7 - Nederlandse Vereniging van bioMedisch ...

nvml.nl

7 - Nederlandse Vereniging van bioMedisch ...

NVML-nascholing Hemostase en trombose

Het stelpen van een bloeding (hemostase) is een samenspel tussen bloedplaatjes en stollingsfactoren in het plasma. De plaatjes

worden geactiveerd door eiwitten uit de beschadigde vaatwand, verkleven in de wond, veranderen van vorm, stoten de inhoud uit van

secretiegranula en koppelen aan elkaar via geactiveerde receptoren. De buitenmembraan van het plaatje verandert van samenstelling

en wordt het ideale substraat voor de activatie van stollingsfactoren. Bloedstolling wordt geactiveerd door het vrijkomen van ‘tissue

factor’ uit de wond. Hierdoor komt een kettingreactie op gang waardoor stollingsfactoren worden geactiveerd die op het oppervlak

van de plaatjes trombine vormen. Trombine is de centrale starter van nog meer plaatjesactivatie, versnelling van de stollingsreacties,

van fibrinevorming en van versteviging van het stolsel.

Bij arteriële en veneuze trombose spelen deze reacties ook een rol. Echter, bij arteriële trombose staat de rol van het plaatje op de

voorgrond; bij veneuze trombose die van de stolling. Het tegengaan van trombose met medicatie is dan ook fundamenteel anders voor

arteriële trombose dan voor veneuze. De sprekers zullen u, na het opfrissen van de basiskennis, informeren over de ontwikkelingen tot

nu toe.

Prof. dr. J.W.N. Akkerman, afdeling Klinische Chemie en Hematologie, UMC Utrecht

Trombose en antistollingsbehandeling

Trombose kan gezien worden als de vorming van een stolsel in een bloedvat op de verkeerde plaats en op het verkeerde moment.

Trombose kan voorkomen in slagaderen (arteriën) en in aderen (venen). Er zijn diverse behandelmethoden voor trombose, met name

afhankelijk van de oorzaak. Bij arteriële trombose zoals een hartinfarct of een herseninfarct (beroerte) wordt in het algemeen een

trombocytenaggregatieremmer zoals aspirine (acetylsalicylzuur) gegeven. Bij veneuze trombose en ook ter voorkoming van trombose

bij hartritmestoornissen (boezemfibrilleren) of hartklepprothesen worden de zogenaamde vitamine K-antagonisten (VKA) ofwel

coumarines gebruikt. De VKA zijn heel effectieve medicijnen maar zij moeten nauwkeurig worden ingesteld omdat er anders of toch

trombose kan optreden of bloedingscomplicaties. De instelling en controle van de VKA wordt in Nederland door de trombosediensten

verzorgd. Regelmatige controle is noodzakelijk waarbij de INR (international normalized ratio) wordt bepaald en zonodig de dosering

wordt bijgesteld.

In de afgelopen jaren zijn er wetenschappelijke onderzoeken gedaan met nieuwe medicijnen die op een andere manier werken dan

de VKA. Hierbij zou dan in principe de regelmatige controle door de trombosediensten komen te vervallen. Het ligt in de verwachting

dat deze nieuwe medicijnen in 2011 geregistreerd worden en dan beschikbaar komen op de Nederlandse markt. De precieze plaats van

deze nieuwe antistollingsmiddelen tussen de VKA en aspirine zal in de komende jaren duidelijk worden.

Dr. F. van der Meer, afdeling Trombose en Hemostase, LUMC Leiden

Data en locatie

De nascholingsmiddag zal worden gehouden op de volgende

data:

Donderdag 2 december 2010: Gelre Ziekenhuizen, Apeldoorn

Donderdag 13 januari 2011: Leids Universitair Medisch Centrum,

Leiden

Programma

13.30 Ontvangst met koffie/thee

14.00 Opening NVML

14.05 Interactieve nascholing

15.15 Pauze

15.30 Vervolg Interactieve nascholing

17.00 Afsluiting

Niveau

Post-hbo

UEC

Voor deze nascholingsmiddag ontvangt u 3 UEC.

Kosten

€ 58,- (NVML-leden kunnen persoonlijk € 30,- via de geld-terugbon

aanvragen).

218

Analyse september 2010

More magazines by this user
Similar magazines