Natuurplan Zuidoost - Stadsdeel Zuidoost - Gemeente Amsterdam

zuidoost.amsterdam.nl

Natuurplan Zuidoost - Stadsdeel Zuidoost - Gemeente Amsterdam

Natuurplan Zuidoost

Natuurwaarden verhogen; Hoe doe je dat?

C o n c e p t


Natuurplan

Amsterdam Zuidoost

>> maart 2012


Inleiding

Stadsdeel Zuidoost is een van de groenste stadsdelen van

Amsterdam, met veel verschillende dier- en plantsoorten. Dat maakt

Amsterdam Zuidoost een bijzondere plek om te wonen, te werken

en te verblijven. We vinden het belangrijk om dat voor de toekomst

van onze bewoners, ondernemers en gasten te behouden. Natuurlijk

groen maakt de stad leefbaar voor mens en dier en biedt schone

lucht, ruimte voor ontspanning en natuurbeleving. Daarom hebben we

een plan geschreven, waarin we keuzes maken voor het verbeteren en

behouden van de kwaliteit van de leefomgeving van plant en dier in

de komende 20 jaar.

Aanleiding

In juni 2009 is het Programma Groen en Blauw door de raad

vastgesteld. Dit programma geeft richting aan de intensivering en

kwaliteitsverbetering van het groen in Zuidoost. Eén van de opgaven

die voortkomt uit het programma is de Ecologie Nota. Dit is het

beleidsdeel dat nodig is om de ecologische kwaliteit te verbeteren.

Deze ambities kent 3 opgaven:

1) Natuurwaarden verhogen in Bijlmerweide, oostrand Gaasperplas,

Gaasperzoom en Hoge dijk (conform ecologische verbinding

Ecologische HoofdStructuur (EHS).

2) Specifieke natuurwaarden verbeteren in het woon-, werk- en

parkgroen van Zuidoost.

3) Aanleggen van natuurvriendelijke oevers

Tijdens de totstandkoming van dit plan hebben wij geconcludeerd dat

de naam Ecologie Nota niet de lading dekt van de inhoud. Ecologie

bestudeert de dynamiek van de wisselwerking tussen organismen,

populaties of levensgemeenschappen en wordt gerelateerd aan

een beter milieu. De opgaven uit het programma Groen & Blauw

concentreren zich op de natuur en zijn waarden in zuidoost. Daarom is

ervoor gekozen het rapport de naam Natuurplan te geven.

Doel

Het doel van de uitkomst van dit rapport is om te komen tot zichtbaar

onderscheid tussen de verschillende typen natuur en binnen de

verschillende typen de specifieke natuurwaarden te verhogen.

Onderdeel van dit rapport beslaat een plan met opgaven om tot het

gewenste doel te komen.

Belang van natuur

Zuidoost is rijkelijk bedeelt met grotere groengebieden, die deels

onderdeel uitmaken van de EHS. Het stadsdeel heeft een plicht om

de natuurwaarden in stand te houden en waar mogelijk te versterken.

Naast de zorgplicht voor flora en fauna is de natuur van grote waarde

voor Zuidoost. De waarde van natuur is terug te vinden op het gebied

van: gezondheid, leefbaarheid, stad en land, economie en milieu.

Natuur biedt ontspanning en verlaagt stress. Slim ingerichte,

groene wijken zorgen ervoor dat bewoners meer bewegen. Vooral

kinderen spelen vaker buiten als er groen in hun omgeving is; dat

kan zorgen voor 15% minder overgewicht en het is goed voor hun

sociale ontwikkeling. Beplanting kan helpen fijn stof te filteren en de

luchtkwaliteit van de stedelijke omgeving te verbeteren, hetgeen

problemen aan de luchtwegen vermindert.

Parken en recreatiegebieden bieden ontmoetingsplekken voor

buurtbewoners, goed voor de sociale omgang. Ook het met

stadsbewoners werken aan openbaar groen in hun eigen omgeving

draagt bij aan onderling contact en de sociale cohesie in de buurt.

Daarnaast maakt natuur de leefomgeving mooier en prettiger om

in te verblijven en het biedt bovendien onderdak aan vogels en

andere dieren. Groen rondom huizen verbetert de kwaliteit van

de wijk en verhoogt de waarde van de woningen met circa 5%.

Het kan zorgen voor heldere structuren in en tussen de wijken,

waarmee verrommeling van het landschap kan worden tegengegaan.

Geconcludeerd kan worden dat groen zorgt voor een aantrekkelijk

vestigingsklimaat. Ten aanzien van het milieu dragen bomen en

planten hun steentje bij door de omzetting van het schadelijke CO2

(medeverantwoordelijk voor de klimaatverandering) in zuurstof. En op

warme dagen dempt groen de temperatuur in de stad, waarmee het

stadsklimaat wordt verbeterd. Niet minder belangrijk is de aanzienlijke

Inventarisatie - Natuurplan 5


waterbergingscapaciteit van groen, dit is van groot belang is in tijden

van overvloedige regenval.

Samenvattend kan gesteld worden dat natuur een bijzonder

belangrijke bijdrage levert aan het welzijn van de mens.

Kansen realiseren van de opgaven

Met het opstellen van dit plan zijn specifieke maatregelen en de

richting van natuurontwikkeling bepaald. Om de voorgestelde

maatregelen te kunnen realiseren is het van belang deze te

combineren met andere uitvoeringsprojecten. Belangrijke projecten

die een bijdrage kunnen leveren aan de verbetering van natuur in

Zuidoost zijn de verbreding van de A9 en de kader richtlijn water.

Om deze kansen te kunnen verzilveren zullen na vaststelling van

dit plan de financiën en fasering in een separaat op te stellen

uitvoeringsprogramma Natuurplan worden uitgewerkt.

1Leeswijzer

Dit rapport is een procesmatige weergave van de planvorming van

het natuurplan Zuidoost. Een plan dat uitlegt hoe de natuurwaarden

van hoofdzakelijk het meest natuurrijke groen in Zuidoost verhoogd

kan worden. Bij de inventarisatie wordt gekeken naar wettelijke

en bestuurlijke kaders, welke natuurwaarden reeds bekend zijn en

zaken als historie en bodem worden onder de loep genomen. In het

volgende hoofdstuk wordt een analyse gemaakt van de gegevens

uit de inventarisatie. Er wordt gekeken naar discrepanties tussen de

verschillende manieren van inventariseren onderling en ten opzichte

van het beheer buiten. Barrières worden in kaart gebracht die een

goede doorstroom van natuur verhinderen of bemoeilijken.

In het hoofdstuk plan wordt een beeld geschetst van de toekomstige

situatie in de vorm van een nieuwe biotopenindeling met beeld, uitleg

en geformuleerde opgaven die tot de realisatie van de geformuleerde

ambities leiden.

Inventarisatie - Natuurplan 7


Inhoud

Inleiding

Inventarisatie

Analyse

Plan

1 1

2 3

3 17

4 23

Bijlagen

Inventarisatie - Natuurplan 9


Inventarisatie

1

Inventarisatie - Natuurplan 1


Participatie

Het streven van het Stadsdeel is om een plan ter verhoging

van de natuurwaarden in het groen van Zuidoost te maken dat

aansluit bij de ideeën en wensen van de bewoners. Om te weten

te komen wat betrokken bewoners van de huidige status van

de natuur vinden, wat zij graag veranderd zouden zien en hoe

zij aankijken tegen de verschillende uitdagingen waarvoor het

Stadsdeel staat, is een participatietraject georganiseerd.

Dit traject bestaat uit 4 fasen:

1. Natuurschouwen

2. Brainstorm (ideeën verzamelen)

3. Klanksessie

4. Inspraak

Uit de bijeenkomsten van de eerste twee stappen van het

participatietraject is duidelijk naar voren gekomen dat de

meningen tussen bewoners over wat natuur is varieert.

De een zegt: “De boom voor mijn huis is natuur.” De ander is van

mening dat: “Alleen gebieden waar de mens geen inmenging in

heeft is natuur.”

1. Natuurschouwen

De natuurschouwen bestonden uit 5 wandelingen door en langs de

groengebieden van het stadsdeel. De wandelingen gingen door:

- De Hoge Dijk

- De Bijlmerweide

- Gaasperplas inclusief voormalig Floriadeterrein

- Centraalpark Gaasperdam

- De oude en nieuwe woonwijken

Na afloop van deze wandelingen werd met de bewoners geëvalueerd

wat zij de sterke en zwakke punten vinden van het bewandelde

gebied en wat zij als bedreigingen en kansen ervaren. Ook was er

voor iedereen een persoonlijk enquêteformulier met meer algemene

vragen over het groen in Zuidoost. Een voorbeeld hiervan treft men in

de bijlage.

De opkomst van de wandelingen lag tussen de 7 tot 10 personen

per wandeling. Om meer bewoners in de gelegenheid te stellen

hun mening te geven over het groen in Zuidoost, is de enquête ook

verspreidt onder de bezoekers tijdens de opening van het Bijlmerpark

op zondag 29 mei 2011. In totaal hebben 167 mensen de enquête

ingevuld in variërende leeftijdsgroepen.

2. De brainstorm

Op 30 mei 2011 is een brainstormavond in het informatiecentrum

van het stadsdeel georganiseerd. Aan de hand van kaarten en vragen

werden de bezoekers uitgedaagd tot creatieve oplossingen ter

verbetering van het groen in Zuidoost.

De uitkomst van de wandelingen, enquêtes en de brainstorm zijn

samengebracht in het rapport natuurplan Zuidoost. Zie ook www.

natuurplanzuidoost.nl

3. Klanksessie

Tijdens de klanksessie wordt het concept Natuurplan aan de bewoners

voorgelegd. Dit is het moment waarop zij in de gelegenheid worden

gesteld om te beoordelen of de opbrengst uit de voorgaande fase

2 Natuurplan - Inventarisatie


op een juiste manier verwerkt is. Daarbij kunnen zij hun eigen mening

geven over het concept.

De klanksessie staat gepland voor eind maart 2012.

4. Inspraak

De afsluiting van het participatietraject bestaat uit de formele

inspraakprocedure.

Ideeën van bewoners

De opbrengst van de wandelingen en brainstorm laat zien

dat er veel kennis en grote betrokkenheid is onder bewoners

over het groen in hun woonomgeving. Er zijn uitdagingen

en oplossingen geformuleerd die zo goed mogelijk

zijn geïntegreerd in dit natuurplan. Bruikbare ideeën van

bewoners zijn meegenomen in de planvorming en terug te

vinden bij de maatregelen.

Uit de natuurschouw Bijlmermeer:

STERKE PUNTEN

diversiteit van planten / cultuur planten /

combinatie dorps- en stadsnatuur

combinatie water en groen /

betrokkenheid van bewoners en

bereikbaarheid bewoners / knotwilg

doorkijk

Uit de brainstormavond:

KUNSTZINNIGE OVERSTEEK VAN WEGEN

dieren helicopter / ontsluiting via groene

brug aan de bestaande brug hangen /

zwemmen en kruipdieren: kunsttunnel

/ onderdoorgang aangeven met aan

weerskanten een diermonument

/ mijnwerkers lampje uitdelen /

wildoversteekplaats met stoplichten

Inventarisatie - Natuurplan 3


Wetgeving en beleid

Ecologie is een ruim begrip en er wordt op alle bestuurslagen

over gesproken en nagedacht. Om de juiste beslissingen te

kunnen nemen ten aanzien van de natuur in ons stadsdeel is het

nodig om de huidige stand van zaken goed in beeld te brengen.

Pas daarna kan bekeken worden welke ingrepen nodig of

wenselijk zijn om de natuurwaarden te verbeteren.

Op Europees niveau zijn afspraken gemaakt ter bescherming van

onze flora en fauna. Voor de uitvoering van ruimtelijke projecten

zijn kaders en randvoorwaarden vastgelegd in wetgeving.

Twee wettelijke regelingen zijn van belang:

• de Natuurbeschermingswet 1998 (Nb-wet) voor de

gebiedsbescherming;

• de Flora- en faunawet (Ffw) voor de soortenbescherming.

Daarnaast zijn waardevolle gebieden beschermd op basis van

beleid, via de Nota Ruimte en het provinciale en het gemeentelijk

natuurbeleid.

In volgende paragrafen wordt een korte toelichting per wettelijk

kader en beleidskader gegeven en wat de relevantie met

Zuidoost is.

Wettelijke kaders voor natuurbeleid

Natuurbeschermingswet (1998) - Natura-2000 (gebiedsbescherming)

Gebiedsbescherming - Natuurbeschermingswet 1998: Natura 2000

Onder de Natuurbeschermingswet 1998 (Nb-wet) zijn gebieden

aangewezen die onderdeel uitmaken van de Europese ecologische

hoofdstructuur, de Natura 2000 gebieden genaamd. Indien een

ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt in of in de nabijheid van een

Natura 2000 gebied moet worden onderzocht of de ontwikkeling

de kwaliteit van het gebied kan verslechteren of verstoren. Indien

het bestemmingsplan de kwaliteit van een Natura 2000 gebied kan

verslechteren of verstoren dient er een vergunning op grond van de

Nb-wet te worden aangevraagd.

Natura 2000-gebieden in de omgeving van Stadsdeel Zuidoost zijn:

de Botshol bij Vinkeveen, het Naardermeer, de oostelijke Vechtplassen

(het plassengebied ten oosten van het Amsterdam-Rijnkanaal tussen

Nigtevegt en Maarssen en het Markermeer en IJmeer. Het Natura

2000-netwerk bestaat uit gebieden die zijn aangewezen onder de

Vogelrichtlijn en onder de Habitatrichtlijn. Het is niet waarschijnlijk dat

projecten in Zuidoost negatieve gevolgen zullen hebben voor deze

gebieden.

4 Natuurplan - Inventarisatie


Flora- en faunawet en gedragscode (soortbescherming)

In april 2002 is de Flora- en faunawet (Ffwet) van kracht geworden.

Op grond van deze wet zijn vrijwel alle in het wild en van nature

in Nederland voorkomende dieren, beschermd. De Ffwet bevat

verbodsbepalingen met betrekking tot het aantasten, verontrusten of

verstoren van beschermde dier- en plantensoorten, hun nesten, holen

en andere voortplantingsgebieden of vaste rust- en verblijfsplaatsen.

De Habitatrichtlijn, de Vogelrichtlijn en het CITES-verdrag maken

onderdeel uit van de Flora- en faunawet.

Rode lijsten

Rode lijsten geven een overzicht van diersoorten die uit Nederland

zijn verdwenen of dreigen te verdwijnen. Plaatsing op een van de

lijsten betekent niet automatisch dat de diersoort is beschermd.

Daarvoor is opname in de Flora- en faunawet nodig. Rode lijsten

hebben een belangrijke signaleringsfunctie, ze geven aan hoe goed of

slecht het met een diersoort gaat.

Tabellen

Bij de Flora- en fauna wet horen 3 tabellen waarin soorten zijn

opgenomen. Voor alle soorten geldt een algemene zorgplicht, echter

voor een aantal soorten geldt tevens een beschermplicht. Deze

soorten zijn opgenomen in tabel 3.

Zoogdieren

Alle genoemde zoogdiersoorten, met uitzondering van de bruine rat,

zijn beschermd volgens de Flora- en faunawet.

Vogels

Alle inheemse vogelsoorten genieten bescherming onder de Floraen

faunawet. Verstoring van broedsels en broedende vogels is niet

toegestaan. Voor een aantal vogelsoorten geldt dat het nest ook

buiten het broedseizoen als vast verblijfplaats beschouwd wordt en

beschermd is. Voorbeelden hiervan zijn huismus, sperwer en havik (lijst

augustus 2009).

Amfibieën en reptielen

De watergangen in de plangebieden zijn geschikt als

voortplantingsgebied voor algemeen voorkomende amfibiesoorten als

de groene en bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander.

Alle amfibieën zijn beschermd volgens de Flora- en faunawet.

Beschermde soorten kunnen een effect hebben op de plannen van

Zuidoost. Voorbeelden van streng beschermde soorten in Zuidoost

zijn de ringslang, de vleermuizen en de bittervoorn. Voor de minder

zwaar beschermde soorten is de zorgplicht en de gedragscode van

de Gemeente Amsterdam van toepassing.

Luchtvaartindelingsbesluit (LIB)

Voor natuurontwikkeling van gebieden met een oppervlakte groter

dan 3 hectare die binnen een straal van 6 km van Schiphol vallen,

moet een verklaring van geen bezwaar worden aangevraagd.

Getoetst wordt op het risico van aanvaringen van vogels met het

vliegverkeer. Vooral toename van ganzenpopulaties worden als

een risico gezien. Stadsdeel Zuidoost ligt buiten de reikwijdte van

het LIB en hoeft met de ontwikkeling van natuurgebied vooralsnog

geen rekening te houden met de LIB , maar momenteel wordt

gewerkt aan een nieuwe LIB waarin het volgende wordt voorgesteld:

vergroting van de straal tot 13 km (10 en 15 km staan als mogelijke

optie), bij natuurontwikkeling van gebieden met een oppervlakte

van 0,5 ha, ook voor bestaande natuur moet een Fauna-effectstudie

worden uitgevoerd. Het verloop van de ontwikkelingen worden door

Amsterdam gevolgd

Inventarisatie - Natuurplan 5


Beleidskaders voor natuurbeleid

Ecologische Hoofdstructuur

Heel Nederland is op Rijksniveau op een plankaart ingedeeld in

natuurgebieden met verbindingszones daartussen. Dit noemen we de

Ecologische Hoofdstructuur (EHS). De EHS is een belangrijk middel

om de hoofddoelstelling van het natuurbeleid te bereiken: natuur

en landschap behouden, versterken en ontwikkelen, als essentiële

bijdrage aan een leefbaar Nederland en een duurzame samenleving.

De EHS moet er onder meer toe bijdragen dat afspraken over

het behoud en het herstel van biodiversiteit worden nagekomen.

Na realisatie is de structuur uiteindelijk grensoverschrijdend,

zodat diersoorten zich vrij kunnen bewegen en vermengen over

Europa. Bij kwantitatieve of kwalitatieve aantasting van de EHS

dient gecompenseerd te worden volgens de in de Nota Ruimte

vastgelegde regels.

Provinciale Ecologische Hoofdstructuur en Natuurboog

De natuurboog is een verdere uitwerking van de EHS binnen de

provinciale grenzen. In de Nota Ruimte staat dat de EHS versterkt

moet worden met Robuuste Verbindingen, die schetsmatig op

een kaart van Nederland zijn aangegeven. Voor de planning en

uitvoering van deze Robuuste

Natuurboog

Verbindingen zijn de provincies

verantwoordelijk, evenals voor

de aanleg van de provinciale

verbindingszones.

De Natuurboog is een

vochtige tot natte ecologische

verbindingszone die de

Diemer Vijfhoek in het IJmeer

verbindt met de polder de

Rondehoep in Amstelland. De

verbinding is vooral gericht op

soorten die veelal aan oevers

gebonden zijn. Het deel van

de Natuurboog dat binnen

stadsdeelgrenzen van Zuidoost

Bron: provincie Noord-Holland

valt noemen we Natuurzoom. Sinds het besluit van gedeputeerde

staten van Noord-Holland dd 15 november 2011, maakt de

Bijlmerweide onderdeel uit van de EHS.

Hoofdgroenstructuur (Structuurvisie instrumentarium)

Amsterdam heeft zichzelf in de structuurvisie onder meer voor de

opgave gesteld te verdichten en tegelijk het omliggende landschap

open te houden. Dat leidt tot belangrijke uitgangspunten: het groen

in en rond de stad vraagt om stevige bescherming, terwijl andere

delen van de stad optimaal worden benut. Verdichting leidt ook tot

(geleidelijke) transformatie en toenemende menging. Dat vergt veel

van de bestaande infrastructuur en openbare ruimte. Respect voor

de rijkdom aan cultuurhistorische schatten van Amsterdam is hierbij

een belangrijke voorwaarde. Open houden van het groen in en om

de stad draagt in hoge mate bij aan de kwaliteit van de Amsterdamse

woon- en werkomgeving. Het is één van de redenen waarom onze

stad populair is als vestigingsplaats. De benodigde hoeveelheid

groen die Amsterdam minimaal wil borgen, is vastgelegd in de

Hoofdgroenstructuur (HGS). In overleg met de stadsdelen is opnieuw

6 Natuurplan - Inventarisatie


epaald welke gebieden onderdeel van de HGS zijn en hoe deze

getypeerd worden. Groen dat behoort tot de hoofdgroenstructuur

verwerft een zekere status. De ambitie is om in de komende jaren

extra in deze gebieden te investeren. Daar staat tegenover dat het

bouwen of verharden in de HGS aan strikte regels is gebonden.

Biodiversiteit en ecologische verbindingen (Structuurvisie

visiegedeelte). In het visiegedeelte van de structuurvisie is

opgenomen dat om biodiversiteit en ecologische verbindingen

goed te laten functioneren, barrières in de ecologische structuur,

zoals kruisingen met wegen, spoorlijnen en kanalen moeten worden

overwonnen. Taluds van spoorbanen en wegen kunnen daarvoor beter

worden ingericht. Het netwerk in de stad kan dan de Ecologische

Hoofdstructuur ondersteunen.

Doelsoorten Amsterdam

Eens per tien jaar worden er Rode lijsten opgesteld. Hierop komen

soorten die om verschillende redenen sterk achteruit gaan. Voor het

Ministerie van LNV zijn de rode lijsten mede richtinggevend voor het

te voeren natuurbeleid. Het Ministerie stimuleert dat bij bescherming

en beheer van gebieden rekening wordt gehouden met de Rode-lijstsoorten,

en dat zo nodig en zo mogelijk aanvullende soortgerichte

maatregelen zullen worden genomen. Op de Nederlandse Rode

Lijsten staan alleen soorten die zich in Nederland voortplanten,

dus geen trekvissen (zoals zalm en paling), noch overwinterende

vogels. Plaatsing op de Rode Lijst betekent niet automatisch dat

de soort beschermd is. Daarvoor is

opname van de soort in de Flora- en

faunawet nodig. De Rode Lijsten

hebben daarvoor wel een belangrijke

signaalfunctie. Een vermelding op een

Rode Lijst geeft een indicatie over

hoe het een soort vergaat.

Amsterdam heeft op basis van de

landelijke rode lijst en voornamelijk

eigen waarnemingen tussen 1998

en 2008 een eigen doelsoortenlijst

opgesteld voor zeldzame en

kwetsbare diersoorten binnen

de stadsgrenzen. Hier komen soorten op voor die specifiek voor

Amsterdam zijn maar ook op de landelijke rode lijst staan.

De kwetsbaarheid van een soort speelt een rol bij de beoordeling van

een ontheffingsaanvraag Flora- en faunawet. Voor een beschermde

soort is de afweging diepgaander en afhankelijk van:

- gebiedsontwikkeling, hiervoor geldt een ontheffingsplicht;

- beheer, er moet gewerkt worden volgens de gedragscode. Er kan

ook sprake zijn van ontheffingsplicht indien in het gebied soorten van

tabel 3 aanwezig zijn.

Huismussen en ringslangen zijn voorbeelden van soorten in Zuidoost,

die op de Rode lijst staan.

Programma Groen en Blauw

Het Natuurplan richt zich in essentie op de ambitie en opgaven voor

de ecologische kwaliteit zoals verwoord in het Programma Groen en

Blauw.

De ambities zijn:

Ontwikkelen van een samenhangende groentructuur met herkenbaar

groen en het vergroten van de esthetische, ecologische en de

gebruikskwaliteit

Inventarisatie - Natuurplan 7


Natuur binnen het stadsdeel

Theoretisch gezien zijn er de wettelijke en beleidsmatige stand

van zaken ten aanzien van de ecologie. Praktisch gezien bestaat

de stand van zaken zoals die buiten te zien en beleven is. In

deze paragraaf wordt de situatie buiten bekeken. De gemeente

Amsterdam heeft veel onderzoek verricht naar de flora en fauna

binnen de stadsgrenzen en in de regio. Relevante zaken ten

aanzien van stadsdeel Zuidoost zullen daarvan belicht worden,

zoals de bodem, historie, biotopen, natuurwaarden, doelsoorten

en dergelijke meer.

Historie

Stadsdeel Zuidoost bestaat uit verschillende woongebieden:

Bijlmermeer, Gaasperdam, buitengebied Driemond en kantoorgebied

Amstel 3. De Bijlmermeer is meerdere malen drooggemalen,

maar sinds 1826 definitief en daarna in gebruik genomen als

landbouwgebied. Het stedelijk deel is begin jaren zestig opgespoten

met zand om geschikt te maken voor bebouwing. De voormalige

polderstructuur bepaalt nog deels de ecologische mogelijkheden.

Door de verschillende peilvakken zijn er barrières voor water- en

oevergebonden soorten. De waterkwaliteit van de verschillende peilen

varieert.

Op de kaart is te zien welke landschapstructuren nog behouden

zijn gebleven. Voor Zuidoost ligt het grootste gedeelte in de

Gemeenschapspolder. Verder liggen aan de randen van de stedelijke

bebouwing ook nog enkele oude landschapselementen. Hier treft

men eveneens nog soorten die vroeger ook al in het gebied zaten,

zoals de ringslang bij de Bijlmerweide en de rugstreeppad bij

Driemond.

8 Natuurplan - Inventarisatie


Bodem

De opbouw van de bodem van Zuidoost bestond in 1965 voornamelijk

uit veengrond en klei op veen en aan de rand langs de Gaasp

plaatselijk diepe klei. In het midden daarvan lag de polder de Bijlmer.

Ten behoeve van de woningbouw in de jaren 60, 70 en 80 van de

vorige eeuw werden grote delen opgehoogd met zand.

Van de huidige natuurgebieden zijn niet opgehoogd:

De Hoge Dijk, delen van de Bijlmerweide, het gebied naast

Langerlust, delen van centraal park Gaasperdam, Driemond en de

volkstuincomplexen Linnaeus en Frankendael.

De gebieden

Stadsdeel Zuidoost beschikt over veel groengebieden, die vaak naar

stadse maten van aanzienlijke omvang zijn. Het betreft groenstroken

van hoge natuurwaarden aan de oost- en zuidrand van het stadsdeel,

parken, natuurvriendelijke oevers of ecologische verbindingen,

natuurvriendelijke bermen en doelsoorten in de wijk. Op verschillende

plaatsen zijn beschermde soorten aangetroffen, zoals de huismus en

de ringslang.

De aan de rand van het stadsdeel gelegen grote groengebieden zijn:

Bijlmerweide, Oostoever Gaasperplas, Gaasperzoom, en De Hoge

Dijk. Gezamenlijk vormen zij een groene schil, die onderdeel uitmaakt

van de zogenoemde Natuurboog. Deze Natuurboog maakt onderdeel

uit van de Ecologische Hoofdstructuur en heeft landschappelijke,

natuurlijke en recreatieve waarden.

Het ommeland rond Stadsdeel Zuidoost bestaat uit aantrekkelijke

landschappen van regionale betekenis. Ten oosten ligt het Diemerbos,

wat voor Zuidoost het belangrijkste bosgebied is. Ten zuiden

ligt het open veenweidegebied met de karakteristieke parallelle

slotenverkaveling langs het Gein. Ten westen ligt de Amstelscheg, een

uitgespaard stuk landschap met agrarisch polderlandschap langs de

veenrivier de Amstel.

Inventarisatie - Natuurplan 9


Biotopen

Een biotoop is een specifiek woon- of groeigebied van een dier of

plant. Het is een plaats waar dier of plant geheel in zijn omgeving

ingepast is. De soort heeft deze specifieke omgeving ook nodig om

te kunnen bestaan. Uiteraard zijn er ook soorten die kunnen bestaan

in meerdere biotopen. Amsterdam onderscheidt een 7-tal biotopen

binnen haar stadsgrenzen, waarvan we er er 5 terugvinden binnen de

grenzen van Zuidoost. In deze inventarisatie is de weergave van hoe

de Amsterdamse indeling geprojecteerd is op Zuidoost eruit gelicht.

Biotoop bebouwing

In de naoorlogse stadsuitbreidingen, zoals we die ook in Zuidoost

vinden, is de bebouwing doorgaans te “netjes” afgewerkt. Het biedt,

zonder kunstmatige ingrepen, weinig vestigingsmogelijkheden voor

dieren en planten. Maar er is door de open stedenbouwkundige

opzet van deze delen van de stad wel meer ruimte voor conventionele

natuur. Ze vormen een geleidelijke overgang van de stedelijke

omgeving naar het buitengebied.

Biotoop infrastructuur

Het biotooptype “infrastructuur” wordt gekenmerkt door de taluds

van sporen, snelwegen, dreven, waterwegen en de bijbehorende

oksels en overhoekjes in knooppunten. Voor dieren hebben de taluds,

bermen en oevers een functie als corridor en verbinding tussen

groengebieden binnen en buiten de stad. Voor een aantal dieren

zijn de oksels zelfs geschikt broed- en leefgebied. De snelwegen,

spoorlijnen en kanalen vormen echter ook barrières die voor sommige

dieren moeilijk of niet te passeren zijn.

Planten kenmerken zich in hun voorkomen door de herkomst van

het gebruikte zand voor zandlichamen. De afwijkende grondsoort

op de taluds is ook de verklaring voor de afwijkende flora met de

omliggende gebieden. Verder heeft het gebruik van strooizout

invloed op de soorten die in de wegberm gevonden worden. De

al dan niet zongerichte taluds zijn doorgaans zeer droog, terwijl de

oksels nat kunnen zijn.

Biotoop beheerd Groen

Veel van het groen in de stad wordt intensief gebruikt en beheerd.

Niet alleen parken en plantsoenen maar ook volkstuinen en

sportparken leveren een belangrijk aandeel aan de groenbeleving

in de stad. Hoewel grote delen van deze gebieden bestaan uit

regelmatig gemaaid gazon, bieden de bosjes, sloten en struiken

net die variatie die de natuur nodig heeft. De bossen en bosparken

worden minder intensief beheerd en hebben door hun ligging en

omvang ook minder recreatiedruk dan de stadsparken.

De grondsoort van (bos-)parken (veen/klei/zand) en de

grondwaterstand hebben invloed op de vochttoestand en de

voedselrijkdom van de bodem en daarmee op het voorkomen van

plantensoorten.

Biotoop water en oevers

Amsterdam is een waterrijke stad. Door de talrijke dijkjes, dammen,

sluizen en polders in en rond Amsterdam bestaat het water in de

stad uit veel verschillende peilvakken. Dit maakt het voor vissen en

amfibieën moeilijk zich door de stad te verplaatsen. Ook is in veel

peilvakken ’s zomers en ’s winters een constant peil. Dit is ongunstig

voor de dynamiek langs de oevers. Door de bemaling van de polders,

wordt in de diepst gelegen gedeelten zoute kwel naar boven

10 Natuurplan - Inventarisatie


gepompt. Hierdoor ontstaat in sommige sloten een licht brak milieu,

zoals in Amstel III. Daarbij bestaan veel van de oevers uit beschoeiing

en op een aantal plekken uit riet. Op sommige plaatsen zijn de oevers

glooiend, bestaande uit steen of groen wat in- en uittreden voor

diersoorten wel mogelijk maakt.

Biotoop agrarisch

Van oudsher is Amsterdam omgeven door weilanden. De

oorspronkelijke weidegebieden liggen op veengrond. Door de

ontwatering van het veengebied klinkt het veen in en komt het land

steeds lager te liggen, tot net boven het grondwaterniveau. Door

de drassigheid is het meeste weiland rond Amsterdam voornamelijk

nog geschikt voor melkveehouderij. Hierdoor zijn echter wel zeer

waardevolle vogelgebieden ontstaan. De agrarische gebieden

vormen een groot deel van het ‘groen’ in de scheggen en rondom

Amsterdam. Er is weinig betredings- en recreatiedruk en afhankelijk

van het seizoen ook weinig beheer of bedrijvigheid. Hoewel deze

gebieden door hun functie niet soortenrijk zijn (weidevogels

uitgezonderd) hebben ze een belangrijke functie in de verbinding van

tussen- en omliggende natuurlijkere gebieden.

Natuurwaarden

Gemeente Amsterdam heeft de stad geïnventariseerd op

biodiversiteit, natuurlijkheid, vervangbaarheid en de bijdrage die het

gebied zou kunnen leveren aan de ecologische structuur. Deze zijn

samengevat in ‘De toestand van de natuur’ en worden bijgehouden

op de website.

De natuurwaarden zijn het grootst in de stadsrand en nemen af

stadinwaarts.

Gemeten naar totale natuurwaarde zijn toplocaties van stadsdeel

Zuidoost:

De stadsrand van Zuidoost en de Gemeenschapspolder. Waarbij de

noordelijke Bijlmerweide de maximaalscore van 5 behaald.

Hieronder worden de verschillende onderdelen die samen de

natuurwaarden vormen apart besproken en vergezeld van een kaart

die de situatie in stadsdeel Zuidoost weergeeft.

Inventarisatie - Natuurplan 11


Biodiversiteit

Amsterdam heeft tussen 1998 en 2008 een eigen doelsoortenlijst

opgesteld voor zeldzame en kwetsbare diersoorten binnen de

stadsgrenzen. Uitgangspunten voor deze lijst zijn de nationale lijsten

voor beschermde en Rode lijstsoorten. Toegevoegd zijn de soorten

die afhankelijk zijn van een stedelijk milieu, zoals gierzwaluwen

en zwarte roodstaart. Biodiversiteit zoals in deze paragraaf wordt

besproken, wordt gemeten naar het aantal waargenomen soorten

van deze Amsterdamse doelsoortenlijst. Duidelijk is te zien dat de

meest soortenrijke gebieden in de stadsrand liggen, met een afname

zowel naar binnen als naar buiten toe. Ook omvang en beheer

spelen een rol. Van de gebieden om de stad hebben uitgestrekte

open weide- en akkergebieden relatief lage soortenaantallen. De

delen van Amstelland en de Diemerscheg met een open, homogeen

landschap scoren bijvoorbeeld relatief laag. Gebieden die een

combinatie van landschapstypen vormen, zoals weidegebieden die

deels met bos beplant zijn, springen er qua soortenrijkdom gunstiger

uit. Voorbeelden hiervan in Zuidoost zijn De Hoge Dijk, rond de

Gaasperplas en delen van de Gemeenschapspolder.

In ‘De toestand van de natuur’ is geïnventariseerd op aantal soorten

(broedvogels, amfibieën en reptielen, dagvlinders, libellen en

waterjuffers, hogere planten en groentypen. Ondertaand kaartje is

echter een weergave van alleen dieren.

Natuurlijkheid

Natuurlijkheid is hier gedefinieerd als de mate waarin een

gebied architectonisch dan wel natuurlijk is ingericht en daarmee

samenhangend de mate van beheerintensiteit. De kaart laat zien dat

de gebieden met de hoogste natuurlijkheidsgraad in de stadsrand

en het ommeland liggen. Het gaat enerzijds om ‘toevallige’

12 Natuurplan - Inventarisatie


uigteterreinen, anderzijds om ‘beheerde’ natuur, zoals natuurparken

(heemtuinachtig, extensief beheerd) en natuurgebieden. Het meest

gecultiveerde groen wordt in Zuidoost gevormd door de sportparken.

Sinds het nieuwe Bijlmerpark zelfs met kunstgras.

Vervangbaarheid

De vervangbaarheid van een gebied is gedefinieerd als de

hoeveelheid tijd die benodigd is voor het vervangen daarvan.

De vervangbaarheid hangt in de praktijk vooral samen met de

aanwezigheid van oude bomen en het voorkomen van oude,

uitgerijpte bodems.

Gebieden met een lage vervangbaarheid liggen zowel in als om

de stad. In de stad gaat het om gebieden met oude beplanting,

zoals historische parken en begraafplaatsen. Om de stad zijn het

vooral oude landschapselementen, zoals veenweidegebieden en

oeverlanden, alsmede gebieden met oudere beplanting die moeilijk

te vervangen zijn.

Bijdrage aan de ecologische structuur

Deze kaart toont het belang van groengebieden als onderdeel van

de ecologische structuur. Deze kaart dient daarom in het grotere

geheel van de hele stad en haar directe omgeving bezien te worden.

Voor Zuidoost valt uit het kaarbeeld te concluderen dat er geen

ecologische oost-west verbindingen zijn. Doelsoorten dienen zich te

verplaatsen van oost naar west en visa versa langs de zuidkant van het

stadsdeel. Om migratie te bevorderen is ingezet op het ontwikkelen

van de Natuurboog. Met uitzondering van een barrière tussen de

Bijlmerweide en de Diem en het knelpunt van de Abcouderstraatweg,

is deze Natuurboog gerealiseerd.

Inventarisatie - Natuurplan 13


Huidig beheer

Binnen het stadsdeel zijn verschillende typen beheer waar te nemen.

Op de kaart is te zien welk type groen op welke manier beheerd

wordt. In de bijlage treft u een uitleg over het verschil van intensief,

extensief en ecologisch beheer.

Het beheer van het groenareaal is verdeeld over meerdere partijen.

Zo is het beheer van het wijkgroen uitbesteed aan een aannemer.

Het betreft hier intensief beheer met een hoge kwaliteitsnorm.

Parken en natuurvriendelijke oevers worden beheerd door de eigen

beheerafdeling van stadsdeel Zuidoost, waarbij onder toeziend oog

van het stadsdeel stukken van de parken worden beheerd door

natuurverenigingen, zoals De Ruige Hof. In de parken wordt een

combinatie toegepast van de typen beheer. Delen die intensief

gebruikt worden, worden ook intensief beheerd. Dit zijn met name

de speelweides. De Ruige Hof streeft ecologisch beheer na. Dit

geeft een grote variatie aan groenbeleving in de parken. De grotere

groengebieden, zoals gelegen in Gaasperdam, met uitzondering

van centraal park Gaasperdam, worden beheerd door Groengebied

Amstelland. Zij maken gebruik van een combinatie van extensief en

ecologisch beheer. De grootte van de parkdelen zorgen ervoor dat

men met dit type beheer ook echt een natuurbeleving kan ervaren.

Het deel van de Gemeenschapspolder dat grenst aan het Diemerbos

wordt door Staatsbosbeheer onderhouden. De doorgaande

watergangen worden beheerd door Waternet.

Grote delen worden om diverse redenen extensief beheerd. Dit biedt

vaak kansen voor de natuur. Zo hebben zeldzame planten als de

Orchis en de Zwanenbloem zich hierdoor weten te vestigen langs de

slootkanten. Extensief beheer kan echter ook bedreigend zijn voor de

ontwikkeling van de natuur als het maaibeleid neerkomt op klepelen.

De vegetatie wordt dan kapotgeslagen met kettingen in plaats

van gemaaid met messen. Hierbij blijft het maaisel liggen en kapot

geslagen kruiden sterven af. De bodem wordt verrijkt met stikstof,

wat uiteindelijk noch een hoge soortenrijkdom, noch een fraai beeld

oplevert, maar juist brandnetelgroei.

Landschapsbouw

De landschapsbouw kaart geeft een indruk van de verdeling van

de verschillende typen groen en de daarmee samenhangende

14 Natuurplan - Inventarisatie


uimtelijke opbouw. Wat opvalt is dat de bossige parken eveneens

nog doorspekt zijn van open stukken. Dit kunnen (speel)weides zijn of

waterpartijen.

Maaien met een vingerbalk

Extensief en intensief beheer

Bij extensief beheer is kostenbesparing de belangrijkste drijfveer.

Extensief beheer staat tegenover intensief beheer. Hierbij is intensief

beheer vooral bedoeld om een net beeld van de openbare ruimte te

verkrijgen. Extensief beheer levert een natuurlijker beeld op. Toegepast

in bosplantsoen en op oevers kan het hoge natuurwaarden opleveren

tegen lagere kosten. Extensieve beweiding met lage begrazingsdruk

kan ook gerealiseerd worden door Schotse Hooglanders,

Konikspaarden, Heckrunderen en dergelijke in natuurgebieden rond te

laten lopen. Door de begrazingsdruk blijft het landschap open en komt

er variatie in de vegetatie.

Als extensief maaibeheer neerkomt op 1 of 2x per jaar klepelen,

dan levert dat noch hoge natuurwaarden noch een fraai beeld op. Bij

klepelen worden de grassen en kruiden kapot-geslagen, waardoor het

maaisel ongeschikt is als diervoer. De voedingsstoffen vloeien terug de

bodem in. Dit zorgt voor bodemverrijking en dus brandnetelgroei.

Bijlmerweide noord

Bron: www.ceesberkhof.nl

Ecologisch of natuurvriendelijk beheer

Met ecologisch beheer wordt bedoeld dat de ontwikkeling gestuurd

wordt. Afhankelijk van de kansen wordt op een bepaalde plek

een bepaald beheer toegepast om soorten een kans te geven op

voortplanting en beschutting tegen roofdieren. Verschralen door

maaien (maaien met de vingerbalk en niet klepelen) en afvoeren is

een methode. Soms kan ecologisch beheer samengaan met extensief

beheer, maar vaak, zoals in het maaivoorbeeld, is ecologisch beheer

arbeidsintensief.

Een zandlichaam met kwel aan de onderzijde biedt goede ecologische

kansen. In potentie is dit een goede groeiplaats voor orchideeën, mits

een aantal specifieke beheer-maatregelen worden toegepast. Gebieden

met afwisseling van droge/schrale en natte plekken zijn bij uitstek

geschikt voor een grote variatie in vegetatie. Met deze variatie aan

vegetatie biedt het voor veel diersoorten een geschikte habitat.

Een andere doelstelling kan zijn om de biodiversiteit te laten toenemen.

Dit kan door gefaseerd te beheren. Niet alles in één keer maaien,

inclusief het leeghalen van sloten, maar delen laten staan en pas bij

een volgende maaibeurt meenemen. Hier profiteren amfibieën, vissen,

libellen en insecten, zoals bijen en vlinders van. De insecten dienen

weer als voedsel voor vleermuizen en vogels.

Inventarisatie - Natuurplan 15


Analyse

2

Inventarisatie - Natuurplan 17


Analyse

Zoals in het vorige hoofdstuk duidelijk is geworden is al veel

in kaart gebracht over de groengebieden van Zuidoost.

In verschillende visies, wetgeving en beleidstukken is op

verschillende manieren naar het groen en de (recreatie)

mogelijkheden gekeken.

In het programma groen en blauw is een indeling gemaakt

van het groenareaal in de vorm van verschillende typologieën.

Het varieert van het behouden van cultuurhistorische

veenweidelandschappen en het benadrukken van natte natuur,

tot het vergroten van de seizoensbeleving met gevarieerde

beplanting. Bij de hoofdgroenstructuur is de indeling meer

gebaseerd op de functies per gebied. Dit levert een wat

meer versnipperd kaartbeeld op. In de biotopenindeling

van Amsterdam wordt nagenoeg al het groen getypeerd als

beheerd groen. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen de

stadsparken en de groene schil aan de rand van Zuidoost. De

kaart van de provincie Noord-Holland met de Natuurboog en de

EHS gebieden erop gaat er vanuit dat de Natuurboog door een

gebied van natte natuur loopt.

In deze analyse worden de

inventarisatie kaarten over elkaar heen

gelegd om de verschillen per gebied

in beeld te krijgen. Hieruit ontstaat een

kaart met gebieden waar verschillen van

inzicht over zijn of die anders beheerd

worden dan uit de visies geconcludeerd

mag worden. Per gebied worden de

verschillen belicht en aan het einde

van het hoofdstuk wordt daarover een

conclusie gegeven.

Historie en bodem

De historie en de bodemgesteldheid zijn vaste gegevens. De

analyse uit de verschillende groentype indelingen, de wettelijke

en bestuurlijke kaders en de ambities zullen uiteindelijk bepalen in

hoeverre de nog overgebleven zichtbare delen in tact zullen blijven.

Onderstaande kaart geeft weer waar de historie nog beleefd kan

worden.

Groenindelingen; analyse van de kaarten

Wat opvalt als de kaarten over elkaar heen gelegd worden is dat vWat

opvalt als de kaarten over elkaar heen gelegd worden is dat voor veel

van de gebieden het huidige beheer niet overeenkomt met één of

meer van de andere kaarten, dat de visiekaarten onderling op punten

met elkaar verschillen en dat de indeling op de kaarten soms niet

overeenkomen met het belang van de Natuurboog.

De natuurwaardenkaart moet goed geinterpreteerd worden omdat

hoge tot zeer hoge natuurwaarde niet per definitie betekent dat

18 Natuurplan - Analyse


het gebied hoge ecologische waarden heeft of een belangrijke

bijdrage levert aan de ecologische structuur. Cultuurhistorie speelt

eveneens een belangrijke rol in deze waardering. Over het algemeen

kan gesteld worden dat natuurlijk uitziend groen verkregen wordt

door ecologisch en/of extensief beheer. Over het algemeen kan ook

gesteld worden dat toename van de recreatiedruk de ontwikkeling

van de natuur verminderd. Op basis van deze uitgangspunten is de

kaart met conflicterende gebieden tot stand gekomen.

Hoge Dijk

De Hoge Dijk heeft een gemiddelde natuurwaarde, wordt gezien

als natuurgroen, als sportpark en als biotoop beheerd groen. De

Natuurboog is ingetekend langs het zuidelijk deel. Dit zou dus een

natte ecologische zone moeten zijn, ten gunste van de ringslang.

Het beheer is er intensief. Uit deze analyse blijkt de natuurlijke,

ecologische behoefte enerzijds en de behoefte aan sportpark met

intensief beheer anderzijds.

Analyse - Natuurplan 19


AMC

Het AMC gebied wordt hoog gewaardeerd met betrekking tot

natuurwaarden. Aangezien het eigen terrein is, heeft het stadsdeel

hier geen zeggenschap over. Het valt daarmee buiten de reikwijdte

van dit plan.

Centraal park Gaasperdam

De visiekaarten zijn het wel met elkaar eens; stadspark, parkgroen,

beheerd groen en een gemiddelde natuurwaarde. Alleen het beheer

sluit hierbij niet (geheel) aan. Grote delen worden extensief beheerd,

het deel van de Ruige Hof wordt beheerd met een combinatie van

extensief en ecologisch beheer. Dit levert daardoor een heel natuurlijk

beeld op, wat past bij struinnatuur. Dit is een type groen wat we graag

aan de rand van de stad willen zien.

Eco verbinding Gaasperplas – Gein

Deze natte ecologische verbinding is in nog geen van de kaarten

opgenomen. De verbindingszone is ca 10 jaar geleden aangelegd met

als doel het ontwikkelen van een ecologische verbindingszone tussen

de Gaasperplas en het Geingebied, zodat diersoorten zich kunnen

huisvesten of via de zone kunnen migreren. Een eerste evaluatie

van de natuurontwikkeling heeft goede resultaten opgeleverd en

het ligt nu in de bedoeling om het gebied op te laten nemen in de

natuurwaardenkaart. Hiermee wordt het belang onderstreept dat de

zuidoever van de Gaasperplas een rol speelt bij de mogelijke migratie

van soorten.

Gaasperplas zuid en Gaasperplaspark

De natuurwaarden worden hoog beoordeeld voor dit zuidelijke en

noordelijke deel van de Gaasperplas en zitten hem voornamelijk

in de natuurlijkheid van het gebied en de bijdrage dat het levert

aan de ecologische structuur. Op de visiekaarten wordt dit gebied

aangemerkt als stadspark of parkgroen en bij de biotopen indeling

valt dit gebied ook onder beheerd groen. Het gebied wordt beheerd

met een combinatie van extensief en ecologisch beheer. Indien

het gebied conform de visies omgevormd wordt tot stadspark,

waarmee de recreatie en het beheer geïntensiveerd worden, zal de

natuurwaarde zeer waarschijnlijk afnemen.

Gaasperplas oost en Veenweide

Deze gebieden worden volgens de natuurwaardenkaart eveneens

hoog gewaardeerd. Deze waardering komt grotendeels voort uit

de cultuurhistorische waarde van het oude veenweide landschap.

Op de kaart van de Natuurboog is te zien dat de natte ecologische

verbinding hier doorheen loopt. Het gebied is deels agrarisch

ingericht en het beheer is er intensief. Hier ligt tevens één van de

knelpunten in de ecologische verbindingszone die opgelost moet

worden. Functies, wensen en belangen komen hier op een zeer smalle

strook samen.

Gemeenschapspolder

Ook dit gebied wordt hoog gewaardeerd op de natuurwaardenkaart.

Dit heeft eveneens te maken met de cultuur historische waarde

van het gebied, waarvan de verkavelingstructuur dateert van voor

1849. Volgens de structuurvisie ligt het in de bedoeling hier een

ruigte gebied/struinnatuur van te maken. Als deze omvorming

betekent dat het gebied bebost wordt, waarmee de historische

verkavelingstructuur niet meer zichtbaar is, kan dit gebied op termijn

een lagere natuurwaardering krijgen. Behoud van historische

verkavelingstructuur wordt als bijzonder belangrijk beschouwd.

Bijlmerweide west

20 Natuurplan - Analyse


Een gebied met gemiddelde natuurwaarde, volgens de visiekaarten

woongroen ofwel stadspark. Het huidige beheer is er echter extensief

en deels ecologisch. Het beeld buiten geeft je niet het gevoel in een

stadspark te zijn.

Landschapsopbouw

Om tot een eenduidige indeling te komen van het landschap is het

belangrijk om te weten welke elementen zich op dit moment buiten

bevinden. Hiertoe is de landschapsbouw kaart vervaardigd. Op de

kaart is te zien dat het groen aan de rand van Zuidoost veelvuldig een

combinatie is van bomen, weides en water, waarbij de weides over het

algemeen intensief beheerd worden en het overige groen extensief.

Ook is goed te zien waar het natuurlijke groen aan de rand niet

doorloopt. Op deze punten is de EHS verbinding, de natuurboog niet

optimaal of bevinden zich nog barrières.

Knelpunten ten aanzien van Natuurontwikkeling

De natuurboog is een natte verbinding die door Amsterdam Zuidoost

loopt en is opgenomen in de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). De

natuurboog is grotendeels gereed. Er zijn echter nog een aantal

aandachtspunten. Tussen de Diem en de Bijlmerweide zit een flink

verschil in waterpeil. Het water stroomt vanuit de Weespertrekvaart

via een inlaat en een buis de Bijlmerring in. Door het verval is het

water zuurstofrijk en vormt het een barrière voor vissen en amfibieën.

De route over land vormt eveneens een barrière. De oevers van de

Weespertrekvaart en Gaasp, zijn niet natuurvriendelijk. De zogeheten

faunauittreedplaatsen die vorig jaar zijn aangelegd door Waternet

functioneren niet naar behoren. Daarnaast ligt de drukke provinciale

weg. Trage soorten zoals amfibieën zijn vaak niet in staat de overkant

ongeschonden te bereiken. Ivm de uitwisseling van groepen

bedreigde diersoorten, zoals de ringslang, is het van belang dat hier

de barrières worden opgelost. Dit kan door de faunauittreedplaatsen

aan te passen zodat ze wel geschikt zijn en door ter hoogte van deze

uittreedplaatsen een faunapassage onder de weg aan te leggen.

Daarnaast zorgt de aanleg van een vistrap ter hoogte van het gemaal

voor een uitwisselingsmogelijkheid van vissen.

Knelpuntenkaart

Analyse - Natuurplan 21


Plan

3

Inventarisatie - Natuurplan 23


Concept ‘Leesbaar landschap’

De voorgaande inventarisatie en analyse hebben veel

inzicht gegeven in de wensen en mogelijkheden van de

groengebieden in Zuidoost. Met alle verzamelde informatie

is het mogelijk om tot een conceptindeling te komen voor

de landschapsbouw van Zuidoost. Op bijgaande kaart is een

indeling te zien die in beginsel uitgaat van nog resterende

cultuur historische landschappelijke elementen. Dit betreft de

historische verkaveling van de Gemeenschapspolder, boezem

de Weespertrekvaart en Gaasp die de rand van de Bijlmerpolder

weergeven en het historische bebouwingslint aan beide zijden

van het water. Er is buiten de grenzen van Zuidoost getekend

om het totaalbeeld te verduidelijken. Achter het bebouwingslint

wordt een strook weiland vrijgehouden waarmee de historische

opbouw beleefd kan worden. Aan de oostzijde is

dit reeds het geval en verder zuidelijk eenvoudig

te realiseren. Aan de westzijde (Bijlmerweide)

zullen hiervoor nog enkele ingrepen ten aanzien

van bestaande begroeiing en misschien het

terugbrengen van de historische waterlopen,

moeten plaatsvinden. De indeling geeft ook

een goede basis voor het toe te passen beheer,

waarmee de leesbaarheid van het landschap

verder bevorderd wordt.

24 Natuurplan - Analyse


Nieuwe biotopenindeling

Op basis van de analyse en het concept is er een biotopenindeling

ontstaan waarbinnen het mogelijk is om vrijwel alle wensen en eisen

ten aanzien van de gebieden te realiseren.

Het groen in zuidoost is grotendeels benoemd tot biotoop oevers en

water, waarbij de nadruk komt te liggen op natuurvriendelijke oevers.

Om de verkavelingstructuur zichtbaar en beleefbaar te houden zal

in de Gemeenschapspolder het maken van natuur gebeuren in de

vorm van rietlanden. Met de nieuwe biotopenindeling wordt natte

natuur benadrukt. Natte natuur is gebiedseigen en derhalve bijzonder

geschikt voor het westelijk veenlandschap van deze regio.

Het streven is om het groen naast de oevers en het water in de

gebieden van natuurlijk groen meer ecologisch te beheren met een

ecologische opbouw van het landschap mantel – zoom – bos. Het

groen naast de oevers in de parkdelen wordt dan intensiever beheerd,

waardoor dit een optimale omgeving blijft voor velerlei activiteiten.

Bij de biotoop agrarisch zal over grote delen geen verandering

plaatsvinden. Alleen in de Bijmerweide zal gekeken worden hoe het

landschap meer open en meer herkenbaar gemaakt kan worden.

In deze uitwerking van het plan wordt een beeld geschetst van het

wenselijk te behalen beeld en de natuurwaarde. Met de nieuwe

biotopenindeling kunnen we hierop dieper inzoomen per gebied en

daarbij de mogelijkheden belichten per doelsoorten, het gewenste

beheer de functies en wensen en de benodigde opgave om het te

realiseren. In de bijlage is een overzicht te vinden van de opgaven in

de vorm van een maatregelenkaart.

Opbouw mantel - zoom - bos

Analyse - Natuurplan 25


26 Natuurplan - Plan


Biotoop bebouwing

Woongebied

De bebouwing in Zuidoost vertegenwoordigt een grote diversiteit. De

woningbouw varieert van oude hoogbouw omzoomd door weides met

bomen, tuindorpachtige bebouwing in o.a. Gaasperdam, nieuwbouw

met omsloten tuinen en aanzienlijk minder openbaar groen en

een centrum met vooral kijkgroen. Het beheer van het openbaar

groen is hoofdzakelijk gericht op de menselijke gebruiker ervan,

wat inhoudt dat er overwegend intensief beheerd wordt. Toch is er

ruimte voor natuur. Diverse oevers van sloten en oude knotwilgrijen

bieden broedgelegenheden voor gangbare soorten, maar ook voor

beschermde soorten zoals een aantal vleermuissoorten. In de oudere

laagbouw waar nog relatief veel en dichter groen is en de huizen

nestmogelijkheden bevatten, vindt de doelsoort huismus nog leef- en

broedgelegenheid.

Werkgebied (o.a. Amstel III)

Het gebied met kantoren en bedrijvigheid biedt geen geschikte plaats

aan de eerder genoemde doelsoorten. De hoeveelheid groen is er

uitermate beperkt. Het gebied blijkt wel geschikt te zijn voor diverse

dakbroeders, die gebruikmaken van de platte daken om te nestelen.

Het beheer is ook hier intensief. De bermen worden gemaaid als

gazon.

Opgave:

In beide bebouwde gebieden zijn mogelijkheden om de natuurwaarde

te vergroten. Voor de woongebieden wordt dan de aandacht vooral

gericht op het verbeteren van leefmilieu voor de doelsoorten (huismus

en vleermuis). In het werkgebied kan de aandacht meer liggen op het

bloemrijk maken van de schrale bermen.

Woongebied:

Bouw en renovatie - bij nieuwbouw en renovatie van woningen

de aandacht erop richten dat nest- en verblijfgelegenheden voor

vleermuizen en huismussen eenvoudig en betaalbaar ingebouwd

kunnen worden.

Plan - Natuurplan 27


Openbare ruimte - natuurvriendelijke oevers in lange stroken zijn

van belang voor de vleermuizen om te kunnen foerageren. Dichte

beplanting, bestaand en nieuw, inheems en eventueel wintergroen

zijn van belang voor de beschutting van huismussen en andere kleine

vogelsoorten. De gemeente kan maatregelen treffen ten behoeve

van investeringen in nestgelegenheden, omdat de broedplaatsen

voor huismussen onder druk staan. Ook kan de natuurwaarde

verhoogd worden door vaker een gevarieerd aanbod van inheemse,

vruchtdragende beplanting toe te passen en bomen de kans te geven

uit te groeien tot hun volledige wasdom.

Bewoners

Bewoners bewust maken van de noodzaak van het behoud van

soorten en hen daarbij leren hoe ze zelf hun steentje kunnen

bijdragen aan het versterken en behouden van de natuurwaarde

en biodiversiteit in hun buurt. De tuinen in de laagbouw kunnen

bijdragen aan het beschikbare leefgebied voor soorten. Meer

bewoners er bewust van maken dat zij iets kunnen doen door

nestgelegenheid te bieden, vaker te kiezen voor inheemse

beplanting, al dan niet besdragend en de tuin toegankelijk maken

vanaf de openbare ruimte. Zo kan de tuin meedoen in het aanbod

ecologisch areaal.

Werkgebied:

Gebouwen - Voor de dakbroeders kan samenwerking gezocht worden

met de bedrijven. Zij kunnen de platte daken geschikt maken om te

nestelen door gebruikmaking van grind, kiezel of schelp. Bedrijven -

De randen van de eigen terreinen zouden zij natuurvriendelijk kunnen

inrichten en daarmee aansluiten op verbindingsstroken. Zo kan een

netwerk van ecologische verbindingen ontstaan.

Openbare ruimte – Bermen en watergangen natuurvriendelijk

beheren. De bermen die nu gazons zijn

worden zo omgevormd tot bloemrijke

bermen. Bij de watergangen betekent dit

dat steeds de helft van de oevervegetatie

blijft staan. Ook het plaatsen van fauna

uittreedplaatsen kan de uitwisseling van

soorten stimuleren.

28 Natuurplan - Plan


Biotopen oevers en water en rietlanden

Grote delen van het groen in Zuidoost worden gedomineerd door

oevers en water. In de biotopen oevers en water en rietlanden

wordt een grote variatie aangetroffen van overwegend inheemse

vegetatie. Het landschap is er afwisselend open en dicht, toegankelijk

en ontoegankelijk en het biedt plaats aan de meer bijzondere

diersoorten. De nadruk ligt op natuurvriendelijke oevers en kwalitatief

schoon water, geschikt voor vele gebiedseigen soorten en een grote

soortenrijkdom. Natuurvriendelijke oevers met oever- en waterplanten

dragen bij aan een schoon watermilieu.

Qua doelsoorten ligt de nadruk op de ringslang en de rugstreeppad,

maar ook vrije doorgang voor bittervoorn, kleine modderkruiper en

andere vissoorten en amfibieën wordt nagestreefd. Amsterdam kent

veel verschillende peilvakken. De barrières die ontstaan door deze

peilverschillen zullen daarom overbrugd moeten worden. Binnen de

Natuurboog is het de bedoeling om alle resterende onoverbrugbare

barrières voor de ringslang, rugstreeppad en andere oevergebonden

diersoorten op te lossen.

Het beheer binnen deze doelgroepen is overwegend ecologisch en

extensief, gericht op soortenrijkdom en een goed leefmilieu voor de

doelsoorten. Uiteraard is het daarnaast belangrijk dat de recreant kan

genieten van dit interessante natuurtype, door te beschikken over

uitnodigende, goed onderhouden routes en faciliteiten en diverse

mogelijkheden van waterrecreatie op de plas.

Opgave

Waterberging - Binnen deze biotopen past ook de opgave van

waterberging waarvoor het stadsdeel staat met de inpassing van de

overkluizing Gaasperdammerweg. Door waterberging te combineren

met de aanleg van meer natte natuur, natuurvriendelijke oevers en

rietlanden, ontstaat een optimale situatie voor beide belangen.

Barrières opheffen - Om de Natuurboog volledig te kunnen laten

functioneren zoals bedoeld in de EHS is het nodig om alle nog

bestaande barrières op te lossen. De Weespertrekvaart en de

daarnaast gelegen provinciale weg vormen de grootste barrière in de

verbinding van de De Diem naar de ringdijk in de Bijlmerweide. Het

Plan - Natuurplan 29


is voor doelsoort de ringslang nagenoeg ondoenlijk deze barrières

te overbruggen. Dit overbruggen is echter wel essentieel voor het

voortbestaan van de populatie in de Bijlmerweide. Op de luchtfoto

zijn locaties aangegeven die geschikt zijn voor faunapassages. Een

andere barrière is de Abcouderstraatweg. Dit is eveneens een drukke

weg die men graag verder wil uitbreiden naar stadsstraat met de

daarbij horende functies. Een brede strook struweel in combinatie

met water en natuurvriendelijke oevers bieden uitkomst tot aan de

weg. Ook hier zal een faunapassage uitkomst kunnen bieden.

Openbare ruimte –Een hoge ecologische en hoge natuurwaarde

vraagt om een gevarieerd aanbod van inheemse vegetatie, zoals

kruiden, heesters en bomen in de hele Natuurzoom. Op grote

delen gaat dit al goed, maar met name in de Bijlmerweide kan

meer variatie worden aangebracht. Een gelijkmatige overgang in

de vorm van natuurvriendelijke oevers, zoom van kruiden, mantel

van heesters en bos en de aanplant van een gevarieerd aanbod van

inheemse beplanting zal hieraan bijdragen. Langs de provinciale weg

is het mogelijk gebruik te maken van abiotische omstandigheden.

Onderaan het zandige talud kan een kwelzone gecreëerd worden.

Een zogeheten paddenpoel die tevens een groeiplaats biedt aan

bijzondere soorten, zoals de rietorchis.

Ook is het van belang het maaibeleid af te stemmen op de natuur. Dit

houdt in niet klepelen maar maaien en afvoeren, 1 of 2 keer per jaar.

Recreatie - Goede verdeling maken van functie en natuur en daarover

afspraken maken met belanghebbenden, zodat voldoende ruimte

voor zowel de recreant als de natuur ontstaat. Dit kan bijvoorbeeld

door een beperkt aantal natte gebieden knuppelpaden aan te

leggen of door het aanleggen van eilanden, rietkragen en natte

gedeelten in de vorm van in breedte variërende natuurvriendelijke

oevers. De knuppelpaden leveren een mooie toevoeging op het

aanbod van wandelroutes op en meer rustgebieden voor

soorten die dat nodig hebben om te kunnen broeden en

foerageren. Daarbij is het belangrijk dat de paden

goed onderhouden worden. Achterstallig

onderhoud op paden en bruggen verdient

de aandacht.

30 Natuurplan - Plan


Biotoop beheerd Groen

In de biotoop beheerd groen ligt de nadruk vooral op visueel

aantrekkelijk, educatief gebruiksgroen voor de bewoners. Er is ruimte

voor een grote variatie in beplanting van alle soorten. Cultuurlijk,

natuurlijk, open en toegankelijk. Er zijn veel goed gefaciliteerde

recreatiemogelijkheden. Qua doelsoorten biedt het plaats aan

gedomesticeerde soorten en aaibare soorten zoals: eekhoorn,

aardmuis, bittervoorn, kleine modderkruiper, rietorchis, zwanenbloem,

grote bonte specht, ransuil, nachtegaal, kuifeend, blauwe reiger,

oeverzwaluw en de ijsvogel. Het is aangenaam om er te verblijven en

een uitstekende plaats om mensen te ontmoeten, iets te leren over

plant- of diersoorten, te sporten of gewoon te chillen. Het beheer van

het groen is er grotendeels intensief. Dit kan zijn gazons die geregeld

gemaaid worden, ecologisch beheer gericht op een zo groot

mogelijke biodiversiteit of het intensief onderhouden van bruggen en

paden.

Opgave

Openbare ruimte – stadsparken met meer park en minder ruigte.

Onderling beheersbeeld tussen de stadsparken beter op elkaar laten

aansluiten. Aanleg of handhaven van lintbeplanting in de vorm van

heesters bijv. een meidoorn- of mispelhaag, eventueel aangevuld

met een enkele boom die tot volledige wasdom kan uitgroeien.

Veel soorten zijn gebaat bij deze gevarieerde en doorgaande

strook beplanting. Grondgebonden soorten kunnen zich erlangs

verschuilen en verplaatsen. Ook hier geldt dat een grotere variatie

van inheemse beplanting de natuurwaarde kan verhogen. Bij

renovatie en inrichtingsprojecten dient hiermee rekening gehouden

te worden. Waar mogelijk natuurvriendelijke oevers of anders fauna

uittreedplaatsen realiseren.

Recreatie mogelijkheden - De gebieden waar de biotoop beheerd

groen zich bevindt zijn voornamelijk gericht op de mens. Het is een

plek om je doorheen te verplaatsen van A naar B, om in te sporten,

te ontspannen en om in verblijven. Een voldoende ruim en gevarieerd

aanbod van groen is goed voor de gezondheid van de mens die

daarvan gebruik kan maken. De flora werkt pas goed als de fauna

mee doet, dus is het van groot belang dat binnen de biotoop beheerd

groen een balans gevonden wordt tussen de functies voor de mens

en de behoeften van doelsoorten. Op grotere schaal moet bewaakt

worden dat ecologische zones niet noemenswaardig onderbroken

worden. Daartussenin kan een mozaïek ontstaan van functies voor

mensen.

Plan - Natuurplan 31


Biotoop Agrarisch

De biotoop agrarisch draagt in Zuidoost een hoge cultuurhistorische

waarde. Met de nieuwe biotopenindeling wordt het visuele karakter

versterkt door de combinatie vaart, lintbebouwing en achterliggende

weides te versterken. In de Gemeenschapspolder wordt extra

natuur gemaakt in de vorm van veenlandjes. Hierbij wordt de

verkavelingstructuur in acht gehouden. Aan de ander zijde van de

vaart, in de Bijlmerweide, zal waar mogelijk de historische verkaveling

teruggebracht worden. In elk geval wordt ingezet op meer openheid

in het agrarische deel. Daarnaast is de indeling, zoals die met de

nieuwe biotopenindeling wordt voorgesteld, ook interessant voor de

doelsoort vleermuis. De lange watergang en geleiding van opgaand

groen aan weerszijden zijn voor verschillende soorten vleermuizen

zeer geschikt terrein om te foerageren, zeker als langs het water een

strook kruiden kan blijven staan.

Opgave

In de Gemeenschapspolder zal natuurontwikkeling inhouden het

terugbrengen van petgaten en veenlandjes, waarbij het van bijzonder

belang is dat de historische

verkavelingstructuur overeind blijft.

Terugbrengen van openheid en

historische verkavelingstructuur in

de Bijlmerweide.

32 Natuurplan - Plan


Biotoop Infrastructuur

In Zuidoost wordt deze biotoop goed vertegenwoordigd. Door de

hoge dreven, de snelwegen en de spoorbanen zijn er veel taluds

met zandige ondergrond. Het is een milieu op zichzelf, totaal anders

dan de overige biotopen. Het is een schraal milieu met beplanting

afkomstig van de gebieden waar het zand vandaan komt. In het kader

van biodiversiteit en natuurwaarden verhogen, kan dit een belangrijke

toevoeging zijn.

Deze infrastructuur is er primair voor de mens en met een groot

aanbod aan groen in Zuidoost heeft natuurontwikkeling langs

infrastructuur in dit plan niet de focus. Het valt tevens buiten de

geformuleerde ambities van dit plan. Voor deze biotoop zijn geen

opgave geformuleerd.

Plan - Natuurplan 33


Bijlage

A

Maatregelen

Inventarisatie - Natuurplan 35


Bebouwing

Locatie nader te bepalen

1. struiknatuur in lange stroken (hagen, wintergroen) tgv huismus

2. bloemrijke weides in doorgaande stroken

3. nestgelegenheden voor dakbroeders stimuleren

Algemeen

nestgelegenheden voor mussen en vleermuizen inbouwen

mussenvides stimuleren

waar mogelijk de oevers natuurvriendelijk maken cq. maaien

Oevers en water

Beheerd groen

Locatie nader te bepalen

1. aanleg natuurvriendelijke oevers (icm wateropgave A9) en drassige cq moerassige gebieden

3. vergroten van biodiversiteit dmv mantel-zoom-bos opbouw

4. aanleg paddenpoelen

5. aanleg broeihopen

6. aanleg knuppelpad, door natte delen

7. laten ontstaan van verruigde natuur

8. knotwilgen langs waterkant (grienden)

Algemeen

ecologisch beheren

deponeren dood hout

goed onderhoud voor paden en bruggen

behouden/versterken historische landschapsstructuren

schoon water dmv waterplanten en andere maatregelen conform Waterplan

Algemeen

aanleg natuurvriendelijke oevers waar mogelijk

vruchtdragende beplanting

lintbeplanting van dichte heesters met een enkele boom

goed onderhoud voor paden en bruggen

gevarieerd aanbod van beplanting nastreven

36 Natuurplan - Beheer


Agrarisch

Locatie nader te bepalen

optimaliseren ecologische verbinding onder A9

aanleg paddenpoelen

oude dijk en polder beter zichtbaar maken (historische landschapstructuur)

Algemeen

goede verdeling functie/natuur en daarover afspraken maken met belanghebbenden

strook weidegebied behouden achter de lintbebouwing langs de vaart

fauna uittreedplaatsen aanpassen zodat deze aan hun doel voldoen

strook kruiden langs het water om en om laten staan.

Bewoners

s

Algemeen

bewoners bewust maken van het belang van de natuur en wat ze zelf kunnen doen

organisatie van natuurwandelingen, informatieavonden, workshops stimuleren

website met tips voor bewoners

beschikbaar stellen van nestkasten

Beheer - Natuurplan 37


38 Natuurplan - Beheer


Beheer - Natuurplan 39

More magazines by this user
Similar magazines