1 - Pagina niet gevonden

docs.szw.nl

1 - Pagina niet gevonden

Jaarplan 2006

1

J A A R P L A N 2 0 0 6


Jaarplan 2006

Effectieve aanpak van misstanden op het gebied van

arbeidsomstandigheden, arbeids- en rusttijden en illegale

arbeid

Voorwoord

De vernieuwing van de Arbeidsomstandighedenwet, die op

stapel staat is een duidelijke breuk met het verleden. Niet

alleen worden er meer verantwoordelijkheden (en kansen)

bij werkgevers en werknemers en hun organisaties

neergelegd, maar ook de Arbeidsinspectie zal in haar aanpak

daarop scherp in moeten spelen. Dat maakt het nog

noodzakelijker om maatwerk in het toezicht te leveren

per branche en per bedrijf. Echter zonder de rechtsgelijkheid

uit het oog te verliezen. Hoewel de feitelijke invoering

van de nieuwe Arbowet nog niet in 2006 haar beslag zal

krijgen, moeten we er binnen de AI voor zorgen klaar te

zijn voor deze ingrijpende verandering.

De Arbeidstijdenwet zal worden vereenvoudigd. Ook op

dit terrein is het wetgevingsproces nog in volle gang.

Het komende jaar is dan ook vooral het jaar van voorbereiding

op de nieuwe situatie. Een overgangsjaar, waarin

een aantal zaken nog onzeker zijn en waarop de antwoorden

nog moeten worden gegeven.

De kabinetsplannen in het kader van het ‘Programma

Andere Overheid’ – die de burgers en de bedrijven betere

dienstverlening en minder administratieve- en toezichtslasten

moet brengen – gaat ook aan de Arbeidsinspectie

niet voorbij. Zowel het Besluit Risico’s Zware Ongevallen

(BRZO) als de aanpak van illegale arbeid zijn in beeld bij

het vervolgproject ‘Samenwerkende Rijksdiensten’. Belangrijk

in dit verband is ook de Commissie De Grave, die zich

heeft gebogen over de bestuurlijke drukte en onder meer

adviseert tot bundeling van inspectiediensten en dienstverlening

van inspecties aan andere bestuurslagen. Toezicht

is het kernthema van de nieuwe Kaderstellende Visie op

Toezicht, waar de Arbeidsinspectie al zo veel mogelijk op

inspeelt.

Op het terrein van de illegale arbeid doen zich steeds

nieuwe ontwikkelingen voor. De veranderingen in de regelgeving

en in de vormen en plaatsen waar illegale arbeid

zich voordoet, zullen gevolgen hebben voor het toezicht.

Al met al genoeg redenen om aan te nemen dat in 2006 de

nodige uitdagingen kunnen worden aangegaan. De Arbeidsinspectie

en haar medewerkers zullen daarin net zo helder,

transparant en professioneel trachten op te treden als

degenen, die op haar rekenen, mogen verwachten.

Dit jaarplan is niet alleen een weergave van voorgenomen

activiteiten, maar het weerspiegelt ook de visie op het

werkterrein en de opgaven waarvoor de Arbeidsinspectie

zich gesteld ziet.

Dr. J.J.M. Uijlenbroek

Algemeen directeur Arbeidsinspectie

2

J A A R P L A N 2 0 0 6


Jaarplan

2006

3

J A A R P L A N 2 0 0 6


Leeswijzer

Verantwoording

Dit is het jaarplan van de Arbeidsinspectie (AI) voor 2006.

Het is opgesteld op basis van de visie en missie, de wensen

van de beleidsdirecties van SZW en de door de Arbeidsinspectie

zelf ontwikkelde risico-analyse. Het brengt in beeld

welke acties de AI in 2006 gaat ondernemen en welke

resultaten ermee worden beoogd.

Het voorliggende jaarplan is vastgesteld door de Staatssecretaris

van SZW.

Inhoud

Naast inspectie en direct aan inspectie gerelateerde activiteiten

verricht de AI een aantal uitvoerende taken. Deze

activiteiten zijn opgenomen in hoofdstuk 5.

In de bijlagen 1 en 3 is meer uitgewerkt opgenomen hoe

de beschikbare inspectiecapaciteit Arbeidsomstandigheden

en Arbeidsmarktfraude in 2005 zal worden verdeeld over

verschillende producten en projecten en welke productie

daarbij wordt geleverd. In bijlage 2 wordt inzicht gegeven

in de meerjarenaanpak van de Arbeidsinspectie.

Hoofdstuk 1 gaat over de handhavingsstrategie, taken en

organisatie van de AI. In hoofdstukken 2, 3 en 4 wordt

ingegaan op producten en geplande prestaties van de AI

op het gebied van respectievelijk Arbeidsomstandigheden,

Major Hazard Control en Arbeidsmarktfraude.

4

J A A R P L A N 2 0 0 6


Inleiding

1

1.1 Taken

Wettelijk kader

De Arbeidsinspectie is toezichthouder voor een groot

aantal wetten en besluiten. Voor een belangrijk deel hebben

deze wetten en besluiten de bescherming van veiligheid

en gezondheid van werknemers als oogmerk. Voor de

aanpak van de illegale tewerkstelling biedt de Wet arbeid

vreemdelingen de wettelijke grondslag. Bijlage 4 bevat een

volledig overzicht van wetten en besluiten waarvoor de AI

een toezichthoudende of handhavende taak heeft.

Taakvelden

Het takenpakket van de Arbeidsinspectie valt uiteen in

drie kerntaken:

• Handhaving van wetten en besluiten,

• Uitvoering,

• Informatievoorziening.

Handhaving door de Arbeidsinspectie vindt zowel proactief

(o.a. door uitvoering van inspecties) als preventief (o.a.

door voorlichting) en reactief (o.a. door optreden naar

aanleiding van een ongeval of klacht) plaats.

De handhavingactiviteiten zijn binnen de AI onderverdeeld

in de taakvelden Arbeidsomstandigheden, Major Hazard

Control en Arbeidsmarktfraude. De uitvoering en informatievoorziening

zijn gerelateerd aan de handhavingstaak en zijn

ondergebracht in het taakveld overige primaire activiteiten. In

overzicht 1.1 is een illustratie opgenomen van die taakvelden.

Overzicht 1.1

Taakvelden A1

Taakveld 1: Arbeidsomstandigheden (Arbo/Atw)

Meer dan 7 miljoen werknemers zijn voor hun veiligheid en gezondheid

op het werk gebaat bij de naleving van de wetten en besluiten en daarbij

dus ook van de handhavingsactiviteiten van de Arbeidsinspectie.

Het belang van die handhaving wordt onderstreept door het nog

steeds grote aantal ongevallen en de bestaande risico’voor de veiligheid

en gezondheid van de werknemers.

Taakveld 2: Major Hazard Control (MHC)

De Arbeidsinspectie levert een belangrijke inzet op het terrein van

bijzondere risico’s in bedrijven, die rampen kunnen veroorzaken, die

ook de omgeving kunnen treffen. Het gaat daarbij om de bedrijven,

waar het Besluit Risico’s Zware Ongevallen van toepassing is of de

verplichtingen tot een Aanvullende Risico-inventarisatie. Dat zijn

vooral bedrijven, installaties en processen met grote hoeveelheden

gevaarlijke stoffen.

Taakveld 3: Arbeidsmarktfraude (AMF)

De Arbeidsinspectie levert een belangrijke inzet op het terrein van

de arbeidsmarkt: het tegengaan van illegale arbeid. Voor (legale)

werknemers is hierbij van belang, dat de toegang tot de arbeidsmarkt

niet wordt belemmerd door mensen die niet gerechtigd zijn

in Nederland te werken. Voor bonafide werkgevers betekent dit, dat

oneerlijke concurrentie als gevolg van inzet van illegale arbeidskrachten,

wordt bestreden.

5

J A A R P L A N 2 0 0 6


Taakveld 4: Overige primaire taken (vergunningen en monitoring)

De AI verzamelt informatie over de mate waarin de wet- en regelgeving

door bedrijven wordt nageleefd. Ook geeft de AI adviezen ten

behoeve van de Farboregeling en zorgt voor de afhandeling van boeterapporten

en bezwaarschriften. De AI verleent vergunningen, ontheffingen

en vrijstellingen op een aantal wettelijke bepalingen, zoals

met betrekking tot de Arbeidstijdenwet en de regels rond Asbestsloop.

Onder dit taakveld vallen ook de monitoring-activiteiten.

1.2 Missie & visie

De aanpak van ernstige risico’s en misstanden

De Arbeidsinspectie stelt in het toezicht en de handhaving

prioriteiten.

De invulling daarvan is gebaseerd op een risico-analyse en

informatie over de mate van naleving op brancheniveau.

In de uitvoering van de handhaving wordt vooral gekeken

naar de aanwezigheid van ernstige risico’s en eventuele

misstanden. Dat betekent dat de Arbeidsinspectie zich in

haar toezicht zoveel mogelijk richt op branches en bedrijven

waar op basis van beschikbare informatie, analyses

en actuele inzichten mag worden verwacht dat daar de

zwaarste en meest frequente overtredingen aan de orde

zijn.

De Missie

Om het voorgaande vorm te geven heeft de AI de hieronder

weergegeven missie geformuleerd. De missie geeft

richting aan de handhaving door de aandacht te concentreren

op het overtreden van wet- en regelgeving die het

ontstaan, bevorderen of voortduren van ernstige risico’s

en eventuele misstanden met zich meebrengt. Geen

bemoeizuchtige overheid die zich met minder belangrijke

details bezighoudt, maar een organisatie die zich concentreert

op zaken die breed in de samenleving als een

probleem worden ervaren. Tijdens de Arboinspecties is de

aandacht vooral gericht op onderwerpen die arbeidsuitval

- zoals ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid - kunnen

veroorzaken. In het MHC-taakveld op ernstige veiligheidsrisico’s

en bij de illegale arbeid op verstoring van de legale

arbeidsmarkt en uitbuiting van (illegaal tewerkgestelde)

werknemers.

De Arbeidsinspectie geeft een onafhankelijk oordeel over

wat ze op haar terrein in de samenleving waarneemt.

Waar dat kan leiden tot een mindere toezichtslast van

objecten van onderzoek of waar dit leidt tot een beter

inzicht in de situatie of een efficiëntere aanpak zoekt de

AI samenwerking met andere overheden en inspectiediensten.

Overzicht 1.2

Definitie ernstige risico’s en misstanden

Onder misstanden moet worden verstaan:

(Ernstige ) schending van de wet- en regelgeving waardoor onaanvaardbare

risico’s voor veiligheid of gezondheid van mensen kunnen

ontstaan; stelselmatige overtreding van wet- en regelgeving,

waardoor het rechtsgevoel van de maatschappij wordt geschonden;

stelselmatige overtreding van arbeidsmarktbeschermende wetten,

waardoor legaal arbeidsaanbod wordt verdrongen, de eerlijke concurrentieverhoudingen

tussen marktpartijen wordt verstoord of de

overheid financieel wordt benadeeld; uitbuiting van zwakke groepen

werknemers (bij illegale arbeid).

Ook vormen van (dreigende) risico’s of uitbuiting, die maatregelen

of politiek-maatschappelijke aandacht vereisen - wanneer regelgeving

ontbreekt of tekortschiet - worden onder het begrip misstand

geschaard.

Missie

De Arbeidsinspectie bevordert door middel van handhaving

de naleving van de wetgeving op het gebied van veiligheid en

gezondheid op het werk en bestrijdt illegale tewerkstelling.

Daarbij wordt prioriteit gegeven aan de aanpak van ernstige risico’s

en eventuele misstanden.

De AI levert relevante informatie over de naleving op deze terreinen

en draagt daarmee bij aan inzicht in de werking en vergroting

van de effectiviteit van het overheidsbeleid.

6

J A A R P L A N 2 0 0 6


Overzicht 1.3

Organigram Arbeidsinspectie

Inspecteur generaal

Algemeen directeur

Afdeling Concernbeleid

Afdeling Juridische zaken

Arbodirectie Industrie

Arbodirectie Bouw

Arbodirectie Commerciële Dienstverlening

Directie Major Hazard Control

Directie Arbeidsmarktfraude

Directie Inspectie ondersteuning

Arbodirectie Publieke Dienstverlening

1.3 Positionering en Organisatiestructuur

Positionering

De Arbeidsinspectie is een onderdeel van het Ministerie

van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De AI functioneert

onder de ministeriële verantwoordelijkheid en valt

organisatorisch onder de Inspecteur-generaal van de SZWinspectiediensten.

Conform het kabinetsstandpunt betreffende het houden

van toezicht is de AI daarbij op basis van feitenonderzoek

onafhankelijk in haar oordeel in individuele zaken.

Dat geldt ook voor de handhavingsactiviteiten die daarbij

horen en de rapportage daarover. Dit maakt het mogelijk

dat er in overeenkomstige gevallen gelijk wordt gehandeld,

dat de rechtsgelijkheid en rechtszekerheid worden gediend

en dat er een betrouwbaar beeld ontstaat van de werking

van het beleid dat de overheid nastreeft.

Organisatiestructuur

De Arbeidsinspectie bestaat uit vier sectordirecties op het

taakveld Arbeidsomstandigheden: Industrie, Bouw, Commerciële

Dienstverlening en Publieke Dienstverlening en uit de

directie Major Hazard Control (MHC), de directie Arbeidsmarktfraude

(AMF) en de directie Inspectieondersteuning.

Onder de Algemeen Directeur zijn twee stafafdelingen

gepositioneerd: Concernbeleid en Juridische Zaken. De

Algemeen Directeur rapporteert aan de Inspecteur-generaal

van de SZW-inspectiediensten, onder wie ook de

Inspectie Werk en Inkomen (IWI) valt.

De Arbeidsinspectie heeft zes vestigingen in het land en

een hoofdkantoor in Den Haag. De vestigingen bevinden

zich in Groningen, Arnhem, Utrecht, Amsterdam, Rotterdam

en Roermond. Zij vormen de thuisbasis van de

inspectieteams van de directies. Daar worden tevens de

administratieve taken vervuld, die samenhangen met de

werkzaamheden van de inspectieteams.

1.4 Strategische ontwikkelingen

Ontwikkelingen in de omgeving

Toezicht staat volop in de maatschappelijke, politieke en

bestuurlijke belangstelling.

Naast eisen aan professionaliteit van het toezicht is er

de roep om matiging van de toezichtslast. Het verminderen

en stroomlijnen van (onnodige of ongewenste)

toezichtslast wordt steeds belangrijker gevonden.

7

J A A R P L A N 2 0 0 6


Naast verbetering in de samenwerking tussen inspectiediensten

wordt ook meer gekeken naar de totale keten.

Bij het bevorderen van de naleving komen andere handhavinginstrumenten

en het gebruik maken van vormen

van horizontale verantwoording meer in beeld. Daarbij

kan worden gedacht aan de toepassing en werking van

verplichte en vrijwillige certificatie, Raden van Toezicht en

ouders- en werknemersparticipatie.

Deze ontwikkelingen komen aan de orde in het regeerakkoord

en het `Programma Andere Overheid` (PAO) van

het kabinet Balkenende II en de vervolgacties op het vlak

van de Minister van Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties,

in het SG-beraad en in het IG-beraad.

Naar verwachting zal in 2006 een nieuwe Kaderstellende

Visie op Toezicht van kracht worden, waarin meer specifiek

de eisen aan de inrichting van het nalevingstoezicht

wordt neergezet. De AI speelt op deze ontwikkelingen in

door na te gaan waar positionering, inrichting en werkwijze

nog kan worden verbeterd.

Eén van de eisen gaat over het inzichtelijk maken van de

bijdrage van toezicht aan de maatschappelijke effectiviteit,

wat het uiteindelijke doel is van de regels die worden

gehandhaafd. De wijze van optreden en het nagaan welk

effect daarmee wordt bereikt zal in 2006 een nieuwe

impuls krijgen.

De aanpassingen in de Arbeidsomstandighedenwet, die

op basis van het SER-advies van 17 juni 2005 worden

voorbereid, moeten leiden tot een nieuwe aanpak van de

inspectieprojecten, gericht op branches en sectoren. De

grotere eigen verantwoordelijkheid voor de invulling van

de doelbepalingen en grenswaarden van de wetgeving - die

sociale partners hebben gevraagd - houdt in dat de AI

een andere rol gaat krijgen, overigens zonder de kerntaak

– handhaving van de wet – weg te nemen. Meer maatwerk

per sector, branche en individueel bedrijf of instelling is

een belangrijk element dat door moet werken in de aanpak

van de AI. De wens om de perceptie van de regeldruk te

verminderen vraagt om een benadering die voor alle partijen

nieuw zal zijn. In 2006 gaat de AI door middel van vier proefonderzoeken

in verschillende branches dat nieuwe inspectiebeleid

uitproberen, overigens zonder inhoudelijk vooruit te

lopen op de inrichting van de nieuwe Arbowet. Het eerder

geschetste meerjarenbeeld van de aanpak door de AI gaat

door deze ontwikkelingen uiteindelijk wel veranderen.

Op het gebied van de aanpak van illegale arbeid is veel in

beweging.

De nu bestaande vergunningplicht voor tewerkstelling bij

grensoverschrijdende dienstverlening wordt vervangen

door een handhaafbaar systeem van notificatie vooraf door

de betrokken dienstverlener. Deze notificatieplicht geldt

voor dienstverleners gevestigd in landen waarvoor een vrij

verkeer van diensten geldt (alle EER-landen), die gebruik

maken van personen die niet vrij zijn op de Nederlandse

arbeidsmarkt.

Het voorkomen en bestrijden van mensenhandel is een

speerpunt van het kabinetsbeleid, onder meer neergelegd

in de ‘Illegalennota’ van het kabinet. In deze nota is uitbreiding

van toezicht ook naar uitbuiting op het gebied

van arbeid en dienstverlening aan de orde. Op dit vlak

verwacht de Arbeidsinspectie een intensivering van de

activiteiten, voornamelijk in de vorm van signalering aan en

samenwerking met de SIOD.

Onder regie van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke

Ordening en Milieu (beheer VROM) is eind 2004

een grootscheeps en ambitieus verbeterprogramma voor

de uitvoering van het BRZO opgestart. In dit verbeterprogramma

(BeterZo) wordt in overleg met alle betrokkenen

gewerkt aan het realiseren van betere overheidsprestaties

bij de uitvoering van het BRZO. In dit programma wordt

duidelijk dat zonder een of andere vorm van aanpassing van

de schaalgrootte van het toezicht (het bij elkaar brengen

van toezichthoudende taken van verschillende overheden)

de doelstellingen niet worden gehaald. De resultaten van

dit verbeterprogramma moeten in de loop van 2006 ter

beschikking komen. Daarnaast is in het kader van het Programma

Andere Overheid (PAO) de BRZO-casus tegen het

licht gehouden door de Gemengde Commissie Bestuurlijke

Coördinatie. Ook in het eindrapport van deze commissie

worden aanbevelingen gedaan die de uitvoering door

vormen van opschaling vereenvoudigen.

Interne ontwikkelingen

De Arbeidsinspectie speelt actief in op de hiervoor

geschetste ontwikkelingen in de opzet en uitvoering van

de handhavingactiviteiten en waar nodig aanpassing van de

organisatie en de werkwijze. Alle inspanningen zijn daarbij

gericht op een positief effect op de naleving van wetten

en besluiten. Dit resultaat moet zichtbaar zijn en op een

8

J A A R P L A N 2 0 0 6


kwalitatieve en doelmatige wijze tot stand komen.

Met dit oogmerk staan in 2006 de hierna volgende vernieuwingen

op de agenda.

Informatievoorziening

In 2006 wordt een eerder gestart project afgerond met

herontwerp van het interne digitale informatiesysteem

(I-net). Daarmee worden de beoogde vernieuwingen op

ICT-gebied en de informatieprocessen in het primaire

proces beter ondersteund.

Kwaliteitszorg

In het kader van de interne kwaliteitszorg in 2005 zijn

verbeteringen in gang gezet op basis van een organisatiediagnose

die eind 2004 is gehouden. De invoering van een

deel van deze verbeteringen is voorzien in 2006. Speerpunten

daarbij zijn verbetering van de interne communicatie,

ontwikkeling van loopbaanbeleid voor medewerkers,

uitvoering van klantentevredenheidsonderzoek en

verbetering van de interne werkprocessen, door betere

aansluiting van de bijdragen van afzonderlijke afdelingen.

Bij deze vernieuwingen worden de resultaten betrokken

van een benchmark tussen Rijksinspectiediensten, welke

onder supervisie van het IG-beraad in 2005 is uitgevoerd.

Binnen het taakveld Major Hazard Control is behoud van

het huidige ISO-9001 certificaat voor de BRZO processen

geboden. Het ligt in de bedoeling deze uit te breiden

voor de werkprocessen op het gebied van de Aanvullende

Risico-inventarisatie (ARIE).

Invoering van op outcome gerichte resultaatindicatoren

De activiteiten van de AI moeten meer gericht worden op

outcome, het maatschappelijk effect. Om beter in beeld

te krijgen welke effecten de handhavingsactiviteiten hebben

op de naleving is een nieuwe set resultaatindicatoren

vastgesteld. De AI zal in 2006 verder werken aan verfijning

van het prestatiemeetsysteem. Op een aantal van de

nieuwe indicatoren zijn nog geen basismeetgegevens voor

handen, die nog wel moeten worden ontwikkeld.

Organisatieontwikkeling

In 2005 is een evaluatie uitgevoerd van de reorganisatie,

die de AI in 2003 heeft doorgevoerd; de zogenaamde

‘kanteling’ van de organisatie van een regiostructuur naar

een landelijk gestuurde en opererende bedrijfstakstructuur.

Aan de hand van de resultaten van de evaluatie en

het daarop gebaseerde interne adviestraject wordt bezien

waar en hoe aanpassing van de organisatie nodig en wenselijk

is.

Overdracht van taken

De AI draagt met ingang van 1 januari 2006 de vergunningverlening

in het kader van de Kernenergiewet (toestellen

en stoffen) over aan SenterNovem, een agentschap van het

Ministerie van Economische Zaken. Daarmee is het proces

van overdracht van taken, die niet tot het primaire domein

van het toezicht behoren, vrijwel voltooid.

1.5 Samenwerkingsverbanden

De Arbeidsinspectie werkt op nationaal en op internationaal

niveau samen met collega inspectiediensten, gouvernementele

en non-gouvernementele organisaties.

Het doel van deze samenwerking is:

• Kennisuitwisseling over de aanpak van het inspectiewerk

en de organisatie daarvan.

• Gezamenlijk optreden om dubbelingen te voorkomen,

daar waar raakvlakken zijn in het toezicht of waar dezelfde

objecten van toezicht worden benaderd. Daarnaast wordt

hiermee de inspectielast voor bedrijven beperkt.

De Inspecteur-generaal vertegenwoordigt de Arbeidsinspectie

in het Inspecteurs-generaal Beraad. Aan de uitvoering

van de kwaliteitsagenda van het IG-beraad wordt

actief deelgenomen. Belangrijke onderwerpen in deze

kwaliteitsagenda zijn: de ontwikkeling van gezamenlijke

risico-analysemodellen, effectiviteitsmeting, personeels- en

opleidingsbeleid, benchmarking met andere inspectiediensten

en uitwisseling van informatie. Deze leiden in een aantal

gevallen tot aanpassing van de werkwijzen of aanvulling

van de door de AI te hanteren methodieken.

In 2006 zal voor de AI, mede naar aanleiding van de resultaten

van het ‘Programma Andere Overheid’, een verdere

versterking van de samenwerking met (vrijwel) alle andere

inspectiediensten aan de orde zijn. De uitkomsten van het

project ‘samenwerkende Rijksinspecties’ geven daar alle

aanleiding toe. Gelet op haar werkterrein (alle bedrijven

en instellingen in Nederland waar arbeid wordt verricht)

hebben de activiteiten van de AI bijna altijd raakvlakken

9

J A A R P L A N 2 0 0 6


met van die andere inspectiediensten. Daarbij moet worden

aangetekend dat de mogelijkheden tot samenwerking

- in een vorm die zowel voor de objecten van toezicht

als voor de inspectiediensten voordeel oplevert - naar

verwachting zeer divers zijn. Om die reden worden bij die

samenwerking door de AI uitgangspunten gehanteerd, die

er op neer komen dat er voor de samenwerkende partijen

en voor de onder toezichtgestelden voordeel moet zijn als

effect van die samenwerking. In dit Jaarplan wordt bij alle

inspectieprojecten aangegeven met welke inspectiedienst

of andere overheid in dat project samenwerking of afstemming

aan de orde is.

Over dit Jaarplan zal met de andere Rijksinspectiediensten

actief informatie worden uitgewisseld, waar mogelijk worden

activiteiten op elkaar afgestemd.

Onder regie van de Inspectie Gezondheidszorg wordt in

het kader van PAO samengewerkt om de inspectie- en

toezichtslast in de Ziekenhuizen te verminderen. Ook de

Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW), de VROM-inspectie

en de Voedsel en Warenautoritet (VWA) participeren in

dit project. Belangrijk onderdeel is het tussen de inspecties

uitwisselen van reeds van ziekenhuizen verkregen gegevens,

die dan niet nogmaals hoeven te worden gevraagd.

De AI heeft het voortouw bij een Europees inspectieproject

op het gebied van fysieke belasting, dat in 2007 wordt

uitgevoerd. De internationale voorbereiding zal grotendeels

in 2006 plaatsvinden.

Ontwikkelingen doen zich voor op het terrein van de

grensoverschrijdende handhaving waar zowel van de zijde

van de Senior Labour Inspectors Committee als van het

Directoraat-generaal Werkgelegenheid, Sociale Zaken en

Gelijke Kansen van de EU naar aanleiding van de ‘detacheringsrichtlijn’

nieuwe initiatieven lopen. Dit betreft het

grensoverschrijdend toezicht op de naleving van Arbowet,

de Arbeidstijdenwet, de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.

Binnen de Arbeidsinspectie worden een aantal brede

inspectieprojecten opgezet, waarbij aandacht is voor

‘ketens van bedrijven’ over de sectoren heen. Een voorbeeld

daarvan is het omgaan met was uit ziekenhuizen,

vanwege de risico’s voor besmettingen. Ook worden

actief signalen uitgewisseld tussen de bedrijfsonderdelen

die zijn belast met het toezicht op arbeidsomstandigheden

en arbeids- en rusttijden en de bedrijfsonderdelen die

zijn belast met het toezicht naleving van de Wet arbeid

vreemdelingen.

Binnen SZW is in het toezicht sprake van een actieve

samenwerking met de SIOD (illegale arbeid) en IWI (toezicht

op certificatie-instellingen op arboterrein).

10

J A A R P L A N 2 0 0 6


Arbeidsomstandigheden en

arbeidstijden

2

2.1 Algemeen beeld arbeidsomstandigheden en

arbeidstijden

Het werkterrein

Het complete werkterrein voor het houden van toezicht

op het gebied van de arbeidsomstandigheden en de werken

rusttijden bestaat uit meer dan 600.000 vestigingen

van bedrijven en instellingen met in totaal meer dan 7

miljoen werknemers. De meeste daarvan zijn kleine tot

zeer kleine bedrijven. De samenstelling van dit bestand

aan kleine bedrijven verandert jaarlijks aanzienlijk. De aandacht

en de capaciteit van de ruim 300 inspecteurs wordt

met een scherpe risico-analyse vooral daar ingezet waar

de arborisico’s het grootst zijn en de naleving het laagst is.

Om organisatorische redenen is het totale werkterrein

opgedeeld in een viertal samenhangende sectoren, waarvoor

afzonderlijke directies van de Arbeidsinspectie de

toezichthoudende verantwoordelijkheid hebben: Industrie,

Bouw, Commerciële Dienstverlening en Publieke Dienstverlening.

Ontwikkeling op het terrein van de arbeidsomstandigheden

Arbeidsomstandighedenbeleid en -regelgeving staat onder

grote belangstelling. Politiek en maatschappij vinden het

zeer belangrijk, maar het ondervindt recent ook kritiek.

De regeldruk wordt te groot en de regelgeving zelf te

moeilijk/te complex geacht om het goed na te kunnen

leven. Om die reden is de evaluatie van de Arbowet een

belangrijk project. De nieuwe regelgeving die nu wordt voorbereid,

moet meer ruimte en meer verantwoordelijkheid

geven aan werknemers en werkgevers. De wijziging van de

Arbowet zal naar verwachting eind 2006 in werking treden.

Hoewel de Arbeidsinspectie in het toezicht en de handhaving

niet op nieuwe regelgeving kan vooruitlopen, is

het wel degelijk de moeite waard om na te gaan of en in

welke mate al in de geest van de gewenste toekomstige

situatie kan worden gehandeld.

Dat gebeurt in 2006 in een viertal proefprojecten waarin

een grotere rol wordt weggelegd voor de sociale partners

en waarin met meer middelen dan alleen inspecties en

handhaving de naleving wordt gestimuleerd. Die projecten

gaan lopen in de branches grafimedia, houthandel, industriële

reiniging en verplegingsinrichtingen.

De handhavingsaanpak na 2006 zal door de ervaringen

met deze nieuwe aanpak en door de verwachte veranderingen

in de wetgeving veranderingen ondergaan. Deze

zullen mogelijk doorwerken op de meerjarenaanpak,

waarvan in dit Jaarplan een beeld wordt geschetst.

Vanaf januari 2006 start ook de handhaving op de ‘preventiemedewerker’.

Het gaat om per 1 juli 2005 ingegane

regeling op het gebied van de arbodienstverlening. Het

betekent een verruiming in de mogelijkheden van met

name kleine bedrijven om de deskundige ondersteuning

op arbogebied meer naar eigen wensen en behoeften te

organiseren. Het doel van de wet op dit punt - over bij

de risico’s passende deskundige ondersteuning te kunnen

beschikken - blijft echter gelijk.

11

J A A R P L A N 2 0 0 6


Ontwikkeling op het terrein van de arbeids- en rusttijden

Ook ten aanzien van de arbeids- en rusttijden is er de

tendens van verruiming van regels, waardoor er meer

mogelijkheden ontstaan voor werkgevers en werknemers

de werkroosters meer naar eigen behoefte in te vullen.

Wijziging van de Arbeidstijdenwet is momenteel in voorbereiding.

Voor de AI betekent dit dat in de uitvoering van het

toezicht de aandacht voor arbeids- en rusttijden substantieel

lager is dan enkele jaren geleden gebruikelijk. Het accent ligt

op de evidente misstanden en daar waar er een duidelijke

relatie is met de veiligheid en gezondheid. Dit is ook gemeld

in de brief van Minister De Geus van 11 juni 2004 aan de

Tweede Kamer over de Motie Bakker en de invoering van

de bestuurlijke boete bij de ATW. Voorbeelden daarvan zijn

situaties met lange werktijden in combinatie met fysiek of

mentaal zware arbeid en daar waar er een relatie ligt met de

veiligheid van anderen, zoals in het vervoer.

Risicogestuurde prioriteitenstelling

Door de grote omvang van het werkterrein en de

begrenzing van de in te zetten capaciteit aan inspecteurs

ontkomt de AI niet aan het maken van keuzes. In de missie

is voorrang gegeven aan de aanpak van misstanden en

hoge risico’s. Voor de aanpak van arbeidsomstandigheden

(inclusief werktijden) is voor de risico-analyse door de AI

een model ontwikkeld: het Arbeidsinspectie Risicoanalysemodel

Arbeidsomstandigheden (AIRA).

In de aanpak wordt voorrang gegeven aan de uit de risicoanalyse

voorkomende hoge risico’s voor veiligheid en

gezondheid en de risico’s, die aanleiding zijn tot langdurig

ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid. Het gaat daarom

om onderwerpen, die ook in brede (maatschappelijke)

kring als een probleem worden ervaren en waarbij strikte

handhaving wordt gezien als oplossing of inperking van de

problemen. Aandacht en ingrijpen van de overheid wordt

als gerechtvaardigd gezien. Deze onderwerpen kunnen per

sector en branche verschillen. Daarbij betrekt de Arbeidsinspectie

ook beschikbare gegevens over de naleving van weten

regelgeving op basis van bijvoorbeeld eerder gehouden

projecten of onderzoek van derden in het kader van arboconvenanten.

De uitkomsten van het overleg tussen SZW en

sociale partners in afzonderlijke branches over het aangaan

van een arboconvenant is mede bepalend voor het wel of

niet in een bepaalde periode opzetten van een inspectieproject

en de onderwerpen die daarbij aan bod komen.

Overzicht 2.1:

Top 5 onderwerpen arbeidsomstandigheden voor 2006

• Fysieke belasting

• Gevaarlijke stoffen

• Gevaarlijke machines & transportmiddelen

• Omvallende en vallende voorwerpen/valgevaar

• Psychische belasting/werkdruk/ agressie en geweld

De risico’s kunnen per sector anders uitvallen. Naast

een algemene analyse is er derhalve ook een analyse per

sector en per subsector gemaakt om van daaruit meer

specifiek de prioriteiten per sector te kunnen bepalen.

In paragraaf 2.2 wordt de doorwerking van deze prioritering

per sector nader uitgewerkt. Naast de concrete

programmering voor 2006 wordt daarbij per sector een

beeld gegeven van de meerjarenaanpak. In bijlage 2 wordt

dat voor alle sectoren nog eens schematisch samengevat.

Overigens zijn er op dit punt een aantal onzekerheden, die

voortkomen uit de veranderde wetgeving.

Een concreet meerjarenprogramma is om die reden nu

niet aan te geven.

Indicatoren

Inspectie en handhavingsprojecten

Rond de 55 % van de netto capaciteit van inspecteurs van

de Arbeidsinspectie in het taakveld arbeidsomstandigheden

en arbeidstijden wordt ingezet voor actieve inspecties 1) .

In het overgrote deel gaat het daarbij om op afzonderlijke

branches gerichte projecten, gelet op de gelijksoortige

werkzaamheden en problematiek die er aan de orde zijn.

In een kleiner deel wordt capaciteit ingezet op thema’s

en onderwerpen, die dwars door branches heen worden

opgepakt. Een voorbeeld daarvan is het project vakantiewerk.

In 2006 lopen er 46 projecten, waarvan er ongeveer 10

1)

De rest van de netto capaciteit wordt ingezet voor ongevals- en klachtenonderzoek en overige primaire activiteiten, zie overzicht 2.5

12

J A A R P L A N 2 0 0 6


een doorloop zijn van lopende projecten in 2005 of een

vervolg daarop.

Bij de voorbereiding van projecten worden als regel

werkgevers- en werknemersorganisaties geconsulteerd.

In paragraaf 2.2 en bijlage 1 is meer informatie opgenomen

over de projecten.

Overzicht 2.2

Indicatoren actieve Arbo/ATW-projecten

Indicator Streefwaarde in 2006

Percentage met een ingezet

55 % van het totaal

handhavinginstrument afgesloten inspecties aantal inspecties

in bedrijfstakprojecten (waarmee wordt gemeten

of de AI de juiste inspectieprioriteiten stelt)

Afhandelingsduur van het totale

handhavingstraject (inspectie t/m controle op

de naleving na opgelegde eisen en boetes)

80 % binnen 1 jaar

Onderzoek van arbeidsongevallen

Het onderzoek naar arbeidsongevallen is een belangrijk

product van de Arbeidsinspectie in het licht van het

`aanpakken van ernstige risico’s en eventuele misstanden`.

Alle dodelijke en ernstig of blijvend letsel veroorzakende

arbeidsongevallen en de arbeidsongevallen, die leiden tot

opname in een ziekenhuis, worden onderzocht. Naast het

strafrechtelijke doel – dat in deze onderzoeken voorop

staat – is het tevens een bron van informatie over oorzaken

van ongevallen, waardoor het gebruikt kan worden

om te werken aan verbetering en voor het leveren van

aandachtspunten en prioriteiten voor inspecties. Op

basis van gegevens over ernstige ongevallen die binnen

de Arbeidsinspectie beschikbaar zijn, wordt een evaluatieonderzoek

gedaan. Hierin wordt onder meer een

beeld gegeven van de kenmerken van de werknemers

die bij een arbeidsongeval betrokken zijn geraakt, van de

bedrijven waarin die werknemers werkzaam zijn, en van

de oorzaken van de ongevallen.

Overzicht 2.3

Indicatoren arbeidsongevallen

Indicator Streefwaarde in 2006

Afhandelingsduur van het onderzoek

65 % binnen 3 maanden

Afhandelingsduur van het totale handhavingstraject 80 % binnen 1 jaar

(onderzoek t/m controle op de naleving na

opgelegde eisen en boetes)

Onderzoek van klachten

De behandeling van klachten over arbeidsomstandigheden

van werknemers, vakbonden of medezeggenschapsorganen

is een belangrijk product van de Arbeidsinspectie in het

licht van het signaleren en aanpakken van ernstige risico’s

en eventuele misstanden. De toegang voor degenen, die

de Arbeidsinspectie nodig hebben bij problemen over

arbeidsomstandigheden of arbeids- en rusttijden moet

laagdrempelig zijn. Om die reden wordt er gewerkt aan het

realiseren van de mogelijkheid via het internetloket van de

AI meldingen te kunnen doen.

Overzicht 2.4

Indicatoren klachten

Indicator Streefwaarde in 2006

Percentage van de gegronde of ten dele 90 % interventies bij

gegronde klachten (aantal gegronde

(ten dele) gegronde

klachten = 100 %) met toepassing

klachten

handhavingsinstrument

Afhandelingsduur van het onderzoek 80 % binnen 6 weken

Afhandelingsduur van het totale

75 % binnen 1 jaar

handhavingstraject (onderzoek t/m controle

op de naleving na opgelegde eisen en boetes)

Productievolumes

Voor het totale taakveld arbeidsomstandigheden is de totale capaciteit in

zaken en uren als volgt onderverdeeld over de productgroepen.

Overzicht 2.5

Verdeling geplande inspectiecapaciteit in uren en zaken over de

productgroepen

Productgroep Capaciteit Capaciteit Aantal zaken Aantal zaken

in uren In % in %

actieve inspectie- 100101 55 19604 76

projecten

waarvan specifiek 4660 2,5 3260 12,6

gericht op of

gecombineerd met ATW

ongevallen 51096 28 2326 9

klachten 20703 11 2201 8

overig reactief 10383 6 1782 7

Totaal 182283 100 25913 100

13

J A A R P L A N 2 0 0 6


In onderstaand overzicht is de totale geplande capaciteit in

uren per sector aangegeven.

Overzicht: 2.6

Geplande uren inzet per sector

Capaciteiten in uren

60.000

50.000

40.000

30.000

20.000

10.000

0

Industrie Bouw CDV PDV

Sectoren

Uren per sector: Industrie 42.805 • Bouw 52.834

Commerciële dienstverlening 42.900

Publieke dienstverlening 42.344

2.2 Beeld per sector

Binnen het taakveld arbeidsomstandigheden wordt – zoals

hiervoor aangegeven - onderscheid gemaakt tussen een

viertal sectoren, te weten: industrie, bouw, commerciële

dienstverlening en publieke dienstverlening. Omdat de

aard van de werkzaamheden per sector verschillend is,

verschillen ook de risico’s per sector. Ook de omvang

in aantallen bedrijven toont forse verschillen. Dat werkt

door in de aanpak van de AI en de relatie tussen de in te

zetten capaciteit en programmering van inspectieactiviteiten.

Onderstaand volgt per sector een analyse van risico’s

en de programmering van de activiteiten voor 2006 en

wordt een beeld gegeven van de meerjarenaanpak in de

verschillende sectoren. In bijlage 1 wordt meer uitgebreid

ingegaan op het inspectieprogramma per sector. Daarbij is

tevens aangegeven of en met welke andere inspectiediensten

en overheden wordt samengewerkt in het specifieke

project.

In het jaarplan 2005 is een meerjarenbeeld gegeven van

vermelde projecten voor de komende jaren. Vergeleken

met het beeld voor 2006 in dat jaarplan zijn er een

aantal aanpassingen. Deze zijn het gevolg van doorloop

van enkele projecten vanuit 2005 naar 2006 en het om

verschillende redenen aanpassen van de planningsvolgorde

van enkele andere projecten.

2.2.1 Industrie

Kenmerken van de sector industrie

De sector Industrie binnen de AI omvat alle sectoren,

waarin sprake is van industriële arbeid. Daarnaast maken

aanverwante groothandelsbranches er deel van uit.

In totaal gaat het daarbij om circa 107.000 bedrijven en

meer dan 1,1 miljoen werknemers.

Belangrijke branches zijn: de metaal, de voedings- en

genotmiddelenindustrie, de grafimedia (drukkerijen en

uitgeverijen), de chemische industrie en de rubber- en

kunststofindustrie.

Ten aanzien van de sector Industrie zijn de navolgende

kenmerken relevant:

• Een naar verhouding tot andere sectoren hoge instroom

in de WAO, vooral in de Voedings- en genotmiddelen

industrie.

• Arbeidsongeschiktheid hangt meer dan gemiddeld

samen met klachten van het bewegingsapparaat wat een

aanwijzing is voor knelpunten met betrekking tot fysieke

belasting: tillen, duwen en trekken en RSI oorzaken

(klachten van schouder, arm, nek en pols als gevolg van

repeterende bewegingen en ongunstige werkhouding).

• Veel machinale arbeid waardoor het gevaar van snijden,

knellen en pletten aan de orde is. Er gebeuren op dit

gebied veel ongevallen met ernstig letsel.

• Grote verschillen in de staat van de machineparken. Op

moderne machines van na 1995 is naast de Arbowet

ook productwetgeving van toepassing. Oudere machines

voldoen vaak niet afdoende aan de veiligheidseisen maar

vervanging ligt economisch moeilijk.

14

J A A R P L A N 2 0 0 6


• Intensief gebruik van allerlei gevaarlijke stoffen waarvoor

uitgebreide beoordelingen op werkplekniveau

noodzakelijk zijn.

De genoemde kenmerken verschillen per deelsector. In

nagenoeg alle deelsectoren van de industrie komen de

onderwerpen acuut gevaarlijke stoffen, knel-, plet- en snijgevaar

en kracht zetten terug. Schadelijk geluid komt in

de industriële sectoren voor, maar is in de groothandelbedrijven

een minder groot probleem. In enkele bedrijfstakken

zoals bij de delfstoffenwinning, in de chemie en de

rubber- en kunststofsector behoren de kankerverwekkende

stoffen tot de top vijf van gevaren. Fysieke overbelasting

lijkt behalve in de metaal, een primair probleem in

de voeding- en genotmiddelenindustrie en de groothandel.

Meerjarenbeeld handhaving in de sector industrie

In de meerjarenaanpak wordt er voor zorg gedragen dat

op basis van de beschreven kenmerken van de sector en

de beschikbare gegevens over risico’s, knelpunten en naleving

alle sectoren waar deze problematiek speelt worden

onderzocht. In de periode 2006-2009 worden volgens de

huidige inzichten handhavingsprojecten uitgevoerd in de

volgende sectoren:

metaal (alle subsectoren), voedingsmiddelenindustrie (alle

subsectoren), asfalt- en betonwaren, glas en keramiek,

papier en karton, textiel, leerindustrie, groothandel in

metaal en vuurwerkbranche.

Daarbij zijn de volgende thema’s en onderwerpen in elk

geval in beeld bij de inspecties en onderzoeken: gevaarlijke

stoffen, fysieke belasting, gevaarlijke machines, geluid,

straling (Kernenergiewet) en aanrijdgevaar.

Inspectieprogramma 2006 sector industrie

Voor de uitvoering in 2006 zijn de in overzicht 2.7 vermelde

inspectieprojecten gepland, met daarbij de onderwerpen

en thema’s die prioritaire aandacht krijgen.

Het project in de grafimedia maakt tevens deel uit van de

pilots met het nieuwe inspectiebeleid. In dat kader worden

sociale partners actief betrokken bij de voorbereiding

en wordt er extra aandacht besteed aan preventieve

activiteiten en voorlichting over de eisen die de Arbowet

stelt, gelet op de specifieke risico’s in deze sector.

Een bijzonder project betreft het project Warenwet. Het

gaat hierbij niet alleen om de werknemersbescherming,

maar ook om marktoezicht, voortkomend uit Europese

richtlijnen. Dit project wordt afgestemd met de Voedselen

Warenautoriteit.

De directie Industrie is binnen de Arbeidsinspectie

verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van

de bepalingen van de Kernenergiewet. Toepassingen van

ioniserende straling beperken zich niet tot deze sector,

maar zijn ook te vinden in andere bedrijfstakken, zoals bijv.

de gezondheidszorg.

In bijlage 1 wordt een nadere uiteenzetting gegeven over

de afzonderlijke projecten van het programma.

Overzicht 2.7

Programmering inspectieprojecten 2006 in de industrie

Projecten

Groothandel in metalen

Glas en keramiek

Onderwerpen

Transportveiligheid, valgevaar, fysieke belas

ting (evt. dieselemissie)

Gevaarlijke stoffen, machine- en transportveilig

heid en geluid

Metaalproducten-, machine- Acuut gevaarlijke stoffen en machineveilig

en apparatenindustrie heid

Warenwet

Markttoezicht Machinerichtlijn

Grafimedia/drukkerijen

(nieuw inspectiebeleid)

Leerindustrie

Drankenindustrie en

Groothandel in Dranken

Kernenergiewet

(Acuut) gevaarlijke stoffen, machineveiligheid,

fysieke belasting/werkdruk van desktoppublishers

Gevaarlijke stoffen en machineveiligheid

Fysieke belasting, machineveiligheid en

aanrijdgevaar

Ioniserende straling

In de meerjarenplanning die in het Jaarplan 2005 was

opgenomen, was een project ammoniakkoelinstallaties

voorzien. Dat project zal op een later moment worden

geprogrammeerd. De conclusie van het project dat met

betrekking tot dit onderwerp in 2004 is uitgevoerd, was

dat de geconstateerde overtredingen vooral door onwetendheid

waren begaan. De Arbeidsinspectie is met de

brancheorganisaties en de keuringsinstanties van installaties

in gesprek hoe tot een zodanig voorlichtingstraject

te komen, dat de betrokken bedrijven zich de risico’s gaan

realiseren en daar het passende maatregelenpakket bij

gaan kiezen. Er wordt daarom voorlopig even pas op de

plaats gemaakt met handhaving.

15

J A A R P L A N 2 0 0 6


Stimuleren van branche-initiatieven

De Arbeidsinspectie is belast met het toezicht op de naleving

van de bepalingen van de Kernenergiewet (KEW). Hiertoe

is in 2000 een strategie vastgesteld waarbij de vergunninghouders

zijn ingedeeld in categorieën, afhankelijk van de

stralingsrisico’s, waaraan een inspectiefrequentie is gekoppeld.

Bij de uitwerking van deze strategie wordt ernaar

gestreefd zoveel mogelijk inspectieprojecten op te zetten

van gelijksoortige toepassingen binnen bepaalde branches.

In dat kader worden jaarlijks een aantal inspectieprojecten

uitgevoerd.

De inspecties zijn niet alleen gericht op het handhaven van

overtredingen, maar ook op het verkrijgen van informatie,

waarmee verantwoordelijke instanties worden gestimuleerd

om acties te ondernemen om het veiligheidsniveau

van de hele sector te verhogen. Zo zijn de producenten

van laselektroden naar aanleiding van een inspectieproject

van plan om thoriumhoudende elektroden uit te bannen. In

samenwerking met het ministerie van onderwijs worden, als

uitkomst van een inspectieproject, schoolbesturen gestimuleerd

om stralingsbronnen die voor het vak natuurkunde

worden gebruikt in te huren en de eigen bronnen in te leveren.

Op basis van de bevindingen van de Arbeidsinspectie

heeft de Koninklijke Maatschappij ter Bevordering van de

Tandheelkunde een voorlichting- en scholingstraject opgezet

om de tandartsen te doordringen van de verplichtingen

die zij hebben met betrekking tot de risico’s van straling van

röntgenapparatuur.

Voor 2006 is opnieuw een project in het onderwijs voorzien

om de effecten van de inspanningen van de laatste jaren

te meten.

2.2.2 Bouw

Kenmerken van de sector bouw

Vanuit de sector bouw van de Arbeidsinspectie wordt toezicht

gehouden op de branches hout- en meubelindustrie,

bouwnijverheid en bouwinstallatiebedrijven, groothandel

in hout en bouwmaterialen, verhuur van bouwmachines en

–werktuigen, glazenwasserijen en schoorsteenvegers.

Het gaat daarbij in totaal om meer dan 88.000 bedrijven

met in totaal ca. 450.000 werknemers. Het merendeel

bevindt zich in het segment kleine bedrijven.

De sector bouw kent een aantal prominente knelpunten:

• Een hoge instroom in de WAO op relatief jeugdige

leeftijd en de grote kans op ziektes die op latere leeftijd

kunnen leiden tot ernstige gezondheidsschade en de

dood.

• Een relatief groot aantal ernstige ongevallen. Vallen is

de voornaamste oorzaak van ernstige ongevallen. Het

ongevallencijfer is 3.6 maal zo hoog als gemiddeld in

de industrie. Vooral jongeren lopen een groot risico op

ongevallen.

• De complexe samenwerking van werkgevers op de

bouwplaats en de invloed van het bouwontwerp op de

arbeidsomstandigheden in latere fases.

• Het mobiele karakter van bouwplaatsen.

Belangrijke factoren bij het ontstaan van arbeidsongeschiktheid

zijn fysieke overbelasting, psychische overbelasting

(werkdruk bij uitvoerders) en blootstelling aan

gevaarlijke stoffen. Kwartsstof, houtstof en asbest zijn

verantwoordelijk voor het ontstaan van vaak dodelijke

ziektes, jaren nadat de blootstelling heeft plaatsgevonden.

Ook allergene stoffen vormen in de bouw een groot probleem.

Waar vervanging door andere stoffen niet mogelijk

is, zoals bij cement, moet in elk geval gezorgd worden voor

een adequate bescherming.

Lawaai en trillingen vormen nog steeds een factor met

negatieve effecten op de gezondheid. Toepassing van

geluidarme machines en werkwijzen, en waar dit onvoldoende

mogelijk is het juist toepassen van persoonlijke

beschermingsmiddelen, blijft een belangrijk aandachtpunt.

Werken in de buitenlucht brengt het risico mee van

bovenmatige blootstelling aan UV-licht, met kans op huidkanker

als gevolg.

Werken met asbest komt in verschillende bedrijfstakken

voor. Sommige asbestverwijderingsbedrijven behoren tot

sloopbedrijven, anderen tot de sector dienstverlening.

Het meest in het oog springend en risicovol is echter de

asbestsloop en het daarop volgend transport van asbesthoudend

materiaal.

De laatste jaren is er meer aandacht gekomen voor het

aanrijdgevaar waaraan wegwerkers zijn

blootgesteld. Deze gevaren gelden evenzeer voor werkers

aan de spoorbaan. De kans op een dodelijk ongeval

bedraagt daarbij (als 5-jaarsgemiddelde) 2,2 op de 10.000

werknemers per jaar. De veiligheid kan alleen geborgd

16

J A A R P L A N 2 0 0 6


Foto Ton Poorthuizen

worden als de opdrachtgever/wegbeheerder in een vroeg

stadium adequate maatregelen neemt. Dit kan een spanning

opleveren ten opzichte van de verantwoordelijkheid

voor de doorgang van het (spoor)wegverkeer.

Binnen de sector bouw van de AI zijn ook de branches

hout- en meubelindustrie en timmerbedrijven ondergebracht.

De belangrijkste arboknelpunten in deze bedrijfstakken

zijn: machineveiligheid, vluchtige organische stoffen

(VOS), houtstof, geluid en fysieke belasting. In deze branches

lopen nog convenanttrajecten, waarin de belangrijkste

gezondheidsknelpunten aan bod komen.

Meerjarenbeeld handhaving in de sector bouw

De komende jaren zal naast de traditionele aandacht voor

veiligheidsonderwerpen meer aandacht worden gegeven

aan de hiervoor genoemde onderwerpen, die vooral de

gezondheid schaden. Ook in de convenanten is hieraan

aandacht besteed. Nu de convenanten aflopen, zal de

branches gevraagd worden de beschreven stand van de

techniek te borgen. Bij de inspecties zal de AI rekening

houden met de resultaten.

De activiteiten van bouwinspecteurs zijn altijd sterk

gericht geweest op preventie van arbeidsongevallen die

ernstig letsel of de dood ten gevolge hebben. Bij grote

bouwondernemingen en grote bouwwerken kan met die

preventieve aanpak een behoorlijke verbetering plaatsvinden.

Bij kleine aannemers en klussen van geringere omvang

lijkt dit niet of veel minder het geval. Een forse verbetering

van de wetsnaleving op het gebied van bouwveiligheid zal

daarom een belangrijke doelstelling blijven. Een methode

om dit doel te bereiken vormen de bouwplaatsinspecties

en de systeeminspecties, waarbij de oorzaken van concrete

tekortkomingen geanalyseerd worden en op het niveau

van de onderneming aan de orde gesteld.

In het verleden is relatief veel capaciteit van het toezicht

besteed aan asbestsloop naar aanleiding van de

verplichte meldingen. Mede hierdoor is bewerkstelligd

dat het systeem van verantwoorde asbestsloop door

gecertificeerde bedrijven een aanvaardbaar niveau van

werknemersbescherming heeft bereikt. De aandacht zal nu

worden verlegd naar het opsporen van illegale asbestsloop

en –transport. Projecten zullen primair gericht worden

op de ketenbenadering en de samenwerking met andere

inspectiediensten.

Tijdens inspecties samen met de IVW zal worden nagegaan

of de recent ontwikkelde normen om aanrijdgevaar

van spoorwegwerkers te voorkomen daadwerkelijk zijn

ingevoerd. Met Rijkswaterstaat vindt overleg plaats over de

veiligheid van wegwerkers.

17

J A A R P L A N 2 0 0 6


Inspectieprogramma 2006 sector bouw

Gelet op de hiervoor beschreven kenmerken van de

sector en de aanpak geschetst in het meerjarenbeeld

worden in 2006 de volgende concrete inspectieprojecten

uitgevoerd:

Overzicht 2.8

Programma inspectieprojecten 2006 in de bouw

Naam

Onderwerp

Bouwlocaties, inclusief twee actieperioden Knellen pletten snijden, vallen, vallende voorwerpen, kankerverwekkende stoffen, schadelijk geluid, gevaarlijke

stoffen, ondeugdelijke inrichting arbeidsplaats

Systeeminspecties

Arbozorg in bedrijven uit projecten bouwlocaties, stratenmaken en sloop- en grondverzet

Stratenmaken

Fysieke belasting, kwarts

Sloop- en grondverzet

Valgevaar, aanrijdgevaar, vallende voorwerpen, knel-, plet-, snijgevaar, kracht zetten, schadelijk geluid, kankerverwekkende

stoffen

Meubelindustrie

Acuut gevaarlijke stoffen, knel plet snijgevaar, wegvliegende schietende onderdelen, kankerverwekkende stoffen,

schadelijk geluid, kracht zetten

Houthandel (nieuw inspectiebeleid) Acuut gevaarlijke stoffen, knel-, plet-, snijgevaar, wegvliegende schietende onderdelen, kankerverwekkende

stoffen, schadelijk geluid, kracht zetten

Asbestketen

Asbest

EU-project asbest

Asbest

Baanwerkers

Aanrijdgevaar

Het project in de houthandel is een van de pilots in het

nieuwe inspectiebeleid. Ook hier wordt extra betrokkenheid

van sociale partners mogelijk gemaakt en extra

aandacht besteed aan de preventie, onder meer door het

uitbrengen van een branche-brochure met aandacht voor

de grootste risico’s.

In bijlage 1 wordt nader ingegaan op de afzonderlijke

inspectieprojecten.

De stratenmaker en de vacuümheffer

Iedereen is vertrouwd met het beeld van de stratenmaker

die gehurkt of op zijn knieën stenen legt, met klemmen

handmatig loodzware trottoirbanden stelt, en stenen op

maat zaagt in een grote stofwolk.

Dit soort werk brengt grote gezondheidsrisico’s met zich

mee. Te denken valt aan rugklachten, polsklachten en zelfs

silicose door de blootstelling aan kwarts.

Gelukkig zijn er nu goede ergonomische hulpmiddelen

beschikbaar om deze risico’s te voorkomen of te beper-

ken. Zo zijn er mechanische bestratingsmachines, die voor

grotere oppervlakken tegenwoordig als stand der techniek

kunnen worden beschouwd. Voor het tillen van trottoirbanden

zijn kleine vacuümheffers beschikbaar. In plaats

van betonnen kolken kunnen lichtgewicht kunststofkolken

worden gebruikt. Voor het zagen van stenen is afgezogen

gereedschap beschikbaar of gereedschap met watertoevoer.

Als dit onvoldoende is, moet gebruik worden gemaakt

van doelmatige persoonlijke beschermingsmiddelen.

In het afgesloten arboconvenant is veel aandacht besteed

aan het inventariseren van de risico’s en de oplossingen.

Voor bepaalde technische oplossingen is zelfs subsidie

beschikbaar.

Opdrachtgevers hebben een belangrijke rol als het

gaat om het toepassen van bestratingsmachines.

In 2006 vindt een project stratenmakers plaats, waarbij

beoogd wordt deze ergonomische toepassingen

verder ingang te doen krijgen.

18

J A A R P L A N 2 0 0 6


2.2.3 Commerciële dienstverlening

Kenmerken van de sector commerciële dienstverlening

De sector commerciële dienstverlening wordt gekenmerkt

door een grote diversiteit aan bedrijfstakken, branches

en subbranches. Uitgedrukt in aantallen bedrijven (bijna

390.000 vestigingen) en werknemers (ca. 2,9 miljoen) gaat

het om een grote sector, met vele soorten werkzaamheden.

Onderscheiden worden de zakelijke dienstverlening

(waaronder: banken, schoonmaak, uitzendbureaus, beveiliging,

ICT), vervoer, horeca, detailhandel en de mobiliteitsbranche

(garages e.d.).

De zakelijke dienstverlening met 1,3 miljoen, het vervoer

met 0,55 miljoen en de detailhandel met bijna 0,5 miljoen

werknemers zijn daarin de grootste sectoren.

Binnen de gehele commerciële dienstverlening zijn

werkdruk, fysieke belasting en agressie en geweld de veel

voorkomende arborisico’s. Deze arborisico’s vertalen zich

meestal niet onmiddellijk in termen van ongevallen of

arbeidsuitval, maar hebben hun effect op de langere duur.

In diverse (sub)branches is sprake van nog andere specifieke

arborisico’s, zoals de blootstelling aan gevaarlijke

stoffen.

Meerjarenbeeld handhaving in de commerciële

dienstverlening

Op grond van de risicoanalyse is binnen de sector commerciële

dienstverlening gekozen voor terugkerende

inspectieactiviteiten in 3 bedrijfstakken waar de arborisico’s

hoog zijn en de naleving laag: vervoer over de weg,

schoonmaak en stuwadoors/cargadoors.

Ten aanzien van de veel voorkomende arborisico’s geldt

eveneens een meerjarenaanpak. In 2005 is extra aandacht

besteed aan werkdruk. Voor 2006 staat het thema agressie

en geweld centraal. Rond dit thema zal een aantal projecten

worden opgezet in branches die veel te maken hebben met

klantcontact en ongewenst klantgedrag. In 2007 zal fysieke

belasting speerpunt van de inspecties in deze sectoren zijn.

Binnen de sector wordt zoveel mogelijk samenwerking

gezocht met andere inspectiediensten, die eveneens toezichthouder

zijn binnen bepaalde bedrijfstakken, zoals het

vervoer. Zo worden de inspectieprogramma’s afgestemd

met de IVW. Ook wordt bekeken of gezamenlijk inspecteren

voor alle partijen zinvol is en leidt tot een gewenste

vermindering van de toezichtslast van de bedrijven.

Inspectieprogramma 2006 commerciële dienstverlening

In 2006 zal veel aandacht worden besteed aan het risico

van agressie en geweld door ongewenst klantgedrag, in

die bedrijfstakken waar veel klantencontacten plaatsvinden

zoals in het openbaar vervoer, de detailhandel en de

horeca. In de horeca zal naast het risico op agressie en

geweld ook worden geïnspecteerd op het werken door

kinderen en jeugdigen, arbeidstijden, geluid en fysieke

belasting.

In de vorm van grootschalige inspectieprojecten zal aandacht

worden besteed aan de risico’s van fysieke belasting

als gevolg van laden en lossen bij bezorgdiensten (tilproblematiek)

en kankerverwekkende stoffen (dieselmotoruitlaatgassen

van voertuigen en machines die worden

gebruikt in omsloten ruimten) die in vele branches binnen

de commerciële dienstverlening hoog scoren. Enerzijds

moet dit leiden tot bewustwording in de bedrijven van de

risico’s, anderzijds wordt beoogd de stand der techniek,

bijvoorbeeld in de vorm van beschikbare hulpmiddelen en

beheersmaatregelen, breder geïmplementeerd te krijgen

binnen de bedrijven.

In de Industriële reiniging zal een project worden uitgevoerd

bij de reinigingsbedrijven die reguliere reinigingswerkzaamheden

en reinigingswerkzaamheden tijdens

onderhoudsstops uitvoeren voor industriële bedrijven.

Hierbij zal worden gekeken naar valgevaar, fysieke belasting,

werken in besloten ruimten, arbeidstijden, blootstelling

aan reinigingsmiddelen en stoffen die vrijkomen door

hogedrukspuiten. Hieraan voorafgaand zal intensief met

de branches worden overlegd om in het kader van de

nieuwe inspectiewerkwijze de perceptie van de complexiteit

van de arbowetgeving bij de bedrijven terug

te brengen tot reële en herkenbare proporties. In het

project in 2006 wordt tevens aandacht besteed aan de

uitkomsten van het arboconvenant met deze branche, dat

medio 2006 afloopt.

In een sectoroverschrijdende ketenaanpak zullen de

wasgoedstromen vanuit de gezondheidszorg worden

gevolgd tot en met de verwerking in wasserijen. Daarbij

zal geïnspecteerd worden op de risico’s van blootstelling

aan gevaarlijke stoffen (waaronder residuen van geneesmiddelen),

biologische agentia, geluid, klimaat en fysieke

belasting, met de bedoeling de naleving van de regelgeving

op deze risico’s te verhogen.

19

J A A R P L A N 2 0 0 6


In 2006 zal een gebiedsgericht inspectieproject worden

gestart, waarbij in korte tijd alle bedrijven binnen de sector

commerciële dienstverlening binnen een bepaald gebied

worden bezocht, aan de hand van vooraf vastgestelde

inspectie-items en monitorvragen. Dit komt enerzijds

tegemoet aan de beleving van werkgevers dat sommige

bedrijven veel vaker worden bezocht dan andere (perceptie

van inspectiedruk), anderzijds biedt het de Arbeidsinspectie

de gelegenheid zicht te krijgen op de juistheid van

de eigen beschikbare adressenbestanden en de mate van

arboproblematiek in bedrijven die wellicht niet zouden zijn

bezocht op grond van beschikbare gegevens.

Tenslotte wordt ruimte vrijgehouden voor het uitvoeren

van enkele proefonderzoeken. In deze onderzoeken

wordt de omvang van arboproblematiek nader verkend.

Een uitgevoerd onderzoek naar aanleiding van een ongeval

of klacht kan daarvoor de aanleiding zijn, maar ook

gesignaleerde lacunes in inzicht in de risico’s of de naleving.

Hiermee wordt de mogelijkheid gecreëerd flexibel in

te springen op ad hoc zaken en wordt tevens informatie

vergaard die van belang kan zijn voor de strategievorming

van de Arbeidsinspectie.

In bijlage 1 wordt nader ingegaan op de afzonderlijke

projecten van het programma.

Overzicht 2.9

Programma inspectieprojecten 2006 in de commerciële dienstverlening

Projecten 2006

Agressie en geweld in de detailhandel

Agressie en geweld in het openbaar vervoer

Horeca

Laden en lossen door bezorgdiensten

Dieselmotoremissie van arbeidsmiddelen

Gebiedsgericht inspecteren

Wasgoedketen

Industriële reiniging (nieuw inspectiebeleid)

Tankbinnenvaart

Overslag havens

Arbeidstijdenbesluit Vervoer

Samenwerkingsproject andere inspectiedienst

Pilots

Inspectieonderwerpen

Agressie en geweld

Agressie en geweld

Agressie en geweld, arbeidstijden, fysieke belasting, geluid

Fysieke belasting, algemene veiligheid, arbeidstijden

Kankerverwekkende stoffen, machineveiligheid

Machineveiligheid, valgevaar, gevaarlijke stoffen

Gevaarlijke stoffen, biologische agentia, geluid, klimaat, fysieke belasting

Fysieke belasting, gevaarlijke stoffen, valgevaar, werken in besloten ruimten, arbeidstijden

Valgevaar, machineveiligheid, gevaarlijke stoffen, persoonlijke beschermingsmiddelen

Valgevaar, hijsen/heffen, verwerken goederen, fysieke belasting

Arbeidstijden

Nader te bepalen

Nader te bepalen

Project laden en lossen

Fysieke belasting is een probleem in veel magazijnen binnen

de detailhandel. Tillen, duwen en trekken van vaak te zware

lasten veroorzaken klachten over pijn in de rug, nek, schouders,

benen, armen en handen. Risicofactoren zijn daarbij o.a.

te zwaar en vaak ook te hoog beladen rolcombi’s, rolcombi’s

die niet goed rijden, sjouwen van kratten en dozen en het

stapelen van vlonders en pallets. Dit kwam naar voren uit

een inspectieproject dat in 2004 is uitgevoerd.

Die resultaten zijn van belang omdat in 2006 inspecties worden

uitgevoerd bij de zogenaamde wit- en bruingoedhandel. D.w.z. de

winkels die handelen in o.a. koelkasten, ovens, wasmachines, drogers,

televisies en computers. Apparaten die naast zwaar, vaak

ook moeilijk te hanteren zijn door hun afmetingen. Naast het

feit dat fysieke belasting in de magazijnen en de winkel plaats

vindt, speelt binnen deze sector ook dat de verkochte goederen

veelal thuis worden bezorgd. Apparatuur die vaak één of twee

verdiepingen en soms nog hoger gesjouwd moet worden. Met

daarna het meenemen van de oude apparatuur. De praktijk wijst

uit dat lang niet altijd (aanwezige) hulpmiddelen bij dat sjouwen

worden gebruikt. Werknemers worden dan fysiek bijzonder

zwaar belast. In 2006 wordt daarom speciaal geïnspecteerd op

het bezorgen van wit- en bruingoed en tegenwoordig ook het

grijsgoed (computers) bij de klanten thuis.

20

J A A R P L A N 2 0 0 6


2.2.4 Publieke dienstverlening

Kenmerken van de sector publieke dienstverlening

Binnen de sector publieke dienstverlening vallen verschillende

subsectoren en branches die qua omvang, soorten

arbeid en arbeidsrisico’s zeer van elkaar verschillen.

In totaal gaat het om circa. 105.000 bedrijven of bedrijfsvestigingen

met bij elkaar genomen ongeveer 2,3 miljoen

werknemers. De grootste subsector binnen de publieke

dienstverlening is die van gezondheid en welzijn met

27.000 vestigingen en rond de 1 miljoen werknemers.

Bedacht moet worden dat ook binnen deze subsectoren

weer de nodige diversiteit aan de orde is. Van het openbaar

bestuur maken bijvoorbeeld provincies, gemeenten,

waterschappen en departementen deel uit, maar ook meer

specifiek gevangenissen, politie, brandweer en defensie.

Binnen de zorg variëren sectoren van thuiszorg tot en

met academische ziekenhuizen. Landbouw omvat akkerbouw,

glastuinbouw en veeteelt. Ook subsectoren als

sport, recreatie, cultuur en onderwijs omvatten zeer veel

verschillende activiteiten.

De belangrijkste arborisico’s voor het totaal van de

publieke sectoren zijn: werkdruk, fysieke belasting, biologische

agentia, gevaarlijke stoffen - inclusief brandbare en

explosieve stoffen - beeldschermwerk, agressie en geweld.

Daarnaast spelen er ook arbeidstijdenproblematiek en

diverse risico’s in de sfeer van machineveiligheid.

Door de specifieke sectoren en bedrijfstakken nader te

analyseren is concreter aan te geven waar de genoemde

arbeidsrisico’s daadwerkelijk spelen.

Psycho-sociale arbeidsbelasting zoals agressie en geweld,

werkdruk, traumatische ervaringen en sexuele intimidatie

komen in de publieke dienstverlening relatief vaak

voor, wat ook bevestigd wordt door de gegevens over de

oorzaken van de WAO-instroom uit sectoren als onderwijs,

zorg en overheid. Door een aantal overheidsdiensten

zoals de politie, brandweer, ambulancediensten en defensie

vaak moet vaak gericht naar gevaarlijke situaties worden

gegaan, in plaats van het gevaar te mijden. Dit stelt hoge

eisen de wijze van het tegemoet treden van gevaren, wat

een belangrijk aandachtspunt is voor de Arbeidsinspectie.

Uit de ongevalscijfers blijkt dat men in de praktijk onvoldoende

veiligheidsprotocollen of andere preventieve activiteiten

heeft ontwikkeld of men zich er niet aan houdt.

Ook blijkt uit ongevalscijfers, dat het omgaan met gevaarlijke

machines in de landbouw en binnen de sociale werkvoorziening

te wensen overlaat.

De blootstelling aan gevaarlijke stoffen en biologische

agentia speelt vooral in de gezondheidszorg, terwijl in

de (glas-)tuinbouw het werken met bestrijdingsmiddelen

steeds weer aandacht vraagt. Er vindt nog nader

onderzoek plaats naar arbeidsrisico’s rond brandbare en

explosieve stoffen in de publieke sectoren. Met name de

vraag naar de omvang en waar deze risico’s zich specifiek

voordoen staat daarbij centraal, evenals een inschatting

van het nalevingsniveau.

Meerjarenbeeld handhaving in de sector publieke

dienstverlening

De komende jaren zal de Arbeidsinspectie in toenemende

mate investeren in branchebeïnvloeding, naast het handhaven

van de noodzakelijk inspectiedruk daar waar rond

ernstige arbeidsrisico’s de naleving te laag blijft. Kernpunten

naast het feitelijk inspecteren zijn:

• Tijdige informatieverstrekking over inspectieprojecten.

De planning van projecten wordt intensief gecommuniceerd

met sectororganisaties en collega-inspectiediensten

• Intensivering van de voorlichting over de regelgeving

rond de prioritaire arbeidsrisico’s en de wijze waarop de

Arbeidsinspectie handhaaft. In 2006 zal een proef-project

in de verpleging en verzorging gehouden worden.

• Het bevorderen van de implementatie van juiste praktijken

binnen de sectoren. In sectoren als de sociale werkvoorziening

en het onderwijs zullen daartoe initiatieven

genomen worden.

De inspectieprojecten passen in het algemeen in een

meerjarig perspectief. Eenmalig inspecteren is veelal niet

voldoende. Inspecties passen in een traject van bewustwording,

netwerkbeïnvloeding en vervolgens feitelijk

toezicht. Bovendien kan door het vergelijken van inspectieresultaten

meer inzicht ontstaan in de feitelijke verandering

van de naleving in de loop van de tijd en de oorzaken

daarvan.

Enkele projecten die voor de komende jaren geprogrammeerd

staan, zijn een vervolg op eerder gehouden

projecten waarbij geconcludeerd is dat de naleving rond

ernstige arbeidsrisico’s op een te laag niveau lag. Daarbij

21

J A A R P L A N 2 0 0 6


kan ook nagegaan worden of afspraken die met branches

zijn gemaakt naar aanleiding van eerdere projecten zijn

opgepakt. Bij dit soort (vervolg-)projecten is uitgangspunt

dat in ieder geval de ernstige overtreders uit eerdere projecten

een hogere trefkans krijgen. Daarnaast zal er veelal

sprake zijn van een aselecte steekproef om tot representatieve

uitspraken te kunnen komen.

Bij aperte misstanden die een permanente inspectiedruk

vragen is een andere benadering aan de orde. Zo is in het

geval van de sociale werkvoorziening gekozen voor een

permanente inspectiedruk op de in totaal honderd werkgevers

totdat een voldoende niveau van naleving is bereikt.

In 2006 en in 2007, zullen steeds inspecties plaatsvinden.

Er wordt niet gekozen voor een periode inspectierust tussen

de projecten. Reden is de lage naleving en de daarmee

samenhangende grote kans op ongevallen bij zeer kwetsbare

groep werknemers.

In het meerjarenprogramma komen alle sectoren en

subsectoren temminste één maal voor in de programmering

van de inspectieprojecten. De hiervoor genoemde (8)

meest voorkomende risico’s zijn daarbij de thema’s die in

de aandacht staan.

Inspectieprogramma 2006 sector publieke dienstverlening

Voor 2006 worden de in overzicht 2.10 opgenomen projecten

voorbereid. Hierbij zijn inbegrepen de projecten die

in 2005 gestart zijn en doorlopen in 2006.

In de verpleging en verzorging start een bijzonder project.

In deze subsector wordt een van de vier proefprojecten

uitgevoerd, die de AI houdt ter voorbereiding op de invoering

van de nieuwe Arbo-wet en het nieuwe inspectiebeleid.

Kern van de pilot is dat de AI ruim voor de start van

het feitelijk inspectieproject een brochure publiceert met

daarin informatie over de prioritaire arbeidsrisico’s in de

te onderzoeken sector en de wijze waarop gehandhaafd

gaat worden. Deze extra informatie zal naar verwachting

een positief effect hebben op de nalevingsbereidheid van

de doelgroep en onduidelijkheden rond de interpretatie

van regelgeving tegengaan.

In het (semi) publieke domein wordt voor een verbetering

van de toezichtssituatie over het programma en de

afzonderlijke projecten actief afgestemd en samengewerkt

met de Inspectie Gezondheidszorg, de Onderwijsinspectie

en andere Rijksinspectiediensten, zoals de VROM-inspectie.

In bijlage 1 wordt nader ingegaan op de afzonderlijke projecten

in het programma voor 2006.

Overzicht 2.10

Programma inspectieprojecten 2006 in de publieke dienstverlening

Projecten

Onderwerpen

Praktijklokalen VMBO/BVE, doorloop van 2005 Machineveiligheid, gevaarlijke stoffen

Sociale diensten, doorloop van 2005

Agressie en geweld, werkdruk

Kinderopvang , doorloop van 2005

Fysieke belasting

Thuiszorg, doorloop van 2005

Fysieke belasting, agressie en geweld

Zwembaden, doorloop van 2005

Gevaarlijke stoffen, agressie en geweld

Vakantiewerk, diverse sectoren

Arbeids- en rusttijden, werken met gevaarlijke stoffen/bestrijdingsmiddelen

Ziekenhuizen

Gevaarlijke stoffen, werkdruk, agressie en geweld, biologische agentia, narcosegassen, cytostatica

Nachtopvang Zorg en Welzijn

Agressie en geweld

Verpleeg- en Verzorgingshuizen (nieuw inspectiebeleid) Fysieke belasting, agressie en geweld, werkdruk, cytostatica

Wasgoedketen Gezondheidszorg

Biologische agentia, gevaarlijke stoffen, fysieke belasting

HBO

Werkdruk en RSI-oorzaken

Universiteiten

RSI-oorzaken

Stortplaatsen/Vuilverbranding

Machineveiligheid, fysieke belasting, geluid

En Route

Aanrijdgevaar hulpverleners, veiligheid en fysieke belasting bij kraakperswagens, aanrijdgevaar bij bermmaaien e.d.

Sociale Werkvoorziening

Machineveiligheid, fysieke belasting, geluid

Politie

Arbeidstijden

Brandweer

Veiligheid tijdens uitvoering repressieve taak, blootstelling aan gevaarlijke stoffen

22

J A A R P L A N 2 0 0 6


Gevaarlijke machines in de sociale werkvoorziening

Medewerkers in de sociale werkvoorziening hebben een aanmerkelijk

hogere kans slachtoffer te worden van een ongeval

dan medewerkers in andere bedrijfstakken. Zeer regelmatig

vinden er ernstige ongevallen plaats die vervolgens door de

Arbeidsinspectie worden onderzocht. Vaak blijkt dan dat het

niet alleen gaat om tekortkomingen aan machines, maar ook

dat het onderricht en toezicht aan medewerkers volstrekt

onvoldoende is.

Vandaar dat in de periode van 1 september 2003 tot 1 mei

2004 een inspectieproject heeft plaatsgevonden in de sociale

werkvoorziening. De resultaten van de inspecties gaven

een zorgwekkend beeld te zien. Er zijn in Nederland 93 SWbedrijven

waarvan er 89 zijn geïnspecteerd. Slechts bij 12 van

de 89 bedrijven zijn geen overtredingen gevonden. Gegeven

de opdracht van de SW-bedrijven en de kwetsbaarheid van

de betreffende groep werknemers is het onaanvaardbaar

dat bij 45% van de bedrijven het toezicht op het werken

met risicovolle machines onvoldoende is georganiseerd en

uitgevoerd. Met betrekking tot de handhaving is opvallend

vaak het werk stilgelegd omdat de aangetroffen situatie té

gevaarlijk was.

Ook de Tweede Kamer bleek zeer ongerust over deze

resultaten. In overleg met de Kamer heeft de Staatssecretaris

besloten dat de Arbeidsinspectie de inspectiedruk hoog

dient te houden in de SW-sector. Er worden extra inspecties

gehouden in de periode 2005-2006. Naar aanleiding

van eventuele ongevallen wordt aanvullende actie ingezet.

Uiteraard is er nader overleg geweest over de problematiek

met de branche-organisatie CEDRIS en de VNG namens de

betrokken gemeenten. Afgesproken is dat CEDRIS en de

VNG zich sterk maken om een structurele aanpak van de

ongevallen vorm te laten geven door de werkgevers. Het

geven van een hogere managementprioriteit aan de aanpak

van de problematiek en het informeren van de werkgevers

over best-practices rond voorlichting en onderricht zijn

voorbeelden hiervan. De Arbeidsinspectie heeft zich daarbij

bereid verklaard goede voorbeelden die zij tegenkomt

tijdens inspecties door te geven aan de sociale partners.

2.2.5 Staatstoezicht op de Mijnen

Het Staatstoezicht op de Mijnen (Ministerie van EZ) is,

m.b.t. de Winningsindustrie (olie, gas, zout), medetoezichthouder

voor de Arbowet, ATW, KEW en Warenwet.

Voor 2006 staan m.b.t. het AI beleidsveld de navolgende

projecten gepland.

Overzicht 2.11

Projecten bij medetoezichthouder SodM 2006

Projecten

Opmerkingen

Blootstelling aan gevaarlijke stoffen Gevaarlijke stoffen, waaronder oplosmiddelen Project is gestart in 2005

Werkvergunningen

Focus op de implementatie van het mijnbouwindustrie breed geharmoniseerde PTW systeem,

taak risico analyses, toezicht op vergunningvoorwaarden e.d.

Fysieke belasting

Focus op boorinstallaties

Duiken

Offshore mijnbouwactiviteiten

Hijsen

In samenwerking met de NSOAF partners

Redding en calamiteiten

Opvolging van het 2004 project

De projecten maken deel uit van het Handhavingsplan 2003 - 2007 van de Dienst.

Dit plan en meer informatie m.b.t. de taken en activiteiten van het Staatstoezicht op de Mijnen is te vinden op www.sodm.nl

23

J A A R P L A N 2 0 0 6


Major Hazard Control

3

3.1 Kenmerken taakveld MHC

De directie Major Hazard Control houdt toezicht op

de specifieke wetgeving die moet leiden tot het zoveel

mogelijk voorkómen van zware ongevallen met gevaarlijke

stoffen en tot het zoveel mogelijk beperken van de gevolgen

daarvan, met als invalshoek de arbeidsveiligheid. Het

betreft hier het Besluit Risico’s Zware Ongevallen (BRZO

’99) en het Besluit Aanvullende Risico-inventarisatie en

-evaluatie (ARIE ’05). Er zijn in Nederland ca. 325 bedrijven

die met dusdanig grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen

werken dat zij onder de werkingssfeer van het BRZO

vallen. Het aantal bedrijven dat onder de werkingssfeer

van ARIE valt is nog niet exact bekend (nieuwe wetgeving,

overgangstermijn nog van kracht). Schattingen lopen

uiteen van 300 tot 500. Dat er voor beide soort bedrijven

bovenop de algemene wetgeving, zoals Arbowet en Wet

Milieubeheer, een specifieke wetgeving van kracht is, wordt

ingegeven door het feit dat grote hoeveelheden gevaarlijke

stoffen in potentie aanleiding kunnen zijn tot het optreden

van zware ongevallen (brand, explosie, gifwolk) die de

omvang van een ramp kunnen aannemen. Afhankelijk van

de omvang ervan kunnen hierbij werknemers, omwonenden,

het milieu, hulpverleners, roerend en onroerend goed

worden bedreigd.

Het toezicht op de naleving van het BRZO gebeurt in

nauwe samenwerking met het bevoegde gezag ex. Wet

Milieubeheer (provincies en gemeenten) en de brandweer.

Bij de ARIE is het toezicht voorbehouden aan de AI en

geldt een informatieplicht naar de collega-toezichthouders.

De bedrijven onder de werkingsfeer van het BRZO en

ARIE geven een gevarieerd beeld waar het gaat om de

beheersing van de risico’s. Enerzijds betreft het grote

ondernemingen, soms multinationals, soms met meerdere

vestigingen in het land, waarbij het omgaan met gevaarlijke

stoffen tot de kernactiviteit behoort, zoals raffinaderijen

en chemische (proces)industrieën. Deze ondernemingen

zijn vertrouwd om te werken met vastgelegde systemen

voor de beheersing van risico’s (continuïteit, financiën,

imago, zaakschade, aansprakelijkheid, veiligheid, arbeidsomstandigheden

en milieu). De wettelijke systeemverplichtingen

t.a.v. de beheersing van veiligheidsrisico’s worden

in de eigen bedrijfsvoering opgenomen. Het wetgevingsbelang

en het eigen belang van deze bedrijven bij een

ongestoorde procesvoering loopt daarmee grotendeels

parallel. Anderzijds zijn er ook kleinere, minder complexe

ondernemingen, die bijvoorbeeld grote hoeveelheden

gevaarlijke stoffen op- of overslaan of waarbij het omgaan

met deze stoffen niet tot de kernactiviteit behoort (bijv.

bedrijven met ammoniak-koelinstallaties). De wettelijke

systeemverplichtingen worden hier lang niet altijd als

onderdeel van de bedrijfsvoering opgenomen.

In de aanpak van de inspecties wordt met deze verschillen

rekening gehouden.

24

J A A R P L A N 2 0 0 6


Foto F. van Arkel

Ongevallen en incidenten in de major hazard sector

Tussen april 2003 en september 2004 vonden 55 ernstige

incidenten plaats met gevaarlijke stoffen in de bedrijven

die vallen onder het Besluit risico’s zware ongevallen. De

meeste gebeurden in de chemische industrie. Na analyse

van 36 incidenten heeft de Arbeidsinspectie in bijna de helft

van de gevallen maatregelen geëist of proces-verbaal opgemaakt.

De gevolgen van de incidenten varieerden van het

vrijkomen van een kleine hoeveelheid gevaarlijke stoffen

tot drie dodelijke slachtoffers onder de werknemers van

het bedrijf. In totaal raakten bij 16 onderzochte voorvallen

werknemers gewond. In een derde van de incidenten was

bovendien sprake van milieuschade. Onderhoud blijkt een

belangrijke risicofactor. Meer dan de helft van de ongevallen

vindt plaats als gevolg van onderhoudswerkzaamheden.

Bijvoorbeeld doordat instructies en toezicht ontbreken

of doordat het onderhoud op een verkeerde of onveilige

manier wordt uitgevoerd. Andere belangrijke oorzaken

van incidenten zijn fouten in het ontwerp van installaties,

gebrekkig materieel en het ontbreken van goede procedures

voor het werk. De Arbeidsinspectie constateert dat het

voorkomen van ongelukken rondom onderhoud meer aandacht

verdient. Het rapport is verspreid onder de bedrijven

die vallen onder het Besluit risico’s zware ongevallen, zodat

zij hun veiligheidsmaatregelen verder kunnen aanscherpen.

Een dergelijk rapport zal nu jaarlijks worden uitgebracht.

3.2 Meerjarenbeeld aanpak major hazards

In 2004 is een evaluatie-onderzoek naar de effecten van

het BRZO gepubliceerd. Naar het oordeel van zowel het

bedrijfsleven als de betrokken overheden heeft het BRZO

een positief effect op de arbeidsveiligheid, de externe veiligheid

en de rampenbestrijding en heeft het gezorgd voor

meer aandacht voor veiligheid, een verbeterde samenwerking

en kennisuitwisseling en een verhoogd veiligheidsbewustzijn.

Het inzicht in de risico’s is toegenomen

en er zijn organisatorische en technische maatregelen

genomen om risico’s verder te beheersen. Daarentegen

bleek uit het onderzoek ook dat de overheidsprestatie bij

de uitvoering van het BRZO te wensen overliet (voorgeschreven

termijnen worden niet gehaald, kwaliteit en

kwantiteit van inspecties en handhaving moet nog sterk

worden verbeterd, verwachtingen rond het één-loketprincipe

en samenwerking tussen de overheden worden niet

waargemaakt). Een onderzoek van de VROM Inspectie

bevestigde dit beeld.

Een belangrijke oorzaak van de ondermaatse overheidsprestatie

is gelegen in de versnippering in de uitvoering

aan de zijde van het bevoegd gezag ex. Wet Milieubeheer

(12 provincies en 42 gemeenten) en van de Brandweer

(25 regionale brandweren en 5 kernregio’s).

Onder regie van VROM loopt een grootscheeps en

ambitieus verbeterprogramma. In dit verbeterprogramma

(BeterZo) wordt in overleg met alle betrokkenen

gewerkt aan het realiseren van een overheidsprestatie bij

de uitvoering van het BRZO die de toets der kritiek kan

doorstaan, terwijl de bestaande structuren niet ter discussie

staan. Aandachtspunten hierbij zijn het helder krijgen

25

J A A R P L A N 2 0 0 6


van taken en verantwoordelijkheden van alle betrokkenen,

het beschrijven en stroomlijnen van de gezamenlijke processen

en bedrijfsvoering, het verbeteren en actualiseren

van richtlijnen, handreikingen, methoden en werkwijzen,

het beschrijven en implementeren van uitgangspunten t.a.v.

kritische massa en deskundigheid, etc. Inmiddels wordt

ook in dit programma wel duidelijk dat zonder een of

andere vorm van opschaling in de uitvoering de doelstellingen

niet zullen worden gehaald. De resultaten van dit

verbeterprogramma moeten in de loop van 2006 ter

beschikking komen.

Daarnaast is in het kader van het kabinetsprogramma

PAO de BRZO-casus tegen het licht gehouden door

de Gemengde Commissie Bestuurlijke Coördinatie (de

Cie de Grave) 1) . In het eindrapport van deze commissie

worden ook aanbevelingen gedaan die de uitvoering

moeten vereenvoudigen door vormen van opschaling, het

meer concentreren van de toezichthoudende taak. Vereenvoudiging

in de uitvoering is in het belang van zowel

de bedrijven als de overheid. SZW is voorstander van

vereenvoudiging van de uitvoering d.m.v. een opschaling

naar Rijksniveau.

Ondertussen wordt stelselmatig verder gewerkt aan een

verdergaande verhoging in de kwaliteit van het eigen

functioneren en optreden. Eind 2004 is het Kwaliteitsmanagementsysteem

(KMS), gecertificeerd tegen de ISO

9001:2000 norm. Het willen behouden van het certificaat

houdt in dat het systeem actueel moet worden gehouden,

verder moet worden verbeterd en dat de uitwerking

ervan moet worden geborgd en bewaakt. De nadruk komt

hierbij te liggen op een voortgaande professionalisering

van de cyclus van planning en control en het uitbouwen

van metingen naar de tevredenheid externe belanghebbenden

en van medewerkers. Daarnaast, maar wel in

samenhang met het KMS, loopt er een aantal ontwikkelingstrajecten

op het gebied van kennismanagement, de

ontwikkeling van een nieuwe gezamenlijke inspectiemethodiek

(NIM) en de introductie van geautomatiseerde

ondersteuning van de uitvoering.

3.3 Prioriteiten en programma 2006

De directie MHC werkt bij haar primair proces niet met

steekproeven t.a.v. inspectiepunten en bedrijven. In dit

werkveld is de prioriteitsstelling immers al bepaald door

de wetgeving. Zowel het BRZO als ARIE kennen namelijk

een stelsel van grenswaarden, waarmee wordt bepaald of

een bedrijf onder deze specifieke wetgeving valt en daarmee

onder het bijbehorende toezicht. De risico-prioritering

vindt dus plaats op grond van het potentiële effect dat

het vrijkomen van grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen

kan hebben en nauwelijks op grond van de kans op het

optreden daarvan. Dat is niet ongebruikelijk bij activiteiten

die in potentie tot een ramp aanleiding kunnen geven.

Overigens wordt het kansbegrip in de verdere risicoanalyses

en veiligheidsstudies die het bedrijf moet uitvoeren,

evenals in de afwegingen inzake de ruimtelijke ordening

rond het bedrijf wel meegenomen. Het BRZO schrijft

(voor VR-plichtige bedrijven) een jaarlijkse inspectiefrequentie

voor, tenzij er in het gezamenlijke inspectieprogramma

een andere frequentie is vastgelegd. Bij de ARIE

wordt uitgegaan van een tweejaarlijkse inspectiefrequentie.

De doelstelling van de directie MHC hierbij is om deze

inspecties uit te voeren met een inhoudelijk en procedureel

kwaliteitsniveau zoals in het ISO-gecertificeerde KMS

van de directie is vastgelegd.

Aangezien uit de ongevalanalyses blijkt dat vooral aspecten

t.a.v. onderhoudsmanagement en bedrijfsintern toezicht

op de uitvoering een rol spelen ligt het voor de hand om

in 2006 zowel bij de uitvoering van het BRZO als bij de

uitvoering van de ARIE bij de inspecties met name ook

deze zaken te bezien. Dit zal met de inspectiepartners

worden besproken. Verder zal in 2006 de uitvoering van

het primaire proces vooral zijn gericht op:

• De verwerking van de 2e ronde Veiligheidsrapporten;

• De uitvoering van periodieke BRZO inspecties, waarbij

onderhoudsmanagement, beheersing van de uitvoering

in de bedrijven en de naleving van de wettelijke verplichtingen

t.a.v. het werken in gebieden waar potentieel

explosiegevaar bestaat en t.a.v. drukapparatuur aandacht

zullen krijgen;

• De uitvoering van ARIE-inspecties (inclusief voorlichting

en zo nodig opsporing).

1)

‘Je gaat er over of niet’, rapport van juni 2005

26

J A A R P L A N 2 0 0 6


Naast de uitvoering van het primaire proces zullen in 2006

de volgende onderwerpen als prioritair worden aangemerkt:

• Het uitvoeren van het project NIM, waarbij zal worden

voortgebouwd op de verworvenheden van 2004 en

2005 (in 2005 werd versie 1.0 opgeleverd en getest en

werd gekomen tot een programma van eisen voor de

geautomatiseerde ondersteuning van de methode);

• Het uitvoeren van het project Kennismanagement;

• Het uitbrengen van de MHC-incidentenrapportage 2005

(eerdere versies verschenen over 2003 en 2004);

• Het uitvoeren cq. voorbereiden van tevredenheidsmetingen

belanghebbenden;

• Het participeren in het verbeterprogramma BeterZo

Productievolumes

De voor de uitvoering van de taken benodigde capaciteit

is voor 2006 vastgesteld op 42 fte aan inspecteurs.

Afhankelijk van de met de nieuwe ARIE-taak opgedane

ervaringen en de ontwikkeling van het aantal ARIE-plichtige

bedrijven zal in 2007 zo nodig een extra instroom van

3 fte worden gerealiseerd.

Overzicht 3.1

Producten en productievolumes Directie MHC in 2006.

Producten Capaciteit Capaciteit Zaken Zaken

(uren) (%) (%)

Periodieke inspectie (BRZO) 20130 62 154 35

ARIE inspectie 4080 13 102 23

Beoordelen VR 2280 7 95 21

Onderzoek zware ongevallen 5400 16 30 7

Beoordeling kennisgeving 280 1 35 8

Overig 240 1 30 7

Totaal 32.410 100 446 100

Indicatoren

Overzicht 3.2

Indicatoren major hazard control

Indicator Streefwaarde in 2006

Gecertificeerd kwaliteitssysteem

Behoud ISO 9001:2000 certificaat

Gerealiseerde termijnen inspectierapportage

70% < 6 weken

Inzet handhavingsinstrumenten

> 25% inspecties met inzet instrument

Aantal PV’s bij ongevalsonderzoek

> 25 % ongevalsonderzoek met PV

Toezichtsdruk

> 40% bedrijven

Belanghebbendentevredenheid

80% positief oordeel totale optreden

27

J A A R P L A N 2 0 0 6


Arbeidsmarktfraude

4

4.1 Kenmerken taakveld Arbeidsmarktfraude

De directie Arbeidsmarktfraude (AMF) houdt toezicht op de

naleving van de Wet arbeid vreemdelingen (WAV)

De WAV is een instrument in het kader van regulering van de

Nederlandse arbeidsmarkt. De wet bepaalt dat werkgevers

een tewerkstellingsvergunning nodig hebben voor werknemers

die afkomstig zijn van buiten de Europese Economische

Ruimte (EER). Zo kan verdringing van arbeidsaanbod uit

Nederland en de andere EER-landen worden voorkomen.

De omgeving van de directie AMF is in 2006, evenals in

voorgaande jaren, flink in beweging. In 2006 beslist het

kabinet of vrij verkeer voor werknemers uit de in 2004

tot de EU toegetreden Midden-en Oost Europese landen

(MOE-landen) wordt ingevoerd. Tot 1 mei 2006 geldt voor

de in 2004 tot de EU toegetreden MOE-landen in ieder

geval nog een tewerkstellingsvergunningplicht.

Inspecteurs worden regelmatig geconfronteerd met

constructies om deze vergunningplicht te omzeilen. Bij

vrij verkeer van werknemers nemen de constructies naar

verwachting af. De AI verwacht dat, na invoering van het vrij

verkeer voor de nieuwe EU-lidstaten, in Nederland gevestigde

werkgevers een groter beroep gaan doen op werknemers

uit landen buiten de EU. Deze zullen goedkoper zijn

dan werknemers uit de nieuwe lidstaten. De omvang van

deze vervangingsvraag is moeilijk te voorspellen.

In oktober 2004 is de kennismigrantenregeling ingevoerd,

een regeling waarbij een Nederlandse werkgever na een

verkorte procedure werknemers uit alle landen arbeid

mag laten verrichten, indien een salaris wordt geboden

van € 33.000 voor personen jonger dan 30 jaar en € 45.000

voor de overige werknemers. De AI heeft met de IND een

fraudeprofiel opgesteld, aan de hand waarvan de IND

signalen van mogelijk misbruik van de regeling aan de AI

doorgeeft. Uitgangspunt is dat de AI in 2006 ten minste

100 van deze signalen onderzoekt.

De nu bestaande vergunningplicht voor tewerkstelling bij

grensoverschrijdende dienstverlening wordt vervangen

door een systeem van notificatie. Dit betekent dat de

betrokken (buitenlandse) dienstverlener vooraf moet

nagaan of hij aan de eisen voldoet en de grensoverschrijdende

dienstverlening moet melden. Deze notificatieplicht

geldt voor dienstverleners gevestigd in landen waarvoor

een vrij verkeer van diensten geldt (alle EER-landen),

die gebruik maken van personen die niet vrij zijn op de

Nederlandse arbeidsmarkt. Voor grensoverschrijdende

uitzendarbeid blijft een tewerkstellingsvergunning noodzakelijk.

De notificatie vindt plaats bij CWI. Aan de hand van

een risicoprofiel bepaalt de AI welke zaken zij onderzoekt.

Bij oneigenlijk gebruik van de regeling (er is geen sprake

van daadwerkelijke dienstverlening) en bij niet of te laat

notificeren kan de AI een boete opleggen. Tevens wordt

een nauwere samenwerking met instanties in Polen en

andere MOE-landen beoogd om tot een snellere uitwisseling

van gegevens te komen.

28

J A A R P L A N 2 0 0 6


Foto P. den Blanken

Het voorkomen en bestrijden van mensenhandel is een

van de speerpunten van de regering, onder meer neergelegd

in de Illegalennota. Er is een Nationaal Rapporteur

Mensenhandel (NRM) aangesteld en per 1 januari 2005

is een nieuw artikel opgenomen in het Wetboek van

Strafrecht met betrekking tot mensenhandel en uitbuiting.

Strafbare uitbuiting is in dit artikel verbreed van alleen

seksuele uitbuiting naar uitbuiting op het terrein van

arbeid en dienstverlening. Deze verbreding betekent dat

de Arbeidsinspectie en de SIOD een nadrukkelijker rol

hebben bij de bestrijding van uitbuiting. De directie AMF

is alert op uitbuiting en verstrekt signalen hierover aan de

SIOD. Over de uitvoering zal met de beleidsdirectie van

SZW, SIOD en de NRM worden afgestemd.

Vanaf januari 2006 wordt de premie-inning voor sociale

verzekeringen niet langer door UWV uitgevoerd, maar

door de Belastingdienst. De noodzaak tot samenwerking

van de directie AMF met UWV neemt hierdoor af. Dit

betekent dat de huidige samenwerkingsafspraken met

UWV en Belastingdienst (deze hebben betrekking op

gegevensuitwisseling en interventieteams) wordt aangepast

aan de nieuwe taakverdeling. De directie AMF zal zich

in 2006 concentreren op samenwerking met de Belastingdienst.

De directie AMF heeft met organisaties die zich op aanverwante

fraudesoorten richten samenwerkingsafspraken

gemaakt, vastgelegd in overeenkomsten. In 2006 richt de

directie AMF zich vooral op gezamenlijk inspecteren met

de SIOD en de Belastingdienst. Met de Vreemdelingenpolitie

maakt AMF voor 2006 nadere afspraken over de inzet

van capaciteit bij WAV-controles. Deze afspraken worden

neergelegd in regionale dienstverleningsovereenkomsten

tussen de politieregio’s en de inspectieteams.

Naast contacten met andere inspectie- en opsporingsdiensten,

werkt AMF aan het uitbouwen van de contacten met

branche- en werknemersorganisaties. Zo heeft AMF met

diverse organisaties in de Bouw afspraken gemaakt over

het melden van vermoedelijke illegale tewerkstelling. Ook

met de Land- en tuinbouwsector voert AMF regelmatig

overleg.

In de eerste helft van 2006 zal op verzoek van de Tweede

Kamer een evaluatie plaatsvinden van de boetehoogte

van de bestuurlijke boete WAV. In de in 2006 te houden

evaluatie van de bestuurlijke boete WAV zal nadrukkelijk

worden bezien of eventuele verhoging van het boetebedrag

gewenst is. Gelijktijdig zal een interne evaluatie van

de uitvoering van de bestuurlijke boete plaatsvinden.

29

J A A R P L A N 2 0 0 6


Ook is in de eerste helft van 2006 een wetswijziging van

de Wet arbeid vreemdelingen voorzien, waarbij als nieuwe

beboetbaar feit wordt toegevoegd het niet meewerken

aan het vaststellen van de identiteit van werknemers. Een

soortgelijk feit is op dit moment al als misdrijf strafbaar

gesteld in het Wetboek van Strafrecht, maar hiervoor

wordt door het Openbaar Ministerie nauwelijks vervolging

ingesteld. Het opnemen van de medewerkingsverplichting

in de Wet arbeid vreemdelingen zelf biedt

als voordeel dat de AI direct zelf een (hoge) boete kan

opleggen, waardoor de effectiviteit van de controles naar

verwachting wordt vergroot.

Interventieteam Amsterdamse Straatweg

Interventieteams zijn een nieuw middel om problemen in

bedrijfstakken en wijken multidisciplinair aan te pakken. Het

uitgangspunt is dat een gezamenlijke aanpak door verschillende

diensten en instanties effectiever werkt dan wanneer

de verschillende diensten en instanties alleen aan de slag

gaan. De Amsterdamse Straatweg is een winkelstraat in

Utrecht die aan het verloederen was. Achter iedere deur

gebeurt wel iets dat in strijd is met de wet- en regelgeving.

Het kan daarbij gaan om het tewerkstellen van illegalen, het

niet afdragen van premies en belastingen, het werken met

uitkeringen, het ter beschikbaar stellen van woonruimte in

strijd met de bepalingen, drugs en het witwassen van geld.

Het interventieteam Amsterdamse Straatweg is een samenwerkingsverband

tussen Arbeidsinspectie, UWV, Belastingdienst,

Politie en Gemeente. Uitgangspunt was het schoonvegen

van de straat, het verbeteren van de situatie en het

vasthouden van de bereikte resultaten. Dit alles door middel

van strikte handhaving van de regels door de verschillende

diensten en instanties. Naast handhaving werkt de

gemeente aan het verbeteren van de woon- en leefsituatie

door het opknappen van de straat, het herstel van pleinen

en parken e.d. De aanpak kan als zeer succesvol gezien

worden. Er zijn honderden controles uitgevoerd. Als er iets

niet goed was werd er opnieuw gecontroleerd. Uiteindelijk

heeft dit er toe geleid dat de controles steeds minder

tekortkomingen opleveren. Blijkbaar begint men zich aan

te passen aan de nieuwe situatie en beseffen de ondernemers

dat ze niet langer op de oude manier door kunnen

gaan. De komende jaren zal steekproefsgewijs de vinger aan

de pols gehouden worden om de bereikte resultaten vast

te houden. Om te voorkomen dat de problematiek zich

verplaatst naar andere straten in Utrecht zullen ook daar

de komende jaren in het verband van een interventieteam

controles worden uitgevoerd.

4.2 Meerjarenbeeld aanpak arbeidsmarktfraude

Op basis van risicoanalyse zet AMF haar inspectiecapaciteit

vooral daar in waar een hoog risico op overtreding

bestaat en naleving van wet- en regelgeving laag is. Begin

2006 komt een risiscoanalysemodel beschikbaar op grond

waarvan niet alleen risicovolle sectoren maar ook risiscovolle

ondernemingen kunnen worden geselecteerd.

De AI verdeelt de beschikbare capaciteit over interventieteams,

(landelijke) inspectieprojecten en onderzoeken

op basis van tips. De sectoren land- en tuinbouw, bouw,

horeca en intermediairs komen uit diverse onderzoeken

1) naar voren als de sectoren waar de kans op illegale

tewerkstelling groot is. Resultaten van eerdere inspectieprojecten

bevestigen dat in deze sectoren illegale tewerkstelling

regelmatig voorkomt. AMF zet daarom 30% van

haar beschikbare inspectiecapaciteit in op deze sectoren

door meerjarige projecten. Ook de politieke en maatschappelijke

context waarbinnen de AI opereert heeft

invloed op de keuze voor bepaalde inspectieprojecten.

Er is veel politieke aandacht voor illegale tewerkstelling

via uitzendbureaus en voor werkzaamheden uitgevoerd

bij particulieren in verband met de verbouwing van hun

woning. De AI besteedt daarom een substantieel aandeel

van haar beschikbare capaciteit aan controles bij uitzendbureaus

en verbouwingen bij particulieren.

De AI zet in samenwerking met de directie Arbeidsmarktbeleid

(AM) ook andere instrumenten in om het nalevingsniveau

te vergroten. Hierbij kan gedacht worden aan

het geven van voorlichting aan individuele werkgevers en

aan werkgevers- en werknemersorganisaties, overleg met

brancheorganisaties en het wijzigen van wetgeving.

Naast de AMF inspectieprojecten zet AMF circa 40% van

de beschikbare inspectiecapaciteit in interventieteams.

Interventieteams bestaan naast de AI uit de Belastingdienst,

UWV, de Sociale Verzekeringsbank, het Openbaar Ministerie,

de gemeenten en de betrokken departementen en

richten zich op bestrijding van belasting- en premiefraude,

uitkeringsfraude, illegale tewerkstelling en de daarmee

samenhangende misstanden.

De interventieteams en de landelijke projecten fungeren

als communicerende vaten; de landelijke projecten vinden

plaats in min of meer dezelfde sectoren als waarin de

interventieteams actief zijn die door de AI worden geleid.

De inspectieprojecten fungeren hierbij als een soort

‘vinger aan de pols” projecten, terwijl de interventieteams

fraudeonderzoeken doen bij notoire overtreders.

1)

Research voor Beleid, onderzoek uit 2000 en 2004. Regioplan, onderzoek naar naleving Wav uit 2005.

30

J A A R P L A N 2 0 0 6


In de komende jaren beslist de Europese Unie over de toetreding

van een aantal landen zoals Bulgarije, Roemenië en

Kroatië en over het werknemersverkeer met de 8 Middenen

Oost-Europese landen. Welke gevolgen de uitbreiding

van de EU of de beslissing rond het werknemersverkeer

heeft voor het werk van de directie AMF is nog niet te

zeggen. Om oneerlijke concurrentie vanuit deze potentiële

nieuwe lidstaten en natuurlijk ook vanuit alle ander niet-EU

landen tegen te gaan, zal de directie AMF in de toekomst

wellicht meer onderzoeken uitvoeren naar arbeidsvoorwaarden

waaronder vreemdelingen worden tewerkgesteld.

De directie AMF houdt ook toezicht op de naleving van

de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs

(Waadi). Dit gebeurt door het verrichten van onderzoek

naar aanleiding van klachten. In het jaarplan van 2005 werd

nog gesproken over de invoering van een vestigingsvergunning

voor uitzendbureaus, op de naleving waarvan de

AI toezicht zou houden. Gelet op de opmerkingen uit

de Tweede Kamer heeft de Staatssecretaris besloten dat

deze vestigingsvergunning niet wordt ingevoerd. In plaats

daarvan komt er een systeem van vrijwillige, door de

branche zelf ontwikkelde en uitgevoerde, certificering met

een periodieke keuring. Dit betekent dat de directie AMF

haar capaciteit vooral zal gaan inzetten op niet-gecertificeerde

bedrijven binnen de branche. Voorwaarde hiervoor

is wel dat de sector zelf voor een adequate controle op de

naleving van de certificeringsvereisten zorgt.

4.3 Prioriteiten en programma 2006

Inzet capaciteit 2006

In 2006 wordt de uitbreiding van de directie AMF voltooid.

Begin 2006 zal de directie naar verwachting 168

fte inspecteurs in dienst hebben. Na het voltooien van de

opleidingsperiode zullen ook de laatst binnengekomen 18

inspecteurs in oktober 2006 volledig inzetbaar zijn. In het

voorjaar van 2006 zal met de werving van 12 inspecteurs

de laatste fase van de uitbreiding van de inspectiecapaciteit

zijn voltooid.

De beschikbare netto inspectiecapaciteit bedraagt bij een

gemiddelde bezetting van 168 fte in 2006 ongeveer 113800

uren. Deze capaciteit wordt als volgt verdeeld over de soorten

activiteiten van de directie AMF. In bijlage 3 is de onderverdeling

van de capaciteit per productsoort weergegeven

Productievolumes

Overzicht 4.1

producten productievolumes AMF in 2006

Producten Uren % Zaken %

Reactieve signalen/ verzoeken van derden 22760 20 1503 15

Landelijke AI-projecten 39830 35 4312 43

Regionale AI-projecten 5690 5 711 7

Interventieteams 45520 40 3413 34

Totaal beschikbare inspectiecapaciteit 113800 100% 9939 100%

Indicatoren

Overzicht 4.2

Indicatoren arbeidsmarktfraude

Indicatoren

Streefwaarde

Nalevingsniveau Wav in gevoelige sectoren > 85% in 2008 1)

Percentage bezochte bedrijven met overtreding WAV 25% in 2006

1)

Het nalevingsniveau moet in 2006 en 2007 in die richting bewegen

31

J A A R P L A N 2 0 0 6


Overige primaire activiteiten

5

5.1 Kernmerken/inhoud

Naast inspectieactiviteiten zoals opgenomen in voorgaande

hoofdstukken, verricht de AI een aantal uitvoerende en

monitorende taken. De AI geeft ook adviezen en zorgt

voor de afhandeling van opgemaakte boeterapporten en

ontvangen bezwaarschriften.

De uitvoerende taken betreffen het op grond van een

aantal wetten en besluiten verlenen van vergunningen,

ontheffingen, vrijstellingen en beoordeling van meldingen.

Tot de uitvoerende taken behoort ook het markttoezicht

op algemeen- en drukapparatuur.

Bij monitoringactiviteiten en adviezen gaat het om het

genereren van (beleids)informatie. Deze informatie beoogt

tevens een antwoord te geven op de vraag in welke mate

wet- en regelgeving door bedrijven wordt nageleefd.

De informatie die benodigd is voor uitvoering van

vorenstaande taken komt uit het procesondersteunende

systeem van de Arbeidsinspectie, maar ook uit de bevindingen

van inspecties bij bedrijven en uit andere bronnen

(deskresearch).

5.2 Programmering activiteiten 2006

Onderstaand wordt een overzicht gegeven van de uitvoerende,

monitorende en overige activiteiten van de AI voor

2006 en een toelichting daarop.

5. 2. 1 Uitvoerende taken

Ontheffingen

• Arbeidstijdenwet

In het kader van de arbeidstijdenwet kunnen bedrijven

op dit moment nog vrijstelling vragen van de regels over

de maximale arbeidsduur (artikel 5.13 ATW), daarnaast

kunnen individuele werknemers een ontheffing vragen

ten behoeve van nachtarbeid (artikel 5.14 ATW). Mede

tengevolge van de op dit moment lopende wijziging van

de Arbeidstijdenwet is nu nog niet duidelijk of beide

mogelijkheden in de gewijzigde wetgeving blijven bestaan.

• Vervangingsregeling vluchtige organische stoffen

Blootstelling aan vluchtige organische stoffen (Vos)

zoals tolueen, xyleen, benzeen en terpentine kan leiden

tot ernstige vorm van schade aan het zenuwstelsel, het

zogenaamde Organisch Psycho Syndroom (OPS). In 1997

heeft SER in een advies OPS erkend als een beroepsgerelateerde

aandoening. Het beleid op dit gebied is

er sindsdien op gericht om risicovolle blootstelling aan

oplosmiddelen en vergelijkbare stoffen tegen te gaan

door producten met een hoog gehalte aan deze stoffen

te doen vervangen door producten die geen of veel

minder vluchtige organische stoffen bevatten. In gevallen

waarin het technisch niet mogelijk is om alternatieven

toe te passen kan bij de Arbeidsinspectie een aanvraag

voor ontheffing van de vervangingsregeling worden ingediend.

32

J A A R P L A N 2 0 0 6


Overzicht 5.1

Prognose en planningtabel overige primaire activiteiten in 2006

Product Aantal Afhandelingsduur/opmerkingen

ATW beschikkingen 20 100% binnen acht weken (AWB termijn)

Aanvragen ontheffingen Vluchtige Organische Stoffen (VOS) 30 90% binnen acht weken (AWB-termijn)

Aanvragen ontheffing asbest 5 80 % binnen acht weken (AWB-termijn)

Ontheffing/verzegeling liftenbesluit 20 90% binnen acht weken (AWB-termijn)

Markttoezicht Algemeen 100

Markttoezicht drukapparatuur 50

Meldingen biologische agentia 20

Meldingen werken onder overdruk 200

Farboregeling 2000 90% binnen acht weken, zie paragraaf 5.2.2

Monitoring

ARBO monitoronderzoek 1 (onderzoek op basis van ca. 1600 bedrijfsbezoeken in 2e helft 2006)

AVO-monitor-onderzoek/WML 2 Analyses en rapportages op basis van AVO 2005 (zie paragraaf 5.2.3)

Onderzoek naleving WML 40

Boeterapporten opmaken (door inspecteur) 6000

Waarvan ARBO 3500

ATW 150

WAV 2350

Boetebeschikkingen opmaken 6100 90 %binnen termijn van orde: 13 weken na dagtekening boeterapport

Bezwaarschriften 1400

• Asbest

Vanaf 1 januari 2005 geldt er een algemeen verbod voor

het bewerken, verwerken en in voorraad houden van

asbesthoudende materialen. Dit geldt vanaf deze datum

niet alleen voor Nederland, maar voor de gehele EU.

Het verlenen van een ontheffing van dit verbod is niet

meer mogelijk. Het aanvragen van ontheffing van de

voorschriften die gelden bij het verwijderen van asbesthoudend

materiaal is wel mogelijk, maar hiervan wordt

zelden gebruik gemaakt.

• Liftenbesluit

De behandeling van ontheffingen en verzegelingen voor

en van liften is een taak van de Arbeidsinspectie. Verzegelingen

vinden meestal plaats op verzoek van certificerende

instellingen. Alle aanvragen voor ontheffingen en

verzegeling worden behandeld. Voor een deel van deze

aanvragen is nader onderzoek ter plaatse noodzakelijk.

• Kraanmachinisten

Voor een buitenlandse kraanmachinist dient de werkgever

een ontheffing van art. 7.32 van het Arbobesluit

aan te vragen. Een belangrijke voorwaarde is dat een

buitenlandse (c.q. een niet-Nederlandstalige) machinist

goed moet kunnen communiceren met degene die met

en/of in de omgeving van de kraan of funderingsmachine

werken. Bij een voorlopig positief oordeel krijgt

de werkgever bericht dat de betreffende werknemer

een “praktijktoets” moet afleggen bij een certificerende

instelling. Bij positief toetsresultaat wordt een ontheffing

van maximaal 6 maanden verleend. Een ontheffing

als hier bedoeld kan éénmalig verlengd worden met een

termijn van een half jaar.

33

J A A R P L A N 2 0 0 6


Markttoezicht algemeen

Naar het oordeel van de Europese Commissie moeten

de lidstaten van de Europese Unie systematisch aandacht

besteden aan het naleven van productregelgeving

gebaseerd op Europese richtlijnen. Dat betekent dat

toezicht gehouden wordt bij gebruikers en eventueel bij

producenten en importeurs. Ook de zogeheten ‘grijze

import’ zal aandacht moeten krijgen in dit kader. Afgezien

van controle op aanduidingen en documenten zoals de

aanwezigheid van de CE-markering, een EG-verklaring van

overeenstemming en een Nederlandstalige gebruiksaanwijzing,

dient er ook op te worden toegezien dat fabrikanten

daadwerkelijk zorgen dat hun product voldoet aan de

vastgelegde veiligheids- en gezondheidseisen. In de Warenwet

zijn een aantal productrichtlijnen geïmplementeerd

waaronder de Richtlijn persoonlijke beschermingsmiddelen,

Richtlijn liften, Richtlijn drukapparatuur en Richtlijn

Machines. Het toezicht op de naleving ervan is eveneens

een taak van de Arbeidsinspectie.

In 2006 zal dit markttoezicht nader vorm krijgen door het

uitvoeren van projectmatige inspecties onder andere op

het terrein van Warenwet besluit machines. In paragraaf

2.2 en bijlage 1 is dit thema meer inhoudelijk uitgewerkt.

Meldingen biologische agentia

Meldingen biologische agentia zijn te onderscheiden in

‘Kennisgevingen werken met biologische agentia’ ex

Arbobesluit art. 4.94, en ‘Meldingen ongevallen of incidenten

biologische agentia’ ex art. 4.95. Werkzaamheden met

en ongevallen door biologische agentia kunnen in verschillende

branches voorkomen. De AI beoordeelt deze

meldingen en voert in minimaal 50% van de meldingen

werkplekinspectie uit.

Meldingen werken onder overdruk

Op grond van ex artikel 6.17 van het Arbobesluit is het

melden van duikarbeid verplicht. De indruk bestaat dat de

wettelijke verplichtingen steeds beter worden nageleefd.

In overeenstemming met het gestelde in artikel 6.17 Arbobesluit

worden alle meldingen beoordeeld op volledigheid,

betrouwbaarheid en actualiteit. Indien het noodzakelijk

wordt gevonden zal de Arbeidsinspectie een inspectie ter

plaatse uitvoeren.

5.2.2. Adviezen

Advies Farboregeling

De overheid wil dat ondernemers en non-profitorganisaties

in arbovriendelijke arbeidsmiddelen investeren. Om

dit te stimuleren, heeft het Ministerie van SZW de Farboregeling

in het leven geroepen.

Op basis van die regeling stelt het ministerie jaarlijks

een lijst samen van innovatieve en arbovriendelijke

arbeidsmiddelen, die de blootstelling aan fysieke belasting,

lawaai en gevaarlijke stoffen verminderen. Wie een nieuw

arbeidsmiddel aanschaft dat op deze lijst staat, kan een

subsidie aanvragen van maximaal tien procent van de

aanschafkosten. De Arbeidsinspectie voert de selectie uit

welke arbeidsmiddelen op de lijst zullen worden geplaatst

en brengt hierover advies uit aan de beleidsdirectie

Arbeidsomstandigheden van SZW.

Arbeidsmiddelen waarvoor een koopovereenkomst

is aangegaan vóór 1 januari 2006 vallen nog onder de

Farbo-regeling 2005. Hiervan kan men gebruik maken tot

uiterlijk drie maanden na de datum van de koopovereenkomst.

De Arbeidsinspectie beoordeelt de aanvragen inhoudelijk,

voert zonodig inspecties uit en brengt een inhoudelijk

bindend advies uit aan het Agentschap SZW.

Advies predikaten `Koninklijk` en `Hofleverancier`

De Arbeidsinspectie behandelt jaarlijks ca. 40 verzoeken om

advies van de Commissarissen van de Koningin met betrekking

tot aanvragen van het predikaat Koninklijke en Hofleverancier.

Voor het opstellen van deze adviezen worden de

bij de AI bekende gegevens over de aanvrager geraadpleegd.

Tevens heeft een inspectie bij de aanvrager plaats.

5.2.3 Monitoringingsactiviteiten

Ten behoeve van onderstaande monitor- onderzoeken

worden gegevens verzameld bij bedrijven. De hiervoor

geplande capaciteit is weergegeven bij de desbetreffende

sectoren (zie bijlage 1)

34

J A A R P L A N 2 0 0 6


Veldonderzoek

ARBO in bedrijf (Arbo-monitor)

Met dit (jaarlijkse) onderzoek wordt een beeld gegeven

van de stand van zaken met betrekking tot de Arbeidsomstandigheden

in bedrijven. Voorafgaand aan elk onderzoek

wordt bepaald welke aspecten van arbeidsomstandigheden

in het onderzoek worden meegenomen. In 2006 worden

de gegevens die in 2005 zijn verzameld, geanalyseerd

en vindt nieuwe gegevensverzameling plaats. De gegevens

uit de arbomonitor vormen een belangrijk onderdeel van

de SZW-arbobalans.

AVO-monitor

In dit onderzoek wordt op basis van gegevens, verzameld

bij bedrijven, de ontwikkeling van verschillende arbeidsvoorwaarden

(vooral loonontwikkeling) bekeken. De AI

zal dit onderzoek één keer per twee jaar uitvoeren. In 2006

zal geen AVO worden gehouden. Wel vinden er nadere

analyses plaats op basis van de bevindingen uit 2005.

Onderzoek naleving Wet minimumloon en

miniumum,vakantiebijslag (WML)

In 2006 zal een onderzoek naar de naleving van de WML

worden uitgevoerd. Dit op grond van EU-informatieverplichtingen.

Desk research

Beloningsverschillen tussen verschillende groepen werknemers/

arbeidsmarktpositie

Op basis van het AVO worden beloningsverschillen tussen

mannen/vrouwen, tussen autochtonen/allochtonen en

voltijders/deeltijders onderzocht. Dit onderzoek sluit aan

bij eerdere onderzoeken die de AI op dit terrein heeft

uitgevoerd. De resultaten van onderzoek zullen medio

2006 worden opgeleverd.

Analyse van ongevallen

Op basis van gegevens over ernstige arbeidsongevallen die

door Arbeidsinspectie zijn onderzocht, wordt onder meer

een beeld gegeven van de kenmerken van de werknemers

die bij een arbeidsongeval betrokken zijn geraakt, van de

bedrijven waarin die werknemers werkzaam zijn en van

de oorzaken van de ongevallen.

Analyse van klachten

Bij de AI gemelde, onderzochte, klachten worden jaarlijks

geanalyseerd naar achtergrondkenmerken, analoog aan de

analyse van ongevallen.

Analyse van inspectiegegevens

Inspectiegegevens worden ook gebruikt voor informatievoorziening

in het kader van EU-richtlijnen over veiligheid

en gezondheid en voor beleidsinformatie over bijvoorbeeld

de inzet van bestuurlijke boetes en andere handhavingsinstrumenten.

5.2.4 Afhandeling Boeterapporten en bezwaarschriften

Boeterapporten

De bestuurlijke boete is als handhavinginstrument voor de

Arbeidsomstandighedenwet inmiddels zes jaar beschikbaar.

Voor de Arbeidstijdenwet en de Wet arbeid vreemdelingen

WAV is het instrument (ruim) een jaar beschikbaar.

De bestuurlijke boete blijkt een effectief handhavinginstrument

en daarmee een duidelijke bijdrage aan de naleving.

In 2006 komt de verantwoordelijkheid voor alle inning

van boeten bij de AI te liggen. Voor het boetebeleid blijven

de SZW-beleidsdirecties aanspreekbaar.

In het kader van de Arbowet worden de boetes voornamelijk

opgelegd aan werkgevers, maar eveneens aan

werknemers die zich niet houden aan de voor hen geldende

wettelijke arboverplichtingen. Voor wat betreft het

opleggen van boetes aan werknemers is er sprake van een

stijgende lijn sinds de Arbeidsinspectie in overeenstemming

met haar aankondiging bij de brancheorganisaties

onverantwoord werknemersgedrag steeds vaker aan de

orde stelt. Deze lijn zal zich in 2006 verder doorzetten.

Door de wetswijziging per 1-10-2004 kan ook een boete

worden opgelegd aan de feitelijk leidinggevende (art. 33a

Arbowet). De verwachting is dat daarmee in 2006 ervaring

zal worden opgedaan.

Voor wat betreft de ATW worden de boetes opgelegd aan de

werkgevers, maar ten aanzien van de ATW-vervoer kunnen

ook werknemers (chauffeurs) een boete opgelegd krijgen.

De boetes in het kader van de WAV worden vooral opgelegd

aan werkgevers, die te onderscheiden zijn in formele

en feitelijke werkgevers, en aan particulieren.

35

J A A R P L A N 2 0 0 6


Gebaseerd op het verloop van de voorgaande jaren is

de verwachting dat er in 2006 voor overtreding van de

Arbowet ongeveer 3500 (ongevallen)boeterapporten zullen

worden opgemaakt tegen werkgevers, werknemers en

feitelijk leidinggevenden.

Voor 2006 wordt voorzien dat er in het kader van de

ATW maximaal 200 boeterapporten zullen worden opgemaakt.

Voor de WAV ligt dit aantal op ruim 2200.

Dit brengt het totale aantal verwachte (ongevallen)boetera

pporten voor 2006 op ruim

6000, op basis waarvan een bestuurlijke boete kan worden

opgelegd.

Bezwaar- en beroepsschriften

De bezwaar- en beroepsprocedures zijn gericht tegen

door de Arbeidsinspectie opgelegde beschikkingen. Het

gaat hierbij met name om bezwaren tegen bestuurlijke

boetes opgelegd wegens overtreding van de Arbowetgeving,

de Wet arbeid vreemdelingen en de Arbeidstijdenwet,

maar ook tegen gestelde eisen tot naleving en bevolen

stilleggingen van het werk op grond van de artikelen 27

en 28 van de Arbowet. De ervaring leert dat circa 8 % van

het aantal opgelegde arbo-boetes leidt tot het indienen

van bezwaarschriften. Voor de Wet arbeid vreemdelingen

wordt op basis van de ervaringen tot en met augustus

2005 uitgegaan van een veel hoger percentage. De raming

van 45 % lijkt reëel. Hierdoor zal het totaal aantal af te

handelen bezwaarschriften in 2005 en 2006 fors toenemen.

Grote aantallen bezwaren tegen de boeteoplegging

in de Arbeidstijdenwet worden niet verwacht.

In totaal gaat het derhalve om 1400 bezwaarschriften.

Extra aandacht zal gegeven worden aan de gevolgen, die

herziening van de Arbowetgeving kan hebben voor boeteoplegging

en bezwaarschriften.

36

J A A R P L A N 2 0 0 6


Jaarplan

2006

37

J A A R P L A N 2 0 0 6


Bijlagen

38

J A A R P L A N 2 0 0 6


Capaciteitsoverzicht Arbeidsomstandigheden

en toelichting projecten per sector

Bijlage1

39

J A A R P L A N 2 0 0 6


Sector Industrie

Producten Capaciteit in uren Productievolume in aantal zaken

Reactief Klachtenbehandeling 4200 420

Ongevalsonderzoek 19800 792

Overig reactief 2900 400

26900 1612

Aandeel industrie in Actieve sector- Arbomonitor 1450 290

overstijgende projecten KEW 980 196

2430 486

Actieve projecten Chemie 2005 240 40

Culinair 2005 100 20

Groothandel metaal 3500 700

Glas en keramiek 650 130

Metaal 1525 275

Warenwet 2710 540

Grafimedia 3700 615

Dranken 575 115

Leerindustrie 475 95

13475 2530

Totaal generaal 42805 4628

Toelichting per project

Grafimedia

Doordat in de sector drukkerijen, ook wel grafimedia

genoemd, in de afgelopen jaren druk gewerkt is

aan een verbetering van de arbeidsomstandigheden

in het kader van een arboconvenant, hebben in deze

sector weinig tot geen inspectieactiviteiten plaatsgevonden.

Nu het convenantstraject (1e fase convenant)

het einde nadert, komt de sector weer in beeld voor

inspecties om vast te stellen wat het effect van de

afspraken is geweest en om ‘vinger aan de pols’ te houden

met deze sector. In het najaar van 2006 zal vanuit

dit oogpunt een inspectieproject starten gericht op de

belangrijkste arborisico’s.

Het inspectieproject zal onderdeel uitmaken van het

project Aanpak Nieuw Inspectiebeleid. In dit project

introduceert de Arbeidsinspectie een werkwijze waarbij

voorafgaand aan de inspecties bedrijven geïnformeerd

worden over de belangrijkste arborisico’s in de

sector. In een brochure, die in overleg met de branche

tot stand zal komen, worden tevens handreikingen

gedaan hoe bedrijven aan de normen die door de

Arbeidsinspectie worden gehanteerd kunnen voldoen.

De brochure zal begin 2006 beschikbaar komen en

breed worden verspreid in de sector. Hiermee wordt voorkomen

dat bedrijven voor een verrassing komen te staan als het

inspectieproject van start gaat. Het inspectieproject zal zich

richten op (een deel van) de in de brochure vermelde arborisico’s.

Onderwerpen die zeker aan bod zullen komen in de

brochure zijn werkdruk van desktop-publishers, fysieke belasting,

machineveiligheid en blootstelling aan (acuut) gevaarlijke

stoffen.

Glas en keramiek

Op basis van het risico-analysemodel van de Arbeidsinspectie

zullen in de periode februari tot en met april alle bedrijven in

deze sector worden geïnspecteerd. Hierbij zijn de volgende

drie inspectie onderwerpen relevant.

• Geluid: In eerdere inspecties zijn geluidsbeoordelingen

gevraagd. Nu is aan de orde om in alle bedrijven na te gaan

wat inmiddels de stand van zaken is en of er inmiddels ook

daadwerkelijk bronmaatregelen zijn genomen

• Gevaarlijke stoffen: Het gaat in de glas- en keramiekbranche

om verschillende vormen van het werken met gevaarlijke

stoffen. Voor het project gaat het met name om kwarts. Een

belangrijk aandachtspunt is de blootstellingbeoordeling en

het nemen van maatregelen. Ook opslag en voorlichting zijn

belangrijke onderwerpen. De glasbranche werd binnen het

Vasttraject (een SZW-campagne gericht op vergroting van

40

J A A R P L A N 2 0 0 6


veiligheidsbewustzijn en veilig gedrag in bedrijven in

geselecteerde branches) gezien als hoogrisico bedrijfstak,

maar heeft afgezien van deelname.

• Knel-/snij-/ pletgevaar en transportveiligheid: Machineveiligheid

is een onderwerp dat de afgelopen jaren uit

de projecten als knelpunt naar voren kwam. Daarnaast

is snijgevaar in de glasindustrie op verschillende wijzen

een veelvoorkomend risico.

Metaalproducten, machine- en apparatenindustrie

De laatste jaren is door de Arbeidsinspectie veel aandacht

geschonken aan machineveiligheid en gevaarlijke stoffen

(lasrook en oplosmiddelen) in de metaalsector. Het

nalevingsniveau in de sector blijkt op deze punten laag te

zijn. Aandacht op deze punten blijft geboden. Wel hebben

sociale partners in de sector de problematiek van met

name gevaarlijke stoffen en geluid opgepakt door een plan

van aanpak op te stellen. Dit zal hopelijk resulteren in

afdoende concrete verbeteringen op de werkplek.

Uit het risicoanalysemodel van de Arbeidsinspectie

(AIRA) blijkt daarnaast dat acuut gevaarlijke stoffen en

machineveiligheid belangrijke knelpunten in de sector

zijn. Uit een inspectieproject in 2005 en ook uit eerdere

projecten blijkt dat het slecht gesteld is met de veiligheid

van en het veilig werken met machines. Behalve op machineveiligheid

wordt ook geïnspecteerd op naleving van de

wet- en regelgeving rond acuut gevaarlijke stoffen.

Leerindustrie

De leerindustrie is een kleine sector met 2.400 werknemers.

De bedrijfstak (productie van leer, lederwaren en

schoenen) is al sinds langere tijd niet meer bezocht door

de Arbeidsinspectie. Een intentieverklaring om te komen

tot een arboconvenant is in deze sector ontbonden. De

speerpunten van het convenant waren fysieke belasting,

gevaarlijke stoffen (met name oplosmiddelen) en reïntegratie.

Er bleek uiteindelijk te weinig (financieel) draagvlak

bij werkgevers om tot een convenant te komen: de

branche is qua activiteiten te divers en heeft een geringe

financiële draagkracht vanwege de omvang. De voorkeur

ging uit naar bedrijfsaanpak boven branche-aanpak. Wel is

de problematiek door onderzoek in kaart gebracht. Het

41

J A A R P L A N 2 0 0 6


komt nu dus aan op de initiatieven door de afzonderlijke

bedrijven in samenwerking met de arbodienst. Door middel

van een inspectieproject zullen twee belangrijke knelpunten

- te weten machineveiligheid en gevaarlijke stoffen

- worden aangepakt en wordt tevens het nalevingsniveau

op deze punten in de branche onderzocht.

Warenwet 2006/2007

De Arbeidsinspectie is toezichthouder voor enkele besluiten

uit de Warenwet die betrekking hebben op werknemersveiligheid,

bijv. het Warenwetbesluit machines. Tot

en met 2005 is aan deze toezichthoudende taak invulling

gegeven ondermeer in inspectieprojecten in specifieke

sectoren. Uit deze projecten zijn verschillende signalen

naar voren gekomen welke aanleiding zijn om in 2006 een

inspectieproject uit te voeren geheel gericht op de Warenwet.

Tevens wordt hiermee invulling gegeven aan afspraken

die zijn gemaakt op Europees niveau. De inspectieactiviteiten

zullen bedrijfstakoverstijgend zijn. Het project wordt

afgestemd met de Voedsel- en Warenautoriteit (VWA),

waarbij de mogelijkheden van samenwerking zullen worden

onderzocht.

Groothandel in metalen

Als onderdeel van de meerjarenstrategie van de directie

Industrie 2004-2008 zijn inspecties in de periode februari

- april 2006, ondermeer gericht op activiteiten in de

groothandel.

De afgelopen jaren zijn verschillende groothandelsbedrijven

geïnspecteerd, recent de groothandel in computerapparatuur.

De groothandelsectoren binnen de directie Industrie kenmerken

zich in een grote diversiteit.

Op basis van de risico-analyse, zoals binnen de Arbeidsinspectie

uitgevoerd, zullen de inspecties gericht zijn op

fysieke belasting, transportveiligheid en valgevaar.

Dranken

De sector dranken kenmerkt zich door verschillende

activiteiten. Ondermeer de productie van bier, frisdranken

en waters en de handel in de genoemde dranken.

Enkele jaren geleden zijn in deze sectoren inspecties

uitgevoerd. Waarbij op het gebied van ondermeer fysieke

belasting en veiligheid verschillende overtredingen zijn

geconstateerd. Mede op basis hiervan en voortvloeiend

uit de AI-risico-analyse, zullen de inspecties gericht zijn op

fysieke belasting, machineveiligheid en aanrijdgevaar.

Toezicht Kernenergiewet 2006

De directie Industrie is binnen de Arbeidsinspectie

verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van

de bepalingen van de Kernenergiewet. Toepassingen van

ioniserende straling beperken zich niet tot deze sector,

maar zijn ook te vinden in andere bedrijfstakken, zoals bijv.

de gezondheidszorg (directie Publieke dienstverlening).

Voor de toepassing van ioniserende straling bestaat een

systeem van meldingen en vergunningen. Afhankelijk van

de risico’s van een specifieke toepassing en de naleving,

worden jaarlijks de inspectieprioriteiten bepaald. Hierbij

wordt naar verhouding meer inspectiecapaciteit ingezet

voor die toepassingen met hoge risico’s en/of een laag

nalevingsniveau. De inspectie-ervaringen uit de afgelopen

jaren worden hierin betrokken. Concreet betekent

dit voor 2006 dat inspecties gericht op niet destructief

onderzoek (mobiele toepassing) en complexvergunninghouders/grote

vergunningen wederom onderdeel

zullen uitmaken van het inspectieprogramma. Daarnaast

zal inspectiecapaciteit ingezet worden op toepassingen

die minder risicovol zijn maar waarbij een vervolg wordt

gegeven aan eerdere inspectieprojecten (bijv. Onderwijs)

of om ‘vinger aan de pols’ te houden. Daar waar dit relevant

is, zal de branche over de inspectieactiviteiten vooraf

geïnformeerd worden. Er wordt samenwerking gezocht

met de andere inspectiediensten die op dit vakgebied

opereren, vooral de VROM-Inspectie en de Kernfysische

Dienst als onderdeel daarvan.

42

J A A R P L A N 2 0 0 6


Sector Bouw

Producten Capaciteit in uren Productievolume in aantal Zaken

Reactief Klachtenbehandeling 7.403 871

Ongevalsonderzoek 15.796 718

Overig reactief 4.933 1121

28.132 2810

Aandeel Bouw in Actieve sector-overstijgende projecten Arbo monitor 534 107

Actieve projecten Bouwlocaties 8459 2115

Systeeminspecties 4834 483

Stratenmaken 1692 423

Sloop en grondverzet 1933 483

Meubelindustrie 1692 423

Houthandel 1208 201

Asbestketen 1692 338

EU-project asbest 967 322

Baanwerkers 1692 169

24168 4958

Totaal generaal 52834 8874

Toelichting per project

Bouwlocaties

In de Bouw vinden jaarlijks inspecties plaats volgens een

bottom-up methode, de zogenoemde inspecties bouwlocaties.

Hierbij worden adressen van onder af opgevoerd.

Er vindt vooraf dus geen selectie van vestigingen plaats.

Inspecteurs zoeken in principe zelf gericht de te inspecteren

bouwlocaties. Zij handhaven op de aangegeven onderwerpen

volgens het projectplan en daarnaast op ernstig

beboetbare feiten. Een belangrijk doel van deze inspecties

is het leveren van handhavingsdruk.

Systeeminspecties

De tweede standaardwerkwijze vormt de systeeminspectie.

Tekortkomingen die op bouwlocaties zijn vastgesteld

worden op het vestigingsadres van de hoofdaannemer

gehandhaafd. Hiermee is dit dus ook een bottom-up

werkwijze. Het gaat daarbij niet (alleen) om de aangetroffen

tekortkomingen, maar om preventie, samenwerking en

coördinatie, toezicht en instructie.

Stratenmaken

Stratenmakers staan bloot aan grote fysieke belasting en

kwarts. In het convenantentraject zijn diverse initiatieven

ontplooid om de belasting van de werknemers te verbeteren.

Inmiddels zijn technische hulpmiddelen beschikbaar

waarmee de belasting aanzienlijk gereduceerd kan worden.

Tijdens het inspectieproject zal hierop gehandhaafd worden.

Sloop en grondverzet

Slopers staan bloot aan een groot aantal risico’s: valgevaar,

aanrijdgevaar, vallende voorwerpen, knel-, plet-, snijgevaar,

fysieke belasting, schadelijk geluid en kwarts. Aan de

belangrijkste daarvan zal in dit project aandacht worden

besteed.

Meubelindustrie

In deze sector zijn de grootste risico’s: acuut gevaarlijke

stoffen, gevaar van pletten, knellen en snijden, wegvliegende

of wegschietende onderdelen, kankerverwekkende

stoffen, schadelijk geluid en fysieke belasting. Jaarlijks

wordt deze sector geïnspecteerd.

Houthandel

Deze sector is uitgekozen voor een pilot in het kader van

het nieuwe inspectiebeleid. In overleg met de branche

zullen de belangrijkste risico’s en oplossingen worden

gedefinieerd.

Asbestketen

In het verleden zijn diverse specifieke projecten uitgevoerd

met betrekking tot deze sector. Daarbij werden

enerzijds meldingen steekproefsgewijs onderzocht (het

merendeel van de capaciteit) en anderzijds aandacht

besteed aan de asbestketen, te weten puinbrekers, opslag

in gemeentedepots etc. Vanaf 2005 worden de meldingen

beschouwd als reactieve signalen en worden daar geen

specifieke actieve projecten meer voor gedefinieerd.

43

J A A R P L A N 2 0 0 6


Het steekproefsgewijs inspecteren van meldingen wordt

gecontinueerd. Daarnaast vindt jaarlijks een zogenoemd

ketenproject plaats.

EU-project asbest

In 2006 vindt in een inspectiecampagne plaats in Europees

verband. In alle lidstaten zal op vergelijkbare wijze aan

bepaalde thema’s invulling worden gegeven.

Baanwerkers

Werkers aan de spoorbaan staan bloot aan aanrijdgevaar

door passerende treinen. De kans op een dodelijk

ongeval bedraagt daarbij (als 5-jaarsgemiddelde) 2,2 op

de 10.000 werknemers per jaar. De veiligheid kan alleen

geborgd worden als de opdrachtgever/wegbeheerder in

een vroeg stadium adequate maatregelen neemt. Uiteraard

levert dit altijd een zekere spanning op ten opzichte

van de verantwoordelijkheid voor de doorgang van het

(spoor)wegverkeer. Door de sector is inmiddels een Normenkader

Veilig Werken aan de railinfrastructuur (NVW)

opgesteld. Uitgangspunt daarvan is dat werkzaamheden

aan spoorbanen zoveel mogelijk tijdens buitendienststellingen

plaatsvinden. Tijdens inspecties samen met IVW zal

de implementatie van dit NVW worden gemonitord.

Sector Commerciële dienstverlening

Producten Capaciteit in uren Productievolume in aantal Zaken

Reactief Klachtenbehandeling 5600 560

Ongevalonderzoek 7900 416

Overig reactief 1000 100

14500 1076

Aandeel CD in Actieve sector- Arbo monitor 2800 700

overstijgende projecten ATB Vervoer 2400 200

5200 900

Actieve projecten A&G detailhandel 3000 857

A&G openbaar vervoer 500 75

Horeca 4000 1000

Laden en lossen 3000 750

Dieselmotorenemissie 3000 857

Arbeidsmiddelen gebiedsgerichte acties 2500 833

Wasgoedketen Zorg 1250 250

Industriële reiniging 900 180

Tankbinnenvaart 500 100

Samenwerkingsproject 1000 200

IVW/KLPD

Overslag Havens 1000 200

Pilots 1750 500

Doorloop werkplaatsen beroepsgoederenvervoer 800 178

23200 5980

Totaal generaal 42900 7956

Toelichting per project

Agressie en geweld in diverse sectoren

Dit is het centrale thema van 2006 in de commerciële

dienstverlening. Vooral de sectoren waar sprake is van regelmatig

klantcontact en ongewenst klantgedrag zullen worden

bezocht. Zo zal er een vervolg gegeven worden aan het project

‘agressie en geweld detailhandel 2005’, waarbij de stand

der techniek van organisatorische en technische maatregelen

om ongewenst klantgedrag te voorkomen en te beheersen in

overleg met vertegenwoordigers van de Detailhandel in kaart

is gebracht. Daarnaast zullen de openbaarvervoersbedrijven

en bedrijven in de Horeca worden bezocht.

Horeca

In 2006 zal in de horeca eveneens aandacht worden

besteed aan agressie en geweld door ongewenst klantgedrag.

44

J A A R P L A N 2 0 0 6


Daarnaast zal worden geïnspecteerd op het werken door

kinderen en jeugdigen, arbeidstijden, geluid en fysieke

belasting. Naast de reguliere horeca zullen ook horecabedrijven

en cateringbedrijven op (lokale) evenementen

en festivals worden bezocht. Het is de verwachting dat

hier ten aanzien van arbeid door kinderen en jeugdigen

en arbeidstijden de nodige overtredingen zullen worden

aangetroffen. In discotheken is in 2000 een inspectieproject

uitgevoerd naar de geluidsbelasting van medewerkers.

In dit project zal gekeken worden naar de huidige

stand zaken ten aanzien van de beheersmaatregelen om

hoge geluidsbelasting te voorkomen. Ten aanzien van

fysieke belasting zal onder meer gekeken worden naar de

aanlevering van dranken en bierfusten.

Laden en lossen door bezorgdiensten

Fysieke belasting scoort hoog in vele branches binnen

de commerciële dienstverlening. In dit project zal aan

de tilproblematiek aandacht worden geschonken in een

aantal branches, waaronder de bezorgdiensten van wit- ,

bruin-en grijsgoed (computers). Daarnaast zal worden

gekeken naar algemene veiligheidsaspecten (laadkleppen)

en arbeidstijden.

Dieselmotoremissie uit arbeidsmiddelen

Het project heftrucks (2005) laat zien dat de naleving

van de regelgeving op kankerverwekkende stoffen zeer

te wensen overlaat. Dit project zal enerzijds opnieuw

druk houden op werkgevers die in omsloten ruimten

met dieselheftrucks werken, anderzijds zal geïnspecteerd

worden op andere arbeidsmiddelen met dieselmotoremissie

(zoals compressoren en aggregaten in binnensituaties).

De aandacht zal uitgaan naar arbeidsmiddelen waarvan

de stand der techniek bekend is, zodat maatregelen om

de dieseluitstoot te reduceren getroffen kunnen worden,

zoals een andere aandrijving, een ander arbeidsmiddel of

roetfilters. Tevens zal de veiligheid van deze arbeidsmiddelen

geïnspecteerd worden.

Wasgoedketen zorg

Dit project zal worden uitgevoerd in samenwerking met

de AI bedrijfstakdirectie Publieke Dienstverlening. Hierdoor

kunnen de werkzaamheden rond wasgoedstromen

worden gevolgd van zorginstelling tot verwerking in de

wasserij. De focus vanuit Commerciële Dienstverlening ligt

bij de wasserijen. Aandachtspunten van inspectie vormen

45

J A A R P L A N 2 0 0 6


de blootstelling aan gevaarlijke stoffen (waaronder residuen

van geneesmidden), biologische agentia, geluid, klimaat,

machineveiligheid en fysieke belasting.

Industriële reiniging

Dit project vormt een pilotproject in het kader van de

nieuwe inspectieaanpak. Hierbij wordt ingezet op zeer

intensieve communicatie met de branche om de perceptie

van de complexiteit van de arbowetgeving bij de bedrijven

terug te brengen tot reële en herkenbare proporties. In

dit project zal aandacht worden besteed aan de reguliere

reinigingswerkzaamheden en onderhoudsstops (valgevaar,

fysieke belasting, werken in besloten ruimten, arbeidstijden,

blootstelling aan reinigingsmiddelen en stoffen die

vrijkomen door hogedrukspuiten). Het project vormt een

vervolg op het project van de bedrijfstakdirectie Industrie

in 2005 waarbij naar het valgevaar en de arbeidstijden

bij de onderhoudsstops werd gekeken. In het project in

2006 wordt tevens aandacht besteed aan de resultaten op

bedrijfsniveau van het arboconvenant dat door SZW met

deze branche is gesloten en dat medio 2006 afloopt.

Tankbinnenvaart

Dit project is een vervolg op het project binnenvaart van

2005, dat in samenwerking met de Politie te Water (KLPD

en Zeehavenpolitie) wordt uitgevoerd. Gesignaleerd is dat

deze categorie van schepen tot op heden buiten beschouwing

is gelaten, maar dat aandacht voor opslag en blootstelling

aan gevaarlijke stoffen tijdens het transport van

gevaarlijke stoffen in tanks per binnenvaartschip gewenst is.

Daarnaast wordt aandacht besteed aan valgevaar, machineveiligheid

en reddingvesten aan boord.

Overslag havens

Dit project vormt de voortzetting van de inspectieaandacht

voor de overslagactiviteiten in de havens. Het hoge aantal

ongevallen in de havens geeft daarvoor aanleiding. In dit

project zal geïnspecteerd worden op belangrijke oorzaken

van ongevallen zoals valgevaar, veilig gebruik van hijs- en

hefmiddelen, veilig verwerken van goederen en fysieke

belasting.

Gebiedsgerichte acties

In een korte tijdsperiode zullen alle bedrijven binnen een

bepaald gebied, zoals een postcodegebied of een bedrijventerrein

worden bezocht. De inspectie-items zullen

worden gekozen al naar gelang de keuze voor het te

inspecteren gebied en het type bedrijvigheid. Dit komt

enerzijds tegemoet aan de beleving van werkgevers dat

sommige bedrijven veel vaker worden bezocht dan andere

(perceptie van inspectiedruk), anderzijds wordt met een

monitorlijst wordt geprobeerd inzicht te krijgen in de

juistheid van de bij de AI beschikbare adressenbestanden

en de mate van arboproblematiek in bedrijven die wellicht

niet zouden zijn bezocht op grond van beschikbare gegevens

en de AI-risico-analyse arbeidsomstandigheden.

ATB Vervoer

Op grond van Europese afspraken wordt van de Arbeidsinspectie

verwacht jaarlijks tenminste 1% van het aantal

chauffeurswerkdagen te onderzoeken op naleving van de

EU-regels. Dit wordt gedaan door in 270 bedrijven inspecties

te verrichten op naleving van het Arbeidstijdenbesluit

vervoer. Binnen dit project wordt vervolgonderzoek verricht

in de bedrijven waar, naar aanleiding van transportinspecties

langs de weg door IVW en Politie, door deze

diensten overtredingen zijn geconstateerd.

Samenwerkingsproject (gezamenlijke inspecties) met

andere inspectiedienst

In het najaar van 2005 wordt in overleg met andere

inspectiediensten de definitieve keuze voor een specifiek

samenwerkingsproject gemaakt. Het meest waarschijnlijk

is een samenwerking met IVW of KLPD. Met de KLPD is

onlangs een samenwerkingsovereenkomst gesloten, met

IVW zal dat binnenkort gebeuren.

Pilots

In de pilots kan de omvang van problematiek nader worden

verkend. Ongevallen of klachten kunnen daarvoor de

aanleiding zijn, maar ook gesignaleerde lacunes in inzicht

ten behoeve van de strategievorming van de Arbeidsinspectie.

Toelichting per project

46

J A A R P L A N 2 0 0 6


Sector Publieke Dienstverlening

Producten Capaciteit in uren Productievolume in aantal Zaken

Reactief Klachtenbehandeling 3.500 350

Ongevalsonderzoek 7.600 400

Overig reactief 1.750 175

12.850 925

Aandeel PD in Actieve sector- KEW 200 20

overstijgende projecten Arbomonitor 1.786 447

1986 467

Actieve projecten Praktijklokalen VMBO/BVE doorloop 1500 150

Sociale diensten doorloop 1600 265

Kinderopvang doorloop 250 50

Thuiszorg doorloop 250 42

Zwembaden doorloop 360 60

Vakantiewerk 3000 1000

Ziekenhuizen 6000 600

Nachtopvang Zorg en Welzijn 1000 200

Verpleeg- en Verzorgingshuizen 1200 150

Wasgoedketen Gezondheids 1250 250

HBO 2800 280

Universiteiten 400 40

Stortplaatsen/Vuilverbranding 400 33

En Route 1020 250

Sociale Werkvoorziening 300 60

ATW politie 1300 130

Brandweer 3600 600

Overige interventies 1278 105

27508 4265

Totaal generaal 42344 5657

Projecten die doorlopen vanuit 2005 (zoals praktijklokalen

VMBO/BVE, sociale diensten/UWV, kinderopvang, thuiszorg

en zwembaden) worden hier niet nader toegelicht,

daarvoor wordt verwezen naar het AI Jaarplan 2005.

In deze toelichting wordt ingegaan op de nieuwe projecten

voor 2006.

Vakantiewerk 2006

In 2006 zal een vakantiewerkproject plaatsvinden in de

land- en tuinbouw en de gezondheidszorg. Naast een

nieuwe steekproef zullen ook bedrijven geïnspecteerd

worden die in het vorige project overtredingen te zien

hebben gegeven. In de land- en tuinbouw zal het werken

met bestrijdingsmiddelen extra aandacht krijgen.

Ziekenhuizen 2006

Nederland kent 108 ziekenhuizen, waar in totaal 200.000

mensen werken. Van de 108 ziekenhuizen zijn er 8

academische ziekenhuizen. Bij academische ziekenhuizen

werken gemiddeld 6000 medewerkers.

Voor 2006 staat een inspectieproject gepland dat zich

vooral richt op de onderwerpen fysieke belasting en

agressie & geweld (incl. seksuele intimidatie). Daarnaast zal

ook aandacht besteed worden aan de arbeidsrisico’s als

werkdruk, excessieve arbeidstijden bij specifieke groepen

werknemers (b.v. arts-assistenten en co-assistenten),

blootstelling aan narcosegassen en cytostatica. Het gaat

hier om hoge risico’s die allen een direct verband hebben

met arbeidsuitval en ernstige gezondheidsschade voor

de werknemers en risico’s als narcosegassen voor het

ongeboren kind van zwangere werkneemsters. Rond cytostatica

en narcosegassen is eerder uit inspecties gebleken

dat een systematische aanpak binnen veel ziekenhuizen

47

J A A R P L A N 2 0 0 6


ontbrak, hetgeen heeft geleid tot de conclusie dat na enige

tijd opnieuw geïnspecteerd dient te worden om na te gaan

of een structurele verbetering is gerealiseerd. Onderzocht

wordt nog in hoeverre ook onderwerpen als biologische

agentia en blootstelling aan formaldehyde aandacht

behoeven.

De ziekenhuizen zijn gedurende een flink aantal jaren niet

systematisch geïnspecteerd, behoudens op enkele specifieke

onderwerpen als narcosegassen en cytostatica.

Door de hoeveelheid inspectiepunten zal het project zo

worden ontworpen dat er meerdere inspectiebezoeken

per ziekenhuis worden afgelegd. Vandaar dat het totaal

aantal geplande zaken uitstijgt boven het feitelijk aantal

ziekenhuizen in Nederland.

Door zoveel mogelijk uit te gaan van de in convenanten

ontwikkelde instrumenten en gedefinieerde stand der techniek

voor ziekenhuizen, wordt ook in dit project een vorm

van maatwerkhandhaving toegepast. Er hebben tot en met

2004 convenanten gelopen in de ziekenhuizen en academische

ziekenhuizen. De Arbeidsinspectie vermoedt dat bij

een substantieel deel van de ziekenhuizen de aanpak op de

werkvloer tot nu toe onvoldoende vorm heeft gekregen in

de vorm van een systematische aanpak van de problematiek.

Dit project maakt tevens deel uit van het PAO-project

samenwerkende Rijksinspecties.

Nachtopvang zorg en welzijn

Uit het project Maatschappelijk Werk, het project GGZ en

uit signalen vanuit de sector blijkt de noodzaak specifiek

te inspecteren op agressie en geweld, werkdruk, ATW en

mogelijk biologische agentia en gevaarlijke stoffen. Het

personeel blijkt in de nachtelijke uren regelmatig bloot te

staan aan agressie en geweld, zowel bij instellingen voor

de opvang van verslaafden als bij instellingen die spoedeisende

hulp bieden bij b.v. ongelukken en vechtpartijen

(SEH-afdelingen, doktersdiensten).

Verpleging en verzorging 2006

48

Nederland kent zo’n 1700 verpleging- en verzorgingshuizen

met een totaal aantal werknemers van 230.000.Voor

2006 staat een inspectieproject gepland dat zich richt

op de onderwerpen fysieke belasting, agressie & geweld,

werkdruk, biologische agentia en gescheiden aanleveren

van wasgoed.

De laatste keer dat deze sector werd geïnspecteerd was

in 2003, waarbij in 311 van de 1700 verpleging- en verzorgingshuizen

inspecties werden uitgevoerd. Bij 304 instellingen

werden in totaal 1519 overtredingen geconstateerd.

Algemene bevindingen waren:

• de RIE’s en plannen van aanpak zijn verouderd

• risico’s op besmetting met Hepatitis B. (biologische

agentia) worden onderschat

• bedrijfshulpverlening wordt onvoldoende ingevuld

Het werd zorgwekkend gevonden dat zoveel overtredingen

werden geconstateerd rond de onderwerpen waarop

geïnspecteerd werd. De sector heeft nu ruim 2½ jaar

de tijd gehad om de arbozaken meer structureel aan te

pakken, en om te zien of dat ook gelukt is, zijn inspecties

op zijn plaats. De nu geplande inspecties worden

toegespitst op die instellingen waar sprake is van een

hoge(re) zorgzwaarte. In dit project zal tevens de fysieke

belasting van verplegend en verzorgend personeel een

hoge prioriteit krijgen en zal gecontroleerd worden of

de maatregelen die in de sector zijn ontwikkeld om deze

algemeen erkende problematiek in de zorg aan te pakken,

ook feitelijk worden toegepast.

Voor dit project zal de samenwerking met IGZ geïntensiveerd

worden. Belangrijk punt daarbij is dat de totale

inspectiedruk over de instellingen goed wordt gespreid.

Dit project is een van de vier pilot-projecten die de AI

houdt ter voorbereiding op de invoering van de nieuwe

ARBO-wet en het nieuwe inspectiebeleid. Kern van de

pilot is dat de AI ruim voor de start van het feitelijke

inspectieproject een brochure publiceert met daarin

informatie over de prioritaire arbeidsrisico’s en de wijze

J A A R P L A N 2 0 0 6


waarop gehandhaafd gaat worden. Deze extra informatie

zal een positief effect hebben op de nalevingsbereidheid

van de doelgroep en onduidelijkheden rond de interpretatie

van regelgeving tegengaan.

Wasgoedketen gezondheidszorg

Een nieuw project, in aanvulling op de meerjarenstrategie,

is “Wasgoedketen Gezondheidszorg”. Dit project wordt

opgepakt naar aanleiding van conclusies uit eerdere projecten

over misstanden in de verwerking van wasgoed in

relatie tot de aanwezigheid van medicijnresiduen.

De hele keten wordt aangepakt, van het afhalen van de

bedden tot het wassen in de wasserij. Het project wordt

uitgevoerd in samenwerking met de AI bedrijfstakdirectie

Commerciële dienstverlening. Inspectiepunten zijn: biologische

agentia, gevaarlijke stoffen, fysieke belasting

Inspectieproject hoger onderwijs

In de sector hoger onderwijs vormt de psychische

arbeidsbelasting (de werkdruk) een groot arbo-risico, zo

blijkt uit vele onderzoeken. In convenantverband is inmiddels

veel aandacht besteed aan bewustwording en instrumentontwikkeling.

In het inspectieproject wordt onderzocht

hoe het staat met de wetsnaleving ten aanzien van

genoemde arbeidsrisico’s in de praktijk van de instellingen.

Inspectieproject universiteiten 2006

Bij een aantal faculteiten van verschillende universiteiten

worden inspecties uitgevoerd op de problematiek van RSI

bij beeldschermwerk. Dit betreft een follow-up van het

inspectieproject dat is uitgevoerd in 2002, waarbij werd

aangesloten bij de geconstateerde explosieve stijging van

het aantal RSI klachten in deze sector. Uit de inspecties

van de Arbeidsinspectie in 2002 bleek dat universiteiten

onvoldoende aandacht hadden voor het voorkomen van

RSI onder studenten en werknemers.

In het inspectieproject universiteiten 2006 wordt nagegaan

wat er terecht is gekomen van de plannen van aanpak ten

aanzien van beeldschermwerk en of de voorlichting aan

studenten en medewerkers ten aanzien van RSI structurele

vormen heeft aangenomen

Inspectieproject stortplaatsen en vuilverbrandingsinstallaties

De Arbeidsinspectie inspecteert in de periode 2003 tot

2007 systematisch de verschillende branches binnen de

afvalsector. In 2006 wordt het accent verlegd naar de

stortplaatsen en de vuilverbrandingsinstallaties in Nederland.

Hierbij bestaan de volgende arbo-risico’s: gevaarlijke

stoffen, biologische agentia, machineveiligheid, aanrijdgevaar,

uitlaatgassen, fysieke belasting en geluid. In 2005 is

een inspectieproject uitgevoerd bij de afvalverwerkingsbedrijven,

met speciale aandacht voor het sorteren in de

grote loodsen van afvalsorteerbedrijven. In 2006 zullen

de stortplaatsen en vuilverbrandingsinstallaties worden

geïnspecteerd.

Arbeidstijden bij de politie

Uit eerdere inspecties van de Arbeidsinspectie is gebleken

dat de politiekorpsen grote moeite hadden om

binnen de kaders van de arbeidstijdenwet te blijven. Ook

uit het in 2005 gehouden onderzoek naar aanleiding van

signalen over mogelijke overtredingen rond de registratie

van de arbeidstijden bleek dat er weliswaar geen sprake

is van “dubbele boekhouding”, doch dat overtredingen

van de ATW nog steeds te vaak voorkomen. De staatsecretaris

heeft n.a.v. het onderzoek van 2005 richting de

Tweede Kamer aangekondigd dat de Arbeidsinspectie in

2006 opnieuw en eerder dan oorspronkelijk gepland gaat

inspecteren op de naleving van de ATW bij de korpsen.

Bij welke onderdelen van de korpsen met name geïnspecteerd

gaat worden, zal nog bezien worden in het kader

van de concrete projectvoorbereiding.

Inspectieproject brandweer 2006

De brandweer heeft in Nederland ongeveer 500 brandweerkorpsen.

Dit aantal is mede afhankelijk van het aantal

gemeenten en neemt gestadig af door gemeentelijke

herindelingen. Bij de korpsen werken in totaal ongeveer

26.000 mannen en vrouwen. Ongeveer 80% van het

brandweerpersoneel is vrijwilliger.

Voor 2006 is een inspectieproject gepland dat zich richt

op de veiligheidsaspecten tijdens het uitvoeren van de

repressieve brandweertaak. De specifieke onderwerpen

zijn toezicht en duikarbeid.

In 1999/2000 is een inspectieproject uitgevoerd, waarbij

bezoeken plaatsvonden bij 118 gemeentelijke brandweerkorpsen

en enkele regionale brandweerorganisaties.

49

J A A R P L A N 2 0 0 6


Bedrijfsbrandweerkorpsen vielen buiten de doelgroep.

De nadruk bij de inspecties lag op de beleidsvoering en

de repressieve taakbelasting. In dit project is een groot

aantal overtredingen geconstateerd. In de follow-up van

dit project wordt voorzien in een project na ongeveer

5 jaar om na te gaan of structureel ARBO-beleid vorm

heeft gekregen in deze sector, die gekenmerkt wordt door

zwaar en gevaarlijk werk met veel fysieke en psychosociale

belasting. Ook de ontwikkeling van het aantal ernstige

ongevallen baart zorgen.

Voldoende aanleiding dus om in 2006 een inspectieproject

te plannen, waarbij de structurele aanpak van de problemen

aandacht moet krijgen. Daarbij zal overigens ook aandacht

besteed worden aan de blootstelling aan gevaarlijke

stoffen.

Bij de voorbereiding en uitvoering van het project zal

samenwerking met het IOOV gezocht worden.

Ook in 2006 zullen inspecteurs overtredingen die zij

“onderweg” tegenkomen aan kunnen pakken op basis

van het projectplan “EN-route”. Diverse inspectiepunten

als het gebruik van reflecterende kleding ter voorkoming

van aanrijdgevaar bij hulpverleners, rioolwerkzaamheden,

de veiligheid en fysieke belasting rond kraakperswagens,

het omgaan met gevaarlijke machines en bescherming

tegen aanrijdgevaar bij bermmaaien en snoeiwerkzaamheden

staan daarbij centraal. Met deze opzet wordt op

een flexibele en efficiënte wijze een zekere inspectiedruk

gehandhaafd op deze algemeen erkende en ernstige

arbeidsrisico’s die veelal een directe relatie hebben met

een verhoogde kans op arbeidsongevallen.

Periodiek wordt, bij voldoende waarnemingen, overleg

gevoerd met vertegenwoordigers van de betrokken sectoren

over de stand van zaken.

En-routeproject

50

J A A R P L A N 2 0 0 6


Meerjarenbeeld handhavingprojecten

Arbeidsomstandigheden en arbeidstijden

Bijlage2

51

J A A R P L A N 2 0 0 6


Meerjarenbeeld handhavingprojecten Arbeidsomstandigheden en arbeidstijden

In deze bijlage wordt een overzicht gegeven van alle sectoren, die in de periode 2006-2009 actief worden benaderd met

een inspectie- en handhavingsproject. Door de lopende ontwikkelingen (zie de toelichting in de hoofdstukken 1.4 en 2.1

van dit jaarplan) kan met name voor de periode na 2006 de prioritering anders komen te liggen. Ten opzichte van het in

het Jaarplan 2005 gepubliceerde meerjarenprogramma doen zich enkele kleine verschuivingen en aanpassingen voor in

het programma voor 2006 zoals dat nu in dit Jaarplan is uitgewerkt.

Project

Onderwerpen

Bedrijfstak Industrie

Kernenergiewet

Ioniserende straling

Vuurwerk

Chemische veiligheid, geluid, gevaarlijke stoffen

Metaalproducten

Chemische veiligheid, kracht zetten

Dranken en groothandel in dranken

Machineveiligheid, aanrijdgevaar

Glas en keramiek

Gevaarlijke stoffen, geluid, machineveiligheid

Leerindustrie

Gevaarlijke stoffen, machineveiligheid

Grafimedia

Werkdruk, fysieke belasting, chemische en machineveiligheid

Warenwet Machines

Machineveiligheid en Europese verplichtingen

Metaal Groothandel

Kracht zetten, aanrijd- en valgevaar

Diervoeder, groenten en fruit

Machineveiligheid, kracht zetten

Asfalt en beton

Gevaarlijke stoffen, geluid

Papier en karton

Machineveiligheid, geluid

Vleesverwerking

Chemische veiligheid, kracht zetten

Groothandel

Kracht zetten, val- en aanrijdgevaar

Machinefabrieken

Machineveiligheid, geluid

Textielindustrie

Chemische- en machineveiligheid

Bedrijfstak Bouw

Bouwlocaties

Alle prioritaire risico’s

Systeeminspecties

Arbobeleid

Stratenmaken Zie programma 2006

Sloop en grondverzet Zie programma 2006

Meubelindustrie

Acuut gevaarlijke en kankerverwekkende stoffen, knel-, plet, snijgevaar, fysieke belasting,

schadelijk geluid

Houtverwerkende industrie

Idem als meubelindustrie

Houthandel Zie programma 2006

Asbestketen

Omgaan met asbest/sloop

EU-project asbest

Omgaan met asbest/sloop

Baanwerkers

Aanrijdgevaar/algemene beheersing van de veiligheid

Tillen op bouwplaatsen

Fysieke belasting

Kwarts

Blootstelling aan kwarts bij sloopwerken

Wegenbouw

Aanrijdgevaar, werk- en rusttijden

Installatiebedrijven

Knel-plet-snijgevaar, valgevaar en vallende voorwerpen, kankerverwekkende stoffen

52

J A A R P L A N 2 0 0 6


Schilders

Gevaarlijke stoffen (oplosmiddelen), valgevaar

Bedrijfstak Commerciële dienstverlening

Overslag havens

Algemene veiligheid, machineveiligheid, valgevaar, fysieke belasting

Luchthavens

Algemene veiligheid, machineveiligheid, fysieke belasting

Dieselheftrucks en andere dieselmotoraangedreven arbeidsmiddelen Kankerverwekkende stoffen, machineveiligheid

Laden en lossen bezorgdiensten

Fysieke belasting, algemene veiligheid, arbeidstijden

Openbaar vervoer

Agressie en geweld

Arbeidstijden eigen vervoer

Arbeidstijden

Samenwerkingsprojecten vervoer met IVW/KLPD Zie programma 2006

Tankbinnenvaart

Gevaarlijke stoffen, algemene veiligheid, machineveiligheid

Zeescheepvaart

Machineveiligheid

Detailhandel

Agressie en geweld

Schoenherstelbranche

Diversen

Kappers

Gevaarlijke stoffen, fysieke belasting

Horeca

Agressie en geweld, arbeidstijden, fysieke belasting, geluid

Industriële reiniging, incl. follow-up arboconvenant

Fysieke belasting, valgevaar, gevaarlijke stoffen, arbeidstijden, werken in besloten ruimten

Schoonmaak kantoren

Fysieke belasting, arbeidstijden

Follow-up arboconvenant schoonmaak

Werkdruk, fysieke belasting, gevaarlijke stoffen

Radiotelecommunicatie

Valgevaar, niet-ioniserende straling

Fysieke belasting in diverse sectoren

Fysieke belasting

Follow-up aflopende arboconvenanten Zie programma 2006

Pilots naar aanleiding van klachten, ongevallen, of actualiteit Zie programma 2006

Bedrijfstak Publieke dienstverlening

Openbaar bestuur

Brandweer

Veiligheid, psychische belasting

Politie

Arbeidstijden; werkdruk, agressie en geweld, veiligheid

Buitendiensten overheden

Veiligheid, fysieke belasting

Rechterlijke macht Werkdruk, agressie en geweld, vervolg project 2004

Gevangenissen

Agressie en geweld, werkdruk, arbeidstijden

Afvalverwerking/Stortplaatsen

Machineveiligheid, gevaarlijke stoffen, geluid, biologische agentia

Afvalverwerking/Compostering

Machineveiligheid, gevaarlijke stoffen

Sociale Werkvoorziening Machineveiligheid, fysieke belasting, geluid, vervolg project 2004

Onderwijs

HBO:

Werkdruk en RSI

Praktijklokalen MBO,

Machineveiligheid, gevaarlijke stoffen

BVE (beroepsonderwijs en volwasseneneducatie)

Werkdruk, agressie en geweld

Universiteiten

RSI

Primair en Voortgezet onderwijs Werkdruk en agressie en geweld, vervolg op project 2004

Zorg en welzijn

Ziekenhuizen

Gevaarlijke stoffen, werkdruk, agressie en geweld, biologische agentia,narcosegassen, cytostatica

Verpleging en verzorging

Fysieke belasting, agressie en geweld, werkdruk, cytostatica

Ambulancediensten:

Veiligheid, fysieke en psychische belasting, ATW, gevaarlijke stoffen

Gehandicaptenzorg/GGZ Fysieke belasting, agressie en geweld, vervolg op 2004

53

J A A R P L A N 2 0 0 6


Thuiszorg Fysieke belasting, agressie en geweld, vervolg op project 2005

Landbouw en Visserij

Akkerbouw en vollegrondsteelt

(In combinatie met vakantiewerkproject) gevaarlijke stoffen incl. bestrijdingsmiddelen,

machineveiligheid, fysieke belasting

Glastuinbouw

Gevaarlijke stoffen, machineveiligheid, valgevaar, fysieke belasting

Loonwerkers

Machineveiligheid, fysieke belasting, valgevaar

Kunst, Cultuur, Recreatie

Podiumkunsten/Evenementen

Geluid, fysieke belasting

Audiovisuele Bedrijven

Geluid, fysieke belasting

54

J A A R P L A N 2 0 0 6


Capaciteitsoverzicht Arbeidsmarktfraude

Bijlage3

55

J A A R P L A N 2 0 0 6


Capaciteitsoverzicht Arbeidsmarktfraude

taakstelling (uren) in % gem. zaaktijd prognose

(schatting) aantal zaken

Beschikbare inspectiecapaciteit 113800 100,0% 11,5 9896

Reactief 17070 15,0% 13,0 1313

Verzoeken van derden 5690 5,0% 30,0 190

AMF-projecten regionaal 5690 5,0% 8,0 711

AMF-projecten landelijk 39830 35,0% 9,2 4312

• Land- en tuinbouw 9104 8,0% 9,0 1012

• Uitzendbureaus 7966 7,0% 10,0 797

• Horeca 6828 6,0% 6,0 1138

• Bouw 9104 8,0% 12,0 759

• Dagbladbezorging 2276 2,0% 15,0 152

• landelijke projecten met regionale invulling 4552 4,0% 10,0 455

Interventieteams (taakstelling) 2) 45520 40,0% 13,3 3413

• WIT (Westland)

• BIT (Bouw Groningen)

• HIT (Horeca Groningen en Zaanstad)

• IT Vakantietijd

• IT Teelten

• IT Utrecht West

• IT Den Haag (Markten)

• IT Pluimvee

• IT Belwinkels

• IT Pseudozelfstandigen

Totaal 113800 100,0% 11,4 9939

1)

De toelichting op deze tabel is te vinden in Hoofdstuk 4 van dit Jaarplan.

2)

de exacte verdeling van de capaciteit over de Interventieteams is mede afhankelijk van het werkaanbod en de afspraken met de samenwerkingspartners.

56

J A A R P L A N 2 0 0 6


Overzicht van door de Arbeidsinspectie

te handhaven en uit te voeren wetten,

besluiten en regelingen

Bijlage4

57

J A A R P L A N 2 0 0 6


Overzicht van door de Arbeidsinspectie te handhaven en uit te voeren wetten, besluiten en regelingen

De Arbeidsinspectie heeft (toezichthoudende en uitvoerende) taken met betrekking tot de volgende wet- en regelgeving:

• de Algemene wet gelijke behandeling

• de Arbeidsomstandighedenwet 1998

• het Arbeidsomstandighedenbesluit

• de Arbeidsomstandighedenregeling

• de Arbeidstijdenwet

• het Besluit gegevensverstrekking sociale verzekering

• het Besluit opslaan in ondergrondse tanks 1998

• het Besluit Risico’s Zware ongevallen

• de Bestrijdingsmiddelenwet 1962

• het Inrichtingen– en vergunningenbesluit milieubeheer

• de Kernenergiewet

• de Leerplichtwet

• de Stoomwet

• de Warenwet

• de Wet op het algemeen verbindend en onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten.

• de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs

• de Wet arbeid vreemdelingen

• de Wet gelijke behandeling mannen en vrouwen

• de Wet goederenvervoer over de weg

• de Wet melding collectief ontslag

• de Wet milieugevaarlijke stoffen

• de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag

• de Wet op de gevaarlijke werktuigen

• de Wet op de loonvorming

• de Wet op de Ondernemingsraden

• de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten

• de Wet vaartijden en bemanningsterkte binnenvaart

• de Ziektewet

58

J A A R P L A N 2 0 0 6


Gebruikte afkortingen

Bijlage5

59

J A A R P L A N 2 0 0 6


Gebruikte afkortingen

AI *Arbeidsinspectie

AIRA* AI Risico analyse model arbeidsomstandigheden

AM* (SZW)-Directie Arbeidsmarkt

AMF* Directie Arbeidsmarktfaude

Arbo *Arbeidsomstandigheden

ARIE*Aanvullende Risicoinventarisatie en -Evaluatie

ATW *Arbeidstijdenwet

AVO *Arbeidsvoorwaardenonderzoek

AVR*Arbeidsveiligheidsrapport

BIK* Bedrijfsindeling Kamers van Koophandel

BRZO *Besluit Risico’s Zware Ongevallen

CAO*Collectieve arbeidsovereenkomst

CDV* Directie Commerciële Dienstverlening

CE *Communauté Europeènne

CEDRIS*Brancheorganisatie Sociale werkvoorziening en arbeidsintegratie

CWI*Centra voor Werk en Inkomen

EER *Europese Economische Ruimte

Farbo*Fiscale aftrekmogelijkheid van investeringen in arbeidsomstandigheden

FIOD* Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst.

GISAI *Geïntegreerd informatiesysteem voor de Arbeidsinspectie

IG* Inspecteur-generaal

IGZ* Inspectie Gezondheidszorg

IMH *Inspectie Milieuhygiëne

IND* Immigratie- en Naturalisatiedienst

I-net* Informatiesysteem (bij de Arbeidsinspectie)

IOOV*Inspectie Openbare Orde en Veiligheid

IVW*Inspectie Verkeer en Waterstaat

KEW *Kernenergiewet

KMS* Kwaliteits Management Systeem

KLPD* Korps Landelijke Politiediensten

MHC *Major Hazard Control

NIM* Nieuwe Inspectie Methodiek

NVW*NormenkaderVeiligWerken

PDV* Directie Publieke Dienstverlening

PI*Prestatie Indicator

POA* Programma Andere Overheid

PV * proces-verbaal

RI&E Risico Inventarisatie en Evaluatie

RSI *Repetitive Strain Injuries.

RVI *Rijksverkeersinspectie

SER* Sociaal Economische Raad

SG* Secretaris Generaal

60

J A A R P L A N 2 0 0 6


SIOD*Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst

SLIC* Senior Labour Inspectors Committee

SodM *Staatstoezicht op de Mijnen

SW* Sociale Werkvoorziening

SZW *Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

UWV* Uitvoeringsinstelling Werknemersverzekeringen

V&G*Veiligheid en Gezondheid

VMBO/BVE*Voorbereidend Middelbaar Beroepsonderwijs/Beroepsonderwijs en Volwassenen Educatie.

VOS* Vluchtige Organische Stoffen

VR* Veiligheidsrapport

VROM * Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

VWA* Voedsel en Warenautoriteit

Waadi *Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs

WAO *Wet op de Arbeidsheidsongeschiktheidsverzekering

WAV *Wet arbeid vreemdelingen

WMCO *Wet melding collectief ontslag

WML*Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag

61

J A A R P L A N 2 0 0 6

More magazines by this user
Similar magazines