. De voorgestelde grenswaarde van 8 zou betekenen

dat de omzet van cholesterolverlagende middelen met ongeveer

80% zou dalen. Door celhersteltherapie te volgen is het cholesterolniveau

gemakkelijk te verlagen, maar er zijn ook andere routes. De meest simpele

manier, die prima werkt bij een lichte cholesterolverhoging is het dagelijks

eten van een bord havermout. Dit is veelal voldoende om het cholesterolgehalte

weer terug te brengen naar normale waarden.

Medicijnvergiftiging

Medicijnen kunnen ons zieker maken. Lees de bijsluiter, daarvan zou je

bijna ziek worden. Zo kunnen antibiotica een chroomtekort veroorzaken

en tranquillizers diabetes. We zien dat ouderen in verzorgingshuizen een

reeks medicijnen innemen, waarvan wellicht de helft niets doet omdat de

werking uitgeschakeld wordt door de andere middelen, of dat de bijwerkingen

versterkt worden. Bij verstrekking van medicijnen wordt onvoldoende

aandacht besteed aan de interacties tussen de diverse middelen.

Daar komt bij dat lang niet alles onderzocht is.

Op 30 september 2010 werd in Trouw het volgende artikel geplaatst:

“Zorg te laks omtrent verkeerd medicijngebruik

Zorginstellingen doen veel te weinig om fouten met medicijnen te voor-


komen. Dat concludeert de Inspectie voor de Gezondheidszorg uit een onderzoek

onder 208 zorginstellingen. In Nederland zijn jaarlijks ongeveer

16.000 ziekenhuisopnames het gevolg van verkeerd geneesmiddelengebruik,

terwijl dat voorkomen had kunnen worden, aldus de Inspectie.

Die bezocht verpleeghuizen, verzorgingshuizen, thuiszorginstellingen en

instellingen voor gehandicaptenzorg.”

Het gezondste advies is: probeer medicijngebruik zolang mogelijk uit te

stellen en zoek naar gezonde alternatieven.

Allergieën

Het aantal mensen met allergieën is de laatste decennia fors toegenomen.

Een belangrijke oorzaak is de vervuiling van cellen waardoor het werk niet

meer goed wordt gedaan. Deze vervuiling begint in de darmen. Doordat

lever en nieren hun werk niet meer aankunnen, wordt de huid als derde

uitscheidingsorgaan ingeschakeld. Zo kunnen zich allerlei vormen van dermatologische

uitslag voordoen.

Ooit maakte ik mee dat een jongeman de bloemenzaak van zijn vader niet

over kon nemen, omdat hij allergisch was voor chrysanten. Dit is een bloem

die het hele jaar door in de zaak te vinden was. Jaren later, toen hij na een

vervolgstudie in een heel ander beroep terechtgekomen was, bleek dat de

allergie niet door de bloemen veroorzaakt werd, maar door de bestrijdingsmiddelen

die erop zaten.

Reuma

Reuma is de meest voorkomende auto-immuunziekte. Uit een Noors onderzoek

is gebleken dat door een vegetarisch dieet de klachten bij reumatische

artritis beduidend afnemen. Uit andere onderzoeken blijkt dat door

het mijden van melk, kaas en gluten goede resultaten geboekt worden. Ook

bij fibromyalgie lijkt deze route kansrijk. We zien bij deze aandoeningen

verzuring, die ontstekingen veroorzaakt.

ADHD en depressie

Ook op ADHD, depressies en andere ziekten blijkt gezonde voeding een

zeer positieve invloed te hebben. In de beginperiode kan het nodig zijn

supplementen, fytotherapie of homeopathie toe te passen. Bij ADHD blijkt

met name visolie (omega-3) een duidelijk positieve invloed te hebben en bij

lichte tot matige depressies kan St. Janskruid ingezet worden.


De conclusie van een onderzoek gedaan door onder andere C. Bernard

Gesch dat is gepubliceerd in het ‘British Journal of Psychiatry’, luidt als

volgt: “Asociaal gedrag in gevangenissen, inclusief gewelddadig gedrag

vermindert door vitamines, mineralen en essentiële vetzuren. Dezelfde resultaten

worden behaald bij mensen in de maatschappij die een niet optimaal

eetpatroon hebben.”

De onderzoeker S.J. Schoenthaler heeft in diverse onderzoeken aangetoond

dat zowel het gedrag als leerprestaties van kinderen duidelijk verbeteren

door het geven van vitamine- en mineralenvoedingssupplementen. Er is

dus eenduidig bewijs voor de invloed van voeding op gedragsproblematiek

zoals bij ADHD en depressiviteit.

Arts of therapeut?

Formeel mag alleen een arts een diagnose stellen, maar helaas hebben veel

artsen weinig kennis van voeding en de werking van supplementen. Het

kan nodig zijn, met de diagnose en eventuele onderzoeksresultaten onder

de arm, naar een therapeut te gaan die samen met u een behandelingsplan

maakt en de nodige adviezen geeft. In deze fase is deskundige begeleiding

belangrijk. Supplementen of andere middelen innemen en doorgaan met

slechte voeding levert weinig op.

Bereidingswijzen

Hier kunnen we vrij kort over zijn:

• Ga altijd uit van gezonde, onbewerkte voeding

• Kook vers, neem zo weinig mogelijk voorgesneden groenten

• Kook naar de seizoenen

• Kook op houtvuur of gas, liever niet elektrisch.

Kook niet op inductie of in de magnetron. Het lijkt of we tegen moderne

ontwikkelingen zijn, maar dat is niet zo. Koken op inductie of in de magnetron

is gebaseerd op een fout technologisch principe, gericht op snel

en gemakkelijk voedsel koken of verwarmen. Het gaat hier alleen om de

techniek en het voedsel, de kwaliteit lijkt bijzaak. Het eten wordt verwarmd

door het in trilling brengen van de cellen. Door deze verhoogde energie

geven cellen warmte af. Warmte = energie; de energie komt uit het voedsel.

Je hebt relatief weinig energie nodig om het voedsel te verwarmen,

want je gebruikt de energie uit het voedsel dat voor ons bedoeld was. Dat


etekent dat we vrijwel energieloos voedsel naar binnen werken. Je kunt het

vergelijken met de situatie waarin we hardlopen of houthakken. Door het

in een verhoogd tempo in beweging brengen van cellen, worden we warm.

Daarna hebben we honger, want we hebben een boel energie verbruikt en

moet er door voeding weer nieuwe energie aangevoerd worden. We zijn

warm geworden door onze eigen energie aan te spreken. Uit een onderzoek

is gebleken dat muizen die gedurende vijf weken alleen magnetronvoedsel

kregen, dit niet overleefden.

Over John Koezen

John Koezen is van oorsprong docent Tuin, Landschap en Ecologie. De

laatste tien jaar houdt hij zich bezig met de relatie tussen lichaam en geest:

op welke wijze heeft het één invloed op het ander. Na de opleiding voor integrale

chakratherapie, waarin voeding een van de drie hoofdpijlers is, heeft

hij zich verdiept in de rol van voeding. Door zijn groene achtergrond is hij

in staat verbanden te leggen tussen teelttechnieken en het uiteindelijke product.

Daarnaast heeft hij zich, na een medische basisopleiding, bekwaamd

in de relatie tussen gezondheid en voeding. Hij is betrokken geweest bij

het schrijven van het curriculum voor de opleiding Natuur, Voeding en Gezondheid

aan de Centrum van Algemene Herborica te Dronten; hij is daar

tevens examinator voor de opleiding tot herborist. Voor het jonge vakblad

‘De Herborist’ schrijft hij regelmatig artikelen.

More magazines by this user
Similar magazines