7 - Nederlandse Vereniging van bioMedisch ...

nvml.nl

7 - Nederlandse Vereniging van bioMedisch ...

September 2010 • 65ste jaargang Nr: 7

Acute myeloïde

leukemie

Moleculaire diagnostiek

Particuliere laboratoria

Urinecontrole op drugs

Diagnostiek auto-immuunziekten


Urine Fluorescence

Flow Cytometry

There’s no way to stop

evolution in urinalysis

The basic

microscope

‘Intelligent’ microscopy,

still subject to individual

user interpretation.

No standardisation!

Urine fluorescence flow

cytometry: the solution

for urinalysis

n two dedicated channels

with fluorescence staining

for enhanced detection

of patho logical samples

n better statistical reliability

means more information

to decide on infections

and haematurias

n highly convenient operation

n standardised analysis

throughout

Sysmex Nederland B.V.

Ecustraat 11, 4879 NP Etten-Leur, The Netherlands

Phone +31 (0)76 5086000 · Fax +31 (0)76 5086086

info@sysmex.nl · www.sysmex.nl

Sysmex Belgium N.V.

Park Rozendal, building A,

Terhulpsesteenweg 6a, 1560 Hoeilaart, Belgium

Phone +32 (0)2 7697474 · Fax +32 (0)2 7697499

info@sysmex.be · www.sysmex.be


In dit nummer

196

205

211

Moleculaire diagnostiek bij acute myeloïde leukemie

Peter Valk en Pauline Hogenbirk-Hupkes

Acute myeloïde leukemie (AML) is een vorm van kanker in het beenmerg en

bloed. De levensverwachting van AML-patiënten zonder behandeling is enkele

weken tot maanden. AML komt voornamelijk voor bij volwassenen, maar wordt

ook gediagnosticeerd bij kinderen. De gemiddelde leeftijd van patiënten is 60

jaar en de ziekte komt vaker voor bij mannen dan vrouwen.

In Nederland krijgt 1 op de 40.000 mensen AML. Sommige mensen met

hematologische ziektebeelden zoals myelodysplastische syndromen (MDS) en

myeloproliferatieve aandoeningen hebben een hoger risico op het ontwikkelen

van AML. Ook bepaalde genetische aandoeningen, zoals het downsyndroom,

geven een verhoogd risico voor het ontwikkelen van AML. Gezien de acute aard

van de ziekte is het van belang snel een exacte diagnose te stellen en de juiste

behandeling te starten.

In de meeste gevallen is de oorzaak van deze bloedkanker onbekend. Wel

is bekend dat er afwijkingen in het genetisch materiaal, het DNA, van de

bloedcellen ontstaan. In de afgelopen jaren zijn een aantal van deze afwijkingen

in AML geïdentificeerd. Deze genetische abnormaliteiten spelen een belangrijke

rol bij de ontwikkeling van de leukemie, maar kunnen eveneens gebruikt worden

om therapiekeuzes te maken. Een aantal van deze afwijkingen in het DNA heeft

namelijk een prognostische waarde. De moleculaire diagnostiek is daarom in de

afgelopen jaren een belangrijke leidraad geworden bij de keuze van behandeling

voor patiënten met AML.

Controle van urine op drugs

Bij Diagnostiek voor U werd onlangs een klein feestje gevierd. Het medischdiagnostisch

centrum in Eindhoven sleepte een grote opdracht binnen: de

Europese aanbesteding ‘urinecontroles en reagentia’ van de Dienst Justitiële

Inrichtingen (DJI). De klus houdt in dat Diagnostiek voor U voor alle onder de DJI

vallende instellingen in Nederland urinemonsters van cliënten gaat onderzoeken

op het gebruik van drugs. Dat komt neer op 100 tot 200 onderzoeken per dag,

bovenop de normale productie. Urine controleren op het gebruik van drugs, wat

komt daar zoal bij kijken Welke valkuilen kan de analist tegenkomen En hoe

gaat Diagnostiek voor U dit karwei aanpakken

Wieslab opent zijn deuren in Nederland

Het Zweedse Wieslab is al jaren het grootste particuliere servicelab voor autoimmuundiagnostiek

in Scandinavië. Nu in juni een vestiging van het Wieslab

haar deuren opende in Nijmegen, biedt dit artsen en laboratoria in Nederland

aanvullende mogelijkheden voor snelle en betrouwbare serologische testen

in de diagnostiek van auto-immuunziekten. Technisch directeur Martin Salden

van het Nijmeegse Wieslab wil met kwaliteit en competentie gedegen invulling

geven aan het woord ‘service’ in servicelab. ‘Dus niet routinematig zo veel

mogelijk testjes draaien, maar artsen daadwerkelijk ondersteuning bieden met

wetenschappelijke informatievoorziening, bijvoorbeeld via scholing.’ Met het

openingssymposium werd meteen de eerste stap gezet.

209

209

209

215

218

220

222

223

Verenigingsnieuws

Nieuwe leden

Van het bestuur

CAO

Vaste rubrieken

NVML-cursussen

NVML-nascholing

NVML-congres

Opleidingen

• Hogeschool van Arnhem en Nijmegen

• Avans+

• Centrum voor Natuur & Techniek

• Centrum Bioscience en Diagnostiek

Agenda

Uitgave: Nederlandse Vereniging van bioMedisch Laboratoriummedewerkers.

NVML-leden ontvangen Analyse gratis.

Copyright: Het overnemen van artikelen is alleen toegestaan

na toestemming van de redactiecoördinator.

De NVML aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor de

gepubliceerde advertenties; evenmin houdt het opnemen

van advertenties en industriële informatie een aanbeveling

van de NVML in.

ISSN 0166-7688

Analyse september 2010 195


Moleculaire diagnostiek bij acute myeloïde

leukemie

Peter Valk, hoofd Moleculair Diagnostisch laboratorium, afdeling Hematologie, ErasmusMC, Rotterdam

Pauline Hogenbirk-Hupkes, analiste specifieke taken Moleculair Diagnostisch laboratorium, afdeling Hematologie, ErasmusMC, Rotterdam

Acute myeloïde leukemie (AML) is een vorm van kanker in het beenmerg en bloed. De

levensverwachting van AML-patiënten zonder behandeling is enkele weken tot maanden.

AML komt voornamelijk voor bij volwassenen, maar wordt ook gediagnosticeerd bij kinderen.

De gemiddelde leeftijd van patiënten is 60 jaar en de ziekte komt vaker voor bij mannen dan

vrouwen. In Nederland krijgt 1 op de 40.000 mensen AML. Sommige mensen met hematologische

ziektebeelden zoals myelodysplastische syndromen (MDS) en myeloproliferative

aandoeningen hebben een hoger risico op het ontwikkelen van AML. Ook bepaalde genetische

aandoeningen, zoals het downsyndroom, geven een verhoogd risico voor het ontwikkelen van

AML.

Gezien de acute aard van de ziekte is het van belang snel een exacte diagnose te stellen en de juiste

behandeling te starten. In de meeste gevallen is de oorzaak van deze bloedkanker onbekend. Wel

is bekend dat er afwijkingen in het genetisch materiaal, het DNA, van de bloedcellen ontstaan. In

de afgelopen jaren zijn een aantal van deze afwijkingen in AML geïdentificeerd. Deze genetische

abnormaliteiten spelen een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de leukemie, maar kunnen

eveneens gebruikt worden om therapiekeuzes te maken. Een aantal van deze afwijkingen in het DNA

heeft namelijk een prognostische waarde. De moleculaire diagnostiek is daarom in de afgelopen

jaren een belangrijke leidraad geworden bij de keuze van behandeling voor patiënten met AML.

Wat is AML

AML wordt gekenmerkt door de ongecontroleerde groei en

deling (proliferatie) van onrijpe myeloïde witte bloedcellen.

Myeloïde staat voor ‘met betrekking tot het beenmerg’ en

‘myelon’ betekent merg. Normaliter worden in het beenmerg

stamcellen aangemaakt die zich ontwikkelen tot verschillende

typen bloedcellen met hun specifieke taken (figuur 1). Als

gevolg van beschadigingen in het DNA van de stamcel blijft de

ontwikkeling van de witte bloedcellen bij AML achter. De onrijpe

cellen, de blasten, nemen snel in aantal toe. Deze opeenhoping

van niet-functionele blasten verdringt in korte tijd de normale

bloedaanmaak in het beenmerg. De onrijpe cellen kunnen in een

later stadium ook in het bloed terechtkomen en uiteindelijk in de

organen.

Diagnose

De diagnostiek van hematologische maligniteiten is een

multidisciplinaire aangelegenheid. Bij een patiënt met een

verdenking op AML wordt allereerst bloed- en beenmergonderzoek

verricht. Bij een verhoogd leukocytenaantal, een

sterk verlaagd aantal witte bloedcellen of een verlaging van

het aantal rode bloedcellen of bloedplaatjes, zal het beenmerg

allereerst morfologisch beoordeeld worden. In het geval van

AML zal een homogeen patroon van meer dan 20% onrijpe

blasten zichtbaar zijn (figuur 6A). Vervolgens wordt immunofenotypering,

cytogenetica en moleculaire diagnostiek uitgevoerd

om de juiste diagnose te stellen. Met immunofenotypering

wordt bekeken of het inderdaad een AML is en niet een andere

vorm van acute leukemie, zoals acute lymfatische leukemie (ALL)

(figuur 1). Hierbij zijn differentiatiespecifieke markers, myeloïde

en lymfoïde, essentieel. Met cytogenetisch en moleculairediagnostisch

onderzoek wordt bepaald welke genetische

abnormaliteiten aanwezig zijn in het DNA van de blasten van de

patiënt met AML. Dit zijn verworven afwijkingen die alleen in de

leukemiecellen aanwezig zijn.

Traditioneel werd AML ingedeeld met behulp van de

Frans-Amerikaans-Britse (FAB) classificatie op basis van

morfologie en histochemie. De huidige classificatie van de

Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is niet alleen gebaseerd

op de morfologische eigenschappen, maar tevens op

immunofenotypering, cytogenetisch onderzoek en moleculaire

diagnostiek.

Cytogenetica

In de afgelopen decennia zijn in de leukemiecellen aanwezige

chromosomale afwijkingen, die kunnen worden aangetoond

door middel van cytogenetisch onderzoek, gebruikt voor de

risicoclassificatie van AML. Bijvoorbeeld: AML-patiënten met

een specifieke fusie van chromosoom 8 en 21 (translocatie:

t(8;21)) of een inversie van chromosoom 16 (inv(16)) worden

ingedeeld in een groep met een relatief goede prognose. Echter,

AML-patiënten met een verlies van chromosoom 7 met andere

additionele chromosomale afwijkingen worden geclassificeerd

als patiënten met een minder goede therapierespons.

De therapie wordt dus op basis van dergelijke verworven

afwijkingen aangepast. Bij een AML met een t(8;21) of inv(16)

zal voor een relatief minder risicovolle behandeling gekozen

worden, bijvoorbeeld chemotherapie. Echter, bij de behandeling

van een AML met een verlies van chromosoom 7 met andere

196

Analyse september 2010


Figuur 1 Schematische weergave van de bloedcelvorming.

De differentiatie van lymfatische en myeloïde cellen en de voorlopercellen die betrokken zijn bij de ontwikkeling van AML en ALL.

additionele chromosomale afwijkingen zal voor een risicovolle

stamceltransplantatie worden gekozen.

Patiënten met een acute promyelocytenleukemie (APL) hebben

een specifieke fusie van chromosoom 15 en 17 (translocatie:

t(15;17)), wat resulteert in expressie van het fusie-eiwit PML-

RARA. RARA is de vitamine A-receptor. Patiënten met een

t(15;17) krijgen, naast chemotherapie, vitamine A (ATRA),

aangezien de leukemische cellen hierdoor verder uitrijpen. Deze

gedifferentieerde leukemiecellen verdwijnen vervolgens uit het

beenmerg. Door deze therapie hebben patiënten met APL een

zeer goede prognose. Het is dus zeer belangrijk om voor aanvang

van de therapie te weten of de t(15;17) aanwezig is. Dit kan door

cytogenetisch onderzoek.

Er is echter een relatief grote groep van patiënten die geen

cytogenetische afwijkingen hebben (40-50% van de AMLpatiënten).

Recentelijk zijn er nieuwe genetische afwijkingen

in de maligne cellen van patiënten met AML geïdentificeerd.

Dit zijn kleine puntmutaties, deleties en inserties van genetisch

materiaal, die niet door cytogenetisch onderzoek kunnen worden

aangetoond. Deze kleine DNA-afwijkingen kunnen eveneens

belangrijke prognostische waarde hebben en worden gebruikt

voor het classificeren van AML-patiënten zonder cytogenetische

afwijkingen. De kleine DNA-veranderingen worden, door gebruik

te maken van verschillende moleculair-biologische technieken,

op het niveau van DNA of RNA bepaald binnen de moleculaire

diagnostiek. Het merendeel van de bepalingen op de afdeling

Hematologie van het ErasmusMC wordt uitgevoerd op RNA.

Moleculaire diagnostiek

Voor de moleculair-diagnostische analyse van een nieuwe AMLpatiënt

wordt beenmerg en/of bloed afgenomen. Uit de witte

bloedcellen wordt vervolgens RNA en DNA geïsoleerd. Het RNA

is het uitgangsmateriaal waarmee met een reverse transcriptase

polymerasekettingreactie (RT-PCR), gevolgd door andere

moleculair-biologische technieken, genetische afwijkingen

kunnen worden aangetoond.

Alle bepalingen binnen de moleculaire diagnostiek worden in

duplo bepaald om contaminaties uit te sluiten. Er worden ten

minste twee ampullen van 10x10 6 witte bloedcellen in 1 ml RNA-

Bee van het beenmerg en/of bloed van de patiënt weggezet.

RNA-bee is een compleet ready-to-use reagens, dat gebruikt

wordt voor de isolatie van totaal RNA uit humane cellen. Uit de

twee ampullen RNA-Bee wordt RNA geïsoleerd. Ook de kwaliteit

van het RNA is essentieel. RNA van hoge kwaliteit wordt na

agarosegel-elektroforese gekenmerkt door een 28S en 18S RNAband

(figuur 2A).

Het geïsoleerde RNA wordt gebruikt voor de synthese van

complementair DNA (cDNA), een DNA-kopie van het RNA. Hierbij

wordt gebruikgemaakt van het enzym reverse transcriptase (RT)

(figuur 2B). Het cDNA is de input voor een PCR (figuur 2C en

2D). Met behulp van een PCR is het mogelijk om uit relatief kleine

vervolg op volgende pagina >

Analyse september 2010 197


Figuur 2 Reverse transcriptase polymerasekettingreactie.

A. Na gelelektroforese wordt RNA van hoge kwaliteit gekenmerkt door een 28S en 18S RNA-band. B. RNA wordt omgezet tot complementair DNA (cDNA) met het enzym

reverse transcriptase (RT). Het cDNA wordt vervolgens gebruikt als uitgangsmateriaal voor de RT-PCR. C. Een polymerasekettingreactie (PCR) is een herhaling van een

driestaps proces. Bij 94 ºC worden de verbindingen in het dubbelstrengs DNA (DS DNA) verbroken en wijken de strengen uiteen (denaturation). Vervolgens kunnen twee

targets specifieke primers (P1 en P2) binden aan één van beide strengen DNA (40-68 ºC, annealing). Vanuit deze primers zorgt het enzym Taq polymerase voor een snelle

aangroei van de ketens (72 ºC, extension). D. In theorie verdubbelt bij elke cyclus de hoeveelheid targetgen, zodat het aantal kopieën exponentieel toeneemt. Naarmate de

reactie vordert, ontstaan er alleen nog fragmenten met een specifieke lengte (template DNA: uitgangsmateriaal met target-DNA).

hoeveelheden (c)DNA een meetbaar product te vormen. Binnen

de moleculaire diagnostiek worden kwalitatieve en kwantitatieve

PCR’s uitgevoerd (RT-PCR en RQ-PCR).

RT-PCR

Bij de RT-PCR wordt de cDNA-synthesereactie op RNA, geïsoleerd

uit perifeer bloed en/of beenmerg van de patiënt, gevolgd

door een kwalitatieve PCR (figuur 2). Hierbij wordt de aan- en

afwezigheid van een genetische afwijking bepaald, maar niet de

hoeveelheid. Voor de vervolganalyse van de RT-PCR-producten

worden verschillende technieken gebruikt.

RT-PCR-producten kunnen worden gevisualiseerd met

behulp van bijvoorbeeld gel-elektroforese of denaturing High

Performance Liquid Chromatography (dHPLC). Daarnaast kan

gebruik worden gemaakt van sequentieanalyse om inserties,

deleties en mutaties in een RT-PCR-product te bepalen.

Bij gel-elektroforese worden RT-PCR-producten gescheiden op

grootte door gebruik te maken van verschil in migratiesnelheid

in een elektrisch veld op een agarosegel. De producten worden

zichtbaar onder UV-licht door de toevoeging van etidiumbromide

(EtBr) aan de agarosegel (figuur 6C en 7B).

Met dHPLC kunnen RT-PCR-producten gescheiden worden op

grootte of als heteroduplex voor mutatiedetectie. Het principe

van deze fragmentscheiding is het scheidend vermogen van de

kolom om dubbelstrengs (ds) DNA te binden en vrij te geven. De

affiniteit van de PCR-producten voor de kolom wordt bepaald

door de grootte van het fragment en de aanwezigheid van

mutaties, waardoor heteroduplexen ontstaan. Met deze analyse

kunnen inserties, deleties en mutaties in een RT-PCR-product

zichtbaar worden gemaakt (figuur 6B).

Om inserties, deleties en mutaties in RT-PCR-producten te

bevestigen na een dHPLC-analyse wordt het betreffende

RT-PCR-product gesequenced. Met behulp van een capillair

elektroforesesysteem, dat fluorescent gelabelde DNAfragmenten

kan scheiden, detecteren en analyseren, wordt de

exacte volgorde van de basen van een RT-PCR-product bepaald.

RQ-PCR

De ‘real-time quantitative’ PCR (RQ-PCR) is een kwantitatieve PCR

op (c)DNA. Met behulp van een kwantitatieve PCR is het mogelijk

om in (c)DNA het exacte aantal kopieën van een specifieke target

te bepalen (figuur 3). Dit in tegenstelling tot een kwalitatieve PCR

(RT-PCR). De target kan een fusietranscript van een translocatie

zijn, expressie van een leukemie-gen of een leukemiespecifieke

mutatie.

Naast RQ-PCR op specifieke AML-targetgenen van een patiënt

wordt een RQ-PCR uitgevoerd op een zogenaamd huishoudgen.

Op deze manier kan de kwaliteit van het cDNA en de exacte

input van het RNA bepaald worden. Ook wordt een bekende

verdunningsreeks van RNA met het target-gen meegenomen in

de specifieke RQ-PCR. Met behulp van deze ijklijn kan het aantal

kopieën van het target-gen in een AML-patiënt berekend worden

en de gevoeligheid van de bepaling worden bepaald.

198

Analyse september 2010


AML-bepalingen binnen de moleculaire diagnostiek

Binnen de moleculaire diagnostiek wordt onder andere de aanen

afwezigheid bepaald van de fusietranscripten die ontstaan bij

een t(8;21) en een inv(16) (tabel 1). Het pakket aan bepalingen

dat wordt uitgevoerd voor een patiënt met AML is de afgelopen

jaren uitgebreid met nieuwe, prognostisch relevante markers.

De relevantie van deze markers is bevestigd in onafhankelijke

klinische studies. Vervolgens zijn deze markers geïncorporeerd in

lopende klinische AML-behandelingsprotocollen. Voorbeelden

van nieuwe marker-genen, die zijn geassocieerd met een relatief

goede prognose, zijn mutaties in het gen CEBPA en mutaties in

het gen NPM1 in AML-patiënten met een wild-type FLT3-gen

(figuur 4). Een ander voorbeeld is verhoogde expressie van

het gen EVI1, wat karakteristiek is voor AML-patiënten met een

slechte respons op therapie. Zoals eerder aangegeven voor de

prognostisch relevante chromosomale afwijkingen, wordt de

therapie van de AML-patiënten aangepast aan de hand van de

aan- of afwezigheid van deze kleine moleculaire afwijkingen.

HOVON

De stichting Hemato-Oncologie voor Volwassenen Nederland

(HOVON) houdt zich bezig met het verbeteren en bevorderen

van behandelmethoden voor volwassen patiënten met

hematologische kwaadaardige ziekten, zoals leukemie en

lymfklierkanker. Binnen de HOVON worden AML-patiënten

in studieverband behandeld. De AML-patiënten jonger dan

65 jaar worden binnen de HOVON102-studie ingedeeld in

verschillende prognostische groepen, gebaseerd op klinische

karakteristieken, response op initiële therapie, cytogenetica

en moleculaire diagnostiek (tabel 1). Door de incorporatie van

de moleculair-diagnostische markers in de lopende klinische

HOVON-AML-studie, is de moleculaire analyse de belangrijkste

leidraad geworden bij de keuze voor de wijze van behandeling

van patiënten met AML.

Behandeling en vooruitzichten

Gezien de snelle ontwikkeling van AML is het voor de patiënt

van belang kort na diagnose te starten met de behandeling. De

keuze van behandeling is afhankelijk van een aantal factoren

zoals hierboven beschreven, maar ook leeftijd en de algemene

gezondheid van de patiënt zijn van invloed. Het heeft de

voorkeur AML-patiënten in studieverband te behandelen, zoals

binnen de HOVON. Momenteel wordt er veel onderzoek verricht

naar nieuwe vormen van behandeling als toevoeging aan de

standaardtherapieën.

Met intensieve chemotherapie (inductietherapie) zal bij iedere

AML-patiënt in eerste instantie worden geprobeerd om een

complete remmissie (CR) te bereiken. Een CR wil zeggen dat er

geen symptomen van actieve AML meer worden waargenomen.

Er is sprake van CR als er minder dan 5% blasten in het beenmerg

aanwezig zijn. Verder worden er normale bloedwaarden

gemeten, dat wil zeggen meer dan 1,5x10 9 /l granulocyten en

meer dan 100x10 9 /l bloedplaatjes.

Vaak worden patiënten door de chemokuren nog zieker doordat

deze behandeling de beenmergactiviteit onderdrukt, waardoor

ook het risico op infecties toeneemt. Als een AML refractair is,

wil dit zeggen dat er geen remissie wordt bereikt. De AML is dan

ongevoelig voor de behandeling of een recidief reageert niet op

verdere behandeling.

Als een remissie is bereikt, wordt aanvullende chemotherapie

gegeven. Deze consolidatiekuren moeten eventuele resterende

leukemische cellen vernietigen en duren weken tot maanden. Bij

CR kan ook, als vervolgbehandeling, een autologe of allogene

stamceltransplantatie worden gegeven om de resterende

leukemische cellen uit te schakelen. Dit hangt onder andere

af van de aan- of afwezigheid van specifieke (cyto)genetische

afwijkingen in de AML.

Figuur 3 Kwantitatieve PCR (RQ-PCR).

Het principe van een kwantitatieve PCR lijkt op een kwalitatieve PCR (figuur 2C). Naast de twee primers (rood/geel) wordt een targetspecifieke probe (groen) toegevoegd.

De probe heeft een reporter (R) fluorochroom (5’-uiteinde) en een quencher (Q) (3’-uiteinde). De reporter wordt geactiveerd met een laser. Zolang de probe intact is, staat

het reporter fluorochroom onder de uitdovende werking van de quencher. Tijdens de kwantitatieve PCR hechten de primers en de probe aan specifieke sequenties van het

target-(c)DNA (hybridization and extension). Gedurende de extensiefase wordt de probe afgebroken door de 5’ 3’ exonuclease-activiteit van het Taq Polymerase (strand

displacement en cleavage). Hierdoor staat de reporter niet meer onder invloed van de quencher met als gevolg een toename van het reporter fluorescentiesignaal. De

hoeveelheid reporter fluorescentiesignaal is een maat voor de hoeveelheid van de target in het uitgangsmateriaal.

vervolg op volgende pagina >

Analyse september 2010 199


met daarnaast abnormale granulocyten en megakaryocyten.

Immunofenotypering toonde cellen aan met myeloïde

markers, wat duidt op een myeloïde leukemie. Cytogenetisch

onderzoek liet meerdere chromosomale afwijkingen zien,

zonder prognostische waarde. Moleculaire diagnostiek toonde

een verhoogde expressie van het EVI1-gen aan door middel van

RQ-PCR (figuur 5). Op basis van dit laatste resultaat werd de

patiënt, volgens de HOVON102-risicoclassificatie, ingedeeld in de

categorie ‘zeer slechte prognose’ (tabel 1). Er werd gestart met

kuur I volgens HOVON102. Tien dagen later was er morfologisch

een CR en werd gestart met kuur II. Momenteel loopt het

onderzoek om een goede donor te vinden voor deze patiënt

voor een stamceltransplantatie.

Figuur 4 Overleving van AML-patiënten met NPM1-mutaties en/of

FLT3 ITD .

De afwezigheid van een mutatie wordt aangegeven met wild-type (wt). De AMLpatiënten

met een NPM1-mutatie (NPM1 mut) en een FLT3 wild-type (FLT3 wt)

hebben een relatief goede overleving (groene lijn).

Tabel 1 Prognostisch relevante subgroepen in het HOVON102-AML klinisch

protocol. In de HOVON102 worden vier prognostische subgroepen onderscheiden

en in drie daarvan is de moleculaire diagnostiek essentieel. In deze tabel zijn andere

klinische en cytogenetische kenmerken, die noodzakelijk zijn voor de complete

classificatie van de AML-patiënten die worden geïncludeerd in de HOVON102-

studie, niet opgenomen.

Bij ongeveer 75% van de volwassen patiënten jonger dan 60 jaar

wordt CR bereikt. Bij oudere patiënten is de kans op remissie

50%. Bij patiënten met een CR heeft 20 tot 40% na drie jaar geen

AML-symptomen meer. Door stamceltransplantatie neemt het

percentage significant toe.

Als na enige tijd na CR de AML terugkomt, is er sprake van

een recidief. Bij een recidief kan een AML-patiënt opnieuw

met chemotherapie worden behandeld indien er eerder een

goede reactie is geweest. Patiënten met een recidief en een

geschikte donor komen in aanmerking voor een allogene

stamceltransplantatie. Bij ongeveer de helft van de patiënten met

CR keert de ziekte na één of twee jaar terug.

Moleculaire diagnostiek bij AML-patiënten

(casusbespreking)

AML met zeer slechte prognose

De volgende patiënt is vanuit een perifeer ziekenhuis

doorverwezen naar de afdeling Hematologie op het ErasmusMC

in verband met een verdenking op AML. In het beenmerg (BM)

van de patiënt bevonden zich bij diagnose ruim 25% blasten

AML met goede prognose

In de periferie verscheen een patiënt op de spoedeisende hulp

in verband met een afwijkend bloedbeeld. Patiënt was al een

half jaar aan het kwakkelen, was moe, lusteloos en kwam tot

niets. Morfologisch beenmergonderzoek liet ruim 62% blasten

zien (figuur 6A) en de immunofenotypering was passend

bij een AML. De patiënt werd doorverwezen naar de afdeling

Hematologie op het ErasmusMC. Cytogenetisch onderzoek

liet geen chromosomale afwijkingen zien. De moleculaire

diagnostiek toonde een NPM1-mutatie aan, waarbij de FLT3 ITD

niet aantoonbaar was (figuur 6B en 6C). Volgens de WHO en de

HOVON102 werd deze patiënt geclassificeerd als AML met een

relatief goede prognose (figuur 4, tabel 1). De patiënt is gestart

met de therapie volgens HOVON102. Na kuur I was de patiënt

morfologisch in CR en is vervolgens gestart met kuur II. Deze

patiënt zal geen risicovolle stamceltransplantatie ondergaan,

maar zal een derde chemokuur krijgen.

AML met BCR-ABL-breukpunt

Een chronische myeloïde leukemie (CML) in blastencrisis lijkt

op een AML. Bij 95% van CML-patiënten wordt een specifieke

fusie van chromosoom 9 en 22 gevonden (translocatie: t(9;22))

(figuur 7A), waardoor het BCR-ABL-fusie-eiwit ontstaat. Als

adenosinetrifosfaat (ATP) bindt met dit BCR-ABL-fusie-eiwit

wordt dit tyrosinekinase-eiwit geactiveerd, waardoor een

toename van celdeling plaatsvindt. Een patiënt met CML wordt

behandeld met imatinib. Imatinib is een specifieke remmer van

het BCR-ABL-fusie-eiwit, die de abnormale signaaloverdracht

binnen de leukemiecellen verlaagt. Dit komt doordat imatinib de

plek van ATP inneemt, waardoor het BCR-ABL-fusie-eiwit wordt

gedeactiveerd (figuur 8). Het gebruik van imatinib bij CML laat

een overlevingspercentage van meer dan 90% zien.

Een patiënt werd gediagnosticeerd met AML. De uit het

beenmerg verkregen blasten (43%) bestonden voor 55% uit

myeloïde voorlopercellen met enige kenmerken van uitrijping.

Ook de immunofenotypering duidde op myeloïde cellen.

Cytogenetisch onderzoek toonde, in één van de onderzochte

metafases, een t(9;22) aan. Deze afwijking wordt in 1-2% van alle

AML-gevallen gevonden. Het AML-pakket voor de moleculaire

diagnostiek liet geen genetische afwijkingen zien, maar op basis

van de cytogenetische bevindingen werd ook op het BCR-ABLfusietranscript

getest dat aantoonbaar bleek (figuur 7B). AML

met deze afwijking heeft in principe een slechte prognose. Er

werd een behandeling ingesteld met intensieve chemotherapie

met aanvullend imatinib. De patiënt werd vervolgens gevolgd

door middel van een RQ-PCR voor het BCR-ABL-fusietranscript

(figuur 7C). De patiënt liet in eerste instantie een response

zien op de therapie. Echter, na verloop van tijd nam het

aantal leukemiecellen sterk toe. De intensieve chemotherapie

gecombineerd met imatinib was in dit geval niet effectief. Deze

200

Analyse september 2010


Figuur 5 Een AML-patiënt met verhoogde EVI1-expressie: een zeer slechte prognose.

Resultaat van een RQ-PCR voor EVI1-expresssie op cDNA van de AML-patiënt. X-as: aantal PCR-cycli; Y-as: EVI1-specifiek fluorescentiesignaal. A. Verdunningsreeks van de

positieve controle voor de EVI1 RQ-PCR met de grens voor een verhoogde EVI1-expressie aangegeven met een stippellijn (1:10 verdunning (10 -1 )). De hoeveelheid EVI1 wordt

bepaald waar de exponentiële amplificatie van de PCR door de zogenaamde threshold (groene horizontale lijn) kruist (zie pijlen 10 0 , 10 -2 en 10 -4 verdunning). B. EVI1 RQ-PCR

op een beenmergmonster bij diagnose (in duplo) van de AML-patiënt met een verhoogde EVI1-expressie.

Figuur 6 Een AML-patiënt met een NPM1-mutatie zonder een FLT3 ITD : een relatief goede prognose.

A. Morfologie: naast de normale uitrijping, veel blasten (1), weinig granulocyten (2) en normale erythroblasten (3). B. NPM1 RT-PCR van een beenmerg-sample bij diagnose

van een AML-patiënt gevolgd door dHPLC WAVE-analyse. De AML-patiënt vertoont (in duplo, 1 en 2) vergelijkbare patronen als de positieve controlemonsters. De AMLpatiënt

heeft een NPM1-mutatie. C. FLT3 ITD RT-PCR gel-elektroforeseanalyse van een beenmerg-sample bij diagnose (in duplo, 1 en 2) van een AML-patiënt zonder FLT3 ITD .

MOLM13 is de positieve controle waarin naast een normaal allel een FLT3 ITD aantoonbaar is (HL60 negatieve controle, m-1 en m-2 (1:10 en 1:100 verdunningen van de FLT3 ITD

positieve cellijn MOLM13 in HL60).

Figuur 7 Een AML-patiënt met t(9;22).

A. Schematische representatie van de t(9;22). Door de fusie van delen van chromosoom 9 en 22 ontstaat de t(9;22) en het BCR-ABL-fusiegen. B. BCR-ABL RT-PCR gevolgd door

gel-elektroforeseanalyse van een beenmergmonster bij diagnose van een AML-patiënt met een BCR-ABL-genfusie. K562 is een cellijn met een t(9;22). In een verdunningsreeks

van K562 is het BCR-ABL-fusietranscript nog aantoonbaar in een 1:10.000 verdunning (k-4). In het patiëntenmonster is het BCR-ABL-fusietranscript aantoonbaar (in duplo,

1 en 2). C. Grafiek van de BCR-ABL RQ-PCR-resultaten van beenmerg- en bloedmonsters (respectievelijk blauwe en rode lijn) van een patiënt met een BCR-ABL-genfusie bij

diagnose en follow-up.

vervolg op volgende pagina >

Analyse september 2010 201


Figuur 8 Werking van imatinib.

A. ATP bindt aan BCR-ABL en substraten worden ongecontroleerd gefosforyleerd. B. Imatinib remt de activiteit van de BCR-ABL-kinase door te binden op de plaats waar

normaal ATP bindt. Het substraat wordt niet meer gefosforyleerd. Er zullen geen signalen de cel in worden ingestuurd, waardoor de celdeling onder controle wordt

gehouden.

patiënt heeft vervolgens een stamceltransplantatie ondergaan

en sindsdien zijn er geen BCR-ABL-positieve leukemiecellen meer

aantoonbaar.

Verbetering van de moleculaire diagnostiek

Nieuwe genoombrede technologieën zijn recentelijk

geïntroduceerd binnen het wetenschappelijk onderzoek aan

hematologische maligniteiten. Deze nieuwe technologieën

worden onder andere gebruikt om de diagnostiek en prognose

van AML te verbeteren door bijvoorbeeld nieuwe subtypen in

AML te identificeren. Binnen dit genoombrede translationeel

onderzoek wordt gebruikgemaakt van gen- en microRNAexpressieanalyses,

genotypering, methylatieprofilering en zeer

recentelijk ook next generation sequencing (figuur 9).

Genoombrede gen- en microRNA-expressieanalyses

Wij hebben eerder aangetoond dat AML op basis van

genoombrede genexpressieanalyses met RNA-arrays, alsook

microRNA-expressieanalyses, kan worden ingedeeld in specifieke

groepen (1,2). Deze groepen van AML-patiënten hebben

specifieke genexpressieprofielen. Enkele van deze groepen

worden gekarakteriseerd door bekende genetische afwijkingen,

met prognostische waarde in AML, zoals een t(8;21), inv(16) of

t(15;17), subtypen met een relatief goede prognose. Deze klassen

van patiënten werden herkend door specifieke expressiepatronen,

die dus tevens een prognostische waarde bevatten. Er werd ook

een groep van patiënten geïdentificeerd zonder een bekende

afwijking in alle patiënten, maar de patiënten in deze groep

bleken slecht te reageren op therapie. De genoombrede genen

microRNA-expressieanalyses maken het mogelijk om nieuwe

subtypen in AML te identificeren en geven tevens meer inzicht in

bekende moleculair gedefinieerde AML-subtypen.

De eerdergenoemde genexpressiepatronen kunnen worden

gebruikt om groepen van patiënten met prognostisch relevante

afwijkingen te voorspellen, waardoor bepaalde specialistische

diagnostiek kan worden vervangen. Predictieanalyses op

representatieve groepen van AML-patiënten laten zien dat het

voorspellen van bepaalde afwijkingen, zoals de aanwezigheid van

een t(8;21), inv(16) of t(15;17), op basis van genexpressieprofielen

heel goed mogelijk is (3). Andere klinisch relevante markers

kunnen niet worden voorspeld op basis van gen- en/of microRNAexpressiepatroon.

Genoombrede expressieanalyses kunnen dus

worden toegepast binnen de moleculaire diagnostiek, maar

hiermee kan op dit moment niet het gehele spectrum aan

relevante moleculair-diagnostische markers worden bepaald.

Genoombrede genotypering

Genoombrede genotypering met behulp van DNA-arrays

wordt gebruikt voor het identificeren van kleine chromosomale

regio’s met verlies, winst of afwijkingen in de samenstelling van

het genetisch materiaal. Deze chromosomale regio’s kunnen

een indicatie geven over de aanwezigheid van oncogenen en

tumorsuppressorgenen. Een voorbeeld hiervan zijn de mutaties

in het TET2-gen, die recentelijk zijn geïdentificeerd in AML en

myeloproliferatieve ziekten, gebruikmakend van genoombrede

genotypering (4). De genoombrede genotypering-analyses op

AML hebben aangetoond dat in AML zonder cytogenetische

afwijkingen relatief weinig kleine genetische afwijkingen

worden gevonden (gemiddeld 4-6) per AML. AML blijkt dus een

zeer stabiel genoom te hebben. Deze technologie maakt het

echter zeer goed mogelijk om nieuwe afwijkingen in AML op te

sporen.

Genoombrede methyleringanalyses

Met behulp van deze technologie wordt genoombreed gekeken

of sequenties die belangrijk zijn voor genexpressieregulatie,

zogenaamde promotoren, gemethyleerd zijn. Door methylatie

van de promotor kan de expressie van deze genen verstoord

worden. Ook hier zijn groepen van AML herkenbaar met specifieke

genotypen met verschillende respons op therapie (5). Ook binnen

bestaande subgroepen van AML zijn groepen herkenbaar met

een uniek hypermethyleringsprofiel, namelijk AML met mutaties

in het CEBPA-gen (6). In deze groep AML is de expressie van CEBPA

geïnactiveerd als gevolg van promotermethylering. Toepassing

van deze technologie kan eveneens leiden tot verfijning van de

moleculaire diagnostiek.

Next generation sequencing

In de afgelopen twee jaar zijn de eerste publicaties verschenen

over next generation sequencing. Met behulp van deze

202

Analyse september 2010


Figuur 9

Toepassing van nieuwe genoombrede technologieën voor verbetering van de diagnostiek en de opheldering van de biologie van AML.

technologie kan de DNA-sequentie van het gehele genoom van

bijvoorbeeld een AML bepaald worden. De eerste twee AMLgenomen

die op deze wijze geanalyseerd zijn, toonden aan dat er

veel mutaties in een AML aanwezig zijn (7,8). Echter, de meeste DNAmutaties

worden niet teruggevonden in andere gevallen van AML.

Het is daarom niet duidelijk of deze mutaties belangrijk zijn voor de

ontwikkeling van AML. Een uitzondering hierop zijn de mutaties in

het IDH1-gen, die aanwezig zijn in ongeveer 15% van alle AML. Deze

mutatie heeft echter een beperkte prognostische waarde.

De grote uitdaging voor de komende jaren is de geïntegreerde

analyse van alle genoombrede datasets. Deze analyses zullen

niet alleen de diagnostiek voor AML-patiënten verbeteren, maar

kunnen eveneens meer inzicht geven in de ontwikkeling van

AML en in de toekomst worden gebruikt voor het ontwikkelen

van nieuwe therapieën.

De auteurs

De afdeling Hematologie van het Erasmus MC richt zich op het stellen van de diagnose en de behandeling van patiënten met hematologische ziekten. Daarnaast

verzorgt de afdeling onderwijs en doet wetenschappelijk onderzoek. De afdeling Hematologie heeft poliklinieken, dagbehandelingsfaciliteiten en klinische afdelingen.

Daarnaast beschikt de afdeling over laboratoria voor hematocytologie, trombose en hemostase, bloedtransfusie, moleculaire diagnostiek, stamcelbewerking en over een

hemaferese- en klinische researchunit. Het wetenschappelijk onderzoek is globaal georganiseerd binnen drie hoofdthema’s: 1. bloedcelvorming en stamceltransplantatie;

2. maligne transformatie van hematopoëtische stamcellen; en 3. hemostase en trombose. Aan het laboratoriumonderzoek is een reeks van klinische studies verbonden.

Deze klinische studies betreffen de evaluatie en invoering van nieuwe moleculair-diagnostische bepalingen, de toepassing van allogene stamceltransplantatie, de

ontwikkeling van immuno(gen)therapie, evenals een breed scala aan klinische fase I- tot III-studies van nieuwe behandelingsmethoden voor diverse hematologische

ziekten.

Peter Valk is het hoofd van het Moleculair Diagnostisch laboratorium op de afdeling Hematologie van het ErasmusMC. Daarnaast is hij werkgroepleider en verricht

wetenschappelijk onderzoek aan AML.

Pauline Hogenbirk-Hupkes is analiste specifieke taken binnen het Moleculair Diagnostisch laboratorium op de afdeling Hematologie van het ErasmusMC. Naast de

dagelijkse moleculaire diagnostiek voor leukemiepatiënten levert het Moleculair Diagnostisch laboratorium een bijdrage aan de ontwikkelingen van nieuwe technieken,

onderzoek en studies ten aanzien van de moleculaire diagnostiek.

Literatuur

1 Valk PJ, Verhaak RG, Beijen MA, et al. Prognostically useful gene-expression profiles in acute myeloid leukemia. N Engl J Med. 2004;350:1617-28.

2 Jongen-Lavrencic M, Sun SM, Dijkstra MK, et al. MicroRNA expression profiling in relation to the genetic heterogeneity of acute myeloid leukemia. Blood. 2008;111:5078-85.

3 Verhaak RG, Wouters BJ, Erpelinck CA, et al. Prediction of molecular subtypes in acute myeloid leukemia based on gene expression profiling. Haematologica.

2009;94:131-4.

4 Delhommeau F, Dupont S, Della Valle V, et al. Mutation in TET2 in myeloid cancers. N Engl J Med. 2009;360:2289-301.

5 Figueroa ME, Lugthart S, Li Y, et al. DNA methylation signatures identify biologically distinct subtypes in acute myeloid leukemia. Cancer Cell. 2010;17:13-27.

6 Wouters BJ, Jorda MA, Keeshan K, et al. Distinct gene expression profiles of acute myeloid/T-lymphoid leukemia with silenced CEBPA and mutations in NOTCH1. Blood.

2007;110:3706-14.

7 Mardis ER, Ding L, Dooling DJ, et al. Recurring mutations found by s equencing an acute myeloid leukemia genome. N Engl J Med. 2009;361(11):1058-66.

8 Ley TJ, Mardis ER, Ding L, et al. DNA sequencing of a cytogenetically normal acute myeloid leukaemia genome. Nature. 2008;456:66-72.

Internet

http://www.hovon.nl/

http://www.modhem.nl/

http://www.erasmusmc.nl/hematologie/

Analyse september 2010 203


”Dinner tonight”

”Did you pass

PeliCase”

Sanquin Reagents introduces new

PeliCase, the first Quality Survey to

test your various lab skills in Blood

Group Serology. And to compare

yourself with colleagues worldwide.

A great way to improve, test and

match your personal lab skills four

times a year. Will you be the first

professional in your lab to be

PeliCase Certified

For more information

call +31 20 5123599 or

email: reagents@sanquin.nl

This is how PeliCase works:

1) Buy an annual subscription via

reagents@sanquin.nl

2) Four times per annum you receive

a PeliCase panel, containing test

samples and patient case details.

3) Submit your lab results to

the designated site before

the closing date. Explanation

report immediately available.

4) After the closing date you can

re-enter the site and see the

anonymous test results of all

participants - including your own

performance in comparison with

all participants.

204

Analyse september 2010

Blood and Beyond

share (y)our science


Berichten

Controle van urine op drugs

Diagnostiek voor U wint Europese aanbesteding

Bij Diagnostiek voor U werd onlangs een klein feestje gevierd. Het medisch-diagnostisch centrum in

Eindhoven sleepte een grote opdracht binnen: de Europese aanbesteding ‘urinecontroles en reagentia’

van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI). De klus houdt in dat Diagnostiek voor U voor alle onder de DJI

vallende instellingen in Nederland urinemonsters van cliënten gaat onderzoeken op het gebruik van drugs.

Dat komt neer op 100 tot 200 onderzoeken per dag, bovenop de normale productie. Urine controleren op

het gebruik van drugs, wat komt daar zoal bij kijken Welke valkuilen kan de analist tegenkomen En hoe

gaat Diagnostiek voor U dit karwei aanpakken

Ook in inrichtingen die onder de DJI vallen, worden drugs gebruikt. Dat dit ongewenst is, mag duidelijk zijn. Al was het alleen maar

omdat druggebruik kan leiden tot onvoorspelbaar en ongewenst gedrag van de cliënt. Het is daarom belangrijk om te ontdekken of

iemand drugs heeft gebruikt, zodat er adequaat tegen kan worden opgetreden. Controle van de urine op drugs vindt dan ook frequent

plaats bij alle inkomende cliënten en bij cliënten bij wie druggebruik wordt vermoed. Tot voor kort werden urinecontroles decentraal

uitgevoerd; iedere PI (penitentiaire inrichting) kon de tests zelf doen of uitbesteden aan een (lokaal) laboratorium. In 2009 besloot de

DJI, waaronder alle penitentiaire inrichtingen, justitiële jeugdinrichtingen, forensische psychiatrische centra en het Pieter Baan Centrum

ressorteren, de urinecontroles te centraliseren en schreef daartoe een Europese aanbesteding uit. Diagnostiek voor U was een van

de partijen die zich inschreven. ‘We hebben de aanbesteding glansrijk gewonnen, mag ik wel zeggen’, constateert afdelingsmanager

laboratorium Gerard Moerenhout van Diagnostiek voor U tevreden. ‘Er werd gekeken naar prijs en kwaliteit. Op beide terreinen waren

we ruimschoots beter dan de andere inschrijvers. Daar zijn we trots op.’

Procedure

De inrichtingen kunnen urinemonsters laten screenen op de volgende verdovende middelen: cannabis (hasj, weed), amfetamines,

barbituraten, benzodiazepines (slaap- en kalmeringsmiddelen), cocaïne, methadon, opiaten (onder andere heroïne), xtc, lsd, pcp

(fencyclidine) en alcohol. De urinemonsters (twee buizen, bij voorkeur de eerste ochtendurine) worden afgenomen op de locaties. Om

fraude te voorkomen, gebeurt dit onder toezicht. Zodra de twee buizen bij het laboratorium zijn aangekomen, per reguliere post of

per koerier, wordt de order aangemeld in het LIS. Eén buis wordt opgeslagen in de diepvries en twee weken bewaard voor eventueel

herhalings- of bevestigingsonderzoek. Dat kan nodig zijn als de cliënt of de aanvrager bezwaar maakt tegen de uitslag van de eerste

analyse. De tweede buis gaat direct door naar het lab, wordt door het verdeelstation in de juiste wachtrij gezet en gaat meteen daarna de

analyser in. Deze leest de barcode en voert automatisch de gevraagde test of tests uit. De analyser stuurt de testresultaten rechtstreeks

naar het LIS, waarna ze geïnterpreteerd en eventueel becommentarieerd worden. Al een kwartier later kunnen de inrichtingen de

uitslag inzien via de internettoepassing Cyberlab. ‘Het is belangrijk dat de uitslag snel beschikbaar is’, stelt Gerard Moerenhout. ‘De

inrichtingen voeren een lik-op-stukbeleid. Ze willen cliënten die drugs hebben gebruikt snel confronteren met de testuitslag om indien

nodig sancties te kunnen opleggen.’

Drie soorten tests

De inrichtingen kunnen drie soorten tests aanvragen: een screening, een herhalingsonderzoek en een bevestigingsonderzoek. De

screening is een immunoassay die snel en relatief goedkoop kan worden uitgevoerd. Deze routineprocedure is erop gericht om snel

vast te stellen of een bepaalde stof of groep stoffen in de urine aanwezig is. De screening kan gevoelig zijn voor storende stoffen,

waardoor mogelijk fout-positiviteit optreedt. Een berucht voorbeeld is maanzaad, dat een kleine hoeveelheid opiaten bevat. Als een

gedetineerde grote hoeveelheden maanzaad heeft gegeten, kan dit een positieve opiatenuitslag tot gevolg hebben. Ook paracetamolcodeïne

of een hoestdrankje met codeïne kan een ongewenste kruisreactie geven. Twijfelt de cliënt aan de uitslag, dan kan hij/zij

een herhalingsonderzoek aanvragen met hetzelfde urinemonster uit de tweede buis. Mits tijdig aangevraagd, is de uitslag daarvan

nog dezelfde dag beschikbaar. Is er daarna nog steeds twijfel, dan rest de mogelijkheid van een GC-MS-analyse (gaschromatografiemassaspectrometrie).

Om te bepalen of een uitslag positief of negatief is, heeft elke drugtest zijn eigen afkapwaarde of cut-offpunt. De afkapwaarde van

cannabis bijvoorbeeld is 50 ng/ml tetrahydrocannabinol, die van cocaïne 300 ng/ml benzoylecgonine. Alle uitslagen boven de

afkapwaarde zijn positief, alles eronder negatief. Uiteraard is het cruciaal dat de meetresultaten honderd procent betrouwbaar zijn.

Daarom wordt de analyser enkele malen per dag gecontroleerd. Bovendien wordt de machine voor elk nieuw lotnummer of indien de

QC (kwaliteitscontrole) dit noodzakelijk maakt, opnieuw gekalibreerd. Bij de beoordeling van de controle worden de ‘Westgard rules’

gehanteerd. De uiteindelijke goedkeuring gebeurt onder verantwoordelijkheid van de klinisch chemicus en een apotheker.

Cannabis

Verreweg de meest gebruikte drug is cannabis. Daarom gaan we hier iets dieper in op de testmethode op cannabisgebruik en de

beoordeling van de uitslag.

De cannabisbepaling is een immuno-assay waarbij sprake is van competitie tussen cannabis in het monster en met G6PDH (glucose-

6-phosphate dehydrogenase) gelabelde cannabis in het reagens. Er vindt een competitie plaats om te binden aan antilichamen met

een vast aantal bindingsplaatsen. Door de binding aan de antilichamen neemt de enzymactiviteit van het G6PDH af. G6PDH is in staat

vervolg op volgende pagina >

Analyse september 2010 205


om NAD (nicotinamide adenine dinucleotide) om te zetten in NADH. De G6PDH-enzymactiviteit wordt spectrofotometrisch bepaald

bij 340/412 nm. Als er veel cannabis in het monster aanwezig is, zal er minder gelabelde cannabis aan de antilichamen kunnen binden

en zal er meer NAD omgezet worden in NADH. De verandering in enzymactiviteit is dus een maat voor de concentratie cannabis in het

monster. Deze waarde wordt aangegeven in cannabinoïde ng/ml. Is de waarde hoger dan 50 ng/ml, dan is het oordeel ‘zeker positief’.

Afbraak van cannabis

Als de cannabistest een positief resultaat geeft, betekent dat niet automatisch dat de gedetineerde kortgeleden cannabis heeft

gebruikt. Na het gebruik van cannabis heeft het lichaam tijd nodig om de afbraakresten af te voeren. De halfwaardetijd van cannabis

(d.w.z. de tijd die het lichaam nodig heeft om de helft van de werkzame stof af te breken) varieert van 14 tot 38 uur. Dit is afhankelijk

van onder andere gewicht, activiteiten en vochtinname. Bovendien worden bij chronische cannabisgebruikers de afbraakproducten

ook opgeslagen in het vetweefsel, waar ze tot 80 dagen (‘all-day use’ en overgewicht) na het laatste gebruik aanwezig kunnen blijven.

Op het moment dat de betreffende persoon meer energie verbruikt, bijvoorbeeld tijdens sporten of bij koorts, komen die reststoffen

vrij, onder meer in de urine. Een testuitslag zou dan kunnen suggereren dat die persoon onlangs cannabis heeft gebruikt, terwijl dat

niet het geval is. Om een urine-uitslag goed te kunnen interpreteren, is het dus belangrijk om het gedrag en het gebruikspatroon van

de betrokkene te kennen.

Creatinine

Bij de analyse door Diagnostiek voor U wordt ook altijd het creatininegehalte van de urine bepaald. Creatinine, een stof die ontstaat

bij spierafbraak, wordt uitgescheiden in de urine en is maatgevend voor de concentratie van de urine. Donkere urine duidt op een

hoge creatininewaarde, lichte urine op een lage creatininewaarde. Bij het beoordelen van uitslagen op het gebruik en/of hergebruik

van cannabis is de cannabinoïde-creatinineratio een belangrijke parameter. Deze ratio wordt bepaald door de absolute waarde van

de cannabinoïde te delen door de absolute waarde van de creatinine. Als de cannabinoïde-creatinineratio’s van opeenvolgende

urinemonsters worden uitgezet in een curve, kan worden vastgesteld of sprake is van hergebruik. ‘Je hebt de cannabinoïdecreatinineratio

nodig om de testuitslagen correct te interpreteren’, zegt Gerard Moerenhout. ‘Een cannabinoïdewaarde boven de afkap

betekent niet altijd dat de cliënt onlangs cannabis heeft gebruikt. En andersom geldt hetzelfde. Daarom wordt aan de hand van de

cannabinoïde-creatinineratio altijd een onderbouwd advies of interpretatie bij de uitslag meegegeven, met name indien de controle

binnen vijf dagen na de vorige plaatsvindt.’

Pogingen tot fraude

Sommige cliënten proberen hun urinemonster te manipuleren om de testuitslag te beïnvloeden. Ze voegen bijvoorbeeld aan het

monster een vreemde stof toe zoals water, chloortabletten, azijn of zeep (in vitro-manipulatie). Ook komt het voor dat men extreem

veel water drinkt om de urine te verdunnen (in vivo-manipulatie). Door elk monster te testen op pH-waarde en op creatininewaarde

Gerard Moerenhout, afdelingsmanager laboratorium Diagnostiek voor U.

206

Analyse september 2010


kunnen deze pogingen tot fraude worden ondervangen. Als de pH-waarde lager is

dan 4 of hoger dan 8, heeft de cliënt mogelijk bewust geprobeerd het urinemonster te

vervuilen met zuur of een basische stof. Dit kan de uitslag beïnvloeden en is mogelijk

ook een aanwijzing dat de cliënt iets te verbergen heeft. Ook als de creatininewaarde

extreem laag is, wordt de cliënt aangesproken. Normaal heeft ochtendurine een

creatininewaarde van >5 nmol/l. Bij een waarde van


Eerste Hulp

Bij Overstappen

Elke dag hoort anders te zijn, maar wat als je

werk op woensdag niet meer te onderscheiden is

van dat op vrijdag Dan ben je helemaal toe aan

TMI, dé detacheerder in de Zorg. Want daar is elke

dag anders. Je bepaalt zelf hoeveel je wilt werken

en dat steeds op projectbasis in interessante nieuwe

omgevingen, maar wel mét een vast contract. Zo

sta je elke dag weer voor nieuwe uitdagingen en

dat is wel zo interessant. En TMI is altijd op zoek

naar de meest gemotiveerde mensen in de zorg, dus

meld je nu aan op www.tmi-interim.nl voor Eerste

Hulp bij Overstappen. Je kunt ons ook mailen op

info@tmi-interim.nl of bellen op 020 717 35 27.

Eerste Hulp Bij Overstappen

Ga dan snel naar www.tmi-interim.nl












































Wel eens bloedlichaampjes

met het blote oog geteld

TMI_Ad_81x132_koffer.indd 1 23-04-2010 16:32:24

Als internationale ontwikkelingsorganisatie zijn

wij op zoek naar medisch analisten die hun kennis

en kunde willen inzetten in Afrika of Azië. Primair

werk je aan de opbouw en ontwikkeling van

laboratoria in ziekenhuizen. Je houdt je bezig

met het geven van training en bijscholing, het

ontwikkelen van protocollen en het interpreteren

en communiceren van labresultaten. Maar dan

wel zonder de moderne middelen die je hier hebt.

Ben je creatief, een

doorzetter en heb

Medisch analist

je een afgeronde

hlo-opleiding met

minimaal twee jaren werkervaring En heb je

interesse in wat wij te bieden hebben Kom dan

naar de informatiemiddag op zaterdag 16 oktober.

Schrijf je in op www.vso.nl.

Er is werk aan de wereld.

208

Analyse september 2010


Van het bestuur

Bruisend

Het klinkt ontzettend cliché, maar wat gaat de tijd snel. Ik heb zoals

veel Nederlanders mijn vakantie in ons kikkerlandje gevierd. Heerlijk

op een bungalowpark zitten en uitstapjes maken met het gezin.

Hopelijk heeft u net als ik genoten van het zomerweer en de batterij

weer opgeladen.

Het is belangrijk om nieuwe energie op te doen. Rust en ontspanning zorgen ervoor dat

je het aankomend werkjaar weer enthousiast en bruisend tegemoet kunt gaan. Ook als

bestuurder van de NVML krijg je te maken met spanningen en uitdagingen. Niet alleen de

bestuurvergaderingen zijn levendig, maar ook de brainstormsessies van werkgroepen.

We hebben in de afgelopen tijd bijeenkomsten gehad van de werkgroep EPBS. Daarnaast

zijn we druk aan het brainstormen over wat we gaan doen met ons 65-jarig jubileum. We

gaan dat combineren met de vakbeurs 2011. De datum en plaats zijn al bekend, namelijk

donderdag 31 maart 2011 in zalencentrum CineMec te Ede.

Kijk op de website voor de komende nascholingen en congressen. Of om een eerder

nummer van Analyse nog eens in te zien, want de jaargangen 2003 tot en met 2009 zijn

ook online te raadplegen.

Zoals u waarschijnlijk al weet, zijn wij verbonden aan onze Europese vereniging de EPBS

(zie www.epbs.net). De EPBS is een overkoepelende non-profitorganisatie van bijna

alle Europese verenigingen van laboratoriummedewerkers. Zij organiseert regelmatig

zelf meetings en is op veel biomedische congressen vertegenwoordigd. De EPBS

houdt zich onder andere bezig met Europese samenwerking tussen de biomedische

beroepsverenigingen, onderwijs, professionalisering van het beroep analist etc.

Het bestuur van de NVML is verheugd dat mw. Geurts-Moespot (lid Commissie

Internationale contacten) genomineerd is voor een functie binnen het bestuur van

de EPBS. Als NVML hebben wij een tender ingediend om in 2011 de EPBS-meeting in

Nederland te mogen organiseren.

We blijven aan de weg timmeren. Kortom, de NVML is een bruisende vereniging!

Roel de Nooijer,

bestuurslid

CAO

Werknemers die onder de cao Ziekenhuizen vallen, ontvangen per 1 juli 2010 1% extra salaris.

Dit is conform de afspraken die in de cao Ziekenhuizen 2009-2011 zijn gemaakt.

Commissie Sociale Belangen NVML

Uitgave

Nederlandse vereniging van

bioMedisch laboratoriummedewerkers

NVML–leden ontvangen Analyse gratis.

Voor vragen over contributie, adreswijzigingen

of andere administratieve zaken rond Analyse

kunt u contact opnemen met het bureau van

de NVML.

Redactiecoördinatie en eindredactie

Bart Krekels Tekst & Redactie

www.bartkrekels.nl

e-mail: redactie@nvml.nl of bartkrekels@hetnet.nl

Redactie

mw. M. de Bie, Pathologie, St. Elisabeth Ziekenhuis, Tilburg

mw. R. Blom, afdeling Nascholing NVML

dhr. J.J.M. Heijnen, afd. Pathologie, Reinier de Graafgroep, Delft

mw. I. Linde, Infectieziekten, GGD, Amsterdam

dhr. R. Lindenbergh, Klinisch Chemisch en Hematologisch

Laboratorium, Amphia Ziekenhuis Breda

mw. A. Luidens, afdeling Cytologie/Klinische Pathologie, St.

Elisabeth Ziekenhuis, Tilburg

mw. P.J.J. Melsen, afd. Medische Microbiologie,

AMC, Amsterdam

mw. F.C. de Ruijter-Heijstek, Ede

mw. dr. W.W.J. van de Sande, Medische Microbiologie en

Infectieziekten, Erasmus MC, Rotterdam

Coverfoto

www.istockphoto.com

Vormgeving en opmaak

Celina Koekenbier | www.insight-design.nl

Druk

Verweij Communicasa Groep

Advertentie-exploitatie

mw. F. de Ruijter-Heijstek

telefoon: 0318 - 842 446 | fax: 0847 – 110541

e-mail: f.deruijter@chello.nl

Oplage

3250 exemplaren

Advertenties & kopij

Geldend advertentietarief: Tarievenlijst 2010

Sluitingsdatum advertenties

Voor nr. 8: dinsdag 14 september.

Inleverdata kopij

De redactie ziet korte berichten (bijvoorbeeld over

opleidingen) voor Analyse 8 graag uiterlijk op

13 september tegemoet.

Analyse 8 verschijnt op donderdag 30 september en

Analyse 9 op donderdag 4 november.

Nieuwe leden

Grenzebach Smit, W. Leids Universitair Medisch Centrum Leiden

Kerkhof-Post, M. Ikazia Ziekenhuis Rotterdam

Miltenburg-van de Neut, E. Academisch Medisch Centrum Amsterdam

Mollema-Kooi, M.L. UMC Groningen Groningen

Roden, M. van Stichting Medische Diagnostiek, MEDIAL Hoofddorp

Straten, M. van Streeklaboratorium voor de Volksgezondheid Haarlem

Strelistki, R. CMH/U Diagnostics Utrecht

Schultheiss, M.E. Onze Lieve Vrouwe Gasthuis Amsterdam

Wingerden, J.H.J. van CMH/U Diagnostics Utrecht

Wolders, L.R.

Haarlem


NVML Nederlandse Vereniging van

bioMedisch Laboratoriummedewerkers

Ja! Ik word lid

contributie 2010

(per jaar)*

gediplomeerde leden €79,50

student-leden

gratis

leden met reductie** €41,00

* bij aanmelding worden gedeelten van het jaar pro rato berekend

** gepensioneerden, 2e lid (echt)paar

Graag meesturen:

Gediplomeerden bij voorkeur een kopie

van het diploma (je hebt dan stemrecht in de

Algemene Ledenvergadering en kunt zitting

nemen in commissies en bestuur). Studenten

een inschrijfbewijs van hun opleiding voor

(bio)medisch laboratoriummedewerker.

Naam:

Voorletters:

Geb.datum:

M V

Adres:

Postcode:

Tel.nr. thuis:

woonplaats:

E-mail thuis:

Bank-/gironr.:

Werkzaam in

te

Tel.nr. werk:

E-mail werk:

Ik wil in aanmerking komen voor reductie op de contributie i.v.m.

Ik ben:


In het bezit van het diploma:

In opleiding voor:

MBO medische richting

HBO medische richting

WO, medische richting

anders, nl.:

Datum diplomering:

Ik val onder de:

CAO-Ziekenhuizen

CAO-Academische ziekenhuizen

CAO-GGZ

CAO-Verpleging en Verzorging

Afstudeerrichting:

klinische chemie


medische microbiologie

cyto/histopathologie

alg. medisch

medische biologie

• biochemie

• immunologie

anders, nl.:

Plaats/datum:

anders, nl.:

Het aanmeldingsformulier

plus bijlagen kunt u sturen aan:

Ledensecretariaat NVML,

Antwoordnummer 625,

3500 ZJ Utrecht

(postzegel is niet nodig)

Doorlopende machtiging algemeen

Ondergetekende machtigt de Nederlandse Vereniging van bioMedisch Laboratoriummedewerkers

(NVML) om van zijn/haar rekening een bedrag af te schrijven inzake de contributie voor het lidmaatschap van de NVML.

Naam:

Adres:

Postcode en plaats:

Bank-/gironr.:

Handtekening:

Datum:

210

Analyse september 2010

Indien niet akkoord met de afschrijving kan binnen 30 kalenderdagen een verzoek tot terugboeking bij bank of giro worden ingediend.

Intrekking van de machtiging dient tijdig schriftelijk, per fax of mail, te worden gericht aan de NVML .


Berichten

Wieslab opent zijn deuren in Nederland

Het Zweedse Wieslab is al jaren het grootste particuliere servicelab voor auto-immuundiagnostiek in

Scandinavië. Nu in juni een vestiging van het Wieslab haar deuren opende in Nijmegen, biedt dit artsen

en laboratoria in Nederland aanvullende mogelijkheden voor snelle en betrouwbare serologische testen

in de diagnostiek van auto-immuunziekten. Technisch directeur Martin Salden wil met kwaliteit en

competentie gedegen invulling geven aan het woord ‘service’ in servicelab. ‘Dus niet routinematig zo

veel mogelijk testjes draaien, maar artsen daadwerkelijk ondersteuning bieden met wetenschappelijke

informatievoorziening, bijvoorbeeld via scholing.’ Met het openingssymposium werd meteen de eerste

stap gezet.

Nederland is een servicelab voor diagnostiek van auto-immuunziekten rijker. Op 22 juni vierde het Wieslab – sinds 2004 een divisie

van Euro-Diagnostica – met een feestelijk symposium de officiële opening van zijn vestiging in Nijmegen. De algemeen directeur van

Euro-Diagnostica, Jan Erik Collin, hanteerde de schaar om het lint door te knippen dat op symbolische wijze gespannen was voor

een foto van het gloednieuwe lab op de Nijmeegse campus. De ruim vijftig genodigden die getuige waren van deze handeling,

kregen vervolgens een interessante mix aan gastsprekers voorgeschoteld. Grote namen op het gebied van onder meer reumatologie,

complement(systeem) en medische immunologie gaven een beschouwing over de ontwikkelingen binnen hun vakgebied in het licht

van auto-immuniteit (zie kader 1).

Particulier laboratorium

Laboratoriumdiagnostiek voor auto-immuunziekten vindt doorgaans plaats binnen algemene klinisch-chemische laboratoria en

gespecialiseerde immunologische laboratoria. Hoewel de laatste veelal verbonden zijn aan universitaire centra bestaan er ook

particuliere laboratoria die deze diensten bieden. Een bekend voorbeeld hiervan is het in Malmö gevestigde Wieslab, dat in 1991 werd

opgericht door prof. Jörgen Wieslander. Het Zweedse servicelab vervult een leidersrol op het gebied van auto-immuundiagnostiek en

ontvangt monsters uit geheel Noord-Europa. Dat de onderneming succesvol is, blijkt verder uit het feit dat het Wieslab inmiddels is

uitgegroeid tot het grootste particuliere laboratorium in Scandinavië.

Jan Erik Collin, algemeen directeur Euro-Diagnostica, en Martin Salden, directeur Wieslab Nederland, hebben zojuist Wieslab Nederland officieel geopend.

Analyse september 2010 211


Historisch perspectief

Het grote succes op Scandinavische bodem deed de directie van Euro-Diagnostica besluiten het Wieslab-concept ook in Nederland

te introduceren. ‘Vanuit historisch perspectief is Nederland een zeer logische locatie’, aldus Martin Salden, technisch directeur van het

Nijmeegse Wieslab. ‘De R&D van Euro-Diagnostica bevindt zich namelijk al sinds 1992 in Arnhem. Ik was daar als technisch directeur

verantwoordelijk voor de ontwikkeling van auto-immuuntesten die gebaseerd waren op synthetische peptiden. Om deze testen te

valideren, waren grote hoeveelheden patiëntensera nodig. Daar was via ziekenhuizen zo moeilijk aan te komen dat ik mijn Zweedse baas

adviseerde een particulier laboratorium op te kopen dat hierin kon voorzien.’ De keuze voor het Wieslab lag gezien de opgebouwde

reputatie het meest voor de hand.

Reumatest

In april vestigde het Wieslab zich in het gloednieuwe Mercatorgebouw op de Nijmeegse universiteitscampus. Daarmee keerde Salden

terug naar de plek waar zijn wetenschappelijke carrière begon. Dit is de omgeving waar hij in 1976 promoveerde in de biochemie en als

waarnemend hoofd van het hematologisch lab een aantal jaren werkzaam was.

De Nijmeegse campus was ook de plaats waar een samenwerking ontstond die leidde tot de ontwikkeling van de belangrijkste

diagnostische test voor de meest voorkomende auto-immuunziekte, reumatoïde artritis (RA). Tijdens zijn promotieperiode leerde

hij bij de vakgroep biochemie de huidige emeritus prof. Van Venrooij kennen. Jaren later kruisen de paden van hun onderzoek zich

als hij een lezing van Van Venrooij bezoekt. Salden vertelt de spreker na afloop van diens presentatie dat hij waarschijnlijk het soort

autoantilichamen in zijn vriezer heeft liggen die Van Venrooij met vruchteloze pogingen probeert op te wekken in proefdieren.

Het was een toevalligheid die resulteerde in een langdurige samenwerking, waaronder de door STW gefinancierde zoektocht naar

de antigenen die betrokken zijn bij RA. De ontdekking dat autoantistoffen van een patiënt met RA gericht zijn tegen het aminozuur

citrulline bracht het onderzoek in een stroomversnelling. Het leidde uiteindelijk, in 2000, tot de lancering van de eerste test voor reuma

(CCP-test). Bovendien had de verworven kennis tot gevolg dat het servicelab zijn analysepakket voor reuma-antistoffen kon uitbreiden.

Op basis van cyclisch gecitrullineerde peptiden (CCP) kon namelijk een uiterst gevoelige en specifieke ELISA ontwikkeld worden.

Deze CCP2-ELISA behoort tot het assortiment van ruim 110 analyses die bij het Wieslab aangevraagd kunnen worden. Omdat een groot

aantal testen door de eigen R&D is ontwikkeld, is diepgaande kennis opgebouwd van de bijbehorende ziektebeelden. ‘Het is niet ons

doel om routinematig zo veel mogelijk testjes te draaien, maar om artsen te ondersteunen en goede voorlichting te geven’, legt Salden

uit. ‘Het Wieslab wil zich nadrukkelijk ook wetenschappelijk profileren, met name wanneer zich belangrijke ontwikkelingen voordoen

op het gebied van auto-immuunziekten. Ik ben van plan in de toekomst een vervolg te geven aan het juni-symposium om zodoende

een stuk scholing te verzorgen op dit gebied.’

iPhone-applicatie

In dat kader van wetenschappelijke informatievoorziening past ook de uitgebrachte iPhone-applicatie* van The Guide to Autoimmune

Testing, het door Wieslab uitgebrachte handboek met een overzicht van auto-immuuntesten, waarvan de eerste versie in 1996

verscheen. De elektronische versie kan op twee manieren worden gebruikt. Zo kan bij het vermoeden van een auto-immuunziekte

eenvoudigweg de naam van de ziekte worden ingevoerd, waarna een lijst verschijnt met aanbevolen analyses. Bij het selecteren van

de analysenaam wordt dan gedetailleerde informatie over de specifieke test zichtbaar. Maar het omgekeerde is ook mogelijk. Bij een

positief analyseresultaat kan de gerelateerde ziekte worden gezocht, doordat na selectie van de analysenaam een lijst met ziekten

gepresenteerd wordt.

Cruciaal

Naast een uitgebreid aanbod aan standaard klinisch-immunologische testen onderscheidt het Wieslab zich onder meer met diagnostiek

voor het paraneoplastisch syndroom en bepalingen voor het eiwit titine en een twintigtal neurologische antistoffen. Daarnaast kunnen

citobepalingen voor systemische vasculitis zelfs 24 uur per dag, 7 dagen in de week aangevraagd worden. Jan Erik Collin schetste op de

symposiumdag het grote belang van deze service. ‘Ik herinner me een spoedbepaling om 2 uur tijdens een oudejaarsnacht. Een koerier

leverde na een rit van honderden kilometers in Malmö een bloedbuis af voor een citobepaling die verband hield met een ernstige

niervasculitis. Op zo’n moment is een snel resultaat cruciaal voor de keuze van een juiste behandelmethode. Het kan voorkomen dat

een patiënt overlijdt of de rest van zijn leven vastzit aan nierdialyse.’

Na afloop van het symposium was er voor iedere bezoeker een papieren versie van de handige Guide to Autoimmune Testing, plus

een aanvraagformulier voor de aangeboden analyses en een bijbehorende envelop voor verzending van biologische materialen. Het

Wieslab Nijmegen is er overduidelijk helemaal klaar voor: 24 uur per dag, zeven dagen in de week!

* voor informatie over de iPhone-applicatie en voor downloaden ervan, zie http://itunes.apple.com/nl/app/wieslab/id376355280

212

Analyse september 2010


Kader 1 Symposiumverslag

Van veel auto-immuunziekten is inmiddels bekend hoe deze beschadiging aan weefsels en organen

veroorzaken. Onduidelijk is echter wat de schadelijke auto-immuunreactie activeert en in stand houdt.

Mede daarom is over auto-immuunziekten en diagnostiek het laatste woord nog lang niet gezegd. Dat

bleek in juni maar weer eens tijdens het symposium ter ere van de officiële opening van het Nijmeegse

Wieslab. Wetenschappelijke zwaargewichten prikkelden hun gehoor met visies op auto-immuniteit

vanuit diverse vakgebieden. Wie spraken er, en waarover

Prof. A. Wiik (hoogleraar Auto-immuniteit, Statens Serum

Institut, Denemarken) brak een lans voor gebruik van een

universele beeldcollectie als trainingsstandaard binnen

de indirecte immunofluorescentie (IIF) bij screening voor

antinucleaire antilichamen (ANA) met HEp-2 cellen.

Prof. J. Wieslander (wetenschappelijk directeur Euro-

Diagnostica AB en oprichter Wieslab AB, Zweden) leverde

overtuigend bewijs waarom ELISA de voorkeur geniet

boven IIF als het gaat om screenen van antineutrofiele

cytoplasmatische antistoffen (ANCA’s).

Prof. M.R. Daha (hoogleraar Interne Geneeskunde/

Nefrologie, LUMC, Leiden) besprak het hoe en waarom

omtrent analyses van complement in de kliniek. Na een

overzicht van de beschikbare testen volgde advies over de

inzetbaarheid ervan bij een reeks auto-immuunziekten.

Prof. W.J. van Venrooij (emeritus hoogleraar Biomoleculaire

Chemie, Radboud Universiteit, Nijmegen) presen-

Impressie van de zaal met genodigden tijdens het Wieslab Symposium in Nijmegen.

teerde data die aantonen dat antilichamen tegen cyclisch gecitrullineerde peptiden (CCP2) waardevolle indicatoren zijn voor

vroege diagnose van reuma. Behandeling kan zelfs al starten bij zeer beperkte gewrichtsklachten en gewrichtsschade. Zodoende

is de rolstoel niet langer automatisch het volgende station voor de reumapatiënt. Niet verwonderlijk dus dat de CCP-test sinds 2009

is opgenomen in de reumacriteria van het American College of Rheumatology.

Prof. H. Hooijkaas (hoogleraar Medische Immunologie, Erasmus MC, Rotterdam) sprak over detectiemethoden van de toekomst naar

aanleiding van de stelling van een vakgenoot: ‘Laboratoriumdiagnostiek is één van de tien uitdagingen voor auto-immuunziekten

in de 21ste eeuw.’ Conclusie: ‘multiplex bead array’ en ‘autoantigen microarray’ boeken progressie, maar vereisen verdere validatie.

Voorlopig vormen traditionele technieken als IIF en ELISA nog de standaard.

Dr. A. den Broeder (reumatoloog/klinisch epidemioloog, St. Maartenskliniek, Nijmegen) schetste de methodologische aanpak bij

de aanvraag van diagnostische testen. Dit alles met het oog op verbeterde diagnose en prognose. Van groot belang hierbij is het

maken van een reële inschatting van het resultaat dat bij de patiënt te verwachten is met of zonder behandeling.

Kader 2

Auto-immuunziekten

Auto-immuunziekten komen bij ten minste 5% van de Nederlandse bevolking voor. De immunologische reacties die met deze

aandoeningen gepaard gaan, richten zich tegen eigen lichaamsbestanddelen en brengen daarmee schade toe aan weefsels of

organen.

Soms zijn de antistoffen direct betrokken bij het schadelijke auto-immuunproces. In andere gevallen vormen ze echter slechts

indirect een afspiegeling van weefselschade, namelijk wanneer hierbij auto-antigenen zijn vrijgekomen waartegen vervolgens

autoantistoffen zijn opgewekt. Hoe het ook zij, de bepaling van autoantistoffen geldt als een goed bruikbare analysemethode

binnen de diagnostiek van auto-immuunziekten.

Een gangbare indeling van auto-immuunziekten is die in orgaanspecifieke en gegeneraliseerde vormen, afhankelijk of één

orgaan is aangedaan of meerdere. Onder de acht meest voorkomende auto-immuunziekten in Nederland komen beide vormen

meerdere malen voor:**

• reumatoïde artritis (gegeneraliseerd, o.a. gewrichten)

• ziekte van Hashimoto (schildklier)

• diabetes type 1 (pancreas)

• vitiligo (pigmentcellen)

• syndroom van Sjögren (gegeneraliseerd, o.a. slijmvliezen)

• ziekte van Graves (schildklier)

• multiple sclerose (zenuwstelsel)

• systemische lupus erythematodes (SLE; gegeneraliseerd, o.a. huid en nieren)

** Bron: Ned Tijdschr Klin Chem Labgeneesk 2006;31(4).

Analyse september 2010 213


Onderzoek werkt

Geef gul

Collecteweek

6 t/m 11 september 2010.

www.kwfkankerbestrijding.nl

214

Analyse september 2010

vervolg op volgende pagina >


NVML-cursus Stagebegeleiding

Algemeen

Vanwege de niet-afnemende belangstelling organiseert de

NVML in het voorjaar van 2011 wederom twee cursussen

Stagebegeleiding voor laboratoriummedewerkers die in hun

werk betrokken zijn (of in de toekomst worden) bij de begeleiding

van stagiairs.

Leerdoelen en opzet

Naast het opstellen en beoordelen van een stagewerkplan,

leert u tijdens de cursus vaardigheden om een stagiair(e) op een

methodische wijze te begeleiden.

U oefent onder andere in het voeren van een evaluatiegesprek, een

tussentijds beoordelingsgesprek, een eindbeoordelingsgesprek,

het geven van feedback en het leiden van een slechtnieuwsgesprek.

Ook leert u om ‘lastige’ stagiairs te begeleiden. In de cursus wordt

gewerkt aan de hand van voorbeelden die worden ingebracht

door cursisten. De cursus heeft een praktisch karakter. U leert niet

alleen wat u kunt doen, maar vooral hoe u het kunt doen.

Docent

De cursus wordt gegeven door mw. Marjet Woudenberg of dhr.

Guido Kuipéri (trainer en coach van Bureau Beysterveld).

Datum, tijd en locatie

Cursus A: donderdag 20 en 27 januari en 3 februari 2011 en

terugkomdag op 3 maart 2011.

Op de terugkomdag wordt de cursist in de gelegenheid gesteld

om praktijkervaringen en eventuele problemen met de docent te

bespreken.

Later in het voorjaar van 2011 zal een tweede cursus plaatsvinden;

aanmelding hiervoor is nog niet mogelijk.

Tijd: van 10.00 tot 16.30 uur.

Locatie: NVML, Wilhelminapark 52 te Utrecht.

Niveau

Post-hbo

UEC

De cursus Stagebegeleiding levert u 36 UEC op.

Kosten

€ 815,-

Hierbij is inbegrepen het cursusmateriaal, koffie/thee en een lunch

tijdens de vier cursusdagen.

NVML-leden kunnen persoonlijk via de ‘geld-terug-bon’ achteraf

een gedeeltelijke teruggave aanvragen.

Aantal deelnemers

Minimaal 8 en maximaal 12 deelnemers

NVML-cursus Digitale fotografie

(van microscopische beelden)

Algemeen

De cursus is bedoeld voor diegenen die meer achtergrondkennis

wensen om optimale digitale opnamen te kunnen maken van een

preparaat.

Programma

De digitalisering van microscopische beelden heeft de laatste

jaren een flinke ontwikkeling doorgemaakt. Waar moet u nu

precies op letten bij het gebruik van een digitale camera Welk

type camera past het best bij uw applicatie

Wat betekenen al die begrippen zoals resolutie, pixels en dpi

Hoe kunt u effectief gebruikmaken van de digitale technieken

in uw werk bij het opnemen, opslaan, afdrukken en projecteren

van microscopische beelden. Op deze en andere vragen krijgt u

antwoord in de workshop ‘digitale fotografie’. Deze cursus wordt

gegeven in samenwerking met Leica Microsystems bv. Het betreft

zowel een theoretisch als praktisch gedeelte. Voor dit laatste wordt

u verzocht een geschikt preparaat mee te nemen. Dit mag een

preparaat zijn waarmee u problemen ondervindt in het maken

van optimale digitale opnamen.

Docent

Dhr. M. Meijering

Datum, tijdstip en locatie

Cursus A: dinsdag 18 januari 2011, 10.00 tot 16.00 uur

Cursus B: woensdag 19 januari 2011, 10.00 tot 16.00 uur

NVML, Wilhelminapark 52 te Utrecht

Aanmelding

Snel inschrijven via www.nvml.nl of via het aanmeldingsformulier.

Na de sluitingsdatum voor aanmelden ontvangt u een bevestiging

met nota.

Uiterste inschrijfdatum

15 december 2010

Bij overboeking gaan leden voor op niet-leden, daarna vindt selectie plaats op volgorde

van datum van aanmelding.

Niveau

Post-hbo

UEC

9 UEC

Kosten

€ 300,- (koffie/thee, lunch en reader zijn hierbij inbegrepen).

NVML-leden kunnen achteraf via de geld-terug-bon € 30,- korting

aanvragen.

Aantal deelnemers

Minimaal 6 en maximaal 12 deelnemers

Aanmelding

Snel inschrijven via de website www.nvml.nl of via bijgevoegd

aanmeldingsformulier. Na de sluitingsdatum voor aanmelden

ontvangt u een bevestiging met nota.

Uiterste inschrijfdatum

15 december 2010

Bij overboeking gaan leden voor op niet-leden, daarna vindt selectie plaats op volgorde

van datum van aanmelding.

Analyse september 2010 215


NVML-cursus Theorie en kliniek van immunoassays

Algemeen

In deze cursus wordt de basis gelegd voor probleemherkennend

en probleemoplossend vermogen op het terrein van de

immunochemische reactie.

Leerdoelen en opzet

Blok 1

Immunochemische technieken worden onder meer toegepast

om in biologische materialen zeer geringe hoeveelheden

van immunochemisch actieve stoffen te bepalen. De enorme

gevoeligheid en de zeer grote specificiteit vragen diepgaande

kennis en inzicht bij de toepassingen van deze analytische

techniek.

Dit blok bestaat uit de volgende onderdelen:

Dag 1 Beginselen van de immunoassay en analytische

concepten - Antilichamen

Dag 2 Labels - Kalibratie

Dag 3 Curfitting/rekenmethoden - Troubleshooting

Referentiewaarden voor immunoassays: het begrip,

hoe afhankelijk is het van de methodiek, de

harmonisatie en in relatie met externe

kwaliteitsbewaking

Dit blok wordt afgesloten met een schriftelijk examen.

Blok 2

Hierbij worden de klinische achtergronden voor het gebruik van

immunoassays nader belicht.

Dit blok bevat de volgende onderdelen:

Dag 1 Inleiding klinische concepten, patiëntvoorbereiding,

monsterafname en behandeling

Eiwithormonen, schildklier en infertiliteit

Steroïdhormonen, bijnier

Dag 2 Hematologie; cardiale markers

Tumormerkstoffen

Dag 3 Immunologie/allergie

Auto-immuniteit

Dit blok wordt afgesloten met een schriftelijk examen.

Omdat beide blokken een afgerond geheel vormen, is het ook

mogelijk zich voor één blok in te schrijven.

Docenten

Dr. J.L.P. van Duijnhoven, klinisch chemicus, Elkerliek Ziekenhuis,

Helmond

Drs. E. Endert, klinisch chemicus, hoofd laboratorium

endocrinologie/radiochemie, AMC, Amsterdam

Datum, tijdstip en locatie

Blok 1: Dinsdag 25 januari, 1 en 8 februari 2011; examen: dinsdag

1 maart 2011

Blok 2: Dinsdag 8, 15 en 22 maart 2011; examen: dinsdag 5 april

2011

Lestijden zijn van 9.45 uur tot 16.00 uur; examen zijn van 10.00 tot

11.30 uur

NVML, Wilhelminapark 52 te Utrecht

Niveau

Post-hbo

UEC

23 UEC per blok

Kosten

Blok 1: € 820,-

Blok 2: € 820,-

Blok 1+2: €1540,-

Bij alle genoemde bedragen zijn koffie/thee, lunch en reader

inbegrepen. NVML-leden kunnen persoonlijk via de geld-terugbon

korting aanvragen.

Aantal deelnemers

Minimaal 8 en maximaal 16 deelnemers

Aanmelding

Snel inschrijven via www.nvml.nl of via bijgaand

aanmeldingsformulier. Gaarne duidelijk aangeven voor welk(e)

blok(ken) u zich wilt inschrijven. Na de sluitingsdatum voor

aanmelden ontvangt u een bevestiging met nota.

Uiterste inschrijfdatum

15 december 2010

Bij overboeking gaan leden voor op niet-leden, daarna vindt selectie plaats op volgorde

van datum van aanmelding.

NVML-cursus Invloedrijk communiceren

Het laboratorium als werkomgeving

Algemeen

De cursus is bestemd voor medewerkers in een (biomedische)

laboratoriumsituatie, die hun invloed en communicatie willen

verbeteren.

Leerdoelen en opzet

• Hoe zeg ik dat nou tegen mijn collega

• Hoe voorkom ik dat de sfeer wordt verpest

• Hoe vraag ik mijn leidinggevende om hulp

• Wat kan ik doen aan het onderling gekonkel op de afdeling

Op iedere werkvloer speelt de wijze van communiceren een rol in

de werksfeer. Hoe zorg je nu dat je transparant en helder zegt wat

je wilt en weet om te gaan met tegenwerpingen Aan de hand van

eigen praktijksituaties leren de deelnemers in deze tweedaagse

cursus oplossingsgericht te communiceren en zodoende invloed

op hun omgeving te krijgen.

De volgende onderwerpen staan centraal:

• Reflectie op de eigen communicatie.

• Het invloedmodel van communicatie: de drie stijlen van communicatie.

• Communicatieve vaardigheden toepassen en gericht benutten.

• Overzicht houden op en structureren van communicatiesituaties.

• Op een autonome manier met relaties omgaan, zonder dat men

zichzelf tekortdoet of anderen kwetst.

De cursus heeft een praktisch karakter. Op beide dagen zal veel

geoefend worden. Met de beperking van het maximaal aantal

deelnemers wordt gestreefd naar een optimale aandacht voor de

persoonlijke leermomenten.

Op de eerste dag zal aandacht worden besteed aan het oefenen

met de drie stijlen van communicatie. Deelnemers leren deze

stijlen adequaat in te zetten.

In de periode tussen de eerste en tweede dag krijgen de

deelnemers de opdracht te experimenteren met de geleerde

vaardigheden.

De tweede dag staat in het teken van de eigen situatie. Met behulp

van een trainingsacteur kunnen de deelnemers een situatie uit de

eigen praktijk oefenen.

216

Analyse september 2010


De docent

Marjet Woudenberg, trainer en adviseur van Bureau Beysterveld.

Zij heeft zich gespecialiseerd in invloedrijke communicatie,

samenwerking en leiderschap.

Datum, tijd en locatie

Tweedaagse cursus op woensdag 9 en 16 februari 2011, van 10.00

tot 16.30 uur.

NVML, Wilhelminapark 52 te Utrecht.

Niveau

Post-hbo

UEC

18 UEC

Kosten

€ 550,- (koffie/thee, lunch en reader zijn hierbij inbegrepen).

NVML-leden kunnen persoonlijk via de geld-terug-bon korting

aanvragen.

Aantal deelnemers

Minimaal 6 en maximaal 10 deelnemers.

Aanmelding

Snel inschrijven via www.nvml.nl of via het aanmeldingsformulier.

Na de sluitingsdatum voor aanmelden ontvangt u een bevestiging

met nota.

Uiterste inschrijfdatum

3 januari 2011

Bij overboeking gaan leden voor op niet-leden, daarna vindt selectie plaats op volgorde

van datum van aanmelding.

Aanmeldingsformulier NVML-cursussen

Naam Voorletters M/V

Geboortedatum

Postcode

Adres

Woonplaats

Tel. thuis

Tel. werk

E-mailadres

Naam werkgever

Adres werkgever

Postcode en plaats

Lid NVML*: ja / nee

* (dit dient een persoonlijk lidmaatschap te zijn; het abonnement dat uw instelling heeft op het tijdschrift Analyse geeft geen recht op korting)

Digitale fotografie (van microscopische beelden)

Cursus A di 18-1 2011

Cursus B wo 19-1 2011

Aanmelding vóór 15 december 2010

Stagebegeleiding

Cursus A start do 20-1 2010

Aanmelding vóór 15 december 2010

Theorie en kliniek van immunoassays

Blok 1 start di 25-1 2011

Blok 2 start di 8-3 2011

Blok 1+2

Aanmelding vóór 15 december 2010

Invloedrijk communiceren

Tweedaagse cursus start wo 9-2 2011

Aanmelding vóór 3 januari 2011

Voor deelname aan onderstaande najaarscursus in 2010 zijn nog enkele plaatsen beschikbaar; de inschrijving is nog niet gesloten. Voor

nadere informatie over deze cursussen verwijzen wij u naar Analyse nr. 5 of naar onze website: www.nvml.nl.

Bloedcelmorfologie in de dagelijkse praktijk van een routinelaboratorium

Cursus A do 11-11 2010

Cursus B do 9-12 2010

Aanmelding vóór 1 oktober 2010

Datum

Handtekening

Dit formulier opsturen naar: NVML, Wilhelminapark 52, 3581 NM Utrecht of faxen naar 030-254 18 14.

Analyse september 2010 217


NVML-nascholing Hemostase en trombose

Het stelpen van een bloeding (hemostase) is een samenspel tussen bloedplaatjes en stollingsfactoren in het plasma. De plaatjes

worden geactiveerd door eiwitten uit de beschadigde vaatwand, verkleven in de wond, veranderen van vorm, stoten de inhoud uit van

secretiegranula en koppelen aan elkaar via geactiveerde receptoren. De buitenmembraan van het plaatje verandert van samenstelling

en wordt het ideale substraat voor de activatie van stollingsfactoren. Bloedstolling wordt geactiveerd door het vrijkomen van ‘tissue

factor’ uit de wond. Hierdoor komt een kettingreactie op gang waardoor stollingsfactoren worden geactiveerd die op het oppervlak

van de plaatjes trombine vormen. Trombine is de centrale starter van nog meer plaatjesactivatie, versnelling van de stollingsreacties,

van fibrinevorming en van versteviging van het stolsel.

Bij arteriële en veneuze trombose spelen deze reacties ook een rol. Echter, bij arteriële trombose staat de rol van het plaatje op de

voorgrond; bij veneuze trombose die van de stolling. Het tegengaan van trombose met medicatie is dan ook fundamenteel anders voor

arteriële trombose dan voor veneuze. De sprekers zullen u, na het opfrissen van de basiskennis, informeren over de ontwikkelingen tot

nu toe.

Prof. dr. J.W.N. Akkerman, afdeling Klinische Chemie en Hematologie, UMC Utrecht

Trombose en antistollingsbehandeling

Trombose kan gezien worden als de vorming van een stolsel in een bloedvat op de verkeerde plaats en op het verkeerde moment.

Trombose kan voorkomen in slagaderen (arteriën) en in aderen (venen). Er zijn diverse behandelmethoden voor trombose, met name

afhankelijk van de oorzaak. Bij arteriële trombose zoals een hartinfarct of een herseninfarct (beroerte) wordt in het algemeen een

trombocytenaggregatieremmer zoals aspirine (acetylsalicylzuur) gegeven. Bij veneuze trombose en ook ter voorkoming van trombose

bij hartritmestoornissen (boezemfibrilleren) of hartklepprothesen worden de zogenaamde vitamine K-antagonisten (VKA) ofwel

coumarines gebruikt. De VKA zijn heel effectieve medicijnen maar zij moeten nauwkeurig worden ingesteld omdat er anders of toch

trombose kan optreden of bloedingscomplicaties. De instelling en controle van de VKA wordt in Nederland door de trombosediensten

verzorgd. Regelmatige controle is noodzakelijk waarbij de INR (international normalized ratio) wordt bepaald en zonodig de dosering

wordt bijgesteld.

In de afgelopen jaren zijn er wetenschappelijke onderzoeken gedaan met nieuwe medicijnen die op een andere manier werken dan

de VKA. Hierbij zou dan in principe de regelmatige controle door de trombosediensten komen te vervallen. Het ligt in de verwachting

dat deze nieuwe medicijnen in 2011 geregistreerd worden en dan beschikbaar komen op de Nederlandse markt. De precieze plaats van

deze nieuwe antistollingsmiddelen tussen de VKA en aspirine zal in de komende jaren duidelijk worden.

Dr. F. van der Meer, afdeling Trombose en Hemostase, LUMC Leiden

Data en locatie

De nascholingsmiddag zal worden gehouden op de volgende

data:

Donderdag 2 december 2010: Gelre Ziekenhuizen, Apeldoorn

Donderdag 13 januari 2011: Leids Universitair Medisch Centrum,

Leiden

Programma

13.30 Ontvangst met koffie/thee

14.00 Opening NVML

14.05 Interactieve nascholing

15.15 Pauze

15.30 Vervolg Interactieve nascholing

17.00 Afsluiting

Niveau

Post-hbo

UEC

Voor deze nascholingsmiddag ontvangt u 3 UEC.

Kosten

€ 58,- (NVML-leden kunnen persoonlijk € 30,- via de geld-terugbon

aanvragen).

218

Analyse september 2010


Inschrijfformulier voor deelname aan NVML-nascholing

Hemostase en trombose

Snel inschrijven via de website www.nvml.nl óf dit formulier volledig ingevuld en ondertekend opsturen vóór 21 december 2009 naar

het bureau NVML, Wilhelminapark 52, 3581 NM, Utrecht, of per fax naar 030-254 18 14.

De inschrijving is slechts geldig wanneer bijgaande machtiging verstrekt wordt. Andere betaalwijzen zijn niet mogelijk.

Naam deelnemer: Voorletters: M//V 1)

Adres:

Postcode/woonplaats:

Geboortedatum:

Tel. thuis:

Naam instelling:

Tel. werk: NVML 2) -lid: ja/nee 1)

E-mailadres*:

2 december 2010, Apeldoorn 13 januari 2011, Leiden

Hierbij machtig ik de NVML om eenmalig het inschrijfgeld à € 58,- af te schrijven

van bank/girorekeningnummer

op naam van

Handtekening:

te

* Uw e-mailadres is onmisbaar aangezien wij de bevestiging versturen per e-mail!

1) Doorhalen wat niet van toepassing is

2) Dit dient een persoonlijk lidmaatschap te zijn: het abonnement dat uw instelling

heeft op het tijdschrift Analyse geeft geen recht op korting.

Afschrijving zal plaatsvinden vóór de datum van bijeenkomst. Deze machtiging

is onherroepelijk.

Programma

09.00 Ontvangst

09.30 Overzichtsverhaal: “Toepassing van

Tumormarkers” Dr. J.F.W. Keuren

De Werkgroep Tumormarkers

organiseert het symposium:

Voortschrijdende Inzichten in

het Gebruik van Tumormarkers

bij Solide Tumoren

Dinsdag, 21 september 2010

Congrescentrum

Regardz Eenhoorn

Amersfoort

Voor info: www.nvkc.nl

Programmaonderdeel I: PSA

Voorzitter: Dr. ir. B.E.P.B. Ballieux

10.00 Introductie – KCio Dr. J.W. Brinkman

10.10 Screening prostaatcarcinoom met PSA

Prof. dr. C.H. Bangma

Detectie van agressieve prostaatcarcinomen

Dr. M.J. Roobol

11.10 Pauze

Programmaonderdeel II: Screening Coloncarcinoom

Voorzitter: Dr. A.Y. Demir

11.30 Introductie – assays voor FOBT – KCio

Dr. L.A. Boven

11.40 Bevolkingsonderzoek naar coloncarcinoom mbv

iFOBT: Is het zinvol Prof. dr. J.B.M.J. Jansen

12.20 Fecal-DNA onderzoek en de screening: Hoever

zijn we Dr. J.K. Dunning

12.40 Lunch

Programmaonderdeel III: Leidt CA125 geleide behandeling

tot levenswinst

Voorzitter: Dr. J.M.G. Bonfrer

13.30 Introductie – KCio Dr. M. de Bruin

13.40 Trial CA125 Dr. M.E.L. van der Burg

14.25 Kritische vragen Prof. dr. R.H.M. Verheijen

14.40 Pauze

Programmaonderdeel IV: Biomarkers en borstkanker

Voorzitter: Dr. J.F.W. Keuren

15.00 Introductie – KCio Dr. I.C.A. Munnix

15.10 Borstkankerbehandeling en moleculaire

diagnostiek: Juiste behandeling voor de juiste

patiënt Dr. M. Kok

16.00 Samenvatting/toekomst Dr. J.M.G. Bonfrer

16.30 Borrel

Analyse september 2010 219


NVML-congres

Medische microbiologie in verandering

23 november 2010 - Congrescentrum De Eenhoorn in Amersfoort

Programma

9.00 - 9.55 Registratie, bezoek stands, koffie en thee

10.00 - 10.15 Opening door de dagvoorzitter

Dr. F. Vlaspolder, arts-microbioloog, MCA ALkmaar

10.15 - 10.45 Geruisloos over naar EUCAST

Dr. W.H.F. Goessens, microbioloog, Medische Microbiologie & Infectieziekten, Erasmus MC, Rotterdam

10.45 - 11.30 Bestrijding van hepatitis: de rol van het lab, de GGD en het RIVM

Drs. R.M. Riesmeijer, beleidsmedewerker Landelijke Coördinatie Infectieziektenbestrijding,

Centrum Infectieziektenbestrijding, RIVM, Bilthoven

11.30 - 12.00 Koffie, thee en bezoek stands

12.00 - 12.45 Moleculaire fecesdiagnostiek

Mw. dr. L.E.S. Bruijnesteijn van Coppenraet, medisch-moleculair microbioloog, LMMI, Isala Klinieken, Zwolle

12.45 - 13.45 Lunch en expositie

13.45 - 14.30 Carbapenemases in Enterobacteriaceae

Dr. J. Cohen Stuart, internist-infectioloog, Medische Microbiologie, UMC, Utrecht

14.30 - 15.15 Het nationale antibioticaresistentie-surveillancesysteem (ISIS-AR) te bezoeken via ISISweb

Inclusief demonstratie website.

Mw. Dr. M.A. Leverstein-van Hall, arts-microbioloog, Medische Microbiologie, UMC Utrecht en

Centrum Infectieziektenbestrijding, RIVM, Bilthoven

15.15 - 15.30 Koffie, thee en bezoek stands

15.30 - 16.15 Effect van veranderingen in de medische microbiologie op de werkbeleving van de analist

Dhr. A.M. Broekema, veranderkundige bij The Engagement Group, Bilthoven

16.15 Sluiting en drankje

Samenvattingen programma

Geruisloos over naar EUCAST

Veel laboratoria hebben in het verleden gebruikgemaakt van nationale (CRG) of internationale richtlijnen (CLSI) voor het bepalen van de

gevoeligheid van micro-organismen voor antibiotica. Na vele vergeefse pogingen in het verleden om binnen Europa tot een en dezelfde

richtlijn te komen, is het nu uiteindelijk wel gelukt om de gebruikte methodiek en breekpunten te harmoniseren tot een Europese richtlijn. De

totstandkoming van deze richtlijn is te danken aan de grote inspanningen geleverd door leden van de The European Committee on Antimicrobial

Susceptibility Testing (EUCAST). Tijdens de voordracht zullen enkele van de achterliggende gedachten betreffende de EUCAST-richtlijn uit de

doeken worden gedaan en wordt tevens gewezen op een aantal verschillen met andere internationale richtlijnen.

Dr. W.H.F. Goessens, medisch microbioloog, Erasmus MC, Rotterdam

Bestrijding van hepatitis: de rol van het lab, de GGD en het RIVM

Succesvolle infectieziektebestrijding in Nederland is afhankelijk van een goede samenwerking tussen verschillende organisaties, waaronder

laboratoria, GGD’en en het RIVM. Aan de hand van casuïstiek wordt weergegeven hoe de rollen verdeeld zijn en wat er gebeurt nadat de GGD een

melding van hepatitis van het lab ontvangt. Contactonderzoek en bronopsporing worden uitgevoerd en in sommige gevallen komt de Inspectie

voor de Gezondheidszorg of de Voedsel en Waren Autoriteit in actie. Door samen te blijven werken, houden we overzicht over de situatie en

kunnen we de verspreiding van hepatitis, en het persoonlijk leed dat daaraan verbonden is, voorkomen.

R.M. Riesmeijer (MSc), beleidsmedewerker Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding (LCI), Centrum Infectieziektebestrijding (CIb), RIVM,

Bilthoven

Moleculaire fecesdiagnostiek

Conventionele diagnostiek voor de detectie van virale, bacteriële en parasitaire verwekkers van gastro-enteritis (GE) is veelal omslachtig. Voor

enkele van de verwekkers (zoals verscheidene virussen en de variatie aan pathogene E. coli’s) zijn geen conventionele methoden beschikbaar.

De ontwikkeling van multiplex real-time PCR-assays voor de detectie van GE-pathogenen heeft in de laatste jaren in diverse laboratoria

plaatsgevonden. Deze nieuwe assays kunnen onder andere een logistieke verbetering bieden voor de opgesplitste conventionele diagnostiek

van pathogenen uit de verschillende groepen, maar blijken ook gevoeliger en specifieker dan conventionele methoden. Toch kleven er ook

nadelen aan de nieuwe diagnostische mogelijkheden; misschien detecteren we wel té gevoelig.

Dr. Lesla Bruijnesteijn van Coppenraet, moleculair-medisch microbioloog, LLMI, Isala Klinieken, Zwolle

Carbapenemases in Enterobacteriaceae

De snelle opkomst en verspreiding van Enterobacteriaceae die resistent zijn tegen carbapenems, zoals imipenem en meropenem, vormen een

belangrijke bedreiging voor de klinische patiëntenzorg en openbare gezondheidszorg. Carbapenemase producerende stammen worden

gekenmerkt door resistentie tegen bijna alle beschikbare bètalactamantibiotica, waaronder de cefalosporines en carbapenems. Daarnaast zijn

deze stammen vaak ook resistent tegen andere antibioticaklassen, zoals fluoroquinolonen, aminoglycosides en co-trimoxazol.

220

Analyse september 2010


In de presentatie zullen aan de orde komen:

• Mechanisme van carbapenemresistentie in Enterobacteriaceae

• Soorten carbapenemases

• Zijn carbapenemases klinisch relevant

• Carbapenemases in Nederland

• Concept NVMM-richtlijn voor detectie van carbapenemases (screening en confirmatie)

• Rapportage

Dr. J. Cohen Stuart, internist-infectioloog, UMC, Utrecht

Het nationale antibioticaresistentie-surveillancesysteem (ISIS-AR) te bezoeken via ISISweb

Inclusief demonstratie website.

Mw. dr. M.A. Leverstein-van Hall, arts-microbioloog, UMC, Utrecht en RIVM Infectieziektebestrijding, Bilthoven

Effect van veranderingen in de medische microbiologie op de werkbeleving van de analist

De laatste jaren vinden er grote veranderingen plaats in de diagnostiek voor medische microbiologie. Met name het detecteren van microorganismen

in patiëntenmateriaal op DNA-niveau brengt grote veranderingen met zich mee. De uitvoering van deze diagnostiek is volledig

anders dan de traditionele methodes, wat flexibiliteit van zowel de analisten als de organisatie vereist. Niet alleen de moleculaire diagnostiek

neemt een vlucht, ook automatisering van verschillende werkzaamheden zijn ‘hot’, net zoals andere identificatiemogelijkheden, bijvoorbeeld

de Maldi-Tof. Deze veranderingen gaan niet zonder slag of stoot. Want hoewel de medisch analist inziet dat deze veranderingen een verbeterde

diagnostiek opleveren en dus ten goede komen aan de patiënt, kunnen deze voor hem of haar toch grote gevolgen hebben. Wat gebeurt er met

een analist als hij/zij beseft dat een deel van de kennis die in de loop der jaren is verworven opeens niet meer nodig blijkt te zijn En dat terwijl

van diezelfde analist wordt verwacht dat hij/zij vervolgens nieuwe kennis verwerft. Hoe ver kan een mens meegaan in een verandering En hoe

flexibel zit een mens in elkaar om grote veranderingen te kunnen ondergaan en toch plezier te beleven in het werk

Dhr. A.M. Broekema, veranderkundige bij The Engagement Group, Bilthoven

Locatie

Congrescentrum De Eenhoorn in Amersfoort.

UEC

U ontvangt 3 UEC bij deelname aan dit congres.

Kosten

€ 115,- (NVML-leden kunnen persoonlijk € 30,- via een geld-terugbon

aanvragen).

Openbaar vervoer

Gezien de gunstige ligging van congrescentrum De Eenhoorn

tegenover station Amersfoort, kunnen wij u een goedkoop

treinkaartje aanbieden.

Voor € 20,- kunt u van ieder station in Nederland naar station

Amersfoort (retour). Mocht u hier gebruik van willen maken, geef

dit dan aan op het inschrijfformulier. Wij zullen samen met de

bevestiging uw treinkaartje meesturen.

Aanmelding

U kunt zich aanmelden door bijgaand inschrijfformulier vóór 25

oktober 2010 op te sturen naar NVML, Wilhelminapark 52, 3581

NM Utrecht.

Snel aanmelden kan ook via www.nvml.nl

Inschrijfformulier voor deelname aan het congres Medische Microbiologie in verandering

Dit formulier volledig ingevuld en ondertekend opsturen vóór 25 oktober 2010 naar bureau NVML, Wilhelminapark 52, 3581 NM, Utrecht, of per fax

naar: 030-254 18 14. De inschrijving is slechts geldig wanneer bijgaande machtiging verstrekt wordt. Andere betaalwijzen zijn niet mogelijk.

Naam deelnemer: Voorletters: M//V 1)

Adres:

Postcode/woonplaats:

Geboortedatum:

Tel. thuis:

Tel. werk: NVML 2) -lid: ja/nee 1)

E-mailadres*:

inschrijfgeld € 115,- treinkaartje € 20,-

Hierbij machtig ik de NVML om eenmalig het inschrijfgeld + evt. treinkaartje à € 115,- / € 135,- af te schrijven

van bank/girorekeningnummer

op naam van

Handtekening:

te

1) Doorhalen wat niet van toepassing is.

Deze machtiging is onherroepelijk.

Analyse september 2010 221


Opleidingen

Wil je bijblijven in je vakgebied Kijk dan of een van de volgende opleidingen iets voor jou is.

Hogeschool van Arnhem en Nijmegen

Cursussen, post-hbo- en masteropleidingen Life Sciences

Titel Moleculair-biologische technieken, deel 1:

DNA, (conventionele) PCR, restrictie-enzymanalyse

Data 21, 28 september, 5, 12 oktober

Tijd

16.00-21.00 uur

Locatie Nijmegen

Kosten € 895,-

Titel Fermentatietechnologie basis

Data 20-24 september

Omvang 5 dagen

Locatie Nijmegen

Kosten € 2700,-

Titel Bloedbankkunde

Startdatum 5 oktober 2010

Omvang 8 bijeenkomsten van 18.00-21.00 uur

Kosten € 889,-

Locatie Sanquin, Amsterdam

Titel

Data

Tijd

Kosten

Locatie

Titel

Startdatum

Omvang

Kosten

Locatie

Statistiek voor laboratoriummedewerkers

(basis/toegepast)

12 oktober en 2 november (basis),

16, 30 november en 14 december (toegepast)

13.30-20.30 uur

op aanvraag

Sanquin, Amsterdam

Down Stream Processing (DSP)

2 november

7 bijeenkomsten van 16.00-20.30 uur

op aanvraag

Nijmegen

Titel Studiedag Hematomorfologie

Datum 2 november (middag)

Kosten € 189,-

Locatie Nijmegen

Titel Studiedag Morfologie van het urinesediment

Datum 4 november (gehele dag)

Kosten € 343,-

Locatie Nijmegen

Titel Immunologie

Startdatum 9 november

Omvang 5 bijeenkomsten van 18.00-21.00 uur

Kosten € 499,-

Locatie Sanquin, Amsterdam

Voor aanmelding en aanvullende informatie over onze opleidingen kunt u terecht op

onze website www.hanlifesciences.nl of mailen naar info.lifesciences@han.nl.

Avans+, Breda

Avans+ beschikt in Breda over moderne cursusfaciliteiten, waar praktijkgerichte

laboratoriumcursussen gegeven worden. Alle informatie hierover vindt u op de

website www.avansplus.nl.

Vloeistofchromatografie (HPLC)

Titel Inleiding in de HPLC, niveau 1

Data en locaties 19, 20 en 21 oktober (Leeuwarden),

29, 30 november, 1 december (Breda)

Kosten € 1275,-

Titel Principes en praktijk van de moderne HPLC,

niveau 2

Data en locaties 13, 14 en 15 september (Breda), 23, 24 en

25 november (Leeuwarden)

Kosten € 1295,-

Titel Trouble shooting HPLC

Data en locaties 20, 21 en 22 september (Breda) en 21, 22 en

23 december (Leeuwarden)

Kosten € 1275,-

Titel Methodevalidatie in de HPLC

Data 6, 7 en 8 oktober

Locatie Breda

Kosten € 1295,-

Titel Vloeistofchromatografie-massaspectrometrie

(LC-MS)

Data 5, 6 en 7 oktober

Locatie Breda

Kosten € 1395,-

Titel Methodeontwikkeling voor LC-MS

Data 2, 3 en 4 november

Locatie Breda

Kosten € 1395,-

Spectrometrie

Titel FT-IR spectrometrie

Data 13, 14 en 15 oktober

Locatie Breda

Kosten € 1345,-

Chemie

Titel Organische chemie voor chromatografie en

UV-spectrometrie

Data 24 september, 8 en 15 oktober

Locatie Breda

Kosten € 1245,-

Statistiek en kwaliteitszorg voor het laboratorium

Titel Praktische statistiek met Excel 1

(kwaliteitscontrole)

Data 23, 24 september en 14 oktober

Locatie Breda

Kosten € 1225,-

Titel Praktische statistiek met Excel 2

(methodevalidatie)

Data 11, 12 november en 3 december

Locatie Breda

Kosten € 1225,-

Titel Integrale kwaliteitszorg voor het laboratorium

in de gezondheidszorg

Data 4, 5, 11, 12 en 13 oktober

Locatie Breda

Kosten € 2075,-

Titel Validatie van laboratoriuminstrumenten (LSV)

Data 18 en 19 november

Locatie Breda

Kosten € 945,-

Titel Interne auditor kwaliteit voor laboratoria

Data 15 en 16 november

Locatie Breda

Kosten € 945,-

Titel Opleiding Kwaliteitsfunctionaris laboratoria

Data 4, 11, 18, 25 november, 2 en 9 december

Locatie Breda

Kosten € 2595,-

Inlichtingen: ir. Nico Vonk, tel.: 076-525 88 59 op per e-mail: nvonk@avansplus.nl.

222

Analyse september 2010


Hogeschool Utrecht

Centrum voor Natuur & Techniek

Centrum voor Natuur & Techniek biedt cursussen met een efficiënt studieprogramma

en een erkend certificaat.

Cursus Klinische chemie

Startdatum 14 september 2010

Omvang 14 bijeenkomsten

Kosten € 1410,-

UEC-punten 44

Cursus DNA-diagnostiek: theorie en praktische toepassingen

Startdatum november 2010

Omvang 7 bijeenkomsten

Kosten € 2350,-

UEC-punten 65

Cursus Introductie tot real-time PCR

Startdatum 3 november 2010

Omvang 3 bijeenkomsten

Kosten € 1350,-

UEC-punten 32

Zit de gewenste cursus hier niet bij Kijk dan op onze website voor het volledige cursusaanbod

of kies voor het open onderwijs: modules uit onze hlo-opleidingen, zoals Virologie,

Immunologie en Microbiologie. Ook met een erkend certificaat. Kijk op www.cvnt.nl.

Vraag uitgebreide cursusinformatie en een inschrijfformulier aan bij het secretariaat van

Centrum voor Natuur & Techniek, 030-238 88 88 of info@cvnt.nl

Centrum Bioscience en Diagnostiek,

Hogeschool Leiden

Incompany maatwerk

Het CBD heeft al meer dan vijftien jaar ervaring met het verzorgen van scholing

op maat en is voor veel bedrijven en instellingen uitgegroeid tot een betrouwbare

partner. De kracht van de CBD-aanpak is dat we specifiek trainen op wat in

de werksituatie van belang is. Wij kunnen dit organiseren door middel van een

individueel traject of een groepsgewijze aanpak. Zo garanderen we maximale

effectiviteit.

Moleculaire biologie

Workshop High Resolution Smeltcurve Analyse (PH-1641)

Startdatum 6 december 2010

Omvang 1 bijeenkomst

Prijs € 400,- (met vroegboekkorting € 380,-)

Klinische chemie/hematologie

Cursus Immunohematologie en bloedtransfusie

(PH-1764)

Startdatum 22 november 2010

Omvang 4 dagen

Prijs € 1125,- (met vroegboekkorting € 1070,-)

Indien u zich minimaal 4 weken voor de uiterste inschrijfdatum inschrijft ontvangt u

vroegboekkorting. Raadpleeg onze website voor meer informatie en inschrijfformulieren.

U kunt hier tevens de brochure ‘Incompany maatwerk’ vinden.

Website: http://cbd.hsleiden.nl, tel: 071-518 87 53, fax: 071-518 84 15, e-mail: cbd@

hsleiden.nl.

Agenda 2010




7 september Start NVML-cursus Stagebegeleiding. In: Utrecht.

21 september Symposium Voortschrijdende inzichten in het gebruik van tumormarkers bij solide tumoren.

Werkgroep Tumormarkers. Informatie: www.nvkc.nl. In: Amersfoort.

23 september NVML-nascholing Foutenbronnen in laboratoriumdiagnostiek. In: Dordrecht.

28 sept.-1 okt. Technologiebeurs HET Instrument. www.hetinstrument.nl. In: Amsterdam.

30 september NVML-nascholing Foutenbronnen in laboratoriumdiagnostiek. In: Nijmegen.

30 september Start NVML-cursus Meewerkend leiding geven. In: Utrecht.

6 en 7 oktober Europese Massaspectrometrie Conferentie. Inlichtingen: www.absciex.com/ecmsms2010.

In: Noordwijkerhout.

14 oktober NVML-congres Focus op nieren. In: Amersfoort.

14 oktober Best Practice Workshop ‘Veneuze bloedafname’. Info: www.bd.com/nl. In: Utrecht.

16 oktober Informatiebijeenkomst VSO over werken in ontwikkelingslanden. www.vso.nl.

2 november Start NVML-cursus Stagebegeleiding B. In: Utrecht.

4 november Start NVML-cursus Timemanagement. In: Utrecht.

11 november NVML-cursus Bloedcelmorfologie in de dagelijkse praktijk van een routinelaboratorium. In: Utrecht.

23 november NVML-congres Medische microbiologie in verandering. In: Amersfoort.

25 november NVML-cursus Beenmergdiagnostiek in de dagelijkse praktijk. In: Utrecht.

1 december Start NVML-cursus Meewerkend leiding geven. In: Utrecht.

2 december NVML-nascholing Hemostase en trombose. In: Apeldoorn.

9 december NVML-cursus Bloedcelmorfologie in de dagelijkse praktijk van een routinelaboratorium. In: Utrecht.

16 december NVML-cursus Beenmergdiagnostiek in de dagelijkse praktijk. In: Utrecht.



Agenda 2011


13 januari NVML-nascholing Hemostase en trombose. In: Leiden.

18 januari NVML-cursus Digitale fotografie A. In: Utrecht.

19 januari NVML-cursus Digitale fotografie B. In: Utrecht.

20 januari Start NVML-cursus Stagebegeleiding A. In: Utrecht.

25 januari Start NVML-cursus Theorie en kliniek van immunoassays 1. In: Utrecht.

9 februari NVML-cursus Invloedrijk communiceren. In: Utrecht.

8 maart Start NVML-cursus Theorie en kliniek van immunoassays 2. In: Utrecht.

31 maart NVML-vakbeurs Techniek en Diagnostiek. In: Ede.

6 april Start NVML-cursus Stagebegeleiding B. In: Utrecht.

7 april Start NVML-cursus Leiding geven op maat. In: Utrecht.

De teksten met stip zijn evenementen die de NVML organiseert. Voor meer informatie over de NVML-nascholingen kunt u terecht bij

het bureau van de NVML, tel: 030-2523792; fax: 030-2541814; e-mail: nvml@nvml.nl.

Analyse september 2010 223


LOÏS LANE

DINSDAG 28 SEPTEMBER

SLAGERIJ VAN KAMPEN

WOENSDAG 29 SEPTEMBER

BIG BLACK & BEAUTIFUL

DONDERDAG 30 SEPTEMBER

AMSTERDAM RAI

More magazines by this user
Similar magazines