de lezing van Bart Moeyaert

taalvorming.nl

de lezing van Bart Moeyaert

Als de verteller aan de kleine prins vraagt of hij een paaltje en een touw moet

tekenen om het schaap overdag aan vast te leggen, ziet de kleine prins daar het nut

niet van in. ‘Vastbinden! Wat een gek idee.’

De kleine prins is een erg pientere jongen. Het is een fijne gedachte dat de

beelden in een mensenhoofd in principe geen grenzen kennen — en dat we ervoor

moeten opletten dat we geen muurtjes bouwen.

Ik herinner me dat ik van mijn vader een schoolboek kreeg met grote aanwijsprenten

in kleur. Het boek rook lekker. Het was een schoolboek waarmee kinderen taal leren.

Later hoorde ik van mijn broers dat ik wekenlang rondzeulde met het boek en het

meestal ondersteboven hield. Een schoolboek was ook ondersteboven leerzaam. Een

banaan blijft een banaan, een peer blijft een peer, en op z’n kop was ook rechtop.

De leeslessen uit de eerste klas oefende ik in een boek. In het openingshoofdstuk

van Pietertje Broms Jeugdjaren van de verder onbekende J.P. Baljé onderstreepte ik

elk woord met potlood, alsof ik elk woord een gewicht wilde geven. Woorden van drie

lettergrepen liet ik ongemoeid, wegens te moeilijk. Ik beleefde plezier aan het

uitspellen.

Het alfabet had macht, dat ontdekte ik al snel. Naar het voorbeeld van Pietertje

Brom ging ik kikkers vangen in de sloot, gewapend met een veel te grote emmer. Ik

stond er niet bij stil dat ik het boek onder het stof op zolder vandaan had gehaald. Ik

had niet door dat het verhaal uit de tijd was toen het in sloten nog stikte van de

kikkers en de stekelbaarzen. De sloot vlak bij ons huis was zwart en dood. Mijn vangst

van niks bewees het: het leven in boeken is rijk en groot en dikwijls beter dan het

leven in het echt.

- 7 -

More magazines by this user
Similar magazines