Onderwijs in de markt - Onderwijsraad
Onderwijs in de markt - Onderwijsraad
Onderwijs in de markt - Onderwijsraad
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong>
Colofon<br />
De <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad is een onafhankelijk adviescollege, opgericht <strong>in</strong> 1919. De raad adviseert, gevraagd en<br />
ongevraagd, over hoofdlijnen van het beleid en <strong>de</strong> wetgev<strong>in</strong>g op het gebied van het on<strong>de</strong>rwijs. Hij adviseert<br />
<strong>de</strong> m<strong>in</strong>isters van <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>, Cultuur en Wetenschappen en van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. De<br />
Eerste en Twee<strong>de</strong> Kamer <strong>de</strong>r Staten-Generaal kunnen <strong>de</strong> raad ook om advies vragen. Gemeenten kunnen <strong>in</strong><br />
speciale gevallen van lokaal on<strong>de</strong>rwijsbeleid een beroep doen op <strong>de</strong> <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad.<br />
De raad gebruikt <strong>in</strong> zijn adviser<strong>in</strong>g verschillen<strong>de</strong> (bijvoorbeeld on<strong>de</strong>rwijskundige, economische en juridische)<br />
discipl<strong>in</strong>aire aspecten en verb<strong>in</strong>dt <strong>de</strong>ze met ontwikkel<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk van het on<strong>de</strong>rwijs. Ook <strong>de</strong> <strong>in</strong>ternationale<br />
dimensie van educatie <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland heeft steeds <strong>de</strong> aandacht.<br />
De raad adviseert over een breed terre<strong>in</strong> van het on<strong>de</strong>rwijs, dat wil zeggen van voorschoolse educatie tot<br />
aan postuniversitair on<strong>de</strong>rwijs en bedrijfsopleid<strong>in</strong>gen.<br />
De producten van <strong>de</strong> raad wor<strong>de</strong>n gepubliceerd <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van adviezen, studies en verkenn<strong>in</strong>gen.<br />
Daarnaast <strong>in</strong>itieert <strong>de</strong> raad sem<strong>in</strong>ars en website-discussies over on<strong>de</strong>rwerpen die van belang zijn voor het<br />
on<strong>de</strong>rwijsbeleid.<br />
De raad bestaat uit zeventien le<strong>de</strong>n die op persoonlijke titel zijn benoemd.<br />
Studie <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> uitgebracht aan <strong>de</strong> M<strong>in</strong>ister van <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>, Cultuur en Wetenschappen.<br />
Nr. 20010421/529, oktober 2001<br />
ISBN 90 801923 2 5<br />
Uitgave van <strong>de</strong> <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, Den Haag, 2001<br />
Bestell<strong>in</strong>gen van publicaties:<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad<br />
Nassaulaan 6<br />
2514 JS Den Haag<br />
email: secretariaat@on<strong>de</strong>rwijsraad.nl<br />
(070) 310 00 00 of via <strong>de</strong> website: www.on<strong>de</strong>rwijsraad.nl<br />
Ontwerp en opmaak: Maarten Balyon grafische vormgev<strong>in</strong>g bv<br />
Drukwerk: Drukkerij Artoos<br />
© <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, Den Haag.<br />
Alle rechten voorbehou<strong>de</strong>n. All rights reserved.
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
red. M. van Dyck<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, Den Haag, oktober 2001
Ten gelei<strong>de</strong><br />
Wat zijn <strong>de</strong> toepass<strong>in</strong>gsmogelijkhe<strong>de</strong>n van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> on<strong>de</strong>r-<br />
wijssectoren? Deze vraag speelt s<strong>in</strong>ds enkele jaren en niet alleen op on<strong>de</strong>rwijsgebied,<br />
maar op alle beleidsterre<strong>in</strong>en van <strong>de</strong> overheid. De toenemen<strong>de</strong> aandacht voor <strong>de</strong><br />
mogelijkhe<strong>de</strong>n van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs was re<strong>de</strong>n voor <strong>de</strong> M<strong>in</strong>ister van<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>, Cultuur en Wetenschappen, dit on<strong>de</strong>rwerp <strong>in</strong> het adviesprogramma van <strong>de</strong><br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad op te nemen.<br />
Ter voorbereid<strong>in</strong>g van een verkenn<strong>in</strong>g en een advies over dit on<strong>de</strong>rwerp, die tegelijk<br />
met <strong>de</strong>ze studie wor<strong>de</strong>n gepubliceerd, heeft <strong>de</strong> raad zestien <strong>de</strong>skundigen gevraagd om<br />
ie<strong>de</strong>r vanuit een verschillend perspectief een artikel te schrijven over het thema <strong>markt</strong>-<br />
werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs.<br />
De raad heeft bij het werken aan zijn verkenn<strong>in</strong>g en advies over <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g dankbaar<br />
gebruik gemaakt van het boeien<strong>de</strong> overzicht dat <strong>de</strong> auteurs geleverd hebben.<br />
Namens <strong>de</strong> <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad,<br />
prof.dr. A.M.L. van Wier<strong>in</strong>gen<br />
voorzitter
Inhoudsopgave<br />
1 <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong>: een <strong>in</strong>troductie (M. van Dyck) 13<br />
1 Vooraf 13<br />
2 Achtergrond: <strong>de</strong> context voor <strong>de</strong>ze bun<strong>de</strong>l 14<br />
2.1 Marktwerk<strong>in</strong>g als algemeen beleidsstreven 14<br />
2.2 Marktwerk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs als beleidsstreven 15<br />
2.3 <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>beleid en <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g 16<br />
3 Deze bun<strong>de</strong>l <strong>in</strong> overzicht 18<br />
3.1 Algemene opzet van <strong>de</strong> bun<strong>de</strong>l 18<br />
3.2 Vooruitblik op <strong>de</strong> artikelen 18<br />
4 Conclusie 28<br />
Literatuur 30<br />
DEEL I ACHTERGRONDEN VAN MARKTWERKING IN HET ONDERWIJS<br />
2 ‘Va<strong>de</strong>rtje staat naar een verpleegtehuis’ 32<br />
enkele historische beschouw<strong>in</strong>gen over het <strong>markt</strong>pr<strong>in</strong>cipe <strong>in</strong> het<br />
on<strong>de</strong>rwijs (S. Karsten)<br />
1 Inleid<strong>in</strong>g 32<br />
2 De traditionele Ne<strong>de</strong>rlandse ‘quasi-<strong>markt</strong>’ 35<br />
3 De ontwikkel<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> mo<strong>de</strong>rne ‘quasi-<strong>markt</strong>’ <strong>in</strong> <strong>de</strong> jaren tachtig en negentig 37<br />
4 Typer<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> mo<strong>de</strong>rne ‘quasi-<strong>markt</strong>’ 38<br />
5 Waar komt het succes vandaan? 44<br />
6 Slot 49<br />
Literatuur 50<br />
3 Marktwerk<strong>in</strong>g en <strong>de</strong> publieke sector (W. Derksen) 56<br />
1 Inleid<strong>in</strong>g 56<br />
2 Privatiser<strong>in</strong>g <strong>in</strong> soorten 58<br />
3 Het <strong>de</strong>bat 60<br />
4 De veran<strong>de</strong>ren<strong>de</strong> context 63<br />
5 Marktwerk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs 66<br />
4 Zeven stell<strong>in</strong>gen over <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs 70<br />
(E. Canton, W. Hass<strong>in</strong>k, M. Pomp en D. Webb<strong>in</strong>k)<br />
1 De gedresseer<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong> 40<br />
2 Onvolkomenhe<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong> vergen overheidsbeleid 72<br />
3 Het maatschappelijke belang is soms gediend bij <strong>in</strong>perk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
concurrentie tussen on<strong>de</strong>rwijsaanbie<strong>de</strong>rs 73
4 Scholen kunnen ook concurreren zon<strong>de</strong>r w<strong>in</strong>stprikkel 75<br />
5 Concurrentie, mits goed vormgegeven, leidt niet tot grotere twee<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g<br />
<strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs 76<br />
6 Teambelon<strong>in</strong>g kan een bijdrage leveren aan verbeter<strong>in</strong>g van<br />
on<strong>de</strong>rwijskwaliteit, met name op scholen met achterstandsleerl<strong>in</strong>gen 78<br />
7 Monopolievorm<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het mid<strong>de</strong>lbaar beroepson<strong>de</strong>rwijs bedreigt <strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rwijskwaliteit 79<br />
8 Trends vragen om meer concurrentie <strong>in</strong> het hoger on<strong>de</strong>rwijs 80<br />
9 Conclusie: on<strong>de</strong>rzoeksvragen en beleidsopties 82<br />
Literatuur 83<br />
DEEL II BELEIDSTHEORIEËN<br />
5 Regulatieve structuur en concurrentie (P.N. Karstanje) 85<br />
1 Inleid<strong>in</strong>g 86<br />
2 Dereguler<strong>in</strong>g: beleids<strong>in</strong>tenties 87<br />
3 Typen <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g 89<br />
4 Feitelijke <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g 89<br />
5 <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> als <strong>markt</strong> 91<br />
6 Responsiviteit 93<br />
7 Vraagzij<strong>de</strong> 93<br />
8 Dereguler<strong>in</strong>gs(neven)effecten 95<br />
9 Conclusie 96<br />
Literatuur 98<br />
6 Bestuursvormen, f<strong>in</strong>ancieel eigenaarschap en <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g 101<br />
(C. van Leest)<br />
1 Inleid<strong>in</strong>g 101<br />
2 Bestuursvormen en f<strong>in</strong>ancieel eigenaarschap <strong>in</strong> het bekostig<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs 102<br />
2.1 Bijzon<strong>de</strong>r on<strong>de</strong>rwijs 103<br />
2.2 Openbaar on<strong>de</strong>rwijs 103<br />
2.3 Beperk<strong>in</strong>gen aan <strong>de</strong> vermogensrechtelijke zelfstandigheid 106<br />
3 Overheidsbekostig<strong>in</strong>g en mogelijkhe<strong>de</strong>n voor alternatieve f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g 107<br />
3.1 W<strong>in</strong>st op eigen vermogen 107<br />
3.2 Vrijwillige ou<strong>de</strong>rbijdragen <strong>in</strong> het primair en het voortgezet on<strong>de</strong>rwijs 108<br />
3.3 Sponsor<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het primair en voortgezet on<strong>de</strong>rwijs 109<br />
3.4 Contractactiviteiten 109<br />
3.5 Operationele activiteiten 110<br />
3.6 Specifieke f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g 110<br />
4 Omvang en oorsprong van f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>gsbronnen <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk 110<br />
5 Het overheidsbeleid 113<br />
6 Conclusie 114
7 De school als organisatie: implicaties voor <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g 117<br />
(D. Majoor)<br />
1 Marktwerk<strong>in</strong>g als vorm van reguler<strong>in</strong>g 117<br />
2 Marktwerk<strong>in</strong>g als omgev<strong>in</strong>gsveran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g 118<br />
3 Aanpass<strong>in</strong>g van scholen aan <strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g 119<br />
3.1 Aanpass<strong>in</strong>g aan <strong>de</strong> <strong>in</strong>stitutionele omgev<strong>in</strong>g 120<br />
3.2 Aanpass<strong>in</strong>g aan <strong>de</strong> <strong>markt</strong>omgev<strong>in</strong>g 121<br />
4 Reactie van scholen op <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g: een theoretische <strong>in</strong>schatt<strong>in</strong>g 121<br />
4.1 Controle krijgen over <strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g 121<br />
4.2 Aanpass<strong>in</strong>g 122<br />
5 Reactie van scholen op <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g: ontwikkel<strong>in</strong>gen en on<strong>de</strong>rzoeksresultaten 124<br />
5.1 Controle krijgen over <strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g 125<br />
5.2. Aanpass<strong>in</strong>g 126<br />
6 Organisaties die goed functioneren <strong>in</strong> een <strong>markt</strong>situatie 128<br />
Literatuur 131<br />
8 Marktwerk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs - <strong>de</strong> vraagzij<strong>de</strong> (H. Oosterbeek) 136<br />
1 Inleid<strong>in</strong>g 136<br />
2 Eigen bijdragen 137<br />
3 Studief<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g 141<br />
4 Leerrechten 146<br />
5 De rol van <strong>in</strong>formatie 148<br />
6 Conclusie 149<br />
DEEL III NATIONALE EN INTERNATIONALE VERSCHIJNINGSVORMEN<br />
9 Verschijn<strong>in</strong>gsvormen van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het fun<strong>de</strong>rend on<strong>de</strong>rwijs: 150<br />
een <strong>in</strong>ternationale vergelijk<strong>in</strong>g (J.C. Teelken)<br />
1 Steeds meer aandacht voor <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g 150<br />
2 Schoolkeuze en <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g 153<br />
3 Internationale vergelijk<strong>in</strong>gen 155<br />
3.1 Verenig<strong>de</strong> Staten 156<br />
3.2 Engeland 158<br />
3.3 Schotland 159<br />
3.4 Nieuw-Zeeland 160<br />
3.5 Overige lan<strong>de</strong>n 160<br />
4 Vergelijkend resumé 162<br />
5 Implicaties voor beleid 162<br />
Literatuur 164<br />
10 Marktwerk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het beroepson<strong>de</strong>rwijs: <strong>in</strong>ternationale vergelijk<strong>in</strong>g 167<br />
(H. van Lieshout)<br />
1 Inleid<strong>in</strong>g 168<br />
2 Theoretische <strong>markt</strong>verkenn<strong>in</strong>g 168<br />
2.1 Markt, overheid en <strong>in</strong>stituties 168<br />
2.2 Vraag en aanbod van beroepson<strong>de</strong>rwijs 170<br />
2.3 De kwalificatie<strong>markt</strong> en het probleem 173<br />
2.4 Een evenwichtsbegrip voor kwalificatie<strong>markt</strong>en 175
3 Een bestendig Duits high skill equilibrium 176<br />
3.1 Bedrijven 177<br />
3.2 Jongeren 178<br />
3.3 Marktwerk<strong>in</strong>g en concurrentie <strong>in</strong> Duitsland 180<br />
4 Een Amerikaans low skill equilibrium? 181<br />
4.1 Bedrijven 181<br />
4.2 Jongeren 183<br />
4.3 Het falen van het Amerikaanse leerl<strong>in</strong>gwezen 184<br />
4.4 De <strong>in</strong>trigeren<strong>de</strong> uitzon<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g: een florerend Amerikaans sectoraal 184<br />
leerl<strong>in</strong>gstelsel<br />
4.5 Marktwerk<strong>in</strong>g en concurrentie <strong>in</strong> <strong>de</strong> VS 185<br />
5 Conclusies: <strong>de</strong> smalle marges voor (Ne<strong>de</strong>rlands) overheidsbeleid 187<br />
Literatuur 190<br />
11 Verschijn<strong>in</strong>gsvormen van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het hoger on<strong>de</strong>rwijs: 192<br />
<strong>in</strong>ternationale vergelijk<strong>in</strong>g (F. Kaiser en P. van <strong>de</strong>r Meer)<br />
1 Inleid<strong>in</strong>g 193<br />
2 Conceptueel ka<strong>de</strong>r 194<br />
3 Metho<strong>de</strong> van on<strong>de</strong>rzoek en lan<strong>de</strong>nkeuze 196<br />
4 Lan<strong>de</strong>nbeschrijv<strong>in</strong>g 196<br />
4.1 Duitsland 197<br />
4.2 Frankrijk 198<br />
4.3 Het Verenigd Kon<strong>in</strong>krijk 200<br />
4.4 Ne<strong>de</strong>rland 202<br />
4.5 Michigan 204<br />
5 Samenvatt<strong>in</strong>g en conclusies 206<br />
Literatuur 210<br />
12 De post-<strong>in</strong>itiële <strong>markt</strong> (W.A. Houtkoop) 211<br />
1 Inleid<strong>in</strong>g 212<br />
2 De monitor Post-<strong>in</strong>itieel 212<br />
3 De on<strong>de</strong>rzoeksgroep van werken<strong>de</strong> volwassenen 213<br />
4 Cursussen en opleid<strong>in</strong>gen voor werk of carrière 214<br />
5 De relatie tussen werk en opleid<strong>in</strong>g 217<br />
6 Deelnemerskarakteristieken 218<br />
7 Publieksgroepen van publieke en private aanbie<strong>de</strong>rs 219<br />
8 De Ne<strong>de</strong>rlandse situatie samengevat 223<br />
9 De Ne<strong>de</strong>rlandse situatie <strong>in</strong> <strong>in</strong>ternationaal perspectief 225<br />
Literatuur 227
DEEL IV EFFECTEN VAN DEREGULERING EN MARKTWERKING<br />
13 Wetgev<strong>in</strong>g, <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g en <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g 228<br />
<strong>de</strong> web als casus (H. <strong>de</strong> Heer)<br />
1 Inleid<strong>in</strong>g 229<br />
2 Typisch WEB? 230<br />
3 Ka<strong>de</strong>rwet? 232<br />
4 De WEB en <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g 233<br />
5 Dereguler<strong>in</strong>g en aspecten van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g 235<br />
6 Hoe vrij is ‘vrije’ keuze? 239<br />
7 Educatie, contractactiviteiten en externe legitimer<strong>in</strong>g 241<br />
8 Slot 243<br />
9 Samenvatt<strong>in</strong>g en conclusie 244<br />
14 Dereguler<strong>in</strong>g en <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g (H.M. Bronneman-Helmers) 245<br />
1 Inleid<strong>in</strong>g 246<br />
2 Visies op <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g en het karakter van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong> 246<br />
2.1 Visies op <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g 247<br />
2.2 Het karakter van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong> 248<br />
3 Dereguler<strong>in</strong>g als voorwaar<strong>de</strong> voor <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g 249<br />
3.1 Dereguler<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs 250<br />
3.2 Meer ruimte voor <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs? 253<br />
4 Belemmer<strong>in</strong>gen en stimulansen voor <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g 258<br />
4.1 Ontwikkel<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> omvang van <strong>de</strong> vraag naar on<strong>de</strong>rwijs 258<br />
4.2 De opstell<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> vragers op <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong> 258<br />
4.3. Opvatt<strong>in</strong>gen en houd<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong> diverse geled<strong>in</strong>gen b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> 262<br />
on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g<br />
4.4 De f<strong>in</strong>anciële ruimte voor on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen 263<br />
4.5 Het gedrag van (nieuwe) (me<strong>de</strong>)regelgevers 263<br />
5 Marktwerk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk 264<br />
5.1 Nieuwe activiteiten b<strong>in</strong>nen het reguliere on<strong>de</strong>rwijsaanbod 264<br />
5.2 Differentiatie van programma’s b<strong>in</strong>nen het reguliere on<strong>de</strong>rwijsaanbod 265<br />
5.3 Een nieuw profiel voor <strong>de</strong> school of <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g 265<br />
5.4 Extra activiteiten buiten het reguliere on<strong>de</strong>rwijs 266<br />
6 Conclusie 266<br />
Literatuur 268<br />
15 Marktwerk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs: waar leidt het toe? (S. Waslan<strong>de</strong>r) 270<br />
1 Inleid<strong>in</strong>g 271<br />
2 Veron<strong>de</strong>rstel<strong>de</strong> effecten 272<br />
2.1 Verwachte positieve effecten 272<br />
2.2 Gevrees<strong>de</strong> negatieve effecten 277<br />
3 Wat leert on<strong>de</strong>rzoek? 282<br />
4 Doelmatigheid en bestelsamenhang 287<br />
5 Witte vlekken <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rzoek 288<br />
6 Implicaties voor Ne<strong>de</strong>rlands beleid 289<br />
Literatuur 293
DEEL V BLIK OP DE TOEKOMST<br />
16 Marktwerk<strong>in</strong>g tegen wil en dank (H. Wans<strong>in</strong>k) 298<br />
1 Inleid<strong>in</strong>g 298<br />
2 Wereldverbeteraars op <strong>de</strong> terugtocht 300<br />
3 De school als achtergebleven gebied 302<br />
3.1 Computerkoorts 304<br />
3.2 Bewuste ou<strong>de</strong>rs 306<br />
3.3 Marg<strong>in</strong>aliser<strong>in</strong>g 307<br />
4 De kenter<strong>in</strong>g van 1998 308<br />
Literatuur 311<br />
17 Van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs naar leren <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong>: 313<br />
naar microkeuze en netwerkleren (H.F. van Aalst)<br />
1 Inleid<strong>in</strong>g en samenvatt<strong>in</strong>g 314<br />
2 Een perio<strong>de</strong> van gewil<strong>de</strong> transformatie 315<br />
3 Indicatoren van <strong>de</strong> transformatie 316<br />
3.1 De aard van kennis en kennisontwikkel<strong>in</strong>g veran<strong>de</strong>rt 317<br />
3.2 Sociale textuur en i<strong>de</strong>ntiteit 320<br />
3.3 Globaliser<strong>in</strong>g 325<br />
4 Een scenario voor een leren<strong>de</strong> samenlev<strong>in</strong>g 326<br />
4.1 Microkeuzen en netwerkleren 326<br />
4.2 Zelfstur<strong>in</strong>g, participatie en coach<strong>in</strong>g 327<br />
4.3 Educatieve on<strong>de</strong>rnemers 329<br />
4.4 De school als netwerkorganisatie en meervoudige accreditatie 330<br />
5 Van on<strong>de</strong>rwijs naar leren 331<br />
Literatuur 334
1 <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong>: een <strong>in</strong>troductie<br />
M. van Dyck 1<br />
Deze <strong>in</strong>leid<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> bun<strong>de</strong>l schetst eerst <strong>de</strong> beleidscontext rondom <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong><br />
het on<strong>de</strong>rwijs (paragraaf 2) en biedt vervolgens een vooruitblik op wat <strong>de</strong> achtereen-<br />
volgen<strong>de</strong> hoofdstukken brengen (paragraaf 3). Bij <strong>de</strong> besprek<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> context wor<strong>de</strong>n<br />
achtergron<strong>de</strong>n van het beleid rond <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g kort aangegeven en wordt <strong>de</strong> beleids-<br />
theorie geanalyseerd die achter het streven naar meer <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g zit. ‘Dereguler<strong>in</strong>g’,<br />
‘concurrentie’ en ‘kwaliteit’ zijn kernelementen <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze re<strong>de</strong>ner<strong>in</strong>g. Deze elementen zijn<br />
ook het vertrekpunt geweest voor <strong>de</strong> analyses <strong>in</strong> <strong>de</strong> achtereenvolgen<strong>de</strong> bijdragen aan<br />
<strong>de</strong> bun<strong>de</strong>l. In <strong>de</strong> vooruitblik op <strong>de</strong> bijdragen die <strong>de</strong>ze <strong>in</strong>leid<strong>in</strong>g biedt, wordt vooral<br />
getracht <strong>de</strong> lijn uit te lichten die, met betrekk<strong>in</strong>g tot <strong>de</strong>ze elementen, uit <strong>de</strong> bun<strong>de</strong>l als<br />
totaal naar voren komt. De <strong>in</strong>houd van elk hoofdstuk wordt kort weergegeven en<br />
telkens wor<strong>de</strong>n ook <strong>de</strong> voornaamste bev<strong>in</strong>d<strong>in</strong>gen genoemd die voor een beschouw<strong>in</strong>g<br />
van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g van belang zijn.<br />
1 Vooraf<br />
Markt is <strong>in</strong>. Markt is alom. En het stimuleren van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g is <strong>in</strong>mid<strong>de</strong>ls overheidsparool.<br />
Met <strong>de</strong> <strong>in</strong>voer<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> zo genoem<strong>de</strong> ‘zes grote operaties’ 2 on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> kab<strong>in</strong>etten-<br />
Lubbers werd dit al dui<strong>de</strong>lijk en s<strong>in</strong>ds <strong>de</strong> MDW-operaties 3 van <strong>de</strong> paarse kab<strong>in</strong>etten kan<br />
het niemand meer ontgaan. Niet alleen streeft <strong>de</strong> overheid een goed functioneren van<br />
bestaan<strong>de</strong> <strong>markt</strong>en na, ze doet <strong>in</strong>mid<strong>de</strong>ls steeds meer een beroep op <strong>de</strong> <strong>markt</strong> om tot<br />
stand te brengen wat <strong>in</strong> eer<strong>de</strong>re <strong>de</strong>cennia als publieke taak gold. De meer economisch<br />
get<strong>in</strong>te beleidssectoren wer<strong>de</strong>n eerst <strong>in</strong> <strong>de</strong> sfeer van <strong>de</strong> <strong>markt</strong> getrokken. Gelei<strong>de</strong>lijk<br />
1 M. van Dyck is on<strong>de</strong>rwijskundige/on<strong>de</strong>rwijspsycholoog; zij is werkzaam bij <strong>de</strong> <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad.<br />
2 De zes operaties richtten zich op <strong>de</strong> heroverweg<strong>in</strong>g van rijksuitgaven en -taken, <strong>de</strong>centralisatie,<br />
<strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g, reorganisatie van <strong>de</strong> rijksdienst, verm<strong>in</strong><strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van het aantal rijksambtenaren en<br />
privatiser<strong>in</strong>g.<br />
3 MDW staat voor ‘Marktwerk<strong>in</strong>g, <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g en wetgev<strong>in</strong>gskwaliteit’. In <strong>de</strong> MDW-projecten wer<strong>de</strong>n<br />
mogelijkhe<strong>de</strong>n verkend om op uiteenlopen<strong>de</strong> beleidsterre<strong>in</strong>en - waaron<strong>de</strong>r on<strong>de</strong>rwijs - tegelijkertijd<br />
<strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g te bevor<strong>de</strong>ren en regelgev<strong>in</strong>g te vereenvoudigen en transparanter te maken (zie o.m.<br />
Van <strong>de</strong>n Bosch, 2000).<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 13
14<br />
komt <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g ook <strong>in</strong> beeld <strong>in</strong> sectoren die eer<strong>de</strong>r bij uitstek als zorg voor <strong>de</strong><br />
overheid gol<strong>de</strong>n: on<strong>de</strong>r meer veiligheid, sociale zekerheid, gezondheidszorg en on<strong>de</strong>rwijs.<br />
De laatstgenoem<strong>de</strong> sector, on<strong>de</strong>rwijs, staat <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze artikelenbun<strong>de</strong>l centraal. De bun<strong>de</strong>l<br />
werd samengesteld <strong>in</strong> het ka<strong>de</strong>r van een verkenn<strong>in</strong>g naar <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs<br />
die <strong>de</strong> <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad op verzoek van <strong>de</strong> m<strong>in</strong>ister van <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>, Cultuur en<br />
Wetenschappen verrichtte. De verkenn<strong>in</strong>g beoogt <strong>in</strong> kaart te brengen wat er aan <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g<br />
<strong>in</strong> en rondom het on<strong>de</strong>rwijs speelt, trends te on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n die tot ver<strong>de</strong>re<br />
<strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g kunnen lei<strong>de</strong>n en uitdag<strong>in</strong>gen, risico’s, issues en dilemma’s te signaleren<br />
die bij een eventuele ver<strong>de</strong>re uitbouw van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g te voorzien zijn.<br />
Aan <strong>de</strong>skundigen op het vlak van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> of rondom het on<strong>de</strong>rwijs is gevraagd<br />
om over dat <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> materie waar<strong>in</strong> zij met name <strong>de</strong>skundig zijn <strong>de</strong> belangrijkste<br />
<strong>in</strong>formatie <strong>in</strong> een artikel uit te werken. De artikelen wer<strong>de</strong>n als hoofdstuk <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze bun<strong>de</strong>l<br />
opgenomen. Ze beogen zicht te bie<strong>de</strong>n op vragen waarop voor <strong>de</strong> beleidsontwikkel<strong>in</strong>g<br />
beantwoord<strong>in</strong>g nodig is. Gezocht wordt naar zowel kansrijke aangrijp<strong>in</strong>gspunten voor<br />
beleid als naar onzekerhe<strong>de</strong>n daarbij en tegelijk wordt ook gezocht naar <strong>de</strong> grenzen aan<br />
het beleid.<br />
Dit <strong>in</strong>lei<strong>de</strong>nd artikel biedt een <strong>in</strong>troductie op <strong>de</strong> achtereenvolgen<strong>de</strong> bijdragen. Bij wijze<br />
van context wordt echter eerst geschetst wat, vanuit het beleid bezien, relevante<br />
ontwikkel<strong>in</strong>gen rondom <strong>markt</strong> en on<strong>de</strong>rwijs zijn. Daarnaast wordt een analyse gegeven<br />
van <strong>de</strong> beleidsrationale achter het stimuleren van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs. Met die<br />
rationale is ook <strong>de</strong> <strong>in</strong>valshoek gegeven van waaruit <strong>de</strong>ze bun<strong>de</strong>l vertrekt.<br />
Een aantal van zestien artikelen om een thema als <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> kaart te brengen is<br />
niet ger<strong>in</strong>g. Zon<strong>de</strong>r veel moeite zijn daarnaast nog zestien an<strong>de</strong>re <strong>de</strong>elthema’s te formuleren<br />
die geen aparte behan<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g kregen. Dat <strong>de</strong>sondanks bij lez<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> bun<strong>de</strong>l niet<br />
het gevoel ontstaat dat substantiële plekken blanco zijn gebleven, is te danken aan <strong>de</strong><br />
vrijheid die <strong>de</strong> auteurs genomen hebben om het hun toegewezen aandachtsgebied op<br />
eigen wijze <strong>in</strong> te kleuren. B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> bandbreedte die hun on<strong>de</strong>rwerp bestrijkt leggen zij<br />
ie<strong>de</strong>r eigen accenten en duiken ze soms selectief <strong>de</strong> diepte <strong>in</strong>. Dat levert <strong>in</strong> een aantal<br />
gevallen alternatieve gezichtspunten en brengt on<strong>de</strong>rstromen en dwarslijnen b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong><br />
thematiek aan het licht. Het betekent dui<strong>de</strong>lijk een verrijk<strong>in</strong>g voor het geheel.<br />
2 Achtergrond: <strong>de</strong> context voor <strong>de</strong>ze bun<strong>de</strong>l<br />
Voor <strong>de</strong> toenemen<strong>de</strong> aandacht voor <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs zijn uiteenlopen<strong>de</strong><br />
ontwikkel<strong>in</strong>gen verantwoor<strong>de</strong>lijk. In paragraaf 2.1 wordt geschetst hoe <strong>de</strong>ze ontwikkel<strong>in</strong>gen<br />
<strong>de</strong> algemene beleidscontext rondom <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g beïnvloe<strong>de</strong>n. Paragraaf 2.2<br />
behan<strong>de</strong>lt het beleid met betrekk<strong>in</strong>g tot <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs.<br />
2.1 MARKTWERKING ALS ALGEMEEN BELEIDSSTREVEN<br />
Het streven naar <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs speelt tegen <strong>de</strong> achtergrond van een<br />
algemener beleidsstreven, gericht op <strong>de</strong> bevor<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> uiteenlopen<strong>de</strong><br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
sectoren van <strong>de</strong> samenlev<strong>in</strong>g. Eer<strong>de</strong>r, <strong>in</strong> <strong>de</strong> jaren vijftig tot en met zeventig van <strong>de</strong> vorige<br />
eeuw werd <strong>de</strong> verzorg<strong>in</strong>gsstaat uitgebouwd. De ‘maakbare’ samenlev<strong>in</strong>g werd daarbij<br />
gepropageerd en overheidsstur<strong>in</strong>g, overheidscoörd<strong>in</strong>atie en overheidsreguler<strong>in</strong>g kregen<br />
een centrale rol toebedacht. In <strong>de</strong> jaren tachtig blijkt <strong>de</strong> overheidsregelgev<strong>in</strong>g tot een<br />
haast onbeheersbare complex te zijn uitgegroeid en zijn <strong>de</strong> collectieve lasten tot onaanvaardbaar<br />
niveau gestegen. De overheidsprestaties zijn daarentegen teleurstellend: <strong>de</strong><br />
samenlev<strong>in</strong>g blijkt m<strong>in</strong><strong>de</strong>r maakbaar dan gehoopt.<br />
Enerzijds wordt daarom naar alternatieven gezocht voor <strong>de</strong> dom<strong>in</strong>ante plaats die <strong>de</strong><br />
overheid <strong>in</strong> het maatschappelijke bestel <strong>in</strong>neemt. De bestuursfilosofie van <strong>de</strong> overheid<br />
veran<strong>de</strong>rt. Zij wil meer op afstand sturen en kiest voor globale en <strong>in</strong>directe vormen van<br />
aanstur<strong>in</strong>g. In aanvull<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g en <strong>de</strong> <strong>de</strong>centraliser<strong>in</strong>g van overheidstaken<br />
die aldus plaatsv<strong>in</strong>dt, wordt <strong>in</strong> plaats van <strong>de</strong> overheidsstur<strong>in</strong>g ‘<strong>de</strong> <strong>markt</strong>’ als maatschappelijk<br />
coörd<strong>in</strong>atiemechanisme gesteld. An<strong>de</strong>rzijds wordt uit ontevre<strong>de</strong>nheid over<br />
overheidsdiensten een versterk<strong>in</strong>g van keuzemogelijkhe<strong>de</strong>n voor <strong>de</strong> burger bepleit. 4 Ook<br />
hier moet <strong>de</strong> <strong>markt</strong> aan bijdragen. In het streven naar meer <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g ver<strong>de</strong>r speelt<br />
<strong>de</strong> algemene trend van economiser<strong>in</strong>g van beleid, die om verschillen<strong>de</strong> re<strong>de</strong>nen 5 <strong>de</strong><br />
laatste twee <strong>de</strong>cennia steeds is toegenomen, een aanzienlijke rol. In het overheidsbeleid<br />
krijgen economische en budgettaire doelen prioriteit en daarnaast wordt gestreefd naar<br />
een grotere doelmatigheid bij <strong>de</strong> beleidsuitvoer<strong>in</strong>g. Tot slot wordt, parallel met <strong>de</strong>ze<br />
ontwikkel<strong>in</strong>gen, s<strong>in</strong>ds <strong>de</strong> jaren tachtig een kerntaken<strong>de</strong>bat gevoerd. Dit <strong>de</strong>bat richt zich<br />
op <strong>de</strong> stell<strong>in</strong>g dat niet voor alle taken die lange tijd als overheidsverantwoor<strong>de</strong>lijkheid<br />
gol<strong>de</strong>n, per se overheidsbemoeienis nodig is - laat staan dat <strong>de</strong> overheid zelf <strong>de</strong> productie<br />
van <strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong> voorzien<strong>in</strong>gen ter hand moet nemen. 6<br />
Als resultaat van <strong>de</strong>ze ontwikkel<strong>in</strong>gen en van <strong>de</strong> maatschappelijke en politieke discussie<br />
daar omheen 7 wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> jaren tachtig van <strong>de</strong> vorige eeuw eerst <strong>de</strong> eer<strong>de</strong>r genoem<strong>de</strong><br />
‘zes grote operaties’ <strong>in</strong> gang gezet en komt het <strong>in</strong> <strong>de</strong> jaren negentig tot <strong>de</strong> operatie<br />
‘<strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g, <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g en wetgev<strong>in</strong>gskwaliteit’.<br />
2.2 MARKTWERKING IN HET ONDERWIJS ALS BELEIDSSTREVEN 8<br />
Ook <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs werken <strong>de</strong>ze ontwikkel<strong>in</strong>gen door. De bestur<strong>in</strong>gsfilosofie veran<strong>de</strong>rt,<br />
<strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g en <strong>de</strong>centraliser<strong>in</strong>g wor<strong>de</strong>n doorgevoerd, bezu<strong>in</strong>ig<strong>in</strong>gen slaan toe en <strong>in</strong><br />
beschouw<strong>in</strong>gen over ‘kerntaken van <strong>de</strong> overheid’ wordt ook <strong>de</strong> verantwoor<strong>de</strong>lijkheid voor<br />
het on<strong>de</strong>rwijs tegen het licht gehou<strong>de</strong>n en wordt, complementair, <strong>de</strong> mogelijke <strong>in</strong>breng<br />
van <strong>markt</strong> en particulier <strong>in</strong>itiatief on<strong>de</strong>rzocht.<br />
Vanaf medio <strong>de</strong> jaren tachtig wordt het streven naar meer <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs<br />
gelei<strong>de</strong>lijk aan als <strong>in</strong>tentie verwoord <strong>in</strong> beleidsnota’s van het <strong>de</strong>partement, respectievelijk<br />
4 Zie voor een uitvoerig (Amerikaans, maar <strong>in</strong> <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse situatie vrij herkenbaar) overzicht van<br />
argumenten voor dit ‘new consumerism’, toegespitst op on<strong>de</strong>rwijs: Murphy, 1999.<br />
5 Grit (2000) geeft aan hoe voor <strong>de</strong> economiser<strong>in</strong>g van het beleid zowel i<strong>de</strong>ologische als pragmatische<br />
argumenten wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong>gebracht - zoals bezu<strong>in</strong>ig<strong>in</strong>gsnoodzaak.<br />
6 <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, 1996.<br />
7 Zie ook het artikel van Karsten <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze bun<strong>de</strong>l.<br />
8 Bij <strong>de</strong> ver<strong>de</strong>re behan<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g hier van ‘<strong>markt</strong> en on<strong>de</strong>rwijs’, zal het met name gaan over het on<strong>de</strong>rwijsaanbod<br />
van <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen, en over <strong>de</strong> vraag naar on<strong>de</strong>rwijs door <strong>de</strong>elnemers en door afnemers van<br />
on<strong>de</strong>rwijsaanbod dan wel van gediplomeer<strong>de</strong>n. Zaken die meer <strong>in</strong>direct voor <strong>de</strong>ze aanbod- en vraagkant<br />
van belang zijn, als educatieve <strong>in</strong>frastructuur en leraren<strong>markt</strong>, blijven buiten beschouw<strong>in</strong>g.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 15
16<br />
<strong>in</strong> memories van toelicht<strong>in</strong>g bij rijksbegrot<strong>in</strong>gen, beleidsbrieven en openbare uitspraken<br />
van <strong>de</strong> bew<strong>in</strong>dslie<strong>de</strong>n voor on<strong>de</strong>rwijs. Weliswaar is <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g niet<br />
wezenlijk nieuw: <strong>de</strong> concurrentie om <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>g is van alle tij<strong>de</strong>n en leerl<strong>in</strong>gen kunnen<br />
van oudsher tussen scholen kiezen. Maar het <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>gsoffensief mikt op meer dan<br />
<strong>de</strong>ze traditionele concurrentie. Het on<strong>de</strong>rwijs moet dui<strong>de</strong>lijker <strong>de</strong> karakteristieken van<br />
een ‘echte’ <strong>markt</strong> krijgen: het moet er tot meer concurrerend on<strong>de</strong>rwijsaanbod komen,<br />
tot gevarieer<strong>de</strong>r keuzemogelijkhe<strong>de</strong>n voor <strong>de</strong>elnemers, tot een <strong>in</strong>tensiever betrokkenheid<br />
bij en tot vergrot<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> <strong>in</strong>vloed van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsconsument op het aanbod, tot een<br />
grotere ruimte voor vrije prijsvorm<strong>in</strong>g, tot meer transparantie via <strong>in</strong>formatie over <strong>de</strong><br />
kwaliteit van concurrerend aanbod; enzovoort.<br />
2.3 ONDERWIJSBELEID EN MARKTWERKING<br />
Het on<strong>de</strong>rwijsbeleid rondom <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g loopt <strong>in</strong> essentie langs twee lijnen: een<br />
f<strong>in</strong>anciële lijn enerzijds en an<strong>de</strong>rzijds een reguler<strong>in</strong>gslijn.<br />
F<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>gsbeleid en <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g<br />
Op verschillen<strong>de</strong> manieren wordt door mid<strong>de</strong>l van f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>grepen <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong><br />
het on<strong>de</strong>rwijs bevor<strong>de</strong>rd. In <strong>de</strong> eerste plaats vraagt <strong>de</strong> overheid van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>de</strong>elnemer<br />
ruimere eigen bijdragen aan on<strong>de</strong>rwijs. Ten twee<strong>de</strong> wordt <strong>de</strong> (me<strong>de</strong>)verantwoor<strong>de</strong>lijkheid<br />
van het bedrijfsleven voor beroepson<strong>de</strong>rwijs en post<strong>in</strong>itiële schol<strong>in</strong>g aan <strong>de</strong> or<strong>de</strong><br />
gesteld. In <strong>de</strong> <strong>de</strong>r<strong>de</strong> plaats wordt <strong>de</strong> overheidsbekostig<strong>in</strong>g van on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
teruggebracht en wor<strong>de</strong>n mogelijkhe<strong>de</strong>n voor scholen vergroot om alternatieve f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>gsbronnen<br />
naast <strong>de</strong> reguliere bekostig<strong>in</strong>g aan te boren. In <strong>de</strong> vier<strong>de</strong> plaats v<strong>in</strong>dt voor<br />
on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen een veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van f<strong>in</strong>ancieel management plaats, met een<br />
overgang van <strong>de</strong>claratiestelsel naar lump sum-f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g. Daarbij wordt voor een <strong>de</strong>el<br />
van het on<strong>de</strong>rwijs outputf<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g geïntroduceerd. In <strong>de</strong> vijf<strong>de</strong> plaats wordt een<br />
(ge<strong>de</strong>eltelijke) overgang van aanbod- naar vraagf<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g overwogen.<br />
Bij <strong>de</strong> eerste drie genoem<strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>gen staat een bezu<strong>in</strong>ig<strong>in</strong>gsdoelstell<strong>in</strong>g voorop.<br />
De veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> f<strong>in</strong>ancieel management voor <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen hebben te maken met het<br />
streven naar autonomievergrot<strong>in</strong>g van scholen, maar ze passen ook <strong>in</strong> een op <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
geïnspireerd streven naar bedrijfsmatiger en daarmee, naar veron<strong>de</strong>rsteld wordt, effectiever<br />
georganiseerd on<strong>de</strong>rwijs. Ook <strong>de</strong> laatstgenoem<strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g, vraagf<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g,<br />
past bij het <strong>markt</strong><strong>de</strong>nken: het gaat er hier om <strong>de</strong> positie van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsconsument ten<br />
opzichte van <strong>de</strong> aanbie<strong>de</strong>rs, <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen, te versterken.<br />
Reguler<strong>in</strong>gsbeleid en <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g<br />
Voor <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> lijn <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijsbeleid ten aanzien van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g is reguler<strong>in</strong>g of,<br />
liever, <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g het aangrijp<strong>in</strong>gspunt. Dereguler<strong>in</strong>g geldt <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijsbeleid <strong>in</strong><br />
eerste <strong>in</strong>stantie als doel op zich. In een wat later stadium wordt <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g gelei<strong>de</strong>lijk<br />
aan ook aan <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g gekoppeld. Het beleid op dit punt en <strong>de</strong> rationale waarop dit<br />
beleid gebaseerd is, wer<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> loop van zo’n an<strong>de</strong>rhalf <strong>de</strong>cennium <strong>in</strong> stukken en<br />
brokken uitgewerkt. Uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk gaat het <strong>in</strong> <strong>de</strong> beleidsre<strong>de</strong>ner<strong>in</strong>g om een keten van<br />
oorzakelijk aan elkaar geschakel<strong>de</strong> elementen, die loopt van ‘<strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g’, het beg<strong>in</strong> van<br />
<strong>de</strong> keten, tot ‘kwaliteit’, het e<strong>in</strong>dresultaat. Belangrijke elementen <strong>in</strong> die keten zijn ver<strong>de</strong>r<br />
nog: ‘beleidsruimte voor scholen’, ‘<strong>markt</strong>oriëntatie’, ‘publiek on<strong>de</strong>rnemerschap’, ‘profiler<strong>in</strong>g’<br />
en ‘concurrentie’.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
De start van <strong>de</strong>ze ontwikkel<strong>in</strong>g ligt bij een aantal on<strong>de</strong>rwijsbeleidsnota’s 9 uit <strong>de</strong> jaren<br />
tachtig, waar<strong>in</strong> voornemens wor<strong>de</strong>n geuit met betrekk<strong>in</strong>g tot het eerste element <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
keten: <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g. Dereguler<strong>in</strong>g moet lei<strong>de</strong>n tot vergrot<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> beleidsruimte voor<br />
scholen; het twee<strong>de</strong> element <strong>in</strong> <strong>de</strong> keten. Marktwerk<strong>in</strong>g als streven voor het on<strong>de</strong>rwijs<br />
komt op dat moment nog nauwelijks <strong>in</strong> beeld, zij het dat een pril beg<strong>in</strong> van <strong>de</strong> re<strong>de</strong>ner<strong>in</strong>g<br />
omtrent <strong>de</strong> relatie tussen <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g, <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g en on<strong>de</strong>rwijskwaliteit te<br />
v<strong>in</strong><strong>de</strong>n is <strong>in</strong> <strong>de</strong> nota Hoger on<strong>de</strong>rwijs: autonomie en kwaliteit (HOAK), uit 1985, en <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
nota De school op weg naar 2000, uit 1988. De eerste van <strong>de</strong>ze twee nota’s legt niet<br />
alleen een l<strong>in</strong>k van <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g naar autonomie en beleidsruimte voor <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen, maar<br />
koppelt ook beleidsruimte aan profiler<strong>in</strong>g en vervolgens aan <strong>markt</strong>oriëntatie. 10 De twee<strong>de</strong><br />
nota legt een verband tussen beleidsruimte, concurrentie en kwaliteit. 11 Met <strong>de</strong> aanloop<br />
tot <strong>de</strong> WEB wordt <strong>de</strong> relatie tussen <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g, concurrentie en kwaliteit scherper<br />
geformuleerd:<br />
“Door <strong>de</strong> vergrot<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> vrijheidsgra<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen zal er een beperkte mate<br />
van concurrentie tussen <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen kunnen gaan ontstaan. (...) Het streven om het<br />
private on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> <strong>de</strong> gelegenheid te stellen op gelijke voet te kunnen <strong>de</strong>elnemen aan<br />
<strong>de</strong> kwalificatiestructuur (zal) <strong>de</strong> concurrentie ver<strong>de</strong>r versterken. (...) een beperkte vorm<br />
van concurrentie tussen (al dan niet bekostig<strong>de</strong>) <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen (...) zal kunnen bijdragen tot<br />
versterk<strong>in</strong>g van kwaliteit en profiler<strong>in</strong>g en tot verhog<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> efficiëntie.” 12<br />
Aanzienlijk later, naar aanleid<strong>in</strong>g van het kamer<strong>de</strong>bat over <strong>de</strong> Rijksbegrot<strong>in</strong>g 2000, komt<br />
het tot een omschrijv<strong>in</strong>g van ‘<strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs’. 13 M<strong>in</strong>ister Hermans<br />
<strong>de</strong>f<strong>in</strong>ieert <strong>de</strong>ze als volgt: “Marktwerk<strong>in</strong>g is <strong>in</strong> concurrentie met an<strong>de</strong>re aanbie<strong>de</strong>rs<br />
<strong>in</strong>spelen op behoeften <strong>in</strong> <strong>de</strong> samenlev<strong>in</strong>g. (...) Goe<strong>de</strong> <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g is wanneer op<br />
kwaliteit wordt geconcurreerd.” Ver<strong>de</strong>r wordt gesteld: “Marktwerk<strong>in</strong>g houdt (...) <strong>de</strong><br />
gevestig<strong>de</strong> aanbie<strong>de</strong>rs scherp en kan vernieuw<strong>in</strong>g bevor<strong>de</strong>ren.” 14 In <strong>de</strong> Memorie van<br />
Toelicht<strong>in</strong>g bij <strong>de</strong> Rijksbegrot<strong>in</strong>g 2001 (p. 6) wordt <strong>de</strong> laatste schakel <strong>in</strong> <strong>de</strong> re<strong>de</strong>ner<strong>in</strong>g,<br />
‘kwaliteit’, na<strong>de</strong>r <strong>in</strong>gevuld: 15 “Het accent kan nu komen te liggen op uitbouw <strong>in</strong> <strong>de</strong> diepte,<br />
dat wil zeggen <strong>in</strong> <strong>de</strong> verruim<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n reken<strong>in</strong>g te hou<strong>de</strong>n met een grote<br />
en groeien<strong>de</strong> diversiteit aan behoeften en een differentiatie <strong>in</strong> het aanbod. (...) Dat is<br />
kiezen voor kwaliteit.”<br />
Recapitulerend is <strong>de</strong> beleidstheorie omtrent <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g als volgt te formuleren:<br />
‘Dereguler<strong>in</strong>g leidt tot een vergrot<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> beleidsruimte voor on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen,<br />
die het hen mogelijk maakt zich te profileren en zo <strong>de</strong> concurrentie met an<strong>de</strong>re aanbie<strong>de</strong>rs<br />
aan te gaan. In <strong>de</strong> mate dat zij zich daarbij op <strong>de</strong> <strong>markt</strong> oriënteren en <strong>in</strong>spelen<br />
9 M<strong>in</strong>isterie van OC&W: Meer over management (1985), Hoger on<strong>de</strong>rwijs: autonomie en kwaliteit (1985),<br />
M<strong>in</strong><strong>de</strong>r regels, meer ruimte (1985) en De school op weg naar 2000 (1988).<br />
10 “Belemmer<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> relatie tussen overheid en <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen voor <strong>de</strong> eigen profiler<strong>in</strong>gsactiviteit van <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen dienen opgeheven te wor<strong>de</strong>n” (p12). Vervolgens wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong>ze <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g gekoppeld aan<br />
<strong>de</strong> mogelijkheid voor <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen om <strong>in</strong> te spelen op <strong>de</strong> toenemen<strong>de</strong> “variëteit en vernieuw<strong>in</strong>gsbehoefte”<br />
aan <strong>de</strong> vraagkant (p. 10). En: “Gestreefd wordt naar een situatie waar<strong>in</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen zelf <strong>in</strong><br />
directe <strong>in</strong>teractie met maatschappelijke subsystemen op signalen kunnen reageren bij het bepalen van<br />
hun eigen beleid.” (p. 11).<br />
11 “Op <strong>de</strong>ze wijze kan elke school (...) concurreren met an<strong>de</strong>re scholen op basis van het meest wezenlijke<br />
criterium: <strong>de</strong> kwaliteit van het on<strong>de</strong>rwijs.” (p. 4).<br />
12 M<strong>in</strong>isterie van OC&W (1993), Kernpuntennotitie over <strong>de</strong> Wet educatie en beroepson<strong>de</strong>rwijs 1996.<br />
13 TK 1999-2000, 26800 VIII, nr. 6 (Verslag hou<strong>de</strong>n<strong>de</strong> een lijst van vragen en antwoor<strong>de</strong>n), p. 15.<br />
14 Memorie van Toelicht<strong>in</strong>g bij <strong>de</strong> Rijksbegrot<strong>in</strong>g 2000, p. 14.<br />
15 Overigens kan men stellen dat <strong>de</strong>ze omschrijv<strong>in</strong>g al <strong>in</strong> <strong>de</strong> HOAK-nota gegeven is, zij het impliciet.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 17
op <strong>de</strong> daar geconstateer<strong>de</strong> diversiteit aan behoeften en op <strong>de</strong> noodzakelijke maatschappelijke<br />
<strong>in</strong>novatie, komt kwaliteit tot stand.’ 16<br />
Tot slot doen <strong>de</strong> diverse nota’s, beleidsbrieven, of memories b<strong>in</strong>nen dit algemene<br />
stramien met enige regelmaat voorstellen voor specifieke maatregelen of <strong>in</strong>strumenten,<br />
naast <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g, die <strong>de</strong> beoog<strong>de</strong> <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g moeten optimaliseren: output-gerelateer<strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>dicatoren als maatstaf voor schoolkwaliteit (De school op weg naar 2000),<br />
schoolgidsen en kwaliteitskaarten om <strong>de</strong> transparantie van <strong>de</strong> <strong>markt</strong> voor <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsvrager<br />
te vergroten (nota De school als leren<strong>de</strong> organisatie; Rijksbegrot<strong>in</strong>g 2000),<br />
vouchers (Rijksbegrot<strong>in</strong>g 2001; beleidsbrief Sterke <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen) en (<strong>in</strong> <strong>de</strong>ze zelf<strong>de</strong><br />
beleidsbrief maar ook, <strong>in</strong>dr<strong>in</strong>gen<strong>de</strong>r, <strong>in</strong> <strong>de</strong> Rijksbegrot<strong>in</strong>g 2001, respectievelijk <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
beleidsbrief <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> stell<strong>in</strong>g): <strong>de</strong> privatiser<strong>in</strong>g van geldstromen.<br />
F<strong>in</strong>anciële versus (<strong>de</strong>)reguler<strong>in</strong>gslijn<br />
Voor <strong>de</strong>ze bun<strong>de</strong>l werd niet <strong>de</strong> f<strong>in</strong>anciële lijn als centraal thema gekozen (alhoewel<br />
enkele aspecten ervan wel belicht wor<strong>de</strong>n, bijvoorbeeld bedrijfsmatige organisatie van<br />
het on<strong>de</strong>rwijs en vraagf<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g). 17 Uitgangspunt voor <strong>de</strong> vraagstell<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> diverse<br />
hoofdstukken is met name <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> lijn, met ‘<strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g’, ‘concurrentie’ en ‘kwaliteit’<br />
als belangrijkste elementen.<br />
3 Deze bun<strong>de</strong>l <strong>in</strong> overzicht<br />
18<br />
3.1 ALGEMENE OPZET VAN DE BUNDEL<br />
De beleidscontext voor <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g die hierboven geschetst werd, is bepalend geweest<br />
voor <strong>de</strong> opzet en <strong>in</strong>vull<strong>in</strong>g die voor <strong>de</strong> bun<strong>de</strong>l wer<strong>de</strong>n gekozen. In <strong>de</strong> diverse artikelen<br />
wordt <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g <strong>in</strong> relatie tot concurrentie en <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g beschreven. Ook wor<strong>de</strong>n<br />
<strong>de</strong> ervar<strong>in</strong>gen belicht die er lan<strong>de</strong>lijk en <strong>in</strong>ternationaal mee wer<strong>de</strong>n opgedaan, waarbij <strong>de</strong><br />
criteria vooropstaan die standaard als toetssteen voor het on<strong>de</strong>rwijsbeleid gehanteerd<br />
wor<strong>de</strong>n: kwaliteit, toegankelijkheid, doelmatigheid en bestelsamenhang. De ro<strong>de</strong> draad<br />
die daarnaast door alle artikelen loopt is <strong>de</strong> vraag naar <strong>de</strong> realiteitswaar<strong>de</strong> van <strong>de</strong><br />
beleidstheorie die <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g via beleidsruim aan profiler<strong>in</strong>g en concurrentie koppelt en<br />
concurrentie vervolgens aan <strong>markt</strong>oriëntatie en uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk aan kwaliteit.<br />
3.2 VOORUITBLIK OP DE ARTIKELEN<br />
Met <strong>de</strong> samenvatt<strong>in</strong>g hieron<strong>de</strong>r van <strong>de</strong> <strong>in</strong>dividuele bijdragen aan <strong>de</strong>ze bun<strong>de</strong>l wordt<br />
vooral getracht <strong>de</strong> lijn uit te lichten die <strong>in</strong> <strong>de</strong> bun<strong>de</strong>l als totaal naar voren komt. Behalve<br />
een korte weergave van <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd, wor<strong>de</strong>n telkens ook <strong>de</strong> voornaamste bev<strong>in</strong>d<strong>in</strong>gen met<br />
betrekk<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> hierboven genoem<strong>de</strong> aandachtspunten genoemd.<br />
16 De beleidsbrief Sterke <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen, verantwoor<strong>de</strong>lijke overheid uit 1999 presenteert overigens nog een<br />
<strong>de</strong>els an<strong>de</strong>re <strong>in</strong>vull<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> keten, waar<strong>in</strong> ‘<strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g’ aan ‘publiek on<strong>de</strong>rnemerschap’ gekoppeld<br />
wordt <strong>in</strong> plaats van aan ‘concurrentie’ en dit publieke on<strong>de</strong>rnemerschap vervolgens aan ‘<strong>markt</strong>oriëntatie’<br />
en vervolgens aan ‘variëteit’ en ‘<strong>in</strong>novatie’: “Publiek on<strong>de</strong>rnemerschap: sterke, verantwoor<strong>de</strong>lijke<br />
<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen die maatschappelijke trends kunnen waarnemen en die het voortouw nemen <strong>in</strong> een reactie<br />
hierop” (p.6). “<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong><strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen horen <strong>in</strong> te spelen op <strong>de</strong> variëteit en dynamiek van <strong>de</strong> samenlev<strong>in</strong>g,<br />
dat is ook een on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el van kwaliteit” (p. 13) en: “...vervullen een maatschappelijke opdracht<br />
door op eigen <strong>in</strong>itiatief <strong>in</strong> te spelen op nieuwe maatschappelijke ontwikkel<strong>in</strong>gen.”(p. 17).<br />
17 Zie, ver<strong>de</strong>rop <strong>in</strong> <strong>de</strong> bun<strong>de</strong>l, <strong>de</strong> artikelen van Bronneman, respectievelijk Oosterbeek.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Deel I van <strong>de</strong> bun<strong>de</strong>l diept <strong>de</strong> achtergron<strong>de</strong>n van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs uit.<br />
Achtereenvolgens wordt een historische terugblik op <strong>de</strong> plaats van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het<br />
on<strong>de</strong>rwijs gegeven (Karsten) en wordt <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g vanuit publiek perspectief (Derksen)<br />
respectievelijk vanuit economisch perspectief beschouwd (Canton, Hass<strong>in</strong>k, Pomp en<br />
Webb<strong>in</strong>k).<br />
Karstens terugblik op <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g van het <strong>markt</strong><strong>de</strong>nken <strong>in</strong> het Ne<strong>de</strong>rlandse on<strong>de</strong>rwijs<br />
<strong>in</strong> hoofdstuk 2 laat zien dat al van oudsher <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs van een ‘quasi-<strong>markt</strong>’<br />
sprake is. Vrijheid van schoolkeuze en concurrentie tussen scholen horen bij het on<strong>de</strong>rwijs,<br />
maar on<strong>de</strong>rwijs heeft ook veel kenmerken die niet <strong>in</strong> een echte <strong>markt</strong> thuishoren:<br />
leerplicht, overheidsreguler<strong>in</strong>g van het aanbod, het centraal vaststellen van <strong>de</strong> prijs voor<br />
on<strong>de</strong>rwijs<strong>de</strong>elname, enzovoort. Deze ‘traditionele’ quasi-<strong>markt</strong> ontstond <strong>in</strong> <strong>de</strong> negentien<strong>de</strong><br />
eeuw. In <strong>de</strong> jaren tachtig en negentig van <strong>de</strong> vorige eeuw ontwikkelt zich echter<br />
een ‘mo<strong>de</strong>rne’ quasi-<strong>markt</strong>, waaraan een meer economisch geïnspireerd <strong>markt</strong><strong>de</strong>nken ten<br />
grondslag ligt en waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> omhelsd wordt als oploss<strong>in</strong>g voor <strong>de</strong> tekortkom<strong>in</strong>gen<br />
van <strong>de</strong> publieke sector. Het gaat bij <strong>de</strong>ze ommekeer overigens nog steeds om een quasi<strong>markt</strong>.<br />
De verschillen<strong>de</strong> oploss<strong>in</strong>gen die vanuit on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n politieke richt<strong>in</strong>gen voor<br />
het publieke tekort wor<strong>de</strong>n aangedragen, mon<strong>de</strong>n uit <strong>in</strong> het compromis dat <strong>de</strong> mo<strong>de</strong>rne<br />
on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong> vormt: met verzelfstandig<strong>in</strong>g van <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen, een verschuiv<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
reguler<strong>in</strong>g waardoor meer ruimte voor <strong>markt</strong>stur<strong>in</strong>g ontstaat, veran<strong>de</strong>ren<strong>de</strong> f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>gsarrangementen<br />
en <strong>de</strong> opkomst van accountability. Als verklar<strong>in</strong>g voor <strong>de</strong> bre<strong>de</strong> politieke<br />
acceptatie van <strong>de</strong> <strong>markt</strong>mechanismen die voor het on<strong>de</strong>rwijs geïntroduceerd wer<strong>de</strong>n,<br />
wijst Karsten op <strong>de</strong> ‘performance crisis’ van het on<strong>de</strong>rwijs, <strong>de</strong> erosie van het maatschappelijk<br />
mid<strong>de</strong>nveld, <strong>de</strong> crisis van <strong>de</strong> verzorg<strong>in</strong>gsstaat, <strong>de</strong> <strong>in</strong>dividualiser<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
maatschappij en <strong>de</strong> diversificatie van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsvraag die van die ontwikkel<strong>in</strong>gen het<br />
resultaat is - een diversificatie die past <strong>in</strong> het patroon van <strong>markt</strong><strong>de</strong>nken en <strong>de</strong> economische<br />
keuzetheorie. De geschetste ontwikkel<strong>in</strong>gen moeten uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk, meent Karsten,<br />
niet als l<strong>in</strong>eair proces gezien wor<strong>de</strong>n, maar als on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el van een golfbeweg<strong>in</strong>g waarbij<br />
nu eens ‘<strong>markt</strong>’ dan weer ‘overheid’ <strong>de</strong> bovenhand krijgt. Telkens valt te constateren dat<br />
overheid en <strong>markt</strong> geen elkaar uitsluiten<strong>de</strong> coörd<strong>in</strong>atiemechanismen zijn. Alleen proefon<strong>de</strong>rv<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk<br />
en <strong>in</strong> open <strong>de</strong>bat kan vastgesteld wor<strong>de</strong>n welke comb<strong>in</strong>aties van <strong>markt</strong> en<br />
overheid werken.<br />
Derksen verkent <strong>in</strong> hoofdstuk 3 <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong> vanuit het perspectief van het<br />
‘publieke belang’. Bij <strong>de</strong> verschuiv<strong>in</strong>g van publiek naar privaat die momenteel op allerlei<br />
beleidsterre<strong>in</strong>en plaatsv<strong>in</strong>dt, staat voor hem <strong>de</strong> vraag centraal of en <strong>in</strong> welke mate het<br />
maatschappelijke belang dat met on<strong>de</strong>rwijs is gemoeid aan <strong>de</strong> <strong>markt</strong> kan wor<strong>de</strong>n overgelaten<br />
en <strong>in</strong> welke mate on<strong>de</strong>rwijs kan wor<strong>de</strong>n gestuurd door concurrentie en <strong>markt</strong>prikkels.<br />
Op basis van een analyse van <strong>de</strong> wijze waarop <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g op an<strong>de</strong>re beleidsterre<strong>in</strong>en<br />
voet aan <strong>de</strong> grond kreeg, presenteert hij een algemeen ka<strong>de</strong>r voor discussie dat<br />
ook voor <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g b<strong>in</strong>nen het on<strong>de</strong>rwijs relevant is. Hij noemt bij besliss<strong>in</strong>gen over<br />
<strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g en privatiser<strong>in</strong>g van publieke taken twee hoofdvragen essentieel, die hij<br />
als <strong>de</strong> ‘wat-’ en <strong>de</strong> ‘hoe-vraag’ aanduidt. De eerste, overwegend normatieve en politieke<br />
vraag, luidt: ‘voor welke belangen moet <strong>de</strong> overheid <strong>de</strong> e<strong>in</strong>dverantwoor<strong>de</strong>lijkheid dragen’.<br />
Het antwoord is: voor maatschappelijke belangen die zon<strong>de</strong>r overheidscommitment<br />
onvoldoen<strong>de</strong>, en met overheidscommitment beter wor<strong>de</strong>n behartigd. De twee<strong>de</strong>, overwegend<br />
technische vraag luidt: ‘hoort bij een eventuele e<strong>in</strong>dverantwoor<strong>de</strong>lijkheid van <strong>de</strong><br />
overheid voor maatschappelijke belangen ook per <strong>de</strong>f<strong>in</strong>itie <strong>de</strong> uitvoeren<strong>de</strong> verantwoor<strong>de</strong>lijkheid<br />
of kan <strong>de</strong> overheid daar beter private partijen voor <strong>in</strong>schakelen?’ Antwoord: dat<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 19
20<br />
hangt er van af waar die belangen het best gegaran<strong>de</strong>erd kunnen wor<strong>de</strong>n en of daarbij<br />
a<strong>de</strong>quate mid<strong>de</strong>len ter beschikk<strong>in</strong>g staan. Als eenmaal dui<strong>de</strong>lijk is wat als publiek belang<br />
beschouwd wordt - <strong>de</strong> ‘wat-vraag’ -, moet <strong>de</strong> borg<strong>in</strong>g daarvan geregeld wor<strong>de</strong>n - <strong>de</strong> ‘hoevraag’.<br />
Diverse borg<strong>in</strong>gsmechanismen kunnen wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong>gezet, van hiërarchische aanstur<strong>in</strong>g<br />
tot ‘<strong>in</strong>stitutionele borg<strong>in</strong>g’ (ofwel: <strong>in</strong>vesteren <strong>in</strong> professionaliteit en professionele<br />
normen). Concurrentie is één van <strong>de</strong> mechanismen <strong>in</strong> dit rijtje. Welke comb<strong>in</strong>atie van<br />
mechanismen wordt <strong>in</strong>gezet, is m<strong>in</strong><strong>de</strong>r afhankelijk van <strong>de</strong> vraag of uitvoer<strong>in</strong>g door<br />
publieke of private organisaties geschiedt dan van an<strong>de</strong>re gegevens. Zo is <strong>de</strong> keus sterk<br />
afhankelijk van context: politieke, maatschappelijke, technologische en organisatorische<br />
aspecten bepalen wat <strong>de</strong> beste keus is. Oploss<strong>in</strong>gen op het ene beleidsterre<strong>in</strong> zijn ook<br />
niet noodzakelijk geschikt op het an<strong>de</strong>re. Derksen verwacht, gezien <strong>de</strong> kenmerken van<br />
on<strong>de</strong>rwijs en on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen, dat <strong>de</strong> effecten van <strong>markt</strong>- en concurrentieprikkels <strong>in</strong><br />
het on<strong>de</strong>rwijs beschei<strong>de</strong>n zullen zijn. De beste garanties voor het publieke belang liggen<br />
hier bij <strong>in</strong>stitutionele borg<strong>in</strong>g en bij verbeter<strong>in</strong>g van verantwoord<strong>in</strong>g door <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
tegenover <strong>de</strong>elnemers en an<strong>de</strong>re betrokkenen.<br />
Canton, Hass<strong>in</strong>k, Pomp en Webb<strong>in</strong>k bezien <strong>in</strong> hoofdstuk 4 <strong>de</strong> voor- en na<strong>de</strong>len van<br />
een <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g die voor <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs meer ruimte schept. Ze re<strong>de</strong>neren<br />
net als Derksen vanuit het publieke belang dat bij on<strong>de</strong>rwijs aan <strong>de</strong> or<strong>de</strong> is. Ook hier<br />
wordt <strong>de</strong> vraag naar borg<strong>in</strong>g gesteld, waarbij <strong>de</strong> aandacht ditmaal vooral uitgaat naar<br />
mogelijkhe<strong>de</strong>n, voor- en na<strong>de</strong>len van concurrentie als borg<strong>in</strong>gspr<strong>in</strong>cipe. Ze gaan na on<strong>de</strong>r<br />
welke voorwaar<strong>de</strong>n en omstandighe<strong>de</strong>n concurrentie vruchtbaar kan zijn. Dit alles bezien<br />
ze met economenblik en met weliswaar een licht a-priori voor concurrentie, maar zon<strong>de</strong>r<br />
sterke vooroor<strong>de</strong>len. Zo stellen ze dat voor het behartigen van publieke belangen bij<br />
on<strong>de</strong>rwijs - het tot stand brengen van bepaal<strong>de</strong> maatschappelijke effecten of het garan<strong>de</strong>ren<br />
van toegankelijkheid - niet altijd maximale overheidsbemoeienis nodig is en dat<br />
concurrentie en <strong>markt</strong>prikkels bruikbare <strong>in</strong>strument kunnen zijn. Soms hebben<br />
concurrentie en <strong>markt</strong>prikkels echter negatieve bijwerk<strong>in</strong>gen en moeten ze daarom door<br />
<strong>de</strong> overheid wor<strong>de</strong>n begrensd. Maximaliser<strong>in</strong>g van concurrentie gaat bijvoorbeeld ten<br />
koste van schaalgrootte van <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen, waardoor schaalvoor<strong>de</strong>len gemist wor<strong>de</strong>n. Het<br />
afrekenen op on<strong>de</strong>rwijsoutput, ook een <strong>markt</strong>pr<strong>in</strong>cipe, geeft risico’s voor met name<br />
on<strong>de</strong>rwijsuitkomsten die wenselijk maar m<strong>in</strong><strong>de</strong>r goed meetbaar zijn, <strong>de</strong> pedagogische of<br />
sociale uitkomsten van on<strong>de</strong>rwijs bijvoorbeeld. Het <strong>in</strong>spelen op wensen van <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
kan scholen er toe brengen bre<strong>de</strong>re maatschappelijke belangen te verwaarlozen. Tot slot<br />
kunnen f<strong>in</strong>anciële prikkels voor docenten lei<strong>de</strong>n tot uitholl<strong>in</strong>g van hun <strong>in</strong>tr<strong>in</strong>sieke motivatie.<br />
In al <strong>de</strong>ze gevallen kan beter van concurrentie wor<strong>de</strong>n afgezien. Gelet op <strong>de</strong> aard<br />
van het on<strong>de</strong>rwijs en op <strong>de</strong> actoren die <strong>in</strong> <strong>de</strong> sector actief zijn, is een beroep op<br />
‘professionaliteit’ vaak een beter alternatief dan <strong>markt</strong>prikkels. Aan <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re kant kan<br />
bij een goe<strong>de</strong> keus van f<strong>in</strong>anciële of an<strong>de</strong>re <strong>markt</strong>prikkels vaak verme<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>n dat<br />
risico’s die bij <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs nogal eens genoemd wor<strong>de</strong>n, zich ook<br />
feitelijk voordoen. Niet alle relevante vragen over wenselijkheid en onwenselijkheid van<br />
concurrentie en over bruikbare <strong>markt</strong>prikkels zijn momenteel te beantwoor<strong>de</strong>n. Het<br />
artikel presenteert dan ook een korte on<strong>de</strong>rzoeksagenda. Toch is <strong>de</strong> conclusie dat uit <strong>de</strong><br />
huidige stand van kennis een aantal serieuze beleidsopties rondom concurrentie <strong>in</strong> het<br />
on<strong>de</strong>rwijs af te lei<strong>de</strong>n valt.<br />
Deel II van <strong>de</strong> bun<strong>de</strong>l gaat <strong>in</strong> op <strong>de</strong> beleidstheorie over <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g en op <strong>de</strong> centrale<br />
veron<strong>de</strong>rstell<strong>in</strong>g dat <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g via concurrentie en <strong>markt</strong>oriëntatie tot kwaliteit zou<br />
lei<strong>de</strong>n. Het beziet ook een aantal van <strong>de</strong> voorwaar<strong>de</strong>n die daarvoor nodig zou<strong>de</strong>n zijn.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Eerst analyseert Karstanje <strong>de</strong> plausibiliteit van <strong>de</strong>ze theorie als zodanig. Daarna beziet<br />
Van Leest <strong>in</strong> hoeverre <strong>de</strong> f<strong>in</strong>anciële bevoegdhe<strong>de</strong>n en <strong>de</strong> budgetten van on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
hen <strong>in</strong> staat stellen daadwerkelijk te <strong>in</strong>vesteren <strong>in</strong> vormen van profiler<strong>in</strong>g en<br />
concurrentie waarvoor f<strong>in</strong>anciële armslag nodig is. Majoor gaat vervolgens na welke<br />
organisatorische eigenschappen on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen moeten hebben om on<strong>de</strong>r <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>gscondities<br />
a<strong>de</strong>quaat te kunnen functioneren. Oosterbeek analyseert tot slot een<br />
aantal voorwaar<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong> vraagkant van <strong>de</strong> <strong>markt</strong> die het on<strong>de</strong>rwijs<strong>de</strong>elnemers<br />
mogelijk moet maken verantwoord hun on<strong>de</strong>rwijs te kiezen en <strong>in</strong>vloed op het aanbod uit<br />
te oefenen.<br />
In beleidsnota’s van <strong>de</strong> jaren tachtig werd <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g aangekondigd en werd gelei<strong>de</strong>lijk<br />
aan een relatie gelegd met concurrentie, <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g en kwaliteit van het on<strong>de</strong>rwijs.<br />
In hoofdstuk 5 on<strong>de</strong>rzoekt Karstanje een aantal basale feiten achter <strong>de</strong> re<strong>de</strong>neerlijn die<br />
van <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g naar concurrentie loopt. Een vraag daarbij is <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste plaats wat van<br />
<strong>de</strong> <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>gsvoornemens terechtkwam. Vervolgens wordt nagegaan of scholen<br />
voldoen<strong>de</strong> ruimte hebben om te concurreren op aspecten die voor <strong>de</strong> <strong>markt</strong> relevant zijn.<br />
Tot slot volgt <strong>de</strong> vraag of en <strong>in</strong> hoeverre juist <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g hieraan heeft bijdragen.<br />
Toets<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>gsvoornemens aan wat <strong>in</strong> <strong>de</strong> jaren negentig feitelijk aan<br />
regelgev<strong>in</strong>g plaatsvond, leert dat wijzig<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> die regelgev<strong>in</strong>g vaak eer<strong>de</strong>r regulerend<br />
dan <strong>de</strong>regulerend uitpakten, met name op on<strong>de</strong>rwijskundig vlak: bijvoorbeeld <strong>de</strong> <strong>in</strong>voer<strong>in</strong>g<br />
van kerndoelen en van profielen. Feitelijke <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g is er vooral op f<strong>in</strong>ancieel<br />
terre<strong>in</strong>. Dit is een aspect dat <strong>in</strong> feite voor <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs niet zo’n<br />
cruciale rol speelt, hoewel het wel bepalend is voor een aantal activiteiten die <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
kunnen ontplooien om hun <strong>markt</strong>positie te verstevigen: bijvoorbeeld verkenn<strong>in</strong>g van<br />
<strong>de</strong> <strong>markt</strong>, werv<strong>in</strong>g en promotie, wijzig<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> schoolorganisatie of <strong>in</strong> metho<strong>de</strong>n.<br />
Wanneer men echter kijkt naar <strong>de</strong> elementen waar leerl<strong>in</strong>gen, ou<strong>de</strong>rs of stu<strong>de</strong>nten bij <strong>de</strong><br />
keus van een on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g op letten - pedagogisch klimaat, veilige bereikbaarheid<br />
van <strong>de</strong> school, gelegenheid om aca<strong>de</strong>misch potentieel te ontwikkelen, enzovoort - dan<br />
blijkt dat regelgev<strong>in</strong>g of <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g daar nauwelijks van <strong>in</strong>vloed op zijn. Wat aan<br />
<strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g is doorgevoerd heeft dan ook geen <strong>in</strong>vloed gehad op <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n van<br />
scholen om op die vraag <strong>in</strong> te spelen. Toch, stelt Karstanje, heeft <strong>de</strong> f<strong>in</strong>anciële <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g<br />
een <strong>in</strong>vloed op <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g gehad, maar dan een <strong>in</strong>directe. De f<strong>in</strong>anciële zelfstandigheid<br />
die <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen met <strong>de</strong> <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g hebben gekregen heeft geleid tot een groter<br />
<strong>markt</strong>bewustzijn en tot vergrot<strong>in</strong>g van hun beleidsvoerend vermogen. Dit stelt scholen <strong>in</strong><br />
staat beter op <strong>de</strong> <strong>markt</strong> <strong>in</strong> te spelen.<br />
Van Leest gaat na welke mogelijkhe<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> feite hebben om<br />
f<strong>in</strong>ancieel te <strong>in</strong>vesteren <strong>in</strong> profiler<strong>in</strong>gsactiviteiten ter verstevig<strong>in</strong>g van hun concurrentiepositie<br />
(hoofdstuk 6). In <strong>de</strong> eerste plaats on<strong>de</strong>rzoekt hij <strong>de</strong> bestuursvorm van <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen,<br />
die uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk bepaalt of zij al dan niet f<strong>in</strong>anciële han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gsvrijheid bezitten.<br />
Die vrijheid hebben slechts <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen die rechtspersoon zijn met volledige rechtsbevoegdheid.<br />
Zij zijn vrij <strong>in</strong> hun bested<strong>in</strong>g van mid<strong>de</strong>len en kunnen <strong>de</strong>ze dus ook <strong>in</strong>zetten<br />
voor profiler<strong>in</strong>g, concurrentie en <strong>markt</strong>positioner<strong>in</strong>g. In <strong>de</strong> praktijk hebben alle <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
<strong>in</strong> het hoger on<strong>de</strong>rwijs (ho) en <strong>in</strong> <strong>de</strong> bve-sector volledige rechtsbevoegdheid.<br />
In primair en voortgezet on<strong>de</strong>rwijs (po en vo) geldt dit slechts voor bijzon<strong>de</strong>re scholen<br />
en voor een beperkt aantal openbare scholen waarvoor <strong>de</strong> bestuursvorm ‘sticht<strong>in</strong>g’ of<br />
‘openbare rechtspersoon’ werd gekozen. Voor <strong>de</strong> <strong>de</strong>sbetreffen<strong>de</strong> po-scholen wordt f<strong>in</strong>anciële<br />
zelfstandigheid echter weer begrensd door bepal<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> Wet op het primair<br />
on<strong>de</strong>rwijs. Ook het vo kent zulke beperk<strong>in</strong>gen, zij het <strong>in</strong> m<strong>in</strong><strong>de</strong>re mate. In bve-veld en ho<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 21
22<br />
wordt <strong>de</strong> f<strong>in</strong>anciële vrijheid niet <strong>in</strong>geperkt. Maar waar <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen formeel die vrijheid<br />
hebben, is vervolgens <strong>de</strong> vraag naar f<strong>in</strong>anciële ruimte van belang. Overheidsbekostig<strong>in</strong>g<br />
blijkt krap en mogelijkhe<strong>de</strong>n voor alternatieve f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g via on<strong>de</strong>r meer ou<strong>de</strong>rbijdragen,<br />
sponsor<strong>in</strong>g en contractactiviteiten zijn, me<strong>de</strong> door regelgev<strong>in</strong>g, beperkt.<br />
De omvang van <strong>de</strong> bijbehoren<strong>de</strong> <strong>in</strong>komsten varieert van een kle<strong>in</strong>e 3% van <strong>de</strong> omzet (po)<br />
tot bijna 25% (universiteiten). Al met al lijken <strong>de</strong> meeste <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen met <strong>de</strong> gegeven<br />
mid<strong>de</strong>len niet aan een serieus profiler<strong>in</strong>gsbeleid toe te zullen komen.<br />
Bij <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g die tot vergrot<strong>in</strong>g van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g moet lei<strong>de</strong>n, komt <strong>in</strong> feite een alternatief<br />
reguler<strong>in</strong>gsregiem tot stand. Scholen moeten daar<strong>in</strong> hun weg zoeken. Zij wor<strong>de</strong>n<br />
verplicht concurrentie te <strong>in</strong>tensiveren, zich publiek te verantwoor<strong>de</strong>n, met ‘countervail<strong>in</strong>g<br />
powers’ reken<strong>in</strong>g te hou<strong>de</strong>n, en meer. Majoor tracht vanuit organisatie-theoretische<br />
<strong>in</strong>valshoek <strong>in</strong> te schatten welke eigenschappen scholen nodig hebben om on<strong>de</strong>r <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>gscondities<br />
a<strong>de</strong>quaat te functioneren (hoofdstuk 7). Scholen zullen een strategie<br />
voor <strong>markt</strong>positioner<strong>in</strong>g moeten ontwikkelen, afgestemd op hun omgev<strong>in</strong>g. Daarbij<br />
kunnen ze proberen controle te krijgen over hun omgev<strong>in</strong>g, door zich bijvoorbeeld op<br />
een bepaald, gunstig <strong>markt</strong>segment te richten, of door samenwerk<strong>in</strong>g met an<strong>de</strong>re <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
<strong>de</strong> <strong>markt</strong> buitenspel te zetten. Ze kunnen an<strong>de</strong>rzijds kiezen voor aanpass<strong>in</strong>g van<br />
hun organisatie (waar ze met <strong>de</strong> <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g en autonomievergrot<strong>in</strong>g ook ruimte voor<br />
kregen). Ze kunnen aanvullen<strong>de</strong> f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g zoeken - via sponsor<strong>in</strong>g bijvoorbeeld. Of ze<br />
kunnen hun aanbod aan specifieke vragen van on<strong>de</strong>rwijs<strong>de</strong>elnemers of -afnemers aanpassen.<br />
In <strong>de</strong> praktijk blijkt dat scholen die concurrentie ervaren vaker hun organisatie<br />
veran<strong>de</strong>ren en vaker beleid voeren dan scholen die dat niet doen. Dit beleid is overigens<br />
m<strong>in</strong><strong>de</strong>r gericht op verbeter<strong>in</strong>g van hun on<strong>de</strong>rwijs dan op het behoud van leerl<strong>in</strong>gstromen,<br />
via werv<strong>in</strong>gsactiviteiten en <strong>de</strong>rgelijke. Organisatietheorieën leren dat<br />
zogenoem<strong>de</strong> ‘organische’ organisaties (ambitieuze doelen, flexibele netwerkstructuur,<br />
niet hiërarchisch, <strong>in</strong>tern samenwerkend <strong>in</strong> ad hoc-projectgroepen) het best zijn opgewassen<br />
tegen complexe nieuwe situaties zoals <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g. Met <strong>de</strong> doorgevoer<strong>de</strong> <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g<br />
en autonomievergrot<strong>in</strong>g hebben scholen meer mogelijkhe<strong>de</strong>n gekregen om als<br />
organische organisatie te werken. Voorwaar<strong>de</strong>n om die ruimte te benutten liggen bij het<br />
beleidsvoerend vermogen van scholen. On<strong>de</strong>r meer komt een <strong>de</strong>rgelijk vermogen tot<br />
uitdrukk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> een <strong>in</strong>tegraal beleid - waarbij on<strong>de</strong>rwijskundige ontwikkel<strong>in</strong>g en beheer<br />
on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>g afgestemd zijn -, <strong>in</strong> een hel<strong>de</strong>re <strong>in</strong>terne communicatie en afstemm<strong>in</strong>g b<strong>in</strong>nen<br />
<strong>de</strong> organisatie, <strong>in</strong> participatie van <strong>in</strong>terne geled<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> besluitvorm<strong>in</strong>g, <strong>in</strong> een cultuur<br />
van samenwerk<strong>in</strong>g tussen docenten en <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rhou<strong>de</strong>n van functionele contacten<br />
met <strong>de</strong>elnemers en afnemers.<br />
In hoofdstuk 8 bespreekt Oosterbeek condities die <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen er toe brengen bij<br />
<strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g reken<strong>in</strong>g te hou<strong>de</strong>n met <strong>de</strong> vraag, <strong>de</strong> voorkeuren van on<strong>de</strong>rwijs<strong>de</strong>elnemers.<br />
Daar is <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste plaats voor nodig dat <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen voor betal<strong>in</strong>g van hun<br />
<strong>de</strong>elnemers afhankelijk zijn. Om <strong>de</strong> <strong>markt</strong> doelmatig te laten functioneren is het ver<strong>de</strong>r<br />
noodzakelijk dat <strong>de</strong>elnemers <strong>de</strong> feitelijke kostprijs van een opleid<strong>in</strong>g betalen. De<br />
overheid houdt echter, ongeacht <strong>de</strong> feitelijke kosten van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g, <strong>de</strong> bijdrage voor<br />
<strong>de</strong>elnemers toch relatief beperkt. Zij wil namelijk ontmoedig<strong>in</strong>g van <strong>de</strong>elname tegengaan,<br />
omdat dit maatschappelijke effecten zou hebben die vanuit doelmatigheids- èn rechtvaardigheidsoverweg<strong>in</strong>gen<br />
onwenselijk zijn. Zeker voor het fun<strong>de</strong>rend on<strong>de</strong>rwijs zijn die<br />
overweg<strong>in</strong>gen essentieel. In het hoger on<strong>de</strong>rwijs is een grotere rol weggelegd voor<br />
<strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van eigen bijdragen. Studief<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g kan er dan voor zorgen<br />
dat geen onwenselijke effecten optre<strong>de</strong>n. Toetst men beurzen en len<strong>in</strong>gen met uiteen-<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
lopend terugbetal<strong>in</strong>gsregel<strong>in</strong>gen op doelmatigheid en rechtvaardigheid dan is <strong>de</strong> conclusie<br />
dat een sociaal leenstelsel, zon<strong>de</strong>r beurzen, waar<strong>in</strong> afloss<strong>in</strong>g gekoppeld is aan het<br />
latere <strong>in</strong>komen, <strong>de</strong> voorkeur verdient. Ver<strong>de</strong>r bespreekt Oosterbeek leerrechten en<br />
vouchers, waarbij <strong>de</strong> geldstroom naar <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g via <strong>de</strong> <strong>de</strong>elnemers loopt. Met name<br />
lijkt dit pr<strong>in</strong>cipe van belang voor het post-leerplichtig on<strong>de</strong>rwijs. Hier blijkt het vouchermo<strong>de</strong>l<br />
van Lev<strong>in</strong> aantrekkelijk, vooral omdat het on<strong>de</strong>rscheid tussen hoger on<strong>de</strong>rwijs en<br />
an<strong>de</strong>re vormen van leren <strong>in</strong> latere on<strong>de</strong>rwijs- en ontwikkel<strong>in</strong>gsfasen er door wordt<br />
weggenomen en <strong>de</strong>elnemers vrijer kunnen kiezen welke leeromgev<strong>in</strong>g het best bij ze<br />
past. Een laatste conditie voor goe<strong>de</strong> <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g aan <strong>de</strong> vraagkant is dat <strong>de</strong>elnemers<br />
over relevante <strong>in</strong>formatie over on<strong>de</strong>rwijsaanbie<strong>de</strong>rs kunnen beschikken. In pr<strong>in</strong>cipe<br />
kunnen lijsten zoals nu door <strong>de</strong> media of, als ‘kwaliteitskaart’ door <strong>de</strong> <strong>in</strong>spectie wor<strong>de</strong>n<br />
uitgebracht daar aan bijdragen, maar aan <strong>de</strong> uitwerk<strong>in</strong>g zitten allerlei haken en ogen.<br />
Negatieve bijwerk<strong>in</strong>gen zijn aannemelijk.<br />
Deel III van <strong>de</strong> bun<strong>de</strong>l beschrijft <strong>de</strong> uiteenlopen<strong>de</strong> verschijn<strong>in</strong>gsvormen van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g<br />
<strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs die <strong>in</strong>ternationaal wor<strong>de</strong>n aangetroffen. De vraag daarbij is<br />
telkens wat ervar<strong>in</strong>gen el<strong>de</strong>rs impliceren voor <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse situatie. Achtereenvolgens<br />
komen het fun<strong>de</strong>rend on<strong>de</strong>rwijs (Teelken), het secundair beroepson<strong>de</strong>rwijs (Van<br />
Lieshout), het hoger on<strong>de</strong>rwijs (Kaiser en Van <strong>de</strong>r Meer), en het post-<strong>in</strong>itiële aanbod<br />
(Houtkoop) aan <strong>de</strong> or<strong>de</strong>.<br />
Hoofdstuk 9 behan<strong>de</strong>lt <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het fun<strong>de</strong>rend on<strong>de</strong>rwijs. Teelken richt zich<br />
daarbij vooral op ontwikkel<strong>in</strong>gen aan <strong>de</strong> vraagkant. Ne<strong>de</strong>rland kent een teruggang van<br />
<strong>de</strong> i<strong>de</strong>ologisch bepaal<strong>de</strong> schoolkeus en een opkomst van meer <strong>in</strong>dividuele keuzemotieven.<br />
Hierdoor wordt het traditionele pr<strong>in</strong>cipe van vrije schoolkeus met ‘<strong>markt</strong>achtige’<br />
elementen aangevuld. Scholen profileren zich om op die verschuiven<strong>de</strong> vraag <strong>in</strong><br />
te spelen en gaan zo <strong>de</strong> concurrentie aan, geholpen door een <strong>markt</strong>vrien<strong>de</strong>lijk <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>gsbeleid.<br />
Teelken constateert ook <strong>in</strong>ternationaal zulke ontwikkel<strong>in</strong>gen. Ze bespreekt<br />
<strong>de</strong>ze voor met name <strong>de</strong> Angelsaksische lan<strong>de</strong>n, omdat <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>gen daar het meest<br />
uitgesproken zijn. Voor <strong>de</strong>ze lan<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>n telkens het schoolsysteem en <strong>de</strong> soorten<br />
scholen geschetst, <strong>de</strong> re<strong>de</strong>nen om meer keus en meer <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g te <strong>in</strong>troduceren, <strong>de</strong><br />
feitelijke keuzealternatieven die wor<strong>de</strong>n toegevoegd en het beleid ten aanzien van alternatief<br />
aanbod. Teelken behan<strong>de</strong>lt vervolgens <strong>de</strong> consequenties van die veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen,<br />
waarbij vooral sociale consequenties <strong>de</strong> aandacht krijgen. Ze is niet optimistisch over <strong>de</strong><br />
resultaten en constateert bij <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g een toenemen<strong>de</strong> ongelijkheid tussen scholen<br />
en een sterk sociaal bepaal<strong>de</strong> selectie. Stelsels, zo meent ze, polariseren zich door <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g.<br />
Scholen wor<strong>de</strong>n hiërarchisch geor<strong>de</strong>nd volgens een enkelvoudige dimensie, die<br />
voor een groot <strong>de</strong>el parallel loopt met <strong>de</strong> sociaal-economische stratificatie. In Ne<strong>de</strong>rland<br />
is die polarisatie nog beperkt, maar Teelken wijst op het ontstaan van zwarte naast witte<br />
scholen en op het teruglopen van diversiteit door schaalvergrot<strong>in</strong>g en fusies. Ze pleit<br />
vooral voor een beleid dat een diversificatie van het aanbod langs meer dimensies stimuleert.<br />
Ver<strong>de</strong>r ziet ze een lichte vorm van ‘controlled choice’ als optie. Ze pleit tot slot voor<br />
een terughou<strong>de</strong>nd beleid ten aanzien van <strong>in</strong>formatieverstrekk<strong>in</strong>g over <strong>de</strong> output van<br />
scholen, omdat <strong>de</strong>ze <strong>de</strong> hiërarchiser<strong>in</strong>g tussen scholen versterkt.<br />
Beroepson<strong>de</strong>rwijs is gericht op bre<strong>de</strong> toepasbaarheid en opwaartse mobiliteit - het recept<br />
voor goed functioneren<strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong>en. Schol<strong>in</strong>g is overwegend gericht op specifieke<br />
functies bij specifieke bedrijven, alhoewel een gerichte comb<strong>in</strong>atie van specifieke<br />
schol<strong>in</strong>gsactiviteiten wel als alternatief en dus als concurrent van beroepson<strong>de</strong>rwijs kan<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 23
24<br />
gel<strong>de</strong>n. Van Lieshout beziet <strong>in</strong> hoofdstuk 10 <strong>de</strong> concurrentie tussen beroepson<strong>de</strong>rwijs<br />
en schol<strong>in</strong>g. De theorie voorspelt dat bedrijven <strong>in</strong> het algemeen we<strong>in</strong>ig <strong>in</strong> bre<strong>de</strong> beroepskwalificer<strong>in</strong>g<br />
zullen <strong>in</strong>vesteren en dat het overlaten van beroepskwalificer<strong>in</strong>g aan het<br />
bedrijfsleven daarom tot on<strong>de</strong>r<strong>in</strong>vester<strong>in</strong>g zal lei<strong>de</strong>n en tot een ‘low skill equilibrium’ op<br />
<strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong>. Daarom zou een door <strong>de</strong> overheid gereguleerd beroepson<strong>de</strong>rwijs<br />
onmisbaar zijn. Internationale vergelijk<strong>in</strong>g leert echter dat dit niet noodzakelijk opgaat.<br />
In <strong>de</strong> Verenig<strong>de</strong> Staten en het Verenigd Kon<strong>in</strong>krijk richten bedrijven zich <strong>in</strong><strong>de</strong>rdaad niet<br />
op bre<strong>de</strong> kwalificer<strong>in</strong>g, maar <strong>in</strong> Duitsland is dat wel <strong>de</strong>gelijk het geval. Uiteenlopen<strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>stitutionele arrangementen - eigendomsrechten, collectieve arbeidsovereenkomsten,<br />
overleggremia enzovoort - die typerend zijn voor <strong>de</strong> wijze waarop <strong>markt</strong>en zich <strong>in</strong> een<br />
bepaald land ontwikkelen, vormen <strong>de</strong> achtergrond voor <strong>de</strong>rgelijke verschillen. Dat<br />
bepaalt weer welke opleid<strong>in</strong>gsstrategieën bedrijven zullen hanteren. Het bestendige<br />
Duitse ‘high skill equilibrium’ wordt tegen die achtergrond geanalyseerd, evenals <strong>de</strong><br />
situatie <strong>in</strong> <strong>de</strong> VS en <strong>de</strong> Britse <strong>markt</strong>. Ne<strong>de</strong>rland blijkt re<strong>de</strong>lijk tot goed te scoren op <strong>de</strong><br />
belangrijkste <strong>in</strong>dicatoren voor <strong>de</strong> werk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> nationale opleid<strong>in</strong>gs<strong>markt</strong>. Het<br />
Ne<strong>de</strong>rlandse kwalificatie-evenwicht heeft veel met <strong>de</strong> Duitse situatie gemeen en met<br />
name <strong>de</strong> <strong>in</strong>stitutionaliser<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> arbeidsverhoud<strong>in</strong>gen blijkt daarvoor relevant. Me<strong>de</strong><br />
als resultaat van recent dualiser<strong>in</strong>gsbeleid zijn <strong>de</strong> overeenkomsten met <strong>de</strong> Duitse situatie<br />
nog versterkt. Waar <strong>in</strong> Duitsland <strong>de</strong> duale leerweg <strong>de</strong> hoofdoptie is (met weliswaar een<br />
forse schoolcomponent), is <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland echter sprake van concurrentie tussen bei<strong>de</strong><br />
leerwegen die, althans <strong>in</strong> beg<strong>in</strong>sel, gelijkwaardig zijn. Of <strong>de</strong> overheid bij die concurrentie<br />
als <strong>markt</strong>meester zou moeten optre<strong>de</strong>n en hoe dat dan zou moeten, is overigens nog <strong>de</strong><br />
vraag. In ie<strong>de</strong>r geval leert <strong>de</strong> analyse ook dat elk overheidsbeleid dat gericht is op<br />
veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van het nationale evenwicht reken<strong>in</strong>g moet hou<strong>de</strong>n met <strong>de</strong> grenzen die <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>stitutionele arrangementen van <strong>de</strong> bestaan<strong>de</strong> arbeids- en schol<strong>in</strong>gs<strong>markt</strong> oplegt. Deze<br />
zijn niet op korte termijn te wijzigen.<br />
Kaiser en Van <strong>de</strong>r Meer analyseren <strong>in</strong> hoofdstuk 11 <strong>de</strong> hoger on<strong>de</strong>rwijsstelsels van een<br />
aantal lan<strong>de</strong>n die qua <strong>markt</strong>structuur van elkaar verschillen: Duitsland, Frankrijk,<br />
Verenigd Kon<strong>in</strong>krijk, Michigan en Ne<strong>de</strong>rland. Per land wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n en<br />
onmogelijkhe<strong>de</strong>n voor <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g bezien. De volgen<strong>de</strong> elementen wor<strong>de</strong>n besproken:<br />
<strong>de</strong> <strong>markt</strong>structuur, re<strong>de</strong>nen om <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g te bevor<strong>de</strong>ren, <strong>de</strong> vraag of aanbie<strong>de</strong>rs al<br />
dan niet vrij kunnen toetre<strong>de</strong>n en of stu<strong>de</strong>nten al dan niet vrij kunnen kiezen (selectie,<br />
numerus fixus, f<strong>in</strong>anciële drempels); en ver<strong>de</strong>r bekostig<strong>in</strong>gswijze, prijsvorm<strong>in</strong>g en, tot<br />
slot, <strong>de</strong> vraag of en hoe kwaliteitsbeoor<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g en <strong>in</strong>formatievoorzien<strong>in</strong>g zijn geregeld.<br />
Wat blijkt is dat <strong>de</strong> overheid <strong>in</strong> elk stelsel het publieke belang van het hoger on<strong>de</strong>rwijs<br />
bewaakt, met als voornaamste <strong>in</strong>strumenten subsidiër<strong>in</strong>g van <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen en f<strong>in</strong>anciële<br />
on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g van stu<strong>de</strong>nten. In elk land, behalve Michigan, probeert ze ook <strong>de</strong> kwaliteit<br />
van het hoger on<strong>de</strong>rwijs te borgen, door accreditatie dan wel eisen aan studieprogramma’s.<br />
Opmerkelijk is dat concurrentie op kwaliteit vrijwel nergens blijkt voor te komen.<br />
Dit kan komen doordat <strong>de</strong>rgelijke concurrentie door regelgev<strong>in</strong>g onmogelijk wordt<br />
gemaakt, of doordat ze wegens gebrek aan f<strong>in</strong>anciële prikkels niet lonend is, ofwel<br />
doordat <strong>de</strong> <strong>markt</strong> te ondoorzichtig is. Slechts <strong>in</strong> het Verenigd Kon<strong>in</strong>krijk concurreren<br />
<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen om <strong>de</strong> beste stu<strong>de</strong>nten. Dit gaat echter ten koste van <strong>de</strong> algemene toegankelijkheid,<br />
omdat er m<strong>in</strong><strong>de</strong>r plaatsen dan belangstellen<strong>de</strong>n voor een studie <strong>in</strong> het hoger<br />
on<strong>de</strong>rwijs zijn. Tot slot lijkt er een relatie te bestaan tussen <strong>markt</strong>structuur en transparantie<br />
van <strong>de</strong> <strong>markt</strong>, <strong>in</strong> <strong>de</strong> z<strong>in</strong> dat naarmate <strong>de</strong> markstructuur opener is het<br />
opleid<strong>in</strong>genaanbod m<strong>in</strong><strong>de</strong>r doorzichtig wordt. Er is dan wel meer <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g maar het<br />
resultaat ervan is niet optimaal.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Het post-<strong>in</strong>itiële on<strong>de</strong>rwijs vormt een on<strong>de</strong>rwijssector die met <strong>de</strong> opkomst van ‘levenslang<br />
leren’ steeds belangrijker wordt en waar ook effectief van een steeds stijgen<strong>de</strong><br />
<strong>de</strong>elname sprake is. Het is een terre<strong>in</strong> waar <strong>de</strong> discussie over <strong>de</strong> verhoud<strong>in</strong>g tussen<br />
publieke en private aanbie<strong>de</strong>rs en <strong>de</strong> rol van <strong>de</strong> overheid zeer actueel is. Marktwerk<strong>in</strong>g is<br />
er eer<strong>de</strong>r regel dan uitzon<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g. In hoofdstuk 12 beschrijft Houtkoop eerst, op basis<br />
van on<strong>de</strong>r meer een monitor die voor post-<strong>in</strong>itiële activiteiten ontwikkeld werd, het<br />
Ne<strong>de</strong>rlandse post-<strong>in</strong>itiële on<strong>de</strong>rwijs. Hij beziet met name <strong>de</strong> <strong>markt</strong> voor werken<strong>de</strong>n.<br />
Hij schetst <strong>de</strong> doelgroep, <strong>de</strong> mate waar<strong>in</strong> <strong>de</strong>ze aan post-<strong>in</strong>itiële schol<strong>in</strong>g <strong>de</strong>elneemt en <strong>de</strong><br />
re<strong>de</strong>n waarom, het soort aanbod dat wordt gevolgd en <strong>de</strong> relatie tot het werk. Hij karakteriseert<br />
<strong>de</strong> doelgroep ook <strong>in</strong> termen van opleid<strong>in</strong>gsniveau, leeftijd en sekse. Vervolgens<br />
beziet hij <strong>de</strong> ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van het aanbod: het publieke aanbod, door hoger on<strong>de</strong>rwijs en <strong>de</strong><br />
bve-sector verzorgd, versus het private aanbod, met commercieel en bedrijfs- of branchegebon<strong>de</strong>n<br />
schol<strong>in</strong>g. Tot slot gaat hij na welke <strong>de</strong>elnemers zich <strong>in</strong> welke aantallen tot welk<br />
schol<strong>in</strong>gsaanbod wen<strong>de</strong>n. Internationaal vergelijkend on<strong>de</strong>rzoek laat zien dat Ne<strong>de</strong>rland<br />
qua <strong>de</strong>elname aan post-<strong>in</strong>itiële trajecten een mid<strong>de</strong>npositie <strong>in</strong>neemt. Houtkoop maakt<br />
meer specifiek een vergelijk<strong>in</strong>g met drie lan<strong>de</strong>n die hoge <strong>de</strong>elnamepercentages kennen:<br />
Zwe<strong>de</strong>n, Denemarken en het Verenigd Kon<strong>in</strong>krijk. In zowel Zwe<strong>de</strong>n als Denemarken is<br />
sprake van een grootschalig publiek gef<strong>in</strong>ancierd post-<strong>in</strong>itieel aanbod en een correspon<strong>de</strong>rend<br />
beschei<strong>de</strong>n positie voor particuliere aanbie<strong>de</strong>rs. Het resultaat is een hoge<br />
schol<strong>in</strong>gs<strong>de</strong>elname, zowel op bedrijfsniveau als <strong>in</strong>dividueel. In het Verenigd Kon<strong>in</strong>krijk is<br />
<strong>de</strong> overheids<strong>in</strong>vloed bijna nihil. Toch is hier ook sprake van hoge schol<strong>in</strong>gs<strong>de</strong>elname,<br />
vermoe<strong>de</strong>lijk omdat een goed ontwikkeld stelsel voor beroepson<strong>de</strong>rwijs ontbreekt en het<br />
algemene schol<strong>in</strong>gsniveau laag is. Het is voor bedrijven noodzaak vaardigheidstekorten<br />
van hun werknemers aan te vullen. Opvallend is dat, <strong>in</strong> tegenstell<strong>in</strong>g tot Ne<strong>de</strong>rland,<br />
publieke <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen op <strong>de</strong> Britse schol<strong>in</strong>gs<strong>markt</strong> een sterke positie hebben. Zij stellen<br />
zich <strong>markt</strong>gericht op en hebben een traditie op het terre<strong>in</strong> van on<strong>de</strong>rwijs aan volwassenen.<br />
In het algemeen lijkt <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse post-<strong>in</strong>itiële situatie toch eer<strong>de</strong>r op het Britse<br />
dan op het Scand<strong>in</strong>avische mo<strong>de</strong>l. Het pr<strong>in</strong>cipe hier is nog steeds dat schol<strong>in</strong>g van<br />
werken<strong>de</strong>n een zaak is van <strong>de</strong> sociale partners, zon<strong>de</strong>r directe overheids<strong>in</strong>vloed. Wel is<br />
<strong>de</strong> <strong>in</strong>directe <strong>in</strong>terventie, bijvoorbeeld via belast<strong>in</strong>gsfaciliteiten, hier relatief genereus.<br />
Schol<strong>in</strong>g lijkt voor <strong>de</strong> sociale partners ook sterker een gemeenschappelijk gedragen belang.<br />
Deel IV gaat <strong>in</strong> op ervar<strong>in</strong>gen met en effecten van <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g en markwerk<strong>in</strong>g. In het<br />
artikel van De Heer staat <strong>de</strong> vraag centraal <strong>in</strong> hoeverre <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>gsbedoel<strong>in</strong>gen<br />
daadwerkelijk tot <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g en autonomievergrot<strong>in</strong>g van scholen lei<strong>de</strong>n. Bronneman<br />
gaat vervolgens na <strong>in</strong> hoeverre <strong>de</strong> eventuele ruimte die door <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g ontstaat, door<br />
<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen kan wor<strong>de</strong>n gebruikt voor <strong>markt</strong>gerichte profiler<strong>in</strong>g en concurrentie en <strong>in</strong><br />
hoeverre ze ook daadwerkelijk zo gebruikt wordt. Waslan<strong>de</strong>r tot slot geeft een <strong>in</strong>ternationaal<br />
overzicht van wat bekend is over effecten van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g op kwaliteit, toegankelijkheid,<br />
doelmatigheid en bestelsamenhang.<br />
De Heer on<strong>de</strong>rzoekt <strong>in</strong> hoofdstuk 13 <strong>de</strong> vraag of <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>gsbedoel<strong>in</strong>gen daadwerkelijk<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g en autonomievergrot<strong>in</strong>g van scholen uitmon<strong>de</strong>n en wat <strong>de</strong> consequenties<br />
zijn voor <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g. Hij presenteert hiertoe een analyse van <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g <strong>in</strong><br />
<strong>de</strong> sector beroepson<strong>de</strong>rwijs en educatie (bve). Na een behan<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van beleids<strong>in</strong>tenties<br />
bij <strong>de</strong> recente Wet educatie en beroepson<strong>de</strong>rwijs, <strong>de</strong> WEB, bespreekt hij <strong>de</strong> daaropvolgen<strong>de</strong><br />
(<strong>de</strong>)reguler<strong>in</strong>gsontwikkel<strong>in</strong>gen. In <strong>de</strong> WEB zijn zowel elementen herkenbaar uit<br />
<strong>de</strong> opener Wet op het hoger on<strong>de</strong>rwijs en wetenschappelijk on<strong>de</strong>rzoek (die ze nastreef<strong>de</strong>)<br />
als uit <strong>de</strong> sterk reguleren<strong>de</strong> Wet op het voortgezet on<strong>de</strong>rwijs (waar <strong>de</strong> sector vandaan<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 25
26<br />
kwam). Dit leidt bij <strong>de</strong> uitwerk<strong>in</strong>g tot een strijd tussen een afstan<strong>de</strong>lijke en een <strong>in</strong>strumenteel<br />
sturen<strong>de</strong> overheid. De wet illustreert dan ook bij uitstek hoe <strong>de</strong> overheid met <strong>de</strong><br />
ene hand <strong>de</strong>reguleert, maar met <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re rereguleert of - ook een karakteristieke<br />
ontwikkel<strong>in</strong>g - an<strong>de</strong>ren toestaat <strong>de</strong> reguler<strong>in</strong>g over te nemen, bijvoorbeeld vakbon<strong>de</strong>n of<br />
on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>spectie. Feitelijke <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> sector kwam <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste plaats op het<br />
f<strong>in</strong>anciële terre<strong>in</strong> tot stand (lump sum). Ver<strong>de</strong>r is er <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g op on<strong>de</strong>r meer personeel<br />
vlak (afgezien van cao’s en van niet onaanzienlijke wachtgeld- en aanverwante<br />
verplicht<strong>in</strong>gen). Er is ook <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g bij <strong>de</strong> kwaliteitszorg (afgezien van het door <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>spectie <strong>in</strong>gevoer<strong>de</strong> Integraal <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gstoezicht), bij het toelat<strong>in</strong>gsbeleid, bij <strong>de</strong> keus<br />
van het opleid<strong>in</strong>genaanbod (waarbij wel met vastgeleg<strong>de</strong> programma’s gewerkt moet<br />
wor<strong>de</strong>n). En mogelijkhe<strong>de</strong>n voor publieke <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen om contractactiviteiten te on<strong>de</strong>rnemen<br />
zijn verruimd evenals mogelijkhe<strong>de</strong>n voor commercieel aanbod om tot <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong><br />
toe te tre<strong>de</strong>n. Het zijn aspecten die qua <strong>markt</strong>relevantie nogal uiteenlopen. Al<br />
met al kan men wel van <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g spreken en, <strong>in</strong> sommige gevallen, van een toename<br />
van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g en eventueel van een positieve <strong>in</strong>vloed op kwaliteit. Maar het kwam<br />
niet tot <strong>de</strong> <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g die bij <strong>de</strong> conceptie van <strong>de</strong> WEB voorzien werd. Uitgangspunt<br />
was oorspronkelijk dat wat <strong>de</strong> WEB niet regelt, is toegestaan. In <strong>de</strong> WEB als zogenaam<strong>de</strong><br />
ka<strong>de</strong>rwet werd echter een apart artikel <strong>in</strong>gebracht dat <strong>de</strong> m<strong>in</strong>ister vergaan<strong>de</strong> bevoegdhe<strong>de</strong>n<br />
toekent te regelen wat hij of zij wil. Het blijkt dat als <strong>de</strong> wetgever toch v<strong>in</strong>dt dat iets<br />
alsnog niet mag, hij zich meer dan bereid toont na<strong>de</strong>re regelgev<strong>in</strong>g te ontwikkelen.<br />
In hoofdstuk 14 beziet Bronneman <strong>de</strong> veron<strong>de</strong>rstel<strong>de</strong> relatie tussen <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g, <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g<br />
en kwaliteit en constateert daar wat losse e<strong>in</strong>djes. Zo was al sprake van een<br />
toename van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs vóór <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g het overheidsstreven<br />
werd. An<strong>de</strong>rzijds stond <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g niet van meet af aan <strong>in</strong> het teken van grotere <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g.<br />
Dereguler<strong>in</strong>g heeft zelfs geleid tot een ontwikkel<strong>in</strong>g die <strong>de</strong> concurrentie tussen<br />
on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen sterk heeft <strong>in</strong>geperkt: schaalvergrot<strong>in</strong>g. Bronneman illustreert een<br />
en an<strong>de</strong>r met een beschrijv<strong>in</strong>g van wat <strong>in</strong> <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijssectoren aan <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g<br />
en schaalvergrot<strong>in</strong>g plaatsvond. Ze schetst daarvan <strong>de</strong> consequenties voor <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g,<br />
<strong>in</strong> termen van concurrentie en verschillen tussen scholen, keuzemogelijkhe<strong>de</strong>n<br />
voor respectievelijk <strong>in</strong>vloed van <strong>de</strong>elnemers en afnemers. Ze gaat ook na welke <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>gsverschijnselen<br />
zich <strong>in</strong> concreto voordoen. Dan volgt <strong>de</strong> vraag <strong>in</strong> hoeverre<br />
<strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g als oorzaak voor <strong>de</strong> toegenomen <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g kan wor<strong>de</strong>n beschouwd en<br />
wat <strong>de</strong> bijdrage van an<strong>de</strong>re factoren was; factoren als een grotere mondigheid van <strong>de</strong>elnemers,<br />
f<strong>in</strong>anciële nood van scholen, of <strong>de</strong> prom<strong>in</strong>entere rol die het bedrijfsleven <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
bve-sector kreeg. Ze conclu<strong>de</strong>ert dat <strong>markt</strong>oriëntatie van scholen uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk eer<strong>de</strong>r met<br />
zulke factoren te maken heeft dan met <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g. Vervolgens signaleert Bronneman<br />
een aantal belemmer<strong>in</strong>gen en stimulansen voor <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs. En tot<br />
slot gaat ze na <strong>in</strong> hoeverre <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g aan kwaliteit bijdraagt. Als kwaliteit geïnterpreteerd<br />
mag wor<strong>de</strong>n als variatie <strong>in</strong> het aanbod van <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen waarmee beter op <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsvraag<br />
kan wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong>gespeeld, dan mag geconstateerd wor<strong>de</strong>n dat <strong>de</strong> beperkte f<strong>in</strong>anciële<br />
ruimte voor <strong>de</strong>rgelijke ontwikkel<strong>in</strong>gen een belemmer<strong>in</strong>g vormt. Ver<strong>de</strong>r betreft een<br />
van <strong>de</strong> opvallen<strong>de</strong>r bev<strong>in</strong>d<strong>in</strong>gen <strong>de</strong> ger<strong>in</strong>ge waar<strong>de</strong> die kwaliteit heeft als issue voor<br />
<strong>de</strong>elnemers aan het on<strong>de</strong>rwijs. Van afnemers gaan wel meer kwaliteits- en vernieuw<strong>in</strong>gsimpulsen<br />
uit. Bronneman conclu<strong>de</strong>ert dat voor een echt pro-actieve <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g, dat<br />
wil zeggen een <strong>markt</strong>situatie waar<strong>in</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen a<strong>de</strong>quaat op ontwikkel<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rwijsvraag kunnen <strong>in</strong>spelen, meer vrijheidsgra<strong>de</strong>n nodig zijn. Met name vrijere<br />
toetred<strong>in</strong>g tot <strong>de</strong> <strong>markt</strong> en vrijere prijsstell<strong>in</strong>g zijn dan van belang. Macro-doelmatigheid<br />
en toegankelijkheid verzetten zich hier echter tegen.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Voor zover <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs wel tot stand komt, al dan niet als gevolg van<br />
<strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g, is <strong>de</strong> vraag wat daarvan <strong>de</strong> effecten zijn op kwaliteit, toegankelijkheid,<br />
doelmatigheid en bestelsamenhang. Waslan<strong>de</strong>r geeft <strong>in</strong> hoofdstuk 15 een overzicht van<br />
wat over effecten bekend is. Ze beziet <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g vanuit het perspectief van<br />
ou<strong>de</strong>rs/<strong>de</strong>elnemers die zelf een school kunnen kiezen (vraagkant) en van scholen die met<br />
elkaar om leerl<strong>in</strong>gen concurreren (aanbodkant). Voorstan<strong>de</strong>rs verwachten op grond<br />
daarvan met name verbeter<strong>in</strong>g van kwaliteit, toegankelijkheid en doelmatigheid.<br />
Tegenstan<strong>de</strong>rs vrezen homogenere groepen en segregatie, met over <strong>de</strong> hele l<strong>in</strong>ie ook<br />
kwaliteitsverlies als resultaat. Gaan<strong>de</strong>weg komt nu on<strong>de</strong>rzoeks<strong>in</strong>formatie over effecten<br />
beschikbaar. Een eerste, algemene bev<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g is dat over effecten vaak geen eenduidige<br />
conclusies te trekken zijn. Voor zover er wel effecten te v<strong>in</strong><strong>de</strong>n zijn, lijken voor- en tegenstan<strong>de</strong>rs<br />
bei<strong>de</strong>, op on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>len, het gelijk aan hun zij<strong>de</strong> te hebben. On<strong>de</strong>rzoek stuit<br />
echter op veel problemen. Zo is het moeilijk over ‘<strong>de</strong>’ effecten van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g te<br />
spreken. Men komt namelijk <strong>in</strong> verschillen<strong>de</strong> lan<strong>de</strong>n op heel verschillen<strong>de</strong> comb<strong>in</strong>aties<br />
van <strong>markt</strong>gerichte maatregelen uit en <strong>in</strong>voer<strong>in</strong>g geschiedt on<strong>de</strong>r sociaal-cultureel en<br />
historisch heel verschillen<strong>de</strong> omstandighe<strong>de</strong>n. Een an<strong>de</strong>r probleem is dat effecten op<br />
micro-, meso- en macro-niveau niet noodzakelijk gelijk zijn en dat on<strong>de</strong>rzoek naar met<br />
name effecten op macro-niveau op methodologische problemen stuit. Enkele voorzichtige<br />
conclusies zijn <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong>. In lan<strong>de</strong>n waar <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g het meest rigoureus werd<br />
<strong>in</strong>gevoerd, blijken prestaties aan <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rkant van <strong>de</strong> <strong>markt</strong> te dalen, zon<strong>de</strong>r dat daar<br />
een verhog<strong>in</strong>g van prestaties aan <strong>de</strong> bovenkant tegenover staat. De comb<strong>in</strong>atie van vrije<br />
schoolkeus en concurrentie tussen scholen lijkt tot homogenere groepen en segregatie te<br />
lei<strong>de</strong>n. Scholen aan <strong>de</strong> bovenkant van <strong>de</strong> <strong>markt</strong> lijken selectiever te wor<strong>de</strong>n. Scholen aan<br />
<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rkant lukt het steeds m<strong>in</strong><strong>de</strong>r om voldoen<strong>de</strong> en kwalitatief hoogwaardige<br />
leerkrachten aan te trekken. Overigens lijkt niet <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g als zodanig <strong>de</strong> oorzaak<br />
van <strong>de</strong>ze verschijnselen, maar <strong>de</strong> comb<strong>in</strong>atie van vrije schoolkeus en selectie door<br />
scholen. Waslan<strong>de</strong>r ziet twee voorwaar<strong>de</strong>n voor positievere effecten van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g:<br />
scholen moeten om leerl<strong>in</strong>gen concurreren <strong>in</strong> plaats van an<strong>de</strong>rsom; en <strong>de</strong>elnemers<br />
moeten bij hun schoolkeus reële alternatieven hebben. Om het <strong>markt</strong>mechanisme te laten<br />
functioneren zal het on<strong>de</strong>rwijs, net als alle <strong>markt</strong>en, een zekere mate van ‘overcapaciteit’<br />
nodig hebben. Dit is m<strong>in</strong><strong>de</strong>r goed verenigbaar met het <strong>markt</strong>criterium ‘doelmatigheid’,<br />
maar slechts bij overcapaciteit zullen àlle scholen <strong>de</strong> concurrentie om leerl<strong>in</strong>gen moeten<br />
aangaan. Daarnaast is overcapaciteit nodig om fluctuaties <strong>in</strong> <strong>de</strong> vraag a<strong>de</strong>quaat op te<br />
kunnen vangen en snel <strong>in</strong> te kunnen spelen op signalen uit <strong>de</strong> <strong>markt</strong>.<br />
Deel V van <strong>de</strong> bun<strong>de</strong>l besluit met een blik op <strong>de</strong> toekomst. Terwijl Wans<strong>in</strong>k daarbij ten<br />
aanzien van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g een on<strong>de</strong>rwijspolitieke lijn doortrekt van recent verle<strong>de</strong>n naar<br />
nabije toekomst, schetst Van Aalst een perspectief dat ver<strong>de</strong>r weg ligt en omvatten<strong>de</strong>r is.<br />
Het vertrekpunt voor Wans<strong>in</strong>ks beschouw<strong>in</strong>g <strong>in</strong> hoofdstuk 16 is <strong>de</strong> verschuiv<strong>in</strong>g die<br />
optreedt <strong>in</strong> het krachtenveld tussen overheid, on<strong>de</strong>rwijs en on<strong>de</strong>rwijsgebruiker. Ten koste<br />
van overheid en aanbodzij<strong>de</strong> versterkt zich <strong>de</strong> positie van ou<strong>de</strong>rs, leerl<strong>in</strong>gen en stu<strong>de</strong>nten.<br />
Daarmee verbetert ook het klimaat voor <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g. Wans<strong>in</strong>k bespreekt een<br />
aantal rapporten die voor een toenemen<strong>de</strong> <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g belangrijk zijn geweest (De<br />
bedrijvige school en Optrekken<strong>de</strong> krijtdampen van <strong>de</strong> commissie Langeveld, zijn eigen<br />
studie Een school om te kiezen en Toekomsten voor het fun<strong>de</strong>rend on<strong>de</strong>rwijs van In ‘t<br />
Veld). Deze rapporten maken <strong>de</strong> noodzaak voor een terugtre<strong>de</strong>n<strong>de</strong> overheid dui<strong>de</strong>lijk.<br />
Ze wijzen ook op maatschappelijke ontwikkel<strong>in</strong>gen die voor het on<strong>de</strong>rwijs een nieuwe<br />
missie meebrengen. Op een aantal van <strong>de</strong>ze ontwikkel<strong>in</strong>gen gaat Wans<strong>in</strong>k vervolgens<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 27
28<br />
na<strong>de</strong>r <strong>in</strong>. Een eerste thema ligt bij <strong>de</strong> <strong>in</strong>formatiser<strong>in</strong>g, globaliser<strong>in</strong>g en <strong>in</strong>dividualiser<strong>in</strong>g,<br />
die ertoe lei<strong>de</strong>n dat <strong>de</strong> plaats van het leren veran<strong>de</strong>rt. Een twee<strong>de</strong> thema is <strong>de</strong> grotere<br />
bewustword<strong>in</strong>g aan <strong>de</strong> vraagkant waarbij ook een grotere behoefte aan diversificatie van<br />
het on<strong>de</strong>rwijs tot uitdrukk<strong>in</strong>g komt. Als <strong>de</strong>r<strong>de</strong> bespreekt Wans<strong>in</strong>k <strong>de</strong> nieuwe eisen die aan<br />
het on<strong>de</strong>rwijs gesteld wor<strong>de</strong>n vanwege <strong>de</strong> opkomst van doelgroepen aan <strong>de</strong> ‘on<strong>de</strong>rkant’,<br />
met name allochtone jongeren. Hij rondt af met een blik op <strong>de</strong> jaren negentig, waar<strong>in</strong> het<br />
beleid gaan<strong>de</strong>weg steeds meer <strong>markt</strong>elementen <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs bracht. Tot slot formuleert<br />
hij voor toekomstig beleid een aantal aandachtspunten die belangrijk zijn voor <strong>de</strong><br />
autonomie van scholen en docenten en voor hun mogelijkhe<strong>de</strong>n om ou<strong>de</strong>rs, leerl<strong>in</strong>gen en<br />
stu<strong>de</strong>nten partij te geven.<br />
Van Aalst gaat <strong>in</strong> het slothoofdstuk <strong>in</strong> op drie ontwikkel<strong>in</strong>gen die een maatschappelijke<br />
transformatie <strong>in</strong>lui<strong>de</strong>n van een <strong>in</strong>dustriële naar een netwerkmaatschappij. Het gaat om<br />
veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> productie en het gebruik van kennis, om veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> sociale<br />
structuur en om toenemen<strong>de</strong> globaliser<strong>in</strong>g. Hij meent dat <strong>de</strong>ze ontwikkel<strong>in</strong>gen aan leren<br />
en on<strong>de</strong>rwijs fundamenteel nieuwe eisen zullen stellen. Vanuit dat perspectief schiet <strong>de</strong><br />
huidige <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>gsbena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g tekort. Van Aalst werkt een scenario uit dat van <strong>de</strong><br />
genoem<strong>de</strong> trends uitgaat. De uitkomst is dan niet langer een <strong>markt</strong> met scholen.<br />
Schoolkeuze door ou<strong>de</strong>rs is niet ook niet meer <strong>de</strong> voornaamste variabele: er zijn meer<br />
vragers. Keuzen hebben geen betrekk<strong>in</strong>g meer op scholen, maar op meer doelgerichte,<br />
<strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijk specifieke leerarrangementen. Mensen arrangeren hun leren, meer dan dat ze<br />
kiezen uit aanbod van standaard kwaliteit. Met aanbie<strong>de</strong>rs wordt on<strong>de</strong>rhan<strong>de</strong>ld over op<br />
maat gesne<strong>de</strong>n aanbod, toegespitst op doelen die <strong>in</strong>dividuen of groepen zich zelf stellen.<br />
Verantwoord<strong>in</strong>g en stur<strong>in</strong>g gebeurt door meer<strong>de</strong>re stakehol<strong>de</strong>rs en m<strong>in</strong><strong>de</strong>r door een<br />
vastgesteld leerplan. Leren zal meer <strong>in</strong> verschillen<strong>de</strong> maatschappelijke verban<strong>de</strong>n plaatsv<strong>in</strong><strong>de</strong>n<br />
en m<strong>in</strong><strong>de</strong>r <strong>in</strong>stitutioneel gebon<strong>de</strong>n zijn aan een school en scholen nieuwe stijl<br />
krijgen kenmerken van netwerkorganisaties. Aanbie<strong>de</strong>rs zijn specifiek, <strong>in</strong>ternationaal<br />
en/of heel lokaal. Leraren wor<strong>de</strong>n meer on<strong>de</strong>rnemer dan werknemer. Het perspectief is<br />
een leren<strong>de</strong> samenlev<strong>in</strong>g, eer<strong>de</strong>r dan een stelsel van on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen. Van Aalst<br />
e<strong>in</strong>digt met <strong>de</strong> aanbevel<strong>in</strong>g het overheidsbeleid m<strong>in</strong><strong>de</strong>r te richten op <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen,<br />
standaar<strong>de</strong>n, concurrentie tussen gevestig<strong>de</strong> aanbie<strong>de</strong>rs en centraal gestuur<strong>de</strong> <strong>in</strong>novatie.<br />
Aandacht is nodig voor alternatieve arrangementen, die zijn <strong>in</strong>gebed <strong>in</strong> <strong>de</strong> maatschappelijke<br />
werkelijkheid buiten het on<strong>de</strong>rwijs. Er moet m<strong>in</strong><strong>de</strong>r op <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g gestuurd<br />
wor<strong>de</strong>n en meer op leren <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong>.<br />
3 Conclusie<br />
Marktwerk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs, zo blijkt uit <strong>de</strong>ze bun<strong>de</strong>l, is geen kwestie van overheid òf<br />
<strong>markt</strong>. Het zal altijd zoeken zijn naar een werkbaar evenwicht tussen bei<strong>de</strong>. Steeds moet<br />
reken<strong>in</strong>g gehou<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>n met <strong>de</strong> publieke belangen waar on<strong>de</strong>rwijs voor staat. Deze<br />
belangen moeten geconcretiseerd wor<strong>de</strong>n, zodat dui<strong>de</strong>lijk wordt welke risico’s van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g<br />
acceptabel zijn en waar <strong>de</strong> grens getrokken moet wor<strong>de</strong>n, dat wil zeggen: waar<br />
<strong>de</strong> overheidsbemoeienis beg<strong>in</strong>t. Overheidsbemoeienis kent allerlei gradaties en vormen<br />
en betekent ook niet noodzakelijkerwijs dat <strong>de</strong> <strong>markt</strong> wegvalt. Ook via <strong>de</strong> <strong>markt</strong> kan<br />
wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong>gegrepen, mits voor a<strong>de</strong>quate borg<strong>in</strong>g wordt gekozen en aandacht bestaat<br />
voor essentiële randvoorwaar<strong>de</strong>n. Uit eer<strong>de</strong>re ervar<strong>in</strong>gen met <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> uiteenlopen<strong>de</strong><br />
beleidssectoren en met name ook uit <strong>in</strong>ternationale ervar<strong>in</strong>gen met markwerk<strong>in</strong>g<br />
<strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs valt daarover veel te leren. Ook on<strong>de</strong>rzoek en gerichte experimenten<br />
bie<strong>de</strong>n mogelijkhe<strong>de</strong>n. De ervar<strong>in</strong>gen maken <strong>in</strong> ie<strong>de</strong>r geval dui<strong>de</strong>lijk dat <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
geen panacee is. Ze bie<strong>de</strong>n echter ook zicht op waar en waarom het soms mis gaat en<br />
daarmee ook op <strong>de</strong> noodzakelijke randvoorwaar<strong>de</strong>n.<br />
Wat <strong>de</strong> bun<strong>de</strong>l ver<strong>de</strong>r oplevert, is een wat genuanceer<strong>de</strong> blik op <strong>de</strong> beleidstheorie over <strong>de</strong><br />
relatie tussen <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g, concurrentie en <strong>markt</strong>oriëntatie enerzijds en an<strong>de</strong>rzijds<br />
kwaliteit en overige ijkpunten voor het on<strong>de</strong>rwijsbeleid. Concurrentie tussen scholen<br />
blijkt niet noodzakelijk van <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g afhankelijk en <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g op zich blijkt onvoldoen<strong>de</strong><br />
voorwaar<strong>de</strong> voor scholen om zich te profileren en zo hun concurrentiepositie te<br />
verstevigen. Concurrentie tussen scholen houdt ook lang niet altijd concurrentie op<br />
kwaliteit <strong>in</strong>. Wil <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g via concurrentie tot kwaliteitsverbeter<strong>in</strong>g kunnen lei<strong>de</strong>n,<br />
dan is het met name nodig dat ze <strong>de</strong> <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke mogelijkhe<strong>de</strong>n van scholen vergroot<br />
om <strong>in</strong> te spelen op <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsvraag. Wat tot op he<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g plaatsvond is<br />
niet gericht op <strong>de</strong> aspecten van het on<strong>de</strong>rwijs die daarvoor het meest relevant zijn. Met<br />
name mogelijkhe<strong>de</strong>n tot flexibiliser<strong>in</strong>g en diversificatie <strong>in</strong> het aanbod zijn belangrijk. Dat<br />
veron<strong>de</strong>rstelt <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijskundige dome<strong>in</strong>. Het betekent dat tot zekere<br />
hoogte het geüniformeer<strong>de</strong>, gestandaardiseer<strong>de</strong> aanbod wordt losgelaten, dat scholen<br />
<strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijk meer ruimte krijgen en dat leer- en certificer<strong>in</strong>gsmogelijkhe<strong>de</strong>n geopend<br />
wor<strong>de</strong>n buiten het gevestig<strong>de</strong> aanbod om. De overheid zal enerzijds moeten zoeken naar<br />
on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>gsopties die relatief ‘veilig’ zijn. An<strong>de</strong>rzijds zal ze<br />
nieuwe wegen moeten zoeken om haar e<strong>in</strong>dverantwoor<strong>de</strong>lijkheid waar te maken voor<br />
kwaliteit, toegankelijkheid, doelmatigheid en samenhang <strong>in</strong> het bestel.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 29
Literatuur<br />
30<br />
Bosch, D.P. van <strong>de</strong>n (2000),<br />
Marktwerk<strong>in</strong>g, <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g en wetgev<strong>in</strong>gskwaliteit, 60 projecten en ver<strong>de</strong>r.<br />
Regelmaat, afl. 2000/6, p. 264-278.<br />
Grit, K.J. <strong>de</strong> (2000),<br />
Economiser<strong>in</strong>g als probleem. Een studie naar <strong>de</strong> bedrijfsmatige stad en <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rnemen<strong>de</strong><br />
universiteit. Assen: Van Gorcum.<br />
M<strong>in</strong>isterie van <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>, Cultuur en Wetenschappen (1985),<br />
Meer over management. Versterk<strong>in</strong>g management on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen. TK<br />
1985-1986, 19132, nrs. 1-2.<br />
M<strong>in</strong>isterie van <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>, Cultuur en Wetenschappen (1985),<br />
M<strong>in</strong><strong>de</strong>r regels, meer ruimte. TK 1985-1986, 19200 VIII, nr. 63.<br />
M<strong>in</strong>isterie van <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>, Cultuur en Wetenschappen (1985),<br />
Hoger on<strong>de</strong>rwijs, autonomie en kwaliteit. TK 1985-1986, 19253, nrs. 1-2.<br />
M<strong>in</strong>isterie van <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>, Cultuur en Wetenschappen (1988),<br />
De school op weg naar 2000. Een bestur<strong>in</strong>gsfilosofie voor <strong>de</strong> negentiger jaren.<br />
Den Haag: Staatsuitgeverij.<br />
M<strong>in</strong>isterie van OC&W (1993),<br />
Kernpuntennotitie over <strong>de</strong> Wet educatie en beroepson<strong>de</strong>rwijs. Zoetermeer:<br />
M<strong>in</strong>isterie van OCenW.<br />
M<strong>in</strong>isterie van <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>, Cultuur en Wetenschappen (1995),<br />
De school als leren<strong>de</strong> organisatie. Kwaliteitsbeleid op scholen voor primair en<br />
voortgezet on<strong>de</strong>rwijs. Den Haag: Staatsuitgeverij.<br />
M<strong>in</strong>isterie van <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>, Cultuur en Wetenschappen (1999),<br />
Sterke <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen, verantwoor<strong>de</strong>lijke overheid. Den Haag: Sdu.<br />
M<strong>in</strong>isterie van <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>, Cultuur en Wetenschappen (2000),<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> stell<strong>in</strong>g. Den Haag: Sdu.<br />
Murphy, J. (1999),<br />
New consumerism: evolv<strong>in</strong>g market dynamics <strong>in</strong> the <strong>in</strong>stitutional dimension of<br />
school<strong>in</strong>g. In: J. Murphy and K.S. Louis (eds.), Handbook of research on<br />
educational adm<strong>in</strong>istration. Jossey-Bass Inc.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad (1996),<br />
‘Kerntaken van <strong>de</strong> overheid met betrekk<strong>in</strong>g tot het on<strong>de</strong>rwijs’. In: Verslag over<br />
1995. Den Haag: <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Rijksbegrot<strong>in</strong>g 2000,<br />
TK 1999-2000, 26800 VIII, nr. 6 (Verslag hou<strong>de</strong>n<strong>de</strong> een lijst van vragen en<br />
antwoor<strong>de</strong>n).<br />
Rijksbegrot<strong>in</strong>g 2001,<br />
TK 2000-2001, 27400, nr. 2.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 31
2 “Va<strong>de</strong>rtje staat naar een verpleegtehuis”<br />
32<br />
ENKELE HISTORISCHE BESCHOUWINGEN OVER HET MARKTPRINCIPE IN HET ONDERWIJS<br />
S. Karsten 1<br />
De laatste <strong>de</strong>cennia is het <strong>markt</strong>pr<strong>in</strong>cipe <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs vooral bepleit door reger<strong>in</strong>gen<br />
die een alternatief zochten voor het publieke monopolie op <strong>de</strong> lever<strong>in</strong>g van publieke<br />
diensten. De geschie<strong>de</strong>nis van het Ne<strong>de</strong>rlandse on<strong>de</strong>rwijsbestel laat echter zien dat <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>troductie van <strong>markt</strong>mechanismen (vrije schoolkeuze, zelfstur<strong>in</strong>g en vraagf<strong>in</strong>ancie-<br />
r<strong>in</strong>g) niet noodzakelijk tot stand hoeft te komen op basis van <strong>de</strong> vrije <strong>markt</strong>i<strong>de</strong>ologie,<br />
maar dat ook sociaal-culturele factoren een rol kunnen spelen. Daarom wordt eerst<br />
<strong>in</strong>gaan op enkele historische en comparatieve aspecten van <strong>de</strong> traditionele Ne<strong>de</strong>rlandse<br />
‘quasi-<strong>markt</strong>’. Tegen die achtergrond wor<strong>de</strong>n vervolgens het recente ‘<strong>markt</strong><strong>de</strong>nken’ en<br />
<strong>de</strong> daaruit voortgekomen maatregelen <strong>in</strong> <strong>de</strong> jaren tachtig en negentig geplaatst.<br />
Tenslotte wordt een verklar<strong>in</strong>g gezocht voor het maatschappelijke en politieke succes<br />
van het ‘<strong>markt</strong><strong>de</strong>nken’.<br />
1 Inleid<strong>in</strong>g<br />
S<strong>in</strong>ds <strong>de</strong> jaren tachtig staat <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland <strong>de</strong> wijze van bestur<strong>in</strong>g van het on<strong>de</strong>rwijs door<br />
<strong>de</strong> overheid ter discussie. De kritiek op het stelsel van centraal vastgestel<strong>de</strong>, <strong>de</strong>taillistische<br />
regel<strong>in</strong>gen was toen vrij algemeen. Dit stelsel zou we<strong>in</strong>ig effectief en efficiënt zijn<br />
en zou zowel het on<strong>de</strong>rwijsveld als <strong>de</strong> overheid onnodig belasten. Deze kritiek kwam<br />
niet uit <strong>de</strong> lucht vallen. Zij was, paradoxaal genoeg, zelf een product van <strong>de</strong> toenemen<strong>de</strong><br />
vervlecht<strong>in</strong>g van overheid en maatschappij. Bij elk maatschappelijk probleem werd eerst<br />
naar <strong>de</strong> overheid gekeken voor een oploss<strong>in</strong>g. Zo werd <strong>de</strong> overheid gedwongen steeds<br />
meer taken op zich te nemen. In <strong>de</strong> jaren tachtig is dit proces op zijn grenzen gestoten<br />
en wer<strong>de</strong>n ‘maakbaarheid’ en ‘overheidsstur<strong>in</strong>g’ voorwerp van kritiek en twijfel. De<br />
overheid moest een stapje terug doen, of zoals <strong>de</strong> toenmalige m<strong>in</strong>ister van <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> en<br />
Wetenschappen, Deetman, het <strong>in</strong> 1988 verwoord<strong>de</strong>:<br />
1 S. Karsten is universitair hoofddocent beleid en organisatie van het on<strong>de</strong>rwijs aan <strong>de</strong> Universiteit van<br />
Amsterdam en manager van het SCO-Kohnstamm Instituut te Amsterdam.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
“Va<strong>de</strong>rtje Staat is door <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren naar een verpleeghuis gestuurd. Hij g<strong>in</strong>g<br />
steeds stroever lopen, zijn gehoor liep hard achteruit, <strong>de</strong> ogen waren niet meer<br />
zo best en zijn geest was ook niet meer zo vief. Alleen <strong>de</strong> eetlust, die was nog<br />
prima.”<br />
In dit hoofdstuk zal ik laten zien hoe <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland het historisch gegroei<strong>de</strong> bestel, dat<br />
reeds vroeg gekenmerkt werd door ‘quasi-<strong>markt</strong>’ pr<strong>in</strong>cipes (vrijheid van schoolkeuze,<br />
overheidssubsidiër<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> <strong>in</strong>dividuele vraag en autonomie of zelfstur<strong>in</strong>g van <strong>in</strong>termediaire<br />
<strong>in</strong>stituties tussen staat en samenlev<strong>in</strong>g), veran<strong>de</strong>rd is door het ‘mo<strong>de</strong>rne’, meer<br />
economisch geïnspireer<strong>de</strong> ‘<strong>markt</strong><strong>de</strong>nken’ <strong>in</strong> <strong>de</strong> jaren tachtig en negentig van <strong>de</strong> vorige<br />
eeuw. Tenslotte zal ik enkele verklar<strong>in</strong>gen voor het relatieve succes van het <strong>markt</strong><strong>de</strong>nken<br />
bespreken.<br />
De <strong>markt</strong> als oploss<strong>in</strong>g voor <strong>de</strong> tekortkom<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong> publieke sector<br />
In <strong>de</strong> discussie over <strong>de</strong> bestuurbaarheid van overheidsdiensten en <strong>de</strong> beheersbaarheid<br />
van overheidsuitgaven, die rond 1980 startte, won het <strong>markt</strong>pr<strong>in</strong>cipe aan gezag. De<br />
‘tucht van <strong>de</strong> <strong>markt</strong>’ zou niet alleen beter zijn voor het herstel van <strong>de</strong> economie die<br />
on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> druk van <strong>in</strong>flatie, hoge werkloosheid en overheidstekorten dreig<strong>de</strong> te bezwijken,<br />
maar zou ook veel van <strong>de</strong> algemene gebreken van het overheidsoptre<strong>de</strong>n oplossen.<br />
Het argument daarvoor was dat <strong>de</strong> <strong>markt</strong> <strong>de</strong> mensen weer meer vrijheid, zelfstandigheid<br />
en eigen <strong>in</strong>itiatief zou gunnen, zaken die door een alles beheersen<strong>de</strong> overheid naar <strong>de</strong><br />
achtergrond waren gedreven. Bovendien zou <strong>in</strong> een <strong>markt</strong>situatie ook <strong>de</strong> dienstverlen<strong>in</strong>g<br />
aan het publiek verbeteren. Competitie tussen aanbie<strong>de</strong>rs en meer keuzevrijheid zou<strong>de</strong>n<br />
<strong>de</strong> consumenten <strong>de</strong> garantie bie<strong>de</strong>n dat zij meer ‘waar voor hun geld’ kregen. Hoewel <strong>de</strong><br />
officiële doelstell<strong>in</strong>gen vaak waren gegoten <strong>in</strong> termen als ‘<strong>de</strong> vergrot<strong>in</strong>g van efficiëntie en<br />
effectiviteit’, g<strong>in</strong>g achter veel maatregelen een (verborgen) doelstell<strong>in</strong>g van bezu<strong>in</strong>ig<strong>in</strong>g<br />
schuil.<br />
De opmars van het <strong>markt</strong><strong>de</strong>nken leid<strong>de</strong> <strong>in</strong> veel mo<strong>de</strong>rne westerse lan<strong>de</strong>n (na <strong>de</strong> val van<br />
het communisme ook <strong>in</strong> Mid<strong>de</strong>n- en Oost-Europa) tot belangrijke bestuurlijke hervorm<strong>in</strong>gen<br />
<strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs. De kern daarvan was het creëren van een meer competitieve,<br />
<strong>markt</strong>achtige omgev<strong>in</strong>g voor scholen. In <strong>de</strong> praktijk kon dit een variëteit aan maatregelen<br />
<strong>in</strong>hou<strong>de</strong>n. Enkele van <strong>de</strong> bekendste zijn: meer vrijheid van schoolkeuze voor ou<strong>de</strong>rs en<br />
leerl<strong>in</strong>gen, meer ruimte voor diversiteit <strong>in</strong> het aanbod (‘charter schools’) 2 , meer f<strong>in</strong>anciële<br />
autonomie op schoolniveau (budget of lump-sum f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g), meer ruimte voor an<strong>de</strong>re<br />
f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>gsbronnen dan <strong>de</strong> staat (sponsor<strong>in</strong>g, contractactiviteiten), een sterkere koppel<strong>in</strong>g<br />
van <strong>de</strong> f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g aan behaal<strong>de</strong> ren<strong>de</strong>menten, meer verantwoord<strong>in</strong>g achteraf dan<br />
vooraf, meer steun voor <strong>de</strong> private sector (‘vouchers’, ‘assisted places scheme’) 3 ,<br />
prestatiebelon<strong>in</strong>g van leraren en verzelfstandig<strong>in</strong>g van (on<strong>de</strong>rsteunen<strong>de</strong>) diensten (agentschappen).<br />
2 ‘Charter schools’ zijn scholen die door een organisatie van ou<strong>de</strong>rs en/of leraren of an<strong>de</strong>re belanghebben<strong>de</strong>n<br />
wor<strong>de</strong>n opgericht en bestuurd, en die vervolgens een contract met <strong>de</strong> overheid sluiten over<br />
f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g en reguler<strong>in</strong>g.<br />
3 ‘Vouchers’ zijn <strong>in</strong> het algemeen subsidies die aan een consument wor<strong>de</strong>n verstrekt om zijn of haar<br />
keuze <strong>in</strong> het aanbod van bepaal<strong>de</strong> goe<strong>de</strong>ren of diensten te vergroten. Het is een vorm van vraagf<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g<br />
die er bijvoorbeeld toe kan lei<strong>de</strong>n dat m<strong>in</strong><strong>de</strong>r draagkrachtige leerl<strong>in</strong>gen en stu<strong>de</strong>nten ook ‘dure’<br />
<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen kunnen bezoeken. Een vergelijkbaar effect wordt met het ‘assisted places scheme’ <strong>in</strong><br />
Engeland beoogd, namelijk dat ‘slimme’ arbei<strong>de</strong>rsk<strong>in</strong><strong>de</strong>ren f<strong>in</strong>anciële steun krijgen om het dure privéon<strong>de</strong>rwijs<br />
te kunnen volgen.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 33
34<br />
Naast <strong>in</strong>tellectuele steun (Chubb & Moe, 1990; Tooley, 1996; Coulson, 1999) en politieke<br />
steun (die uit verschillen<strong>de</strong> politieke richt<strong>in</strong>gen kwam) was er ook kritiek op (aspecten<br />
van) <strong>de</strong> <strong>markt</strong>bena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g. Er wer<strong>de</strong>n vraagtekens geplaatst bij <strong>de</strong> stell<strong>in</strong>g dat meer<br />
keuzevrijheid en meer autonomie van scholen zou<strong>de</strong>n leid<strong>de</strong>n tot grotere effectiviteit<br />
(House, 1998; Leune, 1994). Een veelgehoor<strong>de</strong> kritiek was ook, dat on<strong>de</strong>rwijs niet op een<br />
volledige vrije <strong>markt</strong> aangebo<strong>de</strong>n kon wor<strong>de</strong>n zon<strong>de</strong>r dat een aantal van zijn publieke<br />
functies gevaar liep (bijvoorbeeld algemene toegankelijkheid, vorm<strong>in</strong>g tot gelijke<br />
burgers, non-discrim<strong>in</strong>atie; zie Wr<strong>in</strong>ge, 1994). Juist vanwege <strong>de</strong> erkenn<strong>in</strong>g van die<br />
publieke functies en an<strong>de</strong>re maatschappelijke overweg<strong>in</strong>gen (bijvoorbeeld rechtvaardigheidsmotieven)<br />
werd nergens ter wereld <strong>de</strong> <strong>markt</strong>bena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g tot zijn uiterste consequenties<br />
doorgevoerd. De aard van <strong>de</strong> <strong>markt</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> private sector en zelfs <strong>in</strong> <strong>de</strong>len van <strong>de</strong><br />
publieke sector (zoals het openbaar vervoer en <strong>de</strong> energievoorzien<strong>in</strong>g) verschil<strong>de</strong><br />
daarvoor te veel van het on<strong>de</strong>rwijs. De <strong>markt</strong> die nu <strong>in</strong> een aantal on<strong>de</strong>rwijs- en zorgsystemen<br />
vorm gekregen heeft, wordt dan ook wel als ‘quasi-<strong>markt</strong>’ aangeduid (Le Grand,<br />
1991; Le Grand & Bartlett, 1993).<br />
‘Quasi-<strong>markt</strong>’<br />
De term ‘quasi-<strong>markt</strong>’ wordt, kort gezegd, gebruikt om een comb<strong>in</strong>atie van keuzevrijheid<br />
en publieke f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g aan te dui<strong>de</strong>n. Er v<strong>in</strong>dt geen directe betal<strong>in</strong>g tussen <strong>in</strong>dividuele<br />
‘kopers’ en ‘aanbie<strong>de</strong>rs’ plaats, zoals <strong>in</strong> een zuivere <strong>markt</strong>situatie, maar <strong>de</strong> ‘aanbie<strong>de</strong>rs’<br />
wor<strong>de</strong>n door <strong>de</strong> overheid betaald per leerl<strong>in</strong>g. De prijsstell<strong>in</strong>g geschiedt dus door <strong>de</strong><br />
overheid. An<strong>de</strong>rs dan <strong>in</strong> een vrije <strong>markt</strong> is elke ‘koper’ vanwege <strong>de</strong> leerplicht tot een<br />
zekere leeftijd gedwongen te kiezen uit het voorhan<strong>de</strong>n zijn<strong>de</strong> aanbod (keuzevrijheid is<br />
met an<strong>de</strong>re woor<strong>de</strong>n een ‘mandatory right’). Ook aan <strong>de</strong> aanbodzij<strong>de</strong> zijn er restricties<br />
die over het algemeen niet <strong>in</strong> een vrije <strong>markt</strong> gel<strong>de</strong>n. Zo is <strong>de</strong> toetred<strong>in</strong>g van nieuwe<br />
‘aanbie<strong>de</strong>rs’ dui<strong>de</strong>lijk gereguleerd en wordt het aanbod aan regels on<strong>de</strong>rworpen. Ver<strong>de</strong>r<br />
hoeven <strong>de</strong> ‘aanbie<strong>de</strong>rs’ niet noodzakelijk privaat eigendom te zijn of gericht op w<strong>in</strong>stmaximalisatie.<br />
Ten slotte is het ‘product’ an<strong>de</strong>rs. <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> is <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste plaats een<br />
zogenaamd ‘ervar<strong>in</strong>gsgoed’, dat wil zeggen dat <strong>de</strong> kwaliteit van het goed pas tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong><br />
consumptie dui<strong>de</strong>lijk wordt. Dit impliceert on<strong>de</strong>r meer dat eenmaal gemaakte keuzen<br />
(bijvoorbeeld een verkeer<strong>de</strong> school of verkeer<strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g) slechts met hoge kosten<br />
gecorrigeerd kunnen wor<strong>de</strong>n. In <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> plaats heeft <strong>de</strong> <strong>in</strong>dividuele keuze gevolgen<br />
voor het product zelf. Wanneer bijvoorbeeld ‘rijke kopers’ zich afschei<strong>de</strong>n of afgeschei<strong>de</strong>n<br />
wor<strong>de</strong>n van ‘m<strong>in</strong><strong>de</strong>r goed be<strong>de</strong>el<strong>de</strong>n’ (segregatie op basis van leervermogen en/of<br />
sociaal-economische positie) heeft dit consequenties voor <strong>de</strong> aard van het gebo<strong>de</strong>n<br />
on<strong>de</strong>rwijs. Daarom wordt ook <strong>in</strong> dit opzicht <strong>de</strong> <strong>markt</strong> hier en daar gereguleerd (m<strong>in</strong><strong>de</strong>r<br />
selectiviteit).<br />
De laatste <strong>de</strong>cennia is <strong>de</strong> ‘quasi-<strong>markt</strong>’ vooral gepropageerd door reger<strong>in</strong>gen die een<br />
alternatief zochten voor het publieke monopolie op <strong>de</strong> lever<strong>in</strong>g van publieke diensten<br />
(Clune & Witte, 1990). De geschie<strong>de</strong>nis van het Ne<strong>de</strong>rlandse en Belgische on<strong>de</strong>rwijsbestel<br />
laat echter zien dat een <strong>de</strong>rgelijke ‘quasi-<strong>markt</strong>’ niet noodzakelijk tot stand hoeft te<br />
komen op basis van <strong>de</strong> vrije <strong>markt</strong>i<strong>de</strong>ologie, maar dat ook sociaal-culturele factoren een<br />
rol kunnen spelen (Van<strong>de</strong>nberghe, 1996). Daarom zal ik eerst <strong>in</strong>gaan op enkele historische<br />
en comparatieve aspecten van <strong>de</strong> traditionele Ne<strong>de</strong>rlandse ‘quasi-<strong>markt</strong>’ (paragraaf<br />
2). Tegen die achtergrond zal ik vervolgens het <strong>markt</strong><strong>de</strong>nken en <strong>de</strong> daaruit voortgekomen<br />
maatregelen <strong>in</strong> <strong>de</strong> jaren tachtig en negentig plaatsen (paragraaf 3) en een typer<strong>in</strong>g<br />
van <strong>de</strong> mo<strong>de</strong>rne ‘quasi-<strong>markt</strong>’ geven (paragraaf 4). Tenslotte zal ik het maatschappelijke<br />
en politieke succes van het <strong>markt</strong><strong>de</strong>nken trachten te dui<strong>de</strong>n (paragraaf 5).<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
2 De traditionele Ne<strong>de</strong>rlandse ‘quasi-<strong>markt</strong>’<br />
Al vele <strong>de</strong>cennia is het Ne<strong>de</strong>rlandse on<strong>de</strong>rwijsbestel gebaseerd op enkele belangrijke<br />
‘quasi-<strong>markt</strong>’ beg<strong>in</strong>selen. Zowel openbare als private scholen krijgen gelijke f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g<br />
op basis van leerl<strong>in</strong>gaantallen. Ou<strong>de</strong>rs zijn vrij <strong>in</strong> <strong>de</strong> keuze van scholen, mits <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>g<br />
aan bepaal<strong>de</strong> geschiktheidseisen voldoet. In <strong>de</strong> leerplichtige leeftijd mogen scholen geen<br />
verplicht schoolgeld heffen. Ten slotte kennen <strong>de</strong> private scholen een eigen bestuur en<br />
<strong>de</strong> vrijheid van <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g. Dit <strong>in</strong>stitutionele arrangement, dat <strong>de</strong> buitengewone aandacht<br />
van menige buitenlandse waarnemer van privatiser<strong>in</strong>g en schoolkeuzevrijheid heeft<br />
getrokken (Glenn, 1989; Brown, 1992a; Hirsch, 1994), is ontstaan <strong>in</strong> <strong>de</strong> negentien<strong>de</strong><br />
eeuw uit een conflict tussen kerkelijke groeper<strong>in</strong>gen en <strong>de</strong> jong-liberale burgerij die<br />
streef<strong>de</strong> naar een ‘door-en-door verlichte’ natie.<br />
Dit conflict is niet uniek voor Ne<strong>de</strong>rland. Net als <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland is overal <strong>in</strong> Europa een<br />
strijd tussen kerk en staat gevoerd over het karakter van het on<strong>de</strong>rwijs. Die strijd is<br />
veelal ontbrand omdat <strong>de</strong> verlichte burgerij tegen het e<strong>in</strong><strong>de</strong> van <strong>de</strong> achttien<strong>de</strong> eeuw<br />
belang begon te hechten aan een nationaal stelsel van massa-on<strong>de</strong>rwijs voor <strong>de</strong> opbouw<br />
van een mo<strong>de</strong>rne natiestaat. Elementen daar<strong>in</strong> waren: <strong>de</strong> proclamatie van het on<strong>de</strong>rwijs<br />
als een zaak van nationaal belang, <strong>de</strong> <strong>in</strong>troductie van wetgev<strong>in</strong>g om het on<strong>de</strong>rwijs<br />
verplicht te stellen, <strong>de</strong> opricht<strong>in</strong>g van een nationaal m<strong>in</strong>isterie van on<strong>de</strong>rwijs, <strong>de</strong><br />
vestig<strong>in</strong>g van een staatstoezicht op scholen en <strong>de</strong> <strong>in</strong>lijv<strong>in</strong>g van het on<strong>de</strong>rwijzerscorps <strong>in</strong><br />
een ambtelijke hiërarchie. De verbreid<strong>in</strong>g van dit ‘cont<strong>in</strong>entale mo<strong>de</strong>l’, ontwikkeld door<br />
<strong>de</strong> grootmachten van dat moment (Frankrijk en Pruisen), g<strong>in</strong>g gepaard met verzet van <strong>de</strong><br />
kant van <strong>de</strong> kerk die het on<strong>de</strong>rwijs tot dan toe had verzorgd en <strong>in</strong> veel gevallen ook<br />
staatskerk was.<br />
Verzet tegen het overheidsmonopolie op het on<strong>de</strong>rwijs kwam niet alleen uit kerkelijke<br />
kr<strong>in</strong>g. Zo schreef <strong>de</strong> aartsva<strong>de</strong>r van <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse grondwet van 1848, <strong>de</strong> liberaal<br />
Thorbecke, al <strong>in</strong> 1829 een brochure waar<strong>in</strong> hij zo’n staatsmonopolie als een verfoeilijke<br />
erfenis van <strong>de</strong> Franse Revolutie en Napoleon beschouw<strong>de</strong>. Napoleon had hiermee<br />
getracht <strong>de</strong> jeugd voor zich te w<strong>in</strong>nen en aan zijn krijgskundige bedoel<strong>in</strong>gen dienstbaar<br />
te maken. Toen <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse conservatieven Thorbecke <strong>in</strong> 1848 verweten dat hij om<br />
opportunistische re<strong>de</strong>nen <strong>de</strong> vrijheid van on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> het ontwerp van <strong>de</strong> nieuwe grondwet<br />
opnam, namelijk als zou hij zo <strong>de</strong> katholieken willen w<strong>in</strong>nen, kon hij hen verwijzen<br />
naar zijn brochure (De Wit, 1980). Al ken<strong>de</strong>n veel an<strong>de</strong>re lan<strong>de</strong>n <strong>in</strong> het toenmalige Europa<br />
geen vrijheid van on<strong>de</strong>rwijs, dat was voor Thorbecke geen re<strong>de</strong>n om van zijn opvatt<strong>in</strong>gen<br />
af te wijken, namelijk dat het on<strong>de</strong>rwijs noch <strong>de</strong> uitsluiten<strong>de</strong> bevoegdheid van <strong>de</strong><br />
overheid was (monopolie) noch die van <strong>de</strong> burger (vrijheid zon<strong>de</strong>r beperk<strong>in</strong>g). Daarmee<br />
was <strong>de</strong> kiem gelegd voor het Ne<strong>de</strong>rlandse bestel, dat een mengel<strong>in</strong>g vormt van twee<br />
or<strong>de</strong>n<strong>in</strong>gspr<strong>in</strong>cipe (<strong>markt</strong> en dirigisme).<br />
Archer (1979) laat <strong>in</strong> haar historisch-sociologische analyse van Europese on<strong>de</strong>rwijssystemen<br />
zien dat <strong>de</strong> staat vrijwel nergens geslaagd is het ou<strong>de</strong> monopolie van <strong>de</strong> kerk<br />
volledig te breken. Daar waar lokale, liberale elites probeer<strong>de</strong>n het on<strong>de</strong>rwijs te laten<br />
verzorgen door <strong>de</strong> lokale gemeenschappen of <strong>de</strong> <strong>markt</strong>, slaag<strong>de</strong>n kerkelijke organisaties<br />
er<strong>in</strong> om via die gemeenschappen of <strong>de</strong> <strong>markt</strong> het on<strong>de</strong>rwijs weer <strong>in</strong> hun macht te krijgen.<br />
In veel lan<strong>de</strong>n doorliep <strong>de</strong>ze strijd, die <strong>in</strong> sommige gevallen bijna hon<strong>de</strong>rd jaar duur<strong>de</strong>,<br />
verschillen<strong>de</strong> fasen. In <strong>de</strong> eerste fase g<strong>in</strong>g het daarbij vrijwel altijd over het (godsdienstige)<br />
karakter van het on<strong>de</strong>rwijs. De twee<strong>de</strong> fase betrof vaak het verkrijgen van een<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 35
36<br />
formele vrijheid van on<strong>de</strong>rwijs. In <strong>de</strong> laatste fase spitste <strong>de</strong> strijd zich toe op het verkrijgen<br />
van staatssubsidies voor het confessionele of private on<strong>de</strong>rwijs. Het resultaat van<br />
<strong>de</strong>ze strijd laat een wisselend patroon van nationale stelsels zien, dat varieert naar het<br />
levensbeschouwelijke karakter van het openbaar on<strong>de</strong>rwijs, <strong>de</strong> mate van overheidsreguler<strong>in</strong>g<br />
en <strong>de</strong> omvang van f<strong>in</strong>anciële steun voor het private on<strong>de</strong>rwijs (Karsten, 1997;<br />
Bishop, 2000). Het is opvallend <strong>in</strong> Europa dat vrijwel nergens, behalve <strong>in</strong> het hoger<br />
on<strong>de</strong>rwijs, zich een commerciële private sector van enige omvang kon handhaven. In<br />
Ne<strong>de</strong>rland bijvoorbeeld wer<strong>de</strong>n door <strong>de</strong> toenemen<strong>de</strong> overheidsreguler<strong>in</strong>g en overheidsf<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g<br />
<strong>de</strong> kostscholen en ook <strong>de</strong> zogenaam<strong>de</strong> Franse scholen of <strong>in</strong>stituten, die op<br />
eigen risico door een schoolhoofd gedreven wer<strong>de</strong>n, <strong>in</strong> <strong>de</strong> loop van <strong>de</strong> negentien<strong>de</strong> eeuw<br />
uit <strong>de</strong> <strong>markt</strong> gedrukt (Karsten, 1992).<br />
James (1988, 1991) heeft zich uitvoerig verdiept <strong>in</strong> <strong>de</strong> omvang en <strong>de</strong> aard die <strong>de</strong> private<br />
sector <strong>in</strong> <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> nationale on<strong>de</strong>rwijsstelsels heeft aangenomen. In <strong>de</strong> eerste<br />
plaats verschilt <strong>de</strong> omvang van <strong>de</strong> private sector per land. Zo varieert <strong>de</strong> relatieve<br />
omvang van <strong>de</strong> private sector op het primaire niveau van 1% tot 98% en op het secundaire<br />
niveau van 2% tot 91%. In een pog<strong>in</strong>g tot verklar<strong>in</strong>g van <strong>de</strong>ze historisch gegroei<strong>de</strong><br />
verschillen, maakt James een on<strong>de</strong>rscheid tussen twee verschillen<strong>de</strong> soorten vragen op<br />
<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong>:<br />
• ‘Excess <strong>de</strong>mand’: een vraag naar (vooral voortgezet en hoger) on<strong>de</strong>rwijs die het<br />
aanbod, dat <strong>de</strong> overheid kan of wil leveren, overstijgt. Re<strong>de</strong>nen voor een te krap<br />
aanbod van <strong>de</strong> overheid kunnen zijn: een gebrek aan mid<strong>de</strong>len voor het on<strong>de</strong>rwijs<br />
of een ger<strong>in</strong>ge ‘rate of return’ op collectief niveau tegenover een hoge<br />
opbrengst op <strong>in</strong>dividueel niveau. Situaties van ‘excess <strong>de</strong>mand’ doen zich vooral<br />
voor <strong>in</strong> ontwikkel<strong>in</strong>gslan<strong>de</strong>n.<br />
• ‘Differentiated <strong>de</strong>mand’: een vraag die het gevolg is van een diepgewortel<strong>de</strong><br />
religieuze of taalkundige verschei<strong>de</strong>nheid, waar een relatief uniform publiek<br />
on<strong>de</strong>rwijs tegenover staat. Situaties van ‘differentiated <strong>de</strong>mand’ doen zich vooral<br />
voor <strong>in</strong> mo<strong>de</strong>rne <strong>in</strong>dustriële lan<strong>de</strong>n met een gesegmenteer<strong>de</strong> maatschappij<br />
(bijvoorbeeld Ne<strong>de</strong>rland). Een on<strong>de</strong>rwijsvraag waar<strong>in</strong> het publieke aanbod niet<br />
voorziet, kan op alle niveaus van het on<strong>de</strong>rwijs wor<strong>de</strong>n waargenomen. Er bestaat<br />
daarom vaak een sterke correlatie tussen <strong>de</strong> omvang van private sectoren <strong>in</strong> het<br />
primair en secundair on<strong>de</strong>rwijs.<br />
Daarnaast merkt James op dat er ook ‘educatieve on<strong>de</strong>rnemers’ moeten zijn die het<br />
on<strong>de</strong>rwijs willen aanbie<strong>de</strong>n. Traditioneel zijn die aanbie<strong>de</strong>rs te v<strong>in</strong><strong>de</strong>n on<strong>de</strong>r religieuze<br />
or<strong>de</strong>n of gemeenschappen. Alleen <strong>in</strong> situaties van ‘excess <strong>de</strong>mand’ zijn er on<strong>de</strong>rnemers<br />
die w<strong>in</strong>stoogmerken zien. Voorbeel<strong>de</strong>n daarvan zijn voornamelijk <strong>in</strong> ontwikkel<strong>in</strong>gslan<strong>de</strong>n<br />
te v<strong>in</strong><strong>de</strong>n en <strong>in</strong> <strong>de</strong> marge van <strong>de</strong> mo<strong>de</strong>rne <strong>in</strong>dustriële naties (zoals <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland commerciële<br />
opleid<strong>in</strong>gen, zoals het Luzac College, voor <strong>de</strong> laatste jaren van het voortgezet<br />
on<strong>de</strong>rwijs). In situaties van ‘differentiated <strong>de</strong>mand’ gaat het vooral om godsdienstige<br />
motieven, zon<strong>de</strong>r direct w<strong>in</strong>stoogmerk. Deze situatie <strong>de</strong>ed zich bijvoorbeeld voor <strong>in</strong><br />
Ne<strong>de</strong>rland <strong>in</strong> <strong>de</strong> negentien<strong>de</strong> eeuw en later <strong>in</strong> <strong>de</strong> Verenig<strong>de</strong> Staten en Frankrijk bij <strong>de</strong><br />
groei van katholieke scholen. Daarbij merkt James terecht op dat eenmaal gevestig<strong>de</strong><br />
confessionele scholen niet onmid<strong>de</strong>llijk verdwijnen wanneer <strong>de</strong> <strong>in</strong>itiële condities verdwenen<br />
zijn. Zo kan het bijvoorbeeld zijn dat eenmaal gegroei<strong>de</strong> kwaliteitsverschillen tussen<br />
confessionele en publieke scholen een factor zijn <strong>in</strong> het voortbestaan van confessionele<br />
scholen <strong>in</strong> een ontkerkelijkte maatschappij (Dijkstra, Dronkers & Hofman, 1997; Bryk, Lee<br />
& Holland, 1994).<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
In twee<strong>de</strong> plaats wijst James (1991) erop dat er een verband is tussen faciliter<strong>in</strong>g (subsidies)<br />
en reguler<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> private sector door <strong>de</strong> overheid. Hoe hoger <strong>de</strong> subsidies, <strong>de</strong>s te<br />
meer reguler<strong>in</strong>g. Deze reguler<strong>in</strong>g strekt zich vooral uit over <strong>de</strong> ‘<strong>in</strong>put’ en <strong>de</strong> prijs.<br />
“This leads us to the po<strong>in</strong>t that <strong>in</strong> almost all cases, even as public fund<strong>in</strong>g<br />
approaches 100%, the f<strong>in</strong>al selection of teachers and stu<strong>de</strong>nts as well teach<strong>in</strong>g<br />
methods is left to the school; this seems to be the s<strong>in</strong>e qua non of ‘private’<br />
education.” (James, 1991, p. 371)<br />
Dit leidt ertoe dat <strong>de</strong> private sector <strong>in</strong> <strong>de</strong> traditionele ‘quasi-<strong>markt</strong>’ steeds meer <strong>in</strong> vorm<br />
en organisatie gaat lijken op <strong>de</strong> publieke sector. 4 Volgens voorstan<strong>de</strong>rs van een echte<br />
‘vrije’ <strong>markt</strong> (Coulson, 1999) is dit een gruwel, volgens an<strong>de</strong>ren (Brown, 1992b) is dit<br />
onvermij<strong>de</strong>lijk. Kort samengevat, betekent dit dat <strong>de</strong> traditionele ‘quasi-<strong>markt</strong>’ wel enige<br />
ruimte laat voor ‘secundaire’ diensten (religieuze vorm<strong>in</strong>g en een an<strong>de</strong>re pedagogische<br />
aanpak), maar langs <strong>de</strong> lijn van <strong>de</strong> f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g sterk door regels aan ban<strong>de</strong>n wordt<br />
gelegd. Die knellen<strong>de</strong> ban<strong>de</strong>n (centraliser<strong>in</strong>g en over<strong>de</strong>tailler<strong>in</strong>g) vorm<strong>de</strong>n dan ook het<br />
belangrijkste uitgangspunt bij <strong>de</strong> discussie <strong>in</strong> <strong>de</strong> jaren tachtig.<br />
3 De ontwikkel<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> mo<strong>de</strong>rne ‘quasi-<strong>markt</strong>’ <strong>in</strong> <strong>de</strong> jaren tachtig<br />
en negentig<br />
Rond 1980 waren <strong>de</strong> reacties van <strong>de</strong> dom<strong>in</strong>ante politieke strom<strong>in</strong>gen op <strong>de</strong> crisis van <strong>de</strong><br />
verzorg<strong>in</strong>gsstaat nogal verschillend. In Ne<strong>de</strong>rland voer<strong>de</strong> <strong>de</strong> centrum-l<strong>in</strong>kse reger<strong>in</strong>g van<br />
Den Uyl <strong>in</strong> reactie op <strong>de</strong> oliecrisis weliswaar een veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van prioriteiten door, maar<br />
zij g<strong>in</strong>g nog wel uit van <strong>de</strong> ‘maakbaarheid’ van <strong>de</strong> samenlev<strong>in</strong>g. Oploss<strong>in</strong>gen voor <strong>de</strong><br />
gebreken van <strong>de</strong> ‘overheidsbureaucratie’ wer<strong>de</strong>n voornamelijk gezocht <strong>in</strong> <strong>de</strong> reorganisatie<br />
van <strong>de</strong> rijksoverheid en <strong>in</strong> <strong>de</strong>centralisatie van het beleid. De maakbaarheidsi<strong>de</strong>ologie werd<br />
door <strong>de</strong> sociaal-<strong>de</strong>mocratie pas <strong>in</strong> 1987 met het verschijnen van het rapport Schuiven<strong>de</strong><br />
Panelen op <strong>de</strong> hell<strong>in</strong>g gezet. Voor die tijd was <strong>de</strong> kritiek op <strong>de</strong> rol van <strong>de</strong> staat voornamelijk<br />
afkomstig uit liberale en confessionele hoek.<br />
Het waren <strong>de</strong> centrum-rechtse kab<strong>in</strong>etten van Lubbers (1982-1990) die <strong>in</strong> <strong>de</strong> jaren tachtig<br />
<strong>de</strong> toon zetten door aanpass<strong>in</strong>g aan <strong>de</strong> <strong>markt</strong> als het centrale uitgangspunt van beleid te<br />
kiezen. Dit kwam bijvoorbeeld tot uitdrukk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> grote operaties van het kab<strong>in</strong>et-<br />
Lubbers I: heroverweg<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> overheidsuitgaven, <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g van overheidsbeleid,<br />
privatiser<strong>in</strong>g van staatstaken en afslank<strong>in</strong>g van het ambtenarenapparaat. In <strong>de</strong> visie van<br />
het CDA was <strong>de</strong> verzorg<strong>in</strong>gsstaat te veel verstatelijkt. De rol van <strong>de</strong> staat bij <strong>de</strong> verzorg<strong>in</strong>g<br />
van <strong>de</strong> burgers ‘van <strong>de</strong> wieg tot het graf’ was buiten proporties geraakt. Burgers<br />
waren te we<strong>in</strong>ig mondig, te we<strong>in</strong>ig <strong>in</strong> staat en bereid <strong>de</strong> verantwoor<strong>de</strong>lijkheid voor <strong>de</strong><br />
zorg voor zichzelf en elkaar te dragen. Particuliere organisaties <strong>in</strong> het maatschappelijke<br />
mid<strong>de</strong>nveld moesten meer ruimte krijgen (<strong>de</strong> zogenaam<strong>de</strong> ‘zorgzame samenlev<strong>in</strong>g’). De<br />
liberalen waren echter m<strong>in</strong><strong>de</strong>r geporteerd van <strong>de</strong> versterk<strong>in</strong>g van het maatschappelijk<br />
mid<strong>de</strong>nveld. In hun visie (zie bijvoorbeeld Liberaal bestek ‘90) kon<strong>de</strong>n ook <strong>in</strong>termediaire<br />
<strong>in</strong>stituties <strong>de</strong> <strong>in</strong>dividuele vrijheid beperken. Daarom waren zij, meer nog dan <strong>de</strong><br />
confessionelen, voorstan<strong>de</strong>r van privatiser<strong>in</strong>g.<br />
4 Uit recent Ne<strong>de</strong>rlands on<strong>de</strong>rzoek (Karsten, Meijer & Peetsma, 1996) blijkt bijvoorbeeld dat er voor wat <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van bijzon<strong>de</strong>re en openbare scholen betreft betrekkelijk we<strong>in</strong>ig on<strong>de</strong>rscheid is naar i<strong>de</strong>ntiteitsbepalen<strong>de</strong><br />
kenmerken en voor wat <strong>de</strong> organisatie betreft er sprake is van een hoge mate van isomorfisme.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 37
Zo waren aan het e<strong>in</strong>d van <strong>de</strong> jaren tachtig <strong>de</strong> drie politieke hoofdstrom<strong>in</strong>gen het eens<br />
over meer afstan<strong>de</strong>lijke overheidsstur<strong>in</strong>g, maar verschil<strong>de</strong>n zij alleen nog <strong>in</strong> <strong>de</strong> ‘oploss<strong>in</strong>gen’.<br />
Het CDA koos voor meer autonomie aan <strong>de</strong> <strong>in</strong>stituties of besturen van on<strong>de</strong>rwijs,<br />
gezondheidszorg en welzijn. Dit kreeg on<strong>de</strong>r m<strong>in</strong>ister Deetman gestalte <strong>in</strong> zijn beleid van<br />
<strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g en autonomievergrot<strong>in</strong>g. De PvdA stond voor een verm<strong>in</strong><strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van staats<strong>in</strong>terventie<br />
op sommige terre<strong>in</strong>en en een versterk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> rol van <strong>de</strong> lokale overheid op<br />
an<strong>de</strong>re terre<strong>in</strong>en. Deze opvatt<strong>in</strong>g kreeg on<strong>de</strong>r m<strong>in</strong>ister Ritzen <strong>de</strong> ruimte. De VVD was een<br />
voorstan<strong>de</strong>r van een ‘m<strong>in</strong>imale staat’ en een zo groot mogelijke keuzevrijheid voor <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>dividuele burgers, hetgeen recent <strong>in</strong> het beleid van m<strong>in</strong>ister Hermans vormkrijgt.<br />
Opvallend <strong>in</strong> het Ne<strong>de</strong>rlandse on<strong>de</strong>rwijsbeleid is dat het vergroten van <strong>de</strong> <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g<br />
geen uitgesproken <strong>de</strong>bat heeft opgeleverd. In Engeland bijvoorbeeld heeft <strong>de</strong> conservatieve<br />
reger<strong>in</strong>g, die van 1979 tot 1997 aan het bew<strong>in</strong>d was, ook voor haar on<strong>de</strong>rwijsbeleid<br />
rijkelijk geput uit het werk van enkele vooraanstaan<strong>de</strong> <strong>de</strong>nktanken, zoals het<br />
Institute of Economic Affairs (http://www.iea.org.uk/), het Adam Smith Institute<br />
(http://www.adamsmith.org.uk/) en het Center for Policy Studies<br />
(http://www.cps.org.uk/). Daarnaast was er ook <strong>de</strong> zogenaam<strong>de</strong> Hillgate Group die <strong>in</strong><br />
programmatische z<strong>in</strong> veel werk verzette. Toen <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland echter het Instituut voor<br />
On<strong>de</strong>rzoek van Overheidsuitgaven <strong>in</strong> 1985 een discussiedag over <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g organiseer<strong>de</strong><br />
was, op <strong>de</strong> CDA-er Boorsma na, geen enkele spreker een uitgesproken voorstan<strong>de</strong>r<br />
van privatiser<strong>in</strong>g. Zo verweet <strong>de</strong> hoogleraar bestuurskun<strong>de</strong> Boorsma <strong>de</strong> hoogleraar economie<br />
Ritzen (toen nog geen m<strong>in</strong>ister van on<strong>de</strong>rwijs) dat hij te we<strong>in</strong>ig oog had voor<br />
zogenaam<strong>de</strong> ‘<strong>markt</strong>conforme <strong>in</strong>strumenten’. Hierbij g<strong>in</strong>g het bijvoorbeeld om schoolgeldverhog<strong>in</strong>gen,<br />
ruim baan voor het particuliere on<strong>de</strong>rwijs en vooral het geven van meer<br />
vrijheid aan <strong>in</strong>dividuele scholen bij het vaststellen van het voorzien<strong>in</strong>genniveau dat men<br />
wil bie<strong>de</strong>n en het school- of collegegeld dat men daarvoor wil vragen (De Grip, 1985).<br />
Meer dan tien jaar later stel<strong>de</strong> Van Wier<strong>in</strong>gen (1997) dan ook terecht vast dat het <strong>de</strong>bat<br />
over privatiser<strong>in</strong>g groten<strong>de</strong>els on<strong>de</strong>rhuids is gebleven.<br />
4 Typer<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> mo<strong>de</strong>rne ‘quasi-<strong>markt</strong>’<br />
38<br />
Om <strong>de</strong> maatregelen, die s<strong>in</strong>ds 1985 on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> noemers zijn genomen, te<br />
kunnen plaatsen, ga ik uit van vier typen veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen die over het algemeen verbon<strong>de</strong>n<br />
wor<strong>de</strong>n met het creëren van een <strong>markt</strong>achtige omgev<strong>in</strong>g: (1) veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van eigendom;<br />
(2) veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van reguler<strong>in</strong>g (<strong>markt</strong>stur<strong>in</strong>g); (3) veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g en f<strong>in</strong>ancieel<br />
management; en (4) veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van verantwoord<strong>in</strong>g (accountability).<br />
Veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van eigendom<br />
Het afstoten door <strong>de</strong> overheid van het eigendomsrecht (op w<strong>in</strong>st) geldt <strong>in</strong> <strong>de</strong> economische<br />
literatuur als <strong>de</strong> meest zuivere vorm van privatiser<strong>in</strong>g. Als motieven daarvoor gel<strong>de</strong>n <strong>in</strong> het<br />
algemeen: verm<strong>in</strong><strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> fysieke omvang van <strong>de</strong> publieke sector, vergrot<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
<strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g, concentratie van <strong>de</strong> overheid op kerntaken, sterkere wendbaarheid van<br />
geprivatiseer<strong>de</strong> organisatie. Hieruit blijkt dat bestuurlijke overweg<strong>in</strong>gen niet alleen meespelen<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> besluitvorm<strong>in</strong>g, maar soms ook kunnen dom<strong>in</strong>eren. Veel hangt immers af van <strong>de</strong><br />
<strong>markt</strong>verhoud<strong>in</strong>gen. Zo kunnen drie typen privatiser<strong>in</strong>g on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>n: (1) privatiser<strong>in</strong>g<br />
van een organisatie <strong>in</strong> een volledig concurreren<strong>de</strong> <strong>markt</strong>omgev<strong>in</strong>g; (2) privatiser<strong>in</strong>g<br />
van een organisatie <strong>in</strong> een monopoloï<strong>de</strong> of an<strong>de</strong>rsz<strong>in</strong>s onvolledige <strong>markt</strong>omgev<strong>in</strong>g; en (3)<br />
uitbested<strong>in</strong>g (contracter<strong>in</strong>g) van publiek gef<strong>in</strong>ancier<strong>de</strong> dienstverlen<strong>in</strong>g (Kremers, 1995).<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Geduren<strong>de</strong> <strong>de</strong> eerste twee kab<strong>in</strong>etten Lubbers (1982-1990) hebben vooral <strong>de</strong> laatste twee<br />
typen gedom<strong>in</strong>eerd. Hierbij g<strong>in</strong>g het vooral om bedrijven <strong>in</strong> sectoren als energie,<br />
telecommunicatie en openbaar vervoer (type 2) en om dienstverlen<strong>in</strong>g zoals schoonmaak,<br />
cater<strong>in</strong>g en beveilig<strong>in</strong>g (type 3). In <strong>de</strong> sector on<strong>de</strong>rwijs is eigenlijk alleen sprake geweest<br />
van één of an<strong>de</strong>re vorm van verzelfstandig<strong>in</strong>g (<strong>in</strong> feite een variatie op of voorportaal van<br />
het <strong>de</strong>r<strong>de</strong> type). Het afstoten van <strong>de</strong> Universiteit Nijenro<strong>de</strong> is een uitzon<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gsgeval.<br />
Verzelfstandig<strong>in</strong>g kan <strong>in</strong> juridische z<strong>in</strong> on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>in</strong>terne en externe<br />
verzelfstandig<strong>in</strong>g. Externe verzelfstandig<strong>in</strong>g impliceert <strong>de</strong> wijzig<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> overheidsverantwoor<strong>de</strong>lijkheid<br />
en <strong>de</strong> creatie van juridische verantwoor<strong>de</strong>lijkhe<strong>de</strong>n en bevoegdhe<strong>de</strong>n<br />
voor <strong>de</strong> verzelfstandig<strong>de</strong> organisatie. Deze vorm van verzelfstandig<strong>in</strong>g is s<strong>in</strong>ds<br />
1997 mogelijk voor het bestuur van het openbaar on<strong>de</strong>rwijs (Staatsblad, 1996, 58).<br />
De gemeenten kunnen nu naast <strong>de</strong> ‘traditionele’ keuze tussen <strong>in</strong>tegraal en functioneel<br />
bestuur ook kiezen voor <strong>de</strong> openbare rechtspersoon en sticht<strong>in</strong>g. In tegenstell<strong>in</strong>g tot <strong>de</strong><br />
‘traditionele’ bestuursvormen voor het openbaar on<strong>de</strong>rwijs wor<strong>de</strong>n bij <strong>de</strong> openbare<br />
rechtspersoon en <strong>de</strong> sticht<strong>in</strong>g bevoegd gezag en <strong>in</strong>standhoud<strong>in</strong>g <strong>in</strong> één hand gelegd.<br />
Vermogensrechtelijk zijn zij zelfstandig en <strong>de</strong> bekostig<strong>in</strong>g van scholen van <strong>de</strong> openbare<br />
rechtspersoon of sticht<strong>in</strong>g verloopt dan ook rechtstreeks. Dit betekent on<strong>de</strong>r meer ook<br />
dat zij civielrechtelijk zelfstandig aansprakelijk zijn en <strong>in</strong> het uiterste geval failliet kunnen<br />
gaan (Huisman, 1997). Hoewel <strong>in</strong> het openbaar on<strong>de</strong>rwijs s<strong>in</strong>ds het mid<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> jaren<br />
negentig sprake is van een ware golf van verzelfstandig<strong>in</strong>g, zijn <strong>de</strong> meeste gemeenten<br />
juist om f<strong>in</strong>anciële re<strong>de</strong>nen nog wat terughou<strong>de</strong>nd om voor volledige zelfstandigheid te<br />
kiezen (Flippo, 1997). Wel heeft <strong>de</strong> verzelfstandig<strong>in</strong>g van het openbaar on<strong>de</strong>rwijs al op<br />
veel plaatsen geleid tot uitbested<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> adm<strong>in</strong>istratie en het beheer van scholen aan<br />
m<strong>in</strong> of meer commercieel opereren<strong>de</strong> organisaties of bureaus; een ontwikkel<strong>in</strong>g die al<br />
eer<strong>de</strong>r <strong>in</strong> het bijzon<strong>de</strong>r on<strong>de</strong>rwijs gaan<strong>de</strong> was (Boef-Van <strong>de</strong>r Meulen, Schüssler & Karsten,<br />
1993).<br />
Bij een <strong>in</strong>terne verzelfstandig<strong>in</strong>g krijgt een organisatie<strong>de</strong>el van <strong>de</strong> overheid een zekere<br />
f<strong>in</strong>ancieel-economische, doch geen juridische zelfstandigheid. De politieke en juridische<br />
verantwoor<strong>de</strong>lijkheid blijft bij <strong>de</strong> overheid liggen (<strong>in</strong> het bijzon<strong>de</strong>r <strong>de</strong> m<strong>in</strong>ister of het<br />
college van B&W). Voorbeel<strong>de</strong>n hiervan zijn zelfbeheer, contractmanagement en het<br />
agentschap. Deze vormen raken <strong>de</strong>r<strong>de</strong>n niet, maar beogen on<strong>de</strong>r handhav<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
status van overheidsdienst te komen tot meer efficiëntie en resultaatmet<strong>in</strong>g (Weitenberg<br />
& Van <strong>de</strong> Ven, 1995). In het on<strong>de</strong>rwijs heeft name het zelfbeheer een grote vlucht<br />
genomen. Ik zal <strong>de</strong>ze vorm bespreken on<strong>de</strong>r het punt ‘veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g en<br />
f<strong>in</strong>ancieel management’. Daarnaast is <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs ook <strong>de</strong> figuur van het agentschap<br />
op verschillen<strong>de</strong> plaatsen geïntroduceerd. Zo is <strong>in</strong> 1996 het agentschap Centrale<br />
F<strong>in</strong>anciële Instell<strong>in</strong>gen <strong>in</strong>gesteld. Ook hier staat weer <strong>de</strong> doelmatigheidsw<strong>in</strong>st voorop.<br />
Veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van reguler<strong>in</strong>g (<strong>markt</strong>stur<strong>in</strong>g)<br />
De veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> reguler<strong>in</strong>g is waarschijnlijk het meest kenmerken<strong>de</strong> beleidsprogramma<br />
van <strong>de</strong> afgelopen 15 jaar geweest (zie ook <strong>de</strong> bijdrage van Karstanje <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze<br />
bun<strong>de</strong>l). Het eerste beleidsdocument waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> gedachte van een an<strong>de</strong>re overheidsstur<strong>in</strong>g<br />
werd ontvouwd was <strong>de</strong> HOAK-nota uit 1985 (Hoger <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>: Autonomie en<br />
Kwaliteit). Daar<strong>in</strong> werd geprobeerd het i<strong>de</strong>e van soevere<strong>in</strong>iteit <strong>in</strong> eigen kr<strong>in</strong>g (het gepacificeer<strong>de</strong><br />
bestel of <strong>de</strong> traditionele ‘quasi-<strong>markt</strong>’) te comb<strong>in</strong>eren met nieuwe opvatt<strong>in</strong>gen<br />
over overheidsstur<strong>in</strong>g (mo<strong>de</strong>rne ‘quasi-<strong>markt</strong>’). Op <strong>de</strong>ze nota zijn verschillen<strong>de</strong> beleidsdocumenten<br />
en wetsteksten gevolgd met een vergelijkbare strekk<strong>in</strong>g (zie voor een<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 39
40<br />
overzicht en analyse Karstanje, Droog & Bakker, 2000). Eén van <strong>de</strong> laatste <strong>in</strong> <strong>de</strong> rij is <strong>de</strong><br />
beleidsbrief <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> stell<strong>in</strong>g uit 2000. Daar<strong>in</strong> wordt gesproken over vergrote verantwoor<strong>de</strong>lijkheid<br />
van <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen en meer ruimte voor privaat geld als aanvull<strong>in</strong>g op<br />
publieke mid<strong>de</strong>len. Wat al <strong>de</strong>ze beleidsdocumenten b<strong>in</strong>dt, is <strong>de</strong> gedachte dat het systeem<br />
dat <strong>de</strong> bekostig<strong>in</strong>g regelt, prikkels zal moeten bevatten om enerzijds <strong>de</strong> kwaliteit van het<br />
<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gsmanagement te optimaliseren en om an<strong>de</strong>rzijds <strong>de</strong> gevoeligheid van <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
voor signalen uit <strong>de</strong> samenlev<strong>in</strong>g zo groot mogelijk te maken. Voor <strong>de</strong>ze nieuwe<br />
bestur<strong>in</strong>gswijze is een heel rijtje synoniemen beschikbaar: omgev<strong>in</strong>gsstur<strong>in</strong>g, <strong>in</strong>directe<br />
stur<strong>in</strong>g, allocatie op grond van resultaten, ex ante beïnvloed<strong>in</strong>g, zelfreguler<strong>in</strong>g,<br />
enzovoort.<br />
Verschillen<strong>de</strong> auteurs (Van Wier<strong>in</strong>gen, 1996; Karstanje, Droog & Bakker, 2000) hebben er<br />
reeds op gewezen dat <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g, of liever gezegd een an<strong>de</strong>re wijze van reguler<strong>in</strong>g,<br />
geen directe relatie hoeft te hebben met meer autonomie voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen, laat staan<br />
met een vergrote <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g. Uit on<strong>de</strong>rzoek (Hooge, 1995; Teelken, 1995; Boerman,<br />
1995; Karstanje, Droog & Bakker, 2000) komt naar voren dat het beleid niet alleen heeft<br />
geleid tot autonomievergrot<strong>in</strong>g, maar ook tot autonomieverkle<strong>in</strong><strong>in</strong>g. Dit laatste komt<br />
voor een <strong>de</strong>el omdat an<strong>de</strong>re beleidsprogramma’s <strong>in</strong>terfereren met uitdrukkelijk <strong>de</strong>reguleren<strong>de</strong><br />
programma’s. Wel is <strong>in</strong> alle on<strong>de</strong>rwijssectoren een sterkere reguler<strong>in</strong>g van het<br />
on<strong>de</strong>rwijsproductdome<strong>in</strong> goed zichtbaar (bijvoorbeeld kerndoelen). De druk van <strong>de</strong><br />
reguler<strong>in</strong>g op dit laatstgenoem<strong>de</strong> terre<strong>in</strong> zou wel eens als effect kunnen hebben dat, net<br />
zoals <strong>in</strong> Engeland (Adnett & Davies, 2000), eer<strong>de</strong>r conformiteit dan diversiteit <strong>in</strong> het<br />
curriculumaanbod optreedt. Alleen <strong>in</strong> ‘verzadig<strong>de</strong>’ <strong>markt</strong>en met veel competitie, zo<br />
voorspellen Adnett & Davies, zijn er prikkels om te diversifiëren en <strong>in</strong>noveren op<br />
gebie<strong>de</strong>n waar <strong>de</strong> vraag van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsconsumenten verwaarloosd is (bijvoorbeeld bij<br />
‘secundaire diensten’ als tussen- en naschoolse opvang; extra aandacht voor dramatische<br />
vorm<strong>in</strong>g en huiswerklessen). Deze prikkels hoeven echter niet symmetrisch te zijn met<br />
effectiviteitsbevor<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g. Zo kunnen scholen bijvoorbeeld naschoolse opvang, veel<br />
buitenschoolse activiteiten of veel dramatische en musische vorm<strong>in</strong>g gaan aanbie<strong>de</strong>n om<br />
aantrekkelijker te wor<strong>de</strong>n voor specifieke groepen leerl<strong>in</strong>gen zon<strong>de</strong>r dat het ‘kerncurriculum’<br />
veran<strong>de</strong>rt. Kortom, <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g met het oog op vergrote <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g kan haaks<br />
staan op reguler<strong>in</strong>g die bedoeld is om <strong>de</strong> effectiviteit van het on<strong>de</strong>rwijs te bevor<strong>de</strong>ren.<br />
Veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g en f<strong>in</strong>ancieel management<br />
De veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g en f<strong>in</strong>ancieel management hangt nauw samen met het<br />
vorige punt, aangezien <strong>de</strong> <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g en autonomievergrot<strong>in</strong>g zich voornamelijk op<br />
f<strong>in</strong>ancieel gebied hebben afgespeeld. Bij <strong>de</strong> f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g van het on<strong>de</strong>rwijs kan men een<br />
on<strong>de</strong>rscheid maken tussen twee typen: (1) subsidies aan on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen (variërend<br />
van salarissen tot on<strong>de</strong>rhoud); en (2) subsidies aan on<strong>de</strong>rwijsconsumenten.<br />
De eerste vorm is <strong>in</strong> <strong>de</strong> meeste lan<strong>de</strong>n dom<strong>in</strong>ant, maar is <strong>de</strong> afgelopen <strong>de</strong>cennia sterk <strong>in</strong><br />
karakter gewijzigd (waarover hieron<strong>de</strong>r meer). De twee<strong>de</strong> vorm van bekostig<strong>in</strong>g wordt <strong>de</strong><br />
laatste jaren met name <strong>in</strong> het hoger on<strong>de</strong>rwijs en met het oog op ‘levenslang leren’<br />
bepleit. Vouchersystemen, waar met name presi<strong>de</strong>nt Reagan van gecharmeerd was,<br />
zou<strong>de</strong>n verschillen<strong>de</strong> doelen kunnen dienen: <strong>de</strong> consumentensoevere<strong>in</strong>iteit vergroten,<br />
een rechtvaardiger ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g bevor<strong>de</strong>ren, we<strong>de</strong>rkerend on<strong>de</strong>rwijs stimuleren, <strong>de</strong> kwaliteit<br />
verbeteren, het aanbod flexibiliseren, <strong>de</strong> stur<strong>in</strong>g van het post-leerplicht on<strong>de</strong>rwijs vereenvoudigen.<br />
Naarmate echter aan het vouchersysteem meer<strong>de</strong>re en ten <strong>de</strong>le tegenstrijdige<br />
doelen gekoppeld wor<strong>de</strong>n, wordt het systeem complexer en dreigt het gevaar dat per<br />
saldo geen enkel doel echt wordt gerealiseerd (Oegema, 1995). Ondanks <strong>de</strong> toenemen<strong>de</strong><br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
steun voor <strong>de</strong> gedachte van vouchers (Friedman kwam al e<strong>in</strong>d jaren vijftig met een uitgewerkt<br />
voorstel), is zij <strong>in</strong> het Ne<strong>de</strong>rlandse beleid (nog) niet gerealiseerd. Een voorstel<br />
daartoe <strong>in</strong> het Hoger on<strong>de</strong>rwijs en on<strong>de</strong>rzoeksplan 1988 en het concept-ontwerp van <strong>de</strong><br />
Wet Hoger <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> en Wetenschappelijk On<strong>de</strong>rzoek sneuvel<strong>de</strong> voortijdig. In <strong>de</strong> beleidsbrief<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> stell<strong>in</strong>g (2000) wor<strong>de</strong>n echter nieuwe <strong>in</strong>itiatieven op dit vlak aangekondigd.<br />
Succesvoller tot nu toe was <strong>de</strong> wijzig<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> bekostig<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen. In het<br />
verle<strong>de</strong>n had<strong>de</strong>n <strong>de</strong> bekostig<strong>in</strong>gsystemen <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland twee doelstell<strong>in</strong>gen: een zo gelijk<br />
mogelijke bekostig<strong>in</strong>g van <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen, zowel van openbaar als van bijzon<strong>de</strong>r on<strong>de</strong>rwijs,<br />
en een zo zorgvuldig mogelijk beheer van uitgaven op centraal niveau, door controle per<br />
uitgave op <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gsniveau. S<strong>in</strong>ds 1985 is om verschillen<strong>de</strong> re<strong>de</strong>nen gezocht naar<br />
nieuwe stelsels. Daarbij gol<strong>de</strong>n behalve vereenvoudig<strong>in</strong>g van procedures en beheersbaarheid<br />
van uitgaven, ook een aantal bestuurlijke overweg<strong>in</strong>gen. Ten eerste vond men dat<br />
bij het vergroten van <strong>de</strong> bestuurlijke autonomie een grotere f<strong>in</strong>anciële autonomie past.<br />
Ten twee<strong>de</strong> bood <strong>de</strong> aanpass<strong>in</strong>g van bekostig<strong>in</strong>gssystemen een mogelijkheid voor <strong>de</strong><br />
overheid om an<strong>de</strong>re stur<strong>in</strong>gsmogelijkhe<strong>de</strong>n te <strong>in</strong>troduceren.<br />
In Ne<strong>de</strong>rland was het <strong>de</strong>claratiestelsel lange tijd het dom<strong>in</strong>ante mo<strong>de</strong>l voor bekostig<strong>in</strong>g.<br />
Dit is een vorm van producentensubsidie, waarbij scholen beheersmatig <strong>de</strong> uitvoer<strong>de</strong>rs<br />
van het rijksbeleid zijn. Het komt erop neer dat <strong>de</strong> overheid <strong>de</strong> bedrijfseconomische<br />
kenmerken van het on<strong>de</strong>rwijsleerproces vaststelt en <strong>de</strong> daaruit voortvloeien<strong>de</strong> kosten<br />
voor haar reken<strong>in</strong>g neemt (De Vijl<strong>de</strong>r, 1995). Het <strong>de</strong>claratiestelsel bracht tevens met zich<br />
mee dat <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>len <strong>in</strong> <strong>de</strong> ene kostensoort niet aangewend mochten wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
an<strong>de</strong>re kostensoort, hetgeen <strong>de</strong> besliss<strong>in</strong>gsvrijheid van <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen m<strong>in</strong>imaliseer<strong>de</strong>. In<br />
<strong>de</strong> laatste jaren is een gerichte ontwikkel<strong>in</strong>g <strong>in</strong> gang gezet van het terugdr<strong>in</strong>gen van het<br />
<strong>de</strong>claratiestelsel en het bevor<strong>de</strong>ren van meer (f<strong>in</strong>anciële) bested<strong>in</strong>gsruimte <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm<br />
van budget-bekostig<strong>in</strong>g.<br />
Het meest verstrekken<strong>de</strong> systeem is nu <strong>de</strong> lump-sum f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g. Hierbij is sprake van<br />
een soort contractrelatie tussen overheid en <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen. De productie van on<strong>de</strong>rwijs<br />
wordt als het ware uitbesteed aan zelfstandig opereren<strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen. Het doel is <strong>de</strong><br />
vergrot<strong>in</strong>g van f<strong>in</strong>anciële en plann<strong>in</strong>gsbehoeften van <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen en meer nadruk op<br />
resultaten en kwaliteitsbewak<strong>in</strong>g, aangezien <strong>de</strong> overheid dit niet meer of m<strong>in</strong><strong>de</strong>r doet.<br />
Kenmerkend voor <strong>de</strong> gehanteer<strong>de</strong> lump-sum systemen <strong>in</strong> het Ne<strong>de</strong>rlandse on<strong>de</strong>rwijs is<br />
nu dat het aantal on<strong>de</strong>rwijsvragen<strong>de</strong>n niet zon<strong>de</strong>r meer gelijkgesteld wordt met het<br />
aantal <strong>in</strong>geschreven stu<strong>de</strong>nten of leerl<strong>in</strong>gen. Omdat men <strong>de</strong> verblijfsduur van stu<strong>de</strong>nten<br />
en leerl<strong>in</strong>gen wil beperken en het ren<strong>de</strong>ment wil vergroten, is er een premie op beter<br />
resultaat of ren<strong>de</strong>ment. In het mid<strong>de</strong>lbaar beroepson<strong>de</strong>rwijs bijvoorbeeld gaat het om<br />
een premie op het aantal leerl<strong>in</strong>gen dat afstu<strong>de</strong>ert of met een certificaat overstapt naar<br />
een aansluiten<strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het hoger beroepson<strong>de</strong>rwijs. Men veron<strong>de</strong>rstelt dan ook<br />
dat lump-sum bekostig<strong>in</strong>g beter tot zijn recht komt met output-bekostig<strong>in</strong>g dan met<br />
<strong>in</strong>put-bekost<strong>in</strong>g (één van <strong>de</strong> belangrijkste kenmerken van <strong>de</strong>claratiestelsels). On<strong>de</strong>rzoek<br />
(Karsten, Meijer & Vermeulen, 1997) laat zien dat <strong>de</strong> doelstell<strong>in</strong>g van meer efficiëntie<br />
weliswaar bereikt wordt, maar dat er wel een extensiver<strong>in</strong>g van het on<strong>de</strong>rwijsaanbod<br />
plaatsv<strong>in</strong>dt bij scholen die slecht uitkomen met <strong>de</strong> normf<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g. Dit is een uitkomst<br />
die <strong>in</strong> lijn is met vergelijkbaar on<strong>de</strong>rzoek <strong>in</strong> het buitenland (Levacic, 1995).<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 41
42<br />
Naast pog<strong>in</strong>gen om meer nadruk te leggen op een consumenten- of vraagf<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g en<br />
een veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> wijze van bekostig<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen, heeft er ook een<br />
veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> bronnen voor f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g plaatsgevon<strong>de</strong>n. De bekendste en belangrijkste<br />
vorm is <strong>de</strong> verm<strong>in</strong><strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van het overheidsaan<strong>de</strong>el <strong>in</strong> <strong>de</strong> f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g van bepaal<strong>de</strong><br />
activiteiten en verruim<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n om over te gaan tot contractactiviteiten.<br />
Dit is een vorm die <strong>in</strong> het hoger on<strong>de</strong>rwijs en het beroepson<strong>de</strong>rwijs een hoge vlucht<br />
heeft genomen. Toch vertoon<strong>de</strong> <strong>de</strong> overheid, <strong>in</strong> het bijzon<strong>de</strong>r <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>spectie, juist<br />
op dit punt een schrikreactie, toen <strong>de</strong> eerste effecten zichtbaar wer<strong>de</strong>n. Zo signaleer<strong>de</strong><br />
<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>spectie allerlei vormen van wat zij ‘oneigenlijk gebruik’ noem<strong>de</strong>. Enkele<br />
voorbeel<strong>de</strong>n waren <strong>de</strong> verplichte afname van door <strong>de</strong>r<strong>de</strong>n betaal<strong>de</strong> activiteiten voor<br />
reguliere stu<strong>de</strong>nten, het aanbie<strong>de</strong>n van opleid<strong>in</strong>gen die niet aan <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g zijn toegewezen<br />
en het afwijken van <strong>de</strong> wettelijk vastgestel<strong>de</strong> duur van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gen. De <strong>in</strong>spectie<br />
stel<strong>de</strong> dan ook onmid<strong>de</strong>llijk een verm<strong>in</strong><strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> autonomie voor (Inspectie van<br />
het <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>, 1993). Toch is <strong>de</strong> terughou<strong>de</strong>ndheid op dit punt <strong>in</strong> het leerplichtige on<strong>de</strong>rwijs<br />
over het algemeen nog groter. Wanneer scholen externe fondsen werven bovenop <strong>de</strong><br />
overheidsbekostig<strong>in</strong>g dan bestaat er nog altijd grote huiver, ook al gaat het om bijdragen<br />
die nauwelijks effect op <strong>de</strong> kwaliteit van het on<strong>de</strong>rwijs kunnen hebben. Een voorbeeld<br />
daarvan is <strong>de</strong> discussie over <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rbijdragen, zeker als <strong>de</strong>ze <strong>in</strong> geld plaatsv<strong>in</strong><strong>de</strong>n, en<br />
<strong>de</strong> sponsor<strong>in</strong>g van scholen. Tot nu toe beperkte het beleid zich tot een verruim<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
mogelijkhe<strong>de</strong>n en tegelijkertijd strengere reguler<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> toelat<strong>in</strong>gsvoorwaar<strong>de</strong>n. Zo<br />
werd <strong>in</strong> 1995 voorgesteld om <strong>de</strong> <strong>in</strong>stemm<strong>in</strong>gsbevoegdheid van <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>r/leerl<strong>in</strong>ggeled<strong>in</strong>g<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> me<strong>de</strong>zeggenschapsraad te laten gel<strong>de</strong>n voor <strong>de</strong> vaststell<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> hoogte van <strong>de</strong><br />
ou<strong>de</strong>rbijdragen en <strong>de</strong> aanvaard<strong>in</strong>g van sponsorgel<strong>de</strong>n. Ook hier kondigt <strong>de</strong> beleidsbrief<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> stell<strong>in</strong>g een veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het beleid aan.<br />
Veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van verantwoord<strong>in</strong>g (accountability)<br />
Ten slotte is ook het streven naar een grotere verantwoord<strong>in</strong>gsplicht (accountability) ten<br />
<strong>de</strong>le te zien als een uitvloeisel van het <strong>markt</strong><strong>de</strong>nken (zie uitvoeriger <strong>de</strong> bijdrage van<br />
Waslan<strong>de</strong>r <strong>in</strong> hoofdstuk 15 van <strong>de</strong>ze bun<strong>de</strong>l). Het algemene verwijt aan <strong>de</strong> overheid en<br />
haar dienstverlen<strong>in</strong>g is immers dat er een zwakke band is tussen (hoge) overheidsuitgaven<br />
en het afleggen van rekenschap aan <strong>de</strong> politiek en het publiek. Om <strong>de</strong> allocatie en<br />
<strong>de</strong> hoogte van mid<strong>de</strong>len beter te kunnen koppelen aan (beleids)prestaties is <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g<br />
van prestatie-<strong>in</strong>dicatoren of kengetallen van vitaal belang. Deze prestatie-<strong>in</strong>dicatoren<br />
dienen <strong>in</strong> dat geval een tweeledig doel: (1) het vaststellen van meetbare doelen die<br />
bereikt moeten wor<strong>de</strong>n (normstell<strong>in</strong>g); en (2) het beoor<strong>de</strong>len <strong>in</strong> hoeverre <strong>de</strong> doelen<br />
bereikt zijn (toezicht hou<strong>de</strong>n).<br />
Met <strong>de</strong> <strong>in</strong>troductie van <strong>de</strong> nieuwe bestur<strong>in</strong>gsfilosofie van ‘een overheid op afstand’ heeft<br />
het gebruik van prestatie-<strong>in</strong>dicatoren een hoge vlucht genomen. Toch is het gebruik<br />
ervan niet zon<strong>de</strong>r problemen: er moet een sterke consensus bestaan bij betrokken<br />
partijen, er moet overeenstemm<strong>in</strong>g zijn over <strong>de</strong> <strong>de</strong>f<strong>in</strong>ities, <strong>de</strong> procedures bij het gebruik<br />
en er moet gewaakt wor<strong>de</strong>n tegen een te mechanistisch gebruik (zie uitvoeriger Smith,<br />
1995). Bovendien kan het problematisch zijn wanneer <strong>de</strong> bei<strong>de</strong> doelstell<strong>in</strong>gen (normstell<strong>in</strong>g<br />
en toezicht hou<strong>de</strong>n) <strong>in</strong> één hand komen te liggen. Tenslotte is het ook zo dat dit<br />
<strong>in</strong>strument meestal alleen aangewend kan wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong> aanvull<strong>in</strong>g op an<strong>de</strong>re beleids<strong>in</strong>strumenten.<br />
Er moeten immers sancties of bijstur<strong>in</strong>gen mogelijk zijn bij afwijk<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong><br />
vastgestel<strong>de</strong> norm.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
In <strong>de</strong> notitie De school op weg naar 2000 uit 1988 werd voor het eerst vrij ge<strong>de</strong>tailleerd<br />
beschreven welke <strong>in</strong>dicatoren <strong>de</strong> overheid <strong>in</strong> <strong>de</strong> nieuwe situatie wil<strong>de</strong> gebruiken om meer<br />
<strong>in</strong>zicht te krijgen <strong>in</strong> <strong>de</strong> kwaliteit van het on<strong>de</strong>rwijs. Bij tekortschieten<strong>de</strong> kwaliteit zou<strong>de</strong>n<br />
volgens <strong>de</strong> notitie uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk “sancties <strong>in</strong> <strong>de</strong> sfeer van <strong>de</strong> bekostig<strong>in</strong>g overwogen<br />
kunnen wor<strong>de</strong>n”. In reactie op <strong>de</strong>ze notitie kwam <strong>de</strong> zogeheten commissie Hirsch Ball<strong>in</strong><br />
<strong>in</strong> 1989 met een advies waar<strong>in</strong> scherpe kritiek op dit element van <strong>de</strong> notitie geleverd<br />
werd. Concurrentie <strong>in</strong> kwaliteit was volgens <strong>de</strong> commissie een goe<strong>de</strong> zaak <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijsbestel,<br />
<strong>in</strong>dien het g<strong>in</strong>g om <strong>de</strong> best mogelijke vervull<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> pedagogische taak ten<br />
opzichte van leerl<strong>in</strong>gen, ongeacht hun sociaal-economische positie.<br />
“Het gevaar moet echter wor<strong>de</strong>n verme<strong>de</strong>n dat <strong>de</strong> kwaliteit eenzijdig wordt<br />
gerelateerd aan het ren<strong>de</strong>ment of <strong>de</strong> ‘output’. De i<strong>de</strong>ële taakstell<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
school als pedagogisch centrum en on<strong>de</strong>rwijskundige waar<strong>de</strong>n en sociaal-culturele<br />
waar<strong>de</strong>n hebben <strong>in</strong> <strong>de</strong> notitie ‘De school op weg naar 2000’ we<strong>in</strong>ig expliciete<br />
aandacht gekregen. De vrees is daardoor opgeroepen dat <strong>de</strong> nieuwe bestur<strong>in</strong>gsfilosofie<br />
zal lei<strong>de</strong>n tot verzakelijk<strong>in</strong>g en vervlakk<strong>in</strong>g van het on<strong>de</strong>rwijs.”<br />
(Commissie Hirsch Ball<strong>in</strong>, 1989, p. 9).<br />
Dezelf<strong>de</strong> gelui<strong>de</strong>n waren ruim acht jaar later weer hoorbaar toen het dagblad Trouw na<br />
een gerechtelijke procedure <strong>de</strong> ren<strong>de</strong>mentsgegevens van scholen voor voortgezet on<strong>de</strong>rwijs<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> openbaarheid bracht. Niet lang daarna volg<strong>de</strong> <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>spectie, m<strong>in</strong> of<br />
meer gedwongen door <strong>de</strong> publicaties <strong>in</strong> Trouw, met <strong>de</strong> kwaliteitskaart en breid<strong>de</strong> De<br />
Volkskrant <strong>de</strong> beoor<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van scholen naar het basison<strong>de</strong>rwijs uit. Net als el<strong>de</strong>rs leid<strong>de</strong><br />
dat <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland tot een discussie over <strong>de</strong> vraag <strong>in</strong> hoeverre verantwoor<strong>de</strong> uitspraken<br />
over kwaliteit van scholen mogelijk zijn en over <strong>de</strong> effecten van publicatie daarvan. De<br />
wenselijkheid van <strong>de</strong>ze openbaarmak<strong>in</strong>g wordt <strong>in</strong> het algemeen ver<strong>de</strong>digd met een<br />
drietal argumenten: het kan ou<strong>de</strong>rs on<strong>de</strong>rsteunen bij het kiezen van een school, het kan<br />
scholen voorzien van <strong>in</strong>formatie ten behoeve van schoolverbeter<strong>in</strong>g, en ten slotte kan het<br />
dienen bij het afleggen van rekenschap door scholen over <strong>de</strong> bested<strong>in</strong>g van gemeenschapsgel<strong>de</strong>n.<br />
Uit een on<strong>de</strong>rzoek naar <strong>de</strong> effecten <strong>in</strong> Engeland en Frankrijk, waar al veel<br />
langer gegevens over het functioneren van scholen openbaar gemaakt wor<strong>de</strong>n, komt<br />
naar voren dat <strong>de</strong> publicaties vooral benut wor<strong>de</strong>n door ou<strong>de</strong>rs uit <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>nklasse, <strong>in</strong><br />
het bijzon<strong>de</strong>r <strong>in</strong> sociaal heterogene wijken. Scholen maken er we<strong>in</strong>ig gebruik van voor<br />
schoolverbeter<strong>in</strong>g. Zij vertonen eer<strong>de</strong>r strategisch gedrag (Karsten, Visscher & De Jong,<br />
1999). Beperkt on<strong>de</strong>rzoek <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland geeft een gemengd beeld. Aan <strong>de</strong> ene kant is er<br />
on<strong>de</strong>rzoek waaruit naar voren komt dat <strong>de</strong> helft van <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs niet op <strong>de</strong> hoogte is en<br />
<strong>de</strong> an<strong>de</strong>re helft er we<strong>in</strong>ig gebruik van maakt (Beerends, Boom & Van <strong>de</strong>r Vegt, 1999).<br />
Aan <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re kant leidt volgens een on<strong>de</strong>rzoek van Dronkers (1999) <strong>de</strong> publicatie van<br />
schoolresultaten tot een significante verschuiv<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>genstroom.<br />
Samenvattend kan gesteld wor<strong>de</strong>n dat <strong>de</strong> veran<strong>de</strong>ren<strong>de</strong> verhoud<strong>in</strong>gen tussen overheid en<br />
on<strong>de</strong>rwijsveld <strong>in</strong> <strong>de</strong> afgelopen vijftien jaar hebben geleid tot een bestel dat meer karakteristieken<br />
van <strong>de</strong> <strong>markt</strong> heeft gekregen: zelfsturen<strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen, een meer competitieve<br />
omgev<strong>in</strong>g en een liberaliser<strong>in</strong>g van uitvoer<strong>in</strong>gsregels. Ook heeft er een dui<strong>de</strong>lijke mentaliteitsveran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g<br />
plaatsgevon<strong>de</strong>n. De bedrijfsmatige aanpak van on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen is<br />
toegenomen. Boyd (1992) spreekt <strong>in</strong> dit verband zelfs van een paradigmawissel<strong>in</strong>g: <strong>de</strong><br />
economische bena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van het on<strong>de</strong>rwijs wordt dom<strong>in</strong>ant. In sommige sectoren is<br />
<strong>de</strong>ze veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g ook <strong>in</strong> har<strong>de</strong> cijfers uit te drukken. Zo kwam <strong>in</strong> het verle<strong>de</strong>n m<strong>in</strong><strong>de</strong>r<br />
dan 5% van het universitaire budget uit <strong>de</strong> <strong>markt</strong>, tegenwoordig bedraagt dat gemid<strong>de</strong>ld<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 43
25%. In <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> sector krijgt het optre<strong>de</strong>n op <strong>de</strong> <strong>markt</strong> ook uitdrukkelijk wettelijke<br />
aandacht. Toch is het zo dat zelfs <strong>in</strong> <strong>de</strong> sector hoger on<strong>de</strong>rwijs, waar <strong>de</strong> veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen<br />
waarschijnlijk het grootst zijn geweest, <strong>de</strong> overheid nog steeds het “product-assortiment”,<br />
<strong>de</strong> “plaats van productie”, <strong>de</strong> “productiemid<strong>de</strong>len” en <strong>de</strong> “prijs van het product”<br />
bepaalt (Van Bijsterveld & Mouwen, 2000).<br />
5 Waar komt het succes vandaan?<br />
44<br />
Wanneer men <strong>de</strong> geschie<strong>de</strong>nis van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijssystemen <strong>in</strong> <strong>de</strong> wereld beziet, is er niet<br />
zozeer sprake van een l<strong>in</strong>eaire ontwikkel<strong>in</strong>g van overheid naar <strong>markt</strong>, maar veeleer van<br />
een golfbeweg<strong>in</strong>g (Guban, 1990). Belangrijke kwesties als overheid-<strong>markt</strong>, maar ook<br />
centraal-<strong>de</strong>centraal en leerl<strong>in</strong>g-gecentreerd versus leraar-gecentreerd on<strong>de</strong>rwijs blijven<br />
steeds terugkomen, omdat zij zijn terug te voeren tot dieperliggen<strong>de</strong> waar<strong>de</strong>nconflicten.<br />
Wanneer economische, sociale en <strong>de</strong>mografische veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen sociale onrust veroorzaken,<br />
komt er ruimte voor een veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> publieke en politieke op<strong>in</strong>ie. Bepaal<strong>de</strong><br />
waar<strong>de</strong>n krijgen opnieuw aandacht en v<strong>in</strong><strong>de</strong>n hun vertal<strong>in</strong>g <strong>in</strong> politieke programma’s, <strong>in</strong><br />
<strong>de</strong> media en bij belangengroepen en politieke coalities (Guthrie & Koppich, 1993).<br />
Hoewel externe omstandighe<strong>de</strong>n (bijvoorbeeld een economische crisis) als katalysator<br />
werken, zijn het uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk politici en op<strong>in</strong>iemakers die <strong>de</strong> veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g <strong>in</strong> waar<strong>de</strong>noriëntaties<br />
moeten dragen. Daarom is het zo opvallend dat aan het beg<strong>in</strong> van <strong>de</strong> jaren negentig<br />
<strong>de</strong> waar<strong>de</strong>noriëntaties van <strong>de</strong> beleidsmakers <strong>in</strong> het Ne<strong>de</strong>rlandse on<strong>de</strong>rwijs nog steeds<br />
<strong>in</strong> het teken van <strong>de</strong> verzuil<strong>in</strong>g ston<strong>de</strong>n. In tegenstell<strong>in</strong>g tot lan<strong>de</strong>n als <strong>de</strong> Verenig<strong>de</strong><br />
Staten, Engeland en Duitsland werd er <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland nog we<strong>in</strong>ig waar<strong>de</strong> gehecht aan <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>troductie van het <strong>markt</strong>pr<strong>in</strong>cipe <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs (Karsten, Groot & Ruiz, 1995). Dat<br />
rechtvaardigt <strong>de</strong> vraag naar <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>gen die een rol hebben gespeeld <strong>in</strong> het meer<br />
‘salonfähig’ wor<strong>de</strong>n van het <strong>markt</strong><strong>de</strong>nken.<br />
In een analyse van <strong>de</strong> omslag <strong>in</strong> het publieke <strong>de</strong>nken komt Hirschman (die vooral bekend<br />
is gewor<strong>de</strong>n om zijn baanbreken<strong>de</strong> boek Exit, Voice, and Loyalty) met een <strong>in</strong>teressante<br />
aanzet tot verklar<strong>in</strong>g (1982). Volgens hem zijn <strong>de</strong> <strong>markt</strong>gerichte hervorm<strong>in</strong>gsplannen te<br />
zien als reactie op <strong>de</strong> verwacht<strong>in</strong>gen en teleurstell<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong> jaren zestig en zeventig.<br />
Om welke teleurstell<strong>in</strong>gen en verwacht<strong>in</strong>gen gaat het dan? Ik zal drie ontwikkel<strong>in</strong>gen, die<br />
<strong>in</strong> dit verband veel genoemd wor<strong>de</strong>n, kort bespreken: (1) <strong>de</strong> ‘performance crisis’ van het<br />
on<strong>de</strong>rwijs; (2) het uiteenvallen van het maatschappelijke mid<strong>de</strong>nveld (‘civil society’); en<br />
(3) <strong>de</strong> <strong>in</strong>dividualiser<strong>in</strong>g.<br />
De ‘performance crisis’ van het on<strong>de</strong>rwijs<br />
In <strong>de</strong> Verenig<strong>de</strong> Staten en ook <strong>in</strong> Engeland g<strong>in</strong>g <strong>de</strong> kritiek op <strong>de</strong> overheidsbureaucratie<br />
vrijwel gelijk op het groeiend ongenoegen over <strong>de</strong> matige prestaties van het publieke<br />
on<strong>de</strong>rwijssysteem. Door te veel regels en te we<strong>in</strong>ig autonomie zou<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
te we<strong>in</strong>ig geprikkeld wor<strong>de</strong>n om beter te presteren en meer te <strong>in</strong>noveren. Daar<strong>in</strong> zou<br />
<strong>de</strong> <strong>markt</strong> een uitkomst kunnen bie<strong>de</strong>n. Een van <strong>de</strong> meest dui<strong>de</strong>lijke voorbeel<strong>de</strong>n daarvan<br />
was het spraakmaken<strong>de</strong> rapport A Nation at Risk uit 1983. Daar<strong>in</strong> stond on<strong>de</strong>r meer:<br />
“Our Nation is at risk. Our once unchallenged preem<strong>in</strong>ence <strong>in</strong> commerce, <strong>in</strong>dustry,<br />
and technological <strong>in</strong>novation is be<strong>in</strong>g overtaken by competitors (...).<br />
[Education] ungirds American prosperity, security and civility (...) the educational<br />
foundations of our society are be<strong>in</strong>g ero<strong>de</strong>d by a ris<strong>in</strong>g ti<strong>de</strong> of mediocrity<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
threatens our future as a nation and a people. If an unfriendly foreign power had<br />
attempted to impose on America the mediocre educational performance that<br />
exists today, we might have viewed it as an act of war.” (National Commission on<br />
Excellence <strong>in</strong> Education, 1983, p. 123-124).<br />
Deze ronken<strong>de</strong> taal roept rem<strong>in</strong>iscenties op aan eer<strong>de</strong>re <strong>in</strong>ternationale concurrentieslagen<br />
zoals <strong>de</strong> Spoetnik-schok <strong>in</strong> 1957. Een an<strong>de</strong>r voorbeeld is <strong>de</strong> <strong>de</strong>r<strong>de</strong> Franse republiek die<br />
op <strong>de</strong> pu<strong>in</strong>hopen van <strong>de</strong> Frans-Duitse oorlog <strong>in</strong> 1870 tot stand kwam en het on<strong>de</strong>rwijs<br />
op geheel nieuwe leest schoei<strong>de</strong>, omdat men van men<strong>in</strong>g was dat <strong>de</strong> Pruisische on<strong>de</strong>rwijzer<br />
<strong>de</strong> oorlog gewonnen had.<br />
Volgens <strong>de</strong> National Commission on Excellence <strong>in</strong> Education presteer<strong>de</strong> het Amerikaanse<br />
on<strong>de</strong>rwijs on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> maat, omdat Amerikaanse leerl<strong>in</strong>gen, met name op het terre<strong>in</strong> van<br />
wiskun<strong>de</strong> en natuurwetenschappen, achterbleven bij leerl<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> lan<strong>de</strong>n als Japan en<br />
Korea, <strong>de</strong> zogenaam<strong>de</strong> Scholastic Aptitu<strong>de</strong> Test-scores een dalen<strong>de</strong> ten<strong>de</strong>ns vertoon<strong>de</strong>n<br />
en het bedrijfsleven miljoenen dollars moest beste<strong>de</strong>n om zijn werknemers die net van<br />
school kwamen bij te spijkeren. 5 Vergelijkbare gelui<strong>de</strong>n waren, en zijn tot op <strong>de</strong> dag van<br />
vandaag, ook <strong>in</strong> an<strong>de</strong>re lan<strong>de</strong>n te horen. In het spraakmaken<strong>de</strong> boek The Learn<strong>in</strong>g Game<br />
van Barber (1997) spelen <strong>in</strong>ternationale statistieken, waaruit zou blijken dat het Engelse<br />
on<strong>de</strong>rwijs achterblijft bij belangrijke Europese lan<strong>de</strong>n, een sleutelrol. In Ne<strong>de</strong>rland was<br />
het <strong>de</strong> econoom Ritzen die <strong>in</strong> zijn boek Wat is het on<strong>de</strong>rwijs ons waard? uit 1983 <strong>de</strong><br />
‘performance crisis’ aan <strong>de</strong> or<strong>de</strong> stel<strong>de</strong> (p. 139):<br />
“In sociaal-economische z<strong>in</strong> heeft het on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> het afgelopen <strong>de</strong>cennium<br />
gefaald. Het on<strong>de</strong>rwijs liet het afweten als motor voor <strong>de</strong> economische groei. (...)<br />
Ook voor <strong>de</strong> gelijkheid van startposities op <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong> en voor <strong>de</strong> bevor<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g<br />
van een meer gelijke ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van bruto-loon<strong>in</strong>komens heeft het on<strong>de</strong>rwijs<br />
<strong>in</strong> het afgelopen <strong>de</strong>cennium we<strong>in</strong>ig betekend. De ‘<strong>in</strong>terne performance’ van het<br />
on<strong>de</strong>rwijs is <strong>in</strong> <strong>de</strong> afgelopen <strong>de</strong>cennia globaal gesproken evenm<strong>in</strong> verbeterd. Zo<br />
is het probleem van drop-out <strong>in</strong> het avo en mbo <strong>in</strong> relatieve omvang toegenomen<br />
en gaat het ver<strong>de</strong>r afschuiven van probleemk<strong>in</strong><strong>de</strong>ren <strong>in</strong> het lager on<strong>de</strong>rwijs naar<br />
het buo, <strong>in</strong> tegenstell<strong>in</strong>g tot officiële beleidsvoornemens, onverm<strong>in</strong><strong>de</strong>rd door.”<br />
Kortom, overal op <strong>de</strong> wereld lag het gevoel van teleurstell<strong>in</strong>g over <strong>de</strong> prestaties van het<br />
(openbare) on<strong>de</strong>rwijs aan <strong>de</strong> basis van <strong>de</strong> <strong>markt</strong>gerichte hervorm<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> jaren tachtig<br />
en negentig. Het is opvallend dat <strong>de</strong> kritiek op het falen van het on<strong>de</strong>rwijs vooral betrekk<strong>in</strong>g<br />
had op het achterblijven van ‘risico-leerl<strong>in</strong>gen’ en <strong>de</strong> gebrekkige aansluit<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
opleid<strong>in</strong>gen voor <strong>de</strong>ze leerl<strong>in</strong>gen op <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong>. De teleurstell<strong>in</strong>g over <strong>de</strong> blijven<strong>de</strong><br />
achterstand van allochtone leerl<strong>in</strong>gen en autochtone arbei<strong>de</strong>rsk<strong>in</strong><strong>de</strong>ren heeft aanleid<strong>in</strong>g<br />
gegeven tot <strong>de</strong> vraag of het nog wel z<strong>in</strong>vol is om extra mid<strong>de</strong>len ter beschikk<strong>in</strong>g te<br />
stellen voor k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren uit achtergestel<strong>de</strong> groepen. Veel van <strong>de</strong> overheidsreguler<strong>in</strong>g en<br />
overheidsf<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g was immers gericht op het streven naar gelijkheid. Door te veel<br />
aandacht voor <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rkant kreeg <strong>de</strong> bovenkant te we<strong>in</strong>ig kans: <strong>de</strong> waar<strong>de</strong> ‘excellence’<br />
moest weer boven ‘equity’ gesteld wor<strong>de</strong>n. Wans<strong>in</strong>k (1992) bijvoorbeeld noemt <strong>in</strong> zijn<br />
5 Of <strong>de</strong> Amerikaanse leerl<strong>in</strong>gen werkelijk zo slecht scoor<strong>de</strong>n en <strong>de</strong> SAT-scores vanwege <strong>de</strong> kwaliteit van<br />
het on<strong>de</strong>rwijs daal<strong>de</strong>n, werd on<strong>de</strong>rwerp van een heftig <strong>de</strong>bat. Volgens sommigen (Berl<strong>in</strong>er & Biddle,<br />
1995) was er zelfs sprake van een ‘gefabriceer<strong>de</strong> crisis’. Hoezeer ook <strong>de</strong> feitelijke gegevens waarop <strong>de</strong><br />
commissie zich baseer<strong>de</strong> genuanceerd kunnen wor<strong>de</strong>n, het schokeffect was er niet m<strong>in</strong><strong>de</strong>r om.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 45
46<br />
pleidooi voor meer <strong>markt</strong>stur<strong>in</strong>g, het streven naar kansengelijkheid een achterhaal<strong>de</strong><br />
doelstell<strong>in</strong>g die <strong>de</strong> liberaliser<strong>in</strong>g van het Ne<strong>de</strong>rlandse bestel <strong>in</strong> <strong>de</strong> weg staat. 6<br />
Het uiteenvallen van het maatschappelijk mid<strong>de</strong>nveld<br />
De groeien<strong>de</strong> voorkeur voor <strong>de</strong> <strong>markt</strong>bena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g wordt ook wel toegeschreven aan <strong>de</strong><br />
erosie van het maatschappelijke mid<strong>de</strong>nveld. Overal op <strong>de</strong> wereld is sprake van een<br />
afname van burgerz<strong>in</strong> (‘civic consciousness’) en betrokkenheid bij het publieke dome<strong>in</strong>.<br />
Veel activiteiten die <strong>in</strong> het verle<strong>de</strong>n <strong>in</strong> collectief verband wer<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>rnomen, v<strong>in</strong><strong>de</strong>n nu<br />
meer plaats <strong>in</strong> <strong>in</strong>dividueel verband. Allerlei technologische ontwikkel<strong>in</strong>gen hebben <strong>de</strong><br />
persoonlijke contacten tussen mensen radicaal veran<strong>de</strong>rd. Het afnemen<strong>de</strong> vertrouwen <strong>in</strong><br />
publieke <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen wordt on<strong>de</strong>r meer zichtbaar <strong>in</strong> <strong>de</strong> dalen<strong>de</strong> opkomstcijfers bij<br />
verkiez<strong>in</strong>gen, m<strong>in</strong><strong>de</strong>r belangstell<strong>in</strong>g voor politieke partijen en an<strong>de</strong>re vormen van<br />
verenig<strong>in</strong>gsleven. Het vrijwilligerswerk neemt af en <strong>de</strong> bested<strong>in</strong>g van vrije tijd krijgt een<br />
sterker commercieel karakter. 7<br />
In Europa zou <strong>de</strong> erosie van het maatschappelijke mid<strong>de</strong>nveld versterkt zijn door <strong>de</strong><br />
crisis van <strong>de</strong> verzorg<strong>in</strong>gsstaat. Door <strong>de</strong> verzorg<strong>in</strong>gsstaat zou<strong>de</strong>n <strong>de</strong> burgers te afhankelijk<br />
van <strong>de</strong> staat zijn gewor<strong>de</strong>n (Rosanvallon, 1981). In het verzuil<strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rland is dat<br />
bijvoorbeeld zichtbaar <strong>in</strong> <strong>de</strong> verstrengel<strong>in</strong>g tussen verzuil<strong>de</strong> organisaties en <strong>de</strong> staat<br />
(Jolles, 1988). In <strong>de</strong> perio<strong>de</strong> van <strong>de</strong> verzuil<strong>in</strong>g was <strong>de</strong> oriëntatie van verenig<strong>in</strong>gen en<br />
an<strong>de</strong>re organisaties vooral naar b<strong>in</strong>nen gericht (‘eigen kr<strong>in</strong>g’). Het systeem van <strong>de</strong> verzorg<strong>in</strong>gstaat<br />
leid<strong>de</strong> tot een oriëntatie ‘naar boven’: steeds werd bij <strong>de</strong> overheid aangeklopt<br />
voor mid<strong>de</strong>len en faciliteiten. Koepelorganisaties en gesloten corporatistische circuits<br />
waren er het resultaat van, waardoor zowel <strong>de</strong> staat als <strong>de</strong> <strong>in</strong>dividuele burger het<br />
overzicht kwijtraakten. Toen vervolgens <strong>de</strong> verzuil<strong>de</strong> organisaties en sectoren ver<strong>de</strong>r<br />
professionaliseer<strong>de</strong>n nam <strong>de</strong> <strong>in</strong>termediaire rol van het maatschappelijke mid<strong>de</strong>nveld af en<br />
kwamen <strong>de</strong> verzuil<strong>de</strong> <strong>in</strong>stituties <strong>in</strong> een i<strong>de</strong>ntiteitscrisis terecht. Daarmee werd <strong>de</strong> weg vrij<br />
gemaakt voor een meer zakelijke en bedrijfsmatige bena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van het publieke dome<strong>in</strong>.<br />
De organisatorische verzuil<strong>in</strong>g heeft zich nog het langst <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs kunnen handhaven.<br />
Door het proces van autonomiser<strong>in</strong>g, professionaliser<strong>in</strong>g en schaalvergrot<strong>in</strong>g<br />
wordt het echter steeds moeilijker om vrijwilligers voor <strong>de</strong> duizen<strong>de</strong>n schoolbesturen te<br />
v<strong>in</strong><strong>de</strong>n. Daardoor komt ook één van <strong>de</strong> belangrijkste functies van het schoolbestuur ter<br />
discussie: het ‘constituentschap’. Het ‘constituentschap’ houdt <strong>in</strong> dat (amateur)besturen<br />
wor<strong>de</strong>n gedragen door een gemeenschap met <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> levensovertuig<strong>in</strong>g of waar<strong>de</strong>noriëntatie.<br />
Dat is echter niet langer overal het geval. ‘Kleurverschieten’ en ‘kleurvervag<strong>in</strong>g’<br />
zijn aan <strong>de</strong> or<strong>de</strong> van <strong>de</strong> dag. De vraag is of besturen, ou<strong>de</strong>rs en school nog één gemeenschap<br />
vormen. Daarnaast neemt <strong>de</strong> variatie aan levensovertuig<strong>in</strong>gen toe. De kans bestaat<br />
nu, dat als gevolg van steeds wisselen<strong>de</strong> steun vanuit <strong>de</strong> directe omgev<strong>in</strong>g, <strong>de</strong> naar<br />
b<strong>in</strong>nen gerichte, toezichthou<strong>de</strong>n<strong>de</strong> rol van schoolbesturen zal veran<strong>de</strong>ren <strong>in</strong> een naar<br />
6 Ook hier zijn er on<strong>de</strong>rzoekers geweest die <strong>de</strong> cijfers over achterblijven<strong>de</strong> prestaties en het onvermogen<br />
daar<strong>in</strong> iets te veran<strong>de</strong>ren, genuanceerd hebben (zie bijvoorbeeld Dronkers, 1992). Hoewel het<br />
Sociaal en Cultureel Planbureau <strong>in</strong> <strong>de</strong> jaren negentig een afbrokkelen<strong>de</strong> publieke steun voor extra geld<br />
voor achterstandsgroepen constateer<strong>de</strong>, is <strong>de</strong> op<strong>in</strong>io communis on<strong>de</strong>r beleidsmakers niet zo rigoureus<br />
als het standpunt van Wans<strong>in</strong>k (Bronneman-Helmers, 1993).<br />
7 Dit langzame proces van erosie van sociaal kapitaal en uiteenvallen van het mid<strong>de</strong>nveld (‘civil society’)<br />
vormt het thema van een groot aantal spraakmaken<strong>de</strong> boeken uit <strong>de</strong> jaren negentig van auteurs als<br />
Lasch en Kaus. Alleen <strong>de</strong> diagnoses en <strong>de</strong> oploss<strong>in</strong>gen verschillen nogal. Lasch (1995) schoof <strong>de</strong> schuld<br />
op <strong>de</strong> mo<strong>de</strong>rne elite die geen oog meer had voor <strong>de</strong> publieke zaak. Kaus (1992) daarentegen richtte<br />
zijn pijlen op <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rklasse en <strong>de</strong> i<strong>de</strong>ologie van gelijke kansen.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
uiten gerichte, schoolbelangen-behartigen<strong>de</strong> rol en dat schoolbesturen van religieus of<br />
pedagogisch geïnspireer<strong>de</strong> stabiele krachten veran<strong>de</strong>ren <strong>in</strong> meer publieke on<strong>de</strong>rnemers.<br />
De eerste tekenen daarvan (<strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van besturen die hun vermogen productief beleggen<br />
en <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rbijdrage verhogen om meer personeel aan te trekken) zijn al zichtbaar.<br />
De versnipper<strong>in</strong>g en <strong>de</strong> diversiteit van <strong>de</strong> vraag versterkt <strong>de</strong> roep om on<strong>de</strong>rnemen<strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen en doet <strong>de</strong> betekenis van door collectieve waar<strong>de</strong>n gedreven vrijwillige<br />
besturen afnemen. Dat geeft meer ruimte voor <strong>markt</strong>stur<strong>in</strong>g.<br />
De <strong>in</strong>dividualiser<strong>in</strong>g<br />
De <strong>de</strong>r<strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g die met <strong>de</strong> vergrote steun voor het <strong>markt</strong>pr<strong>in</strong>cipe <strong>in</strong> verband<br />
wordt gebracht is <strong>de</strong> toenemen<strong>de</strong> <strong>in</strong>dividualiser<strong>in</strong>g, dat wil zeggen <strong>de</strong> groeien<strong>de</strong><br />
behoefte van <strong>in</strong>dividuen om hun eigen leven vorm te geven. In zekere z<strong>in</strong> is <strong>de</strong>ze ontwikkel<strong>in</strong>g<br />
<strong>de</strong> keerzij<strong>de</strong> van het hiervoor geschetste proces, maar zij hoeft daar niet mee<br />
samen te vallen. Het proces van <strong>in</strong>dividualiser<strong>in</strong>g wordt <strong>in</strong> het algemeen versterkt door<br />
toenemen<strong>de</strong> welvaart. Goe<strong>de</strong>ren en diensten die voorheen onbereikbaar leken voor grote<br />
groepen consumenten komen steeds meer b<strong>in</strong>nen bereik. Dit kan volgens Hirsch (1976)<br />
ertoe lei<strong>de</strong>n dat <strong>de</strong> kloof tussen verwacht<strong>in</strong>g en werkelijkheid groter wordt. De opwaarts<br />
mobiele consument verwacht immers dat, wanneer hij zich uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk bepaal<strong>de</strong> goe<strong>de</strong>ren<br />
of diensten kan veroorloven, <strong>de</strong>ze goe<strong>de</strong>ren <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> bevredig<strong>in</strong>g zullen opleveren<br />
als <strong>in</strong> <strong>de</strong> perio<strong>de</strong> toen hij ze nog niet kon permitteren. Hij vergeet daarbij dat <strong>de</strong>ze<br />
goe<strong>de</strong>ren en diensten <strong>in</strong> karakter veran<strong>de</strong>ren, wanneer zij door meer mensen ‘geconsumeerd’<br />
wor<strong>de</strong>n. Men hoeft alleen maar <strong>de</strong> ‘luxe’ w<strong>in</strong>tersportvakanties <strong>in</strong> <strong>de</strong> jaren vijftig te<br />
vergelijken met <strong>de</strong> skivakanties <strong>in</strong> <strong>de</strong> jaren tachtig en negentig, toen hotels, skiliften en<br />
skipistes door duizen<strong>de</strong>n nieuwe consumenten bevolkt wer<strong>de</strong>n. Eén van <strong>de</strong> diensten die<br />
<strong>in</strong> toenemen<strong>de</strong> mate door ‘overconsumptie’ en hooggespannen verwacht<strong>in</strong>gen gekweld<br />
wordt, is volgens Hirschmann (1982) het on<strong>de</strong>rwijs (zie voor <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> effecten<br />
van ‘overconsumptie’ ook De Vries, 1993).<br />
Verschillen<strong>de</strong> auteurs (zie bijvoorbeeld Kennedy, 1995) hebben erop gewezen dat het<br />
proces van <strong>in</strong>dividualiser<strong>in</strong>g zich <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland zeer snel voltrokken heeft en <strong>in</strong> veel<br />
levenssferen doorgedrongen is. S<strong>in</strong>ds <strong>de</strong> jaren zestig is Ne<strong>de</strong>rland <strong>in</strong> korte tijd veran<strong>de</strong>rd<br />
van een traditioneel godsdienstig land <strong>in</strong> een maatschappij waar alles mogelijk lijkt<br />
(abortus, drugs, euthanasie, enzovoort). In vergelijk<strong>in</strong>g met an<strong>de</strong>re lan<strong>de</strong>n scoort<br />
Ne<strong>de</strong>rland relatief hoog bij studies naar <strong>in</strong>dividuele vrijheid en <strong>in</strong>dividualisme (Halman<br />
e.a., 1987; Hofste<strong>de</strong>, 1980). Een opvallend verschil met lan<strong>de</strong>n als <strong>de</strong> Verenig<strong>de</strong> Staten<br />
en Engeland, die ook hoog scoren op <strong>in</strong>dividualisme, is dat een sterke ‘reactie’ groten<strong>de</strong>els<br />
uitgebleven is. Er is nauwelijks of geen sprake geweest van een ‘moral majority’ die<br />
opkwam voor meer traditionele morele waar<strong>de</strong>n, zoals on<strong>de</strong>r Reagan en Thatcher het<br />
geval was (‘Nieuw Rechts’). Pog<strong>in</strong>gen tot een ethisch reveil hebben maar we<strong>in</strong>ig steun<br />
on<strong>de</strong>rvon<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> politiek en <strong>de</strong> publieke op<strong>in</strong>ie.<br />
Volgens Hoogerwerf (1995) heeft ook het politieke <strong>in</strong>dividualisme (accentuer<strong>in</strong>g van het<br />
vrijheidsbeg<strong>in</strong>sel) <strong>in</strong> <strong>de</strong> jaren tachtig en negentig terre<strong>in</strong> gewonnen op het politieke<br />
collectivisme. Als voorbeeld van <strong>de</strong>ze terre<strong>in</strong>w<strong>in</strong>st haalt Hoogerwerf het regeerakkoord<br />
van het eerste paarse kab<strong>in</strong>et uit 1994 aan, waar<strong>in</strong> staat:<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 47
48<br />
“De lei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> gedachte <strong>in</strong> dit programma is het herijken van <strong>de</strong> verhoud<strong>in</strong>g<br />
tussen gemeenschappelijke regel<strong>in</strong>gen en eigen verantwoor<strong>de</strong>lijkheid. Dat<br />
gebeurt niet alleen vanuit <strong>de</strong> (economische) overtuig<strong>in</strong>g dat meer concurrentie en<br />
meer prikkels tot betere prestaties en grotere doelmatigheid kunnen lei<strong>de</strong>n. Deze<br />
herijk<strong>in</strong>g sluit ook aan bij <strong>de</strong> grotere zelfstandigheid van mensen <strong>in</strong> gewijzig<strong>de</strong><br />
culturele en maatschappelijke verhoud<strong>in</strong>gen.” (aangehaald <strong>in</strong> Hoogerwerf, 1995,<br />
p. 157).<br />
Hieruit blijkt volgens Hoogerwerf dat PvdA, VVD en D66 zich momenteel weten te v<strong>in</strong><strong>de</strong>n<br />
<strong>in</strong> een politiek programma dat meer streeft naar <strong>in</strong>dividualisme dan collectivisme,<br />
hetgeen “past <strong>in</strong> het patroon van het <strong>markt</strong><strong>de</strong>nken en <strong>de</strong> economische keuzetheorie”.<br />
De overheersen<strong>de</strong> visie <strong>in</strong> <strong>de</strong> economische keuzetheorie is dat <strong>de</strong> relatie tussen <strong>in</strong>dividuele<br />
burgers enerzijds en <strong>de</strong> politiek en overheidsdiensten an<strong>de</strong>rzijds te zien is als een<br />
contractrelatie. De overheid wordt gezien als een verzamel<strong>in</strong>g <strong>in</strong>dividuen, die collectieve<br />
voorzien<strong>in</strong>gen produceren voor an<strong>de</strong>re <strong>in</strong>dividuen, die <strong>de</strong>ze voorzien<strong>in</strong>gen waar<strong>de</strong>ren op<br />
hun <strong>in</strong>dividuele merites. Het algemeen belang is niet langer <strong>de</strong> maatstaf voor <strong>de</strong> beoor<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g<br />
van het overheidsoptre<strong>de</strong>n, maar <strong>de</strong> maat is <strong>in</strong> hoeverre <strong>de</strong> overheid tegemoet komt<br />
aan <strong>in</strong>dividuele belangen en <strong>de</strong> verschei<strong>de</strong>nheid <strong>in</strong> <strong>de</strong> samenlev<strong>in</strong>g. Daarom krijgen<br />
volgens Glennerster & Le Grand (1995) <strong>markt</strong>gerichte veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs en<br />
<strong>de</strong> gezondheidszorg zoveel steun van mid<strong>de</strong>nklasse-kiezers. Mid<strong>de</strong>nklasse-kiezers willen<br />
weliswaar nog steeds vrije toegang en overheidsf<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g, maar willen tegelijkertijd<br />
meer service en kwaliteit zon<strong>de</strong>r extra belast<strong>in</strong>gen. De enige mogelijkheid voor reger<strong>in</strong>gen<br />
om <strong>de</strong> cirkel rond te krijgen is door meer te bie<strong>de</strong>n voor <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> hoeveelheid<br />
belast<strong>in</strong>gen. ‘Meer’ betekent <strong>in</strong> dit geval meer keuze, dat wil zeggen meer ‘klantgevoeligheid’<br />
van <strong>de</strong> kant van artsen, ziekenhuizen en scholen en tegelijkertijd meer ‘exclusiviteit’<br />
<strong>in</strong> het aanbod. Die ‘exclusiviteit’ kan ook verkregen wor<strong>de</strong>n door ruimte te geven voor<br />
een eigen bijdrage, zoals <strong>de</strong> CDA-bestuur<strong>de</strong>rsverenig<strong>in</strong>g <strong>in</strong> reactie op <strong>de</strong> paarse plannen<br />
<strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs opmerkt.<br />
De nieuwe mid<strong>de</strong>nklasse, “prefereert een goedkoper stelsel, dat het mogelijk<br />
maakt dat men geduren<strong>de</strong> <strong>de</strong> korte perio<strong>de</strong> dat men zelf k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren (1 à 2!, geen 4<br />
of 6 meer) op school heeft, extra betaalt ten behoeve van goed on<strong>de</strong>rwijs voor<br />
<strong>de</strong> eigen k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren: eigen bijdrage, sponsor<strong>in</strong>g.” (Veldhuis, 1996, p. 25).<br />
De contractrelatie manifesteert zich ook <strong>in</strong> <strong>de</strong> veran<strong>de</strong>r<strong>de</strong> houd<strong>in</strong>g van <strong>in</strong>dividuele<br />
burgers ten opzichte van <strong>de</strong> hen gebo<strong>de</strong>n diensten. Deze wordt enerzijds door het beleid<br />
of <strong>de</strong> ‘aanbie<strong>de</strong>rs’ zelf gestimuleerd, an<strong>de</strong>rzijds door <strong>de</strong> ‘consumenten’ <strong>in</strong> juridische z<strong>in</strong><br />
gezocht. Zo kwam <strong>de</strong> Engelse conservatieve reger<strong>in</strong>g <strong>in</strong> 1991 met een zogenaam<strong>de</strong><br />
‘Parent’s Charter’, waar<strong>in</strong> gesteld werd dat alle ou<strong>de</strong>rs als consumenten recht hebben op<br />
<strong>in</strong>formatie over <strong>de</strong> vor<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen van hun k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren en over <strong>de</strong> prestaties van alle scholen.<br />
De schoolgids <strong>in</strong> ons land sluit nauw bij <strong>de</strong>ze uitgangspunten aan. Uit Engeland komt<br />
ook het i<strong>de</strong>e van zogenaam<strong>de</strong> opvoed<strong>in</strong>gcontracten waar<strong>in</strong> ‘consumenten’ en ‘aanbie<strong>de</strong>rs’<br />
hun we<strong>de</strong>rzijdse rechten en plichten vastleggen. Tenslotte zoeken ook <strong>de</strong> consumenten<br />
zelf naar wegen om hun <strong>in</strong>dividuele wensen en belangen gehonoreerd te krijgen.<br />
Zo wordt <strong>de</strong> laatste jaren door ou<strong>de</strong>rs steeds vaker <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs, en ook <strong>de</strong> gezondheidszorg,<br />
<strong>de</strong> hulp van <strong>de</strong> rechter <strong>in</strong>geroepen om hun specifieke belangen te ‘regelen’.<br />
Ook <strong>in</strong> dat geval wordt veelal verwezen naar een (onzichtbare) contractrelatie tussen<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
6 Slot<br />
‘consumenten’ en ‘aanbie<strong>de</strong>rs’. 8 Al <strong>de</strong>ze contractrelaties (tussen ‘aan<strong>de</strong>elhou<strong>de</strong>rs’ en<br />
‘bew<strong>in</strong>dvoer<strong>de</strong>rs’, en tussen ‘consumenten’ en ‘aanbie<strong>de</strong>rs’) sluiten goed aan bij <strong>de</strong><br />
retoriek van <strong>de</strong> <strong>markt</strong>.<br />
In dit hoofdstuk heb ik willen laten zien dat <strong>de</strong> overheid en <strong>de</strong> <strong>markt</strong> geen elkaar uitsluiten<strong>de</strong><br />
coörd<strong>in</strong>atiemechanismen zijn. Traditioneel is <strong>in</strong> het Ne<strong>de</strong>rlandse bestel gezocht<br />
naar een compromis, waarbij veel nadruk lag op zelfbestur<strong>in</strong>g door <strong>in</strong>stituties <strong>in</strong> het<br />
maatschappelijk mid<strong>de</strong>nveld. Dit heeft door <strong>de</strong> verzuil<strong>in</strong>g en <strong>de</strong> groei van <strong>de</strong> verzorg<strong>in</strong>gsstaat<br />
geleid tot een sterke centraliser<strong>in</strong>g en <strong>de</strong>tailler<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> wetgev<strong>in</strong>g en een<br />
sterke neig<strong>in</strong>g tot corporatieve politiek waar<strong>in</strong> veel afgeschermd werd. Dat heeft het<br />
imago van <strong>de</strong> overheid en <strong>de</strong> publieke dienstverlen<strong>in</strong>g geen goed gedaan. Daardoor<br />
ontstond meer ruimte voor het ‘<strong>markt</strong><strong>de</strong>nken’. Maar ook die beweg<strong>in</strong>g kent zijn grenzen.<br />
Daarom blijft het noodzakelijk om naar een optimale comb<strong>in</strong>atie te zoeken tussen <strong>de</strong><br />
verschillen<strong>de</strong> pr<strong>in</strong>cipes. Alleen proefon<strong>de</strong>rv<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk en <strong>in</strong> een open <strong>de</strong>bat kan vastgesteld<br />
wor<strong>de</strong>n welke comb<strong>in</strong>aties werken en welke niet.<br />
8 Zo werd <strong>in</strong> <strong>de</strong> geruchtmaken<strong>de</strong> zaak ‘Schaapman’ <strong>de</strong> moe<strong>de</strong>r op grond van het Burgerlijk Wetboek <strong>in</strong><br />
het gelijk gesteld, omdat het schoolbestuur niet aan zijn contractverplicht<strong>in</strong>gen had voldaan. Volgens<br />
sommige rechtsgeleer<strong>de</strong>n (Dubelaar, 1998; Vermeulen, 1999) is <strong>de</strong>ze uitspraak opmerkelijk, omdat<br />
volgens hen <strong>de</strong> wettelijke gron<strong>de</strong>n voor het afleggen van rekenschap (accountability) niet <strong>in</strong> het<br />
burgerlijk recht maar <strong>in</strong> het bestuursrecht gezocht zou<strong>de</strong>n moeten wor<strong>de</strong>n.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 49
Literatuur<br />
50<br />
Adnett, N. & Davies, P. (2000).<br />
Competition and curriculum diversity <strong>in</strong> local school<strong>in</strong>g markets: theory and<br />
evi<strong>de</strong>nce. Journal of Education Policy, 15, 157-167.<br />
Archer, M. (1979).<br />
The social orig<strong>in</strong>s of educational systems. London.<br />
Barber, M. (1997).<br />
The learn<strong>in</strong>g game. London: Indigo.<br />
Beerends, H.M., Boom, E.F.C. & Vegt, A.L. van <strong>de</strong>r (1999).<br />
Kwaliteitskaarten voortgezet on<strong>de</strong>rwijs: beoor<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g en gebruik door ou<strong>de</strong>rs.<br />
Amsterdam: Regioplan.<br />
Berl<strong>in</strong>er, D.C. & Biddle, B.J. (1995).<br />
The manufactured crisis. Read<strong>in</strong>g: Addison Wesley.<br />
Bishop, J.H. (2000).<br />
Privatis<strong>in</strong>g Education: Lessons from Canada, Europe, and Asia. In C. E. Steurle e.a.<br />
(Eds.), Vouchers and the Provision of Public Services (pp. 292-335). Wash<strong>in</strong>gton,<br />
DC: Brook<strong>in</strong>gs Institution Press.<br />
Bijsterveld, S.C. van & Mouwen, C.A.M. (2000).<br />
De universiteit op een keerpunt. De hybri<strong>de</strong> universiteit en <strong>de</strong> rol van <strong>de</strong><br />
overheid. Ne<strong>de</strong>rlands Tijdschrift voor on<strong>de</strong>rwijsrecht en on<strong>de</strong>rwijsbeleid, 12, 55-<br />
73.<br />
Boef-van <strong>de</strong>r Meulen, S., Schüssler, I & Karsten, S. (1993).<br />
Schemergebie<strong>de</strong>n, Het bestuurlijk mid<strong>de</strong>nniveau <strong>in</strong> het primair on<strong>de</strong>rwijs.<br />
Rijswijk: SCP.<br />
Boerman, P.B. (1995).<br />
Autonomieverschuiv<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> het beroepson<strong>de</strong>rwijs. Ne<strong>de</strong>rlands Tijdschrift voor<br />
on<strong>de</strong>rwijsrecht en on<strong>de</strong>rwijsbeleid, 7, 57-68.<br />
Boyd, W. (1992).<br />
The power of paradigm: reconceptualiz<strong>in</strong>g educational policy and management.<br />
Educational Adm<strong>in</strong>istration Quarterly, 28, 504-528.<br />
Bronneman-Helmers, H.M. (1993).<br />
Op<strong>in</strong>ies over on<strong>de</strong>rwijs. Rijswijk: SCP.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Brown, F. (1992b).<br />
The Dutch experience with school choice: Implications for American education. In<br />
P.W. Cookson (Ed.), The choice controversy (pp. 171-189). Newbury Park, CA:<br />
Corw<strong>in</strong> Press.<br />
Brown, B.W. (1992a).<br />
Why governments run schools. Economics of Education Review, 11, 287-300.<br />
Bryk, A.S., Lee, V.E. & Holland, P.B. (1993).<br />
Catholic schools and the common good. Cambridge/London: Harvard University<br />
Press.<br />
Chubb, J.E. & Moe, T.M. (1990).<br />
Politics, markets, and America’s schools. Wash<strong>in</strong>gton: Brook<strong>in</strong>g Institute.<br />
Clune, W.H. & Witte, J.F. (Eds.).<br />
Choice and control <strong>in</strong> American education. London/New York/Phila<strong>de</strong>lphia:<br />
Falmer Press.<br />
Commissie Hirsch Ball<strong>in</strong> (1989).<br />
Verantwoor<strong>de</strong>lijkheid voor on<strong>de</strong>rwijs. Zoetermeer.<br />
Coulson, A.J. (1999).<br />
Market education. The unknown history. New Brunswick/ London: Transaction<br />
Publishers.<br />
Deetman, W.J. (1988).<br />
De m<strong>in</strong>isteriële verantwoor<strong>de</strong>lijkheid: <strong>de</strong> afstand tussen norm en fictie. In W.C.M.<br />
van Lieshout e.a. (Red.), Bestuur en meesterschap: opstellen over samenlev<strong>in</strong>g,<br />
staat en stur<strong>in</strong>g. ‘s- Gravenhage: Staatsuitgeverij.<br />
Dijkstra, A.B., Dronkers, J. & Hofman, R. (1997).<br />
Verzuil<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs. Gron<strong>in</strong>gen: Wolters-Noordhoff.<br />
Dronkers, J. (1999).<br />
Veran<strong>de</strong>ren<strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gaantallen <strong>in</strong> het voortgezet on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> het schooljaar<br />
1998-1999 door <strong>de</strong> publicatie van <strong>in</strong>spectiegegevens en <strong>de</strong> bereken<strong>in</strong>g door<br />
Trouw <strong>in</strong> oktober 1997? Een na<strong>de</strong>re analyse. Tijdschrift voor on<strong>de</strong>rwijsresearch,<br />
24, 63-66.<br />
Dubelaar, J.M.V. (1998).<br />
Scha<strong>de</strong>claim wegens onvoldoen<strong>de</strong> kwaliteit van on<strong>de</strong>rwijs. Ne<strong>de</strong>rlands Tijdschrift<br />
voor <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>recht en on<strong>de</strong>rwijsbeleid, 10, 160-166.<br />
Flippo, R.K. (1997).<br />
Openbaar on<strong>de</strong>rwijs stevent af op verzelfstandig<strong>in</strong>g. <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> lokaal,<br />
augustus, 9-10.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 51
52<br />
Glennerster, A. & Le Grand, J. (1995).<br />
The <strong>de</strong>velopment of quasi-market <strong>in</strong> welfare provision <strong>in</strong> the United-K<strong>in</strong>gdom.<br />
International Journal of Health Service, 25, 203-218.<br />
Glenn, C.L. (1989).<br />
Choice of schools <strong>in</strong> six nations. Wash<strong>in</strong>gton, DC: US Department of Education.<br />
Grip, A. <strong>de</strong> (1985).<br />
Dereguler<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs. Intermediair, 21, 28, 15-28.<br />
Guban, L. (1990).<br />
Reform<strong>in</strong>g aga<strong>in</strong>, aga<strong>in</strong>, and aga<strong>in</strong>. Educational researcher, 19, 3-13.<br />
Guthrie, J.W. & Koppich, J.E. (1993).<br />
Ready, A.I.M., Reform: Build<strong>in</strong>g a mo<strong>de</strong>l of education reform and ‘High Politics’. In<br />
Beare, H. & Boyd, W.L. (Eds.). Restructur<strong>in</strong>g schools (pp. 12-29).<br />
Wash<strong>in</strong>gton/London: Falmer.<br />
Halman, L. e.a. (1987).<br />
Tradtitie, secularisatie en <strong>in</strong>dividualiser<strong>in</strong>g. Tilburg: Tilburg University Press.<br />
Hirsch, D. (1994).<br />
School: A matter of choice. Paris: OECD.<br />
Hirsch, F. (1976).<br />
Social limits to Growth. Cambridge: Harvard University Press.<br />
Hirschman, A.O. (1982).<br />
Shift<strong>in</strong>g <strong>in</strong>volvements. Private <strong>in</strong>terest and public action. New Jersey: Pr<strong>in</strong>ceton<br />
University Press.<br />
Hofste<strong>de</strong>, G. (1980).<br />
Culture’s consequences: <strong>in</strong>ternational differences <strong>in</strong> work-related values. Beverley<br />
Hills: Sage.<br />
Hooge, E.H. (1995).<br />
Ruimte voor overheid, bestuurlijk mid<strong>de</strong>nveld en basisscholen. Ne<strong>de</strong>rlands<br />
Tijdschrift voor on<strong>de</strong>rwijsrecht en on<strong>de</strong>rwijsbeleid, 7, 1995, 35-44.<br />
Hoogerwerf, A. (1995).<br />
Politiek als evenwichtskunst. Alphen aan <strong>de</strong>n Rijn: Samsom H.D. Tjeenk Will<strong>in</strong>k.<br />
House, E.R. (1998).<br />
Schools for sale. New York/London: Teachers College Press.<br />
Huisman, P.W.A (1997).<br />
Bestuursvormen en mo<strong>de</strong>llen voor het openbaar en bijzon<strong>de</strong>r on<strong>de</strong>rwijs. School<br />
en wet. Tijdschrift <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>praktijk, 42/77, 4, 2-9.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Inspectie van het <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> (1993).<br />
Eigenlijk-oneigenlijk. Zoetermeer.<br />
James, E. (1988).<br />
The public/private division of responsibility for education: An <strong>in</strong>ternational<br />
comparison. In T.James & H.M. Lev<strong>in</strong> (Eds.), Compar<strong>in</strong>g public and private schools<br />
(Vol.1). Phila<strong>de</strong>lphia.<br />
James, E. (1991).<br />
Public policies toward private education: An <strong>in</strong>ternational comparison.<br />
International Journal of Educational Research, 15, 359-376.<br />
Jolles, H.M. (1988).<br />
Tussen burger en staat. Assen/Maastricht: Van Gorcum.<br />
Karstanje, P., Bakker, M. & Droog, M. (2000).<br />
Effecten van <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g, autonomie- en schaalvergrot<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs.<br />
Amsterdam: SCO-Kohnstamm Instituut.<br />
Karsten, S. & Meijer, J. (1999).<br />
School-Based Management <strong>in</strong> the Netherlands: The Educational Consequences of<br />
Lump-Sum Fund<strong>in</strong>g. Educational Policy. 13 (3), 421-439.<br />
Karsten, S. (1992).<br />
H.G. Roodhuyzen, een zelfvoldane kostschoolhou<strong>de</strong>r <strong>in</strong> <strong>de</strong> 19e eeuw. In O.<br />
Bosma (Red.), 150 jaar ABOP (pp. 19-22). Amsterdam.<br />
Karsten, S. (1997).<br />
Verzuil<strong>in</strong>g als sociaal en politiek verschijnsel. In A.B. Dijkstra, J. Dronkers en R.<br />
Hofman (Red.). Verzuil<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs. Actuele verklar<strong>in</strong>gen en analyses (pp.<br />
33-56). Gron<strong>in</strong>gen: Wolters-Noordhoff 1997.<br />
Karsten, S., Groot, I. & Ruiz, M.A. (1995).<br />
Value Orientations of the Dutch Educational Elite. Comparative Education Review,<br />
39 (4), 508-523.<br />
Karsten, S., Meijer, J. & Peetsma, T.T.D. (1996).<br />
Vrijheid van <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g on<strong>de</strong>rzocht. Ne<strong>de</strong>rlands tijdschrift voor on<strong>de</strong>rwijsrecht en<br />
on<strong>de</strong>rwijsbeleid. 8 (2), 101-110.<br />
Karsten, S., Meijer, J. & Vermeulen, A.C.A.M. (1997).<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>kundige gevolgen van <strong>de</strong> lump sum bekostig<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het MBO.<br />
Amsterdam: SCO-Kohnstamm Instituut.<br />
Karsten, S., Visscher, A. & Jong, T. (1999).<br />
Handle with care! Buitenlandse ervar<strong>in</strong>gen met het publiceren van schoolprestatiegegevens.<br />
Den Haag: <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 53
54<br />
Kaus, M. (1992).<br />
The end of equality. New York.<br />
Kennedy, J. (1995).<br />
Nieuw Babylon <strong>in</strong> aanbouw: Ne<strong>de</strong>rland <strong>in</strong> <strong>de</strong> jaren zestig. Amsterdam/Meppel:<br />
Boom.<br />
Kremers, J.J.M. (1995).<br />
Privatiser<strong>in</strong>g en <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g: een economisch perspectief. In R.H. Coops e.a.<br />
(Red.), Van overheid naar <strong>markt</strong> (pp. 13-26). Den Haag: Sdu.<br />
Lasch, C. (1995).<br />
The revolt of elites and the betrayal of <strong>de</strong>mocracy. New York: Norton.<br />
Le Grand, J. & Bartlett, W. (1993).<br />
Quasi-markets and social policy. London: Macmillan.<br />
Le Grand, J. (1991).<br />
Quasi-markets and education. Economic Journal, 101, 1256-1267.<br />
Leune, J.M.G. (1994).<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>kwaliteit en <strong>de</strong> autonomie van scholen. In B.P.M. Creemers (red).<br />
Dereguler<strong>in</strong>g en <strong>de</strong> kwaliteit van het on<strong>de</strong>rwijs. (pp. 27-48) Gron<strong>in</strong>gen: RION.<br />
Levacic, R. (1995).<br />
Local management of schools. Buck<strong>in</strong>gham/Phila<strong>de</strong>lphia: Open University Press.<br />
M<strong>in</strong>isterie van OCenW (2000).<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> stell<strong>in</strong>g. Zoetermeer<br />
National Commision on Excellence <strong>in</strong> Education (1983).<br />
A Nation at Risk. Wash<strong>in</strong>gton, DC: Government Pr<strong>in</strong>t<strong>in</strong>g Office.<br />
Oegema, J. (1995).<br />
Vouchers en leerrechten. Amsterdam<br />
Ritzen, J. (1983).<br />
Wat is het on<strong>de</strong>rwijs ons waard? Gron<strong>in</strong>gen: Wolters-Noordhoff.<br />
Rosanvallon, (1981).<br />
La crise <strong>de</strong> l’état-provi<strong>de</strong>nce. Paris: Seuil.<br />
Smith, P. (1995).<br />
On the Un<strong>in</strong>ten<strong>de</strong>d Consequences of Publish<strong>in</strong>g Performance Data <strong>in</strong> the Public<br />
Sector. International Journal of Public Adm<strong>in</strong>istration 18 (2&3), 277 -310.<br />
Teelken, C. (1995).<br />
Autonomieverschuiv<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> het voortgezet on<strong>de</strong>rwijs. Ne<strong>de</strong>rlands tijdschrift<br />
voor on<strong>de</strong>rwijsrecht en on<strong>de</strong>rwijsbeleid. 7, 45-56.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Thorbecke, J.R. (1829).<br />
Over het bestuur van het on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> betrekk<strong>in</strong>g tot eene aanstaan<strong>de</strong> wetgev<strong>in</strong>g.<br />
Zutphen: Wansleven.<br />
Tooley, J. (1996).<br />
Education without the State. London: Institute of Economic Affairs.<br />
Van<strong>de</strong>nberghe, V. (1996).<br />
Function<strong>in</strong>g and regulation of educational quasi-markets. Louva<strong>in</strong>-la-Neuve:<br />
CIACO.<br />
Veldhuis, J.G.F. (1996).<br />
Decentralisatie van on<strong>de</strong>rwijsbeleid; maatschappelijke twee<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g als gevolg. In<br />
K. <strong>de</strong> Jong Ozn. e.a. (Red.), Het evenwicht verstoord. Den Haag: CDA-bestuur<strong>de</strong>rsverenig<strong>in</strong>g.<br />
Vermeulen, B.P. (1999).<br />
Country report: Recent <strong>de</strong>velopments <strong>in</strong> Dutch legislation and case law on education.<br />
European Journal for Education Law and Policy, 3, 155-157.<br />
Vijl<strong>de</strong>r, F. <strong>de</strong> (1995).<br />
F<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs. In N.L. Dod<strong>de</strong> & J.M.G. Leune (red.), Het<br />
Ne<strong>de</strong>rlandse schoolsysteem (pp. 255-277). Gron<strong>in</strong>gen: Wolters-Noordhoff.<br />
Vries, G. <strong>de</strong> (1993).<br />
Het pedagogisch regiem. Amsterdam: Meulenhof.<br />
Wans<strong>in</strong>k, H. (1992).<br />
Een school om te kiezen. Amsterdam: Bert Bakker.<br />
Weitenberg, J. & Ven, A.T.L.M. van <strong>de</strong> (1995).<br />
Motieven en mo<strong>de</strong>llen voor privatiser<strong>in</strong>g. In R.H. Coops e.a. (Red.), Van overheid<br />
naar <strong>markt</strong> (pp. 27-37). Den Haag: Sdu.<br />
Wier<strong>in</strong>gen, A. M. L. van (1996).<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>beleid <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland. Alphen aan <strong>de</strong>n Rijn: Samsom H. D. Tjeenk Will<strong>in</strong>k.<br />
Wier<strong>in</strong>gen, A.M.L. van (1997).<br />
Onze scholen, privatiser<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs. Opmerk<strong>in</strong>gen bij een on<strong>de</strong>rhuids<br />
<strong>de</strong>bat. Ne<strong>de</strong>rlands tijdschrift voor on<strong>de</strong>rwijsrecht en on<strong>de</strong>rwijsbeleid, 9 (4), 179-<br />
206.<br />
Wit, C.H.E. <strong>de</strong> (1980).<br />
Thorbecke, staatsman en historicus. Nijmegen: SUN.<br />
Wr<strong>in</strong>ge, C. (1994).<br />
Markets, values and education. In D. Bridges & T.H. McLaugl<strong>in</strong> (Eds), Education<br />
and the Market Place. London: Falmer.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 55
3 Marktwerk<strong>in</strong>g en <strong>de</strong> publieke sector<br />
W. Derksen 1<br />
In dit hoofdstuk wordt een algemeen conceptueel ka<strong>de</strong>r ontwikkeld voor vragen rondom<br />
privatiser<strong>in</strong>g en <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g. Bij privatiser<strong>in</strong>g gaat het om twee vragen: voor welke<br />
belangen wenst <strong>de</strong> overheid een verantwoor<strong>de</strong>lijkheid op zich te nemen en hoe kan <strong>de</strong><br />
overheid die verantwoor<strong>de</strong>lijkhe<strong>de</strong>n het beste waarmaken (mid<strong>de</strong>ls publieke dan wel<br />
private organisaties). Voor <strong>de</strong> laatste vraag is het uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijke ijkpunt <strong>de</strong> <strong>in</strong> het ged<strong>in</strong>g<br />
zijn<strong>de</strong> publieke belangen en <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n om <strong>de</strong>ze te borgen. Marktwerk<strong>in</strong>g is één<br />
van <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n voor het borgen van publieke belangen, met name <strong>in</strong> <strong>de</strong> private<br />
sfeer. Het versterken van <strong>de</strong> eigen professionele waar<strong>de</strong>n en normen is een an<strong>de</strong>re<br />
mogelijkheid. Hier wordt betoogd dat <strong>de</strong>ze laatste vorm, <strong>in</strong>stitutionele borg<strong>in</strong>g<br />
genoemd, <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs wellicht kansrijker is dan <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> enge z<strong>in</strong>. Indien<br />
<strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g zo ruim wordt opgevat dat alle vormen van verantwoord<strong>in</strong>g (ten opzichte<br />
van <strong>de</strong> <strong>de</strong>elnemers) daaron<strong>de</strong>r wor<strong>de</strong>n gevat, is het wel een z<strong>in</strong>vol mechanisme, maar<br />
verliest het tevens als begrip zijn on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>nd vermogen.<br />
1 Inleid<strong>in</strong>g<br />
56<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> is niet het enige beleidsterre<strong>in</strong> dat een discussie over ‘<strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g’ kent. Op<br />
veel beleidsterre<strong>in</strong>en zijn <strong>in</strong> het laatste <strong>de</strong>cennium <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n voor het vergroten<br />
van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g verkend. Het meest opvallend zijn daarbij <strong>de</strong> vanouds publieke<br />
diensten die on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> tucht van <strong>de</strong> <strong>markt</strong> wor<strong>de</strong>n gebracht. Zo was <strong>de</strong> re<strong>de</strong>n voor een<br />
natuurlijk monopolie op het gebied van <strong>de</strong> telefoon <strong>in</strong>mid<strong>de</strong>ls vervallen en werd <strong>de</strong> ou<strong>de</strong><br />
PTT, die voordien geheel <strong>in</strong> han<strong>de</strong>n was van <strong>de</strong> overheid, geprivatiseerd. KPN en PTT Post<br />
1 Dit artikel is voor een <strong>de</strong>el gebaseerd op het rapport van <strong>de</strong> WRR (Wetenschappelijke Raad voor het<br />
Reger<strong>in</strong>gsbeleid) Het borgen van publiek belang dat on<strong>de</strong>r leid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> auteur tot stand kwam. Het<br />
rapport verscheen <strong>in</strong> het voorjaar van 2000 en is uitgegeven bij Sdu Uitgevers te Den Haag. De auteur<br />
is <strong>in</strong>mid<strong>de</strong>ls hoogleraar bestuurskun<strong>de</strong> aan <strong>de</strong> Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij dankt M. van Dyck,<br />
E.F. ten Heuvelhof en K. van Paridon voor hun commentaar op een eer<strong>de</strong>re versie van <strong>de</strong>ze tekst.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
zijn tegenwoordig private bedrijven (waarvan <strong>de</strong> overheid overigens nog wel enige<br />
aan<strong>de</strong>len <strong>in</strong> han<strong>de</strong>n heeft).<br />
Tegelijkertijd richtte het streven naar het vergroten van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g zich op beleidsterre<strong>in</strong>en<br />
waar het product veel m<strong>in</strong><strong>de</strong>r gemakkelijk is te verhan<strong>de</strong>len. In <strong>de</strong> sociale<br />
zekerheid werd gepoogd een <strong>markt</strong> te scheppen voor uitvoer<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen; <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
gezondheidszorg bestaat <strong>in</strong>mid<strong>de</strong>ls een <strong>markt</strong> voor zorgaanbie<strong>de</strong>rs en zorgverzekeraars.<br />
En ten slotte richtte <strong>de</strong> aandacht zich op reeds bestaan<strong>de</strong> <strong>markt</strong>en van private partijen,<br />
waar <strong>de</strong> concurrentie te wensen overliet. Makelaars, taxichauffeurs, notarissen, artsen, zij<br />
waren al on<strong>de</strong>rwerp van studie <strong>in</strong> het ka<strong>de</strong>r van <strong>de</strong> MDW-operatie van <strong>de</strong> overheid<br />
(<strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g, <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g en wetgev<strong>in</strong>gskwaliteit). Met <strong>de</strong>ze operatie beoogt <strong>de</strong><br />
reger<strong>in</strong>g belemmer<strong>in</strong>gen voor een eerlijke concurrentie op tal van <strong>de</strong>el<strong>markt</strong>en weg te<br />
nemen.<br />
Marktwerk<strong>in</strong>g en privatiser<strong>in</strong>g hebben dus veel met elkaar te maken; niettem<strong>in</strong> is het van<br />
belang een hel<strong>de</strong>r on<strong>de</strong>rscheid te blijven aanhou<strong>de</strong>n. Ik kom daarop <strong>in</strong> <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong><br />
paragraaf na<strong>de</strong>r terug. Daar zal ook blijken dat het begrip ‘privatiser<strong>in</strong>g’ op verschillen<strong>de</strong><br />
manieren <strong>in</strong> het <strong>de</strong>bat wordt gebruikt.<br />
‘Marktwerk<strong>in</strong>g’ is overigens zelf ook niet eenvoudig te <strong>de</strong>f<strong>in</strong>iëren. 2 “Een <strong>markt</strong> ‘werkt’<br />
wanneer er enerzijds talrijke consumenten zijn en an<strong>de</strong>rzijds meer<strong>de</strong>re aanbie<strong>de</strong>rs.<br />
On<strong>de</strong>r <strong>de</strong>ze voorwaar<strong>de</strong>n kunnen consumenten een vrije keus maken uit <strong>de</strong> aangebo<strong>de</strong>n<br />
waar (optimale prijs-kwaliteitscomb<strong>in</strong>atie) en wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong> aanbie<strong>de</strong>rs gestimuleerd om zo<br />
goed mogelijk <strong>in</strong> te spelen op <strong>de</strong> voorkeuren van consumenten. Dat <strong>in</strong>spelen op <strong>de</strong><br />
voorkeuren van consumenten kan bijvoorbeeld gebeuren via <strong>in</strong>novatie, wat leidt tot<br />
kostenverlag<strong>in</strong>gen, productvernieuw<strong>in</strong>g/-differentiatie.” 3 In het beleids<strong>de</strong>bat wordt het<br />
begrip ‘<strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g’ niet zel<strong>de</strong>n veel ruimer geïnterpreteerd. Op het terre<strong>in</strong> van het<br />
on<strong>de</strong>rwijs lijkt <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g soms te staan voor het adagium ‘verlos ons van<br />
Zoetermeer’, soms voor het vergroten van <strong>de</strong> <strong>in</strong>vloed van ou<strong>de</strong>rs en leerl<strong>in</strong>gen (<strong>de</strong><br />
<strong>de</strong>elnemers) op het on<strong>de</strong>rwijs en soms voor het aanpassen van het on<strong>de</strong>rwijspakket <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
zogeheten BVE-sector (beroepson<strong>de</strong>rwijs en volwasseneneducatie) aan <strong>de</strong> wensen van <strong>de</strong><br />
<strong>markt</strong>. In het algemeen gesteld lijkt het te gaan om het meer tegemoet komen aan <strong>de</strong><br />
wensen van leerl<strong>in</strong>gen, stu<strong>de</strong>nten en ou<strong>de</strong>rs.<br />
Het is <strong>de</strong> vraag of we ‘<strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g’ hier zo breed moeten <strong>de</strong>f<strong>in</strong>iëren. Daarmee verliest<br />
het begrip immers zijn on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>nd vermogen: van een <strong>de</strong>rgelijke ‘<strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g’ kan<br />
niemand tegenstan<strong>de</strong>r zijn. Interessanter is <strong>de</strong> vraag of en <strong>in</strong> welke mate on<strong>de</strong>rwijs moet<br />
wor<strong>de</strong>n overgelaten aan <strong>de</strong> ‘vrije <strong>markt</strong>’; of en <strong>in</strong> welke mate <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd van het on<strong>de</strong>rwijs<br />
moet wor<strong>de</strong>n gestuurd door <strong>markt</strong>prikkels en on<strong>de</strong>rwerp moet zijn van concurrentie.<br />
Simpeler samengevat: <strong>in</strong> welke mate moet het prijsmechanisme bepalend zijn voor het<br />
on<strong>de</strong>rwijs?<br />
Hoe smal of breed ook ge<strong>de</strong>f<strong>in</strong>ieerd, achter het streven naar <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs<br />
gaat een boeien<strong>de</strong> verschuiv<strong>in</strong>g tussen publiek en privaat schuil. Let wel, dat het om<br />
een verschuiv<strong>in</strong>g gaat, want het on<strong>de</strong>rwijs is van oudsher een <strong>in</strong>teressant en <strong>in</strong>gewikkeld<br />
arrangement tussen publiek en privaat geweest. In dat arrangement had <strong>de</strong> overheid een<br />
specifieke verantwoor<strong>de</strong>lijkheid voor het behartigen van publieke belangen.<br />
2 Zie on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re Visie op <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g: Paperbun<strong>de</strong>l bij <strong>de</strong> EZ-conferentie van 20 oktober 2000.<br />
M<strong>in</strong>isterie van Economische Zaken, Den Haag, 2000.<br />
3 Zie <strong>de</strong> <strong>in</strong>leid<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> genoem<strong>de</strong> bun<strong>de</strong>l uit noot 2, opgesteld door <strong>de</strong> Directie Marktwerk<strong>in</strong>g van het<br />
M<strong>in</strong>isterie van Economische Zaken.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 57
58<br />
Die verantwoor<strong>de</strong>lijkheid zal overigens ook <strong>in</strong> nieuwe constellaties blijven bestaan. Een<br />
discussie over <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g gaat om die re<strong>de</strong>n altijd ook over publieke belangen. In <strong>de</strong><br />
volgen<strong>de</strong> paragraaf zal ik <strong>de</strong>ze stell<strong>in</strong>g na<strong>de</strong>r motiveren.<br />
In het algemeen bied ik <strong>in</strong> <strong>de</strong> paragrafen 2, 3 en 4 een algemeen ka<strong>de</strong>r voor <strong>de</strong> discussie<br />
over <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g b<strong>in</strong>nen het on<strong>de</strong>rwijs. Daarbij baseer ik me eer<strong>de</strong>r op an<strong>de</strong>re beleidsterre<strong>in</strong>en<br />
dan op het on<strong>de</strong>rwijsterre<strong>in</strong>. 4 Pas <strong>in</strong> paragraaf 5 trek ik, als toetje, <strong>de</strong> lijn van <strong>de</strong><br />
re<strong>de</strong>ner<strong>in</strong>g door voor het on<strong>de</strong>rwerp dat <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze bun<strong>de</strong>l centraal staat: <strong>de</strong> <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g<br />
<strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs. In dit hoofdstuk staan dus niet het on<strong>de</strong>rwijs, maar <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g en<br />
privatiser<strong>in</strong>g centraal.<br />
2 Privatiser<strong>in</strong>g <strong>in</strong> soorten<br />
Het begrip ‘publiek belang’ kan wor<strong>de</strong>n verhel<strong>de</strong>rd door een on<strong>de</strong>rscheid te maken<br />
tussen <strong>in</strong>dividuele, maatschappelijke en publieke belangen. Aan dit on<strong>de</strong>rscheid liggen<br />
politieke, normatieve opvatt<strong>in</strong>gen ten grondslag. Vaak vallen <strong>in</strong>dividuele belangen samen<br />
met maatschappelijk belangen. Of dat het geval is, blijft een kwestie van beoor<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g.<br />
Belangen zijn maatschappelijke belangen als hun behartig<strong>in</strong>g voor <strong>de</strong> samenlev<strong>in</strong>g als<br />
geheel gewenst is. Zo wordt algemeen aangenomen dat het een maatschappelijk belang<br />
is dat tre<strong>in</strong>en rij<strong>de</strong>n, dijken wor<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>rhou<strong>de</strong>n, straten zijn verlicht, hygiëne wordt<br />
betracht, goed on<strong>de</strong>rwijs wordt gegeven, vervuil<strong>in</strong>g van het milieu wordt tegengegaan,<br />
armoe<strong>de</strong> wordt bestre<strong>de</strong>n, een aantal <strong>in</strong>dividuele risico’s collectief wordt opgevangen.<br />
Niet alleen <strong>in</strong>dividuele burgers hebben daarbij immers belang, ook <strong>de</strong> samenlev<strong>in</strong>g als<br />
geheel. De welvaart <strong>in</strong> zijn algemeenheid is gebaat bij collectieve verzeker<strong>in</strong>gen, bij<br />
on<strong>de</strong>rwijs, bij armenzorg en bij het rij<strong>de</strong>n van tre<strong>in</strong>en; <strong>de</strong> veiligheid is gebaat bij dijken<br />
die overstrom<strong>in</strong>g tegengaan en bij verlicht<strong>in</strong>g bij nacht en ontij; <strong>de</strong> gezondheid van alle<br />
burgers is gebaat bij hygiëne en een a<strong>de</strong>quate gezondheidszorg; <strong>de</strong> toekomstige samenlev<strong>in</strong>g<br />
is gebaat bij het tegengaan van milieuvervuil<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het he<strong>de</strong>n. Het is zelfs een<br />
maatschappelijk belang dat er voldoen<strong>de</strong> brood is om te eten.<br />
Voor <strong>de</strong> behartig<strong>in</strong>g van veel maatschappelijke belangen heb je geen overheid nodig.<br />
Indien <strong>de</strong> welvaart groot genoeg is, re<strong>de</strong>lijk wordt ver<strong>de</strong>eld en er geen schaarste heerst<br />
door buitengewone omstandighe<strong>de</strong>n, zal er meestal voldoen<strong>de</strong> brood zijn. Het ruilmechanisme<br />
van <strong>de</strong> <strong>markt</strong> zorgt ervoor dat het voortbestaan van <strong>de</strong> samenlev<strong>in</strong>g niet op het<br />
spel staat. Ook on<strong>de</strong>rwijs is een maatschappelijk belang dat zon<strong>de</strong>r overheidsbemoeienis<br />
zou wor<strong>de</strong>n gegeven. Hetzelf<strong>de</strong> geldt voor communicatie. Mensen kopen kranten en<br />
kijken naar tv-stations die <strong>in</strong> private han<strong>de</strong>n zijn. Zon<strong>de</strong>r overheidsbemoeienis zou<strong>de</strong>n er<br />
tre<strong>in</strong>en rij<strong>de</strong>n en zou, zo leert het verle<strong>de</strong>n, zelfs aan armoe<strong>de</strong>bestrijd<strong>in</strong>g wor<strong>de</strong>n gedaan.<br />
Veel maatschappelijke belangen wor<strong>de</strong>n blijkbaar ook bevor<strong>de</strong>rd zon<strong>de</strong>r overheidsverantwoor<strong>de</strong>lijkheid.<br />
Tegelijkertijd kunnen we ons afvragen of het on<strong>de</strong>rwijs zon<strong>de</strong>r overheidsbemoeienis van<br />
voldoen<strong>de</strong> kwaliteit zal zijn, of <strong>de</strong> media voldoen<strong>de</strong> pluriform en voldoen<strong>de</strong> toegankelijk<br />
zullen zijn, of <strong>de</strong> tre<strong>in</strong>en ook op ‘onrendabele’ tij<strong>de</strong>n zullen rij<strong>de</strong>n en of <strong>de</strong> armoe<strong>de</strong>bestrijd<strong>in</strong>g<br />
voldoen<strong>de</strong> zal zijn voor een menswaardig leven. Blijkbaar wor<strong>de</strong>n niet alle<br />
maatschappelijke belangen zon<strong>de</strong>r betrokkenheid van <strong>de</strong> overheid behartigd (of wor<strong>de</strong>n<br />
4 Ook <strong>in</strong> het genoem<strong>de</strong> WRR-rapport kreeg het on<strong>de</strong>rwijs door toeval we<strong>in</strong>ig aandacht.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
ze zon<strong>de</strong>r die betrokkenheid op zijn m<strong>in</strong>st slechter behartigd). Niettem<strong>in</strong> blijft het een<br />
politieke kwestie of en wanneer <strong>de</strong> overheid zich bepaal<strong>de</strong> belangen moet aantrekken<br />
(ook of iets een maatschappelijk belang is, is al een politieke vraag) en daarvoor een<br />
verantwoor<strong>de</strong>lijkheid op zich moet nemen. In die politieke afweg<strong>in</strong>g zal eveneens <strong>de</strong><br />
vraag moeten wor<strong>de</strong>n meegenomen of <strong>de</strong> overheid <strong>in</strong> staat is datgene te doen, waartoe<br />
<strong>de</strong> samenlev<strong>in</strong>g zelf blijkbaar niet <strong>in</strong> staat is: het behartigen van bepaal<strong>de</strong> maatschappelijke<br />
belangen.<br />
Indien <strong>de</strong> overheid die verantwoor<strong>de</strong>lijkheid voor het behartigen van een belang op zich<br />
neemt, is er sprake van publieke belangen. Daarmee is geen <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke <strong>de</strong>f<strong>in</strong>itie van<br />
publieke belangen gegeven (wanneer moet <strong>de</strong> overheid zich <strong>de</strong> behartig<strong>in</strong>g van een<br />
maatschappelijk belang aantrekken?). Ook <strong>de</strong> vraag hoe <strong>de</strong> overheid moet komen tot het<br />
besluit dat voor <strong>de</strong> behartig<strong>in</strong>g van bepaal<strong>de</strong> belangen een verantwoor<strong>de</strong>lijkheid moet<br />
wor<strong>de</strong>n genomen, is niet aan <strong>de</strong> or<strong>de</strong>. Vanzelfsprekend is wel dat <strong>de</strong> overheid <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
<strong>de</strong>mocratische rechtsstaat een specifieke verantwoor<strong>de</strong>lijkheid heeft voor het behartigen<br />
van maatschappelijke belangen die an<strong>de</strong>rsz<strong>in</strong>s onvoldoen<strong>de</strong> tot hun recht dreigen te<br />
komen. Dit laat onverlet dat het <strong>de</strong> voorkeur verdient dat maatschappelijke belangen<br />
zon<strong>de</strong>r overheidsbemoeienis door burgers en maatschappelijke organisaties <strong>in</strong> on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>g<br />
verband wor<strong>de</strong>n behartigd.<br />
Indien <strong>de</strong> overheid zich een bepaald belang aantrekt, is nog niet aangegeven hoe <strong>de</strong><br />
overheid <strong>de</strong>ze e<strong>in</strong>dverantwoor<strong>de</strong>lijkheid vorm moet geven. Dit kan <strong>in</strong> pr<strong>in</strong>cipe op vele<br />
manieren. De overheid kan zelf brood laten bakken, scholen laten bouwen, on<strong>de</strong>rwijs<br />
laten verzorgen, tre<strong>in</strong>en laten rij<strong>de</strong>n, dijken laten aanleggen en uitker<strong>in</strong>gen verstrekken.<br />
De overheid kan ook regels stellen waaraan bakkers zich bij het bakken van brood te<br />
hou<strong>de</strong>n hebben, kwaliteitseisen stellen waaraan het on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> private scholen moet<br />
voldoen, contracten afsluiten met private vervoersbedrijven over het openbaar vervoer<br />
op ‘onrendabele’ tij<strong>de</strong>n, organisaties als NOVIB f<strong>in</strong>ancieel on<strong>de</strong>rsteunen bij <strong>de</strong> <strong>in</strong>ternationale<br />
armoe<strong>de</strong>bestrijd<strong>in</strong>g, enzovoort.<br />
Over <strong>de</strong>rgelijke vragen gaat het <strong>de</strong>bat over privatiser<strong>in</strong>g. In <strong>de</strong> kern gaat het om twee<br />
vragen, door <strong>de</strong> WRR benoemd als <strong>de</strong> wat-vraag en <strong>de</strong> hoe-vraag:<br />
1 Voor welke belangen moet <strong>de</strong> overheid een e<strong>in</strong>dverantwoor<strong>de</strong>lijkheid dragen (<strong>de</strong><br />
wat-vraag)? Moet <strong>de</strong> overheid het tot haar zorg rekenen dat het on<strong>de</strong>rwijs<br />
toegankelijk is, dat het on<strong>de</strong>rwijs voldoen<strong>de</strong> kwaliteit heeft, dat het on<strong>de</strong>rwijs<br />
<strong>in</strong>speelt op <strong>de</strong> wensen van <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong>, dat het on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong>speelt op<br />
nieuwe maatschappelijke behoeften en gebruik maakt van <strong>de</strong> nieuwste <strong>in</strong>formatie-<br />
en communicatietechnologie? Moet <strong>de</strong> overheid het tot haar zorg rekenen dat<br />
schoolgebouwen bij <strong>de</strong> tijd zijn, dat leerkrachten wor<strong>de</strong>n bijgeschoold, dat<br />
fundamenteel on<strong>de</strong>rzoek op universiteiten ruim baan krijgt, dat stu<strong>de</strong>nten <strong>in</strong> het<br />
buitenland kunnen ver<strong>de</strong>r stu<strong>de</strong>ren, enzovoort?<br />
2 Wie draagt <strong>de</strong> operationele verantwoor<strong>de</strong>lijkheid voor <strong>de</strong> belangen waarvoor <strong>de</strong><br />
overheid een e<strong>in</strong>dverantwoor<strong>de</strong>lijkheid op zich heeft genomen (<strong>de</strong> hoe-vraag)?<br />
Moet <strong>de</strong> overheid dat ook zelf doen, of kan zij daarvoor beter private partijen<br />
<strong>in</strong>schakelen? Als <strong>de</strong> overheid goed on<strong>de</strong>rwijs garan<strong>de</strong>ert, is er dan behoefte aan<br />
openbare basisscholen on<strong>de</strong>r het rechtstreeks gezag van het gemeentebestuur en<br />
aan universiteiten on<strong>de</strong>r het rechtstreeks gezag van <strong>de</strong> m<strong>in</strong>ister? Als het on<strong>de</strong>rwijs<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> BVE-sector moet aansluiten op <strong>de</strong> wensen van <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong> moet<br />
<strong>de</strong> overheid dan zelf <strong>de</strong> gewenste wijzig<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd van het on<strong>de</strong>rwijs<br />
voorschrijven aan <strong>de</strong>sbetreffen<strong>de</strong> scholen?<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 59
60<br />
In het licht van dit on<strong>de</strong>rscheid kunnen we het begrip ‘privatiser<strong>in</strong>g’ na<strong>de</strong>r verhel<strong>de</strong>ren.<br />
Het <strong>de</strong>bat over privatiser<strong>in</strong>g was aanvankelijk, <strong>in</strong> het beg<strong>in</strong> van <strong>de</strong> jaren tachtig, sterk<br />
gericht op het afstoten van overheidstaken en op <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g. De wat-vraag stond<br />
centraal: heeft <strong>de</strong> overheid nu wel of geen e<strong>in</strong>dverantwoor<strong>de</strong>lijkheid? Met name <strong>de</strong> eerste<br />
twee kab<strong>in</strong>etten Lubbers waren gericht op <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g: <strong>de</strong> <strong>markt</strong> moest wor<strong>de</strong>n ontdaan<br />
van onnodige regelgev<strong>in</strong>g. Bovendien trok <strong>de</strong> overheid zich terug uit bedrijven waar<strong>in</strong> zij<br />
tot dat moment nog een aanmerkelijk belang had (DSM bijvoorbeeld).<br />
Overigens bleek al spoedig dat <strong>in</strong> veel gevallen van een werkelijke terugtred van <strong>de</strong><br />
overheid geen sprake was. 5 Soms bleek eer<strong>de</strong>r het tegen<strong>de</strong>el: <strong>de</strong> feitelijke bemoeienis<br />
van <strong>de</strong> overheid nam toe. Bovendien veran<strong>de</strong>r<strong>de</strong> <strong>de</strong> vraagstell<strong>in</strong>g <strong>in</strong> hoog tempo. Het<br />
g<strong>in</strong>g niet meer om een werkelijke terugtred van <strong>de</strong> overheid, maar om een an<strong>de</strong>re wijze<br />
van behartigen van publieke belangen, namelijk door het meer <strong>in</strong>schakelen van private<br />
actores. De wat-vraag werd dus verdrongen door <strong>de</strong> hoe-vraag. Me<strong>de</strong> om <strong>de</strong>ze re<strong>de</strong>n<br />
kreeg het begrip ‘privatiser<strong>in</strong>g’ een ondui<strong>de</strong>lijke betekenis <strong>in</strong> het <strong>de</strong>bat.<br />
Markeer<strong>de</strong> het begrip ‘privatiser<strong>in</strong>g’ aanvankelijk het e<strong>in</strong><strong>de</strong> van het commitment van <strong>de</strong><br />
overheid aan bepaal<strong>de</strong> belangen, later duid<strong>de</strong> het steeds meer op het <strong>in</strong>schakelen van<br />
private partijen bij het behartigen dan wel realiseren van publieke belangen. Hier zal <strong>de</strong><br />
laatste <strong>de</strong>f<strong>in</strong>itie wor<strong>de</strong>n aangehou<strong>de</strong>n: het <strong>in</strong>schakelen van private partijen bij het<br />
realiseren van publieke belangen. Deze <strong>de</strong>f<strong>in</strong>itie is <strong>de</strong>rhalve an<strong>de</strong>rs, en op zijn m<strong>in</strong>st<br />
bre<strong>de</strong>r dan <strong>de</strong> <strong>de</strong>f<strong>in</strong>itie die vaak ten aanzien van <strong>de</strong> nutssectoren wordt gehanteerd.<br />
Daar slaat privatiser<strong>in</strong>g alleen op <strong>de</strong> overdracht van eigendom van een organisatie uit <strong>de</strong><br />
publieke naar <strong>de</strong> private sector, <strong>in</strong> <strong>de</strong> z<strong>in</strong> van het privatiseren van staatsbedrijven.<br />
Hiernaast hanteert men <strong>in</strong> die wereld het begrip ‘liberalisatie’, dan wel ‘<strong>markt</strong>liberalisatie’,<br />
waarmee wordt gedoeld op het mogelijk maken van een <strong>markt</strong> voor private actores, waar<br />
vroeger slechts een overheidsmonopolie gold. 6<br />
3 Het <strong>de</strong>bat<br />
Niet alleen <strong>in</strong> <strong>de</strong> wereld van <strong>de</strong> nutssectoren (elektriciteit, gas, water, telefoon) en het<br />
openbaar vervoer wordt uitgebreid over privatiser<strong>in</strong>g gediscussieerd. Ook <strong>in</strong> <strong>de</strong> sociale<br />
zekerheid beston<strong>de</strong>n lange tijd plannen om <strong>de</strong> uitvoer<strong>in</strong>g <strong>in</strong> private han<strong>de</strong>n te leggen.<br />
Dit plan is een jaar gele<strong>de</strong>n overigens wel gesneuveld. Als reactie wordt momenteel voor<br />
‘collectiviser<strong>in</strong>g’ gekozen: <strong>de</strong> uitvoer<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen wor<strong>de</strong>n samengesmeed tot één<br />
publieke organisatie. In <strong>de</strong> gezondheidszorg wordt mid<strong>de</strong>ls <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g een omslag<br />
gemaakt van een aanbodgestuur<strong>de</strong> zorg naar een vraaggestuur<strong>de</strong>. Bovendien moet<br />
<strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g ertoe lei<strong>de</strong>n dat patiënten <strong>de</strong> kosten van <strong>de</strong> zorg beter voelen. Hoewel<br />
privatiser<strong>in</strong>g ten aanzien van <strong>de</strong> politie niet wordt bepleit, zien we tegelijkertijd het<br />
aantal private beveilig<strong>in</strong>gsdiensten hand over hand toenemen, zodanig zelfs dat zij op<br />
bepaal<strong>de</strong> gebie<strong>de</strong>n <strong>de</strong> publieke politie <strong>in</strong> <strong>de</strong> schaduw stellen. Ofwel: schijnbaar alle<br />
diensten die <strong>de</strong> overheid biedt, vormen on<strong>de</strong>rwerp van discussie.<br />
5 Derksen, W., Th.G. Drupsteen en W.J. Witteveen (red.), De terugtred van regelgevers: Meer regels,<br />
m<strong>in</strong><strong>de</strong>r stur<strong>in</strong>g? Tjeenk Will<strong>in</strong>k, Zwolle, 1989; Kam, C.A. <strong>de</strong> en J. <strong>de</strong> Haan (red.), Terugtre<strong>de</strong>n<strong>de</strong><br />
overheid: Realiteit of retoriek. Aca<strong>de</strong>mic Service, Schoonhoven, 1991.<br />
6 Twist, M.J.W. van en E.F. ten Heuvelhof, ‘Concurrentiebevor<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>in</strong>frastructuurgebon<strong>de</strong>n sectoren:<br />
Over i<strong>de</strong>ologische en <strong>in</strong>tellectuele beweg<strong>in</strong>gen’. In Over publieke en private verantwoor<strong>de</strong>lijkhe<strong>de</strong>n:<br />
WRR Voorstudie en Achtergron<strong>de</strong>n V105. Sdu Uitgevers, Den Haag, 1999.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Die discussie wordt overigens niet zel<strong>de</strong>n i<strong>de</strong>ologisch gevoerd. Conservatieven betonen<br />
zich meestal een groot voorstan<strong>de</strong>r van privatiser<strong>in</strong>g van overheidsdiensten, (ou<strong>de</strong>rwetse)<br />
sociaal-<strong>de</strong>mocraten zijn daarentegen nogal huiverig. Hoe begrijpelijk <strong>de</strong>ze<br />
i<strong>de</strong>ologische kleur<strong>in</strong>g van het <strong>de</strong>bat over privatiser<strong>in</strong>g ook mag zijn, ze is meestal niet<br />
terecht. Het hangt er maar vanaf waar we het over hebben: over <strong>de</strong> wat-vraag of over <strong>de</strong><br />
hoe-vraag.<br />
Uit het voorgaan<strong>de</strong> is reeds gebleken dat ten aanzien van <strong>de</strong> wat-vraag (voor welke<br />
belangen moet <strong>de</strong> overheid een e<strong>in</strong>dverantwoor<strong>de</strong>lijkheid op zich nemen?) drie vragen<br />
relevant zijn:<br />
1 Is er sprake van een maatschappelijk belang?<br />
2 Wordt dit maatschappelijke belang zon<strong>de</strong>r commitment van <strong>de</strong> overheid<br />
onvoldoen<strong>de</strong> behartigd?<br />
3 Leidt een commitment van <strong>de</strong> overheid ertoe dat het <strong>de</strong>sbetreffen<strong>de</strong> belang beter<br />
wordt behartigd? 7<br />
De eerste van <strong>de</strong>ze drie vragen is een i<strong>de</strong>ologische vraag en kan alleen op politieke en<br />
normatieve gron<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>n beantwoord. Hetzelf<strong>de</strong> geldt voor <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> vraag<br />
(‘onvoldoen<strong>de</strong>’). De <strong>de</strong>r<strong>de</strong> vraag is een meer technische vraag. Over all is <strong>de</strong> wat-vraag<br />
dus een normatieve vraag. 8<br />
De hoe-vraag (<strong>in</strong> welke mate moeten private actores wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong>geschakeld bij het behartigen<br />
van publieke belangen?) is daarentegen veeleer een organisatorische vraag. Juist dit<br />
wordt <strong>in</strong> het <strong>de</strong>bat vaak onvoldoen<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rkend. Conservatieven menen alras dat<br />
uitvoer<strong>in</strong>g van publieke belangen door private partijen <strong>de</strong> voorkeur moet hebben, en<br />
sociaal-<strong>de</strong>mocraten menen het tegenovergestel<strong>de</strong>. Dergelijke i<strong>de</strong>ologische voorkeuren<br />
wor<strong>de</strong>n soms on<strong>de</strong>rbouwd met <strong>de</strong> stell<strong>in</strong>g dat <strong>de</strong> private sector altijd efficiënter is of dat<br />
<strong>de</strong> publieke sector altijd <strong>de</strong>mocratischer en zorgvuldiger is. Bei<strong>de</strong> stell<strong>in</strong>gen zijn uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk<br />
onhoudbaar. De private sector is niet per <strong>de</strong>f<strong>in</strong>itie efficiënt, zeker niet <strong>in</strong>dien er onvoldoen<strong>de</strong><br />
concurrentie is. Bovendien kan efficiëntie nooit het enige ijkpunt zijn. Wat hebben<br />
we aan efficiëntie, als <strong>de</strong> publieke belangen die <strong>in</strong> het ged<strong>in</strong>g zijn niet optimaal wor<strong>de</strong>n<br />
gediend, of zelfs geweld wor<strong>de</strong>n aangedaan? Ook <strong>de</strong> stell<strong>in</strong>g dat het ‘bij <strong>de</strong> overheid’<br />
altijd zorgvuldiger of <strong>de</strong>mocratischer is, zoals <strong>in</strong> kr<strong>in</strong>gen van juristen nog wel eens kan<br />
wor<strong>de</strong>n vernomen, is niet houdbaar. Wat is er bijvoorbeeld on<strong>de</strong>mocratisch aan <strong>de</strong> behartig<strong>in</strong>g<br />
van publieke belangen door private ziekenhuizen of private scholen, als zij opereren<br />
b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> ka<strong>de</strong>rs van <strong>de</strong>mocratisch vastgestel<strong>de</strong> wetgev<strong>in</strong>g?<br />
Nee, het antwoord op <strong>de</strong> vraag of publieke belangen door <strong>de</strong> overheid zelf moeten<br />
wor<strong>de</strong>n behartigd, dan wel aan private partijen kunnen wor<strong>de</strong>n overgelaten, vraagt een<br />
betere on<strong>de</strong>rbouw<strong>in</strong>g. Daarbij behoren niet efficiëntie of <strong>de</strong>mocratie, of <strong>de</strong> aanwezigheid<br />
van een <strong>markt</strong>, het exclusieve ijkpunt te zijn. Voor <strong>de</strong> overheid behoort het slechts over<br />
één vraag te gaan: waar is <strong>de</strong> behartig<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> publieke belangen die <strong>in</strong> het ged<strong>in</strong>g<br />
zijn, het meest gegaran<strong>de</strong>erd? De verantwoor<strong>de</strong>lijke overheid zal zich ervan moeten<br />
verzekeren dat ziekenhuizen toegankelijk zijn, dat het on<strong>de</strong>rwijs toegankelijk is, dat<br />
openbaarvervoersbedrijven een bijdrage leveren aan <strong>de</strong> bestrijd<strong>in</strong>g van files, dat organi-<br />
7 Zie ook <strong>de</strong> theorie over <strong>de</strong> ‘non-marketfailures’ (bijvoorbeeld Wolf, C., Markets or Governments:<br />
Choos<strong>in</strong>g between Imperfect Alternatives, 2nd rev.ed. The MIT Press, Cambridge, MA, 1993.<br />
8 Zie ook Donner, J.P.H., Staat <strong>in</strong> beweg<strong>in</strong>g: WRR Voorstudie en achtergron<strong>de</strong>n V100. Sdu Uitgevers, Den<br />
Haag, 1998.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 61
62<br />
saties <strong>in</strong> <strong>de</strong> sociale zekerheid pog<strong>in</strong>gen doen om werklozen weer aan het werk te helpen.<br />
De cruciale vraag is hier steeds <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong>: <strong>in</strong> welke situatie kan <strong>de</strong> verantwoor<strong>de</strong>lijke<br />
m<strong>in</strong>ister zich het best verzekerd weten van <strong>de</strong> behartig<strong>in</strong>g van het betreffen<strong>de</strong> publieke<br />
belang, bij uitvoer<strong>in</strong>g door een publieke dan wel bij uitvoer<strong>in</strong>g door een private organisatie?<br />
Als <strong>de</strong> overheid een verantwoor<strong>de</strong>lijkheid op zich neemt, zal zij er zeker van moeten<br />
zijn dat aan die verantwoor<strong>de</strong>lijkheid uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk recht wordt gedaan, <strong>in</strong> <strong>de</strong> publieke dan<br />
wel <strong>in</strong> <strong>de</strong> private sfeer.<br />
De hoe-vraag gaat dus uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk over <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n van ‘borg<strong>in</strong>g’ van publieke<br />
belangen. Hoe kan <strong>de</strong> verantwoor<strong>de</strong>lijke m<strong>in</strong>ister private en publieke organisaties aan <strong>de</strong><br />
behartig<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> <strong>in</strong> het ged<strong>in</strong>g zijn<strong>de</strong> publieke belangen borgen? We on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n hier<br />
vijf vormen van ‘borg<strong>in</strong>g’:<br />
• borg<strong>in</strong>g met concurrentie (op een <strong>markt</strong> zorgt het spel tussen vraag en aanbod<br />
voor correcties);<br />
• borg<strong>in</strong>g met behulp van regels (mid<strong>de</strong>ls wetten wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong> gedragsalternatieven<br />
<strong>in</strong>geperkt opdat het betreffen<strong>de</strong> publieke belang optimaal wordt gediend);<br />
• borg<strong>in</strong>g met contracten (tegenover het verlenen van een dienst of een gunst staat<br />
<strong>de</strong> verplicht<strong>in</strong>g een bepaal<strong>de</strong> prestatie te leveren);<br />
• <strong>in</strong>stitutionele borg<strong>in</strong>g (mid<strong>de</strong>ls het versterken van waar<strong>de</strong>n en normen b<strong>in</strong>nen<br />
een bepaal<strong>de</strong> organisatie, <strong>in</strong>dien <strong>de</strong>ze waar<strong>de</strong>n en normen <strong>de</strong> behartig<strong>in</strong>g van het<br />
betreffen<strong>de</strong> publieke belang on<strong>de</strong>rsteunen); en<br />
• borg<strong>in</strong>g via hiërarchie on<strong>de</strong>r leid<strong>in</strong>g van een politieke bestuur<strong>de</strong>r (<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rgeschikte<br />
wordt geacht aanwijz<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong> m<strong>in</strong>ister uit te voeren, waar <strong>de</strong><br />
m<strong>in</strong>ister zelf verantwoor<strong>de</strong>lijk is tegenover het parlement).<br />
Op voorhand is niet dui<strong>de</strong>lijk dat <strong>de</strong> m<strong>in</strong>ister b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> publieke sector publieke belangen<br />
beter kan borgen dan <strong>in</strong> <strong>de</strong> private sector. Publieke organisaties behartigen net zom<strong>in</strong><br />
als private organisaties uit zichzelf publieke belangen (en het is al lang een fabel dat<br />
ambtenaren opdrachten van m<strong>in</strong>isters geheel naar <strong>de</strong> letter en naar <strong>de</strong> geest (kunnen)<br />
uitvoeren). Wel beschikt <strong>de</strong> m<strong>in</strong>ister bij publieke organisaties over an<strong>de</strong>re <strong>in</strong>strumenten<br />
om publieke belangen te borgen dan bij private organisaties. Zo is het (juridisch) eenvoudiger<br />
om een contract te sluiten met een private partij (het zou vreemd aandoen als <strong>de</strong><br />
m<strong>in</strong>ister met zijn eigen <strong>de</strong>partement om tafel moet gaan zitten om een contract te<br />
tekenen). Tegelijkertijd beschikt <strong>de</strong> m<strong>in</strong>ister b<strong>in</strong>nen zijn <strong>de</strong>partement vanzelfsprekend<br />
(nog steeds) over meer mogelijkhe<strong>de</strong>n voor hiërarchische stur<strong>in</strong>g dan b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> private<br />
sector.<br />
Van geval tot geval zal dus moeten wor<strong>de</strong>n bezien hoe en waar het betreffen<strong>de</strong> publieke<br />
belang het beste kan wor<strong>de</strong>n geborgd. Aldus is <strong>de</strong> hoe-vraag voor een belangrijk <strong>de</strong>el een<br />
kwestie van organisatie. Met nadruk stel ik ‘voor een belangrijk <strong>de</strong>el’, aangezien een<br />
a<strong>de</strong>quaat antwoord op <strong>de</strong> hoe-vraag hel<strong>de</strong>rheid over <strong>de</strong> <strong>in</strong> het ged<strong>in</strong>g zijn<strong>de</strong> publieke<br />
belangen vooron<strong>de</strong>rstelt. Wie aan privatiser<strong>in</strong>g <strong>de</strong>nkt, zal dus dui<strong>de</strong>lijk moeten hebben<br />
welke publieke belangen <strong>in</strong> het ged<strong>in</strong>g zijn. Bij het beantwoor<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> hoe-vraag zal <strong>de</strong><br />
politiek een (zo hel<strong>de</strong>r mogelijk) antwoord moeten hebben gegeven op <strong>de</strong> wat-vraag: wat<br />
had<strong>de</strong>n we willen borgen, hoe ver moet <strong>de</strong> verantwoor<strong>de</strong>lijkheid van <strong>de</strong> overheid werkelijk<br />
strekken? In dat opzicht laten <strong>de</strong> wat-vraag en <strong>de</strong> hoe-vraag zich geensz<strong>in</strong>s schei<strong>de</strong>n.<br />
De re<strong>de</strong>ner<strong>in</strong>g over privatiser<strong>in</strong>g is zelfs <strong>in</strong> belangrijke mate iteratief: steeds weer wor<strong>de</strong>n<br />
we teruggeworpen op <strong>de</strong> wat-vraag, <strong>de</strong> re<strong>de</strong>n voor <strong>de</strong> betrokkenheid van <strong>de</strong> overheid.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Dat het daarentegen heuristisch gezien wel van groot belang is om <strong>de</strong> twee vragen te<br />
on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n, bewijst <strong>de</strong> praktijk. In <strong>de</strong> praktijk wordt immers nog te vaak op grond<br />
van i<strong>de</strong>ologische gron<strong>de</strong>n voor of tegen privatiser<strong>in</strong>g gekozen, terwijl <strong>de</strong> discussie over<br />
<strong>de</strong> <strong>in</strong> het ged<strong>in</strong>g zijn<strong>de</strong> publieke belangen onvoldoen<strong>de</strong> uit <strong>de</strong> verf komt. Bovendien<br />
maakt het on<strong>de</strong>rscheid hel<strong>de</strong>r dat <strong>de</strong> werkelijke politieke vragen aan bod komen bij <strong>de</strong><br />
vraag welke publieke belangen <strong>in</strong> het ged<strong>in</strong>g zijn en niet bij <strong>de</strong> vraag hoe die verantwoor<strong>de</strong>lijkhe<strong>de</strong>n<br />
het beste kunnen wor<strong>de</strong>n waargemaakt (met of zon<strong>de</strong>r privatiser<strong>in</strong>g).<br />
Wie een <strong>de</strong>rgelijke re<strong>de</strong>ner<strong>in</strong>g volgt zal constateren dat het, ondanks <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong><br />
mogelijkhe<strong>de</strong>n, meestal niet eenvoudig is om een goe<strong>de</strong> metho<strong>de</strong> voor borg<strong>in</strong>g van<br />
publieke belangen te v<strong>in</strong><strong>de</strong>n. Elk <strong>in</strong>strument kent zijn zwakhe<strong>de</strong>n. Om die re<strong>de</strong>n beveelt<br />
<strong>de</strong> WRR bijvoorbeeld aan om niet te vertrouwen op één mechanisme voor het borgen van<br />
publieke belangen. Zo is het beter private partijen niet alleen met contracten te b<strong>in</strong><strong>de</strong>n,<br />
maar ook tegelijkertijd via concurrentie te prikkelen. En zo is het beter om ambtenaren<br />
niet alleen hiërarchisch aan te sturen, maar ook te <strong>in</strong>vesteren <strong>in</strong> <strong>de</strong> professionaliteit van<br />
<strong>de</strong> ambtelijke organisatie.<br />
Hier past een afsluiten<strong>de</strong> opmerk<strong>in</strong>g. In het voorgaan<strong>de</strong> hebben we steeds gesproken<br />
over publieke en private organisaties (actores). Daarbij is slechts uitgegaan van een puur<br />
formeel on<strong>de</strong>rscheid. Wie <strong>de</strong> re<strong>de</strong>ner<strong>in</strong>g volgt, beseft dat dit on<strong>de</strong>rscheid uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk<br />
nauwelijks relevant is. In wezen gaat het om <strong>de</strong> vraag welke organisatie het meest garant<br />
staat voor <strong>de</strong> behartig<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> <strong>in</strong> het ged<strong>in</strong>g zijn<strong>de</strong> publieke belangen. Het specifieke<br />
karakter van <strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong> organisatie is bepalend voor <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n voor borg<strong>in</strong>g<br />
en niet <strong>de</strong> vraag of het om een publieke dan wel private organisatie gaat. Daarmee is <strong>de</strong><br />
dichotomie tussen publiek en privaat belangrijk gerelativeerd.<br />
De dichotomie tussen <strong>markt</strong> en overheid is <strong>in</strong> dit ka<strong>de</strong>r zelfs onvruchtbaar, zo niet vals.<br />
Het suggereert immers dat er twee organisatiepr<strong>in</strong>cipes zijn: <strong>de</strong> hiërarchie en het <strong>markt</strong>mechanisme.<br />
Ten eerste komen bei<strong>de</strong> mechanismen zowel <strong>in</strong> <strong>de</strong> publieke als <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
private sector voor (hiërarchie b<strong>in</strong>nen on<strong>de</strong>rnem<strong>in</strong>gen en het <strong>markt</strong>mechanisme <strong>in</strong> toenemen<strong>de</strong><br />
mate <strong>in</strong> <strong>de</strong> f<strong>in</strong>anciële verhoud<strong>in</strong>gen van het b<strong>in</strong>nenlands bestuur). Ten twee<strong>de</strong> is<br />
het onjuist te veron<strong>de</strong>rstellen dat mensen en organisaties slechts door ‘directieven van<br />
boven’ dan wel door ‘<strong>markt</strong>prikkels’ wor<strong>de</strong>n geleid. In <strong>de</strong> tegenwoordige samenlev<strong>in</strong>g<br />
kennen zowel publieke als private organisaties veel professionals, die zich <strong>in</strong> belangrijke<br />
mate door hun professionele waar<strong>de</strong>n en normen laten lei<strong>de</strong>n. Om die re<strong>de</strong>n is het<br />
mechanisme van <strong>de</strong> <strong>in</strong>stitutionele borg<strong>in</strong>g ook zo belangrijk. De overheid kan vaak beter<br />
<strong>in</strong>vesteren <strong>in</strong> <strong>de</strong> professionele waar<strong>de</strong>n en normen <strong>in</strong> ziekenhuizen, universiteiten en<br />
scholen, dan door mid<strong>de</strong>l van w<strong>in</strong>stprikkels juist die belangrijke humuslaag van<br />
professionele waar<strong>de</strong>n en normen langzaam uit te hollen.<br />
4 De veran<strong>de</strong>ren<strong>de</strong> context<br />
Net zo m<strong>in</strong> als we mogen uitgaan van sjablonen over <strong>markt</strong> en overheid, mogen we onze<br />
gedachten te zeer laten beheersen door beel<strong>de</strong>n uit he<strong>de</strong>n of verle<strong>de</strong>n. Voor een re<strong>de</strong>ner<strong>in</strong>g<br />
over <strong>de</strong> gewenste ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van publieke en private verantwoor<strong>de</strong>lijkhe<strong>de</strong>n moeten<br />
<strong>de</strong> toekomstige mogelijkhe<strong>de</strong>n en beperk<strong>in</strong>gen van publieke en private sector als vertrekpunt<br />
wor<strong>de</strong>n genomen. Relevante veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> context v<strong>in</strong><strong>de</strong>n hun oorsprong<br />
meestal buiten <strong>de</strong> (nationale) overheid (technologische ontwikkel<strong>in</strong>gen, <strong>in</strong>ternationalise-<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 63
64<br />
r<strong>in</strong>g, Europese richtlijnen). Toch zijn het niet alleen <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>gen ‘van buiten af’ die<br />
aanleid<strong>in</strong>g geven voor een herschikk<strong>in</strong>g van verantwoor<strong>de</strong>lijken. Ook contextuele veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen<br />
die me<strong>de</strong> door <strong>de</strong> overheid zelf zijn bepaald (vestig<strong>in</strong>g van een hecht <strong>in</strong>stitutioneel<br />
ka<strong>de</strong>r voor privatiser<strong>in</strong>g, versterk<strong>in</strong>g <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g, vergrot<strong>in</strong>g transparantie<br />
overheidsapparaat, professionaliser<strong>in</strong>g overheidsapparaat), dan wel een veran<strong>de</strong>r<strong>de</strong><br />
prioriteitsstell<strong>in</strong>g b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> politiek kunnen aanleid<strong>in</strong>g zijn voor een an<strong>de</strong>re afweg<strong>in</strong>g.<br />
De contextuele veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen hebben soms betrekk<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> wat-vraag (het publieke<br />
belang moet opnieuw wor<strong>de</strong>n bepaald) en soms op <strong>de</strong> hoe-vraag (<strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n van<br />
borg<strong>in</strong>g van publieke belangen veran<strong>de</strong>ren). Aldus schetste <strong>de</strong> WRR, afhankelijk van <strong>de</strong><br />
aard van <strong>de</strong> veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> context (van buitenaf of van b<strong>in</strong>nenuit) en afhankelijk<br />
van <strong>de</strong> vraag (wat of hoe) die een nieuw antwoord behoeft, vier mogelijkhe<strong>de</strong>n:<br />
1 Ontwikkel<strong>in</strong>gen van buitenaf die gevolgen hebben voor <strong>de</strong> formuler<strong>in</strong>g van het<br />
publieke belang<br />
De overheid wordt door exogene ontwikkel<strong>in</strong>gen gedwongen zich op haar<br />
e<strong>in</strong>dverantwoor<strong>de</strong>lijkhe<strong>de</strong>n te bez<strong>in</strong>nen. Er ontstaan nieuwe publieke belangen<br />
en ou<strong>de</strong> belangen verdwijnen, omdat een (structurele) betrokkenheid van <strong>de</strong><br />
overheid niet meer nodig is dan wel omdat een eventuele e<strong>in</strong>dverantwoor<strong>de</strong>lijkheid<br />
van <strong>de</strong> overheid door het afgenomen eigen han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gsvermogen niet meer<br />
kan wor<strong>de</strong>n geëffectueerd. Ofwel: het hoeft niet meer of het kan niet meer. Zo<br />
hebben ver<strong>de</strong>rgaan<strong>de</strong> <strong>in</strong>ternationaliser<strong>in</strong>g en <strong>de</strong> toepass<strong>in</strong>g van <strong>in</strong>formatie- en<br />
communicatietechnologie (en an<strong>de</strong>re nieuwe technologie) ertoe bijgedragen dat<br />
er meer ruimte is voor concurrentie, met name op het gebied van <strong>de</strong> nutsvoorzien<strong>in</strong>gen.<br />
Waar <strong>de</strong> <strong>markt</strong> zelf bijdraagt aan <strong>de</strong> lever<strong>in</strong>g van bepaal<strong>de</strong> producten<br />
en diensten, hoeft <strong>de</strong> overheid zich <strong>de</strong> productie en lever<strong>in</strong>g niet meer aan te<br />
trekken als publiek belang. Daarnaast kan <strong>in</strong>ternationaliser<strong>in</strong>g <strong>de</strong> nationale<br />
overhe<strong>de</strong>n op een m<strong>in</strong><strong>de</strong>r pr<strong>in</strong>cipiële manier mogelijkhe<strong>de</strong>n ontnemen om<br />
publieke belangen te behartigen. Zo kan zij door het fenomeen van <strong>de</strong> <strong>de</strong>territorialiser<strong>in</strong>g<br />
het nationale overhe<strong>de</strong>n onmogelijk maken effectief toe te zien op <strong>de</strong><br />
nalev<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> door die overheid gestel<strong>de</strong> randvoorwaar<strong>de</strong>n. 9 En waar <strong>de</strong><br />
betrokkenheid van <strong>de</strong> overheid en het zich aantrekken van belangen slechts<br />
symbolisch zijn, kan er beter van wor<strong>de</strong>n afgezien.<br />
2 Ontwikkel<strong>in</strong>gen van b<strong>in</strong>nenuit die gevolgen hebben voor <strong>de</strong> formuler<strong>in</strong>g van het<br />
publieke belang<br />
In <strong>de</strong> politiek kan een nieuwe consensus ontstaan over an<strong>de</strong>re publieke belangen.<br />
Zo is <strong>in</strong> <strong>de</strong> sociale zekerheid het doel van <strong>de</strong> <strong>in</strong>komenson<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g <strong>de</strong><br />
afgelopen vijftien jaar gaan<strong>de</strong>weg m<strong>in</strong><strong>de</strong>r belangrijk gewor<strong>de</strong>n ten gunste van <strong>de</strong><br />
reïntegratie. Een voorbeeld van nieuw beleid dat <strong>de</strong> afgelopen <strong>de</strong>cennia is<br />
opgekomen, is het milieubeheer.<br />
3 Ontwikkel<strong>in</strong>gen van buitenaf die gevolgen hebben voor <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n van<br />
borg<strong>in</strong>g van publieke belangen<br />
Er zijn tal van exogene ontwikkel<strong>in</strong>gen die zowel <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n voor borg<strong>in</strong>g<br />
b<strong>in</strong>nen het publieke als b<strong>in</strong>nen het private dome<strong>in</strong> beïnvloe<strong>de</strong>n. De horizontaliser<strong>in</strong>g,<br />
zo kenmerkend voor <strong>de</strong> mo<strong>de</strong>rne maatschappelijke verhoud<strong>in</strong>gen, doet zich<br />
ook b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> overheid gevoelen. Zelfs <strong>de</strong> professionaliser<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> overheid is<br />
ge<strong>de</strong>eltelijk een exogene ontwikkel<strong>in</strong>g. In <strong>de</strong> private sector zijn <strong>de</strong> toenemen<strong>de</strong><br />
professionaliser<strong>in</strong>g en <strong>de</strong> toenemen<strong>de</strong> proto-professionaliser<strong>in</strong>g (toenemen<strong>de</strong><br />
9 WRR, Staat zon<strong>de</strong>r land: Rapporten aan <strong>de</strong> reger<strong>in</strong>g nr. 54. Sdu Uitgevers, Den Haag, 1998.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
kennis <strong>in</strong> comb<strong>in</strong>atie met toenemen<strong>de</strong> mondigheid) van burgers al evenzeer van<br />
belang. De professionaliser<strong>in</strong>g maakt nieuwe vormen van <strong>in</strong>stitutionele borg<strong>in</strong>g<br />
mogelijk; <strong>de</strong> proto-professionaliser<strong>in</strong>g biedt betere mogelijkhe<strong>de</strong>n voor het<br />
scheppen van directe verantwoord<strong>in</strong>gsrelaties <strong>in</strong> <strong>de</strong> richt<strong>in</strong>g van burgers.<br />
Ten slotte is <strong>in</strong> veel gevallen een Europese of soms mondiale <strong>markt</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> plaats<br />
gekomen voor <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse <strong>markt</strong>. Europese regelgev<strong>in</strong>g kan aanzienlijke<br />
beperk<strong>in</strong>gen opleggen aan <strong>de</strong> mogelijkheid het publieke belang veilig te stellen<br />
via Ne<strong>de</strong>rlandse wetgev<strong>in</strong>g, terwijl buitenlandse uitvoer<strong>de</strong>rs zich aan<br />
Ne<strong>de</strong>rlandse regelgev<strong>in</strong>g kunnen onttrekken. Dit verkle<strong>in</strong>t <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n voor<br />
<strong>de</strong> nationale overheid om greep te hou<strong>de</strong>n op <strong>de</strong> randvoorwaar<strong>de</strong>n van productie<br />
en lever<strong>in</strong>g door private partijen (<strong>de</strong>rhalve <strong>de</strong> borg<strong>in</strong>g van publieke belangen).<br />
Dit zou zelfs een overweg<strong>in</strong>g kunnen zijn om soms een nadrukkelijke overheidsverantwoor<strong>de</strong>lijkheid<br />
voor <strong>de</strong> productie en lever<strong>in</strong>g van het product overe<strong>in</strong>d te<br />
hou<strong>de</strong>n en <strong>de</strong> verantwoor<strong>de</strong>lijke overheidsdiensten niet <strong>in</strong> private han<strong>de</strong>n te<br />
laten overgaan.<br />
4 Ontwikkel<strong>in</strong>gen van b<strong>in</strong>nenuit die gevolgen hebben voor <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n van<br />
borg<strong>in</strong>g van publieke belangen<br />
De overheid kan haar eigen organisatie mo<strong>de</strong>rniseren, waardoor b<strong>in</strong>nen het<br />
publieke dome<strong>in</strong> meer of <strong>in</strong> ie<strong>de</strong>r geval an<strong>de</strong>re borg<strong>in</strong>gmechanismen ontstaan<br />
(hetgeen niet wil zeggen dat elke mo<strong>de</strong>rniser<strong>in</strong>g tot betere mogelijkhe<strong>de</strong>n voor<br />
borg<strong>in</strong>g leidt, zoals <strong>de</strong> wildgroei van zelfstandige bestuursorganen heeft laten<br />
zien). Ook b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> private sector kan <strong>de</strong> overheid <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n voor<br />
borg<strong>in</strong>g vergroten, bijvoorbeeld door een effectieve <strong>markt</strong>meester te zijn.<br />
Vanzelfsprekend heeft <strong>de</strong> overheid wel m<strong>in</strong><strong>de</strong>r <strong>in</strong>vloed op <strong>de</strong> werk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
private sector dan op <strong>de</strong> werk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> publieke sector.<br />
De context waar<strong>in</strong> publieke belangen moeten wor<strong>de</strong>n behartigd, is aan veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g<br />
on<strong>de</strong>rhevig, maar niet voortdurend en niet voor alle beleidsterre<strong>in</strong>en op gelijke wijze.<br />
Bovendien is het vaak onvoorspelbaar wanneer en <strong>in</strong> welke mate contextuele veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen<br />
zich zullen voordoen. Zo heeft op het gebied van <strong>de</strong> telecommunicatie <strong>de</strong> afgelopen<br />
jaren een omvangrijke privatiser<strong>in</strong>g plaatsgevon<strong>de</strong>n. De aanleid<strong>in</strong>g was hel<strong>de</strong>r: nieuwe<br />
technologie leid<strong>de</strong> tot een grotere differentiatie van producten, een ontwikkel<strong>in</strong>g die<br />
wereldwijd een omzett<strong>in</strong>g van overheidsbeheer naar geconditioneer<strong>de</strong> <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g<br />
bewerkstellig<strong>de</strong>. Hierdoor hoeft <strong>de</strong> overheid zich <strong>de</strong> productie en lever<strong>in</strong>g van telefoondiensten<br />
niet meer zelf als doel te stellen. Wel neemt <strong>de</strong> overheid nog een e<strong>in</strong>dverantwoor<strong>de</strong>lijkheid<br />
voor <strong>de</strong> randvoorwaar<strong>de</strong>n van productie en lever<strong>in</strong>g. Door technologische<br />
vernieuw<strong>in</strong>g is het publieke belang hier dus verschoven en is ook een an<strong>de</strong>re ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g<br />
van publieke en private verantwoor<strong>de</strong>lijkhe<strong>de</strong>n aangewezen als het erom gaat <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
te b<strong>in</strong><strong>de</strong>n aan door <strong>de</strong> politiek bepaal<strong>de</strong> randvoorwaar<strong>de</strong>n (universele dienstverlen<strong>in</strong>g,<br />
enzovoort). Omdat het antwoord op <strong>de</strong> wat-vraag is veran<strong>de</strong>rd, behoeft ook <strong>de</strong> hoe-vraag<br />
een nieuw antwoord.<br />
In het openbaar vervoer doet zich een an<strong>de</strong>re situatie voor. 10 Europese regelgev<strong>in</strong>g vraagt<br />
hier (of stimuleert op zijn m<strong>in</strong>st) een nieuw antwoord op <strong>de</strong> hoe-vraag. In het streekvervoer<br />
is een start gemaakt met het scheppen van concurrentie om <strong>de</strong> <strong>markt</strong>. Hoewel<br />
nog geensz<strong>in</strong>s dui<strong>de</strong>lijk is of <strong>de</strong>gene die als eerste een concessie krijgt, zich later geen te<br />
10 Enckevort, I. van, ‘Vernieuw<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het spoorvervoer’. In: Over publieke en private verantwoor<strong>de</strong>lijkhe<strong>de</strong>n:<br />
WRR Voorstudie en achtergron<strong>de</strong>n V105. Sdu Uitgevers, Den Haag, 1999.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 65
grote voorsprong op eventuele concurrenten weet te verwerven, lijkt concurrentie hier<br />
voorlopig mogelijk. Op het kernnet van <strong>de</strong> spoorwegen ligt dit <strong>in</strong>gewikkel<strong>de</strong>r. Met goe<strong>de</strong><br />
argumenten wordt wel gesteld dat concurrentie op het kernnet ongewenst en met name<br />
onmogelijk is. Concurrentie om het nationale kernnet lijkt voorlopig al even hypothetisch,<br />
waar <strong>de</strong> overheid te afhankelijk is van een goed functionerend openbaar vervoer en van<br />
<strong>de</strong> NS, en waar sprake is van een relatie met omvangrijke specifieke <strong>in</strong>vester<strong>in</strong>gen.<br />
De concurrentie zou hoogstens betrekk<strong>in</strong>g kunnen hebben op het management, maar dat<br />
valt ook naar huis te sturen als <strong>de</strong> NS <strong>in</strong> han<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> overheid blijft.<br />
Op het kernnet van <strong>de</strong> spoorwegen geven contextuele veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen <strong>de</strong>rhalve m<strong>in</strong><strong>de</strong>r<br />
re<strong>de</strong>n om <strong>de</strong> e<strong>in</strong>dverantwoor<strong>de</strong>lijkheid van <strong>de</strong> overheid te veran<strong>de</strong>ren dan <strong>in</strong> <strong>de</strong> wereld<br />
van <strong>de</strong> telecommunicatie het geval is. De vraag hoe <strong>de</strong> onveran<strong>de</strong>r<strong>de</strong> publieke belangen<br />
moeten wor<strong>de</strong>n geborgd, blijft overigens wel actueel! Bovendien moet wor<strong>de</strong>n nagegaan<br />
of het verstandig is Ne<strong>de</strong>rland bij <strong>de</strong> uitvoer<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> Europese richtlijnen voorop te<br />
laten lopen, zolang an<strong>de</strong>re lan<strong>de</strong>n aan die richtlijnen nog onvoldoen<strong>de</strong> uitvoer<strong>in</strong>g geven.<br />
Zolang er van werkelijke concurrentie op het Ne<strong>de</strong>rlandse net nog geen sprake is, is er<br />
zeker geen re<strong>de</strong>n <strong>de</strong> NS naar <strong>de</strong> beurs te brengen. Er bestaat op dit moment, nu reële<br />
alternatieven zich nog niet hebben aangediend, eer<strong>de</strong>r re<strong>de</strong>n om <strong>de</strong> greep van <strong>de</strong><br />
overheid op NS te versterken. Deze overheids-NV, die formeel nog geheel tot het publieke<br />
dome<strong>in</strong> behoort, is immers <strong>in</strong> een ‘grijs’ gebied terecht gekomen, waar hiërarchie noch<br />
concurrentie voldoen<strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n bie<strong>de</strong>n voor het borgen van publieke belangen.<br />
Op an<strong>de</strong>re terre<strong>in</strong>en is het veel m<strong>in</strong><strong>de</strong>r dui<strong>de</strong>lijk waarom een veran<strong>de</strong>ren<strong>de</strong> context zou<br />
nopen tot een an<strong>de</strong>r antwoord op <strong>de</strong> wat- en <strong>de</strong> hoe-vraag. Hiermee is niet gezegd dat<br />
het niet z<strong>in</strong>vol zou zijn <strong>de</strong> bei<strong>de</strong> vragen periodiek opnieuw te stellen. Wel is hiermee<br />
gezegd dat <strong>de</strong> oploss<strong>in</strong>g voor het ene beleidsterre<strong>in</strong>, niet meteen <strong>de</strong> oploss<strong>in</strong>g hoeft te zijn<br />
voor elk an<strong>de</strong>r beleidsterre<strong>in</strong>. Als voor <strong>de</strong> telecommunicatie privatiser<strong>in</strong>g een z<strong>in</strong>volle<br />
strategie is, hoeft dit niet automatisch ook te gel<strong>de</strong>n voor <strong>de</strong> uitvoer<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
sociale zekerheid. Als privatiser<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> energiesector z<strong>in</strong>vol is, hoeft dit niet ook te<br />
gel<strong>de</strong>n voor <strong>de</strong> watervoorzien<strong>in</strong>g. Niet alleen kennen beleidsterre<strong>in</strong>en hun eigen<br />
karakteristieken, ook veran<strong>de</strong>rt <strong>de</strong> context van beleidsterre<strong>in</strong>en op on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n wijze.<br />
Dergelijke veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen laten zich lang niet overal en <strong>in</strong> eenzelf<strong>de</strong> mate gel<strong>de</strong>n.<br />
5 Marktwerk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs<br />
Daarmee is een algemeen gedachteka<strong>de</strong>r gegeven voor on<strong>de</strong>rwerpen als privatiser<strong>in</strong>g en<br />
<strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g. Aangegeven is dat elk beleidsterre<strong>in</strong> zijn eigen specifieke kenmerken<br />
heeft en dat contextuele veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen naar beleidsterre<strong>in</strong> kunnen verschillen. Eén<br />
uitzon<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g moet op die laatste regel wor<strong>de</strong>n gemaakt: het geloof <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> is <strong>in</strong> het<br />
laatste <strong>de</strong>cennium aanzienlijk groter geweest dan enige <strong>de</strong>cennia ervoor. Dat verklaart<br />
dat op alle beleidsterre<strong>in</strong>en is nagedacht over mogelijkhe<strong>de</strong>n voor privatiser<strong>in</strong>g en <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g.<br />
We sluiten af met <strong>de</strong> vraag of en <strong>in</strong> welke mate <strong>de</strong>ze gedachten ook voor het<br />
on<strong>de</strong>rwijsterre<strong>in</strong> relevant zijn.<br />
Het on<strong>de</strong>rwijsveld wordt al heel lang gekenmerkt door een boeiend arrangement van<br />
publiek en privaat. De schoolstrijd (en artikel 23) liggen aan dit arrangement ten grondslag.<br />
Dat <strong>de</strong> private sector niet met <strong>de</strong> ‘<strong>markt</strong>’ mag wor<strong>de</strong>n gelijkgeschakeld, is hier wel<br />
heel evi<strong>de</strong>nt. Van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g is nauwelijks sprake. Hoe aanwezig <strong>de</strong> private partijen<br />
66 <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
ook mogen zijn, van <strong>de</strong> overheid kan dat al evenzeer wor<strong>de</strong>n gezegd. Veel publieke<br />
belangen nopen die overheid tot een grote aandacht voor het on<strong>de</strong>rwijsveld. In sommige<br />
perio<strong>de</strong>n is die aandacht zelfs verstikkend geweest. Reguler<strong>in</strong>g, toezicht en beleidsgolven<br />
overspoel<strong>de</strong>n het on<strong>de</strong>rwijs. In het laatste <strong>de</strong>cennium lijkt ‘Zoetermeer’ zich iets<br />
meer op afstand te hebben geplaatst. Maar schijn kan hier eenvoudig bedriegen. In dat<br />
verband is <strong>de</strong> discussie over het nieuwe toezicht <strong>in</strong>teressant.<br />
Tenslotte kent het on<strong>de</strong>rwijsveld vanouds veel professionals. Pas recentelijk wordt dui<strong>de</strong>lijk<br />
dat <strong>de</strong>ze zich heel goed lenen voor hetgeen door <strong>de</strong> WRR is betiteld als <strong>in</strong>stitutionele<br />
borg<strong>in</strong>g. De visitaties op universiteiten zijn daarvan een goed voorbeeld. Hoewel bij<br />
sommigen misschien <strong>de</strong> <strong>in</strong>druk kan bestaan dat die visitaties juist een functie hebben <strong>in</strong><br />
het versterken van <strong>de</strong> <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g tussen universiteiten, lijkt me die gedachte onjuist.<br />
Het is niet aannemelijk dat er veel vwo-leerl<strong>in</strong>gen zijn die hun studiekeuze en met name<br />
<strong>de</strong> keuze van hun nieuwe stu<strong>de</strong>ntenstad laten afhangen van <strong>de</strong> opvatt<strong>in</strong>gen van visitatiecommissies.<br />
Tegelijkertijd hebben <strong>de</strong> visitaties wel belangrijke gevolgen voor het wetenschappelijke<br />
personeel. De visitaties spreken niet alleen het professionele eergevoel aan,<br />
maar dw<strong>in</strong>gen ook tot <strong>de</strong>batten over professionele standaar<strong>de</strong>n. Visitaties laten universiteiten<br />
niet alleen <strong>in</strong> algemene z<strong>in</strong> leren van het verle<strong>de</strong>n, maar lei<strong>de</strong>n ook tot een <strong>in</strong>vester<strong>in</strong>g<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> eigen professionaliteit.<br />
Tegen <strong>de</strong> achtergrond van die schets doet zich <strong>de</strong> vraag voor <strong>in</strong> welke mate privatiser<strong>in</strong>g<br />
en <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g relevant zijn voor het bre<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsterre<strong>in</strong>. Van privatiser<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
betekenis van het <strong>in</strong>schakelen van private actores bij het behartigen van publieke<br />
belangen is hier vanouds sprake. Van een toenemen<strong>de</strong> privatiser<strong>in</strong>g lijkt daarentegen<br />
nauwelijks sprake. Formeel zijn enkele publieke on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen (als universiteiten<br />
en openbare basisscholen) op wat grotere afstand geplaatst van <strong>de</strong> overheid. Dit wil niet<br />
zeggen dat er ook gemakkelijk nieuwe private universiteiten bijkomen. De schoolstrijd en<br />
artikel 23 zijn hier nog steeds bepalend voor <strong>de</strong> <strong>de</strong>elnemen<strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen. Er is dus<br />
slechts sprake van kle<strong>in</strong>e verschuiv<strong>in</strong>gen.<br />
Is dit onvermij<strong>de</strong>lijk? Het lijkt er wel op, zolang <strong>de</strong> politiek en <strong>de</strong> overheid blijven<br />
vasthou<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong> vele, vaak fundamentele publieke belangen die momenteel <strong>in</strong> het<br />
on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> het ged<strong>in</strong>g zijn (<strong>de</strong>nk aan toegankelijkheid, zelfontplooi<strong>in</strong>g, economische<br />
positie van Ne<strong>de</strong>rland <strong>in</strong> <strong>de</strong> wereld, enzovoort).<br />
Tegelijkertijd v<strong>in</strong><strong>de</strong>n er belangrijke ontwikkel<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g van het on<strong>de</strong>rwijs<br />
plaats. Denk aan <strong>de</strong> <strong>in</strong>ternationaliser<strong>in</strong>g van het universitaire on<strong>de</strong>rwijs (met ‘Bologna’ als<br />
treffend symbool). Denk aan <strong>de</strong> veran<strong>de</strong>ren<strong>de</strong> eisen van <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong> (levenslang<br />
leren, an<strong>de</strong>re startkwalificaties). Denk aan <strong>de</strong> toenemen<strong>de</strong> betekenis van <strong>in</strong>formatie- en<br />
communicatietechnologie met grote gevolgen voor het on<strong>de</strong>rwijs. Denk aan <strong>de</strong> <strong>in</strong>troductie<br />
van kwaliteitskaarten (en <strong>de</strong> Trouw-enquête). Denk aan <strong>de</strong> toegenomen mondigheid<br />
van ou<strong>de</strong>rs en hun toenemene bereidheid zelf aan <strong>de</strong> kosten van het on<strong>de</strong>rwijs bij te<br />
dragen.<br />
Al die ontwikkel<strong>in</strong>gen vragen <strong>in</strong> ie<strong>de</strong>r geval om één d<strong>in</strong>g: een grotere autonomie van <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen. Maar is daarmee ook sprake van meer <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g? In dat verband valt <strong>in</strong><br />
ie<strong>de</strong>r geval op dat <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g vooral een conta<strong>in</strong>erbegrip is gewor<strong>de</strong>n, dat <strong>de</strong><br />
tijdgeest (en <strong>de</strong> m<strong>in</strong>ister) mee heeft. Laten we <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g echter zijn specifieke<br />
betekenis doen behou<strong>de</strong>n: concurrentie, prijsmechanisme en w<strong>in</strong>stoogmerk. Vervolgens<br />
zijn twee vragen relevant: <strong>de</strong> wat-vraag en <strong>de</strong> hoe-vraag.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 67
68<br />
Is het <strong>de</strong>nkbaar dat door het versterken van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g an<strong>de</strong>re antwoor<strong>de</strong>n kunnen<br />
wor<strong>de</strong>n gegeven op <strong>de</strong> wat-vraag? Kan <strong>de</strong> zorg van <strong>de</strong> overheid voor <strong>de</strong> behartig<strong>in</strong>g van<br />
maatschappelijke belangen afnemen, <strong>in</strong>dien er meer concurrentie zou bestaan tussen<br />
on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen? Het lijkt onwaarschijnlijk. Hoogstens kunnen we ons voorstellen<br />
dat <strong>de</strong> nationale overheid <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>in</strong>ternationaliseren<strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g m<strong>in</strong><strong>de</strong>r mogelijkhe<strong>de</strong>n<br />
heeft om verantwoor<strong>de</strong>lijkhe<strong>de</strong>n waar te maken (en om die re<strong>de</strong>n noodgedwongen moet<br />
afzien van het nastreven van bepaal<strong>de</strong> belangen). 11<br />
Voor <strong>de</strong> hoe-vraag lijken <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g en concurrentie op het eerste gezicht van groter<br />
belang. Door meer <strong>markt</strong>prikkels te <strong>in</strong>troduceren kan het publieke belang wellicht beter<br />
b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen (of ze nu publiek of privaat zijn) wor<strong>de</strong>n geborgd.<br />
Toch moeten <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n daarvoor niet wor<strong>de</strong>n overschat. Twee belemmer<strong>in</strong>gen<br />
dienen zich aan: het professionele karakter van het on<strong>de</strong>rwijs en <strong>de</strong> vele publieke belangen<br />
die hier <strong>in</strong> het ged<strong>in</strong>g zijn.<br />
Professionals laten zich soms prikkelen door <strong>markt</strong>prikkels, vaak echter niet. En dat is<br />
maar goed ook. Een goe<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijzer is met name geïnteresseerd <strong>in</strong> <strong>de</strong> ontplooi<strong>in</strong>g van<br />
het k<strong>in</strong>d. Wetenschappers zijn bij uitstek geïnteresseerd <strong>in</strong> <strong>de</strong> vooruitgang van <strong>de</strong> wetenschap<br />
(en hun eigen prom<strong>in</strong>ente plaats <strong>in</strong> die vooruitgang) en slechts zij<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gs <strong>in</strong> geld.<br />
Wetenschappers zijn ook geïnteresseerd <strong>in</strong> zaken die nu juist niet door <strong>de</strong> grote massa<br />
met geldprikkels zullen wor<strong>de</strong>n beloond (daar vallen professionele <strong>in</strong>teresses en waar<strong>de</strong>n<br />
fraai samen met publieke belangen). In dat opzicht lijkt het <strong>in</strong>strument van <strong>de</strong> <strong>in</strong>stitutionele<br />
borg<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs kansrijker dan <strong>markt</strong>prikkels.<br />
Daarnaast maken <strong>de</strong> vele publieke belangen die <strong>in</strong> het ged<strong>in</strong>g zijn <strong>de</strong> ruimte voor <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g<br />
vaak wel erg kle<strong>in</strong>. Stel dat we het basison<strong>de</strong>rwijs zou<strong>de</strong>n willen f<strong>in</strong>ancieren met<br />
een systeem van ‘vouchers’, waarover <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs van <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren zou<strong>de</strong>n beschikken.<br />
Zijn die vouchers dan allemaal evenveel waard? Of zijn <strong>de</strong> vouchers <strong>in</strong> <strong>de</strong> eenou<strong>de</strong>rgez<strong>in</strong>nen<br />
of <strong>in</strong> <strong>de</strong> allochtone gez<strong>in</strong>nen meer waard, omdat hier hogere eisen aan het on<strong>de</strong>rwijs<br />
wor<strong>de</strong>n gesteld? En <strong>in</strong>dien ondanks het verschillen<strong>de</strong> gewicht van <strong>de</strong> vouchers toch<br />
zwarte scholen ontstaan, die bovendien een lagere kwaliteit hebben, wat doet <strong>de</strong><br />
overheid dan?<br />
Dit neemt niet weg dat van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g een belangrijke prikkel tot <strong>in</strong>novatie kan<br />
uitgaan. Het is immers beter dat <strong>de</strong>elnemers, bedrijven en maatschappelijke organisaties<br />
rechtstreeks nieuwe behoeften aan het on<strong>de</strong>rwijs doorgeven dan <strong>de</strong> lange omweg te<br />
volgen van adviesorganen, overlegorganen, ambtelijke voorportalen en politieke besluitvorm<strong>in</strong>g.<br />
We stuiten daarbij wel al snel op het leerstuk van <strong>de</strong> ‘hybri<strong>de</strong>’ organisaties (met<br />
alle voor- en na<strong>de</strong>len van dien). Bovendien doemt <strong>de</strong> vraag op of die maatschappelijke<br />
behoeften niet op een an<strong>de</strong>re, directe manier aan het on<strong>de</strong>rwijs kunnen wor<strong>de</strong>n doorgegeven.<br />
Waarom zijn <strong>de</strong> verantwoord<strong>in</strong>gsrelaties van het on<strong>de</strong>rwijs tegenover belanghebben<strong>de</strong>n<br />
blijkbaar onvoldoen<strong>de</strong> ontwikkeld dat alleen <strong>markt</strong>prikkels <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze omissie<br />
kunnen voorzien? (Of bedoelen we met ‘<strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g’ niets an<strong>de</strong>rs dan sneller reageren<br />
op <strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g? En spreken we tegenwoordig conform <strong>de</strong> veran<strong>de</strong>r<strong>de</strong> tijdgeest over<br />
‘<strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g’, waar eer<strong>de</strong>r het woord ‘<strong>in</strong>spraak’ werd gebruikt?)<br />
Ten slotte zijn er mogelijkhe<strong>de</strong>n voor meer <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g b<strong>in</strong>nen het publieke dome<strong>in</strong><br />
zelf. Te <strong>de</strong>nken valt aan concurrentie tussen <strong>de</strong> universiteiten bij het verwerven van<br />
on<strong>de</strong>rwijs- en on<strong>de</strong>rzoeksgel<strong>de</strong>n. Tot op he<strong>de</strong>n is het Ne<strong>de</strong>rlandse streven vooral op<br />
11 Zie ook WRR, Staat zon<strong>de</strong>r land: Rapporten aan <strong>de</strong> reger<strong>in</strong>g nr. 54. Sdu Uitgevers, Den Haag, 1998.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
gelijkheid gericht en laten we slechts mondjesmaat concurrentie toe. Zolang het aantal<br />
medische stu<strong>de</strong>nten nog door ‘Zoetermeer’ wor<strong>de</strong>n vastgesteld, is er blijkbaar nog steeds<br />
we<strong>in</strong>ig ruimte voor <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g en dreigt <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g niet alleen een conta<strong>in</strong>erbegrip,<br />
maar ook een mo<strong>de</strong>woord te wor<strong>de</strong>n. Toch is hier ruimte voor meer concurrentie.<br />
CONCLUSIE<br />
Het geheel overzien<strong>de</strong> lijken <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n voor <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g<br />
(b<strong>in</strong>nen het ka<strong>de</strong>r van <strong>de</strong> huidige publieke belangen) niet opvallend groot. De echte<br />
toekomst lijkt ergens an<strong>de</strong>rs te liggen: bij professionaliser<strong>in</strong>g en <strong>in</strong>stitutionele borg<strong>in</strong>g en<br />
bij het verbeteren van <strong>de</strong> verantwoord<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen tegenover <strong>de</strong>elnemers en<br />
an<strong>de</strong>re betrokkenen.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 69
4 Zeven stell<strong>in</strong>gen over <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g<br />
<strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs<br />
70<br />
E. Canton, W. Hass<strong>in</strong>k, M. Pomp en D. Webb<strong>in</strong>k 1<br />
“MARKTWERKING IS OVERAL IN OPKOMST, MAAR IN HET ONDERWIJS NOG ALTIJD VERDACHT.”<br />
(ROEL IN ’T VELD, DE VOLKSKRANT, 28-8 2000)<br />
The market for education is re<strong>in</strong>ed <strong>in</strong> by various government regulations. As a result<br />
competition among schools is often rather limited. This chapter discusses the pros and<br />
cons of slacken<strong>in</strong>g the re<strong>in</strong>s. Start<strong>in</strong>g po<strong>in</strong>t is an overview of the various reasons for<br />
government <strong>in</strong>tervention <strong>in</strong> education. Arguments for curb<strong>in</strong>g competition between<br />
schools are i<strong>de</strong>ntified. These <strong>in</strong>clu<strong>de</strong>: economies of scale; imperfect <strong>in</strong>formation; and<br />
crowd<strong>in</strong>g out of teachers’ <strong>in</strong>tr<strong>in</strong>sic motivation.<br />
Despite the (possible) validity of arguments, there seems to be scope for enhanc<strong>in</strong>g<br />
competition <strong>in</strong> various areas. The follow<strong>in</strong>g policy options are presented: <strong>in</strong>troduction<br />
of performance related pay for teachers; publish<strong>in</strong>g quality rank<strong>in</strong>gs of schools; tuition<br />
fee differentiation, and lower<strong>in</strong>g entry barriers for for-profit higher education <strong>in</strong>stitu-<br />
tions. Adverse effects of these policies may be addressed through <strong>in</strong>come <strong>de</strong>pen<strong>de</strong>nt<br />
vouchers.<br />
1 De gedresseer<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong><br />
De <strong>markt</strong> waarop ou<strong>de</strong>rs, leerl<strong>in</strong>gen en stu<strong>de</strong>nten <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland on<strong>de</strong>rwijs ‘kopen’<br />
verschilt <strong>in</strong> vele opzichten van <strong>de</strong> <strong>markt</strong>en voor <strong>de</strong> meeste an<strong>de</strong>re goe<strong>de</strong>ren en diensten.<br />
Zo is zel<strong>de</strong>n echt sprake van kopen: on<strong>de</strong>rwijs wordt groten<strong>de</strong>els betaald uit algemene<br />
mid<strong>de</strong>len (uitzon<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen: Luzac, LOI, post-<strong>in</strong>itiële opleid<strong>in</strong>gen en cursussen). Bovendien<br />
geldt tot het e<strong>in</strong>d van <strong>de</strong> leerplichtige leeftijd een afnameplicht voor het ‘product’ on<strong>de</strong>r-<br />
1 De auteurs zijn werkzaam bij <strong>de</strong> af<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g kenniseconomie van het Centraal Planbureau. Met dank aan<br />
vele collega’s en M. van Dyck voor nuttig commentaar<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
wijs. Aan <strong>de</strong> aanbodzij<strong>de</strong> valt <strong>de</strong> dom<strong>in</strong>ante rol op van publieke en private non-profit<br />
<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen (waaron<strong>de</strong>r het bijzon<strong>de</strong>r on<strong>de</strong>rwijs); w<strong>in</strong>stgerichte on<strong>de</strong>rwijson<strong>de</strong>rnem<strong>in</strong>gen<br />
komen, zeker <strong>in</strong> PO en VO, we<strong>in</strong>ig voor. Toetred<strong>in</strong>gsbarrières belemmeren bovendien het<br />
opzetten van een nieuwe on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g. Wat betreft <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd van het on<strong>de</strong>rwijs<br />
gel<strong>de</strong>n lan<strong>de</strong>lijke kerndoelen en exameneisen voor PO en VO. Ook <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsarbeids<strong>markt</strong><br />
wijkt af van an<strong>de</strong>re arbeids<strong>markt</strong>en: on<strong>de</strong>rwijssalarissen, <strong>in</strong> ie<strong>de</strong>r geval <strong>in</strong> PO en<br />
VO, reageren nauwelijks op vraag en aanbod.<br />
Ondanks <strong>de</strong>ze speciale kenmerken kan toch gesproken wor<strong>de</strong>n van een on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong>.<br />
De re<strong>de</strong>n is dat leerl<strong>in</strong>gen of ou<strong>de</strong>rs zelf <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g kunnen kiezen, zodat<br />
on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen met elkaar concurreren om leerl<strong>in</strong>gen (later <strong>in</strong> dit hoofdstuk zal<br />
blijken dat <strong>de</strong>ze vrije schoolkeuze <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk soms we<strong>in</strong>ig voorstelt). Deze comb<strong>in</strong>atie<br />
van enerzijds vrije keuze en an<strong>de</strong>rzijds allerlei regels en voorschriften rechtvaardigt <strong>de</strong><br />
typer<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong> als een gedresseer<strong>de</strong> <strong>markt</strong>. Levert die dressuur altijd<br />
het gewenste gedrag op bij aanbie<strong>de</strong>rs en vragers op <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong>? Wat zijn <strong>de</strong><br />
voor- en na<strong>de</strong>len van het laten vieren van <strong>de</strong> teugels tene<strong>in</strong><strong>de</strong> meer ruimte te creëren<br />
voor <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs? 2 In dit hoofdstuk zoeken we naar antwoor<strong>de</strong>n op<br />
<strong>de</strong>ze vragen. We <strong>de</strong>f<strong>in</strong>iëren <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g als concurrentie tussen aanbie<strong>de</strong>rs van on<strong>de</strong>rwijs:<br />
hoe m<strong>in</strong><strong>de</strong>r <strong>in</strong>tensief <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>ge concurrentie, <strong>de</strong>s te ger<strong>in</strong>ger <strong>de</strong> mate van<br />
<strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g. Scholen concurreren met elkaar <strong>in</strong>dien zij proberen goed te presteren ten<br />
opzichte van an<strong>de</strong>re scholen. Daarbij kan het gaan om verschillen<strong>de</strong> prestaties: leerl<strong>in</strong>genaantallen,<br />
e<strong>in</strong><strong>de</strong>xamenresultaten, aantallen vroegtijdig schoolverlaters. De verschillen<strong>de</strong><br />
vormen van concurrentie, hun <strong>de</strong>term<strong>in</strong>anten, en <strong>de</strong> rol van on<strong>de</strong>rwijsbeleid,<br />
komen hierna uitgebreid aan bod.<br />
Voor alle dui<strong>de</strong>lijkheid: concurrentie is geen doel op zich. Een pleidooi voor meer concurrentie<br />
<strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs dient gebaseerd te zijn op aangetoon<strong>de</strong> - of op zijn m<strong>in</strong>st aannemelijke<br />
- positieve gevolgen voor <strong>de</strong> doelstell<strong>in</strong>gen van het on<strong>de</strong>rwijsbeleid: toegankelijkheid,<br />
kwaliteit, vernieuw<strong>in</strong>g, en kosteneffectiviteit. Waar gunstige effecten aannemelijk<br />
zijn maar niet aangetoond, vormen experimenten soms een <strong>in</strong>teressante beleidsoptie. We<br />
zijn dus uitgesproken voorstan<strong>de</strong>rs van evi<strong>de</strong>nce based on<strong>de</strong>rwijsbeleid. Toch hebben we<br />
wel een zekere a priori voorkeur voor concurrentie, ongetwijfeld vanwege onze achtergrond<br />
als econoom. Het uitgangspunt dat concurrentie vaak wenselijk is baseren economen<br />
op <strong>in</strong>ternationale ervar<strong>in</strong>gen met verschillen<strong>de</strong> economische systemen, maar ook op<br />
theoretische <strong>in</strong>zichten over prikkels en <strong>in</strong>formatie. Centrale (on<strong>de</strong>rwijs)planners beschikken<br />
veelal niet over <strong>de</strong> kennis en <strong>in</strong>formatie die <strong>de</strong>centraal wel aanwezig is. In het on<strong>de</strong>rwijs<br />
gaat het om kennis en <strong>in</strong>formatie over hoe b<strong>in</strong>nen een bepaal<strong>de</strong> school on<strong>de</strong>rwijsdoelen<br />
het beste kunnen wor<strong>de</strong>n gerealiseerd. Laten we <strong>de</strong>ze relatie tussen <strong>in</strong>puts en<br />
outputs aandui<strong>de</strong>n als <strong>de</strong> (schoolspecifieke) on<strong>de</strong>rwijsproductiefunctie.<br />
Decentralisatie van besliss<strong>in</strong>gsbevoegdhe<strong>de</strong>n over <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van het on<strong>de</strong>rwijs kan<br />
ertoe bijdragen dat <strong>de</strong>centraal aanwezige kennis en <strong>in</strong>formatie wél wor<strong>de</strong>n benut. Of dit<br />
<strong>in</strong> zo’n <strong>de</strong>centraal stelsel ook daadwerkelijk gebeurt, hangt af van <strong>de</strong> prikkels voor<br />
on<strong>de</strong>rwijsaanbie<strong>de</strong>rs. Zon<strong>de</strong>r concurrentie zijn die prikkels zwak. Gechargeerd: als <strong>de</strong><br />
overheid geen <strong>in</strong>zicht heeft <strong>in</strong> <strong>de</strong> relatie tussen on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>puts en outputs (dus als <strong>de</strong><br />
overheid <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsproductiefunctie niet kent), kan een on<strong>de</strong>rwijsmonopolist<br />
ongestraft zijn taken verwaarlozen: <strong>de</strong> overheid weet immers niet beter dan dat <strong>de</strong><br />
gerealiseer<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsresultaten <strong>de</strong> maximaal haalbare zijn. De overheid kan proberen<br />
dit risico te verm<strong>in</strong><strong>de</strong>ren door toezicht te hou<strong>de</strong>n op <strong>de</strong> gang van zaken b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong><br />
2 Recente beleids<strong>in</strong>itiatieven zoals vrij te beste<strong>de</strong>n <strong>de</strong>centrale budgetten <strong>in</strong> PO, VO en BVE gaan al <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
richt<strong>in</strong>g van grotere bested<strong>in</strong>gsvrijhied van scholen.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 71
school, bijvoorbeeld via <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>spectie, maar zon<strong>de</strong>r <strong>in</strong>zicht <strong>in</strong> <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsproductiefunctie<br />
blijft een <strong>de</strong>rgelijk sturen op <strong>in</strong>puts suboptimaal. Indien aanbie<strong>de</strong>rs wél<br />
on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>g concurreren, bijvoorbeeld om leerl<strong>in</strong>gen of stu<strong>de</strong>nten, dan is <strong>de</strong> prikkel tot het<br />
verzorgen van goed on<strong>de</strong>rwijs een stuk sterker. Het keuzegedrag van ou<strong>de</strong>rs, leerl<strong>in</strong>gen,<br />
en stu<strong>de</strong>nten geeft dan immers een dui<strong>de</strong>lijk signaal over <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g.<br />
Door bijvoorbeeld <strong>de</strong> bekostig<strong>in</strong>g te koppelen aan leerl<strong>in</strong>genaantallen kan dit signaal<br />
wor<strong>de</strong>n omgezet <strong>in</strong> een krachtige kwaliteitsprikkel.<br />
De vorige al<strong>in</strong>ea gaf een elementaire economenvisie op <strong>de</strong> voor<strong>de</strong>len van concurrentie <strong>in</strong><br />
het on<strong>de</strong>rwijs. Ongetwijfeld te elementair volgens veel van onze lezers, en trouwens ook<br />
volgens onszelf. Concurrentie heeft niet altijd <strong>de</strong>ze heilzame werk<strong>in</strong>g, en vergt niet altijd<br />
f<strong>in</strong>anciële prikkels. Het maatschappelijke belang vraagt soms om begrenz<strong>in</strong>g van concurrentie<br />
vanwege negatieve bijwerk<strong>in</strong>gen, die afgewogen moeten wor<strong>de</strong>n tegen <strong>de</strong> voor<strong>de</strong>len.<br />
Mogelijke negatieve bijwerk<strong>in</strong>gen zijn:<br />
• verwaarloz<strong>in</strong>g van niet-meetbare on<strong>de</strong>rwijsoutput;<br />
• uitholl<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> <strong>in</strong>tr<strong>in</strong>sieke motivatie van docenten; en<br />
• grotere verschillen <strong>in</strong> on<strong>de</strong>rwijskwaliteit.<br />
Op <strong>de</strong>ze mogelijke negatieve bijwerk<strong>in</strong>gen van concurrentie komen we hierna nog uitgebreid<br />
terug. Het hoofdstuk is opgebouwd rondom een zevental stell<strong>in</strong>gen (paragraaf 2<br />
tot en met 8). De eerste vier stell<strong>in</strong>gen gaan <strong>in</strong> op <strong>de</strong> achtergron<strong>de</strong>n van overheidsbemoeienis<br />
bij het on<strong>de</strong>rwijs, en geven aan <strong>in</strong> welke gevallen al te felle concurrentie<br />
na<strong>de</strong>lig zou kunnen uitpakken voor het realiseren van doelstell<strong>in</strong>gen van on<strong>de</strong>rwijsbeleid.<br />
De laatste drie stell<strong>in</strong>gen gaan <strong>in</strong> op beleidsopties gericht op versterk<strong>in</strong>g van concurrentie<br />
<strong>in</strong> achtereenvolgens VO, BVE, en hoger on<strong>de</strong>rwijs. Paragraaf 9 vat <strong>de</strong> beleidsopties<br />
samen en <strong>in</strong>ventariseert openstaan<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksvragen.<br />
2 Onvolkomenhe<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong> vergen overheidsbeleid<br />
Een vrije on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong> leidt niet tot een maatschappelijk optimaal on<strong>de</strong>rwijsaanbod.<br />
Ook kan <strong>de</strong> vrije <strong>markt</strong> resulteren <strong>in</strong> ongewenste verschillen <strong>in</strong> <strong>de</strong> toegankelijkheid van<br />
het on<strong>de</strong>rwijs. In <strong>de</strong>ze en <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> paragraaf vatten we <strong>de</strong> re<strong>de</strong>nen voor <strong>de</strong>ze onvolkomenhe<strong>de</strong>n<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong> samen - <strong>in</strong> economenjargon: <strong>markt</strong>imperfecties. In<br />
<strong>de</strong>ze paragraaf beperken we ons tot <strong>markt</strong>imperfecties die aanleid<strong>in</strong>g zijn voor on<strong>de</strong>rwijssubsidies<br />
en on<strong>de</strong>rwijslen<strong>in</strong>gen; <strong>de</strong>ze <strong>markt</strong>imperfecties vormen geen aanleid<strong>in</strong>g<br />
voor <strong>in</strong>perk<strong>in</strong>g van concurrentie tussen <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen. In <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> paragraaf gaan we <strong>in</strong><br />
op een aantal <strong>markt</strong>imperfecties die daar wél om kunnen vragen.<br />
• Krediet<strong>markt</strong>imperfecties: banken zijn doorgaans erg terughou<strong>de</strong>nd met het<br />
verstrekken van len<strong>in</strong>gen voor on<strong>de</strong>rwijsdoele<strong>in</strong><strong>de</strong>n aan leerl<strong>in</strong>gen, ou<strong>de</strong>rs of<br />
stu<strong>de</strong>nten. Overheidsbeleid zoals bekostig<strong>in</strong>g uit algemene mid<strong>de</strong>len of studief<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g<br />
is nodig om te voorkomen dat m<strong>in</strong><strong>de</strong>r draagkrachtig talent onbenut<br />
blijft.<br />
• Externaliteiten van schol<strong>in</strong>g: empirisch on<strong>de</strong>rzoek wijst uit dat een jaar extra<br />
on<strong>de</strong>rwijs leidt tot gemid<strong>de</strong>ld een 8,5% hoger loon (<strong>in</strong> 1999). Investeren <strong>in</strong> eigen<br />
on<strong>de</strong>rwijs is dus <strong>de</strong> moeite waard. Het is <strong>de</strong>nkbaar dat <strong>de</strong> maatschappij als<br />
geheel nog meer profiteert, bijvoorbeeld omdat mensen van elkaar leren (zon<strong>de</strong>r<br />
dat daarvoor betaald wordt). Zulke onbetaal<strong>de</strong> baten wor<strong>de</strong>n door economen<br />
aangeduid als externaliteiten of externe effecten. Als gevolg van externe effecten<br />
is <strong>de</strong> private prikkel om schol<strong>in</strong>g te volgen te zwak. De overheid zou die prikkel<br />
via subsidies kunnen versterken. Empirisch on<strong>de</strong>rzoek slaagt er overigens niet <strong>in</strong><br />
72 <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
ij het huidige niveau van subsidier<strong>in</strong>g het belang van externe effecten van<br />
on<strong>de</strong>rwijs aan te tonen. 3<br />
• <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> als herver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>strument: over <strong>de</strong> wenselijkheid van een gelijkmatige<br />
<strong>in</strong>komensver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g bestaat <strong>in</strong> ons land <strong>in</strong> bre<strong>de</strong> kr<strong>in</strong>g overeenstemm<strong>in</strong>g.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>subsidies kunnen daaraan bijdragen. Daarbij verdient het aanbevel<strong>in</strong>g<br />
<strong>de</strong> subsidies te richten op groepen met een te ger<strong>in</strong>ge verdiencapaciteit. 4<br />
• Toegankelijkheid van het on<strong>de</strong>rwijs: op een vrije on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong> kunnen on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
kieskeurig zijn bij het toelaten van stu<strong>de</strong>nten.<br />
Zoals gezegd vormt geen van <strong>de</strong>ze <strong>markt</strong>imperfecties aanleid<strong>in</strong>g voor <strong>in</strong>perk<strong>in</strong>g van<br />
concurrentie tussen aanbie<strong>de</strong>rs. Als dit <strong>de</strong> enige <strong>markt</strong>imperfecties zou<strong>de</strong>n zijn, dan zou<br />
het on<strong>de</strong>rwijs prima kunnen wor<strong>de</strong>n overgelaten aan private, w<strong>in</strong>stgerichte aanbie<strong>de</strong>rs.<br />
De overheid subsidieert of verschaft len<strong>in</strong>gen, maar daarmee is haar rol ook uitgespeeld.<br />
Ver<strong>de</strong>rgaan<strong>de</strong> overheidsbemoeienis is slechts gerechtvaardigd <strong>in</strong>dien <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong><br />
tekortschiet <strong>in</strong> an<strong>de</strong>re opzichten dan <strong>de</strong> hier genoem<strong>de</strong>. In <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> paragraaf zetten<br />
we uiteen dat dit soms <strong>in</strong><strong>de</strong>rdaad het geval is.<br />
3 Het maatschappelijke belang is soms gediend bij <strong>in</strong>perk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
concurrentie tussen on<strong>de</strong>rwijsaanbie<strong>de</strong>rs<br />
Na ons loflied op concurrentie <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>in</strong>leid<strong>in</strong>g van dit hoofdstuk, hebben we aangegeven<br />
dat concurrentie <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs ook een aantal negatieve effecten kan hebben. In <strong>de</strong>ze<br />
paragraaf gaan we hier na<strong>de</strong>r op <strong>in</strong>. De argumenten zijn soms vrij subtiel; dat zegt niets<br />
over hun juistheid, maar het betekent wel dat ons verhaal misschien wat m<strong>in</strong><strong>de</strong>r leesbaar<br />
is. Waarvoor onze excuses.<br />
• Schaalvoor<strong>de</strong>len: kostenefficiency is soms gebaat bij schaalvergrot<strong>in</strong>g. Omdat<br />
schaalvergrot<strong>in</strong>g kan lei<strong>de</strong>n tot <strong>in</strong>perk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> concurrentie tussen aanbie<strong>de</strong>rs,<br />
gaat dit ten koste van <strong>de</strong> discipl<strong>in</strong>eren<strong>de</strong> werk<strong>in</strong>g van concurrentie. Als <strong>de</strong><br />
schaalvoor<strong>de</strong>len groot genoeg zijn, wegen <strong>de</strong> voor<strong>de</strong>len op tegen <strong>de</strong> na<strong>de</strong>len.<br />
Schaalvoor<strong>de</strong>len - werkelijk of vermeend - zijn <strong>de</strong> afgelopen <strong>de</strong>cennia <strong>in</strong> het<br />
on<strong>de</strong>rwijs aanleid<strong>in</strong>g geweest voor schaalvergrot<strong>in</strong>g, waardoor <strong>in</strong> een aantal<br />
gevallen (BVE, HBO) <strong>in</strong><strong>de</strong>rdaad regionale on<strong>de</strong>rwijsmonopolies zijn ontstaan. In<br />
paragraaf 7 gaan we <strong>in</strong> op mogelijkhe<strong>de</strong>n om benutt<strong>in</strong>g van schaalvoor<strong>de</strong>len en<br />
concurrentieprikkels <strong>in</strong> <strong>de</strong> BVE toch te comb<strong>in</strong>eren.<br />
• Beperkte meetbaarheid van on<strong>de</strong>rwijsoutput: sommige aspecten van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsoutput<br />
zijn moeilijk meetbaar en daarom niet goed vast te leggen <strong>in</strong> contracten<br />
tussen overheid, ou<strong>de</strong>rs en scholen. Dat is zelfs het geval bij toetsbare cognitieve<br />
vaardighe<strong>de</strong>n zoals rekenen en lezen. Ondui<strong>de</strong>lijk is immers <strong>in</strong> hoeverre<br />
vooruitgang <strong>in</strong> reken- en taalprestaties te danken is aan <strong>de</strong> school en niet aan <strong>de</strong><br />
ou<strong>de</strong>rs. Het meetbaarheidsprobleem is nog veel groter als het gaat om <strong>de</strong><br />
bijdrage van <strong>de</strong> school aan persoonlijkheidsontwikkel<strong>in</strong>g, zoals zelfstandigheid,<br />
zelfvertrouwen en normbesef. Recent on<strong>de</strong>rzoek <strong>in</strong> het Verenigd Kon<strong>in</strong>krijk wijst<br />
uit dat <strong>de</strong>ze factoren belangrijk zijn voor later maatschappelijk functioneren:<br />
3 Voor een samenvattig van het beschikbare on<strong>de</strong>rzoek zie Venniker, R.J.G., Social returns to education:<br />
a survey of recent literature on human capital<br />
externalities,www.cpb.nl/eng/cpbreport/2000_1/s3_4.html<br />
4 Teul<strong>in</strong>gs (2000) betoogt het tegenovergestel<strong>de</strong>: volgens hem zijn subsidies over <strong>de</strong> hele breedte van het<br />
on<strong>de</strong>rwijs te prefereren.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 73
74<br />
“There is now clear evi<strong>de</strong>nce that children with higher self-esteem at age ten get<br />
as much of a kick to their adult earn<strong>in</strong>g power as those with equivalently higher<br />
maths or read<strong>in</strong>g ability.” (Fe<strong>in</strong>ste<strong>in</strong>, 2000). 5 Als meetbaarheid <strong>in</strong><strong>de</strong>rdaad een<br />
probleem is, niet alleen voor <strong>de</strong> overheid maar ook voor <strong>de</strong>centrale partijen<br />
(ou<strong>de</strong>rs, leerl<strong>in</strong>gen, stu<strong>de</strong>nten, on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>spectie) dan werkt concurrentie niet.<br />
Concurrentie kan er zelfs toe lei<strong>de</strong>n dat <strong>de</strong> aandacht zich concentreert op<br />
meetbare (of gemeten) aspecten van het on<strong>de</strong>rwijs. Niet-gemeten, maar wel<br />
belangrijke aspecten van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsoutput lopen het risico te wor<strong>de</strong>n verwaarloosd.<br />
6 Voorzover dit risico reëel is, stelt dit grenzen aan <strong>de</strong> wenselijkheid van<br />
meer concurrentie tussen scholen. Het risico lijkt het grootst bij PO en VO. In het<br />
hoger on<strong>de</strong>rwijs en wellicht <strong>in</strong> het MBO lijkt het belang van niet-meetbare<br />
kenmerken m<strong>in</strong><strong>de</strong>r groot. Bijvoorbeeld omdat <strong>de</strong> <strong>de</strong>elnemers zelf mondiger zijn,<br />
maar ook omdat MBO en hoger on<strong>de</strong>rwijs relatief dicht bij <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong> staan.<br />
Het is daarom <strong>in</strong> pr<strong>in</strong>cipe vrij eenvoudig na te gaan of afgestu<strong>de</strong>er<strong>de</strong>n succesvol<br />
zijn op <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong>. De arbeids<strong>markt</strong> geeft als het ware een totaaloor<strong>de</strong>el<br />
over <strong>de</strong> kwaliteit van het gevolg<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs (waarmee we natuurlijk niet willen<br />
zeggen dat arbeids<strong>markt</strong>succes het enige doel is van on<strong>de</strong>rwijs). Sommige<br />
on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen, zoals MBA-opleid<strong>in</strong>gen, bie<strong>de</strong>n nu al <strong>in</strong>formatie over <strong>de</strong><br />
salarissen van afgestu<strong>de</strong>er<strong>de</strong>n.<br />
• De socialisatiedoelstell<strong>in</strong>g van het on<strong>de</strong>rwijs: <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> stakehol<strong>de</strong>rs bij<br />
het on<strong>de</strong>rwijs (ou<strong>de</strong>rs, leerl<strong>in</strong>gen, leerkrachten, <strong>de</strong> maatschappij) stellen verschillen<strong>de</strong><br />
eisen aan <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd van het on<strong>de</strong>rwijs (Dixit, 1999; zie ook Karsten, 1998,<br />
p. 54). Een vrije on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong> waarop slechts <strong>de</strong> wensen van ou<strong>de</strong>rs, leerl<strong>in</strong>gen<br />
en leerkrachten aan bod komen, verwaarloost <strong>de</strong> bre<strong>de</strong>re maatschappelijke<br />
belangen. Zo is <strong>de</strong> maatschappij sterk gebaat bij <strong>de</strong> overdracht van normen en<br />
waar<strong>de</strong>n gericht op samenwerk<strong>in</strong>g, ook als <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs daar an<strong>de</strong>rs over <strong>de</strong>nken.<br />
Ook bestaat het risico dat private scholen extreme (rechtse, l<strong>in</strong>kse, religieuze,<br />
levensbeschouwelijke) i<strong>de</strong>ologieën uitdragen die <strong>de</strong> maatschappelijke samenhang<br />
kunnen aantasten (Kremer & Sarychev, 1998, p. 27). Dit maatschappelijke belang<br />
is vaak niet contractueel of via regelgev<strong>in</strong>g te waarborgen.<br />
• Verdr<strong>in</strong>g<strong>in</strong>g van <strong>in</strong>tr<strong>in</strong>sieke motivatie: mensen komen niet uitsluitend <strong>in</strong><br />
beweg<strong>in</strong>g <strong>in</strong> reactie op f<strong>in</strong>anciële prikkels. Ook <strong>in</strong>nerlijke drijfveren zoals normen<br />
en waar<strong>de</strong>n, religieuze overtuig<strong>in</strong>g, zelfbeeld en beroepseer spelen een rol.<br />
Versterk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> extr<strong>in</strong>sieke motivatie kan gepaard gaan met aantast<strong>in</strong>g van<br />
<strong>de</strong>ze <strong>in</strong>tr<strong>in</strong>sieke motivatie. 7 Een voorbeeld: een crèche <strong>in</strong> Israël die boetes <strong>in</strong><br />
reken<strong>in</strong>g bracht aan ou<strong>de</strong>rs die hun k<strong>in</strong>d te laat ophaal<strong>de</strong>n, merkte dat het aantal<br />
overtred<strong>in</strong>gen na <strong>in</strong>troductie van <strong>de</strong> boete toenam. Te laat komen was niet langer<br />
iets om je voor te schamen - je betaal<strong>de</strong> er immers voor. 8<br />
Ook <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs kan versterk<strong>in</strong>g van extr<strong>in</strong>sieke motivatie ten koste gaan<br />
van <strong>in</strong>tr<strong>in</strong>sieke motivatie. Docenten kunnen ge<strong>de</strong>motiveerd raken <strong>in</strong>dien zij het<br />
gevoel hebben te wor<strong>de</strong>n afgerekend op basis van criteria die zij nauwelijks<br />
kunnen beïnvloe<strong>de</strong>n. Maar het omgekeer<strong>de</strong> kan ook. Extra belonen van goe<strong>de</strong><br />
5 Over <strong>de</strong> vraag hoe ernstig <strong>de</strong>ze meetproblemen <strong>in</strong> ons land zijn, doet het beschikbare on<strong>de</strong>rzoek geen<br />
uitspraak. Hier lijkt ons een belangrijke taak te liggen voor on<strong>de</strong>rwijskundig on<strong>de</strong>rzoek.<br />
6 Indien meetbare en niet-meetbare aspecten van het on<strong>de</strong>rwijs sterk complementair zijn, dus <strong>in</strong>dien<br />
sociale vaardighe<strong>de</strong>n en reken- en taalprestaties elkaar versterken, kunnen sterkere prikkels voor<br />
meetbare doelstell<strong>in</strong>gen tegelijkertijd lei<strong>de</strong>n tot betere prestaties bij niet-meetbare doelstell<strong>in</strong>gen.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>kundig on<strong>de</strong>rzoek zou hier uitkomst kunnen bie<strong>de</strong>n.<br />
7 Voor een overzicht van <strong>de</strong> literatuur over <strong>de</strong> relatie tussen <strong>in</strong>tr<strong>in</strong>sieke en extr<strong>in</strong>sieke motivatie, zie<br />
Frey, B.S. R. Jegen (2000).<br />
8 Gneezy, U. & A. Rustich<strong>in</strong>i (2000).<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
prestaties op on<strong>de</strong>rwijsdoelen die docenten zelf ook belangrijk v<strong>in</strong><strong>de</strong>n kan door<br />
hen wor<strong>de</strong>n opgevat als een blijk van erkenn<strong>in</strong>g. Al met al zijn geen eenduidige<br />
uitspraken mogelijk over <strong>de</strong> gevolgen van <strong>in</strong>tensievere concurrentie voor <strong>in</strong>tr<strong>in</strong>sieke<br />
motivatie.<br />
Voorzover wij kunnen overzien zijn dit <strong>de</strong> vier argumenten tegen concurrentie <strong>in</strong> het<br />
on<strong>de</strong>rwijs. Als schaalvoor<strong>de</strong>len geen rol spelen, <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsoutput goed meetbaar is,<br />
het maatschappelijke belang goed gewaarborgd kan wor<strong>de</strong>n via contractuele afspraken<br />
met on<strong>de</strong>rwijsaanbie<strong>de</strong>rs, en concurrentieprikkels <strong>de</strong> <strong>in</strong>tr<strong>in</strong>sieke motivatie niet aantasten,<br />
dan zijn er geen goe<strong>de</strong> argumenten tegen concurrentie. Uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk zijn dit stuk voor<br />
stuk vragen die met empirisch on<strong>de</strong>rzoek kunnen wor<strong>de</strong>n beantwoord.<br />
4 Scholen kunnen ook concurreren zon<strong>de</strong>r w<strong>in</strong>stprikkel<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong><strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen zijn doorgaans óf overheids<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen (openbare scholen <strong>in</strong> PO en<br />
VO) óf private <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen zon<strong>de</strong>r w<strong>in</strong>stdoelstell<strong>in</strong>g. Private w<strong>in</strong>stgerichte on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
zijn schaars. Dat geldt niet alleen <strong>in</strong> ons land maar ook el<strong>de</strong>rs - zelfs <strong>in</strong> het<br />
Mekka van <strong>de</strong> vrije <strong>markt</strong>, <strong>de</strong> Verenig<strong>de</strong> Staten, is het on<strong>de</strong>rwijs groten<strong>de</strong>els publiek of<br />
non-profit. Een voor <strong>de</strong> hand liggen<strong>de</strong> verklar<strong>in</strong>g luidt dat w<strong>in</strong>stgericht on<strong>de</strong>rwijs vrijwel<br />
altijd wordt uitgesloten van publieke bekostig<strong>in</strong>g. Dit zet private w<strong>in</strong>stgerichte aanbie<strong>de</strong>rs<br />
op een concurrentie-achterstand. Op <strong>de</strong> vraag of overhe<strong>de</strong>n terecht een <strong>de</strong>rgelijke<br />
ontmoedig<strong>in</strong>gsbeleid voeren komen we nog terug. Eerst gaan we <strong>in</strong> op <strong>de</strong> vraag of<br />
een w<strong>in</strong>stprikkel nodig is voor effectieve concurrentie tussen on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen. Het<br />
antwoord luidt om een aantal re<strong>de</strong>nen ontkennend:<br />
• Zolang ou<strong>de</strong>rs en stu<strong>de</strong>nten maar kunnen kiezen hebben on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
belang bij een goe<strong>de</strong> reputatie. Dat levert een kwaliteitsprikkel op. Scholen beseffen<br />
immers dat leerl<strong>in</strong>genaantallen zullen teruglopen <strong>in</strong>dien zij slecht presteren,<br />
te we<strong>in</strong>ig aan on<strong>de</strong>rwijsvernieuw<strong>in</strong>g doen, of niet zorgen voor een prettige sfeer.<br />
• Teambelon<strong>in</strong>g op basis van relatieve schoolprestaties kan <strong>de</strong> concurrentieprikkel<br />
versterken, ook <strong>in</strong> non-profit <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen.<br />
• Door hun beroepseer stellen docenten en schoollei<strong>de</strong>rs belang <strong>in</strong> <strong>de</strong> reputatie<br />
van hun school. Zij zullen vaak bereid zijn zich daarvoor <strong>in</strong> te zetten. Intr<strong>in</strong>sieke<br />
motivatie levert <strong>in</strong> dit geval dus een concurrentieprikkel op.<br />
De laatste twee concurrentiemotieven werken ook ‘op afstand’: on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen met<br />
een regionale monopolie, die nauwelijks het risico lopen dat leerl<strong>in</strong>gen of stu<strong>de</strong>nten<br />
weglopen naar <strong>de</strong> concurrent, kunnen toch tot on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>ge concurrentie wor<strong>de</strong>n aangezet<br />
via prestatie-afhankelijke teambelon<strong>in</strong>g of door het opstellen van ranglijsten die appelleren<br />
aan <strong>de</strong> beroepseer van docenten.<br />
Concurrentie kan dus prima zon<strong>de</strong>r w<strong>in</strong>stprikkel. Toch is het <strong>de</strong>nkbaar dat mét w<strong>in</strong>stprikkels<br />
<strong>de</strong> concurrentie tussen scholen <strong>in</strong>tensiever zou zijn, of an<strong>de</strong>rs gericht. Zo kan <strong>de</strong><br />
prikkel tot kostenefficiency sterker zijn bij concurrentie tussen w<strong>in</strong>stgerichte bedrijven<br />
dan bij concurrentie tussen non-profit <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen. Maar ook dit voor<strong>de</strong>el van w<strong>in</strong>stprikkels<br />
kan bena<strong>de</strong>rd wor<strong>de</strong>n door non-profit <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen op <strong>de</strong> juiste wijze te budgetteren<br />
(bijvoorbeeld via lump-sum f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g). Dat vereist echter wel dat <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen erop<br />
kunnen vertrouwen dat zij eventuele efficiency-w<strong>in</strong>sten mogen behou<strong>de</strong>n. Volgens<br />
Bovenberg & Teul<strong>in</strong>gs (1999) zal <strong>de</strong> overheid <strong>in</strong> <strong>de</strong> verleid<strong>in</strong>g komen efficiency-w<strong>in</strong>sten<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 75
76<br />
bij publieke <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen en overheidsbedrijven af te romen. Privatiser<strong>in</strong>g zou dit<br />
probleem kunnen oplossen. 9 Zij lijken daarbij vooral te <strong>de</strong>nken aan <strong>de</strong> omvorm<strong>in</strong>g van<br />
overheidsbedrijven <strong>in</strong> w<strong>in</strong>stgerichte on<strong>de</strong>rnem<strong>in</strong>gen. Maar hun analyse pleit op geen<br />
enkele wijze tegen private non-profit <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen.<br />
Tot dusverre hebben we re<strong>de</strong>nen genoemd waarom w<strong>in</strong>stprikkels <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs<br />
overbodig zijn. W<strong>in</strong>stprikkels zijn mogelijk zelfs na<strong>de</strong>lig. W<strong>in</strong>ststreven kan <strong>de</strong> <strong>in</strong>tr<strong>in</strong>sieke<br />
motivatie van docenten aantasten, of het management van een school <strong>in</strong> <strong>de</strong> verleid<strong>in</strong>g<br />
brengen te bezu<strong>in</strong>igen op moeilijk waarneembare aspecten van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijskwaliteit.<br />
Uitsluit<strong>in</strong>g van het w<strong>in</strong>stmotief verm<strong>in</strong><strong>de</strong>rt dit risico. 10<br />
5 Concurrentie, mits goed vormgegeven, leidt niet tot grotere twee<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g<br />
<strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs<br />
In een volledig geprivatiseer<strong>de</strong>, niet-gereguleer<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong> waar<strong>in</strong> scholen zelf <strong>de</strong><br />
prijs van on<strong>de</strong>rwijs en <strong>de</strong> belon<strong>in</strong>g voor docenten bepalen, en waar<strong>in</strong> het bovendien is<br />
toegestaan leerl<strong>in</strong>gen te selecteren, bestaat een reële kans op twee<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g. ‘Dure’ scholen<br />
trekken met betere arbeidsvoorwaar<strong>de</strong>n <strong>de</strong> beste docenten aan, en zullen vooral bezocht<br />
wor<strong>de</strong>n door leerl<strong>in</strong>gen met draagkrachtige ou<strong>de</strong>rs. De overige scholen moeten het doen<br />
met gemid<strong>de</strong>ld m<strong>in</strong><strong>de</strong>r goe<strong>de</strong> docenten en m<strong>in</strong><strong>de</strong>r fraaie voorzien<strong>in</strong>gen. K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren met<br />
we<strong>in</strong>ig draagkrachtige ou<strong>de</strong>rs zullen vooral te v<strong>in</strong><strong>de</strong>n zijn op scholen met een relatief<br />
lage kwaliteit. Over <strong>de</strong> onwenselijkheid van een <strong>de</strong>rgelijke uitkomst bestaat bre<strong>de</strong><br />
maatschappelijke overeenstemm<strong>in</strong>g.<br />
Dit betekent evenwel niet dat meer concurrentie tussen scholen automatisch tot twee<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g<br />
leidt. Het is zelfs <strong>de</strong>nkbaar dat concurrentie, mits voorzien van <strong>de</strong> juiste checks<br />
and balances, het risico van twee<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g verm<strong>in</strong><strong>de</strong>rt. We gaan <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze paragraaf na<strong>de</strong>r <strong>in</strong><br />
op vier maatregelen die <strong>de</strong> concurrentie tussen scholen bevor<strong>de</strong>ren, maar die tegelijkertijd<br />
gevolgen kunnen hebben voor twee<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g:<br />
• differentiatie <strong>in</strong> <strong>de</strong> belon<strong>in</strong>g van docenten;<br />
• openbaarheid van <strong>in</strong>dicatoren van schoolkwaliteit;<br />
• eigen bijdragen van ou<strong>de</strong>rs/leerl<strong>in</strong>gen; en<br />
• selectie van leerl<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> het basison<strong>de</strong>rwijs.<br />
Voorts beperken we ons tot <strong>de</strong> eerste fasen van het on<strong>de</strong>rwijs. In <strong>de</strong>ze fasen wordt <strong>de</strong><br />
basis gelegd voor <strong>de</strong> gehele on<strong>de</strong>rwijs- en beroepsloopbaan. Mogelijke na<strong>de</strong>lige effecten<br />
van concurrentie zullen dan waarschijnlijk veel ernstiger zijn dan bijvoorbeeld <strong>in</strong> het<br />
hoger on<strong>de</strong>rwijs.<br />
Differentiatie <strong>in</strong> <strong>de</strong> belon<strong>in</strong>g van docenten: Scholen met veel achterstandsleerl<strong>in</strong>gen<br />
krijgen extra mid<strong>de</strong>len <strong>in</strong> het ka<strong>de</strong>r van <strong>de</strong> gewichtenregel<strong>in</strong>g of <strong>de</strong> cumi-regel<strong>in</strong>g. Deze<br />
mid<strong>de</strong>len wor<strong>de</strong>n thans vooral <strong>in</strong>gezet voor kle<strong>in</strong>ere klassen en nauwelijks voor salarisdifferentiatie.<br />
De variatie <strong>in</strong> <strong>de</strong> belon<strong>in</strong>g van docenten op het VO bedraagt niet meer dan<br />
enkele procenten. 11 Door meer gebruik te maken van belon<strong>in</strong>gsdifferentiatie zou<strong>de</strong>n<br />
achterstandsscholen hogere salarissen kunnen bie<strong>de</strong>n en zo kwalitatief goe<strong>de</strong> docenten<br />
9 Privatiser<strong>in</strong>g lost het probleem niet helemaal op. Ook b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> geprivatiseer<strong>de</strong> bedrijven moeten<br />
<strong>in</strong>novatoren nog maar afwachten <strong>in</strong> hoeverre zij wor<strong>de</strong>n beloond voor hun <strong>in</strong>spann<strong>in</strong>gen.<br />
10 In <strong>de</strong> literatuur wordt <strong>de</strong>ze <strong>in</strong>perk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> w<strong>in</strong>stprikkel aangeduid als <strong>de</strong> non distribution<br />
constra<strong>in</strong>t.<br />
11 Hass<strong>in</strong>k, W.J.H. & J.M. Pomp (2000).<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
werven en behou<strong>de</strong>n. An<strong>de</strong>rs gezegd, door meer te betalen kunnen <strong>de</strong>ze scholen hun<br />
werv<strong>in</strong>gspositie op <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong> versterken. Dit kan <strong>de</strong> kwaliteit van achterstandsscholen<br />
ten goe<strong>de</strong> komen en daarmee <strong>de</strong> twee<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g verm<strong>in</strong><strong>de</strong>ren.<br />
Indicatoren van schoolkwaliteit: De Trouw-enquête is <strong>in</strong>mid<strong>de</strong>ls een bekend begrip <strong>in</strong><br />
on<strong>de</strong>rwijsland, en het beleid heeft hierop gereageerd door <strong>de</strong> publicatie van <strong>de</strong><br />
Kwaliteitskaart. Over <strong>de</strong> wenselijkheid of onwenselijkheid van <strong>de</strong> publicatie van school<strong>in</strong>dicatoren<br />
lopen <strong>de</strong> men<strong>in</strong>gen uiteen. 12 Wij beperken ons hier tot <strong>de</strong> mogelijke effecten<br />
op twee<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g.<br />
Openbaarheid van schoolgegevens geeft scholen prikkels tot het verbeteren van <strong>de</strong><br />
gemeten on<strong>de</strong>rwijskwaliteit om te voorkomen dat leerl<strong>in</strong>genaantallen teruglopen. De<br />
schoolleid<strong>in</strong>g en docenten kunnen door <strong>de</strong> openbaarheid bewust gemaakt wor<strong>de</strong>n van<br />
het belang van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsprestaties van hun leerl<strong>in</strong>gen. De openbaarheid van prestatie<strong>in</strong>dicatoren<br />
kan er bovendien toe lei<strong>de</strong>n dat lokale en lan<strong>de</strong>lijke beleidsmakers on<strong>de</strong>r<br />
druk gezet wor<strong>de</strong>n om mid<strong>de</strong>ls beleid <strong>de</strong> prestaties van (sommige) scholen te bevor<strong>de</strong>ren.<br />
Deze effecten gel<strong>de</strong>n mogelijk sterker voor scholen waar <strong>de</strong> resultaten van leerl<strong>in</strong>gen<br />
achterblijven bij het lan<strong>de</strong>lijke gemid<strong>de</strong>l<strong>de</strong>, hetzij door <strong>de</strong> sociaal-economische<br />
achtergrond van <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gpopulatie hetzij door zwak presteren van <strong>de</strong> school. Een<br />
veelgehoord na<strong>de</strong>el van openbaarheid van schoolgegevens is het verschijnsel ‘teach<strong>in</strong>g to<br />
the test’: scholen zullen zich gaan richten op <strong>de</strong> gemeten uitkomsten on<strong>de</strong>r verwaarloz<strong>in</strong>g<br />
van niet-gemeten on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>len van <strong>de</strong> output. Voor achterstandsscholen kan dit<br />
na<strong>de</strong>el echter <strong>in</strong> een voor<strong>de</strong>el verkeren omdat hiermee juist een ‘first th<strong>in</strong>gs first beleid’<br />
kan wor<strong>de</strong>n afgedwongen, zoals on<strong>de</strong>r meer bepleit door <strong>de</strong> <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad <strong>in</strong> zijn advies<br />
over <strong>de</strong> leerstandaar<strong>de</strong>n. 13 Bovenstaan<strong>de</strong> effecten lijken positief voor achterstandsscholen.<br />
Na<strong>de</strong>len van <strong>de</strong> openbaarheid van schoolgegevens kunnen voortvloeien uit <strong>de</strong><br />
tekortschieten<strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong> <strong>in</strong>dicatoren. De motivatie van docenten kan wor<strong>de</strong>n<br />
aangetast <strong>in</strong>dien zij menen dat scholen ten onrechte een slechte beoor<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g hebben.<br />
Ook als <strong>de</strong> kwaliteit wel goed wordt gemeten, kunnen ongunstige effecten op twee<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g<br />
ontstaan. Door het vertrek van goe<strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen en docenten kunnen scholen <strong>in</strong> een<br />
neerwaartse spiraal terechtkomen. Scholen kunnen selectiever wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong> het accepteren<br />
en behou<strong>de</strong>n van leerl<strong>in</strong>gen (ervar<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> het Verenigd Kon<strong>in</strong>krijk laten zien dat dit<br />
gevaar reëel is). Hoe <strong>de</strong> balans richt<strong>in</strong>g twee<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g uitvalt, is op dit moment moeilijk te<br />
zeggen. De stell<strong>in</strong>g dat openbaarheid van schoolgegevens twee<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> hand werkt,<br />
lijkt <strong>in</strong> ie<strong>de</strong>r geval voorbarig.<br />
Meer private f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g: In recente bijdragen <strong>in</strong> <strong>de</strong> media toon<strong>de</strong> In ’t Veld zich<br />
voorstan<strong>de</strong>r van het vergroten van private bijdragen aan het on<strong>de</strong>rwijs. Ook m<strong>in</strong>ister<br />
Hermans acht het niet zijn taak om ou<strong>de</strong>rs te verbie<strong>de</strong>n meer bij te dragen aan het<br />
on<strong>de</strong>rwijs van hun k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren. 14 Als <strong>de</strong>ze vergrot<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> private bijdragen neerkomt op<br />
hogere ‘vrijwillige ou<strong>de</strong>rbijdragen’, dat wil zeggen een sterkere differentiatie van ‘vrijwillige’<br />
ou<strong>de</strong>rbijdragen tussen scholen, bestaan risico’s voor twee<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g (overeenkomstig <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>leid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong>ze paragraaf). De risico’s hangen (uiteraard) af van <strong>de</strong> hoogte van <strong>de</strong><br />
eigen bijdragen. De <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong><strong>in</strong>spectie heeft hier voor het schooljaar 2000/01 voor het<br />
primair on<strong>de</strong>rwijs over gerapporteerd. In twee<strong>de</strong>r<strong>de</strong> van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzochte scholen was <strong>de</strong><br />
12 Een studie over <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> aspecten van <strong>de</strong> openbaarheid van schoolgegevens wordt op dit<br />
moment voorbereid door <strong>de</strong> Verenig<strong>in</strong>g voor <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>research en <strong>de</strong> Verenig<strong>in</strong>g OOMO. Naar<br />
verwacht<strong>in</strong>g zal <strong>de</strong>ze studie 2001 verschijnen.<br />
13 Zie <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad (1999).<br />
14 Zie <strong>de</strong> beleidsbrief <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> stell<strong>in</strong>g (OCenW, 2000).<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 77
78<br />
ou<strong>de</strong>rlijke bijdrage m<strong>in</strong><strong>de</strong>r dan f 50,- per leerl<strong>in</strong>g. In 5 procent van <strong>de</strong> scholen meer dan<br />
f 100,- (<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong><strong>in</strong>spectie, 2000). Voor het voortgezet on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> het schooljaar<br />
1994/95 bedroeg <strong>de</strong> totale eigen bijdrage voor ou<strong>de</strong>rs met een modaal <strong>in</strong>komen en twee<br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren tussen f 281,- en f 470,- per leerl<strong>in</strong>g (Regioplan, 1995).<br />
Om te voorkomen dat verschillen <strong>in</strong> ou<strong>de</strong>rbijdragen twee<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> hand werken kan<br />
gekozen wor<strong>de</strong>n voor <strong>in</strong>voer<strong>in</strong>g van een maximum. Een an<strong>de</strong>re mogelijkheid is om<br />
m<strong>in</strong><strong>de</strong>r draagkrachtige ou<strong>de</strong>rs te steunen met een soort vouchers voor eigen bijdragen.<br />
Selectie van leerl<strong>in</strong>gen: In <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijswetgev<strong>in</strong>g is vastgelegd dat bijzon<strong>de</strong>re scholen<br />
leerl<strong>in</strong>gen mogen weigeren op grond van <strong>de</strong>nom<strong>in</strong>atie of gebrek aan capaciteit op school.<br />
Openbare scholen hebben <strong>de</strong>ze mogelijkheid niet. Als <strong>de</strong> <strong>de</strong>nom<strong>in</strong>atie voor<br />
ou<strong>de</strong>rs/leerl<strong>in</strong>gen een belangrijke factor is bij <strong>de</strong> schoolkeuze betekent dit een beperk<strong>in</strong>g<br />
van <strong>de</strong> concurrentie tussen scholen. Bovendien kan <strong>de</strong> selectie van scholen <strong>in</strong> <strong>de</strong> huidige<br />
situatie er <strong>in</strong> theorie toe lei<strong>de</strong>n dat allochtone leerl<strong>in</strong>gen slechts kunnen kiezen uit<br />
openbare scholen, dat is ongeveer één<strong>de</strong>r<strong>de</strong> van het totaal. Dit werkt twee<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
hand. De recente ervar<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> Soest, waar gepoogd werd drie openbare scholen te<br />
sluiten om een betere spreid<strong>in</strong>g van allochtone leerl<strong>in</strong>gen af te dw<strong>in</strong>gen, vormen hiervan<br />
een illustratie. Verm<strong>in</strong><strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van <strong>de</strong>ze vorm van selectie, door aanpass<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijswetgev<strong>in</strong>g<br />
of door afspraken met bijzon<strong>de</strong>re scholen, verm<strong>in</strong><strong>de</strong>rt het gevaar voor<br />
twee<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g.<br />
6 Teambelon<strong>in</strong>g kan een bijdrage leveren aan verbeter<strong>in</strong>g van<br />
on<strong>de</strong>rwijskwaliteit, met name op scholen met achterstandsleerl<strong>in</strong>gen<br />
Concurrentie tussen scholen kan wor<strong>de</strong>n aangewakkerd door goed presteren<strong>de</strong> scholen<br />
te belonen met een extra budget, bijvoorbeeld <strong>in</strong> te zetten voor een prestatietoeslag op<br />
het salaris voor alle docenten b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> school. 15 Dit versterkt prestatieprikkels voor<br />
docententeams. Een belangrijke vraag is natuurlijk hoe schoolprestaties moeten wor<strong>de</strong>n<br />
gemeten. Zoals al enige malen aangegeven, is <strong>de</strong> schooloutput slechts beperkt meetbaar,<br />
en kan afrekenen op basis van meetbare prestaties lei<strong>de</strong>n tot verwaarloz<strong>in</strong>g van niet-<br />
Tabel 1<br />
On<strong>de</strong>rzoek naar teambelon<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het voortgezet on<strong>de</strong>rwijs<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001<br />
prestatieprikkel uitkomsten<br />
VS (Dallas, 1991-95) $1000 per leraar + $2000 per school voor m<strong>in</strong><strong>de</strong>r drop-outs,<br />
<strong>de</strong> 20% (later 50%) best presteren<strong>de</strong> scholen betere test-scores<br />
Israël (1995-97) $200 tot $715 per leraar + $13 000 tot m<strong>in</strong><strong>de</strong>r drop-outs,<br />
$105 000 per school voor <strong>de</strong> 33% best betere test-scores<br />
presteren<strong>de</strong> scholen<br />
Bronnen: Ladd (1999) en Lavy (1999)<br />
15 We gaan hier niet <strong>in</strong> op salarisdifferentiatie b<strong>in</strong>nen scholen.
meetbare prestaties. Het zou echter voorbarig zijn <strong>in</strong>voer<strong>in</strong>g van prestatiebelon<strong>in</strong>g<br />
gekoppeld aan schoolprestaties dan maar onmid<strong>de</strong>llijk van <strong>de</strong> hand te wijzen. Ervar<strong>in</strong>gen<br />
<strong>in</strong> Israël en <strong>de</strong> Verenig<strong>de</strong> Staten laten zien dat prestatieprikkels kunnen bijdragen aan het<br />
verbeteren van examencijfers en aan het verm<strong>in</strong><strong>de</strong>ren van het aantal drop-outs. Tabel 1<br />
vat het beschikbare on<strong>de</strong>rzoek samen. In bei<strong>de</strong> gevallen wer<strong>de</strong>n schoolprestaties<br />
gemeten aan <strong>de</strong> hand van testscores, drop-out percentages, en - <strong>in</strong> <strong>de</strong> VS - absentie van<br />
leerl<strong>in</strong>gen. Tegenover <strong>de</strong> eventuele na<strong>de</strong>len van prestatie-afhankelijke teambelon<strong>in</strong>g staan<br />
dus belangrijke voor<strong>de</strong>len.<br />
Verdient het aanbevel<strong>in</strong>g een <strong>de</strong>rgelijke vorm van prestatiebelon<strong>in</strong>g ook <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland <strong>in</strong><br />
te voeren? Het antwoord luidt niet zon<strong>de</strong>r meer bevestigend, vanwege het reeds<br />
genoem<strong>de</strong> risico van verwaarloz<strong>in</strong>g van niet-meetbare prestaties. Hier staan tegenover <strong>de</strong><br />
positieve effecten op aantallen drop-outs. Deze uitruil tussen verm<strong>in</strong><strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van drop-outs<br />
en realisatie van niet-meetbare on<strong>de</strong>rwijsdoelen maakt <strong>in</strong>troductie van teambelon<strong>in</strong>g met<br />
name aantrekkelijk <strong>in</strong> scholen en on<strong>de</strong>rwijstypen met een groot aantal drop-outs: scholen<br />
met veel achterstandsleerl<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> VO en BVE (VBO/VMBO, <strong>de</strong> BVE-opleid<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong><br />
lagere kwalificatieniveaus). De prijs die dan wordt betaald voor het terugdr<strong>in</strong>gen van<br />
drop-outs is het risico dat m<strong>in</strong><strong>de</strong>r aandacht wordt besteed aan belangrijke niet-meetbare<br />
on<strong>de</strong>rwijsdoelen. Maar dat is wellicht een acceptabele prijs, vanwege <strong>de</strong> grote<br />
maatschappelijke kosten verbon<strong>de</strong>n aan drop-outs. Een <strong>de</strong>f<strong>in</strong>itief oor<strong>de</strong>el is pas mogelijk<br />
<strong>in</strong>dien meer bekend is over het relatieve belang van meetbare en niet-meetbare on<strong>de</strong>rwijsuitkomsten,<br />
en over <strong>de</strong> mate waar<strong>in</strong> concurrentie leidt tot verdr<strong>in</strong>g<strong>in</strong>g van nietmeetbare<br />
(of althans, niet gemeten) on<strong>de</strong>rwijsuitkomsten.<br />
7 Monopolievorm<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het mid<strong>de</strong>lbaar beroepson<strong>de</strong>rwijs bedreigt<br />
<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijskwaliteit<br />
In het onlangs verschenen Sociaal en Cultureel Rapport 2000 schrijft het SCP: “Stu<strong>de</strong>nten<br />
<strong>in</strong> het secundair beroepson<strong>de</strong>rwijs profiteer<strong>de</strong>n <strong>de</strong> afgelopen jaren het m<strong>in</strong>st van <strong>de</strong><br />
<strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs. De regionale opleid<strong>in</strong>gen centra (rocs) hebben <strong>in</strong> hun<br />
regio vaak een monopoliepositie, goe<strong>de</strong> <strong>in</strong>formatie over <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong><br />
opleid<strong>in</strong>gen ontbreekt en <strong>de</strong> <strong>in</strong>vloed van stu<strong>de</strong>nten en hun ou<strong>de</strong>rs is door hun achtergrond<br />
of relatieve onbekendheid met het on<strong>de</strong>rwijs veelal ger<strong>in</strong>g. ”(SCP, 2000, p. 462).<br />
Als gevolg van <strong>de</strong> schaalvergrot<strong>in</strong>g geduren<strong>de</strong> <strong>de</strong> afgelopen 10 jaar is het aantal <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
voor secundair beroepson<strong>de</strong>rwijs gedaald van 330 <strong>in</strong> 1993 tot 62 nu, waarvan 43<br />
ROC’s. De komen<strong>de</strong> jaren zal dit aantal nog ver<strong>de</strong>r dalen (OCenW, 2000, p. 46). Verwacht<br />
werd dat schaalvergrot<strong>in</strong>g zou lei<strong>de</strong>n tot grotere efficiency en tot een betere match<br />
tussen leerl<strong>in</strong>g en opleid<strong>in</strong>gsricht<strong>in</strong>g. In hoeverre <strong>de</strong>ze doelstell<strong>in</strong>gen zijn gehaald moet<br />
blijken uit <strong>de</strong> evaluatie van <strong>de</strong> Wet educatie en beroepson<strong>de</strong>rwijs (WEB). Vast staat nu al<br />
dat nog steeds grote aantallen leerl<strong>in</strong>gen het secundair beroepson<strong>de</strong>rwijs (het vroegere<br />
MBO) verlaten zon<strong>de</strong>r diploma, waarbij moet wor<strong>de</strong>n aangetekend dat voortijdig schoolverlaten<br />
vaak het gevolg is van problemen eer<strong>de</strong>r <strong>in</strong> <strong>de</strong> schoolloopbaan.<br />
De Werkgroep Voortijdig Schoolverlaten heeft onlangs een reeks aanbevel<strong>in</strong>gen gedaan<br />
om het aantal drop-outs te verm<strong>in</strong><strong>de</strong>ren. 16 Intensiver<strong>in</strong>g van concurrentie tussen <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
wordt niet expliciet als beleidsoptie genoemd, maar <strong>de</strong> Werkgroep stelt wel voor<br />
jaarlijks een top-5 te publiceren van scholen met best practices op het gebied van<br />
16 Zie het rapport van <strong>de</strong> Werkgroep Voortijdig Schoolverlaten (2000).<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 79
maatregelen ter verbeter<strong>in</strong>g van het schoolklimaat. Een plaats op <strong>de</strong> top-5 is uiteraard<br />
goed voor <strong>de</strong> reputatie van een school. Omdat scholen en docenten belang hechten aan<br />
hun reputatie levert zo’n top-5 een concurrentieprikkel op. Om te voorkomen dat scholen<br />
terughou<strong>de</strong>nd wor<strong>de</strong>n met het <strong>de</strong>len van best practices met an<strong>de</strong>re scholen zou ‘kennis<br />
<strong>de</strong>len’ expliciet bij <strong>de</strong> beoor<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g kunnen wor<strong>de</strong>n betrokken.<br />
Op dit i<strong>de</strong>e van een top-5 zijn verschillen<strong>de</strong> varianten mogelijk. Zo kan aan een plaats op<br />
<strong>de</strong> top-5 een belon<strong>in</strong>g wor<strong>de</strong>n gekoppeld, eventueel te ver<strong>de</strong>len on<strong>de</strong>r docenten. Een<br />
an<strong>de</strong>re mogelijkheid is <strong>de</strong> top-5 (of top-10) te baseren op een output-<strong>in</strong>dicator zoals het<br />
percentage voortijdig schoolverlaters, <strong>in</strong> plaats van op een moeilijk meetbare <strong>in</strong>put<strong>in</strong>dicator<br />
zoals schoolklimaat. Daarmee lijkt <strong>de</strong>ze optie op <strong>de</strong> reeds besproken optie van<br />
team-belon<strong>in</strong>g voor achterstandsscholen. De daar genoem<strong>de</strong> voor- en na<strong>de</strong>len zijn ook<br />
hier van toepass<strong>in</strong>g. Overigens kent <strong>de</strong> BVE nu al een zekere mate van prestatiebekostig<strong>in</strong>g,<br />
waar<strong>in</strong> ook aantallen vroegtijdige schoolverlaters een rol spelen.<br />
Een twee<strong>de</strong> beleidsoptie ter bevor<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> concurrentie betreft <strong>de</strong> bekostig<strong>in</strong>g. De<br />
overheid kan particuliere w<strong>in</strong>stgerichte <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen voor secundair beroepson<strong>de</strong>rwijs<br />
erkennen. Inmid<strong>de</strong>ls zijn er zo’n 70. Net als bij het HBO on<strong>de</strong>rv<strong>in</strong><strong>de</strong>n <strong>de</strong>ze <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
echter een concurrentiena<strong>de</strong>el omdat zij niet <strong>in</strong> aanmerk<strong>in</strong>g komen voor publieke<br />
bekostig<strong>in</strong>g. Ook hier kan <strong>de</strong> concurrentie wor<strong>de</strong>n versterkt door erken<strong>de</strong> particuliere<br />
<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen op gelijke wijze te f<strong>in</strong>ancieren als publieke <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen.<br />
8 Trends vragen om meer concurrentie <strong>in</strong> het hoger on<strong>de</strong>rwijs<br />
Globaliser<strong>in</strong>g en voortgaan<strong>de</strong> Europese <strong>in</strong>tegratie maken <strong>de</strong> <strong>markt</strong> voor hoger on<strong>de</strong>rwijs<br />
steeds meer tot een <strong>in</strong>ternationale <strong>markt</strong>. Stu<strong>de</strong>nten en docenten wor<strong>de</strong>n mobieler, me<strong>de</strong><br />
door <strong>de</strong> <strong>in</strong>voer<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> nieuwe Bachelor/Master structuur. Door dit proces van <strong>in</strong>ternationaliser<strong>in</strong>g<br />
neemt <strong>de</strong> concurrentie <strong>in</strong> het hoger on<strong>de</strong>rwijs <strong>de</strong> komen<strong>de</strong> jaren toe. Dat<br />
levert een prikkel op tot verbeter<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijskwaliteit <strong>in</strong> het hoger on<strong>de</strong>rwijs.<br />
Instell<strong>in</strong>gen beschikken op dit moment echter over een beperkt arsenaal <strong>in</strong>strumenten<br />
die zij kunnen <strong>in</strong>zetten bij hun streven bij <strong>de</strong> <strong>in</strong>ternationale top te behoren. Beleidsopties<br />
die het <strong>in</strong>strumentarium helpen vergroten zijn het toestaan van collegegeld-differentiatie<br />
en selectie-aan-<strong>de</strong>-poort. Een <strong>de</strong>r<strong>de</strong> beleidsoptie is het opheffen van <strong>de</strong> ongelijke bekostig<strong>in</strong>g<br />
van particuliere on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen. We vatten <strong>de</strong> voor- en na<strong>de</strong>len van <strong>de</strong> drie<br />
beleidsopties kort samen.<br />
Collegegeld-differentiatie b<strong>in</strong>nen en tussen <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen heeft drie voor<strong>de</strong>len:<br />
• Stu<strong>de</strong>nten maken efficiëntere keuzes omdat ze wor<strong>de</strong>n geconfronteerd met<br />
verschillen <strong>in</strong> kosten (en opbrengsten) van opleid<strong>in</strong>gen;<br />
• <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen kunnen beschikken over meer mid<strong>de</strong>len;<br />
• universiteiten krijgen een extra <strong>in</strong>strument voor het volgen van een kwaliteitsstrategie.<br />
Dit vergroot <strong>de</strong> kans dat sommige Ne<strong>de</strong>rlandse universiteiten een<br />
<strong>in</strong>ternationale toppositie verwerven of behou<strong>de</strong>n.<br />
Een veelgehoord bezwaar tegen collegegeld-differentiatie is dat hoge collegegel<strong>de</strong>n <strong>de</strong><br />
toegankelijkheid van top-<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen afhankelijk maakt van an<strong>de</strong>re factoren dan <strong>de</strong><br />
geschiktheid van <strong>de</strong> <strong>de</strong>elnemer, bijvoorbeeld het ou<strong>de</strong>rlijke <strong>in</strong>komen. Een goed stelsel<br />
van studielen<strong>in</strong>gen, eventueel aangevuld met gerichte subsidies (vouchers) voor stu<strong>de</strong>nten<br />
met m<strong>in</strong><strong>de</strong>r draagkrachtige ou<strong>de</strong>rs, kan dit tegengaan. Ook mag op grond van<br />
ervar<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> Verenig<strong>de</strong> Staten wor<strong>de</strong>n verwacht dat top-<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen zeer getalenteer<strong>de</strong><br />
stu<strong>de</strong>nten graag b<strong>in</strong>nen zullen halen en bereid zullen zijn daarvoor beurzen<br />
80 <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
eschikbaar te stellen. De re<strong>de</strong>n is dat slimme stu<strong>de</strong>nten <strong>de</strong> kwaliteit van het on<strong>de</strong>rwijs<br />
verbeteren. In technische termen: on<strong>de</strong>rwijs is een customer <strong>in</strong>put technology.<br />
Een twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>strument dat kan wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong>gezet om <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> staat te stellen te<br />
concurreren op kwaliteit is selectie-aan-<strong>de</strong>-poort, door mid<strong>de</strong>l van een toelat<strong>in</strong>gsexamen<br />
of e<strong>in</strong><strong>de</strong>xamenresultaten. Instell<strong>in</strong>gen zijn op dit moment verplicht alle stu<strong>de</strong>nten met <strong>de</strong><br />
juiste vooropleid<strong>in</strong>g te accepteren (alleen bij studiericht<strong>in</strong>gen met een numerus-fixus<br />
spelen e<strong>in</strong><strong>de</strong>xamenresultaten een (beperkte) rol bij <strong>de</strong> toelat<strong>in</strong>g). Wel mogen <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
s<strong>in</strong>ds kort na het eerste studiejaar een b<strong>in</strong><strong>de</strong>nd studie-advies geven (<strong>de</strong> universiteiten<br />
van Lei<strong>de</strong>n en Maastricht maken van <strong>de</strong>ze mogelijkheid gebruik). Ook tekent zich af dat<br />
<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen mogen selecteren bij <strong>de</strong> toelat<strong>in</strong>g tot <strong>de</strong> Master-opleid<strong>in</strong>g na <strong>in</strong>voer<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
Bachelor-Master structuur. Het verbod op selectie-aan-<strong>de</strong>-(Bachelor)-poort blijft echter<br />
bestaan.<br />
Ervar<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> het Verenigd Kon<strong>in</strong>krijk, waar selectie-aan-<strong>de</strong>-poort plaatsv<strong>in</strong>dt terwijl het<br />
collegegeld voor <strong>de</strong> bachelor-fase nog steeds lan<strong>de</strong>lijk wordt vastgesteld, laten zien dat<br />
forse verschillen <strong>in</strong> kwaliteit optre<strong>de</strong>n, gemeten aan <strong>de</strong> hand van het niveau van<br />
<strong>in</strong>stroom, voorzien<strong>in</strong>genniveaus (bibliotheek, computers), en het percentage stu<strong>de</strong>nten<br />
dat doorstroomt naar <strong>de</strong> PhD-fase. 17 Meer vrijheid voor <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen bij <strong>de</strong> selectie van<br />
stu<strong>de</strong>nten kan dus het ontstaan van top-universiteiten bevor<strong>de</strong>ren.<br />
Aan selectie-aan-<strong>de</strong>-poort kleeft als mogelijk bezwaar dat <strong>de</strong> criteria die gehanteerd<br />
zullen wor<strong>de</strong>n bij selectie-aan-<strong>de</strong>-poort - e<strong>in</strong><strong>de</strong>xamencijfers of scores op een toelat<strong>in</strong>gsexamen<br />
- geen perfecte voorspellers zijn van <strong>de</strong> succeskansen <strong>in</strong> een studie. Daarom<br />
dienen <strong>de</strong> criteria voor selectie-aan-<strong>de</strong>-poort niet dw<strong>in</strong>gend te wor<strong>de</strong>n voorgeschreven.<br />
Indien <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen wor<strong>de</strong>n afgerekend op het aantal afgestu<strong>de</strong>er<strong>de</strong>n zullen zij zoeken<br />
naar uitgebalanceer<strong>de</strong> toelat<strong>in</strong>gseisen: niet te streng, want dan <strong>de</strong>rft <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g <strong>in</strong>komsten,<br />
maar ook niet te soepel, want dan maakt <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g hoge kosten voor kansloze<br />
stu<strong>de</strong>nten.<br />
Een <strong>de</strong>r<strong>de</strong> en laatste <strong>in</strong>strument ter bevor<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> concurrentie <strong>in</strong> het hoger on<strong>de</strong>rwijs<br />
betreft <strong>de</strong> bekostig<strong>in</strong>g. De recente trend van schaalvergrot<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het HBO heeft<br />
geleid tot een sterke afname van het aantal <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen. In 1985 wer<strong>de</strong>n nog 432 HBO<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
door <strong>de</strong> overheid bekostigd, door schaalvergrot<strong>in</strong>g is dit aantal gedaald tot<br />
62 <strong>in</strong> 2000. Naast <strong>de</strong>ze bekostig<strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen opereert een fl<strong>in</strong>k aantal niet-bekostig<strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen op <strong>de</strong> HBO-<strong>markt</strong> (<strong>in</strong> 1998 waren dat er 52; SCP, 2000, p. 448). Het betreft<br />
private w<strong>in</strong>stgerichte on<strong>de</strong>rwijson<strong>de</strong>rnem<strong>in</strong>gen, die bevoegd zijn tot het uitreiken van<br />
HBO-diploma’s. Hun <strong>markt</strong>aan<strong>de</strong>el (aan<strong>de</strong>el HBO-stu<strong>de</strong>nten) bedraagt zo’n 12% (SCP, 2000,<br />
p. 450). Omdat zij kosten<strong>de</strong>kken<strong>de</strong> bijdragen moeten vragen aan hun stu<strong>de</strong>nten, hebben<br />
<strong>de</strong>ze <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen een concurrentieachterstand. 18<br />
Door <strong>de</strong> schaalvergrot<strong>in</strong>g b<strong>in</strong>nen het publieke <strong>de</strong>el van het HBO, gekoppeld aan <strong>de</strong><br />
zwakke concurrentiepositie van het private <strong>de</strong>el, dreigt regionale monopolievorm<strong>in</strong>g bij<br />
<strong>de</strong> bekostig<strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen. Hierdoor ontstaan risico’s voor kwaliteit en vernieuw<strong>in</strong>g. Een<br />
voor <strong>de</strong> hand liggen<strong>de</strong> beleidsoptie om dit risico tegen te gaan is het gelijktrekken van<br />
<strong>de</strong> f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>gscriteria voor bekostig<strong>de</strong> en niet-bekostig<strong>de</strong> HBO-<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen. We realiseren<br />
ons dat dit een nogal <strong>in</strong>grijpen<strong>de</strong> beleidsoptie is, en <strong>de</strong> ruimte ontbreekt om op alle<br />
voetangels en klemmen rondom <strong>de</strong>ze optie <strong>in</strong> te gaan. Maar <strong>de</strong> beleidsoptie is wat ons<br />
betreft na<strong>de</strong>re studie waard.<br />
Bij WO-<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen is <strong>de</strong>ze optie - het creëren van een level play<strong>in</strong>g field voor private<br />
aanbie<strong>de</strong>rs - wellicht m<strong>in</strong><strong>de</strong>r aantrekkelijk. Ne<strong>de</strong>rlandse universiteiten comb<strong>in</strong>eren on<strong>de</strong>r-<br />
17 Zie CPB, 2001, voor een overzicht en evaluatie van buitenlandse ervar<strong>in</strong>gen met concurrentieprikkels<br />
<strong>in</strong> het hoger on<strong>de</strong>rwijs.<br />
18 Wel komen stu<strong>de</strong>nten van niet-bekostig<strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen meestal <strong>in</strong> aanmerk<strong>in</strong>g voor studief<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 81
wijs en on<strong>de</strong>rzoek b<strong>in</strong>nen één <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g vanwege synergie tussen bei<strong>de</strong> activiteiten.<br />
Indien on<strong>de</strong>rzoeksprestaties slecht meetbaar zijn, kan sterkere concurrentie op <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong><br />
ertoe lei<strong>de</strong>n dat universiteiten hun on<strong>de</strong>rzoeksactiviteiten verwaarlozen.<br />
Overigens moet dit risico ook weer niet wor<strong>de</strong>n overdreven. On<strong>de</strong>rzoeksprestaties zijn<br />
voor een belangrijk <strong>de</strong>el meetbaar (bijvoorbeeld via publicaties). Door <strong>de</strong> f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g van<br />
universiteiten sterker te koppelen aan <strong>de</strong>rgelijke on<strong>de</strong>rzoeksprestaties kan wor<strong>de</strong>n<br />
voorkomen dat sterkere prikkels op <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong> ten koste gaan van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksprestaties.<br />
9 Conclusie: on<strong>de</strong>rzoeksvragen en beleidsopties<br />
Bij <strong>de</strong> huidige stand van kennis is het niet mogelijk alle relevante vragen rondom <strong>de</strong><br />
wenselijkheid van meer concurrentie <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs te beantwoor<strong>de</strong>n. Centraal op <strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rzoeksagenda staan <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> vragen:<br />
• In hoeverre is on<strong>de</strong>rwijsoutput meetbaar?<br />
• Neemt het belang van niet-meetbare on<strong>de</strong>rwijsoutput toe of af?<br />
• Gaat een sterkere focus op meetbare on<strong>de</strong>rwijsdoelstell<strong>in</strong>g ten koste van nietmeetbare<br />
doelstell<strong>in</strong>gen zoals sociale vaardighe<strong>de</strong>n en zelfvertrouwen?<br />
• Wat is <strong>de</strong> <strong>in</strong>vloed van prestatieprikkels op <strong>de</strong> <strong>in</strong>tr<strong>in</strong>sieke motivatie van docenten?<br />
• Wat is <strong>de</strong> relatie tussen prestatie-<strong>in</strong>dicatoren zoals e<strong>in</strong><strong>de</strong>xamenresultaten en later<br />
arbeids<strong>markt</strong>succes?<br />
Het beantwoor<strong>de</strong>n van <strong>de</strong>ze vragen vereist met name on<strong>de</strong>rwijskundige expertise -<br />
economen zijn hier nauwelijks voor toegerust.<br />
Investeren <strong>in</strong> kennis over on<strong>de</strong>rwijsbeleid vereist ook <strong>de</strong> bereidheid tot experimenteren.<br />
Een voorbeeld: buitenlandse ervar<strong>in</strong>gen met prestatiebelon<strong>in</strong>g laten gunstige effecten<br />
zien voor belangrijke on<strong>de</strong>rwijsuitkomsten, maar over <strong>de</strong> effecten <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland, en over<br />
<strong>de</strong> optimale vormgev<strong>in</strong>g van prestatiebelon<strong>in</strong>g, bestaat nog veel onzekerheid. Goed<br />
vormgegeven experimenten kunnen helpen die kennislacune te dichten. 19<br />
Ondanks <strong>de</strong>ze openstaan<strong>de</strong> vragen tekent zich ook bij <strong>de</strong> huidige stand van kennis een<br />
aantal serieuze beleidsopties af rondom concurrentie <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs. In het voorafgaan<strong>de</strong><br />
zijn <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> opties uitgebreid besproken. We vatten ze hier samen.<br />
1 Prestatiebelon<strong>in</strong>g voor scholen kan een bijdrage leveren aan het verm<strong>in</strong><strong>de</strong>ren van<br />
<strong>de</strong> problemen op achterstandsscholen.<br />
2 Door private (w<strong>in</strong>stgerichte) aanbie<strong>de</strong>rs <strong>in</strong> BVE en hoger on<strong>de</strong>rwijs niet langer uit<br />
te sluiten van publieke bekostig<strong>in</strong>g krijgt <strong>de</strong> kwakkelen<strong>de</strong> concurrentie <strong>in</strong> die<br />
sectoren een nieuwe impuls.<br />
3 Versoepel<strong>in</strong>g van regelgev<strong>in</strong>g rond selectie-aan-<strong>de</strong>-poort en collegegeld-differentiatie<br />
stimuleert differentiatie <strong>in</strong> het hoger on<strong>de</strong>rwijs, en vergroot <strong>de</strong> succeskans<br />
van Ne<strong>de</strong>rlandse <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen op <strong>de</strong> <strong>in</strong>ternationale <strong>markt</strong> voor hoger on<strong>de</strong>rwijs.<br />
4 Publicatie van een scholen top-10 van BVE-<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen, gebaseerd op best practices<br />
of op on<strong>de</strong>rwijsuitkomsten, is een manier om concurrentie tussen <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
te bevor<strong>de</strong>ren.<br />
5 Invoer<strong>in</strong>g van <strong>in</strong>komensafhankelijke vouchers voor eigen bijdragen verm<strong>in</strong><strong>de</strong>rt<br />
het risico dat meer concurrentie tussen on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen ten koste gaat van<br />
<strong>de</strong> toegankelijkheid voor m<strong>in</strong><strong>de</strong>r draagkrachtige bevolk<strong>in</strong>gsgroepen.<br />
19 Een an<strong>de</strong>r voorbeeld van een grootschalig on<strong>de</strong>rwijsexperiment is het Star-project <strong>in</strong> Tennessee<br />
waaraan 11.600 leerl<strong>in</strong>gen en 80 scholen geduren<strong>de</strong> vier jaar <strong>de</strong>elnamen met als doel <strong>de</strong> effecten van<br />
klassenverkle<strong>in</strong><strong>in</strong>g van 22 naar 15 leerl<strong>in</strong>gen te bepalen.<br />
82 <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Literatuur<br />
Bosker, R., J.F. Lam, H. Dekkers, H. Vierke,1997,<br />
De betekenis van kwaliteitsverschillen tussen basisscholen, Ensche<strong>de</strong>, Nijmegen.<br />
Bovenberg, A.L. en C.N. Teul<strong>in</strong>gs,1999,<br />
Op zoek naar <strong>de</strong> grenzen van <strong>de</strong> staat: publieke verantwoor<strong>de</strong>lijkheid tussen<br />
contract en eigendomsrecht, <strong>in</strong>: W. Derksen e.a., Over Publieke en Private<br />
Verantwoor<strong>de</strong>lijkhe<strong>de</strong>n, WRR Voorstudies en achtergron<strong>de</strong>n, Den Haag.<br />
CPB, 2001,<br />
Reform<strong>in</strong>g Higher Education: Gett<strong>in</strong>g the Incentives Rights, te verschijnen.<br />
Dixit, A., 1999,<br />
Incentives and Organizations <strong>in</strong> the Public Sector: An Interpretative Review,<br />
ongepubliceerd work<strong>in</strong>g paper.<br />
Fe<strong>in</strong>ste<strong>in</strong>, L., 2000,<br />
The Relative Economic Importance of Aca<strong>de</strong>mic, Psychological and<br />
Behavioural Attributes Developed <strong>in</strong> Childhood, CEP-discussion paper no.<br />
Frey, B.S. en R. Jegen (2000),<br />
“Motivational Crowd<strong>in</strong>g Theory: A Survey of the Empirical Evi<strong>de</strong>nce”.<br />
Gneezy, U., en A. Rustich<strong>in</strong>i, 2000,<br />
Pay enough or don’t pay at all, Quarterly Journal of Economics, Augustus, blz.<br />
791-810.<br />
Goldste<strong>in</strong>, H., 1997,<br />
Value ad<strong>de</strong>s tables: the less than-holy grail, Manag<strong>in</strong>g Schools Today, blz. 18-19.<br />
Hass<strong>in</strong>k, W.H.J. en J.M. Pomp (2000),<br />
Lerarentekort en lerarenloon, <strong>in</strong>: ESB, 30-6-2000, blz. 536-539.<br />
Inspectie van het <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>, 2000,<br />
“<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>tijd, resultaten en <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rbijdrage <strong>in</strong> <strong>de</strong> schoolgids,” notitie 2000-7.<br />
Karsten, S., 1998,<br />
De teugels wor<strong>de</strong>n langer, maar niet losser. Over ontwikkel<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijsbeleid,<br />
<strong>in</strong>: Om <strong>de</strong> kwaliteit van het on<strong>de</strong>rwijs, Wiardi Beckman Sticht<strong>in</strong>g,<br />
Amsterdam.<br />
Kremer, M., en A. Sarychev, 1998,<br />
Why do Governments Operate Schools?, ongepubliceerd work<strong>in</strong>g paper.<br />
Ladd, H.F., 1999,<br />
‘The Dallas school accountability and <strong>in</strong>centive program: an evaluation of its<br />
impacts on stu<strong>de</strong>nt outcomes’, Economics of Education Review, 18, blz.1-16.<br />
Lavy, V., 1999, “Evaluat<strong>in</strong>g the Effect of Teachers’ Performance Incentives on Pupils’<br />
Achievements,” Ongepubliceerd paper, Hebrew University of Jerusalem.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 83
Lavy, V., 2000,<br />
Do monetary Incentives to Teachers and Stu<strong>de</strong>nts Improve Educational<br />
Outcomes?, ongepubliceerd paper gepresenteerd tij<strong>de</strong>ns het Nyfer sem<strong>in</strong>ar<br />
“Challenges For the City”, 18-19 May.<br />
MDW werkgroep Voortijdig Schoolverlaten, 2000,<br />
Alle wegen lei<strong>de</strong>n uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk naar een startkwalificatie.<br />
OCenW, 2000,<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>, Cultuur en Wetenschap <strong>in</strong> Kerncijfers 2001, blz. 46<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, 1999,<br />
Zeker Weten. Leerstandaar<strong>de</strong>n als basis voor toegankelijkheid, Advies uitgebracht<br />
aan <strong>de</strong> m<strong>in</strong>ister van <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>, Cultuur en Wetenschappen.<br />
Oosterbeek, H. en D. Webb<strong>in</strong>k, 2000,<br />
Een economische kijk op publieke <strong>in</strong>dicatoren van schoolkwaliteit.<br />
Regioplan, 1995,<br />
“Ou<strong>de</strong>rbijdrage <strong>in</strong> het voortgezet on<strong>de</strong>rwijs,” Regioplan, Amsterdam.<br />
SCP, 2000,<br />
Ne<strong>de</strong>rland <strong>in</strong> Europa, Den Haag, blz. 439-497.<br />
Teul<strong>in</strong>gs, C., 2000,<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>: een nuttige maatschappelijke <strong>in</strong>vester<strong>in</strong>g, Socialisme en Democratie,<br />
jrg. 57 no. 6.<br />
84 <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
5 Regulatieve structuur en concurrentie<br />
P.N. Karstanje 1<br />
De traditie van het Ne<strong>de</strong>rlandse on<strong>de</strong>rwijs met vrijheid van schoolkeuze impliceert een<br />
regulatieve structuur die ruimte laat voor concurrentie tussen on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen.<br />
Tegelijkertijd geldt voor het gesubsidieer<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs dat het ‘<strong>markt</strong>karakter’ van het<br />
on<strong>de</strong>rwijs sowieso zeer beperkt is, waardoor eer<strong>de</strong>r sprake is van een ‘quasi-<strong>markt</strong>’ dan<br />
een ‘echte <strong>markt</strong>’. <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong><strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen hebben <strong>in</strong> pr<strong>in</strong>cipe een bepaal<strong>de</strong> responsiviteit<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> <strong>markt</strong> (ou<strong>de</strong>rs, leerl<strong>in</strong>gen, stu<strong>de</strong>nten). De responsiviteitskenmer-<br />
ken zoals <strong>de</strong> vrijheid om eigen on<strong>de</strong>rwijsmetho<strong>de</strong>n te kiezen, een eigen missie te<br />
bepalen of strategisch beleid te voeren zijn niet of slechts zeer ten <strong>de</strong>le afhankelijk van<br />
overheidsreguler<strong>in</strong>g. Een <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> elementen die door <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsvragen<strong>de</strong>n van<br />
belang geacht wor<strong>de</strong>n bij <strong>de</strong> keuze van <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen, zoals schoolklimaat of on<strong>de</strong>rwijs-<br />
visie, wordt immers niet gereguleerd. Bereikbaarheid van <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g, die door on<strong>de</strong>r-<br />
wijsvragen<strong>de</strong>n <strong>in</strong> alle sectoren van het on<strong>de</strong>rwijs van belang wordt geacht, is echter wel<br />
beïnvloed door overheidsreguler<strong>in</strong>g <strong>in</strong>zake sticht<strong>in</strong>g- en opheff<strong>in</strong>gsnormen en schaal-<br />
vergrot<strong>in</strong>g.<br />
Dereguler<strong>in</strong>g zoals dat s<strong>in</strong>ds het e<strong>in</strong>d van <strong>de</strong> jaren tachtig on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el uitmaakt van <strong>de</strong><br />
beleidsagenda beoogt <strong>de</strong> concurrentie tussen scholen te bevor<strong>de</strong>ren. Uit een analyse<br />
van <strong>de</strong> feitelijke <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>gsmaatregelen komt echter naar voren dat <strong>de</strong>ze<br />
1 P.N. Karstanje stu<strong>de</strong>er<strong>de</strong> didactiek/on<strong>de</strong>rwijskun<strong>de</strong> aan <strong>de</strong> Vrije Universiteit te Amsterdam, promoveer<strong>de</strong><br />
op Beleidsevaluatie bij controversiële on<strong>de</strong>rwijsvernieuw<strong>in</strong>g en was werkzaam <strong>in</strong> verschillen<strong>de</strong><br />
beleidsadviescommissies van <strong>de</strong> m<strong>in</strong>ister van on<strong>de</strong>rwijs. Hij houdt zich <strong>in</strong> on<strong>de</strong>rwijs en on<strong>de</strong>rzoek aan<br />
<strong>de</strong> universiteit van Amsterdam (on<strong>de</strong>rwijskun<strong>de</strong>) vooral bezig met on<strong>de</strong>rwijsmanagement en on<strong>de</strong>rwijsbeleid<br />
en on<strong>de</strong>rwijsorganisatie. Recente publicaties gaan on<strong>de</strong>r meer over <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g en autonomie<br />
van scholen. Hij is voorts verbon<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse School voor <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>management en leidt <strong>in</strong><br />
Centraal- en Oost-Europa projecten <strong>in</strong>zake het ontwikkelen en implementeren van mastersopleid<strong>in</strong>gen<br />
en on<strong>de</strong>rwijsmanagement.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 85
<strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g voornamelijk op f<strong>in</strong>ancieel gebied heeft plaats gehad en dat bijvoorbeeld<br />
op on<strong>de</strong>rwijskundig terre<strong>in</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> meeste sectoren van het on<strong>de</strong>rwijs een tegengestel<strong>de</strong>,<br />
direct of <strong>in</strong>direct reguleren<strong>de</strong>, ten<strong>de</strong>ns is waar te nemen die tezamen met bijvoorbeeld<br />
<strong>de</strong> schaalvergrot<strong>in</strong>gsten<strong>de</strong>ns niet ten faveure van <strong>de</strong> concurrentiemogelijkhe<strong>de</strong>n werkt.<br />
Wel is geconstateerd dat <strong>de</strong> (f<strong>in</strong>anciële) <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g een vergrot<strong>in</strong>g van het beleids-<br />
voerend vermogen van <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen kan bevor<strong>de</strong>ren die mogelijk van <strong>in</strong>vloed kan zijn<br />
op <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g en concurrentie. An<strong>de</strong>rzijds verm<strong>in</strong><strong>de</strong>rt <strong>de</strong> overheid het <strong>markt</strong>karakter<br />
door zelf gegevens van <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen te publiceren <strong>in</strong> plaats van dit aan <strong>de</strong> <strong>markt</strong> zelf<br />
over te laten. Geconstateerd kan wor<strong>de</strong>n dat <strong>de</strong> regulatieve structuur voor <strong>markt</strong>-<br />
werk<strong>in</strong>g en concurrentie <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs niet consistent is.<br />
1 Inleid<strong>in</strong>g<br />
‘Dereguler<strong>in</strong>g’ en ‘<strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g’ lijken een soort vanzelfsprekend begrippenpaar.<br />
Wanneer <strong>de</strong> zeggenschap van <strong>de</strong> overheid verm<strong>in</strong><strong>de</strong>rt, is het kennelijk <strong>de</strong> <strong>markt</strong> die <strong>de</strong><br />
zeggenschap overneemt. Het lijkt logisch dat, ook <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijsveld, <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g<br />
leidt tot een vergrot<strong>in</strong>g van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g. De re<strong>de</strong>ner<strong>in</strong>g is eenvoudig: wanneer <strong>de</strong><br />
overheid <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g meer autonomie laat, kan <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g zich meer richten<br />
naar <strong>de</strong> wensen van <strong>de</strong> <strong>markt</strong>, beter concurreren met an<strong>de</strong>re <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen en een groter<br />
<strong>de</strong>el van <strong>de</strong> <strong>markt</strong> veroveren. Zeker wanneer <strong>de</strong> f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g gebon<strong>de</strong>n is aan leerl<strong>in</strong>genaantallen<br />
is dit een aanlokkelijk perspectief voor scholen. Tenm<strong>in</strong>ste, als groei een nastrevenswaardig<br />
doel is, wat <strong>in</strong> <strong>de</strong> regel het geval blijkt te zijn. Chubb & Moe (1990) en<br />
Tooley (1993) ver<strong>de</strong>digen bovendien <strong>de</strong> stell<strong>in</strong>g dat <strong>de</strong> druk van <strong>de</strong> <strong>markt</strong> verbeter<strong>in</strong>g<br />
van het on<strong>de</strong>rwijs teweeg zal brengen. In <strong>de</strong>ze bijdrage zal nagegaan wor<strong>de</strong>n of <strong>de</strong><br />
veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> regulatieve structuur (<strong>de</strong> beoog<strong>de</strong> <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g) an<strong>de</strong>re concurrentieverhoud<strong>in</strong>gen<br />
tussen on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen tot gevolg heeft. Om <strong>de</strong>ze vraag te beantwoor<strong>de</strong>n<br />
zal eerst een analyse wor<strong>de</strong>n weergegeven van <strong>de</strong> beoog<strong>de</strong> veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
regulatieve structuur aan <strong>de</strong> hand van een reconstructie van <strong>de</strong> beleidstheorie <strong>in</strong>zake<br />
<strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijsbeleid. Daar<strong>in</strong> speelt concurrentie een rol als beleidsdoel.<br />
Daarna zal wor<strong>de</strong>n bezien <strong>in</strong> hoeverre <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g daadwerkelijk heeft plaats gehad.<br />
Vervolgens is aan <strong>de</strong> or<strong>de</strong> of en <strong>in</strong> hoeverre het on<strong>de</strong>rwijsveld <strong>de</strong> kenmerken heeft van<br />
een ‘echte <strong>markt</strong>’ waar<strong>in</strong> concurrentie mogelijk is. Een <strong>markt</strong> waar<strong>in</strong> van on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
responsiviteit ten opzichte van <strong>de</strong> afnemers verwacht wordt. Ook is dan <strong>de</strong> vraag<br />
wat <strong>de</strong> eisen zijn die afnemers stellen. Als die vraag is beantwoord, kan wor<strong>de</strong>n<br />
nagegaan of <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g zoals geïmplementeerd van <strong>in</strong>vloed is op <strong>de</strong> <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g en<br />
dus <strong>de</strong> concurrentie tussen on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen. In <strong>de</strong> conclusie zal <strong>de</strong>ze vraag wor<strong>de</strong>n<br />
beantwoord.<br />
86 <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
2 Dereguler<strong>in</strong>g: beleids<strong>in</strong>tenties<br />
De Ne<strong>de</strong>rlandse rijksoverheid voert s<strong>in</strong>ds het e<strong>in</strong>d van <strong>de</strong> tachtiger jaren een actief<br />
<strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>gsbeleid (zie voor een overzicht van <strong>de</strong> beleids<strong>in</strong>tenties Karstanje, 1999). De<br />
nota’s M<strong>in</strong><strong>de</strong>r regels, meer ruimte (1985) en <strong>de</strong> <strong>in</strong> datzelf<strong>de</strong> jaar gepubliceer<strong>de</strong> nota<br />
Hoger <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>, Autonomie en kwaliteit, een an<strong>de</strong>re bestur<strong>in</strong>gswijze, later gevolgd door<br />
<strong>de</strong> discussienotitie De school op weg naar 2000 (1988) <strong>in</strong>diceren <strong>de</strong> <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>gsplannen<br />
van <strong>de</strong> rijksoverheid <strong>in</strong>zake het on<strong>de</strong>rwijs. Om na te gaan wat nu precies <strong>de</strong><br />
beoog<strong>de</strong> doelen en mid<strong>de</strong>len zijn van het <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>gsbeleid zijn <strong>de</strong> beleidsnota’s<br />
geanalyseerd. In het beleidson<strong>de</strong>rzoek heet dat <strong>de</strong> reconstructie van <strong>de</strong> beleidstheorie<br />
waarbij ‘beleidstheorie’ te omschrijven is als het geheel van argumentaties en kenniselementen<br />
die een beleidsvoer<strong>de</strong>r aan een bepaald beleid ten grondslag legt (Van <strong>de</strong><br />
Graaf & Hoppe, 1992, p. 73). Hierbij wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong> geëxpliciteer<strong>de</strong> assumpties die aan<br />
beleidsmaatregelen ten grondslag liggen geanalyseerd en overzichtelijk weergegeven.<br />
Het resultaat is een overzicht van het beleid-als-plan (dus niet het beleid zoals uitgevoerd)<br />
dat bestaat uit elementen die kunnen wor<strong>de</strong>n opgevat als mid<strong>de</strong>len en doelen,<br />
waarbij een mid<strong>de</strong>l-doelrelatie aangeeft dat een bepaald beleidselement wordt geacht een<br />
bijdrage te leveren aan <strong>de</strong> realiser<strong>in</strong>g van één of meer an<strong>de</strong>re beleidselementen. Daar<strong>in</strong><br />
wor<strong>de</strong>n verschillen<strong>de</strong> ‘lagen’ on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n. De hoogste, of meest abstracte, laag wordt<br />
genoemd ‘e<strong>in</strong>dformules’. In on<strong>de</strong>rstaand schema, waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> beleids<strong>in</strong>tenties <strong>in</strong>zake<br />
on<strong>de</strong>rwijs-<strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g zijn weergegeven staan <strong>de</strong> e<strong>in</strong>dformules <strong>in</strong> <strong>de</strong> rechterkolom.<br />
De ‘centrale doelen’ zijn weer mid<strong>de</strong>len voor <strong>de</strong> e<strong>in</strong>dformules. Steeds wordt een <strong>in</strong> het<br />
schema meer l<strong>in</strong>ks geplaatst mid<strong>de</strong>l veron<strong>de</strong>rsteld een mid<strong>de</strong>l te zijn voor één of meer<br />
doelen die rechts daarvan zijn weergegeven (en dus zelf weer mid<strong>de</strong>len zijn voor hoger,<br />
meer rechts gelegen doelen). De teksten <strong>in</strong> <strong>de</strong> nota’s zijn niet zodanig dat precies pijltjes<br />
gezet kunnen wor<strong>de</strong>n tussen een bepaald mid<strong>de</strong>l en een bepaald doel. Daarom doet <strong>de</strong><br />
weergave <strong>in</strong> kolommen meer recht aan het globale karakter van <strong>de</strong> teksten dan een<br />
pijltjes-schema.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 87
Submid<strong>de</strong>len<br />
lump sum<br />
systeem i.p.v.<br />
norm-bekostig<strong>in</strong>g<br />
globaler<br />
patroon van<br />
stur<strong>in</strong>g<br />
achteraf<br />
toetsen van<br />
kwaliteit i.p.v.<br />
voorschriften<br />
vooraf<br />
Schema 1<br />
Doel-mid<strong>de</strong>lschema beleid <strong>in</strong>zake <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g (Karstanje, 1999, p. 208)<br />
mid<strong>de</strong>len<br />
versterk<strong>in</strong>g<br />
van het<br />
management<br />
zo groot<br />
mogelijke<br />
zelfstandigheid<br />
<strong>in</strong><br />
f<strong>in</strong>ancieel en<br />
personeelsbeleid<br />
88 <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001<br />
sub sectordoelen<br />
efficiency <strong>in</strong><br />
bested<strong>in</strong>gsbeleid<br />
flexibiliteit <strong>in</strong><br />
roosters en<br />
vakkenpakketten<br />
Sectordoelen<br />
scholen<br />
maken beleid<br />
gericht op<br />
verlang<strong>de</strong><br />
kennis en<br />
vaardighe<strong>de</strong>n<br />
concurrentie<br />
met an<strong>de</strong>re<br />
scholen<br />
samenwerk<strong>in</strong>gsverband<br />
met an<strong>de</strong>re<br />
scholen met<br />
behoud van<br />
eigen verantwoor<strong>de</strong>lijkheid<br />
centrale<br />
doelen<br />
scholen<br />
kunnen<br />
aanbod<br />
aanpassen<br />
aan maatschappelijke<br />
behoeften<br />
scholen<br />
kunnen <strong>in</strong>spelen<br />
op door<br />
<strong>de</strong> overheid<br />
geïnitieer<strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>novaties<br />
aansluiten bij<br />
karakteristiekeeigenschappen<br />
van<br />
leerl<strong>in</strong>gen<br />
e<strong>in</strong>dformule<br />
doelmatig en<br />
kwalitatief<br />
on<strong>de</strong>rwijsbestel<br />
met<br />
voldoen<strong>de</strong><br />
differentiatiemogelijkhe<strong>de</strong>n<br />
zo hecht<br />
mogelijke<br />
relatie tussen<br />
on<strong>de</strong>rwijs en<br />
an<strong>de</strong>re <strong>de</strong>len<br />
van <strong>de</strong><br />
samenlev<strong>in</strong>g<br />
m<strong>in</strong><strong>de</strong>r<br />
bestuurslast<br />
voor het<br />
systeem als<br />
geheel
‘Concurrentie met an<strong>de</strong>re scholen’ is genoemd <strong>in</strong> <strong>de</strong> kolom ‘sectordoelen’, waar ook<br />
‘samenwerk<strong>in</strong>gsverband met an<strong>de</strong>re scholen met behoud van eigen verantwoor<strong>de</strong>lijkheid’<br />
te v<strong>in</strong><strong>de</strong>n is, evenals het doel dat scholen beleid maken gericht op verlang<strong>de</strong> kennis en<br />
vaardighe<strong>de</strong>n. Deze doelen beogen uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk te lei<strong>de</strong>n tot:<br />
• een doelmatig en kwalitatief hoogwaardig on<strong>de</strong>rwijsbestel met voldoen<strong>de</strong><br />
differentiatiemogelijkhe<strong>de</strong>n;<br />
• een zo hecht mogelijke relatie tussen on<strong>de</strong>rwijs en an<strong>de</strong>re <strong>de</strong>len van <strong>de</strong> samenlev<strong>in</strong>g;<br />
en<br />
• het kunnen <strong>in</strong>spelen van scholen op maatschappelijke behoeften, op door <strong>de</strong><br />
overheid geïnitieer<strong>de</strong> <strong>in</strong>novaties en op karakteristieken van leerl<strong>in</strong>gen.<br />
De rijksoverheid ziet <strong>de</strong> concurrentie met an<strong>de</strong>re scholen expliciet als een element van <strong>de</strong><br />
<strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g. Zo zijn elementen als bijvoorbeeld ‘lump-sum bekostig<strong>in</strong>g’, ‘globaliser<strong>in</strong>g<br />
van stur<strong>in</strong>g’, ‘flexibiliteit <strong>in</strong> roosters en vakkenpakketten’ weer mid<strong>de</strong>len die concurrentie<br />
met an<strong>de</strong>re scholen mogelijk moeten maken.<br />
Tot zo ver <strong>de</strong> beleids<strong>in</strong>tenties.<br />
3 Typen <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g<br />
Alvorens te bezien hoe <strong>de</strong> <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g vorm heeft gekregen, is het van belang een aantal<br />
verschillen<strong>de</strong> operationalisaties van het begrip <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g weer te geven:<br />
• verm<strong>in</strong><strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van regels: zaken die vroeger wer<strong>de</strong>n geregeld door <strong>de</strong> rijksoverheid<br />
zijn nu overgelaten aan <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g. Dat geldt bijvoorbeeld <strong>de</strong><br />
bested<strong>in</strong>gsvrijheid <strong>in</strong> een lump-sum f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>gssysteem;<br />
• globaliser<strong>in</strong>g van regels: <strong>de</strong> aspecten wor<strong>de</strong>n nog wel geregeld, maar <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g<br />
is vrijer <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>in</strong>vull<strong>in</strong>g ervan. Zo is er bijvoorbeeld bij <strong>de</strong> Londo-bekostig<strong>in</strong>g<br />
b<strong>in</strong>nen het budget vrijheid van bested<strong>in</strong>g voor materiële zaken, maar het bedrag<br />
mag niet voor bijvoorbeeld personele kosten wor<strong>de</strong>n aangewend;<br />
• <strong>in</strong>direct maken van regels: stur<strong>in</strong>g v<strong>in</strong>dt m<strong>in</strong><strong>de</strong>r of niet meer plaats door <strong>de</strong><br />
overheid, maar vanuit <strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g. De overheid heeft gereguleerd<br />
dat <strong>de</strong> stur<strong>in</strong>g via bepaal<strong>de</strong> organen moet plaats v<strong>in</strong><strong>de</strong>n. Dat is bijvoorbeeld<br />
het geval bij het fenomeen visitatiecommissies <strong>in</strong> het hoger on<strong>de</strong>rwijs of bij<br />
arbeidsvoorwaar<strong>de</strong>n, waar vakorganisaties een belangrijke sturen<strong>de</strong> rol hebben;<br />
en<br />
• stimuler<strong>in</strong>g: stur<strong>in</strong>g v<strong>in</strong>dt plaats door bijvoorbeeld f<strong>in</strong>anciële prikkels of het<br />
geven van voorlicht<strong>in</strong>g. Hierbij is <strong>in</strong> strikte z<strong>in</strong> geen sprake van regelgev<strong>in</strong>g. Wel<br />
tracht <strong>de</strong> overheid iets te bewerkstelligen bij <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen. Zo wordt schaalvergrot<strong>in</strong>g<br />
bijvoorbeeld gestimuleerd doordat <strong>de</strong> f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>gsvoorwaar<strong>de</strong>n voor<br />
kle<strong>in</strong>e eenhe<strong>de</strong>n ongunstiger zijn dan voor grotere on<strong>de</strong>rwijseenhe<strong>de</strong>n.<br />
4 Feitelijke <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g<br />
De feitelijke regelgev<strong>in</strong>g laat een an<strong>de</strong>r beeld zien dan <strong>de</strong> beleids<strong>in</strong>tenties. Er is op<br />
bepaal<strong>de</strong> terre<strong>in</strong>en een dui<strong>de</strong>lijke toename van regels te zien (reguler<strong>in</strong>g) door een veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g<br />
van regels of het <strong>in</strong>voeren van nieuwe regels. Beken<strong>de</strong> voorbeel<strong>de</strong>n zijn <strong>de</strong><br />
verplichte <strong>in</strong>voer<strong>in</strong>g van een directiestatuut of een klachtenregel<strong>in</strong>g als nieuwe regels, die<br />
weliswaar re<strong>de</strong>lijk vrij mogen wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong>gevuld, maar als zodanig <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g wel tot iets<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 89
verplichten waarvoor geen regel bestond. Ook <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke doelen van overheidsbeleid<br />
als <strong>de</strong> <strong>in</strong>voer<strong>in</strong>g van het studiehuis bijvoorbeeld hebben een dui<strong>de</strong>lijk regulerend karakter.<br />
Karstanje e.a. (2000) hebben een analyse uitgevoerd van <strong>de</strong>rtig jaar (<strong>de</strong>)reguler<strong>in</strong>g <strong>in</strong><br />
het Ne<strong>de</strong>rlandse on<strong>de</strong>rwijsbeleid. In <strong>de</strong> samenvatten<strong>de</strong> analyse is <strong>de</strong>ze <strong>de</strong>rtig jaar<br />
wetshistorie <strong>in</strong>ge<strong>de</strong>eld <strong>in</strong> drie perio<strong>de</strong>n, waarvan <strong>de</strong> laatste perio<strong>de</strong> van 1990 tot 1998 <strong>in</strong><br />
het ka<strong>de</strong>r van dit hoofdstuk van belang is. Essentiële elementen uit <strong>de</strong> veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
regelgev<strong>in</strong>g zijn <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong>:<br />
Basison<strong>de</strong>rwijs<br />
• Wijzig<strong>in</strong>g van het telsysteem: een jaarlijkse tell<strong>in</strong>g <strong>in</strong> plaats van drie<br />
• Invoer<strong>in</strong>g van het FormatieBudget Systeem, waardoor <strong>de</strong> school <strong>de</strong> toegewezen<br />
formatie zelf kan <strong>in</strong><strong>de</strong>len<br />
• Invoer<strong>in</strong>g van kerndoelen. Een belangrijke toevoeg<strong>in</strong>g van regelgev<strong>in</strong>g<br />
• Verhog<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> sticht<strong>in</strong>gsnorm<br />
• Beperk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> toewijz<strong>in</strong>g van huisvest<strong>in</strong>gsvoorzien<strong>in</strong>gen<br />
• Instell<strong>in</strong>g van het participatiefonds om eventueel met ontslag bedreig<strong>de</strong> werknemers<br />
b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> school te hou<strong>de</strong>n<br />
• Klassenverkle<strong>in</strong><strong>in</strong>g<br />
• Decentralisatie van huisvest<strong>in</strong>g naar <strong>de</strong> gemeente<br />
• Vergrot<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> zorgverbred<strong>in</strong>g door <strong>de</strong> <strong>in</strong>voer<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> wet op het primair<br />
on<strong>de</strong>rwijs.<br />
Voortgezet on<strong>de</strong>rwijs<br />
• Invoer<strong>in</strong>g van basisvorm<strong>in</strong>g<br />
• Invoer<strong>in</strong>g van voorberei<strong>de</strong>nd beroepson<strong>de</strong>rwijs<br />
• Wijzig<strong>in</strong>g <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g twee<strong>de</strong> fase en <strong>in</strong>voer<strong>in</strong>g van het leerwegenstelsel <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
hogere jaren van VBO en MAVO (VMBO)<br />
• Invoer<strong>in</strong>g profielen twee<strong>de</strong> fase HAVO/VWO en studiehuis<br />
• Invoer<strong>in</strong>g lump-sum f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g<br />
• Ge<strong>de</strong>eltelijke <strong>de</strong>centralisatie arbeidsvoorwaar<strong>de</strong>nbeleid<br />
• Instell<strong>in</strong>g participatiefonds (zie basison<strong>de</strong>rwijs)<br />
• Invoer<strong>in</strong>g schoolplan, schoolgids, klachtrecht.<br />
BVE-sector<br />
• Vorm<strong>in</strong>g van Regionale <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>centra<br />
• Invoer<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> Wet Educatie en Beroepson<strong>de</strong>rwijs (WEB), alsme<strong>de</strong> daaraan<br />
voorafgaand een aantal an<strong>de</strong>re wetten die later door <strong>de</strong> WEB zijn vervangen,<br />
waar<strong>in</strong> on<strong>de</strong>r meer regels met betrekk<strong>in</strong>g tot <strong>de</strong> e<strong>in</strong>dtermen, kwalificaties, exam<strong>in</strong>er<strong>in</strong>g<br />
• Invoer<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> lump-sum bekostig<strong>in</strong>g<br />
• Decentralisatie (<strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g van huisvest<strong>in</strong>gsbeleid)<br />
• Decentralisatie van arbeidsvoorwaar<strong>de</strong>nbeleid.<br />
Hoger on<strong>de</strong>rwijs<br />
• Hogescholen krijgen verantwoor<strong>de</strong>lijkheid voor <strong>de</strong> examens<br />
• Ge<strong>de</strong>eltelijke <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g van rechtspositie- en arbeidsvoorwaar<strong>de</strong>nbeleid<br />
• Dereguler<strong>in</strong>g van huisvest<strong>in</strong>gs- en bested<strong>in</strong>gsbesliss<strong>in</strong>gen<br />
• Grotere vrijheid <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gen naar eigen <strong>in</strong>zicht <strong>in</strong> te vullen<br />
• Wet kwaliteit en stu<strong>de</strong>erbaarheid<br />
90 <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
• Mo<strong>de</strong>rniser<strong>in</strong>g universitaire bestuursorganisatie, met on<strong>de</strong>r meer <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g van<br />
een raad van toezicht. De hoofdon<strong>de</strong>rwerpen van wetswijzig<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> negentiger<br />
jaren kunnen wor<strong>de</strong>n aangevuld met ge<strong>de</strong>tailleer<strong>de</strong>r wijzig<strong>in</strong>gen van regelgev<strong>in</strong>g.<br />
Hiervoor kan wor<strong>de</strong>n verwezen naar Karstanje (1998, p. 38-45).<br />
Uit dit overzicht kan een aantal conclusies wor<strong>de</strong>n getrokken met betrekk<strong>in</strong>g tot <strong>de</strong><br />
veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> regelgev<strong>in</strong>g. In <strong>de</strong> eerste plaats is een belangrijk <strong>de</strong>el regulerend en<br />
niet <strong>de</strong>regulerend. Dat betreft met name elementen van on<strong>de</strong>rwijskundige regelgev<strong>in</strong>g<br />
zoals <strong>de</strong> <strong>in</strong>voer<strong>in</strong>g van kerndoelen <strong>in</strong> het primair en voortgezet on<strong>de</strong>rwijs, basisvorm<strong>in</strong>g<br />
en profielen <strong>in</strong> het voortgezet on<strong>de</strong>rwijs. Ook <strong>de</strong> <strong>in</strong>voer<strong>in</strong>g van een nieuwe organisatiestructuur<br />
<strong>in</strong> het hoger on<strong>de</strong>rwijs is een voorbeeld van directe regelgev<strong>in</strong>g. Indirecte<br />
regels zijn on<strong>de</strong>r meer te v<strong>in</strong><strong>de</strong>n op het gebied van personeelsbeleid <strong>in</strong> alle sectoren van<br />
het on<strong>de</strong>rwijs en op het gebied van kwaliteitszorg <strong>in</strong> <strong>de</strong> BVE-sector en <strong>in</strong> het hoger<br />
on<strong>de</strong>rwijs. Dereguler<strong>in</strong>g en daarmee gepaard gaan<strong>de</strong> vergrot<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> autonomie van <strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen is met name te v<strong>in</strong><strong>de</strong>n op het terre<strong>in</strong> van <strong>de</strong> f<strong>in</strong>anciële zelfstandigheid<br />
via <strong>de</strong> lump-sum bekostig<strong>in</strong>g (uitgezon<strong>de</strong>rd het primair on<strong>de</strong>rwijs).<br />
Karstanje e.a. (2000) komen tot <strong>de</strong> voorzichtige conclusie dat <strong>de</strong> <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het<br />
on<strong>de</strong>rwijs niet dui<strong>de</strong>lijk is geïmplementeerd, behalve op f<strong>in</strong>ancieel gebied. Bovendien<br />
blijkt uit ver<strong>de</strong>re analyses (o.c.) dat op een aantal gebie<strong>de</strong>n waar <strong>de</strong> overheid <strong>de</strong> centrale<br />
zeggenschap uit han<strong>de</strong>n heeft gegeven, sprake is van een <strong>in</strong>directe reguler<strong>in</strong>g doordat nu<br />
an<strong>de</strong>re organen zoals vakbon<strong>de</strong>n, beroepsorganisaties, gemeenten een belangrijke<br />
reguleren<strong>de</strong> <strong>in</strong>vloed hebben gekregen. In veel gevallen is daarmee <strong>de</strong> autonomie van <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g niet vergroot maar zelfs verkle<strong>in</strong>d.<br />
Daarnaast stelt ook <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>spectie bepaal<strong>de</strong> eisen, bijvoorbeeld <strong>in</strong> <strong>de</strong> verslaggev<strong>in</strong>g<br />
van scholen en gebruikt <strong>de</strong> <strong>in</strong>spectie beoor<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gska<strong>de</strong>rs bij het beoor<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g<br />
daarvan ofwel bij het <strong>in</strong>tegraal schooltoezicht. Ook daarvan gaat een reguleren<strong>de</strong><br />
werk<strong>in</strong>g uit (zie bijvoorbeeld Karstanje, 2001a).<br />
De vraag <strong>in</strong> hoeverre <strong>de</strong> <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>gsmaatregelen concurrentie tussen scholen bevor<strong>de</strong>ren<br />
wordt later <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze bijdrage weer opgepakt. Eerst wordt <strong>de</strong> vraag besproken <strong>in</strong><br />
hoeverre on<strong>de</strong>rwijs een <strong>markt</strong> is waar concurrentie een rol kan spelen.<br />
5 <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> als <strong>markt</strong><br />
Afgezien van <strong>de</strong> wijze waarop (<strong>de</strong>)reguler<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het Ne<strong>de</strong>rlandse on<strong>de</strong>rwijsbestel vorm<br />
krijgt is <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs überhaupt een fenomeen dat niet zo gemakkelijk<br />
tot stand komt door <strong>de</strong> aard van het (gesubsidieer<strong>de</strong>) on<strong>de</strong>rwijs. Dat kan wor<strong>de</strong>n verdui<strong>de</strong>lijkt<br />
door een vergelijk<strong>in</strong>g te maken tussen <strong>de</strong> ‘commerciële <strong>markt</strong>’ en <strong>de</strong> ‘on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong>’.<br />
In bijdragen <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze bun<strong>de</strong>l van on<strong>de</strong>r meer Bronneman-Helmers (hoofdstuk 14)<br />
en Karsten (hoofdstuk 2) wor<strong>de</strong>n kenmerken van <strong>de</strong> <strong>markt</strong> toegepast op het on<strong>de</strong>rwijs.<br />
Het blijkt dat <strong>de</strong> <strong>markt</strong>situatie voor het on<strong>de</strong>rwijs niet geldt <strong>in</strong> die mate als dat bijvoorbeeld<br />
het geval is voor commerciële organisaties. Voor dit soort niet geheel vrije <strong>markt</strong>en<br />
wor<strong>de</strong>n wel termen gebruikt als ‘planned market’ (Saltman & Van Otter, 1992), ‘adm<strong>in</strong>istered<br />
market’ (Ranson, 1993) of ‘quasi-market’ (Le Grand & Bartlett, 1993). Woods e.a.<br />
(1998) hebben een mo<strong>de</strong>l voor <strong>de</strong> quasi-<strong>markt</strong> ontwikkeld ten behoeve van een on<strong>de</strong>rzoek<br />
naar <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het voortgezet on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> Engeland.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 91
De belangrijkste verschillen tussen <strong>de</strong> ‘vrije <strong>markt</strong>’ en <strong>de</strong> ‘quasi-<strong>markt</strong>’ die kenmerkend is<br />
voor het on<strong>de</strong>rwijs betreffen:<br />
• Prijsstell<strong>in</strong>g: <strong>de</strong> overheid bepaalt <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs <strong>de</strong> prijs en niet <strong>de</strong> klant;<br />
• Betal<strong>in</strong>g: <strong>de</strong> klant betaalt slechts ten <strong>de</strong>le (en nog slechts boven <strong>de</strong> leerplichtige<br />
leeftijd);<br />
• Inkomsten: <strong>de</strong> overheid bepaalt <strong>in</strong> belangrijke mate <strong>de</strong> <strong>in</strong>komsten van <strong>de</strong> aanbie<strong>de</strong>rs.<br />
De vrijheid <strong>in</strong>zake contracton<strong>de</strong>rwijs heeft slechts een beperkte <strong>in</strong>vloed<br />
op <strong>de</strong> <strong>in</strong>komsten van aanbie<strong>de</strong>rs. An<strong>de</strong>rzijds stimuleert <strong>de</strong> bekostig<strong>in</strong>g per<br />
leerl<strong>in</strong>g/stu<strong>de</strong>nt wel <strong>de</strong> competitie tussen on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen (als tenm<strong>in</strong>ste <strong>in</strong><br />
een voed<strong>in</strong>gsgebied concurreren<strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen aanwezig zijn);<br />
• Diversiteit van aanbod: er is een beperkt aanbod waaruit <strong>de</strong> klant kan kiezen.<br />
Deze diversiteit is bovendien nog aanmerkelijk verkle<strong>in</strong>d door <strong>de</strong> schaalvergrot<strong>in</strong>g<br />
<strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs;<br />
• Keuzevrijheid van <strong>de</strong> afnemers: zij moeten aan bepaal<strong>de</strong> eisen voldoen om<br />
toegelaten te wor<strong>de</strong>n. Bovendien is <strong>de</strong> diversiteit van het aanbod zo ger<strong>in</strong>g dat er<br />
geen of nauwelijks keuzevrijheid is;<br />
• Toegankelijkheid: <strong>de</strong> overheid bepaalt toelat<strong>in</strong>gsvoorwaar<strong>de</strong>n voor <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rwijstypen en opleid<strong>in</strong>gsniveaus;<br />
• Aanbodsvrijheid: nieuwe bekostig<strong>de</strong> aanbie<strong>de</strong>rs mogen zich slechts on<strong>de</strong>r strikte<br />
voorwaar<strong>de</strong>n vestigen;<br />
• Product: het product van <strong>de</strong> aanbie<strong>de</strong>r wordt voor een belangrijk <strong>de</strong>el door <strong>de</strong><br />
overheid voorgeschreven. De mate van overheidsvoorschrift neemt af naarmate<br />
<strong>de</strong> leeftijd van <strong>de</strong> klant hoger is (zie Karstanje, 1997). De vraag <strong>in</strong> hoeverre <strong>de</strong><br />
afnemers het product wensen speelt <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs een on<strong>de</strong>rgeschikte rol;<br />
• Competitie: <strong>in</strong>dien <strong>de</strong> schaalvergrot<strong>in</strong>g zodanig is dat nauwelijks concurrenten <strong>in</strong><br />
het voed<strong>in</strong>gsgebied aanwezig zijn, is <strong>de</strong>ze niet zo groot. In an<strong>de</strong>re gevallen is <strong>de</strong><br />
f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g per capita wel een competitiebevor<strong>de</strong>rend element; en<br />
• Zelf<strong>de</strong>term<strong>in</strong>atie: <strong>de</strong> aanbie<strong>de</strong>rs zijn verantwoor<strong>de</strong>lijk voor hun eigen organisatie<br />
en management. Dit is bij on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> hoge mate het geval, zij het<br />
dat een aantal systeemkenmerken door <strong>de</strong> overheid bepaald (zoals bijvoorbeeld<br />
vakken, profielen, collectieve rechtspositieregels, <strong>de</strong> organisatie <strong>in</strong> <strong>de</strong> universiteit)<br />
<strong>de</strong> vrijheid van organisatie <strong>in</strong>perken.<br />
Het feit dat <strong>de</strong> overheid <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong> controleert is niet zo zeer een verschil met <strong>de</strong><br />
gewone <strong>markt</strong>. Ook daar wor<strong>de</strong>n bijvoorbeeld veiligheidseisen, milieuvoorschriften,<br />
arbeidsomstandighe<strong>de</strong>n voorgeschreven en gecontroleerd door <strong>de</strong> overheid. Wat <strong>in</strong> een<br />
gewone <strong>markt</strong> echter moeilijk te verteren zou zijn is dat <strong>de</strong> overheid <strong>de</strong> resultaten publiceert<br />
op <strong>de</strong> wijze waarop <strong>de</strong> <strong>in</strong>spectie bijvoorbeeld <strong>de</strong> resultaten van het <strong>in</strong>tegraal<br />
school- of <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gstoezicht naar buiten brengt (via het world wi<strong>de</strong> web).<br />
Ook <strong>de</strong> <strong>de</strong>mografische factoren zoals <strong>de</strong> sociale samenstell<strong>in</strong>g van een voed<strong>in</strong>gsgebied<br />
van een on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g of <strong>de</strong> <strong>de</strong>nom<strong>in</strong>atieve samenstell<strong>in</strong>g van het scholenbestand <strong>in</strong><br />
<strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g vormen factoren die <strong>in</strong> <strong>de</strong> ‘gewone <strong>markt</strong>’ evenzeer een rol zou<strong>de</strong>n spelen.<br />
De genoem<strong>de</strong> verschillen tussen <strong>de</strong> commerciële <strong>markt</strong> en <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong> geven wel<br />
dui<strong>de</strong>lijk aan dat het on<strong>de</strong>rwijs een quasi-<strong>markt</strong> is, waarbij bovendien <strong>de</strong> voorschriften<br />
c.q. reguler<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> rijksoverheid <strong>in</strong> belangrijke mate verantwoor<strong>de</strong>lijk zijn voor het<br />
quasi-<strong>markt</strong> karakter. In bovenstaan<strong>de</strong> besprek<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g van het overheidsbeleid<br />
zagen we dat <strong>de</strong>ze <strong>in</strong> feite beperkt is tot <strong>de</strong> f<strong>in</strong>anciële bested<strong>in</strong>gsvrijheid van<br />
scholen. Dit element speelt echter <strong>in</strong> het overzicht van <strong>markt</strong>kenmerken niet zo’n cruciale<br />
92 <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
ol. Dat zou kunnen betekenen dat <strong>de</strong> <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g zoals die <strong>in</strong> het Ne<strong>de</strong>rlandse on<strong>de</strong>rwijsbeleid<br />
plaats heeft gevon<strong>de</strong>n voor <strong>de</strong> <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g en competitie tussen scholen<br />
niet van zo groot belang is. Alvorens daaromtrent conclusies te trekken is het van belang<br />
ook <strong>de</strong> responsiviteit van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong> te verkennen en na te gaan <strong>in</strong> hoeverre <strong>de</strong><br />
(<strong>de</strong>)reguler<strong>in</strong>g daarop van <strong>in</strong>vloed is.<br />
6 Responsiviteit<br />
Responsiviteit kan wor<strong>de</strong>n omschreven als <strong>de</strong> mate waar<strong>in</strong> een on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g<br />
reageert of kan reageren op signalen van <strong>de</strong> <strong>markt</strong>. De responsiviteit wordt door on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
geoperationaliseerd door:<br />
• promotie (het tot stand brengen van een zo positief mogelijk imago);<br />
• scann<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g (leren kennen en <strong>in</strong>terpreteren van <strong>de</strong> <strong>markt</strong>, dat wil<br />
zeggen potentiële klanten en concurrenten);<br />
• aanbrengen van veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> school, bijvoorbeeld <strong>in</strong> <strong>de</strong> uitwerk<strong>in</strong>g van<br />
het curriculum, <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsmetho<strong>de</strong>n, <strong>de</strong> schoolvisie, het strategische beleid,<br />
<strong>de</strong> organisatie en het management, gebouwen, materiaal, enzovoort;<br />
• structurele veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen (bijvoorbeeld fusies, nieuwe af<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen); en<br />
• management van mid<strong>de</strong>len (het verwerven van extra mid<strong>de</strong>len door bijvoorbeeld<br />
sponsorships, extra activiteiten, en het verhogen van <strong>de</strong> efficiency).<br />
In pr<strong>in</strong>cipe zijn <strong>de</strong>ze elementen <strong>in</strong> het Ne<strong>de</strong>rlandse on<strong>de</strong>rwijs we<strong>in</strong>ig afhankelijk van<br />
overheidsreguler<strong>in</strong>g. Met name <strong>de</strong> vergrote f<strong>in</strong>anciële zelfstandigheid van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
en <strong>de</strong> daarmee gepaard gaan<strong>de</strong> <strong>in</strong>terne beleidsvrijheid (die al eer<strong>de</strong>r bestond,<br />
maar <strong>in</strong> veel scholen pas na <strong>de</strong> f<strong>in</strong>anciële zelfstandigheid gematerialiseerd is) hebben<br />
ervoor gezorgd dat <strong>de</strong>ze elementen van responsiviteit meer op <strong>de</strong> voorgrond zijn<br />
gekomen. In zoverre blijkt dus dat <strong>de</strong> beperkte <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g (namelijk voornamelijk op<br />
f<strong>in</strong>ancieel terre<strong>in</strong>) wel van <strong>in</strong>vloed op <strong>de</strong> responsiviteit van scholen kan zijn. Interessant<br />
is dan echter <strong>in</strong> hoeverre <strong>de</strong>ze responsiviteit ook betrekk<strong>in</strong>g heeft op <strong>de</strong> vraag. Met<br />
an<strong>de</strong>re woor<strong>de</strong>n kan <strong>de</strong> responsiviteit van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g ook goed aansluiten bij<br />
<strong>de</strong> vraag van <strong>de</strong> afnemers? Daarvoor is van belang dat gekeken wordt naar <strong>de</strong> elementen<br />
waaraan <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsvragers belang hechten.<br />
7 Vraagzij<strong>de</strong><br />
E<strong>in</strong>d van <strong>de</strong> jaren tachtig benadrukte <strong>de</strong> Engelse overheid <strong>markt</strong>gerichtheid met name<br />
met het oog op het creëren van een grotere responsiviteit van het on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> afnemers. Met an<strong>de</strong>re woor<strong>de</strong>n <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijspraktijk moest beter<br />
tegemoet komen aan <strong>de</strong> behoeften van <strong>de</strong>genen waarvoor het systeem bedoeld is. Woods<br />
e.a. (1998) hebben on<strong>de</strong>rzocht wat <strong>de</strong> impact is van on<strong>de</strong>rwijsbeleid gericht op het<br />
creëren van een meer <strong>markt</strong>gerichte omgev<strong>in</strong>g op scholen voor voortgezet on<strong>de</strong>rwijs en<br />
op ou<strong>de</strong>rs.<br />
De volgen<strong>de</strong> elementen wer<strong>de</strong>n door ou<strong>de</strong>rs van belang geacht als elementen van <strong>de</strong><br />
kwaliteit van een school voor voortgezet on<strong>de</strong>rwijs (o.c., p. 191):<br />
• een sociale en zorgzame omgev<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> school;<br />
• gelegenheid voor het k<strong>in</strong>d om zijn/haar aca<strong>de</strong>misch potentieel te ontwikkelen;<br />
• toegankelijkheid van <strong>de</strong> school en veilige bereikbaarheid;<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 93
• signalen die dui<strong>de</strong>n op een goe<strong>de</strong> school zoals discipl<strong>in</strong>e, examenresultaten,<br />
goe<strong>de</strong> faciliteiten; en<br />
• beperkte diversiteit.<br />
De resultaten vermeld <strong>in</strong> <strong>de</strong> ‘league tables’ (door <strong>de</strong> overheid gepubliceer<strong>de</strong> outputresultaten<br />
van <strong>de</strong> scholen) wer<strong>de</strong>n door ou<strong>de</strong>rs niet als <strong>in</strong>vloedrijk voor hun keuze<br />
gezien. De nadruk die <strong>in</strong> <strong>de</strong> league tables op examen- en test-resultaten wordt gelegd,<br />
reflecteert dus niet <strong>de</strong> waar<strong>de</strong>n en voorkeuren van <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs (o.c., p. 195).<br />
Dit beeld komt overeen met Ne<strong>de</strong>rlands on<strong>de</strong>rzoek van on<strong>de</strong>r meer Versloot (1990),<br />
Pieters (1992), Derriks, De Kat & Deckers (1995), Bosker & Lam (1998). De laatste auteurs<br />
noemen goe<strong>de</strong> sfeer en schoolklimaat als belangrijkste keuzecriteria van ou<strong>de</strong>rs, aangevuld<br />
met pedagogisch klimaat, gebruikte didactische werkvormen, veiligheid van <strong>de</strong><br />
school, dui<strong>de</strong>lijke regels en reputatie. Bosker & Lam (1998) von<strong>de</strong>n ook dat ou<strong>de</strong>rs meer<br />
geïnteresseerd zijn <strong>in</strong> <strong>in</strong>formatie over het pedagogische klimaat dan <strong>in</strong> gegevens van <strong>de</strong><br />
kwaliteitskaart.<br />
In het algemeen geldt dat ou<strong>de</strong>rs vaak geen eenduidig beeld hebben van <strong>de</strong> kwaliteit van<br />
het on<strong>de</strong>rwijs dat voor hen een complex geheel is en alleen op basis van een zekere<br />
<strong>de</strong>skundigheid is te doorzien (Dijkstra & Witziers, 2001).<br />
Uit iets ou<strong>de</strong>r on<strong>de</strong>rzoek <strong>in</strong> Engeland (on<strong>de</strong>r meer Ball, Bowe & Gerwitz, 1996) en Nieuw-<br />
Zeeland (Lau<strong>de</strong>r e.a., 1994) blijkt dat er een dui<strong>de</strong>lijk verschil is <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>in</strong>formatie die door<br />
ou<strong>de</strong>rs gebruikt wordt bij <strong>de</strong> keuze voor een school als men ‘work<strong>in</strong>g class’ ou<strong>de</strong>rs<br />
vergelijkt met ‘middle class’ ou<strong>de</strong>rs. Voor ‘lower class’ ou<strong>de</strong>rs zijn bereikbaarheid en<br />
<strong>in</strong>pass<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het organisatiepatroon van het gez<strong>in</strong> (schooltij<strong>de</strong>n moeten bijvoorbeeld<br />
passen bij <strong>de</strong> werktij<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs) belangrijke criteria. Voor ‘middle class’ ou<strong>de</strong>rs<br />
daarentegen is <strong>de</strong> optimale afstemm<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> kenmerken van <strong>de</strong> school op die van het<br />
k<strong>in</strong>d belangrijk.<br />
De keuzevrijheid wordt dus niet door alle ou<strong>de</strong>rs op <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> wijze gebruikt. Kennelijk is<br />
er verschil <strong>in</strong> afweg<strong>in</strong>gen al naar gelang <strong>de</strong> sociale status van <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs. De <strong>markt</strong> die<br />
bl<strong>in</strong>d is voor <strong>de</strong>rgelijke verschillen, zo stellen Dijkstra & Witziers (2001), werkt <strong>in</strong> het<br />
voor<strong>de</strong>el van groepen die het best zijn uitgerust maximaal gebruik te maken van <strong>de</strong><br />
gebo<strong>de</strong>n vrijheid.<br />
Interessant is <strong>in</strong> dit opzicht dat vooral ou<strong>de</strong>rs uit <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>n en hogere milieus kennis<br />
hebben van <strong>de</strong> league tables. We<strong>in</strong>ig ou<strong>de</strong>rs maken echter, ook als ze <strong>de</strong> gegevens<br />
kennen, gebruik van <strong>de</strong> <strong>in</strong>formatie. Dit komt overeen met <strong>de</strong> conclusie van Lau<strong>de</strong>r e.a.<br />
(1995) op basis van on<strong>de</strong>rzoek naar competitie tussen scholen <strong>in</strong> Nieuw-Zeeland dat <strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong> feitelijk uit verschillen<strong>de</strong> <strong>de</strong>el<strong>markt</strong>en bestaat waar<strong>in</strong> sprake is van een<br />
langs sociale lijnen gestructureerd keuzeproces wat tot gevolg heeft dat er een grotere<br />
segregatie tussen scholen is ontstaan.<br />
Ook stu<strong>de</strong>nten <strong>in</strong> het HBO en het WO laten zich bij <strong>de</strong> keuze voor een <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g vooral<br />
lei<strong>de</strong>n door <strong>de</strong> reistijd van het (ou<strong>de</strong>rlijke) huis naar <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g en <strong>de</strong> kenmerken van<br />
<strong>de</strong> stad waar <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g is gevestigd. De kwaliteit van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g speelt voor <strong>de</strong> helft<br />
van <strong>de</strong> stu<strong>de</strong>nten geen rol (Van Walsum, 2000; zie ook hoofdstuk 14 van Bronneman-<br />
Helmers <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze bun<strong>de</strong>l).<br />
Uit het on<strong>de</strong>rzoek dat geconcentreerd is op <strong>de</strong> vraagzij<strong>de</strong> komen dus factoren naar voren<br />
die <strong>in</strong> het geheel niet door <strong>de</strong> <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> rijksoverheid beïnvloed zijn.<br />
94 <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Toch is <strong>de</strong>ze conclusie wellicht wat te snel getrokken als we kijken naar <strong>in</strong>ternationaal<br />
vergelijkend on<strong>de</strong>rzoek. Op basis van OECD-on<strong>de</strong>rzoek komt Lev<strong>in</strong> (1997, p. 252) tot <strong>de</strong><br />
conclusie dat <strong>de</strong> <strong>markt</strong>gerichtheid van het on<strong>de</strong>rwijs het meest succesvol is <strong>in</strong> Engeland.<br />
Omdat ou<strong>de</strong>rs <strong>in</strong> pr<strong>in</strong>cipe scholen voor hun k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren kunnen kiezen en scholen <strong>in</strong>formatie<br />
moeten geven die <strong>de</strong> keuze mogelijk maakt. Gedoeld wordt hierbij enerzijds op <strong>de</strong><br />
league tables die door <strong>de</strong> reger<strong>in</strong>g wor<strong>de</strong>n gepubliceerd (vergelijk <strong>de</strong> kwaliteitskaart <strong>in</strong><br />
het Ne<strong>de</strong>rlandse voortgezet on<strong>de</strong>rwijs) en an<strong>de</strong>rzijds op <strong>de</strong> openbare <strong>in</strong>spectierapporten<br />
vergelijkbaar met het <strong>in</strong>tegraal school- of <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gtoezicht <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland.<br />
An<strong>de</strong>re Engelse on<strong>de</strong>rzoekers zoals bijvoorbeeld Ball (1994), geven aan dat <strong>de</strong> <strong>markt</strong>mechanismen<br />
lei<strong>de</strong>n tot meer selectie, betere voorzien<strong>in</strong>gen voor <strong>de</strong> beste leerl<strong>in</strong>gen ten<br />
koste van <strong>de</strong> m<strong>in</strong><strong>de</strong>r presteren<strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen. Terwijl <strong>de</strong> wensen van <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen en<br />
ou<strong>de</strong>rs meer betrekk<strong>in</strong>g hebben op <strong>de</strong> locatie van <strong>de</strong> scholen, <strong>de</strong> keuzen van vriendjes,<br />
<strong>de</strong> atmosfeer <strong>in</strong> <strong>de</strong> school. Scholen verhogen hun public relations activiteiten <strong>in</strong><strong>de</strong>rdaad<br />
meer en volgen <strong>de</strong> han<strong>de</strong>lwijzen van concurreren<strong>de</strong> scholen zon<strong>de</strong>r echter te werken aan<br />
<strong>de</strong> verbeter<strong>in</strong>g van het on<strong>de</strong>rwijs en <strong>de</strong> leerprocessen (Gewirtz e.a., 1995; Bagley e.a.,<br />
1996).<br />
8 Dereguler<strong>in</strong>gs(neven)effecten<br />
De vraag is of <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g dan <strong>in</strong> het geheel geen <strong>in</strong>vloed heeft op <strong>de</strong> <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g.<br />
Er is zeker een <strong>in</strong>vloed. Deze verloopt echter niet rechtstreeks maar <strong>in</strong>direct. Met name<br />
het feit dat scholen een grotere f<strong>in</strong>anciële zelfstandigheid hebben gekregen, heeft bij veel<br />
<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen geleid tot enerzijds een vergrot<strong>in</strong>g van het beleidsvoerend vermogen en<br />
an<strong>de</strong>rzijds een grotere bewustword<strong>in</strong>g ten aanzien van <strong>de</strong> <strong>markt</strong>. Dit <strong>markt</strong>bewustzijn<br />
komt tot stand on<strong>de</strong>r <strong>in</strong>vloed van het pr<strong>in</strong>cipe dat <strong>de</strong> <strong>in</strong>komsten van <strong>de</strong> school afhankelijk<br />
zijn van het aantal leerl<strong>in</strong>gen. <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong><strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen blijken zich steeds meer en<br />
geprononceer<strong>de</strong>r aan hun cliëntèle te presenteren. In on<strong>de</strong>rzoek uit 1993 (Witziers) kwam<br />
naar voren dat basisscholen <strong>in</strong> <strong>de</strong> brochures vooral aandacht beste<strong>de</strong>n aan leerl<strong>in</strong>gbegeleid<strong>in</strong>g<br />
en on<strong>de</strong>rwerpen als lestij<strong>de</strong>n en overblijfmogelijkhe<strong>de</strong>n terwijl scholen voor<br />
voortgezet on<strong>de</strong>rwijs vooral publiceren over het on<strong>de</strong>rwijsaanbod, <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsstructuur,<br />
buitenschoolse activiteiten en eveneens leerl<strong>in</strong>gbegeleid<strong>in</strong>g (<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, 1999). De<br />
on<strong>de</strong>rwerpen <strong>in</strong> <strong>de</strong> schoolgids die scholen s<strong>in</strong>ds 1998 moeten publiceren wijken daar<br />
niet veel van af. Ook <strong>de</strong> resultaten van het on<strong>de</strong>rwijs wor<strong>de</strong>n daar<strong>in</strong> vermeld, maar dat is<br />
s<strong>in</strong>ds 1999 verplicht.<br />
De ruimte die <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g heeft voor het voeren van een eigen beleid (hoe beperkt <strong>de</strong><br />
mogelijkhe<strong>de</strong>n ook zijn) hangt voor een <strong>de</strong>el samen met <strong>de</strong> beschikbare mid<strong>de</strong>len en is<br />
dus afhankelijk van het <strong>de</strong>elnemersaantal. Maar ook zon<strong>de</strong>r <strong>de</strong>ze kwantitatieve <strong>in</strong>centive<br />
zou er wel eens sprake kunnen zijn van een gevolg van <strong>de</strong> <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g door <strong>de</strong><br />
genoem<strong>de</strong> vergrot<strong>in</strong>g van het beleidsvoerend vermogen. Hierdoor kan een <strong>markt</strong>gerichtheid<br />
ontstaan, niet alleen vanwege <strong>de</strong> vergrot<strong>in</strong>g van het aantal afnemers maar ook<br />
vanuit een soort drive om <strong>de</strong> aandacht te vestigen op een missie waar<strong>in</strong> men gelooft, een<br />
concept waaraan men waar<strong>de</strong> hecht. Het woord ‘zend<strong>in</strong>gsdrang’ is wat overdreven, maar<br />
een zekere PR om zichzelf te manifesteren behoort ook tot <strong>de</strong> mogelijke neveneffecten of<br />
<strong>in</strong>directe effecten van beleids<strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g.<br />
Eén van <strong>de</strong> voorwaar<strong>de</strong>n die vervuld moeten zijn voor <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g is dat <strong>de</strong> gebruikers<br />
over <strong>de</strong> <strong>in</strong>formatie kunnen beschikken die ze nodig hebben. De rijksoverheid stimuleert<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 95
het beschikbaar stellen van <strong>in</strong>formatie door bijvoorbeeld <strong>de</strong> verplicht<strong>in</strong>g om een schoolgids<br />
en een jaarverslag te publiceren, kwaliteits<strong>in</strong>formatie ter beschikk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> <strong>in</strong>spectie<br />
te stellen, visitatierapporten openbaar te maken evenals rapporten van het <strong>in</strong>tegraal<br />
school- en <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gstoezicht.<br />
An<strong>de</strong>rzijds beïnvloedt <strong>de</strong> overheid ook <strong>de</strong> <strong>in</strong>formatie door zelf <strong>in</strong>formatie te verzamelen<br />
en te publiceren, waar <strong>de</strong> afnemers mogelijk geen behoefte aan hebben, of die door <strong>de</strong><br />
eenzijdigheid <strong>de</strong> afnemers op een selectieve manier beïnvloedt. In dit opzicht is <strong>de</strong> kwaliteitskaart<br />
voortgezet on<strong>de</strong>rwijs die <strong>de</strong> <strong>in</strong>spectie jaarlijks publiceert en waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> percentages<br />
geslaag<strong>de</strong>n, zittenblijvers enzovoort van scholen wor<strong>de</strong>n weergegeven en waar<strong>in</strong><br />
<strong>de</strong> school wordt vergeleken met an<strong>de</strong>re scholen een <strong>in</strong>strument dat keuzeprocesbeïnvloe<strong>de</strong>n<strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>formatie bevat. Dat geldt <strong>in</strong> zekere z<strong>in</strong> ook voor <strong>in</strong>spectierapportages en<br />
voor visitatierapporten, hoewel <strong>de</strong>ze veel genuanceer<strong>de</strong>r zijn samengesteld. De beïnvloed<strong>in</strong>g<br />
is hier <strong>in</strong> twee opzichten van betekenis. In <strong>de</strong> eerste plaats is het een selectie van<br />
<strong>de</strong> mogelijke <strong>in</strong>formatie die voor afnemers van belang zou kunnen zijn. Deze <strong>in</strong>formatie<br />
is onvolledig. Er wor<strong>de</strong>n geen groeigegevens van leerl<strong>in</strong>gen verstrekt (zogenaam<strong>de</strong><br />
‘toegevoeg<strong>de</strong> waar<strong>de</strong>’), maar resultaatgegevens, die gecorrigeerd zijn voor een paar<br />
kenmerken, maar niet voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>gangsgegevens van leerl<strong>in</strong>gen. De beïnvloed<strong>in</strong>g door<br />
<strong>de</strong>ze gegevens is hoogst selectief. In <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> plaats betreft het hier <strong>in</strong>formatie die<br />
verstrekt wordt door een belangrijk en <strong>in</strong>vloedrijk orgaan, namelijk <strong>de</strong> <strong>in</strong>spectie van het<br />
on<strong>de</strong>rwijs. Het is <strong>de</strong> vraag of <strong>de</strong>ze selectieve beïnvloed<strong>in</strong>g <strong>de</strong> keuzevrijheid van afnemers<br />
aantast en daarmee <strong>de</strong> concurrentiepositie van <strong>de</strong> school beïnvloedt.<br />
9 Conclusie<br />
In <strong>de</strong>ze bijdrage is een antwoord gezocht op <strong>de</strong> vraag naar <strong>de</strong> relatie tussen <strong>de</strong><br />
regulatieve structuur en concurrentie <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs. Daarbij is vooral gefocust op<br />
<strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g dat s<strong>in</strong>ds het e<strong>in</strong>d van <strong>de</strong> jaren tachtig on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el uitmaakt van <strong>de</strong> beleidsagenda.<br />
Uit een analyse van <strong>de</strong> beleidsnota’s bleek dat concurrentie tussen on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
een expliciete beleidsdoelstell<strong>in</strong>g is met name met het oog op een on<strong>de</strong>rwijsbestel<br />
met voldoen<strong>de</strong> differentiatiemogelijkhe<strong>de</strong>n (hoewel men ook een omgekeer<strong>de</strong><br />
doel-mid<strong>de</strong>lrelatie zou mogen veron<strong>de</strong>rstellen), een hechte relatie tussen on<strong>de</strong>rwijs en<br />
an<strong>de</strong>re <strong>de</strong>len van <strong>de</strong> samenlev<strong>in</strong>g, het kunnen <strong>in</strong>spelen van scholen op maatschappelijke<br />
behoeften, karakteristieken van leerl<strong>in</strong>gen en door <strong>de</strong> overheid geïnitieer<strong>de</strong> <strong>in</strong>novaties.<br />
De feitelijke <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g, zoals die <strong>in</strong> <strong>de</strong> jaren negentig heeft plaats gehad, heeft met<br />
name betrekk<strong>in</strong>g op een vergrot<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> f<strong>in</strong>anciële zelfstandigheid van on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>kundige reguler<strong>in</strong>g is eer<strong>de</strong>r toe- dan afgenomen. Met name <strong>in</strong> het<br />
primair en voortgezet on<strong>de</strong>rwijs, maar ook <strong>in</strong> het BVE-veld door <strong>in</strong>directe stur<strong>in</strong>g van<br />
externe organen (dit geldt <strong>in</strong> m<strong>in</strong><strong>de</strong>re mate voor het hoger on<strong>de</strong>rwijs) en <strong>de</strong> reguler<strong>in</strong>g<br />
betreffen<strong>de</strong> rechtspositionele en an<strong>de</strong>re personeelsaangelegenhe<strong>de</strong>n is vooral door <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>directe stur<strong>in</strong>g zeker niet afgenomen.<br />
Vervolgens is <strong>de</strong> vraag gesteld <strong>in</strong> hoeverre het on<strong>de</strong>rwijs voldoet aan <strong>de</strong> kenmerken van<br />
een <strong>markt</strong>. Bij een analyse van <strong>de</strong> verschillen tussen <strong>de</strong> ‘on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong>’ en <strong>de</strong> ‘commerciële<br />
<strong>markt</strong>’ blijkt dat het on<strong>de</strong>rwijs sowieso niet aan een aantal kenmerken van <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
voldoet, maar dat <strong>de</strong> consequenties van <strong>de</strong> <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>gsmaatregelen zoals schaalvergrot<strong>in</strong>g<br />
en een grotere on<strong>de</strong>rwijskundige reguler<strong>in</strong>g bijvoorbeeld <strong>de</strong> keuzevrijheid van<br />
<strong>de</strong> afnemers en <strong>de</strong> aanbodsvrijheid hebben verkle<strong>in</strong>d. In zoverre is <strong>de</strong> <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g zoals<br />
uitgevoerd niet dui<strong>de</strong>lijk van positieve <strong>in</strong>vloed op <strong>de</strong> concurrentie tussen scholen en<br />
wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong> beleids<strong>in</strong>tenties niet waargemaakt.<br />
96 <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Als men echter kijkt naar <strong>de</strong> responsiviteit van scholen op <strong>de</strong> vraag van <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
(ou<strong>de</strong>rs, leerl<strong>in</strong>gen, stu<strong>de</strong>nten), dan is er wel <strong>de</strong>gelijk een goe<strong>de</strong> voed<strong>in</strong>gsbo<strong>de</strong>m voor<br />
concurrentie. Deze elementen zijn echter al altijd we<strong>in</strong>ig afhankelijk geweest van<br />
overheidsreguler<strong>in</strong>g. Zo staat het on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen vrij om hun eigen on<strong>de</strong>rwijsmetho<strong>de</strong>n<br />
te kiezen, een eigen missie te bepalen, strategisch beleid te voeren, extra<br />
mid<strong>de</strong>len te verwerven en hun imago te verbeteren. Deze responsiviteitskenmerken zijn<br />
niet of slechts zeer ten <strong>de</strong>le afhankelijk van overheidsreguler<strong>in</strong>g. Ook <strong>de</strong> elementen die<br />
door on<strong>de</strong>rwijsvragen<strong>de</strong>n van belang wor<strong>de</strong>n geacht zoals het schoolklimaat, <strong>de</strong> visie<br />
van <strong>de</strong> school, wor<strong>de</strong>n niet gereguleerd en zijn geheel vrij door <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g te bepalen.<br />
Bereikbaarheid van <strong>de</strong> school is door <strong>de</strong> reguler<strong>in</strong>g <strong>in</strong>zake sticht<strong>in</strong>gs-, opheff<strong>in</strong>gsnormen<br />
en schaalvergrot<strong>in</strong>gsbeleid nog wel een element dat <strong>in</strong>gaat op <strong>de</strong> eisen van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsvragers,<br />
maar <strong>in</strong> het algemeen blijkt <strong>de</strong> (<strong>de</strong>)reguler<strong>in</strong>g niet centraal <strong>in</strong> te spelen op <strong>de</strong><br />
vraagfactor.<br />
Zo bezien is <strong>de</strong> regulatieve structuur niet <strong>in</strong> strijd met concurrentie <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs.<br />
Deze conclusie betreft echter niet <strong>de</strong> <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g, maar <strong>de</strong> ‘reguliere vrijheid’ die het<br />
on<strong>de</strong>rwijs heeft om zich <strong>markt</strong>conform te gedragen.<br />
Wel is geconstateerd dat <strong>de</strong> <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g een neveneffect heeft dat mogelijk van <strong>in</strong>vloed<br />
is op <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g en concurrentie tussen scholen. Dat betreft <strong>de</strong> vergrot<strong>in</strong>g van het<br />
beleidsvoerend vermogen dat een mogelijke implicatie zou kunnen zijn van <strong>de</strong> grotere<br />
f<strong>in</strong>anciële zelfstandigheid van on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 97
Literatuur<br />
Bagley, C. Woods, P., Glatter, R. (1996).<br />
Scann<strong>in</strong>g the market: school strategies for discover<strong>in</strong>g parental perspectives.<br />
Education management and adm<strong>in</strong>istration, (24)2, 125-138<br />
Ball, S.J. (1994).<br />
Educational reform: a crucial and post-structural approach. Buckh<strong>in</strong>gham: Open<br />
University Press<br />
Ball, S.J., Bowe, R., Gerwitz, S. (1996).<br />
School choice, social class and dist<strong>in</strong>ction: the realization of social advantage <strong>in</strong><br />
education. Journal of Education Policy, 11, 89-112.<br />
Bosker, R., Lam, J.F. (1998).<br />
Het vergelijken van scholen. Ensche<strong>de</strong>: OCTO.<br />
Chubb, J.E., Moe, T.M. (1990).<br />
Politics, markets and America’s schools. Wash<strong>in</strong>gton: The Brook<strong>in</strong>gs Institution<br />
Deem, R., Brehony, K., Heath, S. (1995).<br />
Active citizenship and the govern<strong>in</strong>g of schools. Buck<strong>in</strong>gham: Open University<br />
Press.<br />
Derriks, M., Kat, E. <strong>de</strong>, Deckers, P. (1995).<br />
Schoolkeuzemotieven van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren bij <strong>de</strong> overgang bo/vo. Amsterdam: SCO-<br />
Kohnstamm Instituut.<br />
Dijkstra A.B. en Witziers, B. (2001)<br />
Het gebruik van schoolprestatie-<strong>in</strong>dicatoren door consumenten en <strong>de</strong><br />
maatschappelijke effecten daarvan. In druk.<br />
Gewirtz, S., Ball, S.J., Bowe, R. (1995).<br />
Markets, choice and equity <strong>in</strong> education. Buck<strong>in</strong>gham: Open University Press.<br />
Graaf, H. Van <strong>de</strong>, Hoppe, R. (1992).<br />
Beleid en politiek: een <strong>in</strong>leid<strong>in</strong>g tot <strong>de</strong> beleidswetenschap en <strong>de</strong> beleidskun<strong>de</strong>.<br />
Mui<strong>de</strong>rberg: Cout<strong>in</strong>ho.<br />
Grand, J. Le, Bartlett, W. (eds.) (1993).<br />
Quasi-markets and social policy. Bas<strong>in</strong>gstoke: Macmillan.<br />
Karstanje, P.N. (1997).<br />
Dereguler<strong>in</strong>g en Kwaliteitszorg. Ne<strong>de</strong>rlands Tijdschrift voor <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>recht en<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>beleid, 9(1997)1, 3 - 29.<br />
Karstanje, P.N. (1999).<br />
Tien jaar <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijsbeleid. Ne<strong>de</strong>rlands Tijdschrift voor<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>recht en <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>beleid, pp. 203 – 231.<br />
98 <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Karstanje, P.N. (ed.) (2001a).<br />
Evaluatie WEB: Zelfsturend stelsel, autonomie <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen, kwaliteitszorg. Den<br />
Haag: Staatsuitgeverij<br />
Karstanje, P.N. (2001b).<br />
Dereguler<strong>in</strong>g en autonomie van on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> Europa: Een <strong>in</strong>ternationaal vergelijkend<br />
on<strong>de</strong>rzoek naar <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g van on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> Vlaan<strong>de</strong>ren, Denemarken,<br />
Engeland, Nordrhe<strong>in</strong>-Westfalen en Hongarije. Amsterdam: SCO-Kohnstamm<br />
Instituut.<br />
Karstanje, P.N., M. Droog, M. Bakker (2000).<br />
Effecten van <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g, autonomie- en schaalvergrot<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs.<br />
On<strong>de</strong>rzoek naar <strong>de</strong>rtig jaar wetshistorie <strong>in</strong>zake (<strong>de</strong>)reguler<strong>in</strong>g en <strong>de</strong> effecten van<br />
beleid op <strong>de</strong> autonomie van on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen. Amsterdam: SCO-Kohnstamm<br />
Instituut.<br />
Lau<strong>de</strong>r, H., Hughes, D., Waslan<strong>de</strong>r, S., Thrupp, M., Mcg<strong>in</strong>n, I., Newton,<br />
S., Dupuis, A. (1994).<br />
The creation of market competition for education <strong>in</strong> New Zealand. Well<strong>in</strong>gton:<br />
Victoria University of Well<strong>in</strong>gton.<br />
Levacic, R. (1995).<br />
Local management of schools: Analysis and practice. Buck<strong>in</strong>gham: Open<br />
University Press.<br />
Lev<strong>in</strong>, B. (1997).<br />
The lessons of <strong>in</strong>ternational educational reform. Journal of Education Policy,<br />
(12)4, 253 –266.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad (1999).<br />
Schoolkwaliteit <strong>in</strong> beeld: Voorstellen voor een verantwoor<strong>de</strong> openbaarmak<strong>in</strong>g van<br />
gegevens over <strong>de</strong> kwaliteit van scholen. Den Haag: <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad.<br />
Pieters, L. (1992).<br />
Trends <strong>in</strong> schoolkeuze na <strong>de</strong> basisschool. Meso, 64, 25-30.<br />
Ranson, S. (1993).<br />
Markets or <strong>de</strong>mocracy for education. British journal of educational studies (41)4,<br />
333-352.<br />
Saltman, R.B., Van Otter, C. (1992).<br />
Planned markets and public competition. Buck<strong>in</strong>gham: Open University Press.<br />
Scott, D. (1999).<br />
Accountability <strong>in</strong> education systems: centralis<strong>in</strong>g and <strong>de</strong>centralis<strong>in</strong>g pressures.<br />
In: J.Lumby, N. Foskett, Manag<strong>in</strong>g external relations <strong>in</strong> schools and colleges.<br />
London: Paul Chapman Publish<strong>in</strong>g, pp. 19 – 32.<br />
Thomas, H. (1994).<br />
Market, collectivities and management. Oxford review of education, (20)1, 41-56.<br />
Tooley, J. (1993).<br />
A market-led alternative for the curriculum: Break<strong>in</strong>g the co<strong>de</strong>. London: The<br />
Tufnell Press.<br />
Versloot, A.M. (1990).<br />
Ou<strong>de</strong>rs en vrijheid van on<strong>de</strong>rwijs: schoolkeuze <strong>in</strong> <strong>de</strong> prov<strong>in</strong>cie Utrecht. Utrecht:<br />
RUU. (Dissertatie).<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 99
Vries, A. <strong>de</strong> (1987).<br />
Kiezen voor een school. Schoolkeuze en market<strong>in</strong>g: Een analyse van <strong>de</strong> afnemers<br />
<strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs. Meso, maart 1987, 22-26.<br />
Waslan<strong>de</strong>r, S. (2001).<br />
Tussen rekenen en afrekenen: Over <strong>de</strong> maatschappelijke context van prestatie<strong>in</strong>dicatoren<br />
(<strong>in</strong> druk).<br />
Wier<strong>in</strong>gen, A.M.L. van , J. Ax,, P.N. Karstanje, & J.C. Voogt, (2000).<br />
Theorie van on<strong>de</strong>rwijsorganisaties. Leuven/Apeldoorn: Garant.<br />
Witziers, B. (1993).<br />
Fol<strong>de</strong>rs van scholen geven vooral ‘har<strong>de</strong> ‘ <strong>in</strong>formatie. Didactief, October.<br />
Walsum, S. van (2000).<br />
Stu<strong>de</strong>nt maakt geen studie van zijn opleid<strong>in</strong>g. Volkskrant, 27 september, 20-22.<br />
Woods, P., Bagley, C. Glatter, R. (1998).<br />
School choice and competition: Markets <strong>in</strong> the public <strong>in</strong>terest? London: Routledge.<br />
100 <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
6 Bestuursvormen, f<strong>in</strong>ancieel eigenaarschap<br />
eigenaar en <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g<br />
C. van Leest 1<br />
In dit hoofdstuk wor<strong>de</strong>n bestuursvormen van <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen b<strong>in</strong>nen het reguliere on<strong>de</strong>r-<br />
wijs beschreven en <strong>de</strong> implicaties die <strong>de</strong>ze hebben voor hun f<strong>in</strong>anciële zelfstandigheid.<br />
De re<strong>de</strong>n is dat <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs vraagt om profiler<strong>in</strong>g van <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen,<br />
zodat zij hun concurrentiepositie ten opzichte van an<strong>de</strong>re <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen kunnen verstevi-<br />
gen. In het reguliere on<strong>de</strong>rwijs zijn <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n hiertoe beperkt door regelgev<strong>in</strong>g<br />
die <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> diverse opzichten tot uniformiteit verplicht of met an<strong>de</strong>re woor<strong>de</strong>n<br />
profiler<strong>in</strong>gsmogelijkhe<strong>de</strong>n <strong>in</strong>perkt. Materiële mid<strong>de</strong>len, bestuursvorm en vermogens-<br />
rechtelijke zelfstandigheid zijn hier<strong>in</strong> sterk bepalend.<br />
1 Inleid<strong>in</strong>g<br />
De lei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> vraag <strong>in</strong> dit hoofdstuk is welke materiële mogelijkhe<strong>de</strong>n en welke bevoegdhe<strong>de</strong>n<br />
regulier bekostig<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen hebben om mid<strong>de</strong>len <strong>in</strong> te zetten voor<br />
profiler<strong>in</strong>g, concurrentie en <strong>markt</strong>positioner<strong>in</strong>g.<br />
Eerst wordt <strong>in</strong>gegaan op <strong>de</strong> formeel-juridische ka<strong>de</strong>rs, waarbij aspecten als <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<br />
bestuursvormen en <strong>de</strong> daarmee samenhangen<strong>de</strong> typen van f<strong>in</strong>ancieel eigenaarschap<br />
aan <strong>de</strong> or<strong>de</strong> komen.<br />
Vervolgens wordt een schets gegeven van <strong>de</strong> bestaan<strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n om mid<strong>de</strong>len te<br />
verwerven boven op <strong>de</strong> reguliere bekostig<strong>in</strong>g die van overheidswege wordt verstrekt.<br />
In paragraaf 4 komen f<strong>in</strong>anciële ontwikkel<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs aan <strong>de</strong> or<strong>de</strong>, naar on<strong>de</strong>rwijssoort<br />
gedifferentieerd, die erop dui<strong>de</strong>n dat <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen toenemend, en op diverse<br />
wijze, gericht zijn op het verwerven van extra mid<strong>de</strong>len via <strong>de</strong> <strong>markt</strong>.<br />
Vervolgens wordt <strong>in</strong>gegaan op het overheidsbeleid tot nu toe en op te verwachten<br />
ontwikkel<strong>in</strong>gen daar<strong>in</strong>.<br />
In paragraaf 6 wordt ten aanzien van <strong>de</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> voorgaan<strong>de</strong> paragrafen gesignaleer<strong>de</strong><br />
ontwikkel<strong>in</strong>gen een aantal pr<strong>in</strong>cipiële vragen gesteld die raken aan <strong>de</strong> verhoud<strong>in</strong>g tussen<br />
<strong>de</strong> overheidsverantwoor<strong>de</strong>lijkheid voor het on<strong>de</strong>rwijs en <strong>de</strong> autonomie van <strong>de</strong> scholen.<br />
1 C. van Leest is jurist; hij is werkzaam bij <strong>de</strong> <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 101
2 Bestuursvormen en f<strong>in</strong>ancieel eigenaarschap <strong>in</strong> het bekostig<strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rwijs 2<br />
De bestuursvorm van een school kan gevolgen hebben voor <strong>de</strong> f<strong>in</strong>anciële han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gsvrijheid<br />
van <strong>de</strong> school, on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re wat betreft aspecten die relevant zijn <strong>in</strong> het ka<strong>de</strong>r<br />
van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g. De mogelijkhe<strong>de</strong>n tot profiler<strong>in</strong>g, ook <strong>in</strong> termen van kwaliteit, wor<strong>de</strong>n<br />
er me<strong>de</strong> door bepaald. Te <strong>de</strong>nken valt aan personele <strong>in</strong>zet die nodig zou zijn om scholen<br />
<strong>in</strong> staat te stellen tot <strong>in</strong>tensieve leerl<strong>in</strong>gbegeleid<strong>in</strong>g en <strong>de</strong> bedragen die daarmee gemoeid<br />
zijn, of aan <strong>in</strong>vester<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> leermid<strong>de</strong>len of ICT.<br />
Alvorens <strong>in</strong> te gaan op het thema van <strong>de</strong>ze paragraaf is het voor een hel<strong>de</strong>r begrip van<br />
belang on<strong>de</strong>rscheid te maken tussen <strong>de</strong> begrippen ‘bevoegd gezag’ en ‘<strong>in</strong>standhoud<strong>in</strong>g’.<br />
Het bevoegd gezag van een on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g is <strong>de</strong> <strong>in</strong>stantie die bestuurlijke bevoegdhe<strong>de</strong>n<br />
uitoefent zoals <strong>de</strong>ze door <strong>de</strong> <strong>de</strong>sbetreffen<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijswet aan het bevoegd gezag<br />
zijn toegewezen. De <strong>in</strong>stantie die <strong>de</strong> school <strong>in</strong> stand houdt, heeft <strong>de</strong> beheersbevoegdheid.<br />
Zij heeft <strong>de</strong> vermogensrechtelijke zeggenschap over en aansprakelijkheid voor <strong>de</strong><br />
school en is eigenaar van <strong>de</strong> school, <strong>in</strong>clusief <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>len die <strong>de</strong> school van rijkswege<br />
zijn verstrekt.<br />
Ter illustratie van het verschil is het met name van belang te wijzen op <strong>de</strong> situatie bij een<br />
openbare basisschool of een openbare school voor voortgezet on<strong>de</strong>rwijs. Het bevoegd<br />
gezag van <strong>de</strong> school berust traditioneel bij het dagelijks bestuur van <strong>de</strong> gemeente, <strong>in</strong><br />
casu het college van burgemeester en wethou<strong>de</strong>rs (B&W). De school wordt echter <strong>in</strong> stand<br />
gehou<strong>de</strong>n door <strong>de</strong> gemeente. Deze beslist <strong>de</strong>rhalve formeel over <strong>de</strong> <strong>in</strong>zet van mid<strong>de</strong>len<br />
ten behoeve van profiler<strong>in</strong>g.<br />
In het bijzon<strong>de</strong>r on<strong>de</strong>rwijs is <strong>de</strong> situatie m<strong>in</strong><strong>de</strong>r gecompliceerd omdat het bevoegd gezag<br />
tevens <strong>de</strong> <strong>in</strong>stantie is die <strong>de</strong> school <strong>in</strong> stand houdt.<br />
Gegeven <strong>de</strong> wettelijke ka<strong>de</strong>rs is <strong>de</strong> <strong>in</strong><strong>de</strong>l<strong>in</strong>g bij <strong>de</strong> besprek<strong>in</strong>g hieron<strong>de</strong>r <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong>.<br />
Bij het overzicht van <strong>de</strong> bestuursvormen wordt on<strong>de</strong>rscheid gemaakt tussen bijzon<strong>de</strong>r<br />
on<strong>de</strong>rwijs (paragraaf 2.1) en openbaar on<strong>de</strong>rwijs (paragraaf 2.2). B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong>ze hoofdgroepen<br />
wordt afzon<strong>de</strong>rlijk aandacht besteed aan het primair en het voortgezet on<strong>de</strong>rwijs,<br />
het secundaire beroepson<strong>de</strong>rwijs en het hoger on<strong>de</strong>rwijs.<br />
Bij het openbaar on<strong>de</strong>rwijs v<strong>in</strong>dt, wat <strong>de</strong> eerste twee sectoren betreft, een ver<strong>de</strong>re<br />
verfijn<strong>in</strong>g plaats naar bestuursorganen en rechtspersonen die tevens als bestuursorgaan<br />
moeten wor<strong>de</strong>n aangemerkt. Wat het hoger on<strong>de</strong>rwijs betreft wordt op grond van <strong>de</strong> Wet<br />
op het hoger on<strong>de</strong>rwijs en wetenschappelijk on<strong>de</strong>rzoek (WHW) on<strong>de</strong>rscheid gemaakt<br />
tussen <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen met en <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen zon<strong>de</strong>r rechtspersoonlijkheid.<br />
Zoals eer<strong>de</strong>r opgemerkt is <strong>de</strong> situatie bij het bijzon<strong>de</strong>r on<strong>de</strong>rwijs m<strong>in</strong><strong>de</strong>r gecompliceerd.<br />
Hier is immers steeds sprake van een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid.<br />
Desalniettem<strong>in</strong>, zoals daar zal blijken, is met name voor het primair on<strong>de</strong>rwijs, op grond<br />
van <strong>de</strong> Wet op het primair on<strong>de</strong>rwijs, <strong>de</strong> han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gsvrijheid van <strong>de</strong> rechtspersoon <strong>in</strong><br />
belangrijke mate beperkt (bijvoorbeeld wat betreft beheer en eigendom van schoolgebouwen).<br />
In m<strong>in</strong><strong>de</strong>re mate gel<strong>de</strong>n soortgelijke beperk<strong>in</strong>gen ook voor het voortgezet<br />
on<strong>de</strong>rwijs.<br />
2 In hoofdzaak ontleend aan Zoontjens, P.J.J., Inleid<strong>in</strong>g tot <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijswetgev<strong>in</strong>g. Elsevier, Den Haag,<br />
1999; en aan Huisman, P.W.A., Bestuursvormen en mo<strong>de</strong>llen voor het openbaar en bijzon<strong>de</strong>r on<strong>de</strong>rwijs:<br />
een eerste <strong>in</strong>ventarisatie. Tijdschrift voor <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijspraktijk, jaargang 42/77 (1997), nr. 4.<br />
102 <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
2.1 BIJZONDER ONDERWIJS<br />
Instell<strong>in</strong>gen (bevoegd gezag) <strong>in</strong> het bijzon<strong>de</strong>r on<strong>de</strong>rwijs zijn alle rechtspersonen met<br />
volledige rechtsbevoegdheid, wat <strong>in</strong>houdt dat zij ook vermogensrechtelijke zeggenschap<br />
bezitten, en <strong>in</strong> pr<strong>in</strong>cipe f<strong>in</strong>ancieel zelfstandig zijn en mid<strong>de</strong>len <strong>in</strong> kunnen zetten ten<br />
behoeve van profiler<strong>in</strong>g, concurrentie en <strong>markt</strong>positioner<strong>in</strong>g. In <strong>de</strong> praktijk wor<strong>de</strong>n<br />
hieraan, met name <strong>in</strong> het primair on<strong>de</strong>rwijs, <strong>de</strong>els ook <strong>in</strong> het voortgezet on<strong>de</strong>rwijs,<br />
beperk<strong>in</strong>gen gesteld (zie paragraaf 2.3).<br />
2.2 OPENBAAR ONDERWIJS<br />
Zoals hiervoor al is aangekondigd, zal <strong>in</strong> het navolgen<strong>de</strong>, behalve bij het hoger on<strong>de</strong>rwijs,<br />
on<strong>de</strong>rscheid wor<strong>de</strong>n gemaakt tussen bestuursorganen en rechtspersonen die tevens<br />
als bestuursorganen moeten wor<strong>de</strong>n aangemerkt.<br />
Primair en voortgezet on<strong>de</strong>rwijs<br />
Openbaar primair en voortgezet on<strong>de</strong>rwijs kennen <strong>in</strong> bestuurlijke opzicht twee hoofdvormen:<br />
‘bestuursorganen’ en ‘rechtspersonen die tevens als bestuursorgaan wor<strong>de</strong>n aangemerkt’.<br />
a Bestuursorganen<br />
Het bevoegd gezag van <strong>de</strong> openbare school <strong>in</strong> het primair en voortgezet on<strong>de</strong>rwijs<br />
berust traditioneel bij het dagelijks bestuur van <strong>de</strong> gemeente, het college van B&W. 3<br />
Daarnaast bestaat s<strong>in</strong>ds 1964 <strong>de</strong> mogelijkheid voor <strong>de</strong> gemeenteraad om een commissie<br />
<strong>in</strong> te stellen waaraan bevoegdhe<strong>de</strong>n van het college van B&W - <strong>in</strong> dit geval op het gebied<br />
van openbare scholen - kunnen wor<strong>de</strong>n overgedragen.<br />
Het college van B&W is een bestuursorgaan <strong>in</strong> <strong>de</strong> z<strong>in</strong> van <strong>de</strong> Algemene Wet Bestuursrecht.<br />
Het kan alleen op basis van collectieve besluitvorm<strong>in</strong>g optre<strong>de</strong>n als bevoegd gezag,<br />
waarbij het kan wor<strong>de</strong>n gebon<strong>de</strong>n aan richtlijnen van <strong>de</strong> gemeenteraad. Het college<br />
treedt op als bevoegd gezag en oefent bestuurlijke bevoegdhe<strong>de</strong>n uit.<br />
De school wordt echter <strong>in</strong> stand gehou<strong>de</strong>n door <strong>de</strong> gemeente, die volgens artikel 1, boek<br />
2 van het Burgerlijk Wetboek rechtspersoonlijkheid bezit.<br />
De gemeenteraad kan, tene<strong>in</strong><strong>de</strong> bijvoorbeeld een mogelijkheid te creëren ou<strong>de</strong>rs meer bij<br />
<strong>de</strong> openbare school te betrekken, een commissie <strong>in</strong>stellen waaraan bevoegdhe<strong>de</strong>n van<br />
het college van B&W wor<strong>de</strong>n toegekend. Van een <strong>de</strong>rgelijke commissie kunnen ook<br />
an<strong>de</strong>ren dan le<strong>de</strong>n van het gemeentebestuur <strong>de</strong>el uitmaken. Deze kunnen <strong>de</strong> meer<strong>de</strong>rheid<br />
vormen. De raad regelt tevens <strong>de</strong> verantwoord<strong>in</strong>g door <strong>de</strong> commissie aan <strong>de</strong> raad<br />
en zo nodig an<strong>de</strong>re aspecten (openbaarheid, toezicht van het college van B&W).<br />
In <strong>de</strong>ze constructie kan <strong>de</strong> commissie bevoegd gezag zijn of <strong>de</strong>ze kwaliteit <strong>de</strong>len met het<br />
college van B&W. De <strong>in</strong>standhoud<strong>in</strong>gsverantwoor<strong>de</strong>lijkheid blijft bij <strong>de</strong> gemeente.<br />
b Rechtspersonen die tevens als bestuursorgaan moeten wor<strong>de</strong>n aangemerkt<br />
De achtergrond van <strong>de</strong> <strong>in</strong>voer<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> hierna te noemen bestuursvormen <strong>in</strong> het<br />
openbaar on<strong>de</strong>rwijs was gelegen <strong>in</strong> <strong>de</strong> opvatt<strong>in</strong>g - neergelegd <strong>in</strong> het regeerakkoord van<br />
het eerste kab<strong>in</strong>et Kok - dat het wenselijk is dat <strong>de</strong> gemeente (<strong>in</strong> casu het college van<br />
3 Zie <strong>de</strong> <strong>de</strong>sbetreffen<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijswetten.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 103
B&W) meer op afstand haar specifieke taak als bevoegd gezag van <strong>de</strong> openbare scholen<br />
moet kunnen uitoefenen. Hiermee werd aangesloten bij <strong>de</strong> opvatt<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong> m<strong>in</strong>ister<br />
van <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>, Cultuur en Wetenschappen (OCenW) en on<strong>de</strong>rwijskoepelorganisaties zoals<br />
geformuleerd <strong>in</strong> <strong>de</strong> gezamenlijke richt<strong>in</strong>ggeven<strong>de</strong> uitspraken <strong>in</strong> het zogenaam<strong>de</strong><br />
Scheven<strong>in</strong>gse beraad over bestuurlijke vernieuw<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het primair en voortgezet on<strong>de</strong>rwijs.<br />
De gemeenten zijn vrij om te kiezen voor een ver<strong>de</strong>r op afstand plaatsen van het<br />
bevoegd gezag en voor <strong>de</strong> vorm ervan. Wat het laatste betreft geldt een beperk<strong>in</strong>g tot <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> wetgev<strong>in</strong>g opgenomen bestuursvormen, te weten:<br />
i openbaar lichaam op basis van een gemeenschappelijke regel<strong>in</strong>g;<br />
ii sticht<strong>in</strong>g dan wel openbare rechtspersoon en<br />
iii sticht<strong>in</strong>g voor openbaar en bijzon<strong>de</strong>r on<strong>de</strong>rwijs.<br />
Ad i<br />
Een openbare school kan door één of meer gemeenten (dat wil zeggen <strong>de</strong> ra<strong>de</strong>n, <strong>de</strong><br />
colleges van B&W en <strong>de</strong> burgemeesters voorzover zij daartoe bevoegd zijn), al dan niet<br />
tezamen met één of meer privaatrechtelijke rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid,<br />
<strong>in</strong> stand wor<strong>de</strong>n gehou<strong>de</strong>n bij gemeenschappelijke regel<strong>in</strong>g zoals voorzien bij <strong>de</strong><br />
Wet gemeenschappelijke regel<strong>in</strong>gen. De <strong>in</strong>standhoud<strong>in</strong>gs-verantwoor<strong>de</strong>lijkheid van <strong>de</strong><br />
<strong>de</strong>elnemen<strong>de</strong> gemeenten gaat over op het openbaar lichaam, waarvan een <strong>in</strong> <strong>de</strong> gemeenschappelijke<br />
regel<strong>in</strong>g aan te wijzen orgaan (meestal het dagelijks bestuur) zelfstandig als<br />
bevoegd gezag kan optre<strong>de</strong>n.<br />
In bijzon<strong>de</strong>re gevallen kan bij gemeenschappelijke regel<strong>in</strong>g een gemeenschappelijk<br />
orgaan wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong>gesteld. In <strong>de</strong>ze constructie hou<strong>de</strong>n <strong>de</strong> <strong>de</strong>elnemen<strong>de</strong> gemeenten ie<strong>de</strong>r<br />
voor zich hun openbare scholen <strong>in</strong> stand. Aan het gemeenschappelijke orgaan kunnen<br />
bevoegdhe<strong>de</strong>n zijn ge<strong>de</strong>legeerd, <strong>in</strong> het algemeen <strong>de</strong> coörd<strong>in</strong>eren<strong>de</strong> bevoegdheid. Het<br />
orgaan bezit evenwel geen vermogensrechtelijke zelfstandigheid.<br />
Ad ii<br />
De sticht<strong>in</strong>g is een op het privaatrecht gestoel<strong>de</strong> rechtsvorm die ter uitvoer<strong>in</strong>g van een<br />
besluit van <strong>de</strong> gemeenteraad wordt opgericht. Om als bestuur van een openbare school<br />
te fungeren moeten <strong>de</strong> statuten van <strong>de</strong> sticht<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het algemeen voldoen aan <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong><br />
wettelijke vereisten als <strong>de</strong> veror<strong>de</strong>n<strong>in</strong>g bij openbare rechtspersonen.<br />
De openbare rechtspersoon is een op het publiekrecht gestoel<strong>de</strong> bestuursvorm en wordt<br />
<strong>in</strong>gesteld bij veror<strong>de</strong>n<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> gemeenteraad. De veror<strong>de</strong>n<strong>in</strong>g moet <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijk<br />
voldoen aan een aantal wettelijke vereisten, zoals <strong>de</strong> vaststell<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> begrot<strong>in</strong>g na<br />
goedkeur<strong>in</strong>g door <strong>de</strong> gemeenteraad en het toezicht door <strong>de</strong> raad.<br />
De sticht<strong>in</strong>g en <strong>de</strong> openbare rechtspersoon oefenen alle bevoegdhe<strong>de</strong>n van het bevoegd<br />
gezag uit (met uitzon<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> besluitvorm<strong>in</strong>g over opheff<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> school) en<br />
bezitten rechtspersoonlijkheid naar privaatrecht. In bei<strong>de</strong> gevallen wor<strong>de</strong>n bevoegd<br />
gezag en <strong>in</strong>standhoud<strong>in</strong>g <strong>in</strong> één hand gelegd en is <strong>de</strong>rhalve sprake van vermogensrechtelijke<br />
zelfstandigheid.<br />
Ad iii<br />
De <strong>in</strong>standhoud<strong>in</strong>g van openbare en bijzon<strong>de</strong>re scholen gezamenlijk kan <strong>in</strong> han<strong>de</strong>n van<br />
een sticht<strong>in</strong>g voor openbaar en bijzon<strong>de</strong>r on<strong>de</strong>rwijs wor<strong>de</strong>n gelegd. Het statutaire doel is<br />
het geven van openbaar on<strong>de</strong>rwijs en on<strong>de</strong>rwijs van één of meer richt<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> afzon<strong>de</strong>rlijke<br />
scholen voor openbaar of bijzon<strong>de</strong>r on<strong>de</strong>rwijs. Het bestaan van afzon<strong>de</strong>rlijke bijzon<strong>de</strong>re<br />
en openbare scholen wordt <strong>in</strong>tact gelaten. De scholen wor<strong>de</strong>n tezamen on<strong>de</strong>r één<br />
bevoegd gezag geplaatst. De sticht<strong>in</strong>g oefent alle bevoegdhe<strong>de</strong>n van een bevoegd gezag<br />
104 <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
uit, met uitzon<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> besluitvorm<strong>in</strong>g over <strong>de</strong> opheff<strong>in</strong>g van een openbare school.<br />
De wettelijke eisen ten aanzien van <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd van <strong>de</strong> statuten zijn groten<strong>de</strong>els gelijk aan<br />
die ten aanzien van <strong>de</strong> sticht<strong>in</strong>g en <strong>de</strong> openbare rechtspersoon voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>standhoud<strong>in</strong>g<br />
van openbare scholen. Ook <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> aspecten van het gemeentelijke toezicht op<br />
<strong>de</strong> openbare school zijn gelijklui<strong>de</strong>nd.<br />
Conclu<strong>de</strong>rend: <strong>de</strong> traditionele bestuursvorm voor het openbaar primair en voortgezet<br />
on<strong>de</strong>rwijs houdt <strong>in</strong> dat scholen geen vermogensrechtelijke zeggenschap, geen f<strong>in</strong>anciële<br />
zelfstandigheid hebben. Zij zijn daardoor niet vrij <strong>in</strong> hun bested<strong>in</strong>g van mid<strong>de</strong>len, wat<br />
profiler<strong>in</strong>g en het aangaan van concurrentie op <strong>de</strong>ze basis <strong>in</strong> <strong>de</strong> weg staat. Uitzon<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g<br />
vormen <strong>de</strong> sticht<strong>in</strong>g en openbare rechtspersoon die voortvloeien uit <strong>de</strong> wens om <strong>de</strong><br />
gemeente bij het uitoefenen van haar taak als bevoegd gezag meer op afstand te zetten.<br />
Deze hebben vermogensrechtelijke zeggenschap, en zijn daarmee <strong>in</strong> pr<strong>in</strong>cipe f<strong>in</strong>ancieel<br />
zelfstandig zodat ze mid<strong>de</strong>len zou<strong>de</strong>n kunnen <strong>in</strong>zetten ten behoeve van profiler<strong>in</strong>g,<br />
concurrentie en <strong>markt</strong>positioner<strong>in</strong>g. Deze f<strong>in</strong>anciële zelfstandigheid is echter om an<strong>de</strong>re<br />
re<strong>de</strong>nen begrensd (zie paragraaf 2.3).<br />
Beroepson<strong>de</strong>rwijs en volwasseneneducatie (BVE)<br />
De Wet educatie en beroepson<strong>de</strong>rwijs (WEB) voorziet <strong>in</strong> <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> drie bestuursvormen<br />
voor het openbaar on<strong>de</strong>rwijs die ook <strong>in</strong> <strong>de</strong> wetgev<strong>in</strong>g voor het primair en voortgezet<br />
on<strong>de</strong>rwijs voorkomen (zie boven). De wettelijke bestuursvormen die on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> noemer<br />
bestuursorgaan vallen zijn het college van B&W en <strong>de</strong> commissie ex artikel 82<br />
Gemeentewet. Als rechtspersoon die tevens als bestuursorgaan moet wor<strong>de</strong>n aangemerkt<br />
is <strong>in</strong> <strong>de</strong> WEB het Openbaar lichaam op basis van een gemeenschappelijke regel<strong>in</strong>g<br />
vermeld. Voorhands is <strong>de</strong> regel<strong>in</strong>g echter theoretisch van aard, aangezien <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze sector<br />
geen openbaar on<strong>de</strong>rwijs bestaat.<br />
Conclu<strong>de</strong>rend: <strong>in</strong> het BVE-veld hebben alle <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen vermogensrechtelijke zeggenschap;<br />
ze zijn f<strong>in</strong>ancieel zelfstandig en kunnen beslissen over eventuele <strong>in</strong>zet van mid<strong>de</strong>len<br />
ten behoeve van profiler<strong>in</strong>g en <strong>markt</strong>positioner<strong>in</strong>g.<br />
Hoger on<strong>de</strong>rwijs<br />
Tot <strong>de</strong> <strong>in</strong>voer<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> WHW gol<strong>de</strong>n wettelijke bepal<strong>in</strong>gen ten aanzien van openbaar (en<br />
bijzon<strong>de</strong>r) hoger on<strong>de</strong>rwijs die vergelijkbaar zijn met <strong>de</strong> traditionele wettelijke bepal<strong>in</strong>gen<br />
die gel<strong>de</strong>n voor het primair en voortgezet on<strong>de</strong>rwijs.<br />
De <strong>in</strong> 1993 <strong>in</strong>gevoer<strong>de</strong> WHW - die het gedachtegoed uit <strong>de</strong> HOAK-nota (Hoger on<strong>de</strong>rwijs:<br />
autonomie en kwaliteit) betreffen<strong>de</strong> <strong>de</strong> eigen verantwoor<strong>de</strong>lijkheid van <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
voor hoger on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> wetgev<strong>in</strong>g beoog<strong>de</strong> vast te leggen - gaat uit van <strong>de</strong> zelfstandigheid<br />
van <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen (waarbij het <strong>in</strong> beg<strong>in</strong>sel niet uitmaakt of het gaat om openbare<br />
of bijzon<strong>de</strong>re <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen; bei<strong>de</strong> categorieën <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen komt evenveel vrije ruimte toe).<br />
Deze zelfstandigheid is bedui<strong>de</strong>nd groter dan die van <strong>de</strong> scholen <strong>in</strong> het primair en voortgezet<br />
on<strong>de</strong>rwijs. De keerzij<strong>de</strong> hiervan is een uitgebrei<strong>de</strong> verantwoord<strong>in</strong>gsplicht.<br />
De WHW on<strong>de</strong>rscheidt <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen met en zon<strong>de</strong>r rechtspersoonlijkheid. Het hebben van<br />
rechtspersoonlijkheid houdt <strong>in</strong> dat <strong>de</strong> <strong>in</strong>standhoud<strong>in</strong>gsverantwoor<strong>de</strong>lijkheid bij <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g<br />
zelf ligt.<br />
a Instell<strong>in</strong>gen zon<strong>de</strong>r rechtspersoonlijkheid<br />
In het hoger on<strong>de</strong>rwijs zijn alleen <strong>in</strong> het openbaar hoger beroepson<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> pr<strong>in</strong>cipe<br />
<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen zon<strong>de</strong>r rechtspersoonlijkheid mogelijk. Een <strong>de</strong>rgelijke hogeschool heeft een<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 105
centrale directie of een college van bestuur. Van het laatste is sprake als niet alleen <strong>de</strong><br />
taken van een centrale directie wor<strong>de</strong>n uitgeoefend, maar ook ge<strong>de</strong>legeer<strong>de</strong> taken en<br />
bevoegdhe<strong>de</strong>n van het <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gsbestuur. In theorie kunnen het Rijk (<strong>in</strong> casu <strong>de</strong> m<strong>in</strong>ister),<br />
respectievelijk het college van B&W optre<strong>de</strong>n als <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gsbestuur van een openbare<br />
hogeschool. In <strong>de</strong> praktijk komen <strong>de</strong>ze constructies evenwel niet (meer) voor. Alle<br />
openbare hogescholen hebben rechtspersoonlijkheid.<br />
b Instell<strong>in</strong>gen met rechtspersoonlijkheid<br />
Bij <strong>de</strong> universiteiten fungeert het college van bestuur als bevoegd gezag. Het toezicht<br />
daarop wordt uitgeoefend door een door <strong>de</strong> m<strong>in</strong>ister benoem<strong>de</strong> raad van toezicht. Het<br />
college van bestuur is verantwoord<strong>in</strong>g verschuldigd aan <strong>de</strong> raad van toezicht. Alle<br />
openbare universiteiten hebben rechtspersoonlijkheid.<br />
In het hoger beroepson<strong>de</strong>rwijs bestaan slechts enkele openbare hogescholen, die zoals<br />
gezegd alle rechtspersoonlijkheid hebben. Ook bij <strong>de</strong> hogescholen fungeert het college<br />
van bestuur als bevoegd gezag. Het toezicht daarop wordt uitgeoefend door een<br />
bestuursraad. Bij kon<strong>in</strong>klijk besluit wor<strong>de</strong>n regels vastgesteld omtrent <strong>de</strong> benoem<strong>in</strong>g van<br />
<strong>de</strong> le<strong>de</strong>n.<br />
Conclu<strong>de</strong>rend: alle universiteiten en hogescholen hebben vermogensrechtelijke zeggenschap,<br />
zijn f<strong>in</strong>ancieel zelfstandig en kunnen beslissen over eventuele <strong>in</strong>zet van mid<strong>de</strong>len<br />
ten behoeve van profiler<strong>in</strong>g en <strong>markt</strong>positioner<strong>in</strong>g.<br />
2.3 BEPERKINGEN AAN DE VERMOGENSRECHTELIJKE ZELFSTANDIGHEID<br />
Het bijzon<strong>de</strong>r primair en voortgezet on<strong>de</strong>rwijs kennen qua bestuursvorm <strong>de</strong> verenig<strong>in</strong>g<br />
en <strong>de</strong> sticht<strong>in</strong>g. In het openbaar on<strong>de</strong>rwijs wordt <strong>in</strong> een aantal gevallen (zie boven) ook<br />
<strong>de</strong> sticht<strong>in</strong>gsvorm dan wel <strong>de</strong> vorm van openbare rechtspersoon gehanteerd. In al <strong>de</strong>ze<br />
gevallen gaat het, zoals boven dui<strong>de</strong>lijk werd, om rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid,<br />
ook <strong>in</strong> vermogensrechtelijk opzicht.<br />
Desalniettem<strong>in</strong> wordt <strong>de</strong> han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gsvrijheid van <strong>de</strong> rechtspersoon, als het gaat om basisscholen,<br />
<strong>in</strong> belangrijke mate beperkt door bepal<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> Wet op het primair on<strong>de</strong>rwijs.<br />
Het gaat daarbij om het <strong>in</strong> acht nemen van bijzon<strong>de</strong>re regels bij sponsorcontracten en<br />
het bed<strong>in</strong>gen van ou<strong>de</strong>rlijke bijdragen en om beperk<strong>in</strong>gen ten aanzien van het beheer en<br />
<strong>de</strong> eigendom van schoolgebouwen. Dit laatste geldt overigens ook voor het voortgezet<br />
on<strong>de</strong>rwijs. 4<br />
Hetgeen hiervoor is geschetst is niet van toepass<strong>in</strong>g voor gebouwen en <strong>de</strong>rgelijken die<br />
het schoolbestuur <strong>in</strong> volle eigendom heeft doordat het <strong>de</strong>ze zelf uit eigen mid<strong>de</strong>len heeft<br />
bekostigd.<br />
BVE-sector en hoger on<strong>de</strong>rwijs kennen ten aanzien van <strong>de</strong> vermogensrechtelijke zelfstandigheid<br />
geen vergelijkbare beperk<strong>in</strong>gen.<br />
4 In pr<strong>in</strong>cipe kan een schoolbestuur met behulp van onroerend goed geen <strong>in</strong>komsten verwerven <strong>in</strong><br />
verband met <strong>de</strong> uitoefen<strong>in</strong>g van het zogenaam<strong>de</strong> economische claimrecht door <strong>de</strong> gemeente. Het economische<br />
claimrecht is neergelegd <strong>in</strong> <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n wetten per on<strong>de</strong>rwijsveld (WPO en WVO). De<br />
gemeente is <strong>in</strong> <strong>de</strong> regel economisch eigenaar en <strong>de</strong> verenig<strong>in</strong>g of sticht<strong>in</strong>g juridisch eigenaar. Dit<br />
betekent dat bezwaren, vervreem<strong>de</strong>n en verhuren door <strong>de</strong> laatste slechts mogelijk is met <strong>in</strong>stemm<strong>in</strong>g<br />
van <strong>de</strong> gemeente.<br />
106 <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
3 Overheidsbekostig<strong>in</strong>g en mogelijkhe<strong>de</strong>n voor alternatieve f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g<br />
Waar on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> pr<strong>in</strong>cipe vermogensrechtelijke zeggenschap hebben, zijn<br />
hun mogelijkhe<strong>de</strong>n voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>zet van mid<strong>de</strong>len ten behoeve van profiler<strong>in</strong>g en <strong>markt</strong>positioner<strong>in</strong>g<br />
vervolgens afhankelijk van <strong>de</strong> vraag of zij die mid<strong>de</strong>len ook <strong>in</strong> voldoen<strong>de</strong><br />
mate beschikbaar hebben.<br />
De overheidsbekostig<strong>in</strong>g vormt <strong>de</strong> primaire <strong>in</strong>komstenbron voor regulier bekostig<strong>de</strong><br />
scholen. De vraag is <strong>in</strong> hoeverre <strong>de</strong>ze bekostig<strong>in</strong>g <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen <strong>de</strong> mogelijkheid biedt om<br />
materieel <strong>in</strong> profiler<strong>in</strong>g te <strong>in</strong>vesteren. De bew<strong>in</strong>dslie<strong>de</strong>n zijn op dit punt van men<strong>in</strong>g,<br />
enerzijds, dat <strong>de</strong> basisf<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g van on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen a<strong>de</strong>quaat is (en moet zijn), 5<br />
maar an<strong>de</strong>rzijds dat private geldstromen <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs wenselijk zijn. 6 <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong><strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
wijzen op aanzienlijke tekorten <strong>in</strong> <strong>de</strong> f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g en zijn van men<strong>in</strong>g dat het<br />
aanboren van extra geldbronnen noodzaak is. 7<br />
Welke mogelijkhe<strong>de</strong>n staan <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> dit opzicht ter beschikk<strong>in</strong>g?<br />
Inkomsten van <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen met rechtspersoonlijkheid kunnen <strong>in</strong>gezet wor<strong>de</strong>n voor profiler<strong>in</strong>gsactiviteiten.<br />
Daarnaast is het mogelijk voor bijzon<strong>de</strong>re on<strong>de</strong>rwijsactiviteiten on<strong>de</strong>r<br />
bepaal<strong>de</strong> voorwaar<strong>de</strong>n gebruik te maken van sponsor<strong>in</strong>g (<strong>in</strong> het primair en voortgezet<br />
on<strong>de</strong>rwijs). Het verwerven van mid<strong>de</strong>len door mid<strong>de</strong>l van contractactiviteiten kan een<br />
rechtspersoon alleen door opricht<strong>in</strong>g van een nieuwe <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g of rechtspersoon.<br />
Ten slotte zijn er nog mogelijkhe<strong>de</strong>n om publieke mid<strong>de</strong>len te verwerven voor specifieke<br />
doelen.<br />
3.1 WINST OP EIGEN VERMOGEN<br />
Noch openbare scholen/<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen, noch bijzon<strong>de</strong>re scholen/<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen kunnen als<br />
doelstell<strong>in</strong>g hebben het maken van w<strong>in</strong>st. Dat wil niet zeggen dat <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk geen<br />
‘w<strong>in</strong>st’ wordt gemaakt. Deze dient echter ter beschikk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> rechtspersoon te blijven<br />
en mag niet als zodanig wor<strong>de</strong>n uitgekeerd aan natuurlijke of rechtspersonen, zoals bij<br />
bedrijven gebeurt. De <strong>in</strong>komsten wor<strong>de</strong>n toegevoegd aan het eigen vermogen en kunnen<br />
wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong>gezet voor extra activiteiten. Wat dit betreft geldt het algemene sticht<strong>in</strong>gs- en<br />
verenig<strong>in</strong>gsrecht.<br />
De extra activiteiten van scholen mogen niet het primaire proces betreffen - alles wat<br />
on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> <strong>de</strong> strikte betekenis betreft. Wel kunnen mid<strong>de</strong>len bijvoorbeeld voor specialistisch<br />
personeel wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong>gezet - logopedist en <strong>de</strong>rgelijke -, mits hieraan geen gevolgen<br />
zijn verbon<strong>de</strong>n die kunnen wor<strong>de</strong>n afgewenteld op <strong>de</strong> overheid (wachtgel<strong>de</strong>n, pensioenverplicht<strong>in</strong>gen).<br />
8 Wat het doen van uitgaven uit <strong>de</strong> aldus verkregen mid<strong>de</strong>len betreft zou<br />
gesteld kunnen wor<strong>de</strong>n dat bovendien zogenaam<strong>de</strong> good-practice normen gel<strong>de</strong>n (zoals<br />
ook meer expliciet geformuleerd voor sponsor<strong>in</strong>g - verenigbaarheid met <strong>de</strong> pedagogische<br />
en on<strong>de</strong>rwijskundige taak en doelstell<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> school bijvoorbeeld; zie ook ver<strong>de</strong>rop).<br />
Er is hier echter geen a<strong>de</strong>quate verkenn<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van overheidsoptre<strong>de</strong>n of jurispru<strong>de</strong>ntie<br />
bekend, ten aanzien van wat met <strong>de</strong> extra <strong>in</strong>komsten gedaan kan wor<strong>de</strong>n.<br />
5 Zie on<strong>de</strong>r meer het Verslag schriftelijk overleg <strong>in</strong> TK 26800 VIII, nr. 102; vastgesteld 25 april 2000,<br />
n.a.v. <strong>de</strong> tussentijdse <strong>in</strong>ventarisatie van sponsor<strong>in</strong>gactiviteiten.<br />
6 Rijksbegrot<strong>in</strong>g 2001 TK 2000-2001, 27400, nr.2, p. 5; M<strong>in</strong>isterie van OC.enW (2000) <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong><br />
stell<strong>in</strong>g. Beleidsbrief. Zoetermeer: OCenW, o.m. p. 22.<br />
7 Zie on<strong>de</strong>r meer <strong>de</strong> discussie omtrent <strong>de</strong> voorstellen van In ‘t Veld, <strong>de</strong> Volkskrant 17-08-2000; zie<br />
ver<strong>de</strong>r F. Leijnse (1999), De ver<strong>markt</strong><strong>in</strong>g van het on<strong>de</strong>rwijs. TH&MA, nr. 1.<br />
8 Overigens is op dit punt <strong>in</strong>mid<strong>de</strong>ls sprake van een kenter<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> opvatt<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong> bew<strong>in</strong>dslie<strong>de</strong>n,<br />
getuige on<strong>de</strong>r meer <strong>de</strong> recente beleidsbrief <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> stell<strong>in</strong>g, o.c.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 107
108<br />
Om een aantal re<strong>de</strong>nen kan ervoor wor<strong>de</strong>n gekozen <strong>de</strong> w<strong>in</strong>st apart te zetten. Te <strong>de</strong>nken<br />
valt aan een afzon<strong>de</strong>rlijke sticht<strong>in</strong>g, ook wel steunsticht<strong>in</strong>g genoemd, of een verenig<strong>in</strong>g<br />
‘Vrien<strong>de</strong>n van ... ’. Dan is <strong>in</strong> ie<strong>de</strong>r geval een goed on<strong>de</strong>rscheid mogelijk tussen een<br />
vermogen opgebouwd uit publieke mid<strong>de</strong>len - dat is bedoeld om <strong>de</strong> cont<strong>in</strong>uïteit van <strong>de</strong><br />
rechtspersoon en <strong>de</strong> daardoor <strong>in</strong> stand gehou<strong>de</strong>n scholen te waarborgen <strong>in</strong> <strong>de</strong> tijd - en<br />
een vermogen opgebouwd uit private mid<strong>de</strong>len dat ter vrije beschikk<strong>in</strong>g staat van het<br />
bevoegd gezag. Een <strong>de</strong>rgelijk vermogen kan ook bij fusies zo nodig buiten <strong>de</strong> overdracht<br />
blijven.<br />
Instell<strong>in</strong>gen zon<strong>de</strong>r rechtspersoonlijkheid moeten het doen met uitsluitend publieke<br />
mid<strong>de</strong>len. Daar staat tegenover dat faillissement bij <strong>de</strong>rgelijke scholen door <strong>de</strong> overheid<br />
wordt afge<strong>de</strong>kt. Om dit type scholen vergelijkbare mogelijkhe<strong>de</strong>n qua bested<strong>in</strong>gsvrijheid<br />
te geven als scholen met rechtspersoonlijkheid is s<strong>in</strong>ds 1985 evenwel fondsvorm<strong>in</strong>g<br />
mogelijk <strong>in</strong> het basison<strong>de</strong>rwijs. In <strong>de</strong> Wet op het basison<strong>de</strong>rwijs (later <strong>de</strong> Wet op het<br />
primair on<strong>de</strong>rwijs) 9 is <strong>de</strong> mogelijkheid geschapen voor het reserveren van bedragen voor<br />
openbare scholen door mid<strong>de</strong>l van fondsvorm<strong>in</strong>g uit <strong>de</strong> rijksvergoed<strong>in</strong>g. Hierdoor kan<br />
het bevoegd gezag van het openbaar on<strong>de</strong>rwijs eenzelf<strong>de</strong> bested<strong>in</strong>gsbeleid voeren als<br />
het bevoegd gezag van een bijzon<strong>de</strong>re school; bijvoorbeeld ten aanzien van <strong>de</strong> <strong>in</strong>zet van<br />
specialistisch personeel. In het voortgezet on<strong>de</strong>rwijs bestaat een vergelijkbare regel<strong>in</strong>g. 10<br />
3.2 VRIJWILLIGE OUDERBIJDRAGEN IN HET PRIMAIR EN HET VOORTGEZET ONDERWIJS<br />
Een twee<strong>de</strong> bron van extra <strong>in</strong>komsten voor scholen vormen <strong>de</strong> vrijwillige ou<strong>de</strong>rbijdragen<br />
die basisscholen en scholen voor voortgezet on<strong>de</strong>rwijs vragen. Voor het grootste <strong>de</strong>el<br />
wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong>ze mid<strong>de</strong>len <strong>in</strong>gezet voor specifieke activiteiten als schoolreisjes en <strong>de</strong>rgelijken.<br />
Omdat twijfel bestond over het vrijwillige karakter <strong>in</strong> een aantal gevallen en door <strong>de</strong><br />
beroer<strong>in</strong>g over het feit dat enkele scholen relatief hoge bijdragen vragen, zijn <strong>de</strong> wettelijke<br />
regels voor <strong>de</strong> vrijwillige ou<strong>de</strong>rbijdrage <strong>in</strong> 1997 aangescherpt. Zo geldt <strong>de</strong> vrijwillige<br />
bijdrage slechts voor één jaar en moet vooraf dui<strong>de</strong>lijk zijn wat <strong>de</strong> hoogte van <strong>de</strong><br />
bijdrage is en voor welke doelen <strong>de</strong>ze zal wor<strong>de</strong>n aangewend. Toelat<strong>in</strong>g van een leerl<strong>in</strong>g<br />
tot <strong>de</strong> school mag niet afhankelijk zijn van <strong>de</strong> bereidheid bij te dragen. Evenals voor <strong>de</strong><br />
w<strong>in</strong>st uit eigen vermogen geldt dat <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rbijdragen alleen mogen wor<strong>de</strong>n besteed aan<br />
extra’s, dat wil zeggen: niet ten behoeve van het primaire proces mogen wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong>gezet.<br />
Gelet op <strong>de</strong> beperkte duur van <strong>de</strong> afspraak over (<strong>de</strong> hoogte van) <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rbijdrage<br />
bestaat b<strong>in</strong>nen on<strong>de</strong>rwijsorganisaties enige zorg over <strong>de</strong> mogelijkheid dat scholen <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
verleid<strong>in</strong>g zou<strong>de</strong>n kunnen komen om, eventueel op verzoek van <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs, ou<strong>de</strong>rbijdragen<br />
te beste<strong>de</strong>n voor doelen die lange termijn verplicht<strong>in</strong>gen met zich mee kunnen<br />
brengen. Zo raadt <strong>de</strong> Verenig<strong>in</strong>g voor Openbaar <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> scholen aan zich bijvoorbeeld<br />
bij <strong>de</strong> aanstell<strong>in</strong>g van extra personeel niet van <strong>de</strong>ze bijdragen afhankelijk te maken. 11<br />
De m<strong>in</strong>ister <strong>de</strong>elt <strong>de</strong>ze ongerustheid blijkbaar niet. 12<br />
9 Artikel 144.<br />
10 Artikel 96 i Wvo.<br />
11 De Volkskrant, 18-08-2000, 24-08-2000.<br />
12 Zie het <strong>in</strong>terview met <strong>de</strong> m<strong>in</strong>ister <strong>in</strong> <strong>de</strong> Volkskrant van 18-08-2000 on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> kop ‘Ou<strong>de</strong>rs mogen geld <strong>in</strong><br />
school steken’; zie ver<strong>de</strong>r <strong>de</strong> Rijksbegrot<strong>in</strong>g 2000 en <strong>de</strong> beleidsbrief <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> stell<strong>in</strong>g.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
3.3 SPONSORING IN HET PRIMAIR EN VOORTGEZET ONDERWIJS<br />
Bij sponsor<strong>in</strong>g gaat het om geld, goe<strong>de</strong>ren of diensten die een sponsor verstrekt aan enige<br />
geled<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> school, waarvoor <strong>de</strong> sponsor een tegenprestatie verlangt waarmee leerl<strong>in</strong>gen<br />
of hun ou<strong>de</strong>rs <strong>in</strong> schoolverband wor<strong>de</strong>n geconfronteerd. Bij sponsor<strong>in</strong>g kan bijvoorbeeld<br />
gedacht wor<strong>de</strong>n aan: gesponsor<strong>de</strong> lesmaterialen, advertenties, uit<strong>de</strong>len van producten,<br />
sponsoren van activiteiten of sponsoren van gebouw/<strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g/apparatuur.<br />
Tussen staatssecretaris A<strong>de</strong>lmund van OCenW en vijftien organisaties die vanuit on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<br />
posities bij dit on<strong>de</strong>rwerp betrokken zijn, is beg<strong>in</strong> 1997 een convenant<br />
getekend. 13 Het convenant heeft een looptijd van vijf jaar. In 2001 v<strong>in</strong>dt <strong>de</strong> evaluatie<br />
plaats. In 1999 heeft een tussentijdse kwantitatieve <strong>in</strong>ventarisatie plaatsgevon<strong>de</strong>n<br />
waarover schriftelijk overleg met <strong>de</strong> Twee<strong>de</strong> Kamer is gevoerd. 14<br />
Het doel van het convenant is te bevor<strong>de</strong>ren dat scholen op een verantwoor<strong>de</strong> en zorgvuldige<br />
manier met sponsor<strong>in</strong>g omgaan als ze daarmee te maken krijgen. Het reikt een aantal<br />
uitgangspunten aan voor het sponsorbeleid en voor <strong>de</strong> discussie daarover die b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong><br />
school en tussen <strong>de</strong> school en haar omgev<strong>in</strong>g plaatsv<strong>in</strong>dt. Partijen hebben zich ertoe<br />
gebon<strong>de</strong>n zich <strong>in</strong> te spannen dat <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n actoren die uitgangspunten hanteren:<br />
sponsor<strong>in</strong>g moet verenigbaar zijn met <strong>de</strong> pedagogische en on<strong>de</strong>rwijskundige taak en<br />
doelstell<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> school, het mag niet <strong>de</strong> objectiviteit, betrouwbaarheid en onafhankelijkheid<br />
van on<strong>de</strong>rwijs en scholen <strong>in</strong> gevaar brengen, en het mag niet <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>houd<br />
en/of <strong>de</strong> cont<strong>in</strong>uïteit van het on<strong>de</strong>rwijs beïnvloe<strong>de</strong>n, of <strong>in</strong> strijd zijn met het on<strong>de</strong>rwijsaanbod<br />
en <strong>de</strong> kwalitatieve eisen die <strong>de</strong> school aan het on<strong>de</strong>rwijs stelt. Belangrijk is, ook<br />
hier, dat het primaire on<strong>de</strong>rwijsproces niet afhankelijk mag zijn van sponsormid<strong>de</strong>len.<br />
De staatssecretaris is van men<strong>in</strong>g dat scholen van overheidswege een toereiken<strong>de</strong> bekostig<strong>in</strong>g<br />
ontvangen. De Kamer spreekt <strong>de</strong>salniettem<strong>in</strong> haar zorgen uit over het feit dat veel<br />
scholen aangeven dat sponsorbedragen van essentieel belang zijn voor het dagelijkse<br />
lesgeven en niet, zoals <strong>de</strong> bedoel<strong>in</strong>g is, als extraatje gel<strong>de</strong>n. 15 De staatssecretaris v<strong>in</strong>dt dat<br />
scholen niet afhankelijk mogen wor<strong>de</strong>n van sponsor<strong>in</strong>g. Bij <strong>de</strong> evaluatie van het<br />
sponsor<strong>in</strong>gconvenant komt dit aspect na<strong>de</strong>r aan <strong>de</strong> or<strong>de</strong>.<br />
3.4 CONTRACTACTIVITEITEN<br />
Contractactiviteiten zijn activiteiten die <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen buiten het normale<br />
on<strong>de</strong>rwijsprogramma om verrichten, bijvoorbeeld <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van cursussen voor<br />
<strong>in</strong>dividuele personen en bedrijven. In het HBO gaat het tevens om kort praktisch on<strong>de</strong>rzoek<br />
en adviser<strong>in</strong>g, <strong>in</strong> het WO om contractresearch en adviser<strong>in</strong>g.<br />
Er dient adm<strong>in</strong>istratief een formele scheid<strong>in</strong>g te zijn, <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van een afzon<strong>de</strong>rlijke<br />
rechtspersoon, tussen enerzijds <strong>de</strong> <strong>in</strong>zet en opbrengsten van contractactiviteiten en an<strong>de</strong>rzijds<br />
<strong>de</strong> <strong>in</strong>zet met <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>len die via bekostig<strong>in</strong>g zijn verkregen. In <strong>de</strong> statuten van een<br />
<strong>de</strong>rgelijke rechtspersoon kan wor<strong>de</strong>n bepaald dat <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>len die via contractactiviteiten<br />
wer<strong>de</strong>n verworven ten goe<strong>de</strong> komen aan <strong>de</strong> oprichter, <strong>in</strong> casu <strong>de</strong> reguliere <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g.<br />
13 Gepubliceerd <strong>in</strong> OCenW-regel<strong>in</strong>gen 7/8 van 19 maart 1997. De organisaties <strong>in</strong> kwestie zijn:<br />
Besturenraad PCO, Consumentenbond, Groep Educatieve Uitgeverijen, LAKS, LOBO, LVGS, NKO, OUDERS<br />
& CO, Sticht<strong>in</strong>g Stuurgroep Reclame, VBKO, VBS, VNG/VOS, VOO en VVO.<br />
14 Verslag van het schriftelijke overleg <strong>in</strong> TK 26 8000 VIII, nr. 102.; vastgesteld 25 april 2000.<br />
15 Rotterdams Dagblad, 28-09-2000.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 109
110<br />
3.5 OPERATIONELE ACTIVITEITEN<br />
Hiertoe wor<strong>de</strong>n gerekend het verwerven van <strong>in</strong>komsten uit verhuur, kant<strong>in</strong>e-exploitatie,<br />
verkoop van afgeschreven <strong>in</strong>ventaris, verkoop van syllabi en verhuur en verkoop van<br />
apparatuur.<br />
3.6 SPECIFIEKE FINANCIERING<br />
Volledigheidshalve moet wor<strong>de</strong>n vermeld dat naast <strong>de</strong> reguliere overheidsbekostig<strong>in</strong>g<br />
publieke mid<strong>de</strong>len voor zeer uiteenlopen<strong>de</strong> doelen en op verschillen<strong>de</strong> wijzen aan het<br />
on<strong>de</strong>rwijs beschikbaar wor<strong>de</strong>n gesteld. Genoemd kunnen wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong> gel<strong>de</strong>n die via <strong>de</strong><br />
verzorg<strong>in</strong>gsstructuur van rijks- en gemeentewege wor<strong>de</strong>n verstrekt, naschol<strong>in</strong>gsgel<strong>de</strong>n,<br />
en mid<strong>de</strong>len uit het vervang<strong>in</strong>gsfonds.<br />
Een bron van <strong>in</strong>komsten vormen eveneens subsidies krachtens <strong>de</strong> Wet overige OCenWsubsidies.<br />
Hierbij gaat het om on<strong>de</strong>rwijs(vernieuw<strong>in</strong>gs)activiteiten die passen <strong>in</strong> het<br />
reger<strong>in</strong>gsbeleid <strong>in</strong>zake het on<strong>de</strong>rwijs, het on<strong>de</strong>rzoek en <strong>de</strong> cultuur die naar het oor<strong>de</strong>el<br />
van <strong>de</strong> m<strong>in</strong>ister niet uit <strong>de</strong> lump sum betaald behoeven te wor<strong>de</strong>n en waaraan hij bovendien<br />
specifieke voorwaar<strong>de</strong>n kan stellen. Een voorbeeld van subsidiër<strong>in</strong>g via <strong>de</strong>ze wet<br />
zijn <strong>de</strong> vernieuw<strong>in</strong>gsprojecten <strong>in</strong> het ka<strong>de</strong>r van Educatief Partnerschap (eerste- en<br />
twee<strong>de</strong>graads lerarenopleid<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> het HBO). In dit ka<strong>de</strong>r zijn <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gsspecifieke<br />
projecten van belang, zoals <strong>in</strong>formatie- en communicatietechnologie, expertisecentra en<br />
samenwerk<strong>in</strong>g met scholen, die primair beogen kwaliteitsverbeter<strong>in</strong>g tot stand te<br />
brengen. Deze mid<strong>de</strong>len zijn geoormerkt, maar <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen kunnen zulke projecten ook<br />
gebruiken als profiler<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>strument <strong>in</strong> <strong>de</strong> concurrentiestrijd om <strong>de</strong> stu<strong>de</strong>nt.<br />
4 Omvang en oorsprong van f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>gsbronnen <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk<br />
In <strong>de</strong>ze paragraaf wordt een beknopt overzicht gegeven van <strong>in</strong>komsten en uitgaven<br />
(peiljaar 1998) <strong>in</strong> <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>rwijssectoren, waarbij uiteenlopen<strong>de</strong> f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>gsbronnen<br />
aan <strong>de</strong> or<strong>de</strong> komen en een <strong>in</strong>druk verkregen wordt van <strong>de</strong> verhoud<strong>in</strong>g<br />
tussen publieke mid<strong>de</strong>len en extra <strong>in</strong>komsten. 16 Doel ervan is na te gaan <strong>in</strong> hoeverre<br />
on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen via het aanboren van aanvullen<strong>de</strong> bronnen <strong>de</strong> f<strong>in</strong>anciële mid<strong>de</strong>len<br />
kunnen verwerven die nodig zijn voor profiler<strong>in</strong>g en concurrentie - dan wel voor het<br />
oplossen van f<strong>in</strong>anciële tekorten bij <strong>de</strong> reguliere taakuitoefen<strong>in</strong>g.<br />
In het primair on<strong>de</strong>rwijs v<strong>in</strong>dt overheidsf<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g plaats via een <strong>de</strong>claratiesysteem (en<br />
niet, <strong>in</strong> tegenstell<strong>in</strong>g tot wat <strong>in</strong> <strong>de</strong> overige sectoren het geval is, via een lump-sum<br />
systeem). 17 De <strong>in</strong>komsten voor materieel en personeel bedragen <strong>in</strong> totaal (exclusief het<br />
16 De <strong>in</strong>formatie over het primair en het voortgezet on<strong>de</strong>rwijs is ontleend aan het document<br />
F<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>gsstromen <strong>in</strong> het primair on<strong>de</strong>rwijs en het voortgezet on<strong>de</strong>rwijs van het Centraal<br />
Planbureau (Den Haag, maart 2000). Die voor <strong>de</strong> BVE-sector en het hoger on<strong>de</strong>rwijs aan <strong>de</strong> brief van<br />
<strong>de</strong> m<strong>in</strong>ister van OCenW aan <strong>de</strong> Twee<strong>de</strong> Kamer d.d. 9 november 2000 (WJZ/2000/40527) <strong>in</strong>zake autonomievergrot<strong>in</strong>g<br />
en <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs.<br />
17 Het on<strong>de</strong>rscheid is relevant voor <strong>de</strong> wijze van bereken<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> bedragen voor <strong>de</strong> on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>len personeel<br />
en exploitatie. De <strong>de</strong>claratiesystematiek houdt ook <strong>in</strong> dat scholen niet tussen <strong>de</strong> kostenposten<br />
materieel en personeel kunnen schuiven, wat hun f<strong>in</strong>anciële han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gsvrijheid ook beperkt.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
speciaal on<strong>de</strong>rwijs) 8256 miljoen. Afgezien van <strong>de</strong>ze publieke mid<strong>de</strong>len voor specifieke<br />
doelen zijn er daarnaast <strong>in</strong>komsten uit, <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste plaats, <strong>de</strong> vrijwillige ou<strong>de</strong>rbijdragen<br />
(circa 220 miljoen). 18<br />
Ver<strong>de</strong>r komen mid<strong>de</strong>len beschikbaar via sponsor<strong>in</strong>g, verhuur van lokalen, schenk<strong>in</strong>gen en<br />
s<strong>in</strong>ds enige jaren rente-opbrengsten uit opgebouw<strong>de</strong> reserves. De totale omvang hiervan<br />
is onbekend. Een opmerkelijk voorbeeld van schenk<strong>in</strong>g betreft die van KPN aan een basisschool<br />
<strong>in</strong> De Bilt ten bedrage van ongeveer 2 miljoen gul<strong>de</strong>n ten behoeve van <strong>de</strong> aanschaf<br />
van computerapparatuur en <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g om <strong>de</strong> apparatuur te kunnen gebruiken.<br />
Maatschappelijke overweg<strong>in</strong>gen zou<strong>de</strong>n hieraan ten grondslag liggen. De enige<br />
voorwaar<strong>de</strong> die werd gesteld was dat ook an<strong>de</strong>re scholen uit De Bilt toegang zou<strong>de</strong>n<br />
moeten hebben tot <strong>de</strong> apparatuur. De m<strong>in</strong>ister liet weten dat het ie<strong>de</strong>reen vrij staat giften<br />
aan scholen te doen.<br />
Het totaal aan extra <strong>in</strong>komsten zal niet al te ver uitkomen boven <strong>de</strong> 220 miljoen die via<br />
<strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rbijdragen b<strong>in</strong>nenkomen. Scholen geven bijvoorbeeld over sponsor<strong>in</strong>g aan dat het<br />
bedrijfsleven <strong>in</strong> het algemeen niet zo vrijgevig is. 19 Wat <strong>de</strong> uitgaven betreft die scholen<br />
voor primair on<strong>de</strong>rwijs op grond van <strong>de</strong> extra <strong>in</strong>komsten doen, is <strong>de</strong> veron<strong>de</strong>rstell<strong>in</strong>g dat<br />
die <strong>de</strong> doelen betreffen die <strong>in</strong> overeenstemm<strong>in</strong>g zijn met <strong>de</strong> voorwaar<strong>de</strong>n waaron<strong>de</strong>r<br />
vrijwillige ou<strong>de</strong>rbijdragen wor<strong>de</strong>n geïnd dan wel sponsor<strong>in</strong>g wordt overeengekomen.<br />
In het voortgezet on<strong>de</strong>rwijs is sprake van een lump-sum systeem. Het totale bedrag dat<br />
aan <strong>de</strong> scholen is toegekend bedraagt 7284 miljoen. De mogelijkhe<strong>de</strong>n die scholen voor<br />
voortgezet on<strong>de</strong>rwijs hebben om extra <strong>in</strong>komsten te verwerven, komen overeen met die<br />
voor het primair on<strong>de</strong>rwijs, zij het dat <strong>in</strong> verband met <strong>de</strong> schaalgrootte <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n<br />
wat ruimer zijn. Bovendien zijn contractactiviteiten mogelijk. Beperken<strong>de</strong> voorwaar<strong>de</strong>n<br />
zijn dat kosten<strong>de</strong>kken<strong>de</strong> tarieven moeten wor<strong>de</strong>n gehanteerd en dat het totaal bedrag aan<br />
<strong>in</strong>komsten uit contractactiviteiten lager moet zijn dan <strong>de</strong> rijksvergoed<strong>in</strong>g die <strong>de</strong> school<br />
voor het normale on<strong>de</strong>rwijs ontvangt.<br />
Het totaalbedrag aan vrijwillige ou<strong>de</strong>rbijdragen <strong>in</strong> het voortgezet on<strong>de</strong>rwijs wordt door<br />
het CPB geschat op 290 miljoen, <strong>de</strong> rente-opbrengst uit reserves op 50 miljoen. De <strong>in</strong>komsten<br />
uit verhuur, kant<strong>in</strong>e-exploitatie en verkoop van afgeschreven <strong>in</strong>ventaris wor<strong>de</strong>n op<br />
grond van enkele rapporten geschat op <strong>in</strong> totaal 85 miljoen. 20<br />
De s<strong>in</strong>ds 1989 bestaan<strong>de</strong> mogelijkheid voor VO-scholen om contractactiviteiten uit te<br />
voeren lever<strong>de</strong> volgens het CPB, blijkens gegevens van Cfi, <strong>in</strong> 1997 5 miljoen op.<br />
Over <strong>de</strong> <strong>in</strong>komsten uit sponsor<strong>in</strong>g en schenk<strong>in</strong>gen zijn geen gegevens bekend.<br />
Blijkens het CPB-rapport wor<strong>de</strong>n overschotten uit <strong>de</strong> diverse <strong>in</strong>komstenbronnen gebruikt<br />
voor reservevorm<strong>in</strong>g. Blijkens het eer<strong>de</strong>r genoem<strong>de</strong> Evaluatierapport BSM bedroeg <strong>de</strong><br />
omvang van <strong>de</strong> reserver<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> perio<strong>de</strong> 1992-1994 <strong>in</strong> totaal 210 miljoen. In het ka<strong>de</strong>r<br />
van dit artikel is het <strong>in</strong>teressant om vast te stellen hoe <strong>de</strong> scholen daarbij te werk gaan.<br />
Aangenomen mag wor<strong>de</strong>n dat <strong>in</strong> <strong>de</strong> regel traditionele metho<strong>de</strong>n (zoals spaarreken<strong>in</strong>gen)<br />
wor<strong>de</strong>n gebruikt. Een niet-traditionele weg bewan<strong>de</strong>l<strong>de</strong>n enkele scholen door te beleggen<br />
<strong>in</strong> risicovolle aan<strong>de</strong>len. In 1999 g<strong>in</strong>g het om een bedrag van 523 miljoen. 21 In het<br />
algemeen zijn <strong>de</strong> belegg<strong>in</strong>gen succesvol, maar <strong>in</strong> een enkel geval moest een school het<br />
18 Inspectie van het <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> (1995), Ou<strong>de</strong>rbijdrage <strong>in</strong> het basison<strong>de</strong>rwijs. De Meern: Inspectie van het<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>. Inspectierapport nr. 1995-4.<br />
19 Algemeen Dagblad, 02-10-2000.<br />
20 Evaluatierapport BSM, OCenW, 1997 (Opm.: BSM=Bekostig<strong>in</strong>gstelsel materieel) en Reservebehoefte<br />
bepal<strong>in</strong>g voor 50 scholen, Van Dongen, Ne<strong>de</strong>rlands Economisch Instituut, juni 1996. Het gaat hier om<br />
gegevens uit verschillen<strong>de</strong> jaren. Het CPB neemt aan dat <strong>de</strong> bedragen ook voor 1998 gel<strong>de</strong>n.<br />
21 De Telegraaf, 15-09-2000.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 111
112<br />
boekjaar 1999 afsluiten met een verlies van f 131.000. In verband hiermee wordt vanuit<br />
<strong>de</strong> Twee<strong>de</strong> Kamer aangedrongen op het uitvaardigen van richtlijnen van <strong>de</strong> kant van <strong>de</strong><br />
overheid om <strong>de</strong> risico’s van beleggen te beperken. De m<strong>in</strong>ister heeft dit toegezegd, maar<br />
wil wachten op richtlijnen die <strong>de</strong> gehele overheid en <strong>de</strong> daaraan verbon<strong>de</strong>n organisaties<br />
betreffen.<br />
Er bestaan ten slotte <strong>in</strong>dicaties dat een groot <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> vrijwillige ou<strong>de</strong>rbijdragen (100<br />
miljoen) wordt benut voor materiële uitgaven. 22<br />
De ROC’s hebben <strong>in</strong> 1998 gezamenlijk aan <strong>in</strong>komsten uit private (of contract-) activiteiten<br />
197 miljoen gegenereerd op een omzet van 4482 miljoen. Het gaat dus om 4,4% van <strong>de</strong><br />
totale omzet. Ten opzichte van 1997 is sprake van een toename van contractactiviteiten<br />
met 13%.<br />
Deze activiteiten behelzen vooral omschol<strong>in</strong>gstrajecten en kortlopen<strong>de</strong> cursussen.<br />
Daaron<strong>de</strong>r wordt ook gerekend <strong>de</strong>tacher<strong>in</strong>g van docenten bij an<strong>de</strong>re <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen.<br />
Volgens <strong>de</strong> m<strong>in</strong>ister heeft <strong>de</strong> <strong>in</strong>tensieve samenwerk<strong>in</strong>g met het beroepenveld niet alleen<br />
een positieve werk<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> kwaliteit van het on<strong>de</strong>rwijs, maar ook op <strong>de</strong> kwaliteit en <strong>de</strong><br />
motivatie van het docentencorps. 23 Het bevor<strong>de</strong>rt <strong>de</strong> beroepsgerichtheid van het on<strong>de</strong>rwijs.<br />
De BVE-<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen kunnen met private activiteiten hun opdracht tot toegankelijkheid<br />
voor <strong>de</strong>elnemers en an<strong>de</strong>re partijen <strong>in</strong> <strong>de</strong> regio ver<strong>de</strong>r <strong>in</strong>vullen.<br />
De <strong>in</strong>tensieve samenwerk<strong>in</strong>g met het beroepenveld <strong>in</strong> het ka<strong>de</strong>r van dualiser<strong>in</strong>g van<br />
opleid<strong>in</strong>gen en <strong>de</strong> taak van <strong>de</strong> ROC’s <strong>in</strong> het ka<strong>de</strong>r van <strong>de</strong> educatie vraagt, zoals ook <strong>in</strong><br />
het HBO wordt bepleit (zie hierna), een flexibele <strong>in</strong>zet van mid<strong>de</strong>len van verschillen<strong>de</strong><br />
orig<strong>in</strong>e.<br />
De hogescholen hebben op een omzet van 3688 miljoen <strong>in</strong>komsten uit private activiteiten<br />
gegenereerd ten bedrage van 236 miljoen (6,4%). Ten opzichte van 1997 is sprake van<br />
een stijg<strong>in</strong>g van private activiteiten met 17%. Evenals <strong>in</strong> <strong>de</strong> BVE-sector gaat het vooral om<br />
omschol<strong>in</strong>gstrajecten en kortlopen<strong>de</strong> cursussen, maar daarnaast ook om congressen en<br />
<strong>in</strong>ternationale activiteiten. Ook voor het HBO wordt van <strong>de</strong> <strong>in</strong>tensieve samenwerk<strong>in</strong>g een<br />
positieve werk<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> kwaliteit van het on<strong>de</strong>rwijs verwacht. Bij dit kwaliteitsbegrip<br />
moet niet alleen wor<strong>de</strong>n gedacht aan (<strong>in</strong>tern gerichte) on<strong>de</strong>rwijskwaliteit, maar ook aan<br />
het (extern gerichte) verbeteren van <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n voor afnemers om gebruik te<br />
maken van <strong>de</strong> voorzien<strong>in</strong>gen. Daarnaast leveren <strong>de</strong> hogescholen op die wijze een<br />
bijdrage aan <strong>de</strong> wettelijke taak tot kennisoverdracht aan <strong>de</strong> maatschappij.<br />
Op grond van <strong>de</strong> rol die hogescholen (moeten) spelen op het terre<strong>in</strong> van we<strong>de</strong>rkerend<br />
leren (om-, her-, bij- en opschol<strong>in</strong>g), toegepast on<strong>de</strong>rzoek en adviser<strong>in</strong>g, <strong>in</strong> welke gevallen<br />
maatwerk noodzakelijk is, is er b<strong>in</strong>nen het HBO een roep om een an<strong>de</strong>re bena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g<br />
en regelgev<strong>in</strong>g dan <strong>de</strong> overheid voor ogen stond toen het hoger on<strong>de</strong>rwijsstelsel werd<br />
ontworpen. Het wordt wenselijk geacht een grotere samenhang (synergie) aan te brengen<br />
tussen het traditionele on<strong>de</strong>rwijs en <strong>de</strong> meer <strong>markt</strong>gerichte activiteiten. Door samenhang<br />
aan te brengen neemt <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong> afzon<strong>de</strong>rlijke activiteiten toe. Zeker nu <strong>de</strong><br />
overheid niet voor toereiken<strong>de</strong> bekostig<strong>in</strong>g zorgt, moet zij <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen <strong>de</strong> ruimte<br />
geven als hybri<strong>de</strong> organisaties te opereren - als taak- en als <strong>markt</strong>gerichte organisatie. 24<br />
Interessant is <strong>in</strong> dit verband <strong>de</strong> opmerk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> dit artikel dat er bij private aanbie<strong>de</strong>rs op<br />
22 Uit het rapport Materiële exploitatiekosten van het voortgezet on<strong>de</strong>rwijs (mei 1994) van het NEI blijkt<br />
dat scholen <strong>in</strong> het beg<strong>in</strong> van <strong>de</strong> jaren negentig circa 10% van <strong>de</strong> materiële kosten <strong>de</strong>kken uit ou<strong>de</strong>rbijdragen.<br />
Als dat <strong>in</strong> 1998 nog steeds het geval zou zijn, zou dit een bedrag van 100 miljoen betekenen.<br />
23 Zie <strong>de</strong> <strong>in</strong> noot 16 genoem<strong>de</strong> m<strong>in</strong>isteriële brief aan <strong>de</strong> Twee<strong>de</strong> Kamer.<br />
24 F. Leijnse, o.c.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
<strong>de</strong> kennis<strong>markt</strong> geen vrees hoeft te bestaan voor concurrentievervals<strong>in</strong>g bij <strong>de</strong><br />
bekostig<strong>de</strong> hogescholen doordat <strong>de</strong>ze overheidsgel<strong>de</strong>n gebruiken ter subsidiër<strong>in</strong>g van<br />
hun <strong>markt</strong>activiteiten. Volgens <strong>de</strong> schrijver is er geen sprake van kruisbestuiv<strong>in</strong>g <strong>in</strong> die<br />
z<strong>in</strong> om <strong>de</strong> simpele re<strong>de</strong>n dat <strong>de</strong> overheidsf<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g <strong>de</strong> kosten van <strong>de</strong> primaire activiteiten<br />
nauwelijks <strong>de</strong>kt. Er zal volgens hem veeleer sprake zijn van kruisbestuiv<strong>in</strong>g <strong>in</strong><br />
omgekeer<strong>de</strong> richt<strong>in</strong>g. Kosten<strong>de</strong>kkendheid van <strong>markt</strong>activiteiten zal steeds meer gebo<strong>de</strong>n<br />
zijn om bij voorbeeld <strong>in</strong>itiële opleid<strong>in</strong>gen <strong>in</strong>tern te subsidiëren.<br />
De universiteiten hebben <strong>in</strong> 1998 gezamenlijk aan baten uit <strong>de</strong> <strong>de</strong>r<strong>de</strong> geldstroom een<br />
bedrag van 1734 miljoen gerealiseerd bij een omzet van 7409 miljoen. Dit is 23,4% van<br />
<strong>de</strong> totale omzet. Ten opzichte van 1997 is sprake van een stijg<strong>in</strong>g met 5%. Genoem<strong>de</strong><br />
baten vloeien hoofdzakelijk voort uit contractresearch, co-f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g van on<strong>de</strong>rzoek,<br />
contracton<strong>de</strong>rwijs en <strong>in</strong>komsten uit operationele activiteiten zoals verkoop van syllabi en<br />
verhuur en verkoop van apparatuur. De m<strong>in</strong>ister ziet <strong>de</strong> omvang van <strong>de</strong> contractactiviteiten<br />
als een <strong>in</strong>dicator voor het niveau van <strong>de</strong> kennisoverdracht van het WO naar bedrijven,<br />
overhe<strong>de</strong>n en an<strong>de</strong>re belangstellen<strong>de</strong>n.<br />
Een aantal ontwikkel<strong>in</strong>gen doet <strong>de</strong> druk toenemen om, evenals <strong>in</strong> het HBO, te streven<br />
naar een nieuw concept voor <strong>de</strong> universiteit als hybri<strong>de</strong> organisatie waar<strong>in</strong> traditionele<br />
taken en markgerichte activiteiten <strong>in</strong> een maximale synergie samengaan: <strong>de</strong> toenemen<strong>de</strong><br />
maatschappelijke roep om participatie van universiteiten <strong>in</strong> maatschappelijke vraagstukken,<br />
<strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n voor bedrijven om <strong>de</strong> universiteiten op het terre<strong>in</strong> van on<strong>de</strong>rwijs<br />
en on<strong>de</strong>rzoek serieus te beconcurreren, en ontwikkel<strong>in</strong>gen op het terre<strong>in</strong> van <strong>de</strong> <strong>in</strong>formatie-<br />
en communicatietechnologie die grote <strong>in</strong>vloed hebben op het kennisdome<strong>in</strong> en <strong>de</strong><br />
wijze van omgaan daarmee, <strong>de</strong> gevolgen van een gewijzig<strong>de</strong> overheidsbena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van<br />
het (hoger) on<strong>de</strong>rwijsbestel. 25<br />
Conclu<strong>de</strong>rend: <strong>in</strong> het algemeen zullen <strong>de</strong> <strong>in</strong>komsten die on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen via alternatieve<br />
f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>gsbronnen verwerven, geen al te groot aan<strong>de</strong>el van hun totale <strong>in</strong>komsten<br />
vormen. Er zijn <strong>in</strong>dicaties dat <strong>de</strong> extra <strong>in</strong>komsten ternauwernood opwegen tegen <strong>de</strong><br />
tekorten die <strong>in</strong> achtereenvolgen<strong>de</strong> bezu<strong>in</strong>ig<strong>in</strong>gsjaren optra<strong>de</strong>n. De verwacht<strong>in</strong>g is dan<br />
ook dat <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen we<strong>in</strong>ig ruimte hebben om f<strong>in</strong>ancieel <strong>in</strong> profiler<strong>in</strong>g ter versterk<strong>in</strong>g van<br />
<strong>de</strong> <strong>markt</strong>positie te <strong>in</strong>vesteren.<br />
5 Het overheidsbeleid<br />
In <strong>de</strong> beleidsbrief Sterke <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen, verantwoor<strong>de</strong>lijke overheid merken <strong>de</strong> bew<strong>in</strong>dslie<strong>de</strong>n<br />
van OCenW op dat van publiek gef<strong>in</strong>ancier<strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen tegenwoordig on<strong>de</strong>rnem<strong>in</strong>gslust<br />
wordt verwacht, ongeacht of het gaat om een school voor primair on<strong>de</strong>rwijs of<br />
om een universiteit. 26 Naar hun men<strong>in</strong>g veron<strong>de</strong>rstelt publiek on<strong>de</strong>rnemerschap ruimte<br />
om eigen keuzen te maken om hun maatschappelijke taak verantwoord vorm te kunnen<br />
geven. “Het betekent dat <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen kunnen meebeslissen over <strong>de</strong> bested<strong>in</strong>g van<br />
(publieke) mid<strong>de</strong>len, dat ze ruimte krijgen voor <strong>in</strong>novatie en profiler<strong>in</strong>g.”<br />
In <strong>de</strong> begrot<strong>in</strong>g 2001 wijzen <strong>de</strong> bew<strong>in</strong>dslie<strong>de</strong>n op het groeiend belang van private f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g<br />
<strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs. 27 Dit zou passen bij <strong>de</strong> behoefte van scholen en <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen om<br />
25 Mouwen, C.A.M. en S.C. van Bijsterveld, De hybri<strong>de</strong> universiteit, perspectief voor <strong>de</strong> 21e eeuw? TH&MA,<br />
Tijdschrift voor Hoger <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> en Management, jaargang 1999, nr. 1, februari 1999.<br />
26 M<strong>in</strong>isterie van <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>, Cultuur en Wetenschappen, Sterke <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen, verantwoor<strong>de</strong>lijke overheid,<br />
september 1999.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 113
114<br />
eigen voorkeuren tot uitdrukk<strong>in</strong>g te brengen. Uitgangspunt voor het kab<strong>in</strong>et is en blijft,<br />
aldus <strong>de</strong> bew<strong>in</strong>dslie<strong>de</strong>n, dat er voor ie<strong>de</strong>reen mogelijkhe<strong>de</strong>n moeten bestaan om met<br />
publieke f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g kwalitatief hoogwaardige opleid<strong>in</strong>gen te volgen tot en met een<br />
volwaardige opleid<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het hoger on<strong>de</strong>rwijs.<br />
“Gegeven dit uitgangspunt staat het kab<strong>in</strong>et verre van afwijzend tegenover <strong>de</strong><br />
belangstell<strong>in</strong>g om met privaat geld te <strong>in</strong>vesteren <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs. Zeker voor<br />
<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen van hoger on<strong>de</strong>rwijs en beroepson<strong>de</strong>rwijs moeten er ruimhartige<br />
mogelijkhe<strong>de</strong>n bestaan om op <strong>de</strong>ze groeien<strong>de</strong> behoefte aan opleid<strong>in</strong>g, bijschol<strong>in</strong>g<br />
en cursussen <strong>in</strong> het ka<strong>de</strong>r van ‘een leven lang leren’ <strong>in</strong> te spelen. Dat laat<br />
onverlet dat op het grensvlak tussen publieke en private f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g soms<br />
vragen en dilemma’s opkomen, hetzij over legitimiteit van <strong>de</strong> publieke f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g,<br />
dan wel over <strong>de</strong> ongewenste sociale effecten van private f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g. Bij dit<br />
laatste punt zijn nieuwe f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>gsarrangementen mogelijk, waarbij <strong>de</strong> vraagzij<strong>de</strong><br />
nadrukkelijker een rol speelt. Met name <strong>in</strong> het post-<strong>in</strong>itiële on<strong>de</strong>rwijs zijn<br />
eigen bijdragen van het <strong>in</strong>dividu (...) van belang.”<br />
In hun twee<strong>de</strong> beleidsbrief komen <strong>de</strong> bew<strong>in</strong>dslie<strong>de</strong>n op <strong>de</strong>ze kwestie terug. 28 Zij geven<br />
daarbij aan on<strong>de</strong>r welke voorwaar<strong>de</strong>n private f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g kan plaatsv<strong>in</strong><strong>de</strong>n. In <strong>de</strong> eerste<br />
plaats mag <strong>de</strong>ze het niveau van publieke bekostig<strong>in</strong>g, nodig om kwalitatief hoogwaardig<br />
en toegankelijk on<strong>de</strong>rwijs te bie<strong>de</strong>n, niet aantasten. Voorts moet het, <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs<br />
waarop <strong>de</strong> leerplicht van toepass<strong>in</strong>g is, gaan om vrijwillige bijdragen. Tot slot is transparantie<br />
van belang. Om te voorkomen dat <strong>in</strong> toenemen<strong>de</strong> mate private mid<strong>de</strong>len ten<br />
goe<strong>de</strong> komen aan on<strong>de</strong>rwijs buiten het publieke bestel moeten, aldus <strong>de</strong> bew<strong>in</strong>dslie<strong>de</strong>n,<br />
b<strong>in</strong>nen dat bestel geen wettelijke belemmer<strong>in</strong>gen wor<strong>de</strong>n opgeworpen tegen vrijwillige<br />
private f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g als aanvull<strong>in</strong>g op bekostig<strong>in</strong>g door <strong>de</strong> overheid. 29<br />
In <strong>de</strong> Twee<strong>de</strong> Kamer is uit vrees voor een mogelijke twee<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs terughou<strong>de</strong>nd<br />
op <strong>de</strong> opstell<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> bew<strong>in</strong>dslie<strong>de</strong>n gereageerd. De heersen<strong>de</strong> opvatt<strong>in</strong>g is<br />
dat <strong>de</strong> overheid garant moet staan voor kwalitatief goed on<strong>de</strong>rwijs dat voor ie<strong>de</strong>reen<br />
toegankelijk is.<br />
6 Conclusie<br />
Uit hetgeen <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorige hoofdstukken is beschreven komt naar voren dat, ondanks het<br />
gegeven dat het on<strong>de</strong>rwijs bestuursvormen kent die <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen vermogensrechtelijke<br />
zeggenschap bie<strong>de</strong>n, <strong>de</strong> juridische mogelijkhe<strong>de</strong>n voor scholen om gel<strong>de</strong>n <strong>in</strong> te zetten<br />
voor profiler<strong>in</strong>g en <strong>markt</strong>positioner<strong>in</strong>g beperkt zijn, zeker <strong>in</strong> primair en voortgezet on<strong>de</strong>rwijs.<br />
Hierbij komt dat ook <strong>de</strong> feitelijke f<strong>in</strong>anciële ruimte beperkt is. De van overheidswege<br />
verstrekte mid<strong>de</strong>len lijken te krap bemeten om een serieus profiler<strong>in</strong>gsbeleid te<br />
voeren. Ook <strong>de</strong> op an<strong>de</strong>re manieren verkregen mid<strong>de</strong>len zijn tot nu toe van zo’n beschei<strong>de</strong>n<br />
omvang dat die nu - en waarschijnlijk ook <strong>in</strong> <strong>de</strong> nabije toekomst - we<strong>in</strong>ig soelaas<br />
bie<strong>de</strong>n.<br />
27 M<strong>in</strong>isterie van <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>, Cultuur en Wetenschappen, Rijksbegrot<strong>in</strong>g 2001.<br />
28 M<strong>in</strong>isterie van <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>, Cultuur en Wetenschappen, <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> stell<strong>in</strong>g; kracht en creativiteit voor<br />
<strong>de</strong> kennissamenlev<strong>in</strong>g, november 2000.<br />
29 Het lijkt er op dat <strong>de</strong> bew<strong>in</strong>dslie<strong>de</strong>n uitgaan van éénricht<strong>in</strong>gsverkeer <strong>in</strong> die z<strong>in</strong> dat uitsluitend private<br />
mid<strong>de</strong>len wor<strong>de</strong>n aangewend ten behoeve het publiek bekostig<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs en on<strong>de</strong>rzoek, terwijl het<br />
omgekeer<strong>de</strong> - het gebruik van publieke mid<strong>de</strong>len voor privaat gef<strong>in</strong>ancier<strong>de</strong> activiteiten - geen punt<br />
van aandacht lijkt te zijn.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Gelet op <strong>de</strong> vele ontwikkel<strong>in</strong>gen die op het on<strong>de</strong>rwijs afkomen lijkt het gewenst dat<br />
scholen/<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen meer ruimte krijgen om aan <strong>de</strong> nieuwe vragen tegemoet te komen.<br />
Bij het on<strong>de</strong>rwijsveld bestaat daaraan behoefte. Ook <strong>de</strong> m<strong>in</strong>ister verklaart zich daar <strong>in</strong><br />
algemene termen voorstan<strong>de</strong>r van. Over <strong>de</strong> formele uitwerk<strong>in</strong>g zijn evenwel nog geen<br />
concrete voorstellen gedaan.<br />
Daarnaast is het <strong>in</strong> ie<strong>de</strong>r geval evenzeer gewenst dat er bij formaliser<strong>in</strong>g van genoem<strong>de</strong><br />
gedachten, daar <strong>de</strong> overheidsmid<strong>de</strong>len nog steeds veruit <strong>de</strong> grootste <strong>in</strong>komstenbron<br />
vormen en een verantwoor<strong>de</strong> omgang daarmee vereist is, een beheers<strong>in</strong>gsmechanisme<br />
tot stand komt. Het is <strong>in</strong> dit verband positief te noemen dat - buiten <strong>de</strong> sector primair<br />
on<strong>de</strong>rwijs die <strong>in</strong> dit verband gelet op <strong>de</strong> beperkte schaalgrootte en <strong>de</strong> aard van ‘<strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>gsactiviteiten’<br />
buiten beschouw<strong>in</strong>g kan blijven - door het on<strong>de</strong>rwijsveld zelf i<strong>de</strong>eën<br />
wor<strong>de</strong>n ontwikkeld over een systeem waar<strong>in</strong> enerzijds ruimte bestaat voor een aanzienlijke<br />
vrijheid van han<strong>de</strong>len en an<strong>de</strong>rzijds op passen<strong>de</strong> wijze achteraf door het bie<strong>de</strong>n van<br />
transparantie verantwoord<strong>in</strong>g wordt afgelegd over <strong>de</strong> wijze waarop met name met <strong>de</strong><br />
overheidsmid<strong>de</strong>len is omgegaan. Instell<strong>in</strong>gen zou<strong>de</strong>n zich daarbij moeten verb<strong>in</strong><strong>de</strong>n te<br />
han<strong>de</strong>len overeenkomstig een bepaal<strong>de</strong> gedragsco<strong>de</strong>, ook wel ‘treasury-statuut’<br />
genoemd. In een <strong>de</strong>rgelijk han<strong>de</strong>len moet tot uitdrukk<strong>in</strong>g komen dat <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>len die<br />
door <strong>de</strong> overheid ten behoeve van het on<strong>de</strong>rwijs beschikbaar zijn gesteld ook daadwerkelijk<br />
ten behoeve daarvan zijn aangewend. Als gebruik gemaakt wordt van een flexibele<br />
<strong>in</strong>zet van mid<strong>de</strong>len moet aangegeven wor<strong>de</strong>n op welke, verantwoor<strong>de</strong> wijze <strong>de</strong><br />
risico’s zijn afge<strong>de</strong>kt. Hierbij moet enige re<strong>de</strong>lijkheid <strong>in</strong> acht wor<strong>de</strong>n genomen. Het<br />
uitsluiten van elk risico zou verlammend werken op een creatieve <strong>in</strong>zet. Een <strong>de</strong>r<strong>de</strong><br />
component <strong>in</strong> dit verband vormt een <strong>de</strong>ug<strong>de</strong>lijk toezicht. Gewezen wordt hierbij op het<br />
e<strong>in</strong>drapport van <strong>de</strong> door <strong>de</strong> HBO-raad <strong>in</strong>gestel<strong>de</strong> commissie Glasz 30 en, vanuit een bre<strong>de</strong>r<br />
perspectief, het e<strong>in</strong>dadvies van <strong>de</strong> Ambtelijke Commissie Toezicht 31 .<br />
Als <strong>de</strong> overheid kiest voor een politieke en juridische bevestig<strong>in</strong>g van ten<strong>de</strong>nsen die zich<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> verhoud<strong>in</strong>g tussen scholen on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>g enerzijds en tussen scholen en <strong>de</strong> maatschappij<br />
an<strong>de</strong>rzijds voordoen, zal dat mogelijkhe<strong>de</strong>n bie<strong>de</strong>n voor ver<strong>de</strong>rgaan<strong>de</strong> profiler<strong>in</strong>g en<br />
concurrentie. Niettem<strong>in</strong> lijkt het verstandig <strong>in</strong> verband daarmee bijvoorbeeld <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong><br />
vragen on<strong>de</strong>r ogen te zien:<br />
- moet <strong>de</strong> overheid zorg blijven dragen voor een basisbekostig<strong>in</strong>g van alle on<strong>de</strong>rwijssectoren<br />
(ook voor het on<strong>de</strong>rwijs voor niet-leerplichtigen) op basis van een<br />
door haar geformuleer<strong>de</strong> maatschappelijke visie op doelstell<strong>in</strong>gen, kwaliteit en<br />
niveau van het on<strong>de</strong>rwijs?<br />
- betekent dit dat <strong>de</strong> overheid zich uitsluitend hoeft te richten op het controleren<br />
op die aspecten en <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen <strong>de</strong> vrijheid kan laten zelf te bepalen hoe <strong>de</strong><br />
overheidsmid<strong>de</strong>len wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong>gezet met het oog op die overheidsdoelen en<br />
eventueel eigen doelen?<br />
- hoe kan, bij een bevestigend antwoord op voorgaan<strong>de</strong> vragen, wor<strong>de</strong>n verzekerd<br />
dat concurrentie en profiler<strong>in</strong>g van scholen die overheidsdoelen onverlet laten?<br />
- bestaat niet het gevaar dat een (te groot) vertrouwen <strong>in</strong> eigen vermogensvorm<strong>in</strong>g<br />
of <strong>in</strong> alternatieve activiteiten met het oog op extra <strong>in</strong>komsten ertoe leidt dat <strong>de</strong><br />
overheid haar han<strong>de</strong>n <strong>in</strong> f<strong>in</strong>anciële z<strong>in</strong> aftrekt van met name het on<strong>de</strong>rwijs voor<br />
niet-leerplichtigen? 32<br />
30 Commissie Transparant Toezicht Hogescholen (2000), De raad van toezicht <strong>in</strong> het hbo. E<strong>in</strong>drapport.<br />
Den Haag: HBO-raad.<br />
31 Ambtelijke Commissie Toezicht (2000), Vertrouwen <strong>in</strong> onafhankelijkheid. E<strong>in</strong>dadvies. Den Haag:<br />
M<strong>in</strong>isterie van B<strong>in</strong>nenlandse Zaken en Kon<strong>in</strong>krijksrelaties.<br />
32 Zie ook In ‘t Veld <strong>in</strong> De Volkskrant, 28-08-2000.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 115
Deze en an<strong>de</strong>re vragen zullen het proces van ver<strong>de</strong>re f<strong>in</strong>anciële verzelfstandig<strong>in</strong>g zeker<br />
<strong>de</strong> nodige kleur en spann<strong>in</strong>g geven.<br />
116 <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
7 De school als organisatie:<br />
implicaties voor <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g<br />
D. Majoor 1<br />
Kenmerken van hun organisatie zijn van <strong>in</strong>vloed op <strong>de</strong> wijze waarop <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen met<br />
<strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g omgaan. Dit artikel gaat <strong>in</strong> op <strong>de</strong> wijze waarop schoolorganisaties<br />
reageren op <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g. 2 Vanuit het perspectief van schoolorganisaties is <strong>markt</strong>-<br />
werk<strong>in</strong>g zowel een vorm van reguler<strong>in</strong>g (paragraaf 1) als een veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
omgev<strong>in</strong>g (paragraaf 2). Vanuit <strong>de</strong>ze gedachten wordt <strong>in</strong> paragraaf 3 <strong>in</strong> algemene termen<br />
<strong>in</strong>gegaan op <strong>de</strong> wijze waarop scholen zich aan hun omgev<strong>in</strong>g kunnen aanpassen, waarna<br />
paragraaf 4 een theoretische <strong>in</strong>schatt<strong>in</strong>g geeft van <strong>de</strong> reactie van scholen op <strong>markt</strong>-<br />
werk<strong>in</strong>g. Deze <strong>in</strong>schatt<strong>in</strong>g wordt <strong>in</strong> paragraaf 5 getoetst aan <strong>de</strong> hand van on<strong>de</strong>rzoek dat<br />
is gedaan naar <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijssectoren. De afsluiten<strong>de</strong><br />
paragraaf 6 gaat <strong>in</strong> op <strong>de</strong> vraag welke soort organisaties goed functioneren <strong>in</strong> een<br />
<strong>markt</strong>situatie.<br />
1 Marktwerk<strong>in</strong>g als vorm van reguler<strong>in</strong>g<br />
Marktwerk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs kan gezien wor<strong>de</strong>n als het <strong>in</strong> concurrentie met an<strong>de</strong>re<br />
aanbie<strong>de</strong>rs <strong>in</strong>spelen op <strong>de</strong> behoeften <strong>in</strong> <strong>de</strong> samenlev<strong>in</strong>g (m<strong>in</strong>ister Hermans, TK<br />
1999/2000, 26800 VIII, nr. 6, p. 15). Volgens <strong>de</strong> m<strong>in</strong>ister is er sprake van goe<strong>de</strong> <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g<br />
wanneer wordt geconcurreerd op kwaliteit.<br />
Bij <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g staat <strong>de</strong> relatie tussen vraag en aanbod centraal. Aan <strong>de</strong> vraagkant<br />
houdt <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> dat afnemers (on<strong>de</strong>rwijs<strong>de</strong>elnemers, bedrijven, <strong>de</strong> samenlev<strong>in</strong>g)<br />
1 D. Majoor is werkzaam bij Markant Educatieve diensten als on<strong>de</strong>rwijsadviseur op het terre<strong>in</strong> van<br />
beleid & management. Zij voert daarnaast diverse taken uit met betrekk<strong>in</strong>g tot <strong>de</strong> <strong>in</strong>terne kwaliteitszorg<br />
van <strong>de</strong> organisatie. In het jaar 2000 is zij gepromoveerd op een on<strong>de</strong>rzoek naar <strong>de</strong> organisatorische<br />
gevolgen van autonomievergrot<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het basison<strong>de</strong>rwijs.<br />
2 In Ne<strong>de</strong>rland wordt het on<strong>de</strong>rwijs, evenals <strong>de</strong> gezondheidszorg, groten<strong>de</strong>els gef<strong>in</strong>ancierd door <strong>de</strong><br />
overheid, terwijl <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van het bijzon<strong>de</strong>r on<strong>de</strong>rwijs voor een groot <strong>de</strong>el sprake is van een private<br />
uitvoer<strong>in</strong>g (James, 1997; Van Wier<strong>in</strong>gen, 1997). In dit artikel wordt alleen van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g gesproken<br />
wanneer sprake is van zowel een private uitvoer<strong>in</strong>g als een private f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g. Dit <strong>in</strong> tegenstell<strong>in</strong>g<br />
tot sommige buitenlandse on<strong>de</strong>rzoekers die <strong>de</strong> neig<strong>in</strong>g hebben om het Ne<strong>de</strong>rlandse on<strong>de</strong>rwijsstelsel<br />
te typeren als een stelsel met een hoge mate van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g en op basis daarvan conclusies<br />
te trekken over <strong>de</strong> gevolgen van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs, terwijl alleen sprake is van een<br />
private uitvoer<strong>in</strong>g (zie bijvoorbeeld Louis & Van Velzen, 1997).<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
117
118<br />
meer keuzemogelijkhe<strong>de</strong>n krijgen, evenals meer <strong>in</strong>vloed op het aanbod. Dit kan on<strong>de</strong>r<br />
meer gebeuren via vraagstimuler<strong>in</strong>g, vraagf<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g en het bevor<strong>de</strong>ren van <strong>de</strong> transparantie<br />
van <strong>de</strong> <strong>markt</strong>. Aan <strong>de</strong> aanbodkant houdt <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> dat het on<strong>de</strong>rwijsaanbod<br />
open staat voor particuliere aanbie<strong>de</strong>rs. Ver<strong>de</strong>r is, voor met name het reguliere on<strong>de</strong>rwijs,<br />
<strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g van belang voor <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g. De beleidsruimte die <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
krijgen via <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g en autonomievergrot<strong>in</strong>g biedt scholen een mid<strong>de</strong>l om zich te<br />
profileren en hun kwaliteit te verhogen, waardoor ze kunnen <strong>in</strong>spelen op <strong>de</strong> <strong>markt</strong>vraag<br />
en hun concurrentiepositie kunnen verbeteren (Levacic, 1995). Ver<strong>de</strong>r draagt <strong>de</strong> <strong>markt</strong>oriëntatie<br />
van <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen bij aan <strong>de</strong> wijze waarop en <strong>de</strong> mate waar<strong>in</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen kunnen<br />
concurreren (Van Wier<strong>in</strong>gen, 1991).<br />
Marktwerk<strong>in</strong>g is vanuit het perspectief van scholen te zien als een vorm van reguler<strong>in</strong>g.<br />
De overheid <strong>de</strong>reguleert, bijvoorbeeld b<strong>in</strong>nen het dome<strong>in</strong> van <strong>de</strong> arbeidsvoorwaar<strong>de</strong>n en<br />
het personeelsbeleid, waardoor <strong>de</strong> autonomie van <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen kan toenemen, maar<br />
tegelijkertijd is sprake van overheidsreguler<strong>in</strong>g met betrekk<strong>in</strong>g tot an<strong>de</strong>re beleidsdome<strong>in</strong>en<br />
of van an<strong>de</strong>re ontwikkel<strong>in</strong>gen die door on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen als regulerend wor<strong>de</strong>n<br />
ervaren. Levacic (1995) heeft het <strong>in</strong> dit ka<strong>de</strong>r over reguler<strong>in</strong>g met betrekk<strong>in</strong>g tot <strong>de</strong><br />
structuur van <strong>de</strong> <strong>markt</strong>, zoals <strong>de</strong> sticht<strong>in</strong>g en opheff<strong>in</strong>g van scholen, <strong>de</strong> toelat<strong>in</strong>g van<br />
leerl<strong>in</strong>gen en <strong>de</strong> publicatie van <strong>de</strong> prestaties van <strong>de</strong> scholen. De overheid kan <strong>de</strong>ze<br />
‘reguler<strong>in</strong>g via <strong>de</strong> <strong>markt</strong>’ stimuleren door bijvoorbeeld het scheppen van ruimte voor<br />
‘countervail<strong>in</strong>g powers’, het prikkelen van concurrentie tussen <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen, het stimuleren<br />
van publieke verantwoord<strong>in</strong>g en het <strong>in</strong>bouwen van ‘checks and balances’. 3<br />
De overheid lijkt zich te bedienen van al <strong>de</strong>ze <strong>in</strong>strumenten. Dat blijkt on<strong>de</strong>r meer uit het<br />
beleid gericht op het versterken van <strong>de</strong> positie van <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs (countervail<strong>in</strong>g powers die<br />
<strong>de</strong> rol van <strong>de</strong> overheid <strong>de</strong>els overnemen), het uitbrengen van <strong>de</strong> schoolkaart (het prikkelen<br />
van concurrentie), <strong>de</strong> verplicht<strong>in</strong>g tot het uitbrengen van een schoolgids (stimuleren<br />
van publieke verantwoord<strong>in</strong>g), het versterken van het klachtrecht (<strong>in</strong>bouwen van checks<br />
and balances) en <strong>de</strong> verplicht<strong>in</strong>g om <strong>in</strong> <strong>de</strong> BVE-sector on<strong>de</strong>rwijsovereenkomsten af te<br />
sluiten (eveneens een voorbeeld van het <strong>in</strong>bouwen van checks and balances).<br />
Tegelijkertijd functioneert het <strong>markt</strong>mechanisme <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs maar ten <strong>de</strong>le. Als het<br />
<strong>markt</strong>mechanisme volledig zou werken, v<strong>in</strong>dt <strong>de</strong> afstemm<strong>in</strong>g van vraag en aanbod<br />
volledig plaats via <strong>de</strong> prijs (Waslan<strong>de</strong>r, 1999). In het on<strong>de</strong>rwijs zal altijd sprake blijven<br />
van enige overheidsbemoeienis en overheids<strong>in</strong>vloed, aangezien on<strong>de</strong>rwijs voor een <strong>de</strong>el<br />
een collectief goed is en met on<strong>de</strong>rwijs externe effecten gemoeid zijn, zeker daar waar<br />
het fun<strong>de</strong>rend on<strong>de</strong>rwijs betreft. Een publiek belang kan per <strong>de</strong>f<strong>in</strong>itie nooit geheel aan<br />
private partijen wor<strong>de</strong>n overgelaten (WRR, 2000).<br />
2 Marktwerk<strong>in</strong>g als omgev<strong>in</strong>gsveran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g<br />
Naast een algemene omgev<strong>in</strong>g, 4 ook wel macro-omgev<strong>in</strong>g genoemd, hebben scholen een<br />
competitieve omgev<strong>in</strong>g, een publieke omgev<strong>in</strong>g en een <strong>markt</strong>omgev<strong>in</strong>g (Kotler & Fox,<br />
1985). De publieke omgev<strong>in</strong>g is het geheel van alle groeper<strong>in</strong>gen of organisaties die een<br />
3 De <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad noemt <strong>de</strong>ze <strong>in</strong>strumenten <strong>in</strong> zijn advies Aandachtspunten voor <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>gsbeleid<br />
(2000) als <strong>in</strong>directe wegen die <strong>de</strong> overheid kan bewan<strong>de</strong>len om <strong>de</strong> positieve effecten van <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g<br />
en autonomievergrot<strong>in</strong>g te bevor<strong>de</strong>ren en om negatieve effecten tegen te gaan.<br />
4 De algemene omgev<strong>in</strong>g bestaat uit bestuurlijke, economische, sociaal-culturele, technologische, <strong>in</strong>ternationale,<br />
<strong>de</strong>mografische en klimatologische elementen (Keun<strong>in</strong>g & Epp<strong>in</strong>k, 1996; Van <strong>de</strong>r Krogt & Vroom,<br />
1995).<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
epaald belang hebben bij <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g, ofwel alle ‘stakehol<strong>de</strong>rs’.<br />
De <strong>markt</strong>omgev<strong>in</strong>g maakt <strong>de</strong>el uit van <strong>de</strong> publieke omgev<strong>in</strong>g. Bij <strong>de</strong> <strong>markt</strong>omgev<strong>in</strong>g gaat<br />
het meer <strong>in</strong> het bijzon<strong>de</strong>r om die groeper<strong>in</strong>gen die on<strong>de</strong>rwijs of opgelei<strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen (het<br />
product) afnemen. Het gaat dus om ou<strong>de</strong>rs, leerl<strong>in</strong>gen en organisaties die leerl<strong>in</strong>gen<br />
afnemen (bedrijven, maar ook vervolgon<strong>de</strong>rwijs). De competitieve omgev<strong>in</strong>g wordt<br />
gezien als het ervaren van concurrentie en bestaat uit <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen die d<strong>in</strong>gen naar<br />
<strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> <strong>markt</strong> en cliëntengroepen. Concurrentie tussen <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen leidt ertoe dat<br />
<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen een eigen imago proberen te creëren en zich bijvoorbeeld via advertenties<br />
profileren.<br />
Marktwerk<strong>in</strong>g speelt een rol <strong>in</strong> <strong>de</strong> competitieve omgev<strong>in</strong>g en <strong>de</strong> <strong>markt</strong>omgev<strong>in</strong>g van<br />
scholen. Bij <strong>de</strong> <strong>markt</strong>omgev<strong>in</strong>g gaat het om <strong>de</strong> vraagkant van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g, terwijl het<br />
bij <strong>de</strong> competitieve omgev<strong>in</strong>g om <strong>de</strong> aanbodkant van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g gaat, het concurreren<strong>de</strong><br />
aanbod.<br />
Concurrentie houdt tevens <strong>in</strong> dat <strong>de</strong> keuzemogelijkhe<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong> vraagkant toenemen,<br />
zodat <strong>de</strong> aanbodkant tot kwaliteitsverbeter<strong>in</strong>g wordt aangezet. De veron<strong>de</strong>rstell<strong>in</strong>g is dat<br />
scholen die concurrentie ervaren genoodzaakt zijn meer beleid te voeren. Zij moeten<br />
meer <strong>in</strong>spelen op <strong>de</strong> behoeften van hun omgev<strong>in</strong>g (SCP, 2000), ofwel hun <strong>markt</strong>oriëntatie<br />
moet toenemen (Van Wier<strong>in</strong>gen, 1991). Deze beleidsvoer<strong>in</strong>g kan op verschillen<strong>de</strong> terre<strong>in</strong>en<br />
liggen, zoals werv<strong>in</strong>g van leerl<strong>in</strong>gen, on<strong>de</strong>rwijskundige profiler<strong>in</strong>g, samenwerk<strong>in</strong>g<br />
met an<strong>de</strong>re scholen (al dan niet met het oog op een fusie), een beter f<strong>in</strong>ancieel beleid en<br />
personeelsbeleid en organisatorische vernieuw<strong>in</strong>gen zoals het aanpassen van <strong>de</strong><br />
openstell<strong>in</strong>gstij<strong>de</strong>n, <strong>de</strong> <strong>in</strong>voer<strong>in</strong>g van duaal on<strong>de</strong>rwijs en het <strong>in</strong>huren van docenten uit<br />
het bedrijfsleven. Het is mogelijk dat <strong>de</strong> concurrentie tussen scholen toeneemt als gevolg<br />
van <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g en autonomievergrot<strong>in</strong>g. Waar concurrentie tussen scholen een stimulans<br />
kan zijn om <strong>de</strong> <strong>in</strong>terne organisatie aan te passen, waardoor <strong>de</strong> school beter gaat<br />
presteren en beter <strong>in</strong> kan spelen op <strong>de</strong> <strong>markt</strong>vraag, biedt <strong>de</strong> toegenomen beleidsruimte<br />
<strong>de</strong> school <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>len om <strong>de</strong> <strong>in</strong>terne organisatie daadwerkelijk aan te passen (Levacic,<br />
1995). Tegelijkertijd wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong> verschillen <strong>in</strong> prestaties tussen scholen beter zichtbaar<br />
voor <strong>de</strong> overheid en voor ou<strong>de</strong>rs. Dit komt door <strong>de</strong> als gevolg van <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g toegenomen<br />
externe verantwoord<strong>in</strong>gsplicht van scholen (schoolgids, kwaliteitskaart). De concurrentiepositie<br />
van scholen kan hierdoor veran<strong>de</strong>ren en <strong>de</strong> concurrentie kan toenemen. Zo<br />
v<strong>in</strong>dt Teelken (1998) <strong>in</strong> haar proefschrift over het <strong>markt</strong>mechanisme <strong>in</strong> het voortgezet<br />
on<strong>de</strong>rwijs dat scholen zich steeds actiever profileren. Er is zowel meer concurrentie als<br />
meer samenwerk<strong>in</strong>g tussen scholen. Het <strong>markt</strong>mechanisme speelt sterker, aangezien<br />
scholen hun aanbod meer afstemmen op <strong>de</strong> vraag van ou<strong>de</strong>rs en leerl<strong>in</strong>gen.<br />
3 Aanpass<strong>in</strong>g van scholen aan <strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g<br />
De omgev<strong>in</strong>g van scholen heeft <strong>in</strong>vloed op het gedrag van schoolorganisaties. Wil een<br />
schoolorganisatie overleven, dan zal zij zich, <strong>in</strong> ie<strong>de</strong>r geval ge<strong>de</strong>eltelijk, aan haar<br />
omgev<strong>in</strong>g aan moeten passen. Een organisatie is “an adaptive ‘organism’ react<strong>in</strong>g to<br />
<strong>in</strong>fluences upon it from an external environment” (Selznick, 1948, p. 28).<br />
Het aanpassen van <strong>de</strong> organisatie aan haar omgev<strong>in</strong>g vraagt om een strategie.<br />
“Het gaat bij strategie om <strong>de</strong> positie van <strong>de</strong> organisatie ten opzichte van <strong>de</strong><br />
omgev<strong>in</strong>g. Een omgev<strong>in</strong>g die betrekkelijk rustig is zal een an<strong>de</strong>re strategie<br />
vragen dan een omgev<strong>in</strong>g die onrustig is.” (Van Wier<strong>in</strong>gen & Vermeulen, 1995,<br />
p. 12)<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 119
120<br />
Bij het aanpassen aan <strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g en het bepalen van <strong>de</strong> strategie speelt het management<br />
van een organisatie een belangrijke rol (Keun<strong>in</strong>g & Epp<strong>in</strong>k, 1996). Door <strong>de</strong><br />
omgev<strong>in</strong>g en <strong>de</strong> eigen organisatie <strong>in</strong> te schatten bepaalt <strong>de</strong> schoolleid<strong>in</strong>g <strong>de</strong> strategie,<br />
dat wat er moet gebeuren (Keun<strong>in</strong>g & Epp<strong>in</strong>k, 1996).<br />
De <strong>markt</strong>omgev<strong>in</strong>g - <strong>de</strong> vraagkant - en <strong>de</strong> competitieve omgev<strong>in</strong>g - het concurreren<strong>de</strong><br />
aanbod - bepalen me<strong>de</strong> <strong>de</strong> complexiteit van <strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g van scholen (Hooge, 1998;<br />
Majoor, 2000; Teelken, 1998). Het is <strong>de</strong> vraag hoe vanuit een organisatietheoretische<br />
<strong>in</strong>valshoek <strong>in</strong>geschat kan wor<strong>de</strong>n op welke wijze scholen zullen reageren op <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g,<br />
aangezien <strong>de</strong>ze <strong>de</strong>el uitmaakt van <strong>de</strong> competitieve omgev<strong>in</strong>g en <strong>markt</strong>omgev<strong>in</strong>g<br />
(zie paragraaf 2). Voordat <strong>in</strong> paragraaf 3.2 en 4 wordt <strong>in</strong>gegaan op <strong>de</strong> wijze<br />
waarop scholen kunnen reageren op <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g en op een toenemend belang van <strong>de</strong><br />
<strong>markt</strong>omgev<strong>in</strong>g, geeft paragraaf 3.1 een uitwerk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> wijze waarop scholen zich<br />
aanpassen aan <strong>de</strong> <strong>in</strong>stitutionele omgev<strong>in</strong>g.<br />
3.1 AANPASSING AAN DE INSTITUTIONELE OMGEVING<br />
Non-profit organisaties, zoals scholen, verkrijgen hun legitimatie door <strong>de</strong> <strong>in</strong>stitutionele<br />
omgev<strong>in</strong>g waarb<strong>in</strong>nen ze zich bev<strong>in</strong><strong>de</strong>n (Van <strong>de</strong>r Krogt & Vroom, 1995; Selznick, 1948).<br />
Profit organisaties wor<strong>de</strong>n daarentegen afgerekend op hun output. Zij functioneren <strong>in</strong> een<br />
<strong>markt</strong>situatie en verkrijgen hun legitimiteit door voldoen<strong>de</strong> diensten en producten te<br />
blijven verkopen.<br />
Als scholen zich aanpassen aan <strong>de</strong> <strong>in</strong>stitutionele omgev<strong>in</strong>g is er sprake van <strong>in</strong>stitutionaliser<strong>in</strong>g.<br />
De <strong>in</strong>stitutionele omgev<strong>in</strong>g van organisaties oefent hierbij een sociale en culturele<br />
druk uit op organisaties om ervoor te zorgen dat <strong>de</strong>ze organisaties aan bepaal<strong>de</strong><br />
waar<strong>de</strong>n gaan voldoen. Een organisatie zal met het oog op haar legitimiteit en het<br />
verkrijgen van mid<strong>de</strong>len reageren op <strong>de</strong>ze druk. Pröpper verwoordt het proces van<br />
<strong>in</strong>stitutionaliser<strong>in</strong>g als volgt:<br />
“Een organisatie is het technische ontwerp zoals dat achter een bureau tot stand<br />
komt; een <strong>in</strong>stitutie is <strong>de</strong> organisatie zoals zij zich ontwikkelt wanneer zij <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
praktijk functioneert en is <strong>in</strong>gebed <strong>in</strong> een omgev<strong>in</strong>g die bepaal<strong>de</strong> waar<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
organisatie brengt.” (Pröpper, 1993, p. 179)<br />
Als organisaties on<strong>de</strong>r <strong>in</strong>vloed van <strong>de</strong> <strong>in</strong>stitutionele omgev<strong>in</strong>g organisatie-elementen van<br />
<strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g overnemen, wordt gesproken van <strong>in</strong>stitutionele isomorfie. De organisaties<br />
gaan dan <strong>in</strong> toenemen<strong>de</strong> mate op elkaar lijken.<br />
Institutionaliser<strong>in</strong>g van scholen kan ertoe lei<strong>de</strong>n dat scholen zich ritueel aanpassen aan<br />
veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g (Hooge, 1998; Selznick, 1948). Dat komt omdat een<br />
organisatie, zodra <strong>de</strong>ze is geïnstitutionaliseerd, een <strong>in</strong>teresse kent <strong>in</strong> zelfbehoud en<br />
stabiliteit. De organisatie is dan m<strong>in</strong><strong>de</strong>r maakbaar (Pröpper, 1993). Een geïnstitutionaliseer<strong>de</strong><br />
organisatie past zich <strong>in</strong> zoverre aan <strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g aan als nodig is om <strong>de</strong><br />
legitimatie te behou<strong>de</strong>n en om te overleven.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
3.2 AANPASSING AAN DE MARKTOMGEVING<br />
Organisaties die met veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> (<strong>markt</strong>)omgev<strong>in</strong>g wor<strong>de</strong>n geconfronteerd,<br />
kunnen hierop op twee manieren reageren. Zij kunnen zich aanpassen om te voldoen aan<br />
<strong>de</strong> eisen van <strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g of zij kunnen trachten <strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g te veran<strong>de</strong>ren zodat <strong>de</strong>ze<br />
beter aansluit bij <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> organisatie (Pfeffer & Salancik, 1978).<br />
In <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> paragraaf wor<strong>de</strong>n bei<strong>de</strong> alternatieven ver<strong>de</strong>r uitgewerkt.<br />
4 Reactie van scholen op <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g: een theoretische <strong>in</strong>schatt<strong>in</strong>g<br />
Organisaties die <strong>in</strong> een <strong>markt</strong>situatie functioneren verkrijgen hun legitimiteit door<br />
voldoen<strong>de</strong> diensten en producten te blijven verkopen. Zij wor<strong>de</strong>n afgerekend op hun<br />
output. Organisaties kunnen proberen te reageren op <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g door <strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g te<br />
controleren (paragraaf 4.1) of door hun output te verbeteren (paragraaf 4.2).<br />
4.1 CONTROLE KRIJGEN OVER DE OMGEVING<br />
Als <strong>de</strong> <strong>markt</strong>omgev<strong>in</strong>g of competitieve omgev<strong>in</strong>g van organisaties veran<strong>de</strong>rt, kunnen ze<br />
proberen <strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g te veran<strong>de</strong>ren zodat <strong>de</strong>ze beter aansluit bij <strong>de</strong> organisatie. De<br />
organisatie probeert dan controle te krijgen over <strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g, bijvoorbeeld door te<br />
kiezen voor een bepaald <strong>markt</strong>segment (en daarmee an<strong>de</strong>re <strong>de</strong>len van <strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g<br />
buiten te sluiten) of door <strong>de</strong> <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g ‘buitenspel’ te zetten.<br />
Marktwerk<strong>in</strong>g ‘buitenspel’ zetten<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong><strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen die met <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g wor<strong>de</strong>n geconfronteerd kunnen proberen <strong>de</strong><br />
<strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g ‘buitenspel’ te zetten. De achtergrond van <strong>de</strong>ze gedachte is dat organisaties<br />
zo zelfstandig mogelijk willen zijn. Veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g zijn een bron van<br />
onzekerheid voor organisaties en dat is niet gunstig voor hun voortbestaan (Katz & Kahn,<br />
1966). Organisaties kunnen proberen <strong>de</strong> onzekerheid waarmee ze wor<strong>de</strong>n geconfronteerd<br />
te verkle<strong>in</strong>en, bijvoorbeeld door het uitoefenen van controle over <strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g<br />
(Katz & Kahn, 1966; Pfeffer & Salancik, 1978). Een belangrijke manier om controle over<br />
<strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g uit te oefenen is het verkle<strong>in</strong>en van <strong>de</strong> afhankelijkheid van hulpbronnen<br />
(zoals f<strong>in</strong>anciële mid<strong>de</strong>len, geschool<strong>de</strong> arbeidskrachten, mach<strong>in</strong>es en an<strong>de</strong>re technische<br />
hulpmid<strong>de</strong>len, grondstoffen en politieke on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g), aangezien <strong>de</strong> mate van afhankelijkheid<br />
van zulke hulpbronnen <strong>in</strong>vloed heeft op <strong>de</strong> mate waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> uitkomsten van een<br />
organisatie door <strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g, dan wel door <strong>de</strong> organisatie zelf wor<strong>de</strong>n bepaald (Pfeffer<br />
& Salancik, 1978). Een specifieke hulpbron voor scholen vormen <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen (als<br />
belangrijke basis voor het ter beschikk<strong>in</strong>g komen van f<strong>in</strong>anciële mid<strong>de</strong>len).<br />
In een <strong>markt</strong>situatie verkeren scholen <strong>in</strong> een meer onzekere omgev<strong>in</strong>g en zijn zij niet<br />
verzekerd van voldoen<strong>de</strong> hulpbronnen. Hierdoor proberen (school)organisaties opnieuw<br />
controle te krijgen en te behou<strong>de</strong>n over hun omgev<strong>in</strong>g. Dat wil zeggen, ze proberen hun<br />
afhankelijkheid van <strong>de</strong> externe hulpbronnen kle<strong>in</strong>er te maken, bijvoorbeeld door een<br />
gegaran<strong>de</strong>er<strong>de</strong> toegang te krijgen tot <strong>de</strong>ze hulpbronnen. Organisaties kunnen dit on<strong>de</strong>r<br />
meer doen door te fuseren of door uitbreid<strong>in</strong>g/groei (Pfeffer & Salancik, 1978; Pröpper,<br />
1993). Voor schoolorganisaties betekent dit dat zij meer met elkaar gaan samenwerken<br />
of gaan fuseren als <strong>de</strong> <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g toeneemt. Scholen kunnen samenwerk<strong>in</strong>g zoeken<br />
met an<strong>de</strong>re scholen uit <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> sector en met <strong>de</strong>ze scholen afspraken maken over <strong>de</strong><br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 121
122<br />
on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>ge concurrentie. Zo kunnen scholen met elkaar afspreken welke gegevens zij wel<br />
of niet <strong>in</strong> <strong>de</strong> schoolgids opnemen. Pfeffer & Salancik (1978) noemen dit het controleren<br />
van <strong>de</strong> externe eisen door ervoor te zorgen dat externe actoren, <strong>in</strong> dit geval ou<strong>de</strong>rs, zich<br />
niet bewust wor<strong>de</strong>n van bepaal<strong>de</strong> behoeften of <strong>de</strong>ze niet kunnen articuleren. In feite<br />
wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs over mogelijke eisen die zij kunnen stellen onwetend gehou<strong>de</strong>n.<br />
Daarnaast kunnen scholen afspraken maken met scholen uit een an<strong>de</strong>re sector, bijvoorbeeld<br />
om <strong>de</strong> <strong>in</strong>stroom van leerl<strong>in</strong>gen veilig te stellen. Een school voor voortgezet on<strong>de</strong>rwijs<br />
kan bijvoorbeeld gaan samenwerken met een divers aantal basisscholen om<br />
gegaran<strong>de</strong>erd te zijn van een <strong>in</strong>stroom van leerl<strong>in</strong>gen. Een Regionaal Opleid<strong>in</strong>gscentrum<br />
(ROC) kan contracten afsluiten met het bedrijfsleven om te zorgen dat <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen na<br />
afrond<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g een baan krijgen.<br />
Als scholen proberen om hun omgev<strong>in</strong>g op <strong>de</strong>ze manier te controleren, sluiten ze <strong>de</strong><br />
<strong>markt</strong> buiten. Ze zetten <strong>de</strong>ze buitenspel. Hierdoor wor<strong>de</strong>n zij m<strong>in</strong><strong>de</strong>r afhankelijk van <strong>de</strong><br />
<strong>markt</strong>, maar meer afhankelijk van elkaar en van het netwerk van scholen waar<strong>in</strong> zij zich<br />
bev<strong>in</strong><strong>de</strong>n. Aangezien dit netwerk tot <strong>de</strong> <strong>in</strong>stitutionele omgev<strong>in</strong>g van scholen behoort (Van<br />
Wier<strong>in</strong>gen, 1996), hou<strong>de</strong>n <strong>de</strong> scholen door het buitenspel zetten van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g het<br />
belang van hun <strong>in</strong>stitutionele omgev<strong>in</strong>g <strong>in</strong> stand.<br />
Kiezen voor een <strong>markt</strong>segment<br />
Er is sprake van een specifieke vorm van het controleren van <strong>de</strong> eigen omgev<strong>in</strong>g als<br />
organisaties proberen hun eigen omgev<strong>in</strong>g te creëren door te kiezen voor een bepaald<br />
<strong>markt</strong>segment. Hierdoor sluit <strong>de</strong> organisatie an<strong>de</strong>re elementen van <strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g buiten<br />
(Pfeffer & Salancik, 1978). De organisatie creëert dan <strong>de</strong> eigen omgev<strong>in</strong>g, zon<strong>de</strong>r dat <strong>de</strong><br />
ruimere omgev<strong>in</strong>g en, als gevolg daarvan, <strong>de</strong> organisatie veran<strong>de</strong>rt. De organisatie doet<br />
dit door te bepalen op welk <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> <strong>markt</strong> zij zich wil richten.<br />
“Belangrijke punten voor een <strong>markt</strong>gerichte schoolorganisatie zijn het on<strong>de</strong>rkennen<br />
van belangrijke <strong>markt</strong>segmenten, het i<strong>de</strong>ntificeren van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gsbehoefte<br />
b<strong>in</strong>nen <strong>markt</strong>segmenten en het koppelen van het opleid<strong>in</strong>gsaanbod aan <strong>de</strong><br />
behoeften b<strong>in</strong>nen <strong>markt</strong>segmenten.” (Scheerens & Hopk<strong>in</strong>s, 1993, p. 193)<br />
4.2 AANPASSING<br />
Organisaties kunnen proberen zich aan te passen aan <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g door <strong>de</strong> organisatie<br />
te veran<strong>de</strong>ren, 5 door externe hulpbronnen te zoeken en door <strong>in</strong> te spelen op <strong>de</strong> veran<strong>de</strong>ren<strong>de</strong><br />
vraagkant (Katz & Kahn, 1966; Pfeffer & Salancik, 1978).<br />
Veran<strong>de</strong>ren van <strong>de</strong> organisatie<br />
Uit paragraaf 2 blijkt dat <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van het ervaren van concurrentie een<br />
stimulans kan zijn om <strong>de</strong> <strong>in</strong>terne organisatie aan te passen, terwijl autonomievergrot<strong>in</strong>g<br />
<strong>de</strong> mid<strong>de</strong>len hiertoe biedt. Aspecten die tot <strong>de</strong> <strong>in</strong>terne organisatie van on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
behoren zijn <strong>de</strong> structuur, <strong>de</strong> kwalificaties van het personeel, <strong>de</strong> technologie van het<br />
primaire proces en <strong>de</strong> cultuur (Scheerens, 1993; Van Wier<strong>in</strong>gen, 1993). 6 Veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van<br />
<strong>de</strong> organisatie kan toegespitst wor<strong>de</strong>n op <strong>de</strong>ze vier aspecten.<br />
5 Uit paragraaf 3.1 is gebleken dat organisaties die zich aanpassen aan <strong>de</strong> <strong>in</strong>stitutionele omgev<strong>in</strong>g<br />
organisatie-elementen van <strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g overnemen. De organisaties gaan dan <strong>in</strong> toenemen<strong>de</strong> mate op<br />
elkaar lijken. Het ligt daardoor voor <strong>de</strong> hand om te verwachten dat organisaties meer van elkaar gaan<br />
verschillen als zij gaan reageren op <strong>de</strong> <strong>markt</strong>omgev<strong>in</strong>g.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Structuurveran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen hebben te maken met <strong>de</strong> manier waarop een organisatie is<br />
opgebouwd en <strong>de</strong> wijze waarop verhoud<strong>in</strong>gen en betrekk<strong>in</strong>gen tussen mensen <strong>in</strong> een<br />
organisatie m<strong>in</strong> of meer geregeld verlopen (Van Doorn & Lammers, 1962; Van <strong>de</strong>r Krogt &<br />
Vroom, 1995). Aangezien <strong>de</strong> organisatiestructuur <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>ge relaties bepaalt en een<br />
b<strong>in</strong><strong>de</strong>nd element b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> organisatie is (kenmerkend voor het begrip organisatiestructuur<br />
is <strong>de</strong> regelmaat en stabiliteit), zijn structuurwijzig<strong>in</strong>gen als regel <strong>in</strong>grijpend van<br />
aard (Ax, 1993).<br />
Dat neemt niet weg dat een on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g een aantal structuurelementen kan<br />
proberen te veran<strong>de</strong>ren, bijvoorbeeld door meer specialistische taken en functies <strong>in</strong> te<br />
voeren (om het on<strong>de</strong>rwijs aantrekkelijker te maken) en het aantal hiërarchische niveaus<br />
te verm<strong>in</strong><strong>de</strong>ren, zodat <strong>de</strong> organisatie daadkrachtiger kan reageren op on<strong>de</strong>r meer <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g.<br />
7<br />
Kwalificaties betreffen <strong>de</strong> kennis en vaardighe<strong>de</strong>n die nodig zijn om het doel van <strong>de</strong><br />
organisatie te verwezenlijken (Remmers, 1993). <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong><strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen zijn voor wat<br />
betreft <strong>de</strong> kwalificaties van personeel gebon<strong>de</strong>n aan wettelijke eisen. Dat geldt met name<br />
voor het fun<strong>de</strong>rend on<strong>de</strong>rwijs, waar <strong>de</strong> vereiste kennis en vaardighe<strong>de</strong>n zijn gestandaardiseerd<br />
b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> lerarenopleid<strong>in</strong>gen en zijn vastgelegd <strong>in</strong> <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> beroepsprofielen<br />
en bekwaamheidseisen. Het is mogelijk dat scholen als gevolg van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g<br />
aanvullen<strong>de</strong> eisen gaan stellen aan <strong>de</strong> kwalificaties van hun personeel, maar<br />
gezien <strong>de</strong> krapte op <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong> ligt dat niet voor <strong>de</strong> hand. Wel is het mogelijk dat<br />
on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen docenten aanstellen die niet <strong>de</strong> reguliere lerarenopleid<strong>in</strong>g hebben<br />
gevolgd, bijvoorbeeld mensen die <strong>in</strong> het bedrijfsleven werkzaam zijn. Dit laatste geldt<br />
met name voor <strong>de</strong> BVE-sector en het hoger on<strong>de</strong>rwijs.<br />
Een <strong>de</strong>r<strong>de</strong> aspect van <strong>de</strong> <strong>in</strong>terne organisatie is <strong>de</strong> technologie, ofwel <strong>de</strong> werkwijze en<br />
<strong>in</strong>strumenten ten behoeve van het on<strong>de</strong>rwijsleerproces (Visscher, 1993). Zo zijn er<br />
bijvoorbeeld universiteiten die het probleem-gestuurd on<strong>de</strong>rwijs hebben <strong>in</strong>gevoerd om<br />
zich te on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n van an<strong>de</strong>re <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen en basisscholen die van het klassikaal<br />
frontaal lesgeven zijn overgestapt op het aanbie<strong>de</strong>n van Jenaplan-on<strong>de</strong>rwijs.<br />
Het vier<strong>de</strong> en laatste organisatie-aspect is cultuur, “the set of shared, taken-for-granted<br />
implicit assumptions that a group holds and that <strong>de</strong>term<strong>in</strong>es how it perceives, th<strong>in</strong>ks<br />
about, and reacts to its various environments” (Sche<strong>in</strong>, 1996, p. 236). De cultuur van<br />
organisaties werkt, net als <strong>de</strong> structuur, stabiliserend. Cultuur is het resultaat van <strong>in</strong>teracties<br />
tussen <strong>de</strong> waar<strong>de</strong>n, waarnem<strong>in</strong>gen en gedrag<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong> organisatiele<strong>de</strong>n<br />
(Imants, 1993; Van <strong>de</strong>r Krogt & Vroom, 1995). Doordat <strong>de</strong> waar<strong>de</strong>n en, <strong>in</strong> m<strong>in</strong><strong>de</strong>re mate,<br />
<strong>de</strong> waarnem<strong>in</strong>gen en gedrag<strong>in</strong>gen van organisatiele<strong>de</strong>n niet zo snel veran<strong>de</strong>ren, v<strong>in</strong><strong>de</strong>n<br />
veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> cultuur heel gelei<strong>de</strong>lijk plaats en kunnen zij niet wor<strong>de</strong>n gepland.<br />
Schoolorganisaties kunnen als reactie op <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g bovengenoem<strong>de</strong> aspecten van <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>terne organisatie aanpassen. De besprek<strong>in</strong>g van <strong>de</strong>ze aspecten en <strong>de</strong> wijze waarop<br />
schoolorganisaties ze aanpassen geeft echter nog geen antwoord op <strong>de</strong> vraag welk type<br />
organisatie goed kan functioneren <strong>in</strong> een <strong>markt</strong>situatie. Op <strong>de</strong>ze vraag wordt <strong>in</strong> paragraaf<br />
6 <strong>in</strong>gegaan.<br />
6 Een vijf<strong>de</strong> aspect is <strong>de</strong> strategie ten opzichte van <strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g, maar dit behoort niet tot <strong>de</strong> <strong>in</strong>terne<br />
organisatie.<br />
7 An<strong>de</strong>re structuurelementen zijn: centralisatie van besluitvorm<strong>in</strong>g; formalisatie van gedragsvoorschriften,<br />
bevoegdhe<strong>de</strong>n en procedures; standaardisatie van werkzaamhe<strong>de</strong>n; en afhankelijkheid (Veen,<br />
1980).<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 123
124<br />
Zoeken naar externe hulpbronnen<br />
Als gevolg van <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g en autonomievergrot<strong>in</strong>g neemt <strong>de</strong> zogeheten verticale<br />
autonomie van on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen toe. Van verticale autonomie is sprake wanneer <strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen bevoegdhe<strong>de</strong>n toegewezen krijgen door een hoger hiërarchisch<br />
niveau, <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs meestal het m<strong>in</strong>isterie van <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>, Cultuur en Wetenschappen<br />
(OCenW). Horizontale autonomie houdt <strong>in</strong> dat scholen toegang hebben tot en <strong>in</strong> staat zijn<br />
tot <strong>de</strong> beheers<strong>in</strong>g van hulpbronnen, ook wel laterale autonomie genoemd. Als on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
meer eigen mid<strong>de</strong>len verwerven, ofwel als hun laterale autonomie toeneemt,<br />
kunnen zij zich vrijer opstellen <strong>in</strong> <strong>de</strong> verticale kolom (Van Wier<strong>in</strong>gen, 1996). Met an<strong>de</strong>re<br />
woor<strong>de</strong>n, zij kennen dan meer f<strong>in</strong>anciers dan enkel het m<strong>in</strong>isterie van OCenW en <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>vloed van het m<strong>in</strong>isterie neemt verhoud<strong>in</strong>gsgewijs af, zodat naast <strong>de</strong> laterale autonomie<br />
ook <strong>de</strong> verticale autonomie van <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen toeneemt.<br />
Organisaties hebben diverse mogelijkhe<strong>de</strong>n om externe hulpbronnen te verwerven,<br />
bijvoorbeeld via uitbreid<strong>in</strong>g (groei) of fusie met externe leveranciers (Pfeffer & Salancik,<br />
1978). Zij kunnen <strong>de</strong> eigen hulpbronnen vergroten door uitbreid<strong>in</strong>g, bijvoorbeeld door<br />
zich te richten op an<strong>de</strong>re doelgroepen (zie hiervoor het volgen<strong>de</strong> punt, het <strong>in</strong>spelen op<br />
<strong>de</strong> veran<strong>de</strong>ren<strong>de</strong> vraagkant), maar ook door sponsor<strong>in</strong>g.<br />
Inspelen op <strong>de</strong> veran<strong>de</strong>ren<strong>de</strong> vraagkant<br />
Een specifieke vorm van het zoeken naar externe hulpbronnen is het <strong>in</strong>spelen op <strong>de</strong><br />
veran<strong>de</strong>ren<strong>de</strong> vraagkant. De overheid stuurt op macro-doelmatigheid van het on<strong>de</strong>rwijs<br />
en vraagt van scholen dat ze een ‘basispakket’ van diensten bie<strong>de</strong>n voor een breed<br />
publiek en een lage prijs. Naast het bie<strong>de</strong>n van dit basispakket, kunnen scholen <strong>in</strong>spelen<br />
op an<strong>de</strong>re vragen van bijvoorbeeld on<strong>de</strong>rwijs<strong>de</strong>elnemers en afnemers (vervolgopleid<strong>in</strong>gen<br />
en/of bedrijfsleven) die een meer specifiek product wensen en eventueel bereid zijn<br />
een (f<strong>in</strong>anciële) bijdrage te leveren aan het on<strong>de</strong>rwijs. Het kan daarbij bijvoorbeeld gaan<br />
om basisscholen die leerl<strong>in</strong>gen werven door tevens naschoolse opvang te bie<strong>de</strong>n of door<br />
het on<strong>de</strong>rwijsaanbod te vernieuwen (zie hiervoor ook het veran<strong>de</strong>ren van <strong>de</strong> organisatie,<br />
het aspect technologie). An<strong>de</strong>re voorbeel<strong>de</strong>n zijn een school voor voortgezet on<strong>de</strong>rwijs<br />
die <strong>de</strong> mogelijkheid biedt <strong>in</strong> meer vakken e<strong>in</strong><strong>de</strong>xamen te doen en een universitaire opleid<strong>in</strong>g<br />
die een <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> studie <strong>in</strong> het buitenland aanbiedt, <strong>in</strong> samenwerk<strong>in</strong>g met een of<br />
meer buitenlandse universiteiten. Een voorbeeld vanuit <strong>de</strong> BVE-sector en het hoger on<strong>de</strong>rwijs<br />
is het aanbie<strong>de</strong>n van contracton<strong>de</strong>rwijs.<br />
5 Reactie van scholen op <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g: ontwikkel<strong>in</strong>gen en<br />
on<strong>de</strong>rzoeksresultaten<br />
Deze paragraaf geeft een beeld van <strong>de</strong> <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>gsontwikkel<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs en<br />
het on<strong>de</strong>rzoek dat daarnaar is gedaan. Voor <strong>de</strong> besprek<strong>in</strong>g van <strong>de</strong>ze ontwikkel<strong>in</strong>gen<br />
vormt <strong>de</strong> <strong>in</strong><strong>de</strong>l<strong>in</strong>g uit paragraaf 4 het uitgangspunt. In paragraaf 5.1 staat het verkrijgen<br />
van controle over <strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g centraal. Paragraaf 5.2 gaat over <strong>de</strong> aanpass<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
organisatie. In bei<strong>de</strong> paragrafen wor<strong>de</strong>n voorbeel<strong>de</strong>n uit <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijssectoren<br />
gegeven.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
5.1 CONTROLE KRIJGEN OVER DE OMGEVING<br />
Marktwerk<strong>in</strong>g buitenspel zetten<br />
Gezien het feit dat on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen gewend zijn te functioneren <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>in</strong>stitutionele<br />
omgev<strong>in</strong>g en geïnstitutionaliseerd zijn, ligt het voor <strong>de</strong> hand dat <strong>in</strong> ie<strong>de</strong>r geval een <strong>de</strong>el<br />
van <strong>de</strong> scholen probeert <strong>de</strong> <strong>in</strong>vloed van <strong>de</strong> <strong>markt</strong> zo beperkt mogelijk te hou<strong>de</strong>n, bijvoorbeeld<br />
door <strong>de</strong> <strong>markt</strong> buitenspel te zetten.<br />
Uit on<strong>de</strong>rzoek blijkt dat scholen voor voortgezet on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong><strong>de</strong>rdaad proberen <strong>de</strong> <strong>markt</strong>omgev<strong>in</strong>g<br />
buitenspel te zetten door meer te gaan samenwerken met een toenemend<br />
aantal basisscholen en door met an<strong>de</strong>re <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen voor voortgezet on<strong>de</strong>rwijs te fuseren<br />
(Teelken, 1998).<br />
Ver<strong>de</strong>r blijkt dat ROC’s <strong>in</strong> toenemen<strong>de</strong> mate samenwerken om het on<strong>de</strong>rwijsaanbod te<br />
optimaliseren, maar ook om concurrentie tegen te gaan (Pol<strong>de</strong>r e.a., 1998). Daarnaast is<br />
er <strong>in</strong> <strong>de</strong> BVE-sector en het hoger on<strong>de</strong>rwijs we<strong>in</strong>ig sprake van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g doordat er<br />
relatief we<strong>in</strong>ig <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen zijn en <strong>de</strong> gemid<strong>de</strong>l<strong>de</strong> schaal van <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen groot is (SCP,<br />
2000). 8<br />
Ook voor het primair en voortgezet on<strong>de</strong>rwijs geldt dat <strong>de</strong> schaalvergrot<strong>in</strong>g ertoe kan<br />
lei<strong>de</strong>n dat <strong>de</strong> concurrentie tussen <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen afneemt omdat <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> een regio<br />
of gemeente een soort monopolie gaan vormen (Van Wier<strong>in</strong>gen, 1996). Vooralsnog lijkt<br />
dit nog niet het geval te zijn. Met name <strong>in</strong> verste<strong>de</strong>lijkte gebie<strong>de</strong>n is momenteel sprake<br />
van veel concurrentie (Mie<strong>de</strong>ma, 2000). Er staan daar relatief veel scholen, dicht bij<br />
elkaar, waardoor <strong>de</strong> schoolkeuzemogelijkhe<strong>de</strong>n van ou<strong>de</strong>rs en leerl<strong>in</strong>gen groot zijn. Ook<br />
uit het on<strong>de</strong>rzoek van Teelken (1998) naar het <strong>markt</strong>mechanisme <strong>in</strong> het voortgezet<br />
on<strong>de</strong>rwijs blijkt dat <strong>de</strong> concurrentie tussen scholen <strong>de</strong> laatste jaren is toegenomen,<br />
doordat <strong>de</strong> <strong>in</strong>formatie over <strong>de</strong> scholen is toegenomen, waardoor <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs en leerl<strong>in</strong>gen<br />
meer schoolkeuzemogelijkhe<strong>de</strong>n hebben.<br />
Kiezen voor een <strong>markt</strong>segment<br />
Scholen hebben gezien hun wettelijke opdracht relatief we<strong>in</strong>ig mogelijkhe<strong>de</strong>n om te<br />
kiezen voor een bepaald <strong>markt</strong>segment. Een basisschool kan bijvoorbeeld niet besluiten<br />
geen on<strong>de</strong>rwijs meer aan te bie<strong>de</strong>n aan k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren <strong>in</strong> <strong>de</strong> leeftijd van 4 tot 12 jaar, dan zou<br />
<strong>de</strong> school geen basisschool meer zijn. Wel kan een school besluiten om bepaal<strong>de</strong><br />
groepen leerl<strong>in</strong>gen niet meer of juist wel te bena<strong>de</strong>ren. Een basisschool kan naast het<br />
reguliere on<strong>de</strong>rwijs Jenaplan-on<strong>de</strong>rwijs aan gaan bie<strong>de</strong>n; een school voor voortgezet<br />
on<strong>de</strong>rwijs kan besluiten alleen VBO-af<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> stand te hou<strong>de</strong>n die zich richten op <strong>de</strong><br />
theoretische en gemeng<strong>de</strong> leerweg, en <strong>de</strong> basisberoepsgerichte en ka<strong>de</strong>rberoepsgerichte<br />
leerwegen buiten beschouw<strong>in</strong>g te laten. Als <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> BVE-sector en het hoger<br />
on<strong>de</strong>rwijs ertoe over gaan om naast <strong>de</strong> geëigen<strong>de</strong> doelgroep an<strong>de</strong>re doelgroepen te<br />
bena<strong>de</strong>ren, is veelal sprake van contracton<strong>de</strong>rwijs (zie hiervoor paragraaf 5.2, het<br />
<strong>in</strong>spelen op een veran<strong>de</strong>ren<strong>de</strong> vraagkant).<br />
8 In <strong>de</strong> BVE-sector kan <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g via <strong>de</strong> vraagkant wor<strong>de</strong>n bevor<strong>de</strong>rd door <strong>de</strong> kwalificatiestructuur.<br />
Hierdoor is namelijk het aanbod van opleid<strong>in</strong>gen transparanter gewor<strong>de</strong>n, zodat ou<strong>de</strong>rs en leerl<strong>in</strong>gen<br />
een betere schoolkeuze kunnen maken.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 125
126<br />
5.2 AANPASSING<br />
Veran<strong>de</strong>ren van <strong>de</strong> organisatie<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong><strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen zijn voortdurend bezig met het veran<strong>de</strong>ren van aspecten van hun<br />
organisatie (cultuur, structuur, technologie en kwalificaties), maar er is we<strong>in</strong>ig <strong>in</strong>formatie<br />
voorhan<strong>de</strong>n over <strong>de</strong> gevolgen van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g voor <strong>de</strong> veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> organisatie.<br />
Alleen voor het voortgezet on<strong>de</strong>rwijs is gebleken dat <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g ertoe heeft geleid dat<br />
scholen hun technologie aan hebben gepast. Dit blijkt uit het feit dat naar buiten toe het<br />
on<strong>de</strong>rwijsaanbod <strong>in</strong>zichtelijker wordt gemaakt en dat <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijskundige diversiteit<br />
tussen scholen groter lijkt te wor<strong>de</strong>n, ondanks het feit dat <strong>de</strong>ze diversiteit wordt beperkt<br />
door <strong>de</strong> <strong>in</strong>vloed die <strong>de</strong> overheid uitoefent op <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd van het on<strong>de</strong>rwijs (Teelken,<br />
1998).<br />
Bovenstaan<strong>de</strong> sluit aan bij on<strong>de</strong>rzoeksresultaten die aantonen dat zowel basisscholen als<br />
scholen voor voortgezet on<strong>de</strong>rwijs die concurrentie ervaren, (noodgedwongen) meer<br />
beleid voeren dan scholen die geen of we<strong>in</strong>ig concurrentie ervaren (Majoor, 2000;<br />
Sleegers, 1991). Daarnaast blijken basisscholen die concurrentie ervaren hun organisatie<br />
vaker te veran<strong>de</strong>ren dan basisscholen die geen concurrentie ervaren (Majoor, 2000).<br />
Het gevaar bestaat echter wel dat scholen die concurrentie ervaren <strong>in</strong> m<strong>in</strong><strong>de</strong>re mate<br />
toekomen aan het verbeteren van hun on<strong>de</strong>rwijs. Uit on<strong>de</strong>rzoek blijkt namelijk dat basisscholen<br />
die concurrentie ervaren druk bezig zijn met het behou<strong>de</strong>n van hun leerl<strong>in</strong>genstroom<br />
en het voeren van een omgev<strong>in</strong>gsgericht beleid (Hooge, 1998).<br />
Zoeken naar externe hulpbronnen<br />
Steeds meer scholen zijn op zoek naar externe hulpbronnen, <strong>in</strong> het primair en voortgezet<br />
on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van het heffen van een ou<strong>de</strong>rbijdrage, het verwerven van sponsors<br />
en <strong>de</strong> han<strong>de</strong>l <strong>in</strong> aan<strong>de</strong>len (SCP, 2000). 9 On<strong>de</strong>r meer leermid<strong>de</strong>len, klaslokalen en sportdagen<br />
wor<strong>de</strong>n gesponsord. Daarnaast maken sommige bedrijven tegen betal<strong>in</strong>g reclame,<br />
bijvoorbeeld <strong>in</strong> <strong>de</strong> schoolkrant of <strong>in</strong> <strong>de</strong> kant<strong>in</strong>e van on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen.<br />
Ook <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> BVE-sector en het hoger on<strong>de</strong>rwijs zoeken naar externe<br />
hulpbronnen via sponsor<strong>in</strong>g. Voor het hoger on<strong>de</strong>rwijs zijn daarnaast <strong>de</strong> buitenlandse<br />
stu<strong>de</strong>nten een extra <strong>in</strong>komstenbron (SCP, 2000). Het plan van <strong>de</strong> overheid om <strong>de</strong> diplomer<strong>in</strong>g<br />
<strong>in</strong> het hoger on<strong>de</strong>rwijs aan te laten sluiten bij het <strong>in</strong>ternationaal beken<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rscheid<br />
tussen bachelors en masters kan ertoe bijdragen dat <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
voor hoger on<strong>de</strong>rwijs meer <strong>in</strong>komsten kunnen verwerven door het aantrekken van<br />
buitenlandse stu<strong>de</strong>nten.<br />
Inspelen op een veran<strong>de</strong>ren<strong>de</strong> vraagkant<br />
B<strong>in</strong>nen alle sectoren spelen <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> op een veran<strong>de</strong>ren<strong>de</strong> vraagkant. Zo kennen<br />
alle sectoren particuliere <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen. De laatste jaren neemt ook voor het leerplichtige<br />
on<strong>de</strong>rwijs het belang van privé-on<strong>de</strong>rwijs toe. Meer mensen hebben <strong>de</strong> f<strong>in</strong>anciële<br />
mid<strong>de</strong>len om privé-on<strong>de</strong>rwijs te betalen en <strong>de</strong> discussie over <strong>de</strong> kwaliteit van het on<strong>de</strong>rwijs<br />
en <strong>de</strong> klassegrootte versterkt <strong>de</strong> behoefte van ou<strong>de</strong>rs aan privé-on<strong>de</strong>rwijs<br />
(Basisschoolmanagement, 2000). Het particulier voortgezet on<strong>de</strong>rwijs richt zich voor-<br />
9 Hoewel het heffen van een ou<strong>de</strong>rbijdrage en sponsor<strong>in</strong>g b<strong>in</strong>nen het on<strong>de</strong>rwijs is gereguleerd (respectievelijk<br />
doordat het verbo<strong>de</strong>n is leerl<strong>in</strong>gen te weigeren die <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rbijdrage niet kunnen betalen en<br />
doordat het bij sponsor<strong>in</strong>g on<strong>de</strong>r meer verbo<strong>de</strong>n is dat <strong>de</strong> sponsor <strong>in</strong>vloed heeft op het on<strong>de</strong>rwijs),<br />
kunnen <strong>de</strong>ze ontwikkel<strong>in</strong>gen bijdragen aan een twee<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs (Basisschoolmanagement,<br />
2000). Scholen kunnen bijvoorbeeld vanuit <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rbijdrage een extra leerkracht aanstellen en vanuit<br />
<strong>de</strong> sponsor<strong>in</strong>g een lesmetho<strong>de</strong> of computers aanschaffen.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
namelijk op <strong>de</strong> e<strong>in</strong><strong>de</strong>xamenopleid<strong>in</strong>gen, waarbij <strong>de</strong> examens door <strong>de</strong> <strong>in</strong>spectie van het<br />
on<strong>de</strong>rwijs wor<strong>de</strong>n gecontroleerd. De verwacht<strong>in</strong>g is dat het aantal privé-scholen <strong>in</strong> het<br />
basis- en voortgezet on<strong>de</strong>rwijs niet heel groot zal wor<strong>de</strong>n, omdat privé-on<strong>de</strong>rwijs duur is.<br />
Ou<strong>de</strong>rs betalen tussen <strong>de</strong> 15.000 en 35.000 gul<strong>de</strong>n per jaar per k<strong>in</strong>d.<br />
De BVE-sector en het hoger on<strong>de</strong>rwijs kennen een fl<strong>in</strong>k aantal particuliere <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen.<br />
Hiermee kunnen <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen beter <strong>in</strong>spelen op vragen van <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong> en het<br />
bedrijfsleven. De particuliere opleid<strong>in</strong>gen b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong>ze sectoren kunnen erkend zijn (wat<br />
betekent dat <strong>de</strong> diploma’s zijn erkend en dat <strong>de</strong> stu<strong>de</strong>nten recht hebben op studief<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g),<br />
maar wor<strong>de</strong>n niet bekostigd door <strong>de</strong> overheid. De erken<strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gen<br />
moeten voldoen aan bepaal<strong>de</strong> overheidseisen ten aanzien van <strong>de</strong> kwaliteitszorg en <strong>de</strong><br />
overheid houdt toezicht op <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen.<br />
Een bekend voorbeeld van een particuliere <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g voor hoger on<strong>de</strong>rwijs is <strong>de</strong><br />
universiteit Nijenro<strong>de</strong>. Na <strong>de</strong> verzelfstandig<strong>in</strong>g van Nijenro<strong>de</strong> is <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g zowel<br />
organisatorisch als <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijk succesvoller gewor<strong>de</strong>n. De opleid<strong>in</strong>gen die <strong>de</strong> universiteit<br />
aanbiedt, sluiten goed aan bij <strong>de</strong> wensen van het bedrijfsleven en bie<strong>de</strong>n goe<strong>de</strong> carrièreperspectieven.<br />
Ook <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd van an<strong>de</strong>re particuliere opleid<strong>in</strong>gen is steeds beter<br />
afgestemd op <strong>de</strong> wensen van het bedrijfsleven.<br />
Keerzij<strong>de</strong> van <strong>de</strong>ze ontwikkel<strong>in</strong>g is dat als <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> toenemen<strong>de</strong> mate opleid<strong>in</strong>gen<br />
aanbie<strong>de</strong>n die aansluiten bij <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong> en het bedrijfsleven, het gevaar bestaat dat<br />
het <strong>in</strong>noverend vermogen van <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen afneemt. Uit on<strong>de</strong>rzoek blijkt dat het voor<br />
het on<strong>de</strong>rwijs b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen niet gunstig is als <strong>de</strong> overheid zuiver en alleen<br />
volstaat met het vergroten van <strong>de</strong> keuzevrijheid van <strong>de</strong> consument (Jenniskens, 1997).<br />
Zij verklaart dit door te wijzen op <strong>de</strong> bufferfunctie die <strong>de</strong> overheid <strong>in</strong> kan nemen door<br />
zichzelf te plaatsen tussen <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen aan <strong>de</strong> ene kant en <strong>de</strong> <strong>markt</strong> aan <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re<br />
kant (stu<strong>de</strong>nten, werkgevers/arbeids<strong>markt</strong>). Door <strong>de</strong>ze bufferfunctie kunnen <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
experimenteren met bijvoorbeeld an<strong>de</strong>re on<strong>de</strong>rwijsprogramma’s, zon<strong>de</strong>r dat zij onmid<strong>de</strong>llijk<br />
door <strong>de</strong> <strong>markt</strong> wor<strong>de</strong>n afgestraft als het mislukt.<br />
Naast het bestaan van particuliere opleid<strong>in</strong>gen hebben <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> BVE-sector en<br />
het hoger on<strong>de</strong>rwijs <strong>de</strong> mogelijkheid om contractactiviteiten aan te bie<strong>de</strong>n, waardoor ze<br />
f<strong>in</strong>ancieel m<strong>in</strong><strong>de</strong>r afhankelijk kunnen wor<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> overheid. Uit on<strong>de</strong>rzoek blijkt dat <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen die zich met contractactiviteiten bezig hou<strong>de</strong>n, vaak <strong>de</strong> grote en geprofessionaliseer<strong>de</strong><br />
scholen zijn. Een zekere schaalgrootte en het hebben van een beleidsvoerend<br />
vermogen lijken voorwaar<strong>de</strong>n te zijn, wil een on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g een meer <strong>markt</strong>gerichte<br />
houd<strong>in</strong>g aannemen. De houd<strong>in</strong>g ten opzichte van sponsor<strong>in</strong>g, contractactiviteiten en<br />
flexibiliser<strong>in</strong>g van het personeelsbeleid is <strong>in</strong> <strong>de</strong> BVE-sector over het geheel genomen<br />
positief (Van Amersfoort & Witziers, 1995). Een negatief effect van <strong>de</strong> mogelijkheid om<br />
contracton<strong>de</strong>rwijs aan te bie<strong>de</strong>n is dat er sprake is van concurrentievervals<strong>in</strong>g ten<br />
opzichte van het niet-bekostig<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs. Als het reguliere on<strong>de</strong>rwijs, dat aanvankelijk<br />
niet-w<strong>in</strong>stgerichte organisaties betrof, naast <strong>de</strong> reguliere activiteiten commercieel gaat<br />
werken, bestaat het gevaar dat zij publieke mid<strong>de</strong>len <strong>in</strong>zetten voor <strong>markt</strong>activiteiten.<br />
In dat geval is er sprake van concurrentievervals<strong>in</strong>g en van onjuist gebruik van<br />
overheidsmid<strong>de</strong>len (Van Del<strong>de</strong>n, 2000; WRR, 2000). Een positief effect is <strong>de</strong> betere<br />
afstemm<strong>in</strong>g op het bedrijfsleven (Van Amersfoort & Witziers, 1995; Inspectie van het<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>, 1991).<br />
In het hoger on<strong>de</strong>rwijs wordt naast het aanbie<strong>de</strong>n van contracton<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> toenemen<strong>de</strong><br />
mate contracton<strong>de</strong>rzoek uitgevoerd voor bedrijven en overhe<strong>de</strong>n.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 127
6 Organisaties die goed functioneren <strong>in</strong> een <strong>markt</strong>situatie<br />
128<br />
Nu dui<strong>de</strong>lijk is hoe schoolorganisaties <strong>in</strong> <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijssectoren kunnen<br />
reageren op <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs, rest <strong>de</strong> vraag welk soort organisatie goed kan<br />
functioneren <strong>in</strong> een <strong>markt</strong>situatie. Zoals gezien vergroot <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>de</strong> onzekerheid<br />
van <strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g van schoolorganisaties. Organisaties kunnen op een onzekere omgev<strong>in</strong>g<br />
reageren door hun grip (controle) op <strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g te vergroten (en dus <strong>de</strong> <strong>markt</strong> <strong>de</strong>els<br />
buitenspel te zetten), maar ook door hun organisatie aan te passen. Deze afsluiten<strong>de</strong><br />
paragraaf gaat <strong>in</strong> op <strong>de</strong> vraag welk type organisatie a<strong>de</strong>quaat kan reageren op <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g.<br />
Een i<strong>de</strong>aal organisatietype tij<strong>de</strong>ns <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g<br />
Om te bepalen welk type organisatie goed kan functioneren <strong>in</strong> een <strong>markt</strong>situatie is het<br />
on<strong>de</strong>rscheid tussen organische en mechanische organisaties relevant. In organische<br />
organisaties werken mensen samen aan het bereiken van <strong>de</strong> doelen van <strong>de</strong> organisatie.<br />
Tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> <strong>in</strong>teractie tussen me<strong>de</strong>werkers wor<strong>de</strong>n taken cont<strong>in</strong>u aangepast en geher<strong>de</strong>f<strong>in</strong>ieerd.<br />
Organische organisaties kennen een netwerkstructuur van controle, autoriteit<br />
en communicatie en me<strong>de</strong>werkers krijgen een (hiërarchische) positie op basis van hun<br />
expertise en geschiktheid. In een mechanische organisatie is sprake van een hiërarchisch<br />
structuur van controle, autoriteit en communicatie. De <strong>in</strong>teractie tussen personen is met<br />
name verticaal en me<strong>de</strong>werkers werken <strong>in</strong>dividueel (Burns & Stalker, 1966). Het mechanische<br />
organisatietype past bij bedrijven met een standaardproductie en met personeel dat<br />
relatief laag geschoold is (Marx, 1984; Van Vilsteren, 1984).<br />
In het algemeen kan gesteld wor<strong>de</strong>n dat zogeheten organische organisaties beter dan<br />
mechanische organisaties gedijen <strong>in</strong> een situatie met veran<strong>de</strong>ren<strong>de</strong> omstandighe<strong>de</strong>n<br />
(Burns & Stalker, 1966). Dit impliceert dat organische organisaties beter functioneren als<br />
<strong>de</strong> <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g toeneemt. Organisaties die goed <strong>in</strong> een <strong>markt</strong>situatie functioneren<br />
hebben een flexibele structuur, zijn niet hiërarchisch georganiseerd en werken met<br />
tij<strong>de</strong>lijke projectgroepen.<br />
Ook Katz & Kahn (1966) en M<strong>in</strong>tzberg (1979) geven aan dat een organisatie een turbulente<br />
omgev<strong>in</strong>g tegemoet kan tre<strong>de</strong>n door een turbulente organisatiestructuur op te<br />
bouwen. Een <strong>de</strong>rgelijke organisatie is vergelijkbaar met <strong>de</strong> door M<strong>in</strong>tzberg (1979) on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<br />
adhocratische organisatiestructuur, die nodig is voor <strong>in</strong>novatieve organisaties die<br />
een complexe en/of dynamische omgev<strong>in</strong>g hebben. B<strong>in</strong>nen een adhocratie werken<br />
verschillen<strong>de</strong> discipl<strong>in</strong>es samen <strong>in</strong> ad hoc projectgroepen, <strong>de</strong> organisatiestructuur is los<br />
en past zich telkens aan.<br />
Een organisatie zou, afhankelijk van <strong>de</strong> veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g, flexibele taakgroepen<br />
<strong>in</strong> moeten stellen (<strong>in</strong> plaats van bijvoorbeeld een hiërarchisch gestructureer<strong>de</strong> bureaucratie).<br />
De le<strong>de</strong>n van <strong>de</strong>ze taakgroepen wor<strong>de</strong>n niet gekozen vanwege een formele positie<br />
of een bepaal<strong>de</strong> vaste taak, maar (naar analogie met <strong>de</strong> structurer<strong>in</strong>g van organische<br />
organisaties) op grond van <strong>de</strong> benodig<strong>de</strong> kennis, expertise en vaardighe<strong>de</strong>n. Wanneer het<br />
probleem is opgelost, kan een <strong>de</strong>rgelijke taakgroep weer wor<strong>de</strong>n opgeheven (Katz &<br />
Kahn, 1966).<br />
Daarnaast zou<strong>de</strong>n <strong>de</strong>ze tij<strong>de</strong>lijke projectgroepen of taakgroepen gekenmerkt moeten<br />
wor<strong>de</strong>n door een hoge mate van groepsloyaliteit, effectieve vaardighe<strong>de</strong>n om samen te<br />
werken en ambitieuze doelen. Ze bestaan uit le<strong>de</strong>n van het managementteam en<br />
me<strong>de</strong>werkers en besluiten gemeenschappelijk op basis van consensus. Het i<strong>de</strong>aal is dat<br />
personen <strong>in</strong> meer werkgroepen functioneren, zodat er verb<strong>in</strong>d<strong>in</strong>gen tussen groepen en<br />
eventueel hiërarchische niveaus tot stand kunnen komen (Likert, 1961).<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Schoolorganisaties <strong>in</strong> vergelijk<strong>in</strong>g tot het i<strong>de</strong>ale organisatietype<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>organisaties wor<strong>de</strong>n vaak vergeleken met het organisatiemo<strong>de</strong>l van <strong>de</strong> professionele<br />
bureaucratie (Bergen e.a., 1997; Marx, 1984; M<strong>in</strong>tzberg, 1979). Het professionele<br />
<strong>de</strong>el van een professionele bureaucratie heeft kenmerken van het organische organisatietype,<br />
terwijl het bureaucratische <strong>de</strong>el kenmerken van het mechanische organisatietype<br />
heeft.<br />
Een professionele bureaucratie heeft <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> kenmerken (Van Vilsteren, 1984):<br />
• Er werken hooggeschool<strong>de</strong> en gespecialiseer<strong>de</strong> professionals. Zij beheren en<br />
controleren <strong>in</strong> hoge mate hun eigen werk. Voor scholen betekent dit dat leraren<br />
relatief autonoom zijn ten opzichte van <strong>de</strong> schoolleid<strong>in</strong>g.<br />
• De functies zijn taakgericht en gespecialiseerd en krijgen vorm volgens <strong>de</strong><br />
beroepsco<strong>de</strong> van <strong>de</strong> professionals.<br />
• De organisatiestructuur is horizontaal (plat).<br />
• De professionals hebben een directe relatie met <strong>de</strong> cliënten (ou<strong>de</strong>rs en leerl<strong>in</strong>gen).<br />
Professionele bureaucratieën hebben <strong>de</strong> neig<strong>in</strong>g zich ge<strong>de</strong>eltelijk aan te passen aan<br />
veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g (Hooge, 1998; Majoor, 2000; Selznick, 1948). In <strong>de</strong><br />
praktijk komt dit er veelal op neer dat het bureaucratische <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> organisatie zich<br />
ogenschijnlijk aanpast, terwijl <strong>in</strong> <strong>de</strong> uitvoer<strong>in</strong>g van het werk (het professionele <strong>de</strong>el van<br />
<strong>de</strong> organisatie) niets veran<strong>de</strong>rt.<br />
In een situatie met <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g is het echter niet voldoen<strong>de</strong> als een on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g<br />
volstaat met het aanpassen van het bureaucratische <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> organisatie. Zoals gezien<br />
heeft <strong>de</strong> <strong>in</strong>voer<strong>in</strong>g van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g te maken met veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> aanbod en vraag,<br />
ofwel met veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> competitieve omgev<strong>in</strong>g en <strong>markt</strong>omgev<strong>in</strong>g. Wil een school<br />
daarop reageren, dan moeten <strong>de</strong> organisatie en het on<strong>de</strong>rwijs b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> professioneelbureaucratische<br />
organisatie wezenlijk veran<strong>de</strong>ren, zoals aan het beg<strong>in</strong> van <strong>de</strong>ze<br />
paragraaf is gezien. Een professionele bureaucratie heeft immers geen flexibele structuur<br />
en <strong>de</strong> me<strong>de</strong>werkers werken overwegend <strong>in</strong>dividueel.<br />
Marktwerk<strong>in</strong>g en autonomievergrot<strong>in</strong>g<br />
Als <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g vooraf wordt gegaan door autonomievergrot<strong>in</strong>g, is het mogelijk dat<br />
on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> toenemen<strong>de</strong> mate gaan lijken op organische organisaties,<br />
waardoor zij beter <strong>in</strong> staat zullen zijn te reageren op <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g. Uit het proefschrift<br />
van Majoor (2000) blijkt bijvoorbeeld dat <strong>de</strong> organisatie van basisscholen veran<strong>de</strong>rt als<br />
zij hun personele en f<strong>in</strong>anciële beleidsruimte benutten, <strong>in</strong> die z<strong>in</strong> dat <strong>de</strong> structuur van <strong>de</strong><br />
scholen complexer en meer gedifferentieerd wordt. Tevens zijn <strong>de</strong> leraren meer met<br />
elkaar als team gaan samenwerken en is hun <strong>in</strong>dividuele autonomie afgenomen.<br />
Basisscholen die hun beleidsruimte hebben benut hebben meer kenmerken van organische<br />
organisaties gekregen.<br />
Voor <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re on<strong>de</strong>rwijssectoren is geen on<strong>de</strong>rzoek gedaan naar <strong>de</strong> organisatorische<br />
gevolgen van autonomievergrot<strong>in</strong>g, althans niet <strong>in</strong> termen van een veran<strong>de</strong>rend organisatietype.<br />
Ook voor <strong>de</strong>ze sectoren is er echter sprake van autonomievergrot<strong>in</strong>g en een<br />
toenemen<strong>de</strong> beleidsbenutt<strong>in</strong>g (Ax e.a., 1994; Van Bergen & Van <strong>de</strong>r Ploeg, 2000; Van Esch<br />
& Tiebosch, 1998; Gemmeke & Van <strong>de</strong>r Vegt, 1997; Gemmeke e.a., 1999; Hooge, 1998;<br />
Karsten e.a., 1997; Majoor, 2000; Scheerens, 1995; Vrieze e.a., 1999), en <strong>de</strong>ze autonomievergrot<strong>in</strong>g<br />
en beleidsbenutt<strong>in</strong>g biedt scholen <strong>de</strong> mogelijkheid om <strong>de</strong> organisatie aan<br />
te passen en te reageren op <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g (Levacic, 1995). <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong><strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen die<br />
autonomer wor<strong>de</strong>n hebben <strong>de</strong> mogelijkheid om meer op organische organisaties te gaan<br />
lijken en op <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g te reageren.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 129
130<br />
Voorwaar<strong>de</strong> voor autonomievergrot<strong>in</strong>g en <strong>de</strong> benutt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> beleidsruimte is dat het<br />
beleidsvoerend vermogen van <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen voldoen<strong>de</strong> groot is. Relevant voor het hebben<br />
van een beleidsvoerend vermogen is het voeren van <strong>in</strong>tegraal beleid (afstemm<strong>in</strong>g van het<br />
on<strong>de</strong>rwijskundig en beheersmatige beleid), participatie van <strong>in</strong>terne geled<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
besluitvorm<strong>in</strong>g op basis van een hel<strong>de</strong>re <strong>in</strong>terne <strong>in</strong>vloedsver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g, hel<strong>de</strong>re <strong>in</strong>terne<br />
communicatie en afstemm<strong>in</strong>g, samenwerk<strong>in</strong>g tussen docenten (een te grote zelfstandigheid<br />
van docenten beperkt het beleidsvoerend vermogen), en functionele contacten met<br />
<strong>de</strong> afnemers van het on<strong>de</strong>rwijs (<strong>de</strong>elnemers, bedrijfsleven, vervolgopleid<strong>in</strong>gen) (Ax e.a.,<br />
1994; Van Esch & Tiebosch, 1998; Gemmeke e.a., 1999; Hooge, 1998; Karsten e.a.,<br />
1997; Sleegers, 1991). Bij grotere <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen zou daarnaast een mid<strong>de</strong>nmanagement<br />
met <strong>in</strong>vloed op het <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gsbeleid <strong>in</strong>gevoerd moeten wor<strong>de</strong>n (Gemmeke e.a., 1999).<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Literatuur<br />
Amersfoort en Witziers (1995).<br />
Dereguler<strong>in</strong>g en <strong>de</strong> <strong>markt</strong>positie van scholen. In: Tijdschrift voor <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong><br />
Research, jaargang 20, nr. 2, pp.115-132.<br />
Ax, J. (1993). Organisatiestructuur. In P.J.J. Stijnen, J. Scheerens, A.M.L. van<br />
Wier<strong>in</strong>gen & H.G.W. Münsterman (Red.),<br />
Transformatie van Schoolorganisaties (pp.92-118). Alphen aan <strong>de</strong>n Rijn: Samson<br />
H.D. Tjeenk Will<strong>in</strong>k.<br />
Ax, J., K.Y.G.C. Bosma & A.M.L. van Wier<strong>in</strong>gen.<br />
Beleidsvoer<strong>in</strong>g <strong>in</strong> colleges voor mid<strong>de</strong>lbaar beroepson<strong>de</strong>rwijs. Een on<strong>de</strong>rzoek naar<br />
<strong>de</strong> doorwerk<strong>in</strong>g van budgetbekostig<strong>in</strong>g, SCO-Kohnstamm Instituut, Amsterdam,<br />
1994.<br />
Basisschoolmanagement (2000).<br />
Privé school is <strong>in</strong> opmars. In: Basisschoolmanagement, jrg. 13, nr. 8, juni 2000,<br />
p.3.<br />
Bergen, Th., A. Knoers & P. Sleegers (red.) (1997).<br />
Perspectieven op <strong>de</strong> School <strong>in</strong> Dynamische Ontwikkel<strong>in</strong>g. Alphen aan <strong>de</strong>n Rijn:<br />
Samson H.D. Tjeenk Will<strong>in</strong>k.<br />
Bergen, C.T.A. van & S.W van <strong>de</strong>r Ploeg.<br />
Monitor <strong>in</strong>voer<strong>in</strong>g lumpsumbekostig<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het voortgezet on<strong>de</strong>rwijs, Regioplan<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> en Arbeids<strong>markt</strong>, Amsterdam, 2000.<br />
B<strong>in</strong>sbergen, P., H. <strong>de</strong> Boer & F. van Vught (1995).<br />
Compar<strong>in</strong>g governance structures of higher education <strong>in</strong>stitutions: towards a<br />
conceptual framework. In: L. Goe<strong>de</strong>gebuure & F. Van vught (eds), Comparative<br />
policy studies <strong>in</strong> higher education (pp.219-247). Culemborg.<br />
Burns, T. & G.M. Stalker (1966).<br />
The Management of Innovation. London: Tavistock Publications.<br />
Doorn, J.A.A. van & G.J.J. Lammers (1962).<br />
Mo<strong>de</strong>rne Sociologie: Systematiek en Analyses. Ensche<strong>de</strong>: het Spectrum.<br />
Esch, W. van & C. Tiebosch.<br />
Professionaliser<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> schoolorganisatie <strong>in</strong> <strong>de</strong> bve-sector, beg<strong>in</strong>met<strong>in</strong>g, SDU,<br />
Den Haag, 1998.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 131
Gemmeke, M., C.T.A. van Bergen & A.L. van <strong>de</strong>r Vegt.<br />
Professionaliser<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> schoolorganisatie <strong>in</strong> het primair en voortgezet<br />
on<strong>de</strong>rwijs: casestudies, Regioplan <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> en Arbeids<strong>markt</strong>, Amsterdam, 1999.<br />
Gemmeke, M. & A.L van <strong>de</strong>r Vegt.<br />
Professionaliser<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> schoolorganisatie <strong>in</strong> het primair en voortgezet on<strong>de</strong>rwijs,<br />
Regioplan <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> en Arbeids<strong>markt</strong>, Amsterdam, 1997.<br />
Hooge, E.H. (1998).<br />
Ruimte voor Beleid: autonomievergrot<strong>in</strong>g en beleidsuitvoer<strong>in</strong>g door basisscholen.<br />
Aca<strong>de</strong>misch Proefschrift. Amsterdam: Universiteit van Amsterdam.<br />
Imants, J.G.M. (1993).<br />
Schoolcultuur <strong>in</strong> basisscholen en implementatie van vernieuw<strong>in</strong>g. Ne<strong>de</strong>rlands<br />
Tijdschrift voor Opvoed<strong>in</strong>g, Vorm<strong>in</strong>g en <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>, vol. 9 (2).<br />
Inspectie van het <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> (1991).<br />
Verkenn<strong>in</strong>g <strong>in</strong> Veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g, vernieuw<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het mid<strong>de</strong>lbaar beroepson<strong>de</strong>rwijs<br />
gevolgd. Breda/Zoetermeer.<br />
James, E. (1997).<br />
Benefits and costs of privatized public services: lessons from the Dutch educational<br />
system. In: E. Cohn (ed.), Market approaches to education. Vouchers and<br />
school choice, pp. 479-498. New York: Pergamon.<br />
Jenniskens, I. (1997).<br />
Governmental steer<strong>in</strong>g and curriculum <strong>in</strong>novations: a comparative study of the<br />
relation between governmental steer<strong>in</strong>g <strong>in</strong>struments and <strong>in</strong>novations <strong>in</strong> higher<br />
education curricula. Elsevier/De Tijdstroom, Maarssen.<br />
Jong, J. <strong>de</strong> & G. Snik (1999).<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>vrijheid en <strong>markt</strong><strong>de</strong>nken. In: Pedagogisch Tijdschrift, jrg. 24, nr. 1, pp.<br />
99-124<br />
Karsten, S., J. Meijer & A.C.A.M. Vermeulen.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>kundige gevolgen van <strong>de</strong> lump sum bekostig<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het mbo, SCO-<br />
Kohnstamm Instituut, Amsterdam, 1997.<br />
Katz, D. & R.L. Kahn (1966).<br />
The Social Psychology of Organizations. New York: John Wiley & Sons.<br />
Keun<strong>in</strong>g, D. & D.J.Epp<strong>in</strong>k (1996).<br />
Management en Organisatie, theorie en toepass<strong>in</strong>g. Houten: Educatieve Partners<br />
Ne<strong>de</strong>rland BV.<br />
Kotler, P. & K.F.A. Fox (1985).<br />
Strategic market<strong>in</strong>g for educational organizations. New Yersey: Prentice Hall.<br />
132 <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Krogt, Th.P.W.M. van <strong>de</strong>r & C.W. Vroom (1995).<br />
Organisatie is Beweg<strong>in</strong>g. Utrecht: Lemma BV (3e druk).<br />
Levacic, R. (1995).<br />
Local Management of Schools, analysis and practice. Buck<strong>in</strong>gham / Phila<strong>de</strong>lphia:<br />
Open University Press.<br />
Likert, R. (1961).<br />
New Patterns of Management. New York: McGraw-Hill.<br />
Louis, K.S. en B.A.M. van Velzen (1997).<br />
A look at choice <strong>in</strong> the Netherlands. In: E. Cohn (ed.), Market approaches to<br />
education. Vouchers and school choice, pp. 499-509. New York: Pergamon.<br />
Majoor, D.J.M. (2000).<br />
Voortgang <strong>in</strong> autonomie, een studie naar <strong>de</strong> organisatorische gevolgen van<br />
f<strong>in</strong>anciële en personele beleidsbenutt<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het basison<strong>de</strong>rwijs. Aca<strong>de</strong>misch proefschrift:<br />
Universiteit van Amsterdam.<br />
Marx, E.C.H. (1984).<br />
Theoretisch overzicht van cont<strong>in</strong>gentiebena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen. In: B.P.M. Creemers (Red.),<br />
Handboek Schoolorganisatie en <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>management (pp.1410-3 tot 21).<br />
Alphen aan <strong>de</strong>n Rijn: Samson.<br />
Mie<strong>de</strong>ma, M. (2000).<br />
Hoe verkoop ik mijn school? Een eigentijdse upgra<strong>de</strong> van het on<strong>de</strong>rwijs. In: Over<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>, VOS/ABB, juni 2000, pp.6-14.<br />
M<strong>in</strong>isterie van OCenW,<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>beleidsbrief Sterke <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen, verantwoor<strong>de</strong>lijke overheid: brief over<br />
het on<strong>de</strong>rwijsbeleid op <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>llange en langere termijn. Zoetermeer.<br />
M<strong>in</strong>tzberg, H. (1979).<br />
The Structur<strong>in</strong>g of Organizations: a synthesis of the research. Englewood Cliffs:<br />
Prentice-Hall.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad (2000).<br />
Aandachtspunten voor <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>gsbeleid. Den Haag: <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad.<br />
Pfeffer, J. & G.R. Salancik (1978).<br />
The external control of organizations, a resource <strong>de</strong>pen<strong>de</strong>nce perspective. New<br />
York: Harper & Row.<br />
Pol<strong>de</strong>r, K.J., T. Huisman et al. (1998).<br />
Ontwikkel<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> Educatie. Amsterdam: SCO-Kohnstamm Instituut/CINOP.<br />
Pröpper, I.M.A.M. (1993).<br />
Inleid<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> Organisatietheorie. ‘s-Gravenhage: VUGA uitgeverij B.V.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 133
Remmers, J.L.M. (1993).<br />
Kwalificatie: Behoud en Ontwikkel<strong>in</strong>g. In: P.J.J. Stijnen, J. Scheerens, A.M.L. van<br />
Wier<strong>in</strong>gen & H.G.W. Münsterman (Red.), Transformatie van Schoolorganisaties<br />
(pp.78-91). Alphen aan <strong>de</strong>n Rijn: Samson H.D. Tjeenk Will<strong>in</strong>k.<br />
Scheerens, J. (1993).<br />
Transformatie van schoolorganisaties: een <strong>in</strong>leid<strong>in</strong>g. In: P.J.J. Stijnen, J. Scheerens,<br />
A.M.L. van Wier<strong>in</strong>gen & H.G.W. Münsterman (Red.), Transformatie van<br />
Schoolorganisaties (pp.13-29). Alphen aan <strong>de</strong>n Rijn: Samson H.D. Tjeenk Will<strong>in</strong>k.<br />
Scheerens J. & Hopk<strong>in</strong>s (1993).<br />
Inventarisatie en diagnose. In: P.J.J. Stijnen, J. Scheerens, A.M.L. van Wier<strong>in</strong>gen &<br />
H.G.W. Münsterman (Red.), Transformatie van Schoolorganisaties (pp.169-195).<br />
Alphen aan <strong>de</strong>n Rijn: Samson H.D. Tjeenk Will<strong>in</strong>k.<br />
Scheerens, J.<br />
Inleid<strong>in</strong>g: nuances <strong>in</strong> autonomie. In: Tijdschrift voor on<strong>de</strong>rwijsresearch, jrg.20,<br />
1995, nr .2, p.97-132.<br />
Sche<strong>in</strong>, E.H. (1996).<br />
Culture: the miss<strong>in</strong>g concept <strong>in</strong> organization studies. Adm<strong>in</strong>istrative Science<br />
Quarterly, vol. 41, pp. 229-240.<br />
Selznick, P. (1948).<br />
Foundations of the theory of organization. American Sociological Review, vol. 13,<br />
pp. 25-35.<br />
Sleegers, P.J.C. (1991).<br />
School en Beleidsvoer<strong>in</strong>g: een on<strong>de</strong>rzoek naar <strong>de</strong> relatie tussen het beleidsvoerend<br />
vermogen van scholen en het benutten van <strong>de</strong> beleidsruimte door scholen.<br />
Aca<strong>de</strong>misch proefschrift. Nijmegen: Katholieke Universiteit Nijmegen.<br />
Sociaal en Cultureel Rapport 2000 (2001).<br />
Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau. (paragraaf 12.3, Marktwerk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het<br />
on<strong>de</strong>rwijs, pp. 443-461).<br />
Teelken, C. (1998).<br />
Market Mechanisms <strong>in</strong> Education: a comparative study of school choice <strong>in</strong> the<br />
Netherlands, England and Scotland. Aca<strong>de</strong>misch Proefschrift. Amsterdam:<br />
Universiteit van Amsterdam.<br />
Veen, P. (1980).<br />
Organisatietheorieën. In: P.J.D. Drenth et al. (red.), Arbeids- en organisatiepsychologie<br />
(4.2 VEE 1-4.2 VEE 42). Deventer: Kluwer.<br />
Vilsteren, C.A. (1984).<br />
De school als professioneel-bureaucratische organisatie. Handboek<br />
Schoolorganisatie en <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>management (pp. 1510-1 tot 26). Alphen a/d Rijn:<br />
Samson.<br />
134 <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Visscher, A.J. (1993).<br />
De technologie van het primaire proces <strong>in</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen. In: P.J.J. Stijnen,<br />
J. Scheerens, A.M.L. van Wier<strong>in</strong>gen & H.G.W. Münsterman (Red.), Transformatie<br />
van Schoolorganisaties (pp.53-77). Alphen aan <strong>de</strong>n Rijn: Samson H.D. Tjeenk<br />
Will<strong>in</strong>k.<br />
Vrieze, G., M. Laemers, B. Hövels & C. Tibosch.<br />
Vernieuw<strong>in</strong>gsmonitor bve 1997/1998, Vijf<strong>de</strong> met<strong>in</strong>g, ITS, Nijmegen, 1999.<br />
Waslan<strong>de</strong>r, S. (1999).<br />
Koopmanschap en Burgerschap: <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs. Gron<strong>in</strong>gen:<br />
Aca<strong>de</strong>misch proefschrift.<br />
Wetenschappelijke Raad voor het Reger<strong>in</strong>gsbeleid (2000).<br />
Het borgen van publiek belang. Den Haag: SDU.<br />
Wier<strong>in</strong>gen, A.M.L. van (1991).<br />
Zeggenschapsprofiel van scholen. In: P.J.J. Stijnen & J.F.M. Claessen, Leerboek<br />
Schoolmanagement (pp. 50-65). Heerlen: Open Universiteit, pp. 50-65.<br />
Wier<strong>in</strong>gen, A.M.L. van (1993).<br />
Strategisch on<strong>de</strong>rwijsmanagement. In: P.J.J. Stijnen, J. Scheerens, A.M.L. van<br />
Wier<strong>in</strong>gen & H.G.W. Münsterman (Red.), Transformatie van Schoolorganisaties.<br />
Alphen a/d Rijn: Samson H.D. Tjeenk Will<strong>in</strong>k, pp.33-52.<br />
Wier<strong>in</strong>gen, A.M.L. van (1996).<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>beleid <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland. Alphen aan <strong>de</strong>n Rijn: Samson H.D. Tjeenk Will<strong>in</strong>k.<br />
Wier<strong>in</strong>gen, A.M.L. van (1997).<br />
Onze scholen, privatiser<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs. Opmerk<strong>in</strong>gen bij een on<strong>de</strong>rhuids<br />
<strong>de</strong>bat. In: NTOR, 9 (1997), nr.4, pp. 179-206.<br />
Wier<strong>in</strong>gen, A.M.L. van & M. Vermeulen (1995).<br />
Strategische Plann<strong>in</strong>g <strong>in</strong> Beroepson<strong>de</strong>rwijs en Volwasseneneducatie. Amsterdam:<br />
Max Goote Kenniscentrum.<br />
Willower, D.J. (1982).<br />
School organizations: perspectives <strong>in</strong> juxtaposition. Educational Adm<strong>in</strong>istration<br />
Quarterly, jaargang. 18(3), pp.89-110.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 135
8 Marktwerk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs - <strong>de</strong> vraagzij<strong>de</strong><br />
136<br />
H. Oosterbeek 1<br />
On<strong>de</strong>r bepaal<strong>de</strong> condities leidt <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g ertoe dat aanbie<strong>de</strong>rs <strong>in</strong> hun aanbod zo<br />
goed als mogelijk reken<strong>in</strong>g hou<strong>de</strong>n met <strong>de</strong> voorkeuren van consumenten. Een belang-<br />
rijke voorwaar<strong>de</strong> is dat consumenten geconfronteerd wor<strong>de</strong>n met <strong>de</strong> (marg<strong>in</strong>ale) kosten<br />
die zij veroorzaken. Daarvoor is nodig dat ze een prijs betalen die <strong>de</strong>ze kosten weer-<br />
spiegelt. Bij on<strong>de</strong>rwijs vertaalt dat zich <strong>in</strong> het vragen van eigen bijdragen <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm<br />
van lesgeld van <strong>de</strong>elnemers. Overweg<strong>in</strong>gen van rechtvaardigheid alsme<strong>de</strong> verstor<strong>in</strong>gen<br />
el<strong>de</strong>rs leggen hier beperk<strong>in</strong>gen aan op. Een belangrijk probleem bij het heffen van<br />
substantiële eigen bijdragen is dat dit potentiële <strong>de</strong>elnemers kan weerhou<strong>de</strong>n om het<br />
on<strong>de</strong>rwijs te volgen. Om <strong>de</strong> toegankelijkheid te waarborgen en voor het overige zo m<strong>in</strong><br />
mogelijk verstoren<strong>de</strong> werk<strong>in</strong>g te hebben is een sociaal leenstelsel als systeem van<br />
studief<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g optimaal. Als <strong>in</strong>strument ter bevor<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het<br />
on<strong>de</strong>rwijs wordt vaak een systeem van vouchers/leerrechten voorgesteld. Enkele<br />
overweg<strong>in</strong>gen bij zo’n systeem passeren <strong>de</strong> revue. Een an<strong>de</strong>re voorwaar<strong>de</strong> voor<br />
a<strong>de</strong>quate <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g is dat consumenten bij hun keus tussen (on<strong>de</strong>rwijs)aanbie<strong>de</strong>rs<br />
over alle relevante <strong>in</strong>formatie beschikken. Beargumenteerd wordt dat <strong>de</strong> ranglijsten die<br />
jaarlijks <strong>in</strong> dagbla<strong>de</strong>n verschijnen <strong>in</strong> dit opzicht niet veel goed doen.<br />
1 Inleid<strong>in</strong>g<br />
Marktwerk<strong>in</strong>g is een mid<strong>de</strong>l, geen doel. Vanuit economisch oogpunt bezien staat bij <strong>de</strong><br />
bevor<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g efficiëntie of doelmatigheid van productie en allocatie van<br />
1 H. Oosterbeek is werkzaam bij <strong>de</strong> Faculteit <strong>de</strong>r Economische Wetenschappen en Econometrie van <strong>de</strong><br />
Universiteit van Amsterdam. Van commentaar van M. van Dyck op een eer<strong>de</strong>re versie is dankbaar<br />
gebruik gemaakt. Deze bijdrage is me<strong>de</strong> gebaseerd op Oosterbeek, H., Sociaal-<strong>de</strong>mocratisch hoger<br />
on<strong>de</strong>rwijs. Socialisme en Democratie 52 (1995), p. 419-428.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
diensten en producten voorop. Doelmatigheid is echter niet het enige criterium om een<br />
allocatie op te beoor<strong>de</strong>len. Vooral overweg<strong>in</strong>gen van rechtvaardigheid spelen ook een rol.<br />
En tussen doelmatigheid en rechtvaardigheid bestaat vaak (maar niet altijd) een<br />
spann<strong>in</strong>g. In wat hier volgt wordt, vanuit <strong>de</strong> vraagkant van <strong>de</strong> <strong>markt</strong> gere<strong>de</strong>neerd, bezien<br />
hoe via <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g doelmatigheid kan wor<strong>de</strong>n bevor<strong>de</strong>rd. Voor zover van toepass<strong>in</strong>g<br />
wordt aangegeven waar, omwille van rechtvaardigheidsoverweg<strong>in</strong>gen, bijstell<strong>in</strong>g van<br />
nodig zou kunnen zijn.<br />
Eerst <strong>de</strong> doelmatigheidsoptiek. Van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g wordt een discipl<strong>in</strong>eren<strong>de</strong> <strong>in</strong>vloed<br />
verwacht op het gedrag van aanbie<strong>de</strong>rs. De gedachte is dat concurrentie (met mogelijkheid<br />
van vrije toetred<strong>in</strong>g tot <strong>de</strong> <strong>markt</strong> voor aanbie<strong>de</strong>rs) ervoor zorgt dat <strong>de</strong>ze aanbie<strong>de</strong>rs<br />
een product leveren dat zo goed mogelijk aansluit bij <strong>de</strong> wensen van consumenten en<br />
tevens tegen zo laag mogelijke kosten wordt voortgebracht. Een aanbie<strong>de</strong>r die dat niet<br />
doet, zal verlies maken en (uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk) <strong>de</strong> <strong>markt</strong> verlaten. Er wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong>rhalve twee<br />
zaken gerealiseerd: <strong>de</strong> wensen van afnemers staan bij producenten voorop (<strong>de</strong><br />
consumenten zijn soevere<strong>in</strong>) en er wordt kostenefficiënt geproduceerd.<br />
Om consumentensoevere<strong>in</strong>iteit tot uitdrukk<strong>in</strong>g te brengen is wel nodig dat het <strong>de</strong><br />
consumenten zijn die <strong>de</strong> reken<strong>in</strong>g betalen. Als dat niet zo is, en er bijvoorbeeld sprake is<br />
van subsidiër<strong>in</strong>g van overheidswege, zullen aanbie<strong>de</strong>rs geneigd zijn zich m<strong>in</strong><strong>de</strong>r te<br />
richten op <strong>de</strong> voorkeuren van consumenten en <strong>in</strong> plaats daarvan reken<strong>in</strong>g hou<strong>de</strong>n met <strong>de</strong><br />
wensen van politici en ambtenaren. Er is geen garantie dat <strong>de</strong>ze laatsten <strong>de</strong> voorkeuren<br />
van consumenten goed doorgeven.<br />
Voorts is voor <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g van belang dat afnemers geconfronteerd wor<strong>de</strong>n met <strong>de</strong><br />
marg<strong>in</strong>ale kosten die zij veroorzaken. (De marg<strong>in</strong>ale kosten zijn <strong>de</strong> kosten die gepaard<br />
gaan met <strong>de</strong> laatst geconsumeer<strong>de</strong> eenheid.) Daarvoor is nodig dat afnemers een prijs<br />
betalen die <strong>de</strong> marg<strong>in</strong>ale kosten weerspiegelt. Bij on<strong>de</strong>rwijs vertaalt dat zich <strong>in</strong> het<br />
vragen van eigen bijdragen (<strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van collegegeld/schoolgeld) van <strong>de</strong>elnemers.<br />
Dit wordt preciezer bekeken <strong>in</strong> paragraaf 2. Een belangrijk probleem bij het heffen van<br />
substantiële eigen bijdragen is dat dit potentiële <strong>de</strong>elnemers kan weerhou<strong>de</strong>n om het<br />
on<strong>de</strong>rwijs te volgen. Hetzij omdat ze niet over <strong>de</strong> f<strong>in</strong>anciële mid<strong>de</strong>len kunnen beschikken,<br />
hetzij omdat ze het risico te groot achten. Len<strong>in</strong>gen via commerciële banken bie<strong>de</strong>n<br />
maar voor we<strong>in</strong>igen een oploss<strong>in</strong>g. Om <strong>de</strong> toegankelijkheid te waarborgen - en daarmee<br />
te voorkomen dat aanwezig talent onbenut blijft - is een systeem van studief<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g<br />
nodig dat hieraan tegemoet komt. In paragraaf 3 ga ik daar na<strong>de</strong>r op <strong>in</strong>. Als <strong>in</strong>strument<br />
ter bevor<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs wordt vaak een systeem van<br />
vouchers/leerrechten voorgesteld. Paragraaf 4 werkt dit i<strong>de</strong>e ver<strong>de</strong>r uit. Marktwerk<strong>in</strong>g<br />
veron<strong>de</strong>rstelt dat beslissers over alle relevante <strong>in</strong>formatie beschikken. De verschaff<strong>in</strong>g<br />
van <strong>in</strong>formatie aan <strong>de</strong>elnemers aan on<strong>de</strong>rwijs wordt <strong>in</strong> paragraaf 5 besproken. Paragraaf<br />
6 sluit af met conclusies.<br />
2 Eigen bijdragen<br />
Eigen bijdragen van <strong>de</strong>elnemers aan on<strong>de</strong>rwijs kunnen wor<strong>de</strong>n gezien als <strong>de</strong> prijs die <strong>de</strong><br />
<strong>de</strong>elnemers betalen. Prijzen en retributies die door <strong>de</strong> overheid wor<strong>de</strong>n geheven, hebben<br />
<strong>in</strong> beg<strong>in</strong>sel vier verschillen<strong>de</strong> functies: 2<br />
2 Zie: Ingen, D.C. van en C.P. Maan, School-, college- en cursusgel<strong>de</strong>n. Overweg<strong>in</strong>gen omtrent samenhang<br />
<strong>in</strong> het beleid <strong>in</strong>zake on<strong>de</strong>rwijsretributies. Staatsuitgeverij, Den Haag, 1983.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 137
1 F<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>gsfunctie; het levert geld op.<br />
2 Rantsoener<strong>in</strong>gsfunctie; omvang en samenstell<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>de</strong>elname<br />
kunnen wor<strong>de</strong>n beïnvloed.<br />
3 Ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gsfunctie; <strong>de</strong> hoogte van eigen bijdragen heeft gevolgen voor <strong>de</strong><br />
ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijssubsidies.<br />
4 Informatiefunctie; naar <strong>de</strong> mate waar<strong>in</strong> eigen bijdragen <strong>de</strong> marg<strong>in</strong>ale kosten<br />
weerspiegelen kan een prikkel ontstaan tot een doelmatiger voorzien<strong>in</strong>g <strong>in</strong><br />
on<strong>de</strong>rwijs en een doelmatiger gebruik van <strong>de</strong> voorzien<strong>in</strong>gen.<br />
Buiten het hoger on<strong>de</strong>rwijs is <strong>de</strong> rol van eigen bijdragen beperkt. 3<br />
Alleen leerl<strong>in</strong>gen die voor het beg<strong>in</strong> van het schooljaar 16 jaar of ou<strong>de</strong>r zijn betalen<br />
lesgeld aan dagscholen <strong>in</strong> het voortgezet on<strong>de</strong>rwijs, het speciaal on<strong>de</strong>rwijs en het<br />
mid<strong>de</strong>lbaar beroepson<strong>de</strong>rwijs. In het schooljaar 2000-2001 is het lesgeld 1822 gul<strong>de</strong>n.<br />
Voorts kunnen scholen om een vrijwillige ou<strong>de</strong>rbijdrage vragen. Maar een <strong>de</strong>rgelijke<br />
bijdrage mag alleen wor<strong>de</strong>n aangewend voor extra activiteiten (en dus niet voor het<br />
primaire on<strong>de</strong>rwijsproces). In het hoger on<strong>de</strong>rwijs betalen stu<strong>de</strong>nten collegegeld. Zolang<br />
zij studief<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g hebben, wordt het wettelijke collegegeld <strong>in</strong> reken<strong>in</strong>g gebracht. Voor<br />
het studiejaar 2000-2001 is dat 2874 gul<strong>de</strong>n per jaar. De stu<strong>de</strong>nten krijgen het collegegeld<br />
gecompenseerd via <strong>de</strong> aanvullen<strong>de</strong> beurs. Stu<strong>de</strong>nten die geen aanvullen<strong>de</strong> beurs<br />
hebben, kunnen dit bedrag lenen. Als een stu<strong>de</strong>nt geen studief<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g meer krijgt,<br />
betaalt hij het <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gscollegegeld. De hoogte van het <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gscollegegeld wordt door<br />
<strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g zelf bepaald en kan dus per <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g verschillen.<br />
Hieruit blijkt dat alle leerl<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> voortgezet on<strong>de</strong>rwijs en beroepson<strong>de</strong>rwijs hetzelf<strong>de</strong><br />
lesgeld betalen, en dat ook alle stu<strong>de</strong>nten <strong>in</strong> het hoger on<strong>de</strong>rwijs die <strong>in</strong> aanmerk<strong>in</strong>g<br />
komen voor studief<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g, evenveel collegegeld betalen. Het bedrag hangt niet af<br />
van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gsricht<strong>in</strong>g of <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g waar <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g wordt gevolgd. Daarmee lijkt<br />
het dat van <strong>de</strong> genoem<strong>de</strong> vier functies alleen <strong>de</strong> eerste een rol speelt.<br />
Belangrijk is om vast te stellen dat het uniforme les-/collegegeld <strong>de</strong> kosten van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g<br />
niet <strong>de</strong>kt. Ook voor <strong>de</strong> goedkoopste opleid<strong>in</strong>gen zijn <strong>de</strong> gemid<strong>de</strong>l<strong>de</strong> kosten hoger<br />
dan het les-/collegegeld. Het uniforme les-/collegegeld betekent dat <strong>de</strong> subsidie groter is<br />
voor <strong>de</strong>elnemers aan dure opleid<strong>in</strong>gen. Stu<strong>de</strong>nten tandheelkun<strong>de</strong> of dans krijgen voor<br />
het volgen van hun opleid<strong>in</strong>g (impliciet) een veel grotere subsidie dan stu<strong>de</strong>nten aan<br />
sociale aca<strong>de</strong>mies of juridische faculteiten. Voor een <strong>de</strong>rgelijke ongelijke behan<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g zijn<br />
geen re<strong>de</strong>lijke argumenten te geven. Er is geen enkele aanleid<strong>in</strong>g om <strong>de</strong> externe effecten<br />
van dure opleid<strong>in</strong>gen hoger <strong>in</strong> te schatten dan <strong>de</strong> externe effecten van goedkope opleid<strong>in</strong>gen,<br />
alleen vanwege het feit dat ze duur<strong>de</strong>r zijn. Dat betekent dat er geen re<strong>de</strong>n is om<br />
verschillen<strong>de</strong> subsidies toe te kennen, en dat betekent dat er juist wel re<strong>de</strong>n is om <strong>de</strong><br />
les- en collegegel<strong>de</strong>n te differentiëren tussen goedkope en dure opleid<strong>in</strong>gen. Dit neemt<br />
natuurlijk niet weg dat sommige (dure) opleid<strong>in</strong>gen voor een hoge subsidie <strong>in</strong> aanmerk<strong>in</strong>g<br />
kunnen komen. Aan een <strong>de</strong>rgelijke hoge subsidie dient dan echter een expliciete<br />
beoor<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> veron<strong>de</strong>rstel<strong>de</strong> externe effecten ten grondslag te liggen.<br />
Door differentiatie van les- en collegegel<strong>de</strong>n naar opleid<strong>in</strong>gen wordt ge<strong>de</strong>eltelijk recht<br />
gedaan aan <strong>de</strong> drie an<strong>de</strong>re functies van overheidsprijzen. Voor sommige dure opleid<strong>in</strong>gen<br />
waarbij nu een systeem van lot<strong>in</strong>g als rantsoener<strong>in</strong>gsmid<strong>de</strong>l fungeert kan een hoger<br />
les-/collegegeld <strong>de</strong>ze functie overnemen. Aan <strong>de</strong> ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijssubsidies<br />
gaat bij gedifferentieer<strong>de</strong> les-/collegegel<strong>de</strong>n een gemotiveer<strong>de</strong> keuze vooraf. Voorts<br />
<strong>in</strong>formeren hoge les-/collegegel<strong>de</strong>n <strong>de</strong> <strong>de</strong>elnemers over <strong>de</strong> hoge kosten van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g<br />
die ze volgen.<br />
3 De <strong>in</strong>formatie <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze en <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> al<strong>in</strong>ea is gevon<strong>de</strong>n op <strong>de</strong> website van het m<strong>in</strong>isterie van<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>, Cultuur en Wetenschappen.<br />
138 <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Beperk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> rol van eigen bijdragen<br />
Tegenover bovenstaan<strong>de</strong> overweg<strong>in</strong>gen voor hogere eigen bijdragen <strong>in</strong> het hoger on<strong>de</strong>rwijs,<br />
staan twee overweg<strong>in</strong>gen die daar een zekere beperk<strong>in</strong>g aan opleggen. Ten eerste<br />
wijzen Bovenberg & Jacobs (2000) 4 er <strong>in</strong> een recente studie op dat subsidies aan <strong>de</strong>elnemers<br />
aan hoger on<strong>de</strong>rwijs optimaal kunnen zijn als tegenkracht voor <strong>de</strong> ontmoedigen<strong>de</strong><br />
werk<strong>in</strong>g die een progressief belast<strong>in</strong>gstelsel heeft op <strong>de</strong>elname aan hoger on<strong>de</strong>rwijs.<br />
Dat is: omwille van herver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gsoverweg<strong>in</strong>gen wordt <strong>in</strong>komstenbelast<strong>in</strong>g geheven<br />
volgens een progressieve structuur (<strong>de</strong> gemid<strong>de</strong>l<strong>de</strong> belast<strong>in</strong>gdruk neemt toe met het<br />
<strong>in</strong>komen). Deze structuur heeft tot gevolg dat stu<strong>de</strong>ren m<strong>in</strong><strong>de</strong>r lucratief wordt, immers<br />
een <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> opbrengsten wordt belast volgens een hoog tarief terwijl <strong>de</strong> kosten (het<br />
ge<strong>de</strong>rfd <strong>in</strong>komen) wer<strong>de</strong>n belast volgens een lager tarief. Om het ontmoedigen<strong>de</strong> effect<br />
dat hiervan uitgaat weg te nemen, kunnen on<strong>de</strong>rwijssubsidies wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong>gezet.<br />
Een twee<strong>de</strong> overweg<strong>in</strong>g heeft te maken met <strong>de</strong> relatieve aantrekkelijkheid van verschillen<strong>de</strong><br />
opleid<strong>in</strong>gstrajecten. Een opleid<strong>in</strong>gstraject kan gezien wor<strong>de</strong>n als <strong>de</strong> comb<strong>in</strong>atie van<br />
het omzetten van <strong>in</strong>itiële kennis en vaardighe<strong>de</strong>n <strong>in</strong> kennis en vaardighe<strong>de</strong>n na <strong>de</strong><br />
opleid<strong>in</strong>g, en een f<strong>in</strong>anciële overdracht. Voor jongeren met het laagste niveau van kennis<br />
en vaardighe<strong>de</strong>n wordt een traject aangebo<strong>de</strong>n dat men probeert zo aantrekkelijk te<br />
laten zijn dat zo m<strong>in</strong> mogelijk jongeren voortijdig uitvallen waardoor ze geen startkwalificatie<br />
zou<strong>de</strong>n hebben. Dit ‘on<strong>de</strong>rste’ traject wordt aantrekkelijk gemaakt door er<br />
een fl<strong>in</strong>k bedrag aan subsidies <strong>in</strong> te steken. De aantrekkelijkheid van dit pakket (opleid<strong>in</strong>g<br />
+ subsidie) legt beperk<strong>in</strong>gen op aan <strong>de</strong> bedragen die aan <strong>de</strong>elnemers op an<strong>de</strong>re<br />
(hogere) niveaus gevraagd kunnen wor<strong>de</strong>n. An<strong>de</strong>rs dreigt namelijk het gevaar dat een<br />
jongere die eigenlijk het beste een niveau boven het ‘on<strong>de</strong>rste’ niveau zou kunnen<br />
volgen, er toch voor kiest om <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g op het ‘on<strong>de</strong>rste’ niveau te volgen. Deze<br />
leerl<strong>in</strong>g heeft dan m<strong>in</strong><strong>de</strong>r geleerd dan mogelijk was geweest, maar dit wordt - <strong>in</strong> <strong>de</strong> ogen<br />
van <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>g - meer dan gecompenseerd door <strong>de</strong> gunstiger f<strong>in</strong>anciële overdracht van<br />
het laagste niveau. Om nu dit soort verkeer<strong>de</strong> selectie tegen te gaan, kan het nodig zijn<br />
om ook leerl<strong>in</strong>gen die <strong>de</strong> hogere opleid<strong>in</strong>gsniveaus volgen te subsidiëren.<br />
De rol van bedrijven<br />
Een tot nu toe niet genoem<strong>de</strong> belanghebben<strong>de</strong> bij een goed functionerend on<strong>de</strong>rwijsstelsel,<br />
is het bedrijfsleven. Waarom, zo zou men zich kunnen afvragen, wordt er voor <strong>de</strong><br />
bekostig<strong>in</strong>g van het on<strong>de</strong>rwijs - en dan met name voor het beroepson<strong>de</strong>rwijs en het<br />
hoger on<strong>de</strong>rwijs - geen beroep gedaan op het bedrijfsleven? In een systeem waarbij<br />
leerl<strong>in</strong>gen en stu<strong>de</strong>nten een eigen bijdrage betalen die een substantieel <strong>de</strong>el of alle<br />
kosten <strong>de</strong>kt, dan dragen bedrijven wel <strong>de</strong>gelijk aan <strong>de</strong> kosten van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g bij. Ze<br />
doen dat alleen niet op directe wijze maar op <strong>in</strong>directe wijze, namelijk <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van<br />
een hoger loon voor werknemers die duur<strong>de</strong>re opleid<strong>in</strong>gen hebben gevolgd. Zo’n<br />
<strong>in</strong>directe wijze lijkt ook beter dan een directe bijdrage van bedrijven. Bedrijven hebben<br />
weliswaar belang bij een goed opgelei<strong>de</strong> beroepsbevolk<strong>in</strong>g, maar toch vooral - of uitsluitend<br />
- voorzover zij die goed opgelei<strong>de</strong>n zelf <strong>in</strong> dienst hebben. Met an<strong>de</strong>re woor<strong>de</strong>n, een<br />
goed opgelei<strong>de</strong> beroepsbevolk<strong>in</strong>g als zodanig is voor een <strong>in</strong>dividueel bedrijf zon<strong>de</strong>r veel<br />
waar<strong>de</strong>, het gaat erom of het bedrijf <strong>in</strong> kwestie zelf goed opgelei<strong>de</strong> werknemers <strong>in</strong> dienst<br />
heeft. Als dat het geval is, en <strong>de</strong> goed opgelei<strong>de</strong> is <strong>de</strong> werkgever werkelijk wat waard,<br />
dan zal <strong>de</strong> werkgever ook bereid zijn om <strong>de</strong> werknemer voor <strong>de</strong> gevolg<strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g te<br />
belonen. Dit betekent dat <strong>in</strong> <strong>de</strong> toekomst <strong>de</strong> <strong>in</strong>komensverschillen tussen mensen die een<br />
dure en goedkope opleid<strong>in</strong>g hebben gevolgd, zullen toenemen. Degenen die een dure<br />
4 Bovenberg, L. & B. Jacobs, Optimal education subsidies <strong>in</strong> a world with distortionary taxes. First draft,<br />
july 2000.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 139
140<br />
opleid<strong>in</strong>g hebben gevolgd verdienen dan een hoger <strong>in</strong>komen ter compensatie van <strong>de</strong><br />
extra kosten die ze hebben gemaakt.<br />
Een woord is hier op zijn plaats over sponsor<strong>in</strong>g van on<strong>de</strong>rwijs door bedrijven. De laatste<br />
jaren neemt sponsor<strong>in</strong>g toe. De m<strong>in</strong>ister van <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>, Cultuur en Wetenschappen lijkt<br />
er een voorstan<strong>de</strong>r van te zijn. 5 Dit neemt niet weg dat bedrijven alleen tot sponsor<strong>in</strong>g<br />
zullen overgaan als <strong>de</strong> kosten die ze daarbij maken meer dan ge<strong>de</strong>kt wor<strong>de</strong>n door <strong>de</strong><br />
opbrengsten. Opbrengsten kunnen <strong>de</strong> vorm aannemen van (naams)bekendheid on<strong>de</strong>r<br />
jongeren (reclame <strong>de</strong>rhalve) of betere werv<strong>in</strong>gsmogelijkhe<strong>de</strong>n van het bedrijf <strong>in</strong> kwestie<br />
on<strong>de</strong>r jongeren. In bei<strong>de</strong> gevallen is <strong>de</strong> vraag aan <strong>de</strong> or<strong>de</strong> of het - ver<strong>de</strong>r publiek<br />
bekostig<strong>de</strong> - on<strong>de</strong>rwijs zich hier wel voor moet lenen. Waarbij <strong>in</strong> het twee<strong>de</strong> geval dan<br />
nog dreigt dat bedrijven alleen uit werv<strong>in</strong>gsoverweg<strong>in</strong>gen willen sponsoren als er een<br />
krappe arbeids<strong>markt</strong> is (wanneer het goed gaat met <strong>de</strong> economie), en daarmee stoppen<br />
wanneer <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong> ruim is (en het m<strong>in</strong><strong>de</strong>r goed gaat met <strong>de</strong> economie). Mij dunkt<br />
dat het on<strong>de</strong>rwijs dan wel van een we<strong>in</strong>ig betrouwbare en opportunistische <strong>in</strong>komstenbron<br />
gebruik maakt.<br />
Vrijwillige verhog<strong>in</strong>g eigen bijdragen en gelijke kansen<br />
Recent is er <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland een discussie op gang gekomen over <strong>de</strong> vraag of een maximum<br />
gesteld moet wor<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong> eigen bijdragen die <strong>de</strong>elnemers mogen geven. Nu zijn <strong>de</strong><br />
mogelijkhe<strong>de</strong>n daartoe beperkt. De lesgel<strong>de</strong>n staan vast en vrijwillige ou<strong>de</strong>rbijdragen<br />
mogen alleen wor<strong>de</strong>n aangewend voor extra activiteiten. On<strong>de</strong>r meer In ‘t Veld en<br />
Teul<strong>in</strong>gs hebben zich op het standpunt gesteld dat als ou<strong>de</strong>rs meer geld willen beste<strong>de</strong>n<br />
aan het on<strong>de</strong>rwijs van hun k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren dat dat dan niet zou moeten wor<strong>de</strong>n belemmerd.<br />
Vanuit het oogpunt van doelmatigheid is er we<strong>in</strong>ig op dit voorstel af te d<strong>in</strong>gen. On<strong>de</strong>r<br />
handhav<strong>in</strong>g van het f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>gsniveau van <strong>de</strong> overheid betekent dit immers dat<br />
niemand er bij <strong>de</strong>ze maatregel op achteruit gaat en alle k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren van ou<strong>de</strong>rs die een<br />
hogere bijdrage ten behoeve van on<strong>de</strong>rwijs (an<strong>de</strong>rs dan <strong>de</strong> extra activiteiten) willen<br />
leveren gaan erop vooruit.<br />
Een bezwaar tegen het vrijlaten van <strong>de</strong> eigen bijdrage is echter dat het <strong>de</strong> ongelijkheid<br />
vergroot. En juist omdat <strong>de</strong> behaal<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsposities zo doorslaggevend zijn voor<br />
latere maatschappelijke posities, stuit dit op bezwaar. Want <strong>de</strong> facto komt dit erop neer<br />
dat kwaliteitsdifferentiatie <strong>in</strong> een vroeg stadium van het on<strong>de</strong>rwijs wordt toegestaan. En<br />
dat betekent dat (<strong>de</strong> kwaliteit van) het on<strong>de</strong>rwijs dat iemand volgt van an<strong>de</strong>re factoren<br />
gaat afhangen dan van aanleg, motivatie en <strong>in</strong>zet. Dit staat op gespannen voet met het<br />
beg<strong>in</strong>sel van gelijke kansen (externe <strong>de</strong>mocratiser<strong>in</strong>g) van het on<strong>de</strong>rwijs dat <strong>de</strong> afgelopen<br />
vijftig jaar het on<strong>de</strong>rwijsbeleid <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland <strong>in</strong> belangrijke mate heeft bepaald.<br />
Ondanks <strong>de</strong> jarenlange <strong>in</strong>spann<strong>in</strong>gen op dit terre<strong>in</strong>, is het doel nog steeds niet gerealiseerd.<br />
Zoals <strong>de</strong> SCP-publicatie Profijt van <strong>de</strong> Overheid 6 laat zien, komen <strong>de</strong> uitgaven voor<br />
het hoger on<strong>de</strong>rwijs meer dan evenredig bij <strong>de</strong> hoogste <strong>in</strong>komensgroepen terecht. 7 Dit<br />
komt niet zozeer doordat <strong>de</strong> overgangskansen van kwalificerend voortgezet on<strong>de</strong>rwijs<br />
naar hoger on<strong>de</strong>rwijs tussen sociale groepen verschillen, als wel door selectieprocessen<br />
5 Typerend is zijn opmerk<strong>in</strong>g dat er niet te schrikachtig over moet wor<strong>de</strong>n gedaan: op zijn potlo<strong>de</strong>n<br />
stond vroeger ook Bruynzeel.<br />
6 SCP (1981), Profijt van <strong>de</strong> overheid <strong>in</strong> 1977. Rijswijk: SCP.<br />
7 In <strong>de</strong> SCP-analyses wordt nagegaan hoeveel procent van <strong>de</strong> uitgaven aan een bepaal<strong>de</strong> voorzien<strong>in</strong>g bij<br />
elk van <strong>de</strong> tien te on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n <strong>de</strong>cielen van <strong>de</strong> <strong>in</strong>komensver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g terecht komt. Voor <strong>de</strong> uitgaven<br />
aan hoger on<strong>de</strong>rwijs is het beeld dat 40 procent van <strong>de</strong> uitgaven terecht komt bij <strong>de</strong> 20 procent<br />
huishou<strong>de</strong>ns met <strong>de</strong> hoogste <strong>in</strong>komens.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
die zich afspelen <strong>in</strong> het voortgezet on<strong>de</strong>rwijs en vooral reeds <strong>in</strong> het basison<strong>de</strong>rwijs. 8<br />
Ter illustratie van <strong>de</strong> omvang van <strong>de</strong> ongelijkheid van kansen: van <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen die <strong>in</strong><br />
1982/3 <strong>in</strong> <strong>de</strong> hoogste klas van het basison<strong>de</strong>rwijs zaten stroom<strong>de</strong> 6 tot 10 jaar later<br />
10,3 procent door naar <strong>de</strong> universiteit. Uitgesplitst naar het opleid<strong>in</strong>gsniveau van <strong>de</strong><br />
ou<strong>de</strong>rs: voor k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren waarvan <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs basison<strong>de</strong>rwijs als opleid<strong>in</strong>gsniveau hebben, is<br />
het doorstroompercentage 3,3 procent, terwijl dit voor k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren van ou<strong>de</strong>rs met een WOopleid<strong>in</strong>g<br />
36,9 procent is. 9 Als ou<strong>de</strong>rbijdragen ten behoeve van on<strong>de</strong>rwijs wor<strong>de</strong>n vrijgelaten,<br />
zullen <strong>de</strong>ze verschillen eer<strong>de</strong>r groter wor<strong>de</strong>n dan dat ze zullen afnemen. Door<br />
toe te staan dat ou<strong>de</strong>rs die dat willen substantieel mogen bijdragen, wordt ermee<br />
<strong>in</strong>gestemd dat niet alle k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren van 4 tot 12 jaar hetzelf<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs krijgen. Natuurlijk<br />
staat een beperk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rbijdrage op gespannen voet met het beg<strong>in</strong>sel van<br />
vrijheid van on<strong>de</strong>rwijs, maar <strong>de</strong> wezenlijke vraag is waarom <strong>de</strong> overheid er niet voor kan<br />
of wil zorgen dat het on<strong>de</strong>rwijs dat uit publieke mid<strong>de</strong>len aan 4- tot 12-jarigen wordt<br />
aangebo<strong>de</strong>n, niet van zodanig gehalte is dat ie<strong>de</strong>reen het goed genoeg v<strong>in</strong>dt voor<br />
haar/zijn eigen k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren. Dit is <strong>in</strong> <strong>de</strong> geest van Dewey’s z<strong>in</strong>sne<strong>de</strong> dat “what the best and<br />
wisest parent wants for his own child, that must the community want for all of its children.”<br />
Conclusies<br />
Bovenstaan<strong>de</strong> uiteenzett<strong>in</strong>gen brengen me tot <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> conclusies. Hogere eigen<br />
bijdragen aan on<strong>de</strong>rwijs lei<strong>de</strong>n tot een doelmatigere aanwend<strong>in</strong>g van mid<strong>de</strong>len.<br />
Deelnemers wor<strong>de</strong>n geconfronteerd met <strong>de</strong> kosten die ze veroorzaken en zullen <strong>de</strong>rhalve<br />
alleen het on<strong>de</strong>rwijs volgen waarvan ze <strong>de</strong>nken dat <strong>de</strong> opbrengsten tegen <strong>de</strong>ze kosten<br />
opwegen. Aanbie<strong>de</strong>rs zijn geneigd zich te richten op <strong>de</strong> wensen van <strong>de</strong> partij van wie ze<br />
hun geld ontvangen. Als dit <strong>de</strong> <strong>de</strong>elnemers wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong> plaats van <strong>de</strong> overheid, zal het<br />
aanbod meer wor<strong>de</strong>n toegesne<strong>de</strong>n op <strong>de</strong> voorkeuren van <strong>de</strong> <strong>de</strong>elnemers. Hier staat<br />
tegenover dat een grotere rol voor eigen bijdragen ten koste gaat van gelijkheid van<br />
on<strong>de</strong>rwijskansen. Vanwege <strong>de</strong> doorslaggeven<strong>de</strong> rol van on<strong>de</strong>rwijs voor <strong>de</strong> latere<br />
maatschappelijke posities van mensen, gaat het hier om een belangrijk punt. Zeker voor<br />
jongeren <strong>in</strong> <strong>de</strong> leeftijd dat niet zijzelf maar hun ou<strong>de</strong>rs <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijskeuzen maken, is dit<br />
een zwaarwegend argument tegen hogere eigen bijdragen. Het komt er kortom op neer<br />
dat hogere eigen bijdragen <strong>in</strong> het hoger on<strong>de</strong>rwijs kunnen wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong>gevoerd. De mid<strong>de</strong>len<br />
die daardoor op <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsbegrot<strong>in</strong>g vrijkomen kunnen wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong>gezet <strong>in</strong> het<br />
basison<strong>de</strong>rwijs en het voortgezet on<strong>de</strong>rwijs, zodat draagkrachtige ou<strong>de</strong>rs daar geen<br />
re<strong>de</strong>n meer hebben om hogere eigen bijdragen te willen leveren. Hogere eigen bijdragen<br />
mogen ze wel leveren, maar pas als hun k<strong>in</strong>d hoger on<strong>de</strong>rwijs volgt.<br />
3 Studief<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g<br />
Een substantiële verhog<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> eigen bijdragen van stu<strong>de</strong>nten aan hun on<strong>de</strong>rwijs<br />
brengt met zich mee dat voor <strong>de</strong> waarborg<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> toegankelijkheid van het stelsel, <strong>de</strong><br />
vormgev<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> studief<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g (nog) belangrijker wordt. 10 Er zijn twee argumenten<br />
voor overheidsbemoeienis met een stelsel van studief<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g. Ten eerste <strong>de</strong> imperfec-<br />
8 Zie on<strong>de</strong>rmeer: Ritzen, J., ‘<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>beleid en economie’. In: <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>economie. Open Universiteit,<br />
Heerlen, 1990.<br />
9 CBS, Kwartaalschrift <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>statistieken 1994-1, p. 61.<br />
10 In <strong>de</strong>ze paragraaf wordt steeds over stu<strong>de</strong>nten gesproken als het over <strong>de</strong> studief<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g gaat en<br />
niet over leerl<strong>in</strong>gen. Dit omdat uit <strong>de</strong> vorige paragraaf volgt dat een forse verhog<strong>in</strong>g van eigen bijdragen<br />
<strong>in</strong> het basison<strong>de</strong>rwijs en voortgezet on<strong>de</strong>rwijs niet opportuun is.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 141
142<br />
tie op <strong>de</strong> particuliere <strong>markt</strong> van studielen<strong>in</strong>gen, ten twee<strong>de</strong> rechtvaardigheidsoverweg<strong>in</strong>gen.<br />
In beg<strong>in</strong>sel zou ook <strong>de</strong> waar<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van externe effecten tot uitdrukk<strong>in</strong>g kunnen<br />
komen <strong>in</strong> <strong>de</strong> studief<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g. Dit kan echter alleen het geval zijn als men meent dat<br />
aan <strong>de</strong> externe effecten van het on<strong>de</strong>rwijs zelfs tegen een prijs van nul niet voldoen<strong>de</strong><br />
recht is gedaan. Hiervan is geen sprake. Dit heeft tot gevolg dat voor het opnemen van<br />
een beurs<strong>de</strong>el dat voor ie<strong>de</strong>reen gelijk is (zoals <strong>de</strong> basisbeurs) geen grond is.<br />
Een sociaal leenstelsel is een vorm van studief<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g die <strong>de</strong> argumenten van<br />
kapitaal<strong>markt</strong>imperfecties en rechtvaardigheid weerspiegelt. Dat kan als volgt wor<strong>de</strong>n<br />
toegelicht. Met <strong>de</strong> term kapitaal<strong>markt</strong>imperfecties wordt ernaar verwezen dat stu<strong>de</strong>nten<br />
voor <strong>de</strong> f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g van hun studie geen len<strong>in</strong>g kunnen afsluiten op <strong>de</strong> particuliere<br />
<strong>markt</strong>. Dit ondanks het feit dat gemid<strong>de</strong>ld genomen het <strong>in</strong>vesteren <strong>in</strong> een studie een<br />
rendabele aangelegenheid is. Hieraan kan tegemoet wor<strong>de</strong>n gekomen door het van<br />
overheidswege <strong>in</strong>stellen van een len<strong>in</strong>gstelsel. Stu<strong>de</strong>nten moeten zon<strong>de</strong>r al te veel belemmer<strong>in</strong>gen<br />
<strong>in</strong> staat wor<strong>de</strong>n gesteld om een len<strong>in</strong>g af te sluiten, die zij uit <strong>de</strong> opbrengsten<br />
van hun studie terugbetalen. Vanwege <strong>de</strong> mogelijkheid van on<strong>de</strong>r<strong>in</strong>vester<strong>in</strong>g vanwege<br />
onzekerheid is een subsidie op <strong>de</strong> rente op <strong>de</strong>ze len<strong>in</strong>g te overwegen.<br />
Bij <strong>de</strong> rechtvaardigheidsoverweg<strong>in</strong>gen dienen nadrukkelijk het statische en het dynamische<br />
perspectief te wor<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n. Statisch gezien gaat het om <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>de</strong>elname<br />
van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren uit arme gez<strong>in</strong>nen. Dynamisch gezien telt dat hoger opgelei<strong>de</strong>n<br />
uit arme gez<strong>in</strong>nen behoren tot <strong>de</strong> rijkeren uit hun leeftijdscohort. Dynamisch gezien is er<br />
bovendien geen re<strong>de</strong>n stu<strong>de</strong>nten uit arme gez<strong>in</strong>nen an<strong>de</strong>rs te behan<strong>de</strong>len dan stu<strong>de</strong>nten<br />
uit rijke gez<strong>in</strong>nen. Veel regel<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> het ka<strong>de</strong>r van <strong>de</strong> studief<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g komen wel aan<br />
<strong>de</strong> eerste dimensie van rechtvaardigheid tegemoet maar niet aan <strong>de</strong> twee<strong>de</strong>. Dit maakt<br />
<strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong> regel<strong>in</strong>gen halfslachtig. De kracht van <strong>de</strong> regel<strong>in</strong>g die we <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze notitie<br />
voorstellen is dat bei<strong>de</strong> vormen van rechtvaardigheid ermee wor<strong>de</strong>n gediend.<br />
Comb<strong>in</strong>atie beurzen en len<strong>in</strong>gen<br />
Het stelsel van studief<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g bestaat momenteel uit drie componenten: basisbeurs,<br />
aanvullen<strong>de</strong> beurs en len<strong>in</strong>gen. Door <strong>de</strong> periodieke verlag<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong> basisbeurs <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
afgelopen 10 jaar wordt dit stelsel steeds meer een stelsel van len<strong>in</strong>gen met aanvullen<strong>de</strong><br />
beurzen. Er lijkt een tamelijk soepele aansluit<strong>in</strong>g te bestaan tussen <strong>de</strong>ze twee componenten<br />
en <strong>de</strong> overweg<strong>in</strong>gen van kapitaal<strong>markt</strong>imperfecties en rechtvaardigheid. Het len<strong>in</strong>g<strong>de</strong>el<br />
heft <strong>de</strong> kapitaal<strong>markt</strong>imperfectie op, en <strong>de</strong> aanvullen<strong>de</strong> beurs is afhankelijk van het<br />
ou<strong>de</strong>rlijk <strong>in</strong>komen zodat k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren uit armere gez<strong>in</strong>nen gecompenseerd wor<strong>de</strong>n voor een<br />
eventuele belemmer<strong>in</strong>g tot <strong>de</strong>elname aan hoger on<strong>de</strong>rwijs. De aansluit<strong>in</strong>g is echter<br />
m<strong>in</strong><strong>de</strong>r soepel dan het lijkt.<br />
Voor <strong>de</strong> terugbetal<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> len<strong>in</strong>g geldt dat <strong>in</strong> een bepaald jaar alleen afgelost hoeft te<br />
wor<strong>de</strong>n als het jaar<strong>in</strong>komen boven een bepaal<strong>de</strong> drempel ligt. Tevens geldt dat na 15 jaar<br />
<strong>de</strong> afloss<strong>in</strong>gsverplicht<strong>in</strong>g (uitzon<strong>de</strong>rlijke gevallen daargelaten) ophoudt, ook als niet <strong>de</strong><br />
gehele studieschuld is afbetaald. Vooral dit laatste kenmerk verhoudt zich slecht tot <strong>de</strong><br />
gedachte dat het volgen van on<strong>de</strong>rwijs te zien is als een <strong>in</strong>vester<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> latere (arbeids<strong>markt</strong>)mogelijkhe<strong>de</strong>n.<br />
Beziet men grafieken met leeftijd-<strong>in</strong>komensprofielen naar<br />
opleid<strong>in</strong>gsniveau dan komt dui<strong>de</strong>lijk naar voren dat <strong>de</strong> ‘opbrengst’ van het on<strong>de</strong>rwijs pas<br />
ver<strong>de</strong>rop (na het vijftien<strong>de</strong> jaar na afstu<strong>de</strong>ren) <strong>in</strong> <strong>de</strong> beroepscarrière wordt geïncasseerd.<br />
De terugbetal<strong>in</strong>g kan het beste plaatsv<strong>in</strong><strong>de</strong>n als <strong>de</strong> baten ontvangen wor<strong>de</strong>n.<br />
Synchronisatie van afbetal<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> schuld en ontvangst van <strong>de</strong> baten is een na te<br />
streven kenmerk van een goed stelsel van studief<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g. In die z<strong>in</strong> ook is een korte<br />
terugbetal<strong>in</strong>gperio<strong>de</strong> een slecht kenmerk van een studief<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>gsstelsel.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Stu<strong>de</strong>nten uit m<strong>in</strong><strong>de</strong>r draagkrachtige gez<strong>in</strong>nen, hebben recht op een aanvullen<strong>de</strong> beurs.<br />
De omvang van <strong>de</strong> aanvullen<strong>de</strong> beurs waarop men recht heeft, neemt af met <strong>de</strong> hoogte<br />
van het ou<strong>de</strong>rlijk <strong>in</strong>komen. Zo’n aanvullen<strong>de</strong> beurs bevor<strong>de</strong>rt <strong>de</strong> <strong>de</strong>elname van stu<strong>de</strong>nten<br />
uit armere gez<strong>in</strong>nen naar <strong>de</strong> mate waar<strong>in</strong> <strong>de</strong>ze stu<strong>de</strong>nten an<strong>de</strong>rs niet zou<strong>de</strong>n zijn gaan<br />
stu<strong>de</strong>ren omdat zij meer dan an<strong>de</strong>ren <strong>de</strong> opbouw van een schuld als belemmerend<br />
ervaren. Of een <strong>de</strong>rgelijke effect zich voordoet staat niet vast. Voor Ne<strong>de</strong>rland is slechts<br />
één on<strong>de</strong>rzoek<strong>in</strong>g bekend die daar op duidt, maar daar blijkt het effect zich alleen voor<br />
te doen voor k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren uit gez<strong>in</strong>nen met een netto maand<strong>in</strong>komen lager dan 1500 gul<strong>de</strong>n<br />
(<strong>in</strong> 1991). 11 Bovendien heeft <strong>de</strong> regel<strong>in</strong>g van een <strong>in</strong>komensafhankelijke beurs alleen oog<br />
voor rechtvaardigheid <strong>in</strong> statische z<strong>in</strong>; buiten beeld blijft dat ook stu<strong>de</strong>nten uit arme<br />
gez<strong>in</strong>nen over <strong>de</strong> levensduur bekeken tot een bevoor<strong>de</strong>el<strong>de</strong> groep behoren, en dat er<br />
over <strong>de</strong> levensduur bezien geen verschil is tussen stu<strong>de</strong>nten uit arme en rijke gez<strong>in</strong>nen. 12<br />
Aca<strong>de</strong>mici-belast<strong>in</strong>g<br />
Vaak wordt als bezwaar tegen een len<strong>in</strong>gstelsel naar voren gebracht dat <strong>de</strong> toegankelijkheid<br />
van het on<strong>de</strong>rwijs er door wordt aangetast. K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren uit lage <strong>in</strong>komensgroepen<br />
zou<strong>de</strong>n het vooruitzicht van een omvangrijke schuld als (psychologische) belemmer<strong>in</strong>g<br />
beschouwen om aan hoger on<strong>de</strong>rwijs <strong>de</strong>el te nemen.<br />
Om aan dit potentiële bezwaar van een len<strong>in</strong>gstelsel tegemoet te komen is door<br />
vertegenwoordigers van stu<strong>de</strong>nten <strong>de</strong> <strong>in</strong>voer<strong>in</strong>g van aca<strong>de</strong>mici-belast<strong>in</strong>g voorgesteld<br />
(lees: hoger-on<strong>de</strong>rwijsbelast<strong>in</strong>g). In plaats van len<strong>in</strong>gen te geven en terug te laten betalen<br />
zoals on<strong>de</strong>r een len<strong>in</strong>gstelsel, krijgen stu<strong>de</strong>nten dan een beurs die zij ‘terugbetalen’ <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
vorm van een speciale belast<strong>in</strong>g. Een <strong>de</strong>rgelijk stelsel zou als bijkomend voor<strong>de</strong>el hebben<br />
dat nu ook k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren uit rijke gez<strong>in</strong>nen na hun studie met een studie-/belast<strong>in</strong>gschuld<br />
zitten. In een len<strong>in</strong>gstelsel zou<strong>de</strong>n <strong>de</strong>ze stu<strong>de</strong>nten wellicht geen beroep hoeven doen op<br />
een len<strong>in</strong>g omdat <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs betalen, zodat zij bij aanvang van hun beroepscarrière een<br />
gunstiger uitgangspositie hebben dan <strong>de</strong>genen die wel hebben moeten lenen. In <strong>de</strong><br />
voorstellen wor<strong>de</strong>n een aantal bezwaren tegen een stelsel van aca<strong>de</strong>mici-belast<strong>in</strong>g over<br />
het hoofd gezien.<br />
Het eerste bezwaar is dat on<strong>de</strong>rwijsbeleid wordt belast of vermengd met <strong>in</strong>komensbeleid.<br />
Omdat een len<strong>in</strong>gstelsel een zeer doeltreffend <strong>in</strong>strument is, <strong>in</strong> <strong>de</strong> z<strong>in</strong> dat het<br />
alleen dat realiseert waarvoor het is bedoeld - namelijk stu<strong>de</strong>nten die zelf niet aan <strong>de</strong><br />
mid<strong>de</strong>len kunnen komen om te stu<strong>de</strong>ren, <strong>de</strong>ze mid<strong>de</strong>len via een len<strong>in</strong>g ter beschikk<strong>in</strong>g<br />
stellen - lijkt het alsof er een verschil ontstaat tussen stu<strong>de</strong>nten uit rijke gez<strong>in</strong>nen en<br />
stu<strong>de</strong>nten uit arme gez<strong>in</strong>nen. Maar ook als bei<strong>de</strong> groepen niet stu<strong>de</strong>ren hebben <strong>de</strong>ze<br />
groepen een verschillen<strong>de</strong> uitgangspositie. Dat kunnen we al dan niet ongewenst v<strong>in</strong><strong>de</strong>n,<br />
maar dat heeft alles met <strong>in</strong>komenspolitiek en we<strong>in</strong>ig met on<strong>de</strong>rwijsbeleid te maken. Wat<br />
er <strong>in</strong> feite met een systeem van aca<strong>de</strong>mici-belast<strong>in</strong>g wordt afgedwongen is solidariteit<br />
van stu<strong>de</strong>nten uit rijke gez<strong>in</strong>nen met stu<strong>de</strong>nten uit arme gez<strong>in</strong>nen. Buiten beeld blijven<br />
evenwel <strong>de</strong> solidariteit van niet-stu<strong>de</strong>ren<strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren uit rijke gez<strong>in</strong>nen met al dan niet<br />
stu<strong>de</strong>ren<strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren uit arme gez<strong>in</strong>nen en van stu<strong>de</strong>ren<strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren uit rijke gez<strong>in</strong>nen<br />
met niet-stu<strong>de</strong>ren<strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren uit arme gez<strong>in</strong>nen. Of iemand wel of niet gedwongen<br />
wordt om solidair te zijn, en of iemand tot een groep behoort waarvoor solidariteit wordt<br />
afgedwongen, wordt daarmee me<strong>de</strong> bepaald door on<strong>de</strong>rwijskeuzen en niet uitsluitend<br />
door uitgangsposities.<br />
11 Oosterbeek, H. en D.H. Webb<strong>in</strong>k, Enrolment <strong>in</strong> higher education <strong>in</strong> the Netherlands. De Economist<br />
143(1995), 367-380.<br />
12 Zulke verschillen zijn er natuurlijk wel, maar als die verschillen al aanleid<strong>in</strong>g geven tot overheids<strong>in</strong>meng<strong>in</strong>g,<br />
dan is dat een zaak van <strong>in</strong>komenspolitiek en niet van on<strong>de</strong>rwijsbeleid.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 143
144<br />
Het twee<strong>de</strong> bezwaar tegen aca<strong>de</strong>mici-belast<strong>in</strong>g is dat het totale <strong>in</strong>komen <strong>de</strong> grondslag is<br />
voor <strong>de</strong> belast<strong>in</strong>gheff<strong>in</strong>g. In feite is <strong>de</strong> gedachte achter aca<strong>de</strong>mici-belast<strong>in</strong>g dat het<br />
profijtbeg<strong>in</strong>sel wordt toegepast; <strong>de</strong>genen die het meeste voor<strong>de</strong>el hebben van een studie<br />
betalen ook het meest. In dat geval zou <strong>de</strong> belast<strong>in</strong>g eigenlijk moeten wor<strong>de</strong>n geheven<br />
over het extra <strong>in</strong>komen dat iemand als gevolg van een studie verdient, en niet over<br />
haar/zijn gehele <strong>in</strong>komen. Door toch het gehele <strong>in</strong>komen te belasten wor<strong>de</strong>n ook an<strong>de</strong>re<br />
factoren dan <strong>de</strong> studie, die tot het hogere <strong>in</strong>komen bijdragen, belast. On<strong>de</strong>r meer<br />
betekent dit dat iemands natuurlijke aanleg (talent) extra wordt belast. Nu is het heffen<br />
van talent-belast<strong>in</strong>g een oud - on<strong>de</strong>r meer door T<strong>in</strong>bergen gepropageerd - i<strong>de</strong>aal, maar<br />
het na<strong>de</strong>el van talent-belast<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze vorm van aca<strong>de</strong>mici-belast<strong>in</strong>g is dat alleen het<br />
talent van <strong>de</strong>genen die hebben gestu<strong>de</strong>erd, extra wordt belast. Talentvollen die niet<br />
hebben gestu<strong>de</strong>erd ontlopen <strong>de</strong>ze extra belast<strong>in</strong>g. Dit kan tot gevolg hebben dat juist<br />
<strong>de</strong>genen met veel talent ertoe besluiten niet te gaan stu<strong>de</strong>ren omdat zij ook zon<strong>de</strong>r<br />
studie veel kunnen verdienen en nu vermij<strong>de</strong>n dat dit <strong>in</strong>komen extra wordt belast.<br />
Bij een len<strong>in</strong>g-stelsel hoeven mensen die m<strong>in</strong><strong>de</strong>r dan een bepaald bedrag verdienen <strong>de</strong><br />
len<strong>in</strong>g niet terug te betalen. Degenen die een schuld hebben, kunnen er dan voor kiezen<br />
een baan te zoeken die m<strong>in</strong><strong>de</strong>r betaalt dan <strong>de</strong> vereiste drempel. Dit betekent dat <strong>de</strong><br />
keuze voor het type baan me<strong>de</strong> afhangt van het al dan niet hebben van een studieschuld.<br />
Een vergelijkbaar effect doet zich voor bij het stelsel van aca<strong>de</strong>mici-belast<strong>in</strong>g. De afgestu<strong>de</strong>er<strong>de</strong><br />
weet dat over elke extra gul<strong>de</strong>n die wordt verdiend een <strong>de</strong>el aca<strong>de</strong>mici-belast<strong>in</strong>g<br />
wordt geheven. Dit beïnvloedt <strong>de</strong> keuze voor het type baan dat wordt gezocht. Bei<strong>de</strong><br />
stelsels kennen dit na<strong>de</strong>lige effect. Het verschil tussen bei<strong>de</strong> stelsels <strong>in</strong> dit opzicht is<br />
echter dat <strong>in</strong> het len<strong>in</strong>gstelsel <strong>de</strong> <strong>in</strong>vloed van <strong>de</strong> schuld op <strong>de</strong> baankeuze zich maar op<br />
één baanniveau voordoet, namelijk op het niveau van <strong>de</strong> drempel waarboven terug<br />
betaald moet gaan wor<strong>de</strong>n, terwijl <strong>in</strong> het geval van aca<strong>de</strong>mici-belast<strong>in</strong>g baankeuzen op<br />
elk <strong>in</strong>komensniveau wor<strong>de</strong>n beïnvloed. In het jargon van economen: <strong>in</strong> het len<strong>in</strong>gstelsel<br />
is alleen sprake van een <strong>in</strong>komenseffect, terwijl zich <strong>in</strong> het stelsel van aca<strong>de</strong>mici-belast<strong>in</strong>g<br />
tevens een substitutie-effect voordoet. Eén van <strong>de</strong> elementaire stell<strong>in</strong>gen uit <strong>de</strong> leer<br />
van <strong>de</strong> openbare f<strong>in</strong>anciën is dat substitutie-effecten zoveel mogelijk moeten wor<strong>de</strong>n<br />
verme<strong>de</strong>n omdat <strong>de</strong>ze tot welvaartsverliezen lei<strong>de</strong>n.<br />
Een vier<strong>de</strong> bezwaar van aca<strong>de</strong>mici-belast<strong>in</strong>g ten opzichte van een len<strong>in</strong>gstelsel heeft te<br />
maken met <strong>de</strong> ontwijkbaarheid van <strong>de</strong> betal<strong>in</strong>g. Iemand die <strong>in</strong> een an<strong>de</strong>r land gaat wonen<br />
raakt een studieschuld niet kwijt en zal ook als <strong>in</strong>gezetene van het an<strong>de</strong>re land <strong>de</strong> len<strong>in</strong>g<br />
aan <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse overheid terug moeten betalen. Daarentegen leidt emigratie wel tot<br />
het ontwijken van aca<strong>de</strong>mici-belast<strong>in</strong>g. Naar <strong>de</strong> mate waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>in</strong>ternationale<br />
(arbeids)mobiliteit vanuit Ne<strong>de</strong>rland toeneemt, w<strong>in</strong>t dit bezwaar aan gewicht.<br />
Sociaal leenstelsel<br />
Een <strong>de</strong>r<strong>de</strong> mo<strong>de</strong>l van studief<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g is recent <strong>in</strong> enkele Britse en Australische studies<br />
voorgesteld en geanalyseerd. 13 Dit mo<strong>de</strong>l kan getypeerd wor<strong>de</strong>n als een stelsel van<br />
uitsluitend len<strong>in</strong>gen met <strong>in</strong>komensafhankelijke terugbetal<strong>in</strong>g. Tij<strong>de</strong>ns hun studie kunnen<br />
stu<strong>de</strong>nten een len<strong>in</strong>g opnemen, die zij aflossen door een bepaald percentage van hun<br />
<strong>in</strong>komen af te dragen. Ten opzichte van het len<strong>in</strong>gstelsel zoals we dat nu <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland<br />
kennen, v<strong>in</strong>dt <strong>in</strong> dit systeem <strong>de</strong> afloss<strong>in</strong>g veel meer gespreid over <strong>de</strong> beroepscarrière<br />
plaats. Dat betekent dat <strong>de</strong> kosten van <strong>de</strong> <strong>in</strong>vester<strong>in</strong>g <strong>in</strong> on<strong>de</strong>rwijs pas wor<strong>de</strong>n terugbetaald<br />
als <strong>de</strong> opbrengsten zich ook daadwerkelijk voordoen. Ten opzichte van het mo<strong>de</strong>l<br />
13 Chapman, B.J. & A. Hard<strong>in</strong>g, 1993, Australian Stu<strong>de</strong>nt Loans, ANU Discussion Papers 287, voor<br />
Australië en Barr, N. & J. Falk<strong>in</strong>gham, 1993, Pay<strong>in</strong>g for Learn<strong>in</strong>g, WSP/96, voor Groot-Brittannië.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
van aca<strong>de</strong>mici-belast<strong>in</strong>g is het kenmerken<strong>de</strong> verschil dat iemand nooit meer hoeft te<br />
betalen dan <strong>de</strong> som van len<strong>in</strong>g en rente. De hiervoor genoem<strong>de</strong> bezwaren tegen aca<strong>de</strong>mici-belast<strong>in</strong>g<br />
zijn daarmee on<strong>de</strong>rvangen: er wordt geen <strong>in</strong>komenspolitiek mee gevoerd<br />
en er is geen ontmoedig<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>de</strong>elname. De ontmoedig<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> arbeids<strong>de</strong>elname<br />
kan zich nog voordoen, maar niet <strong>in</strong> ernstiger mate dan <strong>in</strong> het gewone len<strong>in</strong>gstelsel.<br />
Tot slot, door <strong>de</strong> regel<strong>in</strong>g niet on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> belast<strong>in</strong>gwetgev<strong>in</strong>g te brengen wordt <strong>de</strong><br />
mogelijkheid van ontwijk<strong>in</strong>g door emigratie voorkomen.<br />
Een afzon<strong>de</strong>rlijk probleem doet zich voor bij <strong>de</strong> bepal<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> <strong>in</strong> reken<strong>in</strong>g te brengen<br />
rente. Vanuit het oogpunt van <strong>de</strong> verstrekker van <strong>de</strong> len<strong>in</strong>gen is het wenselijk dat er voor<br />
<strong>de</strong>genen die wel afbetalen een renteopslag is om te compenseren voor mensen die niet<br />
terug (kunnen) betalen. Dat zou mogelijk zijn als wel of niet <strong>in</strong> staat zijn om terug te<br />
betalen voor <strong>de</strong> len<strong>in</strong>gnemer even onvoorspelbaar is als voor <strong>de</strong> len<strong>in</strong>ggever. Dat is<br />
waarschijnlijk niet het geval; bij gevolg kan een opslag op <strong>de</strong> rente ervoor zorgen dat <strong>de</strong><br />
slechte risico’s <strong>de</strong> goe<strong>de</strong> risico’s uit <strong>de</strong> <strong>markt</strong> drijven. Deze mogelijkheid speelt een<br />
grotere rol naarmate <strong>de</strong> heterogeniteit van <strong>de</strong> stu<strong>de</strong>ntenpopulatie groter is; en hiervoor<br />
hebben we vastgesteld dat er <strong>in</strong><strong>de</strong>rdaad grote verschillen tussen stu<strong>de</strong>nten zijn. Die<br />
grote verschillen hebben niet alleen gevolg voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd van het on<strong>de</strong>rwijs (zie<br />
hierna), maar lei<strong>de</strong>n er ook toe dat <strong>de</strong> <strong>in</strong>komensverschillen b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> groep van hoger<br />
opgelei<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> toekomst groter zullen zijn dan nu het geval is. Een serieus probleem is<br />
dat mensen meer over hun eigen capaciteiten weten dan <strong>de</strong> mogelijke verstrekker van<br />
een len<strong>in</strong>g. Dit kan ertoe lei<strong>de</strong>n dat <strong>de</strong> condities voor <strong>de</strong> len<strong>in</strong>g voor <strong>de</strong> goe<strong>de</strong> risico’s te<br />
ongunstig zijn. Dit kan adverse selection teweeg brengen. Bij het bepalen van <strong>de</strong> rente<br />
dient daar reken<strong>in</strong>g mee te wor<strong>de</strong>n gehou<strong>de</strong>n. Tevens pleit dit ervoor dat <strong>de</strong> len<strong>in</strong>gverstrekker<br />
niet aan ie<strong>de</strong>reen die voor dit type studielen<strong>in</strong>gen aanklopt, ook een len<strong>in</strong>g<br />
verstrekt. Stu<strong>de</strong>nten die onvoldoen<strong>de</strong> studieprestaties leveren zou<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> mogelijkheid<br />
om zo’n len<strong>in</strong>g op te nemen, moeten wor<strong>de</strong>n uitgesloten.<br />
Zowel voor Engeland als voor Australië zijn door mid<strong>de</strong>l van simulatie-mo<strong>de</strong>llen bereken<strong>in</strong>gen<br />
gemaakt over <strong>de</strong> effecten van dit stelsel <strong>in</strong> termen van het terugbetaal<strong>de</strong> bedrag<br />
en <strong>de</strong> terugbetal<strong>in</strong>gtermijn. Daaruit kan wor<strong>de</strong>n geconclu<strong>de</strong>erd dat bij een veron<strong>de</strong>rstel<strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>komensgroei van 0% en een reële rente van eveneens 0% (dat is rente gelijk aan<br />
<strong>in</strong>flatie), het terugbetaal<strong>de</strong> bedrag <strong>in</strong> dit stelsel even groot is als <strong>in</strong> een stelsel van terugbetal<strong>in</strong>g<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste 10 jaar na <strong>de</strong> studie, en dat <strong>de</strong> gemid<strong>de</strong>l<strong>de</strong> terugbetal<strong>in</strong>gstijd <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
or<strong>de</strong> van 25 tot 30 jaar ligt. Als <strong>de</strong> <strong>in</strong>komensgroei groter is dan <strong>de</strong> reële rente die <strong>in</strong><br />
reken<strong>in</strong>g wordt gebracht, valt het mo<strong>de</strong>l met <strong>in</strong>komensafhankelijke len<strong>in</strong>gen gunstiger<br />
uit.<br />
Op basis hiervan kunnen we conclu<strong>de</strong>ren dat vanuit het motief van <strong>de</strong> kapitaal<strong>markt</strong>imperfecties<br />
dit mo<strong>de</strong>l van <strong>in</strong>komensafhankelijke len<strong>in</strong>gen <strong>de</strong> voorkeur verdient.<br />
De uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijke beoor<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g hangt dan af van <strong>de</strong> mate waar<strong>in</strong> het mo<strong>de</strong>l <strong>de</strong> rechtvaardigheid<br />
dient. Wat <strong>de</strong> rechtvaardigheid <strong>in</strong> dynamische z<strong>in</strong> betreft, kan het mo<strong>de</strong>l gunstig<br />
wor<strong>de</strong>n beoor<strong>de</strong>eld. Er v<strong>in</strong>dt geen subsidiër<strong>in</strong>g plaats aan personen die over het hele<br />
leven genomen boven het gemid<strong>de</strong>l<strong>de</strong> zullen zitten, noch wordt er on<strong>de</strong>rscheid gemaakt<br />
tussen stu<strong>de</strong>nten uit rijke en arme gez<strong>in</strong>nen. Blijft over <strong>de</strong> rechtvaardigheid <strong>in</strong> statische<br />
z<strong>in</strong>; het is <strong>de</strong> vraag of stu<strong>de</strong>nten uit m<strong>in</strong><strong>de</strong>r draagkrachtige gez<strong>in</strong>nen belemmerd wor<strong>de</strong>n<br />
door het opbouwen van een schuld waarvan ze weten dat ze die niet (volledig) behoeven<br />
terug te betalen als ze dat niet kunnen. Objectief gezien is van een belemmer<strong>in</strong>g dan<br />
geen sprake. Mochten sommigen zo’n belemmer<strong>in</strong>g niettem<strong>in</strong> ervaren, dan lijkt goe<strong>de</strong><br />
voorlicht<strong>in</strong>g <strong>de</strong> aangewezen metho<strong>de</strong> om die weg te nemen.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 145
Decentralisatie studief<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g<br />
Ook <strong>in</strong> het ka<strong>de</strong>r van <strong>de</strong> toekomst van <strong>de</strong> studief<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g wordt wel eens voorgesteld<br />
om <strong>de</strong> studief<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g over te hevelen naar <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen die het on<strong>de</strong>rwijs verzorgen.<br />
Het i<strong>de</strong>e daarachter is dan dat stu<strong>de</strong>nten het totale pakket (f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g en on<strong>de</strong>rwijs)<br />
bij <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> <strong>in</strong>stantie betrekken. Ook tegen dit voorstel zijn zwaarwegen<strong>de</strong> bezwaren<br />
aan te voeren. Voor zowel het argument van <strong>de</strong> kapitaal<strong>markt</strong>imperfectie als dat van<br />
<strong>de</strong> rechtvaardigheidsoverweg<strong>in</strong>gen geldt dat <strong>de</strong>ze het best tot hun recht komen naarmate<br />
het aggregatie-niveau waarop ze betrekk<strong>in</strong>g hebben hoger is. Kapitaal<strong>markt</strong>imperfecties<br />
hebben te maken met <strong>de</strong> onzekerheid van <strong>de</strong> opbrengsten van stu<strong>de</strong>ren. Het ‘poolen’ van<br />
risico’s gaat het beste naarmate <strong>de</strong> populatie waarover ‘gepoold’ wordt groter is. Het<br />
poolen van <strong>de</strong> risico’s op het niveau van <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen maakt dat averechtse selectie zich<br />
sneller kan voordoen; <strong>de</strong> slechte risico’s komen bij <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen terecht. De<br />
behartig<strong>in</strong>g van rechtvaardigheidsoverweg<strong>in</strong>gen geschiedt vanouds vanuit <strong>de</strong> centrale<br />
overheid. Niet voor niets wordt het lokale overhe<strong>de</strong>n formeel niet toegestaan om<br />
<strong>in</strong>komensbeleid te voeren. Op het moment dat <strong>de</strong> coörd<strong>in</strong>atie van dit beleid niet meer op<br />
een centraal punt plaats v<strong>in</strong>dt, ontstaat een onoverzichtelijke wirwar van allerhan<strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>komensmaatregelen waarvan het totale effect niet is te overzien.<br />
Tot slot is nog iets aan te merken op het i<strong>de</strong>e dat door <strong>de</strong> studief<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g bij <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
on<strong>de</strong>r te brengen, <strong>de</strong> stu<strong>de</strong>nten voor een totaalpakket bij één en <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> <strong>in</strong>stantie<br />
terecht kunnen. Dit heeft veel weg van <strong>de</strong> autoverkoper die ook direct aanbiedt <strong>de</strong> f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g<br />
te regelen; meestal is dat niet <strong>de</strong> voor<strong>de</strong>ligste koop.<br />
Conclusies<br />
Om stu<strong>de</strong>nten <strong>in</strong> staat te stellen hogere eigen bijdragen te betalen dan nu het geval is,<br />
dient het stelsel van studief<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g an<strong>de</strong>rs te wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong>gericht. Een sociaal leenstelsel<br />
zon<strong>de</strong>r beurzen waar<strong>in</strong> afloss<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> len<strong>in</strong>g gekoppeld is aan het latere <strong>in</strong>komen<br />
verdient op basis van overweg<strong>in</strong>gen van rechtvaardigheid en doelmatigheid <strong>de</strong> voorkeur<br />
boven een stelsel van aca<strong>de</strong>mici-belast<strong>in</strong>g en het huidige stelsel.<br />
4 Leerrechten<br />
Als het gaat over <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs, wordt nogal eens verwezen naar <strong>de</strong><br />
mogelijkhe<strong>de</strong>n die een systeem van vouchers of leerrechten zou bie<strong>de</strong>n. De kern van het<br />
i<strong>de</strong>e is eenvoudig. Nu geeft <strong>de</strong> overheid rechtstreeks f<strong>in</strong>anciële mid<strong>de</strong>len aan on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen.<br />
In een vouchermo<strong>de</strong>l wordt het geld daarentegen aan on<strong>de</strong>rwijs<strong>de</strong>elnemers<br />
gegeven <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van geoormerkte mid<strong>de</strong>len. Deelnemers kunnen <strong>de</strong> vouchers vervolgens<br />
verzilveren bij erken<strong>de</strong> scholen en <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen. Voor<strong>de</strong>len die van een <strong>de</strong>rgelijk<br />
systeem wor<strong>de</strong>n verwacht zijn: (1) dat aanbie<strong>de</strong>rs zich meer gaan richten op <strong>de</strong> wensen<br />
van <strong>de</strong>elnemers <strong>in</strong> plaats van wensen van overheids<strong>in</strong>stanties; en (2) dat <strong>de</strong>elnemers<br />
bewustere keuzen gaan maken.<br />
Vouchers <strong>in</strong> het <strong>in</strong>itieel on<strong>de</strong>rwijs<br />
Er zijn voor verschillen<strong>de</strong> fasen van het on<strong>de</strong>rwijs vouchersystemen ontworpen, van<br />
basison<strong>de</strong>rwijs tot hoger on<strong>de</strong>rwijs en post-<strong>in</strong>itieel on<strong>de</strong>rwijs. Vooral <strong>in</strong> <strong>de</strong> Verenig<strong>de</strong><br />
Staten wordt veel gediscussieerd over vouchers <strong>in</strong> het basison<strong>de</strong>rwijs. De aanleid<strong>in</strong>g<br />
daarvoor is vooral dat ou<strong>de</strong>rs van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren die particulier on<strong>de</strong>rwijs volgen dubbel voor<br />
het on<strong>de</strong>rwijs betalen. Eerst betalen ze via <strong>de</strong> belast<strong>in</strong>gen voor het publieke on<strong>de</strong>rwijs<br />
dat hun k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren niet volgen, en vervolgens betalen ze voor het particuliere on<strong>de</strong>rwijs<br />
146 <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
dat hun k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren wel volgen. Door <strong>in</strong> zo’n situatie vouchers <strong>in</strong> te voeren wordt <strong>de</strong><br />
dubbele betal<strong>in</strong>g voorkomen. Ie<strong>de</strong>reen betaalt dan via <strong>de</strong> belast<strong>in</strong>g en krijgt - als er<br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren <strong>in</strong> <strong>de</strong> schoolgaan<strong>de</strong> leeftijd zijn - vouchers die vervolgens bij <strong>de</strong> scholen verzilverd<br />
kunnen wor<strong>de</strong>n. Een belangrijk aspect is of scholen een hogere bijdrage van ou<strong>de</strong>rs<br />
mogen vragen dan het geldbedrag dat door <strong>de</strong> voucher wordt gerepresenteerd. Degenen<br />
die voor een vouchersysteem zijn, v<strong>in</strong><strong>de</strong>n waarschijnlijk dat dat wel moet kunnen. Het<br />
hele probleem van <strong>de</strong> dubbele betal<strong>in</strong>g wordt immers veroorzaakt door onvre<strong>de</strong> met <strong>de</strong><br />
kwaliteit van het publiek gef<strong>in</strong>ancier<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs. Als dat goed genoeg zou zijn, zou er<br />
geen behoefte zijn geweest aan particulier on<strong>de</strong>rwijs. Dit punt maakt dui<strong>de</strong>lijk dat een<br />
systeem van vouchers op uiteenlopen<strong>de</strong> manieren kan wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong>gevuld. De mogelijkheid<br />
van bijbetal<strong>in</strong>g is een facet, een an<strong>de</strong>r belangrijk aspect is of aan k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren <strong>in</strong> achterstandssituaties<br />
meer vouchers wor<strong>de</strong>n gegeven dan aan k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren uit welgestel<strong>de</strong><br />
families. De grote variatie aan mogelijkhe<strong>de</strong>n van na<strong>de</strong>re <strong>in</strong>vull<strong>in</strong>g, verklaart waarom het<br />
i<strong>de</strong>e van vouchers voorstan<strong>de</strong>rs uit zeer uiteenlopen<strong>de</strong> politieke groeper<strong>in</strong>gen heeft.<br />
Merk overigens <strong>de</strong> analogie met <strong>de</strong> discussie over eigen bijdragen <strong>in</strong> het Ne<strong>de</strong>rlandse<br />
on<strong>de</strong>rwijs op. Hier willen welgestel<strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs extra bijdragen aan het on<strong>de</strong>rwijs van hun<br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren. Het publiek gef<strong>in</strong>ancier<strong>de</strong> ge<strong>de</strong>elte is dan te beschouwen als een voucher, en<br />
<strong>de</strong> eigen bijdrage <strong>de</strong>kt <strong>de</strong> kosten van <strong>de</strong> hogere kwaliteit. Een alternatief <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland<br />
zou dan ook kunnen zijn om - naar Amerikaans mo<strong>de</strong>l - eigen bijdragen toe te staan,<br />
maar dan wel on<strong>de</strong>r volledige terugtrekk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> publieke bekostig<strong>in</strong>g.<br />
Leerrechten na <strong>de</strong> leerplicht<br />
In Ne<strong>de</strong>rland heeft het i<strong>de</strong>e van leerrechten vooral <strong>de</strong> aandacht getrokken <strong>in</strong> verband met<br />
het concept van levenslang leren. Een leerrechtenmo<strong>de</strong>l dat uitstekend tegemoet komt<br />
aan het i<strong>de</strong>e van permanente educatie, is geïnspireerd op een mo<strong>de</strong>l van <strong>de</strong> Amerikaanse<br />
on<strong>de</strong>rwijs-econoom Lev<strong>in</strong>. 14 Het mo<strong>de</strong>l kan wor<strong>de</strong>n getypeerd door vijf kernpunten. Ten<br />
eerste loopt <strong>de</strong> geldstroom van <strong>de</strong> publieke mid<strong>de</strong>len via <strong>de</strong> <strong>de</strong>elnemers; prijssubsidies<br />
die nu <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van een bijdrage aan <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen wor<strong>de</strong>n gegeven, lopen dan <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
vorm van een beurs langs <strong>de</strong> vraagkant. Ie<strong>de</strong>reen die het e<strong>in</strong><strong>de</strong> van <strong>de</strong> leerplicht heeft<br />
bereikt, krijgt ter waar<strong>de</strong> van een na<strong>de</strong>r vast te stellen bedrag leerrechten toegekend.<br />
Deelnemers bepalen daarmee hoeveel mid<strong>de</strong>len <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen ter beschikk<strong>in</strong>g krijgen.<br />
Ten twee<strong>de</strong>, verplicht <strong>de</strong>elname door iemand die een leerrecht <strong>in</strong>wisselt, <strong>de</strong> overheid om<br />
aan <strong>de</strong> aanbie<strong>de</strong>r van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g een vergoed<strong>in</strong>g te verstrekken. Daarbij is het belangrijk<br />
dat het niet alleen <strong>de</strong> gebruikelijke, door <strong>de</strong> overheid bekostig<strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen van<br />
post-leerplichtig on<strong>de</strong>rwijs zijn waar het leerrecht kan wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong>geleverd. In beg<strong>in</strong>sel<br />
komt elk on<strong>de</strong>rwijsprogramma voor erkenn<strong>in</strong>g <strong>in</strong> aanmerk<strong>in</strong>g; toetred<strong>in</strong>g tot <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong><br />
voor nieuwe aanbie<strong>de</strong>rs is mogelijk. Door opleid<strong>in</strong>gen te erkennen als aan<br />
na<strong>de</strong>r te stellen eisen is voldaan, wordt het mogelijk om vormen van bedrijfsopleid<strong>in</strong>gen,<br />
tra<strong>in</strong><strong>in</strong>g en particulier (volwassenen)on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> het mo<strong>de</strong>l on<strong>de</strong>r te brengen. Ten <strong>de</strong>r<strong>de</strong>,<br />
leerrechten kunnen zijn samengesteld uit een beurs<strong>de</strong>el en een len<strong>in</strong>g<strong>de</strong>el. De ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g<br />
over beurs en len<strong>in</strong>g kan variëren met <strong>de</strong> kenmerken van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g (<strong>de</strong> eer<strong>de</strong>r<br />
genoem<strong>de</strong> studies die belangrijk zijn voor maatschappelijke en culturele waar<strong>de</strong>n) en van<br />
<strong>de</strong> <strong>de</strong>elnemer (k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren met we<strong>in</strong>ig aanleg zou<strong>de</strong>n een groter beurs<strong>de</strong>el kunnen krijgen).<br />
Ten vier<strong>de</strong>, het pakket leerrechten dat iemand na <strong>de</strong> leerplichtige leeftijd krijgt, blijft voor<br />
het leven geldig. Leerrechten die niet direct wor<strong>de</strong>n gebruikt, behou<strong>de</strong>n hun waar<strong>de</strong>.<br />
14 Lev<strong>in</strong>, H.M., ‘Individual entitlements’. In F<strong>in</strong>anc<strong>in</strong>g recurrent education. Sage Publications, Beverly Hills,<br />
1983. Voor een uitvoerige beschouw<strong>in</strong>g, zie ook: Oosterbeek, H., Passend on<strong>de</strong>rwijs voor allen. ESB, 18-<br />
5-1994, p. 457-461.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 147
148<br />
Ten vijf<strong>de</strong>, is het sluitstuk dat <strong>de</strong> overheid er voor zorgt dat voor zowel <strong>de</strong>elnemers als<br />
<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen a<strong>de</strong>quate <strong>in</strong>formatie beschikbaar is. 15<br />
Met dit mo<strong>de</strong>l wordt het on<strong>de</strong>rscheid <strong>in</strong> bekostig<strong>in</strong>g tussen hoger on<strong>de</strong>rwijs en an<strong>de</strong>re<br />
vormen van leren weggenomen. Dit zorgt ervoor dat <strong>de</strong>elnemers vrijer kunnen kiezen<br />
welke leeromgev<strong>in</strong>g het beste bij ze past. Door ook an<strong>de</strong>re dan <strong>de</strong> nu publiek bekostig<strong>de</strong><br />
aanbie<strong>de</strong>rs <strong>in</strong> pr<strong>in</strong>cipe <strong>in</strong> aanmerk<strong>in</strong>g te laten komen als plaats waar leerrechten kunnen<br />
wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong>gewisseld, wordt aan <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen een prikkel gegeven om aanbod te creëren<br />
dat voor <strong>de</strong> bezitters van leerrechten aantrekkelijk genoeg is om ze <strong>in</strong> te wisselen.<br />
5 De rol van <strong>in</strong>formatie<br />
Eén van <strong>de</strong> condities voor goe<strong>de</strong> <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g is dat partijen zon<strong>de</strong>r daar veel kosten<br />
voor te maken over alle relevante <strong>in</strong>formatie kunnen beschikken. In het geval van on<strong>de</strong>rwijs<br />
is dat moeilijk. Het is voor <strong>de</strong>elnemers niet eenvoudig om op <strong>de</strong> hoogte te zijn van<br />
<strong>de</strong> kwaliteit van het on<strong>de</strong>rwijs dat verschillen<strong>de</strong> scholen of <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen aanbie<strong>de</strong>n. Dit<br />
komt doordat on<strong>de</strong>rwijs een ‘experience good’ en geen ‘<strong>in</strong>spection good’ is; pas als een<br />
k<strong>in</strong>d naar een bepaal<strong>de</strong> school gaat wordt ervaren hoe goed het on<strong>de</strong>rwijs op <strong>de</strong>ze<br />
school is. Daar komt bovendien nog bij dat dit voor verschillen<strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren an<strong>de</strong>rs kan<br />
zijn. Wat voor het ene k<strong>in</strong>d goed on<strong>de</strong>rwijs is, hoeft dat voor een an<strong>de</strong>r k<strong>in</strong>d niet te zijn.<br />
Ranglijsten van schoolprestaties<br />
De laatste jaren heeft <strong>de</strong> verstrekk<strong>in</strong>g van <strong>in</strong>formatie over <strong>de</strong> kwaliteit van scholen <strong>in</strong><br />
Ne<strong>de</strong>rland een hoge vlucht genomen. De dagbla<strong>de</strong>n Trouw en <strong>de</strong> Volkskrant publiceren<br />
jaarlijks lijsten van scholen van voortgezet on<strong>de</strong>rwijs en basisscholen met daar<strong>in</strong> een<br />
oor<strong>de</strong>el van <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong> scholen. Dit naar het mo<strong>de</strong>l van <strong>de</strong> Engelse ‘league<br />
tables’. Nadat <strong>de</strong>ze dagbla<strong>de</strong>n hiermee begonnen, wordt ook door <strong>de</strong> <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong><strong>in</strong>spectie<br />
werk gemaakt van het <strong>in</strong>formeren van ou<strong>de</strong>rs en leerl<strong>in</strong>gen over <strong>de</strong> kwaliteit van<br />
afzon<strong>de</strong>rlijke scholen. Hoewel <strong>in</strong>formatievoorzien<strong>in</strong>g op zichzelf een goed streven is, ben<br />
ik van men<strong>in</strong>g dat <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong> lijsten van <strong>de</strong> dagbla<strong>de</strong>n zoveel te wensen overlaat<br />
dat het beter zou zijn om ze niet te publiceren. De tekortkom<strong>in</strong>gen betreffen <strong>de</strong> wijze<br />
waarop reken<strong>in</strong>g wordt gehou<strong>de</strong>n met verschillen <strong>in</strong> <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>genpopulaties op scholen<br />
alsme<strong>de</strong> <strong>de</strong> wijze waarop recht wordt gedaan aan het multidimensionele karakter van<br />
schoolprestaties. 16 Voor verschillen <strong>in</strong> leerl<strong>in</strong>genpopulaties wordt <strong>in</strong> <strong>de</strong> ranglijsten op een<br />
manier gecorrigeerd die onvoldoen<strong>de</strong> recht doet aan <strong>de</strong> grote verschei<strong>de</strong>nheid die er is<br />
en aan <strong>de</strong> talrijke achtergrondkenmerken die een rol spelen. De schoolprestaties komen<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> ranglijsten vooral tot uitdrukk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> een snelle doorstroom en <strong>de</strong> prestaties voor<br />
toetsen of examens. Scholen dragen echter op meer vlakken bij aan <strong>de</strong> vorm<strong>in</strong>g van<br />
jongeren, <strong>de</strong>ze vlakken blijven nu onbelicht.<br />
De publicatie van <strong>de</strong> ranglijsten van schoolprestatie-<strong>in</strong>dicatoren geeft prikkels aan<br />
ou<strong>de</strong>rs/leerl<strong>in</strong>gen, leerkrachten en scholen. Dat is ook <strong>de</strong> bedoel<strong>in</strong>g, maar <strong>de</strong> vraag is of<br />
die prikkels gezien <strong>de</strong> tekortkom<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong> ranglijsten, wel <strong>de</strong> goe<strong>de</strong> kant op werken.<br />
Ou<strong>de</strong>rs en leerl<strong>in</strong>gen zou<strong>de</strong>n op basis van <strong>de</strong> ranglijsten voor een school kunnen kiezen.<br />
Maar waarschijnlijk doen niet alle ou<strong>de</strong>rs dat <strong>in</strong> <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> mate. Het is aannemelijk dat<br />
15 Voor een analyse van <strong>de</strong> te verwachten effecten van dit mo<strong>de</strong>l, zie: Oosterbeek, H., 1994, o.c., p. 460-<br />
461.<br />
16 Een uitgebrei<strong>de</strong>re beschouw<strong>in</strong>g is te v<strong>in</strong><strong>de</strong>n <strong>in</strong> Oosterbeek en Webb<strong>in</strong>k, 2001, Een economische kijk op<br />
publieke <strong>in</strong>dicatoren van schoolkwaliteit, te verschijnen.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
ou<strong>de</strong>rs die meer <strong>in</strong> <strong>de</strong> leerprestaties van hun k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren zijn geïnteresseerd meer met <strong>de</strong><br />
lijsten reken<strong>in</strong>g hou<strong>de</strong>n dan an<strong>de</strong>re ou<strong>de</strong>rs. Als <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren van <strong>de</strong>ze ‘bewuste’ ou<strong>de</strong>rs<br />
ook an<strong>de</strong>rs beter zou<strong>de</strong>n scoren dan <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren van an<strong>de</strong>re ou<strong>de</strong>rs (en dat ligt voor <strong>de</strong><br />
hand), dan wordt het verschil tussen goe<strong>de</strong> en m<strong>in</strong><strong>de</strong>r goe<strong>de</strong> scholen groter, zon<strong>de</strong>r dat<br />
er aan <strong>de</strong> scholen zelf iets is veran<strong>de</strong>rd. Leerkrachten werken waarschijnlijk liever bij een<br />
school die het op <strong>de</strong> ranglijsten goed doet dan op een school die het m<strong>in</strong><strong>de</strong>r goed doet.<br />
Omdat <strong>de</strong> <strong>in</strong>vloed van een <strong>in</strong>dividuele leerkracht op <strong>de</strong> gemeten prestatie van een school<br />
verwaarloosbaar is, is van school veran<strong>de</strong>ren <strong>de</strong> makkelijkste manier voor een leerkracht<br />
om bij een ‘goe<strong>de</strong>’ school te werken. In een tijd van krapte op <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong> van<br />
leraren zorgt dit ervoor dat het voor scholen die goed scoren makkelijker is om personeel<br />
te werven. Ook aan <strong>de</strong> scholen (directie, bestuur) wordt door <strong>de</strong> ranglijsten een<br />
prikkel gegeven. An<strong>de</strong>rs dan <strong>de</strong> <strong>in</strong>dividuele leerkrachten kunnen zij niet naar een an<strong>de</strong>re<br />
school toe om bij een volgen<strong>de</strong> met<strong>in</strong>g beter op <strong>de</strong> ranglijst te staan. Zij zijn <strong>de</strong>genen die<br />
ervoor zullen willen zorgen dat <strong>de</strong> school <strong>in</strong> kwestie goed scoort. Daar zou niets op<br />
tegen zijn, ware het niet dat dit makkelijk kan lei<strong>de</strong>n tot ongewenst gedrag. Scholen<br />
zou<strong>de</strong>n ertoe kunnen overgaan om veel tijd te steken <strong>in</strong> <strong>de</strong> voorbereid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen<br />
voor <strong>de</strong> toets of <strong>de</strong> examens. Dit brengt met zich mee dat aspecten van het on<strong>de</strong>rwijsproces<br />
die niet <strong>in</strong> <strong>de</strong> toetsen of examens tot uitdrukk<strong>in</strong>g komen, op <strong>de</strong> tocht komen<br />
te staan.<br />
6 Conclusie<br />
In het voorgaan<strong>de</strong> zijn aspecten van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs besproken. De<br />
nadruk lag daarbij op <strong>de</strong> vraagzij<strong>de</strong>. Dit is enigsz<strong>in</strong>s onnatuurlijk omdat <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g<br />
een kwestie van vraag en aanbod is, en vooral van <strong>de</strong> <strong>in</strong>teractie daartussen. Voor <strong>de</strong><br />
nadruk op <strong>de</strong> vraagzij<strong>de</strong> is gekozen uit hoof<strong>de</strong> van <strong>de</strong> afbaken<strong>in</strong>g tussen verschillen<strong>de</strong><br />
bijdragen <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze bun<strong>de</strong>l.<br />
Marktwerk<strong>in</strong>g is gericht op een grotere doelmatigheid <strong>in</strong> <strong>de</strong> aanwend<strong>in</strong>g van mid<strong>de</strong>len.<br />
Scholen die aan <strong>de</strong> tucht van <strong>de</strong> <strong>markt</strong> bloot staan zullen geen mid<strong>de</strong>len verspillen en<br />
zullen reken<strong>in</strong>g hou<strong>de</strong>n met <strong>de</strong> wensen van <strong>de</strong> afnemers. In een belangrijk opzicht gaat<br />
<strong>de</strong> vergelijk<strong>in</strong>g met bedrijven <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong>sector echter mank. Van bedrijven die naar<br />
w<strong>in</strong>st streven wordt verwacht dat ze proberen voor<strong>de</strong>el te halen uit het implementeren<br />
van <strong>de</strong> beste technologie. Bedrijven die dat niet doen gaan failliet. Het lijkt me echter een<br />
illusie om te <strong>de</strong>nken dat <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs ertoe zal lei<strong>de</strong>n dat scholen <strong>de</strong><br />
beste didactische mid<strong>de</strong>len <strong>in</strong> zullen zetten en zullen kiezen voor <strong>de</strong> optimale klassengrootte.<br />
De re<strong>de</strong>n is eenvoudigweg dat van <strong>in</strong>dividuele scholen niet verwacht kan wor<strong>de</strong>n<br />
dat zij hier voldoen<strong>de</strong> kennis van hebben. Bovendien is een afzon<strong>de</strong>rlijke school niet <strong>de</strong><br />
plaats waar nieuwe leermetho<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>n ontwikkeld. (Dit punt is <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze bijdrage ver<strong>de</strong>r<br />
niet uitgewerkt omdat het over <strong>de</strong> aanbodzij<strong>de</strong> van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong> gaat.)<br />
Marktwerk<strong>in</strong>g is er ook op gericht dat <strong>de</strong>elnemers doelmatige keuzes maken. Volgens<br />
standaard-economische beg<strong>in</strong>selen zijn zij daar het beste toe <strong>in</strong> staat als zij wor<strong>de</strong>n<br />
geconfronteerd met prijzen die <strong>de</strong> marg<strong>in</strong>ale kosten weerspiegelen van het on<strong>de</strong>rwijs dat<br />
zij volgen. Dit zou vragen om omvangrijke eigen bijdragen van <strong>de</strong>elnemers. Om verschillen<strong>de</strong><br />
re<strong>de</strong>nen is dit m<strong>in</strong><strong>de</strong>r gewenst als het gaat om basison<strong>de</strong>rwijs en voortgezet on<strong>de</strong>rwijs.<br />
K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren mogen daar niet <strong>de</strong> dupe wor<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> verkeer<strong>de</strong> keuzes van hun<br />
ou<strong>de</strong>rs. Bovendien zijn er goe<strong>de</strong> argumenten om sponsor<strong>in</strong>g en vrijwillige ou<strong>de</strong>rbijdragen<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong>ze typen on<strong>de</strong>rwijs b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> perken te hou<strong>de</strong>n. Dit ligt an<strong>de</strong>rs als het over hoger<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 149
on<strong>de</strong>rwijs gaat. Voor een behoorlijk maatschappelijk functioneren is het voor een<br />
<strong>in</strong>dividu niet nodig om hoger on<strong>de</strong>rwijs te hebben gevolgd en bovendien is ie<strong>de</strong>reen die<br />
<strong>in</strong> staat is om hoger on<strong>de</strong>rwijs te kunnen volgen tevens <strong>in</strong> staat om zelf <strong>de</strong> voor- en<br />
na<strong>de</strong>len van hoger on<strong>de</strong>rwijs tegen elkaar af te wegen. In het hoger on<strong>de</strong>rwijs is er<br />
<strong>de</strong>rhalve een grotere rol weggelegd voor <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van eigen bijdragen<br />
die <strong>de</strong> kosten van het on<strong>de</strong>rwijs weerspiegelen.<br />
Om bij hogere eigen bijdragen aan hoger on<strong>de</strong>rwijs <strong>de</strong> toegankelijkheid te waarborgen, is<br />
wel nodig dat er een goed stelsel van studief<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g is. Vanwege het belang daarvan<br />
is daar <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze bijdrage uitvoerig op <strong>in</strong>gegaan. Er is geconclu<strong>de</strong>erd dat een sociaal<br />
leenstelsel <strong>de</strong> voorkeur verdient boven het huidige stelsel of een stelsel van aca<strong>de</strong>micibelast<strong>in</strong>g.<br />
Kern van een sociaal leenstelsel is dat er geen beurzen zijn maar alleen<br />
len<strong>in</strong>gen en dat <strong>de</strong> terugbetal<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> len<strong>in</strong>gen plaatsv<strong>in</strong>dt <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van een percentage<br />
van het toekomstige <strong>in</strong>komen. De terugbetal<strong>in</strong>g is daarbij niet geconcentreerd <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
eerste 10 tot 15 jaar na <strong>de</strong> studie, maar kan <strong>in</strong> beg<strong>in</strong>sel over <strong>de</strong> hele arbeidzame perio<strong>de</strong><br />
wor<strong>de</strong>n uitgesmeerd.<br />
Om een e<strong>in</strong><strong>de</strong> te maken aan het wat kunstmatige on<strong>de</strong>rscheid tussen <strong>in</strong>itieel gesubsidieerd<br />
on<strong>de</strong>rwijs en post-<strong>in</strong>itieel (vrijwel) ongesubsidieerd on<strong>de</strong>rwijs, kan een stelsel van<br />
leerrechten uitkomst bie<strong>de</strong>n. In <strong>de</strong>ze bijdrage werd het leerrechtenstelsel van Lev<strong>in</strong><br />
besproken.<br />
Tot slot is <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze bijdrage aandacht besteed aan <strong>de</strong> lijsten die jaarlijks door <strong>de</strong> dagbla<strong>de</strong>n<br />
Trouw en <strong>de</strong> Volkskrant wor<strong>de</strong>n gepubliceerd. In het i<strong>de</strong>ale geval kunnen <strong>de</strong>rgelijke<br />
ranglijsten aan scholen prikkels geven die <strong>de</strong> werk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong> stimuleren.<br />
Omdat <strong>de</strong> lijsten verre van perfect zijn en <strong>de</strong> gemeten kwaliteit wellicht amper<br />
correleert met <strong>de</strong> werkelijke kwaliteit, dreigen er enkele perverse effecten.<br />
150 <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
9 Verschijn<strong>in</strong>gsvormen van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het<br />
fun<strong>de</strong>rend on<strong>de</strong>rwijs: een <strong>in</strong>ternationale<br />
vergelijk<strong>in</strong>g<br />
J.C. Teelken 1<br />
In het Ne<strong>de</strong>rlandse on<strong>de</strong>rwijssysteem bestond van oudsher al een zekere mate van<br />
<strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g gebaseerd op <strong>de</strong> vrijheid van on<strong>de</strong>rwijs. Gezien recente ontwikkel<strong>in</strong>gen<br />
(schoolkeuze op basis van <strong>in</strong>dividuele argumenten, richt<strong>in</strong>g en <strong>de</strong>nom<strong>in</strong>atie van m<strong>in</strong><strong>de</strong>r<br />
belang, meer autonomie voor <strong>de</strong> scholen) is er nu sprake van een an<strong>de</strong>r soort <strong>markt</strong>-<br />
werk<strong>in</strong>g, die zich richt op <strong>de</strong> behoeften van <strong>de</strong> <strong>in</strong>dividuele on<strong>de</strong>rwijsgebruiker. Het plaat-<br />
sen van <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland <strong>in</strong> een <strong>in</strong>ternationaal perspectief leert ons dat<br />
an<strong>de</strong>re lan<strong>de</strong>n ook <strong>markt</strong>achtige elementen <strong>in</strong> hun on<strong>de</strong>rwijssysteem hebben <strong>in</strong>gevoerd.<br />
In het algemeen zijn <strong>de</strong> effecten daarvan we<strong>in</strong>ig bemoedigend en zijn er aanwijz<strong>in</strong>gen<br />
voor segregatie en toenemen<strong>de</strong> ongelijkheid tussen scholen. Het is zaak het Ne<strong>de</strong>rlandse<br />
on<strong>de</strong>rwijsbeleid rondom <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g zodanig vorm te geven dat toenemen<strong>de</strong> ongelijk-<br />
he<strong>de</strong>n tussen scholen verme<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>n. Dit is mogelijk door <strong>de</strong> bestaan<strong>de</strong> diversiteit<br />
tussen scholen te versterken, zodanig dat scholen op basis van meer<strong>de</strong>re kenmerken<br />
met elkaar vergeleken kunnen wor<strong>de</strong>n. Daarmee wordt een toenemen<strong>de</strong> hiërarchiser<strong>in</strong>g<br />
en een vergelijk<strong>in</strong>g op basis van één kenmerk tussen scholen verme<strong>de</strong>n<br />
1 Steeds meer aandacht voor <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g<br />
Vanaf 1992 is er <strong>in</strong> lijn met <strong>de</strong> algemene privatiser<strong>in</strong>g en <strong>de</strong> terugtrekken<strong>de</strong> overheid<br />
aandacht voor <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> verschillen<strong>de</strong> voormalige overheidssectoren (nutsbedrijven,<br />
openbaar vervoer, post, telefonie). Zo ook <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs. Dit on<strong>de</strong>rwerp leek <strong>in</strong><br />
Ne<strong>de</strong>rland <strong>de</strong> laatste twee jaren wat meer <strong>in</strong> <strong>de</strong> luwte te liggen maar staat nu weer volop<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> belangstell<strong>in</strong>g en is actueler dan ooit.<br />
Dit artikel beoogt een overzicht te geven van <strong>in</strong>ternationale ontwikkel<strong>in</strong>gen op het gebied<br />
1 C. Teelken is universitair docent organisatiekun<strong>de</strong> aan <strong>de</strong> Nijmegen Bus<strong>in</strong>ess School, Katholieke<br />
Universiteit Nijmegen. Zij promoveer<strong>de</strong> <strong>in</strong> 1998 op <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> een <strong>in</strong>ternationaal<br />
vergelijkend perspectief.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 151
van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs, om op basis daarvan te komen tot aanbevel<strong>in</strong>gen<br />
voor het Ne<strong>de</strong>rlandse basison<strong>de</strong>rwijs en <strong>de</strong> basisvorm<strong>in</strong>g van het voortgezet on<strong>de</strong>rwijs,<br />
ook wel het fun<strong>de</strong>rend on<strong>de</strong>rwijs genoemd.<br />
Partijen <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
In Ne<strong>de</strong>rland werd <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g vanuit <strong>de</strong> overheid gestimuleerd. In <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong><br />
kunnen we drie verschillen<strong>de</strong> partijen on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n: <strong>de</strong> vraagkant van <strong>de</strong> <strong>markt</strong> (ou<strong>de</strong>rs<br />
en leerl<strong>in</strong>gen), <strong>de</strong> aanbodkant van <strong>de</strong> <strong>markt</strong> (<strong>de</strong> aanbie<strong>de</strong>rs van on<strong>de</strong>rwijs, feitelijk dus <strong>de</strong><br />
scholen) en <strong>de</strong> regulatieve structuur van het on<strong>de</strong>rwijs (<strong>de</strong> centrale en lokale overhe<strong>de</strong>n).<br />
Vanuit <strong>de</strong> regulatieve structuur kan on<strong>de</strong>rscheid gemaakt wor<strong>de</strong>n tussen vraaggestuurd<br />
(of ‘competitief’) keuzebeleid en aanbodgestuurd (of ‘divers’) keuzebeleid (Adler, 1997).<br />
Aan <strong>de</strong> vraagkant is naar <strong>de</strong> re<strong>de</strong>nen voor schoolkeuze <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland veel on<strong>de</strong>rzoek<br />
gedaan, veel meer dan <strong>in</strong> an<strong>de</strong>re Europese lan<strong>de</strong>n. Over het algemeen kiezen ou<strong>de</strong>rs op<br />
basis van kwaliteit, waarbij toegankelijkheid (afstand) en <strong>de</strong>nom<strong>in</strong>atie op <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> en<br />
<strong>de</strong>r<strong>de</strong> plaats komen (Witziers & De Groot, 1993). Recent zien we drie globale ontwikkel<strong>in</strong>gen.<br />
De on<strong>de</strong>rwijsconsumenten stellen zich meer kritisch op en kiezen vooral om<br />
re<strong>de</strong>nen van gepercipieer<strong>de</strong> kwaliteit. Richt<strong>in</strong>g en/of <strong>de</strong>nom<strong>in</strong>atie is van m<strong>in</strong><strong>de</strong>r belang,<br />
ou<strong>de</strong>rs letten vooral op <strong>de</strong> <strong>in</strong>dividuele i<strong>de</strong>ntiteit van <strong>de</strong> school. Een <strong>de</strong>r<strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g is<br />
dat aspecten <strong>in</strong> <strong>de</strong> relatiesfeer bij schoolkeuze van belang zijn. Ou<strong>de</strong>rs v<strong>in</strong><strong>de</strong>n ‘sfeer’<br />
belangrijk en willen dat hun k<strong>in</strong>d zich thuis voelt op school. Bij een keus op <strong>de</strong>ze<br />
gron<strong>de</strong>n baseren ze zich vooral op mond-tot-mond reclame.<br />
De diversiteit van het aanbod van on<strong>de</strong>rwijs neemt <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland nog steeds toe. In<br />
aansluit<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> meer <strong>in</strong>dividuele keuzeargumenten ontwikkelen scholen <strong>in</strong>dividuelere<br />
schoolprofielen. Ze baseren hun i<strong>de</strong>ntiteit m<strong>in</strong><strong>de</strong>r op <strong>de</strong>nom<strong>in</strong>atie en meer op hun<br />
<strong>in</strong>dividuele kenmerken: <strong>de</strong> wijze waarop <strong>de</strong> brugjaren zijn georganiseerd, of er on<strong>de</strong>rwijs<br />
wordt gegeven <strong>in</strong> het Engels, of er veel aandacht is voor buitenschoolse activiteiten of<br />
<strong>in</strong>formatie- en communicatietechnologie (ICT) <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs. De laatste twee jaren zien<br />
we dat <strong>de</strong> beschikbaarheid van <strong>in</strong>formatie over <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen is<br />
toegenomen. Het gaat daarbij niet alleen om algemeen beschikbare <strong>in</strong>formatie, maar ook<br />
om specifieke output<strong>in</strong>formatie zoals <strong>de</strong> e<strong>in</strong><strong>de</strong>xamenresultaten. Trouw publiceert vanaf<br />
1998 <strong>de</strong> e<strong>in</strong><strong>de</strong>xamencijfers van mid<strong>de</strong>lbare scholen. Deze publicaties wer<strong>de</strong>n gevolgd<br />
door <strong>de</strong> Keuzegids Mid<strong>de</strong>lbare Scholen (Agerbeek, 1999). Ver<strong>de</strong>r zijn er nu <strong>de</strong> kwaliteitskaarten<br />
en zijn scholen verplicht om schoolgidsen te produceren.<br />
Vanuit <strong>de</strong> regulatieve structuur van het on<strong>de</strong>rwijs zien we vanaf halverwege <strong>de</strong> jaren<br />
tachtig verschillen<strong>de</strong> maatregelen op het gebied van <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g en autonomievergrot<strong>in</strong>g<br />
van scholen. Voorts was er veel aandacht voor kwaliteitsverbeter<strong>in</strong>g en<br />
curriculumherzien<strong>in</strong>g van basison<strong>de</strong>rwijs en basisvorm<strong>in</strong>g en, daarop volgend, ook een<br />
herzien<strong>in</strong>g twee<strong>de</strong> fase, on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re om daarmee <strong>de</strong> aansluit<strong>in</strong>g tussen basison<strong>de</strong>rwijs<br />
en voortgezet on<strong>de</strong>rwijs, basisvorm<strong>in</strong>g en twee<strong>de</strong> fase en twee<strong>de</strong> fase en vervolgopleid<strong>in</strong>gen<br />
te verbeteren.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> als ‘quasi-<strong>markt</strong>’<br />
In <strong>de</strong> relatie tussen on<strong>de</strong>rwijs en <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g komen we tot een na<strong>de</strong>re begripsafbaken<strong>in</strong>g.<br />
Le Grand & Bartlett (1993) maken on<strong>de</strong>rscheid tussen <strong>de</strong> klassieke vrije <strong>markt</strong> en <strong>de</strong><br />
quasi (on<strong>de</strong>rwijs)<strong>markt</strong>. Belangrijke verschillen ten opzichte van <strong>de</strong> vrije <strong>markt</strong> zijn <strong>de</strong><br />
volgen<strong>de</strong>. In <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong> maken f<strong>in</strong>anciële mid<strong>de</strong>len niet daadwerkelijk <strong>de</strong>el uit<br />
152 <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
van <strong>de</strong> transactie. (Indirect speelt geld natuurlijk wel een rol.) Ver<strong>de</strong>r is men tot op zekere<br />
hoogte tot consumptie verplicht. Ook geldt dat <strong>de</strong> entree van nieuwe on<strong>de</strong>rwijsaanbie<strong>de</strong>rs<br />
gereguleerd is, dat er een bepaal<strong>de</strong> kwaliteitscontrole is, dat on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
doorgaans geen w<strong>in</strong>stoogmerk hebben, dat het relatief <strong>in</strong>gewikkeld is om van<br />
aanbie<strong>de</strong>r te wisselen en dat <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g beïnvloed wordt door <strong>de</strong> aard en <strong>de</strong><br />
grootte van <strong>de</strong> stu<strong>de</strong>nten<strong>in</strong>stroom (Walford, 1996).<br />
Om verschillen<strong>de</strong> re<strong>de</strong>nen is volledige <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs onmogelijk. De<br />
volgen<strong>de</strong> argumenten voor het genoem<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rscheid tussen <strong>de</strong> vrije <strong>markt</strong> en <strong>de</strong> quasi<strong>markt</strong><br />
maken dat dui<strong>de</strong>lijk. Een eerste type argument ligt bij <strong>de</strong> aard van het on<strong>de</strong>rwijs.<br />
Zo is <strong>de</strong> elasticiteit van het aanbod beperkt; scholen kunnen hun grootte niet e<strong>in</strong><strong>de</strong>loos<br />
aanpassen zon<strong>de</strong>r dat ook <strong>de</strong> aantrekkelijkheid van <strong>de</strong> school veran<strong>de</strong>rt. Ver<strong>de</strong>r is <strong>de</strong><br />
keuze tussen scholen beperkt, qua aantallen en door geografische afstan<strong>de</strong>n. Ook is<br />
on<strong>de</strong>rwijs een gecompliceer<strong>de</strong> dienst, waarvan <strong>de</strong> kwaliteit vrijwel niet objectief te meten<br />
is. Ou<strong>de</strong>rs zeggen wel op basis van on<strong>de</strong>rwijskwaliteit te kiezen, maar vaak wor<strong>de</strong>n<br />
sociale en <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke criteria verward. Ver<strong>de</strong>r gel<strong>de</strong>n natuurlijk nog aspecten <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
relatiesfeer; ou<strong>de</strong>rs en leerl<strong>in</strong>gen ontwikkelen een lange termijn relatie met een school en<br />
er ontstaat een bepaal<strong>de</strong> verbon<strong>de</strong>nheid. Het kiezen van een school is heel iets an<strong>de</strong>rs<br />
dan naar <strong>de</strong> super<strong>markt</strong> gaan.<br />
De twee<strong>de</strong> groep argumenten verwijst naar een bepaal<strong>de</strong> m<strong>in</strong>imale overheidsbemoeienis.<br />
Deze kenmerken zijn ook al bij <strong>de</strong> uitleg van <strong>de</strong> quasi-<strong>markt</strong> aan <strong>de</strong> or<strong>de</strong> geweest. Zo is<br />
vastgelegd <strong>in</strong> <strong>de</strong> grondwet dat het on<strong>de</strong>rwijs een voorwerp van aanhou<strong>de</strong>n<strong>de</strong> zorg is van<br />
<strong>de</strong> overheid. Dit uit zich on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re <strong>in</strong> <strong>de</strong> wijze waarop het on<strong>de</strong>rwijs gef<strong>in</strong>ancierd is.<br />
De <strong>de</strong>r<strong>de</strong> groep argumenten richt zich op gelijkheid van kansen. Er zullen altijd leerl<strong>in</strong>gen<br />
met specifieke behoeften en leerachterstan<strong>de</strong>n zijn die <strong>in</strong> een <strong>markt</strong>mechanisme niet aan<br />
bod komen. Ver<strong>de</strong>r zijn leerl<strong>in</strong>gen qua etnische en sociale achtergrond geografisch niet<br />
gelijk over scholen ver<strong>de</strong>eld. Tenslotte is het verstrekken van <strong>in</strong>formatie over on<strong>de</strong>rwijskwaliteit<br />
kostbaar. Voor hogere sociale klassen is <strong>in</strong>formatie meer toegankelijk (Cookson,<br />
1994).<br />
2 Schoolkeuze en <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g<br />
Achtergron<strong>de</strong>n en rationale<br />
Het Ne<strong>de</strong>rlandse on<strong>de</strong>rwijs draagt van oudsher al een aantal elementen <strong>in</strong> zich die tot <strong>de</strong><br />
feitelijke <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g gerekend kunnen wor<strong>de</strong>n (zie ook hoofdstuk 2, het artikel van<br />
Karsten <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze bun<strong>de</strong>l). De vrijheid van on<strong>de</strong>rwijs, geïntroduceerd op grond van i<strong>de</strong>ologische<br />
(godsdienstige c.q. wereldbeschouwelijke) pr<strong>in</strong>cipes, omvat naast <strong>de</strong> vrijheid van<br />
<strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g, <strong>de</strong> vrijheid van richt<strong>in</strong>g (het recht om on<strong>de</strong>r bepaal<strong>de</strong> voorwaar<strong>de</strong>n overheidsbekostig<strong>in</strong>g<br />
te verwerven door privaat opgerichte scholen) en <strong>de</strong> vrijheid van ou<strong>de</strong>rs om<br />
voor hun k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren een keuze te maken tussen <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> scholen.<br />
De laatste tijd zijn i<strong>de</strong>ologische argumenten voor schoolkeuze echter van steeds m<strong>in</strong><strong>de</strong>r<br />
belang; ou<strong>de</strong>rs en leerl<strong>in</strong>gen kiezen op basis van vermeen<strong>de</strong> kwaliteit en om meer<br />
<strong>in</strong>dividuele re<strong>de</strong>nen. Omgekeerd geldt ook dat scholen leerl<strong>in</strong>gen nog nauwelijks<br />
selecteren op i<strong>de</strong>ologische gron<strong>de</strong>n, hoewel dat voor bijzon<strong>de</strong>re scholen wettelijk wel is<br />
toegestaan. Op <strong>de</strong>ze wijze wor<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong> traditionele vrijheid van on<strong>de</strong>rwijs, nieuwe<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 153
‘<strong>markt</strong>achtige’ elementen toegevoegd die zich uiten <strong>in</strong> verschuiven<strong>de</strong> keuzeargumenten,<br />
concurrentie tussen scholen, meer <strong>in</strong>dividuele schoolprofielen en meer diversiteit tussen<br />
scholen.<br />
In het buitenland heeft <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g doorgaans een an<strong>de</strong>re achtergrond dan <strong>in</strong><br />
Ne<strong>de</strong>rland. In <strong>de</strong> Verenig<strong>de</strong> Staten (VS) werd <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs vanaf <strong>de</strong><br />
jaren tachtig gebruikt ter on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g van <strong>de</strong>segregatie en verbeter<strong>in</strong>g van het on<strong>de</strong>rwijs,<br />
on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re <strong>in</strong> reactie op <strong>de</strong> alarmeren<strong>de</strong> situatie waar<strong>in</strong> het Amerikaanse on<strong>de</strong>rwijs<br />
toentertijd verkeer<strong>de</strong> (A Nation at Risk, 1983). Glazer (1993) on<strong>de</strong>rscheidt, historisch<br />
gezien, bij pleidooien voor bevor<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van schoolkeuze <strong>in</strong> <strong>de</strong> VS drie soorten rationale.<br />
De eerste was die van <strong>de</strong> <strong>de</strong>segregatie. Schoolkeuze was <strong>in</strong> eerste <strong>in</strong>stantie een <strong>de</strong>segregatie<br />
<strong>in</strong>strument, waarbij leerl<strong>in</strong>gen vanuit kansarme districten per bus wer<strong>de</strong>n vervoerd<br />
naar scholen met een meer gemeng<strong>de</strong> populatie. De twee<strong>de</strong> i<strong>de</strong>ologie werd geleid door<br />
<strong>de</strong> supporters van gelijkheid voor katholiek on<strong>de</strong>rwijs, waarbij het vooral g<strong>in</strong>g om <strong>de</strong><br />
publieke on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g van religieus on<strong>de</strong>rwijs.<br />
De <strong>de</strong>r<strong>de</strong> i<strong>de</strong>ologie, waarbij schoolkeus uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk verbeter<strong>in</strong>g van on<strong>de</strong>rwijs tot doel<br />
heeft, is gebaseerd op het vrije <strong>markt</strong>mechanisme. Voor 1985 waren er slechts we<strong>in</strong>ig<br />
<strong>in</strong>itiatieven ter bevor<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van schoolkeuze omwille van verbeter<strong>in</strong>g van het on<strong>de</strong>rwijs<br />
(Maddaus, 1990). Supporters van <strong>de</strong>ze <strong>de</strong>r<strong>de</strong> rationale willen volledige <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g<br />
voor scholen, waarbij ie<strong>de</strong>re ou<strong>de</strong>r en stu<strong>de</strong>nt een bewuste keuze moeten maken. Hierbij<br />
gaat het niet alleen om <strong>de</strong> vraagzij<strong>de</strong> van <strong>de</strong> <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g (vrije schoolkeuze) maar ook<br />
om <strong>de</strong> aanbodzij<strong>de</strong> (vergrot<strong>in</strong>g, diversificatie van het aanbod van on<strong>de</strong>rwijs). De i<strong>de</strong>eën<br />
grijpen terug op ou<strong>de</strong>re i<strong>de</strong>eën van Friedman (1962) en <strong>in</strong> <strong>de</strong> jaren tachtig wordt een<br />
nauwere en meer expliciete l<strong>in</strong>k gelegd tussen schoolkeuze en het vrije <strong>markt</strong><strong>de</strong>nken <strong>in</strong><br />
het on<strong>de</strong>rwijs (Henig, 1994). In <strong>de</strong>ze <strong>de</strong>r<strong>de</strong> rationale neemt het werk van Chubb & Moe<br />
(1990) een centrale plaats <strong>in</strong>. Hun boek heeft geleid tot discussie rondom het bestaan<strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rwijssysteem. Chubb & Moe wijten <strong>de</strong> tekortkom<strong>in</strong>gen van het on<strong>de</strong>rwijssysteem<br />
aan te veel centrale controle op on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen. Uit hun uitgebrei<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoek<br />
blijkt dat schoolautonomie <strong>de</strong> belangrijkste <strong>de</strong>term<strong>in</strong>ant van effectiviteit was. Vervolgens<br />
stellen ze een drastisch gewijzigd fictief on<strong>de</strong>rwijssysteem voor dat buiten <strong>de</strong> autoriteit<br />
van <strong>de</strong> overheid functioneert, waarbij <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g en vrije schoolkeuze belangrijke<br />
karakteristieken zijn. Scholen wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong> dit i<strong>de</strong>ale on<strong>de</strong>rwijssysteem zo we<strong>in</strong>ig mogelijk<br />
gecontroleerd en gestuurd door <strong>de</strong> overheid. Ze wor<strong>de</strong>n zoveel mogelijk vrij gelaten een<br />
eigen schoolprofiel te ontwikkelen, waardoor een divers scholenaanbod ontstaat waarb<strong>in</strong>nen<br />
vrij gekozen kan wor<strong>de</strong>n.<br />
In Ne<strong>de</strong>rland heeft het overheidsbeleid zich <strong>de</strong> laatste jaren ook sterk op <strong>de</strong> <strong>de</strong>r<strong>de</strong><br />
rationale gericht (zie on<strong>de</strong>r meer <strong>de</strong> achtereenvolgen<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsbegrot<strong>in</strong>gen). Ook <strong>de</strong><br />
segregatie argumenten zijn recent ook <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland weer aan <strong>de</strong> or<strong>de</strong>. Sterker nog, <strong>in</strong><br />
september 2000 eisten allochtone ou<strong>de</strong>rs <strong>in</strong> verschillen<strong>de</strong> plaatsen (on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re<br />
Deventer en Utrecht) <strong>de</strong> toegang tot een gemeng<strong>de</strong> school. Uit mijn on<strong>de</strong>rzoek (Teelken,<br />
1998) bleek eer<strong>de</strong>r ook al dat bijzon<strong>de</strong>re scholen praktisch niet meer selecteren op<br />
i<strong>de</strong>ologische gron<strong>de</strong>n, maar van dit recht toch wel <strong>in</strong>direct gebruik maken om allochtone<br />
leerl<strong>in</strong>gen en/of achterstandsleerl<strong>in</strong>gen <strong>de</strong> toegang tot <strong>de</strong> school te weigeren. Hoewel<br />
openbare scholen officieel geen leerl<strong>in</strong>gen mogen weigeren, hanteren ze <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk<br />
wel limieten <strong>in</strong> het aantal leerl<strong>in</strong>gen dat ze toelaten.<br />
154 <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Doelstell<strong>in</strong>gen bij het bevor<strong>de</strong>ren van schoolkeuze<br />
Op basis van het <strong>in</strong>ternationaal vergelijken<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoek van Hirsch (1994) kunnen er<br />
vier algemene doelstell<strong>in</strong>gen bij <strong>de</strong> bevor<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van schoolkeuze wor<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n:<br />
• Het stimuleren van en tegemoet komen aan een toenemen<strong>de</strong> wens tussen<br />
verschillen<strong>de</strong> scholen te kunnen kiezen.<br />
• De rol van <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs te versterken ten koste van <strong>de</strong> <strong>in</strong>vloed van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsgeven<strong>de</strong>n<br />
en on<strong>de</strong>rwijsbeleidsmakers.<br />
• Scholen stimuleren om naar goe<strong>de</strong> resultaten en een goe<strong>de</strong> reputatie te streven,<br />
zodat ze meer leerl<strong>in</strong>gen en meer geld aantrekken.<br />
• De hoeveelheid beschikbare keuzes voor ou<strong>de</strong>rs uitbrei<strong>de</strong>n en diversiteit tussen<br />
scholen stimuleren.<br />
Deze doelstell<strong>in</strong>gen komen terug <strong>in</strong> <strong>de</strong> omschrijv<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong> situatie <strong>in</strong> afzon<strong>de</strong>rlijke<br />
lan<strong>de</strong>n, <strong>in</strong> paragraaf 3.<br />
Schoolkeuze-aspecten<br />
Om verschillen tussen lan<strong>de</strong>n te bepalen <strong>in</strong> <strong>de</strong> mate waar<strong>in</strong> schoolkeuzemogelijkhe<strong>de</strong>n<br />
gebo<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>n, hanteert Adler (1997) zeven aspecten/dimensies:<br />
1 of keuze optioneel is (ou<strong>de</strong>rs mogen zelf kiezen op welke wijze ze hun k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
on<strong>de</strong>rwijs verschaffen, dat kan bijvoorbeeld ook door mid<strong>de</strong>l van thuison<strong>de</strong>rwijs)<br />
of verplicht (tot een bepaal<strong>de</strong> leeftijd is schoolgaan verplicht);<br />
2 of schoolgrootte beperkt gehou<strong>de</strong>n wordt of ongelimiteerd is;<br />
3 op welke wijze leerl<strong>in</strong>gen aan scholen wor<strong>de</strong>n toegewezen wanneer niet aan alle<br />
verzoeken kan wor<strong>de</strong>n voldaan;<br />
4 of re<strong>de</strong>nen voor schoolkeuze meespelen bij <strong>de</strong> toelat<strong>in</strong>gsbesliss<strong>in</strong>g;<br />
5 of schoolkeuze beperkt is tot een bepaald district;<br />
6 of schoolkeuze beperkt is tot publieke scholen of dat <strong>de</strong> keuze zich ook kan<br />
richten op private scholen en<br />
7 of er een tegemoetkom<strong>in</strong>g is voor <strong>de</strong> transportkosten.<br />
Ook <strong>de</strong>ze aspecten komen terug <strong>in</strong> omschrijv<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong> situatie <strong>in</strong> afzon<strong>de</strong>rlijke<br />
lan<strong>de</strong>n.<br />
3 Internationale vergelijk<strong>in</strong>gen<br />
Ie<strong>de</strong>re <strong>de</strong>mocratie staat ou<strong>de</strong>rs toe om alternatieven te kiezen voor door <strong>de</strong> overheid<br />
opgezette scholen. Dit werd als pr<strong>in</strong>cipe vastgelegd <strong>in</strong> verschillen<strong>de</strong> <strong>in</strong>ternationale<br />
verdragen, zoals <strong>de</strong> Universele Verklar<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> Rechten van <strong>de</strong> Mens (1948), besluiten<br />
van <strong>de</strong> Raad van Europa (1950) en het <strong>in</strong>ternationale convenant <strong>in</strong> Economische, Sociale<br />
en Culturele Rechten (1966). De wijze waarop verschillen<strong>de</strong> lan<strong>de</strong>n <strong>de</strong>ze pr<strong>in</strong>cipes<br />
toepassen verschilt echter op nationaal-historische gron<strong>de</strong>n en dat maakt een <strong>in</strong>ternationale<br />
vergelijk<strong>in</strong>g <strong>in</strong>teressant. In het volgen<strong>de</strong> wor<strong>de</strong>n vooral Angelsaksische lan<strong>de</strong>n<br />
besproken, omdat daarover het meeste geschreven is <strong>in</strong> <strong>de</strong> Engelstalige en<br />
Ne<strong>de</strong>rlandstalige bronnen, maar ook omdat <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze lan<strong>de</strong>n zich <strong>de</strong> meest <strong>in</strong>teressante<br />
ontwikkel<strong>in</strong>gen hebben afgespeeld. Zo zijn Engeland en Schotland hier vooral <strong>in</strong>teressant<br />
vanwege hun recente ontwikkel<strong>in</strong>gen naar meer <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g en vrijere schoolkeuze,<br />
waar voorheen nauwelijks sprake van was.<br />
Op gebied van schoolkeuze en <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g bestaat een aantal <strong>in</strong>ternationaal vergelijken<strong>de</strong><br />
studies. Glenn maakte <strong>in</strong> 1989 al een vergelijk<strong>in</strong>g tussen België, Canada, West-<br />
Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië en Ne<strong>de</strong>rland op gebied van schoolkeuze. Hirsch<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 155
(1994) vergeleek voor <strong>de</strong> OECD het on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> Australië, Engeland, Ne<strong>de</strong>rland, Nieuw-<br />
Zeeland, <strong>de</strong> VS en Zwe<strong>de</strong>n. In <strong>de</strong> Oxford Studies <strong>in</strong> Comparative Education analyseert<br />
Walford (1996) <strong>de</strong> relatie tussen <strong>de</strong> ruimte gegeven voor schoolkeuze en <strong>de</strong> aanwezigheid<br />
van <strong>de</strong> quasi-<strong>markt</strong> <strong>in</strong> Australië, Duitsland, Engeland en Wales, Frankrijk, Ne<strong>de</strong>rland,<br />
Nieuw-Zeeland, <strong>de</strong> Verenig<strong>de</strong> Staten en Zwe<strong>de</strong>n. De studie van Leenknegt (1997) vergelijkt<br />
vanuit een juridisch perspectief <strong>de</strong> vrijheid van on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> België, Duitsland,<br />
Engeland, Frankrijk en Ne<strong>de</strong>rland.<br />
Zelf heb ik <strong>in</strong> mijn proefschrift een vergelijk<strong>in</strong>g gemaakt tussen Ne<strong>de</strong>rland, Engeland en<br />
Schotland, aangevuld met een voorstudie <strong>in</strong> <strong>de</strong> Verenig<strong>de</strong> Staten (Teelken, 1998). Ver<strong>de</strong>r<br />
is er een groot aantal bilaterale studies, vooral met vergelijk<strong>in</strong>gen tussen <strong>de</strong> VS en Groot-<br />
Brittannië zoals Ball (1993) en Whitty & Edwards (1994).<br />
3.1 VERENIGDE STATEN<br />
Het publieke on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> <strong>de</strong> VS is lokaal georganiseerd (lokale schooldistricten), vandaar<br />
ook dat <strong>in</strong>itiatieven tot bevor<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van schoolkeuze zich op dat niveau afspelen. Van<br />
oudsher was <strong>de</strong> toewijz<strong>in</strong>g van leerl<strong>in</strong>gen eenvoudig gebaseerd op woonadres. Alexan<strong>de</strong>r<br />
voorspel<strong>de</strong> <strong>in</strong> 1993 dat vrijheid van schoolkeuze <strong>in</strong> 2000 geen on<strong>de</strong>rwerp van discussie<br />
meer zou zijn. Tegen die tijd zou het een algemeen, vanzelfsprekend recht zijn voor<br />
ie<strong>de</strong>reen. Zover is het echter niet gekomen, wel zijn <strong>de</strong> schoolkeuzemogelijkhe<strong>de</strong>n<br />
vergroot.<br />
Fuller & Elmore (1996) stellen dat schoolkeuze op een groot aantal wijzen kan wor<strong>de</strong>n<br />
uitgewerkt. In 1995 tel<strong>de</strong> Raywid al niet m<strong>in</strong><strong>de</strong>r dan 36 verschijn<strong>in</strong>gsvormen van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g<br />
<strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs. Om niet <strong>in</strong> al <strong>de</strong>ze nuances te blijven steken, on<strong>de</strong>rscheid ik<br />
een aantal algemene verschijn<strong>in</strong>gsvormen. De meeste Amerikaanse <strong>in</strong>itiatieven zijn<br />
‘vraaggestuurd’, dat wil zeggen ze richten zich op het verruimen van keuzemogelijkhe<strong>de</strong>n.<br />
Uitwerk<strong>in</strong>gen daarb<strong>in</strong>nen zijn:<br />
1 Vrije toelat<strong>in</strong>g b<strong>in</strong>nen het publieke on<strong>de</strong>rwijs, waarbij <strong>de</strong> ‘catchment areas’<br />
wor<strong>de</strong>n losgelaten. Wanneer <strong>de</strong> vraag het aantal beschikbare plaatsen <strong>in</strong> een<br />
school overtreft kunnen an<strong>de</strong>re toelat<strong>in</strong>gscriteria gesteld wor<strong>de</strong>n. De vrijheid van<br />
toelat<strong>in</strong>g speelt op drie niveaus:<br />
a op staatsniveau;<br />
b op <strong>in</strong>terdistrictsniveau en<br />
c b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> schooldistricten.<br />
2 Een <strong>in</strong>tersectionele opzet, waarvan het vouchersysteem het beste voorbeeld is,<br />
richt zich ook op privé-scholen (Hirsch, 1994). Ou<strong>de</strong>rs/leerl<strong>in</strong>gen ontvangen een<br />
voucher waarmee ze op een overheids- of een privé-school kunnen wor<strong>de</strong>n<br />
toegelaten. Scholen zijn f<strong>in</strong>ancieel autonoom en wor<strong>de</strong>n gezien als adm<strong>in</strong>istratieve<br />
<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen die opgericht of gesloten kunnen wor<strong>de</strong>n naar gelang <strong>de</strong> wens<br />
van ou<strong>de</strong>rs en leerl<strong>in</strong>gen. De vouchers moeten alle kosten <strong>de</strong>kken en mogen niet<br />
gebruikt wor<strong>de</strong>n voor transport. Het Milwaukee Parental Choice program is het<br />
enige voucherprogramma dat daadwerkelijk wettelijk werd vastgelegd (Cookson,<br />
1996). Het stelt 1000 leerl<strong>in</strong>gen van gez<strong>in</strong>nen met lage <strong>in</strong>komens <strong>in</strong> staat toegelaten<br />
te wor<strong>de</strong>n tot (vaak elitaire) privé-scholen. Probleem van dit plan was echter<br />
dat veel privé-scholen niet noodzakelijk beter zijn dan <strong>de</strong> publieke scholen en<br />
dat het frau<strong>de</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> hand werkte.<br />
156 <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
3 Gecontroleer<strong>de</strong> keuze dw<strong>in</strong>gt ie<strong>de</strong>re stu<strong>de</strong>nt om een school te kiezen <strong>in</strong> een<br />
bepaald(e) district(szone). Doorgaans zijn er wel beperk<strong>in</strong>gen aan <strong>de</strong> keuzemogelijkhe<strong>de</strong>n<br />
wanneer ze lei<strong>de</strong>n tot verstor<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> etnische verhoud<strong>in</strong>gen, broers<br />
en zussen krijgen voorrang en het aanbod van <strong>de</strong> school moet passend zijn voor<br />
<strong>de</strong> aangemel<strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen (Rosenberg, 1989).<br />
Bevor<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g richt zich ook op <strong>de</strong> aanbodkant van het on<strong>de</strong>rwijs, door<br />
diversiteit <strong>in</strong> het scholenaanbod, en daarmee keuzemogelijkhe<strong>de</strong>n te bevor<strong>de</strong>ren:<br />
1 Magneetscholen bie<strong>de</strong>n een specifiek profiel en/of curriculum doorgaans rondom<br />
een bepaald thema (kunst en vormgev<strong>in</strong>g, ICT, klassieke talen), waarmee ze<br />
leerl<strong>in</strong>gen uit een wij<strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g proberen te trekken. Door het aanbod te<br />
organiseren rond bepaal<strong>de</strong> thema’s of activiteiten richten ze zich op vrijwillige<br />
<strong>de</strong>segregatie (Blank, 1990). Dergelijke scholen wor<strong>de</strong>n doorgaans gef<strong>in</strong>ancierd<br />
met <strong>de</strong>segregatiemid<strong>de</strong>len (Steel & Lev<strong>in</strong>e, 1994).<br />
2 Charter scholen zijn publiek gef<strong>in</strong>ancier<strong>de</strong> scholen die niet direct gecontroleerd<br />
wor<strong>de</strong>n door <strong>de</strong> overheid maar die wel verantwoord<strong>in</strong>g moeten afleggen over het<br />
behalen van bepaal<strong>de</strong> (leerl<strong>in</strong>g)resultaten (Cookson, 1994). Dit pr<strong>in</strong>cipe biedt een<br />
willekeurige groep mensen of een <strong>in</strong>stantie <strong>de</strong> mogelijkheid om publieke f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g<br />
te verkrijgen voor een autonome school. In 1996 hebben tenm<strong>in</strong>ste 21<br />
staten <strong>de</strong>ze wetgev<strong>in</strong>g aangenomen (Wells e.a., 1996).<br />
In <strong>de</strong> VS is een groot aantal studies naar <strong>de</strong> gevolgen van schoolkeuze uitgevoerd. Uit<br />
een vergelijk<strong>in</strong>g van 10 empirische studies naar <strong>de</strong> gevolgen van meer schoolkeuze <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
VS (Teelken, 1998) blijkt dat er vooral aandacht is voor <strong>de</strong> vraagkant van keuze, <strong>de</strong><br />
re<strong>de</strong>nen die ou<strong>de</strong>rs en leerl<strong>in</strong>gen opgeven voor <strong>de</strong> schoolkeuze en <strong>de</strong> gevolgen die toelat<strong>in</strong>g<br />
tot een alternatieve school heeft voor het geheel; met an<strong>de</strong>re woor<strong>de</strong>n, <strong>de</strong> vraag of<br />
<strong>de</strong> schoolkeuze nu ook leidt tot <strong>de</strong>segregatie of <strong>de</strong> segregatie juist versterkt. De uitkomsten<br />
zijn echter niet eenduidig.<br />
De studie van Allenberg (1996) is een typisch voorbeeld van empirisch on<strong>de</strong>rzoek. Zij<br />
laat zich positief uit over <strong>de</strong> gevolgen van <strong>de</strong> verruim<strong>in</strong>g van schoolkeuze en stelt dat<br />
schoolkeuzemogelijkhe<strong>de</strong>n <strong>de</strong> kansen op goed on<strong>de</strong>rwijs voor k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren van m<strong>in</strong><strong>de</strong>r<br />
bevoorrechte ou<strong>de</strong>rs versterken, terwijl <strong>de</strong> diversiteit aan on<strong>de</strong>rwijsprogramma’s en<br />
on<strong>de</strong>rwijsstijlen het leren van <strong>de</strong>ze k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren zal verbeteren. Keuze stimuleert concurrentie<br />
tussen scholen en <strong>de</strong> kwaliteit van scholen zal verbeteren als gevolg van <strong>de</strong> eisen van<br />
ou<strong>de</strong>rs. Het gedrag van ou<strong>de</strong>rs maakt het leggen van een relatie tussen <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g en<br />
verbeter<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> kwaliteit van het on<strong>de</strong>rwijs niet eenvoudig. Dit komt omdat <strong>de</strong> vraag<br />
van <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs niet eenduidig is, er verschil van men<strong>in</strong>g bestaat over wat nu goed on<strong>de</strong>rwijs<br />
is, <strong>de</strong> afstand tussen scholen een beperken<strong>de</strong> werk<strong>in</strong>g heeft en <strong>de</strong> wensen van<br />
ou<strong>de</strong>rs vaak veran<strong>de</strong>ren. Uit haar on<strong>de</strong>rzoek <strong>in</strong> Cambridge, Massachusetts blijkt dan ook<br />
dat <strong>in</strong> scholen <strong>de</strong> verhoud<strong>in</strong>gen tussen <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> etnische groepen evenwichtiger<br />
wordt, maar dat families afkomstig van m<strong>in</strong><strong>de</strong>rhe<strong>de</strong>n of met lagere <strong>in</strong>komens <strong>in</strong> een<br />
achterstandspositie blijven. Ze v<strong>in</strong>dt dat te veel ou<strong>de</strong>rs onvoldoen<strong>de</strong> geïnformeerd zijn<br />
over <strong>de</strong> verruim<strong>de</strong> schoolkeuzemogelijkhe<strong>de</strong>n omdat er te we<strong>in</strong>ig <strong>in</strong>formatie beschikbaar<br />
is gesteld.<br />
Het on<strong>de</strong>rzoek van Allenberg kan gezien wor<strong>de</strong>n als een bewijs dat volledige <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g<br />
<strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs onwenselijk is. De bezwaren die ze hier opsomt liggen <strong>in</strong> het<br />
verleng<strong>de</strong> van <strong>de</strong> re<strong>de</strong>nen die volledige <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g onmogelijk maken, zoals uiteengezet<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste paragraaf. Zo wordt hier als gevolg van <strong>de</strong> <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>de</strong> achters-<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 157
tandspositie van bepaal<strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen bevestigd, <strong>in</strong> plaats van dat er meer gelijkheid<br />
tussen leerl<strong>in</strong>gen ontstaat.<br />
3.2 ENGELAND<br />
Tot <strong>in</strong> <strong>de</strong> jaren tachtig was schoolkeuze hier beperkt tot het kiezen voor privé-on<strong>de</strong>rwijs.<br />
Vanaf die tijd zijn <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n steeds ver<strong>de</strong>r verruimd. In een opeenvolg<strong>in</strong>g van<br />
‘Education Acts’ kregen ou<strong>de</strong>rs steeds meer ruimte om een door hen gewenste school te<br />
kiezen. In grote lijnen zijn er nu twee keuze systemen. De eerste is een systeem van<br />
open toelat<strong>in</strong>g (open enrolment), waarbij ou<strong>de</strong>rs maximaal drie voorkeuren kunnen<br />
opgeven. In het twee<strong>de</strong> systeem wor<strong>de</strong>n leerl<strong>in</strong>gen aan een bepaal<strong>de</strong> school toegewezen,<br />
meestal op basis van woonadres, waarbij ou<strong>de</strong>rs wel <strong>de</strong> mogelijkheid hebben om een<br />
voorkeur uit te spreken voor een alternatieve school, echter zon<strong>de</strong>r <strong>de</strong> garantie dat zo’n<br />
voorkeur ook wordt <strong>in</strong>gewilligd.<br />
In Engeland zijn er <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> typen scholen beschikbaar:<br />
• Community-scholen, voorheen Local Education Authority (LEA), gef<strong>in</strong>ancierd door<br />
<strong>de</strong> lokale overheid. Enkele scholen zijn City Technology Colleges (CTCs), met een<br />
specifiek curriculum gericht op technologie en exacte wetenschappen.<br />
• Foundation scholen, voorheen Grant-Ma<strong>in</strong>ta<strong>in</strong>ed. Deze scholen zijn als gevolg<br />
van een stemm<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs uit het systeem van <strong>de</strong> lokale overhe<strong>de</strong>n<br />
gestapt en wor<strong>de</strong>n nu direct door <strong>de</strong> centrale overheid gef<strong>in</strong>ancierd. In 1995<br />
waren er ongeveer 1000 van <strong>de</strong>ze scholen (Macbeth e.a., 1995). Vanaf 1993<br />
ontstond er <strong>de</strong> mogelijkheid om als privé-school ook een Grant-Ma<strong>in</strong>ta<strong>in</strong>ed status<br />
aan te vragen, om daarmee dus toe te tre<strong>de</strong>n tot het publieke scholen bestel.<br />
Per september 1999 wer<strong>de</strong>n <strong>de</strong> Foundation scholen hun eer<strong>de</strong>re privileges (f<strong>in</strong>anciën,<br />
toelat<strong>in</strong>gscriteria) ontnomen, hoewel het verschil <strong>in</strong> aanduid<strong>in</strong>g blijft<br />
bestaan. Volgens Whitty (1998) zal <strong>de</strong> aanduid<strong>in</strong>g ‘foundation’ <strong>de</strong>rgelijke scholen<br />
helpen een bepaald traditioneel imago vast te hou<strong>de</strong>n.<br />
• Bijzon<strong>de</strong>re (voluntary) scholen, <strong>de</strong>ze scholen wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong>els door <strong>de</strong> lokale<br />
overheid en <strong>de</strong>els door <strong>de</strong> Anglicaanse (ai<strong>de</strong>d) of Katholieke kerk (voluntarycontrolled)<br />
gef<strong>in</strong>ancierd. De private f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g moet doorgaans m<strong>in</strong>imaal<br />
15 procent van <strong>de</strong> totale subsidie bedragen.<br />
• Privé-scholen. Deze categorie omvat een zeer gedifferentieer<strong>de</strong> groep scholen die<br />
geen f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> overheid ontvangen. Verwarrend genoeg wor<strong>de</strong>n ze <strong>in</strong><br />
het Engels vaak ‘public schools’ genoemd. Het Assisted Place Systeem (APS)<br />
stel<strong>de</strong> getalenteer<strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> beperkte f<strong>in</strong>anciële omstandighe<strong>de</strong>n een beurs<br />
ter beschikk<strong>in</strong>g om toch te wor<strong>de</strong>n toegelaten tot <strong>de</strong> privé-scholen. APS is echter<br />
s<strong>in</strong>ds <strong>de</strong> Education (schools) Act van 1997 afgeschaft.<br />
De CTCs, <strong>de</strong> Foundation scholen en het APS zijn geïntroduceerd om het monopolie van<br />
<strong>de</strong> Community-scholen te doorbreken (Hirsch, 1994), om daarmee <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g tussen<br />
scholen te stimuleren. Twee van <strong>de</strong>ze maatregelen zijn <strong>in</strong>mid<strong>de</strong>ls alweer tenietgedaan.<br />
158 <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Uit <strong>de</strong> uitgebrei<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeken van Ball, Bowe & Gewirtz (1996) blijkt dat keuze sterk<br />
gerelateerd is aan sociale klasse. In hun boek (Gewirtz, Ball & Bowe, 1995) on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<br />
zij drie typen kiezers: <strong>de</strong> geschool<strong>de</strong> kiezer, die zowel <strong>de</strong> wil als <strong>de</strong> mogelijkheid heeft<br />
om een school te kiezen; <strong>de</strong> semi-geschool<strong>de</strong> kiezer, die wel <strong>de</strong> wil maar niet zozeer <strong>de</strong><br />
mogelijkheid heeft om te kiezen; en <strong>de</strong> ‘disconnected’ kiezer, voor wie keuze een noodzakelijk<br />
kwaad is en die alle scholen als gelijkwaardige alternatieven ziet. Zoals verwacht<br />
zijn <strong>de</strong>ze typen kiezers sterk gerelateerd aan sociale klasse en kiezen zij b<strong>in</strong>nen verschillen<strong>de</strong><br />
scholencircuits. Op basis van dit uitgebrei<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoek (Gewirtz e.a., 1996, p.<br />
181) over het voortgezet on<strong>de</strong>rwijs kunnen <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> conclusies wor<strong>de</strong>n getrokken:<br />
1 De on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong> is een aangelegenheid voor <strong>de</strong> sociale mid<strong>de</strong>nklasse;<br />
2 Schoolkeuze wordt gedreven door sociale klasse en etnische achtergrond;<br />
3 Scholen zijn <strong>in</strong> toenemen<strong>de</strong> mate geneigd tegemoet te komen aan <strong>de</strong><br />
gepercipieer<strong>de</strong> verwacht<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>nklasse ou<strong>de</strong>rs en<br />
4 Gecumuleerd lei<strong>de</strong>n bovenstaan<strong>de</strong> conclusies tot grotere ongelijkhe<strong>de</strong>n tussen<br />
scholen voor voortgezet on<strong>de</strong>rwijs.<br />
3.3 SCHOTLAND<br />
Het Schotse on<strong>de</strong>rwijs (overigens één van <strong>de</strong> uit<strong>in</strong>gen van Schotse i<strong>de</strong>ntiteit, gebaseerd<br />
op een eigen rechtssysteem en historie) is gebaseerd op het pr<strong>in</strong>cipe van gelijke kansen<br />
voor ie<strong>de</strong>reen. De meeste lokale on<strong>de</strong>rwijsautoriteiten hanteren het pr<strong>in</strong>cipe gebaseerd<br />
op ‘catchment area’, waarbij k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren uit een bepaald gebied automatisch aan een<br />
bepaal<strong>de</strong> school wor<strong>de</strong>n toegewezen. Ou<strong>de</strong>rs met een an<strong>de</strong>re voorkeur hebben s<strong>in</strong>ds<br />
1981 <strong>de</strong> mogelijkheid een verzoek voor toelat<strong>in</strong>g tot een alternatieve school <strong>in</strong> te dienen.<br />
In <strong>de</strong> praktijk betekent dat vaak een <strong>in</strong>gewikkel<strong>de</strong> procedure met soms we<strong>in</strong>ig kans op<br />
succes. De keuze voor een alternatieve school wordt <strong>in</strong>gewilligd zolang er geen re<strong>de</strong>nen<br />
tot weiger<strong>in</strong>g zijn, meestal gaat het dan om <strong>de</strong> beperkte toelat<strong>in</strong>gscapaciteit van <strong>de</strong><br />
gewenste school. Ou<strong>de</strong>rs draaien dan wel zelf voor (<strong>de</strong> kosten van) het vervoer van <strong>de</strong><br />
leerl<strong>in</strong>gen op. Ter illustratie blijkt uit mijn eigen on<strong>de</strong>rzoek <strong>in</strong> 1995 dat er <strong>in</strong> Dun<strong>de</strong>e van<br />
het totaal aantal leerl<strong>in</strong>gen (1929) dat overstapte van primair naar secundair on<strong>de</strong>rwijs,<br />
er 19 procent een an<strong>de</strong>re dan <strong>de</strong> toegewezen school wenste. Van die verzoeken om een<br />
alternatieve school werd 80 procent gehonoreerd (Teelken, 1998).<br />
Het Schotse on<strong>de</strong>rwijs is m<strong>in</strong><strong>de</strong>r divers dan het Engelse, vooral door Schotlands historische<br />
streven naar gelijkheid en uniformiteit. Er zijn geen CTCs, nauwelijks Self-govern<strong>in</strong>g<br />
scholen (het Schotse equivalent van <strong>de</strong> Engelse Foundation scholen) en katholieke<br />
scholen zijn volledig geïntegreerd <strong>in</strong> het schoolsysteem. Naast <strong>de</strong> publiek gef<strong>in</strong>ancier<strong>de</strong><br />
scholen zijn er ook privé-scholen. Evenals <strong>in</strong> Engeland bestond er <strong>de</strong> mogelijkheid<br />
gebruik te maken van het <strong>in</strong>mid<strong>de</strong>ls weer afgeschafte Assisted Place System. Overigens is<br />
er als gevolg van <strong>de</strong> lage bevolk<strong>in</strong>gsdichtheid en <strong>de</strong> afstand tussen scholen, buiten <strong>de</strong><br />
vier grote ste<strong>de</strong>n nauwelijks sprake van enige werkelijke keuze.<br />
Adler conclu<strong>de</strong>ert <strong>in</strong> 1993 op basis van zijn eer<strong>de</strong>re bev<strong>in</strong>d<strong>in</strong>gen dat <strong>de</strong> verruim<strong>in</strong>g van<br />
keuzemogelijkhe<strong>de</strong>n, hoe subtiel ook, heeft geleid tot het <strong>in</strong>efficiënter gebruiken van<br />
hulpbronnen, grotere verschillen tussen scholen, meer sociale segregatie en een verm<strong>in</strong><strong>de</strong>r<strong>in</strong>g<br />
van <strong>de</strong> gelijkheid van kansen <strong>in</strong> on<strong>de</strong>rwijs. Hoewel er natuurlijk ook positieve<br />
ontwikkel<strong>in</strong>gen zijn, moet hij wanneer <strong>de</strong> balans wordt opgemaakt conclu<strong>de</strong>ren dat <strong>de</strong><br />
uitkomst negatief is. In 1997 kijkt Adler terug op tien jaar on<strong>de</strong>rzoek naar schoolkeuze <strong>in</strong><br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 159
Schotland. Hij stelt dat on<strong>de</strong>rzoek naar diversiteit tussen scholen voor basison<strong>de</strong>rwijs en<br />
voortgezet on<strong>de</strong>rwijs van een steeds groter belang is. De uitkomsten van <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rzoeken die hij aanhaalt, verwijzen naar toenemen<strong>de</strong> sociale ongelijkheid en<br />
een hiërarchiser<strong>in</strong>g tussen scholen. Wanneer ou<strong>de</strong>rs gebruik maken van schoolkeuze,<br />
kiezen ze voornamelijk voor scholen met gemid<strong>de</strong>ld betere e<strong>in</strong><strong>de</strong>xamenresultaten en met<br />
een hoger sociaal economische doelgroep. Hoewel er geen direct causaal verband kan<br />
wor<strong>de</strong>n gelegd tussen <strong>de</strong> schoolkeuzemogelijkhe<strong>de</strong>n en segregatie, zijn er <strong>in</strong> elk geval<br />
ook geen aanwijz<strong>in</strong>gen voor verkle<strong>in</strong><strong>in</strong>g van <strong>de</strong> verschillen.<br />
3.4 NIEUW-ZEELAND<br />
Waslan<strong>de</strong>r (1999) beschrijft <strong>in</strong> haar proefschrift <strong>de</strong> Nieuw-Zeelandse on<strong>de</strong>rwijssituatie als<br />
een voorbeeld van een on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong>. Het Nieuw-Zeelandse voortgezet on<strong>de</strong>rwijs lijkt<br />
<strong>in</strong> grote lijnen op het Britse on<strong>de</strong>rwijs, met ‘comprehensive’ scholen, zon<strong>de</strong>r <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong><br />
schooltypes zoals we die <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland kennen. In 1991 heeft er <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijssysteem<br />
een behoorlijk radicale omslag plaatsgevon<strong>de</strong>n. De Education Amendment Act<br />
bracht een aantal belangrijke veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen met zich mee: leerl<strong>in</strong>gen verliezen het<br />
automatische recht op toelat<strong>in</strong>g tot <strong>de</strong> lokale scholen, terwijl scholen zelf leerl<strong>in</strong>gen<br />
kunnen selecteren - hoewel ze geen on<strong>de</strong>rscheid mogen maken op sociale gron<strong>de</strong>n.<br />
Dit maakt <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>genstromen m<strong>in</strong><strong>de</strong>r vanzelfsprekend, terwijl scholen gemakkelijker<br />
leerl<strong>in</strong>gen kunnen weigeren. In termen van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g wordt dus <strong>de</strong> macht van <strong>de</strong><br />
aanbie<strong>de</strong>r enigsz<strong>in</strong>s versterkt. Het m<strong>in</strong>isterie van on<strong>de</strong>rwijs kan het maximum aantal toe<br />
te laten leerl<strong>in</strong>gen vaststellen. Scholen mogen ook ongekwalificeerd personeel aannemen<br />
en ze moeten belast<strong>in</strong>g gaan betalen over het gebruik van onroerend goed. Waslan<strong>de</strong>r<br />
heeft als <strong>de</strong>el van een groter on<strong>de</strong>rzoeksproject <strong>de</strong> gevolgen van <strong>de</strong>ze maatregelen<br />
on<strong>de</strong>rzocht. De sociale segregatie tussen scholen was al aanzienlijk voordat bovenstaan<strong>de</strong><br />
maatregelen van kracht wer<strong>de</strong>n: leerl<strong>in</strong>gen uit <strong>de</strong> hogere sociale circuits gaan<br />
vaker naar scholen <strong>in</strong> het hoogste circuit (qua reputatie en resultaten) en an<strong>de</strong>rsom.<br />
Omdat scholen nu, wanneer ze niet meer willen groeien, leerl<strong>in</strong>gen mogen weigeren,<br />
versterkt <strong>de</strong> <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>de</strong>ze sociale verschillen. De scholen <strong>in</strong> <strong>de</strong> lagere circuits<br />
on<strong>de</strong>rv<strong>in</strong><strong>de</strong>n na<strong>de</strong>len, omdat ze te maken krijgen met een kle<strong>in</strong>ere leerl<strong>in</strong>gen<strong>in</strong>stroom en<br />
zich gedwongen voelen een <strong>de</strong>el van hun budget aan market<strong>in</strong>g te beste<strong>de</strong>n. Populaire<br />
scholen weigeren hun leerl<strong>in</strong>gen<strong>in</strong>stroom uit te brei<strong>de</strong>n en te groeien, zij ontlenen hun<br />
populariteit juist aan exclusiviteit. De scholen uit <strong>de</strong> hogere circuits hebben niet meer<br />
zoveel te w<strong>in</strong>nen bij <strong>de</strong>ze maatregelen, ze kunnen hooguit nog strenger selecteren. Het<br />
zijn waarschijnlijk vooral <strong>de</strong> scholen <strong>in</strong> het mid<strong>de</strong>ncircuit die van <strong>de</strong> <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g<br />
profiteren, omdat zij nu <strong>in</strong> staat zijn tot op zekere hoogte leerl<strong>in</strong>gen te selecteren en <strong>de</strong><br />
‘uitvallers’ van <strong>de</strong> scholen uit het hoogste segment kunnen toelaten (Waslan<strong>de</strong>r, 1999).<br />
3.5 OVERIGE LANDEN<br />
Hieron<strong>de</strong>r volgt nog een korte karakteristiek van een aantal an<strong>de</strong>re lan<strong>de</strong>n.<br />
In België bestaat er vrijheid van on<strong>de</strong>rwijs, vastgelegd <strong>in</strong> <strong>de</strong> grondwet (Leenknegt, 1997).<br />
Men on<strong>de</strong>rscheidt hier passieve en actieve vrijheid van on<strong>de</strong>rwijs. Passief verwijst naar<br />
vrije schoolkeuze b<strong>in</strong>nen het bestaan<strong>de</strong> aanbod, actief naar <strong>de</strong> mogelijkheid scholen te<br />
stichten naar eigen overtuig<strong>in</strong>g. On<strong>de</strong>r bepaal<strong>de</strong> voorwaar<strong>de</strong>n (leerl<strong>in</strong>genaantallen,<br />
160 <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
erkenn<strong>in</strong>gvereisten leerplan, <strong>in</strong>spectie) is er op vergelijkbare wijze als <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland<br />
subsidie voor <strong>de</strong>rgelijke scholen mogelijk (Leenknegt, 1997).<br />
Het Duitse on<strong>de</strong>rwijs wordt gekenmerkt door een grote mate van diversiteit, niet alleen<br />
omdat er verschillen<strong>de</strong> schooltypen zijn (Hauptschule, Realschule, Gymnasium) maar ook<br />
scholen van verschillen<strong>de</strong> <strong>de</strong>nom<strong>in</strong>aties (protestant, katholiek) (Glenn, 1989). In die z<strong>in</strong><br />
zijn er overeenkomsten met Ne<strong>de</strong>rland. De staat is zelf levensbeschouwelijk neutraal, er<br />
is geen staatskerk, maar <strong>de</strong> publieke scholen werken samen met <strong>de</strong> katholieke en<br />
verschillen<strong>de</strong> protestante kerken. Het private on<strong>de</strong>rwijs vervult een aanvullen<strong>de</strong> rol bij<br />
het publieke on<strong>de</strong>rwijs en ontvangt ook slechts beperkte subsidies (Leenknegt, 1997).<br />
Omdat ou<strong>de</strong>rs meer keuzevrijheid hebben gekregen tussen <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> schooltypen<br />
is <strong>de</strong> populariteit van het Gymnasium (het hoogste schooltype) sterk gestegen en dreigt<br />
er gevaar voor toenemen<strong>de</strong> ongelijkheid tussen scholen (Weiss & Ste<strong>in</strong>ert, 1996).<br />
F<strong>in</strong>land heeft s<strong>in</strong>ds <strong>de</strong> jaren zeventig een ‘comprehensive’, publiek on<strong>de</strong>rwijssysteem.<br />
Leerl<strong>in</strong>gen wor<strong>de</strong>n nog steeds aan scholen toegewezen op basis van woonadres, maar <strong>in</strong><br />
<strong>de</strong> grotere ste<strong>de</strong>n kan er voor een alternatief gekozen wor<strong>de</strong>n. Er is hier sprake van<br />
‘quasi-<strong>markt</strong>’ kenmerken zoals die ook zichtbaar zijn <strong>in</strong> Schotland, Engeland en Nieuw-<br />
Zeeland. Uit het on<strong>de</strong>rzoek van Hirvenoja (2000) blijkt dat hoewel F<strong>in</strong>land etnisch en<br />
sociaal gezien behoorlijk homogeen is, er toch sprake is van een polariser<strong>in</strong>g. Bepaal<strong>de</strong><br />
scholen zijn eenvoudig veel populair<strong>de</strong>r dan an<strong>de</strong>re en dat betekent dat <strong>de</strong> verplaats<strong>in</strong>g<br />
van leerl<strong>in</strong>gen hoofdzakelijk éénricht<strong>in</strong>gsverkeer betekent.<br />
In Frankrijk heeft <strong>de</strong> vrijheid van on<strong>de</strong>rwijs vooral een wettelijke basis, gericht op <strong>in</strong>tellectuele<br />
vrijheid. De overheid biedt levensbeschouwelijk neutraal on<strong>de</strong>rwijs aan. Ou<strong>de</strong>rs<br />
hebben <strong>de</strong> vrijheid om zelf private scholen te stichten, ze hebben <strong>de</strong> vrijheid te kiezen<br />
tussen private en publieke scholen. De subsidiemogelijkhe<strong>de</strong>n voor private scholen zijn<br />
beperkt, ze zijn aan strenge voorwaar<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>rworpen en bedragen slechts een laag<br />
percentage van <strong>de</strong> werkelijke kosten (Leenknegt, 1997). Van Zanten (1996) stelt dat<br />
hoewel <strong>de</strong> keuzemogelijkhe<strong>de</strong>n en <strong>de</strong> diversiteit tussen scholen beperkt zijn gebleven,<br />
er toch een verschuiv<strong>in</strong>g heeft plaatsgevon<strong>de</strong>n van gemeenschappelijk mo<strong>de</strong>l met gelijke<br />
kansen voor ie<strong>de</strong>reen naar een specifiek mo<strong>de</strong>l dat voldoet aan <strong>de</strong> wensen van <strong>de</strong> afzon<strong>de</strong>rlijke<br />
klanten. De effecten van <strong>de</strong>ze veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen zijn nog niet goed meetbaar, maar<br />
Van Zanten signaleert wel grotere segregatie en <strong>de</strong> daarbij behoren<strong>de</strong> grotere ongelijkheid<br />
van kansen voor leerl<strong>in</strong>gen.<br />
Gary Miron beschrijft <strong>in</strong> <strong>de</strong> bun<strong>de</strong>l van Walford (1996) schoolkeuze en quasi-<strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g<br />
<strong>in</strong> het Zweedse on<strong>de</strong>rwijs. S<strong>in</strong>ds 1992 is een groot aantal maatregelen gericht op<br />
verruim<strong>in</strong>g van schoolkeuze en subsidie voor privé-<strong>in</strong>itiatieven tot opricht<strong>in</strong>g van<br />
scholen, losgelaten op het van oudsher centraal geregel<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs. Deze subsidie<br />
verliep via een vouchersysteem, waarbij privé-scholen 85 procent van <strong>de</strong> gemid<strong>de</strong>l<strong>de</strong><br />
kosten per leerl<strong>in</strong>g <strong>in</strong> een publieke school ontv<strong>in</strong>gen. Publieke scholen kregen meer<br />
besliss<strong>in</strong>gsvrijheid en wer<strong>de</strong>n uitgenodigd een eigen profiel te ontwikkelen. Er zijn<br />
aanwijz<strong>in</strong>gen dat <strong>de</strong>ze maatregelen een toenemen<strong>de</strong> segregatie tot gevolg hebben.<br />
Vooral rondom Stockholm laten <strong>de</strong> privé-scholen vooral een homogene stroom autochtone<br />
leerl<strong>in</strong>gen toe, terwijl <strong>de</strong> publieke scholen <strong>in</strong> toenemen<strong>de</strong> mate met <strong>de</strong> allochtone en<br />
kansarme leerl<strong>in</strong>gen achterblijven. Omdat bovengenoem<strong>de</strong> maatregelen samenvielen met<br />
bezu<strong>in</strong>ig<strong>in</strong>gen is het onmogelijk <strong>de</strong> effecten van bei<strong>de</strong> te schei<strong>de</strong>n, maar vooral moeilijk<br />
leren<strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren lijken slechter af te zijn dan voorheen (Miron, 1996).<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 161
4 Vergelijkend resumé<br />
162<br />
In bepaal<strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>gen heeft Ne<strong>de</strong>rland ten opzichte van an<strong>de</strong>re lan<strong>de</strong>n qua <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g<br />
een <strong>in</strong>haalslag gemaakt, zoals <strong>in</strong> <strong>de</strong> beschikbaarheid van output<strong>in</strong>formatie van<br />
scholen. Op an<strong>de</strong>re gebie<strong>de</strong>n had en heeft ons on<strong>de</strong>rwijssysteem op het punt van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g<br />
al veel te bie<strong>de</strong>n. Zo is er <strong>in</strong> het Ne<strong>de</strong>rlandse systeem een grote mate van<br />
diversiteit tussen scholen, me<strong>de</strong> gesteund door <strong>de</strong> vrijheid van richt<strong>in</strong>g, <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rwijsi<strong>de</strong>ologieën en <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> schooltypen (VBO, MAVO, HAVO, VWO). Deze<br />
ruime hoeveelheid horizontale diversiteit voorkomt tot op zekere hoogte dat scholen op<br />
een hiërarchische wijze van elkaar verschillen, zoals we dat bijvoorbeeld zien <strong>in</strong> het<br />
Engelse en Nieuw-Zeelandse on<strong>de</strong>rwijs waar er, qua ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g over scholen, sociaal<br />
gesproken verschillen<strong>de</strong> circuits zijn. In <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re hierboven omschreven lan<strong>de</strong>n zijn ook<br />
effecten van toenemen<strong>de</strong> ongelijkheid tussen scholen zichtbaar.<br />
Recente ontwikkel<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland dui<strong>de</strong>n echter op een toenemen<strong>de</strong> hiërarchie tussen<br />
scholen. Dit blijkt on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re uit het ontstaan van grotere sociale ongelijkhe<strong>de</strong>n tussen<br />
scholen, zoals <strong>de</strong> ‘witte’ en ‘zwarte’ scholen met name <strong>in</strong> <strong>de</strong> grote ste<strong>de</strong>n. In april 1996<br />
waarschuw<strong>de</strong>n Waslan<strong>de</strong>r & Bosman <strong>in</strong> het dagblad Trouw voor het gevaar van een<br />
grotere ongelijkheid tussen scholen als gevolg van meer <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g en concurrentie <strong>in</strong><br />
het on<strong>de</strong>rwijs. Zij stellen dat segregatie leidt tot een afname van <strong>de</strong> algehele kwaliteit<br />
van het on<strong>de</strong>rwijs en verwijzen daarbij naar het Engelse en Nieuw-Zeelandse on<strong>de</strong>rwijs.<br />
Uit on<strong>de</strong>rzoek naar re<strong>de</strong>nen voor schoolkeuze blijkt dat religieuze i<strong>de</strong>ntiteit, en daarmee<br />
<strong>in</strong>direct ook richt<strong>in</strong>g, slechts voor een beperkte groep ou<strong>de</strong>rs een rol speelt. De meeste<br />
ou<strong>de</strong>rs kiezen een bijzon<strong>de</strong>re school omdat ze <strong>de</strong>nken dat <strong>de</strong>rgelijke scholen een betere<br />
kwaliteit bie<strong>de</strong>n. De diversiteit op basis van schooltype verdwijnt ook <strong>de</strong>els als gevolg<br />
van het grote aantal fusies en het ontstaan van bre<strong>de</strong> scholengemeenschappen.<br />
Het i<strong>de</strong>e dat er één beste soort school is voor ie<strong>de</strong>re leerl<strong>in</strong>g moet wor<strong>de</strong>n losgelaten.<br />
Verschillen<strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen zullen op verschillen<strong>de</strong> typen scholen <strong>de</strong> beste resultaten<br />
behalen. Schoolkeuze werkt alleen egaliserend als ou<strong>de</strong>rs scholen kiezen op basis van<br />
on<strong>de</strong>rwijsprogramma’s en leerstijlen, waarbij on<strong>de</strong>rwijskwaliteit voorop staat als keuzeargument.<br />
In <strong>de</strong> praktijk is dat echter niet zo. <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>kwaliteit is helaas zeer moeilijk<br />
meetbaar en vaak wordt kwaliteit vermengd met sociale status. Op die manier werken <strong>de</strong><br />
schoolkeuzeargumenten mee aan het vergroten van hiërarchische verschillen tussen<br />
scholen.<br />
5 Implicaties voor beleid<br />
Het is essentieel dat <strong>de</strong> variëteit tussen scholen gehandhaafd blijft. Verme<strong>de</strong>n moet<br />
wor<strong>de</strong>n dat vergelijk<strong>in</strong>gen tussen scholen gebaseerd zijn op één dimensie; een unidimensioneel,<br />
hiërarchisch on<strong>de</strong>rscheid, waarbij <strong>de</strong> scholen langs één dimensie van slecht naar<br />
goed wor<strong>de</strong>n geplaatst. Eer<strong>de</strong>r heb ik betoogd (Teelken, 1999) dat het verstrekken van<br />
output<strong>in</strong>formatie zoals <strong>in</strong> <strong>de</strong> keuzegids (Agerbeek, 1999), <strong>in</strong> samenhang met <strong>de</strong> veran<strong>de</strong>ren<strong>de</strong><br />
keuzeargumenten van ou<strong>de</strong>rs, een <strong>de</strong>rgelijke hiërarchie zal versterken. Om toenemen<strong>de</strong><br />
ongelijkheid te voorkomen moet er gestreefd wor<strong>de</strong>n naar een multidimensioneel<br />
on<strong>de</strong>rscheid tussen scholen, waarbij ze langs verschillen<strong>de</strong> dimensies wor<strong>de</strong>n<br />
beoor<strong>de</strong>eld en op basis van verschei<strong>de</strong>ne kenmerken vergeleken wor<strong>de</strong>n. In Ne<strong>de</strong>rland<br />
moet het accent meer op verschei<strong>de</strong>nheid tussen <strong>in</strong>dividuele scholen komen te liggen,<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
ter vervang<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> diversiteit op slechts <strong>de</strong> basis van schooltype en i<strong>de</strong>ologie.<br />
In <strong>de</strong> praktijk zullen er altijd bepaal<strong>de</strong> scholen zijn die meer aanmeld<strong>in</strong>gen hebben dan<br />
plaatsen. Welk systeem je ook be<strong>de</strong>nkt, niet ie<strong>de</strong>reen zal zijn vrijheid van keuze ook<br />
daadwerkelijk kunnen uitoefenen. Van veel groter belang is het om <strong>de</strong> schaarse, meest<br />
begeer<strong>de</strong> plaatsten zo profijtelijk mogelijk te ver<strong>de</strong>len. In dat licht moeten <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong><br />
aanbevel<strong>in</strong>gen gezien wor<strong>de</strong>n. Deze beogen <strong>de</strong> toenemen<strong>de</strong> ongelijkhe<strong>de</strong>n tussen<br />
scholen tot staan te brengen en eventueel te beperken.<br />
• Diversiteit tussen scholen moet meer expliciet gestimuleerd wor<strong>de</strong>n. Scholen<br />
moeten uitgenodigd wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong>dividuele profielen te creëren op basis van <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke<br />
aspecten en aanpak. Ze moeten hun kerncompetenties ontwikkelen.<br />
Bepaal<strong>de</strong> scholen hebben hier<strong>in</strong> al het voortouw genomen, maar <strong>de</strong>ze hebben<br />
zelf hun positie moeten creëren.<br />
• Een lichte vorm van ‘controlled choice’ kan helpen om naar een evenwichtige<br />
ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van leerl<strong>in</strong>gen over scholen te streven. Vaak wor<strong>de</strong>n ongelijke ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen<br />
tussen scholen <strong>in</strong> korte tijd nog schever. Zo kunnen er afspraken gemaakt<br />
wor<strong>de</strong>n over bepaal<strong>de</strong> m<strong>in</strong>imum percentages allochtone leerl<strong>in</strong>gen b<strong>in</strong>nen een<br />
bepaald gebied. Hierdoor kan het ontstaan van scholen met enkel niet-<br />
Ne<strong>de</strong>rlands spreken<strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen wor<strong>de</strong>n tegengegaan. Het lijkt wellicht alsof<br />
<strong>de</strong>ze aanbevel<strong>in</strong>g <strong>in</strong>gaat tegen <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse vrijheid van on<strong>de</strong>rwijs, zelf <strong>de</strong>nk<br />
ik dat <strong>de</strong>rgelijke maatregelen juist z<strong>in</strong>vol zijn om <strong>de</strong> vrijheid van on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong><br />
stand te hou<strong>de</strong>n.<br />
• Samenwerk<strong>in</strong>g tussen scholen moet wor<strong>de</strong>n gestimuleerd. Meer <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g<br />
leidt ertoe dat scholen meer gericht zijn op hun directe externe omgev<strong>in</strong>g,<br />
waaron<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re scholen (Woods, 1994). Het is echter zaak die respons niet <strong>in</strong><br />
concurrentie maar <strong>in</strong> samenwerk<strong>in</strong>g om te zetten. Het gaat daarbij om samenwerk<strong>in</strong>g<br />
tussen basisscholen en scholen voor voortgezet on<strong>de</strong>rwijs, maar ook<br />
kan <strong>de</strong> vorm<strong>in</strong>g van families van scholen (tussen basisscholen en scholen voor<br />
voortgezet on<strong>de</strong>rwijs) gestimuleerd wor<strong>de</strong>n.<br />
• Met het beschikbaar stellen van <strong>in</strong>formatie over <strong>de</strong> output van scholen moet<br />
terughou<strong>de</strong>nd wor<strong>de</strong>n omgegaan. Dergelijke <strong>in</strong>formatie versterkt <strong>de</strong> hiërarchieser<strong>in</strong>g<br />
tussen scholen omdat <strong>de</strong> <strong>in</strong>formatie uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk toch meer zegt over <strong>de</strong><br />
leerl<strong>in</strong>gen dan over <strong>de</strong> school. Ook wordt hiermee het i<strong>de</strong>e versterkt dat er één<br />
beste school voor ie<strong>de</strong>r k<strong>in</strong>d bestaat. Het verstrekken van algemene <strong>in</strong>formatie<br />
over scholen is van groot belang. Scholen kunnen on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>g afspraken maken<br />
over <strong>de</strong> verstrekk<strong>in</strong>g van <strong>in</strong>formatie zodat niet een te groot <strong>de</strong>el van het budget<br />
aan market<strong>in</strong>g wordt besteed.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 163
Literatuur<br />
Adler, M. (1997).<br />
Look<strong>in</strong>g Backwards to the Future: parental choice and education policy. British<br />
Educational Research, 23, 3, 297-313.<br />
Adler, M. (1993).<br />
An Alternative Approach to Parental Choice. NCE brief<strong>in</strong>g no. 13, March.<br />
Agerbeek, Marjan (1999).<br />
Keuzegids Mid<strong>de</strong>lbare Scholen, kiezen voor kwaliteit. Zeist: Uitgeverij<br />
Kerckebosch.<br />
Allenberg Petronio, Maureen (1996).<br />
Cambridge Parents Interact with a Controlled Choice Plan, AERA-paper.<br />
Alexan<strong>de</strong>r, L. (1993).<br />
School Choice <strong>in</strong> the year 2000, Phi Delta Kappan, June, 762-766.<br />
Ball, S.J., Bowe, R., Gewirtz, S. (1996).<br />
School choice, social class and dist<strong>in</strong>ction: the realization of social advantage <strong>in</strong><br />
education. Journal of education policy, 11, 1, 89-112.<br />
Ball, S.J. (1993).<br />
Education Markets, Choice and Social Class: the Market as a Class strategy <strong>in</strong> the<br />
UK and the USA. British Journal of Sociology <strong>in</strong> Education, 14, 1, 3-19.<br />
Blank, R. (1990).<br />
Educational effects of magnet schools. In W. Clune & J. Witte (Eds.), Choice and<br />
Control <strong>in</strong> American education. Vol 2: The Practice of choice, <strong>de</strong>centralization and<br />
school restructur<strong>in</strong>g (p. 77-109). Bristol, PA: Falmer Press.<br />
Chubb, J.E. & Moe, T.M. (1990).<br />
Politics, Markets and America’s Schools. Wash<strong>in</strong>gton D.C.: Brook<strong>in</strong>gs.<br />
Cookson, P.W. (1996).<br />
School choice <strong>in</strong> the United States: progressive <strong>in</strong>dividualism, educational<br />
<strong>de</strong>regulation and the public good. Oxford Studies of Comparative Education, 6, 1,<br />
95-110.<br />
Cookson, P.W. (1994).<br />
School choice, the struggle for the soul of American Education. New Haven: Yale<br />
University Press.<br />
Friedman, M. (1962).<br />
Capitalism & Freedom. Chicago: The University of Chicago Press.<br />
Fuller, B. & Elmore, R.F. (1996).<br />
Who chooses? Who loses? Culture, Institutions and the Unequal Effects of School<br />
Choice. New York: Columbia University Teachers College Press.<br />
164 <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Gewirtz, S, Ball, S.J. & Bowe, R. (1995).<br />
Markets, Choice and Equity <strong>in</strong> Education. Buck<strong>in</strong>gham: Open University Press.<br />
Glazer, N. (1993).<br />
No Excuse for Failure: Urban Schools <strong>in</strong> Transition. The City Journal, 2, 4.<br />
Glenn, Ch. (1989).<br />
Choice of Schools <strong>in</strong> Six Nations. Wash<strong>in</strong>gton D.C.: U.S. Department of Education.<br />
Henig, J.R. (1994).<br />
Reth<strong>in</strong>k<strong>in</strong>g school choice, Limits of the Market Metaphor. Pr<strong>in</strong>ceton: Pr<strong>in</strong>ceton<br />
University Press.<br />
Hirsch, J. (1994).<br />
A matter of choice. Paris: OECD.<br />
Hirvenoja, P. (2000).<br />
Families <strong>in</strong> the ‘Public-markets’: School choice <strong>in</strong> the comprehensive school.<br />
ECER-paper: Ed<strong>in</strong>burgh.<br />
Leenknegt, G.J. (1997).<br />
Vrijheid van on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> vijf Europese lan<strong>de</strong>n. Schoordijk Instituut, Centrum voor<br />
wetgev<strong>in</strong>gsvraagstukken.<br />
Le Grand, J. & Bartlett, W.(1993).<br />
Quasi-markets and Social Policy. London: Macmillan.<br />
Macbeth, A. McCreath, D. & Aitchison, J. (1995) (eds.).<br />
Collaborate of Compete? Educational Partnership <strong>in</strong> a Market Economy. London:<br />
Falmer Press.<br />
Maddaus, J. (1990).<br />
Parental Choice of School: What Parents Th<strong>in</strong>k and Do. Review of Research <strong>in</strong><br />
Education, 16, 267-295.<br />
Miron, Gary (1996).<br />
School Choice and Quasi-market <strong>in</strong> Swedish education. Oxford Studies of<br />
Comparative Education, 6, 1, 33-48.<br />
Raywid, M.A. (1995).<br />
Family choice arrangements <strong>in</strong> public schools: a review of literature. Review of<br />
Educational Research, 55(4), 435-467.<br />
Rosenberg, B. (1989).<br />
Public School Choice: Can we f<strong>in</strong>d the right balance? American Educator,<br />
Summer, 8-14, 40-45.<br />
Steel, L.& Lev<strong>in</strong>e, R. (1994).<br />
Educational <strong>in</strong>novation <strong>in</strong> multiracial context: The growth of magnet schools <strong>in</strong><br />
American education. Palo Alto, CA: American Institutes for Research.<br />
Teelken, Christ<strong>in</strong>e (1999).<br />
Kwaliteitsbeoor<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g door ou<strong>de</strong>rs. Vernieuw<strong>in</strong>g, 58, 7/8, 19-22.<br />
Teelken, J.C. (1998).<br />
Market mechanisms <strong>in</strong> education, an <strong>in</strong>ternational comparative study <strong>in</strong> the<br />
Netherlands, England and Scotland. Proefschrift: UvA.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 165
U.S. Commission on Excellence <strong>in</strong> Education (1983).<br />
A Nation at risk. Wash<strong>in</strong>gton D.C.: Government Pr<strong>in</strong>t<strong>in</strong>g Office.<br />
Walford, G. (1996).<br />
School Choice and the Quasi-market. Oxford Studies of Comparative Education,<br />
6, 1, 7-15.<br />
Waslan<strong>de</strong>r, Sietske (1999).<br />
Koopmanschap & burgerschap, <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs. Van Gorcum.<br />
Waslan<strong>de</strong>r, Sietske & Bosman, Rie (1996).<br />
Historische Vergiss<strong>in</strong>g? Invoer<strong>in</strong>g van meer <strong>markt</strong> <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs verlaagt <strong>de</strong><br />
kwaliteit ervan. Trouw, 3 april, p. 11.<br />
Weiss, Manfred & Ste<strong>in</strong>ert, Brigitte (1996).<br />
Germany: competitive <strong>in</strong>equality <strong>in</strong> educational quasi-markets. Oxford Studies of<br />
Comparative Education, 6, 1, 77-94.<br />
Wells, A.S., Grutzik, C. & Carnochan, S.(1996).<br />
Un<strong>de</strong>rly<strong>in</strong>g Policy Assumptions of Charter School Reform: The multiple mean<strong>in</strong>gs<br />
of a Movement. AERA-paper: New York.<br />
Whitty, G. (1998).<br />
New labour, education and disadvantage. Education and Social Justice, 1, 1, 2-8.<br />
Whitty, G. & Edwards, T. (1994).<br />
Choice <strong>in</strong> English Secondary Education: Lessons for America. Aera-paper: New<br />
Orleans.<br />
Witziers, B. & De Groot, I.N. (1993).<br />
Concurrentie tussen scholen. Ensche<strong>de</strong>: OCTO.<br />
Woods, P. (1994).<br />
School Responses to the Quasi-market. In J.M. Halstead (ed.) Parental Choice and<br />
Education (p. 124-138). London: Kogan Page.<br />
Zanten, A. van (1996).<br />
Market trends <strong>in</strong> the French School System: overt policy, hid<strong>de</strong>n strategies, actual<br />
changes. Oxford Studies of Comparative Education, 6, 1, 63-76.<br />
166 <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
10 Marktwerk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het beroepson<strong>de</strong>rwijs:<br />
<strong>in</strong>ternationale vergelijk<strong>in</strong>g<br />
H. van Lieshout 1<br />
Beroepskwalificaties kunnen niet alleen op scholen, maar ook b<strong>in</strong>nen bedrijven wor<strong>de</strong>n<br />
verworven. De theorie voorspelt dat bedrijven we<strong>in</strong>ig <strong>in</strong> bre<strong>de</strong> beroepskwalificer<strong>in</strong>g<br />
zullen <strong>in</strong>vesteren. Omdat an<strong>de</strong>re factoren <strong>de</strong> <strong>in</strong>vester<strong>in</strong>gen van <strong>in</strong>dividuele werknemers<br />
beperken, dreigt er een zogenaamd ‘low skill equilibrium’ te ontstaan, een evenwicht<br />
waarbij sprake is van een (relatieve) on<strong>de</strong>r<strong>in</strong>vester<strong>in</strong>g <strong>in</strong> opleid<strong>in</strong>gs<strong>markt</strong>en. De situatie<br />
<strong>in</strong> lan<strong>de</strong>n als <strong>de</strong> Verenig<strong>de</strong> Staten en het Verenigd Kon<strong>in</strong>krijk correspon<strong>de</strong>ert goed met<br />
<strong>de</strong>ze verwacht<strong>in</strong>g; <strong>de</strong> Duitse situatie doet dat echter niet. In Duitsland bie<strong>de</strong>n bedrijven<br />
massaal meerjarige leerl<strong>in</strong>gwezenopleid<strong>in</strong>gen aan, en constitueren zo een ‘high skill<br />
equilibrium’. Dit hoofdstuk vergelijkt <strong>de</strong> kwalificatie-evenwichten <strong>in</strong> Duitsland en <strong>de</strong><br />
Verenig<strong>de</strong> Staten, en het bijbehoren<strong>de</strong> samenspel tussen <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g en <strong>in</strong>stituties.<br />
De vergelijk<strong>in</strong>g leert hoe <strong>de</strong>rgelijke <strong>markt</strong>en op heel verschillen<strong>de</strong> manieren kunnen<br />
werken. De (nationale) overheid kan daarop wel enige, maar slechts een beperkte<br />
<strong>in</strong>vloed uitoefenen; met name <strong>de</strong> heersen<strong>de</strong> arbeids(<strong>markt</strong>)verhoud<strong>in</strong>gen en <strong>de</strong><br />
strategieën van bedrijven zijn van veel directere <strong>in</strong>vloed. Het hoofdstuk besluit met een<br />
verkenn<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> (smalle) marges voor overheidsbeleid <strong>in</strong>zake <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse<br />
beroepskwalificatie<strong>markt</strong>.<br />
1 H. van Lieshout is als senior on<strong>de</strong>rzoeker verbon<strong>de</strong>n aan het Hugo S<strong>in</strong>zheimer Instituut (HSI) van <strong>de</strong><br />
Universiteit van Amsterdam. Daarvoor was hij als aio verbon<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong> On<strong>de</strong>rzoekschool Arbeid,<br />
Welzijn en Sociaal-economisch Bestuur. Dit hoofdstuk is overwegend gebaseerd op het promotie-on<strong>de</strong>rzoek<br />
dat hij daar verrichtte. De auteur dankt dr. T. Wilthagen (HSI) en dr. M. van Dyck (<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad)<br />
voor hun waar<strong>de</strong>volle opmerk<strong>in</strong>gen.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 167
1 Inleid<strong>in</strong>g<br />
168<br />
Dit hoofdstuk bespreekt <strong>in</strong>ternationale overeenkomsten en verschillen <strong>in</strong> <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong><br />
het beroepson<strong>de</strong>rwijs, en <strong>de</strong> relatie met <strong>de</strong> wijze waarop die <strong>markt</strong>en geïnstitutionaliseerd<br />
zijn, dat wil zeggen: hoe is die <strong>markt</strong> georganiseerd; welke actoren opereren er aan<br />
vraag- en aanbodzij<strong>de</strong>; en welke - formele en <strong>in</strong>formele - regels bepalen het han<strong>de</strong>len van<br />
die actoren? Verschillen <strong>in</strong> <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g wor<strong>de</strong>n dan begrepen als verschillen <strong>in</strong> <strong>de</strong> mate<br />
waar<strong>in</strong> soortgelijke actoren <strong>in</strong> verschillen<strong>de</strong> (nationale) <strong>markt</strong>en bepaal<strong>de</strong> strategieën<br />
hanteren.<br />
Omdat beroepson<strong>de</strong>rwijs <strong>de</strong>elnemers expliciet voorbereidt op <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong>, en zich<br />
regelmatig ook op die arbeids<strong>markt</strong> (en wel b<strong>in</strong>nen bedrijven) afspeelt, is hier een wat<br />
an<strong>de</strong>r analyseka<strong>de</strong>r nodig dan voor on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong>en waarop louter professionele<br />
on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen opereren. Paragraaf 2 biedt daartoe eerst een theoretische verkenn<strong>in</strong>g,<br />
die uitmondt <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>in</strong>troductie van het begrip kwalificatie-evenwicht. De volgen<strong>de</strong><br />
twee paragrafen bespreken twee lan<strong>de</strong>n met een heel verschillend kwalificatie-evenwicht:<br />
Duitsland (paragraaf 3) en <strong>de</strong> Verenig<strong>de</strong> Staten (paragraaf 4). Paragraaf 5 verkent<br />
tenslotte <strong>de</strong> marges voor (<strong>in</strong> het bijzon<strong>de</strong>r Ne<strong>de</strong>rlands) overheidsbeleid <strong>in</strong> het<br />
beïnvloe<strong>de</strong>n van die markwerk<strong>in</strong>g.<br />
2 Theoretische markverkenn<strong>in</strong>g<br />
Deze paragraaf <strong>in</strong>troduceert het begrippenka<strong>de</strong>r waarmee opleid<strong>in</strong>gs<strong>markt</strong>en <strong>in</strong> dit<br />
hoofdstuk wor<strong>de</strong>n besproken. Op het eerste gezicht zal het soms gaan om beken<strong>de</strong><br />
begrippen, maar die wor<strong>de</strong>n bij na<strong>de</strong>re beschouw<strong>in</strong>g nogal eens op heel verschillen<strong>de</strong><br />
wijze gebruikt. De wijze waarop dat hier gebeurt, verdient <strong>de</strong>rhalve enige toelicht<strong>in</strong>g.<br />
2.1 MARKT, OVERHEID EN INSTITUTIES<br />
Er zijn twee begrippenparen die wel wor<strong>de</strong>n gehanteerd alsof het gaat om elkaar uitsluiten<strong>de</strong><br />
alternatieven: ‘<strong>markt</strong>’ en ‘overheid’, en ‘<strong>markt</strong>’ en ‘<strong>in</strong>stituties’. Dat vermoe<strong>de</strong>n is <strong>in</strong><br />
bei<strong>de</strong> gevallen onjuist, evenals het vermoe<strong>de</strong>n dat ‘overheid’ en ‘<strong>in</strong>stituties’ (nagenoeg)<br />
synoniem zou<strong>de</strong>n zijn.<br />
Het eerste potentiële misverstand is al dat er <strong>in</strong> <strong>de</strong> empirie zoiets als ‘<strong>de</strong>’ <strong>markt</strong> zou<br />
bestaan. In <strong>de</strong> economische theorieboeken bestaat wel zoiets als een i<strong>de</strong>aaltypisch mo<strong>de</strong>l<br />
van een volledig vrije <strong>markt</strong>, dat vaak op vruchtbare wijze als leidraad voor economisch<br />
on<strong>de</strong>rzoek wordt gebruikt. In <strong>de</strong> empirie verschillen <strong>markt</strong>en echter langs veel dimensies<br />
- zelfs als het gaat om <strong>markt</strong>en voor eenzelf<strong>de</strong> goed of dienst.<br />
‘Markten’ en ‘<strong>in</strong>stituties’ zijn vervolgens <strong>in</strong> eerste <strong>in</strong>stantie geen elkaar uitsluiten<strong>de</strong><br />
alternatieven, maar keerzij<strong>de</strong>n van <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> medaille. Op <strong>de</strong> eerste plaats is <strong>de</strong> <strong>markt</strong> zelf<br />
een belangrijk basistype <strong>in</strong>stitutie, zoals Max Weber’s bureaucratie dat ook is. Op <strong>de</strong><br />
twee<strong>de</strong> plaats berust <strong>de</strong> werk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong>rgelijke <strong>markt</strong>en altijd op an<strong>de</strong>re, concrete<br />
<strong>in</strong>stitutionele arrangementen. North (1981) liet bijvoorbeeld zien hoe <strong>de</strong> <strong>in</strong>stitutionaliser<strong>in</strong>g<br />
van eigendomsrechten en geld van cruciaal belang waren voordat er zich zoiets als<br />
kapitalistische <strong>markt</strong>en kon ontwikkelen. Natuurlijk is het niet zo dat elk <strong>in</strong>stitutioneel<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
arrangement <strong>de</strong> werk<strong>in</strong>g van <strong>markt</strong>en zou schragen - evenm<strong>in</strong> als het omgekeer<strong>de</strong> het<br />
geval is. A-priori dient <strong>de</strong> relatie tussen <strong>in</strong>stituties en <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g als volstrekt neutraal<br />
te wor<strong>de</strong>n beschouwd. Empirisch on<strong>de</strong>rzoek dient uit te wijzen welk type <strong>in</strong>stitutionele<br />
arrangementen tot welke wijze van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g leidt, en welke voor- en na<strong>de</strong>len die<br />
wijze van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g vervolgens oplevert.<br />
‘Overheid’ en ‘<strong>markt</strong>’ zijn evenm<strong>in</strong> elkaar uitsluiten<strong>de</strong> alternatieven. Enerzijds treedt <strong>de</strong><br />
overheid bij verreweg <strong>de</strong> meeste <strong>markt</strong>en als <strong>de</strong> uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijke <strong>markt</strong>meester op.<br />
Er is echter een grote mate van variëteit waar<strong>in</strong> zij die rol <strong>in</strong>vult, en/of waar<strong>in</strong> zij<br />
daarnaast nog an<strong>de</strong>re rollen (zoals die van aanbie<strong>de</strong>r van een goed of dienst) <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
betreffen<strong>de</strong> <strong>markt</strong> op zich neemt. Soms is <strong>de</strong> overheidsrol zo kle<strong>in</strong> dat die bij <strong>de</strong> meeste<br />
analyses buiten beschouw<strong>in</strong>g kan blijven; maar dat is zeker niet altijd het geval.<br />
An<strong>de</strong>rzijds is er bij goe<strong>de</strong>ren/diensten die (ook of uitsluitend) door <strong>de</strong> overheid wor<strong>de</strong>n<br />
geleverd, net zo goed sprake van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g; en, voor zover er b<strong>in</strong>nen die overheid<br />
sprake is van meer<strong>de</strong>re <strong>in</strong>dividuele organisaties die hetzelf<strong>de</strong> goed of <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> dienst<br />
leveren, ook van concurrentie.<br />
‘Overheid’ en ‘<strong>in</strong>stitutie’ zijn tenslotte geen synoniemen. De afwezigheid van (direct)<br />
overheids<strong>in</strong>grijpen impliceert geensz<strong>in</strong>s dat er geen sprake is van <strong>in</strong>stituties. De meeste<br />
<strong>in</strong>stituties waarbij <strong>de</strong> overheid vandaag <strong>de</strong> dag een dom<strong>in</strong>ante rol speelt, zijn historisch<br />
gezien ooit ontstaan uit particulier <strong>in</strong>itiatief. 2<br />
Maar ook vandaag <strong>de</strong> dag heeft <strong>de</strong> overheid<br />
soms veel m<strong>in</strong><strong>de</strong>r dan wordt gedacht te maken met belangrijke <strong>in</strong>stituties. Neem het<br />
afsluiten van collectieve arbeidsvoorwaar<strong>de</strong>n <strong>in</strong> bedrijfstakken; dat is op <strong>de</strong> eerste plaats<br />
het gevolg van vrijwillig (collectief) particulier <strong>in</strong>itiatief van werkgevers en werknemers.<br />
Het feit dat <strong>de</strong> overheid wetgev<strong>in</strong>g op dat vlak heeft ontwikkeld wil niet zeggen dat het<br />
arrangement van <strong>de</strong> collectieve arbeidsovereenkomst zou verdwijnen als die wetgev<strong>in</strong>g<br />
zou wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong>getrokken. 3 Institutionele arrangementen die niets of relatief we<strong>in</strong>ig met<br />
overheids<strong>in</strong>grijpen van doen hebben, kunnen even goed <strong>de</strong> werk<strong>in</strong>g van een <strong>markt</strong><br />
schragen, of juist belemmeren, als direct overheids<strong>in</strong>grijpen dat kan. 4<br />
Het on<strong>de</strong>rwijs biedt van al <strong>de</strong>ze stell<strong>in</strong>gen goe<strong>de</strong> illustraties. <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>stelsels bestaan<br />
bij <strong>de</strong> gratie van een scala aan <strong>in</strong>stitutionele arrangementen, waarvan vele (maar niet alle)<br />
op overheids<strong>in</strong>grijpen berusten. Maar hoe geïnstitutionaliseerd het on<strong>de</strong>rwijs ook is,<br />
daarb<strong>in</strong>nen is wel <strong>de</strong>gelijk sprake van vraag, aanbod en afstemm<strong>in</strong>g daartussen - en dus<br />
van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g.<br />
Sterker: er is alleen al ten aanzien van het beroepson<strong>de</strong>rwijs op zoveel manieren sprake<br />
van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g en <strong>markt</strong>mechanismen, dat ze nooit allemaal a<strong>de</strong>quaat <strong>in</strong> een kort<br />
hoofdstuk kunnen wor<strong>de</strong>n belicht. Dit hoofdstuk richt zich voornamelijk op <strong>de</strong> vraag,<br />
waarom verschillen<strong>de</strong> nationale kwalificatie<strong>markt</strong>en zo verschillend werken, wat betreft<br />
<strong>de</strong> omvang van het beroepson<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> het algemeen, en <strong>in</strong> het bijzon<strong>de</strong>r <strong>de</strong> mate<br />
waar<strong>in</strong> bedrijven kwalificer<strong>in</strong>gsmogelijkhe<strong>de</strong>n voor jongeren bie<strong>de</strong>n; en wat daarbij <strong>de</strong><br />
mogelijkhe<strong>de</strong>n en marges van overheids<strong>in</strong>terventie zijn. An<strong>de</strong>re relevante vragen - zoals<br />
<strong>de</strong> precieze verhoud<strong>in</strong>g tussen een overheid als markmeester en ‘zelfstandige scholen’ <strong>in</strong><br />
verschillen<strong>de</strong> lan<strong>de</strong>n - blijven hier onbesproken.<br />
2 De Swaan (1988) biedt prachtige historische analyses op een aantal terre<strong>in</strong>en, waaron<strong>de</strong>r het<br />
on<strong>de</strong>rwijs.<br />
3 Wel zou zo’n <strong>in</strong>greep natuurlijk <strong>de</strong> nodige consequenties hebben voor vorm en omvang van het<br />
betreffen<strong>de</strong> type <strong>in</strong>stitutie - en daarmee voor <strong>de</strong> werk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong>.<br />
4 Over collectieve arbeidsvoorwaar<strong>de</strong>nvorm<strong>in</strong>g wor<strong>de</strong>n bijvoorbeeld bei<strong>de</strong> stell<strong>in</strong>gen wel ver<strong>de</strong>digd.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
169
170<br />
2.2 VRAAG EN AANBOD VAN BEROEPSONDERWIJS<br />
Nu <strong>de</strong> algemene begrippen <strong>markt</strong>, overheid en <strong>in</strong>stituties wat scherper zijn gepositioneerd,<br />
dienen we ons te buigen over het - hoogst bijzon<strong>de</strong>re - type <strong>markt</strong> waarop ze <strong>in</strong><br />
dit hoofdstuk wor<strong>de</strong>n toegepast.<br />
Het terre<strong>in</strong><br />
Beroepson<strong>de</strong>rwijs is formeel on<strong>de</strong>rwijs gericht op het bijbrengen van <strong>de</strong> voor <strong>de</strong> uitoefen<strong>in</strong>g<br />
van een bepaald beroep benodig<strong>de</strong> kwalificaties. Beroepson<strong>de</strong>rwijs bereidt dus<br />
nadrukkelijk voor op <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong>. Deze beschouw<strong>in</strong>g han<strong>de</strong>lt daarmee noodzakelijkerwijs<br />
over <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g op het snijvlak van twee belangrijke maatschappelijke <strong>in</strong>stituties,<br />
die doorgaans apart wor<strong>de</strong>n bestu<strong>de</strong>erd: on<strong>de</strong>rwijs en arbeids<strong>markt</strong>.<br />
De vraagzij<strong>de</strong> van <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
Een stelsel van beroepson<strong>de</strong>rwijs heeft op die manier tegelijkertijd twee verschillen<strong>de</strong><br />
vraagzij<strong>de</strong>s te bedienen. Net als bij <strong>de</strong> <strong>markt</strong> voor primair en secundair algemeen voortgezet<br />
on<strong>de</strong>rwijs is er immers ook hier sprake van vraag van leerl<strong>in</strong>gen en ou<strong>de</strong>rs.<br />
Daarnaast zijn er echter bedrijven die (afgestu<strong>de</strong>er<strong>de</strong>n van) beroepsopleid<strong>in</strong>gen vragen.<br />
I<strong>de</strong>aliter overlappen bei<strong>de</strong> vragen perfect; <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk is dat nooit het geval en is er<br />
altijd wel sprake van aansluit<strong>in</strong>gsproblemen Nota bene dat die problemen <strong>in</strong> eerste<br />
<strong>in</strong>stantie een arbeids<strong>markt</strong>probleem zijn; het betreft discrepanties tussen <strong>de</strong> baanpreferenties<br />
van (toekomstige) werknemers, en <strong>de</strong> actuele arbeidsvraag van bedrijven. De<br />
mogelijkheid van <strong>de</strong>rgelijke aansluit<strong>in</strong>gsproblemen is een direct gevolg van <strong>de</strong> vrijheid<br />
van beroepskeuze voor burgers enerzijds, en <strong>de</strong> vrijheid van organisatie van <strong>de</strong> arbeid<br />
van bedrijven an<strong>de</strong>rzijds. Het zou erg toevallig zijn als bei<strong>de</strong> naadloos op elkaar zou<strong>de</strong>n<br />
passen. In het geval er een apart geïnstitutionaliseerd beroepson<strong>de</strong>rwijsstelsel bestaat,<br />
zal een <strong>de</strong>el van die aansluit<strong>in</strong>gsproblemen zich juist voordoen bij <strong>de</strong> overgang van dat<br />
beroepson<strong>de</strong>rwijs naar een (reguliere) baan, <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van werkloosheid van afgestu<strong>de</strong>er<strong>de</strong>n<br />
<strong>in</strong> sommige beroepen, en gelijktijdige tekorten aan vaklie<strong>de</strong>n <strong>in</strong> an<strong>de</strong>re. Dat wil<br />
dus niet noodzakelijkerwijs zeggen dat <strong>de</strong>ze aansluit<strong>in</strong>gsproblemen ook door dat<br />
beroepson<strong>de</strong>rwijs veroorzaakt zijn. 5<br />
Structurer<strong>in</strong>g en differentiatie van <strong>de</strong> vraag<br />
Van belang is ver<strong>de</strong>r dat <strong>de</strong> vraag van bedrijven bestaat uit een kwalificatiestructuur van<br />
aangebo<strong>de</strong>n functies, en dus uit tienduizen<strong>de</strong>n functies bij hon<strong>de</strong>rdduizen<strong>de</strong>n bedrijven.<br />
Jongeren en hun ou<strong>de</strong>rs oriënteren zich bij hun opleid<strong>in</strong>gskeuze eveneens op die kwalificatiestructuur.<br />
6 Functies kunnen b<strong>in</strong>nen zo’n kwalificatiestructuur tenm<strong>in</strong>ste horizontaal<br />
en soms ook verticaal van elkaar wor<strong>de</strong>n gedifferentieerd. Een beken<strong>de</strong> functie bij<br />
metaalbedrijven is draaier, een an<strong>de</strong>r frezer. Dergelijke functies nemen doorgaans een<br />
soortgelijke positie <strong>in</strong> <strong>de</strong> arbeidsorganisatie van bedrijven <strong>in</strong>, en kennen vergelijkbare<br />
arbeidsvoorwaar<strong>de</strong>n; vandaar dat we hier kunnen spreken van horizontale functiedifferentiatie.<br />
Functies die <strong>in</strong> belangrijke mate <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> kwalificaties veron<strong>de</strong>rstellen nemen<br />
soms echter ook een an<strong>de</strong>re positie <strong>in</strong> <strong>de</strong> arbeidsorganisatie van bedrijven <strong>in</strong>, en kennen<br />
an<strong>de</strong>re arbeidsvoorwaar<strong>de</strong>n. Denk bijvoorbeeld aan een groepshoofd/voorman van een<br />
ploeg draaiers en frezers <strong>in</strong> een metaalbedrijf. Deze wordt geacht m<strong>in</strong>imaal voldoen<strong>de</strong><br />
5 Dat <strong>de</strong> opgelei<strong>de</strong> schoonheidsspecialiste niet (op korte termijn) kan voorzien <strong>in</strong> <strong>de</strong> draaiersvacature<br />
van het metaalbedrijf valt het beroepson<strong>de</strong>rwijs niet te verwijten als dat on<strong>de</strong>rwijs enerzijds niet het<br />
recht heeft <strong>de</strong> aankomen<strong>de</strong> schoonheidsspecialiste <strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g te weigeren, en an<strong>de</strong>rzijds<br />
ook niet het recht heeft zelf een salon te beg<strong>in</strong>nen en haar daar<strong>in</strong> te werk te stellen.<br />
6 Enkel niet altijd even goed op <strong>de</strong> kansrijkheid van <strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong> ambitie (aantal baanopen<strong>in</strong>gen) en<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
kennis van hun vakarbeid te hebben om effectief leid<strong>in</strong>g te kunnen geven, en vaak meer,<br />
omdat hij/zij zelf ook gewoon meewerkt als draaier of frezer; daarnaast dient het hoofd<br />
nog over an<strong>de</strong>re (leid<strong>in</strong>ggeven<strong>de</strong>) kwalificaties te beschikken die zijn werknemers m<strong>in</strong><strong>de</strong>r<br />
of niet nodig hebben. We kunnen hier spreken van verticale differentiatie tussen functies.<br />
Structurer<strong>in</strong>g van het aanbod<br />
Beroepson<strong>de</strong>rwijsstelsels werken tenm<strong>in</strong>ste impliciet met een geaggregeer<strong>de</strong> bena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g<br />
van <strong>de</strong>ze feitelijk bestaan<strong>de</strong> functie-kwalificatiestructuur: een opleid<strong>in</strong>gs-kwalificatiestructuur.<br />
En <strong>de</strong> aggregatie v<strong>in</strong>dt plaats aan <strong>de</strong> hand van een an<strong>de</strong>re <strong>in</strong>stitutie die al <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
naamgev<strong>in</strong>g van het type on<strong>de</strong>rwijs ligt besloten: het beroep. 7 Een beroep is (tenm<strong>in</strong>ste)<br />
een <strong>de</strong>elverzamel<strong>in</strong>g verwante functies op <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong>. Beroepen en beroepsaanduid<strong>in</strong>gen<br />
vormen <strong>de</strong> bakens die <strong>de</strong> schier one<strong>in</strong>dige variëteit aan functies <strong>in</strong> een voor bei<strong>de</strong><br />
partijen overzichtelijker aantal subgroepen/<strong>de</strong>el<strong>markt</strong>en ver<strong>de</strong>len. Zon<strong>de</strong>r <strong>de</strong> <strong>in</strong>formatie<br />
die beroepstitels geven zou het voor werkgevers een stuk lastiger zijn om geschikte<br />
werknemers te v<strong>in</strong><strong>de</strong>n, en an<strong>de</strong>rsom; niet voor niets is <strong>de</strong> beroepsaanduid<strong>in</strong>g doorgaans<br />
(na <strong>de</strong> bedrijfsnaam, maar voor het salaris) het prom<strong>in</strong>entste <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> personeelsadvertentie.<br />
Ook beroepen wor<strong>de</strong>n sowieso horizontaal en soms ook verticaal van elkaar<br />
gedifferentieerd. De mate van differentiatie b<strong>in</strong>nen een opleid<strong>in</strong>gs-kwalificatiestructuur is<br />
langs bei<strong>de</strong> dimensies ger<strong>in</strong>ger dan voor <strong>de</strong> totale functie-kwalificatiestructuur. Toch kent<br />
bijvoorbeeld het Ne<strong>de</strong>rlandse secundair beroepson<strong>de</strong>rwijs altijd nog hon<strong>de</strong>r<strong>de</strong>n verschillen<strong>de</strong><br />
beroepsopleid<strong>in</strong>gen.<br />
Beperkte concurrentie!<br />
Het is van belang <strong>in</strong> te zien dat die functie- en beroepsdifferentiatie per <strong>de</strong>f<strong>in</strong>itie een<br />
<strong>in</strong>breuk op het i<strong>de</strong>aaltypische beeld van een geheel vrije (arbeids)<strong>markt</strong> betekent, <strong>in</strong> die<br />
z<strong>in</strong> dat lang niet elke werkzoeken<strong>de</strong> voor elke baan <strong>in</strong> aanmerk<strong>in</strong>g komt, en grote<br />
groepen werkzoeken<strong>de</strong>n dus feitelijk ook helemaal niet met elkaar concurreren: een<br />
vuilnisman en een <strong>in</strong>terim-manager zijn <strong>in</strong> <strong>de</strong> ogen van <strong>de</strong> meeste werkgevers immers<br />
geheel geen substituten.<br />
Zowel functies als potentiële werknemers representeren een bepaal<strong>de</strong> comb<strong>in</strong>atie van<br />
kwalificaties. In <strong>de</strong> praktijk vormt daardoor niet elke potentiële werknemer een reële<br />
kandidaat voor elke vacature; hij is dat slechts als hij aan bepaal<strong>de</strong> m<strong>in</strong>imale kwalificatievereisten<br />
voldoet. Weliswaar kan het bedrijf als gezegd <strong>in</strong> potentie een werknemer geheel<br />
zelf oplei<strong>de</strong>n; dat kost echter tijd en geld, dus <strong>de</strong> voorkeur gaat uit naar kandidaten die<br />
althans over een bepaald m<strong>in</strong>imaal niveau van bepaal<strong>de</strong> relevante kwalificaties beschikken.<br />
Er is <strong>de</strong>rhalve geen sprake van volledige concurrentie op <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong>, 8 <strong>de</strong><br />
arbeids<strong>markt</strong> bestaat uit een aantal <strong>de</strong>elsegmenten. Kerr (1954) sprak <strong>in</strong> dat verband van<br />
een balkaniser<strong>in</strong>g van arbeids<strong>markt</strong>en. Kwalificaties zijn één van <strong>de</strong> oorzaken van die<br />
<strong>de</strong> objectieve aantrekkelijkheid ervan (bijbehoren<strong>de</strong> arbeidsvoorwaar<strong>de</strong>n).<br />
7 Naast het secundair en hoger beroepson<strong>de</strong>rwijs is overigens ook het universitaire on<strong>de</strong>rwijs (net als<br />
<strong>de</strong> aca<strong>de</strong>mische arbeids<strong>markt</strong>) wel <strong>de</strong>gelijk beroepsgericht gedifferentieerd en gestructureerd: het<br />
betreft immers opleid<strong>in</strong>gen tot jurist, medicus, econoom of socioloog. Vergelijk Van Lieshout (1995).<br />
8 Dat is overigens op <strong>de</strong> eerste plaats al niet het geval omdat werkelijk volledige concurrentie zou<br />
impliceren dat <strong>de</strong> werkgever zitten<strong>de</strong> werknemers consequent vergelijkt met potentiële vervangers.<br />
In <strong>de</strong> praktijk wor<strong>de</strong>n zitten<strong>de</strong> werknemers slechts bij uitermate evi<strong>de</strong>nt disfunctioneren vervangen;<br />
als zij aan bepaal<strong>de</strong> m<strong>in</strong>imale prestatieverwacht<strong>in</strong>gen voldoen zijn zij <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk op korte termijn<br />
vrij van concurrentie, omdat werkgevers zich plegen te beperken tot het vervullen van vrijvallen<strong>de</strong> en<br />
nieuwe vacatures. Daarmee zijn ze al druk genoeg.<br />
9 Regio is een an<strong>de</strong>re; <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk zoeken zowel <strong>de</strong> meeste werkgevers als <strong>de</strong> meeste werknemers<br />
althans <strong>in</strong> eerste <strong>in</strong>stantie b<strong>in</strong>nen een beperkt geografisch gebied.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 171
172<br />
balkaniser<strong>in</strong>g. 9 Triest genoeg is die naamgev<strong>in</strong>g ook zo passend, omdat <strong>de</strong> precieze<br />
grenzen tussen die arbeids<strong>markt</strong>segmenten even veran<strong>de</strong>rlijk zijn als dat <strong>in</strong> <strong>de</strong> Balkan<br />
het geval is. Naarmate er een ruimer aanbod aan werkzoeken<strong>de</strong>n is zullen werkgevers<br />
een specifiekere comb<strong>in</strong>atie van kwalificaties als m<strong>in</strong>imale voorwaar<strong>de</strong> hanteren, terwijl<br />
baanzoekers hun zoektocht juist tot meer aanpalen<strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong>segmenten zullen<br />
verbre<strong>de</strong>n. De grenzen tussen <strong>de</strong>rgelijke segmenten zijn dus verre van potdicht; maar<br />
niet alle segmenten grenzen aan elkaar.<br />
Een normatief <strong>markt</strong>or<strong>de</strong>n<strong>in</strong>gska<strong>de</strong>r<br />
Het hele concept van beroepsgerichte opleid<strong>in</strong>gsdifferentiatie is gebaseerd op een<br />
bepaal<strong>de</strong> normatieve visie op hoe loopbanen zijn opgebouwd. Men doorloopt eerst<br />
verplicht het algemeen primair en voortgezet on<strong>de</strong>rwijs. Aan het e<strong>in</strong>d van hun on<strong>de</strong>rwijscarrière<br />
verwachten we dat jongeren een keuze maken voor een beroep dat zij later op<br />
<strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong> beoefenen, en daarvoor eerst een passen<strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g volgen die een<br />
soepele aansluit<strong>in</strong>g op hun komen<strong>de</strong> eerste functie biedt. Wanneer enkel dat het doel is,<br />
spreken we echter niet van beroepson<strong>de</strong>rwijs maar van (specifieke) schol<strong>in</strong>g. Het gaat<br />
daarbij <strong>in</strong> het meest i<strong>de</strong>aaltypische geval om schol<strong>in</strong>g louter gericht op één enkele (<strong>de</strong><br />
huidige c.q. eerstvolgen<strong>de</strong>) functie bij één enkel bedrijf. 10 Beroepson<strong>de</strong>rwijs houdt dus<br />
het mid<strong>de</strong>n op een cont<strong>in</strong>uüm waarvoor eer<strong>de</strong>r genoem<strong>de</strong> differentiatie van functies en<br />
opleid<strong>in</strong>gen <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rliggen<strong>de</strong> dimensie vormt. De ene pool van dat cont<strong>in</strong>uüm wordt<br />
gevormd door dat i<strong>de</strong>aaltypische geval van slechts voor één enkele functie relevante<br />
schol<strong>in</strong>g; <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re pool door het even i<strong>de</strong>aaltypische geval voor alle mogelijke functies<br />
relevante - en dus uitermate algemeen - on<strong>de</strong>rwijs. De precieze grenzen tussen met name<br />
specifieke schol<strong>in</strong>g en beroepson<strong>de</strong>rwijs, maar ook tussen beroepson<strong>de</strong>rwijs en<br />
algemeen on<strong>de</strong>rwijs, zijn niet evi<strong>de</strong>nt.<br />
Beroepson<strong>de</strong>rwijs on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n we doorgaans op twee manieren van (specifieke)<br />
schol<strong>in</strong>g, die correspon<strong>de</strong>ren met respectievelijk <strong>de</strong> horizontale en verticale differentiatie<br />
van functies op <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong>. Op <strong>de</strong> eerste plaats beogen beroepsopleid<strong>in</strong>gen een<br />
bre<strong>de</strong>re toepasbaarheid van <strong>de</strong> verworven kwalificaties dan schol<strong>in</strong>gsprogramma’s: zij<br />
wor<strong>de</strong>n geacht voor meer<strong>de</strong>re verwante functies bij meer<strong>de</strong>re bedrijven relevant te zijn.<br />
Elke samenlev<strong>in</strong>g kent bijvoorbeeld wel specifieke schol<strong>in</strong>gsprogramma’s voor <strong>de</strong> eer<strong>de</strong>rgenoem<strong>de</strong><br />
afzon<strong>de</strong>rlijke functies draaier en frezer; maar ook beroepsopleid<strong>in</strong>gen tot<br />
metaalbewerker die voorberei<strong>de</strong>n op <strong>de</strong> beoefen<strong>in</strong>g van bei<strong>de</strong> en doorgaans nog enkele<br />
an<strong>de</strong>re verwante functies. Op <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> plaats beogen beroepsopleid<strong>in</strong>gen niet slechts<br />
<strong>de</strong> kwalificaties voor <strong>de</strong> eerste functie op <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong> bij te brengen, maar tevens<br />
een basis te leggen voor toekomstige opwaartse mobiliteit naar verwante hogere functies<br />
op <strong>de</strong> baanlad<strong>de</strong>r van bedrijven <strong>in</strong> het betreffen<strong>de</strong> beroep.<br />
… en concurrentie uit onverwachte hoek<br />
B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong>ze normatieve visie is het juist aan beroepsopleid<strong>in</strong>gen om hun nut en<br />
noodzaak te bewijzen; het nut van algemeen on<strong>de</strong>rwijs voor jonge k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren of specifieke<br />
schol<strong>in</strong>g voor werknemers op <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong> is immers boven elke twijfel verheven.<br />
Het nut van beroepson<strong>de</strong>rwijs als verb<strong>in</strong><strong>de</strong>n<strong>de</strong> schakel daartussen is dat niet. Het is<br />
theoretisch best voorstelbaar dat een comb<strong>in</strong>atie van een algemene opleid<strong>in</strong>g met (een<br />
10 Of als zelfstandige zon<strong>de</strong>r personeel. Omdat loonarbeid <strong>in</strong> dienst van een bedrijf nog steeds <strong>de</strong><br />
dom<strong>in</strong>ante <strong>in</strong>stitutionaliser<strong>in</strong>g van werk op <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong> is, beperk ik me hier ver<strong>de</strong>r tot die<br />
situatie. Met <strong>de</strong> term bedrijf wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong> dit hoofdstuk overigens alle organisaties waar mensen <strong>in</strong><br />
loondienst werken bedoeld, dus ook non-profit organisaties en overheids<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
gerichte comb<strong>in</strong>atie van) specifieke schol<strong>in</strong>g een afdoen<strong>de</strong> kwalificer<strong>in</strong>g voor een eerste<br />
baan biedt, waarna (specifieke) schol<strong>in</strong>g steeds <strong>de</strong> overstap naar een an<strong>de</strong>re baan zou<br />
begelei<strong>de</strong>n. Om die re<strong>de</strong>n zal ik <strong>in</strong> paragraaf 3 en 4 ook twee lan<strong>de</strong>n vergelijken die bei<strong>de</strong><br />
alternatieven representeren: een land met een dom<strong>in</strong>ant beroepson<strong>de</strong>rwijsstelsel als<br />
prom<strong>in</strong>ente schakel tussen on<strong>de</strong>rwijsbestel en arbeids<strong>markt</strong> (Duitsland, paragraaf 3), en<br />
een land waar<strong>in</strong> weliswaar wat beroepson<strong>de</strong>rwijs bestaat, maar het slechts een<br />
betrekkelijke marg<strong>in</strong>ale rol speelt (<strong>de</strong> Verenig<strong>de</strong> Staten, paragraaf 4).<br />
2.3 DE KWALIFICATIEMARKT EN HET PROBLEEM<br />
Eerst is evenwel enige na<strong>de</strong>re theoretische verdiep<strong>in</strong>g gebo<strong>de</strong>n, enerzijds om <strong>de</strong> potentiële<br />
bronnen van <strong>markt</strong>falen te verhel<strong>de</strong>ren, die eventueel overheids<strong>in</strong>grijpen op<br />
<strong>de</strong>rgelijke <strong>markt</strong>en zou<strong>de</strong>n kunnen legitimeren, en an<strong>de</strong>rzijds om te laten zien dat (een<br />
gerichte comb<strong>in</strong>atie van) specifieke schol<strong>in</strong>g wel <strong>de</strong>gelijk als alternatief voor (en dus<br />
concurrent van) beroepsopleid<strong>in</strong>gen moet wor<strong>de</strong>n beschouwd.<br />
Dreigend <strong>markt</strong>falen<br />
Becker (1964) voorspel<strong>de</strong> dat bedrijven louter zullen <strong>in</strong>vesteren <strong>in</strong> puur bedrijfsspecifieke<br />
kwalificaties. Bedrijfs<strong>in</strong>vester<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> bre<strong>de</strong>re kwalificaties kampen met een free-ri<strong>de</strong>r<br />
probleem. Scherp geformuleerd gaat het om het risico dat ik <strong>in</strong>vesteer <strong>in</strong> <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g van<br />
een vakman, en mijn concurrent hem onmid<strong>de</strong>llijk na afrond<strong>in</strong>g van die opleid<strong>in</strong>g bij mij<br />
wegkoopt door een iets hoger loon te bie<strong>de</strong>n; <strong>de</strong> door mij gemaakte en door hem<br />
bespaar<strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gskosten bie<strong>de</strong>n hem daartoe on<strong>de</strong>r gelijkblijven<strong>de</strong> overige omstandighe<strong>de</strong>n<br />
enige f<strong>in</strong>anciële ruimte. Het doet er daarbij overigens niet toe of <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk<br />
an<strong>de</strong>re bedrijven actief werknemers bij concurrenten werven, dan wel dat het <strong>in</strong>itiatief<br />
uitgaat van <strong>de</strong> opgelei<strong>de</strong> vaklie<strong>de</strong>n zelf, die snel na afrond<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n<br />
bij an<strong>de</strong>re werkgevers verkennen en benutten. Punt is, dat <strong>de</strong> twee mo<strong>de</strong>rne<br />
recepten voor goed functioneren<strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong>en - mobiliteit en opleid<strong>in</strong>g - <strong>in</strong> dit<br />
opzicht op gespannen voet staan, dat een hoge mate van arbeids<strong>markt</strong>mobiliteit tussen<br />
bedrijven het doen van grote opleid<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>vester<strong>in</strong>gen door diezelf<strong>de</strong> bedrijven zal<br />
ontmoedigen.<br />
Een imperfecte oploss<strong>in</strong>g<br />
De verwerv<strong>in</strong>g van bre<strong>de</strong>re beroepskwalificaties zou <strong>de</strong>rhalve volgens Becker <strong>in</strong> beg<strong>in</strong>sel<br />
door (toekomstige) werknemers zelf moeten wor<strong>de</strong>n bekostigd. Recentere literatuur doet<br />
ook hier echter geen probleemloze <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g vermoe<strong>de</strong>n. Er spelen f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>gsproblemen<br />
(jongeren hebben niet noodzakelijkerwijs voldoen<strong>de</strong> geld om een goe<strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g<br />
te bekostigen, en er is doorgaans onvoldoen<strong>de</strong> risicodragend kapitaal op f<strong>in</strong>anciële<br />
<strong>markt</strong>en voor dit doel te verkrijgen), 11 <strong>in</strong>formatieproblemen (wat moet ik leren om straks<br />
een bepaal<strong>de</strong> baan te kunnen vervullen, en hoe groot is <strong>de</strong> kans op zo’n baan) en attitu<strong>de</strong>problemen<br />
(jongeren/werknemers zijn m<strong>in</strong><strong>de</strong>r geneigd tot risicovolle <strong>in</strong>vester<strong>in</strong>gen <strong>in</strong><br />
kwalificaties dan bedrijven, bijvoorbeeld omdat <strong>de</strong> laatsten beter <strong>de</strong> potentiële opbrengsten<br />
kunnen <strong>in</strong>schatten).<br />
11 Vergelijk Soskice (1994, p. 29).<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 173
174<br />
Een beter schol<strong>in</strong>gsbegrip<br />
Probleem is ver<strong>de</strong>r, dat <strong>de</strong> extreme conditie die Becker aan bedrijfs<strong>in</strong>vester<strong>in</strong>gen <strong>in</strong><br />
schol<strong>in</strong>g stelt (louter relevant voor het betreffen<strong>de</strong> bedrijf) <strong>in</strong> <strong>de</strong> empirie nauwelijks<br />
voorstelbaar is. Stevens (1994a; 1994b) heeft het veel beter met <strong>de</strong> empirische werkelijkheid<br />
correspon<strong>de</strong>ren<strong>de</strong> begrip transferabele schol<strong>in</strong>g geïntroduceerd: “schol<strong>in</strong>g voor<br />
kwalificaties die m<strong>in</strong>imaal van enige waar<strong>de</strong> voor enkele an<strong>de</strong>re bedrijven zijn, maar<br />
waarvoor an<strong>de</strong>rzijds geen volledig concurreren<strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong> wordt vooron<strong>de</strong>rsteld”<br />
(Stevens, 1994a, p. 408).<br />
Dat impliceert, dat schol<strong>in</strong>g al transferabel is als zij ook maar voor één enkel an<strong>de</strong>r<br />
bedrijf van enig nut is. Het concept omvat dus zowel alle beroepsopleid<strong>in</strong>gen als alle<br />
specifieke schol<strong>in</strong>g, uitgezon<strong>de</strong>rd het we<strong>in</strong>ig voorkomen<strong>de</strong> geval dat schol<strong>in</strong>g louter voor<br />
één enkel bedrijf relevant is.<br />
Zo wordt meteen dui<strong>de</strong>lijk dat specifieke schol<strong>in</strong>g tenm<strong>in</strong>ste een ge<strong>de</strong>eltelijk substituut<br />
voor een beroepsopleid<strong>in</strong>g is, en dat een gerichte comb<strong>in</strong>atie van specifieke schol<strong>in</strong>g een<br />
volwaardig substituut kan vormen. In dit opzicht on<strong>de</strong>rgaan beroepsopleid<strong>in</strong>gen dus<br />
altijd concurrentie van <strong>de</strong> (formele en <strong>in</strong>formele) schol<strong>in</strong>g die op <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong> plaatsv<strong>in</strong>dt.<br />
Een an<strong>de</strong>r voor<strong>de</strong>el van het hanteren van dit concept is tenslotte, dat het laat zien<br />
dat genoem<strong>de</strong> free-ri<strong>de</strong>r problemen <strong>in</strong>zake bedrijfs<strong>in</strong>vester<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> kwalificatie zich niet<br />
noodzakelijk beperken tot het aanbie<strong>de</strong>n van (bre<strong>de</strong>re) beroepskwalificaties, maar al <strong>de</strong><br />
kop kunnen op steken bij relatief zeer specifieke schol<strong>in</strong>g voor een enkele <strong>de</strong>elkwalificatie<br />
- zolang er maar concurrenten zijn voor wie diezelf<strong>de</strong> <strong>de</strong>elkwalificatie van belang is.<br />
De kwalificatie<strong>markt</strong> - een algemene typer<strong>in</strong>g<br />
Recapitulerend: <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong> vraagt kwalificaties. Die vraag uit zich niet op het<br />
niveau van <strong>in</strong>dividuele kwalificaties maar van kwalificatiebun<strong>de</strong>ls: functies en beroepen.<br />
Kwalificaties kunnen zowel via (meer of m<strong>in</strong><strong>de</strong>r) specifieke schol<strong>in</strong>g als via een beroepsopleid<strong>in</strong>g<br />
wor<strong>de</strong>n verworven; (een gerichte comb<strong>in</strong>atie van) specifieke schol<strong>in</strong>g kan een<br />
ge<strong>de</strong>eltelijk of zelfs volwaardig equivalent van een beroepsopleid<strong>in</strong>g vormen. Dat blijkt<br />
ook <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk. Werknemers <strong>in</strong> hetzelf<strong>de</strong> beroep hebben niet altijd <strong>de</strong> correspon<strong>de</strong>ren<strong>de</strong><br />
beroepsopleid<strong>in</strong>g doorlopen; zelfs b<strong>in</strong>nen beroepen waar <strong>de</strong> meer<strong>de</strong>rheid dat wel<br />
gedaan heeft bestaat altijd wel een m<strong>in</strong><strong>de</strong>rheid die <strong>de</strong> kwalificaties el<strong>de</strong>rs heeft opgedaan<br />
- doorgaans op <strong>de</strong> werkplek zelf, via <strong>in</strong>formele <strong>in</strong>structie door collegae, en/of één of<br />
meer<strong>de</strong>re schol<strong>in</strong>gscursussen. Arbeids<strong>markt</strong>segmenten verschillen <strong>in</strong> <strong>de</strong> mate waar<strong>in</strong><br />
werknemers een bijbehoren<strong>de</strong> beroepsopleid<strong>in</strong>g doorlopen. Voor sommige (schoonmaker)<br />
bestaat niet eens een formele beroepsopleid<strong>in</strong>g; voor an<strong>de</strong>re (timmerman) geldt echter<br />
dat <strong>de</strong> meeste beoefenaren wel een correspon<strong>de</strong>ren<strong>de</strong> beroepsopleid<strong>in</strong>g hebben doorlopen<br />
(maar niet altijd afgerond).<br />
Internationale verschillen en hun consequenties<br />
Het is daarbij uitdrukkelijk niet zo, dat <strong>de</strong> objectieve kwalificatievereisten van<br />
functies/beroepen volledig bepalen of volstaan kan wor<strong>de</strong>n met betrekkelijk specifieke<br />
schol<strong>in</strong>g, of dat een bre<strong>de</strong>re beroepsopleid<strong>in</strong>g gebo<strong>de</strong>n is, en hoe die eruit moet zien.<br />
Internationale vergelijk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> (typische) wijze van kwalificer<strong>in</strong>g van beoefenaren van<br />
hetzelf<strong>de</strong> beroep laat dui<strong>de</strong>lijk <strong>de</strong> variatiebreedte zien. De typische bankklerk zal <strong>in</strong><br />
Ne<strong>de</strong>rland bijvoorbeeld een (hoofdzakelijk schoolse) meerjarige economisch-adm<strong>in</strong>istratieve<br />
beroepsopleid<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het MBO hebben gevolgd, met daarb<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> specialisatie<br />
bankwezen. In Duitsland zal hij <strong>de</strong> meerjarige duale opleid<strong>in</strong>g tot Bankkaufman hebben<br />
doorlopen, waarbij hij hoofdzakelijk werkend leer<strong>de</strong> bij een bank met wie hij een leer-<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
arbeidscontract had, en daarnaast an<strong>de</strong>rhalve dag per het beroepsbegelei<strong>de</strong>nd on<strong>de</strong>rwijs<br />
aan een streekschool bezocht. En <strong>in</strong> <strong>de</strong> Verenig<strong>de</strong> Staten heb ik <strong>de</strong> meeste kans een<br />
bijbanen<strong>de</strong> college stu<strong>de</strong>nt te treffen, die <strong>in</strong>tern bij <strong>de</strong> bank een enkele cursus heeft<br />
gevolgd. Nu ben ik toevallig <strong>in</strong> alle drie lan<strong>de</strong>n ooit bankklant geweest, en ik kan u<br />
zeggen dat mij <strong>in</strong> die rol geen pregnante kwaliteitsverschillen zijn opgevallen.<br />
Toch kunnen die er wel <strong>de</strong>gelijk zijn. Voor het bankwezen heeft Keltner (1995) <strong>de</strong><br />
Duits-Amerikaanse verschillen <strong>in</strong> kwalificatiestrategie gerelateerd aan verschillen <strong>in</strong><br />
dienstverlen<strong>in</strong>gsstrategie, waarbij Amerikaanse banken <strong>in</strong>zetten op <strong>in</strong>formatie- en<br />
communicatietechnologie en <strong>de</strong> rationaliser<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> arbeidsorganisatie, terwijl Duitse<br />
banken juist <strong>in</strong>vesteer<strong>de</strong>n <strong>in</strong> menselijk kapitaal en <strong>de</strong> benodig<strong>de</strong> organisatievereisten<br />
voor een strategie van relationship bank<strong>in</strong>g. De laatste strategie bleek succesvoller <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
nationale concurrentie met an<strong>de</strong>re typen f<strong>in</strong>anciële dienstverleners om <strong>de</strong> gunst (en het<br />
geld) van <strong>de</strong> klant. De relatie tussen opleid<strong>in</strong>g, organisatie van <strong>de</strong> arbeid en daaruit<br />
voortvloeien<strong>de</strong> verschillen <strong>in</strong> economische prestaties komt nog scherper naar voren <strong>in</strong><br />
zogenaam<strong>de</strong> matched-plant comparisons. Dat zijn <strong>in</strong>ternationaal vergelijken<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeken<br />
waar<strong>in</strong> enerzijds <strong>de</strong> arbeidsproductiviteit en an<strong>de</strong>rzijds <strong>de</strong> kwalificaties van <strong>de</strong><br />
werknemers van gematchte bedrijven/<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> een bepaal<strong>de</strong> bedrijfstak <strong>in</strong> verschillen<strong>de</strong><br />
lan<strong>de</strong>n ge<strong>de</strong>tailleerd wor<strong>de</strong>n vergeleken en op elkaar betrokken. Dergelijke on<strong>de</strong>rzoeken<br />
had<strong>de</strong>n <strong>in</strong> eerste <strong>in</strong>stantie vooral betrekk<strong>in</strong>g op Duitsland en het Verenigd<br />
Kon<strong>in</strong>krijk. In verschillen<strong>de</strong> bedrijfstakken bleken Duitse bedrijven zowel beter gekwalificeer<strong>de</strong><br />
vaklie<strong>de</strong>n als een hogere arbeidsproductiviteit te kennen dan het Verenigd<br />
Kon<strong>in</strong>krijk, waarbij het eerste het twee<strong>de</strong> helpt te verklaren. In latere on<strong>de</strong>rzoeken zijn<br />
ook an<strong>de</strong>re lan<strong>de</strong>n betrokken, en die nemen doorgaans een tussenpositie <strong>in</strong>. 12<br />
Er bestaan dus <strong>in</strong>ternationaal verschillen<strong>de</strong> geïnstitutionaliseer<strong>de</strong> kwalificatie<strong>markt</strong>en,<br />
met potentieel verschillen<strong>de</strong> consequenties voor <strong>de</strong> economische prestaties van bedrijven<br />
en lan<strong>de</strong>n (en <strong>de</strong> bijbehoren<strong>de</strong> patronen van sociale ongelijkheid). Om die beter te<br />
kunnen vergelijken, is het handig een bijzon<strong>de</strong>r evenwichtsbegrip voor dit type nationale<br />
<strong>markt</strong>en te <strong>in</strong>troduceren. Daarmee besluiten we <strong>de</strong>ze paragraaf.<br />
2.4 EEN EVENWICHTSBEGRIP VOOR KWALIFICATIEMARKTEN<br />
F<strong>in</strong>egold & Soskice (1988) hebben getracht <strong>de</strong> eer<strong>de</strong>r genoem<strong>de</strong> verschillen <strong>in</strong> opleid<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>vester<strong>in</strong>gen<br />
tussen Duitsland en het Verenigd Kon<strong>in</strong>krijk te verklaren. Daartoe <strong>in</strong>troduceer<strong>de</strong>n<br />
zij <strong>de</strong> notie van een kwalificatie-evenwicht (skill equilibrium). Zoals gezegd<br />
dreigt een volledige vrije <strong>markt</strong> tot een on<strong>de</strong>r<strong>in</strong>vester<strong>in</strong>g <strong>in</strong> bre<strong>de</strong> beroepskwalificaties te<br />
lei<strong>de</strong>n, een situatie die F<strong>in</strong>egold & Soskice (1988) als een low skill equilibrium typeren, en<br />
waar zij het Verenigd Kon<strong>in</strong>krijk als een voorbeeld van portretteren. Zij contrasteren dat<br />
met een portret van Duitsland als een high skill equilibrium.<br />
De eerste implicatie van het begrip kwalificatie-evenwicht is dus, dat er meer<strong>de</strong>re<br />
evenwichten mogelijk zijn. Tot dusverre wor<strong>de</strong>n daarbij <strong>in</strong> <strong>de</strong> literatuur slechts twee<br />
nogal simplistische alternatieven genoemd: hoog en laag. Ook ik zal me hier daartoe<br />
beperken, omdat juist die eenvoudige contraster<strong>in</strong>g al een aantal belangrijke lessen<br />
biedt.<br />
12 Zie Prais (1995a; 1995b) en Van Lieshout (1999) voor een overzicht van <strong>de</strong>rgelijke studies.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 175
176<br />
Op <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> plaats impliceert het begrip een specifieke notie van hoe zo’n evenwicht<br />
tot stand komt. In maatschappijwetenschapperstaal stellen F<strong>in</strong>egold & Soskice (1998) dat<br />
hun evenwichtsnotie verwijst naar het bestaan van een zelfversterkend netwerk van <strong>in</strong>stituties<br />
die <strong>de</strong> vraag naar kwalificaties <strong>in</strong> een bepaal<strong>de</strong> richt<strong>in</strong>g duwen. Wat dat betekent,<br />
is eenvoudigweg dat je bij nationale opleid<strong>in</strong>gs<strong>markt</strong>en een specifieke <strong>in</strong>centive-structuur<br />
voor alle relevante actoren kunt on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n, die verklaart waarom zij <strong>in</strong> het ene<br />
evenwicht (land) vooral voor <strong>de</strong> ene optie kiezen (bijvoorbeeld een duale beroepsopleid<strong>in</strong>g)<br />
en <strong>in</strong> het an<strong>de</strong>re geval (land) overwegend een an<strong>de</strong>re (bijvoorbeeld een korte<br />
cursus). 13<br />
F<strong>in</strong>egold & Soskice (1988) achten een high skill equilibrium nastrevenswaardig, maar<br />
moeilijk bereikbaar zon<strong>de</strong>r <strong>de</strong> juist <strong>in</strong>stitutionele basis. Wat betreft <strong>de</strong> nastrevenswaardigheid<br />
van een high skill equilibrium zijn zij <strong>in</strong> het afgelopen <strong>de</strong>cennium bijgevallen door<br />
<strong>de</strong> meeste wetenschappers en beleidsmakers. De heersen<strong>de</strong> gedachte is dat, naarmate <strong>de</strong><br />
economische concurrentie uit lage(re) loonlan<strong>de</strong>n groeit, westerse economieën hun<br />
economische groei en werkgelegenheid <strong>in</strong> toenemen<strong>de</strong> mate moeten zoeken <strong>in</strong><br />
hoogwaardige productie en dienstverlen<strong>in</strong>g, en <strong>de</strong> conditio s<strong>in</strong>e qua non daarvoor is een<br />
goed gekwalificeer<strong>de</strong> beroepsbevolk<strong>in</strong>g. 14<br />
Ook <strong>de</strong> taxatie van Duitsland als een betrekkelijk succesvol high skill equilibrium is niet<br />
controversieel. Naast <strong>de</strong> eer<strong>de</strong>r genoem<strong>de</strong> matched plant comparisons wordt die taxatie<br />
ver<strong>de</strong>r on<strong>de</strong>rsteund door het feit dat Duitsland een (zowel absoluut als relatief) laag<br />
niveau van jeugdwerkloosheid kent, en dat een hoog percentage van <strong>de</strong> bevolk<strong>in</strong>g het<br />
on<strong>de</strong>rwijs verlaat met tenm<strong>in</strong>ste een diploma op hoger secundair niveau. 15 Aangezien <strong>de</strong><br />
meer<strong>de</strong>rheid van <strong>de</strong> Duitse beroepsbevolk<strong>in</strong>g (tenm<strong>in</strong>ste) een opleid<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het duale<br />
stelsel heeft afgerond, g<strong>in</strong>g dat stelsel vanaf <strong>de</strong> jaren tachtig gel<strong>de</strong>n als een geslaagd<br />
voorbeeld van een <strong>in</strong>stitutionaliser<strong>in</strong>g van een kwalificatie<strong>markt</strong>.<br />
Dat duale stelsel bestaat echter slechts bij <strong>de</strong> gratie van <strong>de</strong> massale keuze van Duitse<br />
bedrijven om elk jaar weer een enorm volume aan leerarbeidsplaatsen aan Duitse jongeren<br />
ter beschikk<strong>in</strong>g te stellen. Op die wijze logenstraffen zij echter <strong>de</strong> geformuleer<strong>de</strong><br />
theoretische verwacht<strong>in</strong>g, dat bedrijven niet <strong>in</strong> (bre<strong>de</strong>re) opleid<strong>in</strong>gen zullen <strong>in</strong>vesteren.<br />
Er is hier sprake van een anomalie voor <strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong> theorie, die om een verklar<strong>in</strong>g<br />
vraagt.<br />
3 Een bestendig Duits high skill equilibrium<br />
Soskice (1994) heeft een uitgebrei<strong>de</strong> verklar<strong>in</strong>g voor het Duitse high skill equilibrium<br />
gepubliceerd. De belangrijkste vragen die beantwoord moeten wor<strong>de</strong>n, zijn: waarom<br />
bie<strong>de</strong>n Duitse bedrijven, <strong>in</strong> weerwil van <strong>de</strong> theorie, uit vrije wil op zo grote schaal<br />
13 Denk voor een concreet voorbeeld terug aan het eer<strong>de</strong>re voorbeeld van <strong>de</strong> typische opleid<strong>in</strong>g van een<br />
Duitse, Amerikaanse en Ne<strong>de</strong>rlandse bankklerk. Dat voorbeeld laat dan <strong>in</strong> dit verband ook zien dat je<br />
het hier gepresenteer<strong>de</strong> evenwichtsbegrip ook heel goed op het niveau van <strong>in</strong>dividuele beroeps<strong>de</strong>el<strong>markt</strong>en<br />
kunt gebruiken. Dat niveau blijft <strong>in</strong> dit hoofdstuk ver<strong>de</strong>r onbesproken.<br />
14 Vergelijk Crouch e.a. (1999) voor een kritische beschouw<strong>in</strong>g van <strong>de</strong>ze beleidsvisie.<br />
15 Zie bijvoorbeeld het jaarlijkse OESO rapport Education at a glance. Er kleven overigens wel wat<br />
haken en ogen aan <strong>de</strong>rgelijke vergelijk<strong>in</strong>gen. Met name het reduceren van <strong>de</strong> enorme feitelijke diversiteit<br />
aan on<strong>de</strong>rwijstypen <strong>in</strong> een groot aantal lan<strong>de</strong>n op één enkele, eenvoudige schaal laat per <strong>de</strong>f<strong>in</strong>itie<br />
veel ruimte voor kritiek.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
leerarbeidsplaatsen voor jongeren aan; en waarom accepteren Duitse jongeren die op zo<br />
grote schaal?<br />
3.1 BEDRIJVEN<br />
We beg<strong>in</strong>nen met <strong>de</strong> bedrijven. Alvorens <strong>de</strong> hoofdlijnen van <strong>de</strong> verklar<strong>in</strong>g van hun grootschalige<br />
opleid<strong>in</strong>gsbereidheid te schetsen, is het verstandig nog wat scherper te stellen<br />
waarom er hier <strong>in</strong> theoretisch opzicht sprake is van een anomalie. Verschillen<strong>de</strong> an<strong>de</strong>re<br />
lan<strong>de</strong>n - waaron<strong>de</strong>r Ne<strong>de</strong>rland - kennen immers ook betrekkelijk succesvolle leerl<strong>in</strong>gstelsels<br />
<strong>in</strong> verschillen<strong>de</strong> bedrijfstakken. Het eerste opvallen<strong>de</strong> feit aan Duitsland is echter,<br />
dat het duale stelsels <strong>in</strong> nagenoeg elke bedrijfstak <strong>de</strong> veruit belangrijkste wijze van<br />
kwalificer<strong>in</strong>g van vaklie<strong>de</strong>n is. Ten twee<strong>de</strong> wor<strong>de</strong>n veel succesvolle leerl<strong>in</strong>gstelsels <strong>in</strong><br />
an<strong>de</strong>re lan<strong>de</strong>n - waaron<strong>de</strong>r opnieuw Ne<strong>de</strong>rland - vaak geschraagd door een beken<strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>stitutionele oploss<strong>in</strong>g voor free-ri<strong>de</strong>r problemen: een vereven<strong>in</strong>gsfonds. Doorgaans gaat<br />
het om een bedrijfstakfonds waaraan elk bedrijf een heff<strong>in</strong>g afdraagt, en waaruit<br />
bedrijven die een leerl<strong>in</strong>g oplei<strong>de</strong>n een vergoed<strong>in</strong>g ontvangen. 16 Het opvallen<strong>de</strong> aan<br />
Duitsland is nu juist dat er slechts <strong>in</strong> één belangrijke bedrijfstak (<strong>de</strong> bouw) sprake is van<br />
<strong>de</strong>rgelijke fondsvorm<strong>in</strong>g; <strong>in</strong> alle an<strong>de</strong>r bedrijfstakken betreft het volstrekt autonome<br />
opleid<strong>in</strong>gsbesliss<strong>in</strong>gen van <strong>in</strong>dividuele bedrijven, zon<strong>de</strong>r zo’n f<strong>in</strong>anciële prikkel.<br />
In een notendop verklaart Soskice (1994, p. 36-37) <strong>de</strong> grootschalige opleid<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>vester<strong>in</strong>gen<br />
van Duitse bedrijven als volgt:<br />
1 De Duitse sociaal-economische <strong>in</strong>stitutionele omgev<strong>in</strong>g en <strong>in</strong> het bijzon<strong>de</strong>r <strong>de</strong><br />
Duitse arbeidsverhoud<strong>in</strong>gen bie<strong>de</strong>n bedrijven bepaal<strong>de</strong> <strong>in</strong>centives om ge<strong>de</strong>gen<br />
<strong>in</strong>terne arbeids<strong>markt</strong>en voor geschool<strong>de</strong> vaklie<strong>de</strong>n te creëren. 17 Duitse werkgeversorganisaties<br />
en vakbon<strong>de</strong>n sluiten op bedrijfstakniveau collectieve arbeidsovereenkomsten<br />
voor <strong>de</strong> bedrijfstak af, die een relatief hoge loonvloer kennen.<br />
Dat relatief hoge loonniveau werkt vervolgens <strong>in</strong> <strong>de</strong> hand dat <strong>in</strong>ternationaal<br />
concurreren<strong>de</strong> Duitse bedrijven - doorgaans geconfronteerd met hogere arbeidskosten<br />
dan hun <strong>in</strong>ternationale concurrenten - hun concurrentievoor<strong>de</strong>el <strong>in</strong><br />
belangrijke mate <strong>in</strong> <strong>de</strong> kwaliteit van hun producten en diensten zoeken.<br />
Een succesvolle uitvoer<strong>in</strong>g van een <strong>de</strong>rgelijke productiestrategie vereist weer dat<br />
zij over een goed geschool<strong>de</strong> beroepsbevolk<strong>in</strong>g beschikken.<br />
2 Doordat <strong>de</strong> (eveneens <strong>in</strong> bedrijfstakcao’s vastgestel<strong>de</strong>) leerl<strong>in</strong>glonen voor <strong>de</strong><br />
<strong>de</strong>sbetreffen<strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>g-werknemers juist weer relatief laag zijn vergeleken met<br />
<strong>de</strong> lonen voor reguliere (niet-leerl<strong>in</strong>g) werknemers, blijven <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gskosten<br />
b<strong>in</strong>nen dat stelsel relatief beperkt (<strong>in</strong> vergelijk<strong>in</strong>g met het alternatief van het <strong>in</strong><br />
dienst nemen van jongeren als reguliere werknemers, die vervolgens tegen een<br />
veel hoger loon ook nog geschoold moeten wor<strong>de</strong>n).<br />
16 Soms bestaan er daarnaast nog vereven<strong>in</strong>gsmechanismen op het niveau van <strong>de</strong> hele economie, zoals<br />
vroeger <strong>de</strong> Bijdrage Vakopleid<strong>in</strong>g Leerl<strong>in</strong>gwezen, en tegenwoordig <strong>de</strong> daaruit voortgevloei<strong>de</strong> fiscale<br />
faciliteit <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland.<br />
17 Concreet bespreekt Soskice daarnaast heel kort <strong>de</strong> relevantie van <strong>de</strong> <strong>in</strong>stitutionele vormgev<strong>in</strong>g van<br />
nationale krediet<strong>markt</strong>en als <strong>de</strong>el van die <strong>in</strong>centivestructuur. Zijn stell<strong>in</strong>g is simpelweg dat Duitse<br />
banken vaak langdurig en aanzienlijk f<strong>in</strong>ancieel participeren <strong>in</strong> Duitse bedrijven die zij kredieten<br />
verstrekken, daardoor relatief langere termijnkredieten verstrekken, waardoor die <strong>in</strong>dividuele Duitse<br />
bedrijven makkelijker kredieten voor (relatief) langetermijnstrategieën, zoals opleid<strong>in</strong>g, krijgen, dan<br />
<strong>in</strong> Angelsaksische lan<strong>de</strong>n het geval is; daar dom<strong>in</strong>eren korte termijnw<strong>in</strong>stverwacht<strong>in</strong>gen van kredietverstrekkers.<br />
Dit on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el, hoewel <strong>in</strong>teressant, kan <strong>in</strong> <strong>de</strong> context van <strong>de</strong>ze bun<strong>de</strong>l mijns <strong>in</strong>ziens<br />
ver<strong>de</strong>r onbesproken blijven.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
177
178<br />
3 De mate waar<strong>in</strong> bedrijven er<strong>in</strong> slagen zelf opgelei<strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen te behou<strong>de</strong>n<br />
hangt <strong>in</strong> belangrijke mate af van <strong>de</strong> mate waar<strong>in</strong> an<strong>de</strong>re bedrijven ook hun eigen<br />
leerl<strong>in</strong>gen oplei<strong>de</strong>n. Naarmate dat laatste (zoals <strong>in</strong> Duitsland) het geval is, is het<br />
aantal baanopen<strong>in</strong>gen op <strong>de</strong> externe arbeids<strong>markt</strong> beperkt (bedrijven lei<strong>de</strong>n<br />
immers <strong>in</strong> beg<strong>in</strong>sel hun eigen Nachwuchs op), zodat relatief we<strong>in</strong>ig leerl<strong>in</strong>gen<br />
zullen (kunnen) vertrekken.<br />
4 Dat wordt nog eens versterkt door het feit dat, omgekeerd, het aantal net<br />
opgelei<strong>de</strong> vaklie<strong>de</strong>n op <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong> relatief kle<strong>in</strong> zal zijn; en dat er bovendien<br />
sprake is van een zogenaam<strong>de</strong> ‘lemon market’, doordat m<strong>in</strong><strong>de</strong>r goed presteren<strong>de</strong><br />
leerl<strong>in</strong>gen er relatief op oververtegenwoordigd zullen zijn. Het is voor<br />
bedrijven dus zowel <strong>in</strong> kwantitatieve als <strong>in</strong> kwalitatieve z<strong>in</strong> uitermate riskant het<br />
personeelsbeleid hoofdzakelijk op <strong>de</strong> externe <strong>markt</strong> voor jonge vaklie<strong>de</strong>n te<br />
richten. Hier doet zich een adverse selection probleem voor: het opleid<strong>in</strong>gsbedrijf<br />
weet zelf uitstekend welke goe<strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen uit eigen wil zijn vertrokken en<br />
welke men zelf liever niet wil<strong>de</strong> behou<strong>de</strong>n; an<strong>de</strong>re bedrijven weten dat niet.<br />
Met name vanuit Ne<strong>de</strong>rlands perspectief dient hier <strong>in</strong> elk geval nog één belangrijk verklar<strong>in</strong>gselement<br />
aan te wor<strong>de</strong>n toegevoegd. Soskice legt namelijk wel keurig uit waarom het<br />
<strong>in</strong>huren van jongeren als reguliere werknemer, <strong>in</strong> comb<strong>in</strong>atie met een m<strong>in</strong> of meer aan<br />
een beroepsopleid<strong>in</strong>g equivalente comb<strong>in</strong>atie van specifieke schol<strong>in</strong>g, voor Duitse bedrijven<br />
geen aantrekkelijke optie is, maar besteedt nauwelijks aandacht aan <strong>de</strong> mogelijkheid<br />
van schoolse beroepsopleid<strong>in</strong>gen die volleer<strong>de</strong> vaklie<strong>de</strong>n afleveren, zoals het<br />
Ne<strong>de</strong>rlandse MBO. In theorie kan een ruim aanbod van schoolse beroepsopleid<strong>in</strong>gen <strong>de</strong><br />
door Soskice gepresenteer<strong>de</strong> verklar<strong>in</strong>g voor <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gsbereidheid van Duitse bedrijven<br />
echter doorkruisen. In dat geval zou<strong>de</strong>n <strong>de</strong> afgestu<strong>de</strong>er<strong>de</strong>n van die schoolse opleid<strong>in</strong>gen<br />
namelijk tot een veel grotere toestroom van vers opgelei<strong>de</strong> vaklie<strong>de</strong>n op <strong>de</strong><br />
externe arbeids<strong>markt</strong> lei<strong>de</strong>n, waardoor een personeelsbeleid gericht op die externe<br />
arbeids<strong>markt</strong> voor bedrijven een veel kansrijker strategie zou zijn. In <strong>de</strong> praktijk bestaan<br />
er ook voltijds schoolse beroepsopleid<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> Duitsland, zij het dat het betreffen<strong>de</strong><br />
opleid<strong>in</strong>gsvolume veel kle<strong>in</strong>er is dan dat van het duale stelsel. Belangrijker is echter dat<br />
slechts een m<strong>in</strong><strong>de</strong>rheid van die schoolse opleid<strong>in</strong>gen een volledige beroepsopleid<strong>in</strong>g<br />
biedt; <strong>de</strong> meeste lei<strong>de</strong>n op tot een <strong>de</strong>elkwalificatie van een opleid<strong>in</strong>gsberoep uit het<br />
duale stelsel, en ruim <strong>de</strong> helft van <strong>de</strong> <strong>de</strong>sbetreffen<strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen stroomt daarna ook door<br />
naar een duale opleid<strong>in</strong>g; slechts 13% stroomt rechtstreeks door naar <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong><br />
(Van Lieshout, 1996, p. 25-29). Kortom: <strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong> schoolse opleid<strong>in</strong>gen vormen<br />
zowel <strong>in</strong> <strong>de</strong> ogen van bedrijven als van jongeren geen volwaardig substituut voor een<br />
duale beroepsopleid<strong>in</strong>g.<br />
3.2 JONGEREN<br />
Soskice (1994, p. 52-55) noemt vier re<strong>de</strong>nen waarom Duitse jongeren een duale opleid<strong>in</strong>g<br />
zo aantrekkelijk v<strong>in</strong><strong>de</strong>n:<br />
1. Duale opleid<strong>in</strong>gen vormen <strong>de</strong> grote toegangspoort tot <strong>de</strong> aantrekkelijkste loopbanen<br />
op <strong>de</strong> <strong>in</strong>terne arbeids<strong>markt</strong>en van <strong>de</strong> meest aantrekkelijke werkgevers; <strong>de</strong><br />
18 Enkel taalgebruik is hier al <strong>in</strong>dicatief voor het grote belang van <strong>de</strong> <strong>in</strong>stitutie beroep voor <strong>de</strong><br />
Duitse arbeids- en opleid<strong>in</strong>gs<strong>markt</strong>: niet alleen spreekt men officieel van opleid<strong>in</strong>gsberoepen <strong>in</strong> plaats<br />
van beroepsopleid<strong>in</strong>gen, <strong>in</strong> het dagelijkse taalgebruik vraagt men elkaar welk beroep men leert - nooit<br />
welke opleid<strong>in</strong>g men volgt.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
achter<strong>de</strong>ur van <strong>de</strong> externe arbeids<strong>markt</strong> is <strong>in</strong> Duitsland betrekkelijk smal, en er<br />
wor<strong>de</strong>n voornamelijk mensen door toegelaten, die (bij voorkeur) bij hetzelf<strong>de</strong><br />
bedrijf of an<strong>de</strong>rs bij een an<strong>de</strong>r bedrijf zo’n duale opleid<strong>in</strong>g hebben afgerond.<br />
2. De opleid<strong>in</strong>g leidt tot een nationaal erkend diploma <strong>in</strong> het betreffen<strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gsberoep.<br />
18 Dat diploma correspon<strong>de</strong>ert met zogenaam<strong>de</strong> Ausbildungsordnung, die<br />
bijzon<strong>de</strong>r ge<strong>de</strong>tailleerd het totale scala aan kwalificaties bepaalt, dat een<br />
opleid<strong>in</strong>gsbedrijf zijn leerl<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> dat beroep moet bijbrengen. De beheers<strong>in</strong>g<br />
van die kwalificaties heeft <strong>de</strong> bezitter van het betreffen<strong>de</strong> diploma moeten tonen<br />
<strong>in</strong> een meerdaags afsluitend examen, afgenomen door onafhankelijke (van<br />
an<strong>de</strong>re bedrijven afkomstige) exam<strong>in</strong>atoren. Het vormt zo enerzijds voor bedrijven<br />
een uitermate betrouwbaar verzeker<strong>in</strong>gsbewijs van het feit dat <strong>de</strong> bezitter<br />
van het diploma <strong>in</strong><strong>de</strong>rdaad daadwerkelijk een m<strong>in</strong>imale beheers<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
betreffen<strong>de</strong> kwalificaties bezit. Bedrijven hanteren het bezit van zo’n diploma ook<br />
als strikte voorwaar<strong>de</strong> voor entree op hun arbeids<strong>markt</strong> door <strong>de</strong> genoem<strong>de</strong><br />
achter<strong>de</strong>ur. Doorgaans gaat het dan natuurlijk om <strong>de</strong> kwalificatie van <strong>de</strong> voor het<br />
beroep relevante opleid<strong>in</strong>g. Maar <strong>in</strong> bepaal<strong>de</strong> gevallen (bijvoorbeeld voor halfgeschool<strong>de</strong><br />
functies <strong>in</strong> grote <strong>in</strong>dustriële bedrijven) wordt een grovere screen<strong>in</strong>g<br />
toegepast, waarbij <strong>de</strong> kwalificatie van (vaak) een verwant beroep, maar soms<br />
zelfs een totaal an<strong>de</strong>r beroep, als m<strong>in</strong><strong>de</strong>r specifieke maar even strakke norm<br />
wordt gehanteerd. 19 Een beroepsopleid<strong>in</strong>gsdiploma vormt zo omgekeerd voor<br />
werknemers een betrouwbaar verzeker<strong>in</strong>gsbewijs voor een her<strong>in</strong>tre<strong>de</strong> <strong>in</strong> een<br />
nieuwe functie <strong>in</strong> hetzelf<strong>de</strong> beroep bij een an<strong>de</strong>r bedrijf, dan wel <strong>in</strong> het ergste<br />
geval voor toegang tot een (niet eens noodzakelijkerwijs m<strong>in</strong><strong>de</strong>r betalen<strong>de</strong>)<br />
betrekk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> een an<strong>de</strong>r beroep.<br />
3. Gezien het feit dat het loon voor een reguliere ongeschool<strong>de</strong> werknemer <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>dustrie drie tot vier keer hoger ligt dan een typisch leerl<strong>in</strong>g-loon is het nog het<br />
meest verbaz<strong>in</strong>gwekken<strong>de</strong> dat Duitse jongeren niet massaal een <strong>de</strong>rgelijke<br />
betrekk<strong>in</strong>g verkiezen boven een driejarige opleid<strong>in</strong>g tegen een zo veel lager<br />
loon. De helft van <strong>de</strong> verklar<strong>in</strong>g ligt <strong>in</strong> het feit dat een betrekk<strong>in</strong>g als geschool<strong>de</strong><br />
arbei<strong>de</strong>r op <strong>de</strong> langere termijn tot een veel hoger ren<strong>de</strong>ment leidt, omdat het<br />
loon daarvoor weer ruim an<strong>de</strong>rhalf keer zo hoog ligt als voor een ongeschool<strong>de</strong><br />
baan. De an<strong>de</strong>re helft ligt <strong>in</strong> het feit dat bedrijven, omdat leerl<strong>in</strong>gen nu eenmaal<br />
veel goedkoper zijn dan reguliere werknemers, arbeidsplaatsen voor nieuwkomers<br />
op <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong> nagenoeg uitsluitend <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van leer-arbeidsplaatsen<br />
b<strong>in</strong>nen het duale stelsels aanbie<strong>de</strong>n. Daarmee is <strong>de</strong> theoretische anomalie<br />
voor een belangrijk <strong>de</strong>el van die leer-arbeidscontracten meteen verklaard.<br />
Het zijn niet bij na<strong>de</strong>re beschouw<strong>in</strong>g niet alleen <strong>de</strong> bedrijven, maar zeker ook <strong>de</strong><br />
leerl<strong>in</strong>g-werknemers die een <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gskosten dragen <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van<br />
ge<strong>de</strong>rfd loon. 20<br />
2. Ten slotte gebruikt Soskice <strong>de</strong> notie van een rank-or<strong>de</strong>r tournament om uit te<br />
leggen hoe het duale stelsel nu juist een <strong>in</strong>centive structuur biedt die tot een<br />
uitermate positieve vorm van concurrentie tussen jongeren op <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gs<strong>markt</strong><br />
leidt. Niet elke leer-arbeidsplaats is even aantrekkelijk, en <strong>de</strong> beste plaat-<br />
19 In dat verband geldt <strong>in</strong> Duitsland <strong>de</strong> mare dat, gemeten naar het aantal werknemers met een diploma<br />
van <strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g, <strong>de</strong> Volkswagenfabrieken <strong>de</strong> grootste bakkerij van Duitsland zijn. Veel<br />
opgelei<strong>de</strong> bakkers (en beoefenaren van soortgelijke ambachten) verruilen b<strong>in</strong>nen een aantal jaren het<br />
betreffen<strong>de</strong> beroep voor bijvoorbeeld een halfgeschool<strong>de</strong> baan aan <strong>de</strong> lopen<strong>de</strong> Volkswagenband,<br />
hetzij omdat er geen bakkersbaan was, hetzij omdat <strong>de</strong>ze betrekk<strong>in</strong>g beter betaalt.<br />
20 Zie Von Bar<strong>de</strong>leben e.a. (1995) voor kosten/baten-analyses van Duitse duale beroepsopleid<strong>in</strong>gen <strong>in</strong><br />
verschillen<strong>de</strong> beroepen en voor verschillen<strong>de</strong> typen bedrijven.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
179
180<br />
sen zijn natuurlijk schaars. De aantrekkelijke leerl<strong>in</strong>g-banen zijn die, die toegang<br />
geven tot <strong>de</strong> <strong>in</strong>terne arbeids<strong>markt</strong> van grote <strong>in</strong>dustriële en dienstverlen<strong>in</strong>gsbedrijven.<br />
Dergelijke bedrijven screenen potentiële leerl<strong>in</strong>gen het scherpst op<br />
goe<strong>de</strong> prestaties <strong>in</strong> het algemeen lager secundair on<strong>de</strong>rwijs. Schoolprestaties<br />
wor<strong>de</strong>n dus beloond, wat jongeren aanzet tot presteren <strong>in</strong> het voorberei<strong>de</strong>n<strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rwijs. Iets betere cijfers lei<strong>de</strong>n al snel tot een plaats bij een iets aantrekkelijker<br />
opleid<strong>in</strong>gsbedrijf.<br />
En ook hier geldt natuurlijk, dat het vanuit Ne<strong>de</strong>rlands perspectief relevant is er op te<br />
wijzen dat Duitse jongeren ook nauwelijks voltijds schoolse beroepsopleid<strong>in</strong>gen kennen<br />
die een volwaardig alternatief voor een duale opleid<strong>in</strong>g bie<strong>de</strong>n. De bestaan<strong>de</strong> schoolse<br />
beroepsopleid<strong>in</strong>gen zijn wel waar<strong>de</strong>vol, maar die waar<strong>de</strong> ligt meestal juist <strong>in</strong> het feit dat<br />
zij het eerste <strong>de</strong>el van een duale opleid<strong>in</strong>g bie<strong>de</strong>n - met name voor wie niet tijdig een<br />
passend opleid<strong>in</strong>gsbedrijf beschikbaar was. Het twee<strong>de</strong> <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g zal vervolgens<br />
alsnog <strong>in</strong> duale vorm wor<strong>de</strong>n voortgezet en afgerond. Er is, <strong>in</strong> <strong>de</strong> termen van Geurts<br />
& Hövels (1994), vooral sprake van een sequentiële (<strong>in</strong> plaats van parallelle) schakel<strong>in</strong>g<br />
van schoolse en duale opleid<strong>in</strong>gen, waarbij <strong>de</strong> eersten voorberei<strong>de</strong>n op <strong>de</strong> laatsten. De<br />
Duitse <strong>in</strong>stitutionaliser<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gs<strong>markt</strong> voor jongeren levert dan ook geen<br />
enkel argument contra het nut van schoolse beroepsopleid<strong>in</strong>gen aan het e<strong>in</strong>d van on<strong>de</strong>rwijsloopbaan;<br />
het toont wel een aantal bijzon<strong>de</strong>r aantrekkelijke kanten van een duaal<br />
stelsel als schakel tussen <strong>de</strong> laatste (algemene of beroeps)opleid<strong>in</strong>g en een regulier<br />
arbeidscontract.<br />
3.3 MARKTWERKING EN CONCURRENTIE IN DUITSLAND<br />
Alle specifieke <strong>in</strong>stitutionele arrangementen - bijvoorbeeld bedrijfstakcao’s en<br />
Ausbildungsordnungen - waarop <strong>de</strong> werk<strong>in</strong>g van het Duitse duale stelsel berust, lei<strong>de</strong>n<br />
uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk tot heel veel <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong> nationale kwalificatie<strong>markt</strong>.<br />
De basis voor die <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g wordt gevormd door een heel bijzon<strong>de</strong>r <strong>in</strong>stitutioneel<br />
arrangement: het leer-arbeidscontract. Dat heeft een aparte positie naast het reguliere<br />
arbeidscontract op <strong>de</strong> Duitse arbeids<strong>markt</strong>, en is bijzon<strong>de</strong>r omdat het bedrijf zich tevens<br />
er<strong>in</strong> verplicht <strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>g op te lei<strong>de</strong>n tot hij een op nationale e<strong>in</strong>dtermen<br />
gebaseerd afsluitend examen heeft afgelegd - <strong>in</strong> samenwerk<strong>in</strong>g met een publieke school<br />
die <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen an<strong>de</strong>rhalve dag per week moeten bezoeken. Deze paragraaf heeft laten<br />
zien waarom die wettelijk omschreven optie voor bei<strong>de</strong> partijen b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> Duitse context<br />
zo aantrekkelijk is. En, als collectief gevolg van die massale <strong>in</strong>dividuele preferentie van<br />
bedrijven en leerl<strong>in</strong>gen, ontstaat <strong>de</strong> facto <strong>in</strong> Duitsland, sterker dan <strong>in</strong> welk land ook, elk<br />
jaar weer een aparte, van <strong>de</strong> reguliere arbeids<strong>markt</strong> afgescherm<strong>de</strong> jeugdarbeids-/opleid<strong>in</strong>gs<strong>markt</strong><br />
waarop jonge nieuwkomers op <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong> en gevestig<strong>de</strong> bedrijven een<br />
stevig en wettelijk gegaran<strong>de</strong>erd opleid<strong>in</strong>gspact aangaan.<br />
Elk geslaagd (bedrijfs)opleid<strong>in</strong>gsstelsel moet een ongewenste vorm van concurrentie<br />
b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> perken zien te hou<strong>de</strong>n: concurrentie om <strong>de</strong> diensten van werknemers die net<br />
door een an<strong>de</strong>r bedrijf zijn opgeleid. In Duitsland lukt dat, omdat <strong>de</strong> meeste bedrijven<br />
hun eigen leerl<strong>in</strong>gen oplei<strong>de</strong>n. Toch concurreren Duitse bedrijven wel <strong>de</strong>gelijk fel om<br />
leerl<strong>in</strong>gen: dat doen ze echter aan <strong>de</strong> toegangspoort van het duale stelsel. Bedrijven<br />
zoeken <strong>de</strong> beste leerl<strong>in</strong>gen, en hanteren allemaal een serieuze sollicitatieprocedure, al<br />
maan<strong>de</strong>n voor <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g zal starten, waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> schoolprestaties van kandidaten een<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
elangrijke rol spelen. Voor jongeren maakt het nogal wat uit <strong>in</strong> welk beroep en bij welk<br />
bedrijf ze een opleid<strong>in</strong>g zullen volgen: <strong>de</strong> precieze hoogte van het leerl<strong>in</strong>g-loon verschilt<br />
nogal tussen beroepen, maar een belangrijkere keuze-overweg<strong>in</strong>g is doorgaans <strong>de</strong><br />
aantrekkelijkheid van een loopbaan op <strong>de</strong> <strong>in</strong>terne arbeids<strong>markt</strong> van het opleid<strong>in</strong>gsbedrijf,<br />
waartoe duale opleid<strong>in</strong>gen toegang verschaffen. Dit geeft aanleid<strong>in</strong>g tot een rank-or<strong>de</strong>r<br />
tournament waar<strong>in</strong> jongeren eerst goed hun best doen op school, en daar vervolgens<br />
voor beloond wor<strong>de</strong>n met een (iets) aantrekkelijkere opleid<strong>in</strong>gsplaats. 21<br />
Het klaren van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gs<strong>markt</strong> (voor nieuwe leerl<strong>in</strong>gen) is, tenslotte, juist gebaat bij<br />
het strakke ritme dat daarbij geldt. Nieuwe klassen starten <strong>in</strong> september; jongeren weten<br />
dus dat ze voor die tijd een leerl<strong>in</strong>g-baan bij een opleid<strong>in</strong>gsbedrijf moeten hebben gevon<strong>de</strong>n,<br />
en bedrijven dat ze dan hun leerl<strong>in</strong>g-vacatures vervuld moeten hebben. De sollicitatieprocedure<br />
beg<strong>in</strong>t echter al maan<strong>de</strong>n eer<strong>de</strong>r. De aantrekkelijkste leer-arbeidsplaatsen<br />
zijn het eerst vergeven, zodat jongeren naarmate september dichterbij komt, hun<br />
voorkeuren zullen moeten aanpassen aan het nog openstaan<strong>de</strong> aanbod. An<strong>de</strong>rsom zullen<br />
bedrijven die bijvoorbeeld niet voldoen<strong>de</strong> kandidaten met het gewenste vooropleid<strong>in</strong>gspeil<br />
hebben kunnen v<strong>in</strong><strong>de</strong>n, op enig moment afwegen of zij dan toch een aantal<br />
‘m<strong>in</strong><strong>de</strong>re’ kandidaten een kans geven, dan wel <strong>de</strong> vacatures (dit jaar) niet vervullen.<br />
4 Een Amerikaans low skill equilibrium?<br />
Met het Verenigd Kon<strong>in</strong>krijk geldt <strong>de</strong> Verenig<strong>de</strong> Staten (VS) <strong>in</strong> <strong>de</strong> literatuur als een<br />
voorbeeld van een low skill equilibrium. Daarbij doelt men dan louter op het lagere en<br />
mid<strong>de</strong>lbare kwalificatieniveau van <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong>; op <strong>de</strong> bovenste helft van die arbeids<strong>markt</strong><br />
zorgen <strong>de</strong> Amerikaanse (top)universiteiten en bedrijven immers voor nogal wat<br />
<strong>in</strong>vester<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> kwalificer<strong>in</strong>g. Ik zal eerst <strong>de</strong> <strong>in</strong>centive-structuur rond opleid<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>vester<strong>in</strong>gen<br />
voor bedrijven en jongeren typeren. Vervolgens ga ik specifiek <strong>in</strong> op <strong>de</strong><br />
Amerikaanse ervar<strong>in</strong>gen met duale opleid<strong>in</strong>gs<strong>markt</strong>en.<br />
4.1 BEDRIJVEN<br />
We beg<strong>in</strong>nen opnieuw met <strong>de</strong> keuzes van bedrijven. Waarom laten Amerikaanse bedrijven<br />
zich <strong>in</strong> veel m<strong>in</strong><strong>de</strong>re mate dan Duitse - en Ne<strong>de</strong>rlandse - bedrijven tot grootschalige<br />
opleid<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>vester<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> bre<strong>de</strong>re beroepskwalificaties verlei<strong>de</strong>n?<br />
1. Het ontbreekt doorgaans aan bedrijfstakcao’s die een relatief hoge m<strong>in</strong>imale<br />
loonvloer op sectorale arbeids<strong>markt</strong>en leggen. Slechts een kle<strong>in</strong> <strong>de</strong>el van <strong>de</strong><br />
Amerikaanse werknemers valt on<strong>de</strong>r een cao, en daarbij gaat het dan bovendien<br />
doorgaans om een bedrijfscao. De loonvloer wordt gevormd door het lage<br />
Amerikaanse m<strong>in</strong>imumloon, zodat Amerikaanse bedrijven meer ruimte hebben<br />
voor concurrentie op arbeidskosten dan Duitse. Naarmate zij scherper om<br />
arbeidskosten concurreren, is <strong>in</strong>vesteren <strong>in</strong> <strong>de</strong> kwalificaties van hun werknemers<br />
een m<strong>in</strong><strong>de</strong>r evi<strong>de</strong>nte noodzaak.<br />
21 De keerzij<strong>de</strong> daarvan mag niet onvermeld blijven: <strong>de</strong> - <strong>in</strong> kwantitatief opzicht vergeleken met<br />
Ne<strong>de</strong>rland overigens beschei<strong>de</strong>n - groep jongeren die er niet <strong>in</strong> slaagt m<strong>in</strong>imaal een duale beroepsopleid<strong>in</strong>g<br />
af te ron<strong>de</strong>n neemt een beroer<strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong>positie <strong>in</strong>. Dat, en het feit dat die groep <strong>in</strong><br />
tij<strong>de</strong>n van economische recessies <strong>in</strong> Duitsland <strong>in</strong>eens erg groot wordt, is een belangrijke re<strong>de</strong>n waarom<br />
we <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland graag (overwegend) schoolse beroepsopleid<strong>in</strong>gen als alternatief voor duale laten<br />
voortbestaan.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
181
182<br />
2. Met een lage loonvloer en hoge salarissen voor college graduates is <strong>de</strong> loonspreid<strong>in</strong>g<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> VS erg groot. B<strong>in</strong>nen <strong>in</strong>dividuele beroepen is <strong>de</strong> spreid<strong>in</strong>g natuurlijk<br />
m<strong>in</strong><strong>de</strong>r groot, maar ook daar geldt dat (zelfs b<strong>in</strong>nen lokale arbeids<strong>markt</strong>segmenten)<br />
<strong>de</strong> loonverschillen tussen bedrijven voor soortgelijk werk wat groter plegen<br />
te zijn dan <strong>in</strong> onze streken. Daardoor is er voor (jonge) werknemers een sterkere<br />
<strong>in</strong>centive om van bedrijf te wisselen. Zoals bekend is <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong>mobiliteit<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> VS hoog; en <strong>de</strong> dreig<strong>in</strong>g van een voortijdig vertrek van een zelf opgelei<strong>de</strong><br />
vakman is dus veel reëler. 22 In die context neigen veel bedrijven begrijpelijkerwijs<br />
naar an<strong>de</strong>re personeelsvoorzien<strong>in</strong>gs- en kwalificer<strong>in</strong>gsstrategieën.<br />
3 Het zelfversterken<strong>de</strong> effect wordt zo omgekeerd aan dat <strong>in</strong> Duitsland. Daar is het<br />
feit dat <strong>de</strong> meeste bedrijven hun eigen leerl<strong>in</strong>gen oplei<strong>de</strong>n een stimulans voor<br />
an<strong>de</strong>ren om dat ook te doen. In <strong>de</strong> VS is het uitermate riskant om als één van <strong>de</strong><br />
we<strong>in</strong>ige bedrijven <strong>in</strong> een regio wel een high skill strategie te kiezen, omdat jouw<br />
werknemers dan extra gewild zullen zijn op <strong>de</strong> externe arbeids<strong>markt</strong>.<br />
4. Er wordt wel eens vergeten dat <strong>de</strong> VS wel <strong>de</strong>gelijk een duaal stelsel kennen.<br />
Het is echter erg kle<strong>in</strong>; <strong>in</strong> sommige staten speelt het <strong>in</strong> sommige beroepen nog<br />
wel enige rol van betekenis, <strong>in</strong> an<strong>de</strong>re staten of beroepen echter <strong>in</strong> het geheel<br />
niet. De meeste Amerikaanse bedrijven v<strong>in</strong><strong>de</strong>n het klaarblijkelijk niet aantrekkelijk<br />
om leerl<strong>in</strong>g-banen aan te bie<strong>de</strong>n b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> ka<strong>de</strong>rs van dat stelsel.<br />
Omdat <strong>de</strong> (aanvangs)lonen voor reguliere werknemers op dit <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong><br />
relatief lager zijn dan <strong>in</strong> Duitsland, is het voor Amerikaanse bedrijven<br />
m<strong>in</strong><strong>de</strong>r duur om jongeren op een regulier contract <strong>in</strong> dienst te nemen en te<br />
scholen. Dat heeft dan het voor<strong>de</strong>el, dat men <strong>de</strong> schol<strong>in</strong>g tot het voor <strong>de</strong> eerste<br />
functie noodzakelijke m<strong>in</strong>imum aan kwalificaties kan beperken, terwijl men <strong>in</strong><br />
een duale opleid<strong>in</strong>g <strong>de</strong> jongere verplicht alle beroepskwalificaties zou moeten<br />
aanleren. Bovendien: <strong>de</strong>rgelijke opleid<strong>in</strong>gen lei<strong>de</strong>n op tot officieel erken<strong>de</strong><br />
diploma’s, die het <strong>de</strong> werknemer gemakkelijker maken om een an<strong>de</strong>re baan bij<br />
een concurrent te v<strong>in</strong><strong>de</strong>n. Zon<strong>de</strong>r zo’n diploma is het tenm<strong>in</strong>ste voor die<br />
concurrent wat moeilijker <strong>de</strong> precieze kwalificaties van <strong>de</strong> betrokkene <strong>in</strong> te<br />
schatten, en zal <strong>de</strong>ze hem dus m<strong>in</strong><strong>de</strong>r snel een hoger loon bie<strong>de</strong>n.<br />
Opnieuw dient hier uit Ne<strong>de</strong>rlands perspectief nog één belangrijk verklar<strong>in</strong>gselement aan<br />
te wor<strong>de</strong>n toegevoegd. Schools beroepson<strong>de</strong>rwijs bestaat wel <strong>in</strong> <strong>de</strong> VS, maar het is heel<br />
an<strong>de</strong>rs georganiseerd dan bij ons, en speelt een ger<strong>in</strong>gere rol. B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> high school<br />
neemt het een betrekkelijk marg<strong>in</strong>ale positie <strong>in</strong>. Voor bedrijven is het beroepson<strong>de</strong>rwijsaanbod<br />
van <strong>de</strong> high schools sowieso uitermate ondoorzichtig, omdat er geen erken<strong>de</strong><br />
opleid<strong>in</strong>gs-kwalificatiestructuur is. Elke high school verz<strong>in</strong>t zijn eigen aanbod. Als een<br />
bedrijf weet dat iemand op een high school een cursus metaal heeft gevolgd, weet het<br />
daarmee nog bepaald niet welke kwalificaties <strong>de</strong> betrokkene <strong>in</strong> welke mate zal beheersen.<br />
In <strong>de</strong> praktijk blijken veel Amerikaanse bedrijven zelfs nauwelijks naar <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd<br />
van dat high-school diploma (het gevolg<strong>de</strong> vakkenpakket) te kijken. Wel wordt vaak het<br />
bezit van een high-school diploma als algemene toelat<strong>in</strong>gsnorm tot <strong>de</strong> <strong>in</strong>terne arbeids<strong>markt</strong><br />
gehanteerd.<br />
22 Dat wil zeggen, een vertrek voordat het oplei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> bedrijf <strong>de</strong> gedane opleid<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>vester<strong>in</strong>gen heeft<br />
terugverdiend.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Op tertiair niveau bestaan zogenaam<strong>de</strong> two year of community colleges die ten <strong>de</strong>le met<br />
ons MBO vergelijkbare beroepsopleid<strong>in</strong>gen bie<strong>de</strong>n, en die ten <strong>de</strong>le als <strong>in</strong>spiratiebron voor<br />
<strong>de</strong> <strong>in</strong>voer<strong>in</strong>g van het concept van regionale opleid<strong>in</strong>gencentra <strong>in</strong> ons land hebben<br />
gediend. Het grootste <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> <strong>de</strong>elnemers van die <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen volgt echter geen<br />
volledige beroepsopleid<strong>in</strong>g, maar slechts één of slechts enkele cursussen. Bovendien gaat<br />
het daarbij lang niet alleen (of zelfs hoofdzakelijk) om jongeren, maar om <strong>de</strong>elnemers<br />
van alle leeftijdsgroepen. Bedrijven zijn doorgaans wel enthousiast over dat on<strong>de</strong>rwijs,<br />
en sponsoren soms ook cursus<strong>de</strong>elname van hun werknemers. Maar het gaat hier dus <strong>in</strong><br />
belangrijke mate om (we<strong>de</strong>rkeren<strong>de</strong>) schol<strong>in</strong>g van reeds <strong>in</strong> dienst genomen werknemers,<br />
hetzij op eigen <strong>in</strong>itiatief en kosten, hetzij op kosten van <strong>de</strong> baas. Slechts een betrekkelijk<br />
ger<strong>in</strong>g aantal leerl<strong>in</strong>gen stroomt na <strong>de</strong> high schools rechtstreeks door naar zo’n college;<br />
<strong>de</strong> meeste high-school verlaters gaan rechtstreeks (en dus meestal zon<strong>de</strong>r enige of met<br />
uiterst beperkte beroepsgerichte kwalificaties) <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong> op. Scholen voorzien dus<br />
maar beperkt <strong>in</strong> <strong>de</strong> leemte die gelaten wordt door <strong>de</strong> ger<strong>in</strong>ge bedrijfs<strong>in</strong>vester<strong>in</strong>gen <strong>in</strong><br />
(bre<strong>de</strong>re) opleid<strong>in</strong>g van jongeren.<br />
4.2 JONGEREN<br />
1. Amerikaanse jongeren kunnen zel<strong>de</strong>n voor een duale opleid<strong>in</strong>g kiezen omdat<br />
bedrijven zoals gezegd zel<strong>de</strong>n leerarbeidsplaatsen aanbie<strong>de</strong>n.<br />
2. B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> context van <strong>de</strong> meeste high schools is er wel een zeker aanbod aan<br />
beroepsgerichte vakken, maar daarvan wordt relatief we<strong>in</strong>ig gebruik gemaakt.<br />
Amerikaanse high-school leerl<strong>in</strong>gen zijn sterk gericht op het voldoen aan <strong>de</strong><br />
toelat<strong>in</strong>gseisen van een zo prestigieus mogelijk (vierjarig) college. 23 De <strong>de</strong>elname<br />
aan dat hoger on<strong>de</strong>rwijs ligt <strong>in</strong> <strong>de</strong> VS ook veel hoger dan bij ons. Wie op <strong>de</strong><br />
bovenste helft van <strong>de</strong> Amerikaanse arbeids<strong>markt</strong> een baan wil v<strong>in</strong><strong>de</strong>n, moet naar<br />
college, en beroepsgerichte vakken verhogen <strong>de</strong> toelat<strong>in</strong>gskans tot zo’n college<br />
niet. De beste leerl<strong>in</strong>g-banen <strong>in</strong> Duitsland lei<strong>de</strong>n op tot zeer aantrekkelijk loopbanen;<br />
het beroepson<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> <strong>de</strong> Amerikaanse high schools geldt als vergaarbak<br />
voor leerl<strong>in</strong>gen die nu al weten dat ze toch nooit naar college zullen kunnen.<br />
3. Dat wordt nog versterkt doordat <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd van het beroepson<strong>de</strong>rwijs op <strong>de</strong> high<br />
schools (en trouwens ook dat van two year colleges) louter door <strong>de</strong> <strong>in</strong>dividuele<br />
school (college) wordt bepaald. Een soortgelijk beroepsgericht vak kan dus heel<br />
an<strong>de</strong>rs zijn <strong>in</strong>gevuld; en een soortgelijk diploma van een soortgelijke on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g<br />
kan nog een heel verschillen<strong>de</strong> kwalificatiebun<strong>de</strong>l representeren. Dat is<br />
voor bedrijven ondoorzichtig, en zoals gezegd blijken die <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk vaak niet<br />
eens naar het gevolg<strong>de</strong> vakkenpakket te kijken. Zij screenen bij voorkeur op het<br />
eer<strong>de</strong>r vervuld hebben van een soortgelijke functie op <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong>. Ervar<strong>in</strong>g,<br />
meer dan je precieze on<strong>de</strong>rwijsprestaties, helpt je op <strong>de</strong> Amerikaanse arbeids<strong>markt</strong><br />
aan een iets betere baan. Soskice (1994, p. 55) wijst er terecht op dat<br />
zowel <strong>in</strong> <strong>de</strong> VS als <strong>in</strong> het Verenigd Kon<strong>in</strong>krijk marg<strong>in</strong>aal betere prestaties <strong>in</strong> het<br />
algemeen voorgezet on<strong>de</strong>rwijs veel m<strong>in</strong><strong>de</strong>r dan <strong>in</strong> Duitsland direct tot betere<br />
arbeids<strong>markt</strong>perspectieven lei<strong>de</strong>n.<br />
23 Omdat Amerikaanse four-year colleges net als Duitse leerarbeidsplaatsen nogal verschillen <strong>in</strong> hun<br />
aantrekkelijkheid, ontstaat hier overigens op exact <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> wijze een rank-or<strong>de</strong>r tournament.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
183
184<br />
4.3 HET FALEN VAN HET AMERIKAANSE LEERLINGWEZEN<br />
Waarom is het Amerikaanse leerl<strong>in</strong>gwezen nu zo veel kle<strong>in</strong>er dan het Duitse? Met name <strong>in</strong><br />
<strong>de</strong> Amerikaanse staat Wiscons<strong>in</strong> heeft men bijvoorbeeld <strong>in</strong> het beg<strong>in</strong> <strong>de</strong> tw<strong>in</strong>tigste eeuw<br />
een expliciete pog<strong>in</strong>g on<strong>de</strong>rnomen een op (<strong>de</strong> toenmalige) Duitse leest geschoeid<br />
leerl<strong>in</strong>gstelsel te ontwerpen. Dat heeft ook keurig tot <strong>de</strong>sbetreffen<strong>de</strong> wetgev<strong>in</strong>g geleid.<br />
Maar een wet alleen is nog geen stelsel - dat ontstaat pas als bedrijven daadwerkelijk<br />
leerarbeidsplaatsen aanbie<strong>de</strong>n en jongeren die accepteren. Enkel <strong>in</strong> <strong>de</strong> bouw (en dan nog<br />
slechts b<strong>in</strong>nen een bepaald <strong>de</strong>el daarvan) functioneert vandaag <strong>de</strong> dag <strong>in</strong> verschillen<strong>de</strong><br />
Amerikaanse staten - zoals Wiscons<strong>in</strong> - een leerl<strong>in</strong>gstelsel op een wijze die aan Duitsland<br />
doet <strong>de</strong>nken. Dan zijn er nog een aantal <strong>in</strong>dustriële beroepen waar<strong>in</strong> betrekkelijk kle<strong>in</strong>e<br />
aantallen leerl<strong>in</strong>gen wor<strong>de</strong>n opgeleid; en dat is het.<br />
Parker (1996) heeft een historische studie gemaakt van het aanvankelijke succes van het<br />
nieuwe leerl<strong>in</strong>gstelsel <strong>in</strong> <strong>de</strong> metaal<strong>in</strong>dustrie rond <strong>de</strong> grootste stad <strong>in</strong> <strong>de</strong> staat Wiscons<strong>in</strong><br />
(Milwaukee) <strong>in</strong> <strong>de</strong> jaren tw<strong>in</strong>tig, en het latere afbrokkelen ervan <strong>in</strong> <strong>de</strong> jaren <strong>de</strong>rtig. Dat<br />
laatste vond zijn oorzaak <strong>in</strong> <strong>de</strong> veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> arbeidsorganisatie van <strong>de</strong><br />
betreffen<strong>de</strong> bedrijven. Parker wijst op <strong>de</strong> paradox dat <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> werkgevers e<strong>in</strong>d jaren<br />
tw<strong>in</strong>tig enerzijds actief participeer<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> opbouw van het leerl<strong>in</strong>gstelsel, maar tegelijkertijd<br />
overschakel<strong>de</strong>n op Tayloristische en Fordistische productiewijzen. B<strong>in</strong>nen zo’n<br />
arbeidsorganisatie wor<strong>de</strong>n functies zo veel mogelijk gedifferentieerd, zodat per functie<br />
i<strong>de</strong>aliter slechts een enkele eenvoudige han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g hoeft te wor<strong>de</strong>n verricht; maar dan kan<br />
ook met we<strong>in</strong>ig en zeer specifieke schol<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> functiebeoefenaar wor<strong>de</strong>n volstaan!<br />
De b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong>ze productiewijze schaarser wor<strong>de</strong>n<strong>de</strong> vakmansfuncties raakten, me<strong>de</strong> door<br />
veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> arbeidsverhoud<strong>in</strong>gen en vakbondsstrategieën, verankerd op <strong>de</strong> <strong>in</strong>terne<br />
arbeids<strong>markt</strong>en, waar zij als top van <strong>de</strong> <strong>in</strong>terne baanlad<strong>de</strong>r voor het productiepersoneel<br />
gel<strong>de</strong>n. Op die wijze speel<strong>de</strong> het leerl<strong>in</strong>gstelsel dus steeds m<strong>in</strong><strong>de</strong>r een rol <strong>in</strong> <strong>de</strong> aansluit<strong>in</strong>g<br />
tussen <strong>in</strong>itieel on<strong>de</strong>rwijs en arbeids<strong>markt</strong>, en werd het steeds meer een ka<strong>de</strong>r voor<br />
<strong>de</strong> ver<strong>de</strong>re schol<strong>in</strong>g van een select aantal werknemers voor <strong>de</strong> schaarse hooggeschool<strong>de</strong><br />
productiebanen b<strong>in</strong>nen die bedrijven. 24<br />
Parker conclu<strong>de</strong>ert op basis van <strong>de</strong>ze studie dat het niet mogelijk is om preferenties en<br />
attitu<strong>de</strong>s van werkgevers via wetgev<strong>in</strong>g af te dw<strong>in</strong>gen. En hetzelf<strong>de</strong> kan natuurlijk<br />
wor<strong>de</strong>n gezegd van <strong>de</strong> preferenties en attitu<strong>de</strong>s van (potentiële) leerl<strong>in</strong>gen en hun<br />
ou<strong>de</strong>rs. Het Duitse evenwicht bestaat bij <strong>de</strong> gratie van <strong>de</strong> ge<strong>de</strong>el<strong>de</strong> preferenties van <strong>de</strong><br />
meeste bedrijven en jongeren voor duale opleid<strong>in</strong>gen - niet bij <strong>de</strong> gratie van een door <strong>de</strong><br />
overheid afgekondig<strong>de</strong> wet. Elk westers land kent wel een soort wet op het leerl<strong>in</strong>gwezen;<br />
maar slechts we<strong>in</strong>ig kennen een enigsz<strong>in</strong>s omvangrijk duaal stelsel.<br />
4.4 DE INTRIGERENDE UITZONDERING: EEN FLOREREND AMERIKAANS SECTORAAL<br />
LEERLINGSTELSEL<br />
In veel Amerikaanse staten treffen we <strong>in</strong> één bedrijfstak wel een betrekkelijk succesvol<br />
leerl<strong>in</strong>gstelsel aan: <strong>de</strong> bouw. Daar vormt het leerl<strong>in</strong>gstelsel, net als <strong>in</strong> Duitsland en<br />
Ne<strong>de</strong>rland, <strong>de</strong> ‘kon<strong>in</strong>klijke’ weg naar het vakmanschap. Het is zeker geen toeval, dat <strong>de</strong><br />
arbeidsverhoud<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze sector op een aantal relevante punten verschillen van die <strong>in</strong><br />
24 Vergelijk Van Lieshout (1997).<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
<strong>de</strong> rest van <strong>de</strong> Amerikaanse economie. De bouw is een sector waar<strong>in</strong> vakbon<strong>de</strong>n (althans<br />
<strong>in</strong> veel staten) traditioneel nog een grotere rol spelen dan <strong>in</strong> <strong>de</strong> meeste an<strong>de</strong>re sectoren<br />
van <strong>de</strong> Amerikaanse economie. Het is wel relevant te weten, dat <strong>de</strong> Amerikaanse bouw<br />
feitelijk uit twee geschei<strong>de</strong>n segmenten bestaat: een union en een non-union sector. In <strong>de</strong><br />
union sector sluiten vakbon<strong>de</strong>n cao’s met aannemers. In <strong>de</strong> non-union sector spelen<br />
vakbon<strong>de</strong>n geen enkele rol. Het leerl<strong>in</strong>gstelsel bestaat b<strong>in</strong>nen die union sector; <strong>de</strong><br />
werkgeversorganisatie van <strong>de</strong> non-union bedrijven heeft pas recentelijk een eigen opleid<strong>in</strong>gsstelsel<br />
ontwikkeld, dat echter (vooralsnog) buiten <strong>de</strong> wettelijke ka<strong>de</strong>rs van het<br />
leerl<strong>in</strong>gstelsel valt.<br />
Bouwbon<strong>de</strong>n zijn zogenaam<strong>de</strong> craft unions, die per beroep/beroepsgroep van elkaar zijn<br />
gedifferentieerd. In <strong>de</strong> <strong>in</strong>dustrie wor<strong>de</strong>n soortgelijke beroepsbeoefenaren <strong>in</strong> verschillen<strong>de</strong><br />
bedrijven door verschillen<strong>de</strong> bon<strong>de</strong>n georganiseerd, wat <strong>de</strong> coörd<strong>in</strong>atie van <strong>de</strong> beroepsopleid<strong>in</strong>g<br />
aldaar bemoeilijkt. De beroepsgerichte bondsorganisatie <strong>in</strong> <strong>de</strong> bouw maakt dat<br />
gemakkelijker: alle beroepsbeoefenaren zijn daar (als ze vakbondslid zijn) lid van<br />
<strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> bond. Deze bouwbon<strong>de</strong>n fungeren ver<strong>de</strong>r als hir<strong>in</strong>g hall waarvan aannemers<br />
vaklie<strong>de</strong>n betrekken, en hanteren doorgaans b<strong>in</strong>nen een bepaal<strong>de</strong> regio een standaard<br />
collectief contract - zodat <strong>de</strong> loonconcurrentie (althans tussen <strong>de</strong> union bedrijven) net als<br />
<strong>in</strong> Duitsland enigsz<strong>in</strong>s wordt beperkt. Tenslotte wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong> die collectieve contracten, net<br />
als <strong>in</strong> Duitsland, relatief hoge vakmanlonen gekoppeld aan het afron<strong>de</strong>n van een meerjarige<br />
duale beroepsopleid<strong>in</strong>g, die men als leerl<strong>in</strong>g-werknemer tegen een relatief laag loon<br />
dient te voltooien. Zo ontstaat hier een met Duitsland vergelijkbare <strong>in</strong>centive-structuur<br />
voor bedrijven (en aspirant-bouwvakkers) die tot opleid<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>vester<strong>in</strong>gen stimuleert.<br />
B<strong>in</strong>nen die union sector staat het leerl<strong>in</strong>gstelsel niet ter discussie. Je wordt lid van een<br />
bond, krijgt een leerl<strong>in</strong>gcontract en een leerl<strong>in</strong>g-loon, wordt mee uitgeleend aan aannemers<br />
om werkend het vak te leren, volgt nog wat beroepsbegelei<strong>de</strong>nd on<strong>de</strong>rwijs, en na<br />
afrond<strong>in</strong>g van je opleid<strong>in</strong>g wordt je vakman tegen een hoger loon. Maar het is wel zo dat<br />
die hele union sector <strong>in</strong> <strong>de</strong> bouw al <strong>de</strong>cennialang langzaam maar gestaag kle<strong>in</strong>er wordt -<br />
en <strong>de</strong> non-union sector groter. Non-union bedrijven betalen doorgaans lagere lonen, en<br />
concurreren dus relatief meer op prijs, terwijl union bedrijven zich op hun kwaliteit en<br />
vakmanschap laten voorstaan. Het is dus mogelijk dat <strong>de</strong> union sector - en daarmee het<br />
enige duurzaam succesvolle Amerikaanse leerl<strong>in</strong>gstelsel - over vijftig jaar nagenoeg is<br />
verdwenen; niet omdat het leerl<strong>in</strong>gstelsel zelf niet vol<strong>de</strong>ed, maar omdat <strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong><br />
sector uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk heel langzaam aan loonconcurrentie (en <strong>de</strong> Amerikaanse aversie tegen<br />
vakbon<strong>de</strong>n) is overle<strong>de</strong>n.<br />
Tot die tijd laat het mooi zien hoe het zelfs <strong>in</strong> <strong>de</strong> VS niet onmogelijk is een bestendig<br />
duaal stelsel te hebben. Het vergt voorlopig wel een nogal van <strong>de</strong> Amerikaanse norm<br />
afwijken<strong>de</strong> <strong>in</strong>stitutionaliser<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> arbeidsverhoud<strong>in</strong>gen.<br />
4.5 MARKTWERKING EN CONCURRENTIE IN DE VS<br />
De belangrijkste oorzaak voor het Amerikaanse low skill equilibrium dient op <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong><br />
te wor<strong>de</strong>n gezocht, en wel <strong>in</strong> het bijzon<strong>de</strong>r aan <strong>de</strong> vraagzij<strong>de</strong> daarvan: bij bedrijven,<br />
hun organisatie van <strong>de</strong> arbeid, hun arbeidsvoorwaar<strong>de</strong>nbeleid en hun personeelsbeleid.<br />
Amerikaanse bedrijven bie<strong>de</strong>n (jonge) nieuwkomers op dit <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong><br />
zel<strong>de</strong>n langere arbeidscontracten, en nog veel m<strong>in</strong><strong>de</strong>r opleid<strong>in</strong>gscontracten. In plaats<br />
daarvan wachten jongeren betrekkelijk eenvoudige (eerste) baantjes. Waar Duitse leerl<strong>in</strong>-<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 185
186<br />
gen sowieso hun meerjarige opleid<strong>in</strong>gen mogen afmaken en <strong>in</strong> <strong>de</strong> meeste gevallen ook<br />
daarna bij hun opleid<strong>in</strong>gsbedrijf kunnen blijven, is voor Amerikaanse jongeren <strong>de</strong> kans<br />
reëel dat ze b<strong>in</strong>nen enkele maan<strong>de</strong>n conform het last <strong>in</strong>, first out pr<strong>in</strong>cipe ontslagen<br />
wor<strong>de</strong>n - of zelf zijn overgestapt naar een iets beter betalend (maar vaak heel an<strong>de</strong>r)<br />
baantje bij een an<strong>de</strong>r bedrijf. Zoals bekend wisselen Amerikanen gemid<strong>de</strong>ld vaker van<br />
baan dan Europeanen; m<strong>in</strong><strong>de</strong>r bekend is dat het grootste <strong>de</strong>el van die baanwissel<strong>in</strong>gen<br />
zich geduren<strong>de</strong> <strong>de</strong> eerste jaren van <strong>de</strong> loopbaan afspeelt, en dan vaak betrekk<strong>in</strong>g heeft<br />
op mobiliteit tussen betrekkelijke <strong>de</strong>ad end jobs. Het duurt vaak enkele jaren voor niethoger<br />
opgelei<strong>de</strong> Amerikaanse jongeren een eerste zogenaam<strong>de</strong> career job v<strong>in</strong><strong>de</strong>n.<br />
In Duitsland v<strong>in</strong><strong>de</strong>n <strong>de</strong> meeste jongeren die al tij<strong>de</strong>ns het laatste jaar van het algemeen<br />
voortgezet on<strong>de</strong>rwijs, <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van een leer-arbeidsplaats, waar ze het volgen<strong>de</strong> jaar<br />
kunnen beg<strong>in</strong>nen.<br />
Op die manier is van een rank-or<strong>de</strong>r tournament voor Amerikaanse high-school verlaters,<br />
die niet naar een vierjarig college gaan, geen sprake. Duits jongeren kiezen heel letterlijk<br />
voor één van <strong>de</strong> <strong>in</strong> totaal ongeveer driehon<strong>de</strong>rd beroepen, waarvan ze <strong>in</strong> een<br />
Ausbildungsordnung heel precies kunnen lezen wat ze daarvoor moeten leren.<br />
Het ontbreekt <strong>in</strong> <strong>de</strong> VS aan zo’n nationale kwalificatiestructuur, zodat <strong>de</strong> arbeids- en<br />
opleid<strong>in</strong>gs<strong>markt</strong> voor Amerikaanse jongeren veel m<strong>in</strong><strong>de</strong>r transparant is. Bovendien<br />
ontbreekt <strong>in</strong> het bijzon<strong>de</strong>r <strong>de</strong> top van <strong>de</strong> Duitse rank-or<strong>de</strong>r. Waar <strong>de</strong> beste leerarbeidsplaatsen<br />
<strong>in</strong> Duitse beroepsopleid<strong>in</strong>gen goed betalen<strong>de</strong> carrières op <strong>de</strong> <strong>in</strong>terne arbeids<strong>markt</strong>en<br />
van <strong>de</strong> beste Duitse bedrijven impliceren, krijgen Amerikaanse high-school<br />
verlaters als gezegd slechts bij hoge uitzon<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g <strong>in</strong> hun eerste baan direct toegang tot<br />
een aantrekkelijk carrièreperspectief; vaak duurt het vijf of meer banen voor dat het<br />
geval is. Een belangrijke re<strong>de</strong>n daarvoor is nu juist dat er, an<strong>de</strong>rs dan <strong>in</strong> Duitsland, geen<br />
aparte jeugd-arbeids- en opleid<strong>in</strong>gs<strong>markt</strong> is. Jongeren concurreren daardoor op <strong>de</strong><br />
Amerikaanse arbeids<strong>markt</strong> met werknemers van alle leeftij<strong>de</strong>n. Juist omdat Amerikaanse<br />
bedrijven vaak we<strong>in</strong>ig waar<strong>de</strong> aan <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd van high-school diploma’s hechten, en <strong>de</strong>s<br />
te meer aan relevante arbeidservar<strong>in</strong>g, staat <strong>de</strong> Amerikaanse jongere daarbij <strong>in</strong> eerste<br />
<strong>in</strong>stantie op relatieve achterstand tot ou<strong>de</strong>re werkzoeken<strong>de</strong>n, die al een paar baantjes<br />
vervuld hebben, waarvan er wellicht één voor <strong>de</strong> huidige functie relevant is.<br />
Doordat ervar<strong>in</strong>g bij sollicitaties vaak belangrijker is dan het precieze vakkenpakket en<br />
<strong>de</strong> behaal<strong>de</strong> cijfers op <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>lbare school, is er <strong>in</strong> <strong>de</strong> VS een veel m<strong>in</strong><strong>de</strong>r direct<br />
verband tussen betere prestaties op <strong>de</strong> high school en <strong>de</strong> precieze aantrekkelijkheid van<br />
<strong>de</strong> eerste (leerl<strong>in</strong>g-)baan op <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong>. Daardoor bestaat <strong>in</strong> <strong>de</strong> VS voor <strong>de</strong>ze groep<br />
leerl<strong>in</strong>gen veel m<strong>in</strong><strong>de</strong>r een prikkel tot optimaal presteren op school dan <strong>in</strong> Duitsland het<br />
geval is.<br />
De uitweid<strong>in</strong>gen over <strong>de</strong> ervar<strong>in</strong>gen met leerl<strong>in</strong>gstelsels <strong>in</strong> <strong>de</strong> VS laten zien dat het scheppen<br />
van een leerl<strong>in</strong>gstelsel op zichzelf geen afdoen<strong>de</strong> remedie tegen een on<strong>de</strong>r<strong>in</strong>vester<strong>in</strong>g<br />
<strong>in</strong> opleid<strong>in</strong>g hoeft te zijn. Dezelf<strong>de</strong> re<strong>de</strong>nen die zon<strong>de</strong>r zo’n stelsel tot een<br />
disfunctioneren van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gs<strong>markt</strong> lei<strong>de</strong>n, kunnen ook <strong>de</strong> succesvolle werk<strong>in</strong>g van<br />
een <strong>de</strong>rgelijk stelsel on<strong>de</strong>rgraven. De overheid dient <strong>de</strong>rhalve erg beschei<strong>de</strong>n te zijn over<br />
haar mogelijkhe<strong>de</strong>n als <strong>markt</strong>meester: zij kan strategieën van bedrijven en jongeren wel<br />
proberen te beïnvloe<strong>de</strong>n, maar ook niet meer dan dat. Ik zal <strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong> marges tot<br />
slot kort verkennen vanuit het perspectief van <strong>de</strong> (Ne<strong>de</strong>rlandse) overheid.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
5 Conclusies: <strong>de</strong> smalle marges voor (Ne<strong>de</strong>rlands) overheidsbeleid<br />
De bestendigheid van zowel <strong>de</strong> Duitse als Amerikaanse <strong>in</strong>stitutionaliser<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gs<strong>markt</strong>,<br />
en van het bijbehoren<strong>de</strong> kwalificatie-evenwicht, on<strong>de</strong>rstreept op <strong>de</strong> eerste<br />
plaats dat elk overheidsbeleid gericht op snelle en majeure veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van het nationale<br />
evenwicht vooral gedoemd is aan zijn eigen onhaalbare pretentie ten on<strong>de</strong>r te gaan.<br />
Omdat er <strong>in</strong> elk nationaal geval wel sprake is van een bepaald evenwicht, dat dan op <strong>de</strong><br />
korte termijn wordt verstoord. Zelfs al zou dat op lange termijn tot een beter (hoger)<br />
evenwicht lei<strong>de</strong>n, dan moeten: (1) die lange-termijn baten niet wor<strong>de</strong>n overschat 25 ; en (2)<br />
mogen die niet door <strong>de</strong> korte-termijn kosten wor<strong>de</strong>n overschaduwd.<br />
Lange-termijn baten van <strong>de</strong>rgelijke majeure wijzig<strong>in</strong>gen zou<strong>de</strong>n kunnen liggen <strong>in</strong> termen<br />
van substantiële verhog<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> (bedrijfs- en <strong>in</strong>dividuele) <strong>in</strong>vester<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> opleid<strong>in</strong>gen,<br />
en/of een gemid<strong>de</strong>ld hogere kwaliteit van <strong>de</strong> werknemers <strong>in</strong> hun <strong>in</strong>dividuele arbeidspositie.<br />
Maar het accent ligt daarbij op lang, en dat ontmoedigt politici wier horizon nu<br />
eenmaal vaak niet ver<strong>de</strong>r reikt dan vier jaar. Gegeven <strong>de</strong> rampen die een majeure verstor<strong>in</strong>g<br />
van het nationale kwalificatie-evenwicht op korte termijn kan veroorzaken (<strong>in</strong><br />
termen van bijvoorbeeld substantiële frictiewerkloosheid en moeilijk vervulbare vacatures)<br />
is dat <strong>in</strong> dit geval niet per se een na<strong>de</strong>el.<br />
De Ne<strong>de</strong>rlandse overheid ziet zich bovendien geconfronteerd met een Ne<strong>de</strong>rlands kwalificatie-evenwicht<br />
dat aanmerkelijk meer lijkt op het Duitse dan op het Amerikaanse kwalificatie-evenwicht.<br />
Dat geldt zowel voor <strong>de</strong> hoogte ervan als voor het type <strong>in</strong>stitutionele<br />
arrangementen dat <strong>de</strong> werk<strong>in</strong>g van die <strong>markt</strong> schraagt.<br />
Wat betreft <strong>de</strong> precieze ‘hoogte’ van het kwalificatie-evenwicht: Ne<strong>de</strong>rland scoort re<strong>de</strong>lijk<br />
tot goed op <strong>de</strong> belangrijkste <strong>in</strong>dicatoren voor <strong>de</strong> werk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> nationale opleid<strong>in</strong>gs<strong>markt</strong>.<br />
26 Die verworvenheid wordt hier ten lan<strong>de</strong> alleen veel meer voor kennisgev<strong>in</strong>g<br />
aangenomen dan <strong>in</strong> Duitsland. In het publieke vertoog wordt het recente economische<br />
succes van Ne<strong>de</strong>rland vooral gerelateerd aan het succes van het Ne<strong>de</strong>rlandse loonmatig<strong>in</strong>gsbeleid.<br />
Slechts <strong>in</strong> comb<strong>in</strong>atie met een bepaald m<strong>in</strong>imaal kwaliteitsniveau van<br />
productie en dienstverlen<strong>in</strong>g kan een bepaald loonbeleid echter tot een concurrentievoor<strong>de</strong>el<br />
lei<strong>de</strong>n. Het bereiken van die kwaliteit veron<strong>de</strong>rstelt een goed geschool<strong>de</strong> beroepsbevolk<strong>in</strong>g<br />
en dus evenzeer een betrekkelijk goed werken<strong>de</strong> kwalificatie<strong>markt</strong>. Waar <strong>de</strong><br />
Amerikaanse overheid op zowel het niveau van <strong>de</strong> <strong>in</strong>dividuele staten als van <strong>de</strong> fe<strong>de</strong>rale<br />
overheid prom<strong>in</strong>ente beleids<strong>in</strong>itiatieven ontwikkelt om een hoger evenwichtsniveau op<br />
(<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rste helft van) haar kwalificatie<strong>markt</strong> te bereiken, 27 is het perspectief voor <strong>de</strong><br />
Ne<strong>de</strong>rlandse overheid er, net als voor <strong>de</strong> Duitse, toch meer één van het conserveren en<br />
optimaliseren van een reeds bereikt hoog evenwichtsniveau.<br />
Wat betreft het type <strong>in</strong>stitutionele arrangementen dat <strong>de</strong> totstandkom<strong>in</strong>g van het<br />
Ne<strong>de</strong>rlandse evenwicht begeleidt, geldt op <strong>de</strong> eerste plaats dat <strong>de</strong> (<strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland <strong>in</strong> dit<br />
verband nog wel eens on<strong>de</strong>rbelicht blijven<strong>de</strong>) <strong>in</strong>stitutionaliser<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> arbeidsverhoud<strong>in</strong>gen<br />
relevant is. Het belang van <strong>de</strong>rgelijke arbeidsverhoud<strong>in</strong>gen wordt niet alleen<br />
on<strong>de</strong>rstreept door <strong>de</strong> Duits-Amerikaanse vergelijk<strong>in</strong>g, maar evenzeer door het enige<br />
voorbeeld van een succesvol sectoraal leerl<strong>in</strong>gstelsel <strong>in</strong> <strong>de</strong> VS: enkel <strong>in</strong> één bedrijfstak<br />
25 Ik beveel nogmaals Crouch e.a. (1999) aan.<br />
26 Zie bijvoorbeeld Dercksen & Van Lieshout (1995) voor een quick scan van een aantal prestatie-<strong>in</strong>dicatoren<br />
van <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse kwalificatie<strong>markt</strong>.<br />
27 Vergelijk Van Lieshout (1997) voor een overzicht van beleids<strong>in</strong>itiatieven op het niveau van <strong>in</strong>dividuele<br />
staten zowel als <strong>de</strong> fe<strong>de</strong>rale overheid.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 187
188<br />
waar <strong>de</strong> arbeidsverhoud<strong>in</strong>gen op belangrijke punten afwijken van <strong>de</strong> Amerikaanse norm,<br />
en meer lijken op <strong>de</strong> Duitse situatie, blijkt op een belangrijke sectorale <strong>de</strong>el<strong>markt</strong> (<strong>de</strong><br />
bouw) immers ook <strong>in</strong> <strong>de</strong> VS een op een leerl<strong>in</strong>gstelsel berustend high skill equilibrium<br />
betrekkelijk a<strong>de</strong>quaat en bestendig te kunnen functioneren.<br />
Op <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> plaats is <strong>de</strong> precieze vormgev<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gs<strong>markt</strong> zelf relevant.<br />
Wij beschikken ook <strong>in</strong> dit verband traditioneel ook over <strong>de</strong> belangrijkste <strong>in</strong>stituties die <strong>de</strong><br />
Duitse opleid<strong>in</strong>gs<strong>markt</strong> reguleren: een wet op het leerl<strong>in</strong>gwezen, bedrijfstakcao’s, en<br />
nationale e<strong>in</strong>dtermen die evenals Duitse Ausbildungsordnungen <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>houd<br />
bepalen. Belangrijkste verschil was en is, dat Ne<strong>de</strong>rland naast een <strong>de</strong>rgelijk duaal stelsel<br />
altijd een afzon<strong>de</strong>rlijk stelsel van schools beroepson<strong>de</strong>rwijs ken<strong>de</strong>: het mid<strong>de</strong>lbaar<br />
beroepson<strong>de</strong>rwijs (MBO). In tegenstell<strong>in</strong>g tot <strong>in</strong> Duitsland betreft het bij dit schoolse<br />
beroepson<strong>de</strong>rwijs wel volwaardig kwalificeren<strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gen, waarvan afgestu<strong>de</strong>er<strong>de</strong>n<br />
direct <strong>de</strong> reguliere arbeids<strong>markt</strong> betre<strong>de</strong>n, en niet eerst nog een duale opleid<strong>in</strong>g volgen.<br />
Er bestaat, kortom, traditioneel een parallelle <strong>in</strong> plaats van een sequentiële vormgev<strong>in</strong>g<br />
van duale en schoolse beroepsgerichte leerwegen.<br />
Op <strong>de</strong> <strong>de</strong>r<strong>de</strong> plaats zijn juist een aantal van die <strong>in</strong>stitutionele arrangementen, die <strong>de</strong><br />
werk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> nationale opleid<strong>in</strong>gs<strong>markt</strong> zowel <strong>in</strong> Duitsland als <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland positief<br />
beïnvloe<strong>de</strong>n, met <strong>de</strong> recente Ne<strong>de</strong>rlandse wetswijzig<strong>in</strong>g scherper aangezet. Ik beperk me<br />
hier noodgedwongen tot een enkel voorbeeld: er is er sprake van <strong>de</strong> vervolmak<strong>in</strong>g van<br />
een al <strong>in</strong> <strong>de</strong> tachtiger jaren begonnen ‘dualiser<strong>in</strong>gsproces’ van <strong>de</strong> schoolse beroepsopleid<strong>in</strong>g.<br />
Er is <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland namelijk <strong>de</strong> afgelopen twee <strong>de</strong>cennia gelei<strong>de</strong>lijk aan een<br />
stage/praktijkcomponent <strong>in</strong> het MBO <strong>in</strong>gebouwd. Met <strong>de</strong> <strong>in</strong>voer<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> Wet educatie<br />
en beroepson<strong>de</strong>rwijs (WEB) lijkt dat proces nu voltooid: er geldt immers voor elke<br />
beroepsopleid<strong>in</strong>g een m<strong>in</strong>imaal wettelijk vereiste omvang van <strong>de</strong> praktijkcomponent van<br />
tenm<strong>in</strong>ste 20% (<strong>in</strong> <strong>de</strong> beroepsoplei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> leerweg). Zo bezien zou<strong>de</strong>n we kunnen stellen<br />
dat alle Ne<strong>de</strong>rlandse beroepsopleid<strong>in</strong>gen nu duaal zijn, want ze kennen allemaal een<br />
door een bedrijf te verzorgen praktijkcomponent. Aan <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re kant blijft er <strong>in</strong><br />
Ne<strong>de</strong>rland sprake van twee soorten leerwegen, en het on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>ge verschil is nog steeds<br />
<strong>de</strong> relatieve omvang van <strong>de</strong> praktijkcomponent: beroepsoplei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> leerwegen kennen<br />
een kle<strong>in</strong>e en beroepsbegelei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> leerwegen een grote praktijkcomponent. Zo bezien<br />
zou<strong>de</strong>n we dus kunnen stellen dat er <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland nog steeds hoofdzakelijke duale<br />
opleid<strong>in</strong>gen (waar<strong>in</strong> bedrijven meer dan <strong>de</strong> helft van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g verzorgen) en hoofdzakelijke<br />
schoolse opleid<strong>in</strong>gen (bedrijven verzorgen m<strong>in</strong><strong>de</strong>r dan <strong>de</strong> helft van <strong>de</strong><br />
opleid<strong>in</strong>g) naast elkaar bestaan.<br />
Daarmee is er <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland <strong>in</strong> beg<strong>in</strong>sel sprake van concurrentie tussen bei<strong>de</strong> leerwegen,<br />
voor zover er tenm<strong>in</strong>ste hetzelf<strong>de</strong> concrete opleid<strong>in</strong>gsdiploma volgens bei<strong>de</strong> leerwegen<br />
kan wor<strong>de</strong>n behaald, wat momenteel voor ongeveer <strong>de</strong> helft van alle opleid<strong>in</strong>gen het<br />
geval is. De betreffen<strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gs<strong>markt</strong>en zullen daarmee toch nogal an<strong>de</strong>rs werken dan<br />
die <strong>in</strong> Duitsland, waar doorgaans een duale leerweg <strong>de</strong> enige optie is. Het zou aardig zijn<br />
als <strong>in</strong> het ka<strong>de</strong>r van <strong>de</strong> komen<strong>de</strong> evaluatie van <strong>de</strong> WEB nu juist dat eens goed empirisch<br />
zou wor<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>rzocht: <strong>in</strong> hoeverre op concrete beroeps<strong>de</strong>el<strong>markt</strong>en <strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong><br />
28 In verwijz<strong>in</strong>g naar een eer<strong>de</strong>r gegeven voorbeeld: <strong>de</strong> meeste Amerikaanse banken hebben uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk<br />
immers net zo goed voldoen<strong>de</strong> goed functioneren<strong>de</strong> bankklerken als <strong>de</strong> Duitse.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
eroepsoplei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> en beroepsbegelei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> leerwegen als feitelijke substituten op <strong>de</strong><br />
betreffen<strong>de</strong> kwalificatie<strong>markt</strong> fungeren. Er zijn enerzijds goe<strong>de</strong> theoretische re<strong>de</strong>nen om,<br />
<strong>in</strong> arbeids<strong>markt</strong>technische z<strong>in</strong>, uit te gaan van <strong>de</strong> mogelijkheid dat al een korte comb<strong>in</strong>atie<br />
van gerichte functiespecifieke schol<strong>in</strong>g als volwaardig substituut voor een langere en<br />
bre<strong>de</strong>re beroepsopleid<strong>in</strong>g geldt; dat geldt dan dus zeker voor slechts <strong>in</strong> omvang van <strong>de</strong><br />
praktijkcomponent verschillen<strong>de</strong>, maar ver<strong>de</strong>r i<strong>de</strong>ntieke beroepsopleid<strong>in</strong>gen. 28 Er zijn<br />
an<strong>de</strong>rzijds even goe<strong>de</strong> aanwijz<strong>in</strong>gen uit <strong>de</strong> empirie van concrete Ne<strong>de</strong>rlands beroepsarbeids<strong>markt</strong>en,<br />
die suggereren dat <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland schoolse en duale leerwegen tot voor<br />
kort meestal niet als substituten fungeer<strong>de</strong>n - dat wil zeggen, dat werkgevers ze niet als<br />
volstrekt gelijkwaardig/<strong>in</strong>wisselbaar beschouwen. In veel bedrijfstakken lei<strong>de</strong>n duale<br />
leerwegen hoofdzakelijk op voor sommige beroepen, en schoolse leerwegen voor an<strong>de</strong>re<br />
beroepen b<strong>in</strong>nen diezelf<strong>de</strong> bedrijfstak. In <strong>de</strong> metaal volg<strong>de</strong> je bijvoorbeeld een leerl<strong>in</strong>gwezenopleid<strong>in</strong>g<br />
en dan werd je met een typische blauwe boord uitvoerend vakman<br />
(frezer), of volg<strong>de</strong> je een MBO-opleid<strong>in</strong>g en dan schreef je met een witte boord <strong>de</strong><br />
programma’s die <strong>de</strong> freesmach<strong>in</strong>e bedienen zodra <strong>de</strong> frezer <strong>de</strong> startknop <strong>in</strong>drukt.<br />
Er zijn slechts we<strong>in</strong>ig knopdrukkers die al <strong>de</strong> kwalificatie programma-ontwikkel<strong>in</strong>g<br />
beheersen, dus bei<strong>de</strong> groepen concurreren nauwelijks om <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> banen. Hun kwalificer<strong>in</strong>g<br />
belemmert hun arbeids<strong>markt</strong>concurrentie. That’s not necessarily a bad th<strong>in</strong>g, maar<br />
het is wel wat an<strong>de</strong>rs dan <strong>de</strong> WEB met <strong>de</strong> equivalentie van leerwegen beoogt.<br />
Een door <strong>de</strong> overheid verzorg<strong>de</strong> schoolcomponent vormt ook een wezenlijk on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el<br />
van het Duitse duale stelsel, zowel <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van een aanzienlijke schoolcomponent<br />
b<strong>in</strong>nen elke duale opleid<strong>in</strong>g, als van voltijdse schoolse beroepsopleid<strong>in</strong>gen die een<br />
ge<strong>de</strong>eltelijk alternatief bie<strong>de</strong>n voor wie om welke re<strong>de</strong>n dan ook nog geen duale<br />
opleid<strong>in</strong>g kon of wou beg<strong>in</strong>nen. Ik ken vooralsnog geen enkel overtuigend argument<br />
waarom Ne<strong>de</strong>rland haar aanvullen<strong>de</strong> alternatieve (beroepsoplei<strong>de</strong>n<strong>de</strong>) vormgev<strong>in</strong>g van<br />
leerwegen zou moeten opgeven. 29 Dat roept wel <strong>de</strong> hier onbesproken gebleven, maar<br />
hoogst relevante, vraag op, hoe <strong>de</strong> overheid als <strong>markt</strong>meester moet sturen op concurrentie<br />
tussen: (1) schoolse en duale leerwegen; en (2) opleid<strong>in</strong>gsaanbie<strong>de</strong>rs.<br />
Die vragen zijn hier onbesproken gebleven. Niet omdat die vragen m<strong>in</strong><strong>de</strong>r belangrijk zijn;<br />
maar omdat zij naar mijn men<strong>in</strong>g pas <strong>in</strong> <strong>de</strong> context van <strong>de</strong>ze beschouw<strong>in</strong>g optimaal op<br />
hun waar<strong>de</strong> kunnen wor<strong>de</strong>n getaxeerd, en vervolgens ver<strong>de</strong>r geoperationaliseerd.<br />
29 Ik heb eer<strong>de</strong>r wel juist op dit punt empirisch on<strong>de</strong>rzoek bepleit. De doelstell<strong>in</strong>g daarachter is wat<br />
mij betreft echter veel beperkter: bepalen <strong>in</strong> welke mate goed functioneren<strong>de</strong> schoolse opleid<strong>in</strong>gen<br />
wellicht <strong>in</strong> bepaal<strong>de</strong> <strong>de</strong>el<strong>markt</strong>en onbedoeld <strong>de</strong> werk<strong>in</strong>g van eveneens goed functioneren<strong>de</strong> duale<br />
opleid<strong>in</strong>gen on<strong>de</strong>rgraven, en of er eventueel flankerend overheidsbeleid (of juist <strong>in</strong>trekk<strong>in</strong>g daarvan)<br />
nodig is om dat zoveel mogelijk te voorkomen.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 189
Literatuur<br />
190<br />
Bar<strong>de</strong>leben, R. von, U. Beicht & K. Feher (1995).<br />
Betriebliche Kosten und Nutzen <strong>de</strong>r Ausbildung. Berlijn/Bonn: Bun<strong>de</strong>s<strong>in</strong>stitut für<br />
Berufsbildung.<br />
Becker, G. (1964).<br />
Human capital. New York: Columbia University Press.<br />
Crouch, C., D. F<strong>in</strong>egold & M. Sako (1999).<br />
Are skills the answer? Oxford: Oxford University Press.<br />
Dercksen, W. & H. van Lieshout (1995).<br />
‘Beroepson<strong>de</strong>rwijs en schol<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>in</strong>ternationaal perspectief.’<br />
In: L. van <strong>de</strong>r Geest & J. van S<strong>in</strong><strong>de</strong>ren (red.). Kracht en zwakte van <strong>de</strong><br />
Ne<strong>de</strong>rlandse economie. (p. 47-65). Rotterdam: Bajesteh, Meeuwes & Co/Syntax<br />
Publishers Tilburg.<br />
F<strong>in</strong>egold, D & D. Soskice (1988).<br />
‘The failure of tra<strong>in</strong><strong>in</strong>g <strong>in</strong> Brita<strong>in</strong>: analysis and prescription.’ Oxford Review of<br />
Economic Policy, 4 (3), 21-53.<br />
Geurts, J. & B. Hövels (1994).<br />
‘Vorm<strong>in</strong>g van beroepen en beroepsvorm<strong>in</strong>g.’ Comenius, 14 (2), 178-197.<br />
Keltner, B. (1995).<br />
‘Relationship bank<strong>in</strong>g and competitive advantage: evi<strong>de</strong>nce from the U.S. and<br />
Germany’. California Management Review, 37 (4), 45-72.<br />
Kerr, C. (1954).<br />
‘The balkanization of labor markets.’ In: W. Wight Bakke et al. (eds.), Labor<br />
mobility and economic opportunity (p. 92-110). Cambridge: MIT Press.<br />
Lieshout, H. van (1995).<br />
‘Controle over verschuiv<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> on<strong>de</strong>rwijsstelsels: beheers<strong>in</strong>g of stur<strong>in</strong>g?’ In:<br />
B. Boon et al. (red.). Alles on<strong>de</strong>r controle. (p. 143-157). Utrecht: ISOR.<br />
Lieshout, H. van (1996).<br />
Beroepson<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> Duitsland. Amsterdam: Max Goote Kenniscentrum.<br />
Lieshout, H. van (1997).<br />
Vocational Education, Tra<strong>in</strong><strong>in</strong>g and Labor Markets <strong>in</strong> the United States. Utrecht:<br />
On<strong>de</strong>rzoekschool Arbeid, Welzijn en Sociaal-economisch Bestuur.<br />
Lieshout, H. van (1999).<br />
Firms, human capital and productivity: matched establishment comparisons,<br />
Amsterdam: Scholar.<br />
North, D. (1981).<br />
Structure and change <strong>in</strong> economic history. New York: Norton.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Parker, E. (1996).<br />
The district apprenticeship system of the Milwaukee metalwork<strong>in</strong>g sector, 1900-<br />
1930. Paper for the Social Science History Association Meet<strong>in</strong>g, New Orleans.<br />
Prais, S. (ed.) (1995a).<br />
Productivity, education and tra<strong>in</strong><strong>in</strong>g: Brita<strong>in</strong> and other countries compared.<br />
London: National Institute for Social and Economic Research.<br />
Prais, S. (ed.) (1995b).<br />
Productivity, education and tra<strong>in</strong><strong>in</strong>g: an <strong>in</strong>ternational perspective. London:<br />
National Institute for Social and Economic Research.<br />
Soskice, D. (1994).<br />
‘Reconcil<strong>in</strong>g markets and <strong>in</strong>stitutions: the German apprenticeship system.’ In: L.<br />
Lynch (ed.). Tra<strong>in</strong><strong>in</strong>g and the private sector. Chicago: University of Chicag Press.<br />
Stevens, M. (1994a).<br />
‘Labour contracts and efficiency <strong>in</strong> on-the-job tra<strong>in</strong><strong>in</strong>g.’ Economic Journal, 104<br />
(March), 408-419.<br />
Stevens, M. (1994b).<br />
‘A theoretical mo<strong>de</strong>l of on-the-job tra<strong>in</strong><strong>in</strong>g with imperfect competition.’ Oxford<br />
Economic Papers, 46 (4), 537-562.<br />
Swaan, A. <strong>de</strong> (1988).<br />
Zorg en <strong>de</strong> staat. Amsterdam: Uitgeverij Bert Bakker.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 191
11 Verschijnen<strong>in</strong>gsvormen van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong><br />
192<br />
het hoger on<strong>de</strong>rwijs: <strong>in</strong>ternationale vergelijk<strong>in</strong>g<br />
F. Kaiser en P. van <strong>de</strong>r Meer 1<br />
In dit hoofdstuk beschrijven we <strong>de</strong> hoger on<strong>de</strong>rwijsstelsels van Duitsland, Frankrijk, het<br />
Verenigd Kon<strong>in</strong>krijk, Ne<strong>de</strong>rland en <strong>de</strong> staat Michigan. Bij <strong>de</strong> beschrijv<strong>in</strong>g van <strong>de</strong>ze<br />
stelsels hebben we met name aandacht besteed aan <strong>de</strong> (on)mogelijkhe<strong>de</strong>n tot <strong>markt</strong>-<br />
werk<strong>in</strong>g. We hebben ons daarbij geconcentreerd op <strong>de</strong> <strong>markt</strong>structuur van het hoger<br />
on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> <strong>de</strong> diverse lan<strong>de</strong>n, <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n die <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen van hoger on<strong>de</strong>r-<br />
wijs hebben tot het maken van een eigen beleid en <strong>de</strong> doorzichtigheid van <strong>de</strong> <strong>markt</strong>.<br />
Daarbij hebben we het <strong>in</strong>itiële hoger on<strong>de</strong>rwijs geschei<strong>de</strong>n van het post-<strong>in</strong>itiële hoger<br />
on<strong>de</strong>rwijs.<br />
Onze belangrijkste conclusie is dat <strong>in</strong> het meren<strong>de</strong>el van <strong>de</strong> lan<strong>de</strong>n <strong>de</strong> markstructuur<br />
enigsz<strong>in</strong>s gesloten is en dat er <strong>in</strong> <strong>de</strong> meeste lan<strong>de</strong>n, met name <strong>in</strong> het <strong>in</strong>itiële on<strong>de</strong>rwijs,<br />
beperkte mogelijkhe<strong>de</strong>n tot concurrentie zijn. Dit komt echter <strong>de</strong> transparantie van <strong>de</strong><br />
<strong>markt</strong> ten goe<strong>de</strong>. De meest open <strong>markt</strong>en lijken ook het m<strong>in</strong>st doorzichtig te zijn.<br />
Alhoewel <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g op zich daardoor niet wordt belemmerd, is het resultaat van<br />
<strong>de</strong>ze <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g niet optimaal.<br />
1 F. Kaiser stu<strong>de</strong>er<strong>de</strong> bestuurskun<strong>de</strong> aan <strong>de</strong> Universiteit Twente. S<strong>in</strong>ds 1988 is hij als me<strong>de</strong>werker on<strong>de</strong>rzoek<br />
verbon<strong>de</strong>n aan het Center for Higher Education Policy Studies (CHEPS). Zijn voornaamste<br />
aandachtsgebie<strong>de</strong>n zijn <strong>in</strong>ternationaal vergelijken<strong>de</strong> studies, monitor<strong>in</strong>g van beleidsontwikkel<strong>in</strong>gen en<br />
het gebruik van <strong>in</strong>dicatoren. P. van <strong>de</strong>r Meer stu<strong>de</strong>er<strong>de</strong> economie aan <strong>de</strong> Rijksuniversiteit Gron<strong>in</strong>gen en<br />
promoveer<strong>de</strong> op een on<strong>de</strong>rzoek naar verdr<strong>in</strong>g<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong>. Ten tij<strong>de</strong> van het schrijven van<br />
dit artikel was hij verbon<strong>de</strong>n als senior on<strong>de</strong>rzoeker aan het CHEPS Studies. Gezamenlijk <strong>de</strong><strong>de</strong>n zij<br />
on<strong>de</strong>rzoek naar <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het hoger on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> opdracht van het m<strong>in</strong>isterie van OCenW<br />
(Kaiser e.a., 1999). Het twee<strong>de</strong> <strong>de</strong>el van dat rapport bevat meer ge<strong>de</strong>tailleer<strong>de</strong> gegevens over <strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rzochte lan<strong>de</strong>n.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
1 Inleid<strong>in</strong>g<br />
Marktwerk<strong>in</strong>g wordt gezien als een belangrijk <strong>in</strong>strument om op een efficiënte wijze<br />
vraag en aanbod aan elkaar te koppelen. In veel westerse lan<strong>de</strong>n zien we dat ook <strong>in</strong> het<br />
hoger on<strong>de</strong>rwijs <strong>de</strong> <strong>in</strong>voer<strong>in</strong>g en uitbreid<strong>in</strong>g van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g wordt gepropageerd.<br />
Overhe<strong>de</strong>n zien ook <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze traditioneel sterk gereguleer<strong>de</strong> sector mogelijkhe<strong>de</strong>n om<br />
door meer <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g hun doelen beter te bereiken. Marktwerk<strong>in</strong>g en hoger on<strong>de</strong>rwijs<br />
gaan echter niet altijd hand <strong>in</strong> hand. Zo maakte <strong>de</strong> commissie Cohen (1998) een uitzon<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g<br />
voor het hoger on<strong>de</strong>rwijs daar waar het het verwij<strong>de</strong>ren van barrières voor<br />
concurrentie betreft. Evenals voor an<strong>de</strong>re vormen van on<strong>de</strong>rwijs hebben overhe<strong>de</strong>n<br />
re<strong>de</strong>nen te over om <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> voor hoger on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> te grijpen. Economen hebben<br />
het al snel over positieve externe effecten van het hoger on<strong>de</strong>rwijs of zien on<strong>de</strong>rwijs als<br />
een bemoeigoed, waaraan <strong>de</strong> bewoners van een land blijkbaar m<strong>in</strong><strong>de</strong>r waar<strong>de</strong> hechten<br />
dan hun overheid (Barr, 1998). An<strong>de</strong>re re<strong>de</strong>nen voor <strong>de</strong> overheid om maatregelen te<br />
nemen betreffen het waarborgen van <strong>de</strong> toegankelijkheid of het verhogen van <strong>de</strong> rechtvaardigheid.<br />
Hoewel <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse besluiten op grond van eigen uitgangspunten moet<br />
wor<strong>de</strong>n gemaakt, kan een <strong>in</strong>ternationale vergelijk<strong>in</strong>g bijdragen tot een kritische reflectie<br />
op die uitgangspunten. Dat is <strong>de</strong> doelstell<strong>in</strong>g van dit hoofdstuk: het beschrijven van<br />
verschijn<strong>in</strong>gsvormen van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> een aantal buitenlandse hoger on<strong>de</strong>rwijssystemen<br />
ter verbred<strong>in</strong>g en verdiep<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> <strong>in</strong>zichten <strong>in</strong> <strong>de</strong> (on)mogelijkhe<strong>de</strong>n van en<br />
randvoorwaar<strong>de</strong>n voor <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het hoger on<strong>de</strong>rwijs. Bij <strong>de</strong>ze beschrijv<strong>in</strong>gen<br />
vormen twee vragen <strong>de</strong> leidraad: hoe zijn <strong>de</strong> <strong>markt</strong>en voor hoger on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> een vijftal<br />
lan<strong>de</strong>n <strong>in</strong>gericht? en wat zijn op <strong>de</strong>ze <strong>markt</strong>en (on)mogelijkhe<strong>de</strong>n tot concurrentie en<br />
competitie tussen <strong>de</strong> (potentiële) aanbie<strong>de</strong>rs van hoger on<strong>de</strong>rwijs?<br />
Bij <strong>de</strong> beantwoord<strong>in</strong>g van <strong>de</strong>ze vragen moet wor<strong>de</strong>n bedacht dat er niet één <strong>markt</strong> voor<br />
hoger on<strong>de</strong>rwijs is. Een belangrijk kenmerk van het hoger on<strong>de</strong>rwijs is dat b<strong>in</strong>nen een<br />
groot <strong>de</strong>el van <strong>de</strong>ze sector niet alleen het geven van on<strong>de</strong>rwijs centraal staat, maar ook<br />
het uitvoeren van on<strong>de</strong>rzoek hoge prioriteit heeft. Kortom: we hebben te maken met<br />
meer<strong>de</strong>re <strong>markt</strong>en. Nu zijn <strong>de</strong>ze <strong>markt</strong>en ten <strong>de</strong>le met elkaar verweven. Vooral universiteiten<br />
zijn op bei<strong>de</strong> <strong>markt</strong>en actief: ze geven on<strong>de</strong>rwijs en doen on<strong>de</strong>rzoek. Daarnaast<br />
produceren aanbie<strong>de</strong>rs van hoger on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> toenemen<strong>de</strong> mate diensten als contracton<strong>de</strong>rwijs<br />
en contracton<strong>de</strong>rzoek. Omdat <strong>de</strong> bun<strong>de</strong>l zich concentreert op het on<strong>de</strong>rwijs<br />
beperken we ons <strong>in</strong> dit hoofdstuk dan ook tot het on<strong>de</strong>rwijs en wordt <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong><br />
het on<strong>de</strong>rzoek buiten beschouw<strong>in</strong>g gelaten. Contracton<strong>de</strong>rwijs is een groeien<strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
met een toenemend belang. Omdat een belangrijk <strong>de</strong>el van dit contracton<strong>de</strong>rwijs post<strong>in</strong>itieel<br />
on<strong>de</strong>rwijs is, beste<strong>de</strong>n we zowel aandacht aan <strong>in</strong>itieel en post-<strong>in</strong>itieel hoger<br />
on<strong>de</strong>rwijs. Omdat er echter ook <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen zijn die zich op slechts één <strong>markt</strong> bewegen,<br />
hou<strong>de</strong>n we <strong>de</strong>ze <strong>markt</strong>en <strong>in</strong> onze beschrijv<strong>in</strong>gen geschei<strong>de</strong>n.<br />
Om <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksvragen te beantwoor<strong>de</strong>n hebben we allereerst op grond van een literatuurstudie<br />
over concurrentie en ‘quasi-<strong>markt</strong>en’ een conceptueel ka<strong>de</strong>r ontwikkeld,<br />
waarmee we <strong>de</strong> <strong>markt</strong> kunnen beschrijven. Dit ka<strong>de</strong>r geven we kort <strong>in</strong> paragraaf 2 weer<br />
en dient met name ter on<strong>de</strong>rbouw<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> vragenlijst die voor dit on<strong>de</strong>rzoek is<br />
opgesteld. De metho<strong>de</strong> van on<strong>de</strong>rzoek en <strong>de</strong> lan<strong>de</strong>nkeuze (Duitsland, Frankrijk, Verenigd<br />
Kon<strong>in</strong>krijk, Ne<strong>de</strong>rland en Michigan <strong>in</strong> <strong>de</strong> VS) werken we ver<strong>de</strong>r uit <strong>in</strong> paragraaf 3.<br />
Per land, <strong>in</strong> paragraaf 4, komen <strong>de</strong> belangrijkste kenmerken van <strong>de</strong> <strong>markt</strong>structuur aan<br />
<strong>de</strong> or<strong>de</strong>. Naast aandacht voor recente ontwikkel<strong>in</strong>gen zullen we, zoals beargumenteerd <strong>in</strong><br />
paragraaf 2, <strong>in</strong>gaan op aspecten als <strong>markt</strong>structuur, (mogelijk) gedrag van spelers en<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
193
194<br />
transparantie van <strong>de</strong> <strong>markt</strong>. In een afsluiten<strong>de</strong> paragraaf beantwoor<strong>de</strong>n we <strong>de</strong> twee <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>leid<strong>in</strong>g gestel<strong>de</strong> vragen en geven we weer <strong>in</strong> hoeverre er <strong>in</strong> <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzochte lan<strong>de</strong>n<br />
sprake is van (on)mogelijkhe<strong>de</strong>n tot <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g (concurrentie) <strong>in</strong> het hoger on<strong>de</strong>rwijs.<br />
Ook gaan we, waar mogelijk, <strong>in</strong> op <strong>de</strong> vraag of <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>n benut en welke<br />
effecten zijn opgetre<strong>de</strong>n. Dit laatste blijft echter zeer summier.<br />
2 Conceptueel ka<strong>de</strong>r<br />
De <strong>markt</strong> is <strong>de</strong> plaats waar vraag en aanbod elkaar ontmoeten. Transacties v<strong>in</strong><strong>de</strong>n plaats<br />
als overeenstemm<strong>in</strong>g is bereikt tussen vrager en aanbie<strong>de</strong>r over welk goed tegen welke<br />
prijs wordt verruild. In veel situaties biedt <strong>de</strong> <strong>markt</strong> een efficiënte oploss<strong>in</strong>g voor het<br />
coörd<strong>in</strong>atieprobleem van vragers en aanbie<strong>de</strong>rs (Hendrikse, 1998). Daarbij heeft elk goed<br />
zijn eigen <strong>markt</strong>, waarbij die <strong>markt</strong>en elkaar over en weer beïnvloe<strong>de</strong>n. De werk<strong>in</strong>g van<br />
<strong>de</strong> <strong>markt</strong> wordt beïnvloed door een stelsel van reguler<strong>in</strong>gen bestaan<strong>de</strong> uit wetten en<br />
an<strong>de</strong>re regels. De uitkomst van <strong>de</strong> <strong>markt</strong>, welke transacties hebben plaatsgevon<strong>de</strong>n, is<br />
afhankelijk van <strong>de</strong>ze regels. De belangrijkste regels betreffen <strong>de</strong> toegang tot <strong>de</strong> <strong>markt</strong>,<br />
<strong>in</strong>formatievoorzien<strong>in</strong>g, besliss<strong>in</strong>gsvrijheid en transactiekosten (Bartlett & LeGrand, 1993,<br />
p. 19).<br />
Een belangrijk <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> regels richt zich op wie zich op <strong>de</strong> <strong>markt</strong> mogen en kunnen<br />
begeven. Voor een goe<strong>de</strong> <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g wordt van belang geacht dat zowel vragers als<br />
aanbie<strong>de</strong>rs vrije toegang hebben. De vrije toegang houdt <strong>in</strong> dat ie<strong>de</strong>reen on<strong>de</strong>r <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong><br />
voorwaar<strong>de</strong>n toegang heeft. Er moet sprake zijn van eerlijke concurrentie <strong>in</strong> <strong>de</strong> z<strong>in</strong> dat<br />
niemand een bevoor<strong>de</strong>el<strong>de</strong> positie op <strong>de</strong> <strong>markt</strong> <strong>in</strong>neemt of een voor<strong>de</strong>lige startpositie<br />
heeft. Vandaar dat <strong>in</strong> <strong>de</strong> meeste lan<strong>de</strong>n regelgev<strong>in</strong>g bestaat die monopolievorm<strong>in</strong>g tegengaat.<br />
Soms is <strong>de</strong> toegang beperkt; hetzij vanwege overheidsreguler<strong>in</strong>g, hetzij vanwege<br />
technische aspecten van het productieproces.<br />
Ook is het voor een goe<strong>de</strong> <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g van belang dat ie<strong>de</strong>re speler op <strong>de</strong> <strong>markt</strong> over<br />
<strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> <strong>in</strong>formatie beschikt. Ie<strong>de</strong>reen moet weten welke kwaliteit tegen welke prijs<br />
wordt verhan<strong>de</strong>ld. Soms is <strong>de</strong>ze <strong>in</strong>formatie alleen beschikbaar voor één van <strong>de</strong> partijen.<br />
Het is vooral problematisch als <strong>de</strong> kwaliteit van het goed slecht, of slechts tegen hoge<br />
kosten, gemeten kan wor<strong>de</strong>n. Het gebrek aan <strong>in</strong>formatie of eenzijdige <strong>in</strong>formatie kan<br />
lei<strong>de</strong>n tot een veelheid van coörd<strong>in</strong>atieproblemen. Voor een overzicht zie Milgrom &<br />
Roberts (1992) of Hendrikse (1998).<br />
Ver<strong>de</strong>r moeten vragers en aanbie<strong>de</strong>rs <strong>de</strong> vrijheid hebben zelf te besluiten of <strong>de</strong> transactie<br />
doorgang moet hebben. Bei<strong>de</strong>n moeten er baat bij hebben, an<strong>de</strong>rs komt <strong>de</strong> transactie<br />
niet tot stand. Voor <strong>de</strong> aanbie<strong>de</strong>r betekent dit dat hij zelf zijn prijs vast mag stellen, maar<br />
daarbij gebon<strong>de</strong>n is aan het gedrag van zijn concurrenten. I<strong>de</strong>aliter wordt <strong>de</strong> prijs, die<br />
alle benodig<strong>de</strong> <strong>in</strong>formatie bevat, door <strong>de</strong> <strong>markt</strong>, dat wil zeggen <strong>de</strong> concurrentie, gedicteerd.<br />
Tevens is het belangrijk dat <strong>de</strong> vragers en aanbie<strong>de</strong>rs op <strong>de</strong> <strong>markt</strong> proberen hun eigen<br />
nut te maximaliseren. Daardoor zullen <strong>de</strong> goe<strong>de</strong>ren, gegeven <strong>de</strong> kwaliteit, tegen <strong>de</strong><br />
laagst mogelijke prijzen wor<strong>de</strong>n verhan<strong>de</strong>ld. Dit dw<strong>in</strong>gt <strong>de</strong> aanbie<strong>de</strong>rs tot een efficiënte<br />
productie. Ook dw<strong>in</strong>gt <strong>de</strong> <strong>markt</strong> <strong>de</strong> aanbie<strong>de</strong>rs te reageren op <strong>de</strong> wensen van <strong>de</strong> vragers.<br />
Belangrijk daarbij is dat <strong>de</strong> vragers op <strong>de</strong> <strong>markt</strong> voldoen<strong>de</strong> keuzemogelijkhe<strong>de</strong>n hebben,<br />
zowel wat betreft <strong>de</strong> goe<strong>de</strong>ren als <strong>de</strong> producenten van die goe<strong>de</strong>ren. De aanbie<strong>de</strong>rs<br />
moeten <strong>de</strong> mogelijkheid hebben op <strong>de</strong> wensen van <strong>de</strong> consumenten <strong>in</strong> te spelen en <strong>de</strong><br />
door <strong>de</strong> consument gewenste goe<strong>de</strong>ren te produceren. Indien <strong>de</strong> aanbie<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
motieven heeft dan w<strong>in</strong>stmaximaliser<strong>in</strong>g, zich niet rationeel gedraagt, zal hij m<strong>in</strong><strong>de</strong>r<br />
gedreven zijn aan <strong>de</strong> wensen van <strong>de</strong> klant te voldoen.<br />
Een vijf<strong>de</strong> voorwaar<strong>de</strong> voor een goe<strong>de</strong> <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g is dat kosten om <strong>de</strong> transactie tot<br />
stand te brengen zo laag mogelijk moeten zijn. Enerzijds betekent dit dat er goe<strong>de</strong><br />
ruilmid<strong>de</strong>len voorhan<strong>de</strong>n moeten zijn. An<strong>de</strong>rzijds moeten <strong>de</strong> zoekkosten zo laag mogelijk<br />
zijn. Hiervoor is een goe<strong>de</strong> <strong>in</strong>formatievoorzien<strong>in</strong>g van belang. Een niet onbelangrijk<br />
on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el van <strong>de</strong> transactiekosten is het gemak waarmee van aanbie<strong>de</strong>r en/of vrager<br />
gewisseld kan wor<strong>de</strong>n. Eenmaal gemaakte <strong>in</strong>vester<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> een transactie b<strong>in</strong><strong>de</strong>n <strong>de</strong><br />
vrager aan <strong>de</strong> aanbie<strong>de</strong>r, waardoor <strong>de</strong> aanbie<strong>de</strong>r ‘macht’ over <strong>de</strong> vrager krijgt. Dit staat<br />
bekend als het ‘hold-up’ of ‘lock-<strong>in</strong>’ probleem (Milgrom & Roberts, 1992, p. 136).<br />
Zoals we <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>in</strong>leid<strong>in</strong>g reeds memoreer<strong>de</strong>n, heeft <strong>de</strong> overheid twee belangrijke re<strong>de</strong>nen<br />
om <strong>in</strong> te grijpen op <strong>de</strong> <strong>markt</strong> voor (hoger) on<strong>de</strong>rwijs: het bestaan van positieve externe<br />
effecten en <strong>de</strong> overheid die on<strong>de</strong>rwijs ziet als een bemoeigoed (‘merit good’) (Barr, 1998).<br />
Vanwege positieve externe effecten zullen <strong>in</strong>dividuen te we<strong>in</strong>ig <strong>in</strong> hoger on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong>vesteren.<br />
Deze positieve externe effecten van hoger on<strong>de</strong>rwijs zijn <strong>in</strong> emprisch on<strong>de</strong>rzoek<br />
echter nauwelijks aangetoond (Oosterbeek, 1998). Daarom is me<strong>de</strong>bekostig<strong>in</strong>g door <strong>de</strong><br />
overheid verantwoord. Dit verlaagt <strong>de</strong> kosten voor het <strong>in</strong>dividu waardoor meer personen<br />
(meer) on<strong>de</strong>rwijs gaan volgen. Dit voorkomt on<strong>de</strong>r<strong>in</strong>vester<strong>in</strong>g. Deze me<strong>de</strong>bekostig<strong>in</strong>g kan<br />
echter op vele manieren zijn geregeld. Sommige regel<strong>in</strong>gen zijn daarbij meer <strong>markt</strong>conform<br />
dan an<strong>de</strong>ren, dat wil zeggen verstoren niet <strong>de</strong> concurrentieverhoud<strong>in</strong>gen op <strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong>.<br />
De twee<strong>de</strong> re<strong>de</strong>n voor <strong>de</strong> overheid om zich met (hoger) on<strong>de</strong>rwijs te bemoeien is dat zij<br />
v<strong>in</strong>dt dat <strong>in</strong>dividuele burgers voor zichzelf niet voldoen<strong>de</strong> het belang van hoger on<strong>de</strong>rwijs<br />
<strong>in</strong>zien, waardoor zij zich geroepen voelt het aanbod van on<strong>de</strong>rwijs en het volgen van<br />
on<strong>de</strong>rwijs te reguleren. Dit <strong>in</strong>grijpen <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> kan vele vormen aannemen, waarvan<br />
sommige <strong>de</strong> concurrentie op <strong>de</strong> <strong>markt</strong> bevor<strong>de</strong>ren en an<strong>de</strong>re <strong>de</strong>ze juist te niet doen.<br />
Op grond van literatuurstudie hebben we een ka<strong>de</strong>r opgesteld waarmee we <strong>de</strong><br />
(quasi)<strong>markt</strong>en <strong>in</strong> een aantal hoger on<strong>de</strong>rwijsstelsels kunnen beschrijven.<br />
Daartoe i<strong>de</strong>ntificeren we eerst <strong>de</strong> leveranciers en gebruikers op <strong>de</strong> <strong>markt</strong> en <strong>de</strong> producten<br />
die wor<strong>de</strong>n aangebo<strong>de</strong>n. Vervolgens gaan we na of en hoe <strong>markt</strong>gedrag door <strong>de</strong> overheid<br />
wordt gereguleerd. Daarbij on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n we drie typen beleid: beleid gericht op <strong>de</strong><br />
basisvoorwaar<strong>de</strong>n, beleid gericht op <strong>de</strong> <strong>markt</strong>structuur en beleid gericht op het gedrag<br />
van <strong>de</strong> spelers op <strong>de</strong> <strong>markt</strong>. Op grond van <strong>de</strong>ze drie<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g en <strong>de</strong> voorwaar<strong>de</strong>n voor<br />
<strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g zoals die <strong>in</strong> paragraaf 2 aan <strong>de</strong> or<strong>de</strong> zijn gekomen on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n we <strong>de</strong><br />
volgen<strong>de</strong> vragen:<br />
1 Is er beleid ontwikkeld om <strong>de</strong> basisvoorwaar<strong>de</strong>n voor <strong>de</strong> <strong>markt</strong> voor hoger on<strong>de</strong>rwijs<br />
(HO) te garan<strong>de</strong>ren of te verbeteren? Zo zullen we aandacht beste<strong>de</strong>n aan<br />
regelgev<strong>in</strong>g over eigendomsrechten, <strong>de</strong> toepass<strong>in</strong>g van me<strong>de</strong>d<strong>in</strong>g<strong>in</strong>gswetgev<strong>in</strong>g<br />
op het terre<strong>in</strong> van hoger on<strong>de</strong>rwijs en hoger on<strong>de</strong>rwijs wetgev<strong>in</strong>g.<br />
2 Hoe open is <strong>de</strong> <strong>markt</strong>structuur en welke regels (zoals belast<strong>in</strong>gen en subsidies)<br />
past <strong>de</strong> overheid toe? Is <strong>de</strong> toegang tot <strong>de</strong> <strong>markt</strong>en gereguleerd of open voor<br />
ie<strong>de</strong>reen? Krijgen HO-<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen subsidies en kunnen concurrenten ook<br />
aanspraak maken op <strong>de</strong>rgelijke subsidies? Gel<strong>de</strong>n voor alle partijen vergelijkbare<br />
fiscale regel<strong>in</strong>gen?<br />
3 Wat is het overheidsbeleid gericht op het gedrag van <strong>de</strong> spelers met betrekk<strong>in</strong>g<br />
tot:<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
195
196<br />
- prijs en hoeveelheid: Op welke wijze treedt <strong>de</strong> overheid regulerend op om<br />
positieve externe effecten te waarborgen? Concurreren HO-<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen met<br />
elkaar om <strong>de</strong> stu<strong>de</strong>nten? Zijn er verschillen <strong>in</strong> collegegel<strong>de</strong>n/tarieven tussen<br />
<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen? Wor<strong>de</strong>n HO-<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen gesponsord door werkgevers/hebben HO<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
afspraken met werkgevers?<br />
- transparantie: Hoe treedt <strong>de</strong> overheid regulerend op om <strong>in</strong>formatie over kwaliteit<br />
van on<strong>de</strong>rwijs beschikbaar te krijgen? Welke spelers zijn bij het leveren van<br />
<strong>in</strong>formatie over kwaliteit betrokken? Wie verstrekt <strong>in</strong>formatie over kwaliteit aan<br />
<strong>de</strong> gebruikers?<br />
3 Metho<strong>de</strong> van on<strong>de</strong>rzoek en lan<strong>de</strong>nkeuze<br />
Op grond van het ka<strong>de</strong>r <strong>in</strong> <strong>de</strong> voorgaan<strong>de</strong> paragraaf is een vragenlijst opgesteld.<br />
Deze vragen hebben wij op twee manieren beantwoord. In <strong>de</strong> eerste plaats door mid<strong>de</strong>l<br />
van het bestu<strong>de</strong>ren van literatuur, beleidsdocumenten, wet- en regelgev<strong>in</strong>g en an<strong>de</strong>re<br />
voor <strong>de</strong> beantwoord<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> vragen uit <strong>de</strong> vragenlijst relevante documenten. In <strong>de</strong><br />
twee<strong>de</strong> plaats hebben we gesprekken gevoerd met nationale <strong>de</strong>skundigen over <strong>de</strong><br />
discussies en ervar<strong>in</strong>gen met <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> hun nationale hoger on<strong>de</strong>rwijsstelsels.<br />
Op <strong>de</strong>ze manier hebben we <strong>de</strong> leemtes <strong>in</strong>gevuld die na <strong>de</strong> literatuurstudie nog<br />
overbleven. Ook hebben we <strong>de</strong> <strong>de</strong>skundigheid van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rvraag<strong>de</strong>n gebruikt om <strong>de</strong><br />
bev<strong>in</strong>d<strong>in</strong>gen uit <strong>de</strong> literatuurstudie te controleren.<br />
De studie omvat vijf hoger on<strong>de</strong>rwijssystemen: Duitsland, Frankrijk, het Verenigd<br />
Kon<strong>in</strong>krijk, Ne<strong>de</strong>rland en <strong>de</strong> staat Michigan (VS). Er is een aantal re<strong>de</strong>nen waarom we juist<br />
voor <strong>de</strong>ze vijf lan<strong>de</strong>n hebben gekozen. Aan <strong>de</strong> ene kant wil<strong>de</strong>n we <strong>in</strong> <strong>de</strong> studie lan<strong>de</strong>n<br />
betrekken die vermoe<strong>de</strong>lijk meer concurrentie en competitie <strong>in</strong> hun hoger on<strong>de</strong>rwijs<br />
hebben dan Ne<strong>de</strong>rland en aan <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re kant lan<strong>de</strong>n die vermoe<strong>de</strong>lijk m<strong>in</strong><strong>de</strong>r concurrentie<br />
en competitie hebben. Daarom zijn er naast lan<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> Angelsaksische traditie ook<br />
an<strong>de</strong>re lan<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> studie opgenomen. Ook moet <strong>de</strong> situatie op an<strong>de</strong>re terre<strong>in</strong>en enigsz<strong>in</strong>s<br />
vergelijkbaar zijn. Dit beperkt <strong>de</strong> keuze tot westerse lan<strong>de</strong>n. Een <strong>de</strong>r<strong>de</strong>, meer<br />
pragmatische re<strong>de</strong>n is <strong>de</strong> aanwezige kennis bij <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoekers over hoger on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong><br />
bepaal<strong>de</strong> lan<strong>de</strong>n. In het ka<strong>de</strong>r van <strong>de</strong> hoger on<strong>de</strong>rwijs monitor van CHEPS is <strong>in</strong>formatie<br />
over hoger on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> een achttal westerse lan<strong>de</strong>n aanwezig. Op grond van <strong>de</strong>ze<br />
overweg<strong>in</strong>gen zijn we tot <strong>de</strong> keuze van <strong>de</strong> vijf nationale hoger on<strong>de</strong>rwijsstelsels<br />
gekomen. Ver<strong>de</strong>re <strong>de</strong>tails kunt u v<strong>in</strong><strong>de</strong>n <strong>in</strong> Kaiser e.a. (1999).<br />
Het on<strong>de</strong>rzoek beperkt zich tot een kwalitatief vergelijken<strong>de</strong> beschrijv<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
systemen van hoger on<strong>de</strong>rwijs. Een analyse van <strong>de</strong> effecten van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het<br />
hoger on<strong>de</strong>rwijs bleek niet mogelijk. Daarvoor zijn <strong>de</strong> ervar<strong>in</strong>gen met <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong><br />
vier van <strong>de</strong> vijf hoger on<strong>de</strong>rwijssystemen te pril. Wat er <strong>in</strong> <strong>de</strong> literatuur bekend is over<br />
<strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g is beperkt tot effecten van collegegeldverhog<strong>in</strong>gen, veelal <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
Amerikaanse context.<br />
4 Lan<strong>de</strong>nbeschrijv<strong>in</strong>g<br />
In <strong>de</strong>ze paragraaf beschrijven we <strong>de</strong> werk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> <strong>markt</strong>en van hoger on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> een<br />
vijftal lan<strong>de</strong>n. Deze lan<strong>de</strong>n zijn Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Kon<strong>in</strong>krijk, Ne<strong>de</strong>rland<br />
en Michigan (VS). De nadruk bij <strong>de</strong>ze beschrijv<strong>in</strong>gen ligt op <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n tot<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
concurrentie op <strong>de</strong> <strong>markt</strong>. In hoeverre van <strong>de</strong>ze mogelijkhe<strong>de</strong>n gebruikt wordt gemaakt,<br />
is niet bekend. In <strong>de</strong> slotparagraaf komen we daarop terug.<br />
4.1 DUITSLAND<br />
De belangrijkste doelstell<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> <strong>in</strong>troductie van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g is het verbeteren van<br />
<strong>de</strong> kwaliteit van on<strong>de</strong>rwijs aan <strong>de</strong> publieke hoger on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen. Dat sommige<br />
<strong>markt</strong>conforme elementen ook <strong>de</strong> efficiëntie van het systeem kunnen vergroten of<br />
kunnen bijdragen aan <strong>de</strong> verhog<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> maatschappelijke relevantie van het hoger<br />
on<strong>de</strong>rwijs wordt door onze oosterburen als een welkome bijkomstigheid gezien.<br />
eEen belangrijke voorwaar<strong>de</strong> voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>troductie van <strong>markt</strong>conforme elementen is dat <strong>de</strong><br />
diversiteit van het hoger on<strong>de</strong>rwijs gewaarborgd moet blijven. Alle discipl<strong>in</strong>es en studiericht<strong>in</strong>gen<br />
moeten kunnen wor<strong>de</strong>n gestu<strong>de</strong>erd. Men is enigsz<strong>in</strong>s bevreesd dat (private)<br />
<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen op een vrije <strong>markt</strong> slechts <strong>de</strong> krenten uit <strong>de</strong> pap zullen pikken en dat<br />
<strong>de</strong>rhalve niet-w<strong>in</strong>stgeven<strong>de</strong> studiericht<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> onvoldoen<strong>de</strong> mate wor<strong>de</strong>n aangebo<strong>de</strong>n.<br />
Initieel hoger on<strong>de</strong>rwijs<br />
De <strong>markt</strong>structuur <strong>in</strong> Duitsland is gesloten. De belemmer<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> toegang voor<br />
nieuwe aanbie<strong>de</strong>rs tot <strong>de</strong> hoger on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong> zijn aanzienlijk. Zo mogen nieuwe<br />
universiteiten die het recht hebben stu<strong>de</strong>nten voor officieel erken<strong>de</strong> diploma’s op te<br />
lei<strong>de</strong>n niet vrijelijk wordt opgericht. Alle publieke hoger on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen wor<strong>de</strong>n<br />
opgesomd <strong>in</strong> regionale wetten en uitbreid<strong>in</strong>gen van die lijst moeten <strong>in</strong> meerjarenplannen<br />
zijn opgenomen. Voor private <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen, die <strong>in</strong>itieel hoger on<strong>de</strong>rwijs willen aanbie<strong>de</strong>n,<br />
geldt dat ze moeten wor<strong>de</strong>n goedgekeurd door <strong>de</strong> m<strong>in</strong>ister. Ook voor publieke <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
die zich al op <strong>de</strong> <strong>markt</strong> bev<strong>in</strong><strong>de</strong>n bestaan er belemmer<strong>in</strong>gen, met name bij het<br />
aanbie<strong>de</strong>n van nieuwe studiericht<strong>in</strong>gen. Om tot erken<strong>de</strong> (en bekostig<strong>de</strong>) diploma’s op te<br />
lei<strong>de</strong>n moeten ze een goedkeur<strong>in</strong>gsprocedure doorlopen. Dit m<strong>in</strong> of meer gecentraliseer<strong>de</strong><br />
systeem belemmert <strong>de</strong> mate van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g, maar maakt <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g niet<br />
onmogelijk. Erken<strong>de</strong> private <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen moeten een vergelijkbare procedure doorlopen.<br />
Een <strong>de</strong>r<strong>de</strong> barrière voor meer <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g betreft het bekostig<strong>in</strong>gssysteem voor Duitse<br />
universiteiten. In <strong>de</strong> meeste <strong>de</strong>elstaten is een groot <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> publieke gel<strong>de</strong>n geoormerkt,<br />
hetgeen <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen belemmert <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>len naar eigen <strong>in</strong>zicht te beste<strong>de</strong>n.<br />
Hierdoor is het moeilijk een concurreren<strong>de</strong> speler te wor<strong>de</strong>n. In sommige <strong>de</strong>elstaten<br />
wordt geëxperimenteerd met lump-sum f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g. Private aanbie<strong>de</strong>rs kunnen <strong>in</strong><br />
aanmerk<strong>in</strong>g komen voor (beperkte) publieke bekostig<strong>in</strong>g als ze erkend zijn.<br />
Een bijkomen<strong>de</strong> toegangsbarrière ligt <strong>in</strong> <strong>de</strong> belast<strong>in</strong>gwetgev<strong>in</strong>g besloten. Publieke<br />
<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen hoeven geen BTW te betalen over <strong>de</strong> aangebo<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>rwijsdiensten, terwijl<br />
(erken<strong>de</strong>) private <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen dit wel moeten.<br />
Publieke <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen mogen niet zelf hun stu<strong>de</strong>nten selecteren. Er is wel selectie, maar<br />
die geldt op lan<strong>de</strong>lijk niveau. Hierdoor wor<strong>de</strong>n ze op <strong>de</strong> <strong>markt</strong> enigsz<strong>in</strong>s op achterstand<br />
gezet, omdat private <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen wel zelf mogen bepalen hoeveel en welke stu<strong>de</strong>nten ze<br />
toelaten. Stu<strong>de</strong>nten hebben een re<strong>de</strong>lijke vrijheid bij <strong>de</strong> keuze van aanbie<strong>de</strong>r.<br />
Deze vrijheid wordt bij publieke aanbie<strong>de</strong>rs beperkt <strong>in</strong>dien voor het gekozen programma<br />
een plaats<strong>in</strong>gsprocedure of een numerus fixus geldt. Bij private aanbie<strong>de</strong>rs wordt <strong>de</strong><br />
keuze beperkt door f<strong>in</strong>anciële drempels. Daar waar aan <strong>de</strong> publieke <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen geen<br />
collegegel<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>n geheven, zijn <strong>de</strong>ze aan private <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen soms aanzienlijk.<br />
Tussentijds wisselen van <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g is mogelijk, maar het ontbreken van een formeel<br />
transfersysteem van studiepunten bemoeilijkt die mobiliteit aanzienlijk.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
197
198<br />
In Duitsland is er geen systeem van kwaliteitsbeoor<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g. Het gehele bouwwerk van<br />
regels moet garan<strong>de</strong>ren dat er geen grote verschillen <strong>in</strong> kwaliteit tussen <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
bestaan. Het mag niet uitmaken waar een stu<strong>de</strong>nt een diploma haalt.<br />
Vanwege het hele stelsel aan regels wordt <strong>de</strong> <strong>markt</strong> als doorzichtig beschouwd.<br />
Post-<strong>in</strong>itieel hoger on<strong>de</strong>rwijs<br />
De <strong>markt</strong> voor post-<strong>in</strong>itieel hoger on<strong>de</strong>rwijs is zeer heterogeen. Er wor<strong>de</strong>n hoofdzakelijk<br />
twee typen programma’s aangebo<strong>de</strong>n. Het eerste type programma’s leidt tot nationaal<br />
erken<strong>de</strong> diploma’s en <strong>de</strong>ze programma’s wor<strong>de</strong>n veelal gezien als nog behorend tot het<br />
reguliere hoger on<strong>de</strong>rwijs. Het twee<strong>de</strong> type programma’s omvat een bre<strong>de</strong> waaier aan<br />
korte en langere programma’s die <strong>in</strong> het algemeen niet tot nationaal erken<strong>de</strong> kwalificaties<br />
lei<strong>de</strong>n. Er zijn geen <strong>in</strong>dicaties over <strong>de</strong> omvang van <strong>de</strong> <strong>markt</strong> bekend. Experts signaleren<br />
echter een stijgen<strong>de</strong> trend.<br />
De belemmer<strong>in</strong>gen tot <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g bij het eerste type programma’s (Aufbaustudien,<br />
Ergänzungstudien, Zusatzstudien en het doctoraat) zijn vergelijkbaar met die <strong>in</strong> het<br />
<strong>in</strong>itiële hoger on<strong>de</strong>rwijs. Dezelf<strong>de</strong> regelgev<strong>in</strong>g is van toepass<strong>in</strong>g en <strong>de</strong> toegang tot <strong>de</strong><br />
<strong>markt</strong> is nog steeds sterk gereguleerd. Ver<strong>de</strong>r mogen Fachhochschulen geen doctoraatprogramma’s<br />
aanbie<strong>de</strong>n. Het systeem van Weiterbildung (post-<strong>in</strong>itiële hoger on<strong>de</strong>rwijsprogramma’s<br />
van het twee<strong>de</strong> type) kent m<strong>in</strong><strong>de</strong>r belemmer<strong>in</strong>gen.<br />
Zowel publieke als private <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen mogen collegegel<strong>de</strong>n heffen voor het aanbie<strong>de</strong>n<br />
van post-<strong>in</strong>itieel hoger on<strong>de</strong>rwijs van het twee<strong>de</strong> type, maar <strong>de</strong> meeste <strong>de</strong>elstaten stellen<br />
voorwaar<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong> hoogte van het collegegeld dat publieke <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen mogen vragen.<br />
De <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen bepalen zelf hoeveel studieplaatsen zij aanbie<strong>de</strong>n en wie daarvoor <strong>in</strong><br />
aanmerk<strong>in</strong>g komen. Voor <strong>de</strong> programma’s van het eerste type mogen publieke <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
geen collegegel<strong>de</strong>n vragen. Private <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen zijn geheel vrij <strong>in</strong> het bepalen van <strong>de</strong><br />
hoogte van het collegegeld.<br />
Evenals bij <strong>de</strong> <strong>markt</strong> voor <strong>in</strong>itieel on<strong>de</strong>rwijs ontbreekt op <strong>de</strong>ze <strong>markt</strong> een formeel<br />
systeem van kwaliteitsbeoor<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g. Het gehele stelsel van wetten en regels moet<br />
garan<strong>de</strong>ren dat er geen grote kwaliteitsverschillen bestaan tussen <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen.<br />
Dit geldt vooral voor het eerste type post-<strong>in</strong>itiële on<strong>de</strong>rwijs. Het is te verwachten dat er<br />
tussen <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gen van het twee<strong>de</strong> type post-<strong>in</strong>itiële on<strong>de</strong>rwijs kwaliteitsverschillen<br />
bestaan. Dit <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> <strong>markt</strong> is m<strong>in</strong><strong>de</strong>r doorzichtig.<br />
4.2 FRANKRIJK<br />
In het algemeen zien <strong>de</strong> Fransen niet veel voor<strong>de</strong>len van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het hoger<br />
on<strong>de</strong>rwijs. Voor zover <strong>in</strong>voer<strong>in</strong>g van <strong>markt</strong>conforme elementen heeft plaatsgevon<strong>de</strong>n of<br />
wordt overwogen moeten ze bijdragen aan het verhogen van <strong>de</strong> productieve efficiëntie,<br />
het verhogen van <strong>de</strong> responsiviteit van <strong>de</strong> hoger on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen op <strong>de</strong> behoeften<br />
van <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong> en stu<strong>de</strong>nten en het vergroten van <strong>de</strong> keuzemogelijkhe<strong>de</strong>n van<br />
stu<strong>de</strong>nten.<br />
Initieel hoger on<strong>de</strong>rwijs<br />
Het Franse hoger on<strong>de</strong>rwijsstelsel kent een grote diversiteit aan aanbie<strong>de</strong>rs van <strong>in</strong>itieel<br />
hoger on<strong>de</strong>rwijs. Dit komt voor een <strong>de</strong>el omdat het <strong>in</strong> Frankrijk niet zo moeilijk is nieuwe<br />
hoger on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen op te richten. Het is echter wel moeilijk om nieuwe studieprogramma’s<br />
aan te bie<strong>de</strong>n. Alle nationaal erken<strong>de</strong> diploma’s wor<strong>de</strong>n centraal vastgesteld<br />
en geregistreerd. Tachtig procent van <strong>de</strong> studieprogramma’s is wettelijk voorgeschreven.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Zowel <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen als <strong>de</strong> studieprogramma’s moeten door <strong>de</strong> centrale overheid<br />
wor<strong>de</strong>n erkend vooraleer <strong>de</strong> diploma’s een civiel effect hebben. Universiteiten mogen ook<br />
niet-erken<strong>de</strong> programma’s aanbie<strong>de</strong>n (die lei<strong>de</strong>n tot ‘universiteitsdiploma’s’). Het civiel<br />
effect van die programma’s is veelal beperkt tot een bepaald bedrijf of een bepaal<strong>de</strong><br />
regio. Het gecentraliseer<strong>de</strong> systeem van nationale erkenn<strong>in</strong>g belemmert <strong>de</strong> mate van<br />
<strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g, maar maakt <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g niet onmogelijk.<br />
Ook <strong>de</strong> bested<strong>in</strong>gsvrijheid van <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g is beperkt. De m<strong>in</strong>ister beslist over <strong>de</strong><br />
aanstell<strong>in</strong>g van nieuwe stafle<strong>de</strong>n en is verantwoor<strong>de</strong>lijk voor <strong>de</strong> betal<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> salarissen.<br />
Universiteiten hebben beperkte bevoegdhe<strong>de</strong>n met betrekk<strong>in</strong>g tot het personeelsbeleid.<br />
Deze beperk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> bevoegdhe<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> universiteiten belemmert een vrije<br />
werk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> <strong>markt</strong>. De universiteiten kunnen niet <strong>de</strong> benodig<strong>de</strong> arbeid, zowel<br />
kwantitatief als kwalitatief, naar eigen <strong>in</strong>zicht <strong>in</strong>vullen.<br />
Voor een groot aantal <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen en opleid<strong>in</strong>gen is het aantal studieplaatsen gelimiteerd<br />
en v<strong>in</strong>dt er selectie aan <strong>de</strong> poort plaats. Alleen <strong>de</strong> publieke universiteiten moeten<br />
programma’s aanbie<strong>de</strong>n die voor ie<strong>de</strong>reen (met het Baccalauréat) toegankelijk zijn.<br />
Publieke universiteiten mogen dus niet zelf bepalen welke stu<strong>de</strong>nten ze <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze programma’s<br />
toelaten; <strong>de</strong> overige <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen mogen dat wel. Voor stu<strong>de</strong>nten vormen <strong>de</strong> <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke<br />
selectie-eisen <strong>de</strong> belangrijkste barrière voor hun keuzevrijheid, omdat aan publieke<br />
<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen geen collegegel<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>n geheven. Private <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen heffen naar eigen<br />
<strong>in</strong>zicht collegegel<strong>de</strong>n en beïnvloe<strong>de</strong>n daarmee het keuzegedrag van stu<strong>de</strong>nten.<br />
De transparantie van <strong>de</strong> Franse <strong>markt</strong> voor <strong>in</strong>itieel hoger on<strong>de</strong>rwijs is beperkt.<br />
Kwaliteitsbeoor<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g wordt uitgevoerd door het Comité National d’Évaluation <strong>de</strong>s<br />
Établissements publics à charactère scientifique, culturel et professionel (CNE). Deze<br />
onafhankelijke <strong>in</strong>stantie evalueert zowel <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen als programma’s en voert thematische<br />
studies uit. Het belangrijkste doel van <strong>de</strong> evaluatie is <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen rekenschap af te<br />
laten leggen en om ze te helpen met het <strong>in</strong>voeren van verbeter<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gen.<br />
Vanwege <strong>de</strong> veelheid aan programma’s (meer dan 8000) wor<strong>de</strong>n echter niet alle programma’s<br />
geëvalueerd. De lage frequentie en <strong>de</strong> beperkte reikwijdte van <strong>de</strong> rapportages van<br />
<strong>de</strong> evaluaties belemmeren <strong>de</strong> doorzichtigheid van <strong>de</strong> Franse on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong>.<br />
Post-<strong>in</strong>itieel hoger on<strong>de</strong>rwijs<br />
In Frankrijk is <strong>de</strong> <strong>markt</strong>structuur voor het eerste type programma’s, Diplômes d’Etu<strong>de</strong>s<br />
Supérieures Spécialisées (DESS), Diplômes d’Etu<strong>de</strong>s Approfondies (DEA) en Doctorat, gelijk<br />
aan die van het <strong>in</strong>itiële hoger on<strong>de</strong>rwijs. De <strong>markt</strong>structuur van het twee<strong>de</strong> type<br />
programma’s (voornamelijk lokale universitaire diploma’s) ziet er an<strong>de</strong>rs uit.<br />
Nieuwe aanbie<strong>de</strong>rs hebben het niet moeilijk <strong>de</strong> <strong>markt</strong> te betre<strong>de</strong>n. De belangrijkste<br />
aanbie<strong>de</strong>rs zijn <strong>de</strong> universiteiten en <strong>de</strong> Gran<strong>de</strong>s Écoles. De <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen kunnen zoveel<br />
programma’s aanbie<strong>de</strong>n als zij willen. Ook staat het hen vrij <strong>de</strong> programma’s naar eigen<br />
<strong>in</strong>zicht <strong>in</strong> te richten.<br />
De m<strong>in</strong>ister bepaalt <strong>de</strong> hoogte van <strong>de</strong> collegegel<strong>de</strong>n voor <strong>de</strong> DESS- en DEA-programma’s.<br />
De collegegel<strong>de</strong>n voor <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re programma’s wor<strong>de</strong>n vastgesteld door <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen.<br />
Er is een grote variatie <strong>in</strong> <strong>de</strong> hoogte van <strong>de</strong> collegegel<strong>de</strong>n. De <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen bepalen zelf<br />
welke stu<strong>de</strong>nten zij toelaten tot <strong>de</strong> post-<strong>in</strong>itiële programma’s. Indicaties over <strong>de</strong> omvang<br />
van <strong>de</strong> <strong>markt</strong> zijn niet beschikbaar.<br />
De beoor<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> kwaliteit van het eerste type post-<strong>in</strong>itiële hoger on<strong>de</strong>rwijs is<br />
i<strong>de</strong>ntiek geregeld aan <strong>de</strong> controle van het <strong>in</strong>itiële on<strong>de</strong>rwijs. De evaluaties wor<strong>de</strong>n<br />
gepubliceerd en zijn vrijelijk beschikbaar. Vanwege <strong>de</strong> beperkte reikwijdte van <strong>de</strong><br />
evaluaties is er een gebrek aan doorzichtigheid van <strong>de</strong>ze <strong>markt</strong>.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 199
200<br />
4.3 HET VERENIGD KONINKRIJK<br />
Het Verenigd Kon<strong>in</strong>krijk kent een sterke reguler<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> <strong>markt</strong> voor hoger on<strong>de</strong>rwijs.<br />
Hoewel <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen allemaal een private grondslag hebben, zijn ze voor hun f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g<br />
sterk afhankelijk van <strong>de</strong> overheid. De overheid heeft reeds on<strong>de</strong>r Thatcher, <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
jaren tachtig, een beg<strong>in</strong> gemaakt met het stimuleren van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze sector.<br />
De belangrijkste re<strong>de</strong>nen hiervoor zijn het verhogen van <strong>de</strong> efficiëntie en het creëren van<br />
een bre<strong>de</strong>re basis voor <strong>de</strong> toename van <strong>de</strong> participatie.<br />
In het Verenigd Kon<strong>in</strong>krijk wordt het on<strong>de</strong>rwijs tot en met het bachelorniveau gezien als<br />
<strong>in</strong>itieel. Het post-<strong>in</strong>itiële on<strong>de</strong>rwijs beslaat <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g tot masters en het doctoraat<br />
(PhD). Tevens wor<strong>de</strong>n Postgraduates Certificates <strong>in</strong> Education en Higher bachelor Degrees<br />
aangebo<strong>de</strong>n. Dit on<strong>de</strong>rwijs is alleen te volgen aan universiteiten of aan private colleges<br />
on<strong>de</strong>r directe verantwoor<strong>de</strong>lijkheid van een universiteit.<br />
Initieel hoger on<strong>de</strong>rwijs<br />
De <strong>markt</strong>structuur <strong>in</strong> het Verenigd Kon<strong>in</strong>krijk op het niveau van <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen is gesloten.<br />
Het is moeilijk nieuwe universiteiten op te richten. Het stichten van nieuwe universiteiten<br />
gebeurt door het <strong>in</strong>voeren van een nieuwe wet of een nieuw statuut (‘charter’).<br />
Daartoe moet een lastige procedure wor<strong>de</strong>n doorlopen. Het is voor nieuwkomers<br />
<strong>de</strong>rhalve moeilijk <strong>de</strong> <strong>markt</strong> te betre<strong>de</strong>n. De re<strong>de</strong>n is dat <strong>de</strong> <strong>in</strong>voer<strong>in</strong>g van een nieuwe wet<br />
of een nieuw statuut geldt als accreditatie van <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g. Aangezien <strong>in</strong> het Verenigd<br />
Kon<strong>in</strong>krijk alleen <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen, en niet <strong>de</strong> studieprogramma’s, kunnen wor<strong>de</strong>n geaccrediteerd<br />
hecht <strong>de</strong> overheid hier veel belang aan. Via <strong>de</strong>ze ‘charters’ heeft ie<strong>de</strong>re universiteit<br />
aparte afspraken met <strong>de</strong> overheid. Als een <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g eenmaal opgericht en daarmee dus<br />
ook wettelijk erkend is, dan is zij relatief vrij het aanbod en <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van studieprogramma’s<br />
te bepalen. Op het niveau van studieprogramma’s is <strong>de</strong> <strong>markt</strong> voor hoger<br />
on<strong>de</strong>rwijs re<strong>de</strong>lijk open. Er zijn enige restricties voor enkele specifieke beroepen (on<strong>de</strong>r<br />
an<strong>de</strong>re accountants) en voor dure (met name medische) opleid<strong>in</strong>gen.<br />
De charters leggen <strong>de</strong> verantwoor<strong>de</strong>lijkheid voor het bestuur en <strong>de</strong> organisatie bij <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen zelf. De universiteiten zijn dan ook zelf verantwoor<strong>de</strong>lijk voor het beste<strong>de</strong>n<br />
van <strong>de</strong> ontvangen subsidies en an<strong>de</strong>re <strong>in</strong>komsten.<br />
Een uitvloeisel van <strong>de</strong> zelfstandigheid en eigen verantwoor<strong>de</strong>lijkheid van <strong>de</strong> universiteiten<br />
is <strong>de</strong> selectie aan <strong>de</strong> poort. De universiteiten bepalen zelf wie zij toelaten en wie niet.<br />
Dit betekent dat stu<strong>de</strong>nten geen vrije toegang hebben tot <strong>de</strong> <strong>markt</strong> van hoger on<strong>de</strong>rwijs.<br />
Er is een kle<strong>in</strong>er aantal studieplaatsen beschikbaar dan het potentiële aantal stu<strong>de</strong>nten.<br />
Deze beperk<strong>in</strong>g komt me<strong>de</strong> voort uit <strong>de</strong> afspraken tussen <strong>de</strong> overheid en <strong>de</strong> universiteiten<br />
over het aantal publiek te f<strong>in</strong>ancieren studieplaatsen. Afwijk<strong>in</strong>gen hiervan, zowel naar<br />
boven als naar bene<strong>de</strong>n, hebben f<strong>in</strong>anciële consequenties voor <strong>de</strong> universiteiten.<br />
Doordat universiteiten nu, <strong>in</strong> tegenstell<strong>in</strong>g tot een paar jaar gele<strong>de</strong>n, <strong>de</strong> stu<strong>de</strong>nten niet<br />
meer mogen schuiven over <strong>de</strong> studieprogramma’s (het compenseren van bijvoorbeeld een<br />
teveel aan stu<strong>de</strong>nten economie met een tekort aan stu<strong>de</strong>nten natuurkun<strong>de</strong>), is er m<strong>in</strong><strong>de</strong>r<br />
ruimte voor <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g. Wel probeert <strong>de</strong> overheid efficiency verbeter<strong>in</strong>gen te stimuleren<br />
mid<strong>de</strong>ls <strong>de</strong> vergoed<strong>in</strong>g per studieplaats. Voor <strong>de</strong> vergoed<strong>in</strong>g per studieplaats geldt<br />
een vastgestel<strong>de</strong> bandbreedte. Met universiteiten, die meer kosten maken dan maximaal<br />
vergoed, wor<strong>de</strong>n afspraken gemaakt, hetzij via <strong>in</strong>stroom, hetzij via kwaliteitsaanpass<strong>in</strong>gen,<br />
hetzij via <strong>de</strong> kostenstructuur, hun kosten per studieplaats <strong>in</strong> overeenstemm<strong>in</strong>g te<br />
brengen met <strong>de</strong> vergoed<strong>in</strong>g (Jongbloed & Vossensteyn, 1999).<br />
Naast <strong>in</strong>komsten uit subsidies ontvangen <strong>de</strong> universiteiten <strong>in</strong>komsten uit collegegel<strong>de</strong>n.<br />
Vanwege te hoog oplopen<strong>de</strong> collegegel<strong>de</strong>n, die groten<strong>de</strong>els door <strong>de</strong> (lokale) overheid<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
wer<strong>de</strong>n betaald, heeft <strong>de</strong> m<strong>in</strong>ister besloten het collegegeld voor <strong>de</strong> door haar gesubsidieer<strong>de</strong><br />
studieplaatsen zelf vast te stellen. Dit collegegeld varieert niet tussen studieprogramma’s<br />
of <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen. Stu<strong>de</strong>nten wier ou<strong>de</strong>rs een laag <strong>in</strong>komen hebben betalen<br />
echter m<strong>in</strong><strong>de</strong>r. Het is voor universiteiten <strong>de</strong>rhalve niet langer mogelijk op prijs te concurreren.<br />
Me<strong>de</strong> vanwege <strong>de</strong> rantsoener<strong>in</strong>g van het aantal studieplaatsen v<strong>in</strong>dt concurrentie<br />
op kwaliteit plaats.<br />
Universiteiten kunnen hun <strong>in</strong>komsten vergroten door meer stu<strong>de</strong>nten toe te laten dan<br />
afgesproken en <strong>de</strong>ze stu<strong>de</strong>nten een hoger, kosten<strong>de</strong>kkend collegegeld te laten betalen.<br />
Zo wor<strong>de</strong>n stu<strong>de</strong>nten van buiten <strong>de</strong> Europese Unie (‘overseas stu<strong>de</strong>nts’) niet publiek<br />
bekostigd. Zij betalen kosten<strong>de</strong>kken<strong>de</strong> collegegel<strong>de</strong>n. Er bestaan af<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen en <strong>de</strong>partementen<br />
die vrijwel volledig afhankelijk zijn van <strong>de</strong>ze ‘overseas stu<strong>de</strong>nts’. Ook stu<strong>de</strong>nten<br />
die niet zijn toegelaten vanwege een tekort aan publiek bekostig<strong>de</strong> studieplaatsen<br />
kunnen proberen op basis van een kosten<strong>de</strong>kkend tarief te wor<strong>de</strong>n toegelaten.<br />
Het is voor stu<strong>de</strong>nten moeilijk van <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g te wisselen. Alhoewel er formeel een<br />
systeem bestaat waarmee stu<strong>de</strong>nten studiepunten van <strong>de</strong> ene <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g mee kunnen<br />
nemen naar een an<strong>de</strong>r, werkt dit <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk niet. De mobiliteit van stu<strong>de</strong>nten is<br />
<strong>de</strong>rhalve beperkt en het is moeilijk foute keuzes te herstellen. De oorzaak hiervan is het<br />
toelat<strong>in</strong>gs- en selectiebeleid van <strong>de</strong> universiteiten.<br />
Om <strong>de</strong> goe<strong>de</strong> keuze tussen universiteiten te kunnen maken is <strong>de</strong> beschikbaarheid van<br />
<strong>in</strong>formatie belangrijk. In het Verenigd Kon<strong>in</strong>krijk beoor<strong>de</strong>elt een overheids<strong>in</strong>stantie, <strong>de</strong><br />
Teach<strong>in</strong>g Quality Agency, <strong>de</strong> kwaliteit van het hoger on<strong>de</strong>rwijs. Deze <strong>in</strong>stantie staat<br />
verschillen <strong>in</strong> kwaliteit tussen <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen toe zolang aan een m<strong>in</strong>imumniveau voldaan<br />
wordt. Is het gebo<strong>de</strong>ne te laag van kwaliteit, dan heeft dit ook gevolgen voor <strong>de</strong> publieke<br />
bekostig<strong>in</strong>g. De uitkomsten van <strong>de</strong> beoor<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen zijn vrijelijk beschikbaar. Ondanks<br />
<strong>de</strong>ze beschikbare <strong>in</strong>formatie willen sommigen betere referentiepunten (‘benchmark<strong>in</strong>g’)<br />
om <strong>de</strong> doorzichtigheid te vergroten. Omdat <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen vrij zijn <strong>in</strong> het vaststellen van<br />
<strong>de</strong> <strong>in</strong>houd van studieprogramma’s bestaat er een grote variëteit aan opleid<strong>in</strong>gen, ook<br />
b<strong>in</strong>nen discipl<strong>in</strong>es, die het moeilijk maakt <strong>de</strong> waar<strong>de</strong> en <strong>in</strong>houd van <strong>de</strong> programma’s te<br />
vergelijken. Dit belemmert <strong>de</strong> doorzichtigheid van <strong>de</strong> <strong>markt</strong>.<br />
Post-<strong>in</strong>itieel hoger on<strong>de</strong>rwijs<br />
Het post-<strong>in</strong>itiële on<strong>de</strong>rwijs wordt door <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> universiteiten aangebo<strong>de</strong>n als het <strong>in</strong>itiële<br />
on<strong>de</strong>rwijs. Veel regel<strong>in</strong>gen zijn <strong>de</strong>rhalve i<strong>de</strong>ntiek. Voor toetred<strong>in</strong>g en veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> het<br />
aanbod gel<strong>de</strong>n <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> belemmer<strong>in</strong>gen als bij het <strong>in</strong>itiële on<strong>de</strong>rwijs. De <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
hebben <strong>de</strong> volledige controle over <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd van <strong>de</strong> programma’s. Omdat <strong>de</strong> universiteiten<br />
geen publieke mid<strong>de</strong>len ontvangen voor het geven van post-<strong>in</strong>itieel on<strong>de</strong>rwijs kunnen<br />
ze zoveel stu<strong>de</strong>nten accepteren als ze willen. Ook stellen <strong>de</strong> universiteiten zelf <strong>de</strong><br />
tenm<strong>in</strong>ste kosten<strong>de</strong>kken<strong>de</strong> tarieven voor collegegel<strong>de</strong>n vast. Het is <strong>de</strong> laatste jaren een<br />
toenemen<strong>de</strong> bron van <strong>in</strong>komsten voor <strong>de</strong> universiteiten gewor<strong>de</strong>n en er zijn goe<strong>de</strong><br />
mogelijkhe<strong>de</strong>n voor <strong>de</strong> universiteiten om met elkaar te concurreren. Dit blijkt ook uit <strong>de</strong><br />
hoogte van het collegegeld dat verschilt tussen programma’s en <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen.<br />
Toegelaten wor<strong>de</strong>n alle stu<strong>de</strong>nten die een bachelorsdiploma hebben of over gelijkwaardige<br />
ervar<strong>in</strong>g beschikken. Dit laatste criterium verbreedt het potentieel aan stu<strong>de</strong>nten<br />
aanzienlijk.<br />
De Teach<strong>in</strong>g Quality Agency controleert ook het on<strong>de</strong>rwijs op post-<strong>in</strong>itieel niveau en<br />
waakt over het gebo<strong>de</strong>n m<strong>in</strong>imumniveau. Het werk van <strong>de</strong> PhD-stu<strong>de</strong>nts valt echter<br />
on<strong>de</strong>r het beoor<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gssysteem van on<strong>de</strong>rzoek.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
201
202<br />
4.4 NEDERLAND<br />
Marktwerk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het hoger on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland heeft tot aan het HOOP 2000 nauwelijks<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> politieke en m<strong>in</strong>isteriële belangstell<strong>in</strong>g gestaan. Wel is er al jarenlang een<br />
streven naar het vergroten van <strong>de</strong> efficiëntie van <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen en <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gen. Me<strong>de</strong><br />
hierdoor zijn <strong>de</strong> zelfstandigheid en <strong>de</strong> verantwoor<strong>de</strong>lijkheid van <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen vergroot.<br />
In het HOOP 2000 wordt <strong>de</strong> <strong>in</strong>troductie en stimuler<strong>in</strong>g van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g voor het eerst<br />
genoemd als mid<strong>de</strong>l om <strong>de</strong> efficiëntie nog meer te verhogen en om <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen <strong>in</strong><br />
staat te stellen een groter <strong>de</strong>el van hun f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g uit private bronnen te halen.<br />
De scheid<strong>in</strong>g tussen <strong>in</strong>itieel en post-<strong>in</strong>itieel hoger on<strong>de</strong>rwijs is, gegeven het b<strong>in</strong>aire<br />
systeem, afhankelijk van <strong>de</strong> sector. Opleid<strong>in</strong>gen tot het niveau van ‘doctorandus’ aan <strong>de</strong><br />
universiteiten en opleid<strong>in</strong>gen tot het niveau van ‘baccalaureaat’ behoren tot het <strong>in</strong>itiële<br />
hoger on<strong>de</strong>rwijs. <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> buiten dit systeem van opleid<strong>in</strong>gen behoort tot het post<strong>in</strong>itiële<br />
on<strong>de</strong>rwijs. Vaak lei<strong>de</strong>n <strong>de</strong>ze programma’s op tot verschillen<strong>de</strong> soorten ‘masters’.<br />
Initieel hoger on<strong>de</strong>rwijs<br />
In Ne<strong>de</strong>rland is er <strong>in</strong> het <strong>in</strong>itiële hoger on<strong>de</strong>rwijs nauwelijks sprake van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g.<br />
De overheid heeft een sterk reguleren<strong>de</strong> rol, met name met betrekk<strong>in</strong>g tot het aanbod.<br />
De door <strong>de</strong> overheid bekostig<strong>de</strong> aanbie<strong>de</strong>rs van hoger on<strong>de</strong>rwijs wor<strong>de</strong>n met naam<br />
genoemd <strong>in</strong> <strong>de</strong> Wet op het hoger on<strong>de</strong>rwijs en wetenschappelijk on<strong>de</strong>rzoek en het is zeer<br />
moeilijk voor nieuwkomers om toe tre<strong>de</strong>n tot <strong>de</strong> <strong>markt</strong>. Daarnaast is <strong>in</strong> het Centraal<br />
register opleid<strong>in</strong>gen hoger on<strong>de</strong>rwijs (CROHO) vastgelegd wie, welk studieprogramma<br />
mag aanbie<strong>de</strong>n (Kaiser e.a., 1999, p. 83). Dus niet alleen het aantal aanbie<strong>de</strong>rs ligt vast,<br />
ook hetgeen zij aanbie<strong>de</strong>n is gereglementeerd.<br />
Door het ger<strong>in</strong>ge aantal <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen en <strong>de</strong> regionale spreid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong>ze <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen is er<br />
eer<strong>de</strong>r sprake van monopolies en oligopolies dan van volledige me<strong>de</strong>d<strong>in</strong>g<strong>in</strong>g. Dit is me<strong>de</strong><br />
veroorzaakt door het keuzegedrag van stu<strong>de</strong>nten, voor wie het zo dicht mogelijk bij het<br />
ou<strong>de</strong>rlijke huis kunnen stu<strong>de</strong>ren vaak het zwaarst weegt. Kenmerkend is dat volledig<br />
private aanbie<strong>de</strong>rs nauwelijks gebruik maken van <strong>de</strong> aanwezige mogelijkhe<strong>de</strong>n studiericht<strong>in</strong>gen<br />
aan te bie<strong>de</strong>n. Zo maakt Nijenro<strong>de</strong> bijvoorbeeld geen gebruik van haar<br />
mogelijkheid een opleid<strong>in</strong>g tot doctorandus <strong>in</strong> <strong>de</strong> bedrijfskun<strong>de</strong> aan te bie<strong>de</strong>n. B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong><br />
HBO-sector is dit eenvoudiger, zoals uit <strong>de</strong> activiteiten van on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re het LOI blijkt.<br />
De reguler<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsvraag is veel m<strong>in</strong><strong>de</strong>r strikt. Ie<strong>de</strong>reen die over <strong>de</strong> vereiste<br />
vooropleid<strong>in</strong>g beschikt wordt toegelaten tot het universitair on<strong>de</strong>rwijs (Boezerooy, 1999).<br />
Daarnaast bestaat er <strong>de</strong> mogelijkheid van een toelat<strong>in</strong>gsexamen voor <strong>de</strong>genen die niet<br />
over <strong>de</strong> vereiste vooropleid<strong>in</strong>g beschikken. Alleen <strong>de</strong> vraag naar een beperkt aantal<br />
studiericht<strong>in</strong>gen, meest medische, is via een numerus clausus beperkt. Naast <strong>de</strong> vrije<br />
keuze voor <strong>de</strong> studiericht<strong>in</strong>g bestaat er voor <strong>de</strong> meeste studiericht<strong>in</strong>gen ook keuzevrijheid<br />
van universiteit of HBO-<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g. Slechts <strong>in</strong> enkele gevallen ver<strong>de</strong>elt een<br />
plaats<strong>in</strong>gscommissie <strong>de</strong> stu<strong>de</strong>nten over <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> studieplaatsen. Me<strong>de</strong> om <strong>de</strong><br />
toegankelijkheid van het hoger on<strong>de</strong>rwijs te waarborgen, ontvangen <strong>de</strong> meeste<br />
stu<strong>de</strong>nten f<strong>in</strong>anciële on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> overheid om te kunnen stu<strong>de</strong>ren. Alhoewel <strong>de</strong><br />
regel<strong>in</strong>gen omtrent studief<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g vrijwel elk jaar veran<strong>de</strong>ren, hebben <strong>de</strong>ze<br />
regel<strong>in</strong>gen tot doel <strong>de</strong> toegang tot <strong>de</strong> studie te stimuleren en te voorkomen dat er<br />
onrechtvaardige situaties ontstaan.<br />
De overheid is van men<strong>in</strong>g dat ie<strong>de</strong>reen die over <strong>de</strong> capaciteiten beschikt <strong>in</strong> staat gesteld<br />
moet wor<strong>de</strong>n om te kunnen stu<strong>de</strong>ren. Met an<strong>de</strong>re woor<strong>de</strong>n: <strong>de</strong> overheid stimuleert <strong>de</strong><br />
vraag naar universitair en an<strong>de</strong>r hoger on<strong>de</strong>rwijs. Ook stu<strong>de</strong>nten stu<strong>de</strong>rend aan private<br />
aangewezen opleid<strong>in</strong>gen kunnen een beroep doen op studief<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
We kunnen dus zeggen dat <strong>de</strong> toegang tot <strong>de</strong> <strong>markt</strong> voor <strong>de</strong> aanbie<strong>de</strong>rs van opleid<strong>in</strong>gen<br />
beperkt is en voor <strong>de</strong> vragers naar opleid<strong>in</strong>gen vrij. De publieke bekostig<strong>in</strong>g geeft <strong>de</strong><br />
universiteiten een voorsprong ten opzichte van private aanbie<strong>de</strong>rs van vergelijkbaar<br />
on<strong>de</strong>rwijs. Ze zijn daardoor <strong>in</strong> staat het on<strong>de</strong>rwijs tegen lagere prijzen (lees collegegel<strong>de</strong>n)<br />
aan te bie<strong>de</strong>n dan volledig privaat gef<strong>in</strong>ancier<strong>de</strong> concurrenten. Wellicht is dit<br />
me<strong>de</strong> <strong>de</strong> oorzaak van uitvallen van het aanbod van <strong>in</strong>itieel universitair on<strong>de</strong>rwijs door <strong>de</strong><br />
Universiteit Nijenro<strong>de</strong>.<br />
Naast reguler<strong>in</strong>g van het aanbod stelt <strong>de</strong> m<strong>in</strong>ister ook <strong>de</strong> hoogte van het collegegeld<br />
vast. Dit collegegeld wordt noch door <strong>de</strong> vraag (aantallen stu<strong>de</strong>nten) noch door het<br />
aanbod (aantal opleid<strong>in</strong>gen, <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen en hun capaciteit) beïnvloed. De m<strong>in</strong>ister stelt<br />
eenzijdig <strong>de</strong> hoogte van het collegegeld voor alle publiek bekostig<strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gen vast.<br />
Dit biedt dus geen mogelijkhe<strong>de</strong>n tot on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>ge concurrentie. Voor een kle<strong>in</strong>e m<strong>in</strong><strong>de</strong>rheid<br />
van <strong>de</strong> stu<strong>de</strong>nten, zoals <strong>de</strong>eltijd stu<strong>de</strong>ren<strong>de</strong>n en ou<strong>de</strong>re stu<strong>de</strong>nten die geen recht<br />
(meer) hebben op studief<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g, mogen <strong>de</strong> universiteiten en hogescholen s<strong>in</strong>ds een<br />
aantal jaren zelf <strong>de</strong> collegegel<strong>de</strong>n vaststellen zolang tenm<strong>in</strong>ste het wettelijk m<strong>in</strong>imum<br />
gevraagd wordt. Van <strong>de</strong>ze mogelijkheid maken <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen echter sporadisch gebruik<br />
(Jongbloed & Koelman, 1999, p.37).<br />
De bekostig<strong>in</strong>g van het hoger on<strong>de</strong>rwijs is <strong>in</strong> <strong>de</strong> loop <strong>de</strong>r jaren veran<strong>de</strong>rd om <strong>de</strong> <strong>in</strong>terne<br />
efficiëntie van <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen te verbeteren (Koelman, 1998). De <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen kregen meer<br />
vrijheid <strong>de</strong> subsidie naar eigen <strong>in</strong>zicht te beste<strong>de</strong>n, zodat het oplei<strong>de</strong>n tot diploma’s op<br />
een efficiëntere manier kon wor<strong>de</strong>n bereikt. In het bekostig<strong>in</strong>gsmo<strong>de</strong>l is <strong>de</strong> hoogte van<br />
<strong>de</strong> subsidie <strong>in</strong> <strong>de</strong> loop <strong>de</strong>r jaren steeds afhankelijker gewor<strong>de</strong>n van het aantal stu<strong>de</strong>nten<br />
en <strong>in</strong> toenemen<strong>de</strong> mate van het aantal uitgereikte diploma’s. Ter vergrot<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>komsten uit <strong>de</strong> begrens<strong>de</strong> publieke mid<strong>de</strong>len is het daarom voor <strong>de</strong> universiteiten<br />
noodzakelijk meer stu<strong>de</strong>nten aan te trekken en meer diploma’s uit te reiken. Daarbij is<br />
met name <strong>de</strong> relatieve positie ten opzichte van an<strong>de</strong>re <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen van belang. Eventuele<br />
concurrentie v<strong>in</strong>dt hier plaats. Dit wordt wel ‘<strong>de</strong> slag om <strong>de</strong> stu<strong>de</strong>nt’ genoemd.<br />
Deze concurrentie beperkt zich tot <strong>de</strong> bestaan<strong>de</strong> publiek bekostig<strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen.<br />
Alhoewel <strong>de</strong> bekostig<strong>in</strong>g gericht is op <strong>de</strong> verhog<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> efficiëntie van <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
garan<strong>de</strong>ert dit geen efficiëntie op macroniveau.<br />
Met <strong>de</strong> toegenomen zelfstandigheid van <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen is ook een proces van controle<br />
op kwaliteit op gang gebracht. Mid<strong>de</strong>n jaren tachtig hebben <strong>de</strong> VSNU ten behoeve van <strong>de</strong><br />
universiteiten en iets later <strong>de</strong> HBO-raad ten behoeve van <strong>de</strong> HBO-<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen, on<strong>de</strong>r druk<br />
van het m<strong>in</strong>isterie van OCenW, een kwaliteitscontrolesysteem opgezet. Voor stu<strong>de</strong>nten<br />
zijn <strong>de</strong> uitkomsten van <strong>de</strong> kwaliteitscontrole een belangrijke bron van <strong>in</strong>formatie.<br />
Op basis van <strong>de</strong>ze rapporten weten zowel <strong>de</strong> aanbie<strong>de</strong>rs van als <strong>de</strong> vragers naar hoger<br />
on<strong>de</strong>rwijs waar <strong>de</strong> beste kwaliteit wordt gebo<strong>de</strong>n.<br />
Post-<strong>in</strong>itieel hoger on<strong>de</strong>rwijs<br />
De <strong>markt</strong> voor post-<strong>in</strong>itieel hoger on<strong>de</strong>rwijs is <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland veel m<strong>in</strong><strong>de</strong>r str<strong>in</strong>gent gereguleerd.<br />
Sterker nog: <strong>de</strong>ze is vrijwel niet gereguleerd. De toetred<strong>in</strong>g tot <strong>de</strong>ze <strong>markt</strong> is zowel<br />
voor <strong>de</strong> aanbie<strong>de</strong>rs als voor <strong>de</strong> vragers vrijwel geheel vrij. Ook het aanbod van on<strong>de</strong>rwijsprogramma’s<br />
is niet gereguleerd. Hierdoor is het mogelijk dat Ne<strong>de</strong>rlandse hogescholen<br />
Engelse ‘masters’-opleid<strong>in</strong>gen aanbie<strong>de</strong>n en universiteiten ook allerlei soorten ‘masters’<br />
aanbie<strong>de</strong>n. Daarnaast bie<strong>de</strong>n beroepsorganisaties, al of niet <strong>in</strong> samenwerk<strong>in</strong>g met<br />
universiteiten, allerlei opleid<strong>in</strong>gen en cursussen aan. Ook door <strong>de</strong> m<strong>in</strong>ister van on<strong>de</strong>rwijs<br />
aangewezen private <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen, die <strong>in</strong>itieel on<strong>de</strong>rwijs mogen verzorgen, zijn actief op<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 203
204<br />
<strong>de</strong>ze <strong>markt</strong> evenals an<strong>de</strong>re private aanbie<strong>de</strong>rs. Omdat veel van <strong>de</strong>ze opleid<strong>in</strong>gen noch<br />
geaccrediteerd noch erkend en/of gegaran<strong>de</strong>erd zijn door <strong>de</strong> overheid is <strong>de</strong>ze <strong>markt</strong> zeer<br />
ondoorzichtig.<br />
De stu<strong>de</strong>nten hoeven niet altijd over een hogere vooropleid<strong>in</strong>g te beschikken.<br />
In veel gevallen kan werkervar<strong>in</strong>g het gebrek aan een HBO- of WO-diploma compenseren.<br />
De overheid bekostigt geen post-<strong>in</strong>itieel on<strong>de</strong>rwijs. Derhalve moeten <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gen zich<br />
volledig f<strong>in</strong>ancieren uit private opbrengsten, veelal via collegegel<strong>de</strong>n. De collegegel<strong>de</strong>n<br />
wor<strong>de</strong>n dan ook bepaald door <strong>de</strong> aanbie<strong>de</strong>rs zelf en verschillen zowel tussen opleid<strong>in</strong>gsricht<strong>in</strong>gen<br />
als tussen aanbie<strong>de</strong>rs. Publiek bekostig<strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen van hoger on<strong>de</strong>rwijs<br />
hebben wellicht een voor<strong>de</strong>el op <strong>de</strong>ze <strong>markt</strong>, doordat ze <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gen kunnen subsidiëren<br />
met publiek geld. Het is niet bekend of ze dit doen, bovendien is het <strong>de</strong> vraag of het<br />
verstandig is. Wel hebben <strong>de</strong> publiek bekostig<strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen een concurrentievoor<strong>de</strong>el <strong>in</strong><br />
<strong>de</strong> z<strong>in</strong> dat <strong>de</strong> aangebo<strong>de</strong>n opleid<strong>in</strong>gen kunnen profiteren van <strong>de</strong> kennis van het publiek<br />
bekostig<strong>de</strong> personeel. In die z<strong>in</strong> kan er sprake zijn van gezamenlijke productie, waardoor<br />
<strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gen bene<strong>de</strong>n <strong>de</strong> <strong>in</strong>tegrale kostprijs kunnen wor<strong>de</strong>n aangebo<strong>de</strong>n.<br />
Als er <strong>in</strong> het Ne<strong>de</strong>rlandse hoger on<strong>de</strong>rwijs sprake is van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g dan is dat <strong>in</strong> het<br />
post-<strong>in</strong>itiële on<strong>de</strong>rwijs. Wel zijn er negatieve effecten door <strong>de</strong> gebrekkige transparantie<br />
van <strong>de</strong>ze <strong>markt</strong>. Stu<strong>de</strong>nten hebben onvolledig zicht op <strong>de</strong> aangebo<strong>de</strong>n kwaliteit, zijn ook<br />
niet <strong>in</strong> staat dit vooraf te bepalen en moeten <strong>de</strong>rhalve afgaan op reputatie-effecten.<br />
De aanbie<strong>de</strong>rs van opleid<strong>in</strong>gen hebben hier een <strong>in</strong>formatievoorsprong op stu<strong>de</strong>nten die<br />
ze uit kunnen buiten. De <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen weten beter wat zij aanbie<strong>de</strong>n dan <strong>de</strong> stu<strong>de</strong>nt die<br />
nog een keuze moet maken. Hierdoor kunnen stu<strong>de</strong>nten <strong>in</strong> een ‘lock-<strong>in</strong>’ situatie geraken<br />
waardoor <strong>de</strong> <strong>markt</strong> niet optimaal functioneert.<br />
4.5 MICHIGAN<br />
In <strong>de</strong> Verenig<strong>de</strong> Staten van Amerika verschilt <strong>de</strong> overheidsbemoeienis met hoger on<strong>de</strong>rwijs<br />
van staat tot staat. In sommige staten is daarbij meer plaats voor <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g dan<br />
<strong>in</strong> an<strong>de</strong>re staten. Een staat waar al geruime tijd ervar<strong>in</strong>g is opgedaan met <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g<br />
is Michigan.<br />
In Michigan zijn bezu<strong>in</strong>ig<strong>in</strong>gen op publieke mid<strong>de</strong>len en <strong>de</strong> daaruit volgen<strong>de</strong> behoefte<br />
aan meer private mid<strong>de</strong>len belangrijke re<strong>de</strong>nen geweest voor het verhogen van <strong>de</strong> <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g<br />
<strong>in</strong> het hoger on<strong>de</strong>rwijs. In tegenstell<strong>in</strong>g tot <strong>de</strong> hier on<strong>de</strong>rzochte Europese lan<strong>de</strong>n<br />
heeft Michigan al meer dan 25 jaar ervar<strong>in</strong>g met <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het hoger on<strong>de</strong>rwijs.<br />
Toch stelt ook <strong>de</strong> staat Michigan haar randvoorwaar<strong>de</strong>n met betrekk<strong>in</strong>g tot gewenste<br />
effecten van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g. Zo is een belangrijke (neven)doelstell<strong>in</strong>g van het hoger<br />
on<strong>de</strong>rwijsbeleid het garan<strong>de</strong>ren van diversiteit. Het aanbod van hoger on<strong>de</strong>rwijs moet<br />
voldoen<strong>de</strong> divers zijn. Dit heeft niet alleen betrekk<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> lengte van <strong>de</strong> studies, maar<br />
ook op het aantal discipl<strong>in</strong>es en studiericht<strong>in</strong>gen. Het mag niet zo zijn dat m<strong>in</strong><strong>de</strong>r goed<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> liggen<strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gsricht<strong>in</strong>gen helemaal verdwijnen. De staat Michigan v<strong>in</strong>dt<br />
dat <strong>de</strong> meeste, zo niet alle opleid<strong>in</strong>gsricht<strong>in</strong>gen ergens moeten wor<strong>de</strong>n aangebo<strong>de</strong>n.<br />
Zij heeft echter niet <strong>de</strong> mogelijkheid om het opleid<strong>in</strong>genaanbod van <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen vast te<br />
stellen.<br />
Net als <strong>in</strong> het Verenigd Kon<strong>in</strong>krijk, zie paragraaf 4.3, behoren bacheloropleid<strong>in</strong>gen tot het<br />
<strong>in</strong>itiële hoger on<strong>de</strong>rwijs en opleid<strong>in</strong>gen van het niveau ‘master’ en ‘PhD’ tot het<br />
post-<strong>in</strong>itiële on<strong>de</strong>rwijs. Hiertoe behoren ook <strong>de</strong> First Professional Degree programma’s.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Initieel hoger on<strong>de</strong>rwijs<br />
Zoals gezegd is er <strong>in</strong> Michigan volop ruimte voor concurrentie op <strong>de</strong> <strong>markt</strong> van <strong>in</strong>itieel<br />
hoger on<strong>de</strong>rwijs. Zo is er geen enkele belemmer<strong>in</strong>g voor toetred<strong>in</strong>g tot <strong>de</strong> <strong>markt</strong>.<br />
Ie<strong>de</strong>reen die wil kan een <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g voor hoger on<strong>de</strong>rwijs beg<strong>in</strong>nen en daar elk <strong>de</strong>nkbaar<br />
programma aanbie<strong>de</strong>n. De meer<strong>de</strong>rheid van <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen is wellicht daarom privaat.<br />
Echter, <strong>de</strong> publieke <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen lei<strong>de</strong>n verreweg <strong>de</strong> meeste stu<strong>de</strong>nten op.<br />
Dit heeft waarschijnlijk te maken met twee kenmerken van het systeem. In <strong>de</strong> eerste<br />
plaats zijn <strong>de</strong> collegele<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> publieke <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen lager dan die van private.<br />
In <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> plaats zijn alle publieke <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen geaccrediteerd, dit <strong>in</strong> tegenstell<strong>in</strong>g tot<br />
<strong>de</strong> private <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen. Slechts een <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> private <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen is geaccrediteerd.<br />
Nu is het stu<strong>de</strong>ren aan een geaccrediteer<strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g voor <strong>de</strong> stu<strong>de</strong>nten een voorwaar<strong>de</strong><br />
om <strong>in</strong> aanmerk<strong>in</strong>g te komen voor fe<strong>de</strong>rale f<strong>in</strong>anciële on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g en dit is <strong>de</strong>rhalve van<br />
<strong>in</strong>vloed op het keuzegedrag van stu<strong>de</strong>nten.<br />
Stu<strong>de</strong>nten hebben geen vrije toegang tot <strong>de</strong> <strong>markt</strong>, dat wil zeggen <strong>de</strong> universiteiten en<br />
colleges selecteren aan <strong>de</strong> poort. Sommige universiteiten hebben hoge toelat<strong>in</strong>gseisen<br />
terwijl an<strong>de</strong>re lage eisen stellen. Stu<strong>de</strong>nten stu<strong>de</strong>ren <strong>de</strong>rhalve lang niet altijd aan <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g die hun grootste voorkeur heeft. Echter, ie<strong>de</strong>reen die ver<strong>de</strong>r wil leren v<strong>in</strong>dt wel<br />
een plaats. Daarnaast krijgen stu<strong>de</strong>nten f<strong>in</strong>anciële on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g om <strong>de</strong> toegang te<br />
stimuleren. Naast fe<strong>de</strong>rale steun ontvangen stu<strong>de</strong>nten beurzen en len<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong> staat<br />
Michigan en, soms, van <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen zelf. De regelgev<strong>in</strong>g is echter gecompliceerd en<br />
<strong>de</strong> ontvangen steun verschilt sterk van persoon tot persoon. Het geld komt niet altijd op<br />
<strong>de</strong> plek waar het zijn moet.<br />
De <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen kennen, vanwege hun onafhankelijke positie, geen belemmer<strong>in</strong>gen bij <strong>de</strong><br />
bested<strong>in</strong>g van hun (publiek toegeken<strong>de</strong>) mid<strong>de</strong>len. De publieke subsidies wor<strong>de</strong>n als een<br />
bedrag <strong>in</strong>eens ter beschikk<strong>in</strong>g gesteld, die <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g, evenals an<strong>de</strong>re <strong>in</strong>komsten, naar<br />
eigen <strong>in</strong>zicht mag beste<strong>de</strong>n.<br />
Dat wil echter niet zeggen dat elke <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g <strong>in</strong> aanmerk<strong>in</strong>g komt voor publieke bekostig<strong>in</strong>g.<br />
De ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van publieke mid<strong>de</strong>len is historisch bepaald. Elk jaar krijgen <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
een evenredige verhog<strong>in</strong>g van hun budget. De meeste private <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen van<br />
hoger on<strong>de</strong>rwijs ontvangen geen subsidie van <strong>de</strong> staat Michigan. De meeste publieke<br />
mid<strong>de</strong>len die <strong>de</strong> private <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen ontvangen komen b<strong>in</strong>nen via <strong>de</strong> stu<strong>de</strong>nt <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm<br />
van collegegel<strong>de</strong>n. De stu<strong>de</strong>nten komen <strong>in</strong> aanmerk<strong>in</strong>g voor studief<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g van zowel<br />
<strong>de</strong> staat als <strong>de</strong> fe<strong>de</strong>ratie, als zij stu<strong>de</strong>ren aan publieke of private, maar geaccrediteer<strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen.<br />
De hoger on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen stellen zelf <strong>de</strong> hoogte van <strong>de</strong> collegegel<strong>de</strong>n vast.Hierdoor<br />
verschillen <strong>de</strong> collegegel<strong>de</strong>n zowel tussen <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen als tussen programma’s.<br />
De hoogte van het collegegeld hangt (ge<strong>de</strong>eltelijk) af van <strong>de</strong> omvang van <strong>de</strong> ontvangen<br />
publieke mid<strong>de</strong>len. Private <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen vragen veel hogere collegegel<strong>de</strong>n dan publieke<br />
<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen. De uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijke ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> stu<strong>de</strong>nten over <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen hangt niet<br />
alleen af van <strong>de</strong> selectiecriteria maar ook van <strong>de</strong> hoogte van het collegegeld.<br />
Concurrentie tussen <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen v<strong>in</strong>dt niet alleen plaats op basis van kwaliteit, maar<br />
ook op basis van prijs. Het is daarbij aan <strong>de</strong> stu<strong>de</strong>nt uit te zoeken welke <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g hem<br />
<strong>de</strong> beste prijs-kwaliteit verhoud<strong>in</strong>g levert, gesteld dat <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g hem accepteert als<br />
stu<strong>de</strong>nt.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
205
206<br />
Het is daarbij <strong>de</strong> vraag of <strong>de</strong> <strong>markt</strong> transparant genoeg is. De prijs varieert niet alleen per<br />
<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g en opleid<strong>in</strong>g, maar is ook afhankelijk van <strong>de</strong> f<strong>in</strong>anciële on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g die <strong>de</strong><br />
stu<strong>de</strong>nt kan krijgen. Deze steun is <strong>de</strong>els afhankelijk van <strong>de</strong> plaats van studie.<br />
Daarnaast zijn er verschillen <strong>in</strong> kwaliteit tussen <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen en opleid<strong>in</strong>gen, die niet<br />
altijd even goed zichtbaar zijn. Aangezien <strong>in</strong> Michigan geen kwaliteitsbeoor<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen<br />
plaatsv<strong>in</strong><strong>de</strong>n zoals <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland, moet een stu<strong>de</strong>nt afgaan op <strong>de</strong> accreditatie en allerlei al<br />
of niet onafhankelijke ranglijsten.<br />
Accreditatie garan<strong>de</strong>ert echter slechts een m<strong>in</strong>imumkwaliteit. Accreditatie v<strong>in</strong>dt, vrijwillig,<br />
plaats op <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gs- en programmaniveau. Om programma’s te accrediteren, zoals<br />
gewenst of noodzakelijk voor <strong>de</strong> uitoefen<strong>in</strong>g van bepaal<strong>de</strong> beroepen, is een accreditatie<br />
op <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gsniveau noodzakelijk. Deze accreditatie behelst alleen een controle op<br />
m<strong>in</strong>imumvoorwaar<strong>de</strong>n en zegt <strong>de</strong>rhalve we<strong>in</strong>ig over het werkelijke niveau van een opleid<strong>in</strong>g<br />
of <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g. Een niet-geaccrediteer<strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g kan beter on<strong>de</strong>rwijs bie<strong>de</strong>n dan een<br />
geaccrediteer<strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g, maar ook het omgekeer<strong>de</strong> kan waar zijn. Accrediter<strong>in</strong>g v<strong>in</strong>dt<br />
plaats door regionale organen die onafhankelijk van <strong>de</strong> overheid functioneren.<br />
Post-<strong>in</strong>itieel hoger on<strong>de</strong>rwijs<br />
In Michigan beschouwt men opleid<strong>in</strong>gen tot Master’s, PhD en First Professional <strong>de</strong>gree als<br />
post-<strong>in</strong>itieel hoger on<strong>de</strong>rwijs. Omdat <strong>de</strong>ze opleid<strong>in</strong>gen veelal aan geaccrediteer<strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
wor<strong>de</strong>n gegeven, is er nog enige mate van reguler<strong>in</strong>g. De <strong>markt</strong>structuur is daarbij<br />
<strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> als die van <strong>in</strong>itiële opleid<strong>in</strong>gen en is <strong>in</strong> pr<strong>in</strong>cipe open. Alle aanbie<strong>de</strong>rs van <strong>de</strong>ze<br />
post-<strong>in</strong>itiële opleid<strong>in</strong>gen bie<strong>de</strong>n ook <strong>in</strong>itieel hoger on<strong>de</strong>rwijs aan. Vrijwel alles van het<br />
genoem<strong>de</strong> on<strong>de</strong>r <strong>in</strong>itiële opleid<strong>in</strong>gen gaat ook op voor <strong>de</strong> post-<strong>in</strong>itiële opleid<strong>in</strong>gen.<br />
De <strong>markt</strong> is op <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> wijze gereguleerd en biedt <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n en beperk<strong>in</strong>gen<br />
tot volledige concurrentie als <strong>de</strong> <strong>markt</strong> voor <strong>in</strong>itiële opleid<strong>in</strong>gen. Stu<strong>de</strong>nten hebben<br />
toegang tot <strong>de</strong>ze opleid<strong>in</strong>gen als zij over een ‘Bachelor’ <strong>de</strong>gree beschikken, maar zijn<br />
me<strong>de</strong> afhankelijk van <strong>de</strong> selectiecriteria van <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen.<br />
Naast <strong>de</strong> hierboven genoem<strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gen wor<strong>de</strong>n ook ‘cont<strong>in</strong>u<strong>in</strong>g professional’<br />
programma’s aangebo<strong>de</strong>n, welke <strong>in</strong> het geheel niet gereguleerd zijn. Deze programma’s<br />
zijn niet geaccrediteerd en <strong>de</strong> toelat<strong>in</strong>gseisen zijn vaak ook soepeler. Niet altijd wordt<br />
een ‘Bachelor’ <strong>de</strong>gree geëist. Soms kan wor<strong>de</strong>n volstaan met relevante werkervar<strong>in</strong>g.<br />
Door <strong>de</strong> veelheid en diversiteit van het aanbod en het verschil <strong>in</strong> prijzen en kwaliteit is<br />
<strong>de</strong> <strong>markt</strong> niet altijd transparant. Daardoor is <strong>de</strong> werk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong>ze <strong>markt</strong> niet altijd<br />
optimaal.<br />
5 Samenvatt<strong>in</strong>g en conclusies<br />
In dit hoofdstuk hebben we <strong>de</strong> hoger on<strong>de</strong>rwijsstelsels van vijf lan<strong>de</strong>n beschreven.<br />
Bij <strong>de</strong> beschrijv<strong>in</strong>g van <strong>de</strong>ze stelsels hebben we met name aandacht besteed aan <strong>de</strong><br />
(on)mogelijkhe<strong>de</strong>n tot <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g. We hebben ons daarbij geconcentreerd op <strong>de</strong><br />
<strong>markt</strong>structuur van het hoger on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> <strong>de</strong> diverse lan<strong>de</strong>n, <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n die <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen van hoger on<strong>de</strong>rwijs hebben tot het maken van een eigen beleid en <strong>de</strong><br />
doorzichtigheid van <strong>de</strong> <strong>markt</strong>. Daarnaast hebben we het <strong>in</strong>itiële hoger on<strong>de</strong>rwijs<br />
geschei<strong>de</strong>n van het post-<strong>in</strong>itiële hoger on<strong>de</strong>rwijs.<br />
In vier van <strong>de</strong> vijf on<strong>de</strong>rzochte lan<strong>de</strong>n is <strong>de</strong> <strong>markt</strong>structuur van het <strong>in</strong>itiële hoger on<strong>de</strong>rwijs<br />
niet open. Zowel <strong>in</strong> het Verenigd Kon<strong>in</strong>krijk als <strong>in</strong> Duitsland en Ne<strong>de</strong>rland is <strong>de</strong><br />
toetred<strong>in</strong>g van aanbie<strong>de</strong>rs op <strong>de</strong> <strong>markt</strong> gereguleerd. Dit gebeurt enerzijds via <strong>de</strong> erken-<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
n<strong>in</strong>g en accreditatie van het on<strong>de</strong>rwijs, an<strong>de</strong>rzijds via <strong>de</strong> ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> overheidssubsidies<br />
voor het hoger on<strong>de</strong>rwijs. Hoewel het <strong>in</strong> Frankrijk relatief eenvoudig is nieuwe<br />
<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen op te richten, is <strong>de</strong> <strong>markt</strong>structuur toch gesloten omdat het aanbod van<br />
nationaal erken<strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gen, evenals <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland en Duitsland, strak gereguleerd is.<br />
Het enige stelsel met een open <strong>markt</strong>structuur is het hoger on<strong>de</strong>rwijsstelsel <strong>in</strong> <strong>de</strong> staat<br />
Michigan. In <strong>de</strong>ze Amerikaanse staat mag ie<strong>de</strong>reen elke <strong>de</strong>nkbare hogere opleid<strong>in</strong>g<br />
aanbie<strong>de</strong>n. Om echter geaccrediteer<strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gen aan te kunnen bie<strong>de</strong>n en om <strong>in</strong><br />
aanmerk<strong>in</strong>g te komen voor overheidssubsidies moeten <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen ook <strong>in</strong> Michigan aan<br />
bepaal<strong>de</strong> voorwaar<strong>de</strong>n voldoen.<br />
Daarnaast is <strong>de</strong> toegang tot <strong>de</strong> <strong>markt</strong> voor stu<strong>de</strong>nten <strong>in</strong> het Verenigd Kon<strong>in</strong>krijk beperkt.<br />
De <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen krijgen slechts een beperkt aantal studieplaatsen bekostigd door het<br />
m<strong>in</strong>isterie van on<strong>de</strong>rwijs. Aangezien dit aantal lager is dan <strong>de</strong> vraag selecteren <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
aan <strong>de</strong> poort. De best aangeschreven <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen hanteren daarbij <strong>de</strong> strengste<br />
criteria. Je kunt dit typeren als concurrentie op basis van kwaliteit. Alhoewel een<br />
<strong>de</strong>rgelijke selectie aan <strong>de</strong> poort ook <strong>in</strong> Michigan plaatsv<strong>in</strong>dt, is er door <strong>de</strong> differentiatie <strong>in</strong><br />
collegegeld en <strong>de</strong> vrije toetred<strong>in</strong>g van aanbie<strong>de</strong>rs plaats voor elke stu<strong>de</strong>nt. Dit leidt<br />
echter wel tot grote kwalitatieve verschillen <strong>in</strong> Bachelor diploma’s. De concurrentie v<strong>in</strong>dt<br />
niet alleen plaats op basis van kwaliteit maar ook op basis van prijs. In Frankrijk selecteert<br />
slechts een <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen aan <strong>de</strong> poort. Deze <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen zijn gewild door<br />
stu<strong>de</strong>nten vanwege <strong>de</strong> betere kansen op <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong>. Stu<strong>de</strong>nten die niet door <strong>de</strong><br />
selectie heen komen v<strong>in</strong><strong>de</strong>n een plek aan één van <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen. In tegenstell<strong>in</strong>g<br />
tot Michigan loopt <strong>de</strong> kwaliteit van die <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen niet (ver) uiteen.<br />
In elk land, behalve Michigan, is <strong>de</strong> hoogte van het collegegeld vastgesteld door <strong>de</strong><br />
overheid. De collegegel<strong>de</strong>n zijn uniform geregeld, zowel naar <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g als naar opleid<strong>in</strong>g<br />
en variëren van geen, Frankrijk en Duitsland, tot duizend Engelse pon<strong>de</strong>n <strong>in</strong> het Verenigd<br />
Kon<strong>in</strong>krijk. De <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen hebben geen mogelijkhe<strong>de</strong>n zich hier<strong>in</strong> te on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n.<br />
De m<strong>in</strong>isters beroepen zich daarbij vooral op het argument van toegankelijkheid van het<br />
stelsel. Opmerkelijk daarbij is dat <strong>in</strong> het Verenigd Kon<strong>in</strong>krijk <strong>de</strong> collegegel<strong>de</strong>n weer<br />
gelijkgeschakeld zijn, nadat <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen een aantal jaren <strong>de</strong> mogelijkheid had<strong>de</strong>n <strong>de</strong>ze<br />
zelf vast te stellen.<br />
In Duitsland en Frankrijk zijn er nog beperk<strong>in</strong>gen met <strong>de</strong> bested<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong> overheidssubsidies.<br />
Waar <strong>in</strong> het Verenigd Kon<strong>in</strong>krijk, Michigan en Ne<strong>de</strong>rland <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen <strong>de</strong><br />
subsidies als lump sum krijgen uitgekeerd, zijn ze <strong>in</strong> Duitsland veelal geoormerkt.<br />
In Frankrijk betaalt het m<strong>in</strong>isterie van on<strong>de</strong>rwijs al het personeel direct en ver<strong>de</strong>elt zij het<br />
personeel over <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen. De Franse universiteiten en hogescholen zijn <strong>de</strong>rhalve<br />
zeer beperkt <strong>in</strong> het aanstellen van hun eigen personeel.<br />
Als we kijken naar <strong>de</strong> transparantie van <strong>de</strong> <strong>markt</strong> constateren we dat het stelsel met het<br />
m<strong>in</strong>ste aantal beperk<strong>in</strong>gen tot concurrentie ook het m<strong>in</strong>st doorzichtig is. De veelheid van<br />
aanbie<strong>de</strong>rs en het aangebo<strong>de</strong>ne <strong>in</strong> Michigan maakt het moeilijk <strong>de</strong> kwaliteit van het<br />
gebo<strong>de</strong>ne te doorzien. Daarnaast beperkt het systeem van studief<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g, dat <strong>de</strong>els<br />
afkomstig is van <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen, het zicht op <strong>de</strong> werkelijke hoogte van het collegegeld.<br />
Dit levert <strong>in</strong> totaal een zeer ondoorzichtige prijs-kwaliteit verhoud<strong>in</strong>g op. De meer<br />
gereguleer<strong>de</strong> <strong>markt</strong>en, met m<strong>in</strong><strong>de</strong>r <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g, zijn doorzichtiger. In die z<strong>in</strong> lijkt<br />
afnemen<strong>de</strong> transparantie een effect van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g te zijn. Deze conclusie lijkt<br />
gerechtvaardigd ook als we kijken naar <strong>de</strong> <strong>markt</strong>en voor post-<strong>in</strong>itieel hoger on<strong>de</strong>rwijs.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 207
208<br />
In het post-<strong>in</strong>itiële hoger on<strong>de</strong>rwijs, vooral van het twee<strong>de</strong> type, is veel meer sprake<br />
van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g dan <strong>in</strong> het <strong>in</strong>itiële hoger on<strong>de</strong>rwijs. Niet alleen is <strong>de</strong> <strong>markt</strong>structuur<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> meeste stelsels opener, ook hebben <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen meer vrijhe<strong>de</strong>n hun eigen<br />
beleid te bepalen. Zo bepalen <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen zelf wie zij toelaten tot <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g,<br />
zon<strong>de</strong>r dat op macroniveau het aantal studieplaatsen is gerantsoeneerd. De toegang<br />
is niet beperkt, zolang <strong>de</strong> stu<strong>de</strong>nten bereid zijn het gevraag<strong>de</strong> collegegeld te betalen.<br />
Omdat <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen voor <strong>de</strong> programma’s geen of veel m<strong>in</strong><strong>de</strong>r subsidies van <strong>de</strong><br />
nationale overhe<strong>de</strong>n ontvangen, liggen <strong>de</strong> collegegel<strong>de</strong>n relatief hoog en lopen zij<br />
uiteen tussen <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen en opleid<strong>in</strong>gen. De openheid van <strong>de</strong> <strong>markt</strong>structuur lijkt<br />
echter wel ten koste te zijn gegaan van <strong>de</strong> transparantie. Door <strong>de</strong> gevarieerdheid van<br />
het aanbod tegen variëren<strong>de</strong> prijzen is <strong>de</strong> prijs-kwaliteit verhoud<strong>in</strong>g van het<br />
gebo<strong>de</strong>ne voor <strong>de</strong> stu<strong>de</strong>nt niet direct zichtbaar. Derhalve is <strong>in</strong> veel stelsels <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
voor post-<strong>in</strong>itieel hoger on<strong>de</strong>rwijs ondoorzichtiger dan die voor <strong>in</strong>itieel hoger on<strong>de</strong>rwijs.<br />
We zien dus dat <strong>in</strong> elk stelsel <strong>de</strong> overheid het publieke belang van het hoger on<strong>de</strong>rwijs<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> gaten houdt. Het voornaamste <strong>in</strong>strument dat zij hierbij gebruikt, is het<br />
subsidiëren van een aantal of alle <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen van hoger on<strong>de</strong>rwijs. Ook wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong><br />
alle lan<strong>de</strong>n <strong>de</strong> stu<strong>de</strong>nten f<strong>in</strong>ancieel on<strong>de</strong>rsteund om <strong>de</strong> toegang tot het hoger on<strong>de</strong>rwijs<br />
te waarborgen. In elk land, behalve <strong>in</strong> Michigan, probeert <strong>de</strong> overheid <strong>de</strong> kwaliteit<br />
van het hoger on<strong>de</strong>rwijs te borgen. Dit gebeurt hetzij door mid<strong>de</strong>l van lan<strong>de</strong>lijke<br />
accreditatie van <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen en/of studie programma’s, hetzij door het centraal<br />
vastleggen van richtlijnen waaraan studieprogramma’s moeten voldoen. Deze maatregelen<br />
hebben als bijkomend effect dat <strong>de</strong> <strong>markt</strong> voor <strong>in</strong>itieel hoger on<strong>de</strong>rwijs enigsz<strong>in</strong>s<br />
doorzichtig blijft.<br />
We zien ook dat concurrentie op basis van kwaliteit vrijwel nergens voorkomt. In<br />
Michigan wordt op basis van prijs of prijs-kwaliteit verhoud<strong>in</strong>g geconcurreerd. In<br />
Ne<strong>de</strong>rland, Duitsland en Frankrijk is concurrentie op basis van kwaliteit, ten <strong>de</strong>le<br />
vanwege regelgev<strong>in</strong>g, niet mogelijk, ten <strong>de</strong>le voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen niet echt lonend. In<br />
Duitsland is profiler<strong>in</strong>g via het on<strong>de</strong>rwijsaanbod door regelgev<strong>in</strong>g niet mogelijk, <strong>in</strong><br />
Frankrijk is <strong>de</strong> <strong>markt</strong> te ondoorzichtig. In Ne<strong>de</strong>rland zijn <strong>de</strong> kwaliteitsverschillen<br />
beperkt en bevat het huidige systeem nauwelijks (f<strong>in</strong>anciële) prikkels om op kwaliteit<br />
te concurreren. Slechts <strong>in</strong> het Verenigd Kon<strong>in</strong>krijk concurreren <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen met<br />
elkaar om <strong>de</strong> beste stu<strong>de</strong>nten. De ou<strong>de</strong> universiteiten hebben een naam hoog te<br />
hou<strong>de</strong>n, met name op het gebied van on<strong>de</strong>rzoek, en proberen dat te doen door alleen<br />
<strong>de</strong> beste stu<strong>de</strong>nten toe te laten aan hun <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g. De overheid staat <strong>de</strong>ze selectie<br />
aan <strong>de</strong> poort ook toe. Deze selectie gaat evenwel ten koste van <strong>de</strong> algemene toegankelijkheid.<br />
Omdat er m<strong>in</strong><strong>de</strong>r studieplaatsen wor<strong>de</strong>n gef<strong>in</strong>ancierd dan er belangstellen<strong>de</strong>n<br />
zijn, valt een <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> potentiële stu<strong>de</strong>nten buiten <strong>de</strong> boot.<br />
Als laatste willen we wijzen op <strong>de</strong> relatie die lijkt te bestaan tussen <strong>de</strong> <strong>markt</strong>structuur<br />
en <strong>de</strong> transparantie van <strong>de</strong> <strong>markt</strong> voor hoger on<strong>de</strong>rwijs. Zowel bij het <strong>in</strong>itiële als post<strong>in</strong>itiële<br />
hoger on<strong>de</strong>rwijs treffen we aan dat hoe opener <strong>de</strong> <strong>markt</strong>structuur is <strong>de</strong>s te<br />
m<strong>in</strong><strong>de</strong>r doorzichtig <strong>de</strong> <strong>markt</strong> is. De vrije toetred<strong>in</strong>g van aanbie<strong>de</strong>rs die daarnaast ook<br />
nog vrij zijn <strong>in</strong> het bepalen van het opleid<strong>in</strong>genaanbod, bijvoorbeeld naar richt<strong>in</strong>g,<br />
maakt dat er een veelheid aan opleid<strong>in</strong>gen wordt aangebo<strong>de</strong>n die het lastig maakt<br />
voor <strong>de</strong> stu<strong>de</strong>nt <strong>de</strong> <strong>markt</strong> te overzien. Opleid<strong>in</strong>gen met vrijwel <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> <strong>in</strong>houd<br />
wor<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re namen aangebo<strong>de</strong>n en ook tegen verschillen<strong>de</strong> prijzen zon<strong>de</strong>r<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
dat het <strong>de</strong> stu<strong>de</strong>nt op voorhand dui<strong>de</strong>lijk is dat <strong>de</strong> prijsverschillen gerechtvaardigd zijn<br />
<strong>in</strong> termen van kwaliteit. Alhoewel dit <strong>de</strong> <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g niet belemmert, is het resultaat<br />
van <strong>de</strong>ze <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g niet optimaal.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 209
Literatuur<br />
210<br />
Barr, N. 1998.<br />
The Economics of the Welfare State. Oxford University Press, Oxford, third edition.<br />
Bartlett, W. & LeGrand, J. 1993.<br />
‘The Theory of Quasi-Markets’ <strong>in</strong>: LeGrand, J. & Bartlett, W. (eds.), Quasi-markets<br />
and social policy, London. p13-34.<br />
Boezerooy, P. 1999.<br />
Higher education <strong>in</strong> the Netherlands, Country report CHEPS Higher Education<br />
Monitor, Ensche<strong>de</strong>.<br />
Commissie Cohen. 1998.<br />
Markt en Overheid. E<strong>in</strong>drapport van <strong>de</strong> MDW-werkgroep, M<strong>in</strong>isterie van<br />
Economische Zaken, Den Haag, (http://www.m<strong>in</strong>ez.nl/nota/meo/meo.htm).<br />
Hendrikse, G.W.J. 1998.<br />
Mo<strong>de</strong>rne organisatietheorieën. Aca<strong>de</strong>mic Service, Schoonhoven.<br />
Jongbloed, B., J. Koelman. 1999.<br />
Collegegel<strong>de</strong>n en studielen<strong>in</strong>gen: Een scenariostudie naar meer differentiatie <strong>in</strong><br />
het Ne<strong>de</strong>rlandse hoger on<strong>de</strong>rwijs, Uitgeverij Lemma, Utrecht.<br />
Jongbloed, B.W.A., J.J. Vossensteyn. 1999.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>, on<strong>de</strong>rzoek en <strong>in</strong>komsten <strong>in</strong> negen universitaire stelsels. CHEPS,<br />
Ensche<strong>de</strong>.<br />
Kaiser, F., P. van <strong>de</strong>r Meer, J. Beverwijk, A. Klemperer, B. Steunenberg, A. van<br />
Wagen<strong>in</strong>gen. 1999.<br />
‘Market type mechanisms <strong>in</strong> higher education: A comparative analysis of their<br />
occurrence and discussions on the issue <strong>in</strong> five higher education systems’,<br />
CHEPS-Higher education monitor, Thematic report VI, Ensche<strong>de</strong>.<br />
Koelman, J.B.J. 1998.<br />
‘The fund<strong>in</strong>g of universities <strong>in</strong> the Netherlands: Developments and trends’,<br />
Higher Education, Vol. 35, pp. 127-141.<br />
Milgrom, P. & Roberts, J. 1992.<br />
Economics, Organization and Management. Prentice Hall, Englewood Cliffs.<br />
Oosterbeek, H. 1998.<br />
‘Innovative Ways to F<strong>in</strong>ance Education and Their Relation to Lifelong Learn<strong>in</strong>g’,<br />
Education Economics, Vol. 6, No. 3, pp.219-251.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
12 De post-<strong>in</strong>itiële <strong>markt</strong><br />
W.A. Houtkoop 1<br />
De <strong>markt</strong> van het post-<strong>in</strong>itiële on<strong>de</strong>rwijs is omvangrijk en zal <strong>in</strong> het ka<strong>de</strong>r van het<br />
levenslang leren nog toenemen. Dit artikel beperkt zich tot werkgerichte opleid<strong>in</strong>gen<br />
welke door werken<strong>de</strong> volwassenen (16-65 jaar) gevolgd wor<strong>de</strong>n. Het g<strong>in</strong>g <strong>in</strong> 1999 om 3,3<br />
miljoen werken<strong>de</strong>n die één of meer opleid<strong>in</strong>gen volg<strong>de</strong>n. Het bedrag dat daarmee was<br />
gemoeid bedroeg rond <strong>de</strong> vijf miljard gul<strong>de</strong>n. Het is een <strong>markt</strong> die dui<strong>de</strong>lijk groeit.<br />
Opleid<strong>in</strong>gen zijn meestal vak<strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijk van aard en wor<strong>de</strong>n vooral gevolgd om <strong>de</strong><br />
huidige functie te handhaven. Opvallend is het relatief grote aan<strong>de</strong>el ou<strong>de</strong>re werkne-<br />
mers dat <strong>de</strong>elneemt; pas na het vijftigste levensjaar is er dui<strong>de</strong>lijk sprake van een<br />
afname <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>de</strong>elname. De <strong>markt</strong> wordt dui<strong>de</strong>lijk gedom<strong>in</strong>eerd door <strong>de</strong> private sector;<br />
bedrijven en commerciële aanbie<strong>de</strong>rs nemen twee<strong>de</strong>r<strong>de</strong> van <strong>de</strong> <strong>markt</strong> voor hun<br />
reken<strong>in</strong>g, publieke aanbie<strong>de</strong>rs (hoger on<strong>de</strong>rwijs, ROC’s) moeten met 12% genoegen<br />
nemen. Werkgevers zijn een belangrijke motor voor het volgen van opleid<strong>in</strong>gen; zij<br />
nemen vaak het <strong>in</strong>itiatief, vergoe<strong>de</strong>n bijna volledig <strong>de</strong> directe opleid<strong>in</strong>gskosten en zijn<br />
ook genereus als het gaat om het ter beschikk<strong>in</strong>g stellen van (werk)tijd.<br />
Het overheidsbeleid ten aanzien van <strong>de</strong> <strong>markt</strong> van levenslang leren voor werken<strong>de</strong>n is<br />
terughou<strong>de</strong>nd, het wordt vooral gezien als een zaak van werkgevers en werknemers.<br />
Wel wordt <strong>in</strong> toenemen<strong>de</strong> mate gebruik gemaakt van <strong>in</strong>directe maatregelen zoals fiscale<br />
1 W.A. Houtkoop is directeur van het Max Goote Kenniscentrum voor Beroepson<strong>de</strong>rwijs en<br />
Volwasseneneducatie. Het Kenniscentrum is verbon<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong> universiteit van Amsterdam. Hij heeft<br />
uitgebrei<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoekservar<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> terre<strong>in</strong>en van beroepson<strong>de</strong>rwijs, volwassenenon<strong>de</strong>rwijs en<br />
schol<strong>in</strong>g en publiceer<strong>de</strong> boeken en artikelen op <strong>de</strong>ze terre<strong>in</strong>en.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 211
faciliteiten om schol<strong>in</strong>g te bevor<strong>de</strong>ren. Daar<strong>in</strong> verschilt Ne<strong>de</strong>rland van <strong>de</strong><br />
Scand<strong>in</strong>avische lan<strong>de</strong>n, waar <strong>de</strong> overheid een veel directere bemoeienis heeft met <strong>de</strong><br />
schol<strong>in</strong>g van werken<strong>de</strong>n.<br />
1 Inleid<strong>in</strong>g<br />
212<br />
Dit hoofdstuk gaat <strong>in</strong> op <strong>de</strong> <strong>markt</strong> van het post-<strong>in</strong>itiële on<strong>de</strong>rwijs en dan met name op <strong>de</strong><br />
schol<strong>in</strong>g van werken<strong>de</strong>n. Het is <strong>in</strong> <strong>de</strong> context van <strong>de</strong>ze bun<strong>de</strong>l een bij uitstek <strong>in</strong>teressant<br />
terre<strong>in</strong> omdat <strong>in</strong> het post-<strong>in</strong>itiële traject <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g eer<strong>de</strong>r regel dan uitzon<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g is.<br />
Het is ook een terre<strong>in</strong> waar <strong>de</strong> discussie over <strong>de</strong> verhoud<strong>in</strong>g tussen publieke en private<br />
aanbie<strong>de</strong>rs en <strong>de</strong> (eventuele) rol van <strong>de</strong> overheid zeer actueel is.<br />
Het is dui<strong>de</strong>lijk dat levenslang leren steeds meer een noodzaak zal wor<strong>de</strong>n. Uit dit hoofdstuk<br />
zal blijken dat het <strong>in</strong> veel gevallen ook al een realiteit is. Het belang van het post<strong>in</strong>itiële<br />
traject b<strong>in</strong>nen het totale educatieve bestel neemt daarmee toe. En dat geeft een<br />
extra impuls aan <strong>de</strong> discussie over <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g b<strong>in</strong>nen het educatieve bestel.<br />
In het navolgen<strong>de</strong> wordt kort iets gezegd over <strong>de</strong> voornaamste gegevensbron voor dit<br />
hoofdstuk; <strong>de</strong> Monitor Post-<strong>in</strong>itieel van het Max Goote Kenniscentrum. Vervolgens komen<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> paragrafen <strong>de</strong> <strong>de</strong>elname aan schol<strong>in</strong>g door werken<strong>de</strong> volwassenen aan <strong>de</strong><br />
or<strong>de</strong>, <strong>de</strong> aard en <strong>in</strong>houd van die opleid<strong>in</strong>gen, <strong>de</strong> re<strong>de</strong>nen waarom ze wor<strong>de</strong>n gevolgd en<br />
<strong>de</strong> manieren waarop <strong>de</strong> context van het werk van <strong>in</strong>vloed is op het volgen van opleid<strong>in</strong>gen.<br />
Tevens wordt aandacht besteed aan <strong>de</strong> kenmerken van werken<strong>de</strong> volwassenen die<br />
<strong>de</strong>rgelijke opleid<strong>in</strong>gen volgen. Vervolgens wordt dieper <strong>in</strong>gegaan op <strong>de</strong> aanbie<strong>de</strong>rs van<br />
opleid<strong>in</strong>gen en dan met name op <strong>de</strong> verhoud<strong>in</strong>g tussen publieke en private aanbie<strong>de</strong>rs.<br />
Paragraaf 8 biedt een ruime samenvatt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse resultaten, waarna <strong>in</strong><br />
paragraaf 9 wordt getracht om het patroon van vraag en aanbod op <strong>de</strong> post-<strong>in</strong>itiële<br />
<strong>markt</strong> na<strong>de</strong>r te karakteriseren en dit te vergelijken met een aantal buitenlandse voorbeel<strong>de</strong>n.<br />
2 De Monitor Post-<strong>in</strong>itieel<br />
Hoewel het belang van levenslang leren algemeen wordt on<strong>de</strong>rkend, is het altijd weer<br />
opvallend te constateren hoe we<strong>in</strong>ig <strong>in</strong>formatie er feitelijk voorhan<strong>de</strong>n is. Het is geen<br />
typisch Ne<strong>de</strong>rlands fenomeen, ook <strong>in</strong> het buitenland wordt <strong>de</strong>ze observatie regelmatig<br />
gemaakt.Wellicht vanwege <strong>de</strong> onvoldoen<strong>de</strong> kwaliteit van gegevens over <strong>de</strong>elname aan<br />
post-<strong>in</strong>itieel on<strong>de</strong>rwijs is recent veel gebruik gemaakt van <strong>de</strong> gegevens van het<br />
International Adult Literacy Survey (IALS). Hoewel dat on<strong>de</strong>rzoek vooral gericht was op <strong>de</strong><br />
met<strong>in</strong>g en verklar<strong>in</strong>g van functionele geletterdheid, is ook veel <strong>in</strong>formatie verzameld over<br />
<strong>de</strong> <strong>de</strong>elname aan post-<strong>in</strong>itieel on<strong>de</strong>rwijs (Houtkoop & Oosterbeek, 1997; Houtkoop,<br />
2000a). Het on<strong>de</strong>rzoek is <strong>in</strong>mid<strong>de</strong>ls <strong>in</strong> rond <strong>de</strong> 20 lan<strong>de</strong>n uitgevoerd, Ne<strong>de</strong>rland was één<br />
van <strong>de</strong> eerste participeren<strong>de</strong> lan<strong>de</strong>n. Omdat <strong>de</strong> Monitor Post-<strong>in</strong>itieel waarover wij straks<br />
rapporteren, sterk geïnspireerd was door IALS en omdat <strong>de</strong> vraagstell<strong>in</strong>g en operationalisatie<br />
op veel punten gelijk is, zal <strong>in</strong> het navolgen<strong>de</strong> ook kort over IALS gerapporteerd<br />
wor<strong>de</strong>n, met name om ontwikkel<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong>elname te kunnen nagaan. Uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk werd<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
IALS <strong>in</strong> 1994/1995 afgenomen en <strong>de</strong> Monitor Post-<strong>in</strong>itieel aan het e<strong>in</strong>d van 1999. Om <strong>in</strong><br />
<strong>de</strong> leemte aan vooral cont<strong>in</strong>ue data te voorzien, is het Max Goote Kenniscentrum <strong>in</strong> het<br />
najaar van 1999 gestart met <strong>de</strong> Monitor Post-<strong>in</strong>itieel. Er is een panel samengesteld van<br />
rond <strong>de</strong> 5000 Ne<strong>de</strong>rlan<strong>de</strong>rs tussen <strong>de</strong> 16 en 65 jaar, waarvan het <strong>de</strong> bedoel<strong>in</strong>g is dat<br />
<strong>de</strong>ze op geregel<strong>de</strong> tij<strong>de</strong>n bevraagd zullen wor<strong>de</strong>n op hun <strong>de</strong>elname aan enigerlei vorm<br />
van post-<strong>in</strong>itieel on<strong>de</strong>rwijs. De navolgen<strong>de</strong> gegevens zijn afkomstig van <strong>de</strong> eerste<br />
afname, welke e<strong>in</strong>d 1999 plaatsvond.<br />
Centrale vraag is die naar <strong>de</strong> <strong>de</strong>elname aan schol<strong>in</strong>g en educatie. In het on<strong>de</strong>rzoek is dat<br />
op twee manieren bena<strong>de</strong>rd. Aan mensen die werkten en aan mensen die niet werkten<br />
maar wel werk zochten (een relatief kle<strong>in</strong>e groep) is gevraagd of zij cursussen of opleid<strong>in</strong>gen<br />
volg<strong>de</strong>n gericht op werk of carrière. Omdat schol<strong>in</strong>g van werken<strong>de</strong>n het centrale<br />
perspectief van <strong>de</strong> eerste afname vorm<strong>de</strong>, is vervolgens uitgebreid op dit type opleid<strong>in</strong>gen<br />
<strong>in</strong>gegaan. Mensen die niet werkten of geen werk zochten, is <strong>de</strong>ze vraag dus niet<br />
gesteld. Dit kan tot een on<strong>de</strong>rschatt<strong>in</strong>g lei<strong>de</strong>n van het percentage van <strong>de</strong>ze populatie dat<br />
<strong>de</strong>rgelijke cursussen of opleid<strong>in</strong>gen volgt. Aan alle respon<strong>de</strong>nten is eveneens gevraagd of<br />
zij cursussen of opleid<strong>in</strong>gen volg<strong>de</strong>n puur uit persoonlijke <strong>in</strong>teresse. Op <strong>de</strong>ze opleid<strong>in</strong>gen<br />
is <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste afname m<strong>in</strong><strong>de</strong>r uitgebreid <strong>in</strong>gegaan.<br />
3 De on<strong>de</strong>rzoeksgroep van werken<strong>de</strong> volwassenen<br />
De groep werken<strong>de</strong>n bestaat voor 59% uit mannen en 41% uit vrouwen. De leeftijdsgrenzen<br />
liggen tussen 16 jaar en 65 jaar, <strong>de</strong> gemid<strong>de</strong>l<strong>de</strong> leeftijd is 37 jaar. Van <strong>de</strong> groep<br />
werken<strong>de</strong>n is 93% <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland geboren.<br />
Dui<strong>de</strong>lijk is dat <strong>de</strong> werken<strong>de</strong>n iets hoger zijn opgeleid dan <strong>de</strong> totale populatie. Opvallend<br />
is <strong>de</strong> dom<strong>in</strong>antie van het beroepson<strong>de</strong>rwijs als vooropleid<strong>in</strong>g. Van <strong>de</strong>ze groep voltooi<strong>de</strong><br />
11% een LBO/VBO-opleid<strong>in</strong>g, 28% een MBO-opleid<strong>in</strong>g en 24% een HBO-opleid<strong>in</strong>g. Ook<br />
b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> groep die met een an<strong>de</strong>re (hoogste) opleid<strong>in</strong>g e<strong>in</strong>dig<strong>de</strong> had nog een aantal<br />
contact gehad met het MBO, het g<strong>in</strong>g daarbij om 9% van <strong>de</strong> totale groep. Van <strong>de</strong> totale<br />
groep had dus 62% een beroepsopleid<strong>in</strong>g als hoogst voltooi<strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g en had 36% op<br />
enigerlei wijze <strong>de</strong>elgenomen aan het MBO. B<strong>in</strong>nen het MBO waren <strong>de</strong> meestgevolg<strong>de</strong><br />
richt<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> volgor<strong>de</strong> van belangrijkheid: dienstverlen<strong>in</strong>g en gezondheidszorg (32%),<br />
techniek (31%) en economie (25%). Nog eens 19% van <strong>de</strong>ze groep was nog met een<br />
an<strong>de</strong>re opleid<strong>in</strong>g begonnen, maar had <strong>de</strong>ze niet voltooid. Deelname aan cursussen en<br />
opleid<strong>in</strong>gen wordt me<strong>de</strong>bepaald door <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong>positie van mensen. We geven een<br />
korte karakteriser<strong>in</strong>g van die positie. Het meren<strong>de</strong>el (75%) is op vaste basis werkzaam<br />
met een arbeidscontract van onbepaal<strong>de</strong> duur, 11% is werkzaam als zelfstandige. De<br />
veelbezongen flexibele arbeids<strong>markt</strong> is nog niet ver doorgedrongen; rond <strong>de</strong> 13% werkt<br />
op basis van een arbeidscontract van tij<strong>de</strong>lijke duur dan wel via een uitzendconstructie.<br />
Wat <strong>de</strong> bedrijfsgrootte betreft, is er geen sprake van een echt dom<strong>in</strong>ant patroon. Rond <strong>de</strong><br />
20% werkt <strong>in</strong> ‘kle<strong>in</strong>e’ bedrijven met m<strong>in</strong><strong>de</strong>r dan 10 werknemers, 31% werkt <strong>in</strong> mid<strong>de</strong>lgrote<br />
bedrijven met tussen <strong>de</strong> 10 en 100 werknemers en 43% werkt <strong>in</strong> grotere bedrijven<br />
met meer dan 100 werknemers.<br />
In Ne<strong>de</strong>rland wordt relatief veel parttime gewerkt en dat reflecteert ook <strong>in</strong> <strong>de</strong> cijfers.<br />
Toch werkt het meren<strong>de</strong>el fulltime, hier geoperationaliseerd als 36 uur of meer, namelijk<br />
65%.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 213
4 Cursussen en opleid<strong>in</strong>gen voor werk of carrière<br />
214<br />
Het aan<strong>de</strong>el werken<strong>de</strong>n dat <strong>in</strong> het afgelopen jaar een cursus of opleid<strong>in</strong>g volg<strong>de</strong> ten<br />
behoeve van werk of carrière is groot; 46% volg<strong>de</strong> één of meer cursussen of opleid<strong>in</strong>gen.<br />
De uitdrukk<strong>in</strong>g ‘één of meer’ is niet zon<strong>de</strong>r betekenis; van diegenen die een opleid<strong>in</strong>g<br />
volg<strong>de</strong>n, volg<strong>de</strong> 61% er één, maar 39% twee of meer opleid<strong>in</strong>gen. Het komt er <strong>in</strong> grote<br />
lijnen op neer dat <strong>in</strong> het jaar voorafgaand aan <strong>de</strong> afname van <strong>de</strong> vragenlijst (grofweg <strong>in</strong><br />
1999) rond <strong>de</strong> 3,3 miljoen werken<strong>de</strong>n <strong>de</strong>elnamen aan één of meer werkgerichte opleid<strong>in</strong>gen.<br />
Het is altijd lastig om uitspraken te doen over afname of groei als het gaat om <strong>de</strong><br />
<strong>de</strong>elname aan post-<strong>in</strong>itieel on<strong>de</strong>rwijs. Daarvoor is een herhaal<strong>de</strong> met<strong>in</strong>g nodig, liefst <strong>in</strong><br />
<strong>de</strong> vorm van een panel. Het is één van <strong>de</strong> motieven geweest om <strong>de</strong>ze monitor te starten.<br />
Maar <strong>de</strong> bevrag<strong>in</strong>g waarover we hier rapporteren, is sterk geïnspireerd door IALS en<br />
vraagstell<strong>in</strong>g en operationalisatie zijn <strong>in</strong> veel gevallen overgenomen uit <strong>de</strong> IALS achtergrondvragenlijst.<br />
Dat maakt een vergelijk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> tijd mogelijk; <strong>de</strong> IALS resultaten<br />
dateren van e<strong>in</strong>d 1994, beg<strong>in</strong> 1995, <strong>de</strong> resultaten van <strong>de</strong> monitor van e<strong>in</strong>d 1999. De<br />
<strong>de</strong>elname aan werkgerichte opleid<strong>in</strong>gen bedroeg <strong>in</strong> 1994/1995 34%, terwijl dat e<strong>in</strong>d<br />
1999 46% bedraagt. Het is dui<strong>de</strong>lijk dat <strong>de</strong> <strong>de</strong>elname aan opleid<strong>in</strong>gen voor het werk,<br />
aanzienlijk is toegenomen.<br />
Keren we terug naar <strong>de</strong> resultaten van <strong>de</strong> Monitor Post-<strong>in</strong>itieel. In het navolgen<strong>de</strong> gaan<br />
we eerst <strong>in</strong> op verschillen<strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gskenmerken. Mensen volg<strong>de</strong>n regelmatig meer dan<br />
één opleid<strong>in</strong>g. Om die re<strong>de</strong>n zijn <strong>in</strong> <strong>de</strong> navolgen<strong>de</strong> kwantitatieve overzichten en<br />
grafieken <strong>de</strong> gevolg<strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gen <strong>de</strong> basis voor <strong>de</strong> percentages en niet <strong>de</strong> <strong>de</strong>elnemers.<br />
In grafiek 1 wordt een overzicht gegeven van <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd van <strong>de</strong> gevolg<strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gen.<br />
Vak<strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke cursussen op een veelheid van gebie<strong>de</strong>n voeren <strong>de</strong> boventoon, gevolgd<br />
door opleid<strong>in</strong>gen rond computertechniek, dataverwerk<strong>in</strong>g en tekstverwerk<strong>in</strong>g. De wel<br />
eens gehoor<strong>de</strong> opmerk<strong>in</strong>g dat <strong>de</strong> hype rond <strong>de</strong> computercursussen nu wel over is, lijkt<br />
toch niet terecht. Het werk blijft steeds veran<strong>de</strong>ren<strong>de</strong> eisen stellen op dit terre<strong>in</strong> en oplei<strong>de</strong>n<br />
wordt dan regelmatig als oploss<strong>in</strong>g gezien. Opvallend is het relatief grote aan<strong>de</strong>el<br />
van opleid<strong>in</strong>gen op het terre<strong>in</strong> van arbo, veiligheid, gezondheid en milieu. Wellicht zijn<br />
verscherpte (wettelijke) gezondheids- en milieu-eisen hier <strong>de</strong>bet aan.<br />
In het meren<strong>de</strong>el van <strong>de</strong> gevallen (62%) wordt <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g afgesloten met een certificaat<br />
of diploma. Ook hier<strong>in</strong> toont zich het vakgerichte karakter; voor zover opleid<strong>in</strong>gen met<br />
een diploma of certificaat wor<strong>de</strong>n afgesloten, gaat het vooral om vakdiploma’s dan wel<br />
diploma’s van <strong>de</strong> branche (63%), gevolgd door diploma’s van het hoger on<strong>de</strong>rwijs (10%)<br />
en - op zeer beschei<strong>de</strong>n schaal - diploma’s van het MBO of leerl<strong>in</strong>gwezen (3%).<br />
Ook <strong>in</strong> <strong>de</strong> aanleid<strong>in</strong>gen die mensen noemen voor het volgen van opleid<strong>in</strong>gen, weerspiegelt<br />
het vakgerichte karakter van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gen, zoals te zien is <strong>in</strong> on<strong>de</strong>rstaan<strong>de</strong> tabel.<br />
Nieuwe, an<strong>de</strong>re eisen aan <strong>de</strong> werkmetho<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> huidige functie 29%<br />
Nieuwe, an<strong>de</strong>re apparatuur/computers/software <strong>in</strong> <strong>de</strong> huidige functie 12%<br />
Het verbeteren van <strong>de</strong> kansen op <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong> 10%<br />
Het verhogen van <strong>de</strong> promotiekansen 8%<br />
Er is nog een grote categorie ‘an<strong>de</strong>rs’ (32%) die om na<strong>de</strong>re analyse vraagt. Los daarvan<br />
zijn <strong>de</strong> meeste opleid<strong>in</strong>gsactiviteiten gericht op ‘bijblijven’ met nieuwe ontwikkel<strong>in</strong>gen<br />
(rond <strong>de</strong> 41%). Activiteiten die gericht zijn op een grote wendbaarheid hetzij b<strong>in</strong>nen het<br />
bedrijf, hetzij daarbuiten, activiteiten die dus gericht zijn op <strong>de</strong> versterk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> eigen<br />
employability buiten <strong>de</strong> grenzen van <strong>de</strong> bestaan<strong>de</strong> functie, nemen een m<strong>in</strong><strong>de</strong>r groot<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Grafiek 1<br />
ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van gevolg<strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gen naar <strong>in</strong>houd, werken<strong>de</strong>n 16-65, gewogen<br />
(overige) vak<strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke cursussen<br />
computertechniek, dataverwerk<strong>in</strong>g,<br />
tekstverwerk<strong>in</strong>g<br />
arbo, veiligheid, gezondheid, milieu<br />
mamagement/leid<strong>in</strong>ggeven<br />
communicatie en samenwerk<strong>in</strong>g<br />
market<strong>in</strong>g en verkoop<br />
f<strong>in</strong>ancieel beheer<br />
vreem<strong>de</strong> taal/talen<br />
(beter leren) lezen en schrijven<br />
secretariele beroepen<br />
iets an<strong>de</strong>rs<br />
bron: MGK monitor post-<strong>in</strong>itiëel<br />
0 5 10 15 20 25 30 35<br />
percentage van het totaal aantal opleid<strong>in</strong>gen<br />
aan<strong>de</strong>el, <strong>in</strong> totaal rond <strong>de</strong> 25%. Rond twee<strong>de</strong>r<strong>de</strong> is daarbij gericht op het eigen bedrijf;<br />
men wil <strong>de</strong> eigen promotiekansen vergroten of heeft een nieuwe functie gekregen.<br />
In één<strong>de</strong>r<strong>de</strong> van <strong>de</strong> gevallen wordt <strong>de</strong> blik naar buiten gericht, op het verbeteren van <strong>de</strong><br />
eigen kansen op <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong>. Het ‘gewicht’ van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gen kan <strong>de</strong>els wor<strong>de</strong>n<br />
afgemeten aan <strong>de</strong> diploma’s en daarmee samenhangen<strong>de</strong> civiele effecten die er mee<br />
behaald kunnen wor<strong>de</strong>n. Maar ook <strong>de</strong> tijds<strong>in</strong>zet geeft een <strong>in</strong>dicatie. Als we <strong>de</strong> extreem<br />
hoge scores (meer dan 1000 uur) buiten beschouw<strong>in</strong>g laten, besteed<strong>de</strong> <strong>de</strong> groep die aan<br />
opleid<strong>in</strong>gen <strong>de</strong>elnam, daaraan gemid<strong>de</strong>ld rond <strong>de</strong> 120 uur op jaarbasis. Gemid<strong>de</strong>l<strong>de</strong>n<br />
zeggen echter niet zoveel, omdat <strong>de</strong> spreid<strong>in</strong>g zeer groot is, vooral door <strong>de</strong> respon<strong>de</strong>nten<br />
die tijds<strong>in</strong>tensieve opleid<strong>in</strong>gen volgen. Ondanks het hoge gemid<strong>de</strong>l<strong>de</strong> ligt <strong>de</strong> mediaan<br />
bij 40 uur op jaarbasis, evenals <strong>de</strong> modus. Grafiek 2 geeft wellicht een overzichtelijker<br />
beeld. Het gaat daar om alle gevolg<strong>de</strong> cursussen of opleid<strong>in</strong>gen, maar <strong>de</strong> categorieën<br />
voor <strong>de</strong> cursusduur zijn gecon<strong>de</strong>nseerd. Daaruit wordt dui<strong>de</strong>lijk dat ruim twee<strong>de</strong>r<strong>de</strong> van<br />
<strong>de</strong> cursussen 50 uur of m<strong>in</strong><strong>de</strong>r duurt. Wat nog steeds een aanzienlijke tijds<strong>in</strong>vester<strong>in</strong>g is.<br />
Veel opleid<strong>in</strong>gen wor<strong>de</strong>n gevolgd <strong>in</strong> het bestek van een korte <strong>in</strong>tensieve perio<strong>de</strong> van<br />
enkele dagen aaneen. Van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gen valt 46% b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong>ze categorie. Eén dag(<strong>de</strong>el)<br />
of avond per week over een langere perio<strong>de</strong>, of meer<strong>de</strong>re dagen/dag<strong>de</strong>len per week over<br />
een langere perio<strong>de</strong> wor<strong>de</strong>n ook relatief vaak genoemd; respectievelijk <strong>in</strong> 21% en 13%<br />
van <strong>de</strong> gevallen.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 215
216<br />
Grafiek 2<br />
Ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> cursusduur <strong>in</strong> uren (werkend, 16-65 jr., gewogen)<br />
60<br />
50<br />
40<br />
30<br />
20<br />
10<br />
0<br />
bron: MGK monitor post-<strong>in</strong>itiëel<br />
Een belangrijke (<strong>markt</strong>)vraag is altijd welke nu <strong>de</strong> <strong>in</strong>stanties zijn, die <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gen<br />
aanbie<strong>de</strong>n. In grafiek 3 is dat weergegeven, waarbij <strong>de</strong> we<strong>in</strong>ig genoem<strong>de</strong> categorieën<br />
gemakshalve on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> categorie ‘an<strong>de</strong>rs’ zijn geplaatst, een categorie die trouwens nog<br />
om na<strong>de</strong>re analyse vraagt. Dui<strong>de</strong>lijk is <strong>de</strong> dom<strong>in</strong>antie van <strong>de</strong> private over <strong>de</strong> publieke<br />
sector. De private sector wordt aangevoerd door <strong>de</strong> commerciële opleid<strong>in</strong>gsaanbie<strong>de</strong>rs,<br />
welke sowieso <strong>de</strong> grootste <strong>markt</strong>partij zijn, gevolgd door <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gsactiviteiten van<br />
afzon<strong>de</strong>rlijke bedrijven en branches. Zij nemen ruim twee<strong>de</strong>r<strong>de</strong> (68%) van het aanbod<br />
voor hun reken<strong>in</strong>g. De publieke sector, aangevoerd door het hoger on<strong>de</strong>rwijs en gevolgd<br />
door <strong>de</strong> regionale opleid<strong>in</strong>gscentra (ROC’s), moet met 12% genoegen nemen, terwijl rond<br />
<strong>de</strong> 20% niet <strong>in</strong> een van <strong>de</strong>ze categorieën valt. Uit een eerste analyse van <strong>de</strong>ze categorie<br />
‘overige’ blijkt, dat dit niet tot pr<strong>in</strong>cipieel an<strong>de</strong>re dan <strong>de</strong> hier gepresenteer<strong>de</strong> resultaten<br />
leidt.<br />
Cijfers over <strong>de</strong>elname aan schol<strong>in</strong>g moeten altijd met enige voorzichtigheid geïnterpreteerd<br />
wor<strong>de</strong>n. Dat geldt nog sterker voor vergelijk<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> tijd. Toch is er wel enige<br />
<strong>in</strong>dicatie of het <strong>markt</strong>aan<strong>de</strong>el van bijvoorbeeld <strong>de</strong> BVE-<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen is toegenomen. In<br />
1994 becijfer<strong>de</strong> Vrancken dat het <strong>markt</strong>aan<strong>de</strong>el van publieke <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen (exclusief het<br />
hoger on<strong>de</strong>rwijs) rond <strong>de</strong> 7% beliep en <strong>de</strong> veron<strong>de</strong>rstell<strong>in</strong>g was dat BVE-<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
daarvan een substantieel <strong>de</strong>el voor hun reken<strong>in</strong>g namen. Dat zou er op dui<strong>de</strong>n dat het<br />
relatieve aan<strong>de</strong>el van <strong>de</strong>ze publieke <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen nauwelijks is toegenomen, maar dat ze<br />
wel zijn meegegroeid met <strong>de</strong> absolute groei van <strong>de</strong> post-<strong>in</strong>itiële <strong>markt</strong>.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001<br />
0-10 11-50 51-100 101-250 251-500 501-999 1000 of meer<br />
cursusduur <strong>in</strong> uren
An<strong>de</strong>rs<br />
20%<br />
ROC<br />
4%<br />
Grafiek 3<br />
Aanbie<strong>de</strong>rs van opleid<strong>in</strong>gen (werken<strong>de</strong>n, 16-65 jr, gewogen)<br />
Hoger on<strong>de</strong>rwijs<br />
8%<br />
5 De relatie tussen werk en opleid<strong>in</strong>g<br />
Commerciële organisatie<br />
40%<br />
Eigen bedrijf/werkgever branche<br />
28%<br />
Het gaat hier om mensen die betaald werk doen en om opleid<strong>in</strong>gen die gericht zijn op<br />
werk of carrière. Om die re<strong>de</strong>n zijn een aantal vragen gesteld die direct op <strong>de</strong> relatie<br />
tussen opleid<strong>in</strong>g, werk en werkgever <strong>in</strong>gaan. Zo blijkt <strong>in</strong> <strong>de</strong> helft van <strong>de</strong> gevallen <strong>de</strong><br />
werkgever het <strong>in</strong>itiatief voor het (laten) volgen van een opleid<strong>in</strong>g te hebben genomen.<br />
Opvallend is het grote aan<strong>de</strong>el van <strong>de</strong> directe opleid<strong>in</strong>gskosten dat <strong>de</strong> werkgever voor<br />
zijn reken<strong>in</strong>g neemt. In 84% van <strong>de</strong> gevallen betaalt <strong>de</strong> werkgever die kosten volledig<br />
(met tegenwoordig een fl<strong>in</strong>ke subsidie), <strong>in</strong> 12% van <strong>de</strong> gevallen neemt <strong>de</strong> werknemer <strong>de</strong><br />
kosten voor zijn reken<strong>in</strong>g en heel zel<strong>de</strong>n <strong>de</strong>len werkgever en werknemer <strong>de</strong> kosten (2%),<br />
meestal <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van een fifty/fifty ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g. In enkele gevallen (10%) moet men (een<br />
<strong>de</strong>el van) <strong>de</strong> cursuskosten terugbetalen bij vertrek. Het percentage dat men moet terugbetalen<br />
is uiteraard afhankelijk van <strong>de</strong> tijd dat het gele<strong>de</strong>n is s<strong>in</strong>ds men <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g volg<strong>de</strong>.<br />
Wellicht belangrijker <strong>in</strong> <strong>in</strong>vester<strong>in</strong>gstermen is <strong>de</strong> vraag of <strong>de</strong> werkgever ook (werk)tijd ter<br />
beschikk<strong>in</strong>g stelt. Daar zien we een iets an<strong>de</strong>r beeld met nog steeds een genereuze rol<br />
voor <strong>de</strong> werkgever; <strong>in</strong> 67% van <strong>de</strong> gevallen wordt die mogelijkheid wel gebo<strong>de</strong>n, hetzij<br />
volledig b<strong>in</strong>nen werktijd (44%), hetzij <strong>de</strong>els b<strong>in</strong>nen werktijd (23%). Als <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g <strong>de</strong>els<br />
<strong>in</strong> werktijd kan wor<strong>de</strong>n gevolgd, gaat het meestal om <strong>de</strong> helft of meer dan <strong>de</strong> helft van <strong>de</strong><br />
tijds<strong>in</strong>vester<strong>in</strong>g. Je kunt je nog afvragen of <strong>de</strong> m<strong>in</strong><strong>de</strong>rheid (33%) welke <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
eigen tijd volg<strong>de</strong>, daarvoor nog op enigerlei wijze compensatie kreeg. Dat was nauwelijks<br />
het geval. Tien procent van <strong>de</strong> thuisstu<strong>de</strong>er<strong>de</strong>rs kreeg compensatie <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van vrije<br />
uren, 8% kreeg (een <strong>de</strong>el van) <strong>de</strong> tijd vergoed bijvoorbeeld <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van overwerk.<br />
Maar het algemene beeld is dat werkgevers ruime bijdragen leveren aan <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g van<br />
hun werknemers en <strong>in</strong> veel gevallen ook <strong>de</strong> motor lijken te zijn achter <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gsactiviteiten<br />
van hun werknemers.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 217
6 Deelnemerskarakteristieken<br />
218<br />
Als het gaat om <strong>de</strong>elname aan werkgerichte cursussen, zien we geen verschil tussen<br />
mannen en vrouwen, tenm<strong>in</strong>ste als we ons beperken tot <strong>de</strong> hoofdvraag of men al dan<br />
niet een <strong>de</strong>rgelijke cursus heeft gevolgd. De relatie tussen leeftijd en <strong>de</strong>elname aan opleid<strong>in</strong>gen<br />
toont een m<strong>in</strong><strong>de</strong>r vertrouwd beeld dan we <strong>in</strong> het algemeen gewend zijn (zie ook<br />
grafiek 4). Weliswaar is er een significant verband <strong>in</strong> die z<strong>in</strong> dat ou<strong>de</strong>re leeftijdscategorieën<br />
m<strong>in</strong><strong>de</strong>r <strong>de</strong>elnemen, maar het omslagpunt ligt relatief laat (rond <strong>de</strong> 50 jaar) en ook<br />
voor <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>re groepen geldt dat zij nog regelmatig <strong>de</strong>elnemen. Tot het zestigste levensjaar<br />
is er nog sprake van een <strong>de</strong>elnamepercentage van rond <strong>de</strong> 35%. Wellicht verklaart<br />
het feit dat het hier om (ook ou<strong>de</strong>re) werken<strong>de</strong>n gaat, <strong>de</strong>ze actieve houd<strong>in</strong>g. Het is dui<strong>de</strong>lijk<br />
dat <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gstop niet aan het beg<strong>in</strong> van <strong>de</strong> carrière ligt, maar beg<strong>in</strong>t na het vijfentw<strong>in</strong>tigste<br />
levensjaar en m<strong>in</strong> of meer doorgaat tot het vijftigste. In die z<strong>in</strong> lijkt het<br />
concept van levenslang leren ook steeds meer een realiteit te wor<strong>de</strong>n, <strong>in</strong> ie<strong>de</strong>r geval bij<br />
<strong>de</strong>ze werkgerelateer<strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gen. De relatie tussen vooropleid<strong>in</strong>g en <strong>de</strong>elname aan<br />
opleid<strong>in</strong>gen is (zoals gewoonlijk) sterk en significant (zie grafiek 5). Hoe hoger <strong>de</strong><br />
vooropleid<strong>in</strong>g, hoe meer er wordt <strong>de</strong>elgenomen, met een afvlakken van dat effect op <strong>de</strong><br />
hoogste opleid<strong>in</strong>gsniveaus. Wat opvalt is, dat zowel op het niveau van het secundair als<br />
het tertiair on<strong>de</strong>rwijs, <strong>de</strong> <strong>de</strong>elname van respectievelijk MBO- en HBO-abituriënten relatief<br />
hoog is, vergeleken met HAVO/VWO respectievelijk het wetenschappelijk on<strong>de</strong>rwijs. Voor<br />
het MBO hebben we <strong>de</strong> relatie tussen vooropleid<strong>in</strong>g en <strong>de</strong>elname aan opleid<strong>in</strong>gen nog<br />
eens naar richt<strong>in</strong>g trachten te differentiëren. Tussen <strong>de</strong> drie meestgevolg<strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gsricht<strong>in</strong>gen<br />
zien we echter geen significant verband met opleid<strong>in</strong>gsbereidheid.<br />
Grafiek 4<br />
Deelname aan werkgerichte opleid<strong>in</strong>gen per leeftijdscategorie<br />
(werkend, 16-65 jr., gewogen)<br />
60<br />
50<br />
40<br />
30<br />
20<br />
10<br />
0<br />
bron: MGK monitor post-<strong>in</strong>itiëel<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001<br />
16-20 21-25 26-30 31-35 36-40 41-45 46-50 51-55 56-60 61-65<br />
leeftijd
Grafiek 5<br />
Deelname aan werkgerichte opleid<strong>in</strong>gen en vooropleid<strong>in</strong>g (werkend, 16-65 jr., gewogen)<br />
60<br />
50<br />
40<br />
30<br />
20<br />
10<br />
0<br />
Geen voltooi<strong>de</strong><br />
opleid<strong>in</strong>g<br />
bron: MGK monitor post-<strong>in</strong>itiëel<br />
Lager on<strong>de</strong>rwijs<br />
De werksituatie is me<strong>de</strong>bepalend voor <strong>de</strong> besliss<strong>in</strong>g om opleid<strong>in</strong>gen te gaan volgen,<br />
zeker als het om opleid<strong>in</strong>gen gaat die op werk of carrière gericht zijn, en waar <strong>de</strong><br />
randvoorwaar<strong>de</strong>n (tijd, geld) sterk beïnvloed wor<strong>de</strong>n door <strong>de</strong> werksituatie. Zon<strong>de</strong>r<br />
verwijz<strong>in</strong>g vermel<strong>de</strong>n we dat <strong>de</strong> aanstell<strong>in</strong>g <strong>in</strong> tij<strong>de</strong>lijke dienst met uitzicht op vast werk<br />
<strong>de</strong> hoogste opleid<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>tensiteit met zich meebrengt (58%). Wellicht gaat het om verschillen<strong>de</strong><br />
vormen van <strong>in</strong>troductietra<strong>in</strong><strong>in</strong>g. De opleid<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>tensiteit van werknemers met een<br />
vaste aanstell<strong>in</strong>g bedraagt rond <strong>de</strong> 50%. Met rond <strong>de</strong> 30% nemen <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong><br />
vormen van tij<strong>de</strong>lijke arbeidscontracten <strong>de</strong> <strong>de</strong>r<strong>de</strong> plaats <strong>in</strong>, ongeveer <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> positie als<br />
<strong>de</strong> zelfstandige on<strong>de</strong>rnemers. De relatie tussen opleid<strong>in</strong>g en bedrijfsgrootte is al vaker<br />
aangetoond en lijkt een constante <strong>in</strong> dit veld. Zon<strong>de</strong>r verwijz<strong>in</strong>g vermel<strong>de</strong>n we dat ook<br />
voor <strong>de</strong>ze groep geldt dat <strong>in</strong> <strong>de</strong> grotere bedrijven bedui<strong>de</strong>nd meer geschoold wordt dan<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> kle<strong>in</strong>ere.<br />
7 Publieksgroepen van publieke en private aanbie<strong>de</strong>rs<br />
Lager<br />
beroepson<strong>de</strong>rwijs<br />
In hoeverre trekken <strong>de</strong> private en publieke sector (en daarb<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> afzon<strong>de</strong>rlijke <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
of werksoorten) verschillen<strong>de</strong> publieksgroepen aan? In het navolgen<strong>de</strong> beperken<br />
Mi<strong>de</strong>lbaar algemeen<br />
mid<strong>de</strong>lbaar<br />
beroepson<strong>de</strong>rwijs<br />
Hoger algemeen<br />
of VW<br />
Hoger<br />
beroepson<strong>de</strong>rwijs<br />
Wetenschappelijk<br />
on<strong>de</strong>rwijs<br />
vooropleid<strong>in</strong>g<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 219
ROC<br />
5%<br />
220<br />
we ons tot <strong>de</strong> ‘beken<strong>de</strong>’ categorieën publiek en privaat. De categorie ‘an<strong>de</strong>rs’ wordt hier<br />
dus buiten beschouw<strong>in</strong>g gelaten (zie ook paragraaf 4). De private aanbie<strong>de</strong>rs bestaan uit<br />
<strong>de</strong> categorieën ‘commerciële organisatie’ (<strong>in</strong>clusief <strong>de</strong> kle<strong>in</strong>e categorie ‘producent/<strong>de</strong>aler<br />
apparatuur’) en ‘bedrijf en branche’. De publieke aanbie<strong>de</strong>rs bestaan uit <strong>de</strong> categorieën<br />
‘hoger on<strong>de</strong>rwijs’ en ‘ROC’. In grafiek 6 staat <strong>de</strong> ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanbie<strong>de</strong>rs over <strong>de</strong><br />
gevolg<strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gen met daar<strong>in</strong> doorgevoerd <strong>de</strong> hiervoor vermel<strong>de</strong> aanpass<strong>in</strong>gen.<br />
Beperken we ons tot <strong>de</strong> twee eer<strong>de</strong>rgenoem<strong>de</strong> categorieën dan ver<strong>de</strong>elt <strong>de</strong> <strong>de</strong>elname aan<br />
werkgerichte opleid<strong>in</strong>gen zich voor 85% over <strong>de</strong> private en voor 15% over <strong>de</strong> publieke<br />
sector. De overmacht van <strong>de</strong> private aanbie<strong>de</strong>rs is (uiteraard) weer zichtbaar. B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong><br />
private aanbie<strong>de</strong>rs dom<strong>in</strong>eren <strong>de</strong> commerciële aanbie<strong>de</strong>rs, b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> publieke aanbie<strong>de</strong>rs<br />
is het <strong>markt</strong>aan<strong>de</strong>el van het hoger on<strong>de</strong>rwijs ruim twee keer zo groot als dat van <strong>de</strong><br />
ROC’s.<br />
Kijken we alleen naar het verschil <strong>in</strong> clientèle tussen publieke en private aanbie<strong>de</strong>rs, dan<br />
zijn er we<strong>in</strong>ig verschillen tussen mannen en vrouwen, al is er een lichte ten<strong>de</strong>ntie dat<br />
vrouwen wat meer gebruik maken van <strong>de</strong> publieke voorzien<strong>in</strong>gen. De relatie met leeftijd<br />
laat een we<strong>in</strong>ig consistent beeld zien met één uitzon<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g; <strong>de</strong> jongeren (23-25 jaar)<br />
maken dui<strong>de</strong>lijk meer dan gemid<strong>de</strong>ld gebruik van publieke voorzien<strong>in</strong>gen. Kijken we naar<br />
<strong>de</strong> vooropleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> <strong>de</strong>elnemers, dan is het opvallend dat juist <strong>de</strong> hoogst geschool<strong>de</strong>n<br />
(HBO- of WO-achtergrond) relatief het meest gebruik maken van publieke voorzien<strong>in</strong>gen.<br />
Hoe kunnen we nu <strong>de</strong> publieksgroepen van <strong>de</strong> vier groepen aanbie<strong>de</strong>rs na<strong>de</strong>r karakteriseren?<br />
We beperken ons opnieuw tot sekse, leeftijd en vooropleid<strong>in</strong>g. Tussen mannen<br />
Grafiek 6<br />
Ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van aanbie<strong>de</strong>rs van opleid<strong>in</strong>gen (werken<strong>de</strong>n, 16-65 jr, gewogen)<br />
Hoger on<strong>de</strong>rwijs<br />
10%<br />
Bedrijf/branche<br />
35%<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001<br />
Commerciële organisatie<br />
50%
15<br />
10<br />
5<br />
0<br />
-5<br />
-10<br />
-15<br />
en vrouwen bestaat er nauwelijks verschil waar het <strong>de</strong> <strong>de</strong>elname aan verschillen<strong>de</strong> typen<br />
aanbie<strong>de</strong>rs betreft. Leeftijd toont een gevarieer<strong>de</strong>r beeld. In grafiek 7 hebben we geprobeerd<br />
weer te geven uit welke leeftijdsgroepen verschillen<strong>de</strong> aanbie<strong>de</strong>rs meer dan gemid<strong>de</strong>ld<br />
rekruteren, met an<strong>de</strong>re woor<strong>de</strong>n op welke leeftijdsgroepen ze een specifieke<br />
aantrekk<strong>in</strong>gskracht (of juist gebrek daaraan) hebben.<br />
Hierbij moet dus bedacht wor<strong>de</strong>n dat dit niks zegt over <strong>de</strong> absolute aantrekk<strong>in</strong>gskracht;<br />
<strong>de</strong> ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g over <strong>de</strong> aanbie<strong>de</strong>rs die we eer<strong>de</strong>r vermeld<strong>de</strong>n. Eer<strong>de</strong>r zagen we dat ROC’s<br />
een kle<strong>in</strong> <strong>markt</strong>aan<strong>de</strong>el hebben als het om werkgerichte opleid<strong>in</strong>gen voor werken<strong>de</strong><br />
volwassenen gaat. Voor zover ze volwassen <strong>de</strong>elnemers aantrekken, is dat vooral on<strong>de</strong>r<br />
<strong>de</strong> jongere leeftijdscategorieën (16-25 jaar). Opvallend is <strong>de</strong> relatief ger<strong>in</strong>ge aantrekk<strong>in</strong>gs-<br />
Grafiek 7<br />
Aanbie<strong>de</strong>rs en leeftijd (weergave t.o.v. gemid<strong>de</strong>l<strong>de</strong>, resp werkend, 16-65 jr., gewogen)<br />
16-20 21-25 26-30 31-35 36-40 41-45 46-50 51-55 56-60 61-65<br />
bron: MGK monitor post-<strong>in</strong>itiëel<br />
Commerc Org bedrijf hoger ond ROC<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 221
222<br />
20<br />
15<br />
10<br />
5<br />
0<br />
-5<br />
-10<br />
-15<br />
Grafiek 8<br />
Aanbie<strong>de</strong>rs en vooropleid<strong>in</strong>g <strong>de</strong>elnemers (weergave t.o.v. gemid<strong>de</strong>l<strong>de</strong>, resp werkend,<br />
16-65 jr., gewogen)<br />
lager on<strong>de</strong>rwijs lbo mavo mbo havo/vwo hbo wo<br />
bron: MGK monitor post-<strong>in</strong>itiëel<br />
kracht van ROC’ s voor <strong>de</strong> groep van 31-35 jaar, mensen die <strong>in</strong> het algemeen al enige tijd<br />
(<strong>in</strong> hun eerste baan?) werken. Het hoger on<strong>de</strong>rwijs rekruteert ook meer dan gemid<strong>de</strong>ld<br />
on<strong>de</strong>r jongeren (21-25 jaar) maar ook on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> groep van 41-50 jaar. Bij <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gen<br />
welke door bedrijven wor<strong>de</strong>n verzorgd spr<strong>in</strong>gen twee groepen <strong>in</strong> het oog die meer dan<br />
gemid<strong>de</strong>ld van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong>ze aanbie<strong>de</strong>r gebruik maken; jongeren (21-30 jaar)<br />
en ou<strong>de</strong>ren (51-55 jaar). De aanbie<strong>de</strong>rs met het grootste <strong>markt</strong>aan<strong>de</strong>el tenslotte, <strong>de</strong><br />
commerciële organisaties, rekruteren meer dan gemid<strong>de</strong>ld uit <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>ngroep van 31-40<br />
jaar. In grafiek 8 wordt <strong>de</strong> relatie met <strong>de</strong> vooropleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> <strong>de</strong>elnemers weergegeven.<br />
Publieke aanbie<strong>de</strong>rs zijn ‘exclusiever’ als je kijkt naar <strong>de</strong> groepen met een verschillen<strong>de</strong><br />
vooropleid<strong>in</strong>g waaruit ze meer dan gemid<strong>de</strong>ld rekruteren: <strong>de</strong> ROC’s vooral uit mensen<br />
met een LBO- of MBO-achtergrond, het hoger on<strong>de</strong>rwijs vooral uit mensen met een HBOof<br />
WO-achtergrond. Vooropleid<strong>in</strong>gseisen spelen daarbij uiteraard een belangrijke rol,<br />
maar het geeft toch te <strong>de</strong>nken dat <strong>de</strong> publieke voorzien<strong>in</strong>gen, als het om volwassen<br />
<strong>de</strong>elnemers gaat, geen bre<strong>de</strong>r publiek aan zich weten te b<strong>in</strong><strong>de</strong>n. De commerciële organisaties<br />
zijn veel m<strong>in</strong><strong>de</strong>r ‘kieskeurig’ en rekruteren ‘gemid<strong>de</strong>ld’ uit alle vooropleid<strong>in</strong>gsniveaus.<br />
Bij bedrijven is ook zoiets zichtbaar, zij het dat <strong>de</strong> mensen met lagere opleid<strong>in</strong>gsniveaus<br />
(tot en met MBO) iets oververtegenwoordigd lijken te zijn. Dat zou op zich<br />
een gunstig signaal zijn, gegeven <strong>de</strong> regelmatig gedane observatie <strong>in</strong> eer<strong>de</strong>r on<strong>de</strong>rzoek<br />
dat <strong>de</strong>elname aan bedrijfsopleid<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> termen van sociale achtergrond vaak scheef is<br />
ver<strong>de</strong>eld.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001<br />
Commerc Org bedrijf hoger ond ROC
8 De Ne<strong>de</strong>rlandse situatie samengevat<br />
In dit hoofdstuk is een beeld gegeven van <strong>de</strong> op werk en carrière gerichte opleid<strong>in</strong>gen<br />
die door werken<strong>de</strong> volwassen Ne<strong>de</strong>rlan<strong>de</strong>rs wer<strong>de</strong>n gevolgd, aan <strong>de</strong> vooravond van het<br />
jaar 2000. De gegevens zijn ontleend aan <strong>de</strong> eerste afname van <strong>de</strong> Monitor Post-<strong>in</strong>itieel<br />
van het Max Goote Kenniscentrum. Met <strong>de</strong>ze monitor wordt <strong>de</strong> <strong>de</strong>elname aan post-<strong>in</strong>itieel<br />
on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> <strong>de</strong> komen<strong>de</strong> jaren <strong>in</strong> kaart gebracht. De <strong>de</strong>elname aan opleid<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong>ze<br />
groep is <strong>in</strong>drukwekkend; 46% nam <strong>in</strong> het jaar, voorafgaand aan het on<strong>de</strong>rzoek, <strong>de</strong>el aan<br />
één of meer opleid<strong>in</strong>gen. Ten opzichte van 1994/1995 is er sprake van een dui<strong>de</strong>lijke<br />
stijg<strong>in</strong>g van 34% naar 46%. In dat opzicht is er zeker sprake van een versterk<strong>in</strong>g van het<br />
levenslang leren en van een groei van <strong>de</strong> post-<strong>in</strong>itiële <strong>markt</strong>. Het gaat vooral om vak<strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke<br />
opleid<strong>in</strong>gen met nog steeds een relatief groot aan<strong>de</strong>el aan opleid<strong>in</strong>gen rond<br />
computertechniek en dataverwerk<strong>in</strong>g. Het meren<strong>de</strong>el van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gen is gericht op <strong>de</strong><br />
huidige functie. Versterk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> eigen employability is als motief m<strong>in</strong><strong>de</strong>r belangrijk.<br />
Eer<strong>de</strong>r is er sprake van een ‘<strong>de</strong>fensieve’ opvatt<strong>in</strong>g van levenslang leren, waarbij leren er<br />
vooral op is gericht <strong>de</strong> eigen positie te handhaven <strong>in</strong> het licht van <strong>de</strong> nieuwe eisen die<br />
daaraan wor<strong>de</strong>n gesteld. Voor <strong>de</strong> meeste <strong>de</strong>elnemers ligt <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>spann<strong>in</strong>g rond<br />
<strong>de</strong> 40 tot 50 uur op jaarbasis. On<strong>de</strong>r <strong>de</strong> aanbie<strong>de</strong>rs dom<strong>in</strong>eert <strong>de</strong> private sector, aangevoerd<br />
door <strong>de</strong> commerciële aanbie<strong>de</strong>rs van opleid<strong>in</strong>gen en gevolgd door <strong>de</strong> bedrijven en<br />
<strong>de</strong> branches. Zij nemen twee<strong>de</strong>r<strong>de</strong> van <strong>de</strong> <strong>markt</strong> voor hun reken<strong>in</strong>g. De publieke sector<br />
moet met 12% genoegen nemen, met het grootste aan<strong>de</strong>el voor het hoger on<strong>de</strong>rwijs.<br />
Het werk is een belangrijke motor voor het volgen van opleid<strong>in</strong>gen. Vaak nemen werkgevers<br />
het <strong>in</strong>itiatief en zij betalen ook meestal <strong>de</strong> directe opleid<strong>in</strong>gskosten. Interessanter<br />
<strong>in</strong> <strong>in</strong>vester<strong>in</strong>gstermen is het feit dat werkgevers ook re<strong>de</strong>lijk genereus zijn <strong>in</strong> het ter<br />
beschikk<strong>in</strong>g stellen van werktijd of het compenseren van <strong>de</strong> (vrije) tijd van <strong>de</strong> werknemer.<br />
Gekoppeld aan <strong>de</strong> gemid<strong>de</strong>l<strong>de</strong> tijd die werknemers aan schol<strong>in</strong>g beste<strong>de</strong>n, gaat<br />
het om zeer grote bedragen die werknemers <strong>in</strong> het ka<strong>de</strong>r van levenslang leren ter<br />
beschikk<strong>in</strong>g stellen. In 1993 g<strong>in</strong>g het om 3,5 miljard voor directe en <strong>in</strong>directe opleid<strong>in</strong>gskosten<br />
(Waterreus, 1997), reken<strong>in</strong>g hou<strong>de</strong>nd met <strong>de</strong> stijg<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong>elname s<strong>in</strong>dsdien, zou<br />
het nu om een bedrag van rond <strong>de</strong> 5 miljard gaan. Werkgevers lijken dus vaak <strong>de</strong><br />
drijven<strong>de</strong> kracht te zijn achter opleid<strong>in</strong>gsactiviteiten. Veel werknemers zijn actief als het<br />
om oplei<strong>de</strong>n gaat, maar wellicht eer<strong>de</strong>r vanuit <strong>de</strong> al genoem<strong>de</strong> <strong>de</strong>fensieve opvatt<strong>in</strong>g; het<br />
behou<strong>de</strong>n en versterken van <strong>de</strong> bestaan<strong>de</strong> positie. Uit een karakteriser<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> groep<br />
<strong>de</strong>elnemers aan opleid<strong>in</strong>gen blijken we<strong>in</strong>ig verschillen tussen mannen en vrouwen. Op<br />
dat punt lijkt <strong>de</strong> kloof gedicht, al gaat het hier alleen om <strong>de</strong>elname ‘sec’. Verschillen <strong>in</strong><br />
opleid<strong>in</strong>gsricht<strong>in</strong>g kunnen nog steeds bestaan, maar zijn <strong>in</strong> het ka<strong>de</strong>r van dit artikel niet<br />
on<strong>de</strong>rzocht. Het beken<strong>de</strong> leeftijdseffect - ou<strong>de</strong>ren nemen m<strong>in</strong><strong>de</strong>r <strong>de</strong>el dan jongeren -<br />
treedt wel op, maar het omslagpunt lijkt later te liggen dan <strong>in</strong> eer<strong>de</strong>r on<strong>de</strong>rzoek. Pas na<br />
het vijftigste levensjaar is er dui<strong>de</strong>lijk sprake van een afname <strong>in</strong> <strong>de</strong>elname. De relatie<br />
tussen vooropleid<strong>in</strong>g en <strong>de</strong>elname is, zoals gewoonlijk, sterk en significant. Hier valt<br />
vooral <strong>de</strong> sterkere opleid<strong>in</strong>gsoriëntatie van mensen met een achtergrond <strong>in</strong> het beroepson<strong>de</strong>rwijs<br />
op. Zijn bepaal<strong>de</strong> soorten <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen nu ‘extra’ aantrekkelijk voor bepaal<strong>de</strong><br />
groepen? ROC’s rekruteren meer dan gemid<strong>de</strong>ld on<strong>de</strong>r jongeren en on<strong>de</strong>r mensen met<br />
een LBO- of MBO-achtergrond. Het hoger on<strong>de</strong>rwijs heeft een grotere aantrekk<strong>in</strong>gskracht<br />
voor jongeren en voor <strong>de</strong> groep van 41-50 jaar. Zij rekruteren sterk on<strong>de</strong>r mensen met<br />
een WO- of HBO-achtergrond. Het lijkt er op dat <strong>de</strong> publieke voorzien<strong>in</strong>gen een wat<br />
exclusief rekruter<strong>in</strong>gsgebied hebben. De commerciële organisaties rekruteren uit alle<br />
leeftijdsgroepen, maar zij zijn sterk <strong>in</strong> <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>ngroep van 31-40 jaar. Ook <strong>in</strong> termen<br />
van <strong>de</strong> vooropleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> <strong>de</strong>elnemers zijn zij we<strong>in</strong>ig kieskeurig, zij rekruteren uit alle<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 223
224<br />
niveaus. Hetzelf<strong>de</strong> geldt <strong>in</strong> grote lijnen voor <strong>de</strong> bedrijven, zij het dat <strong>de</strong>ze iets sterker<br />
rekruteren uit <strong>de</strong> lagere opleid<strong>in</strong>gsniveaus, op zich een gunstig signaal. Wat <strong>de</strong> leeftijdsgroepen<br />
betreft, zijn <strong>de</strong> bedrijven sterk on<strong>de</strong>r jongeren (23-30 jaar) en on<strong>de</strong>r ou<strong>de</strong>ren<br />
(51-55 jaar). In het algemeen hebben <strong>de</strong> commerciële organisaties en <strong>de</strong> bedrijven dus<br />
een ‘<strong>de</strong>mocratischer’ recruter<strong>in</strong>gspatroon.<br />
De basis van <strong>de</strong>ze gegevens wordt gevormd door een bevrag<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse<br />
beroepsbevolk<strong>in</strong>g. Wat hiermee <strong>in</strong> kaart wordt gebracht, is het perspectief van <strong>de</strong> (niet)<br />
<strong>de</strong>elnemer, hoe kijkt <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse beroepsbevolk<strong>in</strong>g tegen opleid<strong>in</strong>gen aan, welke<br />
ervar<strong>in</strong>gen heeft ze daarmee. Eventuele <strong>in</strong>stitutionele arrangementen, zoals bijvoorbeeld<br />
overheids<strong>in</strong>terventies, komen <strong>in</strong> dat perspectief niet aan bod. In het algemeen wordt <strong>de</strong><br />
schol<strong>in</strong>g van werken<strong>de</strong>n gezien als een zaak van werkgevers en werknemers, met veel<br />
kenmerken van een <strong>markt</strong>.<br />
Een na<strong>de</strong>el van <strong>de</strong> <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g is dat geschool<strong>de</strong> werknemers weggekocht kunnen<br />
wor<strong>de</strong>n door an<strong>de</strong>re bedrijven, die daardoor niet voor <strong>de</strong> kosten van <strong>de</strong> schol<strong>in</strong>g hoeven<br />
op te draaien (‘poach<strong>in</strong>g’). Om dit tegen te gaan zijn <strong>in</strong> veel bedrijfssectoren, als on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el<br />
van collectieve overeenkomsten tussen <strong>de</strong> sociale partners, zogenaam<strong>de</strong> O&Ofondsen<br />
(ontwikkel<strong>in</strong>gs- en opleid<strong>in</strong>gsfondsen) opgericht. De fondsen wor<strong>de</strong>n gevuld met<br />
bijdragen uit <strong>de</strong> bedrijven <strong>in</strong> <strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong> sector (meestal rond 0,5% van <strong>de</strong> loonsom)<br />
en <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>len wor<strong>de</strong>n (on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re) gebruikt voor <strong>de</strong> schol<strong>in</strong>g van werknemers <strong>in</strong> die<br />
sector. Deze vorm van zelfreguler<strong>in</strong>g is omvangrijk <strong>in</strong> f<strong>in</strong>anciële termen; <strong>in</strong> 1997 g<strong>in</strong>g het<br />
om rond <strong>de</strong> 600 miljoen op jaarbasis (Waterreus, 1997).<br />
Maar ook <strong>de</strong> overheid <strong>in</strong>tervenieert <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong>, bijvoorbeeld om on<strong>de</strong>r<strong>in</strong>vester<strong>in</strong>g <strong>in</strong><br />
schol<strong>in</strong>g tegen te gaan, levenslang leren te bevor<strong>de</strong>ren of extra aandacht te beste<strong>de</strong>n aan<br />
achtergestel<strong>de</strong> groepen. Vooral recent wordt daarbij gebruik gemaakt van belast<strong>in</strong>gfaciliteiten.<br />
Belast<strong>in</strong>gfaciliteiten op het terre<strong>in</strong> van on<strong>de</strong>rwijs en schol<strong>in</strong>g zijn meestal een<br />
verborgen <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> publieke f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g, maar <strong>de</strong> omvang kan zeer omvangrijk zijn.<br />
Waterreus (1999) becijfer<strong>de</strong> een totaalbedrag van 2 miljard gul<strong>de</strong>n. Grote posten zijn<br />
bijvoorbeeld <strong>de</strong> fiscale faciliteit voor het leerl<strong>in</strong>gwezen en <strong>de</strong> btw-vrijstell<strong>in</strong>g voor het<br />
reguliere on<strong>de</strong>rwijs. Maar fiscale faciliteiten zijn vooral zichtbaar op <strong>de</strong> <strong>markt</strong> van <strong>de</strong><br />
schol<strong>in</strong>g van volwassenen. We noemen een aantal elementen: extra aftrek schol<strong>in</strong>gskosten<br />
van bedrijfsw<strong>in</strong>st voor vennootschapsbelast<strong>in</strong>g, afdrachtverm<strong>in</strong><strong>de</strong>r<strong>in</strong>g voor<br />
schol<strong>in</strong>gskosten <strong>in</strong> <strong>de</strong> non-profit sector, aftrek van studiekosten als beroepskosten,<br />
vrijstell<strong>in</strong>g van werkgeversbijdrage aan studiekosten en btw-vrijstell<strong>in</strong>g van particuliere<br />
opleid<strong>in</strong>gen. In het algemeen richten <strong>de</strong> faciliteiten zich vooral op <strong>de</strong> werkgever. Recent<br />
en wellicht het meest ‘gericht’ is <strong>de</strong> extra aftrek schol<strong>in</strong>gskosten van bedrijfsw<strong>in</strong>st voor<br />
vennootschapsbelast<strong>in</strong>g. In recente aanpass<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong> regel<strong>in</strong>g wor<strong>de</strong>n schol<strong>in</strong>g <strong>in</strong><br />
kle<strong>in</strong>e bedrijven en <strong>de</strong> schol<strong>in</strong>g van ou<strong>de</strong>re werknemers extra gefaciliteerd. De gevolgen<br />
van <strong>de</strong> nieuwe belast<strong>in</strong>gwetgev<strong>in</strong>g zijn nog niet te overzien, maar <strong>de</strong> overheidsstimuler<strong>in</strong>g<br />
van <strong>de</strong> schol<strong>in</strong>g van werken<strong>de</strong>n blijft hoog op <strong>de</strong> politieke agenda. Zo wordt ook dit<br />
jaar weer getracht om <strong>in</strong> het ka<strong>de</strong>r van <strong>de</strong> cao-on<strong>de</strong>rhan<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen looneisen af te ruilen<br />
tegen belast<strong>in</strong>gfaciliteiten. Een discussie waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> overheid zich niet onbetuigd laat.<br />
Als het om <strong>de</strong> schol<strong>in</strong>g van werken<strong>de</strong>n gaat, kan voor Ne<strong>de</strong>rland het volgen<strong>de</strong> ‘mo<strong>de</strong>l’<br />
wor<strong>de</strong>n geschetst. Het is <strong>in</strong> pr<strong>in</strong>cipe een zaak van werkgevers en werknemers, waarbij er<br />
sprake is van een relatief vrije <strong>markt</strong> van vragers en aanbie<strong>de</strong>rs. Met name aan <strong>de</strong> vraagkant<br />
zijn er echter vele beperk<strong>in</strong>gen. Schol<strong>in</strong>g varieert per sector en bedrijfsgrootte.<br />
Bedrijven zijn selectief <strong>in</strong> <strong>de</strong> keuze van <strong>de</strong>elnemers waarop <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>spann<strong>in</strong>gen<br />
zich richten. Bedrijven, veelal <strong>in</strong> samenspraak met georganiseer<strong>de</strong> werknemers, organise-<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
en zich op sectorniveau om <strong>de</strong> risico’s van opleid<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>spann<strong>in</strong>gen te sprei<strong>de</strong>n. En <strong>de</strong><br />
overheid tracht bedrijven door mid<strong>de</strong>l van belast<strong>in</strong>gfaciliteiten te ‘verlei<strong>de</strong>n’ tot meer of<br />
tot meer specifieke opleid<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>spann<strong>in</strong>gen. In het laatste geval gaat het vooral om een<br />
correctie op <strong>de</strong> <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g die er toe leidt dat er <strong>in</strong> kle<strong>in</strong>ere bedrijven m<strong>in</strong><strong>de</strong>r wordt<br />
geschoold en er voor ou<strong>de</strong>re werknemers m<strong>in</strong><strong>de</strong>r schol<strong>in</strong>gsmogelijkhe<strong>de</strong>n zijn c.q. m<strong>in</strong><strong>de</strong>r<br />
gebruikt wor<strong>de</strong>n. Hoe verhoudt dit mo<strong>de</strong>l zich tot een aantal buitenlandse voorbeel<strong>de</strong>n?<br />
9 De Ne<strong>de</strong>rlandse situatie <strong>in</strong> <strong>in</strong>ternationaal perspectief<br />
Uit allerlei <strong>in</strong>ternationaal vergelijkend on<strong>de</strong>rzoek blijkt dat Ne<strong>de</strong>rland een mid<strong>de</strong>npositie<br />
<strong>in</strong>neemt, zowel als het gaat om <strong>de</strong>elname aan het post-<strong>in</strong>itiële traject <strong>in</strong> het algemeen, als<br />
aan schol<strong>in</strong>g van werken<strong>de</strong>n <strong>in</strong> het bijzon<strong>de</strong>r (Literacy <strong>in</strong> the <strong>in</strong>formation age, 2000;<br />
OECD Employment Outlook, 1999). Lan<strong>de</strong>n die er <strong>in</strong> <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> overzichten uitspr<strong>in</strong>gen<br />
<strong>in</strong> termen van hoge <strong>de</strong>elnamepercentages, zijn Zwe<strong>de</strong>n, Denemarken (en meer <strong>in</strong><br />
het algemeen <strong>de</strong> Scand<strong>in</strong>avische lan<strong>de</strong>n) en het Verenigd Kon<strong>in</strong>krijk. We gaan wat na<strong>de</strong>r<br />
op <strong>de</strong>ze drie lan<strong>de</strong>n <strong>in</strong>.<br />
Zwe<strong>de</strong>n is <strong>in</strong> veel opzichten een i<strong>de</strong>aal land als het gaat om <strong>de</strong> <strong>de</strong>elname aan post-<strong>in</strong>itieel<br />
on<strong>de</strong>rwijs. Volwassenen nemen, <strong>in</strong> <strong>in</strong>ternationaal vergelijkend opzicht, veel <strong>de</strong>el aan allerlei<br />
vormen van on<strong>de</strong>rwijs en schol<strong>in</strong>g, zowel b<strong>in</strong>nen als buiten <strong>de</strong> context van het werk,<br />
zowel gericht op persoonlijke ontplooi<strong>in</strong>g als op werk en carrière. Het patroon van<br />
<strong>de</strong>elname is sterk ‘<strong>de</strong>mocratisch’; ou<strong>de</strong>ren en lager opgelei<strong>de</strong>n nemen weliswaar m<strong>in</strong><strong>de</strong>r<br />
<strong>de</strong>el aan schol<strong>in</strong>g dan jongeren en hoger opgelei<strong>de</strong>n, maar <strong>de</strong> verschillen zijn veel m<strong>in</strong><strong>de</strong>r<br />
groot dan <strong>in</strong> veel an<strong>de</strong>re lan<strong>de</strong>n, waaron<strong>de</strong>r bijvoorbeeld Ne<strong>de</strong>rland (Literacy <strong>in</strong> the <strong>in</strong>formation<br />
age, 2000).<br />
Het is daarom <strong>de</strong>s te opvallen<strong>de</strong>r dat juist <strong>in</strong> Zwe<strong>de</strong>n één van <strong>de</strong> meest omvangrijke<br />
publieke <strong>in</strong>itiatieven op het terre<strong>in</strong> van het volwassenenon<strong>de</strong>rwijs is gestart (Where are<br />
the resources for lifelong learn<strong>in</strong>g, 2000). Jaarlijks wil men het aantal opleid<strong>in</strong>gsplaatsen<br />
<strong>in</strong> het algemene volwassenenon<strong>de</strong>rwijs met 140.000 uitbrei<strong>de</strong>n. Het project is gericht op<br />
mensen met een vooropleid<strong>in</strong>g on<strong>de</strong>r secundair on<strong>de</strong>rwijs twee<strong>de</strong> fase (vergelijk MBO,<br />
HAVO of VWO). Zowel werken<strong>de</strong>n als niet-werken<strong>de</strong>n kunnen <strong>de</strong>elnemen, waarbij (voor <strong>de</strong><br />
werken<strong>de</strong>n) <strong>de</strong> prioriteit ligt bij <strong>de</strong> laagst geschool<strong>de</strong> werknemers <strong>in</strong> sectoren die geherstructureerd<br />
wor<strong>de</strong>n. Aanbie<strong>de</strong>rs van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gen zijn vooral <strong>de</strong> gemeentelijke <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
voor volwassenenon<strong>de</strong>rwijs, met een voor dit project aangepast curriculum (meer<br />
praktijk, meer flexibele aanbodsvormen). Kenmerkend is dus dat het gaat om een grootschalig<br />
publiek gef<strong>in</strong>ancierd <strong>in</strong>itiatief om volwassenen (<strong>in</strong>clusief werken<strong>de</strong>n) op een hoger<br />
algemeen on<strong>de</strong>rwijspeil te brengen, uitgevoerd door publieke <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen voor volwassenenon<strong>de</strong>rwijs.<br />
Ook Denemarken is een koploper als het om <strong>de</strong>elname aan schol<strong>in</strong>g gaat. En ook hier<br />
speelt <strong>de</strong> overheid een centrale rol. Maar <strong>in</strong> vergelijk<strong>in</strong>g met Zwe<strong>de</strong>n is het overheids<strong>in</strong>grijpen<br />
directer gericht op beroepson<strong>de</strong>rwijs en schol<strong>in</strong>g. De kern wordt gevormd door<br />
het publieke arbeids<strong>markt</strong>schol<strong>in</strong>gsysteem (AMU) dat is opgezet om <strong>de</strong> economische<br />
overgang van landbouw naar <strong>in</strong>dustrie te vergemakkelijken. Ook het feit dat <strong>de</strong> Deense<br />
economie relatief sterk is gebaseerd op kle<strong>in</strong>e bedrijven, heeft een sterke overheidsaanwezigheid<br />
gestimuleerd. Er zijn uitgebrei<strong>de</strong> (publieke) schol<strong>in</strong>gsmogelijkhe<strong>de</strong>n voor<br />
werken<strong>de</strong>n en werklozen. Ook <strong>de</strong> randvoorwaar<strong>de</strong>n zijn genereus; tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> schol<strong>in</strong>g<br />
krijgen werknemers een uitker<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> overheid welke wordt aangevuld door <strong>de</strong><br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 225
226<br />
werkgever tot het niveau van het loon. Ook <strong>de</strong> regel<strong>in</strong>gen voor educatief verlof zijn<br />
uitgebreid. ‘Job switch<strong>in</strong>g mo<strong>de</strong>ls’ en ‘baanrotatieregel<strong>in</strong>gen’ on<strong>de</strong>rvangen <strong>de</strong> afwezigheid<br />
van werknemers tij<strong>de</strong>ns het educatief verlof. Door <strong>de</strong> Wet Open <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> is het publieke<br />
aanbod zodanig geflexibiliseerd dat alle opleid<strong>in</strong>gen open zijn voor flexibele-, voltijd- of<br />
<strong>de</strong>eltijdstudie. Een groot <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> beroepsgerichte vervolgopleid<strong>in</strong>gen wordt gratis<br />
door <strong>de</strong> overheid aangebo<strong>de</strong>n. Dit heeft geresulteerd <strong>in</strong> een beschei<strong>de</strong>n positie voor<br />
particuliere aanbie<strong>de</strong>rs. Wellicht vanwege <strong>de</strong> sterke directe overheids<strong>in</strong>vloed op het<br />
terre<strong>in</strong> van schol<strong>in</strong>g, is er zeker <strong>in</strong> vergelijk<strong>in</strong>g met Ne<strong>de</strong>rland, m<strong>in</strong><strong>de</strong>r sprake van<br />
<strong>in</strong>directe f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>gsmodaliteiten zoals fiscale maatregelen en is er ook m<strong>in</strong><strong>de</strong>r sprake<br />
van collectieve schol<strong>in</strong>gsafspraken tussen sociale partners.<br />
Dit alles heeft geresulteerd <strong>in</strong> een hoge schol<strong>in</strong>gs<strong>de</strong>elname, zowel op bedrijfs- als op<br />
<strong>in</strong>dividueel niveau, en wat uitzon<strong>de</strong>rlijker is, een hoge schol<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>tensiteit <strong>in</strong> kle<strong>in</strong>e<br />
bedrijven. De opleid<strong>in</strong>gskosten voor werkgevers zijn, door <strong>de</strong> sterke overheidsbijdrage,<br />
relatief laag. Voor werknemers zijn <strong>de</strong> kosten meestal nihil (Waterreus, 1997).<br />
Het Verenigd Kon<strong>in</strong>krijk vertegenwoordigt, zeker als het om overheids<strong>in</strong>itiatieven op het<br />
terre<strong>in</strong> van <strong>de</strong> schol<strong>in</strong>g van werken<strong>de</strong>n gaat, een tegenpool. De overheids<strong>in</strong>vloed is bijna<br />
nihil en ondanks dat is er sprake van een hoge schol<strong>in</strong>gs<strong>de</strong>elname. Het overheids<strong>in</strong>grijpen<br />
beperkt zich voornamelijk tot <strong>de</strong> schol<strong>in</strong>g van werklozen en jongeren en nauwelijks<br />
tot <strong>de</strong> schol<strong>in</strong>g van werken<strong>de</strong>n. Het vermoe<strong>de</strong>n bestaat dat <strong>de</strong> hoge schol<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>tensiteit<br />
<strong>de</strong>els ook een compensatie is voor het zo goed als ontbreken van een goed ontwikkeld<br />
stelsel voor beroepson<strong>de</strong>rwijs en het algemeen lage schol<strong>in</strong>gspeil van <strong>de</strong> beroepsbevolk<strong>in</strong>g<br />
(Literacy <strong>in</strong> the <strong>in</strong>formation age, 2000). Het is voor bedrijven een noodzaak om <strong>de</strong><br />
vaardigheidstekorten van hun werknemers aan te vullen.<br />
Daar<strong>in</strong> speelt <strong>de</strong> overheid, <strong>in</strong> samenspraak met het bedrijfsleven, wel een rol. Er is een<br />
uitgebreid stelsel ontwikkeld voor <strong>de</strong> met<strong>in</strong>g en erkenn<strong>in</strong>g van competenties (‘national<br />
vocational qualifications’ of ‘nvq’s’) die moeten garan<strong>de</strong>ren dat beroepsbeoefenaars over<br />
<strong>de</strong> vereiste vaardighe<strong>de</strong>n beschikken. Dit is los van <strong>de</strong> vraag op welke wijze <strong>de</strong>ze competenties<br />
zijn verworven. Dat kan ervar<strong>in</strong>gskennis zijn, maar bedrijven kunnen <strong>de</strong> vereiste<br />
kennis en vaardighe<strong>de</strong>n ook kopen op <strong>de</strong> uitgebrei<strong>de</strong> schol<strong>in</strong>gs<strong>markt</strong>. Het is opvallend<br />
dat <strong>de</strong> publieke <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen (en dan met name <strong>de</strong> universiteiten en <strong>de</strong> ‘colleges for<br />
further education’), zeker vergeleken met Ne<strong>de</strong>rland wel een sterke positie hebben op <strong>de</strong><br />
schol<strong>in</strong>gs<strong>markt</strong>. Een positie die zij niet danken aan een bevoor<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g door <strong>de</strong> overheid,<br />
maar aan een sterke <strong>markt</strong>gerichtheid en een sterke traditie op het terre<strong>in</strong> van on<strong>de</strong>rwijs<br />
voor volwassenen.<br />
Ook <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland w<strong>in</strong>t het <strong>de</strong>nken <strong>in</strong> termen van meetbare competenties, los van <strong>de</strong> weg<br />
via welke ze zijn verworven, aan populariteit, hier on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> noemer van el<strong>de</strong>rs verworven<br />
competenties of evc’s.<br />
In het algemeen lijkt <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse situatie, als het om <strong>de</strong> schol<strong>in</strong>g van werken<strong>de</strong>n<br />
gaat, toch eer<strong>de</strong>r op het Britse dan op het Scand<strong>in</strong>avische mo<strong>de</strong>l. In vergelijk<strong>in</strong>g met<br />
Zwe<strong>de</strong>n en Denemarken blijft Ne<strong>de</strong>rland toch het pr<strong>in</strong>cipe hanteren dat <strong>de</strong> schol<strong>in</strong>g van<br />
werken<strong>de</strong>n een zaak is van <strong>de</strong> sociale partners, en dat <strong>de</strong> directe overheids<strong>in</strong>vloed<br />
m<strong>in</strong>imaal dient te zijn. Wel is het zo dat <strong>de</strong> <strong>in</strong>directe <strong>in</strong>terventie via bijvoorbeeld belast<strong>in</strong>gfaciliteiten<br />
<strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland waarschijnlijk genereuzer is dan <strong>in</strong> het Verenigd Kon<strong>in</strong>krijk.<br />
Bovendien lijkt schol<strong>in</strong>g voor <strong>de</strong> sociale partners sterker een gemeenschappelijk gedragen<br />
belang, dan <strong>in</strong> het Verenigd Kon<strong>in</strong>krijk. Zowel <strong>de</strong> O&O-fondsen als <strong>de</strong> betrokkenheid<br />
van overheid en sociale partners bij <strong>de</strong> discussie over arbeidsvoorwaar<strong>de</strong>n en schol<strong>in</strong>g,<br />
illustreren dit. Wellicht als één van <strong>de</strong> uitvloeisels van het pol<strong>de</strong>rmo<strong>de</strong>l.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Literatuur<br />
Employment Outlook 1999,<br />
Parijs, OECD, 1999.<br />
Houtkoop, W.A. & H. Oosterbeek,<br />
Vraag en aanbod van opleid<strong>in</strong>gen, In: Beroepson<strong>de</strong>rwijs en Volwasseneneducatie<br />
na<strong>de</strong>r bekeken, Jaarboek 1996 van het Max Goote Kenniscentrum, Den Haag,<br />
VUGA/Elsevier, 1997.<br />
Houtkoop, W.A.,<br />
Basisvaardighe<strong>de</strong>n <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland, Amsterdam, Max Goote Kenniscentrum, 2000a.<br />
Houtkoop, W.A.,<br />
Post <strong>in</strong>itieel on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland, anno 2000, Amsterdam, Max Goote<br />
Kenniscentrum, 2000b (werktitel, te verschijnen).<br />
Literacy <strong>in</strong> the <strong>in</strong>formation age,<br />
Parijs, OECD, 2000.<br />
Vrancken, P.H.J.,<br />
Contractactiviteiten van bve-<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen, Amsterdam, Max Goote Kenniscentrum,<br />
1994<br />
Waterreus, J.M.,<br />
Schol<strong>in</strong>g van werken<strong>de</strong>n: een vergelijk<strong>in</strong>g tussen lan<strong>de</strong>n, Amsterdam, Max Goote<br />
Kenniscentrum, 1997.<br />
Waterreus, J.M.,<br />
O&O fondsen on<strong>de</strong>rzocht, Amsterdam, Max Goote Kenniscentrum,<br />
1997.Waterreus, J.M., Belast<strong>in</strong>gfaciliteiten voor on<strong>de</strong>rwijs en schol<strong>in</strong>g,<br />
Amsterdam, Max Goote Kenniscentrum, 1999.<br />
Where are the resources for lifelong learn<strong>in</strong>g, Parijs, OECD, 2000.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> 227
13 Wetgev<strong>in</strong>g, <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g en <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g<br />
H. <strong>de</strong> Heer 1<br />
Het beleid van <strong>de</strong> overheid is erop gericht dat on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen een grote mate van<br />
beleidsvrijheid krijgen. Die vrijheid kan lei<strong>de</strong>n tot concurrentie en daarmee tot verho-<br />
g<strong>in</strong>g van kwaliteit. Nieuwe wetten, zoals <strong>de</strong> Wet educatie en beroepson<strong>de</strong>rwijs (WEB),<br />
laten dui<strong>de</strong>lijk zien dat <strong>de</strong> overheid wat betreft <strong>de</strong> regelgev<strong>in</strong>g is teruggetre<strong>de</strong>n.<br />
Diezelf<strong>de</strong> overheid echter - en vele an<strong>de</strong>re betrokkenen - beijveren zich <strong>de</strong> ontstane<br />
beleidsruimte met an<strong>de</strong>rsoortige regels <strong>in</strong> te vullen, waardoor <strong>de</strong> primaire doelstell<strong>in</strong>g<br />
wordt gefrustreerd.<br />
De WEB, voortgekomen uit vele an<strong>de</strong>re wetten en voornamelijk geïnspireerd door <strong>de</strong> Wet<br />
op het hoger on<strong>de</strong>rwijs en wetenschappelijk on<strong>de</strong>rzoek (WHW) en <strong>de</strong> Wet op het voort-<br />
gezet on<strong>de</strong>rwijs (WVO), vertoont voldoen<strong>de</strong> kenmerken van <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g, waardoor <strong>de</strong><br />
beoog<strong>de</strong> <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g en verhog<strong>in</strong>g van kwaliteit een goe<strong>de</strong> kans krijgen. Uitgewerkte<br />
voorbeel<strong>de</strong>n hiervan zijn: kwaliteitszorg, toelat<strong>in</strong>gsbeleid, opleid<strong>in</strong>genaanbod, erken-<br />
n<strong>in</strong>g van el<strong>de</strong>rs verworven competenties (EVC), f<strong>in</strong>ancieel beleid, educatie, contract-<br />
activiteiten en externe legitimer<strong>in</strong>g. Toch is <strong>de</strong> vraag gerechtvaardigd of <strong>de</strong> overheid <strong>in</strong><br />
sommige gevallen niet juist zou moeten reguleren; dit met het oog op kwaliteit en om<br />
onbevoeg<strong>de</strong> regelaars <strong>in</strong> bedwang te hou<strong>de</strong>n.<br />
228<br />
1 Mr. H. <strong>de</strong> Heer is zelfstandig adviseur, publicist en tevens beleidsadviseur bij ROC ASA. Dit hoofdstuk is<br />
op persoonlijke titel geschreven.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
1 Inleid<strong>in</strong>g<br />
Dit hoofdstuk gaat <strong>in</strong> op <strong>de</strong> vraag of en <strong>in</strong> hoeverre er concurrentie bestaat tussen on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
<strong>in</strong> het BVE-veld (beroepson<strong>de</strong>rwijs en volwasseneneducatie), welke<br />
<strong>in</strong>vloed regelgev<strong>in</strong>g op die eventuele concurrentie heeft gehad en <strong>in</strong> hoeverre één en<br />
an<strong>de</strong>r voor <strong>de</strong> kwaliteit van belang blijkt. Eén en an<strong>de</strong>r is bedoeld als illustratie van <strong>de</strong><br />
i<strong>de</strong>eën die <strong>in</strong> voorgaan<strong>de</strong> hoofdstukken over <strong>de</strong>ze relaties wer<strong>de</strong>n aangedragen; <strong>de</strong><br />
uitwerk<strong>in</strong>g voor <strong>de</strong> BVE-sector is <strong>in</strong> die context exemplarisch bedoeld.<br />
De volgen<strong>de</strong> twee citaten maken dui<strong>de</strong>lijk hoe <strong>de</strong> overheid voor <strong>de</strong> BVE-sector <strong>de</strong> relatie<br />
tussen <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g, <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g en kwaliteit ziet.<br />
“Door <strong>de</strong> vergrot<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> vrijheidsgra<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen zal er een<br />
beperkte mate van concurrentie tussen <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen kunnen gaan ontstaan. Dit<br />
kan lei<strong>de</strong>n tot een versterk<strong>in</strong>g van het on<strong>de</strong>rwijsaanbod wat betreft vorm en<br />
kwaliteit. De resultaten van het kwaliteitsbewak<strong>in</strong>gssysteem zullen daarbij een<br />
stimuleren<strong>de</strong> rol spelen. Het streven om het private on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> <strong>de</strong> gelegenheid<br />
te stellen op gelijke voet te kunnen <strong>de</strong>elnemen aan <strong>de</strong> kwalificatiestructuur (doch<br />
vanzelfsprekend zon<strong>de</strong>r overheidsbekostig<strong>in</strong>g) zal <strong>de</strong> private <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
gelegenheid stellen b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> kwalificatiestructuur te opereren. Dit zal 2 <strong>de</strong><br />
concurrentie ver<strong>de</strong>r versterken. De on<strong>de</strong>rgeteken<strong>de</strong>n achten het wenselijk een<br />
beperkte vorm van concurrentie tussen (al dan niet bekostig<strong>de</strong>) <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen te<br />
stimuleren. Het zal kunnen bijdragen tot versterk<strong>in</strong>g van kwaliteit en profiler<strong>in</strong>g<br />
en tot verhog<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> efficiëntie.” 3<br />
“Zo is een uitgangspunt dat er concurrentie ontstaat tussen <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen en dat<br />
<strong>de</strong> <strong>de</strong>elnemers ‘met <strong>de</strong> voeten’ bepalen wat <strong>de</strong> beste school is, met an<strong>de</strong>re<br />
woor<strong>de</strong>n als een ROC niet bevalt gaat <strong>de</strong> <strong>de</strong>elnemer naar een an<strong>de</strong>r ROC dat een<br />
betere prestatie levert.” 4<br />
Dit hoofdstuk besteedt allereerst aandacht aan <strong>de</strong> herkomst van <strong>de</strong> WEB, voor zover van<br />
belang b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> ka<strong>de</strong>rs van dit hoofdstuk. Er wordt aandacht besteed aan <strong>de</strong> <strong>in</strong>vloe<strong>de</strong>n<br />
van naastgelegen wetten zoals <strong>de</strong> WHW en <strong>de</strong> WVO c.a. Verschillen<strong>de</strong> voorbeel<strong>de</strong>n illustreren<br />
<strong>de</strong> bedoel<strong>de</strong> of onbedoel<strong>de</strong> effecten van het streven van <strong>de</strong> wetgever naar meer<br />
concurrentie; een streven dat on<strong>de</strong>r meer is <strong>in</strong>gegeven vanuit <strong>de</strong> i<strong>de</strong>e dat concurrentie<br />
kwaliteitsverhogend kan werken. Van <strong>de</strong> voorbeel<strong>de</strong>n die gegeven wor<strong>de</strong>n van aspecten<br />
die voor <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g <strong>in</strong> aanmerk<strong>in</strong>g kwamen - zoals bijvoorbeeld kwaliteitsbeleid en<br />
toelat<strong>in</strong>gsbeleid - wordt bekeken of en <strong>in</strong> hoeverre <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g is bewerkstelligd, welke<br />
effecten dit zou kunnen hebben met het oog op <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g en <strong>in</strong> hoeverre die effecten<br />
daadwerkelijk zijn gerealiseerd.<br />
Het hoofdstuk wordt besloten met paragrafen over <strong>de</strong> educatie, contractactiviteiten en<br />
externe legitimer<strong>in</strong>g, <strong>in</strong> relatie tot <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g. 5<br />
2 Dit is een letterlijk citaat.<br />
3 Kernpuntennotitie over <strong>de</strong> Wet educatie en beroepson<strong>de</strong>rwijs 1996 (OCenW en LNV, 1993).<br />
4 Koers BVE: Perspectief voor het mid<strong>de</strong>lbaar beroepson<strong>de</strong>rwijs en <strong>de</strong> volwasseneneducatie,<br />
hoofdstuk 2, OCenW september 2000.<br />
5 Externe legitimer<strong>in</strong>g is een externe controle op <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong> examens, uitgevoerd door<br />
examen<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
229
230<br />
Alvast samengevat: <strong>de</strong> WEB geeft veel ruimte. Veel mag men zelf <strong>in</strong>vullen. Echter, waar<br />
niets is geregeld en op plaatsen waar dui<strong>de</strong>lijke beleidsvrijheid voor <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen is<br />
gecreëerd, staan an<strong>de</strong>ren <strong>in</strong> <strong>de</strong> rij om zaken alsnog te regelen. Daar waar voor <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
<strong>de</strong>sondanks beleidsruimte overblijft, wijst <strong>de</strong> praktijk uit dat sommige regels concurrentie<br />
kunnen stimuleren of juist tegengaan, waardoor er een <strong>markt</strong>situatie kan ontstaan.<br />
Daarbij bestaat dus <strong>de</strong> mogelijkheid dat bij bepaal<strong>de</strong> aspecten het ene Regionaal<br />
Opleid<strong>in</strong>gscentrum (ROC) zich beter positioneert dan het an<strong>de</strong>re.<br />
2 Typisch WEB?<br />
De WEB heeft een <strong>in</strong> diverse opzichten ‘hybri<strong>de</strong>’ karakter. Aan <strong>de</strong> ene kant is <strong>de</strong> WEB<br />
vernieuwend, aan <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re kant bestaat <strong>de</strong> WEB uit een mix van an<strong>de</strong>re wetten, regel<strong>in</strong>gen<br />
alsme<strong>de</strong> i<strong>de</strong>eën en verworvenhe<strong>de</strong>n uit recent of ver<strong>de</strong>r verle<strong>de</strong>n.<br />
Vernieuwend voor <strong>de</strong> sector BVE is dat toelichten<strong>de</strong> literatuur rond het ontstaan van <strong>de</strong><br />
WEB doorspekt is met opmerk<strong>in</strong>gen rondom <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g. 6 Gemaakte keuzes wor<strong>de</strong>n<br />
gemotiveerd door te wijzen op <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g; kritiek van <strong>de</strong> Twee<strong>de</strong> Kamer of van<br />
organisaties die zich <strong>in</strong> voorron<strong>de</strong>s hebben beziggehou<strong>de</strong>n met <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
WEB wordt weerlegd met ‘<strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g’ als argument. Blijkbaar heeft <strong>de</strong> wetgever daar<br />
veel aandacht voor gehad.<br />
Maar die i<strong>de</strong>eën kwamen niet zomaar uit <strong>de</strong> lucht vallen: ook <strong>de</strong> WHW had me<strong>de</strong> tot doel<br />
<strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het hoger en wetenschappelijk on<strong>de</strong>rwijs te vergroten. Zon<strong>de</strong>r hierover<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong>tails te tre<strong>de</strong>n kan wor<strong>de</strong>n gesteld dat belangrijke ge<strong>de</strong>elten van <strong>de</strong> WEB zijn overgeschreven<br />
uit - of <strong>in</strong> elk geval zijn geïnspireerd door - <strong>de</strong> WHW. Dat wordt ook door <strong>de</strong><br />
wetgever zelf toegegeven. De WHW was zowel qua structuur als qua <strong>in</strong>houd voorbeeld<br />
voor <strong>de</strong> WEB.<br />
Zelfs wordt gemotiveerd waarom men <strong>in</strong> <strong>de</strong> WEB iets niet uit <strong>de</strong> WHW over wil<strong>de</strong> nemen.<br />
In <strong>de</strong> Nota naar aanleid<strong>in</strong>g van het verslag staat een hele verhan<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g over waarom <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong> het hoger on<strong>de</strong>rwijs doorgevoer<strong>de</strong> ‘visitatie’ geen plaats heeft gekregen <strong>in</strong> <strong>de</strong> WEB en<br />
waarom men liever koos voor externe legitimer<strong>in</strong>g. 7 De gevolgen voor ‘<strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g’<br />
staan beschreven <strong>in</strong> paragraaf 7 over examen<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen.<br />
De Adviescommissie on<strong>de</strong>rwijs-arbeids<strong>markt</strong> (ACOA), <strong>de</strong> commissie die on<strong>de</strong>r meer <strong>de</strong><br />
maatschappelijke wenselijkheid van nieuwe opleid<strong>in</strong>gen toetst, v<strong>in</strong>dt ook zijn oorsprong<br />
<strong>in</strong> het hoger on<strong>de</strong>rwijs. 8 Deze niet te on<strong>de</strong>rschatten <strong>in</strong>vloed van <strong>de</strong> macrodoelmatigheid<br />
op <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g wordt besproken <strong>in</strong> een volgen<strong>de</strong> paragraaf.<br />
Ook hoofdstuk 9 van <strong>de</strong> WEB v<strong>in</strong>dt zijn oorsprong <strong>in</strong> <strong>de</strong> WHW: <strong>de</strong> wetgever wil<strong>de</strong> voor <strong>de</strong><br />
ROC’s, me<strong>de</strong> gezien <strong>de</strong> beoog<strong>de</strong> grotere autonomie van <strong>de</strong> scholen, een sterkere, professionele<br />
bestuursstructuur, naar voorbeeld van het hoger on<strong>de</strong>rwijs.<br />
Tot slot van <strong>de</strong>ze opsomm<strong>in</strong>g wordt vermeld dat ook <strong>de</strong> studiebelast<strong>in</strong>g van 1600 uur<br />
per jaar is overgenomen uit <strong>de</strong> WHW. 9<br />
6 Bedoeld wor<strong>de</strong>n: nota’s, brieven, kamerverslagen, Memories van Toelicht<strong>in</strong>g, enzovoort.<br />
7 TK 23.778, 16 maart 1995, verga<strong>de</strong>rjaar 1994-1995, Nota naar aanleid<strong>in</strong>g van het verslag, blz. 95.<br />
8 Zie Kernpuntennotitie hfdst 2.3.2. en 3.11. Zie ook Nota naar aanleid<strong>in</strong>g van het verslag, o.c.., blz.105.<br />
9 Nota naar aanleid<strong>in</strong>g van het verslag, o.c., blz. 134.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Naast die enorme <strong>in</strong>vloed vanuit <strong>de</strong> WHW v<strong>in</strong>dt <strong>de</strong> WEB <strong>in</strong> belangrijke mate zijn <strong>in</strong>spiratie<br />
en ook zijn oorsprong <strong>in</strong> <strong>de</strong> WVO. Wetgev<strong>in</strong>g rondom het ‘ou<strong>de</strong>’ mid<strong>de</strong>lbaar beroepson<strong>de</strong>rwijs<br />
(MBO) neergelegd <strong>in</strong> <strong>de</strong> SVM-wetgev<strong>in</strong>g (Sectorvorm<strong>in</strong>g en Vernieuw<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het<br />
MBO) maakte op haar beurt <strong>de</strong>el uit van <strong>de</strong> WVO. Me<strong>de</strong> dankzij <strong>de</strong> commissie Wagner<br />
beg<strong>in</strong> jaren tachtig ontwikkel<strong>de</strong> het MBO zich richt<strong>in</strong>g leerl<strong>in</strong>gwezen. Hierbij werd een<br />
grotere betrokkenheid van <strong>de</strong> aan <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g <strong>de</strong>elnemen<strong>de</strong> bedrijven nagestreefd.<br />
Er zijn nog meer voorbeel<strong>de</strong>n te geven van elementen die <strong>in</strong> sterkere of m<strong>in</strong><strong>de</strong>r sterke<br />
mate hun oorsprong <strong>in</strong> <strong>de</strong> WVO v<strong>in</strong><strong>de</strong>n: <strong>de</strong>nk daarbij aan <strong>de</strong> kwalificatiestructuur voor <strong>de</strong><br />
educatie, 10 bepaal<strong>de</strong> regels rond bekostig<strong>in</strong>g 11 en <strong>de</strong> drievoudige kwalificer<strong>in</strong>g. 12 Bepaal<strong>de</strong><br />
elementen wor<strong>de</strong>n ver<strong>de</strong>rop besproken <strong>in</strong> verband met <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g.<br />
De WHW en het SVM-ge<strong>de</strong>elte van <strong>de</strong> WVO lever<strong>de</strong>n <strong>de</strong> meeste <strong>in</strong>put voor <strong>de</strong> WEB. 13 De<br />
<strong>in</strong>vloed van <strong>de</strong> Wet op het leerl<strong>in</strong>gwezen (WLW)/Wet op het cursorisch beroepson<strong>de</strong>rwijs<br />
(WCBO) en enkele an<strong>de</strong>re wetten die geheel of ge<strong>de</strong>eltelijk door <strong>de</strong> WEB zijn vervangen,<br />
<strong>de</strong> VAVO-wetgev<strong>in</strong>g (Voortgezet Algemeen Volwassenenon<strong>de</strong>rwijs, bijvoorbeeld HAVO<br />
voor volwassenen), <strong>de</strong> WEO (Wet op <strong>de</strong> erken<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen) en <strong>de</strong> KVE<br />
(Ka<strong>de</strong>rwet volwasseneneducatie), mogen niet ongenoemd blijven. En aanpass<strong>in</strong>g<br />
geschiedt nog steeds: <strong>in</strong> het Voorstel van wet betreffen<strong>de</strong> wijzig<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> WEB 14 wordt<br />
een bepaal<strong>de</strong> wijzig<strong>in</strong>g gemotiveerd met <strong>de</strong> stell<strong>in</strong>g dat daarmee <strong>de</strong> WEB op één lijn<br />
wordt gebracht met <strong>de</strong> overeenkomen<strong>de</strong> regel<strong>in</strong>gen uit <strong>de</strong> WVO en <strong>de</strong> Wet op het primair<br />
on<strong>de</strong>rwijs (WPO).<br />
Samengevat: <strong>de</strong> WEB staat niet alleen, maar v<strong>in</strong>dt zijn veranker<strong>in</strong>g <strong>in</strong> consistent<br />
overheidsbeleid dat ook <strong>in</strong> an<strong>de</strong>re sectoren zijn toepass<strong>in</strong>g v<strong>in</strong>dt. 15 Zelfs het verschijnsel<br />
‘externe legitimer<strong>in</strong>g’, dat uitsluitend <strong>in</strong> <strong>de</strong> WEB voorkomt, is niet zo uniek voor <strong>de</strong> WEB<br />
als het lijkt: zij komt voort uit <strong>de</strong> gedachte van kwaliteitsborg<strong>in</strong>g zoals ook voor het<br />
hoger on<strong>de</strong>rwijs vormgegeven. Ver<strong>de</strong>rop wordt hier nog na<strong>de</strong>r aandacht aan besteed.<br />
De WEB is een volledig zelfstandige wet en is geen species van <strong>de</strong> WHW of van <strong>de</strong> WVO.<br />
Wel lijkt <strong>de</strong> WEB <strong>in</strong> veel opzichten op <strong>de</strong> WHW en op <strong>de</strong> WVO. De BVE-sector kan zich<br />
goed spiegelen aan <strong>de</strong> ervar<strong>in</strong>gen die het hoger on<strong>de</strong>rwijs heeft opgedaan met <strong>de</strong> uitvoer<strong>in</strong>g<br />
van ‘hun’ wet, en daaraan <strong>in</strong> voorkomen<strong>de</strong> gevallen een voorbeeld nemen.<br />
Tot zover enkele voorbeel<strong>de</strong>n waaruit moge blijken dat <strong>de</strong> WEB een tussenproduct is: niet<br />
uniek, niet altijd even briljant, wel <strong>in</strong>gevuld op basis van verworvenhe<strong>de</strong>n en eigenhe<strong>de</strong>n<br />
die <strong>de</strong> sector kenmerken. In <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> paragrafen wor<strong>de</strong>n enkele van <strong>de</strong> voorbeel<strong>de</strong>n<br />
na<strong>de</strong>r uitgewerkt en <strong>in</strong> verband gebracht met het on<strong>de</strong>rwerp van dit hoofdstuk:<br />
<strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g, concurrentie en <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g.<br />
10 Ibid, p.70.<br />
11 Ibid, p.13.<br />
12 Zie artikel 7.1.3. Zie ook <strong>de</strong> Nota naar aanleid<strong>in</strong>g van het verslag, o.c., blz. 83.<br />
13 De SVM-wetgev<strong>in</strong>g betrof aanvull<strong>in</strong>gen/wijzig<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong> WVO, speciaal voor het mid<strong>de</strong>lbaar<br />
beroepson<strong>de</strong>rwijs.<br />
14 Voorstel van Wijzig<strong>in</strong>g, maart 2000<br />
15 De pacificatiegedachte (het laatste ge<strong>de</strong>elte van <strong>de</strong> schoolstrijd: <strong>de</strong> f<strong>in</strong>anciële gelijkstell<strong>in</strong>g<br />
tussen on<strong>de</strong>rwijs dat van <strong>de</strong> overheid uitgaat en on<strong>de</strong>rwijs dat niet van <strong>de</strong> overheid uitgaat) is <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
jaren zestig doorgetrokken naar het gehele voortgezette on<strong>de</strong>rwijs en later naar het wetenschappelijke<br />
on<strong>de</strong>rwijs. Het hoger on<strong>de</strong>rwijs viel toentertijd on<strong>de</strong>r het voortgezet on<strong>de</strong>rwijs, waardoor ook<br />
voor het hoger on<strong>de</strong>rwijs <strong>de</strong> pacificatie g<strong>in</strong>g gel<strong>de</strong>n. Het ou<strong>de</strong> MBO viel on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> SVM-wetgev<strong>in</strong>g:<br />
niet meer of m<strong>in</strong><strong>de</strong>r dan een wetswijzig<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> WVO. Via die lijn is <strong>de</strong> pacificatie ook doorgetrokken<br />
naar het BVE-veld. In verband met <strong>de</strong> pacificatie vond De Savorn<strong>in</strong> Lohman dat <strong>de</strong> overheid en <strong>de</strong><br />
particulieren niet moeten concurreren maar samenwerken voor hetzelf<strong>de</strong> doel. In <strong>de</strong> praktijk van<br />
vandaag betekent die ‘gelijkstell<strong>in</strong>g’ overigens niet zoveel, omdat er immers geen openbaar ROC<br />
bestaat.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
231
3 Ka<strong>de</strong>rwet?<br />
232<br />
De WEB is geen ka<strong>de</strong>rwet. De WEB lijkt hooguit een ka<strong>de</strong>rwet. Overheidsbeleid is er reeds<br />
jaren op gericht regelgev<strong>in</strong>g terug te brengen tot het hoogst noodzakelijke, waarbij ook<br />
terugtred<strong>in</strong>g door <strong>de</strong> overheid doel op zichzelf was. 16 Aandachtspunten <strong>in</strong> dit verband<br />
zijn steeds <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g, <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g en wetgev<strong>in</strong>gskwaliteit.<br />
Toch blijkt dat <strong>de</strong> kunst van het loslaten noch door <strong>de</strong> overheid, noch door an<strong>de</strong>re<br />
partijen die een rol spelen b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> ‘ka<strong>de</strong>rs’ van <strong>de</strong> WEB wordt beheerst. In <strong>de</strong> Memorie<br />
van Toelicht<strong>in</strong>g (MvT) op <strong>de</strong> WEB wordt <strong>de</strong> <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad geciteerd die kritiek uit op <strong>de</strong><br />
overreguler<strong>in</strong>g b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> WEB, terwijl toen reeds <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g een doel op zichzelf was. 17<br />
De MvT noemt <strong>in</strong> dit verband <strong>de</strong> voorgeschreven percentages van <strong>de</strong> beroepspraktijkvorm<strong>in</strong>g<br />
(BPV), <strong>de</strong> regel<strong>in</strong>gen <strong>in</strong>zake het personeelsbeleid en <strong>de</strong> benoembaarheidvereisten,<br />
<strong>de</strong> huisvest<strong>in</strong>gsregel<strong>in</strong>gen, <strong>de</strong> bepal<strong>in</strong>gen <strong>in</strong>zake het on<strong>de</strong>rwijs en <strong>de</strong> examens, <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>stroomeisen voor <strong>de</strong>elnemers aan bepaal<strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gen, een aantal verplicht<strong>in</strong>gen<br />
verband hou<strong>de</strong>n<strong>de</strong> met <strong>de</strong> kwaliteitszorg en overige verslagverplicht<strong>in</strong>gen, <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g<br />
van het bestuur (wat blijft er over …). Deze <strong>de</strong>tailregel<strong>in</strong>gen wer<strong>de</strong>n ver<strong>de</strong>digd door te<br />
stellen dat <strong>de</strong> KVE, <strong>de</strong> WCBO en <strong>de</strong> WVO <strong>de</strong> <strong>de</strong>sbetreffen<strong>de</strong> regels ook reeds had<strong>de</strong>n. De<br />
uit<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> critici dat <strong>de</strong> WHW op <strong>de</strong>ze punten aantrekkelijker zou zijn, werd van <strong>de</strong><br />
hand gewezen, immers: <strong>de</strong> WHW stond m<strong>in</strong> of meer mo<strong>de</strong>l voor dit Voorstel van wet. Aan<br />
<strong>de</strong> hand van <strong>de</strong> kritiek wer<strong>de</strong>n toch nog enkele kle<strong>in</strong>e aanpass<strong>in</strong>gen verricht.<br />
Zo zijn <strong>de</strong> hierboven genoem<strong>de</strong> benoembaarheidsvereisten weliswaar ge<strong>de</strong>reguleerd naar<br />
aanleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> genoem<strong>de</strong> kritiek. Toch zijn het veel regels om - gechargeerd - uit te<br />
leggen dat ie<strong>de</strong>reen die bekwaam is, benoemd mag wor<strong>de</strong>n.<br />
De kritiek rond <strong>de</strong> overreguler<strong>in</strong>g van on<strong>de</strong>rwijs en examens kan overe<strong>in</strong>d blijven.<br />
Uitbreid<strong>in</strong>g van regels wordt nog verwacht, <strong>de</strong>nk bijvoorbeeld aan <strong>de</strong> komen<strong>de</strong> regel<strong>in</strong>g<br />
van <strong>de</strong> 1000-urennorm tegen <strong>de</strong> achtergrond van maatschappelijke ontwikkel<strong>in</strong>gen die<br />
juist alternatieve opleid<strong>in</strong>gsstructuren bepleit. De overheid wil <strong>in</strong> woord wel <strong>de</strong>reguleren,<br />
maar als het uitkomt wordt het ontstane gat snel gedicht.<br />
Overigens: er zijn zo, ook buiten <strong>de</strong> BVE-sector, allerlei voorbeel<strong>de</strong>n te noemen: staat <strong>de</strong><br />
vijfdaagse schoolweek niet <strong>in</strong> <strong>de</strong> wet en is <strong>de</strong>ze maatschappelijk (on)gewenst? De wetgever<br />
spr<strong>in</strong>gt <strong>in</strong>. K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren gepest? Men make een pestwet. Toelat<strong>in</strong>g van <strong>de</strong>elnemers niet<br />
voldoen<strong>de</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> WEB afgetimmerd? Er komt een wetswijzig<strong>in</strong>g. Van <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen verlaat<br />
7% het primair on<strong>de</strong>rwijs zon<strong>de</strong>r zwemdiploma? Een zwemwetje wordt even overwogen.<br />
Functie on<strong>de</strong>rwijspersoneel ter discussie? Gedacht wordt aan een wet op het on<strong>de</strong>rwijspersoneel.<br />
En dat terwijl scholen zich op elk van <strong>de</strong>ze voorbeel<strong>de</strong>n zou<strong>de</strong>n kunnen<br />
on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n van an<strong>de</strong>re scholen en – dus – concurreren.<br />
In recente publicaties hamert Ment<strong>in</strong>k steeds op het beg<strong>in</strong>sel van wetgev<strong>in</strong>g, dat erop<br />
neerkomt dat <strong>de</strong> overheid niet moet regelen als dat niet strikt noodzakelijk is. 18 (Vergelijk<br />
het ‘noodzakelijkheidbeg<strong>in</strong>sel’). Als <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g niet tot het gewenste resultaat leidt,<br />
moet <strong>de</strong> overheid niet meteen naar het mid<strong>de</strong>l van wetgev<strong>in</strong>g grijpen. Zij moet juist - als<br />
zij <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g serieus neemt - het zelfregulerend vermogen versterken. Ment<strong>in</strong>k schrijft<br />
over het <strong>de</strong>reguleren met <strong>de</strong> ene hand en <strong>de</strong> productie van nieuwe regel<strong>in</strong>gen met <strong>de</strong><br />
an<strong>de</strong>re hand; ofwel: het ‘dichtschroeien’. Ment<strong>in</strong>k: “Zo wordt geconstateerd dat ondanks<br />
alle goe<strong>de</strong> bedoel<strong>in</strong>gen er <strong>in</strong> <strong>de</strong> BVE-sector sprake is van een relatief grote hoeveelheid<br />
regel<strong>in</strong>gen.” 19<br />
16 Lees bijvoorbeeld Tussen Staat en Markt van J. van <strong>de</strong>r Meer over <strong>de</strong> MDW-operatie (Utrecht: Lemma).<br />
17 TK 23778 nr 3, 1993 - 1994, hfdst 1.2.2.5<br />
18 Zie prof. dr. J. Leune ‘Vrijheid van on<strong>de</strong>rwijs anno 2000’, NTOR 2, juli 2000<br />
19 Zie het rapport van prof.dr. D. Ment<strong>in</strong>k: Kan het met iets m<strong>in</strong><strong>de</strong>r, september 2000 (ongepubl.)<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Daarnaast is er, met name voor <strong>de</strong> BVE-sector, het gegeven dat ka<strong>de</strong>rs, door <strong>de</strong> wetgever<br />
neergezet, door an<strong>de</strong>ren net zo hard weer wor<strong>de</strong>n opgevuld, waardoor <strong>de</strong> bedoel<strong>in</strong>g van<br />
<strong>de</strong> wetgever wordt uitgehold. Die an<strong>de</strong>ren zijn daartoe niet bevoegd en vormen als het<br />
ware een extra ‘macht’. Leune: “Enerzijds wordt beoogd om scholen meer beleidsruimte<br />
te geven, an<strong>de</strong>rzijds wordt toegestaan en zelfs actief gestimuleerd dat <strong>de</strong> Inspectie (…)<br />
zich meer en <strong>in</strong>dr<strong>in</strong>gen<strong>de</strong>r dan vroeger zich gaat bemoeien met het <strong>in</strong>tern functioneren<br />
van scholen, (…).” 20<br />
Hier gaat het weliswaar niet om echte reguler<strong>in</strong>g; het effect is echter hetzelf<strong>de</strong>!<br />
Rechtssubjecten zien het optre<strong>de</strong>n van <strong>de</strong>ze macht als bevoegd overheidsoptre<strong>de</strong>n, me<strong>de</strong><br />
omdat ook bijvoorbeeld het m<strong>in</strong>isterie van <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>, Cultuur en Wetenschappen<br />
(OCenW) rustig - bevoegd of onbevoegd - door blijft gaan met regelen.<br />
De wetgever heeft daar zelf schuld aan: wanneer <strong>de</strong> wetgever een ka<strong>de</strong>rwet maakt en<br />
vervolgens nalaat <strong>de</strong> regelbevoegdheid van <strong>de</strong> overheid en an<strong>de</strong>ren <strong>in</strong> te dammen, is er<br />
per <strong>de</strong>f<strong>in</strong>itie geen sprake van een ka<strong>de</strong>rwet. Bij <strong>de</strong> WEB wordt het wel erg bont gemaakt.<br />
Een apart artikel is gewijd aan het geven van vergaan<strong>de</strong> bevoegdhe<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong> m<strong>in</strong>ister<br />
te regelen wat hij/zij wil. 21 Zelfs als dat <strong>in</strong> strijd is met letter en geest van <strong>de</strong> wet. Al zou<br />
elke an<strong>de</strong>re belanghebben<strong>de</strong> terughou<strong>de</strong>nd zijn <strong>in</strong> zijn zucht naar regelen, frustreert<br />
alleen al dit artikel <strong>de</strong> bedoel<strong>in</strong>g van het verschijnsel ‘ka<strong>de</strong>rwet’. Kortom: het lijkt erop<br />
dat <strong>de</strong> scholen enige automie hebben omdat <strong>de</strong> wet slechts <strong>de</strong> ka<strong>de</strong>rs aangeeft, <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
praktijk kan en zal <strong>de</strong> m<strong>in</strong>ister regelen. De m<strong>in</strong>ister zal gaan regelen als het fout dreigt te<br />
gaan, maar net zo goed als het goed gaat of als men het an<strong>de</strong>rsz<strong>in</strong>s nodig v<strong>in</strong>dt iets te<br />
regelen.<br />
Die bedoel<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> wetgever was <strong>de</strong>salniettem<strong>in</strong> dui<strong>de</strong>lijk. Dat blijkt niet alleen uit <strong>de</strong><br />
brief van <strong>de</strong> m<strong>in</strong>ister Autonomie en <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs, 22 maar ook uit an<strong>de</strong>re<br />
beleidsuitspraken die op verschillen<strong>de</strong> plaatsen zijn terug te v<strong>in</strong><strong>de</strong>n. Interessant is <strong>de</strong><br />
volgen<strong>de</strong> beleidsuitspraak: “Het overheidsbeleid is erop gericht dat schoolbesturen en<br />
scholen <strong>de</strong> besliss<strong>in</strong>gen zullen gaan nemen die op dat niveau genomen kunnen wor<strong>de</strong>n.<br />
Een zo groot mogelijke vrijheid van han<strong>de</strong>len vormt uitgangspunt van beleid.” 23<br />
Deze uitspraak is <strong>in</strong> beg<strong>in</strong>sel bedoeld voor vernieuw<strong>in</strong>g van bestuurlijke verhoud<strong>in</strong>gen <strong>in</strong><br />
primair en voortgezet on<strong>de</strong>rwijs en gedaan <strong>in</strong> <strong>de</strong> tijd dat <strong>de</strong> WEB vorm begon te krijgen.<br />
Dezelf<strong>de</strong> nota bevat allerlei uitspraken die zon<strong>de</strong>r enige moeite geïnterpreteerd zou<strong>de</strong>n<br />
kunnen wor<strong>de</strong>n als kwamen zij uit enig WEB-geschrift: over lump sum, over <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g<br />
(regel niet wat niet strikt noodzakelijk is) en <strong>de</strong>rgelijke.<br />
4 De WEB en <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g<br />
In hoeverre is nieuwe regelgev<strong>in</strong>g meer of m<strong>in</strong><strong>de</strong>r <strong>markt</strong>gericht? In hoeverre stond ou<strong>de</strong><br />
wetgev<strong>in</strong>g concurrentie <strong>in</strong> <strong>de</strong> weg? Heeft <strong>de</strong> genoem<strong>de</strong> brief van <strong>de</strong> m<strong>in</strong>ister, Autonomie<br />
en <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs, nog bijgedragen aan <strong>de</strong> concurrentiepositie tussen <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen?<br />
Ou<strong>de</strong>re regelgev<strong>in</strong>g stond concurrentie weliswaar niet <strong>in</strong> <strong>de</strong> weg, maar liet over het<br />
algemeen niet veel ruimte voor profiler<strong>in</strong>g ten behoeve van concurrentie en <strong>markt</strong>positioner<strong>in</strong>g.<br />
Door <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> ‘drie vrijhe<strong>de</strong>n’ (vrijheid van richt<strong>in</strong>g, <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g en oprich-<br />
20 Zie prof. Dr. J. Leune ‘Vrijheid van on<strong>de</strong>rwijs anno 2000’, NTOR 2, juli 2000.<br />
21 Artikel 12.3.48 lid 2 WEB.<br />
22 Brief van <strong>de</strong> m<strong>in</strong>ister aan voorzitter van <strong>de</strong> Twee<strong>de</strong> Kamer, TK 26480 nr. 1.<br />
23 Uitspraak 4.1, Scheven<strong>in</strong>gs Beraad 1993, 1994.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
233
234<br />
t<strong>in</strong>g) en door <strong>de</strong> gelijke bekostig<strong>in</strong>g voor openbaar en bijzon<strong>de</strong>r on<strong>de</strong>rwijs zijn er geen<br />
bekostig<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen meer die ten opzichte van an<strong>de</strong>re bekostig<strong>de</strong> aanbie<strong>de</strong>rs<br />
wor<strong>de</strong>n bevoor<strong>de</strong>eld. Toen er van die gelijke bekostig<strong>in</strong>g nog geen sprake was (voor<br />
<strong>de</strong> pacificatie, beg<strong>in</strong> vorige eeuw) zal <strong>de</strong> keuze voor een bepaal<strong>de</strong> school me<strong>de</strong> afhankelijk<br />
zijn geweest van <strong>de</strong> draagkracht van <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs en/of <strong>de</strong> f<strong>in</strong>anciële on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g van<br />
bijvoorbeeld <strong>de</strong> kerk.<br />
Met <strong>de</strong> nieuwe regelgev<strong>in</strong>g on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> WEB wor<strong>de</strong>n mogelijkhe<strong>de</strong>n voor <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong><br />
twee opzichten uitgebreid: (1) door het slechten van bepaal<strong>de</strong> barrières voor toetred<strong>in</strong>g<br />
tot <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong> door particuliere, commerciële <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen; en (2) door <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g<br />
die mogelijkhe<strong>de</strong>n voor profiler<strong>in</strong>g en markpositioner<strong>in</strong>g van <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen moest<br />
vergroten.<br />
Wat het eerste betreft: WEB-opleid<strong>in</strong>gen wor<strong>de</strong>n verzorgd door bekostig<strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
(artikel 1.3.1 e.v.) en niet-bekostig<strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen (artikel 1.4.1) De wet geeft voor bei<strong>de</strong><br />
groepen regels, die <strong>in</strong> feite i<strong>de</strong>ntiek zijn. 24 De wet kiest terecht voor een scheid<strong>in</strong>g, omdat<br />
vanwege ‘<strong>de</strong>’ vrijheid van on<strong>de</strong>rwijs eigenlijk geen eisen aan het on<strong>de</strong>rwijs mogen<br />
wor<strong>de</strong>n gesteld an<strong>de</strong>rs dan die voortvloeien uit het verplichte toezicht zoals bedoeld <strong>in</strong><br />
lid 2 van artikel 23 van <strong>de</strong> grondwet. De WEB regelt dan ook niet het on<strong>de</strong>rwijs voor <strong>de</strong><br />
niet-bekostig<strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen, maar <strong>de</strong> voorwaar<strong>de</strong>n waaraan een particuliere aanbie<strong>de</strong>r<br />
moet voldoen om diploma’s te mogen uitreiken. Eigenlijk betekent dit dat <strong>de</strong> <strong>de</strong>ug<strong>de</strong>lijkheidseisen<br />
die krachtens artikel 1.3.1 e.v. wor<strong>de</strong>n geformuleerd ten behoeve van <strong>de</strong><br />
bekostig<strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen, nagenoeg geldig zijn voor <strong>de</strong> niet-bekostig<strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen, alleen<br />
dan als voorwaar<strong>de</strong> om diploma’s te mogen uitreiken. De WEB wil daarmee garan<strong>de</strong>ren<br />
dat hou<strong>de</strong>rs van een WEB-diploma aan <strong>de</strong> eisen van <strong>de</strong> WEB voldoen, ongeacht of zij het<br />
diploma bij een ROC of bij een particuliere organisatie hebben behaald.<br />
Voor wat betreft <strong>de</strong> mogelijke concurrentie zitten <strong>in</strong> dit gegeven belangrijke aanknop<strong>in</strong>gspunten.<br />
Zowel bekostigd als niet-bekostigd on<strong>de</strong>rwijs zijn on<strong>de</strong>rworpen aan <strong>in</strong>spectietoezicht;<br />
dat maakt dus voor <strong>de</strong> concurrentiepositie niet zoveel uit. Wel kunnen nietbekostig<strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen concurreren, doordat zij niet zijn gebon<strong>de</strong>n aan bepaal<strong>de</strong> af<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen<br />
van <strong>de</strong> WEB die voor bekostig<strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g beperkend kunnen werken. Bijvoorbeeld<br />
regels ten aanzien van plann<strong>in</strong>g en bekostig<strong>in</strong>g, huisvest<strong>in</strong>g en personeel. Daarmee<br />
kunnen zij een efficiencyw<strong>in</strong>st behalen. Toch moet aan het belang van concurrentie<br />
tussen bekostigd en niet-bekostigd on<strong>de</strong>rwijs niet te zwaar wor<strong>de</strong>n getild, omdat <strong>de</strong> nietbekostig<strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen zich <strong>in</strong> tegenstell<strong>in</strong>g tot <strong>de</strong> bekostig<strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen voornamelijk<br />
richten op volwassenen, met name waar het gaat om beroepson<strong>de</strong>rwijs.<br />
Wat <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g betreft: <strong>de</strong> WEB is een voorbeeld van een wet waar<strong>in</strong> m<strong>in</strong><strong>de</strong>r regels<br />
zou<strong>de</strong>n voorkomen. Een wet waar<strong>in</strong> ka<strong>de</strong>rs wor<strong>de</strong>n gegeven en waar<strong>in</strong> we<strong>in</strong>ig <strong>de</strong>tailregel<strong>in</strong>g<br />
zou voorkomen. Een wet waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> verantwoor<strong>de</strong>lijkheid voor beleid en beheer<br />
vooral ligt bij <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g, die over het gevoer<strong>de</strong> beleid natuurlijk wel rekenschap<br />
moet afleggen. De brief Autonomie en <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs beschrijft <strong>de</strong><br />
doelen van autonomievergrot<strong>in</strong>g en <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g: m<strong>in</strong><strong>de</strong>r/an<strong>de</strong>rsoortige regels en grotere<br />
han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gsvrijheid, zon<strong>de</strong>r aantast<strong>in</strong>g van kwaliteit, toegankelijkheid en doelmatigheid.<br />
24 Memorie van Toelicht<strong>in</strong>g, TK 93-94, 23778 nr 3: ‘Het enige essentiële verschil met bekostig<strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen is en blijft dat commerciële <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen geen aanspraak maken op overheidsbekostig<strong>in</strong>g’.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
De uitwerk<strong>in</strong>g is, zoals al gezegd, an<strong>de</strong>rs: zaken die <strong>de</strong> wet niet regelt, wor<strong>de</strong>n wel door<br />
an<strong>de</strong>ren geregeld. Allerlei actoren zoals OCenW, <strong>de</strong> <strong>in</strong>spectie en lan<strong>de</strong>lijke organen voor<br />
het beroepson<strong>de</strong>rwijs (LOB’s) proberen met meer of m<strong>in</strong><strong>de</strong>r succes alsnog te regelen wat<br />
<strong>de</strong> wet <strong>de</strong>reguleer<strong>de</strong>. Wat <strong>de</strong> wet niet voorschrijft, doet een an<strong>de</strong>r wel. Zelfs <strong>de</strong> wetgever<br />
doet daar aan mee: <strong>in</strong> <strong>de</strong> te ontwikkelen Wet op het on<strong>de</strong>rwijstoezicht zou<strong>de</strong>n oorspronkelijk<br />
ge<strong>de</strong>tailleer<strong>de</strong> kwaliteitskenmerken wor<strong>de</strong>n geformuleerd die vervolgens door<br />
<strong>de</strong>skundigen zou<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>n geïnterpreteerd en neergelegd <strong>in</strong> een toezichtska<strong>de</strong>r. Eén en<br />
an<strong>de</strong>r on<strong>de</strong>r toezicht van <strong>de</strong> Twee<strong>de</strong> Kamer. Dus: <strong>de</strong> WEB wil<strong>de</strong> <strong>de</strong>reguleren; an<strong>de</strong>re<br />
regels zou<strong>de</strong>n via een omweg weer terug komen. In <strong>de</strong> EB-kamer (Educatie en beroepson<strong>de</strong>rwijs-kamer)<br />
is aan het toezicht echter een an<strong>de</strong>re <strong>in</strong>vull<strong>in</strong>g gegeven die weer wel recht<br />
doet aan <strong>de</strong> bedoel<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> wetgever: uit <strong>de</strong> wet wordt een ‘opdracht’ geformuleerd<br />
die voor <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g bron is voor <strong>de</strong> zelfevaluatie. Die zelfevaluatie is vervolgens<br />
weer <strong>de</strong> bron voor het toezicht.<br />
In pr<strong>in</strong>cipe echter kunnen autonomie en <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g - mits daar bij <strong>de</strong> na<strong>de</strong>re uitwerk<strong>in</strong>g<br />
van beleidsvoornemens daadwerkelijk <strong>de</strong> ruimte voor wordt gegeven - op zich een goe<strong>de</strong><br />
basis zijn om <strong>de</strong> concurrentiepositie tussen <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen te vergroten.<br />
Immers, doordat er m<strong>in</strong><strong>de</strong>r regels komen en doordat on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen zelf tot op<br />
zekere hoogte hun prioriteiten kunnen stellen, kunnen keuzes gemaakt wor<strong>de</strong>n en accenten<br />
wor<strong>de</strong>n gelegd die bepaal<strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gen bij een ROC aantrekkelijker maken dan die<br />
van een concurrerend ROC. De <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad conclu<strong>de</strong>ert dat één van effecten van<br />
<strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g kan zijn dat <strong>de</strong> concurrentie tussen <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen wordt geprikkeld. 25<br />
Reeds gerealiseerd is <strong>de</strong> lump-sum f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>gswijze, waarbij geld groten<strong>de</strong>els ongeoormerkt<br />
het ROC b<strong>in</strong>nenkomt. Daarmee is <strong>de</strong> weg vrij voor profiler<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g en<br />
dus voor concurrentie. Door een betere concurrentiepositie kan een ROC een groter<br />
ge<strong>de</strong>elte van het beschikbare aantal potentiële <strong>de</strong>elnemers b<strong>in</strong>nenhalen en daarmee een<br />
groter ge<strong>de</strong>elte van het vastgestel<strong>de</strong> macrobudget van <strong>de</strong> overheid. Op ver<strong>de</strong>re voorbeel<strong>de</strong>n<br />
waar on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> WEB daadwerkelijk van (enige) <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g sprake is, wordt <strong>in</strong><br />
volgen<strong>de</strong> paragrafen <strong>in</strong>gegaan.<br />
5 Dereguler<strong>in</strong>g en aspecten van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g<br />
De WEB-on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen hebben veel ruimte om elkaar te kunnen beconcurreren.<br />
Die ruimte wordt benut. Hier volgen enkele voorbeel<strong>de</strong>n van aspecten waar <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g<br />
werd doorgevoerd, waarbij consequenties voor concurrentie, <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g en - voor<br />
zover valt te overzien - kwaliteit wor<strong>de</strong>n nagegaan. De voorbeel<strong>de</strong>n zijn gerelateerd aan<br />
<strong>de</strong> WEB.<br />
Kwaliteitszorg en kwaliteit<br />
De wet geeft <strong>in</strong> artikel 1.3.6 aan dat <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g een stelsel van kwaliteitszorg<br />
moet opzetten. Hoewel wetgev<strong>in</strong>g rond kwaliteitszorg <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs nieuw is - nieuwe<br />
regels, reguler<strong>in</strong>g - kan <strong>in</strong> feite van <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g wor<strong>de</strong>n gesproken, omdat <strong>de</strong> <strong>de</strong>sbetreffen<strong>de</strong><br />
regels <strong>in</strong> <strong>de</strong> plaats komen van het eer<strong>de</strong>re omvangrijke geheel aan voorschriften<br />
ten aanzien van <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g en organisatie van het on<strong>de</strong>rwijs. De wet schrijft namelijk<br />
alleen voor dat het moet gebeuren en niet op welke wijze en met welk systeem.<br />
25 Zie Aandachtspunten bij <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>gsbeleid, <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, juni 2000.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
235
236<br />
Zelfreguler<strong>in</strong>g staat centraal. Hierdoor hebben on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen <strong>de</strong> mogelijkheid<br />
zelfstandig keuzes te maken betreffen<strong>de</strong> <strong>de</strong> kwaliteitszorg en <strong>de</strong> kwaliteiten waarvoor zij<br />
staan/waarop zij zich richten en zich daarmee beter op <strong>de</strong> <strong>markt</strong> te zetten.<br />
Een an<strong>de</strong>re plicht die voortvloeit uit artikel 1.3.6 is dat er een kwaliteitszorgverslag moet<br />
wor<strong>de</strong>n gemaakt dat door <strong>de</strong> <strong>in</strong>spectie wordt beoor<strong>de</strong>eld. De <strong>in</strong>spectie gaf hiertoe een<br />
toets<strong>in</strong>gska<strong>de</strong>r uit <strong>in</strong> het ka<strong>de</strong>r van het Integraal <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gstoezicht (IIT), aan <strong>de</strong> hand<br />
waarvan on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> hun kwaliteitszorg wer<strong>de</strong>n beoor<strong>de</strong>eld. Dit toets<strong>in</strong>gska<strong>de</strong>r<br />
is geen regelgev<strong>in</strong>g, maar kan wel als rereguler<strong>in</strong>g werken wanneer <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen zich<br />
gedwongen voelen het toets<strong>in</strong>gska<strong>de</strong>r en <strong>de</strong> IIT-normen te volgen. 26 En op zich is daar<br />
niets mis mee. De kwaliteitszorg zou zich moeten uiten <strong>in</strong> concrete kwaliteitsverschillen<br />
waarmee kan wor<strong>de</strong>n geconcurreerd. Klanten kiezen graag voor ‘het beste’. Wat dat<br />
‘beste’ dan is, is moeilijk objectief bepaalbaar. Het is momenteel voor <strong>de</strong> klant niet<br />
gemakkelijk zich een beeld te vormen van <strong>de</strong> werkelijke kwaliteit van <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g.<br />
Kwaliteit zal zich voor klanten <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste plaats openbaren door <strong>de</strong> <strong>in</strong>druk die men<br />
krijgt, bijvoorbeeld op basis van ervar<strong>in</strong>gen van an<strong>de</strong>ren, of zaken als het uiterlijk van <strong>de</strong><br />
school, <strong>de</strong> beschikbaarheid van computers, een flitsen<strong>de</strong> PR, een gratis fiets en <strong>de</strong>rgelijke;<br />
maar ook <strong>de</strong> uitkomsten van het <strong>in</strong>spectierapport zijn <strong>in</strong> dit ka<strong>de</strong>r bruikbaar.<br />
Er zijn zeer veel kwaliteitsaspecten geformuleerd, zowel door <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen zelf <strong>in</strong> hun<br />
systemen van <strong>in</strong>terne kwaliteitszorg als door <strong>de</strong> <strong>in</strong>spectie <strong>in</strong> het toets<strong>in</strong>gska<strong>de</strong>r voor het<br />
IIT. De <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g kan bij elk kwaliteitsaspect afweg<strong>in</strong>gen maken en zich op <strong>de</strong> <strong>de</strong>sbetreffen<strong>de</strong><br />
aspecten profileren. Daarmee is niet gezegd dat er, dankzij <strong>de</strong> <strong>in</strong>voer<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> WEB verplichte kwaliteitszorg, meer mogelijkhe<strong>de</strong>n voor profiler<strong>in</strong>g geschapen<br />
zou<strong>de</strong>n zijn; die mogelijkhe<strong>de</strong>n waren er voorheen ook al. Echter, door <strong>de</strong> stelselmatigheid<br />
waarmee kwaliteitszorg gestalte krijgt, is <strong>de</strong> aandacht voor al die aspecten toegenomen<br />
en daarmee <strong>de</strong> bewustword<strong>in</strong>g van wat men goed en m<strong>in</strong><strong>de</strong>r goed doet. Die<br />
aandacht en bewustword<strong>in</strong>g lei<strong>de</strong>n onherroepelijk en aanwijsbaar tot kwaliteitsverbeter<strong>in</strong>g.<br />
Toelat<strong>in</strong>gsbeleid<br />
Voor wat betreft <strong>de</strong> toelat<strong>in</strong>gsregels geeft <strong>de</strong> WEB veel vrijheid aan <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen.<br />
Zo er al vooropleid<strong>in</strong>gseisen zijn, kan men re<strong>de</strong>lijk gemakkelijk besluiten <strong>de</strong>elnemers<br />
toe te laten die niet aan die eisen voldoen; dat zou een aanzuigen<strong>de</strong> werk<strong>in</strong>g<br />
kunnen hebben. In vorige wetgev<strong>in</strong>g was <strong>de</strong> toelat<strong>in</strong>g strakker geregeld. In <strong>de</strong> WEB is hier<br />
dus daadwerkelijk sprake van <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g en autonomievergrot<strong>in</strong>g, waarbij <strong>de</strong> beleidskeuze<br />
van het ROC van <strong>in</strong>vloed kan zijn op <strong>de</strong> concurrentiepositie.<br />
Deze <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>gsactie zal een kort leven beschoren zijn. B<strong>in</strong>nenkort wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong> <strong>de</strong>sbetreffen<strong>de</strong><br />
wetsartikelen aangepast, <strong>in</strong> die z<strong>in</strong> dat er regels wor<strong>de</strong>n geformuleerd ten<br />
aanzien van toelat<strong>in</strong>gsrechten.<br />
Ten aanzien van <strong>de</strong> allochtonendoelgroep zou <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g kunnen <strong>in</strong>zetten op een<br />
percentage allochtone <strong>de</strong>elnemers dat overeenkomt met het percentage allochtonen van<br />
het werv<strong>in</strong>gsgebied. Dat kan lei<strong>de</strong>n tot meer actieve of juist terughou<strong>de</strong>n<strong>de</strong> werv<strong>in</strong>gsactiviteiten.<br />
Ook hier kan wor<strong>de</strong>n gesteld dat aandacht en bewustword<strong>in</strong>g lei<strong>de</strong>n tot kwaliteitsverhog<strong>in</strong>g:<br />
ROC’s hebben eigen toelat<strong>in</strong>gsbeleid, maken zelf keuzes en die zijn van <strong>in</strong>vloed op<br />
‘<strong>de</strong>’ kwaliteit van een ROC. Voorbeeld: stel dat een ROC zomaar ie<strong>de</strong>reen toelaat, zon<strong>de</strong>r<br />
assessment, <strong>in</strong>take, enzovoort dan is dat goed voor <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>genaantallen; <strong>de</strong> klap komt<br />
26 Bij het Integraal Instell<strong>in</strong>gstoezicht zijn <strong>de</strong> kwaliteitsrapportage en <strong>de</strong> rapportage van <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g<br />
ten behoeve van dat IIT met elkaar gesynchroniseerd.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
later wanneer <strong>de</strong> (on)geschiktheid van bepaal<strong>de</strong> <strong>de</strong>elnemers blijkt of wanneer dui<strong>de</strong>lijk<br />
wordt dat leerl<strong>in</strong>gen een foute keuze hebben gemaakt omdat zij een verkeerd beeld<br />
had<strong>de</strong>n van het beroep waarvoor zij zich <strong>in</strong>schreven. Gevolg: veel uitval; niet goed voor<br />
<strong>de</strong> naam van <strong>de</strong> school; verzwakte concurrentiepositie.<br />
Opleid<strong>in</strong>genaanbod<br />
Een an<strong>de</strong>r aspect dat voor <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g, concurrentie en <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g van belang is, is<br />
het opleid<strong>in</strong>genaanbod. De keuze van opleid<strong>in</strong>gen door het ROC bepaalt <strong>in</strong> belangrijke<br />
mate <strong>de</strong> plaats van dat ROC <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong>. Iemand die <strong>in</strong> Amersfoort woont en aldaar<br />
bakker wil wor<strong>de</strong>n via <strong>de</strong> beroepsbegelei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> leerweg (BBL), heeft niet veel keuzemogelijkhe<strong>de</strong>n<br />
en kan slechts bij één ROC terecht. Iemand die <strong>in</strong> Amsterdam <strong>de</strong> beroepsopleid<strong>in</strong>g<br />
voor secretaresse <strong>in</strong> het voltijds dagon<strong>de</strong>rwijs wil kiezen (beroepsoplei<strong>de</strong>n<strong>de</strong><br />
leerweg, BOL), heeft een ruimere keuze. Door opleid<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> het aanbod op te nemen of<br />
juist weg te laten, positioneert men zich <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong>. Dit is een voorbeeld van zuivere<br />
<strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g.<br />
Tot vorig jaar wer<strong>de</strong>n licenties slechts verstrekt <strong>in</strong>dien aan bepaal<strong>de</strong> eisen werd voldaan.<br />
Die ou<strong>de</strong> situatie werkte niet. Uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk bepaal<strong>de</strong> <strong>de</strong> overheid op basis van <strong>in</strong>ferieure<br />
voorschriften welke on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g een bepaal<strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g mocht geven. Meestal<br />
g<strong>in</strong>g dat goed en stond <strong>de</strong> overheid <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g niet <strong>in</strong> <strong>de</strong> weg. De overheid kon<br />
echter vrij gemakkelijk een licentie weigeren en daarmee zelfs - onbedoeld? - een keuze<br />
maken ten gunste van het ene ROC, respectievelijk ten koste van het an<strong>de</strong>re. 27<br />
Het ROC dat <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g niet kreeg, kon echter zijn concurrentiepositie veilig stellen<br />
door die opleid<strong>in</strong>g toch uit te voeren en wel on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> vlag van een an<strong>de</strong>r ROC, op basis<br />
van een overeenkomst. En ook het omgekeer<strong>de</strong> was het geval. ROC’s die on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>g<br />
afspreken dat bepaal<strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gen uitsluitend door het ene ROC wor<strong>de</strong>n aangebo<strong>de</strong>n <strong>in</strong><br />
‘ruil’ voor an<strong>de</strong>re opleid<strong>in</strong>gen waarvoor het an<strong>de</strong>re ROC het primaat verkrijgt. Die situatie<br />
is vergeleken met ou<strong>de</strong> wetgev<strong>in</strong>g echt nieuw te noemen.<br />
Een <strong>de</strong>rgelijke ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> <strong>markt</strong> kan <strong>in</strong> grote mate bepalend zijn voor <strong>de</strong> concurrentiepositie.<br />
Ook on<strong>de</strong>r het huidige regiem zullen dit soort afspraken nuttig kunnen<br />
blijven. Doordat men keuzes kan maken voor het al dan niet verzorgen van bepaal<strong>de</strong><br />
opleid<strong>in</strong>gen of bepaal<strong>de</strong> leerwegen, kan men zich richten op <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gen<br />
waarvoor wel is gekozen.<br />
Onlangs is <strong>de</strong> regelgev<strong>in</strong>g rond <strong>de</strong> licenties nog ver<strong>de</strong>r ge<strong>de</strong>reguleerd.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong><strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen zijn vrij licenties aan te vragen voor die opleid<strong>in</strong>gen die zij willen<br />
gaan verzorgen <strong>in</strong> <strong>de</strong> gekozen leerwegen. Die licentie wordt ongetoetst verstrekt, ervan<br />
uitgaan<strong>de</strong> dat <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g zelf heeft getoetst of het starten van <strong>de</strong> <strong>de</strong>sbetreffen<strong>de</strong><br />
opleid<strong>in</strong>g doelmatig is.<br />
EVC 28<br />
Speciale aandacht verdient <strong>in</strong> dit ka<strong>de</strong>r <strong>de</strong> rol van competenties of kwalificaties die<br />
mensen al eer<strong>de</strong>r hebben verworven. Hier is sprake van een grote mate van vrijheid. De<br />
wet zelf noemt EVC niet eens en dat heeft tot gevolg dat velen menen dat een <strong>de</strong>rgelijke<br />
27 Zie toets<strong>in</strong>gska<strong>de</strong>r Crebo, gele katern 18a, 1998 en <strong>de</strong> jaarlijkse ververs<strong>in</strong>gen daarvan. Voor een<br />
concrete uitwerk<strong>in</strong>g: zie H. De Heer, ‘De Wet educatie en beroepson<strong>de</strong>rwijs (WEB), NTOR, 1999 nr. 3,<br />
blz. 136 e.v.<br />
28 Erkenn<strong>in</strong>g van <strong>in</strong>formeel of el<strong>de</strong>rs verworven competenties, al dan niet gestaafd met een officieel<br />
b<strong>in</strong>nen- of buitenlands diploma o.i.d.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
237
238<br />
erkenn<strong>in</strong>g niet is toegestaan. Reeds <strong>in</strong> <strong>de</strong> Nota naar aanleid<strong>in</strong>g van het verslag wordt er<br />
een aparte paragraaf aan gewijd. 29 De wenselijkheid van erkenn<strong>in</strong>g wordt zelfs als doel<br />
expliciet uitgesproken. Er wordt echter rond EVC niets geregeld (eigenlijk dus geen<br />
sprake van <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g; een eer<strong>de</strong>re regel<strong>in</strong>g bestond immers niet).<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong><strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen die serieus werk maken van dit verschijnsel en <strong>de</strong> verworven<br />
kwalificaties en competenties daadwerkelijk erkennen door mid<strong>de</strong>l van certificaten en<br />
maatwerktrajecten, zullen een betere concurrentiepositie gaan verwerven dan an<strong>de</strong>ren.<br />
EVC is bekend, maar wordt nog niet voldoen<strong>de</strong> opgepakt.<br />
Gevolg van het gegeven dat EVC niet wettelijk is geregeld, kan zijn dat on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
- die een uitsluiten<strong>de</strong> bevoegdheid bezitten diploma’s en certificaten uit te <strong>de</strong>len -<br />
verschillend met <strong>de</strong> materie omgaan. Het is niet on<strong>de</strong>nkbeeldig dat <strong>de</strong> eisen die b<strong>in</strong>nen<br />
een EVC-procedure wor<strong>de</strong>n gehanteerd van ROC tot ROC verschillen. Plat gezegd: bij dat<br />
ROC krijg je veel gemakkelijker een diploma dan el<strong>de</strong>rs, daar wordt niet zo nauw<br />
gekeken. EVC schept <strong>de</strong> mogelijkheid efficiënt met <strong>in</strong>spann<strong>in</strong>g en mid<strong>de</strong>len om te gaan,<br />
zodat recht kan wor<strong>de</strong>n gedaan aan datgene wat <strong>de</strong> abituriënt reeds <strong>in</strong> zijn mars heeft.<br />
Een zorgvuldige EVC-procedure kost echter veel tijd en geld; ROC’s red<strong>de</strong>n het nooit om<br />
dat op behoorlijke schaal <strong>in</strong> hun eentje op te pakken. De wetgever had hier beter kunnen<br />
kiezen voor reguler<strong>in</strong>g om daarmee enige eenheid <strong>in</strong> normstell<strong>in</strong>g te bewerkstelligen.<br />
Bijvoorbeeld een systeem waarbij <strong>de</strong> bedrijfstak, vertegenwoordigd door het LOB, het<br />
on<strong>de</strong>rzoek verricht en een advies afgeeft. Met dat advies – dat <strong>in</strong> <strong>de</strong> regel schol<strong>in</strong>g en/of<br />
na<strong>de</strong>re toets<strong>in</strong>g en/of certificer<strong>in</strong>g <strong>in</strong>houdt – kan <strong>de</strong> EVC-er een ROC kiezen dat uitvoer<strong>in</strong>g<br />
geeft aan <strong>de</strong> adviezen.<br />
Onlangs heeft het m<strong>in</strong>isterie van Economische Zaken het <strong>in</strong>itiatief genomen tot het<br />
oprichten van een ‘kenniscentrum EVC’. 30<br />
De vrijstell<strong>in</strong>gsregel<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> WEB geeft alle vrijheid aan het bevoegd gezag vrijstell<strong>in</strong>gen<br />
naar eigen <strong>in</strong>zicht te <strong>de</strong>f<strong>in</strong>iëren. Hier gel<strong>de</strong>n <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> bezwaren als genoemd bij<br />
‘EVC’: tussen ROC’s ontstaan onaanvaardbare verschillen die juist met een sluiten<strong>de</strong><br />
regel<strong>in</strong>g zou<strong>de</strong>n zijn voorkomen. Rereguler<strong>in</strong>g zou <strong>in</strong> dit verband meer consistentie<br />
opleveren en kwaliteitsverhogend zijn.<br />
F<strong>in</strong>ancieel<br />
F<strong>in</strong>ancieel gezien hebben ROC’s een grote mate van bested<strong>in</strong>gsvrijheid: <strong>de</strong> lump-sum<br />
bekostig<strong>in</strong>g brengt met zich mee dat ROC’s zelf accenten leggen en keuzes maken ten<br />
aanzien van <strong>de</strong> bested<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> overheidsmid<strong>de</strong>len. Die vrijheid is echter niet groter<br />
dan <strong>de</strong> marge tussen <strong>de</strong> f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g en <strong>de</strong> bestaan<strong>de</strong> vaste verplicht<strong>in</strong>gen.<br />
Naast overheidsf<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g kan een ROC ook an<strong>de</strong>re geldbronnen aanboren, <strong>de</strong>nk aan<br />
sponsor<strong>in</strong>g. Door mid<strong>de</strong>l van sponsor<strong>in</strong>g komen mid<strong>de</strong>len ter beschikk<strong>in</strong>g waarmee <strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g iets extra’s kan doen en zich kan on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n ten opzichte van<br />
an<strong>de</strong>re on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen. Gebruik maken van sponsor<strong>in</strong>g kan een school op<br />
meer<strong>de</strong>re manieren aantrekkelijk maken en kan ook <strong>de</strong> kwaliteit van het on<strong>de</strong>rwijs ten<br />
goe<strong>de</strong> komen.<br />
In <strong>de</strong> WEB is hierover niets geregeld; voor het voortgezet on<strong>de</strong>rwijs en het primair on<strong>de</strong>rwijs<br />
geldt <strong>de</strong> Kwaliteitswet, waar<strong>in</strong> zaken als sponsor<strong>in</strong>g wel zijn geregeld.<br />
Een <strong>de</strong>r<strong>de</strong> geldbron wordt gevormd door <strong>de</strong> subsidies waarvoor men zich kan <strong>in</strong>schrijven.<br />
Daarmee wordt extra geld verkregen voor bepaal<strong>de</strong> doelen. Opteren voor zo’n subsi-<br />
29 Toen nog EVK: het erkennen van <strong>in</strong>formeel verworven kwalificaties.<br />
Zie TK 23778, Nota naar aanleid<strong>in</strong>g van het verslag, 1994 – 1995 hfdst 2.3.<br />
30 Website www.m<strong>in</strong>ez.nl/arbeid (september/oktober 2000).<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
die kan het ROC weer wat beter <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong> zetten. Melkert wil extra geld <strong>in</strong> on<strong>de</strong>rwijs<br />
en zorg steken. 31 Maar dan uitsluitend op grond van concrete en controleerbare prestaties.<br />
Louter salarisverhog<strong>in</strong>g of verhog<strong>in</strong>g van het macrobudget levert niets op. Hij hoopt<br />
dat door op prestaties te sturen tevens <strong>de</strong> concurrentie tussen <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen zal toenemen.<br />
Ook contractactiviteiten leveren geld op; daarover ver<strong>de</strong>rop meer.<br />
En ver<strong>de</strong>r<br />
An<strong>de</strong>re aspecten die <strong>in</strong> dit verband van belang zijn, zijn: mate van aansluit<strong>in</strong>g met<br />
VMBO/HBO, uitvoeren van maatwerktrajecten, beleid ten aanzien van <strong>in</strong>stromen<strong>de</strong> havisten,<br />
doelgroepenbeleid. Dereguler<strong>in</strong>g heeft hier niet bijgedragen tot een grotere beleidsruimte.<br />
De aspecten krijgen wel steeds meer aandacht; <strong>de</strong> beleidsvrijheid die er is wordt<br />
nu pas gebruikt, on<strong>de</strong>r druk van maatschappelijke behoeften en … soms gestimuleerd<br />
door subsidies.<br />
De keuze van verhoud<strong>in</strong>gen tussen werken en leren kent een belangrijke vergrot<strong>in</strong>g van<br />
beleidsvrijheid. Voorheen was bijvoorbeeld het leerl<strong>in</strong>gwezen streng gereguleerd voor<br />
wat betreft <strong>de</strong>ze verhoud<strong>in</strong>g. De WEB regelt nog wel, maar geeft twee percentages aan<br />
waartussen <strong>de</strong> genoem<strong>de</strong> verhoud<strong>in</strong>g mag fluctueren. Tel daarbij op <strong>de</strong> vrijheid zelf te<br />
bepalen welke e<strong>in</strong>dtermen ‘op school’ en welke ‘<strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk’ moeten wor<strong>de</strong>n gerealiseerd,<br />
en <strong>de</strong> vrijheid is nagenoeg compleet. Deze <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g geeft <strong>de</strong> mogelijkheid<br />
opleid<strong>in</strong>gen te laten aansluiten bij <strong>de</strong> behoeften van <strong>de</strong> bedrijven: behoeften vooral <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
z<strong>in</strong> van <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g/plann<strong>in</strong>g van het on<strong>de</strong>rwijs. Deze aansluit<strong>in</strong>g komt <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong><br />
opleid<strong>in</strong>g ten goe<strong>de</strong>.<br />
6 Hoe vrij is ‘vrije’ keuze?<br />
Klanten zijn vrij die on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g te kiezen die het beste bij hen past. Hierboven<br />
kwamen aspecten aan <strong>de</strong> or<strong>de</strong> die, ge<strong>de</strong>reguleerd, <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen meer ruimte bie<strong>de</strong>n voor<br />
profiler<strong>in</strong>g en afstemm<strong>in</strong>g op specifieke doelgroepen, waarmee meer profiler<strong>in</strong>g en een<br />
betere <strong>markt</strong>positioner<strong>in</strong>g mogelijk zou<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>n. Voor een a<strong>de</strong>quate concurrentie zou<br />
profiler<strong>in</strong>g ook feitelijk tot een vergrot<strong>in</strong>g van keuzemogelijkhe<strong>de</strong>n voor <strong>de</strong>elnemers en<br />
afnemers moeten lei<strong>de</strong>n. Eén en an<strong>de</strong>r hangt echter me<strong>de</strong> af van <strong>de</strong> vraag of <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
of opleid<strong>in</strong>gen met het profiel dat door potentiële klanten wordt geprefereerd, ook<br />
fysiek b<strong>in</strong>nen hun bereik liggen. Hoe groot is die vrijheid feitelijk? Is er wel een keuze te<br />
maken? Daarover gaat <strong>de</strong>ze paragraaf.<br />
Allereerst heeft ROC-vorm<strong>in</strong>g geleid tot een enorme schaalvergrot<strong>in</strong>g. De daarmee<br />
gepaard gaan<strong>de</strong> verm<strong>in</strong><strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van het aantal vestig<strong>in</strong>gsplaatsen of plaatsen waar<br />
bepaal<strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gen wor<strong>de</strong>n aangebo<strong>de</strong>n, heeft <strong>de</strong> keuzemogelijkheid drastisch<br />
beperkt. Daar komt bij dat iemand die een WEB-opleid<strong>in</strong>g wenst, <strong>de</strong>ze bij voorkeur zo<br />
dicht mogelijk bij <strong>de</strong> woonplaats gaat volgen.<br />
Ver<strong>de</strong>r is er <strong>in</strong> enkele gevallen <strong>in</strong> BVE-land sprake van een zekere bescherm<strong>in</strong>g van het<br />
aanbod. Het gaat hier om vakscholen, kle<strong>in</strong>e opleid<strong>in</strong>gen, agrarisch on<strong>de</strong>rwijs en niet te<br />
vergeten <strong>de</strong> relatie tussen bedrijven en scholen.<br />
In <strong>de</strong> eerste plaats zijn er <strong>de</strong> vakscholen. Een on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g mag zich ‘vakschool’<br />
31 Staatscourant 20 september 2000.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
239
240<br />
noemen <strong>in</strong>dien aan bepaal<strong>de</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> wet genoem<strong>de</strong> voorwaar<strong>de</strong>n is voldaan. Een belangrijke<br />
voorwaar<strong>de</strong> is dat het on<strong>de</strong>rwijs een sterke b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g heeft met <strong>de</strong> bedrijfstak die bij<br />
die vakschool hoort. Van <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g is geen sprake, <strong>in</strong>tegen<strong>de</strong>el. Een belangrijk<br />
voorbeeld is <strong>de</strong> Grafische en Communicatiebranche met het GOC als lan<strong>de</strong>lijk orgaan en<br />
vijf vakscholen: <strong>de</strong> grafische lycea. De kwalificaties die wor<strong>de</strong>n aangebo<strong>de</strong>n zijn over het<br />
algemeen uitsluitend te volgen aan <strong>de</strong> grafische lycea. Voor <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g zou dat<br />
kunnen betekenen dat iemand uit Breda die graag offsetdrukker wil wor<strong>de</strong>n, kan kiezen<br />
tussen <strong>de</strong> vakscholen <strong>in</strong> Rotterdam, Utrecht en E<strong>in</strong>dhoven. Iemand uit Weert komt <strong>in</strong><br />
E<strong>in</strong>dhoven terecht. In <strong>de</strong> praktijk valt het daarom met <strong>de</strong> concurrentie nogal mee.<br />
Er is geen wettelijke bepal<strong>in</strong>g die an<strong>de</strong>re on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen verbiedt offsetdrukken te<br />
gaan aanbie<strong>de</strong>n; door <strong>de</strong> speciale b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> vakscholen met <strong>de</strong> grafische bedrijfstak<br />
(en <strong>de</strong> grafische bedrijven <strong>in</strong> hun regio) alsme<strong>de</strong> <strong>de</strong> grote <strong>in</strong>vester<strong>in</strong>gen die met <strong>de</strong>rgelijke<br />
opleid<strong>in</strong>gen zijn gemoeid, is het voor an<strong>de</strong>re on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen niet aantrekkelijk<br />
die opleid<strong>in</strong>gen aan te bie<strong>de</strong>n. Toch komt daar langzamerhand veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g <strong>in</strong>, vooral<br />
voor wat betreft <strong>de</strong> kwalificaties die niet exclusief zijn voor <strong>de</strong> bedrijfstak; <strong>de</strong>nk daarbij<br />
aan kwalificaties zoals Vormgeven en kwalificaties op het gebied van multimedia, me<strong>de</strong><br />
gezien <strong>in</strong> het licht van <strong>de</strong> lycea en aca<strong>de</strong>mies voor <strong>in</strong>formatie- en communicatietechnologie<br />
(ICT) die op verschillen<strong>de</strong> plaatsen <strong>in</strong> het land ontstaan.<br />
Een twee<strong>de</strong> categorie van opleid<strong>in</strong>gen waarbij geen of een beperkte ‘vrije’ keuze<br />
mogelijkheid bestaat betreft <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gen die om welke re<strong>de</strong>n dan ook slechts op één<br />
plaats <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland wor<strong>de</strong>n verzorgd. Een voorbeeld: wie Vakbekwaam Audicien wil<br />
wor<strong>de</strong>n, kan maar naar één ROC. De re<strong>de</strong>nen waarom opleid<strong>in</strong>gen slechts op één plaats<br />
wor<strong>de</strong>n aangebo<strong>de</strong>n liggen <strong>in</strong> <strong>de</strong> lijn van <strong>in</strong>vester<strong>in</strong>gen, bijdragen van <strong>de</strong> bedrijfstak en<br />
het volume (het aantal mensen dat een <strong>de</strong>rgelijke opleid<strong>in</strong>g wil gaan volgen). De wet<br />
regelt hieromtrent niets. De wet beschermt <strong>de</strong> kle<strong>in</strong>e opleid<strong>in</strong>g niet; het veld moet zelf<br />
uitmaken of en waar opleid<strong>in</strong>gen wor<strong>de</strong>n verzorgd.<br />
Soms hebben bedrijven zich - soms uit ‘gewoonte’ - verbon<strong>de</strong>n aan een bepaal<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g.<br />
32 Dat kan zowel voor BOL- als voor BBL-opleid<strong>in</strong>gen gel<strong>de</strong>n. 33<br />
Voor <strong>de</strong> BOL-opleid<strong>in</strong>gen heeft <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g een eigen bestand met bedrijven<br />
die bereid zijn stagiair(e)s op te nemen, of beter: <strong>de</strong> BPV te verzorgen. In een bepaal<strong>de</strong><br />
regio kan het moeilijk zijn voldoen<strong>de</strong> ‘stagebedrijven’ of BPV-plaatsen te krijgen. Wanneer<br />
meer ROC’s opereren <strong>in</strong> hetzelf<strong>de</strong> gebied, is <strong>de</strong> beschikbaarheid van BPV-plaatsen van<br />
cruciaal belang en is daarmee een factor die <strong>de</strong> concurrentie beïnvloedt. Ook het<br />
omgekeer<strong>de</strong> komt voor: bedrijven met BPV-plaatsen die zich liëren aan een bepaal<strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g, bijvoorbeeld omdat zij reeds eer<strong>de</strong>r <strong>de</strong>elnemers had<strong>de</strong>n of omdat zij<br />
<strong>de</strong> <strong>de</strong>skundige wijze van begeleid<strong>in</strong>g vanuit het ROC op prijs stel<strong>de</strong>n.<br />
Deelnemers die een BBL-opleid<strong>in</strong>g willen gaan volgen, werken doorgaans reeds bij een<br />
bedrijf. Dat bedrijf kan vervolgens zijn vertrouw<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g hebben, zodat er<br />
voor <strong>de</strong> <strong>de</strong>elnemer niet veel meer te kiezen valt. Overigens zijn <strong>de</strong> hier genoem<strong>de</strong><br />
relaties tussen on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen en bedrijven niet als zodanig door <strong>de</strong> wetgever<br />
bedoeld.<br />
Ook hier houdt <strong>de</strong> wet zich afzijdig; niets verbiedt bedrijven en scholen elkaar te negeren<br />
of juist op te zoeken.<br />
32 Voor alle opleid<strong>in</strong>gen en leerwegen geldt dat <strong>de</strong> BPV slechts kan wor<strong>de</strong>n uitgevoerd <strong>in</strong> bedrijven die<br />
daartoe door een LOB zijn goed bevon<strong>de</strong>n. De LOB’s leggen registers aan met goedgekeur<strong>de</strong> BPVplaatsen;<br />
on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen mogen slechts met die bedrijven <strong>in</strong> zee.<br />
33 Beroepsoplei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> leerweg (BOL) en beroepsbegelei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> leerweg (BBL) of, respectievelijk,<br />
<strong>de</strong> ‘dagopleid<strong>in</strong>g’ en <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gen die voor wat betreft hun structuur te vergelijken zijn met <strong>de</strong> ou<strong>de</strong><br />
leerl<strong>in</strong>gwezenopleid<strong>in</strong>gen.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Een laatste categorie betreft <strong>de</strong> kwalificaties die on<strong>de</strong>r het m<strong>in</strong>isterie van Landbouw,<br />
Natuurbeheer en Visserij (LNV) vallen. Deze kwalificaties wor<strong>de</strong>n verzorgd door een<br />
lan<strong>de</strong>lijk netwerk van Agrarische Opleid<strong>in</strong>gscentra (AOC’s) die on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>g zou<strong>de</strong>n kunnen<br />
concurreren. Hier heeft <strong>de</strong> overheid echter wel gekozen voor een constructie die vrije<br />
<strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g belemmert: kwalificaties die on<strong>de</strong>r het m<strong>in</strong>isterie van LNV vallen, kunnen<br />
niet wor<strong>de</strong>n aangebo<strong>de</strong>n door ROC’s. Het Centraal Register Beroepson<strong>de</strong>rwijs (CREBO)<br />
geeft ook geen <strong>in</strong>formatie over <strong>de</strong> <strong>de</strong>sbetreffen<strong>de</strong> beroepen. Net als bij <strong>de</strong> vakscholen<br />
valt er iets te zeggen voor <strong>de</strong>ze bescherm<strong>in</strong>gsconstructie. Aan <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re kant kunnen<br />
bepaal<strong>de</strong> agrarische opleid<strong>in</strong>gen, bijvoorbeeld <strong>de</strong> technische, net zo goed wor<strong>de</strong>n<br />
verzorgd door an<strong>de</strong>re on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen dan <strong>de</strong> AOC’s.<br />
7 Educatie, contractactiviteiten en externe legitimer<strong>in</strong>g<br />
Deze paragraaf behan<strong>de</strong>lt drie terre<strong>in</strong>en waarbij b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> WEB dui<strong>de</strong>lijk sprake is van<br />
<strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g. Educatie en contractactiviteiten betreffen acties van on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
die naast <strong>de</strong> ‘gewone’ directe f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g door <strong>de</strong> centrale overheid voor een extra<br />
geldstroom zorgen. Externe legitimer<strong>in</strong>g kost alleen maar geld. Het on<strong>de</strong>rwerp is hier<br />
toegevoegd om aandacht te beste<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong> <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g die bestaat tussen examen<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
en <strong>de</strong> gevolgen daarvan voor <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen.<br />
Educatie: <strong>de</strong> gemeente betaalt en bepaalt<br />
Waar <strong>de</strong> concurrentie het meest toe kan slaan is bij <strong>de</strong> volwasseneneducatie. De wet<br />
regelt amper wat ‘educatie’ is; er bestaat een grote vrijheid voor wat betreft <strong>de</strong> <strong>in</strong>vull<strong>in</strong>g<br />
ervan. Ook schrijft <strong>de</strong> wet niets voor over welk ROC educatie gaat verzorgen en zelfs is<br />
niet voorgeschreven dat een ROC educatie moet verzorgen. Opleid<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> het ka<strong>de</strong>r van<br />
<strong>de</strong> educatie vormen een grote diversiteit, gegroepeerd naar <strong>in</strong>houd en niveau: van<br />
Ne<strong>de</strong>rlands als twee<strong>de</strong> taal en <strong>in</strong>burger<strong>in</strong>g tot aan HAVO. De opleid<strong>in</strong>gen wor<strong>de</strong>n vooral<br />
verzorgd door ROC’s; zij verkopen hun opleid<strong>in</strong>gen niet aan <strong>de</strong>genen die <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g<br />
volgen, maar aan <strong>de</strong> gemeente waarb<strong>in</strong>nen/waarvoor <strong>de</strong> <strong>de</strong>sbetreffen<strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g wordt<br />
verzorgd. In een gemeente waar meer ROC’s opereren die <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gen aanbie<strong>de</strong>n,<br />
moet dus stevig wor<strong>de</strong>n geconcurreerd. Het hoeft geen na<strong>de</strong>r betoog dat <strong>de</strong> prijs<br />
die een ROC rekent voor een bepaal<strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g één van <strong>de</strong> belangrijkste concurrentieelementen<br />
is: <strong>de</strong> gemeente heeft maar een bepaald, door het rijk toegewezen budget en<br />
kan dat maar één keer uitgeven. In verband met cont<strong>in</strong>uïteit zal een gemeente niet<br />
jaarlijks van aanbie<strong>de</strong>r naar aanbie<strong>de</strong>r ‘hoppen’ en zal er - <strong>in</strong>dien <strong>de</strong> kwaliteit naar wens<br />
is - een zekere ‘klantenb<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g’ ontstaan. Het wordt dan voor an<strong>de</strong>re ROC’s lastig daar<br />
tussen te komen.<br />
Contractactiviteiten<br />
Tussen het reguliere, bekostig<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs en <strong>de</strong> contractactiviteiten die door een ROC<br />
on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> werk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> WEB wor<strong>de</strong>n verzorgd, bestaat eigenlijk niet zo gek veel concurrentie:<br />
bei<strong>de</strong> kolommen bezetten, evenals <strong>in</strong> paragraaf 4 werd vermeld omtrent nietbekostigd<br />
on<strong>de</strong>rwijs dat door particuliere aanbie<strong>de</strong>rs wordt verzorgd, een an<strong>de</strong>r niche.<br />
Tussen ROC’s en commerciële aanbie<strong>de</strong>rs bestaat wel concurrentie en daarbij hebben <strong>de</strong><br />
commerciëlen momenteel <strong>de</strong> overhand.<br />
Een ROC dat besluit contractactiviteiten uit te voeren zal ten aanzien van <strong>de</strong>ze activiteiten<br />
nauwgezet bepalen wat er <strong>in</strong> dit ka<strong>de</strong>r wordt aangebo<strong>de</strong>n: het is immers een risico<br />
opleid<strong>in</strong>gen of <strong>de</strong>len daarvan aan te bie<strong>de</strong>n waarvan niet re<strong>de</strong>lijk zeker is dat zij w<strong>in</strong>st-<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
241
242<br />
gevend zullen zijn. De ‘contractpoot’ zal zich op een zo verantwoord mogelijke wijze ‘<strong>in</strong><br />
<strong>de</strong> <strong>markt</strong>’ zetten. Dat houdt <strong>in</strong> dat <strong>de</strong> positie van die contractpoot b<strong>in</strong>nen het gehele ROC<br />
extra aandacht verdient. ROC’s moeten <strong>de</strong> keuze maken of contracton<strong>de</strong>rwijs door een<br />
aparte af<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g of zelfs rechtspersoon wordt verzorgd, dan wel of contracton<strong>de</strong>rwijs een<br />
<strong>in</strong>tegraal <strong>de</strong>el uitmaakt van het complete ROC-aanbod. De te maken keuze voor contracton<strong>de</strong>rwijs<br />
kan van belangrijke <strong>in</strong>vloed zijn op het beleid dat ten aanzien van het reguliere<br />
bekostig<strong>de</strong> aanbod wordt gevoerd. Het reguliere aanbod (taakaanbod) zal verschillen van<br />
het aanbod dat bij contracton<strong>de</strong>rwijs wordt gerealiseerd (<strong>markt</strong>aanbod). Door wisselwerk<strong>in</strong>g<br />
kan het reguliere aanbod wor<strong>de</strong>n verrijkt en kan er voor het ROC een verschuiv<strong>in</strong>g<br />
plaatsv<strong>in</strong><strong>de</strong>n van taak- naar <strong>markt</strong>aanbod, ofwel kan een ROC meer <strong>in</strong>spr<strong>in</strong>gen op <strong>de</strong><br />
vraag van <strong>de</strong> <strong>markt</strong> en daarmee beter concurreren. De wetgever maakt dit overigens niet<br />
eenvoudig: louter <strong>in</strong>gaan op wat <strong>de</strong> <strong>markt</strong> wil, is b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> ka<strong>de</strong>rs van <strong>de</strong> WEB een<br />
probleem. Men moet zich beperken tot vastgestel<strong>de</strong> programma’s of <strong>de</strong>len daarvan; soms<br />
weliswaar met een ‘plus’ ten behoeve van doorstrom<strong>in</strong>g of arbeids<strong>markt</strong>behoefte. Steeds<br />
weer is b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> regels van <strong>de</strong> WEB <strong>de</strong> kwalificatiestructuur het grootste struikelblok bij<br />
het a<strong>de</strong>quaat positioneren op <strong>de</strong> <strong>markt</strong> van een opleid<strong>in</strong>g. En dat terwijl <strong>de</strong> wetgever een<br />
juist zo goed mogelijke afstemm<strong>in</strong>g nastreef<strong>de</strong> en kwalificaties formuleer<strong>de</strong> aan <strong>de</strong> hand<br />
van ge<strong>de</strong>gen <strong>markt</strong>on<strong>de</strong>rzoek door LOB’s. De tijdsfactor is hier een belangrijke boosdoener.<br />
Een nieuwe e<strong>in</strong>dterm kan er jaren over doen om <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs te kunnen wor<strong>de</strong>n<br />
opgenomen. OCenW erkent dit en gaat daar - gezien <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>gen rond ICT-opleid<strong>in</strong>gen<br />
- soepel en creatief mee om. Dat <strong>de</strong> kwalificatiestructuur niet (meer) <strong>markt</strong>conform<br />
is, <strong>de</strong> <strong>markt</strong> niet flexibel kan bedienen en bezij<strong>de</strong>n <strong>de</strong> maatschappelijke context staat, is<br />
<strong>in</strong>tussen dui<strong>de</strong>lijk. Denk eens aan een Ford Transit-busje met <strong>de</strong> tekst ‘Afwerkbedrijf’<br />
erop. Hier<strong>in</strong> zitten 4 mannen die 375 kwalificaties vertegenwoordigen, elk van <strong>de</strong><br />
mannen beschikt over alle benodig<strong>de</strong> vaardighe<strong>de</strong>n. 34 Overigens hoeft <strong>de</strong> contractaf<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g<br />
van een ROC zich niet te beperken tot opleid<strong>in</strong>gen uit <strong>de</strong> kwalificatiestructuur; opleid<strong>in</strong>gen<br />
kunnen op aanvraag wor<strong>de</strong>n vormgegeven, aangebo<strong>de</strong>n en verzorgd. Zij lei<strong>de</strong>n<br />
dan natuurlijk niet tot kwalificaties <strong>in</strong> <strong>de</strong> z<strong>in</strong> van <strong>de</strong> WEB.<br />
De keuze voor plaats<strong>in</strong>g van contracton<strong>de</strong>rwijs b<strong>in</strong>nen het ROC kan overigens ook gevolgen<br />
hebben voor <strong>de</strong> kwaliteit van het reguliere aanbod, bijvoorbeeld voor wat betreft <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>zet en motivatie van docenten. 35 Het <strong>markt</strong>aanbod van een ROC kan een positieve<br />
<strong>in</strong>vloed hebben op het taakaanbod. 36<br />
Marktwerk<strong>in</strong>g en externe legitimer<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> examens<br />
Elke on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g heeft tot taak <strong>de</strong> examens van <strong>de</strong> beroepsopleid<strong>in</strong>gen extern te<br />
laten legitimeren. Dat betekent dat een examen<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g moet oor<strong>de</strong>len over <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd<br />
en het niveau van een bepaald ge<strong>de</strong>elte van alle examens. Deze externe beoor<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g<br />
komt naast <strong>de</strong> beoor<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g door externen <strong>in</strong> het ka<strong>de</strong>r van <strong>de</strong> <strong>in</strong>tegrale kwaliteitszorg en<br />
<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeken van <strong>de</strong> <strong>in</strong>spectie <strong>in</strong> het ka<strong>de</strong>r van haar toezichthou<strong>de</strong>n<strong>de</strong> taak.<br />
Bij <strong>de</strong> totstandkom<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> WEB is uitvoerig gesproken over <strong>de</strong> vraag welke organisatie<br />
die externe legitimer<strong>in</strong>g zou mogen uitvoeren: <strong>de</strong> LOB’s of ook an<strong>de</strong>re organisaties?<br />
De keuze voor <strong>de</strong> LOB’s lag eigenlijk voor <strong>de</strong> hand, omdat zij immers <strong>de</strong> organisaties<br />
waren die het dichtst bij <strong>de</strong> bedrijfstak staan en zowel <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke als examentechnische<br />
expertise <strong>in</strong> huis had<strong>de</strong>n. Uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk echter koos <strong>de</strong> wetgever voor ‘<strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g’.<br />
34 Voorbeeld ‘ergens’ gehoord…<br />
35 M. L<strong>in</strong>thorst, C<strong>in</strong>op, tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> studiedag ‘Marktgericht oplei<strong>de</strong>n van volwassenen’, 21 september 2000.<br />
36 Taakaanbod: het ‘reguliere’, door <strong>de</strong> overheid bekostig<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
8 Slot<br />
Ie<strong>de</strong>re organisatie zou examen<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g kunnen wor<strong>de</strong>n mits aan een aantal <strong>in</strong> <strong>de</strong> wet<br />
gestel<strong>de</strong> eisen zou wor<strong>de</strong>n voldaan. De autonome (!) <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen kregen hierdoor <strong>de</strong> vrije<br />
keuze betreffen<strong>de</strong> <strong>de</strong> uitvoer<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> externe legitimer<strong>in</strong>g. En zo ontstond uit <strong>de</strong> wet<br />
een stuk echte concurrentie: koos men als ROC voor <strong>de</strong> branche, voor bepaal<strong>de</strong><br />
efficiency, voor bepaal<strong>de</strong> kwaliteit of voor <strong>de</strong> prijs? De wetgever had bedacht <strong>de</strong> concurrentiepositie<br />
tussen <strong>de</strong> examen<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen te verscherpen door expliciet te stellen dat <strong>de</strong><br />
partijen b<strong>in</strong>nen een privaatrechtelijke overeenkomst zelf het systeem van externe legitimer<strong>in</strong>g<br />
zou<strong>de</strong>n vormgeven. LOB’s stortten zich op <strong>de</strong> <strong>markt</strong> met een keur aan zelfbedachte<br />
regels. De <strong>in</strong>spectie hanteer<strong>de</strong> een zeer ge<strong>de</strong>tailleer<strong>de</strong> <strong>in</strong>terpretatie van <strong>de</strong> wettelijke<br />
eisen waaraan organisaties moesten voldoen om examen<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g te mogen<br />
wor<strong>de</strong>n, zodat <strong>in</strong> feite van <strong>de</strong> bedoel<strong>de</strong> vrijheid en productdifferentiatie we<strong>in</strong>ig overbleef.<br />
Ook niet echt een voorbeeld van ‘vrije’ <strong>markt</strong>. Dit voorbeeld illustreert als geen an<strong>de</strong>r dat<br />
<strong>de</strong> bedoel<strong>de</strong> en <strong>in</strong> <strong>de</strong> wet veranker<strong>de</strong> autonomie en <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g door <strong>de</strong>r<strong>de</strong>n die daar<br />
niets mee te maken hebben, met succes kan wor<strong>de</strong>n gefrustreerd. Mooi stukje <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g<br />
zal zijn: het schrappen van externe legitimer<strong>in</strong>g. Dit fenomeen heeft zijn langste tijd<br />
gehad; <strong>in</strong> <strong>de</strong> toekomst kunnen <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen het daarmee gemoei<strong>de</strong> geld en <strong>de</strong> energie<br />
gaan gebruiken voor kwaliteitsverbeter<strong>in</strong>g van exam<strong>in</strong>er<strong>in</strong>g, terwijl artikel 1.3.6 nu reeds<br />
voldoen<strong>de</strong> waarborgen biedt voor <strong>de</strong> betrokkenheid van externe <strong>de</strong>skundigen bij <strong>de</strong><br />
examens. De beleidsnota Koers BVE biedt hoop.<br />
Reguleren?<br />
Waar autonomie en <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g <strong>in</strong> wetgev<strong>in</strong>g zijn gerealiseerd, zijn <strong>de</strong> effecten daarvan<br />
niet altijd maatschappelijk gewenst en als zodanig bedoeld. Enkele voorbeel<strong>de</strong>n zijn<br />
reeds genoemd. In sommige gevallen zou het maatschappelijk gewenst kunnen zijn om<br />
te reguleren <strong>in</strong> plaats van te <strong>de</strong>reguleren. 37 Dat schept dui<strong>de</strong>lijkheid en neemt an<strong>de</strong>re, al<br />
dan niet bevoeg<strong>de</strong> regelgevers <strong>de</strong> w<strong>in</strong>d uit <strong>de</strong> zeilen. Ook b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> filosofie van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g,<br />
<strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g en autonomie valt reguler<strong>in</strong>g nog steeds goed te plaatsen: <strong>de</strong> wet<br />
heeft immers niet uitsluitend een <strong>in</strong>strumentele functie. De wetgever mag namelijk<br />
normen stellen, ook al wijst <strong>de</strong> praktijk van alledag uit dat die normen niet altijd wor<strong>de</strong>n<br />
nageleefd. (We mogen toch niet te hard rij<strong>de</strong>n? Mag <strong>de</strong> examencommissie zomaar elke<br />
vrijstell<strong>in</strong>g voor een <strong>de</strong>elkwalificatie afgeven?) Regelen b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> ka<strong>de</strong>rs van <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g<br />
behoeft een afweg<strong>in</strong>g tussen <strong>de</strong> noodzaak van <strong>de</strong> regel<strong>in</strong>g en <strong>de</strong> behoefte aan een<br />
norm on<strong>de</strong>r een constante hang naar kwaliteit van regelen.<br />
Uitgangspunt is dat wat <strong>de</strong> WEB niet regelt, is toegestaan. Tenzij het <strong>in</strong>gaat tegen <strong>de</strong><br />
uitgesproken bedoel<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong> WEB. Mocht <strong>de</strong> wetgever toch v<strong>in</strong><strong>de</strong>n dat iets alsnog<br />
niet mag, dan heeft hij zich meer dan bereid getoond na<strong>de</strong>re regelgev<strong>in</strong>g te ontwikkelen.<br />
37 Effecten van <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g, autonomie en schaalvergrot<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs, SCO Kohnstamm Instituut,<br />
conceptversie 2 mei 2000.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
243
244<br />
9 Samenvatt<strong>in</strong>g en conclusie<br />
Ie<strong>de</strong>re aanbie<strong>de</strong>r heeft te maken met <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> regels. Daardoor ontstaat een situatie dat<br />
regels slechts <strong>de</strong> grenzen van <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n tot concurreren aangeven, waarbij die<br />
grenzen voor ie<strong>de</strong>reen gelijk zijn. B<strong>in</strong>nen die regels kan <strong>de</strong> aanbie<strong>de</strong>r zijn creativiteit ten<br />
behoeve van <strong>de</strong> concurrentie uitbuiten. Door meer autonomie en door <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g wordt<br />
die ruimte groter en wordt een groter appèl gedaan op <strong>de</strong> creativiteit van het on<strong>de</strong>rnemen<strong>de</strong><br />
ROC. Men heeft meer ruimte om te proberen toekomstige klanten aan te trekken.<br />
Voordat of nadat een ROC <strong>de</strong> door <strong>de</strong> overheid ter beschikk<strong>in</strong>g gestel<strong>de</strong> ruimte benut,<br />
kunnen an<strong>de</strong>ren, waaron<strong>de</strong>r diezelf<strong>de</strong> overheid, met meer of m<strong>in</strong><strong>de</strong>r succes die ruimte<br />
kle<strong>in</strong>er maken. Daardoor is het op zijn m<strong>in</strong>st twijfelachtig of er daadwerkelijk <strong>in</strong><br />
voldoen<strong>de</strong> mate sprake is van doorvoer<strong>in</strong>g van <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g en autonomievergrot<strong>in</strong>g en<br />
<strong>de</strong> daarbij behoren<strong>de</strong> concurrentie, zoals, weer, diezelf<strong>de</strong> overheid dit beoog<strong>de</strong>.<br />
Dereguler<strong>in</strong>g en autonomie werken <strong>in</strong> <strong>de</strong> meeste genoem<strong>de</strong> gevallen aanwijsbaar kwaliteitsverhogend,<br />
terwijl <strong>in</strong> enkele gevallen gesteld kan wor<strong>de</strong>n dat juist regels enige kwaliteitsborg<strong>in</strong>g<br />
zou<strong>de</strong>n kunnen bewerkstelligen.<br />
Indien er werk gemaakt moet wor<strong>de</strong>n van <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g, is het <strong>de</strong> overheid die dit proces<br />
actief moet bewaken (misschien wel met behulp van regels…) en soms moet accepteren<br />
dat zaken niet zo gaan zoals zij wel zou willen. En zoals het <strong>in</strong> <strong>de</strong> brief Autonomie en<br />
<strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs staat: ’t is even wennen!<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
14 Dereguler<strong>in</strong>g en <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g:<br />
tussen droom en daad<br />
H.M. Bronneman-Helmers 1<br />
Dereguler<strong>in</strong>g en <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g wor<strong>de</strong>n vaak <strong>in</strong> één a<strong>de</strong>m genoemd. Dat doet <strong>de</strong> vraag<br />
rijzen <strong>in</strong> hoeverre <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g nu eigenlijk voorwaar<strong>de</strong>lijk is voor <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g. In dit<br />
hoofdstuk wordt gepoogd aannemelijk te maken dat <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g <strong>in</strong> ie<strong>de</strong>r geval geen<br />
noodzakelijke voorwaar<strong>de</strong> is voor concurrentie. Dereguler<strong>in</strong>g gaat zelfs gepaard met<br />
verschijnselen (fusies) die concurrentie teniet doen. Dereguler<strong>in</strong>g is wel bevor<strong>de</strong>rlijk<br />
voor een grotere <strong>markt</strong>oriëntatie en een meer bedrijfsmatige aanpak. De trend naar<br />
meer <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het publieke on<strong>de</strong>rwijsbestel wordt echter niet zozeer toege-<br />
schreven aan <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g, maar is vooral een reactie op maatschappelijke en budget-<br />
taire ontwikkel<strong>in</strong>gen. Voor een pro-actieve <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g (on<strong>de</strong>rnemen<strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen)<br />
zijn meer vrijheidsgra<strong>de</strong>n nodig, met name <strong>in</strong> <strong>de</strong> sfeer van <strong>de</strong> toetred<strong>in</strong>g (nieuwe<br />
scholen en opleid<strong>in</strong>gen) en <strong>de</strong> prijsstell<strong>in</strong>g (hoogte en variatie). Overweg<strong>in</strong>gen van<br />
macro-doelmatigheid en toegankelijkheid verzetten zich hier echter tegen.<br />
1 H.M. Bronneman-Helmers stu<strong>de</strong>er<strong>de</strong> van 1965 tot 1973 algemene politieke en sociale wetenschappen<br />
aan <strong>de</strong> Universiteit van Amsterdam, was daarna enkele jaren werkzaam bij het m<strong>in</strong>isterie van Sociale<br />
Zaken en is s<strong>in</strong>ds 1976 verbon<strong>de</strong>n aan het Sociaal en Cultureel Planbureau. Als coörd<strong>in</strong>ator <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong><br />
houdt zij zich bezig met on<strong>de</strong>rzoek en beleidsadviser<strong>in</strong>g. Een terugkeren<strong>de</strong> taak is het leveren van een<br />
bijdrage aan het eenmaal per twee jaar verschijnen<strong>de</strong> Sociaal en Cultureel Rapport. Daarnaast publiceer<strong>de</strong><br />
zij <strong>de</strong> afgelopen jaren over uiteenlopen<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwerpen op het terre<strong>in</strong> van het on<strong>de</strong>rwijs, on<strong>de</strong>r<br />
an<strong>de</strong>re over volwasseneneducatie, schaalvergrot<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs, op<strong>in</strong>ies over on<strong>de</strong>rwijs en recentelijk<br />
over ontwikkel<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> het fun<strong>de</strong>rend on<strong>de</strong>rwijs (Bronneman-Helmers, 1999).<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
245
1 Inleid<strong>in</strong>g<br />
In het on<strong>de</strong>rwijsbeleid wordt s<strong>in</strong>ds het mid<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> jaren tachtig gestreefd naar<br />
<strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g - verm<strong>in</strong><strong>de</strong>r<strong>in</strong>g en vereenvoudig<strong>in</strong>g van regelgev<strong>in</strong>g - en meer vrije beleidsruimte<br />
en eigen verantwoor<strong>de</strong>lijkheid voor <strong>de</strong> reguliere, van overheidswege bekostig<strong>de</strong><br />
scholen en <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen. Het <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>gsbeleid richtte zich vanaf 1985 - on<strong>de</strong>r het<br />
motto ‘hoger on<strong>de</strong>rwijs, autonomie en kwaliteit’ - allereerst op <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen voor hoger<br />
on<strong>de</strong>rwijs. S<strong>in</strong>ds het beg<strong>in</strong> van <strong>de</strong> jaren negentig strekt het zich ook uit over <strong>de</strong> overige<br />
on<strong>de</strong>rwijssectoren.<br />
De bevor<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van meer <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs kreeg een sterke impuls vanuit<br />
het project Marktwerk<strong>in</strong>g, <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g en wetgev<strong>in</strong>gskwaliteit (MDW) dat <strong>in</strong> 1994 door<br />
het eerste kab<strong>in</strong>et Kok werd gestart om <strong>de</strong> dynamiek <strong>in</strong> <strong>de</strong> economie te versterken.<br />
In dit hoofdstuk komen <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> vragen aan <strong>de</strong> or<strong>de</strong>:<br />
• In hoeverre hebben <strong>de</strong> van bekostig<strong>de</strong> scholen en <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen meer ruimte<br />
gekregen voor het voeren van een eigen beleid?<br />
• Zijn hun mogelijkhe<strong>de</strong>n voor <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g daardoor toegenomen?<br />
• Welke factoren belemmeren of stimuleren <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs?<br />
• Op welke wijze maken <strong>de</strong> aanbie<strong>de</strong>rs op <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong> gebruik van <strong>de</strong><br />
ruimte voor <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g?<br />
• Wat heeft <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g nu feitelijk toegevoegd aan <strong>de</strong> <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het<br />
on<strong>de</strong>rwijs?<br />
Om <strong>de</strong>ze vragen te kunnen beantwoor<strong>de</strong>n moet eerst dui<strong>de</strong>lijk zijn wat er precies on<strong>de</strong>r<br />
<strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g moet wor<strong>de</strong>n verstaan. In paragraaf 2 zal dan ook eerst een aantal visies<br />
op <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>de</strong> revue passeren. In dat verband zal ook wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong>gegaan op het<br />
karakter van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong>.<br />
In paragraaf 3 zal vervolgens per sector van het on<strong>de</strong>rwijs wor<strong>de</strong>n nagegaan of <strong>de</strong><br />
reguliere <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen <strong>in</strong>mid<strong>de</strong>ls ook echt meer ruimte hebben gekregen. De vraag of <strong>de</strong><br />
mogelijkhe<strong>de</strong>n voor <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g hierdoor zijn toegenomen komt daarna aan <strong>de</strong> or<strong>de</strong>.<br />
In paragraaf 4 wordt een aantal belemmeren<strong>de</strong> en stimuleren<strong>de</strong> factoren voor <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g<br />
<strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs geschetst.<br />
Vervolgens komt <strong>in</strong> paragraaf 5 het feitelijke <strong>markt</strong>gedrag van <strong>de</strong> aanbie<strong>de</strong>rs aan bod.<br />
Ter afsluit<strong>in</strong>g van het hoofdstuk zal <strong>in</strong> paragraaf 6 <strong>de</strong> vraag wor<strong>de</strong>n beantwoord wat<br />
<strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g nu precies heeft toegevoegd aan <strong>de</strong> <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs.<br />
De tekst van dit hoofdstuk bouwt voort op een beschouw<strong>in</strong>g over <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het<br />
on<strong>de</strong>rwijs die eer<strong>de</strong>r <strong>in</strong> het Sociaal en Cultureel Rapport 2000 (SCP, 2000) verscheen.<br />
2 Visies op <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g en het karakter van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong><br />
246<br />
S<strong>in</strong>ds het mid<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> jaren tachtig wordt er over on<strong>de</strong>rwijs steeds vaker <strong>in</strong> economische<br />
termen gesproken. Scholen en <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen zijn bedrijven die on<strong>de</strong>rwijsproducten<br />
leveren; ou<strong>de</strong>rs, leerl<strong>in</strong>gen en stu<strong>de</strong>nten zijn consumenten die op grond van vergelijkend<br />
warenon<strong>de</strong>rzoek een keuze maken uit <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> aanbie<strong>de</strong>rs. Het on<strong>de</strong>rwijs wordt<br />
daarbij vergeleken met een <strong>markt</strong>, waar vragers en aanbie<strong>de</strong>rs elkaar ontmoeten.<br />
Beschouw<strong>in</strong>gen over <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g - een term die overigens nergens dui<strong>de</strong>lijk wordt<br />
ge<strong>de</strong>f<strong>in</strong>ieerd - passen eveneens <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze trend. In die beschouw<strong>in</strong>gen wordt er vanuit heel<br />
verschillen<strong>de</strong> gezichtspunten over <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g gesproken. Hierna zal eerst wor<strong>de</strong>n<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
<strong>in</strong>gegaan op <strong>de</strong> diverse <strong>in</strong>vull<strong>in</strong>gen van het begrip. Vervolgens zal wat uitvoeriger<br />
wor<strong>de</strong>n stilgestaan bij het bijzon<strong>de</strong>re karakter van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong>.<br />
2.1 VISIES OP MARKTWERKING<br />
‘Het on<strong>de</strong>rwijs is een <strong>markt</strong>’, zo luidt een eerste visie. Dat houdt <strong>in</strong> dat het on<strong>de</strong>rwijs<br />
volgens <strong>de</strong> pr<strong>in</strong>cipes van <strong>de</strong> <strong>markt</strong> wordt georganiseerd. Er is sprake van concurrentie,<br />
vrije prijsstell<strong>in</strong>g, vrije toegang tot <strong>de</strong> <strong>markt</strong> en goe<strong>de</strong> <strong>in</strong>formatie over <strong>de</strong> producten van<br />
<strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> aanbie<strong>de</strong>rs. Van overheidswege bekostig<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen opereren<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong>ze visie on<strong>de</strong>r gelijke voorwaar<strong>de</strong>n als particuliere, niet van overheidswege<br />
bekostig<strong>de</strong>, <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen.<br />
‘Het on<strong>de</strong>rwijs is er voor <strong>de</strong> <strong>markt</strong>’, is een twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>valshoek. Dat betekent dat het<br />
on<strong>de</strong>rwijs zoveel mogelijk <strong>in</strong>speelt op <strong>de</strong> wensen van <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> <strong>markt</strong>partijen. In<br />
<strong>de</strong> eerste plaats gaat het om <strong>de</strong> <strong>de</strong>elnemers: ou<strong>de</strong>rs, leerl<strong>in</strong>gen, stu<strong>de</strong>nten en cursisten.<br />
In <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> plaats gaat het om <strong>de</strong> afnemers: werkgevers die behoefte hebben aan<br />
voldoen<strong>de</strong> en goed opgeleid personeel. En <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>de</strong>r<strong>de</strong> plaats spelen <strong>de</strong> <strong>in</strong>kopers van<br />
on<strong>de</strong>rwijs een rol: bedrijven en arbeidsorganisaties <strong>in</strong> <strong>de</strong> publieke sector die hun personeel<br />
willen laten (bij)scholen, gemeenten die verantwoor<strong>de</strong>lijk zijn voor <strong>de</strong> arbeids<strong>in</strong>pass<strong>in</strong>g<br />
van bijstandsgerechtig<strong>de</strong>n en voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>tegratie van nieuwkomers, en uitker<strong>in</strong>gsorganisaties<br />
en reïntegratiebedrijven die hun cliënten zo snel mogelijk willen laten terugkeren<br />
<strong>in</strong> het arbeidsproces.<br />
‘Van overheidswege bekostig<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen werken bij voorkeur bedrijfsmatig’.<br />
In <strong>de</strong>ze visie opereren publieke <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen net zo bedrijfsmatig als <strong>markt</strong>organisaties.<br />
Groei, doelmatigheid en flexibiliteit zijn <strong>in</strong> dat verband belangrijke en nastrevenswaardige<br />
waar<strong>de</strong>n.<br />
On<strong>de</strong>r <strong>de</strong> eerste noemer is er <strong>de</strong> afgelopen jaren vanuit het beleid veel aandacht besteed<br />
aan het bevor<strong>de</strong>ren van een betere <strong>in</strong>formatievoorzien<strong>in</strong>g over <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gen<br />
van <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> aanbie<strong>de</strong>rs op <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong> (schoolgids, kwaliteitskaart,<br />
keuzegids). De <strong>markt</strong>oriëntatie van <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen werd vergroot door <strong>de</strong>elnemers,<br />
afnemers en lagere overhe<strong>de</strong>n een sterkere positie te geven (me<strong>de</strong>zeggenschap van<br />
<strong>de</strong>elnemers, <strong>in</strong>vloed van afnemers op <strong>de</strong> kwalificatiestructuur, <strong>de</strong>elname van afnemers en<br />
an<strong>de</strong>re belanghebben<strong>de</strong>n aan besturen of toezichthou<strong>de</strong>n<strong>de</strong> organen, overdracht van<br />
bevoegdhe<strong>de</strong>n naar gemeenten). De bedrijfsmatige aanpak werd bevor<strong>de</strong>rd door veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen<br />
aan te brengen <strong>in</strong> <strong>de</strong> bekostig<strong>in</strong>gswijze van scholen en <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen (lump-sum<br />
f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g of budgetf<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g) en door <strong>de</strong> huisvest<strong>in</strong>g en <strong>de</strong>len van het arbeidsvoorwaar<strong>de</strong>nbeleid<br />
te <strong>de</strong>centraliseren.<br />
In <strong>de</strong> praktijk blijkt overigens dat <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> gezichtspunten elkaar ook <strong>in</strong> <strong>de</strong> weg<br />
kunnen staan. Om meer bedrijfsmatig te kunnen opereren zijn on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen na<br />
afloop van <strong>de</strong> schaalvergrot<strong>in</strong>gsoperaties die door <strong>de</strong> overheid waren geïnitieerd zelf<br />
ver<strong>de</strong>r gaan fuseren. Dat gebeur<strong>de</strong> met name <strong>in</strong> <strong>de</strong> BVE-sector en <strong>in</strong> het HBO. Instell<strong>in</strong>gen<br />
doen dat <strong>de</strong>els om on<strong>de</strong>rwijskundige re<strong>de</strong>nen (een bre<strong>de</strong>r aanbod kunnen bie<strong>de</strong>n), maar<br />
ook om een steviger f<strong>in</strong>ancieel draagvlak te verwerven (m<strong>in</strong><strong>de</strong>r risico’s) en om zich op <strong>de</strong><br />
schol<strong>in</strong>gs<strong>markt</strong> krachtiger te kunnen opstellen ten opzichte van hun concurrenten <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
particuliere sector. In een aantal regio’s is er <strong>in</strong> het <strong>in</strong>itieel beroepson<strong>de</strong>rwijs voor jongeren<br />
als gevolg van alle fusies nauwelijks concurrentie meer. Sommige <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen zijn <strong>in</strong><br />
hun regio feitelijk monopolist gewor<strong>de</strong>n. Monopolieposities zijn <strong>in</strong> <strong>de</strong> regel echter niet<br />
erg bevor<strong>de</strong>rlijk voor een sterkere <strong>markt</strong>oriëntatie.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
247
248<br />
2.2 HET KARAKTER VAN DE ONDERWIJSMARKT<br />
Hoewel over het on<strong>de</strong>rwijs steeds vaker <strong>in</strong> <strong>markt</strong>termen wordt gesproken, is het geen<br />
gewone <strong>markt</strong> zoals bijvoorbeeld <strong>de</strong> <strong>markt</strong> voor bloemen, waar ie<strong>de</strong>reen <strong>in</strong> pr<strong>in</strong>cipe een<br />
bloemenzaak kan beg<strong>in</strong>nen en waar <strong>de</strong> prijs van bloemen wordt bepaald door <strong>de</strong> vraagaanbod<br />
verhoud<strong>in</strong>g en <strong>de</strong> kwaliteit.<br />
Er zijn <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs tal van regels die echte <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> weg staan. Die regels<br />
zijn er niet zomaar, maar hebben te maken met het grote maatschappelijke belang dat<br />
aan on<strong>de</strong>rwijs wordt gehecht. Het gaat dan om zaken als toegankelijkheid van het on<strong>de</strong>rwijs,<br />
kwaliteit van het on<strong>de</strong>rwijs, samenhang <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijsbestel en macro-doelmatigheid.<br />
An<strong>de</strong>rs dan op een gewone particuliere <strong>markt</strong> kunnen aanbie<strong>de</strong>rs niet vrij toetre<strong>de</strong>n tot<br />
<strong>de</strong> publieke, van overheidswege bekostig<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong>. In het basison<strong>de</strong>rwijs en<br />
voortgezet on<strong>de</strong>rwijs gel<strong>de</strong>n s<strong>in</strong>ds <strong>de</strong> eer<strong>de</strong>r genoem<strong>de</strong> schaalvergrot<strong>in</strong>gsoperaties hoge<br />
sticht<strong>in</strong>gsnormen voor nieuwe scholen. Daarmee wordt voorkomen dat er voortdurend<br />
nieuwe scholen bijkomen, waardoor <strong>de</strong> omvang van <strong>de</strong> scholen afneemt en <strong>de</strong> kosten<br />
stijgen (omdat kle<strong>in</strong>e scholen naar verhoud<strong>in</strong>g duur<strong>de</strong>r zijn dan grote). Het is op dit<br />
moment nauwelijks meer mogelijk om een nieuwe basisschool te stichten. Alleen <strong>in</strong><br />
nieuwbouwwijken, zoals <strong>de</strong> V<strong>in</strong>ex-locaties, en <strong>in</strong> <strong>de</strong> grote ste<strong>de</strong>n komen er nog nieuwe<br />
scholen bij. Daar zijn voldoen<strong>de</strong> jonge k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren of kunnen bepaal<strong>de</strong> bevolk<strong>in</strong>gsgroepen<br />
vanwege hun hoge woonconcentratie en relatief hoge k<strong>in</strong><strong>de</strong>rtal voldoen<strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen<br />
bijeenbrengen om, bijvoorbeeld, een islamitische school te stichten. Ook <strong>in</strong> het voortgezet<br />
on<strong>de</strong>rwijs komen er vrijwel geen nieuwe scholen meer bij; wel wor<strong>de</strong>n er nog nieuwe<br />
af<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen aan bestaan<strong>de</strong> scholengemeenschappen toegevoegd.<br />
In het secundair beroepson<strong>de</strong>rwijs en het hoger on<strong>de</strong>rwijs is <strong>de</strong> afgelopen jaren een<br />
terughou<strong>de</strong>nd beleid gevoerd bij <strong>de</strong> start van nieuwe opleid<strong>in</strong>gen. In <strong>de</strong> jaren tachtig<br />
probeer<strong>de</strong>n veel <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen hun stu<strong>de</strong>nten<strong>in</strong>stroom te vergroten door nieuwe, goed <strong>in</strong><br />
<strong>de</strong> <strong>markt</strong> liggen<strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gen te starten. Omdat ie<strong>de</strong>re <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g dat op eigen houtje<br />
<strong>de</strong>ed, ontstond er een wildgroei aan opleid<strong>in</strong>gen waarnaar op <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong> onvoldoen<strong>de</strong><br />
vraag bestond. Vooral <strong>in</strong> het hoger beroepson<strong>de</strong>rwijs wer<strong>de</strong>n tal van nieuwe<br />
opleid<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> het leven geroepen. In <strong>de</strong> loop van <strong>de</strong> jaren negentig werd aan die ontwikkel<strong>in</strong>g<br />
een halt toegeroepen. Er kwam een commissie die <strong>de</strong> macro-doelmatigheid van het<br />
nieuwe aanbod moest vaststellen. Ook <strong>in</strong> <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijssector zelf - b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> HBO-raad -<br />
wer<strong>de</strong>n afspraken gemaakt om een ver<strong>de</strong>re wildgroei van opleid<strong>in</strong>gen tegen te gaan.<br />
Inmid<strong>de</strong>ls lijkt het tij enigsz<strong>in</strong>s gekeerd. Op <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong> is <strong>de</strong> vraag naar hoger<br />
opgelei<strong>de</strong>n sterk toegenomen. De noodzaak voor terughou<strong>de</strong>ndheid is daarmee voor een<br />
belangrijk <strong>de</strong>el verdwenen. Bovendien zijn <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen nu zelf f<strong>in</strong>ancieel verantwoor<strong>de</strong>lijk<br />
voor <strong>de</strong> start van een nieuwe opleid<strong>in</strong>g. De toets op macro-doelmatigheid komt dan ook<br />
te vervallen. Instell<strong>in</strong>gen wor<strong>de</strong>n zelf verantwoor<strong>de</strong>lijk voor een eventuele uitbreid<strong>in</strong>g van<br />
hun opleid<strong>in</strong>genaanbod. Het is <strong>de</strong> bedoel<strong>in</strong>g dat het nieuwe aanbod <strong>in</strong> on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>g overleg,<br />
zowel tussen <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>g als met potentiële afnemers op <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong>,<br />
tot stand komt.<br />
Een an<strong>de</strong>r kenmerk van een particuliere <strong>markt</strong> is vrije prijsvorm<strong>in</strong>g. Ook daarvan is <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
van overheidswege bekostig<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijssectoren geen sprake. In het publieke bestel is<br />
<strong>de</strong> prijs van on<strong>de</strong>rwijs van overheidswege gefixeerd. Voor het on<strong>de</strong>rwijs tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong><br />
leerplichtperio<strong>de</strong> wordt door <strong>de</strong> overheid geen schoolgeld gevraagd. Het on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> die<br />
perio<strong>de</strong> is gratis. Scholen kunnen aan ou<strong>de</strong>rs wel een vrijwillige ou<strong>de</strong>rbijdrage vragen.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Daarnaast komen <strong>in</strong> het voortgezet on<strong>de</strong>rwijs ook <strong>de</strong> kosten voor boeken en an<strong>de</strong>re<br />
leermid<strong>de</strong>len voor reken<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs.<br />
Na <strong>de</strong> leerplicht wordt er door <strong>de</strong> overheid schoolgeld, collegegeld of cursusgeld<br />
gevraagd. De hoogte ervan ligt vast en is onafhankelijk van <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g waar <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g<br />
wordt gevolgd, van het soort opleid<strong>in</strong>g dat wordt gevolgd of van <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong><br />
opleid<strong>in</strong>g. Kostbare opleid<strong>in</strong>gen (zoals medicijnen of techniek) zijn even duur als<br />
goedkope opleid<strong>in</strong>gen (zoals rechten of talen). Met <strong>de</strong> eigen bijdragen wordt gemid<strong>de</strong>ld<br />
ongeveer 20% van <strong>de</strong> totale kosten van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gen gef<strong>in</strong>ancierd. In het hoger on<strong>de</strong>rwijs<br />
wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong> collegegel<strong>de</strong>n rechtstreeks aan <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g overgemaakt; <strong>in</strong> het voortgezet<br />
on<strong>de</strong>rwijs en het secundair beroepson<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong>t <strong>de</strong> overheid <strong>de</strong> school- en cursusgel<strong>de</strong>n.<br />
De toegankelijkheid van het on<strong>de</strong>rwijs vormt <strong>de</strong> belangrijkste overweg<strong>in</strong>g achter <strong>de</strong>ze<br />
prijsreguler<strong>in</strong>g. Bij hogere prijzen zou<strong>de</strong>n ook <strong>de</strong> tegemoetkom<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> het ka<strong>de</strong>r van <strong>de</strong><br />
studief<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g hoger moeten wor<strong>de</strong>n. Dat zou een verhog<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> overheidsuitgaven<br />
met zich meebrengen. S<strong>in</strong>ds een aantal jaren kunnen universiteiten wel zelf <strong>de</strong><br />
hoogte van het college- en examengeld vaststellen voor stu<strong>de</strong>nten die geen recht (meer)<br />
hebben op studief<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g (<strong>de</strong>eltijdstu<strong>de</strong>nten, auditoren, extraneï). In <strong>de</strong> praktijk wordt<br />
<strong>de</strong>ze mogelijkheid door <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen echter nauwelijks benut (Jongbloed & Koelman, 1999).<br />
Een <strong>de</strong>r<strong>de</strong> kenmerk van een echte <strong>markt</strong> is dat er gelijke voorwaar<strong>de</strong>n zijn voor <strong>de</strong><br />
verschillen<strong>de</strong> aanbie<strong>de</strong>rs, ongeacht of dit nu publiek bekostig<strong>de</strong> of particuliere aanbie<strong>de</strong>rs<br />
zijn. Van gelijke voorwaar<strong>de</strong>n is <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs vooralsnog geen sprake is. An<strong>de</strong>rs dan<br />
bekostig<strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen kunnen commerciële particuliere <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen zich vrij vestigen,<br />
zijn ze vrij om zelf <strong>de</strong> prijs van hun opleid<strong>in</strong>gen vast te stellen en kunnen ze zelf beslissen<br />
of zij nieuwe opleid<strong>in</strong>gen zullen starten. Toezicht op <strong>de</strong> kwaliteit van zogenoem<strong>de</strong><br />
aangewezen particuliere opleid<strong>in</strong>gen is weliswaar wettelijk geregeld, maar <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk<br />
nog <strong>in</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g. Stu<strong>de</strong>nten bij particuliere opleid<strong>in</strong>gen hebben on<strong>de</strong>r bepaal<strong>de</strong><br />
voorwaar<strong>de</strong>n recht op studief<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g. De prijs van <strong>de</strong>ze opleid<strong>in</strong>gen is <strong>in</strong> <strong>de</strong> regel<br />
echter hoger dan van gesubsidieer<strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gen. Particuliere <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen richten zich <strong>in</strong><br />
<strong>de</strong> praktijk dan ook op een an<strong>de</strong>r <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong> dan het bekostig<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs.<br />
Ze zijn vooral actief op terre<strong>in</strong>en waar het bekostig<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs tekortschiet (<strong>in</strong>tensieve<br />
en versnel<strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gen voor een MAVO-, HAVO- of VWO-diploma) of nog we<strong>in</strong>ig<br />
aanwezig is (on<strong>de</strong>rwijs voor jongeren of volwassenen die (al) een werkkr<strong>in</strong>g hebben of<br />
snel aan werk geholpen moeten wor<strong>de</strong>n, afstandson<strong>de</strong>rwijs). Concurrentie tussen<br />
publieke en particuliere <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen v<strong>in</strong>dt op dit moment vooral plaats <strong>in</strong> <strong>de</strong> sfeer van <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>itiële beroepsopleid<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> economische en technische sector en <strong>in</strong> het post-<strong>in</strong>itiële<br />
on<strong>de</strong>rwijs. De concurrentie zal <strong>de</strong> komen<strong>de</strong> jaren vermoe<strong>de</strong>lijk toenemen als gevolg van<br />
<strong>de</strong> groeien<strong>de</strong> ruimte voor <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het publieke on<strong>de</strong>rwijsbestel.<br />
De on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong> is, al met al, geen gewone <strong>markt</strong>, maar een <strong>markt</strong> met heel specifieke<br />
kenmerken. Voor een uitvoeriger beschouw<strong>in</strong>g over <strong>de</strong> karakteristieken van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong><br />
zij verwezen naar an<strong>de</strong>re hoofdstukken <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze bun<strong>de</strong>l.<br />
3 Dereguler<strong>in</strong>g als voorwaar<strong>de</strong> voor <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g<br />
Met verm<strong>in</strong><strong>de</strong>r<strong>in</strong>g en vereenvoudig<strong>in</strong>g van wet- en regelgev<strong>in</strong>g en het geven van meer<br />
autonomie wordt beoogd scholen en <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen meer ruimte te geven om zich te profileren<br />
en beter te kunnen <strong>in</strong>spelen op <strong>de</strong> <strong>markt</strong>vraag. De kwaliteit van het on<strong>de</strong>rwijs neemt<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
249
250<br />
daardoor naar verwacht<strong>in</strong>g toe, terwijl <strong>de</strong> doelmatigheid erdoor wordt vergroot.<br />
Dereguler<strong>in</strong>g stond overigens niet van meet af aan <strong>in</strong> het teken van een grotere <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g.<br />
Aanvankelijk - medio jaren tachtig - g<strong>in</strong>g het bij <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste plaats<br />
om het verm<strong>in</strong><strong>de</strong>ren van <strong>de</strong> bestuurslast voor scholen en <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen (‘m<strong>in</strong><strong>de</strong>r regels,<br />
meer ruimte’). Vanuit het confessioneel bijzon<strong>de</strong>r on<strong>de</strong>rwijs werd al langer aangedrongen<br />
op een grotere autonomie van <strong>de</strong> schoolbesturen (‘soevere<strong>in</strong>iteit <strong>in</strong> eigen kr<strong>in</strong>g’, ‘subsidiariteitsbeg<strong>in</strong>sel’).<br />
De rijksoverheid had zelf ook belang bij <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g: haar eigen<br />
beleidslast zou erdoor afnemen en <strong>in</strong> het verleng<strong>de</strong> van <strong>de</strong> autonomievergrot<strong>in</strong>g kon<strong>de</strong>n<br />
ook <strong>de</strong> kosten beter wor<strong>de</strong>n beheerst. Pas <strong>in</strong> het mid<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> jaren negentig kwam het<br />
oogmerk van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g en variëteit centraal te staan.<br />
3.1 DEREGULERING IN HET ONDERWIJS<br />
Dereguler<strong>in</strong>g g<strong>in</strong>g <strong>in</strong> vrijwel alle sectoren van het on<strong>de</strong>rwijs gepaard met schaalvergrot<strong>in</strong>g.<br />
Verm<strong>in</strong><strong>de</strong>r<strong>in</strong>g en vereenvoudig<strong>in</strong>g van regelgev<strong>in</strong>g was <strong>in</strong> <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> sectoren<br />
van het on<strong>de</strong>rwijs echter niet <strong>in</strong> eenzelf<strong>de</strong> mate aan <strong>de</strong> or<strong>de</strong>.<br />
Primair en voortgezet on<strong>de</strong>rwijs<br />
Het primair en voortgezet on<strong>de</strong>rwijs wor<strong>de</strong>n nog sterk van overheidswege gereguleerd.<br />
Dat hangt niet alleen samen met <strong>de</strong> functie van <strong>de</strong>ze on<strong>de</strong>rwijstypen (overwegend fun<strong>de</strong>rend<br />
on<strong>de</strong>rwijs voor leerplichtige leerl<strong>in</strong>gen), maar ook met <strong>de</strong> schaal waarop het wordt<br />
georganiseerd. Voor een grotere autonomie op f<strong>in</strong>ancieel en personeel gebied is een<br />
zekere schaal nodig. Het primair en voortgezet on<strong>de</strong>rwijs ston<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> jaren negentig<br />
daarom <strong>in</strong> het teken van schaalvergrot<strong>in</strong>g. De verschillen<strong>de</strong> schaalvergrot<strong>in</strong>gsoperaties -<br />
Toerust<strong>in</strong>g en bereikbaarheid en Weer samen naar school <strong>in</strong> het primair on<strong>de</strong>rwijs,<br />
Scholengemeenschapsvorm<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het voortgezet on<strong>de</strong>rwijs en stimuler<strong>in</strong>g van<br />
Bestuurlijke krachtenbun<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g <strong>in</strong> bei<strong>de</strong> sectoren - waren overigens niet alleen gericht op<br />
autonomievergrot<strong>in</strong>g en kostenbeheers<strong>in</strong>g, maar had<strong>de</strong>n ook on<strong>de</strong>rwijskundige achtergron<strong>de</strong>n.<br />
Ondanks <strong>de</strong> schaalvergrot<strong>in</strong>gsoperaties hebben scholen <strong>in</strong> het basison<strong>de</strong>rwijs anno 2000<br />
nog nauwelijks beleidsvrijheid op f<strong>in</strong>ancieel en personeel gebied. Scholen krijgen aparte<br />
geldstromen voor verschillen<strong>de</strong> personeelscategorieën (bijvoorbeeld on<strong>de</strong>rwijsassistenten,<br />
docenten, leid<strong>in</strong>ggeven<strong>de</strong>n, extra formatie voor k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren uit achterstandsgroepen)<br />
en voor diverse materiële kosten (leermid<strong>de</strong>len, schoonmaakkosten, <strong>in</strong>terne aanpass<strong>in</strong>g<br />
van het schoolgebouw, bestuur en beheer). Daartussen kan nauwelijks geschoven<br />
wor<strong>de</strong>n. Ook ten aanzien van <strong>de</strong> extra mid<strong>de</strong>len die <strong>de</strong>ze jaren beschikbaar komen voor<br />
<strong>de</strong> klassenverkle<strong>in</strong><strong>in</strong>g <strong>in</strong> het basison<strong>de</strong>rwijs hebben scholen we<strong>in</strong>ig beleidsvrijheid; <strong>de</strong><br />
extra formatie mag uitsluitend wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong>gezet <strong>in</strong> <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rbouw van het basison<strong>de</strong>rwijs<br />
(<strong>de</strong> groepen 1 tot en met 4).<br />
De ger<strong>in</strong>ge autonomie van basisscholen hangt nauw samen met <strong>de</strong> <strong>in</strong>stitutionele en<br />
bestuurlijke schaal <strong>in</strong> het basison<strong>de</strong>rwijs. Een gemid<strong>de</strong>l<strong>de</strong> basisschool telt ongeveer 210<br />
leerl<strong>in</strong>gen; er zijn on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> ruim 7.200 basisscholen echter ook scholen met enkele<br />
tientallen leerl<strong>in</strong>gen (het m<strong>in</strong>imumaantal ligt op 23). Ook <strong>in</strong> bestuurlijk opzicht is <strong>de</strong><br />
schaal kle<strong>in</strong>. Iets meer dan <strong>de</strong> helft van <strong>de</strong> ruim 2.100 schoolbesturen heeft slechts één<br />
basisschool on<strong>de</strong>r haar hoe<strong>de</strong> (m<strong>in</strong>isterie van <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>, Cultuur en Wetenschappen,<br />
OCenW, 2000). De stimuler<strong>in</strong>gsregel<strong>in</strong>g die bestuurlijke krachtenbun<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g moet bevor<strong>de</strong>ren<br />
on<strong>de</strong>rv<strong>in</strong>dt <strong>in</strong> het basison<strong>de</strong>rwijs betrekkelijk we<strong>in</strong>ig weerklank. In het protestants-<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
christelijk en algemeen bijzon<strong>de</strong>r on<strong>de</strong>rwijs koestert men veelal nog het i<strong>de</strong>aal van een<br />
schoolnabij bestuur, waar<strong>in</strong> ou<strong>de</strong>rs kunnen meebeslissen over <strong>de</strong> gang van zaken op<br />
school. Scholen van <strong>de</strong>ze richt<strong>in</strong>gen profileren zich op levensbeschouwelijke uitgangspunten<br />
of met een specifieke pedagogische aanpak en hebben <strong>in</strong> het algemeen m<strong>in</strong><strong>de</strong>r<br />
behoefte aan variëteit of vergrot<strong>in</strong>g van hun <strong>markt</strong>aan<strong>de</strong>el.<br />
De toch al ger<strong>in</strong>ge vrije beleidsruimte voor basisscholen wordt nog beperkt doordat er<br />
steeds meer bevoegdhe<strong>de</strong>n aan bovenschoolse niveaus wor<strong>de</strong>n toegekend. Bestuurlijke<br />
samenwerk<strong>in</strong>gsverban<strong>de</strong>n ‘weer samen naar school’ zijn verantwoor<strong>de</strong>lijk voor extra zorg<br />
aan k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren met <strong>in</strong>dividuele leer- en/of gedragsproblemen. Gemeenten zijn s<strong>in</strong>ds enige<br />
jaren verantwoor<strong>de</strong>lijk voor, on<strong>de</strong>r meer, <strong>de</strong> huisvest<strong>in</strong>g van scholen voor basison<strong>de</strong>rwijs<br />
en voortgezet on<strong>de</strong>rwijs en het bestrij<strong>de</strong>n van on<strong>de</strong>rwijsachterstan<strong>de</strong>n die samenhangen<br />
met het sociale of etnische milieu waaruit k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren afkomstig zijn.<br />
Scholen voor voortgezet on<strong>de</strong>rwijs hebben wat meer beleidsvrijheid op f<strong>in</strong>ancieel en<br />
personeel gebied. In 1998 werd <strong>in</strong> het voortgezet on<strong>de</strong>rwijs een systeem van lump-sum<br />
f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g <strong>in</strong>gevoerd; een systeem dat het mogelijk maakt dat scholen zelf kunnen<br />
beslissen of ze <strong>de</strong> rijksbijdrage <strong>in</strong>zetten voor bijvoorbeeld computers of extra personeel.<br />
De schaal van scholen en besturen is er ook groter. Als gevolg van <strong>de</strong> schaalvergrot<strong>in</strong>gsoperatie<br />
nam tussen 1990 en 1998 het aantal scholen af van 1.768 tot 666 en <strong>de</strong> gemid<strong>de</strong>l<strong>de</strong><br />
schoolgrootte toe van 518 tot 1.202 leerl<strong>in</strong>gen (CBS, 1998 en 1999). Het aantal<br />
schoolbesturen liep <strong>in</strong> diezelf<strong>de</strong> perio<strong>de</strong> echter veel m<strong>in</strong><strong>de</strong>r terug. Ruim 80% van <strong>de</strong><br />
schoolbesturen bestuur<strong>de</strong> <strong>in</strong> 1998 slechts één school. In het rooms-katholieke on<strong>de</strong>rwijs<br />
is <strong>de</strong> bestuurlijke schaalvergrot<strong>in</strong>g het verst voortgeschre<strong>de</strong>n, <strong>in</strong> het algemeen bijzon<strong>de</strong>r<br />
on<strong>de</strong>rwijs het m<strong>in</strong>st (m<strong>in</strong>isterie van OCenW, 1998).<br />
Terwijl scholen gelei<strong>de</strong>lijk aan wat meer vrije beleidsruimte kregen op f<strong>in</strong>ancieel en<br />
personeelsgebied, werd <strong>in</strong> on<strong>de</strong>rwijskundig opzicht hun beleidsruimte juist steeds meer<br />
<strong>in</strong>geperkt. De jaren negentig wer<strong>de</strong>n namelijk niet alleen beheerst door schaalvergrot<strong>in</strong>g,<br />
maar ston<strong>de</strong>n ook <strong>in</strong> het teken van een groot aantal on<strong>de</strong>rwijskundige vernieuw<strong>in</strong>gen.<br />
Voor het basison<strong>de</strong>rwijs wer<strong>de</strong>n er kerndoelen <strong>in</strong> <strong>de</strong> wet vastgelegd. In <strong>de</strong> eerste fase<br />
van het voortgezet on<strong>de</strong>rwijs werd <strong>de</strong> basisvorm<strong>in</strong>g <strong>in</strong>gevoerd, waarmee niet alleen een<br />
<strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke verbred<strong>in</strong>g van het aanbod werd beoogd, maar ook een vernieuw<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
pedagogisch-didactische werkwijze. Scholen die HAVO/VWO <strong>in</strong> huis hebben zijn momenteel<br />
bezig om <strong>in</strong> <strong>de</strong> bovenbouw van die opleid<strong>in</strong>gen een vergelijkbare tweeledige on<strong>de</strong>rwijsvernieuw<strong>in</strong>g<br />
<strong>in</strong> te voeren: een verzwaard curriculum <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van vier <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke<br />
profielen (<strong>in</strong> plaats van <strong>de</strong> groten<strong>de</strong>els vrije vakkenpakketten) en een totaal an<strong>de</strong>re didactische<br />
aanpak (het studiehuis waarbij niet langer <strong>de</strong> docent maar <strong>de</strong> zelfstandig leren<strong>de</strong><br />
leerl<strong>in</strong>g centraal staat). De komen<strong>de</strong> jaren zal ook <strong>de</strong> bovenbouw van het voorberei<strong>de</strong>nd<br />
mid<strong>de</strong>lbaar beroepson<strong>de</strong>rwijs (VMBO) - het voormalige VBO en MAVO - moeten vernieuwen;<br />
er komen verschillen<strong>de</strong> leerwegen en ook hier zal <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>g zelfstandiger en actiever<br />
aan <strong>de</strong> slag moeten.<br />
De verschillen<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijskundige vernieuw<strong>in</strong>gen wor<strong>de</strong>n door <strong>de</strong> overheid overigens<br />
niet allemaal even dw<strong>in</strong>gend voorgeschreven. Kerndoelen voor het basison<strong>de</strong>rwijs en <strong>de</strong><br />
basisvorm<strong>in</strong>g zijn <strong>in</strong> wet- en regelgev<strong>in</strong>g neergelegd; dat geldt ook voor <strong>de</strong> leerwegen,<br />
<strong>de</strong> profielen en <strong>de</strong> examenprogramma’s aan het e<strong>in</strong>d van <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> schooltypen.<br />
Ten aanzien van <strong>de</strong> pedagogisch-didactische werkwijze stelt <strong>de</strong> overheid zich terughou<strong>de</strong>n<strong>de</strong>r<br />
op. De wenselijkheid ervan wordt <strong>in</strong> beleidsnota’s en <strong>in</strong> memories van toelicht<strong>in</strong>g<br />
bij wetten nadrukkelijk on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> aandacht van het on<strong>de</strong>rwijsveld gebracht. Een procesmanagement<br />
on<strong>de</strong>rsteunt namens <strong>de</strong> overheid <strong>de</strong> <strong>in</strong>voer<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> vernieuw<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
251
252<br />
on<strong>de</strong>rwijspraktijk. De nieuwe didactische uitgangspunten zijn ook <strong>in</strong> <strong>de</strong> exameneisen<br />
verwerkt (bijvoorbeeld <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van een profielwerkstuk), zodat scholen en docenten<br />
ze moeilijk kunnen negeren. Daarnaast is er het toezicht van <strong>de</strong> <strong>in</strong>spectie. De on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>spectie<br />
gaat bij het zogenoem<strong>de</strong> schooltoezicht na of een school voldoet aan een<br />
aantal kwaliteitskenmerken. Die kenmerken zijn <strong>in</strong> hoge mate gerelateerd aan <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijskundige<br />
bedoel<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong> overheid. De nieuwe aanpak is dus weliswaar niet<br />
verplicht, maar zeker niet vrijblijvend.<br />
De BVE-sector<br />
In <strong>de</strong> sector van het secundair beroepson<strong>de</strong>rwijs - voorheen aangeduid als voltijds<br />
mid<strong>de</strong>lbaar beroepson<strong>de</strong>rwijs en leerl<strong>in</strong>gwezen, nu als beroepsoplei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> leerweg (BOL)<br />
en beroepsbegelei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> leerweg (BBL) - en <strong>de</strong> volwasseneneducatie (nu educatie) von<strong>de</strong>n<br />
<strong>de</strong> afgelopen vijftien jaar diverse schaalvergrot<strong>in</strong>gsoperaties plaats. In <strong>de</strong> jaren negentig<br />
wer<strong>de</strong>n op <strong>in</strong>stigatie van <strong>de</strong> overheid grootschalige regionale opleid<strong>in</strong>gscentra (ROC’s)<br />
gevormd. Circa 330 scholen en <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen voor secundair beroepson<strong>de</strong>rwijs en volwasseneneducatie<br />
wer<strong>de</strong>n samengevoegd tot 46 ROC’s. Anno 2000 zijn er nog 43 ROC’s.<br />
Deze <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen verzorgen jaarlijks on<strong>de</strong>rwijs en educatie voor gemid<strong>de</strong>ld ruim 12.000<br />
scholieren en cursisten (m<strong>in</strong>isterie van OCenW, 2000). Het is uitdrukkelijk <strong>de</strong> bedoel<strong>in</strong>g<br />
dat ROC’s een belangrijke on<strong>de</strong>rwijs- en schol<strong>in</strong>gsfunctie <strong>in</strong> <strong>de</strong> regio vervullen. Dit geldt<br />
zowel voor jongeren die een beroepsopleid<strong>in</strong>g op secundair niveau willen volgen als voor<br />
volwassenen die op <strong>in</strong>itiatief van hun werkgever of uitker<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>stantie schol<strong>in</strong>g volgen of<br />
die door <strong>de</strong> gemeente wor<strong>de</strong>n uitgenodigd om een <strong>in</strong>burger<strong>in</strong>gscursus (voor nieuwkomers),<br />
een cursus Ne<strong>de</strong>rlands als twee<strong>de</strong> taal of een alfabetiser<strong>in</strong>gscursus te volgen.<br />
Daarnaast verzorgen ROC’s ten behoeve van volwassenen ook <strong>de</strong>eltijdon<strong>de</strong>rwijs voor<br />
MAVO, HAVO of VWO (VAVO). De <strong>de</strong>elnemersgroepen van een ROC zijn dus zeer divers,<br />
zowel qua leeftijd als qua capaciteiten en opleid<strong>in</strong>gsmotivatie.<br />
ROC’s hebben niet alleen te maken met uiteenlopen<strong>de</strong> <strong>de</strong>elnemersgroepen en eisen van<br />
het vervolgon<strong>de</strong>rwijs (HBO), maar ook met wensen van afnemers (werkgevers uit <strong>de</strong><br />
particuliere en publieke sector) en <strong>in</strong>kopers (bedrijven, <strong>in</strong>stanties, gemeenten, uitker<strong>in</strong>gsorganisaties).<br />
De afnemers- en <strong>in</strong>kopers<strong>markt</strong> voor ROC’s is al net zo gevarieerd als <strong>de</strong><br />
<strong>de</strong>elnemers<strong>markt</strong>. Het netwerk van een gemid<strong>de</strong>ld ROC bestaat uit 7 gemeenten of<br />
gemeentelijke samenwerk<strong>in</strong>gsverban<strong>de</strong>n, 14 lan<strong>de</strong>lijke organen (naar branche of bedrijfstak<br />
georganiseerd) en ongeveer 2.000 à 3.000 leerbedrijven (m<strong>in</strong>isterie van OCenW,<br />
2000). Daarnaast zijn er dan nog <strong>de</strong> <strong>in</strong>kooprelaties met <strong>in</strong>dividuele bedrijven, gemeenten<br />
en (uitker<strong>in</strong>gs)<strong>in</strong>stanties.<br />
ROC’s zijn dus al lang niet meer alleen taakorganisaties die <strong>in</strong> opdracht van <strong>de</strong> overheid<br />
<strong>in</strong>itieel on<strong>de</strong>rwijs verzorgen en daarvoor een rijksbijdrage ontvangen. Het zijn ook <strong>markt</strong>organisaties<br />
die tegen een kosten<strong>de</strong>kkend tarief opleid<strong>in</strong>gen en cursussen aanbie<strong>de</strong>n ten<br />
behoeve van <strong>de</strong>r<strong>de</strong>n.<br />
De bevoegdhe<strong>de</strong>n van ROC’s zijn <strong>de</strong> afgelopen jaren steeds ver<strong>de</strong>r verruimd. De bekostig<strong>in</strong>g<br />
van overheidswege geschiedt op lump-sum basis, waarbij voor wat betreft <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>itiële on<strong>de</strong>rwijstaak zowel <strong>de</strong> omvang van <strong>de</strong> <strong>in</strong>stroom aan scholieren als het aantal<br />
uitgereikte diploma’s een rol spelen. Aparte geldstromen, bijvoorbeeld voor vernieuw<strong>in</strong>gsactiviteiten<br />
<strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs, wor<strong>de</strong>n gelei<strong>de</strong>lijk aan eveneens <strong>in</strong> <strong>de</strong> lump sum<br />
opgenomen. De <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen zijn al verantwoor<strong>de</strong>lijk voor hun huisvest<strong>in</strong>g en ook <strong>de</strong><br />
arbeidsvoorwaar<strong>de</strong>n zullen <strong>in</strong> <strong>de</strong> toekomst groten<strong>de</strong>els <strong>de</strong>centraal, op het niveau van <strong>de</strong><br />
sector, wor<strong>de</strong>n vastgesteld.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
ROC’s hebben op dit moment we<strong>in</strong>ig mogelijkhe<strong>de</strong>n om nieuwe opleid<strong>in</strong>gen te starten.<br />
Nieuwe opleid<strong>in</strong>gen wor<strong>de</strong>n getoetst op hun macro-doelmatigheid, waarbij <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g<br />
van <strong>de</strong> vraag op <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong> een belangrijk element is. Die toets zal <strong>de</strong><br />
komen<strong>de</strong> jaren wor<strong>de</strong>n afgeschaft en vervangen door een systematiek van regionale<br />
verantwoord<strong>in</strong>g. Daardoor zullen <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen ook op dit punt meer beleidsvrijheid<br />
krijgen.<br />
De voorwaar<strong>de</strong>n voor <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g zijn <strong>in</strong> <strong>de</strong> BVE-sector dus dui<strong>de</strong>lijk verruimd. De<br />
toegenomen vrije beleidsruimte wordt ook hier echter voor een <strong>de</strong>el weer <strong>in</strong>geperkt door<br />
uitvoer<strong>in</strong>gsvoorschriften van <strong>de</strong> overheid (bijvoorbeeld <strong>de</strong> 1000-uren norm).<br />
Het hoger on<strong>de</strong>rwijs<br />
Universiteiten en <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen voor hoger beroepson<strong>de</strong>rwijs beschikken, vergeleken met<br />
<strong>de</strong> hierboven genoem<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen, over <strong>de</strong> meeste ruimte voor eigen beleid.<br />
Universiteiten ontvangen al s<strong>in</strong>ds het beg<strong>in</strong> van <strong>de</strong> jaren tachtig een budget, waaruit zij<br />
naar eigen <strong>in</strong>zicht hun bedrijfsvoer<strong>in</strong>g kunnen bekostigen. Voor hogescholen geldt die<br />
situatie s<strong>in</strong>ds het mid<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> jaren tachtig. Instell<strong>in</strong>gen voor hoger on<strong>de</strong>rwijs hebben<br />
dus al langer ervar<strong>in</strong>g met autonomie en het voeren van een eigen beleid. S<strong>in</strong>ds ze hun<br />
autonomie verkregen, is <strong>de</strong> omvang van <strong>de</strong> budgetten die <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen voor hoger on<strong>de</strong>rwijs<br />
van overheidswege ontvangen echter sterk afgenomen, <strong>in</strong> <strong>de</strong> z<strong>in</strong> dat ze geen gelijke<br />
tred hebben gehou<strong>de</strong>n met <strong>de</strong> sterke stijg<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> <strong>de</strong>elnemersaantallen (Leune, 1999).<br />
De f<strong>in</strong>anciële ruimte van <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen is daardoor sterk aangetast. De meeste <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
zijn <strong>de</strong> afgelopen jaren dan ook op zoek gegaan naar private geldbronnen.<br />
Marktwerk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het hoger on<strong>de</strong>rwijs werd <strong>de</strong> afgelopen jaren ook bevor<strong>de</strong>rd door een<br />
herzien<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> bestuurlijke verhoud<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> sector. In het wetenschappelijke<br />
on<strong>de</strong>rwijs opereert <strong>de</strong> overheid s<strong>in</strong>ds <strong>de</strong> <strong>in</strong>voer<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> wet Mo<strong>de</strong>rniser<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
universitaire bestuursstructuur veel meer op afstand. Onafhankelijke Ra<strong>de</strong>n van Toezicht<br />
- waar<strong>in</strong> overwegend vertegenwoordigers uit het particuliere bedrijfsleven en <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoekswereld<br />
zitten - vervullen een functie die vergelijkbaar is met een Raad van<br />
Commissarissen <strong>in</strong> het bedrijfsleven. Voor het HBO wordt een vergelijkbare constructie<br />
voorzien (commissie Glasz, 2000).<br />
Karstanje (1998) karakteriseert <strong>de</strong> <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het Ne<strong>de</strong>rlandse on<strong>de</strong>rwijs als selectieve<br />
<strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g, waarbij <strong>de</strong> overheid aan <strong>de</strong> ene kant nog steeds veel regelt en aan <strong>de</strong><br />
an<strong>de</strong>re kant tegelijkertijd ook bevoegdhe<strong>de</strong>n afstoot naar <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen. Scholen moeten<br />
zich enerzijds opstellen als <strong>markt</strong>gerichte organisaties, maar zich an<strong>de</strong>rzijds publiekelijk<br />
verantwoor<strong>de</strong>n ten aanzien van resultaten die door <strong>de</strong> overheid wor<strong>de</strong>n voorgeschreven.<br />
3.2 MEER RUIMTE VOOR MARKTWERKING IN HET ONDERWIJS?<br />
Heeft <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g nu geleid tot meer mogelijkhe<strong>de</strong>n voor <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs<br />
of moet <strong>de</strong> groeien<strong>de</strong> <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs wellicht veel meer op het conto van<br />
an<strong>de</strong>re maatschappelijke en bestuurlijke ontwikkel<strong>in</strong>gen wor<strong>de</strong>n geschreven? In <strong>de</strong>ze<br />
paragraaf zal wor<strong>de</strong>n nagegaan <strong>in</strong> hoeverre <strong>de</strong> <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g verantwoor<strong>de</strong>lijk was voor<br />
<strong>de</strong> <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g. In <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> paragraaf zullen an<strong>de</strong>re stimuleren<strong>de</strong> en belemmeren<strong>de</strong><br />
factoren <strong>de</strong> revue passeren. De on<strong>de</strong>rstaan<strong>de</strong> beschouw<strong>in</strong>g is niet geor<strong>de</strong>nd naar on<strong>de</strong>rwijssector,<br />
maar naar <strong>de</strong> mogelijke <strong>in</strong>vull<strong>in</strong>gen van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
253
254<br />
Concurrentie en keuzemogelijkhe<strong>de</strong>n voor <strong>de</strong>elnemers<br />
Als gevolg van <strong>de</strong> schaalvergrot<strong>in</strong>g nam het aantal basisscholen s<strong>in</strong>ds 1990 met 14% af.<br />
Gezien het relatief beperkte karakter van <strong>de</strong> fusie-operatie <strong>in</strong> het basison<strong>de</strong>rwijs is er<br />
zeker <strong>in</strong> grotere gemeenten nog steeds sprake van een aanbod van meer<strong>de</strong>re scholen en<br />
van concurrentie tussen scholen. In dat opzicht is er <strong>de</strong> afgelopen jaren we<strong>in</strong>ig veran<strong>de</strong>rd.<br />
De vrijheid van schoolkeuze is door <strong>de</strong> schaalvergrot<strong>in</strong>gsoperatie niet wezenlijk<br />
aangetast (Laemers, 1999).<br />
De concurrentie tussen basisscholen nam <strong>de</strong> afgelopen jaren zelfs toe, niet zozeer als<br />
gevolg van <strong>de</strong> <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g - die voor basisscholen, zoals gezegd, nog we<strong>in</strong>ig vrije<br />
beleidsruimte heeft opgeleverd - maar meer door het feit dat <strong>de</strong> verschillen tussen<br />
scholen niet alleen groter maar ook zichtbaar<strong>de</strong>r wer<strong>de</strong>n. Scholen verschillen op tal van<br />
punten, bijvoorbeeld <strong>in</strong> hun pedagogisch-didactische aanpak, <strong>in</strong> hun f<strong>in</strong>anciële mogelijkhe<strong>de</strong>n<br />
of <strong>in</strong> <strong>de</strong> samenstell<strong>in</strong>g van hun leerl<strong>in</strong>genpopulatie. Ou<strong>de</strong>rs wer<strong>de</strong>n mondiger en<br />
hebben ook steeds meer <strong>in</strong>strumenten tot hun beschikk<strong>in</strong>g om zich ten opzichte van <strong>de</strong><br />
school te laten gel<strong>de</strong>n (vergelijken<strong>de</strong> <strong>in</strong>formatie over <strong>de</strong> prestaties van scholen, schoolgids,<br />
me<strong>de</strong>zeggenschap, klachtrecht). Bij <strong>de</strong> keuze van een basisschool lijken ou<strong>de</strong>rs zich<br />
vooralsnog echter m<strong>in</strong><strong>de</strong>r te laten lei<strong>de</strong>n door <strong>de</strong> feitelijke on<strong>de</strong>rwijskwaliteit, maar meer<br />
door <strong>de</strong> beeldvorm<strong>in</strong>g ten aanzien van <strong>de</strong> sfeer en veiligheid op school. Bij <strong>de</strong> schoolkeuze<br />
wordt m<strong>in</strong><strong>de</strong>r dan voorheen reken<strong>in</strong>g gehou<strong>de</strong>n met levensbeschouwelijke<br />
scheidslijnen; sociale en culturele verschillen zijn veel meer bepalend voor <strong>de</strong> keuze (SCP,<br />
2000).<br />
Het aantal scholen voor voortgezet on<strong>de</strong>rwijs nam s<strong>in</strong>ds 1990 veel sterker af; namelijk<br />
met 62%. Bovendien verdween een belangrijk <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> variatie <strong>in</strong> het scholenaanbod;<br />
kle<strong>in</strong>e categorale scholen wer<strong>de</strong>n samengevoegd tot grote bre<strong>de</strong> scholengemeenschappen.<br />
In 1999 was ruim 40% van <strong>de</strong> scholen een bre<strong>de</strong> scholengemeenschap. Voor ou<strong>de</strong>rs<br />
en leerl<strong>in</strong>gen zijn er tegenwoordig dan ook veel m<strong>in</strong><strong>de</strong>r mogelijkhe<strong>de</strong>n om voor een<br />
kle<strong>in</strong>e categorale school of smalle scholengemeenschap te kiezen. Daar waar die keuzemogelijkheid<br />
zich wel voordoet - <strong>in</strong> <strong>de</strong> grotere ste<strong>de</strong>n en <strong>in</strong> <strong>de</strong> randstad - geven ou<strong>de</strong>rs<br />
van potentiële HAVO/VWO-leerl<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> toenemen<strong>de</strong> mate <strong>de</strong> voorkeur aan kle<strong>in</strong>ere, meer<br />
homogene HAVO/VWO-scholen of aan categorale gymnasia. Bre<strong>de</strong> scholengemeenschappen<br />
hebben <strong>in</strong> die gebie<strong>de</strong>n grote problemen om hun HAVO/VWO-af<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g voldoen<strong>de</strong><br />
gevuld te hou<strong>de</strong>n. Buiten <strong>de</strong> randstad zijn <strong>de</strong> meeste leerl<strong>in</strong>gen aangewezen op een<br />
bre<strong>de</strong> scholengemeenschap. De verschillen<strong>de</strong> schooltypen zijn er meestal wel <strong>in</strong> verschillen<strong>de</strong><br />
vestig<strong>in</strong>gen on<strong>de</strong>rgebracht. Net als <strong>in</strong> het basison<strong>de</strong>rwijs nam ook <strong>in</strong> het voortgezet<br />
on<strong>de</strong>rwijs <strong>de</strong> concurrentie toe, met name <strong>in</strong> <strong>de</strong> grotere ste<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> randstad waar<br />
nog sprake is van een gevarieerd aanbod aan scholen. Over <strong>de</strong> hele l<strong>in</strong>ie namen als<br />
gevolg van <strong>de</strong> schaalvergrot<strong>in</strong>gsoperatie <strong>de</strong> keuzemogelijkhe<strong>de</strong>n voor ou<strong>de</strong>rs en leerl<strong>in</strong>gen<br />
echter af.<br />
In <strong>de</strong> BVE-sector is het aantal <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen s<strong>in</strong>ds 1993 zo sterk teruggelopen (met 81%)<br />
dat er <strong>in</strong> diverse regio’s feitelijk nog maar één <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g over is. Voor aspirant-leerl<strong>in</strong>gen<br />
is er <strong>in</strong> dat geval geen keuzemogelijkheid. Door <strong>de</strong> doorgeschoten schaalvergrot<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
BVE-sector ontstaat het gevaar dat <strong>de</strong> beoog<strong>de</strong> voor<strong>de</strong>len van <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g en <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g<br />
- meer <strong>markt</strong>oriëntatie en kwaliteitsverhog<strong>in</strong>g als gevolg van concurrentie - zich <strong>in</strong><br />
een aantal regio’s niet voordoen. Monopolieposities zou<strong>de</strong>n omwille van <strong>de</strong> keuzevrijheid<br />
en kwaliteit moeten wor<strong>de</strong>n tegengegaan.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Van concurrentie tussen bekostig<strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen voor hoger on<strong>de</strong>rwijs was al sprake<br />
voordat <strong>de</strong> <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze sector een hoge vlucht nam. Het aantal hogescholen<br />
nam tussen 1991 en 1999 nog af van 73 naar 56 (23%). Het aantal universiteiten is al<br />
jaren constant. De concurrentie <strong>in</strong> het hoger on<strong>de</strong>rwijs wordt <strong>in</strong> belangrijke mate gestimuleerd<br />
door <strong>de</strong> bekostig<strong>in</strong>gssystematiek. Voor zowel het HBO als het WO geldt een<br />
vorm van budgetf<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g. Jaarlijks zijn er vaste overheidsbudgetten beschikbaar die<br />
over <strong>de</strong> universiteiten en hogescholen wor<strong>de</strong>n ver<strong>de</strong>eld. In <strong>de</strong> ver<strong>de</strong>elsleutel speelt <strong>de</strong><br />
omvang van <strong>de</strong> <strong>in</strong>stroom van stu<strong>de</strong>nten <strong>in</strong> een <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g een belangrijke rol. Hoe meer<br />
stu<strong>de</strong>nten, hoe groter het budgetaan<strong>de</strong>el dat aan <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g wordt toegewezen. Het is<br />
dus zaak voor <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen om zoveel mogelijk stu<strong>de</strong>nten te trekken. Met het oog daarop<br />
wor<strong>de</strong>n er jaarlijks omvangrijke advertentie- en voorlicht<strong>in</strong>gscampagnes opgezet.<br />
S<strong>in</strong>ds een aantal jaren wor<strong>de</strong>n universiteiten en hogescholen niet alleen bekostigd op<br />
basis van hun <strong>in</strong>put, dat wil zeggen het aantal nieuwe stu<strong>de</strong>nten, maar tellen ook <strong>de</strong><br />
resultaten (<strong>de</strong> output ofwel het aantal afgegeven diploma’s) mee. Voor <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen is het<br />
dus lonend om zoveel mogelijk stu<strong>de</strong>nten aan te trekken en <strong>de</strong>ze vervolgens <strong>in</strong> zo kort<br />
mogelijke tijd aan een diploma te helpen. Voor stu<strong>de</strong>nten die zon<strong>de</strong>r diploma stoppen of<br />
naar een an<strong>de</strong>re <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g overstappen ontvangt <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g veel m<strong>in</strong><strong>de</strong>r rijksbijdrage.<br />
Een aantal universiteiten heeft <strong>de</strong> afgelopen jaren <strong>de</strong> selectie versterkt, <strong>in</strong> die z<strong>in</strong> dat<br />
stu<strong>de</strong>nten na het eerste jaar een b<strong>in</strong><strong>de</strong>nd studie-advies krijgen; an<strong>de</strong>re universiteiten<br />
proberen hun stu<strong>de</strong>nten, <strong>in</strong> samenwerk<strong>in</strong>g met <strong>de</strong> hogescholen, zo snel mogelijk naar<br />
een passen<strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g te verwijzen.<br />
Concurrentie <strong>in</strong> het hoger on<strong>de</strong>rwijs v<strong>in</strong>dt, als gevolg van <strong>de</strong>ze bekostig<strong>in</strong>gssystematiek,<br />
overwegend plaats op basis van kwantiteit. De kwaliteit van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gen kan door het<br />
steeds grotere gewicht van <strong>de</strong> outputfactor <strong>in</strong> <strong>de</strong> bekostig<strong>in</strong>g zelfs on<strong>de</strong>r druk komen te<br />
staan. In het hoger on<strong>de</strong>rwijs gel<strong>de</strong>n namelijk, an<strong>de</strong>rs dan <strong>in</strong> het voortgezet on<strong>de</strong>rwijs,<br />
geen lan<strong>de</strong>lijke kwaliteitsnormen, maar geven <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen zelf hun diploma’s uit. De<br />
diploma’s zijn niet <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gsgebon<strong>de</strong>n, maar hebben een lan<strong>de</strong>lijk civiel effect. Er is geen<br />
on<strong>de</strong>rscheid tussen een ‘drs’ <strong>in</strong> <strong>de</strong> economie uit Gron<strong>in</strong>gen en één uit Rotterdam. Het<br />
niveau wordt geacht m<strong>in</strong> of meer hetzelf<strong>de</strong> te zijn. Ondui<strong>de</strong>lijk is of <strong>de</strong> mogelijk<br />
negatieve effecten van outputf<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g voldoen<strong>de</strong> wor<strong>de</strong>n tegengegaan door <strong>de</strong><br />
huidige systemen van kwaliteitszorg en kwaliteitsborg<strong>in</strong>g <strong>in</strong> HBO en WO. In <strong>de</strong> voor <strong>de</strong><br />
toekomst voorziene twee-cycli structuur - ook wel aangeduid als het bachelor-master<br />
mo<strong>de</strong>l - zullen bachelor- en masterdiploma’s wel <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gsgebon<strong>de</strong>n zijn. De kwaliteit en<br />
reputatie van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g c.q. <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g waar men heeft gestu<strong>de</strong>erd zal daardoor <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
toekomst belangrijker wor<strong>de</strong>n. Instell<strong>in</strong>gen zullen zich waarschijnlijk sterker gaan profileren.<br />
Marktoriëntatie, private <strong>in</strong>komsten en contractactiviteiten<br />
Scholen en <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen oriënteren zich, meer dan vroeger, op hun <strong>markt</strong> of hun<br />
omgev<strong>in</strong>g. Uit een vergelijkend on<strong>de</strong>rzoek on<strong>de</strong>r 17 scholen uit het basison<strong>de</strong>rwijs,<br />
algemeen voortgezet on<strong>de</strong>rwijs en mid<strong>de</strong>lbaar beroepson<strong>de</strong>rwijs komt naar voren dat<br />
scholen al <strong>in</strong> <strong>de</strong> perio<strong>de</strong> voorafgaand aan <strong>de</strong> MDW-operatie van <strong>de</strong> overheid, dat wil<br />
zeggen tussen 1987 en 1994, meer aandacht zijn gaan schenken aan zaken als promotie<br />
(bijvoorbeeld reclame), externe contacten (met ou<strong>de</strong>rs of toeleveren<strong>de</strong> scholen), het<br />
systematisch verzamelen van gegevens en het aanpassen van hun on<strong>de</strong>rwijs (Van<br />
Amelsvoort & Witziers, 1995). S<strong>in</strong>dsdien heeft die trend zich versterkt voortgezet. De<br />
toenemen<strong>de</strong> responsiviteit en omgev<strong>in</strong>gsgerichtheid van scholen is voor een belangrijk<br />
<strong>de</strong>el noodgedwongen. Scholen wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong> laatste jaren steeds vaker geconfronteerd met<br />
maatschappelijke en persoonlijke problemen bij gez<strong>in</strong>nen en k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren. Bij ernstige zorg-<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
255
256<br />
en hulpverlen<strong>in</strong>gsvragen, bij vragen naar k<strong>in</strong><strong>de</strong>ropvang na schooltijd of bij justitiële<br />
problemen zijn scholen wel gedwongen een beroep te doen op an<strong>de</strong>re <strong>in</strong>stanties.<br />
De <strong>markt</strong>- en omgev<strong>in</strong>gsoriëntatie van scholen en <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen wordt daarnaast ook van<br />
overheidswege gestimuleerd; meestal <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van nieuwe regelgev<strong>in</strong>g. Zo zijn er<br />
recentelijk enkele belangrijke veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen aangebracht <strong>in</strong> <strong>de</strong> bestuurlijke verhoud<strong>in</strong>gen.<br />
In het basison<strong>de</strong>rwijs en voortgezet on<strong>de</strong>rwijs werd <strong>de</strong> gemeente belangrijker als<br />
bestuurlijke actor. Nieuwe ontwikkel<strong>in</strong>gen, zoals bre<strong>de</strong> scholen of vensterscholen waarbij<br />
scholen samenwerken met of on<strong>de</strong>rsteund wor<strong>de</strong>n door an<strong>de</strong>re <strong>in</strong>stanties, wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong> veel<br />
gevallen on<strong>de</strong>r regie van <strong>de</strong> lokale overheid <strong>in</strong> gang gezet. In het beroepson<strong>de</strong>rwijs kreeg<br />
het bedrijfsleven een prom<strong>in</strong>entere rol, niet alleen bij het vaststellen van <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd van<br />
beroepskwalificaties maar ook via duale opleid<strong>in</strong>gsvormen, waarbij leren en werken<br />
wor<strong>de</strong>n gecomb<strong>in</strong>eerd of afgewisseld, of door het <strong>in</strong>huren van docenten uit het bedrijfsleven.<br />
Ook op bestuurlijk niveau nam <strong>de</strong> <strong>in</strong>vloed van <strong>de</strong> <strong>markt</strong> toe. Le<strong>de</strong>n van Ra<strong>de</strong>n van<br />
Toezicht bij universiteiten zijn <strong>in</strong> veel gevallen afkomstig uit het bedrijfsleven of uit het<br />
afnemen<strong>de</strong> beroepenveld.<br />
Als gevolg van <strong>de</strong> langdurige perio<strong>de</strong> van bezu<strong>in</strong>ig<strong>in</strong>gen en kostenbeheers<strong>in</strong>g zijn er <strong>in</strong><br />
<strong>de</strong> huisvest<strong>in</strong>g, <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rhoud, <strong>in</strong> <strong>de</strong> materiële voorzien<strong>in</strong>gen (waaron<strong>de</strong>r leermid<strong>de</strong>len)<br />
en <strong>in</strong> <strong>de</strong> personele sfeer grote achterstan<strong>de</strong>n en tekorten ontstaan. Steeds meer<br />
scholen voor basison<strong>de</strong>rwijs en voortgezet on<strong>de</strong>rwijs proberen daarom aanvullen<strong>de</strong><br />
private mid<strong>de</strong>len - vrijwillige eigen bijdragen - te verwerven. Een <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> scholen<br />
ontvangt daarnaast extra mid<strong>de</strong>len <strong>in</strong> het ka<strong>de</strong>r van sponsor<strong>in</strong>g of <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van<br />
donaties of schenk<strong>in</strong>gen. Het gaat daarbij echter meestal om beperkte bedragen<br />
(Beerends e.a., 1999a). De materiële en personele tekorten kunnen er niet door wor<strong>de</strong>n<br />
weggewerkt. Scholen beschikken <strong>in</strong> <strong>de</strong> regel al over onvoldoen<strong>de</strong> mid<strong>de</strong>len om <strong>de</strong> van<br />
overheidswege opgeleg<strong>de</strong> vernieuw<strong>in</strong>gen (on<strong>de</strong>rwijs op maat, basisvorm<strong>in</strong>g, studiehuis)<br />
door te voeren. Innovatieve activiteiten om beter op <strong>de</strong> wensen van <strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g te<br />
kunnen <strong>in</strong>spelen zijn <strong>in</strong> een <strong>de</strong>rgelijke situatie al helemaal uitgesloten. Marktgerichte<br />
activiteiten, zoals extra voorzien<strong>in</strong>gen voor leerl<strong>in</strong>gen met specifieke behoeften of<br />
naschoolse programma’s, kunnen uitsluitend wor<strong>de</strong>n gerealiseerd <strong>in</strong>dien <strong>de</strong>ze uit extra<br />
subsidies of private bijdragen wor<strong>de</strong>n bekostigd.<br />
Ook <strong>in</strong> het beroepson<strong>de</strong>rwijs en hoger on<strong>de</strong>rwijs wor<strong>de</strong>n er ter aanvull<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> achterblijven<strong>de</strong><br />
overheidsbudgetten steeds meer private <strong>in</strong>komsten gegenereerd. De toenemen<strong>de</strong><br />
<strong>markt</strong>oriëntatie van <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen valt het dui<strong>de</strong>lijkst te illustreren aan <strong>de</strong> hand van<br />
<strong>de</strong> stijgen<strong>de</strong> <strong>in</strong>komsten uit contractactiviteiten.<br />
In 1998 haal<strong>de</strong>n <strong>de</strong> ROC's gezamenlijk ruim 4,4% van hun <strong>in</strong>komsten (dat wil zeggen 197<br />
miljoen gul<strong>de</strong>n) uit private activiteiten ten behoeve van <strong>de</strong>r<strong>de</strong>n. Vergeleken met het jaar<br />
daarvoor was er sprake van een stijg<strong>in</strong>g met 13%.<br />
In het HBO wisten <strong>de</strong> hogescholen gezamenlijk 236 miljoen te verdienen (6,4% van hun<br />
omzet); een stijg<strong>in</strong>g van 17% ten opzichte van 1997. Universiteiten verwerven <strong>de</strong> meeste<br />
private <strong>in</strong>komsten. In 1998 wisten ze <strong>in</strong> totaal een bedrag van 1.734 miljoen gul<strong>de</strong>n te<br />
genereren (23,4% van hun totale omzet); een stijg<strong>in</strong>g van 5% ten opzichte van het jaar<br />
daarvoor (m<strong>in</strong>isterie van OCenW, 2000b).<br />
Bij contractactiviteiten van universiteiten moet gedacht wor<strong>de</strong>n aan contracton<strong>de</strong>rwijs,<br />
bijvoorbeeld (master)opleid<strong>in</strong>gen ten behoeve van werken<strong>de</strong>n of bijschol<strong>in</strong>gscursussen<br />
voor beroepsbeoefenaren uit <strong>de</strong> medische en juridische beroepsgroep, aan contracton<strong>de</strong>rzoek,<br />
aan hoger on<strong>de</strong>rwijs voor ou<strong>de</strong>ren of aan adviesactiviteiten en <strong>de</strong>rgelijke.<br />
Universiteiten met overwegend op <strong>de</strong> <strong>markt</strong> gerichte opleid<strong>in</strong>gen (bijvoorbeeld economie,<br />
bestuurskun<strong>de</strong>, techniek) hebben <strong>in</strong> het algemeen meer mogelijkhe<strong>de</strong>n om <strong>in</strong>komsten uit<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
contractactiviteiten te verwerven dan <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen die naar verhoud<strong>in</strong>g veel geestes- of<br />
maatschappijwetenschappen <strong>in</strong> huis hebben. HBO-<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen weten tot dusver m<strong>in</strong><strong>de</strong>r<br />
private mid<strong>de</strong>len te genereren; zij blijken <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk zelfs geregeld op <strong>de</strong> contractactiviteiten<br />
te moeten toeleggen. Hogescholen missen <strong>de</strong> mogelijkheid van contracton<strong>de</strong>rzoek,<br />
terwijl contracton<strong>de</strong>rzoek bij universiteiten voor circa 60% van <strong>de</strong> <strong>in</strong>komsten zorgt.<br />
De toename van het aantal <strong>markt</strong>activiteiten van universiteiten en hogescholen bleef niet<br />
onopgemerkt. De afgelopen jaren is er over <strong>de</strong> concurrentieverhoud<strong>in</strong>g tussen<br />
bekostig<strong>de</strong> en particuliere <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen een <strong>in</strong>tensieve discussie gevoerd. Vanuit <strong>de</strong> particuliere<br />
sector werd gewezen op oneerlijke concurrentie van <strong>de</strong> kant van <strong>de</strong> gesubsidieer<strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen. Deze zou<strong>de</strong>n niet hun volledige kosten aan <strong>de</strong> klant doorberekenen.<br />
Ook zou<strong>de</strong>n zijn zich begeven op terre<strong>in</strong>en die soms wel erg ver verwij<strong>de</strong>rd liggen van<br />
hun primaire taak (bijvoorbeeld een uitgeverij). Over <strong>de</strong>ze problematiek hebben zich<br />
<strong>in</strong>mid<strong>de</strong>ls een werkgroep (<strong>de</strong> werkgroep Markt en overheid, ook wel genoemd naar <strong>de</strong><br />
voorzitter Cohen) en <strong>de</strong> Sociaal-Economische Raad gebogen. De conclusie luidt tot dusver<br />
dat publieke kennis<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen activiteiten ten behoeve van <strong>de</strong> <strong>markt</strong> mogen verrichten.<br />
Zij moeten zich daarbij wel aan een aantal gedragsregels hou<strong>de</strong>n, bijvoorbeeld hun<br />
kosten volledig doorberekenen.<br />
Bedrijfsmatig opereren en verzakelijk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> verhoud<strong>in</strong>gen<br />
Om efficiënter te kunnen werken beste<strong>de</strong>n veel scholen en <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen taken uit aan <strong>de</strong><br />
<strong>markt</strong>. Dat kunnen beheerstechnische en adm<strong>in</strong>istratieve taken zijn (f<strong>in</strong>anciën, personeel),<br />
maar ook on<strong>de</strong>rsteunen<strong>de</strong> taken (beveilig<strong>in</strong>g, toezicht) of on<strong>de</strong>rwijskundige taken<br />
(schoolplanontwikkel<strong>in</strong>g, lestaken). Veel basisscholen laten bijvoorbeeld hun adm<strong>in</strong>istratie<br />
en beheer uitvoeren door particuliere on<strong>de</strong>rwijsbureau’s. Ook voor voorlicht<strong>in</strong>g en<br />
market<strong>in</strong>g wor<strong>de</strong>n vaak commerciële bureaus <strong>in</strong>geschakeld. Scholen hebben hiervoor zelf<br />
meestal onvoldoen<strong>de</strong> <strong>de</strong>skundigheid <strong>in</strong> huis. Taken wor<strong>de</strong>n ook wel uitbesteed om <strong>de</strong><br />
eigen vaste staf beperkt te hou<strong>de</strong>n; dat biedt m<strong>in</strong><strong>de</strong>r risico op bureaucratie en meer<br />
mogelijkhe<strong>de</strong>n voor flexibiliteit. In sommige on<strong>de</strong>rwijssectoren zijn <strong>in</strong>mid<strong>de</strong>ls uitzendleerkrachten<br />
werkzaam. Soms wor<strong>de</strong>n taken noodgedwongen uitbesteed. Als gevolg van<br />
het lerarentekort moeten speciale leerkrachten soms normale lessen overnemen. Voor<br />
specialistische hulp (bijvoorbeeld remedial teach<strong>in</strong>g) moet dan een beroep wor<strong>de</strong>n<br />
gedaan op <strong>de</strong> externe particuliere <strong>markt</strong>.<br />
Grote schoolbesturen en bestuurscolleges van grote <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen opereren anno 2000 veel<br />
bedrijfsmatiger dan vroeger. De verhoud<strong>in</strong>gen b<strong>in</strong>nen <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen zijn een stuk zakelijker<br />
gewor<strong>de</strong>n. In <strong>de</strong> dagelijkse on<strong>de</strong>rwijspraktijk leidt dat nog wel eens tot bots<strong>in</strong>gen. De<br />
meer <strong>markt</strong>gerichte managementcultuur op het bestuursniveau staat nogal eens op<br />
gespannen voet met <strong>de</strong> traditionele on<strong>de</strong>rwijscultuur op het uitvoeren<strong>de</strong> niveau.<br />
Botsen<strong>de</strong> waar<strong>de</strong>patronen van <strong>markt</strong> en overheid veroorzaken b<strong>in</strong>nen scholen en <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
soms heftige conflicten.<br />
De toenemen<strong>de</strong> <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs is, al met al, niet zozeer een gevolg van<br />
<strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g; ze hangt er wel <strong>in</strong>direct, dat wil zeggen via <strong>de</strong> schaalvergrot<strong>in</strong>g, mee<br />
samen. De huidige trend naar meer <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g lijkt vooral te wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong>gegeven door<br />
uiteenlopen<strong>de</strong> maatschappelijke ontwikkel<strong>in</strong>gen (<strong>in</strong>dividuele en maatschappelijke problemen<br />
bij gez<strong>in</strong>nen en k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren, toenemen<strong>de</strong> mondigheid en koopkracht, resulterend <strong>in</strong><br />
hogere eisen bij ou<strong>de</strong>rs) en door <strong>de</strong> noodzaak voor scholen en <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen om private<br />
<strong>in</strong>komsten te verwerven en doelmatiger met hun mid<strong>de</strong>len om te gaan.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
257
258<br />
4 Belemmer<strong>in</strong>gen en stimulansen voor <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g<br />
Meer ruimte voor eigen beleid is dan misschien wel een noodzakelijke, maar zeker geen<br />
voldoen<strong>de</strong> voorwaar<strong>de</strong> voor <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g. In <strong>de</strong> praktijk zijn er tal van belemmeren<strong>de</strong><br />
en stimuleren<strong>de</strong> factoren. Die factoren hebben vaak m<strong>in</strong><strong>de</strong>r te maken met <strong>de</strong> hoeveelheid<br />
en aard van <strong>de</strong> regelgev<strong>in</strong>g, maar meer met <strong>de</strong> omstandighe<strong>de</strong>n waaron<strong>de</strong>r scholen en<br />
<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen moeten werken en met het gedrag van <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> partijen op <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong>.<br />
4.1 ONTWIKKELINGEN IN DE OMVANG VAN DE VRAAG NAAR ONDERWIJS<br />
De vraagontwikkel<strong>in</strong>g vormt een belangrijk gegeven voor on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen. In een<br />
situatie van teruglopen<strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>genaantallen en stu<strong>de</strong>ntenaantallen - als gevolg van<br />
<strong>de</strong>mografische terugloop en/of een afnemen<strong>de</strong> belangstell<strong>in</strong>g voor het volgen van on<strong>de</strong>rwijs<br />
- zullen on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen zich <strong>in</strong> <strong>de</strong> regel meer <strong>in</strong>spann<strong>in</strong>gen getroosten om<br />
<strong>de</strong>elnemers b<strong>in</strong>nen te halen dan <strong>in</strong> een situatie waar<strong>in</strong> het aantal <strong>de</strong>elnemers als gevolg<br />
van externe factoren toch wel toeneemt. In het laatste geval zijn <strong>de</strong> cont<strong>in</strong>uïteit van <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g en <strong>de</strong> werkgelegenheid van het personeel gewaarborgd. In <strong>de</strong> huidige situatie<br />
van personeeltekorten en overvolle gebouwen zullen scholen zich wellicht zelfs eer<strong>de</strong>r<br />
terughou<strong>de</strong>nd dan wervend opstellen.<br />
Niet alleen <strong>de</strong> vraagontwikkel<strong>in</strong>g is van belang, ook <strong>de</strong> concurrentiepositie van <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g<br />
speelt een rol. Instell<strong>in</strong>gen met een goe<strong>de</strong> reputatie hoeven zich m<strong>in</strong><strong>de</strong>r te profileren<br />
dan <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen die <strong>in</strong> <strong>de</strong> beeldvorm<strong>in</strong>g van <strong>de</strong>elnemers een m<strong>in</strong><strong>de</strong>r uitgesproken positie<br />
<strong>in</strong>nemen.<br />
Hoewel <strong>in</strong> het algemeen geldt dat concurrentie bevor<strong>de</strong>rend werkt voor <strong>de</strong> <strong>markt</strong>oriëntatie,<br />
gaat die stell<strong>in</strong>g vooral op bij een krimpen<strong>de</strong> <strong>markt</strong>. Bij een groeien<strong>de</strong> belangstell<strong>in</strong>g<br />
behoeven <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen zich m<strong>in</strong><strong>de</strong>r <strong>in</strong> te spannen. In dat geval zullen ze mogelijk selectiever<br />
te werk gaan en proberen <strong>de</strong> meest <strong>in</strong>teressante of kansrijke <strong>de</strong>elnemers aan zich te<br />
b<strong>in</strong><strong>de</strong>n.<br />
4.2 DE OPSTELLING VAN DE VERSCHILLENDE VRAGERS OP DE ONDERWIJSMARKT<br />
De opstell<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> <strong>markt</strong>partijen - <strong>de</strong>elnemers, afnemers en <strong>in</strong>kopers -<br />
is eveneens van belang.<br />
Deelnemers aan on<strong>de</strong>rwijs<br />
Het kiezen van een school, <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g of opleid<strong>in</strong>g is een moment waarop <strong>de</strong>elnemers -<br />
ou<strong>de</strong>rs, leerl<strong>in</strong>gen, stu<strong>de</strong>nten, cursisten - hun voorkeuren het dui<strong>de</strong>lijkst zichtbaar<br />
maken. Er is <strong>de</strong> afgelopen jaren veel on<strong>de</strong>rzoek gedaan, niet alleen naar <strong>de</strong> schoolkeuze(motieven)<br />
van ou<strong>de</strong>rs, maar ook naar keuze(motieven) van stu<strong>de</strong>nten.<br />
Uit dat on<strong>de</strong>rzoek komt naar voren dat ou<strong>de</strong>rs zich bij <strong>de</strong> keuze van een basisschool<br />
door verschillen<strong>de</strong> overweg<strong>in</strong>gen laten lei<strong>de</strong>n: <strong>de</strong> bereikbaarheid van <strong>de</strong> school (<strong>de</strong><br />
afstand), <strong>de</strong> levensbeschouwelijke of pedagogisch-didactische signatuur van <strong>de</strong> school en<br />
<strong>de</strong> kwaliteit van het on<strong>de</strong>rwijs op <strong>de</strong> school. In het basison<strong>de</strong>rwijs telt <strong>de</strong> bereikbaarheid<br />
zwaar. Daarnaast speelt <strong>de</strong> kwaliteit van het on<strong>de</strong>rwijs een belangrijke rol. In het verle<strong>de</strong>n<br />
hechtten veel ou<strong>de</strong>rs belang aan <strong>de</strong> levensbeschouwelijke signatuur van <strong>de</strong> school.<br />
Die overweg<strong>in</strong>g weegt nu nog slechts voor een <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs zwaar, vooral voor<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
ou<strong>de</strong>rs uit protestants-christelijke, evangelische of islamitische kr<strong>in</strong>g. Veel buitenkerkelijke<br />
of niet gelovige ou<strong>de</strong>rs zien een confessionele signatuur van <strong>de</strong> school tegenwoordig<br />
meer als kwaliteitskenmerk; ze associëren het met aandacht voor waar<strong>de</strong>n en<br />
normen, rust en or<strong>de</strong>, en meer <strong>in</strong> het algemeen met een goed pedagogisch klimaat. Hoe<br />
hoger het opleid<strong>in</strong>gsniveau, hoe meer ou<strong>de</strong>rs naar eigen zeggen letten op kwaliteit. Laag<br />
opgelei<strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs en allochtone ou<strong>de</strong>rs kiezen vaker voor <strong>de</strong> dichtstbijzijn<strong>de</strong> school<br />
(Boef-Van <strong>de</strong>r Meulen & Herweijer, 1992; Dijkstra e.a., 1997; Laemers, 1999). Onbekend<br />
is <strong>in</strong> hoeverre schoolopen<strong>in</strong>gstij<strong>de</strong>n en mogelijkhe<strong>de</strong>n voor buitenschoolse opvang <strong>de</strong><br />
schoolkeuze zijn gaan beïnvloe<strong>de</strong>n. Het is aannemelijk dat met name werken<strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs<br />
belang hechten aan dit soort schoolkenmerken.<br />
Bij <strong>de</strong> keuze van een school voor voortgezet on<strong>de</strong>rwijs leggen afstand en levensbeschouwelijke<br />
i<strong>de</strong>ntiteit m<strong>in</strong><strong>de</strong>r gewicht <strong>in</strong> <strong>de</strong> schaal. Het schooltype (VBO, MAVO, HAVO, VWO)<br />
<strong>in</strong> comb<strong>in</strong>atie met <strong>de</strong> schoolstructuur (categorale school, smalle of bre<strong>de</strong> scholengemeenschap)<br />
is dan van meer belang, net als <strong>de</strong> kwaliteit van het on<strong>de</strong>rwijs, <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gbegeleid<strong>in</strong>g<br />
en <strong>de</strong> veiligheid op en rond <strong>de</strong> school. Eer<strong>de</strong>r is al opgemerkt dat <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n<br />
om een kle<strong>in</strong>e (categorale) school te kiezen <strong>de</strong> afgelopen jaren zijn afgenomen.<br />
De laatste tijd komen er steeds meer gegevens beschikbaar over <strong>de</strong> prestaties van<br />
scholen. Scholen zijn s<strong>in</strong>ds kort verplicht om gegevens over hun resultaten op te nemen<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> schoolgids. Enkele gemeenten geven <strong>in</strong>mid<strong>de</strong>ls een overzicht uit, waar<strong>in</strong> voor alle<br />
basisscholen on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re <strong>de</strong> resultaten van <strong>de</strong> cito-e<strong>in</strong>dtoets zijn opgenomen. De<br />
<strong>in</strong>spectie van het on<strong>de</strong>rwijs zet vanaf dit jaar haar bev<strong>in</strong>d<strong>in</strong>gen uit <strong>de</strong> schoolon<strong>de</strong>rzoeken<br />
op het <strong>in</strong>ternet. S<strong>in</strong>ds 1997 publiceert <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>spectie jaarlijks zogenoem<strong>de</strong> kwaliteitskaarten,<br />
waar<strong>in</strong> <strong>in</strong>formatie wordt verstrekt over het ren<strong>de</strong>ment van alle scholen voor<br />
voortgezet on<strong>de</strong>rwijs (zittenblijven, doorstroom tussen opleid<strong>in</strong>gen, e<strong>in</strong><strong>de</strong>xamenresultaten).<br />
Al die <strong>in</strong>formatie is bedoeld om ou<strong>de</strong>rs behulpzaam te zijn bij <strong>de</strong> schoolkeuze. Het<br />
is nog niet dui<strong>de</strong>lijk <strong>in</strong> hoeverre ou<strong>de</strong>rs zich <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk door dit soort gegevens laten<br />
lei<strong>de</strong>n. Uit het ene on<strong>de</strong>rzoek komt naar voren dat ou<strong>de</strong>rs aan het e<strong>in</strong>d van <strong>de</strong> basisschool<br />
nog niet erg bekend zijn met <strong>de</strong> kwaliteitskaart. Meer dan <strong>de</strong> helft van <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs<br />
heeft er zelfs nog nooit van gehoord en maar heel we<strong>in</strong>ig ou<strong>de</strong>rs hebben er ook<br />
daadwerkelijk gebruik van gemaakt (Beerends e.a., 1999b). An<strong>de</strong>r on<strong>de</strong>rzoek wijst echter<br />
uit dat er wel <strong>de</strong>gelijk sprake is van een verschuiv<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>genstromen, waarbij<br />
scholen met goe<strong>de</strong> resultaten gemid<strong>de</strong>ld een sterkere groei van het aantal leerl<strong>in</strong>gen <strong>in</strong><br />
het eerste leerjaar laten zien dan scholen met slechte resultaten (Dronkers, 1999). Bei<strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rzoeksresultaten lijken moeilijk met elkaar te rijmen. Mogelijk ontstaat er door<br />
berichtgev<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> lokale pers toch een bepaal<strong>de</strong> beeldvorm<strong>in</strong>g over <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong><br />
verschillen<strong>de</strong> scholen en reageren ou<strong>de</strong>rs en leerl<strong>in</strong>gen vooral daar op.<br />
In lan<strong>de</strong>n als Frankrijk en het Verenigd Kon<strong>in</strong>krijk wordt <strong>de</strong>rgelijke vergelijken<strong>de</strong> <strong>in</strong>formatie<br />
al langer verstrekt. Uit on<strong>de</strong>rzoek naar <strong>de</strong> schoolkeuzepraktijk <strong>in</strong> die lan<strong>de</strong>n komt<br />
naar voren dat publicaties met kwaliteitsgegevens van scholen vooral wor<strong>de</strong>n benut door<br />
ou<strong>de</strong>rs uit <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>nklasse die <strong>in</strong> sociaal heterogene wijken wonen. Zij reageren het<br />
sterkst op <strong>de</strong> <strong>in</strong>formatie (Karsten e.a., 2000).<br />
Een kle<strong>in</strong>, maar groeiend aantal ou<strong>de</strong>rs stuurt zijn k<strong>in</strong>d naar niet-gesubsidieer<strong>de</strong> particuliere<br />
scholen. In het basison<strong>de</strong>rwijs gaat het slechts om een handvol scholen, vooral<br />
scholen met een bijzon<strong>de</strong>re pedagogische aanpak. Privé-scholen voor k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren van<br />
koopkrachtige ou<strong>de</strong>rs zijn er <strong>in</strong> het basison<strong>de</strong>rwijs nog nauwelijks. Indien <strong>de</strong> onvre<strong>de</strong><br />
met het bekostig<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs (slecht on<strong>de</strong>rhou<strong>de</strong>n scholen, volle klassen, lerarentekort,<br />
lesuitval, we<strong>in</strong>ig mogelijkhe<strong>de</strong>n voor <strong>in</strong>dividuele begeleid<strong>in</strong>g) ver<strong>de</strong>r toeneemt, zou <strong>de</strong><br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
259
260<br />
vraag naar particulier on<strong>de</strong>rwijs wel eens snel kunnen groeien. Ou<strong>de</strong>rs zijn <strong>in</strong>mid<strong>de</strong>ls<br />
gewend aan hoge kosten voor k<strong>in</strong><strong>de</strong>ropvang. Bereidheid om te <strong>in</strong>vesteren <strong>in</strong> goed on<strong>de</strong>rwijs<br />
voor het eigen k<strong>in</strong>d is er zeker bij ou<strong>de</strong>rs die k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren hebben met specifieke stoornissen.<br />
Er zijn al enkele particuliere scholen voor k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren met leerproblemen (dyslectische<br />
of hyperactieve k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren).<br />
In het voortgezet on<strong>de</strong>rwijs bestaan particuliere scholen al langer. Circa 15 scholen (soms<br />
met nevenvestig<strong>in</strong>gen) bie<strong>de</strong>n <strong>in</strong>tensief en zeer gestructureerd on<strong>de</strong>rwijs, waar<strong>in</strong> met<br />
name <strong>de</strong> leerstof van <strong>de</strong> laatste twee leerjaren van MAVO, HAVO en VWO wordt behan<strong>de</strong>ld.<br />
Leerl<strong>in</strong>gen die <strong>in</strong> het reguliere on<strong>de</strong>rwijs stuklopen (vanwege leerproblemen,<br />
faalangst, gebrek aan motivatie of zelfdiscipl<strong>in</strong>e, wangedrag of verkeer<strong>de</strong> vrien<strong>de</strong>n)<br />
kunnen hier alsnog een diploma behalen (De Regt & Ween<strong>in</strong>k, 1999). Het aantal leerl<strong>in</strong>gen<br />
bij particuliere scholen neemt <strong>de</strong> laatste jaren toe.<br />
De vraag naar particulier on<strong>de</strong>rwijs hangt vermoe<strong>de</strong>lijk niet zozeer samen met <strong>de</strong><br />
stijgen<strong>de</strong> koopkracht van ou<strong>de</strong>rs (die stelt ou<strong>de</strong>rs hooguit <strong>in</strong> staat particulier on<strong>de</strong>rwijs te<br />
kopen) of met een behoefte aan een luxe en selectieve ambiance voor het eigen k<strong>in</strong>d,<br />
maar veel meer met <strong>de</strong> massaliteit van <strong>de</strong> reguliere scholen en met het gebrek aan structuur<br />
en persoonlijke aandacht b<strong>in</strong>nen het reguliere bekostig<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs.<br />
Aspirant-stu<strong>de</strong>nten <strong>in</strong> het hoger on<strong>de</strong>rwijs blijken <strong>in</strong> veel gevallen <strong>de</strong> voorkeur te geven<br />
aan een <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> eigen regio. In het HBO stu<strong>de</strong>ert maar liefst 80% van <strong>de</strong> stu<strong>de</strong>nten<br />
<strong>in</strong> het eigen of aangrenzen<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsgebied. In het wetenschappelijk on<strong>de</strong>rwijs<br />
geldt dat voor circa 70% van <strong>de</strong> stu<strong>de</strong>nten. Uit een recente enquête on<strong>de</strong>r aankomend<br />
stu<strong>de</strong>nten komt naar voren dat <strong>de</strong>ze zich vooral laten lei<strong>de</strong>n door overweg<strong>in</strong>gen die niets<br />
met <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g te maken hebben, zoals <strong>de</strong> reistijd tussen <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g<br />
en het ou<strong>de</strong>rlijk huis en <strong>de</strong> aantrekkelijkheid van <strong>de</strong> studiestad. De helft van <strong>de</strong> eerstejaars<br />
heeft zich niet of nauwelijks verdiept <strong>in</strong> <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g waarvoor zij<br />
zich hebben <strong>in</strong>geschreven (Van Walsum, 2000). Aspirant-stu<strong>de</strong>nten gedragen zich dus<br />
niet als bewuste consumenten. Van een <strong>de</strong>rgelijke opstell<strong>in</strong>g wordt <strong>in</strong> het beleid wel<br />
impliciet uitgegaan.<br />
Deelnemers zijn <strong>in</strong> het algemeen niet erg kwaliteitsbewust. Er is bovendien een zekere<br />
neig<strong>in</strong>g tot conservatisme. Hoewel het tot voor enkele jaren voor ou<strong>de</strong>rs nog relatief<br />
eenvoudig was om een nieuwe school te stichten en om me<strong>de</strong>zeggenschap uit te oefenen<br />
op <strong>de</strong> pedagogische aanpak <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs, hanteert, blijkens on<strong>de</strong>rzoek, nog geen<br />
10% van <strong>de</strong> scholen een afwijken<strong>de</strong> pedagogisch-didactische aanpak, bijvoorbeeld<br />
Montessori, Jenaplan, Dalton of enigerlei an<strong>de</strong>re aanpak (Ledoux & Overmaat, 1996).<br />
De laatste tijd nemen ou<strong>de</strong>rs wel steeds vaker hun toevlucht tot juridische procedures<br />
tegen schoolbesturen. Daarbij gaat het slechts <strong>in</strong> een enkel geval over <strong>de</strong> (tekortschieten<strong>de</strong>)<br />
kwaliteit van het on<strong>de</strong>rwijs. Het zijn meestal zaken die te maken hebben met<br />
veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> schooltij<strong>de</strong>n of met wachtlijsten voor speciale scholen. Scholieren<br />
kwamen het afgelopen jaar massaal op <strong>de</strong> been om te klagen over <strong>de</strong> hoge werklast als<br />
gevolg van <strong>de</strong> <strong>in</strong>voer<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> profielen en het studiehuis <strong>in</strong> <strong>de</strong> bovenbouw van het<br />
voortgezet on<strong>de</strong>rwijs. Dat heeft geleid tot tij<strong>de</strong>lijke aanpass<strong>in</strong>gen. Van acties om vernieuw<strong>in</strong>gen<br />
of verbeter<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs aan te brengen is echter geen sprake.<br />
Dat geldt ook voor stu<strong>de</strong>nten <strong>in</strong> het hoger on<strong>de</strong>rwijs. Een groep Amsterdamse stu<strong>de</strong>nten,<br />
die <strong>de</strong> verkiez<strong>in</strong>gen voor <strong>de</strong> stu<strong>de</strong>ntenraad <strong>in</strong>g<strong>in</strong>g met een eisenpakket waar<strong>in</strong> gepleit<br />
werd voor meer zelfstandigheid en diepgang <strong>in</strong> <strong>de</strong> studie, kreeg on<strong>de</strong>r me<strong>de</strong>stu<strong>de</strong>nten<br />
we<strong>in</strong>ig aanhang.<br />
Van <strong>de</strong> <strong>de</strong>elnemers aan on<strong>de</strong>rwijs gaan tot op he<strong>de</strong>n dus we<strong>in</strong>ig vernieuwen<strong>de</strong> en kwali-<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
teits-verhogen<strong>de</strong> impulsen uit. Ze komen alleen <strong>in</strong> het geweer <strong>in</strong>dien <strong>de</strong> studie-omstandighe<strong>de</strong>n<br />
sterk verslechteren, <strong>de</strong> prijs van het on<strong>de</strong>rwijs stijgt of <strong>de</strong> kwaliteit van het<br />
on<strong>de</strong>rwijs zeer ernstig tekortschiet. Slechts bij hoge uitzon<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g beg<strong>in</strong>nen ou<strong>de</strong>rs zelf<br />
een school of stappen scholieren en stu<strong>de</strong>nten om re<strong>de</strong>nen van kwaliteit over naar een<br />
an<strong>de</strong>re <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g.<br />
Een <strong>de</strong>rgelijk gebrek aan veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gsgez<strong>in</strong>dheid duidt op een zekere tevre<strong>de</strong>nheid met<br />
<strong>de</strong> huidige gang van zaken. Het hangt mogelijk ook samen met <strong>de</strong> ger<strong>in</strong>ge organisatiegraad<br />
van <strong>de</strong> <strong>de</strong>elnemers en hun uiteenlopen<strong>de</strong> belangen.<br />
Er bestaan weliswaar verschillen<strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rorganisaties <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs, maar die zijn zeer<br />
versnipperd. Terwijl ou<strong>de</strong>rs zelf nog maar we<strong>in</strong>ig belang meer hechten aan <strong>de</strong>nom<strong>in</strong>atieve<br />
scheidslijnen <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs, zijn er nog steeds afzon<strong>de</strong>rlijke ou<strong>de</strong>rorganisaties<br />
voor openbaar, protestants-christelijk, rooms-katholiek en algemeen bijzon<strong>de</strong>r on<strong>de</strong>rwijs.<br />
Deze organisaties stellen zich overwegend reactief en vaak we<strong>in</strong>ig kritisch op. Van<br />
vernieuwen<strong>de</strong> voorstellen en impulsen is geen sprake. Een krachtige professionele ou<strong>de</strong>rorganisatie<br />
met voldoen<strong>de</strong> le<strong>de</strong>n en mid<strong>de</strong>len zou mogelijk wel <strong>de</strong> nodige kwaliteitsimpulsen<br />
kunnen geven.<br />
Afnemers en <strong>in</strong>kopers<br />
Afnemers en <strong>in</strong>kopers hebben an<strong>de</strong>re belangen bij on<strong>de</strong>rwijs. Werkgevers hebben<br />
behoefte aan voldoen<strong>de</strong> en goed geschoold personeel; <strong>in</strong>kopers willen on<strong>de</strong>rwijs op maat<br />
voor hun klanten, tegen een re<strong>de</strong>lijke prijs. Voor bei<strong>de</strong> categorieën geldt dat ze <strong>in</strong> het<br />
algemeen beter georganiseerd zijn dan <strong>de</strong>elnemers en <strong>in</strong> <strong>de</strong> regel ook over meer mid<strong>de</strong>len<br />
beschikken om hun wensen kracht bij te zetten.<br />
De afnemers van on<strong>de</strong>rwijs hebben <strong>de</strong> afgelopen jaren veel <strong>in</strong>vloed gehad op zowel <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>houd als <strong>de</strong> organisatorische vormgev<strong>in</strong>g van het beroepson<strong>de</strong>rwijs. Voor het secundair<br />
beroepson<strong>de</strong>rwijs geldt een zogenoem<strong>de</strong> kwalificatiestructuur. Hiervoor brengen vertegenwoordigers<br />
van werkgevers en werknemers uit <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> branches en bedrijfstakken<br />
hun kwalificatie-eisen <strong>in</strong>. Deze wor<strong>de</strong>n vervolgens vertaald <strong>in</strong> opleid<strong>in</strong>gseisen en<br />
e<strong>in</strong>dtermen. In het hoger beroepson<strong>de</strong>rwijs kwamen er, me<strong>de</strong> op <strong>in</strong>itiatief van <strong>de</strong> werkgevers,<br />
verschillen<strong>de</strong> nieuwe opleid<strong>in</strong>gsvarianten waar<strong>in</strong> opleid<strong>in</strong>g en werken <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk<br />
elkaar afwisselen: coöp-on<strong>de</strong>rwijs, <strong>de</strong> MKB-route (mid<strong>de</strong>n- en kle<strong>in</strong>bedrijf) en an<strong>de</strong>re<br />
vormen van duaal on<strong>de</strong>rwijs. Dergelijke nieuwe vormen sluiten goed aan bij <strong>de</strong> wensen<br />
van werkgevers. In een tijd van personeelschaarste zijn jonge, goedkope en goed<br />
opgelei<strong>de</strong> werknemers uiterst welkom. De begeleid<strong>in</strong>gskosten nemen <strong>de</strong> werkgevers <strong>in</strong><br />
een <strong>de</strong>rgelijk geval graag voor lief. Stu<strong>de</strong>nten doen al tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> studie praktijkervar<strong>in</strong>g<br />
op en wor<strong>de</strong>n daardoor sneller <strong>in</strong>zetbaar <strong>in</strong> <strong>de</strong> beroepspraktijk; ze brengen bovendien<br />
nieuwe <strong>in</strong>zichten mee. Goe<strong>de</strong> stu<strong>de</strong>nten kunnen tijdig wor<strong>de</strong>n geselecteerd als toekomstige<br />
werknemer. Ook stu<strong>de</strong>nten hebben er belang bij. De praktijkervar<strong>in</strong>g is motiverend<br />
en <strong>de</strong> <strong>in</strong>komsten uit arbeid zijn <strong>in</strong> een tijd waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> studief<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g beperkt is, uiterst<br />
welkom.<br />
Goed georganiseer<strong>de</strong> branches kunnen zo, <strong>in</strong> overleg met <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gssectoren, op een<br />
snelle wijze <strong>de</strong> noodzakelijk geachte vernieuw<strong>in</strong>gen gerealiseerd krijgen. Bedrijven<br />
hebben <strong>de</strong> scholen ook wat te bie<strong>de</strong>n: praktijkplaatsen, apparatuur, gastdocenten vanuit<br />
het bedrijf, opdrachten voor contracton<strong>de</strong>rwijs en <strong>de</strong>rgelijke.<br />
Van <strong>de</strong> afnemers gaan dus, an<strong>de</strong>rs dan van <strong>de</strong>elnemers, wel <strong>de</strong> nodige vernieuw<strong>in</strong>gsimpulsen<br />
uit. Daaraan zijn echter ook gevaren verbon<strong>de</strong>n. Het beroepson<strong>de</strong>rwijs kan er te<br />
smal door wor<strong>de</strong>n. Het zou zich teveel kunnen gaan richten op <strong>de</strong> tij<strong>de</strong>lijke opleid<strong>in</strong>gsbe-<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
261
262<br />
hoeften van een aantal werkgevers <strong>in</strong> <strong>de</strong> regio. Dat verhoogt <strong>de</strong> kwetsbaarheid van <strong>de</strong><br />
afgestu<strong>de</strong>er<strong>de</strong>n en verm<strong>in</strong><strong>de</strong>rt hun ‘employability’. Een <strong>de</strong>rgelijk gevaar doet zich overigens<br />
eer<strong>de</strong>r voor bij afnemers uit het MKB dan bij grotere bedrijven. Laatstgenoem<strong>de</strong><br />
bedrijven hebben <strong>in</strong> <strong>de</strong> regel niet zozeer behoefte aan direct <strong>in</strong>zetbare werknemers, maar<br />
meer aan breed opgelei<strong>de</strong> schoolverlaters die op veel plekken <strong>in</strong>zetbaar zijn en door het<br />
bedrijf zelf ver<strong>de</strong>r kunnen wor<strong>de</strong>n bijgeschoold.<br />
Inkopers van on<strong>de</strong>rwijs (bedrijven, arbeidsorganisaties uit <strong>de</strong> collectieve sector, reïntegratiebedrijven,<br />
gemeenten) hebben behoefte aan on<strong>de</strong>rwijs op maat voor hun werknemers<br />
of cliënten. Het gesubsidieer<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs is daar <strong>in</strong> <strong>de</strong> regel nog onvoldoen<strong>de</strong> toe <strong>in</strong><br />
staat. ‘Op maat’ betekent bijvoorbeeld dat het on<strong>de</strong>rwijs bij het bedrijf zelf wordt<br />
gegeven en <strong>in</strong> pr<strong>in</strong>cipe op elk moment kan starten. Gesubsidieer<strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen hebben<br />
daarvoor vaak niet <strong>de</strong> noodzakelijke flexibiliteit. De meeste schol<strong>in</strong>gsopdrachten vanuit<br />
<strong>de</strong> private sector gaan dan ook naar particuliere opleid<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>stituten die <strong>in</strong> het algemeen<br />
beter <strong>in</strong> staat zijn om snel op specifieke opleid<strong>in</strong>gsbehoeften <strong>in</strong> te spelen. Van <strong>de</strong> vele<br />
miljar<strong>de</strong>n gul<strong>de</strong>ns die jaarlijks wor<strong>de</strong>n besteed aan schol<strong>in</strong>g van werknemers en reïntegratie<br />
van uitker<strong>in</strong>gsgerechtig<strong>de</strong>n gaat slechts een kle<strong>in</strong> <strong>de</strong>el naar <strong>de</strong> publieke on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen.<br />
4.3 OPVATTINGEN EN HOUDINGEN VAN DE DIVERSE GELEDINGEN BINNEN DE<br />
ONDERWIJSINSTELLING<br />
De opstell<strong>in</strong>g van bestuurscolleges, schoolleid<strong>in</strong>gen en docenten kan stimulerend maar<br />
ook remmend werken. De afgelopen jaren heeft zich een ontwikkel<strong>in</strong>g voltrokken waarbij<br />
- zeker <strong>in</strong> het beroepson<strong>de</strong>rwijs en het hoger on<strong>de</strong>rwijs - bestuurscolleges en schoolbesturen<br />
zich zakelijker zijn gaan opstellen. Het management van on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen is<br />
vaak veel sterker georiënteerd op <strong>de</strong> <strong>markt</strong> of omgev<strong>in</strong>g dan het uitvoeren<strong>de</strong> niveau van<br />
<strong>de</strong> docenten. Dat hangt <strong>de</strong>els samen met het contactenpatroon van het management, dat<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> regel <strong>de</strong> externe contacten voor haar reken<strong>in</strong>g neemt. Er is bovendien na <strong>de</strong> schaalvergrot<strong>in</strong>gsoperaties<br />
<strong>in</strong> veel gevallen een nieuw type manager aangetre<strong>de</strong>n; zitten<strong>de</strong><br />
managers hebben zich via schol<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> nieuwe verhoud<strong>in</strong>gen <strong>in</strong>gesteld.<br />
Op het uitvoeren<strong>de</strong> niveau van docenten en on<strong>de</strong>rzoekers dom<strong>in</strong>eren daarentegen vaak<br />
nog <strong>de</strong> traditionele on<strong>de</strong>rwijswaar<strong>de</strong>n en heersen scepsis of zelfs verzet tegen het <strong>markt</strong><strong>de</strong>nken.<br />
Dat laatste geldt overigens zeker niet over <strong>de</strong> hele l<strong>in</strong>ie. Docenten <strong>in</strong> het<br />
beroepson<strong>de</strong>rwijs hebben <strong>in</strong> het algemeen meer aff<strong>in</strong>iteit met <strong>de</strong> <strong>markt</strong>, <strong>in</strong> casu <strong>de</strong><br />
beroepspraktijk, dan docenten <strong>in</strong> het algemeen vormen<strong>de</strong> of universitaire on<strong>de</strong>rwijs. Bij<br />
<strong>de</strong> bereidheid om te vernieuwen spelen ook leeftijd- en generatie-effecten spelen een rol.<br />
De gemid<strong>de</strong>l<strong>de</strong> leeftijd van docenten ligt <strong>in</strong> <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijssectoren rond <strong>de</strong><br />
vijftig jaar. In sectoren waar <strong>de</strong> afgelopen jaren sprake was van krimp zijn vaak we<strong>in</strong>ig<br />
jongere docenten werkzaam. Bekend is dat ou<strong>de</strong>re werknemers <strong>in</strong> <strong>de</strong> regel wat meer<br />
moeite hebben met veran<strong>de</strong>ren. Gebrek aan animo om te vernieuwen is zeker aan <strong>de</strong><br />
or<strong>de</strong> <strong>in</strong> sectoren als het voortgezet on<strong>de</strong>rwijs, waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> afgelopen <strong>de</strong>cennia <strong>de</strong> ene na<br />
<strong>de</strong> an<strong>de</strong>re (on<strong>de</strong>rwijskundige) <strong>in</strong>novatie werd geïntroduceerd en soms ook weer <strong>in</strong>getrokken.<br />
Een zekere vernieuw<strong>in</strong>gsmoeheid ligt dan <strong>in</strong> <strong>de</strong> re<strong>de</strong>. Veel docenten en on<strong>de</strong>rzoekers<br />
zijn bovendien gevormd <strong>in</strong> <strong>de</strong> jaren zestig en aan het werk gegaan <strong>in</strong> <strong>de</strong> jaren zeventig.<br />
In die perio<strong>de</strong> waren bedrijfsleven en <strong>markt</strong> verdacht. De huidige <strong>markt</strong>gerichtheid staat<br />
haaks op <strong>de</strong> waar<strong>de</strong>n en i<strong>de</strong>eën die <strong>in</strong> die jaren dom<strong>in</strong>ant waren. Niet ie<strong>de</strong>reen is bereid<br />
of <strong>in</strong> staat <strong>de</strong> gevraag<strong>de</strong> mentale omslag te maken.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
4.4 DE FINANCIËLE RUIMTE VOOR ONDERWIJSINSTELLINGEN<br />
De eer<strong>de</strong>r genoem<strong>de</strong> schaalvergrot<strong>in</strong>gsoperaties g<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> meeste on<strong>de</strong>rwijssectoren<br />
gepaard met een kort<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> rijksbijdrage. Veel gesubsidieer<strong>de</strong> scholen en <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
kampen met tekorten en kunnen hun exploitatie ie<strong>de</strong>r jaar maar met moeite rond krijgen.<br />
Vanuit kostenoverweg<strong>in</strong>gen is standaardon<strong>de</strong>rwijs voor grote groepen aantrekkelijk. Het<br />
bie<strong>de</strong>n van variëteit zal <strong>in</strong> <strong>de</strong> regel kostbaar<strong>de</strong>r zijn dan het huidige uniforme aanbod dat<br />
is afgestemd op <strong>de</strong> gemid<strong>de</strong>l<strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>g of stu<strong>de</strong>nt. Variëteit zal immers al gauw gepaard<br />
gaan met kle<strong>in</strong>ere groepen of kle<strong>in</strong>ere scholen; schaalvoor<strong>de</strong>len die verbon<strong>de</strong>n zijn aan<br />
grote groepen en grote scholen verdwijnen <strong>in</strong> dat geval, waardoor <strong>de</strong> kostprijs omhoog<br />
gaat.<br />
Vernieuw<strong>in</strong>g vereist, ook los van <strong>de</strong> organisatie van het on<strong>de</strong>rwijs, een zekere f<strong>in</strong>anciële<br />
ruimte om <strong>in</strong>vester<strong>in</strong>gen te kunnen doen. Vaak zullen er nieuwe leermid<strong>de</strong>len moeten<br />
wor<strong>de</strong>n ontwikkeld of aangeschaft en docenten moeten wor<strong>de</strong>n bijgeschoold; soms zal<br />
ook het gebouw moeten wor<strong>de</strong>n aangepast. Voor scholen en <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen, die niet over<br />
voldoen<strong>de</strong> f<strong>in</strong>anciële ruimte beschikken, zijn <strong>in</strong>grijpen<strong>de</strong> vernieuw<strong>in</strong>gen f<strong>in</strong>ancieel<br />
onhaalbaar.<br />
F<strong>in</strong>anciële krapte vormt niet alleen een belemmer<strong>in</strong>g voor <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g en variëteit,<br />
maar kan er ook een stimulans voor zijn. Veel scholen en <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen zijn er <strong>de</strong> afgelopen<br />
jaren toe overgegaan private mid<strong>de</strong>len aan te trekken, door mid<strong>de</strong>l van het verrichten<br />
van contractactiviteiten, via sponsor<strong>in</strong>g of door <strong>de</strong>elnemers om een hogere eigen<br />
bijdrage te vragen. Private geldstromen kunnen <strong>de</strong> nodige ruimte bie<strong>de</strong>n om vernieuw<strong>in</strong>gen<br />
<strong>in</strong> gang te zetten. Een na<strong>de</strong>el van private <strong>in</strong>komsten is dat ze niet structureel zijn. Bij<br />
een economische terugval kunnen <strong>de</strong> <strong>in</strong>komsten snel teruglopen. Private <strong>in</strong>komsten<br />
kunnen dan ook alleen maar wor<strong>de</strong>n aangewend voor tij<strong>de</strong>lijke <strong>in</strong>vester<strong>in</strong>gsuitgaven en<br />
niet voor structurele bekostig<strong>in</strong>g van bijvoorbeeld speciale programma’s voor kle<strong>in</strong>e<br />
groepen.<br />
4.5 HET GEDRAG VAN (NIEUWE) (MEDE)REGELGEVERS<br />
De rijksoverheid treedt steeds ver<strong>de</strong>r terug. Althans, dat is <strong>de</strong> bedoel<strong>in</strong>g. De terugtred<br />
van <strong>de</strong> overheid had tot op he<strong>de</strong>n met name betrekk<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> beheerskant van het<br />
on<strong>de</strong>rwijs: f<strong>in</strong>anciën, personeel, materieel en huisvest<strong>in</strong>g. Hiervoor is al aangegeven dat<br />
<strong>de</strong> overheid op on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijk terre<strong>in</strong> haar richt<strong>in</strong>ggeven<strong>de</strong> aanwijz<strong>in</strong>gen juist<br />
heeft uitgebreid. De afgelopen <strong>de</strong>cennia had <strong>de</strong> rijksoverheid dui<strong>de</strong>lijke, veelal i<strong>de</strong>ologisch<br />
gefun<strong>de</strong>er<strong>de</strong> opvatt<strong>in</strong>gen over <strong>de</strong> wenselijke <strong>in</strong>houd, <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g en structuur van het<br />
on<strong>de</strong>rwijs. Die <strong>in</strong>zichten mond<strong>de</strong>n uit <strong>in</strong> voorstellen en regelgev<strong>in</strong>g voor vernieuw<strong>in</strong>g en<br />
herstructurer<strong>in</strong>g van het on<strong>de</strong>rwijs. Pas s<strong>in</strong>ds <strong>de</strong> start van het twee<strong>de</strong> kab<strong>in</strong>et Kok is er<br />
op dit punt wat meer terughou<strong>de</strong>ndheid. In het regeerakkoord dat aan het huidige<br />
kab<strong>in</strong>et ten grondslag ligt, is <strong>de</strong> behoefte aan rust zelfs expliciet verwoord.<br />
Naast nieuwe organisaties met bevoegdhe<strong>de</strong>n (uitvoer<strong>in</strong>gsorganisaties als het<br />
Vervang<strong>in</strong>gsfonds of <strong>de</strong> Informatie Beheer Groep en koepelorganisaties als <strong>de</strong> Bve Raad,<br />
<strong>de</strong> HBO-raad of <strong>de</strong> VSNU) oefenen ook <strong>de</strong> traditionele bestuurlijke actoren - <strong>de</strong> besturenorganisaties<br />
en <strong>de</strong> lan<strong>de</strong>lijke organisaties van personeel (on<strong>de</strong>rwijsvakbon<strong>de</strong>n) - <strong>de</strong><br />
nodige <strong>in</strong>vloed op het beleid en op <strong>de</strong> regelgev<strong>in</strong>g uit.<br />
De laatste tijd staan met name <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsvakbon<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> schijnwerpers. Zij wor<strong>de</strong>n<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
263
nogal eens gezien als belangrijke h<strong>in</strong><strong>de</strong>rmacht bij het streven naar meer <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong><br />
het on<strong>de</strong>rwijs. Uit on<strong>de</strong>rzoek naar <strong>de</strong> <strong>de</strong>centralisatie van <strong>de</strong> arbeidsvoorwaar<strong>de</strong>n <strong>in</strong> het<br />
voortgezet on<strong>de</strong>rwijs blijkt bijvoorbeeld dat <strong>de</strong> nieuwe <strong>de</strong>centrale beleidsruimte door <strong>de</strong><br />
vakbon<strong>de</strong>n vrijwel volledig werd <strong>in</strong>gevuld met bestaan<strong>de</strong> rechtspositionele regel<strong>in</strong>gen<br />
(Van Schoonhoven, 2000). De roep om meer variëteit en flexibiliteit vraagt echter om<br />
an<strong>de</strong>re rechtsposities en meer gedifferentieer<strong>de</strong> arbeidsvoorwaar<strong>de</strong>n.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>vakbon<strong>de</strong>n wordt verweten vooral verworven rechten te beschermen (zoals<br />
bijvoorbeeld <strong>de</strong> ADV), terwijl nieuwe omstandighe<strong>de</strong>n en maatschappelijke eisen juist<br />
vragen om meer differentiatie en flexibiliteit.<br />
Een twee<strong>de</strong> permanente (me<strong>de</strong>)regelgever is het parlement. Hoewel <strong>de</strong> Twee<strong>de</strong> Kamer<br />
zich <strong>in</strong> grote meer<strong>de</strong>rheid achter <strong>de</strong> i<strong>de</strong>e van een overheid op afstand en meer autonomie<br />
voor scholen en <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen heeft gesteld, wor<strong>de</strong>n er <strong>in</strong> <strong>de</strong>batten over on<strong>de</strong>rwijs niettem<strong>in</strong><br />
met grote regelmaat voorstellen gedaan voor aanvullen<strong>de</strong> dan wel aangescherpte<br />
regelgev<strong>in</strong>g. Dat hangt samen met <strong>de</strong> controleren<strong>de</strong> taak van het parlement. Men wil<br />
weliswaar meer overlaten aan <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen zelf, maar tegelijkertijd ook<br />
controle hou<strong>de</strong>n op <strong>de</strong> bested<strong>in</strong>g van mid<strong>de</strong>len. Zeker <strong>in</strong>dien er extra mid<strong>de</strong>len voor een<br />
bepaald doel ter beschikk<strong>in</strong>g wor<strong>de</strong>n gesteld, is er een grote en begrijpelijke neig<strong>in</strong>g om<br />
die mid<strong>de</strong>len voor dat doel te oormerken (bijvoorbeeld klassenverkle<strong>in</strong><strong>in</strong>g of <strong>in</strong>formatieen<br />
communicatietechnologie) en te vragen om periodieke verslaglegg<strong>in</strong>g over <strong>de</strong> <strong>in</strong>voer<strong>in</strong>g<br />
(monitor<strong>in</strong>g). Dat leidt <strong>in</strong> <strong>de</strong> regel tot veel papier (werkprogramma’s, lokale uitvoer<strong>in</strong>gsplannen),<br />
hetgeen <strong>de</strong> nodige bureaucratie met zich brengt zon<strong>de</strong>r dat er <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
praktijk nog veel gebeurt. De periodieke verslagen lei<strong>de</strong>n soms ook tot teleurstell<strong>in</strong>g over<br />
<strong>de</strong> geboekte resultaten en vervolgens tot nieuwe of aangescherpte regels.<br />
Ondanks het feit dat <strong>de</strong> <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>gsgedachte breed wordt on<strong>de</strong>rschreven is er dus een<br />
voortduren<strong>de</strong> neig<strong>in</strong>g tot nieuwe regelgev<strong>in</strong>g.<br />
5 Marktwerk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk<br />
264<br />
In <strong>de</strong> huidige on<strong>de</strong>rwijspraktijk is <strong>de</strong> toenemen<strong>de</strong> <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g dui<strong>de</strong>lijk waarneembaar.<br />
Er kunnen diverse verschijn<strong>in</strong>gsvormen wor<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n.<br />
5.1 NIEUWE ACTIVITEITEN BINNEN HET REGULIERE ONDERWIJSAANBOD<br />
Bij <strong>de</strong>ze vorm van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g gaat het vaak om een reactie op nieuwe vragen van<br />
<strong>de</strong>elnemers of afnemers. Door mid<strong>de</strong>l van nieuwe activiteiten of programma’s probeert<br />
een school of <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g tegemoet te komen aan <strong>de</strong> wensen van een bepaal<strong>de</strong> groep<br />
<strong>de</strong>elnemers of afnemers. De on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g probeert op die manier een groter <strong>markt</strong>aan<strong>de</strong>el<br />
te verwerven. Concurrentieoverweg<strong>in</strong>gen spelen bij dit soort vernieuw<strong>in</strong>gen een<br />
belangrijke rol.<br />
Al langer beken<strong>de</strong> voorbeel<strong>de</strong>n van nieuwe activiteiten b<strong>in</strong>nen het bestaan<strong>de</strong> reguliere<br />
on<strong>de</strong>rwijs zijn het zogenoem<strong>de</strong> tweetalige on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> het voortgezet on<strong>de</strong>rwijs (een<br />
VWO-opleid<strong>in</strong>g die volledig <strong>in</strong> <strong>de</strong> Engelse taal wordt gegeven) en <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> vormen<br />
van duaal on<strong>de</strong>rwijs die <strong>in</strong> vorige paragrafen reeds zijn genoemd. In het eerste geval<br />
komt <strong>de</strong> vraag vooral van ou<strong>de</strong>rs en leerl<strong>in</strong>gen, <strong>in</strong> het twee<strong>de</strong> voorbeeld zijn vooral <strong>de</strong><br />
afnemers belanghebbend. Meer recente voorbeel<strong>de</strong>n van nieuwe maatwerkopleid<strong>in</strong>gen<br />
zijn <strong>de</strong> zogenoem<strong>de</strong> MBO-plus opleid<strong>in</strong>gen; dat zijn speciale opleid<strong>in</strong>gen voor HAVO-<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
gediplomeer<strong>de</strong>n, waar<strong>in</strong> veel aandacht wordt geschonken aan <strong>de</strong> beroepspraktijk. Voor<br />
een <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> havisten is een HBO-opleid<strong>in</strong>g te lang en te theoretisch, terwijl een MBOvervolgopleid<strong>in</strong>g<br />
weer te gemakkelijk is. De opleid<strong>in</strong>g is ook geschikt voor <strong>de</strong> betere<br />
MBO-gediplomeer<strong>de</strong>n die geen vierjarige vervolgopleid<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het HBO ambiëren. Het gaat<br />
om een gat <strong>in</strong> <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong>, waaraan op <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong> dui<strong>de</strong>lijk behoefte<br />
bestaat. Een aantal ROC’s vult dit gat <strong>in</strong>mid<strong>de</strong>ls met <strong>de</strong> nieuwe MBO-plus opleid<strong>in</strong>g<br />
(Visser, 2000a). Een an<strong>de</strong>re nieuwe tak aan <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsboom is <strong>de</strong> versnel<strong>de</strong> nieuwe<br />
beroepsopleid<strong>in</strong>g adm<strong>in</strong>istratie die b<strong>in</strong>nen een enkele ROC wordt aangebo<strong>de</strong>n. Die opleid<strong>in</strong>g<br />
is te zien als een vervanger van <strong>de</strong> <strong>de</strong>eltijdopleid<strong>in</strong>g MEAO, die <strong>de</strong> afgelopen jaren<br />
vrijwel geheel verdwenen was. Met <strong>de</strong> versnel<strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g wordt <strong>in</strong>gespeeld op <strong>de</strong><br />
behoefte aan korte, <strong>in</strong>tensieve opleid<strong>in</strong>gen. De opleid<strong>in</strong>g is sterk geïndividualiseerd; er<br />
kan feitelijk op elk gewenst moment mee wor<strong>de</strong>n gestart (Visser, 2000b). Ook opleid<strong>in</strong>gen<br />
die <strong>in</strong> samenwerk<strong>in</strong>g met één bedrijf zijn ontwikkeld (bijvoorbeeld een bank of een<br />
super<strong>markt</strong>keten), passen <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze categorie.<br />
Bij veel van <strong>de</strong>ze nieuwe opleid<strong>in</strong>gen gaat het vooralsnog om tij<strong>de</strong>lijke projecten, die hun<br />
waar<strong>de</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk nog zullen moeten bewijzen.<br />
5.2 DIFFERENTIATIE VAN PROGRAMMA’S BINNEN HET REGULIERE ONDERWIJSAANBOD<br />
Bij differentiatie van programma’s b<strong>in</strong>nen het bestaan<strong>de</strong> reguliere aanbod gaat het om<br />
een vorm van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g die meestal door scholen of <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen zelf <strong>in</strong> gang wordt<br />
gezet. Meestal ligt <strong>de</strong> aanleid<strong>in</strong>g <strong>in</strong> externe factoren, bijvoorbeeld <strong>in</strong> <strong>de</strong> komst van een<br />
nieuwe groep leerl<strong>in</strong>gen waarvoor het bestaan<strong>de</strong> aanbod niet toereikend is. Deze vorm<br />
van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g is vaak ‘noodgedwongen’.<br />
Een voorbeeld zijn <strong>de</strong> speciale programma’s of (tij<strong>de</strong>lijke) groepen voor k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren met leerof<br />
gedragsproblemen. De noodzaak om extra aandacht aan dit soort k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren te schenken<br />
is <strong>de</strong> afgelopen jaren sterk toegenomen als gevolg van het ‘weer samen naar school’beleid.<br />
Een an<strong>de</strong>r voorbeeld zijn <strong>de</strong> zogenoem<strong>de</strong> schakelklassen voor k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren die op<br />
latere leeftijd naar Ne<strong>de</strong>rland komen en <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse taal niet spreken.<br />
5.3 EEN NIEUWPROFIEL VOOR DE SCHOOL OF INSTELLING<br />
Bij <strong>de</strong>ze vorm van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g gaat het niet zozeer om een enkele nieuwe opleid<strong>in</strong>g of<br />
activiteit, maar om een nieuw profiel voor <strong>de</strong> hele school of <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g. Vooral scholen en<br />
<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen die veel concurrentie van an<strong>de</strong>re on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen ervaren, proberen<br />
door profiler<strong>in</strong>g een dui<strong>de</strong>lijker eigen gezicht te krijgen, waarmee ze zich kunnen on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<br />
ten opzichte van hun concurrenten. In het basison<strong>de</strong>rwijs zijn sommige scholen<br />
ertoe overgegaan zich te afficheren als ‘sportschool’ of ‘cultuurschool’. Dat houdt <strong>in</strong> dat<br />
er op <strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong> scholen extra veel aandacht wordt geschonken aan sport of cultuur.<br />
Ook <strong>in</strong> het wetenschappelijk on<strong>de</strong>rwijs is er <strong>de</strong> laatste jaren een zekere neig<strong>in</strong>g tot profiler<strong>in</strong>g.<br />
Zo afficheert <strong>de</strong> ene universiteit zich als ‘selectieve universiteit’, waar stu<strong>de</strong>nten<br />
aan het e<strong>in</strong>d van het eerste jaar op grond van hun studieresultaten een zogenoemd<br />
b<strong>in</strong><strong>de</strong>nd studie-advies krijgen. Stu<strong>de</strong>nten die onvoldoen<strong>de</strong> hebben gepresteerd moeten<br />
<strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g verlaten. Een an<strong>de</strong>re universiteit manifesteert zich juist als een ‘<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g<br />
voor een breed publiek’, met bre<strong>de</strong> prope<strong>de</strong>useopleid<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> het eerste jaar (bijvoorbeeld<br />
bèta-gamma) en veel mogelijkhe<strong>de</strong>n om over te stappen van WO naar HBO en<br />
omgekeerd. Weer an<strong>de</strong>re universiteiten profileren zich met hun on<strong>de</strong>rnem<strong>in</strong>gsgerichtheid<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
265
of hun speciale on<strong>de</strong>rwijskundige aanpak (probleemgestuurd on<strong>de</strong>rwijs). De trend naar<br />
profiler<strong>in</strong>g zal vermoe<strong>de</strong>lijk ver<strong>de</strong>r doorzetten als gevolg van <strong>de</strong> bachelor-master structuur<br />
die <strong>de</strong> komen<strong>de</strong> jaren <strong>in</strong> het hoger on<strong>de</strong>rwijs zal wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong>gevoerd.<br />
5.4 EXTRA ACTIVITEITEN BUITEN HET REGULIERE ONDERWIJS<br />
Marktwerk<strong>in</strong>g via extra activiteiten buiten het reguliere on<strong>de</strong>rwijs is een vier<strong>de</strong> vorm.<br />
In het basison<strong>de</strong>rwijs en voortgezet on<strong>de</strong>rwijs zijn er <strong>de</strong> afgelopen jaren veel nieuwe<br />
i<strong>de</strong>eën ontwikkeld en activiteiten gestart om k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren uit achterstandssituaties meer<br />
kansen te geven <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs. Inmid<strong>de</strong>ls beken<strong>de</strong> voorbeel<strong>de</strong>n zijn <strong>de</strong> zogenoem<strong>de</strong><br />
voorschoolse projecten (<strong>de</strong> voorschool) voor twee- tot zesjarigen, waar<strong>in</strong> wordt voortgebouwd<br />
op een aantal experimentele (taal)ontwikkel<strong>in</strong>gsprogramma’s (Pirami<strong>de</strong> en<br />
Kaleidoscoop).<br />
Daarnaast zijn er <strong>in</strong> het ka<strong>de</strong>r van het on<strong>de</strong>rwijsachterstan<strong>de</strong>nbeleid tal van <strong>in</strong>itiatieven<br />
gestart on<strong>de</strong>r noemers als ‘bre<strong>de</strong> school’, ‘vensterschool’, ‘wijkschool’ of ‘forumschool’,<br />
waarbij k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren na schooltijd of <strong>in</strong> <strong>de</strong> schoolvakanties aan allerlei activiteiten kunnen<br />
<strong>de</strong>elnemen. Daartoe werkt <strong>de</strong> school samen met an<strong>de</strong>re organisaties voor <strong>de</strong> jeugd<br />
(jeugdzorg, hulpverlen<strong>in</strong>g, huiswerk<strong>in</strong>stituten, cultuur, sport, enzovoort). De gemeente<br />
voert <strong>de</strong> regie over <strong>de</strong>ze, ge<strong>de</strong>eltelijk on<strong>de</strong>rwijsexterne, activiteiten.<br />
Activiteiten na schooltijd wor<strong>de</strong>n ook gepropageerd vanuit <strong>de</strong> behoefte aan buitenschoolse<br />
opvang van werken<strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs. Soms start <strong>de</strong> school zelf met activiteiten<br />
(bijvoorbeeld <strong>de</strong> ‘kantoorurenschool’), <strong>in</strong> an<strong>de</strong>re gevallen wordt meegelift met activiteiten<br />
die wor<strong>de</strong>n georganiseerd <strong>in</strong> het ka<strong>de</strong>r van het hiervoor genoem<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsachterstan<strong>de</strong>nbeleid.<br />
De eerste manifestaties van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs von<strong>de</strong>n plaats on<strong>de</strong>r <strong>de</strong><br />
noemer ‘contractactiviteiten’, dat wil zeggen activiteiten van bekostig<strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen ten<br />
behoeve van <strong>de</strong>r<strong>de</strong>n, waarmee <strong>de</strong>ze <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen <strong>in</strong>komsten kunnen verwerven. In<br />
voorgaan<strong>de</strong> paragrafen zijn dit soort activiteiten al aan <strong>de</strong> or<strong>de</strong> gesteld.<br />
Contractactiviteiten wor<strong>de</strong>n niet alleen verricht om extra <strong>in</strong>komsten te verwerven. Er<br />
wordt ook verwacht dat er een vernieuwen<strong>de</strong> werk<strong>in</strong>g van uitgaat op <strong>de</strong> rest van het<br />
on<strong>de</strong>rwijs (synergie). Het is moeilijk vast te stellen <strong>in</strong> hoeverre dat ook daadwerkelijk het<br />
geval is. Tegenstan<strong>de</strong>rs van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g zijn bang dat <strong>de</strong> kerntaken van <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g<br />
(bijvoorbeeld fundamenteel on<strong>de</strong>rzoek) erdoor <strong>in</strong> het gedrang komen. Voorstan<strong>de</strong>rs<br />
verwachten er juist een nieuwe <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke impuls van. Vermoe<strong>de</strong>lijk hangt één en<br />
an<strong>de</strong>r sterk af van <strong>de</strong> organisatievorm. Indien contractactiviteiten volledig geschei<strong>de</strong>n<br />
plaatsv<strong>in</strong><strong>de</strong>n <strong>in</strong> aparte <strong>in</strong>stituten en door speciaal daarvoor aangesteld personeel, zal er<br />
van synergie we<strong>in</strong>ig terechtkomen. Wetenschappers die hun contractactiviteiten goed<br />
weten te comb<strong>in</strong>eren met <strong>de</strong> kerntaak, kunnen mogelijk ook een bijdrage leveren aan <strong>de</strong><br />
vernieuw<strong>in</strong>g van het reguliere on<strong>de</strong>rwijs en on<strong>de</strong>rzoek.<br />
6 Conclusie<br />
266<br />
Wat heeft - het voorgaan<strong>de</strong> overzien<strong>de</strong> - <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g nu feitelijk bijgedragen aan <strong>de</strong><br />
<strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs? Dereguler<strong>in</strong>g en <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g wor<strong>de</strong>n immers vaak <strong>in</strong><br />
één a<strong>de</strong>m genoemd.<br />
Dereguler<strong>in</strong>g lijkt <strong>in</strong> ie<strong>de</strong>r geval geen noodzakelijke voorwaar<strong>de</strong> voor concurrentie. Ook<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
<strong>in</strong> het ou<strong>de</strong>, meer gereguleer<strong>de</strong> bestel was er sprake van concurrentie. Voor <strong>de</strong>elnemers<br />
waren er vroeger (dat wil zeggen voor <strong>de</strong> schaalvergrot<strong>in</strong>gsoperaties) zelfs meer keuzemogelijkhe<strong>de</strong>n.<br />
De bekostig<strong>in</strong>gssystematiek <strong>in</strong> het hoger on<strong>de</strong>rwijs stond garant voor<br />
een jaarlijks terugkeren<strong>de</strong> strijd om <strong>de</strong> stu<strong>de</strong>nt.<br />
Dereguler<strong>in</strong>g lijkt daarentegen wel een noodzakelijke voorwaar<strong>de</strong> voor een grotere<br />
<strong>markt</strong>oriëntatie. Scholen en <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen hebben ruimte nodig om nieuwe activiteiten te<br />
kunnen on<strong>de</strong>rnemen. De on<strong>de</strong>rwijsvragers moeten <strong>in</strong> een positie zijn dat zij hun wensen<br />
ook daadwerkelijk kenbaar kunnen maken. Dereguler<strong>in</strong>g - <strong>in</strong> <strong>de</strong> z<strong>in</strong> van lump-sum f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g<br />
of budgetf<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g en een grotere beleidsvrijheid op het gebied van personeel<br />
en huisvest<strong>in</strong>g - werkt eveneens bevor<strong>de</strong>rend op het bedrijfsmatige opereren van besturen<br />
en management.<br />
Toch kan <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g naar meer <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g maar zeer ten <strong>de</strong>le op het conto van<br />
<strong>de</strong> <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g wor<strong>de</strong>n geschreven. Maatschappelijke ontwikkel<strong>in</strong>gen zijn van veel<br />
groter belang. Problemen bij gez<strong>in</strong>nen en k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren noodzaken scholen om het on<strong>de</strong>rwijs<br />
aan te passen of nieuwe activiteiten te ontwikkelen. F<strong>in</strong>anciële problemen (als gevolg van<br />
een teruglopen<strong>de</strong> of tekortschieten<strong>de</strong> rijksbijdrage) maken het noodzakelijk om private<br />
f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>gsbronnen aan te boren. De trend naar meer <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g lijkt <strong>in</strong> hoge mate<br />
door nood te wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong>gegeven. De omslag naar een m<strong>in</strong><strong>de</strong>r reactieve en meer proactieve,<br />
on<strong>de</strong>rnemen<strong>de</strong> opstell<strong>in</strong>g van scholen en <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen moet feitelijk nog beg<strong>in</strong>nen.<br />
Daarvoor is meer ruimte nodig, met name <strong>in</strong> <strong>de</strong> sfeer van <strong>de</strong> <strong>in</strong> paragraaf 2.2<br />
genoem<strong>de</strong> vrije toetred<strong>in</strong>g (het starten van nieuwe scholen of opleid<strong>in</strong>gen b<strong>in</strong>nen het<br />
publieke bestel) en vrije prijsstell<strong>in</strong>g (het door bekostig<strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen zelf vaststellen van<br />
<strong>de</strong> prijs van opleid<strong>in</strong>gen). Overweg<strong>in</strong>gen van macro-doelmatigheid en toegankelijkheid<br />
vormen echter belangrijke h<strong>in</strong><strong>de</strong>rpalen voor dit type van <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g.<br />
De afgelopen jaren was er vooral sprake van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> z<strong>in</strong> van een toenemen<strong>de</strong><br />
oriëntatie op <strong>de</strong> <strong>markt</strong>. Daarnaast is er een dui<strong>de</strong>lijke trend waarneembaar naar<br />
een bedrijfsmatiger aanpak b<strong>in</strong>nen <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen. Grote <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen gaan steeds meer<br />
opereren als <strong>markt</strong>organisaties. Bei<strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>gen brengen problemen met zich mee<br />
en roepen <strong>de</strong> nodige vragen op. Een groeien<strong>de</strong> f<strong>in</strong>anciële ongelijkheid tussen scholen,<br />
cultuurverschillen b<strong>in</strong>nen <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen die samenhangen met hun hybri<strong>de</strong> karakter, het<br />
gevaar van verdr<strong>in</strong>g<strong>in</strong>g van kerntaken, concurrentievervals<strong>in</strong>g ten opzichte van <strong>de</strong> particuliere<br />
opleid<strong>in</strong>gssector, het zijn slechts enkele problemen die zichtbaar wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong>dien<br />
we <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong> afgelopen jaren op een rij zetten. De toekomst van <strong>de</strong><br />
<strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs zal vermoe<strong>de</strong>lijk vooral afhangen van <strong>de</strong> effecten die <strong>de</strong><br />
<strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> dagelijkse on<strong>de</strong>rwijspraktijk teweeg zal brengen. Dat on<strong>de</strong>rwerp<br />
komt echter <strong>in</strong> hoofdstuk 15 van Waslan<strong>de</strong>r aan <strong>de</strong> or<strong>de</strong>.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
267
Literatuur<br />
268<br />
Amelsvoort van, H.W.C.H. en B. Witziers (1995).<br />
Dereguler<strong>in</strong>g en <strong>de</strong> <strong>markt</strong>positie van scholen. In: Tijdschrift voor<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>research, 20 (1995) 2 (115-132).<br />
Beerends, H.M, S. Cremer en P.J. Krooneman (1999a).<br />
Sponsor<strong>in</strong>g <strong>in</strong> PO en VO. E<strong>in</strong>drapport. Amsterdam: Regioplan.<br />
Beerends, H.M., Boom, E.F.C. en van <strong>de</strong>r Vegt, A.L. (1999b).<br />
Kwaliteitskaarten voortgezet on<strong>de</strong>rwijs: beoor<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g en gebruik door ou<strong>de</strong>rs.<br />
Amsterdam: Regioplan.<br />
Boef-Van <strong>de</strong>r Meulen, S. en L.J. Herweijer (1992).<br />
Schoolkeuze en scholenplann<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het basison<strong>de</strong>rwijs. Rijswijk/Den Haag:<br />
SCP/Vuga (cahier 94).<br />
Bronneman-Helmers, H.M, m.m.v. C.G.J. Taes (1999).<br />
Scholen on<strong>de</strong>r druk. Op zoek naar <strong>de</strong> taak van <strong>de</strong> school <strong>in</strong> een veran<strong>de</strong>ren<strong>de</strong><br />
samenlev<strong>in</strong>g. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau (Sociale en Culturele<br />
studies 28).<br />
CBS (1998) Jaarboek <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> 1998.<br />
Feiten en cijfers bijeengebracht door het CBS. Voorburg: Centraal Bureau voor <strong>de</strong><br />
Statistiek.<br />
CBS (1999) Jaarboek <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> 1999.<br />
Feiten en cijfers bijeengebracht door het CBS. Voorburg: Centraal Bureau voor <strong>de</strong><br />
Statistiek.<br />
Commissie Glasz (2000).<br />
De raad van toezicht <strong>in</strong> het HBO. Transparant, onafhankelijk en <strong>de</strong>skundig<br />
toezicht. Den Haag: HBO-raad.<br />
Dronkers, J. (1999).<br />
Veran<strong>de</strong>ren<strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gaantallen <strong>in</strong> het voortgezet on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> het schooljaar<br />
1998-1999 door <strong>de</strong> publicatie van <strong>in</strong>spectiegegevens en <strong>de</strong> bereken<strong>in</strong>g van het<br />
schoolcijfer door Trouw <strong>in</strong> oktober 1997? Een na<strong>de</strong>re analyse.<br />
In: Tijdschrift voor <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>research 24 (1999) 1 (63-66).<br />
Dijkstra, Anne Bert, Jaap Dronkers en Roelan<strong>de</strong> Hofman (1997).<br />
Verzuil<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs. Actuele verklar<strong>in</strong>gen en analyse. Gron<strong>in</strong>gen:<br />
Wolters-Noordhoff.<br />
Jongbloed, B.W.A. en Koelman, J.B.J. (1999).<br />
Het retributiebeleid van <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen voor hoger on<strong>de</strong>rwijs. Zoetermeer: M<strong>in</strong>isterie<br />
van OCenW (Beleidsgerichte studies Hoger on<strong>de</strong>rwijs en wetenschappelijk on<strong>de</strong>rzoek<br />
60).<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Karstanje,P.N.<br />
Tien jaar na <strong>de</strong> nota 2000. Reflecties op een <strong>de</strong>cennium <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het<br />
on<strong>de</strong>rwijsbeleid. Den Haag: Verenig<strong>in</strong>g voor <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>recht.<br />
Karsten, S., A. Visscher en T. <strong>de</strong> Jong (2000).<br />
Buitenlandse ervar<strong>in</strong>gen met het publiceren van schoolprestatiegegevens. In:<br />
NTOR (Ne<strong>de</strong>rlands tijdschrift voor on<strong>de</strong>rwijsrecht en on<strong>de</strong>rwijsbeleid) (2000),<br />
februari (177-189).<br />
Laemers, Miek (1999).<br />
Schoolkeuzevrijheid. Veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> betekenis en reikwijdte.<br />
Nijmegen/Ubbergen: ITS/Tan<strong>de</strong>m Felix.<br />
Ledoux, G. en Overmaat, M. (1996).<br />
School- en klaskenmerken basison<strong>de</strong>rwijs. Technische rapportage PRIMA-cohorton<strong>de</strong>rzoek<br />
1994/95. Amsterdam: SCO-Kohnstamm Instituut.<br />
Leune, Han (1999).<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> beweg<strong>in</strong>g. Enige opmerk<strong>in</strong>gen over veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> het<br />
Ne<strong>de</strong>rlandse on<strong>de</strong>rwijs geduren<strong>de</strong> het laatste kwart van <strong>de</strong> tw<strong>in</strong>tigste eeuw. (Een<br />
uitgave ter gelegenheid van 25 jaar Sociaal en Cultureel Planbureau). Den Haag:<br />
SCP.<br />
M<strong>in</strong>isterie van <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>, Cultuur en Wetenschappen (1998).<br />
Voortgezet on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> cijfers 1998. Zoetermeer: OCenW.<br />
M<strong>in</strong>isterie van <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>, Cultuur en Wetenschappen (2000a).<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>, Cultuur en Wetenschappen <strong>in</strong> kerncijfers 2001. Zoetermeer: OCenW.<br />
M<strong>in</strong>isterie van <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>, Cultuur en Wetenschappen (2000b).<br />
Autonomievergrot<strong>in</strong>g en <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs (voortgangsrapportage<br />
over het proces rond autonomievergrot<strong>in</strong>g en <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g).<br />
Regt <strong>de</strong>, Ali en Don Ween<strong>in</strong>k (1999).<br />
Elitair tegen wil en dank. Rechtvaardig<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong> keuze voor particulier on<strong>de</strong>rwijs.<br />
In: Amsterdams Sociologisch Tijdschrift 26 (1999) 2 (229-253).<br />
Schoonhoven van, R. (2000).<br />
De implementatie van <strong>de</strong>centrale arbeidsvoorwaar<strong>de</strong>n <strong>in</strong> het voortgezet on<strong>de</strong>rwijs:<br />
een proces over vele schakels. In: NTOR, jaargang 12, mei 2000, (3-24).<br />
Sociaal en Cultureel Planbureau (2000).<br />
Sociaal en Cultureel Rapport 2000. Ne<strong>de</strong>rland <strong>in</strong> Europa. Den Haag: SCP.<br />
Visser, Suzanne (2000a).<br />
Wij mogen nooit elitair wor<strong>de</strong>n. In: Profiel (2000) 4 (30-32).<br />
Visser, Suzanne (2000b).<br />
E<strong>in</strong><strong>de</strong>loos wachten <strong>in</strong> verle<strong>de</strong>n tijd. In: Profiel (2000) 1 (31-33).<br />
Walsum, San<strong>de</strong>r van.<br />
Stu<strong>de</strong>nt maakt geen studie van zijn opleid<strong>in</strong>g. In: De Volkskrant (2000), Bijlage<br />
Kiezen na School, 27 september (20-22).<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
269
15 Marktwerk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs:<br />
waar leidt het toe?<br />
270<br />
S. Waslan<strong>de</strong>r 1<br />
Over <strong>de</strong> effecten van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs wordt fel ge<strong>de</strong>batteerd. De<br />
voorstan<strong>de</strong>rs verwachten verbeter<strong>in</strong>g van kwaliteit, toegankelijkheid en doelmatigheid.<br />
De opponenten vrezen dat vrije schoolkeuze van ou<strong>de</strong>rs en concurrentie tussen scholen<br />
zal lei<strong>de</strong>n tot grotere segregatie, homogenere groepen en me<strong>de</strong> daardoor ook verlies<br />
van kwaliteit. De resultaten van het empirische on<strong>de</strong>rzoek naar daadwerkelijke effecten<br />
van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g zijn aanmerkelijk genuanceer<strong>de</strong>r dan het theoretische <strong>de</strong>bat doet<br />
vermoe<strong>de</strong>n. De belangrijkste conclusie luidt dat <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g positieve effecten kán<br />
hebben, mits voldaan is aan twee randvoorwaar<strong>de</strong>n. Ten eerste moeten <strong>de</strong> scholen ook<br />
daadwerkelijk concurreren om <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen, <strong>in</strong> plaats van an<strong>de</strong>rsom. En ten twee<strong>de</strong><br />
moeten ou<strong>de</strong>rs ook feitelijk kunnen kiezen tussen alternatieven. Als niet aan <strong>de</strong>ze<br />
voorwaar<strong>de</strong>n is voldaan, of kan wor<strong>de</strong>n, dan kan <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>de</strong> ongelijkheid <strong>in</strong> het<br />
on<strong>de</strong>rwijs vergroten, <strong>de</strong> toegankelijkheid bedreigen en op het macro-niveau van een<br />
regio of land afbreuk doen aan <strong>de</strong> kwaliteit van het on<strong>de</strong>rwijs.<br />
1 S. Waslan<strong>de</strong>r is werkzaam bij adviesbureau Twynstra Gud<strong>de</strong> <strong>in</strong> Amersfoort. Zij promoveer<strong>de</strong> <strong>in</strong> 1999<br />
(cum lau<strong>de</strong>) op het proefschrift Koopmanschap en Burgerschap over <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
1 Inleid<strong>in</strong>g<br />
De meest heikele vraag <strong>in</strong> alle verhan<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen, <strong>de</strong>batten en on<strong>de</strong>rzoeken omtrent <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g<br />
<strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs is steeds weer: Waar leidt het toe? Het is ook het antwoord op<br />
precies <strong>de</strong>ze vraag die <strong>de</strong> gemoe<strong>de</strong>ren het meest verhit en <strong>de</strong> stemmen het meest<br />
ver<strong>de</strong>elt. De één is er vast van overtuigd dat <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g zal lei<strong>de</strong>n tot kwalitatief beter<br />
on<strong>de</strong>rwijs, betere on<strong>de</strong>rwijskeuzes en betere on<strong>de</strong>rwijskansen voor kansarme k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren.<br />
Voor <strong>de</strong> an<strong>de</strong>r staat vast dat <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g niets dan onheil brengt omdat <strong>de</strong> kwaliteit zal<br />
afbrokkelen, on<strong>de</strong>rwijskeuzes op oneigenlijke gron<strong>de</strong>n gemaakt zullen wor<strong>de</strong>n en<br />
kansarme k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren <strong>de</strong> reken<strong>in</strong>g zullen betalen. Het contrast tussen verwachte positieve<br />
effecten en gevrees<strong>de</strong> negatieve effecten van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g is groot. Deelnemers aan het<br />
<strong>de</strong>bat hebben zich lange tijd ongeh<strong>in</strong><strong>de</strong>rd achter hun - vaak i<strong>de</strong>ologische - stell<strong>in</strong>gen<br />
kunnen verschansen. Dit kwam omdat <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs vooral bij plannen<br />
bleef en nauwelijks <strong>in</strong> praktijk werd gebracht. De laatste jaren komt daar veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g <strong>in</strong><br />
en wordt <strong>in</strong> steeds meer lan<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>rwijsbeleid doorgevoerd on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> noemer <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g.<br />
Ook het on<strong>de</strong>rzoek naar effecten van dit type beleid neemt toe. B<strong>in</strong>nen het<br />
bestek van <strong>de</strong>ze verkenn<strong>in</strong>g beperk ik me tot het schetsen van een paar algemene lijnen<br />
die uit het on<strong>de</strong>rzoeksmateriaal naar voren komen. Voor een uitgebrei<strong>de</strong>r overzicht<br />
verwijs ik naar hoofdstuk 2 van mijn proefschrift over <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs<br />
(Waslan<strong>de</strong>r, 1999), <strong>de</strong> reviews van Maddaus (1990) en Henig (1995) over schoolkeuze en<br />
<strong>de</strong> literatuurstudie van Wylie (1998) over vouchers.<br />
Dit hoofdstuk is voornamelijk gebaseerd op het relatief talrijke on<strong>de</strong>rzoek naar effecten<br />
van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g voor het voortgezet on<strong>de</strong>rwijs. Ik baseer me vooral op ervar<strong>in</strong>gen <strong>in</strong><br />
<strong>de</strong> Verenig<strong>de</strong> Staten van Amerika, Schotland, Engeland, Nieuw-Zeeland. De keuze van<br />
lan<strong>de</strong>n berust op twee overweg<strong>in</strong>gen. Ten eerste bena<strong>de</strong>ren <strong>de</strong> maatregelen die <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze<br />
lan<strong>de</strong>n zijn doorgevoerd <strong>de</strong> ‘pure’ <strong>markt</strong>vorm het dichtst en ten twee<strong>de</strong> is juist voor <strong>de</strong>ze<br />
lan<strong>de</strong>n relatief veel on<strong>de</strong>rzoeksmateriaal beschikbaar. Voor zover on<strong>de</strong>rzoek beschikbaar<br />
is waaruit blijkt dat effecten <strong>in</strong> an<strong>de</strong>re on<strong>de</strong>rwijssectoren dui<strong>de</strong>lijk en aanwijsbaar<br />
verschillen, staat dat expliciet <strong>in</strong> <strong>de</strong> tekst vermeld. Voor meer <strong>in</strong>formatie over het<br />
beroepson<strong>de</strong>rwijs en het hoger on<strong>de</strong>rwijs verwijs ik graag naar <strong>de</strong> bijdragen van Van<br />
Lieshout (hoofdstuk 10) en Kaiser & Van <strong>de</strong>r Meer (hoofdstuk 11).<br />
De opbouw van dit hoofdstuk is nu ver<strong>de</strong>r als volgt. Ik beg<strong>in</strong> met een korte weergave<br />
van <strong>de</strong> belangrijkste argumenten die voor- en tegenstan<strong>de</strong>rs hanteren als zij positieve<br />
effecten verwachten of negatieve effecten vrezen (paragraaf 2). De grote vraag is vervolgens<br />
welke argumenten on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g v<strong>in</strong><strong>de</strong>n <strong>in</strong> empirisch on<strong>de</strong>rzoek en welke effecten<br />
daadwerkelijk zijn waargenomen (paragraaf 3). De on<strong>de</strong>rzoeksresultaten zijn aanmerkelijk<br />
genuanceer<strong>de</strong>r dan het theoretische <strong>de</strong>bat doet vermoe<strong>de</strong>n.<br />
De overheid hanteert van oudsher vier criteria om haar <strong>in</strong>spann<strong>in</strong>gen op het gebied van<br />
on<strong>de</strong>rwijs aan af te meten. Het gaat dan om kwaliteit, toegankelijkheid, doelmatigheid en<br />
bestelsamenhang. Deze ijkpunten wor<strong>de</strong>n hierna ver<strong>de</strong>r toegelicht. De eerste twee criteria<br />
- kwaliteit en toegankelijkheid - komen ruimschoots aan bod <strong>in</strong> het <strong>de</strong>bat en het<br />
on<strong>de</strong>rzoek. Aanmerkelijk m<strong>in</strong><strong>de</strong>r systematische en op on<strong>de</strong>rwijs gerichte aandacht is er<br />
voor <strong>de</strong> criteria doelmatigheid en bestelsamenhang. Om die re<strong>de</strong>n besteed ik <strong>in</strong> paragraaf<br />
4 apart aandacht aan <strong>de</strong>ze laatste twee criteria. Een overstap naar <strong>de</strong> thema’s waar nog<br />
niet of nauwelijks on<strong>de</strong>rzoek naar is gedaan is vervolgens snel gemaakt (paragraaf 5). Uit<br />
het beschikbare materiaal zijn een aantal algemene conclusies te trekken die vertaald<br />
kunnen wor<strong>de</strong>n naar implicaties voor beleidsvorm<strong>in</strong>g <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland op het gebied van<br />
<strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs (paragraaf 6).<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
271
2 Veron<strong>de</strong>rstel<strong>de</strong> effecten<br />
272<br />
In <strong>de</strong>ze paragraaf laat ik <strong>de</strong> belangrijkste argumenten van voor- en tegenstan<strong>de</strong>rs aan<br />
bod komen <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van een pleidooi voor en een pleidooi tegen <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g. Vooraf<br />
een paar opmerk<strong>in</strong>gen over <strong>de</strong> relevantie van buitenlandse ervar<strong>in</strong>gen voor Ne<strong>de</strong>rland.<br />
Discussies over <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs zijn het meest prom<strong>in</strong>ent <strong>in</strong> lan<strong>de</strong>n waar<br />
nog geen sprake was van vrije schoolkeuze, terwijl dat <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland al bijna een eeuw<br />
bestaat. In veel an<strong>de</strong>re lan<strong>de</strong>n heeft een situatie van wijkgebon<strong>de</strong>n school‘keuze’ plaatsgemaakt<br />
voor een situatie waar<strong>in</strong> ou<strong>de</strong>rs en leerl<strong>in</strong>gen meer te kiezen kregen. In<br />
Ne<strong>de</strong>rland is weliswaar formeel niets gewijzigd, maar is <strong>de</strong> <strong>in</strong>formele <strong>in</strong>vull<strong>in</strong>g van vrije<br />
schoolkeuze wel <strong>de</strong>gelijk, en op vergelijkbare wijze, veran<strong>de</strong>rd. In het verzuil<strong>de</strong><br />
Ne<strong>de</strong>rland was schoolkeuze immers <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste plaats gebaseerd op <strong>de</strong> levensbeschouwelijke<br />
richt<strong>in</strong>g (<strong>de</strong>nom<strong>in</strong>atie) van <strong>de</strong> school. Van een daadwerkelijke keuze tussen<br />
verschillen<strong>de</strong> scholen was vaak geen sprake. Met <strong>de</strong> ontzuil<strong>in</strong>g zijn an<strong>de</strong>re factoren dan<br />
religie belangrijker gewor<strong>de</strong>n. Ook bij <strong>de</strong> schoolkeuze wor<strong>de</strong>n an<strong>de</strong>re kenmerken belangrijker<br />
en meer mensen ervaren dat ze ook daadwerkelijk iets te kiezen hebben (Dijkstra<br />
e.a., 1997). In het buitenland is <strong>de</strong> <strong>in</strong>troductie van vrije schoolkeuze vaak on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el van<br />
een meeromvattend beleid om <strong>markt</strong>mechanismen toe te passen op on<strong>de</strong>rwijs. In<br />
Ne<strong>de</strong>rland wordt een bestaan<strong>de</strong> situatie van vrije schoolkeuze meer en meer gecomb<strong>in</strong>eerd<br />
met soortgelijke <strong>markt</strong>pr<strong>in</strong>cipes. Buitenlandse discussies en ervar<strong>in</strong>gen zijn<br />
daardoor bij uitstek relevant voor Ne<strong>de</strong>rland.<br />
In <strong>de</strong>ze paragraaf beoog ik <strong>de</strong> argumenten van voor- en tegenstan<strong>de</strong>rs zo kort en hel<strong>de</strong>r<br />
mogelijk voor het voetlicht te brengen. Om die re<strong>de</strong>n zijn <strong>de</strong> argumenten verwoord <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
vorm van een pleidooi voor en een pleidooi tegen <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g. De bei<strong>de</strong> pleidooien<br />
zijn samengesteld uit <strong>de</strong> visies en betogen van diverse auteurs.<br />
2.1 VERWACHTE POSITIEVE EFFECTEN 2<br />
Kwaliteit<br />
Marktwerk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs betekent dat ou<strong>de</strong>rs zelf een school kunnen kiezen (<strong>de</strong><br />
vraagkant) en dat scholen met elkaar concurreren (<strong>de</strong> aanbodkant). Dit alles zal helpen<br />
om <strong>de</strong> kwaliteit van het on<strong>de</strong>rwijs te verhogen, zowel direct als <strong>in</strong>direct en zowel via <strong>de</strong><br />
vraag- als <strong>de</strong> aanbodkant van <strong>de</strong> <strong>markt</strong>. Als we beg<strong>in</strong>nen bij <strong>de</strong> vraagkant, bij <strong>de</strong> gebruikers,<br />
dan zijn er drie manieren waarop vrije schoolkeuze <strong>de</strong> kwaliteit van het on<strong>de</strong>rwijs<br />
zal verbeteren.<br />
Om te beg<strong>in</strong>nen is er een direct effect door het keuzegedrag. Door het keuzegedrag van<br />
klanten verbetert <strong>de</strong> kwaliteit van een product, ook bij on<strong>de</strong>rwijs. Het mechanisme is<br />
even simpel als doeltreffend. Uit het aanbod dat gebruikers, <strong>in</strong> casu ou<strong>de</strong>rs en leerl<strong>in</strong>gen,<br />
ter beschikk<strong>in</strong>g staat, kiezen ze voor <strong>de</strong> school die het beste bij hun voorkeuren past.<br />
Omdat ie<strong>de</strong>reen, gegeven <strong>de</strong> prijs, liever hoge kwaliteit heeft dan lage kwaliteit, kiezen<br />
ou<strong>de</strong>rs voor <strong>de</strong> beste school b<strong>in</strong>nen hun bereik. Hierdoor gaan meer k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren naar een<br />
goe<strong>de</strong> en m<strong>in</strong><strong>de</strong>r k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren naar een slechte school. Dit betekent op macro-niveau<br />
automatisch dat meer leerl<strong>in</strong>gen beter on<strong>de</strong>rwijs volgen.<br />
Daarnaast is er een <strong>in</strong>direct effect dat loopt via <strong>de</strong> grotere betrokkenheid van ou<strong>de</strong>rs.<br />
2 Deze paragraaf is voornamelijk gebaseerd op het werk van Henig (1995), Chubb & Moe (1988 en<br />
1990), Coleman (1990), Fels (1996), Hargreaves (1996), Lieberman (1993), Tooley (1993, 1995 en<br />
1997), Treasury (1987), Witte (1990) en is op soortgelijke wijze maar uitgebrei<strong>de</strong>r beschreven <strong>in</strong><br />
Waslan<strong>de</strong>r (1999).<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Uit on<strong>de</strong>rzoek blijkt namelijk dat k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren beter presteren als ou<strong>de</strong>rs betrokken zijn bij<br />
het on<strong>de</strong>rwijs. Schoolkeuze zal <strong>de</strong> betrokkenheid bij on<strong>de</strong>rwijs stimuleren, omdat het niet<br />
meer vanzelfsprekend is naar welke school een k<strong>in</strong>d zal gaan en ou<strong>de</strong>rs zelf moeten<br />
kiezen. Juist omdat het hun eigen keuze is, zullen ou<strong>de</strong>rs ook meer waar<strong>de</strong> hechten aan<br />
een zelfgekozen school. De betrokkenheid neemt ook toe omdat ou<strong>de</strong>rs beseffen dat ze<br />
altijd <strong>de</strong> mogelijkheid hou<strong>de</strong>n om nog an<strong>de</strong>rs te kiezen. Ou<strong>de</strong>rlijke betrokkenheid kan<br />
nog ver<strong>de</strong>r wor<strong>de</strong>n vergroot door ou<strong>de</strong>rs op te nemen <strong>in</strong> het bestuur van <strong>de</strong> school. Zo<br />
krijgen ou<strong>de</strong>rs directe zeggenschap over het on<strong>de</strong>rwijs van hun k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren en komt <strong>de</strong><br />
macht te liggen waar die hoort, namelijk bij <strong>de</strong> consumenten.<br />
Vervolgens versterkt <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>de</strong> positie van ou<strong>de</strong>rs <strong>in</strong> hun rol van controleur.<br />
Welbeschouwd bev<strong>in</strong><strong>de</strong>n ou<strong>de</strong>rs zich <strong>in</strong> <strong>de</strong> beste positie om <strong>de</strong> kwaliteit van het on<strong>de</strong>rwijs<br />
te controleren. Zij wor<strong>de</strong>n immers dagelijks en direct geconfronteerd met het reilen<br />
en zeilen van <strong>de</strong> school en het on<strong>de</strong>rwijs aan hun k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren. Ou<strong>de</strong>rs bev<strong>in</strong><strong>de</strong>n zich <strong>in</strong><br />
ie<strong>de</strong>r geval <strong>in</strong> een betere positie om <strong>de</strong> kwaliteit te controleren dan bureaucraten die zich<br />
achter een bureau van bureaucratische mid<strong>de</strong>len bedienen. Dankzij hun positie kunnen<br />
ou<strong>de</strong>rs een belangrijke rol spelen bij het verbeteren van het on<strong>de</strong>rwijs. Ou<strong>de</strong>rs kunnen<br />
bij <strong>de</strong> school zaken aan <strong>de</strong> or<strong>de</strong> stellen of <strong>de</strong>snoods een klacht <strong>in</strong>dienen. Klagen bij een<br />
aanbie<strong>de</strong>r is alleen effectief als er ook reële sancties zijn, zoals <strong>de</strong> klandizie el<strong>de</strong>rs on<strong>de</strong>rbrengen.<br />
Deze gedachtegang volgt het werk van Hirschman (1986a) die een on<strong>de</strong>rscheid maakt<br />
tussen ‘voice’, <strong>de</strong> <strong>de</strong>mocratische manier van stemmen, en ‘exit’, het stemmen met <strong>de</strong><br />
voeten. Deze alternatieven sluiten elkaar niet uit, maar versterken elkaar juist. An<strong>de</strong>rs<br />
gezegd: om <strong>in</strong>spraak (voice) te stimuleren is <strong>de</strong> optie om te vertrekken (exit) nodig. De<br />
exit-optie helpt niet alleen <strong>de</strong> stem van <strong>de</strong> klant (voice) te versterken, maar is ook als<br />
zelfstandig alternatief van groot belang.<br />
De voorstan<strong>de</strong>rs van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g betogen dat exit meer ou<strong>de</strong>rs machtsmid<strong>de</strong>len geeft<br />
die an<strong>de</strong>rs niet voor ie<strong>de</strong>reen zijn weggelegd:<br />
“One does not have to say what exactly is wrong or what should be done to<br />
correct it; one does not have to argue, persua<strong>de</strong>, or cajole teachers or adm<strong>in</strong>istrators;<br />
one only needs to f<strong>in</strong>d a suitable alternative.” (Witte, 1990, p. 40)<br />
Ook aan <strong>de</strong> aanbodkant van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong>, bij <strong>de</strong> scholen, helpt het begrippenpaar<br />
voice en exit volgens <strong>de</strong> voorstan<strong>de</strong>rs te verklaren waarom <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g tot betere<br />
kwaliteit van on<strong>de</strong>rwijs leidt. De re<strong>de</strong>ner<strong>in</strong>g gaat als volgt. Ie<strong>de</strong>r systeem heeft exitopties<br />
nodig om te functioneren en dat geldt ook voor een on<strong>de</strong>rwijssysteem. Een on<strong>de</strong>rwijssysteem<br />
waar<strong>in</strong> ou<strong>de</strong>rs en leerl<strong>in</strong>gen alleen hun stem kunnen verheffen (voice),<br />
zon<strong>de</strong>r met <strong>de</strong> voeten te kunnen stemmen (exit), roept bijna automatisch onvre<strong>de</strong> op:<br />
“Lack<strong>in</strong>g a real exit option, many parents and stu<strong>de</strong>nts will choose a public<br />
school <strong>de</strong>spite dissatisfaction with its goals, methods or personnel. Hav<strong>in</strong>g done<br />
so, they have a right to voice their preferences through the <strong>de</strong>mocratic control<br />
structure but everyone else has the same rights, and many are well armed and<br />
organized. Voice cannot remedy the mismatch between what parents and<br />
stu<strong>de</strong>nts want and what schools provi<strong>de</strong>. Conflict and disharmony are built <strong>in</strong>to<br />
the system.” (Chubb & Moe, 1988, p. 1068)<br />
Als leerl<strong>in</strong>gen niet naar een an<strong>de</strong>re school kunnen (geen exit) moeten alle conflicten dus<br />
wor<strong>de</strong>n opgelost via <strong>de</strong> politieke weg van <strong>in</strong>spraak (voice). Bij gebrek aan externe alter-<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
273
274<br />
natieven is een <strong>in</strong>tern compromis vervolgens <strong>de</strong> enige oploss<strong>in</strong>g. Om conflicten te kanaliseren,<br />
kan een <strong>de</strong>rgelijk stelsel niet an<strong>de</strong>rs dan zijn toevlucht zoeken tot een uitgebrei<strong>de</strong><br />
regelgev<strong>in</strong>g en uitgroeien tot een verstikken<strong>de</strong> bureaucratie.<br />
Met vrije schoolkeuze zal exit een reële optie wor<strong>de</strong>n zodat er meer mogelijkhe<strong>de</strong>n zijn<br />
om conflicten op te lossen. Scholen hoeven dan niet altijd aan alle wensen van ie<strong>de</strong>reen<br />
tegemoet te komen. Ze kunnen dan hun eigen koers uitzetten en zich daarmee profileren<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong>. Ze kunnen prioriteiten stellen en zich daar vervolgens ook aan hou<strong>de</strong>n,<br />
zon<strong>de</strong>r te wor<strong>de</strong>n belemmerd door compromissen. Door <strong>de</strong>ze focus is <strong>de</strong> kans veel<br />
groter dat zelfgekozen doelen ook gerealiseerd wor<strong>de</strong>n. In lan<strong>de</strong>n met zowel private als<br />
publieke scholen, geeft <strong>de</strong> privé-sector het goe<strong>de</strong> voorbeeld. Deze scholen stellen<br />
zichzelf vaak een paar dui<strong>de</strong>lijke doelen. Het succes van <strong>de</strong>ze private scholen toont aan<br />
dat ze <strong>de</strong>ze doelen beter weten te realiseren dan publieke scholen die vele doelen tegelijkertijd<br />
moeten nastreven. Zoals het maximaal ontwikkelen van ie<strong>de</strong>rs <strong>in</strong>dividuele capaciteiten<br />
(kwalificatie-functie) én het voorberei<strong>de</strong>n op heel verschillen<strong>de</strong> vervolgcarrières<br />
b<strong>in</strong>nen en buiten het on<strong>de</strong>rwijs (differentiatie-functie) én het bevor<strong>de</strong>ren van sociale<br />
samenhang (<strong>in</strong>tegratie-functie). Deze doelen zijn on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>g tegenstrijdig en scholen<br />
kunnen daarom onmogelijk tegelijkertijd aan alle verwacht<strong>in</strong>gen voldoen. Gezien <strong>de</strong>ze<br />
context is het logisch dat scholen bij uitstek georganiseerd zijn als, wat Weick (1976)<br />
heeft genoemd, “loosely coupled systems”. Ie<strong>de</strong>re leerl<strong>in</strong>g is an<strong>de</strong>rs en vraagt een an<strong>de</strong>re<br />
bena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g. Een organisatie met ‘losse koppel<strong>in</strong>gen’ geeft scholen <strong>de</strong> mogelijkheid om<br />
flexibel <strong>in</strong> te spelen op specifieke situaties en a<strong>de</strong>quaat on<strong>de</strong>rwijs te geven aan heel<br />
verschillen<strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen. Deze organisatievorm betekent echter wel dat <strong>in</strong>terne <strong>in</strong>consistenties<br />
moeilijk te vermij<strong>de</strong>n zijn. En het zijn juist <strong>de</strong>ze <strong>in</strong>consistenties die maken dat <strong>de</strong><br />
output niet gegaran<strong>de</strong>erd kan wor<strong>de</strong>n: een school kan niet volledig garan<strong>de</strong>ren dat een<br />
leerl<strong>in</strong>g met beg<strong>in</strong>niveau A na zes jaar e<strong>in</strong>dniveau B zal halen.<br />
De voorstan<strong>de</strong>rs re<strong>de</strong>neren ver<strong>de</strong>r dat vrije schoolkeuze voor ou<strong>de</strong>rs en concurrentie<br />
tussen scholen ervoor zorgt dat scholen beter naar <strong>de</strong> wensen van <strong>de</strong> gebruikers zullen<br />
luisteren. In een on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong> zal <strong>de</strong> aanbie<strong>de</strong>r verantwoord<strong>in</strong>g afleggen aan <strong>de</strong> consument,<br />
zodat <strong>de</strong> school ou<strong>de</strong>rs en leerl<strong>in</strong>gen tevre<strong>de</strong>n moet hou<strong>de</strong>n. Scholen zullen<br />
daardoor beter naar hun wensen luisteren en het on<strong>de</strong>rwijs daarop afstemmen. Zo<br />
fungeert <strong>de</strong> klantenkr<strong>in</strong>g als impuls om goed on<strong>de</strong>rwijs te leveren. Scholen zullen<br />
hierdoor, zoals dat heet, responsiever wor<strong>de</strong>n. In een <strong>markt</strong> gaat het bovendien niet eens<br />
zozeer om <strong>de</strong> keuzes zelf, maar om het signaal dat van die keuzes uitgaat. Het is daarom<br />
ook niet zo relevant hóe ou<strong>de</strong>rs precies keuzes maken. Waar het om gaat is dat consumenten<br />
met hun koopgedrag een signaal geven over hun voorkeuren. In an<strong>de</strong>re <strong>markt</strong>en<br />
blijken <strong>de</strong>ze signalen effectief om producenten naar hun consumenten te laten luisteren,<br />
ook al weten producenten niet precies wát er mis is als consumenten hun product niet<br />
willen. Dat niet alle ou<strong>de</strong>rs bewuste schoolkeuzes maken op basis van kwaliteitsverschillen<br />
is helemaal niet erg. Zolang er genoeg ou<strong>de</strong>rs zijn die dat wel doen, is dat voldoen<strong>de</strong><br />
om het signaal te geven. Immers:<br />
“(I)n any market the bulk of consumers free-ri<strong>de</strong> on the choices of an <strong>in</strong>formed<br />
few.” (Fels, 1996, p. 67)<br />
Marktwerk<strong>in</strong>g kan meer dan <strong>de</strong> kwaliteit verbeteren <strong>in</strong> <strong>de</strong> z<strong>in</strong> van een betere afstemm<strong>in</strong>g<br />
van het aanbod aan on<strong>de</strong>rwijs op <strong>de</strong> wensen van ou<strong>de</strong>rs en leerl<strong>in</strong>gen. In een on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong><br />
kan het prijsmechanisme bovendien haar werk doen. Dat kan door, net als <strong>in</strong> een<br />
echte <strong>markt</strong>, een directe relatie aan te brengen tussen prestatie en belon<strong>in</strong>gen.<br />
Consumenten zullen goe<strong>de</strong> prestaties van <strong>de</strong> aanbie<strong>de</strong>r belonen door producten te<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
kopen, en slechte prestaties bestraffen door weg te blijven. De <strong>markt</strong> geeft zo een dui<strong>de</strong>lijke,<br />
want f<strong>in</strong>anciële, prikkel aan aanbie<strong>de</strong>rs om producten van hoge kwaliteit te leveren.<br />
In het on<strong>de</strong>rwijs is eenzelf<strong>de</strong> koppel<strong>in</strong>g tussen prestatie en belon<strong>in</strong>g mogelijk, namelijk<br />
door <strong>de</strong> f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> school afhankelijk te maken van <strong>de</strong> prestaties van leerl<strong>in</strong>gen:<br />
hogere prestaties = meer geld. Ou<strong>de</strong>rs belonen goe<strong>de</strong> scholen met groeien<strong>de</strong> belangstell<strong>in</strong>g<br />
en straffen slechte scholen met teruglopen<strong>de</strong> klandizie. Zo leggen scholen verantwoord<strong>in</strong>g<br />
af aan hun klanten, die met hun keuzegedrag f<strong>in</strong>anciële belon<strong>in</strong>gen en straffen<br />
geven. De monetaire dreig<strong>in</strong>g dw<strong>in</strong>gt slechte scholen hun leven te beteren, op straffe van<br />
een faillissement.<br />
In een <strong>markt</strong> is een school niet langer verzekerd van een klantenkr<strong>in</strong>g (gedwongen<br />
w<strong>in</strong>kelner<strong>in</strong>g, ‘provi<strong>de</strong>r capture’), maar moet ze met an<strong>de</strong>re scholen strij<strong>de</strong>n om <strong>de</strong> gunst<br />
van ou<strong>de</strong>rs en leerl<strong>in</strong>gen. Omdat noch klantenkr<strong>in</strong>g noch f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g gegaran<strong>de</strong>erd zijn,<br />
kan het aantal leerl<strong>in</strong>gen en het budget van jaar tot jaar schommelen. Dit houdt scholen<br />
alert. Ze wor<strong>de</strong>n hierdoor permanent gedwongen reken<strong>in</strong>g te hou<strong>de</strong>n met <strong>de</strong> wensen van<br />
ou<strong>de</strong>rs en leerl<strong>in</strong>gen.<br />
Concurrentie is niet alleen een permanente impuls voor kwaliteitsverbeter<strong>in</strong>g, concurrentie<br />
zal ook zorgen voor <strong>de</strong> hoognodige vernieuw<strong>in</strong>g b<strong>in</strong>nen het on<strong>de</strong>rwijs. De on<strong>de</strong>rwijssector<br />
steekt wat <strong>in</strong>novaties betreft schril af tegen economische sectoren mét concurrentie.<br />
Als scholen met elkaar concurreren om <strong>de</strong> gunst van <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>g, wor<strong>de</strong>n ze gestimuleerd<br />
om zich van elkaar te on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n. Een school die iets nieuws aanbiedt wat<br />
aanslaat, wordt hiervoor beloond door een grotere toeloop van vrij kiezen<strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs en<br />
leerl<strong>in</strong>gen. An<strong>de</strong>re scholen zullen vervolgens niet achter willen blijven en het goe<strong>de</strong><br />
voorbeeld snel overnemen.<br />
Op al <strong>de</strong>ze manieren helpt <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>de</strong> kwaliteit van het on<strong>de</strong>rwijs te verbeteren.<br />
Wie daar nog aan twijfelt moet zich eens afvragen hoe <strong>de</strong> overheid omgaat met slechte<br />
scholen. Scholen die on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> maat zijn wor<strong>de</strong>n getolereerd door <strong>de</strong> overheid. Door<br />
mogelijk electoraal verlies of <strong>de</strong> vrees voor an<strong>de</strong>re politieke consequenties, ontbreekt<br />
bijna altijd <strong>de</strong> politieke moed om een slechte school te sluiten. In een <strong>markt</strong> zoeken<br />
ou<strong>de</strong>rs hun heil el<strong>de</strong>rs waardoor <strong>de</strong> <strong>markt</strong> geen slechte kwaliteit tolereert.<br />
Marktmechanismen zijn hierdoor beter <strong>in</strong> staat kwaliteit te garan<strong>de</strong>ren dan <strong>in</strong>terventies<br />
van <strong>de</strong> overheid.<br />
“Genu<strong>in</strong>e competition and choice do not lead to poor quality suppliers limp<strong>in</strong>g<br />
along; they are quickly and easily forced out of bus<strong>in</strong>ess, and the consumer does<br />
not suffer.” (Tooley, 1997, p. 110)<br />
Om scholen <strong>de</strong> mogelijkheid te geven ook daadwerkelijk te kunnen concurreren, is het<br />
wel zaak dat scholen autonoom zijn. Zo moeten ze hun eigen personeelsbeleid kunnen<br />
voeren, zelf <strong>de</strong> huisvest<strong>in</strong>g kunnen bepalen en zelf het on<strong>de</strong>rwijsproces <strong>in</strong> kunnen<br />
richten. Een school met zeggenschap over <strong>de</strong> eigen bedrijfsvoer<strong>in</strong>g kan bovendien beter<br />
beleid maken en sneller besliss<strong>in</strong>gen nemen dan een school die afhankelijk is van richtlijnen<br />
van an<strong>de</strong>ren. Een autonome school kan daarom beter <strong>in</strong>spelen op specifieke, lokale<br />
situaties dan wanneer een school zich moet hou<strong>de</strong>n aan allerlei uniforme regels van een<br />
overheid. Allerlei implementatieproblemen die <strong>in</strong>herent zijn aan centrale stur<strong>in</strong>g verdwijnen<br />
hierdoor, omdat <strong>de</strong> afstand tussen <strong>de</strong>gene die bepaalt wat er moet gebeuren en <strong>de</strong><br />
mensen die dat ten uitvoer moeten brengen, m<strong>in</strong>imaal is.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
275
276<br />
Toegankelijkheid<br />
Volgens <strong>de</strong> voorstan<strong>de</strong>rs verbetert <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g niet alleen <strong>de</strong> kwaliteit, maar maakt<br />
vrije schoolkeuze het on<strong>de</strong>rwijs ook beter toegankelijk. De re<strong>de</strong>ner<strong>in</strong>g luidt als volgt. Het<br />
<strong>in</strong>perken van keuzevrijheid door <strong>de</strong> overheid gaat vooral ten koste van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren die daar<br />
het meest bij gebaat zijn. Ingeperkte en wijkgebon<strong>de</strong>n schoolkeuze kluistert vooral arme<br />
en zwarte k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren aan <strong>de</strong> buurtschool (‘the iron cage of zon<strong>in</strong>g’) en die levert vaak<br />
on<strong>de</strong>rwijs van slechte kwaliteit. Bij wijkgebon<strong>de</strong>n schoolkeuze zijn <strong>de</strong> privileges bovendien<br />
voorbehou<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong> rijken omdat die zich via <strong>de</strong> won<strong>in</strong>g<strong>markt</strong> toegang tot goe<strong>de</strong><br />
buurten en goe<strong>de</strong> scholen kunnen verschaffen (‘selection by mortgage’). K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren van<br />
arme ou<strong>de</strong>rs hebben bovendien niet <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n om naar een privé-school te gaan.<br />
Beperk<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> keuzevrijheid ontnemen vooral <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs en k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren die daar het<br />
meeste belang bij hebben, alternatieven voor beter on<strong>de</strong>rwijs. Met vrije schoolkeuze<br />
gaan <strong>de</strong> m<strong>in</strong>stbe<strong>de</strong>el<strong>de</strong>n er dan ook het meest op vooruit.<br />
Bovendien maken <strong>de</strong> blijven<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsachterstan<strong>de</strong>n van m<strong>in</strong><strong>de</strong>rheidsgroepen dui<strong>de</strong>lijk<br />
dat zij er niet zomaar op kunnen vertrouwen dat <strong>de</strong> overheid <strong>in</strong> hun belang zal han<strong>de</strong>len.<br />
M<strong>in</strong><strong>de</strong>rheidsgroepen moeten zelf hun toekomst kunnen bepalen en vrije schoolkeuze is<br />
hiervoor een mid<strong>de</strong>l. De overheid heeft dan <strong>de</strong> taak om vrije schoolkeuze te bevor<strong>de</strong>ren.<br />
Zij kan dat bijvoorbeeld doen door dicht <strong>in</strong> <strong>de</strong> buurt verschillen<strong>de</strong> scholen beschikbaar te<br />
maken (bijvoorbeeld scholen-<strong>in</strong>-scholen en m<strong>in</strong>i-scholen), vervoer naar an<strong>de</strong>re locaties<br />
mogelijk te maken, of f<strong>in</strong>anciële compensaties <strong>in</strong> te voeren.<br />
Marktwerk<strong>in</strong>g stimuleert diversiteit en dat is iets an<strong>de</strong>rs dan ongelijkheid. Het aanbod<br />
wordt diverser en geeft gelijkgestem<strong>de</strong>n <strong>de</strong> mogelijkheid elkaar op te zoeken. Waar het<br />
steeds om gaat is dat <strong>de</strong> prikkels <strong>in</strong> het stelsel gericht zijn op het verbeteren van het<br />
on<strong>de</strong>rwijs. In een on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong> zijn prestaties en reputaties <strong>de</strong> prikkels en dat betekent<br />
dat leerl<strong>in</strong>gen wor<strong>de</strong>n aangespoord tot hoge prestaties en goed gedrag. Dit betekent dat<br />
een on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong>: “… would replace the current stratification by <strong>in</strong>come and race by a<br />
stratification based on stu<strong>de</strong>nts’ performance and behavior” en dat is toch zeker “not a<br />
bad th<strong>in</strong>g, but a good th<strong>in</strong>g” (Coleman, 1992, p. 260-261).<br />
Selectie van leerl<strong>in</strong>gen is dan ook geen onbedoeld effect van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong>, <strong>de</strong><br />
<strong>markt</strong> is juist opgezet om te selecteren. Scholen moeten dus ook het volste recht krijgen<br />
om leerl<strong>in</strong>gen te weren. Verschillen<strong>de</strong> scholen zullen zich gaan richten op verschillen<strong>de</strong><br />
groepen leerl<strong>in</strong>gen, maar dat is niet per se een probleem. Groepen kunnen immers baat<br />
hebben bij afzon<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g, zoals bijvoorbeeld blijkt bij meisjes die beter presteren als er<br />
geen jongens <strong>in</strong> <strong>de</strong> buurt zijn. Ook etnische segregatie is niet op voorhand een<br />
probleem, als het maar <strong>de</strong> uitkomst is van een positieve keuze:<br />
“(W)hat is essential … is that if a child is <strong>in</strong> an all-black school it is because he<br />
wants to be there and his parents want him to be there ….”<br />
(Coleman, 1990, p. 216)<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
2.2 GEVREESDE NEGATIEVE EFFECTEN 3<br />
Na <strong>de</strong> voorstan<strong>de</strong>rs van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs, komen nu <strong>de</strong> tegenstan<strong>de</strong>rs aan<br />
bod. Het pleidooi van <strong>de</strong> tegenstan<strong>de</strong>rs is vooral een reactie op <strong>de</strong> argumenten van <strong>de</strong><br />
voorstan<strong>de</strong>rs.<br />
Kwaliteit<br />
Wat <strong>de</strong> vraagkant betreft on<strong>de</strong>rschrijven <strong>de</strong> tegenstan<strong>de</strong>rs van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g dat k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
<strong>in</strong><strong>de</strong>rdaad beter presteren als hun ou<strong>de</strong>rs bij het on<strong>de</strong>rwijs betrokken zijn. Maar gebrek<br />
aan betrokkenheid komt volgens hen voort uit zaken als werkloosheid, armoe<strong>de</strong> en<br />
gebrek aan perspectieven. Marktwerk<strong>in</strong>g lost <strong>de</strong>ze structurele problemen niet op, terwijl<br />
het ou<strong>de</strong>rs wel <strong>in</strong>dividueel verantwoor<strong>de</strong>lijk maakt voor hun keuzes:<br />
“The implication, then, is that if you are unhappy with your child’s school,<br />
if your child is ‘unsuccessful’ at school, well you’ve only got yourself to blame -<br />
you ma<strong>de</strong> the wrong choice; the system is not responsible.”<br />
(Gewirtz e.a., 1995, p. 2)<br />
An<strong>de</strong>re bezwaren zijn <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong>. Het is onlogisch en tegenstrijdig om ou<strong>de</strong>rs meer<br />
betrokken te maken door ze <strong>de</strong> mogelijkheid te geven om op te stappen (exit). <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong><br />
is gebaat bij een partnerschap tussen ou<strong>de</strong>rs en docenten. In een on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong> zijn<br />
docenten en ou<strong>de</strong>rs geen partners, maar krijgt <strong>de</strong> relatie het karakter van producent<br />
versus consument. Bij partnerschap gaat het om samenwerk<strong>in</strong>g tussen twee partijen die<br />
een gezamenlijk doel nastreven. In een <strong>markt</strong>relatie huurt <strong>de</strong> ene partij (opdrachtgever)<br />
<strong>de</strong> an<strong>de</strong>r partij (uitvoer<strong>de</strong>r) <strong>in</strong>, waarbij <strong>de</strong> eerste bepaalt wat <strong>de</strong> laatste moet doen. Door<br />
ou<strong>de</strong>rs meer consument te maken wor<strong>de</strong>n ze juist m<strong>in</strong><strong>de</strong>r partner. Dit kan juist na<strong>de</strong>lig<br />
uitpakken voor <strong>de</strong> kwaliteit van het on<strong>de</strong>rwijs.<br />
Het argument dat ou<strong>de</strong>rs <strong>de</strong> kwaliteit van het on<strong>de</strong>rwijs zou<strong>de</strong>n kunnen controleren<br />
getuigt van grenzeloze naïeviteit. Na <strong>de</strong>cennia on<strong>de</strong>rzoek kunnen zelfs <strong>de</strong>skundigen niet<br />
eenduidig aangeven wat een school tot een goe<strong>de</strong> school maakt. Het is dus volstrekt<br />
onrealistisch om van ou<strong>de</strong>rs, met m<strong>in</strong><strong>de</strong>r expertise en ervar<strong>in</strong>g, te verwachten dat zij wel<br />
een a<strong>de</strong>quate beoor<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g kunnen maken.<br />
Ver<strong>de</strong>r is ‘exit’ een veel m<strong>in</strong><strong>de</strong>r vanzelfspreken<strong>de</strong> optie dan <strong>de</strong> voorstan<strong>de</strong>rs van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g<br />
doen geloven. <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> is niet het type product waarbij men ongestraft van<br />
aanbie<strong>de</strong>r kan wisselen, want “part of the raw material is the child” (Glennerster, 1993, p.<br />
195). Er is tijd nodig voordat een k<strong>in</strong>d zich thuisvoelt op school, <strong>in</strong>zicht heeft <strong>in</strong> het<br />
reilen en zeilen van <strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g en een plek heeft <strong>in</strong> <strong>de</strong> groep. Ou<strong>de</strong>rs en leerl<strong>in</strong>gen<br />
doen moeite om een relatie op te bouwen met <strong>de</strong> leerkracht(en) en ook het vormen van<br />
vriendschappen vraagt tijd en <strong>in</strong>zet. Omdat aan exit hoge (sociale) kosten zijn verbon<strong>de</strong>n,<br />
is het dan ook niet waarschijnlijk dat ou<strong>de</strong>rs op grote schaal gebruik maken van<br />
<strong>de</strong>ze optie.<br />
De voorstan<strong>de</strong>rs van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs gaan er gemakshalve vanuit dat <strong>de</strong><br />
‘choosers’ ook <strong>de</strong> ‘users’ zijn. Maar juist het verschil tussen ou<strong>de</strong>rs die kiezen en <strong>de</strong><br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren om wie het gaat, zorgt voor problemen. In veel gevallen hebben k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren op z’n<br />
3 Deze paragraaf is voornamelijk gebaseerd op het werk van Ascher (1994), Ast<strong>in</strong> (1992), diverse<br />
publicaties van <strong>de</strong> hand van Ball, Bowe en/of Gewirtz (1993, 1994, 1995), Glass (1994), Glennerster<br />
(1993), Gordon (1992), Lau<strong>de</strong>r e.a. (1988), Lau<strong>de</strong>r (1991), Lev<strong>in</strong> (1976, 1990), Miliband (1991), Ranson<br />
(1993), Wells & Cra<strong>in</strong> (1992), en is op soortgelijke wijze maar uitgebrei<strong>de</strong>r beschreven <strong>in</strong> Waslan<strong>de</strong>r<br />
(1999).<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
277
278<br />
m<strong>in</strong>st een stem <strong>in</strong> <strong>de</strong> besliss<strong>in</strong>g en soms maken k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren zelf <strong>de</strong> keuze. Voor k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren is<br />
niet <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong> school belangrijk, maar het feit of vriendjes en vriend<strong>in</strong>netjes<br />
ook naar die school gaan en welke activiteiten buiten schooltijd mogelijk zijn. Voor zover<br />
ou<strong>de</strong>rs <strong>de</strong> keuze maken, is het maar <strong>de</strong> vraag of zij wel kunnen overzien wat hun k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> toekomst nodig hebben. Ou<strong>de</strong>rs voelen er we<strong>in</strong>ig voor om van hun k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren, <strong>in</strong><br />
hun ogen, proefkonijnen te maken. In tegenstell<strong>in</strong>g tot an<strong>de</strong>re <strong>markt</strong>en, waar consumenten<br />
vernieuw<strong>in</strong>g waar<strong>de</strong>ren, is bij on<strong>de</strong>rwijs juist sprake van conservatisme. Docenten, <strong>de</strong><br />
professionals, hebben juist daarom speelruimte en bevoegdhe<strong>de</strong>n nodig om vernieuw<strong>in</strong>gen<br />
door te zetten. Als ou<strong>de</strong>rs meer <strong>in</strong>vloed krijgen, is het nog moeilijker om vernieuw<strong>in</strong>gen<br />
door te voeren omdat het <strong>de</strong> professionele competentie en autonomie van <strong>de</strong> docent<br />
on<strong>de</strong>rmijnt.<br />
Ver<strong>de</strong>r gaan pleitbezorgers van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs ervan uit dat ou<strong>de</strong>rs (en<br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren) bereid en <strong>in</strong> staat zijn om bewust een school te kiezen en dat dan ook nog te<br />
doen op basis van <strong>de</strong> kwaliteit van het on<strong>de</strong>rwijs. Benodig<strong>de</strong> capaciteiten om <strong>de</strong>rgelijke<br />
keuzes te maken verschillen. Lagere sociale groepen zijn hier <strong>in</strong> het na<strong>de</strong>el omdat ze<br />
m<strong>in</strong><strong>de</strong>r goed weten hoe ze het systeem naar hun hand kunnen zetten. Zij die wel kiezen<br />
hou<strong>de</strong>n bovendien maar ten <strong>de</strong>le, of helemaal geen, reken<strong>in</strong>g met <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong><br />
school. Praktische zaken als afstand en bereikbaarheid en i<strong>de</strong>ologische zaken als religieuze<br />
grondslag wegen m<strong>in</strong>stens zo zwaar.<br />
Wat betreft <strong>de</strong> aanbodzij<strong>de</strong> betogen <strong>de</strong> voorstan<strong>de</strong>rs dat scholen beter functioneren <strong>in</strong><br />
een systeem met ruime exit-mogelijkhe<strong>de</strong>n, omdat ze dan geen compromissen meer<br />
hoeven te sluiten. Gemakshalve gaan ze er aan voorbij dat ou<strong>de</strong>rs hierdoor hun <strong>de</strong>mocratische<br />
recht op <strong>in</strong>spraak en <strong>in</strong>vloed dreigen te verliezen. Als ‘stemmen met <strong>de</strong> voeten’ het<br />
belangrijkste machtsmid<strong>de</strong>l van ou<strong>de</strong>rs wordt, dan kunnen besluiten misschien sneller<br />
wor<strong>de</strong>n genomen, maar dat betekent nog niet dat ze ook beter zijn.<br />
Tegenstan<strong>de</strong>rs van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g zijn er van overtuigd dat <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>de</strong> ongelijkheid<br />
zal polariseren. Dit heeft gevolgen voor <strong>de</strong> kwaliteit van het on<strong>de</strong>rwijs: die neemt<br />
daardoor niet toe, maar juist af. Voor <strong>de</strong> kwaliteit van het on<strong>de</strong>rwijs zijn heterogene<br />
klassen namelijk beter dan homogene klassen. Laag presteren<strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen doen het<br />
beter <strong>in</strong> een klas met hoog presteren<strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen, terwijl <strong>de</strong> laatsten daar niet noemenswaardig<br />
slechter door gaan presteren. Dit verschijnsel van groepseffecten op <strong>in</strong>dividueel<br />
gedrag, staat bekend als het schoolmix- of frog-pond effect (on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re Gul<strong>de</strong>mond,<br />
1994; Thrupp, 1998). Door <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g ontstaan homogenere groepen waardoor <strong>de</strong><br />
prestaties op macro-niveau lager wor<strong>de</strong>n, <strong>in</strong> plaats van hoger.<br />
Voorstan<strong>de</strong>rs van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g gaan ervan uit dat slechte scholen verdwijnen omdat<br />
niemand er nog naar toe wil. De stilzwijgen<strong>de</strong> aanname daarbij is dat populaire scholen<br />
willen groeien. Maar dat willen die scholen helemaal niet. Voor <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rkant van <strong>de</strong><br />
<strong>markt</strong> betekent dit dat slechte scholen klanten blijven trekken omdat die nergens an<strong>de</strong>rs<br />
naartoe kunnen.<br />
“Bad schools do not … die of their own accord through market forces:<br />
bad schools may have to be mur<strong>de</strong>red.”<br />
(Hargreaves, 1996, p. 135)<br />
Bovendien zijn het <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen die lij<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>r een lange term<strong>in</strong>ale fase van <strong>de</strong> school.<br />
De ironie van dit alles is dat juist <strong>in</strong> een on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong> risico’s bestaan op <strong>in</strong>efficiëntie,<br />
gebrekkige kwaliteit en we<strong>in</strong>ig vernieuw<strong>in</strong>g, ook al heet het een <strong>markt</strong>.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Volgens <strong>de</strong> tegenstan<strong>de</strong>rs zal <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>de</strong> kwaliteit van het on<strong>de</strong>rwijs ook nog op<br />
een an<strong>de</strong>re manier on<strong>de</strong>rmijnen. Markten zijn grillig en dat betekent dat <strong>de</strong> aanmeld<strong>in</strong>g<br />
van jaar tot jaar sterk kan wisselen als scholen met elkaar concurreren. Deze onvoorspelbaarheid<br />
vraagt om flexibiliteit, on<strong>de</strong>r meer wat betreft <strong>de</strong> <strong>in</strong>zetbaarheid van personeel.<br />
Als <strong>de</strong> <strong>in</strong>stroom van leerl<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> korte tijd sterk groeit, trekt dit het eerste een wissel op<br />
<strong>de</strong> factor die <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs het meest flexibel is, namelijk <strong>de</strong> kwaliteit van het product.<br />
“Educational services are … an extreme illustration of the possibility of quality<br />
<strong>de</strong>cl<strong>in</strong>e that orig<strong>in</strong>ates <strong>in</strong> a lopsi<strong>de</strong>d <strong>in</strong>crease <strong>in</strong> <strong>in</strong>puts: it would be quite unth<strong>in</strong>kable<br />
to market similarly <strong>de</strong>fective refrigerators or airplane services.”<br />
(Hirschman, 1986b, p. 167)<br />
Kwaliteit van on<strong>de</strong>rwijs is niet <strong>de</strong> enige kwaliteit die door <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g on<strong>de</strong>r druk komt<br />
te staan. Scholen spelen een belangrijke rol <strong>in</strong> <strong>de</strong> lokale gemeenschap omdat ze mensen<br />
uit <strong>de</strong> woonbuurt samen brengen. Buurtscholen vervullen een cruciale rol bij sociale<br />
samenhang. Met vrije schoolkeuze verbreekt <strong>de</strong> band tussen school en buurt. Hierdoor<br />
wor<strong>de</strong>n lokale gemeenschappen ver<strong>de</strong>r afgebroken en staat <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong> samenlev<strong>in</strong>g<br />
op het spel.<br />
Toegankelijkheid<br />
Vrije schoolkeuze betekent nog niet automatisch dat ie<strong>de</strong>reen ook naar elke school kan<br />
gaan. Tegenstan<strong>de</strong>rs van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g menen dat <strong>de</strong> discussie dan ook niet moet gaan<br />
over vrije schoolkeuze, maar over <strong>de</strong> restricties van die vrijheid. Naast voor <strong>de</strong> hand<br />
liggen<strong>de</strong> f<strong>in</strong>anciële h<strong>in</strong><strong>de</strong>rnissen wijzen wij op vele an<strong>de</strong>re beperk<strong>in</strong>gen waar ou<strong>de</strong>rs en<br />
leerl<strong>in</strong>gen mee te maken hebben. Bijvoorbeeld logistieke problemen <strong>in</strong> het gez<strong>in</strong>, niet<br />
kunnen beschikken over eigen vervoer of ontoegankelijk openbaar vervoer. Er zijn ook<br />
sociale en culturele beperk<strong>in</strong>gen, zoals <strong>de</strong> veiligheid van een zwart k<strong>in</strong>d <strong>in</strong> een school<br />
met ver<strong>de</strong>r alleen witte k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren (en an<strong>de</strong>rsom) of het isolement van een arm k<strong>in</strong>d temid<strong>de</strong>n<br />
van rijke klasgenoten (en an<strong>de</strong>rsom). Ou<strong>de</strong>rs zijn nooit helemaal ‘vrij’ <strong>in</strong> hun schoolkeuze<br />
maar hebben te maken met allerlei begrenz<strong>in</strong>gen. Omdat die begrenz<strong>in</strong>gen niet<br />
voor ie<strong>de</strong>reen gelijk zijn, en bovendien verschillend wor<strong>de</strong>n ervaren, is ook niet elke<br />
school voor ie<strong>de</strong>reen <strong>in</strong> gelijke mate toegankelijk.<br />
Als het gaat om schoolkeuze, gaat het ook om <strong>de</strong> betekenis die verschillen<strong>de</strong> mensen<br />
toekennen aan on<strong>de</strong>rwijs. Verschillen <strong>in</strong> betekenis zijn uitdrukk<strong>in</strong>gen van sociale verschillen<br />
en daarmee van sociale ongelijkheid. Zo is on<strong>de</strong>rwijs voor lager sociale groepen<br />
vooral een (noodzakelijk) mid<strong>de</strong>l om aan een (arbei<strong>de</strong>rs)baan te komen. Vanuit dit<br />
perspectief zijn bijvoorbeeld allerlei theoretische vakken nutteloos. Voor hogere sociale<br />
groepen heeft on<strong>de</strong>rwijs een hele an<strong>de</strong>re betekenis en gaat men er vaak, stilzwijgend en<br />
vanzelfsprekend, vanuit dat k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren gaan stu<strong>de</strong>ren. Keuzes wor<strong>de</strong>n afgestemd op <strong>de</strong>ze<br />
impliciete verwacht<strong>in</strong>gen. Gezien <strong>de</strong> realiteit van klasseverschillen die jongeren om zich<br />
heen zien is een klasse-gebon<strong>de</strong>n verschil <strong>in</strong> verwacht<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> zekere z<strong>in</strong> ook rationeel,<br />
nog naast het verschil <strong>in</strong> vertrouwen dat eigen keuzes er iets toe doen.<br />
Sociale ongelijkheid werkt ook door <strong>in</strong> het omgaan met tijd en afstand. De ‘horizon’ van<br />
le<strong>de</strong>n uit hogere sociale groepen ligt ver<strong>de</strong>r dan die van le<strong>de</strong>n uit lagere sociale groepen.<br />
In hogere sociale groepen <strong>de</strong>nkt men over grotere afstan<strong>de</strong>n, zowel <strong>in</strong> tijd als ruimte.<br />
Deze factoren hebben directe consequenties voor schoolkeuzes. Want mensen <strong>in</strong> hogere<br />
sociale groepen hou<strong>de</strong>n meer reken<strong>in</strong>g met vervolgstappen b<strong>in</strong>nen en buiten het on<strong>de</strong>rwijs<br />
en ook hun geografische bereik is groter.<br />
Schoolkeuze is kortom <strong>in</strong>gebed <strong>in</strong> tal van sociale en culturele factoren en <strong>de</strong>ze ongelijk-<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
279
280<br />
heid is met f<strong>in</strong>anciële maatregelen niet te compenseren. Vrije schoolkeuze geeft sociaal<br />
bepaal<strong>de</strong> motieven volop <strong>de</strong> ruimte. Omdat die motieven voortkomen uit sociale ongelijkheid,<br />
zet vrije schoolkeuze <strong>de</strong> <strong>de</strong>ur wagenwijd open om die sociale ongelijkheid te reproduceren<br />
en te versterken.<br />
Er zijn nog meer fundamentele re<strong>de</strong>nen waarom <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs sociale<br />
ongelijkheid zal polariseren. In tegenstell<strong>in</strong>g tot een producent van een willekeurig goed,<br />
streven scholen namelijk niet naar w<strong>in</strong>st of groei, maar naar een goe<strong>de</strong> reputatie.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> is geen ‘spot-market’ waar goe<strong>de</strong>ren snel en ter plaatse (on the spot) wor<strong>de</strong>n<br />
overgedragen. Bij on<strong>de</strong>rwijs is evenm<strong>in</strong> sprake van ‘just-<strong>in</strong>-time <strong>de</strong>livery’. <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> is<br />
een proces waarbij <strong>de</strong> overdracht van het ‘goed’ zich over lange tijd uitstrekt. Consument<br />
en producent gaan een relatie met elkaar aan. Het impliciete contract tussen bei<strong>de</strong><br />
partijen is omgeven met allerlei onzekerhe<strong>de</strong>n. Zo blijkt pas tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> transactie, en<br />
misschien zelfs pas na afloop, wat uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk <strong>de</strong> kwaliteit van het goed is. Om risico’s bij<br />
<strong>de</strong> transacties te verm<strong>in</strong><strong>de</strong>ren, zoeken bei<strong>de</strong> partijen vooraf naar garanties voor <strong>de</strong><br />
gewenste afloop. “The nature of the school’s guarantee is <strong>de</strong>term<strong>in</strong>ed by reputation and<br />
tradition” omdat dit ou<strong>de</strong>rs <strong>de</strong> suggestie geeft “that by buy<strong>in</strong>g <strong>in</strong>to the reputation of the<br />
school they are likely to reduce the risk of their children fail<strong>in</strong>g.” (Lau<strong>de</strong>r, 1991, p. 425)<br />
De reputatie fungeert zo als waarborg en is daarmee het belangrijkste han<strong>de</strong>lsmerk.<br />
Scholen hebben er dus alle belang bij een goe<strong>de</strong> naam te verwerven en te behou<strong>de</strong>n. De<br />
reputatie van een school is echter niet zozeer gekoppeld aan <strong>de</strong> kwaliteit van het aangebo<strong>de</strong>n<br />
on<strong>de</strong>rwijs, maar aan kenmerken van leerl<strong>in</strong>gen die <strong>de</strong> school bezoeken.<br />
Het pleidooi dat <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>de</strong> kwaliteit van on<strong>de</strong>rwijs verbetert, gaat ervan uit dat<br />
scholen concurreren op kwaliteit. De stilzwijgen<strong>de</strong> assumptie is dat aanbie<strong>de</strong>rs, <strong>de</strong><br />
scholen, ge<strong>de</strong>tailleer<strong>de</strong> kennis hebben over het productieproces. Deze kennis is nodig om<br />
met gerichte <strong>in</strong>spann<strong>in</strong>gen en weloverwogen <strong>in</strong>vester<strong>in</strong>gen <strong>de</strong> productie te verbeteren.<br />
Maar het productieproces van het on<strong>de</strong>rwijs is uitermate ongewis en <strong>de</strong> belangrijkste<br />
voorspellers voor toekomstige prestaties zijn <strong>in</strong>puts van niet-on<strong>de</strong>rwijskundige aard,<br />
zoals sociale klasse en etniciteit. Net zoals ou<strong>de</strong>rs garanties zoeken <strong>in</strong> <strong>de</strong> reputatie van<br />
een school, zo zoekt <strong>de</strong> school naar garanties bij ou<strong>de</strong>rs en leerl<strong>in</strong>gen. Want an<strong>de</strong>rs dan<br />
<strong>in</strong> an<strong>de</strong>re <strong>markt</strong>en, is <strong>de</strong> ene consument <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re niet <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs. De prestaties<br />
van een leerl<strong>in</strong>g hangen namelijk niet alleen samen met <strong>in</strong>spann<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong> school,<br />
maar ook met diens eigen <strong>in</strong>telligentie en sociale en etnische kenmerken van zijn of haar<br />
ou<strong>de</strong>rs.<br />
“What then does the ‘successful’ public school do? It becomes ‘selective’.”<br />
(Ast<strong>in</strong>, 1992, p. 227)<br />
Om een goe<strong>de</strong> reputatie te hou<strong>de</strong>n zullen scholen liever geen leerl<strong>in</strong>gen aannemen die<br />
moeilijk gedrag vertonen, slecht presteren of alleen met veel moeite tot goe<strong>de</strong> prestaties<br />
zijn te brengen. Scholen zullen zich dan ook niet richten op verschillen<strong>de</strong> doelgroepen,<br />
maar op hetzelf<strong>de</strong> veelbeloven<strong>de</strong> segment van slimme witte leerl<strong>in</strong>gen uit <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>nklasse.<br />
Dit betekent tegelijkertijd dat scholen helemaal geen belang hebben om te groeien. Ze<br />
hebben er juist alle belang bij controle te hou<strong>de</strong>n over hun leerl<strong>in</strong>gpopulatie. Die controle<br />
is mogelijk als het aantal aanmeld<strong>in</strong>gen het aantal plaatsen overtreft, zodat <strong>de</strong> school<br />
zelf haar leerl<strong>in</strong>gen uit kan kiezen. Als scholen wor<strong>de</strong>n gef<strong>in</strong>ancierd op basis van het<br />
aantal leerl<strong>in</strong>gen, zet dat nog eens een bonus op het selecteren van ‘makkelijke’ leerl<strong>in</strong>gen.<br />
Als <strong>de</strong> f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g niet alleen afhankelijk is van het aantal, maar ook van <strong>de</strong> presta-<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
ties van leerl<strong>in</strong>gen, is <strong>de</strong>ze bonus <strong>de</strong>s te groter. Scholen belonen voor <strong>de</strong> prestaties van<br />
hun leerl<strong>in</strong>gen betekent niet dat scholen wor<strong>de</strong>n beloond voor <strong>de</strong> kwaliteit van hun<br />
on<strong>de</strong>rwijs, zodat die ook niet zal verbeteren door <strong>markt</strong>mechanismen. De <strong>markt</strong> beloont<br />
wel an<strong>de</strong>r gedrag, namelijk het afschuiven van leerl<strong>in</strong>gen die meer aandacht vragen of <strong>de</strong><br />
reputatie van <strong>de</strong> school <strong>in</strong> gevaar kunnen brengen.<br />
“… <strong>in</strong> a market-led system it is <strong>in</strong> the self-<strong>in</strong>terest of schools to pass the buck.<br />
Whilst schools could play a role alongsi<strong>de</strong> and <strong>in</strong> collaboration with other<br />
agencies <strong>in</strong> support<strong>in</strong>g children with emotional, behavioral or learn<strong>in</strong>g difficulties,<br />
the <strong>in</strong>centive structure of the market encourages oversubscribed schools to<br />
shift the bur<strong>de</strong>n of responsibility elsewhere.” (Gewirtz e.a., 1995, p. 160)<br />
Omdat scholen er belang bij hebben hun aanbod niet aan ie<strong>de</strong>reen ter beschikk<strong>in</strong>g te<br />
stellen, verschuiven <strong>de</strong> belangen. Niet van producent naar consument, zoals <strong>de</strong> voorstan<strong>de</strong>rs<br />
willen, maar juist <strong>in</strong> tegengestel<strong>de</strong> richt<strong>in</strong>g.<br />
“(T)he paradox of this process is that consumer choice empowers the producers.”<br />
(Ranson, 1993, p. 336)<br />
Met name <strong>in</strong> het topsegment van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong> zijn het <strong>de</strong> scholen die <strong>de</strong> dienst<br />
uitmaken. In plaats van een scholen<strong>markt</strong>, waar<strong>in</strong> scholen met elkaar concurreren om <strong>de</strong><br />
gunst van <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>g, ontstaat een leerl<strong>in</strong>gen<strong>markt</strong> waar<strong>in</strong> leerl<strong>in</strong>gen met elkaar concurreren<br />
om <strong>de</strong> gunst van <strong>de</strong> school. Scholen “drive up the ‘price’ by driv<strong>in</strong>g up entry requirements.”<br />
(Ball, 1993, p. 11) Risico-leerl<strong>in</strong>gen zijn hierdoor het k<strong>in</strong>d van <strong>de</strong> reken<strong>in</strong>g.<br />
Alleen scholen die ‘aantallen’ nodig hebben om te overleven zullen nog ‘risico’s’ nemen.<br />
Concurrentie tussen scholen is hierdoor scha<strong>de</strong>lijk, on<strong>de</strong>r meer voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>tegratie van<br />
leerl<strong>in</strong>gen met speciale on<strong>de</strong>rwijsbehoeften zoals men die <strong>in</strong> veel lan<strong>de</strong>n nastreeft.<br />
De voorstan<strong>de</strong>rs van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g gaan ervan uit dat het bij on<strong>de</strong>rwijs gaat om<br />
consumptie. Maar on<strong>de</strong>rwijs is niet alleen een ‘consumptiegoed’ maar ook een ‘productiegoed’.<br />
Met on<strong>de</strong>rwijs kunnen mensen namelijk culturele verschillen (dist<strong>in</strong>ction) produceren.<br />
Sociale groepen kunnen zich door mid<strong>de</strong>l van on<strong>de</strong>rwijs van elkaar on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<br />
en on<strong>de</strong>rwijs is dan ook het cultuurgoed bij uitstek waarmee hogere sociale klassen hun<br />
positie veilig proberen te stellen. <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> is ook bij uitstek het dome<strong>in</strong> om klassegebon<strong>de</strong>n<br />
strategieën <strong>in</strong> te zetten. Dat maakt kenmerken van <strong>de</strong> me<strong>de</strong>leerl<strong>in</strong>gen belangrijker<br />
dan kenmerken van <strong>de</strong> school zelf.<br />
“… parents choose a school … to place their child, not <strong>in</strong> the right program,<br />
but with the right k<strong>in</strong>d of children.” (Ascher, 1994, p. 216)<br />
Ou<strong>de</strong>rs kiezen niet voor <strong>de</strong> kwaliteit van het on<strong>de</strong>rwijs, maar voor <strong>de</strong> status van <strong>de</strong><br />
school.<br />
Door al <strong>de</strong>ze re<strong>de</strong>nen zal <strong>de</strong> sociale ongelijkheid groter wor<strong>de</strong>n door <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g en<br />
het on<strong>de</strong>rwijs m<strong>in</strong><strong>de</strong>r toegankelijk. De ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van maatschappelijke posities zal door<br />
<strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g bovendien (nog) m<strong>in</strong><strong>de</strong>r gebaseerd zijn op eigen verdiensten (merit) en<br />
(nog) meer gestuurd wor<strong>de</strong>n door <strong>de</strong> ‘weel<strong>de</strong> en wensen’ van ou<strong>de</strong>rs (parents). In een<br />
on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong> zal <strong>de</strong> ‘meritocracy’, voor zover die al bestaat, plaatsmaken voor ‘parentocracy’<br />
(Brown, 1990).<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
281
3 Wat leert on<strong>de</strong>rzoek?<br />
282<br />
Bovenstaan<strong>de</strong> discussie illustreert dat <strong>de</strong> opvatt<strong>in</strong>gen over <strong>de</strong> effecten van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g<br />
<strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs sterk ver<strong>de</strong>eld zijn. Empirisch on<strong>de</strong>rzoek naar feitelijke effecten is er<br />
lang niet geweest, waardoor argumenten en sentimenten vaak ongemerkt <strong>in</strong> elkaar<br />
overliepen. Veel van het eerste on<strong>de</strong>rzoek had als <strong>in</strong>zet om bewijs te leveren voor vooróf<br />
tegenstan<strong>de</strong>rs. Het on<strong>de</strong>rzoek was daardoor aanvankelijk net zo gepolariseerd als het<br />
<strong>de</strong>bat zelf. Naarmate meer on<strong>de</strong>rzoek werd gedaan, bleek er echter alle re<strong>de</strong>n te zijn om<br />
standpunten te nuanceren. Want als er al een algemene conclusie te trekken valt uit het<br />
on<strong>de</strong>rzoek, dan is het wel dat effecten <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk aanmerkelijk dubbelz<strong>in</strong>niger zijn<br />
dan het <strong>de</strong>bat vaak doet vermoe<strong>de</strong>n. Voor- én tegenstan<strong>de</strong>rs lijken bei<strong>de</strong>, op on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>len,<br />
het gelijk aan hun kant te hebben.<br />
Voordat <strong>de</strong> resultaten aan <strong>de</strong> or<strong>de</strong> komen, eerst een belangrijke kantteken<strong>in</strong>g. On<strong>de</strong>r<br />
eenzelf<strong>de</strong> noemer van ‘<strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs’ zijn <strong>in</strong> verschillen<strong>de</strong> lan<strong>de</strong>n heel<br />
verschillen<strong>de</strong> maatregelen en comb<strong>in</strong>aties van maatregelen <strong>in</strong>gevoerd (zie ook <strong>de</strong>el III van<br />
<strong>de</strong>ze bun<strong>de</strong>l). Dat alleen al maakt dat over ‘<strong>de</strong> effecten van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g’ eigenlijk niet<br />
te spreken is. Bovendien zijn <strong>de</strong>ze maatregelen <strong>in</strong>gevoerd <strong>in</strong> bestaan<strong>de</strong> situaties, die van<br />
elkaar verschillen <strong>in</strong> sociaal-culturele, historische, <strong>de</strong>mografische en geografische<br />
omstandighe<strong>de</strong>n, die er allemaal toe doen. Het <strong>in</strong>terpreteren van on<strong>de</strong>rzoeksresultaten<br />
vraagt altijd <strong>de</strong> nodige voorzichtigheid, maar dat is hier bij uitstek het geval.<br />
Kwaliteit<br />
Ook bij het on<strong>de</strong>rzoek kan een on<strong>de</strong>rscheid wor<strong>de</strong>n gemaakt tussen <strong>de</strong> vraagkant,<br />
ou<strong>de</strong>rs en leerl<strong>in</strong>gen, en <strong>de</strong> aanbodkant, <strong>de</strong> scholen. Voor een besprek<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksresultaten<br />
rond schoolkeuze van ou<strong>de</strong>rs verwijs ik graag naar <strong>de</strong> bijdrage van<br />
Teelken <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze bun<strong>de</strong>l (hoofdstuk 9). Ik beperk me <strong>in</strong> dit hoofdstuk tot het on<strong>de</strong>rzoek<br />
naar <strong>de</strong> aanbodkant van <strong>de</strong> <strong>markt</strong>, <strong>de</strong> scholen.<br />
Verhan<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen over <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs geven zel<strong>de</strong>n aan hoe veron<strong>de</strong>rstel<strong>de</strong><br />
effecten op <strong>de</strong> kwaliteit van het on<strong>de</strong>rwijs zich precies zou<strong>de</strong>n manifesteren. Gaat het om<br />
prestaties van <strong>in</strong>dividuele leerl<strong>in</strong>gen (micro-niveau), om <strong>de</strong> effectiviteit van scholen<br />
(meso-niveau) en/of om kwaliteitseffecten op het macro-niveau van een regio of land? Dit<br />
on<strong>de</strong>rscheid is belangrijk omdat een verbeter<strong>in</strong>g op het ene niveau samen kan gaan met<br />
een verslechter<strong>in</strong>g op een an<strong>de</strong>r niveau. Bijvoorbeeld: hogere prestaties voor sommige<br />
leerl<strong>in</strong>gen én een dalend gemid<strong>de</strong>ld prestatieniveau voor het land. Gebrek aan specificer<strong>in</strong>g<br />
is overigens één van <strong>de</strong> re<strong>de</strong>nen waarom voor- en tegenstan<strong>de</strong>rs van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g<br />
tegelijkertijd gelijk kunnen hebben.<br />
Het on<strong>de</strong>rzoek naar kwaliteitseffecten op macro-niveau kampt met grote methodologische<br />
problemen. Tot dusver is vooral gekeken naar <strong>de</strong> concentratie van scholen <strong>in</strong> een<br />
bepaald gebied, als <strong>in</strong>dicator voor <strong>de</strong> mate van concurrentie tussen scholen. De resultaten<br />
variëren van een positief verband, via geen verband tot een negatief verband<br />
(Marlow, 1997). Deze wisselen<strong>de</strong> uitkomsten zijn, <strong>in</strong> ie<strong>de</strong>r geval ten <strong>de</strong>le, toe te schrijven<br />
aan het meten van concentratie als <strong>in</strong>dicatie voor concurrentie. De mate van concentratie<br />
wordt immers niet alleen vertekend door verschillen tussen stad en platteland, maar zegt<br />
bovendien niets over feitelijke keuze voor ou<strong>de</strong>rs en eventuele selectie door scholen. Het<br />
meest problematisch is <strong>de</strong> verteken<strong>in</strong>g door schoolgrootte. Want, als meer scholen<br />
betekent dat die scholen kle<strong>in</strong>er zijn, en kle<strong>in</strong>ere scholen hogere prestaties weten te realiseren,<br />
dan is een positief verband niet toe te schrijven aan meer concurrentie, maar aan<br />
kle<strong>in</strong>ere scholen.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Juist omdat empirisch on<strong>de</strong>rzoek zo lastig is, zijn er verschillen<strong>de</strong> mo<strong>de</strong>llen gemaakt om<br />
<strong>de</strong> effecten op macro-niveau te schatten. Het bezwaar tegen <strong>de</strong>ze mo<strong>de</strong>llen is dat er geen<br />
empirische toets<strong>in</strong>g aan te pas komt en dat tal van assumpties wor<strong>de</strong>n gemaakt, die niet<br />
altijd even realistisch zijn. De meer geavanceer<strong>de</strong> mo<strong>de</strong>llen doen vermoe<strong>de</strong>n dat <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g<br />
grote voor<strong>de</strong>len kan hebben voor een paar stu<strong>de</strong>nten, terwijl veel stu<strong>de</strong>nten er<br />
een kle<strong>in</strong> na<strong>de</strong>el van on<strong>de</strong>rv<strong>in</strong><strong>de</strong>n. Op macro-niveau zou dit resulteren <strong>in</strong> lagere prestaties.<br />
Dit zou komen doordat er homogenere groepen ontstaan, waardoor <strong>de</strong> positieve<br />
<strong>in</strong>vloed van een heterogene schoolmix verloren gaat (on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re Epple & Romano,<br />
1998).<br />
Het on<strong>de</strong>rzoek naar kwaliteitsverschillen tussen private en publieke scholen kan aanwijz<strong>in</strong>gen<br />
geven over <strong>de</strong> effecten van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g op macro-niveau. Ook <strong>in</strong> dit type on<strong>de</strong>rzoek<br />
is <strong>de</strong> zogeheten schoolmix een belangrijk thema. Het vele on<strong>de</strong>rzoek naar <strong>de</strong>ze<br />
vraag levert vaak strijdige resultaten op en laat dan ook geen eenduidige conclusies toe.<br />
Voor zover er al effecten zijn, lijkt het er op dat k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren uit hogere sociale groepen,<br />
althans <strong>in</strong> Amerika, we<strong>in</strong>ig (extra) baat hebben bij een privé-school. K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren uit lagere<br />
sociale groepen en k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren uit etnische m<strong>in</strong><strong>de</strong>rheidsgroepen lijken daarentegen wel<br />
betere prestaties te halen op privé-scholen. Ook hier lijkt het schoolmix-argument een<br />
sterkere verklar<strong>in</strong>g voor <strong>de</strong> gevon<strong>de</strong>n resultaten dan factoren als schoolautonomie,<br />
bestuursvorm of eigendomsverhoud<strong>in</strong>gen (zie ook Wylie, 1998). Deze laatste factoren<br />
wor<strong>de</strong>n algemeen gezien als belangrijke voorwaar<strong>de</strong>n voor <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g. De <strong>in</strong>vloed van<br />
factoren als schoolautonomie wordt echter gerelativeerd <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rzoek van Smith &<br />
Meier (1995). Zij v<strong>in</strong><strong>de</strong>n, precies zoals voorstan<strong>de</strong>rs als Chubb & Moe (1990) betogen,<br />
dat meer bureaucratie <strong>in</strong><strong>de</strong>rdaad samengaat met lagere prestaties van leerl<strong>in</strong>gen. Bij<br />
na<strong>de</strong>re analyse blijkt echter dat niet <strong>de</strong> mate van bureaucratie <strong>de</strong> boosdoener is, maar <strong>de</strong><br />
mate van sociale <strong>de</strong>privatie. Kort gezegd: een hoge mate van armoe<strong>de</strong> gaat gepaard met<br />
relatief veel mensen die belast zijn met niet-direct on<strong>de</strong>rwijskundige taken (= veel<br />
bureaucratie), en een hoge mate van armoe<strong>de</strong> gaat ook gepaard met lage prestaties. Ook<br />
hier lijkt dus weer te gel<strong>de</strong>n dat <strong>de</strong> kenmerken van leerl<strong>in</strong>gen op een school meer<br />
<strong>in</strong>vloed op prestaties hebben dan meer organisatorische factoren.<br />
Op meso-niveau hebben Roeleveld en Dronkers (1993; zie ook Roeleveld, 1997) een<br />
<strong>in</strong>teressante hypothese ontwikkeld omtrent het <strong>markt</strong>aan<strong>de</strong>el van scholen. Die hypothese<br />
luidt dat scholen met een m<strong>in</strong><strong>de</strong>rheidspositie (wat betreft <strong>de</strong> richt<strong>in</strong>g of <strong>de</strong>nom<strong>in</strong>atie) op<br />
<strong>de</strong> lokale on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong>, effectiever zullen zijn dan scholen met een richt<strong>in</strong>g die <strong>de</strong><br />
meer<strong>de</strong>rheid vertegenwoordigt. Dat zou dan te wijten zijn aan <strong>de</strong> uitzon<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gspositie en<br />
bijbehoren<strong>de</strong> overlev<strong>in</strong>gsdrang en <strong>de</strong> vorm<strong>in</strong>g van hechtere netwerken rond <strong>de</strong> school. In<br />
lokale studies <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland v<strong>in</strong>dt <strong>de</strong> hypothese on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g, maar een lan<strong>de</strong>lijke<br />
toets<strong>in</strong>g noopt tot nuancer<strong>in</strong>g. Scholen lijken namelijk het meest effectief <strong>in</strong> een situatie<br />
waar<strong>in</strong> verschillen<strong>de</strong> richt<strong>in</strong>gen een re<strong>de</strong>lijk aan<strong>de</strong>el hebben. Geen enkele school is dan<br />
‘verzekerd’ van leerl<strong>in</strong>gen. Dit lijkt er op te wijzen dat scholen effectiever zijn als er<br />
daadwerkelijk concurrentie is, me<strong>de</strong> omdat ou<strong>de</strong>rs <strong>in</strong> dat geval een reële keuze hebben.<br />
Op micro-niveau zijn <strong>de</strong> meest <strong>in</strong>teressante on<strong>de</strong>rzoeken naar kwaliteitseffecten <strong>de</strong> evaluaties<br />
van verschillen<strong>de</strong> vormen van vraagf<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g, zoals voucher-programma’s. Ro<strong>de</strong><br />
draad <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze programma’s is dat veelbeloven<strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren uit kansarme groepen <strong>de</strong><br />
mogelijkheid krijgen om naar een school te gaan die an<strong>de</strong>rs onbereikbaar zou zijn. Vaak<br />
gaat het dan om <strong>de</strong> f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g van een plaats op een privé-school. Om te kunnen<br />
beoor<strong>de</strong>len welke effecten <strong>de</strong>ze programma’s hebben, is een zekere looptijd nodig.<br />
Veel experimenten met vouchers duren nog niet lang genoeg om enigsz<strong>in</strong>s betrouwbaar<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
283
284<br />
iets over <strong>de</strong> effecten te kunnen zeggen (Petersen & Hassel, 1998). Afgaand op <strong>de</strong> eerste<br />
<strong>in</strong>dicaties lijken <strong>de</strong>elnemers aan <strong>de</strong>rgelijke programma’s wat tevre<strong>de</strong>ner en meer betrokken<br />
te zijn dan vergelijkbare groepen ou<strong>de</strong>rs en k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren. Ver<strong>de</strong>r lijkt het er op dat <strong>de</strong><br />
doelgroep van kansarmen <strong>in</strong><strong>de</strong>rdaad wordt bereikt, maar dat <strong>de</strong> <strong>de</strong>elnemers ten opzichte<br />
van <strong>de</strong> totale doelgroep toch enigsz<strong>in</strong>s een selecte groep zijn: <strong>de</strong>elnemen<strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs<br />
waren vaak al actief en betrokken, koesteren hoge aspiraties voor hun k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren en<br />
behoren m<strong>in</strong><strong>de</strong>r vaak tot een etnische m<strong>in</strong><strong>de</strong>rheidsgroep.<br />
Wat prestaties betreft, laten zelfs <strong>de</strong> meestbeloven<strong>de</strong> en langstlopen<strong>de</strong> programma’s -<br />
zoals <strong>de</strong> experimenten <strong>in</strong> Milwaukee en Cleveland - beschei<strong>de</strong>n resultaten zien. In het<br />
meest gunstige geval lijkt een kle<strong>in</strong>e m<strong>in</strong><strong>de</strong>rheid van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren uit lagere sociale groepen<br />
te kunnen profiteren van een voucher, mits dat voucher hen <strong>in</strong> staat stelt naar een school<br />
te gaan met: (a) kle<strong>in</strong>ere klassen; (b) een mix van stu<strong>de</strong>nten uit hogere sociale groepen;<br />
en (c) een dui<strong>de</strong>lijk, aca<strong>de</strong>misch gericht curriculum. Die toegankelijkheid is zeker niet<br />
vanzelfsprekend, ook niet bij voucher-programma’s. Zo moeten k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren feitelijk al getuigen<br />
van hoge prestaties voordat ze <strong>in</strong> aanmerk<strong>in</strong>g komen voor f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g en moet <strong>de</strong><br />
ontvangen<strong>de</strong> school hen ook nog toelaten. Bij alle experimenten blijkt vooral dit laatste<br />
punt erg gevoelig te liggen. Voorstellen om k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren die zich kwalificeren willekeurig (‘ad<br />
random’) over scholen te ver<strong>de</strong>len, stuiten consequent op bezwaren van scholen, die zelf<br />
controle over hun <strong>in</strong>stroom willen hou<strong>de</strong>n.<br />
Tegenover <strong>de</strong>ze relatief beschei<strong>de</strong>n baten, staan dui<strong>de</strong>lijker kosten. Behalve <strong>de</strong> kosten<br />
van het voucher zelf, zijn er adm<strong>in</strong>istratiekosten die met name kunnen oplopen bij<br />
programma’s die specifiek gericht zijn op veelbeloven<strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren uit kansarme groepen.<br />
Daarnaast zijn er an<strong>de</strong>rsoortige kosten. Om het effect van <strong>de</strong>rgelijke programma’s te<br />
bepalen, is het niet voldoen<strong>de</strong> om te kijken naar <strong>de</strong> <strong>de</strong>elnemers, maar moet ook wor<strong>de</strong>n<br />
gekeken naar eventuele effecten voor niet-<strong>de</strong>elnemers. Evaluaties van voucher-programma’s<br />
laten <strong>de</strong> effecten voor niet-<strong>de</strong>elnemers bijna altijd buiten beschouw<strong>in</strong>g. On<strong>de</strong>rzoek<br />
naar quasi-vouchers b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> publieke sector doet echter vermoe<strong>de</strong>n dat er wel <strong>de</strong>gelijk<br />
effecten zijn voor <strong>de</strong> niet-<strong>de</strong>elnemers en dat <strong>de</strong>ze effecten negatief zijn. Het gaat dan,<br />
we<strong>de</strong>rom, om <strong>de</strong> grotere homogeniteit van groepen en het verlies van schoolmix-effecten<br />
(zie ook Wylie, 1998).<br />
Met <strong>de</strong>ze resultaten verschuift <strong>de</strong> eigenlijke vraag naar: wat is <strong>de</strong> balans tussen kwaliteitsw<strong>in</strong>st<br />
en kwaliteitsverlies als gevolg van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g? Het gaat dan bijvoorbeeld<br />
om <strong>de</strong> balans tussen grote positieve effecten voor enkelen versus kle<strong>in</strong>e negatieve effecten<br />
voor velen. Of om <strong>de</strong> balans tussen kwaliteitsverlies aan <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rkant van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong><br />
versus kwaliteitsw<strong>in</strong>st aan <strong>de</strong> bovenkant van <strong>de</strong> <strong>markt</strong>. Op dit laatste punt lijkt<br />
<strong>de</strong> Nieuw-Zeelandse ervar<strong>in</strong>g uit te wijzen dat schoolprestaties aan <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rkant van <strong>de</strong><br />
<strong>markt</strong> dalen, zon<strong>de</strong>r dat daar een verhog<strong>in</strong>g van schoolprestaties aan <strong>de</strong> bovenkant van<br />
<strong>de</strong> <strong>markt</strong> tegenover staat. Op het macro-niveau van het hele land, is dit aanleid<strong>in</strong>g voor<br />
kwaliteitsverlies (Lau<strong>de</strong>r e.a., 1999; Fiske & Ladd, 2000). De mate van kwaliteitsverlies is<br />
echter <strong>in</strong> hoge mate afhankelijk van eventueel beleid rond ‘falen<strong>de</strong>’ scholen. Zon<strong>de</strong>r<br />
<strong>in</strong>grijpen van buitenaf, zoals <strong>in</strong> Nieuw-Zeeland aanvankelijk <strong>de</strong> praktijk was, is <strong>de</strong> kans<br />
op netto kwaliteitsverlies aanzienlijk.<br />
Als mocht blijken dat <strong>de</strong> netto-effecten positief zijn, dan is <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> vraag eer<strong>de</strong>r<br />
ethisch dan empirisch. Is het aanvaardbaar sommigen te laten profiteren ten koste van<br />
an<strong>de</strong>ren, voor iets als on<strong>de</strong>rwijs dat we zo belangrijk zeggen te v<strong>in</strong><strong>de</strong>n dat we het zelfs<br />
verplicht hebben gemaakt?<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Gezien <strong>de</strong> actuele situatie <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland met lerarentekorten, is tot slot een opmerk<strong>in</strong>g<br />
over leerkrachten relevant. In lan<strong>de</strong>n waar <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g het meest rigoreus is <strong>in</strong>gevoerd,<br />
zoals Engeland en Nieuw-Zeeland, is gebleken dat scholen aan <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rkant van <strong>de</strong><br />
sociale hiërarchie toenemen<strong>de</strong> problemen kregen om voldoen<strong>de</strong> en kwalitatief hoogwaardige<br />
leerkrachten aan te trekken. Deze scholen had<strong>de</strong>n bovendien m<strong>in</strong><strong>de</strong>r mogelijkhe<strong>de</strong>n<br />
om geld te genereren om bijvoorbeeld compenseren<strong>de</strong> salarissen te kunnen bie<strong>de</strong>n. De<br />
Nieuw-Zeelandse overheid heeft zich <strong>in</strong>mid<strong>de</strong>ls genoodzaakt gezien om, dwars tegen <strong>de</strong><br />
uitgangspunten van haar <strong>markt</strong>beleid <strong>in</strong>, specifiek beleid te maken en geld ter beschikk<strong>in</strong>g<br />
te stellen. Kennelijk kan alleen op die manier wor<strong>de</strong>n gewaarborgd dat juist <strong>de</strong>ze<br />
scholen voldoen<strong>de</strong> leerkrachten kunnen aantrekken en behou<strong>de</strong>n.<br />
Toegankelijkheid<br />
De belangrijkste on<strong>de</strong>rzoeksresultaten omtrent toegankelijkheid zijn al aan <strong>de</strong> or<strong>de</strong><br />
geweest, waar het g<strong>in</strong>g over homogene groepen. Hier volstaat een korte toelicht<strong>in</strong>g. Een<br />
belangrijke en steeds terugkeren<strong>de</strong> bev<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g is dat scholen het liefst controle willen<br />
hou<strong>de</strong>n op hun <strong>in</strong>stroom (on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re Fiske & Ladd, 2000; Waslan<strong>de</strong>r, 1999; Wylie,<br />
1998). Dat is bijvoorbeeld ook <strong>de</strong> re<strong>de</strong>n waarom elitaire privé-scholen <strong>in</strong> Milwaukee niet<br />
meedoen aan het voucher experiment, waar leerl<strong>in</strong>gen willekeurig (‘ad random’) over<br />
scholen wor<strong>de</strong>n ver<strong>de</strong>eld. Ook on<strong>de</strong>rzoek naar verschillen tussen <strong>de</strong> publieke en private<br />
sector laat zien dat privé-scholen leerl<strong>in</strong>gen ‘afromen’, waardoor scholen <strong>in</strong> <strong>de</strong> publieke<br />
sector lagere prestaties halen (Smith & Meier, 1995).<br />
Ook b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> publieke sector heeft <strong>de</strong> comb<strong>in</strong>atie van vrije schoolkeuze voor ou<strong>de</strong>rs en<br />
concurrentie tussen scholen, <strong>de</strong> neig<strong>in</strong>g tot homogenere groepen te lei<strong>de</strong>n. Er zijn<br />
aanwijz<strong>in</strong>gen dat <strong>de</strong>ze segregatie verschillen<strong>de</strong> componenten heeft, zoals het leervermogen<br />
van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren, hun sociale en/of etnische achtergrond en eventuele leerproblemen<br />
(on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re Van<strong>de</strong>nberghe, 1996; Henig, 1995; Gewirtz e.a., 1995; Evans & Lunt,<br />
1994; Fiske & Ladd, 2000). De segregatie is het resultaat van vaak subtiele processen van<br />
zelfselectie aan <strong>de</strong> kant van ou<strong>de</strong>rs en selectie aan <strong>de</strong> kant van scholen. Voor Nieuw-<br />
Zeeland zijn <strong>de</strong>ze processen nauwkeurig beschreven voor het voortgezet on<strong>de</strong>rwijs<br />
(Waslan<strong>de</strong>r & Thrupp, 1995; Waslan<strong>de</strong>r, 1999; Lau<strong>de</strong>r e.a., 1999). Wylie (1997) vond dat<br />
ook scholen voor primair on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> Nieuw-Zeeland leerl<strong>in</strong>gen selecteren op basis van<br />
sociale en etnische achtergrond.<br />
De mechanismen die aan <strong>de</strong>ze groeien<strong>de</strong> segregatie ten grondslag ligt, staan <strong>in</strong>mid<strong>de</strong>ls<br />
bekend als het tipp<strong>in</strong>g-po<strong>in</strong>t en het dom<strong>in</strong>o-effect. Het beg<strong>in</strong>t er mee dat ou<strong>de</strong>rs zich<br />
over het algemeen zeer bewust zijn van <strong>de</strong> sociale samenstell<strong>in</strong>g van een school. Ver<strong>de</strong>r<br />
streven ou<strong>de</strong>rs er onmiskenbaar naar dat hun k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren ver<strong>de</strong>r klimmen op <strong>de</strong> sociale<br />
lad<strong>de</strong>r. Het schoolkeuzeproces krijgt daardoor tekenen van een ‘rat race’. De stroom<br />
leerl<strong>in</strong>gen probeert zich te verplaatsen van scholen met veel leerl<strong>in</strong>gen uit lagere sociale<br />
groepen naar scholen met k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren uit <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>nklasse, en van scholen met k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren uit<br />
<strong>de</strong> mid<strong>de</strong>nklasse naar scholen met veel k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren uit <strong>de</strong> hoogste sociale klasse. Scholen<br />
proberen juist <strong>in</strong> omgekeer<strong>de</strong> richt<strong>in</strong>g drempels op te werpen om <strong>de</strong> groeien<strong>de</strong> stroom<br />
leerl<strong>in</strong>gen te keren.<br />
Scholen met veel leerl<strong>in</strong>gen uit <strong>de</strong> hogere sociale groepen krijgen meer aanbod dan zij<br />
aan kunnen, wat hen <strong>de</strong> kans geeft om leerl<strong>in</strong>gen te selecteren. Scholen met relatief veel<br />
leerl<strong>in</strong>gen uit <strong>de</strong> lagere sociale groepen hebben niet alleen <strong>de</strong> grootste problemen om<br />
aan leerl<strong>in</strong>gen te komen, maar ook om voldoen<strong>de</strong>, gekwalificeer<strong>de</strong>, docenten aan te<br />
trekken en te behou<strong>de</strong>n (on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re Education Review Office, 1998). Dit betekent dat<br />
<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong> niet zozeer gesegmenteerd is op grond van kwaliteitsverschillen <strong>in</strong><br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
285
286<br />
het gebo<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>rwijs, maar op basis van <strong>de</strong> samenstell<strong>in</strong>g van leerl<strong>in</strong>genpopulaties.<br />
Hierbij spelen met name <strong>de</strong> sociale en etnische achtergrond van leerl<strong>in</strong>gen een rol.<br />
Daarnaast zijn er aanwijz<strong>in</strong>gen dat <strong>de</strong> segmentatie ook doorwerkt voor leerl<strong>in</strong>gen met<br />
leer- en gedragsproblemen. Zo von<strong>de</strong>n Evans & Lunt (1994) <strong>in</strong> hun on<strong>de</strong>rzoek <strong>in</strong><br />
Engeland, dat scholen met <strong>de</strong> <strong>in</strong>troductie van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g selectiever zijn gewor<strong>de</strong>n<br />
tegen leerl<strong>in</strong>gen met leerproblemen. Soortgelijke bev<strong>in</strong>d<strong>in</strong>gen zijn er <strong>in</strong> Nieuw-Zeeland,<br />
waar blijkt dat leerl<strong>in</strong>gen die van school zijn gestuurd, terecht komen op scholen met<br />
lagere posities <strong>in</strong> <strong>de</strong> sociale hiërarchie (Fiske & Ladd, 2000).<br />
Het on<strong>de</strong>rzoek wijst daarmee op een aanzienlijk risico dat <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g een negatieve<br />
<strong>in</strong>vloed heeft op <strong>de</strong> toegankelijkheid van het on<strong>de</strong>rwijs. Dit risico is vooral groot als <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>voer<strong>in</strong>g van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g beperkt blijft tot het versterken van <strong>de</strong> vraagzij<strong>de</strong> met het<br />
verruimen van <strong>de</strong> schoolkeuze voor ou<strong>de</strong>rs. In dat geval kan <strong>de</strong> bestaan<strong>de</strong> hiërarchie<br />
tussen scholen zich vergroten en versterken. Aan <strong>de</strong> bovenkant van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong> is<br />
dan geen sprake van een scholen<strong>markt</strong>, maar van een leerl<strong>in</strong>gen<strong>markt</strong> waarbij leerl<strong>in</strong>gen<br />
met elkaar concurreren om <strong>de</strong> gunst van <strong>de</strong> school.<br />
Het risico op homogenere groepen en segregatie lijkt vooral voort te vloeien uit <strong>de</strong><br />
comb<strong>in</strong>atie van vrije schoolkeuze voor ou<strong>de</strong>rs en selectie door scholen. In Ne<strong>de</strong>rland<br />
kennen we al bijna hon<strong>de</strong>rd jaar precies <strong>de</strong>ze comb<strong>in</strong>atie, terwijl <strong>de</strong> mate van segregatie<br />
<strong>in</strong> het Ne<strong>de</strong>rlandse on<strong>de</strong>rwijs beslist niet veel hoger is dan el<strong>de</strong>rs. Hoe kan dat dan? Een<br />
belangrijke re<strong>de</strong>n voor <strong>de</strong>ze ogenschijnlijke tegenstrijdigheid is <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>in</strong>leid<strong>in</strong>g al even<br />
kort genoemd toen werd gewezen op <strong>de</strong> typisch Ne<strong>de</strong>rlandse verzuil<strong>in</strong>g. Van oudsher is<br />
vrije schoolkeuze vooral gerelateerd aan <strong>de</strong> <strong>de</strong>nom<strong>in</strong>atie of richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> school. De<br />
zuilen <strong>de</strong>el<strong>de</strong>n <strong>de</strong> samenlev<strong>in</strong>g verticaal op, met b<strong>in</strong>nen ie<strong>de</strong>r zuil zowel een arbei<strong>de</strong>rsklasse<br />
als een elite. De verzuil<strong>in</strong>g heeft daarom lange tijd een remmen<strong>de</strong> <strong>in</strong>vloed gehad<br />
op <strong>de</strong> sociale segregatie <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs, omdat bijvoorbeeld zowel arme als rijke k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
naar <strong>de</strong> lokale katholieke school g<strong>in</strong>gen. Nu <strong>de</strong>ze remmen<strong>de</strong> <strong>in</strong>vloed van <strong>de</strong> verzuil<strong>in</strong>g<br />
afbrokkelt, is het ook voor Ne<strong>de</strong>rland <strong>de</strong> vraag wat er <strong>in</strong> <strong>de</strong> nabije toekomst gaat<br />
gebeuren. Ervar<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> het buitenland stemmen wat dat betreft niet optimistisch en<br />
wijzen op toenemen<strong>de</strong> segregatie (zie ook Dijkstra e.a., 1997).<br />
Al met al lijkt <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs <strong>de</strong> potentie te hebben positief bij te dragen<br />
aan <strong>de</strong> kwaliteit van het on<strong>de</strong>rwijs, mits aan twee voorwaar<strong>de</strong>n is voldaan. Ten eerste<br />
moet er daadwerkelijk sprake zijn van concurrentie tussen scholen: scholen moeten met<br />
elkaar concurreren om <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> plaats van an<strong>de</strong>rsom. Ten twee<strong>de</strong> moeten ou<strong>de</strong>rs<br />
ook echt iets te kiezen hebben, of an<strong>de</strong>rs gezegd, ou<strong>de</strong>rs moeten ook zelf het i<strong>de</strong>e<br />
hebben dat ze reële alternatieven hebben waaruit ze kunnen kiezen. Deze bei<strong>de</strong><br />
voorwaar<strong>de</strong>n zijn geheel <strong>in</strong> lijn met on<strong>de</strong>rzoeksresultaten naar effecten van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g<br />
<strong>in</strong> an<strong>de</strong>re sectoren (Donahue, 1989; Handler, 1996). In <strong>de</strong> praktijk is zel<strong>de</strong>n aan<br />
bei<strong>de</strong> condities voldaan en zelfs <strong>in</strong> theorie is ook niet altijd aan <strong>de</strong>ze condities te<br />
voldoen. Het on<strong>de</strong>rzoek on<strong>de</strong>rstreept <strong>de</strong> risico’s die daaraan kleven: m<strong>in</strong><strong>de</strong>r toegankelijk<br />
on<strong>de</strong>rwijs, grotere segregatie en een potentiële dal<strong>in</strong>g van on<strong>de</strong>rwijsprestaties op macroniveau.<br />
Om <strong>de</strong>ze risico’s te vermij<strong>de</strong>n is het van groot belang dat <strong>de</strong> aanbodzij<strong>de</strong>, <strong>de</strong><br />
scholen, meer aandacht krijgt (zie ook Teelken, 1998).<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
4 Doelmatigheid en bestelsamenhang<br />
In het <strong>de</strong>bat en het on<strong>de</strong>rzoek omtrent <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs is er aanmerkelijk<br />
meer aandacht voor <strong>de</strong> ijkpunten kwaliteit en toegankelijkheid, dan voor <strong>de</strong> thema’s<br />
doelmatigheid en bestelsamenhang. Argumentaties rond <strong>de</strong>ze laatste twee thema’s zijn<br />
vaak afgelei<strong>de</strong>n van meer algemene gedachten omtrent <strong>markt</strong>mechanismen versus<br />
overheids<strong>in</strong>terventies. Een uitweid<strong>in</strong>g over <strong>de</strong>ze meer algemene gedachten voert hier te<br />
ver. Ik beperk me daarom tot <strong>de</strong>, vaak <strong>in</strong>directe, resultaten uit on<strong>de</strong>rzoek die naar bei<strong>de</strong><br />
thema’s verwijzen.<br />
Doelmatigheid<br />
Er is een lange traditie van on<strong>de</strong>rzoek naar doelmatigheidsverschillen tussen publieke en<br />
private scholen, met name <strong>in</strong> Amerika. Behalve dat besprek<strong>in</strong>g van dit on<strong>de</strong>rzoek<br />
ge<strong>de</strong>tailleer<strong>de</strong> beschrijv<strong>in</strong>g vraagt, zijn <strong>de</strong>ze discussies m<strong>in</strong><strong>de</strong>r relevant voor <strong>de</strong> huidige<br />
situatie <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland, waar van oudsher sprake is van gelijke bekostig<strong>in</strong>g van openbaar<br />
en bijzon<strong>de</strong>r on<strong>de</strong>rwijs. Een verwante, relevantere, vraag luidt: heeft <strong>de</strong> hoogte van <strong>de</strong><br />
f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g <strong>in</strong>vloed op leerl<strong>in</strong>gprestaties, en zo ja hoe en hoeveel? Deze vraag ligt ten<br />
grondslag aan veel on<strong>de</strong>rzoek, met heel wisselen<strong>de</strong> resultaten (on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re Hedges,<br />
1994; Burtless, 1996; Hanushek, 1997). De kortste conclusie luidt dat <strong>de</strong> <strong>in</strong>vloed van<br />
f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g op leerl<strong>in</strong>gprestaties ondui<strong>de</strong>lijk is.<br />
In <strong>de</strong> context van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs, is <strong>in</strong> dit verband <strong>de</strong> belangrijkste<br />
veron<strong>de</strong>rstell<strong>in</strong>g dat concurrentie tussen scholen zal lei<strong>de</strong>n tot grotere efficiency en<br />
lagere uitgaven. Een school zou zich niet kunnen permitteren <strong>in</strong>efficiënt met haar mid<strong>de</strong>len<br />
om te gaan, omdat een concurreren<strong>de</strong>, efficiënter werken<strong>de</strong> school meer kan aanbie<strong>de</strong>n<br />
voor hetzelf<strong>de</strong> geld. Deze efficiencyw<strong>in</strong>st op het niveau van <strong>de</strong> school zou zich dan<br />
automatisch doorvertalen naar efficiencyw<strong>in</strong>st op het macro-niveau van het on<strong>de</strong>rwijsstelsel<br />
van een land. Er is nog we<strong>in</strong>ig vergelijkend empirisch on<strong>de</strong>rzoek gedaan naar<br />
<strong>de</strong>ze kwestie, maar <strong>de</strong> beschikbare resultaten lijken te variëren van efficiencyw<strong>in</strong>st, via<br />
geen effecten tot efficiencyverlies (on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re Wylie, 1998). Wel komen er steeds meer,<br />
vaak <strong>in</strong>directe, aanwijz<strong>in</strong>gen dat <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g extra kosten met zich meebrengt op het<br />
macro-niveau van een heel on<strong>de</strong>rwijsstelsel (on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re Fiske, 1992; Wylie, 1998). De<br />
oorzaken verwijzen naar <strong>de</strong> al eer<strong>de</strong>r vermel<strong>de</strong> constater<strong>in</strong>g dat <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g positieve<br />
effecten kan hebben, míts scholen daadwerkelijk concurreren én ou<strong>de</strong>rs echt iets te<br />
kiezen hebben. Met het voldoen aan <strong>de</strong>ze condities zijn kosten gemoeid. Om te beg<strong>in</strong>nen<br />
bij het versterken van <strong>de</strong> vraagzij<strong>de</strong>. Om alle ou<strong>de</strong>rs een reële mogelijkheid te geven hun<br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren naar verschillen<strong>de</strong> scholen te sturen, is <strong>in</strong> ie<strong>de</strong>r geval een f<strong>in</strong>anciële on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g<br />
nodig voor bijvoorbeeld reiskosten en ou<strong>de</strong>rvergoed<strong>in</strong>gen. Vervolgens zijn er kosten<br />
verbon<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong> noodzakelijke <strong>in</strong>formatievoorzien<strong>in</strong>g voor ou<strong>de</strong>rs: ou<strong>de</strong>rs moeten niet<br />
alleen weten dát ze kunnen kiezen, maar ook beschikken over betrouwbare <strong>in</strong>formatie<br />
omtrent wát ze kunnen kiezen.<br />
De belangrijkste oorzaak voor extra kosten verwijst naar <strong>de</strong> aanbodzij<strong>de</strong> van <strong>de</strong> <strong>markt</strong>,<br />
<strong>de</strong> scholen. Wat nog wel eens wordt vergeten is dat alle <strong>markt</strong>en, en ook een on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong>,<br />
een zekere mate van ‘overcapaciteit’ nodig hebben om het <strong>markt</strong>mechanisme te<br />
laten functioneren. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong>, waar lonen vaak<br />
boven <strong>de</strong> feitelijke <strong>markt</strong>waar<strong>de</strong> liggen (efficiënte lonen), Akerlof & Yellen (1986), Allen<br />
(1997). Deze overcapaciteit is nodig om fluctuaties <strong>in</strong> <strong>de</strong> vraag a<strong>de</strong>quaat op te kunnen<br />
vangen en snel <strong>in</strong> te kunnen spelen op signalen uit <strong>de</strong> <strong>markt</strong>.<br />
Ter illustratie: <strong>in</strong> een a<strong>de</strong>quaat functioneren<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong> zullen populaire scholen<br />
bijbouwen, terwijl m<strong>in</strong><strong>de</strong>r populaire scholen nog ruimte over hebben. Op macro-niveau<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
287
etekent dit een zekere mate van overcapaciteit omdat er meer on<strong>de</strong>rwijsruimte is dan<br />
strikt gezien noodzakelijk zou zijn. Deze <strong>in</strong>efficiëntie is precies <strong>de</strong> re<strong>de</strong>n waarom overhe<strong>de</strong>n<br />
die verantwoor<strong>de</strong>lijk zijn voor <strong>de</strong> huisvest<strong>in</strong>g, terughou<strong>de</strong>nd zijn om uitbreid<strong>in</strong>g van<br />
een school te f<strong>in</strong>ancieren, terwijl een an<strong>de</strong>re school ruimte onbenut laat. We stuiten hier<br />
op <strong>de</strong> onvermij<strong>de</strong>lijke uitruil van beleidsdoelstell<strong>in</strong>gen. Aan het slot van dit betoog kom<br />
ik daar nog uitvoeriger op terug.<br />
Bestelsamenhang<br />
Bij bestelsamenhang gaat het eigenlijk om <strong>de</strong> vraag of alle ‘gaten <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong>’ ook<br />
wor<strong>de</strong>n opgevuld <strong>in</strong> een <strong>markt</strong>stelsel. Aan <strong>de</strong> vraagkant van <strong>de</strong> <strong>markt</strong> gaat het er vooral<br />
om of alle doelgroepen ook wor<strong>de</strong>n bediend. Aan <strong>de</strong> aanbodzij<strong>de</strong> is <strong>de</strong> vraag of een<br />
on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong> zal voorzien <strong>in</strong> een volledig en samenhangend aanbod van opleid<strong>in</strong>gen.<br />
Omdat nog <strong>in</strong> geen enkel land een volledige on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong> is <strong>in</strong>gevoerd, moeten we<br />
hier genoegen nemen met voorlopige <strong>in</strong>dicaties.<br />
Wat <strong>de</strong> vraagkant betreft, zijn er een aantal <strong>in</strong>dicaties die er op wijzen dat niet alle<br />
leerl<strong>in</strong>gen automatisch wor<strong>de</strong>n bediend <strong>in</strong> een <strong>markt</strong>stelsel. De meest dui<strong>de</strong>lijke aanwijz<strong>in</strong>gen<br />
komen uit Nieuw-Zeeland, waar <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs vergaand werd<br />
<strong>in</strong>gevoerd. Aanvankelijk kregen scholen <strong>de</strong> volledige autonomie om hun eigen selectiebeleid<br />
te maken, b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> grenzen van antidiscrim<strong>in</strong>atie-wetten. In theorie bestaat er dan<br />
een kans dat een leerplichtige leerl<strong>in</strong>g niet aan die plicht kan voldoen omdat hij/zij tot<br />
geen enkele school wordt toegelaten. In met name ste<strong>de</strong>lijke gebie<strong>de</strong>n met veel etnische<br />
m<strong>in</strong><strong>de</strong>rhe<strong>de</strong>n, bleek dit ook <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk zo te zijn. Om die re<strong>de</strong>n hebben leerl<strong>in</strong>gen<br />
vervolgens het recht gekregen <strong>in</strong> ie<strong>de</strong>r geval naar <strong>de</strong> buurtschool te kunnen (on<strong>de</strong>r<br />
an<strong>de</strong>re Waslan<strong>de</strong>r, 1999). Dan nog bestaat er <strong>in</strong> theorie een kans dat bijvoorbeeld spijbelaars<br />
of leerl<strong>in</strong>gen die van school zijn gestuurd, geen toegang krijgen tot een an<strong>de</strong>re<br />
school. Ook dit blijkt <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk feitelijk zo uit te pakken. De Nieuw-Zeelandse<br />
overheid ziet zich daarom nu genoodzaakt opnieuw enige vorm van coörd<strong>in</strong>atie te <strong>in</strong>troduceren<br />
(on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re Fiske & Ladd, 2000).<br />
Ook aan <strong>de</strong> aanbodzij<strong>de</strong> wijst <strong>de</strong> Nieuw-Zeelandse ervar<strong>in</strong>g er op dat <strong>de</strong> <strong>markt</strong> niet ie<strong>de</strong>r<br />
‘gat <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong>’ opvult. Vaak wordt aangenomen dat er ook, of juist, nieuwe aanbie<strong>de</strong>rs<br />
zullen toetre<strong>de</strong>n <strong>in</strong> achterstandswijken, omdat <strong>de</strong> nood daar het hoogst is en <strong>de</strong> vraag<br />
naar kwalitatief goed on<strong>de</strong>rwijs het grootst. Dat <strong>de</strong> nood hoog is en <strong>de</strong> vraag groot blijkt<br />
ook <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk, maar dat leidt niet tot nieuwe toetre<strong>de</strong>rs <strong>in</strong> die wijken. Kennelijk<br />
v<strong>in</strong><strong>de</strong>n potentiële aanbie<strong>de</strong>rs het risico te groot om nieuwe <strong>in</strong>itiatieven te ontwikkelen<br />
voor ‘risico-leerl<strong>in</strong>gen’ (Fiske & Ladd, 2000).<br />
Ver<strong>de</strong>r lijken bestaan<strong>de</strong> scholen vooral op zoek naar een niche <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong>, om daar<br />
vervolgens vooral te blijven zitten. Van herpositioner<strong>in</strong>g of <strong>in</strong>novatie is <strong>in</strong> <strong>de</strong> zeven jaar<br />
dat het beleid van kracht is nog we<strong>in</strong>ig gebleken (Wylie, 1997).<br />
Ook dichter bij huis wijzen overzichten van het Centraal register opleid<strong>in</strong>gen hoger<br />
on<strong>de</strong>rwijs (CROHO) en het Centraal register beroepson<strong>de</strong>rwijs (CREBO) er op dat <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
gaten ongevuld laat. Zo bestaat het aanbod aan commerciële opleid<strong>in</strong>gen voornamelijk<br />
uit economisch get<strong>in</strong>te opleid<strong>in</strong>gen. Technisch aanbod is er ook, maar aanzienlijk m<strong>in</strong><strong>de</strong>r,<br />
terwijl aanbod <strong>in</strong> <strong>de</strong> humaniora nagenoeg ontbreekt.<br />
5 Witte vlekken <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rzoek<br />
288<br />
Het <strong>de</strong>bat rond verwachte effecten van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs is veelomvattend.<br />
Het on<strong>de</strong>rzoek naar feitelijke effecten is aanzienlijk beperkter. In het voorgaan<strong>de</strong> is al op<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
verschillen<strong>de</strong> plaatsen aangegeven naar welke thema’s nog niet of nauwelijks on<strong>de</strong>rzoek<br />
is gedaan.<br />
An<strong>de</strong>re witte vlekken <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rzoek komen voort uit <strong>de</strong> al eer<strong>de</strong>r aangehaal<strong>de</strong><br />
verschillen <strong>in</strong> aggregatieniveaus. Wat betreft kwaliteitseffecten is met name gekeken naar<br />
het micro-niveau van leerl<strong>in</strong>gen, m<strong>in</strong><strong>de</strong>r naar het meso-niveau van scholen en nog m<strong>in</strong><strong>de</strong>r<br />
naar effecten op het macro-niveau van lan<strong>de</strong>n. Resultaten die op het ene niveau wor<strong>de</strong>n<br />
gevon<strong>de</strong>n kunnen niet zomaar wor<strong>de</strong>n vertaald naar een an<strong>de</strong>r aggregatieniveau. Voor<br />
een volledige beoor<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g is van belang dat ook het macro-niveau <strong>in</strong> <strong>de</strong> analyses wordt<br />
betrokken.<br />
On<strong>de</strong>rzoek naar <strong>de</strong> feitelijke werk<strong>in</strong>g van on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong>en laat een tegengesteld beeld<br />
zien. Het meeste on<strong>de</strong>rzoek naar concurrentie tussen scholen en vooral het keuzegedrag<br />
van ou<strong>de</strong>rs, gebruikt het meso- of het macro-niveau als analyseniveau. Er is weliswaar<br />
veel on<strong>de</strong>rzoek naar <strong>in</strong>dividuele keuzemotieven van ou<strong>de</strong>rs, maar het gaat dan bijna<br />
altijd om abstracte keuzes en motieven <strong>in</strong> algemene z<strong>in</strong>. Het functioneren van on<strong>de</strong>rwijs<strong>markt</strong>en<br />
is bij uitstek lokaal en context-gebon<strong>de</strong>n. Daarom is juist on<strong>de</strong>rzoek op het<br />
micro-niveau van hele concrete keuzes voor school A of school B relevant.<br />
Tot slot een thema dat opvallend afwezig is <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rzoek: <strong>de</strong> faciliteiten en on<strong>de</strong>rsteunen<strong>de</strong><br />
voorzien<strong>in</strong>gen van scholen. Het is zeer wel <strong>de</strong>nkbaar dat <strong>de</strong> concurrentie<br />
tussen scholen feitelijk een concurrentie is om faciliteiten en on<strong>de</strong>rsteunen<strong>de</strong> voorzien<strong>in</strong>gen.<br />
Behalve dat, heb ik <strong>in</strong> het voorgaan<strong>de</strong> al dui<strong>de</strong>lijk gemaakt dat <strong>de</strong> beschikbare<br />
ruimte of capaciteit van scholen, en <strong>de</strong> ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g daarvan, van cruciaal belang is voor <strong>de</strong><br />
effecten die <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g heeft. Deze capaciteit beperkt <strong>de</strong> groeimogelijkhe<strong>de</strong>n van<br />
populaire scholen, waardoor <strong>de</strong> kans bestaat dat <strong>de</strong> dynamiek van <strong>de</strong> <strong>markt</strong> omdraait van<br />
een scholen<strong>markt</strong> naar een leerl<strong>in</strong>gen<strong>markt</strong>. In dat geval is het risico groot dat potentiële<br />
positieve kwaliteitseffecten teniet wor<strong>de</strong>n gedaan en <strong>de</strong> toegankelijkheid van het on<strong>de</strong>rwijs<br />
<strong>in</strong> gevaar komt. Zo beschouwd is er alle re<strong>de</strong>n om nauwkeurig te kijken naar <strong>de</strong><br />
manier waarop beschikbare ruimte nu wordt <strong>in</strong>gezet, of huisvest<strong>in</strong>g en an<strong>de</strong>re on<strong>de</strong>rsteunen<strong>de</strong><br />
faciliteiten an<strong>de</strong>rs <strong>in</strong>gezet kunnen wor<strong>de</strong>n, en of er mogelijkhe<strong>de</strong>n zijn voor een<br />
flexibeler <strong>in</strong>zet van ruimtecapaciteit. Dergelijk on<strong>de</strong>rzoek zou <strong>in</strong>zicht kunnen geven <strong>in</strong><br />
condities waaron<strong>de</strong>r populaire scholen wel en niet zou<strong>de</strong>n willen groeien. Daarnaast zou<br />
bijvoorbeeld kunnen blijken dat <strong>de</strong> mate van overcapaciteit beperkt kan blijven als<br />
scholen zélf verantwoor<strong>de</strong>lijk zijn voor <strong>de</strong> huisvest<strong>in</strong>g. In dat geval zijn zij immers<br />
gebaat bij het zoeken naar zo efficiënt mogelijke manieren om met ruimte om te gaan.<br />
Voor zover mij bekend is er nog geen systematische studie gedaan, empirisch of analytisch,<br />
naar <strong>de</strong> <strong>in</strong>vloed van verschillen<strong>de</strong> beleidsarrangementen rond ruimtecapaciteit en<br />
an<strong>de</strong>re on<strong>de</strong>rsteunen<strong>de</strong> faciliteiten.<br />
6 Implicaties voor Ne<strong>de</strong>rlands beleid<br />
Een ontwikkel<strong>in</strong>g naar meer <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs is onontkoombaar. Het gaat<br />
dan vooral om meer autonomie voor scholen, bewuster kiezen<strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs en leerl<strong>in</strong>gen,<br />
en een grotere diversiteit van het aanbod. Dit betekent overigens niet automatisch dat <strong>de</strong><br />
gewenste veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen en vernieuw<strong>in</strong>gen niet bínnen het publieke bestel te realiseren<br />
zijn.<br />
On<strong>de</strong>rzoek maakt dui<strong>de</strong>lijk dat <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs positieve effecten kán<br />
hebben, maar ook grote risico’s op kwaliteitsverlies en verm<strong>in</strong><strong>de</strong>r<strong>de</strong> toegankelijkheid met<br />
zich meebrengt. Of <strong>de</strong> effecten positief of negatief zullen zijn hangt <strong>in</strong> hoge mate af van<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
289
290<br />
<strong>de</strong> mate waar<strong>in</strong> aan <strong>de</strong> benodig<strong>de</strong> voorwaar<strong>de</strong>n is voldaan. Twee voorwaar<strong>de</strong>n zijn bij<br />
uitstek van belang. Ten eerste moeten scholen concurreren om leerl<strong>in</strong>gen en moet het<br />
niet zo zijn dat leerl<strong>in</strong>gen met elkaar concurreren om <strong>de</strong> toegang tot een school. Dit<br />
impliceert dat <strong>de</strong> autonomie van scholen niet zover kan gaan dat scholen volledig zelf<br />
kunnen bepalen hoeveel en welke leerl<strong>in</strong>gen ze aan willen nemen. Ten twee<strong>de</strong> moeten<br />
gebruikers (leerl<strong>in</strong>gen, ou<strong>de</strong>rs en stu<strong>de</strong>nten) reële alternatieven hebben om uit te kiezen.<br />
Dit betekent on<strong>de</strong>r meer dat gebruikers op <strong>de</strong> hoogte moeten zijn van hun keuzevrijheid,<br />
iets moeten weten over <strong>de</strong> alternatieven waaruit ze kunnen kiezen en bij <strong>de</strong>ze keuze niet<br />
wor<strong>de</strong>n geh<strong>in</strong><strong>de</strong>rd door belemmer<strong>in</strong>gen, bijvoorbeeld van f<strong>in</strong>anciële aard. In <strong>de</strong> praktijk<br />
blijkt het buitengewoon lastig te zijn om aan <strong>de</strong>ze twee voorwaar<strong>de</strong>n te voldoen.<br />
Bovendien zijn aan het realiseren van <strong>de</strong> voorwaar<strong>de</strong>n extra kosten verbon<strong>de</strong>n, bijvoorbeeld<br />
om reële keuze bij gebruikers te faciliteren, en om ou<strong>de</strong>rs, leerl<strong>in</strong>gen en stu<strong>de</strong>nten<br />
a<strong>de</strong>quaat te <strong>in</strong>formeren. Om het stelsel als geheel te laten functioneren is bovendien een<br />
zekere mate van overcapaciteit nodig, en ook dat kost geld. Omdat <strong>de</strong> <strong>markt</strong> niet alle<br />
gaten op lijkt te vullen, zijn ook kosten gemoeid met het waarborgen van <strong>de</strong> bestelsamenhang.<br />
Al met al is er sprake van een onvermij<strong>de</strong>lijke uitruil van beleidsdoelstell<strong>in</strong>gen.<br />
Voordat ik stilsta bij <strong>de</strong>ze uitruil, eerst een paar korte conclusies omtrent <strong>de</strong> vier ijkpunten.<br />
Kwaliteit<br />
Ervar<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> het buitenland leren dat vrije schoolkeuze en concurrentie tussen scholen<br />
‘slechte’ scholen niet automatisch uit <strong>de</strong> <strong>markt</strong> prijzen. De overheid heeft daarom, juist<br />
bij <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g, een belangrijke taak om te waarborgen dat alle leerl<strong>in</strong>gen on<strong>de</strong>rwijs<br />
volgen wat aan m<strong>in</strong>imum kwaliteitseisen voldoet. A<strong>de</strong>quate kwaliteitszorg, <strong>in</strong>clusief <strong>de</strong><br />
bereidheid <strong>in</strong> te grijpen, kan potentieel kwaliteitsverlies als gevolg van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g<br />
helpen verm<strong>in</strong><strong>de</strong>ren.<br />
Toegankelijkheid<br />
Marktwerk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs brengt onmiskenbaar een risico met zich mee dat het<br />
on<strong>de</strong>rwijs m<strong>in</strong><strong>de</strong>r toegankelijk wordt. Volledige autonomie voor scholen om hun eigen<br />
selectiebeleid te voeren versterkt dit risico aanzienlijk. Lot<strong>in</strong>g en vormen van gecentraliseer<strong>de</strong><br />
afstemm<strong>in</strong>g tussen vraag en aanbod, kunnen dit risico verm<strong>in</strong><strong>de</strong>ren. Overigens is<br />
ongelijkheid <strong>in</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>de</strong>elname <strong>de</strong> uitkomst van complexe en veelvormige sociale<br />
processen. Het zelfstandige effect, positief of negatief, van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g moet dan ook<br />
niet wor<strong>de</strong>n overschat.<br />
Doelmatigheid<br />
Om een <strong>markt</strong> als <strong>markt</strong> te laten functioneren moet aan zekere voorwaar<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>n<br />
voldaan. Het voldoen aan die voorwaar<strong>de</strong>n kost geld. Bijvoorbeeld om gebruikers (leerl<strong>in</strong>gen,<br />
ou<strong>de</strong>rs en stu<strong>de</strong>nten) a<strong>de</strong>quaat te <strong>in</strong>formeren en ook te faciliteren bij hun on<strong>de</strong>rwijskeuze.<br />
Daarnaast is een zekere mate van overcapaciteit van aanbod, bijvoorbeeld lokalen<br />
en personeel, nodig om <strong>markt</strong>en ook als zodanig te laten functioneren. Op het macroniveau<br />
van een land impliceert dat een zeker efficiencyverlies.<br />
Bestelsamenhang<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong><strong>markt</strong>en zijn hooguit quasi-<strong>markt</strong>en. Wellicht is dat <strong>de</strong> re<strong>de</strong>n dat niet alle ‘gaten<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong>’ wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong>gevuld met <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs. Hoewel het bewijsmateriaal<br />
dun is, lijkt on<strong>de</strong>rzoek er op te dui<strong>de</strong>n dat moeilijker te on<strong>de</strong>rwijzen leerl<strong>in</strong>gen<br />
buiten <strong>de</strong> boot kunnen vallen. Ook aan <strong>de</strong> aanbodkant van opleid<strong>in</strong>gen kunnen gaten<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
ontstaan <strong>in</strong> een volwaardig en samenhangend on<strong>de</strong>rwijsstelsel.<br />
Met name tussen <strong>de</strong> eerste drie ijkpunten is sprake van een onvermij<strong>de</strong>lijke uitruil van<br />
beleidsdoelstell<strong>in</strong>gen. Om te voorkomen dat <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>de</strong> toegankelijkheid <strong>in</strong> gevaar<br />
brengt, is een zekere overcapaciteit noodzakelijk, maar daarmee zijn extra kosten<br />
gemoeid. Trachten we die kosten te vermij<strong>de</strong>n, dan kloppen meer leerl<strong>in</strong>gen bij populaire<br />
scholen aan dan er plaatsen beschikbaar zijn. Als we <strong>de</strong> benodig<strong>de</strong> rantsoener<strong>in</strong>g vervolgens<br />
overlaten aan <strong>de</strong> autonomie van scholen, dan zullen zij direct of <strong>in</strong>direct leerl<strong>in</strong>gen<br />
selecteren, wat <strong>de</strong> toegankelijkheid van het on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> gevaar brengt. Een alternatief is<br />
het <strong>in</strong>troduceren van een vorm van gecentraliseer<strong>de</strong> ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van leerl<strong>in</strong>gen over<br />
scholen, zoals bij programma’s voor ‘managed choice’ of ‘controlled choice’. Deze<br />
programma’s bie<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>r meer <strong>de</strong> mogelijkheid een on<strong>de</strong>rscheid te maken tussen zaken<br />
waar <strong>de</strong> school zelf iets aan kan doen, waar ze dan ook verantwoor<strong>de</strong>lijk voor gehou<strong>de</strong>n<br />
wordt (zoals <strong>de</strong> kwaliteit van het lesaanbod), en d<strong>in</strong>gen waar een <strong>in</strong>dividuele school<br />
we<strong>in</strong>ig aan kan doen (zoals <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong> <strong>in</strong>stroom), die dan meer centraal geregeld<br />
wor<strong>de</strong>n. Daarnaast is het bij <strong>de</strong>ze programma’s mogelijk om strijdige belangen tegen<br />
elkaar af te wegen. Bijvoorbeeld tussen verschillen<strong>de</strong> gebruikers die allemaal naar één<br />
bepaal<strong>de</strong> school willen maar daar niet allemaal terecht kunnen, of tussen het belang van<br />
een <strong>in</strong>dividuele gebruiker om zelf te kiezen en het belang van <strong>de</strong> gemeenschap om <strong>de</strong><br />
segregatie te beperken.<br />
Een veelgehoord bezwaar tegen ‘controlled choice’ is dat het <strong>in</strong> zou druisen tegen vrije<br />
schoolkeuze voor ou<strong>de</strong>rs. Het is een feit dat <strong>de</strong>ze keuze formeel wordt <strong>in</strong>geperkt. Toch is<br />
het <strong>de</strong> vraag of keuzemogelijkhe<strong>de</strong>n er <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk niet groter van wor<strong>de</strong>n. Immers, <strong>in</strong><br />
een situatie waar<strong>in</strong> scholen <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen selecteren, hebben ou<strong>de</strong>rs weliswaar <strong>in</strong> naam<br />
vrije schoolkeuze, maar we<strong>in</strong>ig mogelijkhe<strong>de</strong>n om dat recht ook uit te oefenen.<br />
Experimenten met ‘controlled choice’ doen vermoe<strong>de</strong>n dat een grote meer<strong>de</strong>rheid van<br />
ou<strong>de</strong>rs, tussen <strong>de</strong> 80 en 90 procent, hun eerste keus krijgen toegewezen (on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re<br />
Fiske, 1992; Adler, 1993).<br />
Niettem<strong>in</strong> hebben ook programma’s met ‘controlled choice’ na<strong>de</strong>len. Omdat scholen <strong>in</strong><br />
zekere z<strong>in</strong> toch verzekerd zijn van leerl<strong>in</strong>gen, kan het <strong>de</strong> positieve effecten van on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>ge<br />
concurrentie on<strong>de</strong>rmijnen. Hoewel <strong>de</strong> voorwaar<strong>de</strong>n waaraan <strong>de</strong>rgelijke programma’s<br />
moeten voldoen el<strong>de</strong>rs uitvoerig zijn beschreven (Fiske, 1992), verdienen twee voorwaar<strong>de</strong>n<br />
het hier expliciet genoemd te wor<strong>de</strong>n. Ten eerste moeten alle partijen zich realiseren<br />
dat het meer gaat kosten en moet men ook bereid zijn het programma a<strong>de</strong>quaat te f<strong>in</strong>ancieren.<br />
Ten twee<strong>de</strong> is het cruciaal dat ou<strong>de</strong>rs daadwerkelijk kunnen kiezen uit verschillen<strong>de</strong><br />
alternatieven. Dit laatste on<strong>de</strong>rstreept nog eens <strong>de</strong> noodzaak om <strong>de</strong> aanbodkant<br />
van <strong>de</strong> <strong>markt</strong>, <strong>de</strong> diversiteit aan scholen, te versterken. Versterk<strong>in</strong>g van het aanbod<br />
betekent bijvoorbeeld dat er ruime mogelijkhe<strong>de</strong>n zijn om nieuwe scholen op te richten.<br />
Het betekent ver<strong>de</strong>r dat verschei<strong>de</strong>nheid <strong>in</strong> aanbod zoveel mogelijk wordt gestimuleerd.<br />
Naarmate het aanbod zich meer kenmerkt door diversiteit (gelijkwaardige verschillen,<br />
zoals Montessori versus traditionele didactiek) en m<strong>in</strong><strong>de</strong>r door hiërarchie (ongelijkwaardige<br />
verschillen, zoals rijk versus arm), verm<strong>in</strong><strong>de</strong>rt het risico op groeien<strong>de</strong> segregatie.<br />
Ranglijsten waar<strong>in</strong> scholen op meer<strong>de</strong>re criteria met elkaar wor<strong>de</strong>n vergeleken zijn dan<br />
ook sterk te verkiezen boven ranglijsten op basis van slechts één, eventueel samengesteld,<br />
oor<strong>de</strong>el.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
291
292<br />
Positieve effecten van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs zijn alleen te verwachten als <strong>in</strong><br />
ie<strong>de</strong>r geval voldaan is aan <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> voorwaar<strong>de</strong>n:<br />
• gebruikers (ou<strong>de</strong>rs, leerl<strong>in</strong>gen en stu<strong>de</strong>nten) zijn a<strong>de</strong>quaat geïnformeerd over<br />
verschillen<strong>de</strong> alternatieven;<br />
• gebruikers wor<strong>de</strong>n a<strong>de</strong>quaat gefaciliteerd, zodat <strong>de</strong>ze alternatieven ook reële<br />
opties zijn;<br />
• scholen zijn autonoom, <strong>in</strong> ie<strong>de</strong>r geval wat betreft <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> eigen<br />
organisatie en <strong>de</strong> manier waarop het curriculum wordt on<strong>de</strong>rwezen;<br />
• scholen mogen niet volledig zelf bepalen hoeveel en welke leerl<strong>in</strong>gen zij<br />
aannemen;<br />
• er is een a<strong>de</strong>quaat systeem van (externe) kwaliteitszorg, <strong>in</strong>clusief <strong>de</strong> mogelijkheid<br />
om <strong>in</strong> te grijpen waar dat nodig is; en<br />
• het hele on<strong>de</strong>rwijsstelsel is er op gericht om diversiteit te stimuleren.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Literatuur<br />
Adler, M. (1993).<br />
An alternative approach to parental choice. NCE Brief<strong>in</strong>g (13). London: National<br />
Commission on Education.<br />
Akerlof, G.A. & J.L. Yellen (1986).<br />
Efficiency wage mo<strong>de</strong>ls of the labor market. Cambridge: Cambridge University<br />
Press.<br />
Allen, J.P. (1997).<br />
Sectoral composition and the effect of education on wages. An <strong>in</strong>ternational<br />
comparison. Amsterdam: Thesis.<br />
Ascher, C. (1994).<br />
‘Essay review: retravell<strong>in</strong>g the choice road.’ Harvard Educational Review 64 (2)<br />
pp. 209 – 221.<br />
Ast<strong>in</strong>, A.W. (1992).<br />
‘Educational “choice”: it’s appeal may be illusory’. Sociology of Education 65<br />
(October) pp. 225 – 259.<br />
Ball, S. (1993).<br />
‘Education markets, choice and social class: the market as a class strategy <strong>in</strong> the<br />
UK and the USA.’ British Journal of Sociology of Education 14 (1) pp. 3 – 19.<br />
Ball, S., R. Bowe & S. Gewirtz (1995).<br />
‘Circuits of school<strong>in</strong>g: a sociological exploration of parental choice of school <strong>in</strong><br />
social class contexts.’ Sociological Review 43 (1) pp. 52 – 78.<br />
Bowe, R., S. Gewirtz & S. Ball (1994). ‘Captured by the discourse? Issues and<br />
concerns <strong>in</strong> research<strong>in</strong>g ‘parental choice’.’ British Journal of Sociology of<br />
Education 15 (1) pp. 63 – 78.<br />
Brown, P. (1990).<br />
‘The ‘third wave’: education and the i<strong>de</strong>ology of parentocracy’. British Journal of<br />
Sociology of Education 11 (1) pp. 65 – 85.<br />
Burtless, G. (1996).<br />
Does money matter? The effect of school resources on stu<strong>de</strong>nt achievement and<br />
adult success. Wash<strong>in</strong>gton D.C., Brook<strong>in</strong>gs Institution Press.<br />
Chubb, J. & T. Moe (1988).<br />
‘Politics, markets and the organization of schools.’ American Political Science<br />
Review 82 (4) pp. 1065 – 1087.<br />
Chubb, J. & T. Moe (1990).<br />
Politics, markets and America’s schools. Wash<strong>in</strong>gton: The Brook<strong>in</strong>gs Institute.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
293
294<br />
Coleman, J. (1990).<br />
‘Choice, community and future schools.’ In W.H. Clune & J.F. Witte (eds.) Choice<br />
and control <strong>in</strong> American education. Vol. 1 The theory of choice and control <strong>in</strong><br />
education. Hampshire/Bristol: The Falmer press.<br />
Coleman, J. (1992).<br />
‘Some po<strong>in</strong>ts on choice <strong>in</strong> education’. Sociology of Education 65 (October)<br />
pp. 260 – 262.<br />
Dijkstra, A.B., J. Dronkers & R. Hofman (red.) (1997).<br />
Verzuil<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs. Actuele verklar<strong>in</strong>gen en analyse. Gron<strong>in</strong>gen, Wolters-<br />
Noordhoff.<br />
Donahue, J. (1989).<br />
The privatization <strong>de</strong>cision: public ends, private means. New York: Basic Books.<br />
Education Review Office (1998). Good schools, poor schools. Education<br />
Evaluation Reports No. 4. Autumn 1998. Well<strong>in</strong>gton: ERO.<br />
Epple, D. & R.E. Romano (1998).<br />
Competition between private and public schools, vouchers and peer-group<br />
effects. The American Economic Review 88 (1) pp. 33 – 62.<br />
Evans, J. & I. Lunt (1994).<br />
Markets, competition and vulnerability. Some effects of recent legislation on<br />
children with special needs. London: The Tufnell Press.<br />
Fels, R. (1996).<br />
‘Mak<strong>in</strong>g U.S. schools competitive.’ In W.E. Becker & W.J. Baumol (eds.). Assess<strong>in</strong>g<br />
educational practices. The contribution of economics. Cambridge/London/New<br />
York: The MIT Press/Russell Sage Foundation.<br />
Fiske, E.B. (1992).<br />
Smart schools, smart kids. New York: Touchstone.<br />
Fiske, E.B. & H.F. Ladd (2000).<br />
When schools compete. A cautionary tale. Wash<strong>in</strong>gton, D.C., Brook<strong>in</strong>gs Institution<br />
Press.<br />
Gewirtz, S., S. Ball & R. Bowe (1995).<br />
Markets, choice and equity <strong>in</strong> education. Buck<strong>in</strong>gham: Open University Press.<br />
Glass, G.V. (1994).<br />
‘School choice: a discussion with Herbert G<strong>in</strong>tis.’ Education Policy Analysis<br />
Archives 2 (6) http://olam.edu.asu.edu/epaa.<br />
Glennerster, H. (1993).<br />
‘The economics of education: chang<strong>in</strong>g fortunes.’ In N. Barr & D. Whynes (eds.).<br />
Current issues <strong>in</strong> the economics of welfare. Hampshire: MacMillan.<br />
Gordon, L. (1992).<br />
‘School choice and the quasi-market <strong>in</strong> New Zealand: ‘Tomorrow’s Schools’ today.<br />
In G. Walford (ed.) School choice and the quasi-market. Special issue of Oxford<br />
Studies <strong>in</strong> Comparative Education. 6 (1) pp. 129 – 142.<br />
Gul<strong>de</strong>mond, H. (1994).<br />
Van <strong>de</strong> kikker en <strong>de</strong> vijver. Groepseffecten op <strong>in</strong>dividuele leerprestaties.<br />
Leuven/Apeldoorn: Garant.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Handler, J.F. (1996).<br />
Down from bureaucracy. The ambiguity of privatization and empowerment.<br />
Pr<strong>in</strong>ceton: Pr<strong>in</strong>ceton University Press.<br />
Hanushek, E.A. (1997).<br />
‘Assess<strong>in</strong>g the effects of school resources on stu<strong>de</strong>nt performance: an update.’<br />
Educational Evaluation and Policy Analysis 19 (2) pp. 141 – 164.<br />
Hargreaves, D.J. (1996).<br />
‘Diversity and choice and the <strong>de</strong>velopment of autonomy: a reply to Brighouse.’<br />
Oxford Review of Education 22 (2) pp. 131 – 141.<br />
Hargreaves, D.J. (1996).<br />
‘A reply to Walford.’ Oxford Review of Education 22 (2) pp. 155 – 157.<br />
Hedges, L.V. (1994).<br />
‘Does money matter? A meta-analysis of studies of the effects of differential<br />
school <strong>in</strong>puts on stu<strong>de</strong>nt outcomes.’ Educational Researcher 23 (3) pp. 5 – 14.<br />
Henig, J.F. (1995).<br />
Reth<strong>in</strong>k<strong>in</strong>g school choice. Limits of the market metaphor. (3rd pr<strong>in</strong>t<strong>in</strong>g) Pr<strong>in</strong>ceton,<br />
Pr<strong>in</strong>ceton University Press.<br />
Hirschman, A.O. (1986).<br />
‘Exit and voice.’ In: A.O. Hirschman, Rival views of market society and other<br />
essays. New York, Vik<strong>in</strong>g.<br />
Hirschman, A.O. (1986).<br />
‘The welfare state <strong>in</strong> trouble.’ In : A.O. Hirschman, Rival views of market society<br />
and other essays. New York, Vik<strong>in</strong>g.<br />
Lau<strong>de</strong>r, H. (1991).<br />
‘Education, <strong>de</strong>mocracy and the economy.’ British Journal of Sociology of<br />
Education. 12 (4) pp. 417 – 431.<br />
Lau<strong>de</strong>r, H., D. Hughes, S. Watson, S. Waslan<strong>de</strong>r et al. (1999).<br />
Trad<strong>in</strong>g <strong>in</strong> futures. Buck<strong>in</strong>ham/Phila<strong>de</strong>lphia, Open University Press.<br />
Lau<strong>de</strong>r, H., S. Middleton, J. Boston & C. Wylie (1988).<br />
‘The third wave: a critique of the New Zealand Treasury’s report on education.’<br />
New Zealand Journal of Educational Studies 23 (1) pp. 15 – 34.<br />
Lev<strong>in</strong>, H.M. (1976).<br />
‘Concepts of economic efficiency and educational production.’ In J.T. Froomk<strong>in</strong>,<br />
D.T. Jamison & R. Radner (eds.). Education as an <strong>in</strong>dustry. Cambridge: Balll<strong>in</strong>ger<br />
Publish<strong>in</strong>g Company.<br />
Lev<strong>in</strong>, H.M. (1990).<br />
‘The theory of choice applied to education.’ In W.H. Clune & J.F. Witte (eds.)<br />
Choice and control <strong>in</strong> American education. Vol. 1 The theory of choice and<br />
control <strong>in</strong> education. Hampshire/Bristol: The Falmer press.<br />
Lieberman, M. (1993).<br />
Public education: an autopsy. Cambridge: Harvard University Press.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
295
296<br />
Maddaus, J. (1990).<br />
Parental choice of school: what parents th<strong>in</strong>k and do. In. C. Caz<strong>de</strong>n (ed.). Review<br />
of Research <strong>in</strong> Education, 16 (American Educational Research Association), 267 –<br />
296.<br />
Marlow, M.L. (1997).<br />
‘Public education supply and stu<strong>de</strong>nt performance.’ Applied Economics 29 pp.<br />
617 – 626.<br />
Miliband, D. (1991).<br />
Markets, politics and education. Beyond the education reform act. London:<br />
Institute for Public Policy Research.<br />
Peterson, P.E. & B.C. Hassel (eds.) (1998).<br />
Learn<strong>in</strong>g from school choice. Wash<strong>in</strong>gton D.C., Brook<strong>in</strong>gs Institution Press.<br />
Ranson, S. (1993).<br />
‘Markets or <strong>de</strong>mocracy for education.’ British Journal of Educational Studies 31<br />
(4) pp. 333 – 352.<br />
Roeleveld, J. (1997).<br />
Concurrentie tussen scholen? Verzuil<strong>in</strong>g en leerl<strong>in</strong>gen<strong>markt</strong>en. In: A.B. Dijkstra, J.<br />
Dronkers & R. Hofman (red.). Verzuil<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs. Actuele verklar<strong>in</strong>gen en<br />
analyse. Gron<strong>in</strong>gen, Wolters-Noordhoff.<br />
Roeleveld, J. & J. Dronkers (1993),<br />
Differences <strong>in</strong> effectiveness of public and religious schools as a rsult of the<br />
<strong>de</strong>gree of competition for pupils. Paper given at the XIIIth World Congress of<br />
Sociology, Bielefeld, Germany.<br />
Smith, K.B. & K.J. Meier (1995).<br />
The case aga<strong>in</strong>st school choice. Armonk / New York, M.E. Sharpe.<br />
Teelken, J. C. (1998).<br />
Market mechanisms <strong>in</strong> education. A comparative study of school choice <strong>in</strong> the<br />
Netherlands, England and Scotland. Proefschrift, Universiteit van Amsterdam.<br />
Thrupp, M. (1998).<br />
‘The art of the possible: organiz<strong>in</strong>g and manag<strong>in</strong>g high and low socioeconomic<br />
schools.’ Journal of Educational Policy 13 (2) pp. 197 – 219.<br />
Tooley, J. (1993).<br />
A market-led alternative for the curriculum: break<strong>in</strong>g the co<strong>de</strong>. London: The<br />
Tufnell Press.<br />
Tooley, J. (1995).<br />
‘Markets or <strong>de</strong>mocracy for education? A reply to Stewart Ranson.’ British Journal<br />
of Educational Studies 43 (1) pp. 21 – 34.<br />
Tooley, J. (1997).<br />
Choice and diversity <strong>in</strong> education: a <strong>de</strong>fence. Oxford Review of Education 23 (1)<br />
pp. 103 – 116.<br />
Treasury (1987).<br />
Government management: brief to the <strong>in</strong>com<strong>in</strong>g government 1987. Volume II.<br />
Educational issues. Well<strong>in</strong>gton: Government Pr<strong>in</strong>ter.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Van<strong>de</strong>nberghe, V. (1996).<br />
Function<strong>in</strong>g and regulation of educational quasi-markets. Université Catholique<br />
<strong>de</strong> Louva<strong>in</strong>, Faculte <strong>de</strong>s sciences economiques, sociales et politiques, Nouvelleserie<br />
nr. 283. Louva<strong>in</strong>-la-Neuve: CIACO.<br />
Walford, G. (1996).<br />
School choice and the quasi-market <strong>in</strong> England and Wales. G. Walford (ed.).<br />
School choice and the quasi-market. Wall<strong>in</strong>gford, Triangle Books, pp. 49 – 62.<br />
Waslan<strong>de</strong>r, S. (1999).<br />
Koopmanschap en Burgerschap. Marktwerk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs. Assen, Van<br />
Gorcum (tevens proefschrift Rijks Universiteit Gron<strong>in</strong>gen).<br />
Waslan<strong>de</strong>r, S. & M. Thrupp (1995).<br />
Choice, competition and segregation: an empirical analysis of a New Zealand<br />
secondary school market, 1990-93. Journal of Education Policy 10 (1) pp. 1 – 26.<br />
Weick, K.E. (1976).<br />
Educational organizations as loosely coupled systems. In: Adm<strong>in</strong>istrative Science<br />
Quarterly 21 (1) pp. 1 – 19.<br />
Wells, A.S. & R.L. Cra<strong>in</strong> (1992).<br />
‘Do parents choose school quality or school status? A sociological theory of free<br />
market education.’ In P.W. Cookson (ed.) The choice controversy. Newbury Park:<br />
Corw<strong>in</strong> Press.<br />
Witte, J.F. (1990).<br />
‘Choice and control.’ In: W.H. Clune & J.F. Witte (eds.). Choice and control <strong>in</strong><br />
American education. Vol. 1. The theory of choice and control <strong>in</strong> education.<br />
Phila<strong>de</strong>lphia: The Falmer Press.<br />
Witte, J.F. (1998).<br />
‘The Milwaukee Voucher Experiment.’ Educational Evaluation and Policy Analysis<br />
20 (4) pp. 229 – 251.<br />
Wylie, C. (1997).<br />
Self-manag<strong>in</strong>g schools seven years on – What have we learnt? Well<strong>in</strong>gton: New<br />
Zealand Council for Educational Research.<br />
Wylie, C. (1998).<br />
Can vouchers <strong>de</strong>liver better education? A review of the literature, with special<br />
reference to New Zealand. Well<strong>in</strong>gton, New Zealand Council for Educational<br />
Research.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
297
16 Marktwerk<strong>in</strong>g tegen wil en dank<br />
H. Wans<strong>in</strong>k 1<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>beleid wordt gemaakt <strong>in</strong> een ‘pedagogische driehoek’. Dit is het krachtenveld,<br />
waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> overheid, <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsverstrekkers en <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsgebruikers op elkaar<br />
<strong>in</strong>werken. In dit krachtenveld v<strong>in</strong>dt een gelei<strong>de</strong>lijke verschuiv<strong>in</strong>g plaats, ten koste van<br />
<strong>de</strong> overheid en <strong>de</strong> aanbodzij<strong>de</strong> (scholen en docenten) en ten gunste van <strong>de</strong> vraagzij<strong>de</strong>.<br />
Met het toenemen van <strong>de</strong> betekenis van <strong>de</strong> laatste categorie, <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs, stu<strong>de</strong>nten en<br />
leerl<strong>in</strong>gen, verbetert het klimaat waar<strong>in</strong> <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g kan gedijen.<br />
Het aantre<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> liberale m<strong>in</strong>ister van on<strong>de</strong>rwijs Hermans <strong>in</strong> 1998 betekent een<br />
trendbreuk ten gunste van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g. Toch zal <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g altijd door <strong>de</strong> overheid<br />
en <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsverstrekkers als tegennatuurlijk wor<strong>de</strong>n beschouwd.<br />
1 Inleid<strong>in</strong>g<br />
298<br />
Marktwerk<strong>in</strong>g als metho<strong>de</strong> van kwaliteitsverbeter<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs is een vrij nieuw en<br />
nog steeds omstre<strong>de</strong>n i<strong>de</strong>e. Het werd bij mijn weten <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland geïntroduceerd door<br />
<strong>de</strong> commissie Langeveld die <strong>in</strong> 1989 het rapport De bedrijvige school uitbracht aan <strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rwijsvakbond Algemene Bond van <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> Personeel (ABOP). 2 Die bond, <strong>in</strong>mid<strong>de</strong>ls<br />
opgegaan <strong>in</strong> <strong>de</strong> Algemene <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>bond (AOB), schrok enorm van het pleidooi voor<br />
‘eerlijke concurrentie’ tussen scholen door het openbaar maken van <strong>de</strong> schoolresultaten<br />
<strong>in</strong> een jaarverslag. Het was <strong>de</strong> bedoel<strong>in</strong>g dat <strong>de</strong> scholen zelf hun jaarverslag zou<strong>de</strong>n<br />
opstellen, zodat ze zich kon<strong>de</strong>n profileren met hun karakteristieke kenmerken, programma’s<br />
en (buitenschoolse) activiteiten.<br />
De scholen hebben dat nooit aangedurfd. Het gevolg was dat <strong>de</strong> concurrentie tussen<br />
scholen om <strong>de</strong> schaarse leerl<strong>in</strong>gen op oneigenlijke gron<strong>de</strong>n, zoals een achterhaal<strong>de</strong><br />
1 H. Wans<strong>in</strong>k (1954) is politiek commentator van <strong>de</strong> Volkskrant. Hij stu<strong>de</strong>er<strong>de</strong> nieuwste en sociaal-economische<br />
geschie<strong>de</strong>nis aan <strong>de</strong> Universiteit Utrecht. Hij publiceer<strong>de</strong> over on<strong>de</strong>rwijspolitiek enkele boeken,<br />
waaron<strong>de</strong>r <strong>in</strong> 1992 een rapport voor <strong>de</strong> Wiardi Beckman Sticht<strong>in</strong>g (WBS), Een school om te kiezen.<br />
Wans<strong>in</strong>k was secretaris van <strong>de</strong> commissie Langeveld die <strong>in</strong> 1989 het rapport De bedrijvige school<br />
uitbracht aan <strong>de</strong> Algemene Bond van <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> Personeel (ABOP).<br />
2 Dat wil zeggen: voor het primair en voortgezet on<strong>de</strong>rwijs waartoe ik me <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze uiteenzett<strong>in</strong>g<br />
beperk. Voor het hoger on<strong>de</strong>rwijs kwam <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g al wat eer<strong>de</strong>r <strong>in</strong> beeld (HOAK-nota, Hoger<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>: Autonomie en Kwaliteit, 1985). De <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het hoger on<strong>de</strong>rwijs (waar<strong>in</strong> overigens<br />
ook <strong>de</strong> toegenomen macht van <strong>de</strong> gebruikers een belangrijke rol speelt) heeft echter een eigen<br />
dynamiek, die een afzon<strong>de</strong>rlijke beschouw<strong>in</strong>g zou vergen.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
eputatie, <strong>de</strong> samenstell<strong>in</strong>g van het leerl<strong>in</strong>genbestand (zwart of wit) of het uiterlijk van <strong>de</strong><br />
school, werd gevoerd.<br />
De doorbraak werd geforceerd door het dagblad Trouw dat, na een beroep op <strong>de</strong> Wet<br />
openbaarheid bestuur (WOB) en enkele juridische acties tegen het m<strong>in</strong>isterie van<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>, Cultuur en Wetenschappen (OCenW) op 25 oktober 1997 <strong>de</strong> e<strong>in</strong><strong>de</strong>xamenresultaten<br />
van alle scholen voor voortgezet on<strong>de</strong>rwijs publiceer<strong>de</strong>. In mijn ogen is <strong>de</strong>ze publicatie<br />
door Trouw <strong>de</strong> belangrijkste on<strong>de</strong>rwijspolitieke gebeurtenis van <strong>de</strong> laatste tien jaar.<br />
S<strong>in</strong>dsdien is <strong>de</strong> ‘pedagogische driehoek’, het spann<strong>in</strong>gsveld dat bestaat uit <strong>de</strong> overheid<br />
(als wereldverbeteraar), <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsverstrekkers (schoolbesturen en docenten) en <strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rwijsgebruikers, gekanteld <strong>in</strong> <strong>de</strong> richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> laatste categorie: <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs, leerl<strong>in</strong>gen<br />
en stu<strong>de</strong>nten.<br />
De drie polen van <strong>de</strong> pedagogische driehoek zijn niet tot elkaar te reduceren. Zij vormen<br />
samen het krachtenveld waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijspolitiek gestalte krijgt. Dit krachtenveld<br />
bepaalt op zijn beurt weer <strong>de</strong> perspectieven van <strong>de</strong> <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g. Daarom sta ik nu iets<br />
langer stil bij elk van <strong>de</strong> drie polen.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>vernieuwers zijn heel vaak wereldverbeteraars. Met name progressieven willen<br />
van oudsher meer dan zomaar ‘goed en toegankelijk on<strong>de</strong>rwijs’. Ze zien het als een<br />
<strong>in</strong>strument om hun maatschappelijke i<strong>de</strong>alen te verwezenlijken. Ook an<strong>de</strong>ren, christenen<br />
bijvoorbeeld of conservatieven, zien het on<strong>de</strong>rwijs niet als een waar<strong>de</strong>nvrij consumptiegoed,<br />
maar als een mid<strong>de</strong>l van <strong>de</strong> overheid tot overdracht van normen en waar<strong>de</strong>n.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>politiek is dus altijd ‘gela<strong>de</strong>n’ geweest met veel ver<strong>de</strong>rgaan<strong>de</strong> politieke doele<strong>in</strong><strong>de</strong>n.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>politiek is als het ware een ‘verdicht<strong>in</strong>g’ van algemene politieke preferenties.<br />
Aan <strong>de</strong> eisen die <strong>de</strong> overheid aan <strong>de</strong> school stelt, herkent men <strong>de</strong> tijdgeest. Zo stond<br />
<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijspolitiek <strong>in</strong> <strong>de</strong> drie <strong>de</strong>cennia na <strong>de</strong> oorlog <strong>in</strong> het teken van <strong>de</strong> gelijke kansen,<br />
terwijl nu <strong>de</strong> aansluit<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> school op <strong>de</strong> <strong>in</strong>formatiemaatschappij <strong>de</strong> hoogste prioriteit<br />
lijkt.<br />
Ten opzichte van <strong>de</strong> algemeen-politieke dimensie van door <strong>de</strong> overheid geformuleer<strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rwijspolitiek hebben <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijzer en <strong>de</strong> leraar, <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> pool <strong>in</strong> <strong>de</strong> pedagogische<br />
driehoek, altijd een tweeslachtige houd<strong>in</strong>g aangenomen. Vanouds zijn ze sterk<br />
gehecht aan hun ‘professionele autonomie’ (“wie niet zelf voor <strong>de</strong> klas staat, begrijpt<br />
niets van on<strong>de</strong>rwijs”). Daarnaast hebben <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsgeven<strong>de</strong>n zichzelf altijd een<br />
pedagogische missie verleend. Deze opdracht vloei<strong>de</strong> enerzijds voort uit hun visie op <strong>de</strong><br />
rol van het on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> <strong>de</strong> maatschappij (bijvoorbeeld opvoed<strong>in</strong>g tot maatschappijkritisch,<br />
roldoorbreken<strong>de</strong> burger) en an<strong>de</strong>rzijds uit een verantwoor<strong>de</strong>lijkheid jegens <strong>de</strong><br />
opvoed<strong>in</strong>g van het k<strong>in</strong>d (vaak ter bestrijd<strong>in</strong>g van vermeen<strong>de</strong> ‘achterlijke’ opvatt<strong>in</strong>gen van<br />
- bijvoorbeeld allochtone - ou<strong>de</strong>rs). Zowel ‘<strong>de</strong> politiek’ als <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs zijn daarom als het<br />
ware <strong>de</strong> ‘natuurlijke’ vijan<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> docent.<br />
De pedagogische driehoek wordt, na <strong>de</strong> politicus annex wereldverbeteraar en <strong>de</strong> schoolmeester,<br />
gecompleteerd door <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs en leerl<strong>in</strong>gen, <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsgebruikers. In <strong>de</strong><br />
schoolstrijd hebben ou<strong>de</strong>rs zich, aangevoerd door hun confessionele leidslie<strong>de</strong>n, massaal<br />
verzet tegen <strong>de</strong> verlicht-liberale staatspedagogiek en tegen <strong>de</strong> achterstell<strong>in</strong>g van het<br />
bijzon<strong>de</strong>r on<strong>de</strong>rwijs. Dit verzet moet mijns <strong>in</strong>ziens wor<strong>de</strong>n gewaar<strong>de</strong>erd als een <strong>in</strong> essentie<br />
<strong>de</strong>mocratische beweg<strong>in</strong>g ter verkrijg<strong>in</strong>g van het recht om zelf <strong>de</strong> verantwoor<strong>de</strong>lijkheid<br />
voor <strong>de</strong> opvoed<strong>in</strong>g en vorm<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren te dragen. Uiteraard zijn er ook ou<strong>de</strong>rs<br />
geweest die juist actief waren voor het openbaar ‘volkson<strong>de</strong>rwijs’. De emancipatie van <strong>de</strong><br />
ou<strong>de</strong>rs is een sociologisch fenomeen waar<strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs zelf een belangrijke rol heeft<br />
gespeeld. Het gestegen on<strong>de</strong>rwijspeil heeft <strong>de</strong> afstand tussen <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs en <strong>de</strong> docenten<br />
groten<strong>de</strong>els ongedaan gemaakt.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
299
In paragraaf 2 presenteer ik <strong>de</strong> verschuiv<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> pedagogische driehoek als <strong>de</strong> structurele<br />
‘longue durée’ van het Ne<strong>de</strong>rlan<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs, waartegen zich <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijspolitieke<br />
‘conjuncturen’ en ‘evenementen’ aftekenen. Die laatste, meer tijdgebon<strong>de</strong>n ontwikkel<strong>in</strong>gen<br />
komen <strong>in</strong> <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> paragrafen aan bod. 3 De richt<strong>in</strong>g is dui<strong>de</strong>lijk: <strong>de</strong> wereldverbeteraars<br />
en <strong>de</strong> schoolmeesters raken <strong>in</strong> <strong>de</strong> ver<strong>de</strong>dig<strong>in</strong>g, het <strong>in</strong>itiatief komt steeds meer bij<br />
<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsgebruikers te liggen.<br />
2 Wereldverbeteraars op <strong>de</strong> terugtocht<br />
300<br />
De opkomst van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g loopt parallel aan <strong>de</strong> terugtocht van <strong>de</strong> wereldverbeteraars.<br />
Vanaf <strong>de</strong> zestien<strong>de</strong> eeuw is het on<strong>de</strong>rwijs het werkterre<strong>in</strong> van maatschappijvernieuwers<br />
geweest. Verheff<strong>in</strong>g van het volk tot oppassen<strong>de</strong> staatsburgers was het belangrijkste<br />
motief van <strong>de</strong> gegoe<strong>de</strong> burgerij om zich <strong>in</strong> te zetten voor volkson<strong>de</strong>rwijs. Re<strong>de</strong>,<br />
<strong>de</strong>ugd en religie vul<strong>de</strong>n elkaar aan als doelstell<strong>in</strong>gen van het project van <strong>de</strong> volksopvoed<strong>in</strong>g.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> werd eerst <strong>in</strong> gematig<strong>de</strong> vorm, vanaf <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> helft van <strong>de</strong> achttien<strong>de</strong><br />
eeuw, en na 1945 <strong>in</strong> radicalere vorm en met economische motieven als voertuig voor<br />
sociale stijg<strong>in</strong>g gezien (“laat geen talent verloren gaan”). Het werd daarmee bij uitstek het<br />
<strong>in</strong>strument om <strong>de</strong> samenlev<strong>in</strong>g rechtvaardiger te maken. Niet het milieu van herkomst<br />
immers, maar eigen talent en <strong>in</strong>spann<strong>in</strong>gen dien<strong>de</strong>n <strong>de</strong> positie van <strong>de</strong> burger op <strong>de</strong><br />
maatschappelijke lad<strong>de</strong>r te bepalen.<br />
Dit project van volksverheff<strong>in</strong>g is altijd omstre<strong>de</strong>n geweest. Het verzet van ou<strong>de</strong>rs tegen<br />
bevoogd<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> volksopvoe<strong>de</strong>rs - kerkelijke lei<strong>de</strong>rs, verlichte burgers, <strong>de</strong> staat en <strong>de</strong><br />
schoolmeesters - ken<strong>de</strong> vele vormen. De volkson<strong>de</strong>rwijzer van <strong>de</strong> late negentien<strong>de</strong> eeuw,<br />
die zichzelf een wijdse maatschappelijke opdracht gaf, werd een geduchte concurrent<br />
van <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs <strong>in</strong> <strong>de</strong> zeggenschap over het k<strong>in</strong>d.<br />
Met <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijspacificatie van 1917 was het afgelopen met <strong>de</strong> verlicht-liberale staatspedagogiek,<br />
met <strong>de</strong> volksopvoed<strong>in</strong>g vanwege <strong>de</strong> overheid. In verdun<strong>de</strong> vorm wer<strong>de</strong>n <strong>de</strong><br />
aspiraties van <strong>de</strong> volksverlichters - verheff<strong>in</strong>g van het volk tot maatschappelijke en christelijke<br />
<strong>de</strong>ugdzaamheid en tot verantwoor<strong>de</strong>lijke staatsburgers - gezamenlijk gedragen<br />
door <strong>de</strong> wetgever en <strong>de</strong> schoolbesturen van openbaar en bijzon<strong>de</strong>r on<strong>de</strong>rwijs.<br />
Weliswaar werd pacificatie gelegitimeerd met het recht van <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs hun k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren te<br />
on<strong>de</strong>rwijzen volgens hun eigen levensovertuig<strong>in</strong>g, <strong>de</strong> verzuil<strong>de</strong> organisaties waren <strong>de</strong><br />
feitelijke dragers van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsvrijheid. De besturenorganisaties had<strong>de</strong>n <strong>de</strong> meeste<br />
<strong>in</strong>vloed op het on<strong>de</strong>rwijs, op <strong>de</strong> voet gevolgd door <strong>de</strong> organisaties van <strong>de</strong> leerkrachten.<br />
Als <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs al georganiseerd waren, was hun positie zwak. Het overgrote <strong>de</strong>el van <strong>de</strong><br />
ou<strong>de</strong>rs keek op tegen <strong>de</strong> juffrouw, <strong>de</strong> meester en <strong>de</strong> leraar, net als tegen <strong>de</strong> pastoor, <strong>de</strong><br />
dom<strong>in</strong>ee en <strong>de</strong> politicus. Het on<strong>de</strong>rwijs was weliswaar voor het volk, maar <strong>in</strong> han<strong>de</strong>n van<br />
vertegenwoordigers van hogere, geletter<strong>de</strong> stan<strong>de</strong>n.<br />
Van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> z<strong>in</strong> van consumentensoevere<strong>in</strong>iteit was dus na <strong>de</strong> pacificatie nog<br />
geen sprake. Wel van een soort ‘gelei<strong>de</strong> <strong>markt</strong>economie’: organisaties stichtten bijzon<strong>de</strong>re<br />
scholen die wer<strong>de</strong>n gelegitimeerd door een verzuild aanbod van leerl<strong>in</strong>gen. In het<br />
beroepson<strong>de</strong>rwijs speel<strong>de</strong>n organisaties van beroepsgroepen <strong>de</strong> rol van on<strong>de</strong>rwijs<br />
verstrekker.<br />
3 De termen zijn ontleend aan <strong>de</strong> Franse historische school van Brau<strong>de</strong>l en het tijdschrift Annales, die<br />
van grote <strong>in</strong>vloed zijn geweest op <strong>de</strong> mo<strong>de</strong>rne Ne<strong>de</strong>rlandse sociaal-economische geschiedschrijv<strong>in</strong>g.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
S<strong>in</strong>ds <strong>de</strong> Twee<strong>de</strong> Wereldoorlog groei<strong>de</strong> het on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> tal en last. In vijftig jaar stegen<br />
<strong>de</strong> uitgaven aan on<strong>de</strong>rwijs van driehon<strong>de</strong>rd miljoen gul<strong>de</strong>n naar <strong>de</strong>rtig miljard. De<br />
<strong>de</strong>elname van twaalf- tot achttienjarigen aan het mid<strong>de</strong>lbaar on<strong>de</strong>rwijs steeg van tw<strong>in</strong>tig<br />
tot boven <strong>de</strong> vijftig procent. Grote tot zeer grote <strong>de</strong>len van het persoonlijke en het<br />
maatschappelijk leven zijn on<strong>de</strong>r het ‘pedagogisch regiem’ gebracht. Want het on<strong>de</strong>rwijs<br />
is niet alleen op <strong>in</strong>dividueel niveau steeds belangrijker gewor<strong>de</strong>n. Het is verweven<br />
geraakt met zo ongeveer alles: er kan niets <strong>in</strong> <strong>de</strong> samenlev<strong>in</strong>g gebeuren of het zal gevolgen<br />
hebben <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs, en omgekeerd.<br />
Als altijd was <strong>de</strong> lei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> gedachte achter <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijspolitiek van <strong>de</strong> wereldverbeteraars:<br />
‘on<strong>de</strong>rwijs is goed, en meer on<strong>de</strong>rwijs nog beter’. Tegelijkertijd waar<strong>de</strong> er ook<br />
altijd een spook door het on<strong>de</strong>rwijs: <strong>de</strong> permanente on<strong>de</strong>rstroom van ontevre<strong>de</strong>nheid<br />
over <strong>de</strong> bereikte resultaten, <strong>de</strong> obsessie met het an<strong>de</strong>re, het nieuwe. Al een eeuw lang<br />
wordt <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijspolitiek beheerst door <strong>de</strong> retoriek van <strong>de</strong> ‘vernieuw<strong>in</strong>g van het on<strong>de</strong>rwijs’.<br />
Die vernieuw<strong>in</strong>g wordt door <strong>de</strong> overheid veel te belangrijk gevon<strong>de</strong>n om aan <strong>de</strong> betrokkenen<br />
zelf over te laten. De direct belanghebben<strong>de</strong>n, <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen, voelen feilloos aan<br />
dat hun <strong>in</strong>vloed marg<strong>in</strong>aal is. Spijbelen en het zon<strong>de</strong>r diploma verlaten van school zijn<br />
dan <strong>de</strong> voor <strong>de</strong> hand liggen<strong>de</strong> manieren om zich aan het pedagogisch regime te onttrekken.<br />
De beroem<strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>genactie tegen het studiehuis en staatssecretaris A<strong>de</strong>lmund e<strong>in</strong>d<br />
1999 had enigsz<strong>in</strong>s een subversief karakter: het geluid van brekend glaswerk overstem<strong>de</strong><br />
<strong>de</strong> meer <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke argumentatie.<br />
Maar ook het personeel heeft het gevoel als een marionet vast te zitten aan <strong>de</strong> dra<strong>de</strong>n<br />
die vanuit ‘Zoetermeer’ wor<strong>de</strong>n gespannen. Officieel wordt er s<strong>in</strong>ds 1985 gestreefd naar<br />
flexibiliteit, meer zelfstandigheid en verantwoor<strong>de</strong>lijkheid voor <strong>de</strong> scholen, maar een ‘rijk<br />
van <strong>de</strong> vrijheid’ is het on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> <strong>de</strong> verste verte niet. Het is tekenend voor het<br />
geknakte zelfbewustzijn van <strong>de</strong> lerarenstand, dat ook <strong>de</strong> docenten hun onvre<strong>de</strong> niet op<br />
een dui<strong>de</strong>lijke, politieke wijze articuleren, laat staan zelf het heft <strong>in</strong> han<strong>de</strong>n nemen. Het<br />
gemor blijft voornamelijk beperkt tot <strong>de</strong> lerarenkamer.<br />
Ook <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs hebben nauwelijks <strong>in</strong>vloed op <strong>de</strong> directe gang van zaken Ze zijn altijd<br />
welkom bij on<strong>de</strong>rsteunen<strong>de</strong> activiteiten en verga<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rraad, maar wie<br />
echt iets wil weten over <strong>de</strong> ‘performance’ van <strong>de</strong> school, of zou willen pleiten voor het<br />
doorbreken van een rigi<strong>de</strong> klassikaal systeem, of mee wil doen bij het aantrekken of<br />
beoor<strong>de</strong>len van personeel, zal ernstig teleurgesteld wor<strong>de</strong>n. Toch, zo zullen we zien,<br />
groeit on<strong>de</strong>r hen onmiskenbaar een ‘schoolbewustzijn’. Wanneer <strong>de</strong> school <strong>in</strong> hun ogen <strong>in</strong><br />
gebreke blijft, stappen ze naar <strong>de</strong> rechter.<br />
Maar on<strong>de</strong>rtussen verga<strong>de</strong>ren <strong>de</strong> advies-, stuur-, project- en werkgroepen er onverm<strong>in</strong><strong>de</strong>rd<br />
op los. Het aantal belangengroepen dat het <strong>de</strong>partement belegert is onafzienbaar en<br />
al <strong>de</strong>ze groepen zijn <strong>in</strong> een soort on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>ge bewapen<strong>in</strong>gswedloop gewikkeld om zich te<br />
voorzien van f<strong>in</strong>anciële, juridische, rechtspositionele en on<strong>de</strong>rwijskundige experts.<br />
Zo is het on<strong>de</strong>rwijs <strong>de</strong> laatste vijftig jaar uitgegroeid tot een centraal zenuwstelsel <strong>in</strong> ons<br />
persoonlijke en maatschappelijke leven, maar is <strong>de</strong> stuurbaarheid steeds ver<strong>de</strong>r afgenomen.<br />
De verantwoor<strong>de</strong>lijkheid is vervluchtigd <strong>in</strong> een e<strong>in</strong><strong>de</strong>loos coulissenlandschap van<br />
projectorganisaties, werkconferenties, rituele verga<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen en <strong>in</strong>formele bilateraaltjes<br />
met ‘jan en alleman’. Het on<strong>de</strong>rwijs is nu letterlijk van ie<strong>de</strong>reen en niemand.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
301
3 De school als achtergebleven gebied<br />
302<br />
Intussen is <strong>de</strong> school <strong>in</strong> <strong>de</strong> loop van <strong>de</strong> jaren negentig teruggekeerd op <strong>de</strong> politieke<br />
agenda. Echter, an<strong>de</strong>rs dan <strong>de</strong> afgelopen eeuwen, niet als vehikel voor maatschappelijke<br />
veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g en sociale rechtvaardigheid, maar als achtergebleven gebied. Algemeen is <strong>de</strong><br />
overtuig<strong>in</strong>g dat het on<strong>de</strong>rwijs <strong>de</strong> boot naar <strong>de</strong> éénentw<strong>in</strong>tigste eeuw aan het missen is.<br />
Inzet van het <strong>in</strong>ternationaal oplaaien<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijs<strong>de</strong>bat is dan ook het herv<strong>in</strong><strong>de</strong>n van <strong>de</strong><br />
aansluit<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> school bij een maatschappij die wordt gekenmerkt door snelle transformaties.<br />
In een aantal belangrijke verkenn<strong>in</strong>gen komt <strong>de</strong> zoektocht naar een nieuwe<br />
missie tot uitdrukk<strong>in</strong>g. De ‘gelijke kansen maatschappij’ wordt <strong>in</strong>gewisseld voor <strong>de</strong><br />
‘kennismaatschappij’, als nieuw object van on<strong>de</strong>rwijsbeleidsdrift. Van groot belang is te<br />
on<strong>de</strong>rkennen dat <strong>de</strong> overheid hierbij terugvalt <strong>in</strong> zijn beleidsreflex als wereldverbeteraar.<br />
Want wanneer die kennismaatschappij zich zo nadrukkelijk zou opdr<strong>in</strong>gen als wordt<br />
veron<strong>de</strong>rsteld, dan zou het voor <strong>de</strong> hand liggen om <strong>de</strong> <strong>markt</strong> zijn werk te laten doen. Of<br />
het nu gaat om <strong>in</strong>formatiser<strong>in</strong>g van het on<strong>de</strong>rwijs of over levenslang leren, het rechtvaardigt<br />
geensz<strong>in</strong>s directe overheidsbemoeienis. Volgens mij is <strong>de</strong> computerkoorts on<strong>de</strong>r <strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rwijsbeleidsmakers een soort fantoompijn, die het gemis aan een maatschappelijke<br />
opdracht voor het on<strong>de</strong>rwijs moet goedmaken. Het is een hype, zoals hieron<strong>de</strong>r zal<br />
blijken, maar wel een hype die <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs frustreert.<br />
Tegelijkertijd wordt <strong>in</strong> die rapporten een performancecrisis <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs gesignaleerd.<br />
Het ‘top-down’ beleid bleek te zijn vastgelopen; het werd tijd voor nieuwe bena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen:<br />
<strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g, een schoolgebon<strong>de</strong>n aanpak, versterk<strong>in</strong>g van het ethos van <strong>de</strong> docenten,<br />
<strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g.<br />
In De bedrijvige school, het rapport aan <strong>de</strong> ABOP uit 1989 on<strong>de</strong>r leid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> sociologe<br />
Langeveld, werd al geconstateerd dat het ‘constructief on<strong>de</strong>rwijsbeleid’ had gefaald en<br />
dat het on<strong>de</strong>rwijs zijn maatschappelijke functie slechts goed kan vervullen wanneer <strong>de</strong><br />
overheid terugtreedt. De school moet <strong>de</strong> ruimte krijgen zelf <strong>de</strong> verantwoor<strong>de</strong>lijkheid voor<br />
het on<strong>de</strong>rwijs te dragen. Ook <strong>de</strong> leraar moet meer zijn dan een ambtenaar van<br />
‘Zoetermeer’. Hij moet zich ontwikkelen tot een zelfstandige beroepsbeoefenaar, die<br />
aanspreekbaar is op zijn verantwoor<strong>de</strong>lijkhe<strong>de</strong>n. Mo<strong>de</strong>rniser<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> arbeidsvoorwaar<strong>de</strong>n<br />
moet lei<strong>de</strong>n tot meer flexibiliteit en een loopbaanperspectief. Door openheid naar<br />
buiten, <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van een jaarverslag waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> schoolresultaten zijn opgenomen,<br />
leggen scholen verantwoord<strong>in</strong>g af aan <strong>de</strong> maatschappij en wor<strong>de</strong>n ou<strong>de</strong>rs en leerl<strong>in</strong>gen<br />
<strong>in</strong> staat gesteld een bewuste schoolkeuze te maken. Zoals gezegd: het eerste pleidooi<br />
voor <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g ligt <strong>in</strong> dit voorstel besloten.<br />
In mijn studie Een school om te kiezen uit 1992 voor <strong>de</strong> Wiardi Beckman Sticht<strong>in</strong>g (WBS)<br />
heb ik het i<strong>de</strong>e van concurrentie tussen scholen ver<strong>de</strong>r uitgewerkt. Ik pleitte zelfs voor<br />
“<strong>de</strong>centralisatie van <strong>de</strong> f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g van scholen,” door <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs zelf “schoolgeld” <strong>in</strong><br />
han<strong>de</strong>n te geven. Hiermee kunnen ze dan on<strong>de</strong>rwijs ‘kopen’, terwijl scholen aan tariefstell<strong>in</strong>g<br />
kunnen doen. Deze extreme vorm van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g werd onmid<strong>de</strong>llijk door<br />
ie<strong>de</strong>reen afgewezen.<br />
On<strong>de</strong>rtussen heb ik <strong>in</strong> mijn studie aangetoond dat het on<strong>de</strong>rwijs geen wezenlijke<br />
bijdrage kan leveren tot het verkle<strong>in</strong>en van <strong>de</strong> ongelijkheid van sociale groepen. De taak<br />
van het on<strong>de</strong>rwijs moet dan ook zijn het voorberei<strong>de</strong>n van alle leerl<strong>in</strong>gen op een<br />
zelfstandig functioneren <strong>in</strong> <strong>de</strong> maatschappij. Dat is al ambitieus genoeg. Dit pleidooi voor<br />
terugschroeven van <strong>de</strong> ambities van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijspolitiek vond wel weerklank.<br />
Ook <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse reger<strong>in</strong>g g<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het mid<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> jaren negentig op zoek naar een<br />
nieuwe missie voor het on<strong>de</strong>rwijs, met name voor het fun<strong>de</strong>rend on<strong>de</strong>rwijs voor vier- tot<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
zestienjarigen. Zij organiseer<strong>de</strong> een kennis<strong>de</strong>bat rond <strong>de</strong> centrale vraag: wat moet je<br />
weten en kunnen om <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze snel veran<strong>de</strong>ren<strong>de</strong> samenlev<strong>in</strong>g op een prettige manier te<br />
kunnen leven? In <strong>de</strong> antwoor<strong>de</strong>n komen kreten als ‘vervlecht<strong>in</strong>g van on<strong>de</strong>rwijs en samenlev<strong>in</strong>g’,<br />
‘maatschappelijke <strong>in</strong>bedd<strong>in</strong>g’, ‘multimedialiser<strong>in</strong>g’, ‘levenslang leren’ en ‘<strong>in</strong>novatie’<br />
veelvuldig terug.<br />
Staatssecretaris Netelenbos gaf <strong>in</strong> 1996 <strong>de</strong> bestuurskundige In ‘t Veld <strong>de</strong> opdracht om<br />
bouwstenen te ontwikkelen voor een beleidsvisie op het fun<strong>de</strong>rend on<strong>de</strong>rwijs. Het resultaat<br />
was een studie, Toekomsten voor het fun<strong>de</strong>rend on<strong>de</strong>rwijsbeleid (1996), waar<strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
consequenties van maatschappelijke veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen en wensen voor het on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
leerplichtige leeftijd wor<strong>de</strong>n uitgewerkt. Het rapport bevat veel prikkelen<strong>de</strong> observaties<br />
en re<strong>de</strong>ner<strong>in</strong>gen, maar is - bewust - geen klassiek beleidsadvies. Om <strong>de</strong> gedachten te<br />
bepalen schetst In ‘t Veld aan het slot van zijn studie drie ‘composities’, zon<strong>de</strong>r zelf een<br />
keuze te maken.<br />
De AOB, <strong>de</strong> fusie van ABOP en Ne<strong>de</strong>rlands Genootschap van Leraren (NGL), gaf een<br />
commissie, die opnieuw on<strong>de</strong>r leid<strong>in</strong>g van Langeveld stond, opdracht een rapport te<br />
maken over maatschappelijke trends die van bijzon<strong>de</strong>re betekenis zijn voor het on<strong>de</strong>rwijs.<br />
Het rapport Optrekken<strong>de</strong> krijtdamp (1997) is een handzaam beleidsadvies, dat<br />
voortborduurt op De bedrijvige school uit 1989. Ik citeer een kernpassage:<br />
“ONDER INVLOED VAN DE INFORMATISERING EN ONOMKEERBARE MAATSCHAPPELIJKE ONTWIKKELINGEN ZOALS<br />
GLOBALISERING EN INDIVIDUALISERING DREIGT HET ONDERWIJS ZIJN SPILPOSITIE IN DE ORGANISATIE VAN<br />
LEERPROCESSEN TE VERLIEZEN. IN DE GEÏNDIVIDUALISEERDE INFORMATIEMAATSCHAPPIJ VERANDERT DE PLAATS<br />
VAN HET LEREN. LEREN WORDT EEN LEVENSSTIJL; ER WORDT GELEERD OP TALLOZE PLAATSEN EN OP TALLOZE<br />
MANIEREN. VIA WERELDWIJDE COMMUNICATIENETWERKEN WORDEN DE TOEKOMSTIGE GENERATIES GECONFRON-<br />
TEERD MET EEN OVERVLOED AAN INFORMATIE. HET ONDERWIJS ZAL LEERLINGEN HET GEREEDSCHAP MOETEN<br />
BIEDEN OM ZICH IN DEZE KENNISMAATSCHAPPIJ STAANDE TE HOUDEN.”<br />
Het lijkt erop dat <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsbeleidsmakers, na veertig jaar <strong>in</strong> <strong>de</strong> ban te zijn geweest<br />
van <strong>de</strong> gelijke kansen, aan een nieuwe obsessie ten prooi zijn gevallen: <strong>de</strong> kennismaatschappij.<br />
Ik zal hieron<strong>de</strong>r over <strong>de</strong> computer <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs enige relativeren<strong>de</strong> opmerk<strong>in</strong>gen<br />
maken, mij baserend op Amerikaanse bev<strong>in</strong>d<strong>in</strong>gen die kort samengevat op het<br />
volgen<strong>de</strong> neerkomen: <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren v<strong>in</strong><strong>de</strong>n computers erg leuk, maar het on<strong>de</strong>rwijs wordt<br />
er niet beter van en <strong>de</strong> economie kan heel goed zon<strong>de</strong>r computers op school.<br />
Een twee<strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g van belang, die wordt gesignaleerd door zowel Langeveld als<br />
door In ‘t Veld, is <strong>de</strong> veran<strong>de</strong>r<strong>de</strong> verhoud<strong>in</strong>g tussen ou<strong>de</strong>rs en school. De druk van<br />
werken<strong>de</strong> moe<strong>de</strong>rs op verleng<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> schooltij<strong>de</strong>n neemt toe. Moet <strong>de</strong> school <strong>de</strong><br />
opvoed<strong>in</strong>g geheel of ge<strong>de</strong>eltelijk overnemen? Het toenemen<strong>de</strong> zelfbewustzijn van ou<strong>de</strong>rs<br />
ten aanzien van <strong>de</strong> schoolkeuze vertaalt zich <strong>in</strong> een grotere behoefte aan diversiteit. Er is<br />
veel vraag naar gymnasia, vrije scholen en scholen-met-<strong>de</strong>-Koran; voor sociale en culturele<br />
<strong>in</strong>tegratie lijkt steeds m<strong>in</strong><strong>de</strong>r animo te bestaan, niet alleen on<strong>de</strong>r witte ou<strong>de</strong>rs, maar<br />
ook on<strong>de</strong>r allochtone ou<strong>de</strong>rs. Ook <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland krijgen we te maken met ‘i<strong>de</strong>ntity<br />
politics’.<br />
De marg<strong>in</strong>aliser<strong>in</strong>g van laaggeschool<strong>de</strong>, allochtone jongens is een <strong>de</strong>r<strong>de</strong> vraagstuk dat<br />
opnieuw om aandacht vraagt. Is er een an<strong>de</strong>r beleid mogelijk dan het bouwen van meer<br />
(jeugd)gevangenissen, zoals overal <strong>in</strong> het westen het nieuwe allochtonenbeleid lijkt te<br />
zijn?<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
303
304<br />
3.1 COMPUTERKOORTS<br />
“In <strong>de</strong> jaren zeventig werd <strong>de</strong> rekenl<strong>in</strong>eaal <strong>in</strong> een vloek en een zucht vervangen door <strong>de</strong><br />
zakrekenmachientjes; <strong>in</strong> 2010 zal elke leerl<strong>in</strong>g beschikken over een laptopcomputer die<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> schooltas past. Het on<strong>de</strong>rwijs heeft <strong>de</strong> hooggespannen verwacht<strong>in</strong>gen die <strong>de</strong><br />
afgelopen <strong>de</strong>rtig jaar zijn ontstaan over <strong>de</strong> nieuwe media, nog niet waargemaakt,” heet<br />
het <strong>in</strong> Optrekken<strong>de</strong> krijtdamp. Extra <strong>in</strong>vesteren! Software-ontwikkel<strong>in</strong>g subsidiëren!<br />
Bijscholen! “Als <strong>de</strong> <strong>in</strong>haaloperatie nu niet wordt <strong>in</strong>gezet, mist het on<strong>de</strong>rwijs <strong>de</strong> aansluit<strong>in</strong>g<br />
met <strong>de</strong> <strong>in</strong>formatiemaatschappij.”<br />
In Toekomsten voor het fun<strong>de</strong>rend on<strong>de</strong>rwijsbeleid (1996) wordt <strong>de</strong> huidige <strong>in</strong>formatietechnologische<br />
ontwikkel<strong>in</strong>g vergeleken met <strong>de</strong> uitv<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> boekdrukkunst, “die<br />
voor gigantische veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> toenmalige samenlev<strong>in</strong>gen heeft gezorgd. De<br />
huidige trendbreuk wordt veroorzaakt door het gegeven dat <strong>de</strong> nieuwe media veel meer<br />
<strong>in</strong>teractie toestaan dan bestaan<strong>de</strong> media.” Sterker nog: “<strong>in</strong>formatietechnologie bevrijdt”<br />
en leidt zelfs tot “gemeenschapsvorm<strong>in</strong>g”, waarmee In ‘t Veld <strong>de</strong> discussiegroepen op<br />
Internet en <strong>de</strong> bezoeker van sites bedoelt. Maar: “<strong>in</strong>formatietechnologie kan zo overweldigend<br />
zijn, dat on<strong>de</strong>rscheid tussen het virtuele en <strong>de</strong> werkelijkheid vervaagt”. In ‘t Veld<br />
vroeg het aan tientallen beleidsmakers en trendwatchers en het antwoord was steeds<br />
hetzelf<strong>de</strong>: het on<strong>de</strong>rwijs moet zo snel mogelijk aansluit<strong>in</strong>g v<strong>in</strong><strong>de</strong>n bij <strong>de</strong> <strong>in</strong>formatierevolutie.<br />
Waarom eigenlijk?<br />
Oppenheimer, redacteur van Newsweek Interactive, publiceer<strong>de</strong> <strong>in</strong> The Atlantic Monthly<br />
van juli 1997 een overzichtsartikel, The Computer Delusion, over <strong>de</strong> Amerikaanse stand<br />
van zaken. In <strong>de</strong> Verenig<strong>de</strong> Staten zijn <strong>de</strong> politici, <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rnemers, <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen en <strong>de</strong><br />
ou<strong>de</strong>rs over het algemeen razend enthousiast. Presi<strong>de</strong>nt Cl<strong>in</strong>ton dacht aan een vijfjarenplan<br />
dat tussen <strong>de</strong> 40 en 100 miljard dollar mocht kosten. Veel bedrijven schenken<br />
hardware en software aan scholen.<br />
Een op<strong>in</strong>iepeil<strong>in</strong>g on<strong>de</strong>r leraren wees uit dat zij computervaardighe<strong>de</strong>n essentiëler achten<br />
dan Europese geschie<strong>de</strong>nis, biologie, natuurkun<strong>de</strong>, scheikun<strong>de</strong>, techniek, mo<strong>de</strong>rne<br />
Amerikaanse literatuur, Plato, Shakespeare of het behan<strong>de</strong>len van maatschappelijke<br />
vraagstukken als drugs en echtscheid<strong>in</strong>g. Om computers te kunnen kopen zetten<br />
Amerikaanse scholen het mes <strong>in</strong> <strong>de</strong> bibliotheek, <strong>in</strong> excursies naar musea, <strong>in</strong> natuurexcursies,<br />
<strong>in</strong> practica, <strong>in</strong> kunst- en muziekon<strong>de</strong>rwijs, <strong>in</strong> gymnastiek en <strong>in</strong> sport. De verkoop<br />
van schoolboeken stagneert.<br />
Ie<strong>de</strong>reen is gegrepen door <strong>de</strong> computerkoorts, behalve <strong>de</strong> mensen die er echt verstand<br />
van hebben. Oppenheimer on<strong>de</strong>rzocht vijf stell<strong>in</strong>gen waarop <strong>de</strong> computercampagne is<br />
gebaseerd:<br />
• computers verbeteren zowel <strong>de</strong> manier van lesgeven als <strong>de</strong> leerresultaten;<br />
• om niet achterop te raken moet met computers zo jong mogelijk wor<strong>de</strong>n begonnen;<br />
• computervaardighe<strong>de</strong>n moeten on<strong>de</strong>rwezen wor<strong>de</strong>n om <strong>de</strong> arbeidskrachten toe<br />
te rusten voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>formatiemaatschappij;<br />
• technologieprogramma’s van scholen leveren <strong>de</strong> noodzakelijke (f<strong>in</strong>anciële en<br />
materiële) steun van het bedrijfsleven op; en<br />
• <strong>in</strong>ternet betekent een verrijk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> leerervar<strong>in</strong>g, door <strong>de</strong> beschikbaarheid<br />
van ontelbare experts en one<strong>in</strong>dige <strong>in</strong>formatie.<br />
Er is veel on<strong>de</strong>rzoek gedaan naar <strong>de</strong> <strong>in</strong>vloed van computers <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs, maar het<br />
meeste on<strong>de</strong>rzoek is waar<strong>de</strong>loos omdat het anekdotisch is, niet kan wor<strong>de</strong>n herhaald,<br />
statistisch onbetrouwbaar is of geen on<strong>de</strong>rscheid maakt tussen verschillen<strong>de</strong> factoren,<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
zoals <strong>de</strong> projectgerichte aanpak (die ook zon<strong>de</strong>r computers vaak beter is dan <strong>de</strong> klassikale<br />
metho<strong>de</strong>). Betrouwbaar on<strong>de</strong>rzoek waaruit blijkt dat <strong>de</strong> computer <strong>de</strong> leerprestaties<br />
verbetert, is er niet. Voor zover er al sprake is van significante resultaten betreft het zeer<br />
specifieke, geavanceer<strong>de</strong> programma’s voor ou<strong>de</strong>re leerl<strong>in</strong>gen en voor gehandicapte<br />
leerl<strong>in</strong>gen.<br />
Veel on<strong>de</strong>rwijskundigen on<strong>de</strong>rstrepen <strong>de</strong> noodzaak van driedimensionale vormen van<br />
spelen en leren, het aanspreken van alle z<strong>in</strong>tuigen, lichaamsbeweg<strong>in</strong>g, samenwerken,<br />
luisteren en het opdoen van echte ervar<strong>in</strong>gen door excursies. Dit geldt vooral voor jonge<br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren. Veel docenten klagen over <strong>de</strong> achteruitgang van scripties die op <strong>de</strong> computer<br />
zijn geschreven: knip- en plakwerk <strong>in</strong> plaats van een logische re<strong>de</strong>ner<strong>in</strong>g. De software is<br />
nog steeds abom<strong>in</strong>abel. Cd-roms en simulatiespelletjes stellen niets voor en belemmeren<br />
<strong>de</strong> verbeeld<strong>in</strong>gskracht van leerl<strong>in</strong>gen, menen leerpsychologen. Technische scholen wijzen<br />
erop dat <strong>de</strong> beste leerl<strong>in</strong>gen jongens zijn die thuis ervar<strong>in</strong>g hebben opgedaan met sleutelen<br />
aan landbouwmach<strong>in</strong>es of motoren.<br />
Ook <strong>in</strong> het bedrijfsleven en <strong>de</strong> exacte wetenschap neemt <strong>de</strong> scepsis toe. Zelf Jobs, <strong>de</strong><br />
oprichter van Apple dat tientallen miljoenen aan computerspullen weggaf aan scholen,<br />
meent dat Amerika zichzelf voor <strong>de</strong> gek houdt als men <strong>de</strong>nkt dat computers, cd-roms en<br />
websites, <strong>in</strong> welke hoeveelhe<strong>de</strong>n dan ook, <strong>de</strong> wezenlijke problemen van het on<strong>de</strong>rwijs<br />
kunnen oplossen.<br />
Werkgevers beklagen zich over <strong>de</strong> <strong>de</strong>nkluiheid en het gebrek aan vernieuw<strong>in</strong>gsvermogen<br />
van werknemers die veel achter <strong>de</strong> computer zitten. Computerfirma Hewlett-Packard (HP)<br />
neemt vrijwel nooit computerexperts aan, maar geeft <strong>de</strong> voorkeur aan flexibele en<br />
<strong>in</strong>novatieve teamwerkers. HP heeft zelfs een subsidieprogramma voor scholen die ou<strong>de</strong>rwets<br />
exacte vakken doceren met behulp van materialen als klei, water, zand, za<strong>de</strong>n en<br />
magneten. Producenten van animatiefilms en computerspelletjes klagen over <strong>de</strong> oppervlakkigheid<br />
en armoe<strong>de</strong> van kunstenaars die met computers werken. Traditioneel opgelei<strong>de</strong>n,<br />
die van jongs af aan niet buiten hun schetsboek kunnen, maken <strong>de</strong> beste producten.<br />
Zij hebben leren kijken, bijvoorbeeld naar <strong>de</strong> manier waarop het lichaam beweegt.<br />
Een hoogleraar computerkun<strong>de</strong> van het Massachusetts Institute of Technologie<br />
waarschuwt tegen paniek: nieuwe stu<strong>de</strong>nten leren alle computervaardighe<strong>de</strong>n die ze<br />
nodig hebben ‘<strong>in</strong> één zomer’. Daar hoeft het on<strong>de</strong>rwijs dus niks aan te doen.<br />
Scholen die zich afhankelijk maken van computertechnologie realiseren zich meestal niet<br />
dat <strong>de</strong> kosten van update van software en hardware en van bijschol<strong>in</strong>g van docenten<br />
uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk veel hoger zijn dan <strong>de</strong> aanvankelijke aanschaf van computers en lesmaterialen.<br />
Wat betreft <strong>in</strong>ternet tenslotte: daar staat vooral veel rotzooi op. Een hoogleraar<br />
computerkun<strong>de</strong> van Yale v<strong>in</strong>dt dat er niet meer, maar m<strong>in</strong><strong>de</strong>r gesurfd moet wor<strong>de</strong>n op<br />
school. “Leren is niet het verzamelen van zoveel mogelijk <strong>in</strong>formatie, maar het begrijpen<br />
van kennis en wijsheid.”<br />
Computers zijn niet meer dan gereedschap dat zijn nut nog niet heeft kunnen aantonen,<br />
conclu<strong>de</strong>ert Oppenheimer. De virtuele werkelijkheid is een verarm<strong>in</strong>g ten opzichte van <strong>de</strong><br />
fysieke werkelijkheid; een tweedimensionaal scherm is <strong>in</strong>ferieur an het spelen met echte<br />
voorwerpen. Leren luisteren, je <strong>in</strong>dividueel kunnen uitdrukken en je eigen fantasie<br />
volgen: het zijn essentiële manieren van leren die door <strong>de</strong> computerkoorts on<strong>de</strong>rgesneeuwd<br />
dreigen te raken.<br />
De conclusie ligt voor <strong>de</strong> hand. Langeveld en In ‘t Veld lieten zich meeslepen door <strong>de</strong><br />
waan van <strong>de</strong> dag. Het spelen met computers <strong>in</strong> het fun<strong>de</strong>rend on<strong>de</strong>rwijs moet na <strong>de</strong><br />
gewone lessen plaatsv<strong>in</strong><strong>de</strong>n. Zolang niet is aangetoond dat duurzaam betere resultaten<br />
wor<strong>de</strong>n bereikt, heeft het geen z<strong>in</strong> dat <strong>de</strong> overheid op kosten van <strong>de</strong> belast<strong>in</strong>gbetaler<br />
massaal computers <strong>de</strong> school b<strong>in</strong>nendraagt. Dit laat onverlet dat specifieke toepass<strong>in</strong>gen<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
305
306<br />
<strong>in</strong> bijvoorbeeld het beroepson<strong>de</strong>rwijs en het speciaal on<strong>de</strong>rwijs z<strong>in</strong>vol kunnen zijn. Maar<br />
voor <strong>de</strong> rest: laat <strong>de</strong> <strong>in</strong>formatiser<strong>in</strong>g vooral aan <strong>de</strong> <strong>markt</strong> of aan sponsors over.<br />
3.2 BEWUSTE OUDERS<br />
Tegemoet komen aan <strong>de</strong> wensen van ou<strong>de</strong>rs betekent dat <strong>de</strong> bestaan<strong>de</strong> diversiteit van<br />
scholen qua leerl<strong>in</strong>genpopulatie niet langer wordt afgekeurd maar versterkt, stelt In ‘t<br />
Veld terecht <strong>in</strong> Compositie 2, <strong>de</strong> ‘<strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>gsvariant’. Meer diversificatie van het<br />
aanbod dus, ou<strong>de</strong>rs moeten meer te kiezen hebben. De consequenties zijn: een profiler<strong>in</strong>gsprogramma<br />
naast een versmald kerncurriculum, waar<strong>in</strong> plaats is voor herhal<strong>in</strong>gsstof,<br />
levensbeschouwelijke activiteiten of kunston<strong>de</strong>rwijs. De betrokkenheid van ou<strong>de</strong>rs<br />
wordt on<strong>de</strong>rsteund door <strong>in</strong>stemm<strong>in</strong>gsrecht <strong>in</strong> <strong>de</strong> me<strong>de</strong>zeggenschap en door <strong>in</strong>komensafhankelijke<br />
ou<strong>de</strong>rbijdragen, die ten goe<strong>de</strong> komen aan het profiler<strong>in</strong>gsprogramma. In het<br />
voortgezet on<strong>de</strong>rwijs kunnen beroepsgerichte leerwegen wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong>gevoerd, waarbij<br />
docenten uit <strong>de</strong> praktijk wor<strong>de</strong>n aangetrokken. Ook maatschappelijke organisaties en<br />
bedrijven kunnen f<strong>in</strong>ancieel bijdragen.<br />
Deze Compositie 2 sluit goed aan bij <strong>de</strong> trend dat ou<strong>de</strong>rs steeds meer aan ‘i<strong>de</strong>ntity<br />
politics’ doen bij het kiezen van <strong>de</strong> school. Die ontwikkel<strong>in</strong>g is ook bij zwarte scholen<br />
zichtbaar: zij profileren zich als school voor een bepaal<strong>de</strong> etnische of levensbeschouwelijke<br />
groep. Laten we blij zijn dat <strong>de</strong> vrijheid van on<strong>de</strong>rwijs het mogelijk maakt <strong>de</strong> diversiteit<br />
gestalte te geven b<strong>in</strong>nen het bestaan<strong>de</strong> bestel. Hierdoor blijft <strong>de</strong> samenhang en <strong>de</strong><br />
garantie van <strong>de</strong>ug<strong>de</strong>lijkheid behou<strong>de</strong>n en wordt een twee<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g zoals <strong>in</strong> an<strong>de</strong>re lan<strong>de</strong>n,<br />
tussen particulier on<strong>de</strong>rwijs voor <strong>de</strong> rijken en staatson<strong>de</strong>rwijs voor <strong>de</strong> armen, voorkomen.<br />
Langeveld wijst er terecht op dat particuliere <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> het gat zullen spr<strong>in</strong>gen<br />
wanneer het reguliere overheidsaanbod <strong>de</strong> wensen van ou<strong>de</strong>rs blijft negeren.<br />
Het pleidooi van Langeveld voor een bre<strong>de</strong> school, die veel naschoolse activiteiten<br />
organiseert, samenwerkt met crèches, peuterspeelzalen, <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen van jeugdzorg,<br />
politie, kunston<strong>de</strong>rwijs, hobbyclubs en sportverenig<strong>in</strong>gen, sluit hierbij goed aan. De<br />
bre<strong>de</strong> school, die van ‘s morgens vroeg tot etenstijd open is, bevor<strong>de</strong>rt <strong>de</strong> sociale<br />
cohesie, stelt Langeveld. Hij bevor<strong>de</strong>rt ook <strong>de</strong> emancipatie van vrouwen, die door <strong>de</strong><br />
dw<strong>in</strong>gen<strong>de</strong> schooltij<strong>de</strong>n van nu belemmerd wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong> hun mogelijkhe<strong>de</strong>n op <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong>.<br />
Langeveld is ook van men<strong>in</strong>g dat <strong>de</strong> school opvoed<strong>in</strong>gstaken van ou<strong>de</strong>rs moet overnemen<br />
(uiteraard wel met hun <strong>in</strong>stemm<strong>in</strong>g). Zij constateert dat <strong>de</strong> erosie van het mid<strong>de</strong>nveld<br />
en het wegvallen van sociale controle door buren, grootou<strong>de</strong>rs en omstan<strong>de</strong>rs “<strong>de</strong><br />
opvoe<strong>de</strong>n<strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g buiten <strong>de</strong> school” heeft verarmd. De meer welgestel<strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs<br />
lossen dit op met clubs en cursussen, <strong>de</strong> laagopgelei<strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs sturen hun k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren <strong>de</strong><br />
straat op. Zij hebben daardoor nauwelijks <strong>in</strong>vloed op <strong>de</strong> overdracht van normen en<br />
waar<strong>de</strong>n. De populairste en machtigste leeftijdsgenoten en iets ou<strong>de</strong>ren vormen een<br />
peergroup, die risicovol gedrag vertoont (voortijdig schoolverlaten, alcoholgebruik, crim<strong>in</strong>aliteit,<br />
ledigheid). Zo ontstaat een overerfbare kansarmoe<strong>de</strong>.<br />
Ofschoon uitbreid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> schoolactiviteiten gewenst is, moet men niet <strong>de</strong> illusie<br />
hebben dat <strong>de</strong> school of georganiseer<strong>de</strong> naschoolse activiteiten <strong>de</strong> opvoed<strong>in</strong>g kunnen<br />
vervangen. Evenm<strong>in</strong> is het probleem van ‘parent<strong>in</strong>g <strong>de</strong>ficit’, zoals <strong>de</strong> Amerikaanse<br />
communitarist Etzioni het noemt, beperkt tot <strong>de</strong> lagere <strong>in</strong>komensgroepen. De opmars van<br />
vrouwen op <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong> staat <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland nog aan het beg<strong>in</strong>. Wanneer <strong>de</strong> arbeidsverhoud<strong>in</strong>gen<br />
ongewijzigd blijven, zal <strong>de</strong> tijd en <strong>de</strong> <strong>in</strong>tensiteit van <strong>de</strong> bemoeienis van<br />
ou<strong>de</strong>rs met hun k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren ver<strong>de</strong>r afnemen. De oploss<strong>in</strong>g ligt voor een groot <strong>de</strong>el <strong>in</strong> het<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
ontwikkelen van een stelsel van gez<strong>in</strong>svrien<strong>de</strong>lijke arbeidsvoorwaar<strong>de</strong>n. Ou<strong>de</strong>rschaps- en<br />
zorgverlof, meer mogelijkhe<strong>de</strong>n om k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren te halen en te brengen door flexibiliser<strong>in</strong>g<br />
van werktij<strong>de</strong>n, uitbreid<strong>in</strong>g van bedrijfsopvang, regel<strong>in</strong>gen voor carrière-on<strong>de</strong>rbrek<strong>in</strong>g en<br />
her<strong>in</strong>tred<strong>in</strong>g en een mentaliteitsveran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g ten opzichte van het va<strong>de</strong>rschap kunnen<br />
bijdragen tot meer betrokkenheid bij <strong>de</strong> opvoed<strong>in</strong>g. Schoolsucces staat of valt met <strong>de</strong>ze<br />
betrokkenheid, bij voorkeur van twee ou<strong>de</strong>rs.<br />
3.3 MARGINALISERING<br />
Volgens het beroem<strong>de</strong> ‘theezakjesmo<strong>de</strong>l’ is het VWO <strong>de</strong> norm van het voortgezet on<strong>de</strong>rwijs<br />
en zijn <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re leerwegen een steeds sterker aangeleng<strong>de</strong> vorm daarvan. Deze<br />
uniformiteit is het gevolg van het ‘mid<strong>de</strong>nschool<strong>de</strong>nken’, dat <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijspolitiek zo lang<br />
heeft gedom<strong>in</strong>eerd. De schooltypen zijn er niet voor <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen, maar <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen<br />
zijn er voor <strong>de</strong> schooltypen; dat is nog steeds het beleid. Het is <strong>markt</strong>vijandigheid <strong>in</strong><br />
optima forma. Een beleid dat als het ware gevoed werd door afkeer van elke vorm van<br />
reken<strong>in</strong>g hou<strong>de</strong>n met behoeften, verschillen, motivatie en wensen van <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen.<br />
De uniformer<strong>in</strong>gsdrang staat op gespannen voet met het feit dat <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse schoolbevolk<strong>in</strong>g<br />
wat betreft talent en vaardighe<strong>de</strong>n steeds sterker uiteenloopt. Begaaf<strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen<br />
wor<strong>de</strong>n te we<strong>in</strong>ig uitgedaagd, waardoor Ne<strong>de</strong>rland met name <strong>in</strong> <strong>de</strong> exacte wetenschappen<br />
en <strong>de</strong> techniek zijn vooraanstaan<strong>de</strong> positie verliest. Diversificatie van het<br />
on<strong>de</strong>rwijs is dus <strong>in</strong> het belang van <strong>de</strong> besten, maar niet m<strong>in</strong><strong>de</strong>r <strong>in</strong> dat van <strong>de</strong> zwakkere<br />
leerl<strong>in</strong>gen.<br />
Met <strong>de</strong> komst van grote groepen allochtone leerl<strong>in</strong>gen heeft Ne<strong>de</strong>rland als het ware een<br />
hele nieuwe ‘on<strong>de</strong>rkant van <strong>de</strong> samenlev<strong>in</strong>g’ geïmporteerd. Veel leerl<strong>in</strong>gen uit <strong>de</strong> m<strong>in</strong><strong>de</strong>rhe<strong>de</strong>n<br />
weten zich goed te red<strong>de</strong>n, maar over het algemeen zijn <strong>de</strong> achterstan<strong>de</strong>n zeer<br />
groot. Uit <strong>de</strong> Rapportage m<strong>in</strong><strong>de</strong>rhe<strong>de</strong>n 1999 van het Sociaal en Cultureel Planbureau<br />
(SCP) blijkt dat <strong>de</strong> problematiek wordt verdoezeld door aan leerl<strong>in</strong>gen uit m<strong>in</strong><strong>de</strong>rheidsgroepen<br />
lagere eisen te stellen bij doorverwijz<strong>in</strong>g naar types van voortgezet on<strong>de</strong>rwijs.<br />
Het gevolg is onvermij<strong>de</strong>lijk een hoger percentage dat zakt voor het e<strong>in</strong><strong>de</strong>xamen.<br />
Uit <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> studie blijkt dat <strong>de</strong> achterstand van allochtonen, vooral met betrekk<strong>in</strong>g tot<br />
begrijpend lezen, tij<strong>de</strong>ns het verblijf op <strong>de</strong> basisschool niet wordt goedgemaakt. In dit<br />
licht is het dan ook zeer begrijpelijk dat ‘witte’ en ‘zwarte’ scholen een blijvend verschijnsel<br />
<strong>in</strong> het bestel zullen vormen. De voorstan<strong>de</strong>rs van gedwongen <strong>in</strong>tegratie zou<strong>de</strong>n zich<br />
<strong>de</strong> vraag moeten stellen of het wenselijk is dat achtjarige autochtonen en twaalfjarige<br />
allochtonen bij elkaar <strong>in</strong> <strong>de</strong> klas moeten wor<strong>de</strong>n gezet.<br />
De <strong>de</strong>centralisatie van het on<strong>de</strong>rwijson<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>gsbeleid naar <strong>de</strong> gemeenten werkt<br />
versnipper<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> hand. Veelbeloven<strong>de</strong> werkwijzen op het gebied van taalverwerv<strong>in</strong>g<br />
wor<strong>de</strong>n daardoor niet lan<strong>de</strong>lijk geïmplementeerd, constateert het SCP.<br />
De feitelijke opheff<strong>in</strong>g van het beroepson<strong>de</strong>rwijs is een slechte zaak voor een grote<br />
groep leerl<strong>in</strong>gen aan wie het theoretisch gerichte on<strong>de</strong>rwijs niet is besteed. Tegelijkertijd<br />
is <strong>de</strong> schaarste aan geschool<strong>de</strong> vakmensen steeds nijpen<strong>de</strong>r. Wat Ne<strong>de</strong>rland nodig heeft,<br />
is een éénentw<strong>in</strong>tigste-eeuwse versie van <strong>de</strong> ambachtsschool. Dat moet <strong>de</strong> uitdag<strong>in</strong>g zijn<br />
van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijspolitiek voor <strong>de</strong> komen<strong>de</strong> jaren: <strong>de</strong> opbouw van een aantrekkelijk, goed<br />
geoutilleerd, <strong>in</strong>spirerend, volop <strong>in</strong> <strong>de</strong> maatschappij staand beroepson<strong>de</strong>rwijs dat zich wat<br />
status en toekomstperspectief kan meten met MAVO en HAVO.<br />
De commissie Langeveld stelt voor praktische, op m<strong>in</strong>imumdoelen gerichte opleid<strong>in</strong>gen<br />
te ontwikkelen voor leerl<strong>in</strong>gen voor wie <strong>de</strong> basisvorm<strong>in</strong>g, dus ook het lager beroepson<strong>de</strong>rwijs,<br />
te hoog gegrepen is. Allochtone jongeren kunnen werken aan beheers<strong>in</strong>g van<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
307
het Ne<strong>de</strong>rlands. In samenwerk<strong>in</strong>g met kle<strong>in</strong>e bedrijven kunnen praktische, beroepsgerichte<br />
vaardighe<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>n ontwikkeld.<br />
Dit is een sympathiek voorstel. Zolang <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong> daar <strong>de</strong> ruimte voor biedt, zullen<br />
jongeren zon<strong>de</strong>r diploma altijd wor<strong>de</strong>n verdrongen door beter opgelei<strong>de</strong>n. Niet het<br />
on<strong>de</strong>rwijs, maar <strong>de</strong> arbeids<strong>markt</strong> is <strong>de</strong> sleutel tot sociale cohesie. Dat betekent dat het<br />
beroepsleven en <strong>de</strong> overheid <strong>in</strong>itiatieven moeten nemen tot het scheppen van werk voor<br />
laaggeschool<strong>de</strong> jongeren.<br />
4 De kenter<strong>in</strong>g van 1998<br />
308<br />
In het Negentien<strong>de</strong> jaarboek voor het <strong>de</strong>mocratisch socialisme uit 1998 wordt <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>in</strong>leid<strong>in</strong>g<br />
terecht gesteld dat <strong>de</strong> verhoud<strong>in</strong>gen tussen <strong>de</strong> drie polen van <strong>de</strong> pedagogische<br />
driehoek ernstig zijn verstoord. De overheid vertrouwt <strong>de</strong> scholen niet, <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs<br />
vertrouwen <strong>de</strong> overheid niet en <strong>de</strong> scholen vertrouwen noch <strong>de</strong> overheid, noch <strong>de</strong><br />
ou<strong>de</strong>rs. In het jaarboek (een uitgave van het wetenschappelijke bureau van <strong>de</strong> PvdA, <strong>de</strong><br />
WBS) wordt <strong>de</strong> beleidsdrift van <strong>de</strong> overheid, die niet zel<strong>de</strong>n een sociaal-<strong>de</strong>mocratische<br />
overheid was, expliciet geproblematiseerd. “Er is”, lezen we, “een steeds grotere kloof<br />
ontstaan tussen beleidsmakers en uitvoer<strong>de</strong>rs, tussen <strong>de</strong>genen die on<strong>de</strong>rwijs be<strong>de</strong>nken<br />
en <strong>de</strong>genen die on<strong>de</strong>rwijs geven. De on<strong>de</strong>rwijsgeven<strong>de</strong>n hebben zich <strong>in</strong> <strong>de</strong> scholen<br />
verschanst, beducht voor nieuwe aanvallen van <strong>de</strong> beleidsmach<strong>in</strong>erie. Beleidsmakers<br />
beschouwen on<strong>de</strong>rwijsgeven<strong>de</strong>n als een net iets te lastige, behoudzuchtige categorie, die<br />
nodig eens <strong>in</strong> beweg<strong>in</strong>g moet komen. Hun on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>ge relatie is verstoord. Dit probleem<br />
raakt niet alleen en uitsluitend <strong>de</strong> PvdA. Maar gezien <strong>de</strong> pretenties van <strong>de</strong> PvdA op het<br />
gebied van on<strong>de</strong>rwijspolitiek en gezien <strong>de</strong> verantwoor<strong>de</strong>lijkheid die sociaal-<strong>de</strong>mocraten<br />
voor het on<strong>de</strong>rwijsbeleid hebben gedragen, dient <strong>de</strong> PvdA zich er meer dan an<strong>de</strong>ren om<br />
te bekreunen.”<br />
Ook het <strong>de</strong>bat over het studiehuis en <strong>de</strong> verbouw<strong>in</strong>g van het voortgezet on<strong>de</strong>rwijs, dat<br />
on<strong>de</strong>r het motto ‘Heimwee naar <strong>de</strong> HBS’ <strong>in</strong> <strong>de</strong> zomer van 1998 op <strong>de</strong> Forumpag<strong>in</strong>a van<br />
<strong>de</strong> Volkskrant werd gevoerd, a<strong>de</strong>m<strong>de</strong> een sfeer van we<strong>de</strong>rzijdse verketter<strong>in</strong>g van zij die<br />
on<strong>de</strong>rwijs be<strong>de</strong>nken en zij die on<strong>de</strong>rwijs geven, een sfeer van het ridiculiseren en<br />
verdacht maken van elkaars standpunten. Kortom: <strong>de</strong> sfeer van een ‘loopgravenoorlog’.<br />
Luisteren is on<strong>de</strong>r schoolmeesters en an<strong>de</strong>re on<strong>de</strong>rwijsprofessionals een zeldzame eigenschap.<br />
Men is zeker niet gewend aan <strong>de</strong> kritische <strong>in</strong>breng van volwassen buitenstaan<strong>de</strong>rs.<br />
De bijeenkomst <strong>in</strong> De Balie op 7 september 1998 was wat dat betreft zeer verhel<strong>de</strong>rend.<br />
De on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>si<strong>de</strong>rs die daar optra<strong>de</strong>n waren zichtbaar <strong>in</strong> hun wiek geschoten<br />
door <strong>de</strong> <strong>in</strong>dr<strong>in</strong>gen<strong>de</strong>, brutale, maar onbevangen manier waarop ze door gesprekslei<strong>de</strong>r<br />
Zeeman, <strong>de</strong> geïnteresseer<strong>de</strong> buitenstaan<strong>de</strong>r, wer<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>rvraagd en <strong>in</strong> <strong>de</strong> re<strong>de</strong> gevallen.<br />
Omgekeerd was Zeeman verbijsterd over <strong>de</strong> contactgestoordheid en <strong>de</strong> onverzoenlijkheid<br />
van <strong>de</strong> ‘soldaten <strong>in</strong> <strong>de</strong> loopgraven’ van <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>lbare schoolstrijd. In die z<strong>in</strong> was<br />
‘Heimwee naar <strong>de</strong> HBS’ een oefen<strong>in</strong>g <strong>in</strong> externe <strong>de</strong>mocratiser<strong>in</strong>g: wat een on<strong>de</strong>ronsje<br />
tussen beleidsmakers was, namelijk <strong>de</strong> schoolstrijd rond het studiehuis, werd een<br />
publieke discussie, waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> buitenstaan<strong>de</strong>rs hun rol opeisten.<br />
Deze externe <strong>de</strong>mocratiser<strong>in</strong>g van het on<strong>de</strong>rwijs<strong>de</strong>bat drukt <strong>de</strong> <strong>in</strong>si<strong>de</strong>rs, en daarmee ook<br />
<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsspecialisten van <strong>de</strong> PvdA, <strong>in</strong> <strong>de</strong> ver<strong>de</strong>dig<strong>in</strong>g. Immers, al s<strong>in</strong>ds <strong>de</strong><br />
Contourennnota van PvdA-m<strong>in</strong>ister Van Kemena<strong>de</strong> uit 1975 is het motto van het on<strong>de</strong>rwijsbeleid:<br />
‘hoe bre<strong>de</strong>r, hoe beter’. Het is een obsessie met ‘gelijke kansen’ uit <strong>de</strong> tijd van<br />
<strong>de</strong> mid<strong>de</strong>nschool: uitstel van studie- en beroepskeuze <strong>in</strong> plaats van selectie op talent,<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
e<strong>de</strong> vorm<strong>in</strong>g <strong>in</strong> plaats van beroepskwalificatie, bre<strong>de</strong> scholengemeenschappen <strong>in</strong> plaats<br />
van zelfstandige MAVO’s, gymnasia of LBO-scholen en moeilijk leren<strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren opvangen<br />
<strong>in</strong> het reguliere on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> plaats van <strong>in</strong> apart speciaal on<strong>de</strong>rwijs.<br />
Ou<strong>de</strong>rs en leerl<strong>in</strong>gen begrijpen niet waarom drie jaar basisvorm<strong>in</strong>g met vijftien vakken<br />
een noodzakelijke verbeter<strong>in</strong>g is. Wat <strong>de</strong> meerwaar<strong>de</strong> van grote scholengemeenschappen<br />
voor <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen is, is nooit aangetoond. Dat zwakkere leerl<strong>in</strong>gen er beter van wor<strong>de</strong>n<br />
als ze <strong>in</strong> plaats van vakon<strong>de</strong>rwijs en leren-<strong>in</strong>-<strong>de</strong>-beroepspraktijk meer theoretische<br />
vakken opgedrongen krijgen, is evenm<strong>in</strong> ooit bewezen.<br />
De docenten raken steeds meer geprikkeld. Zij moeten tegen wil en dank verbouw<strong>in</strong>gen<br />
en hervorm<strong>in</strong>gen doorvoeren die van bovenaf zijn opgelegd door een steeds kle<strong>in</strong>er<br />
wor<strong>de</strong>n<strong>de</strong> sekte van on<strong>de</strong>rwijsbeleidsmakers, veelal mid<strong>de</strong>nschoolveteranen. Aan <strong>de</strong><br />
basisvorm<strong>in</strong>g wordt met tegenz<strong>in</strong> meegedaan. Dat is allesz<strong>in</strong>s begrijpelijk als men<br />
be<strong>de</strong>nkt dat <strong>de</strong> uitv<strong>in</strong><strong>de</strong>r van <strong>de</strong> basisvorm<strong>in</strong>g, <strong>de</strong> Wetenschappelijke Raad voor het<br />
Reger<strong>in</strong>gsbeleid (WRR), als b<strong>in</strong><strong>de</strong>n<strong>de</strong> voorwaar<strong>de</strong> stel<strong>de</strong> dat die basisvorm<strong>in</strong>g op twee<br />
niveaus moest wor<strong>de</strong>n aangebo<strong>de</strong>n. Recent on<strong>de</strong>rzoek bevestigt het gelijk van <strong>de</strong> WRR.<br />
De ‘montessorificatie’ van <strong>de</strong> bovenbouw, het studiehuis, leidt tot grote overbelast<strong>in</strong>g van<br />
leerl<strong>in</strong>gen en leraren. Door te we<strong>in</strong>ig tijd en geld vrij te maken voor een verantwoor<strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>voer<strong>in</strong>g en begeleid<strong>in</strong>g van docenten en door <strong>in</strong> het programma alle wensen en<br />
hobbies van <strong>de</strong>elbelangengroepen op elkaar te stapelen, dreigen <strong>de</strong> <strong>in</strong>tr<strong>in</strong>sieke vernieuw<strong>in</strong>gen<br />
en verbeter<strong>in</strong>gen die het studiehuis wel <strong>de</strong>gelijk biedt, on<strong>de</strong>r te sneeuwen.<br />
De komst van een liberale m<strong>in</strong>ister van OCenW, Hermans, 21 jaar nadat <strong>de</strong> vorige VVD-er,<br />
Pais, het ambt bekleed<strong>de</strong>, betekent een trendbreuk. Hermans maakt een e<strong>in</strong><strong>de</strong> aan <strong>de</strong><br />
traditie dat het on<strong>de</strong>rwijsbeleid van bovenaf wordt opgelegd. Hij staat welwillend ten<br />
opzichte van verschillen<strong>de</strong> vormen van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g, zoals particuliere <strong>in</strong>vester<strong>in</strong>gen<br />
van ou<strong>de</strong>rs en bedrijven <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs. Van groot belang is ver<strong>de</strong>r dat Hermans niet<br />
bang is voor <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsbon<strong>de</strong>n. Hij wil <strong>in</strong>dividuele schoollei<strong>de</strong>rs <strong>in</strong> staat stellen met<br />
een eigen budget zelf knelpunten aan te pakken. Hij vecht voor belon<strong>in</strong>g naar prestatie<br />
en het <strong>in</strong>troduceren van arbeids<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs door afsplits<strong>in</strong>g van on<strong>de</strong>rsteunen<strong>de</strong><br />
taken en het aantrekken van mensen uit <strong>de</strong> praktijk die niet <strong>de</strong> geijkte lerarenopleid<strong>in</strong>g<br />
hebben. Tenslotte heeft Hermans <strong>de</strong> oorlog verklaard aan het woud van overlegsituaties<br />
dat zowel hem als <strong>de</strong> scholen <strong>de</strong> ruimte ontneemt om or<strong>de</strong> op zaken te stellen.<br />
Intussen wordt Hermans geconfronteerd met een door we<strong>in</strong>igen voorzien nieuw<br />
probleem: een groot, structureel tekort aan on<strong>de</strong>rwijsgeven<strong>de</strong>n. Bovendien is hij<br />
opgeza<strong>de</strong>ld met een erfenis die bestaat uit slecht on<strong>de</strong>rhou<strong>de</strong>n schoolgebouwen,<br />
ge<strong>de</strong>moraliseer<strong>de</strong> leerkrachten en overbelaste schoollei<strong>de</strong>rs die onvoldoen<strong>de</strong> zijn toegerust<br />
om zelfstandig als ‘on<strong>de</strong>rwijson<strong>de</strong>rnemer’ te opereren. Het zal dus niet gemakkelijk<br />
zijn met succes een beheerste vorm van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> te voeren.<br />
Wat zijn <strong>de</strong> belangrijkste voorwaar<strong>de</strong>n daarvoor? In <strong>de</strong> eerste plaats moet <strong>de</strong> overheid,<br />
zoals Bronneman (1999) het noemt, “een aantal piketpalen slaan waarb<strong>in</strong>nen scholen zich<br />
autonoom kunnen ontwikkelen.” Te <strong>de</strong>nken valt aan een gemeenschappelijk kerncurriculum<br />
dat bestaat uit verplichte leerstof, aan dui<strong>de</strong>lijke e<strong>in</strong>dtermen c.q. exameneisen en<br />
aan leerstandaar<strong>de</strong>n zoals <strong>de</strong> <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad (1999) die bepleit.<br />
Kerncurriculum, e<strong>in</strong>dtermen en leerstandaar<strong>de</strong>n bie<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste plaats <strong>de</strong> school zelf<br />
<strong>de</strong> mogelijkheid tot terugkoppel<strong>in</strong>g, vanaf het niveau van <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>g, via het niveau van<br />
<strong>de</strong> leraar tot het niveau van <strong>de</strong> school als geheel. In <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> plaats bie<strong>de</strong>n <strong>de</strong> ‘piketpalen’<br />
<strong>de</strong> mogelijkheid om scholen veel meer vrijheid toe te kennen met betrekk<strong>in</strong>g tot <strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rwijskundige <strong>in</strong>breng en <strong>de</strong> manier waarop aan <strong>de</strong> doelstell<strong>in</strong>gen wordt gewerkt.<br />
Naast het kerncurriculum moet dan ook royaal ruimte wor<strong>de</strong>n geschapen voor scholen<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
309
310<br />
om zich door mid<strong>de</strong>l van een eigen aanbod te profileren. Uiteraard biedt juist <strong>de</strong>ze<br />
ruimte <strong>de</strong> mogelijkheid van oriëntatie op <strong>de</strong> preferenties van <strong>markt</strong>partijen als ou<strong>de</strong>rs,<br />
leerl<strong>in</strong>gen en het lokale beroepsleven.<br />
Tenslotte bie<strong>de</strong>n <strong>de</strong> e<strong>in</strong>dtermen en leerstandaar<strong>de</strong>n <strong>de</strong> mogelijkheid <strong>de</strong> scholen te controleren<br />
op <strong>de</strong> gelever<strong>de</strong> prestaties. Publicatie van schoolresultaten maakt een wezenlijk<br />
on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el uit van <strong>de</strong> kwaliteitsbewak<strong>in</strong>g en zal <strong>in</strong> toenemen<strong>de</strong> mate gevolgen hebben<br />
voor <strong>de</strong> concurrentiepositie van scholen op <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen<strong>markt</strong>. Daarnaast dient <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>spectie zijn klassieke rol weer op zich te nemen: kwaliteitscontrole en <strong>in</strong>grijpen op<br />
basis van gelever<strong>de</strong> (wan)prestatie. De <strong>in</strong>spectie moet zich verre hou<strong>de</strong>n van bemoeienis<br />
met <strong>de</strong> manier waarop scholen met <strong>de</strong> <strong>in</strong>tenties van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijswetgever omgaan.<br />
In toenemen<strong>de</strong> mate zullen ook <strong>in</strong>dividuele ou<strong>de</strong>rs <strong>de</strong> school ter verantwoord<strong>in</strong>g roepen.<br />
De actie van Schaapman tegen het gemeentebestuur van Amsterdam, gericht op het<br />
terugbetalen van <strong>de</strong> door haar gemaakte kosten voor bijlessen <strong>in</strong> verband met het <strong>in</strong><br />
gebreke blijven van haar Montessorischool, luidt een belangrijke versterk<strong>in</strong>g van het<br />
consumentenbewustzijn van <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs <strong>in</strong>.<br />
De aandacht van het on<strong>de</strong>rwijsbeleid moet zich eenduidig richten op <strong>de</strong> <strong>in</strong>dividuele<br />
school. Alleen een schoolgebon<strong>de</strong>n <strong>de</strong>centrale aanpak kan <strong>de</strong> gegroei<strong>de</strong> kloof tussen <strong>de</strong><br />
dagelijkse praktijk en <strong>de</strong> <strong>in</strong>tenties van het on<strong>de</strong>rwijsbeleid dichten. Bovendien staat of<br />
valt <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g met een autonome, zelfbewuste school met een aantrekkelijk <strong>in</strong>gericht<br />
gebouw en een hoge standaard van faciliteiten, hygiëne en basisvoorzien<strong>in</strong>gen. Die<br />
school zal wor<strong>de</strong>n geleid door een competente schoolleid<strong>in</strong>g die het budget en <strong>de</strong><br />
bevoegdhe<strong>de</strong>n heeft om een zelfstandig personeelsbeleid te voeren, additionele <strong>in</strong>vesteer<strong>de</strong>rs<br />
en klanten aan te trekken en haar school als on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>nd te profileren.<br />
Ook al is <strong>de</strong> ruimte voor particuliere bekostig<strong>in</strong>g maximaal dan nog zal een structurele<br />
extra <strong>in</strong>vester<strong>in</strong>g noodzakelijk blijken, met name <strong>in</strong> beter toegeruste en <strong>in</strong>gerichte<br />
schoolgebouwen en <strong>in</strong> professionaliser<strong>in</strong>g van docenten en schoollei<strong>de</strong>rs. Dit is vooral<br />
nodig om <strong>de</strong> aantrekkelijkheid van het beroep van leraar te vergroten en tegelijkertijd <strong>de</strong><br />
eisen aan <strong>de</strong> professionaliteit van <strong>de</strong> docent op te voeren. Voor een ge<strong>de</strong>elte kunnen<br />
<strong>de</strong>ze extra mid<strong>de</strong>len overigens gevon<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>n door een e<strong>in</strong>d te maken aan <strong>de</strong> talloze<br />
kortlopen<strong>de</strong>, kle<strong>in</strong>schalige on<strong>de</strong>rwijsvernieuw<strong>in</strong>gs- en on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>gsprojecten. Ook wat<br />
dit betreft moet <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g zijn <strong>in</strong>tre<strong>de</strong> doen: alleen on<strong>de</strong>rwijsbegeleid<strong>in</strong>g op verzoek<br />
van en betaald door <strong>de</strong> school zelf.<br />
Een belangrijke doel van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g tenslotte is het ‘bevrij<strong>de</strong>n’ van <strong>de</strong> leraar, zodat hij<br />
<strong>de</strong> ruimte krijgt zijn beroepstrots te herw<strong>in</strong>nen. Het <strong>in</strong>itiatief van Hermans om te experimenteren<br />
met ‘regelvrije’ scholen verdient <strong>in</strong> dit verband alle steun. De aantrekkelijkheid<br />
van het beroep berustte eeuwenlang op <strong>de</strong> status van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijzer en <strong>de</strong> leraar als lid<br />
van <strong>de</strong> geletter<strong>de</strong> stand, te mid<strong>de</strong>n van een volk dat voor het grootste <strong>de</strong>el <strong>de</strong> kunst van<br />
het lezen en schrijven amper machtig was. Die tijd komt nooit meer terug. Hopelijk keert<br />
het professionele ethos en daarmee het zelfbewustzijn van <strong>de</strong> leraren wel terug, zodat zij<br />
voor <strong>de</strong> veeleisen<strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs, stu<strong>de</strong>nten en leerl<strong>in</strong>gen daadwerkelijk partij kunnen zijn.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Literatuur<br />
Becker, F., e.a., red.<br />
Om <strong>de</strong> kwaliteit van het on<strong>de</strong>rwijs, Het negentien<strong>de</strong> jaarboek voor het <strong>de</strong>mocratisch<br />
socialisme, Amsterdam 1998.<br />
Bronneman-Helmers, H.M,<br />
Scholen on<strong>de</strong>r druk, Sociale en Culturele Studies 28, Den Haag 1999.<br />
Centraal Planbureau/Sociaal en Cultureel Planbureau,<br />
Trends, dilemma’s en beleid. Essays over ontwikkel<strong>in</strong>gen op langere termijn, Den<br />
Haag 2000.<br />
Gel<strong>de</strong>r, X. van en H. Wans<strong>in</strong>k,<br />
Heimwee naar <strong>de</strong> HBS, Amsterdam 1998.<br />
Langeveld, H.M., e.a.<br />
De bedrijvige school. Een visie op het on<strong>de</strong>rwijs van <strong>de</strong> toekomst, Amsterdam<br />
1989.<br />
Langeveld, H.M.,<br />
Optrekken<strong>de</strong> krijtdamp, Utrecht 1997.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad,<br />
Zeker weten. Leerstandaar<strong>de</strong>n als basis voor toegankelijkheid, Advies, Den Haag<br />
1999.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad,<br />
Aandachtspunten bij <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>gsbeleid, Den Haag 2000.<br />
Oppenheimer, Todd,<br />
The Computer Delusion, In: The Atlantic Monthly, July 1997.<br />
Prick, L.,<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> op <strong>de</strong> divan, Amsterdam 2000.<br />
Schaapman, K.,<br />
Schoolstrijd. Ou<strong>de</strong>rs op <strong>de</strong> bres voor beter on<strong>de</strong>rwijs, Amsterdam 2000.<br />
Sociaal en Cultureel Planbureau,<br />
Rapportage m<strong>in</strong><strong>de</strong>rhe<strong>de</strong>n 1999, Den Haag 1999.<br />
Sociaal en Cultureel Planbureau,<br />
Sociaal en Cultureel Rapport 2000, Den Haag 2000.<br />
Trouw,<br />
‘Schoolresultaten voortgezet on<strong>de</strong>rwijs’, 25 oktober 1997.<br />
Veld, R.J. <strong>in</strong> ‘t,<br />
Toekomsten voor het fun<strong>de</strong>rend on<strong>de</strong>rwijsbeleid, Den Haag 1996.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
311
312<br />
Wans<strong>in</strong>k, H.,<br />
Een school om te kiezen, Amsterdam 1992.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
17 Van <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs naar leren <strong>in</strong><br />
<strong>de</strong> <strong>markt</strong>: naar microkeuzen en netwerkleren<br />
H. F. van Aalst 1<br />
De samenlev<strong>in</strong>g veran<strong>de</strong>rt. Dat is zichtbaar op het gebied van productie en gebruik van<br />
kennis, op het gebied van sociale textuur en i<strong>de</strong>ntiteit en <strong>in</strong> <strong>de</strong> globaliser<strong>in</strong>g. Dit opstel<br />
schetst <strong>in</strong> paragraaf 3 <strong>de</strong>ze drie veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen en <strong>de</strong> mogelijke gevolgen voor on<strong>de</strong>r-<br />
wijs en leren. Paragraaf 4 geeft een <strong>de</strong>nkbaar <strong>in</strong>tegraal scenario voor een leren<strong>de</strong><br />
samenlev<strong>in</strong>g met kenmerken zoals <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong>: leren zal meer vanuit <strong>de</strong> vraag plaats-<br />
v<strong>in</strong><strong>de</strong>n; mensen arrangeren hun leren, meer dan dat ze kiezen uit aanbod van standaard<br />
kwaliteit; keuzes uit het aanbod van verschillen<strong>de</strong> aanbie<strong>de</strong>rs (microkeuzen) wor<strong>de</strong>n<br />
belangrijker dan schoolkeuze; leraren wor<strong>de</strong>n meer on<strong>de</strong>rnemer dan werknemer; <strong>de</strong><br />
toegevoeg<strong>de</strong> waar<strong>de</strong> van leerprocessen wordt meer ge<strong>de</strong>f<strong>in</strong>ieerd <strong>in</strong> specifieke contex-<br />
ten, en is meer pro-actief dan afsluitend; verantwoord<strong>in</strong>g en stur<strong>in</strong>g gebeurt door<br />
meer<strong>de</strong>re stakehol<strong>de</strong>rs en m<strong>in</strong><strong>de</strong>r door een vastgesteld leerplan; scholen nieuwe stijl<br />
krijgen kenmerken van netwerkorganisaties en leren zal meer <strong>in</strong> verschillen<strong>de</strong><br />
maatschappelijke verban<strong>de</strong>n plaatsv<strong>in</strong><strong>de</strong>n en m<strong>in</strong><strong>de</strong>r <strong>in</strong>stitutioneel zijn gebon<strong>de</strong>n aan<br />
een school. De geschetste ontwikkel<strong>in</strong>gen gel<strong>de</strong>n voor alle leeftij<strong>de</strong>n, dus ook voor<br />
leerl<strong>in</strong>gen die nu <strong>de</strong> basisschool bevolken.<br />
De afsluiten<strong>de</strong> paragraaf 5 geeft een agenda voor actie en e<strong>in</strong>digt met <strong>de</strong> suggestie het<br />
overheidsbeleid m<strong>in</strong><strong>de</strong>r te richten op <strong>in</strong>novatie van <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen en meer op alternatieve<br />
arrangementen die zijn <strong>in</strong>gebed <strong>in</strong> <strong>de</strong> werkelijkheid: m<strong>in</strong><strong>de</strong>r op <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het<br />
on<strong>de</strong>rwijs en meer op leren <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong>.<br />
1 H.F. van Aalst is Manager Research, Development en Kennismanagement bij KPC Groep <strong>in</strong><br />
‘s-Hertogenbosch. Daarvoor werkte hij bij <strong>de</strong> OESO on<strong>de</strong>r meer aan “The future of School<strong>in</strong>g” en <strong>de</strong><br />
ontwikkel<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> Kennismaatschappij. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
313
1 Inleid<strong>in</strong>g en samenvatt<strong>in</strong>g<br />
314<br />
Wat <strong>in</strong>spireert beleid voor <strong>de</strong> toekomst? Waarom zou je d<strong>in</strong>gen veran<strong>de</strong>ren? Typische<br />
aanjagers zijn ambitie of actuele problemen. In dit opstel neem ik <strong>de</strong> grote veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g als <strong>in</strong>spiratiebron. Ik zie er drie: veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> kennis, <strong>in</strong> sociale<br />
textuur en i<strong>de</strong>ntiteit en <strong>de</strong> globaliser<strong>in</strong>g. Ik ga ervan uit dat die veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen gelei<strong>de</strong>lijk<br />
doorzetten. Het zijn <strong>de</strong> <strong>in</strong>dicatoren van een <strong>in</strong>grijpen<strong>de</strong> maatschappelijke transformatie:<br />
van <strong>de</strong> <strong>in</strong>dustriële maatschappij naar <strong>de</strong> netwerkmaatschappij.<br />
Dat heeft consequenties voor het <strong>de</strong>nken over <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs. Een<br />
‘<strong>markt</strong>’ is <strong>in</strong> een <strong>in</strong>dustrieel georganiseer<strong>de</strong> samenlev<strong>in</strong>g van an<strong>de</strong>re aard dan <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
netwerkmaatschappij. In <strong>de</strong> <strong>in</strong>dustriële samenlev<strong>in</strong>g is <strong>in</strong>itieel on<strong>de</strong>rwijs een strikte taak<br />
van scholen, waarbij standaardiser<strong>in</strong>g van uitkomsten (examens) een rol van <strong>de</strong> overheid<br />
is. 2 Bijleren gebeurt <strong>in</strong> bedrijven en <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen. Daarom kan je ook on<strong>de</strong>rwijs en<br />
tra<strong>in</strong><strong>in</strong>g on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n. Resultaten van schol<strong>in</strong>g en tra<strong>in</strong><strong>in</strong>g hebben consequenties voor<br />
salarisniveaus en voor functies.<br />
Dat is <strong>in</strong> <strong>de</strong> ontluiken<strong>de</strong> netwerkmaatschappij an<strong>de</strong>rs. Daar praten we m<strong>in</strong><strong>de</strong>r over on<strong>de</strong>rwijs<br />
en meer over leren. Leren is daar gekoppeld aan <strong>in</strong>novatie, aan resultaten die door<br />
groepen wor<strong>de</strong>n bereikt <strong>in</strong> <strong>in</strong>teractie met ‘afnemers’. Dat is m<strong>in</strong><strong>de</strong>r abstract dan het lijkt.<br />
Zo leren jonge zogenaam<strong>de</strong> kanslozen <strong>in</strong> <strong>de</strong> Verenig<strong>de</strong> Staten taal (Engels), gedrag (or<strong>de</strong>,<br />
netheid en beleefdheid), sociale <strong>in</strong>teractie en rekenen <strong>in</strong> <strong>de</strong> ‘MacDonald Aca<strong>de</strong>mie’, alles<br />
<strong>in</strong> het licht van ‘<strong>de</strong> lekkerste frietjes voor onze gasten’. Wij doen daar al gauw wat lacherig<br />
en neerbuigend over, maar er wor<strong>de</strong>n resultaten behaald waar scholen hun v<strong>in</strong>gers<br />
aan kunnen aflikken. Ik <strong>de</strong>nk dat dit voorbo<strong>de</strong>n zijn van heel an<strong>de</strong>re leerarrangementen<br />
dan we gewend zijn - en ons voor kunnen stellen - <strong>in</strong> ons <strong>in</strong>dustriële mo<strong>de</strong>l van<br />
maatschappelijke ontwikkel<strong>in</strong>g.<br />
In dit opstel werk ik een scenario uit dat uitgaat van bovengenoem<strong>de</strong> trends. Het wordt<br />
gekenmerkt door leerarrangementen die tot stand komen door microkeuzen en netwerkleren.<br />
De uitkomst is niet langer een <strong>markt</strong> met <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen - zoals scholen.<br />
Schoolkeuze door ou<strong>de</strong>rs is niet <strong>de</strong> voornaamste variabele: er zijn meer vragers en <strong>de</strong><br />
keuzen hebben geen betrekk<strong>in</strong>g op scholen, maar op meer doelgerichte en <strong>in</strong>houdsgebon<strong>de</strong>n<br />
leerarrangementen, op maat gesne<strong>de</strong>n, en met hoge toegevoeg<strong>de</strong>, on<strong>de</strong>rhan<strong>de</strong>l<strong>de</strong><br />
en specifieke waar<strong>de</strong> voor doelen die <strong>in</strong>dividuen of groepen zich stellen.<br />
Aanbie<strong>de</strong>rs zijn specifiek, <strong>in</strong>ternationaal en/of heel lokaal. Mensen arrangeren hun leren,<br />
meer dan dat ze kiezen uit aanbod van standaard kwaliteit. Het perspectief is meer een<br />
leren<strong>de</strong> samenlev<strong>in</strong>g dan een stelsel van schol<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen.<br />
Dat heeft consequenties voor het <strong>de</strong>nken over <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g. Bijvoorbeeld: autonomievergrot<strong>in</strong>g<br />
gaat beleidsmatig samen met versterkte controle van <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen. In een<br />
netwerksamenlev<strong>in</strong>g gaat het dan om meervoudige accrediter<strong>in</strong>g en meer om accrediter<strong>in</strong>g<br />
van <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gsoverstijgen<strong>de</strong> leerarrangementen dan van <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen. 3 Controle op<br />
basis van uniforme en nationale standaar<strong>de</strong>n is dan achterhaald. Het is één voorbeeld<br />
waarbij een bestaan<strong>de</strong> manier van <strong>de</strong>nken misschien moet wor<strong>de</strong>n gekanteld.<br />
2 On<strong>de</strong>r ‘school’ versta ik hier ook ROC, Hogeschool en Universiteit. Het is weliswaar zo dat <strong>de</strong> overheid<br />
<strong>in</strong> die sectoren een m<strong>in</strong><strong>de</strong>r directe <strong>in</strong>vloed heeft op examens en programma’s, maar <strong>in</strong> het ka<strong>de</strong>r van<br />
dit artikel is dat een nuance.<br />
3 De term ‘meervoudige accrediter<strong>in</strong>g’ is van Frans van Vught e.a. <strong>in</strong> een studie <strong>in</strong> opdracht van <strong>de</strong> ARO<br />
(1994).<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Ik realiseer me dat zo’n scenario ver weg ligt van ons voorstell<strong>in</strong>gsvermogen. Voor mij is<br />
het <strong>in</strong> <strong>de</strong> loop van <strong>de</strong> tijd steeds concreter gewor<strong>de</strong>n en gevuld met voorbeel<strong>de</strong>n. Veel<br />
daarvan helaas buiten het reguliere on<strong>de</strong>rwijs, zoals die MacDonald Aca<strong>de</strong>mie. Na<strong>de</strong>nken<br />
over je rol <strong>in</strong> <strong>de</strong> toekomst en vooral besliss<strong>in</strong>gen nemen over <strong>de</strong> d<strong>in</strong>gen die je wel en niet<br />
meer of m<strong>in</strong><strong>de</strong>r wilt doen is niet gemakkelijk. De toekomst is moeilijk te voorspellen en<br />
moeilijk voor te stellen. En we zijn nogal gehecht aan wat we goed kennen en goed<br />
kunnen. We hebben dáár ook <strong>de</strong> woor<strong>de</strong>n voor en we begrijpen elkaar <strong>in</strong> die vertrouw<strong>de</strong><br />
termen en betekenissen. We zijn daardoor meer op het he<strong>de</strong>n dan op <strong>de</strong> toekomst<br />
gericht, zelfs als we an<strong>de</strong>rs willen. Ik hoop dat dit opstel toch iets van mogelijke toekomsten<br />
laat zien. Ik ben erg benieuwd naar reacties en stel die zeker op prijs. 4<br />
2 Een perio<strong>de</strong> van gewil<strong>de</strong> transformatie 5<br />
Wij - vooral ou<strong>de</strong>ren - beleven veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> wereld als <strong>in</strong>tensief, snel en omvangrijk.<br />
We beleven <strong>in</strong><strong>de</strong>rdaad een perio<strong>de</strong> van transformatie: <strong>de</strong> overgang van het <strong>in</strong>dustriële<br />
naar het ‘<strong>in</strong>formationele’ tijdperk. De ‘Third Wave’ die Toffler al <strong>in</strong> 1978 aankondig<strong>de</strong>.<br />
De term ‘<strong>in</strong>dustrieel’ verwijst niet naar een samenlev<strong>in</strong>g waar<strong>in</strong> <strong>in</strong>dustrie bestaat, maar<br />
naar bepaal<strong>de</strong> patronen van organisatie en management. Patronen die niet alleen <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>dustrie bestaan maar doorgedrongen zijn <strong>in</strong> alle gebie<strong>de</strong>n van menselijke activiteit. En<br />
zeker <strong>in</strong> <strong>de</strong> overheid en <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs. Tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> <strong>in</strong>dustriële revolutie werd het<br />
<strong>de</strong>f<strong>in</strong>iëren van functies <strong>in</strong> termen van heel specifieke taken een vak op zich zelf. De<br />
uitvoer<strong>in</strong>g van die taken werd nauwkeurig gepland, aangestuurd en gecontroleerd door<br />
speciale mensen, tegenwoordig managers genoemd. Er ontstond een scheid<strong>in</strong>g tussen<br />
<strong>de</strong>nken, beslissen en doen. Managers wer<strong>de</strong>n betaald om te <strong>de</strong>nken en te beslissen,<br />
me<strong>de</strong>werkers om uit te voeren en vervolgens managers weer om te controleren. Zo<br />
ontstond gelei<strong>de</strong>lijk ook een scheid<strong>in</strong>g tussen werktijd en privé-tijd. Deze manier van<br />
organiseren werd één van <strong>de</strong> kenmerken van <strong>in</strong>dustriële massaproductie. Ook scholen<br />
zijn typische <strong>in</strong>dustriële <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen met hun bepalen<strong>de</strong> <strong>in</strong><strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> lokalen, lesuren,<br />
vakken, taken. We hebben veel aan het <strong>in</strong>dustriële mo<strong>de</strong>l te danken, bijvoorbeeld <strong>in</strong><br />
termen van welvaart en participatie <strong>in</strong> on<strong>de</strong>rwijs. De vernieuw<strong>in</strong>gsstrategieën van <strong>de</strong><br />
laatste <strong>de</strong>rtig jaar dragen ook <strong>de</strong> typische kenmerken van het <strong>in</strong>dustriële mo<strong>de</strong>l. Het was<br />
en is succesvol voor massaproductie, voor groei en gedijt goed <strong>in</strong> een klimaat van hiërarchie.<br />
We stappen gelei<strong>de</strong>lijk over van het <strong>in</strong>dustriële mo<strong>de</strong>l van ontwikkel<strong>in</strong>g op het <strong>in</strong>formationele<br />
mo<strong>de</strong>l. Het ontwikkel<strong>in</strong>gsperspectief is niet langer groei, maar <strong>in</strong>novatie en variëteit.<br />
Niet uitvoer<strong>in</strong>g en toepass<strong>in</strong>g, maar creativiteit en participatie. Niet langer <strong>de</strong><br />
betrouwbare en gestroomlijn<strong>de</strong> bureaucratie <strong>in</strong> strak georganiseer<strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen, maar<br />
dynamische netwerken. Niet het patriarchale en hiërarchische gezag, maar on<strong>de</strong>rhan<strong>de</strong>l<strong>de</strong><br />
relaties. Vandaar <strong>de</strong> term: netwerkmaatschappij.<br />
4 Reacties per E-mail wor<strong>de</strong>n zeer op prijs gesteld: hfaalst@ision.nl of h.vanaalst@kpcgroep.nl<br />
5 Inspireren<strong>de</strong> of <strong>in</strong>formatieve bronnendie bij <strong>de</strong>ze paragraaf horen zijn: Van Aalst (1998a, b), Castells<br />
(1996), Van <strong>de</strong>r Heij<strong>de</strong>n (1996), In ‘t Veld (1996), Lubbers (199?), Lundvall & Borras (1997), OECD<br />
(1997, 1998), Van Iperen (1999) en Tissen e.a. (1998).<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
315
316<br />
Technologie speelt <strong>in</strong> dit alles een belangrijke rol, vooral <strong>de</strong> snelle afname van kosten<br />
van <strong>in</strong>formatie-uitwissel<strong>in</strong>g en verwerk<strong>in</strong>g en <strong>de</strong> toegenomen efficiency daarvan. Maar<br />
technologische ontwikkel<strong>in</strong>g was er altijd. Technologie is ook niet dé drijven<strong>de</strong> kracht. De<br />
krachten achter <strong>de</strong> ontluiken<strong>de</strong> netwerkmaatschappij zijn gewil<strong>de</strong> economische en<br />
sociale ontwikkel<strong>in</strong>g. Daartoe stimuleert men liberaliser<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> wereldhan<strong>de</strong>l en <strong>in</strong>ternationale<br />
concurrentie en dat leidt weer tot snelheid en flexibiliteit van productie van<br />
goe<strong>de</strong>ren en vooral diensten (f<strong>in</strong>anciële diensten, vakantie, media, medische diensten,<br />
enzovoort). Er ligt een visie on<strong>de</strong>r van wereldwij<strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g, samenwerk<strong>in</strong>g èn<br />
concurrentie; van afbraak van hiërarchisch georganiseer<strong>de</strong> <strong>in</strong>stituties gericht op uniforme<br />
massaproductie; van opbouw van flexibele netwerken van relatief autonome groepen.<br />
Het zijn overigens niet alleen economische krachten en <strong>in</strong>zichten die toewerken naar <strong>de</strong><br />
netwerkmaatschappij. Veran<strong>de</strong>r<strong>de</strong> <strong>in</strong>zichten over <strong>de</strong> betekenis van kennis zijn tenm<strong>in</strong>ste<br />
zo belangrijk. Ver<strong>de</strong>r spelen veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> sociale textuur van westerse samenlev<strong>in</strong>gen<br />
een grote rol. Daaron<strong>de</strong>r vallen bijvoorbeeld migratiepatronen en <strong>de</strong> toenemen<strong>de</strong> rol<br />
van vrouwen <strong>in</strong> het arbeidsproces en meer <strong>in</strong> algemene z<strong>in</strong> <strong>de</strong> vrouwenemancipatie.<br />
Schatt<strong>in</strong>gen geven aan dat momenteel tussen <strong>de</strong> 6 en <strong>de</strong> 25% van <strong>de</strong> menselijke activiteiten<br />
netwerkachtig zijn georganiseerd. Dat betekent dat nog circa 75-94% een <strong>in</strong>dustrieel<br />
karakter hebben. Ik ga er <strong>in</strong> dit opstel vanuit dat die verhoud<strong>in</strong>gen zich wijzigen, en dat<br />
netwerkachtige activiteiten het gelei<strong>de</strong>lijk gaan w<strong>in</strong>nen van <strong>in</strong>dustrieel georganiseer<strong>de</strong><br />
activiteiten. Dat sluit aan bij waarnem<strong>in</strong>gen, maar ook bij politieke doelstell<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong><br />
meeste lan<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> wereld. Ik wil dus ook <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs zien <strong>in</strong> die<br />
context.<br />
3 Indicatoren van <strong>de</strong> transformatie<br />
Uit trendanalyse valt op te maken dat er drie - overigens zeer sterk on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>g samenhangen<strong>de</strong><br />
- gebie<strong>de</strong>n zijn waar <strong>de</strong>ze transformatie zich afspeelt: 6<br />
a Kennis en kennisontwikkel<strong>in</strong>g: veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van wat we on<strong>de</strong>r kennis verstaan en<br />
<strong>de</strong> manier waarop kennis ontwikkeld, gebruikt, opgeslagen en vergeten wordt;<br />
b Sociale textuur en i<strong>de</strong>ntiteit: <strong>de</strong> manier waarop mensen hun sociale en persoonlijke<br />
i<strong>de</strong>ntiteit beleven en praktiseren; en<br />
c Globaliser<strong>in</strong>g: <strong>de</strong> drieslag van wereldwij<strong>de</strong> technologie, economie en politieke<br />
i<strong>de</strong>ologie.<br />
Ik schets <strong>de</strong>ze drie vel<strong>de</strong>n hierna <strong>in</strong> iets meer <strong>de</strong>tail. Het blijkt dat het soort leren dat<br />
<strong>de</strong>ze veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen veron<strong>de</strong>rstellen zich wel eens vooral buiten scholen om zou kunnen<br />
ontwikkelen, omdat het zich slecht verhoudt met allerlei <strong>in</strong>dustriële kenmerken van leren<br />
op school. Als ‘het nieuwe leren’ zich <strong>in</strong><strong>de</strong>rdaad voor een <strong>de</strong>el buiten scholen om ontwikkelt,<br />
heeft dat voor het <strong>de</strong>nken over <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g natuurlijk grote betekenis.<br />
6 De basis hiervoor heb ik gelegd door een studie bij <strong>de</strong> OESA over voor on<strong>de</strong>rwijs belangrijk ervaren<br />
trends <strong>in</strong> Canada, Japan, Duitsland en Ne<strong>de</strong>rland (Van Aalst, 1998a).<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
3.1 DE AARD VAN KENNIS EN KENNISONTWIKKELING VERANDERT 7<br />
De hoeveelheid nieuwe kennis neemt <strong>in</strong> enorm tempo toe. Ingrijpen<strong>de</strong>r is echter dat <strong>de</strong><br />
aard van kennis veran<strong>de</strong>rt. Ik bedoel daarmee: <strong>de</strong> betekenissen waar we aan hechten,<br />
dat wat we voor wáár hou<strong>de</strong>n, dat wat we gebruiken om te han<strong>de</strong>len en te oor<strong>de</strong>len.<br />
En ook: <strong>de</strong> begrippen en pr<strong>in</strong>cipes die we gebruiken om kennis aan te dui<strong>de</strong>n, te ontwikkelen<br />
en over te dragen. Dat <strong>de</strong> aard van kennis veran<strong>de</strong>rt blijkt uit vier samenhangen<strong>de</strong><br />
ontwikkel<strong>in</strong>gen:<br />
• Kennisproductie volgens ‘modus-2';<br />
• Boekenwijsheid en eigen wijsheid of: <strong>de</strong> wisselwerk<strong>in</strong>g tussen tacit en<br />
gecodificeer<strong>de</strong> kennis;<br />
• Kennisproductie <strong>in</strong> <strong>in</strong>novatieve groepen; en<br />
• Kennisproductie <strong>in</strong> netwerken.<br />
Modus-2 kennisproductie<br />
Traditioneel wordt kennis ontwikkeld aan universiteiten. Dat gebeurt on<strong>de</strong>r een regiem<br />
van <strong>in</strong>ternationale regels van wetenschappelijke praktijk. De wetenschappelijke wereld<br />
zelf bewaakt <strong>de</strong> kwaliteit en validiteit (<strong>de</strong> aca<strong>de</strong>mische vrijheid). Innovatie volgt op <strong>de</strong><br />
uitkomsten van zulk wetenschappelijk on<strong>de</strong>rzoek door overdracht en toepass<strong>in</strong>g en<br />
gebeurt op an<strong>de</strong>re plaatsen dan waar het on<strong>de</strong>rzoek wordt gedaan. Transfer<strong>in</strong>stituten,<br />
zoals TNO, maar ook scholen, verzorgen <strong>de</strong> overdracht tussen wetenschap en toepass<strong>in</strong>g.<br />
Gibbons en <strong>de</strong> zijnen (1994) noemen dit modus-1 kennisproductie. Volgens hun<br />
Modus-1 en Modus-2 kennisproductie - volgens Gibbons e.a. (1994)<br />
modus-1 modus-2<br />
Kennis <strong>in</strong> <strong>de</strong> context van een discipl<strong>in</strong>e<br />
Problemen wor<strong>de</strong>n opgelost door<br />
multidiscipl<strong>in</strong>aire teams<br />
Experts zijn vooral geconcentreerd op<br />
universiteiten<br />
7 Voor bronnen die dit hoofdstuk <strong>in</strong>spireren zie: Nonaka & Takeuchi (1995), Gibbons e.a. (1994),<br />
Kwaliteitscontrole Jacobs (1996), door Van Aalst collegiale (1998a en 1998b) en Tapscott (1995)<br />
toets<strong>in</strong>g; gebruik van <strong>in</strong>terne en<br />
externe criteria geschei<strong>de</strong>n<br />
Kennis <strong>in</strong> <strong>de</strong> context van toepass<strong>in</strong>g<br />
(Dit is iets an<strong>de</strong>rs dan toegepaste kennis,<br />
zie het boek)<br />
Problemen wor<strong>de</strong>n ge<strong>de</strong>eld (transdiscipl<strong>in</strong>ariteit),<br />
ook niet-experts zijn betrokken<br />
Heterogeniteit en organisatorische diversiteit<br />
Sociale verantwoord<strong>in</strong>g en effectiviteit<br />
maken <strong>de</strong>el uit van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksopzet<br />
Nieuwe patronen van kwaliteitscontrole<br />
(toegevoeg<strong>de</strong> waar<strong>de</strong>); m<strong>in</strong><strong>de</strong>r scheid<strong>in</strong>g<br />
tussen <strong>in</strong>terne en externe criteria<br />
7 Voor bronnen die dit hoofdstuk <strong>in</strong>spirereer<strong>de</strong>n zie: Nonaka & Takeuchi (1995), Gibbons e.a. (1994),<br />
Jacobs (1996), Van Aalst (1998a en 1998b) en Tapscott (1995).<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
317
318<br />
waarnem<strong>in</strong>g is een an<strong>de</strong>re manier sterk <strong>in</strong> opkomst: toegepast, probleemgeoriënteerd,<br />
transdiscipl<strong>in</strong>air, heterogeen, hybri<strong>de</strong>, vraaggestuurd, on<strong>de</strong>rnemend, getest op effectiviteit<br />
en efficiëntie en <strong>in</strong>gebed <strong>in</strong> netwerken. Ze noemen dat modus-2 kennisproductie. Een<br />
globaal overzicht van <strong>de</strong> verschillen staat <strong>in</strong> <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> tabel. (Gibbons e.a., 1994) .<br />
Gibbons en <strong>de</strong> zijnen wijzen er op dat dit analytische on<strong>de</strong>rscheid op zichzelf geen<br />
waar<strong>de</strong>-oor<strong>de</strong>el <strong>in</strong>houdt. Modus-1 kennisproductie is niet beter of m<strong>in</strong><strong>de</strong>r dan Modus-2.<br />
Maar <strong>de</strong> groei van kennis verloopt steeds meer volgens het Modus-2 mo<strong>de</strong>l. Ook <strong>in</strong>novaties<br />
komen steeds vaker uit dat soort kennisproductie voort.<br />
Van boekenwijsheid naar eigen wijsheid<br />
Bij kennis <strong>de</strong>nken we al gauw aan wetenschap, aan universiteiten, aan geleer<strong>de</strong>n en aan<br />
gezaghebben<strong>de</strong> boeken. Aan boekenwijsheid. Aan iets dat ontzag <strong>in</strong>boezemt. Kennis is<br />
macht. Autoriteit en kennis gaan hand <strong>in</strong> hand. Gelei<strong>de</strong>lijk komt er meer aandacht voor<br />
wat mensen persoonlijk <strong>in</strong>brengen aan ervar<strong>in</strong>g, <strong>in</strong>tuïties, i<strong>de</strong>eën en acties: hun eigen<br />
wijsheid. Kennis is als het ware subjectiever aan het wor<strong>de</strong>n. In <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijskundige<br />
sfeer is het vooral het constructivisme en vakdidactisch on<strong>de</strong>rzoek dat <strong>de</strong> grote en soms<br />
overheersen<strong>de</strong> rol van eigen wijsheid heeft laten zien en aanwijz<strong>in</strong>gen geeft om verb<strong>in</strong>d<strong>in</strong>gen<br />
te leggen tussen boekenwijsheid en eigen wijsheid. Nonaka & Takeuchi (1995)<br />
wijzen op <strong>de</strong> beperk<strong>in</strong>gen van het westerse rationalisme en laten zien dat vernieuw<strong>in</strong>g<br />
vooral ontstaat uit <strong>de</strong> wisselwerk<strong>in</strong>g tussen onbewuste ervar<strong>in</strong>gskennis, <strong>de</strong> zogenaam<strong>de</strong><br />
tacit (stilzwijgen<strong>de</strong>) kennis - en boekenwijsheid, en gecodificeer<strong>de</strong> kennis <strong>in</strong> boeken,<br />
formules en <strong>de</strong>rgelijke.<br />
Van belang voor kennisproductie is <strong>de</strong> wisselwerk<strong>in</strong>g tussen tacit en gecodificeer<strong>de</strong><br />
kennis. Daarbij gaat het om vier processen die elkaar afwisselen. Socialiseren, het uitwisselen<br />
van tacit kennis, gebeurt door d<strong>in</strong>gen samen te doen, door het <strong>de</strong>len van ervar<strong>in</strong>g.<br />
Dialoog en gezamenlijke reflectie helpen om tacit kennis bij le<strong>de</strong>n van een team te expliciteren,<br />
dit heet externaliseren. Door te doen wordt expliciete kennis omgezet <strong>in</strong><br />
ervar<strong>in</strong>gskennis. Wanneer mensen met verschillen<strong>de</strong> kennis samenkomen en systematisch<br />
werken aan een probleem ontstaat nieuwe kennis door comb<strong>in</strong>eren. Doen (oefenen)<br />
is <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs re<strong>de</strong>lijk gebruikelijk gewor<strong>de</strong>n om boekenwijsheid te verwerken.<br />
Socialiseren is een leerproces dat we v<strong>in</strong><strong>de</strong>n <strong>in</strong> het beroepson<strong>de</strong>rwijs en <strong>in</strong> leren buiten<br />
het on<strong>de</strong>rwijs. Externaliseren en comb<strong>in</strong>eren komen <strong>in</strong> alle schooltypen we<strong>in</strong>ig voor.<br />
Kennisontwikkel<strong>in</strong>g <strong>in</strong> groepen<br />
Tegelijk w<strong>in</strong>t kennisontwikkel<strong>in</strong>g <strong>in</strong> groepen en netwerken aan belang <strong>in</strong> verhoud<strong>in</strong>g tot<br />
kennis van <strong>in</strong>dividuen. Innovatie blijkt sterker af te hangen van <strong>de</strong> capaciteit om zelf<br />
kennis te produceren dan van het vermogen om externe kennis naar b<strong>in</strong>nen te halen van<br />
universiteiten of door nieuwe mensen b<strong>in</strong>nen te halen. Vandaar <strong>de</strong> term ‘leren<strong>de</strong>’ organisaties;<br />
dat zijn organisaties die zelf kennis produceren. Kenmerken van kennisontwikkel<strong>in</strong>g<br />
<strong>in</strong> zulke groepen zijn:<br />
Kennisproductie <strong>in</strong> <strong>in</strong>novatieve groepen<br />
• Wisselwerk<strong>in</strong>gen tussen tacit en gecodificeer<strong>de</strong> kennis;<br />
• Groepen hebben autonomie en wisselen kennis uit;<br />
• Leren wordt gedreven door betrokkenheid, bedoel<strong>in</strong>gen en vooruitzien;<br />
• De relatie met <strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g is eer<strong>de</strong>r actief en vooruitziend han<strong>de</strong>lend, dan<br />
passief, reflectief en terugkijkend;<br />
• Leren is niet erg l<strong>in</strong>eair, veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g en creatieve chaos zijn even nodig;<br />
• Tegenstrijdighe<strong>de</strong>n en herhal<strong>in</strong>g wijzen nieuwe richt<strong>in</strong>gen;<br />
• Metaforen en analogieën zijn misschien belangrijker dan <strong>de</strong>f<strong>in</strong>ities;<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
• Persoonlijke en lichamelijke ervar<strong>in</strong>g is even belangrijk als <strong>in</strong>tellectuele<br />
abstractie; en<br />
• Leren heeft net zoveel te maken met i<strong>de</strong>alen, betekenissen en waar<strong>de</strong>n als met<br />
i<strong>de</strong>eën.<br />
Het valt op hoezeer <strong>de</strong>ze kenmerken verschillen van <strong>de</strong> praktijk van leren <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs.<br />
Kennisontwikkel<strong>in</strong>g <strong>in</strong> netwerken<br />
Kennis kan vaak beter ontwikkeld wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong> netwerken dan <strong>in</strong> lokale groepen. Er is bijna<br />
geen bedrijf dat <strong>in</strong>noveert op eigen kracht. De re<strong>de</strong>nen hiervoor zijn on<strong>de</strong>r meer <strong>de</strong><br />
volgen<strong>de</strong>:<br />
• Netwerken geven toegang tot meer gevarieer<strong>de</strong> kennisbronnen;<br />
• Ze creëren een veel bre<strong>de</strong>re <strong>in</strong>terface voor leren dan b<strong>in</strong>nen organisaties mogelijk<br />
is;<br />
• Ze zijn flexibeler dan hiërarchische organisaties en bie<strong>de</strong>n toch een meer stabiele<br />
basis voor coörd<strong>in</strong>atie (ze zijn bijvoorbeeld m<strong>in</strong><strong>de</strong>r afhankelijk van één persoon);<br />
en<br />
• Netwerken helpen om <strong>de</strong> wisselwerk<strong>in</strong>g tussen tacit (eigen) en gecodificeer<strong>de</strong><br />
(boeken) kennis (wijsheid) te <strong>in</strong>tensiveren.<br />
Kenmerken van kennisproductie <strong>in</strong> netwerken zijn:<br />
Kennisproductie <strong>in</strong> netwerken<br />
• Netwerken omvatten aanbie<strong>de</strong>rs èn vragers;<br />
• Netwerken zijn <strong>in</strong>teractief dat wil zeggen aanbod en vraag veran<strong>de</strong>ren <strong>in</strong> <strong>de</strong> loop<br />
van het proces op basis van uitwissel<strong>in</strong>g van <strong>in</strong>formatie en on<strong>de</strong>rhan<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g;<br />
• Zelforganisatie; netwerken organiseren zich zelf. Ze bepalen hun eigen regels,<br />
gedragsco<strong>de</strong>s en doelen; Ze zijn horizontaal en niet hiërarchisch georganiseerd;<br />
<strong>de</strong> rollen van <strong>de</strong> <strong>de</strong>elnemers veran<strong>de</strong>ren steeds, bijvoorbeeld van actieve participant<br />
tot weer eens een tijdje een vrij passieve ‘luisteraar’;<br />
• Deelnemers <strong>de</strong>len een gezamenlijk doel, <strong>in</strong>tentie of visie. Men blijft lid van het<br />
netwerk zolang men die b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g ervaart;<br />
• Netwerken komen en gaan; <strong>de</strong> samenstell<strong>in</strong>g veran<strong>de</strong>rt <strong>in</strong> <strong>de</strong> loop van <strong>de</strong> tijd;<br />
• Productieve netwerken zijn kle<strong>in</strong>. Grote netwerken kunnen wel een gevoel geven<br />
van verbon<strong>de</strong>nheid, maar voor productieve doelen wor<strong>de</strong>n ze opgesplitst <strong>in</strong><br />
kle<strong>in</strong>ere netwerken van zeven tot tien personen;<br />
• Elektronische mid<strong>de</strong>len on<strong>de</strong>rbouwen en verbeteren netwerken, voor mo<strong>de</strong>rne<br />
netwerken zijn ze zelfs onmisbaar, maar netwerken blijven gebaseerd op menselijke<br />
<strong>in</strong>teracties; en<br />
• Menselijke zaken als vertrouwen en zorgvuldigheid spelen een essentiële rol.<br />
Leren<strong>de</strong> netwerken zijn al vrij algemeen, maar meer <strong>in</strong> <strong>de</strong> marges van <strong>de</strong> school dan dat<br />
ze dáár een centrale rol vervullen. Netwerken voor docenten en schoolleid<strong>in</strong>gen zijn <strong>in</strong><br />
ontwikkel<strong>in</strong>g.<br />
Conclusie: De nieuwe kennis<br />
Conclu<strong>de</strong>rend zou je <strong>de</strong> ‘nieuwe kennis’ als volgt kunnen typeren:<br />
• <strong>de</strong> wisselwerk<strong>in</strong>g tussen boekenwijsheid en eigen wijsheid (tussen tacit en<br />
codified knowledge) wordt steeds belangrijker;<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
319
320<br />
• kennis is dus (ook) subjectief en contextgebon<strong>de</strong>n; kennis gaat samen met<br />
betekenissen, waar<strong>de</strong>n, i<strong>de</strong>alen, enzovoort;<br />
• kennisontwikkel<strong>in</strong>g en leren gaat samen met en is <strong>in</strong>gebed <strong>in</strong> concrete resultaten<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> werkelijkheid en is meer ontwerpend en pro-actief dan reflectief gericht;<br />
• kennisontwikkel<strong>in</strong>g en leren is steeds meer een kenmerk van groepen en netwerken<br />
dan van <strong>in</strong>dividuen;<br />
• zulke groepen en netwerken hebben een zekere mate van autonomie en zelfregulatie;<br />
en<br />
• er is een toenemen<strong>de</strong> verschei<strong>de</strong>nheid <strong>in</strong> kennisbronnen en manieren van kennisverspreid<strong>in</strong>g.<br />
Mogelijke consequenties voor on<strong>de</strong>rwijs 8<br />
Dergelijke verschuiv<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> kennisontwikkel<strong>in</strong>g en leren staan nogal haaks op kennisopvatt<strong>in</strong>gen<br />
zoals die <strong>in</strong> on<strong>de</strong>rwijs zijn vormgegeven en waarmee <strong>de</strong> meesten van ons zijn<br />
opgegroeid. Het algemeen on<strong>de</strong>rwijs is immers s<strong>in</strong>ds <strong>de</strong> negentien<strong>de</strong> eeuw sterk gericht<br />
op het verwerven van <strong>in</strong> teksten vastgeleg<strong>de</strong> resultaten van <strong>de</strong> wetenschap en op het<br />
leren beoefenen van die wetenschap. Was boekenwijsheid <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>in</strong>dustriële tijd een teken<br />
van gezag, status en <strong>in</strong>komen, <strong>in</strong> <strong>de</strong> netwerkmaatschappij wordt daaraan veel m<strong>in</strong><strong>de</strong>r<br />
waar<strong>de</strong> gehecht. Leren b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> school volgens vastgeleg<strong>de</strong> leerplannen en examenprogramma’s,<br />
verliest aan belang. Samenwerken met mensen van buiten <strong>de</strong> school aan<br />
concrete <strong>in</strong>novaties op technisch, sociaal of maatschappelijk terre<strong>in</strong> wordt belangrijker.<br />
Vormen van assessment w<strong>in</strong>nen het van schriftelijke examens. Intellectuele bagage<br />
zon<strong>de</strong>r persoonlijke weerbaarheid <strong>in</strong> sociale context (sociale <strong>in</strong>telligentie) verliest aan<br />
betekenis. Samenwerk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> virtuele groepen van mensen die zich overal op <strong>de</strong> wereld<br />
bev<strong>in</strong><strong>de</strong>n wordt zowel <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijk als sociaal een normale werkwijze. Goed on<strong>de</strong>rwijs is<br />
niet langer on<strong>de</strong>rwijs dat aan gestandaardiseer<strong>de</strong> kwaliteitsstandaar<strong>de</strong>n voldoet, maar<br />
on<strong>de</strong>rwijs dat merkbare en toetsbare en op maat gesne<strong>de</strong>n waar<strong>de</strong> toevoegt aan levensen<br />
loopbaantrajecten van mensen. Dat is een fikse breuk met het on<strong>de</strong>rwijsstelsel zoals<br />
we dat nu kennen en waar<strong>de</strong>ren. In paragraaf 4 duid ik <strong>de</strong> consequenties voor on<strong>de</strong>rwijs<br />
wat concreter aan. Eerst wat meer over <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re twee trends: sociale textuur en i<strong>de</strong>ntiteit<br />
en <strong>de</strong> globaliser<strong>in</strong>g.<br />
3.2 SOCIALE TEXTUUR EN IDENTITEIT 9<br />
De netwerkmaatschappij gaat gepaard met een fikse veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g <strong>in</strong> onze sociale textuur.<br />
Voorbeel<strong>de</strong>n zijn te v<strong>in</strong><strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> aard en organisatie van werk, <strong>in</strong>komensver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g,<br />
sociale zekerheidsstelsels, <strong>de</strong> rol van <strong>de</strong> staat, maar ook <strong>in</strong> motivatie, ons gevoel van<br />
i<strong>de</strong>ntiteit en maatschappelijke b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g.<br />
Deels zijn <strong>de</strong>ze sociale veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen een afgelei<strong>de</strong> van het ontstaan van <strong>de</strong> kennismaatschappij<br />
en <strong>de</strong> globaliser<strong>in</strong>g. Er zijn echter ook relatief autonome krachten zoals <strong>de</strong><br />
toename van <strong>de</strong> maatschappelijke rol van vrouwen, kle<strong>in</strong>ere gez<strong>in</strong>nen, veran<strong>de</strong>r<strong>de</strong><br />
verhoud<strong>in</strong>gen tussen mannen en vrouwen (<strong>de</strong>nk bijvoorbeeld aan allerlei samenlev<strong>in</strong>gs-<br />
8 Ik differentieer bewust niet naar on<strong>de</strong>rwijssoort, omdat ik geloof dat <strong>de</strong> algemene gedachtengang<br />
geldig is voor alle on<strong>de</strong>rwijssoorten: van voorschoolse educatie tot bedrijfstra<strong>in</strong><strong>in</strong>gen. Natuurlijk<br />
verschillen <strong>de</strong> uitwerk<strong>in</strong>gen wel.<br />
9 Bronnen voor dit hoofdstuk waren on<strong>de</strong>r meer: Castells (1997) en Lubbers (website, +/- 1999) en<br />
daaron<strong>de</strong>r liggen<strong>de</strong> bronnen.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
vormen en het aantal scheid<strong>in</strong>gen). De immigratie naar rijke lan<strong>de</strong>n neemt toe en <strong>de</strong><br />
eigen bevolk<strong>in</strong>gsgroei neemt af. De waar<strong>de</strong>n die <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> groepen gemeen<br />
hebben verschillen on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>g steeds meer en het is steeds lastiger om elkaar te verstaan.<br />
De pluriformiteit neemt toe.<br />
Werk<br />
Een dui<strong>de</strong>lijke <strong>in</strong>dicatie van <strong>de</strong> verschuiv<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> <strong>in</strong>dustriële naar een <strong>in</strong>formationele<br />
samenlev<strong>in</strong>g is <strong>de</strong> veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g <strong>in</strong> werkgelegenheid. Zo’n 100 jaar gele<strong>de</strong>n verdien<strong>de</strong> zo’n<br />
50% van <strong>de</strong> beroepsbevolk<strong>in</strong>g haar brood met fysieke arbeid. Thans is dat zo’n 8% van <strong>de</strong><br />
beroepsbevolk<strong>in</strong>g. De agrarische sector draagt thans nog voor circa 8% bij aan ons bruto<br />
nationaal product (BNP), <strong>de</strong> <strong>in</strong>dustriële sector voor 35%. Producten zijn steeds <strong>in</strong>niger<br />
verknoopt met service-activiteiten. De servicesector (communicatie, han<strong>de</strong>l, f<strong>in</strong>anciën)<br />
verdient 57% van ons BNP! 90 % Van <strong>de</strong> nieuwe banen <strong>in</strong> <strong>de</strong> laatste 20 jaar ontston<strong>de</strong>n <strong>in</strong><br />
<strong>de</strong> Verenig<strong>de</strong> Staten <strong>in</strong> <strong>de</strong> sectoren kennis en dienstverlen<strong>in</strong>g.<br />
Tegelijk wordt werk m<strong>in</strong><strong>de</strong>r gebaseerd op één plaats, één tijd en één bepaal<strong>de</strong> organisatie<br />
met één bepaal<strong>de</strong> groep mensen. Parttime werk, flexibele werktij<strong>de</strong>n en tij<strong>de</strong>lijk werk<br />
afgewisseld met perio<strong>de</strong>n van bij- en omschol<strong>in</strong>g wor<strong>de</strong>n veel normaler dan nu. Meer<br />
mensen gaan zelfstandig werken en <strong>in</strong> ad-hoc netwerken. In 1970 begonnen 25.000<br />
mensen per jaar een eigen zaak, <strong>in</strong> 1995 waren dat er 35.000 en het aantal blijft toenemen.<br />
De verwacht<strong>in</strong>g is dat b<strong>in</strong>nenkort circa 50% van <strong>de</strong> werken<strong>de</strong>n een onafhankelijk<br />
bestaan heeft. E<strong>in</strong>d jaren 70 had nog 90% een functie b<strong>in</strong>nen een organisatie. Allerlei<br />
vanzelfsprekendhe<strong>de</strong>n komen zo opeens op losse schroeven te staan. Eén voorbeeld: <strong>de</strong><br />
reiskostenvergoed<strong>in</strong>g voor <strong>de</strong> reis tussen huis en werkplaats, <strong>in</strong>clusief <strong>de</strong> daarbij<br />
behoren<strong>de</strong> belast<strong>in</strong>gaftrek laat zien hoe onze maatschappij thans is <strong>in</strong>gericht rond vast<br />
werk op een vaste plaats met een vaste groep mensen. Die regel<strong>in</strong>g staat thans dan ook<br />
on<strong>de</strong>r druk. Toch blijken mensen graag ergens bij te willen horen. Uitzendbureaus nemen<br />
die rol op zich. Zij nemen mensen <strong>in</strong> dienst, zoeken cont<strong>in</strong>ue passend werk en <strong>in</strong>vesteren<br />
<strong>in</strong> persoonlijke en professionele ontwikkel<strong>in</strong>g. Heel veel mensen werken zo bij een <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g<br />
die ze niet (rechtstreeks) betaalt. Hecht<strong>in</strong>g en verbon<strong>de</strong>nheid krijgt zo een heel<br />
an<strong>de</strong>re <strong>in</strong>vull<strong>in</strong>g dan <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>in</strong>dustrieel georganiseer<strong>de</strong> samenlev<strong>in</strong>g.<br />
Motivatie, autonomie en b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g<br />
Van Iperen (1999) schrijft <strong>in</strong> haar boekje over <strong>de</strong> motivatie van kenniswerkers <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
eenentw<strong>in</strong>tigste eeuw:<br />
“In <strong>de</strong> agrarische economie betekent motivatie letterlijk <strong>de</strong> neig<strong>in</strong>g om <strong>in</strong><br />
beweg<strong>in</strong>g te komen. Het gaat om overleven en eerste levensbehoeften. In <strong>de</strong><br />
latere <strong>in</strong>dustriële economie zien we dat motivatie wordt opgevat als iets dat van<br />
buiten komt: <strong>de</strong> me<strong>de</strong>werker is ‘nul’ gemotiveerd en <strong>de</strong> baas moet hem motiveren.<br />
(…) In <strong>de</strong> kenniseconomie is motivatie een psychologisch sociaal concept<br />
gewor<strong>de</strong>n, waarbij het <strong>de</strong> werker zelf is die zijn motivatie reguleert.” (…) “In <strong>de</strong><br />
agrarische economie werken mensen samen <strong>in</strong> kle<strong>in</strong>e teams en op elkaar aangewezen<br />
families en werkgemeenschappen. (...) De arbei<strong>de</strong>rs <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>in</strong>dustriële<br />
economie zijn veel meer anoniem. Ze wor<strong>de</strong>n vertegenwoordigd door vakbon<strong>de</strong>n<br />
en v<strong>in</strong><strong>de</strong>n hun b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g bij <strong>de</strong> fabriek die ‘alles’ regel<strong>de</strong> (tu<strong>in</strong>dorpen, (...)<br />
Philipsfamilie). De kenniswerkers <strong>in</strong> <strong>de</strong> kenniseconomie stellen zich weer veel<br />
meer <strong>in</strong>dividueel en autonoom op. Ze voelen zich verbon<strong>de</strong>n met hun professie<br />
en beroepsgroep (peers over <strong>de</strong> gehele wereld) en maken <strong>de</strong>el uit van allerlei<br />
dynamische teams en netwerken.”<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
321
322<br />
Veel jonge mensen beleven hun i<strong>de</strong>ntiteit <strong>in</strong><strong>de</strong>rdaad meer <strong>in</strong> netwerken, lokaal en wereldwijd<br />
dan <strong>in</strong> <strong>in</strong>stituties. Ze zijn m<strong>in</strong><strong>de</strong>r gebon<strong>de</strong>n aan één werkgever. Wisselen gemakkelijk<br />
van baan. In <strong>de</strong> netwerkmaatschappij zoeken mensen <strong>de</strong> eigen kwaliteit en competenties.<br />
Ze zoeken naar omgev<strong>in</strong>gen waar men daaraan z<strong>in</strong>vol kan werken, waarmee men zich<br />
verbon<strong>de</strong>n voelt. Als leerl<strong>in</strong>gen alleen wor<strong>de</strong>n gezien als ‘bra<strong>in</strong>s’ die wor<strong>de</strong>n ontwikkeld<br />
<strong>in</strong> een omgev<strong>in</strong>g waar ze ver<strong>de</strong>r zelf geen <strong>in</strong>vloed op hebben, waar ze geen eigen<br />
betekenis kunnen geven aan wat ze doen, samen met an<strong>de</strong>ren, zullen ze die omgev<strong>in</strong>g<br />
el<strong>de</strong>rs gaan zoeken. Of ze gaan zich concentreren op typisch <strong>in</strong>dustriële mid<strong>de</strong>len als<br />
collectief on<strong>de</strong>rhan<strong>de</strong>len over betere condities. Allebei is het jammer voor <strong>de</strong> school.<br />
Een verschuiv<strong>in</strong>g van stur<strong>in</strong>g naar zelfstur<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g<br />
In <strong>de</strong> <strong>in</strong>dustriële tijd wer<strong>de</strong>n mensen - <strong>de</strong>els onbewust - steeds meer als verlengstukken<br />
van mach<strong>in</strong>es gezien. Zoals technici en <strong>in</strong>genieurs mach<strong>in</strong>es <strong>in</strong>zichtelijk proberen te<br />
maken met manuals en handleid<strong>in</strong>gen, zo probeert men voor <strong>de</strong> aanstur<strong>in</strong>g van bijvoorbeeld<br />
werknemers, burgers en leerl<strong>in</strong>gen algemeen gel<strong>de</strong>n<strong>de</strong> regels, procedures en<br />
mo<strong>de</strong>llen te ontwerpen, die passen bij van te voren ge<strong>de</strong>f<strong>in</strong>ieer<strong>de</strong> situaties en doelstell<strong>in</strong>gen.<br />
In <strong>de</strong> netwerkmaatschappij ontstaat er een spann<strong>in</strong>gsveld tussen stur<strong>in</strong>g en zelfstur<strong>in</strong>g.<br />
Mastenbroek beschrijft twee typen gedragsco<strong>de</strong>s. Enerzijds zijn er allerlei vormen van<br />
discipl<strong>in</strong>er<strong>in</strong>g zoals meer reken<strong>in</strong>g hou<strong>de</strong>n met elkaar. An<strong>de</strong>rzijds is er behoefte aan<br />
m<strong>in</strong><strong>de</strong>r hoekig gedrag, aan meer variatie <strong>in</strong> optre<strong>de</strong>n, aan communicatie die aangenamer<br />
wordt <strong>in</strong>gekleed, aan spontaner, meer ongedwongen en natuurlijker gedrag (<strong>in</strong>formaliser<strong>in</strong>g).<br />
De netwerkmaatschappij vereist een sociaal repertoire dat ogenschijnlijk tegenstrijdige<br />
elementen verenigt: flexibel én vasthou<strong>de</strong>nd, <strong>in</strong>formele relaties én weerbaar, er<br />
gezamenlijk uit willen komen én eigen belangen vasthou<strong>de</strong>n.<br />
De <strong>in</strong>dustriële i<strong>de</strong>ntiteit on<strong>de</strong>r druk<br />
Zaken als werk, een baan, <strong>de</strong> garantie van een dui<strong>de</strong>lijke staat, vaste gedragsregels,<br />
bepalen sterk onze sociale zekerheid en vooral onze sociale i<strong>de</strong>ntiteit. We praten met<br />
elkaar over ons werk, over onze functie, over onze baas, bij welk bedrijf we werken, over<br />
<strong>de</strong> overheid, over het land waar<strong>in</strong> we wonen en begrijpen elkaar <strong>in</strong> dat soort termen.<br />
Werk, <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen, functies, bazen, <strong>in</strong>komen, overheid en staat zijn het soort co<strong>de</strong>s dat<br />
<strong>de</strong> <strong>in</strong>dustriële maatschappij ons heeft geleerd. Een an<strong>de</strong>re organisatie van werk, privatiser<strong>in</strong>g<br />
van staatstaken en globaliser<strong>in</strong>g (zie ver<strong>de</strong>r) zetten dat fl<strong>in</strong>k op losse schroeven. Het<br />
maakt mensen onzeker en <strong>de</strong> sociale textuur m<strong>in</strong><strong>de</strong>r voorspelbaar. Het vraagt om heel<br />
an<strong>de</strong>re, <strong>de</strong>els nog onbeken<strong>de</strong> mechanismen om risico’s te kunnen beheersen en sociale<br />
conflicten te kunnen hanteren (Beck, 1986).<br />
Weerstands- en projecti<strong>de</strong>ntiteiten<br />
Maar mensen wachten niet op <strong>de</strong> politiek en creëren hun eigen textuur. Castells suggereert<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong>el II van zijn trilogie The power of I<strong>de</strong>ntity (1997) dat er groepen ontstaan die<br />
weerstand organiseren. Daaron<strong>de</strong>r vallen groepen die zich richten op traditionele<br />
waar<strong>de</strong>n: God, <strong>de</strong> Natie, <strong>de</strong> Familie. Maar ‘weerstandsi<strong>de</strong>ntiteiten’ zijn niet beperkt tot<br />
traditionele waar<strong>de</strong>n. De vrouwenbeweg<strong>in</strong>g, <strong>de</strong> milieubeweg<strong>in</strong>g, <strong>de</strong> seksuele revolutie<br />
zijn voorbeel<strong>de</strong>n van het tegen<strong>de</strong>el.<br />
Deze beweg<strong>in</strong>gen zijn aanvankelijk relatief gesloten. Er is een scherpe <strong>de</strong>f<strong>in</strong>itie van ‘<strong>in</strong>s’<br />
en ‘outs’ en we<strong>in</strong>ig communicatie tussen <strong>de</strong> groepen. Volgens Castells evolueren dit soort<br />
beweg<strong>in</strong>gen echter tot meer open systemen. Ze ontwikkelen ‘projecti<strong>de</strong>ntiteiten’. Deze<br />
zijn gericht op doelen, hebben een missie en zijn opener naar buiten. Beken<strong>de</strong> voorbeel-<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
<strong>de</strong>n zijn Artsen zon<strong>de</strong>r grenzen en Greenpeace. De nieuwe i<strong>de</strong>ntiteiten zijn niet gebon<strong>de</strong>n<br />
aan <strong>in</strong>stituties. Het zijn netwerken van sterk ge<strong>de</strong>centraliseer<strong>de</strong> activiteiten. De Email<strong>in</strong>g<br />
society. De participeren<strong>de</strong> samenlev<strong>in</strong>g. In <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> paragraaf over globaliser<strong>in</strong>g<br />
zien we dit terug <strong>in</strong> <strong>de</strong> enorme toename van Niet Gouvernementeel gebon<strong>de</strong>n<br />
Organisaties (NGO’s), als - niet politieke - reactie van burgers op <strong>de</strong> toenemen<strong>de</strong> onmacht<br />
van traditionele politieke stelsels <strong>in</strong> een netwerkmaatschappij. Zulke ‘projecten’ bie<strong>de</strong>n<br />
mensen betekenis, en motiveren tot maatschappelijke activiteit. Het zijn <strong>de</strong> nieuwe<br />
symbolen van z<strong>in</strong>gev<strong>in</strong>g, <strong>de</strong> nieuwe culturele co<strong>de</strong>s van <strong>de</strong> maatschappij. Dat vertegenwoordigt<br />
ook hun macht <strong>in</strong> <strong>de</strong> wereldomvatten<strong>de</strong> <strong>in</strong>formatienetwerken. Zij mobiliseren<br />
symbolen <strong>in</strong> <strong>de</strong> virtuele realiteit die <strong>de</strong> netwerkmaatschappij kenmerkt. Ze vervangen<br />
symbolen als ‘het bedrijf waar ik werk’, ‘<strong>de</strong> functie die ik heb’, ‘wat ik weet’, ‘over wie ik<br />
<strong>de</strong> baas ben’, ‘<strong>de</strong> overheid’, ‘het land waar ik woon’, enzovoort. Dit perspectief is vanuit<br />
<strong>de</strong> gevestig<strong>de</strong> <strong>in</strong>dustriële or<strong>de</strong> moeilijk te begrijpen, en het irriteert dan. Castells:<br />
“Onze historische visie is zo gekleurd door or<strong>de</strong>lijke bataljons, kleurrijke banieren<br />
en vlaggen en geschreven proclamaties van sociale veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g, dat we met<br />
lege han<strong>de</strong>n staan als we wor<strong>de</strong>n geconfronteerd met <strong>de</strong> subtiele en doordr<strong>in</strong>gen<strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>crementele veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> symboliek die zich ontwikkelen <strong>in</strong> allerlei<br />
vormen van menselijke netwerken, ver weg van <strong>de</strong> centra van <strong>de</strong> macht uit <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>dustriële maatschappij.” (Castells, 1997, p. 362, vrije vertal<strong>in</strong>g)<br />
Mogelijke consequenties voor on<strong>de</strong>rwijs<br />
Velen ervaren <strong>de</strong> veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van sociale textuur als ongewenste verbrokkel<strong>in</strong>g. Vanuit<br />
die ervar<strong>in</strong>g komt <strong>de</strong> opvatt<strong>in</strong>g dat scholen tegengas moeten geven. In het rapport van In<br />
‘t Veld en an<strong>de</strong>ren (1996) is <strong>de</strong> verbrokkel<strong>in</strong>g van sociale textuur <strong>de</strong> enige stuwen<strong>de</strong><br />
kracht die naar het oor<strong>de</strong>el van betrokkenen niet moest wor<strong>de</strong>n gevolgd <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs.<br />
Afhankelijk van <strong>de</strong> reactie zijn aan <strong>de</strong>ze trend <strong>de</strong>rhalve heel verschillen<strong>de</strong> consequenties<br />
te verb<strong>in</strong><strong>de</strong>n. Ik noem er drie:<br />
a De staatsschool<br />
In een recent rapport van een Franse overheidscommissie, <strong>in</strong>gesteld door <strong>de</strong><br />
M<strong>in</strong>ister van on<strong>de</strong>rwijs Clau<strong>de</strong> Allègre, staat als eerste pr<strong>in</strong>cipe: “Le lycée est une<br />
<strong>in</strong>stitution <strong>de</strong> la République”. De school is er <strong>in</strong> <strong>de</strong> allereerste plaats om <strong>de</strong><br />
eenheid <strong>in</strong> <strong>de</strong> republiek te waarborgen, samen met het leger en <strong>de</strong> justitie.<br />
An<strong>de</strong>re zaken moeten buiten <strong>de</strong> school wor<strong>de</strong>n geleerd. Het ‘lyceum’ hoeft zich<br />
volgens <strong>de</strong> commissie we<strong>in</strong>ig gelegen te laten liggen aan wensen van ou<strong>de</strong>rs of<br />
het bedrijfsleven. Philippe Meirieu, <strong>de</strong> voorzitter van <strong>de</strong> commissie (toen nog<br />
hoogleraar aan <strong>de</strong> ’Université Lumière-Lyon 2, en onlangs benoemd tot directeur<br />
van het Institut National <strong>de</strong> la Recherche Pédagogique, het INRP), schreef samen<br />
met <strong>de</strong> TV-journalist Marc Guiraud (van Europe 1) het boek met <strong>de</strong> veelzeggen<strong>de</strong><br />
titel L’école ou la guerre civile. De auteurs beargumenteren uitgebreid dat zon<strong>de</strong>r<br />
<strong>de</strong> school als nationaal <strong>in</strong>stituut <strong>de</strong> maatschappij verscheurd zal wor<strong>de</strong>n door<br />
on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>ge strijd.<br />
b De gemeenschapsschool<br />
L<strong>in</strong>da Darl<strong>in</strong>g Hammond bepleit an<strong>de</strong>re organisatorische arrangementen om <strong>de</strong><br />
sociale rol van <strong>de</strong> school te versterken: kle<strong>in</strong>er, meer gemeenschappelijke<br />
elementen <strong>in</strong> het curriculum en meer vormen van coöperatief leren, dui<strong>de</strong>lijker<br />
manifestaties van wat is geleerd door publieke tentoonstell<strong>in</strong>gen en <strong>de</strong>rgelijke,<br />
m<strong>in</strong><strong>de</strong>r <strong>in</strong> hokjes en niveaus, sterkere en langdurige relaties tussen leerl<strong>in</strong>gen en<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
323
324<br />
leraren, comb<strong>in</strong>atie van zorg voor leerl<strong>in</strong>gen en serieus leren, meer teamteach<strong>in</strong>g<br />
en meer participatie van ou<strong>de</strong>rs, leraren en leerl<strong>in</strong>gen bij besluitvorm<strong>in</strong>g<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> school. De school zal dan een groter bereik hebben: niet alleen een<br />
ontmoet<strong>in</strong>gsplaats voor <strong>de</strong> jeugd, maar ook voor ou<strong>de</strong>ren. Scholen krijgen vooral<br />
<strong>de</strong> latente functies toebe<strong>de</strong>eld, die ze nu ook hebben: sociale verantwoor<strong>de</strong>lijkheid<br />
om k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren van <strong>de</strong> straat te hou<strong>de</strong>n, socialisatie <strong>in</strong> een geor<strong>de</strong>n<strong>de</strong> cultuur<br />
en <strong>de</strong>rgelijke. De cognitieve functies zullen blijven bestaan, maar meer wor<strong>de</strong>n<br />
uitbesteed. De school fungeert wat dat betreft meer als makelaar dan als aanbie<strong>de</strong>r<br />
van on<strong>de</strong>rwijs. De rol van screen<strong>in</strong>g naar niveau zal <strong>in</strong> betekenis afnemen en<br />
vervangen wor<strong>de</strong>n door meer contextgevoelige vormen van beoor<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g en plaats<strong>in</strong>g.<br />
c Duurzame flexibiliteit<br />
Carnoy en Castells (OECD 1997a, 1998) suggereren <strong>in</strong> een opstel voor <strong>de</strong> OECD<br />
vier doelen:<br />
• <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> moet meer wor<strong>de</strong>n gericht op leren <strong>in</strong> groepen en op levenslang leren.<br />
Mensen moeten zowel goed kunnen samenwerken op microniveau als op macroniveaus;<br />
• Huishou<strong>de</strong>ns, samenlev<strong>in</strong>gsverban<strong>de</strong>n moeten zich ontwikkelen tot een nieuw<br />
soort verbon<strong>de</strong>nheid, waarbij leren een sleutelfactor is;<br />
• Gemeenschappen moeten wor<strong>de</strong>n gereorganiseerd rond leren<strong>de</strong> netwerken. Op<br />
<strong>de</strong> gemeenschap gerichte scholen kunnen daar<strong>in</strong> een belangrijke rol spelen<br />
evenals ‘virtuele gemeenschappen’ die gebruik maken van elektronische on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g;<br />
• Vakbon<strong>de</strong>n krijgen <strong>in</strong> toenemen<strong>de</strong> mate een rol <strong>in</strong> <strong>de</strong> versterk<strong>in</strong>g van duurzaam<br />
flexibel werken; en<br />
• De staat heeft als kerntaken om leren<strong>de</strong> netwerken en leren<strong>de</strong> huishou<strong>de</strong>ns actief<br />
te on<strong>de</strong>rsteunen (<strong>de</strong>nk bijvoorbeeld aan <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g van jonge k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren) en<br />
ontwikkel<strong>in</strong>gen die lei<strong>de</strong>n tot een permanente twee<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> samenlev<strong>in</strong>g<br />
tegen te hou<strong>de</strong>n.<br />
Waar <strong>de</strong> eerste twee beel<strong>de</strong>n <strong>de</strong> school vooral zien als behoe<strong>de</strong>r van meer traditionele<br />
sociale verban<strong>de</strong>n, zoekt het <strong>de</strong>r<strong>de</strong> mo<strong>de</strong>l naar een fit met <strong>de</strong> nieuwe visie op sociale<br />
textuur. Vooral dit laatste beeld schetst <strong>in</strong>grijpen<strong>de</strong> consequenties voor <strong>in</strong>stitutioneel<br />
georganiseerd on<strong>de</strong>rwijs. Om het wat wild te zeggen: dat wordt gelei<strong>de</strong>lijk <strong>de</strong> rug toegekeerd<br />
en vervangen of <strong>in</strong>gehaald door educatie die verzorgd wordt door projectnetwerken,<br />
vaak <strong>in</strong>ternationaal opgezet. Mensen groeperen zich meer en meer rond i<strong>de</strong>eën en<br />
specifieke doelen en koppelen hun leerarrangementen daaraan. Met hulp van allerlei<br />
partijen arrangeren ze hun eigen leertrajecten en waarborgen <strong>de</strong> maatschappelijke<br />
waar<strong>de</strong> ervan. In paragraaf 4 schets ik een scenario waar<strong>in</strong> vooral elementen van <strong>de</strong><br />
duurzame flexibiliteit en <strong>de</strong> gemeenschapsschool voorkomen.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
3.3 GLOBALISERING 10<br />
Globaliser<strong>in</strong>g is <strong>de</strong> <strong>de</strong>r<strong>de</strong> trend die <strong>de</strong> overgang van het <strong>in</strong>dustriële mo<strong>de</strong>l van ontwikkel<strong>in</strong>g<br />
naar het <strong>in</strong>formationele mo<strong>de</strong>l illustreert. Globaliser<strong>in</strong>g staat voor drie samenhangen<strong>de</strong><br />
ontwikkel<strong>in</strong>gen:<br />
• Wereldwij<strong>de</strong> <strong>in</strong>formatie- en communicatietechnologie (pc’s, kabel- en glasvezelnetwerken,<br />
communicatiesatellieten, enzovoort);<br />
• Wereldwij<strong>de</strong> economie (flitskapitaal, global companies, global sources, enzovoort;<br />
dat <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse RABO bank z’n adm<strong>in</strong>istratie onl<strong>in</strong>e laat doen <strong>in</strong> India is een<br />
voorbeeld dat allang niet meer op zich zelf staat); en<br />
• Wereldwij<strong>de</strong> doorbraak van <strong>de</strong> comb<strong>in</strong>atie van <strong>markt</strong><strong>de</strong>nken en <strong>de</strong>mocratie als<br />
een geaccepteer<strong>de</strong> standaard voor ontwikkel<strong>in</strong>g. De ou<strong>de</strong> scheidslijnen tussen <strong>de</strong><br />
eerste, twee<strong>de</strong> en <strong>de</strong>r<strong>de</strong> (niet gebon<strong>de</strong>n) wereld zijn verlaten.<br />
De effecten van globaliser<strong>in</strong>g zijn on<strong>de</strong>r meer:<br />
• Een toename van <strong>in</strong>ternationale spann<strong>in</strong>g. Door <strong>de</strong> grote verschillen tussen<br />
lan<strong>de</strong>n tre<strong>de</strong>n <strong>in</strong>ternationale fricties op. Bovendien zijn lan<strong>de</strong>n meer van elkaar<br />
afhankelijk waardoor besliss<strong>in</strong>gen van een land niet meer zelfstandig genomen<br />
kunnen wor<strong>de</strong>n. Internationale organisaties (VN, Unesco, Wereldbank, OESO, EU,<br />
enzovoort) zoeken naar nieuwe oploss<strong>in</strong>gen, waaron<strong>de</strong>r soms grondige heroverweg<strong>in</strong>g<br />
van eigen organisatie en werkwijze.<br />
• Onzekerheid van politiek bestuur. Democratie en <strong>de</strong> ermee verbon<strong>de</strong>n politieke<br />
systemen hebben zich ontwikkeld b<strong>in</strong>nen landsgrenzen van natiestaten. De<br />
onzekerheid neemt toe omdat <strong>de</strong> vormen van globale <strong>de</strong>mocratie en bestuurlijke<br />
arrangementen ontbreken.<br />
• Door sterke accentuer<strong>in</strong>g van technologie en economie dreigen sociale en ecologische<br />
on<strong>de</strong>rwerpen m<strong>in</strong><strong>de</strong>r aandacht te krijgen. Internationale organisaties en<br />
bedrijven maken <strong>de</strong>ze waar<strong>de</strong>n meer en meer tot on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el van hun beleid, maar<br />
dat gebeurt vermoe<strong>de</strong>lijk on<strong>de</strong>r druk van <strong>de</strong> nieuwe sociale projecten, zoals <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
vorige paragraaf aangeduid.<br />
Toenemen<strong>de</strong> onzekerheid en afbrokkelend vertrouwen <strong>in</strong> politieke systemen wor<strong>de</strong>n zelf<br />
een bron van <strong>de</strong> ‘weerstandsgroepen’ die ik hiervoor aanduid<strong>de</strong>: locale i<strong>de</strong>ntiteit, het wijgevoel,<br />
emoties, spiritualiteit, postmaterialisme en <strong>in</strong>tegratief <strong>de</strong>nken. Burgers organiseren<br />
zich <strong>in</strong> projectnetwerken om iets voor elkaar te krijgen. Lubbers noemt dit ‘New<br />
Governance’. Internationale bedrijven komen zo on<strong>de</strong>r druk. Het is niet langer voldoen<strong>de</strong><br />
om je te hou<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong> wetten van elk afzon<strong>de</strong>rlijk land. De politiek - die immers gericht<br />
is op het maken en handhaven van wetten - wordt zo l<strong>in</strong>ks en rechts gepasseerd.<br />
Mogelijke consequenties voor on<strong>de</strong>rwijs<br />
De consequenties van globaliser<strong>in</strong>g voor on<strong>de</strong>rwijs overstijgen <strong>de</strong> meer vertrouw<strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>spann<strong>in</strong>gen voor <strong>in</strong>ternationaliser<strong>in</strong>g van on<strong>de</strong>rwijs zoals <strong>de</strong> aandacht voor het leren<br />
van talen - b<strong>in</strong>nen en buiten het on<strong>de</strong>rwijs - en uitwissel<strong>in</strong>g van stu<strong>de</strong>nten en docenten.<br />
De <strong>in</strong>vloed van ‘weerstandsgroepen’ op on<strong>de</strong>rwijs - beter gezegd: op leerarrangementen -<br />
zal toenemen, ten koste van publiek, door <strong>de</strong> staat gereguleerd on<strong>de</strong>rwijs. Instell<strong>in</strong>gen<br />
zullen zich omvormen tot organisaties waar<strong>in</strong> strategische allianties en <strong>in</strong>- en outsourc<strong>in</strong>g<br />
van aanbod en <strong>de</strong>skundigheid een rol spelen. Aanbod komt <strong>in</strong>teractief tot stand, wordt<br />
10 Dit hoofdstuk is vooral geor<strong>de</strong>nd op basis van <strong>de</strong> analyse van Lubbers (199?)<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
325
326<br />
ontwikkeld en on<strong>de</strong>rhou<strong>de</strong>n door wisselen<strong>de</strong> comb<strong>in</strong>aties van aanbie<strong>de</strong>rs en vragers en<br />
heeft hoge toegevoeg<strong>de</strong> waar<strong>de</strong> <strong>in</strong> specifieke situaties.<br />
4 Een scenario voor een leren<strong>de</strong> samenlev<strong>in</strong>g<br />
Er zijn allerlei scenario’s <strong>de</strong>nkbaar en ook bedacht die weergeven wat omgev<strong>in</strong>gsveran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen<br />
voor on<strong>de</strong>rwijs zou<strong>de</strong>n kunnen betekenen. Zie bijvoorbeeld In ’t Veld e.a. (1996).<br />
Ik werk hieron<strong>de</strong>r een scenario uit op grond van bovenstaan<strong>de</strong> analyses. In dit scenario<br />
wordt leren <strong>in</strong>formeler, beter toegankelijk, meer vanuit <strong>de</strong> leren<strong>de</strong> gestuurd en levenslang.<br />
Leraren zijn on<strong>de</strong>rnemen<strong>de</strong>r, en werken aan meer<strong>de</strong>re <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen en netwerken.<br />
Informatie- en communicatietechnologie speelt vooral een rol bij leren thuis, op <strong>de</strong><br />
werkplek, <strong>in</strong> gemeenschapsarrangementen en m<strong>in</strong><strong>de</strong>r op school. Private en publieke<br />
<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen specialiseren zich en organiseren arrangementen <strong>in</strong> netwerken; ze leveren<br />
hoge toegevoeg<strong>de</strong> waar<strong>de</strong> voor specifieke situaties, meer dan algemene basiskennis. De<br />
overheid stuurt meer op een leren<strong>de</strong> samenlev<strong>in</strong>g dan op het <strong>in</strong> stand hou<strong>de</strong>n van een<br />
on<strong>de</strong>rwijsstelsel. Dit scenario is nadrukkelijk van toepass<strong>in</strong>g op alle leeftijdscategorieën,<br />
al zal <strong>de</strong> uitwerk<strong>in</strong>g voor jonge k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren an<strong>de</strong>rs zijn dan voor jongvolwassenen.<br />
Ik werk dit scenario uit on<strong>de</strong>r vier hoofdjes:<br />
• Microkeuzen en netwerkleren: over patronen van leren;<br />
• Zelfstur<strong>in</strong>g, participatie en coach<strong>in</strong>g: over metho<strong>de</strong>n en <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>n;<br />
• Educatieve on<strong>de</strong>rnemers: over docenten; en<br />
• De school als netwerkorganisatie en meervoudige accreditatie: over <strong>in</strong>stitutionele<br />
vormgev<strong>in</strong>g.<br />
In een slotparagraaf volgen nog opmerk<strong>in</strong>gen over veran<strong>de</strong>ren, <strong>de</strong> rol van <strong>de</strong> overheid en<br />
een agenda voor actie.<br />
4.1 MICROKEUZEN EN NETWERKLEREN<br />
Microkeuzen: van leerplan naar leerarrangementen<br />
Het woord microkeuze is bedacht door Perelman (1992). Hij beargumenteert uitvoerig dat<br />
<strong>de</strong> keuze van school of opleid<strong>in</strong>g, en <strong>de</strong> daarbij horen<strong>de</strong> <strong>in</strong>formatie over ‘goe<strong>de</strong>’ en<br />
m<strong>in</strong><strong>de</strong>r ‘goe<strong>de</strong>’ scholen of opleid<strong>in</strong>gen voor <strong>de</strong> kwaliteit van leren wordt overschat. Hij<br />
<strong>de</strong>nkt dat <strong>de</strong> keuzes meer <strong>in</strong>dividualiseren en zich meer concentreren op on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>len van<br />
het aanbod. Leerl<strong>in</strong>gen zullen hun eigen arrangement samenstellen. Ze maken hun<br />
keuzes alleen, <strong>in</strong> samenwerk<strong>in</strong>g met an<strong>de</strong>ren (<strong>in</strong> een team), of <strong>in</strong> samenwerk<strong>in</strong>g met een<br />
coach. Ze zullen d<strong>in</strong>gen kiezen die er toe doen en die iets toevoegen aan hun portfolio.<br />
Zij zullen kunnen kiezen uit een bre<strong>de</strong> variëteit aan specifieke media, programma’s,<br />
diensten, producten en kennisbronnen als ze iets moeten of willen leren. Een gestandaardiseerd<br />
aanbod van <strong>de</strong> school wordt vervangen door op maat gesne<strong>de</strong>n arrangementen<br />
die waar<strong>de</strong> toevoegen aan doelstell<strong>in</strong>gen van leerl<strong>in</strong>gen. 11<br />
Om <strong>de</strong> gedachten te bepalen: leerl<strong>in</strong>gen zou<strong>de</strong>n met hun school kunnen overeenkomen<br />
om een <strong>de</strong>el van het schoolprogramma Engels te vervangen door een op maat gesne<strong>de</strong>n<br />
programma bij een gespecialiseerd talen<strong>in</strong>stituut, of een programma dat via <strong>in</strong>ternet<br />
wordt aangebo<strong>de</strong>n; of: leerl<strong>in</strong>gen kiezen zelf hun docent op school voor on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>len van<br />
het aanbod; enzovoort.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Leernetwerken en leergemeenschappen; leren buiten <strong>de</strong> school<br />
Leerl<strong>in</strong>gen zullen niet langer leren op één school, maar participeren <strong>in</strong> een aantal<br />
verschillen<strong>de</strong> leernetwerken of leergemeenschappen. Leren gaat steeds meer buiten <strong>de</strong><br />
school om. De werkplek wordt tevens leerplek, het woonhuis tevens leerhuis, <strong>de</strong> professionele<br />
organisatie tevens leren<strong>de</strong> organisatie. Leren wordt toegankelijk vanuit huis,<br />
vanuit <strong>de</strong> werkplek en vanuit <strong>de</strong> gemeenschap (buurthuizen, bibliotheken, sportverenig<strong>in</strong>gen,<br />
enzovoort). Overlap en veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g zullen het gaan w<strong>in</strong>nen van strak georganiseer<strong>de</strong><br />
l<strong>in</strong>eaire leerpa<strong>de</strong>n. Afstandsleren kan wor<strong>de</strong>n gebruikt als mid<strong>de</strong>l om <strong>de</strong> effectiviteit<br />
van leren thuis en <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk te verhogen. De scheid<strong>in</strong>g tussen leertijd op school<br />
en privé leren vervaagt. De vraag naar educatie zal meer door groepen en netwerken<br />
wor<strong>de</strong>n gearticuleerd, dan door <strong>in</strong>dividuen (en hun ou<strong>de</strong>rs). Leren is meer netwerkgebon<strong>de</strong>n<br />
dan plaatsgebon<strong>de</strong>n. De leren<strong>de</strong> is m<strong>in</strong><strong>de</strong>r ‘klant’ of ‘consument’ en meer participant.<br />
Individuele f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g, microvouchers<br />
Bij microkeuzen horen natuurlijk ‘microvouchers’. Perelman gebruikt <strong>de</strong>ze term om aan te<br />
dui<strong>de</strong>n dat vouchers niet bedoeld zijn om van school te kunnen wisselen, maar om zelf<br />
leerarrangementen van verschillen<strong>de</strong> aanbie<strong>de</strong>rs te kunnen samenstellen. Hij bepleit<br />
nadrukkelijk dat leerl<strong>in</strong>gen bij het samenstellen van hun leerarrangement niet gebon<strong>de</strong>n<br />
zijn aan één <strong>in</strong>stituut. Microvouchers zullen niet alleen wor<strong>de</strong>n verstrekt door <strong>de</strong><br />
overheid, maar ook door private <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen en on<strong>de</strong>rnem<strong>in</strong>gen. Aan vouchers zijn wel<br />
restricties verbon<strong>de</strong>n waar het betreft het soort leren waarvoor ze kunnen wor<strong>de</strong>n<br />
<strong>in</strong>gezet. Het betekent dat <strong>de</strong> publieke f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g van scholen zal afnemen. De meeste<br />
leerarrangementen kennen een gemeng<strong>de</strong> vorm van f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g.<br />
4.2 ZELFSTURING, PARTICIPATIE EN COACHING<br />
Participatie <strong>in</strong> <strong>in</strong>novaties<br />
Het toenemen<strong>de</strong> accent op eigen wijsheid betekent dat leerl<strong>in</strong>gen concrete ervar<strong>in</strong>g<br />
moeten opdoen. Scholen zullen zo meer en meer betrokken raken bij <strong>de</strong> wereld buiten <strong>de</strong><br />
school, bij concrete <strong>in</strong>novatieprojecten <strong>in</strong> <strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g. Lan<strong>de</strong>lijke en lokale overhe<strong>de</strong>n<br />
zullen een beroep doen op specialistische educatieve knowhow om groepen burgers die<br />
economisch of sociaal achter dreigen te raken concrete <strong>in</strong>gangen naar het maatschappelijke<br />
leven te bie<strong>de</strong>n. Omgekeerd zullen zulke projecten steeds meer een beroep doen op<br />
participatie van burgers en zo als zodanig een leeromgev<strong>in</strong>g vormen. In het beroepson<strong>de</strong>rwijs<br />
leidt dit tot nieuwe eisen aan stages en praktijkleerplaatsen. Voorbeel<strong>de</strong>n zijn <strong>de</strong><br />
zogenaam<strong>de</strong> Triangelprojecten (on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re bij <strong>de</strong> Hogeschool Ensche<strong>de</strong>), waarbij<br />
leerl<strong>in</strong>gen, docenten, een extern adviesbureau en een bedrijf <strong>de</strong> verantwoor<strong>de</strong>lijkheid<br />
voor een concrete bedrijfs<strong>in</strong>novatie <strong>de</strong>len. Ook duale opleid<strong>in</strong>gen zijn een stap <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
goe<strong>de</strong> richt<strong>in</strong>g, maar leerl<strong>in</strong>gen/stu<strong>de</strong>nten wor<strong>de</strong>n nog niet altijd <strong>in</strong>gezet bij <strong>in</strong>novaties.<br />
Een verschuiv<strong>in</strong>g van stur<strong>in</strong>g naar zelfstur<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g<br />
De verschuiv<strong>in</strong>g van stur<strong>in</strong>g naar zelfstur<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g vraagt nieuw gedrag van zowel<br />
leerl<strong>in</strong>gen als docenten. De term zelfstur<strong>in</strong>g verwijst naar houd<strong>in</strong>g en gedrag, waar<strong>in</strong><br />
11 Dit i<strong>de</strong>e moet niet wor<strong>de</strong>n verward met het super<strong>markt</strong>-i<strong>de</strong>e. Daar gaat het immers opnieuw om één<br />
<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g (<strong>de</strong> supermark), waar geshopt wordt. Perelman staat juist voor ogen dat leerl<strong>in</strong>gen en hun<br />
ou<strong>de</strong>rs of coaches heel gericht kiezen uit allerlei verschillen<strong>de</strong> ‘w<strong>in</strong>kels’. En die tot samenhangen<strong>de</strong><br />
arrangementen samenstellen. In <strong>de</strong>ze z<strong>in</strong> is het beeld van een <strong>markt</strong> met allerlei gespecialiseer<strong>de</strong><br />
kramen beter.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
327
328<br />
autonomie en b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g (zie paragraaf 3.2) en cognitieve, emotionele en sociale zelfregulatie<br />
(zie bijvoorbeeld <strong>de</strong> publicaties van Monique Boekaerts) centraal staan. De term wordt<br />
vaak ten onrechte verward met ‘vrijheid - blijheid’.<br />
Coach<strong>in</strong>g verwijst naar een comb<strong>in</strong>atie van drie elementen, ontleend aan on<strong>de</strong>rzoek naar<br />
effectief lei<strong>de</strong>rschap. Het zijn:<br />
• Intellectueel lei<strong>de</strong>rschap: weten waar het over gaat, ervar<strong>in</strong>g <strong>in</strong>brengen,<br />
voorbeel<strong>de</strong>n stellen;<br />
• Betekenissen <strong>de</strong>len, visie ontwikkelen. Hoe past dat wat je leert <strong>in</strong> een groter<br />
geheel? Vergelijk <strong>de</strong> voetbalcoach: spelen we aanvallend of ver<strong>de</strong>digend? en<br />
• Persoonlijke zorg.<br />
Het is onjuist om te stellen dat <strong>de</strong> leraar een begelei<strong>de</strong>r wordt, omdat dat woord <strong>de</strong><br />
associatie oproept met alleen het laatste on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el van coach<strong>in</strong>g. Zelfstur<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g<br />
gaan samen op.<br />
Informatie- en Communicatie Technologie (ICT) thuis en op straat<br />
ICT biedt uitdagen<strong>de</strong>, motiveren<strong>de</strong> en krachtige mogelijkhe<strong>de</strong>n, maar vermoe<strong>de</strong>lijk alleen<br />
bij een heel an<strong>de</strong>re <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van leerprocessen dan <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs gebruikelijk is. ICT<br />
biedt - voor leren<strong>de</strong>n - ik zie even af van adm<strong>in</strong>istratieve toepass<strong>in</strong>gen - kansen op drie<br />
terre<strong>in</strong>en:<br />
a excellente en veelzijdige, multimediale uitleg over specifieke on<strong>de</strong>rwerpen;<br />
b effectieve <strong>in</strong>teractie tussen leerl<strong>in</strong>gen on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>g en tussen docenten en leerl<strong>in</strong>gen;<br />
daarbij valt nog een on<strong>de</strong>rscheid te maken tussen synchrone <strong>in</strong>teractie en<br />
asynchrone <strong>in</strong>teractie (bijvoorbeeld het per E-mail opsturen van <strong>de</strong> uitwerk<strong>in</strong>g<br />
van een opdracht, die <strong>de</strong> docent ’s avonds nakijkt en dan z’n commentaar terugstuurt;<br />
en<br />
c simulaties. Leren via ICT zal zich buiten scholen om ontwikkelen, of <strong>in</strong> samenwerk<strong>in</strong>g<br />
met kapitaalkrachtige en competente private partners. Scholen zullen<br />
niet <strong>in</strong> staat zijn op eigen kracht of met publiek geld het kapitaal en <strong>de</strong> <strong>de</strong>skundigheid<br />
te mobiliseren die nodig zijn voor het ontwikkelen van kwalitatief goe<strong>de</strong><br />
software en stabiele elektronische netwerken, laat staan dat ze over <strong>de</strong> kanalen<br />
beschikken om die producten te versprei<strong>de</strong>n over huishou<strong>de</strong>ns en an<strong>de</strong>re<br />
leerplekken en te on<strong>de</strong>rhou<strong>de</strong>n. Overigens zijn er sterke aanwijz<strong>in</strong>gen dat <strong>in</strong>teractieve<br />
educatieve televisie op het gebied van uitleg en oefen<strong>in</strong>g voorlopig<br />
betere kansen biedt dan computerprogramma’s.<br />
Portfolio’s vervangen <strong>in</strong>dividuele toets<strong>in</strong>g, examenprogramma’s en diploma’s<br />
Waar kennisproductie <strong>in</strong> teams en netwerken steeds belangrijker wordt, zullen teamresultaten<br />
steeds belangrijker wor<strong>de</strong>n voor toets<strong>in</strong>g, <strong>in</strong>dividuele toets<strong>in</strong>g zal dus meer gebon<strong>de</strong>n<br />
zijn aan contexten en vooruitzichten. Kwalificatiestructuren en examenprogramma’s<br />
kunnen <strong>in</strong>novatie fl<strong>in</strong>k belemmeren (Lundvall & Borrás, 1997, p. 27). Eén gevaar is dat<br />
zulke programma’s vooral ten dienste van on<strong>de</strong>rwijs staan en niet meer <strong>de</strong> feitelijke<br />
beoor<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van succesvol opereren <strong>in</strong> <strong>in</strong>novatieve praktijk representeren. Het an<strong>de</strong>re<br />
gevaar is dat kwalificaties vooral wor<strong>de</strong>n afgeleid van functies <strong>in</strong> <strong>in</strong>dustriële organisaties<br />
waaron<strong>de</strong>r traditionele overheidsorganisaties. De verschuiv<strong>in</strong>g <strong>in</strong> werk naar zelfstandig<br />
on<strong>de</strong>rnemerschap en naar dienstverlen<strong>in</strong>g en service vraagt om een an<strong>de</strong>re bena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g.<br />
Het zal steeds meer nodig zijn om mensen te voorzien van portfolio’s en geïndividualiseer<strong>de</strong><br />
leerplannen (of: persoonlijke ontwikkel<strong>in</strong>gsplannen) waar<strong>in</strong> beoor<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
functioneren <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk centraal staat. Kwalificatieka<strong>de</strong>rs blijven daarvoor on<strong>de</strong>rsteunend,<br />
maar ze zullen gelei<strong>de</strong>lijk meer aan <strong>in</strong>novatieve leerprocessen <strong>in</strong> <strong>de</strong> werkelijkheid<br />
zijn gekoppeld dan aan leren op school of aan specifieke taken b<strong>in</strong>nen <strong>in</strong>dustriële bedrijven.<br />
Portfolio’s vermel<strong>de</strong>n behaal<strong>de</strong> resultaten <strong>in</strong> teams en vervangen gelei<strong>de</strong>lijk diploma’s<br />
en gestandaardiseer<strong>de</strong> examens. Kwalificaties wor<strong>de</strong>n vaker behaald door vali<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g<br />
van praktijkervar<strong>in</strong>g, dan als resultaat van speciaal daarop gerichte cursussen. 12<br />
Intellectuele, persoonlijke en sociale <strong>in</strong>telligentie <strong>in</strong> balans<br />
Leren wordt persoonlijker en m<strong>in</strong><strong>de</strong>r uniform. Kennisontwikkel<strong>in</strong>g gaat samen met<br />
ontwikkel<strong>in</strong>g van persoonlijke en sociale <strong>in</strong>telligentie. Een goe<strong>de</strong> en herkenbare balans<br />
tussen weten, doen, zijn en samenleven zal een normale eis zijn (Delors e.a., 1996).<br />
Leraren zullen niet alleen letten op het verwerven van expliciete boekenwijsheid, maar<br />
meer dan ooit het opdoen en uitwisselen van impliciete ervar<strong>in</strong>g accentueren en betrokkenheid<br />
ontwikkelen door <strong>in</strong> te spelen op <strong>de</strong> emotionele, persoonlijke betekenis van<br />
leren. Dat kan alleen als <strong>de</strong>len van <strong>de</strong> leertijd buiten <strong>de</strong> school wor<strong>de</strong>n besteed.<br />
4.3 EDUCATIEVE ONDERNEMERS<br />
De leraar als educatieve specialist<br />
Er ontstaat immers een range aan gespecialiseer<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsaanbie<strong>de</strong>rs. Groepen docenten<br />
zullen zich specialiseren. Sommigen concentreren zich op coach<strong>in</strong>g van leertrajecten<br />
en loopbanen (zie hierboven), an<strong>de</strong>ren op multimedia, weer an<strong>de</strong>ren kiezen voor lesgeven<br />
b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> meer traditionele school. Docenten zullen eigen educatieve bedrijven<br />
(maatschappen) gaan oprichten. Docenten zullen op an<strong>de</strong>re plekken werken dan op één<br />
school. Loopbaanbeleid zal meer door gespecialiseer<strong>de</strong> bedrijven als A<strong>de</strong>cco, Randstad of<br />
Vedior wor<strong>de</strong>n verzorgd dan door scholen of groepen scholen.<br />
Kennisnetwerken<br />
De kennismaatschappij stelt hoge eisen aan on<strong>de</strong>rwijs. Een mo<strong>de</strong>rn kennissysteem<br />
ontbreekt. Vergelijk<strong>in</strong>g door <strong>de</strong> OESO (OECD, 2000) van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijssector met <strong>de</strong><br />
medische en <strong>de</strong> technologische sector toont dat aan. De oploss<strong>in</strong>g zit hem echter niet <strong>in</strong><br />
meer on<strong>de</strong>rwijson<strong>de</strong>rzoek of zelfs beter gebruik van on<strong>de</strong>rzoeksresultaten. We beg<strong>in</strong>nen<br />
te begrijpen dat <strong>de</strong> kennisbasis van on<strong>de</strong>rwijs voor een groot <strong>de</strong>el ligt opgeslagen <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
dagelijkse ervar<strong>in</strong>g van docenten, schoollei<strong>de</strong>rs en … leerl<strong>in</strong>gen. We doen er alleen zo<br />
we<strong>in</strong>ig aan die kennis beschikbaar te maken voor an<strong>de</strong>ren, die ver<strong>de</strong>r te ontwikkelen en<br />
daarbij <strong>de</strong> verb<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g te leggen met <strong>de</strong> beschikbare on<strong>de</strong>rzoekscapaciteit.<br />
Kennisvoorzien<strong>in</strong>g voor on<strong>de</strong>rwijs zal een modus-2-achtige opzet hebben (vergelijk<br />
Gibbons ,1994). Die kennisvoorzien<strong>in</strong>g kan wor<strong>de</strong>n gerealiseerd door elektronisch on<strong>de</strong>rsteun<strong>de</strong><br />
kennisnetwerken voor docenten, schoollei<strong>de</strong>rs en leerl<strong>in</strong>gen. Het doel daarvan is<br />
om praktijkkennis uit te wisselen, te codificeren en te vali<strong>de</strong>ren met het oog op het<br />
verbeteren van <strong>de</strong> performance van <strong>de</strong> school of <strong>de</strong> resultaten van leerl<strong>in</strong>gen<br />
(Hargreaves, 1998, 1999). B<strong>in</strong>nen KPC Groep is met dit doel het project ‘Kennis maken <strong>in</strong><br />
Leren<strong>de</strong> Scholen’ gestart.<br />
12 El<strong>de</strong>rs heb ik geprobeerd <strong>de</strong> verschuiv<strong>in</strong>g van aanbodgericht on<strong>de</strong>rwijs naar competentiegericht on<strong>de</strong>rwijs<br />
aan te dui<strong>de</strong>n. In dat opstel stel ik ter discussie of <strong>de</strong> nu heersen<strong>de</strong> opvatt<strong>in</strong>g van resultaatgericht<br />
on<strong>de</strong>rwijs daarbij een noodzakelijke tussenstap is, of kan c.q. beter zou moeten) wor<strong>de</strong>n overgeslagen<br />
(zie: Van Aalst, 1996 en 2000).<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
329
330<br />
Richt<strong>in</strong>g, visie en motivatie<br />
Er is <strong>de</strong> laatste jaren een gewoonte ontstaan on<strong>de</strong>rwijs pragmatisch te bena<strong>de</strong>ren. Het<br />
gaat om concrete veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen, die haalbaar zijn. Het overheidsbeleid legt een toenemen<strong>de</strong><br />
druk op scholen om productiviteit te verbeteren. Nu is verbeter<strong>in</strong>g van productiviteit<br />
vooral een kwestie van motivatie, van betrokkenheid en perspectief van docenten èn<br />
van leerl<strong>in</strong>gen! En juist op dat punt laat on<strong>de</strong>rwijsbeleid - op scholen of bij overhe<strong>de</strong>n -<br />
het soms afweten. Motivatie kan steeds m<strong>in</strong><strong>de</strong>r ontleend wor<strong>de</strong>n aan waar<strong>de</strong>n van <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>dustriële maatschappij zoals: overdracht van kennis, opgedragen taken, groei en massificatie,<br />
plann<strong>in</strong>g, enzovoort. De motivatie zal meer ontleend moeten wor<strong>de</strong>n aan het<br />
participeren <strong>in</strong> nieuwe maatschappelijke projecten en <strong>in</strong>novatieve bedrijven en persoonlijke<br />
loopbaanperspectieven. Er ligt daar een schat aan <strong>in</strong>spiratie. Meer <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijk<br />
gerichte trajecten door en voor leraren met bre<strong>de</strong> participatie van niet-on<strong>de</strong>rwijs mensen<br />
zijn gewenst, meer dan algemene loopbaanmaatregelen.<br />
4.4 DE SCHOOL ALS NETWERKORGANISATIE EN MEERVOUDIGE ACCREDITATIE<br />
Inkopen, uitbeste<strong>de</strong>n en specialiseren: <strong>de</strong> school als netwerkorganisatie<br />
Het is voor een mo<strong>de</strong>rne school eigenlijk ondoenlijk alles <strong>in</strong> eigen huis te hebben,<br />
althans van voldoen<strong>de</strong> kwaliteit. Scholen zullen daarom <strong>de</strong>len van leerarrangementen<br />
steeds meer uitbeste<strong>de</strong>n of <strong>in</strong>kopen. Soms gaat het om tactische uitbested<strong>in</strong>g, <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm<br />
van ad hoc contracten, soms ook om strategische allianties, waarbij bepaal<strong>de</strong> taakver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen<br />
wor<strong>de</strong>n afgesproken voor een langere perio<strong>de</strong>. Ik ken bijvoorbeeld een school die<br />
<strong>de</strong> gymnastieklessen <strong>in</strong> <strong>de</strong> hoogste leerjaren uitbesteedt aan verschillen<strong>de</strong> sportverenig<strong>in</strong>gen.<br />
De leerl<strong>in</strong>gen kunnen per jaar drie sporten kiezen en leren on<strong>de</strong>r professionele<br />
begeleid<strong>in</strong>g <strong>de</strong> beg<strong>in</strong>selen van die sporten. Inkopen/huren van leersituaties is al heel lang<br />
gebruikelijk: <strong>de</strong>nk aan leerboeken en an<strong>de</strong>r didactisch materiaal. Scholen trekken gastdocenten<br />
van buiten aan als <strong>de</strong> expertise <strong>in</strong> huis onvoldoen<strong>de</strong> is, en maken gebruik van<br />
externe expertise op excursies. Scholen kunnen zulke externe mogelijkhe<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>rzoeken,<br />
en tegelijk proberen hun eigen competenties beter zichtbaar te maken bij an<strong>de</strong>ren.<br />
Zo ontstaan <strong>in</strong> plaats van scholen netwerkorganisaties (Pullens, 1999; Vlam<strong>in</strong>g, 1999).<br />
Opbrengsten zijn: grotere effectiviteit door doelmatiger selectie <strong>in</strong> vraag en aanbod,<br />
opschonen van het aanbod en vergrot<strong>in</strong>g van eigen verantwoor<strong>de</strong>lijkheid en accountability<br />
ten opzichte van belanghebben<strong>de</strong>n. Er komt meer accent te liggen op het arrangeren<br />
van het leren, ook op an<strong>de</strong>re plaatsen dan school, bedrijf en netwerk. De school fungeert<br />
als een soort makelaar voor <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>g/cursist. Uitgangspunt bij zulke arrangementen is<br />
persoonlijke loopbaanbevor<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g, meer dan het behalen van schoolse kwalificaties.<br />
Overgangen tussen <strong>in</strong>itiële trajecten en post-<strong>in</strong>itiële trajecten wor<strong>de</strong>n vloeien<strong>de</strong>r. Het<br />
on<strong>de</strong>rscheid tussen beroepson<strong>de</strong>rwijs en algemeen on<strong>de</strong>rwijs vervaagt.<br />
Internationaliser<strong>in</strong>g<br />
Zulke strategische allianties zullen een <strong>in</strong>ternationaal karakter hebben. Leerl<strong>in</strong>gen zullen<br />
<strong>de</strong>len van hun leerpakketten kiezen uit het aanbod <strong>in</strong> <strong>de</strong> hele wereld. En dus zullen<br />
scholen ook leerl<strong>in</strong>gen uit <strong>de</strong> hele wereld bedienen, afhankelijk van hun kerncompetenties.<br />
Meervoudige accreditatie van leerarrangementen<br />
Er is <strong>de</strong> laatste jaren een trend ontstaan om scholen als fabrieken te zien die producten<br />
(afgestu<strong>de</strong>er<strong>de</strong>n) maken en die vervolgens verkopen aan klanten. Dit beeld van resultaat-<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
gerichtheid zie ik als een laatste stuiptrek van het <strong>in</strong>dustriële <strong>de</strong>nken. Er zijn aan dit<br />
leidbeeld grote na<strong>de</strong>len verbon<strong>de</strong>n (Van Aalst, 1996). In <strong>de</strong> netwerkmaatschappij gaat het<br />
meer om open, dienstverlenen<strong>de</strong> en tamelijk flexibele organisaties, die meer gestuurd<br />
wor<strong>de</strong>n door het i<strong>de</strong>e dat <strong>de</strong> school er is om loopbanen van een specifieke groep leren<strong>de</strong>n<br />
op bepaal<strong>de</strong> aspecten te on<strong>de</strong>rsteunen dan door algemene en <strong>in</strong>tegrale opdrachten<br />
van <strong>de</strong> overheid. Daarbij hoort meervoudige accrediter<strong>in</strong>g van leerarrangementen, meer<br />
dan accrediter<strong>in</strong>g van <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen. 13 Je vergelijkt tenslotte ook niet Miele met Bosch, maar<br />
een bepaal<strong>de</strong> wasmach<strong>in</strong>e van Miele met een bepaal<strong>de</strong> wasmach<strong>in</strong>e van Bosch. En je doet<br />
dat vanuit meer<strong>de</strong>re gezichtspunten (effectiviteit, geluids- en milieubelast<strong>in</strong>g, extra’s,<br />
prijs, enzovoort) die <strong>de</strong> klant zelf on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>g kan wegen.<br />
Kwaliteitsmanagement<br />
Kwaliteitsmanagement zal zich meer dan nu richten op <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> aspecten:<br />
• Strategisch personeelsbeleid.<br />
Daar on<strong>de</strong>r valt het rekruteren van gevarieerd toptalent, het <strong>in</strong>vesteren <strong>in</strong> het<br />
leren werken van docenten met ICT, extra betal<strong>in</strong>g voor hen die <strong>in</strong>vesteren <strong>in</strong><br />
specifieke <strong>in</strong>novaties, enzovoort;<br />
• Oriëntatie op gebruikers.<br />
Dit omvat on<strong>de</strong>r meer het gebruiken van <strong>in</strong>formatie van leerl<strong>in</strong>gen en ou<strong>de</strong>rs<br />
voor het vaststellen van aanbod en het toevoegen van <strong>in</strong>formatiewaar<strong>de</strong> aan<br />
on<strong>de</strong>rwijs (bijvoorbeeld toegang tot <strong>in</strong>ternet en e-mail en tot specifieke databases);<br />
en<br />
• Kennismanagement.<br />
Mogelijkhe<strong>de</strong>n zijn bijvoorbeeld het bie<strong>de</strong>n van nieuwe leerarrangementen op<br />
basis van bestaan<strong>de</strong>, maar nog niet gebruikte kennis <strong>in</strong> <strong>de</strong> organisatie, het<br />
georganiseerd <strong>de</strong>len van kennis om performance te verbeteren, het meten van<br />
toegevoeg<strong>de</strong> waar<strong>de</strong>, enzovoort.<br />
Het on<strong>de</strong>rscheid tussen <strong>in</strong>itieel on<strong>de</strong>rwijs en ‘ver<strong>de</strong>r leren’ zal vervagen<br />
Dit punt is vooral b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse verhoud<strong>in</strong>gen <strong>in</strong>teressant, omdat we ons hier<br />
<strong>de</strong> laatste tien jaar hebben vastgebeten <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rscheid tussen <strong>in</strong>itieel on<strong>de</strong>rwijs en<br />
‘ver<strong>de</strong>r leren’, met name waar het <strong>de</strong> f<strong>in</strong>anciële verantwoor<strong>de</strong>lijkhe<strong>de</strong>n betreft. Ik ben er<br />
van overtuigd dat die scheid<strong>in</strong>g niet valt vol te hou<strong>de</strong>n. Hoe het dan wel moet is niet zo<br />
een twee drie beantwoord, maar dat het an<strong>de</strong>rs moet staat vast. Ik wil één voorbeeld<br />
geven. Er is een grote druk om <strong>de</strong> uitval uit het beroepson<strong>de</strong>rwijs terug te dr<strong>in</strong>gen. Ik<br />
vraag me af of dat wel zo terecht is. In veel gevallen gaat het hierbij om jongeren die één<br />
of an<strong>de</strong>re vorm van werk v<strong>in</strong><strong>de</strong>n. Het ligt mijns <strong>in</strong>ziens meer voor <strong>de</strong> hand aan dat werk<br />
een leercontract te verb<strong>in</strong><strong>de</strong>n dan te proberen ze terug <strong>in</strong> <strong>de</strong> school te krijgen.<br />
Initiatieven <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze richt<strong>in</strong>g zijn er natuurlijk ook al. Ze verdienen krachtige on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g.<br />
Hoe het ook zij: leerl<strong>in</strong>gen zullen langer leren, maar voortgezet on<strong>de</strong>rwijs zal korter<br />
wor<strong>de</strong>n.<br />
5 Van on<strong>de</strong>rwijs naar leren<br />
Het on<strong>de</strong>rwijsstelsel<br />
Ons on<strong>de</strong>rwijsstelsel is een van <strong>de</strong> grote successen van <strong>de</strong> <strong>in</strong>dustriële tijd, samen met <strong>de</strong><br />
13 De term ‘meervoudige accrediter<strong>in</strong>g’ is van Van Vught e.a. <strong>in</strong> een studie <strong>in</strong> opdracht van <strong>de</strong> ARO (1994).<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
331
332<br />
<strong>in</strong>dustriële ontwikkel<strong>in</strong>g en <strong>de</strong> vorm<strong>in</strong>g van <strong>de</strong>mocratische natiestaten. Het on<strong>de</strong>rwijssysteem<br />
heeft enorm geproduceerd <strong>de</strong> laatste hon<strong>de</strong>rd jaar, en is zelf een voorbeeld van<br />
geslaag<strong>de</strong> massaproductie. We zijn er dan ook erg aan gewend en gehecht. Maar het zou<br />
kunnen dat <strong>de</strong> kenmerken van dat systeem, zoals <strong>de</strong> selectiefunctie, <strong>de</strong> standaardiser<strong>in</strong>g,<br />
<strong>de</strong> aca<strong>de</strong>mische schoolcultuur en <strong>de</strong> nauwe ban<strong>de</strong>n met <strong>de</strong> nationale bureaucratie m<strong>in</strong><strong>de</strong>r<br />
effectief zijn <strong>in</strong> <strong>de</strong> kennismaatschappij. Misschien confronteert <strong>de</strong> kennismaatschappij het<br />
on<strong>de</strong>rwijsstelsel met zijn eigen grenzen. Er kunnen problemen ontstaan, die nu nog niet<br />
zo dui<strong>de</strong>lijk wor<strong>de</strong>n gevoeld. De nieuwe kennis is bijvoorbeeld voor bureaucratieën en<br />
scholen even wennen, waar ze tot nu toe vertrouwen op centraal goedgekeur<strong>de</strong> gedocumenteer<strong>de</strong><br />
kennis, zoals leerplannen, en een cultuur waarbij <strong>de</strong> uitwissel<strong>in</strong>g van tacit<br />
kennis hooguit een impliciete rol speelt. 14<br />
Scholen<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong><strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen werken er hard aan zich opnieuw te positioneren, maar <strong>de</strong> voortgang<br />
is langzaam, misschien te langzaam. De vraag kan ook gesteld wor<strong>de</strong>n of er niet<br />
teveel wordt geïnvesteerd <strong>in</strong> verbeter<strong>in</strong>g van het bestaan<strong>de</strong> en te we<strong>in</strong>ig <strong>in</strong> het experimenteren<br />
met nieuwe waar<strong>de</strong>n en processen. De verwarr<strong>in</strong>g zit voor een <strong>de</strong>el <strong>in</strong> het<br />
begrip kwaliteit. Om een metafoor te gebruiken: <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong> grammofoonplaat<br />
was nog nooit zo goed als rond 1990. Maar b<strong>in</strong>nen één jaar had <strong>de</strong> CD <strong>de</strong> langspeelplaat<br />
<strong>in</strong>gehaald. Investeren <strong>in</strong> kwaliteit lijkt onomstre<strong>de</strong>n, maar kan zeer mislei<strong>de</strong>nd zijn!<br />
Tapscott (1995, p. 30) beschrijft drie fasen <strong>in</strong> <strong>de</strong> veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van bedrijven die willen<br />
bijblijven <strong>in</strong> <strong>de</strong> kenniseconomie: kwaliteitsverbeter<strong>in</strong>g, herstructurer<strong>in</strong>g en transformatie.<br />
Waar kwaliteitsverbeter<strong>in</strong>g is gericht op het reduceren van gebreken, is transformatie<br />
gericht op toegevoeg<strong>de</strong> waar<strong>de</strong> <strong>in</strong> nieuwe omstandighe<strong>de</strong>n. Waar kwaliteitsverbeter<strong>in</strong>g is<br />
gericht op producten, is transformatie gericht op <strong>de</strong> hele on<strong>de</strong>rnem<strong>in</strong>g. Nu is on<strong>de</strong>rwijs<br />
geen bedrijf, maar het is leerzaam <strong>de</strong> veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gsfasen die Tapscott <strong>in</strong> meer <strong>de</strong>tail<br />
beschrijft te leggen naast die <strong>in</strong> scholen en universiteiten. De meeste scholen werken<br />
momenteel aan verbeter<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> kwaliteit. Volgens Tapscott is dat slechts <strong>de</strong> eerste<br />
fase van twee an<strong>de</strong>re die nog moeten komen.<br />
De overheid<br />
Elke <strong>markt</strong> is gereguleerd en <strong>de</strong> overheid speelt daar altijd een rol <strong>in</strong>. De rol van <strong>de</strong><br />
overheid <strong>in</strong> <strong>de</strong> netwerksamenlev<strong>in</strong>g is echter een an<strong>de</strong>re dan <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>in</strong>dustriële samenlev<strong>in</strong>g:<br />
kennis<strong>in</strong>tensiever, <strong>in</strong>teractiever. De overheid is m<strong>in</strong><strong>de</strong>r zelf speler en meer gericht<br />
op nieuwe spelers dan op reguleren van bestaan<strong>de</strong> spelers. In <strong>de</strong> termen van dit opstel<br />
versterkt <strong>de</strong> overheid thans - soms impliciet - het <strong>in</strong>dustriële karakter van ons on<strong>de</strong>rwijsstelsel<br />
door een gerichtheid op groei, standaar<strong>de</strong>n, concurrentie tussen gevestig<strong>de</strong> -<br />
voornamelijk publieke - <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen en centraal geïnitieer<strong>de</strong> en gestuur<strong>de</strong> <strong>in</strong>novatie. De<br />
analyse <strong>in</strong> dit opstel leidt tot an<strong>de</strong>re aandachtsgebie<strong>de</strong>n: concurrentie op microniveau,<br />
leerarrangementen vanuit <strong>de</strong> vraag van <strong>in</strong>dividuen en actieve maatschappelijke groepen;<br />
gerichtheid op nieuwe aanbie<strong>de</strong>rs, op on<strong>de</strong>rnemen<strong>de</strong> docenten die specialist blijven met<br />
behulp van geavanceer<strong>de</strong> kennissystemen. In <strong>de</strong> termen van Tapscott verschuift <strong>de</strong><br />
aandacht van product naar proces en on<strong>de</strong>rnemen.<br />
14 Zo komt het gebruik van elektronische mid<strong>de</strong>len om dagelijkse kennis uit te wisselen en te bewerken <strong>in</strong><br />
scholen en m<strong>in</strong>isteries nauwelijks voor, en dan nog bijna alleen voor traditionele doelen, zoals het<br />
krijgen van overeenstemm<strong>in</strong>g over een tekst.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
Agenda voor actie<br />
Transformatie vraagt om het stimuleren en volgen van die <strong>in</strong>itiatieven die representatief<br />
lijken voor <strong>de</strong> gewenste ontwikkel<strong>in</strong>g: <strong>de</strong> emergent practices. Het probleem is hoe je die<br />
herkent. Als ik vanuit het bovenstaan<strong>de</strong> scenario een lijstje zou moeten maken, ziet het<br />
er misschien zo uit:<br />
• Invester<strong>in</strong>g <strong>in</strong> publiek/private projecten die a<strong>de</strong>quate vormen van assessment en<br />
‘leerloopbanen’ dwars door on<strong>de</strong>rwijsniveaus heen realiseren, meer gericht op<br />
voortgang en vervolg dan op afsluit<strong>in</strong>g; cijfers wor<strong>de</strong>n daarbij afgeschaft; 15<br />
• ICT- en <strong>in</strong>teractieve TV-georiënteer<strong>de</strong> leerarrangementen gericht op leren thuis en<br />
op an<strong>de</strong>re plekken buiten <strong>de</strong> school;<br />
• Intensieve, door ICT on<strong>de</strong>rsteun<strong>de</strong> kennisnetwerken voor docenten, gericht op<br />
best practices en onl<strong>in</strong>e collegiale on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g;<br />
• Faciliteren van groepen docenten die educatieve on<strong>de</strong>rnem<strong>in</strong>gen oprichten en<br />
hun diensten aanbie<strong>de</strong>n aan scholen, groepen ou<strong>de</strong>rs, private en publieke <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen;<br />
16<br />
• Initiatieven voor persoon- en professionaliteitgerichte loopbaanontwikkel<strong>in</strong>g voor<br />
docenten, niet verzorgd door scholen maar door specialistische organisaties, met<br />
scholen en an<strong>de</strong>ren als afnemers;<br />
• Stimuleren en realiseren van scholen die hun aanbod via <strong>in</strong>- en outsourc<strong>in</strong>g tot<br />
stand brengen en daar vraaggestuur<strong>de</strong> leerarrangementen aan koppelen; veelal<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van publiek/private samenwerk<strong>in</strong>g; en<br />
• Stimuleren van vormen van meervoudige accrediter<strong>in</strong>g, bij voorkeur op microniveau<br />
en niet op <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gsniveau.<br />
Historici leren ons dat veel maatschappelijke processen een eenmaal gekozen pad blijven<br />
lopen, ook als <strong>de</strong> bewijzen zich opstapelen dat dat <strong>in</strong>mid<strong>de</strong>ls niet meer <strong>de</strong> optimale weg<br />
is (zie bijvoorbeeld Jan <strong>de</strong> Vries <strong>in</strong> NRC-Han<strong>de</strong>lsblad van 30 september 2000). Misschien<br />
moet on<strong>de</strong>rwijsbeleid zich m<strong>in</strong><strong>de</strong>r bezighou<strong>de</strong>n met kwaliteitsverbeter<strong>in</strong>g van <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen.<br />
Misschien moet on<strong>de</strong>rwijsbeleid zich m<strong>in</strong><strong>de</strong>r richten op <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen en meer op<br />
on<strong>de</strong>rnemen<strong>de</strong> educatieve netwerken, die zijn <strong>in</strong>gebed <strong>in</strong> <strong>de</strong> maatschappelijke werkelijkheid<br />
buiten het on<strong>de</strong>rwijs. Niet meer <strong>markt</strong>werk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs, maar meer leren <strong>in</strong><br />
<strong>de</strong> <strong>markt</strong>!<br />
15 Assessment omvat <strong>in</strong> elk geval ook zelf-assessment en peer-assessment, en vormen van competentiebeoor<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g<br />
(authentiek assessment).<br />
16 Op het niveau van het Hoger <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> is <strong>de</strong> ‘Learn<strong>in</strong>g Valley’ van <strong>de</strong> Hogeschool van Utrecht een goed<br />
voorbeeld. Maar ook voor basison<strong>de</strong>rwijs en bijvoorbeeld voor allochtone jonge burgers valt dit soort<br />
on<strong>de</strong>rnemen<strong>de</strong> cultuur te overwegen. De voorbeel<strong>de</strong>n voor voorschools on<strong>de</strong>rwijs zijn <strong>in</strong> <strong>de</strong> wereld<br />
voorhan<strong>de</strong>n.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
333
Literatuur<br />
334<br />
Aalst, H.F. van (1994).<br />
Wie stelt hier <strong>de</strong> vragen? Of: De leraar aan <strong>de</strong> zijlijn bij een wedstrijd waar<br />
scholen en verzorg<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>stituten elkaar <strong>de</strong> bal toespelen. In: Wat is <strong>de</strong> <strong>in</strong>vloed<br />
van leraren op <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd en vormgev<strong>in</strong>g van het on<strong>de</strong>rwijs? SLO, Ensche<strong>de</strong>.<br />
Aalst, H.F. van (1996).<br />
Assessment <strong>in</strong> schools: a matter of change. In: Paul Black & Ala<strong>in</strong> Michel (Eds):<br />
Learn<strong>in</strong>g from pupil assessment: <strong>in</strong>ternational comparisions. CSE Monograph<br />
Series <strong>in</strong> Evaluation, 12, 1998, pp. 55-70. Center for the Study of Evaluation,<br />
UCLA, Los Angeles, California 90095.<br />
Aalst, H.F. van (1998a).<br />
Driv<strong>in</strong>g Forces beh<strong>in</strong>d School<strong>in</strong>g for Tomorrow. In: OECD/CERI (1998): Learn<strong>in</strong>g<br />
and School<strong>in</strong>g <strong>in</strong> the Knowledge Society. Report of the Scheven<strong>in</strong>gen Sem<strong>in</strong>ar.<br />
CERI/SFT(98)8. OECD Publications, Paris.<br />
Aalst, H.F. van (1998b).<br />
Learn<strong>in</strong>g and School<strong>in</strong>g <strong>in</strong> the Knowledge Society. In: OECD/CERI (1998):<br />
Learn<strong>in</strong>g and School<strong>in</strong>g <strong>in</strong> the Knowledge Society. Report of the Scheven<strong>in</strong>gen<br />
Sem<strong>in</strong>ar. CERI/SFT(98)8. OECD Publications, Paris.<br />
Aalst, H.F. van (1998c).<br />
Network<strong>in</strong>g, A tool for address<strong>in</strong>g School<strong>in</strong>g for Tomorrow. OECD/CERI:<br />
CERI/SFT(98)9. OECD Publications, Paris.<br />
Aalst, H.F. van (2000).<br />
Belemmert <strong>de</strong> kwalificatiestructuur kwalificerend beroepson<strong>de</strong>rwijs? In: Jaarboek<br />
Kwalificatiestructuur 2000. CINOP, ’s-Hertogenbosch.<br />
Bech, U., (1986).<br />
Risikogesellschaft. Auf <strong>de</strong>m Weg <strong>in</strong> e<strong>in</strong>e an<strong>de</strong>re Mo<strong>de</strong>rne. Suhrkamp Verlag,<br />
Frankfurt am Ma<strong>in</strong>.<br />
Castells, M., (1996).<br />
The Rise of the Network Society. Blackwell Publishers Inc, Mal<strong>de</strong>n, Massachusetts.<br />
Castells, M., (1997).<br />
The Power of I<strong>de</strong>ntity. Blackwell Publishers Inc, Mal<strong>de</strong>n, Massachusetts.<br />
Darl<strong>in</strong>g-Hammond, L., (1996).<br />
The Right to learn and the Advancement of Teach<strong>in</strong>g: Research, Policy, and<br />
Practice for Democratic education. The Educational Researcher,<br />
August/September 1996, pp 5-17.<br />
Delors, J., & an<strong>de</strong>ren (1996).<br />
Learn<strong>in</strong>g: The Treasure With<strong>in</strong>. Report to UNESCO. Unesco Publish<strong>in</strong>g, Paris.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001
F<strong>in</strong>erty, T., (1997).<br />
Knowledge – the Global Currency of the 21st Century. Knowledge Management,<br />
Aug/Sept. CIBIT, Utrecht.<br />
Gibbons, M., e.a. (1994).<br />
The new production of knowledge: The dynamics of science and research <strong>in</strong><br />
contemporary societies. Sage Publications, London.<br />
Hargreaves, D.H., (1999).<br />
Creative Professionalism. The role of teachers <strong>in</strong> the knowledge society. Demos,<br />
London<br />
Hargreaves, D.H., (1998).<br />
The knowledge creat<strong>in</strong>g School. Annual meet<strong>in</strong>g of the British Educational<br />
research Association, Belfast, August.<br />
Heij<strong>de</strong>n, K. van <strong>de</strong>r (1996).<br />
Scenarios, The Art of Strategic Conversation. Wiley, UK.<br />
In’t Veld, R., H. <strong>de</strong> Bruijn en M. Lips, (1996).<br />
Toekomsten voor het fun<strong>de</strong>rend on<strong>de</strong>rwijs(beleid). M<strong>in</strong>isterie van <strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>,<br />
Cultuur en Wetenschappen, Zoetermeer, December 1996.<br />
Iperen, M.A.G. van, (1999).<br />
Kennis is macht … toch? Een zoektocht naar <strong>de</strong> motivatie van kenniswerkers <strong>in</strong><br />
<strong>de</strong> economie van <strong>de</strong> 21ste Eeuw. Nyenro<strong>de</strong> University Press.<br />
Jacobs, D., (1996).<br />
Het kennisoffensief. Samson Bedrijfs<strong>in</strong>formatieAlphen aan <strong>de</strong> Rijn.<br />
Kelley, K.R. and Sidbey M. Moon (1998).<br />
Personal and Social Talents. In: Phi Delta Kappan, June 1998, pp 743-746.<br />
Lubbers, R., (199?).<br />
Map of Globalization http://www.globalize.org/map.htm<br />
Lundvall, B. and S. Borrás (1997).<br />
Innovation Policy <strong>in</strong> the Globalis<strong>in</strong>g Learn<strong>in</strong>g Economy. Commission of the<br />
European Union, DG XII, December.<br />
Nonaka, I. and H. Takeuchi, (1995).<br />
The Knowledge-creat<strong>in</strong>g Company. Oxford University Press, New York.<br />
OECD (1996).<br />
Adult Learn<strong>in</strong>g and Technologies <strong>in</strong> OECD Countries. OECD, Paris, October.<br />
OECD (1997a).<br />
Flexible enterprises. Paris.<br />
OECD (1997b).<br />
Susta<strong>in</strong>able Flexibility. A Prospective Study on Work, Family and Society <strong>in</strong> the<br />
Information Age, by Mart<strong>in</strong> Carnoy and Manuel Castells. OCDE/GD(97)48. OECD<br />
Publications, Paris.<br />
OECD/CERI (1998).<br />
Learn<strong>in</strong>g and School<strong>in</strong>g <strong>in</strong> the Knowledge Society. Report of the Scheven<strong>in</strong>gen<br />
Sem<strong>in</strong>ar.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>markt</strong><br />
335
336<br />
CERI/SFT(98).<br />
8. OECD Publications, Paris.<br />
OECD (2000).<br />
Knowledge Management <strong>in</strong> the Learn<strong>in</strong>g Society. OECD Publications, Paris.<br />
Perelman, L.J. (1992).<br />
School’s out. Morrow, New York.<br />
Pullens, M.W.J.M., (1999).<br />
Stappenplan naar een netwerkorganisatie: recept voor turbogroei. In: Holland<br />
Management Review, 63, Januari - Februari.<br />
Tapscott, D., (1995).<br />
The Digital Economy. New York.<br />
Tissen, R., D. Andriessen en F. Lekanne Deprez, (1998).<br />
Value Based Knowledge Management. Addison Wesley Longman Ne<strong>de</strong>rland.<br />
Vijl<strong>de</strong>r, F. <strong>de</strong>, (1996).<br />
Natiestaat en on<strong>de</strong>rwijs. Een essay over <strong>de</strong> erosie van <strong>de</strong> band tussen on<strong>de</strong>rwijssytemen<br />
en Westerse natiestaten. VUGA, Den Haag.<br />
Vlam<strong>in</strong>g, H. (1999).<br />
Netwerkorganisaties <strong>de</strong>len kennis en kosten. In: Managementteam, 23 april.<br />
Vught, F.A. van & D.F. Westerheij<strong>de</strong>n (1994).<br />
Naar een stelsel van meervoudige accrediter<strong>in</strong>g? ARO werkdocument nr 17.<br />
Utrecht; sdu-DOP, Lei<strong>de</strong>n.<br />
<strong>On<strong>de</strong>rwijs</strong>raad, oktober 2001