Natuurplan Zuidoost - Stadsdeel Zuidoost - Gemeente Amsterdam
Natuurplan Zuidoost - Stadsdeel Zuidoost - Gemeente Amsterdam
Natuurplan Zuidoost - Stadsdeel Zuidoost - Gemeente Amsterdam
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
<strong>Natuurplan</strong> <strong>Zuidoost</strong><br />
Natuurwaarden verhogen; Hoe doe je dat?<br />
C o n c e p t
<strong>Natuurplan</strong><br />
<strong>Amsterdam</strong> <strong>Zuidoost</strong><br />
>> maart 2012
Inleiding<br />
<strong>Stadsdeel</strong> <strong>Zuidoost</strong> is een van de groenste stadsdelen van<br />
<strong>Amsterdam</strong>, met veel verschillende dier- en plantsoorten. Dat maakt<br />
<strong>Amsterdam</strong> <strong>Zuidoost</strong> een bijzondere plek om te wonen, te werken<br />
en te verblijven. We vinden het belangrijk om dat voor de toekomst<br />
van onze bewoners, ondernemers en gasten te behouden. Natuurlijk<br />
groen maakt de stad leefbaar voor mens en dier en biedt schone<br />
lucht, ruimte voor ontspanning en natuurbeleving. Daarom hebben we<br />
een plan geschreven, waarin we keuzes maken voor het verbeteren en<br />
behouden van de kwaliteit van de leefomgeving van plant en dier in<br />
de komende 20 jaar.<br />
Aanleiding<br />
In juni 2009 is het Programma Groen en Blauw door de raad<br />
vastgesteld. Dit programma geeft richting aan de intensivering en<br />
kwaliteitsverbetering van het groen in <strong>Zuidoost</strong>. Eén van de opgaven<br />
die voortkomt uit het programma is de Ecologie Nota. Dit is het<br />
beleidsdeel dat nodig is om de ecologische kwaliteit te verbeteren.<br />
Deze ambities kent 3 opgaven:<br />
1) Natuurwaarden verhogen in Bijlmerweide, oostrand Gaasperplas,<br />
Gaasperzoom en Hoge dijk (conform ecologische verbinding<br />
Ecologische HoofdStructuur (EHS).<br />
2) Specifieke natuurwaarden verbeteren in het woon-, werk- en<br />
parkgroen van <strong>Zuidoost</strong>.<br />
3) Aanleggen van natuurvriendelijke oevers<br />
Tijdens de totstandkoming van dit plan hebben wij geconcludeerd dat<br />
de naam Ecologie Nota niet de lading dekt van de inhoud. Ecologie<br />
bestudeert de dynamiek van de wisselwerking tussen organismen,<br />
populaties of levensgemeenschappen en wordt gerelateerd aan<br />
een beter milieu. De opgaven uit het programma Groen & Blauw<br />
concentreren zich op de natuur en zijn waarden in zuidoost. Daarom is<br />
ervoor gekozen het rapport de naam <strong>Natuurplan</strong> te geven.<br />
Doel<br />
Het doel van de uitkomst van dit rapport is om te komen tot zichtbaar<br />
onderscheid tussen de verschillende typen natuur en binnen de<br />
verschillende typen de specifieke natuurwaarden te verhogen.<br />
Onderdeel van dit rapport beslaat een plan met opgaven om tot het<br />
gewenste doel te komen.<br />
Belang van natuur<br />
<strong>Zuidoost</strong> is rijkelijk bedeelt met grotere groengebieden, die deels<br />
onderdeel uitmaken van de EHS. Het stadsdeel heeft een plicht om<br />
de natuurwaarden in stand te houden en waar mogelijk te versterken.<br />
Naast de zorgplicht voor flora en fauna is de natuur van grote waarde<br />
voor <strong>Zuidoost</strong>. De waarde van natuur is terug te vinden op het gebied<br />
van: gezondheid, leefbaarheid, stad en land, economie en milieu.<br />
Natuur biedt ontspanning en verlaagt stress. Slim ingerichte,<br />
groene wijken zorgen ervoor dat bewoners meer bewegen. Vooral<br />
kinderen spelen vaker buiten als er groen in hun omgeving is; dat<br />
kan zorgen voor 15% minder overgewicht en het is goed voor hun<br />
sociale ontwikkeling. Beplanting kan helpen fijn stof te filteren en de<br />
luchtkwaliteit van de stedelijke omgeving te verbeteren, hetgeen<br />
problemen aan de luchtwegen vermindert.<br />
Parken en recreatiegebieden bieden ontmoetingsplekken voor<br />
buurtbewoners, goed voor de sociale omgang. Ook het met<br />
stadsbewoners werken aan openbaar groen in hun eigen omgeving<br />
draagt bij aan onderling contact en de sociale cohesie in de buurt.<br />
Daarnaast maakt natuur de leefomgeving mooier en prettiger om<br />
in te verblijven en het biedt bovendien onderdak aan vogels en<br />
andere dieren. Groen rondom huizen verbetert de kwaliteit van<br />
de wijk en verhoogt de waarde van de woningen met circa 5%.<br />
Het kan zorgen voor heldere structuren in en tussen de wijken,<br />
waarmee verrommeling van het landschap kan worden tegengegaan.<br />
Geconcludeerd kan worden dat groen zorgt voor een aantrekkelijk<br />
vestigingsklimaat. Ten aanzien van het milieu dragen bomen en<br />
planten hun steentje bij door de omzetting van het schadelijke CO2<br />
(medeverantwoordelijk voor de klimaatverandering) in zuurstof. En op<br />
warme dagen dempt groen de temperatuur in de stad, waarmee het<br />
stadsklimaat wordt verbeterd. Niet minder belangrijk is de aanzienlijke<br />
Inventarisatie - <strong>Natuurplan</strong> 5
waterbergingscapaciteit van groen, dit is van groot belang is in tijden<br />
van overvloedige regenval.<br />
Samenvattend kan gesteld worden dat natuur een bijzonder<br />
belangrijke bijdrage levert aan het welzijn van de mens.<br />
Kansen realiseren van de opgaven<br />
Met het opstellen van dit plan zijn specifieke maatregelen en de<br />
richting van natuurontwikkeling bepaald. Om de voorgestelde<br />
maatregelen te kunnen realiseren is het van belang deze te<br />
combineren met andere uitvoeringsprojecten. Belangrijke projecten<br />
die een bijdrage kunnen leveren aan de verbetering van natuur in<br />
<strong>Zuidoost</strong> zijn de verbreding van de A9 en de kader richtlijn water.<br />
Om deze kansen te kunnen verzilveren zullen na vaststelling van<br />
dit plan de financiën en fasering in een separaat op te stellen<br />
uitvoeringsprogramma <strong>Natuurplan</strong> worden uitgewerkt.<br />
1Leeswijzer<br />
Dit rapport is een procesmatige weergave van de planvorming van<br />
het natuurplan <strong>Zuidoost</strong>. Een plan dat uitlegt hoe de natuurwaarden<br />
van hoofdzakelijk het meest natuurrijke groen in <strong>Zuidoost</strong> verhoogd<br />
kan worden. Bij de inventarisatie wordt gekeken naar wettelijke<br />
en bestuurlijke kaders, welke natuurwaarden reeds bekend zijn en<br />
zaken als historie en bodem worden onder de loep genomen. In het<br />
volgende hoofdstuk wordt een analyse gemaakt van de gegevens<br />
uit de inventarisatie. Er wordt gekeken naar discrepanties tussen de<br />
verschillende manieren van inventariseren onderling en ten opzichte<br />
van het beheer buiten. Barrières worden in kaart gebracht die een<br />
goede doorstroom van natuur verhinderen of bemoeilijken.<br />
In het hoofdstuk plan wordt een beeld geschetst van de toekomstige<br />
situatie in de vorm van een nieuwe biotopenindeling met beeld, uitleg<br />
en geformuleerde opgaven die tot de realisatie van de geformuleerde<br />
ambities leiden.<br />
Inventarisatie - <strong>Natuurplan</strong> 7
Inhoud<br />
Inleiding<br />
Inventarisatie<br />
Analyse<br />
Plan<br />
1 1<br />
2 3<br />
3 17<br />
4 23<br />
Bijlagen<br />
Inventarisatie - <strong>Natuurplan</strong> 9
Inventarisatie<br />
1<br />
Inventarisatie - <strong>Natuurplan</strong> 1
Participatie<br />
Het streven van het <strong>Stadsdeel</strong> is om een plan ter verhoging<br />
van de natuurwaarden in het groen van <strong>Zuidoost</strong> te maken dat<br />
aansluit bij de ideeën en wensen van de bewoners. Om te weten<br />
te komen wat betrokken bewoners van de huidige status van<br />
de natuur vinden, wat zij graag veranderd zouden zien en hoe<br />
zij aankijken tegen de verschillende uitdagingen waarvoor het<br />
<strong>Stadsdeel</strong> staat, is een participatietraject georganiseerd.<br />
Dit traject bestaat uit 4 fasen:<br />
1. Natuurschouwen<br />
2. Brainstorm (ideeën verzamelen)<br />
3. Klanksessie<br />
4. Inspraak<br />
Uit de bijeenkomsten van de eerste twee stappen van het<br />
participatietraject is duidelijk naar voren gekomen dat de<br />
meningen tussen bewoners over wat natuur is varieert.<br />
De een zegt: “De boom voor mijn huis is natuur.” De ander is van<br />
mening dat: “Alleen gebieden waar de mens geen inmenging in<br />
heeft is natuur.”<br />
1. Natuurschouwen<br />
De natuurschouwen bestonden uit 5 wandelingen door en langs de<br />
groengebieden van het stadsdeel. De wandelingen gingen door:<br />
- De Hoge Dijk<br />
- De Bijlmerweide<br />
- Gaasperplas inclusief voormalig Floriadeterrein<br />
- Centraalpark Gaasperdam<br />
- De oude en nieuwe woonwijken<br />
Na afloop van deze wandelingen werd met de bewoners geëvalueerd<br />
wat zij de sterke en zwakke punten vinden van het bewandelde<br />
gebied en wat zij als bedreigingen en kansen ervaren. Ook was er<br />
voor iedereen een persoonlijk enquêteformulier met meer algemene<br />
vragen over het groen in <strong>Zuidoost</strong>. Een voorbeeld hiervan treft men in<br />
de bijlage.<br />
De opkomst van de wandelingen lag tussen de 7 tot 10 personen<br />
per wandeling. Om meer bewoners in de gelegenheid te stellen<br />
hun mening te geven over het groen in <strong>Zuidoost</strong>, is de enquête ook<br />
verspreidt onder de bezoekers tijdens de opening van het Bijlmerpark<br />
op zondag 29 mei 2011. In totaal hebben 167 mensen de enquête<br />
ingevuld in variërende leeftijdsgroepen.<br />
2. De brainstorm<br />
Op 30 mei 2011 is een brainstormavond in het informatiecentrum<br />
van het stadsdeel georganiseerd. Aan de hand van kaarten en vragen<br />
werden de bezoekers uitgedaagd tot creatieve oplossingen ter<br />
verbetering van het groen in <strong>Zuidoost</strong>.<br />
De uitkomst van de wandelingen, enquêtes en de brainstorm zijn<br />
samengebracht in het rapport natuurplan <strong>Zuidoost</strong>. Zie ook www.<br />
natuurplanzuidoost.nl<br />
3. Klanksessie<br />
Tijdens de klanksessie wordt het concept <strong>Natuurplan</strong> aan de bewoners<br />
voorgelegd. Dit is het moment waarop zij in de gelegenheid worden<br />
gesteld om te beoordelen of de opbrengst uit de voorgaande fase<br />
2 <strong>Natuurplan</strong> - Inventarisatie
op een juiste manier verwerkt is. Daarbij kunnen zij hun eigen mening<br />
geven over het concept.<br />
De klanksessie staat gepland voor eind maart 2012.<br />
4. Inspraak<br />
De afsluiting van het participatietraject bestaat uit de formele<br />
inspraakprocedure.<br />
Ideeën van bewoners<br />
De opbrengst van de wandelingen en brainstorm laat zien<br />
dat er veel kennis en grote betrokkenheid is onder bewoners<br />
over het groen in hun woonomgeving. Er zijn uitdagingen<br />
en oplossingen geformuleerd die zo goed mogelijk<br />
zijn geïntegreerd in dit natuurplan. Bruikbare ideeën van<br />
bewoners zijn meegenomen in de planvorming en terug te<br />
vinden bij de maatregelen.<br />
Uit de natuurschouw Bijlmermeer:<br />
STERKE PUNTEN<br />
diversiteit van planten / cultuur planten /<br />
combinatie dorps- en stadsnatuur<br />
combinatie water en groen /<br />
betrokkenheid van bewoners en<br />
bereikbaarheid bewoners / knotwilg<br />
doorkijk<br />
Uit de brainstormavond:<br />
KUNSTZINNIGE OVERSTEEK VAN WEGEN<br />
dieren helicopter / ontsluiting via groene<br />
brug aan de bestaande brug hangen /<br />
zwemmen en kruipdieren: kunsttunnel<br />
/ onderdoorgang aangeven met aan<br />
weerskanten een diermonument<br />
/ mijnwerkers lampje uitdelen /<br />
wildoversteekplaats met stoplichten<br />
Inventarisatie - <strong>Natuurplan</strong> 3
Wetgeving en beleid<br />
Ecologie is een ruim begrip en er wordt op alle bestuurslagen<br />
over gesproken en nagedacht. Om de juiste beslissingen te<br />
kunnen nemen ten aanzien van de natuur in ons stadsdeel is het<br />
nodig om de huidige stand van zaken goed in beeld te brengen.<br />
Pas daarna kan bekeken worden welke ingrepen nodig of<br />
wenselijk zijn om de natuurwaarden te verbeteren.<br />
Op Europees niveau zijn afspraken gemaakt ter bescherming van<br />
onze flora en fauna. Voor de uitvoering van ruimtelijke projecten<br />
zijn kaders en randvoorwaarden vastgelegd in wetgeving.<br />
Twee wettelijke regelingen zijn van belang:<br />
• de Natuurbeschermingswet 1998 (Nb-wet) voor de<br />
gebiedsbescherming;<br />
• de Flora- en faunawet (Ffw) voor de soortenbescherming.<br />
Daarnaast zijn waardevolle gebieden beschermd op basis van<br />
beleid, via de Nota Ruimte en het provinciale en het gemeentelijk<br />
natuurbeleid.<br />
In volgende paragrafen wordt een korte toelichting per wettelijk<br />
kader en beleidskader gegeven en wat de relevantie met<br />
<strong>Zuidoost</strong> is.<br />
Wettelijke kaders voor natuurbeleid<br />
Natuurbeschermingswet (1998) - Natura-2000 (gebiedsbescherming)<br />
Gebiedsbescherming - Natuurbeschermingswet 1998: Natura 2000<br />
Onder de Natuurbeschermingswet 1998 (Nb-wet) zijn gebieden<br />
aangewezen die onderdeel uitmaken van de Europese ecologische<br />
hoofdstructuur, de Natura 2000 gebieden genaamd. Indien een<br />
ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt in of in de nabijheid van een<br />
Natura 2000 gebied moet worden onderzocht of de ontwikkeling<br />
de kwaliteit van het gebied kan verslechteren of verstoren. Indien<br />
het bestemmingsplan de kwaliteit van een Natura 2000 gebied kan<br />
verslechteren of verstoren dient er een vergunning op grond van de<br />
Nb-wet te worden aangevraagd.<br />
Natura 2000-gebieden in de omgeving van <strong>Stadsdeel</strong> <strong>Zuidoost</strong> zijn:<br />
de Botshol bij Vinkeveen, het Naardermeer, de oostelijke Vechtplassen<br />
(het plassengebied ten oosten van het <strong>Amsterdam</strong>-Rijnkanaal tussen<br />
Nigtevegt en Maarssen en het Markermeer en IJmeer. Het Natura<br />
2000-netwerk bestaat uit gebieden die zijn aangewezen onder de<br />
Vogelrichtlijn en onder de Habitatrichtlijn. Het is niet waarschijnlijk dat<br />
projecten in <strong>Zuidoost</strong> negatieve gevolgen zullen hebben voor deze<br />
gebieden.<br />
4 <strong>Natuurplan</strong> - Inventarisatie
Flora- en faunawet en gedragscode (soortbescherming)<br />
In april 2002 is de Flora- en faunawet (Ffwet) van kracht geworden.<br />
Op grond van deze wet zijn vrijwel alle in het wild en van nature<br />
in Nederland voorkomende dieren, beschermd. De Ffwet bevat<br />
verbodsbepalingen met betrekking tot het aantasten, verontrusten of<br />
verstoren van beschermde dier- en plantensoorten, hun nesten, holen<br />
en andere voortplantingsgebieden of vaste rust- en verblijfsplaatsen.<br />
De Habitatrichtlijn, de Vogelrichtlijn en het CITES-verdrag maken<br />
onderdeel uit van de Flora- en faunawet.<br />
Rode lijsten<br />
Rode lijsten geven een overzicht van diersoorten die uit Nederland<br />
zijn verdwenen of dreigen te verdwijnen. Plaatsing op een van de<br />
lijsten betekent niet automatisch dat de diersoort is beschermd.<br />
Daarvoor is opname in de Flora- en faunawet nodig. Rode lijsten<br />
hebben een belangrijke signaleringsfunctie, ze geven aan hoe goed of<br />
slecht het met een diersoort gaat.<br />
Tabellen<br />
Bij de Flora- en fauna wet horen 3 tabellen waarin soorten zijn<br />
opgenomen. Voor alle soorten geldt een algemene zorgplicht, echter<br />
voor een aantal soorten geldt tevens een beschermplicht. Deze<br />
soorten zijn opgenomen in tabel 3.<br />
Zoogdieren<br />
Alle genoemde zoogdiersoorten, met uitzondering van de bruine rat,<br />
zijn beschermd volgens de Flora- en faunawet.<br />
Vogels<br />
Alle inheemse vogelsoorten genieten bescherming onder de Floraen<br />
faunawet. Verstoring van broedsels en broedende vogels is niet<br />
toegestaan. Voor een aantal vogelsoorten geldt dat het nest ook<br />
buiten het broedseizoen als vast verblijfplaats beschouwd wordt en<br />
beschermd is. Voorbeelden hiervan zijn huismus, sperwer en havik (lijst<br />
augustus 2009).<br />
Amfibieën en reptielen<br />
De watergangen in de plangebieden zijn geschikt als<br />
voortplantingsgebied voor algemeen voorkomende amfibiesoorten als<br />
de groene en bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander.<br />
Alle amfibieën zijn beschermd volgens de Flora- en faunawet.<br />
Beschermde soorten kunnen een effect hebben op de plannen van<br />
<strong>Zuidoost</strong>. Voorbeelden van streng beschermde soorten in <strong>Zuidoost</strong><br />
zijn de ringslang, de vleermuizen en de bittervoorn. Voor de minder<br />
zwaar beschermde soorten is de zorgplicht en de gedragscode van<br />
de <strong>Gemeente</strong> <strong>Amsterdam</strong> van toepassing.<br />
Luchtvaartindelingsbesluit (LIB)<br />
Voor natuurontwikkeling van gebieden met een oppervlakte groter<br />
dan 3 hectare die binnen een straal van 6 km van Schiphol vallen,<br />
moet een verklaring van geen bezwaar worden aangevraagd.<br />
Getoetst wordt op het risico van aanvaringen van vogels met het<br />
vliegverkeer. Vooral toename van ganzenpopulaties worden als<br />
een risico gezien. <strong>Stadsdeel</strong> <strong>Zuidoost</strong> ligt buiten de reikwijdte van<br />
het LIB en hoeft met de ontwikkeling van natuurgebied vooralsnog<br />
geen rekening te houden met de LIB , maar momenteel wordt<br />
gewerkt aan een nieuwe LIB waarin het volgende wordt voorgesteld:<br />
vergroting van de straal tot 13 km (10 en 15 km staan als mogelijke<br />
optie), bij natuurontwikkeling van gebieden met een oppervlakte<br />
van 0,5 ha, ook voor bestaande natuur moet een Fauna-effectstudie<br />
worden uitgevoerd. Het verloop van de ontwikkelingen worden door<br />
<strong>Amsterdam</strong> gevolgd<br />
Inventarisatie - <strong>Natuurplan</strong> 5
Beleidskaders voor natuurbeleid<br />
Ecologische Hoofdstructuur<br />
Heel Nederland is op Rijksniveau op een plankaart ingedeeld in<br />
natuurgebieden met verbindingszones daartussen. Dit noemen we de<br />
Ecologische Hoofdstructuur (EHS). De EHS is een belangrijk middel<br />
om de hoofddoelstelling van het natuurbeleid te bereiken: natuur<br />
en landschap behouden, versterken en ontwikkelen, als essentiële<br />
bijdrage aan een leefbaar Nederland en een duurzame samenleving.<br />
De EHS moet er onder meer toe bijdragen dat afspraken over<br />
het behoud en het herstel van biodiversiteit worden nagekomen.<br />
Na realisatie is de structuur uiteindelijk grensoverschrijdend,<br />
zodat diersoorten zich vrij kunnen bewegen en vermengen over<br />
Europa. Bij kwantitatieve of kwalitatieve aantasting van de EHS<br />
dient gecompenseerd te worden volgens de in de Nota Ruimte<br />
vastgelegde regels.<br />
Provinciale Ecologische Hoofdstructuur en Natuurboog<br />
De natuurboog is een verdere uitwerking van de EHS binnen de<br />
provinciale grenzen. In de Nota Ruimte staat dat de EHS versterkt<br />
moet worden met Robuuste Verbindingen, die schetsmatig op<br />
een kaart van Nederland zijn aangegeven. Voor de planning en<br />
uitvoering van deze Robuuste<br />
Natuurboog<br />
Verbindingen zijn de provincies<br />
verantwoordelijk, evenals voor<br />
de aanleg van de provinciale<br />
verbindingszones.<br />
De Natuurboog is een<br />
vochtige tot natte ecologische<br />
verbindingszone die de<br />
Diemer Vijfhoek in het IJmeer<br />
verbindt met de polder de<br />
Rondehoep in Amstelland. De<br />
verbinding is vooral gericht op<br />
soorten die veelal aan oevers<br />
gebonden zijn. Het deel van<br />
de Natuurboog dat binnen<br />
stadsdeelgrenzen van <strong>Zuidoost</strong><br />
Bron: provincie Noord-Holland<br />
valt noemen we Natuurzoom. Sinds het besluit van gedeputeerde<br />
staten van Noord-Holland dd 15 november 2011, maakt de<br />
Bijlmerweide onderdeel uit van de EHS.<br />
Hoofdgroenstructuur (Structuurvisie instrumentarium)<br />
<strong>Amsterdam</strong> heeft zichzelf in de structuurvisie onder meer voor de<br />
opgave gesteld te verdichten en tegelijk het omliggende landschap<br />
open te houden. Dat leidt tot belangrijke uitgangspunten: het groen<br />
in en rond de stad vraagt om stevige bescherming, terwijl andere<br />
delen van de stad optimaal worden benut. Verdichting leidt ook tot<br />
(geleidelijke) transformatie en toenemende menging. Dat vergt veel<br />
van de bestaande infrastructuur en openbare ruimte. Respect voor<br />
de rijkdom aan cultuurhistorische schatten van <strong>Amsterdam</strong> is hierbij<br />
een belangrijke voorwaarde. Open houden van het groen in en om<br />
de stad draagt in hoge mate bij aan de kwaliteit van de <strong>Amsterdam</strong>se<br />
woon- en werkomgeving. Het is één van de redenen waarom onze<br />
stad populair is als vestigingsplaats. De benodigde hoeveelheid<br />
groen die <strong>Amsterdam</strong> minimaal wil borgen, is vastgelegd in de<br />
Hoofdgroenstructuur (HGS). In overleg met de stadsdelen is opnieuw<br />
6 <strong>Natuurplan</strong> - Inventarisatie
epaald welke gebieden onderdeel van de HGS zijn en hoe deze<br />
getypeerd worden. Groen dat behoort tot de hoofdgroenstructuur<br />
verwerft een zekere status. De ambitie is om in de komende jaren<br />
extra in deze gebieden te investeren. Daar staat tegenover dat het<br />
bouwen of verharden in de HGS aan strikte regels is gebonden.<br />
Biodiversiteit en ecologische verbindingen (Structuurvisie<br />
visiegedeelte). In het visiegedeelte van de structuurvisie is<br />
opgenomen dat om biodiversiteit en ecologische verbindingen<br />
goed te laten functioneren, barrières in de ecologische structuur,<br />
zoals kruisingen met wegen, spoorlijnen en kanalen moeten worden<br />
overwonnen. Taluds van spoorbanen en wegen kunnen daarvoor beter<br />
worden ingericht. Het netwerk in de stad kan dan de Ecologische<br />
Hoofdstructuur ondersteunen.<br />
Doelsoorten <strong>Amsterdam</strong><br />
Eens per tien jaar worden er Rode lijsten opgesteld. Hierop komen<br />
soorten die om verschillende redenen sterk achteruit gaan. Voor het<br />
Ministerie van LNV zijn de rode lijsten mede richtinggevend voor het<br />
te voeren natuurbeleid. Het Ministerie stimuleert dat bij bescherming<br />
en beheer van gebieden rekening wordt gehouden met de Rode-lijstsoorten,<br />
en dat zo nodig en zo mogelijk aanvullende soortgerichte<br />
maatregelen zullen worden genomen. Op de Nederlandse Rode<br />
Lijsten staan alleen soorten die zich in Nederland voortplanten,<br />
dus geen trekvissen (zoals zalm en paling), noch overwinterende<br />
vogels. Plaatsing op de Rode Lijst betekent niet automatisch dat<br />
de soort beschermd is. Daarvoor is<br />
opname van de soort in de Flora- en<br />
faunawet nodig. De Rode Lijsten<br />
hebben daarvoor wel een belangrijke<br />
signaalfunctie. Een vermelding op een<br />
Rode Lijst geeft een indicatie over<br />
hoe het een soort vergaat.<br />
<strong>Amsterdam</strong> heeft op basis van de<br />
landelijke rode lijst en voornamelijk<br />
eigen waarnemingen tussen 1998<br />
en 2008 een eigen doelsoortenlijst<br />
opgesteld voor zeldzame en<br />
kwetsbare diersoorten binnen<br />
de stadsgrenzen. Hier komen soorten op voor die specifiek voor<br />
<strong>Amsterdam</strong> zijn maar ook op de landelijke rode lijst staan.<br />
De kwetsbaarheid van een soort speelt een rol bij de beoordeling van<br />
een ontheffingsaanvraag Flora- en faunawet. Voor een beschermde<br />
soort is de afweging diepgaander en afhankelijk van:<br />
- gebiedsontwikkeling, hiervoor geldt een ontheffingsplicht;<br />
- beheer, er moet gewerkt worden volgens de gedragscode. Er kan<br />
ook sprake zijn van ontheffingsplicht indien in het gebied soorten van<br />
tabel 3 aanwezig zijn.<br />
Huismussen en ringslangen zijn voorbeelden van soorten in <strong>Zuidoost</strong>,<br />
die op de Rode lijst staan.<br />
Programma Groen en Blauw<br />
Het <strong>Natuurplan</strong> richt zich in essentie op de ambitie en opgaven voor<br />
de ecologische kwaliteit zoals verwoord in het Programma Groen en<br />
Blauw.<br />
De ambities zijn:<br />
Ontwikkelen van een samenhangende groentructuur met herkenbaar<br />
groen en het vergroten van de esthetische, ecologische en de<br />
gebruikskwaliteit<br />
Inventarisatie - <strong>Natuurplan</strong> 7
Natuur binnen het stadsdeel<br />
Theoretisch gezien zijn er de wettelijke en beleidsmatige stand<br />
van zaken ten aanzien van de ecologie. Praktisch gezien bestaat<br />
de stand van zaken zoals die buiten te zien en beleven is. In<br />
deze paragraaf wordt de situatie buiten bekeken. De gemeente<br />
<strong>Amsterdam</strong> heeft veel onderzoek verricht naar de flora en fauna<br />
binnen de stadsgrenzen en in de regio. Relevante zaken ten<br />
aanzien van stadsdeel <strong>Zuidoost</strong> zullen daarvan belicht worden,<br />
zoals de bodem, historie, biotopen, natuurwaarden, doelsoorten<br />
en dergelijke meer.<br />
Historie<br />
<strong>Stadsdeel</strong> <strong>Zuidoost</strong> bestaat uit verschillende woongebieden:<br />
Bijlmermeer, Gaasperdam, buitengebied Driemond en kantoorgebied<br />
Amstel 3. De Bijlmermeer is meerdere malen drooggemalen,<br />
maar sinds 1826 definitief en daarna in gebruik genomen als<br />
landbouwgebied. Het stedelijk deel is begin jaren zestig opgespoten<br />
met zand om geschikt te maken voor bebouwing. De voormalige<br />
polderstructuur bepaalt nog deels de ecologische mogelijkheden.<br />
Door de verschillende peilvakken zijn er barrières voor water- en<br />
oevergebonden soorten. De waterkwaliteit van de verschillende peilen<br />
varieert.<br />
Op de kaart is te zien welke landschapstructuren nog behouden<br />
zijn gebleven. Voor <strong>Zuidoost</strong> ligt het grootste gedeelte in de<br />
Gemeenschapspolder. Verder liggen aan de randen van de stedelijke<br />
bebouwing ook nog enkele oude landschapselementen. Hier treft<br />
men eveneens nog soorten die vroeger ook al in het gebied zaten,<br />
zoals de ringslang bij de Bijlmerweide en de rugstreeppad bij<br />
Driemond.<br />
8 <strong>Natuurplan</strong> - Inventarisatie
Bodem<br />
De opbouw van de bodem van <strong>Zuidoost</strong> bestond in 1965 voornamelijk<br />
uit veengrond en klei op veen en aan de rand langs de Gaasp<br />
plaatselijk diepe klei. In het midden daarvan lag de polder de Bijlmer.<br />
Ten behoeve van de woningbouw in de jaren 60, 70 en 80 van de<br />
vorige eeuw werden grote delen opgehoogd met zand.<br />
Van de huidige natuurgebieden zijn niet opgehoogd:<br />
De Hoge Dijk, delen van de Bijlmerweide, het gebied naast<br />
Langerlust, delen van centraal park Gaasperdam, Driemond en de<br />
volkstuincomplexen Linnaeus en Frankendael.<br />
De gebieden<br />
<strong>Stadsdeel</strong> <strong>Zuidoost</strong> beschikt over veel groengebieden, die vaak naar<br />
stadse maten van aanzienlijke omvang zijn. Het betreft groenstroken<br />
van hoge natuurwaarden aan de oost- en zuidrand van het stadsdeel,<br />
parken, natuurvriendelijke oevers of ecologische verbindingen,<br />
natuurvriendelijke bermen en doelsoorten in de wijk. Op verschillende<br />
plaatsen zijn beschermde soorten aangetroffen, zoals de huismus en<br />
de ringslang.<br />
De aan de rand van het stadsdeel gelegen grote groengebieden zijn:<br />
Bijlmerweide, Oostoever Gaasperplas, Gaasperzoom, en De Hoge<br />
Dijk. Gezamenlijk vormen zij een groene schil, die onderdeel uitmaakt<br />
van de zogenoemde Natuurboog. Deze Natuurboog maakt onderdeel<br />
uit van de Ecologische Hoofdstructuur en heeft landschappelijke,<br />
natuurlijke en recreatieve waarden.<br />
Het ommeland rond <strong>Stadsdeel</strong> <strong>Zuidoost</strong> bestaat uit aantrekkelijke<br />
landschappen van regionale betekenis. Ten oosten ligt het Diemerbos,<br />
wat voor <strong>Zuidoost</strong> het belangrijkste bosgebied is. Ten zuiden<br />
ligt het open veenweidegebied met de karakteristieke parallelle<br />
slotenverkaveling langs het Gein. Ten westen ligt de Amstelscheg, een<br />
uitgespaard stuk landschap met agrarisch polderlandschap langs de<br />
veenrivier de Amstel.<br />
Inventarisatie - <strong>Natuurplan</strong> 9
Biotopen<br />
Een biotoop is een specifiek woon- of groeigebied van een dier of<br />
plant. Het is een plaats waar dier of plant geheel in zijn omgeving<br />
ingepast is. De soort heeft deze specifieke omgeving ook nodig om<br />
te kunnen bestaan. Uiteraard zijn er ook soorten die kunnen bestaan<br />
in meerdere biotopen. <strong>Amsterdam</strong> onderscheidt een 7-tal biotopen<br />
binnen haar stadsgrenzen, waarvan we er er 5 terugvinden binnen de<br />
grenzen van <strong>Zuidoost</strong>. In deze inventarisatie is de weergave van hoe<br />
de <strong>Amsterdam</strong>se indeling geprojecteerd is op <strong>Zuidoost</strong> eruit gelicht.<br />
Biotoop bebouwing<br />
In de naoorlogse stadsuitbreidingen, zoals we die ook in <strong>Zuidoost</strong><br />
vinden, is de bebouwing doorgaans te “netjes” afgewerkt. Het biedt,<br />
zonder kunstmatige ingrepen, weinig vestigingsmogelijkheden voor<br />
dieren en planten. Maar er is door de open stedenbouwkundige<br />
opzet van deze delen van de stad wel meer ruimte voor conventionele<br />
natuur. Ze vormen een geleidelijke overgang van de stedelijke<br />
omgeving naar het buitengebied.<br />
Biotoop infrastructuur<br />
Het biotooptype “infrastructuur” wordt gekenmerkt door de taluds<br />
van sporen, snelwegen, dreven, waterwegen en de bijbehorende<br />
oksels en overhoekjes in knooppunten. Voor dieren hebben de taluds,<br />
bermen en oevers een functie als corridor en verbinding tussen<br />
groengebieden binnen en buiten de stad. Voor een aantal dieren<br />
zijn de oksels zelfs geschikt broed- en leefgebied. De snelwegen,<br />
spoorlijnen en kanalen vormen echter ook barrières die voor sommige<br />
dieren moeilijk of niet te passeren zijn.<br />
Planten kenmerken zich in hun voorkomen door de herkomst van<br />
het gebruikte zand voor zandlichamen. De afwijkende grondsoort<br />
op de taluds is ook de verklaring voor de afwijkende flora met de<br />
omliggende gebieden. Verder heeft het gebruik van strooizout<br />
invloed op de soorten die in de wegberm gevonden worden. De<br />
al dan niet zongerichte taluds zijn doorgaans zeer droog, terwijl de<br />
oksels nat kunnen zijn.<br />
Biotoop beheerd Groen<br />
Veel van het groen in de stad wordt intensief gebruikt en beheerd.<br />
Niet alleen parken en plantsoenen maar ook volkstuinen en<br />
sportparken leveren een belangrijk aandeel aan de groenbeleving<br />
in de stad. Hoewel grote delen van deze gebieden bestaan uit<br />
regelmatig gemaaid gazon, bieden de bosjes, sloten en struiken<br />
net die variatie die de natuur nodig heeft. De bossen en bosparken<br />
worden minder intensief beheerd en hebben door hun ligging en<br />
omvang ook minder recreatiedruk dan de stadsparken.<br />
De grondsoort van (bos-)parken (veen/klei/zand) en de<br />
grondwaterstand hebben invloed op de vochttoestand en de<br />
voedselrijkdom van de bodem en daarmee op het voorkomen van<br />
plantensoorten.<br />
Biotoop water en oevers<br />
<strong>Amsterdam</strong> is een waterrijke stad. Door de talrijke dijkjes, dammen,<br />
sluizen en polders in en rond <strong>Amsterdam</strong> bestaat het water in de<br />
stad uit veel verschillende peilvakken. Dit maakt het voor vissen en<br />
amfibieën moeilijk zich door de stad te verplaatsen. Ook is in veel<br />
peilvakken ’s zomers en ’s winters een constant peil. Dit is ongunstig<br />
voor de dynamiek langs de oevers. Door de bemaling van de polders,<br />
wordt in de diepst gelegen gedeelten zoute kwel naar boven<br />
10 <strong>Natuurplan</strong> - Inventarisatie
gepompt. Hierdoor ontstaat in sommige sloten een licht brak milieu,<br />
zoals in Amstel III. Daarbij bestaan veel van de oevers uit beschoeiing<br />
en op een aantal plekken uit riet. Op sommige plaatsen zijn de oevers<br />
glooiend, bestaande uit steen of groen wat in- en uittreden voor<br />
diersoorten wel mogelijk maakt.<br />
Biotoop agrarisch<br />
Van oudsher is <strong>Amsterdam</strong> omgeven door weilanden. De<br />
oorspronkelijke weidegebieden liggen op veengrond. Door de<br />
ontwatering van het veengebied klinkt het veen in en komt het land<br />
steeds lager te liggen, tot net boven het grondwaterniveau. Door<br />
de drassigheid is het meeste weiland rond <strong>Amsterdam</strong> voornamelijk<br />
nog geschikt voor melkveehouderij. Hierdoor zijn echter wel zeer<br />
waardevolle vogelgebieden ontstaan. De agrarische gebieden<br />
vormen een groot deel van het ‘groen’ in de scheggen en rondom<br />
<strong>Amsterdam</strong>. Er is weinig betredings- en recreatiedruk en afhankelijk<br />
van het seizoen ook weinig beheer of bedrijvigheid. Hoewel deze<br />
gebieden door hun functie niet soortenrijk zijn (weidevogels<br />
uitgezonderd) hebben ze een belangrijke functie in de verbinding van<br />
tussen- en omliggende natuurlijkere gebieden.<br />
Natuurwaarden<br />
<strong>Gemeente</strong> <strong>Amsterdam</strong> heeft de stad geïnventariseerd op<br />
biodiversiteit, natuurlijkheid, vervangbaarheid en de bijdrage die het<br />
gebied zou kunnen leveren aan de ecologische structuur. Deze zijn<br />
samengevat in ‘De toestand van de natuur’ en worden bijgehouden<br />
op de website.<br />
De natuurwaarden zijn het grootst in de stadsrand en nemen af<br />
stadinwaarts.<br />
Gemeten naar totale natuurwaarde zijn toplocaties van stadsdeel<br />
<strong>Zuidoost</strong>:<br />
De stadsrand van <strong>Zuidoost</strong> en de Gemeenschapspolder. Waarbij de<br />
noordelijke Bijlmerweide de maximaalscore van 5 behaald.<br />
Hieronder worden de verschillende onderdelen die samen de<br />
natuurwaarden vormen apart besproken en vergezeld van een kaart<br />
die de situatie in stadsdeel <strong>Zuidoost</strong> weergeeft.<br />
Inventarisatie - <strong>Natuurplan</strong> 11
Biodiversiteit<br />
<strong>Amsterdam</strong> heeft tussen 1998 en 2008 een eigen doelsoortenlijst<br />
opgesteld voor zeldzame en kwetsbare diersoorten binnen de<br />
stadsgrenzen. Uitgangspunten voor deze lijst zijn de nationale lijsten<br />
voor beschermde en Rode lijstsoorten. Toegevoegd zijn de soorten<br />
die afhankelijk zijn van een stedelijk milieu, zoals gierzwaluwen<br />
en zwarte roodstaart. Biodiversiteit zoals in deze paragraaf wordt<br />
besproken, wordt gemeten naar het aantal waargenomen soorten<br />
van deze <strong>Amsterdam</strong>se doelsoortenlijst. Duidelijk is te zien dat de<br />
meest soortenrijke gebieden in de stadsrand liggen, met een afname<br />
zowel naar binnen als naar buiten toe. Ook omvang en beheer<br />
spelen een rol. Van de gebieden om de stad hebben uitgestrekte<br />
open weide- en akkergebieden relatief lage soortenaantallen. De<br />
delen van Amstelland en de Diemerscheg met een open, homogeen<br />
landschap scoren bijvoorbeeld relatief laag. Gebieden die een<br />
combinatie van landschapstypen vormen, zoals weidegebieden die<br />
deels met bos beplant zijn, springen er qua soortenrijkdom gunstiger<br />
uit. Voorbeelden hiervan in <strong>Zuidoost</strong> zijn De Hoge Dijk, rond de<br />
Gaasperplas en delen van de Gemeenschapspolder.<br />
In ‘De toestand van de natuur’ is geïnventariseerd op aantal soorten<br />
(broedvogels, amfibieën en reptielen, dagvlinders, libellen en<br />
waterjuffers, hogere planten en groentypen. Ondertaand kaartje is<br />
echter een weergave van alleen dieren.<br />
Natuurlijkheid<br />
Natuurlijkheid is hier gedefinieerd als de mate waarin een<br />
gebied architectonisch dan wel natuurlijk is ingericht en daarmee<br />
samenhangend de mate van beheerintensiteit. De kaart laat zien dat<br />
de gebieden met de hoogste natuurlijkheidsgraad in de stadsrand<br />
en het ommeland liggen. Het gaat enerzijds om ‘toevallige’<br />
12 <strong>Natuurplan</strong> - Inventarisatie
uigteterreinen, anderzijds om ‘beheerde’ natuur, zoals natuurparken<br />
(heemtuinachtig, extensief beheerd) en natuurgebieden. Het meest<br />
gecultiveerde groen wordt in <strong>Zuidoost</strong> gevormd door de sportparken.<br />
Sinds het nieuwe Bijlmerpark zelfs met kunstgras.<br />
Vervangbaarheid<br />
De vervangbaarheid van een gebied is gedefinieerd als de<br />
hoeveelheid tijd die benodigd is voor het vervangen daarvan.<br />
De vervangbaarheid hangt in de praktijk vooral samen met de<br />
aanwezigheid van oude bomen en het voorkomen van oude,<br />
uitgerijpte bodems.<br />
Gebieden met een lage vervangbaarheid liggen zowel in als om<br />
de stad. In de stad gaat het om gebieden met oude beplanting,<br />
zoals historische parken en begraafplaatsen. Om de stad zijn het<br />
vooral oude landschapselementen, zoals veenweidegebieden en<br />
oeverlanden, alsmede gebieden met oudere beplanting die moeilijk<br />
te vervangen zijn.<br />
Bijdrage aan de ecologische structuur<br />
Deze kaart toont het belang van groengebieden als onderdeel van<br />
de ecologische structuur. Deze kaart dient daarom in het grotere<br />
geheel van de hele stad en haar directe omgeving bezien te worden.<br />
Voor <strong>Zuidoost</strong> valt uit het kaarbeeld te concluderen dat er geen<br />
ecologische oost-west verbindingen zijn. Doelsoorten dienen zich te<br />
verplaatsen van oost naar west en visa versa langs de zuidkant van het<br />
stadsdeel. Om migratie te bevorderen is ingezet op het ontwikkelen<br />
van de Natuurboog. Met uitzondering van een barrière tussen de<br />
Bijlmerweide en de Diem en het knelpunt van de Abcouderstraatweg,<br />
is deze Natuurboog gerealiseerd.<br />
Inventarisatie - <strong>Natuurplan</strong> 13
Huidig beheer<br />
Binnen het stadsdeel zijn verschillende typen beheer waar te nemen.<br />
Op de kaart is te zien welk type groen op welke manier beheerd<br />
wordt. In de bijlage treft u een uitleg over het verschil van intensief,<br />
extensief en ecologisch beheer.<br />
Het beheer van het groenareaal is verdeeld over meerdere partijen.<br />
Zo is het beheer van het wijkgroen uitbesteed aan een aannemer.<br />
Het betreft hier intensief beheer met een hoge kwaliteitsnorm.<br />
Parken en natuurvriendelijke oevers worden beheerd door de eigen<br />
beheerafdeling van stadsdeel <strong>Zuidoost</strong>, waarbij onder toeziend oog<br />
van het stadsdeel stukken van de parken worden beheerd door<br />
natuurverenigingen, zoals De Ruige Hof. In de parken wordt een<br />
combinatie toegepast van de typen beheer. Delen die intensief<br />
gebruikt worden, worden ook intensief beheerd. Dit zijn met name<br />
de speelweides. De Ruige Hof streeft ecologisch beheer na. Dit<br />
geeft een grote variatie aan groenbeleving in de parken. De grotere<br />
groengebieden, zoals gelegen in Gaasperdam, met uitzondering<br />
van centraal park Gaasperdam, worden beheerd door Groengebied<br />
Amstelland. Zij maken gebruik van een combinatie van extensief en<br />
ecologisch beheer. De grootte van de parkdelen zorgen ervoor dat<br />
men met dit type beheer ook echt een natuurbeleving kan ervaren.<br />
Het deel van de Gemeenschapspolder dat grenst aan het Diemerbos<br />
wordt door Staatsbosbeheer onderhouden. De doorgaande<br />
watergangen worden beheerd door Waternet.<br />
Grote delen worden om diverse redenen extensief beheerd. Dit biedt<br />
vaak kansen voor de natuur. Zo hebben zeldzame planten als de<br />
Orchis en de Zwanenbloem zich hierdoor weten te vestigen langs de<br />
slootkanten. Extensief beheer kan echter ook bedreigend zijn voor de<br />
ontwikkeling van de natuur als het maaibeleid neerkomt op klepelen.<br />
De vegetatie wordt dan kapotgeslagen met kettingen in plaats<br />
van gemaaid met messen. Hierbij blijft het maaisel liggen en kapot<br />
geslagen kruiden sterven af. De bodem wordt verrijkt met stikstof,<br />
wat uiteindelijk noch een hoge soortenrijkdom, noch een fraai beeld<br />
oplevert, maar juist brandnetelgroei.<br />
Landschapsbouw<br />
De landschapsbouw kaart geeft een indruk van de verdeling van<br />
de verschillende typen groen en de daarmee samenhangende<br />
14 <strong>Natuurplan</strong> - Inventarisatie
uimtelijke opbouw. Wat opvalt is dat de bossige parken eveneens<br />
nog doorspekt zijn van open stukken. Dit kunnen (speel)weides zijn of<br />
waterpartijen.<br />
Maaien met een vingerbalk<br />
Extensief en intensief beheer<br />
Bij extensief beheer is kostenbesparing de belangrijkste drijfveer.<br />
Extensief beheer staat tegenover intensief beheer. Hierbij is intensief<br />
beheer vooral bedoeld om een net beeld van de openbare ruimte te<br />
verkrijgen. Extensief beheer levert een natuurlijker beeld op. Toegepast<br />
in bosplantsoen en op oevers kan het hoge natuurwaarden opleveren<br />
tegen lagere kosten. Extensieve beweiding met lage begrazingsdruk<br />
kan ook gerealiseerd worden door Schotse Hooglanders,<br />
Konikspaarden, Heckrunderen en dergelijke in natuurgebieden rond te<br />
laten lopen. Door de begrazingsdruk blijft het landschap open en komt<br />
er variatie in de vegetatie.<br />
Als extensief maaibeheer neerkomt op 1 of 2x per jaar klepelen,<br />
dan levert dat noch hoge natuurwaarden noch een fraai beeld op. Bij<br />
klepelen worden de grassen en kruiden kapot-geslagen, waardoor het<br />
maaisel ongeschikt is als diervoer. De voedingsstoffen vloeien terug de<br />
bodem in. Dit zorgt voor bodemverrijking en dus brandnetelgroei.<br />
Bijlmerweide noord<br />
Bron: www.ceesberkhof.nl<br />
Ecologisch of natuurvriendelijk beheer<br />
Met ecologisch beheer wordt bedoeld dat de ontwikkeling gestuurd<br />
wordt. Afhankelijk van de kansen wordt op een bepaalde plek<br />
een bepaald beheer toegepast om soorten een kans te geven op<br />
voortplanting en beschutting tegen roofdieren. Verschralen door<br />
maaien (maaien met de vingerbalk en niet klepelen) en afvoeren is<br />
een methode. Soms kan ecologisch beheer samengaan met extensief<br />
beheer, maar vaak, zoals in het maaivoorbeeld, is ecologisch beheer<br />
arbeidsintensief.<br />
Een zandlichaam met kwel aan de onderzijde biedt goede ecologische<br />
kansen. In potentie is dit een goede groeiplaats voor orchideeën, mits<br />
een aantal specifieke beheer-maatregelen worden toegepast. Gebieden<br />
met afwisseling van droge/schrale en natte plekken zijn bij uitstek<br />
geschikt voor een grote variatie in vegetatie. Met deze variatie aan<br />
vegetatie biedt het voor veel diersoorten een geschikte habitat.<br />
Een andere doelstelling kan zijn om de biodiversiteit te laten toenemen.<br />
Dit kan door gefaseerd te beheren. Niet alles in één keer maaien,<br />
inclusief het leeghalen van sloten, maar delen laten staan en pas bij<br />
een volgende maaibeurt meenemen. Hier profiteren amfibieën, vissen,<br />
libellen en insecten, zoals bijen en vlinders van. De insecten dienen<br />
weer als voedsel voor vleermuizen en vogels.<br />
Inventarisatie - <strong>Natuurplan</strong> 15
Analyse<br />
2<br />
Inventarisatie - <strong>Natuurplan</strong> 17
Analyse<br />
Zoals in het vorige hoofdstuk duidelijk is geworden is al veel<br />
in kaart gebracht over de groengebieden van <strong>Zuidoost</strong>.<br />
In verschillende visies, wetgeving en beleidstukken is op<br />
verschillende manieren naar het groen en de (recreatie)<br />
mogelijkheden gekeken.<br />
In het programma groen en blauw is een indeling gemaakt<br />
van het groenareaal in de vorm van verschillende typologieën.<br />
Het varieert van het behouden van cultuurhistorische<br />
veenweidelandschappen en het benadrukken van natte natuur,<br />
tot het vergroten van de seizoensbeleving met gevarieerde<br />
beplanting. Bij de hoofdgroenstructuur is de indeling meer<br />
gebaseerd op de functies per gebied. Dit levert een wat<br />
meer versnipperd kaartbeeld op. In de biotopenindeling<br />
van <strong>Amsterdam</strong> wordt nagenoeg al het groen getypeerd als<br />
beheerd groen. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen de<br />
stadsparken en de groene schil aan de rand van <strong>Zuidoost</strong>. De<br />
kaart van de provincie Noord-Holland met de Natuurboog en de<br />
EHS gebieden erop gaat er vanuit dat de Natuurboog door een<br />
gebied van natte natuur loopt.<br />
In deze analyse worden de<br />
inventarisatie kaarten over elkaar heen<br />
gelegd om de verschillen per gebied<br />
in beeld te krijgen. Hieruit ontstaat een<br />
kaart met gebieden waar verschillen van<br />
inzicht over zijn of die anders beheerd<br />
worden dan uit de visies geconcludeerd<br />
mag worden. Per gebied worden de<br />
verschillen belicht en aan het einde<br />
van het hoofdstuk wordt daarover een<br />
conclusie gegeven.<br />
Historie en bodem<br />
De historie en de bodemgesteldheid zijn vaste gegevens. De<br />
analyse uit de verschillende groentype indelingen, de wettelijke<br />
en bestuurlijke kaders en de ambities zullen uiteindelijk bepalen in<br />
hoeverre de nog overgebleven zichtbare delen in tact zullen blijven.<br />
Onderstaande kaart geeft weer waar de historie nog beleefd kan<br />
worden.<br />
Groenindelingen; analyse van de kaarten<br />
Wat opvalt als de kaarten over elkaar heen gelegd worden is dat vWat<br />
opvalt als de kaarten over elkaar heen gelegd worden is dat voor veel<br />
van de gebieden het huidige beheer niet overeenkomt met één of<br />
meer van de andere kaarten, dat de visiekaarten onderling op punten<br />
met elkaar verschillen en dat de indeling op de kaarten soms niet<br />
overeenkomen met het belang van de Natuurboog.<br />
De natuurwaardenkaart moet goed geinterpreteerd worden omdat<br />
hoge tot zeer hoge natuurwaarde niet per definitie betekent dat<br />
18 <strong>Natuurplan</strong> - Analyse
het gebied hoge ecologische waarden heeft of een belangrijke<br />
bijdrage levert aan de ecologische structuur. Cultuurhistorie speelt<br />
eveneens een belangrijke rol in deze waardering. Over het algemeen<br />
kan gesteld worden dat natuurlijk uitziend groen verkregen wordt<br />
door ecologisch en/of extensief beheer. Over het algemeen kan ook<br />
gesteld worden dat toename van de recreatiedruk de ontwikkeling<br />
van de natuur verminderd. Op basis van deze uitgangspunten is de<br />
kaart met conflicterende gebieden tot stand gekomen.<br />
Hoge Dijk<br />
De Hoge Dijk heeft een gemiddelde natuurwaarde, wordt gezien<br />
als natuurgroen, als sportpark en als biotoop beheerd groen. De<br />
Natuurboog is ingetekend langs het zuidelijk deel. Dit zou dus een<br />
natte ecologische zone moeten zijn, ten gunste van de ringslang.<br />
Het beheer is er intensief. Uit deze analyse blijkt de natuurlijke,<br />
ecologische behoefte enerzijds en de behoefte aan sportpark met<br />
intensief beheer anderzijds.<br />
Analyse - <strong>Natuurplan</strong> 19
AMC<br />
Het AMC gebied wordt hoog gewaardeerd met betrekking tot<br />
natuurwaarden. Aangezien het eigen terrein is, heeft het stadsdeel<br />
hier geen zeggenschap over. Het valt daarmee buiten de reikwijdte<br />
van dit plan.<br />
Centraal park Gaasperdam<br />
De visiekaarten zijn het wel met elkaar eens; stadspark, parkgroen,<br />
beheerd groen en een gemiddelde natuurwaarde. Alleen het beheer<br />
sluit hierbij niet (geheel) aan. Grote delen worden extensief beheerd,<br />
het deel van de Ruige Hof wordt beheerd met een combinatie van<br />
extensief en ecologisch beheer. Dit levert daardoor een heel natuurlijk<br />
beeld op, wat past bij struinnatuur. Dit is een type groen wat we graag<br />
aan de rand van de stad willen zien.<br />
Eco verbinding Gaasperplas – Gein<br />
Deze natte ecologische verbinding is in nog geen van de kaarten<br />
opgenomen. De verbindingszone is ca 10 jaar geleden aangelegd met<br />
als doel het ontwikkelen van een ecologische verbindingszone tussen<br />
de Gaasperplas en het Geingebied, zodat diersoorten zich kunnen<br />
huisvesten of via de zone kunnen migreren. Een eerste evaluatie<br />
van de natuurontwikkeling heeft goede resultaten opgeleverd en<br />
het ligt nu in de bedoeling om het gebied op te laten nemen in de<br />
natuurwaardenkaart. Hiermee wordt het belang onderstreept dat de<br />
zuidoever van de Gaasperplas een rol speelt bij de mogelijke migratie<br />
van soorten.<br />
Gaasperplas zuid en Gaasperplaspark<br />
De natuurwaarden worden hoog beoordeeld voor dit zuidelijke en<br />
noordelijke deel van de Gaasperplas en zitten hem voornamelijk<br />
in de natuurlijkheid van het gebied en de bijdrage dat het levert<br />
aan de ecologische structuur. Op de visiekaarten wordt dit gebied<br />
aangemerkt als stadspark of parkgroen en bij de biotopen indeling<br />
valt dit gebied ook onder beheerd groen. Het gebied wordt beheerd<br />
met een combinatie van extensief en ecologisch beheer. Indien<br />
het gebied conform de visies omgevormd wordt tot stadspark,<br />
waarmee de recreatie en het beheer geïntensiveerd worden, zal de<br />
natuurwaarde zeer waarschijnlijk afnemen.<br />
Gaasperplas oost en Veenweide<br />
Deze gebieden worden volgens de natuurwaardenkaart eveneens<br />
hoog gewaardeerd. Deze waardering komt grotendeels voort uit<br />
de cultuurhistorische waarde van het oude veenweide landschap.<br />
Op de kaart van de Natuurboog is te zien dat de natte ecologische<br />
verbinding hier doorheen loopt. Het gebied is deels agrarisch<br />
ingericht en het beheer is er intensief. Hier ligt tevens één van de<br />
knelpunten in de ecologische verbindingszone die opgelost moet<br />
worden. Functies, wensen en belangen komen hier op een zeer smalle<br />
strook samen.<br />
Gemeenschapspolder<br />
Ook dit gebied wordt hoog gewaardeerd op de natuurwaardenkaart.<br />
Dit heeft eveneens te maken met de cultuur historische waarde<br />
van het gebied, waarvan de verkavelingstructuur dateert van voor<br />
1849. Volgens de structuurvisie ligt het in de bedoeling hier een<br />
ruigte gebied/struinnatuur van te maken. Als deze omvorming<br />
betekent dat het gebied bebost wordt, waarmee de historische<br />
verkavelingstructuur niet meer zichtbaar is, kan dit gebied op termijn<br />
een lagere natuurwaardering krijgen. Behoud van historische<br />
verkavelingstructuur wordt als bijzonder belangrijk beschouwd.<br />
Bijlmerweide west<br />
20 <strong>Natuurplan</strong> - Analyse
Een gebied met gemiddelde natuurwaarde, volgens de visiekaarten<br />
woongroen ofwel stadspark. Het huidige beheer is er echter extensief<br />
en deels ecologisch. Het beeld buiten geeft je niet het gevoel in een<br />
stadspark te zijn.<br />
Landschapsopbouw<br />
Om tot een eenduidige indeling te komen van het landschap is het<br />
belangrijk om te weten welke elementen zich op dit moment buiten<br />
bevinden. Hiertoe is de landschapsbouw kaart vervaardigd. Op de<br />
kaart is te zien dat het groen aan de rand van <strong>Zuidoost</strong> veelvuldig een<br />
combinatie is van bomen, weides en water, waarbij de weides over het<br />
algemeen intensief beheerd worden en het overige groen extensief.<br />
Ook is goed te zien waar het natuurlijke groen aan de rand niet<br />
doorloopt. Op deze punten is de EHS verbinding, de natuurboog niet<br />
optimaal of bevinden zich nog barrières.<br />
Knelpunten ten aanzien van Natuurontwikkeling<br />
De natuurboog is een natte verbinding die door <strong>Amsterdam</strong> <strong>Zuidoost</strong><br />
loopt en is opgenomen in de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). De<br />
natuurboog is grotendeels gereed. Er zijn echter nog een aantal<br />
aandachtspunten. Tussen de Diem en de Bijlmerweide zit een flink<br />
verschil in waterpeil. Het water stroomt vanuit de Weespertrekvaart<br />
via een inlaat en een buis de Bijlmerring in. Door het verval is het<br />
water zuurstofrijk en vormt het een barrière voor vissen en amfibieën.<br />
De route over land vormt eveneens een barrière. De oevers van de<br />
Weespertrekvaart en Gaasp, zijn niet natuurvriendelijk. De zogeheten<br />
faunauittreedplaatsen die vorig jaar zijn aangelegd door Waternet<br />
functioneren niet naar behoren. Daarnaast ligt de drukke provinciale<br />
weg. Trage soorten zoals amfibieën zijn vaak niet in staat de overkant<br />
ongeschonden te bereiken. Ivm de uitwisseling van groepen<br />
bedreigde diersoorten, zoals de ringslang, is het van belang dat hier<br />
de barrières worden opgelost. Dit kan door de faunauittreedplaatsen<br />
aan te passen zodat ze wel geschikt zijn en door ter hoogte van deze<br />
uittreedplaatsen een faunapassage onder de weg aan te leggen.<br />
Daarnaast zorgt de aanleg van een vistrap ter hoogte van het gemaal<br />
voor een uitwisselingsmogelijkheid van vissen.<br />
Knelpuntenkaart<br />
Analyse - <strong>Natuurplan</strong> 21
Plan<br />
3<br />
Inventarisatie - <strong>Natuurplan</strong> 23
Concept ‘Leesbaar landschap’<br />
De voorgaande inventarisatie en analyse hebben veel<br />
inzicht gegeven in de wensen en mogelijkheden van de<br />
groengebieden in <strong>Zuidoost</strong>. Met alle verzamelde informatie<br />
is het mogelijk om tot een conceptindeling te komen voor<br />
de landschapsbouw van <strong>Zuidoost</strong>. Op bijgaande kaart is een<br />
indeling te zien die in beginsel uitgaat van nog resterende<br />
cultuur historische landschappelijke elementen. Dit betreft de<br />
historische verkaveling van de Gemeenschapspolder, boezem<br />
de Weespertrekvaart en Gaasp die de rand van de Bijlmerpolder<br />
weergeven en het historische bebouwingslint aan beide zijden<br />
van het water. Er is buiten de grenzen van <strong>Zuidoost</strong> getekend<br />
om het totaalbeeld te verduidelijken. Achter het bebouwingslint<br />
wordt een strook weiland vrijgehouden waarmee de historische<br />
opbouw beleefd kan worden. Aan de oostzijde is<br />
dit reeds het geval en verder zuidelijk eenvoudig<br />
te realiseren. Aan de westzijde (Bijlmerweide)<br />
zullen hiervoor nog enkele ingrepen ten aanzien<br />
van bestaande begroeiing en misschien het<br />
terugbrengen van de historische waterlopen,<br />
moeten plaatsvinden. De indeling geeft ook<br />
een goede basis voor het toe te passen beheer,<br />
waarmee de leesbaarheid van het landschap<br />
verder bevorderd wordt.<br />
24 <strong>Natuurplan</strong> - Analyse
Nieuwe biotopenindeling<br />
Op basis van de analyse en het concept is er een biotopenindeling<br />
ontstaan waarbinnen het mogelijk is om vrijwel alle wensen en eisen<br />
ten aanzien van de gebieden te realiseren.<br />
Het groen in zuidoost is grotendeels benoemd tot biotoop oevers en<br />
water, waarbij de nadruk komt te liggen op natuurvriendelijke oevers.<br />
Om de verkavelingstructuur zichtbaar en beleefbaar te houden zal<br />
in de Gemeenschapspolder het maken van natuur gebeuren in de<br />
vorm van rietlanden. Met de nieuwe biotopenindeling wordt natte<br />
natuur benadrukt. Natte natuur is gebiedseigen en derhalve bijzonder<br />
geschikt voor het westelijk veenlandschap van deze regio.<br />
Het streven is om het groen naast de oevers en het water in de<br />
gebieden van natuurlijk groen meer ecologisch te beheren met een<br />
ecologische opbouw van het landschap mantel – zoom – bos. Het<br />
groen naast de oevers in de parkdelen wordt dan intensiever beheerd,<br />
waardoor dit een optimale omgeving blijft voor velerlei activiteiten.<br />
Bij de biotoop agrarisch zal over grote delen geen verandering<br />
plaatsvinden. Alleen in de Bijmerweide zal gekeken worden hoe het<br />
landschap meer open en meer herkenbaar gemaakt kan worden.<br />
In deze uitwerking van het plan wordt een beeld geschetst van het<br />
wenselijk te behalen beeld en de natuurwaarde. Met de nieuwe<br />
biotopenindeling kunnen we hierop dieper inzoomen per gebied en<br />
daarbij de mogelijkheden belichten per doelsoorten, het gewenste<br />
beheer de functies en wensen en de benodigde opgave om het te<br />
realiseren. In de bijlage is een overzicht te vinden van de opgaven in<br />
de vorm van een maatregelenkaart.<br />
Opbouw mantel - zoom - bos<br />
Analyse - <strong>Natuurplan</strong> 25
26 <strong>Natuurplan</strong> - Plan
Biotoop bebouwing<br />
Woongebied<br />
De bebouwing in <strong>Zuidoost</strong> vertegenwoordigt een grote diversiteit. De<br />
woningbouw varieert van oude hoogbouw omzoomd door weides met<br />
bomen, tuindorpachtige bebouwing in o.a. Gaasperdam, nieuwbouw<br />
met omsloten tuinen en aanzienlijk minder openbaar groen en<br />
een centrum met vooral kijkgroen. Het beheer van het openbaar<br />
groen is hoofdzakelijk gericht op de menselijke gebruiker ervan,<br />
wat inhoudt dat er overwegend intensief beheerd wordt. Toch is er<br />
ruimte voor natuur. Diverse oevers van sloten en oude knotwilgrijen<br />
bieden broedgelegenheden voor gangbare soorten, maar ook voor<br />
beschermde soorten zoals een aantal vleermuissoorten. In de oudere<br />
laagbouw waar nog relatief veel en dichter groen is en de huizen<br />
nestmogelijkheden bevatten, vindt de doelsoort huismus nog leef- en<br />
broedgelegenheid.<br />
Werkgebied (o.a. Amstel III)<br />
Het gebied met kantoren en bedrijvigheid biedt geen geschikte plaats<br />
aan de eerder genoemde doelsoorten. De hoeveelheid groen is er<br />
uitermate beperkt. Het gebied blijkt wel geschikt te zijn voor diverse<br />
dakbroeders, die gebruikmaken van de platte daken om te nestelen.<br />
Het beheer is ook hier intensief. De bermen worden gemaaid als<br />
gazon.<br />
Opgave:<br />
In beide bebouwde gebieden zijn mogelijkheden om de natuurwaarde<br />
te vergroten. Voor de woongebieden wordt dan de aandacht vooral<br />
gericht op het verbeteren van leefmilieu voor de doelsoorten (huismus<br />
en vleermuis). In het werkgebied kan de aandacht meer liggen op het<br />
bloemrijk maken van de schrale bermen.<br />
Woongebied:<br />
Bouw en renovatie - bij nieuwbouw en renovatie van woningen<br />
de aandacht erop richten dat nest- en verblijfgelegenheden voor<br />
vleermuizen en huismussen eenvoudig en betaalbaar ingebouwd<br />
kunnen worden.<br />
Plan - <strong>Natuurplan</strong> 27
Openbare ruimte - natuurvriendelijke oevers in lange stroken zijn<br />
van belang voor de vleermuizen om te kunnen foerageren. Dichte<br />
beplanting, bestaand en nieuw, inheems en eventueel wintergroen<br />
zijn van belang voor de beschutting van huismussen en andere kleine<br />
vogelsoorten. De gemeente kan maatregelen treffen ten behoeve<br />
van investeringen in nestgelegenheden, omdat de broedplaatsen<br />
voor huismussen onder druk staan. Ook kan de natuurwaarde<br />
verhoogd worden door vaker een gevarieerd aanbod van inheemse,<br />
vruchtdragende beplanting toe te passen en bomen de kans te geven<br />
uit te groeien tot hun volledige wasdom.<br />
Bewoners<br />
Bewoners bewust maken van de noodzaak van het behoud van<br />
soorten en hen daarbij leren hoe ze zelf hun steentje kunnen<br />
bijdragen aan het versterken en behouden van de natuurwaarde<br />
en biodiversiteit in hun buurt. De tuinen in de laagbouw kunnen<br />
bijdragen aan het beschikbare leefgebied voor soorten. Meer<br />
bewoners er bewust van maken dat zij iets kunnen doen door<br />
nestgelegenheid te bieden, vaker te kiezen voor inheemse<br />
beplanting, al dan niet besdragend en de tuin toegankelijk maken<br />
vanaf de openbare ruimte. Zo kan de tuin meedoen in het aanbod<br />
ecologisch areaal.<br />
Werkgebied:<br />
Gebouwen - Voor de dakbroeders kan samenwerking gezocht worden<br />
met de bedrijven. Zij kunnen de platte daken geschikt maken om te<br />
nestelen door gebruikmaking van grind, kiezel of schelp. Bedrijven -<br />
De randen van de eigen terreinen zouden zij natuurvriendelijk kunnen<br />
inrichten en daarmee aansluiten op verbindingsstroken. Zo kan een<br />
netwerk van ecologische verbindingen ontstaan.<br />
Openbare ruimte – Bermen en watergangen natuurvriendelijk<br />
beheren. De bermen die nu gazons zijn<br />
worden zo omgevormd tot bloemrijke<br />
bermen. Bij de watergangen betekent dit<br />
dat steeds de helft van de oevervegetatie<br />
blijft staan. Ook het plaatsen van fauna<br />
uittreedplaatsen kan de uitwisseling van<br />
soorten stimuleren.<br />
28 <strong>Natuurplan</strong> - Plan
Biotopen oevers en water en rietlanden<br />
Grote delen van het groen in <strong>Zuidoost</strong> worden gedomineerd door<br />
oevers en water. In de biotopen oevers en water en rietlanden<br />
wordt een grote variatie aangetroffen van overwegend inheemse<br />
vegetatie. Het landschap is er afwisselend open en dicht, toegankelijk<br />
en ontoegankelijk en het biedt plaats aan de meer bijzondere<br />
diersoorten. De nadruk ligt op natuurvriendelijke oevers en kwalitatief<br />
schoon water, geschikt voor vele gebiedseigen soorten en een grote<br />
soortenrijkdom. Natuurvriendelijke oevers met oever- en waterplanten<br />
dragen bij aan een schoon watermilieu.<br />
Qua doelsoorten ligt de nadruk op de ringslang en de rugstreeppad,<br />
maar ook vrije doorgang voor bittervoorn, kleine modderkruiper en<br />
andere vissoorten en amfibieën wordt nagestreefd. <strong>Amsterdam</strong> kent<br />
veel verschillende peilvakken. De barrières die ontstaan door deze<br />
peilverschillen zullen daarom overbrugd moeten worden. Binnen de<br />
Natuurboog is het de bedoeling om alle resterende onoverbrugbare<br />
barrières voor de ringslang, rugstreeppad en andere oevergebonden<br />
diersoorten op te lossen.<br />
Het beheer binnen deze doelgroepen is overwegend ecologisch en<br />
extensief, gericht op soortenrijkdom en een goed leefmilieu voor de<br />
doelsoorten. Uiteraard is het daarnaast belangrijk dat de recreant kan<br />
genieten van dit interessante natuurtype, door te beschikken over<br />
uitnodigende, goed onderhouden routes en faciliteiten en diverse<br />
mogelijkheden van waterrecreatie op de plas.<br />
Opgave<br />
Waterberging - Binnen deze biotopen past ook de opgave van<br />
waterberging waarvoor het stadsdeel staat met de inpassing van de<br />
overkluizing Gaasperdammerweg. Door waterberging te combineren<br />
met de aanleg van meer natte natuur, natuurvriendelijke oevers en<br />
rietlanden, ontstaat een optimale situatie voor beide belangen.<br />
Barrières opheffen - Om de Natuurboog volledig te kunnen laten<br />
functioneren zoals bedoeld in de EHS is het nodig om alle nog<br />
bestaande barrières op te lossen. De Weespertrekvaart en de<br />
daarnaast gelegen provinciale weg vormen de grootste barrière in de<br />
verbinding van de De Diem naar de ringdijk in de Bijlmerweide. Het<br />
Plan - <strong>Natuurplan</strong> 29
is voor doelsoort de ringslang nagenoeg ondoenlijk deze barrières<br />
te overbruggen. Dit overbruggen is echter wel essentieel voor het<br />
voortbestaan van de populatie in de Bijlmerweide. Op de luchtfoto<br />
zijn locaties aangegeven die geschikt zijn voor faunapassages. Een<br />
andere barrière is de Abcouderstraatweg. Dit is eveneens een drukke<br />
weg die men graag verder wil uitbreiden naar stadsstraat met de<br />
daarbij horende functies. Een brede strook struweel in combinatie<br />
met water en natuurvriendelijke oevers bieden uitkomst tot aan de<br />
weg. Ook hier zal een faunapassage uitkomst kunnen bieden.<br />
Openbare ruimte –Een hoge ecologische en hoge natuurwaarde<br />
vraagt om een gevarieerd aanbod van inheemse vegetatie, zoals<br />
kruiden, heesters en bomen in de hele Natuurzoom. Op grote<br />
delen gaat dit al goed, maar met name in de Bijlmerweide kan<br />
meer variatie worden aangebracht. Een gelijkmatige overgang in<br />
de vorm van natuurvriendelijke oevers, zoom van kruiden, mantel<br />
van heesters en bos en de aanplant van een gevarieerd aanbod van<br />
inheemse beplanting zal hieraan bijdragen. Langs de provinciale weg<br />
is het mogelijk gebruik te maken van abiotische omstandigheden.<br />
Onderaan het zandige talud kan een kwelzone gecreëerd worden.<br />
Een zogeheten paddenpoel die tevens een groeiplaats biedt aan<br />
bijzondere soorten, zoals de rietorchis.<br />
Ook is het van belang het maaibeleid af te stemmen op de natuur. Dit<br />
houdt in niet klepelen maar maaien en afvoeren, 1 of 2 keer per jaar.<br />
Recreatie - Goede verdeling maken van functie en natuur en daarover<br />
afspraken maken met belanghebbenden, zodat voldoende ruimte<br />
voor zowel de recreant als de natuur ontstaat. Dit kan bijvoorbeeld<br />
door een beperkt aantal natte gebieden knuppelpaden aan te<br />
leggen of door het aanleggen van eilanden, rietkragen en natte<br />
gedeelten in de vorm van in breedte variërende natuurvriendelijke<br />
oevers. De knuppelpaden leveren een mooie toevoeging op het<br />
aanbod van wandelroutes op en meer rustgebieden voor<br />
soorten die dat nodig hebben om te kunnen broeden en<br />
foerageren. Daarbij is het belangrijk dat de paden<br />
goed onderhouden worden. Achterstallig<br />
onderhoud op paden en bruggen verdient<br />
de aandacht.<br />
30 <strong>Natuurplan</strong> - Plan
Biotoop beheerd Groen<br />
In de biotoop beheerd groen ligt de nadruk vooral op visueel<br />
aantrekkelijk, educatief gebruiksgroen voor de bewoners. Er is ruimte<br />
voor een grote variatie in beplanting van alle soorten. Cultuurlijk,<br />
natuurlijk, open en toegankelijk. Er zijn veel goed gefaciliteerde<br />
recreatiemogelijkheden. Qua doelsoorten biedt het plaats aan<br />
gedomesticeerde soorten en aaibare soorten zoals: eekhoorn,<br />
aardmuis, bittervoorn, kleine modderkruiper, rietorchis, zwanenbloem,<br />
grote bonte specht, ransuil, nachtegaal, kuifeend, blauwe reiger,<br />
oeverzwaluw en de ijsvogel. Het is aangenaam om er te verblijven en<br />
een uitstekende plaats om mensen te ontmoeten, iets te leren over<br />
plant- of diersoorten, te sporten of gewoon te chillen. Het beheer van<br />
het groen is er grotendeels intensief. Dit kan zijn gazons die geregeld<br />
gemaaid worden, ecologisch beheer gericht op een zo groot<br />
mogelijke biodiversiteit of het intensief onderhouden van bruggen en<br />
paden.<br />
Opgave<br />
Openbare ruimte – stadsparken met meer park en minder ruigte.<br />
Onderling beheersbeeld tussen de stadsparken beter op elkaar laten<br />
aansluiten. Aanleg of handhaven van lintbeplanting in de vorm van<br />
heesters bijv. een meidoorn- of mispelhaag, eventueel aangevuld<br />
met een enkele boom die tot volledige wasdom kan uitgroeien.<br />
Veel soorten zijn gebaat bij deze gevarieerde en doorgaande<br />
strook beplanting. Grondgebonden soorten kunnen zich erlangs<br />
verschuilen en verplaatsen. Ook hier geldt dat een grotere variatie<br />
van inheemse beplanting de natuurwaarde kan verhogen. Bij<br />
renovatie en inrichtingsprojecten dient hiermee rekening gehouden<br />
te worden. Waar mogelijk natuurvriendelijke oevers of anders fauna<br />
uittreedplaatsen realiseren.<br />
Recreatie mogelijkheden - De gebieden waar de biotoop beheerd<br />
groen zich bevindt zijn voornamelijk gericht op de mens. Het is een<br />
plek om je doorheen te verplaatsen van A naar B, om in te sporten,<br />
te ontspannen en om in verblijven. Een voldoende ruim en gevarieerd<br />
aanbod van groen is goed voor de gezondheid van de mens die<br />
daarvan gebruik kan maken. De flora werkt pas goed als de fauna<br />
mee doet, dus is het van groot belang dat binnen de biotoop beheerd<br />
groen een balans gevonden wordt tussen de functies voor de mens<br />
en de behoeften van doelsoorten. Op grotere schaal moet bewaakt<br />
worden dat ecologische zones niet noemenswaardig onderbroken<br />
worden. Daartussenin kan een mozaïek ontstaan van functies voor<br />
mensen.<br />
Plan - <strong>Natuurplan</strong> 31
Biotoop Agrarisch<br />
De biotoop agrarisch draagt in <strong>Zuidoost</strong> een hoge cultuurhistorische<br />
waarde. Met de nieuwe biotopenindeling wordt het visuele karakter<br />
versterkt door de combinatie vaart, lintbebouwing en achterliggende<br />
weides te versterken. In de Gemeenschapspolder wordt extra<br />
natuur gemaakt in de vorm van veenlandjes. Hierbij wordt de<br />
verkavelingstructuur in acht gehouden. Aan de ander zijde van de<br />
vaart, in de Bijlmerweide, zal waar mogelijk de historische verkaveling<br />
teruggebracht worden. In elk geval wordt ingezet op meer openheid<br />
in het agrarische deel. Daarnaast is de indeling, zoals die met de<br />
nieuwe biotopenindeling wordt voorgesteld, ook interessant voor de<br />
doelsoort vleermuis. De lange watergang en geleiding van opgaand<br />
groen aan weerszijden zijn voor verschillende soorten vleermuizen<br />
zeer geschikt terrein om te foerageren, zeker als langs het water een<br />
strook kruiden kan blijven staan.<br />
Opgave<br />
In de Gemeenschapspolder zal natuurontwikkeling inhouden het<br />
terugbrengen van petgaten en veenlandjes, waarbij het van bijzonder<br />
belang is dat de historische<br />
verkavelingstructuur overeind blijft.<br />
Terugbrengen van openheid en<br />
historische verkavelingstructuur in<br />
de Bijlmerweide.<br />
32 <strong>Natuurplan</strong> - Plan
Biotoop Infrastructuur<br />
In <strong>Zuidoost</strong> wordt deze biotoop goed vertegenwoordigd. Door de<br />
hoge dreven, de snelwegen en de spoorbanen zijn er veel taluds<br />
met zandige ondergrond. Het is een milieu op zichzelf, totaal anders<br />
dan de overige biotopen. Het is een schraal milieu met beplanting<br />
afkomstig van de gebieden waar het zand vandaan komt. In het kader<br />
van biodiversiteit en natuurwaarden verhogen, kan dit een belangrijke<br />
toevoeging zijn.<br />
Deze infrastructuur is er primair voor de mens en met een groot<br />
aanbod aan groen in <strong>Zuidoost</strong> heeft natuurontwikkeling langs<br />
infrastructuur in dit plan niet de focus. Het valt tevens buiten de<br />
geformuleerde ambities van dit plan. Voor deze biotoop zijn geen<br />
opgave geformuleerd.<br />
Plan - <strong>Natuurplan</strong> 33
Bijlage<br />
A<br />
Maatregelen<br />
Inventarisatie - <strong>Natuurplan</strong> 35
Bebouwing<br />
Locatie nader te bepalen<br />
1. struiknatuur in lange stroken (hagen, wintergroen) tgv huismus<br />
2. bloemrijke weides in doorgaande stroken<br />
3. nestgelegenheden voor dakbroeders stimuleren<br />
Algemeen<br />
nestgelegenheden voor mussen en vleermuizen inbouwen<br />
mussenvides stimuleren<br />
waar mogelijk de oevers natuurvriendelijk maken cq. maaien<br />
Oevers en water<br />
Beheerd groen<br />
Locatie nader te bepalen<br />
1. aanleg natuurvriendelijke oevers (icm wateropgave A9) en drassige cq moerassige gebieden<br />
3. vergroten van biodiversiteit dmv mantel-zoom-bos opbouw<br />
4. aanleg paddenpoelen<br />
5. aanleg broeihopen<br />
6. aanleg knuppelpad, door natte delen<br />
7. laten ontstaan van verruigde natuur<br />
8. knotwilgen langs waterkant (grienden)<br />
Algemeen<br />
ecologisch beheren<br />
deponeren dood hout<br />
goed onderhoud voor paden en bruggen<br />
behouden/versterken historische landschapsstructuren<br />
schoon water dmv waterplanten en andere maatregelen conform Waterplan<br />
Algemeen<br />
aanleg natuurvriendelijke oevers waar mogelijk<br />
vruchtdragende beplanting<br />
lintbeplanting van dichte heesters met een enkele boom<br />
goed onderhoud voor paden en bruggen<br />
gevarieerd aanbod van beplanting nastreven<br />
36 <strong>Natuurplan</strong> - Beheer
Agrarisch<br />
Locatie nader te bepalen<br />
optimaliseren ecologische verbinding onder A9<br />
aanleg paddenpoelen<br />
oude dijk en polder beter zichtbaar maken (historische landschapstructuur)<br />
Algemeen<br />
goede verdeling functie/natuur en daarover afspraken maken met belanghebbenden<br />
strook weidegebied behouden achter de lintbebouwing langs de vaart<br />
fauna uittreedplaatsen aanpassen zodat deze aan hun doel voldoen<br />
strook kruiden langs het water om en om laten staan.<br />
Bewoners<br />
s<br />
Algemeen<br />
bewoners bewust maken van het belang van de natuur en wat ze zelf kunnen doen<br />
organisatie van natuurwandelingen, informatieavonden, workshops stimuleren<br />
website met tips voor bewoners<br />
beschikbaar stellen van nestkasten<br />
Beheer - <strong>Natuurplan</strong> 37
38 <strong>Natuurplan</strong> - Beheer
Beheer - <strong>Natuurplan</strong> 39