nieuwsbrief van de Stichting Bedrijfsgeschiedenis

neha.nl

nieuwsbrief van de Stichting Bedrijfsgeschiedenis

Stichting Bedrijfsgeschiedenis

Nieuwsbrief 2011, nummer 1


Voorjaarsbijeenkomst Stichting Bedrijfsgeschiedenis

‘In, om en achter de Rotterdamse haven’

Dinsdag 19 april 2011, 13.30-18.00 uur

Locatie: World Port Center, Wilhelminakade 909, Wilhelminapier, Rotterdam.

De ontwikkeling van de Rotterdamse haven wordt sinds de late negentiende eeuw

gekenmerkt door een steeds veranderende relatie tussen haven, voor- en

achterland. Nadat in tweede helft van de negentiende eeuw de stapelfunctie

verdwijnt, ontwikkelt de Rotterdamse haven zich tot omstreeks 1914 tot een

transitohaven voor de bulkgoederen van en naar het Ruhrgebied. Als de

economische crisis van de jaren dertig de haven zwaar treft, groeit bij de

Rotterdamse gemeente de wens om deze minder afhankelijk te maken van de

transitohandel met het achterland. De haven moet een eigen industrie aantrekken die

Rotterdam van een constante goederenstroom voorziet, onafhankelijk van het

achterland. Om meer grip te krijgen op het havenbeleid richt de gemeente in 1932

het Gemeentelijk Havenbedrijf (GHB) op. Dit uitvoeringsorgaan wordt

verantwoordelijk voor de ontwikkeling en exploitatie van de haven en krijgt als

opdracht het havengebied te industrialiseren.

Na de Tweede Wereldoorlog wordt de haven geïndustrialiseerd en spelen vooral de

olie- en de chemische industrie een grote rol in het zich steeds verder naar het

Westen expanderende havengebied. Het zich onafhankelijker maken van de

transitohandel met het Duitse achterland is echter maar zeer ten dele gelukt. De

Rotterdamse haven ontwikkelt zich na de oorlog tot één van de belangrijkste

oliehavens ter wereld mede door de sterk toegenomen vraag uit West-Duitsland. Ook

bij de ontwikkeling tot Europa’s grootste containerhaven is de doorvoer van en naar

het Duitse achterland van doorslaggevende betekenis.

Tijdens deze studiemiddag van de Stichting Bedrijfsgeschiedenis wordt aandacht

besteed aan de geschiedenis van de Rotterdamse haven in relatie tot het Duitse

achterland. Verder wordt er gesproken over de ontwikkeling van de Betuweroute en

zal de achterlandbereikbaarheid als organisatievraagstuk worden geanalyseerd.

Vervolgens geeft het Havenbedrijf haar toekomstvisie voor wat betreft de

Rotterdamse haven. De middag wordt afgesloten met een kort bezoek aan het

spectaculaire Port Control Center.


Programma

13.30 uur Ontvangst met thee en koffie, opening

14.00 uur Hein Klemann (Erasmus Universiteit Rotterdam) – De Rotterdamse Haven

en het Duitse Achterland in de lange Twintigste Eeuw

14.30 uur Gerrit Nieuwenhuis (Hogeschool Rotterdam) – Van Spoorweghaven naar

Betuweroute. De ontwikkeling van het railvervoer in de Rotterdamse haven

15.00 uur Pauze

15.15 uur Martijn van der Horst (TU Delft en Hogeschool Rotterdam)

– Achterlandbereikbaarheid als organisatievraagstuk

15.45 uur Frans van Keulen (Havenbedrijf Rotterdam) – Havenvisie 2030

16.30 uur Kort bezoek Port Control Center

17.00 uur Borrel Hotel New York

Deze studiemiddag is gratis bij te wonen voor de donateurs van de Stichting

Bedrijfsgeschiedenis. U dient zich vanwege de beveiliging, catering en beperkte

capaciteit voor 12 april 2011 aan te melden met volledige naam en adres bij Janneke

Hermans: jhermans@muscom.nl

.

De ondernemersbiografie

Nog niet zo heel lang geleden was het geluid te beluisteren dat in Nederland – in

vergelijking met andere landen - de biografie een nog nauwelijks ontwikkeld genre

was. Inmiddels zijn de tijden veranderd. Het zal niet toevallig zijn dat inspelend op de

toenemende populariteit van dit genre de CPNB in de Boekenweek van dit jaar het

levensverhaal/curriculum vitae of geschreven portretten als thema heeft gekozen. Ook

de ondernemersbiografie deelt in de toenemende populariteit van het genre. Zo zijn

recent verschenen, al dan niet geautoriseerde biografieën over Nina Brink, Joep van

den Nieuwenhuijzen, Dirk Scheringa en Paul Fentener van Vlissingen, om maar een

paar voorbeelden te noemen. Naast individuele biografieën is door Stad&Bedrijf in

Rotterdam een reeks Biografische Woordenboeken van Nederlandse ondernemers

opgezet. De complete reeks (zes delen) zal in totaal biografieën van 300 ondernemers

omvatten, die zowel zakelijk als maatschappelijk van grote betekenis zijn geweest

voor hun stad, regio of zelfs het land. Per deel (regio) worden de 50 belangrijkste

ondernemers en ondernemersfamilies beschreven uit de periode dat Nederland

omschakelt van een agrarische en op handel gebaseerde economie, naar een

industriële samenleving. Inmiddels zijn al twee delen in deze reeks verschenen: een

deel over Noord Brabant, Limburg en Zeeland en een deel over Gelderland en

Utrecht. In het najaar zal het derde deel over Groningen, Friesland, Drenthe en

Overijssel verschijnen.

Dank zij de ondernemersbiografie kan de persoonlijke component in de bedrijfs- en

economische geschiedenis zichtbaar worden gemaakt. Om het opsporen van


iografische informatie van ondernemers te vergemakkelijken heeft het NEHA/IISG

een website gemaakt. Deze heeft de ambitie om een zo volledig mogelijk overzicht te

geven van biografische portretten van Nederlandse ondernemers. Bij de selectie van

de biografische portretten is ernaar gestreefd vooral die portretten op te nemen die

(qua omvang en inhoud) een zo compleet mogelijk beeld geven van het leven en het

werk van de geportretteerde ondernemer. De website bevat inmiddels informatie

over ruim 5000 ondernemers, is bedoeld als naslagwerk en als hulpmiddel voor

onderzoek naar de persoon van de ondernemer, ondernemerschap of

ondernemersgroepen. Er kan gezocht worden op persoonsnaam, op (economische)

sector, geboorte- en sterfjaar of op trefwoord (http://www.iisg.nl/ondernemers/).

Het NEHA/IISG participeert bovendien in het Biografisch Portaal van Nederland

(http://www.biografischportaal.nl/). Dit is een digitale toegang tot gepubliceerde

informatie over bekende en minder bekende personen uit de Nederlandse

geschiedenis. Dit portaal bevat op dit moment ruim 110.000 biografieën.

Geïnteresseerden in de ondernemerbiografie raad ik aan beide websites te bekijken.

Voor een deel overlapt de biografische informatie, maar er zijn ook enkele

belangrijke verschillen. Zo bevat de ondernemerssite van het NEHA/IISG ook

informatie over nog steeds actieve en/of levende ondernemers. Een ander belangrijk

verschil is de aard van de informatie. Het Biografisch Portaal bevat beknopte

geschreven portretten of daarnaar verwijzende links. De website van het NEHA/IISG

is ruimer opgezet en bevat één of meer verwijzingen naar biografische gegevens

over een ondernemer. Dat kan een titel zijn van een gepubliceerde (auto-)biografie

en/of een artikel en/of een lemma in een biografisch woordenboek. In bepaalde

gevallen zijn de biografische gegevens aan deze website toegevoegd. Dat is onder

meer het geval voor circa 2000 ondernemers die geportretteerd zijn in H.P. van den

Aardweg (red.) Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en

beeld: Nederlanders en hun werk (Amsterdam 1938) en ondernemers van wie

necrologieën zijn opgenomen in het Economisch- en Sociaal-Historisch Jaarboek

van het NEHA. Ondernemers waarvan biografische gegevens ook of uitsluitend via

de website te raadplegen zijn, hebben een website-link. Raadplegers van de

websites worden van harte uitgenodigd aanvullingen of correcties aan te leveren.

Jacques van Gerwen (email: jge@iisg.nl)

NEHA/IISG

Ondernemersbiografie

In november 2010 is verschenen onder redactie van Joop Visser, Matthijs Dicke en

Annelies van der Zouwen, Nederlandse ondernemers 1850-1950. Gelderland en

Utrecht. Uitgeverij: Walburg Pers, Zutphen. ISBN: 9789057306495, 405 blz., € 39,50.


Serie

WAT OVERBLIJFT VAN EEN LANG VERLEDEN

De Koninklijke Hoogovens

In de vorige nieuwsbrief zijn de archieven en historische collectie van een van de

voornaamste banken van Nederland aan de orde geweest. In deze editie staat een

andere grote nationale onderneming – maar dan aan het andere uiterste van het

economische spectrum - in het middelpunt, namelijk een specimen van Nederlands

zware industrie: de Koninklijke Hoogovens. De Hoogovens zijn een kind van de

Eerste Wereldoorlog. Nog voordat de schermutselingen begonnen, werd al aan een

Nederlandse staalfabriek gedacht, maar pas in 1917 kregen de plannen vaste vorm.

In 1918 werd het bedrijf opgericht en twee jaar later begon de productie in het

duingebied bij IJmuiden.

Het bedrijf koestert het eigen verleden op meer dan gemiddeld niveau. Zowel de

schriftelijke bronnen als het beeldmateriaal worden intern beheerd. Externe

onderzoekers zijn – uiteraard zoals bij vrijwel elke onderneming onder voorwaarden -

welkom om het materiaal te bestuderen. Daarnaast geeft het bedrijf historisch

onderzoek in opdracht: zowel het vijftig- als het vijfenzeventigjarig jubileum is

aangegrepen om onafhankelijke onderzoekers met een zeer goede staat van dienst

over het verleden van de staalfabriek te laten schrijven. In 1968 publiceerde Joh. de

Vries zijn geschiedenis van het bedrijf, terwijl Joost Dankers en Jaap Verheul

vijfentwintig jaar later in zijn voetsporen traden.

Zie ook de website: http://www.staal90.nl/

De permanente historische activiteiten zijn ondergebracht bij Sieho (Stichting

Industrieel Erfgoed Hoogovens: http://www.sieho.nl), die als doel heeft het verleden

van het bedrijf levend te houden en zo inzicht te geven in de ontwikkeling van de

Nederlandse ijzer- en staalindustrie. De stichting richt zich daartoe onder andere op

het stimuleren van het onderzoek naar de historische ontwikkeling van het

staalbedrijf in IJmuiden. Sinds 1999 geeft zij het blad Historisch Hoogovens uit,

waarin onderzoek naar de geschiedenis van de bedrijfstak wordt gepubliceerd.

Even belangrijk is het behouden van historische objecten die een representatief

beeld geven van de ontwikkeling van het bedrijf en deze tentoon te stellen. Om die

reden is in februari 2009 het Hoogovensmuseum geopend. In dat museum wordt

direct het verschil met het gemiddelde bedrijf duidelijk. Het materieel waar de

Hoogovens mee werkte en werkt, is niet zelden van een schier onvoorstelbaar

formaat. Vanwege die omvang is veel slechts in de vorm van modellen of maquettes

behouden.

Het Hoogovensmuseum op het bedrijfsterrein is open voor het publiek.

Meer informatie: tel. 0251-494368 of sieho@corusgroup.com.


Rabo Canon

Met de lancering van de Rabo Canon beschikt de Rabobank als eerste grote

financiële instelling in Nederland over een eigen canon. De unieke geschiedenis van

deze coöperatieve grootbank heeft geleid tot een net zo unieke canon met een mix

van historie en identiteit.

De Rabo Canon telt 17 vensters. Samen vertellen zij in woord en (bewegend) beeld,

wie de coöperatieve Rabobank is, waar zij vandaan komt en hoe zij de toekomst ziet.

Heden en verleden staan in de vensters niet los van elkaar, maar zij zijn met elkaar

verbonden door de vier coöperatieve opvattingen van de bank.

Deze canon biedt, anders dan de traditionele historische uitgaven, de mogelijkheid

film- en geluidsfragmenten bij de teksten te voegen. Zo geeft deze digitale

publicatievorm de lezer een extra dimensie. Aanvullingen en uitbreidingen zijn vrij

eenvoudig te realiseren binnen de gekozen architectuur.

De Rabo Canon is vinden op: http://www.rabocanon.nl/

Joke Mooij

Bedrijfshistoricus Rabobank

Oproep

Wij vragen hierbij aan onze donateurs om de titels van nieuw verschenen

bedrijfshistorische publicaties aan ons door te geven. Dan kunnen we in de nieuwsbrief die

twee keer per jaar verschijnt, deze titels vermelden.


Overleg over techniekerfgoed

In erfgoedland bestaan verschillende initiatieven tot samenwerking. Zo bestaan

bijvoorbeeld al de Stichting Computer Erfgoed Nederland, de Federatie Industrieel

Erfgoed Nederland, en de Stichting Mobiele Collectie Nederland en nog vele

anderen.

Vorig jaar heeft het NEMO te Amsterdam het voortouw genomen om een

samenwerkingsverband op te zetten tussen beheerders van technisch erfgoed. De

directe aanleiding daartoe was dat NEMO, dat in principe geen eigen collectie heeft,

de collectie van het ter ziele gegane Energetica heeft overgenomen. Energetica was

een museum voor elektrische objecten, variërend van liften tot kleine

huishoudtechniek.

NEMO realiseerde zich dat dezelfde objecten ook in andere collecties aanwezig

kunnen zijn. Om niet later tot de ontdekking te komen dat er allerlei zaken dubbel of

zelfs driedubbel in Nederland worden bewaard, heeft NEMO Nederlandse musea

met een technisch erfgoed collectie bij elkaar geroepen. Deelnemende organisaties

zijn bijvoorbeeld Museum Boerhaave, Stichting Academisch Erfgoed, Twents

Techniekmuseum/HEIM en het Museum voor Communicatie.

Doel van de samenwerking is te komen tot een gemeenschappelijk platform waar

informatie te vinden is voor de particulier geïnteresseerde maar ook dat je middels

een zoekmachine in de collecties van de deelnemende instanties kunt grasduinen.

De professionele gebruiker kan zo bekijken wat er geleend kan worden van andere

musea voor tentoonstellingen of onderzoeken welke objecten het zou kunnen

afstoten (een actueel onderwerp bij musea wegens afnemende cultuurgelden),

behouden of aankopen.

Overigens moet natuurlijk altijd de mogelijkheid kunnen blijven bestaan om dezelfde

objecten in verschillende collecties te behouden. Het verhaal achter een object is

immers minstens zo belangrijk. Stel dat twee musea dezelfde telefoons in hun

collectie hebben maar in het Continium te Kerkrade (het voormalige Industrion) is die

telefoon gebruikt door een mijndirecteur en diezelfde telefoon in het Museum voor

Communicatie is gebruikt door een belangrijk politicus, dan behoudt je uiteraard

dezelfde telefoons.

De plannen voor samenwerking zijn nog in een pril stadium en vooraleerst moet er

aan een belangrijke voorwaarde worden voldaan: geld. Momenteel wordt er een plan

geschreven om daarmee de boer op te gaan. Het is dus even afwachten wat daar de

resultaten van zijn maar de eerste stappen zijn in ieder geval gezet.


Congressen

Op vrijdag 20 en zaterdag 21 mei 2011 zal het jaarlijkse congres van de European

Association for Banking History plaatsvinden in Amsterdam. Gastheer is ING Bank.

Het thema is: Corporate Governance in Financial Institutions – Historical

Developments and Current Problems.

Vooarafgaand aan het congres zal op donderdag 19 mei een workshop worden

gehouden. Het onderwerp hier is: Photography collections of (financial) companies, a

corporate historical view.

Voor het programma en de inschrijving zie: http://www.bankinghistory.de/

Het 15 e jaarlijkse congres van de European Business History Association zal van 24-

26 augustus in Athene worden gehouden. Gastheer is de National Technical

University of Athens. Het thema is: Business Finance and the State in 20 th Century:

European Comparisons in Historical Perspectives, Crisis and Transformation.

Voor meer informatie zie: http://www.ebha.org/

Vereniging Bedrijf en Historie

In december 2010 is de Vereniging Bedrijf en Historie (VBH) opgericht. Doel van de

vereniging is het bijeenbrengen van bedrijven, ondernemingen en instellingen die in

het bezit zijn van een bedrijfshistorische collectie, teneinde deze collecties voor het

nageslacht te behouden. Tevens heeft de VBH een platformfuctie voor de

aangesloten leden. De VBH is de pendant van de VBCN (Vereniging

Bedrijfscollecties Nederland) die zich bezig houdt met moderne kunst bij

ondernemingen en instellingen. De Vereniging Bedrijf en Historie gaat binnenkort

online: http://www.vbh-bedrijfshistorie.nl/

Voor meer informatie: info@vbh-bedrijfshistorie.nl

Betalingsverzoek donatie 2011

Hierbij worden de donateurs vriendelijk verzocht de jaarlijkse bijdrage voor de

Stichting over te maken op bankrekeningnummer 6041.97225, ten name van

Stichting Bedrijfsgeschiedenis te Utrecht.

De minimumbijdrage is € 20,-, een hogere donatie is uiteraard van harte welkom.

Stichting Bedrijfsgeschiedenis

Postbus 421

3500 AK Utrecht

website: http://www.neha.nl/stichtingbg/

email: jhermans@muscom.nl

kopij Nieuwsbrief, email: ton.de.graaf@nl.abnamro.com

More magazines by this user
Similar magazines